Fujitsu UTY-DTGGZ1 Handleiding

Fujitsu UTY-DTGGZ1 Handleiding
AANRAAKSCHERMBEDIENING
Bewaar deze handleiding voor toekomstig gebruik.
UTY-DTGYZ1
UTY-DTGGZ1
ONDERDEELNR. 9378379145
Nederlands
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Inhoud
INTRODUCTIE
 VEILIGHEIDSMAATREGELEN
1-1-13
Controleren van de foutlijst wanneer er een
fout optreedt .................................................16
1-1-14
Selecteren van de te bedienen R.C.-groepen/
groepen ........................................................17
 SYSTEEMOVERZICHT
1 Samenstelling van de basisschermen ....................5
2 Namen van de onderdelen ......................................6
3 Terminologie ............................................................7
Hoofdstuk 2 BEDIENING
 2-1 Bediening
4 Bedieningseenheid..................................................9
2-1-1
Hoofdschermen van bediening ....................18
5 Wachtwoordconfiguratie .........................................9
2-1-2
Instellen werking Aan/Uit .............................19
6 Organisatie van groepen .......................................10
2-1-3
De bedieningsmodus instellen .....................19
2-1-4
Het instellen van de temperatuur .................20
2-1-5
Instellen van de ventilator (luchtstroom) ......20
2-1-6
Instellen van R.C. Verbod ............................21
2-1-7
Geeft het „Optional Setting”-scherm weer ..21
2-1-8
Instelling luchtstroomrichting (omhoog/
INITIALISATIE
*Altijd initialiseren voor gebruik.
 Initialisatieprocedure ......................... 11
omlaag) .......................................................22
Hoofdstuk 1 MONITOR
 1-1 Monitor
2-1-9
Instelling luchtstroomrichting (rechts/links) ...22
2-1-10
Instelling energiebesparing ..........................22
2-1-11
Antivries instellen .........................................22
1-1-1
Hoofdschermen van Monitorstand ..............12
2-1-12
Het filterteken resetten .................................23
1-1-2
Wisselen van „Monitor Mode”
2-1-13
Testwerking ..................................................23
2-1-14
Controleren van speciale staat van R.C.
schermweergaveformaat .............................13
1-1-3
Wijzigen hiërarchie groepsweergave ..........14
1-1-4
Wijzigen weergavebereik „Monitor Mode”-
Groepen/Groepen ........................................23
2-1-15
scherm ..........................................................14
1-1-5
Selecteren en deselecteren van een R.C.-
Resetten individuele instelling
luchtstroomrichting .......................................24
2-1-16
groep/groep ..................................................14
Beëindigen instellen van „Operational
Setting”-scherm ............................................24
1-1-6
Selecteren van alle R.C.-groepen/groepen .15
2-1-17
„Operation Setting” beëindigen....................24
1-1-7
Deselecteren van alle R.C.-groepen/
2-1-18
Het weergeven van gebruikersinstelling/
groepen ........................................................15
1-1-8
Starten (Aan) van de R.C.-groepen/
geschiedenis-scherm ...................................25
2-1-19
Het weergeven van scherm schema-instelling ..26
groepen ........................................................15
1-1-9
Stoppen (Uit) van alle R.C.-groepen/
groepen ........................................................15
1-1-10
Starten (Aan) van geselecteerde R.C.-groep/
groep.............................................................16
1-1-11
Stoppen (Uit) van geselecteerde R.C.groepen/groepen ..........................................16
1-1-12
Vergroten van de naamweergave van R.C.groep/groep ..................................................16
Hoofdstuk 3 INSTELLING
Items met *-teken zijn initialisatie-items.
 3-1 Taalinstelling
* 3-1-1
Start systeeminitialisatie ..............................27
3-1-2
Na systeeminitialisatie..................................28
 3-2 Datuminstelling
3-2-1
Hoofdschermen van datuminstelling ...........29
Nl-1
* 3-2-2
Het instellen van de huidige datum en tijd ...30
3-4-10 Een werkingspatroon wijzigen .....................56
* 3-2-3
Selecteren van de datumweergave .............30
3-4-11 Een werkingspatroon verwijderen ...............57
* 3-2-4
Selecteren van het tijdweergaveformaat .....30
3-4-12 Een werkingspatroon instellen .....................57
3-2-5
Instellen van de zomertijd ............................31
3-4-13 De aangepaste instelling wijzigen................59
Bij het handmatig instellen van de

zomertijd ...................................................31
3-4-14 Verwijderen van de aangepaste dag ...........60
Wanneer de zomertijd automatisch wordt

ingesteld ...................................................32
aangepaste instelling ..................................61
3-2-6
Instellen automatisch systeem klokafstelling..33
3-2-7
De systeemklok handmatig aanpassen .......34
 3-3 Groepsinstelling
3-3-1
Hoofdschermen van groepinstelling ............35
3-3-2
Instellen van een nieuwe groep ...................36
3-3-3
Wijzigen van de instelling van een groep of
afstandsbedieninggroep ..............................38
3-3-4
Toevoegen van een afstandsbedieninggroep
aan een groep ..............................................40
3-3-5
Verplaatsen van een groep of
3-4-15 Wijzigen van de prioriteitvolgorde van
3-4-16 Voorbeeld schema-instelling .......................61
 3-5 Wachtwoordinstelling
3-5-1
Hoofdschermen van wachtwoordinstelling ..64
3-5-2
Beheer van de toegangsrechten voor
gebruikersinstelling ......................................64
3-5-3
gebruikersinstelling ......................................66
3-5-4
Verplaatsen van een groep of
afstandsbedieninggroep naar een andere groep..41
3-3-7
Verwijderen van een groep of
afstandsbedieninggroep ..............................41
3-3-8
3-5-5
3-3-9
3-3-10 Bewerken van een groepconfiguratiebestand
van de aanraakschermbediening met pc. ...43
 3-4 Schema-instelling
3-4-1
Hoofdschermen van schema-instelling .......48
3-4-2
Instellen van een nieuw schema..................50
3-4-3
Instellen schema inschakelen/uitschakelen ...51
3-4-4
Naam wijzigen van een schema ..................51
3-4-5
Kopiëren van een schema ...........................52
3-4-6
Wissen van een schema ..............................52
3-4-7
Instellen van een groep of
afstandsbedieninggroep die volgens een
schema bediend moeten worden.................53
3-4-8
Verwijderen van groepbinneneenheden die
werken volgens een schema .......................54
3-4-9
Nl-2
 3-6 Installateurinstelling
3-6-1
Hoofdschermen van Installateurinstelling ...70
* 3-6-2
Installatieprogramma instellen .....................72
* 3-6-3
Instellen van het adres van de hoofdunit van
aanraakschermbediening ............................73
* 3-6-4
Importeren van het bestand van
groepsamenstellinglijst van extern geheugen ..42
Instellen van een nieuw werkingspatroon ...54
Wijzigen van een wachtwoord voor
werkingsinstelling .........................................69
Exporteren van het bestand van
groepsamenstellinglijst naar extern geheugen ..42
Beheer van de toegangsrechten van de
bedieningsinstelling ......................................68
afstandsbedieninggroep binnen dezelfde groep..40
3-3-6
Wijzigen van een wachtwoord
Instellen van de naam van de hoofdeenheid
aanraakschermbediening ............................73
* 3-6-5
Het registreren van de eenheden ................74
* 3-6-6
Registreren van binneneenheden in volgorde
van koelsysteemadres .................................75
* 3-6-7
Registreren binneneenheden volgens
werkingsvolgorde .........................................77
* 3-6-8
Wijzigen van de volgorde van geregistreerde
binneneenheden ..........................................79
* 3-6-9
Toevoegen van binneneenheidregistratie ...79
3-6-10 Het verwijderen van geregistreerde
binneneenheden ..........................................80
3-6-11 Binneneenheden registreren met externe
invoergegevens ............................................81
3-6-12 Exporteren van registratiegegevens van de
binneneenheid ..............................................82
3-6-13 Registreren van de elektriciteitsmeter .........83
3-6-14 Bewerken van het systeemconfiguratiebestand
4-1-3
van de aanraakschermbediening met pc. ......84
3-6-15 instellen van het externe invoersignaal .......87
Instellen welke noodtoestand het systeem

stopt door middel van extern invoersignaal ..87
Instelling die het system „All On/All Off”

schakelt door extern invoersignaal ..........87
De elektriciteitsmeter instellen met extern

invoersignaal ............................................88
Uitschakelen werkingsinstelling door extern

invoersignaal ............................................88
Instellen van automatisch uitschakelen
achtergrondverlichting................................104
4-1-4
Instellen van achtergrondverlichting automatisch
aan wanneer er een fout optreedt.................105
4-1-5
Instellen helderheid van
achtergrondverlichting................................105
4-1-6
Instellen van de pieptoon van
bedieningsbevestiging ...............................106
4-1-7
Instellen van de pieptoon van foutalarm ....106
4-1-8
Het oppervlak van het aanraakpaneel
3-6-16 Instellen van de temperatuurweergave-
schoonvegen ..............................................107
eenheid .........................................................89
Instellen van de temperatuurweergave
eenheid .....................................................89
Hoofdstuk 5 GESCHIEDENIS
3-6-17 Instellen van het instelbare
temperatuurbereik ........................................89
Instellen van het instelbare temperatuurbereik

voor iedere werkingsstand .........................90
De instelling van het bereik van de

instelbare temperatuur uitschakelen ........90
 5-1 Weergave geschiedenis
5-1-1
Hoofdschermen van geschiedenisinstelling ..108
5-1-2
Weergave van foutgeschiedenis................109
5-1-3
Exporteren van foutgeschiedenisgegevens
naar het externe geheugen ....................... 110
3-6-18 Instellen van de werkingsbeperking van de
afstandsbediening ........................................91
5-1-4
foutgeschiedenisgegevens ........................ 111
3-6-19 Wijzigen van het installatiewachtwoord .......92
3-6-20 Controle van de optionele registratie...........93
3-6-21 Snstelling van de optionele registratie .........93
 3-7 Netwerkinstelling
3-7-1
3-8-1
Hoofdschermen van geluidsarme werking ..97
3-8-2
Instellen werking voor geluidsarme werking ..98
3-8-3
Instellingsschema van geluidsarme instelling ..99
 3-9 Instelling tijdzone
* 3-9-1
5-1-5
Statusgeschiedenis weergeven ................. 111
5-1-6
Exporteren van statusgeschiedenis naar het
externe geheugen ...................................... 112
5-1-7
Instellen van de tijdzone.............................100
 3-10 Weergave item instellen ........... 101
Alle gegevens van statusgeschiedenis
verwijderen ................................................. 112
Hoofdschermen van netwerkinstelling ........94
 3-8 Geluidsarme werking ................. 97
Verwijderen van alle
5-1-8
Weergeven van werkingsgeschiedenis ..... 113
5-1-9
Exporteren gegevens werkingsgeschiedenis
naar het externe geheugen ........................ 113
5-1-10
Verwijderen van alle
werkingsgeschiedenisgegevens ................ 114
5-1-11
Weergeven van versie-informatie .............. 114
Hoofdstuk 6 ANDEREN
 6-1 Buitenlijnen afmetingen ............115
Hoofdstuk 4 VOORKEURSINSTELLING
 6-2 Specificaties ...............................116
 4-1 Voorkeursinstelling
 6-3 Foutcode .....................................116
4-1-1
Hoofdschermen van voorkeursinstelling ...102
4-1-2
Afstellen van de positie van het
aanraakpaneel............................................103
Nl-3
INTRODUCTIE
 VEILIGHEIDSMAATREGELEN
• De „VEILIGHEIDSMAATREGELEN” aangegeven in de handleiding bevatten belangrijke informatie met betrekking tot
uw veiligheid.
Zorg ervoor dat u ze in acht neemt.
• Voor details over de bedieningsmethodes, raadpleeg deze handleiding.
• Verzoek de gebruiker om de handleiding bij de hand te houden voor toekomstig gebruik, zoals voor het herpositioneren of repareren van het apparaat.
WAARSCHUWING
Deze markering geeft procedures aan die, indien niet
goed uitgevoerd, zouden
kunnen leiden tot de dood
of ernstig letsel van de
gebruiker.
• In het geval van een storing (brandgeur, enz.), stop
de werking dan onmiddellijk, zet de elektrische hoofdschakelaar uit en raadpleeg bevoegd onderhoudspersoneel.
• Repareer of pas beschadigde kabel niet zelf aan.
Laat het bevoegde onderhoudspersoneel het doen.
Onzorgvuldig werk zal een elektrische schok of brand
veroorzaken.
OPGELET
Deze markering geeft procedures aan die, wanneer onzorgvuldig uitgevoerd, mogelijk
kunnen resulteren in persoonlijk letsel van de gebruiker of
schade aan eigendommen.
• Zet geen containers met vloeistof op deze unit. Dit
zal verhitting, brand of elektrische schokken veroorzaken.
• Stel deze unit niet direct bloot aan water. Dit zal
problemen, elektrische schokken of verhitting veroorzaken.
• Dit product bevat geen onderdelen die door gebruiker
gerepareerd mogen worden. Neem voor reparaties
altijd contact op met bevoegd onderhoudspersoneel.
• Gooi het verpakkingsmateriaal veilig weg. Scheur en
gooi de plastic verpakkingszakken weg zodat kinderen er niet mee kunnen spelen. Er bestaat verstikkingsgevaar als kinderen met de originele plastic
zakken spelen.
• Bij het verplaatsen, raadpleeg bevoegd onderhoudspersoneel voor het ontkoppelen en installeren van
deze unit.
• Plaats geen elektrische apparaten binnen 1 meter
van deze unit. Het kan een defect of storing veroorzaken.
• Raak niet aan met natte handen. Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
• Gebruik geen vuur in de buurt van deze unit of plaats
geen verhittingapparaat dichtbij. Dit kan een defect
veroorzaken.
• Als kinderen de unit kunnen benaderen neemt u
preventieve maatregelen zodat zij de unit niet kunnen
bereiken.
• Repareer of pas niet zelf aan. Het kan een storing of
een ongeval veroorzaken.
• Gebruik geen brandbare gassen in de buurt van de
unit. Het kan brand door lekkende gas veroorzaken.
• Raak de schakelaars niet aan met scherpe voorwerpen. Dit zal letsel, problemen of elektrische schokken
veroorzaken.
• Steek geen voorwerpen in de sleufdelen van dit apparaat. Dit kan problemen, oververhitting of elektrische schokken veroorzaken.
• Bedien het oppervlak van het aanraakscherm alleen
met de meegeleverde stylus of uw vinger. Anders kan
het oppervlak bekrast raken en kunnen er problemen
ontstaan.
Nl-4
 SYSTEEMOVERZICHT
1 Samenstelling van de basisschermen
De schermen van het de aanraakschermbediening bestaan uit 3 functies; monitoren, bedienen en
instellen.
MONITOR (Hoofdstuk 1)
(Monitorstand)
Pictogram
Lijst
BEDIENING (Hoofdstuk 2)
(Werkingsbediening)
Werkingsinstelling
Optionele instelling
INSTELLING
(Werkingsinstelling)
INSTELLING (Hoofdstuk 3)
VOORKEURSINSTELLING (Hoofdstuk 4)
GESCHIEDENIS (Hoofdstuk 5)
INSTELLING
VOORKEURSINSTELLING
GESCHIEDENIS
* 3-1 Taalinstelling
4-1 Voorkeursinstelling
5-1 Weergave geschiedenis
* 3-2 Datum/Tijd instellen
3-3 Groepsinstelling
3-4 Schema-instelling
3-5 Wachtwoordinstelling
* 3-6 Datuminstelling
3-7 Netwerkinstelling
3-8 Geluidsarme werking
* 3-9 Instelling tijdzone
3-10 Weergave item instellen
*: Bevat initialisatie.
Nl-5
2 Namen van de onderdelen
AANRAAKSCHERMBEDIENING (UTY-DTGZ1)
Stylus
Gebruikt om manipulatie
van het aanraakscherm
positief te maken.
Kleuren LCD met
aanraakpaneel
Stylushouder
Opberglocatie wanneer stylus niet wordt
gebruikt.
*1
Geeft de schermen
weer die nodig zijn voor
monitoren en regelen
van de werking. De
aanraakpanelen op het
scherm worden bediend
met gebruik van een
stylus.
Achterpaneel
Resetknop
Power-lampje
USB-poort
Geeft aan dat de aanraakschermbediening is
geactiveerd.
*2
Aansluiting USBgeheugen (zijkant van
behuizing)
*1
*2
Nl-6
Opmerking
Voorpaneel
Voorzorgsmaatregel aanraakschermbediening: bedien het aanraakscherm zo dat deze loodrecht wordt
aangeraakt en losgelaten met de meegeleverde stylus (of uw vinger). Als deze schuin wordt aangeraakt,
werkt het mogelijk niet goed.
Opmerkingen
• Sommige USB-geheugens worden misschien niet herkend door de aanraakschermbediening. Wanneer deze niet wordt herkend, druk dan op de resetknop nadat u het USB-geheugen uit de aanraakschermbediening trekt.
• Gebruik een USB-geheugen zonder „Schakelaar schrijven verboden”.
• Gebruik FAT16 of FAT32 als het USB-geheugenformaat.
3 Terminologie
● Controller gerelateerde termen
Transmissiekabel
R.C.-Groep
Groep
Systeem
Buiteneenheid
Binneneenheid
Afstandsbedieningkabel
Aanraakschermbediening
Standaard afstandsbediening
Koelsysteem
A
R.C.-Groep:
Dit is de groep van binneneenheden die zijn verbonden met de afstandsbedieningkabel of enkele binneneenheid.
B
Groep:
Aggregaat voor het gezamenlijk regelen van 1 of meerdere R.C.-groepen.
C
Koelsysteem:
Dit is een systeem dat is samengesteld uit binneneenheden, buiteneenheid
evenals die van de relevante controle-apparatuur. Alle eenheden en apparatuur
zijn verbonden met pijpen met hetzelfde koelmiddel.
D
Systeem:
Dit zijn alle binneneenheden, buiteneenheid evenals die van de relevante bedieningsapparatuur (bedieningspaneel, standaard afstandsbedieningen) die zijn
verbonden met dezelfde transmissiekabel.
Nl-7
E
F
Aanraakschermbediening:
Het bedieningspaneel is en afstandbediening waarmee gecentraliseerde bediening van meerdere binneneenheden mogelijk is. Een bedieningspaneel kan de
werking van de binneneenheden en timers bedienen in 3 units, Alle, Groep en
Individueel. Bovendien kan 1 bedieningspaneel tot maximaal 400 binneneenheden en 64 groepen controleren.
Standaard afstandsbediening:
De standaard afstandsbediening is een afstandsbediening die binneneenheden
regelen die zijn gevormd in R.C.-groepen. Er zijn 4 soorten standaard afstandsbedieningen: bedrade afstandsbediening, draadloze afstandsbediening, eenvoudige afstandsbediening en externe schakelaar controller.
● Adres gerelateerde termen
Koelsysteemadres
00
Afstandsbedieningsgroepsadres
00 00 0
00 01 1
00 02 2
00 03 0
00 13
0
00 14 1
00 15 0
Afstandsbedieningadres
Binneneenheidadres
Nl-8
G
Afstandsbedieningadres (0-15):
Dit is de ID die individueel is toegewezen aan de binneneenheden die elke
R.C.-groep vormen en wordt gebruikt voor bediening.
H
Binneneenheidadres (00-63):
Dit is de ID individueel toegewezen aan elke binneneenheid en wordt gebruikt
voor bediening.
I
Koelsysteemadres (0-99):
Dit is de ID individueel toegewezen aan elk koelsysteem en wordt gebruikt voor
bediening.
J
Afstandsbedieningsgroepsadres:
Het afstandsbedieninggroepadres (R.C.-groepadres) bestaat uit
afstandsbedieningadres „0”, koelsysteemadres en binneneenheidadres.
4 Bedieningseenheid
De eenheden die kunnen worden bestuurd door de het bedieningspaneel hebben de samenstelling
zoals getoond in de afbeelding hieronder.
Systeem
Koelsysteem
1
Buiteneenheid
R.C.-Groep
2
Groep
Binneneenheid
Transmissiekabel
Aanraakschermbediening
Standaard afstandsbediening
Afstandsbedieningkabel
1
R.C.-Groep
Groep van binneneenheden aangesloten door de afstandsbedieningkabel van de standaard afstandsbediening. Deze groep werkt onder dezelfde omstandigheden
op basis van commando's van de standaard afstandsbediening.
2
Groep
Eenheid die gezamenlijk wordt beheerd (supervisie, regeling) door 1 of meer afstandsbedieninggroepen en groep.
5 Wachtwoordconfiguratie
De soorten en relatie van wachtwoorden die kunnen worden ingesteld bij deze controller zijn als
volgt:
Monitormodus
P.W.1
Gebruikersinstelling/geschiedenis
P.W.3
Installateurinstelling
P.W.2
Werkingsinstelling
P.W.1
Schema-instelling
P.W.1
Groepsinstelling
P.W.1
Geluidsarme werking
P.W.1
Datum/Tijd instellen
P.W.1
Tijdzone instellen
P.W.1
Netwerk instellen
P.W.1
Geschiedenis
P.W.1 : Wachtwoord gebruikersinstelling/geschiedenis.....Raadpleeg 3-5-2.
P.W.2 : Wachtwoord werkingsinstelling ..............................Raadpleeg 3-5-4.
P.W.3 : Wachtwoord installatie-instelling............................Raadpleeg 3-6-19.
Nl-9
6 Organisatie van groepen
De configuraties die kunnen worden beheerd door aanraakschermbediening zijn als volgt:
De groepeenheden die kunnen worden bediend met aanraakschermbediening is tot maximaal 3
hiërarchieën van R.C.-groep en groep zoals hieronder wordt getoond.
Meer dan 4 hiërarchiën kunnen niet worden geregeld
Groep (Groep van groepen)
Groep
R.C.-Groep
R.C.-Groep
Groep
Groep
(Groep van groepen)
Nl-10
INITIALISATIE
 Initialisatieprocedure
Nadat installatiewerk van de aanraakschermbediening voltooid is, voert u initialisatie uit door middel
van de volgende procedures voordat u het systeem begint te gebruiken.
Het inschakelen van de stroom
Datuminstelling
Stel altijd de items hieronder getoond in.
3-1
Taalinstelling
3-1-1
Start systeeminitialisatie ................................................................. 27
3-1-2
Na systeeminitialisatie..................................................................... 28
3-2
Datuminstelling
3-2-2
Het instellen van de huidige datum en tijd ...................................... 30
3-2-3
Selecteren van de datumweergave ................................................ 30
3-2-4
Selecteren van het tijdweergaveformaat ........................................ 30
3-9
Instelling tijdzone
3-9-1
Instellen van de tijdzone................................................................ 100
Installatieprogramma
instellen
Stel altijd de items hieronder getoond in.
3-6
Installateurinstelling
3-6-2
Installatieprogramma instellen ........................................................ 72
3-6-3
Instellen van het adres van de hoofdunit van aanraakschermbediening .. 73
3-6-4
Instellen van de naam van de hoofdeenheid aanraakschermbediening .. 73
*Registreer de binneneenheid aan de hand van 1 van de methoden uit
3-6-5 tot 3-6-8.
3-6-5
Het registreren van de eenheden ....................................................74
3-6-6
Registreren van binneneenheden in volgorde van
koelsysteemadres ........................................................................... 75
3-6-7
Registreren binneneenheden volgens werkingsvolgorde .............. 77
3-6-8
Wijzigen van de volgorde van geregistreerde binneneenheden ... 79
3-6-9
Toevoegen van binneneenheidregistratie ...................................... 79
Initialisatie-einde
Wanneer de initialisatie is voltooid, worden de schermen gebruikersinstelling en geschiedenis weergegeven.
Voorbereidingen start gebruik voltooid
Nl-11
Hoofdstuk 1 MONITOR
1-1 Monitor
1-1-1 Hoofdschermen van Monitorstand
Monitor Mode (Icon)
Weergave groephiërarchie
„Top”-knop
„Up”-knop
„Down”-knop
„List”-knop
Statusscherm
„Setting”-knop
„Schedule”-knop
„Select All”-knop
„Clear All”-knop
„Operation”-knop
„On”-knop
„Off”-knop
Verplaatsingsknop schermweergave (omhoog/omlaag)
Pictogramweergave
Opmerkingen
„Status” statusweergavelijst
Status On
Binneneenheden in in het systeem werken.
Status Off
Alle binneneenheden in het systeem zijn gestopt.
Status Error
Er is een fout opgetreden bij 1 of meer eenheden in het systeem.
Emergency Stop
1 of meer binneneenheden in het systeem worden met nood gestopt.
Monitor Mode (List)
„Icon”-knop
Verplaatsingsknop schermweergave (omhoog/omlaag)
Lijstweergave
Nl-12
1-1-2 Wisselen van „Monitor Mode” schermweergaveformaat
Monitor Mode (Icon)
1
● Schakelt „Monitor Mode”-scherm naar „Icon” of
„List”.
a
Wanneer „Monitor Mode”-scherm „Icon”-weergavescherm is, klik dan op de „List”-knop.
 „Monitor Mode”-scherm wordt „List”-weergave.
Monitor Mode (List)
2
b
Wanneer „Monitor Mode”-scherm „List”-weergavescherm is, klik dan op de „Icon”-knop.
 „Monitor Mode”-scherm wordt „Icon”-weergave.
Opmerkingen
Beschrijvng van „Icon”-weergave
„R.C. Groep”/„Groep”-naam
Schedule
Filter Sign
Groep
Op. Controlled
On/Off
Op. Restricted
Operation Mode
„R.C. Groep”/„Groep”-pictogram
Set temperature
Opmerkingen
„Icon”-weergavelijst
Pictogram
Naam
Inhoud
Pictogram
Naam
Inhoud
Group
Groep
Mode
Werkingsstand
Error
Error
Set. Temp.
Temperatuur instellen
Koelen of drogen
All
Standaard afstandsbediening alle
activiteiten verboden
Automatische of ventilatorfunctie
On/Off
St andaard af st andsbediening
AAN/Uit werking verboden
Verwarming
On
Standaard afstandsbediening AAN
werking verboden
Meerdere bedieningsstanden worden in dezelfde groep gemengd.
Mode
Schedule
Schematimer is ingesteld.
Temp.
Filter Sign
Filter reinigen alarmteken
Timer
Cool/Dry
(Light blue)
Auto/Fan
(Light Purple)
Heat
(Light Pink)
Mixed
(Light Gray)
Binneneenheden en buiteneenhe-
Op. Controlled den werkingmodus is onder controle.
Op. Restricted
Filter
Standaard afstandsbediening werkingsmodusinstelling verboden
St andaard af st andsbediening
temperatuurinstelling werking verboden
Standaard afstandsbediening timerinstelling werking verboden
Standaard afstandsbediening filterreset werking verboden
Werking is beperkt door elke functie.
Nl-13
1-1-3 Wijzigen hiërarchie groepsweergave
Monitor Mode (Icon)
1
a
Gebruik bij het wijzigen van de hiërarchie van de groep
weergegeven op „Monitor Mode”-scherm.
Opmerkingen
De volgende 3 knoppen verplaatsen het groephiërarchiescherm.
Verplaatst naar de hiërarchie aan de bovenkant van het
scherm
Verplaatst het scherm naar de volgende hogere hiërarchie
Verplaatst het scherm naar de volgende lagere hiërarchie
1-1-4 Wijzigen weergavebereik „Monitor Mode”-scherm
Monitor Mode (Icon)
a
1
Bladeren door het scherm met behulp van de knoppen
omhoog/omlaag en naar links/rechts op het „Monitor
Mode”-scherm. Controleer de items die niet kunnen
worden weergegeven op 1 scherm door te bladeren.
Opmerkingen
De volgende 6 toetsen bladeren het scherm.
Bladert het scherm omhoog in paginaeenheden.
Monitor Mode (List)
Bladert het scherm omlaag in paginaeenheden.
Bladert het scherm 1 regel per keer omhoog.
Bladert het scherm 1 regel per keer omlaag.
Bladert het scherm 1 kolom per keer naar links.
(Alleen effectief voor lijstweergave)
Bladert het scherm 1 kolom per keer naar rechts.
(Alleen effectief voor lijstweergave)
1
1-1-5 Selecteren en deselecteren van een R.C.-groep/groep
Monitor Mode (Icon)
a
1
Selecteer de relevante R.C.-groep/groep.
 De geselecteerde R.C.-groep/groep wordt de geselecteerde staat (blauw).
● Wanneer opnieuw geselecteerd in de geselecteerde
staat (blauw), wordt de selectie gedeselecteerd.
Nl-14
1-1-6 Selecteren van alle R.C.-groepen/groepen
Monitor Mode (Icon)
● Selecteer alle R.C.-groepen/groepen op „Monitor Mode”scherm.
1
a
Klik op de „Select All”-knop.
 Al de geselecteerde R.C.-groepen/groepen worden de
geselecteerde staat (blauw).
1-1-7 Deselecteren van alle R.C.-groepen/groepen
Monitor Mode (Icon)
● Deselecteer alle R.C.-groepen/groepen op „Monitor
Mode”-scherm.
a
1
Klik op de „Clear All”-knop.
 Al de geselecteerde R.C.-groepen/groepen worden
gedeselecteerd.
1-1-8 Starten (Aan) van de R.C.-groepen/groepen
Monitor Mode (Icon)
a
Klik op de „Select All”-knop.
 Alle R.C.-groepen/groepen op het „Monitor Mode”scherm worden geselecteerd (blauw).
1
b
Klik op de „On”-knop.
 De werking van alle geselecteerd R.C.-groepen/groepen
start.
2
Opmerking
Wanneer een wachtwoord in ingesteld bij „Operating Setting”, dient het wachtwoord te worden ingevoerd.
1-1-9 Stoppen (Uit) van alle R.C.-groepen/groepen
Monitor Mode (Icon)
a
Klik op de „Select All”-knop.
 Alle R.C.-groepen/groepen op het „Monitor Mode”scherm worden geselecteerd (blauw).
1
b
Klik op de „Off”-knop.
 De werking van alle geselecteerde R.C-groepen/groepen stopt
2
Opmerking
Wanneer een wachtwoord in ingesteld bij „Operating Setting”, dient het wachtwoord te worden ingevoerd.
Nl-15
1-1-10 Starten (Aan) van geselecteerde R.C.-groep/groep
Monitor Mode (Icon)
● Selecteer de relevante R.C.-groepen/groepen uit R.C.groep/groep op „Monitor Mode”-scherm.
 De R.C.-groepen/groepen worden geselecteerd (blauw).
a
Klik op de „On”-knop.
 De binneneenheden starten met werken onder de vooraf
ingestelde condities.
1
Opmerking
Wanneer een wachtwoord in ingesteld bij „Operating Setting”, dient het wachtwoord te worden ingevoerd.
1-1-11 Stoppen (Uit) van geselecteerde R.C.-groepen/groepen
Monitor Mode (Icon)
 Selecteer de relevante R.C.-groepen/groepen uit R.C.groep/groep actief op „Monitor Mode”-scherm.
 De R.C.-groepen/groepen worden geselecteerd (blauw).
a
Klik op de „Off”-knop.
 De werking van de geselecteerde R.C-groepen/groepen
stopt.
Opmerking
1
Als er een wachtwoord is ingesteld in „Operating Setting”,
dient het wachtwoord te worden ingevoerd.
1-1-12 Vergroten van de naamweergave van R.C.-groep/groep
Monitor Mode (List)
1
● Als de naam van de R.C.-groep/groep langer is dan
het weergavegebied op „List”-scherm, vergroot dan het
weergaveframe om de gehele naam weer te geven.
a
Klik op de „Expand”-knop.
● Het naamweergaveframe wordt vergroot en de volledige
naam wordt weergegeven.
Om de weergave terug te zetten naar de originele staat,
klik op de „Reduce”-knop.
1-1-13 Controleren van de foutlijst wanneer er een fout optreedt
Monitor Mode (Icon) / Error List
a
Wanneer er een fout optreedt, opent het „Error List”venster aan de onderkant van het monitorstandscherm.
Opmerking
1
Nl-16
De items „Name”, „Address” en „Error Code” worden
weergegeven in het „Error List”-venster. De items worden
weergegeven in zowel „Icon”-weergave als „List”-weergave. Als er echter niet eens 1 fout optreedt, wordt het „Error
List”-venster niet weergegeven.
Monitor Mode (List) / Error List
c
Wanneer er een display is verborgen aan de boven- of
onderkant van het „Error List”-venster, blader dan omhoog of omlaag door de lijstweergave door op de „”- of
„”-knop te klikken.
Om het „Error List”-venster te sluiten, klik op de „
”-knop.
d
Wanneer op de „Error List”-knop wordt geklikt, wordt het
„ ”-venster opnieuw geopend.
b
2
3
Monitor Mode (List) / Error List
Opmerking
„Error List”-knop wordt weergegeven „Error List”-venster
werd gesloten.
● „Error List”-knop wordt continu weergegeven totdat de
fout is opgeheven.
4
1-1-14 Selecteren van de te bedienen R.C.-groepen/groepen
● Bedien de R.C.-groepen/groepen op het „Monitor
Mode”-scherm.
Monitor Mode (Icon)
a
1
Selecteer de relevante R.C.-groepen/groepen uit de R.C.groep/groepen die actief zijn op het „Monitor Mode”scherm.
 De R.C.-groepen/groepen worden geselecteerd (blauw).
Opmerking
2
Wanneer een wachtwoord is ingesteld bij „Operation Setting”, dient het wachtwoord te worden ingevoerd.
b
Monitor Mode (List)
Klik op de „Operation”-knop.
 „Operation Setting” scherm opent.
1
2
Nl-17
Hoofdstuk 2 BEDIENING
2-1 Bediening
2-1-1 Hoofdschermen van bediening
Operation Setting
„On/Off”-knop
Standknop
Display bedieningsdoel
Display ingestelde tijd
Weergaveknop naam gecontroleerde groep
Ventilatordisplay
Knop R.C. verbod
„OK”-knop
Ventilatorknop
Beperkte weergave
Knop tijd instellen
Werking bediend*1
„Optional Setting”-knop
„Cancel”-knop
*1. Weergegeven wanneer werkingsstand wordt bedient door hoofdeenheid.
Optional Setting
Instelweergave omhoog/omlaag zwaaien
Instelknop omhoog/omlaag zwaaien
„On/Off”-knop
„On/Off”-knop
„Reset”-knop
„Start”-knop
Knop (omhoog/omlaag) bewegen Speciale
Staat schermweergave
„OK”-knop
Special Staat weergave
Instelknop links/rechts zwaaien
„Individual Setting Reset”-knop
Instelweergave links/rechts zwaaien
„Cancel”-knop
Nl-18
2-1-2 Instellen werking Aan/Uit
Operation Setting
1
a
Klik op de „On”-knop.
b
Klik op de „OK”-knop.
● Instelling van starten van de geselecteerde (blauwe) binneneenheden wordt uitgevoerd. Wanneer op de „Off”knop wordt geklikt, wordt de instelling voor stoppen van
de werking uitgevoerd.
 De ingestelde inhoud wordt uitgevoerd.
2
Opmerking
Wanneer op de„”-knop bij „Control Unit” op het „Operation Setting”-scherm wordt geklikt, wordt de geselecteerde
R.C.-groep/groep weergegeven (wanneer twee of meer
„R.C.Group” en „Group” zijn geselecteerd, kan de werking
worden uitgevoerd).
2-1-3 De bedieningsmodus instellen
Operation Setting
a
Klik op de standknop om te selecteren.
Opmerking
1
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
Knoppen waarvan de werking is verboden kunnen niet
worden geklikt.
Opmerking
Wanneer „Operation Controlled” wordt weergegeven, is er
rechts geen selectie koelen en verwarmen.
Nl-19
2-1-4 Het instellen van de temperatuur
Operation Setting
a
1
Selecteer de ingestelde temperatuur met gebruik van de
„”-knop en „”-knop. Controleer de ingestelde temperatuur op het display.
Opmerking
Wanneer de „”-knop of „”-knop wordt ingedrukt, neemt
de weergave van Celsius af en toe in stappen van 0.5°C
en de weergave van Fahrenheit neemt af en toe in stappen van 1°F.
Opmerkingen
Hiet is het instelbare temperatuurbereik verschillend voor
iedere werkingsstand.
Voor de instelbare temperatuurbereiken, zie „Setting settable temperature range”.
Opmerking
Het ingestelde temperatuurbereik van
verwarming van 10°C tot 15°C (48°F tot
58°F) kan mogelijk niet worden ingesteld,
afhankelijk van het model binneneenheid.
Temperatuureenheid
Celsius (°C)
Fahrenheit (°F)
De ingestelde temperatuur (Auto, koelen,
drogen)
18°C-30°C
64°F - 88°F
De ingestelde temperatuur (Verwarmen)
10°C-30°C
48°F - 88°F
2-1-5 Instellen van de ventilator (luchtstroom)
Operation Setting
a
Stel de ventilator (luchtstroom) in met behulp van de „”knop, „”-knop en „Auto”-knop.
Opmerking
1
Nl-20
In de „Fan”-bedieningssectie zijn de stappen voor luchtstroomschakeling verschillend, afhankelijk van het type
binneneenheid dat wordt gebruikt. Voor meer informatie,
raadpleeg de gebruikershandleiding van de binneneenheid.
2-1-6 Instellen van R.C. Verbod
Operation Setting
● Deze instelling bedient centraal de airconditioningapparatuur door bediening met de standaard afstandsbedieningen die zijn verbonden met elke R.C. Groep/Groep te
verbieden.
1
a
Selecteer het item waarvan de bediening vanaf een
afstandsbediening verboden moet worden en klik op de
knop.
Opmerking
De items die kunnen worden geselecteerd, zijn de 7 items
„All”, „On/OFF”, „On”, „Mode”, „Temp.”, „Timer” en „Filter”.
Opmerking
In een staat waarin knop voor bediening van het item niet
kan worden ingedrukt, is er geen toestemming om in te
stellen. Neem contact op met de manager.
Opmerkingen
De functie die hier kan worden ingesteld heeft de volgende Inhoud.
R.C.-verbod
Inhoud
R.C.-verbod
Inhoud
All
Bediening van alle controlefuncties is
ingeschakeld of uitgeschakeld.
Mode
„Operation mode setting” is ingeschakeld of uitgeschakeld.
On/Off
„On/Off” werking is ingeschakeld of uitgeschakeld.
Timer
„Timer setting” van de afstandsbediening is ingeschakeld of uitgeschakeld.
On
„On” werking is ingeschakeld of uitgeschakeld.
Filter
„Filter reset” is ingeschakeld of uitgeschakeld.
Temp.
„Temperature setting” is ingeschakeld
of uitgeschakeld.
2-1-7 Geeft het „Optional Setting”-scherm weer
Optional Setting
a
Klik op de „Optional Setting”-knop.
 „Optional Setting”-scherm opent.
1
Nl-21
2-1-8 Instelling luchtstroomrichting (omhoog/omlaag)
Optional Setting
a
Stel de hoek van omhoog en omlaag zwaaien in met
gebruik van de „”-knop en „”-knop.
1  2  3  4  ZWAAIEN
Opmerking
1
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
Opmerking
4 zwaaihoeken (1 tot 4) kunnen worden geselecteerd in de
sectie „Up/Down Swing”.
2-1-9 Instelling luchtstroomrichting (rechts/links)
Optional Setting
a
Stel de rechter- en linkerzwaaihoek in met gebruik van
de „”-knop en „”-knop.
1  2  3  4  5  ZWAAIEN
Opmerking
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
1
Opmerking
5 zwaaihoeken (1 tot 5) kunnen worden geselecteerd in de
sectie „Right/Left Swing”.
2-1-10 Instelling energiebesparing
Optional Setting
a
1
Klik op de „On”-knop of de „Off”-knop. „Economy” instellen/resetten wordt uitgevoerd.
Opmerking
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
2-1-11 Antivries instellen
Optional Setting
a
Klik op de „On”-knop of de „Off”-knop. „Anti Freeze”
instellen/resetten wordt uitgevoerd.
Opmerking
1
Nl-22
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
Opmerking
Anti Freeze is een functie die bij lage temperatuur verwarming uitvoert om bevriezing van waterleidingen en apparatuur te voorkomen, wanneer airconditioning is uitgeschakeld, in gebieden waar de buitentemperatuur kan dalen tot
onder het vriespunt.
Als waterleidingen zich ver van de eenheid of binnen de
buitenste muren bevinden, kan deze functie mogelijkheid
niet genoeg antivries bescherming bieden.
2-1-12 Het filterteken resetten
Optional Setting
a
1
Klik op de „Reset”-knop
Opmerking
Wanneer de functie niet bestaat bij de objectieve unit, kan
de instelling niet worden geselecteerd.
Opmerking
„Filter Sign”geeft het interval van luchtreinigingfilter aan dat
is ingesteld bij de binneneenheid.
Reset het teken wanneer de filter is schoongemaakt.
2-1-13 Testwerking
Optional Setting
a
Klik op de „Start”-knop.
Opmerking
1
Testwerking van de binneneenheid geselecteerd bij „Operation Setting”-scherm start.
Opmerkingen
Er zijn de volgende 2 methoden voor resetten van de testwerking.
Automatische reset wanneer 60 minuten zijn verstreken.
Reset wanneer werkingsstop is uitgevoerd.
2-1-14 Controleren van speciale staat van R.C. Groepen/Groepen
Optional Setting
a
De huidige speciale staat van het systeem wordt weergegeven bij „Special State”-weergavesectie van „Optional Setting”-scherm.
1
Nl-23
Opmerkingen
Het volgende wordt weergegeven bij „Special State”-weergavesectie.
„Special State”-weergave-items.
Stand by (Defrost)
Stand by (Oil Recovery)
Under Maintenance
Master indoor unit
Master controlled (indoor unit)
Outer controlled (indoor unit)
Test Operation
Mode Mismatch
Automatic Addressing
Inhoud
Ontdooiwerking
Oliewinningswerking
Systeem is in de onderhoudsmodus en de apparatuur kan niet worden bediend.
Binneneenheid heeft de koeling- en verwarmingselectie rechts.
Binneneenheid wordt bestuurd door een binneneenheid met de koelin- en verwarmingselectie rechts.
Binneneenheid wordt bestuurd door een buiteneenheid met de koeling- en verwarmingselectie rechts.
Testwerking
Andere stand
Bedient de automatische adresverwerving.
2-1-15 Resetten individuele instelling luchtstroomrichting
a
Klik op de „Individual Setting Reset” -knop op het „Optional Setting” -scherm. „Individual Setting” van de „Air
Flow Direction” kan worden gereset.
1
2-1-16 Beëindigen instellen van „Operational Setting”-scherm
Optional Setting
a
Als „Optional Setting” is beëindigd, klik op de „OK”-knop.
● De ingestelde werking wordt uitgevoerd.
 „Optional Setting”-scherm sluit.
1
2-1-17 „Operation Setting” beëindigen.
Operation Setting
a
Als „Operation Setting” is beëindigd, klik op de „OK”knop.
● De ingestelde werking wordt uitgevoerd.
 „Monitor Mode”-scherm wordt geopend.
1
Nl-24
2-1-18 Het weergeven van gebruikersinstelling/geschiedenis-scherm
Monitor Mode (Icon)
1
● Schakel het „Monitor Mode”-scherm naar „User Setting/
History”-scherm.
a
Klik op de „Setting”-knop.
Opmerking
Als er geen wachtwoord is ingesteld voor het toegangsrecht voor „User Setting/History”, gaat de werking rechtstreeks naar het „User Setting/History”-scherm.
User setting/ History password Verification
2
 „User setting/ History password Verification”-toetsenbordscherm opent.
b
Toets „User setting/ History password” in om te registreren.
User Setting/History
 „User Setting/History”-scherm opent.
Opmerking
Er zijn 3 menuknoppen „System Setting”, „Preference” en
„History” in „User Setting/History”-scherm.
Nl-25
2-1-19 Het weergeven van scherm schema-instelling
Monitor Mode (Icon)
● Schakel het „Monitor Mode”-scherm naar „Schedule
Setting”-scherm.
1
a
Druk op de „Schedule”-knop.
Opmerking
Als er geen wachtwoord is ingesteld bij het toegangsrecht
voor „Schedule Setting”, gaat de werking rechtstreeks naar
het „Schedule Setting”-scherm.
User Setting/ History Password Verification
2
 „User setting/ History password Verification”-toetsenbordscherm opent.
b
Toets „User setting/ History password” in om te registreren.
Schedule Setting
 „Schedule Setting”-scherm opent.
Opmerking
Gebruik jaarlijkse kalender, „Custom Day” en verschillende
andere schemawerkingen met gebruik van „Schedule Setting”.
Nl-26
Hoofdstuk 3 INSTELLING
● Het weergaveformaat van datum en tijd verschilt afhankelijk van de „Date Format” en „Time Format” in „Date
and Time Setting”.
3-1 Taalinstelling
3-1-1 Start systeeminitialisatie
● Weergave taalinstelling wanneer binneneenheid
niet is geregistreerd.
Installer Setting (Language Setting)
● Schakel de stroom van de aanraakschermbediening in.
1
 „Language Setting”-scherm van „Installer Setting” opent.
a
b
Klik op de knop van de te selecteren taal.
Klik op de „OK”-knop.
 „Time Zone Setting”-scherm wordt geopend.
2
Opmerkingen
• Wanneer geschakeld naar het „Time Zone Setting”scherm, schakel naar het scherm van de gekozen
displaytaal.
Time Zone Setting
● Zie „3-9 Instelling tijdzone” voor een gedetailleerde beschrijving van „Time Zone Setting”.
Installer Setting
● Zie „3-2 Datuminstelling” voor een gedetailleerde
beschrijving van „Date and Time Setting”.
Kennisgeving
Voer initialisatie uit in de staat waarin al het installatiewerk
compleet is en het systeem gestart kan worden.
Voer installatiewerk uit in overeenstemming met de installatiehandleiding van de apparatuur die moet worden
geïnstalleerd.
Nl-27
3-1-2 Na systeeminitialisatie
● Instelling displaytaal wanneer binneneenheid is
geregistreerd.
User Setting / History
1
a
Klik op de „System Setting”-knop.
 „System Setting”-scherm opent.
System Setting
b
Klik op de „Language”-knop.
 „Language Setting”-scherm opent.
2
Language Setting
3
c
d
Klik op de knop van de te selecteren taal.
Klik op de „OK”-knop.
 „System Setting”-scherm opent.
Opmerking
4
Nl-28
Wanneer geschakeld naar het „System Setting”-scherm,
schakel naar het scherm van de gekozen displaytaal.
3-2 Datuminstelling
3-2-1 Hoofdschermen van datuminstelling
Date and Time Setting
Instellingen terugzetten naar de fabrieksinstellingen. Voer de eerste instelling uit.
„–”-knop
„+”-knop
Automatisch systeem klokafstelling.
„Edit”-knop
„Execute”-knop
„OK” of „Send”-knop
„Edit”-knop
Datumnotatie
Tijdformaat
Zomertijd
„Cancel”-knop
Date and Time Setting (Automatic System Clock Adjustment)
„Disable”-knop
„Master”-knop
„Slave”-knop
Periodiek bijwerken datum
„OK”-knop
„On”-knop
„Off”-knop
„Cancel”-knop
Nl-29
3-2-2 Het instellen van de huidige datum en tijd
Date and Time Setting
1
2
a
Selecteer „in te stellen item” met gebruik van de knoppen „” en „”.
b
Om de ingestelde waarde te verhogen, druk op de „+”-knop.
Om de waarde te verlagen, druk op de „-”-knop.
Opmerking
De kalender gaat door tot het jaar 2037.
Opmerking
Wanneer de tijd is ingesteld, stopt de teller. Controleer
altijd de ingestelde tijd.
3-2-3 Selecteren van de datumweergave
Date and Time Setting
a
1 Klik op de „”-knop op „Date Format”.
 Een weergavegformaatlijst opent.
1
2
b
Klik op het te selecteren weergaveformaat.
 Verifieer het geselecteerde weergaveformaat op het
scherm.
Opmerking
„Day/Month/Year”, of „Month/Day/Year”, „Year/Month/Day”
kunnen worden geselecteerd.
3-2-4 Selecteren van het tijdweergaveformaat
Date and Time Setting
a
Klik op de „”-knop op „Time Format”.
 Een weergavegformaatlijst opent.
b
1
2
Klik op het te selecteren weergaveformaat.
 Verifieer het geselecteerde weergaveformaat op het
scherm.
Opmerking
„12:00 - 11:59 AM/PM”, „00:00-11:59 AM/PM”, of „0:0023:59” kan worden geselecteerd.
Nl-30
3-2-5 Instellen van de zomertijd
 Bij het handmatig instellen van de zomertijd
Date and Time Setting
a
Klik op de „Edit”-knop op „Summer Time”.
 Het „Summer Time Setting”-scherm opent.
b
Klik op de „”-knop op „Summer time”.
Wanneer itemlijst opent, selecteer de „Summer time”.
Opmerking
1
Summer Time Setting
Zie de onderstaande tabel voor de items die kunnen worden geselecteerd.
2
3
c
4
Item
Displayinhoud
Summer time
Geeft de tijd aan die voort wordt gebracht door „Time Range” uren vanaf de
huidige tijd.
Standard time
Geeft de huidige tijd weer.
Klik op de „”-knop op „Time Range”. Klik vervolgens op
het instellen van de tijd die u wilt selecteren.
Opmerking
Een van de tijden kan worden geselecteerd uit 4 items van
„0.5hr”, „1hr”, „1.5hr” of „2hr”.
d
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
Nl-31
 Wanneer de zomertijd automatisch wordt ingesteld
Date and Time Setting
a
Klik op de „Edit”-knop op „Summer Time”.
 Het „Summer Time Setting”-scherm opent.
1
Summer Time Setting
3
b
klik op de „”-knop op „Schedule”.
Wanneer itemlijst opent, selecteer de „On”.
2
c
Klik op de „”-knop op „Time Range”. Klik vervolgens op
het instellen van de tijd die u wilt selecteren.
Opmerking
4
Een van de tijden kan worden geselecteerd uit 4 items van
„0.5hr”, „1hr”, „1.5hr” of „2hr”.
d
 „Schedule”-scherm wordt geopend.
Summer Time Setting (Schedule)
e
Stel „Month”, „Day of week” en „Time” in „Start” in met
gebruik van de „”-knop of „”-knop.
5
f
Stel „Month”, „Day of week” en „Time” in „End” in met
gebruik van de „”-knop of „”-knop.
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
6
g
7
Summer Time Setting
 Schedule”-scherm wordt gesloten.
 „Standard Time” en „Summer Time” worden automatisch
geschakeld volgens het ingestelde schema.
h
8
Nl-32
Klik op de „Edit”-knop op het datuminstellingsdisplay in
„Schedule”.
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
3-2-6 Instellen automatisch systeem klokafstelling.
● Instelling die de tijdweergave van de apparatuur
in het systeem aanpast
Date and Time Setting
a
Klik op de „Edit”-knop op „Automatic System Clock Adjustment”.
 „Automatic System Clock Adjustment”-scherm wordt
geopend.
1
b
Klik op de geschikte knop uit de knoppen „Disable”,
„Master” en „Slave”.
Opmerkingen
Date and Time Setting (Automatic System Clock Adjustment)
2
3
4
Disable: de functie voor het automatisch aanpassen van
de klok wordt niet uitgevoerd.
Niet beïnvloed door de hoofdklokinstelling.
Master: Hoofdeenheid instelling automatische klokafstelling
Stelt de klok van andere eenheden in om overeen te komen met de klok van de hoofdeenheid.
Slave: Gecorrigeerd om overeen te komen met de
hoofdeenheidklok door automatische klokafstelling.
„Master” is instelling van 1 unit in het systeem.
*„Master” is een eenheid in wordt de instelling van 1 eenheid.
c
Datum van de week en tijd ingesteld door de automatische klokafstelling worden weergegeven.
 Wanneer Master is ingesteld, voer dan de hieronder
getoonde instelling uit.
Stel de Datum van de week en Tijd in waarop de automatisch systeem klokafstelling wordt uitgevoerd met
gebruik van de „knoppen „” en „”.
d
Date and Time Setting (Automatic System Clock Adjustment)
e
f
Bij het maken van een koppeling naar „Summer time
schedule”, klik op de „On”-knop op „System time linked to
summer time”
Aan het einde van de instelling, klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Automatic System Clock Adjustment” wordt
gesloten.
6
5
Kennisgeving
• Voorzorgsmaatregel tijdinstelling: wanneer de klok automatisch wordt aangepast, specificeer een tijd laat op de
avond, enz. wanneer de werking is gestopt en de timer niet
actief is.
Nl-33
3-2-7 De systeemklok handmatig aanpassen
Date and Time Setting
● Wanneer u instellen van de tijd onmiddellijk op
dat moment wilt uitvoeren
1
a
b
Verplaats het instelgebied met gebruik van de pijltoetsen
en wijzig de tijd met gebruik van de knoppen „+” en „–”.
Klik na het wijzigen van de tijd op de „Execute”-knop.
Kennisgeving
2
Deze functie werkt alleen wanneer „Master” van „Master/Slave” instelling van het „Automatic System Clock Adjustment”scherm is ingesteld.
Manual System Clock Adjustment
 Het bevestigingsscherm „Manual System Clock Adjustment” wordt geopend.
c
Klik op de „OK”-knop.
3
Transferring Data Screen
 Het scherm „Transferring Data” wordt geopend.
 Aan het einde van de overdracht, wordt het scherm
„Transferring Data” gesloten.
Opmerkingen
Wanneer de tijd wordt gewijzigd terwijl ingesteld op „Master” in het „Automatic System Clock Adjustment”-scherm,
verandert de „OK”-knop van het „Date and Time Setting”scherm naar de „Send”-knop.
Wanneer op de „Send”-knop wordt gedrukt, wordt de
tijd ingevoerd en wordt het „Manual System Clock
Adjustment”-scherm geopend.
Nl-34
3-3 Groepsinstelling
● Voorzorgsmaatregel groepinstelling:
Wijzigingen van groepinstelling beïnvloeden ook de groepen die zijn geregistreerd bij schemainstelling en de naam en samenstelling van de afstandsbedieninggroepen. Wanneer groepsinstelling werd gewijzigd, controleer dan de schema-instelling.
3-3-1 Hoofdschermen van groepinstelling
Group Setting
Systeemconfiguratie
Afstandsbedieningsgroepslijst
„New”-knop
„Property”-knop (Groep)
„Up”-knop
„Select All”-knop
„Clear All”-knop
„Add”-knop
„Property”-knop (R. C. Groep)
„Down”-knop
„Close”-knop
„Import Data”-knop
„Export Data”-knop
„Move”-knop
„Delete”-knop
Group Details Setting
Naam
„Rename”-knop
Icon
Groepscompositie
„Change”-knop
„Close”-knop
Nl-35
Details instelling voor afstandsbedieninggroep
Naam
„Rename”-knop
Icon
R.C. groepssamenstelling
„Change”-knop
„Close”-knop
Stel temp. bereik-instelling in
„Limited"-knop
„Not Limited"-knop
„Upper Limit”-knop
„Lower Limit”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
3-3-2 Instellen van een nieuwe groep
Group Setting
● Een groep aanmaken
a
Klik op de „New”-knop na selecteren van „Top” of
„Group” op het „System Configuration”-display.
 Het scherm „Group Details Setting” wordt geopend.
1
Nl-36
Opmerkingen
• Groephiërarchie kan worden samengesteld tot maximaal 3 hiërarchieën.
Het aantal groepsamenstellingen is tot maximaal 400
groepen inclusief alle hiërarchiën.
• Tot maximaal 800 afstandsbedieninggroepen kunnen
worden geregistreerd bij groepsamensteling.
Group Details Setting
2
Groepssamenstelling:
• De groepcompositie wordt weergegeven. Wanneer een
groep is ingesteld, wordt die groepsamenstelling weergegeven.
• De standaardinstelling is alleen „Top”-groepen.
Afstandsbedieninggroep:
• Alle afstandsbedieninggroepen geregistreerd bij aanraakschermbediening worden weergegeven.
• Voor afstandsbedieninggroepen die reeds zijn geregistreerd bij een groep, wordt het lijstnr.gebied weergegeven door te arceren als geregistreerde weergave.
b
Klik op de „Rename”-knop.
 Het „Group Name”-scherm wordt geopend.
Group Name
c
3
4
Toets „New Group Name” in op klik op de „”- knop en
selecteer „New group name” uit de vervolgkeuzelijst.
Opmerkingen
Bedieningsmethode toetsenbord:
• Wanneer de „”-knop op het toetsenbord wordt ingedrukt, verschijnt er een lijst en wordt het type tekens
weergegeven.
• Wanneer de „A/a”-knop wordt ingedrukt, wordt er gewisseld tussen hoofdletters/kleine letters.
• Wanneer de „Space”-knop wordt ingedrukt, wordt er een
spatie ingevoerd.
• Wanneer de „←”- of „→”-knop wordt ingedrukt; wordt de
invoerpositie voor tekens verandert.
• Wanneer op de „BS”-knop wordt geklikt; wordt één ingevoerd teken gewist.
• Wanneer op de „CL”-knop wordt geklikt; worden alle
ingevoerde tekens gewist.
Opmerkingen
• Max. 12 tekens kunnen worden ingevoerd.
• Tekens die „Display Range” overschrijden worden mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van het scherm.
Group Details Setting
5
d
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Group Details Setting” wordt geopend.
6
e
Selecteer door te klikken op het pictogram dat wordt
weergegeven op de monitor. Schakel het scherm met
behulp van de knoppen „” en „”.
f
Klik op de „Close”-knop.
 Het „Group Setting”-scherm wordt geopend.
Nl-37
3-3-3 Wijzigen van de instelling van een groep of afstandsbedieninggroep
Group Setting
● Wijzigen van een groepinstelling.
1
a
Klik op de groep waarvan u de instelling wilt wijzigen in
het „System Configuration”-display.
b
Klik op de „Property”-knop.
 Het scherm „Group Details Setting” wordt geopend.
2
Opmerking
Als er een afstandsbedieninggroep is geselecteerd, kan de
„Property”-knop van „Systeem Configuration”-display niet
worden geselecteerd.
Kennisgeving
Merk op dat als een groepinstelling wordt gewijzigd, de
schema-instelling ook wordt beïnvloed.
● Naam van een groep wijzigen
Group Details Setting
3
c
Klik op de „Rename”-knop.
 Het scherm „Group Name (Rename)” wordt geopend.
d
Toets „Group Name” in op klik op de „”- knop en selecteer „Group Name” uit de vervolgkeuzelijst.
Opmerkingen
6
• Max. 12 tekens kunnen worden ingevoerd.
• Tekens die „Display Range” overschrijden worden mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van het scherm.
Group Name (Rename)
4
e
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Group Name (Rename)” wordt gesloten.
Opmerking
Om de wijziging af te breken, klik op de „Cancel”-knop.
5
Group Name (Change Group Name)
● Wijzigen onder/bovengrens temperatuurinstelling
binneneenheid
 Het in te stellen temperatuurbereik van de binneneenheden geregistreerd in een groep is beperkt.
4
5
Nl-38
f
Klik op de „Change”-knop.
Wijzigen onder/bovengrens temperatuurinstelling
binneneenheid
Zie par. „3-6-17” voor een beschrijving van de instelmethode.
*Wanneer de „OK”-knop wordt ingedrukt na het instellen, keert het
display terug naar het scherm „Group Details Setting”.
Opmerkingen
Temperature Setting
Group Setting
1
• Stel de boven- en ondergrens van de temperatuurinstellingen van de geregistreerde binneneenheid in.
*De temperatuurinstellingen van de standaard afstandsbedieningen zijn beperkt.
• Wanneer het display blauw is, wordt de instelwaarde van
aanraakschermbediening weergegeven. Wanneer het
display wit is, wordt de monitorwaarde van de binneneenheid weergegeven.
• Wanneer ongepast instelling wordt uitgevoerd, worden
de waarden in het rood weergegeven. De weergegeven
Inhoud is niet effectief. Voer ze opnieuw in.
• Alleen de ondergrens of bovengrens instelling kan niet
worden bepaald. Bepaal de ingestelde Inhoud na het
invoeren van beide waarden.
• Zie par. „3-6-17” voor het instellen van de boven- en
ondergrens temperatuurinstellingen van de hoofdunit van aanraakschermbediening.
● Wijzig de instelling van een afstandsbedieninggroep
2
Remote Controller Group Details Setting
3
6
a
Klik op de afstandsbedieninggroep waarvan u de instelling wilt wijzigen uit „Remote Control Group List”.
b
Klik op de „Property”-knop aan de „Remote Control
Group List”-zijde.
Opmerking
Wanneer een afstandsbedieninggroep niet is geselecteerd
of meerdere afstandbedieninggroepen zijn geselecteerd uit
„Remote Control Group List”, kan niet op de „Property”-knop
uit „Remote Control Group List” worden geklikt.
 Het scherm „Remote Control Group Details Setting”
wordt geopend.
● Wijzigen van een afstandsbedieninggroepnaam
R.C. Group Name (Rename)
4
c
Klik op de „Rename”-knop.
d
Toets „Remote Controller Name” in of klik op de „”knop en selecteer „Remote Controller Name” uit de
vervolgkeuzelijst.
 Het scherm „R.C. Group Name (Rename)” wordt geopend.
Opmerkingen
5
R.C. Group Name (Change Group Name)
4
• Het aantal tekens dat ingevoerd kan worden is 12.
• Tekens die het bereik van „Display Range” overschrijden kunnen mogelijk niet worden weergegeven, afhankelijk van het scherm.
e
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „R.C. Group Name (Rename)” wordt afgesloten.
„Remote Controller Name” wordt gewijzigd.
Opmerking
Om de wijziging af te breken, klik op de „Cancel”-knop.
5
Nl-39
● Wijzigen onder/bovengrens temperatuurinstelling
binneneenheid
 Het geselecteerde instelbare temperatuurbereik van de
binneneenheden is beperkt.
Temperature Setting
f
Klik op de „Change”-knop.
Wijzigen onder/bovengrens temperatuurinstelling
binneneenheid
Zie par. „3-6-17” voor een beschrijving van de instelmethode.
*Wanneer de „OK”-knop wordt ingedrukt na het instellen, keert het
display terug naar het scherm „R.C. Group Details Setting”.
Opmerkingen
• Stel de boven- en ondergrens van de temperatuurinstellingen van de geregistreerde binneneenheid in.
*De temperatuurinstellingen van de standaard afstandsbedieningen zijn beperkt.
• Wanneer het display blauw is, wordt de instelwaarde van
aanraakschermbediening weergegeven. Wanneer het
display wit is, wordt de monitorwaarde van de binneneenheid weergegeven.
• Wanneer ongepast instelling wordt uitgevoerd, worden
de waarden in het rood weergegeven. De weergegeven
Inhoud is niet effectief. Voer ze opnieuw in.
• Alleen de ondergrens of bovengrens instelling kan niet
worden bepaald. Bepaal de ingestelde Inhoud na het
invoeren van beide waarden.
• Zie par. „3-6-17” voor het instellen van de boven- en
ondergrens temperatuurinstellingen van de hoofdunit van aanraakschermbediening.
3-3-4 Toevoegen van een afstandsbedieninggroep aan een groep
Group Setting
a
1
Klik op de groep waaraan de afstandsbedieninggroep is
toegevoegd uit „System Configuration”.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
Klik op de afstandsbedieninggroep die moet worden
toegevoegd aan „Remote Control Group List”
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
2
b
3
c
Klik op de „Add”-knop.
 „Remote Controller Group” wordt toegevoegd aan de groep
geselecteerd uit „System Configuration”-display.
3-3-5 Verplaatsen van een groep of afstandsbedieninggroep binnen dezelfde
groep
Group Setting
a
1
 De weergave van de geselecteerde groep of afstandsbedieninggroep wordt blauw.
b
2
Nl-40
Klik op de groep of afstandsbedieninggroep die u wilt
verplaatsen uit het „System Configration”-display.
Klik op de „ x Up”-knop of „w Down”-knop.
3-3-6 Verplaatsen van een groep of afstandsbedieninggroep naar een andere
groep
Group Setting
1
a
Klik op de groep of afstandsbedieninggroep die u wilt
wijzigen uit het „System Configration”-display.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
b
Klik op de „Move”-knop.
 De groep of afstandsbedieninggroep geselecteerd in
stap a is geselecteerd en wordt weergegeven.
2
3
c
Klik op de verplaatsingbestemming groeppositie.
Opmerking
Een groep van maximaal 2 hiërarchieën kan worden gecreëerd. De 3e hiërarchie is alleen de afstandsbedieninggroep.
Opmerkingen
Geef de lijst weer die is verborgen bij de groepconfiguratiedisplay door het scherm omhoog en omlaag te scrollen
met gebruik van de „v”, „”, „” en „u”-knoppen.
Move Confirmation Screen
Opmerkingen
4
Verplaatsen annuleren
 Klik nogmaals op de „Move”-knop.
 Klik op dezelfde groep of afstandsbedieninggroep.
 Het scherm „Move confirmation” wordt geopend.
Group Hierarchy exceeded Screen
d
Wanneer op de „OK”-knop wordt geklikt, wordt de groep
verplaatst.
● NG:
5
 Het scherm „Group Hierarchy exceeded” wordt geopend.
e
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „Group Hierarchy exceeded” wordt gesloten.
3-3-7 Verwijderen van een groep of afstandsbedieninggroep
Group Setting
a
Klik op de groepsnaam die u wilt verwijderen in het „System configuration”-display.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
1
b
Klik op de „Delete”-knop.
 Het scherm „Deletion confirmation” wordt geopend.
2
Nl-41
c
Als de groep verwijderd kan worden, klik dan op de
„OK”-knop.
 De verwijderde „Group Name” verdwijnt van het scherm.
Kennisgeving
Deletion Confirmation Screen
Wanneer de groep is verwijderd, worden alle configuraties
in de groep ook verwijderd.
Opmerking
3
Wanneer „Remote Controller Group” werd geselecteerd,
wordt de groep verwijderd zonder openen van het scherm
„Deletion confirmation”.
3-3-8 Exporteren van het bestand van groepsamenstellinglijst naar extern geheugen
Group Setting
● Sluit een USB-geheugen aan op de aansluiting voor
extern geheugen.
a
Klik op de knop „Export Data”
 Het scherm „Exporting USB” wordt geopend.
Opmerking
1
De bestandsnaam wordt geëxporteerd in „Gr, date, time”formaat.
Exporting USB Screen
 Het scherm „USB Exporting complete” wordt geopend.
USB Exporting Complete Screen3
b
Klik op de „Close”-knop.
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting voor
extern geheugen.
2
3-3-9 Importeren van het bestand van groepsamenstellinglijst van extern geheugen
Group Setting
● Sluit het USB-geheugen aan op de aansluiting voor
extern geheugen.
a
1
Nl-42
Klik op de „Import Data”-knop.
Importing Confirmation Screen
 Het bevestigingsscherm „Importing” wordt geopend.
b
Klik op de „OK”-knop.
2
File Loading
 Het scherm „File Loading” wordt geopend.
3
c
Selecteer het bestand dat u wilt importeren.
d
Klik op de „OK”-knop.
4
Importing USB Screen
 Het scherm „Importing USB” wordt geopend.
Importing USB complete Screen
 Het scherm „Importing USB complete” wordt geopend.
e
Klik op de „Close”-knop.
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting voor
extern geheugen.
5
3-3-10 Bewerken van een groepconfiguratiebestand van de
aanraakschermbediening met pc.
●„Group configuration file” wordt geëxporteerd naar USB-geheugen door de „Export Data”knop op het scherm „Group Setting” op de aanraakschermbediening.
1
2
3
● „Group Setting File Making Sheet” wordt geopend op de
computer.
a
Klik op het tabblad „Group Setting 1”.
b
Klik op de „Import Data”-knop.
c
Selecteer het bestand dat u wilt importeren in het tabblad „Group Setting 1”.
● Sluit het USB-geheugen aan op de pc.
Nl-43
Kennisgeving
Bij het bewerken in het Bestandaanmaaktabblad en importeren van de gegevens naar de aanraakschermbediening,
let dan op de volgende punten.
Aangezien de geregistreerde gegevens van de binneneenheid worden overschreven en de volgende gegevens worden gewijzigd wanneer gegevens worden geïmporteerd,
bevestigt u de gegevens opnieuw.
• Schemagegevens (instelling eenheid)
Kennisgeving
In het volgende geval wordt NG wanneer gegevens worden geïmporteerd naar de aanraakschermbediening zelfs
wanneer controle op het Bestandaanmaaktabblad OK is.
• Wanneer de geïmporteerde gegevens een adres bevatten van een afstandsbedieninggroep die niet bestaat in
de aanraakschermbediening
Groepinstelling 1
1
2
● De RC-groepen geregistreerd bij de aanraakschermbediening worden weergegeven bij Groepinstelling 1.
a
Bewerk de inhoud van „Address”, „RCG Name” en „Icon
Data”.
Opmerkingen
Inhoud die kan worden ingesteld
Refrigerant Circuit
Address
Voert het koelsysteemadres in (0-99).
Indoor Unit Address
Voert het binneneenheidadres in (0-63).
RCG Name
Voer de naam van de afstandsbedieninggroep in 12 tekens in.
Icon Data
Voert het pictogramnummer in (0-99) geselecteerd uit de pictogramlijst.
4
Opmerkingen
Invoer adres
A
B
C
1 Group Setting File Making Sh
2
Koelmiddel
Binneneen3
adres 4
heidadres
Address RCG Name
5
1 0_0
Cafe
6
2 0_1
Cafe
7
3 1_5
Restaurant
Opmerking:
1) Een „_” (underscore) is nodig tussen Koelmiddeladres
en Binneneenheidadres.
2) Alleen halve tekens kunnen worden ingevoerd.
b
Nl-44
Aan het einde van het bewerken, klikt u op de „Check”knop.
Opmerkingen
Wanneer de „Check”-knop werd aangeklikt, ongeacht of er een fout is opgetreden in het ingevoerde adres
wordt automatisch gecontroleerd en wordt er een fout gegenereerd. Als er geen fouten zijn opgetreden,
wordt het bestand uitgevoerd.
Foutmelding
Het probleem
Entered data error. Address is duplicated. Enter correct
data.
Adres is gedupliceerd.
Entered data error. The address is blank or 400 or more
are entered. Enter correct data.
Adres is blanco of 400 of meer.
Entered data error. RCG Name is 12 or more characters.
Enter correct data.
RCG-naam is 12 tekens of meer.
Entered data error. Blank or a number other than 0-99 is
entered at Icon Data. Enter correct data.
Pictogramgegevens zijn blanco of een ander nummer dan 0-99 werd
ingevoerd.
Entered data error. The format of address is different.
Enter correct data.
Het adresformaat is onjuist.
Check finished
 Het scherm „Check finished” wordt geopend en het
bericht wordt bevestigd.
3
c
d
Klik op de „OK”-knop.
Selecteer „Group Setting 2”-tabblad.
Groepinstelling 2
● Bij „Group Setting 2” wordt de groep aangemaakt door
groepinstelling aanraakschermbediening weergegeven.
a
4
Bewerkt de 4 items „Directory”, „Group Name”, „Icon
Data” en „Address”.
Opmerkingen
2
1
Directory
Betekent hiërarchie.
Aangeduid door  of _.  betekent 1e hiërarchie
en  betekent 2e hiërarchie.
:1e hiërarchie groepnr.
„0”:Top
„1 tot 400”:Groepnr.
:2e hiërarchie groepnr.
„_1 tot 400”:Groepnr.
*Hiërarchie is tot maximaal 2 hiërarchieën.
*Het totale aantal groepen is maximaal 400.
Group
Name
Dit is de naam van de groep.
Max. 12 tekens kunnen worden ingevoerd.
*Groepsnaam is onnodig bij 0.
*Wanneer de 1e hiërarchie „Directory” nr. wordt gedupliceerd,
wordt alleen de hoogste volgorde „Directory” groepsnaam
ingevoerd.
Dit is het pictogramnr. groepdisplay
Pictogramnrs. 0-99 worden ingevoerd.
Icon Data
*Pictogramnr. is onnodig bij 0.
*Wanneer de 1e hiërarchie „Directory” nr. wordt gedupliceerd,
wordt alleen de hoogste volgorde „Directory” pictogramnr.
ingevoerd.
*Referentie van de pictogramtabel van het afzonderlijke blad.
Dit is het adres van de RCG geconfigureerd bij groep.
Address
*Alleen het RCG-adres gebruikt door „Group Setting 1” kan
worden ingevoerd.
*RCG-adressen kunnen niet worden gedupliceerd in dezelfde
groep.
Nl-45
Voorbeeld van aanmaken van gegevens bij Groepinstelling 2.
1) Maak Groepsinstelling2-gegevens gebaseerd op
het voorbeeld van installatie op een gebouw van 3
verdiepingen zoals getoond in de afbeelding rechts.
Installatievoorbeeld
2_6Kantoor
2_7
2_0, 2_1
2_2, 2_3
Hiërarchie 1
1_4
1_5
Hiërarchie 2 Hiërarchie 3
0:Top
1_0Kantoor
1_1
1
1:1F
RCG
2
0_4
0_5
Lobby
[0_0]
1_1 Restaurant
Café 1
0_1, 0_2
0_3
Group
3
Restaurant
[0_1]
1_6Kantoor
1_7
Kantoor C
RCG
D
2F
1_2 Kantoor
1_3
A
0_6
0_7
3F
Café 3
2_4
2_5
Kantoor E
2) De beheerconfiguratie van de onderstaande afbeelding
creëert gegevens bij Groepinstelling 2 aan de rechterkant.
F
B
Café 2
0_0
Restaurant
1F
Lobby
3) Creatiegegevens van Groepinstelling 2
Restaurant
[0_2]
Restaurant
[0_3]
1_2 Café 1
4
Cafe 1
[0_4]
Cafe 1
[0_5]
3:3F
11
3_1 Kantoor E
Regelnr.
12
Kantoor F
[2_0]
Kantoor F
[2_1]
Kantoor F
[2_2]
Kantoor F
[2_3]
3_2 Café 3
Opmerkingen
13
Regels creatie gegevens (NG-voorbeeld)
• Een 0 kan niet worden ingesteld in een groep.
Cafe 3
[2_4]
Cafe 3
[2_5]
3_3 Kantoor F
Directory
14
Group Name
Icon Data
Address
0
Kantoor F
[2_6]
1
Kantoor F
[2_7]
1_1
1F
8
0_0
Restaurant
65
0_1
0_2
Cafe 1
52
0_4
0_5
0
1_2
• Verschillende groepen kunnen niet worden gemengd en ingesteld.
Directory
Group Name
Icon Data
Address
0
1
• Een 1e hiërarchie groep moet eerst ingesteld
worden.
(Een 2e hiërarchie kan niet worden ingesteld als
er geen 1e hiërarchie is).
Directory
1F
8
0_0
1_1
Restaurant
65
0_1
0_2
2_1
Office A
9
1_0
1_1
1_2
Cafe 1
52
0_4
0_5
Icon Data
Address
0
2_3
Office A
9
1_0
1_1
2_1
Office B
9
1_2
1_3
2F
8
Office C
9
1_4
1_5
2
2_2
Nl-46
Group Name
b
Wanneer al het bewerken is beëindigd, klik dan op de
„Check”-knop.
Opmerkingen
Wanneer op de „Check”-knop werd gedrukt, als er een fout is opgetreden in de ingevoerde gegevens, wordt
er een fout
gegenereerd.
Als er geen fouten zijn, wordt het scherm Check OK weergegeven.
Foutmelding
Het probleem
Entered data error. Group name is 12 or more characters.Enter correct data.
Naam van groep is 12 of meer tekens.
Entered data error. Blank or a number other than 0-99 is
entered at IconData.Enter correct data.
Blanco of een nummer anders dan 0-99 is ingevoerd bij pictogramgegevens.
Entered data error. Data entered at Address is not entered at „Group Setting1” sheet. Enter correct data.
Voer geen gegevens in die zijn ingevoerd bij Adres in het „Group Setting 1”-tabblad.
Entered data error. Blank or a number other than 1-400
is entered at Directory. Enter correct data.
Blanco of een nummer anders dan 1-400 is ingevoerd bij adresgids.
Entered data error. Address is duplicated in the same
Group. Enter correct data.
Adres wordt gedupliceerd in dezelfde groep.
Entered data error. Directory is duplicated in second
hierarchy. Enter correct data.
Adresgids wordt gedupliceerd bij 2e hiërarchie.
Entered data error. The format of Directory is different.
Enter correct data.
Adresgidsformaat is onjuist.
Check finished
 Het scherm „Check finished” wordt geopend en het
bericht wordt bevestigd.
3
5
c
d
Klik op de „OK”-knop.
Klik op de knop „Export Data”.
 Een opslagbestemmingsvenster wordt geopend.
e
Selecteer USB-geheugen.
Opmerkingen
Om te importeren met aanraakschermbediening, dient u
het bestand altijd uit te voeren en op te slaan met „Export
Data”.
Save finished
f
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Save finished” wordt afgesloten.
6
Nl-47
3-4 Schema-instelling
3-4-1 Hoofdschermen van schema-instelling
Schedule Setting
Schemalijst
Schema-eenhedeninstelling
Huidig schema
„Close”-knop
„Up”-knop
„Down”-knop
„Copy”-knop
„Rename”-knop
„New”-knop
„Delete”-knop
Aan/uit-knop
Schedule Units Setting
Schemanaam
Eenhedenlijst
„OK”-knop
Geplande werkingseenheden
„Cancel”-knop
Nl-48
Calendar (Calendar Setting)
„Calendar Setting”-knop
Schemapatroon
„Close”-knop
„Edit”-knop
„Next”-knop
„Back”-knop
Calendar (Custom Setting)
„Custom Setting”-knop
Schemapatroon
„Close”-knop
„Edit”-knop
„Down”-knop
„Up”-knop
„Del”-knop
„Edit”-knop
„New”-knop
Schedule Pattern Setting
„Schedule Pattern”-knop
„Copy”-knop
„Paste”-knop
„New”-knop
„Edit”-knop
„Delete”-knop
„Close”-knop
Nl-49
Operation Setting
Bedrijfstijd
R.C. verbod
Bediening
Mode
Stel Temp. in
„OK”-knop
„Hold”-knop
„Cancel”-knop
Custom Setting
Annual / 1 Time
Schemanaam
Schemapatroon
Maand
Datum
Week
Dag van de week
„OK”-knop
„Cancel”-knop
3-4-2 Instellen van een nieuw schema
Schedule Setting
Schema-eenhedenlijst
a
Klik op de „New”-knop op het scherm „Schedule Setting”.
 Het scherm Keyboard „(Change Schedule Name)” wordt
geopend.
Opmerking
Tot 30 schema's kunnen worden aangemaakt. Als 30
schema’s zijn aangemaakt, kan de „New”-knop niet worden ingedrukt.
Opmerkingen
1
Nl-50
Huidige schemalijst
Schemalijst
Schemalijst:
Geeft de ingestelde schema’s weer.
Schema- eenhedenlijst:
Geeft de geplande eenheden weer.
Huidige schemalijst:
Geeft het schema van de huidige dag weer.
Schedule Name
Opmerking
2
Bij initialisatie, is het scherm „Schedule List” van „Schedule
Setting” blanco.
b
Voer „Schedule Name” in met het toetsenbord.
Opmerking
3
Zie par. „3-3-2” voor een beschrijving van de toetsenbordbedieningsmethode.
Opmerkingen
Schedule Setting
Er kunnen max. 24 tekens worden ingevoerd als „Schedule Name”.
Tekens die het bereik van „Display Range” overschrijden
kunnen mogelijk niet worden weergegeven, afhankelijk
van het scherm.
c
Klik op de „OK”-knop.
 „Schedule Name” wordt geregistreerd en het scherm
„Schedule Setting” wordt geopend.
3-4-3 Instellen schema inschakelen/uitschakelen
Schedule Setting
a
1
 Geselecteerde „Schedule”-display wordt blauw.
b
2
Klik op „Schedule Name” waarvan u de instelling wilt
wijzigen op het scherm „Schedule List”.
Klik op de „On/Off”-knop.
Kennisgeving
Wanneer de „On/Off”-status op het scherm „Schedule List”
op „On” staat, wordt die Schema-eenheidlijst uitgevoerd.
Als „Schedule List” „Off” is, wordt die Schema-eenheidlijst
niet uitgevoerd.
Opmerking
Wanneer een nieuwe schema werd ingesteld, is de standaardinstelling „On”.
3-4-4 Naam wijzigen van een schema
Schedule Setting
a
1
Klik op „Schedule Name” waarvan u de instelling wilt
wijzigen op het scherm „Schedule List”.
 Geselecteerde „Schedule”-display wordt blauw.
b
Klik op de „Rename”-knop.
 Het scherm Keyboard „(Change Schedule Name)” wordt
geopend.
2
c
Toets „Schedule Name” in of klik op de „”-knop en
selecteer uit de lijst die wordt weegegeven.
Nl-51
Schedule Name
3
Opmerking
Zie par. „3-3-2” voor een beschrijving van de toetsenbordbedieningsmethode.
Opmerkingen
4
Er kunnen max. 24 tekens worden ingevoerd als „Schedule Name”.
Tekens die het bereik van „Display Range” overschrijden
kunnen mogelijk niet worden weergegeven, afhankelijk
van het scherm.
d
Bij de bevestiging van de ingevoerde naam, klik op de
„OK”-knop.
 Het scherm „Schedule Setting” wordt geopend door
uitvoeren van de gewijzigde inhoud.
3-4-5 Kopiëren van een schema
Schedule Setting
Klik op „Schedule Name” die u wilt kopiëren op het
scherm „Schedule List”.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
Klik op de „Copy”-button.
a
1
b
 „Schedule Name” gekopieerd onder „Schedule Name”
geselecteerd op „Schedule List” wordt aangemaakt en
het scherm „Change Schedule Name” wordt geopend.
2
Opmerking
„Schedule Name” wordt dezelfde „Schedule Name” als de
kopieerbron „Schedule Name”.
Opmerking
Zie par. 3-3-3. voor de manier van bedienen van het toetsenbord voor het wijzigen van de naam.
3-4-6 Wissen van een schema
Schedule Setting
a
1
Klik op „Schedule Name” die u wilt verwijderen op het
scherm „Schedule List”.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
b
Klik op de „Delete”-knop.
 Het scherm „Delete Confirmation” wordt geopend.
2
Delete Confirmation Screen
c
Wanneer op de „OK”-knop wordt geklikt, wordt het geselecteerde schema verwijderd.
Opmerking
3
Nl-52
Wanneer de „Cancel”-knop wordt ingedrukt, wordt het
verwijderen onderbroken en wordt het scherm „Delete
Confirmation” gesloten.
3-4-7 Instellen van een groep of afstandsbedieninggroep die volgens een
schema bediend moeten worden
● Wijzig de eenheden die volgens een schema worden bediend vanuit „Schedule List”.
Schedule Setting
1
a
Klik op „Schedule Name” waarvan de instelling moet
worden veranderd vanuit „Schedule List”.
2
b
Klik op de „Edit”-knop van „Schedule Units Setting”.
 Het scherm „Schedule Units Setting” wordt geopend.
c
Scheduled Units Setting
Selecteer en klik op de groep of afstandsbedieninggroep
die u wilt bedienen vanuit „Units List”.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
Eenhedenlijst
d
Klik op de „Add”-knop.
 De namen van groepen of afstandsbedieninggroepen
toegevoegd aan de lijst van „Schedule Operations Units”
aan de linkerkant van het scherm worden weergegeven.
3
4
5
e
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt geregistreerd en het scherm
„Schedule Setting” wordt geopend.
Schema-bewerkingseenheden
Kennisgeving
Het mengen van groep hanteren:
Afstandsbedieningsgroep
Groep
Toevoeging aan lijst Eenheden geplande werking is mogelijk.
• Combinatie van dezelfde groepen (groepen B+C, groepen B+C)
• Combinatie van verschillende één enkele afstandsbediening groep
(enkel A, enkel B)
• Enkele afstandsbediening groep en groep (enkel A, groepen A+B)
• Enkele afstandsbediening groep en groep (enkel A, groepen B+C)
A A
C C
A B
A A B
B C
B C
A B C
Toevoeging aan lijst Eenheden geplande werking is niet mogelijk.
• Combinatie van dezelfde enkele afstandsbediening groep (enkel A, enkel A) (enkel C, enkel C)
Opmerking
Klik op de „Cancel”-knop om de ingestelde inhoud te annuleren.
Opmerking
Als de lijst op het scherm verborgen is en niet zichtbaar is, breng deze dan in het zicht door het scherm te
scrollen met gebruik van de toetsen „v”, „”, „”, „u”.
Opmerking
Alle eenheden en groepen ingesteld in de groepinstelling geregistreerd bij de aanraakschermbediening worden vermeld in „Units List” weergegeven in stap c.
Opmerking
Wanneer u eenheden in een groep wilt registreren, vergroot de weergave dan door op de „+”-knop te klikken naast
„Group Name”.
Nl-53
3-4-8 Verwijderen van groepbinneneenheden die werken volgens een schema
● Verwijder de eenheden die volgens een schema worden bediend vanuit „Schedule List”.
Schedule Setting
1
a
Klik op „Schedule Name” die u wilt verwijderen uit
„Schedule List”.
2
b
Klik op de „Edit”-knop van „Scheduled Units Setting”.
 Het scherm „Scheduled Units Setting” wordt geopend.
c
Scheduled Units Setting
Selecteer en klik op de groep of afstandsbedieninggroep
die u wilt verwijderen uit de lijst „Scheduled Operation
Units”.
 De geselecteerde weergave wordt blauw.
d
3
4
5
Klik op de „Delete”-knop.
 De groepen of afstandsbedieninggroepen in de lijst van „Scheduled Operation Units” worden verwijderd.
e
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt geregistreerd en het scherm
„Schedule Setting” wordt geopend.
3-4-9 Instellen van een nieuw werkingspatroon
Schedule Setting
1
a
Klik op „Schedule Name” waarvan het patroon moet
worden ingesteld uit „Schedule List”.
b
Klik op de „Edit”-knop van „Current Schedule”.
 Het „Calendar”-scherm wordt geopend.
Opmerkingen
2
Instellingsprocedure:
Stel het geplande werkingspatroon in.
(Maximaal 8 soorten)
→ •Instelling schemapatroon „3-4-10”
•Instelling werking„3-4-10”
Selecteer het ingesteld schemapatroon uit de 2 methoden en stel het in als de aangepaste dag.
→ •Kalenderinstelling „3-4-13”
•Aangepaste instelling „3-4-13”
Calendar (Calendar Setting)
c
Klik op de „Edit”-knop.
 Het scherm „Schedule Pattern Setting” wordt geopend.
3
Nl-54
Schedule Pattern Setting
4
5
● Het volgende voorbeeld wordt beschreven met
behulp van voorbeeld dat patroon [C] selecteerde.
d
Klik op „Schedule Pattern” die u wilt instellen.
Klik op patroon [C].
e
Klik op de „New”-knop.
 Het scherm „Operation Setting” wordt geopend.
Opmerkingen
Operation Setting
6
Opmerkingen
Instellingsvoorbeeld : Gebruik bij
koelen 26°C om 8:00 en sta bediening op
afstand toe.
Time
08:00
Operation
On
Mode
Cool
Set temp.
26.0°C
R.C. Prohibition
All
→
On/Off →
On
→
Mode
→
Temp →
Timer
→
Filter →
Instellingsvoorbeeld : Wijzig de ingestelde temperatuur alleen naar 28°C om
15:00.
Time
15:00
Operation
Hold
Mode
Hold
Set temp.
28.0°C
R.C. Prohibition
Hold
• Voer de volgende instellingen uit:
Het instellen van items op het „Operation Setting”
scherm
Werking starttijd of stoptijd: Welk uur en welke minuut
van AM of PM
Werkingsinstelling: „ON”, „OFF” en „Hold*”
Werkingsmodus: „Auto”, „Cool”, „Dry”, „Fan”, „Heat” en
„Hold*”
Temperatuurinstelling:
Verwarming: 10°C tot 30°C
Anders: 18°C tot 30°C of „Hold*”
Afstandsbediening werking beperkingen instelling:
Alle functies, Werking „On”, Werking „On/Off”, „Set
Temp.”, Werkingsmodus,
Timerverbod (Timerverbod van de standaard afstandsbediening), Filteralarm reset (Filter reset van de standaard afstandsbediening) „Hold*”
Wanneer een andere instelling dan „Hold” werd geselecteerd, voer de instelling verbieden/toelaten voor elke
functie uit. Echter, wanneer „All” is verboden, kunnen
andere instellingen („On/Off”, „On”, „Mode”, „Temp”,
„Timer” en „Filter”) niet worden uitgevoerd. Wanneer
„On/Off” is verboden, kan „On” instelling niet worden
uitgevoerd. Daarom staat u „All” instelling toe tijdens het
instellen van elke functie.
*Wanneer „Hold” is geselecteerd, wordt de status die werd ingesteld
toen een schema werd uitgevoerd behouden.
Opmerking
Maximaal 20 items per dag kunnen worden ingesteld in
„Operation Setting”.
Opmerkingen
1 patroon wordt ingesteld van 00:00 tot 23:59.
Als u de instelling wilt uitvoeren die de datum spant, maakt
u een apart patroon aan of maakt u aan door een instelling
na 00:00 op te nemen.
f
Aan het einde van de instelling, klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Schedule Pattern Setting” wordt geopend.
Nl-55
3-4-10 Een werkingspatroon wijzigen
Calendar (Calendar Setting)
● Deze bewerking wordt beschreven met gebruik
van een voorbeeld dat patroon [C] wijzigt.
a
Klik op de „Edit”-knop.
 Het scherm „Schedule Pattern Setting” wordt geopend.
1
Schedule Pattern Setting
2
b
c
Klik op patroon [C].
Klik op de „Edit”-knop.
 „Operation Setting” scherm opent.
3
Operation Setting
● Wijzigen „Operation Setting”.
d
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt uitgevoerd en het scherm
„Schedule Pattern Setting” wordt geopend.
4
Schedule Pattern Setting
1
● Kopiëren van een schemapatroon
Alle timers van een geselecteerd schemapatroon
kunnen worden gekopieerd naar een ander schemapatroon.
4
3
2
5
Paste confirmation screen
a
b
c
d
Selecteer het schemapatroon [A] dat u wilt kopiëren.
Klik op de „Copy”-knop.
„A” wordt weergegeven in het „Copy/paste”-display.
Selecteer het schemapatroon [C] van kopieerbestemming.
e
Klik op de „Paste”-knop.
f
Klik op de „OK”-knop.
 Het geselecteerde schemapatroon wordt geplakt.
6
Nl-56
3-4-11 Een werkingspatroon verwijderen
Calendar (Calendar Setting)
a
Klik op de „Edit”-knop.
 Het scherm „Schedule Pattern Setting” wordt geopend.
1
Schedule Pattern Setting
2
3
4
b
Klik op het schemapatroon om te verwijderen op werkingspatroon.
c
Klik op het werkingspatroon om te verwijderen uit „Schedule Pattern List”.
 De weergave van de geselecteerde lijst wordt blauw.
d
Klik op de „Delete”-knop.
 Het scherm „Delete Confirmation” wordt geopend.
Delete Confirmation Screen
e
Klik op de „OK”-knop.
 De geselecteerde lijst wordt gewist
5
3-4-12 Een werkingspatroon instellen
Calendar (Calendar Setting)
1
3
2
● Instellen met kalender.
a
b
Klik op de „Calendar Setting”-knop.
Selecteer de kalender van het jaar/de maand die u wilt
instellen door op de „Back”- of „Next”-knop te klikken.
Opmerking
4
De ondergrens van de te selecteren maanden moet de
huidige maand zijn en de bovengrens moet binnen 12
maanden zijn, inclusief de huidige maand.
c
d
Klik op „Schedule Pattern” dat u wilt instellen.
Stel in wanneer op de dag of dag van de week die u wilt
instellen wordt geklikt.
Nl-57
Opmerkingen
Telkens wanneer de datum of dag van de week
op het scherm „Calendar” wordt geklikt, wordt de
instelling geschakeld zoals hieronder getoond.
9
A
9
Beeldscherm
9
( A)
Wanneer „Custom Setting” is ingesteld, wordt de
weergave geschakeld zoals hieronder getoond.
9
A
9
( A)
9
A
of
Instelling
Inhoud
A
Annual
Ieder jaar met geselecteerd schemapatroon wordt uitgevoerd.
(A)
1 Time
Alleen een ingesteld jaar met geselecteerd schemapatroon wordt uitgevoerd.
A
Custom Day
(Annual)
Dag ingesteld door „Custom Setting”
ieder jaar uitgevoerd.
(A)
Custom Day
(1 Time)
Dag ingesteld door „Custom Setting” alleen
uitgevoerd in ingesteld jaar.
9
Blanco
( A)
Calendar (Calendar Setting)
1
No Schedule Geen schema
● Instellen door datum te specificeren.
(Handmatige instelling)
a
Klik op de „Custom Setting”-knop.
 Het scherm „Custom Setting” wordt geopend.
b
Klik op de „New”-knop op „Custom Setting List” en selecteer „Schedule Pattern”.
Opmerkingen
Calendar (Custom Setting)
Schemapatroon
2
Custom Setting
De volgende inhoud kan worden ingesteld in het scherm
„Custom Setting”.
Year setting: Jaarlijks, slechts 1 keer per jaar
Month setting: Iedere maand, slechts 1 keer per
maand.
Day setting: Iedere dag, slechts 1 keer per dag
Week setting: Iedere week, bepaalde week
Day of week setting: Iedere week, iedere bepaalde dag
c
Aan het eind van instelling, klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt uitgevoerd en het scherm
„Custom Setting List” wordt geopend.
Opmerking
De waarde die is ingesteld bij „Custom Setting List” wordt
weergegeven en het schemapatroon wordt op de kalender
weergegeven.
 Toegevoegd aan de lijst Aangepaste instellingen.
Opmerking
3
Calendar (Custom Setting)
Nl-58Aangepaste instelling lijst
Tot maximaal 12 maanden vanaf de huidige maand kunnen
worden weergegeven op de schemakalender.
Afgelopen maanden kunnen niet worden ingesteld bij aangepaste instelling. Voor de afgelopen maand van de huidige
maand kan „1 time” niet worden ingesteld bij aangepaste
instelling, maar „annual” kan worden ingesteld bij aangepaste instelling.
Bijvoorbeeld, de periode van 1 juni tot 5 september van
„annual” is ingesteld op koelen door aangepaste instelling
op 17 juli van het huidige jaar 2009. In dit geval wordt van
1 juni tot 16 juli van dit jaar automatisch genegeerd als
afgelopen instelling. Koelen wordt uitgevoerd van 17 juli tot
5 september. Vervolgens wordt koelen vanaf het volgende
jaar uitgevoerd van 1 juni tot 5 september door „annual”.
3-4-13 De aangepaste instelling wijzigen
Calendar (Calendar Setting)
1
a
Klik op de „Custom Setting”-knop.
 Het scherm „Custom Setting List” wordt geopend.
Calendar (Custom Setting)
b
Klik op de „Edit”-knop op „Custom Setting List” en selecteer de lijst waarin u de instelling wijzigt.
2
● Wijzig de ingestelde inhoud op het scherm „Custom Setting”.
Custom Setting
c
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt uitgevoerd en het scherm
„Custom Setting List” wordt geopend.
Opmerking
3
Wanneer op de „Cancel”-knop wordt geklikt, wordt de ingestelde inhoud onderbroken en het scherm „Custom Setting”
wordt gesloten en het display keert terug naar „Custom Setting List”.
● Wijzigen van een schemapatroon
Custom Setting
a
Selecteer de „Custom Setting List” die u wilt wijzigen in
het „Schedule Pattern”.
b
c
Selecteer het „Schedule Pattern” dat u wilt wijzigen.
2
1
3
Klik nogmaals op de geselecteerde „Custom Setting
List”.
 Wijzig naar „Schedule Pattern” geselecteerd in stap b.
Nl-59
3-4-14 Verwijderen van de aangepaste dag
Calendar (Calendar Setting)
1
a
Klik op de „Custom Setting”-knop.
 Het scherm „Custom Setting List” wordt geopend.
Calendar (Custom Setting)
b
Klik op de „Custom Setting”-lijst die u wilt verwijderen.
 De geselecteerde naam wordt geselecteerd en de weergave wordt blauw.
2
c
Klik op de „Del.”-knop.
3
 Het scherm „Delete Confirmation” wordt geopend
d
Delete Confirmation Screen
Klik op de „OK”-knop.
 De geselecteerde „Custom Setting”-lijst wordt verwijderd.
Opmerking
4
Nl-60
Wanneer op de „Cancel”-knop wordt geklikt, wordt de
ingestelde inhoud onderbroken en het scherm „Custom
Setting” wordt gesloten en het display keert terug naar
„Schedule Unit List”.
3-4-15 Wijzigen van de prioriteitvolgorde van aangepaste instelling
Calendar (Calendar Setting)
1
a
Klik op de „Custom Setting”-knop.
 Het scherm „Custom Setting List” wordt geopend.
b
Klik op de instelling waarvan de prioriteit moet worden
veranderd op de werkingslijst ingesteld in „Custom Setting”.
 Weergave van de naam op de weergegeven lijst wordt
blauw.
c
Beweeg de werkingslijst omhoog en omlaag met gebruik
van de „w Down”-knop of „x Up”-knop.
Opmerking
Calendar (Custom Setting)
De volgorde van prioriteit van de lijst, is de bovenkant
hoge prioriteit en de bodem lage prioriteit.
Opmerking
Wanneer de kalenderinstelling (week, dag) en aangepaste
instelling (jaar, maand, week) elkaar overlappen, is de
volgorde van prioriteit als volgt:
2
Volgorde van
prioriteit
Instelling
Inhoud
1
Kalenderinstelling
Dag
2
Persoonlijke Instelling
Al
3
Kalenderinstelling
Week
3
3-4-16 Voorbeeld schema-instelling
● Beschrijf het instellingsvoorbeeld dat volgt wanneer het hieronder getoonde schema bij Schema
1 wordt ingesteld.
Schedule Setting
Mon-Fri
Sat
Sun
Holiday (January 1)
(2nd Monday of October)
Custom day (4th Friday)
Schema1
8:40~17:30 Werkuren
12:00~13:00 Lunch
17:30~23:00 Overuren
23:00
Afsluiten
Vrije dag
Vrije dag
Vrije dag
8:40~17:30 Werkuren
12:00~13:00 Lunch
17:30 Afsluiten
1. Instelling schemapatroon, instelling werkingspatroon
Calendar (Calendar Setting)
● Instellen schemapatroon
a
Klik op de „Edit”-knop van Schemapatroon.
Raadpleeg par. „3-4-10” en voer werkingsinstelling uit
zoals getoond in onderstaande tabel bij schemapatronen A tot H.
1
Nl-61
Schemapatroon „A ”
Schemapatroon „B”
Time
On/Off
Mode
Temp
8:40
12:00
13:00
17:30
23:00
On
Hold
Hold
Hold
Off
Cool
Hold
Hold
Hold
──
26°C
28°C
26°C
28°C
--°C
R.C.
Prohibition
Hold
Hold
Hold
Hold
──
Schemapatroon „C”
On/Off
Mode
Temp
8:40
12:00
13:00
17:30
On
Hold
Hold
Off
Cool
Hold
Hold
──
26°C
28°C
26°C
--°C
Mode
Temp
R.C.
Prohibition
Hold
Hold
Hold
──
Schemapatroon „H”
On/Off
No Setting
Nl-62
On/Off
Mode
Temp
8:40
12:00
13:00
17:30
23:00
On
Hold
Hold
Hold
Off
Heat
Hold
Hold
Hold
──
24°C
22°C
24°C
22°C
--°C
R.C.
Prohibition
Hold
Hold
Hold
Hold
──
Schemapatroon „D”
Time
Time
Time
R.C.
Prohibition
Time
On/Off
Mode
Temp
8:40
12:00
13:00
17:30
On
Hold
Hold
Off
Heat
Hold
Hold
──
24°C
22°C
24°C
--°C
R.C.
Prohibition
Hold
Hold
Hold
──
2. Toewijzen van schemapatronen
De ingestelde patronen worden op 2 manieren toegewezen.
● Kalenderinstelling
Calendar (Calendar Setting)
op de „Calendar”-knop.
b Klik
Ieder ingesteld schemapatroon wordt geplakt zoals hieronder wordt getoond.
Calendar
2
Pattern
Jun-sep
Ma-vr
Patroon „A
Okt-mei
Ma-vr
Patroon „B”
1 januari + zat, zon
Patroon „H”
Opmerking
Er is de volgende methode voor het instellen van een
schemapatroon bij kalenderinstelling.
• Instelling wordt uitgevoerd door voor iedere maand één
voor één op de dagen te klikken. (In het instellingsvoorbeeld is patroon A ingesteld op iedere dag van
maandag tot vrijdag van juni tot september en patroon
B is ingesteld van maandag tot vrijdag van oktober tot
mei).
* De prioriteit is echter hoger dan de instelling door Aangepaste Instelling Voer
de kalenderinstelling niet uit wanneer u instellen van Aangepaste instelling wilt
uitvoeren.
● Persoonlijke Instelling
Calendar (Custom Setting)
3
c
Klik als tweede op de „Custom Setting”-knop.
d
Klik op de „New”-knop.
Raadpleeg par. „3-4-14” en voer de instelling uit zoals
hieronder getoond.
 Het scherm „Custom Setting List” wordt geopend.
4
Items
Pattern
Annual/1 Time
Month
Week
Day of week
Instelling
C
Jaarlijks
Maandelijks
Week-4e week
Dag -Vrij
Items
Pattern
Annual/1 Time
Month
Week
Day of week
Instelling
D
Jaarlijks
Items
Pattern
Annual/1 Time
Instelling
H
Jaarlijks
e
Week-4 week
Dag -Vrij
Month
Week
Day of week
Maand-10
Week-2e week
Dag -Maan
Maandelijks
(voorbeeld) Voor zomer, stel het C patroon in op hoge volgorde en voor winter, stel het D patroon in op hoge volgorde.
Opmerkingen
Het bovenstaande is de methode voor het instellen van een schema.
In het instelvoorbeeld zijn de schemapatronen toegewezen op 2 manieren, maar instellen is mogelijk
met beide toewijzingen.
Nl-63
3-5 Wachtwoordinstelling
3-5-1 Hoofdschermen van wachtwoordinstelling
Password Setting
Gebruikersinstelling/Geschiedenis wachtwoord
„Change Password”-knop
„Change Setting”-knop
Wachtwoord werkingsinstelling
„Change Password”-knop
„Change Setting”-knop
„Close”-knop
User Setting / History Password Verification
Gebruikersinstelling/Geschiedenis wachtwoord of Wachtwoord werkingsinstelling
3-5-2 Beheer van de toegangsrechten voor gebruikersinstelling
● Open het scherm „Password Setting” in het scherm „Monitor Mode”.
Klik op de „Setting”-knop.
Monitor Mode(Icon)
1
a
 Het menuscherm „User Setting/History” wordt geopend.
Opmerking
Er zijn 3 menupatronen „System Setting”, „Preference” en
„History” in het scherm „User Setting/History”.
Nl-64
User Setting / History
b
Klik op de „System Setting”-knop.
 Het menuscherm „System Setting” wordt geopend
2
Opmerking
• Er zijn 10 menupatronen van „Date/Time Setting”,
„Group Setting”, „Schedule Setting”, „Password Setting”, „Installer Setting”,„Language Setting”, „Network
Setting”, „Low Noise Operation”, „Time Zone Setting”
en „Display Item Setting” in „System Setting” -scherm.
• Wanneer optionele onderdelen zijn geregistreerd,
worden de namen van optionele onderdelen weergegeven.
c
System Setting
Klik op de „Password Setting”-knop.
 Het scherm „Password Setting” wordt geopend.
d
3
Klik op de „Change Setting”-knop op Gebruikersinstelling/geschiedenis wachtwoord.
 Het toetsenbordscherm „(Password Verification)” wordt
geopend.
Opmerking
De inhoud van de instelling van de 4 items „All”, „Schedule
Setting”, „Group Setting” en „Low Noise Operation” wordt
weergegeven op het scherm „Password Setting”.
Password Setting
Opmerking
4
Er zijn 3 instellingen waarvoor een wachtwoord (Installer Setting Password, User Setting/History Password en Operation
Setting Password) is vereist.
e
Voer het wachtwoord in bij „User Setting/History Password”.
Opmerking
„VRFVRF” is ingesteld als het standaard wachtwoord.
User Setting / History Password Verification
5
f
Klik op de „Ok”-knop.
 Het scherm „Change Password Setting” wordt geopend
6
Nl-65
Password Setting
g
Vink het selectievakje aan op de knop op het „Password
Setting” -scherm, voor de items waarvoor u het wachtwoord wilt instellen voor het instellen.
h
Aan het einde van de instelling, klik op de „OK”-knop.
7
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm keert
terug naar het „Password Setting” -scherm.
8
Opmerkingen
Of het wachtwoord vereist is of niet voor „Schedule Setting”, „Group Setting”, „Low Noise Operation”, „Date/
Time Setting”, „Time Zone Setting”, „Network Setting”, of „History” kunnen voor ieder item worden ingesteld
als batch „ALL” of individueel.
Monitor
Mode
P.W.1
User Setting
/ History
P.W.1 : Gebruikersinstelling/gebruiker wachtwoord
P.W.1
Schedule Setting
P.W.1
Group Setting
P.W.1
Low Noise Operation
P.W.1
Datum/Tijd instellen
P.W.1
Tijdzone instellen
P.W.1
Netwerk instellen
P.W.1
Geschiedenis
• Zie par voor de configuratie van de password setting in het aanraakbedieningspaneel. 5 „Passwordconfiguratie” in „Systeemoverzicht”.
*1 Als „ALL” is ingesteld op „Require” bij „User Setting/History Password”, is het invoeren van een wachtwoord vereist om „Monitor Mode” over te dragen
naar „User Setting” of „Schedule Setting”.
3-5-3 Wijzigen van een wachtwoord gebruikersinstelling
Password Setting
a
1
Nl-66
Klik op de „Change Password”-knop.
 Het toetsenbordscherm „(Password Verification)” wordt
geopend.
User Setting / History Password Verificiation
2
b
Voer het wachtwoord in bij „User Setting/History Password Verification”.
c
Klik op de „OK”-knop.
 Het toetsenbordscherm „(Change User Setting / History
Password)” wordt geopend.
3
Change User Setting / History Password
4
d
e
Toets „New Password” in.
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „User Setting/History Password Verification”
wordt geopend.
5
User Setting / History Password Verificiation
6
f
g
Voer hetzelfde wachtwoord bij stap d nogmaals in.
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Password Setting” wordt geopend.
h
7
Password Setting
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „Close”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm
„System Setting” wordt geopend.
Opmerkingen
Als u het wachtwoord na het instellen vergeet, zal de daaropvolgende „User Setting” niet mogelijk zijn. Maak een
notitie van het wachtwoord zodat u deze niet vergeet. Als u
een wachtwoord bent vergeten, neem dan contact op met
uw lokale dealer.
8
Nl-67
3-5-4 Beheer van de toegangsrechten van de bedieningsinstelling
Password Setting
a
Klik op „Change Setting” van „Operation Setting Password”.
 Het scherm „Operation Setting Password Verification”
wordt geopend.
Opmerking
Ongeldig is de standaardinstelling.
1
Opmerking
Operation Setting Password Verification
2
Stel een ander wachtwoord in voor „Installer Setting Password”, „User Setting/History Password” en „Operation Setting
Password”.
b
Toets het wachtwoord van „Operation Setting Password”
in.
Opmerking
3
„VRFVRF” is ingesteld als het standaard wachtwoord.
c
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Password Setting (Operation Setting)”
wordt geopend.
Password Setting (Operation Setting)
4
d
e
Klik op de „Do Not Require”-knop of de „Require”-knop
op „Operation Setting Password”.
Aan het einde van de instelling, klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm
„Password Setting” wordt geopend.
Opmerking
5
Als een instelling op het scherm „Password Setting (Operation Setting)” is ingesteld op „Require”, is het nodig om
het wachtwoord in te voeren om toegang te krijgen tot het
scherm „Operation Setting”.
Opmerking
Wachtwoord werkingsinstelling wordt gevraagd wanneer
op de knoppen „Operation”, „On” of „Off” wordt geklikt in
de Monitorstand. Het wordt niet gevraagd gedurende 10
minuten na authenticatie. Wanneer op deze knoppen wordt
geklikt nadat 10 minuten of meer zijn verstreken na authenticatie, wordt het wachtwoord opnieuw gevraagd.
Nl-68
3-5-5 Wijzigen van een wachtwoord voor werkingsinstelling
Password Setting
a
Klik op de knop „Change Password” of „Operation Setting Password”.
 Het scherm „Operation Setting Password Verification”
wordt geopend.
1
Operation Setting Password Verification
2
b
c
Voer „Operation Setting Password” in.
d
e
Toets een nieuw wachtwoord in.
Klik op de „OK”-knop.
3
Change Operation Setting Password
4
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Operation Setting Password Verification”
wordt geopend.
5
Operation Setting Password Verification
6
f
g
Voer hetzelfde wachtwoord bij stap d nogmaals in.
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Password Setting” wordt geopend
7
h
Password Setting
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „Close”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm
„System Setting” wordt geopend.
Opmerking
8
Als u het wachtwoord na het instellen vergeet, zal de daaropvolgende „Operation Setting” niet mogelijk zijn. Maak
een notitie van het wachtwoord zodat u deze niet vergeet.
Als u een wachtwoord bent vergeten, neem dan contact op
met uw lokale dealer.
Nl-69
3-6 Installateurinstelling
3-6-1 Hoofdschermen van Installateurinstelling
Installer Setting
„Change”-knop
„Change”-knop
„Register”-knop
„Change”-knop
„Change”-knop
„Change”-knop
„Change”-knop
„Check USB”-knop
„End”-knop
„Error History”-knop
„Register”-knop
Installer Setting (Touch Panel Controller Address Setting)
„Touch Panel Controller Address Setting”
„OK”-knop
„Cancel”-knop
Installer Setting (Touch Panel Controller Name)
Nl-70
Installer Setting (Unit Registration)
„Select”-knop
„Select”-knop
„Select”-knop
„Select”-knop
„Select”-knop
„Close”-knop
Installer Setting (Function Setting/External Input Setting)
„Emergency Stop”-knop
„Edge”-knop
„All On/All Off”-knop
„Pulse”-knop
„Electricity Meter”-knop
„Not Used”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
Installer Setting (Function Setting/Temperature Setting)
„Celsius”-knop
„Fahrenheit”-knop
„Not Limited”-knop
„Limited”-knop
„Temperature Range Setting”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
Nl-71
Installer Setting (Function Setting/R.C. Prohibition Setting)
„Used”-knop
„Not Used”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
3-6-2 Installatieprogramma instellen
Installer Setting Password Verification
1
● Een wachtwoord wordt ingesteld om onbedoelde
werking te voorkomen.
a
Voer het wachtwoord in bij „Installer Setting Password”.
Opmerking
„VRFVRF” is ingesteld als het standaard wachtwoord.
2
b
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Opmerking
Als het wachtwoord is gewijzigd, zie par. „3-6-19”.
Nl-72
3-6-3 Instellen van het adres van de hoofdunit van aanraakschermbediening
Installer Setting
a
1
Klik op de „Change”-knop op „Touch panel controller address setting”.
 Het scherm „Touch Panel Controller Address Setting”.
Kennisgeving
Wanneer 2 of meer controllers* zijn geïnstalleerd in het
systeem, stel de adresnummers in zodat de controlleradressen (nummers) niet worden gedupliceerd.
*Touch Panel Controller, Network Convertor(Group Remote Controller).
Installer Setting (Touch Panel Controller Address Setting)
b
c
Selecteer „Address” uit 00 tot 15 op het scherm en klik
op de knop.
Aan het eind van instelling, klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
2
3
3-6-4 Instellen van de naam van de hoofdeenheid aanraakschermbediening
Installer Setting
a
1
Klik op de „Change”-knop op „Name” in de „Touch panel
controller setting”.
 Het scherm „Touch Panel Controller Name” wordt geopend.
Installer Setting (Touch Panel Controller Name)
2
b
Voer de „Name” in „Touch Panel Controller Name” in.
Opmerking
Wanneer deze controller wordt bediend met afstandsbediening met gebruik van pc, wordt de ingestelde „Name”
weergegeven in het tabblad van de browser weergegeven
in het pc-scherm.
3
c
Aan het eind van instelling, klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Nl-73
3-6-5 Het registreren van de eenheden
Installer Setting
● Eenheidregistratie:
1
 Voer de registratie van uw binneneenheid uit nadat 5
minuten of meer zijn verstreken nadat de stroom van de
binneneenheid en buiteneenheid werd ingeschakeld.
Klik op de „Register”-knop van „Unit Registration”.
a
 Het scherm „Unit Registration” wordt geopend.
Installer Setting (Unit Registration)
Kennisgeving
Registratie en verwijderen van binneneenheid kan de
groepinstelling en schema-instelling beïnvloeden.
Bevestig altijd na het instellen wanneer groepinstelling en
schema-instelling reeds zijn uitgevoerd.
Opmerkingen
Zie de onderstaande tabel voor de items die geselecteerd kunnen worden.
Items
Nl-74
Inhoud
Register the address number from small ones. 3-6-6
Eenheden worden automatisch geregistreerd in oplopende volgorde van koelsysteemadres.
Register by operation order. 3-6-7
Eenheden worden geregistreerd in de volgorde waarin de binneneenheden
bediend werden.
Register by manual setting. 3-6-8, 3-6-9, 3-6-10
De eenheden met het gespecificeerde adres worden geregistreerd. Of verwijderd.
Register by importing external data. 3-6-11
De registratiegegevens van de binneneenheden worden geïmporteerd van
een extern geheugen.
Export registered data to external memory. 3-6-12
De registratiegegevens van de binneneenheden worden naar een extern
geheugen geëxporteerd.
Registering the Electricity Meter. 3-6-13
Elektriciteitsmeter wordt geregistreerd.
3-6-6 Registreren van binneneenheden in volgorde van koelsysteemadres
Installer Setting (Unit Registration)
● Binneneenheden worden in oplopende volgorde
van adres geregistreerd.
1
a
Klik op de „Select”-knop.
b
Klik op de „Priority Mode”-knop of op de „Normal”-knop
op het „Setting of Network Priority Mode”.
Priority Mode: Stopt de werking van alle binnenunits en
voert het scannen uit.
Normal: Voert het scannen uit zonder de werking van
binnenunits stop te zetten.
 Het scherm „Address Order Registration Setting” wordt
geopend.
Installer Setting
2
4
3
5
6
Opmerking
Het selecteren van de „Priority Mode” wordt aanbevolen
voor veilig scannen. Als u niet de werkende binneneenheid
stopt, selecteert u „Normal”.
c
Stel de „Refrigerant System Range ” die u wilt registreren in op het aanraakbedieningspaneel met „” en „”.
d
Klik op „Normal” of „High Speed” op het „Transmission
Rate”.
Normal: Voert het scannen op normale snelheid uit.
High Speed: Voert het scannen op hoge snelheid uit.
e
Als op de „Perform”-knop wordt geklikt op het „Electricity Meter Registration”, dan wordt het scannen van de
elektriciteitsmeter op hetzelfde moment uitgevoerd.
f
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Address Order Registration Confirmation”
wordt geopend.
Kennisgeving
Merk op dat, wanneer registratie van adresvolgorde wordt
uitgevoerd, de momenteel geregistreerde binneneenheden, groepinstelling, schema-instellinggegevens (eenheidinstelling) en geschiedenis (afwijking en werking van
de buiteneenheden en binneneenheden) worden verwijderd.
Nl-75
Address Order Registration Confirmation Screen
g
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Registration of indoor unit is progressing”
wordt geopend.
7
 Wanneer de registratie is gelukt; wordt het scherm „Indoor Unit Registration List” geopend.
Registratie van binneneenheid vordert
Kennisgeving
Wanneer er zich een afwijking in het systeem optreedt,
wordt er een foutmelding weergegeven en wordt de registratie gestopt.
Installer Setting (Indoor Unit Registration)
Nl-76
Opmerkingen
Systeemafwijking
Inhoud afwijking
Oorzaak
No outdoor unit
Geen buiteneenheid van hetzelfde koelsysteem adres als de binneneenheid.
No indoor unit
Niet eens 1 binneneenheid op hetzelfde koelsysteemadres als de buiteneenheid.
There is an abnormality in communications.
Kan niet communiceren. Er is niet eens 1 eenheid.
There is an abnormality in unit setting.
Er is een afwijking in eenheidgegevensinstelling.
There is an abnormality in RCG address.
Er is een afwijking in RCG-adresinstelling.
No master unit at outdoor units.
Er is geen mastereenheid bij de buiteneenheden.
Initializing
Kan niet worden uitgevoerd vanwege initialiseren bij andere eenheid.
Specified indoor unit does not exist.
Er zijn geen specifieke binneneenheidgegevens.
No electricity meter found.
Er is geen specifiek aantal van elektriciteitmeter.
Failed acquiring data. Perform registration
again.
Informatie wordt niet juist verkregen.
3-6-7 Registreren binneneenheden volgens werkingsvolgorde
Installer Setting (Unit Registration)
a
Klik op de „Select”-knop.
 Het scherm „Unit Registration”-lijst wordt geopend.
1
Installer Setting (Unit Registration)
2
4
b
c
Klik op de „Indoor Unit”-knop.
Selecteer de lijst van het afstandsbedieninggroepnr.
waar vanaf de registratie moet beginnen.
Bij het starten van nieuwe registratie, selecteer nr. 001.
Opmerkingen
3
Bij het wijzigen van de registratieconfiguratie binneneenheid die reeds is geregistreerd, selecteert u de binneneenheid die u wilt wijzigen.
De geselecteerde binneneenheid en binneneenheden
hierna geregistreerd worden verwijderd.
d
Klik op de „Op. Order Registration”-knop.
 Het scherm „Register by operation order” wordt geopend.
Nl-77
Register by operation order
e
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Performing system check” wordt geopend.
5
● Aan het ordelijke einde van systeembevestiging, open
het scherm „Indoor Unit Registration”-lijst (wachtstatus
werking).
Kennisgeving
Wanneer er zich een afwijking in het systeem optreedt,
wordt er een foutmelding weergegeven en wordt de registratie gestopt.
Zie de items van 3-6-6.
Scanning
● Werking van de binneneenheid begint (Aan) in
de volgorde die u wilt registreren.
 Het scherm „Indoor Unit Registration”-lijst wordt geopend
 De afstandsbedieninggroepen in de volgorde waarin
ze werden gestart worden weergegeven in het scherm
„Indoor Unit Registration List”.
Installer Setting (Indoor Unit Registration)
6
f
Aan het einde van „Register by operation order”, klik op
de „Registration End”-knop.
g
h
Klik op de „OK”-knop om het slavevenster te sluiten.
Klik op de „Close”-knop om de ingestelde inhoud te bepalen.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Opmerking
Registratie is mogelijk zelfs wanneer geschakeld is van
een werking anders dan werkingsregistratie.
Confirmation Screen
7
Installer Setting (Indoor Unit Registration)
8
Nl-78
3-6-8 Wijzigen van de volgorde van geregistreerde binneneenheden
Installer Setting (Indoor Unit Registration) Addition/Deletion
1
a
Wanneer u de volgorde van binneneenheden wilt wijzigen, klik op de relevante binneneenheid.
 De weergave van de geselecteerde namen wordt blauw.
2
3
b
c
Blader met gebruik van de knoppen „Up” en „Down”.
Klik aan het einde op de „Close”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Kennisgeving
Bij het instellen van een afstandsbedieninggroep kan alleen de hoofdbinneneenheid geselecteerd worden. Slaveeenheden schakelen altijd als een set met de hoofdeenheid.
3-6-9 Toevoegen van binneneenheidregistratie
Installer Setting (Unit Registration)
a
Klik op de „Select”-knop van „register by manual setting”.
 Het scherm „Indoor Unit Registration (Add/Delete)”
wordt geopend.
1
b
Selecteer de lijst van afstandsbedieninggroepnr. waarvoor toevoeging van registratie gestart moet worden.
Opmerking
Het scherm „Installer Setting (Indoor Unit Registration)
Addition/Deletion” is hetzelfde als het scherm „Installer
Setting (Indoor Unit Registration)” dat wordt geopend wanneer op de „Select”-knop werd geklikt in stap a van 3-6-7.
Installer Setting (Indoor Unit Registration) Addition/Deletion
2
c
Klik op de „Add”-knop.
 Het scherm „Add Indoor Unit” wordt geopend.
3
Nl-79
d
Stel nummer van „Ref. Address” en „In. Address” in van
de R.C. Groep die u wilt toevoegen met gebruik van de
knoppen „” en „”.
Kennisgeving
Wanneer er een slave (Rc. Adres 01 of hoger) is in een R.C.
Groep, registreer dan alleen de hoofdeenheid (Rc. Adres
00). Wanneer de mastereenheid wordt geregistreerd,
wordt de onderdanige binneneenheid automatisch geregistreerd.
Installer Setting (Add Indoor Unit)
e
4
 De geregistreerde binneneenheden worden weergegeven in „Registration List”.
f
Wanneer een binneneenheid wordt geselecteerd in de
„Registration List” en op de „Delete”-knop wordt gedrukt,
wordt de geselecteerde binneneenheid verwijderd.
g
Klik aan het einde op de „OK”-knop.
5
6
7
Klik op de „Add”-knop.
 Wanneer het scherm „Indoor Unit Registering” wordt
geopend en de registratie normaal eindigt, wordt het
scherm „Indoor Unit Registration (Add/Delete)” geopend.
Kennisgeving
Wanneer er een afwijking in het systeem optreedt, wordt
er een foutmelding weergegeven en wordt de registratie
gestopt.
Zie de items van 3-6-6.
3-6-10 Het verwijderen van geregistreerde binneneenheden
Installer Setting (Unit Registration)
a
Klik op de „Select”-knop van „Register by manual setting”.
 Het scherm „Indoor Unit Registration (Add/Delete)”
wordt geopend.
1
b
Klik op de groepsnaam afstandsbediening die u wilt
verwijderen.
 De geselecteerde groepsnaam afstandsbediening wordt
geselecteerd en de weergave wordt blauw.
c
Installer Setting (Indoor Unit Registration) Addition/Deletion
2
Klik op de „Del”-knop.
 Het scherm „Delete Confirmation” wordt geopend.
d
Klik aan het einde op de „Close”-knop.
 De geselecteerde afstandsbedieninggroep wordt verwijderd.
3
4
Nl-80
Opmerking
Verwijderen is zelfs mogelijk wanneer geschakeld wordt
vanaf een werking anders dan „Register by manual setting”.
3-6-11 Binneneenheden registreren met externe invoergegevens
Installer Setting (Unit Registration)
● Sluit het USB-geheugen aan op de aansluiting om de
registratiegegevens van de binneneenheid op te slaan.
a
1
Klik op de „Select”-knop van „Indoor unit registration by
importing external memory data”.
 Het scherm „Data Importing Confirmation” wordt geopend.
Data Importing Confirmation
b
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „File Loading” wordt geopend.
2
File Loading
c
3
Klik op de bestandsnaam die u wilt importeren.
 Het geselecteerde bestand wordt geselecteerd en de
weergave wordt blauw.
d
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Importing Data” wordt geopend.
4
Importing Data
 Het scherm „Importing from external memory is complete” wordt geopend.
Importing from external memory is complete.
e
Klik op de „Close”-knop.
● Verwijder het externe geheugen uit de USB-poort.
Opmerking
5
Wanneer op de „Close”-knop wordt geklikt, wordt de binneneenheid, ongeacht of die gegevens importeert in het
systeem is, automatisch gecontroleerd.
Nl-81
3-6-12 Exporteren van registratiegegevens van de binneneenheid
Installer Setting (Unit Registration)
● Sluit het USB-geheugen, waarop de registratiegegevens
van de binneneenheid moeten worden opgeslagen, aan
op de terminal.
a
Klik op de „Select”-knop van „Export registered data to
external memory”.
 Het bericht „Exporting Data” verschijnt op het scherm.
 Aan het einde van exporteren, verdwijnt het bericht.
1
 Het scherm „Exporting to external memory is complete”
wordt geopend.
Exporting Data
„Exporting to external memory is complete.”
b
Klik op de „Close”-knop.
● Verwijder het USB-geheugen uit de aansluiting.
Kennisgeving
2
Nl-82
De gegevens worden opgeslagen onder de volgende
naam in het USB-apparaat. In + datum + tijd
Voorbeeld: In0901011200
2009/01/01/12:00
3-6-13 Registreren van de elektriciteitsmeter
Installer Setting (Unit Registration)
a
Klik op de „Select”-knop op „Register by manual setting”.
 Het scherm „Unit Registration” wordt geopend.
Opmerking
1
Het scherm „Installer Setting (Unit Registration)” is hetzelfde als het scherm „Installer Setting (Unit Registration)
Addition/Deletion” dat wordt geopend wanneer op de
„Select”-knop werd geklikt in stap [1] van 3-6-7.
Installer Setting (Unit Registration)
2
3
b
c
Klik op de „Electricity Meter”-knop.
Klik op de „Add”-knop.
 Het scherm „Add Electricity Meter” wordt geopend.
Installer Setting (Add Electricity Meter)
d
4
5
6
7
Klik op „Priority Mode” of „Normal” in „Setting of Network
Priority Mode”.
Opmerking
Wanneer het scannen wordt uitgevoerd in de „Priority
Mode”, stopt de werking van alle eenheden in het systeem. (Aanbevolen instelling)
Wanneer u de werking niet wilt stoppen, moet u het scannen in de normale modus uitvoeren.
e
Stel „Electricity Meter Start No.” en „Electricity Meter
End No.” in met gebruik van de knoppen „” of „”.
f
g
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „Add”-knop.
Wanneer de instelling is bevestigd, klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Add Electricity Meter” wordt gesloten.
Nl-83
3-6-14 Bewerken van het systeemconfiguratiebestand van de
aanraakschermbediening met pc.
● Maak een registratiebestand binneneenheid met een pc en registreer deze bij de
aanraakschermbediening.
● Gebruik de „File Making Sheet” door de deze te kopiëren van de meegeleverde CD-ROM.
● Bij het corrigeren van de aanraakschermbediening registratiegegevens; zie par. 3-611.
1
2
● Open het bestand „System Form File Making Sheet”.
Klik op het „System Form”-tabblad.
a
● Sluit het USB-geheugen dat „Indoor unit registration
data” bevat aan op de pc.
b
Klik op de „Import Data”-knop.
● Selecteer het bestand dat u wilt importeren in het „System Form”-tabblad.
Opmerking
Weergave van het scherm bij bestandselectie verschilt
afhankelijk van de werkingssoftware.
 Gegevens worden geïmporteerd in het „System Format”tabblad.
Opmerking
Bij het genereren van nieuwe gegevens vanaf de pc, registreer deze dan rechtstreeks in het tabblad bestand aanmaken.
● Een systeemcompositiebestand wordt nieuw aangemaakt vanaf de pc en wordt geregistreerd naar de aanraakschermbediening.
Kennisgeving
Bij het bewerken in het tabblad bestand aanmaken en
importeren van de gegevens naar de aanraakschermbediening, let dan op de volgende punten.
Aangezien de geregistreerde gegevens van de binneneenheid worden overschreven en de volgende gegevens worden gewijzigd wanneer gegevens worden geïmporteerd,
dient u de gegevens na het instellen altijd te bevestigen.
• Groepinstellinggegevens
• Schemagegevens (instelling eenheid)
• Geschiedenis (fouten en werking buiteneenheid en binneneenheid)
Nl-84
1
a
Bewerk de inhoud van „RCG No.”, „Refrigerant Circuit
Address”, „Indoor Unit Address” en „Remote Controller
Address”.
Opmerkingen
Inhoud die kan worden ingesteld
2
RCG No.
(Remote Controller
Group No.)
Opmerkingen
Invoer adresnummer
Adres koel
circuit
RCG No.
Adres binneneenheid
Afstandsbedieningadres
Selecteer en voer de afstandsbedieninggroep in door het opeenvolgende nr. vanaf 1.
Geef dezelfde afstandsbedieninggroep
echter hetzelfde nummer.
(RCG nr. : 1 kan echter niet worden gewijzigd).
Refrigerant Circuit
Address
Voer het koelsysteemadres in (0-99).
Unit Address
Voer het binneneenheidadres in (0-63).
Remote Controller
Address
Voer het afstandsbedieningadres in (0-15).
Input begint opeenvolgend vanaf 0.
● Aan het einde van het bewerken, slaat u het bestand op.
b
Klik op de „Export Data”-knop.
Opmerking: Alleen halve tekens kunnen worden
ingevoerd.
Opmerking
Wanneer de adresvolgorde gewijzigd
dient te worden, kan de „Sort”-knop
in het tabblad „System Form” gebruikt worden.
Opmerkingen
Wanneer er op de „Sort”/„Export Data”-knop werd gedrukt en het ingevoerde adres een fout bevat, wordt dit
automatisch gecontroleerd en wordt er een fout gegenereerd. Als er geen fouten zijn opgetreden, wordt het
bestand uitgevoerd.
Foutmelding
Het probleem
Entered data error. RCG No. is a value other than blank or
1-400. Enter correct data.
∙RCG nr. is blanco of een waarde anders dan 1-400.
Entered data error. Refrigerant Circuit Address is a value other
than blank or 0-99. Enter correct data.
∙Koelcircuitadres is blanco of een waarde anders dan 0-99.
Entered data error. Indoor Unit Address is a value other than
blank or 0-63. Enter correct data.
∙Binneneenheidadres is blanco of een waarde anders dan
0-63.
Entered data error. Remote Controller Address is a value other
than blank or 0-15. Enter correct data.
∙Afstandsbedieningadres is blanco of een waarde anders dan
0-15.
Entered data error. RCG No. is not sequential. Enter correct data.
∙RCG nr. is niet opeenvolgend.
Entered data error. Remote Controller Address of master unit is
not 0. Enter correct data.
∙Hoofdafstandsbedieningadres is geen 0.
Entered data error. Remote Controller Address of slave units is
not sequential. Enter correct data
∙Slave-afstandsbedieningadres is niet opeenvolgend.
Entered data error. Remote Controller Address of slave units is
incorrect. Enter correct data.
∙Slave-koelcircuitadres is onjuist.
Entered data error. Address is duplicated. Enter correct data.
∙Adres is gedupliceerd.
Nl-85
3
 Een opslagbestemmingsvenster wordt geopend.
c
Selecteer USB-geheugen.
● Na het einde van importeren van het bestand, wordt het
scherm „Save finished” geopend en wordt een bericht
bevestigd.
Klik op de „OK”-knop.
d
 Sluit een scherm.
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting.
Opmerking
4
Nl-86
Om te importeren met aanraakschermbediening, dient u
het bestand altijd uit te voeren en op te slaan met „Export
Data”.
3-6-15 instellen van het externe invoersignaal
Installer Setting
● Stel het externe invoersignaal in.
a
Klik op de „Change”-knop op „External Input Setting”.
 Het scherm „External Input Setting” wordt geopend.
1
 Instellen welke noodtoestand het systeem stopt door middel van extern invoersignaal
Installer Setting (Function Setting/External Input Setting)
1
a
b
2
c
Klik op de „Emergency Stop”-knop.
Klik op de „Edge”- of „Pulse”-knop, afhankelijk van het
type signaal dat ingevoerd moet worden.
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt ingevoerd en het scherm
„Installer Setting” wordt geopend.
3
 Instelling die het system „All On/All Off” schakelt door extern invoersignaal
Installer Setting (Function Setting/External Input Setting)
1
a
b
2
c
Klik op de „All On/All Off”-knop.
Klik op de „Edge”- of „Pulse”-knop, afhankelijk van het
type signaal dat ingevoerd moet worden.
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt ingevoerd en het scherm
„Installer Setting” wordt geopend.
3
Nl-87
 De elektriciteitsmeter instellen met extern invoersignaal
● Stel de signaalvoorwaarden in gestuurd van de
elektriciteitsmeter naar deze eenheid.
Installer Setting (Function Setting/External Input Setting)
2
a
b
Klik op de „Electricity Meter”-knop.
Klik op de „Change”-knop.
 Het scherm „Palse Value” wordt geopend.
1
c
Installer Setting (Pulse Value)
Voer de waarden in „Pulse Value” in met gebruik van
numeriek toetsen.
Opmerking
• „Pulse Value”: elektriciteitsconsumptie (kWh) per 1 puls
verzonden van de elektriciteitsmeter
• Invoerbereik: 0.000001 tot 100
3
d
Klik aan het eind van het instellen op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
4
 Uitschakelen werkingsinstelling door extern invoersignaal
Installer Setting (Function Setting/External Input Setting)
a
b
Klik op de „Not Used”-knop.
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt ingevoerd en het scherm
„Installer Setting” wordt geopend.
1
2
Nl-88
3-6-16 Instellen van de temperatuurweergave-eenheid
Installer Setting
● Deze functie beperkt de breedte waarover de
temperatuur kan worden ingesteld op de aanraakschermbediening naar de binneneenheid.
a
1
Klik op de „Change”-knop of „Temperature Setting”.
 Het scherm „Temperature Setting” wordt geopend.
 Instellen van de temperatuurweergave-eenheid
● Stel de temperatuureenheid in die wordt gebruikt
in de regio waar het systeem wordt geïnstalleerd.
Installer Setting (Function Setting/Temperature Setting)
1
a
Klik op de „Celsius(°C)”- of „Fahrenheit(°F)”-knop.
b
Klik op de „OK”-knop.
2
3-6-17 Instellen van het instelbare temperatuurbereik
Installer Setting
● Deze functie beperkt de breedte waarover de
temperatuur kan worden ingesteld op de aanraakschermbediening naar de binneneenheid.
a
1
Klik op de „Change”-knop of „Temperature Setting”.
 Het scherm „Temperature Setting” wordt geopend.
Nl-89
 Instellen van het instelbare temperatuurbereik voor iedere werkingsstand
● Stel het instelbare temperatuurbereik in voor iedere werkingsstand.
Installer Setting (Function Setting/Temperature Setting)
● Stel de temperatuur in op „Auto”, „Cool/Dry” en
„Heat” modus.
1
2
3
a
b
Klik op de „“Limited”” -knop van „Temperature Range”.
c
Klik op de „OK”-knop.
Selecteer „Lower Limit” en „Upper Limit” door op de „”knop te klikken voor iedere werkingsstand.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Opmerkingen
• Raadpleeg de tabel rechts voor het temperatuurbereik dat kan worden ingesteld.
Stel de hoge en lage limietwaarden van de
temperatuur in (de temperatuur kan niet
boven de hoge waarde of onder de lage
waarde worden ingesteld).
Temperatuureenheid
Celsius
Fahrenheit
Ingestelde temperatuur (Auto, koelen, drogen)
18 - 30°C
64 - 88̊ F
De ingestelde temperatuur (Verwarmen)
10 - 30°C
48 - 88̊ F
Opmerkingen
• Stel de onder- en bovengrenzen van de temperatuur in met de aanraakschermbediening.
*De boven- en ondergrens van de temperatuurinstellingen van de Standaard afstandsbediening zijn niet
beperkt.
• Zie par. „3-3-3” voor het instellen van de boven- en ondergrens temperatuurinstelling naar de geregistreerde binneneenheid.
 De instelling van het bereik van de instelbare temperatuur uitschakelen
● De instelling van het bereik van de instelbare temperatuur uitschakelen.
Installer Setting (Function Setting/Temperature Setting)
1
a
b
Klik op de „Not Limited”-knop.
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
2
Nl-90
3-6-18 Instellen van de werkingsbeperking van de afstandsbediening
Installer Setting
a
Klik op de „Change”-knop van R.C. Verbodsinstelling.
 Het scherm „R.C. Prohibition Setting” wordt geopend.
1
Installer Setting (Function Setting/R.C. Prohibition Setting)
2
b
Om de R.C. Verbodsinstelling in te schakelen, klik op de
„Used”-knop of om de instelling uit te schakelen, klik op
de „Not Used”-knop.
c
Klik op de „OK”-knop.
 De ingestelde inhoud wordt bepaald en het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
3
Operation Setting (Monitor Mode)
Opmerking
Wanneer de verbodinstelling werd ingesteld om uit te
schakelen („Not Used”), wordt de knop werkingsverbod
afstandsbediening van het scherm „Operation Setting” niet
weergegeven op het scherm.
Operation Setting (Schedule)
Wanneer „Not Used” werd ingesteld, wordt de knop werkingsverbod
afstandsbediening in het scherm „Operation Setting” niet weergegeven
op het scherm.
Nl-91
3-6-19 Wijzigen van het installatiewachtwoord
Installer Setting
a
Klik op de „Change”-knop van „Change Password”.
 Het scherm „Keyboard (Change Installer Setting Password)” wordt geopend.
1
Change Installer Setting Password
2
b
Voer „New Password” in.
c
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting Password Verification”
wordt geopend.
3
Installer Setting Password Verification
4
d
Voer hetzelfde wachtwoord nogmaals in bij stap b.
e
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Installer Setting” wordt geopend.
Opmerkingen
5
Nl-92
Als u het wachtwoord vergeet is de daaropvolgende instelling niet mogelijk.
Maak een notitie van het wachtwoord zodat u deze niet
vergeet.
3-6-20 Controle van de optionele registratie
● De geregistreerde inhoud van optioneel USBgeheugen dat wordt ingebracht in het aanraakbedieningspaneel kan worden gecontroleerd.
a
Plaats het optionele USB-geheugen in de behuizing van
het aanraakbedieningspaneel.
b
Klik op de „Check USB”-knop..
c
Klik op de „OK”-knop wanneer het sub-scherm verschijnt.
Functienaam en „Used” of „Not Used” van het optionele
USB-geheugen kunnen gecontroleerd worden. Als het
wordt gebruikt door een ander aanraakbedieningspaneel, dan wordt het geregistreerde MAC-adres van het
aanraakbedieningspaneel weergegeven.
2
3-6-21 Snstelling van de optionele registratie
Installer Setting
a
Klik op de „Register”-knop op „Option Registration”.
Opmerking
Dit item kan alleen worden uitgevoerd door gebruikers die
het originele onderdeel aanschaffen.
1
4
Installer Setting
b
Steek een optioneel USB-geheugen in deze eenheid.
Klik op de „OK”-knop wanneer het sub-scherm verschijnt.
c
d
Klik op de „Close”-knop.
2
Installer Setting
Wanneer de registratie voltooid wordt de naam van een
optioneel onderdeel weergegeven in „Optional parts”.
Controleer dit vervolgens.
3
Nl-93
3-7 Netwerkinstelling
3-7-1 Hoofdschermen van netwerkinstelling
Network Setting
1
● Wanneer afstandsbedieningfunctie, functie van
e-mailmelding voor storing of verdelingsoptie
elektrische lading wordt gebruikt via LAN, zijn de
volgende instellingen noodzakelijk. Neem contact
op met uw netwerkbeheerder voor informatie die
vereist is voor het instellen.
(1) „IP Address”,
(2) „Subnet Mask”
(3) „Default Gateway”
(4) „Primary DNS”
(5) „Secondary DNS”
Address setting (for IP Address setting)
a
b
2
3
Nl-94
c
Klik op de „Change”-knop in het item dat u wilt instellen.
Voer de gegevens van het item in met gebruik van numerieke knoppen. Voer op dezelfde manier de gegevens
van de andere items in.
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
Netwerkinstellingen bijlage
De netwerkinstellingen die nodig zijn voor een typische gebruiksomgeving met aanraakschermbediening (TPC)
worden hieronder weergegeven.
1 Wanneer er een intern intranet wordt gebruikt
A Voor gebruik binnen het intranet (PC → TPC in het volgende schema)
[Benodigde instellingen]
1) Netwerkadresinstellingen van de TPC
B Voor gebruik vanaf een externe site via het internet (PC → TPC in het volgende schema)
[Voorbereiding van te voren]
a) Acquisitie (per contract) van een wereldwijde IP, of de acquisitie van een vaste hostnaam door een
DDNS-servicecontract
[Benodigde instellingen]
1) Netwerkadresinstellingen van de TPC
2) Port forward-instellingen van de router
3) Acquisitie (per contract) van een wereldwijde IP, of de acquisitie van een vaste hostnaam door een
DDNS-servicecontract
2 Bij gebruik van een speciale internetlijn
C Voor gebruik binnen het intranet (PC → TPC in het volgende schema)
[Benodigde instellingen]
1) Netwerkadresinstellingen van de TPC
D Voor gebruik vanaf een externe site via het internet (PC → TPC in het volgende schema)
[Voorbereiding van te voren]
a) Acquisitie (per contract) van een wereldwijde IP, of de acquisitie van een vaste hostnaam door een
DDNS-servicecontract
b) Een contract met een internetprovider
[Benodigde instellingen]
1) Netwerkadresinstellingen van de TPC
2) Port forward-instellingen van de router
3) Acquisitie (per contract) van een wereldwijde IP, of de acquisitie van een vaste hostnaam door een
DDNS-servicecontract
Internet
VRF-site
Externe site
1. Intranet
2. Toegewijde internetlijn
Router 
B of D
Router 
PC 
HUB
HUB
A
TPC 
PC 
C
TPC 
PC 
Nl-95
1) TPC-netwerkadresinstellingen
Item
IP-adres
A of C
B
D
Voor gebruik binnen het
intranet
(PC → TPC)
(PC → TPC)
Voor gebruik vanaf een externe site via het internet
(PC → TPC)
Voor gebruik vanaf een externe site via het internet
(PC → TPC)
IP-adres dat niet overlapt met andere apparatuur (lokaal IP-adres)
Subnetmasker
Standaard gateway
255.255.255.0 (als er geen bijzondere benamingen zijn)
Niet vereist (0.0.0.0)
IP-adres (lokaal) van router 
IP-adres (lokaal) van router 
2) Router port forward-instellingen (de volgende inhoud geeft voorbeeldgevallen aan, en de details moeten worden doorgegeven
aan de netwerkbeheerder voordat u gaat instellen.)
Item
A of C
B
D
Voor gebruik binnen het
intranet
(PC → TPC)
(PC → TPC)
Voor gebruik vanaf een externe site via het internet
(PC → TPC)
Voor gebruik vanaf een externe site via het internet
(PC → TPC)
IP-adres (globaal)
IP-adres (lokaal)
Port forward (aanbevolen)
Port forward
Nl-96
162.239.24.44 (zal verschillen afhankelijk van de omgeving)
Niet vereist
192.168.1.254 (zal verschillen afhankelijk van de omgeving)
Port 443 forward naar TPC IP-adres
Port 443 forward naar TPC IP-adres
Port 80 forward naar TPCIP-adres
Port 80 forward naar TPC IP-adres
3-8 Geluidsarme werking
3-8-1 Hoofdschermen van geluidsarme werking
Operation Setting-Monitor
Geluids arme
Schema
Niveau
Toestand
Prioriteit
„Schedule”-knop
„Operation”-knop
„Close”-knop
Operation Setting (manual setting)
„Disable”-knop
„Enable”-knop
Toestand
Prioriteitknop
Niveautoets
„OK”-knop
Operation Setting (schedule setting)
Schemaweergave
„On”-knop
„Off”-knop
Schemalijst
„New”-knop
„Erase All”-knop
„Close”-knop
„Delete”-knop
„Edit”-knop
Nl-97
3-8-2 Instellen werking voor geluidsarme werking
Operation Setting-Monitor (Outdoor Unit-All)
● Verlaag het werkingsgeluid van de buiteneenheid.
● „Low noise operation” is ingesteld voor alle buiteneenheden die door deze controller zijn geregistreerd.
● Wanneer de functie „Low Noise operation” is ingesteld
op „On”, is de maximale prestatie van koelen of verwarmen beperkt.
1
a
Klik op de „Operation”-knop op „Operation Setting-Monitor”.
 Het scherm „Operation Setting” wordt geopend.
Operation Setting (Outdoor Unit-All)
3
4
b
c
Klik op de „Enable”-knop op „Low Noise”.
Klik op de knop die u wilt instellen uit „1”, „2” of „3” op
„Level”.
Opmerkingen
2
5
Level 1 : Het effect van verminderen van het buitengeluid
is klein.
Level 2 : Het effect van verminderen van het buitengeluid
is normaal.
Level 3* : Het effect van het verminderen van het buitengeluid is groot.
(*Level 3 kan mogelijk niet worden weergegeven
afhankelijk van de aangesloten buiteneenheid.)
d
Klik op de knop die u wilt instellen uit „Low Noise” of
„Performance” in „Priority”.
Opmerkingen
Low Noise
: Geeft de prioriteit aan geluidsarme werking.
Performance : Geeft de prioriteit aan de prestatiewerking.
e
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
Opmerkingen
Wanneer buiteneenheden met 2 instellingsniveaus en buiteneenheden met 3 instellingsniveaus worden gemengd in
één koelsysteem, wordt het menuscherm waarin 3 instellingsniveaus kunnen worden ingesteld weergegeven. In dit
geval, zelfs als de buiteneenheid met 2 instellingsniveaus
is ingesteld op niveau 3, zal het eigenlijke instellingsniveau
2 zijn.
Nl-98
3-8-3 Instellingsschema van geluidsarme instelling
Operation Setting-Monitor (Outdoor Unit-All)
a
Klik op de „Schedule”-knop op „Operation Setting-Monitor”.
 Het scherm „Schedule Setting” wordt geopend.
1
Operation Setting-Monitor (Schedule Setting)
2
3
Operation Setting-Monitor (Schedule Setting)
Klik op de „On”-knop in „Schedule On/Off”.
b
c
Wanneer een nieuw schema wordt ingesteld, klik op de
„New”-knop. Ga naar stap f.
d
Bij het wijzigen van het reeds ingevoerde schema, klik
op de „Edit”-knop. Ga naar stap f.
e
Bij het verwijderen van het reeds ingevoerde schema,
klik op de „Delete”-knop.
f
Stel „Start Time” en „End Time” van geluidsarme werking in met gebruik van de knoppen „” en „”. Stel
vervolgens „Level” en „Priority” in.
g
Klik op de knop die u wilt instellen uit „1”, „2” of „3” op
„Level”.
h
Klik op de knop die u wilt instellen uit de knoppen „Low
Noise” of „Performance” in „Priority”.
i
Wanneer de instelling is voltooid, klik op de „OK”-knop.
j
Controleer de ingestelde inhoud. Als de instelling juist is,
klikt u op de „Close”-knop.
5
4
8
7
6
9
Operation Setting-Monitor (Schedule Setting)
Opmerking
Wanneer de timerinstelling is voltooid en als „On/Off” instellingsitem is ingesteld op „ON”, start de werking volgens
het ingestelde schema.
10
Nl-99
3-9 Instelling tijdzone
3-9-1 Instellen van de tijdzone
Time zone setting
● Stel de tijdzone in van het gebied waar deze eenheid
wordt gebruikt.
1
a
Klik op de „”-knop op „Time Zone”.
 Tijdzonelijst wordt geopend.
Time zone setting
2
3
4
Nl-100
b
Geef de „Time zone” van het gebied waar deze eenheid
wordt gebruikt weer met gebruik van de toetsen omhoog
en omlaag.
c
Klik op de „Time Zone” van het gebied waar deze eenheid wordt gebruikt
d
Klik op de „OK”-knop.
3-10
Weergave item instellen
● De kamertemperatuur kan worden weergegeven
op de „Monitor Modus (Lijst)”.
1
a
Klik op de „Visible”-knop op het „Display Item Setting”scherm. De kamertemperatuur kan worden weergegeven op de „Monitor Mode (List)”.
Nl-101
Hoofdstuk 4 VOORKEURSINSTELLING
4-1 Voorkeursinstelling
4-1-1 Hoofdschermen van voorkeursinstelling
Panel Calibration
Punt om aan te klikken (5 punten)
+-markering wat de plek om aan te raken
aangeeft.
„Start”-knop
Teller (aantal keren aangeklikt) venster
„Cancel”-knop
Backlight Setting
„Enable”-knop
„Brightness”-knop
„Disable”-knop
„Automatic Off Time”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
Sound Setting
„Enable”-knop
„Disable”-knop
„OK”-knop
„Cancel”-knop
Nl-102
Panel Cleaning (Left Side)
„Next Page”-knop
„Cancel”-knop
Panel Cleaning (Right Side)
„Close”-knop
4-1-2 Afstellen van de positie van het aanraakpaneel
User Setting/History
a
1
Klik op de „Preference”-knop.
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
Opmerking
Er zijn 4 items op het scherm „Preference”: „Panel Calibration”, „Backlight Setting”, „Sound Setting” en „Panel Cleaning”.
Preference
b
Klik op de „Panel Calibration”-knop.
 Het scherm „Panel Calibration” wordt geopend.
2
Nl-103
Panel Calibration
c
Klik op de „Start”-knop om kalibratie te starten.
d
Klik 1 seconde of langer op elk van de 5 punten in overeenstemming met de instructies op het scherm met gebruik van de stylus in overeenstemming met het bericht
op het scherm.
4
3
 Wanneer 5 punten zijn aangeklikt, verandert het scherm
naar het scherm „Panel Calibration (Confirmation)”.
Panel Calibration (Confirmation)
e
Klik op de 5 punten in overeenstemming met de instructies op het scherm met gebruik van de stylus.
 Aan het einde van de kalibratie, wordt het scherm „Preference” geopend.
5
Opmerking
Wanneer de kalibratie is mislukt, keert het display terug
naar het scherm „Panel calibration” uit stap d.
Herhaal dit totdat de juiste kalibratie is uitgevoerd.
4-1-3 Instellen van automatisch uitschakelen achtergrondverlichting
Preference
a
Klik op de „Backlight Setting”-knop.
 Het scherm „Backlight Setting” wordt geopend.
1
Backlight Setting
b
Stel de tijd in waarop de achtergrondverlichting automatisch wordt uitgeschakeld na het einde van de werking
van het aanraakscherm van 1 naar 60 minuten (1 minuut
interval) met gebruik van de knoppen „” en „” van
„Automatic Off Time”.
c
Aan het eind van instelling, klik op de „OK”-knop.
2
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
3
Nl-104
4-1-4 Instellen van achtergrondverlichting automatisch aan wanneer er een
fout optreedt
Preference
a
Klik op de „Backlight Setting”-knop.
 Het scherm „Backlight Setting” wordt geopend.
1
b
Klik op „Enable” van de „Automatic Lighting On (On
error)”-knop.
Kennisgeving
Wanneer ingesteld op uitschakelen, wordt de achtergrondverlichting niet automatisch ingeschakeld, zelfs niet wanneer er een fout optreedt.
Backlight Setting
2
3
Kennisgeving
Wanneer achtergrondverlichting werd ingeschakeld wanneer er een fout optrad, wordt deze niet uitgeschakeld
totdat het scherm wordt aangeraakt.
(wanneer het scherm wordt aangeraakt, wordt de achtergrondverlichting automatisch uitgeschakeld na de ingestelde tijd voor automatisch uitschakelen).
c
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
4-1-5 Instellen helderheid van achtergrondverlichting
Preference
a
Klik op de „Backlight Setting”-knop.
 Het scherm „Backlight Setting” wordt geopend.
1
Backlight Setting
b
Selecteer de helderheid uit 3 stappen met gebruik van
de knoppen „” en „” van „Helderheid”.
1 
Donker
2
c
3
2
 3
Helder
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
Nl-105
4-1-6 Instellen van de pieptoon van bedieningsbevestiging
Preference
a
Klik op de „Sound Setting”-knop.
 Het scherm „Sound Setting” wordt geopend.
1
Sound Setting
b
Om een pieptoon voort te brengen, klik op de „Enable”knop van „Operation Sound”.
Om geen pieptoon voort te brengen, klikt u op de
„Disable”-knop.
c
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
2
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
3
4-1-7 Instellen van de pieptoon van foutalarm
Preference
a
Klik op de „Sound Setting”-knop.
 Het scherm „Sound Setting” wordt geopend.
1
b
Sound Setting
2
3
Om een pieptoon voor foutalarm voort te brengen, klik
op de „Enable”-knop van „Error Alarm Sound”.
Om geen pieptoon voor foutalarm voort te brengen, klik
op de „Disable”-knop.
Opmerking
Wanneer ingesteld op inschakelen, wordt er een pieptoon
voortgebracht wanneer er een fout optreedt, zelfs als „Operation Sound” is uitgeschakeld. De pieptoon van het foutalarm
wordt voortgebracht totdat de fout is opgeheven of het scherm
wordt aangeraakt.
c
Aan het einde van het wijzigen van de instelling, klik op
de „OK”-knop.
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
Nl-106
4-1-8 Het oppervlak van het aanraakpaneel schoonvegen
Preference
a
Klik op de „Panel Cleaning”-knop.
 Het scherm „Panel Cleaning” wordt geopend.
1
Panel Cleaning (Left Side)
2
b
Veeg de linkerhelft van het aanraakpaneel schoon.
c
Klik na het schoonvegen op de „Next page”-knop.
d
Veeg de rechterhelft van het aanraakpaneel schoon.
e
Klik na het schoonvegen op de „Close”-knop.
3
Panel Cleaning (Right Side)
4
 Het scherm „Preference” wordt geopend.
5
Nl-107
Hoofdstuk 5 GESCHIEDENIS
5-1 Weergave geschiedenis
5-1-1 Hoofdschermen van geschiedenisinstelling
Error History
Scherm foutgeschiedenislijst
Verplaatsingsknop schermweergave (omhoog/omlaag)
Verplaatsingsknop schermweergave (links/
rechts)
„Close”-knop
„Export Data”-knop
„Erase All”-knop
Status History
Verplaatsingsknop afstandsbedieninggroep
(omhoog/omlaag)
Verplaatsingsknop geschiedenisscherm
(omhoog/omlaag)
Geschiedenisweergavescherm
„Close”-knop
„Export Data”-knop
„Erase All”-knop
Weergavescherm afstandsbedieninggroep
Nl-108
Operation History
Werkingsgeschiedenis lijstscherm
Verplaatsingsknop schermweergave (omhoog/omlaag)
„Close”-knop
„Export Data”-knop
„Erase All”-knop
Version
Versiescherm
„Close”-knop
5-1-2 Weergave van foutgeschiedenis
Monitor Mode (Icon)
1
● Van Monitorstandscherm naar Foutgeschiedenisscherm
a
Klik op de „Setting”-knop.
 Het scherm „User Setting/History” wordt geopend.
Opmerking
Ook hetzelfde als wanneer de „Setting”-knop werd aangeklikt in het scherm Monitorstand (Lijst).
User Setting/History
b
Click op de „History”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
2
Opmerking
Er zijn 4 knoppen op het scherm „History”: „Error History”,
„Status History”, „Operation History” en „Version”.
Nl-109
History
c
Klik op de „Error History”-knop.
 Het scherm „Error History” wordt geopend.
3
● „Error History” van elke binneneenheid, buiteneenheid
en aanraakschermbediening wordt weergegeven.
Opmerking
Het koelsysteemadres, binneneenheidadres, afstandsbedieningadres, foutgeneratiedatum/tijd en foutcode tot de
laatste 10 fouten worden weergegeven voor iedere binneneenheid.
Error History
d
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
4
5-1-3 Exporteren van foutgeschiedenisgegevens naar het externe geheugen
Error History
● Sluit een USB-geheugen aan op de aansluiting voor
extern geheugen.
a
Klik op de „Export Data”-knop.
 Het scherm „Exporting Data” wordt geopend.
1
 Het scherm „Exporting to external memory is complete”
wordt geopend.
 Exporten van bestanden eindigt.
3
Kennisgeving
Het bestand wordt opgeslagen onder de volgende naam
op het USB-geheugen.
Er + datum + tijd
Exporting Data Screen
Exporting to External Memory is complete
b
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „Error History” wordt geopend.
2
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting voor
extern geheugen.
Klik op de „Close”-knop.
c
 Het scherm „History” wordt geopend.
Nl-110
5-1-4 Verwijderen van alle foutgeschiedenisgegevens
Error History
a
Klik op de „Erase All”-knop.
 Het scherm „Erase All” wordt geopend.
1
3
Erase All
b
Klik op de „OK”-knop.
 Alle opgeslagen foutgeschiedenis wordt verwijderd.
c
2
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
5-1-5 Statusgeschiedenis weergeven
History
a
Klik op de „Status History”-knop.
 Het scherm „Status History” wordt geopend.
1
● „Status History” van elke binneneenheid wordt weergegeven.
Status History
b
Klik op de R.C. Groepsnaam die u wilt bevestigen in de
RC-groeplijst.
 De weergave van de geselecteerde naam wordt blauw.
2
 De geschiedenis van „Status History” van die RC-groep
wordt aan de rechterkant van het scherm weergegeven.
Opmerking
3
Gegevens van maximaal de laatste 100 items van datum,
tijd en werkingsstatus (aan/uit, werkingsstand, temperatuur
instellen, luchtstroom) van de geselecteerde RC-groep
worden weergegeven.
c
Aan het eind van bevestiging, klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
Nl-111
5-1-6 Exporteren van statusgeschiedenis naar het externe geheugen
Status History
● Sluit een USB-geheugen aan op de aansluiting voor
extern geheugen.
a
1
Klik op de „Export Data”-knop.
 Het scherm „Exporting Data” wordt geopend.
 Het scherm „Exporting to external memory is complete”
wordt geopend.
 Exporten van bestanden eindigt.
3
Kennisgeving
Het bestand wordt opgeslagen onder de volgende naam
op het USB-geheugen.
Dr + datum + tijd
Exporting Data Screen
Exporting to External Memory is complete
b
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „Status History” wordt geopend.
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting voor
extern geheugen.
2
c
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
5-1-7 Alle gegevens van statusgeschiedenis verwijderen
● „Status History”-gegevens verwijderen.
Status History
a
Klik op de „Erase All”-knop.
b
Klik op de „OK”-knop.
 Het scherm „Erase All” wordt geopend.
1
3
Erase All
 Alle opgeslagen statusgeschiedenis wordt verwijderd.
c
2
Nl-112
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
5-1-8 Weergeven van werkingsgeschiedenis
History
a
Klik op de „Operation History”-knop.
 Het scherm „Operation History” wordt geopend.
1
● De inhoud van de werking van andere apparaten op het
aanraakschermbediening en de inhoud van instellingswijzigingen gemaakt door de aanraakschermbediening
kunnen worden gecontroleerd.
Opmerking
De datum en de tijd dat de werking werd uitgevoerd, de
eenheden die een wijziging uitvoerden en de inhoud van
werking worden voor maximaal 100 items weergegeven.
Operation History
 Bevestiging eindigt.
b
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
2
5-1-9 Exporteren gegevens werkingsgeschiedenis naar het externe geheugen
Operation History
● Sluit een USB-geheugen aan op de aansluiting voor
extern geheugen.
a
1
Klik op de „Export Data”-knop.
 Het scherm „Exporting Data” wordt geopend.
 Het scherm „Exporting to external memory is complete”
wordt geopend.
 Exporten van bestanden eindigt.
3
Exporting to External Memory is complete
Kennisgeving
Het bestand wordt opgeslagen onder de volgende naam
op het USB-geheugen.
Op + datum + tijd
b
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „Operation History” wordt geopend.
● Koppel het USB-geheugen los van de aansluiting voor
extern geheugen.
Exporting Complete Screen
c
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
2
Nl-113
5-1-10 Verwijderen van alle werkingsgeschiedenisgegevens
Operation History
● Verwijder „Operation History”-gegevens.
a
Klik op de „Erase All”-knop.
 Het scherm „Erase All” wordt geopend.
1
3
Erase All
b
Klik op de „OK”-knop.
 Alle opgeslagen werkingsgeschiedenis wordt verwijderd.
c
2
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
5-1-11 Weergeven van versie-informatie
History
a
Klik op de „Version”-knop.
 Het scherm „Version” wordt geopend.
● Controleer inhoud van de softwareversie van de aanraakschermbediening.
1
Opmerking
De naam van het aanraakbedieningspaneel, het MACadres en informatie over de softwareversie kunnen worden
gecontroleerd in het „Version”-scherm.
 Bevestiging eindigt.
Version
b
Klik op de „Close”-knop.
 Het scherm „History” wordt geopend.
2
Nl-114
Hoofdstuk 6 ANDEREN
6-1 Buitenlijnen afmetingen
Eenheid: mm (in)
54 (2-1/8)
260 (10-1/4)
246 (9-11/16)
Nl-115
6-2 Specificaties
Modelnaam
UTY-DTGZ1
Voedingsspanning
1 ø AC100 - 240 V
Voedingsfrequentie
50/60 Hz
Energieverbruik
22 W
Beeldscherm
7.5-inch TFT kleuren LCD monitor (640 x 480 pixels),
met aanraakscherm
LED-indicator
Power LED (groen)
USB 2.0
Transmissie
Externe interface
Ethernetpoort
(Ethernetpoort is noodzakelijk voor verbinding op afstand met gebruik van
internet).
EXT IN: (Noodstop of batchwerking/stop, elektriciteitsmeter)
(Geen voltage contacten of voltage contacten kan geselecteerd worden)
EXT OUT: (Werkingsstatus, foutstatus)
Reset SW
Temperatuurbereik gebruik °C (°F)
0 tot 40 (32 tot 104)
Luchtvochtigheidsbereik gebruik (%)
0 tot 85 (geen condensatie)
Opslagtemperatuurbereik °C (°F)
-20 tot 70 (-4 tot 158)
Opslagluchtvochtigheidsbereik (%)
0 tot 85 (geen condensatie)
Afmetingen [B x D x H] mm (in)
260 x 246 x 54 (10-1/4 x 9-11/16 x 2-1/8)
Gewicht g (oz)
2150 (76)
* Het vloeibare kristallen paneel is gefabriceerd door middel van technologie met hoge precisie,
maar er kan 0.01% of minder gemengde pixels of continu opgelichte pixels voorkomen. Dit is geen
storing.
6-3 Foutcode
•Voor de details of de binneneenheid of buiteneenheid fout bij het controleren van de foutinhoud raadpleegt u
de foutcodes in elke installatiehandleiding
Foutcode
Nl-116
Inhoud
16.1
Transmissie PCB verbindingsfout
16.3
LAN communicatiefout
16.4
Netwerkcommunicatiefout randapparatuur
17.1
Fout verdeling elektrische lading
C1.1
Hoofd PCB fout
C2.1
Transmissie PCB fout
C3.1
PCB 1 fout
C8.1
Invoerapparaatfout
CF.1
Fout externe aansluiting (USB-geheugen)
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement