Olivetti Fax-Lab 710, Fax-Lab 730 Owner's manual

Olivetti Fax-Lab 710, Fax-Lab 730 Owner's manual
GEBRUIKSAANWIJZING
SAMENGESTELD/UITGEGEVEN/GEPRODUCEERD DOOR:
Gedrukt in China.
Olivetti S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Code van de gebruikershandleiding: 380554E
Publicatiedatum: Oktober 2007
Copyright © 2007, Olivetti
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gefotokopieerd, verveelvoudigd of in andere talen vertaald
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Olivetti S.p.A.
De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan het in deze
handleiding beschreven product aan te brengen.
Dit apparaat is goedgekeurd volgens de beschikking van de Raad 98/482/EG voor pan-Europese aansluiting van
enkelvoudige eindapparatuur op het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN). Gezien de verschillen tussen
de individuele netwerken in de verschillende landen, biedt deze goedkeuring op zichzelf geen onvoorwaardelijke
garantie voor een succesvolle werking op elk PSTN-netwerkaansluitpunt.
Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
De fabrikant verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product in
overeenstemming is met hetgeen bepaald door de richtlijn 1999/05/CE (de
volledige verklaring vindt u achterin deze handleiding).
De overeenstemming wordt aangegeven door het aanbrengen van het merk
op het product.
Verklaring van netwerkcompatibiliteit
Hierbij wordt verklaard dat het product geschikt is voor invoeging in alle netwerken van de EU-landen, Zwitserland
en Noorwegen.
De volledige netwerkcompatibiliteit in elk land kan afhankelijk zijn van specifieke nationale softwareparameters die
overeenkomstig ingesteld moeten worden. Neem in geval van problemen met betrekking tot de aansluiting op
andere dan EC PSTN netwerken contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Gelieve rekening te houden met het feit dat in de volgende omstandigheden bovengenoemde conformiteit evenals
de productkenmerken niet meer gegarandeerd zijn:
• verkeerde elektrische stroomvoorziening;
• verkeerde installatie; verkeerd of onheus gebruik of in ieder geval gebruik waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwijzingen in de bij het product geleverde handleiding;
• vervanging van originele componenten of accessoires door een ander type dat niet goedgekeurd is door de
constructeur, of uitgevoerd door onbevoegd personeel.
Het stopcontact moet dicht in de buurt van het toestel geïnstalleerd zijn en makkelijk bereikbaar zijn. Om de
elektrische voeding van het toestel uit te schakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
INHOUDSOPGAVE - EERSTE DEEL
VOOR HET GEBRUIK
3
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING..................... 3
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID ........................................... 3
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID ................................... 3
OVER INSTALLATIE- EN INSTELLINGSPARAMETERS ............... 4
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
5
BEDIENINGSPANEEL ................................................................... 5
COMPONENTEN .......................................................................... 7
METEEN AAN DE SLAG
8
INHOUD VAN DE VERPAKKING ................................................... 8
INSTALLATIEOMGEVING .............................................................. 8
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP HET
VOEDINGSNET ............................................................................. 8
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS .................................. 9
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK ................................... 14
AFDRUKKEN VAN HET MENU EN ZIJN FUNCTIES .................. 16
VERZENDEN .............................................................................. 17
ONTVANGEN .............................................................................. 18
GEBRUIK VAN DE TELEFOON ................................................... 19
KOPIËREN .................................................................................. 21
VOOR HET GEBRUIK
OVER HET RAADPLEGEN VAN DE HANDLEIDING
In deze handleiding worden twee modellen van het faxtoestel
beschreven die onderling hierin verschillen dat zij al of niet
een ingebouwd antwoordapparaat hebben.
In onderstaande beschrijving worden daarom bij verschillen
in de twee modellen steeds de aanwijzingen "Basismodel"
of "Model met ingebouwd antwoordapparaat" gegeven.
De handleiding is in hoofdzaak in twee delen onderverdeeld:
in het eerste deel vindt u een beknopte beschrijving van het
faxapparaat, zodat u het direct kunt installeren en gebruiken, zij het met een minimum van zijn mogelijkheden.
Na deze eerste fase, kunt u het tweede deel van de handleiding raadplegen. Dit biedt u een diepgaander overzicht van het faxapparaat en van zijn talrijke functies.
OVER DE MILIEUVRIENDELIJKHEID
Het symbool van de doorgekruiste vuilnisbak, aangebracht
op de apparatuur, betekent dat:
- het apparaat aan het einde van zijn levensduur
bij geoutilleerde inzamelcentra moet worden
ingeleverd en gescheiden van het huishoudelijk
afval moet worden verwerkt;
- Olivetti de activering garandeert van de
procedures inzake behandeling, inzameling,
recycling en verwerking van de apparatuur
conform de Richtlijn 2002/96/EG (en latere
wijzigingen).
2. VOOR DE OVERIGE LANDEN (NIET EU)
De behandeling, de inzameling, de recycling en de verwerking van elektrische en elektronische apparatuur dienen overeenkomstig de wetten die in elk land van kracht zijn te gebeuren.
AANBEVELINGEN VOOR DE VEILIGHEID
De kartonnen verpakking, het plastic van de verpakking en
de onderdelen van het faxtoestel kunnen gerecycled worden
volgens de voorschriften die in uw land op het gebied van
recycling gelden.
Informatie met betrekking tot de Richtlijn 2002/96/EG
betreffende de behandeling, inzameling, recycling en
verwerking van elektrische en elektronische apparatuur
en de componenten ervan.
1. VOOR DE LANDEN VAN DE EUROPESE UNIE (EU)
Het is verboden om elektrische en elektronische apparatuur
als huishoudelijk afval te verwerken: het is verplicht om een
gescheiden inzameling uit te voeren.
Het achterlaten van dergelijke apparatuur op plekken die niet
specifiek hiervoor erkend en ingericht zijn, kan gevaarlijke
gevolgen voor het milieu en de veiligheid met zich meebrengen.
Overtreders zijn onderworpen aan sancties en maatregelen
krachtens de wet.
Om op correcte wijze onze apparatuur te verwerken kunt
u:
a) Zich wenden tot de plaatselijke instanties die u aanwijzingen
en praktische informatie over de correcte behandeling van
het afval zullen verschaffen, zoals bijvoorbeeld: locatie en
openingstijden van de inzamelcentra, enz.
b) Bij aankoop van een nieuw apparaat van ons merk, het oude
apparaat, dat gelijk moet zijn aan het gekochte apparaat bij
onze wederverkoper inleveren.
SCHOKGEVAAR
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Probeer nooit het faxtoestel zelf te repareren indien u daarvoor geen speciale opleiding hebt genoten; wanneer u de
behuizing verwijdert, riskeert u een elektrische schok of andere verwondingen. Neem dus geen risico's en roep er een
gekwalificeerde onderhoudstechnicus bij.
In geval van onweer wordt aangeraden het apparaat
zowel van het stopcontact als van de telefoonlijn af te
koppelen om mogelijke beschadiging ervan door een
elektrische ontlading te voorkomen.
Giet nooit vloeistoffen op het faxtoestel en voorkom dat het
aan vocht wordt blootgesteld. Indien er vloeistoffen in het
faxtoestel zijn gedrongen, onmiddellijk de stekker uit het stopcontact trekken en ook de telefoonlijn afkoppelen. Laat het
apparaat door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus repareren alvorens het weer te gebruiken.
Gebruik het faxtoestel niet wanneer het aan weersinvloeden
is blootgesteld.
Sluit het faxtoestel uitsluitend aan op en stopcontact dat aan
de normen voldoet.
Trek niet aan de kabel om de stekker uit het stopcontact te
halen.
Raak de elektrische voedingskabel of de stekker nooit met
natte handen aan.
Zorg ervoor dat de elektrische voedingskabel niet gevouwen
of platgedrukt wordt. Houd hem op afstand van warmtebronnen.
Alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren, het
faxtoestel van het stopcontact afkoppelen.
Controleer, alvorens het faxtoestel te gebruiken, of het niet
beschadigd of gevallen is. Laat het in dat geval controleren
door een gekwalificeerde onderhoudstechnicus.
3
VERSTIKKINGSGEVAAR
•
Het faxtoestel en de accessoires zijn in plastic verpakt. Laat
kinderen dus niet zonder toezicht met het verpakkingsmateriaal
spelen.
BRANDGEVAAR
•
Wanneer u het toestel langere tijd niet gebruikt, trek dan de
stekker uit het stopcontact om schade door eventuele storingen of spanningsstoten te voorkomen.
ONGEVALRISICO
•
•
•
Plaats het faxtoestel op een vlakke en stabiele ondergrond,
vrij van trillingen, zodat het niet kan vallen; een val zou u of
anderen kunnen verwonden en het toestel kunnen beschadigen.
Leg het stroomsnoer zo dat niemand erop kan trappen of
erover kan struikelen.
Laat nooit toe dat kinderen het faxtoestel zonder toezicht gebruiken of ermee spelen.
AANBEVELINGEN
•
•
•
•
•
•
•
VOOR HET GEBRUIK
Houd het toestel uit de buurt van water, damp en hevige
warmtebronnen. Plaats het niet in een stoffige omgeving en
stel het ook niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
Omring het toestel niet met boeken, documenten of voorwerpen die de ventilatieruimte beperken.
Gebruik het faxtoestel alleen bij een omgevingstemperatuur
tussen de 5°C en 35°C met een relatieve vochtigheidsgraad
tussen de 15% en 85%.
Plaats het toestel op een veilige afstand van elektrische of
elektronische apparaten zoals radio's, TV's e.d., die storingen kunnen veroorzaken.
In geval van spanningsval of stroomonderbreking kunt u geen
telefoonoproepen maken of ontvangen, omdat het toetsenbord wordt uitgeschakeld.
Wanneer het echter absoluut noodzakelijk is in deze omstandigheden een telefoonoproep uit te voeren moet u een noodtelefoon van een goedgekeurd type gebruiken die u (in landen waar dit is toegestaan) direct op het faxtoestel of direct op
het telefoonstopcontact kunt aansluiten.
Laat voldoende ruimte vrij voor de uitvoeropening aan de
voorzijde voor de originele verzonden of gekopieerde documenten, zodat deze niet op de vloer vallen.
GEBRUIKSBESTEMMING
Het faxtoestel is bestemd voor het verzenden en ontvangen
van originele documenten en het fotokopieren van papieren
documenten. Het apparaat kan tevens als telefoon worden
gebruikt. Elk ander gebruik moet als oneigenlijk worden beschouwd. Het mag met name nooit direct op een ISDN-lijn
worden aangesloten. In dat geval komt de garantie te vervallen.
4
OVER INSTALLATIE- EN
INSTELLINGSPARAMETERS
Op nationaal vlak kunnen de standaard waarden voor elke
installatie- en instellingsparameter variëren naargelang de
vereisten of de specifieke behoeften van de gebruiker.
Daarom zijn deze instellingen niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan
ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen aanbrengt
(zie verderop "Rapporten en lijsten afdrukken", in het
hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
KENNISMAKING MET HET FAXTOESTEL
BEDIENINGSPANEEL
•
Stemt de resolutie af op de te verzenden en te kopiëren documenten
(alleen met het document in de automatische invoer - ADF).
•
Voor tijdelijke onderbreking van de verbinding (met de hoorn van
de haak).
•
Uitsluiting van de microfoon tijdens een gesprek met de "handenvrij"
functie, zodat de correspondent het gesprek niet kan horen.
•
•
•
Het menu en de functies ervan openen.
•
Last een pauze in tijdens het direct vormen
van het telefoon- of faxnummer.
Cyclisch doorlopen, van de eerste tot de laatste
en andersom, van de diverse functies en
betreffende parameters in de menu’s.
Knippert: er zijn documenten in het geheugen aanwezig die nog
niet werden afgedrukt.
Uit: het geheugen is leeg.
ALLEEN MODEL MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT
Aan: er zijn reeds beluisterde boodschappen of memo’s in het
geheugen aanwezig.
Knippert: er zijn af te drukken documenten, nieuwe boodschappen
of memo’s in het geheugen aanwezig.
Uit: het geheugen is leeg.
Vormen van het fax- of telefoonnummer.
•
Automatisch selecteren, bij langer dan
een seconde ingedrukt houden, van het
eraan toegewezen telefoon- of
faxnummer (nadat dit geprogrammeerd
is).
•
Instellen van numerieke gegevens.
•
Selecteren van cijfers en alfanumerieke
tekens tijdens het instellen van nummers
en namen.
Voor het naar "rechts" en "links" verplaatsen
van de cursor tijdens de instelling van nummers
en namen.
ALLEEN MODEL MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT
• Hiermee kunnen de functies van het
antwoordapparaat worden ingesteld. Zie
beschrijving in het betreffende hoofdstuk.
"Fouten-led"
Signaleert een storing tijdens verzending of
ontvangst.
•
Met de hoorn van de haak, om toegang te
krijgen tot de speciale functies die het
telefoonbedrijf biedt, algemeen bekend als
REGISTER RECALL (R-functie).
Met het faxtoestel aangesloten op een
privé-centrale:
Ingedrukt voor het vormen van het
nummer, vrijgave van doorverbinding van
de oproep naar de openbare lijn (als de
uitgangsmodus Flash is, en indien het
faxtoestel op de juiste wijze werd
geprogrammeerd).
•
Zenden bij toonkiesmodus een toon
in de lijn voor speciale
telefoondiensten.
•
Voor het selecteren van de "vorige"
en "volgende" speciale tekens en
symbolen tijdens het instellen van
namen.
Door hierop te drukken voor het vormen
van een nummer, kan men van de
pulskiesmodus overgaan op de
toonkiesmodus.
5
•
Voert een document uit de automatische
invoer (ADF) uit.
•
Schakelt de LED " " uit.
•
Plaatst het faxtoestel opnieuw in de
standby-modus.
•
Onderbreekt het programmeren, een
verzending, een ontvangst of het
kopiëren.
•
Start de ontvangst van een
document in de ontvangstmodus
"HANDMATIG" en "TEL / FAX".
•
Start de verzending van het
document nadat het faxnummer
is gevormd (alleen met het
document in de automatische
invoer - ADF).
•
•
6
Bevestigt de selectie van menu’s
en submenu’s, parameters en
betreffende waarden en gaat over
naar de volgende procedure.
Starten van het kopiëren (alleen
met het document in de
automatische invoer - ADF).
•
Hiermee kan men de lijn nemen om een telefoonof faxnummer kiezen zonder de hoorn op te
nemen.
•
Wordt bovendien de handenvrij-functie
geactiveerd.
Na indrukken van de toets
Display
LCD met twee regels van maximaal 16 tekens per regel.
Geeft instructieberichten en foutmeldingen weer.
Het adresboek openen.
, wordt het
luidsprekervolume geleidelijk tot het maximum
verhoogd om dan weer te beginnen bij het
minimumniveau.
•
Annuleert verkeerde instellingen op het display.
•
Tijdens de programmering van de functies, één functie
terug gaan.
•
Weergave van de laatste 10 geselecteerde fax- of
telefoonnummers (uitgaande oproepen) of van de
laatste 20 nummers van onbeantwoorde oproepen
(binnenkomende oproepen), onafhankelijk van de
aanwezigheid van een document in de ADF.
COMPONENTEN
In de figuur worden de externe en interne onderdelen van het faxtoestel getoond.
PAPIERINVOER VOOR STANDAARD PAPIER (ASF)
Voor de volgende papierformaten instelbaar: A4, Letter
en Legal. Maximale capaciteit: 100 vel (80g/m2).
PAPIERSTEUN VOOR AFDRUKPAPIER
AANSLUITBUSSEN
(ZIE ONDERZIJDE)
PAPIERGELEIDER
DOCUMENTENSTEUN
UITGANG
ONTVANGEN
DOCUMENTEN OF KOPIEËN
LUIDSPREKER
PAPIERREFERENTIES
BEDIENINGSPANEEL
TELEFOONHOORN
UITGANG VAN DOCUMENTEN
DISPLAY
AUTOMATISCHE INVOER VOOR TE VERZENDEN EN TE
KOPIËREN ORIGINELE DOCUMENTEN (ADF)
Weergave, op twee regels van elk 16 tekens:
Datum en tijd, menu-items, foutberichten,
resolutie- en contrastwaarden.
Maximale capaciteit: 20 vel A4 (80g/m2).
PATROONCOMPARTIMENT
DEKSEL
PATROONCOMPARTIMENT
OPTISCHE SCANNER
TYPEPLAATJE MACHINE
(ZIE ONDERZIJDE)
7
METEEN AAN DE SLAG
In dit gedeelte, zoals reeds gezegd, vindt u een basisbeschrijving van het faxtoestel, met de procedures voor het
installeren en direct gebruiken van het faxtoestel, zij het met
een minimum van zijn mogelijkheden. Voor een optimaal
gebruik van het faxtoestel, kunt u de specifieke hoofdstukken raadplegen.
Aangezien dit gedeelte zo is samengesteld dat het u geleidelijk en systematisch vertrouwd maakt met het faxtoestel,
kunt u het beste de onderwerpen doornemen in de volgorde
waarin zij hieronder worden behandeld.
3. Steek de connector of stekker (indien voorzien) aan het andere
uiteinde van het telefoonsnoer in
het telefoonstopcontact (B).
3
B
DE
TELEFOONHOORN AANSLUITEN
INHOUD VAN DE VERPAKKING
1. Plaats het faxtoestel op zijn rechterzij.
Behalve het faxtoestel en deze handleiding vindt u het volgende in de verpakking:
•
•
•
•
•
•
Documentensteun.
Papiersteun voor afdrukpapier.
Telefoonsnoer.
Snoer voor aansluiting op het elektriciteitsnet.
Telefoonstekker (indien voorzien).
Verpakking met een eerste, gratis bijgeleverde
monochromatische printpatroon.
Telefoonhoorn.
Informatie voor after-sales service.
•
•
BELANGRIJK
2. Steek de connector van het snoer
van de hoorn in de aansluitbus
met het symbool
op het
faxtoestel.
2
3. Bevestig de hoornkabel in de daarvoor bestemde gleuf.
4. Breng het faxtoestel in zijn normale positie.
5. Leg de hoorn op de haak.
5
Bij gebruik van niet-originele of nagevulde printpatronen komt
de garantie van het product te vervallen.
INSTALLATIEOMGEVING
Plaats het faxtoestel op een stevige ondergrond. Zorg ervoor
dat rond het apparaat voldoende ventilatieruimte vrij blijft.
Houd het toestel op afstand van sterke warmtebronnen, van
stoffige en vochtige plaatsen. Stel het ook niet bloot aan direct
zonlicht.
AANSLUITING OP HET TELEFOONNET EN OP
1. Plaats het faxtoestel op zijn rechterzij.
2
HET VOEDINGSNET
HET
AANSLUITING VAN EXTERN ANTWOORDAPPARAAT (ALLEEN
BASISMODEL) OF EXTERNE TELEFOON
FAXTOESTEL AANSLUITEN OP DE TELEFOONLIJN
C
2. Verwijder eventueel het afdekplaatje van de aansluiting op de
buitenlijn "EXT" van het
faxtoestel, en steek de stekker
van het externe antwoordapparaat of de externe telefoon in deze
aansluitbus (C).
1. Plaats het faxtoestel op zijn rechterzij.
2. Steek de connector van de
telefoonkabel in de aansluitbus
"LINE" aan de onderkant van het
toestel (A).
2
A
8
BELANGRIJK
In landen waar dit type aansluiting niet is toegestaan (bijvoorbeeld Duitsland en Oostenrijk), moet u de externe telefoon direct op het telefoonstopcontact aansluiten.
HET
FAXTOESTEL OP HET VOEDINGSNET AANSLUITEN
1. Steek de connector (A) aan het
ene uiteinde van het stroomsnoer in de stekker aan de achterkant van het toestel.
1
B
A
Steek vervolgens de stekker (B)
aan het andere uiteinde van het
snoer in het stopcontact van het
stroomnet.
BELANGRIJK
De stekker (B) van de voedingskabel kan van land tot land
verschillen.
INSTELLING VAN ENKELE PARAMETERS
Wanneer het faxtoestel eenmaal op het voedingsnet is aangesloten, voert het automatisch een korte test uit om te controleren of alle componenten correct werken, en daarna kan het
volgende op het display verschijnen:
- de taal waarin de berichten zullen worden weergegeven
of
- het bericht "AUTOMAT. 00" ("AUTOMAT." bij het basismodel) en afwisselend op de tweede regel "DATUM/TIJD
INST" en "PATROON CONTR.".
In het eerste geval kan het faxtoestel pas correct werken nadat u
de taal en het land van gebruik heeft ingesteld (zie onderstaande
procedure). In het tweede geval kunt u direct overgaan naar
het instellen van de datum en tijd.
DE
Om een ander land te selecteren, kunt u onderstaande tabel
raadplegen:
LAND
Argentinië
Australië
België
Brazilië
Chili
China
Colombia
Denemarken
Duitsland
Finland
Frankrijk
Italië
Luxemburg
Mexico
Nederland
Nieuw Zeeland
Norwegen
Oostenrijk
Peru
Portugal
Rest van de wereld
Spanje
UK/Ierland
Uruguay
Venezuela
Zweden
Zwitserland
TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND INSTELLEN
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel komt automatisch weer in de oorspronke-
Op het display verschijnt de taal waarin de berichten
worden weergegeven. Bijvoorbeeld:
LANGUAGE
ENGLISH
1. Om de gewenste taal te selecteren, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
LANGUAGE
NEDERLANDS
2. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt een bestemmingsland. Bijvoor-
TE SELECTEREN LAND
AMERICA LATINA
AUSTRALIA
BELGIUM
BRASIL
AMERICA LATINA
CHINA
AMERICA LATINA
DANMARK
DEUTSCHLAND
SUOMI
FRANCE
ITALIA
BELGIUM
AMERICA LATINA
NEDERLAND
AUSTRALIA
NORGE
ÖSTERREICH
AMERICA LATINA
PORTUGAL
INTERNATIONAL
ESPAÑA
U.K.
AMERICA LATINA
AMERICA LATINA
SVERIGE
SWITZERLAND
lijke standby-modus terug.
BELANGRIJK
Het kan zijn dat het faxtoestel in enkele van de bovengenoemde landen niet gedistribueerd wordt.
DE
TAAL EN HET BESTEMMINGSLAND WIJZIGEN
Druk op de toetsen
+
en herhaal de procedure "De
taal en het bestemmingsland instellen" vanaf het begin.
Denk eraan om de gemaakte instellingen steeds, met de toets
, te bevestigen.
beeld:
LAND KIEZEN
U.K.
3. Om het gewenste land te selecteren, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt, bijvoorbeeld:
LAND KIEZEN
NEDERLAND
ALLEEN
HET LAND WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
9
4. Drukt u op de toetsen
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TAAL
MENU
INSTALLATIE
5. Druk op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt de standaard taal, bijvoor-
Op het display verschijnt:
beeld:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
TAAL
NEDERLANDS
4. Drukt u op de toetsen
6. Om de andere beschikbare talen weer te geven, drukt
u op de toetsen:
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
LANDINSTELLING
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt het standaard land, bijvoor-
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
beeld:
LANDINSTELLING
NEDERLAND
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
6. Om de andere beschikbare landen weer te geven, drukt
u op de toetsen:
DE EERSTE KEER DE DATUM EN TIJD INSTELLEN
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
De eerste keer dat u het faxtoestel op het stroomnet
aansluit of elke keer dat de stroom uitvalt moet u de
datum en tijd instellen, zoals hieronder beschreven.
De datum en tijd worden aan de bovenrand van alle
verzonden documenten afgedrukt, en worden bovendien op het display weergegeven wanneer het faxtoestel
zich in de standby-modus bevindt.
Wanneer de datum en tijd eenmaal zijn ingesteld, kunnen zij altijd nog worden gewijzigd. Bovendien is het
mogelijk het formaat van de weergave op het display te
wijzigen, zie "Datum en tijd wijzigen".
Op het display verschijnt het bericht "AUTOMAT. 00"
op de eerste regel ("AUTOMAT." bij het basismodel)
en op de tweede regel "DATUM/TIJD INST".
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
ALLEEN
DE TAAL WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
1. Druk op de toets:
MENU
CONF. ONTVANGST
Op het display verschijnt:
MENU
DATUM/TIJD INST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
2. Druk op de toets:
MENU
INSTALLATIE
Op het display verschijnt:
DATUM/TIJD INST
XX-XX-XX XX:XX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
"XX-XX-XX XX:XX" geven de datum en tijd aan die
voor het eerst op het display worden weergegeven
nadat het faxtoestel is aangesloten.
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
3. Om de juiste datum en tijd in te voeren (bijv. 10-09-07;
12:25), drukt u op de toetsen:
-
10
Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor
naar het volgende teken.
4. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt
verplaatsen, drukt u op de toetsen:
5. Nu kunt u kiezen tussen de volgende opties:
"DATUM/TIJD INST" - Om de eerder ingestelde datum
en tijd te wijzigen.
"FORMAAT DATUM" - Om het datumformaat te kiezen
dat op het display wordt weergegeven.
"FORMAAT TIJD" - Om het tijdformaat te kiezen dat op
het display wordt weergegeven.
|/ }
5. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende toetsen te drukken:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Druk op de toets:
Het faxtoestel komt automatisch weer in de oorspronke-
Op het display verschijnt:
lijke standby-modus terug.
DATUM/TIJD INST
XX-XX-XX XX:XX
OPMERKING
De standby-modus geeft aan dat het toestel niet actief is en dit
is de modus is waarin u programmeringen kunt uitvoeren. De
standby-modus wordt als volgt op het display weergegeven:
• Zonder document in de ADF:
Voor het model met ingebouwd antwoordapparaat:
AUTOMAT.
00
10-Sep-07 12:25
Voor het basismodel:
AUTOMAT.
•
10-Sep-07 12:25
Met een document in de ADF:
"XX-XX-XX
XX:XX" geven de huidige datum en tijd
aan.
7. Om een van de bovengenoemde opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Als u een fout gemaakt heeft of de procedure wilt onderbreken, drukt u op de toets:
DOCUMENT GEREED
NORMAAL
DATUM
EN TIJD WIJZIGEN
Indien de datum en de tijd op het display niet juist zijn,
kunt u beide op elk willekeurig moment wijzigen.
Houd er rekening mee dat, als u over de service voor
weergave van de beller-identificatie beschikt, de datum
en tijd automatisch worden bijgewerkt elke keer dat u
een oproep ontvangt.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
OPMERKING
Als u de optie "DATUM/TIJD INST" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Voer de juiste datum en tijd in (bijv. 13-09-07; 18:00), door op
te drukken. Telkens wanneer u een cijfer
de toetsen
invoert gaat de cursor naar het volgende teken.
2. Indien u de cursor naar enkele te wijzigen cijfers wilt verplaatsen, drukt u op de toetsen: |/}.
3. Vervolgens de cijfers overschrijven, door op de volgende
toetsen te drukken:
-
.
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
.
6. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
.
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toets:
Als u de optie "FORMAAT DATUM" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Op het display verschijnt: "FORMAAT DATUM" en "DD/MM/
JJ".
2. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
.
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
4. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
.
5. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
.
Op het display verschijnt:
DATUM / TIJD
DATUM/TIJD INST
11
Als u de optie "FORMAAT TIJD" hebt gekozen, gaat u als
volgt te werk:
1. Op het display verschijnt: "FORMAAT TIJD" en "24 UUR".
2. Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen:
.
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
5. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
.
OPMERKING
Indien het 12-urenformaat geselecteerd is, verschijnt de letter "p" (post meridiem) of de letter "a" (ante meridiem) op het
display. Om van het ene formaat naar het andere te gaan
gaat u als volgt te werk:
1. Herhaal de procedure tot het bericht "DATUM / TIJD - DATUM/TIJD INST" wordt weergegeven, en druk vervolgens
op de toets
.
2. Plaats de cursor met de toetsen
letter.
3. Druk op de toetsen
VAN
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
.
4. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus
te plaatsen, drukt u op de toets:
4. Druk op de toetsen
|/}, onder de te wijzigen
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TYPE TEL.NET
OPENBAAR
7. Om de andere optie te kiezen, "TYPE TEL.NET PRIVÉ", drukt u op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
.
HET OPENBARE TELEFOONNET OVERGAAN OP EEN
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
PRIVÉ-LIJN (PBX)
•
•
Het faxtoestel is reeds ingesteld voor aansluiting op het
openbare telefoonnet, maar u kunt het ook op een privélijn aansluiten en het evengoed op een openbare lijn
gebruiken. Hiertoe gaat u als volgt te werk:
Selecteer de parameter "PRIVÉ".
Stel de kiesmodus (puls of toon) in op de modus die
wordt gebruikt door de PBX waarop het faxtoestel is
aangesloten. Indien u niet zeker weet welke modus u
moet selecteren, raadpleegt u het beste de PBX-beheerder.
Om van het openbare net over te gaan op de privélijn:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
12
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Om de kiesmodus aan te passen:
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
5. Om de tekens van elke toets cyclisch te selecteren, drukt
u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Druk op de toetsen
6. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
| /}
7. Om de cursor naar het eerste teken van de naam te
verplaatsen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
KIESMODUS
8. Om de cursor na het laatste teken van de naam te verplaatsen, drukt u op de toets:
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
KIESMODUS
TOON
8. Om de andere optie te kiezen, "KIESMODUS - PULS",
drukt u op de toetsen:
9. Om een aantal speciale symbolen in uw naam in te
voegen, bijv. &, drukt u op de toetsen:
10. Om een teken in een naam in te voegen, plaatst u de
cursor waar u het teken wilt invoegen, door drukken op
de toetsen:
| /}
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
NU
ONTBREKEN UW NAAM EN FAXNUMMER NOG
Wanneer ze ingesteld zijn, blijven naam (max. 16 tekens) en nummer (max. 20 cijfers) onveranderd tot
ze opnieuw gewijzigd worden, en worden op elke door
uw correspondent ontvangen pagina afgedrukt.
1. Druk op de toets:
11. Vervolgens typt u het teken dat u wilt invoegen.
12. Om verkeerde tekens te wissen, plaatst u de cursor
rechts van het foute teken door drukken op de toetsen:
| /}
13. Vervolgens drukt u op de toets:
14. Om de naam volledig te wissen, houdt u de volgende
toets ingedrukt:
Om bijvoorbeeld de naam "LARA" in te voeren,
gaat u als volgt te werk:
Tot u de letter "L" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "R" geselecteerd heeft.
Tot u de letter "A" geselecteerd heeft.
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
15. Om de naam te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
tot op het display verschijnt:
MENU
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Druk op de toets:
Voer nu het faxnummer in volgens onderstaande aanwijzingen:
Faxnummer instellen:
1. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NUMMER ZENDER
Op het display verschijnt:
NAAM ZENDER
_
13
2. Druk op de toets:
4. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
NUMMER ZENDER
_
5. Druk op de toets:
3. Voer uw faxnummer in, drukt u op de toetsen:
-
Op het display verschijnt:
4. Om een spatie in te voegen, drukt u op de toetsen:
DIV. PARAMETERS
ECM
|/ }
Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het
instellen van uw naam.
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt
u in plaats van de nullen de toets *; op het display
verschijnt het symbool "+".
5. Om het faxnummer te bevestigen, drukt u op de toets:
DIV. PARAMETERS
KOPREGEL FAX
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
KOPREGEL FAX
BINNEN
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
8. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
Plaats van naam en faxnummer:
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan als volgt door het faxtoestel
van uw correspondent worden ontvangen:
- buiten de tekstzone en dus vlak onder de bovenkant
van de pagina;
of
KOPREGEL FAX
BUITEN
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
- binnen de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
VOORBEREIDING VOOR HET GEBRUIK
HET
AFDRUKPAPIER LADEN
MENU
CONF. ONTVANGST
1. Breng de papiersteun in de daarvoor bestemde openingen op het
faxtoestel aan. Schuif de papiersteun erin tot hij vastzit.
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
14
2
A B
2. Kies met behulp van de papiergeleider het papierformaat dat u
gaat gebruiken, door de geleider in de overeenkomstige zitting te plaatsen: A voor A4 en B
voor Legal/Letter.
3. Open het paneel van de papierlade (ASF), zoals aangegeven
door de pijlen.
3
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
PRINTERPARAMET.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
4. Neem het papier dat u wilt plaatsen aan de bovenste rand vast.
Laat het papier, zonder het te
plooien, los in de steun vallen.
4
PRINTERPARAMET.
PAPIERFORMAAT
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PAPIERFORMAAT
A4
5. Sluit het paneel van de papierlade (ASF), zoals aangegeven
door de pijlen.
5
7. Om een van de andere twee beschikbare parameters
te kiezen, "PAPIERFORMAAT - LETTER" of "PAPIERFORMAAT - LEGAL", drukt u op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
BELANGRIJK
Wanneer u de ASF bijvult (max. 100 vel), moet u het "nieuwe"
papier onder en niet op het "oude" plaatsen.
Dankzij het geheugen van het faxtoestel kan het evengoed
tot een maximum van 150 pagina's ontvangen (alleen bij
het basismodel), ook als u het papier niet heeft bijgevuld;
alleen bij het model met antwoordapparaat, kan de capaciteit van 150 pagina's teruglopen in verband met het aantal minuten van op het antwoordapparaat opgenomen boodschappen.
KEUZE
VAN HET PAPIERFORMAAT
Controleer of het ingestelde afdrukformaat met het te
gebruiken papierformaat overeenstemt. Anders is de
perfecte werking van het faxtoestel niet gegarandeerd.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
DE
PRINTPATROON PLAATSEN
BELANGRIJK
Het faxtoestel wordt geleverd met een gratis eerste
printpatroon. Het is niet mogelijk deze eerste patroon
nogmaals te gebruiken: indien men probeert hem weer
te plaatsen na het signaal dat de inkt op is, verschijnt
op het display het bericht "LET OP! PATROON REEDS
G E B R U I K T ! D E PAT R O O N K A N S L E C H T S E E N M A A L
WORDEN GEBRUIKT". Denk eraan dat u alleen originele patronen gebruikt (zie de code achterin de handleiding). Het gebruik van niet-originele of nagevulde
patronen is niet toegestaan. In elk geval komt bij gebruik van dergelijke patronen de garantie op het
product te vervallen.
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Indien na installatie van de patroon opnieuw het bericht "PATROON CONTR." op het display verschijnt, kunt u proberen
de patroon te verwijderen om hem vervolgens opnieuw - maar
met een beetje meer druk - te installeren. Indien het bericht
niet verdwijnt, de patroon verwijderen en de elektrische contacten van zowel de patroon als de wagen reinigen, zie "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen", in het
hoofdstuk "Onderhoud".
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
15
1
1. Kantel het bedieningspaneel naar
voren, zoals opgegeven met de
pijl.
2
2. Kantel de afdekking van de
printpatroonkamer met de hendel naar voren, zoals aangegeven in de figuur.
3. Neem de patroon uit zijn verpakking en verwijder de beschermfolie van de inktsproeiers terwijl
u hem aan weerszijden vasthoudt. Plaats de printpatroon in
zijn behuizing met de elektrische
contacten naar onderen gericht.
NEE!
Attentie:
4. U mag de spuitmonden en de
elektrische contacten niet aanraken.
Nadat de patroon is geïnstalleerd, start het faxtoestel de
reinigings- en controleprocedure van de spuitmonden,
afgesloten door:
• het afdrukken, op een automatisch ingevoerd vel, van het
onderstaande diagnose-resultaat:
- een schaalverdeling, om de inktstroom en de elektrische
circuits van de inktsproeiers van de printpatroon te controleren.
- een set grafische en tekstelementen, voor het beoordelen van de printkwaliteit.
• weergave op het display van het bericht: "BEKIJK AFDRUK",
"1=UIT 0=HERHAAL".
Onderzoek de printtest als volgt:
1. Controleer de schaalverdeling: als er geen onderbrekingen en geen witte horizontale lijnen in de zwarte zones
aanwezig zijn, is de patroon correct geïnstalleerd en werkt
normaal. Stel de waarde in op 1. Het faxtoestel komt in de
oorspronkelijke standby-modus terug en is klaar voor gebruik. Op het display verschijnt het bericht "AUTOMAT. 00"
("AUTOMAT." bij het basismodel) en op de tweede regel de
huidige datum en tijd.
2. Als u echter onderbrekingen of witte lijnen aantreft, de
waarde 0 instellen om vooral de spuitmond-reiniging te herhalen: als de nieuwe printtest nog niet het gewenste resultaat
geeft, de procedure nog eenmaal herhalen. Vervolgens:
• als de printkwaliteit nog te wensen overlaat, de elektrische
contacten reinigen zoals aangegeven in "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen", hoofdstuk "Onderhoud".
• als de printkwaliteit wel goed is, de waarde 1 instellen. Het
faxtoestel keert in de oorspronkelijke standby-modus terug
en is klaar voor gebruik.
BELANGRIJK
5. Plaats de printpatroon in de behuizing.
Wanneer de inkt in de patroon bijna op is, verschijnt op het
display:
PATR. BIJNA LEEG
en drukt het faxtoestel op een automatisch ingevoerd vel de
waarschuwing af dat de inkt bijna op is.
Wanneer de inkt op is, verschijnt op het display:
PATROON VERV.
6
6. Duw de printpatroon in tot hij
hoorbaar vastklikt.
De instructies voor het vervangen van de patroon vindt u in
het hoofdstuk "Onderhoud".
Voor de aanschaf van nieuwe printpatronen, wordt verwezen naar de codes achterin deze handleiding.
AFDRUKKEN VAN HET MENU EN ZIJN FUNCTIES
7. Sluit de afdekking van de printpatroonkamer en het bedieningspaneel.
BELANGRIJK
Met de eerste gratie bijgeleverde printkop kunt u tot 80
pagina’s afdrukken*. Met de patronen die u vervolgens
koopt, met een grotere capaciteit, kunt u tot 450 pagina’s
afdrukken* .
* Op basis van de Test Chart ITU T n.1 (zwartdekking 3,8%).
Aangezien het handig kan zijn een overzicht te hebben
van de structuur van het menu en zijn functies, is het
raadzaam dit uit te printen.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
FUNCTIELIJST
16
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
EEN
DOCUMENT VERZENDEN
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
VERZENDEN
Volgens onderstaande procedures kunt u het faxtoestel direct gebruiken voor eenvoudige verzendingen. Als u aan
de schema’s niet genoeg heeft, kunt u altijd het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen" raadplegen
waarin u een gedetailleerde beschrijving vindt van alle mogelijke verzendfuncties evenals de programmering van het
adresboek.
WELKE
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Bij elk type verzending moet het origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn.
KIESTONEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
KENMERKEN VAN HET DOCUMENT
Formaten:
• Breedte
min. 148 mm - max. 216 mm
• Lengte
min. 216 mm - max. 600 mm
Gramgewicht van het vel:
• 80 g/m 2 (max. 20 vel)
• 60 - 90 g/m2 (max. 10 vel)
• 50 - 140 g/m 2 (1 vel tegelijk)
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
1
1. Breng de documentensteun in de
gleuf aan en duw hem aan tot hij
vastzit.
TELEFOONHOORN
2. Steek het origineel met de te verzenden kant naar boven
gericht in de invoer (automatische documentinvoer).
Nadat het document in de automatische invoer (ADF) is gestoken, verschijnt op de bovenste regel van het display:
DOCUMENT GEREED
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Verzenden", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAAL".
17
ONTVANGEN
MANUELE
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen. U kunt de gewenste modus activeren door onderstaande procedure te
volgen: manuele ontvangst, automatische ontvangst, automatische ontvangst met oproeptype-herkenning en ontvangst met
antwoordapparaat (model met ingebouwd antwoordapparaat en basismodel met extern antwoordapparaat).
KIEZEN
ONTVANGST
Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en
persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
1. Indien dit schema u niet voldoende zegt, raadpleeg dan
"Ontvangen", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
Deze modus is geschikt wanneer u afwezig bent maar toch
documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw
faxtoestel is ingesteld.
ONTVANGST
MET ANTWOORDAPPARAAT
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
AUTOMAT.
4. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ONTVANGSTMODUS
HANDMATIG ",
"ONTVANGSTMODUS - TEL / FAX" of "ONTVANGSTMODUS - AWA / FAX" (model met ingebouwd antwoordapparaat en basismodel met extern antwoordapparaat), drukt u op de toetsen:
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren, moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP 1 opnemen, zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
18
In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de
oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de
verbinding over aan het faxtoestel als de correspondent een
document wil verzenden. Deze ontvangstmodus is alleen
beschikbaar bij het model met ingebouwd antwoordapparaat en het basismodel met extern antwoordapparaat.
GEBRUIK VAN DE TELEFOON
ONTVANGST IN DE MODUS "TEL / FAX"
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is
afhankelijk van wie hem belt en van uw aan-/afwezigheid
bij ontvangst. Het volgende schema geeft de procedure weer:
Na het geprogrammeerde
aantal
belsignalen.
U hebt tevens beschikking over de volgende functies:
• Oproepen van een correspondent met gebruik van het adresboek, zie hieronder "Opbellen via opzoeken in het adresboek" en "Opbellen via de snelle methode".
TEL / FAX geactiveerd.
Oproep afkomstig van
FAXTOESTEL.
Als u de lijn neemt door opnemen van de hoorn, beschikt u
over alle functies die een normale telefoon biedt.
Hiertoe behoort ook de functie R (REGISTER RECALL, geactiveerd met de toets
) die toegang biedt tot speciale
diensten die door de netwerkcentrale worden geboden.
Oproep afkomstig van
TELEFOON.
•
•
Tijdelijk onderbreken van een telefoongesprek door indrukken van de toets
(HOLD). U kunt het gesprek voortzetten zodra u dezelfde toets weer indrukt.
Activeren van de functie "handenvrij" door op de toets
te drukken voor of tijdens een telefoongesprek. Deze
Uw toestel komt in automatische ontvangst.
Uw faxtoestel geeft 20 seconden lang een geluidssignaal
(standaard ingestelde waarde).
Op het display verschijnt:
"HOORN OPNEMEN".
De 20 seconden zijn verstreken en u hebt de hoorn niet
opgenomen.
Uw faxtoestel komt in automatische ontvangst. Het
wacht ca. 30 seconden om
een document ontvangen,
daarna komt het vanzelf weer
in de standby-modus terug.
De correspondent belde op
voor een gesprek; zodra het
gesprek beëindigd is kunt u
de hoorn opleggen.
De correspondent vraagt of hij
u een document kan zenden.
functie is nuttig als men andere personen aan het gesprek wil
laten deelnemen.
OPMERKING
Bij activeren van de functie "handenvrij" nadat de hoorn werd
opgenomen, verschijnt op het display het bericht "HOORN
OPLEGGEN" om aan te geven dat u de hoorn op de haak
moet leggen om het gesprek in "handenvrij" te vervolgen. Om
weer via de hoorn te spreken, neemt u deze weer op: de
functie "handenvij" wordt automatisch uitgeschakeld. Om een
oproep in "handenvrij" te onderbreken, drukt u op de toets
.
OPBELLEN
VIA OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen:
of
om de functie "handenvrij" te activeren, drukt u op de
toets:
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
Uw faxtoestel staat klaar voor
ontvangst.
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
Het display geeft het fax- of telefoonnummer en eventueel de naam weer die gekoppeld zijn aan de eerste
van 100 beschikbare posities (00-99) indien eerder
geprogrammeerd (zie "Programmering van het
adresboek", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
19
3. Om het telefoonnummer of de naam te vinden van de
persoon die u wilt bellen, kunt u:
1.
3. Om de lijst van binnenkomende oproepen te selecteren, drukt u op de toets:
Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer
of de naam op het display verschijnen.
of
4. Om de lijst van uitgaande oproepen te selecteren, drukt
u op de toets:
2.
Op de toets met de beginletter van de gewenste
naam drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in
alfabetische volgorde op.
4. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
5. Om in de lijst van de laatste 20 onbeantwoorde binnenkomende oproepen of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen het nummer of de naam te zoeken
van de correspondent die u wilt bellen, drukt u op de
toetsen:
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
OPBELLEN VIA DE
6. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
SNELLE METHODE
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Druk, gedurende meer dan een seconde, op de
nummertoets (0-9) waaronder u eerder het gewenste
telefoonnummer heeft opgeslagen, bijvoorbeeld
-
antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
OPBELLEN DOOR EEN NUMMER
:
Indien u dit wenst, kunt u een nummer vanaf het numerieke toetsenbord, een nummer uit het adresboek of
een van de laatste 20 binnengekomen nummers of van
de laatste 10 geselecteerde nummers kiezen alvorens
de lijn te nemen.
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
Om een nummer vanaf het numerieke toetsenbord te
kiezen, drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "Programmering van het
adresboek", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen,
wordt deze op het display weergegeven.
2. Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te
beginnen:
of
-
om de functie "handenvrij" te activeren, drukt u op de
toets:
Op het display verschijnt rechts boven de duur van het
gesprek in minuten en seconden.
EEN VAN
20 BINNENGEKOMEN NUMMERS
EEN VAN DE LAATSTE 10 GESELECTEERDE NUMMERS
DE LAATSTE
OF
OPVRAGEN
Steek geen document in de automatische invoer
(ADF).
1. Neem de lijn door de hoorn op te nemen:
of
Zodra het nummer is gevormd, neemt u de hoorn op of
drukt u op de toets
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
En rechts boven de duur van het gesprek in minuten
en seconden.
2. Druk op de toets:
BINNENKOM. OPR. Û
UITGAANDE OPR. Ü
20
om de lijn te nemen.
1. Om een nummer van het adresboek te kiezen, drukt u
op de toets:
Het display geeft het fax- of telefoonnummer en eventueel de naam weer die gekoppeld zijn aan de eerste
van 100 beschikbare posities (00-99) indien eerder
geprogrammeerd (zie "Programmering van het
adresboek", in het hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
Om het telefoonnummer of de naam te vinden van de
persoon die u wilt bellen, kunt u:
1.
Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer
of de naam op het display verschijnen.
of
2.
Op de toets met de beginletter van de gewenste
naam drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in
alfabetische volgorde op.
om de functie "handenvrij" te activeren, drukt u op de
toets:
Op het display verschijnt:
TE KIEZEN ALVORENS DE
LIJN TE NEMEN
of
Om een van de laatste 20 binnengekomen nummers of
van de laatste 10 geselecteerde nummers te kiezen,
drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
BINNENKOM. OPR. Û
UITGAANDE OPR. Ü
Om de lijst van binnenkomende oproepen te selecteren, drukt u op de toets:
3. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Om de lijst van uitgaande oproepen te selecteren, drukt
u op de toets:
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
4. Druk op de toets:
Op de bovenste regel van het display versc hijnt:
DOCUMENT GEREED
Om in de lijst van de laatste 20 onbeantwoorde binnenkomende oproepen of in de lijst van de laatste 10 uitgaande oproepen het nummer of de naam te zoeken
van de correspondent die u wilt bellen, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor
het type reproductie, contrast en resolutie: respectievelijk 100%, NORMAAL en TEKST. Bovendien wordt
het ingestelde aantal kopieën weergegeven (1).
5. Om deze waarden te bevestigen, drukt u op de toets:
anders gaat u direct door naar punt 6.
2. Om het kiezen te starten, drukt u op de toets:
6. Druk op de toets:
3. Zodra het nummer is gevormd en de correspondent
antwoordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te
beginnen:
Op het display verschijnt:
KWALITEIT
HOOG
of
7. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "KWALITEIT - NORMAAL", drukt u op de toetsen:
om de functie "handenvrij" te activeren, drukt u op de
toets:
Op het display verschijnt rechts boven de duur van het
8. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
gesprek in minuten en seconden.
Op het display verschijnt:
KOPIËREN
WELKE
ZOOM 100%
9. Om de andere beschikbare reproductiewaarden te kiezen, "200%", "140%", "70%" of "50%", drukt u op de
toetsen:
DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN
Net als bij de verzending, moet ook bij het kopiëren het
origineel in de automatische documentinvoer (ADF) gestoken zijn. Controleer dus alvorens een kopie te maken, of
het origineel correct in de invoer is gestoken en of het voldoet
aan de eerder beschreven kenmerken (zie het gedeelte "Verzenden").
Denk er echter aan dat u bij de kopieerfunctie in de
automatische invoer (ADF) slechts één vel tegelijk kunt
insteken.
10. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
CONTRAST
NORMAAL
11. Om de andere twee beschikbare contrastwaarden weer
te geven, "CONTRAST - LICHT" of "CONTRAST DONKER", drukt u op de toetsen:
KOPIËREN
Zoals reeds gezegd, kunt u het faxtoestel ook als een
kopieerapparaat gebruiken. Het afdrukresultaat is afhankelijk van het type kopie dat u wilt verkrijgen "Normale kopie" of "Kopie van hoge kwaliteit" en van
de waarden voor contrast en resolutie die u instelt
voordat u de kopie maakt.
1. Kies het contrast op basis van de volgende criteria:
• NORMAAL, als het document noch te donker noch
te licht is.
• LICHT, als het document bijzonder donker is.
• DONKER, als het document bijzonder licht is.
2. Kies de resolutie op basis van de volgende criteria:
• TEKST, als het document goed leesbare tekst of eenvoudige afbeeldingen bevat.
12. Om uw keuze te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft de waarden weer die u zojuist geselecteerd heeft. Nu hoeft u alleen nog het type reproductie
te kiezen en het gewenste aantal kopieën in te stellen:
13. Om het gewenste type resolutie te kiezen, "TEKST" of
"FOTO", drukt u op de toets:
14. Als u meer dan een kopie wilt maken (max. 9), voert
u het gewenste aantal in, door op de volgende toetsen te drukken:
-
• FOTO, als het document schaduw bevat.
21
15. Als u een enkele kopie wilt maken, gaat u direct door
naar het volgende punt.
16. Om het kopiëren te starten, drukt u op de toets:
Het faxtoestel begint het document op te slaan. Nadat
het document is opgeslagen, wordt het kopieren gestart.
OPMERKING
Wanneer u de kopieertaak wilt onderbreken, drukt u op de
toets
. Het faxtoestel onderbreekt de kopieertaak, voert
het origineel uit de ADF, en komt daarna in de standby-modus
terug met weergave van het bericht "KOPIE ONDERBROK.".
Druk op de toets
om de weergave van het bericht te
verwijderen.
OPMERKING
Wilt u vergrotingen of verkleiningen maken, dan moet u de
documenten in het midden in langsrichting plaatsen. U kunt
hierbij het middenstuk in de steun als oriëntatie gebruiken.
De maximale afdrukbreedte is 204 mm en de maximale afdruklengte is 282 mm. Het maximale niet afdrukbare bereik is rechts
en links 4 mm, bovenaan 3 mm en onderaan 14 mm.
22
INHOUDSOPGAVE - TWEEDE DEEL
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
25
ONDERHOUD
64
VERZENDEN .............................................................................. 25
PRINTPATROON VERVANGEN .................................................. 64
ONTVANGEN .............................................................................. 29
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTPATROON EN
TESTPROCEDURE VOOR DE INKTSPROEIERS ...................... 65
HET ADRESBOEK ....................................................................... 30
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN ................................... 32
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTPATROON
REINIGEN ................................................................................... 65
HET ANTWOORDAPPARAAT
OPTISCHE SCANNER REINIGEN .............................................. 66
36
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN ..................... 36
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT .............................................................. 36
VEILIGHEIDSFUNCTIES EN TOEGANG .................................... 37
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S ............................. 38
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO'S EN
BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN ....................................... 41
BEHUIZING REINIGEN ............................................................... 66
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN ...................... 66
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN ................................... 67
FABRIKANT EN SERVICE
68
FABRIKANT ................................................................................ 68
SERVICE ..................................................................................... 68
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
EN MEMO'S ................................................................................ 41
TECHNISCHE GEGEVENS
69
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
EN MEMO'S ................................................................................ 42
INDEX
70
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S DOORSTUREN NAAR
EEN TELEFOON OP AFSTAND .................................................. 42
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND BEDIENEN ............ 43
SPECIALE FUNCTIES VAN HET ANTWOORDAPPARAAT ......... 44
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT .............................................. 45
GEAVANCEERD GEBRUIK
46
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR ONTVANGST ........ 46
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR VERZENDING ...... 54
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
POLLINGFUNCTIE ..................................................................... 57
PROBLEMEN OPLOSSEN
59
WANNEER DE STROOM UITVALT ............................................. 59
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT ...................... 59
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT .................................... 59
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN ............................................. 59
FOUTCODES .............................................................................. 60
SIGNALEN EN BERICHTEN ....................................................... 61
FUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN
3. Nadat het document in de automatische invoer (ADF) is gestoken, verschijnt op de bovenste regel van het display:
VERZENDEN
DOCUMENT GEREED
WELKE
DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Afmetingen
Formaten:
• Breedte
min. 148 mm - max. 216 mm
• Lengte
min. 216 mm - max. 600 mm
Gramgewicht van het vel:
• 80 g/m 2 (max. 20 vel)
• 60 - 90 g/m2 (max. 10 vel)
• 50 - 140 g/m 2 (1 vel tegelijk)
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het contrast: "NORMAAL".
AFSTELLEN
VAN CONTRAST EN RESOLUTIE
Voor het verzenden van een document kunt u enkele
afstellingen maken om de afdrukkwaliteit te optimaliseren.
OM
HET CONTRAST TE REGELEN
1. Druk op de toets:
Bij documenten met andere dan de bovenstaande afmetingen, het origineel op een A4-vel of ander vel met toegestane
afmetingen kopiëren, en vervolgens de kopie verzenden.
GEBRUIK
NOOIT
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
•
Opgerold papier
•
Flinterdun papier
•
Gescheurd papier
•
Nat of vochtig papier
•
Kleine stukjes papier
•
Verkreukeld papier
•
Carbonpapier
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
Ter voorkoming van schade die het faxtoestel buiten werking
zou kunnen stellen en de garantie te niet zou kunnen doen,
moet u ervoor zorgen dat de documenten die u wilt gebruiken
vrij zijn van:
•
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
nietjes
paperclips
plakband
natte Tipp-Ex of lijm.
•
•
•
4. Druk op de toetsen
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
In al deze gevallen moet u het document eerst kopiëren en
vervolgens de kopie verzenden.
ECM
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
DOCUMENTEN
IN DE AUTOMATISCHE INVOER (ADF) STEKEN
DIV. PARAMETERS
CONTRAST
1
1. Breng de documentensteun in
de gleuf aan en duw hem aan
tot hij vastzit.
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONTRAST
NORMAAL
2. Steek het origineel met de te verzenden kant naar boven
gericht in de invoer (automatische documentinvoer).
25
2. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
8. Om de andere beschikbare waarden weer te gegeven,
"CONTRAST - DONKER" en "CONTRAST - LICHT",
drukt u op de toetsen:
-
3. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
11.
Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Indien u een verkeerd nummer hebt gevormd, plaatst u de
cursor met behulp van de toetsen | / } rechts van het verkeerde nummer en drukt u op de toets
Het contrast moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
• NORMAAL, als het document noch te licht, noch te donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "NORMAAL".
• LICHT, als het document bijzonder donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "LICHT".
• DONKER, als het document bijzonder licht is. Op de onderste regel van het display verschijnt "DONKER".
OM
mer volledig wilt wissen, houdt u de toets
enkele seconden ingedrukt.
1. Druk op de toets
tot de gewenste resolutiewaarde op het display verschijnt.
OPMERKING
OPMERKING
Indien u de verzending wilt onderbreken, dan drukt u op
de toets
. Het faxtoestel zal het document automatisch uit
de ADF uitvoeren en weer in de oorspronkelijke standbymodus komen.
Indien het te verwijderen document meer dan één pagina telt,
moet u voordat u op
De resolutie moet worden gekozen op basis van de volgende criteria:
• STANDAARD, indien het document gemakkelijk leesbaar
is. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl
die naar het symbool " " op het bedieningspaneel wijst.
• FIJN, indien het document zeer kleine tekens of tekeningen bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt
een pijl die naar het symbool " " op het bedieningspaneel
wijst.
• GRIJSTONEN, indien het document schaduw bevat. Op de
onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het
symbool " " en een pijl die naar het symbool " " op het
bedieningspaneel wijst.
DOCUMENTEN
drukt om de eerste pagina te ver-
wijderen, eerst handmatig alle andere pagina's verwijderen.
KIESTONEN
HOREN BIJ HET VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
VERZENDEN
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Om de kiestonen te horen, drukt u op de toets:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
VERBONDEN
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
-
26
gedurende
U kunt het nummer van de correspondent ook selecteren door
middel van het adresboek, zie verderop "Programmering
van het adresboek" en " Verzenden via de snelle methode ".
DE RESOLUTIE TE REGELEN
Het document moet in de automatische invoer
(ADF) gestoken zijn.
; als u het num-
4. Zodra u de faxtoon van de correspondent hoort, drukt
u op de toets:
EEN
DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN
VERZENDEN
De verzending is gestart. Op het display verschijnt het
bericht "VERBINDING".
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
TELEFOONHOORN
Het faxtoestel is uitgerust met een geheugen waaruit u een
document (ook op een vooraf ingesteld tijdstip: uitgestelde
verzending) naar verschillende correspondenten kunt
zenden (max. 10): "circulaire". Zie hieronder "Een document uit het geheugen verzenden".
OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
EEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
DOCUMENT GEREED
DOCUMENT GEREED
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Neem de lijn door de hoorn op te nemen.
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
Op het display verschijnt:
En rechts boven de duur van de transmissie in minuten
en seconden.
3. Om het nummer te vormen van de correspondent aan
wie u het document wilt verzenden, drukt u op de toetsen:
menu
CONF. ONTVANGST
3. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
-
menu
Als het faxtoestel van uw correspondent op automatische ontvangst is ingesteld, hoort u de toon van
het faxapparaat.
Als het op manuele ontvangst is ingesteld, zal iemand de telefoon opnemen, en moet u hem vragen op
de starttoets van zijn faxtoestel te drukken, waarna u
wacht tot u de faxtoon hoort.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
TX UIT GEHEUGEN
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
NIEUWE INSTELL.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt het bericht "VERBINDING".
Het faxtoestel begint het document in het geheugen op
Indien de verzending correct is uitgevoerd, verschijnt
hierna het bericht "TX VOLTOOID" kortstondig op het
display.
AUTOMATISCHE
te slaan. Zodra dit gebeurd is, verschijnt het bericht
"DOC.NR XXXX" enkele seconden lang op het display;
daarna verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
KIESHERHALING
Indien er geen verbinding tot stand komt omdat de lijn gestoord is of omdat het nummer van de correspondent bezet is,
zal het faxtoestel het gewenste nummer automatisch herhalen gedurende het aantal keren dat door de normen in
uw land is bepaald.
6. Om de tijd in te voeren waarop u de verzending wilt
uitvoeren, bijvoorbeeld "16:50", drukt u op de toetsen:
7. Om zowel de huidige tijd als de onder punt 6 ingestelde
tijd te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
8. Vorm het nummer van de correspondent direct op het
numerieke toetsenbord, door op de volgende toetsen
te drukken:
27
9. Indien u dit wenst, kunt u het nummer van de correspondent opzoeken via het adresboek (zie verderop
"Programmering van het adresboek").
Hiertoe gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
2. Druk op de toetsen
EEN
VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN
WIJZIGEN/HERHALEN/ WISSEN
1. Druk op de toets:
.
om het gewenste nummer op te
zoeken.
of
1. Druk op de toets met de beginletter van de gewenste
naam. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
10. Druk op de toets:
Daarna zal het faxtoestel u vragen een ander nummer in te voeren:
VORM NUMMER
Als u het document aan meer dan één correspondent
wilt zenden, herhaalt u de twee voorgaande stappen
voor elke volgende correspondent.
Als u het document aan één enkele correspondent wilt
zenden, gaat u direct door naar het volgende punt zonder andere nummers in te voeren.
11. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTELL. PRINTEN
JA
12. Om de andere optie te kiezen, "INSTELL. PRINTEN NEE", drukt u op de toetsen:
13. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
In beide gevallen verschijnt op het display:
INSTELL. BEVEST.
JA
14. Om de andere optie te kiezen, "INSTELL. BEVEST. NEE", drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
TX UIT GEHEUGEN
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
NIEUWE INSTELL.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN
WIJZIGEN
U kunt kiezen uit de volgende opties:
TX UIT GEHEUGEN - WIJZIGEN - Om het nummer
van de correspondent of het gewenste tijdstip voor de
verzending te wijzigen.
TX UIT GEHEUGEN - PRINTEN - Om alleen de parameters m.b.t. de verzending uit het geheugen af te drukken. Na het afdrukken komt het faxtoestel automatisch
in de standby-modus terug.
TX UIT GEHEUGEN - WISSEN - Om de instelling te
wissen. Het faxtoestel komt in de standby-modus terug.
5. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
15. Om de procedure af te sluiten, drukt u op de toets:
Indien u "INSTELL. BEVEST. - JA" hebt gekozen,
beëindigt het faxtoestel de procedure en verschijnen
op het display de berichten "AUTOMAT. 00" op de
eerste regel ("AUTOMAT." bij het basismodel) en "TX
UIT GEHEUGEN" op de tweede regel.
Indien u "INSTELL. BEVEST. - NEE" hebt gekozen,
kunt u de vorige instellingen wijzigen, bijvoorbeeld: het
nummer van de correspondent of de tijd waarop u de
verzending wilt uitvoeren.
OPMERKING
In geval van een stroomonderbreking, wordt de geprogrammeerde verzending uit het geheugen gewist.
28
Als u "TX UIT GEHEUGEN - WIJZIGEN" heeft gekozen, verschijnt op het display:
VORM TIJD
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Een document uit
het geheugen verzenden" vanaf punt 6.
OPMERKING
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen:
• Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent
en persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.
•
•
•
Automatische ontvangst is geschikt wanneer u afwezig
bent maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus
waarin uw faxtoestel is ingesteld.
Ontvangst Telefoon / Fax - automatische ontvangst met
oproeptype-herkenning. In deze ontvangstmodus wordt het
faxtoestel na een bepaald aantal belsignalen (ingestelde
waarde: 2 belsignalen) met de telefoonlijn verbonden en is in
staat om te herkennen of de binnenkomende oproep een faxof telefoonoproep is.
Ontvangst Antwoordapparaat / Fax - ontvangst met antwoordapparaat (model met ingebouwd antwoordapparaat en basismodel met extern antwoordapparaat). In
deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding over aan het faxtoestel als de correspondent een
document wil verzenden. Zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
KIEZEN
VAN DE ONTVANGSTMODUS
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
Om de ontvangstmodus met antwoordapparaat te activeren, moet u eerst de UITGAANDE BOODSCHAP 1 opnemen, zie het hoofdstuk "Het antwoordapparaat".
ONTVANGEN
IN DE DIVERSE ONTVANGSTMODI
M ANUELE
ONTVANGST
1. Neem bij overgaande telefoon de hoorn op om de verbinding tot stand te brengen.
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
2. Zodra u de faxtoon hoort of de correspondent u vraagt
een faxbericht te ontvangen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBINDING
3. Haak de hoorn in.
Het faxtoestel begint te ontvangen en op het display
verschijnt informatie over de ontvangst zoals het
faxnummer van de afzender of, indien geprogrammeerd, zijn naam.
Wanneer de ontvangst voltooid is, verschijnt het bericht
"RX VOLTOOID" enkele seconden lang op het display;
daarna keert het toestel naar de standby-modus terug.
AUTOMATISCHE
ONTVANGST
Na twee belsignalen komt het faxtoestel in de ontvangstmodus. De ontvangst vindt plaats zoals bij handmatige
ontvangst.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONTVANGSTMODUS
AUTOMAT.
4. Om de andere beschikbare opties weer te geven,
"ONTVANGSTMODUS
HANDMATIG ",
"ONTVANGSTMODUS - TEL / FAX" of "ONTVANGSTMODUS - AWA / FAX" (model met ingebouwd antwoordapparaat en basismodel met extern antwoordapparaat), drukt u op de toetsen:
ONTVANGST TELEFOON / FAX - AUTOMATISCHE ONTVANGST MET OPROEPTYPE- HERKENNING
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is afhankelijk van de correspondent:
- Als de oproep van een ander faxtoestel afkomstig is,
komt uw faxtoestel na twee belsignalen automatisch
in de ontvangstmodus.
- Als de oproep van een telefoon afkomstig is, geeft het
faxtoestel na twee belsignalen ca. 20 seconden lang
een geluidsignaal en op het display verschijnt
"HOORN OPNEMEN". Indien u de hoorn niet binnen
20 seconden opneemt, komt het faxtoestel automatisch in de ontvangstmodus.
Als u de hoorn opneemt voordat het faxtoestel de verbinding met de telefoonlijn tot stand brengt en u de kiestonen hoort, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets:
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
2. Haak de hoorn in.
6. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
7. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Indien u een ontvangst wilt onderbreken, drukt u op de toets
om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen.
29
HET ADRESBOEK
Het faxtoestel heeft tevens de mogelijkheid een aanzienlijk
aantal nummers op te slaan en hieraan een naam te koppelen, zodat een volwaardig "telematisch adresboek" ontstaat, dat niet alleen tijd bespaart maar ook het risico van
fouten tijdens het vormen van de nummers opheft.
Aan elk nummer van het adresboek kan één van de 4 beschikbare belsignalen gekoppeld worden, om de beller nog
gemakkelijker te kunnen herkennen (voor alle nieuwe ingevoerde nummers is het standaard belsignaal nummer 1).
Bovendien kan het aan elk van de 10 nummertoetsen (0-9)
toegewezen telefoon- of faxnummer snel geselecteerd worden door meer dan een seconde op de betreffende toets te
drukken.
8. Om een spatie in te voeren, typefouten te corrigeren of
speciale tekens en symbolen in te voeren, gaat u te
werk zoals uitgelegd in "Nu ontbreken uw naam en
faxnummer nog", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
01:VORM NAAM
_
10. Voer de naam van de correspondent in (max. 16
tekens) zoals u dat deed voor uw naam (zie "Nu
ontbreken uw naam en faxnummer nog", in het
hoofdstuk "Meteen aan de slag").
11. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PROGRAMMERING
VAN HET ADRESBOEK
TYPE BELSIGNAAL
BELSIGN.TYPE 1
1. Druk op de toets:
12. Om de andere beschikbare belsignalen weer te geven, "BELSIGN.TYPE 2", "BELSIGN.TYPE 3" en
"BELSIGN. TYPE 4", drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
menu
Bij de overgang van een belsignaal op een ander, geeft
het faxtoestel de melodie enkele seconden weer.
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
13. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
3. Druk op de toets:
Nu kunt u de procedure onderbreken of u kunt een
ander nummer programmeren.
14. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
15. Om andere nummers te programmeren, herhaalt u de
procedure vanaf stap 4.
16. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM POSITIE
(00-99)
00
5. Kies de positie waarop u het telefoon- of faxnummer
wilt opslaan, bijvoorbeeld: 01.
EEN
NUMMER UIT HET ADRESBOEK WIJZIGEN
Hiertoe drukt u op de toetsen:
1. Druk op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
01:VORM POSITIE
_
Indien reeds een nummer op de positie 01 is opgeslagen, geeft het faxtoestel het bericht "REEDS
GEPROGR." weer.
7. Vorm het telefoon- of faxnummer.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
-
30
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Het display geeft het nummer en eventueel de naam
ADRESBOEK
weer die gekoppeld zijn aan de eerste van 100 beschikbare posities (00-99) indien eerder geprogrammeerd.
6. Om het telefoonnummer of de naam op te zoeken die u
wilt wissen, kunt u:
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
WIJZIGEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het display geeft het nummer en eventueel de naam
weer die gekoppeld zijn aan de eerste van 100 beschikbare posities (00-99) indien eerder geprogrammeerd.
6. Om het telefoonnummer of de naam te vinden die u wilt
wijzigen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer of
de naam op het display verschijnen.
of
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste naam
drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
nEE
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer of
de naam op het display verschijnen.
of
8. Om de andere optie te kiezen, "WISSEN? - JA", drukt u
op de toetsen:
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste naam
drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om de instelling te bevestigen en het nummer te wissen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
Vanaf dit punt herhaalt u de procedure "Programme-
ADRESBOEK
ring van het adresboek" vanaf stap 7 om het nummer
te wijzigen.
EEN
NUMMER UIT HET ADRESBOEK WISSEN
WISSEN
Nu kunt u de procedure onderbreken of een ander
nummer wissen.
10. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
11.
Op het display verschijnt:
menu
Om andere nummers te wissen, herhaalt u de procedure vanaf stap 5.
12. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
DE GEGEVENS VAN
HET ADRESBOEK AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
ADRESBOEK
WISSEN
31
3. Druk op de toets:
VERZENDEN
VIA DE SNELLE METHODE
Op het display verschijnt:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
ADRESBOEK
NIEUW NUMMER
DOCUMENT GEREED
4. Druk op de toetsen
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
tot op het display verschijnt:
ADRESBOEK
ADRESB. PRINTEN
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
2. Druk, gedurende meer dan een seconde, op de
nummertoets (0-9) waaronder u eerder het faxnummer
heeft opgeslagen waaraan u het document wilt sturen,
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
bijvoorbeeld
VERZENDEN
-
DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Indien u niet meer weet aan welke positie u een bepaald nummer hebt gekoppeld, kunt u de verzending
toch starten door het adresboek als volgt te raadplegen:
1. Steek het document in de automatische invoer (ADF).
Op de bovenste regel van het display verschijnt:
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
en op de onderste regel de uitgangswaarde voor het
contrast: "NORMAAL".
De uitgangswaarde met betrekking tot de resolutie is
" " (standaard).
2. Druk op de toets:
Het display geeft het fax- of telefoonnummer en eventueel de naam weer die gekoppeld zijn aan de eerste
van 100 beschikbare posities (00-99) indien eerder
geprogrammeerd.
3. Om het gewenste faxnummer of de naam van de correspondent te vinden aan wie u het document wilt sturen, kunt u:
1. Op de toetsen drukken tot het gewenste nummer
of de naam op het display verschijnen.
of
2. Op de toets met de beginletter van de gewenste
naam drukken. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische volgorde op.
4. Om de verzending te starten, drukt u op de toets:
32
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen faxnummer (zie "Programmering van het adresboek"). Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft
het display de naam weer.
3. Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
DOCUMENT GEREED
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie
aan zoals hierboven beschreven.
:
RAPPORTEN
Door het afdrukken van rapporten kunt u het resultaat van
alle uitgevoerde transacties (verzendingen en ontvangsten)
en het aantal verwerkte documenten controleren en over
andere nuttige informatie beschikken.
Het faxtoestel kan de volgende rapporten afdrukken:
•
Stroomonderbrekingsrapport: dit rapport wordt altijd automatisch afgedrukt, wanneer er documenten in het geheugen zijn, na een stroomonderbreking.
Het faxtoestel zal bij herstel van de normale werking automatisch een rapport afdrukken met het aantal op dat moment in
het geheugen aanwezige pagina's die verloren gegaan zijn.
In dat geval is het raadzaam het activiteitenrapport af te drukken om het nummer of de naam te vinden van wie u de verloren gegane documenten heeft gezonden.
•
Activeringsrapport: dit rapport bevat de gegevens van de
laatste 42 transacties (verzendingen en ontvangsten), die
in het geheugen van het faxtoestel opgeslagen blijven. Het
wordt automatisch afgedrukt (na de 32e transactie) of
wanneer u dit opvraagt.
•
Rapport laatste verzending: dit rapport bevat de gegevens van de laatste verzending. Het kan, indien zo geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke
verzending, of wanneer u dit opvraagt.
•
Foutberichtenrapport: dit rapport bevat eveneens de gegevens van de laatste verzending maar wordt alleen na
een mislukte verzending automatisch afgedrukt. Het
faxtoestel is ingesteld om dit soort rapport automatisch af te
drukken. Hoe u deze functie kunt uitschakelen, wordt beschreven in de betreffende paragraaf.
•
Rapport laatste circulaire: bevat de gegevens met betrekking tot de laatste circulaire-verzending en kan altijd automatisch afgedrukt worden na elke circulaire-verzending,
of op aanvraag op het gewenste moment.
RAPPORTEN
INTERPRETEREN
AUTOMATISCHE
AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN
FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
• Act.Nr
• Type
Het volgnummer van de uitgevoerde
transactie (verzending/ontvangst).
Soort transactie:
TX of TX ECM voor verzending.
RX, RX ECM of RX POLL voor ontvangst.
• Doc.Nr
Referentienummer, direct door het
faxtoestel toegekend, van het opgeslagen document.
• Gekozen nummer Het faxnummer van de correspondent
dat u gekozen hebt.
• Naam
Naam van de correspondent die u hebt
gebeld. Verschijnt alleen indien u deze
in het adresboek hebt opgeslagen. Dit
veld komt niet voor in het activiteitenrapport.
• Ontvangen identificatie
Nummer (en eventueel naam) van de
geselecteerde correspondent. Dit nummer komt overeen met het nummer dat
u gekozen hebt, mits de correspondent
zijn faxnummer correct heeft ingesteld.
Anders kan het afwijkend zijn of zelfs
ontbreken.
• Datum/Tijd
Datum en tijd waarop de transactie werd
uitgevoerd.
• Duur
Duur van de transactie (in minuten en
seconden).
• Pag.
Totaal aantal pagina's dat u hebt verzonden/ontvangen.
• Result
Resultaat van de transactie:
- OK: als de transactie met succes werd
voltooid.
- FOUTCODE XX: indien de transactie
niet plaats gevonden heeft als gevolg
van de oorzaak die door de foutcode
wordt aangegeven (zie "Foutcodes",
in het hoofdstuk "Problemen oplossen").
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
TX RAPPORT
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TX RAPPORT
MISLUKTE VERZ.
U kunt een van de volgende opties kiezen: "TX RAPPORT - ALTIJD" en "TX RAPPORT - NEE".
TX RAPPORT - MISLUKTE VERZ. - Het faxtoestel
drukt alleen na een mislukte verzending automatisch
een rapport af.
TX RAPPORT - ALTIJD - Het faxtoestel drukt na elke
verzending automatisch een rapport af, ongeacht het
resultaat.
TX RAPPORT - NEE - Het faxtoestel drukt geen rapporten af.
8. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
33
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
AFDRUK
VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,
CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT OPVRAGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LIJSTEN
U kunt de volledige lijsten met installatie- en
configuratieparameters en de uitgesloten nummers
evenals de in het adresboek opgeslagen gegevens op
elk gewenst moment afdrukken.
Wanneer u een afdruk van de installatie- en configuratieparameters vraagt, kunt u een bijgewerkt rapport afdrukken
van de vooraf ingestelde waarden en van de waarden die u
af en toe overeenkomstig uw behoeften hebt ingesteld.
LIJST
1. Druk op de toets:
menu
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
menu
2. Druk op de toetsen
CONF. ONTVANGST
tot op het display verschijnt:
menu
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
RAPPORTEN
menu
3. Druk op de toets:
INSTALLATIE
Op het display verschijnt:
RAPPORTEN
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LAATSTE VERZEND
U kunt een van de volgende opties kiezen: "RAPPORTEN - LAATSTE CIRCUL.", "RAPPORTEN - ACTIVITEIT. RAPP" en "RAPPORTEN - LIJST BELLERS".
4. Om een van de beschikbare opties weer te geven,
drukt u op de toetsen:
VAN INSTALLATIEPARAMETERS AFDRUKKEN
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
INSTALL.PRINTEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
oorspronkelijke standby-modus terug.
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
LIJST
VAN CONFIGURATIEPARAMETERS AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
34
3. Druk op de toets:
DE IN HET ADRESBOEK OPGESLAGEN GEGEVENS AFDRUKKEN
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Druk op de toetsen
Zoals reeds eerder beschreven, kunt u de lijst afdrukken van
de telefoon- en faxnummers die u in het adresboek hebt opgeslagen (zie "Programmering van het adresboek" en "De
gegevens van het adresboek afdrukken").
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
CONFIG. PRINTEN
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in
de oorspronkelijke standby-modus terug.
LIJST
VAN CONFIGURATIEPARAMETERS VOOR ONTVANGST
AFDRUKKEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
CONFIG. PRINTEN
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in
de oorspronkelijke standby-modus terug.
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN
Het faxtoestel biedt de mogelijkheid om, na programmering,
een aantal correspondenten uit te sluiten waarvan u geen
documenten wilt ontvangen. Deze functie is nuttig om te voorkomen dat u ongewenste documenten ontvangt, zoals reclame, propagandamateriaal, enz. U moet alleen een lijst van
ongewenste nummers opslaan. U ontvangt dan geen documenten afkomstig van de correspondenten uit de lijst (zie verderop "Lijst van uitgesloten nummers afdrukken", in het
hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
35
HET
ANTWOORDAPPARAAT
Indien u het model van het faxtoestel met ingebouwd antwoordapparaat hebt aangeschaft, biedt dit dezelfde mogelijkheden als een extern antwoordapparaat.
U kunt dus:
•
uitgaande boodschappen opnemen die automatisch worden afgespeeld wanneer u afwezig bent, om de beller te
verzoeken een boodschap achter te laten of terug te bellen;
•
memo's opnemen;
•
de uitgaande boodschappen beluisteren;
•
de uitgaande boodschappen vervangen;
•
de boodschappen opnemen die de correspondenten inspreken wanneer u afwezig bent, zodat de aan u gerichte
oproepen niet verloren gaan;
•
memo's en binnengekomen boodschappen beluisteren;
•
memo's en binnengekomen boodschappen wissen;
•
de boodschappen op een telefoon op afstand overbrengen;
•
het antwoordapparaat op afstand bedienen.
De opnamecapaciteit van het antwoordapparaat is afhankelijk van het beschikbare geheugen (30 minuten), dat kan
teruglopen op basis van het aantal pagina's in het geheugen.
De duur van de boodschappen kan geprogrammeerd
worden in 30 of 60 seconden, zie "Opnametijd programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen".
OM HET ANTWOORDAPPARAAT TE ACTIVEREN
Het antwoordapparaat kan alleen worden aangezet na
registratie van uitgaande boodschap 1. Zie "Uitgaande
boodschappen en memo's" verderop, en met name "Opnemen van uitgaande boodschap 1".
Bovendien moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus
"AWA / FAX" zetten. Zie in het eerste gedeelte van de handleiding de procedure " Kiezen van de ontvangstmodus",
hoofdstuk "Ontvangen".
Bij de ontvangstmodus "AWA / FAX", wordt het faxtoestel automatisch geactiveerd voor ontvangst wanneer de oproep van
een ander faxtoestel komt, zodat er geen aan u gerichte documenten verloren gaan.
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
Alleen aanwezig op model met antwoordapparaat:
Start het afspelen van de boodschappen en memo's.
Indien er nieuwe berichten of memo's zijn, worden alleen deze laatste afgespeeld, beginnend bij de eerste
nog niet beluisterde boodschap.
Onderbreekt tijdelijk het afspelen van boodschappen
en memo's. Bij nogmaals indrukken wordt het afspelen
hervat.
Start het opnemen van "MEMO's" (persoonlijke mededelingen).
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar begin van volgende boodschap of memo.
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's,
sprong naar vorige boodschap of memo.
(WISSEN)
Wist de reeds beluisterde boodschappen en memo's.
LED (BOODSCHAPPEN)
Aan: in het geheugen bevinden zich reeds beluisterde boodschappen of memo's.
Knippert: in het geheugen bevinden zich nog niet
beluisterde boodschappen of memo's.
Uit: in het geheugen bevinden zich geen boodschappen of memo's.
Toetsen voor het gebruik van het antwoordapparaat:
Toegang tot het configuratiemenu voor het antwoordapparaat.
Selectie van de verschillende sub-menu's.
Om de beschikbare opties van een waarde of een parameter te kiezen.
Start het opnemen en afspelen.
Bevestigt de selectie van het configuratiemenu voor het
antwoordapparaat, de sub-menu's, de parameters en
betreffende waarden en de overgang naar de volgende
status.
Onderbreekt het opnemen en afspelen.
Onderbreekt de programmering in uitvoering.
Brengt het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus terug.
36
7. Voer de code in, bijvoorbeeld "0001", door op de volgende toetsen te drukken:
Annuleert verkeerde instellingen op het display.
Tijdens de programmering van de functies, één functie
terug gaan.
VEILIGHEIDSFUNCTIES EN TOEGANG
Voor het op afstand bedienen van het antwoordapparaat is de
toegang (behalve om boodschappen in te spreken), beschermd door een numerieke code van vier cijfers die u
altijd kunt wijzigen of annuleren (zie "Wijzigen/annuleren
van de toegangscode voor het antwoordapparaat").
Dezelfde code kan worden gebruikt voor:
• verhinderen dat iemand anders ter plekke de aan u gerichte boodschappen kan beluisteren, en verhinderen
dat iemand anders ter plekke de door u ingestelde
configuratieparameters van het antwoordapparaat kan
wijzigen (zie "Ter plekke de toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen").
INSTELLEN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
-
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
0001
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
WIJZIGEN/ANNULEREN
VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT
1. Druk op de toets:
ANTWOORDAPPARAAT
Op het display verschijnt:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
BEVEILIGING
5. Druk op de toets:
CONFIG. AWA
Op het display verschijnt:
BEVEILIGING
BEVEILIGING
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
BEVEILIGING
CODE INSTELLEN
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
CODE INSTELLEN
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt de eerder ingestelde code,
bijvoorbeeld "1234".
CODE INSTELLEN
(0-9): 1234
7. Om de code te wijzigen, voor elk cijfer dat u wilt vervangen, op de volgende toets drukken:
en vervolgens het nieuwe cijfer typen.
37
8. Indien u dit wenst, kunt u de hele code annuleren door
de volgende toets ingedrukt te houden:
UITGAANDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
Op het display verschijnt:
CODE INSTELLEN
(0-9):
U kunt verschillende soorten boodschappen opnemen:
•
UITGAANDE BOODSCHAP 1, met een maximale duur van
20 seconden, om de beller te verzoeken een boodschap in
te spreken op het antwoordapparaat, bijvoorbeeld:
"Dit is het antwoordapparaat van ... We zijn momenteel niet
aanwezig. Spreek na de pieptoon een boodschap in of druk
op de starttoets van uw faxtoestel als u ons een fax wilt
sturen. Dank u".
•
UITGAANDE BOODSCHAP 2, met een maximale duur van
10 seconden, kan worden opgenomen om:
• als u afwezig bent en dus de ontvangstmodus "AWA / FAX"
hebt geselecteerd, de beller te waarschuwen dat het antwoordapparaat geen boodschappen kan ontvangen omdat het geheugen vol is, bijvoorbeeld:
"Momenteel kunt u ons alleen een fax sturen. Bel voor een
gesprek later terug";
• als u aanwezig bent maar de modus "TEL / FAX" hebt
geselecteerd, de beller te vragen de hoorn niet op te leggen, bijvoorbeeld:
"Even geduld, a.u.b.".
•
UITGAANDE
BOODSCHAP
3
(DOORSTUURBOODSCHAP), met een maximale duur van 10 seconden,
om u op een toestel op afstand te waarschuwen dat er nog
niet beluisterde boodschappen voor u zijn op het antwoordapparaat. Voor het daadwerkelijk doorsturen van de nog niet
beluisterde boodschappen moet u:
• het antwoordapparaat hiervoor geprogrammeerd hebben
(zie verderop "Boodschappen en memo's doorsturen
naar een telefoon op afstand");
• de functies actieveren waarmee u op afstand het antwoordapparaat kunt bedienen (zie "Het antwoordapparaat op
afstand bedienen").
•
MEMO (Gesproken), met een programmeerbare duur van
30 of 60 seconden, voor persoonlijke afspraken. Deze memo
wordt nooit als uitgaande boodschap afgespeeld wanneer u
door een correspondent wordt gebeld.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
TER PLEKKE DE TOEGANG
IN-/UITSCHAKELEN
TOT HET ANTWOORDAPPARAAT
Volg de procedure "Instellen van de toegangscode
voor het antwoordapparaat" tot stap 5, en ga verder
met de volgende procedure:
1. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
BEVEILIGING
TOEGANG BLOKK.
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TOEGANG BLOKK.
NEE
3. Om te verhinderen dat iemand anders de boodschappen op het antwoordapparaat kan beluisteren, drukt u
op de toetsen:
Op het display verschijnt:
TOEGANG BLOKK.
JA
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1. Druk op de toets:
4. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
5. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
6. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
38
1
4. Druk op de toetsen
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 1
UITG.BOODSCH. 1
5. Druk op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
UITG.BOODSCH. 1
BELUISTEREN
BELUISTEREN
6. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 1 te
horen, drukt u op de toets:
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
BELUISTEREN
OPNEMEN
Na het afspelen stelt het faxtoestel automatisch voor
een nieuwe UITGAANDE BOODSCHAP 1 op te nemen. Indien u dit wenst kunt u de eerder opgenomen
boodschap wijzigen of vervangen, door de opnameprocedure te herhalen.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
HOORN OPNEMEN
8. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
<|> VOOR OPN.
9. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het
display) om uw boodschap in te spreken:
•
Als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u
de opname af zodra u klaar bent met inspreken door de
hoorn op te leggen of op de toets
•
of
te drukken.
Het faxtoestel speelt automatisch de boodschap af die u
hebt opgenomen.
OPNEMEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
Neem uitgaande boodschap 2 op zoals u BOODSCHAP 1
hebt opgenomen, met het volgende verschil voor stap 4:
Druk op de toetsen
OPMERKING
Als het volume van de boodschap te laag of te hoog is,
kunt u het tijdens het afspelen regelen via de toets
. Op
het display verschijnt, op de onderste regel, het niveau van
het ingestelde volume.
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
1
2
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 2
OPMERKING
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking
hebt.
AFSPELEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Beluister boodschap 2 zoals bij BOODSCHAP 1 met het volgende verschil voor stap 4:
menu
CONF. ONTVANGST
Druk op de toetsen
CONFIG. AWA
2. Druk op de toetsen
UITG.BOODSCH. 2
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
tot op het display verschijnt:
WISSEN
VAN UITGAANDE BOODSCHAP
2
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
39
2. Druk op de toetsen
AFSPELEN
VAN DE DOORSTUURBOODSCHAP
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 2
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 2
BELUISTEREN
6. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 2
WISSEN
7. Om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 2 te
wissen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
NEE
8. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPNEMEN
VAN DE DOORSTUURBOODSCHAP
Neem de doorstuurboodschap op zoals u boodschap 1 hebt
opgenomen, met het volgende verschil voor stap 4:
Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 3
OPMERKING
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking
hebt.
40
Beluister de doorstuurboodschap zoals bij boodschap 1 met
het volgende verschil voor stap 4:
Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
UITG.BOODSCH. 3
OPNEMEN VAN MEMO'S
Zoals reeds gezegd, kunt u het antwoordapparaat gebruiken om één of meerdere persoonlijke berichten op
te nemen (MEMO) die op dezelfde manier worden behandeld als de binnenkomende boodschappen.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
MEMO OPNEMEN
HOORN OPNEMEN
2. Neem de hoorn op.
Op het display verschijnt:
MEMO OPNEMEN
<|> VOOR OPN.
3. Om het opnemen te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNEMEN 30
OPMERKING
U hebt 30 of 60 seconden ter beschikking (zie "Opnametijd
programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen") om uw memo in te spreken, op dezelfde manier
als bij UITGAANDE BOODSCHAPPEN 1 en 2.
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO'S
EN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
Als het antwoordapparaat een of meerdere binnenkomende boodschappen of een of meerdere memo's in
het geheugen heeft die u nog niet hebt beluisterd, knippert de BOODSCHAPPEN-LED
en op het display
wordt het totale aantal opgenomen boodschappen (inclusief de memo's) weergegeven, bijvoorbeeld 03:
AWA / FAX
03
01-Sep-07 10:32
Nu kunt u (via de luidspreker of door de telefoonhoorn
op te nemen) alle boodschappen beluisteren, inclusief
de memo's die met een volgnummer tot een maximum
van 49 in het geheugen worden opgeslagen, vanaf de
eerste nog niet beluisterde boodschap. Tijdens het afspelen van elke boodschap verschijnt op het display
de dag en tijd waarop de boodschap werd ontvangen.
U kunt via de luidspreker de boodschappen beluisteren, die het faxtoestel in sequentie afspeelt, gescheiden
door een kort geluidssignaal.
Hiertoe drukt u op de toets:
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
INSPREEKTIJD
Ook kunt u de boodschappen "privé" beluisteren.
Hiertoe:
1. Druk op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
2. Neem de hoorn op.
INSPREEKTIJD
30 SEC.
6. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"INSPREEKTIJD - 60 SEC.", drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na afloop van de weergave van de laatste boodschap geeft
het faxtoestel twee korte geluidssignalen en komt automatisch
weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. De BOODSCHAPPEN-LED
stopt met knipperen en blijft continu verlicht.
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
41
3. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
U kunt een boodschap of een memo alleen tijdens of na
het afspelen wissen.
De boodschappen en memo's die u nog niet hebt beluisterd
worden niet gewist. Om het geheugen volledig te kunnen wissen moeten dus eerst alle boodschappen en memo's zijn afgespeeld.
WISSEN
VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO
Op het display verschijnt de standby-modus en het aantal resterende boodschappen na de wisopdracht, in dit
geval 3.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
.
BOODSCHAPPEN EN MEMO'S DOORSTUREN
NAAR EEN TELEFOON OP AFSTAND
1. Om het afspelen van de boodschappen of memo's te
starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AFSPELEN 01 03
01-Sep-07 10:32
2. Om de boodschap die u momenteel beluistert te wissen,
drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
PAUZE
WISSEN/<I >
Indien u dit wenst kunt u het antwoordapparaat zo
programmeren dat het u op een andere plaats en
op een bepaalde tijd belt om u de gelegenheid te geven
de nieuwe boodschappen te beluisteren.
Behalve de tijd en het nummer waarop u gebeld wilt
worden kunt u programmeren hoe het doorsturen
plaats moet vinden (eenmalig of dagelijks).
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
3. Om het bericht te wissen, drukt u op de toets:
menu
Indien u verder wilt luisteren, drukt u op de toets:
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
Het antwoordapparaat gaat naar de volgende boodschap en op het display verschijnt:
AFSPELEN 01 02
01-Sep-07 10:32
4. Om de volgende boodschap te wissen, drukt u op de
toets:
Ga zo verder voor alle boodschappen die u wilt wissen.
OPMERKING
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets
.
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
BER. DOORZENDEN
WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Stel dat er op het antwoordapparaat 6 boodschappen
zijn opgenomen waarvan 3 reeds beluisterd:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OUDE WISSEN?
NEE
2. Om de andere beschikbare waarde weer te geven,
"OUDE WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
42
BER. DOORZENDEN
NIEUWE INSTELL.
6. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "BER.
DOORZENDEN - WISSEN" en "BER. DOORZENDEN
- WIJZIGEN", drukt u op de toetsen:
BER. DOORZENDEN - WISSEN - Wissen van het doorsturen van binnenkomende boodschappen en memo's
op een telefoon op afstand.
BER. DOORZENDEN - WIJZIGEN - Wijzigen van de
reeds geprogrammeerde doorstuurgegevens:
doorstuurtijd, doorstuurfrequentie en te bellen telefoonnummer.
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND
Op het display verschijnt:
BEDIENEN
BER. DOORZENDEN
NEE
8. Om de andere beschikbare opties weer te geven, "BER.
DOORZENDEN - EENMAAL" en "BER. DOORZENDEN
- DAGELIJKS", drukt u op de toetsen:
BER. DOORZENDEN - EENMAAL - Voor het eenmalig
doorsturen van binnenkomende boodschappen en
memo's op een telefoon op afstand.
BER. DOORZENDEN - DAGELIJKS - Voor het elke
dag op dezelfde tijd doorsturen van binnenkomende
boodschappen en memo's.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
U kunt het antwoordapparaat niet alleen direct via de specifieke toetsen op het bedieningspaneel van het faxtoestel bedienen, maar ook vanaf elke andere plaats ver of dichtbij,
mits u gebruik maakt van een telefoon die in de toonkiesmodus werkt, bijv.: een mobiele telefoon.
Om het antwoordapparaat op afstand te bedienen, moet u het
faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA / FAX" of "TEL / FAX"
zetten, en bovendien, nadat het faxtoestel de oproep
heeft beantwoord, de eerder ingestelde toegangscode
invoeren (zie "Instellen van de toegangscode voor het
antwoordapparaat").
De voor de afstandsbediening beschikbare functies worden
geactiveerd via een extra nummercode van een of twee cijfers (zie onderstaande tabel). Als de code uit twee cijfers
bestaat, is het raadzaam tussen het eerste en tweede
cijfer op het bevestigingssignaal te wachten.
CODE
10. Voer het tijdstip in waarop u wenst dat de boodschappen worden doorgestuurd, bijvoorbeeld: "11:45", door
op de volgende toetsen te drukken:
1
2
3
Afspelen van nieuwe boodschappen.
Afspelen van alle boodschappen.
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar vorige boodschap.
4
Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar volgende boodschap.
5
Afspelen van uitgaande boodschap 1.
6 + 6 Wissen van alle oude boodschappen.
11. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
12. Voer het telefoonnummer in waarop u gebeld wenst te
worden, door op de volgende toetsen te drukken:
CODE
#1
13. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
#2
Indien u de doorstuurboodschap nog niet hebt opge#3
nomen, raadpleeg dan de paragraaf "Opnemen van
de doorstuurboodschap". Indien u de doorstuurboodschap reeds heeft opgenomen, komt het faxtoestel
in de oorspronkelijke standby-modus terug.
OPMERKING
De programmering voor het doorsturen van boodschappen
wordt geannuleerd door een stroomuitval.
OPMERKING
Voor het wijzigen of vervangen van de doorstuurboodschap
zie de paragraaf "Opnemen van de doorstuurboodschap ".
Nu u het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd voor het
naar een andere plaats doorsturen van de nieuwe boodschappen, kunt u deze beluisteren door het antwoordapparaat te bedienen volgens de methode die hieronder wordt
beschreven in "Het antwoordapparaat op afstand bedienen ".
BEDIENINGSFUNCTIE
#4
#5
PROGRAMMEERFUNCTIE
Uitschakelen van de ontvangstmodus "AWA /
FAX" en inschakelen van de ontvangstmodus
"AUTOMAT.".
Inschakelen van de ontvangstmodus "AWA /
FAX".
Vrijgave van opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.
Instelling voor het beluisteren van ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP.
Uitschakelen van het doorsturen van boodschappen en memo's naar een telefoon op afstand.
Door op 0 te drukken na een bedieningssequentie van 1 tot
6 wordt de huidige functie onderbroken.
Door op 0 te drukken na een programmeersequentie van #1
tot #5 wordt de huidige programmering onderbroken en gaat
men terug naar de bedieningsfuncties. In dat geval moet u
weer op # drukken op de programmeerfase te hervatten.
Bij invoeren van een willekeurige code tijdens de opname
van uitgaande boodschap 1 (programmering #3) wordt de
opname onderbroken en bevestigd.
Voor het op afstand bedienen en programmeren van
het antwoordapparaat moet u:
•
Het nummer van het faxtoestel vormen op de externe telefoon. Het antwoordapparaat beantwoordt de oproep en maakt
verbinding.
•
De toegangscode invoeren vanaf de externe telefoon.
•
Als de code correct is, hoort u een kort geluidssignaal ter
bevestiging.
43
•
De functie kiezen die u wilt uitvoeren en de betreffende code
invoeren, aan de hand van bovenstaande tabel.
Het antwoordapparaat bevestigt de bewerking met een pieptoon.
Verbreek de verbinding volgens het systeem van de gebruikte telefoon.
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
KOSTEN BESPAREN
nEE
6. Om de andere optie weer te geven, "KOSTEN BESPAREN - JA", drukt u op de toetsen:
SPECIALE FUNCTIES VAN HET
ANTWOORDAPPARAAT
U kunt de volgende speciale functies op het antwoordapparaat instellen:
•
GESPREKKOSTEN BESPAREN
•
ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
•
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
GESPREKKOSTEN
BESPAREN
Wanneer u op afstand het antwoordapparaat bedient
om eventuele boodschappen te beluisteren, antwoordt
het faxtoestel op de volgende manier:
• als er geen boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding twee belsignalen na
het ingestelde aantal tot stand gebracht;
• als er wel boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding na het ingestelde aantal belsignalen tot stand gebracht (Zie "Aantal belsignalen wijzigen", in het hoofdstuk "Geavanceerd
gebruik").
Dus, als u een belsignaal méér dan het ingestelde
aantal hoort, weet u meteen dat er geen boodschappen zijn en kunt u ophangen voordat de verbinding
tot stand wordt gebracht.
Deze functie kan alleen door de technische service
worden geactiveerd en is niet in alle landen beschikbaar.
1. Druk op de toets:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
9. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
ALLEEN
UITGAANDE BOODSCHAP
In deze functie antwoordt het antwoordapparaat bij elke
oproep met UITGAANDE BOODSCHAP 1 maar neemt
geen binnenkomende boodschappen op.
U kunt deze functie gebruiken wanneer u gedurende
een langere periode afwezig zult zijn, tijdens welke niet
alle eventuele boodschappen opgeslagen zouden kunnen worden.
In dat geval kunt u, in plaats van de gewoonlijke uitgaande boodschap, beter een andere boodschap opnemen, bijvoorbeeld:
"Van 22 Juni t/m 19 September kunnen wij alleen faxen
ontvangen. U kunt geen boodschap inspreken".
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
Op het display verschijnt:
tot op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
KOSTEN BESPAREN
44
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ALLEEN UGB
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
ALLEEN UGB
nEE
6. Om de andere optie weer te geven, "ALLEEN UGB JA", drukt u op de toetsen:
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
UITG.BOODSCH. 1
ICM OP LUIDSPR.
NEE
5. Om de andere optie weer te geven, "ICM OP LUIDSPR.
- JA", drukt u op de toetsen:
OPNEMEN
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
UGB 1 OPNEMEN
HOORN OPNEMEN
Indien u de UITGAANDE BOODSCHAP 1 reeds hebt
opgenomen, verschijnt op het display het bericht "BELUISTEREN" en het antwoordapparaat speelt de boodschap af.
Indien u nog niets hebt opgenomen, verschijnt op het
display het bericht "UGB NIET OPGEN.".
9. Om de eerder opgenomen boodschap te wijzigen of
een nieuwe boodschap op te nemen, neem de hoorn
op.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
Op het display verschijnt:
UGB 1 OPNEMEN
<|> VOOR OPN.
10. Om de opname te starten, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
OPNEMEN 20
STILLE
ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
Met deze functie kunt u op vertrouwelijke wijze boodschappen ontvangen. In andere woorden, het antwoordapparaat ontvangt de boodschappen zonder
deze via de luidspreker weer te geven, opdat andere
personen de aan u gerichte boodschappen niet kunnen horen.
1. Druk op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
4. Druk op de toetsen
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
tot op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
CONFIG. PRINTEN
5. Om het afdrukken te starten, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
CONFIG. AWA
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. AWA
ICM OP LUIDSPR.
45
GEAVANCEERD GEBRUIK
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
ONTVANGST
11.
AFDRUKZONE
Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT VERKLEINEN
1. Druk op de toets:
DOCUMENT
ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET
PAPIERFORMAAT
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
Indien u een document ontvangt dat langer is dan het
gebruikte papierformaat, kunt u het faxtoestel zo instellen dat de resterende tekst op een andere pagina wordt
afgedrukt.
1. Druk op de toets:
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
PRINTERPARAMET.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
PAPIERFORMAAT
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
VERKLEINEN
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VERKLEINEN
94%
8. Om een van de beschikbare verkleiningsratio's te kiezen, "80%", "76%", "70%" en "NEE", drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
PRINTERPARAMET.
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
PAPIERFORMAAT
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
PRINTERPARAMET.
OVERLOOP
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
OVERLOOP
AUTOMATISCH
46
8. Om een van de andere twee beschikbare parameters
te kiezen, "OVERLOOP - NEE" of "OVERLOOP - JA",
drukt u op de toetsen:
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
STILLE RX
nEE
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
5. Om een van de andere beschikbare opties te selecteren, "STILLE RX - DAGELIJKS" of "STILLE RX - JA",
drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Indien u de parameter "OVERLOOP - AUTOMATISCH" selecteert, zal het faxtoestel de resterende tekst op een andere
pagina afdrukken indien deze tekst minstens 8 mm van de
pagina bedekt.
Indien u de parameter "OVERLOOP - JA" selecteert, zal het
faxtoestel de resterende tekst altijd op een andere pagina
afdrukken.
Indien u de parameter "OVERLOOP - NEE" selecteert, zal
het faxtoestel de resterende tekst niet afdrukken.
STILLE
•
•
ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN
In de ontvangstmodi "AUTOMAT.", "TEL / FAX" en
"AWA / FAX" kunt u het faxtoestel instellen op het ontvangen van documenten zonder dat er bij de oproep belsignalen overgaan.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, hangt het gedrag van het faxtoestel af van de geselecteerde
ontvangstmodus en van wie de oproep verricht:
in de modus "AUTOMAT." en "AWA / FAX", geeft het
faxtoestel bij ontvangst van een oproep, nooit een
belsignaal;
in de modus "TEL / FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst van een oproep alleen geen belsignaal indien de oproep van een ander faxtoestel komt. Als
het een telefoonoproep betreft, geeft het faxtoestel
een geluidssignaal, in plaats van de belsignalen, ten
teken dat u de hoorn op moet nemen.
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Als u de optie "STILLE RX - DAGELIJKS" hebt bevestigd,
vraagt het faxtoestel u de tijd in te voeren waarop de stille
ontvangst moet beginnen en eindigen. Wanneer de tijd is ingesteld, drukt u nogmaals op de toets
OPMERKING
De instelling van de dagelijkse stille ontvangst ("STILLE RX DAGELIJKS") wordt geannuleerd bij een stroomuitval.
NAAM OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN
Deze functie, die op aanvraag van de gebruiker door
het telefoonbedrijf geactiveerd kan worden, is slechts
in enkele landen beschikbaar en is compatibel met
de Norm ETSI ETS 300 778-1.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
om te bevestigen.
•
•
•
Met deze functie kunt u meteen zien door wie u wordt
gebeld. U kunt dus beslissen of u de oproep al of niet
wilt beantwoorden.
Met deze functie zal het faxtoestel, als het zich in de
standby-modus bevindt, bij elke oproep altijd automatisch een van de volgende aanduidingen weergeven:
nummer of naam van de beller;
PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft
zijn identificatie niet weer te geven;
NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een
telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
Als u echter bezig bent uw faxtoestel te programmeren en u wilt bij binnenkomst van een oproep weten
door wie u gebeld wordt, moet u op de toets
drukken alvorens de oproep te beantwoorden.
Het kan gebeuren dat door bijzondere kenmerken van
de telefooncentrale waarop u aangesloten bent, het
nummer van de beller niet op het faxtoestel wordt weergegeven. Mocht dit probleem zich voordoen, neem dan
contact op met het technische servicecentrum in uw land.
STILLE RX
47
Het faxtoestel is reeds ingesteld op weergave van de
identiteit van de beller. U kunt de weergave hiervan
echter ook als volgt uitschakelen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
BELLER ID
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AANTAL
BELSIGNALEN WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Indien het faxtoestel in de ontvangstmodus "AUTOMAT.",
"TEL / FAX" of "AWA / FAX" staat, beantwoordt het de
oproepen automatisch na een bepaald aantal belsignalen.
Indien u dit wenst, kunt u het aantal belsignalen als
volgt wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
AANT. BELSIGN.
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AANT. BELSIGN.
2
5. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"AANT. BELSIGN. - 1", "AANT. BELSIGN. - 3", "AANT.
BELSIGN. - 4", "AANT. BELSIGN. - 5", " AANT.
BELSIGN. - 6", "AANT. BELSIGN. - 7" en "AANT.
BELSIGN. - 8", drukt u op de toetsen:
BELLER ID
JA
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"BELLER ID - NEE", drukt u op de toetsen:
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
OPMERKING
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
OPMERKING
Met deze functie ingeschakeld, worden de datum en tijd bijgewerkt bij ontvangst van elke oproep.
48
Indien u een extern antwoordapparaat aansluit, moet het
aantal belsignalen waarna het antwoordapparaat geactiveerd
wordt, lager zijn dan het aantal belsignalen dat op het faxtoestel
is ingesteld.
VOLUME
BELSIGNALEN WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
BELVOLUME
4. Druk op de toets:
Deze functie is bijzonder geschikt in combinatie
met de stille ontvangst aangezien het faxtoestel alleen een belsignaal zal geven indien het een telefoonoproep betreft.
Het is raadzaam het eventuele externe antwoordapparaat van de elektrische voeding af te koppelen alvorens de herkenningsprocedure te starten.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Het display geeft het standaard volumeniveau weer,
INSTALLATIE
bijvoorbeeld 4:
NAAM ZENDER
BELVOLUME
NIVEAU 4
5. Om het volume te verhogen of te verlagen, drukt u op
de toetsen:
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
ONDERSCH.BEL
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
7. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
8. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
HERKENNING
VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/
UITSCHAKELEN
ONDERSCH.BEL
OPTIE INSTELLEN
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"ONDERSCH.BEL - PATROON INSTELL", drukt u op
de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
AUTODETECTIE
In enkele landen bieden de telefooncentrales de mogelijkheid aan dezelfde telefoonlijn twee of meer telefoon- of faxnummers toe te kennen, die voor verschillende gebruikers zijn bestemd. Elk nummer krijgt
een bepaald belsignaal-ritme.
8. Bel het faxtoestel met het gewenste belsignaal-ritme tot
het faxtoestel dit detecteert.
Op het display verschijnt:
Deze functie is bijzonder nuttig in huis of in een klein
kantoor, waar dezelfde telefoonlijn door meerdere personen wordt gedeeld.
Uw faxtoestel is in staat om één van deze ritmes
te herkennen (zie onderstaande procedure). Op deze
manier zal het faxtoestel (in de ontvangstmodus "TEL /
FAX" en "AWA / FAX") wanneer het een oproep ontvangt met dat specifieke belsignaal-ritme, altijd alleen
voor ontvangst van een document worden ingesteld.
Nu kunt u het nieuwe belsignaalritme inschakelen.
9. Om het nieuwe belsignaalritme in te schakelen, gaat u
terug naar het punt waarop het display het volgende
weergeeft:
GEDETECTEERD
ONDERSCH.BEL
OPTIE INSTELLEN
10. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
OPTIE INSTELLEN
NEE
49
11. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "OPTIE INSTELLEN - JA", drukt u op de toetsen:
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
12. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
13. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
14. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
OPMERKING
Indien het faxtoestel dit specifieke belsignaalritme niet kan
herkennen, verschijnt op het display het bericht "NIET
GEDETECT.". Druk in dat geval op de toets
FAX/TEL TIJD
7. Druk op de toets:
en herhaal
Op het display verschijnt:
de procedure.
ZOEMERDUUR
FAX/TEL TIJD
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
•
•
20 SEC.
WIJZIGEN
Wanneer het faxtoestel ingesteld is op automatische
ontvangst met oproeptypeherkenning gedraagt het
zich als volgt:
indien een fax oproept, wordt de oproep automatisch
ontvangen na het ingestelde aantal belsignalen;
indien een telefoontoestel oproept, weerklinkt 20 seconden lang een geluidssignaal, waarna de ontvangst
automatisch wordt gestart indien u de hoorn nog steeds
niet hebt opgenomen.
Indien u dit wenst, kunt u de zoemerduur als volgt wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
8. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"FAX/TEL TIJD - 15 SEC.", "FAX/TEL TIJD - 30 SEC."
of "FAX/TEL TIJD - 40 SEC.", drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
STILLE
PERIODE WIJZIGEN
Wanneer het faxtoestel zich in de modus "AWA / FAX"
bevindt, en het antwoordapparaat hoort bij ontvangst
van een oproep geen boodschap binnen het geprogrammeerde aantal seconden (stille periode), onderbreekt het faxtoestel de opname en komt in de oorspronkelijke standby-modus terug.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
50
3. Druk op de toets:
AFSTANDSBEDIENINGSCODE
WIJZIGEN
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Indien het faxtoestel aangesloten is op een telefoontoestel dat in toonkiesmodus werkt en ingesteld is
op manuele ontvangst, kunt u bij elke oproep van
een correspondent die u een document wil zenden de
ontvangst sturen door de code * * op het aangesloten telefoontoestel in te voeren. Deze procedure heeft
hetzelfde resultaat als het indrukken van de toets
op uw faxtoestel.
U kunt alleen de tweede asterisk van deze code vervangen door een cijfer van 0 tot 9.
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
STILLE PERIODE
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
STILLE PERIODE
6 SEC.
8. Om de andere beschikbare waarden weer te geven,
"STILLE PERIODE - 3 SEC.", "STILLE PERIODE - 4
SEC.", "STILLE PERIODE - 8 SEC.", "STILLE PERIODE - 10 SEC." of "STILLE PERIODE - NEE", drukt
u op de toetsen:
Indien u "STILLE PERIODE - NEE" selecteert, wordt
de opname niet door het faxtoestel onderbroken.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
OPMERKING
Indien u een extern antwoordapparaat aansluit, moet u
controleren of de stille periode van het faxtoestel korter is dan
die op het antwoordapparaat is geprogrammeerd.
TEL.NET INSTELL
AFST. BEDIENING
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
AFST. BEDIENING
JA
8. Druk op de toets:
Het display geeft de code weer die u eerder hebt ingesteld, bijvoorbeeld:
CODE INSTELLEN
(0-9,*)
*8
51
6. Vorm het faxnummer dat u wilt blokkeren.
Hiertoe drukt u op de toetsen:
9. Om de nieuwe code in te voeren, drukt u op de toetsen:
10. Om de nieuwe code te bevestigen, drukt u op de toets:
11. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
7. Om een spatie in te voeren, typefouten te corrigeren of
speciale tekens en symbolen in te voeren, gaat u te
werk zoals uitgelegd in "Nu ontbreken uw naam en
faxnummer nog", in het hoofdstuk "Meteen aan de
slag".
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
12. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
OPMERKING
Als u deze functie wilt uitschakelen, drukt u na stap 7 op de
toetsen om de optie "AFST. BEDIENING - NEE" weer te
geven, en daarna op de toets
de toets
om te bevestigen en op
VAN UITGESLOTEN NUMMERS INSTELLEN
Zoals reeds gezegd, kunt u een lijst met ongewenste
nummers opslaan (max. 10) om geen documenten te
ontvangen die afkomstig zijn van de correspondenten
uit de lijst.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
UITGESLOTEN NRS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
0:VORM NUMMER
_
52
Op dit punt kunt u de procedure onderbreken of een
ander nummer blokkeren.
9. Om de procedure te onderbreken, drukt u op de toets:
om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke
standby-modus te plaatsen.
LIJST
NIEUW NUMMER
10. Om een ander nummer te blokkeren, herhaalt u de
procedure vanaf stap 5.
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
UITGESLOTEN NRS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
5. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NUMMER WIJZIGEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt het eerste nummer uit de lijst
van uitgesloten nummers.
7. Om het nummer op te zoeken dat u wilt wijzigen, drukt u
op de toetsen:
10. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Vanaf dit punt herhaalt u de procedure "Lijst van uitgesloten nummers instellen" vanaf stap 6 om het
nummer te wijzigen.
NUMMER WISSEN
11. Vanaf dit punt herhaalt u de procedure vanaf stap 6 om
andere nummers uit de lijst te wissen.
LIJST
LIJST
VAN UITGESLOTEN NUMMERS AFDRUKKEN
VAN UITGESLOTEN NUMMERS WISSEN
1. Druk op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
UITGESLOTEN NRS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
5. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NUMMER WISSEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt het eerste nummer uit de lijst
menu
CONF. ONTVANGST
2. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
ONTVANGSTMODUS
3. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
CONF. ONTVANGST
UITGESLOTEN NRS
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
NIEUW NUMMER
5. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
UITGESLOTEN NRS
LIJST PRINTEN
6. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de
oorspronkelijke standby-modus terug.
van uitgesloten nummers.
7. Om het nummer op te zoeken dat u wilt wijzigen, drukt u
op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
nee
9. Om de andere optie weer te geven, "WISSEN? - JA",
drukt u op de toetsen:
53
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR
VERZENDING
8. Om de andere parameter te selecteren, drukt u op de
toetsen:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL FAX
PLAATS
BUITEN
VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd
en aantal pagina's) kan door het faxtoestel van uw correspondent buiten de tekstzone worden ontvangen en
dus vlak onder de bovenkant van de pagina, of binnen
de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de
tekstzone te plaatsen.
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Plaats wijzigen:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
KOPREGEL FAX
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
KOPREGEL FAX
BINNEN VERBINDINGSTONEN
WEERGEVEN
Het faxtoestel is zo ingesteld dat u de kiestonen tijdens
het kiezen van het nummer en de verbindingstonen
die tussen uw faxtoestel en het andere toestel worden
uitgewisseld, kunt horen. Is dit niet het geval, dan programmeert u dit als volgt:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
LIJNDETECTIE
54
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
LIJNDETECTIE
menu
nEE
CONFIG. FAX
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"LIJNDETECTIE - JA", drukt u op de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
LUIDSPREKERVOLUME
AANPASSEN
Als het volume van de lijn- en verbindingstonen te laag
of te hoog is, kunt u dit aanpassen met behulp van de
toetsen
.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VERBONDEN
2. Om het volume van de luidspreker te verhogen/verlagen, drukt u op de toets:
Op de eerste regel van het display verschijnt het niveau van het ingestelde volume.
3. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
ZOEMERVOLUME
AANPASSEN
Het geluidssignaal geeft zowel bijzondere omstandigheden in de werking van het faxtoestel als eventuele
fouten of storingen aan.
Het volume van het geluidssignaal kan op acht niveaus
geregeld worden, of kan volledig uitgeschakeld worden.
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ZOEMERVOLUME
7. Druk op de toets:
Het display geeft het standaard volumeniveau weer,
bijvoorbeeld 4:
ZOEMERVOLUME
NIVEAU 4
8. Om het volume te verhogen of te verlagen, drukt u op
de toetsen:
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
55
DE
FLASH-FUNCTIE IN-/UITSCHAKELEN
Indien het faxtoestel is aangesloten op een privé-centrale (PBX) met beheer van de Flash-impuls, heeft u
door activering van deze functie direct toegang tot de
openbare lijn.
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
INSTALLATIE
OPMERKING
Nadat de Flash-functie is ingeschakeld, moet u voor directe
toegang tot de openbare lijn vanaf de privé-centrale (PBX),
op de toets
drukken alvorens het nummer te vormen
(op het display verschijnt de letter "E").
ACTIVEREN/STOPZETTEN
VAN DE ECM MODUS
ECM (Error Correction Mode) is een correctiesysteem
voor fouten die worden veroorzaakt door storingen van
de telefoonlijn. Om hiervan te kunnen gebruikmaken,
moet deze functie zowel op uw fax als op het toestel van
uw correspondent geactiveerd zijn De letter "E" op het
display geeft aan dat de functie geactiveerd is.
Uw faxtoestel is voorgeprogrammeerd om met deze
modus te verzenden. Om het toestel op normaal verzenden in te stellen, volgt u onderstaande procedure:
1. Druk op de toets:
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
INSTALLATIE
NAAM ZENDER
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE
TEL.NET INSTELL
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
TYPE TEL.NET
6. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
TEL.NET INSTELL
PBX FLASH
7. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
PBX FLASH
NEE
8. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "PBX
FLASH - JA", drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
CONFIG. FAX
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DATUM / TIJD
4. Drukt u op de toetsen:
Op het display verschijnt:
CONFIG. FAX
DIV. PARAMETERS
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
DIV. PARAMETERS
ecm
6. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ecm
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
10. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
JA
7. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "ECM
- NEE", drukt u op de toetsen:
8. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
11. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
56
9. Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standbymodus te plaatsen, drukt u op de toets:
4. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
10. Indien u een functie terug wilt gaan, drukt u op de toets:
Nu kunt u de huidige tijd bevestigen of de nieuwe tijd
eroverheen typen, bijvoorbeeld "18:20".
5. Om de nieuwe tijd eroverheen te typen, drukt u op de
toetsen:
ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE
POLLINGFUNCTIE
6. Zowel voor het bevestigen van de huidige tijd als de
nieuwe tijd, drukt u op de toets:
WAT IS
POLLING
Op het display verschijnt:
Wanneer een faxtoestel een daarvoor ingestelde terminal om
een verzending vraagt, zodat het document automatisch verzonden wordt, spreken we van polling.
De communicatie met de pollingmethode heeft de volgende
twee fundamentele kenmerken:
• de gebruiker die het document wil ontvangen, vraagt
de verzending aan. Dit betekent dat een gebruiker een verbinding met een voor deze functie ingestelde terminal tot stand
kan brengen en kan vragen hem automatisch een (speciaal
voorbereid) document te zenden, ook wanneer er aan de
andere kant van de lijn niemand aanwezig is.
• de transactiekosten zijn voor rekening van degene die
de verzending aanvraagt (d.w.z. degene die het document
ontvangt) en niet van degene die het document verzendt.
AANVRAGEN VAN
ONTVANGST)
EEN VERZENDING (POLLING VOOR
Spreek het tijdstip voor de verzending met uw correspondent af, zodat deze het te verzenden document op
de daarvoor ingestelde terminal kan insteken. Stel uw
faxtoestel in om het document te ontvangen, programmeer de kiesmethode die gebruikt moet worden om het
andere faxtoestel op te roepen en het tijdstip waarop
het document ontvangen moet worden.
1. Druk op de toets:
VORM NUMMER
_
7. Vorm het nummer van de correspondent direct op het
numerieke toetsenbord, door op de volgende toetsen
te drukken:
8. Indien u dit wenst, kunt u het nummer van de correspondent opzoeken via het adresboek (zie verderop
"Programmering van het adresboekk").
Hiertoe gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
.
2. Druk op de toetsen om het gewenste nummer op te
zoeken.
of
1. Druk op de toets met de beginletter van de gewenste
naam. Het faxtoestel zoekt de naam in alfabetische
volgorde op.
9. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Het faxtoestel geeft, gedurende enkele seconden, het
bericht "POLL INGESTELD" weer en komt vervolgens
automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug. Op de tweede regel van het display verschijnt:
"RX POLL 18:20".
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
REEDS INGESTELDE
POLLING VOOR ONTVANGST WIJZIGEN
1. Druk op de toets:
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
Op het display verschijnt:
menu
menu
POLLING ONTV.
CONF. ONTVANGST
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
menu
NIEUWE INSTELL.
POLLING ONTV.
57
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
NIEUWE INSTELL.
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
WIJZIGEN
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
VORM TIJD
UU:MM
Vanaf hier volgt u de procedure "Aanvragen van een
verzending (polling voor ontvangst)" vanaf stap 5.
REEDS
INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST WISSEN
1. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
menu
CONF. ONTVANGST
2. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
menu
POLLING ONTV.
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
NIEUWE INSTELL.
4. Drukt u op de toetsen
tot op het display verschijnt:
POLLING ONTV.
WISSEN
5. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
WISSEN?
nEE
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "WISSEN? - JA", drukt u op de toetsen:
7. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
De polling voor ontvangst wordt automatisch gewist en
het faxtoestel komt automatisch in de oorspronkelijke
standby-modus terug.
58
PROBLEMEN OPLOSSEN
WANNEER DE STROOM UITVALT
In geval van een stroomuitval, bewaart het faxtoestel de
in het adresboek geprogrammeerde nummers en de
rapporten in het geheugen, terwijl de opgeslagen documenten verloren gaan.
Ook de datum en tijd gaan verloren. Deze moeten dan
opnieuw worden ingesteld volgens de procedure "De
eerste keer de datum en tijd instellen", hoofdstuk
"Meteen aan de slag".
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande lijst biedt enkele aanwijzingen voor het oplossen van kleine problemen.
PROBLEEM
OPLOSSING
Het faxtoestel geeft geen
enkel bericht weer.
Controleer of het faxtoestel
goed op het stopcontact en op
de telefoonlijn is aangesloten.
U kunt het document niet
correct insteken.
Controleer of het document
voldoet aan de aanbevelingen
in de paragraaf "Welke
documenten kunt u
gebruiken", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en
ontvangen".
Het toestel kan geen
documenten verzenden.
Controleer of het document niet
vastgelopen is.
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT
Als tijdens ontvangst het papier opraakt of vastloopt of
de inkt is op of het deksel van het patrooncompartiment is open of de papiersteun is dicht of u
tilt het bedieningspaneel op, dan wordt het afdrukken
onderbroken, op het display verschijnt het betreffende
bericht en het ontvangen document wordt tijdelijk in het
geheugen opgeslagen. Wanneer de storing eenmaal is
hersteld, begint het faxtoestel weer af te drukken.
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT
Indien de verzending mislukte door lijn- of faxproblemen,
gaat de FOUTEN-LED " " branden en geeft het faxtoestel
een kort geluidssignaal; in dat geval drukt het toestel automatisch het zendrapport af (zie verderop "Rapporten
en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk "Functies voor
verzenden en ontvangen"), waarin een foutcode de
oorzaak aangeeft (verderop vindt u een lijst met alle foutcodes).
De lijn is bezet: wacht tot deze
vrij is en probeer het opnieuw.
Het toestel kan niet
automatisch ontvangen.
U hebt het toestel ingesteld op
manuele ontvangst: stel het in
op automatische ontvangst.
Het toestel kan niet
kopiëren of ontvangen.
Controleer of het document of
het vel papier niet vastgelopen
is.
Het gebruikte papiertype is niet
geschikt: controleer de
papierkenmerken vermeld in
het hoofdstuk "Technische
gegevens".
De afdrukken zijn volledig Steek het document met de
blanco.
gegevens naar boven gericht
in de ADF.
OPMERKING
Indien het toestel geen documenten kan verzenden of ontvangen, kan dit ook aan andere oorzaken te wijten zijn. Deze
oorzaken zullen worden aangegeven in de vorm van een
foutcode in het "Zendrapport" en in het " Activiteitenrapport", zie "Rapporten en lijsten afdrukken", in het
hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen".
59
FOUTCODES
De foutcodes die zowel op het zendrapport als op het
activiteitenrapport worden afgedrukt bestaan uit twee cijfers
die de oorzaak van de fout aangeven. Op het activiteitenrapport wordt de code wegens plaatsgebrek zonder verder
bericht weergegeven.
CODE
BERICHT
OORZAAK VAN DE FOUT
WAT U MOET DOEN
OK
OK
Transactie correct voltooid.
Geen interventie.
02
VERBINDING ONMOGELIJK
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Het faxtoestel detecteert geen lijntoon of
ontvangt foutieve signalen.
Controleer of het faxtoestel correct op de
telefoonlijn is aangesloten en of de hoorn
ingehaakt is. Probeer opnieuw.
03
GEEN ANTWOORD
Het opgweroepen nummer antwoordt niet of
is geen faxtoestel.
Controleer of het nummer van de
correspondent juist is.
04
FOUTEN BIJ VERZENDING
HERHALEN VANAF PAGINA:
Er werd een storing gedetecteerd tijdens de
verzending.
Herhaal de verzending vanaf de pagina
aangegeven in het rapport.
05
FOUTEN BIJ VERZENDING
HERHAAL PAGINA:
Het opgeroepen faxtoestel heeft fouten
gedetecteerd tijdens de ontvangst.
Herhaal de verzending van de pagina's
aangegeven in het rapport.
06
LIJN BEZET
De lijn is bezet.
Probeer opnieuw bij onbezette lijn.
07
DOCUMENT TE LANG
Het te verzenden document is te lang. De
verzendingstijd overschrijdt de toegelaten
limiet.
Splits het te verzenden document op.
01 en 08
DOC. CONTROLEREN
De optische scanner kan het document niet
lezen.
Neem het document uit de ADF en steek het
opnieuw in voordat u de verzending opnieuw
start.
09
TX ONDERBROKEN MET STOP
U hebt de verzending onderbroken.
Geen interventie.
10
FOUTEN BIJ ONTVANGST
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Het faxtoestel heeft een storing gedetecteerd
tijdens de ontvangst.
Neem contact op met de correspondent en
vraag hem het document opnieuw te
verzenden.
11
ONTVANGST ONMOGELIJK
GEHEUGEN VOL
De printer gedraagt zich abnormaal tijdens de Verhelp het probleem en wacht tot het
ontvangst. Resterend document opgeslagen opgeslagen document afgedrukt is.
in geheugen maar geheugencapaciteit
overschreden voor einde van procedure.
OK
OK?
Het document kon ontvangen worden maar
de afdrukkwaliteit laat te wensen over.
13
FOUTEN BIJ POLLING
RAADPLEEG CORRESPONDENT
Neem contact op met de correspondent.
Er steekt geen document in de ADF van de
correspondent en deze heeft zijn terminal niet
ingesteld voor verzending na polling.
60
Neem contact op met de correspondent.
DOC. IN GEHEUGEN
SIGNALEN EN BERICHTEN
Eventuele problemen die kunnen optreden worden gewoonlijk aangegeven door geluidssignalen (die soms vergezeld
gaan van visuele signalen: brandende fouten-LED "
") of
Het ontvangen document werd in het geheugen opgeslagen
omdat tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd en
onmiddellijke afdruk niet mogelijk was: controleer het type fout
(papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het probleem op.
DOC. INVOEREN
door foutberichten op het display.
Het faxtoestel geeft eveneens geluidssignalen en berichten op het display die geen fout aangeven.
GELUIDSSIGNALEN
GEHEUGEN VOL
DIE EEN FOUT AANGEVEN
Korte toon, 1 seconde lang
• U hebt op de verkeerde toets gedrukt tijdens een procedure.
Langere toon, 3 seconden lang, plus brandende fouten-LED
• Transactie mislukt.
Permanente toon
• Hoorn van de haak, u vergat de hoorn in te haken na een
vorige transactie.
OPMERKING
Om de fouten-LED "
" uit te schakelen moet u op de toets
drukken.
FOUTBERICHTEN
U bent bezig een verzending uit het geheugen in te stellen
zonder het document in de automatische invoer (ADF) te hebben gestoken: steek het document in de ADF.
Een of meer documenten worden in het geheugen opgeslagen omdat er tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd,
waardoor het geheugen vol is geraakt: controleer het type
fout (papier op, papier vastgelopen, inkt op, enz.) en los het
probleem op. De documenten zullen automatisch worden afgedrukt, zodat er opnieuw geheugenplaats beschikbaar is.
HERHALING nnn
De verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel
staat in de wachtstand voor automatische kiesherhaling.
HERH. POLL nnn
U hebt een ontvangst na polling ingesteld en de verbinding is
niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of
omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de
wachtstand voor automatische kiesherhaling.
INSTELLING FOUT
OP HET DISPLAY
Datum en tijd zijn niet correct ingesteld: zie "De eerste keer
de datum en tijd instellen" en "Datum en tijd wijzigen",
hoofdstuk "Meteen aan de slag".
ADRESBOEK LEEG
U probeert een fax- of telefoonnummer uit het adresboek te
wijzigen/wissen maar het adresboek is leeg.
ADRESBOEK VOL
U probeert een fax- of telefoonnummer in het adresboek op te
slaan maar het adresboek is vol: u moet ten minste één fax- of
telefoonnummer uit het adresboek wissen.
CONTROLEER DOC., DRUK op <I>
Het document is niet goed ingevoerd: plaats het document
opnieuw in de automatische invoer (ADF) en druk op de toets
KOPIE ONDERBROK.
•
•
U hebt een kopieertaak onderbroken door op de toets
te drukken.
Er is een storing opgetreden tijdens het kopiëren van het
document en het kon niet worden afgedrukt: controleer het
type fout op het display en los het probleem op.
LEEG
U heeft het afdrukken van het "rapport laatste verzending"
opgevraagd maar het faxtoestel heeft geen enkele verzending uitgevoerd.
om de normale werking van het faxtoestel te herstellen.
CONTROL. PAPIER, DRUK op <I>
•
Er is geen papier in de invoerlade: vul papier bij en druk op
om het bericht van het display te wissen.
•
LIJN BEZET
U probeert de herkenningsprocedure van het belsignaalritme
uit te voeren (zie "Herkenning van het belsignaal-ritme
in-/uitschakelen ", Hoofdstuk "Geavanceerd gebruik ")
maar de lijn is bezet: probeer het later nog eens.
Het papier is niet goed ingevoerd: plaats het papier opnieuw
in de invoerlade en druk op de toets
om de normale
werking van het faxtoestel te herstellen.
61
LIJST LEEG
•
•
•
U probeert een verzending uit het geheugen te wijzigen/wissen zonder dat u er eerder een heeft ingesteld.
U heeft om afdrukken van het activiteitenrapport gevraagd
maar het faxtoestel heeft geen enkele transactie (verzending/
ontvangst) uitgevoerd.
U probeert de lijst van binnenkomende/uitgaande oproepen
weer te geven of af te drukken maar het faxtoestel heeft geen
oproepen ontvangen.
LIJST VOL
•
•
U probeert een fax- of telefoonnummer aan de lijst van uitgesloten nummers toe te voegen maar de lijst is vol: u moet ten
minste één nummer uit de lijst wissen (zie "Lijst van uitgesloten nummers wissen", hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
U probeert een document uit het geheugen aan meer dan 10
correspondenten te verzenden. Het faxtoestel kan een document uit het geheugen aan maximaal 10 correspondenten
verzenden (zie "Een document aan meerdere correspondenten verzenden", hoofdstuk "Functies voor verzenden
en ontvangen").
NIET GEPROGRAMM.
U hebt een positie (00-99) van het adresboek gekozen waarop
geen fax- of telefoonnummer geprogrammeerd is: kies een
andere positie of programmeer de zojuist gekozen positie (zie
"Programmering van het adresboek", in het hoofdstuk
"Functies voor verzenden en ontvangen").
NIET INGEVOERD
PATROON VERV.
De inkt in de patroon is op: vervang de printpatroon (zie
"Printpatroon vervangen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
REEDS GEPROGR.
U heeft een positie (00-99) van het adresboek gekozen
waarop u reeds een fax- of telefoonnummer heeft opgeslagen: kies een andere positie (zie "Programmering van het
adresboek", hoofdstuk "Functies voor verzenden en ontvangen").
REEDS INGEVOERD
U heeft reeds een polling voor ontvangst ingesteld. U kunt er
niet gelijktijdig nog een instellen.
REEDS INGEVOERD
U heeft reeds een verzending uit het geheugen ingesteld. U
kunt er niet gelijktijdig nog een instellen.
RX FOUT
De ontvangst verliep niet correct; druk op de toets
de fouten-LED "
U probeert een verzending uit het geheugen te wissen/wijzigen zonder dat deze is ingesteld.
RX IN GEHEUGEN
De ontvangen gegevens werden in het geheugen opgeslagen wegens een fout tijdens de ontvangst, die het afdrukken
belette: zoek op de onderste regel van het display naar het
fouttype en los het probleem op.
TX FOUT
De verzending verliep niet correct; druk op de toets
de fouten-LED "
" uit te schakelen en het bericht van het
VERWIJDER DOC., DRUK OP <I>
•
Indien het document geblokkeerd raakt tijdens het kopiëren of
verzenden, dient u op de toets
PAPIER PROBLEEM, DRUK op <I>
. Indien het papier niet automatisch
wordt uitgevoerd, dient u te controleren waar het geblokkeerd zit, en het handmatig te verwijderen (zie "Vastgelopen papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
PATROON CONTR.
•
•
62
Het faxtoestel detecteert geen printpatroon omdat u vergeten
bent de patroon in het toestel te installeren of omdat hij niet
correct geïnstalleerd is: installeer de patroon of installeer hem
opnieuw.
Enkele inktsproeiers van de patroon zijn beschadigd, wat in
een slechte afdrukkwaliteit resulteert. Voer de reinigingsprocedure voor de patroon uit (zie "Reinigingsprocedure
voor de printpatroon en testprocedure voor de
inktsproeiers", in het hoofdstuk "Onderhoud").
te drukken. Indien het
document niet automatisch wordt uitgevoerd, moet u het document handmatig verwijderen (zie "Vastgelopen documenten verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
Het papier is vastgelopen tijdens het kopieren of verzenden:
druk op de toets
om
display te wissen, en herhaal de verzending.
NIET TOEGESTAAN
U bent bezig een operatie uit te voeren die niet is toegestaan
op het faxtoestel.
" uit te schakelen en het bericht van het
display te wissen.
U probeert een polling voor ontvangst te wissen/wijzigen zonder dat deze is ingesteld.
NIET INGEVOERD
om
•
U hebt het scannen onderbroken door op de toets
drukken.
te
ANDERE
NUMMERVORMING
GELUIDSSIGNALEN
Het faxtoestel is het gewenste nummer aan het vormen.
Korte toon, 1 seconde lang
• Transactie werd correct uitgevoerd.
Intermitterende toon, 20 seconden lang
• Signaal om de hoorn op te nemen en een telefoonoproep te
beantwoorden.
ANDERE
PATR. BIJNA LEEG
De inkt in de patroon is bijna op.
POLL INGESTELD
U heeft een polling voor ontvangst ingesteld.
RX ONDERBROKEN
BERICHTEN OP HET DISPLAY
U hebt de ontvangst onderbroken door op de toets
te
drukken.
AFDRUKKEN
RX POLL: UU:MM
Het faxtoestel is een rapport of een lijst aan het afdrukken.
U hebt een verzending aangevraagd (Ontvangst na polling).
BEKIJK AFDRUK
1=UIT 0=HERHAAL
Het faxtoestel heeft automatisch de inktsproeiers van de
printpatroon getest en een proefafdruk gemaakt: controleer of
de printkwaliteit aanvaardbaar is en tref de nodige maatregelen.
RX VOLTOOID
De ontvangst verliep succesvol.
TX INGESTELD
U heeft een verzending uit het geheugen ingesteld.
DEKSEL OPEN
U heeft het bedieningspaneel opgetild.
DOC.NR xxxx
U heeft een verzending uit het geheugen ingesteld en het
faxtoestel heeft het document zojuist opgeslagen. "XXXX" komt
overeen met het identificatienummer van het zojuist opgeslagen document.
DOCUMENT GEREED
TX ONDERBROKEN
U hebt de verzending onderbroken door op de toets
te
drukken.
TX UIT GEHEUGEN
U hebt een verzending uit het geheugen ingesteld.
TX VOLTOOID
De verzending verliep succesvol.
U hebt het document correct in de ADF gestoken.
GEHEUGENOPSLAG
Het faxtoestel slaat de pagina’s van het te kopiëren document
op.
GEHEUGEN PRINTEN
Als er geen papier aanwezig is of als het vastloopt, of als de
inkt van de printpatroon opraakt, slaat het faxtoestel de ontvangen documenten op. Nadat de werkingscondities van het
faxtoestel zijn hersteld, worden de documenten uit het geheugen afgedrukt.
HOORN OPLEGGEN
U heeft de functie "handenvrij" ingeschakeld: om het gesprek
in deze modus te beginnen moet u de hoorn op de haak
leggen.
VERBINDING
Het faxtoestel is de verbinding met het andere faxtoestel tot
stand aan het brengen.
VERBONDEN
U hebt de lijn genomen door de hoorn van de aangesloten
telefoon op te nemen.
VERZENDING
Er is een verzending bezig.
VERZENDING
Er is een verzending bezig.
WACHTEN AUB
Het faxtoestel voert een procedure uit.
HOORN OPNEMEN
De correspondent wil een gesprek voeren: neem de hoorn
op om de oproep te beantwoorden.
NIEUWE PATROON? 1=JA 0=NEE
WACHTVERBINDING, DRUK OP HOLD
U hebt een telefoongesprek tijdelijk onderbroken door op de
te drukken: druk opnieuw op de toets
om
toets
het gesprek met de correspondent te hervatten.
U hebt een printpatroon voor het eerst geïnstalleerd, of verwijderd en dan opnieuw geïnstalleerd: u moet de vragen nog
beantwoorden. Indien u "ja" antwoordt hoewel de patroon
niet nieuw is, zal het faxtoestel niet detecteren wanneer de
inkt op is.
63
ONDERHOUD
PRINTPATROON
6. Plaats de printpatroon in de behuizing. Zorg er voor dat de elektrische contacten naar onderen
wijzen.
VERVANGEN
De printpatroon moet worden vervangen, wanneer de inkt
opraakt (lege printpatronen kunnen niet worden hergebruikt) of wanneer de afdrukkwaliteit achteruit gaat.
In het eerste geval drukt het faxtoestel automatisch een bericht af om u eraan te herinneren dat de inkt in de patroon
bijna op is en dat u hem moet vervangen.
7. Duw de patroon aan tot u een
klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
7
1. Kantel het bedieningspaneel naar
voren.
1
2. Open het patrooncompartiment
met behulp van de hendel.
Ontgrendel de printpatroon door
middel van het hendeltje.
2
3. Trek de printpatroon uit de behuizing.
4. Houd de nieuwe printpatroon aan
de zijkant vast en verwijder de
beschermstrook
van
de
inktsproeiers.
8. Sluit de afdekking van de patrooncompartiment en het
bedieningspaneel.
OPMERKING
Wanneer u de patroon vervangen hebt omdat de inkt op
was, herkent het faxtoestel de vervanging automatisch bij sluiten van het bedieningspaneel en op het display verschijnt
het bericht "NIEUWE PATROON? 1=JA 0=NEE". Stel de
waarde 1 in.
Nu voert het faxtoestel automatisch de procedure voor reiniging van de patroon en controle van de inktsproeiers
uit, die wordt afgesloten met de afdruk, op een automatisch
ingevoerd vel, van een nummerschaal en een tekst die aangeeft dat de patroon correct is vervangen. Indien het afdrukresultaat van de nummerschaal of van de tekst onbevredigend is, raadpleeg dan "De printpatroon plaatsen", in het
hoofdstuk "Meteen aan de slag".
Indien u de patroon vervangen hebt omdat de afdrukkwaliteit was verminderd, gaat u als volgt te werk:
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
Opgelet!
5. Raak de spuitmonden en de elektrische contacten niet aan.
NEE!
2. Druk op de toetsen
tot op het display verschijnt:
MENU
ONDERH. PATROON
3. Druk op de toets:
Op het display verschijnt:
ONDERH. PATROON
NIEUWE PATROON
64
7. Druk op de toets:
4. Druk op de toets:
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
Op het display verschijnt:
controleprocedure van de inktsproeiers en drukt het
resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printpatroon plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan
de slag".
NIEUWE PATROON
NEE
5. Om de andere beschikbare optie weer te geven,
"NIEUWE PATROON - JA", drukt u op de toetsen:
6. Druk op de toets:
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en
controleprocedure van de inktsproeiers en drukt het
resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "De
printpatroon plaatsen", in het hoofdstuk "Meteen aan
de slag".
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTPATROON
EN TESTPROCEDURE VOOR DE INKTSPROEIERS
Indien de afdrukkwaliteit achteruit gaat, kunt u een
snelle procedure uitvoeren voor het reinigen van de
printpatroon en het testen van de inktsproeiers, afgesloten door een afdruk die de toestand weergeeft.
1. Druk op de toets
tot op het display verschijnt:
MENU
CONF. ONTVANGST
OPMERKING
U kunt de procedure op elk gewenst moment onderbreken
door op de toets
te drukken.
OPMERKING
Indien de afdrukkwaliteit na het uitvoeren van de reinigingsprocedure nog niet aan de verwachtingen voldoet, kunt u in
volgorde de volgende handelingen uitvoeren, tot u een bevredigend resultaat bereikt:
- Maak op het faxtoestel een kopie van een document met de
gewenste grafische- of tekstkenmerken en beoordeel het resultaat.
- Gebruik een andere papiersoort (het papier dat u gebruikt
kan bijzonder poreus zijn) en herhaal de procedure nogmaals.
- Verwijder de patroon en installeer hem opnieuw.
- Verwijder de patroon en inspecteer deze op aanwezigheid
van deeltjes op de inktsproeiers; een eventueel aanwezig
deeltje voorzichtig verwijderen en erop letten dat u de elektrische contacten niet aanraakt. Installeer de patroon.
- Verwijder de patroon en reinig de elektrische contacten van
de patroon en van de printwagen, zie "Elektrische contacten van de printpatroon reinigen".
- Installeer de patroon opnieuw.
- Raadpleeg de technische dienst.
2. Druk op de toetsen
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE
tot op het display verschijnt:
MENU
PRINTPATROON REINIGEN
ONDERH. PATROON
3. Druk op de toets:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
Op het display verschijnt:
ONDERH. PATROON
1
1. Kantel het bedieningspaneel naar
voren.
2
2. Open het patrooncompartiment
met behulp van de hendel.
Ontgrendel de printpatroon door
middel van het hendeltje.
NIEUWE PATROON
4. Druk op de toetsen:
Op het display verschijnt:
ONDERH. PATROON
REINIG. PATROON
5. Om de instelling te bevestigen, drukt u op de toets:
Op het display verschijnt:
REINIG. PATROON
NEE
6. Om de andere beschikbare optie weer te geven, "REINIG. PATROON - JA", drukt u op de toetsen:
65
3. Trek de printpatroon uit de behuizing.
4. Reinig de elektrische contacten
met behulp van een lichtjes bevochtigde doek.
Opgelet!
Raak de spuitmonden niet aan.
5. Reinig de elektrische contacten
op de printwagen eveneens met
een lichtjes bevochtigde doek.
5
OPMERKING
Om te controleren of de optische scanner schoon is, maakt u
een kopie met een blanco vel papier. Als op de kopie verticale
strepen te zien zijn en na controle blijkt dat de optische scanner perfect schoon is, dient u contact op te nemen met de
technische dienst.
BEHUIZING REINIGEN
1. Koppel het faxtoestel van het stroomnet en telefoonnet af.
2. Gebruik alleen een zachte, rafelvrije doek die u licht bevochtigd hebt met wat verdund afwasmiddel.
VASTGELOPEN DOCUMENTEN VERWIJDEREN
Tijdens het verzenden of kopiëren kan het gebeuren dat
een origineel vastloopt (dit wordt op het display aangegeven met het bericht: "VERWIJDER DOC., DRUK OP < I >").
Probeer het origineel uit te voeren door op de toets
6. Plaats de printpatroon in de behuizing. Zorg er voor dat de
elektrische contacten naar onderen wijzen.
7. Duw de patroon aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij
goed zit.
8. Sluit de afdekking van de patrooncompartiment en het
bedieningspaneel.
te
drukken. Indien het origineel niet uitgevoerd wordt, moet u
het als volgt handmatig verwijderen:
1
1. Til het bedieningspaneel op, verwijder het document uit de ADF
en sluit het bedieningspaneel
weer.
OPTISCHE SCANNER REINIGEN
Door stof dat zich op het glas van de optische scanner opstapelt, zijn problemen bij het inscannen van documenten mogelijk. Om dit te voorkomen, moet u het glas af en toe als volgt
reinigen:
Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:
1
1. Kantel het bedieningspaneel naar
voren.
2. Reinig het glas van de optische
scanner met een bevochtigde
doek met een specifiek glasreinigingsmiddel. Droog het glas
zorgvuldig af.
Opgelet!
Giet of spuit het reinigingsmiddel niet direct op het glas.
3. Sluit het bedieningspaneel.
66
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen documenten te verwijderen.
VASTGELOPEN PAPIER VERWIJDEREN
Indien het papier voor het afdrukken van ontvangen documenten of het kopiëren van originelen vast mocht lopen (dit
wordt op het display aangegeven met het bericht "PAPIER
PROBLEEM, DRUK OP <I >"), probeer dan het papier uit
te voeren door op de toets
te drukken. Als het vel pa-
pier niet uitgevoerd wordt, moet u het als volgt handmatig
verwijderen:
Indien het papier in de ASF vastloopt:
1
1. Open het paneel van de papierlade (ASF).
2. Verwijder het vastgelopen vel
papier. Zorg ervoor dat u het vel
papier niet scheurt.
Indien het papier in de uitvoerzone van ontvangen/
gekopieerde documenten vastloopt:
1
1. Verwijder het vastgelopen vel
papier. Zorg ervoor dat u het vel
papier niet scheurt.
OPMERKING
Gebruik nooit puntige voorwerpen om vastgelopen papier te
verwijderen.
67
FABRIKANT EN SERVICE
FABRIKANT
Olivetti S.p.A. con unico azionista
Gruppo Telecom Italia
Direzione e coordinamento di Telecom Italia S.p.A.
Via Jervis, 77 - 10015 IVREA (TO)
ITALIË
SERVICE
Indien het faxtoestel niet naar behoren werkt, of bij vragen
aan de fabrikant, kunt u het nummer bellen dat op de "Warranty
Card" is aangegeven.
68
TECHNISCHE GEGEVENS
ALGEMENE
ONTVANGSTKENMERKEN
KENMERKEN
Model ......................... Tafelmodel
Display ........................ LCD 16 + 16 tekens
Geheugencapaciteit ..... max. 150 pagina's
Afdrukmethode ............ Afdruk op gewoon papier met inkjetprinter
Max. afdrukbreedte .............................. 204 mm
Afdrukpapier ........................................ A4 (210 x 297 mm)
US Letter (216 x 279 mm)
US Legal (216 x 356 mm)
Papiergewicht: 70-90 g/m2
Afmetingen
Breedte ....................... 350 mm
Diepte ......................... 280 mm
Hoogte ........................ 140 mm
Gewicht ....................... ca. 4,7 Kg
Papierinvoer ............... Cassette voor gewoon papier (max. 100 vel
80 gr/m2)
KENMERKEN
COMMUNICATIEKENMERKEN
VAN HET ANTWOORDAPPARAAT (ALLEEN MODEL
MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT)
Telefoonnet ................. Openbaar/PBX
Compatibiliteit............... ITU
Modemsnelheid ....................... 14400 - 9600 - 7200 - 4800 - 2400
(met automatische "fall back")
Comprimeringsmethode ........... MH, MR, MMR
KENMERKEN
Stroomvoorziening .................. 220-240 VAC of 110-240 VAC (zie
het plaatje aan de achterkant van
het faxtoestel)
Frequentie .............................. 50-60Hz (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Stroomverbruik:
- in standby ............................ < 4 W
- max. verbruik ...................... max. 25 W
• Snelle toegang vanaf bedieningspaneel en op afstand
• Toegangscode
• Opname boodschappen
• Behoud van boodschappen bij stroomuitval
KENMERKEN VAN
DE TELEFOON
• 4 beschikbare belsignalen die aan een nummer van het adresboek gekoppeld kunnen worden
OMGEVINGSVOORWAARDEN
o
Temperatuur ............... van +5 C tot +35 C (werking)
................................... van -15oC tot +45oC (transport)
................................... van 0oC tot +45oC (opslag en wachtstand)
Relatieve vochtigheid .. 15%-85% (werking/opslag/wachtstand)
................................... 5%-95% (transport)
KENMERKEN
• Memo
• 2 uitgaande boodschappen
• Functie alleen uitgaande boodschap
• Functie "gesprekkosten besparen"
• Doorstuur-boodschap
STROOMVOORZIENING
o
• Opnamecapaciteit: max. 30 minuten
• Plaats voor 100 nummers in het adresboek
• "Handenvrij" functie
• Weergave naam/nummer van de beller
(*) =
Test Sheet Slerexe Letter in standaardresolutie met MMRcomprimering.
SCANNER
Scanmethode ....................................... CIS
Scanresolutie:
- horizontaal ........................................ 8 pixels/mm
- verticaal STANDARD ........................ 3,85 lijnen/mm
- verticaal FINE ................................... 7,7 lijnen/mm
VERZENDINGSKENMERKEN
Verzendingstijd ............ ca. 7s (14400 bps) (*)
Capaciteit van de
documentinvoer .......... Automatische invoer (ADF):
................................... 20 vel A4 (80 gr/m2)
69
INDEX
A
Aanbevelingen voor de veiligheid 3
Aansluiting
aansluitbussen 7
op de telefoonlijn 8
op het stopcontact 9
van de telefoonhoorn 8
Activering van het antwoordapparaat 36
Adresboek 30
afdrukken van adresboekgegevens 31, 35
belsignaal koppelen aan een nummer 30
programmering van het adresboek 30
verzenden door opzoeken in het adresboek 32
wijziging van een nummer 30
wissen van een nummer 31
Afdrukken van het menu en zijn functies 16
Afstandbediening van het antwoordapparaat 43
Afstandsbedieningscode 51
Antwoordapparaat 36, 69
activering 36
afdrukken van de configuratieparameters 45
afspelen van boodschappen en memo's 41
afspelen van de doorstuurboodschap 40
afspelen van uitgaande boodschap 1 39
afspelen van uitgaande boodschap 2 39
annuleren van de toegangscode 37
bedieningspaneel 36
instellen van de toegangscode 37
memo's en binnenkomende boodschappen doorsturen 42
op afstand bedienen 43
opnametijd voor memo's en binnenk. boodschappen 41
opnemen van de doorstuurboodschap 40
opnemen van memo's 40
opnemen van uitgaande boodschap 1 38
opnemen van uitgaande boodschap 2 39
speciale functies 44
alleen uitgaande boodschap 44
gesprekkosten besparen 44
stille ontvangst 45
toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen 38
uitgaande boodschappen en memo's 38
veiligheidsfuncties en toegang 37
wijzigen van de toegangscode 37
wissen van boodschappen en memo's 42
wissen van uitgaande boodschap 2 39
Automatische documentinvoer (ADF) 7, 17, 25
Automatische kiesherhaling 27
B
Bedieningspaneel 5
Bedieningspaneel voor het antwoordapparaat 36
Behuizing
reinigen 66
Belsignalen
belsignaal koppelen aan nummer van adresboek 30
70
Berichten
andere berichten op het display 63
foutberichten op het display 61
C
Componenten
extern en intern 7
Configuratie
instelling van enkele parameters 9
standaard waarden 4
Configuratieparameters van het antwoordapparaat
afdrukken 45
Contrast
afstellingen 25
D
Datum en tijd
datum en tijd instellen 10
datum en tijd wijzigen 11
Display 7
andere berichten 63
foutberichten 61
Documenten
automatische documentinvoer (ADF) 7, 17, 25
vastgelopen documenten verwijderen 66
welke documenten kunt u gebruiken 25
Doorstuurboodschap
afspelen 40
opnemen 40
E
ECM (Error Correction Mode) 56
Elektrische contacten
van de printwagen 66
F
Fabrikant
contact opnemen 68
telefoonnummer 68
Foutcodes 59, 60
FOUTEN-LED 61
G
Geheugen
verzending uit het geheugen 27
wijzigen/herhalen/wissen 28
Geluidssignalen 63
I
Installatie- en instellingsparameters
instelling van enkele parameters 9
over installatie- en instellingsparameters 4
Invoer voor normaal papier (ASF) 7, 14
K
Kenmerken van de telefoonlijn
van openbaar telefoonnet naar privé-lijn (PBX)
Kopie
contrast- en resolutiewaarden 21
de kopieertaak onderbreken 22
kopiëren 21
reproductiewaarde 21
welke documenten kunt u kopiëren 21
L
Land
instellen 9
wijzigen 9
Lijst
lijst van uitgesloten nummers afdrukken 53
lijst van uitgesloten nummers instellen 52
lijst van uitgesloten nummers wijzigen 52
lijst van uitgesloten nummers wissen 53
Lijst van configuratieparameters voor ontvangst 35
Lijst van uitgesloten nummers afdrukken 53
Lijst van uitgesloten nummers instellen 52
Lijst van uitgesloten nummers wijzigen 52
Lijst van uitgesloten nummers wissen 53
Lijsten
lijst van configuratieparameters 34
lijst van installatieparameters 34
lijst van uitgesloten nummers 35
Luidsprekervolume 55
12
Ontvangst
aantal belsignalen wijzigen 48
afdrukzone van een ontvangen document verkleinen 46
afstandsbedieningscode wijzigen 51
automatische ontvangst 18, 29
met oproeptype-herkenning 29
herkenning van het belsignaal-ritme 49
manuele ontvangst 18, 29
naam of nummer van de beller weergeven 47
ontvangst in stand "TEL / FAX" 19
ontvangst met antwoordapparaat 18, 29
ontvangstmodus kiezen 18, 29
resterende tekst 46
stille ontvangst 47
stille periode wijzigen 50
volume belsignalen wijzigen 49
zoemerduur wijzigen 50
Optische scanner
reinigen 66
P
Memo's
opnemen 40
Memo's en binnenkomende boodschappen
afspelen 41
doorsturen naar een telefoon op afstand 42
opnametijd 41
wissen 42
Milieu
milieuvriendelijkheid 3
Milieuvriendelijkheid
correcte verwerking van onze apparatuur 3
Papier
invoer voor normaal papier (ASF) 7
keuze van het papierformaat 15
papier laden 14
vastgelopen papier 59
vastgelopen papier verwijderen 67
wanneer het papier opraakt 59
Polling
polling voor ontvangst 57
polling voor ontvangst wijzigen 57
polling voor ontvangst wissen 58
wat is polling 57
Printpatroon
controleprocedure van de inktsproeiers 65
elektrische contacten reinigen 65
plaatsen van de printpatroon 15
printpatroon vervangen 64
reinigings-en controleprocedure van de spuitmonden 16
Problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 59
de verzending mislukt 59
het papier of de inkt is op 59
kleine problemen oplossen 59
O
R
Onderhoud
aanbevelingen voor de veiligheid 3
behuizing reinigen 66
controle van de inktsproeiers 65
elektrische contacten reinigen 65
optische scanner reinigen 66
printpatroon vervangen 64
problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 59
de verzending mislukt 59
het papier of de inkt is op 59
kleine problemen oplossen 59
reinigingsprocedure voor de printpatroon 65
telefoonnummer voor service 68
vastgelopen documenten verwijderen 66
vastgelopen papier verwijderen 67
Rapporten
activeringsrapport 32
afdruk opvragen 34
automatische afdruk 33
foutdberichtenrapport 32
rapport laatste circulaire 33
rapport laatste verzending 32
rapporten interpreteren 33
stroomonderbrekingsrapport 32
Reinigen
behuizing 66
elektrische contacten 65
optische scanner 66
Resolutie
afstellingen 26
M
71
S
Service
telefoonnummer voor service 68
Signalen
andere geluidssignalen 63
geluidssignalen die een fout aangeven 61
Stroom
wanneer de stroom uitvalt 59
T
Taal berichten
instellen 9
wijzigen 10
Technische gegevens
algemene kenmerken 69
communicatiekenmerken 69
kenmerken scanner 69
kenmerken stroomvoorziening 69
kenmerken van de telefoon 69
kenmerken van het antwoordapparaat 69
omgevingsvoorwaarden 69
ontvangstkenmerken 69
verzendingskenmerken 69
Telefoon
gebruik van de telefoon 19
kiezen alvorens de lijn te nemen 20
opbellen via de snelle methode 20
opbellen via opzoeken in het adresboek 19
opvragen van de laatste nummers 20
Telefoonnummer voor service 68
Toegang tot het antwoordapparaat in-/uitschakelen 38
Toegangscode voor het antwoordapparaat
annuleren 37
instellen 37
wijzigen 37
U
Uitgaande boodschap 1
afspelen 39
opnemen 38
Uitgaande boodschap 2
afspelen 39
opnemen 39
wissen 39
Uitgaande boodschappen en memo's
38
V
Veiligheid
aanbevelingen voor de veiligheid 3
aanbevelingen voor het gebruik 4
brandgevaar 4
gebruiksbestemming 4
ongevalrisico 4
schokgevaar 3
verstikkingsgevaar 4
Veiligheidsfuncties en toegang 37
Verbindingstonen 54
Verpakking
inhoud van de verpakking 8
72
Verzending
circulaire 27
contrast en resolutie afstellen 25
de Flash-functie in-/uitschakelen 56
documenten verzenden 17, 26
ECM-modus in-/uitschakelen 56
een document uit het geheugen verzenden 27
kiestonen horen bij het verzenden 17, 26
luidsprekervolume regelen 55
onderbreken 26
telefoonhoorn opnemen bij het verzenden 17, 27
verbindingstonen weergeven 54
verzenden via de snelle methode 32
welke documenten kunt u gebruiken 17, 25
zoemervolume regelen 55
Volume belsignalen 49
Z
Zenderidentificatie
faxnummer 13
naam 13
naam en faxnummer
plaats 14, 54
Zoemervolume 55
EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING van de FABRIKANT volgens ISO/IEC 17050
MANUFACTURER’S CE DECLARATION of CONFORMITY according to ISO/IEC 17050
OLIVETTI S.p.A.
Via Jervis, 77 - IVREA (TO) - ITALY
Verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat:
Declares under its sole responsibility that:
het in deze handleiding beschreven product
the product described in this guide
in OVEREENSTEMMING is met de Richtlijn 1999/5/EG van 9 maart 1999
is IN COMPLIANCE with directive 99/5/EC dated 9th march 1999
en voldoet aan de fundamentele vereisten van Elektromagnetische compatibiliteit en Veiligheid zoals voorzien
door de Richtlijnen:
fulfills the essential requirements of Electromagnetic Compatibility and of Electrical Safety as prescribed by the
Directives:
2004/108/CE van 15 december 2004;
2004/108/EC dated 15th December 2004;
2006/95/CE van 27 december 2006;
2006/95/EC dated 27th December 2006;
zijnde ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met de volgende geharmoniseerde normen:
since designed and manufactured in compliance with the following European Harmonized Standards:
EN 55022/A2 : 2003 (Limits and methods of measurements of radio interference characteristics of Information
Technology Equipment) / Class B;
EN 61000-3-2/A1 : 2002 (Electromagnetic Compatibility (EMC) - Part 2: Limits - Section 2: Limits for
harmonic current emissions (equipment input current ≤ 16 A per phase);
EN 61000-3-3/A1 : 2002 (Electromagnetic Compatibility (EMC) - Part 3: Limits - Section 3: Limitation of
voltage fluctuations and flicker in low voltage supply systems for equipment with rated current up to and
including 16A);
EN 55024/A1 : 2002 (Electromagnetic Compatibility - Information technology equipment - Immunity
characteristics - Limits and methods of measurement);
EN 60950-1/A1 : 2004 (Safety of Information Technology Equipment, including electrical business equipment).
Bovendien is het product in overeenstemming met de volgende normen:
Moreover the product is in compliance with following Standards:
ETSI TBR 38: May 1998 (Requirements for a terminal equipment incorporating an analogue handset function
capable of supporting the justified case service when connected to the analogue interface of the PSTN in
Europe);
ETSI ES 203 021: January 2006 Access and Terminal (AT); Harmonized basic attachment requirements for
Terminals for connection to analogue interfaces of the Telephone Networks.
De overeenstemming met de bovengenoemde fundamentele vereisten wordt aangetoond door de op het product
aangebrachte CE-markering.
Compliance with the above mentioned essential requirements is shown by affixing the CE marking on the product.
Scarmagno, 11
juli 2007
th
Scarmagno, 11 July 2007
Olivetti S.p.A.
Opmerking: 1) De CE-markering werd aangebracht in 2007.
Notes:
1) CE Marking has been affixed in 2007.
2) Het kwaliteitssysteem is in overeenstemming met de normen serie UNI EN ISO 9000.
2) The Quality System is in compliance with the UNI EN ISO 9000 series of Standards.
Olivetti S.p.A. Sede Sociale Ivrea, Via Jervis, 77 - Cap. Soc. Euro 154.000.000 - C.C.I.A.A. Torino n. 547040 - Trib. Ivrea Reg. Soc. n.1927 - Cod. Fisc. e Part. IVA 02298700010
ECO-FRIENDLY
ORIGINELE OLIVETTI VERBRUIKSPRODUCTEN
ECO-FRIENDLY:
VRIENDELIJK VOOR MILIEU EN GEZONDHEID
Olivetti streeft voortdurend naar verbetering van de bedrijfscondities waarbij het milieu en de werkomgeving worden ontzien. Aan
de klanten worden veilige en betrouwbare verbruiksmaterialen geboden waarbij aan de hoogste veiligheidsvoorwaarden wordt
voldaan, en grote aandacht wordt besteed aan milieuvriendelijke technologieën en productieprocessen.
Olivetti inspireert zijn productiedoeleinden op het naleven van milieubeschermende principes, voor het behoud van de natuurlijke
hulpbronnen voor de toekomstige generaties.
Met dit doel heeft Olivetti de volgende acties voor milieubeleid vastgesteld:
aanpassing aan de bepalingen van de nationale wetten door uitvoeren van de nodige acties voor een verandering van het
beheerbeleid gericht op bescherming van het milieu, zorg dragen voor milieuaspecten vanaf de besluitvoering met betrekking tot
het ontwerp van verbruiksproducten, gebruik van materialen met een lagere impact op het milieu, geen grondstoffen gebruiken
die bestanddelen bevatten die een vermoed risico van kankeraandoeningen kunnen vormen, geen verbruiksproducten
produceren die bij correct gebruik schadelijk kunnen zijn voor de mens of het milieu, samenwerken met organisaties die
milieuvriendelijke principes bevorderen.
Periodieke programma’s opstellen voor de controle van milieuprestaties door toepassen van preventieve verbeteringsprincipes
zoals:
− het preventief en in de projectfase verminderen van de productie van afval en vervuilende stoffen, door het uitvoeren van
controles op de binnenkomende goederen;
− het met hoge efficiëntie gebruiken van thermische, elektrische en transformatie-energie, voor besparing van niethernieuwbare natuurlijke hulpbronnen;
− het kiezen voor processen en apparatuur met laag energieverbruik zowel binnen het bedrijf als naar de leveranciers toe;
− het herwinnen en recyclen van materialen en verbruiksproducten daar waar een daadwerkelijke en concrete inzameling
mogelijk is: papier, karton, aluminium/ijzer, PET, glas, verpakkingshout.
Alle verbruiksmaterialen worden zo geproduceerd dat de impact op het milieu wordt beperkt en dat ze aan de geldende normen
voldoen. Uit de producten van Olivetti werd het gebruik van een aantal gevaarlijke stoffen afgeschaft (onder andere chroom,
cadmium, mercurium, lood).
De verbruiksproducten van Olivetti voldoen aan het reglement CONTROL OF POLLUTION FROM ELECTRONIC INFORMATION
PRODUCTS SJ/T11363-2006 (CHINA RoHs) dat vanaf 1 maart 2007 in de Chinese Republiek van kracht is en zijn voorzien van
het merk
“Free from hazardous substances”.
Bovendien neemt Olivetti deel aan het uitvoeringsproces van het reglement R.E.A.C.H. (Registration, Evaluation and
Authorisation of Chemicals - CE 1907/2006) dat een uniek regelgevingskader vaststelt van de procedure voor classificatie en
registratie van bestaande chemische stoffen en op 1 juni 2007 in werking treedt ter bescherming van de menselijke gezondheid
en het milieu, uitsluitend gebruik makend van stoffen die aan de voorschriften voldoen:
− van de leveranciers een schriftelijke verklaring eisen dat de stoffen, preparaten, verbruiksmaterialen en verpakkingen voldoen
aan de algemene eisen voor bescherming van het milieu en de menselijke gezondheid;
− garanderen dat de productieprocessen van de verbruiksmaterialen en de verpakkingen geen gebruik maken van stoffen die
schadelijk zijn voor de ozonlaag;
− de hoeveelheid gebruikt materiaal verminderen, door middel van een efficiënte productie;
− de installatie-instructies van de inktpatronen alleen in de handleiding van het toestel afdrukken, zonder toevoeging van
gebruiksaanwijzingen in de verpakking van de inktpatronen, met een besparing van vele tonnen papier per jaar;
− verbruiksmaterialen en verpakkingen zo ontwerpen dat ze gemakkelijk te recyclen zijn.
FJ63
DE ENIGE CARTRIDGE DIE GESCHIKT IS VOOR
UW FAXTOESTEL
www.olivetti.com
Bij het nastreven van dit beleid, is Olivetti ook voor de nieuwe faxtoestellen begonnen met de productie van een nieuwe generatie
ECO-FRIENDLY verbruiksproducten dankzij de introductie van volledige en constante verbeteringen in de ontwikkelings- en
productieprocessen. Deze voldoen vanaf het ontwerp aan de eisen en normen op het gebied van milieuveiligheid, bieden een
hoog niveau wat betreft kwaliteit, prestaties en betrouwbaarheid, met gebruik van minder materialen die uit energetisch oogpunt
efficiënter zijn en gemakkelijk gerecycled kunnen worden, en bieden de klant een maximale waarde.
380554E
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement