Olivetti Fax-Lab 128 Owner's manual

Olivetti Fax-Lab 128 Owner's manual
ANTWOORDAPPARAAT/KOPIEERAPPARAAT/SMS
GEBRUIKSAANWIJZING
SAMENGESTELD/UITGEGEVEN/GEPRODUCEERD DOOR:
Gedrukt in Thailand.
Olivetti S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Code van de gebruikershandleiding: 256702J
Publicatiedatum: Maart 2006
Copyright © 2006, Olivetti
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gefotokopieerd, verveelvoudigd of in andere talen vertaald
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olivetti S.p.A.
De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan het in deze
handleiding beschreven product aan te brengen.
Dit apparaat is goedgekeurd volgens de beschikking van de Raad 98/482/EG voor pan-Europese aansluiting van
enkelvoudige eindapparatuur op het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN). Gezien de verschillen tussen
de individuele netwerken in de verschillende landen, biedt deze goedkeuring op zichzelf geen onvoorwaardelijke
garantie voor een succesvolle werking op elk PSTN-netwerkaansluitpunt.
Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
De fabrikant verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product in
overeenstemming is met hetgeen bepaald door de richtlijn 1999/05/CE (de
volledige verklaring vindt u achterin deze handleiding).
De overeenstemming wordt aangegeven door het aanbrengen van het merk
op het product.
Verklaring van netwerkcompatibiliteit
Hierbij wordt verklaard dat het product geschikt is voor invoeging in alle netwerken van de EU-landen, Zwitserland
en Noorwegen.
De volledige netwerkcompatibiliteit in elk land kan afhankelijk zijn van specifieke nationale softwareparameters die
overeenkomstig ingesteld moeten worden. Neem in geval van problemen met betrekking tot de aansluiting op
andere dan EC PSTN netwerken contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Gelieve rekening te houden met het feit dat in de volgende omstandigheden bovengenoemde conformiteit evenals
de productkenmerken niet meer gegarandeerd zijn:
• verkeerde elektrische stroomvoorziening;
• verkeerde installatie; verkeerd of onheus gebruik of in ieder geval gebruik waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwijzingen in de bij het product geleverde handleiding;
• vervanging van originele componenten of accessoires door een ander type dat niet goedgekeurd is door de
constructeur, of uitgevoerd door onbevoegd personeel.
Het stopcontact moet dicht in de buurt van het toestel geïnstalleerd zijn en makkelijk bereikbaar zijn. Om de
elektrische voeding van het toestel uit te schakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
INHOUDSOPGAVE - EERSTE DEEL
3
ONTVANGEN .............................................................................. 16
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING..................... 3
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID ........................................... 3
MANUELE ONTVANGST ................................................................ 17
AUTOMATISCHE ONTVANGST ..................................................... 17
1. VOOR DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE (EU) .............. 3
ONTVANGST MET ANTWOORDAPPARAAT ................................. 17
2. VOOR DE OVERIGE LANDEN (NIET EU) .................................. 3
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL / FAX" ..................................... 17
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID ................................... 3
GEBRUIK VAN DE TELEFOON ................................................... 18
SCHOKGEVAAR ............................................................................... 3
VERSTIKKINGSGEVAAR ................................................................. 4
OPBELLEN VIA OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK .................... 18
BRANDGEVAAR ................................................................................ 4
AANBEVELINGEN VOOR HET GEBRUIK ..................................... 4
EEN VAN DE LAATSTE 20 BINNENGEKOMEN NUMMERS
OF EEN VAN DE LAATSTE 10 GESELECTEERDE
NUMMERS OPVRAGEN ............................................................... 18
GEBRUIKSBESTEMMING ............................................................... 4
KOPIËREN .................................................................................. 19
VOOR HET GEBRUIK
ONGEVALRISICO ............................................................................. 4
OVER INSTALLATIE- EN INSTELLINGSPARAMETERS ............... 4
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
5
BEDIENINGSPANEEL ................................................................... 5
COMPONENTEN .......................................................................... 7
METEEN AAN DE SLAG
8
INHOUD VAN DE VERPAKKING ................................................... 8
INSTALLATIEOMGEVING .............................................................. 8
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP HET
VOEDINGSNET ............................................................................. 8
HET FAXTOESTEL AANSLUITEN OP DE TELEFOONLIJN ........... 8
DE TELEFOONHOORN AANSLUITEN ........................................... 8
IN GEVAL VAN SPANNINGSVAL OF
STROOMONDERBREKING DE EVENTUELE
NOODTELEFOON AANSLUITEN .................................................... 8
HET FAXTOESTEL OP HET VOEDINGSNET AANSLUITEN ......... 9
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS .................................. 9
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN .................. 9
DE TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND WIJZIGEN ..................... 9
DE EERSTE KEER DE DATUM EN TIJD INSTELLEN .................. 10
DATUM EN TIJD WIJZIGEN ............................................................ 10
VAN HET OPENBARE TELEFOONNET OVERGAAN OP
EEN PRIVÉ-LIJN (PBX) ................................................................... 11
NU ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG .............. 12
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK ................................... 14
HET AFDRUKPAPIER LADEN ........................................................ 14
DE PRINTPATROON PLAATSEN ................................................... 14
AFDRUKKEN VAN HET MENU EN ZIJN FUNCTIES .................. 15
VERZENDEN .............................................................................. 15
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN .......................... 15
EEN DOCUMENT VERZENDEN ................................................... 16
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN .............................. 16
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN ............ 16
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ........................................ 16
OPBELLEN VIA DE SNELLE METHODE ...................................... 18
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN ............................. 19
KOPIËREN ...................................................................................... 19
VOOR HET GEBRUIK
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING
De handleiding is in hoofdzaak in twee delen onderverdeeld:
in het eerste deel vindt u een beknopte beschrijving van het
faxapparaat, zodat u het direct kunt installeren en gebruiken, zij het met een minimum van zijn mogelijkheden.
Na deze eerste fase, kunt u het tweede deel van de handleiding raadplegen. Dit biedt u een diepgaander overzicht van het faxapparaat en van zijn talrijke functies.
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID
De kartonnen verpakking, het plastic van de verpakking en
de onderdelen van het faxtoestel kunnen gerecycled worden
volgens de voorschriften die in uw land op het gebied van
recycling gelden.
Informatie met betrekking tot de Richtlijn 2002/96/EG
betreffende de behandeling, inzameling, recycling en
verwerking van elektrische en elektronische apparatuur
en de componenten ervan.
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak, aangebracht
op de apparatuur, betekent dat:
- het apparaat aan het einde van zijn levensduur
bij geoutilleerde inzamelcentra moet worden
ingeleverd en gescheiden van het huishoudelijk
afval moet worden verwerkt.
2. VOOR DE OVERIGE LANDEN (NIET EU)
De behandeling, de inzameling, de recycling en de verwerking van elektrische en elektronische apparatuur dienen overeenkomstig de wetten die in elk land van kracht zijn te gebeuren.
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID
SCHOKGEVAAR
•
1. VOOR DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE (EU)
Het is verboden om elektrische en elektronische apparatuur
als huishoudelijk afval te verwerken: het is verplicht om een
gescheiden inzameling uit te voeren.
Het achterlaten van dergelijke apparatuur op plekken die niet
specifiek hiervoor erkend en ingericht zijn, kan gevaarlijke
gevolgen voor het milieu en de veiligheid met zich meebrengen.
Overtreders zijn onderworpen aan sancties en maatregelen
krachtens de wet.
•
Om op correcte wijze onze apparatuur te verwerken kunt
u:
a) Zich wenden tot de plaatselijke instanties die u aanwijzingen
en praktische informatie over de correcte behandeling van
het afval zullen verschaffen, zoals bijvoorbeeld: locatie en
openingstijden van de inzamelcentra, enz.
•
b) Bij aankoop van een nieuw apparaat van ons merk, het oude
apparaat, dat gelijk moet zijn aan het gekochte apparaat bij
onze wederverkoper inleveren.
c) De speciaal hiervoor bestemde sectie op de site
www.olivettitecnost.com raadplegen, om de werkmethodes
te kennen die Olivetti voor de inzameling van afgedankte apparatuur gebruikt.
•
•
•
•
•
•
•
Probeer nooit het faxtoestel zelf te repareren indien u daarvoor geen speciale opleiding hebt genoten; wanneer u de
behuizing verwijdert, riskeert u een elektrische schok of andere verwondingen. Neem dus geen risico's en roep er een
gekwalificeerde onderhoudstechnicus bij.
In geval van onweer wordt aangeraden het apparaat
zowel van het stopcontact als van de telefoonlijn af te
koppelen om mogelijke beschadiging ervan door een
elektrische ontlading te voorkomen.
Giet nooit vloeistoffen op het faxtoestel en voorkom dat het
aan vocht wordt blootgesteld. Indien er vloeistoffen in het
faxtoestel zijn gedrongen, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken en ook de telefoonlijn afkoppelen. Laat het
apparaat door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus repareren alvorens het weer te gebruiken.
Gebruik het faxtoestel niet wanneer het aan weersinvloeden
is blootgesteld.
Sluit het faxtoestel uitsluitend aan op en stopcontact dat aan
de normen voldoet.
Trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te
halen.
Raak de elektrische voedingskabel of de stekker nooit met
natte handen aan.
Zorg ervoor dat de elektrische voedingskabel niet gevouwen
of platgedrukt wordt. Houd hem op afstand van warmtebronnen.
Alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren, het
faxtoestel van het stopcontact afkoppelen.
Controleer, alvorens het faxtoestel te gebruiken, of het niet
beschadigd of gevallen is. Laat het in dat geval controleren
door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus.
3
VERSTIKKINGSGEVAAR
•
Het faxtoestel en de accessoires zijn in plastic verpakt. Laat
kinderen dus niet zonder toezicht met het verpakkingsmateriaal
spelen.
BRANDGEVAAR
•
Wanneer u het toestel langere tijd niet gebruikt, trek dan de
stekker uit het stopcontact om schade door eventuele storingen of spanningsstoten te voorkomen.
ONGEVALRISICO
•
•
•
Plaats het faxtoestel op een vlakke en stabiele ondergrond,
vrij van trillingen, zodat het niet kan vallen; een val zou u of
anderen kunnen verwonden en het toestel kunnen beschadigen.
Leg het stroomsnoer zo dat niemand erop kan trappen of
erover kan struikelen.
Laat nooit toe dat kinderen het faxtoestel zonder toezicht gebruiken of ermee spelen.
AANBEVELINGEN
•
•
•
•
•
•
•
VOOR HET GEBRUIK
Houd het toestel uit de buurt van water, damp en hevige
warmtebronnen. Plaats het niet in een stoffige omgeving en
stel het ook niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
Omring het toestel niet met boeken, documenten of voorwerpen die de ventilatieruimte beperken.
Gebruik het faxtoestel alleen bij een omgevingstemperatuur
tussen de 5°C en 35°C met een relatieve vochtigheidsgraad
tussen de 15% en 85%.
Plaats het toestel op een veilige afstand van elektrische of
elektronische apparaten zoals radio's, TV's e.d., die storingen kunnen veroorzaken.
In geval van spanningsval of stroomonderbreking kunt u geen
telefoonoproepen maken of ontvangen, omdat het toetsenbord wordt uitgeschakeld.
Wanneer het echter absoluut noodzakelijk is in deze omstandigheden een telefoonoproep uit te voeren moet u een noodtelefoon van een goedgekeurd type gebruiken die u direct op
het faxtoestel kunt aansluiten (dit type aansluiting is in
sommige landen niet toegestaan, waaronder Duitsland
en Oostenrijk), of direct op het telefoonstopcontact.
Laat voldoende ruimte vrij voor de uitvoeropening aan de
voorzijde voor de originele verzonden of gekopieerde documenten, zodat deze niet op de vloer vallen.
GEBRUIKSBESTEMMING
Het faxtoestel is bestemd voor het verzenden en ontvangen
van originele documenten, het fotokopiëren van papieren
documenten, het functioneren als antwoordapparaat en het
verzenden en ontvangen van SMS (deze laatste functie is
niet in alle landen beschikbaar). Het apparaat kan tevens
als telefoon worden gebruikt. Elk ander gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd. Het mag met name nooit direct
op een ISDN-lijn worden aangesloten. In dat geval komt de
garantie te vervallen.
4
OVER INSTALLATIE- EN
INSTELLINGSPARAMETERS
Op nationaal vlak kunnen de standaard waarden voor elke
installatie- en instellingsparameter variëren naargelang de
vereisten of de specifieke behoeften van de gebruiker.
Daarom zijn deze instellingen niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan
ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen aanbrengt
(zie verderop "Rapporten en lijsten afdrukken", in het
hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
BEDIENINGSPANEEL
"Fouten-led"
Signaleert een storing tijdens verzending of
ontvangst.
•
Na indrukken van de toets
, wordt het
luidsprekervolume geleidelijk tot het maximum
verhoogd om dan weer te beginnen bij het
minimumniveau.
Display
LCD met twee regels van maximaal 16 tekens per regel.
Geeft instructieberichten en foutmeldingen weer.
•
Cyclisch doorlopen, van de eerste tot de laatste en
andersom, van de diverse functies en betreffende parameters in de menu’s.
•
Voor het naar "rechts" en "links" verplaatsen van de
cursor tijdens de instelling van nummers en namen.
•
Hiermee kunnen de functies van het antwoordapparaat
worden ingesteld. Zie beschrijving in het betreffende
hoofdstuk.
Met de hoorn van de haak, om toegang te krijgen tot de
speciale functies die het telefoonbedrijf biedt, algemeen
bekend als REGISTER RECALL (R-functie).
Aan: er zijn reeds beluisterde boodschappen of
memo’s in het geheugen aanwezig.
Knippert: er zijn af te drukken documenten,
nieuwe boodschappen of memo’s in het geheugen aanwezig.
Uit: het geheugen is leeg.
•
Vormen van het fax- of telefoonnummer.
•
Automatisch selecteren, bij langer dan een
seconde ingedrukt houden, van het eraan toegewezen telefoon- of faxnummer (nadat dit
geprogrammeerd is).
•
Instellen van numerieke gegevens.
•
Selecteren van cijfers en alfanumerieke tekens
tijdens het instellen van nummers en namen.
•
Zenden bij toonkiesmodus een toon in
de lijn voor speciale telefoondiensten.
•
Voor het selecteren van de "vorige"
en "volgende" speciale tekens en
symbolen tijdens het instellen van
namen.
Tijdens het vormen van een nummer,
van de pulskiesmodus overgaan op de
toonkiesmodus.
5
•
Stemt de resolutie af op de te verzenden en te kopiëren
documenten (alleen met het document in de automatische
invoer - ADF).
•
Voor tijdelijke onderbreking van de verbinding (met de
hoorn van de haak).
6
•
Voert een document uit de automatische invoer
(ADF) uit.
•
Schakelt de LED "
•
Plaatst het faxtoestel opnieuw in de standbymodus.
•
Onderbreekt het programmeren, een verzending,
een ontvangst of het kopiëren.
•
Het adresboek openen
•
Annuleert verkeerde instellingen op het
display.
•
Tijdens de programmering van de functies,
één functie terug gaan.
•
Weergave van de laatste 10 geselecteerde
fax- of telefoonnummers (uitgaande oproepen) of van de laatste 20 onbeantwoorde
nummers (binnenkomende oproepen),
onafhankelijk van de aanwezigheid van een
document in de ADF.
•
Het menu en de functies ervan openen.
•
Last een pauze in tijdens het direct vormen
van het telefoon- of faxnummer.
" uit.
Door deze toets in te drukken alvorens een telefoonof faxnummer te kiezen, kan men de kiestonen
horen zonder de hoorn op te nemen.
•
Start de ontvangst van een document in de ontvangstmodus "HANDMATIG" en "TEL / FAX".
•
Start de verzending van het document nadat het
faxnummer is gevormd (alleen met het document in de
automatische invoer - ADF).
•
Bevestigt de selectie van menu’s en submenu’s, parameters en betreffende waarden en gaat over naar de
volgende procedure.
•
Starten van het kopiëren (alleen met het document in
de automatische invoer - ADF).
COMPONENTEN
In de figuur worden de externe en interne onderdelen van het faxtoestel getoond.
VERLENGSTUK
PAPIERSTEUN
AANSLUITBUSSEN
PAPIERINVOER VOOR STANDAARD PAPIER (ASF)
Maximumcapaciteit: 40 vel van 80 gr/m2.
AUTOMATISCHE INVOER VOOR TE VERZENDEN EN
TE KOPIËREN ORIGINELE DOCUMENTEN (ADF)
MAXIMUMCAPACITEIT: TOT 5 VEL A4
LUIDSPREKER
BEDIENINGSPANEEL
TELEFOONHOORN
DISPLAY
UITGANG VOOR ORIGINELE EN ONTVANGEN OF GEKOPIEERDE DOCUMENTEN
Weergave, op twee regels van elk 16
tekens: Datum en tijd, menu-items, foutberichten, resolutie- en contrastwaarden.
TYPEPLAATJE MACHINE
(ZIE ONDERZIJDE)
OPTISCHE SCANNER
PATROONCOMPARTIMENT
7
METEEN AAN DE SLAG
In dit gedeelte, zoals reeds gezegd, vindt u een basisbeschrijving van het faxtoestel, met de procedures voor het
installeren en direct gebruiken van het faxtoestel, zij het met
een minimum van zijn mogelijkheden. Voor een optimaal
gebruik van het faxtoestel, kunt u de specifieke hoofdstukken raadplegen.
Aangezien dit gedeelte zo is samengesteld dat het u geleidelijk en systematisch vertrouwd maakt met het faxtoestel,
kunt u het beste de onderwerpen doornemen in de volgorde
waarin zij hieronder worden behandeld.
DE
INHOUD VAN DE VERPAKKING
TELEFOONHOORN AANSLUITEN
1
1. Steek de connector van het
snoer van de hoorn in de
aansluitbus met het symbool
aan de achterkant van het
faxtoestel.
2
2. Leg de hoorn op de haak.
Behalve het faxtoestel en deze handleiding vindt u het volgende in de verpakking:
•
•
•
•
•
Verlengstuk papiersteun.
Telefoonsnoer.
Snoer voor aansluiting op het elektriciteitsnet.
Telefoonstekker (indien voorzien).
Verpakking met een eerste, gratis bijgeleverde
monochromatische printpatroon.
Telefoonhoorn.
Informatie voor after-sales service.
•
•
BELANGRIJK
Bij gebruik van niet-originele of nagevulde printpatronen komt
de garantie van het product te vervallen.
INSTALLATIEOMGEVING
Plaats het faxtoestel op een stevige ondergrond. Zorg ervoor
dat rond het apparaat voldoende ventilatieruimte vrij blijft.
Houd het toestel op afstand van sterke warmtebronnen, van
stoffige en vochtige plaatsen. Stel het ook niet bloot aan direct
zonlicht.
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP
HET VOEDINGSNET
HET
FAXTOESTEL AANSLUITEN OP DE TELEFOONLIJN
1
LINE
a
8
b
1. A. Steek de connector van de
telefoonkabel in de aansluitbus "LINE" aan de achterkant van het toestel.
B. Steek de connector of stekker (indien voorzien) aan
het andere uiteinde van het
telefoonsnoer in het
telefoonstopcontact.
IN
GEVAL VAN SPANNINGSVAL OF STROOMONDERBREKING
DE EVENTUELE NOODTELEFOON AANSLUITEN
1
1. Om de noodtelefoon direct op
het faxtoestel aan te sluiten
moet u het afdekplaatje van de
aansluiting op de buitenlijn verwijderen en de stekker van de
noodtelefoon in deze aansluitbus steken.
BELANGRIJK
In landen waar dit type aansluiting niet is toegestaan (bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk), moet u de noodtelefoon
direct op het telefoonstopcontact aansluiten.
HET
1
a
b
1. A. Steek de connector aan het
ene uiteinde van het stroomsnoer in de stekker aan de
achterkant van het toestel.
B. Steek vervolgens de stekker
aan het andere uiteinde van
het snoer in het stopcontact
van het stroomnet.
BELANGRIJK
De stekker van de voedingskabel kan van land tot land verschillen.
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS
Wanneer het faxtoestel eenmaal op het voedingsnet is aangesloten, voert het automatisch een korte test uit om te controleren of alle componenten correct werken, en daarna kan het
volgende op het display verschijnen:
- de taal waarin de berichten zullen worden weergegeven,
bijvoorbeeld "LANGUAGE - ENGLISH"
of
- het bericht "AUTOMAT. 00" en afwisselend op de tweede
regel "DATUM/TIJD INST" en "PATROON CONTR.".
In het eerste geval kan het faxtoestel pas correct werken nadat u
de taal en het land van gebruik heeft ingesteld (zie onderstaande
procedure). In het tweede geval kunt u direct overgaan naar
het instellen van de datum en tijd.
DE
Indien uw land niet aanwezig is onder de op het display
weergegeven landen, raadpleeg dan onderstaande
tabel:
FAXTOESTEL OP HET VOEDINGSNET AANSLUITEN
LAND
Argentinië
Australië
België
Brazilië
Chili
China
Colombia
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Ierland
Italië
Luxemburg
Mexico
Nederland
Norwegen
Oostenrijk
Peru
Portugal
Rest van de wereld
Spanje
UK
Uruguay
Venezuela
Zweden
Zwitserland
TE SELECTEREN LAND
AMERICA LATINA
AUSTRALIA
BELGIUM
BRASIL
AMERICA LATINA
CHINA
AMERICA LATINA
DANMARK
DEUTSCHLAND
SUOMI
FRANCE
U.K./IRELAND
ITALIA
BELGIUM
AMERICA LATINA
NEDERLAND
NORGE
ÖSTERREICH
AMERICA LATINA
PORTUGAL
INTERNATIONAL
ESPAÑA
U.K./IRELAND
AMERICA LATINA
AMERICA LATINA
SVERIGE
SWITZERLAND
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN
Het faxtoestel komt automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
Indien op het display de taal verschijnt waarin de berichten worden weergegeven, bijvoorbeeld:
LANGUAGE
ENGLISH
1. Om de gewenste taal te selecteren, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
LANGUAGE
NEDERLANDS
DE
TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND WIJZIGEN
Druk op de toetsen
+
en herhaal de procedure
"De taal en het bestemmingsland instellen" vanaf het
begin. Denk eraan om de gemaakte instellingen steeds, met
de toets
, te bevestigen.
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt een bestemmingsland. Bijvoorbeeld:
LAND KIEZEN
U.K./IRELAND
3. Om het gewenste land te selecteren, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
LAND KIEZEN
NEDERLAND
9
DE EERSTE KEER DE DATUM EN TIJD INSTELLEN
De eerste keer dat u het faxtoestel op het stroomnet
aansluit of elke keer dat de stroom uitvalt moet u de
datum en tijd instellen, zoals hieronder beschreven.
De datum en tijd worden aan de bovenrand van alle
verzonden documenten afgedrukt, en worden bovendien op het display weergegeven wanneer het faxtoestel
zich in de standby-modus bevindt.
Wanneer de datum en tijd eenmaal zijn ingesteld, kunnen zij altijd nog worden gewijzigd. Bovendien is het
mogelijk het formaat van de weergave op het display te
wijzigen, zie "Datum en tijd wijzigen".
Op het display verschijnt het bericht "AUTOMAT. 00"
op de eerste regel en op de tweede regel "DATUM/
TIJD INST".
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
DATUM/TIJD INST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM/TIJD INST
XX-XX-XX XX:XX
"XX-XX-XX
XX:XX" geven de datum en tijd aan die
voor het eerst op het display worden weergegeven
nadat het faxtoestel is aangesloten (bijv. 01-01-06;
11:20).
3. Om de juiste datum en tijd in te voeren (bijv. 10-03-06;
12:25), drukt u op de toetsen:
-
Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor
naar het volgende teken.
4. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt
verplaatsen, drukt u op de toetsen:
|/ }
5. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende toetsen te drukken:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel komt automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
OPMERKING
De standby-modus geeft aan dat het toestel niet actief is en dit
is de modus is waarin u programmeringen kunt uitvoeren. De
standby-modus wordt als volgt op het display weergegeven:
• Zonder document in de ADF:
AUTOMAT.
•
00
10-Maa-06 12:25
Met een document in de ADF:
DOCUMENT GEREED
NORMAAL
10
DATUM
EN TIJD WIJZIGEN
Indien de datum en de tijd op het display niet juist zijn,
kunt u beide op elk willekeurig moment wijzigen.
Houd er rekening mee dat, als u over de service voor
weergave van de beller-identificatie beschikt, de datum
en tijd automatisch worden bijgewerkt elke keer dat u
een oproep ontvangt.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
DATUM/TIJD INST
5. Nu kunt u kiezen tussen de volgende opties:
"DATUM/TIJD INST" - Om de eerder ingestelde datum
en tijd te wijzigen.
"FORMAAT DATUM" - Om het datumformaat te kiezen
dat op het display wordt weergegeven.
"FORMAAT TIJD" - Om het tijdformaat te kiezen dat op
het display wordt weergegeven.
6. Om een van de bovengenoemde opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Als u een fout gemaakt heeft of de procedure wilt onderbreken, drukt u op de toets:
OPMERKING
VAN
Als u de optie "DATUM/TIJD INST" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Voer de juiste datum en tijd in (bijv. 13-03-06; 18:00), door op
de toetsen
te drukken. Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor naar het volgende teken.
2. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt verplaatsen, drukt u op de toetsen: |/}.
3. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende
toetsen te drukken:
.
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
.
6. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
.
Als u de optie "FORMAAT DATUM" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Op het display verschijnt: "FORMAAT DATUM" en "DD/MM/
JJ".
2. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
.
.
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
4. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
.
5. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
.
HET OPENBARE TELEFOONNET OVERGAAN OP EEN
PRIVÉ-LIJN (PBX)
•
•
Het faxtoestel is reeds ingesteld voor aansluiting op het
openbare telefoonnet, maar u kunt het ook op een privélijn aansluiten en het evengoed op een openbare lijn
gebruiken. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
Selecteer de parameter "PRIVÉ".
Stel de kiesmodus (puls of toon) in op de modus die
wordt gebruikt door de PBX waarop het faxtoestel is
aangesloten. Indien u niet zeker weet welke modus u
moet selecteren, raadpleegt u het beste de PBX-beheerder.
Om van het openbare net over te gaan op de privélijn:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Als u de optie "FORMAAT TIJD" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Op het display verschijnt: "FORMAAT TIJD" en "24 UUR".
2. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
.
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
4. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
.
5. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
5. Druk op de toets:
.
OPMERKING
Indien het 12-urenformaat geselecteerd is, verschijnt de letter "p" (post meridiem) of de letter "a" (ante meridiem) op het
display. Om van het ene formaat naar het andere te gaan
gaat u als volgt te werk:
1. Herhaal de procedure tot het bericht "DATUM / TIJD - DATUM/TIJD INST" wordt weergegeven, en druk vervolgens
op de toets
.
2. Plaats de cursor met de toetsen
letter.
3. Druk op de toetsen
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
|/}, onder de te wijzigen
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TYPE TEL.NET
OPENBAAR
7. Om de andere optie te kiezen, "TYPE TEL.NET PRIVÉ", drukt u op de toetsen:
.
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
11
Om de kiesmodus aan te passen:
Opmerking: de parameter "PRIVÉ" moet reeds ingesteld zijn.
1. Druk op de toets:
NU
ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG
Wanneer ze ingesteld zijn, blijven naam (max. 16 tekens) en nummer (max. 20 cijfers) onveranderd tot
ze opnieuw gewijzigd worden, en worden op elke door
uw correspondent ontvangen pagina afgedrukt.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
Op het display verschijnt:
2. Druk op de toetsen
MENU
CONF. ONTVANGST
tot op het display verschijnt:
MENU
INSTALLATIE
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
3. Druk op de toets:
MENU
INSTALLATIE
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
4. Druk op de toetsen
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
5. Druk op de toets:
NAAM ZENDER
_
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
KIESMODUS
5. Om de tekens van elke toets cyclisch te selecteren, drukt
u op de toetsen:
6. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
|/ }
7. Om de cursor naar het eerste teken van de naam te
verplaatsen, drukt u op de toets:
7. Druk op de toets:
8. Om de cursor na het laatste teken van de naam te verplaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
KIESMODUS
TOON
8. Om de andere optie te kiezen, "KIESMODUS - PULS",
drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
9. Om een aantal speciale symbolen in uw naam in te
voegen, bijv. &, drukt u op de toetsen:
10. Om een teken in een naam in te voegen, plaatst u de
cursor waar u het teken wilt invoegen, door drukken op
de toetsen:
|/ }
11. Vervolgens typt u het teken dat u wilt invoegen.
12. Om verkeerde tekens te wissen, plaatst u de cursor
rechts van het foute teken door drukken op de toetsen:
|/ }
13. Vervolgens drukt u op de toets:
14. Om de naam volledig te wissen, houdt u de volgende
toets ingedrukt:
12
Om bijvoorbeeld de naam "LARA" in te voeren,
gaat u als volgt te werk:
Tot u de letter "L" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "R" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
15. Om de naam te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
Voer nu het faxnummer in volgens onderstaande aanwijzingen:
Plaats van naam en faxnummer:
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan als volgt door het faxtoestel
van uw correspondent worden ontvangen:
- buiten de tekstzone en dus vlak onder de bovenkant
van de pagina;
of
- binnen de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Faxnummer instellen:
1. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NUMMER ZENDER
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NUMMER ZENDER
_
3. Voer uw faxnummer in, drukt u op de toetsen:
4. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
|/ }
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het
instellen van uw naam.
Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt
u in plaats van de nullen de toets *; op het display
verschijnt het symbool "+".
5. Om het faxnummer te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ECM
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
DIV. PARAMETERS
KOPREGEL FAX
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL FAX
BINNEN
8. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL FAX
BUITEN
13
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
HET
AFDRUKPAPIER LADEN
3
1. Breng de papiersteun in de gleuf
aan en duw hem aan tot hij vastzit.
1
2
3. Neem de patroon uit zijn verpakking en verwijder de
beschermfolie
van
de
inktsproeiers terwijl u hem aan
weerszijden vasthoudt.
4
4. Plaats de patroon in zijn behuizing met de elektrische contacten naar het patrooncompartiment gericht.
5
5. Duw de patroon aan tot u een
klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
2. Houd het papier bovenaan vast
en laat het in de ASF glijden zonder het te kreuken en zonder
druk uit te oefenen.
BELANGRIJK
Wanneer u de ASF bijvult (max. 40 vel), moet u het "nieuwe"
papier onder en niet op het "oude" plaatsen.
Dankzij het geheugen van het faxtoestel kan het evengoed
tot een maximum van 19 pagina's ontvangen, ook als u het
papier niet heeft bijgevuld.
DE
PRINTPATROON PLAATSEN
BELANGRIJK
Denk eraan dat u, nadat de eerste gratis bijgeleverde
printpatroon is opgeraakt, alleen originele patronen gebruikt (zie de code achterin de handleiding).
Bij gebruik van niet-originele of nagevulde patronen komt de
garantie op het product te vervallen.
Indien na installatie van de patroon opnieuw het bericht "PATROON CONTR." op het display verschijnt, kunt u proberen
de patroon te verwijderen om hem vervolgens opnieuw - maar
met een beetje meer druk - te installeren. Indien het bericht
niet verdwijnt, de patroon verwijderen en de elektrische contacten van zowel de patroon als de wagen reinigen, zie "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen", in het
hoofdstuk "Onderhoud".
14
BELANGRIJK
Dit apparaat maakt gebruik van patronen waarmee u tot
450 pagina's kunt afdrukken*.
* Op basis van de Test Chart ITU-TS n.1 (zwartdekking 3,8%).
Nadat de patroon is geïnstalleerd, het bedieningspaneel is gesloten en de hoorn op de haak ligt, start het
faxtoestel de reinigings- en controleprocedure van de
spuitmonden, afgesloten door:
• het afdrukken, op een automatisch ingevoerd vel, van het
onderstaande diagnose-resultaat:
- een schaalverdeling, om de inktstroom en de elektrische
circuits van de inktsproeiers van de printpatroon te controleren.
- een set grafische en tekstelementen, voor het beoordelen van de printkwaliteit.
• weergave op het display van het bericht: "PATROON
CONTR.", "1=UIT 0=HERHAAL".
Onderzoek de printtest als volgt:
1. Controleer de schaalverdeling: als er geen onderbrekingen en geen witte horizontale lijnen in de zwarte zones
aanwezig zijn, is de patroon correct geïnstalleerd en werkt
normaal. Stel de waarde in op 1. Het faxtoestel komt in de
oorspronkelijke standby-modus terug en is klaar voor gebruik. Op het display verschijnt het bericht "AUTOMAT. 00"
en op de tweede regel de huidige datum en tijd.
2. Als u echter onderbrekingen of witte lijnen aantreft, de
waarde 0 instellen om vooral de spuitmond-reiniging te herhalen: als de nieuwe printtest nog niet het gewenste resultaat
geeft, de procedure nog eenmaal herhalen. Vervolgens:
• als de printkwaliteit nog te wensen overlaat, de elektrische
contacten reinigen zoals aangegeven in "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen", hoofdstuk "Onderhoud".
• als de printkwaliteit wel goed is, de waarde 1 instellen. Het
faxtoestel keert in de oorspronkelijke standby-modus terug
en is klaar voor gebruik.
VERZENDEN
Volgens onderstaande procedures kunt u het faxtoestel
direct gebruiken voor eenvoudige verzendingen. Als u
aan de schema’s niet genoeg heeft, kunt u altijd het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen" raadplegen
waarin u een gedetailleerde beschrijving vindt van alle mogelijke verzendfuncties evenals de programmering van het
adresboek.
WELKE
Bij elk type verzending moet het origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn.
KENMERKEN VAN HET DOCUMENT
BELANGRIJK
•
•
•
Wanneer de inkt in de patroon bijna op is, verschijnt op het
display:
PATR. BIJNA LEEG
en bij enkele modellen drukt het faxtoestel op een automatisch ingevoerd vel de waarschuwing af dat de inkt bijna op
is.
Wanneer de inkt op is, verschijnt op het display:
PATROON VERV.
De instructies voor het vervangen van de patroon vindt u in
het hoofdstuk "Onderhoud".
Voor de aanschaf van nieuwe printpatronen, wordt verwezen naar de codes achterin deze handleiding.
AFDRUKKEN VAN HET MENU EN ZIJN FUNCTIES
Aangezien het handig kan zijn een overzicht te hebben
van de structuur van het menu en zijn functies, is het
raadzaam dit uit te printen.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Breedte
210 mm
Lengte
min. 105 mm - max. 600 mm
Gramsgewicht 70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
1
A
B 1. Steek het origineel in de invoer
(ADF) met de te verzenden kant
naar onder gericht (A).
Leg het document tevens zo dat
het perfect op de rechterkant
van de invoer aansluit: zie aanwijzing op de behuizing van het
faxtoestel (B).
Nadat het document in de automatische invoer (ADF) is gestoken, verschijnt op de bovenste regel van het display:
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAAL".
BELANGRIJK
Wanneer het document in de invoer (ADF) is gestoken, zal
het faxtoestel, indien u binnen ca. twee minuten geen enkele
operatie uitvoert, het document automatisch weer uitvoeren.
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
FUNCTIELIJST
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
15
EEN
DOCUMENT VERZENDEN
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen. U kunt de gewenste modus activeren door onderstaande procedure te
volgen: manuele ontvangst, automatische ontvangst, automatische ontvangst met oproeptype-herkenning en ontvangst met
antwoordapparaat.
KIEZEN
VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
KIESTONEN
2. Druk op de toets:
HOREN BIJ HET VERZENDEN
Op het display verschijnt:
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
AUTOMAT.
4. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ONTVANGSTMODUS - HANDMATIG ", "ONTVANGSTMODUS - TEL / FAX" of "ONTVANGSTMODUS - AWA / FAX", drukt u op de toetsen:
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TELEFOONHOORN
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren, moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP 1 opnemen, zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
16
MANUELE
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL / FAX"
ONTVANGST
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en
persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Ontvangen", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is
afhankelijk van wie hem belt en van uw aan-/afwezigheid
bij ontvangst. Het volgende schema geeft de procedure weer:
Na het geprogrammeerde
aantal
belsignalen.
TEL / FAX geactiveerd.
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
Oproep afkomstig van
FAXTOESTEL.
Oproep afkomstig van
TELEFOON.
Uw toestel komt in automatische ontvangst.
Uw faxtoestel geeft 20 seconden lang een geluidssignaal
(standaard ingestelde waarde).
Op het display verschijnt:
"HOORN OPNEMEN ".
Deze modus is geschikt wanneer u afwezig bent maar toch
documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw
faxtoestel is ingesteld.
ONTVANGST
De 20 seconden zijn verstreken en u hebt de hoorn niet
opgenomen.
MET ANTWOORDAPPARAAT
Uw faxtoestel komt in automatische ontvangst. Het
wacht ca. 30 seconden om
een document ontvangen,
daarna komt het vanzelf weer
in de standby-modus terug.
In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de
oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de
verbinding over aan het faxtoestel als de correspondent een
document wil verzenden.
De correspondent belde op
voor een gesprek; zodra het
gesprek beëindigd is kunt u
de hoorn opleggen.
De correspondent vraagt of hij
u een document kan zenden.
Uw faxtoestel staat klaar voor
ontvangst.
17
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
Als u de lijn neemt door opnemen van de hoorn, beschikt u
over alle functies die een normale telefoon biedt.
Hiertoe behoort ook de functie R (REGISTER RECALL, geactiveerd met de toets
) die toegang biedt tot speciale diensten die door de netwerkcentrale worden geboden.
U hebt tevens beschikking over de volgende functies:
•
Oproepen van een correspondent met gebruik van het adresboek, zie hieronder "Opbellen via opzoeken in het adresboek" en "Opbellen via de snelle methode".
•
Tijdelijk onderbreken van een telefoongesprek door in(HOLD). U kunt het gesprek
drukken van de toets
voortzetten zodra u dezelfde toets weer indrukt.
OPBELLEN
VIA DE SNELLE METHODE
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Druk, gedurende meer dan een seconde, op de
nummertoets (0-9) waaronder u eerder het gewenste
:
telefoonnummer heeft opgeslagen, bijvoorbeeld
-
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "Programmering van het
adresboek", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen,
wordt deze op het display weergegeven.
2. Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te
beginnen.
Op het display verschijnt rechts boven de duur van het
gesprek in minuten en seconden.
OPBELLEN
VIA OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten en
seconden.
2. Druk op de toets:
Het display geeft het fax- of telefoonnummer en eventueel de naam weer die gekoppeld zijn aan de eerste
van 60 beschikbare posities (00-59) indien eerder geprogrammeerd.
3. Om het telefoonnummer of de naam te vinden van de
persoon die u wilt bellen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer of
de naam op het display verschijnen.
of
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste naam
drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
4. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
EEN VAN DE
20 BINNENGEKOMEN NUMMERS OF
EEN VAN DE LAATSTE 10 GESELECTEERDE NUMMERS
LAATSTE
OPVRAGEN
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BINNENKOM. OPR. Û
UITGAANDE OPR. Ü
3. Om de lijst van binnenkomende oproepen te selecteren, drukt u op de toets:
4. Om de lijst van uitgaande oproepen te selecteren, drukt
u op de toets:
5. Om in de lijst van de laatste 20 onbeantwoorde binnenkomende oproepen of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen het nummer of de naam te zoeken
van de correspondent die u wilt bellen, drukt u op de
toetsen:
6. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
18
8. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
KOPIËREN
Op het display verschijnt:
ZOOM 100%
WELKE
DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN
9. Om de andere beschikbare reproductiewaarden te kiezen, "200%", "140%", "70%" of "50%", drukt u op de
toetsen:
Net als bij de verzending, moet ook bij het kopiëren het
origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn. Controleer dus alvorens een kopie te maken, of
het origineel correct in de invoer is gestoken en of het voldoet
aan de eerder beschreven kenmerken (zie het gedeelte "Verzenden").
Denk er echter aan dat u bij de kopieerfunctie in de automatische invoer (ADF) slechts één vel tegelijk kunt insteken. Bovendien, als u geen enkele kopie maakt, voert het
faxtoestel het document na ca. twee minuten automatisch uit
en komt weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
10. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
CONTRAST
NORMAAL
11. Om de andere twee beschikbare contrastwaarden weer
te geven, "CONTRAST - LICHT" of "CONTRAST DONKER", drukt u op de toetsen:
KOPIËREN
12. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft de waarden weer die u zojuist geselecteerd heeft. Nu hoeft u alleen nog het type reproductie
te kiezen en het gewenste aantal kopieën in te stellen:
13. Om het gewenste type resolutie te kiezen, "TEKST" of
"FOTO", drukt u op de toets:
Zoals reeds gezegd, kunt u het faxtoestel ook als een
kopieerapparaat gebruiken. Het afdrukresultaat is afhankelijk van het type kopie dat u wilt verkrijgen "Normale kopie" of "Kopie van hoge kwaliteit" en van
de waarden voor contrast en resolutie die u instelt
voordat u de kopie maakt.
1. Kies het contrast op basis van de volgende criteria:
• NORMAAL, als het document noch te donker noch
te licht is.
• LICHT, als het document bijzonder donker is.
• DONKER, als het document bijzonder licht is.
2. Kies de resolutie op basis van de volgende criteria:
• TEKST, als het document goed leesbare tekst of eenvoudige afbeeldingen bevat.
• FOTO, als het document schaduw bevat.
3. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display versc hijnt:
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor
het type reproductie, contrast en resolutie: respectievelijk 100%, NORMAAL en TEKST. Bovendien wordt
het ingestelde aantal kopieën weergegeven (1).
5. Om deze waarden te bevestigen, drukt u op de toets:
anders gaat u direct door naar punt 6.
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
KWALITEIT
HOOG
14. Als u meer dan een kopie wilt maken (max. 9), voert
u het gewenste aantal in, door op de volgende toetsen te drukken:
15. Als u een enkele kopie wilt maken, gaat u direct door
naar het volgende punt.
16. Om het kopiëren te starten, drukt u op de toets:
Het faxtoestel begint het document op te slaan. Nadat
het document is opgeslagen, wordt het kopieren gestart.
OPMERKING
Wanneer u de kopieertaak wilt onderbreken, drukt u op de
toets
. Het faxtoestel onderbreekt de kopieertaak, voert
het origineel uit de ADF, en komt daarna in de standby-modus
terug met weergave van het bericht "KOPIE ONDERBROK.".
Druk op de toets
verwijderen.
om de weergave van het bericht te
OPMERKING
Voor het maken van vergrotingen of verkleiningen, het document zo leggen dat het perfect op de rechterkant van de invoer aansluit (zie aanwijzing op de behuizing van het
faxtoestel).
De maximale afdrukbreedte bedraagt 204 mm en de maximale lengte 282 mm. De maximale niet-afdrukbare marges
zijn: rechts en links 4 mm, boven 3 mm en onder 14 mm.
7. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "KWALITEIT - NORMAAL", drukt u op de toetsen:
19
INHOUDSOPGAVE - TWEEDE DEEL
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
23
HET ANTWOORDAPPARAAT
33
VERZENDEN .............................................................................. 23
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN ..................... 33
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN .......................... 23
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 33
GEBRUIK NOOIT ............................................................................ 23
DOCUMENTEN IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF)
STEKEN ........................................................................................... 23
AFSTELLEN VAN CONTRAST EN RESOLUTIE ........................... 23
VEILIGHEIDSFUNCTIES EN TOEGANG .................................... 34
DOCUMENTEN VERZENDEN ....................................................... 24
WIJZIGEN/ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE
VOOR HET ANTWOORDAPPARAAT ............................................. 34
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN .............................. 24
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN ............ 25
AUTOMATISCHE KIESHERHALING ............................................ 25
EEN DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN
VERZENDEN ................................................................................... 25
INSTELLEN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT ................................................................. 34
TER PLEKKE DE TOEGANG TOT HET
ANTWOORDAPPARAAT IN-/UITSCHAKELEN ............................. 35
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S ............................. 35
EEN DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN ............ 25
OPNEMEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 1 .......................... 35
AFSPELEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 1 .......................... 36
EEN VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET
GEHEUGEN WIJZIGEN/HERHALEN/WISSEN ........................... 26
OPNEMEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 2 .......................... 36
ONTVANGEN .............................................................................. 27
WISSEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 2 ............................... 36
KIEZEN VAN DE ONTVANGSTMODUS ........................................ 27
OPNEMEN VAN MEMO'S ............................................................. 37
ONTVANGEN IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI .................... 27
HET ADRESBOEK ....................................................................... 28
PROGRAMMERING VAN HET ADRESBOEK .............................. 28
EEN NUMMER UIT HET ADRESBOEK WIJZIGEN ..................... 28
EEN NUMMER UIT HET ADRESBOEK WISSEN ........................ 29
AFSPELEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 2 .......................... 36
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO’S EN
BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN ....................................... 37
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN EN
MEMO'S ...................................................................................... 38
DE GEGEVENS VAN HET ADRESBOEK AFDRUKKEN ............. 29
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN EN
MEMO'S ...................................................................................... 38
VERZENDEN DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK ........... 30
WISSEN VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO .............. 38
VERZENDEN VIA DE SNELLE METHODE ................................... 30
WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE
BOODSCHAPPEN .......................................................................... 38
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN ................................... 30
RAPPORTEN ................................................................................... 30
RAPPORTEN INTERPRETEREN ................................................... 30
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND BEDIENEN ............ 38
AUTOMATISCHE AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN
FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN ........ 31
GESPREKKOSTEN BESPAREN ................................................... 39
AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,
CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT
OPVRAGEN ..................................................................................... 31
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE
BOODSCHAPPEN .......................................................................... 40
LIJSTEN ........................................................................................... 32
LIJST VAN INSTALLATIEPARAMETERS AFDRUKKEN ................ 32
LIJST VAN CONFIGURATIEPARAMETERS AFDRUKKEN .......... 32
LIJST VAN CONFIGURATIEPARAMETERS VOOR
ONTVANGST AFDRUKKEN ........................................................... 32
LIJST VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN ................ 32
DE IN HET ADRESBOEK OPGESLAGEN GEGEVENS
AFDRUKKEN ................................................................................... 32
SPECIALE FUNCTIES VAN HET ANTWOORDAPPARAAT ......... 39
ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP ........................................... 40
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS VAN
HET ANTWOORDAPPARAAT ...................................................... 41
GEAVANCEERD GEBRUIK
42
ONDERHOUD
58
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR ONTVANGST ........ 42
PRINTPATROON VERVANGEN .................................................. 58
AFDRUKZONE VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT
VERKLEINEN .................................................................................. 42
DOCUMENT ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET
PAPIERFORMAAT ........................................................................... 42
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTPATROON EN
TESTPROCEDURE VOOR DE INKTSPROEIERS ...................... 59
STILLE ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN .................................. 43
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTPATROON
REINIGEN ................................................................................... 59
NAAM OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN .............. 43
OPTISCHE SCANNER REINIGEN .............................................. 60
AANTAL BELSIGNALEN WIJZIGEN .............................................. 44
BEHUIZING REINIGEN ............................................................... 61
VOLUME BELSIGNALEN WIJZIGEN ............................................ 45
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN ...................... 61
HERKENNING VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/
UITSCHAKELEN ............................................................................. 45
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN ................................... 61
ZOEMERDUUR WIJZIGEN ............................................................. 46
AFSTANDSBEDIENINGSCODE WIJZIGEN ................................. 46
LIJST VAN UITGESLOTEN NUMMERS INSTELLEN ................... 47
FABRIKANT EN SERVICE
62
FABRIKANT ................................................................................ 62
LIJST VAN UITGESLOTEN NUMMERS WIJZIGEN ..................... 48
SERVICE ..................................................................................... 62
LIJST VAN UITGESLOTEN NUMMERS WISSEN ........................ 48
GARANTIE .................................................................................. 62
LIJST VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN ................ 48
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR VERZENDING ...... 49
TECHNISCHE GEGEVENS
63
PLAATS VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN ..................... 49
ALGEMENE KENMERKEN ........................................................... 63
VERBINDINGSTONEN WEERGEVEN ......................................... 49
LUIDSPREKERVOLUME AANPASSEN ........................................ 50
COMMUNICATIEKENMERKEN .................................................... 63
KENMERKEN STROOMVOORZIENING ...................................... 63
ZOEMERVOLUME AANPASSEN .................................................. 50
OMGEVINGSVOORWAARDEN .................................................... 63
ACTIVEREN/STOPZETTEN VAN DE ECM MODUS .................... 51
KENMERKEN SCANNER ............................................................. 63
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
POLLINGFUNCTIE ..................................................................... 51
VERZENDINGSKENMERKEN ....................................................... 63
WAT IS POLLING ............................................................................. 51
KENMERKEN VAN HET ANTWOORDAPPARAAT ....................... 63
AANVRAGEN VAN EEN VERZENDING (POLLING VOOR
ONTVANGST) .................................................................................. 51
REEDS INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST
WIJZIGEN ......................................................................................... 52
REEDS INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST
WISSEN ........................................................................................... 52
PROBLEMEN OPLOSSEN
53
WANNEER DE STROOM UITVALT ............................................. 53
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT ...................... 53
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT .................................... 53
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN DE
AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEEKT TERWIJL HET
FAXTOESTEL AFDRUKT ............................................................ 53
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN ............................................. 53
FOUTCODES .............................................................................. 54
SIGNALEN EN BERICHTEN ....................................................... 55
GELUIDSSIGNALEN DIE EEN FOUT AANGEVEN .................... 55
FOUTBERICHTEN OP HET DISPLAY ........................................... 55
ANDERE GELUIDSSIGNALEN ..................................................... 57
ANDERE BERICHTEN OP HET DISPLAY .................................... 57
ONTVANGSTKENMERKEN ........................................................... 63
INDEX
64
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
VERZENDEN
WELKE
2
A
B
Leg het document tevens zo dat
het perfect op de rechterkant
van de invoer aansluit: zie aanwijzing op de behuizing van het
faxtoestel (B).
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Afmetingen
•
•
•
Breedte
210 mm
Lengte
min. 105 mm - max. 600 mm
Gramsgewicht 70 - 90 gr/m2 (max. 5 vel)
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
GEBRUIK
Opgerold papier
•
Flinterdun papier
•
Gescheurd papier
•
Nat of vochtig papier
•
Kleine stukjes papier
•
Verkreukeld papier
•
Carbonpapier
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAAL".
Wanneer het document in de invoer (ADF) is gestoken, zal
het faxtoestel, indien u binnen ca. twee minuten geen enkele
operatie uitvoert, het document automatisch weer uitvoeren.
AFSTELLEN
VAN CONTRAST EN RESOLUTIE
Voor het verzenden van een document kunt u enkele
afstellingen maken om de afdrukkwaliteit te optimaliseren.
OM
Ter voorkoming van schade die het faxtoestel buiten werking
zou kunnen stellen en de garantie te niet zou kunnen doen,
moet u ervoor zorgen dat de documenten die u wilt gebruiken
vrij zijn van:
HET CONTRAST TE REGELEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
nietjes
paperclips
plakband
natte Tipp-Ex of lijm.
•
•
•
•
3. Nadat het document in de automatische invoer (ADF) is gestoken, verschijnt op de bovenste regel van het display:
BELANGRIJK
NOOIT
•
2. Steek het origineel in de invoer
(ADF) met de te verzenden kant
naar onder gericht (A).
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
In al deze gevallen moet u het document eerst kopiëren en
vervolgens de kopie verzenden.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DOCUMENTEN
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEKEN
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen
1
1. Breng de papiersteun in de gleuf
aan en duw hem aan tot hij vastzit.
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ECM
23
6. Druk op de toetsen
DOCUMENTEN
VERZENDEN
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
CONTRAST
DOCUMENT GEREED
7. Druk op de toets:
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Op het display verschijnt:
CONTRAST
NORMAAL
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
8. Om de andere beschikbare waarden weer te gegeven,
"CONTRAST - DONKER" en "CONTRAST - LICHT",
drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
3. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11.
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
OPMERKING
Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Indien u een verkeerd nummer hebt gevormd, plaatst u de
cursor met behulp van de toetsen | / } rechts van het verHet contrast moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
• NORMAAL, als het document noch te licht, noch te donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "NORMAAL".
• LICHT, als het document bijzonder donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "LICHT".
• DONKER, als het document bijzonder licht is. Op de onderste regel van het display verschijnt "DONKER".
OM
DE RESOLUTIE TE REGELEN
Het document moet in de automatische invoer
(ADF) gestoken zijn.
1. Druk op de toets
tot de gewenste resolutiewaarde op het display verschijnt.
De resolutie moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
• STANDAARD, indien het document gemakkelijk leesbaar
is. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl
die naar het symbool " " op het bedieningspaneel wijst.
• FIJN, indien het document zeer kleine tekens of tekeningen bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt
een pijl die naar het symbool " " op het bedieningspaneel
wijst.
• GRIJSTONEN, indien het document schaduw bevat. Op de
onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het
symbool " " en een pijl die naar het symbool " " op het
bedieningspaneel wijst.
keerde nummer en drukt u op de toets
; als u het num-
mer volledig wilt wissen, houdt u de toets
gedurende
enkele seconden ingedrukt.
OPMERKING
U kunt het nummer van de correspondent ook selecteren door
middel van het adresboek, zie verderop "Programmering
van het adresboek" en " Verzenden via de snelle methode ".
OPMERKING
Indien u de verzending wilt onderbreken, dan drukt u op
de toets
. Het faxtoestel zal het document automatisch
uit de ADF uitvoeren en weer in de oorspronkelijke standbymodus komen.
Indien het te verwijderen document meer dan één pagina telt,
moet u voordat u op
drukt om de eerste pagina te
verwijderen, eerst handmatig alle andere pagina's verwijderen.
KIESTONEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
24
2. Om de kiestonen te horen, drukt u op de toets:
AUTOMATISCHE
KIESHERHALING
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
-
Indien er geen verbinding tot stand komt omdat de lijn gestoord is of omdat het nummer van de correspondent bezet is,
zal het faxtoestel automatisch het aantal kiesherhalingen
uitvoeren dat door het systeem van het telefoonbedrijf
is bepaald.
EEN
4. Zodra u de faxtoon van de correspondent hoort, drukt
u op de toets:
De verzending is gestart. Op het display verschijnt het
bericht "VERBINDING".
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
TELEFOONHOORN
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN
VERZENDEN
Het faxtoestel is uitgerust met een geheugen waaruit u een
document (ook op een vooraf ingesteld tijdstip: uitgestelde
verzending) naar verschillende correspondenten kunt
zenden (max. 10): "circulaire". Zie hieronder "Een document uit het geheugen verzenden".
EEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
VERBONDEN
CONF. ONTVANGST
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
3. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
TX UIT GEHEUGEN
-
4. Druk op de toets:
Als het faxtoestel van uw correspondent op automatische ontvangst is ingesteld, hoort u de toon van
het faxapparaat.
Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
Als het op manuele ontvangst is ingesteld, zal iemand de telefoon opnemen, en moet u hem vragen op
de starttoets van zijn faxtoestel te drukken, waarna u
wacht tot u de faxtoon hoort.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
NIEUWE INSTELL.
5. Druk op de toets:
Het faxtoestel begint het document in het geheugen op
te slaan. Zodra dit gebeurd is, verschijnt het bericht
"DOC.NR XXXX" enkele seconden lang op het display;
daarna verschijnt:
Op het display verschijnt het bericht "VERBINDING".
5. Haak de hoorn in.
VORM TIJD
UU:MM
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
6. Om de tijd in te voeren waarop u de verzending wilt
uitvoeren, bijvoorbeeld "16:50", drukt u op de toetsen:
-
25
7. Om zowel de huidige tijd als de onder punt 6 ingestelde
tijd te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPMERKING
In geval van een stroomonderbreking, wordt de geprogrammeerde verzending uit het geheugen gewist.
VORM NUMMER
8. Vorm het nummer van de correspondent direct op het
numerieke toetsenbord, door op de volgende toetsen
te drukken:
EEN
VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
WIJZIGEN/HERHALEN/ WISSEN
9. Indien u dit wenst, kunt u het nummer van de correspondent opzoeken via het adresboek (zie verderop
"Programmering van het adresboek").
Hiertoe gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
2. Druk op de toetsen
zoeken.
of
.
om het gewenste nummer op te
1. Druk op de toets met de beginletter van de gewenste
naam. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
10. Druk op de toets:
Daarna zal het faxtoestel u vragen een ander nummer in te voeren:
VORM NUMMER
Als u het document aan meer dan één correspondent
wilt zenden, herhaalt u de twee voorgaande stappen
voor elke volgende correspondent.
Als u het document aan één enkele correspondent wilt
zenden, gaat u direct door naar het volgende punt zonder andere nummers in te voeren.
11. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTELL. PRINTEN
JA
12. Om de andere optie te kiezen, "INSTELL. PRINTEN NEE", drukt u op de toetsen:
13. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
TX UIT GEHEUGEN
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
NIEUWE INSTELL.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
WIJZIGEN
U kunt kiezen uit de volgende opties:
TX UIT GEHEUGEN - WIJZIGEN - Om het nummer
van de correspondent of het gewenste tijdstip voor de
verzending te wijzigen.
TX UIT GEHEUGEN - PRINTEN - Om alleen de parameters m.b.t. de verzending uit het geheugen af te drukken. Na het afdrukken komt het faxtoestel automatisch
in de standby-modus terug.
TX UIT GEHEUGEN - WISSEN - Om de instelling te
wissen. Het faxtoestel komt in de standby-modus terug.
5. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
In beide gevallen verschijnt op het display:
INSTELL. BEVEST.
JA
14. Om de andere optie te kiezen, "INSTELL. BEVEST. NEE", drukt u op de toetsen:
15. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
Indien u "INSTELL. BEVEST. - JA" hebt gekozen, beëindigt het faxtoestel de procedure en verschijt op de eerste regel van het display de ingestelde ontvangstmodus,
bijvoorbeeld "AUTOMAT. 00", en op de tweede regel
"TX UIT GEHEUGEN".
Indien u "INSTELL. BEVEST. - NEE" hebt gekozen,
kunt u de vorige instellingen wijzigen, bijvoorbeeld: het
nummer van de correspondent of de tijd waarop u de
verzending wilt uitvoeren.
26
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Als u "TX UIT GEHEUGEN - WIJZIGEN" heeft gekozen, verschijnt op het display:
VORM TIJD
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Een document uit
het geheugen verzenden" vanaf punt 6.
ONTVANGEN
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen:
• Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent
en persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
•
•
•
Automatische ontvangst is geschikt wanneer u afwezig
bent maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus
waarin uw faxtoestel is ingesteld.
Automatische ontvangst met oproeptype-herkenning.
In deze ontvangstmodus wordt het faxtoestel na een bepaald
aantal belsignalen (ingestelde waarde: 2 belsignalen) met de
telefoonlijn verbonden en is in staat om te herkennen of de
binnenkomende oproep een fax- of telefoonoproep is.
Ontvangst met antwoordapparaat. In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding over
aan het faxtoestel als de correspondent een document wil
verzenden. Zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
KIEZEN
IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI
M ANUELE
ONTVANGST
1. Neem bij overgaande telefoon de hoorn op om de verbinding tot stand te brengen.
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
2. Zodra u de faxtoon hoort of de correspondent u vraagt
een faxbericht te ontvangen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBINDING
3. Haak de hoorn in.
Het faxtoestel begint te ontvangen en op het display
verschijnt informatie over de ontvangst zoals het
faxnummer van de afzender of, indien geprogrammeerd, zijn naam.
Wanneer de ontvangst voltooid is, verschijnt het bericht
"RX VOLTOOID" enkele seconden lang op het display;
daarna keert het toestel naar de standby-modus terug.
VAN DE ONTVANGSTMODUS
AUTOMATISCHE
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
AUTOMAT.
4. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ONTVANGSTMODUS - HANDMATIG ", "ONTVANGSTMODUS - TEL / FAX" of "ONTVANGSTMODUS - AWA / FAX", drukt u op de toetsen:
ONTVANGST
Na twee belsignalen komt het faxtoestel in de ontvangstmodus. De ontvangst vindt plaats zoals bij handmatige
ontvangst.
AUTOMATISCHE ONTVANGST MET OPROEPTYPE-HERKENNING
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is afhankelijk van de correspondent:
- Als de oproep van een ander faxtoestel afkomstig is,
komt uw faxtoestel na twee belsignalen automatisch
in de ontvangstmodus.
- Als de oproep van een telefoon afkomstig is, geeft het
faxtoestel na twee belsignalen ca. 20 seconden lang
een geluidsignaal en op het display verschijnt
"HOORN OPNEMEN". Indien u de hoorn niet binnen
20 seconden opneemt, komt het faxtoestel automatisch in de ontvangstmodus.
Als u de hoorn opneemt voordat het faxtoestel de verbinding met de telefoonlijn tot stand brengt en u de kiestonen hoort, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets:
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
2. Haak de hoorn in.
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u een ontvangst wilt onderbreken, drukt u op de toets
om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke
standby-modus te plaatsen.
OPMERKING
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren, moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP 1 opnemen, zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
27
HET ADRESBOEK
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Het faxtoestel heeft tevens de mogelijkheid een aanzienlijk
aantal nummers op te slaan en hieraan een naam te koppelen, zodat een volwaardig "telematisch adresboek" ontstaat, dat niet alleen tijd bespaart maar ook het risico van
fouten tijdens het vormen van de nummers opheft.
Bovendien kan het aan elk van de 10 nummertoetsen (0-9)
toegewezen telefoon- of faxnummer snel geselecteerd worden door meer dan een seconde op de betreffende toets te
drukken.
01:VORM NAAM
_
10. Voer de naam van de correspondent in (max. 16
tekens) zoals u dat deed voor uw naam (zie "Nu
ontbreken uw naam en faxnummer nog", in het
hoofdstuk "Meteen aan de slag").
11. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
PROGRAMMERING
NIEUW NUMMER
VAN HET ADRESBOEK
Nu kunt u de procedure onderbreken of u kunt een
ander nummer programmeren.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
12. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
13. Om andere nummers te programmeren, herhaalt u de
procedure vanaf stap 4.
14. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM POSITIE
(00 - 59)
00
5. Kies de positie waarop u het telefoon- of faxnummer
wilt opslaan, bijvoorbeeld: 01.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
NUMMER UIT HET ADRESBOEK WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
01:VORM POSITIE
_
Indien reeds een nummer op de positie 01 is opgeslagen, geeft het faxtoestel het bericht "REEDS
GEPROGR." weer.
7. Vorm het telefoon- of faxnummer.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
8. Om een spatie in te voeren, typefouten te corrigeren of
speciale tekens en symbolen in te voeren, gaat u te
werk zoals uitgelegd in "Nu ontbreken uw naam en
faxnummer nog", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
28
EEN
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
WIJZIGEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft het nummer en eventueel de naam
weer die gekoppeld zijn aan de eerste van 60 beschikbare posities (00-59) indien eerder geprogrammeerd.
6. Om het telefoonnummer of de naam te vinden die u wilt
wijzigen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer of
de naam op het display verschijnen.
of
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste naam
drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Vanaf dit punt herhaalt u de procedure "Programmering van het adresboek" vanaf stap 7 om het nummer
te wijzigen.
EEN
NUMMER UIT HET ADRESBOEK WISSEN
1. Druk op de toets:
8. Om de andere optie te kiezen, "WISSEN? - JA", drukt u
op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen en het nummer te wissen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
WISSEN
Nu kunt u de procedure onderbreken of een ander
nummer wissen.
10. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
11.
Om andere nummers te wissen, herhaalt u de procedure vanaf stap 5.
12. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
WISSEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft het nummer en eventueel de naam
weer die gekoppeld zijn aan de eerste van 60 beschikbare posities (00-59) indien eerder geprogrammeerd.
6. Om het telefoonnummer of de naam op te zoeken die u
wilt wissen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer of
de naam op het display verschijnen.
of
DE GEGEVENS VAN
HET ADRESBOEK AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
ADRESB. PRINTEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste naam
drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
nEE
29
VERZENDEN
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Indien u niet meer weet aan welke positie u een bepaald nummer hebt gekoppeld, kunt u de verzending
toch starten door het adresboek als volgt te raadplegen:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
RAPPORTEN
Door het afdrukken van rapporten kunt u het resultaat van
alle uitgevoerde transacties (verzendingen en ontvangsten)
en het aantal verwerkte documenten controleren en over
andere nuttige informatie beschikken.
Het faxtoestel kan de volgende rapporten afdrukken:
•
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk op de toets:
Het faxtoestel zal bij herstel van de normale werking automatisch een rapport afdrukken met het aantal op dat moment in
het geheugen aanwezige pagina's die verloren gegaan zijn.
In dat geval is het raadzaam het activiteitenrapport af te drukken om het nummer of de naam te vinden van wie u de verloren gegane documenten heeft gezonden.
Het display geeft het fax- of telefoonnummer en eventueel de naam weer die gekoppeld zijn aan de eerste
van 60 beschikbare posities (00-59) indien eerder geprogrammeerd.
3. Om het gewenste faxnummer of de naam van de correspondent te vinden aan wie u het document wilt sturen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer
of de naam op het display verschijnen.
of
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste
naam drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische volgorde op.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
VERZENDEN
VIA DE SNELLE METHODE
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
Stroomonderbrekingsrapport: dit rapport wordt altijd automatisch afgedrukt, wanneer er documenten in het geheugen zijn, na een stroomonderbreking.
•
Activeringsrapport: dit rapport bevat de gegevens van de
laatste 42 transacties (verzendingen en ontvangsten), die
in het geheugen van het faxtoestel opgeslagen blijven. Het
wordt automatisch afgedrukt (na de 32e transactie) of
wanneer u dit opvraagt.
•
Rapport laatste verzending: dit rapport bevat de gegevens van de laatste verzending. Het kan, indien zo geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke
verzending, of wanneer u dit opvraagt.
•
Foutberichtenrapport: dit rapport bevat eveneens de gegevens van de laatste verzending maar wordt alleen na
een mislukte verzending automatisch afgedrukt. Het
faxtoestel is ingesteld om dit soort rapport automatisch af te
drukken. Hoe u deze functie kunt uitschakelen, wordt beschreven in de betreffende paragraaf.
•
Rapport laatste circulaire: bevat de gegevens met betrekking tot de laatste circulaire-verzending en kan altijd automatisch afgedrukt worden na elke circulaire-verzending,
of op aanvraag op het gewenste moment.
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk, gedurende meer dan een seconde, op de
nummertoets (0-9) waaronder u eerder het faxnummer
heeft opgeslagen waaraan u het document wilt sturen,
:
bijvoorbeeld
-
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen faxnummer (zie "Programmering van het adresboek"). Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft
het display de naam weer.
3. Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
30
RAPPORTEN
INTERPRETEREN
• Act.Nr
Het volgnummer van de uitgevoerde
transactie (verzending/ontvangst).
• Type
Soort transactie:
TX of TX ECM voor verzending.
RX, RX ECM of RX POLL voor ontvangst.
• Doc.Nr
Referentienummer, direct door het
faxtoestel toegekend, van het opgeslagen document.
• Gekozen nummer Het faxnummer van de correspondent
dat u gekozen hebt.
• Naam
Naam van de correspondent die u hebt
gebeld. Verschijnt alleen indien u deze
in het adresboek hebt opgeslagen. Dit
veld komt niet voor in het activiteitenrapport.
• Ontvangen identificatie
Nummer (en eventueel naam) van de
geselecteerde correspondent. Dit nummer komt overeen met het nummer dat
u gekozen hebt, mits de correspondent
zijn faxnummer correct heeft ingesteld.
Anders kan het afwijkend zijn of zelfs
ontbreken.
• Datum/Tijd
Datum en tijd waarop de transactie werd
uitgevoerd.
• Duur
Duur van de transactie (in minuten en
seconden).
• Pag.
Totaal aantal pagina's dat u hebt verzonden/ontvangen.
• Result
Resultaat van de transactie:
- OK: als de transactie met succes werd
voltooid.
- FOUTCODE XX: indien de transactie
niet plaats gevonden heeft als gevolg
van de oorzaak die door de foutcode
wordt aangegeven (zie "Foutcodes",
in het hoofdstuk "Problemen oplossen").
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TX RAPPORT
MISLUKTE VERZ.
U kunt een van de volgende opties kiezen: "TX RAPPORT - MISLUKTE VERZ.", "TX RAPPORT - ALTIJD"
en "TX RAPPORT - NEE".
TX RAPPORT - MISLUKTE VERZ. - Het faxtoestel
drukt alleen na een mislukte verzending automatisch
een rapport af.
TX RAPPORT - ALTIJD - Het faxtoestel drukt na elke
verzending automatisch een rapport af, ongeacht het
resultaat.
TX RAPPORT - NEE - Het faxtoestel drukt geen rapporten af.
8. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AUTOMATISCHE
AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN
FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
AFDRUK
CONF. ONTVANGST
CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT OPVRAGEN
VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Druk op de toetsen
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
RAPPORTEN
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
RAPPORTEN
LAATSTE VERZEND
U kunt een van de volgende opties kiezen: "RAPPORTEN - LAATSTE VERZEND", "RAPPORTEN - LAATSTE CIRCUL.", "RAPPORTEN - ACTIVITEIT. RAPP"
en "RAPPORTEN - LIJST BELLERS".
4. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
TX RAPPORT
31
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen
LIJSTEN
tot op het display verschijnt:
U kunt de volledige lijsten met installatie- en
configuratieparameters en de uitgesloten nummers
evenals de in het adresboek opgeslagen gegevens op
elk gewenst moment afdrukken.
Wanneer u een afdruk van de installatie- en configuratieparameters vraagt, kunt u een bijgewerkt rapport afdrukken
van de vooraf ingestelde waarden en van de waarden die u
af en toe overeenkomstig uw behoeften hebt ingesteld.
CONFIG. FAX
CONFIG. PRINTEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
LIJST
LIJST
VAN INSTALLATIEPARAMETERS AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
ONTVANGSTMODUS
3. Druk op de toetsen
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
CONF. ONTVANGST
NAAM ZENDER
4. Druk op de toetsen
VAN CONFIGURATIEPARAMETERS VOOR ONTVANGST
CONFIG. PRINTEN
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
INSTALLATIE
INSTALL.PRINTEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
LIJST
VAN CONFIGURATIEPARAMETERS AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN
Het faxtoestel biedt de mogelijkheid om, na programmering,
een aantal correspondenten uit te sluiten waarvan u geen
documenten wilt ontvangen. Deze functie is nuttig om te voorkomen dat u ongewenste documenten ontvangt, zoals reclame, propagandamateriaal, enz. U moet alleen een lijst van
ongewenste nummers opslaan. U ontvangt dan geen documenten afkomstig van de correspondenten uit de lijst (zie verderop "Lijst van uitgesloten nummers afdrukken", in het
hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
DE IN HET ADRESBOEK OPGESLAGEN GEGEVENS AFDRUKKEN
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
32
Zoals reeds eerder beschreven, kunt u de lijst afdrukken van
de telefoon- en faxnummers die u in het adresboek hebt opgeslagen (zie "Programmering van het adresboek" en "De
gegevens van het adresboek afdrukken").
HET
Het faxtoestel heeft een ingebouwd antwoordapparaat, dat
dezelfde mogelijkheden als een extern antwoordapparaat
biedt.
U kunt dus:
•
uitgaande boodschappen opnemen die automatisch worden afgespeeld wanneer u afwezig bent, om de beller te
verzoeken een boodschap achter te laten of terug te bellen;
•
memo's opnemen;
•
de uitgaande boodschappen beluisteren;
•
de uitgaande boodschappen vervangen;
•
de boodschappen opnemen die de correspondenten inspreken wanneer u afwezig bent, zodat de aan u gerichte
oproepen niet verloren gaan;
•
memo's en binnengekomen boodschappen beluisteren;
•
memo's en binnengekomen boodschappen wissen;
•
het antwoordapparaat op afstand bedienen.
De opnamecapaciteit van het antwoordapparaat is afhankelijk van het beschikbare geheugen (15 minuten). De duur
van de boodschappen kan geprogrammeerd worden in
30 of 60 seconden, zie "Opnametijd programmeren voor
memo's en binnenkomende boodschappen".
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN
Het antwoordapparaat kan alleen worden aangezet na
registratie van uitgaande boodschap 1. Zie "Uitgaande
boodschappen en memo's" verderop, en met name "Opnemen van uitgaande boodschap 1".
Bovendien moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus
"AWA / FAX" zetten. Zie in het eerste gedeelte van de handleiding de procedure "Kiezen van de ontvangstmodus",
hoofdstuk "Ontvangen".
Bij de ontvangstmodus "AWA / FAX", wordt het faxtoestel automatisch geactiveerd voor ontvangst wanneer de oproep van
een ander faxtoestel komt, zodat er geen aan u gerichte documenten verloren gaan.
ANTWOORDAPPARAAT
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
Druk op de toets:
Start het afspelen van de boodschappen en memo's.
Indien er nieuwe berichten of memo's zijn, worden alleen deze laatste afgespeeld, beginnend bij de eerste
nog niet beluisterde boodschap.
Onderbreekt tijdelijk het afspelen van boodschappen
en memo's. Bij nogmaals indrukken wordt het afspelen
hervat.
Druk op de toets:
Start het opnemen van "MEMO's" (persoonlijke mededelingen).
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar begin van volgende boodschap of memo.
Druk op de toets:
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar vorige boodschap of memo.
Druk op de toets:
(WISSEN)
Wist de reeds beluisterde boodschappen en memo's.
LED (BOODSCHAPPEN)
Aan: in het geheugen bevinden zich reeds beluisterde boodschappen of memo's.
Knippert: in het geheugen bevinden zich nog niet
beluisterde boodschappen of memo's.
Uit: in het geheugen bevinden zich geen boodschappen of memo's.
Toetsen voor het gebruik van het antwoordapparaat:
Druk op de toets:
Toegang tot het configuratiemenu voor het antwoordapparaat.
Druk op de toetsen:
Selectie van de verschillende sub-menu's.
Om de beschikbare opties van een waarde of een parameter te kiezen.
33
5. Druk op de toets:
Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Start het opnemen en afspelen.
BEVEILIGING
Bevestigt de selectie van het configuratiemenu voor het
antwoordapparaat, de sub-menu's, de parameters en
betreffende waarden en de overgang naar de volgende
status.
Druk op de toets:
CODE INSTELLEN
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
Onderbreekt het opnemen en afspelen.
Onderbreekt de programmering in uitvoering.
Brengt het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus terug.
Druk op de toets:
Annuleert verkeerde instellingen op het display.
Tijdens de programmering van de functies, één functie
terug gaan.
VEILIGHEIDSFUNCTIES EN TOEGANG
Voor het op afstand bedienen van het antwoordapparaat is de
toegang (behalve om boodschappen in te spreken), beschermd door een numerieke code van vier cijfers die u
altijd kunt wijzigen of annuleren (zie "Wijzigen/annuleren
van de toegangscode voor het antwoordapparaat").
Dezelfde code kan worden gebruikt voor:
• verhinderen dat iemand anders ter plekke de aan u gerichte boodschappen kan beluisteren, en verhinderen
dat iemand anders ter plekke de door u ingestelde
configuratieparameters van het antwoordapparaat kan
wijzigen (zie "Ter plekke de toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen").
7. Voer de code in, bijvoorbeeld "0001", door op de volgende toetsen te drukken:
-
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
0001
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
WIJZIGEN/ANNULEREN
VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
INSTELLEN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
BEVEILIGING
34
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
BEVEILIGING
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BEVEILIGING
CODE INSTELLEN
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt de eerder ingestelde code,
bijvoorbeeld "1234".
CODE INSTELLEN
(0-9):
1234
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
U kunt verschillende soorten boodschappen opnemen:
•
UITGAANDE BOODSCHAP 1, met een maximale duur van
20 seconden, om de beller te verzoeken een boodschap in
te spreken op het antwoordapparaat, bijvoorbeeld:
"Dit is het antwoordapparaat van ... We zijn momenteel niet
aanwezig. Spreek na de pieptoon een boodschap in of druk
op de starttoets van uw faxtoestel als u ons een fax wilt
sturen. Dank u".
•
UITGAANDE BOODSCHAP 2, met een maximale duur van
10 seconden, kan worden opgenomen om:
• als u afwezig bent en dus de ontvangstmodus "AWA / FAX"
hebt geselecteerd, de beller te waarschuwen dat het antwoordapparaat geen boodschappen kan ontvangen omdat het geheugen vol is, bijvoorbeeld:
"Momenteel kunt u ons alleen een fax sturen. Bel voor een
gesprek later terug";
• als u aanwezig bent maar de modus "TEL / FAX" hebt
geselecteerd, de beller te vragen de hoorn niet op te leggen, bijvoorbeeld:
"Even geduld, a.u.b.".
•
MEMO (Gesproken), met een programmeerbare duur van
30 of 60 seconden, voor persoonlijke afspraken. Deze memo
wordt nooit als uitgaande boodschap afgespeeld wanneer u
door een correspondent wordt gebeld.
7. Om de code te wijzigen, voor elk cijfer dat u wilt vervangen, op de volgende toets drukken:
en vervolgens het nieuwe cijfer typen.
8. Indien u dit wenst, kunt u de hele code annuleren door
de volgende toets ingedrukt te houden:
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
TER PLEKKE DE TOEGANG
IN-/UITSCHAKELEN
TOT HET ANTWOORDAPPARAAT
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1
1. Druk op de toets:
Volg de procedure "Instellen van de toegangscode
voor het antwoordapparaat" tot stap 5, en ga verder
met de volgende procedure:
1. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
BEVEILIGING
TOEGANG BLOKK.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TOEGANG BLOKK.
NEE
3. Om te verhinderen dat iemand anders de boodschappen op het antwoordapparaat kan beluisteren, drukt u
op de toetsen:
Op het display verschijnt:
TOEGANG BLOKK.
JA
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 1
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
BELUISTEREN
6. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
35
6. Druk op de toetsen
6. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 1 te
horen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
BELUISTEREN
OPNEMEN
Na het afspelen stelt het faxtoestel automatisch voor
een nieuwe UITGAANDE BOODSCHAP 1 op te nemen. Indien u dit wenst kunt u de eerder opgenomen
boodschap wijzigen of vervangen, door de opnameprocedure te herhalen.
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
HOORN OPNEMEN
8. Neem de hoorn op.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
<|> VOOR OPN.
9. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
•
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het
display) om uw boodschap in te spreken:
Als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u
de opname af zodra u klaar bent met inspreken door de
hoorn op te leggen of op de toets
•
of
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
te druk-
ken.
Het faxtoestel speelt automatisch de boodschap af die u
hebt opgenomen.
OPMERKING
Neem uitgaande boodschap 2 op zoals u BOODSCHAP 1
hebt opgenomen, met het volgende verschil voor stap 4:
Druk op de toetsen
kunt u het tijdens het afspelen regelen via de toets
. Op
het display verschijnt, op de onderste regel, het niveau van
het ingestelde volume.
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
Als het volume van de boodschap te laag of te hoog is,
AFSPELEN
2
UITG.BOODSCH. 2
OPMERKING
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking
hebt.
1
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
Op het display verschijnt:
menu
Beluister boodschap 2 zoals bij BOODSCHAP 1 met het volgende verschil voor stap 4:
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
tot op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 2
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
WISSEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 1
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
BELUISTEREN
36
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
OPMERKING
U hebt 30 of 60 seconden ter beschikking (zie "Opnametijd
programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen") om uw memo in te spreken, op dezelfde manier
als bij UITGAANDE BOODSCHAPPEN 1 en 2.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 2
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO’S
EN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 2
menu
BELUISTEREN
CONF. ONTVANGST
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 2
menu
WISSEN
CONFIG. AWA
7. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 2 te
wissen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
NEE
8. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
INSPREEKTIJD
5. Druk op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
INSPREEKTIJD
30 SEC.
6. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"INSPREEKTIJD - 60 SEC.", drukt u op de toetsen:
OPNEMEN VAN MEMO'S
Zoals reeds gezegd, kunt u het antwoordapparaat gebruiken om één of meerdere persoonlijke berichten op
te nemen (MEMO) die op dezelfde manier worden behandeld als de binnenkomende boodschappen.
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MEMO OPNEMEN
HOORN OPNEMEN
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
2. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
MEMO OPNEMEN
<|> VOOR OPN.
3. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNEMEN 30
37
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
Als het antwoordapparaat een of meerdere binnenkomende boodschappen of een of meerdere memo's in
het geheugen heeft die u nog niet hebt beluisterd, knipen op het display
pert de BOODSCHAPPEN-LED
wordt het totale aantal opgenomen boodschappen (inclusief de memo's) weergegeven, bijvoorbeeld 03:
AWA / FAX
2. Om de boodschap die u momenteel beluistert te wissen,
drukt u op de toets:
Het antwoordapparaat gaat naar de volgende boodschap en op het display verschijnt:
AFSPELEN 01 02
01-Maa-06 10:32
3. Om de volgende boodschap te wissen, drukt u op de
toets:
03
01-Maa-06 10:32
Nu kunt u (via de luidspreker of door de telefoonhoorn
op te nemen) alle boodschappen beluisteren, inclusief
de memo's die met een volgnummer tot een maximum
van 49 in het geheugen worden opgeslagen, vanaf de
eerste nog niet beluisterde boodschap. Tijdens het afspelen van elke boodschap verschijnt op het display
de dag en tijd waarop de boodschap werd ontvangen.
U kunt via de luidspreker de boodschappen beluisteren, die het faxtoestel in sequentie afspeelt, gescheiden
door een kort geluidssignaal.
Hiertoe drukt u op de toets:
Ook kunt u de boodschappen "privé" beluisteren.
Hiertoe:
1. Druk op de toets:
Ga zo verder voor alle boodschappen die u wilt wissen.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
.
WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
Stel dat er op het antwoordapparaat 6 boodschappen
zijn opgenomen waarvan 3 reeds beluisterd:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OUDE WISSEN?
NEE
2. Neem de hoorn op.
Na afloop van de weergave van de laatste boodschap geeft
het faxtoestel twee korte geluidssignalen en komt automatisch
weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. De BOODSCHAPPEN-LED
stopt met knipperen en blijft continu
verlicht.
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
U kunt een boodschap of een memo alleen tijdens of na
het afspelen wissen.
De boodschappen en memo's die u nog niet hebt beluisterd
worden niet gewist. Om het geheugen volledig te kunnen wissen moeten dus eerst alle boodschappen en memo's zijn afgespeeld.
WISSEN
VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO
1. Om het afspelen van de boodschappen of memo's te
starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AFSPELEN 01 03
01-Maa-06 10:32
38
2. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"OUDE WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt de standby-modus en het aantal resterende boodschappen na de wisopdracht, in dit
geval 3.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
.
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND
BEDIENEN
U kunt het antwoordapparaat niet alleen direct via de specifieke toetsen op het bedieningspaneel van het faxtoestel bedienen, maar ook vanaf elke andere plaats ver of dichtbij,
mits u gebruik maakt van een telefoon die in de toonkiesmodus werkt, bijv.: een mobiele telefoon.
Om het antwoordapparaat op afstand te bedienen, moet u het
faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA / FAX" of "TEL / FAX"
zetten (zie "Kiezen van de ontvangstmodus", hoofdstuk
"Ontvangen" in het eerste gedeelte van de handleiding), en
moet de toegangscode voor afstandsbediening geprogrammeerd zijn (zie "Instellen van de toegangscode
voor het antwoordapparaat").
De voor de afstandsbediening beschikbare functies worden
geactiveerd via een extra nummercode van een of twee cijfers (zie onderstaande tabel). Als de code uit twee cijfers
bestaat, is het raadzaam tussen het eerste en tweede
cijfer op het bevestigingssignaal te wachten.
Procedure voor de afstandsbediening van het antwoordapparaat:
• Het nummer van het faxtoestel vormen op de externe telefoon. Het faxtoestel beantwoordt de oproep en maakt verbinding.
•
De toegangscode invoeren vanaf de externe telefoon. De
code moet vóór uitgaande boodschap 1 worden ingevoerd.
•
Als de code correct is, hoort u een kort geluidssignaal ter
bevestiging.
•
De gewenste functie kiezen en de betreffende code invoeren,
die wordt bevestigd door een geluidssignaal - zie onderstaande tabel.
CODE
BEDIENINGSFUNCTIE
0
1
2
3
De huidige bedieningsfunctie wordt onderbroken.
Afspelen van nieuwe boodschappen.
Afspelen van alle boodschappen.
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar vorige boodschap.
4
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar volgende boodschap.
5
Afspelen van uitgaande boodschap 1.
6 + 6 Wissen van alle oude boodschappen.
CODE
0
#1
#2
#3
#4
PROGRAMMEERFUNCTIE
De huidige programmeerfunctie wordt onderbroken.
Uitschakelen van de ontvangstmodus "AWA /
FAX" en inschakelen van de ontvangstmodus
"AUTOMAT.".
Inschakelen van de ontvangstmodus "AWA /
FAX".
Nieuwe opname van uitgaande boodschap 1.
Instelling voor het beluisteren van ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP.
Indien de programmering werd onderbroken met 0, moet u
weer op # drukken om de programmeerfase te hervatten.
Bij invoeren van een willekeurige code tijdens de opname
van uitgaande boodschap 1 (programmering #3) wordt de
opname van uitgaande boodschap onderbroken en afgesloten.
SPECIALE FUNCTIES VAN HET
ANTWOORDAPPARAAT
U kunt de volgende speciale functies op het antwoordapparaat instellen:
•
GESPREKKOSTEN BESPAREN
•
ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
•
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
GESPREKKOSTEN
BESPAREN
Wanneer u op afstand het antwoordapparaat bedient
om eventuele boodschappen te beluisteren, antwoordt
het faxtoestel op de volgende manier:
• als er geen boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding twee belsignalen na
het ingestelde aantal tot stand gebracht;
• als er wel boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding na het ingestelde aantal belsignalen tot stand gebracht (Zie "Aantal belsignalen wijzigen", in het hoofdstuk "Geavanceerd
gebruik").
Dus, als u een belsignaal méér dan het ingestelde
aantal hoort, weet u meteen dat er geen boodschappen zijn en kunt u ophangen voordat de verbinding
tot stand wordt gebracht.
Deze functie kan alleen door de technische service
worden geactiveerd en is niet in alle landen beschikbaar.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
KOSTEN BESPAREN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
KOSTEN BESPAREN
nEE
39
6. Om de andere optie weer te geven, "KOSTEN BESPAREN - JA", drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Indien uitgaande boodschap 1 reeds is opgenomen,
gaat u direct door naar punt 11. Anders verschijnt op
het display:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
UITG.BOODSCH. 1
OPNEMEN
8. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UGB 1 OPNEMEN
HOORN OPNEMEN
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
9. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
ALLEEN
UGB 1 OPNEMEN
<|> VOOR OPN.
UITGAANDE BOODSCHAP
In deze functie antwoordt het antwoordapparaat bij elke
oproep met UITGAANDE BOODSCHAP 1 maar neemt
geen binnenkomende boodschappen op.
U kunt deze functie gebruiken wanneer u gedurende
een langere periode afwezig zult zijn, tijdens welke niet
alle eventuele boodschappen opgeslagen zouden kunnen worden.
In dat geval kunt u, in plaats van de gewoonlijke uitgaande boodschap, beter een andere boodschap opnemen, bijvoorbeeld:
"Van 22 Juni t/m 19 September kunnen wij alleen faxen
ontvangen. U kunt geen boodschap inspreken".
10. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het
display) om uw boodschap in te spreken:
• Als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u
de opname af zodra u klaar bent met inspreken door de
hoorn op te leggen.
• Het faxtoestel speelt automatisch de boodschap af die u
hebt opgenomen.
11. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
STILLE
ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ALLEEN UGB
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ALLEEN UGB
nEE
6. Om de andere optie weer te geven, "ALLEEN UGB JA", drukt u op de toetsen:
Met deze functie kunt u op vertrouwelijke wijze boodschappen ontvangen. In andere woorden, het antwoordapparaat ontvangt de boodschappen zonder
deze via de luidspreker weer te geven, opdat andere
personen de aan u gerichte boodschappen niet kunnen horen.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.
NEE
40
5. Om de andere optie weer te geven, "ICM OP LUIDSPR.
- JA", drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
CONFIG. PRINTEN
5. Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
41
GEAVANCEERD GEBRUIK
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
DOCUMENT
ONTVANGST
PAPIERFORMAAT
AFDRUKZONE
VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT VERKLEINEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET
Indien u een document ontvangt dat langer is dan het
gebruikte papierformaat, kunt u het faxtoestel zo instellen dat de resterende tekst op een andere pagina wordt
afgedrukt.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
PRINTERPARAMET.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
PRINTERPARAMET.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
PRINTERPARAMET.
VERKLEINEN
VERKLEINEN
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VERKLEINEN
94%
7. Om een van de beschikbare verkleiningsratio's te kiezen, "80%", "76%", "70%" en "NEE", drukt u op de
toetsen:
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
OVERLOOP
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OVERLOOP
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
AUTOMATISCH
8. Om een van de andere twee beschikbare parameters
te kiezen, "OVERLOOP - NEE" of "OVERLOOP - JA",
drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
42
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u de parameter "OVERLOOP - AUTOMATISCH" selecteert, zal het faxtoestel de resterende tekst op een andere
pagina afdrukken indien deze tekst minstens 12 mm van de
pagina bedekt.
Indien u de parameter "OVERLOOP - JA" selecteert, zal het
faxtoestel de resterende tekst altijd op een andere pagina
afdrukken.
Indien u de parameter "OVERLOOP - NEE" selecteert, zal
het faxtoestel de resterende tekst niet afdrukken.
STILLE
•
•
ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN
In de ontvangstmodi "AUTOMAT.", "TEL / FAX" en
"AWA / FAX" kunt u het faxtoestel instellen op het ontvangen van documenten zonder dat er bij de oproep belsignalen overgaan.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, hangt het gedrag van het faxtoestel af van de geselecteerde
ontvangstmodus en van wie de oproep verricht:
in de modus "AUTOMAT." en "AWA / FAX", geeft het
faxtoestel bij ontvangst van een oproep, nooit een
belsignaal;
in de modus "TEL / FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst van een oproep alleen geen belsignaal indien de oproep van een ander faxtoestel komt. Als
het een telefoonoproep betreft, geeft het faxtoestel
een geluidssignaal, in plaats van de belsignalen, ten
teken dat u de hoorn op moet nemen.
Indien uitgaande boodschap 2 is opgenomen, wordt
deze eerst afgespeeld.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
STILLE RX
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
STILLE RX
nEE
5. Om een van de andere beschikbare opties te selecteren, "STILLE RX - DAGELIJKS" of "STILLE RX - JA",
drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u de optie "STILLE RX - DAGELIJKS" hebt bevestigd,
vraagt het faxtoestel u de tijd in te voeren waarop de stille
ontvangst moet beginnen en eindigen. Wanneer de tijd is ingesteld, drukt u nogmaals op de toets
gen.
om te bevesti-
OPMERKING
De instelling van de dagelijkse stille ontvangst ("STILLE RX DAGELIJKS") wordt geannuleerd bij een stroomuitval.
NAAM OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN
•
•
•
Deze functie, die op aanvraag van de gebruiker door
het telefoonbedrijf geactiveerd kan worden, is slechts
in enkele landen beschikbaar en is compatibel met
de Norm ETSI ETS 300 778-1.
Met deze functie kunt u meteen zien door wie u wordt
gebeld. U kunt dus beslissen of u de oproep al of niet
wilt beantwoorden.
Met deze functie zal het faxtoestel, als het zich in de
standby-modus bevindt, bij elke oproep altijd automatisch een van de volgende aanduidingen weergeven:
nummer of naam van de beller;
PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft
zijn identificatie niet weer te geven;
NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een
telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
Als u echter bezig bent uw faxtoestel te programmeren en u wilt bij binnenkomst van een oproep weten
door wie u gebeld wordt, moet u op de toets
drukken alvorens de oproep te beantwoorden.
Het kan gebeuren dat door bijzondere kenmerken van
de telefooncentrale waarop u aangesloten bent, het
nummer van de beller niet op het faxtoestel wordt weergegeven. Mocht dit probleem zich voordoen, neem dan
contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Het faxtoestel is reeds ingesteld op weergave van de
identiteit van de beller. U kunt de weergave hiervan
echter ook als volgt uitschakelen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
43
2. Drukt u op de toetsen
AANTAL
BELSIGNALEN WIJZIGEN
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
BELLER ID
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BELLER ID
JA
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"BELLER ID - NEE", drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Met deze functie ingeschakeld, worden de datum en tijd bijgewerkt bij ontvangst van elke oproep.
44
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Indien het faxtoestel in de ontvangstmodus "AUTOMAT.",
"TEL / FAX" of "AWA / FAX" staat, beantwoordt het de
oproepen automatisch na een bepaald aantal belsignalen.
Indien u dit wenst, kunt u het aantal belsignalen als
volgt wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
AANT. BELSIGN.
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AANT. BELSIGN.
2
5. Om het aantal belsignalen van "1" tot "8" te wijzigen, op
de volgende toetsen drukken:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
VOLUME
BELSIGNALEN WIJZIGEN
Het volume van de belsignalen kan op acht niveaus
geregeld worden, of kan volledig uitgeschakeld worden.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
BELVOLUME
4. Druk op de toets:
Het display geeft het standaard volumeniveau weer,
bijvoorbeeld 4:
BELVOLUME
NIVEAU 4
5. Om het volume te verhogen of te verlagen, drukt u op
de toetsen:
Uw faxtoestel is in staat om één van deze ritmes
te herkennen (zie onderstaande procedure). Op deze
manier zal het faxtoestel (in de ontvangstmodus "TEL /
FAX" en "AWA / FAX") wanneer het een oproep ontvangt met dat specifieke belsignaal-ritme, altijd alleen
voor ontvangst van een document worden ingesteld.
Deze functie is bijzonder geschikt in combinatie
met de stille ontvangst aangezien het faxtoestel alleen een belsignaal zal geven indien het een telefoonoproep betreft.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
ONDERSCH.BEL
Opmerking: u kunt het niveau van 1 tot 8 of de optie
"UITGESCHAKELD" selecteren. Indien u "UITGESCHAKELD" selecteert, geeft het faxtoestel geen enkel
belsignaal.
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONDERSCH.BEL
OPTIE INSTELLEN
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"ONDERSCH.BEL - PATROON INSTELL", drukt u op
de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AUTODETECTIE
HERKENNING
VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/
UITSCHAKELEN
In enkele landen bieden de telefooncentrales de mogelijkheid aan dezelfde telefoonlijn twee of meer telefoon- of faxnummers toe te kennen, die voor verschillende gebruikers zijn bestemd. Elk nummer krijgt
een bepaald belsignaal-ritme.
Deze functie is bijzonder nuttig in huis of in een klein
kantoor, waar dezelfde telefoonlijn door meerdere personen wordt gedeeld.
8. Bel het faxtoestel met het gewenste belsignaal-ritme tot
het faxtoestel dit detecteert.
Op het display verschijnt:
GEDETECTEERD
9. Om het nieuwe belsignaalritme in te schakelen, drukt u
op de toets:
Op het display verschijnt:
ONDERSCH.BEL
OPTIE INSTELLEN
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
45
11. Om terug te gaan naar de keuze van het belsignaalritme, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
OPTIE INSTELLEN
TEL.NET INSTELL
JA
5. Druk op de toets:
12. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "OPTIE INSTELLEN - NEE", drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
13. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
14. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
FAX/TEL TIJD
15. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
FAX/TEL TIJD
20 SEC.
OPMERKING
Indien het faxtoestel dit specifieke belsignaalritme niet kan
herkennen, verschijnt op het display het bericht "NIET
GEDETECT.". Druk in dat geval op de toets
haal de procedure.
en her-
8. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"FAX/TEL TIJD - 15 SEC.", "FAX/TEL TIJD - 30 SEC."
of "FAX/TEL TIJD - 40 SEC.", drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
ZOEMERDUUR
WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
•
•
Wanneer het faxtoestel ingesteld is op automatische
ontvangst met oproeptypeherkenning gedraagt het
zich als volgt:
indien een fax oproept, wordt de oproep automatisch
ontvangen na het ingestelde aantal belsignalen;
indien een telefoontoestel oproept, weerklinkt 20 seconden lang een geluidssignaal, waarna de ontvangst
automatisch wordt gestart indien u de hoorn nog steeds
niet hebt opgenomen.
Indien u dit wenst, kunt u de zoemerduur als volgt wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
46
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
AFSTANDSBEDIENINGSCODE
WIJZIGEN
Indien het faxtoestel aangesloten is op een telefoontoestel dat in toonkiesmodus werkt en ingesteld is
op manuele ontvangst, kunt u bij elke oproep van
een correspondent die u een document wil zenden de
ontvangst sturen door de code * * op het aangesloten telefoontoestel in te voeren. Deze procedure heeft
hetzelfde resultaat als het indrukken van de toets
op uw faxtoestel.
U kunt alleen de tweede asterisk van deze code vervangen door een cijfer van 0 tot 9.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS INSTELLEN
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
Zoals reeds gezegd, kunt u een lijst met ongewenste
nummers opslaan (max. 10) om geen documenten te
ontvangen die afkomstig zijn van de correspondenten
uit de lijst.
Deze functie is alleen beschikbaar indien u over de
service voor beller-identificatie (CLIP) beschikt en het
ingestelde aantal belsignalen minimaal 2 is.
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
1. Druk op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
2. Druk op de toets:
6. Drukt u op de toetsen
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
tot op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
TEL.NET INSTELL
3. Drukt u op de toetsen
AFST. BEDIENING
tot op het display verschijnt:
7. Druk op de toets:
CONF. ONTVANGST
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
AFST. BEDIENING
JA
4. Druk op de toets:
8. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
Het display geeft de code weer die u eerder hebt ingesteld, bijvoorbeeld:
NIEUW NUMMER
CODE INSTELLEN
codE (0/9,*) *8
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
9. Om de nieuwe code in te voeren, drukt u op de toetsen:
0:VORM NUMMER
_
10. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
6. Vorm het faxnummer dat u wilt blokkeren.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
11. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
12. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
7. Om een spatie in te voeren, typefouten te corrigeren of
speciale tekens en symbolen in te voeren, gaat u te
werk zoals uitgelegd in "Nu ontbreken uw naam en
faxnummer nog", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u deze functie wilt uitschakelen, drukt u na stap 7 op de
toetsen om de optie "AFST. BEDIENING - NEE" weer te
geven, en daarna op de toets
om te bevestigen en op
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke
de toets
standby-modus te plaatsen.
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
Op dit punt kunt u de procedure onderbreken of een
ander nummer blokkeren.
9. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
10. Om een ander nummer te blokkeren, herhaalt u de
procedure vanaf stap 5.
47
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS WIJZIGEN
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
1. Druk op de toets:
UITGESLOTEN NRS
Op het display verschijnt:
menu
4. Druk op de toets:
CONF. ONTVANGST
Op het display verschijnt:
2. Druk op de toets:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
5. Drukt u op de toetsen
ONTVANGSTMODUS
tot op het display verschijnt:
3. Drukt u op de toetsen
UITGESLOTEN NRS
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
UITGESLOTEN NRS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
5. Drukt u op de toetsen
NUMMER WISSEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt het eerste nummer uit de lijst
van uitgesloten nummers.
7. Om het nummer op te zoeken dat u wilt wijzigen, drukt u
op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
WISSEN?
UITGESLOTEN NRS
NUMMER WIJZIGEN
nee
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om de andere optie weer te geven, "WISSEN? - JA",
drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt het eerste nummer uit de lijst
van uitgesloten nummers.
7. Om het nummer op te zoeken dat u wilt wijzigen, drukt u
op de toetsen:
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NUMMER WISSEN
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Vanaf dit punt herhaalt u de procedure "Lijst van uitgesloten nummers instellen" vanaf stap 6 om het
nummer te wijzigen.
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Vanaf dit punt herhaalt u de procedure vanaf stap 6 om
andere nummers uit de lijst te wissen.
12. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
LIJST
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN
VAN UITGESLOTEN NUMMERS WISSEN
1. Druk op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
48
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
DIV. PARAMETERS
UITGESLOTEN NRS
ecm
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
DIV. PARAMETERS
NIEUW NUMMER
KOPREGEL FAX
5. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
KOPREGEL FAX
LIJST PRINTEN
BINNEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
8. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL FAX
BUITEN
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
9. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
VERZENDING
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
PLAATS
VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan door het faxtoestel van uw correspondent buiten de tekstzone worden ontvangen en
dus vlak onder de bovenkant van de pagina, of binnen
de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
VERBINDINGSTONEN
WEERGEVEN
Het faxtoestel is zo ingesteld dat u de kiestonen tijdens
het kiezen van het nummer en de verbindingstonen
die tussen uw faxtoestel en het andere toestel worden
uitgewisseld, kunt horen. Is dit niet het geval, dan programmeert u dit als volgt:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
49
4. Drukt u op de toetsen
ZOEMERVOLUME
AANPASSEN
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
LIJNDETECTIE
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LIJNDETECTIE
nEE
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"LIJNDETECTIE - JA", drukt u op de toetsen:
9. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
Het geluidssignaal geeft zowel bijzondere omstandigheden in de werking van het faxtoestel als eventuele
fouten of storingen aan.
Het volume van het geluidssignaal kan op acht niveaus geregeld worden, of kan volledig uitgeschakeld worden.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Drukt u op de toetsen
LUIDSPREKERVOLUME
AANPASSEN
Als het volume van de lijn- en verbindingstonen te laag
of te hoog is, kunt u dit aanpassen met behulp van de
toetsen
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ZOEMERVOLUME
7. Druk op de toets:
.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
2. Om het volume van de luidspreker te verhogen/verlagen, drukt u op de toets:
Op de eerste regel van het display verschijnt het niveau van het ingestelde volume.
3. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Het display geeft het standaard volumeniveau weer,
bijvoorbeeld 4:
ZOEMERVOLUME
NIVEAU 4
8. Om het volume te verhogen of te verlagen, drukt u op
de toetsen:
9. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
50
ACTIVEREN/STOPZETTEN
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
VAN DE ECM MODUS
ECM (Error Correction Mode) is een correctiesysteem
voor fouten die worden veroorzaakt door storingen van
de telefoonlijn. Om hiervan te kunnen gebruikmaken,
moet deze functie zowel op uw fax als op het toestel van
uw correspondent geactiveerd zijn De letter "E" op het
display geeft aan dat de functie geactiveerd is.
Uw faxtoestel is voorgeprogrammeerd om met deze
modus te verzenden. Om het toestel op normaal verzenden in te stellen, volgt u onderstaande procedure:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
POLLINGFUNCTIE
WAT
Wanneer een faxtoestel een ander om een verzending vraagt,
zodat het document automatisch verzonden wordt, spreken
we van polling.
De communicatie met de pollingmethode heeft de volgende
twee fundamentele kenmerken:
•
de gebruiker die het document wil ontvangen, vraagt
de verzending aan. Dit betekent dat een gebruiker een verbinding met een ander faxtoestel tot stand kan brengen en dit
toestel kan vragen hem automatisch een (speciaal voorbereid) document te zenden, ook wanneer er aan de andere
kant van de lijn niemand aanwezig is.
•
de transactiekosten zijn voor rekening van degene die
de verzending aanvraagt (d.w.z. degene die het document
ontvangt) en niet van degene die het document verzendt.
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
IS POLLING
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
AANVRAGEN VAN EEN
VERZENDING (POLLING VOOR
ONTVANGST)
DATUM / TIJD
Spreek het tijdstip voor de verzending met uw correspondent af, zodat deze het te verzenden document kan
insteken. Stel uw faxtoestel in om het document te ontvangen, programmeer de kiesmethode die gebruikt moet
worden om het andere faxtoestel op te roepen en het
tijdstip waarop het document ontvangen moet worden.
4. Drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
1. Druk op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
DIV. PARAMETERS
CONF. ONTVANGST
ecm
2. Drukt u op de toetsen
6. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
ecm
POLLING ONTV.
JA
3. Druk op de toets:
7. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "ECM
- NEE", drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
NIEUWE INSTELL.
8. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets.
4. Druk op de toets:
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Nu kunt u de huidige tijd bevestigen of de nieuwe tijd
eroverheen typen, bijvoorbeeld "18:20".
5. Om de nieuwe tijd eroverheen te typen, drukt u op de
toetsen:
-
51
6. Zowel voor het bevestigen van de huidige tijd als de
nieuwe tijd, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
_
7. Vorm het nummer van de correspondent direct op het
numerieke toetsenbord, door op de volgende toetsen
te drukken:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Aanvragen van een
verzending (polling voor ontvangst)" vanaf stap 5.
REEDS INGESTELDE POLLING
8. Indien u dit wenst, kunt u het nummer van de correspondent opzoeken via het adresboek (zie verderop
"Programmering van het adresboekk").
Hiertoe gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
.
2. Druk op de toetsen om het gewenste nummer op te
zoeken.
of
1. Druk op de toets met de beginletter van de gewenste
naam. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel geeft, gedurende enkele seconden, het
bericht "POLL INGESTELD" weer en komt vervolgens
automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug. Op de tweede regel van het display verschijnt:
"RX POLL 18:20".
VOOR ONTVANGST WISSEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
POLLING ONTV.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
NIEUWE INSTELL.
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
REEDS
INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST WIJZIGEN
POLLING ONTV.
WISSEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
POLLING ONTV.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
NIEUWE INSTELL.
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
WIJZIGEN
52
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
nEE
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
De polling voor ontvangst wordt automatisch gewist en
het faxtoestel komt automatisch in de oorspronkelijke
standby-modus terug.
PROBLEMEN OPLOSSEN
WANNEER DE STROOM UITVALT
In geval van een stroomuitval, bewaart het faxtoestel de
in het adresboek geprogrammeerde nummers en de
rapporten in het geheugen, terwijl de opgeslagen documenten verloren gaan.
Ook de datum en tijd gaan verloren. Deze moeten dan
opnieuw worden ingesteld volgens de procedure "De
eerste keer de datum en tijd instellen", hoofdstuk
"Meteen aan de slag".
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT
Als tijdens ontvangst het papier opraakt of vastloopt, of
de inkt is op of u tilt het bedieningspaneel op, dan
wordt het afdrukken onderbroken, op het display verschijnt het betreffende bericht en het ontvangen document
wordt tijdelijk in het geheugen opgeslagen. Wanneer de storing eenmaal is hersteld, begint het faxtoestel
weer af te drukken.
Nadat de geheugenopslag is beëindigd, verschijnt op
het display het bericht "DOC. IN GEHEUGEN".
Nu geeft het faxtoestel instructies over hoe u het document uit de automatische invoer (ADF) kunt verwijderen. Vervolgens wordt het afdrukken van het opgeslagen document hervat.
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande lijst biedt enkele aanwijzingen voor het oplossen van kleine problemen.
PROBLEEM
OPLOSSING
Het faxtoestel geeft geen
enkel bericht weer.
Controleer of het faxtoestel
goed op het stopcontact en op
de telefoonlijn is aangesloten.
U kunt het document niet
correct insteken.
Controleer of het document
voldoet aan de aanbevelingen
in de paragraaf "Welke
documenten kunt u
gebruiken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Het toestel kan geen
documenten verzenden.
Controleer of het document niet
vastgelopen is.
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT
Indien de verzending mislukte door lijn- of faxproblemen,
gaat de FOUTEN-LED " " branden en geeft het
faxtoestel een kort geluidssignaal; in dat geval drukt het
toestel automatisch het zendrapport af (zie verderop
"Rapporten en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen"), waarin
een foutcode de oorzaak aangeeft (verderop vindt u
een lijst met alle foutcodes).
WAT ER GEBEURT ALS U EEN DOCUMENT IN
DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEEKT
TERWIJL HET FAXTOESTEL AFDRUKT
Als u een document in de automatische invoer voor originele documenten (ADF) steekt, terwijl het faxtoestel een
kopie of de afdruk van een rapport of een ontvangen
document uitvoert, gedraagt het faxtoestel zich zoals hieronder beschreven:
• als het een kopie uitvoert, onderbreekt het faxtoestel
het afdrukken en geeft via een aantal berichten instructies over hoe u terug kunt gaan naar de oorspronkelijke standby-modus;
• als het een rapport afdrukt, onderbreekt het
faxtoestel het afdrukken en geeft via een aantal berichten instructies over hoe u terug kunt gaan naar de oorspronkelijke standby-modus;
• als het een document ontvangt:
- onderbreekt het faxtoestel het afdrukken en begint
het ontvangen document op te slaan. Op het display
verschijnt het bericht "RX IN GEHEUGEN".
De lijn is bezet: wacht tot deze
vrij is en probeer het opnieuw.
Het toestel kan niet
automatisch ontvangen.
U hebt het toestel ingesteld op
manuele ontvangst: stel het in
op automatische ontvangst.
Het toestel kan niet
kopiëren of ontvangen.
Controleer of het document of
het vel papier niet vastgelopen
is.
Het gebruikte papiertype is niet
geschikt: controleer de
papierkenmerken vermeld in
het hoofdstuk "Technische
gegevens".
De afdrukken zijn volledig Steek het document met de
blanco.
gegevens naar onder gericht in
de ADF.
OPMERKING
Indien het toestel geen documenten kan verzenden of ontvangen, kan dit ook aan andere oorzaken te wijten zijn. Deze
oorzaken zullen worden aangegeven in de vorm van een
foutcode in het "Zendrapport" en in het " Activiteitenrapport", zie "Rapporten en lijsten afdrukken", in het
hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen".
53
FOUTCODES
De foutcodes die zowel op het zendrapport als op het
activiteitenrapport worden afgedrukt bestaan uit twee cijfers
die de oorzaak van de fout aangeven. Op het activiteitenrapport wordt de code wegens plaatsgebrek zonder verder
bericht weergegeven.
CODE
BERICHT
OORZAAK VAN DE FOUT
WAT U MOET DOEN
OK
OK
Transactie correct voltooid.
Geen interventie.
02
VERBINDING ONMOGELIJK
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Het faxtoestel detecteert geen lijntoon of
ontvangt foutieve signalen.
Controleer of het faxtoestel correct op de
telefoonlijn is aangesloten en of de hoorn
ingehaakt is. Probeer opnieuw.
03
GEEN ANTWOORD
Het opgweroepen nummer antwoordt niet of
is geen faxtoestel.
Controleer of het nummer van de
correspondent juist is.
04
FOUTEN BIJ VERZENDING
HERHALEN VANAF PAGINA:
Er werd een storing gedetecteerd tijdens de
verzending.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
05
FOUTEN BIJ VERZENDING
HERHAAL PAGINA:
Het opgeroepen faxtoestel heeft fouten
gedetecteerd tijdens de ontvangst.
Herhaal de verzending van de pagina's
aangegeven in het rapport.
06
LIJN BEZET
De lijn is bezet.
Probeer opnieuw bij onbezette lijn.
07
DOCUMENT TE LANG
Het te verzenden document is te lang. De
verzendingstijd overschrijdt de toegelaten
limiet.
Splits het te verzenden document op.
01 en 08
DOC. CONTROLEREN
De optische scanner kan het document niet
lezen.
Neem het document uit de ADF en steek het
opnieuw in voordat u de verzending opnieuw
start.
09
TX ONDERBROKEN MET STOP
U hebt de verzending onderbroken.
Geen interventie.
10
FOUTEN BIJ ONTVANGST
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Het faxtoestel heeft een storing gedetecteerd
tijdens de ontvangst.
Neem contact op met de correspondent en
vraag hem het document opnieuw te
verzenden.
11
ONTVANGST ONMOGELIJK
GEHEUGEN VOL
De printer gedraagt zich abnormaal tijdens de Verhelp het probleem en wacht tot het
ontvangst. Resterend document opgeslagen opgeslagen document afgedrukt is.
in geheugen maar geheugencapaciteit
overschreden voor einde van procedure.
OK?
OK?
Het document kon ontvangen worden maar
de afdrukkwaliteit laat te wensen over.
Neem contact op met de correspondent.
13
FOUTEN BIJ POLLING
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Er steekt geen document in de ADF van het
andere faxtoestel en dit werd niet ingesteld
voor verzending na polling.
Neem contact op met de correspondent.
54
DOC. IN GEHEUGEN
SIGNALEN EN BERICHTEN
Eventuele problemen die kunnen optreden worden gewoonlijk aangegeven door geluidssignalen (die soms vergezeld
gaan van visuele signalen: brandende fouten-LED " ")
of door foutberichten op het display.
Het faxtoestel geeft eveneens geluidssignalen en berichten op het display die geen fout aangeven.
GELUIDSSIGNALEN
Het ontvangen document werd in het geheugen opgeslagen
omdat tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd en
onmiddellijke afdruk niet mogelijk was: controleer het type fout
(papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het probleem op.
DOC. INVOEREN
U bent bezig een verzending uit het geheugen in te stellen
zonder het document in de automatische invoer (ADF) te hebben gestoken: steek het document in de ADF.
GEHEUGEN VOL
DIE EEN FOUT AANGEVEN
Korte toon, 1 seconde lang
• U hebt op de verkeerde toets gedrukt tijdens een procedure.
Langere toon, 3 seconden lang, plus brandende fouten-LED
• Transactie mislukt.
Permanente toon
• Hoorn van de haak, u vergat de hoorn in te haken na een
vorige transactie.
Een of meer documenten worden in het geheugen opgeslagen omdat er tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd,
waardoor het geheugen vol is geraakt: controleer het type
fout (papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het
probleem op. De documenten zullen automatisch worden afgedrukt, zodat er opnieuw geheugenplaats beschikbaar is.
HERHALING nnn
De verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel
staat in de wachtstand voor automatische kiesherhaling.
OPMERKING
Om de fouten-LED "
" uit te schakelen moet u op de toets
drukken.
FOUTBERICHTEN
HERH. POLL nnn
U hebt een ontvangst na polling ingesteld en de verbinding is
niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of
omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de
wachtstand voor automatische kiesherhaling.
OP HET DISPLAY
INSTELLING FOUT
ADRESBOEK LEEG
U probeert een fax- of telefoonnummer uit het adresboek te
wijzigen/wissen maar het adresboek is leeg.
Datum en tijd zijn niet correct ingesteld: zie "De eerste keer
de datum en tijd instellen" en "Datum en tijd wijzigen",
hoofdstuk "Meteen aan de slag".
KOPIE ONDERBROK.
ADRESBOEK VOL
•
U probeert een fax- of telefoonnummer in het adresboek op te
slaan maar het adresboek is vol: u moet ten minste één fax- of
telefoonnummer uit het adresboek wissen.
•
CONTROLEER DOC., DRUK op <I>
Het document is niet goed ingevoerd: plaats het document
opnieuw in de automatische invoer (ADF) en druk op de toets
om de normale werking van het faxtoestel te herstellen.
CONTROL. PAPIER, DRUK op <I>
•
Er is geen papier in de invoerlade: vul papier bij en druk op
•
om het bericht van het display te wissen.
Het papier is niet goed ingevoerd: plaats het papier opnieuw
in de invoerlade en druk op de toets
werking van het faxtoestel te herstellen.
U hebt een kopieertaak onderbroken door op de toets
te drukken.
Er is een storing opgetreden tijdens het kopiëren van het
document en het kon niet worden afgedrukt: controleer het
type fout op het display en los het probleem op.
LEEG
U heeft het afdrukken van het "rapport laatste verzending"
opgevraagd maar het faxtoestel heeft geen enkele verzending uitgevoerd.
LIJN BEZET
U probeert de herkenningsprocedure van het belsignaalritme
uit te voeren (zie "Herkenning van het belsignaal-ritme
in-/uitschakelen ", Hoofdstuk "Geavanceerd gebruik ")
maar de lijn is bezet: probeer het later nog eens.
om de normale
55
LIJST LEEG
•
•
•
U probeert een verzending uit het geheugen te wijzigen/wissen zonder dat u er eerder een heeft ingesteld.
U heeft om afdrukken van het activiteitenrapport gevraagd
maar het faxtoestel heeft geen enkele transactie (verzending/
ontvangst) uitgevoerd.
U probeert de lijst van binnenkomende/uitgaande oproepen
weer te geven of af te drukken maar het faxtoestel heeft geen
oproepen ontvangen.
LIJST VOL
•
•
U probeert een fax- of telefoonnummer aan de lijst van uitgesloten nummers toe te voegen maar de lijst is vol: u moet ten
minste één nummer uit de lijst wissen (zie "Lijst van uitgesloten nummers wissen", hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
U probeert een document uit het geheugen aan meer dan 10
correspondenten te verzenden. Het faxtoestel kan een document uit het geheugen aan maximaal 10 correspondenten
verzenden (zie "Een document aan meerdere correspondenten verzenden", hoofdstuk "Functies voor verzenden
en ontvangen").
NIET GEPROGRAMM.
U hebt een positie (00 – 59) van het adresboek gekozen
waarop geen fax- of telefoonnummer geprogrammeerd is: kies
een andere positie of programmeer de zojuist gekozen positie
(zie "Programmering van het adresboek", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen").
NIET INGEVOERD
PATROON VERV.
De inkt in de patroon is op: vervang de printpatroon (zie
"Printpatroon vervangen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
REEDS GEPROGR.
U heeft een positie (00 - 59) van het adresboek gekozen
waarop u reeds een fax- of telefoonnummer heeft opgeslagen: kies een andere positie (zie "Programmering van het
adresboek", hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
REEDS INGEVOERD
U heeft reeds een polling voor ontvangst ingesteld. U kunt er
niet gelijktijdig nog een instellen.
REEDS INGEVOERD
U heeft reeds een verzending uit het geheugen ingesteld. U
kunt er niet gelijktijdig nog een instellen.
RX FOUT
De ontvangst verliep niet correct; druk op de toets
om
de fouten-LED " " uit te schakelen en het bericht van het
display te wissen.
RX IN GEHEUGEN
De ontvangen gegevens werden in het geheugen opgeslagen wegens een fout tijdens de ontvangst, die het afdrukken
belette: zoek op de onderste regel van het display naar het
fouttype en los het probleem op.
U probeert een polling voor ontvangst te wissen/wijzigen zonder dat deze is ingesteld.
TX FOUT
NIET INGEVOERD
De verzending verliep niet correct; druk op de toets
om de fouten-LED " " uit te schakelen en het bericht van
het display te wissen, en herhaal de verzending.
U probeert een verzending uit het geheugen te wissen/wijzigen zonder dat deze is ingesteld.
NIET TOEGESTAAN
VERWIJDER DOC., DRUK OP <I>
•
U bent bezig een operatie uit te voeren die niet is toegestaan
op het faxtoestel.
verzenden, dient u op de toets
te drukken. Indien het
document niet automatisch wordt uitgevoerd, moet u het document handmatig verwijderen (zie "Vastgelopen documenten verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
PAPIER PROBLEEM, DRUK op <I>
Het papier is vastgelopen tijdens het kopieren of verzenden:
druk op de toets
. Indien het papier niet automatisch
wordt uitgevoerd, dient u te controleren waar het geblokkeerd zit, en het handmatig te verwijderen (zie "Vastgelopen papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
PATROON CONTR.
•
•
56
Het faxtoestel detecteert geen printpatroon omdat u vergeten
bent de patroon in het toestel te installeren of omdat hij niet
correct geïnstalleerd is: installeer de patroon of installeer hem
opnieuw.
Enkele inktsproeiers van de patroon zijn beschadigd, wat in
een slechte afdrukkwaliteit resulteert. Voer de reinigingsprocedure voor de patroon uit (zie "Reinigingsprocedure
voor de printpatroon en testprocedure voor de
inktsproeiers", in het hoofdstuk "Onderhoud").
Indien het document geblokkeerd raakt tijdens het kopiëren of
•
U hebt het scannen onderbroken door op de toets
drukken.
te
ANDERE
GELUIDSSIGNALEN
PATR. BIJNA LEEG
De inkt in de patroon is bijna op.
Korte toon, 1 seconde lang
• Transactie werd correct uitgevoerd.
Intermitterende toon, 20 seconden lang
• Signaal om de hoorn op te nemen en een telefoonoproep te
beantwoorden.
ANDERE
BERICHTEN OP HET DISPLAY
POLL INGESTELD
U heeft een polling voor ontvangst ingesteld.
RX ONDERBROKEN
U hebt de ontvangst onderbroken door op de toets
drukken.
te
RX POLL: UU:MM
U hebt een verzending aangevraagd (Ontvangst na polling).
AFDRUKKEN
Het faxtoestel is een rapport of een lijst aan het afdrukken.
RX VOLTOOID
De ontvangst verliep succesvol.
BEKIJK AFDRUK
1=UIT 0=HERHAAL
Het faxtoestel heeft automatisch de inktsproeiers van de
printpatroon getest en een proefafdruk gemaakt: controleer of
de printkwaliteit aanvaardbaar is en tref de nodige maatregelen.
DEKSEL OPEN
U heeft het bedieningspaneel opgetild.
DOC.NR xxxx
U heeft een verzending uit het geheugen ingesteld en het
faxtoestel heeft het document zojuist opgeslagen. "XXXX" komt
overeen met het identificatienummer van het zojuist opgeslagen document.
DOCUMENT GEREED
U hebt het document correct in de ADF gestoken.
GEHEUGENOPSLAG
Het faxtoestel slaat de pagina’s van het te kopiëren document
op.
GEHEUGEN PRINTEN
Als er geen papier aanwezig is of als het vastloopt, of als de
inkt van de printpatroon opraakt, slaat het faxtoestel de ontvangen documenten op. Nadat de werkingscondities van het
faxtoestel zijn hersteld, worden de documenten uit het geheugen afgedrukt.
HOORN OPNEMEN
De correspondent wil een gesprek voeren: neem de hoorn
op om de oproep te beantwoorden.
NIEUWE PATROON?, 1=JA 0=NEE
U hebt een printpatroon voor het eerst geïnstalleerd, of verwijderd en dan opnieuw geïnstalleerd: u moet de vragen nog
beantwoorden. Indien u "ja" antwoordt hoewel de patroon
niet nieuw is, zal het faxtoestel niet detecteren wanneer de
inkt op is.
TX INGESTELD
U heeft een verzending uit het geheugen ingesteld.
TX ONDERBROKEN
U hebt de verzending onderbroken door op de toets
te drukken.
TX UIT GEHEUGEN
U hebt een verzending uit het geheugen ingesteld.
TX VOLTOOID
De verzending verliep succesvol.
VERBINDING
Het faxtoestel is de verbinding met het andere faxtoestel tot
stand aan het brengen.
VERBONDEN
U hebt de lijn genomen door de hoorn van de aangesloten
telefoon op te nemen.
VERZENDING
Er is een verzending bezig.
VERZENDING
Er is een verzending bezig.
WACHTEN AUB
Het faxtoestel voert een procedure uit.
WACHTVERBINDING, DRUK OP HOLD
U hebt een telefoongesprek tijdelijk onderbroken door op de
toets
te drukken: druk opnieuw op de toets
om
het gesprek met de correspondent te hervatten.
NUMMERVORMING
Het faxtoestel is het gewenste nummer aan het vormen.
57
ONDERHOUD
PRINTPATROON
VERVANGEN
Opgelet!
7. Raak de spuitmonden niet aan.
7
De printpatroon moet worden vervangen, wanneer de inkt
opraakt of wanneer de afdrukkwaliteit achteruit gaat.
In het eerste geval drukt het faxtoestel automatisch een bericht af om u eraan te herinneren dat de inkt in de patroon
bijna op is en dat u hem moet vervangen.
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
8. Plaats de nieuwe patroon in zijn
behuizing met de elektrische
contacten
naar
het
printcompartiment gericht.
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
9. Duw de patroon aan tot u een
klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
3. Ontgrendel de printpatroon door
middel van het hendeltje, zoals
aangegeven door de pijl.
10. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
4. Neem de oude patroon uit zijn
behuizing.
5. Neem de nieuwe patroon uit zijn
verpakking en verwijder de
beschermfolie
van
de
inktsproeiers terwijl u hem aan
weerszijden vasthoudt.
OPMERKING
Wanneer u de patroon vervangen hebt omdat de inkt op
was, herkent het faxtoestel de vervanging automatisch bij sluiten van het bedieningspaneel en op het display verschijnt
het bericht "NIEUWE PATROON? 1=JA 0=NEE". Stel de
waarde 1 in.
Nu voert het faxtoestel automatisch de procedure voor reiniging van de patroon en controle van de inktsproeiers
uit, die wordt afgesloten met de afdruk, op een automatisch
ingevoerd vel, van een nummerschaal en een tekst die aangeeft dat de patroon correct is vervangen. Indien het afdrukresultaat van de nummerschaal of van de tekst onbevredigend is, raadpleeg dan "De printpatroon plaatsen", in het
hoofdstuk "Meteen aan de slag".
Indien u de patroon vervangen hebt omdat de afdrukkwaliteit was verminderd, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
6
58
Opgelet!
6. Raak de elektrische contacten
niet aan.
tot op het display verschijnt:
MENU
ONDERH. PATROON
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "REINIG. PATROON - JA", drukt u op de toetsen:
ONDERH. PATROON
NIEUWE PATROON
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
NIEUWE PATROON
NEE
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"NIEUWE PATROON - JA", drukt u op de toetsen:
7. Druk op de toets:
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
controleprocedure van de inktsproeiers en drukt het
resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printpatroon plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan
de slag".
OPMERKING
U kunt de procedure op elk gewenst moment onderbreken
6. Druk op de toets:
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
controleprocedure van de inktsproeiers en drukt het
resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printpatroon plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan
de slag".
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTPATROON
EN TESTPROCEDURE VOOR DE INKTSPROEIERS
Indien de afdrukkwaliteit achteruit gaat, kunt u een
snelle procedure uitvoeren voor het reinigen van de
printpatroon en het testen van de inktsproeiers, afgesloten door een afdruk die de toestand weergeeft.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
door op de toets
te drukken.
OPMERKING
Indien de afdrukkwaliteit na het uitvoeren van de reinigingsprocedure nog niet aan de verwachtingen voldoet, kunt u in
volgorde de volgende handelingen uitvoeren, tot u een bevredigend resultaat bereikt:
- Maak op het faxtoestel een kopie van een document met de
gewenste grafische- of tekstkenmerken en beoordeel het resultaat.
- Gebruik een andere papiersoort (het papier dat u gebruikt
kan bijzonder poreus zijn) en herhaal de procedure nogmaals.
- Verwijder de patroon en installeer hem opnieuw.
- Verwijder de patroon en inspecteer deze op aanwezigheid
van deeltjes op de inktsproeiers; een eventueel aanwezig
deeltje voorzichtig verwijderen en erop letten dat u de elektrische contacten niet aanraakt. Installeer de patroon.
- Verwijder de patroon en reinig de elektrische contacten van
de patroon en van de printwagen, zie "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen".
- Installeer de patroon opnieuw.
- Raadpleeg de technische dienst.
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE
PRINTPATROON REINIGEN
ONDERH. PATROON
3. Druk op de toets:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
Op het display verschijnt:
ONDERH. PATROON
NIEUWE PATROON
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
4. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
ONDERH. PATROON
REINIG. PATROON
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
REINIG. PATROON
NEE
59
3. Ontgrendel de printpatroon door
middel van het hendeltje, zoals
aangegeven door de pijl.
2. Maak het bedieningspaneel
open en til het op zoals aangegeven door de pijl.
4. Neem de patroon uit zijn behuizing.
3. Verplaats de printwagen geheel
naar de linkerzijde van het
faxtoestel.
5. Reinig de elektrische contacten
met behulp van een lichtjes bevochtigde doek.
Opgelet!
Raak de spuitmonden niet
aan.
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje, zoals aangegeven door de
pijl.
6. Reinig de elektrische contacten
op de printwagen eveneens met
een lichtjes bevochtigde doek.
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing.
7. Installeer de patroon opnieuw in zijn behuizing met de elektrische contacten naar het printcompartiment gericht.
8. Duw de patroon aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
10. Sluit het faxtoestel aan op stopcontact.
6. Reinig het glas van de optische
scanner met een bevochtigde
doek met een specifiek glasreinigingsmiddel. Droog het glas
zorgvuldig af.
Opgelet!
Giet of spuit het reinigingsmiddel niet direct op het
glas.
OPTISCHE SCANNER REINIGEN
Door stof dat zich op het glas van de optische scanner opstapelt, zijn problemen bij het inscannen van documenten mogelijk. Om dit te voorkomen, moet u het glas af en toe als volgt
reinigen:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
1. Leg de telefoonhoorn eraf op
een stabiele ondergrond.
60
7. Plaats een uiteinde van de rol
op de pen aan de linkerkant van
het faxtoestel, zoals aangegeven door de pijl.
8. Vergrendel de rol door middel
van het hendeltje, zoals aangegeven door de pijl.
9. Sluit vervolgens het bedieningspaneel en leg de hoorn weer
op zijn plaats.
10. Sluit het faxtoestel aan op stopcontact.
OPMERKING
Om te controleren of de optische scanner schoon is, maakt u
een kopie met een blanco vel papier. Als op de kopie verticale
strepen te zien zijn en na controle blijkt dat de optische scanner perfect schoon is, dient u contact op te nemen met de
technische dienst.
BEHUIZING REINIGEN
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN
Indien het papier voor het afdrukken van ontvangen documenten of het kopiëren van originelen vast mocht lopen (dit
wordt op het display aangegeven met het bericht "PAPIER
PROBLEEM, DRUK OP < I >"), probeer dan het papier uit
te voeren door op de toets
te drukken. Als het vel
papier niet uitgevoerd wordt, moet u het als volgt handmatig
verwijderen:
1. Koppel het faxtoestel van het stroomnet en telefoonnet af.
2. Gebruik alleen een zachte, rafelvrije doek die u licht bevochtigd hebt met wat verdund afwasmiddel.
3. Sluit het faxtoestel aan op stopcontact.
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN
1. Trek het vel voorzichtig omhoog
zonder dat het gescheurd raakt.
1
of
2
2. Trek het vel voorzichtig omlaag
zonder dat het gescheurd raakt.
Tijdens het verzenden of kopiëren kan het gebeuren dat
een origineel vastloopt (dit wordt op het display aangegeven met het bericht: "VERWIJDER DOC., DRUK OP < I >").
Probeer het origineel uit te voeren door op de toets
te
drukken. Indien het origineel niet uitgevoerd wordt, moet u
het als volgt handmatig verwijderen:
1. Trek het document voorzichtig
omhoog zonder dat het gescheurd raakt.
1
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen papier te
verwijderen.
OPMERKING
Als het niet lukt het vastgelopen document of papier volgens
de aangegeven methode te verwijderen, kan het in het
faxtoestel geblokkeerd zitten. Is dit het geval, ga dan als volgt
te werk:
of
2
2. Trek het document voorzichtig
omlaag zonder dat het gescheurd raakt.
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen documenten te verwijderen.
1. Leg de telefoonhoorn eraf op een stabiele ondergrond (zie
fig. 1 van de procedure "Optische scanner reinigen").
2. Maak het bedieningspaneel open en til het op (zie fig. 2 van
de procedure "Optische scanner reinigen").
3. Verplaats de printwagen geheel naar de linkerzijde van het
faxtoestel (zie fig. 3 van de procedure "Optische scanner
reinigen").
4. Ontgrendel de papiertransportrol door middel van het hendeltje (zie fig. 4 van de procedure "Optische scanner reinigen").
5. Verwijder de rol uit zijn behuizing (zie fig. 5 van de procedure
"Optische scanner reinigen").
6. Verwijder het vastgelopen document of papier.
7. Plaats een uiteinde van de rol op de pen aan de linkerkant
van het faxtoestel (zie fig. 7 van de procedure "Optische
scanner reinigen").
8. Vergrendel de rol door middel van het hendeltje (zie fig. 8
van de procedure "Optische scanner reinigen").
9. Sluit het bedieningspaneel en leg de hoorn weer op zijn plaats.
61
FABRIKANT EN SERVICE
FABRIKANT
Olivetti S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALIË
SERVICE
Indien het faxtoestel niet naar behoren werkt, of bij vragen
aan de fabrikant, kunt u het nummer bellen dat op de "Warranty
Card" is aangegeven.
GARANTIE
Het faxtoestel is door garantie gedekt voor een periode van
36 maanden vanaf de aankoopdatum.
Meer informatie vindt u op de bijgeleverde "Warranty Card"
en/of in de bij de handleiding geleverde Garantiegegevens.
62
TECHNISCHE GEGEVENS
ALGEMENE
ONTVANGSTKENMERKEN
KENMERKEN
Model ......................... Tafelmodel
Display ........................ LCD 16 + 16 tekens
Geheugencapaciteit ..... 360 Kbyte
Afmetingen
Breedte ....................... 340 mm
Diepte ......................... 220 mm - 235 mm (**)
Hoogte ........................ 133 mm - 272 mm (**)
Gewicht ....................... ca. 2,5 Kg
COMMUNICATIEKENMERKEN
Telefoonnet ................. Openbaar/PBX
Compatibiliteit............... ITU
Modemsnelheid ....................... 14400 - 9600 - 7200 - 4800 - 2400
(met automatische "fall back")
Comprimeringsmethode ........... MH, MR, MMR
KENMERKEN
STROOMVOORZIENING
Stroomvoorziening .................. 220-240 VAC of 110-240 VAC (zie
het plaatje aan de achterkant van
het faxtoestel)
Frequentie .............................. 50-60Hz (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Stroomverbruik:
- in standby ............................ ca. 4W
- max. verbruik ...................... 35W
Afdrukmethode ............ Afdruk op gewoon papier met inkjetprinter
Max. afdrukbreedte .............................. 204 mm
Max. afdruklengte ................................ 282 mm
Afdrukpapier ........................................ A4 (210 x 297 mm)
Papierinvoer ............... Cassette voor gewoon papier (max. 40 vel
80 gr/m2)
KENMERKEN
•
•
•
•
•
•
•
•
•
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
Opnamecapaciteit: ca. 15'
Memo
2 uitgaande boodschappen
Functie alleen uitgaande boodschap
Functie "gesprekkosten besparen"
Snelle toegang vanaf bedieningspaneel en op afstand
Toegangscode
Opname boodschappen
Behoud van boodschappen bij stroomuitval.
(*) =
(**) =
Formaat ITU-TS, Test Sheet n° 1 (Slerexe Letter) in
standaardresolutie met MMR-comprimering.
Met papiersteun.
OMGEVINGSVOORWAARDEN
Temperatuur ............... van +5oC tot +35oC (werking)
................................... van -15oC tot +45oC (transport)
................................... van 0oC tot +45oC (opslag en wachtstand)
Relatieve vochtigheid .. 15%-85% (werking/opslag/wachtstand)
................................... 5%-95% (transport)
KENMERKEN
SCANNER
Scanmethode ....................................... CIS
Scanresolutie:
- horizontaal ........................................ 8 pixels/mm
- verticaal STANDARD ........................ 3,85 lijnen/mm
- verticaal FINE ................................... 7,7 lijnen/mm
VERZENDINGSKENMERKEN
Verzendingstijd ............ ca. 7s (14400 bps) (*)
Capaciteit van de
documentinvoer .......... Automatische invoer (ADF):
................................... 5 vel A4 (70 - 90 gr/m2)
63
INDEX
A
C
Aanbevelingen voor de veiligheid 3
Aansluiting
aansluitbussen 7
op de telefoonlijn 8
op het stopcontact 9
van de telefoonhoorn 8
Activering van het antwoordapparaat 33
Adresboek 28
afdrukken van adresboekgegevens 29, 32
programmering van het adresboek 28
verzenden door opzoeken in het adresboek 30
wijziging van een nummer 28
wissen van een nummer 29
Afdrukken van het menu en zijn functies 15
Afstandbediening van het antwoordapparaat 38
Afstandsbedieningscode 46
Antwoordapparaat 33, 63
activering 33
afdrukken van de configuratieparameters 41
afspelen van boodschappen en memo's 38
afspelen van uitgaande boodschap 1 36
afspelen van uitgaande boodschap 2 36
annuleren van de toegangscode 34
bedieningspaneel 33
instellen van de toegangscode 34
op afstand bedienen 38
opnametijd voor memo's en binnenk. boodschappen 37
opnemen van de doorstuur-boodschap 37
opnemen van memo's 37
opnemen van uitgaande boodschap 1 35
opnemen van uitgaande boodschap 2 36
speciale functies 39
alleen uitgaande boodschap 40
gesprekkosten besparen 39
stille ontvangst 40
toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen 35
uitgaande boodschappen en memo's 35
veiligheidsfuncties en toegang 34
wijzigen van de toegangscode 34
wissen van boodschapopen en memo's 38
wissen van uitgaande boodschap 2 36
Automatische documentinvoer (ADF) 7, 15, 23
Automatische kiesherhaling 25
Componenten
extern en intern 7
Configuratie
instelling van enkele parameters 9
standaard waarden 4
Configuratieparameters van het antwoordapparaat
afdrukken 41
Contrast
afstellingen 23
B
Bedieningspaneel 5
Bedieningspaneel voor het antwoordapparaat
Behuizing
reinigen 61
Berichten
andere berichten op het display 57
foutberichten op het display 55
64
D
Datum en tijd
datum en tijd instellen 10
datum en tijd wijzigen 10
Display 7
andere berichten 57
foutberichten 55
Documenten
automatische documentinvoer (ADF) 7, 15, 23
vastgelopen documenten verwijderen 61
welke documenten kunt u gebruiken 23
E
ECM (Error Correction Mode) 51
Elektrische contacten
van de printwagen 60
F
Fabrikant
contact opnemen 62
garantie 62
telefoonnummer 62
Foutcodes 53, 54
FOUTEN-LED 55
G
Garantie 62
Geheugen
verzending uit het geheugen 25
wijzigen/herhalen/wissen 26
Geluidssignalen 57
I
33
Installatie- en instellingsparameters
instelling van enkele parameters 9
over installatie- en instellingsparameters 4
Invoer voor normaal papier (ASF) 7, 14
Ontvangst
aantal belsignalen wijzigen 44
afdrukzone van een ontvangen document verkleinen 42
afstandsbedieningscode wijzigen 46
automatische ontvangst 17, 27
met oproeptype-herkenning 27
herkenning van het belsignaal-ritme 45
manuele ontvangst 17, 27
naam of nummer van de beller weergeven 43
ontvangst in stand "TEL / FAX" 17
ontvangst met antwoordapparaat 17, 27
ontvangstmodus kiezen 16, 27
resterende tekst 42
stille ontvangst 43
volume belsignalen wijzigen 45
zoemerduur wijzigen 46
Optische scanner
reinigen 60
K
Kenmerken van de telefoonlijn
van openbaar telefoonnet naar privé-lijn (PBX)
Kopie
contrast- en resolutiewaarden 19
de kopieertaak onderbreken 19
kopiëren 19
reproductiewaarde 19
welke documenten kunt u kopiëren 19
11
L
Lijst
lijst van uitgesloten nummers afdrukken 48
lijst van uitgesloten nummers instellen 47
lijst van uitgesloten nummers wijzigen 48
lijst van uitgesloten nummers wissen 48
Lijst van configuratieparameters voor ontvangst 32
Lijst van uitgesloten nummers afdrukken 48
Lijst van uitgesloten nummers instellen 47
Lijst van uitgesloten nummers wijzigen 48
Lijst van uitgesloten nummers wissen 48
Lijsten
lijst van configuratieparameters 32
lijst van installatieparameters 32
lijst van uitgesloten nummers 32
Luidsprekervolume 50
P
M
Memo's
opnemen 37
Memo's en binnenkomende boodschappen
afspelen 38
opnametijd 37
wissen 38
Milieu
milieuvriendelijkheid
om op correcte wijze onze apparatuur te verwerken
O
Onderhoud
aanbevelingen voor de veiligheid 3
behuizing reinigen 61
controle van de inktsproeiers 59
elektrische contacten reinigen 59
optische scanner reinigen 60
printpatroon vervangen 58
problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 53
de verzending mislukt 53
het papier of de inkt is op 53
kleine problemen oplossen 53
reinigingsprocedure voor de printpatroon 59
telefoonnummer voor service 62
vastgelopen documenten verwijderen 61
vastgelopen papier verwijderen 61
3
Papier
invoer voor normaal papier (ASF) 7
papier laden 14
vastgelopen papier 53
vastgelopen papier verwijderen 61
wanneer het papier opraakt 53
Polling
polling voor ontvangst 51
polling voor ontvangst wijzigen 52
polling voor ontvangst wissen 52
wat is polling 51
Printpatroon
controleprocedure van de inktsproeiers 59
elektrische contacten reinigen 59
plaatsen van de printpatroon 14
printpatroon vervangen 58
reinigings-en controleprocedure van de spuitmonden 14
Problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 53
de verzending mislukt 53
het papier of de inkt is op 53
kleine problemen oplossen 53
R
Rapporten
activeringsrapport 30
afdruk opvragen 31
automatische afdruk 31
foutdberichtenrapport 30
rapport laatste circulaire 30
rapport laatste verzending 30
rapporten interpreteren 30
stroomonderbrekingsrapport 30
Reiniging
behuizing 61
elektrische contacten 59
optische scanner 60
Resolutie
afstellingen 24
65
S
V
Service
garantie 62
telefoonnummer voor service 62
Signalen
andere geluidssignalen 57
geluidssignalen die een fout aangeven 55
Stroom
wanneer de stroom uitvalt 53
Veiligheid
aanbevelingen voor de veiligheid 3
aanbevelingen voor het gebruik 4
brandgevaar 4
gebruiksbestemming 4
ongevalrisico 4
schokgevaar 3
verstikkingsgevaar 4
Veiligheidsfuncties en toegang 34
Verbindingstonen 49
Verpakking
inhoud van de verpakking 8
Verzending
circulaire 25
contrast en resolutie afstellen 23
documenten verzenden 16, 24
ECM-modus in-/uitschakelen 51
een document uit het geheugen verzenden 25
kiestonen horen bij het verzenden 16, 24
luidsprekervolume regelen 50
onderbreken 24
telefoonhoorn opnemen bij het verzenden 16, 25
verbindingstonen weergeven 49
verzenden via de snelle methode 30
welke documenten kunt u gebruiken 15, 23
zoemervolume regelen 50
Volume belsignalen 45
T
Technische gegevens
algemene kenmerken 63
communicatiekenmerken 63
kenmerken scanner 63
kenmerken stroomvoorziening 63
kenmerken van het antwoordapparaat 63
omgevingsvoorwaarden 63
ontvangstkenmerken 63
verzendingskenmerken 63
Telefoon
gebruik van de telefoon 18
opbellen via de snelle methode 18
opbellen via opzoeken in het adresboek 18
opvragen van de laatste nummers 18
Telefoonnummer voor service 62
Toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen 35
Toegangscode voor het antwoordapparaat
annuleren 34
instellen 34
wijzigen 34
U
Uitgaande boodschap 1
afspelen 36
opnemen 35
Uitgaande boodschap 2
afspelen 36
opnemen 36
wissen 36
Uitgaande boodschappen en memo's
66
35
Z
Zenderidentificatie
faxnummer 13
naam 12
naam en faxnummer
plaats 13, 49
Zoemervolume 50
EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING van de FABRIKANT volgens EN45014
MANUFACTURER’S CE DECLARATION of CONFORMITY according to EN 45014
OLIVETTI S.p.A
Via Jervis, 77 - IVREA (TO) - ITALY
Verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat:
Declares under its sole responsibility that:
dit model faxtoestel, op de markt gebracht onder de merknaam Olivetti
this fax model distributed on the market under the Olivetti brand name
in OVEREENSTEMMING is met de Richtlijn 1999/5/EG van 9 maart 1999
is IN COMPLIANCE with directive 99/5/EC dated 9th march 1999
en voldoet aan de fundamentele vereisten van Elektromagnetische compatibiliteit en Veiligheid zoals voorzien
door de Richtlijnen:
fulfills the essential requirements of Electromagnetic Compatibility and of Electrical Safety as prescribed by the
Directives:
89/336/EEG van 3 mei 1989 en latere wijzigingen (Richtlijn 92/31/EEG van 28 april 1992 en Richtlijn
93/68/EEG van 22 juli 1993);
89/336/EEC dated 3rd May 1989 with subsequent amendments (Directive 92/31/EEC dated 28th April 1992 and Directive
93/68/EEC dated 22nd July 1993);
73/23/EEG van 19 februari 1973 en latere wijzigingen (Richtlijn 93/68/EEG van 22 juli 1993),
73/23/EEC dated 19th February 1973 with subsequent amendments (Directive 93/68/EEC dated 22nd July 1993),
zijnde ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met de volgende geharmoniseerde normen:
since designed and manufactured in compliance with the following European Harmonized Standards:
EN 55022 : 1999 (Limits and methods of measurements of radio interference characteristics of Information
Technology Equipment) / Class B;
EN 61000-3-2 : 2002 (Electromagnetic Compatibility (EMC) - Part 2 : Limits - Section 2 : Limits for harmonic
current emissions (equipment input current ≤ 16 A per phase);
EN 61000-3-3/A1 : 2002 (Electromagnetic Compatibility (EMC) - Part 3 : Limits - Section 3 : Limitation of
voltage fluctuations and flicker in low voltage supply systems for equipment with rated current up to and
including 16A);
EN 55024 : 1998 (Electromagnetic Compatibility – Information technology equipment – Immunity
characteristics – Limits and methods of measurement);
EN 60950 –1 : 2001 (Safety of Information Technology Equipment, including electrical business equipment).
en bovendien in overeenstemming is met de volgende normen:
Moreover the product is in compliance with following Standards
ETSI TBR 38 : May 1998 (Requirements for a terminal equipment incorporating an analogue handset function
capable of supporting the justified case service when connected to the analogue interface of the PSTN in
Europe);
ETSI TBR 21 : January 1998 Requirements for pan-European approval for connection to the analogue Public
Switched Telephone Networks (PSTN) of TE (excluding TE supporting the voice telephony service) in which
network addressing, if provided, is by means of Dual Tone Multi Frequency (DTMF) signaling.
De overeenstemming met de bovengenoemde fundamentele vereisten wordt aangetoond door de op het product
aangebrachte CE-markering.
Compliance with the above mentioned essential requirements is shown by affixing the CE marking on the product.
Scarmagno, 15 Januari 2006
Scarmagno, 15th January 2006
Olivetti S.p.A.
Opmerkingen: 1) De CE-markering werd aangebracht in 2005
Notes:
1) CE Marking has been affixed in 2005
2) Het kwaliteitssysteem is in overeenstemming met de normen serie UNI EN ISO 9000.
2) The Quality System is in compliance with the UNI EN ISO 9000 series of Standards
Olivetti S.p.A. Sede Sociale Ivrea, Via Jervis, 77 - Cap. Soc. Euro 78.000.000 - C.C.I.A.A. Torino n. 547040 - Trib. Ivrea Reg. Soc. n.1927 - Cod. Fisc. e Part. IVA 02298700010
Code monochrome patroon FJ31
Monoblok patroon: code B0336F
256702J
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement