Toro HoverPro 500 Machine Walk Behind Mower Handleiding

advertisement

Toro HoverPro 500 Machine Walk Behind Mower Handleiding
Form No. 3371-458 Rev C
HoverPro®
450/500/550
Modelnr.: 02602—Serienr.: 312000001 en hoger
Modelnr.: 02604—Serienr.: 312000001 en hoger
Modelnr.: 02606—Serienr.: 312000001 en hoger
Gebruikershandleiding
Inleiding
U kunt het modelnummer en het serienummer noteren
in de ruimte hieronder:
Lees deze informatie zorgvuldig door, zodat u weet
hoe u de machine op de juiste wijze moet gebruiken
en onderhouden en om letsel en schade aan de
machine te voorkomen. U bent verantwoordelijk voor
het juiste en veilige gebruik van de machine. Bewaar
deze handleiding voor toekomstig gebruik.
U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro via
www.Toro.com voor informatie over productveiligheid
en accessoires, voor instructiematerialen aangaande
de bediening, om een dealer te vinden of om uw
product te registreren.
Als u service, originele Toro onderdelen of aanvullende
informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met
een erkende servicedealer of met de klantenservice
van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en
het serienummer van het product te vermelden. De
locatie van het plaatje met het modelnummer en
het serienummer van het product is aangegeven op
Figuur 1.
Modelnr.:
Serienr.:
Er worden in deze handleiding een aantal mogelijke
gevaren en een aantal veiligheidsberichten genoemd
(Figuur 2) met de volgende veiligheidssymbolen,
die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar
lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben
wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht
worden genomen.
g000502
Figuur 2
1. Veiligheidssymbool
Er worden in deze handleiding twee woorden gebruikt
om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.
Belangrijk attendeert u op bijzondere technische
informatie en Opmerking duidt algemene informatie
aan die bijzondere aandacht verdient.
Dit product voldoet aan alle relevante
Europese richtlijnen. Zie voor details de
aparte product-specifieke conformiteitsverklaring.
g017365
Figuur 1
1. Plaatje met modelnummer en serienummer
© 2017—The Toro® Company
8111 Lyndale Avenue South
Bloomington, MN 55420
Nettokoppel: Het bruto- en nettokoppel
van deze motor is door de motorfabrikant in
laboratoriumomstandigheden gemeten volgens
standaard J1349 van de Society of Automotive
Engineers (SAE). Omdat bij de configuratie
rekening is gehouden met de veiligheids- en
gebruiksvoorschriften, zal dit type machine in de
praktijk een veel lager motorkoppel hebben. Ga naar
www.Toro.com om de specificaties van het model van
uw machine te zien.
Laat de bedieningsorganen en het afgesteld
motortoerental ongemoeid, anders kan er een
onveilige situatie ontstaan waardoor u letsel kunt
oplopen.
Registreer uw product op www.Toro.com.Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL)
Gedrukt in het Verenigd Koninkrijk
Alle rechten voorbehouden *3371-458* C
Inhoud
• Deze machine mag uitsluitend worden gebruikt
door verantwoordelijke volwassenen die bekend
zijn met de instructies.
Inleiding .................................................................... 1
Veiligheid .................................................................. 2
Algemene gebruiksaanwijzing ............................ 2
Maaien op hellingen ........................................... 3
Kinderen ............................................................. 3
Onderhoud ......................................................... 3
Geluidsdruk ........................................................ 4
Geluidsniveau..................................................... 4
Trilling................................................................. 4
Veiligheids- en instructiestickers ........................ 5
Montage .................................................................... 7
1 De handgreep monteren .................................. 7
2 De motor bijvullen met olie ............................... 8
Algemeen overzicht van de machine ......................... 9
Gebruiksaanwijzing ................................................ 10
De brandstoftank vullen .................................... 10
Het motoroliepeil controleren............................ 10
De maaihoogte instellen ....................................11
De motor starten................................................11
De choke afstellen ............................................ 12
Motor afzetten .................................................. 13
Tips voor bediening en gebruik ......................... 13
Onderhoud .............................................................. 15
Aanbevolen onderhoudsschema ......................... 15
Voorbereidingen voor onderhoudswerkzaamheden ................................................... 15
Het luchtfilter vervangen ................................... 15
De motorolie verversen..................................... 16
Onderhoud van de bougie ................................ 16
De flexiblade/maaibalk vervangen .................... 17
De machine schoonmaken ............................... 17
Stalling .................................................................... 18
Voorbereidingen voor stalling ........................... 18
Problemen, oorzaak en remedie ............................. 19
• Onthoud dat de bestuurder verantwoordelijk is
voor ongevallen of schade aan andere personen
of hun eigendommen.
• Verwijder voorwerpen die door het mes of de
maaidraad kunnen worden weggeworpen, zoals
stenen, speelgoed, etc., uit het maaigebied. Blijf
achter de handgreep als de motor draait.
• Vóór u gaat maaien, moet u controleren of er zich
verder niemand in het werkgebied bevindt. Stop
de machine als iemand het maaigebied betreedt.
• Bedien de machine niet op blote voeten of met
sandalen aan. Draag altijd stevig schoeisel en een
lange broek.
• Trek de machine nooit achterwaarts, tenzij dit
strikt noodzakelijk is. Kijk altijd naar beneden en
achterom vóór en tijdens het achteruitrijden.
• Richt nooit afgevoerd materiaal op iemand.
Voorkom het afvoeren van materiaal tegen een
muur of afscherming. Materiaal kan terugketsen
richting de bediener van de maaier.
• Stop de motor van de machine als u oppervlakken
oversteekt die niet met gras zijn begroeid en
tijdens het transport van de machine van en naar
het te maaien gebied.
• Zet het maaimes/de maaimessen stil voordat u de
maaier schuin houdt, bijvoorbeeld voor transport,
bij het oversteken van een oppervlak zonder gras,
en bij het vervoer van en naar het te maaien
terrein.
• Gebruik de machine niet als er beveiligingsmiddelen ontbreken of als deze niet werken.
Veiligheid
• U mag een machine met draaiende motor nooit
onbeheerd achterlaten.
Deze maaimachine kan handen en voeten
amputeren en objecten uitwerpen. Als u de hierna
beschreven veiligheidsinstructies niet opvolgt,
kan dat ernstig letsel of de dood tot gevolg
hebben.
• Schakel de motor uit, wacht tot het maaimes
volledig tot stilstand is gekomen en koppel de
bougiekabel los vooraleer u de machine reinigt of
verstoppingen verwijdert.
• Bedien de machine uitsluitend bij daglicht of goed
kunstlicht.
Algemene gebruiksaanwijzing
• Gebruik de machine niet als u onder de invloed
van alcohol of drugs bent.
• Gebruik de maaier nooit op nat gras. Let op waar
• U moet alle instructies op de machine en in de
u uw voeten neerzet. U moet altijd wandelen,
nooit rennen.
handleiding(en) lezen en begrijpen vóór u begint
en deze uitvoeren.
• Als de machine abnormaal begint te trillen, moet
• Houd handen en voeten uit de buurt van de
u de motor afzetten en onmiddellijk nagaan wat
de oorzaak daarvan is. Trillingen duiden meestal
op problemen.
machine.
2
• Laat kinderen nooit de machine bedienen.
• Wees extra voorzichtig bij het naderen van blinde
• Draag altijd oogbescherming bij het bedienen van
de machine.
hoeken, struiken, bomen en andere objecten die
het zicht op een kind kunnen belemmeren.
• Raadpleeg voor het juiste gebruik en de juiste
installatie van toebehoren de instructies van
de fabrikant. Gebruik alleen door de fabrikant
goedgekeurde accessoires.
Onderhoud
Maaien op hellingen
Het veilig gebruiken van benzine
Hellingen zijn een belangrijke oorzaak van ongevallen
waarbij de gebruiker wegglijdt en ten val komt. Dit
kan leiden tot ernstig letsel. Het werken op hellingen
vereist altijd bijzondere voorzichtigheid. Als u zich bij
een helling ongemakkelijk voelt, maai die dan liever
niet.
Wees uiterst voorzichtig bij het omgaan met
benzine, om persoonlijk letsel en materiële schade
te voorkomen. Benzine is uiterst brandbaar en de
dampen zijn explosief.
• Doof alle sigaretten, sigaren, pijpen en andere
ontstekingsbronnen.
• Gebruik uitsluitend een goedgekeurd vat benzine.
• Verwijder nooit de dop van de brandstoftank en vul
nooit brandstof bij wanneer de motor loopt. Laat
de motor afkoelen voordat u brandstof bijvult.
• U mag de brandstoftank nooit binnenshuis
bijvullen.
• Bewaar de machine of brandstofhouder nooit bij
een open vlam, vonk of waakvlam bij bijv. een
geiser of andere apparaten.
• Vul vaten nooit in een voertuig of vrachtwagen
of op een oplegger met plastic afdekking. Zet
benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van
de machine vóór u de tank bijvult.
• Verwijder een machine met een benzinemotor
eerst van de vrachtwagen of aanhanger en tank
deze op de grond bij. Als dit niet mogelijk is, is
het beter dergelijke machines bij te vullen uit
een draagbaar vat in plaats met behulp van een
vulpistool van een benzinepomp.
• Houd het vulpistool in contact met de rand van de
benzinetank of het vat tot het tanken voltooid is.
Gebruik geen vergrendeling voor het vulpistool.
• Kleed u onmiddellijk om als er brandstof wordt
gemorst op uw kleding.
• Doe de brandstoftank nooit te vol. Plaats de dop
terug en draai deze goed vast.
• Maai dwars over een helling, nooit de helling op en
af. Ga zeer zorgvuldig te werk als u van richting
verandert op een helling.
• Kijk uit voor gaten, geulen, hobbels, stenen of
andere verborgen objecten. Oneffen terrein kan
ongevallen veroorzaken waarbij de gebruiker
wegglijdt en ten val komt. In hoog gras zijn
obstakels niet altijd zichtbaar.
• Maai geen nat gras of uitermate steile hellingen.
Het niet goed neerzetten van de voeten kan
ongevallen veroorzaken waarbij de gebruiker
wegglijdt en ten val komt.
• Maai niet in de buurt van steile hellingen, greppels
of dijken. U loopt dan de kans weg te glijden of uw
evenwicht te verliezen.
• Houd bij het werken met de HoverPro altijd beide
handen op de duwboom.
• Als u steile hellingen wilt maaien vanaf de top van
de helling en een groter bereik nodig hebt, bind
de HoverPro dan nooit aan een touw. Gebruik de
optieset met duwboomverlenging.
Kinderen
Er kunnen fatale ongelukken gebeuren als de
gebruiker van de machine niet alert is op de
aanwezigheid van kinderen. Kinderen worden vaak
aangetrokken door de machine en de werkzaamheden
die ermee worden verricht. Ga er nooit van uit dat
kinderen op de plaats blijven waar u ze het laatst
heeft gezien.
WAARSCHUWING
De uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, een
reukloos, dodelijk gif.
Laat de motor niet binnenshuis of in een
afgesloten ruimte draaien.
• Houd kinderen uit de buurt van de plaats waar
gemaaid wordt en plaats ze onder toezicht van
een andere verantwoordelijke volwassene dan de
bediener van de maaier.
Algemeen onderhoud
• Gebruik de machine nooit in een afgesloten ruimte.
• Draai alle moeren en bouten regelmatig strak aan,
• Let goed op en zet de machine af als kinderen het
werkgebied betreden.
zodat de machine steeds veilig in het gebruik is.
3
• Zet de gashendel terug terwijl u de motor afzet.
• Knoei nooit met de veiligheidsvoorzieningen.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Controleer regelmatig of ze goed werken.
Houd de machine vrij van gras, bladeren, of
andere opgehoopte rommel. Ruim gemorste
olie of brandstof op en verwijder eventuele met
brandstof vervuilde materialen. Laat de motor
afkoelen vóór u de machine stalt.
Als u een vreemd object raakt, moet u stoppen en
de machine inspecteren. Indien nodig repareren
vóór u de maaimachine opnieuw start.
Verricht nooit onderhouds- of reparatiewerkzaamheden als de motor loopt. Maak de bougiekabel
en aardingskabel los van de motor om onbedoeld
starten te voorkomen.
De maaimessen zijn scherp. Omwikkel het
maaimes of draag handschoenen en wees extra
voorzichtig als u onderhoudswerkzaamheden aan
het maaimes uitvoert.
Verander nooit de stand van de toerenregelaar
van de motor en laat de motor niet te snel draaien.
Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers
in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.
Onthoud dat de bestuurder verantwoordelijk is
voor ongevallen of schade aan andere personen
of hun eigendommen.
Als er brandstof gemorst is, mag u de motor niet
aanzetten, maar dient u eerst de maaimachine
te verplaatsen. Zorg ervoor dat er geen
ontstekingsbronnen in de buurt van de gemorste
brandstof komen totdat de benzinedamp
verdwenen is.
Vervang geluiddempers die gebreken vertonen.
Controleer vóór het gebruik de messen,
bevestigingsbouten en het maaimechanisme altijd
op sporen van slijtage of beschadiging. Vervang
versleten of beschadigde messen en bouten
altijd als complete set om een goede balans te
behouden.
De machine mag nooit worden opgetild of
gedragen terwijl de motor nog loopt.
Schakel de motor uit en koppel de bougiekabel
los. Controleer of alle bewegende onderdelen
volledig tot stilstand zijn gekomen:
– Voordat u verstoppingen verwijdert.
– Voordat u de machine gaat controleren,
schoonmaken of andere werkzaamheden gaat
uitvoeren.
– Als u een vreemd voorwerp hebt geraakt.
Controleer de machine op beschadigingen en
voer alle benodigde reparaties uit voordat u de
HoverPro opnieuw gebruikt.
– Als de maaimachine abnormaal begint te trillen.
– telkens als u de machine verlaat.
– Voordat u brandstof tankt.
•
•
•
•
•
•
•
•
Als de machine met een brandstofafsluitklep is
uitgerust, draai deze dan dicht als het maaiwerk
voltooid is.
Laat de motor afkoelen voordat u de machine in
een afgesloten ruimte opslaat.
Vervang versleten of beschadigde onderdelen met
het oog op een veilig gebruik.
Als de brandstoftank moet worden afgetapt, dient
dit buiten plaats te vinden.
Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen
stellen aan de leeftijd van degene die met de
machine werkt.
Draag altijd oorbescherming.
Houd de machine niet schuin als u de motor
aanzet, behalve als dat moet om te starten. Houd
de machine in dat geval niet schuiner dan nodig
is, en til alleen de zijde op die het verst van u
verwijderd is.
Controleer de machine regelmatig en vervang
versleten of beschadigde onderdelen met het oog
op de veiligheid.
Alleen 02602 – Vervang de maaieenheid nooit
door metalen onderdelen en gebruik alleen
maaieenheden en -onderdelen die geschikt zijn
voor gebruik met de bedrijfssnelheid van de
HoverPro 450.
Geluidsdruk
Deze machine oefent een geluidsdruk van 90 dBA
(model 02602), 88,5 dBA (model 02604) of 88 dBA
(model 02606) uit op het gehoor van de bestuurder
met een onzekerheidswaarde (K) van 2 dBA. De
geluidsdruk is vastgesteld volgens de procedures in
EN 836.
Geluidsniveau
Deze machine heeft een gegarandeerd geluidsniveau
van 100 dBA (modellen behalve 02602) of
98 dBA uit (modellen 02604 en 02606) met een
onzekerheidswaarde (K) van 2 dBA. Het geluidsniveau
is vastgesteld volgens de procedures in ISO 11094.
Trilling
Gemeten trillingsniveau op de linkerhand = 5,4 m/s2
(modellen 02602 en 02604) of 4,0 m/s2 (model
02606).
Gemeten trillingsniveau op de rechterhand = 6,2 m/s2
(model 02602), 4,3 m/s2 (model 02604), 4,7 m/s2
(model 02606).
Onzekerheidswaarde (K) = 3 m/s2 (model 02602),
2,5 m/s2 (model 02604), of 2 m/s2 (model 02606).
4
De gemeten waarden zijn bepaald volgens de
procedures in EN 836.
Veiligheids- en instructiestickers
Belangrijk: Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan
ontstaan. Vervang beschadigde stickers.
decal111-5392
111-5392 (model 02602)
1. Waarschuwing – Instructie over het product is vereist; lees de
Gebruikershandleiding.
4. De machine kan voorwerpen uitwerpen; houd omstanders op
een afstand van ten minste 15 m van de machine.
2. Gevaar op snijden of verliezen van handen en voeten,
Flexiblade draad; koppel de bougiekabel los voordat u
werkzaamheden verricht aan de machine; nooit metalen
maaionderdelen installeren.
3. Waarschuwing – Draag oog- en gehoorbescherming.
5. Waarschuwing – Hete oppervlakken niet aanraken; laat
beschermplaten op hun plaats; Blijf uit de buurt van
bewegende onderdelen; laat beschermplaten op hun plaats.
decal111-5393
111-5393 (modellen 02604/02606)
1. Waarschuwing – Instructie over het product is vereist; lees de
Gebruikershandleiding.
4. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Houd omstanders
uit de buurt van de machine.
2. Gevaar op snijden of verliezen van handen en voeten,
maaimes – koppel de bougiekabel los voordat u
werkzaamheden verricht aan de machine; nooit metalen
maaionderdelen installeren.
3. Waarschuwing – Draag oog- en gehoorbescherming.
5. Waarschuwing – Hete oppervlakken niet aanraken; laat
beschermplaten op hun plaats; Blijf uit de buurt van
bewegende onderdelen; laat beschermplaten op hun plaats.
5
decal94-8072
94-8072
1. Waarschuwing – Gevaar op snijden of verlies van handen
of voeten, maaimechanisme.
g017414
1. Choke
2. Motorsymbool
g017409
H295124
1. Instructies voor de oriëntatie van de machine met het oog
op onderhoud van het maaimechanisme en het aftappen
van olie.
g017410
H295159
1. Motor – Afzetten
6
3. Lopen
Montage
Opmerking: Plaats de onderste handgreep
tussen de bussen met de veiligheidsinrichting
aan de rechterkant.
1
3.
Herhaal deze procedure aan de andere kant.
4.
Zorg ervoor dat de gaten van de bovenste
handgreep overeenkomen met die van de
onderste handgreep.
De handgreep monteren
Geen onderdelen vereist
Procedure
1.
Schuif 2 bussen op het frame.
g017328
Figuur 4
1. Bovenste deel van de
handgreep
4. U-bout
2. Handwiel
5. Onderste deel van de
handgreep
3. Ring
g017333
Figuur 3
1. Onderste deel van de
handgreep
4. Frame
2. Bussen
3. Moer
5. Bout
6. Ringen
2.
Plaats de onderste handgreep tussen de bussen
en bevestig met 1 handgreepbout, 2 ringen en
1 moer.
7
5.
Breng de U-bout door de bovenste en onderste
handgreep en bevestig met een ring en een
handwiel.
6.
Bevestig de gasinrichting aan de buitenkant van
de duwboom en bevestig met een moer en een
platkopschroef.
g017332
Figuur 6
1. Oliepeil maximaal.
3. Oliepeil te laag: vul olie bij.
2. Oliepeil te hoog: tap olie
af uit het carter.
g017337
Figuur 5
3.
2
Giet langzaam olie in de vulbuis. Wacht
3 minuten en controleer het oliepeil met de
peilstok door de peilstok schoon te vegen en
in de vulbuis te steken zonder deze vast te
schroeven (Figuur 7).
De motor bijvullen met olie
Geen onderdelen vereist
Procedure
Belangrijk: Uw machine wordt geleverd zonder
olie in het carter. Vul het carter met olie voordat u
de motor start.
g017338
Max. olievolume: 0,59 l, type: multigrade minerale
olie 10W-30 met een minimale classificatie van SF,
SG, SH, SJ, SL of hoger volgens het American
Petroleum Institute (API).
1.
Plaats de machine op een horizontaal oppervlak.
2.
Verwijder de peilstok (Figuur 6).
Figuur 7
Opmerking: Vul het carter van de motor
met olie tot u een correct oliepeil afleest op
de peilstok zoals getoond in Figuur 6. Als u
te veel olie in de motor hebt gedaan, moet u
deze aftappen zoals wordt uitgelegd onder De
motorolie verversen (bladz. 16).
4.
Plaats de peilstok terug en draai deze goed vast.
Belangrijk: Ververs de motorolie na de
eerste 5 bedrijfsuren; daarna moet dit elk
jaar gebeuren. Zie De motorolie verversen
(bladz. 16).
8
Algemeen overzicht
van de machine
g017335
Figuur 9
g017341
Figuur 8
2. Motor – Starten
3. Gashendel
6. Bevestigingsknop
duwboom
7. Uitlaatscherm
8. Motorkap
4. Motorstophendel
9. Peilstok
1. Brandstoftankdop
5. Duwboom
9
1. Bougie
6. Brandstoftankdop
2. Uitlaatscherm
7. Vingerscherm
3. Uitlaat
4. Peilstok
5. Startgreep
8. Luchtfilter
9. Carburator
Gebruiksaanwijzing
De brandstoftank vullen
GEVAAR
Benzine is uitermate ontvlambaar en
explosief. Brand of explosie van benzine kan
brandwonden veroorzaken.
• Om te voorkomen dat een statische lading
de benzine tot ontbranding kan brengen,
moet u het benzinevat en/of de machine
voordat u de tank vult op de grond
plaatsen, niet op een voertuig of een ander
object.
• Vul de brandstoftank in de open lucht
wanneer de motor koud is. Neem gemorste
benzine op.
g017340
Figuur 10
• Rook niet als u omgaat met benzine, en
houd benzine uit de buurt van open vuur
of brandstof.
Het motoroliepeil
controleren
• Bewaar benzine in een goedgekeurd
benzinevat en buiten bereik van kinderen.
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
1. Plaats de machine op een horizontaal oppervlak.
2. Verwijder de peilstok en veeg deze af met een
schone doek.
3. Steek de peilstok in de vulbuis maar schroef
deze niet vast.
4. Haal de peilstok eruit en controleer het oliepeil.
5. Raadpleeg Figuur 11 om het juiste oliepeil op
de peilstok te bepalen.
Vul de brandstoftank met verse loodvrije, normale
benzine met een octaangetal van ongeveer 87 van
een bekend merk (Figuur 10).
Belangrijk: Gebruik geen brandstof met meer
dan 10 % ethanol. Gebruik van alternatieve
brandstoffen met een hoog alcoholgehalte kunnen
startproblemen, slechte motorprestaties en
interne motorschade veroorzaken.
Belangrijk: Om startproblemen bij het volgende
seizoen te verminderen, moet u het hele seizoen
een stabilizer toevoegen aan de benzine. Gebruik
nooit benzine die ouder is dan 30 dagen.
g017332
Figuur 11
1. Oliepeil maximaal.
2. Oliepeil te hoog: tap olie
af uit het carter.
10
3. Oliepeil te laag: vul olie bij.
6.
Giet als het oliepeil te laag is langzaam olie in
de vulbuis. Wacht 3 minuten en controleer het
oliepeil met de peilstok door de peilstok schoon
te vegen en in de vulbuis te steken zonder deze
vast te schroeven.
Opmerking: Maximaal vullen: 0,59 l,
multigrade minerale olie 10W-30 met een
minimale classificatie van SF, SG, SH, SJ, SL
van het American Petroleum Institute (API).
Opmerking: Vul het carter van de motor
g017336
Figuur 12
met olie tot u een correct oliepeil afleest op
de peilstok zoals getoond in Figuur 11. Als u
te veel olie in de motor hebt gedaan, moet u
deze aftappen zoals wordt uitgelegd onder De
motorolie verversen (bladz. 16).
7.
1. Maaibalk
3. Bevestigingsbout
2. Afstandsstukken
4. Bout
Plaats de peilstok terug en draai deze goed vast.
Belangrijk: Ververs de motorolie na de
eerste 5 bedrijfsuren; daarna moet dit elk
jaar gebeuren. Zie De motorolie verversen
(bladz. 16).
De maaihoogte instellen
WAARSCHUWING
Bij het instellen van de maaihoogte kunt u in
aanraking komen met een bewegend mes. Dit
kan ernstig letsel veroorzaken.
• Zet de motor af en wacht totdat alle
bewegende onderdelen tot stilstand
gekomen zijn.
• Gebruik handschoenen als u
werkzaamheden verricht aan het
flexiblade of de maaibalk.
g017331
Figuur 13
1. Afstandsstukken
2. Bevestigingsbout
3. Bout
Opmerking: Het grote afstandsstuk moet altijd
direct onder de propeller geplaatst worden.
De motor starten
VOORZICHTIG
Als de motor heeft gelopen, kan de
geluiddemper heet zijn en ernstige
brandwonden veroorzaken. Blijf uit de buurt
van een hete geluiddemper.
1.
Zet de maaihoogte op de gewenste stand.
1.
Draai de brandstofschakelaar op uit.
2.
Verwijder de bougiekabel van de bougie.
3.
Kantel de machine op haar linkerkant.
4.
Verwijder flexiblade/maaibalk. Draag hierbij
beschermende handschoenen.
5.
Verwijder de bevestigingsbout.
6.
Stel de afstandsstukken weer in op de gewenste
hoogte en breng de flexiblade/maaibalk
vervolgens opnieuw aan (Figuur 12, Figuur 13).
4. Flexiblade
5. Bevestigingsbout
11
Plaats de gashendel in de chokestand. Zorg
ervoor dat de brandstofschakelaar zich in de
Aan-stand bevindt.
g017346
Figuur 14
2.
Houd de motorstophendel tegen de handgreep.
g017329
Figuur 16
4.
Trek aan de handgreep van het startkoord.
Opmerking: Als de motor na enkele pogingen niet
wil starten, moet u contact opnemen met een erkende
Service Dealer.
De choke afstellen
Gebruik de gasinrichting om de choke af te stellen
(Figuur 17).
g017334
Figuur 15
1. Handgreep
3.
2. Motorstophendel
Plaats uw voet op het maaidek en kantel de
machine in uw richting (Figuur 16).
12
g017366
Figuur 18
Tips voor bediening en
gebruik
Algemene maaitips
g017367
Figuur 17
1. Choke aan
WAARSCHUWING
2. Choke uit
Gebruik van de machine op hellingen steiler
dan 45° leidt tot ernstige beschadiging van de
motor door onvoldoende smering. Mogelijk
kunnen kleppen vast komen te zitten, zuigers
gekrast worden of krukaslagers verbranden.
Motor afzetten
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
• Voordat u de machine op een helling of
talud gebruikt moet u deze onderzoeken
en de hellingsgraad bepalen.
Om de motor af te zetten, laat u de bedieningsstang
van het maaimes los (Figuur 18).
Belangrijk: Als u de motorstophendel loslaat,
• Gebruik de machine niet op hellingen
steiler dan 45°.
moeten zowel de motor als de messen binnen de
3 seconden stoppen. Als dit niet gebeurt, mag
u de machine niet verder gebruiken en moet u
contact opnemen met een erkende servicedealer.
• Verwijder stokken, stenen, draden, takken
en ander vuil die het mes kan raken, uit het
werkgebied.
• Zorg ervoor dat het mes geen vaste voorwerpen
raakt. Maai nooit met opzet over voorwerpen.
• Als de maaimachine toch een voorwerp raakt en
begint te trillen, moet u meteen de motor afzetten,
de bougiekabel losmaken en de maaimachine op
beschadiging controleren.
• De beste resultaten krijgt u door een nieuw mes te
monteren voordat het maaiseizoen begint.
• Vervang indien nodig het maaimes door een Toro
mes.
13
Gras maaien
• U moet telkens niet meer dan ongeveer één derde
van de grassprieten afmaaien. Maai niet met een
stand lager dan 30 mm (02602/02604) of 32 mm
(02606), tenzij de grasmat dun is, of als het laat in
het najaar is wanneer het gras langzamer begint
te groeien. Zie De maaihoogte instellen.
• Het wordt afgeraden om gras te maaien dat
langer is dan 15 cm. Als het gras te hoog is, kan
de machine verstopt raken en de motor afslaan.
• Maai uitsluitend droog gras of droge bladeren. Nat
gras en natte bladeren gaan aankoeken, waardoor
de maaimachine verstopt kan raken of de motor
kan afslaan.
WAARSCHUWING
Als u nat gras en natte bladeren maait,
kunt u uitglijden, in aanraking komen met
het mes en ernstig letsel oplopen. Maai
uitsluitend in droge omstandigheden.
• Maai steeds in wisselende richtingen. Hierdoor
wordt het maaisel beter over het gazon verstrooid,
zodat het gazon gelijkmatig wordt bemest.
• Als u met het uiterlijk van het voltooide gazon niet
tevreden bent, probeer dan een of meer van de
volgende stappen:
– Vervang het maaimes/de draad of laat het mes
slijpen.
– Loop langzamer tijdens het maaien.
– Stel de maaimachine in op een hogere
maaihoogte.
– Maai het gras vaker.
– Laat de maaibanen overlappen in plaats van
steeds een volledig nieuwe baan te maaien.
Bladeren fijnmaken
• Na het maaien moet altijd 50% van het gazon
zichtbaar blijven door de bladerlaag. Dit kan een of
meerdere rondgangen over de bladeren vereisen.
• Als de maaimachine de bladeren niet fijn genoeg
maakt, is het beter om wat langzamer te maaien.
14
Onderhoud
Opmerking: Bepaal vanuit de normale bestuurderspositie de linker- en rechterzijde van de machine.
Aanbevolen onderhoudsschema
Onderhoudsinterval
Onderhoudsprocedure
Na de eerste 5 bedrijfsuren
• Ververs de motorolie.
Bij elk gebruik of dagelijks
• Het motoroliepeil controleren.
• Controleer of de motor binnen 3 seconden stopt nadat u de bedieningsstang van
het maaimes hebt losgelaten.
• Verwijder maaisel en vuil van de onderkant van de machine.
Om de 100 bedrijfsuren
Vóór de stalling
Jaarlijks
• Bougie controleren en indien nodig vervangen.
• Laat de benzine uit de brandstoftank lopen voordat u vereiste reparaties uitvoert of
de machine stalt.
• Reinig het koelsysteem, verwijder maaisel of vuil van de koelribben van de motor en
van de startmotor. Reinig het systeem vaker in vuile omstandigheden.
• Het luchtfilter vervangen (vaker als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile
omstandigheden).
• Ververs de motorolie.
• Vervang het maaimes of laat het slijpen (vaker als de snijrand snel bot wordt).
Voorbereidingen voor onderhoudswerkzaamheden
1.
2.
3.
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand gekomen zijn.
Nadat u de onderhoudswerkzaamheden hebt
uitgevoerd, moet u de kabel weer aansluiten op
de bougie.
WAARSCHUWING
Trek de bougiekabel los van de bougie (Figuur
19) voordat u onderhoudswerkzaamheden
uitvoert.
Als u de machine kantelt, kan er
benzine uit de tank lekken. Benzine
is ontvlambaar en explosief en kan
brandwonden veroorzaken.
Laat de motor drooglopen of pomp de
benzine met een handpomp uit de tank.
Gebruik nooit een hevel.
Belangrijk: Kantel de maaimachine altijd op
de zijkant, met de peilstok omlaag.
Het luchtfilter vervangen
Onderhoudsinterval: Jaarlijks
1.
g017342
Figuur 19
1. Bougiekabel
15
Druk de lippen van de vergrendeling op de
bovenzijde van het luchtfilterdeksel omlaag
(Figuur 20).
3.
Verwijder de bougiekabel van de bougie. Zie
Voorbereidingen voor stalling (bladz. 18).
4.
Verwijder de peilstok.
5.
Kantel de machine op de zijkant (met de peilstok
omlaag) om de gebruikte olie via de vulbuis weg
te laten lopen.
6.
Zet de maaimachine terug in de bedrijfsstand.
7.
Giet langzaam olie in de vulbuis. Wacht
3 minuten en controleer het oliepeil met de
peilstok door de peilstok schoon te vegen en
in de vulbuis te steken zonder deze vast te
schroeven.
g017339
Opmerking: Max. olievolume: 0,59 l, type:
Figuur 20
1. Deksel
2. Lippen van vergrendeling
multigrade minerale olie 10W-30 met een
minimale classificatie van SF, SG, SH, SJ, SL of
hoger volgens het American Petroleum Institute
(API).
3. Filter
2.
Open het deksel.
3.
Verwijder het filter (Figuur 20).
4.
Inspecteer het filter en vervang dit als het
beschadigd of heel erg vuil is.
5.
Inspecteer het papieren luchtfilterelement.
A.
Als het filter is beschadigd of nat is van olie
of brandstof, moet u het vervangen.
B.
Als het luchtfilter vuil is, klop er dan een
paar keer mee op een harde ondergrond
of blaas met perslucht onder een druk van
minder dan 2,07 bar door de zijde van het
filter die naar de motor is gericht.
Opmerking: Vul het carter van de motor met
olie tot u een correct oliepeil afleest op de
peilstok zoals getoond in (Figuur 21). Als u te
veel olie in de motor hebt gedaan, moet u deze
aftappen zoals wordt uitgelegd in stap 5.
Opmerking: Borstel het vuil niet uit het
filter, als u borstelt wordt het vuil in de
vezels geduwd.
6.
Verwijder vuil van de luchtfilterbehuizing en het
deksel met een vochtige doek. Veeg geen vuil
in de luchtgang.
7.
Plaats het filter op de juiste plaats.
8.
Plaats het deksel terug.
g017332
Figuur 21
1. Oliepeil maximaal.
3. Oliepeil te laag: vul olie bij.
2. Oliepeil te hoog: tap olie
af uit het carter.
De motorolie verversen
Onderhoudsinterval: Na de eerste 5 bedrijfsuren
8.
Plaats de peilstok terug en draai deze goed vast.
9.
Geef de oude olie af bij een erkend inzamelpunt.
Jaarlijks
1.
2.
Controleer of de brandstoftank weinig of geen
brandstof bevat zodat de brandstof niet lekt als
u de maaier op de zijkant kantelt.
Onderhoud van de bougie
Voordat u de olie ververst, moet u de motor
enkele minuten laten lopen zodat de olie warm
wordt.
Controleer de bougie om de 100 bedrijfsuren. Gebruik
een Champion RN9YC bougie of een bougie van een
equivalent type.
Onderhoudsinterval: Om de 100 bedrijfsuren
Opmerking: Warme olie is vloeibaarder en
1.
voert vervuilingen beter mee.
16
Zet de motor af en wacht totdat alle bewegende
onderdelen tot stilstand gekomen zijn.
2.
Verwijder de bougiekabel van de bougie.
3.
Maak de omgeving van de bougie schoon.
4.
Haal de bougie uit de cilinderkop.
Belangrijk: Als de bougie gebarsten of vuil
is, moet deze worden vervangen. U mag
de elektroden niet reinigen omdat hierdoor
gruis in de cilinder terecht kan komen. Dit
leidt meestal tot beschadiging van de motor.
5.
Stel de elektrodenafstand in op 0,76 mm (Figuur
22).
1.
Maak de bougiekabel los van de
bougie. Zie Voorbereidingen voor
onderhoudswerkzaamheden.
2.
Kantel de maaimachine op zijn zij met het
luchtfilter naar boven.
3.
Gebruik een blok hout om het mes stil te houden.
4.
Verwijder het mes (draai de mesbout linksom)
en bewaar alle bevestigingsmaterialen.
5.
Plaats het nieuwe mes (draai de mesbout
rechtsom) en alle bevestigingsmaterialen.
Belangrijk: De gebogen uiteinden van het
mes moeten naar de machine wijzen.
6.
Gebruik een momentsleutel om de mesbout
vast te draaien met een torsie van 25 N·m.
Belangrijk: Een bout die is vastgedraaid
met een torsie van 25 N·m zit erg vast. Zet
het mes vast met een stuk hout en plaats uw
volle gewicht achter de (dop)sleutel om de
bout goed vast te draaien. Het is erg moeilijk
om deze bout te vast aan te draaien.
g017548
Figuur 22
1. Centrale elektrode met isolator
2. Massa-elektrode
3. Elektrodenafstand (niet op schaal weergegeven)
De machine schoonmaken
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
6.
Plaats de bougie en de pakkingafdichting.
7.
Draai de bougie vast met een torsie van 20 N·m.
8.
Sluit de bougiekabel aan op de bougie.
WAARSCHUWING
Er kan materiaal losraken dat zit vastgekoekt
aan de onderkant van de maaimachine.
De flexiblade/maaibalk
vervangen
• Draag oogbescherming.
• Blijf in de bedrijfsstand (achter de
handgreep).
Onderhoudsinterval: Jaarlijks
• Houd omstanders uit de buurt.
Belangrijk: U hebt een momentsleutel nodig om
het mes op correcte wijze te monteren. Als u geen
momentsleutel hebt of niet goed weet hoe u de
montage moet uitvoeren, kunt u contact opnemen
met een erkende servicedealer.
Controleer het mes wanneer de benzinetank leeg
is. Een beschadigd of gescheurd mes moet direct
worden vervangen. Als de snijrand bot is of bramen
vertoont, moet u het mes laten slijpen of vervangen.
WAARSCHUWING
Het maaimes is scherp, contact met het
maaimes kan ernstig lichamelijk letsel
veroorzaken.
• Verwijder de bougiekabel van de bougie.
• Gebruik handschoenen als u het mes
monteert.
17
1.
Kantel de maaimachine op de zijkant.
2.
Gebruik een borstel of perslucht om gras en
vuil van het uitlaatscherm, de bovenste kap
en de aangrenzende maaidekoppervlakken te
verwijderen.
Stalling
Stal de maaimachine op een koele, schone, droge
plaats.
Voorbereidingen voor
stalling
WAARSCHUWING
Benzinedampen kunnen tot ontploffing
komen.
• Bewaar benzine niet langer dan 30 dagen.
• Stal de machine nooit in een afgesloten
ruimte in de nabijheid van open vuur.
• Laat de motor afkoelen voordat u de
machine stalt.
1.
Als u de tank voor de laatste keer van het
jaar vult, moet u een stabilizer toevoegen aan
de benzine volgens de voorschriften van de
fabrikant.
2.
Laat de motor lopen totdat hij afslaat door
gebrek aan brandstof.
3.
Gebruik de hulpstarter en start de motor
nogmaals.
4.
Laat de motor lopen totdat deze afslaat. Als
de motor niet meer wil starten, is de brandstof
voldoende verbruikt.
5.
Verwijder de bougiekabel van de bougie.
6.
Verwijder de bougie, giet 30 ml olie in
het bougiegat en trek verschillende keren
langzaamaan het startkoord om de olie over de
cilinderwand te verspreiden teneinde corrosie in
de stallingsperiode te voorkomen.
7.
Plaats de bougie en draai hem met behulp van
een momentsleutel vast met een torsie van
20 N·m.
8.
Draai alle moeren, bouten en schroeven goed
aan.
18
Problemen, oorzaak en remedie
Probleem
De motor start niet.
Mogelijke oorzaak
Remedie
1. De bougiekabel is niet aangesloten op
de bougie.
1. Sluit de bougiekabel aan op de bougie.
2. De ventilatieopening in de
brandstoftankdop is verstopt.
2. De ventilatieopening van de
brandstoftankdop reinigen of dop
vervangen.
3. De bougie controleren en indien nodig
de elektrodenafstand afstellen. De
bougie vervangen als deze aangetast,
vuil of gebarsten is.
4. Brandstoftank aftappen en vullen met
verse benzine. Neem contact op met
een erkende servicedealer, als het
probleem blijft voortduren.
3. De bougie is aangetast, vuil, of de
elektrodenafstand is niet correct
afgesteld.
4. Brandstoftank leeg of oude benzine in
het brandstofsysteem.
De motor start moeilijk of verliest
vermogen
1. De ventilatieopening in de
brandstoftankdop is verstopt.
1. De ventilatieopening van de
brandstoftankdop reinigen of dop
vervangen.
2. Het luchtfilterelement is vuil en
belemmert de luchtstroom.
3. De onderkant van de maaikast is
bedekt met maaisel en vuil.
4. De bougie is aangetast, vuil, of de
elektrodenafstand is niet correct
afgesteld.
2. Het schuimelement reinigen en/of het
papierelement vervangen.
3. De onderkant van de maaikast
reinigen.
4. De bougie controleren en indien nodig
de elektrodenafstand afstellen. De
bougie vervangen als deze aangetast,
vuil of gebarsten is.
5. Motoroliepeil controleren. Ververs de
olie als deze vuil is of tap olie af tot
het oliepeil tot de Vol-markering op de
peilstok staat.
6. Brandstoftank aftappen en vullen met
verse benzine.
5. Het oliepeil is te laag, te hoog of de
olie is heel erg vuil.
6. De brandstoftank bevat oude benzine.
De motor loopt onregelmatig
De maaimachine of de motor trilt
abnormaal
Ongelijkmatig maaipatroon
1. De bougiekabel is niet aangesloten op
de bougie.
1. Sluit de bougiekabel aan op de bougie.
2. De bougie is aangetast, vuil, of de
elektrodenafstand is niet correct
afgesteld.
3. Het luchtfilterelement is vuil en
belemmert de luchtstroom.
2. De bougie controleren en indien nodig
de elektrodenafstand afstellen. De
bougie vervangen als deze aangetast,
vuil of gebarsten is.
3. Het schuimelement reinigen en/of het
papierelement vervangen.
1. De onderkant van de maaikast is
bedekt met maaisel en vuil.
1. De onderkant van de maaikast
reinigen.
2. De bevestigingsbouten van de motor
zitten los.
3. De bevestigingsbout van het maaimes
zit los.
4. Het mes is verbogen of uit balans.
2. De bevestigingsbouten van de motor
vastdraaien.
3. De bevestigingsbout van het maaimes
vastdraaien.
4. Het mes balanceren. Het mes
vervangen als dit is verbogen.
1. U maait steeds in hetzelfde patroon.
1. In een ander patroon maaien.
2. De onderkant van de maaikast is
bedekt met maaisel en vuil.
3. Het mes is bot.
2. De onderkant van de maaikast
reinigen.
3. Mes slijpen en balanceren.
19
Opmerkingen:
Opmerkingen:
Privacyverklaring voor Europa
De informatie die Toro verzamelt
Toro Warranty Company (Toro) respecteert uw privacy. Om uw aanspraak op garantie te behandelen en contact met u op te nemen in het geval van een
terugroepactie vragen wij bepaalde persoonsgegevens, hetzij direct of via uw lokale Toro-verdeler.
Het Toro garantiesysteem wordt gehost op servers in de Verenigde Staten, waar de privacywet mogelijk niet dezelfde bescherming biedt als in uw land.
DOOR UW PERSOONLIJKE GEGEVENS MET ONS TE DELEN STEMT U IN MET DE VERWERKING VAN UW PERSOONSGEGEVENS ZOALS
BESCHREVEN IN DEZE PRIVACYVERKLARING.
Hoe Toro informatie gebruikt
Toro kan uw persoonsgegevens gebruiken om uw aanspraak op garantie te behandelen of in het geval van een terugroepactie. Toro kan uw informatie
delen met zijn afdelingen, verdelers of andere zakenpartners in verband met deze activiteiten. We gebruiken geen persoonsgegevens die verstrekt
werden met betrekking tot garanties voor marketingdoeleinden, noch geven of verkopen we persoonsgegevens die verstrekt werden met betrekking tot
garanties aan andere bedrijven voor marketingdoeleinden. We behouden ons het recht voor om persoonsgegevens te delen teneinde te voldoen
aan geldende wetten en verzoeken van de aangewezen autoriteiten, opdat zij hun systemen naar behoren kunnen gebruiken of met het
oog op onze eigen bescherming of die van andere gebruikers.
Behoud van uw persoonlijke informatie
Wij bewaren uw persoonsgegevens zo lang als nodig is voor de doeleinden waarvoor ze oorspronkelijk werden verzameld of voor andere legitieme
doeleinden (zoals naleving van voorschriften), of zo lang als vereist is door de van toepassing zijnde wet.
Toro streeft ernaar om uw persoonlijke gegevens te beschermen
Wij nemen redelijke voorzorgen om uw persoonlijke informatie te beschermen. We proberen bovendien de nauwkeurigheid en geldigheid van
persoonlijke gegevens te waarborgen.
Toegang tot en aanpassing van uw persoonlijke informatie
Als u toegang wenst tot uw persoonlijke gegevens of deze wilt aanpassen, gelieve dan een e-mail te sturen naar legal@toro.com.
374-0282 Rev A
Internationale lijst van distributeurs
Dealer:
Atlantis Su ve Sulama Sisstemleri Lt
Balama Prima Engineering Equip.
B-Ray Corporation
Casco Sales Company
Ceres S.A.
CSSC Turf Equipment (pvt) Ltd.
Cyril Johnston & Co.
Equiver
Femco S.A.
G.Y.K. Company Ltd.
Geomechaniki of Athens
Guandong Golden Star
Hako Ground and Garden
Hako Ground and Garden
Hayter Limited (U.K.)
Land:
Turkije
Hongkong
Korea
Puerto Rico
Costa Rica
Sri Lanka
Noord-Ierland
Mexico
Guatemala
Japan
Griekenland
China
Zweden
Noorwegen
Verenigd Koninkrijk
Telefoonnummer:
90 216 344 86 74
852 2155 2163
82 32 551 2076
787 788 8383
506 239 1138
94 11 2746100
44 2890 813 121
52 55 539 95444
502 442 3277
81 726 325 861
30 10 935 0054
86 20 876 51338
46 35 10 0000
47 22 90 7760
44 1279 723 444
Hydroturf Int. Co Dubai
Hydroturf Egypt LLC
Ibea S.P.A.
Irrimac
Irrigation Products Int'l Pvt Ltd.
Jean Heybroek BV
Maquiver S.A.
Maruyama Mfg. Co. Inc.
Metra Kft
Mountfield a.s.
Munditol S.A.
Oslinger Turf Equipment S.A.
Oy Hako Ground and Garden Ab
Parkland Products Ltd.
Prochaska & Cie
RT Cohen 2004 Ltd.
Riversa
Sc Svend Carlsen A/S
Solvert S.A.S.
Spyros Stavrinides Limited
Surge Systems India Limited
T-Markt Logistics Ltd.
Toro Australia
Toro Europe NV
Verenigde Arabische Emiraten
Egypte
Italië
Portugal
India
Nederland
Colombia
Japan
Hongarije
Tsjechië
Argentinië
Ecuador
Finland
Nieuw-Zeeland
Oostenrijk
Israël
Spanje
Denemarken
Frankrijk
Cyprus
India
Hongarije
Australië
België
97 14 347 9479
202 519 4308
39 0331 853611
351 21 238 8260
86 22 83960789
31 30 639 4611
57 1 236 4079
81 3 3252 2285
36 1 326 3880
420 255 704 220
54 11 4 821 9999
593 4 239 6970
358 987 00733
64 3 34 93760
43 1 278 5100
972 986 17979
34 9 52 83 7500
45 66 109 200
33 1 30 81 77 00
357 22 434131
91 1 292299901
36 26 525 500
61 3 9580 7355
32 14 562 960
374-0269 Rev C
De Toro Total Coverage-garantie
Beperkte garantie
Voorwaarden en producten waarvoor de garantie geldt
wijze van opslag, verontreiniging, gebruik van niet-goedgekeurde
koelvloeistoffen, smeermiddelen, additieven, meststoffen, water,
chemicaliën en dergelijke.
Toro®
De
Company en de hieraan gelieerde onderneming geven krachtens
een overeenkomst tussen beide ondernemingen gezamenlijk de garantie
dat uw Toro-product (hierna: het 'product' ) vrij is van materiaalgebreken
of fabricagefouten gedurende twee jaar of 1500 bedrijfsuren*, waarbij
de kortste periode moet worden aangehouden. Deze garantie geldt
voor alle producten met uitzondering van beluchters (raadpleeg
voor deze producten de afzonderlijke garantieverklaringen). In een
geval waarin de garantie van toepassing is, zullen wij het product
kosteloos repareren en ook niet de kosten van diagnose, arbeid,
onderdelen en transport in rekening brengen. De garantie gaat in op
de datum waarop het product is geleverd aan de oorspronkelijke koper.
* Het product is uitgerust met een urenteller.
Aanwijzingen voor aanvraag van garantieservice
U dient contact op te nemen met de distributeur van commerciële producten
of erkende dealer bij wie u het product heeft gekocht, zodra u denkt dat er
sprake is van een geval waarop de garantie van toepassing is. Als het u
moeite kost een distributeur of erkende dealer te vinden of vragen hebt
over rechten of plichten met betrekking tot de garantie, kunt u contact met
ons opnemen op:
Commercial Products Service Department
Toro Warranty Company
8111 Lyndale Avenue South
Bloomington, MN 55420-1196 VS
E-mail: commercial.warranty@toro.com
Plichten van de eigenaar
Als eigenaar van het product bent u verantwoordelijk voor de
vereiste onderhouds- en afstelwerkzaamheden die worden vermeld
in de gebruikershandleiding. Indien u de vereiste onderhouds- en
afstelwerkzaamheden niet uitvoert, kan uw garantieclaim worden
afgewezen.
Zaken en gevallen die niet onder de garantie vallen
Niet alle storingen of defecten van het product die plaatsvinden tijdens de
garantieperiode zijn materiaalgebreken of fabricagefouten. Buiten deze
garantie vallen:
•
Defecten als gevolg van het gebruik van andere dan originele Toro
onderdelen, of als gevolg van de montage en gebruik van additionele,
gewijzigde of niet van Toro afkomstige accessoires en producten. De
fabrikant van deze artikelen kan een afzonderlijke garantie verstrekken.
•
Defecten als gevolg van nalatigheid om aanbevolen onderhoudsen/of afstelwerkzaamheden te verrichten. Als u uw Toro-product
niet goed onderhoudt volgens de lijst met aanbevolen
onderhoudswerkzaamheden in de Gebruikershandleiding kan dit ertoe
leiden dat garantieclaims worden afgewezen.
•
Defecten als gevolg van verkeerd, achteloos of roekeloos gebruik van
het product.
•
Onderdelen die onderhevig zijn aan slijtage door gebruik, tenzij
deze gebreken vertonen. Voorbeelden van onderdelen die slijten of
worden verbruikt tijdens een normaal gebruik van het product zijn
onder meer, maar niet uitsluitend: remblokken en remvoeringen,
koppelingsvoeringen, maaimessen, messenkooien, snijplaten, pennen,
zwenkwielen, banden, filters, drijfriemen en sommige onderdelen
van spuitmachines zoals membranen, spuitdoppen, afsluitkleppen en
dergelijke.
•
Defecten veroorzaakt door externe invloeden. Externe invloeden
zijn onder meer, maar niet uitsluitend: weersomstandigheden,
•
•
Normale geluidssterkte, trillingen, slijtage en achteruitgang.
Normale slijtage omvat onder meer, maar niet uitsluitend: schade
aan stoelen als gevolg van slijtage of afschuring, afgebladderde
verfoppervlakken, beschadigde stickers en krassen op ruiten.
Onderdelen
De garantie op vervangingsonderdelen volgens het vereiste onderhoud
geldt tot de geplande vervangdatum van het betreffende onderdeel. Een
onderdeel dat uit hoofde van de garantie is vervangen, komt voor de duur
van de oorspronkelijke productgarantie in aanmerking voor de garantie en
wordt eigendom van Toro. Toro neemt de uiteindelijke beslissing of een
onderdeel of een groep van onderdelen wordt gerepareerd of vervangen.
Toro mag voor garantiereparaties in de fabriek gereviseerde onderdelen
gebruiken.
Opmerking met betrekking tot de garantie op
semi-tractieaccu's:
Semi-tractieaccu's hebben een specifiek totaal aantal kilowatt-uren die zij
tijdens hun levensduur kunnen leveren. De gebruikte technieken voor het
bedienen, opladen en onderhouden van de accu kan leiden tot een langere
of kortere levensduur van de accu. Als de accu's in dit product worden
gebruikt, zal hun bruikbaarheid tussen de oplaadintervallen langzaam
verminderen totdat deze volledig uitgeput zijn. Vervanging van een accu
die is uitgeput als gevolg van normaal gebruik, is de verantwoordelijkheid
van de eigenaar van het product. Een accu moet soms tijdens de normale
garantieperiode op kosten van de eigenaar worden vervangen.
Onderhoud op kosten van de eigenaar
Opvoeren van de motor, smeren, reinigen en waxen, het vervangen van
items en voorwaarden die niet onder de garantie vallen, filters, koelvloeistof
en het uitvoeren van aanbevolen onderhoudswerkzaamheden behoren tot
de gebruikelijke werkzaamheden die nodig zijn voor Toro producten en die
voor rekening komen van de eigenaar.
Algemene voorwaarden
Op grond van deze garanties mogen reparaties uitsluitend worden
uitgevoerd door een erkende Toro dealer.
Toro en de Toro Warranty Company zijn niet aansprakelijk voor
indirecte of bijkomende schade dan wel gevolgschade in samenhang
met het gebruik van de Toro producten die onder deze garantie
vallen, inclusief de kosten of uitgaven voor de levering van
vervangend materiaal of diensten gedurende een redelijke periode
van onbruikbaarheid of buitengebruikstelling tijdens de uitvoering
van reparatiewerkzaamheden op grond van deze garantie. Met
uitzondering van de emissiegarantie waarnaar hieronder (indien van
toepassing) wordt verwezen, bestaat er geen andere uitdrukkelijke
garantie.
Alle impliciete garanties van verkoopbaarheid of geschiktheid voor gebruik
zijn beperkt tot de duur van deze uitdrukkelijke garantie. Sommige landen
staan uitsluitingen van bijkomende schade of gevolgschade of beperkingen
op de duur van de impliciete garantie niet toe, zodat bovengenoemde
uitsluitingen en beperkingen in uw geval mogelijk niet van toepassing zijn.
Deze garantie geeft u specifieke rechten; daarnaast kunt u beschikken over
andere rechten die per land kunnen verschillen.
Andere landen dan de VS of Canada
Klanten dienen contact op te nemen met hun Toro Distributeur (Dealer) om het garantiebeleid voor hun land, provincie of staat te verkrijgen. Als u om een
of andere reden ontevreden bent over de service van uw verdeler of moeilijk informatie over de garantie kunt krijgen, verzoeken wij u contact op te nemen
met de Toro-importeur. Als alle andere middelen zonder succes zijn, neemt u contact met ons op bij Toro Warranty Company.
374-0277 Rev A
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement