KTM 150 XC US 2011 Cross Country Bike Handleiding

KTM 150 XC US 2011 Cross Country Bike Handleiding
BEDIENINGSHANDLEIDING 2011
125 SX
150 SX
250 SX
150 XC USA
250 XC EU/USA
300 XC EU/USA
Artikelnr. 3211596nl
BESTE KTM KLANT
1
We wensen u veel geluk met uw keuze voor een KTM motorfiets. U bent nu in het bezit van een moderne sportieve motorfiets en we
zijn er zeker van dat u er veel plezier mee zult beleven, mits u de motorfiets goed onderhoudt.
BESTE KTM KLANT
We wensen u veel rijplezier!
Hieronder het serienummer van uw voertuig invullen.
Framenummer (
pag. 9)
Motornummer (
pag. 9)
Dealerstempel
De bedieningshandleiding komt op het tijdstip dat deze ter perse gaat overeen met de nieuwste stand van het model. Kleine afwijkingen die het resultaat zijn van een constructieve ontwikkeling kunnen echter niet worden uitgesloten.
Alle hier genoemde gegevens zijn vrijblijvend. De KTM-Sportmotorcycle AG houdt zich het recht voor technische gegevens, prijzen,
kleuren, vormen, materialen, dienst- en serviceverlening, constructies, uitrustingen en dergelijke zonder voorafgaande aankondiging en
zonder opgave van redenen te wijzigen resp. zonder vergoeding te annuleren, deze aan te passen aan de plaatselijke situatie of de productie van een bepaald model zonder voorafgaande aankondiging te beëindigen. KTM is niet aansprakelijk voor leveringsmogelijkheden, afwijkingen van afbeeldingen en beschrijvingen, drukfouten en vergissingen. De afgebeelde modellen zijn voor een deel voorzien
van speciale uitrustingen die niet standaard bij de leveromvang horen.
© 2010 KTM-Sportmotorcycle AG, Mattighofen Oostenrijk
Alle rechten voorbehouden
Nadruk, ook gedeeltelijk, en vermenigvuldiging op welke wijze dan ook is slechts toegestaan met schriftelijke toestemming van de
auteur.
ISO 9001(12 100 6061)
KTM past processen voor kwaliteitsbewaking toe, zoals bedoeld in de internationale norm voor kwaliteitsmanagement
ISO 9001, die tot een zo hoog mogelijke productkwaliteit leiden.
Afgegeven door: TÜV Management Service
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen, Oostenrijk
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN ....................................... 4
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN............................................ 5
AFBEELDING VOERTUIG ..................................................... 7
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave) ................ 7
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave) ........... 8
SERIENUMMERS................................................................ 9
Framenummer................................................................. 9
Typeplaatje ..................................................................... 9
Motornummer ................................................................. 9
Artikelnummer voorvork.................................................... 9
Artikelnummer schokdemper ............................................ 9
BEDIENINGSELEMENTEN ................................................. 10
Koppelingshendel .......................................................... 10
Remhendel ................................................................... 10
Gashendel .................................................................... 10
Stopknop ...................................................................... 10
E-starterknop (250/300 XC) ........................................... 11
Tankdop openen............................................................ 11
Tankdop sluiten ............................................................ 11
Brandstofkraan (Alle XC modellen) .................................. 11
Brandstofkraan (Alle SX modellen) .................................. 12
Choke........................................................................... 12
Versnellingshendel......................................................... 12
Kickstarter .................................................................... 13
Rempedaal ................................................................... 13
Zijstandaard (Alle XC modellen) ...................................... 13
Plug-in standaard (Alle SX modellen)............................... 14
INBEDRIJFNAME .............................................................. 15
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname ........................... 15
Motor inrijden ............................................................... 16
Voertuig voorbereiden op zwaardere rijomstandigheden ..... 16
Voorbereidingen voor rijden op droog zand ....................... 16
Voorbereidingen voor rijden op nat zand........................... 17
Voorbereidingen voor rijden op natte en modderige
circuits......................................................................... 18
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperaturen en
langzaam rijden............................................................. 19
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperaturen en
sneeuw......................................................................... 19
RIJ-INSTRUCTIES ............................................................. 20
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname ............. 20
Starten ......................................................................... 20
Beginnen met rijden ...................................................... 21
Schakelen, rijden .......................................................... 21
Afremmen..................................................................... 21
Stoppen, parkeren ......................................................... 22
Brandstof tanken ........................................................... 22
SERVICESCHEMA (SX) ...................................................... 24
Serviceschema .............................................................. 24
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht) ........... 25
SERVICESCHEMA (XC) ...................................................... 26
Serviceschema .............................................................. 26
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht) ........... 27
CHASSIS AFSTELLEN ....................................................... 28
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht
controleren ................................................................... 28
Ingaande demping schokdemper ..................................... 28
Ingaande demping low speed voor schokdemper
instellen ....................................................................... 28
Ingaande demping high speed voor schokdemper
instellen ....................................................................... 29
Uitgaande demping schokdemper instellen ...................... 30
2
Maat achterwiel zonder belasting bepalen ........................
Statische veerweg schokdemper controleren.....................
Dynamische veerweg schokdemper controleren.................
veervoorspanning schokdemper instellen
.....................
Dynamische veerweg instellen
....................................
Basisinstelling voorvork controleren .................................
Ingaande demping voorvork instellen ...............................
Uitgaande demping voorvork instellen..............................
Stuurpositie ..................................................................
Stuurpositie instellen
................................................
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS ...............................
Motorfiets met hefbok opkrikken .....................................
Motorfiets van hefbok nemen..........................................
Vorkpoten ontluchten .....................................................
Vuilschrapers vorkpoten reinigen .....................................
Voorvorkprotector losmaken ............................................
Voorvorkprotector positioneren ........................................
Vorkpoten uitbouwen .................................................
Vorkpoten inbouwen
..................................................
Voorvorkprotector demonteren
....................................
Voorvorkprotector monteren
.......................................
Onderste kroonplaat uitbouwen
..................................
Onderste kroonplaat monteren
...................................
Speling balhoofdlager controleren ...................................
Speling balhoofdlager instellen
..................................
Balhoofdlager insmeren
.............................................
Startnummerbord demonteren ........................................
Startnummerbord inbouwen............................................
Spatbord voor demonteren..............................................
Spatbord voor inbouwen .................................................
Schokdemper demonteren
.........................................
Schokdemper inbouwen
............................................
Zadel afnemen ..............................................................
Zadel monteren .............................................................
Afdekking luchtfilterbak demonteren ...............................
Afdekking luchtfilterbak monteren...................................
Luchtfilter demonteren
..............................................
Luchtfilter inbouwen
.................................................
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen ...........................
Einddemper demonteren ................................................
Einddemper inbouwen ...................................................
Glasvezelvulling einddemper vervangen .......................
Brandstoftank demonteren .........................................
Brandstoftank monteren
............................................
Vervuiling ketting controleren .........................................
Ketting reinigen ............................................................
Kettingspanning controleren ...........................................
Kettingspanning instellen...............................................
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en
kettinggeleiding controleren............................................
Kettinggeleiding instellen
..........................................
Gaskabellegging controleren ...........................................
Uitgangspositie koppelingshendel instellen ......................
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren ...............
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
..................
REMMEN .........................................................................
Vrije slag remhendel controleren .....................................
Uitgangspositie remhendel instellen ................................
Remschijven controleren ................................................
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren.........................
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
.............................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
31
31
31
32
32
33
33
34
35
35
36
36
36
36
37
37
37
38
38
39
39
39
40
41
42
42
42
42
43
43
43
43
44
44
44
44
45
45
45
46
46
46
47
48
49
49
49
50
50
52
52
53
53
54
56
56
56
56
57
57
INHOUDSOPGAVE
3
Remplaketten voorwielrem controleren.............................
Remplaketten voorwielrem vervangen ..........................
Vrije slag rempedaal controleren .....................................
Uitgangspositie rempedaal instellen
...........................
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren......................
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
..........................
Remplaketten achterwielrem controleren .........................
Remplaketten achterwielrem vervangen
......................
WIELEN, BANDEN ............................................................
Voorwiel uitbouwen
...................................................
Voorwiel inbouwen
....................................................
Achterwiel uitbouwen
................................................
Achterwiel inbouwen
.................................................
Toestand banden controleren..........................................
Bandenspanning controleren ..........................................
Spaakspanning controleren.............................................
ELEKTRONICA..................................................................
Accu demonteren
(250/300 XC).................................
Accu monteren
(250/300 XC) ....................................
Accu laden
(250/300 XC)..........................................
Hoofdzekering demonteren (250/300 XC) ........................
Hoofdzekering monteren (250/300 XC)............................
KOELSYSTEEM .................................................................
Koelsysteem..................................................................
Radiateurafdekking (Alle SX modellen) ............................
Radiateurafdekking demonteren (Alle SX modellen) ..........
Radiateurafdekking monteren (Alle SX modellen)..............
Antivries en koelmiddelpeil controleren............................
Koelmiddelpeil controleren.............................................
Koelmiddel aftappen
.................................................
Koelmiddel vullen
.....................................................
MOTOR AFSTELLEN..........................................................
Speling gaskabel controleren ..........................................
Speling gaskabel instellen
.........................................
Carburateur...................................................................
Carburateur - stationair afstellen
................................
Vlotterkamer carburateur aftappen ..............................
Stekkerverbinding ontstekingscurve.................................
Ontstekingscurve wijzigen ..............................................
Uitgangspositie versnellingshendel controleren .................
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
................
Motorkarakteristiek - hulpveer (Alle 250/300 modellen) ....
Motorkarakteristiek - hulpveer instellen
(Alle 250/300 modellen)................................................
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR..................................
Transmissieoliepeil controleren .......................................
Transmissieolie verversen
..........................................
Transmissieolie aftappen
...........................................
Transmissieolie vullen
...............................................
Transmissieolie bijvullen
...........................................
REINIGING, ONDERHOUD .................................................
Motorfiets reinigen ........................................................
STALLING ........................................................................
Stalling ........................................................................
Inbedrijfname na stalling ...............................................
OPSPOREN VAN FOUTEN..................................................
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR....................................
125 SX.........................................................................
150 SX.........................................................................
150 XC USA .................................................................
250 SX.........................................................................
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
58
58
60
60
61
61
62
62
64
64
64
65
65
66
67
67
68
68
68
68
69
70
71
71
71
71
72
72
73
73
74
75
75
75
75
76
77
78
78
78
78
79
79
80
80
80
81
81
82
83
83
84
84
84
85
87
87
87
88
88
250 XC EU/USA ............................................................ 89
300 XC EU/USA ............................................................ 90
Vulhoeveelheid - transmissieolie ..................................... 90
Vulhoeveelheid - koelmiddel ........................................... 90
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
MOTOR ............................................................................ 91
Alle 125/150 modellen .................................................. 91
250 SX......................................................................... 92
250/300 XC.................................................................. 92
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR ....................... 94
125 SX......................................................................... 94
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (125 SX)........... 94
Carburateurconfiguratie (125 SX).................................... 95
150 SX......................................................................... 96
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (150 SX)........... 96
Carburateurconfiguratie (150 SX).................................... 97
250 SX......................................................................... 98
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (250 SX)........... 98
Carburateurconfiguratie (250 SX).................................... 99
150 XC USA ............................................................... 100
Carburateurconfiguratie (150 XC USA) .......................... 100
250 XC EU/USA .......................................................... 101
Carburateurconfiguratie (250 XC EU/USA) ..................... 102
300 XC EU/USA .......................................................... 103
Carburateurconfiguratie (300 XC EU/USA)
................ 103
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS ............................... 105
Banden ...................................................................... 105
Vulhoeveelheid - brandstof ........................................... 106
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK ............................ 107
125/150 SX................................................................ 107
250 SX....................................................................... 107
150 XC USA ............................................................... 108
250/300 XC................................................................ 108
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER ..................... 109
125/150 SX................................................................ 109
250 SX....................................................................... 109
150 XC USA ............................................................... 110
250/300 XC................................................................ 110
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN
CHASSIS ........................................................................ 112
GEBRUIKSSTOFFEN ....................................................... 113
HULPSTOFFEN ............................................................... 115
NORMEN........................................................................ 117
INDEX ............................................................................ 118
x
SYMBOLEN EN FORMATERINGEN
Gebruikte symbolen
Hieronder wordt het gebruik van bepaalde symbolen toegelicht.
Kenmerkt een verwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Kenmerkt een onverwachte reactie (bijv. van een bepaalde handeling of functie).
Alle werkzaamheden die met dit symbool zijn gekenmerkt vereisen vakkennis en technisch begrip. Laat de werkzaamheden voor uw eigen veiligheid uitvoeren in een geautoriseerde KTM-garage! Daar wordt uw motorfiets door
speciaal geschoolde vakkundige personen met het benodigde speciale gereedschap optimaal onderhouden.
Kenmerkt een verwijzing naar een pagina (meer informatie vindt u op de aangegeven pagina).
Gebruikte formatering
Hieronder worden de gebruikte letterformaten verklaard.
Eigennaam
Kenmerkt een eigennaam.
Naam®
Kenmerkt een beschermde naam.
Merk™
Kenmerkt een merk in het handelsverkeer.
4
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
5
Gebruiksdefinitie
De sportmotorfietsen van KTM zijn zodanig ontworpen en geconstrueerd dat ze bestand zijn tegen de gangbare belastingen bij normaal
gebruik in wedstrijden. De motorfietsen voldoen aan het geldende reglement en de geldende categorieën van de hoogste internationale
motorsportbonden.
Info
De motorfiets mag uitsluitend worden gebruikt op afgezette trajecten buiten het openbare wegennet.
Service
Voorwaarde voor storingsvrij gebruik en het voorkomen van voortijdige slijtage is dat u zich houdt aan de in de bedieningshandleiding
genoemde service- en afstelwerkzaamheden aan de motor en het chassis. Slechte afstelling van het chassis kan leiden tot beschadiging en breken van de chassiscomponenten .
Het gebruik van de motorfietsen bij zwaardere omstandigheden zoals zandig, erg modderig en vochtig terrein kan leiden tot verhoogde
slijtage van componenten zoals de aandrijving of remmen. Daarom kan het nodig zijn een service uit te voeren of slijtageonderdelen te
vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
Het is belangrijk dat u zich strikt houdt aan de voorgeschreven inrijtijden en service-intervallen. De inachtneming daarvan draagt in
belangrijke mate bij aan de verhoging van de levensduur van de motorfiets.
Garantie
De in het serviceschema voorgeschreven werkzaamheden mogen uitsluitend in een geautoriseerde KTM-garage worden uitgevoerd en
moeten in het serviceboekje worden bevestigd, aangezien anders alle garantieaanspraken vervallen. Voor schade of gevolgschade die
door manipulaties en wijzigingen van het voertuig is veroorzaakt bestaat geen aanspraak op garantie.
Bedrijfsmiddelen
U moet de in de bedieningshandleiding gespecificeerde brand- en smeerstoffen resp. bedrijfsstoffen gebruiken.
Reserveonderdelen, toebehoren
Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen onderdelen en toebehoren die door KTM zijn vrijgegeven en/of worden aanbevolen en laat deze
in een geautoriseerde KTM-garage monteren. Voor andere producten en daardoor veroorzaakte schade is KTM niet aansprakelijk.
Enkele reserveonderdelen en toebehoren zijn tussen haakje aangegeven bij de betreffende beschrijvingen. Uw KTM-dealer adviseert u
graag.
De actuele KTM PowerParts voor uw voertuig vindt u op de website van KTM.
Internationale KTM website: http://www.ktm.com
Werkinstructies
Voor enkele werkzaamheden zijn speciale gereedschappen nodig. Deze zijn geen bestanddeel van het voertuig, maar kunnen worden
besteld onder het aangegeven nummer tussen haakjes. Voorbeeld: lagertrekker (15112017000)
Bij de montage moeten onderdelen die niet meer worden hergebruikt (bijv. zelfborgende schroeven en moeren, afdichtingen, pakkingen, keerringen, splitpennen, borgplaten) door nieuwe worden vervangen.
Indien bij schroefverbindingen een schroevenlijm (bijv. Loctite®) wordt gebruikt, moeten de specifieke gebruiksaanwijzingen van de
fabrikant in acht worden genomen.
Onderdelen die na de demontage weer worden gebruikt, moeten worden gereinigd en gecontroleerd op beschadiging en slijtage.
Beschadigde en versleten onderdelen vervangen.
Na afronding van de reparatie of het onderhoud moet worden gecontroleerd of het voertuig weer verkeersveilig is.
Transport
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
–
Motor parkeren.
BELANGRIJKE AANWIJZINGEN
6
(Alle SX modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien. (afbeelding 601185-10
pag. 12)
(Alle XC modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien. (afbeelding 601157-11
pag. 11)
–
Motorfiets met spanbanden of andere geschikte bevestigingsmiddelen beveiligen tegen omvallen en wegrollen.
Milieu
Motorsport is fantastische sport en we hopen natuurlijk dat u er volledig van kunt genieten. Motorfietsen kunnen echter problemen
voor het milieu en conflicten met andere personen veroorzaken. Door op een verantwoorde manier met de motorfiets om te gaan kunt
u ervoor zorgen dat deze problemen en conflicten niet ontstaan. Om de toekomst van de motorsport veilig te stellen mag u de motorfiets alleen legaal gebruiken, dient u milieubewust te handelen en de rechten van anderen te respecteren.
Aanwijzingen/waarschuwingen
U moet beslist de gegeven aanwijzingen/waarschuwingen in acht nemen.
Info
Op het voertuig zijn verschillende stickers met aanwijzingen en waarschuwingen aangebracht. Deze stickers met aanwijzingen
en waarschuwingen mag u nooit verwijderen. Als deze ontbreken kunt u of andere personen de gevaren niet herkennen en daardoor letsel oplopen.
Gevarenniveaus
Gevaar
Waarschuwing voor een gevaar dat direct en met zekerheid overlijden of zwaar blijvend letsel tot gevolg heeft als u niet de
juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat waarschijnlijk overlijden of zwaar letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Voorzichtig
Waarschuwing voor een gevaar dat mogelijk licht letsel tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Aanwijzing
Waarschuwing voor een gevaar dat aanmerkelijke schade aan machine of materiaal tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Waarschuwing
Waarschuwing voor een gevaar dat schade aan het milieu tot gevolg heeft als u niet de juiste voorzorgsmaatregelen neemt.
Bedieningshandleiding
–
Lees de bedieningshandleiding beslist goed en volledig door voordat u voor het eerst gaat rijden. Daarin vindt u veel informatie en
tips die de bediening en het onderhoud van de motorfiets eenvoudiger maken. Alleen zo komt u te weten hoe u uw motorfiets het
beste afstemt op uw situatie en hoe u zich tegen letsel kunt beschermen. Bovendien staat in de bedieningshandleiding belangrijke
informatie over het onderhoud van de motorfiets.
–
De bedieningshandleiding is een belangrijk onderdeel van de motorfiets en moet bij doorverkoop aan de nieuwe eigenaar worden
gegeven.
AFBEELDING VOERTUIG
7
Afbeelding voertuig linksvoor (symboolweergave)
3.1
601175-10
1
Remhendel (
pag. 10)
2
Stopknop (
3
Koppelingshendel (
4
Afdekking luchtfilterbak
5
Brandstofkraan
6
Choke (
7
Versnellingshendel (
8
Kettinggeleiding
pag. 10)
pag. 10)
pag. 12)
pag. 12)
AFBEELDING VOERTUIG
8
Afbeelding voertuig rechtsachter (symboolweergave)
3.2
601176-10
1
Zadel
2
Tankdop
3
Stuurkussen
4
Gashendel (
5
Schokdemper instelling uitgaande demping
6
Kijkglas remvloeistof achter
7
Schokdemper instelling ingaande demping
8
Rempedaal (
pag. 13)
9
Kickstarter (
pag. 13)
pag. 10)
SERIENUMMERS
9
Framenummer
4.1
Het framenummer  is aan de rechterzijde van het balhoofd gegraveerd.
601177-10
Typeplaatje
4.2
Het typeplaatje  is aan de voorzijde van het balhoofd aangebracht.
601177-11
Motornummer
4.3
Het motornummer  is aan de linkerzijde van de motor onder het ketting-aandrijfwiel
gegraveerd.
601178-10
Artikelnummer voorvork
4.4
Het artikelnummer van de voorvork  is aan de binnenzijde van de asopname gegraveerd.
B00265-01
Artikelnummer schokdemper
4.5
Het artikelnummer van de schokdemper  is in het bovenste gedeelte van de schokdemper aan motorzijde boven de stelring gegraveerd.
601179-10
BEDIENINGSELEMENTEN
10
Koppelingshendel
5.1
(Alle 125/150 modellen)
De koppelingshendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
B00001-10
(Alle 250/300 modellen)
De koppelingshendel  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
De koppeling wordt hydraulisch bediend en automatisch bijgesteld.
B00009-10
Remhendel
5.2
De remhendel  bevindt zich aan de rechterzijde van het stuur.
Met de remhendel wordt de voorwielrem bediend.
400196-10
Gashendel
5.3
De gashendel  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
B00060-10
Stopknop
5.4
De stopknop  is aan de linkerzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• Stopknop in de uitgangspositie – In deze stand is het ontstekingscircuit gesloten en kan de motor worden gestart.
• Stopknop ingedrukt – In deze stand is het ontstekingscircuit onderbroken. Een
draaiende motor schakelt uit en een stilstaande motor schakelt niet in.
B00002-10
BEDIENINGSELEMENTEN
11
E-starterknop (250/300 XC)
5.5
De e-starterknop  is aan de rechterzijde van het stuur aangebracht.
Mogelijke toestanden
• E-starterknop in de uitgangspositie
• E-starterknop ingedrukt – In deze stand wordt de e-starter gebruikt.
B00080-10
Tankdop openen
5.6
–
Ontgrendelknop  indrukken, tankdop tegen de klok in draaien en naar boven toe
afnemen.
–
Tankdop opzetten met de klok mee draaien tot de ontgrendelknop  vastklikt.
B00277-10
Tankdop sluiten
5.7
Info
Erop letten dat de slang voor het ontluchten van de brandstoftank  niet
knikt.
B00278-10
Brandstofkraan (Alle XC modellen)
5.8
De brandstofkraan bevindt zich aan de linkerzijde van de brandstoftank.
Met de draaigreep  aan de brandstofkraan kan men de brandstoftoevoer naar de carburateur openen of sluiten.
Mogelijke toestanden
• Brandstoftoevoer gesloten OFF – Nu kan er geen brandstof van de tank naar de carburateur stromen.
• Brandstoftoevoer geopend ON – Nu kan er brandstof van de tank naar de carburateur stromen. De brandstof in de tank wordt tot op de reserve verbruikt.
• Toevoer reservebrandstof geopend RES – Nu kan er brandstof van de tank naar de
carburateur stromen. De brandstof in de tank wordt volledig verbruikt.
601157-11
BEDIENINGSELEMENTEN
12
Brandstofkraan (Alle SX modellen)
5.9
De brandstofkraan bevindt zich aan de linkerzijde van de brandstoftank.
Met de draaigreep  aan de brandstofkraan kan men de brandstoftoevoer naar de carburateur openen of sluiten.
Mogelijke toestanden
• Brandstoftoevoer gesloten OFF – Nu kan er geen brandstof van de tank naar de carburateur stromen.
• Brandstoftoevoer geopend ON – Nu kan er brandstof van de tank naar de carburateur stromen. De brandstof in de tank wordt volledig verbruikt.
601185-10
Choke
5.10
De chokeknop  is aan de linkerzijde van de carburateur aangebracht.
Als de chokefunctie is geactiveerd wordt er in de carburateur een opening vrijgegeven
waardoor de motor extra brandstof kan aanzuigen. Daardoor ontstaat een rijker mengsel
van brandstof en lucht dat voor de koude start nodig is.
Info
Bij een warme motor moet de chokefunctie zijn gedeactiveerd.
601180-10
Mogelijke toestanden
• Chokefunctie geactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag uitgetrokken.
• Chokefunctie gedeactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag ingedrukt.
Versnellingshendel
5.11
De versnellingshendel  is aan de linkerzijde van de motor gemonteerd.
B00005-10
(Alle 125/150 modellen, Alle XC modellen)
De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op de afbeelding.
De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnelling.
B00005-12
BEDIENINGSELEMENTEN
13
(250 SX)
De positie van de versnellingen kunnen afgelezen worden op de afbeelding.
De neutrale of vrije stand bevindt zich tussen de 1e en 2e versnelling.
B00005-11
Kickstarter
5.12
De kickstarter  is aan de rechterzijde van de motor aangebracht. De bovenste deel
kan worden gezwenkt.
601181-10
Rempedaal
5.13
Het rempedaal  bevindt zich voor de rechter voetsteun.
Met het rempedaal wordt de achterwielrem bediend.
B00007-10
Zijstandaard (Alle XC modellen)
5.14
De zijstandaard  bevindt zich aan de linker voertuigzijde.
601188-10
De zijstandaard wordt gebruikt voor het neerzetten van de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard  worden opgeklapt en met de rubberband  worden vastgezet.
601189-10
BEDIENINGSELEMENTEN
14
Plug-in standaard (Alle SX modellen)
5.15
De opname voor de plug-in standaard  is de linkerzijde van de steekas.
De plug-in standaard wordt gebruikt voor het neerzetten van de motorfiets.
Info
De plug-in standaard verwijderen voordat u gaat rijden.
100950-10
INBEDRIJFNAME
15
Aanwijzingen voor eerste inbedrijfname
6.1
Gevaar
Gevaar voor ongevallen Gevaar door onvoldoende rijvaardigheid.
–
Het voertuig niet gebruiken, wanneer u door consumptie van alcohol, medicijnen of drugs of door lichamelijke of psychische beperkingen niet in staat bent veilig aan het verkeer deel te nemen.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Geen of slechte beschermende kleding vormt een verhoogd risico.
–
Tijdens het rijden altijd beschermende kleding (helm, laarzen, handschoenen, broek en jack met bescherming) dragen.
Erop letten dat de beschermende kleding zich in een goede staat bevindt en voldoet aan de wettelijke voorschriften.
Waarschuwing
Gevaar voor vallen Beperking van het rijgedrag door verschillende bandprofielen aan voor- en achterwiel.
–
Voor- en achterwiel moeten altijd zijn uitgerust met banden met een gelijksoortig profiel, anders kan de motor oncontroleerbaar worden.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Kritiek rijgedrag door niet aangepaste rijwijze.
–
De rijsnelheid aan de rijwegsituatie en uw rijvaardigheid aanpassen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar voor ongevallen door het meenemen van een bijrijder.
–
Uw voertuig is niet geschikt voor het meenemen van een bijrijder. Neem geen bijrijder mee.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het rempedaal niet wordt vrijgegeven slijten de remplaketten ononderbroken. De achterwielrem kan door oververhitting
uitvallen. De voet van het rempedaal nemen, als u niet wilt remmen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag.
–
Het maximale totaalgewicht en asbelasting nooit overschrijden.
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Info
Houd er bij het gebruik van de motorfiets rekening mee dat andere mensen last kunnen hebben van overmatig lawaai.
–
Verzeker u ervan dat de afleveringsinspectie is uitgevoerd door een geautoriseerde KTM-garage.
–
Voordat u voor het eerst gaat rijden moet u de volledige bedieningshandleiding goed doorlezen.
–
Erop letten dat u vertrouwd raakt met de bedieningselementen.
–
Uitgangspositie van de koppelingshendel instellen. (
–
Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
–
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
–
Wen eerst op een geschikt terrein aan de omgang met de motorfiets.
U ontvangt het afleveringsdocument en serviceboekje bij de overdracht van het voertuig.
pag. 53)
pag. 56)
x(
pag. 60)
Info
Uw motorfiets is niet toegelaten voor het rijden op openbare wegen.
Geadviseerd wordt bij het rijden op het terrein iemand met een tweede voertuig mee te nemen om elkaar te assisteren.
–
Probeer ook eens zo langzaam mogelijk en staand te rijden zodat u meer gevoel voor de motorfiets krijgt.
–
Maak geen terreinritten die uw vaardigheden en ervaring te boven gaan.
–
Houd tijdens het rijden het stuur met beide handen vast en laat uw voeten op de voetsteunen rusten.
–
Neem geen bagage mee.
INBEDRIJFNAME
–
16
Neem het maximaal toegestane totaalgewicht en de maximale asbelasting in acht.
Voorgeschreven waarde
–
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Spaakspanning controleren. (
pag. 67)
Info
De spaakspanning moet na een half uur rijden worden gecontroleerd.
–
Motor inrijden.
Motor inrijden
6.2
–
Tijdens de inrijperiode het aangegeven motorvermogen niet overschrijden.
Voorgeschreven waarde
Maximaal motorvermogen
–
tijdens de eerste 3 bedrijfsuren
< 70 %
tijdens de eerste 5 bedrijfsuren
< 100 %
Vol gas geven vermijden!
Voertuig voorbereiden op zwaardere rijomstandigheden
6.3
–
Als motorfietsen onder zwaardere rijomstandigheden worden gebruikt kunnen componenten zoals aandrijfsysteem of remmen sneller slijten dan gemiddeld. Daarom kan het nodig zijn onderhoud uit te voeren of slijtageonderdelen te vervangen al voordat de slijtagegrens volgens het serviceschema is bereikt.
Zwaardere rijomstandigheden zijn:
– Rijden op droog zand. ( pag. 16)
–
Rijden op nat zand. (
–
Rijden op natte en modderige circuits. (
–
Rijden bij hoge temperaturen en langzaam rijden. (
–
Rijden bij lage temperaturen en sneeuw. (
pag. 17)
pag. 18)
pag. 19)
pag. 19)
Voorbereidingen voor rijden op droog zand
6.4
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 45)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
INBEDRIJFNAME
17
–
Stofbescherming voor luchtfilter monteren.
Stofbescherming voor luchtfilter (59006019000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
B00435-01
–
Zandbescherming voor luchtfilter monteren.
Zandbescherming voor luchtfilter (59006022000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
B00436-01
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 115)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet insmeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 10 rij-uren vervangen.
Voorbereidingen voor rijden op nat zand
6.5
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 45)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
INBEDRIJFNAME
18
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
B00437-01
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
–
pag. 115)
Staalkettingwiel monteren.
Tip
Ketting niet insmeren.
600868-01
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Wanneer regelmatig door zand wordt gereden – zuigers om de 10 rij-uren vervangen.
Voorbereidingen voor rijden op natte en modderige circuits
6.6
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 45)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
Info
B00437-01
600868-01
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
–
Staalkettingwiel monteren.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
pag. 83)
INBEDRIJFNAME
19
Voorbereidingen voor rijden bij hoge temperaturen en langzaam rijden
6.7
–
Radiateurdop controleren.
Waarde op radiateurdop
»
1,8 bar
Als de weergegeven waarde niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de
motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
600872-10
–
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het
koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water
houden.
Radiateurdop vervangen.
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 45)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Secundaire overbrenging aanpassen aan het circuit.
Info
De motorolie wordt snel heet, als de koppeling wegens een te lange secundaire overbrenging vaak moet worden bediend.
–
Ketting reinigen.
Kettingreinigingsmiddel (
600868-01
pag. 115)
–
Radiateurlamellen reinigen.
–
Verbogen radiateurlamellen voorzichtig uitlijnen.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 73)
Voorbereidingen voor rijden bij lage temperaturen en sneeuw
6.8
–
Luchtfilterbak afdichten.
x
Tip
Luchtfilterbak aan de randen afdichten om hem te beschermen tegen het
indringen van vuil.
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
x(
pag. 45)
Info
Luchtfilter om de ca. 30 minuten controleren.
–
Waterbescherming voor luchtfilter monteren.
Waterbescherming voor luchtfilter (59006021000)
Info
Montagehandleiding KTM PowerParts in acht nemen.
–
B00437-01
Caburateurbesproeiing en instelling aanpassen.
Info
Uw geautoriseerde KTM-garage adviseert u graag over de afstelling van de
carburateur.
RIJ-INSTRUCTIES
20
Controle en onderhoud voor iedere inbedrijfname
7.1
Info
Voor iedere rit de toestand van het voertuig controleren en vaststellen of deze verkeersveilig is.
Tijdens het rijden moet het voertuig technisch in een onberispelijke staat zijn.
–
Transmissieoliepeil controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
–
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
–
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
–
Werking van het remsysteem controleren.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
–
Vervuiling van de ketting controleren. (
–
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
–
Kettingspanning controleren. (
–
Toestand van de banden controleren. (
–
Bandenspanning controleren. (
–
Vuilschrapers van de vorkpoten reinigen. (
–
Vorkpoten ontluchten. (
–
Luchtfilter controleren.
–
Instelling en bedieningsgemak van alle bedieningselementen controleren.
–
Regelmatig controleren of alle schroeven, moeren en slangklemmen goed vastzitten.
–
Stand van de koplamp controleren.
pag. 80)
pag. 57)
pag. 61)
pag. 58)
pag. 62)
pag. 73)
pag. 49)
pag. 50)
pag. 49)
pag. 66)
pag. 67)
pag. 37)
pag. 36)
Starten
7.2
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of
laten draaien zonder een geschikte afzuiginstallatie.
Aanwijzing
Beschadiging aan de motor Hoge toerentallen bij koude motor hebben een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Motor altijd met een laag toerental warmrijden.
Info
Als de motorfiets niet goed start kan dat worden veroorzaakt door oude brandstof in de vlotterkamer. De licht ontvlambare stoffen in de brandstof vervluchtigen als de motorfiets langere tijd stilstaat.
Als de vlotterkamer met verse ontsteekbare brandstof is gevuld zal de motor meteen starten.
Stilstand van motorfiets van meer dan een week
– Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
x(
pag. 77)
(Alle SX modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand ON draaien. (afbeelding 601185-10
pag. 12)
Nu kan er brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen.
(Alle XC modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand ON draaien. (afbeelding 601157-11
Nu kan er brandstof van de brandstoftank naar de carburateur stromen.
–
Motorfiets van de standaard nemen.
–
Versnelling in vrij schakelen.
Motor koud
– Chokeknop tot de aanslag uittrekken.
–
E-starterknop indrukken of de kickstarter volledig en krachtig intrappen.
Info
Geen gas geven.
pag. 11)
RIJ-INSTRUCTIES
21
Beginnen met rijden
7.3
Info
Voordat u gaat rijden moet de plug-in standaard worden verwijderd.
Tijdens het rijden moet de zijstandaard worden opgeklapt en met de rubberband worden vastgezet.
–
Koppelingshendel trekken, in de 1e versnelling zetten, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gelijktijdig voorzichtig gas geven.
Schakelen, rijden
7.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Terugschakelen bij hoog motortoerental leidt tot blokkeren van het achterwiel.
–
Niet bij hoog motortoerental terugschakelen naar een lagere versnelling. De motor wordt overbelast en het achterwiel kan
blokkeren.
Info
Als u tijdens het rijden ongewone geluiden hoort, moet u meteen stoppen, de motor uitzetten en contact opnemen met een
geautoriseerde KTM-garage.
De 1e versnelling is de start- of bergversnelling.
–
Als de verhoudingen het toestaan (helling, rijsituatie) kunt u naar een hogere versnelling schakelen. Daarvoor gelijktijdig koppelingshendel trekken, in de volgende versnelling zetten, koppelingshendel vrijgeven en gas geven.
–
Als de chokefunctie is geactiveerd moet u deze deactiveren als de motor warm is.
–
Na het bereiken van de maximale snelheid door het volledig opendraaien van de gashendel deze terugdraaien op ¾ gas. De snelheid vermindert nauwelijks, maar het brandstofgebruik wordt sterk verlaagd.
–
Altijd slechts zoveel gas geven als de motor op dat moment kan verwerken - abrupt opendraaien van de gashendel verhoogt het
verbruik.
–
Voor het terugschakelen van de motorfiets afremmen en tegelijkertijd gas terugnemen.
–
Koppelingshendel trekken en naar een lagere versnelling schakelen, koppelingshendel langzaam vrijgeven en gas geven of nog een
keer schakelen.
–
De motor uitzetten als de motorfiets langere tijd stationair draait of stilstaat.
Voorgeschreven waarde
≥ 2 min
–
Voorkom veelvuldig gebruik en langdurig slepen van de koppeling. Hierdoor wordt de motorolie verwarmd en dus ook de motor en
het koelsysteem.
–
Met een lager toerental rijden in plaats van met een hoger toerental en slepende koppeling.
Afremmen
7.5
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Te sterk afremmen leidt tot blokkering van de wielen.
–
De wijze van remmen aanpassen aan de rijsituatie en rijwegsituatie.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door poreus drukpunt van de voor- en/of achterwielrem.
–
Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde remmen.
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
–
Op een zandige, natte of gladde ondergrond moet overwegend de achterwielrem worden gebruikt.
–
Het remmen moet altijd voor begin van de bocht zijn afgerond. Schakel daarbij ook naar een lagere versnelling afhankelijk van de
snelheid.
–
Gebruik bij langere dalingen de remwerking van de motor. Daarvoor schakelt u een of twee versnellingen terug. Overbelast de
motor daarbij niet. Zo hoeft u veel minder te remmen en raken de remmen niet oververhit.
RIJ-INSTRUCTIES
22
Stoppen, parkeren
7.6
Waarschuwing
Gevaar voor diefstal Gebruik door onbevoegde personen.
–
Het voertuig nooit onbeheerd laten staan als de motor draait. Het voertuig tegen onbevoegd gebruik beveiligen.
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden tijdens het rijden zeer heet.
–
Hete onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, schokdempers en remmen niet aanraken. De onderdelen eerst laten
afkoelen voordat u met werkzaamheden aan deze onderdelen begint.
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Aanwijzing
Gevaar voor brand Sommige onderdelen van de motorfiets worden bij gebruik van de motorfiets zeer heet.
–
Motorfiets niet op plaatsen laten staan met licht brandbare en/of ontvlambare materialen. Geen voorwerpen over het bedrijfswarme
voertuig leggen. Het voertuig altijd eerst laten afkoelen.
Aanwijzing
Schade aan materiaal Beschadiging en vernietiging van componenten door overmatige belasting.
–
De zijstandaard is alleen geschikt voor het gewicht van de motorfiets. Ga niet op de motorfiets zitten als hij op de zijstandaard
staat. De zijstandaard of het frame kunnen beschadigen en de motorfiets kan omvallen.
–
Motorfiets afremmen.
–
Versnelling in vrij schakelen.
–
Stopknop
bij stationair toerental van de motor indrukken, totdat de motor stilstaat.
(Alle XC modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien. (afbeelding 601157-11
pag. 11)
(Alle SX modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien. (afbeelding 601185-10
pag. 12)
–
Voertuig op zijstandaard zetten.
Brandstof tanken
7.7
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
–
Motor parkeren.
–
Tankdop openen. (
pag. 11)
RIJ-INSTRUCTIES
23
–
Brandstoftank met brandstof vullen tot maximaal maat .
Voorgeschreven waarde
Maat 
A
Brandstoftankinhoud totaal ca.
35 mm
7,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:40) ( pag. 114)
(125/150 SX)
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:60) ( pag. 114)
(250 SX)
400382-10
Brandstoftankinhoud totaal ca.
11,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:40) ( pag. 114)
(150 XC USA)
Superbrandstof loodvrij gemengd met
2-takt motorolie (1:60) ( pag. 114)
(250/300 XC)
Motorolie 2-takt (
–
Tankdop sluiten. (
pag. 113)
pag. 11)
SERVICESCHEMA (SX)
24
Serviceschema
8.1
Transmissieolie verversen.
Transmissieolie verversen.
x (125/150 SX)
x (250 SX)
pag. 58)
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
pag. 62)
pag. 56)
Remkabels controleren op beschadiging en lekkage.
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
Afdichtingsmanchetten voetremcilinder vervangen.
Vrije slag van het rempedaal controleren. (
Frame en achterbrug controleren.
Achterbruglagers controleren.
S20A
S30A
•
•
•
•
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
Remschijven controleren. (
S10A
pag. 61)
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x
pag. 60)
x
•
•
•
•
•
•
•
x
•
•
•
x
Grote schakelservice uitvoeren. (Alle SX modellen) x
•
•
•
Toestand van de banden controleren. (
Zwenklager op schokdemper boven en onder controleren.
x
Kleine schakelservice uitvoeren. (Alle SX modellen)
•
•
•
•
Bandenspanning controleren. (
pag. 67)
pag. 66)
•
•
•
Wiellagers op speling controleren.
x
•
•
•
Wielnaven controleren.
•
•
•
Velgslag controleren.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Alle bewegende onderdelen (bijv. hendels, ketting, ...) smeren en controleren of ze gemakkelijk bewegen.
•
•
•
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren. (
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x
x
Spaakspanning controleren. (
pag. 67)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
Kettingspanning controleren. (
pag. 50)
pag. 49)
x
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
Vrije slag van de remhendel controleren. (
Speling balhoofdlager controleren. (
pag. 53)
pag. 57)
pag. 56)
pag. 41)
Zuiger vervangen en cilinder controleren.
•
x
Zuiger vervangen en cilinder controleren. (bij zwaardere gebruiksomstandigheden)
Bougie en bougiedop vervangen.
x
x (125/150 SX)
Bougie en bougiedop vervangen. x (250 SX)
Inlaatmembraan controleren. x
Uitlaatregeling op goede werking en soepelheid controleren. x
Koppeling controleren. x
Alle slangen (bijv. brandstof-, radiateur-, ontluchting-, drainageslangen, ...) en manchetten controleren
op scheuren, dichtheid en correcte legging. x
Antivries en koelmiddelpeil controleren. ( pag. 72)
Kabels controleren op beschadiging en knikvrije legging. x
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikvrije legging en instelling.
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen. x
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen. x ( pag. 46)
Controleren of de schroeven en moeren goed vastzitten. x
Stationair controleren. x
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.
Service op KTM DEALER.NET invoeren en noteren in het serviceboekje. x
S10A: Om de 10 rij-uren - komt overeen met ca. 70 liter brandstof / na iedere race
S20A: Om de 20 rij-uren - komt overeen met ca. 140 liter brandstof
S30A: Om de 30 rij-uren - komt overeen met ca. 210 liter brandstof
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
SERVICESCHEMA (SX)
25
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht)
8.2
S20N
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.
•
x
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen.
x(
J1A
•
x
Remvloeistof van de achterwielrem vervangen.
Balhoofdlager insmeren.
S40A
x(
•
pag. 54)
•
pag. 42)
•
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
x
Schokdemperservice uitvoeren. (Alle SX modellen) x
Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervangen. x
Overbrengingssysteem en versnelling controleren. x
Alle motorlagers vervangen. x
S20N: Eenmalig na 20 rij-uren - komt overeen met ca. 140 liter brandstof
S40A: Om de 40 rij-uren - komt overeen met ca. 280 liter brandstof
J1A: Jaarlijks
•
•
•
•
•
•
SERVICESCHEMA (XC)
26
Serviceschema
9.1
S20A
S40A
Accu controleren en laden.
•
•
Transmissieolie verversen.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
x (250/300 XC)
x
Remplaketten van de voorwielrem controleren. (
pag. 58)
Remplaketten van de achterwielrem controleren. (
Remschijven controleren. (
pag. 62)
pag. 56)
Remkabels controleren op beschadiging en lekkage.
Remvloeistofpeil van de achterwielrem controleren. (
Vrije slag van het rempedaal controleren. (
Frame en achterbrug controleren.
Achterbruglagers controleren.
pag. 61)
pag. 60)
x
•
x
Zwenklager op schokdemper boven en onder controleren.
Kleine schakelservice uitvoeren. (Alle XC modellen)
Toestand van de banden controleren. (
x
x
pag. 66)
•
•
•
•
•
•
Bandenspanning controleren. (
pag. 67)
•
•
Wiellagers op speling controleren.
x
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Wielnaven controleren.
x
Velgslag controleren. x
Spaakspanning controleren. (
pag. 67)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren. (
Kettingspanning controleren. (
pag. 50)
pag. 49)
Alle bewegende onderdelen (bijv. hendels, ketting, ...) smeren en controleren of ze gemakkelijk bewegen.
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling controleren. (
Remvloeistofpeil van de voorwielrem controleren. (
Vrije slag van de remhendel controleren. (
Speling balhoofdlager controleren. (
Bougie en bougiedop vervangen.
Inlaatmembraan controleren.
pag. 53)
pag. 57)
pag. 56)
pag. 41)
x
x
Uitlaatregeling op goede werking en soepelheid controleren.
Koppeling controleren.
x
•
x
•
x
Alle slangen (bijv. brandstof-, radiateur-, ontluchting-, drainageslangen, ...) en manchetten controleren op scheuren, dichtheid en correcte legging.
•
•
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (
•
•
•
•
Bowdenkabels controleren op beschadiging, knikvrije legging en instelling.
•
•
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
•
•
•
•
•
•
•
•
Eindcontrole: controleren of het voertuig verkeersveilig is en een proefrit maken.
•
•
Service op KTM DEALER.NET invoeren en noteren in het serviceboekje.
•
•
x
pag. 72)
Kabels controleren op beschadiging en knikvrije legging.
x
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen.
x(
pag. 46)
Controleren of de schroeven en moeren goed vastzitten.
Stationair controleren.
x
x
x
x
S20A: Om de 20 rij-uren - komt overeen met ca. 140 liter brandstof
S40A: Om de 40 rij-uren - komt overeen met ca. 280 liter brandstof / na iedere race
SERVICESCHEMA (XC)
27
Servicewerkzaamheden (als aanvullende opdracht)
9.2
S40A
Remvloeistof van de voorwielrem verversen.
S80A
•
x
Remvloeistof van de achterwielrem vervangen.
J1A
•
x
•
Afdichtingsmanchetten voetremcilinder vervangen.
x
Vloeistof van de hydraulische koppeling verversen. x ( pag. 54)
Balhoofdlager insmeren. x ( pag. 42)
Carburateurcomponenten controleren/instellen. x
Grote schakelservice uitvoeren. (Alle XC modellen) x
Schokdemperservice uitvoeren. (Alle XC modellen) x
Starttandwiel controleren. x (250/300 XC)
Zuiger vervangen en cilinder controleren. x (Alle 125/150 modellen)
Drijfstang, drijfstanglager en kruktap vervangen. x
Overbrengingssysteem en versnelling controleren. x
Alle motorlagers vervangen. x
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
S40A: Om de 40 rij-uren - komt overeen met ca. 280 liter brandstof
S80A: Om de 80 rij-uren - komt overeen met ca. 560 liter brandstof / om de 40 rij-uren bij gebruik voor sportdoeleinden - komt overeen met ca. 280 liter brandstof
J1A: Jaarlijks
CHASSIS AFSTELLEN
28
Basisinstelling chassis voor bestuurdersgewicht controleren
10.1
Info
Voor de basisinstelling van het chassis eerst de schokdemper en daarna de voorvork instellen.
–
Om optimale rijeigenschappen van de motorfiets te bereiken en om beschadiging
aan voorvork, schokdemper, achterbrug en frame te voorkomen moeten de basisinstelling en veringscomponenten passen bij het gewicht van de bestuurder.
–
KTM offroad-motorfietsen zijn in de leveringstoestand ingesteld op een standaard
gewicht van een bestuurder (met complete veiligheidskleding).
Voorgeschreven waarde
Standaard rijgewicht
75… 85 kg
–
Als het gewicht van de bestuurder buiten dit bereik ligt moet de basisinstelling van
de veringscomponenten worden aangepast.
–
Kleine afwijkingen van het gewicht kunnen door het wijzigen van de veervoorspanning worden gecompenseerd, bij grotere afwijkingen moet een aangepaste vering
worden gemonteerd.
401030-01
Ingaande demping schokdemper
10.2
De ingaande demping van de schokdemper is verdeeld in twee bereiken, high speed en low speed.
High- en low speed hebben betrekking op de snelheid waarmee het achterwiel inveert en niet op de rijsnelheid.
De high speed-instelling is van invloed op de landing na een sprong. Het achterwiel veert daarbij snel in.
De low speed-instelling is van invloed op het rijden over lange hobbels op de ondergrond. Het achterwiel veert daarbij langzaam in.
De beide bereiken kunnen apart worden ingesteld, de overgang tussen high en low speed is echter vloeiend. Daarom zijn wijzigingen in
het high speed-bereik van de ingaande demping ook van invloed op het low speed-bereik en omgekeerd.
Ingaande demping low speed voor schokdemper instellen
10.3
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De low speed-instelling toont haar werking bij het langzaam tot normaal inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een schroevendraaier met de klok mee draaien tot de laatste
voelbare klik.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
601182-11
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
CHASSIS AFSTELLEN
29
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping low speed (125/150 SX)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping low speed (250 SX)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping low speed (150 XC USA)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping low speed (250/300 XC)
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Ingaande demping high speed voor schokdemper instellen
10.4
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
De high speed-instelling toont haar werking bij het snel inveren van de schokdemper.
–
Stelschroef  met een dopsleutel met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
601183-10
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal slagen tegen de klok in terugdraaien.
CHASSIS AFSTELLEN
30
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping high speed (125/150 SX)
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Ingaande demping high speed (250 SX)
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Ingaande demping high speed (150 XC USA)
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Ingaande demping high speed (250/300 XC)
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping.
Uitgaande demping schokdemper instellen
10.5
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Stelschroef  tot de laatste voelbare klik met de klok mee draaien.
Info
Schroef  niet losdraaien!
–
Afhankelijk van het schokdempertype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping (125/150 SX)
400210-10
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Uitgaande demping (250 SX)
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Uitgaande demping (150 XC USA)
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Uitgaande demping (250/300 XC)
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
CHASSIS AFSTELLEN
31
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
Maat achterwiel zonder belasting bepalen
10.6
A
0
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Een zo verticaal mogelijke afstand tussen de achterwielas en een vast punt meten,
bijv. een markering aan de zijbekleding.
–
Waarde als maat  noteren.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 36)
pag. 36)
400988-10
Statische veerweg schokdemper controleren
10.7
A
0
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
De motorfiets met behulp van iemand die assisteert verticaal houden.
–
Opnieuw de afstand meten tussen de achterwielas en het vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
pag. 31)
Info
De statische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
Statische veerweg controleren.
B
0
»
Statische veerweg (125/150 SX)
33 mm
Statische veerweg (250 SX)
33 mm
Statische veerweg (150 XC USA)
33 mm
Statische veerweg (250/300 XC)
33 mm
Als de statische veerweg kleiner of groter is dan de aangegeven maat:
–
Veervoorspanning van de schokdemper instellen.
x(
pag. 32)
400989-10
Dynamische veerweg schokdemper controleren
10.8
–
Maat  achterwiel zonder belasting bepalen. (
–
Met behulp van een persoon, die de motorfiets vasthoudt, gaat de bestuurder met
volledige veiligheidskleding in een normale zitpositie (voeten op de voetsteunen) op
de motorfiets zitten en beweegt enkele keren op en neer.
–
Een andere persoon meet nu opnieuw de afstand tussen de achterwielas en het
vaste punt.
–
Waarde als maat  noteren.
A
0
pag. 31)
De achterwielophanging slingert zo in de juiste positie.
Info
De dynamische veerweg is het verschil tussen maat  en .
–
C
0
400990-10
Dynamische veerweg controleren.
Voorgeschreven waarde
Dynamische veerweg (125/150 SX)
109 mm
Dynamische veerweg (250 SX)
105 mm
Dynamische veerweg (150 XC USA)
109 mm
Dynamische veerweg (250/300 XC)
105 mm
CHASSIS AFSTELLEN
32
»
Als de dynamische veerweg afwijkt van de aangegeven maat:
–
veervoorspanning schokdemper instellen
10.9
Dynamische veerweg instellen.
x(
pag. 32)
x
Voorzichtig
Gevaar voor ongevallen Het demonteren van onder druk staande onderdelen kan letsel veroorzaken.
–
De schokdemper is gevuld met zeer sterk gecomprimeerd stikstof. Let op de aangegeven beschrijving. (De geautoriseerde
KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Voordat u de veervoorspanning wijzigt moet u de momentele instelling noteren - bijv. de veerlengte meten.
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
–
Schroef  losdraaien.
–
Stelring  draaien tot de veer volledig ontspannen is.
x(
pag. 43)
Haaksleutel (T106S)
–
Totale veerlengte in ontspannen toestand meten.
–
Veer door het draaien van de stelring  op de aangegeven maat  spannen.
Voorgeschreven waarde
Veervoorspanning (125/150 SX)
5 mm
Veervoorspanning (250 SX)
Comfort
5 mm
Standaard
3 mm
Sport
5 mm
Veervoorspanning (150 XC USA)
7 mm
Veervoorspanning (250/300 XC)
5 mm
Info
Afhankelijk van de statische resp. dynamische veerweg kan een hogere of
lagere veervoorspanning nodig zijn.
401026-10
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stelring schokdemper
Dynamische veerweg instellen
10.10
M5
–
Schokdemper inbouwen.
–
Schokdemper demonteren.
–
Schokdemper in gedemonteerde toestand grondig reinigen.
–
Een passende veer kiezen en monteren.
x(
pag. 43)
x
B00292-10
x(
pag. 43)
5 Nm
CHASSIS AFSTELLEN
33
Voorgeschreven waarde
Veerconstante (125/150 SX)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
60 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
66 N/mm
Veerconstante (250 SX)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
Veerconstante (150 XC USA)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
60 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
66 N/mm
Veerconstante (250/300 XC)
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
Info
De veerconstante staat vermeld op de buitenzijde van de veer.
–
Schokdemper inbouwen.
–
Statische veerweg van de schokdemper controleren. (
–
Dynamische veerweg van de schokdemper controleren. (
–
Uitgaande demping van de schokdemper instellen. (
x(
pag. 43)
pag. 31)
pag. 31)
pag. 30)
Basisinstelling voorvork controleren
10.11
Info
Bij de voorvork kan om verschillende redenen geen exacte dynamische veerweg worden vastgelegd.
–
Kleinere afwijkingen van het bestuurdersgewicht kunnen net als bij de schokdemper door de veervoorspanning worden gecompenseerd.
–
Als de voorvork echter vaker doorslaat (harde eindaanslag bij het inveren) moeten
beslist hardere vorkveren worden gemonteerd om beschadiging aan voorvork en
frame te voorkomen.
401000-01
Ingaande demping voorvork instellen
10.12
Info
De hydraulische ingaande demping bepaalt het gedrag bij het inveren van de voorvork.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het bovenste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
B00294-10
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
CHASSIS AFSTELLEN
34
Voorgeschreven waarde
Ingaande demping (125/150 SX)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Ingaande demping (250 SX)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Ingaande demping (150 XC USA)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Ingaande demping (250/300 XC)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het inveren.
Uitgaande demping voorvork instellen
10.13
Info
De hydraulische uitgaande demping bepaalt het gedrag bij het uitveren van de voorvork.
–
Beschermkappen  verwijderen.
–
Stelschroeven  met de klok mee draaien tot de aanslag.
Info
De stelschroeven  bevinden zich aan het onderste uiteinde van de vorkpoten.
De instelling van beide vorkpoten moet gelijk zijn.
–
B00295-10
Afhankelijk van het voorvorktype een aantal klikken tegen de klok in terugdraaien.
Voorgeschreven waarde
Uitgaande demping (125/150 SX)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping (250 SX)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping (150 XC USA)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping (250/300 XC)
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
CHASSIS AFSTELLEN
35
Info
Draaien met de klok mee verhoogt de demping, draaien tegen de klok in verlaagt de demping bij het uitveren.
–
Beschermkappen  monteren.
Stuurpositie
10.14
Aan de bovenste kroonplaat bevinden zich twee boringen op een afstand  van elkaar.
Afstand boringen A
15 mm
De boringen op de stuuradapter zijn op een afstand  van het midden geplaatst.
0
A
Afstand boringen B
B
0
3,5 mm
Het stuur kan in vier verschillende posities worden gemonteerd. Daardoor is het mogelijk, het stuur in de voor de bestuurder meest aangename positie te zetten.
B00025-11
Stuurpositie instellen
10.15
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gebroken stuur.
–
Als het stuur wordt gebogen of uitgelijnd, treedt er materiaalmoeheid op en kan het stuur breken. Stuur altijd vervangen.
–
1
2
0
1
0
2
0
Schroeven  verwijderen. Stuurklemmen verwijderen. Stuur verwijderen en opzijleggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
–
Schroeven  verwijderen. Stuuradapter verwijderen.
–
Stuuradapter in de gewenste positie zetten. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00375-10
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Loctite® 243™
Info
Stuuradapter links en rechts gelijkmatig positioneren.
–
Stuur positioneren.
Info
Erop letten dat de kabels en leidingen goed zijn gelegd.
–
Stuurklemmen positioneren. Schroeven  monteren en gelijkmatig vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
36
Motorfiets met hefbok opkrikken
11.1
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
Motorfiets bij frame onder de motor opkrikken.
Hefbok (54829055000)
De wielen mogen de bodem niet meer aanraken.
601193-01
–
Motorfiets beveiligen tegen omvallen.
Motorfiets van hefbok nemen
11.2
Aanwijzing
Gevaar voor beschadiging Het geparkeerde voertuig kan wegrollen en/of omvallen.
–
Het voertuig altijd op een vaste en egale ondergrond plaatsen.
(Alle SX modellen)
– Motorfiets van hefbok nemen.
–
Hefbok verwijderen.
–
Voor het neerzetten van de motorfiets de plug-in standaard  in de linkerzijde
van de steekas steken.
Info
Voor de rit de plug-in standaard verwijderen.
100950-10
(Alle XC modellen)
– Motorfiets van hefbok nemen.
–
Hefbok verwijderen.
–
Voor het neerzetten van de motorfiets de zijstandaard  met de voet op de
grond duwen en belasten met de motorfiets.
Info
Tijdens het rijden moet de zijstandaard omhoog worden geklapt en met
de rubberband vastgezet zijn.
601188-10
Vorkpoten ontluchten
11.3
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ontluchtingsschroeven  kort verwijderen.
–
Ontluchtingsschroeven monteren en vastdraaien.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 36)
Eventueel aanwezige overdruk verdwijnt uit de binnenruimte van de voorvork.
601204-10
pag. 36)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
37
Vuilschrapers vorkpoten reinigen
11.4
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Voorvorkprotector losmaken. (
–
Vuilschraper  aan beide vorkpoten naar beneden schuiven.
pag. 36)
pag. 37)
Info
De vuilschrapers schrapen stof en grove vervuiling van de vorkstangen. In de
loop van de tijd kan er vuil achter te vuilschrapers terechtkomen. Als deze
vervuiling niet wordt verwijderd kunnen de daarachter liggende oliekeerringen gaan lekken.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
B00297-10
–
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen
met een remmenreiniger.
Vuilschrapers en de binnenbuis van de voorvork aan beide vorkpoten reinigen en
insmeren met olie.
Universele oliespray (
pag. 116)
–
Vuilschrapers terugduwen in de montagepositie.
–
Overtollige olie verwijderen.
–
Voorvorkprotector positioneren. (
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroeven  en klem verwijderen.
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector omlaag schuiven.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
pag. 37)
pag. 36)
Voorvorkprotector losmaken
11.5
B00013-11
Voorvorkprotector positioneren
11.6
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Remkabel positioneren. Klem opzetten, schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00013-10
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Vorkpoten uitbouwen
11.7
38
x
–
Voorwiel uitbouwen.
–
Schroeven  verwijderen en klem afnemen.
–
Schroeven  verwijderen en remklauw afnemen.
–
Remklauw met remkabel spanningsloos opzijhangen.
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot links verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien. Vorkpoot rechts verwijderen.
–
Vorkpoten positioneren.
x(
pag. 64)
B00020-10
B00021-10
Vorkpoten inbouwen
11.8
x
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet de bovenzijde van de
bovenste kroonplaat afsluiten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
601204-10
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
17 Nm
M8
12 Nm
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
B00021-11
–
Remklauw positioneren en schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
B00020-11
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Remkabel positioneren. Klem opzetten, schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Voorwiel inbouwen.
x(
pag. 64)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Voorvorkprotector demonteren
11.9
39
x
–
Vorkpoten uitbouwen.
–
Schroeven  aan linker vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Schroeven aan rechter vorkpoot verwijderen. Voorvorkprotector naar boven toe verwijderen.
–
Voorvorkprotector op linker vorkpoot positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
x(
pag. 38)
B00306-10
Voorvorkprotector monteren
11.10
x
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
–
M6
10 Nm
Voorvorkprotector op rechter vorkpoot positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
B00306-10
Onderste kroonplaat uitbouwen
11.11
M6
–
Vorkpoten inbouwen.
–
Vorkpoten uitbouwen.
–
Startnummerbord demonteren. (
–
Spatbord voor demonteren. (
–
Schroeven  verwijderen en CDI-unit opzijhangen.
x(
10 Nm
pag. 38)
x
x(
pag. 38)
pag. 42)
pag. 43)
Info
CDI-unit aangesloten laten.
–
Schroef  verwijderen. Schroef  verwijderen, bovenste kroonplaat met stuur
afnemen en opzij leggen.
Info
Motorfiets en componenten door afdekken beschermen tegen beschadiging.
Kabels en leidingen niet knikken.
B00022-10
B00023-11
–
Keerring  verwijderen. Afdichtring  verwijderen.
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis verwijderen.
–
Bovenste balhoofdlager verwijderen.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Onderste kroonplaat monteren
11.12
40
x
–
Lagers en afdichtingselementen reinigen, op beschadiging controleren en invetten.
Smeervet met hoge viscositeit (
3
0
2
0
1
0
pag. 115)
–
Onderste kroonplaat met vorkbuis plaatsen. Bovenste balhoofdlager monteren.
–
Controleren of de balhoofdafdichting boven  correct is gepositioneerd.
–
Afdichtring  en keerring  erop schuiven.
–
Bovenste kroonplaat met stuur positioneren.
–
Schroef  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
CDI-unit met schroeven  monteren.
B00024-10
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
B00022-11
–
Vorkpoten positioneren.
Info
De bovenste ingefreesde groef in de vorkpoot moet met de bovenrand van de
bovenste kroonplaat worden afgesloten.
De ontluchtingsschroeven  naar voren positioneren.
601199-11
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef kroonplaat onder
M8
12 Nm
M20x1,5
10 Nm
B00378-12
–
Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
B00380-10
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
41
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
M8
17 Nm
Loctite® 243™
B00380-12
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste kroonplaat
M8
17 Nm
B00378-13
–
Remklauw positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef remklauw voor
B00379-11
M8
25 Nm
Loctite® 243™
–
Remkabel en klem positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Spatbord voor inbouwen. (
–
Startnummerbord inbouwen. (
–
Controleren of de kabelboom, bowdenkabels, rem- en koppelingskabel vrij kunnen
bewegen en of ze goed zijn gelegd.
–
Voorwiel inbouwen.
–
Speling balhoofdlager controleren. (
x(
pag. 43)
pag. 42)
pag. 64)
pag. 41)
Speling balhoofdlager controleren
11.13
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Onveilig rijgedrag door een niet correcte balhoofdspeling.
–
Balhoofdspeling meteen instellen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Als voor langere tijd met speling in het balhoofdlager wordt gereden beschadigen de lagers en daardoor ook de lagerhouders in
het frame.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Stuur in rechtuitstand zetten. Vorkpoten in rijrichting voor- en achteruit bewegen.
pag. 36)
Er mag geen speling voelbaar zijn bij het balhoofd.
»
Als er een voelbare speling optreedt:
–
–
Speling balhoofdlager instellen.
x(
pag. 42)
Stuur over het gehele stuurbereik heen en weer bewegen.
Het stuur moet gemakkelijk over het volledige bereik kunnen bewegen. Er mogen
geen blokkeringen worden gevoeld.
400738-11
»
–
Als blokkeringen voelbaar zijn:
–
Speling balhoofdlager instellen.
–
Balhoofdlager controleren en indien nodig vervangen.
Motorfiets van hefbok nemen. (
x(
pag. 36)
pag. 42)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Speling balhoofdlager instellen
11.14
42
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Schroeven  losdraaien. Schroef  verwijderen.
–
Schroef  losdraaien en weer vastdraaien.
pag. 36)
Voorgeschreven waarde
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Met een kunststof hamer zacht op de bovenste kroonplaat kloppen, om spanning te
voorkomen.
–
Schroeven  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00299-10
Schroef bovenste kroonplaat
–
M8
17 Nm
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef vorkbuis boven
Balhoofdlager insmeren
11.15
M8
–
Speling balhoofdlager controleren. (
–
Onderste kroonplaat uitbouwen.
17 Nm
Loctite® 243™
pag. 41)
x
–
x(
Onderste kroonplaat monteren. x (
pag. 39)
–
Schroef  verwijderen en klem afnemen.
–
Schroef  verwijderen. Startnummerbord afnemen.
–
Startnummerbord positioneren. Schroef  monteren en vastdraaien.
pag. 40)
800010-10
Startnummerbord demonteren
11.16
B00308-10
Startnummerbord inbouwen
11.17
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels in het spatbord grijpen.
–
B00308-11
Remkabel positioneren. Klem opzetten, schroef  monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
43
Spatbord voor demonteren
11.18
–
Schroeven  verwijderen. Spatbord voor afnemen.
–
Erop letten dat de afstandsbussen blijven zitten.
–
Erop letten dat de afstandsbussen in het spatbord zijn gemonteerd.
–
Spatbord voor positioneren. Schroeven  monteren en vastdraaien.
B00307-10
Spatbord voor inbouwen
11.19
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Info
Erop letten dat de uitsteeksels grijpen in het startnummerbord.
B00307-10
Schokdemper demonteren
11.20
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Schroef  verwijderen en het achterwiel met de achterbrug zover laten dalen dat
het achterwiel nog gedraaid kan worden. Achterwiel in deze positie vastzetten.
–
Schroef  verwijderen, spatbescherming  opzij duwen en schokdemper verwijderen.
–
Spatbescherming  opzij duwen en schokdemper positioneren. Schroef  monteren en vastdraaien.
pag. 36)
601191-10
Schokdemper inbouwen
11.21
x
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
boven
–
M12
80 Nm
Loctite® 2701
80 Nm
Loctite® 2701
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef schokdemper
onder
601191-11
M12
Info
De zwenklager voor de schokdemper aan de achterbrug is gecoat met teflon.
Deze mag noch met vet noch met andere glijmiddelen worden ingesmeerd.
Smeermiddelen lossen de tefloncoating op waardoor de levensduur drastisch
wordt verlaagd.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 36)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
44
Zadel afnemen
11.22
–
Schroef  verwijderen. Het zadel achter optillen, naar achteren trekken en dan
naar boven toe afnemen.
–
Zadel voor aan de flensbus van de brandstoftank vasthaken, achter neerlaten en
tegelijkertijd naar voren schuiven.
–
Controleren of het zadel goed vastzit.
–
Schroef  voor de bevestiging van het zadel monteren en vastdraaien.
601192-10
Zadel monteren
11.23
B00318-01
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
601192-10
Afdekking luchtfilterbak demonteren
11.24
–
Afdekking van de luchtfilterbak in gedeelte  zijwaarts eraf trekken en naar voren
toe verwijderen.
–
Afdekking luchtfilterbak in het achterste bereik  vasthaken en in het voorste
bereik  vastzetten.
601195-10
Afdekking luchtfilterbak monteren
11.25
601195-11
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
Luchtfilter demonteren
11.26
45
x
Aanwijzing
Beschadiging van de motor Ongefilterde aanzuiglucht heeft een negatief effect op de levensduur van de motor.
–
Voertuig nooit zonder luchtfilter gebruiken omdat er dan stof en vervuiling in de motor terecht kunnen komen en dat heeft een
hogere slijtage tot gevolg.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Beugel van de luchtfilterhouder  beneden losmaken en opzij zwenken. Luchtfilter
met luchtfilterhouder afnemen.
–
Luchtfilter van luchtfilterhouder afnemen.
–
Schoon luchtfilter op de luchtfilterhouder monteren.
–
Luchtfilter in bereik  invetten.
pag. 44)
601196-10
Luchtfilter inbouwen
11.27
x
Duurzaam vet (
pag. 115)
301262-10
–
Beide onderdelen samen inzetten, positioneren en met de beugel van de luchtfilterhouder  vastzetten.
Info
Als het luchtfilter niet correct is gemonteerd kan er stof en vuil in de motor
terechtkomen en schade veroorzaken.
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
pag. 44)
601196-10
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen
11.28
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
Luchtfilter niet reinigen met brandstof of petroleum, aangezien deze middelen de schuimstof aanvreten.
–
Luchtfilter demonteren.
x(
pag. 45)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
46
Luchtfilter in een speciale reinigingsvloeistof grondig wassen en goed laten drogen.
Reinigingsmiddel voor luchtfilter (
pag. 115)
Info
Luchtfilter alleen uitdrukken, in geen geval uitwringen.
–
Droog luchtfilter insmeren met hoogwaardige filterolie.
Olie voor luchtfilters van schuimstof (
B00325-01
pag. 115)
–
Luchtfilterbak reinigen.
–
Controleren of de carburateurmanchette niet is beschadigd en goed vastzit.
–
Luchtfilter inbouwen.
x(
pag. 45)
Einddemper demonteren
11.29
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Einddemper aan de rubbermof  van de uitlaatbocht trekken.
–
Einddemper met de rubbermof  monteren.
–
Schroeven  monteren en vastdraaien.
601184-10
Einddemper inbouwen
11.30
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
601184-11
Glasvezelvulling einddemper vervangen
11.31
x
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Het uitlaatsysteem wordt bij gebruik van het voertuig zeer heet.
–
Uitlaatsysteem laten afkoelen. Hete onderdelen niet aanraken.
Info
In de loop van de tijd vervluchtigen de vezels van het isolatiemateriaal en verdwijnen naar buiten, de demper "brandt" uit.
Het geluidsniveau wordt hoger en daarnaast verandert de vermogenskarakteristiek.
–
Einddemper demonteren. (
pag. 46)
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
0
4
1
0
47
–
Schroeven  verwijderen. Binnenbuis  eruit trekken.
–
Glasvezelvulling  van de binnenbuis trekken.
–
Onderdelen die weer worden ingebouwd reinigen.
–
Nieuwe glasvezelvulling  op de binnenbuis monteren.
–
Buitenbuis  over binnenbuis met de nieuwe glasvezelvulling schuiven.
–
Alle schroeven  monteren en vastdraaien.
–
Einddemper inbouwen. (
pag. 46)
2
0
3
0
401045-10
Brandstoftank demonteren
11.32
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
–
Zadel afnemen. (
–
Brandstofkraan sluiten.
–
Brandstofslang eraf trekken.
pag. 44)
Info
Uit de brandstofslang kan nog wat resterende brandstof uitstromen.
–
Schroeven  met flensbus verwijderen.
–
Schroef  met flensbus verwijderen.
–
Slang van de brandstoftankontluchting trekken.
B00315-12
B00316-12
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
48
Beide spoilers naar de zijkant toe van de radiateurbevestiging trekken en brandstoftank naar boven toe verwijderen.
B00319-10
Brandstoftank monteren
11.33
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
–
Legging van de gaskabel controleren. (
–
Brandstoftank positioneren en beide spoilers in de zijkant van de radiateurbevestiging vasthaken.
–
Erop letten dat er geen kabels of bowdenkabels klem raken of worden beschadigd.
–
Slang voor het ontluchten van de brandstoftank erop steken.
–
Schroef  met flensbus monteren en vastdraaien.
pag. 52)
B00319-10
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
B00316-11
–
Schroeven  met flensbus monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
B00315-13
–
Brandstofslang aansluiten.
–
Zadel monteren. (
pag. 44)
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
49
Vervuiling ketting controleren
11.34
–
Ketting controleren op grove vervuiling.
»
Als de ketting erg vuil is:
–
Ketting reinigen. (
pag. 49)
400678-01
Ketting reinigen
11.35
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Smeermiddel op de banden vermindert de grip van de banden.
–
Smeermiddel verwijderen met een geschikt reinigingsmiddel.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De levensduur van de ketting is voor een groot deel afhankelijk van het onderhoud.
–
Ketting regelmatig reinigen en vervolgens met kettingspray behandelen.
Kettingreinigingsmiddel (
Kettingspray offroad (
pag. 115)
pag. 115)
400725-01
Kettingspanning controleren
11.36
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Ketting aan het einde van het onderste glijblok naar boven duwen en de kettingspanning  bepalen.
pag. 36)
Info
Het onderste deel van de ketting  moet daarbij gespannen zijn.
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Kettingspanning
B00421-10
55… 58 mm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
»
Als de kettingspanning niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
–
50
Kettingspanning instellen. (
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 50)
pag. 36)
Kettingspanning instellen
11.37
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Gevaar door verkeerde kettingspanning.
–
Als de ketting te strak is gespannen worden de componenten van de secundaire krachtoverbrenging (ketting,
ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en lager in de aandrijving en het achterwiel) extra belast. Dit kan leiden tot vroegtijdige
slijtage en in het uiterste geval kunnen ook de ketting of de uitgaande as van de aandrijving breken. Als de ketting echter
te los zit kan deze van het ketting-aandrijfwiel resp. het kettingwiel vallen en het achterwiel blokkeren of de motor
beschadigen. Op een correcte kettingspanning letten en indien nodig bijstellen.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Kettingspanning controleren. (
–
Moer  losdraaien.
–
Moeren  losdraaien.
–
Kettingspanning door het draaien van de stelschroeven  links en rechts instellen.
pag. 36)
pag. 49)
Voorgeschreven waarde
Kettingspanning
55… 58 mm
Stelschroeven  links en rechts zo draaien, dat de markeringen aan de linker en
rechter kettingspanner in dezelfde positie staan t.o.v. referentiemarkeringen .
Zo is het achterwiel correct is uitgelijnd.
–
Moeren  vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
B00343-11
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 36)
Ketting, kettingwiel, ketting-aandrijfwiel en kettinggeleiding controleren
11.38
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Versnelling in vrij schakelen.
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel controleren op slijtage.
»
pag. 36)
Als kettingwiel of ketting-aandrijfwiel ingesleten zijn:
–
Kettingwiel en ketting-aandrijfwiel vervangen.
x
Info
Ketting-aandrijfwiel, kettingwiel en ketting moeten altijd samen worden vervangen.
400227-01
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
51
Aan het bovenste deel van de ketting met het aangegeven gewicht  trekken.
Voorgeschreven waarde
Gewicht voor meting van de kettingslijtage
0
A
–
10… 15 kg
De afstand  van 18 kettingschakels aan het onderste deel van de ketting meten.
Info
Kettingen verslijten niet altijd gelijkmatig, daarom de meting op verschillende plekken van de ketting herhalen.
Maximale afstand  op het langste
punt van de ketting
»
1 2 3
Als de afstand  groter is dan de aangegeven maat:
–
B
0
272 mm
Ketting vervangen.
x
Info
Als er een nieuwe ketting wordt gemonteerd, moet ook het kettingwiel en het ketting-aandrijfwiel worden vervangen.
Nieuwe kettingen slijten sneller op een oud versleten kettingwiel
en/of ketting-aandrijfwiel.
16 17 18
400987-10
–
Bovenste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
het bovenste glijblok bevindt:
–
–
Bovenste glijblok vervangen.
x
Controleren of het bovenste glijblok goed vastzit.
»
Als het bovenste glijblok loszit:
–
Bovenste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
401056-01
–
Onderste glijblok op slijtage controleren.
»
Als de onderkant van de bout aan de ketting zich op dezelfde hoogte of onder
onderste glijblok bevindt:
–
–
Onderste glijblok vervangen.
x
Controleren of het onderste glijblok goed vastzit.
»
Als het onderste glijblok loszit:
–
Onderste glijblok vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Schroef onderste glijblok
401057-01
M8
15 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
52
De materiaaldikte  aan de onderkant van de kettinggeleiding meten.
Minimale afstand  op het laagste
punt
»
12 mm
Als de afstand  kleiner is dan de aangegeven maat:
–
Kettinggeleiding vervangen.
x
400984-10
–
Controleren of de kettinggeleiding goed vastzit.
»
Wanneer de kettinggeleiding loszit:
–
Kettinggeleiding vastzetten.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Schroef  losdraaien. Schroef  verwijderen. Kettinggeleiding naar beneden zwenken.
pag. 36)
B00347-01
Kettinggeleiding instellen
11.39
x
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≤ 44 tanden
–
Flensbus  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien. Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
Voorwaarde
Aantal tanden kettingwiel: ≥ 45 tanden
–
Flensbus  in boring  steken. Kettinggeleiding positioneren.
–
Schroef  monteren en vastdraaien. Schroef  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige schroeven chassis
M6
B00348-10
Gaskabellegging controleren
11.40
–
Brandstoftank demonteren.
x(
pag. 47)
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
–
53
Legging van de gaskabel controleren.
De gaskabel moet aan de achterzijde van het stuur, aan de linkerzijde van de
bovenste framebuis, naar de carburateur gelegd zijn.
»
Als de gaskabel niet op de voorgeschreven wijze is gelegd:
–
–
Gaskabel correct leggen.
Brandstoftank monteren.
x(
pag. 48)
601197-01
Uitgangspositie koppelingshendel instellen
11.41
(Alle 125/150 modellen)
– Uitgangspositie van de koppelingshendel met de stelschroef  aan de grootte
van de hand aanpassen.
Info
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de koppelingshendel verder van het stuur af te staan.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de koppelingshendel dichter bij het stuur te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
B00001-11
(Alle 250/300 modellen)
– Uitgangspositie van de koppelingshendel met de stelschroef  aan de grootte
van de hand aanpassen.
Info
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de koppelingshendel dichter bij het stuur.
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid, komt de koppelingshendel verder van het stuur af te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
B00009-11
Vloeistofpeil hydraulische koppeling controleren
11.42
Info
Het vloeistofpeil stijgt naarmate de koppelingsplaten verslijten.
(Alle 125/150 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Vloeistofpeil controleren.
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
400245-10
4 mm
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
»
54
Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Hydraulische olie (15) (
–
pag. 113)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
(Alle 250/300 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Vloeistofpeil controleren.
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
B00040-10
»
Als het vloeistofpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
Vloeistof hydraulische koppeling verversen
11.43
4 mm
pag. 113)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
x
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
(Alle 125/150 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Ontluchtingsspuit  vullen met geschikte vloeistof.
400245-10
Ontluchtingsspuit (50329050000)
Hydraulische olie (15) (
pag. 113)
–
De ontluchtingsschroef  van de koppelingsactuator verwijderen en injectiespuit  monteren.
–
Vervolgens spuit u zoveel vloeistof in het systeem totdat het er door de opening  van de koppelingscilinder weer zonder luchtbellen uitkomt.
–
Tussendoor moet u de vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilinder afzuigen zodat deze niet overloopt.
–
Ontluchtingsspuit verwijderen. Ontluchtingsschroef monteren en vastdraaien.
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
B00041-10
Voorgeschreven waarde
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
400247-10
–
4 mm
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN CHASSIS
55
(Alle 250/300 modellen)
– Het aan het stuur gemonteerde reservoir van de hydraulische koppeling in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Ontluchtingsspuit  vullen met geschikte vloeistof.
B00040-10
Ontluchtingsspuit (50329050000)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
pag. 113)
–
De ontluchtingschroef  van de koppelingsactuator verwijderen en injectiespuit  monteren.
–
Vervolgens spuit u zoveel vloeistof in het systeem totdat het er door de opening  van de koppelingscilinder weer zonder luchtbellen uitkomt.
–
Tussendoor moet u de vloeistof uit het reservoir van de koppelingscilinder afzuigen zodat deze niet overloopt.
–
Ontluchtingsspuit verwijderen. Ontluchtingsschroef monteren en vastdraaien.
–
Vloeistofpeil van de hydraulische koppeling corrigeren.
B00064-10
Voorgeschreven waarde
Afstand tussen vloeistofpeil en
bovenzijde reservoir
B00042-10
–
4 mm
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
REMMEN
56
Vrije slag remhendel controleren
12.1
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan de remhendel aanwezig is, bouwt er zich druk op in het remsysteem op de voorwielrem. De voorwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van de remhendel instellen volgens de voorgeschreven waarden.
–
Remhendel naar voren duwen en vrije slag  controleren.
Vrije slag remhendel
»
≥ 3 mm
Als de vrije slag niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Uitgangspositie van de remhendel instellen. (
pag. 56)
400196-11
Uitgangspositie remhendel instellen
12.2
–
Vrije slag van de remhendel controleren. (
–
Uitgangspositie van de remhendel met de stelschroef  aan de grootte van de
hand aanpassen.
pag. 56)
Info
Als de stelschroef met de klok mee wordt gedraaid komt de remhendel verder van het stuur af te staan.
Als de stelschroef tegen de klok in wordt gedraaid komt de remhendel dichter bij het stuur te staan.
Het instelbereik is beperkt.
De stelschroef alleen met de hand draaien en geen geweld gebruiken.
Niet instellen tijdens het rijden.
400196-12
Remschijven controleren
12.3
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remschijf/remschijven.
–
Versleten remschijf/remschijven meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Bij de remschijven voor en achter op meerdere plekken controleren of de dikte van
de remschijf overeenkomt met maat .
Info
A
Door slijtage kan de dikte van de remschijf in het bereik van het raakvlak
van de remplaketten verminderen.
Remschijven - slijtagegrens
400257-10
»
2,5 mm
achter
3,5 mm
Als de remschijf dunner is dan de voorgeschreven waarde:
–
–
voor
Remschijf vervangen.
Remschijven voor en achter controleren op beschadiging, scheurvorming en vervorming.
»
Als de remschijf beschadigd, gescheurd of vervormd is:
–
Remschijf vervangen.
REMMEN
57
Remvloeistofpeil voorwielrem controleren
12.4
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als het remvloeistofpeil onder de MIN markering is gedaald:
–
Remvloeistof van de voorwielrem bijvullen.
x(
pag. 57)
B00070-10
Remvloeistof voorwielrem bijvullen
12.5
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op silicone-olie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remslangen zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
REMMEN
58
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remvloeistof tot maat  vullen.
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
5 mm
pag. 113)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
600706-10
Remplaketten voorwielrem controleren
12.6
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
≥ 1 mm
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 58)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
Remplaketten van de voorwielrem vervangen.
x(
pag. 58)
B00350-10
Remplaketten voorwielrem vervangen
12.7
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Onderhoudswerkzaamheden en reparaties moeten op deskundige wijze worden uitgevoerd. (De geautoriseerde KTM-garage
is u graag van dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
REMMEN
59
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door het gebruik van niet toegelaten remplaketten.
–
In de winkels voor toebehoren zijn remplaketten verkrijgbaar die vaak niet voor KTM voertuigen zijn getest en toegelaten.
De opbouw en het wrijvingscoëfficiënt en daarmee ook het remvermogen kunnen sterk afwijken van de originele KTM remplaketten. Bij het gebruik van remplaketten die afwijken van de originele uitrusting is niet gegarandeerd dat deze overeenkomen met de originele toelating. Het voertuig voldoet dan niet meer aan de afleveringstoestand en de garantie vervalt.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op silicone-olie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remslangen zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
–
Het aan het stuur gemonteerde remvloeistofreservoir in horizontale positie zetten.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Deksel  met membraan  verwijderen.
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuigers terug te duwen.
Er mag geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir overlopen, indien nodig
afzuigen.
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken wordt geduwd.
100395-10
–
Borgpen  verwijderen, bout  uitdraaien en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
–
Controleren of het veerplaatje  in de remklauw en de glijplaat  in de remklauwhouder goed vastzitten.
–
Remplaketten inzetten, bout inzetten en borgpen monteren.
–
Remhendel meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
100396-10
7
0
06
100397-01
100398-10
REMMEN
60
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot maat .
Voorgeschreven waarde
Maat  (remvloeistofpeil onder bovenkant van reservoir)
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
5 mm
pag. 113)
Deksel met membraan positioneren. Schroeven monteren en vastdraaien.
Info
100399-10
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
Vrije slag rempedaal controleren
12.8
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de standaard waarden.
–
Veer  uithangen.
–
Rempedaal tussen eindaanslag en voetremcilinderzuiger heen en weer bewegen en
vrije slag  controleren.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
»
Als de vrije slag niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
–
B00028-10
Uitgangspositie rempedaal instellen
12.9
3… 5 mm
Uitgangspositie van het rempedaal instellen.
x(
pag. 60)
Veer  inhangen.
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als er geen vrije slag aan het rempedaal aanwezig is bouwt er zich druk op in het remsysteem op de achterwielrem. De achterwielrem kan door oververhitting uitvallen. Vrije slag van het rempedaal instellen volgens de standaard waarden.
–
Veer  uithangen.
–
Moer  losdraaien en met drukstang  terugdraaien totdat de maximale vrije slag
is bereikt.
–
Voor de individuele aanpassing van de uitgangspositie van het rempedaal moer 
losmaken en schroef  draaien.
Info
Het instelbereik is beperkt.
B00008-10
–
Drukstang  zoveel draaien tot de vrije slag  bereikt is. Eventueel uitgangspositie
van het rempedaal aanpassen.
Voorgeschreven waarde
Vrije slag rempedaal
–
3… 5 mm
Schroef  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Moer rempedaalbevestiging
–
M8
20 Nm
Drukstang  tegenhouden en moer  vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Overige moeren chassis
–
Veer  inhangen.
M6
15 Nm
REMMEN
61
Remvloeistofpeil achterwielrem controleren
12.10
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Remvloeistofpeil controleren op het kijkglas .
»
Als in het kijkglas  een luchtbel te zien is:
–
Remvloeistof van de achterwielrem bijvullen.
x(
pag. 61)
400234-10
Remvloeistof achterwielrem bijvullen
12.11
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Uitvallen van het remsysteem.
–
Als het remvloeistofpeil daalt tot onder de markering MIN dan duidt dit op een lekkage in het remsysteem en/of volledig
versleten remplaketten. Remsysteem controleren, niet meer verder rijden. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remslangen zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
REMMEN
62
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdop  met membraan  en keerring verwijderen.
–
Remvloeistof tot markering  vullen.
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
pag. 113)
Schroefdop met membraan en keerring monteren.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
B00360-10
Remplaketten achterwielrem controleren
12.12
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door versleten remplaketten.
–
Versleten remplaketten meteen vervangen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
–
Remplaketten op minimale plaketdikte  controleren.
Minimale plaketdikte 
»
Als de plaket dunner is dan de minimale plaketdikte:
–
–
≥ 1 mm
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 62)
Remplaketten controleren op beschadiging en scheuren.
»
Als er beschadigingen of scheuren te zien zijn:
–
Remplaketten van de achterwielrem vervangen.
x(
pag. 62)
B00355-10
Remplaketten achterwielrem vervangen
12.13
x
Waarschuwing
Huidirritaties Remvloeistof kan bij aanraking leiden tot huidirritaties.
–
Erop letten dat remvloeistof niet in aanraking komt met de huid of ogen en houd deze buiten bereik van kinderen.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril dragen.
–
Als er remvloeistof in de ogen komt, moet u de ogen grondig met water spoelen en meteen een arts raadplegen.
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door te oude remvloeistof.
–
Remvloeistof van voor- en achterwielrem volgens serviceschema verversen. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van
dienst.)
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
In geen geval remvloeistof DOT 5 gebruiken! Deze is gebaseerd op siliconenolie en is purper gekleurd. Afdichtingen en remslangen zijn niet geschikt voor remvloeistof DOT 5.
Erop letten dat de remvloeistof niet in aanraking komt met gelakte onderdelen. Remvloeistof vreet lak aan!
Alleen schone remvloeistof uit een gesloten verpakking gebruiken!
B00356-10
–
Voertuig verticaal zetten.
–
Schroefdop  met membraan  en keerring verwijderen.
REMMEN
63
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen, om de remzuiger terug te duwen
en ervoor te zorgen, dat er geen remvloeistof uit het remvloeistofreservoir stroomt.
Indien nodig remvloeistof afzuigen.
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
B00357-10
–
Borgpen  verwijderen, bout  eruit trekken en remplaketten verwijderen.
–
Remklauw en remklauwhouder reinigen.
–
Controleren of het veerplaatje  in de remklauw en de glijplaat  in de remklauwhouder goed vastzitten.
Info
De pijl op het veerplaatje wijst in de draairichting van de remschijf.
B00358-10
–
Remplaketten inzetten, bout  inzetten en borgpen  monteren.
Info
Erop letten dat de ontkoppelingsplaat  aan de remplaket aan de zuigerzijde gemonteerd is.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en een drukpunt aanwezig is.
–
Remvloeistofpeil corrigeren tot markering .
B00359-10
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1 (
–
pag. 113)
Schroefdop  met membraan  en keerring monteren en vastdraaien.
Info
Overgelopen of gemorste remvloeistof meteen met water afspoelen.
B00360-10
WIELEN, BANDEN
Voorwiel uitbouwen
13.1
64
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuigers terug te duwen.
pag. 36)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuigers de remklauw niet
tegen de spaken worden geduwd.
B00301-10
–
Schroef  verwijderen.
–
Schroeven  losdraaien.
–
Voorwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Voorwiel uit de voorvork nemen.
B00302-10
Info
Remhendel niet gebruiken bij gedemonteerd voorwiel.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
B00303-10
–
Afstandsbussen  verwijderen.
B00304-10
Voorwiel inbouwen
13.2
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
–
Wiellager op beschadiging en slijtage controleren.
»
Wanneer de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
Duurzaam vet (
–
B00304-11
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
pag. 115)
Afstandsbussen inzetten.
WIELEN, BANDEN
65
–
Voorwiel in voorvork tillen, positioneren en steekas inzetten.
–
Schroef  monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef steekas voor
B00302-11
M24x1,5
45 Nm
–
Remhendel meerdere keren schakelen tot de remplaketten tegen de remschijf liggen.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Voorwielrem schakelen en voorvork enkele keren krachtig inveren, zodat de vorkpoten uitlijnen.
–
Schroeven  vastdraaien.
pag. 36)
Voorgeschreven waarde
Schroef asopname
Achterwiel uitbouwen
13.3
M8
15 Nm
x
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Remklauw met de hand naar de remschijf duwen om de remzuiger terug te duwen.
pag. 36)
Info
Erop letten dat bij het terugduwen van de remzuiger de remklauw niet tegen
de spaken worden geduwd.
–
Moer  verwijderen.
–
Kettingspanner  afnemen. Steekas  alleen zover uittrekken, dat het achterwiel
naar voren kan worden geschoven.
–
Achterwiel zover mogelijk vooruit schuiven. Ketting van het kettingwiel nemen.
–
Achterwiel vasthouden en steekas eruit trekken. Achterwiel uit de achterbrug
nemen.
Info
Rempedaal niet indrukken bij gedemonteerd achterwiel.
Het wiel altijd zo neerleggen, dat de remschijf niet wordt beschadigd.
B00340-10
–
Afstandsbussen  verwijderen.
B00341-10
Achterwiel inbouwen
13.4
x
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door olie of vet op de remschijven.
–
Remschijven beslist olie- en vetvrij houden en indien nodig behandelen met een remmenreiniger.
WIELEN, BANDEN
66
–
Wiellager op beschadiging en slijtage controleren.
»
Wanneer de wiellager beschadigd en/of versleten is:
–
–
Wiellager vervangen.
x
Keerringen  en loopvlak  van de afstandsbussen reinigen en invetten.
Duurzaam vet (
pag. 115)
–
Afstandsbussen inzetten.
–
Achterwiel in de achterbrug opkrikken, positioneren en steekas  inzetten.
–
Ketting erop leggen.
–
Kettingspanner  positioneren. Moer  monteren, maar nog niet vastdraaien.
–
Controleren of de kettingspanners  tegen de stelschroeven  liggen.
–
Kettingspanning controleren. (
–
Moer  vastdraaien.
B00341-11
B00342-10
pag. 49)
Voorgeschreven waarde
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
Info
Door een groter instelbereik van de kettingspanner (32 mm) kunnen bij
gelijke kettinglengte verschillende secundaire overbrengingen worden gereden.
De kettingspanners  kunnen 180° worden gedraaid.
–
Rempedaal meerdere keren indrukken tot de remplaketten tegen de remschijf liggen en er een drukpunt aanwezig is.
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
pag. 36)
B00343-10
Toestand banden controleren
13.5
Info
Alleen door KTM vrijgegeven en/of aanbevolen banden monteren.
Anderen banden kunnen het rijgedrag negatief beïnvloeden.
Het type, de toestand en de spanning van de banden zijn van invloed op het rijgedrag van de motorfiets.
Het profiel van de voor- en achterband moeten altijd gelijk zijn.
Versleten banden hebben vooral bij natte ondergrond een slechte invloed op het rijgedrag.
–
Voor- en achterbanden controleren op insnijdingen, voorwerpen die tijdens het rijden in de banden zijn gaan zitten en op andere beschadigingen.
»
Als er voorwerpen in de banden zijn gaan zitten, insnijdingen of andere beschadigingen zijn:
–
–
Banden vervangen.
Profieldiepte controleren.
Info
400602-10
De minimale profieldiepte volgens de nationale wetgeving in acht nemen.
Minimale profieldiepte
≥ 2 mm
WIELEN, BANDEN
67
»
Als de profieldiepte lager is dan de minimale waarde:
–
–
Banden vervangen.
Leeftijd van de banden controleren.
Info
De productiedatum van de banden staat normaliter in het bandopschrift en
wordt gekenmerkt door de laatste vier cijfers van het DOT kenmerk. De eerste twee cijfers wijzen op de week van de productie en de laatste twee cijfers op het productiejaar.
KTM adviseert de banden uiterlijk na 5 jaar te vervangen onafhankelijk van
de daadwerkelijke slijtage.
»
Als de band ouder is dan 5 jaar:
–
Banden vervangen.
Bandenspanning controleren
13.6
Info
Een te lage bandenspanning leidt tot buitengewone slijtage en oververhitting van de band.
Een goede bandenspanning garandeert een optimaal rijcomfort en maximale levensduur van de band.
–
Ventieldopje verwijderen.
–
Bandenspanning controleren bij koude banden.
Bandenspanning terrein
»
–
1,0 bar
achter
1,0 bar
Als de bandenspanning niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
400695-01
voor
Bandenspanning corrigeren.
Ventieldopje monteren.
Spaakspanning controleren
13.7
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Instabiel rijgedrag door een verkeerde spaakspanning.
–
Op een correcte spaakspanning letten. (De geautoriseerde KTM-garage is u graag van dienst.)
Info
Door een losse spaak komt het wiel uit balans, waardoor binnen korte tijd nog meer spaken los gaan zitten.
Als de spaken te vast zijn gespannen kunnen ze afbreken door lokale overbelasting.
De spaakspanning regelmatig controleren, vooral bij een nieuwe motorfiets.
–
Met de steel van een schroevendraaier kort op iedere spaak slaan.
Info
De toonfrequentie is afhankelijk van de lengte en diameter van de spaak.
Als er verschillende toonfrequenties op de afzonderlijke spaken met gelijke
lengte en dikte te horen zijn, wijst dat op verschillen in de spaakspanning.
Er moet een heldere toon hoorbaar zijn.
»
400694-01
Als de spaakspanning verschilt:
–
–
Spaakspanning corrigeren.
x
Aanhaalmoment van de spaken controleren.
Voorgeschreven waarde
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
Spaaknippel achterwiel
M4,5
5… 6 Nm
Momentsleutel met een set van diverse koppen (58429094000)
ELEKTRONICA
Accu demonteren
14.1
68
x (250/300 XC)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Zadel afnemen. (
–
Minkabel  van de accu loshalen.
–
Pluspoolafdekking  terugtrekken en pluskabel van de accu loshalen.
–
Rubberband  beneden losmaken.
–
Accu naar boven toe verwijderen.
–
Accu in het accuvak zetten.
pag. 44)
B00361-10
Accu monteren
14.2
x (250/300 XC)
Accu (YTX4L-BS) (
pag. 105)
–
Rubberband  vasthaken.
–
Pluskabel vastklemmen en pluspoolafdekking  aanbrengen.
–
Minkabel  vastklemmen.
–
Zadel monteren. (
pag. 44)
B00361-11
Accu laden
14.3
x (250/300 XC)
Waarschuwing
Gevaar voor letsel Accuzuur en accugassen kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
–
Houd accu's buiten bereik van kinderen.
–
Draag geschikte beschermende kleding en een veiligheidsbril.
–
Voorkom contact met accuzuur en accugassen.
–
Houd vonken of open vuur uit de buurt van de accu. Laad de accu alleen in goed geventileerde ruimtes.
–
Bij aanraking met de huid met veel water spoelen. Als er accuzuur in de ogen komt, ten minste 15 minuten met water
spoelen en een arts opzoeken.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Componenten en zuren van de accu zijn schadelijk voor het milieu.
–
Accu's nooit bij het huisvuil gooien. Voer een defecte accu op milieuvriendelijke wijze af. Geef de accu af bij uw KTMdealer of bij een inzamelpunt voor oude accu's.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
ELEKTRONICA
69
Info
Ook als de accu niet wordt belast verliest hij dagelijks aan lading.
De laadtoestand en de wijze van laden is erg belangrijk voor de levensduur van de accu.
Snel laden met een hogere laadstroom heeft een negatief effect op de levensduur.
Als de laadstroom, laadspanning en laadtijd worden overschreden ontsnapt er elektrolyt via de veiligheidskleppen. Daardoor
verliest de accu aan capaciteit.
Als de accu leeg is gestart moet hij meteen weer worden geladen.
Bij langere stilstand in ontladen toestand treedt er diepontlading en sulftatie op, dat kan leiden tot vernietiging van de accu.
De accu is onderhoudsvrij, dat betekent dat het zuurniveau niet hoeft te worden gecontroleerd.
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Zadel afnemen. (
–
Minkabel van de accu loshalen om beschadiging van de boordelektronica te voorkomen.
–
Acculader vastklemmen de accu. Acculader inschakelen.
pag. 44)
Acculader (58429074000)
Met deze acculader kunt u ook de rustspanning en het startvermogen van de accu
en dynamo testen. Bovendien kan met deze lader de accu niet worden overladen.
Info
Deksel  nooit verwijderen.
Accu met maximaal 10 % van de capaciteit laden, die op het accuhuis  is
aangegeven.
400240-10
–
Acculader na het laden uitschakelen. Accu vastklemmen.
Voorgeschreven waarde
Laadstroom, laadspanning en laadtijd mogen niet worden overschreden.
De accu regelmatig bijladen als de
motorfiets niet wordt gebruikt
–
Zadel monteren. (
3 maanden
pag. 44)
Hoofdzekering demonteren (250/300 XC)
14.4
–
Alle verbruikers uitschakelen en motor afzetten.
–
Afdekking luchtfilterbak demonteren. (
–
Startrelais  van de houder trekken.
pag. 44)
Info
De hoofdzekering bevindt zich in het startrelais  onder de afdekking van
de filterbak.
B00362-10
B00363-10
–
Beschermkap  verwijderen.
–
Hoofdzekering verwijderen.
ELEKTRONICA
70
Hoofdzekering monteren (250/300 XC)
14.5
Waarschuwing
Gevaar voor brand Door het gebruik van verkeerde zekeringen kan het elektrisch systeem overbelast raken.
–
Alleen zekeringen gebruiken met het voorgeschreven aantal ampères. Zekeringen nooit overbruggen of repareren.
–
Hoofdzekering erin zetten.
Zekering (58011109110)
Info
In het startrelais bevindt zich een reservezekering .
Een defecte zekering  alleen vervangen met een gelijkwaardige zekering.
B00363-11
–
Beschermkap weer erop steken.
–
Startrelais op de houder monteren.
–
Afdekking luchtfilterbak monteren. (
pag. 44)
KOELSYSTEEM
71
Koelsysteem
15.1
(Alle 125/150 modellen)
Door de waterpomp  in de motor vindt er een gedwongen circulatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt geregeld door een
klep in de radiateurdop . Daardoor is de aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan zonder dat er met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
De koeling vindt plaats via de rijwind.
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde koelribben verlagen
de koelwerking.
601186-10
(Alle 250/300 modellen)
Door de waterpomp  in de motor vindt er een gedwongen circulatie van het koelmiddel plaats.
De druk die bij verwarming in het koelsysteem ontstaat wordt geregeld door een
klep in de radiateurdop . Daardoor is de aangegeven koelmiddeltemperatuur toegestaan zonder dat er met functiestoringen rekening moet worden gehouden.
120 °C
De koeling vindt plaats via de rijwind.
Hoe lager de snelheid, hoe lager de koelwerking. Ook vervuilde koelribben verlagen
de koelwerking.
601187-10
Radiateurafdekking (Alle SX modellen)
15.2
De radiateurafdekking wordt vóór de linker radiateur, tussen radiateurbescherming en
radiateur, gemonteerd.
Door de radiateurafdekking wordt de koelmiddeltemperatuur in het optimale bereik
gehouden.
Koelmiddeltemperatuur
65… 70 °C
601198-10
De radiateurafdekking wordt afhankelijk van de omgevingstemperatuur vóór de linker
radiateur gemonteerd.
Radiateurafdekking  zonder inkerving
< 7 °C
Radiateurafdekking  met
inkerving
7… 16 °C
Zonder radiateurafdekking
> 16 °C
401055-10
Info
Niet beide radiateurafdekkingen tegelijkertijd gebruiken!
Radiateurafdekking demonteren (Alle SX modellen)
15.3
601202-10
–
Brandstoftank demonteren.
–
Radiateurbescherming  van de montagepunten  losmaken en verwijderen. Radiateurafdekking  verwijderen.
x(
pag. 47)
KOELSYSTEEM
72
–
Radiateurbescherming aan de uitsteeksels  vasthaken. Montagepunten  aan de
radiateur vasthaken.
–
Brandstoftank monteren.
x(
pag. 48)
601203-10
Radiateurafdekking monteren (Alle SX modellen)
15.4
–
Brandstoftank demonteren.
–
Radiateurbescherming  van de montagepunten  losmaken en verwijderen.
–
De juiste radiateurafdekking  positioneren en radiateurbescherming aan de uitsteeksels  vasthaken. Montagepunten  aan de radiateur vasthaken.
–
Brandstoftank monteren.
x(
pag. 47)
601200-10
x(
pag. 48)
601201-10
Antivries en koelmiddelpeil controleren
15.5
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelvloeistof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelvloeistof niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelvloeistof is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelvloeistof in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelvloeistof buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop afnemen.
–
Antivries van het koelmiddel controleren.
−25… −45 °C
»
Als de antivries van het koelmiddel niet overeenkomt met de voorgeschreven
waarde:
–
400243-10
–
Antivries van het koelmiddel corrigeren.
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
10 mm
KOELSYSTEEM
73
»
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
Koelmiddel (
pag. 113)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
pag. 113)
Radiateurdop monteren.
Koelmiddelpeil controleren
15.6
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelvloeistof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelvloeistof niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelvloeistof is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelvloeistof in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelvloeistof buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
–
Radiateurdop afnemen.
–
Koelmiddelpeil in de radiateur controleren.
Koelmiddelpeil  boven de radiateurlamellen.
»
10 mm
Als het koelmiddelpeil niet overeenkomt met de voorgeschreven waarde:
–
Koelmiddelpeil corrigeren.
Alternatief 1
400243-10
Koelmiddel (
pag. 113)
Alternatief 2
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
–
Koelmiddel aftappen
15.7
pag. 113)
Radiateurdop monteren.
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Koelmiddel wordt bij gebruik van de motorfiets zeer heet en staat onder druk.
–
Radiateur, radiateurslangen en de overige componenten van het koelsysteem niet openen bij een warme motor. Motor en
koelsysteem laten afkoelen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelvloeistof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelvloeistof niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelvloeistof is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelvloeistof in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelvloeistof buiten bereik van
kinderen.
Voorwaarden
Motor is koud.
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Geschikte bak onder het waterpompdeksel klaarzetten.
KOELSYSTEEM
74
(Alle 125/150 modellen)
– Schroef  verwijderen. Radiateurdop  verwijderen.
–
Koelmiddel volledig laten uitlopen.
–
Schroef  met nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
601186-11
(Alle 250/300 modellen)
– Schroef  verwijderen. Radiateurdop  verwijderen.
–
Koelmiddel volledig laten uitlopen.
–
Schroef  met nieuwe pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
601187-11
Koelmiddel vullen
15.8
x
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Koelvloeistof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat koelvloeistof niet in aanraking komt met huid, ogen of kleding. Bij contact met de ogen meteen met water
spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als koelvloeistof is ingeslikt meteen
een arts raadplegen. Kleding die met koelvloeistof in aanraking is gekomen uittrekken. Houd koelvloeistof buiten bereik van
kinderen.
(Alle 125/150 modellen)
– Controleren of de schroef  is vastgedraaid.
B00071-10
(Alle 250/300 modellen)
– Controleren of de schroef  is vastgedraaid.
B00072-10
–
Motorfiets verticaal zetten.
–
Radiateur volledig met koelmiddel vullen.
Koelmiddel
1,2 l
Koelmiddel (
pag. 113)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
( pag. 113)
B00073-10
–
Radiateurdop  monteren.
–
Motor laten warmdraaien.
–
Koelmiddelpeil controleren. (
pag. 73)
MOTOR AFSTELLEN
75
Speling gaskabel controleren
16.1
–
Stuur in rechtuitstand zetten.
–
Manchet  terugschuiven.
–
De gaskabelmantel terugtrekken totdat u weerstand voelt.
–
Nu de speling van de gaskabel  controleren.
Speling gaskabel
»
B00026-10
Speling gaskabel instellen
16.2
3… 5 mm
Als de speling van de gaskabel niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Speling gaskabel instellen.
x(
pag. 75)
–
Manchet  erop schuiven. Controleren of de gashendel soepel beweegt.
–
Stuur in rechtuitstand zetten.
–
Manchet  terugschuiven.
–
Moer  losdraaien. Stelschroef  helemaal indraaien.
–
Stelschroef zo draaien, dat er aan de gaskabelmantel  voldoende speling voor de
gaskabel aanwezig is.
x
Voorgeschreven waarde
Speling gaskabel
B00026-11
3… 5 mm
–
Moer vastdraaien.
–
Manchet  erop schuiven. Controleren of de gashendel soepel beweegt.
Carburateur
16.3
De stationaire afstelling van de carburateur is van grote invloed op het startgedrag, een
stabiele stationair en de response bij het gas geven. Dat betekent dat een motor met
een correcte stationaire afstelling gemakkelijker start dan een motor met een verkeerde
stationaire afstelling.
Info
De carburateur en de componenten ervan zijn door de trillingen van de motor
onderhevig aan verhoogde slijtage. Slijtage kan leiden tot een verkeerde werking.
B00048-11
De fabrieksinstelling van de carburateur komt overeen met de volgende waarden.
(Alle 125/150 modellen)
Hoogte boven NAP
500 m
Omgevingstemperatuur
20 °C
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:40) (
pag. 114)
(Alle 250/300 modellen)
Hoogte boven NAP
500 m
Omgevingstemperatuur
20 °C
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60) (
pag. 114)
Het stationaire toerental wordt ingesteld met de stelschroef .
Het stationaire mengsel wordt ingesteld met de regelschroef voor de stationaire luchthoeveelheid .
D
0
0
C
0
B
A
0
500282-01
Stationair bereik A
Rijden met gesloten gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloedt door de stelschroef  en de
regelschroef  voor de stationaire luchthoeveelheid.
Overgangsbereik B
Gedrag van de motor bij openen van de gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloedt door de
stationaire sproeier en de vorm van de gasschuif.
Als de motor, ondanks een goed afgestelde stationair en deellast, bij het openen van de
gasschuif stotterend en met sterke rookontwikkeling start en als het volledige vermogen
bij hoog toerental plotseling wordt bereikt, dan is de carburateur te rijk geregeld, het
vlotterniveau te hoog of lekt de vlotternaaldklep.
MOTOR AFSTELLEN
76
Deellastbereik C
Rijden met gedeeltelijk geopende gasschuif. Dit bereik wordt beïnvloed door de sproeiernaald (vorm en positie). In het onderste bereik beïnvloedt de stationaire afstelling de
motorafstelling en in het bovenste bereik de hoofdsproeier.
Als de motor bij versnelling met gedeeltelijk geopende gasschuif, alleen met stotterend
vermogen draait, moet de sproeiernaald een inkeping lager worden gezet. Als de motor
in het bijzonder pingelt bij versnellingen, waarbij de motor in het toerentalbereik van
het volledige vermogen komt, moet de sproeiernaald hoger worden gezet. Als de hierboven beschreven verschijnselen optreden bij stationair toerental of net daarboven, moet
bij stotterende vermogensafgifte het stationaire systeem armer worden geregeld en bij
pingelen rijker.
Vollastbereik D
Rijden met open gasschuif (volgas). Dit bereik wordt beïnvloed door de hoofdsproeier
en de sproeiernaald.
Als de isolator van een nieuwe bougie na een korte rit op volgas zeer licht of wit is of
als de motor pingelt, moet er een grotere hoofdsproeier worden geplaatst. Als de isolator donkerbruin of verroest is, moet er een kleinere hoofdsproeier worden geplaatst.
Carburateur - stationair afstellen
16.4
x
–
Regelschroef voor stationaire lucht  tot de aanslag indraaien en op de aangegeven
basisinstelling draaien.
Voorgeschreven waarde
Regelschroef stationaire lucht (125 SX)
open
1,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (150 SX)
open
2 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (150 XC USA)
B00048-11
open
1,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (250 SX)
open
1,0 omwenteling
Regelschroef stationaire lucht (250 XC EU/USA)
open
1,5 omwentelingen
Regelschroef stationaire lucht (300 XC EU/USA)
open
–
2 omwentelingen
Motor warmrijden.
Voorgeschreven waarde
Tijd voor warmrijden
≥ 5 min
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Met de stelschroef  het stationaire toerental instellen.
Voorgeschreven waarde
Chokefunctie gedeactiveerd – Chokeknop is tot de aanslag ingedrukt.
( pag. 12)
Stationair toerental
1.400… 1.500 1/min
–
Regelschroef voor stationaire lucht  langzaam met de klok mee draaien tot het
stationaire toerental begint te dalen.
–
Deze stand onthouden en de regelschroef voor stationaire lucht nu langzaam tegen
de klok in draaien tot het stationaire toerental weer daalt.
–
Tussen deze beide standen het punt met het hoogste stationaire toerental instellen.
MOTOR AFSTELLEN
77
Info
Als daarbij het toerental sterk stijgt moet het stationaire toerental weer worden verlaagd tot het normale niveau en de hiervoor genoemde stappen nog
een keer worden herhaald.
Als met de hier beschreven methode geen bevredigend resultaat wordt
bereikt kan dat liggen aan een verkeerd gedimensioneerde stationaire
sproeier.
Als de regelschroef voor stationaire lucht tot de aanslag is gedraaid en het
toerental niet verandert moet een kleinere stationaire sproeier worden ingezet.
Na het vervangen van de sproeier moeten het instellen weer van voren af
aan worden herhaald.
Bij grote schommelingen van de buitentemperatuur en extreme hoogteverschillen moet de stationair opnieuw worden afgesteld.
Vlotterkamer carburateur aftappen
16.5
x
Gevaar
Gevaar voor brand Brandstof is licht ontvlambaar.
–
Tank het voertuig nooit in de buurt van open vuur of brandende sigaretten en schakel de motor bij het tanken altijd uit.
Let er vooral op dat er geen brandstof wordt gemorst op de hete onderdelen van het voertuig. Gemorste brandstof meteen
afvegen.
–
Als de brandstof wordt verwarmd zet deze in de brandstoftank uit en kan uitstromen als de tank te vol zit. Neem de aanwijzingen voor het tanken van brandstof in acht.
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Ondeskundige omgang met brandstof is gevaarlijk voor het milieu.
–
Er mag geen brandstof in het grondwater, de bodem of riolering terechtkomen.
Info
Deze werkzaamheden uitvoeren bij een koude motor.
Water in de vlotterkamer leidt tot functiestoringen.
(Alle SX modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
(afbeelding 601185-10 pag. 12)
Er stroomt geen brandstof meer van de tank naar de carburateur.
(Alle XC modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan in stand OFF draaien.
(afbeelding 601157-11 pag. 11)
Er stroomt geen brandstof meer van de tank naar de carburateur.
601194-10
–
Een doek onder de carburateur leggen, zodat de uitstromende brandstof wordt
opgevangen.
–
Sluitschroef  verwijderen.
–
Brandstof volledig laten uitlopen.
–
Sluitschroef monteren en vastdraaien.
MOTOR AFSTELLEN
78
Stekkerverbinding ontstekingscurve
16.6
De stekkerverbinding  bevindt zich voor de brandstoftank aan de linkerzijde van het
frame.
Mogelijke toestanden
• Soft – De stekkerverbinding is verbroken en er wordt een betere rijbaarheid
bereikt.
• Performance – De stekkerverbinding is aangesloten en er wordt een hoger vermogen bereikt.
601190-10
Ontstekingscurve wijzigen
16.7
Ontstekingscurve omschakelen van performance naar soft.
– Stekkerverbinding  verbreken. (afbeelding 601190-10
pag. 78)
Soft – Betere rijbaarheid
Ontstekingscurve omschakelen van soft naar performance.
– Stekkerverbinding  aansluiten. (afbeelding 601190-10
pag. 78)
Performance – Meer vermogen
Uitgangspositie versnellingshendel controleren
16.8
–
In de rijpositie op het voertuig gaan zitten en de afstand  meten tussen de bovenkant van de laars en versnellingshendel.
Afstand versnellingshendel tot bovenkant laars
»
A
0
10… 20 mm
Als de afstand niet met de voorgeschreven waarde overeenkomt:
–
Uitgangspositie van de versnellingshendel instellen.
x(
pag. 78)
400692-10
Uitgangspositie versnellingshendel instellen
16.9
x
–
Schroef  verwijderen en versnellingshendel  verwijderen.
–
Vertanding  van de versnellingshendel en de schakelas reinigen.
–
Versnellingshendel in de gewenste positie op de schakelas steken en de vertanding
laten ingrijpen.
B00065-10
Info
Het instelbereik is beperkt.
De versnellingshendel mag bij het schakelen niet in aanraking komen met
de componenten van het voertuig.
B00066-10
–
Schroef monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
MOTOR AFSTELLEN
79
Motorkarakteristiek - hulpveer (Alle 250/300 modellen)
16.10
De hulpveer bevindt aan de rechterzijde van de motor onder het waterpompdeksel.
Mogelijke toestanden
• Hulpveer met gele markering – In de aflevertoestand gemonteerde hulpveer met
gemiddelde afstelling (standaard) voor een goede rijbaarheid.
• Hulpveer met groene markering – Meegeleverde hulpveren voor een nog zachter
vermogensgebruik.
• Hulpveer met rode markering – Meegeleverde hulpveren voor een nog agressiever
vermogensgebruik.
1
0
B00056-10
Motorkarakteristiek - hulpveer instellen
16.11
Door verschillende veersterktes van de hulpveren  kan de motorkarakteristiek worden
gewijzigd.
x (Alle 250/300 modellen)
Waarschuwing
Gevaar voor verbranding Sommige onderdelen van het voertuig worden tijdens het rijden zeer heet.
–
Hete onderdelen zoals uitlaatsysteem, radiateur, motor, schokdempers en remmen niet aanraken. De onderdelen eerst laten
afkoelen voordat u met werkzaamheden aan deze onderdelen begint.
–
Motorfiets ca. 45º naar links kantelen en in deze positie beveiligen tegen omvallen.
–
Schroeven  verwijderen.
–
Sluitdop , stelveer , hulpveer  en veerinzet  uit het koppelingsdeksel verwijderen.
–
Beide veren van de veerinzet trekken.
–
Gewenste hulpveer  en stelveer  monteren en samen in het koppelingsdeksel
schuiven.
B00057-10
0
2
3
0
4
0
0
5
B00056-11
Hulpveer met gele markering (54837072300)
Hulpveer met groene markering (54837072100)
Hulpveer met rode markering (54837072000)
De inkeping van de veerinzet  grijpt in de haakse hendel.
Info
B00058-10
De schroef  mag in geen geval worden verdraaid, omdat ander de motorkarakteristiek slechter wordt.
–
Keerring in sluitdop controleren.
–
Sluitdop positioneren.
–
Schroeven monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
80
Transmissieoliepeil controleren
17.1
Info
Het transmissieoliepeil moet worden gecontroleerd bij een koude motor.
–
Motorfiets verticaal zetten op een horizontale ondergrond.
(Alle 125/150 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
–
Transmissieoliepeil controleren.
Er moet een kleine hoeveelheid transmissieolie uit de boring stromen.
»
Als er geen transmissieolie uitstroomt:
–
–
B00049-10
Transmissieolie bijvullen.
x(
pag. 82)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en
vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
(Alle 250/300 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
–
Transmissieoliepeil controleren.
Er moet een kleine hoeveelheid transmissieolie uit de boring stromen.
»
Als er geen transmissieolie uitstroomt:
–
–
B00050-10
Transmissieolie bijvullen.
x(
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
Transmissieolie verversen
17.2
x
–
Transmissieolie aftappen.
–
Transmissieolie vullen.
x(
pag. 81)
400721-01
400722-01
pag. 82)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en
vastdraaien.
x(
pag. 81)
M6
10 Nm
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
Transmissieolie aftappen
17.3
81
x
Waarschuwing
Gevaar voor brandwonden Tijdens het rijden worden de motor- en transmissieolie in de motorfiets zeer heet.
–
Geschikte beschermende kleding en een veiligheidshandschoenen dragen. Verbrande huid meteen onder lauw water houden.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De transmissieolie moet bij warme motor worden afgetapt.
–
Motorfiets op horizontale ondergrond zetten.
–
Geschikte bak onder de motor klaarzetten.
(Alle 125/150 modellen)
– Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  verwijderen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie  verwijderen.
–
Transmissieolie volledig laten uitstromen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie grondig reinigen.
–
Afdichtvlak van de motor reinigen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  en pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
B00051-10
Aftapschroef transmissieolie met
magneet
–
M12x1,5
20 Nm
Aftapschroef voor transmissieolie  met pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapschroef transmissieolie
M10x1
15 Nm
(Alle 250/300 modellen)
– Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  verwijderen.
–
Transmissieolie volledig laten uitstromen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet grondig reinigen.
–
Afdichtvlak van de motor reinigen.
–
Aftapschroef voor transmissieolie met magneet  en pakking monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Aftapschroef transmissieolie met
magneet
B00052-10
Transmissieolie vullen
17.4
M12x1,5
20 Nm
x
Info
Te weinig transmissieolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van de aandrijving.
–
Schroef  verwijderen en transmissieolie vullen.
Transmissieolie
(Alle 125/150
modellen)
–
B00053-10
0,70 l
Motorolie (15W/50) (
pag. 113)
Transmissieolie
0,80 l
(Alle 250/300 modellen)
Motorolie (15W/50) (
pag. 113)
Schroefverbinding monteren en vastdraaien.
SERVICEWERKZAAMHEDEN MOTOR
82
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
Transmissieolie bijvullen
17.5
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
–
Motor starten en controleren op lekkage.
–
Transmissieoliepeil controleren. (
pag. 80)
x
Info
Te weinig transmissieolie of olie van onvoldoende kwaliteit leidt tot voortijdige slijtage van het overbrengingssysteem.
Het transmissieoliepeil moet worden bijgevuld bij een koude motor.
–
Motorfiets op horizontale ondergrond zetten.
(Alle 125/150 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
B00049-10
(Alle 250/300 modellen)
– Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil  verwijderen.
B00050-10
–
Schroef  verwijderen.
–
Transmissieolie vullen tot het uit de boring van de schroef voor de controle van het
transmissieoliepeil uitstroomt.
Motorolie (15W/50) (
–
pag. 113)
Schroef voor het controleren van het transmissieoliepeil monteren en vastdraaien.
Voorgeschreven waarde
Controleschroef transmissieoliepeil
B00053-11
–
M6
10 Nm
Schroef  monteren en vastdraaien.
Gevaar
Gevaar voor vergiftiging Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen bewusteloosheid en/of de dood tot gevolg hebben.
–
–
Als u de motor laat draaien moet u altijd voor voldoende ventilatie zorgen, de motor niet in een gesloten ruimte starten of laten draaien zonder
een geschikte afzuiginstallatie.
Motor starten en controleren op lekkage.
REINIGING, ONDERHOUD
83
Motorfiets reinigen
18.1
Aanwijzing
Materiële schade Beschadiging en vernietiging van componenten door hogedrukreiniger.
–
Het voertuig nooit met een hogedrukreiniger of een harde waterstraal reinigen. De te hoge druk kan in de elektrische componenten, steekverbindingen, bowdenkabels, lagers dringen en storingen veroorzaken en/of deze onderdelen vernietigen.
Waarschuwing
Gevaar voor het milieu Probleemstoffen veroorzaken schade aan het milieu.
–
Olie, vet, filters, brandstof, reinigingsmiddel e.d. op de in de voorschriften voorgeschreven wijze afvoeren.
Info
De motorfiets regelmatig reinigen. Daardoor blijven de waarde en het uiterlijk voor een lange tijd behouden.
Directe blootstelling aan zonnestralen van de motorfiets tijdens het reinigen moet worden vermeden.
–
Uitlaatsysteem afdekken, om indringen van water te voorkomen.
–
Grove vervuiling met een zachte waterstraal verwijderen.
–
Sterk vervuilde plekken met een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger inspuiten en daarna behandelen met een kwastje.
Motorfietsreiniger (
pag. 115)
Info
Warm water met een in de handel verkrijgbare motorfietsreiniger en een zachte spons gebruiken.
–
Nadat de motorfiets grondig met een zachte waterstraal is afgespoeld moet hij goed worden gedroogd.
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
x(
pag. 77)
Waarschuwing
Gevaar voor ongevallen Verminderde remwerking door natte of vervuilde remmen.
–
–
Vervuilde of natte remmen voorzichtig schoon- resp. droogremmen.
Na de reiniging een korte rit maken, tot de motor de rijtemperatuur heeft bereikt.
Info
Door de warmte verdampt het water ook op de ontoegankelijke plaatsen van de motor en de remmen.
–
Schermkappen van de stuurarmaturen terugschuiven, zodat het ingedrongen water kan verdampen.
–
Na het afkoelen van de motorfiets alle glij- en lagerpunten smeren.
–
Ketting reinigen. (
–
Blank metalen onderdelen (met uitzondering van de remschijven en het uitlaatsysteem) behandelen met een antiroestmiddel.
pag. 49)
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber (
–
pag. 115)
Alle kunststof onderdelen en geëloxeerde onderdelen behandelen met een reinigings- en verzorgingsmiddel.
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber (
pag. 115)
STALLING
84
Stalling
19.1
Waarschuwing
Gevaar voor vergiftiging Brandstof is giftig en schadelijk voor de gezondheid.
–
Erop letten dat brandstof niet in aanraking komt met de huid, ogen en kleding. Adem brandstofdampen niet in. Bij contact
met de ogen meteen met water spoelen en een arts raadplegen. Huid bij contact meteen reinigen met water en zeep. Als
brandstof is ingeslikt meteen een arts raadplegen. Kleding die in aanraking is gekomen met brandstof meteen uittrekken.
Brandstof volgens de voorschriften bewaren in een jerrycan en uit de buurt van kinderen houden.
Info
Als u de motorfiets voor langere tijd niet wilt gebruiken moet u volgende maatregelen nemen of laten nemen.
Voordat u de motorfiets gaat stallen controleren of alle onderdelen goed werken en of ze niet zijn versleten. Als er servicewerkzaamheden, reparaties of wijzigingen nodig zijn kunt u dat het beste doen tijdens de overwintering (minder drukte bij de garages). Zo voorkomt u lange wachttijden bij aanvang van het seizoen.
–
Motorfiets reinigen. (
–
Transmissieolie verversen.
–
Antivries en koelmiddelpeil controleren. (
–
Brandstof uit de tank laten uitlopen in een geschikte bak.
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
–
Bandenspanning controleren. (
–
Voertuig stallen op een droge plaats en niet blootstellen aan grote temperatuurschommelingen.
pag. 83)
x(
pag. 80)
pag. 72)
x(
pag. 77)
pag. 67)
Info
KTM adviseert de motorfiets op te krikken.
–
Motorfiets met hefbok opkrikken. (
–
Voertuig met een luchtdoorlatend zeil of een deken afdekken.
pag. 36)
Info
In geen geval mogen hiervoor luchtdichte materialen worden gebruikt, omdat er dan geen vocht kan ontsnappen en er
roestvorming ontstaat.
Het is zeer slecht de motor van een gestalde motorfiets voor korte tijd te laten draaien. Aangezien de motor daarbij niet voldoende warm wordt, condenseert de waterdamp die bij de verbranding ontstaat en leidt ertoe dat de motoronderdelen en de
uitlaat gaan roesten.
Inbedrijfname na stalling
19.2
–
Motorfiets van hefbok nemen. (
–
Brandstof tanken. (
–
Controle- en onderhoudswerkzaamheden voor iedere inbedrijfname uitvoeren. (
–
Een proefrit maken.
pag. 36)
pag. 22)
pag. 20)
OPSPOREN VAN FOUTEN
85
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor draait niet door (e-starter)
(250/300 XC)
Bedieningsfouten
–
Stappen voor de startprocedure uitvoeren.
( pag. 20)
Accu leeg
–
Accu laden.
–
Laadspanning controleren.
Motor draait door, maar springt niet
aan
pag. 68)
–
x
Ruststroom controleren. x
Dynamo controleren. x
–
Hoofdzekering demonteren. (
–
Hoofdzekering doorgesmolten
x(
pag. 69)
–
Hoofdzekering monteren. (
Startrelais defect
–
Startrelais controleren.
Startmotor defect
–
Bedieningsfouten
–
Stappen voor de startprocedure uitvoeren.
( pag. 20)
Motorfiets is langere tijd niet gebruikt
en daarom zit er oude brandstof in de
vlotterkamer
–
Vlotterkamer van de carburateur aftappen.
( pag. 77)
Brandstoftoevoer onderbroken
–
Brandstoftankontluchting controleren.
–
Brandstofkraan reinigen.
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Bougie verzopen of nat
–
Bougie reinigen en drogen, indien nodig vervangen.
Elektrodenafstand van de bougie te
groot
–
Elektrodenafstand instellen.
pag. 70)
x
Startmotor controleren. x
x
Voorgeschreven waarde
(Alle 125/150 modellen)
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
(Alle 250/300 modellen)
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Motor heeft geen stationair
Motor start niet
Motor heeft te weinig vermogen
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
Kortsluitkabel in de kabelboom
geschuurd, stopknop defect
–
Stopknop controleren.
Stekkerverbinder of bobine los of
geoxideerd
–
Stekkerverbinding reinigen en met contactspray
behandelen.
Water in carburateur resp. sproeiers
verstopt
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Stationaire sproeier verstopt
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Stelschroeven aan carburateur verdraaid
–
Carburateur - stationair afstellen.
( pag. 76)
Bougie defect
–
Bougie vervangen.
Ontstekingssysteem defect
–
Bobine controleren.
–
Bougiedop controleren.
Carburateur loopt over, omdat de vlotternaald is vervuild of versleten
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Caburateursproeiers los
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
Brandstoftoevoer onderbroken
–
Brandstoftankontluchting controleren.
–
Brandstofkraan reinigen.
–
Carburateurcomponenten controleren/instellen.
Luchtfilter sterk vervuild
–
Luchtfilter en luchtfilterbak reinigen.
( pag. 45)
Uitlaatsysteem lekt, is vervormd of
heeft te weinig glasvezelvulling in de
einddemper
–
Het uitlaatsysteem controleren op beschadiging.
–
Glasvezelvulling van de einddemper vervangen.
( pag. 46)
x
x
x
x
x
x
x
Defect in het ontstekingssysteem
–
Ontstekingssysteem controleren.
x
x
OPSPOREN VAN FOUTEN
86
Fout
Mogelijke oorzaak
Maatregel
Motor heeft te weinig vermogen
Membraan of membraanhuis beschadigd
–
Motor stokt of klapt in de carburateur
Te weinig brandstof
(Alle SX modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan
in stand ON draaien.
(afbeelding 601185-10 pag. 12)
Membraan en membraanhuis controleren.
(Alle XC modellen)
– Draaigreep  op de brandstofkraan
in stand ON draaien.
(afbeelding 601157-11 pag. 11)
Motor wordt overmatig heet
–
Brandstof tanken. (
Motor zuigt valse lucht aan
–
Controleren of de aanzuigflens en de carburateur goed vastzitten.
Stekkerverbinder of bobine los of
geoxideerd
–
Stekkerverbinding reinigen en met contactspray
behandelen.
Te weinig koelmiddel in koelsysteem
–
Koelsysteem controleren op lekkage.
pag. 22)
–
Koelmiddelpeil controleren. (
Te weinig rijwind
–
Motor afzetten als hij stilstaat.
Radiateurlamellen sterk vervuild
–
Radiateurlamellen reinigen.
Schuimvorming in het koelsysteem
–
Koelmiddel aftappen.
–
Koelmiddel vullen.
Cilinderkop of cilinderkoppakking
beschadigd
–
Cilinderkop of cilinderkoppakking controleren.
Radiateurslang geknikt
–
Radiateurslang vervangen.
Verkeerd ontstekingstijdstip door
losse stator
–
Ontsteking instellen.
Witte rookontwikkeling (stoom in het
uitlaatgas)
Cilinderkop of cilinderkoppakking
beschadigd
–
Cilinderkop of cilinderkoppakking controleren.
Transmissieolie stroomt uit de ontluchtingsslang
Te veel transmissieolie gevuld
–
Transmissieoliepeil controleren. (
Water in de transmissieolie
Asafdichtingsring of waterpomp
beschadigd
–
Asafdichtingsring en waterpomp controleren.
pag. 73)
x ( pag. 73)
x ( pag. 74)
x
x
pag. 80)
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
87
125 SX
21.1
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
124,8 cm³
Slag
54,5 mm
Boring
54 mm
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
43,7 mm
Primaire overbrenging
23:73
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
13:32
2e versnelling
15:30
3e versnelling
17:28
4e versnelling
20:28
5e versnelling
19:23
6e versnelling
22:24
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,4 mm
Bougie
NGK BR9 ECMVX
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
150 SX
21.2
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
143,6 cm³
Slag
58,4 mm
Boring
56 mm
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
44,3 mm
Primaire overbrenging
23:73
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
13:32
2e versnelling
15:30
3e versnelling
17:28
4e versnelling
20:28
5e versnelling
19:23
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
6e versnelling
88
22:24
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,4 mm
Bougie
NGK BR9 ECMVX
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
150 XC USA
21.3
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
143,6 cm³
Slag
58,4 mm
Boring
56 mm
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
44,3 mm
Primaire overbrenging
23:73
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
13:32
2e versnelling
15:30
3e versnelling
17:28
4e versnelling
19:26
5e versnelling
21:25
6e versnelling
22:23
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,4 mm
Bougie
NGK BR9 ECMVX
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
250 SX
21.4
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
249 cm³
Slag
72 mm
Boring
66,4 mm
Uitlaatbesturing - instelbegin
5.500 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met rode hulpveer
7.000 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met gele hulpveer
7.500 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met groene hulpveer
7.900 1/min
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
89
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
48 mm
Primaire overbrenging
26:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
5-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
14:28
2e versnelling
15:24
3e versnelling
18:24
4e versnelling
21:24
5e versnelling
22:21
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,9 mm
Bougie
NGK BR 8 ECM
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter
250 XC EU/USA
21.5
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
249 cm³
Slag
72 mm
Boring
66,4 mm
Uitlaatbesturing - instelbegin
5.500 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met rode hulpveer
7.300 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met gele hulpveer
7.800 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met groene hulpveer
8.300 1/min
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 trapeziumvormige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
48 mm
Primaire overbrenging
26:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
15:31
2e versnelling
16:25
3e versnelling
20:25
4e versnelling
22:23
5e versnelling
25:22
6e versnelling
26:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,9 mm
Bougie
NGK BR 7 ES
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter en e-starter
TECHNISCHE GEGEVENS - MOTOR
90
300 XC EU/USA
21.6
Bouwwijze
1-cilinder 2-takt ottomotor, vloeistofgekoeld, met membraaninlaat en uitlaatsturing
Slagruimte
293 cm³
Slag
72 mm
Boring
72 mm
Uitlaatbesturing - instelbegin
5.500 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met rode hulpveer
7.300 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met gele hulpveer
7.800 1/min
Uitlaatbesturing - insteleinde met groene hulpveer
8.300 1/min
Krukaslagers
1 kogelgroeflager / 1 cilinderrollager
Drijfstanglager
Naaldlager
Zuigerboutlager
Naaldlager
Zuigers
Gegoten aluminium
Zuigerveren
2 rechthoekige ringen
X-afstand (bovenkant zuiger tot bovenkant cilinder)
0… 0,10 mm
Z-afstand (hoogte van de regelklep)
48 mm
Primaire overbrenging
26:72
Koppeling
Meerplaats koppeling in oliebad / hydraulisch bediend
Aandrijving
6-versnelling klauwschakeling
Overbrengingsverhouding
1e versnelling
15:31
2e versnelling
16:25
3e versnelling
20:25
4e versnelling
22:23
5e versnelling
25:22
6e versnelling
26:20
Ontstekingssysteem
Contactvrij aangestuurd volledig elektronisch ontstekingssysteem
met digitale ontstekingsvertraging, type Kokusan
Ontstekingstijdstip (vóór OT)
1,9 mm
Bougie
NGK BR 7 ES
Elektrodenafstand bougie
0,60 mm
Starthulp
Kickstarter en e-starter
Vulhoeveelheid - transmissieolie
21.7
Transmissieolie (Alle 125/150
modellen)
0,70 l
Motorolie (15W/50) (
pag. 113)
Transmissieolie
(Alle 250/300 modellen)
0,80 l
Motorolie (15W/50) (
pag. 113)
1,2 l
Koelmiddel (
Vulhoeveelheid - koelmiddel
21.8
Koelmiddel
pag. 113)
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd) (
pag. 113)
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
91
Alle 125/150 modellen
22.1
Schroef membraan
M4
2 Nm
Loctite® 243™
Schroef borgplaat regelklepas
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef dynamodeksel
M5
5 Nm
–
Schroef lagerborging
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef ontstekingssysteem/stator
M5
6 Nm
Loctite® 222
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
–
Schroef uitlaatflens
M5
6 Nm
–
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompwiel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
–
Ontluchtingsschroef cilinderkop
M6
10 Nm
–
Schroef aanzuigflens/membraanhuis
M6
10 Nm
–
Schroef bevestigingsplaat kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6
10 Nm
–
Schroef uitlaatregeling
M6
10 Nm
–
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef versnellingspedaal
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef cilinderkop
M7
18 Nm
–
Moer cilindervoet
M8
30 Nm
–
Regelklepas uitlaatregeling
M8
1e niveau
3 Nm
2e niveau (losdraaien, tegen
de klok in)
1/4 omwenteling
–
Schroef cilindervoet
M8
35 Nm
–
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelvastzetting
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Schroef ketting-aandrijfwiel
M10
60 Nm
Loctite® 2701
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie
M10x1
15 Nm
–
Moer rotor
M12x1
60 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Bougie
M14x1,25
25 Nm
–
Moer primair tandwiel
M16LHx1,5
130 Nm
Loctite® 243™
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
130 Nm
Loctite® 243™
Moer uitlaatregeling lagersteun
M26x1
35 Nm
–
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
92
250 SX
22.2
Schroef borgplaat uitlaatbesturing
M5
7 Nm
Loctite® 243™
Schroef dynamodeksel
M5
5 Nm
–
Schroef hoekhendel uitlaatregeling
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef impulsgever
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef stator
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
–
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompwiel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
–
Schroef aanzuigflens/membraanhuis
M6
10 Nm
–
Schroef bevestigingsplaat kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef kickstarterveer
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x40
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x55
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x60
10 Nm
–
Schroef regelklep uitlaatregeling
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelaslagerbevestiging
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelvastzetting
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatflens
M6
8 Nm
–
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef cilinderkop
M8
27 Nm
–
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 2701
Moer cilindervoet
M10
35 Nm
–
Schroef ketting-aandrijfwiel
M10
60 Nm
Loctite® 2701
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
–
Moer rotor
M12x1
60 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Bougie
M14x1,25
25 Nm
–
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
100 Nm
Loctite® 2701
Moer primair tandwiel
M18LHx1,5
150 Nm
Loctite® 243™
Schroef borgplaat uitlaatbesturing
M5
7 Nm
Loctite® 243™
Schroef hoekhendel uitlaatregeling
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef impulsgever
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatbesturingdeksel
M5
5 Nm
–
Schroef vastzethendel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompwiel
M5
6 Nm
Loctite® 243™
Controleschroef transmissieoliepeil
M6
10 Nm
–
Schroef aanzuigflens/membraanhuis
M6
10 Nm
–
Schroef bevestigingsplaat kickstarter
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef dynamodeksel
M6
8 Nm
–
Schroef kickstarterveer
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef koppelingdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef koppelingscilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
250/300 XC
22.3
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN MOTOR
93
Schroef koppelingsveer
M6
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x40
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x55
10 Nm
–
Schroef motorhuis
M6x60
10 Nm
–
Schroef regelklep uitlaatregeling
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelaslagerbevestiging
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef schakelvastzetting
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef startmotor
M6
8 Nm
–
Schroef stator
M6
8 Nm
Loctite® 243™
Schroef uitlaatflens
M6
8 Nm
–
Schroef versnellingshendel
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef waterpompdeksel
M6
10 Nm
–
Schroef cilinderkop
M8
27 Nm
–
Schroef kickstarter
M8
25 Nm
Loctite® 2701
Moer cilindervoet
M10
35 Nm
–
Schroef ketting-aandrijfwiel
M10
60 Nm
Loctite® 2701
Aftapplug waterpompdeksel
M10x1
15 Nm
–
Moer rotor
M12x1
60 Nm
–
Aftapschroef transmissieolie met magneet
M12x1,5
20 Nm
–
Bougie
M14x1,25
25 Nm
–
Moer koppelingmeenemer
M18x1,5
100 Nm
Loctite® 2701
Moer primair tandwiel
M18LHx1,5
150 Nm
Loctite® 243™
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
125 SX
23.1
Carburateurtype
KEIHIN PWK 38S AG
Carburateurcode
AQ7_0
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
NOZI (NOZH, NOZJ)
Hoofdsproeier
182 (180, 185)
Stationaire sproeier
42 (40, 45)
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
1,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (125 SX)
23.2
Regelschroef stationaire lucht
open
1,5 omwentelingen
Stationaire sproeier
45
Sproeiernaald
NOZH
Naaldpositie
4e positie van boven
Hoofdsproeier
208
Info
Als de motor niet helemaal rond draait, moet een kleinere hoofdsproeier worden gebruikt.
94
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
95
Carburateurconfiguratie (125 SX)
23.3
400709-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
150 SX
23.4
Carburateurtype
KEIHIN PWK 38S AG
Carburateurcode
BC0_0
Naaldpositie
2e positie van boven
Sproeiernaald
NOZI (NOZH, NOZJ)
Hoofdsproeier
182 (180, 185)
Stationaire sproeier
40 (42)
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
2 omwentelingen
Schuifklep
6,5 met inkeping
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (150 SX)
23.5
Regelschroef stationaire lucht
open
1,5 omwentelingen
Stationaire sproeier
45
Sproeiernaald
NOZH
Naaldpositie
3e positie van boven
Hoofdsproeier
208
Info
Als de motor niet helemaal rond draait, moet een kleinere hoofdsproeier worden gebruikt.
96
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
97
Carburateurconfiguratie (150 SX)
23.6
401037-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
250 SX
23.7
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
FK0180
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
N1EI (N1EH, N1EJ)
Hoofdsproeier
158 (155, 160)
Stationaire sproeier
42 (40)
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
1,0 omwenteling
Schuifklep
6,5 met inkeping
Carburateur - basisinstelling zandcircuits (250 SX)
23.8
Regelschroef stationaire lucht
open
1,0 omwenteling
Stationaire sproeier
45
Sproeiernaald
NOZG
Naaldpositie
4e positie van boven
Hoofdsproeier
175
Info
Als de motor niet helemaal rond draait, moet een kleinere hoofdsproeier worden gebruikt.
98
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
99
Carburateurconfiguratie (250 SX)
23.9
401038-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
100
150 XC USA
23.10
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC1_0
Naaldpositie
3e positie van boven
Sproeiernaald
NOZI (NOZH, NOZJ)
Hoofdsproeier
170 (168, 172)
Stationaire sproeier
42 (40, 45)
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
1,5 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Carburateurconfiguratie (150 XC USA)
23.11
401039-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
101
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
250 XC EU/USA
23.12
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC3_0
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
N8RW (N8RH)
Hoofdsproeier
168 (170)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
Schuifklep
1,5 omwentelingen
7 met inkeping
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
102
Carburateurconfiguratie (250 XC EU/USA)
23.13
401040-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
103
300 XC EU/USA
23.14
Carburateurtype
KEIHIN PWK 36S AG
Carburateurcode
BC5_0
Naaldpositie
4e positie van boven
Sproeiernaald
N2ZK (N2ZJ, N2ZL)
Hoofdsproeier
165 (162)
Stationaire sproeier
35
Startsproeier
85
Regelschroef stationaire lucht
open
2 omwentelingen
Schuifklep
7 met inkeping
Carburateurconfiguratie (300 XC EU/USA)
23.15
x
401044-01
M/FT ASL
NAP
TEMP
Temperatuur
ASO
Regelschroef voor stationair open
IJ
Stationaire sproeier
NDL
Naald
TECHNISCHE GEGEVENS - CARBURATEUR
POS
Naaldpositie van boven
MJ
Hoofdsproeier
1... 5
0
1
30
5
0
104
Naaldpositie van boven
De carburateurconfiguratie is afhankelijk van de gedefinieerde omgevings- en gebruiksomstandigheden.
0
2
4
0
Info
Niet voor zandcircuits
B00075-10
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
105
Frame
Brugframe van chroommolybdeen stalen buizen
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Veerweg
voor
300 mm
achter
336 mm
Vorksprong
22 mm
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Remsysteem
Schijfremmen, remklauwen vlottend gelagerd
Remschijven - diameter
voor
260 mm
achter
220 mm
Remschijven - slijtagegrens
voor
2,5 mm
achter
3,5 mm
Bandenspanning terrein
voor
1,0 bar
achter
1,0 bar
Secundaire overbrenging (125 SX, 150 XC USA)
13:50
Secundaire overbrenging (250/300 XC, 150 SX)
14:50
Secundaire overbrenging (250 SX)
13:48
Ketting
5/8 x 1/4"
Leverbare kettingwielen
38, 40, 42, 45, 48, 49, 50, 51, 52
Balhoofdhoek
63,5°
Wielstand (Alle 125/150 modellen)
1.480±10 mm
Wielstand (Alle 250/300 modellen)
1.495±10 mm
Zadelhoogte onbelast
992 mm
Los van de vloer, onbelast (Alle 125/150 modellen,
250 XC EU/USA)
395 mm
Los van de vloer, onbelast (250 SX, 300 XC EU/USA)
385 mm
Gewicht zonder brandstof ca. (125/150 SX)
89 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (150 XC USA)
90,1 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (250 SX)
94,2 kg
Gewicht zonder brandstof ca. (250/300 XC)
101,1 kg
Maximale asbelasting voor
145 kg
Maximale asbelasting achter
190 kg
Maximaal toegestaan totaalgewicht
335 kg
Accu
YTX4L-BS
Accuspanning: 12 V
Nominale capaciteit: 3 Ah
Onderhoudsvrij
Geldigheid
Banden voor
Banden achter
(125/150 SX)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
100/90 - 19 57M TT
Bridgestone M70
(250 SX)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
110/90 - 19 62M TT
Bridgestone M70
(150 XC USA)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
100/100 - 18 59M TT
Bridgestone M402
(250/300 XC)
80/100 - 21 51M TT
Bridgestone M59
110/100 - 18 64M TT
Bridgestone M402
Banden
24.1
Meer informatie vindt u in het servicegedeelte onder:
http://www.ktm.com
TECHNISCHE GEGEVENS - CHASSIS
106
Vulhoeveelheid - brandstof
24.2
Brandstoftankinhoud totaal ca.
7,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:40)
( pag. 114) (125/150 SX)
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
( pag. 114) (250 SX)
Brandstoftankinhoud totaal ca.
11,5 l
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:40)
( pag. 114) (150 XC USA)
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
( pag. 114) (250/300 XC)
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
107
125/150 SX
25.1
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.01
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,0 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,4 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
350 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
250 SX
25.2
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.03
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,4 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,6 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
380 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
TECHNISCHE GEGEVENS - VOORVORK
108
150 XC USA
25.3
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.27
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,0 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,4 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
365 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
250/300 XC
25.4
Artikelnummer voorvork
14.18.7K.28
Voorvork
WP Suspension Up Side Down 4860 MXMA CC
Ingaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Uitgaande demping
Comfort
14 klikken
Standaard
12 klikken
Sport
10 klikken
Veerlengte met voorspanbus(sen)
492 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
4,2 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
4,4 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
4,6 N/mm
Gasdruk
1,2 bar
Lengte voorvork
940 mm
Oliehoeveelheid per cartridge
195 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
Oliehoeveelheid per vorkpoot
zonder cartridge
365 ml
Voorvorkolie (SAE 5) (
pag. 114)
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
125/150 SX
26.1
Artikelnummer schokdemper
12.18.7K.01
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
5 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
60 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
66 N/mm
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
33 mm
Dynamische veerweg
109 mm
Inbouwlengte
Stootdemperolie (
417 mm
pag. 114)
SAE 2,5
250 SX
26.2
Artikelnummer schokdemper
12.18.7K.03
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
Comfort
5 mm
Standaard
3 mm
Sport
5 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
109
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
Statische veerweg
33 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
417 mm
Stootdemperolie (
pag. 114)
SAE 2,5
150 XC USA
26.3
Artikelnummer schokdemper
12.18.7K.27
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
7 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
60 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
63 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
66 N/mm
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
33 mm
Dynamische veerweg
109 mm
Inbouwlengte
Stootdemperolie (
417 mm
pag. 114)
SAE 2,5
250/300 XC
26.4
Artikelnummer schokdemper
12.18.7K.28
Schokdemper
WP Suspension PDS 5018 DCC
Ingaande demping low speed
Comfort
17 klikken
Standaard
15 klikken
Sport
13 klikken
Ingaande demping high speed
Comfort
2 omwentelingen
Standaard
1,5 omwentelingen
Sport
1 omwenteling
Uitgaande demping
Comfort
24 klikken
Standaard
22 klikken
Sport
22 klikken
Veervoorspanning
5 mm
Veerconstante
Gewicht bestuurder: 65… 75 kg
66 N/mm
Gewicht bestuurder: 75… 85 kg
69 N/mm
Gewicht bestuurder: 85… 95 kg
72 N/mm
110
TECHNISCHE GEGEVENS - SCHOKDEMPER
Veerlengte
250 mm
Gasdruk
10 bar
Statische veerweg
33 mm
Dynamische veerweg
105 mm
Inbouwlengte
417 mm
Stootdemperolie (
pag. 114)
SAE 2,5
111
TECHNISCHE GEGEVENS - AANHAALMOMENTEN CHASSIS
Spaaknippel achterwiel
M4,5
5… 6 Nm
–
Spaaknippel voorwiel
M4,5
5… 6 Nm
–
Schroef stelring schokdemper
M5
5 Nm
–
Overige moeren chassis
M6
15 Nm
–
Overige schroeven chassis
M6
10 Nm
–
Schroef bovenste glijblok
M6
6 Nm
Loctite® 243™
Schroef kogelgewricht drukstang aan
voetremcilinder
M6
10 Nm
Loctite® 243™
Schroef remschijf achter
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Schroef remschijf voor
M6
14 Nm
Loctite® 243™
Moer bandenhouder
M8
10 Nm
–
Moer kettingwielschroef
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Moer rempedaalbevestiging
M8
20 Nm
–
Overige moeren chassis
M8
30 Nm
–
Overige schroeven chassis
M8
25 Nm
–
Schroef asopname
M8
15 Nm
–
Schroef bovenste kroonplaat
M8
17 Nm
–
Schroef framearm
M8
35 Nm
Loctite® 2701
Schroef kroonplaat onder
M8
12 Nm
–
Schroef motorsteunen
M8
33 Nm
–
Schroef onderste glijblok
M8
15 Nm
–
Schroef remklauw voor
M8
25 Nm
Loctite® 243™
Schroef stuurplaat
M8
20 Nm
–
Schroef vorkbuis boven
M8
17 Nm
Loctite® 243™
Zijstandaardhouder
M8x20
40 Nm
Loctite® 2701
Zijstandaardhouder
M8x26
40 Nm
Loctite® 2701
Motordraagschroef
M10x105
60 Nm
–
Motordraagschroef
M10x115
60 Nm
–
Motordraagschroef
M10x123
60 Nm
–
Overige moeren chassis
M10
50 Nm
–
Overige schroeven chassis
M10
45 Nm
–
Schroef stuuradapter
M10
40 Nm
Loctite® 243™
Schroef schokdemper boven
M12
80 Nm
Loctite® 2701
Schroef schokdemper onder
M12
80 Nm
Loctite® 2701
Moer zadelbevestiging
M12x1
20 Nm
–
Moer achterbrugbout
M16x1,5
100 Nm
–
Moer steekas achter
M20x1,5
80 Nm
–
Schroef balhoofd boven
M20x1,5
10 Nm
–
Schroefkoppelingen koelsysteem
M20x1,5
12 Nm
Loctite® 243™
Schroef steekas voor
M24x1,5
45 Nm
–
112
GEBRUIKSSTOFFEN
113
Hydraulische olie (15)
Volgens
– ISO VG (15)
Voorgeschreven waarde
– Alleen hydraulische olie gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte
eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Hydraulic Fluid 75
Koelmiddel
Voorgeschreven waarde
– Alleen geschikt koelmiddel gebruiken (ook in landen met hoge temperaturen). Minderwaardig antivries kan leiden tot roestvorming
en schuimvorming. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Mengverhouding
Antivries: −25… −45 °C
50 % antiroest/antivries
50 % gedestilleerd water
Koelmiddel (gebruiksklaar gemengd)
−40 °C
Antivries
Leverancier
Motorex®
– Anti Freeze
Motorolie (15W/50)
Volgens
– JASO T903 MA (
–
SAE (
pag. 117)
pag. 117) (15W/50)
Voorgeschreven waarde
– Alleen motorolie gebruiken die voldoet aan de aangegeven normen (zie gegevens op verpakking) en de juiste eigenschappen heeft.
KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Top Speed 4T
Motorolie 2-takt
Volgens
– JASO FC (
pag. 117)
Voorgeschreven waarde
– Alleen hoogwaardige 2-takt motorolie van bekende merken gebruiken. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Volsynthetisch
Leverancier
Motorex®
– Cross Power 2T
Remvloeistof DOT 4 / DOT 5.1
Volgens
– DOT
Voorgeschreven waarde
– Alleen remvloeistof gebruiken die voldoet aan de aangegeven norm (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikt. KTM adviseert producten van Castrol en Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Castrol
– RESPONSE BRAKE FLUID SUPER DOT 4
Motorex®
– Brake Fluid DOT 5.1
GEBRUIKSSTOFFEN
114
Stootdemperolie (SAE 2,5) (50180342S1)
Volgens
– SAE (
pag. 117) (SAE 2,5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken.
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:40)
Volgens
– DIN EN 228
–
JASO FC (
pag. 117) (1:40)
Mengverhouding
1:40
Motorolie 2-takt ( pag. 113)
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
Superbrandstof loodvrij gemengd met 2-takt motorolie (1:60)
Volgens
– DIN EN 228
–
JASO FC (
pag. 117) (1:60)
Mengverhouding
1:60
Motorolie 2-takt ( pag. 113)
Brandstof super loodvrij (ROZ 95)
Voorvorkolie (SAE 5)
Volgens
– SAE (
pag. 117) (SAE 5)
Voorgeschreven waarde
– Alleen oliesoorten gebruiken die voldoen aan de aangegeven normen (zie gegevens op de verpakking) en over de geschikte eigenschappen beschikken. KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Racing Fork Oil
HULPSTOFFEN
Duurzaam vet
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Bike Grease 2000
Kettingreinigingsmiddel
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chain Clean
Kettingspray offroad
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Chainlube Offroad
Motorfietsreiniger
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Moto Clean 900
Olie voor luchtfilters van schuimstof
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Liquid Bio Power
Reinigings- en conserveringsmiddel voor metaal en rubber
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Protect & Shine
Reinigingsmiddel voor luchtfilter
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Twin Air Dirt Bio Remover
Smeervet met hoge viscositeit
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van SKF® te gebruiken.
Leverancier
SKF®
– LGHB 2
115
HULPSTOFFEN
Universele oliespray
Voorgeschreven waarde
– KTM adviseert producten van Motorex® te gebruiken.
Leverancier
Motorex®
– Joker 440 Synthetic
116
NORMEN
117
JASO T903 MA
Door verschillende technische ontwikkelingsrichtingen is een eigen specificatie voor 4-takt motorfietsen nodig - de JASO T903 MA
norm. Vroeger werd voor 4-takt motorfietsen motorolie voor auto's gebruikt omdat er geen eigen motorfietsspecificatie was. Bij motoren
van auto's zijn lange onderhoudsintervallen vereist, bij motoren van motorfietsen staat een hoog vermogensrendement bij hoge toerentallen op de voorgrond. Bij de meeste motoren voor motorfietsen worden ook de versnelling en de koppeling met dezelfde olie ingevet.
De JASO MA norm voldoet aan deze speciale vereisten.
SAE
De SAE-viscositeitsklassen zijn vastgelegd door de Society of Automotive Engineers voor de indeling van oliën op basis van hun viscositeit. De viscositeit beschrijft slechts een van de eigenschappen van olie en zegt niets over de kwaliteit.
JASO FC
JASO FC is een classificatie voor een 2-takt motorolie, die speciaal is ontwikkeld voor de extreme belastingen in de wedstrijdsport.
Dankzij de eersteklas synthetische esters en de speciaal daarop afgestemde additieven wordt ook onder extreme voorwaarden een probleemloze verbranding bereikt.
INDEX
118
A
Gebruiksdefinitie
Accu
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
laden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68
H
INDEX
Achterwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Afbeelding voertuig
linksvoor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
rechtsachter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8
Afdekking luchtfilterbak
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Antivries
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Artikelnummer schokdemper . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Artikelnummer voorvork . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
B
Balhoofdlager
insmeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Bandenspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
............................... 5
Hoofdzekering
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
I
Inbedrijfname
aanwijzingen voor eerste inbedrijfname . . . . . . . . . . . . 15
controle- en onderhoud voor iedere inbedrijfname . . . . . 20
na stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Ingaande demping
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Ingaande demping high speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Ingaande demping low speed
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
K
Ketting
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
Ketting-aandrijfwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Basisinstelling chassis
voor bestuurdersgewicht controleren . . . . . . . . . . . . . . 28
Kettinggeleiding
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Bedieningshandleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Bedrijfsmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Brandstofkraan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11-12
Kettingspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
Brandstoftank
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 48
Kettingwiel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 50
C
Carburateur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
stationair afstellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76
vlotterkamer aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
Choke
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Kickstarter
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Koelmiddel
aftappen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73
vullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74
Koelmiddelpeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72-73
D
Koelsysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
Dynamische veerweg
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Koppeling
vloeistof verversen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 54
vloeistofpeil controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
E
Einddemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
glasvezelvulling vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46
E-starterknop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
F
Fouten opsporen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 85-86
Framenummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
G
Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Gashendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Gaskabellegging
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52
Koppelingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 53
L
Luchtfilter
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
Luchtfilterbak
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45
M
Milieu
...................................... 6
Motor
inrijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
INDEX
119
Motorfiets
met hefbok opkrikken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
van hefbok nemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36
Motorkarakteristiek
hulpveer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
veer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 79
Motornummer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
O
Onderste kroonplaat
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Ontstekingscurve
stekkerverbinding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
P
Plug-in standaard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Speling balhoofdlager
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 41
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Speling gaskabel
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75
Stalling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Startnummmerbord
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 42
Stopknop
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Stuurpositie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
T
R
Radiateurafdekking . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72
Remhendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Rempedaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
vrije slag controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60
Remplaketten
van achterwielrem controleren
van achterwielrem vervangen
van voorwielrem controleren .
van voorwielrem vervangen . .
Spatbord voor
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
...
....
....
....
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
62
62
58
58
Remschijven
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56
Remvloeistof
van achterwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
van voorwielrem bijvullen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Remvloeistofpeil
van achterwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61
van voorwielrem controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57
Reserveonderdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
S
Schokdemper
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
dynamische veerweg controleren . . . . . .
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
ingaande demping algemeen . . . . . . . .
statische veerweg controleren . . . . . . . .
veervoorspanning schokdemper instellen
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
43
31
43
28
31
32
Service . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Serviceschema
SX . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24-25
XC . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26-27
Spaakspanning
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Tankdop
openen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
sluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Tanken
brandstof
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Technische gegevens
aanhaalmomenten chassis
aanhaalmomenten motor .
carburateur . . . . . . . . . .
chassis . . . . . . . . . . . . .
motor . . . . . . . . . . . . . .
schokdemper . . . . . . . . .
voorvork . . . . . . . . . . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
. . . 112
. . 91-93
. 94-104
105-106
. . 87-90
109-111
107-108
Toebehoren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Toestand van de banden
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Transmissieolie
aftappen .
bijvullen .
verversen .
vullen . . .
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
81
82
80
81
Transmissieoliepeil
controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
Transport . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Typeplaatje . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
U
Uitgaande demping
van schokdemper instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
van voorvork instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
V
Versnellingshendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
uitgangspositie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
uitgangspositie instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 78
Voorvork
basisinstelling controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Voorvorkprotector
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
INDEX
monteren
120
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Voorwiel
demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
inbouwen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 64
Vorkpoten
demonteren . . . . . . .
inbouwen . . . . . . . .
ontluchten . . . . . . . .
vuilschrapers reinigen
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
38
38
36
37
W
Werkinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Z
Zadel
afnemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44
Zekering
hoofdzekering demonteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69
hoofdzekering monteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70
Zijstandaard
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Zwaardere rijomstandigheden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
droog zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
hoge temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
lage temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
langzaam rijden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
modderig circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat circuit . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
nat zand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
sneeuw . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
16
16
19
19
19
18
18
17
19
*3211596nl*
3211596nl
05/2010
Foto: Mitterbauer
KTM-Sportmotorcycle AG
5230 Mattighofen/Oostenrijk
http://www.ktm.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement