ProForm Power 795i TREADMILL Handleiding

ProForm Power 795i TREADMILL Handleiding

Schrijf het serienummer hierboven voor verdere raadpleging.

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Sticker met Serienummer

KLANTENDIENST

Neem contact op met de Klanten­ dienst (zie informatie hieronder) of neem contact op met de winkel waar u dit product gekocht heeft wanneer u nog vragen heeft of wanneer er onderdelen ontbreken of beschadigd zijn.

4021 529 7186

Maandag–Vrijdag 08:00–20:00 GMT; Zaterdag 09:00–13:00 GMT Website:

www.iconsupport.eu

Email:

csuk@iconeurope.com

OPGELET

Lees voor gebruik van dit apparaat alle instructies en voorzorgsmaatregelen in deze handleiding. Bewaar deze hand leiding voor verdere raadpleging.

www.iconeurope.com

DE-323073

INHOUDSOPGAVE

PLAATSING WAARSCHUWINGSSTICKER. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2

BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3

VOORDAT U BEGINT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5

ONDERDEEL IDENFICATIESCHEMA . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6

MONTAGE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7

HOE DE LOOPBAND TE GEBRUIKEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .16

HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN EN TE VERPLAATSEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .24

ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .25

RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .28

LIJST MET ONDERDELEN. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .30

GEDETAILLEERDE TEKENING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .32

HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Achterzijde RECYCLING INFORMATIE. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Achterzijde

PLAATSING WAARSCHUWINGSSTICKER

De hier afgebeelde waarschuwingsstickers wor­ den meegeleverd bij dit product. Bevestig de waarschuwingsstickers bovenop de Engelse waarschuwingen op de aangegeven locatie. De stickers met waarschuwing hier getoond zijn op de aangegeven plaatsen geplakt. Bel, wanneer een

sticker ontbreekt of niet leesbaar is, het num mer op de voorkant van deze handleiding en vraag om een gratis vervangende sticker. Plak

de sticker op de aangegeven plaats. Let op: De stickers worden mogelijk niet op ware grootte weergegeven.

PROFORM en IFIT zijn geregistreerde handelsmerken van ICON Health & Fitness, Inc. IOS is een handelsmerk van Cisco in de Verenigde Staten en andere landen en wordt gebruikt onder licentie. App store is een handels­ merk van Apple Inc., geregistreerd in de VS en andere landen. Google Maps en Google Play zijn handelsmerken van Google Inc. Het woordmerk BLUETOOTH ® en de logo’s zijn geregistreerde handelsmerken van Bluetooth SIG, Inc. en worden onder licentie gebruikt.

2

BELANGRIJKE VOORZORGSMAATREGELEN WAARSCHUWING:

Lees alle belangrijke voorzorgsmaatregelen en instructies in deze handleiding en alle waarschuwingen op uw loopband voordat u deze gebruikt om het risico op brandwonden, brand, elektrische schok of ernstig letsel aan personen te verminderen. ICON is niet verantwoordelijk voor persoonlijk letsel of schade door het gebruik van dit product.

1. Het is de verantwoordelijkheid van de eige naar om zich ervan te vergewissen dat alle gebruikers van de loopband voldoende op de hoogte zijn van alle waarschuwingen en alle voorzorgsmaatregelen.

2. Raadpleeg uw huisarts voordat u met dit of enig ander oefenprogramma begint. Dit is vooral belangrijk voor personen boven de 35 jaar, of personen met bestaande gezondheidsproblemen.

3. Het is niet de bedoeling dat de loopband wordt gebruikt door mensen met mentale, sensitieve of fysieke beperkingen of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder supervisie of instructie staan betreffende het gebruik van de loopband door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.

4. Gebruik de loopband alleen zoals beschreven in deze handleiding.

5. De loopband is alleen voor gebruik in huis bedoeld. Gebruik de loopband niet commer cieel, niet voor verhuur of in een instelling.

6. Gebruik de loopband uitsluitend binnenshuis en uit de buurt van vocht en stof. Plaats de loopband niet in een garage, op een overdekt terras of bij water.

7. Plaats de loopband op een vlakke onder grond met minstens 2,4 m ruimte rondom, ruimte achter de loopband en 0,6 m ruimte aan iedere kant van de loopband. Zorg ervoor dat de loopband geen enkele luchtopening blokkeert. Leg een matje onder de loop band om de vloer of de vloerbedekking te beschermen.

8. Gebruik de loopband niet daar waar spuit bussen gebruikt worden of waar zuurstof beheerd wordt.

9. Houd te allen tijde kinderen jonger dan 13 jaar en huisdieren bij de loopband vandaan.

10. De loopband kan alleen door mensen die niet meer dan 150 kg wegen gebruikt worden.

11. Laat nooit meer dan één persoon tegelijker tijd op de loopband.

12. Draag juiste kleding bij gebruik van de loopband. Draag geen losse kleding die in de loopband verstrikt kan raken. Atletische ondersteunende kleding wordt zowel voor mannen als voor vrouwen aanbevolen. Draag

altijd sportschoenen. Gebruik de loopband nooit op blote voeten, nooit op sokken, of met sandalen.

13. Steek de stekker alleen in een geaard stop contact (zie bladzijde 16). Geen enkel ander apparaat mag op dezelfde groep aangesloten zijn. Plaats een ASTA-goedgekeurde BS1362, 13-ampère zekering in de zekeringshouder bij het vervangen van een zekering in de adapter van het stroomsnoer.

14. Mocht een verlengsnoer nodig zijn gebruik dan alleen een 3-dradige geleider: snoer maat 14 (1 mm 2 ) van 1,5 m of korter.

15. Houd het stroomsnoer bij hete oppervlaktes vandaan.

16. Loop nooit op de loopband wanneer het apparaat uitgeschakeld is. Gebruik de loop band niet wanneer het elektrische snoer of de stekker beschadigd is. Gebruik de loop band niet wanneer deze niet goed werkt. (Zie ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN op bladzijde 25 als de loopband niet goed werkt.) 17. Lees de noodstop procedure grondig door en test deze voordat u de loopband gaat gebruiken (raadpleeg HET APPARAAT INSCHAKELEN op bladzijde 18). Draag altijd de clip tijdens het gebruik van de loopband.

3

18. Staan altijd op de voetleuningen wanneer de loopband wordt gestart of gestopt. Houd bij gebruik van de loopband de handleuningen altijd vast.

19. Als een persoon op de loopband loopt, zal het geluidsniveau van de loopband toenemen.

20. Houd vingers, haar en kleding weg van de bewegende band.

21. De loopband kan hoge snelheden bereiken. Stel de snelheid geleidelijk af om schokkende versnellingen te voorkomen.

in staat zijn om 20 kg veilig op te kunnen tillen om de loopband te verplaatsen.

25. Zorg ervoor dat de opbergvergrendeling het onderstel stevig in de opbergstand houdt tij dens het inklappen of het verplaatsen van de loopband. Gebruik de loopband niet als deze is ingevouwen.

26. Verander de helling van de loopband niet door voorwerpen onder de loopband te plaatsen.

27. Steek geen enkel voorwerp in welke opening van de loopband dan ook.

22. De hartslagmonitor is geen medisch instru ment. Verschillende factoren, waaronder bewegingen van de gebruiker, kunnen de nauwkeurigheid van de hartslagmetingen beïnvloeden. De hartslagmonitor dient slechts om de hartslag globaal te meten, als hulpmiddel bij het oefenen.

23. Laat de loopband nooit zonder toezicht ronddraaien. Verwijder altijd de sleutel, zet de stroomschakelaar in de stand Off (uit) (zie tekening op bladzijde 5 voor de loca tie van de stroomschakelaar), en haal het stroomsnoer uit het stopcontact als de loop band niet wordt gebruikt.

28. Controleer steeds bij gebruik alle onderdelen van de loopband en draai ze goed vast.

29.

GEVAAR:

na gebruik van de loopband uit het stopcon tact. Doe dit ook bij het schoonmaken van de loopband, voor het plegen van onderhoud en voor het afstellen zoals staat beschre ven in deze handleiding. Verwijder nooit de motorkap tenzij een technicus dat aangeeft. Onderhoud, anders dan de procedures in deze handleiding, dient uitsluitend door een erkende onderhoudsmonteur uitgevoerd te worden.

Trek de stekker altijd direct 24. Voltooi eerst de montage van de loopband voordat u hem verplaatst. (Zie MONTAGE op bladzijde 7 en DE LOOPBAND INKLAPPEN EN VERPLAATSEN op bladzijde 24.) U moet 30. Te veel oefeningen doen kan leiden tot ernstig letsel of de dood. Stop onmiddellijk en begin met af te koelen als u tijdens het oefenen uitgeput raakt, kortademig wordt of pijn voelt.

BEWAAR DEZE INSTRUCTIES

4

VOORDAT U BEGINT

Dank u dat u heeft gekozen voor de nieuwe PROFORM ® POWER 795 I loopband. De POWER 795 I loopband biedt een aantal indrukwekkende functies die zijn ontwikkeld om uw trainingen thuis effectiever en leuker te maken.

Lees, voor uw welzijn, deze handleiding zorg vuldig door voordat u de loopband begint te

gebruiken. Raadpleeg de kaft van deze handleiding mocht u nog vragen hebben nadat u de handleiding hebt doorgelezen. Noteer het productmodelnum­ mer en het serienummer voordat u contact met ons opneemt, zodat wij u beter van dienst kunnen zijn. De plaats waar u de sticker van het modelnummer en het serienummer kunt vinden wordt op de kaft van de handleiding aangegeven.

Voordat u verder leest, bekijk eerst aandachtig de teke­ ning hieronder en de verschillende onderdelen.

Tablethouder Bedieningspaneel Accessoireshouder Handleuning Hartslagmonitor Band Voetleuning Sleutel/Clip Motorkap Stroomschakelaar Wiel Kussen van het Loopvlak Lengte: 201 cm Breedte: 94 cm Gewicht: 91 kg

5

ONDERDEEL IDENFICATIESCHEMA

Gebruik de onderstaande tekeningen om kleine onderdelen te herkennen. Het getal tussen haakjes onder iedere tekening is het nummer van het onderdeel van de LIJST MET ONDERDELEN aan het eind van deze handleiding. Het nummer naast het sleutelnummer is de hoeveelheid die nodig is voor de montage. Let op: Als een onder-

deel zich niet in de hardwareset bevindt, controleert u of deze al vooraf is gemonteerd. Er kunnen extra onderdelen zijn meegeleverd.

#10 Sterring (5)–4 5/16" Sterring (11)–10 3/8" Sterring (13)–8 #8 x 1/2" Zilveren Schroef (10)–1 M4 x 16mm Machineschroef #10 x 1 1/4" Schroef (9)–4 3/8" x 1 1/4" Schroef (63)–2 3/8" x 1 3/4" Schroef (62)–2 3/8" x 2 3/8" Schroef (7)–4 5/16" x 3" Schroef (28)–4

6

MONTAGE

• De montage moet door twee personen uitgevoerd worden.

• Leg alle onderdelen op een open plek en ver­ wijder het verpakkingsmateriaal. Gooi het verpakkingsmateriaal niet weg tot u volledig klaar bent met de montage.

• Er kan na verzending een vettige substantie op de buitenkant van de loopband zitten. Dit is normaal. Mocht er wat vet op de bovenkant van de loopband bevinden, veeg dit dan weg met een zachte doek en een mild, niet­schurend reinigingsmiddel.

• Voor het vaststellen van de kleine onderdelen, kijkt u op bladzijde 6.

• Linker onderdelen worden met “L” of “Left” aan­ gegeven en rechter onderdelen worden met “R” of “Right” aangegeven.

• Voor de montage heeft u het volgende gereed­ schap nodig: de meegeleverde inbussleutels één Philips schroevendraaier één instelbare sleutel Gebruik geen elektrisch gereedschap om schade aan onderdelen te voorkomen. 1.

computer en registreer uw product.

• activeert uw garantie • bespaart u tijd als u ooit contact moet opnemen met de Klantendienst • hiermee kunnen wij u op de hoogte stellen van upgrades en aanbiedingen Let op: Indien u geen internettoegang heeft, belt u met de Klantendienst (zie de voorkant van deze handleiding) om uw product te registreren.

1

7

2. Zorg dat het stroomsnoer niet op het stop-

contact is aangesloten.

Verwijder de draadband die de Draad van de Staander (81) aan de voorkant van de Basis (6) bevestigd.

Zoek vervolgens naar de Rechterstaander (90). Laat een tweede persoon de Rechterstaander bij de Basis (6) houden.

Zie de inzet-tekening. Maak de draadband (A) in de Rechterstaander (90) stevig rond het uiteinde van de Draad van de Staander (81) vast. Steek dan de Draad van de Staander in het onderste uiteinde van de Rechterstaander terwijl u het andere uiteinde van de draadband door de Rechterstaander trekt. 2 A 81 90 A 81 90 6 3. Leg de Rechterstaander (90) bij de Basis (6). Druk de Doorvoerhuls (77) in het vierkante gat (B) in de Rechterstaander. Zorg ervoor dat de

aardingsdraad (C) niet bekneld raakt.

Indien er een schroef (D) is die vooraf is geïn­ stalleerd in de Rechterstaander (90), dient u deze te verwijderen en weg te gooien.

Maak vervolgens de aardingsdraad (C) aan de Rechterstaander (90) vast met een #8 x 1/2" Zilveren Schroef (10).

3 6 10 D C B 77 90

8

4. Houd de Rechterstaander (90) tegen de Basis (6). Zorg ervoor dat de Draad van de Staander

(81) niet bekneld raakt.

Bevestig de Rechterstaander (90) met twee 3/8" x 2 3/8" Schroeven (7), een 3/8" x 1 1/4" Schroef (63), een 3/8" x 1 3/4" Schroef (62), en vier 3/8" Sterringen (13) zoals afgebeeld; draai

de Schroeven nog niet volledig vast.

Maak de Linkerstaander (niet afgebeeld) op

dezelfde manier vast. Let op: Er zijn geen dra­ den aan de linkerkant.

4 7 13 81 6 63 13 5.

5/16" x 3/4" Schroeven (8).

Zoek de Linker­ en de Rechterbasiskap (82, 83). Schuif de Linkerbasiskap op de Linkerstaander (89) en schuif de Rechterbasiskap op de Rechterstaander (90). Druk de Basiskappen

nog niet op hun plaats.

5 8 89 82 8 90 13 62 90 83

9

6. Indien er twee schroeven (E) vooraf zijn gemon­ teerd in elke Handleuning (84), verwijder de schroeven dan en gooi ze weg.

Bevestig een Handleuning (84) op de Rechterstaander (90) met twee 5/16" x 3" Schroeven (28) en twee 5/16" Sterringen (11).

Draai beide Schroeven eerst aan, en draai ze dan vast. Zorg ervoor dat de Draad van de Staander (81) niet bekneld raakt.

Maak de andere Handleuning (niet afgebeeld)

aan de Linkerstaander (89) vast op dezelfde

manier. Let op: Er zijn geen draden aan de linkerkant.

6 89 84 28 11 E 90 81 7. Plaats de Basis van het Bedieningspaneel (64) naar beneden gericht op een zacht oppervlak om krassen op de Basis van het Bedieningspaneel te voorkomen. Verwijder en gooi de twee aangege­ ven schroeven (F) weg. Verwijder dan de Hartslagdwarsstang (31).

7 F 31 F 64

10

8. BELANGRIJK: Gebruik geen groot gereed-

schap en draai de #10 x 1 1/4" Schroeven (9) niet te vast, om de Hartslagdwarsstang (31) niet te beschadigen.

Richt de Hartslagdwarsstang (31) zoals afge­ beeld. Maak de Hartslagdwarsstang aan de Handleuningen (84) vast met vier #10 x 1 1/4" Schroeven (9) en vier #10 Sterringen (5). Draai

alle vier Schroeven eerst aan, en draai ze dan vast.

8 5 9 84 31 9 5 84 9. Houd de bedieningspaneelmodule (G) met hulp van een tweede persoon dichtbij de Handleuning (84) vast.

Steek vervolgens de Draad van de Staander (81) door de aangegeven gebogen draad (N) op de bedieningspaneelmodule (G). Draad van de Staander (81) met de draad van het bedieningspaneel (H). De connectoren

zouden makkelijk samen moeten kunnen glijden en op hun plaats moeten kunnen

klikken. Draai aan een van de connectoren en probeer het opnieuw als dit niet gebeurt. ALS

U DE VERBINDINGSSTUKKEN NIET GOED VERBINDT, KAN HET BEDIENINGSPANEEL BESCHADIGD RAKEN ALS DE STROOM

WORDT AANGEZET. Verwijder de draadband (A) uit de Draad van de Staander.

9 84 81 G A N H H 81

11

10. Zet de bedieningspaneelmodule (G) op de Handleuningen (84). Zorg ervoor dat de dra-

den niet bekneld raken.

Bevestig de bedieningspaneelmodule (G) aan de beugels op de Handleuningen (84) met vier 1/4" x 1/2" Schroeven (4). Draai de Schroeven nog niet vast. Trek de draad (N) strak tegen de Draad van de Staander (81) en snijd het einde van het draad af. Steek het overschot aan Draad van de Staander in de Rechterstaander (90).

10 G 84 4 81 90 N 4 84 11. Bevestig de bedieningspaneelmodule (G) met zes #8 x 5/8" Schroeven (1) aan de Hartslagdwarsstang (31); draai alle zes Schroeven aan en zet ze dan vast. Draai de

Schroeven niet te vast aan.

Draai de vier 1/4" x 1/2" Schroeven (4) goed

vast.

11 4 G 1 31 1 4

12

12. Schuif de Dwarsstang van de Staander (18) tus­ sen de Linker­ en de Rechterstaander (89, 90). Maak de Dwarsstang van de Staander vast met de vier 5/16" x 3/4" Schroeven (8) die u heeft verwijderd in stap 5 en vier 5/16" Sterringen (11);

draai alle vier Schroeven aan en zet ze dan vast.

12 11 8 90 18 8 11 89 13. Til het Onderstel (56) rechtop. Laat een tweede

persoon het Onderstel vasthouden totdat stap 15 voltooid is.

Verwijder de twee 5/16" x 3/4" Schroeven (8) uit de Vergrendelingsdwarsstang (41).

Draai de Vergrendelingsdwarsstang (41) zoals afgebeeld. Zorg ervoor dat de sticker “This

side toward belt” (deze kant naar de band)

(I) gericht is naar de loopband. Bevestig de Vergrendelingsdwarsstang op de beugels (J) op het Onderstel (56) met twee 5/16" x 3/4" Schroeven (8) die u net heeft verwijderd en twee 5/16" Sterringen (11). 13 11 8 56 J 41 I 11 8 J

13

14. Verwijder de 5/16" Moer (34) en de 5/16" x 1 3/4" Bout (23) uit de beugel van de Basis (6).

Draai vervolgens de Opbergvergrendeling (26) zoals afgebeeld. Bevestig het onderste uiteinde van de Opbergvergrendeling (26) aan de beugel op de Basis (6) met de 5/16" x 1 3/4" Bout (23) en een 5/16" Moer (34) zoals afgebeeld.

Til de Opbergvergrendeling (26) vervolgens naar een verticale stand en verwijder de draadband (K).

14 K 26 34 6 23 15. Verwijder de 5/16" Moer (34) en de 5/16" x 2 1/4" Bout (25) uit de beugel van de Vergrendelingsdwarsstang (41).

Breng het bovenste uiteinde van de Opbergvergrendeling (26) op gelijke lijn met de beugel op de Vergrendelingsdwarsstang (41) en steek de 5/16" x 2 1/4" Bout (25) door de beugel en door de Opbergvergrendeling.

Hierdoor wordt een tussenstuk (L) uit de Opbergvergrendeling geduwd; gooi het tus senstuk weg.

Maak vervolgens de 5/16" Moer (34) vast op de 5/16" x 2 1/4" Bout (25). Draai de Moer niet

te vast; de Opbergvergrendeling (26) moet kunnen draaien.

Laat het Onderstel (56) neer (zie HOE DE LOOPBAND NEER TE LATEN VOOR GEBRUIK op bladzijde 24).

15 56 34 L 41 25 26

14

16. Draai de vier 3/8" x 2 3/8" Schroeven (7), de

twee 3/8" x 1 3/4" Schroeven (62), en de twee 3/8" x 1 1/4" Schroeven (63) stevig vast.

Plaats vervolgens de Linkerbinnenkap van de Basis (50) op het onderste uit­ einde van de Linkerstaander (89). Schuif de Linkerbasiskap (82) omlaag en duw deze op het Linkerbinnenkap van de Basis.

Plaats vervolgens de Rechterbinnenkap van de Basis (51) op het onderste uiteinde van de Rechterstaander (90). Schuif de Rechterkap van de Basis (83) omlaag en duw deze op het Rechterbinnenkap van de Basis.

16 83 63 51 63 90 7 17. Druk de twee lipjes (niet afgebeeld) op de Tablethouder (99) in de sleuven (M) in de bedie­ ningspaneelmodule (G).

Bevestig vervolgens de Tablethouder (99) met vier M4 x 16mm Machineschroeven (97). Tip:

Draai de bovenste twee Machineschroeven eerst aan, en draai vervolgens de onder ste twee Machineschroeven. Draai de Machineschroeven niet te vast aan.

BELANGRIJK: De Tablethouder (99) is

ontwikkeld om te gebruiken met de meest gebruikte formaten tablets. Plaats geen ander elektronisch apparaat of object in de Tablethouder.

17 Begin Eerst 97 62 99 97 M G 7 62 89 82 50 18. Zorg dat alle delen goed vastzitten voordat u de loopband gebruikt. Als er velletjes plastic op de stickers van de loopband zitten, verwijder die dan. Plaats een mat onder de loopband om de vloer of het vloerkleed te beschermen. Houd de loopband weg uit direct zonlicht om schade aan de loopband te voorkomen. Berg de meegeleverde inbussleutel veilig op; de inbussleutel wordt gebruikt om de loopband bij te stellen (zie bladzij­ den 26 en 27). Let op: Er kunnen kan extra hardware meegeleverd zijn.

15

HOE DE LOOPBAND TE GEBRUIKEN

De snoer moet geaard zijn. Als het niet goed functio­ schok te verminderen. Een snoer en een geaarde stekker zijn bijgeleverd. BELANGRIJK: Als het snoer

beschadigd is moet u het vervangen voor een door de fabrikant aanbevolen snoer.

FR/

Volg deze stappen om de snoer in stopcontact te steken.

1. Steek het aangegeven uiteinde van het snoer in het stopcontact van de onderstel.

GEVAAR:

Een verkeerd stopcon tact (zonder aarde) kan tot een elektrische schok leiden. Laat een elektriciën de aarding nakijken als u niet zeker weet of het stopcon tact goed geaard is. Breng geen wijzigingen aan de stekker van het apparaat aan. Laat een elektriciën een nieuwe stekker monteren als de stekker niet in het stopcontact past.

Snoer IT 2. Steek het snoer in een goed geinstalleerd en geaard stopcontact die overeenkomt met alle plaat­ selijke regelingen.

Stopcontact TYPE F DU FR/ HU CZ BU IT

16

AUS AUS AUS TYPE F GR HU CZ TR BU UKR AUS

DIAGRAM VAN HET BEDIENINGSPANEEL DE WAARSCHUWINGSSTICKER OPPLAKKEN

Zoek de Engelse waarschuwingen op het bedie­ ningspaneel. U vindt dezelfde waarschuwingen in andere talen op het meegeleverde stickervel. Plak de Nederlandse waarschuwingssticker op het bedieningspaneel.

FUNCTIES VAN HET BEDIENINGSPANEEL

Het bedieningspaneel van de loopband biedt een reeks functies die zijn ontwikkeld om uw oefeningen effectiever te maken. U kunt wanneer u de handmatige instelling gebruikt de snelheid en de hellingstand van de loopband veranderen door een druk op een toets. Het bedieningspaneel zal tijdens het oefenen direct feedback over de oefening geven. U kunt zelfs uw hartslag meten door gebruik te maken van de inge­ bouwde handgreep­hartslagmonitor of door middel van een optionele borstkas­hartslagmonitor. Zie bladzijde

22 voor informatie over het kopen van een borst kas-hartslagmonitor.

U kunt uw tablet ook aansluiten op het bedie­ ningspaneel en een iFit ® app gebruiken voor het opne­ men en volgen van uw oefeninginformatie.

Daarnaast biedt het bedieningspaneel een grote keuze aan vooraf ingestelde oefeningen. Elke oefening regelt automatisch de snelheid en de helling van de loopband terwijl u door een effectieve oefensessie geleid wordt. U kunt zelfs, tijdens het oefenen, via het geluidssys­ teem van het bedieningspaneel naar uw favoriete oefening muziek of audioboeken luisteren.

Om het apparaat aan te zetten, zie bladzijde 18. Om de handmatige instelling te gebruiken, zie blad­ zijde 18. Voor gebruik van een vooraf ingestelde oefening, zie bladzijde 20. Om uw tablet aan te sluiten op het bedieningspaneel, zie bladzijde 21.

Om uw hartslagmonitor aan te sluiten op het bedie-

ningspaneel, zie bladzijde 22. Voor gebruik van het geluidssysteem, zie bladzijde 22. Voor gebruik van de instellingenmodus, zie bladzijde 23. Voor gebruik van de tablethouder, zie bladzijde 23.

Let op: Het bedieningspaneel kan de snelheid en de afstand in kilometers of mijlen weergeven. Druk op de rechter Standard/Metric (standaard/ metrisch) om de meeteenheid te wijzigen. Zie DE INSTELLINGENMODUS op bladzijde 23 om te ontdek­ ken welk meeteenheid gekozen is. Om het eenvoudig te houden, verwijzen alle instructies in deze paragraaf naar mijlen.

BELANGRIJK: Als er een stuk plastic op het bedieningspaneel ligt, verwijder dan het plastic. Draag alleen schone trainingsschoenen wanneer u de loopband gebruikt om beschadiging aan het loopvlak te voorkomen. Bekijk bij de eerste keer dat u de loopband gebruikt, de uitlijning van de band en leg, indien nodig, de band in het midden

(zie bladzijde 27).

17

HET APPARAAT INSCHAKELEN BELANGRIJK: Laat, wanneer de loopband aan koude temperaturen blootgesteld is geweest, de loopband tot kamertemperatuur komen voordat u de elektriciteit inschakelt. Als u dit niet doet, kunt u het bedieningspaneel of andere elektrische compo nenten beschadigen.

Steek de stekker van het stroomsnoer in het stop­ contact (zie bladzijde 16). Zoek vervolgens naar de stroomschakelaar op het onderstel van de loopband bij het stroomsnoer. Druk de Resetten stroomschakelaar in de Reset­stand. Ga vervolgens op de voetleuningen van de loopband staan. Zoek naar de clip die aan de sleutel vastzit en schuif de clip aan de tailleband van uw kleding. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.

bij.

Clip Sleutel Kort daarna zal de display oplichten. BELANGRIJK:

Bij een noodsituatie kunt u aan de sleutel van het bedieningspaneel trekken, zodat de loop band vertraagt en tot stilstand komt. Test de clip door voorzichtig een paar stappen achteruit te zetten totdat de sleutel uit het bedieningspaneel wordt getrokken. Als de sleutel niet uit het bedie ningspaneel komt, stel dan de lengte van de clip DE HANDMATIGE INSTELLING GEBRUIKEN 1. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.

Zie HET APPARAAT INSCHAKELEN aan de linkerkant.

2. Kies de handmatige instelling.

Indien de handmatige modus niet is geselecteerd, drukt u op de toets Manual Control (handmatige bediening) op het bedieningspaneel.

3. Start de loopband.

Om de loopband te starten drukt u op de toets Start of op een van de genummerde snelheidstoetsen. Indien u drukt op de toets Start, zal de loopband beginnen te bewegen met een snelheid van 2 km/u. U kunt tijdens het oefenen de snelheid van de band naar wens veranderen door op de toe­ nametoets of afnametoets Speed (snelheid) te drukken. Steeds als u een van de toetsen indrukt zal de snelheidsinstelling met 0,1 Km/u verande­ ren; indien u de toets ingedrukt houdt, verandert de snelheidsinstelling steeds sneller. Let op: Na het drukken op de toets kan het even duren voordat de loopband de geselecteerde snelheidsinstelling bereikt.

De loopband zal, wanneer u op een van de genum­ merde snelheidstoetsen drukt, geleidelijk van snelheid veranderen totdat de gekozen snelheids­ instelling wordt bereikt. Om de loopband te stoppen, druk op de toets Stop. De tijd zal op de display knipperen. Druk op de toets Start om de band opnieuw te starten.

4. De hellingstand van de loopband veranderen zoals gewenst.

Druk om de helling van de loopband te veranderen, op de toenametoets en de afnametoets Incline (helling), of een van de genummerde hellingtoet­ sen. Elke keer als u op een van de toetsen drukt, zal de helling van de loopband geleidelijk verande­ ren tot de gekozen hellinginstelling bereikt wordt.

18

5. Volg uw voortgang op de schermen.

De display zal de volgende oefeninginformatie tonen als u op de loopband loopt of rent: • De verstreken tijd • De afstand die u hebt gewandeld of hardgelopen • De intensiteitsbalk van de oefening verbrand ETS069913 24976 • De hellingstand van de loopband • Het aantal verticale meters (VM) dat u heeft geklommen • De snelheid van de loopband • Uw hartslag (zie stap 6) • De matrix Het scherm heeft meerdere display keuzes. Druk op de toename­ en afnametoetsen naast de toets Enter totdat het gewenste tabblad wordt weergege­ ven. Het tabblad Incline zal een profiel van de hellings­ instellingen van de oefening aangeven. Aan het einde van iedere minuut zal een nieuw segment verschijnen. Het tabblad Speed zal een profiel van de snelheidsinstellingen van de oefening aangeven. Het tabblad My Trail (mijn route) toont een route van 400 m. De knipperende rechthoek zal uw vorderingen tijdens het oefenen aangeven. Het tab­ blad My Trail zal ook het aantal afgelegde rondjes aangeven. Het tabblad Calorie (calorieën) zal het geschatte aantal calorieën dat u verbrand heeft aangeven. De hoogte van ieder segment geeft het aantal verbrande calorieën aan dat tijdens dat segment verbrand is. De caloriedisplay zal bij benadering het aantal verbrande calorieën per uur aangeven wanneer het tabblad Calorie gekozen is.

De intensiteitsbalk van de oefening zal tijdens het oefenen het geschatte intensiteit van uw oefening aangeven. Om de display te resetten drukt u op de toets Stop, haalt u de sleutel eruit en steekt u de sleutel er weer in.

6. Meet desgewenst uw hartslag.

U kunt uw hartslag meten door gebruik te maken van de ingebouwde handgreep­hart­ slagmonitor of door middel van de bijbehorende borstkas­hartslagmonitor. Zie bladzijde 22 voor

informatie over het kopen van een optionele borstkas-hartslagmonitor.

BLUETOOTH ® Smart hartslagmonitoren. Om uw hartslagmonitor aan te sluiten op het bedie­ ningspaneel, zie bladzijde 22.

Let op: Wanneer u beide hartslagmonitoren tegelijkertijd gebruikt dan zal de BLUETOOTH Smart hartslagmonitor prioriteit krijgen.

Voordat u de hand­ greep­hart­ slagmonitor gebruikt, ver­ wijdert u het plastic laagje van de metalen contactpunten op de sensor­ stang. Zorg er Contactpunten ook voor dat uw handen schoon zijn.

19

Om uw hartslag te meten, gaat u op de voetleu- ning staan en houdt u de sensorstang met de metalen contactpunten op uw handpalmen vast – beweeg uw handen niet. Wanneer uw hartslag gemeten kan worden, zal bij iedere hartslag een hartsymbooltje in de calorie display opflikkeren, en zal uw hartslag worden aangegeven. Houd de

contactpunten ongeveer 15 seconden lang vast voor de meest nauwkeurige hartslagwaarde.

7. Zet de ventilator indien gewenst aan.

De ventilator heeft verschillende snel­ heidsinstellingen. Druk herhaaldelijik op de ventilatortoetsen om een ventilatorsnelheid te kiezen of om de ventilator uit te zetten.

8. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel wanneer u klaar bent met oefenen.

Ga op de voetleuning staan, druk op de toets End/Summary (einde/samenvatting) en stel de helling van de loopband af op nul. De helling

moet staan op nul anders kunt u de loopband

beschadigen. Trek vervolgens de sleutel uit het bedieningspaneel en berg deze veilig op. Wanneer u klaar bent met de loopband te gebrui­ ken, zet u de stroomschakelaar in de stand Off (uit) en neemt u het snoer uit het stopcontact.

BELANGRIJK: Als u dit niet doet, kunnen de elektrische onderdelen van de loopband voortij dig slijten. EEN VOORAF INGESTELDE OEFENING GEBRUIKEN 1. Plaats de sleutel in het bedieningspaneel.

Zie HET APPARAAT INSCHAKELEN op bladzijde 18.

2. Kies een vooraf ingestelde oefening.

Om een vooraf ingestelde oefening te selecteren drukt u herhaaldelijk op de toets Calorie Workouts (calorie­oefening), Incline Workouts (hellingoe­ fening), of Speed Workouts (snelheidsoefening) totdat de gewenste oefening op het scherm ver­ schijnt.

De display zal, wanneer u een oefening kiest, de tijdsduur van de oefening en de naam van de oe­ fening aangeven. Bovendien zal er een profiel van de snelheidsinstellingen van de oefening op het scherm verschijnen. Wanneer u voor een calorie­ enoefening kiest, dan zal bij benadering het aantal calorieën dat u zult verbranden op het scherm ver­ schijnen.

3. Start de oefening.

Druk op de toets Start of de toenametoets Speed (snelheid) om met de oefening te beginnen. Kort nadat u op de toets heeft gedrukt, zal de loopband zich automatisch aanpassen aan de eerste snel­ heid­ en hellingsinstelling van de oefening. Houd de handleuningen vast en begin te lopen. Elke oefening is in onderdelen ingedeeld. Er is één snelheidsinstelling en één hellinginstelling voor elk segment geprogrammeerd. Let op: Dezelfde snel­ heids­ en/of hellinginstelling kan/kunnen voor op­ eenvolgende segmenten geprogrammeerd worden. Tijdens de oe­ fening wordt uw profiel op de snelheid en de helling keuze aange­ geven zodat u uw vordering Huidige segment kunt volgen. Het knipperend segment van het pro­ fiel stelt het huidige segment van de oefening voor. De hoogte van het knipperende segment geeft de weerstandsinstellingen van het huidige segment aan. Aan het einde van elk segment, zal een serie tonen te horen zijn en zal het volgende segment van het profiel beginnen op te flikkeren. Als een andere snelheids­ en/of hellinginstelling voor het volgende segment geprogrammeerd is, dan zal de snelheids­ en/of hellinginstelling een paar seconden lang in de display opflikkeren om u te waarschuwen en zal de loopband zich automatisch aanpassen aan de nieuwe snelheids­ en hellingin­ stelling.

20

De oefening zal zo doorgaan tot het laatste seg­ ment van het profiel in de display knippert en het laatste segment eindigt. De band zal dan langzaam tot stilstand komen.

Let op: Het na te streven calorieën doel is een schatting van het aantal calorieën dat u tijdens de oefening zult verbranden. Het feite lijke aantal calorieën dat u verbrandt hangt af van verschillende factoren zoals uw gewicht. Daarnaast, heeft een handmatige wijziging van de snelheid of de helling van de loopband tijdens de oefening invloed op het aantal calo rieën dat u zult verbranden.

Indien de snelheids­ of hellingsinstelling tijdens de oefening te hoog of te laag staat, dan kunt u de instelling handmatig overschrijven door te drukken op de toetsen Speed en Incline (helling), als het

volgende segment van de oefening begint, dan zal de loopband zich automatisch aanpassen aan de snelheid en hellinginstellingen voor het volgende segment.

Druk op de toets Stop om de oefening op enig mo­ ment te stoppen. De tijd zal op de display knippe­ ren. Druk op de toets Start of op de toenametoets Speed om de oefening te hervatten. De loopband zal met een snelheid van 2 km/u beginnen te draaien. Echter, als het volgende onderdeel van de oefening begint, zal de loopband zich automatisch aanpassen aan de snelheid­ en hellinginstellingen voor het volgende onderdeel.

4. Volg uw voortgang op de schermen. Zie stap 5 op bladzijde 19. De display zal, wanneer u een vooraf ingestelde oefening kiest, de reste­ rende tijd in plaats van de verlopen tijd aangeven.

5. Meet desgewenst uw hartslag.

Zie stap 6 op bladzijde 19.

6. Zet de ventilator indien gewenst aan.

Zie stap 7 op bladzijde 20.

7. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel wanneer u klaar bent met oefenen.

Zie stap 8 op bladzijde 20.

UW TABLET OP HET BEDIENINGSPANEEL AANSLUITEN

Het bedieningspaneel ondersteunt BLUETOOTH­ verbindingen naar tablets via de iFit Bluetooth Tablet app en naar compatibele hartslagmonitoren. Let op: Andere BLUETOOTH­verbindingen worden niet ondersteund.

1. Download en installeer de iFit Bluetooth Tablet app op uw tablet.

Open op uw iOS ® of Android™ tablet, de App Store℠ of de Google Play™ store, zoek naar de gratis iFit Bluetooth Tablet app, en installeer dan de app op uw tablet. Zorg ervoor dat de optie BLUETOOTH op uw tablet is ingeschakeld. Open dan de iFit Bluetooth Tablet app en volg de instructies om een iFit­account aan te maken en instellingen aan te passen.

2. Sluit uw hartslagmonitor indien gewenst aan op het bedieningspaneel.

Indien u zowel uw hartslagmonitor en uw tablet aansluit op het bedieningspaneel, dient u de hart- slagmonitor eerder dan de tablet aan te sluiten. Zie UW HARTSLAGMONITOR AANSLUITEN OP HET BEDIENINGSPANEEL op bladzijde 22.

3. Uw tablet aansluiten op het bedieningspaneel.

Druk op de toets iFit Sync op het bedie­ ningspaneel; het koppelingsnummer van het bedieningspaneel zal in de display verschijnen. Volg vervolgens de instructies op de iFit Bluetooth Tablet app om uw tablet op het bedieningspaneel aan te sluiten. Als er een verbinding tot stand is gekomen dan zal de LED verlichting op het bedieningspaneel blauw branden.

4. Uw oefeninginformatie opslaan en volgen.

Volg de instructies op de iFit Bluetooth Tablet app om uw oefeninginformatie vast te leggen en bij te houden.

21

5. Ontkoppel desgewenst uw tablet van het bedieningspaneel.

Om uw tablet te ontkoppelen van het bedie­ ningspaneel, dient u eerst de ontkoppelingsoptie in de iFit Bluetooth Tablet app te selecteren. Houd vervolgens de toets iFit Sync op het bedie­ ningspaneel ingedrukt tot de LED­verlichting op het bedieningspaneel groen brandt. Let op: Alle BLUETOOTH­verbindingen tussen het bedieningspaneel en andere toestellen (inclusief tablets, hartslagmonitoren etc.) zullen losgekoppeld worden.

DE OPTIONELE BORSTKAS HARTSLAGMONITOR

Of uw doel is om vet te ver­ branden of om uw cardiovas­ culair systeem te verbeteren, de sleutel tot het bereiken van de beste resultaten is het behouden van de juiste hartslagwaarde tijdens uw oefening. De optionele hartslagmonitor stelt u in staat om tijdens het oefenen voortdurend uw hartslag te meten, en dat zal u helpen om uw persoonlijke fitnessdoelen te behalen.

Zie de kaft van deze handleiding om een optionele borstkas-hartslagmonitor aan te schaffen.

Let op: Het bedieningspaneel is geschikt voor alle BLUETOOTH Smart hartslagmonitoren.

UW HARTSLAGMONITOR AANSLUITEN OP HET BEDIENINGSPANEEL

Het bedieningspaneel is geschikt voor alle BLUETOOTH Smart hartslagmonitoren.

Druk op de toets iFit Sync op het bedieningspaneel om uw BLUETOOTH Smart hartslagmonitor met het bedieningspaneel te verbinden. Het LED­lampje op het bedieningspaneel zal twee keer knipperen wanneer de verbinding succesvol is. Let op: Dit kan tot 15 secon­ den duren.

Let op: Indien er meer dan één geschikte hartslagmo­ nitor in de buurt is van het bedieningspaneel, zal het bedieningspaneel verbinding maken met de hartslag­ monitor met het sterkste signaal.

Om uw hartslagmonitor los te koppelen van het bedieningspaneel, houdt u de toets iFit Sync op het bedieningspaneel 5 seconden ingedrukt.

Let op: Alle BLUETOOTH­verbindingen tussen het bedieningspaneel en andere toestellen (inclusief smart­toestellen, hartslagmonitoren etc.) zullen losge­ koppeld worden.

HOE HET GELUIDSSYSTEEM TE GEBRUIKEN

Om muziek of ingesproken boeken met de geluidsin­ stallatie van het bedieningspaneel te beluisteren, sluit u een 3,5 mm mannetje tot mannetje audiokabel (niet inbegrepen) in de aansluiting op het bedieningspaneel en uw persoonlijke audio­speler; zorg ervoor dat de

audiokabel goed aangesloten is. Let op: Ga naar uw plaatselijke elektronicawinkel om een audioka-

bel aan te schaffen. Druk dan op de play­toets van uw eigen audio­speler. Pas het volume aan met de volume­toenametoets en ­afnametoets op het bedieningspaneel of met de volumeregelknop op uw eigen audiospeler.

22

DE INSTELLINGENMODUS

Het bedieningspaneel heeft instellingen die de infor­ matie van de loopband bijhouden en u uw eigen instellingen voor het bedieningspaneel laat invoeren.

1. Kies de instellingenmodus.

Druk op de toets Settings (instellingen) om de instellingen te kiezen. Wanneer de instellingen gekozen worden zal de volgende informatie aange­ geven worden: • Het productversienummer van de bedieningspaneelsoftware • Het aantal uren dat de loopband is gebruikt • Het totaal aantal kilometers of mijlen dat de loop­ band heeft afgelegd

2. Kies de optionele schermen.

De matrix zal verschillende optionele schermen aangeven terwijl de instellingen gekozen wordt. Druk op de toename­ of afnametoets naast de toets Enter (invoeren) om een van de volgende schermen te kiezen: van meeteenheid te veranderen. Kies ENGLISH (Engels) om de afstand in mijlen te bekijken. Kies METRIC (metrisch) om de afstand in kilometers te bekijken.

CONTRAST LVL (contrastniveau): Druk op de toename­ en afnametoets Incline (helling) om het contrastniveau van de display bij te stellen.

3. Verlaat de instellingenmodus.

Om de instellingenmodus te kiezen, drukt u op de toets Settings.

DE TABLETHOUDER GEBRUIKEN BELANGRIJK: De tablethouder is ontwikkeld om te gebruiken met de meest gebruikte formaten tablets. Plaats geen ander elektronisch apparaat of object in de tablethouder.

Plaats de onderste rand van de tablet in de houder om een tablet in de tablethouder te steken. Trek vervol­ gens het lipje over de bovenrand van de tablet. Zorg

ervoor dat de tablet stevig vastzit in de tablethou-

der. Doe deze handelingen in omgekeerde volgorde om de tablet uit de tablethouder te halen.

Tablethouder

23

HOE DE LOOPBAND IN TE KLAPPEN EN TE VERPLAATSEN

DE LOOPBAND INKLAPPEN DE LOOPBAND VERPLAATSEN Stel de helling in op nul voordat u de loopband inklapt om te voorkomen dat de loopband bescha dig raakt. Verwijder dan de sleutel en haal de stekker van het stroomsnoer uit het stopcontact. OPGELET: U moet in staat zijn om 20 kg veilig op te kunnen tillen om de loopband in te klappen, te laten zakken of te verplaatsen.

1. Houd het metalen onderstel stevig vast op de plaats die door de onderstaande pijl wordt aange­ geven. OPGELET: Houd het onderstel niet bij de

plastic voetleuningen vast. Buig uw knieën en houd uw rug recht.

Als u de loopband wilt verplaatsen, dient u deze eerst in te klappen zoals aan de linkerkant staat beschre­ ven. OPGELET: Zorg dat de vergrendelknop in de

opslagpositie is vergrendeld. Er kunnen twee men sen nodig zijn om de loopband te verplaatsen.

1. Houd een van de handleuningen en het onderstel vast en zet een voet tegen een wiel.

1 Onderstel 1 Handleuning Onderstel Wiel 2. Til het onderstel omhoog tot de opbergvergrende­ ling in de opbergstand vastklikt. OPGELET: Zorg

ervoor dat de opbergvergrendeling vastzit.

2 Onderstel Vergrendeling het vloerkleed te beschermen. Houd de loopband weg uit direct zonlicht. Berg de loopband nooit op in een omgeving waar de temperatuur hoger is dan 30°C.

2. Trek de handleuning naar achteren totdat de loop­ band op de wielen rolt; verplaats de loopband dan voorzichtig naar de gewenste plaats. OPGELET:

Verplaats de loopband niet zonder deze naar achter te laten kantelen, trek niet aan het onder stel en verplaats de loopband niet over een oneffen ondergrond.

3. Plaats een voet tegen een van de wielen en laat de loopband voorzichtig zakken.

HOE DE LOOPBAND NEER TE LATEN VOOR GEBRUIK

1. Druk het bovenste uit­ einde van het onderstel naar voren en druk tege­ lijkertijd voorzichtig het bovenste gedeelte van de opbergvergrendeling.

1 2. Trek het bovenste uit­ einde van het onderstel naar u toe terwijl u met uw voet drukt op de opbergvergrendeling.

3. Zet een stap terug en laat het onderstel op de vloer zakken.

2

24

ONDERHOUD EN OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

ONDERHOUD

Regelmatig onderhoud is belangrijk voor een optimale werking en om slijtage te verminderen. Controleer steeds bij gebruik alle onderdelen van de loopband en draai ze goed vast.

Maak de loopband regelmatig schoon en houd de band schoon en droog. Druk eerst de stroomschakelaar in de stand Off (uit) en trek de stroomkabel uit. Veeg de buitenkant van de loopband met een vochtige doek en een klein beetje zachte zeep af. BELANGRIJK:

Spuit geen vloeistoffen rechtstreeks op de loopband. Houd vloeistoffen weg van het bedie ningspaneel om schade aan het bedieningspaneel

te voorkomen. Maak de loopband vervolgens met een zachte doek goed droog.

PROBLEMEN OPLOSSEN De meeste problemen met de loopband kunnen met de onderstaande eenvoudige stappen worden opgelost. Zoek het symptoom dat van toepassing is en volg de vermelde stappen. Zie de kaft van deze handleiding als u verdere hulp nodig heeft. SYMPTOOM: Het apparaat gaat niet aan

a. Zorg ervoor dat de stekker goed is aangesloten op een geaard stopcontact (zie bladzijde 16). Mocht een verlengsnoer nodig zijn gebruik dan alleen een 3­dradige geleider: snoer maat 14 (1 mm 2 ) van 1,5 m of korter.

b. Steek de sleutel in het bedieningspaneel nadat u het snoer in het stopcontact heeft gestoken.

c. Controleer de stroomschakelaar bij de stroomkabel op het onderstel van de loopband. De schakelaar is doorgeslagen wanneer de schakelaar uitsteekt zoals afgebeeld. Wacht vijf minuten en druk dan de schakelaar weer in om de stroomschakelaar te resetten.

SYMPTOOM: De stroom gaat uit tijdens gebruik

a. Controleer de stroomschakelaar (zie tekening c links). Als de schakelaar doorgeslagen is, wacht dan vijf minuten en druk de schakelaar weer in.

b. Zorg ervoor dat de stroomkabel ingestoken is. Als de stroomkabel ingestoken is, trek deze dan uit, wacht vijf minuten en steek hem dan weer in.

c. Verwijder de sleutel uit het bedieningspaneel en steek hem er weer in.

d. Zie de kaft van deze handleiding als de loopband nog steeds niet werkt.

SYMPTOOM: De displays van het bedieningspaneel werken niet goed

a. Trek de sleutel uit het bedieningspaneel en HAALT U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Verwijder vervolgens de vijf #8 x 3/4" Schroeven (2), en draai nauwkeurig de Motorkap (65) eraf.

a 2 65 2 2 2 c Doorgeslagen Resetten

25

Zoek vervolgens de Snelheidssensor (101) en de Magneet (103) aan de linkerkant van de Katrol (49). Draai de Katrol tot de Magneet is uitgelijnd met de Snelheidssensor. Zorg dat het gat tussen

de Magneet en de Snelheidssensor onge-

veer 3 mm is. Draai indien nodig de #8 x 3/4" Trusskopschroef (95), beweeg de Snelheidssensor iets, en draai de Trusskopschroef weer vast. Maak de Motorkap (niet afgebeeld) weer vast met de #8 x 3/4" Schroeven (niet afgebeeld) en laat de loopband een paar minuten draaien om de snel­ heidsmeting na te kijken.

101 95 3 mm 49 103

SYMPTOOM: De loopband vertraagt als u erop loopt

a. Mocht een verlengsnoer nodig zijn gebruik dan alleen een 3 conductor, maat 14 (1 mm 2 ) snoer van 1,5 m of korter.

b. Als de loopband te strak staat draait de loopband langzamer en kan het loopvlak zelfs beschadigd worden. Verwijder de sleutel en HAALT U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Draai beide schroeven van de spanrol met de inbussleutel een kwartslag tegen de klok in. Als de loopband goed vastligt moet u elke rand van de loopband 5 tot 7 cm van het loopoppervlak kunnen optillen. Zorg ervoor dat de band in het midden blijft liggen. Steek dan de stekker in het stopcontact, plaats de sleutel en loop een paar minuten op de loopband. Herhaal tot de loopband goed vastzit.

b 5–7 cm

SYMPTOOM: De helling van de loopband verandert niet juist

a. het bedieningspaneel en laat de toets Stop los. Druk vervolgens op de toets Stop en druk dan op de toenametoets of afnametoets Incline (helling). De loopband zal automatisch naar het maximum hellingniveau stijgen en dan naar het minimumni­ veau terugkeren. Hierdoor zal het hellingsysteem opnieuw geijkt worden. Als het hellingsysteem niet kalibreert, druk dan opnieuw op de toets Stop en druk opnieuw op de toenametoets of de afnametoets Incline. Trek de sleutel uit het bedie­ ningspaneel als het hellingsysteem geijkt is.

Schroeven van de Spanrol c. Uw loopband is voorzien van een band die al met een hoogwaardig smeermiddel is behandeld.

BELANGRIJK: Behandel de loopband of het loopvlak nooit met siliconenspray of enig ander substantie tenzij dit door een erkende onder houdsmonteur wordt aangegeven. Dergelijke substanties kunnen de kwaliteit van de loop band verslechteren en leiden tot overmatige

slijtage. Zie de kaft van deze handleiding als u ver­ moedt dat de loopband aanvullende smering nodig heeft.

d. Zie de kaft van deze handleiding als de loopband nog steeds vertraagt als erop gelopen wordt.

26

SYMPTOOM: De loopband loopt uit het midden

a. BELANGRIJK: De loopband moet in het mid-

den liggen tussen de voetleuningen; als de loopband tegen de voetleuningen wrijft, kan

de loopband beschadigd raken. Allereerst, verwijdert u de sleutel en vervolgens HAALT U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Als de loopband naar links is verschoven, kunt u de inbussleutel gebruiken om de linker Schroef van de ruststandrol een halve slag naar rechts te draaien; als de loopband naar rechts is verschoven kunt u de linkerschroef van de ruststandrol een halve slag naar links draaien. Zorg dat u de loopband niet te strak draait. Steek dan de stekker in het stop­ contact, plaats de sleutel en loop een paar minuten op de loopband. Herhaal deze procedure tot de band goed in het midden ligt.

SYMPTOOM: De tablethouder blijft niet op z’n plaats

a. Draai de tablethouder naar achteren. Draai ver­ volgens de aangegeven schroef lichtjes aan tot de tablethouder op zijn plaats blijft als deze wordt gedraaid naar de gewenste positie.

a Schroef Tablethouder a Voetleuningen

SYMPTOOM: De loopband slipt als u erop loopt

a. Als eerste, verwijder de sleutel en HAALT U DE STEKKER UIT HET STOPCONTACT. Draai met de inbussleutel beide schroeven van de spanrol een kwartslag met de klok mee. Als de loopband goed vastligt moet u elke rand van de loopband 5 tot 7 cm van het loopvlak kunnen optillen. Zorg ervoor dat de band in het midden blijft liggen. Steek dan de stekker in het stopcontact, plaats de sleutel en loop een paar minuten op de loopband. Herhaal tot de loopband goed vastzit.

a

27

RICHTLIJNEN VOOR HET OEFENEN WAARSCHUWING:

Voordat u begint met dit of een ander oefeningenprogramma, dient u een arts te consulteren. Dit is vooral belangrijk voor personen boven de 35 jaar of personen met bestaande gezondheidsproblemen.

De hartslagmonitor is geen medisch appa raat. Diverse factoren kunnen invloed hebben op nauwkeurigheid van de hartslagwaarden. De hartslagmonitor is alleen bedoeld als hulp middel bij de oefening voor het bepalen van de hartslag over het algemeen.

Deze richtlijnen helpen u bij het plannen van uw oefeningenprogramma. Voor meer gedetailleerde oefeninginformatie, dient u een erkend boek te kopen of uw arts te consulteren. Onthoud dat goede voeding en voldoende rust essentieel zijn voor succesvolle resultaten.

INTENSITEIT VAN OEFENINGEN

Of het nu uw doel is om vet te verbranden of om uw hart en vaatsysteem te versterken, het uitvoeren van oefeningen met de juiste intensiteit is de sleutel voor het bereiken van resultaten. U kunt uw hartslag gebruiken als gids voor het vinden van het juiste intensiteitniveau. De grafiek hieronder toont de aan­ bevolen hartslagen voor het verbranden van vet en voor een aerobic­oefening.

Voor het vinden van het juiste intensiteitniveau, zoekt u uw leeftijd onderaan de grafiek (leeftijden worden afgerond naar het dichtstbijzijnde tiental). De drie get­ allen boven uw leeftijd bepalen uw “trainingszone”. Het laagste nummer is uw hartslag voor het verbranden van vet, het middelste nummer is uw hartslag voor het maximaal verbranden van vet en het hoogste nummer is de hartslag voor de aerobic­oefening.

Vet Verbranden—Om op doeltreffende wijze vet te verbranden, moet u gedurende een aanhoudende periode oefeningen doen op een laag intensiteitniveau. Tijdens de eerste minuten van de oefening gebruikt uw lichaam koolhydraatcalorieën voor de energie. Pas na de eerste minuten van de oefening gebruikt uw lichaam opgeslagen vetcalorieën voor de energie. Als het uw doel is om vet te verbranden dient u de intensit­ eit van de oefening aan te passen tot uw hartslag zich bij het laagste nummer in uw trainingszone bevindt. Voor maximale vetverbranding, dient u te oefenen met uw hartslag in het middelste nummer van uw trainingszone.

Aerobic-oefening—Als het uw doel is om uw hart en vaatsysteem te versterken dan moet u een aerobic­ oefening uitvoeren die zorgt voor activiteit die grote hoeveelheden zuurstof vereist gedurende langere peri­ oden. Voor een aerobic­oefening past u de intensiteit van uw oefening aan tot uw hartslag in de buurt is van het hoogste nummer van uw trainingszone.

RICHTLIJNEN VOOR EEN TRAINING

Warming Up—Start met strekken en lichte oefeningen gedurende 5 tot 10 minuten. Een warming­up zorgt dat u uw lichaamstemperatuur, hartslag en bloeddoorstro­ ming verhoogt in voorbereiding op de training. Trainingszone-oefening—Oefen gedurende 20 tot 30 minuten met uw hartslag in uw trainingszone. (Gedurende de eerste weken van uw oefeningen­ programma, dient u uw hartslag niet langer dan 20 minuten in uw trainingszone te houden.) Adem regel­ matig en diep bij het uitvoeren van de oefening; houd uw adem niet in. Afkoelen—Eindig met 5 tot 10 minuten strekken. Strekken verhoogt de flexibiliteit van de spieren en helpt problemen na de oefening voorkomen.

FREQUENTIE VAN DE OEFENINGEN

Om uw conditie te behouden of te verbeteren, dient u drie trainingen per week te doen, met ten minste één rustdag tussen de trainingen. Na een aantal maanden regelmatig oefeningen doen, kunt u desgewenst maxi­ maal vijf trainingen per week doen. Onthoud dat het dagelijks regelmatig en met plezier doen van oefenin­ gen de sleutel tot uw succes is.

28

AANBEVOLEN STREKOEFENINGEN

De juiste manier voor verschillende basisstrekoefeningen wordt rechts getoond. Beweeg langzaam bij het strek­ ken–spring nooit op.

1. Teen Aanraken Strekoefening

Sta met lichtgebogen knieën en buig langzaam vanuit uw heupen naar voren. Houd uw rug en schouders ontspannen als u zover mogelijk naar beneden reikt, richting uw tenen. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer. Strekken: Achillespees, achterkant van de knieën en rug.

1

2. Strekken van de Achillespees

Ga zitten met één uitgestrekt been. Breng de zool van de andere voet naar u toe en laat deze rusten tegen de binnenkant van de dij van uw uitgestrekte been. Probeer zover mogelijk naar uw teen te reiken. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk been. Strekken: Achillespezen, onderrug en liezen.

3. Strekken van Kuiten/Achillespees

Reik naar voren met het ene been voor de ander en plaats uw handen tegen een muur. Houd uw achterbeen gestrekt en uw achter­ voet plat op de vloer. Buig uw voorbeen, leun naar voren en beweeg uw heupen in de richting van de muur. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk been. Voor het nog verder strekken van de achillespezen, kunt u ook uw achterbeen buigen. Strekken: Kuiten, achillespezen en enkels.

3 2 4

4. Strekken van de Dijbeenspier

Leun met een hand tegen de muur voor balans en reik met de andere hand naar achteren en grijp uw voet. Breng uw hiel zo dicht mogelijk bij uw billen. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer voor elk been. Strekken: Dijbeenspier en heupspieren.

5. Strekken Binnenkant Dijbeen

Zit met de zolen van uw voeten tegen elkaar aan en uw knieën naar buiten gericht. Trek uw voeten zover mogelijk naar uw liezen. Houd deze positie gedurende 15 seconden aan en ontspan dan weer. Herhaal dit drie keer. Strekken: Dijbeenspier en heupspieren.

5

29

LIJST MET ONDERDELEN

Nr. Aant. Beschrijving

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 1 2 3 4 5 6 1 Basis 7 8 9 6 31 2 4 4 4 6 4 8 10 4 8 2 3 1 2 1 4 2 2 2 5 #8 x 5/8" Schroef #8 x 3/4" Schroef Kussen van de Basis 1/4" x 1/2" Schroef #10 Sterring 3/8" x 2 3/8" Schroef 5/16" x 3/4" Schroef #10 x 1 1/4" Schroef #8 x 1/2" Zilveren Schroef 5/16" Sterring #8 x 1" Tekschroef 3/8" Sterring 9/32" Plastic Bus 1/4" x 2 1/2" Schroef 3/8" x 1 1/2" Bout 3/8" x 1 1/2" Wielbout Dwarsstang van de Staander #8 x 7/16" Schroef 5/16" Motorschroef 3/8" Pen 3/8" x 1 1/4" Bout 5/16" x 1 3/4" Bout 28 2 1 4 #8 Sterring 5/16" x 2 1/4" Bout 26 1 Opbergvergrendeling 27 1 Rechterhouder 5/16" x 3" Schroef 1 4 29 30 31 1 Hartslagdwarsstang 32 2 3/8" x 1 3/4" Bout met Inbuskop 5/16" Platte Tussenring Tussenstuk van de Hellingmotor 33 34 35 1 Aansluiting 36 1 Linkerhouder 37 6 6 8 3/8" Klemmoer 5/16" Moer #8 x 5/8" Schroef 38 2 Wiel 39 6 Isolator 40 2 Achterpoot 41 1 Vergrendelingsdwarsstang 42 1 Linkervoetleuning 43 1 Waarschuwingssticker 44 1 Loopvlak 45 1 Loopband 46 2 Riemgeleider 47 1 Rechterachtervoet 48 4 Draadband 49 1 Aandrijfrol/Katrol 50 51 1 1 Linkerbinnenkap van de Basis Rechterbinnenkap van de Basis Modelnr. PETL98717.0 R0217A

Nr. Aant. Beschrijving

52 53 55 58 62 4 2 3/8" Plastic Bus 1/4" x 1 1/4" Schroef 54 1 Aandrijfmotor 1 Riem van de Motor 56 1 Onderstel 57 1 Linkerachtervoet 1 Aardingsdraad van het Bedieningspaneel 59 4 Rubberkussen 60 1 Rechtervoetleuning 61 1 Spanrol 2 3/8" x 1 3/4" Schroef 63 64 66 2 1 3/8" x 1 1/4" Schroef Basis van het Bedieningspaneel 65 1 Motorkap 6 2 #8 x 1/2" Schroef 67 68 5 Kapklem 69 1 Hellingmotor 70 1 Tussenstuk van het Onderstel van het Hellingsysteem Onderstel van het Hellingsysteem 2 71 74 79 81 85 87 92 2 2 1 1 2 2 Tussenstuk van het Onderstel 72 1 Controller 73 1 Controllerklem 3/8" Tussenring 75 1 Stroomschakelaar 76 1 Stroomsnoer 77 2 Doorvoerhuls 78 1 Onderpan Greep van de Handleuning 80 1 Bedieningspaneel Draad van de Staander 82 1 Linkerbasiskap 83 1 Rechterbasiskap 84 2 Handleuning Beugel van de Elektronica 86 2 Draadband Kapje van de Handleuning 88 1 Sleutel/Klem 89 1 Linkerstaander 90 1 Rechterstaander 91 2 Waarschuwingssticker Klem van het Bedieningspaneel 93 94 95 96 97 98 6 1 13 12 1/4" x 1 1/4" Schroef 1/4" Moer #8 x 3/4" Trusskopschroef M5 Tussenring 100 4 1 6 M4 x 16mm Machineschroef Onderstel van het Bedieningspaneel 99 1 Tablethouder Onderkant van de Isolator

30

Nr. Aant. Beschrijving

101 1 102 1 103 1 104 2 105 1 106 1 Snelheidssensor Klem Magneet Huls van de Motor Filter Motorisolator

Nr. Aant. Beschrijving

107 8 108 2 109 110 111 1 3 3 3/16" Tussenring Motortussenring Versiering van de Kap #8 x 1/2" Machineschroef #8 Moer * – Gebruikershandleiding Let op: Deze technische gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden. Zie de achter­ kant van deze handleiding voor informatie over het bestellen van vervang onderdelen. *Deze onderdelen worden niet afgebeeld.

31

GEDETAILLEERDE TEKENING A

Modelnr. PETL98717.0 R0217A

32

30 34

GEDETAILLEERDE TEKENING B

2 2 109 Modelnr. PETL98717.0 R0217A 65 2 2 2 68 2 71 67 52 74 33 2 68 70 16 32 29 69 33 72 68 35 75 68 68 2 78 2 76 33 33 74 52 67 71 2

33

GEDETAILLEERDE TEKENING C

9 5 28 11 84 31 79 4 1 1 1 1 Modelnr. PETL98717.0 R0217A 9 5 87 11 8 89 1 79 28 11 84 4 11 8 18 8 11 81 38 82 17 33 63 13 22 50 91 52 7 13 33 38 87 8 11 13 3 12 6 62 91 81 77 3 90 52 22 62 13 77 13 7 10 12 13 7 13 63 51 83 17

34

GEDETAILLEERDE TEKENING D

Modelnr. PETL98717.0 R0217A 2 86 36 80 99 66 2 64 66 2 97 2 66 66 2 66 66 27 2 98 10 58 92 88 2 92 2 2

35

HET BESTELLEN VAN ONDERDELEN

Bekijk de omslag van deze handleiding voor het bestellen van vervangende onderdelen. Zorg ervoor dat u de vol­ gende informatie bij de hand hebt wanneer u contact met ons opneemt: • het modelnummer en het serienummer van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding) • de naam van het apparaat (raadpleeg de omslag van deze handleiding) • het nummer van het onderdeel en de beschrijving (zie LIJST MET ONDERDELEN en GEDETAILLEERDE TEKENING aan het eind van deze handleiding)

RECYCLING INFORMATIE

Dit elektronische product mag niet bij het gemeentelijk afval worden gegooid. Om het milieu te beschermen, moet dit product volgens de wet worden gere cycleerd aan het einde van de levenscyclus.

Maak gebruik van installaties voor hergebruik die bevoegd zijn voor het ver­ werken van dit soort afval in uw streek. Zo helpt u het milieu te beschermen en de Europese normen voor milieubescherming te verbeteren. Als u meer informatie nodig hebt over veilige en correcte afvalverwijdering, neem dan contact op met uw plaatselijke gemeentedienst of de winkel waar u dit product hebt gekocht.

Onderdeelnr. 388686 R0217A Gedrukt in China © 2017 ICON Health & Fitness, Inc.

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement