KTM 125 EXC Six Days EU 2011 Enduro Bike Handleiding

KTM 125 EXC Six Days EU 2011 Enduro Bike Handleiding
BEDIENINGSHANDLEIDING 2011
125 EXC EU
125 EXC Factory Edition EU
125 EXC SIX DAYS EU
200 EXC EU
200 EXC AUS
200 XC‑W USA
250 EXC EU
250 EXC Factory Edition EU
250 EXC AUS
250 EXC SIX DAYS EU
250 XC‑W USA
300 EXC EU
300 EXC Factory Edition EU
300 EXC AUS
300 EXC SIX DAYS EU
300 XC‑W USA
Artikelnr. 3211688nl
BESTE KTM KLANT
1
We wensen u veel geluk met uw keuze voor een KTM motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne sportieve motorfiets en we
zijn er zeker van dat u er veel plezier mee zult beleven, mits u de motorfiets goed onderhoudt.
BESTE KTM KLANT
We wensen u veel rijplezier!
Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen.
Framenummer (
pag. 10)
Motornummer (
pag. 11)
Dealerstempel
Sleutelnummer (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
( pag. 10)
De bedieningshandleiding komt op het tijdstip dat deze ter perse gaat overeen met de nieuwste stand van het model. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.
Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. De KTM-Sportmotorcycle AG houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen,
kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en
zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien
van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2010 KTM-Sportmotorcycle AG, Mattighofen Oostenrijk
Alle rechten voorbehouden
Nadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldiging op welke wijze dan ook is slechts toegestaan met schriftelijke toestemming van de
auteur.
ISO 9001(12 100 6061)
KTM past processen voor kwaliteitsbewaking toe, zoals bedoeld in de internationale norm voor kwaliteitsmanagement
ISO 9001, die tot een zo hoog mogelijke productkwaliteit leiden.
Afgegeven door: TÜV Management Service
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen, Oostenrijk
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN ....................................... 5
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN............................................ 6
AFBEELDING VOERTUIG ..................................................... 8
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave) ................ 8
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave) ........... 9
SERIENUMMERS.............................................................. 10
Framenummer............................................................... 10
Typeplaatje ................................................................... 10
Sleutelnummer (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 10
Motornummer ............................................................... 11
Artikelnummer voorvork.................................................. 11
Artikelnummer schokdemper .......................................... 11
BEDIENINGSELEMENTEN ................................................. 12
Koppelingshendel .......................................................... 12
Choke (EXC EU, EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition) ....... 12
Remhendel ................................................................... 12
Gashendel .................................................................... 12
Stopknop (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)........ 13
Stopknop (XC-W) ........................................................... 13
Lichtschakelaar (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 13
Richtingaanwijzerschakelaar (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 13
Claxonknop (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)..... 13
Noodstopschakelaar (200 EXC AUS) ............................... 14
Noodstopschakelaar (250/300 EXC AUS) ........................ 14
E-starterknop (alle 250/300 EXC EU modellen,
250/300 XC-W)............................................................. 14
E-starterknop (250/300 EXC AUS) .................................. 14
Lichtschakelaar (XC-W) .................................................. 14
Overzicht controlelampjes (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 15
Tachometer................................................................... 15
Tachometer activeren en testen ...................................... 15
Tripmaster-schakelaar .................................................... 15
Kilometers of mijlen instellen ......................................... 16
Tijd instellen................................................................. 16
Tachometerfuncties instellen .......................................... 17
Rondetijd oproepen ....................................................... 17
Weergavemodus SPEED (snelheid) .................................. 18
Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren).......................... 18
Weergavemodus SPEED/CLK (tijd) .................................. 18
Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)........................... 18
Weergavemodus SPEED/ODO (bedrijfsuren) ..................... 19
Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)...................... 19
Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)...................... 19
Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1) ........ 20
Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2) ........ 20
Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1) .................... 20
Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2) .................... 21
Brandstofkraan.............................................................. 22
Tankdop openen............................................................ 22
Tankdop sluiten ............................................................ 23
Choke (EXC AUS, XC-W)................................................. 23
Versnellingshendel......................................................... 23
Kickstarter .................................................................... 23
Rempedaal ................................................................... 24
Zijstandaard.................................................................. 24
Stuurslot (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS) ........ 24
Stuur vergrendelen (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 24
2
Stuur ontgrendelen (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) .............................................................
INBEDRIJFNAME ..............................................................
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname ...........................
Motor inrijden ...............................................................
Voertuig voorbereiden op zwaardere rijomstandigheden .....
Voorbereidingen voor rijden op droog zand .......................
Voorbereidingen voor rijden op nat zand...........................
Voorbereidingen voor rijden op natte en modderige
circuits.........................................................................
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperaturen en
langzaam rijden.............................................................
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperaturen en
sneeuw.........................................................................
RIJ-INSTRUCTIES .............................................................
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname .............
Starten .........................................................................
Beginnen met rijden ......................................................
Schakelen, rijden ..........................................................
Afremmen.....................................................................
Stoppen, parkeren .........................................................
Brandstof tanken ...........................................................
SERVICESCHEMA .............................................................
Serviceschema ..............................................................
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht) ...........
CHASSIS AFSTELLEN .......................................................
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht
controleren ...................................................................
Ingaande demping schokdemper .....................................
Ingaande demping high speed voor schokdemper
instellen .......................................................................
Ingaande demping low speed voor schokdemper
instellen .......................................................................
Uitgaande demping schokdemper instellen ......................
Maat achterwiel zonder belasting bepalen ........................
Statische veerweg schokdemper controleren.....................
Dynamische veerweg schokdemper controleren.................
Veervoorspanning schokdemper instellen
....................
Dynamische veerweg instellen
....................................
Basisinstelling voorvork controleren .................................
Ingaande demping voorvork instellen ...............................
Uitgaande demping voorvork instellen..............................
Veervoorspanning voorvork instellen.................................
Stuurpositie ..................................................................
Stuurpositie instellen
................................................
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS ...............................
Motorfiets met hefbok opkrikken .....................................
Motorfiets van hefbok nemen..........................................
Vorkpoten ontluchten .....................................................
Vuilschrapers vorkpoten reinigen .....................................
Voorvorkprotector losmaken ............................................
Voorvorkprotector positioneren ........................................
Vorkpoten demonteren
..............................................
Vorkpoten monteren
..................................................
Voorvorkprotector demonteren
....................................
Voorvorkprotector monteren
.......................................
Onderste kroonplaat demonteren
(EXC EU/AUS) ..........
Onderste kroonplaat demonteren
(EXC SIX DAYS,
EXC Factory Edition, XC‑W) ............................................
Onderste kroonplaat monteren
(EXC EU/AUS)..............
Onderste kroonplaat monteren
(EXC SIX DAYS,
EXC Factory Edition, XC‑W) ............................................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
25
26
26
27
27
27
28
29
30
30
31
31
31
32
32
32
33
33
35
35
36
37
37
37
37
38
38
39
39
40
40
41
41
41
42
42
43
43
45
45
45
45
46
46
46
47
47
48
48
49
49
50
51
INHOUDSOPGAVE
3
Speling balhoofdlager controleren ...................................
Speling balhoofdlager instellen
..................................
Balhoofdlager insmeren
.............................................
Startnummerbord demonteren (XC-W) .............................
Startnummerbord inbouwen (XC-W).................................
Spatbord voor demonteren..............................................
Spatbord voor inbouwen .................................................
Schokdemper demonteren
.........................................
Schokdemper inbouwen
............................................
Zadel afnemen ..............................................................
Zadel monteren .............................................................
Afdekking luchtfilterbak demonteren ...............................
Afdekking luchtfilterbak monteren...................................
Luchtfilter demonteren
..............................................
Luchtfilter inbouwen
.................................................
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen ...........................
Einddemper demonteren ................................................
Einddemper inbouwen ...................................................
Glasvezelvulling einddemper vervangen .......................
Brandstoftank uitbouwen
...........................................
Brandstoftank inbouwen
............................................
Vervuiling ketting controleren .........................................
Ketting reinigen ............................................................
Kettingspanning controleren ...........................................
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en
kettinggeleiding controleren............................................
Kettingspanning instellen...............................................
Kettinggeleiding instellen
..........................................
Gaskabellegging controleren ...........................................
Uitgangspositie koppelingshendel instellen ......................
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren ...............
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
..................
REMMEN .........................................................................
Vrije slag remhendel controleren .....................................
Uitgangspositie remhendel instellen (XC-W) .....................
Vrije slag remhendel instellen (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) .............................................................
Remschijven controleren ................................................
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren.........................
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
.............................
Remplaketten voorwielrem controleren.............................
Remplaketten voorwielrem vervangen ..........................
Vrije slag rempedaal controleren .....................................
Uitgangspositie rempedaal instellen
...........................
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren......................
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
..........................
Remplaketten achterwielrem controleren .........................
Remplaketten achterwielrem demonteren
....................
Remplaketten achterwielrem inbouwen
.......................
Remplaketten achterwielrem vervangen
......................
WIELEN, BANDEN ............................................................
Voorwiel uitbouwen
...................................................
Voorwiel inbouwen
....................................................
Achterwiel uitbouwen
................................................
Achterwiel inbouwen
.................................................
Toestand banden controleren..........................................
Bandenspanning controleren ..........................................
Spaakspanning controleren.............................................
ELEKTRONICA..................................................................
Accu uitbouwen
(alle 250/300 modellen) ...................
Accu inbouwen
(alle 250/300 modellen) ....................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
53
53
54
54
54
55
55
55
55
56
56
57
57
57
57
58
58
59
59
59
60
61
61
62
62
64
65
65
66
66
67
69
69
69
69
70
70
70
71
72
73
73
74
74
75
75
76
76
78
78
78
79
79
80
81
81
83
83
83
Accu laden
(alle 250/300 modellen) .......................... 83
Hoofdzekering demonteren (alle 250/300 modellen)......... 84
Hoofdzekering monteren (alle 250/300 modellen) ............ 84
Koplampkap met koplamp inbouwen (EXC,
EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS) ............................... 85
Koplampkap met koplamp inbouwen (EXC,
EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS) ............................... 85
Lamp koplamp vervangen (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 86
Koplampstand controleren (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS) ............................................................. 86
Lichtbundelbreedte koplamp instellen (EXC,
EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS) ............................... 87
Accu tachometer vervangen ............................................ 87
KOELSYSTEEM ................................................................. 88
Koelsysteem.................................................................. 88
Antivries en koelmiddelpeil controleren............................ 88
Koelmiddelpeil controleren............................................. 89
Koelmiddel aftappen
................................................. 89
Koelmiddel vullen
..................................................... 90
MOTOR AFSTELLEN.......................................................... 92
Speling gaskabel controleren .......................................... 92
Speling gaskabel instellen
......................................... 92
Carburateur................................................................... 92
Carburateur - stationair afstellen
................................ 93
Vlotterkamer carburateur aftappen .............................. 94
Uitgangspositie versnellingshendel controleren ................. 95
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
................ 95
Motorkarakteristiek - hulpveer (alle 250/300 modellen) .... 95
Motorkarakteristiek - hulpveer instellen
(alle 250/300 modellen) ................................................ 95
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR.................................. 97
Transmissieoliepeil controleren ....................................... 97
Transmissieolie verversen
.......................................... 97
Transmissieolie aftappen
........................................... 98
Transmissieolie vullen
............................................... 98
Transmissieolie bijvullen
........................................... 99
REINIGING, ONDERHOUD ............................................... 100
Motorfiets reinigen ...................................................... 100
Conserveren voor de winter ........................................... 101
STALLING ...................................................................... 102
Stalling ...................................................................... 102
Inbedrijfname na stalling ............................................. 102
OPSPOREN VAN FOUTEN................................................ 103
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR.................................. 105
alle 125 modellen ....................................................... 105
alle 200 modellen ....................................................... 105
alle 250 modellen ....................................................... 106
alle 300 modellen ....................................................... 106
Vulhoeveelheid - transmissieolie ................................... 107
Vulhoeveelheid - koelmiddel ......................................... 107
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
MOTOR .......................................................................... 108
Alle 125/200 modellen ................................................ 108
alle 250/300 modellen ................................................ 108
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR ..................... 110
alle 125 modellen ....................................................... 110
200 EXC EU ............................................................... 110
200 EXC AUS ............................................................. 110
200 XC‑W USA ........................................................... 110
alle 250 EXC EU modellen ........................................... 111
250 EXC AUS ............................................................. 111
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
INHOUDSOPGAVE
4
250 XC‑W USA ...........................................................
alle 300 EXC EU modellen ...........................................
300 EXC AUS .............................................................
300 XC‑W USA ...........................................................
Carburateurconfiguratie (alle 125 modellen)
.............
Carburateurconfiguratie (alle 200 modellen)
.............
Carburateurconfiguratie (alle 250 modellen)
.............
Carburateurconfiguratie (alle 300 modellen)
.............
Radiatuerconfiguratie algemeen
...............................
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS ...............................
Lampen ......................................................................
Banden ......................................................................
Vulhoeveelheid - brandstof ...........................................
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK ............................
Alle 125/200 modellen ................................................
alle 250/300 modellen ................................................
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER .....................
Alle 125/200 modellen ................................................
alle 250/300 modellen ................................................
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
CHASSIS ........................................................................
GEBRUIKSSTOFFEN .......................................................
HULPSTOFFEN ...............................................................
NORMEN........................................................................
INDEX ............................................................................
x
x
x
x
x
111
111
112
112
112
114
115
116
117
118
119
119
119
120
120
120
122
122
122
124
125
127
129
130
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN
Gebruikte symbolen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde symbolen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Alle werkzaamheden die met dit symbool zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip. Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage! Daar wordt uw motorfiets door
speciaal geschoolde vakkundige personen met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt een verwijzing naar een pagina (meer informatie vindt u op de aangegeven pagina).
Gebruikte formatering
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
Eigennaam
Kenmerkt een eigennaam.
Naam®
Kenmerkt een beschermde naam.
Merk™
Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
5
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
6
Gebruiksdefinitie (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
De sportmotorfietsen van KTM zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd dat ze bestand zijn tegen de gangbare belastingen bij normaal
gebruik in wedstrijden. De motorfietsen voldoen aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
De motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie (beperkt vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbare weg.
De niet gehomologeerde versie van de motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare
wegennet.
De motorfiets is ontwikkeld voor terreinsport op lange afstanden (enduro) en niet in de eerste plaats voor de motorcross-sport.
Gebruiksdefinitie (XC-W)
De sportmotorfietsen van KTM zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd dat ze bestand zijn tegen de gangbare belastingen bij normaal
gebruik in wedstrijden. De motorfietsen voldoen aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
De motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgezette trajecten buiten het openbare wegennet.
De motorfiets is ontwikkeld voor terreinsport op lange afstanden (enduro) en niet in de eerste plaats voor de motorcross-sport.
Service
Voorwaarde voor storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedieningshandleiding
genoemde service- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Slechte afstelling van het chassis kan leiden tot beschadiging en breken van de chassiscomponenten .
Het gebruik van de motorfietsen bij zwaardere omstandigheden zoals zandig, erg modderig en vochtig terrein kan leiden tot verhoogde
slijtage van componenten zoals de aandrijving of remmen. Daarom kan het nodig zijn een service uit te voeren of slijtageonderdelen te
vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvan draagt in
belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Garantie
De in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend in een geautoriseerde KTM-garage worden uitgevoerd en
moeten in het serviceboekje worden bevestigd, aangezien anders alle garantieaanspraken vervallen. Voor schade of gevolgschade die
door manipulaties en wijzigingen van het voertuig is veroorzaakt bestaat geen aanspraak op garantie.
Bedrijfsmiddelen
U moet de in de bedieningshandleiding gespecificeerde brand- en smeerstoffen resp. bedrijfsstoffen gebruiken.
Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen onderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of worden aanbevolen en laat deze
in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn tussen haakje aangegeven bij de betreffende beschrijvingen. Uw KTM-dealer adviseert u
graag.
De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de website van KTM.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
Werkinstructies
Voor enkele werkzaamheden zijn speciale gereedschappen nodig. Deze zijn geen bestanddeel van het voertuig, maar kunnen worden
besteld onder het aangegeven nummer tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)
Bij de montage moeten onderdelen die niet meer worden hergebruikt (bijv. zelfborgende schroeven en moeren, afdichtingen, pakkingen, keerringen, splitpennen, borgplaten) door nieuwe worden vervangen.
Indien bij schroefverbindingen een schroevenlijm (bijv. Loctite®) wordt gebruikt, moeten de specifieke gebruiksaanwijzingen van de
fabrikant in acht worden genomen.
Onderdelen die na de demontage weer worden gebruikt, moeten worden gereinigd en gecontroleerd op beschadiging en slijtage.
Beschadigde en versleten onderdelen vervangen.
Na afronding van de reparatie of het onderhoud moet worden gecontroleerd of het voertuig weer verkeersveilig is.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
7
Transport
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
–
Motor uitzetten.
–
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
–
Motorfiets met spanbanden of andere geschikte bevestigingsmiddelen beveiligen tegen omvallen en wegrollen.
Milieu
Motorsport is fantastische sport en we hopen natuurlijk dat u er volledig van kunt genieten. Motorfietsen kunnen echter problemen
voor het milieu en conflicten met andere personen veroorzaken. Door op een verantwoorde manier met de motorfiets om te gaan kunt
u ervoor zorgen dat deze problemen en conflicten niet ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Aanwijzingen/waarschuwingen
U moet beslist de gegeven aanwijzingen/waarschuwingen in acht nemen.
Info
Op het voertuig zijn verschillende stickers met aanwijzingen en waarschuwingen aangebracht. Deze stickers met aanwijzingen
en waarschuwingen mag u nooit verwijderen. Als deze ontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
Gevarenniveaus
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Bedieningshandleiding
–
Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. Daarin vindt u veel informatie en
tips die de bediening en het onderhoud van de motorfiets eenvoudiger maken. Alleen zo komt u te weten hoe u uw motorfiets het
beste afstemt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. Bovendien staat in de bedieningshandleiding belangrijke
informatie over het onderhoud van de motorfiets.
–
De bedieningshandleiding is een belangrijk onderdeel van de motorfiets en moet bij doorverkoop aan de nieuwe eigenaar worden
gegeven.
AFBEELDING VOERTUIG
8
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave)
3.1
601153-01
1
Remhendel
2
Stopknop
3
Koppelingshendel
4
Deksel van de luchtfilterbak
5
Brandstofkraan
6
Versnellingshendel
7
Kettinggeleiding
8
Zijstandaard
AFBEELDING VOERTUIG
9
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave)
3.2
601154-10
1
Schokdemper instelling uitgaande demping
2
Kijkglas remvloeistof achter
3
Rempedaal
4
Kickstarter
5
Ontluchtingsschroef vorkpoot
6
Gashendel
7
Framenummer
8
Tankdop
SERIENUMMERS
10
Framenummer
4.1
(XC-W)
Het framenummer  is aan de rechterzijde van het balhoofd gegraveerd.
B00015-10
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
Het framenummer  is aan de rechterzijde van het balhoofd gegraveerd.
303438-10
Typeplaatje
4.2
(XC-W)
Het typeplaatje  is aan de voorzijde van het balhoofd aangebracht.
400284-10
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
Het typeplaatje  is aan de voorzijde van het balhoofd aangebracht.
303439-10
Sleutelnummer (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
4.3
Het sleutelnummer  voor het stuurslot is ingefreesd in de sleutelhanger.
500125-10
SERIENUMMERS
11
Motornummer
4.4
Het motornummer  is aan de linkerzijde van de motor onder het ketting-aandrijfwiel
gegraveerd.
B00016-10
Artikelnummer voorvork
4.5
Het artikelnummer van de voorvork  is aan de binnenzijde van de asopname gegraveerd.
B00265-01
Artikelnummer schokdemper
4.6
Het artikelnummer van de schokdemper  is in het bovenste gedeelte van de schokdemper aan motorzijde boven de stelring gegraveerd.
500083-10
BEDIENINGSELEMENTEN
12
Koppelingshendel
5.1
(Alle 125/200 modellen)
De koppelingshendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
B00001-10
(alle 250/300 modellen)
De koppelingshendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
B00009-10
Choke (EXC EU, EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition)
5.2
De chokehendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een opening vrijgegeven
waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen. Daardoor ontstaat een rijker mengsel
van brandstof en lucht dat voor de koude start nodig is.
Info
Bij een warme motor moet de chokefunctie zijn gedeactiveerd.
500136-10
Mogelijke toestanden
• Chokefunctie geactiveerd – Chokehendel is tot de aanslag getrokken.
• Chokefunctie gedeactiveerd – Chokehendel is tot de aanslag teruggedrukt.
Remhendel
5.3
De remhendel  bevindt zich aan de rechterzijde van het stuur.
Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.
400196-10
Gashendel
5.4
De gashendel  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
B00060-10
BEDIENINGSELEMENTEN
13
Stopknop (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.5
De stopknop  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Stopknop in de uitgangspositie – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
• Stopknop ingedrukt – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een
draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.
B00078-10
Stopknop (XC-W)
5.6
De stopknop  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Stopknop in de uitgangspositie – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
• Stopknop ingedrukt – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een
draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.
B00002-10
Lichtschakelaar (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.7
De lichtschakelaar  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Licht uit – Lichtschakelaar naar rechts geschakeld. In deze stand is het
licht uitgeschakeld.
Dimlicht aan – De lichtschakelaar bevindt zich in de middelste stand.
In deze stand is het dimlicht en achterlicht ingeschakeld.
B00082-10
Groot licht aan – Lichtschakelaar naar links geschakeld. In deze stand
is het groot licht en achterlicht ingeschakeld.
Richtingaanwijzerschakelaar (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.8
De richtingaanwijzerschakelaar  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Richtingaanwijzer uit – Richtingaanwijzerschakelaar bevindt zich in de
middelste stand.
Richtingaanwijzer links aan – Richtingaanwijzerschakelaar naar links
geschakeld.
Richtingaanwijzer rechts aan – Richtingaanwijzerschakelaar naar rechts
geschakeld.
B00088-10
Claxonknop (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.9
De claxonknop  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Claxonknop in de uitgangspositie
• Claxonknop ingedrukt – In deze stand wordt de claxon gebruikt.
B00083-10
BEDIENINGSELEMENTEN
14
Noodstopschakelaar (200 EXC AUS)
5.10
De noodstopschakelaar  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Ontsteking uit – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.
Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet
in.
Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan
de motor worden gestart.
B00087-10
Noodstopschakelaar (250/300 EXC AUS)
5.11
De noodstopschakelaar  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
Ontsteking uit – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken.
Een draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet
in.
Ontsteking aan – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan
de motor worden gestart.
B00079-10
E-starterknop (alle 250/300 EXC EU modellen, 250/300 XC-W)
5.12
De e-starterknop  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• E-starterknop in de uitgangspositie
• E-starterknop ingedrukt – In deze stand wordt de e-starter gebruikt.
B00080-10
E-starterknop (250/300 EXC AUS)
5.13
De e-starterknop  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• E-starterknop in de uitgangspositie
• E-starterknop ingedrukt – In deze stand wordt de e-starter gebruikt.
B00081-10
Lichtschakelaar (XC-W)
5.14
De lichtschakelaar  bevindt zich rechts naast de tachometer.
Mogelijke toestanden
• De lichtschakelaar heeft in de afleveringstoestand geen functie – Hij kan worden
gebruikt voor een achteraf gemonteerd lichtsysteem.
500146-10
BEDIENINGSELEMENTEN
15
Overzicht controlelampjes (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.15
Mogelijke toestanden
Het controlelampje voor groot licht brandt blauw – Groot licht is ingeschakeld.
Het controlelampje voor de richtingaanwijzer knippert groen – Richtingaanwijzer is ingeschakeld.
500147-01
Tachometer
5.16
–
Met de knop
wijzigt u de weergavemodus of gaat u naar een van de setupmenu's.
–
Met de knop
worden verschillende functies aangestuurd.
–
Met de knop
worden verschillende functies aangestuurd.
Info
In de leveringstoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO
geactiveerd.
400312-01
Tachometer activeren en testen
5.17
Tachometer activeren
De tachometer wordt geactiveerd als u op een van de knoppen drukt of als hij van de
wieltoerentalsensor een impuls ontvangt.
Displaytest
Voor de functietest van de display lichten kort alle weergavesegmenten op.
400313-01
WS (wheel size)
Na deze functietest van de display wordt kort de wielafmeting WS (wheel size) weergegeven.
Info
Het getal 2205 komt overeen met de afmeting van het 21" voorwiel met standaardbanden.
400314-01
Vervolgens gaat de weergave naar de laatste geselecteerde modus.
Tripmaster-schakelaar
5.18
(Optie: Tripmaster-schakelaar)
Met de tripmaster-schakelaar kunt u de functies van de tachometer vanaf het stuur aansturen.
Info
De tripmaster is optioneel leverbaar.
BEDIENINGSELEMENTEN
16
Kilometers of mijlen instellen
5.19
Info
Als de eenheid wordt gewisseld, blijft de waarde ODO bewaard en wordt omgerekend naar de geselecteerde eenheid.
De waarden TR1, TR2, A1, A2 en S1 worden bij het omstellen gewist.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
–
Knop
ven.
zo vaak kort indrukken totdat H rechtsonder op de display wordt weergege-
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
Het setupmenu wordt weergegeven en de geactiveerde functies verschijnen op
het scherm.
–
400329-01
zo vaak indrukken, totdat de weergave Km/h/Mph knippert.
De knop
Km/h instellen
– Knop
indrukken.
Mph instellen
– Knop
indrukken.
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
De instellingen worden opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
Info
Als er 20 seconden geen knop wordt ingedrukt of geen impuls van de wieltoerentalsensor wordt ontvangen, worden de instellingen automatisch opgeslagen en het setupmenu gesloten.
Tijd instellen
5.20
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat CLK rechtsonder op de display wordt weergegeven.
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
Uurweergave knippert.
–
Uurweergave met de knop
–
Knop
resp. knop
instellen.
kort indrukken.
Het volgende segment van de weergave knippert en kan worden ingesteld.
–
400330-01
Door de knop en knop in te drukken kunnen de volgende segmenten op
dezelfde wijze als de uurweergave worden ingesteld.
Info
De seconden kunnen alleen op nul worden gezet.
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
De instellingen worden opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
Info
Als er 20 seconden geen knop wordt ingedrukt of geen impuls van de wieltoerentalsensor wordt ontvangen, worden de instellingen automatisch opgeslagen en het setupmenu gesloten.
BEDIENINGSELEMENTEN
17
Tachometerfuncties instellen
5.21
Info
In de aflevertoestand is alleen de weergavemodus SPEED/H en SPEED/ODO geactiveerd.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
–
Knop
ven.
zo vaak kort indrukken totdat H rechtsonder op de display wordt weergege-
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
–
De knop
Het setupmenu wordt met de geactiveerde functies worden weergegeven.
indrukken om naar de gewenste functie te wisselen.
De geselecteerde functie knippert.
Functie activeren
– Knop indrukken.
400318-01
Symbool blijft op de display staan en de weergave wisselt naar de volgende
functie.
Functie deactiveren
– Knop indrukken.
Symbool op de display verdwijnt en de weergave wisselt naar de volgende
functie.
–
Alle gewenste functies op deze wijze activeren of deactiveren.
–
Knop
3 - 5 seconden indrukken.
De instellingen worden opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
Info
Indien er gedurende 20 seconden geen knop wordt ingedrukt of geen impuls
wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor, worden de instellingen automatisch opgeslagen en het setupmenu wordt gesloten.
Rondetijd oproepen
5.22
Info
Deze functie kan alleen worden opgeroepen als er rondetijden zijn gemeten.
Voorwaarden
De motorfiets staat stil.
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat LAP rechtsonder op de display wordt weergegeven.
–
Knop
–
De rondes 1-10 kunnen met de knop
–
Knop
geen functie.
–
Knop
kort indrukken.
kort indrukken.
Aan de linkerzijde van de display wordt LAP 1 weergegeven.
400321-01
worden opgeroepen.
Volgende weergavemodus
Info
Als er een impuls van de wieltoerentalsensor wordt ontvangen, wisselt de
linkerzijde van de display terug naar de SPEED-modus.
BEDIENINGSELEMENTEN
18
Weergavemodus SPEED (snelheid)
5.23
–
zo vaak kort indrukken totdat SPEED links op de display wordt weergegeven.
Knop
In de weergavemodus SPEED wordt de actuele snelheid weergegeven.
De actuele snelheid kan in Km/h of in Mph worden weergegeven.
Info
Landspecifieke instelling instellen.
Als er een impuls van het voorwiel wordt ontvangen wisselt de linkerzijde van de
tachodisplay naar de modus SPEED en wordt de actuele snelheid weergegeven.
400317-02
Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)
5.24
Voorwaarden
• De motorfiets staat stil.
–
zo vaak kort indrukken totdat H rechtsonder op de display wordt weergege-
Knop
ven.
In de weergavemodus H worden de bedrijfsuren van de motor weergegeven.
De bedrijfsurenteller slaat de totale rijtijd op.
Info
De bedrijfsurenteller is nodig om te voldoen aan de onderhoudswerkzaamheden.
Als de tachometer zich bij het starten in de weergavemodus H bevindt, wisselt
hij automatisch naar de weergavemodus ODO.
De weergavemodus H wordt tijdens het rijden onderdrukt.
400316-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave wisselt naar het setupmenu voor de tachofuncties.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)
5.25
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat CLK rechtsonder op de display wordt weergegeven.
In de weergavemodus CLK wordt de tijd weergegeven.
400319-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave wisselt naar het setupmenu voor de klok.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)
5.26
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat LAP rechtsonder op de display wordt weergegeven.
In de weergavemodus LAP kan met de chronometer maximaal 10 rondetijden worden
gemeten.
Info
Als de rondetijd doorloopt nadat op de knop is ingedrukt zijn 9 geheugenplaatsen bezet.
De 10e ronde moet met de knop worden gemeten.
400320-01
Knop
indrukken.
Start of stopt de tijd.
BEDIENINGSELEMENTEN
19
Knop
indrukken.
Meet de actuele rondetijd, slaat deze op en de chronometer
start de volgende ronde.
Knop 3 5 seconden
indrukken.
De chronometer en rondetijd worden teruggezet.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/ODO (bedrijfsuren)
5.27
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat ODO rechtsonder op de display wordt weergegeven.
In de weergavemodus ODO wordt het totale gereden traject weergegeven.
400317-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
–
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)
5.28
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat TR1 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
De TR1 (tripmaster 1) loopt altijd mee en telt tot 999,9.
Hiermee kan de lengte van het traject tijdens ritten of de afstand tussen twee
tankstops worden gemeten.
TR1 is aan A1 (gemiddelde snelheid 1) en S1 (chronometer 1) gekoppeld.
Info
Als 999,9 wordt overschreden, worden de waarden TR1, A1 en S1 automatisch
teruggezet op 0,0.
400323-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave van TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)
5.29
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat TR2 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
De TR2 (tripmaster 2) loopt altijd mee en telt tot 999,9.
De weergegeven waarde kan handmatig met de knop en de knop
Deze functie is praktisch bij ritten volgens het roadbook.
worden ingesteld.
Info
De waarde TR2 kan ook tijdens het rijden handmatig worden gecorrigeerd met
de knop en de knop .
Als 999,9 wordt overschreden wordt de waarde TR2 automatisch teruggezet op
0,0.
400324-01
Knop
indrukken.
Verhoogt waarde TR2.
Knop
indrukken.
Verlaagt waarde TR2.
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Wist waarde TR2.
BEDIENINGSELEMENTEN
20
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1)
5.30
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat A1 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
A1 (gemiddelde snelheid 1) geeft de gemiddelde snelheid weer op basis van de berekening van TR1 (tripmaster 1) en S1 (chronometer 1) aan.
De berekening van deze waarde wordt geactiveerd met de eerste impuls van de wieltoerentalsensor en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.
400325-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave van TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2)
5.31
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat A2 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
A2 (gemiddelde snelheid 2) geeft de gemiddelde snelheid aan op basis van de actuele
snelheid als de chronometer S2 (chronometer 2) loopt.
Info
De weergegeven waarde kan afwijken van de daadwerkelijke gemiddelde snelheid als S2 na het rijden niet is gestopt.
400326-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
–
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)
5.32
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat S1 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
S1 (chronometer 1) geeft de rijsnelheid weer op basis van TR1 en loopt verder als een
impuls wordt ontvangen van de wieltoerentalsensor.
De berekening van deze waarde start met de eerste impuls van de wieltoerentalsensor
en eindigt 3 seconden na de laatste impuls.
400327-01
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave van TR1, A1 en S1 worden op 0,0 gezet.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
BEDIENINGSELEMENTEN
21
Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)
5.33
–
Knop zo vaak kort indrukken totdat S2 rechtsboven op de display wordt weergegeven.
S2 (chronometer 2) is een met de hand te bedienen chronometer.
Als S2 op de achtergrond loopt, knippert de weergave S2 op de display van de tachometer.
400328-01
Knop
indrukken.
Start of stopt S2.
Knop
indrukken.
Geen functie
Knop 3 5 seconden
indrukken.
Weergave van S2 en A2 worden op 0,0 gezet.
Knop kort
indrukken.
Volgende weergavemodus
Functieoverzicht
Weergave
Knop
indrukken.
Weergavemodus
SPEED/H (bedrijfsuren)
Geen functie
Weergavemodus
SPEED/CLK (tijd)
Knop
indrukken.
Knop 3 - 5 seconden
indrukken.
Knop
kort indrukken.
Geen functie
Weergave wisselt naar
het setupmenu voor de
tachofuncties.
Volgende weergavemodus
Geen functie
Geen functie
Weergave wisselt naar
het setupmenu voor de
klok.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/LAP (rondetijd)
Start of stopt de tijd.
Meet de actuele rondetijd, slaat deze op en
de chronometer start de
volgende ronde.
De chronometer en rondetijd worden teruggezet.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/ODO
(bedrijfsuren)
Geen functie
Geen functie
–
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/TR1
(tripmaster 1)
Geen functie
Geen functie
Weergave van TR1, A1
en S1 worden op 0,0
gezet.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/TR2
(tripmaster 2)
Verhoogt waarde TR2.
Verlaagt waarde TR2.
Wist waarde TR2.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/A1 (gemiddelde
snelheid 1)
Geen functie
Geen functie
Weergave van TR1, A1
en S1 worden op 0,0
gezet.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/A2 (gemiddelde
snelheid 2)
Geen functie
Geen functie
–
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/S1
(chronometer 1)
Geen functie
Geen functie
Weergave van TR1, A1
en S1 worden op 0,0
gezet.
Volgende weergavemodus
Weergavemodus
SPEED/S2
(chronometer 2)
Start of stopt S2.
Geen functie
Weergave van S2 en A2
worden op 0,0 gezet.
Volgende weergavemodus
Overzicht voorwaarden voor activeerbaarheid
Weergave
Weergavemodus SPEED/H (bedrijfsuren)
De motorfiets staat
stil.
Menu activeerbaar
•
Weergavemodus SPEED/CLK (tijd)
•
Weergavemodus SPEED/LAP (rondetijd)
•
Weergavemodus SPEED/TR1 (tripmaster 1)
•
Weergavemodus SPEED/TR2 (tripmaster 2)
•
Weergavemodus SPEED/A1 (gemiddelde snelheid 1)
•
Weergavemodus SPEED/A2 (gemiddelde snelheid 2)
•
BEDIENINGSELEMENTEN
22
Overzicht voorwaarden voor activeerbaarheid
Weergave
De motorfiets staat
stil.
Menu activeerbaar
Weergavemodus SPEED/S1 (chronometer 1)
•
Weergavemodus SPEED/S2 (chronometer 2)
•
Brandstofkraan
5.34
De brandstofkraan bevindt zich aan de linkerzijde van de brandstoftank.
Met de draaigreep  aan de brandstofkraan kan men de brandstoftoevoer naar de carburateur openen of sluiten.
Mogelijke toestanden
• Brandstoftoevoer gesloten OFF – Nu kan er geen brandstof van de tank naar de carburateur stromen.
• Brandstoftoevoer geopend ON – Nu kan er brandstof van de tank naar de carburateur stromen. De brandstof in de tank wordt tot op de reserve verbruikt.
• Toevoer reservebrandstof geopend RES – Nu kan er brandstof van de tank naar de
carburateur stromen. De brandstof in de tank wordt volledig verbruikt.
601157-10
Tankdop openen
5.35
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
303520-10
Ontgrendelknop  indrukken, tankdop tegen de klok in draaien en naar boven toe
afnemen.
BEDIENINGSELEMENTEN
23
Tankdop sluiten
5.36
–
Tankdop opzetten met de klok mee draaien tot de ontgrendelknop  vastklikt.
Info
Erop letten dat de slang voor het ontluchten van de brandstoftank  niet
knikt.
303521-10
Choke (EXC AUS, XC-W)
5.37
De chokeknop  is aan de linkerzijde van de carburateur aangebracht.
Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een opening vrijgegeven
waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen. Daardoor ontstaat een rijker mengsel
van brandstof en lucht dat voor de koude start nodig is.
Info
Bij een warme motor moet de chokefunctie zijn gedeactiveerd.
B00004-10
Mogelijke toestanden
• Chokefunctie geactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag uitgetrokken.
• Chokefunctie gedeactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag ingedrukt.
Versnellingshendel
5.38
De versnellingshendel  is aan de linkerzijde van de motor gemonteerd.
B00005-10
De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op de afbeelding.
De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnelling.
B00005-12
Kickstarter
5.39
De kickstarter  is aan de rechterzijde van de motor aangebracht. De bovenste deel
kan worden gezwenkt.
B00006-10
BEDIENINGSELEMENTEN
24
Rempedaal
5.40
Het rempedaal  bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
B00007-10
Zijstandaard
5.41
De zijstandaard  bevindt zich aan de linker voertuigzijde.
B00085-10
De zijstandaard wordt gebruikt voor het neerzetten van de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard  omhoog worden geklapt en met de
rubberband  worden geborgd.
B00086-10
Stuurslot (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.42
Het stuurslot  is aan de linkerzijde van het balhoofd aangebracht.
Met het stuurslot kan het stuur worden geblokkeerd. Sturen en rijden is dan niet meer
mogelijk.
B00084-10
Stuur vergrendelen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.43
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
–
Voertuig parkeren.
–
Het stuur volledig naar rechts draaien.
–
Sleutel in het stuurslot steken, naar links draaien, indrukken en naar rechts
draaien. Sleutel eruit trekken.
Het stuur kan niet meer worden bewogen.
Info
De sleutel nooit in het stuurslot laten steken.
400732-01
BEDIENINGSELEMENTEN
25
Stuur ontgrendelen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
5.44
–
Sleutel in het stuurslot steken, naar links draaien, uittrekken en naar rechts
draaien. Sleutel eruit trekken.
Het stuur kan weer worden bewogen.
Info
De sleutel nooit in het stuurslot laten steken.
400731-01
INBEDRIJFNAME
26
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname
6.1
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Gevaar door onvoldoende rijvaardigheid.
–
Het voertuig niet gebruiken, wanneer u door consumptie van alcohol, medicijnen of drugs of door lichamelijke of psychische beperkingen niet in staat bent veilig aan het verkeer deel te nemen.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
–
Tijdens het rijden altijd beschermende kleding (helm, laarzen, handschoenen, broek en jack met bescherming) dragen.
Erop letten dat de beschermende kleding zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Beperking van het rijgedrag door verschillende bandprofielen aan voor- en achterwiel.
–
Voor- en achterwiel moeten altijd zijn uitgerust met banden met een gelijksoortig profiel, anders kan de motor oncontroleerbaar worden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Kritiek rijgedrag door niet aangepaste rijwijze.
–
De rijsnelheid aan de rijwegsituatie en uw rijvaardigheid aanpassen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar voor ongevallen door het meenemen van een bijrijder.
–
Uw voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. Neem geen bijrijder mee.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken. De achterwielrem kan door oververhitting
uitvallen. De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt remmen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag.
–
Het maximale totaalgewicht en asbelasting nooit overschrijden.
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Info
Houd er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatig lawaai.
–
Verzeker u ervan dat de afleveringsinspectie is uitgevoerd door een geautoriseerde KTM-garage.
–
Voordat u voor het eerst gaat rijden moet u de volledige bedieningshandleiding goed doorlezen.
–
Erop letten dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen.
–
Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (
U ontvangt het afleveringsdocument en serviceboekje bij de overdracht van het voertuig.
(XC-W)
– Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Vrije slag van de remhendel instellen. (
pag. 66)
pag. 69)
pag. 69)
–
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
–
Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
–
Oefen voordat u een grotere rit gaat maken eerst op een daarvoor geschikt terrein, zodat u gewend raakt aan het besturen van de
motorfiets.
x(
pag. 73)
x(
pag. 95)
Info
Geadviseerd wordt bij het rijden op het terrein iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.
–
Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.
INBEDRIJFNAME
27
–
Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan.
–
Houd tijdens het rijden het stuur met beide handen vast en laat uw voeten op de voetsteunen rusten.
–
Als u bagage meeneemt moet deze veilig worden vastgezet, zo veel mogelijk in het midden van het voertuig en het gewicht moet
gelijkmatig zijn verdeeld over het voor- en achterwiel.
Info
Motorfietsen zijn gevoelig voor veranderingen in de gewichtsverdeling.
–
Neem het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximale asbelasting in acht.
Voorgeschreven waarde
–
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Spaakspanning controleren. (
pag. 81)
Info
De spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.
–
Motor inrijden.
Motor inrijden
6.2
–
Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motorvermogen
–
tijdens de eerste 3 bedrijfsuren
< 70 %
tijdens de eerste 5 bedrijfsuren
< 100 %
Vol gas geven vermijden!
Voertuig voorbereiden op zwaardere rijomstandigheden
6.3
–
Als motorfietsen onder zwaardere rijomstandigheden worden gebruikt kunnen componenten zoals aandrijfsysteem of remmen sneller slijten dan gemiddeld. Daarom kan het nodig zijn onderhoud uit te voeren of slijtageonderdelen te vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
Zwaardere rijomstandigheden zijn:
– Rijden op droog zand. ( pag. 27)
–
Rijden op nat zand. (
–
Rijden op natte en modderige circuits. (
–
Rijden bij hoge temperaturen en langzaam rijden. (
–
Rijden bij lage temperaturen en sneeuw. (
pag. 28)
pag. 29)
pag. 30)
pag. 30)
Voorbereidingen voor rijden op droog zand
6.4
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
INBEDRIJFNAME
28
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 58)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Stofbescherming voor luchtfilter monteren.
Stofbescherming voor luchtfilter (59006019000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
600869-01
–
Zandbescherming voor luchtfilter monteren.
Zandbescherming voor luchtfilter (59006022000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
600871-01
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 127)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet insmeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 10 rij-uren vervangen.
Voorbereidingen voor rijden op nat zand
6.5
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 58)
INBEDRIJFNAME
29
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
600870-01
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 127)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet insmeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 10 rij-uren vervangen.
Voorbereidingen voor rijden op natte en modderige circuits
6.6
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 58)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Info
600870-01
600868-01
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Staalkettingwiel monteren.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
pag. 100)
INBEDRIJFNAME
30
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperaturen en langzaam rijden
6.7
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 58)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.
Info
De motorolie wordt snel heet, als de koppeling wegens een te lange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
600868-01
pag. 127)
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 89)
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperaturen en sneeuw
6.8
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 58)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
600870-01
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
RIJ-INSTRUCTIES
31
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname
7.1
Info
Voor iedere rit de toestand van het voertuig controleren en vaststellen of deze verkeersveilig is.
Tijdens het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
–
Transmissieoliepeil controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
–
Werking van het remsysteem controleren.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
–
Vervuiling van de ketting controleren. (
–
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
–
Kettingspanning controleren. (
–
Toestand van de banden controleren. (
–
Bandenspanning controleren. (
–
Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (
–
Vorkpoten ontluchten. (
–
Luchtfilter controleren.
–
Instelling en bedieningsgemak van alle bedieningselementen controleren.
–
Regelmatig controleren of alle schroeven, moeren en slangklemmen goed vastzitten.
–
Stand van de koplamp controleren.
pag. 97)
pag. 70)
pag. 74)
pag. 71)
pag. 75)
pag. 89)
pag. 61)
pag. 62)
pag. 62)
pag. 80)
pag. 81)
pag. 46)
pag. 45)
Starten
7.2
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of
laten draaien zonder een geschikte afzuiginstallatie.
Aanwijzing
Beschadiging aan de motor Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Motor altijd met een laag toerental warmrijden.
Info
Als de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De licht ontvlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat.
Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten.
Stilstand van motorfiets van meer dan 1 week
– Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
–
x(
pag. 94)
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand ON draaien. (afbeelding 601157-10
Nu kan er brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen.
–
Motorfiets van de bok nemen.
–
Versnelling in vrij schakelen.
(200 EXC AUS)
– Noodstopschakelaar in de stand
schakelen.
(250/300 EXC AUS)
– Noodstopschakelaar in de stand
schakelen.
Motor koud
(EXC EU, EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition)
– Chokehendel tot de aanslag trekken.
pag. 22)
RIJ-INSTRUCTIES
32
(EXC AUS, XC-W)
– Chokeknop tot de aanslag uittrekken.
–
E-startknop indrukken of de kickstarter volledig en krachtig intrappen.
Info
Geen gas geven.
Beginnen met rijden
7.3
Info
Voordat u gaat rijden met een voertuig met lichtsysteem, schakelt u het licht in. Zo kunt u andere verkeersdeelnemers eerder
zien.
Tijdens het rijden moet de zijstandaard omhoog worden geklapt en met de rubberband geborgd zijn.
–
Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig voorzichtig gas geven.
Schakelen, rijden
7.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij hoog motortoerental leidt tot blokkeren van het achterwiel.
–
Niet bij hoog motortoerental terugschakelen naar een lagere versnelling. De motor wordt overbelast en het achterwiel kan
blokkeren.
Info
Als u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, moet u meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met een
geautoriseerde KTM-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
–
Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gelijktijdig koppelingshendel trekken, in de volgende versnelling zetten, koppelingshendel vrijgeven en gas geven.
–
Als de chokefunctie is geactiveerd moet u deze deactiveren als de motor warm is.
–
Na het bereiken van de maximale snelheid door het volledig opendraaien van de gashendel deze terugdraaien op ¾ gas. De snelheid vermindert nauwelijks, maar het brandstofgebruik wordt sterk verlaagd.
–
Altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken - abrupt opendraaien van de gashendel verhoogt het
verbruik.
–
Voor het terugschakelen van de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
–
Koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas geven of nog een
keer schakelen.
–
De motor uitzetten als de motorfiets langere tijd stationair draait of stilstaat.
Voorgeschreven waarde
≥ 2 min
–
Voorkom veelvuldig gebruik en langdurig slepen van de koppeling. Hierdoor wordt de motorolie verwarmd en dus ook de motor en
het koelsysteem.
–
Met een lager toerental rijden in plaats van met een hoger toerental en slepende koppeling.
Afremmen
7.5
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Te sterk afremmen leidt tot blokkering van de wielen.
–
De wijze van remmen aanpassen aan de rijsituatie en rijwegsituatie.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door poreus drukpunt van de voor- en/of achterwielrem.
–
Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde remmen.
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
RIJ-INSTRUCTIES
33
–
Op een zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt.
–
Het remmen moet altijd voor begin van de bocht zijn afgerond. Schakel daarbij ook naar een lagere versnelling afhankelijk van de
snelheid.
Stoppen, parkeren
7.6
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden tijdens het rijden zeer heet.
–
Hete onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, schokdempers en remmen niet aanraken. De onderdelen eerst laten
afkoelen voordat u met werkzaamheden aan deze onderdelen begint.
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
Aanwijzing
Schade aan materiaal Beschadiging en vernietiging van componenten door overmatige belasting.
–
De zijstandaard is alleen geschikt voor het gewicht van de motorfiets. Ga niet op de motorfiets zitten als hij op de zijstandaard
staat. De zijstandaard of het frame kunnen beschadigen en de motorfiets kan omvallen.
–
Motorfiets afremmen.
–
Versnelling in vrij schakelen.
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Stopknop bij stationair toerental van de motor indrukken, totdat de motor stilstaat.
(XC-W)
– Stopknop
bij stationair toerental van de motor indrukken, totdat de motor stilstaat.
–
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
–
Motorfiets op vaste ondergrond plaatsen.
Brandstof tanken
7.7
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
Motor uitzetten.
RIJ-INSTRUCTIES
34
–
Tankdop openen. (
–
Brandstoftank met brandstof vullen tot maximaal maat .
pag. 22)
Voorgeschreven waarde
Maat 
A
400382-10
–
35 mm
Brandstoftankinhoud totaal
ca. (EXC EU,
EXC SIX DAYS,
EXC Factory Edition)
9,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:60) ( pag. 126)
Brandstoftankinhoud totaal ca.
(EXC AUS, XC-W)
11,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:60) ( pag. 126)
Motorolie 2-takt (
pag. 125)
Tankdop sluiten. (
pag. 23)
SERVICESCHEMA
35
Serviceschema
8.1
S20A
S40A
Werking van de elektrische installatie controleren.
•
•
Accu controleren en laden.
x (alle 250/300 modellen)
Transmissieolie verversen. x ( pag. 97)
•
•
•
•
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
pag. 71)
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
Remschijven controleren. (
pag. 75)
pag. 70)
Remkabels controleren op beschadiging en lekkage.
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
Vrije slag van het rempedaal controleren. (
Frame en achterbrug controleren.
Achterbruglagers controleren.
pag. 74)
pag. 73)
x
•
x
Zwenklager op schokdemper boven en onder controleren.
Toestand van de banden controleren. (
x
pag. 80)
•
•
•
•
Bandenspanning controleren. (
pag. 81)
•
•
Wiellagers op speling controleren.
x
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Wielnaven controleren.
x
Velgslag controleren. x
Spaakspanning controleren. (
pag. 81)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
Kettingspanning controleren. (
pag. 62)
•
•
Alle bewegende onderdelen (bijv. zijstandaard, hendels, ketting, ...) smeren en controleren of ze gemakkelijk
bewegen.
pag. 62)
•
•
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren. (
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
Vrije slag van de remhendel controleren. (
Speling balhoofdlager controleren. (
Bougie en bougiedop vervangen.
Inlaatmembraan controleren.
pag. 69)
pag. 53)
x
x
Uitlaatregeling op goede werking en soepelheid controleren.
Koppeling controleren.
pag. 66)
pag. 70)
•
x
•
x
Alle slangen (bijv. brandstof-, radiateur-, ontluchting-, drainageslangen, ...) en manchetten controleren op scheuren, dichtheid en correcte legging.
•
•
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (
•
•
x
pag. 88)
•
•
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikvrije legging en instelling.
•
•
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
•
•
•
•
•
•
Kabels controleren op beschadiging en knikvrije legging.
x(
x
pag. 58)
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen.
x(
pag. 59)
Controleren of de schroeven en moeren goed vastzitten.
x
Stand van de koplamp controleren. (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS) (
•
•
Stationair controleren.
•
•
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.
•
•
Service op KTM DEALER.NET invoeren en noteren in het serviceboekje.
•
•
S20A: om de 20 rij-uren
S40A: om de 40 rij-uren / na iedere race
x
pag. 86)
SERVICESCHEMA
36
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht)
8.2
S10N
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.
S40A
S80A
•
x
Remvloeistof van de achterwielrem vervangen.
J1A
•
x
•
Afdichtingsmanchetten voetremcilinder vervangen.
x
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen. x ( pag. 67)
Balhoofdlager insmeren. x ( pag. 54)
Carburateurcomponenten controleren/instellen. x
Voorvorkservice uitvoeren. x
Schokdemperservice uitvoeren. x
Starttandwiel controleren. x (alle 250/300 modellen)
Zuiger vervangen en cilinder controleren. x (alle 125 modellen)
Zuiger vervangen en cilinder controleren. x (alle 200/250/300 modellen)
Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervangen. x
Aandrijving en versnelling controleren. x
Alle motorlagers vervangen. x
S10N: eenmalig na 10 rij-uren
S40A: om de 40 rij-uren
S80A: om de 80 rij-uren / om de 40 rij-uren bij gebruik voor sportdoeleinden
J1A: jaarlijks
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
CHASSIS AFSTELLEN
37
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
9.1
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
–
Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en om beschadiging
aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame te voorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten passen bij het gewicht van de bestuurder.
–
KTM offroad-motorfietsen zijn in de leveringstoestand ingesteld op een standaard
gewicht van een bestuurder (met complete veiligheidskleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard rijgewicht
75… 85 kg
–
Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet de basisinstelling van
de veringscomponenten worden aangepast.
–
Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van de veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingen moet een aangepaste vering
worden gemonteerd.
401030-01
Ingaande demping schokdemper
9.2
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken, high speed en low speed.
High- en low speed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De high speed-instelling is van invloed op de landing na een sprong. Het achterwiel veert daarbij snel in.
De low speed-instelling is van invloed op het rijden over lange hobbels op de ondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
De beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high en low speed is echter vloeiend. Daarom zijn wijzigingen in
het high speed-bereik van de ingaande demping ook van invloed op het low speed-bereik en omgekeerd.
Ingaande demping high speed voor schokdemper instellen
9.3
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De high speed-instelling toont haar werking bij het snel inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een dopsleutel met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
100867-10
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1,25 omwentelingen
CHASSIS AFSTELLEN
38
(alle 250/300 modellen)
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1,25 omwentelingen
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Ingaande demping low speed voor schokdemper instellen
9.4
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De low speed-instelling toont haar werking bij het langzaam tot normaal inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een schroevendraaier met de klok mee draaien tot de laatste
voelbare klik.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
400209-10
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Ingaande demping low speed
Comfort
22 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
15 klikken
(alle 250/300 modellen)
Ingaande demping low speed
Comfort
22 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
15 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Uitgaande demping schokdemper instellen
9.5
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
CHASSIS AFSTELLEN
39
–
Stelschroef  tot de laatste voelbare klik met de klok mee draaien.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Uitgaande demping
400210-10
Comfort
26 klikken
Standaard
24 klikken
Sport
22 klikken
(alle 250/300 modellen)
Uitgaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
24 klikken
Sport
22 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
Maat achterwiel zonder belasting bepalen
9.6
A
0
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Een zo verticaal mogelijke afstand tussen de achterwielas en een vast punt meten,
bijv. een markering aan de zijbekleding.
–
Waarde als maat  noteren.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 45)
pag. 45)
400988-10
Statische veerweg schokdemper controleren
9.7
A
0
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
De motorfiets met behulp van iemand die assisteert verticaal houden.
–
Opnieuw de afstand meten tussen de achterwielas en het vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
pag. 39)
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
Statische veerweg controleren.
(Alle 125/200 modellen)
Statische veerweg
35 mm
(alle 250/300 modellen)
B
0
400989-10
Statische veerweg
»
35 mm
Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegeven maat:
–
Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
x(
pag. 40)
CHASSIS AFSTELLEN
40
Dynamische veerweg schokdemper controleren
9.8
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt, gaat de bestuurder met
volledige veiligheidskleding in een normale zitpositie (voeten op de voetsteunen) op
de motorfiets zitten en beweegt enkele keren op en neer.
–
Een andere persoon meet nu opnieuw de afstand tussen de achterwielas en het
vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
A
0
pag. 39)
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
Dynamische veerweg controleren.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
C
0
Dynamische veerweg
105 mm
(alle 250/300 modellen)
Dynamische veerweg
400990-10
»
Als de dynamische veerweg afwijkt van de voorgeschreven maat:
–
Veervoorspanning schokdemper instellen
9.9
105 mm
Dynamische veerweg instellen.
x(
pag. 41)
x
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Voordat u de veervoorspanning wijzigt moet u de momentele instelling noteren - bijv. de veerlengte meten.
2
1
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
–
Schroef  losdraaien.
–
Stelring  draaien tot de veer volledig ontspannen is.
x(
pag. 55)
Combinatiesleutel (50329080000)
A
Haaksleutel (T106S)
–
Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
–
Veer door het draaien van de stelring  op de aangegeven maat  spannen.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Veervoorspanning
6 mm
(alle 250/300 modellen)
Veervoorspanning
8 mm
Info
Afhankelijk van de statische resp. dynamische veerweg kan een hogere of
lagere veervoorspanning nodig zijn.
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
400216-10
Schroef stelring schokdemper
–
Schokdemper inbouwen.
x(
M6
pag. 55)
5 Nm
CHASSIS AFSTELLEN
Dynamische veerweg instellen
9.10
41
x
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
–
Een passende veer kiezen en monteren.
x(
pag. 55)
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
69 N/mm
(alle 250/300 modellen)
B00292-10
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenzijde van de veer.
–
Schokdemper inbouwen.
–
Statische veerweg van de schokdemper controleren. (
–
Dynamische veerweg van de schokdemper controleren. (
–
Uitgaande demping van de schokdemper instellen. (
x(
pag. 55)
pag. 39)
pag. 40)
pag. 38)
Basisinstelling voorvork controleren
9.11
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
–
Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen net als bij de schokdemper door de veervoorspanning worden gecompenseerd.
–
Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij het inveren) moeten
beslist hardere vorkveren worden gemonteerd om beschadiging aan voorvork en
frame te voorkomen.
401000-01
Ingaande demping voorvork instellen
9.12
Info
De hydraulische ingaande demping bepaalt het gedrag bij het inveren van de voorvork.
–
Schermkappen  verwijderen.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het onderste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
100020-10
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
CHASSIS AFSTELLEN
42
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Ingaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
18 klikken
(alle 250/300 modellen)
Ingaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
18 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het inveren.
–
Schermkappen  monteren.
Uitgaande demping voorvork instellen
9.13
Info
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het bovenste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
800017-10
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
20 klikken
(alle 250/300 modellen)
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
20 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
Veervoorspanning voorvork instellen
9.14
–
Stelschroeven tegen de klok in draaien tot de aanslag.
Info
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
800015-10
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal draaiingen met de klok mee terugdraaien.
CHASSIS AFSTELLEN
43
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Veervoorspanning - Preload Adjuster
Comfort
0 omwenteling
Standaard
2 omwentelingen
Sport
4 omwentelingen
(alle 250/300 modellen)
Veervoorspanning - Preload Adjuster
Comfort
0 omwenteling
Standaard
2 omwentelingen
Sport
4 omwentelingen
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de veervoorspanning, draaien tegen de
klok in verlaagt de veervoorspanning.
Het instellen van de veervoorspanning heeft geen invloed op de instelling
van de uitgaande demping.
Bij een hogere veervoorspanning moet er ook altijd een hogere uitgaande
demping worden ingesteld.
Stuurpositie
9.15
Aan de bovenste kroonplaat bevinden zich twee boringen op een afstand  van elkaar.
Afstand boringen A
15 mm
De boringen op de stuuradapter zijn op een afstand  van het midden geplaatst.
0
A
B
0
A
0
B
0
Afstand boringen B
3,5 mm
Het stuur kan in vier verschillende posities worden gemonteerd. Daardoor is het mogelijk, het stuur in de voor de bestuurder meest aangename positie te zetten.
400223-11
Stuurpositie instellen
9.16
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gebroken stuur.
–
Als het stuur wordt gebogen of uitgelijnd, treedt er materiaalmoeheid op en kan het stuur breken. Stuur altijd vervangen.
0
1
2
0
1
0
0
2
–
Schroeven  verwijderen. Stuurklemmen verwijderen. Stuur verwijderen en opzijleggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
–
Schroeven  verwijderen. Stuuradapter verwijderen.
–
Stuuradapter in de gewenste positie zetten. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
400223-10
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Info
Stuuradapter links en rechts gelijkmatig positioneren.
–
Stuur positioneren.
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen goed zijn gelegd.
Loctite® 243™
CHASSIS AFSTELLEN
44
–
Stuurklemmen positioneren. Schroeven  monteren en gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
45
Motorfiets met hefbok opkrikken
10.1
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Motorfiets bij frame onder de motor opkrikken.
Hefbok (54829055000)
De wielen mogen de bodem niet meer aanraken.
B00011-10
–
Motorfiets beveiligen tegen omvallen.
Motorfiets van hefbok nemen
10.2
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
–
Motorfiets van hefbok nemen.
–
Hefbok verwijderen.
–
Voor het neerzetten van de motorfiets de zijstandaard  met de voet op de grond
duwen en belasten met de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard omhoog worden geklapt en met de
rubberband vastgezet zijn.
B00085-10
Vorkpoten ontluchten
10.3
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
pag. 45)
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Ontluchtingsschroeven  kort verwijderen.
Eventueel aanwezige overdruk verdwijnt uit de binnenruimte van de voorvork.
–
Ontluchtingsschroeven monteren en vastdraaien.
303391-10
(XC-W)
– Ontluchtingsschroeven  kort verwijderen.
Eventueel aanwezige overdruk verdwijnt uit de binnenruimte van de voorvork.
–
–
303637-10
Ontluchtingsschroeven monteren en vastdraaien.
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 45)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
46
Vuilschrapers vorkpoten reinigen
10.4
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Voorvorkprotector losmaken. (
–
Vuilschraper  aan beide vorkpoten naar beneden schuiven.
pag. 45)
pag. 46)
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grove vervuiling van de vorkstangen. In de
loop van de tijd kan er vuil achter te vuilschrapers terechtkomen. Als deze
vervuiling niet wordt verwijderd kunnen de daarachter liggende oliekeerringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
500088-10
–
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen
met een remmenreiniger.
Vuilschrapers en de binnenbuis van de voorvork aan beide vorkpoten reinigen en
insmeren met olie.
Universele oliespray (
pag. 128)
–
Vuilschrapers terugduwen in de montagepositie.
–
Overtollige olie verwijderen.
–
Voorvorkprotector positioneren. (
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroeven  en klem verwijderen.
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
pag. 46)
pag. 45)
Voorvorkprotector losmaken
10.5
B00013-11
Voorvorkprotector positioneren
10.6
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Remkabel positioneren. Klem opzetten, schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00013-10
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Vorkpoten demonteren
10.7
47
x
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Koplampkap met koplamp inbouwen. (
pag. 85)
–
Voorwiel uitbouwen.
–
Schroeven  verwijderen en klem verwijderen.
–
Kabelbinders  verwijderen.
–
Schroeven  en remklauw verwijderen.
–
Remklauw met remkabel spanningsloos opzijhangen.
x(
pag. 78)
303390-10
(EXC EU/AUS)
– Schroeven  losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
303392-10
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
– Schroeven  losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
303394-10
Vorkpoten monteren
10.8
x
(XC-W)
– Vorkpoten positioneren.
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenrand
van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
303637-10
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Vorkpoten positioneren.
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenrand
van de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
303391-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
48
(EXC EU/AUS)
– Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
20 Nm
M8
15 Nm
M8
17 Nm
M8
12 Nm
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
303392-11
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
– Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
303394-11
–
Remklauw positioneren en schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
303390-11
Voorvorkprotector demonteren
10.9
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Kabelbinder  monteren.
–
Remkabel en kabelboom positioneren. Klem opzetten, schroeven  monteren en
vastdraaien.
–
Voorwiel inbouwen.
x(
pag. 78)
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Koplampkap met koplamp inbouwen. (
pag. 85)
x
–
Vorkpoten demonteren.
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
x(
pag. 47)
500105-10
Voorvorkprotector monteren
10.10
x
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
M6
10 Nm
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
500105-10
–
Vorkpoten monteren.
x(
M6
pag. 47)
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Onderste kroonplaat demonteren
10.11
49
x (EXC EU/AUS)
–
Vorkpoten demonteren.
x(
pag. 47)
–
Spatbord voor demonteren. (
pag. 55)
–
Schroeven  verwijderen en CDI-unit opzijhangen.
Info
CDI-unit aangesloten laten.
–
Schroef  verwijderen. Schroef  losdraaien. Bovenste kroonplaat met stuur verwijderen en opzijleggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
303533-10
–
Afdichtring  verwijderen.
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
–
Bovenste balhoofdlager verwijderen.
500150-10
Onderste kroonplaat demonteren
10.12
x (EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
(XC-W)
– Startnummerbord demonteren. (
pag. 54)
–
Vorkpoten demonteren.
x(
pag. 47)
–
Spatbord voor demonteren. (
pag. 55)
–
Schroeven  verwijderen en CDI-unit opzijhangen.
Info
CDI-unit aangesloten laten.
–
Schroef  verwijderen. Schroef  verwijderen, bovenste kroonplaat met stuur verwijderen en opzij leggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
303519-10
303531-10
–
Keerring  verwijderen. Afdichtring  verwijderen.
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
–
Bovenste balhoofdlager verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Onderste kroonplaat monteren
10.13
50
x (EXC EU/AUS)
–
Lagers en afdichtingselementen reinigen, op beschadiging controleren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (
2
0
1
0
pag. 127)
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofdlager monteren.
–
Controleren of de balhoofdring boven  correct is gepositioneerd.
–
Beschermring  opschuiven.
–
Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Koppelingskabel, kabelboom en CDI-unit positioneren. Schroeven  monteren en
vastdraaien.
500151-10
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
303533-11
–
Vorkpoten positioneren.
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenzijde van
de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
303524-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
M8
15 Nm
M20x1,5
10 Nm
303527-10
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
303525-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
51
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
M8
20 Nm
M8
20 Nm
303526-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
303528-10
–
Remklauw positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
303390-12
Onderste kroonplaat monteren
10.14
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Kabelbinder  monteren.
–
Remkabel, kabelboom en klem positioneren. Schroeven  monteren en
vastdraaien.
–
Spatbord voor inbouwen. (
–
Koplampkap met koplamp inbouwen. (
–
Voorwiel inbouwen.
–
Controleren of de kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelingskabel vrij kunnen
bewegen en of ze goed zijn gelegd.
–
Speling balhoofdlager controleren. (
x(
pag. 55)
pag. 85)
pag. 78)
pag. 53)
x (EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
–
Lagers en afdichtingselementen reinigen, op beschadiging controleren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (
3
0
2
0
1
0
303408-01
pag. 127)
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofdlager monteren.
–
Controleren of de balhoofdring boven  correct is gepositioneerd.
–
Afdichtring  en keerring  erop schuiven.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
52
–
Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Koppelingskabel, kabelboom en CDI-unit positioneren. Schroeven  monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
303518-10
–
Vorkpoten positioneren.
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenzijde van
de bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
303517-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
M8
12 Nm
M20x1,5
10 Nm
303532-10
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
303529-10
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
M8
17 Nm
Loctite® 243™
303530-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
303532-11
M8
17 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
53
Remklauw positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
303390-13
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Kabelbinder  monteren.
–
Remkabel, kabelboom en klem positioneren. Schroeven  monteren en
vastdraaien.
–
Spatbord voor inbouwen. (
pag. 55)
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition)
– Koplampkap met koplamp inbouwen. (
(XC-W)
– Startnummerbord inbouwen. (
pag. 85)
pag. 54)
–
Voorwiel inbouwen.
–
Controleren of de kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelingskabel vrij kunnen
bewegen en of ze goed zijn gelegd.
–
Speling balhoofdlager controleren. (
x(
pag. 78)
pag. 53)
Speling balhoofdlager controleren
10.15
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Onveilig rijgedrag door een niet correcte balhoofdspeling.
–
Balhoofdspeling meteen instellen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Als voor langere tijd met speling in het balhoofdlager wordt gereden beschadigen de lagers en daardoor ook de lagerhouders in
het frame.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Stuur in rechtuitstand zetten. Vorkpoten in rijrichting voor- en achteruit bewegen.
pag. 45)
Er mag geen speling voelbaar zijn bij het balhoofd.
»
Als er een voelbare speling optreedt:
–
–
Speling balhoofdlager instellen.
x(
pag. 53)
Stuur over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.
Het stuur moet gemakkelijk over het volledige bereik kunnen bewegen. Er mogen
geen blokkeringen worden gevoeld.
400738-11
Speling balhoofdlager instellen
10.16
»
Als blokkeringen voelbaar zijn:
–
Speling balhoofdlager instellen.
–
Balhoofdlager controleren en indien nodig vervangen.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
x(
pag. 53)
pag. 45)
x
pag. 45)
(EXC EU/AUS)
– Schroeven  en  losdraaien.
–
Schroef  losdraaien en weer vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Met een kunststof hamer zacht op de bovenste kroonplaat kloppen, om spanning te voorkomen.
–
Schroeven  vastdraaien.
303523-10
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
20 Nm
M8
20 Nm
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
54
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
– Schroeven  losdraaien. Schroef  verwijderen.
–
Schroef  losdraaien en weer vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Met een kunststof hamer zacht op de bovenste kroonplaat kloppen, om spanning te voorkomen.
–
Schroeven  vastdraaien.
303522-10
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
17 Nm
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
–
Balhoofdlager insmeren
10.17
M8
Speling balhoofdlager controleren. (
17 Nm
Loctite® 243™
pag. 53)
x
(EXC EU/AUS)
– Onderste kroonplaat demonteren.
x ( pag. 49)
– Onderste kroonplaat monteren. x ( pag. 50)
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition, XC‑W)
– Onderste kroonplaat demonteren. x ( pag. 49)
– Onderste kroonplaat monteren. x ( pag. 51)
800010-10
Startnummerbord demonteren (XC-W)
10.18
–
Schroef  verwijderen en klem afnemen.
–
Schroef  verwijderen. Startnummerbord afnemen.
–
Startnummerbord positioneren. Schroef  monteren en vastdraaien.
500123-10
Startnummerbord inbouwen (XC-W)
10.19
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels in het spatbord grijpen.
–
500123-11
Remkabel positioneren. Klem opzetten, schroef  monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
55
Spatbord voor demonteren
10.20
–
Schroeven  verwijderen. Spatbord voor afnemen.
–
Erop letten dat de afstandsbussen blijven zitten.
–
Erop letten dat de afstandsbussen in het spatbord zijn gemonteerd.
–
Spatbord voor positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
500092-10
Spatbord voor inbouwen
10.21
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels grijpen in het startnummerbord.
500092-10
Schokdemper demonteren
10.22
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
pag. 45)
(Alle 125/200 modellen)
– Schroef  verwijderen en het achterwiel met de achterbrug zover laten dalen
dat het achterwiel nog gedraaid kan worden. Achterwiel in deze positie vastzetten.
–
Schroef  verwijderen, spatbescherming  opzij duwen en schokdemper verwijderen.
601156-10
(alle 250/300 modellen)
– Schroef  verwijderen en het achterwiel met de achterbrug zover laten dalen
dat het achterwiel nog gedraaid kan worden. Achterwiel in deze positie vastzetten.
–
Schroef  verwijderen, spatbescherming  opzij duwen en schokdemper verwijderen.
303393-10
Schokdemper inbouwen
10.23
x
(Alle 125/200 modellen)
– Spatbescherming  opzij duwen en schokdemper positioneren. Schroef 
monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
boven
–
M12
80 Nm
Loctite® 2701
80 Nm
Loctite® 2701
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
601156-11
Schroef schokdemper
onder
M12
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
56
Info
De zwenklager voor de schokdemper aan de achterbrug is gecoat met
teflon. Deze mag noch met vet noch met andere glijmiddelen worden
ingesmeerd. Smeermiddelen lossen de tefloncoating op waardoor de
levensduur drastisch wordt verlaagd.
(alle 250/300 modellen)
– Spatbescherming  opzij duwen en schokdemper positioneren. Schroef 
monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
boven
–
M12
80 Nm
Loctite® 2701
80 Nm
Loctite® 2701
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
onder
303393-11
M12
Info
De zwenklager voor de schokdemper aan de achterbrug is gecoat met
teflon. Deze mag noch met vet noch met andere glijmiddelen worden
ingesmeerd. Smeermiddelen lossen de tefloncoating op waardoor de
levensduur drastisch wordt verlaagd.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroef  verwijderen. Het zadel achter optillen, naar achteren trekken en dan
naar boven toe afnemen.
–
Zadel voor aan de flensbus van de brandstoftank vasthaken, achter neerlaten en
tegelijkertijd naar voren schuiven.
–
Controleren of het zadel goed vastzit.
–
Schroef  voor de bevestiging van het zadel monteren en vastdraaien.
pag. 45)
Zadel afnemen
10.24
500080-10
Zadel monteren
10.25
500068-01
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
500080-10
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
57
Afdekking luchtfilterbak demonteren
10.26
–
Afdekking van de luchtfilterbak in gedeelte  zijwaarts eraf trekken en naar voren
toe verwijderen.
–
Afdekking luchtfilterbak in het achterste bereik  vasthaken en in het voorste
bereik  vastzetten.
B00038-10
Afdekking luchtfilterbak monteren
10.27
B00038-11
Luchtfilter demonteren
10.28
x
Aanwijzing
Beschadiging van de motor Ongefilterde aanzuiglucht heeft een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Voertuig nooit zonder luchtfilter gebruiken omdat er dan stof en vervuiling in de motor terecht kunnen komen en dat heeft een
hogere slijtage tot gevolg.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Beugel van de luchtfilterhouder  beneden losmaken en opzij zwenken. Luchtfilter
met luchtfilterhouder afnemen.
–
Luchtfilter van luchtfilterhouder afnemen.
–
Schoon luchtfilter op de luchtfilterhouder monteren.
–
Luchtfilter in bereik  invetten.
pag. 57)
B00039-10
Luchtfilter inbouwen
10.29
x
Duurzaam vet (
301262-10
pag. 127)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
58
Beide onderdelen samen inzetten, positioneren en met de beugel van de luchtfilterhouder  vastzetten.
Info
Als het luchtfilter niet correct is gemonteerd kan er stof en vuil in de motor
terechtkomen en schade veroorzaken.
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
pag. 57)
B00039-10
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen
10.30
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
Luchtfilter niet reinigen met brandstof of petroleum, aangezien deze middelen de schuimstof aanvreten.
–
Luchtfilter demonteren.
–
Luchtfilter in een speciale reinigingsvloeistof grondig wassen en goed laten drogen.
x(
pag. 57)
Reinigingsmiddel voor luchtfilter (
pag. 127)
Info
Luchtfilter alleen uitdrukken, in geen geval uitwringen.
–
Droog luchtfilter insmeren met hoogwaardige filterolie.
Olie voor luchtfilters van schuimstof (
B00325-01
pag. 127)
–
Luchtfilterbak reinigen.
–
Zuigstukken reinigen en controleren of ze niet zijn beschadigd en goed vastzitten.
–
Luchtfilter inbouwen.
x(
pag. 57)
Einddemper demonteren
10.31
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
601155-10
–
Schroeven  verwijderen.
–
Einddemper aan de rubbermof  van de uitlaatbocht trekken.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
59
Einddemper inbouwen
10.32
–
Einddemper met de rubbermof  monteren.
–
Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
601155-11
Glasvezelvulling einddemper vervangen
10.33
x
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
Info
In de loop van de tijd vervluchtigen de vezels van het isolatiemateriaal en verdwijnen naar buiten, de demper "brandt" uit.
Het geluidsniveau wordt hoger en daarnaast verandert de vermogenskarakteristiek.
0
4
1
0
–
Einddemper demonteren. (
–
Schroeven  verwijderen. Binnenbuis  eruit trekken.
–
Glasvezelvulling  van de binnenpoot trekken.
–
Onderdelen die weer worden ingebouwd reinigen.
–
Nieuwe glasvezelvulling  op de binnenpoot monteren.
–
Buitenbuis  over binnenpoot met de nieuwe glasvezelvulling schuiven.
–
Alle schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Einddemper inbouwen. (
pag. 58)
pag. 59)
2
0
3
0
401045-10
Brandstoftank uitbouwen
10.34
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
60
–
Zadel afnemen. (
–
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
(afbeelding 601157-10 pag. 22)
–
Brandstofslang uittrekken.
pag. 56)
Info
Uit de brandstofslang kan nog wat resterende brandstof uitstromen.
–
B00090-10
Schroeven  met flensbus verwijderen.
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Claxon met claxonhouder opzijhangen.
–
Schroef  met flensbus verwijderen.
–
Slang van de brandstoftankontluchting trekken.
–
Beide spoilers naar de zijkant toe van de radiateurbevestiging  trekken en brandstoftank naar boven toe afnemen.
B00033-10
B00032-10
Brandstoftank inbouwen
10.35
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
B00032-01
–
Legging van de gaskabel controleren. (
–
Brandstoftank positioneren en beide spoilers in de zijkant van de radiateurbevestiging hangen.
–
Erop letten dat er geen kabels of bowdenkabels klem raken of worden beschadigd.
pag. 65)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
61
–
Slang voor het ontluchten van de brandstoftank opsteken.
–
Schroef  met flensbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Claxon met claxonhouder positioneren.
B00033-11
–
Schroeven  met flensbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
–
Brandstofslang aansluiten.
–
Zadel monteren. (
–
Ketting controleren op grove vervuiling.
10 Nm
pag. 56)
B00090-11
Vervuiling ketting controleren
10.36
»
Als de ketting erg vuil is:
–
Ketting reinigen. (
pag. 61)
400678-01
Ketting reinigen
10.37
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Smeermiddel op de banden vermindert de grip van de banden.
–
Smeermiddel verwijderen met een geschikt reinigingsmiddel.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De levensduur van de ketting is voor een groot deel afhankelijk van het onderhoud.
–
Ketting regelmatig reinigen en vervolgens met kettingspray behandelen.
Kettingreinigingsmiddel (
Kettingspray offroad (
400725-01
pag. 127)
pag. 127)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
62
Kettingspanning controleren
10.38
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ketting aan het einde van het glijblok naar boven duwen en de kettingspanning 
bepalen.
pag. 45)
Info
Het bovenste deel van de ketting  moet daarbij gespannen zijn.
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Kettingspanning
400213-10
»
Als de kettingspanning niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
–
8… 10 mm
Kettingspanning instellen. (
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 64)
pag. 45)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren
10.39
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Versnelling in vrij schakelen.
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel controleren op slijtage.
»
pag. 45)
Als kettingwiel of ketting-aandrijfwiel ingesleten zijn:
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel vervangen.
x
Info
Ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en ketting moeten altijd samen worden vervangen.
400227-01
–
Aan het bovenste deel van de ketting met het aangegeven gewicht  trekken.
Voorgeschreven waarde
Gewicht voor meting van de kettingslijtage
0
A
–
10… 15 kg
De afstand  van 18 kettingschakels aan het onderste deel van de ketting meten.
Info
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Maximale afstand  op het langste
punt van de ketting
»
1 2 3
Als de afstand  groter is dan de aangegeven maat:
–
B
0
272 mm
Ketting vervangen.
x
Info
16 17 18
400987-10
Als er een nieuwe ketting wordt gemonteerd, moet ook het kettingwiel en het ketting-aandrijfwiel worden vervangen.
Nieuwe kettingen slijten sneller op een oud versleten kettingwiel
en/of ketting-aandrijfwiel.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
Bovenste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
het bovenste glijblok bevindt:
–
–
63
Bovenste glijblok vervangen.
x
Controleren of het bovenste glijblok goed vastzit.
»
Als het bovenste glijblok loszit:
–
Bovenste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
400983-01
–
Onderste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
onderste glijblok bevindt:
–
–
Onderste glijblok vervangen.
x
Controleren of het onderste glijblok goed vastzit.
»
Als het onderste glijblok loszit:
–
Onderste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste glijblok
M8
15 Nm
400986-01
–
Kettinggeleiding controleren op slijtage.
Info
De slijtage is herkenbaar aan de voorzijde van de kettinggeleiding.
»
Wanneer het lichtgekleurde deel van de kettinggeleiding is versleten:
–
Kettinggeleiding vervangen.
x
400985-01
–
Controleren of de kettinggeleiding goed vastzit.
»
Wanneer de kettinggeleiding loszit:
–
Kettinggeleiding vastzetten.
Voorgeschreven waarde
–
100865-10
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 45)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
64
Kettingspanning instellen
10.40
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ketting aan het einde van het glijblok naar boven duwen en de kettingspanning 
bepalen.
pag. 45)
Info
Het bovenste deel van de ketting  moet daarbij gespannen zijn.
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
400213-10
–
Moer  losdraaien.
–
Moeren  losdraaien.
–
Kettingspanning door het draaien van de stelschroeven  links en rechts instellen.
Voorgeschreven waarde
Kettingspanning
8… 10 mm
Stelschroeven  links en rechts zo draaien, dat de markeringen aan de linker en
rechter kettingspanner in dezelfde positie staan t.o.v. referentiemarkeringen .
Zo is het achterwiel correct is uitgelijnd.
–
Moeren  vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
400225-10
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 45)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Kettinggeleiding instellen
10.41
65
x
–
Moer van schroef  verwijderen.
–
Schroeven  en  verwijderen. Kettinggeleiding verwijderen.
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≤ 44 tanden
–
Moer  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  en  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
M6
10 Nm
Moer aan schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≥ 45 tanden
–
Moer  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  en  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
400252-10
–
M6
10 Nm
Moer aan schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
Gaskabellegging controleren
10.42
–
Brandstoftank uitbouwen.
x(
pag. 59)
(Alle 125/200 modellen)
– Legging van de gaskabel controleren.
De gaskabel moet aan de achterzijde van het stuur, aan de linkerzijde van de
bovenste framebuis, naar de carburateur gelegd zijn.
»
Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is gelegd:
–
601158-01
Gaskabel correct leggen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
66
(alle 250/300 modellen)
– Legging van de gaskabel controleren.
De gaskabel moet aan de achterzijde van het stuur, aan de linkerzijde van de
bovenste framebuis, naar de carburateur gelegd zijn.
»
Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is gelegd:
–
–
Gaskabel correct leggen.
Brandstoftank inbouwen.
x(
pag. 60)
303403-10
Uitgangspositie koppelingshendel instellen
10.43
(Alle 125/200 modellen)
– Uitgangspositie van de koppelingshendel met de stelschroef  aan de grootte
van de hand aanpassen.
Info
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de koppelingshendel verder van het stuur af te staan.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de koppelingshendel dichter bij het stuur te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
B00001-11
(alle 250/300 modellen)
– Uitgangspositie van de koppelingshendel met de stelschroef  aan de grootte
van de hand aanpassen.
Info
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de koppelingshendel dichter bij het stuur.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid, komt de koppelingshendel verder van het stuur af te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
B00009-11
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren
10.44
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingsplaten verslijten.
(Alle 125/200 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Vloeistofpeil controleren.
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
400245-10
4 mm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
»
67
Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Hydraulische olie (15) (
–
pag. 125)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
(alle 250/300 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Vloeistofpeil controleren.
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
B00040-10
»
Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
10.45
4 mm
pag. 125)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
(Alle 125/200 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Ontluchtingsspuit  vullen met geschikte vloeistof.
400245-10
Ontluchtingsspuit (50329050000)
Hydraulische olie (15) (
pag. 125)
–
De ontluchtingsschroef  van de koppelingsactuator verwijderen en injectiespuit  monteren.
–
Vervolgens spuit u zoveel vloeistof in het systeem totdat het er door de opening  van de koppelingscilinder weer zonder luchtbellen uitkomt.
–
Tussendoor moet u de vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilinder afzuigen zodat deze niet overloopt.
–
Ontluchtingsspuit verwijderen. Ontluchtingsschroef monteren en vastdraaien.
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
B00041-10
Voorgeschreven waarde
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
400247-10
–
4 mm
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
68
(alle 250/300 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Ontluchtingsspuit  vullen met geschikte vloeistof.
B00040-10
Ontluchtingsspuit (50329050000)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
pag. 125)
–
De ontluchtingschroef  van de koppelingsactuator verwijderen en injectiespuit  monteren.
–
Vervolgens spuit u zoveel vloeistof in het systeem totdat het er door de opening  van de koppelingscilinder weer zonder luchtbellen uitkomt.
–
Tussendoor moet u de vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilinder afzuigen zodat deze niet overloopt.
–
Ontluchtingsspuit verwijderen. Ontluchtingsschroef monteren en vastdraaien.
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
303440-10
Voorgeschreven waarde
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
B00042-10
–
4 mm
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
REMMEN
69
Vrije slag remhendel controleren
11.1
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan de remhendel aanwezig is, bouwt er zich druk op in het remsysteem op de voorwielrem. De voorwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van de remhendel instellen volgens de voorgeschreven waarden.
(XC-W)
– Remhendel naar voren duwen en vrije slag  controleren.
Vrije slag remhendel
»
≥ 3 mm
Als de vrije slag niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
pag. 69)
400196-11
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Remhendel naar het stuur duwen en vrije slag  controleren.
Vrije slag remhendel
»
≥ 3 mm
Als de vrije slag niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Vrije slag van de remhendel instellen. (
pag. 69)
400196-13
Uitgangspositie remhendel instellen (XC-W)
11.2
–
Vrije slag van de remhendel controleren. (
–
Uitgangspositie van de remhendel met de stelschroef  aan de grootte van de
hand aanpassen.
pag. 69)
Info
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de remhendel verder van het stuur af te staan.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de remhendel dichter bij het stuur te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
400196-12
Vrije slag remhendel instellen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
11.3
–
Vrije slag van de remhendel controleren. (
–
Vrije slag van de remhendel met de stelschroef  instellen.
pag. 69)
Info
400196-12
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid wordt de vrije slag kleiner. Het drukpunt verwijdert zich van het stuur.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid wordt de vrije slag groter.
Het drukpunt komt dichter bij het stuur.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
REMMEN
70
Remschijven controleren
11.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remschijf/remschijven.
–
Versleten remschijf/remschijven meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Bij de remschijven voor en achter op meerdere plekken controleren of de dikte van
de remschijf overeenkomt met maat .
Info
A
Door slijtage kan de dikte van de remschijf in het bereik van het raakvlak
van de remplaketten verminderen.
Remschijven - slijtagegrens
400257-10
»
2,5 mm
achter
3,5 mm
Als de remschijf dunner is dan de voorgeschreven waarde:
–
–
voor
Remschijf vervangen.
Remschijven voor en achter controleren op beschadiging, scheurvorming en vervorming.
»
Als de remschijf beschadigd, gescheurd of vervormd is:
–
Remschijf vervangen.
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren
11.5
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als het remvloeistofpeil onder de MIN markering is gedaald:
–
Remvloeistof van de voorwielrem bijvullen.
x(
pag. 70)
B00070-10
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
11.6
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
REMMEN
71
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remvloeistof tot maat  vullen.
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
5 mm
pag. 125)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
600706-10
Remplaketten voorwielrem controleren
11.7
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 72)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
100394-10
≥ 1 mm
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 72)
REMMEN
72
Remplaketten voorwielrem vervangen
11.8
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Onderhoudswerkzaamheden en reparaties moeten op deskundige wijze worden uitgevoerd. (De geautoriseerde KTM-garage
is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door het gebruik van niet toegelaten remplaketten.
–
In de winkels voor toebehoren zijn remplaketten verkrijgbaar die vaak niet voor KTM voertuigen zijn getest en toegelaten.
De opbouw en het wrijvingscoëfficiënt en daarmee ook het remvermogen kunnen sterk afwijken van de originele KTM remplaketten. Bij het gebruik van remplaketten die afwijken van de originele uitrusting is niet gegarandeerd dat deze overeenkomen met de originele toelating. Het voertuig voldoet dan niet meer aan de afleveringstoestand en de garantie vervalt.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuigers terug te duwen.
Er mag geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir overlopen, indien nodig
afzuigen.
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken wordt geduwd.
100395-10
100396-10
–
Borgpen  verwijderen, bout  uitdraaien en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
REMMEN
73
7
0
06
–
Controleren of het veerplaatje  in de remklauw en de glijplaat  in de remklauwhouder goed vastzitten.
–
Remplaketten inzetten, bout inzetten en borgpen monteren.
–
Remhendel meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot maat .
100397-01
100398-10
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
5 mm
pag. 125)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Info
100399-10
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
Vrije slag rempedaal controleren
11.9
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de voorgeschreven waarden.
–
Veer  uithangen.
–
Rempedaal tussen eindaanslag en voetremcilinderzuiger heen en weer bewegen en
vrije slag  controleren.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
»
Als de vrije slag niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
–
B00028-10
Uitgangspositie rempedaal instellen
11.10
3… 5 mm
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
x(
pag. 73)
Veer  inhangen.
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de voorgeschreven waarden.
REMMEN
74
–
Veer  uithangen.
–
Moer  losdraaien en met drukstang  terugdraaien totdat de maximale vrije slag
is bereikt.
–
Voor de individuele aanpassing van de uitgangspositie van het rempedaal moer 
losmaken en schroef  draaien.
Info
Het instelbereik is beperkt.
–
B00008-10
Drukstang  zoveel draaien tot de vrije slag  bereikt is. Eventueel uitgangspositie
van het rempedaal aanpassen.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
–
3… 5 mm
Schroef  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer rempedaalbevestiging
–
M8
20 Nm
Drukstang  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige moeren chassis
–
M6
15 Nm
Veer  inhangen.
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren
11.11
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als in het kijkglas  een luchtbel te zien is:
–
Remvloeistof van de achterwielrem bijvullen.
x(
pag. 74)
400234-10
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
11.12
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
REMMEN
75
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdop  met membraan  en keerring verwijderen.
–
Remvloeistof tot markering  vullen.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
pag. 125)
Schroefdop met membraan en keerring monteren.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
400233-10
Remplaketten achterwielrem controleren
11.13
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
≥ 1 mm
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 76)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 76)
400238-10
Remplaketten achterwielrem demonteren
11.14
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Onderhoudswerkzaamheden en reparaties moeten op deskundige wijze worden uitgevoerd. (De geautoriseerde KTM-garage
is u graag van dienst.)
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuiger terug te duwen.
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
400236-10
–
Borgpen  verwijderen, bout  uitdraaien en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
REMMEN
76
Remplaketten achterwielrem inbouwen
11.15
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door het gebruik van niet toegelaten remplaketten.
–
In de winkels voor toebehoren zijn remplaketten verkrijgbaar die vaak niet voor KTM voertuigen zijn getest en toegelaten.
De opbouw en het wrijvingscoëfficiënt en daarmee ook het remvermogen kunnen sterk afwijken van de originele KTM remplaketten. Bij het gebruik van remplaketten die afwijken van de originele uitrusting is niet gegarandeerd dat deze overeenkomen met de originele toelating. Het voertuig voldoet dan niet meer aan de afleveringstoestand en de garantie vervalt.
–
Remschijven controleren. (
–
Controleren of het veerplaatje  en de glijplaat  goed vastzitten in de remklauw
resp. de remklauwdrager.
pag. 70)
Info
De pijl op het veerplaatje wijst in de draairichting van de remschijf.
500122-10
–
Remplaketten inzetten, bout  inzetten en borgpen  monteren.
Info
Erop letten dat de ontkoppelingsplaat  aan het remplaket aan de zuigerzijde gemonteerd is.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en er een drukpunt aanwezig is.
400237-10
Remplaketten achterwielrem vervangen
11.16
x
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remkabels zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
REMMEN
77
400233-10
–
Remplaketten van de achterwielrem demonteren.
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdeksel  met membraan  en keerring verwijderen.
–
Remzuigers in de uitgangspositie terugduwen en controleren dat er geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir stroomt, indien nodig afzuigen.
–
Remplaketten van de achterwielrem inbouwen.
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot markering .
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
x(
x(
pag. 75)
pag. 76)
pag. 125)
Schroefdeksel met membraan en keerring verwijderen.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
WIELEN, BANDEN
Voorwiel uitbouwen
12.1
78
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuigers terug te duwen.
pag. 45)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken worden geduwd.
B00055-10
–
Schroef  verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien.
–
Voorwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Voorwiel uit de voorvork nemen.
500084-10
Info
Remhendel niet gebruiken bij gedemonteerd voorwiel.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
500085-10
–
Afstandsbussen  verwijderen.
500086-10
Voorwiel inbouwen
12.2
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
–
Wiellager op beschadiging en slijtage controleren.
»
Wanneer de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
Duurzaam vet (
–
500086-11
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
pag. 127)
Afstandsbussen inzetten.
WIELEN, BANDEN
79
–
Voorwiel in voorvork tillen, positioneren en steekas inzetten.
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef steekas voor
500084-11
M24x1,5
45 Nm
–
Remhendel meerdere keren schakelen tot de remplaketten tegen de remschijf liggen.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Voorwielrem schakelen en voorvork enkele keren krachtig inveren, zodat de vorkpoten uitlijnen.
–
Schroeven  vastdraaien.
pag. 45)
Voorgeschreven waarde
Schroef asopname
Achterwiel uitbouwen
12.3
M8
15 Nm
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuiger terug te duwen.
pag. 45)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
–
Moer  verwijderen.
–
Kettingspanner  afnemen. Steekas  alleen zover uittrekken, dat het achterwiel
naar voren kan worden geschoven.
–
Achterwiel zover mogelijk vooruit schuiven. Ketting van het kettingwiel nemen.
–
Achterwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Achterwiel uit de achterbrug
nemen.
Info
Rempedaal niet indrukken bij gedemonteerd achterwiel.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
400258-10
–
Afstandsbussen  verwijderen.
400260-11
Achterwiel inbouwen
12.4
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
WIELEN, BANDEN
80
–
Wiellager op beschadiging en slijtage controleren.
»
Wanneer de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
Duurzaam vet (
pag. 127)
–
Afstandsbussen inzetten.
–
Achterwiel in de achterbrug opkrikken, positioneren en steekas  inzetten.
–
Ketting erop leggen.
–
Kettingspanner  positioneren. Moer  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Kettingspanning controleren. (
–
Moer  vastdraaien.
400260-10
400259-10
pag. 62)
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 45)
400225-12
Toestand banden controleren
12.5
Info
Alleen door KTM vrijgegeven en/of aanbevolen banden monteren.
Anderen banden kunnen het rijgedrag negatief beïnvloeden.
Het type, de toestand en de spanning van de banden zijn van invloed op het rijgedrag van de motorfiets.
Het profiel van de voor- en achterband moeten altijd gelijk zijn.
Versleten banden hebben vooral bij natte ondergrond een slechte invloed op het rijgedrag.
–
Voor- en achterbanden controleren op insnijdingen, voorwerpen die tijdens het rijden in de banden zijn gaan zitten en op andere beschadigingen.
»
Als er voorwerpen in de banden zijn gaan zitten, insnijdingen of andere beschadigingen zijn:
–
–
Banden vervangen.
Profieldiepte controleren.
Info
400602-10
De minimale profieldiepte volgens de nationale wetgeving in acht nemen.
Minimale profieldiepte
≥ 2 mm
WIELEN, BANDEN
81
»
Als de profieldiepte lager is dan de minimale waarde:
–
–
Banden vervangen.
Leeftijd van de banden controleren.
Info
De productiedatum van de banden staat normaliter in het bandopschrift en
wordt gekenmerkt door de laatste vier cijfers van het DOT kenmerk. De eerste twee cijfers wijzen op de week van de productie en de laatste twee cijfers op het productiejaar.
KTM adviseert de banden uiterlijk na 5 jaar te vervangen onafhankelijk van
de daadwerkelijke slijtage.
»
Als de band ouder is dan 5 jaar:
–
Banden vervangen.
Bandenspanning controleren
12.6
Info
Een te lage bandenspanning leidt tot buitengewone slijtage en oververhitting van de band.
Een goede bandenspanning garandeert een optimaal rijcomfort en maximale levensduur van de band.
–
Ventieldopje verwijderen.
–
Bandenspanning controleren bij koude banden.
Bandenspanning terrein
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
Bandenspanning straat (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
400695-01
»
1,5 bar
achter
2,0 bar
Als de bandenspanning niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
–
voor
Bandenspanning corrigeren.
Ventieldopje monteren.
Spaakspanning controleren
12.7
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag door een verkeerde spaakspanning.
–
Op een correcte spaakspanning letten. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Door een losse spaak komt het wiel uit balans, waardoor binnen korte tijd nog meer spaken los gaan zitten.
Als de spaken te vast zijn gespannen kunnen ze afbreken door lokale overbelasting.
De spaakspanning regelmatig controleren, vooral bij een nieuwe motorfiets.
–
Met de steel van een schroevendraaier kort op iedere spaak slaan.
Info
De toonfrequentie is afhankelijk van de lengte en diameter van de spaak.
Als er verschillende toonfrequenties op de afzonderlijke spaken met gelijke
lengte en dikte te horen zijn, wijst dat op verschillen in de spaakspanning.
Er moet een heldere toon hoorbaar zijn.
»
400694-01
Als de spaakspanning verschilt:
–
–
Spaakspanning corrigeren.
x
Aanhaalmoment van de spaken controleren.
Voorgeschreven waarde
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
Spaaknippel achterwiel
M5
5… 6 Nm
WIELEN, BANDEN
82
Momentsleutel met een set van diverse koppen (58429094000)
ELEKTRONICA
Accu uitbouwen
13.1
83
x (alle 250/300 modellen)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Zadel afnemen. (
–
Minkabel  van de accu losklemmen.
–
Pluspool-afdekking  terugtrekken en pluskabel van de accu losklemmen.
–
Rubberband  naar beneden laten hangen.
–
Accu naar boven toe verwijderen.
pag. 56)
500069-10
Accu inbouwen
13.2
x (alle 250/300 modellen)
–
Accu in het accuvak zetten.
Accu (YTX4L-BS) (
pag. 118)
–
Rubberband  inhangen.
–
Pluskabel opklemmen en pluspoolafdekking  aanbrengen.
–
Minkabel  opklemmen.
–
Zadel monteren. (
pag. 56)
500069-11
Accu laden
13.3
x (alle 250/300 modellen)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Componenten en zuren van de accu zijn schadelijk voor het milieu.
–
Accu's nooit bij het huisvuil gooien. Voer een defecte accu op milieuvriendelijke wijze af. Geef de accu af bij uw KTMdealer of bij een inzamelpunt voor oude accu's.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
ELEKTRONICA
84
Info
Ook als de accu niet wordt belast verliest hij dagelijks aan lading.
De laadtoestand en de wijze van laden is erg belangrijk voor de levensduur van de accu.
Snel laden met een hogere laadstroom heeft een negatief effect op de levensduur.
Als de laadstroom, laadspanning en laadtijd worden overschreden ontsnapt er elektrolyt via de veiligheidskleppen. Daardoor
verliest de accu aan capaciteit.
Als de accu leeg is gestart moet hij meteen weer worden geladen.
Bij langere stilstand in ontladen toestand treedt er diepontlading en sulftatie op, dat kan leiden tot vernietiging van de accu.
De accu is onderhoudsvrij, dat betekent dat het zuurniveau niet hoeft te worden gecontroleerd.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Zadel afnemen. (
–
Minkabel van de accu losklemmen om beschadiging van de boordelektronica te
voorkomen.
–
Acculader op de accu klemmen. Acculader inschakelen.
pag. 56)
Acculader (58429074000)
Met deze acculader kunt u ook de rustspanning en het startvermogen van de accu
en dynamo testen. Bovendien kan met deze lader de accu niet worden overladen.
Info
Verwijder nooit het deksel .
Accu maximaal 10% van de capaciteit, die op het accuhuis  is aangegeven, laden.
400240-10
–
Acculader na het laden uitschakelen. Accu opklemmen.
Voorgeschreven waarde
Laadstroom, laadspanning en laadtijd mogen niet worden overschreden.
De accu regelmatig bijladen als de
motorfiets niet wordt gebruikt
–
Zadel monteren. (
3 maanden
pag. 56)
Hoofdzekering demonteren (alle 250/300 modellen)
13.4
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Beschermkap  afnemen.
pag. 57)
Info
De hoofdzekering  bevindt zich in het startrelais  onder het filterbakdeksel.
–
Hoofdzekering  verwijderen.
400270-10
Hoofdzekering monteren (alle 250/300 modellen)
13.5
Waarschuwing
Gevaar voor brand Door het gebruik van verkeerde zekeringen kan het elektrisch systeem overbelast raken.
–
Alleen zekeringen gebruiken met het voorgeschreven aantal ampères. Zekeringen nooit overbruggen of repareren.
ELEKTRONICA
85
–
Hoofdzekering erin zetten.
Zekering (58011109110)
Info
In het startrelais bevindt zich een reservezekering .
Doorgesmolten zekering  alleen vervangen met een gelijkwaardige zekering.
400273-10
–
Beschermkap weer opsteken.
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
pag. 57)
Koplampkap met koplamp inbouwen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
13.6
–
Alle elektrische verbruikers uitschakelen.
–
Schroef  verwijderen en klem afnemen.
–
Rubberband  losmaken. Koplampkap omhoog schuiven en naar voren zwenken.
–
Elektrische steekverbinding  verbreken en koplampkap met Koplamp afnemen.
303401-10
303402-10
Koplampkap met koplamp inbouwen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
13.7
–
Elektrische stekkerverbinding  aansluiten.
–
Koplampkap positioneren en met rubberband  vastzetten.
303402-11
Info
Erop letten dat de uitsteeksels in het spatbord grijpen.
303401-11
–
Remkabel en kabelboom positioneren. Klem opzetten, schroef  monteren en vastdraaien.
–
Stand van de koplamp controleren. (
pag. 86)
ELEKTRONICA
86
Lamp koplamp vervangen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
13.8
Aanwijzing
Beschadiging van de reflector Verminderde werking van de verlichting.
–
Vet op deze lampbuisjes verdampt door de hitte en zet zich af op de reflector. De buisjes voor de montage reinigen en vetvrij houden.
–
Koplampkap met koplamp inbouwen. (
–
Rubber dop  met de daaronder liggende lampfitting tot de aanslag tegen de klok
draaien en optillen.
–
Lampfitting  van het zijlicht uit de reflector trekken.
–
Koplamp  licht in de lampfitting drukken tot de aanslag tegen de klok in draaien
en uittrekken.
–
Nieuw lamp in koplamp plaatsen.
pag. 85)
100861-10
Koplamp (S2 / sokkel BA20d) (
–
pag. 119)
Rubber dop met de lampfitting in de reflector plaatsen en tot de aanslag met de
klok mee draaien.
Info
Erop letten dat de keerring  goed zit.
100862-10
–
Lampfitting van het zijlicht in de reflector steken.
–
Koplampkap met koplamp inbouwen. (
pag. 85)
Koplampstand controleren (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
13.9
A
0
–
Voertuig op een horizontale ondergrond zetten voor een lichte muur en op de hoogte
van het midden van de koplamp een markering aanbrengen.
–
Nog een markering aanbrengen op een afstand  onder de eerste markering.
Voorgeschreven waarde
0
B
Afstand 
–
5 cm
Voertuig op een afstand  verticaal voor de muur zetten.
Voorgeschreven waarde
Afstand 
400726-10
5m
–
Nu gaat de bestuurder op de motorfiets zitten.
–
Dimlicht inschakelen.
–
Stand van de koplamp controleren.
De grens tussen licht en donker moet bij een rijklare motorfiets met bestuurder
precies op de onderste markering liggen.
»
Als de grens tussen licht en donker niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
–
Lichtbundelbreedte van koplamp instellen. (
pag. 87)
ELEKTRONICA
87
Lichtbundelbreedte koplamp instellen (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
13.10
–
Stand van de koplamp controleren. (
–
Schroef  losdraaien.
–
Door het zwenken van de Koplamp de lichtbundelbreedte instellen.
pag. 86)
Voorgeschreven waarde
De grens tussen licht en donker moet bij een rijklare motorfiets met bestuurder
precies op de onderste markering liggen (zoals aangebracht bij: Koplampinstelling controleren.
Info
Door extra belading kan het nodig zijn de lichtbundelbreedte van de koplamp te corrigeren.
301251-10
–
Schroef  vastdraaien.
Accu tachometer vervangen
13.11
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Koplampkap met koplamp inbouwen. (
(XC-W)
– Startnummerbord demonteren. (
pag. 85)
pag. 54)
–
Schroeven  verwijderen.
–
Tachometer naar boven toe uit de houder trekken.
–
Sluitdop  met een met een munt tot de aanslag tegen de klok in draaien en verwijderen.
–
Accu tachometer  verwijderen.
–
Nieuwe accu plaatsen met het opschrift naar boven.
100859-10
Accu van tachometer (CR 2430)
–
Controleren of de keerring van de sluitdop goed zit.
–
Sluitdop  positioneren en met een munt tot de aanslag met de klok mee draaien.
–
Een willekeurige knop op de tachometer indrukken.
100860-10
De tachometer schakelt in.
–
Tachometer in de houder positioneren.
–
Schroeven met ringen monteren en vastdraaien.
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Koplampkap met koplamp inbouwen. (
100864-10
(XC-W)
– Startnummerbord inbouwen. (
pag. 54)
–
Kilometers of mijlen instellen. (
pag. 16)
–
Tachometerfuncties instellen. (
pag. 17)
–
Tijd instellen. (
pag. 16)
pag. 85)
KOELSYSTEEM
88
Koelsysteem
14.1
(Alle 125/200 modellen)
Door de waterpomp  in de motor vindt er een gedwongen circulatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt geregeld door een
klep in de radiateurdop . Daardoor is de aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan zonder dat er met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
De koeling vindt plaats via de rijwind.
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde koelribben verlagen
de koelwerking.
B00043-10
(alle 250/300 modellen)
Door de waterpomp  in de motor vindt er een gedwongen circulatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt geregeld door een
klep in de radiateurdop . Daardoor is de aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan zonder dat er met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
De koeling vindt plaats via de rijwind.
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde koelribben verlagen
de koelwerking.
B00044-10
Antivries en koelmiddelpeil controleren
14.2
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop afnemen.
–
Antivries van het koelmiddel controleren.
−25… −45 °C
»
Als de antivries van het koelmiddel niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
–
400243-10
–
Antivries van het koelmiddel corrigeren.
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
»
10 mm
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
Koelmiddel (
pag. 125)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
Radiateurdop monteren.
pag. 125)
KOELSYSTEEM
89
Koelmiddelpeil controleren
14.3
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop afnemen.
–
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
»
10 mm
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
400243-10
Koelmiddel (
pag. 125)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
Koelmiddel aftappen
14.4
pag. 125)
Radiateurdop monteren.
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Geschikte bak onder het waterpompdeksel klaarzetten.
(Alle 125/200 modellen)
– Schroef  verwijderen. Radiateurdop  verwijderen.
–
Koelmiddel volledig laten uitlopen.
–
Schroef  met nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapplug waterpompdeksel
B00043-11
M10x1
15 Nm
KOELSYSTEEM
90
(alle 250/300 modellen)
– Schroef  verwijderen. Radiateurdop  verwijderen.
–
Koelmiddel volledig laten uitlopen.
–
Schroef  met nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
B00044-11
Koelmiddel vullen
14.5
x
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelmiddel is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelmiddel niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelmiddel is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelmiddel in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelmiddel buiten bereik van
kinderen.
(Alle 125/200 modellen)
– Controleren of de schroef  is vastgedraaid.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Radiateur volledig met koelmiddel vullen.
Koelmiddel
1,2 l
Koelmiddel (
pag. 125)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
( pag. 125)
B00071-10
–
Schroef  eruit draaien tot het koelmiddel zonder luchtbellen uitkomt.
Schroef  weer monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Ontluchtingsschroef cilinderkop
M6
10 Nm
B00091-10
(alle 250/300 modellen)
– Controleren of de schroef  is vastgedraaid.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Radiateur volledig met koelmiddel vullen.
Koelmiddel
1,2 l
Koelmiddel (
pag. 125)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
( pag. 125)
B00072-10
–
Voertuig in afgebeelde positie zetten en beveiligen tegen wegrollen. Het hoogteverschil  moet worden bereikt.
Voorgeschreven waarde
Hoogteverschil 
75 cm
Info
Het voertuig moet vooraan iets worden opgetild, zodat alle lucht uit het
koelsysteem kan ontsnappen. Een slecht ontlucht koelsysteem heeft een
lager koelvermogen, waardoor de motor oververhit kan raken.
A
0
400677-10
–
Voertuig weer op een horizontaal oppervlak zetten.
KOELSYSTEEM
91
B00073-10
–
Radiateur volledig met koelmiddel vullen.
–
Radiateurdop  monteren.
–
Motor laten warmdraaien.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 89)
MOTOR AFSTELLEN
92
Speling gaskabel controleren
15.1
–
Stuur in rechtuitstand zetten.
–
Manchet  terugschuiven.
–
De gaskabelmantel terugtrekken totdat u weerstand voelt.
–
Nu de speling van de gaskabel  controleren.
Speling gaskabel
»
B00026-10
Speling gaskabel instellen
15.2
3… 5 mm
Als de speling van de gaskabel niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Speling gaskabel instellen.
x(
pag. 92)
–
Manchet  erop schuiven. Controleren of de gashendel soepel beweegt.
–
Stuur in rechtuitstand zetten.
–
Manchet  terugschuiven.
–
Moer  losdraaien. Stelschroef  helemaal indraaien.
–
Stelschroef zo draaien, dat er aan de gaskabelmantel  voldoende speling voor de
gaskabel aanwezig is.
x
Voorgeschreven waarde
Speling gaskabel
B00026-11
3… 5 mm
–
Moer vastdraaien.
–
Manchet  erop schuiven. Controleren of de gashendel soepel beweegt.
Carburateur
15.3
De stationaire afstelling van de carburateur is van grote invloed op het startgedrag, een
stabiele stationair en de response bij het gas geven. Dat betekent dat een motor met
een correcte stationaire afstelling gemakkelijker start dan een motor met een verkeerde
stationaire afstelling.
Info
De carburateur en de componenten ervan zijn door de motorvibratie onderhevig
aan verhoogde slijtage. Slijtage kan leiden tot een verkeerde werking.
B00048-11
De fabrieksinstelling van de carburateur komt overeen met de volgende waarden.
Hoogte boven NAP
500 m
Omgevingstemperatuur
20 °C
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60) (
pag. 126)
Het stationaire toerental wordt ingesteld met de stelschroef .
Het stationaire mengsel wordt ingesteld met de regelschroef voor de stationaire luchthoeveelheid .
D
0
0
C
0
B
A
0
500282-01
Stationair bereik A
Rijden met gesloten gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloedt door de stelschroef  en de
regelschroef  voor de stationaire luchthoeveelheid.
Overgangsbereik B
Gedrag van de motor bij openen van de gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloedt door de
stationaire sproeier en de vorm van de gasschuif.
Als de motor, ondanks een goed afgestelde stationair en deellast, bij het openen van de
gasschuif stotterend en met sterke rookontwikkeling start en als het volledige vermogen
bij hoog toerental plotseling wordt bereikt, dan is de carburateur te rijk geregeld, het
vlotterniveau te hoog of lekt de vlotternaaldklep.
Deellastbereik C
Rijden met gedeeltelijk geopende gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloed door de sproeiernaald (vorm en positie). In het onderste bereik beïnvloedt de stationaire afstelling de
motorafstelling en in het bovenste bereik de hoofdsproeier.
Als de motor bij versnelling met gedeeltelijk geopende gasschuif, alleen met stotterend
vermogen draait, moet de sproeiernaald een inkeping lager worden gezet. Als de motor
in het bijzonder pingelt bij versnellingen, waarbij de motor in het toerentalbereik van
het volledige vermogen komt, moet de sproeiernaald hoger worden gezet. Als de hierboven beschreven verschijnselen optreden bij stationair toerental of net daarboven, moet
MOTOR AFSTELLEN
93
bij stotterende vermogensafgifte het stationaire systeem armer worden geregeld en bij
pingelen rijker.
Vollastbereik D
Rijden met open gasschuif (volgas). Dit bereik wordt beïnvloed door de hoofdsproeier
en de sproeiernaald.
Als de isolator van een nieuwe bougie na een korte rit op volgas zeer licht of wit is of
als de motor pingelt, moet er een grotere hoofdsproeier worden geplaatst. Als de isolator donkerbruin of verroest is, moet er een kleinere hoofdsproeier worden geplaatst.
Carburateur - stationair afstellen
15.4
x
–
Regelschroef voor stationaire lucht  tot de aanslag indraaien en op de aangegeven
basisinstelling draaien.
Voorgeschreven waarde
Regelschroef stationaire lucht (alle 125 modellen)
open
2,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (XC-W)
open
2,0 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (200 EXC EU)
B00048-11
open
1,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (200 EXC AUS)
open
1,0 omwenteling
Regelschroef stationaire lucht (250/300 EXC AUS)
open
3,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (alle 250 EXC EU modellen)
open
1,75 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (alle 300 EXC EU modellen)
open
–
1,75 omwentelingen
Motor warmrijden.
Voorgeschreven waarde
Tijd voor warmrijden
≥ 5 min
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Met de stelschroef  het stationaire toerental instellen.
Voorgeschreven waarde
Chokefunctie gedeactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag ingedrukt. (EXC AUS,
XC-W) ( pag. 23)
Chokefunctie gedeactiveerd – Chokehendel is tot de aanslag teruggedrukt.
(EXC EU, EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition) ( pag. 12)
Stationair toerental
1.400… 1.500 1/min
–
Regelschroef voor stationaire lucht  langzaam met de klok mee draaien tot het
stationaire toerental begint te dalen.
–
Deze stand onthouden en de regelschroef voor stationaire lucht nu langzaam tegen
de klok in draaien tot het stationaire toerental weer daalt.
–
Tussen deze beide standen het punt met het hoogste stationaire toerental instellen.
MOTOR AFSTELLEN
94
Info
Als daarbij het toerental sterk stijgt moet het stationaire toerental weer worden verlaagd tot het normale niveau en de hiervoor genoemde stappen nog
een keer worden herhaald.
Als met de hier beschreven methode geen bevredigend resultaat wordt
bereikt kan dat liggen aan een verkeerd gedimensioneerde stationaire
sproeier.
Als de regelschroef voor stationaire lucht tot de aanslag is gedraaid en het
toerental niet verandert moet een kleinere stationaire sproeier worden ingezet.
Na het vervangen van de sproeier moeten het instellen weer van voren af
aan worden herhaald.
Bij grote schommelingen van de buitentemperatuur en extreme hoogteverschillen moet de stationair opnieuw worden afgesteld.
Vlotterkamer carburateur aftappen
15.5
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Info
Deze werkzaamheden uitvoeren bij een koude motor.
Water in de vlotterkamer leidt tot functiestoringen.
–
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
Er stroomt geen brandstof meer van de tank naar de carburateur.
B00047-10
–
Een doek onder de carburateur leggen, zodat de uitstromende brandstof wordt
opgevangen.
–
Sluitschroef  verwijderen.
–
Brandstof volledig laten uitlopen.
–
Sluitschroef monteren en vastdraaien.
MOTOR AFSTELLEN
95
Uitgangspositie versnellingshendel controleren
15.6
–
In de rijpositie op het voertuig gaan zitten en de afstand  meten tussen de bovenkant van de laars en versnellingshendel.
Afstand versnellingshendel tot bovenkant laars
»
A
0
10… 20 mm
Als de afstand niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
x(
pag. 95)
400692-10
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
15.7
x
–
Schroef  verwijderen en versnellingshendel  afnemen.
–
Vertanding  van de versnellingshendel en de schakelas reinigen.
–
Versnellingshendel in de gewenste positie op de schakelas steken en de vertanding
laten ingrijpen.
B00065-10
Info
Het instelbereik is beperkt.
De versnellingshendel mag bij het schakelen niet in aanraking komen met
de componenten van het voertuig.
B00066-10
–
Schroef monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Motorkarakteristiek - hulpveer (alle 250/300 modellen)
15.8
De hulpveer bevindt aan de rechterzijde van de motor onder het waterpompdeksel.
Mogelijke toestanden
• Hulpveer met gele markering – In de aflevertoestand gemonteerde hulpveer met
gemiddelde afstelling (standaard) voor een goede rijbaarheid.
• Hulpveer met groene markering – Meegeleverde hulpveren voor een nog zachter
vermogensgebruik.
• Hulpveer met rode markering – Meegeleverde hulpveren voor een nog agressiever
vermogensgebruik.
1
0
B00056-10
Motorkarakteristiek - hulpveer instellen
15.9
Door verschillende veersterktes van de hulpveren  kan de motorkarakteristiek worden
gewijzigd.
x (alle 250/300 modellen)
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden tijdens het rijden zeer heet.
–
Hete onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, schokdempers en remmen niet aanraken. De onderdelen eerst laten
afkoelen voordat u met werkzaamheden aan deze onderdelen begint.
–
Motorfiets ca. 45º naar links kantelen en in deze positie beveiligen tegen omvallen.
MOTOR AFSTELLEN
96
–
Schroeven  verwijderen.
–
Sluitdop , stelveer , hulpveer  en veerinzet  uit het koppelingdeksel
nemen.
–
Beide veren van de veerinzet trekken.
–
Gewenste hulpveer  en stelveer  monteren en samen in het koppelingdeksel
schuiven.
B00057-10
0
2
3
0
4
0
0
5
B00056-11
Hulpveer met gele markering (54637072300)
Hulpveer met groene markering (54837072100)
Hulpveer met rode markering (54837072000)
De inkeping van de veerinzet  grijpt in de hoekhendel.
Info
B00058-10
De schroef  mag in geen geval worden verdraaid, omdat ander de motorkarakteristiek slechter wordt.
–
Keerring in sluitdop controleren.
–
Sluitdop positioneren.
–
Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
97
Transmissieoliepeil controleren
16.1
Info
Het transmissieoliepeil moet worden gecontroleerd bij een koude motor.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
(Alle 125/200 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
–
Transmissieoliepeil controleren.
Er moet een kleine hoeveelheid transmissieolie uit de boring stromen.
»
Als er geen transmissieolie uitstroomt:
–
–
B00049-10
Transmissieolie bijvullen.
x(
pag. 99)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
(alle 250/300 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
–
Transmissieoliepeil controleren.
Er moet een kleine hoeveelheid transmissieolie uit de boring stromen.
»
Als er geen transmissieolie uitstroomt:
–
–
B00050-10
Transmissieolie bijvullen.
x(
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
Transmissieolie verversen
16.2
x
–
Transmissieolie aftappen.
–
Transmissieolie vullen.
x(
pag. 98)
400721-01
400722-01
pag. 99)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en
vastdraaien.
x(
pag. 98)
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
Transmissieolie aftappen
16.3
98
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Tijdens het rijden worden de motor- en transmissieolie in de motorfiets zeer heet.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidshandschoenen dragen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De transmissieolie moet bij warme motor worden afgetapt.
–
Motorfiets op horizontale ondergrond zetten.
–
Geschikte bak onder de motor klaarzetten.
(Alle 125/200 modellen)
– Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  verwijderen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie  verwijderen.
–
Transmissieolie volledig laten uitstromen.
–
Transmissieolieaftapschroef grondig reinigen.
–
Afdichtvlak aan motor reinigen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  en pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00051-10
Aftapschroef transmissieolie met
magneet
–
M12x1,5
20 Nm
Aftapschroef voor transmissieolie  met pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapschroef transmissieolie
M10x1
15 Nm
(alle 250/300 modellen)
– Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  verwijderen.
–
Transmissieolie volledig laten uitstromen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet grondig reinigen.
–
Afdichtvlak aan motor reinigen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  en pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapschroef transmissieolie met
magneet
B00052-10
Transmissieolie vullen
16.4
M12x1,5
20 Nm
x
Info
Te weinig transmissieolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van de aandrijving.
–
–
B00053-10
Schroef  verwijderen en transmissieolie vullen.
Transmissieolie
0,70 l
(Alle 125/200 modellen)
Motorolie (15W/50) (
pag. 125)
Transmissieolie
0,80 l
(alle 250/300 modellen)
Motorolie (15W/50) (
pag. 125)
Schroefverbinding monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
99
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Transmissieolie bijvullen
16.5
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
–
Motor starten en controleren op lekkage.
–
Transmissieoliepeil controleren. (
pag. 97)
x
Info
Te weinig transmissieolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van de aandrijving.
Het transmissieoliepeil moet worden bijgevuld bij een koude motor.
–
Motorfiets op horizontale ondergrond zetten.
(Alle 125/200 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
B00049-10
(alle 250/300 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
B00050-10
–
Schroefverbinding  verwijderen.
–
Transmissieolie vullen tot het uit de boring van de schroef voor de controle van het
transmissieoliepeil uitstroomt.
Motorolie (15W/50) (
–
pag. 125)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
B00053-11
–
M6
10 Nm
Schroefverbinding  monteren en vastdraaien.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Motor starten en controleren op lekkage.
REINIGING, ONDERHOUD
100
Motorfiets reinigen
17.1
Aanwijzing
Materiële schade Beschadiging en vernietiging van componenten door hogedrukreiniger.
–
Het voertuig nooit met een hogedrukreiniger of een harde waterstraal reinigen. De te hoge druk kan in de elektrische componenten, steekverbindingen, bowdenkabels, lagers dringen en storingen veroorzaken en/of deze onderdelen vernietigen.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De motorfiets regelmatig reinigen. Daardoor blijven de waarde en het uiterlijk voor een lange tijd behouden.
Directe blootstelling aan zonnestralen van de motorfiets tijdens het reinigen moet worden vermeden.
–
Uitlaatsysteem afdekken, om indringen van water te voorkomen.
–
Grove vervuiling met een zachte waterstraal verwijderen.
–
Sterk vervuilde plekken met een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger inspuiten en daarna behandelen met een kwastje.
Motorfietsreiniger (
pag. 127)
Info
Voertuig reinigen met warm water, een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger en een zachte spons.
401061-01
–
Nadat de motorfiets grondig met een zachte waterstraal is afgespoeld moet hij goed
worden gedroogd.
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
x(
pag. 94)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde
remmen.
–
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
Na de reiniging een korte rit maken, tot de motor de rijtemperatuur heeft bereikt.
Info
Door de warmte verdampt het water ook op de ontoegankelijke plaatsen van
de motor en de remmen.
–
Schermkappen van de stuurarmaturen terugschuiven, zodat het ingedrongen water
kan verdampen.
–
Na het afkoelen van de motorfiets alle glij- en lagerpunten smeren.
–
Ketting reinigen. (
–
Blank metalen onderdelen (met uitzondering van de remschijven en het uitlaatsysteem) behandelen met een antiroestmiddel.
pag. 61)
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber (
–
pag. 127)
Alle kunststof onderdelen en geëloxeerde onderdelen behandelen met een
reinigings- en verzorgingsmiddel.
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber (
(EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
– Stuurslot met olie insmeren.
Universele oliespray (
pag. 128)
pag. 127)
REINIGING, ONDERHOUD
101
Conserveren voor de winter
17.2
Info
Als de motorfiets ook in de winter wordt gebruikt moet rekening worden gehouden met strooizout op de wegen. Daarom moeten
er voorzorgsmaatregelen worden getroffen tegen het agressieve strooizout.
Als er met het voertuig door strooizout is gereden, moet deze met koud water worden gereinigd. Warm water zou de zoutwerking
versterken.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Motor, achterbrug en alle overige blanke of verzinkte onderdelen (m.u.v. de remschijven) behandelen met een antiroestmiddel op wasbasis.
pag. 100)
Info
Er mag geen antiroestmiddel op de remschijven terechtkomen aangezien
daardoor de remwerking sterk wordt verminderd.
Na het rijden op wegen met strooizout moet de motorfiets grondig met koud
water worden gereinigd en goed worden gedroogd.
401060-01
–
Ketting reinigen. (
pag. 61)
STALLING
102
Stalling
18.1
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Info
Als u de motorfiets voor langere tijd niet wilt gebruiken moet u volgende maatregelen nemen of laten nemen.
Voordat u de motorfiets gaat stallen controleren of alle onderdelen goed werken en niet zijn versleten. Als er servicewerkzaamheden, reparaties of wijzigingen nodig zijn kunt u dat het beste doen tijdens de overwintering (minder drukte bij de garages).
Zo voorkomt u lange wachttijden bij aanvang van het seizoen.
401058-01
–
Motorfiets reinigen. (
–
Transmissieolie verversen.
–
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (
–
Brandstof uit de tank laten uitlopen in een geschikte bak.
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
–
Bandenspanning controleren. (
(alle 250/300 modellen)
– Accu uitbouwen.
–
Accu laden.
x(
pag. 100)
x(
x(
pag. 97)
pag. 88)
x(
pag. 94)
pag. 81)
pag. 83)
pag. 83)
Voorgeschreven waarde
Opslagtemperatuur van de accu zonder directe blootstelling aan zonnestralen
–
0… 35 °C
Voertuig stallen op een droge plaats en niet blootstellen aan grote temperatuurschommelingen.
Info
KTM adviseert de motorfiets op te krikken.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Voertuig met een luchtdoorlatend zeil of een deken afdekken.
pag. 45)
Info
In geen geval mogen hiervoor luchtdichte materialen worden gebruikt,
omdat er dan geen vocht kan ontsnappen en er roestvorming ontstaat.
Het is zeer slecht de motor van een gestalde motorfiets voor korte tijd te
laten draaien. Aangezien de motor daarbij niet voldoende warm wordt, condenseert de waterdamp die bij de verbranding ontstaat, waardoor motoronderdelen en uitlaat gaan roesten.
Inbedrijfname na stalling
18.2
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
(alle 250/300 modellen)
– Accu inbouwen.
401059-01
x(
pag. 45)
pag. 83)
–
Brandstof tanken. (
–
Controle- en onderhoudswerkzaamheden voor iedere inbedrijfname uitvoeren.
( pag. 31)
–
Een proefrit maken.
pag. 33)
OPSPOREN VAN FOUTEN
103
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor draait niet door (e-starter)
(alle 250/300 modellen)
Bedieningsfouten
–
Stappen voor de startprocedure uitvoeren.
( pag. 31)
Accu leeg
–
Accu laden.
–
Laadspanning controleren.
Motor draait door, maar springt niet
aan
pag. 83)
–
x
Ruststroom controleren. x
Dynamo controleren. x
–
Hoofdzekering demonteren. (
–
Hoofdzekering doorgesmolten
x(
pag. 84)
–
Hoofdzekering monteren. (
Startrelais defect
–
Startrelais controleren.
Startmotor defect
–
Bedieningsfouten
–
Stappen voor de startprocedure uitvoeren.
( pag. 31)
Motorfiets is langere tijd niet gebruikt
en daarom zit er oude brandstof in de
vlotterkamer
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
( pag. 94)
Brandstoftoevoer onderbroken
–
Brandstoftankontluchting controleren.
–
Brandstofkraan reinigen.
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Bougie verzopen of nat
–
Bougie reinigen en drogen, indien nodig vervangen.
Elektrodenafstand van de bougie te
groot
–
Elektrodenafstand instellen.
pag. 84)
x
Startmotor controleren. x
x
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/200 modellen)
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
(alle 250/300 modellen)
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Motor heeft geen stationair
Motor start niet
Motor heeft te weinig vermogen
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
Kortsluitkabel in de kabelboom
geschuurd, stopknop defect
–
Stopknop controleren.
Stekkerverbinder of bobine los of
geoxideerd
–
Stekkerverbinding reinigen en met contactspray
behandelen.
Water in carburateur resp. sproeiers
verstopt
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Stationaire sproeier verstopt
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Stelschroeven aan carburateur verdraaid
–
Carburateur - stationair afstellen.
( pag. 93)
Bougie defect
–
Bougie vervangen.
Ontstekingssysteem defect
–
Bobine controleren.
–
Bougiedop controleren.
Carburateur loopt over, omdat de vlotternaald is vervuild of versleten
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Caburateursproeiers los
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
Brandstoftoevoer onderbroken
–
Brandstoftankontluchting controleren.
–
Brandstofkraan reinigen.
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Luchtfilter sterk vervuild
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
( pag. 58)
Uitlaatsysteem lekt, is vervormd of
heeft te weinig glasvezelvulling in de
einddemper
–
Het uitlaatsysteem controleren op beschadiging.
–
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen.
( pag. 59)
x
x
x
x
x
x
x
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
x
x
OPSPOREN VAN FOUTEN
104
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor heeft te weinig vermogen
Membraan of membraanhuis beschadigd
–
Membraan en membraanhuis controleren.
Motor stokt of klapt in de carburateur
Te weinig brandstof
–
Draaigreep  op de brandstofkraan in stand ON
draaien.
–
Brandstof tanken. (
Motor zuigt valse lucht aan
–
Controleren of de aanzuigflens en de carburateur goed vastzitten.
Stekkerverbinder of bobine los of
geoxideerd
–
Stekkerverbinding reinigen en met contactspray
behandelen.
Te weinig koelmiddel in koelsysteem
–
Koelsysteem controleren op lekkage.
Motor wordt overmatig heet
pag. 33)
–
Koelmiddelpeil controleren. (
Te weinig rijwind
–
Motor afzetten als hij stilstaat.
Radiateurlamellen sterk vervuild
–
Radiateurlamellen reinigen.
Schuimvorming in het koelsysteem
–
Koelmiddel aftappen.
–
Koelmiddel vullen.
Cilinderkop of cilinderkoppakking
beschadigd
–
Cilinderkop of cilinderkoppakking controleren.
Radiateurslang geknikt
–
Radiateurslang vervangen.
Verkeerd ontstekingstijdstip door
losse stator
pag. 89)
x ( pag. 89)
x ( pag. 90)
x
(Alle 125/200 modellen)
– Ontsteking instellen. x
Witte rookontwikkeling (stoom in het
uitlaatgas)
Cilinderkop of cilinderkoppakking
beschadigd
–
Cilinderkop of cilinderkoppakking controleren.
Transmissieolie stroomt uit de ontluchtingsslang
Te veel transmissieolie gevuld
–
Transmissieoliepeil controleren. (
Water in de transmissieolie
Asafdichtingsring of waterpomp
beschadigd
–
Asafdichtingsring en waterpomp controleren.
pag. 97)
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
105
alle 125 modellen
20.1
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
124,8 cm³
Slag
54,5 mm
Boring
54 mm
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
43,7 mm
Primaire overbrenging
23:73
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
12:33
2e versnelling
15:31
3e versnelling
17:28
4e versnelling
19:26
5e versnelling
21:25
6e versnelling
20:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,4 mm
Bougie
NGK BR9 ECMVX
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
alle 200 modellen
20.2
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
193 cm³
Slag
60 mm
Boring
64 mm
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 rechthoekige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
47 mm
Primaire overbrenging
23:73
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
13:33
2e versnelling
15:31
3e versnelling
17:28
4e versnelling
19:26
5e versnelling
17:19
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
6e versnelling
106
22:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,6 mm
Bougie
NGK BR 8 EG
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
alle 250 modellen
20.3
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
249 cm³
Slag
72 mm
Boring
66,4 mm
Uitlaatbesturing - instelbegin
5.600 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met rode hulpveer
7.200 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met gele hulpveer
7.900 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met groene hulpveer
8.400 1/min
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
48 mm
Primaire overbrenging
26:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
14:32
2e versnelling
16:26
3e versnelling
20:25
4e versnelling
22:23
5e versnelling
25:22
6e versnelling
26:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,9 mm
Bougie
NGK BR 7 ES
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter en e-starter
alle 300 modellen
20.4
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
293 cm³
Slag
72 mm
Boring
72 mm
Uitlaatbesturing - instelbegin
5.600 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met rode hulpveer
7.200 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met gele hulpveer
7.900 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met groene hulpveer
8.400 1/min
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
107
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 rechthoekige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
48 mm
Primaire overbrenging
26:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
14:32
2e versnelling
16:26
3e versnelling
20:25
4e versnelling
22:23
5e versnelling
25:22
6e versnelling
26:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,9 mm
Bougie
NGK BR 7 ES
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter en e-starter
Vulhoeveelheid - transmissieolie
20.5
Transmissieolie
(Alle 125/200 modellen)
0,70 l
Motorolie (15W/50) (
pag. 125)
Transmissieolie
(alle 250/300 modellen)
0,80 l
Motorolie (15W/50) (
pag. 125)
1,2 l
Koelmiddel (
Vulhoeveelheid - koelmiddel
20.6
Koelmiddel
pag. 125)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
pag. 125)
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
108
Alle 125/200 modellen
21.1
Schroef membraan
M4
2 Nm
Loctite® 243™
Schroef borgplaat regelklepas
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef dynamodeksel
M5
5 Nm
–
Schroef lagerborging
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef ontstekingssysteem/stator
M5
6 Nm
Loctite® 222
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
–
Schroef uitlaatflens
M5
6 Nm
–
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompwiel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
–
Ontluchtingsschroef cilinderkop
M6
10 Nm
–
Schroef aanzuigflens/membraanhuis
M6
10 Nm
–
Schroef bevestigingsplaat kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6
10 Nm
–
Schroef uitlaatregeling
M6
10 Nm
–
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef versnellingspedaal
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef cilinderkop (alle 125 modellen)
M7
18 Nm
–
Moer cilindervoet
M8
30 Nm
–
Regelklepas uitlaatregeling
M8
1e niveau
3 Nm
2e niveau (losdraaien, tegen
de klok in)
1/4 omwenteling
–
Schroef cilindervoet
M8
35 Nm
–
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie
M10x1
15 Nm
–
Moer rotor
M12x1
60 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Bougie
M14x1,25
25 Nm
–
Moer primair tandwiel
M16LHx1,5
130 Nm
Loctite® 243™
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
130 Nm
Loctite® 243™
Moer uitlaatregeling lagersteun
M26x1
35 Nm
–
Schroef borgplaat uitlaatbesturing
M5
7 Nm
Loctite® 243™
Schroef hoekhendel uitlaatregeling
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef impulsgever
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
–
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompwiel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
–
Schroef aanzuigflens/membraanhuis
M6
10 Nm
–
Schroef bevestigingsplaat kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
alle 250/300 modellen
21.2
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
109
Schroef kickstarterveer
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef lagerborging schakelwals
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef motorhuis
M6
10 Nm
–
Schroef regelklep uitlaatregeling
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelvastzetting
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef startmotor
M6
8 Nm
–
Schroef stator
M6
8 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatflens
M6
8 Nm
–
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef cilinderkop
M8
27 Nm
–
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 2701
Schroef schakelvastzetting
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Moer cilindervoet
M10
35 Nm
–
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
–
Moer rotor
M12x1
60 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Bougie
M14x1,25
25 Nm
–
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
100 Nm
Loctite® 2701
Moer primair tandwiel
M18LHx1,5
150 Nm
Loctite® 243™
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
alle 125 modellen
22.1
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0191
Naaldpositie
5e positie van boven
Sproeiernaald
N84I (NOZF / NOZG / NOZH)
Hoofdsproeier
140 (168 / 170 / 172)
Stationaire sproeier
38X38 (45)
Startsproeier
50 (85)
Regelschroef stationaire lucht
open
2,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
-
200 EXC EU
22.2
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0211
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
N84I (NOZH / NOZI / NOZJ)
Hoofdsproeier
100 (160 / 162)
Stationaire sproeier
35x35 (42)
Startsproeier
50 (85)
Regelschroef stationaire lucht
open
1,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
200 EXC AUS
22.3
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0121
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
R1475J (NOZH / NOZI / NOZJ)
Hoofdsproeier
162 (160)
Stationaire sproeier
35 (42)
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
1,0 omwenteling
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
200 XC‑W USA
22.4
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC2 0
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
NOZI (NOZH / NOZJ)
Hoofdsproeier
160 (162)
Stationaire sproeier
42
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
2,0 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
-
110
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
alle 250 EXC EU modellen
22.5
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0251
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
N84K (N8RW / N8RJ / N8RK)
Hoofdsproeier
115 (162 / 165)
Stationaire sproeier
38X38 (35)
Startsproeier
50 (85)
Regelschroef stationaire lucht
open
1,75 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
250 EXC AUS
22.6
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
3600C
Naaldpositie
1e positie van boven
Sproeiernaald
N3CJ (N8RW / N8RJ / N8RK / N2ZK / N2ZJ / N2ZL)
Hoofdsproeier
160 (162 / 165)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
3,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
250 XC‑W USA
22.7
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC4 0
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
N8RJ (N8RW / N8RK)
Hoofdsproeier
165 (162)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
2,0 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
-
alle 300 EXC EU modellen
22.8
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0261
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
N84K (N2ZJ / N2ZK / N2ZL)
Hoofdsproeier
115 (162 / 165)
Stationaire sproeier
38X38 (35)
Startsproeier
50 (85)
Regelschroef stationaire lucht
open
1,75 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
111
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
112
300 EXC AUS
22.9
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
3600C
Naaldpositie
1e positie van boven
Sproeiernaald
N3CJ (N8RW / N8RJ / N8RK / N2ZK / N2ZJ / N2ZL)
Hoofdsproeier
160 (162 / 165)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
3,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
Aanwezig
300 XC‑W USA
22.10
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC5 0
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
N2ZK (N2ZJ / N2ZL)
Hoofdsproeier
165 (162)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
2,0 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Schuifklep aanslag
-
Carburateurconfiguratie (alle 125 modellen)
22.11
x
Gevaar
Vervallen van de toelating op de openbare weg en de verzekering De motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie (beperkt
vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbare weg.
–
De niet gehomologeerde versie van de motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
113
401041-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
Geldt niet voor trajecten op zandondergrond!
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
Carburateurconfiguratie (alle 200 modellen)
22.12
114
x
Gevaar
Vervallen van de toelating op de openbare weg en de verzekering De motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie (beperkt
vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbare weg.
–
De niet gehomologeerde versie van de motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
401042-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
Geldt niet voor trajecten op zandondergrond!
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
Carburateurconfiguratie (alle 250 modellen)
22.13
115
x
Gevaar
Vervallen van de toelating op de openbare weg en de verzekering De motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie (beperkt
vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbare weg.
–
De niet gehomologeerde versie van de motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
401043-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
Geldt niet voor trajecten op zandondergrond!
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
Carburateurconfiguratie (alle 300 modellen)
22.14
116
x
Gevaar
Vervallen van de toelating op de openbare weg en de verzekering De motorfiets is alleen in de gehomologeerde versie (beperkt
vermogen) toegelaten voor het rijden op de openbare weg.
–
De niet gehomologeerde versie van de motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgesloten trajecten buiten het openbare wegennet.
401044-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
Geldt niet voor trajecten op zandondergrond!
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
Radiatuerconfiguratie algemeen
22.15
x
1... 5
0
1
30
5
0
117
Naaldpositie van boven
Hier zijn de vijf mogelijke naaldposities afgebeeld.
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en rijomstandigheden.
0
2
4
0
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
118
Frame
Brugframe van chroommolybdeen stalen buizen
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA PA
Veerweg
voor
300 mm
achter
335 mm
Vorksprong (alle 125/200 EXC modellen)
22 mm
Vorksprong (250/300 EXC AUS, 250 EXC EU, 300 EXC EU)
20 mm
Vorksprong (250/300 EXC SIX DAYS, 250/300 EXC Factory Edition)
19 mm
Vorksprong (200 XC‑W USA)
22 mm
Vorksprong (250/300 XC‑W)
19 mm
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Remsysteem
Schijfremmen, remklauwen vlottend gelagerd
Remschijven - diameter
voor
260 mm
achter
220 mm
Remschijven - slijtagegrens
voor
2,5 mm
achter
3,5 mm
Bandenspanning straat (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
voor
1,5 bar
achter
2,0 bar
Bandenspanning terrein
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
Secundaire overbrenging (alle 125 modellen)
14:42 (13:50)
Secundaire overbrenging (200 EXC EU, 200 EXC AUS)
14:42 (14:45)
Secundaire overbrenging (alle 250/300 EXC modellen)
13:40 (13:50)
Secundaire overbrenging (250/300 XC‑W)
13:50
Secundaire overbrenging (200 XC‑W USA)
14:48
Ketting
5/8 x 1/4"
Leverbare kettingwielen
38, 40, 42, 45, 48, 49, 50, 51, 52
Balhoofdhoek
63,5°
Wielstand (Alle 125/200 modellen)
1.471±10 mm
Wielstand (alle 250/300 modellen)
1.475±10 mm
Zadelhoogte onbelast
985 mm
Los van de vloer, onbelast (Alle 125/200 modellen)
390 mm
Los van de vloer, onbelast (alle 250/300 modellen)
385 mm
Gewicht zonder brandstof ca. (alle 125/200 EXC modellen)
97 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (200 XC‑W USA)
94,8 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (alle 250 EXC EU modellen,
250 EXC AUS)
103 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (alle 300 EXC EU modellen,
300 EXC AUS)
103,1 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (250/300 XC‑W)
100,4 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Accu (alle 250/300 modellen)
YTX4L-BS
Accuspanning: 12 V
Nominale capaciteit: 3 Ah
Onderhoudsvrij
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
119
Lampen
23.1
Koplamp (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS)
S2 / sokkel BA20d
12 V
35/35 W
Zijlicht (EXC, EXC Factory Edition,
EXC SIX DAYS)
W5W / sokkel W2,1x9,5d
12 V
5W
Controlelampjes (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
W2,3W / sokkel W2x4,6d
12 V
2,3 W
Richtingaanwijzer (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
R10W / sokkel BA15s
12 V
10 W
Rem- / achterlicht (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
LED
Nummerplaatverlichting (EXC, EXC Factory Edition, EXC SIX DAYS)
W5W / sokkel W2,1x9,5d
12 V
5W
Geldigheid
Banden voor
Banden achter
(alle 125/200 EXC modellen)
90/90 - 21 M/C 54M M+S TT
Metzeler MCE 6 DAYS EXTREME
120/90 - 18 M/C 65M M+S TT
Metzeler MCE 6 DAYS EXTREME
(alle 250/300 EXC modellen)
90/90 - 21 M/C 54M M+S TT
Metzeler MCE 6 DAYS EXTREME
140/80 - 18 M/C 70M M+S TT
Metzeler MCE 6 DAYS EXTREME
(200 XC‑W USA)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
100/100 - 18 59M TT
Bridgestone M402
(250/300 XC‑W)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
110/100 - 18 64M TT
Bridgestone M402
Banden
23.2
Meer informatie vindt u in het servicegedeelte onder:
http://www.ktm.com
Vulhoeveelheid - brandstof
23.3
Brandstoftankinhoud totaal
ca. (EXC EU, EXC SIX DAYS,
EXC Factory Edition)
9,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
( pag. 126)
Brandstoftankinhoud totaal ca.
(EXC AUS, XC-W)
11,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
( pag. 126)
Brandstofreserve ca.
2l
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
120
Alle 125/200 modellen
24.1
Artikelnummer voorvork
14.18.7J.02
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA PA
Ingaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
18 klikken
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
20 klikken
Veervoorspanning - Preload Adjuster
Comfort
0 omwenteling
Standaard
2 omwentelingen
Sport
4 omwentelingen
Veerlengte met voorspanbus(sen)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
510 mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
513 mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
510 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
3,8 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,0 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,2 N/mm
Lengte voorvork
940 mm
Lengte luchtkamer
110+20
−30 mm
Voorvorkolie per vorkpoot
628 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 126)
alle 250/300 modellen
24.2
Artikelnummer voorvork
14.18.7J.04
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA PA
Ingaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
18 klikken
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
20 klikken
Veervoorspanning - Preload Adjuster
Comfort
0 omwenteling
Standaard
2 omwentelingen
Sport
4 omwentelingen
Veerlengte met voorspanbus(sen)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
510 mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
513 mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
510 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,0 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,4 N/mm
Lengte voorvork
940 mm
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
110+20
−30 mm
Lengte luchtkamer
Voorvorkolie per vorkpoot
121
626 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 126)
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
Alle 125/200 modellen
25.1
Artikelnummer schokdemper
12.18.7J.02
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
22 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
15 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1,25 omwentelingen
Uitgaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
24 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
6 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
69 N/mm
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
35 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
Stootdemperolie (
411 mm
pag. 126)
SAE 2,5
alle 250/300 modellen
25.2
Artikelnummer schokdemper
12.18.7J.04
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
22 klikken
Standaard
20 klikken
Sport
15 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1,25 omwentelingen
Uitgaande demping
Comfort
26 klikken
Standaard
24 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
8 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
35 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
411 mm
122
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
Stootdemperolie (
pag. 126)
SAE 2,5
123
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN CHASSIS
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
–
Schroef spoiler aan brandstoftank (XCW)
M5x12
1,5 Nm
–
Spaaknippel achterwiel
M5
5… 6 Nm
–
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
–
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef kogelgewricht drukstang aan
voetremcilinder
M6
10 Nm
–
Schroef remschijf achter
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef remschijf voor
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef stelring schokdemper
M6
5 Nm
–
Moer bandenhouder
M8
10 Nm
–
Moer kettingwielschroef
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Moer rempedaalbevestiging
M8
20 Nm
–
Overige moeren chassis
M8
30 Nm
–
Overige schroeven chassis
M8
25 Nm
–
Schroef asopname
M8
15 Nm
–
Schroef bevestiging zijstandaard
M8
40 Nm
Loctite® 2701
Schroef bovenste kroonplaat
(EXC EU/AUS)
M8
20 Nm
–
Schroef bovenste kroonplaat
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition,
XC‑W)
M8
17 Nm
–
Schroef framearm
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Schroef kroonplaat onder
(EXC EU/AUS)
M8
15 Nm
–
Schroef kroonplaat onder
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition,
XC‑W)
M8
12 Nm
–
Schroef motorsteunen
M8
33 Nm
–
Schroef onderste glijblok
M8
15 Nm
–
Schroef remklauw voor
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
–
Schroef vorkbuis boven (EXC EU/AUS)
M8
20 Nm
–
Schroef vorkbuis boven
(EXC SIX DAYS, EXC Factory Edition,
XC‑W)
M8
17 Nm
Loctite® 243™
Motordraagschroef
M10
60 Nm
–
Overige moeren chassis
M10
50 Nm
–
Overige schroeven chassis
M10
45 Nm
–
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Loctite® 243™
Schroef schokdemper boven
M12
80 Nm
Loctite® 2701
Schroef schokdemper onder
M12
80 Nm
Loctite® 2701
Moer zadelbevestiging
M12x1
20 Nm
–
Moer achterbrugbout
M16x1,5
100 Nm
–
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
–
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Schroefkoppelingen koelsysteem
M20x1,5
12 Nm
Loctite® 243™
Schroef steekas voor
M24x1,5
45 Nm
–
124
GEBRUIKSSTOFFEN
125
Hydraulische olie (15)
Volgens
– ISO VG (15)
Voorgeschreven waarde
– Alleen hydraulische olie gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte
eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Hydraulic Fluid 75
Koelmiddel
Voorgeschreven waarde
– Alleen geschikt koelmiddel gebruiken (ook in landen met hoge temperaturen). Minderwaardig antivries kan leiden tot roestvorming
en schuimvorming. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Mengverhouding
Antivries: −25… −45 °C
50 % antiroest/antivries
50 % gedestilleerd water
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
−40 °C
Antivries
Leverancier
Motorex®
– Anti Freeze
Motorolie (15W/50)
Volgens
– JASO T903 MA (
–
SAE (
pag. 129)
pag. 129) (15W/50)
Voorgeschreven waarde
– Alleen motorolie gebruiken die voldoet aan de aangegeven normen (zie gegevens op verpakking) en de juiste eigenschappen heeft.
KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Top Speed 4T
Motorolie 2-takt
Volgens
– JASO FC (
pag. 129)
Voorgeschreven waarde
– Alleen hoogwaardige 2-takt motorolie van bekende merken gebruiken. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Volsynthetisch
Leverancier
Motorex®
– Cross Power 2T
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1
Volgens
– DOT
Voorgeschreven waarde
– Alleen remvloeistof gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Castrol en Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Castrol
– RESPONSE BRAKE FLUID SUPER DOT 4
Motorex®
– Brake Fluid DOT 5.1
GEBRUIKSSTOFFEN
126
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1)
Volgens
– SAE (
pag. 129) (SAE 2,5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken.
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
Volgens
– DIN EN 228
–
JASO FC (
pag. 129) (1:60)
Mengverhouding
1:60
Motorolie 2-takt ( pag. 125)
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
Voorvorkolie (SAE 5)
Volgens
– SAE (
pag. 129) (SAE 5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Racing Fork Oil
HULPSTOFFEN
Duurzaam vet
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Bike Grease 2000
Kettingreinigingsmiddel
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chain Clean
Kettingspray offroad
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chainlube Offroad
Motorfietsreiniger
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Moto Clean 900
Olie voor luchtfilters van schuimstof
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Liquid Bio Power
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Protect & Shine
Reinigingsmiddel voor luchtfilter
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Dirt Bio Remover
Smeervet met hoge viscositeit
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van SKF® te gebruiken.
Leverancier
SKF®
– LGHB 2
127
HULPSTOFFEN
Universele oliespray
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Joker 440 Synthetic
128
NORMEN
129
JASO T903 MA
Door verschillende technische ontwikkelingsrichtingen is een eigen specificatie voor 4-takt motorfietsen nodig - de JASO T903 MA
norm. Vroeger werd voor 4-takt motorfietsen motorolie voor auto's gebruikt omdat er geen eigen motorfietsspecificatie was. Bij motoren
van auto's zijn lange onderhoudsintervallen vereist, bij motoren van motorfietsen staat een hoog vermogensrendement bij hoge toerentallen op de voorgrond. Bij de meeste motoren voor motorfietsen worden ook de versnelling en de koppeling met dezelfde olie ingevet.
De JASO MA norm voldoet aan deze speciale vereisten.
SAE
De SAE-viscositeitsklassen zijn vastgelegd door de Society of Automotive Engineers voor de indeling van oliën op basis van hun viscositeit. De viscositeit beschrijft slechts een van de eigenschappen van olie en zegt niets over de kwaliteit.
JASO FC
JASO FC is een classificatie voor een 2-takt motorolie, die speciaal is ontwikkeld voor de extreme belastingen in de wedstrijdsport.
Dankzij de eersteklas synthetische esters en de speciaal daarop afgestemde additieven wordt ook onder extreme voorwaarden een probleemloze verbranding bereikt.
INDEX
130
A
Gebruiksdefinitie
Accu
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
H
INDEX
Achterwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Afbeelding voertuig
rechtsachter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Afdekking luchtfilterbak
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Antivries
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Artikelnummer schokdemper . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Artikelnummer voorvork . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
B
Balhoofdlager
insmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Bandenspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Basisinstelling chassis
voor bestuurdersgewicht controleren . . . . . . . . . . . . . . 37
Bedieningshandleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Bedrijfsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Brandstofkraan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Brandstoftank
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
............................... 6
Hoofdzekering
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
I
Inbedrijfname
aanwijzingen voor de eerste inbedrijfname . . . . . . . . . . 26
controle- en onderhoud voor iedere inbedrijfname . . . . . 31
na stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Ingaande demping
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Ingaande demping high speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Ingaande demping low speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
K
Ketting
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
Ketting-aandrijfwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
Kettinggeleiding
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Kettingspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Kettingwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62
C
Kickstarter
Carburateur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
stationair afstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
vlotterkamer aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Koelmiddel
aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 89
vullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Choke . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12, 23
Claxonknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Conservering voor gebruik in de winter . . . . . . . . . . . . . . . 101
Koelmiddelpeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88-89
D
Koplamp
lichtbundelbreedte instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87
Dynamische veerweg
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
E
Einddemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
glasvezelvulling vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 59
E-starterknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
F
Framenummer
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
G
Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Gashendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Gaskabellegging
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Koelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88
Koplampkap met Koplamp
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85
Koplampstand
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Koppeling
vloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Koppelingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
L
Lamp koplamp vervangen
vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13-14
INDEX
131
dynamische veerweg controleren . . . . . .
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
ingaande demping algemeen . . . . . . . .
statische veerweg controleren . . . . . . . .
veervoorspanning schokdemper instellen
Luchtfilter
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
Luchtfilterbak
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58
M
Milieu
...................................... 7
Motor
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Motorfiets
met hefbok opkrikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100
van hefbok nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Motorkarakteristiek
hulpveer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
hulpveer instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Motornummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
N
Noodstopschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
O
Onderste kroonplaat
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50-51
Opsporen van fouten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 103-104
Overzicht controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
R
Reiniging, onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 100-101
Remhendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
vrije slag instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
12
69
69
69
Rempedaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
Remplaketten
van achterwielrem controleren
van achterwielrem demonteren
van achterwielrem inbouwen .
van achterwielrem vervangen .
van voorwielrem controleren . .
van voorwielrem vervangen . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
75
75
76
76
71
72
Remschijven
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Remvloeistof
van achterwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
van voorwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Remvloeistofpeil
van achterwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
van voorwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
40
55
37
39
40
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Serviceschema . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35-36
Sleutelnummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Spaakspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 81
Spatbord voor
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
Speling balhoofdlager
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
Speling gaskabel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 92
Stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31
Startnummmerbord
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
Stopknop
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Stuur
ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
vergrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Stuurpositie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
T
Tachometer
accu vervangen . . . . . . . . .
functiebeschrijving . . . . . . .
instellen . . . . . . . . . . . . . .
kilometers of mijlen instellen
tijd instellen . . . . . . . . . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
87
15
17
16
16
Tankdop
openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Tanken
brandstof
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Technische gegevens
aanhaalmomenten chassis
aanhaalmomenten motor .
carburateur . . . . . . . . . .
chassis . . . . . . . . . . . . .
motor . . . . . . . . . . . . . .
schokdemper . . . . . . . . .
voorvork . . . . . . . . . . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
. . . 124
108-109
110-117
118-119
105-107
122-123
120-121
Toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Reserveonderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Richtingaanwijzerschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Toestand van de banden
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
S
Transmissieolie
aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
Schokdemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55
INDEX
132
verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
vullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
Transmissieoliepeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
U
Uitgaande demping
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
V
Veervoorspanning
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
uitgangspositie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Voorvork
basisinstelling controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
Voorvorkprotector
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Voorwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Vorkpoten
demonteren . . . . . . .
monteren . . . . . . . .
ontluchten . . . . . . . .
vuilschrapers reinigen
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
47
47
45
46
W
Werkinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Z
Zadel
afnemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Zekering
hoofdzekering demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
hoofdzekering monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Zijstandaard
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Zwaardere rijomstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
droog zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
hoge temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
lage temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
langzaam rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
modderig circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
sneeuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
27
27
30
30
30
29
29
28
30
*3211688nl*
3211688nl
09/2010
Foto: Mitterbauer
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen/Oostenrijk
http://www.ktm.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement