KTM 250 XC-F US 2011 Cross Country Bike Handleiding

KTM 250 XC-F US 2011 Cross Country Bike Handleiding
BEDIENINGSHANDLEIDING 2011
250 SX‑F EU
250 SX‑F MUSQUIN REPLICA EU
250 SX‑F USA
250 XC‑F USA
Artikelnr. 3211623nl
BESTE KTM KLANT
1
We wensen u veel geluk met uw keuze voor een KTM motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne sportieve motorfiets en we
zijn er zeker van dat u er veel plezier mee zult beleven, mits u de motorfiets goed onderhoudt.
BESTE KTM KLANT
We wensen u veel rijplezier!
Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen.
Framenummer (
pag. 9)
Motornummer (
pag. 9)
Stempel dealer
De bedieningshandleiding komt op het tijdstip dat deze ter perse gaat overeen met de nieuwste stand van het model. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.
Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. De KTM-Sportmotorcycle AG houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen,
kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en
zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien
van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2010 KTM-Sportmotorcycle AG, Mattighofen Oostenrijk
Alle rechten voorbehouden
Nadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldiging op welke wijze dan ook is slechts toegestaan met schriftelijke toestemming van de
auteur.
ISO 9001(12 100 6061)
KTM past processen voor kwaliteitsbewaking toe, zoals bedoeld in de internationale norm voor kwaliteitsmanagement
ISO 9001, die tot een zo hoog mogelijke productkwaliteit leiden.
Afgegeven door: TÜV Management Service
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen, Oostenrijk
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN ....................................... 4
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN............................................ 5
AFBEELDING VOERTUIG ..................................................... 7
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave) ................ 7
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave) ........... 8
SERIENUMMERS................................................................ 9
Framenummer................................................................. 9
Typeplaatje ..................................................................... 9
Motornummer ................................................................. 9
Artikelnummer voorvork.................................................... 9
Artikelnummer schokdemper ............................................ 9
BEDIENINGSELEMENTEN ................................................. 10
Koppelingshendel .......................................................... 10
Remhendel ................................................................... 10
Gashendel .................................................................... 10
Stopknop ...................................................................... 10
E-starterknop (XC‑F) ...................................................... 10
Overzicht controlelampjes .............................................. 11
Tankdop openen............................................................ 11
Tankdop sluiten ............................................................ 11
Factory Start (SX‑F MUSQUIN REPLICA) ......................... 12
Regelschroef stationair toerental ..................................... 12
Versnellingshendel......................................................... 12
Kickstarter .................................................................... 13
Rempedaal ................................................................... 13
Plug-in standaard (alle SX‑F modellen) ............................ 13
Zijstandaard (XC‑F)........................................................ 13
INBEDRIJFNAME .............................................................. 14
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname ........................... 14
Motor inrijden ............................................................... 15
Voertuig voorbereiden op zwaardere
gebruiksomstandigheden................................................ 15
Voorbereidingen voor rijden op droog zand ....................... 15
Voorbereidingen voor rijden op nat zand........................... 16
Voorbereidingen voor rijden op nat en modderig circuit ..... 17
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperatuur en
langzaam rijden............................................................. 17
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperatuur of
sneeuw......................................................................... 18
RIJ-INSTRUCTIES ............................................................. 19
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname ............. 19
Starten ......................................................................... 19
Beginnen met rijden ...................................................... 20
Schakelen, rijden .......................................................... 20
Afremmen..................................................................... 20
Stoppen, parkeren ......................................................... 21
Brandstof tanken ........................................................... 21
SERVICESCHEMA ............................................................. 23
Serviceschema .............................................................. 23
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht) ........... 24
CHASSIS AFSTELLEN ....................................................... 25
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht
controleren ................................................................... 25
Ingaande demping schokdemper ..................................... 25
Ingaande demping low speed voor schokdemper
instellen ....................................................................... 25
Ingaande demping high speed voor schokdemper
instellen ....................................................................... 26
Uitgaande demping schokdemper instellen ...................... 27
Maat achterwiel zonder belasting bepalen ........................ 27
Statische veerweg schokdemper controleren..................... 28
Dynamische veerweg schokdemper controleren................. 28
2
Veervoorspanning schokdemper instellen
....................
Dynamische veerweg instellen
....................................
Basisinstelling voorvork controleren .................................
Ingaande demping voorvork instellen ...............................
Uitgaande demping voorvork instellen..............................
Stuurpositie ..................................................................
Stuurpositie instellen
................................................
Factory Start activeren (SX‑F MUSQUIN REPLICA) ...........
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS ...............................
Motorfiets met hefbok opkrikken .....................................
Motorfiets van hefbok nemen..........................................
Vorkpoten ontluchten .....................................................
Vuilschrapers vorkpoten reinigen .....................................
Voorvorkprotector losmaken ............................................
Voorvorkprotector positioneren ........................................
Vorkpoten demonteren
..............................................
Vorkpoten monteren
..................................................
Voorvorkprotector demonteren
....................................
Voorvorkprotector monteren
.......................................
Onderste kroonplaat demonteren
................................
Onderste kroonplaat monteren
...................................
Speling balhoofdlager controleren ...................................
Speling balhoofdlager instellen
..................................
Balhoofdlager smeren
...............................................
Startnummerbord demonteren ........................................
Startnummerbord monteren............................................
Spatbord voor demonteren..............................................
Spatbord voor monteren .................................................
Schokdemper demonteren
.........................................
Schokdemper monteren .............................................
Zadel verwijderen ..........................................................
Zadel monteren .............................................................
Afdekking luchtfilterbak demonteren ...............................
Afdekking luchtfilterbak monteren...................................
Luchtfilter demonteren
..............................................
Luchtfilter monteren
.................................................
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen ...........................
Einddemper demonteren ................................................
Einddemper monteren....................................................
Glasvezelvulling einddemper vervangen .......................
Brandstoftank demonteren .........................................
Brandstoftank monteren
............................................
Kettingvervuiling controleren ..........................................
Ketting reinigen ............................................................
Kettingspanning controleren ...........................................
Kettingspanning instellen...............................................
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en
kettinggeleiding controleren............................................
Kettinggeleiding instellen
..........................................
Gaskabellegging controleren ...........................................
Uitgangspositie koppelingshendel instellen ......................
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren ...............
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
..................
Motorbescherming demonteren (SX‑F MUSQUIN
REPLICA) .....................................................................
Motorbescherming monteren (SX‑F MUSQUIN
REPLICA) .....................................................................
REMMEN .........................................................................
Vrije slag remhendel controleren .....................................
Uitgangspositie remhendel instellen ................................
Remschijven controleren ................................................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
28
29
30
30
30
31
31
32
33
33
33
33
34
34
34
35
35
36
36
36
37
38
39
39
39
39
40
40
40
41
41
42
42
42
42
43
43
43
44
44
45
46
47
47
48
48
49
51
51
51
51
52
53
53
54
54
54
54
INHOUDSOPGAVE
3
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren.........................
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
.............................
Remplaketten voorwielrem controleren.............................
Remplaketten voorwielrem vervangen ..........................
Vrije slag rempedaal controleren .....................................
Uitgangspositie rempedaal instellen
...........................
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren......................
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
..........................
Remplaketten achterwielrem controleren .........................
Remplaketten achterwielrem vervangen
......................
WIELEN, BANDEN ............................................................
Voorwiel demonteren
.................................................
Voorwiel monteren
....................................................
Achterwiel demonteren
..............................................
Achterwiel monteren
.................................................
Bandentoestand controleren ...........................................
Bandenspanning controleren ..........................................
Spaakspanning controleren.............................................
ELEKTRONICA..................................................................
Accu demonteren
(XC‑F)............................................
Accu monteren
(XC‑F) ...............................................
Accu laden
(XC‑F).....................................................
Hoofdzekering vervangen (XC‑F)......................................
KOELSYSTEEM .................................................................
Koelsysteem..................................................................
Antivries en koelmiddelpeil controleren............................
Koelmiddelpeil controleren.............................................
Koelmiddel aftappen
.................................................
Koelmiddel vullen
.....................................................
MOTOR AFSTELLEN..........................................................
Gaskabelspeling controleren ...........................................
Gaskabelspeling instellen
..........................................
Stationair toerental instellen
......................................
Uitgangspositie versnellingshendel controleren .................
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
................
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR..................................
Motoroliepeil controleren................................................
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef
reinigen
...................................................................
Motorolie bijvullen .........................................................
REINIGING, ONDERHOUD .................................................
Motorfiets reinigen ........................................................
STALLING ........................................................................
Stalling ........................................................................
Inbedrijfname na stalling ...............................................
FOUTEN OPSPOREN .........................................................
KNIPPERCODE .................................................................
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR....................................
Vulhoeveelheid - motorolie .............................................
Vulhoeveelheid - koelmiddel ...........................................
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
MOTOR ............................................................................
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS .................................
Lampen ........................................................................
Banden ........................................................................
Vulhoeveelheid - brandstof .............................................
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK ..............................
alle SX‑F EU modellen ...................................................
SX‑F USA .....................................................................
XC‑F.............................................................................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
55
55
56
56
58
58
59
59
60
60
62
62
62
63
64
64
65
65
67
67
67
67
68
70
70
70
70
71
72
73
73
73
73
74
74
75
75
75
77
79
79
80
80
80
81
83
84
85
85
86
88
88
89
89
90
90
90
91
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER ....................... 92
alle SX‑F EU modellen ................................................... 92
SX‑F USA ..................................................................... 92
XC‑F............................................................................. 93
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
CHASSIS .......................................................................... 94
GEBRUIKSSTOFFEN ......................................................... 95
HULPSTOFFEN ................................................................. 97
NORMEN.......................................................................... 99
INDEX ............................................................................ 100
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN
Gebruikte symbolen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde symbolen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Alle werkzaamheden die met dit symbool zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip. Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage! Daar wordt uw motorfiets door
speciaal geschoolde vakkundige personen met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt de verwijzing naar een pagina (op de aangegeven pagina vindt u meer informatie).
Gebruikte formatering
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
Eigennaam
Kenmerkt een eigennaam.
Naam®
Kenmerkt een beschermde naam.
Merk™
Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
4
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
5
Gebruiksdefinitie
De sportmotorfietsen van KTM zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd dat ze bestand zijn tegen de gangbare belastingen bij normaal
gebruik in wedstrijden. De motorfietsen voldoen aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
De motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
Service
Voorwaarde voor storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedieningshandleiding
genoemde service- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Door een slecht afgesteld chassis kunnen chassiscomponenten beschadigen of afbreken.
Het gebruik van de motorfietsen bij zwaardere omstandigheden zoals zand, erg modderig en vochtig terrein kan leiden tot bovengemiddelde slijtage van componenten zoals de aandrijving of remmen. Daarom kan het nodig zijn een service uit te voeren of slijtageonderdelen te vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvan draagt in
belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Garantie
De in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend in een geautoriseerde KTM-garage worden uitgevoerd en
moeten in het serviceboekje en op KTM dealer.net worden bevestigd, aangezien anders de aanspraak op garantie vervalt. Voor schade
of gevolgschade die door manipulaties en wijzigingen van het voertuig is veroorzaakt bestaat geen aanspraak op garantie.
Bedrijfsmiddelen
U moet de in de bedieningshandleiding gespecificeerde brand- en smeerstoffen resp. bedrijfsstoffen gebruiken.
Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen reserveonderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en laat deze alleen in een
geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn bij de betreffende beschrijvingen tussen haakjes aangegeven. Uw KTM-dealer adviseert u
graag.
De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de KTM website.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
Werkinstructies
Voor enkele werkzaamheden is speciaal gereedschap nodig. Deze maken geen deel uit van het voertuig, kunnen echter onder het aangegeven nummer tussen haakjes worden besteld. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)
Bij de montage moeten onderdelen die niet meer worden gebruikt (bijv. zelfborgende schroeven en moeren, afdichtingen, pakkingen,
keerringen, splitpennen, borgplaten) door nieuwe worden vervangen.
Indien bij schroefverbindingen een schroevenlijm (bijv. Loctite®) wordt gebruikt, moeten de specifieke gebruiksaanwijzingen van de
fabrikant in acht worden genomen.
Onderdelen die na de demontage weer worden gebruikt, moeten worden gereinigd en gecontroleerd op beschadiging en slijtage.
Beschadigde en versleten onderdelen vervangen.
Na een reparatie of onderhoudsbeurt moet worden gecontroleerd of het voertuig verkeersveilig is.
Transport
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
–
Motor uitzetten.
–
Motorfiets met spanbanden of andere geschikte bevestigingsmiddelen beveiligen tegen omvallen en wegrollen.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
6
Milieu
Motorsport is fantastische sport en we hopen natuurlijk dat u er volledig van kunt genieten. Motorfietsen kunnen echter problemen
voor het milieu en conflicten met andere personen veroorzaken. Door op een verantwoorde manier met de motorfiets om te gaan kunt
u ervoor zorgen dat deze problemen en conflicten niet ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Aanwijzingen/waarschuwingen
U moet beslist de gegeven aanwijzingen/waarschuwingen in acht nemen.
Info
Op het voertuig zijn verschillende stickers met aanwijzingen en waarschuwingen aangebracht. Deze stickers met aanwijzingen
en waarschuwingen mag u nooit verwijderen. Als deze ontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
Gevarenniveaus
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Bedieningshandleiding
–
Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. Daarin vindt u veel informatie en
tips die de bediening en het onderhoud van de motorfiets eenvoudiger maken. Alleen zo komt u te weten hoe u uw motorfiets het
beste afstemt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. Bovendien staat in de bedieningshandleiding belangrijke
informatie over het onderhoud van de motorfiets.
–
De bedieningshandleiding is een belangrijk onderdeel van de motorfiets en moet bij doorverkoop aan de nieuwe eigenaar worden
gegeven.
AFBEELDING VOERTUIG
7
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave)
3.1
100900-10
1
Remhendel (
pag. 10)
2
Koppelingshendel (
3
Tankdop
4
Voorvork instelling uitgaande demping
5
Regelschroef stationair toerental (
6
Versnellingshendel (
7
Afdekking luchtfilterbak
8
Plug-in standaard (
pag. 10)
pag. 12)
pag. 13)
pag. 12)
AFBEELDING VOERTUIG
8
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave)
3.2
100901-10
1
Stopknop (
pag. 10)
2
Gashendel (
3
Voorvork instelling ingaande demping
4
Kijkglas remvloeistof achter
5
Schokdemper instelling uitgaande demping
6
Kijkglas motorolie
7
Rempedaal (
pag. 13)
8
Kickstarter (
pag. 13)
pag. 10)
SERIENUMMERS
9
Framenummer
4.1
Het framenummer  is op de rechterzijde van het balhoofd gegraveerd.
B00262-10
Typeplaatje
4.2
Het typeplaatje  is aan de voorzijde van het balhoofd aangebracht.
B00262-20
Motornummer
4.3
Het motornummer  is in de linkerzijde van de motor onder het ketting-aandrijfwiel
gegraveerd.
100902-10
Artikelnummer voorvork
4.4
Het artikelnummer van de voorvork  is aan de binnenzijde van de asopname gegraveerd.
B00265-01
Artikelnummer schokdemper
4.5
Het artikelnummer van de schokdemper  is in het bovenste gedeelte van de schokdemper aan motorzijde boven de stelring gegraveerd.
100903-10
BEDIENINGSELEMENTEN
10
Koppelingshendel
5.1
De koppelingshendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
100904-10
Remhendel
5.2
De remhendel  bevindt zich aan de rechterzijde van het stuur.
Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.
B00369-11
Gashendel
5.3
De gashendel  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
100858-10
Stopknop
5.4
De stopknop  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Stopknop in de uitgangspositie – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
• Stopknop ingedrukt – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een
draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.
100905-10
E-starterknop (XC‑F)
5.5
De e-starterknop  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• E-starterknop in uitgangspositie
• E-starterknop ingedrukt – In deze stand wordt de e-starter gebruikt.
400198-10
BEDIENINGSELEMENTEN
11
Overzicht controlelampjes
5.6
Mogelijke toestanden
FI waarschuwingslampje (MIL) brandt/knippert oranje – De OBD (On
Board Diagnose) heeft een voor de emissie of veiligheid kritieke fout
gedetecteerd.
(XC‑F)
Waarschuwingslampje brandstofpeil brandt oranje – Brandstofpeil
heeft de reservemarkering bereikt.
101081-10
Tankdop openen
5.7
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
Ontgrendelknop  indrukken, tankdop tegen de klok in draaien en naar boven toe
verwijderen.
–
Tankdop plaatsen en met de klok mee draaien, totdat de ontgrendelknop  vastklikt.
101082-10
Tankdop sluiten
5.8
Info
Erop letten dat de slang voor het ontluchten van de brandstoftank  zonder
knikken wordt gelegd.
101083-10
BEDIENINGSELEMENTEN
12
Factory Start (SX‑F MUSQUIN REPLICA)
5.9
De Factory Start  is aan de rechter voorvorkprotector aangebracht.
Mogelijke toestanden
•  Factory Start gedeactiveerd – De voorvork bevindt zich in de normale toestand.
•  Factory Start geactiveerd – De voorvork is ingeveerd en de voorkant van de
motorfiets is verlaagd.
Door het activeren van de Factory Start wordt de voorkant van de motorfiets verlaagd,
waardoor het voorwiel bij het acceleren later loskomt van de bodem.
Bij het eerste inveren wordt de vergrendelknop van de Factory Start automatisch ontgrendeld. De voorvork werkt vanaf dat moment zoals bij een gedeactiveerde of niet
gemonteerde Factory Start.
101079-10
Regelschroef stationair toerental
5.10
De regelschroef voor het stationaire toerental  bevindt zich aan linksboven op de
regelklep.
De regelschroef voor het stationaire toerental heeft twee functies.
Door te draaien kan het stationaire toerental worden geregeld.
Door deze eruit te trekken tot de aanslag kan het stationaire toerental voor de koude
start worden verhoogd.
401096-10
Mogelijke toestanden
• Toerentalverhoging geactiveerd – Regelschroef voor stationair toerental is tot de
aanslag uitgetrokken.
• Toerentalverhoging gedeactiveerd – Regelschroef voor stationair toerental is tot de
aanslag ingedrukt.
Versnellingshendel
5.11
De versnellingshendel  is aan de linkerzijde van de motor gemonteerd.
100908-10
De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op de afbeelding.
De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnelling.
100909-10
BEDIENINGSELEMENTEN
13
Kickstarter
5.12
De kickstarter  is aan de rechterzijde van de motor aangebracht.
Het bovenste deel van de kickstarter kan worden gezwenkt.
Info
Voordat u gaat rijden moet het bovenste deel van de kickstarter naar de motor
worden gezwenkt.
100910-10
Rempedaal
5.13
Het rempedaal  bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
100911-10
Plug-in standaard (alle SX‑F modellen)
5.14
De opname voor de plug-in standaard  is de linkerzijde van de steekas.
De plug-in standaard wordt gebruikt voor het neerzetten van de motorfiets.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
100950-10
Zijstandaard (XC‑F)
5.15
De zijstandaard  bevindt zich aan de linker voertuigzijde.
101084-10
De zijstandaard wordt gebruikt voor het parkeren van de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard  worden opgeklapt en met de rubberband  worden geborgd.
101085-10
INBEDRIJFNAME
14
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname
6.1
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Gevaar door onvoldoende rijvaardigheid.
–
Het voertuig niet gebruiken, wanneer u door consumptie van alcohol, medicijnen of drugs of door lichamelijke of psychische beperkingen niet in staat bent veilig aan het verkeer deel te nemen.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
–
Tijdens het rijden altijd beschermende kleding (helm, laarzen, handschoenen, broek en jack met bescherming) dragen.
Erop letten dat de beschermende kleding zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Beperking van het rijgedrag door verschillende bandprofielen aan voor- en achterwiel.
–
Voor- en achterwiel moeten altijd zijn uitgerust met banden met een gelijksoortig profiel, anders kan de motor oncontroleerbaar worden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Kritiek rijgedrag door niet aangepaste rijwijze.
–
De rijsnelheid aan de rijwegsituatie en uw rijvaardigheid aanpassen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar voor ongevallen door het meenemen van een bijrijder.
–
Uw voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. Neem geen bijrijder mee.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag.
–
Het maximale totaalgewicht en asbelasting nooit overschrijden.
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Info
Houd er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatig lawaai.
–
Verzeker u ervan dat de afleveringsinspectie is uitgevoerd door een geautoriseerde KTM-garage.
–
Lees voordat u voor het eerst gaat rijden de volledige bedieningshandleiding goed door.
–
Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen.
–
Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (
–
Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
–
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
–
Oefen voordat u een grotere rit gaat maken eerst op een daarvoor geschikt terrein, zodat u gewend raakt aan het besturen van de
motorfiets.
U ontvangt het afleveringsdocument en serviceboekje bij de overdracht van het voertuig.
pag. 51)
pag. 54)
x(
pag. 58)
Info
Uw motorfiets is niet toegelaten voor het rijden op openbare wegen.
Geadviseerd wordt bij het rijden op het terrein iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.
–
Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.
–
Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan.
–
Houd tijdens het rijden het stuur met beide handen vast en laat uw voeten op de voetsteunen rusten.
(alle SX‑F modellen)
– Geen bagage meenemen.
(XC‑F)
– Als u bagage meeneemt moet deze veilig worden vastgezet, zo veel mogelijk in het midden van het voertuig en het gewicht
moet gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.
INBEDRIJFNAME
15
Info
Motorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.
–
Het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximale asbelasting in acht nemen.
Voorgeschreven waarde
–
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Motor inrijden. (
pag. 15)
Motor inrijden
6.2
–
Tijdens de inrijperiode het aangegeven motortoerental en motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motortoerental
Tijdens het eerste rij-uur
7.000 1/min
Maximaal motorvermogen
≤ 75 %
Tijdens de eerste 3 rij-uren
–
Vol gas geven vermijden!
Voertuig voorbereiden op zwaardere gebruiksomstandigheden
6.3
–
Als motorfietsen bij zwaardere gebruiksomstandigheden worden gebruikt, kunnen componenten zoals aandrijving en remmen sneller slijten dan gemiddeld. Daarom kan het nodig zijn onderhoud uit te voeren of slijtageonderdelen te vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
–
KTM adviseert bij zwaardere gebruiksomstandigheden en voor betere rijprestaties, de aangegeven motorolie te gebruiken.
Motorolie (SAE 10W/60) (00062010035) (
pag. 95)
Zwaardere gebruiksomstandigheden zijn:
– Rijden op droog zand. ( pag. 15)
–
Rijden op nat zand. (
–
Rijden op nat en modderig circuit. (
pag. 16)
pag. 17)
–
Rijden bij hoge temperatuur en langzaam rijden. (
–
Rijden bij lage temperatuur of sneeuw. (
pag. 17)
pag. 18)
Voorbereidingen voor rijden op droog zand
6.4
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten tegen indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 43)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Stofbescherming voor luchtfilter monteren.
Stofbescherming voor luchtfilter (77206920000)
Info
KTM PowerParts montagehandleiding in acht nemen.
B00435-01
INBEDRIJFNAME
16
–
Zandbescherming voor luchtfilter monteren.
Zandbescherming voor luchtfilter (77206922000)
Info
KTM PowerParts montagehandleiding in acht nemen.
B00436-01
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 97)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet smeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 20 rij-uren vervangen.
Voorbereidingen voor rijden op nat zand
6.5
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten tegen indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 43)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (77206921000)
Info
KTM PowerParts montagehandleiding in acht nemen.
B00437-01
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 97)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet smeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 20 rij-uren vervangen.
INBEDRIJFNAME
17
Voorbereidingen voor rijden op nat en modderig circuit
6.6
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten tegen indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 43)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (77206921000)
Info
KTM PowerParts montagehandleiding in acht nemen.
B00437-01
–
Staalkettingwiel monteren.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
pag. 79)
600868-01
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperatuur en langzaam rijden
6.7
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten tegen indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 43)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.
Info
De motorolie wordt snel heet, als de koppeling wegens een te lange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
600868-01
pag. 97)
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 70)
INBEDRIJFNAME
18
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperatuur of sneeuw
6.8
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten tegen indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 43)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (77206921000)
Info
KTM PowerParts montagehandleiding in acht nemen.
B00437-01
RIJ-INSTRUCTIES
19
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname
7.1
Info
Voordat u gaat rijden controleren of het voertuig in een goede staat is en of er veilig mee kan worden gereden.
Tijdens het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
–
Motoroliepeil controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
–
De werking van het remsysteem controleren.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
–
Vervuiling van de ketting controleren. (
–
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
pag. 75)
pag. 55)
pag. 59)
pag. 56)
pag. 60)
pag. 70)
pag. 47)
pag. 49)
–
Kettingspanning controleren. (
–
Toestand van de banden controleren. (
–
Bandenspanning controleren. (
–
Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (
–
Vorkpoten ontluchten. (
–
Luchtfilter controleren.
–
Instelling en bedieningsgemak van alle bedieningselementen controleren.
–
Alle schroeven, moeren en slangklemmen regelmatig op goed vastzitten controleren.
–
Brandstofvoorraad controleren.
pag. 48)
pag. 64)
pag. 65)
pag. 34)
pag. 33)
Starten
7.2
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of
laten draaien zonder een geschikte afzuiginstallatie.
Aanwijzing
Beschadiging aan de motor Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Motor altijd met een laag toerental warmrijden.
(alle SX‑F modellen)
– Plug-in standaard verwijderen.
(XC‑F)
– Motorfiets van standaard nemen en standaard met rubberband  vastzetten.
–
Versnelling in vrij schakelen.
Voorwaarde
Omgevingstemperatuur: < 20 °C
–
–
101085-11
Regelschroef voor stationair toerental tot de aanslag eruit trekken.
E-starterknop indrukken of de kickstarter volledig en krachtig intrappen.
Info
Bij het starten geen gas geven.
E-starterknop maximaal 5 seconden indrukken. Ten minste 5 seconden
wachten tot de volgende startpoging.
Tijdens het starten brandt het FI waarschuwingslampje kort voor een functiecontrole.
RIJ-INSTRUCTIES
20
Beginnen met rijden
7.3
–
Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig voorzichtig gas geven.
Schakelen, rijden
7.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij hoog motortoerental leidt tot blokkeren van het achterwiel.
–
Niet bij hoog motortoerental terugschakelen naar een lagere versnelling. De motor wordt overbelast en het achterwiel kan
blokkeren.
Info
Als u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, moet u meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met een
geautoriseerde KTM-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
–
Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gelijktijdig koppelingshendel trekken, naar de volgende versnelling schakelen, koppelingshendel vrijgeven en gas geven.
–
Als u bij het starten het stationaire toerental hebt verhoogd moet u als de motor warm is de regelschroef voor het stationaire toerental tot de aanslag indrukken.
–
Nadat met een volledig opengedraaide gashendel de maximale snelheid is bereikt, moet u deze op ¾ gas terugdraaien. De snelheid verlaagt nauwelijks, maar er wordt aanmerkelijk minder brandstof verbruikt.
–
Altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken - abrupt opendraaien van de gashendel verhoogt het
verbruik.
–
Voor het terugschakelen de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
–
Koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas geven resp. nog
een keer schakelen.
–
De motor uitzetten als het voertuig langere tijd stationair draait of stilstaat.
Voorgeschreven waarde
≥ 1 min
–
Voorkom dat de koppeling vaak en gedurende langere tijd gaat slepen. Hierdoor wordt de motorolie verwarmd en dus ook de motor
en het koelsysteem.
–
Met een lager toerental rijden in plaats van met een hoger toerental en een slepende koppeling.
Afremmen
7.5
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Te sterk afremmen leidt tot blokkering van de wielen.
–
De wijze van remmen aanpassen aan de rijsituatie en rijwegsituatie.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door poreus drukpunt van de voor- en/of achterwielrem.
–
Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde remmen.
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
–
Op zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt.
–
Het remmen moet altijd voor het begin van de bocht zijn afgerond. Daarbij afhankelijk van de snelheid naar een lagere versnelling
schakelen.
–
Bij lange afdalingen de remwerking van de motor gebruiken. Daarvoor een of twee versnellingen terugschakelen en hierbij de motor
niet op een te hoog toerental laten draaien. Zo hoeft u veel minder te remmen en raken de remmen niet oververhit.
RIJ-INSTRUCTIES
21
Stoppen, parkeren
7.6
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden tijdens het rijden zeer heet.
–
Hete onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, schokdempers en remmen niet aanraken. De onderdelen eerst laten
afkoelen voordat u met werkzaamheden aan deze onderdelen begint.
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
–
Motorfiets afremmen.
–
Versnelling in vrij schakelen.
–
Stopknop
–
Motorfiets op vaste ondergrond parkeren.
bij stationair toerental van de motor indrukken, totdat de motor stilstaat.
Brandstof tanken
7.7
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Aanwijzing
Schade aan materiaal Voortijdige slijtage van het brandstoffilter.
–
In enkele landen en regio's kan het voorkomen, dat de beschikbare brandstof niet voldoende kwaliteit of zuiverheid heeft. Dit leidt
tot problemen in het brandstofsysteem. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Alleen zuivere brandstof tanken, die voldoet aan de aangegeven norm.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
Motor uitzetten.
–
Tankdop openen. (
pag. 11)
RIJ-INSTRUCTIES
22
–
Brandstoftank met brandstof vullen tot maximaal maat .
Voorgeschreven waarde
Maat 
A
400382-10
–
35 mm
Brandstoftankvolume totaal ca.
(alle SX‑F modellen)
7,5 l
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
( pag. 95)
Brandstoftankvolume totaal ca.
(XC‑F)
9,5 l
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
( pag. 95)
Tankdop sluiten. (
pag. 11)
SERVICESCHEMA
23
Serviceschema
8.1
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen.
Accu controleren en laden.
x
S1N
S10A
S20A
S30A
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x (XC‑F)
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen.
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
•
pag. 75)
pag. 56)
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
Remschijven controleren. (
x(
pag. 60)
pag. 54)
Remkabels controleren op beschadiging en lekkage.
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
Afdichtingsmanchetten voetremcilinder vervangen.
Vrije slag van het rempedaal controleren. (
Frame en achterbrug controleren.
pag. 59)
•
x
pag. 58)
x
•
•
•
•
•
•
•
Achterbruglagers controleren.
x
x
Kleine schakelservice uitvoeren. x
Grote schakelservice uitvoeren. x
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Schokdemperbevestiging controleren.
Toestand van de banden controleren. (
•
pag. 64)
Bandenspanning controleren. (
pag. 65)
Wiellagers op speling controleren.
x
Wielnaven controleren.
x
Velgslag controleren. x
Spaakspanning controleren. (
pag. 65)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
Kettingspanning controleren. (
pag. 49)
•
•
•
Alle bewegende onderdelen (bijv. hendels, ketting, ...) smeren en controleren of ze gemakkelijk bewegen.
pag. 48)
•
•
•
•
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren. (
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
Vrije slag van de remhendel controleren. (
Speling balhoofdlager controleren. (
pag. 51)
pag. 55)
pag. 54)
pag. 38)
Klepspeling controleren.
x
Koppeling controleren. x
Brandstofdruk controleren. x
Alle slangen (bijv. brandstof-, radiateur-, ontluchting-, drainageslangen, ...) en manchetten
controleren op scheuren, dichtheid en correcte legging.
x
Antivries en koelmiddelpeil controleren. ( pag. 70)
Kabels controleren op beschadiging en knikvrije legging. x
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikvrije legging en instelling.
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen. x ( pag. 43)
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen. x ( pag. 44)
Controleren of de schroeven en moeren goed vastzitten. x
Stationair controleren. x
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.
Na proefrit foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen. x
Service op KTM DEALER.NET invoeren en noteren in het serviceboekje. x
S1N: eenmalig na 1 uur rijden - komt overeen met ca. 7 liter brandstof
S10A: om de 10 uur rijden - komt overeen met ca. 70 liter brandstof / na iedere race
S20A: om de 20 uur rijden - komt overeen met ca. 140 liter brandstof
S30A: om de 30 uur rijden - komt overeen met ca. 210 liter brandstof
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
SERVICESCHEMA
24
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht)
8.2
S20N
Remvloeistof van de voorwielrem vervangen.
S40A
S50A
S100A
•
x
x
•
Remvloeistof van de achterwielrem vervangen.
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen.
Balhoofdlager insmeren.
x(
J1A
x(
•
pag. 52)
•
pag. 39)
Schokdemperservice uitvoeren.
x
Bougie en bougiedop vervangen. x
Zuigers vervangen. x
Cilinder controleren/opmeten. x
Cilinderkop controleren. x
Kleppen, klepveren en klepveersteunen vervangen.
x
Nokkenas en nokvolger controleren. x
Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervangen. x
Aandrijving en versnelling controleren. x
Oliedrukregelklep controleren. x
Oliepompen en smeersysteem controleren. x
Distributie controleren. x
Alle motorlagers vervangen. x
S20N: eenmalig na 20 uur rijden - komt overeen met ca. 140 liter brandstof
S40A: om de 40 uur rijden - komt overeen met ca. 280 liter brandstof
S50A: om de 50 uur rijden - komt overeen met ca. 350 liter brandstof
S100A: om de 100 uur rijden - komt overeen met ca. 700 liter brandstof
J1A: jaarlijks
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
CHASSIS AFSTELLEN
25
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
9.1
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
–
Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en om beschadiging
aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame te voorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten passen bij het gewicht van de bestuurder.
–
KTM offroad-motorfietsen zijn in de leveringstoestand ingesteld op een standaard
gewicht van een bestuurder (met complete veiligheidskleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard bestuurdersgewicht
75… 85 kg
–
Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet de basisinstelling van
de veringscomponenten worden aangepast.
–
Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van de veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingen moet een aangepaste vering
worden gemonteerd.
401030-01
Ingaande demping schokdemper
9.2
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken, high speed en low speed.
High- en low speed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De high speed-instelling is van invloed op de landing na een sprong. Het achterwiel veert daarbij snel in.
De low speed-instelling is van invloed op het rijden over lange hobbels op de ondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
De beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high en low speed is echter vloeiend. Daarom zijn wijzigingen in
het high speed-bereik van de ingaande demping ook van invloed op het low speed-bereik en omgekeerd.
Ingaande demping low speed voor schokdemper instellen
9.3
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De low speed-instelling toont haar werking bij het langzaam tot normaal inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een schroevendraaier met de klok mee draaien tot de laatste
voelbare klik.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00290-10
CHASSIS AFSTELLEN
26
Ingaande demping low speed (alle SX‑F EU modellen)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping low speed (SX‑F USA)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping low speed (XC‑F)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Ingaande demping high speed voor schokdemper instellen
9.4
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De high speed-instelling toont haar werking bij het snel inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een dopsleutel met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping high speed (alle SX‑F EU modellen)
B00289-10
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Ingaande demping high speed (SX‑F USA)
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Ingaande demping high speed (XC‑F)
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
CHASSIS AFSTELLEN
27
Uitgaande demping schokdemper instellen
9.5
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Stelschroef  met de klok mee draaien tot de laatste voelbare klik.
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping (alle SX‑F EU modellen)
100912-10
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Uitgaande demping (SX‑F USA)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Uitgaande demping (XC‑F)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
Maat achterwiel zonder belasting bepalen
9.6
A
0
400988-10
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Een zoveel mogelijk verticale afstand tussen de achterwielas en een vast punt
meten - bijv. een markering aan de zijbekleding.
–
Waarde als maat  noteren.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 33)
pag. 33)
CHASSIS AFSTELLEN
28
Statische veerweg schokdemper controleren
9.7
A
0
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
De motorfiets met behulp van iemand die assisteert verticaal houden.
–
Opnieuw de afstand meten tussen de achterwielas en het vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
pag. 27)
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
B
0
Statische veerweg controleren.
»
Statische veerweg (alle SX‑F EU
modellen)
30 mm
Statische veerweg (SX‑F USA)
34 mm
Statische veerweg (XC‑F)
35 mm
Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegeven maat:
–
Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
x(
pag. 28)
400989-10
Dynamische veerweg schokdemper controleren
9.8
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt, gaat de bestuurder met
volledige veiligheidskleding in een normale zitpositie (voeten op de voetsteunen) op
de motorfiets zitten en beweegt enkele keren op en neer.
A
0
pag. 27)
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
–
Een andere persoon meet nu opnieuw de afstand tussen de achterwielas en het
vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
Dynamische veerweg controleren.
C
0
»
400990-10
Dynamische veerweg (alle SX‑F EU
modellen)
90 mm
Dynamische veerweg (SX‑F USA)
100 mm
Dynamische veerweg (XC‑F)
100 mm
Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven maat:
–
Veervoorspanning schokdemper instellen
9.9
Dynamische veerweg instellen.
x(
pag. 29)
x
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Voordat u de veervoorspanning wijzigt moet u de momentele instelling noteren - bijv. de veerlengte meten.
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
x(
pag. 40)
CHASSIS AFSTELLEN
29
–
Schroef  losdraaien.
–
Stelring  draaien tot de veer volledig ontspannen is.
Haaksleutel (T106S)
–
Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
–
Veer door het draaien van de stelring  op de aangegeven maat  spannen.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning (alle SX‑F EU modellen)
15 mm
Veervoorspanning (SX‑F USA)
12 mm
Veervoorspanning (XC‑F)
12 mm
Info
Afhankelijk van de statische resp. dynamische veerweg kan een hogere of
lagere veervoorspanning nodig zijn.
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
401025-10
Dynamische veerweg instellen
9.10
Schroef stelring schokdemper (alle
SX‑F EU modellen)
M5
5 Nm
Schroef stelring schokdemper
(SX‑F USA)
M5
5 Nm
Schroef stelring schokdemper (XC‑F)
M5
5 Nm
–
Schokdemper monteren.
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
–
Een passende veer kiezen en monteren.
x(
pag. 41)
x
x(
pag. 40)
Voorgeschreven waarde
Veerconstante (alle SX‑F EU modellen)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
54 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
57 N/mm
Veerconstante (SX‑F USA)
B00292-10
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
48 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
54 N/mm
Veerconstante (XC‑F)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
54 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
57 N/mm
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenzijde van de veer.
–
Schokdemper monteren.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
x(
pag. 41)
pag. 33)
–
Dynamische veerweg van de schokdemper controleren. (
–
Uitgaande demping van de schokdemper instellen. (
pag. 28)
pag. 27)
CHASSIS AFSTELLEN
30
Basisinstelling voorvork controleren
9.11
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
–
Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen net als bij de schokdemper door de veervoorspanning worden gecompenseerd.
–
Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij het inveren) moeten
beslist hardere vorkveren worden gemonteerd om beschadiging aan voorvork en
frame te voorkomen.
401000-01
Ingaande demping voorvork instellen
9.12
Info
De hydraulische ingaande demping bepaalt het gedrag bij het inveren van de voorvork.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het bovenste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00294-10
Ingaande demping (alle SX‑F EU modellen)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Ingaande demping (SX‑F USA)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Ingaande demping (XC‑F)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Uitgaande demping voorvork instellen
9.13
Info
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
CHASSIS AFSTELLEN
31
–
Beschermkappen  verwijderen.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het onderste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00295-10
Uitgaande demping (alle SX‑F EU modellen)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping (SX‑F USA)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping (XC‑F)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
–
Beschermkappen  monteren.
Stuurpositie
9.14
Op de bovenste kroonplaat bevinden zich twee boringen op een afstand  van elkaar.
Afstand boringen A
15 mm
De boringen op de stuuradapter zijn op een afstand  van het midden geplaatst.
0
A
Afstand boringen B
B
0
3,5 mm
Het stuur kan in 4 verschillende posities worden gemonteerd. Daardoor is het mogelijk,
het stuur in de voor de bestuurder meest aangename positie te zetten.
800116-10
Stuurpositie instellen
9.15
x
–
1
2
0
1
0
2
0
De vier schroeven  verwijderen. Stuurklemmen verwijderen. Stuur verwijderen en
opzijleggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
–
Schroeven  verwijderen. Stuuradapters verwijderen.
–
Stuuradapters in de gewenste positie zetten. Schroeven  monteren en
vastdraaien.
B00375-10
Voorgeschreven waarde
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Info
Stuuradapter links en rechts gelijkmatig positioneren.
–
Stuur positioneren.
Loctite® 243™
CHASSIS AFSTELLEN
32
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen goed worden gelegd.
–
Stuurklemmen positioneren. De vier schroeven  monteren en gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
Factory Start activeren (SX‑F MUSQUIN REPLICA)
9.16
Info
Bij vorst kan de vergrendelknop bevriezen, waardoor deze niet automatisch ontgrendelt bij het inveren.
–
Controleren of de vergrendelknop  soepel beweegt.
–
Op de motorfiets gaan zitten en over het stuur buigen. De velg vasthouden en voorvork inveren. Vergrendelknop  indrukken, langzaam uitveren, totdat de vergrendelknop op de vergrendelring  vergrendelt.
Bij het eerste inveren ontgrendelt de vergrendelknop automatisch.
101078-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
33
Motorfiets met hefbok opkrikken
10.1
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
–
Motorfiets bij frame onder de motor opkrikken.
De wielen mogen de bodem niet meer aanraken.
–
Motorfiets beveiligen tegen omvallen.
Hefbok (54829055000)
100913-01
Motorfiets van hefbok nemen
10.2
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
(alle SX‑F modellen)
– Motorfiets van hefbok nemen.
–
Hefbok verwijderen.
–
Voor het parkeren van de motorfiets de plug-in standaard  in de linkerzijde
van de steekas plaatsen.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
100950-10
(XC‑F)
– Motorfiets van hefbok nemen.
–
Hefbok verwijderen.
–
Voor het parkeren van de motorfiets de zijstandaard  met de voet op de
bodem duwen en belasten met de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard worden opgeklapt en met de
rubberband worden geborgd.
101084-10
Vorkpoten ontluchten
10.3
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ontluchtingsschroeven  kort verwijderen.
pag. 33)
Als de druk te hoog is, dan verdwijnt de overtollige druk uit de binnenruimte
van de voorvork.
B00296-10
–
Ontluchtingsschroeven monteren en vastdraaien.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 33)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
34
Vuilschrapers vorkpoten reinigen
10.4
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
pag. 33)
–
Voorvorkprotector losmaken. (
–
Vuilschraper  van beide vorkpoten omlaag schuiven.
pag. 34)
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grove vervuiling van de voorvorkpoten.
In de loop van de tijd kan er vuil achter te vuilschrapers terechtkomen. Als
deze vervuiling niet wordt verwijderd kunnen de daarachter liggende oliekeerringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
B00297-10
–
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen
met een remmenreiniger.
Vuilschraper en de binnenpoot van de voorvork aan beide vorkpoten reinigen en
insmeren met olie.
Universele oliespray (
pag. 98)
–
Vuilschrapers terugduwen in de inbouwpositie.
–
Overtollige olie verwijderen.
–
Voorvorkprotector positioneren. (
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroeven  verwijderen en klem verwijderen.
pag. 34)
pag. 33)
Voorvorkprotector losmaken
10.5
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
B00298-10
Voorvorkprotector positioneren
10.6
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Remkabel en klem positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00298-20
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Vorkpoten demonteren
10.7
35
x
–
Voorwiel demonteren.
pag. 62)
x(
–
Schroeven  verwijderen en klem verwijderen.
–
Schroeven  verwijderen en remklauw verwijderen.
–
Remklauw met remkabel spanningsloos opzijhangen.
B00300-10
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
–
Vorkpoten positioneren.
B00339-10
Vorkpoten monteren
10.8
x
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenzijde van
de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
B00296-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
17 Nm
M8
12 Nm
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste kroonplaat
B00339-11
–
Remklauw positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
B00300-11
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Remkabel en klem positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Voorwiel monteren.
x(
pag. 62)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Voorvorkprotector demonteren
10.9
36
x
–
Vorkpoten demonteren.
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
x(
pag. 35)
B00306-10
Voorvorkprotector monteren
10.10
x
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
M6
10 Nm
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
B00306-10
Onderste kroonplaat demonteren
10.11
–
Vorkpoten monteren.
–
Vorkpoten demonteren.
x(
M6
10 Nm
pag. 35)
x
x(
pag. 35)
–
Startnummerbord demonteren. (
–
Spatbord voor demonteren. (
–
Schroef  verwijderen.
–
Schroef  verwijderen.
–
Bovenste kroonplaat met stuur verwijderen en opzijleggen.
pag. 39)
pag. 40)
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
B00309-10
B00310-10
–
Keerring  verwijderen. Afdichtring  verwijderen.
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
–
Bovenste balhoofdlager verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Onderste kroonplaat monteren
10.12
37
x
–
Lagers en afdichtingselementen reinigen, op beschadiging controleren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (
3
0
2
0
1
0
pag. 98)
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofdlager monteren.
–
Controleren of de balhoofdring boven  correct is gepositioneerd.
–
Afdichtring  en keerring  erop schuiven.
–
Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Vorkpoten positioneren.
800115-10
B00376-10
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenzijde van
de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
B00377-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste kroonplaat
M8
12 Nm
M20x1,5
10 Nm
B00378-10
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
B00380-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
38
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
M8
17 Nm
Loctite® 243™
B00380-11
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
M8
17 Nm
B00378-11
–
Remklauw positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
–
B00379-10
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Remkabel en klem positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Spatbord voor monteren. (
–
Startnummerbord monteren. (
–
Controleren of de kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelingskabel vrij kunnen
bewegen en of ze goed zijn gelegd.
–
Voorwiel monteren.
–
Speling balhoofdlager controleren. (
x(
pag. 40)
pag. 39)
pag. 62)
pag. 38)
Speling balhoofdlager controleren
10.13
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Onveilig rijgedrag door een niet correcte balhoofdspeling.
–
Balhoofdspeling meteen instellen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Als voor langere tijd met speling in het balhoofdlager wordt gereden, beschadigen de lagers en daardoor ook de lagerzittingen
in het frame.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Stuur in rechtuitstand zetten. Vorkpoten in rijrichting voor- en achteruit bewegen.
pag. 33)
Er mag geen speling voelbaar zijn bij de balhoofdlager.
»
Als er een voelbare speling optreedt:
–
–
Speling balhoofdlager instellen.
x(
pag. 39)
Stuur over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.
Het stuur moet gemakkelijk over het volledige bereik kunnen bewegen. Er mogen
geen blokkeringen worden gevoeld.
400738-11
»
–
Als er blokkeringen voelbaar zijn:
–
Speling balhoofdlager instellen.
–
Balhoofdlager controleren en indien nodig vervangen.
Motorfiets van hefbok nemen. (
x(
pag. 33)
pag. 39)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Speling balhoofdlager instellen
10.14
39
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
pag. 33)
–
Schroeven  losdraaien. Schroef  verwijderen.
–
Schroef  losdraaien en weer vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
–
–
M20x1,5
10 Nm
Met een kunststof hamer zacht op de bovenste kroonplaat kloppen om spanning te
voorkomen.
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00299-10
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
17 Nm
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
Balhoofdlager smeren
10.15
M8
–
Speling balhoofdlager controleren. (
–
Onderste kroonplaat demonteren.
17 Nm
Loctite® 243™
pag. 38)
x
–
x ( pag. 36)
Onderste kroonplaat monteren. x ( pag. 37)
–
Schroef  verwijderen en klem verwijderen.
–
Schroef  verwijderen. Startnummerbord verwijderen.
–
Startnummerbord positioneren. Schroef  monteren en vastdraaien.
800010-10
Startnummerbord demonteren
10.16
B00308-10
Startnummerbord monteren
10.17
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels in het spatbord grijpen.
–
B00308-11
Remkabel en klem positioneren. Schroef  monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
40
Spatbord voor demonteren
10.18
–
Schroeven  verwijderen. Spatbord voor verwijderen.
–
Erop letten dat de afstandsbussen blijven zitten.
–
Erop letten dat de afstandsbussen in het spatbord zijn gemonteerd.
B00307-10
Spatbord voor monteren
10.19
–
Spatbord voor positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels grijpen in het startnummerbord.
B00307-10
Schokdemper demonteren
10.20
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Einddemper demonteren. (
–
Schroef  verwijderen.
–
Schroefverbinding  verwijderen.
pag. 33)
pag. 43)
100914-10
–
Haakse hendel  naar achteren duwen.
–
Verbindingshendel  omlaag duwen.
–
Veren  losmaken.
100915-10
Veerhaak (50305017000)
100916-10
–
Schroef  verwijderen.
–
Schokdemper naar achteren duwen en uitlaatbocht verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
41
–
Schroef  verwijderen.
–
Schokdemper naar boven toe verwijderen.
–
Schokdemper van boven af invoegen.
–
Schokdemper positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
100917-10
Schokdemper monteren
10.21
x
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
boven
M10
60 Nm
Loctite® 2701
100918-10
–
Uitlaatbocht positioneren.
–
Veren  vasthaken.
Veerhaak (50305017000)
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M8
25 Nm
100916-11
–
Haakse hendel en verbindingshendel positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer verbindingshendel aan haakse
hendel
–
M14x1,5
80 Nm
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
onder
100914-11
M10
60 Nm
Loctite® 2701
–
Einddemper monteren. (
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroef  verwijderen.
–
Het zadel achter optillen, naar achteren trekken en dan naar boven toe verwijderen.
pag. 44)
pag. 33)
Zadel verwijderen
10.22
B00317-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
42
Zadel monteren
10.23
–
Zadel voor aan de flensbus van de brandstoftank vasthaken, achter neerlaten en
tegelijkertijd naar voren schuiven.
–
Erop letten of het zadel goed vastzit.
–
Schroef voor de bevestiging van het zadel monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
B00318-01
Afdekking luchtfilterbak demonteren
10.24
–
Afdekking van de luchtfilterbak in gedeelte  zijwaarts eraf trekken en naar voren
toe verwijderen.
–
Afdekking luchtfilterbak in het achterste bereik  vasthaken en in het voorste
bereik  vastzetten.
100919-10
Afdekking luchtfilterbak monteren
10.25
100920-10
Luchtfilter demonteren
10.26
x
Aanwijzing
Beschadiging van de motor Ongefilterde aanzuiglucht heeft een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Voertuig nooit zonder luchtfilter gebruiken omdat er dan stof en vervuiling in de motor terecht kunnen komen en dat heeft een
hogere slijtage tot gevolg.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
100921-10
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Beugel van de luchtfilterhouder  beneden losmaken en opzij zwenken. Luchtfilter
met luchtfilterhouder verwijderen.
–
Luchtfilter van luchtfilterhouder verwijderen.
pag. 42)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Luchtfilter monteren
10.27
43
x
–
Schoon luchtfilter op de luchtfilterhouder monteren.
–
Luchtfilter in het bereik  invetten.
Duurzaam vet (
pag. 97)
301262-10
–
Beide onderdelen samen erin zetten, positioneren en met de beugel van de luchtfilterhouder  vastzetten.
Info
Als het luchtfilter niet correct is gemonteerd kan er stof en vuil in de motor
terechtkomen en schade veroorzaken.
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
pag. 42)
100921-10
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen
10.28
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
Luchtfilter niet reinigen met brandstof of petroleum, aangezien deze middelen de schuimstof aanvreten.
–
Luchtfilter demonteren.
–
Luchtfilter in een speciale reinigingsvloeistof grondig wassen en goed laten drogen.
x(
pag. 42)
Reinigingsmiddel voor luchtfilter (
pag. 97)
Info
Luchtfilter alleen uitdrukken, in geen geval uitwringen.
–
Het luchtfilter insmeren met hoogwaardige filterolie.
Olie voor luchtfilters van schuimstof (
B00325-01
pag. 97)
–
Luchtfilterbak reinigen.
–
Zuigstukken reinigen en controleren of ze niet zijn beschadigd en goed vastzitten.
–
Luchtfilter monteren.
x(
pag. 43)
Einddemper demonteren
10.29
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
44
Veer  losmaken.
Veerhaak (50305017000)
–
Schroeven  verwijderen en einddemper verwijderen.
–
Einddemper positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
B00266-10
Einddemper monteren
10.30
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
M6
10 Nm
Veer  vasthaken.
Veerhaak (50305017000)
B00266-11
Glasvezelvulling einddemper vervangen
10.31
x
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
Info
In de loop van de tijd vervluchtigen de vezels van het isolatiemateriaal en verdwijnen naar buiten, de demper "brandt" uit.
Het geluidsniveau wordt hoger en daarnaast verandert de vermogensgrafiek.
–
1
0
2
0
4
0
3
0
0
1
400256-10
2
0
4
0
Einddemper demonteren. (
pag. 43)
(SX‑F EU/USA, XC‑F)
– Alle schroeven van de einddemper verwijderen. Sluitdop  en buitenbuis 
verwijderen.
–
Glasvezelvulling  van de binnenbuis  trekken.
–
Onderdelen die weer worden ingebouwd reinigen.
–
Nieuwe glasvezelvulling  op de binnenbuis monteren.
–
Buitenbuis  over de glasvezelvulling schuiven.
–
Sluitdop  in de buitenbuis steken.
–
Alle schroeven monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
45
(SX‑F MUSQUIN REPLICA)
– Alle klinknagels op de einddempers openboren en staalbanden  verwijderen.
Klinknagels voorzichtig naar binnen kloppen.
–
–
Sluitdop  en buitenbuis  verwijderen.
–
Glasvezelvulling  van de binnenbuis  trekken.
–
Onderdelen die weer worden ingebouwd reinigen.
–
Binnenbuis aan uiteinde inwikkelen met plakband.
–
Nieuwe glasvezelvulling  op de binnenbuis monteren.
–
Plakband van binnenbuis verwijderen.
–
Buitenbuis  over de glasvezelvulling schuiven.
–
Sluitdop  in de buitenbuis steken.
–
Staalbanden  positioneren en klinknagels monteren.
Einddemper monteren. (
pag. 44)
101090-10
Brandstoftank demonteren
10.32
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
–
Zadel verwijderen. (
pag. 41)
–
Elektrische steekverbinding  van de brandstofpomp loshalen.
–
Steekverbinding  van de brandstofleiding grondig reinigen met perslucht.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding terechtkomen. Ingedrongen
vuil verstopt de sproeier van de brandstofinspuiting.
100922-10
–
Steekverbinding van de brandstofleiding verbreken.
–
Waskappenset  monteren.
Waskappenset (81212016000)
–
100949-10
Slang van de brandstoftankontluchting trekken.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
46
–
Schroeven  met flensbus verwijderen.
–
Schroef  met rubberbus verwijderen.
–
Beide spoilers naar de zijkant toe van de radiateurbevestiging trekken en brandstoftank naar boven toe verwijderen.
B00315-10
B00316-10
B00319-10
Brandstoftank monteren
10.33
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
–
Legging van de gaskabel controleren. (
–
Brandstoftank positioneren en beide spoilers aan de zijkant van de radiateurbevestiging vasthaken.
–
Erop letten dat er geen kabels of bowdenkabels klem raken of worden beschadigd.
–
Slang voor het ontluchten van de brandstoftank erop steken.
–
Schroef  met rubberbus monteren en vastdraaien.
pag. 51)
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
B00316-11
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
47
Schroeven  met flensbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
B00315-11
–
Elektrische steekverbinding  aansluiten.
–
Steekverbinding van de brandstofleiding grondig reinigen met perslucht.
Info
Er mag in geen geval vuil in de brandstofleiding terechtkomen. Ingedrongen
vuil verstopt de sproeier van de brandstofinspuiting.
–
Waskappenset verwijderen. Keerring insmeren en steekverbinding  van de brandstofleiding verbinden.
100922-11
Info
Kabels en brandstofleiding op een veilige afstand van het uitlaatsysteem
leggen.
–
Zadel monteren. (
–
Ketting controleren op grove vervuiling.
pag. 42)
Kettingvervuiling controleren
10.34
»
Als de ketting erg vuil is:
–
Ketting reinigen. (
pag. 47)
400678-01
Ketting reinigen
10.35
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Smeermiddel op de banden vermindert de grip van de banden.
–
Smeermiddel verwijderen met een geschikt reinigingsmiddel.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De levensduur van de ketting is voor een groot deel afhankelijk van het onderhoud.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
48
Ketting regelmatig reinigen en vervolgens met kettingspray behandelen.
Kettingreinigingsmiddel (
Kettingspray offroad (
pag. 97)
pag. 97)
400725-01
Kettingspanning controleren
10.36
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ketting aan het einde van het onderste glijblok naar boven duwen en de kettingspanning  bepalen.
pag. 33)
Info
Het onderste deel van de ketting  moet daarbij gespannen zijn.
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Kettingspanning
B00421-10
»
Als de kettingspanning niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
–
55… 58 mm
Kettingspanning instellen. (
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 48)
pag. 33)
Kettingspanning instellen
10.37
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Kettingspanning controleren. (
pag. 33)
pag. 48)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
49
Moer  losdraaien.
–
Moeren  losdraaien.
–
Kettingspanning door het draaien van de stelschroeven  links en rechts instellen.
Voorgeschreven waarde
Kettingspanning
55… 58 mm
Stelschroeven  links en rechts zo draaien, dat de markeringen aan de linker en
rechter kettingspanner in dezelfde positie staan t.o.v. referentiemarkeringen .
Zo is het achterwiel correct is uitgelijnd.
–
Moeren  vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
B00343-12
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 33)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren
10.38
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Versnelling in vrij schakelen.
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel controleren op slijtage.
»
pag. 33)
Als kettingwiel of ketting-aandrijfwiel ingesleten zijn:
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel vervangen.
x
Info
Ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en ketting moeten altijd samen worden vervangen.
400227-01
–
Aan het bovenste deel van de ketting met het aangegeven gewicht  trekken.
Voorgeschreven waarde
Gewicht voor meting van de kettingslijtage
A
0
–
10… 15 kg
De afstand  van 18 kettingschakels aan het onderste deel van de ketting meten.
Info
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Maximale afstand  op het langste
punt van de ketting
»
1 2 3
0
A
Als de afstand  groter is dan de aangegeven maat:
–
B
0
272 mm
Ketting vervangen.
x
Info
16 17 18
400987-10
Als er een nieuwe ketting wordt gemonteerd, moeten ook het kettingwiel en het ketting-aandrijfwiel worden vervangen.
Nieuwe kettingen slijten sneller op een oud versleten kettingwiel
en/of ketting-aandrijfwiel.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
Bovenste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
het bovenste glijblok bevindt:
–
–
50
Bovenste glijblok vervangen.
x
Controleren of het bovenste glijblok goed vastzit.
»
Als het bovenste glijblok loszit:
–
Bovenste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
B00346-01
–
Onderste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
onderste glijblok bevindt:
–
–
Onderste glijblok vervangen.
x
Controleren of het onderste glijblok goed vastzit.
»
Als het onderste glijblok loszit:
–
Onderste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste glijblok
M8
15 Nm
B00345-01
–
De materiaaldikte  aan de onderkant van de kettinggeleiding meten.
Minimale afstand  op het laagste
punt
»
12 mm
Als de afstand  kleiner is dan de aangegeven maat:
–
Kettinggeleiding vervangen.
x
400984-10
–
Controleren of de kettinggeleiding goed vastzit.
»
Wanneer de kettinggeleiding los zit:
–
Kettinggeleiding vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
B00347-01
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 33)
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Kettinggeleiding instellen
10.39
51
x
–
Schroef  losdraaien. Schroef  verwijderen. Kettinggeleiding omlaag zwenken.
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≤ 44 tanden
–
Flensbus  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien. Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≥ 45 tanden
–
Flensbus  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien. Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
B00348-10
Gaskabellegging controleren
10.40
–
Brandstoftank demonteren.
–
Legging van de gaskabel controleren.
x(
pag. 45)
Beide gaskabels moeten naast elkaar aan de achterzijde van het stuur, boven de
tanklager, naar de regelklep gelegd zijn.
»
Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is gelegd:
–
–
Gaskabel correct leggen.
Brandstoftank monteren.
x(
pag. 46)
100923-10
Uitgangspositie koppelingshendel instellen
10.41
–
Uitgangspositie van de koppelingshendel met de stelschroef  aan de grootte van
de hand aanpassen.
Info
B00372-10
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de koppelingshendel dichter bij het stuur.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de koppelingshendel verder van het stuur af te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren
10.42
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingsplaten zijn versleten.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
52
–
Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Vloeistofpeil controleren.
Vloeistofpeil lager dan bovenzijde van
het reservoir
»
B00040-10
Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
10.43
4 mm
pag. 95)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
–
Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Ontluchtingsspuit  vullen met geschikte vloeistof.
B00040-10
Ontluchtingsspuit (50329050000)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
pag. 95)
–
De ontluchtingsschroef  van de koppelingsactuator verwijderen en ontluchtingsspuit  monteren.
–
Vervolgens spuit u zoveel vloeistof in het systeem totdat het er door de boring 
van de koppelingscilinder weer zonder luchtbellen uitkomt.
–
Tussendoor moet u de vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilinder afzuigen
zodat deze niet overloopt.
–
Ontluchtingsspuit verwijderen. Ontluchtingsschroef monteren en vastdraaien.
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
100924-10
Voorgeschreven waarde
Vloeistofpeil lager dan bovenzijde van
het reservoir
100925-10
–
4 mm
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
53
Motorbescherming demonteren (SX‑F MUSQUIN REPLICA)
10.44
–
Schroeven  en bevestigingsbeugel verwijderen. Motorbescherming verwijderen.
101076-10
Motorbescherming monteren (SX‑F MUSQUIN REPLICA)
10.45
–
Motorbescherming achter aan frame vasthaken en vooraan naar boven zwenken.
–
Bevestigingsbeugel positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
101077-01
M6
10 Nm
REMMEN
54
Vrije slag remhendel controleren
11.1
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan de remhendel aanwezig is, bouwt er zich druk op in het remsysteem op de voorwielrem. De voorwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van de remhendel instellen volgens de voorgeschreven waarden.
–
Remhendel naar voren duwen en vrije slag  controleren.
Vrije slag remhendel
»
≥ 3 mm
Als de vrije slag niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
pag. 54)
B00370-10
Uitgangspositie remhendel instellen
11.2
–
Vrije slag van de remhendel controleren. (
–
Uitgangspositie van de remhendel met de stelschroef  aan de grootte van de
hand aanpassen.
pag. 54)
Info
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de remhendel verder van het van het stuur af te staan.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de remhendel dichter bij het stuur.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
B00369-11
Remschijven controleren
11.3
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remschijf/remschijven.
–
Versleten remschijf/remschijven meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
De remschijven voor en achter op meerdere plekken controleren of de dikte van de
remschijf overeenkomt met maat .
Info
A
Door slijtage kan de dikte van de remschijf in het bereik van het raakvlak
van de remplaketten verminderen.
Remschijven - slijtagegrens
400257-10
»
2,5 mm
achter
3,5 mm
Als de dikte van de remschijf lager is dan de voorgeschreven waarde:
–
–
voor
Remschijf vervangen.
Remschijven voor en achter controleren op beschadiging, scheuren en vervorming.
»
Als de remschijf beschadigd, gescheurd of vervormd is:
–
Remschijf vervangen.
REMMEN
55
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren
11.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als het remvloeistofpeil onder de MIN markering is gedaald:
–
Remvloeistof van de voorwielrem bijvullen.
x(
pag. 55)
100926-10
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
11.5
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
REMMEN
56
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remvloeistof tot maat  vullen.
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
5 mm
pag. 95)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afwassen.
100927-10
Remplaketten voorwielrem controleren
11.6
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
≥ 1 mm
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 56)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 56)
B00350-10
Remplaketten voorwielrem vervangen
11.7
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Onderhoudswerkzaamheden en reparaties moeten op deskundige wijze worden uitgevoerd. (De geautoriseerde KTM-garage
is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
REMMEN
57
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen, om de remzuigers terug te duwen
en erop letten, dat er geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir stroomt, indien
nodig afzuigen.
100928-10
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken worden geduwd.
B00351-10
7
0
06
Borgpen  verwijderen, bout  uitdraaien en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
–
Controleren of het veerplaatje  in de remklauw en de glijplaat  goed op de remklauwhouder zitten.
100397-01
7
B00351-11
06
–
–
Remplaketten erin zetten, bout  plaatsen en borgpen  monteren.
–
Remhendel meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
REMMEN
58
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot maat .
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
5 mm
pag. 95)
–
Deksel  met membraan  positioneren.
–
Schroeven  monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afwassen.
100927-10
Vrije slag rempedaal controleren
11.8
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de voorgeschreven waarden.
–
Veer  losmaken.
–
Rempedaal tussen eindaanslag en voetremcilinderzuiger heen en weer bewegen en
vrije slag  controleren.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
»
Als de vrije slag niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
–
100929-10
Uitgangspositie rempedaal instellen
11.9
3… 5 mm
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
x(
pag. 58)
Veer  vasthaken.
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de voorgeschreven waarden.
REMMEN
59
–
Veer  losmaken.
–
Moer  losdraaien en met drukstang  terugdraaien totdat de maximale vrije slag
is bereikt.
–
Voor de individuele aanpassing van de uitgangspositie van het rempedaal moer 
losmaken en schroef  draaien.
Info
Het instelbereik is beperkt.
–
Drukstang  zoveel draaien tot de vrije slag  bereikt is. Eventueel uitgangspositie
van het rempedaal aanpassen.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
–
3… 5 mm
Drukstang  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige moeren chassis
–
M6
15 Nm
Schroef  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
100930-10
Moer rempedaalbevestiging
–
M8
20 Nm
Veer  vasthaken.
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren
11.10
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als in het kijkglas  een luchtbel te zien is:
–
Remvloeistof van de achterwielrem bijvullen.
x(
pag. 59)
100931-10
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
11.11
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
REMMEN
60
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdop  met membraan  en keerring verwijderen.
–
Remvloeistof tot markering  vullen.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
pag. 95)
Schroefdop met membraan en keerring monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afwassen.
B00360-10
Remplaketten achterwielrem controleren
11.12
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
≥ 1 mm
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 60)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 60)
B00355-10
Remplaketten achterwielrem vervangen
11.13
x
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
REMMEN
61
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdop  met membraan  en keerring verwijderen.
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen, om de remzuigers terug te duwen
en erop letten, dat er geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir stroomt, indien
nodig afzuigen.
B00356-10
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
B00357-10
–
Borgpen  verwijderen, bout  uitdraaien en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
–
Controleren of het veerplaatje  in de remklauw en de glijplaat  goed op de remklauwhouder zitten.
Info
De pijl op het veerplaatje wijst in de draairichting van de remschijf.
B00358-10
–
Remplaketten erin zetten, bout  plaatsen en borgpen  monteren.
Info
Erop letten dat de ontkoppelingsplaat  aan de remplaket aan de zuigerzijde gemonteerd is.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot markering .
B00359-10
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
pag. 95)
Schroefdop  met membraan  en keerring monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afwassen.
B00360-10
WIELEN, BANDEN
Voorwiel demonteren
12.1
62
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuigers terug te duwen.
pag. 33)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken worden geduwd.
B00301-10
–
Schroef  verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien.
–
Voorwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Voorwiel uit de voorvork nemen.
B00302-10
Info
Remhendel niet gebruiken als het voorwiel is gedemonteerd.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
B00303-10
–
Afstandsbussen  verwijderen.
B00304-10
Voorwiel monteren
12.2
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
–
Wiellager controleren op beschadiging en slijtage.
»
Als de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
Duurzaam vet (
B00304-11
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
pag. 97)
–
Afstandsbussen erin zetten.
–
Voorwiel in voorvork tillen, positioneren en steekas insteken.
WIELEN, BANDEN
63
(SX‑F MUSQUIN REPLICA)
– Remschijfbescherming zo afstellen, dat de spleten  en  dezelfde grootte
hebben.
101075-10
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef steekas voor
–
M24x1,5
45 Nm
Remhendel meerdere keren indrukken tot remplaketten tegen de remschijf liggen.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Voorwielrem bedienen en voorvork enkele keren krachtig inveren.
–
Schroeven  vastdraaien.
pag. 33)
Vorkpoten worden uitgelijnd.
B00302-11
Voorgeschreven waarde
Schroef asopname
Achterwiel demonteren
12.3
M8
15 Nm
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuiger terug te duwen.
pag. 33)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
–
Moer  verwijderen.
–
Kettingspanner  verwijderen. Steekas  alleen zover uittrekken, dat het achterwiel naar voren kan worden geschoven.
–
Achterwiel zover mogelijk vooruit schuiven. Ketting van het kettingwiel nemen.
–
Achterwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Achterwiel uit de achterbrug
nemen.
Info
Rempedaal niet indrukken als het achterwiel is gedemonteerd.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
B00340-10
–
B00341-10
Afstandsbussen  verwijderen.
WIELEN, BANDEN
Achterwiel monteren
12.4
64
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
–
Wiellager controleren op beschadiging en slijtage.
»
Als de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
Duurzaam vet (
pag. 97)
–
Afstandsbussen erin zetten.
–
Achterwiel in de achterbrug opkrikken, positioneren en steekas  insteken.
–
Ketting opleggen.
B00341-11
B00342-10
–
Kettingspanner  positioneren. Moer  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Kettingspanning controleren. (
–
Moer  vastdraaien.
pag. 48)
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 33)
B00343-10
Bandentoestand controleren
12.5
Info
Alleen door KTM vrijgegeven en/of aanbevolen banden monteren.
Andere banden kunnen het rijgedrag negatief beïnvloeden.
Het type, de toestand en de spanning van de banden zijn van invloed op het rijgedrag van de motorfiets.
Het profiel van de banden voor het voor- en achterwiel moet altijd gelijk zijn.
Versleten banden hebben vooral bij natte ondergrond een slechte invloed op het rijgedrag.
WIELEN, BANDEN
65
–
De voor- en achterbanden controleren op insnijdingen, voorwerpen die tijdens het
rijden in de band zijn gaan zitten en andere beschadigingen.
»
Als er insnijdingen, voorwerpen die tijdens het rijden in de band zijn gaan zitten en andere beschadigingen aan de banden te zien zijn:
–
–
Banden vervangen.
Profieldiepte controleren.
Info
De minimale profieldiepte volgens de nationale wetgeving in acht nemen.
400602-10
Minimale profieldiepte
»
Als de profieldiepte lager is dan de minimale waarde:
–
–
≥ 2 mm
Banden vervangen.
Leeftijd van de banden controleren.
Info
De productiedatum van de banden staat meestal op het opschrift van de
banden en wordt met de laatste vier cijfers van de DOT aanduiding gekenmerkt. De eerste twee cijfers wijzen op de week van productie en de laatste
twee cijfers op het jaar van productie.
KTM adviseert de banden te wisselen, onafhankelijk van de daadwerkelijke
slijtage van de banden, uiterlijk echter na 5 jaar.
»
Als de band ouder is dan vijf jaar:
–
Banden vervangen.
Bandenspanning controleren
12.6
Info
Een te lage bandenspanning leidt tot buitengewone slijtage en oververhitting van de band.
Een goede bandenspanning garandeert een optimaal rijcomfort en maximale levensduur van de band.
–
Ventieldopje verwijderen.
–
Bandenspanning controleren bij koude banden.
Bandenspanning terrein
»
–
1,0 bar
achter
1,0 bar
Als de bandenspanning niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
400695-01
voor
Bandenspanning corrigeren.
Ventieldopje monteren.
Spaakspanning controleren
12.7
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag door een verkeerde spaakspanning.
–
Op een correcte spaakspanning letten. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Door een losse spaak raakt het wiel uit balans, waardoor binnen korte tijd nog meer spaken los gaan zitten.
Als de spaken te vast zijn gespannen kunnen ze afbreken door lokale overbelasting.
De spaakspanning regelmatig controleren, vooral bij een nieuwe motorfiets.
WIELEN, BANDEN
66
–
Met de staaf van een schroevendraaier kort tegen iedere spaak slaan.
Info
De toonfrequentie is afhankelijk van de spaaklengte en de spaakdiameter.
Als er verschillende toonfrequenties op de afzonderlijke spaken met gelijke
lengte en diameter te horen zijn, wijst dat op verschillen in de spaakspanning.
Er moet een heldere toon hoorbaar zijn.
400694-01
»
Wanneer de spaakspanning verschillend is:
–
–
Spaakspanning corrigeren.
x
Aanhaalmoment van de spaken controleren.
Voorgeschreven waarde
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
Spaaknippel achterwiel
M4,5
5… 6 Nm
Momentsleutel met een set van diverse koppen (58429094000)
ELEKTRONICA
Accu demonteren
13.1
67
x (XC‑F)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor uitzetten.
–
Zadel verwijderen. (
–
Minkabel  van de accu loskoppelen.
–
Pluspoolafdekking  naar achteren trekken en pluskabel van de accu loskoppelen.
–
Rubberband  onder losmaken.
–
Accu naar boven toe verwijderen.
–
Accu in het accuvak zetten.
pag. 41)
101086-10
Accu monteren
13.2
x (XC‑F)
Accu (YTX5L-BS) (
pag. 88)
–
Rubberband  vastzetten.
–
Pluskabel aansluiten en pluspoolafdekking  aanbrengen.
–
Minkabel  aansluiten.
–
Zadel monteren. (
pag. 42)
101086-11
Accu laden
13.3
x (XC‑F)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Componenten en zuren van de accu zijn schadelijk voor het milieu.
–
Accu's nooit bij het huisvuil gooien. Voer een defecte accu op milieuvriendelijke wijze af. Geef de accu af bij uw KTMdealer of bij een inzamelpunt voor oude accu's.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
ELEKTRONICA
68
Info
Ook als de accu niet wordt belast verliest hij dagelijks aan lading.
De laadtoestand en de wijze van laden is erg belangrijk voor de levensduur van de accu.
Snel laden met een hogere laadstroom heeft een negatief effect op de levensduur.
Als de laadstroom, laadspanning en laadtijd worden overschreden ontsnapt er elektrolyt via de veiligheidskleppen. Daardoor
verliest de accu aan capaciteit.
Als de accu leeg is gestart moet hij meteen weer worden geladen.
Bij langere stilstand in lege toestand treedt er diepteontlading en sulftatie op en dat kan leiden tot vernietiging van de accu.
De accu is onderhoudsvrij, dat betekent dat het zuurniveau niet hoeft te worden gecontroleerd.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor uitzetten.
–
Zadel verwijderen. (
–
Minkabel van de accu loskoppelen om beschadiging van de boordelektronica te
voorkomen.
–
Acculader op de accu aansluiten. Acculader inschakelen.
pag. 41)
Acculader (58429074000)
Met deze acculader kunt u ook de rustspanning en het startvermogen van de accu
en dynamo testen. Bovendien kan met deze lader de accu niet worden overladen.
Info
Deksel  nooit verwijderen.
Accu maximaal 10% van de capaciteit, die op het accuhuis  is aangegeven, laden.
400240-10
–
Acculader na het laden uitschakelen. Accu aansluiten.
Voorgeschreven waarde
Laadstroom, laadspanning en laadtijd mogen niet worden overschreden.
Accu regelmatig bijladen als de motorfiets niet wordt gebruikt
–
Zadel monteren. (
3 maanden
pag. 42)
Hoofdzekering vervangen (XC‑F)
13.4
Waarschuwing
Gevaar voor brand Door het gebruik van verkeerde zekeringen kan het elektrisch systeem overbelast raken.
–
Alleen zekeringen gebruiken met het voorgeschreven aantal ampères. Zekeringen nooit overbruggen of repareren.
Info
Met de hoofdzekering worden alle stroomverbruikers van het voertuig beveiligd. Deze bevindt zich in het startrelais onder het
filterdeksel.
101087-10
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor uitzetten.
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Schroef  verwijderen.
pag. 42)
ELEKTRONICA
69
–
Achterbekleding  iets optillen en startrelais  van de houder trekken.
–
Beschermkappen  verwijderen.
–
Defecte hoofdzekering  verwijderen.
101088-10
Info
Een defecte zekering herkent u aan de gebroken smeltdraad .
In het startrelais bevindt zich een reservezekering .
–
101089-10
Nieuwe hoofdzekering erin zetten.
Zekering (58011109110) (
–
pag. 88)
Werking van de elektrische installatie controleren.
Tip
Nieuwe reservezekering plaatsen, zodat u er een bij u hebt als het nodig is.
–
Beschermkappen monteren.
–
Startrelais op de houder steken en kabel leggen.
–
Achterbekleding positioneren. Schroef monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
M6
pag. 42)
10 Nm
KOELSYSTEEM
70
Koelsysteem
14.1
Door de waterpomp  in de motor vindt er een gedwongen circulatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt geregeld door een klep
in de radiateurdop . Daardoor is de aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan
zonder dat er met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
100932-10
De koeling vindt plaats via de rijwind.
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde koelribben verlagen de
koelwerking.
Antivries en koelmiddelpeil controleren
14.2
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop verwijderen.
–
Antivries van het koelmiddel controleren.
−25… −45 °C
»
Als de antivries van het koelmiddel niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
–
400243-10
–
Antivries van het koelmiddel corrigeren.
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
»
10 mm
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
Koelmiddel (
pag. 95)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
pag. 95)
Radiateurdop monteren.
Koelmiddelpeil controleren
14.3
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
KOELSYSTEEM
71
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop verwijderen.
–
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
»
10 mm
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
400243-10
Koelmiddel (
pag. 95)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
Koelmiddel aftappen
14.4
pag. 95)
Radiateurdop monteren.
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Geschikte bak onder het waterpompdeksel klaarzetten.
–
Schroef  verwijderen. Radiateurdop  verwijderen.
–
Koelmiddel volledig laten uitlopen.
–
Schroef  met nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef waterpompdeksel
100933-10
M6
10 Nm
KOELSYSTEEM
Koelmiddel vullen
14.5
72
x
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
–
Controleren of schroef  met het juiste moment is vastgedraaid.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Koelmiddel vullen tot maat  over de radiateurlamellen.
Voorgeschreven waarde
Maat  boven de radiateurlamellen
10 mm
Koelmiddel
Koelmiddel (
1,2 l
pag. 95)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
( pag. 95)
100934-10
–
Radiateurdop monteren.
–
Korte proefrit maken.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 70)
MOTOR AFSTELLEN
73
Gaskabelspeling controleren
15.1
–
Stuur in rechtuitstand zetten. Gashendel licht heen en weer bewegen en de speling
van de gaskabel bepalen.
Gaskabelspeling
»
3… 5 mm
Als de speling van de gaskabel niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Speling gaskabel instellen.
pag. 73)
x(
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
400192-10
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Motor starten en stationair laten draaien. Stuur over het gehele stuurbereik heen en
weer bewegen.
Het stationaire toerental mag daarbij niet veranderen.
»
Als het stationair toerental verandert:
–
Gaskabelspeling instellen
15.2
Speling gaskabel instellen.
pag. 73)
x(
x
–
Legging van de gaskabel controleren. (
–
Stuur in rechtuitstand zetten.
–
Manchetten  terugschuiven.
pag. 51)
–
Moer  losdraaien. Stelschroef  helemaal indraaien.
–
Moer  losdraaien. Stelschroef  zo draaien, dat bij de gashendel de gaskabel
speling aanwezig is.
Voorgeschreven waarde
Gaskabelspeling
100935-10
Stationair toerental instellen
15.3
3… 5 mm
–
Moer  vastdraaien.
–
Gashendel in de gesloten eindstand drukken en ingedrukt houden. Stelschroef 
uitdraaien, tot de bowdenkabel  geen speling meer heeft.
–
Moer  vastdraaien.
–
Manchetten  erop schuiven. Controleren of de gashendel soepel beweegt.
–
Brandstoftank monteren.
x(
pag. 46)
–
Gaskabelspeling controleren. (
pag. 73)
–
Motor warm rijden en regelschroef  voor het stationaire toerental tot de aanslag
indrukken.
–
Door te draaien aan de regelschroef het stationaire toerental instellen.
x
Voorgeschreven waarde
Stationair toerental
2.150… 2.250 1/min
Info
401096-10
Draaien tegen de klok in verhoogt het stationaire toerental.
Draaien met de klok mee verlaagt het stationaire toerental.
MOTOR AFSTELLEN
74
Uitgangspositie versnellingshendel controleren
15.4
–
In de rijpositie op het voertuig gaan zitten en de afstand  meten tussen de bovenkant van de laars en versnellingshendel.
Afstand versnellingshendel tot bovenkant laars
»
A
0
10… 20 mm
Als de afstand niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
x(
pag. 74)
400692-10
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
15.5
x
–
Schroef  verwijderen en versnellingshendel  verwijderen.
–
Vertanding  van versnellingshendel en schakelas reinigen.
–
Versnellingshendel in de gewenste positie op de schakelas steken en de tanden
laten grijpen.
100936-10
Info
Het instelbereik is beperkt.
De versnellingshendel mag bij het schakelen de voertuigcomponenten niet
raken.
100937-10
–
Schroef monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
75
Motoroliepeil controleren
16.1
Info
Het motoroliepeil kan worden gecontroleerd bij een koude en warme motor.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motoroliepeil controleren.
De motorolie komt tot het midden van het kijkglas .
»
Als de motorolie niet tot het midden van het kijkglas komt:
–
100938-10
Motorolie bijvullen. (
pag. 77)
Voorwaarden
Motor is warm.
–
Motoroliepeil controleren.
Info
Na het uitzetten van de motor een minuut wachten en dan pas controleren.
De motorolie bevindt zich tussen het midden  en de bovenrand  van het
kijkglas.
»
Als de motorolie niet tot het midden van het kijkglas  komt:
–
Motorolie bijvullen. (
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen
16.2
pag. 77)
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Tijdens het rijden worden de motor- en transmissieolie in de motorfiets zeer heet.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidshandschoenen dragen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De motorolie moet bij warme motor worden afgetapt.
(SX‑F MUSQUIN REPLICA)
– Motorbescherming demonteren. (
100939-10
pag. 53)
–
Motorfiets op horizontale ondergrond zetten.
–
Geschikte bak onder de motor klaarzetten.
–
Olieaftapschroef  met magneet en pakking verwijderen.
–
Sluitschroef  met korte oliezeef verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
76
–
Sluitschroef  met lange oliezeef  verwijderen.
–
Schroeven  verwijderen. Oliefilterdeksel met keerring verwijderen.
–
Oliefilter  uit het oliefilterhuis trekken.
100940-10
100941-10
Seegerringtang verkeerd (51012011000)
–
Motorolie volledig laten uitlopen.
–
Onderdelen en afdichtvlakken grondig reinigen.
–
Olieaftapschroef  met magneet en nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
100942-10
Voorgeschreven waarde
Olieaftapschroef met magneet
M12x1,5
20 Nm
100945-10
–
Korte oliezeef  in de sluitschroef steken en met keerring monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Sluitschroef oliezeef kort
M16x1,5
10 Nm
Geolied met
motorolie
100944-10
–
Lange oliezeef  met keerringen op een pijpsleutel schuiven.
Info
De grotere binnendiameter van de oliezeef moet naar het motorhuis zijn
gericht.
100943-10
–
Pijpsleutel door de opening in de boring van de tegenoverliggende motorhuiswand
steken en de oliezeef tot de aanslag in het motorhuis schuiven.
–
Sluitschroef met keerringen monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Sluitschroef oliezeef lang
M20x1,5
15 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
77
–
Motorfiets op zijkant leggen en oliefilterhuis ongeveer ⅓ vullen met motorolie.
–
Oliefilter  met motorolie vullen en in het oliefilterhuis steken.
–
Keerring van het oliefilterdeksel oliën en met oliefilterdeksel  monteren.
–
Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef oliefilterdeksel
M5
6 Nm
–
Motorfiets rechtop zetten.
–
Olievulschroef  met keerring van het koppelingsdeksel verwijderen en motorolie
vullen, totdat deze tot de bovenrand van het kijkglas komt.
100946-10
Motorolie
1,20 l
Motorolie (SAE 10W/50) (
Alternatieve
motorolie, voor
zwaardere
gebruiksomstandigheden en
verhoging van het
vermogen
100947-10
pag. 95)
Motorolie (SAE
10W/60)
(00062010035)
( pag. 95)
Info
Te weinig motorolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige
slijtage van de motor.
–
Olievulschroef met keerring monteren en vastdraaien.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Motor starten en controleren op lekkage.
(SX‑F MUSQUIN REPLICA)
– Motorbescherming monteren. (
–
Motoroliepeil controleren. (
pag. 53)
pag. 75)
Motorolie bijvullen
16.3
Info
Te weinig motorolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van de motor.
–
Olievulschroef  met keerring aan koppelingsdeksel verwijderen.
–
Dezelfde motorolie bijvullen, die ook bij de motorolieverversing is gebruikt.
Motorolie (SAE 10W/50) (
pag. 95)
Alternatief 1
Motorolie (SAE 10W/60) (00062010035) (
pag. 95)
Info
Het mengen van verschillende soorten olie wordt afgeraden omdat de motorolie dan niet de volle werking bereikt.
We adviseren de olie te verversen als das nodig is.
100948-10
–
Olievulschroef met keerring monteren en vastdraaien.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
–
Motor starten en controleren op lekkage.
78
REINIGING, ONDERHOUD
79
Motorfiets reinigen
17.1
Aanwijzing
Materiële schade Beschadiging en vernietiging van componenten door hogedrukreiniger.
–
Het voertuig nooit met een hogedrukreiniger of een harde waterstraal reinigen. De te hoge druk kan in de elektrische componenten, steekverbindingen, bowdenkabels, lagers dringen en storingen veroorzaken en/of deze onderdelen vernietigen.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De motorfiets regelmatig reinigen. Daardoor blijven de waarde en het uiterlijk voor een lange tijd behouden.
Voorkomen dat de motorfiets tijdens het reinigen wordt blootgesteld aan directe zonnestralen.
–
Uitlaatsysteem afsluiten, om het indringen van water te voorkomen.
–
Grove vervuiling eerst met een zachte waterstraal verwijderen.
–
Sterk vervuilde plekken met een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger inspuiten en daarna behandelen met een kwastje.
Motorfietsreiniger (
pag. 97)
Info
Warm water met een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger en een
zachte spons gebruiken.
401061-01
–
Nadat de motorfiets grondig met een zachte waterstraal is afgespoeld moet hij goed
worden gedroogd.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde
remmen.
–
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
Na de reiniging een kort stuk rijden, totdat de motor de rijtemperatuur heeft
bereikt.
Info
Door de warmte verdampt het water ook op de niet toegankelijke plaatsen
van de motor en de remmen.
–
Beschermkappen van de stuurarmaturen terugschuiven, zodat het ingedrongen
water kan verdampen.
–
Nadat de motorfiets is afgekoeld, alle glij- en lagerpunten smeren.
–
Ketting reinigen. (
–
Blank metalen onderdelen (met uitzondering van de remschijven en het uitlaatsysteem) behandelen met een antiroestmiddel.
pag. 47)
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber (
–
pag. 97)
Alle kunststof onderdelen en geëloxeerde onderdelen behandelen met een mild reinigingsmiddel.
Reinigingsmiddel en politoer voor glanzende en matte lakken, metalen en kunststof oppervlakken ( pag. 97)
STALLING
80
Stalling
18.1
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Info
Als u de motorfiets voor langere tijd niet wilt gebruiken moet u volgende maatregelen nemen of laten nemen.
Voordat u de motorfiets gaat stallen controleren of alle onderdelen goed werken en of ze niet zijn versleten. Als er servicewerkzaamheden, reparaties of wijzigingen nodig zijn kunt u dat het beste doen tijdens de overwintering (minder drukte bij de garages). Zo voorkomt u lange wachttijden bij aanvang van het seizoen.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen.
–
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (
–
Brandstof uit de tank aftappen en in een geschikte bak laten stromen.
–
Bandenspanning controleren. (
(XC‑F)
– Accu demonteren.
–
401058-01
Accu laden.
x(
pag. 79)
x(
x(
pag. 75)
pag. 70)
pag. 65)
pag. 67)
pag. 67)
Voorgeschreven waarde
Opslagtemperatuur accu zonder
directe blootstelling aan zonnestralen
–
0… 35 °C
Voertuig op een droge plaats stallen, waar hij niet blootstaat aan grote temperatuurschommelingen.
Info
KTM adviseert de motorfiets op te krikken.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Voertuig afdekken met een luchtdoorlatend zeil of een deken.
pag. 33)
Info
In geen geval mogen hiervoor luchtdichte materialen worden gebruikt,
omdat er dan geen vocht kan ontsnappen en er corrosie ontstaat.
Het is zeer slecht de motor van een gestalde motorfiets voor korte tijd te
laten draaien. Aangezien de motor daarbij niet voldoende warm wordt, condenseert de waterdamp die bij de verbranding ontstaat en leidt ertoe dat de
kleppen en uitlaat gaan roesten.
Inbedrijfname na stalling
18.2
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
(XC‑F)
– Accu monteren.
401059-01
x(
pag. 33)
pag. 67)
–
Brandstof tanken. (
–
Voor iedere inbedrijfname controle- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren.
( pag. 19)
–
Proefrit maken.
pag. 21)
FOUTEN OPSPOREN
81
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor draait niet door (e-starter)
(XC‑F)
Bedieningsfouten
–
Stappen voor de startprocedure uitvoeren.
( pag. 19)
Accu leeg
–
Accu laden.
–
Laadspanning controleren.
Motor draait door, maar springt niet
aan
x(
pag. 67)
–
x
Ruststroom controleren. x
–
Statorwikkeling van de dynamo controleren.
Hoofdzekering doorgesmolten
–
Hoofdzekering vervangen. (
Startrelais defect
–
Startrelais controleren.
Startmotor defect
–
x
Startmotor controleren. x
Koppeling van de brandstofslangverbinding niet aangesloten
–
Brandstofslangverbinding verbinden.
Stationaire toerental verkeerd ingesteld
–
Stationair toerental instellen.
Bougie verzopen of nat
–
Bougie reinigen en drogen, indien nodig vervangen.
Elektrodenafstand van de bougie te
groot
–
Elektrodenafstand instellen.
Kortsluitkabel in de kabelboom
geschuurd, stopknop defect
–
Kabelboom controleren. (visuele controle)
–
Elektrisch systeem controleren.
Stekkerverbinding van EFI-unit,
impulsgever, brandstofpomp of
bobine geoxideerd
–
Stekkerverbinding reinigen en met contactspray
behandelen.
Fout in brandstof-inspuitsysteem
–
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen.
x
pag. 68)
x(
pag. 73)
Voorgeschreven waarde
Elektrodenafstand bougie
0,7 mm
x
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen. x
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen. x
( pag. 43)
Brandstoffilter vervangen. x
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen. x
Motor start niet
Fout in brandstof-inspuitsysteem
–
Motor heeft te weinig vermogen
Luchtfilter sterk vervuild
–
Brandstoffilter sterk vervuild
–
Fout in brandstof-inspuitsysteem
–
Uitlaatsysteem lekt, is vervormd of
heeft te weinig glasvezelvulling in de
einddemper
–
Controleren of het uitlaatsysteem beschadigd
is.
–
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen.
( pag. 44)
Te weinig klepspeling
–
Klepspeling instellen.
x
Motor slaat tijdens het rijden af
Te weinig brandstof
–
Brandstof tanken. (
pag. 21)
Motor wordt overmatig heet
Te weinig koelmiddel in koelsysteem
–
Koelsysteem controleren op lekkage.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
Te weinig rijwind
–
Motor afzetten als hij stilstaat.
Radiateurlamellen sterk vervuild
–
Radiateurlamellen reinigen.
Schuimvorming in het koelsysteem
–
Koelmiddel aftappen.
–
Koelmiddel vullen.
x
FI waarschuwingslampje (MIL) brandt
of knippert
pag. 70)
x ( pag. 71)
x ( pag. 72)
Radiateurslang vervangen. x
Radiateurslang geknikt
–
Fout in brandstof-inspuitsysteem
–
Motorfiets stoppen en met behulp van de knippercode het defecte onderdeel identificeren.
–
Kabels op beschadiging en de elektrische
steekverbindingen op roestvorming en
beschadiging controleren.
–
Foutengeheugen met KTM-diagnosetool uitlezen.
x
Hoog olieverbruik
Slang van de motorontluchting
geknikt
–
Ontluchtingsslang knikvrij leggen en indien
nodig vervangen.
Motoroliepeil te hoog
–
Motoroliepeil controleren. (
pag. 75)
FOUTEN OPSPOREN
82
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Hoog olieverbruik
Vloeibaarheid motorolie te dun (viscositeit)
–
Zuigers resp. cilinders versleten
–
Zuiger/cilinder - inbouwspeling bepalen.
Accu wordt niet geladen
–
Laadspanning controleren.
Accu leeg
(XC‑F)
x
–
Ongewenste stroomverbruiker
Motorolie verversen, oliefilter vervangen en oliezeef reinigen.
( pag. 75)
–
x
Statorwikkeling van de dynamo controleren. x
Ruststroom controleren. x
KNIPPERCODE
83
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
02 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 2x kort
Voorwaarde voor fout
Impulsgever - storing in schakelcircuit
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
06 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 6x kort
Voorwaarde voor fout
Regelklepsensor circuit A - ingangsignaal te laag
Regelklepsensor circuit A - ingangsignaal te hoog
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
09 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 9x kort
Voorwaarde voor fout
Druksensor inlaatluchtbuis cilinder 1 - ingangsignaal te laag
Druksensor inlaatluchtbuis cilinder 1 - ingangsignaal te hoog
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
12 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 1x lang, 2x kort
Voorwaarde voor fout
Temperatuursensor koelmiddel - ingangsignaal te laag
Temperatuursensor koelmiddel - ingangsignaal te hoog
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
13 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 1x lang, 3x kort
Voorwaarde voor fout
Temperatuursensor aanzuiglucht - ingangsignaal te laag
Temperatuursensor aanzuiglucht - ingangsignaal te hoog
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
15 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 1x lang, 5x kort
Voorwaarde voor fout
Hellinghoeksensor (A/D type) - ingangsignaal te laag
Hellingshoeksensor (A/D type) - ingangsignaal te hoog
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
33 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 3x lang, 3x kort
Voorwaarde voor fout
Inspuitklep cilinder 1 - storing in schakelcircuit
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
37 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 3x lang, 7x kort
Voorwaarde voor fout
Bobine 1, cilinder 1 - fout in schakelcircuit
Knippercode FI waarschuwingslampje (MIL)
41 FI waarschuwingslampje (MIL) knippert 4x lang, 1x kort
Voorwaarde voor fout
Brandstofpompregeling - onderbreking/kortsluiting met massa
Brandstofpompregeling - ingangsignaal te laag
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
84
Bouwwijze
1-cilinder 4-takt ottomotor, gekoeld met vloeistof
Slagruimte
248,60 cm³
Slag
54,80 mm
Boring
76 mm
Compressie
13,2:1
Stationair toerental
2.150… 2.250 1/min
Distributie
DOHC, 4 kleppen aangestuurd met nokvolger, aandrijving met
tandketting
Klepdiameter inlaat
30,0 mm
Klepdiameter uitlaat
26,0 mm
Klepspeling
Uitlaat bij: 20 °C
0,12… 0,17 mm
Inlaat bij: 20 °C
0,10… 0,15 mm
Krukaslagers
2 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Bronzen bus
Zuigers
Lichtmetaal gesmeed
Zuigerveren
1 compressiering, 1 olieschraapveer
Motorsmering
Drukcirculatiesmering met 2 rotorpompen
Primaire overbrenging
22:68
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Versnelling
6 versnellingen met klauwschakeling
Overbrengingsverhouding (alle SX‑F modellen)
1e versnelling
13:32
2e versnelling
15:30
3e versnelling
17:28
4e versnelling
19:26
5e versnelling
21:25
6e versnelling
22:24
Overbrengingsverhouding (XC‑F)
1e versnelling
13:33
2e versnelling
17:33
3e versnelling
19:29
4e versnelling
23:28
5e versnelling
23:23
6e versnelling
26:22
Dynamo
12 V, 66 W
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Bougie
NGK CR 9 EKB
Elektrodenafstand bougie
0,7 mm
Radiateur
Vloeistofkoeling permanente circulatie van het koelmiddel door
waterpomp
Starthulp (alle SX‑F modellen)
Kickstarter
Starthulp (XC‑F)
Kickstarter en e-starter
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
85
Vulhoeveelheid - motorolie
21.1
Motorolie
1,20 l
Motorolie (SAE 10W/50) (
pag. 95)
Alternatieve motorolie, voor
zwaardere gebruiksomstandigheden en verhoging van het
vermogen
Motorolie (SAE 10W/60)
(00062010035) ( pag. 95)
Vulhoeveelheid - koelmiddel
21.2
Koelmiddel
1,2 l
Koelmiddel (
pag. 95)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
pag. 95)
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
86
Olievernevelaar voor drijfstangsmering
M4
2 Nm
Loctite® 243™
Olievernevelaar voor dynamokoeling
M4
2 Nm
Loctite® 243™
Schroef stator
M4
4 Nm
Loctite® 243™
Sproeier luchttoevoer krukhuis
M4
2 Nm
Loctite® 243™
Olievernevelaar voor de smering van de
nokvolger
M5
4 Nm
Loctite® 243™
Schroef impulsgever
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef oliefilterdeksel
M5
6 Nm
–
Schroef oliepomdeksel links
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef oliepomdeksel rechts
M5
5 Nm
Loctite® 243™
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef aanslagstuk kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef afdekplaat kleppendeksel
M6
3 Nm
Loctite® 243™
Schroef cilinderkop
M6
10 Nm
–
Schroef dynamodeksel
M6
10 Nm
–
Schroef kabelhouder in dynamodeksel
M6
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef klepdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef lagerborging
M6
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef motorbehuizing
M6
10 Nm
–
Schroef spannergeleider distributieketting
M6
8 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatflens
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitvalbeveiliging distributieketting
M6
8 Nm
Loctite® 243™
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef versnellingsvastzetting
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
–
Olievernevelaar voor zuigerkoeling
M6x0,75
4 Nm
Loctite® 243™
Moer nokaslagerplaat
M7
15 Nm
Geolied met motorolie
Schroef nokaslagerplaat
M7
15 Nm
Geolied met motorolie
Tapeind nokkenaslagerplaat
M7
2 Nm
Loctite® 243™
Afsluitschroef krukasbevestiging
M8
20 Nm
–
Schroef distributiekettinggeleider
M8
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Bougie
M10
10… 12 Nm
–
Schroef cilinderkop
M10
Draaivolgorde:
Diagonaal vastdraaien,
beginnen met de achterste
schroef op de kettingkast.
1e niveau
40 Nm
2e niveau
50 Nm
Geolied met motorolie
Schroef ketting-aandrijfwiel
M10
60 Nm
Loctite® 243™
Schroef ontgrendeling voor distributiekettingspanner
M10x1
10 Nm
–
Schroef rotor
M10x1
70 Nm
Schroefdraad met motorolie
ingesmeerd / conus ingevet
Schroef nokaswiel
M12x1
80 Nm
Loctite® 243™
Olieaftapschroef met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Sluitschroef oliedrukregelklep
M12x1,5
20 Nm
–
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
87
Temperatuursensor koelmiddel
M12x1,5
12 Nm
–
Sluitschroef oliezeef kort
M16x1,5
10 Nm
Geolied met motorolie
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
100 Nm
Loctite® 243™
Moer primair tandwiel
M18LHx1,5
130 Nm
Loctite® 243™
Sluitschroef oliezeef lang
M20x1,5
15 Nm
–
Sluitschroef distributiekettingspanner
M24x1,5
25 Nm
–
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
88
Frame
Brugframe van chroommolybdeen stalen buizen
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Veerweg
voor
300 mm
Veerweg (alle SX‑F EU modellen)
achter
330 mm
Veerweg (SX‑F USA, XC‑F)
achter
317 mm
Vorksprong
22 mm
Schokdemper
WP Suspension 5018 BAVP DCC
Remsysteem
Schijfremmen, remklauwen vlottend gelagerd
Remschijven - diameter
voor
260 mm
achter
220 mm
Remschijven - slijtagegrens
voor
2,5 mm
achter
3,5 mm
Bandenspanning terrein
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
Secundaire overbrenging (alle SX‑F modellen)
13:48
Secundaire overbrenging (XC‑F)
13:50
Ketting
5/8 x 1/4"
Leverbare kettingwielen
38, 40, 42, 45, 48, 49, 50, 51, 52
Balhoofdhoek
63,5°
Wielstand
1.495±10 mm
Zadelhoogte onbelast
992 mm
Los van de bodem, onbelast
375 mm
Gewicht zonder brandstof ca. (alle SX‑F modellen)
100,5 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (XC‑F)
104,6 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Accu (XC‑F)
YTX5L-BS
Accuspanning: 12 V
Nominale capaciteit: 4 Ah
Onderhoudsvrij
Zekering
58011109110
10 A
Lampen
23.1
FI waarschuwingslampje
LED
Overige controlelampjes (XC‑F)
W2,3W / sokkel W2x4,6d
12 V
2,3 W
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
89
Banden
23.2
Geldigheid
Banden voor
Banden achter
(SX‑F EU/USA)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
110/90 - 19 62M TT
Bridgestone M70
(SX‑F MUSQUIN REPLICA)
80/100 - 21 M/C 51M TT
Pirelli SCORPION MX MST
100/90 - 19 57M TT
Pirelli SCORPION MX NHS
(XC‑F)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
100/100 - 18 59M TT
Bridgestone M402
Meer informatie vindt u in het servicegedeelte onder:
http://www.ktm.com
Vulhoeveelheid - brandstof
23.3
Brandstoftankvolume totaal ca.
(alle SX‑F modellen)
7,5 l
Brandstof super loodvrij (ROZ 95) (
pag. 95)
Brandstoftankvolume totaal ca.
(XC‑F)
9,5 l
Brandstof super loodvrij (ROZ 95) (
pag. 95)
Brandstofreserve ca. (XC‑F)
1,5 l
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
90
alle SX‑F EU modellen
24.1
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.03
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,4 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,6 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
380 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
SX‑F USA
24.2
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.53
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,4 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,6 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,8 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
380 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
91
XC‑F
24.3
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.22
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,4 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,6 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,8 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
360 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 96)
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
92
alle SX‑F EU modellen
25.1
Artikelnummer schokdemper
18.18.7K.03
Schokdemper
WP Suspension 5018 BAVP DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Veervoorspanning
15 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
54 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
57 N/mm
Veerlengte
260 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
30 mm
Dynamische veerweg
90 mm
Inbouwlengte
490 mm
Stootdemperolie
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1) (
SX‑F USA
25.2
Artikelnummer schokdemper
18.18.7K.53
Schokdemper
WP Suspension 5018 BAVP DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Veervoorspanning
12 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
48 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
54 N/mm
Veerlengte
260 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
34 mm
Dynamische veerweg
100 mm
pag. 96)
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
Inbouwlengte
486 mm
Stootdemperolie
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1) (
93
pag. 96)
XC‑F
25.3
Artikelnummer schokdemper
18.18.7K.22
Schokdemper
WP Suspension 5018 BAVP DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2,5 omwentelingen
Standaard
2 omwentelingen
Sport
1,5 omwentelingen
Uitgaande demping
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Veervoorspanning
12 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
51 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
54 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
57 N/mm
Veerlengte
260 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
35 mm
Dynamische veerweg
100 mm
Inbouwlengte
486 mm
Stootdemperolie
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1) (
pag. 96)
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN CHASSIS
Spaaknippel achterwiel
M4,5
5… 6 Nm
–
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
–
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
–
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef kogelgewricht drukstang aan
voetremcilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef remschijf achter
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef remschijf voor
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Moer bandenhouder
M8
10 Nm
–
Moer kettingwielschroef
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Moer rempedaalbevestiging
M8
20 Nm
–
Overige moeren chassis
M8
30 Nm
–
Overige schroeven chassis
M8
25 Nm
–
Schroef asopname
M8
15 Nm
–
Schroef bovenste kroonplaat
M8
17 Nm
–
Schroef framearm
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Schroef motorsteunen
M8
33 Nm
–
Schroef onderste glijblok
M8
15 Nm
–
Schroef onderste kroonplaat
M8
12 Nm
–
Schroef remklauw voor
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
–
Schroef vorkbuis boven
M8
17 Nm
Loctite® 243™
Schroef zijstandaardbevestiging (XC‑F)
M8
40 Nm
Loctite® 2701
Motordraagschroef
M10
60 Nm
–
Overige moeren chassis
M10
50 Nm
–
Overige schroeven chassis
M10
45 Nm
–
Schroef schokdemper boven
M10
60 Nm
Loctite® 2701
Schroef schokdemper onder
M10
60 Nm
Loctite® 2701
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Loctite® 243™
Moer zadelbevestiging
M12x1
20 Nm
–
Moer frame aan verbindingshendel
M14x1,5
80 Nm
Loctite® 2701
Moer haakse hendel aan achterbrug
M14x1,5
80 Nm
–
Moer verbindingshendel aan haakse
hendel
M14x1,5
80 Nm
–
Moer achterbrugbout
M16x1,5
100 Nm
–
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
–
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Schroefkoppelingen koelsysteem
M20x1,5
12 Nm
Loctite® 243™
Schroef steekas voor
M24x1,5
45 Nm
–
94
GEBRUIKSSTOFFEN
95
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
Volgens
– DIN EN 228 (ROZ 95)
Koelmiddel
Voorgeschreven waarde
– Alleen geschikt koelmiddel gebruiken (ook in landen met hoge temperaturen). Minderwaardig antivries kan leiden tot roestvorming
en schuimvorming. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Mengverhouding
Antivries: −25… −45 °C
50 % antiroest/antivries
50 % gedestilleerd water
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
−40 °C
Antivries
Leverancier
Motorex®
– Anti Freeze
Motorolie (SAE 10W/60) (00062010035)
Volgens
– JASO T903 MA (
–
SAE (
–
KTM LC4 2007+
pag. 99)
pag. 99) (SAE 10W/60)
Voorgeschreven waarde
– Alleen motorolie gebruiken die voldoet aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Volledig synthetische motorolie
Leverancier
Motorex®
– Motorex® KTM Cross Power 4T
Motorolie (SAE 10W/50)
Volgens
– JASO T903 MA (
–
SAE (
pag. 99)
pag. 99) (SAE 10W/50)
Voorgeschreven waarde
– Alleen motorolie gebruiken die voldoet aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Volledig synthetische motorolie
Leverancier
Motorex®
– Cross Power 4T
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1
Volgens
– DOT
Voorgeschreven waarde
– Alleen remvloeistof gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Castrol en Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Castrol
– RESPONSE BRAKE FLUID SUPER DOT 4
Motorex®
– Brake Fluid DOT 5.1
GEBRUIKSSTOFFEN
96
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1)
Volgens
– SAE (
pag. 99) (SAE 2,5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken.
Voorvorkolie (SAE 5)
Volgens
– SAE (
pag. 99) (SAE 5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Racing Fork Oil
HULPSTOFFEN
Duurzaam vet
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Bike Grease 2000
Kettingreinigingsmiddel
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chain Clean
Kettingspray offroad
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chainlube Offroad
Motorfietsreiniger
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Moto Clean 900
Olie voor luchtfilters van schuimstof
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Liquid Bio Power
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Protect & Shine
Reinigingsmiddel en politoer voor glanzende en matte lakken, metalen en kunststof oppervlakken
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Clean & Polish
Reinigingsmiddel voor luchtfilter
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Dirt Bio Remover
97
HULPSTOFFEN
Smeervet met hoge viscositeit
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van SKF® te gebruiken.
Leverancier
SKF®
– LGHB 2
Universele oliespray
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Joker 440 Synthetic
98
NORMEN
99
JASO T903 MA
Door verschillende technische ontwikkelingsrichtingen is een eigen specificatie voor 4-takt motorfietsen nodig - de JASO T903 MA
norm. Vroeger werd voor 4-takt motorfietsen motorolie voor auto's gebruikt omdat er geen eigen motorfietsspecificatie was. Bij motoren
van auto's zijn lange onderhoudsintervallen vereist, bij motoren van motorfietsen staat een hoog vermogensrendement bij hoge toerentallen op de voorgrond. Bij de meeste motoren voor motorfietsen worden ook de versnelling en de koppeling met dezelfde olie ingevet.
De JASO MA norm voldoet aan deze speciale vereisten.
SAE
De SAE-viscositeitsklassen zijn vastgelegd door de Society of Automotive Engineers voor de indeling van oliën op basis van hun viscositeit. De viscositeit beschrijft slechts een van de eigenschappen van olie en zegt niets over de kwaliteit.
INDEX
100
INDEX
A
H
Accu
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Hoofdzekering
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Achterwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Afbeelding voertuig
linksvoor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
rechtsachter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Afdekking luchtfilterbak
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Antivries
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
B
Balhoofdlager
smeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Bandenspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Basisinstelling chassis
voor bestuurdersgewicht controleren . . . . . . . . . . . . . . 25
Bedieningshandleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Bedrijfsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Brandstoftank
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
D
Dynamische veerweg
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
E
Einddemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
glasvezelvulling vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
E-starterknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
F
Factory Start . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
activeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Fouten opsporen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81-82
Framenummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
G
Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Gashendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Gaskabellegging
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Gaskabelspeling
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Gebruiksdefinitie
............................... 5
I
Inbedrijfname
aanwijzingen voor eerste inbedrijfname . . . . . . . . . . . . 14
controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname . . . . . 19
na stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Ingaande demping
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Ingaande demping high speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Ingaande demping low speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
K
Ketting
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
Ketting-aandrijfwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Kettinggeleiding
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Kettingspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Kettingwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Kickstarter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Knippercode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Koelmiddel
aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
vullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Koelmiddelpeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Koelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Koppeling
vloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
Koppelingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 51
L
Luchtfilter
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Luchtfilterbak
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
M
Milieu
...................................... 6
motor
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Motorbescherming
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
INDEX
monteren
101
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Motorfiets
met hefbok opkrikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
van hefbok nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Motornummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Motorolie
bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Motoroliepeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
O
Oliefilter
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Oliezeef
reinigen
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Onderste kroonplaat
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Overzicht controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Spaakspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Spatbord voor
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Speling balhoofdlager
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Startnummerbord
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Stationair toerental
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Stopknop
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Stuurpositie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
T
P
Plug-in standaard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
R
Regelschroef stationair toerental . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Remhendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Rempedaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Remplaketten
van achterwielrem controleren
van achterwielrem vervangen
van voorwielrem controleren .
van voorwielrem vervangen . .
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Serviceschema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23-24
...
....
....
....
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
60
60
56
56
Remschijven
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Remvloeistof
van achterwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
van voorwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Remvloeistofpeil
van achterwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
van voorwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Reserveonderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
S
Schokdemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
dynamische veerweg controleren . . . . . .
ingaande demping algemeen . . . . . . . .
ingaande demping high speed instellen .
ingaande demping low speed instellen . .
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
statische veerweg controleren . . . . . . . .
uitgaande demping instellen . . . . . . . .
veervoorspanning schokdemper instellen
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
40
28
25
26
25
41
28
27
28
Tankdop
openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Tanken
brandstof
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Technische gegevens
aanhaalmomenten chassis
aanhaalmomenten motor .
chassis . . . . . . . . . . . . .
motor . . . . . . . . . . . . . .
schokdemper . . . . . . . . .
voorvork . . . . . . . . . . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
. . 94
86-87
88-89
84-85
92-93
90-91
Toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Toestand van de banden
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
U
Uitgaande demping
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
V
Versnellingshendel
uitgangspositie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Voorvorkprotector
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Voorwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Vorkpoten
basisinstelling controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
INDEX
102
ingaande demping instellen
monteren . . . . . . . . . . . .
ontluchten . . . . . . . . . . . .
uitgaande demping instellen
vuilschrapers reinigen . . . .
....
....
....
...
....
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
30
35
33
30
34
W
Werkinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Z
Zadel
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Zekering
hoofdzekering vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
Zijstandaard
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Zwaardere gebruiksomstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . .
droog zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
hoge temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
lage temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
langzaam rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
modderig circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
sneeuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
15
15
17
18
17
17
17
16
18
*3211623nl*
3211623nl
11/2010
Foto: Mitterbauer
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen/Oostenrijk
http://www.ktm.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement