Toro 206cc OHV Vacuum Blower User manual

Toro 206cc OHV Vacuum Blower User manual

Form No. 3352-286 Rev B

206 cc OHV Blaas-

/zuigmachine

Modelnr.: 62925—Serienr. 250000001 og højere

Registreer uw product op www.Toro.com

Vertaling van de oorspronkelijke tekst (NL)

Dit vonkontstekingssysteem is in overeenstemming met de Canadese ICES-002.

De bijgevoegdeBedieningshandleiding van de motor wordt geleverd om informatie te verstrekken met betrekking tot de Amerikaanse Environmental

Protection Agency (EPA) en de California

Emission Control Regulation betreffende uitlaatsystemen, onderhoud en waarborgen.

Nieuwe exemplaren kunt u bestellen via de fabrikant van de motor.

Inleiding

Lees deze handleiding zorgvuldig, zodat u weet hoe u de machine op de juiste wijze kunt gebruiken en onderhouden en letsel en schade aan de machine kunt voorkomen. U bent verantwoordelijk voor het juiste en veilige gebruik van de machine.

U kunt rechtstreeks contact opnemen met Toro op www.Toro.com om informatie over producten en accessoires te verkrijgen, een dealer te vinden of uw product te registreren.

Indien u service, originele Toro onderdelen of aanvullende informatie nodig hebt, kunt u contact opnemen met een erkende Service Dealer of met de klantenservice van Toro. U dient hierbij altijd het modelnummer en het serienummer van het product te vermelden. De locatie van het plaatje met het modelnummer en het serienummer van het product is aangegeven op Figuur 1. U kunt de nummers noteren in de ruimte hieronder.

Figuur 1

1. Locatie van het modelnummer en het serienummer.

Modelnr.:

Serienr.:

Deze handleiding noemt een aantal mogelijke gevaren en bevat een aantal veiligheidsberichten

© 2006—The Toro® Company

8111 Lyndale Avenue South

Bloomington, MN 55420

2

(Figuur 2) met de volgende veiligheidssymbolen, die duiden op een gevaarlijke situatie die zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kan hebben wanneer de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen.

1. Veiligheidssymbool

Figuur 2

Er worden in deze handleiding nog twee woorden gebruikt om uw aandacht op bijzondere informatie te vestigen.

Belangrijk

attendeert u op bijzondere technische informatie en

Opmerking

duidt algemene informatie aan die bijzondere aandacht verdient.

Inhoud

Inleiding ............................................................. 2

Veiligheid ............................................................ 4

Algemene veiligheidsregels .................. 4

Veiligheids- en instructiestickers ...................................... 6

Montage ............................................................. 8

1 Bovenste handgreep en

bedieningsorganen

monteren ............................ 9

2 De afvoertunnel en de zak monteren .......................... 10

3 De zuigkop monteren ..................... 10

Algemeen overzicht van de machine................... 12

Bedieningsorganen ........................... 12

Gebruiksaanwijzing........................................... 14

Brandstof bijvullen ............................ 14

Oliepeil controleren........................... 15

Starten en stoppen van de motor................................ 15

Luchtinlaathuis afstellen .................... 16

Vooruitrijden..................................... 16

Afvalzak gebruiken............................ 17

Van zuigen op blazen zetten ............... 17

Onderhoud ....................................................... 20

Aanbevolen onderhoudsschema ............... 20

Procedures voorafgaande aan onderhoud ................................ 20

Smering..................................................... 20

U kunt contact met ons opnemen op www.Toro.com.

Gedrukt in de VS.

Alle rechten voorbehouden

Zwenkwielen en draaipunten oliën .................................. 20

Achterste spanpoelie-stel smeren .............................. 21

Onderhoud motor..................................... 21

Olie verversen ................................... 21

Onderhoud van het luchtfilter ............ 22

Onderhoud van de bougie.................. 22

Onderhoud brandstofsysteem ................... 23

Benzine aftappen uit de brandstoftank.................... 23

Onderhoud aandrijfsysteem....................... 23

De tractie-aandrijving aftstellen............................ 23

Onderhoud riemen.................................... 24

Drijfriem afstellen ............................. 24

Aandrijfriem vervangen ..................... 24

Stalling .............................................................. 27

De machine uit de stalling halen ................................. 27

3

Veiligheid

Het is van essentieel belang dat u of elke andere gebruiker van de machine eerst de handleiding leest en begrijpt alvorens de motor te starten.

Hierdoor wordt maximale veiligheid, de beste resultaten en inzicht in het product verkregen.

Dit is het veiligheidssymbool. Het wordt gebruikt om uw attent te maken op mogelijk risico’s op lichamelijk letsel. Houd u aan alle veiligheidsberichten bij dit symbool teneinde lichamelijk of zelfs dodelijk letsel te voorkomen.

Onjuist gebruik of onderhoud van de machine kan letsel of de dood veroorzaken. Om dit risico te verminderen, dient u zich aan de volgende instructies te houden.

De uitlaatgassen van de motor bevatten koolmonoxide, een reukloos, dodelijk gif.

Laat de motor niet binnenshuis of in een afgesloten ruimte draaien.

Algemene veiligheidsregels

Instructie

Lees deze handleiding aandachtig door.

Zorg ervoor dat u vertrouwd raakt met de bedieningsorganen en weet hoe u ze moet gebruiken, voordat u de machine start.

Laat kinderen nooit de machine bedienen.

Plaatselijke voorschriften kunnen nadere eisen stellen aan de leeftijd van degene die met de machine werkt.

Laat volwassen personen die niet bekend zijn met deze instructies, nooit de machine gebruiken.

Gebruik de machine nooit wanneer er personen, met name kinderen, en huisdieren.in

de buurt van het werkgebied verschijnen.

Stop de machine als iemand het werkgebied binnenkomt.

Er kunnen fatale ongelukken gebeuren als de gebruiker van de machine niet alert is op de aanwezigheid van kinderen. De machine oefent aantrekkingskracht uit op kinderen.

Ga er nooit van uit dat kinderen op de plaats blijven waar u ze het laatst heeft gezien.

Houd kinderen weg uit werkgebied en plaats ze onder toezicht van een verantwoordelijke volwassene.

Let goed op en zet de machine af als kinderen het werkgebied binnenkomen.

Wees extra voorzichtig bij het naderen van blinde hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die het zicht kunnen belemmeren.

Onthoud dat de bestuurder verantwoordelijk is voor ongevallen of schade aan andere personen of hun eigendommen.

Raadpleeg de instructies van de fabrikant voor de juiste bediening en installatie van accessoires. Gebruik uitsluitend accessoires die de fabrikant heeft goedgekeurd.

Voor ingebruikname

Draag tijdens het gebruik altijd een lange broek en stevige schoenen.

Draag geen schoenen met open tenen en loop niet op blote voeten als u de machine gebruikt.

Draag altijd oogbescherming of een veiligheidsbril die de ogen geheel afsluit, als u de machine gebruikt.

Waarschuwing: Benzine is uiterst ontvlambaar.

Neem de volgende voorzorgsmaatregelen:

– Bewaar brandstof uitsluitend in tanks of blikken die daar speciaal voor bedoeld zijn.

– Vul de brandstoftank nooit binnenshuis; tijdens het bijvullen niet roken.

– Vul zo nodig brandstof bij voordat u de motor aanzet. Verwijder nooit de dop van de brandstoftank en vul nooit benzine bij wanneer de motor loopt of heet is.

– Probeer de machine niet te starten als er benzine is gemorst. Verwijder de machine van de plek waar is gemorst, en voorkom elke vorm van open vuur of vonken totdat de benzinedampen volledig zijn verdwenen.

– Doe steeds de dop weer zorgvuldig op brandstoftanks en -containers.

– Als u brandstof moet aftappen uit de brandstoftank, doe dit dan in de open lucht.

4

Vervang defecte geluiddempers.

Voordat u de machine in gebruik neemt, moet u de machine controleren op tekenen van slijtage of beschadiging. Vervang versleten of beschadigde onderdelen.

Gebruiksaanwijzing

Laat de motor nooit in een afgesloten ruimte lopen, omdat zich daar giftige koolmonoxidedampen kunnen verzamelen.

Werk uitsluitend bij daglicht of goed kunstlicht.

Zorg dat u op hellingen altijd stevig staat.

Loop stapvoets; nooit rennen.

Houd de handgreep stevig omklemd.

Ga voorzichtig te werk als u op een heuvel van richting verandert.

Gebruik de machine niet op steile hellingen.

Gebruik de machine nooit met defecte bescherm- of afdekplaten of zonder dat de beveiligingen, (zoals de buis van de blaasmachine en/of afvalzak) op hun plaats zitten.

Schakel de tractie uit voordat u de machine start.

Houd uw handen en voeten uit de buurt van de tuit. Blijf te allen tijde uit de buurt en de buis van de blaasmachine (indien gemonteerd).

Zet de motor af en maakt de bougiekabel los:

– voordat u verstoppingen verwijdert

– voordat u de machine gaat controleren, schoonmaken of andere werkzaamheden gaat uitvoeren

– voordat u de machine van zuigen op blazen of van blazen op zuigen zet

Zet de motor af:

– als u de machine achterlaat

– voordat u de brandstoftank bijvult

Zet de motor af en wacht totdat het rotorblad volledig stil staat voordat u de afvalzak verwijdert.

Gebruik de machine niet als u onder de invloed van alcohol of drugs verkeert.

Als de machine abnormaal begint te trillen, moet u de motor afzetten en onmiddellijk nagaan wat de oorzaak daarvan is. Trillingen duiden meestal op problemen.

Werk niet in de buurt van steile hellingen, greppels of dijken. U loopt dan de kans weg te glijden of uw evenwicht te verliezen.

Werk niet op nat gras. Dit geeft weinig steun, zodat de kans bestaat dat u wegglijdt.

Onderhoud en stalling

Draai alle moeren, bouten en schroeven regelmatig strak aan, zodat de machine steeds veilig kan worden gebruikt.

Als er zich brandstof in de tank bevindt, mag u de machine niet opbergen in een afgesloten ruimte waar benzinedampen in contact met open vuur of vonken kunnen komen.

Laat de motor afkoelen voordat u de machine in een afgesloten ruimte stalt.

Om brandgevaar te voorkomen moet de motor, de geluiddemper en de brandstoftank vrij zijn van gras, bladeren en overtollig smeervet.

Controleer de afvalzak regelmatig op slijtage en mankementen.

Vervang versleten of beschadigde onderdelen.

Wees extra voorzichtig als u met benzine omgaat; benzinedampen zijn explosief.

Houd de machine vrij van gras, bladeren of andere aangekoekte rommel. Neem gemorste olie of brandstof op.

Als u een voorwerp raakt, moet u stoppen en de machine controleren. Indien nodig moet u de machine repareren voordat u de motor start.

De componenten van de afval zak zijn onderhevig aan slijtage, beschadiging en achteruitgang, waardoor bewegende delen bloot zouden kunnen komen te liggen, of voorwerpen kunnen worden weggeslingerd.

Controleer veelvuldig de onderdelen en vervang deze indien nodig door onderdelen die de fabrikant heeft aanbevolen.

Verander nooit de snelheidsinstellingen van de motor.

Als u brandstof moet aftappen uit de brandstoftank, doe dit dan in de open lucht.

Om de beste prestaties en een veilig gebruik te verzekeren, uitsluitend originele

Toro-onderdelen en accessoires gebruiken.

Zorg ervoor dat de veiligheids- en instructiestickers in goede staat zijn en vervang ze indien nodig.

5

Geluidsdruk

Deze machine oefent een A-gewogen equivalente continue geluidsdruk uit op het gehoor van de bestuurder van 97 dBA, op basis van metingen uitgevoerd op identieke machines volgens

EN 11201 procedures.

Geluidsniveau

Deze machine heeft een geluidsniveau van

107 dB(A), op basis van metingen bij identieke

Veiligheids- en instructiestickers

machines, uitgevoerd volgens de EN 11094 procedures.

Trillingsniveau

Deze machine produceert een maximum handarm trillingsniveau van 6,4 m/s2, op basis van metingen uitgevoerd op identieke machines volgens

EN 1033 procedures.

Veiligheidsstickers en veiligheidsinstructies zijn gemakkelijk zichtbaar voor de bestuurder en bevinden zich bij plaatsen waar gevaar kan ontstaan. Vervang alle beschadigde of verdwenen stickers.

1. Waarschuwing – Lees de

Gebruikershandleiding

2. De machine kan voorwerpen uitwerpen – Blijf op veilige afstand.

105-4062

3. Waarschuwing – Zet de motor af, maak de bougiekabel los en lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren.

4. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, rotorblad

– Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

6

1. Laag.

2. Hoogte van zuigkop

93-4137

3. Hoog

93-4139

1. De machine kan voorwerpen uitwerpen

– Blijf op veilige afstand.

2. Waarschuwing – Zet de motor en lees de instructies alvorens service- of onderhoudswerkzaamheden uit te voeren

3. Ledematen kunnen worden gesneden/geamputeerd, rotorblad – Blijf uit de buurt van bewegende onderdelen.

93-4141

1. Om de tractie-aandrijving in te schakelen, moet u de tractiehendel naar de handgreep trekken.

7

Montage

Losse onderdelen

Gebruik onderstaande lijst om te controleren of alle onderdelen zijn geleverd.

Stap

1

2

3

Omschrijving

Bovenste handgreep

Steun van zak

Bout (5/16 x 1-1/2 inches)

Borgmoer (5/16 inch)

Bout (10-32)

Borgmoer (10-32)

Koordgeleider

Bout (1/4 x 3/10,16 cm)

Borgmoer (1/4 inch)

Hoogteregelstang

Borgpen

Bout (1/4 x 1/2 inch)

Borgring (1/4 inch)

Afvalzak

Buis van blaasmachine

Inlaatrooster van blaasmachine

Borgmoer

Hoeveelheid

1

1

1

2

1

1

1

1

1

3

1

1

4

4

1

1

1

Gebruik

Monteer de bovenste handgreep en de bedieningsorganen.

Monteer de afvoertunnel.

Monteer de zuigkop.

8

1

Bovenste handgreep en bedieningsorganen monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

1

1

1

1

4

4

1

1

1

1

2

Bovenste handgreep

Steun van zak

Bout (5/16 x 1-1/2 inches)

Borgmoer (5/16 inch)

Bout (10-32)

Borgmoer (10-32)

Koordgeleider

Bout (1/4 x 3/10,16 cm)

Borgmoer (1/4 inch)

Hoogteregelstang

Borgpen

Procedure

1. Bevestig de bovenste handgreep aan de onderste handgreep met vier tapschroeven

(5/16 x 1-1/2 inches) en borgmoeren (5/16 inch) (Figuur 3).

3. Zet de startkoordgeleider vast aan de onderste handgreep met een bout en (1/4 x 1-3/4 inch) en een borgmoer (1/4 inch) (Figuur 4).

Figuur 4

1. Bout (1/4 x 1-3/4 inches)

3. Trek het koord door de koordgeleider

2. Borgmoer (1/4 inch)

4. Trek het startkoord door de geleider (Figuur 4).

5. Bevestig het onderste uiteinde (kogeleinde) van de tractiekabel in de spiegleuf in de arm op de kap van de tractie-aandrijving (Figuur 5).

Figuur 5

1. Tractiekabel

2. Kap van tractie-aandrijving

3. Bout en moer (10-32)

1. Onderste handgreep

2. Bovenste handgreep

Figuur 3

3. Steun van zak

4. Koordgeleider

2. Bevestig de steun van de zak aan de binnenkant van de onderste handgreep als u de handgreep monteert (Figuur 3).

6. Bevestig de kogel in de spiegleuf met een bout(10-32) en een moer (Figuur 5).

Opmerking:

Zorg ervoor dat het kogeleind van de kabel niet tussen de schroefkop en de kap van de tractie-aandrijving komt.

7. Bevestig het onderste uiteinde van de hoogteregelstang aan de beugel op de steun van het voorwiel met een R-pen (Figuur 6).

9

1. Hoogteregelstang

2. Beugel van steun van voorwiel

Figuur 6

3. R-pen

8. Bevestig het bovenste uiteinde van de hoogteregelstang aan de hoogteverstelhendel met een R-pen (Figuur 7).

1. Afvoertunnel

Figuur 8

2. Bout (1/4 inch) en borgring

2. Plaats de zak op de handgreep en bevestig hierbij de pluggen op de pennen en de zakband op de handgreep (Figuur 9).

1. Hoogteregelstang

2. Hoogteverstelhendel

Figuur 7

3. R-pen

2

De afvoertunnel en de zak monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

1

1

1

Bout (1/4 x 1/2 inch)

Borgring (1/4 inch)

Afvalzak

Procedure

1. Monteer de afvoertunnel en zet deze vast met een bout (1/4 x 1/2 inch) en een borgring (1/4 inch) (Figuur 8).

1. Pluggen

Figuur 9

2. Elastische hals

3. Schuif de elastische hals van de zak over de opstaande randen op de afvoertunnel

(Figuur 9).

10

3

De zuigkop monteren

Benodigde onderdelen voor deze stap:

1

1

3

Buis van blaasmachine

Inlaatrooster van blaasmachine

Borgmoer

Procedure

1. Monteer de onderste rand van de flens van de zuigkop in de bevestigingsbeugel (Figuur 10).

Figuur 10

1. Zuigkop 3. Borgens

2. Onderste rand van de ens 4. Borgmoer

2. Plaats de borgflens op de 3 bouteinden die tevoorschijn komen uit de zuigkop (Figuur 10).

3. Bevestig de zuigkop en de flens aan de blaasmachine met 3 ringen en borgmoeren

(Figuur 10).

11

Algemeen overzicht van de machine

1. Motor

2. Zuigkop

Figuur 11

3. Hoogteverstelling

4. Handgreep

5. Tractiehendel

6. Afvalzak

Bedieningsorganen

Hoogteverstelling

U kunt de afstand tussen het luchtinlaathuis en de grond afstellen door de hoogte-instelling

(Figuur 12) in de gewenste stand te zetten. Zet de hoogte op laag (L) om verharde oppervlakken zoals voetpaden of oprijlanen schoon te zuigen en hoog (H) om een dikke laag bladeren of maaisel te verwijderen van een dichtbegroeid gazon. U bereikt de beste resultaten als u tijdens het zuigen de inlaat zo dicht mogelijk bij de grond houdt als de werkzaamheden die u uitvoert, dat toelaten.

1. Hoogteverstelling

Figuur 12

12

Tractiehendel

Houd de tractiehendel (Figuur 13) tegen de handgreep om vooruit te rijden. Laat de tractiehendel los om te stoppen.

Figuur 13

1. Tractiehendel (uitgeschakeld)

Chokehendel en gashendel

Zie Starten en stoppen van de motor in

Gebruiksaanwijzing, blz. 14 voor uitvoerige

instructies voor het gebruik van deze bedieningsorganen.

1. Chokehendel

2. Gashendel

3. LOPEN-stand

Figuur 14

4. CHOKE-stand

5. LANGZAAM-stand

6. SNEL-stand

13

Gebruiksaanwijzing

Voordat u de machine in gebruik neemt, moet u het brandstof- en oliepeil controleren en rommel van de machine verwijderen. Zorg ervoor dat het werkgebied vrij van mensen en rommel is.

Brandstof bijvullen

In bepaalde omstandigheden is benzine uiterst ontvlambaar en zeer explosief. Brand of explosie van benzine kan brandwonden bij u of anderen en materiële schade veroorzaken.

• Vul de brandstoftank in de open lucht wanneer de motor koud is. Eventueel gemorste benzine opnemen.

• Vul de brandstoftank niet helemaal vol.

Vul de brandstoftank tot maximaal 6 mm tot 13 mm vanaf de onderkant van de vulbuis. Deze ruimte in de tank geeft benzine de kans om uit te zetten.

• Rook nooit wanneer u met benzine bezig bent, en houd de brandstof weg van open vuur of vonken.

• Bewaar benzine in een goedgekeurd vat of blik en buiten bereik van kinderen.

Koop nooit meer benzine dan u in

30 dagen kunt opmaken.

• Zet benzinevaten altijd op de grond en uit de buurt van het voertuig alvorens de tank bij te vullen.

• Benzinevaten niet in een vrachtwagen of aanhanger vullen, omdat bekleding of kunststof beplating het vat kan isoleren, waardoor de afvoer van statische lading wordt bemoeilijkt.

...

...

• Als het praktisch mogelijk is, kunt u het beste een machine met een benzinemotor eerst van de vrachtwagen of aanhanger halen en bijtanken als de machine met de wielen op de grond staat.

• Als dit niet mogelijk is, verdient het de voorkeur dergelijke machines op een truck of aanhanger bij te vullen uit een draagbaar vat, niet met behulp van een vulpistool van een pomp.

• Als u een vulpistool moet gebruiken, dient u de vulpijp voortdurend in contact met de rand van de brandstoftank of de opening van het vat te houden, totdat u klaar bent met bijvullen.

Gebruik loodvrije benzine (octaangetal minimaal 87). Gelode, normale benzine kan worden gebruikt als loodvrije benzine niet verkrijgbaar is.

Belangrijk:

Nooit methanol, benzine die methanol bevat of gasohol met meer dan 10% ethanol gebruiken, omdat deze het brandstofsysteem van de motor kunnen beschadigen. Geen olie bij de benzine mengen.

Gebruik van stabilizer/conditioner

Gebruik van stabilizer/conditioner in de tractie-eenheid biedt de volgende voordelen:

Houdt de benzine vers gedurende stalling van

90 dagen of minder. Als u de machine langer wilt stallen, moet u de benzine aftappen uit de brandstoftank.

Houdt de motor tijdens het gebruik schoon.

Voorkomt harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem, die tot startproblemen kunnen leiden.

Belangrijk:

Gebruik nooit brandstofadditieven die methanol of ethanol bevatten.

Voeg de juiste hoeveelheid stabilizer/conditioner aan de benzine toe.

14

Opmerking:

Stabilizer/conditioner werkt het best als deze met verse benzine wordt gemengd. Gebruik altijd stabilizer/ conditioner om het risico van harsachtige afzettingen in het brandstofsysteem zo klein mogelijk te houden.

Brandstoftank vullen

1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zet de motor af.

2. Laat de motor afkoelen.

3. Reinig de omgeving van de tankdop en verwijder deze.

4. Vul de brandstoftank met loodvrije benzine tot maximaal 25 mm vanaf de onderkant van de vulbuis.

Belangrijk:

De ruimte in de tank geeft de benzine de kans om uit te zetten. Vul de brandstoftank niet helemaal vol.

5. Draai de tankdop stevig vast.

6. Gemorste benzine opnemen.

Oliepeil controleren

Belangrijk:

De machine wordt geleverd zonder olie in het carter. U moet het carter vullen met 0,6 liter hoogwaardige reinigingsolie, type SAE 30 of 10W-30, met onderhoudsclassificatie SF, SG, of SH van het American Petroleum Institute (API). De motor kan ernstige schade oplopen als u deze zonder olie laat draaien.

1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak en zet de motor af.

2. Laat de motor afkoelen.

3. Maak de omgeving van de oliepeilstok schoon

(Figuur 15).

4. Trek de peilstok uit en veeg het metalen deel met een doek schoon (Figuur 15).

5. Schuif de peilstok helemaal in de buis en draai deze vast (Figuur 15).

6. Trek de peilstok eruit en bekijk het metalen deel.

7. Als het oliepeil te laag is, moet u langzaam net genoeg olie in de buis van de peilstok gieten totdat het peil de VOL-markering bereikt.

Belangrijk:

Giet niet te veel olie in het carter; hierdoor kan de motor worden beschadigd.

8. Plaats de peilstok terug en draai deze vast.

Als een afvoeropening niet is afgesloten, kan de machine voorwerpen in de richting van de bestuurder of omstanders uitwerpen. Dit kan ernstig letsel veroorzaken.

Zuig nooit als de zak niet is gemonteerd.

De aandrijfpoelie van de tractieriem blijft draaien als de motor loopt, zelfs als de tractie-aandrijving is uitgeschakeld.

Contact met de poelie kan lichamelijk letsel veroorzaken.

Blijf uit de buurt van draaiende poelies en andere bewegende onderdelen.

Starten en stoppen van de motor

Motor starten

1. Zet de chokehendel (links naast de motor) op

CHOKE (Figuur 16).

1. Oliepeilstok

Figuur 15

2. Metalen deel

15

Luchtinlaathuis afstellen

U kunt de afstand tussen het luchtinlaathuis en de grond afstellen door de hoogte-instelling in de gewenste stand te zetten. Zet de hoogte op laag

(L) om verharde oppervlakken zoals voetpaden of oprijlanen schoon te zuigen en hoog (H) om een dikke laag bladeren of maaisel te verwijderen van een dichtbegroeid gazon. U bereikt de beste resultaten als u tijdens het zuigen de inlaat zo dicht mogelijk bij de grond houdt als de werkzaamheden die u uitvoert, dat toelaten.

1. Zet de motor af.

2. Kantel tijdens het afstellen de machine een klein stukje naar achteren zodat er geen gewicht rust op de zwenkwielen.

3. Beweeg de hoogteverstelling naar voren om het inlaathuis lager te zetten en naar achteren om dit hoger te zetten (Figuur 17).

1. Chokehendel

2. Gashendel

3. LOPEN-stand

Figuur 16

4. CHOKE-stand

5. LANGZAAM-stand

6. SNEL-stand

2. Zet de gashendel (rechts naast de motor) op

SNEL (Figuur 16).

3. Trek de handgreep van de terugloopstarter naar buiten totdat deze vastgrijpt, trek vervolgens krachtig hieraan om de motor te starten. Laat het startkoord langzaam terugkeren.

Belangrijk:

Trek het startkoord niet tot het eind naar buiten of laat de handgreep van de starter niet los als u het koord naar buiten trekt, omdat dan de kans bestaat dat het koord breekt of het terugloopmechanisme schade oploopt.

4. Zodra de motor warm is, zet u de chokehendel op UIT (Figuur 16.

Motor afzetten

Zet de gashendel helemaal naar links op

LANGZAAM (Figuur 16).

1. Hoogteverstelling

Figuur 17

4. Laat de zwenkwielen weer neer op de grond.

Vooruitrijden

Houd de tractiehendel (Figuur 18) tegen de handgreep om vooruit te rijden. Laat de tractiehendel los om te stoppen.

Het rotorblad blijft een paar seconden draaien nadat de motor is afgezet en kan ernstig lichamelijk letsel veroorzaken.

Houd lichaamsdelen uit de buurt van het rotorblad totdat u er zeker van bent dat het rotorblad niet meer draait.

16

Figuur 18

1. Tractiehendel (uitgeschakeld)

Afvalzak gebruiken

Afvalzak leegmaken

Als de afvalzak vol is, moet deze als volgt worden leeggemaakt:

Opmerking:

U moet de zak verwijderen om deze leeg te maken.

1. Rij naar de plaats waar u het afval wilt storten.

2. Zet de motor af.

3. Maak de ritssluiting op de zijkant van de zak open en stort de zak leeg (Figuur 19).

Door een versleten afvalzak kunnen steentjes en andere voorwerpen worden uitgeworpen in de richting van de bestuurder of de omstanders.

Uitgeworpen voorwerpen kunnen ernstig lichamelijk of dodelijk letsel toebrengen aan de bestuurder of omstanders.

Controleer de zak regelmatig. Plaats een nieuwe Toro-grasvanger als de oude is beschadigd.

De ventilatie-opening van de zak gebruiken

De zak heeft een ventilatie-opening met ritssluiting

(Figuur 19). Als u zuigt in een stofvrij gebied, moet de ventilatie-opening op de zijkant open staan zodat de lucht onbelemmerd kan circuleren.

Als u zuigt in een stoffig gebied, moet u de ventilatie-opening sluiten.

Belangrijk:

Houd de binnenkant van de zak schoon zodat de lucht goed kan circuleren.

Van zuigen op blazen zetten

1. Zet de motor af.

2. Verwijder de borgmoeren, ringen en borgflens waarmee de zuigkop is bevestigd, en verwijder de zuigkop (Figuur 20).

Figuur 19

1. Ritssluiting om zak leeg te maken

2. Ventilatie-opening van zak

4. Doe de ritssluiting dicht voordat u de motor start.

Figuur 20

1. Zuigkop 3. Borgens

2. Onderste rand van de ens 4. Borgmoer

3. Verwijder de hals van de zak van de afvoertunnel van de blaasmachine (Figuur 21).

(U kunt desgewenst de gehele zak verwijderen)

17

1. Hals van zak

2. Afvoertunnel van blaasmachine

Figuur 21

3. Buis van blaasmachine

4. Inlaatrooster van blaasmachine

4. Verwijder de bevestigingsbout en de borgring waarmee de afvoertunnel van de blaasmachine is bevestigd, en verwijder de afvoertunnel

(Figuur 21).

5. Monteer de buis van de blaasmachine en zet deze vast met de bevestigingen die zijn verwijderd bij stap 4 (Figuur 21).

6. Verwijder de bout waarmee het ventilatorhuis is bevestigd aan de motorbeugel (Figuur 22).

1. Bout

Figuur 22

Ventilatorhuis in zuigstand

2. Ventilatorhuis

3. Motorbeugel

4. Borgmoeren en montagetapeinden van ventilatorhuis

5. Borgmoeren

6. Beugel van stabilisator

7. Verwijder de 2 borgmoeren waarmee het ventilatorhuis is bevestigd aan de motorbeugel, en verwijder de beugel (Figuur 22).

8. Draai de 2 borgmoeren op de montagetapeinden van het ventilatorhuis om ze te bewaren.

9. Verwijder de 2 borgmoeren waarmee het ventilatorhuis is bevestigd aan de beugel van de stabilisator (Figuur 22).

10. Til het ventilatorhuis iets omhoog en draai dit

120° naar rechts (u staat voor de blaasmachine)

(Figuur 21).

11. Zet het ventilatorhuis weer neer in zijn positie en plaats de onderste bevestigingsbeugel van het ventilatorhuis op de voorste rand van de motorgrondplaat (Figuur 23).

18

12. Monteer de motorbeugel op de montagetapeinden van het ventilatorhuis met

2 borgmoeren (Figuur 23).

De lucht die uit de blaasmachine stroomt, heeft een snelheid van meer dan

160 km per uur en kan lichamelijk letsel of materiële schade veroorzaken.

Zorg ervoor dat de luchtstroom niet rechtstreeks is gericht op mensen of voorwerpen.

Figuur 23

Ventilatorhuis in Blaasstand

1. Onderste bevestigingsbeugel van ventilatorhuis

2. Voorste rand van motorgrondplaat

4. Motorbeugel

5. Borgmoeren en montagetapeinden van ventilatorhuis

3. Bout

13. Zet de beugel vast aan de motorbeugel met de bout die u eerder hebt verwijderd (Figuur 23).

14. Plaats het inlaatrooster van de blaasmachine en zet dit vast met één van de ringen en borgmoeren die u eerder hebt verwijderd bij stap 2 (Figuur 21).

Opmerking:

Gebruik de borgflens niet voor het inlaatrooster van de blaasmachine.

19

Onderhoud

Aanbevolen onderhoudsschema

Onderhoudsinterval

Na de eerste 8 bedrijfsuren

Onderhoudsprocedure

• Ververs de olie.

Bij elk gebruik of dagelijks

Om de 25 bedrijfsuren

• Controleer het oliepeil.

• Controleer het schuimelement.

• Smeer het achterste spanpoelie-stel (vaker in stofge, vuile omstandigheden).

• Reinig het schuim- en papierelement (dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stofge of vuile omstandigheden).

• (Ververs de olie vaker in stofge, vuile omstandigheden).

Om de 50 bedrijfsuren

Om de 100 bedrijfsuren

• Controleer de bougie.

Vóór de stalling

• Reinig het schuim- en het papierelement.

• Ververs de olie.

• Smeer het achterste spanpoelie-stel.

• Controleer de bougie.

Jaarlijks of vóór stalling

• Olie de zwenkwielen en draaipunten.

Procedures voorafgaande aan onderhoud

Als u de kabel op de bougie laat zitten, bestaat de kans dat iemand de motor start waardoor u of andere omstanders ernstig letsel kunnen oplopen.

Verwijder de bougiekabel van de bougie (Figuur 24) alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren Druk de kabel opzij, zodat deze niet onbedoeld contact kan maken met de bougie.

Figuur 24

1. Bougiekabel

Smering

Zwenkwielen en draaipunten oliën

De zwenkwielen en draaipunten moeten jaarlijks worden gesmeerd.

1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

2. Druppel een beetje olie op de volgende plaatsen:

20

Beide lagerbussen van de zwenkwielen

Op de draaipunten van de voorwielsteun in de motorgrondplaat (Figuur 25)

Op het draaipunt van de achterste assen van de tractie in de motorgrondplaat

(Figuur 25)

1. Start de motor en laat deze vijf minuten lopen.

Warme olie kan beter worden afgetapt.

2. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak, zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

3. Reinig de omgeving van de peilstok en verwijder deze (Figuur 26).

1. Oliepeilstok

Figuur 26

2. Metalen deel

4. Reinig de omgeving van de aftapplug

(Figuur 27).

Figuur 25

1. Achterste spanpoelie-stel 3. Smeerpunt

2. Oliepunt 4. Assen van tractie

Achterste spanpoelie-stel smeren

Smeer het achterste spanpoelie-stel om de

25 bedrijfsuren met Nr. 2 vet voor algemene doeleinden. Dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of zanderige omstandigheden (Figuur 25). Spuit vet in de nippel totdat dit bij de lagers naar buiten komt.

Onderhoud motor

Olie verversen

Ververs de motorolie na de eerste 5 bedrijfsuren en daarna om de 50 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden.

Opmerking:

De motorolie moet vaker worden ververst als de machine wordt gebruikt in zeer stoffige of zanderige omstandigheden.

Type olie: SAE 30 of 10W-30 reinigingsolie

(API-onderhoudsclassificatie SG, SH, SJ, of hoger)

Carterinhoud: 0,6 liter

1. Aftapplug

Figuur 27

5. Plaats een opvangbak onder de aftapplug om de olie op te vangen.

6. Verwijder de aftapplug en laat de olie in de opvangbak lopen.

7. Nadat de olie is afgetapt, plaatst u de aftapplug terug en veegt u eventueel gemorste olie weg.

8. Giet langzaam voldoende olie (ongeveer

0,6 liter) in de buis van de peilstok totdat het peil de VOL-markering bereikt.

21

Belangrijk:

Giet niet te veel olie in het carter; hierdoor kan de motor worden beschadigd.

9. Plaats de peilstok terug en draai deze vast.

Onderhoud van het luchtlter

Controleer voor elk gebruik het schuimelement.

Reinig het schuimelement en het papierelement om de 25 bedrijfsuren. Dit moet vaker gebeuren als de machine wordt gebruikt in stoffige of vuile omstandigheden. Vervang beide elementen als zij buitengewoon vuil zijn of schade hebben opgelopen.

Om de filterelementen te reinigen, gaat u als volgt te werk:

1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

2. Knop losdraaien en luchtfilterdeksel verwijderen (Figuur 28).

1. Knop

2. Filterdeksel

Figuur 28

3. Papierelement

4. Schuimelement

Belangrijk:

Geen olie smeren op de filterelementen.

4. Klop het papierelement tegen een hard oppervlak om het vuil te verwijderen.

Belangrijk:

U mag het papierelement nooit wassen of reinigen met een oplosmiddel zoals kerosine. Reinig het papierelement niet met perslucht. Als u het papierelementen op een van deze manieren reinigt, kan dit beschadigd raken.

5. Monteer het schuimelement op het papierelement.

6. Plaats de filterelementen in het luchtfilter.

7. Plaats het luchtfilterdeksel en zet het vast met de knop.

Belangrijk:

Start de motor niet zonder de luchtfilterelementen omdat dit kan leiden tot overmatige slijtage en beschadiging van de motor.

Onderhoud van de bougie

Controleer de bougie om de 100 bedrijfsuren of jaarlijks, waarbij de kortste periode moet worden aangehouden. Controleer of de elektrodenafstand tussen de centrale elektrode- en de massa-elektrode correct is voordat u de bougie monteert. Gebruik een bougiesleutel voor het (de)monteren van de bougie en een voelermaat om de elektrodenafstand te meten en af te stellen. Monteer een nieuwe bougie indien dit nodig is.

Type: Champion RCJ-8 of equivalent type.

Elektrodenafstand: 0,76 mm

Bougie verwijderen

1. Zet de motor af.

2. Trek de kabel van de bougie (Figuur 29).

3. Schuif het schuimelement van het papierelement af en reinig dit als volgt:

A. Was het schuimelement in een oplossing van vloeibare zeep en warm water; knijp het goed uit om het vuil te verwijderen, zonder te wringen omdat het schuim dan kan scheuren.

B. Spoel het element grondig uit in schoon water.

C. Droog het element door dit te wikkelen in een schone doek; knijp de doek en het element daarna goed uit.

22

1. Bougiekabel

Figuur 29

3. Reinig de omgeving van de bougie.

4. Haal de bougie uit de cilinderkop.

Bougie controleren

1. Bekijk de binnenkant van de bougie (Figuur 30).

Als de isolator lichtbruin of grijs is, werkt de motor naar behoren. Een zwarte laag op de isolator duidt meestal op een vuil luchtfilter.

Belangrijk:

Bougie nooit schoonmaken.

Bougie altijd vervangen bij zwarte laag op de bougie, versleten elektroden, vettige laag op de bougie of scheuren.

2. Controleer de afstand tussen de centrale elektrode en de massa-elektrode (Figuur 30).

3. Verbuig de massa-elektrode (Figuur 30) om de juiste afstand in te stellen indien dit nodig is.

Figuur 30

1. Centrale elektrode met isolator

2. Massa-elektrode

3. Elektrodenafstand (niet op schaal weergegeven)

2. Draai de bougie vast met een torsie van 20 Nm.

3. Sluit de bougiekabel aan op de bougie

(Figuur 29).

Onderhoud brandstofsysteem

Benzine aftappen uit de brandstoftank

1. Zet de motor af en laat deze afkoelen.

Belangrijk:

U mag uitsluitend benzine aftappen als de motor koud is.

2. Verwijder de bougiekabel van de bougie

3. Verwijder de dop van de brandstoftank.

4. Laat de benzine met een behulp van een hevelpomp in een schoon, goedgekeurd benzinevat lopen.

5. Sluit de bougiekabel aan op de bougie.

6. Laat de motor draaien totdat deze afslaat.

7. Start de motor weer, om zeker te zijn dat er geen benzine meer in de carburator is achtergebleven.

Onderhoud aandrijfsysteem

De tractie-aandrijving aftstellen

Aangezien de frictiewielen en banden gewoonlijk slijten, zal het mechanisme van de tractie-aandrijving af en toe moeten worden afgesteld.

1. Zet de motor af.

2. Draai de onderste moer op de onderkant van de beugel los (Figuur 31).

Bougie monteren

1. Draai de bougie in het bougiegat.

23

1. Moer

Figuur 32

2. Poelies

1. Onderste moer

2. Bovenste moer

Figuur 31

3. Beugel

4. Bovenste gat

3. Draai de bovenste moer aan om het kabelhuisje naar boven te bewegen (Figuur 31), waardoor het frictiewiel dichter tegen de band aan komt. (Hierdoor wordt de kabel ingekort ter compensatie van de slijtage.)

Opmerking:

Als u de kabel niet verder kunt verstellen, beweegt u de beugel naar het bovenste gat in de handgreep en begint u opnieuw met afstellen (Figuur 31).

4. Als de tractie-aandrijving correct is afgesteld, draait u de onderste moer vast tegen de beugel om de afstelling te borgen (Figuur 31).

Als u de tractie-aandrijving hebt afgesteld, maar de wielen draaien niet als u de hendel beweegt, moet u de drijfriem afstellen.

Onderhoud riemen

Drijfriem afstellen

U moet de drijfriem afstellen als de wielen hun grip verliezen of de riem slipt. U dient eerst de tractie-aandrijving af te stellen.

1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

2. Draai de moer los en verschuif de poelie totdat de riem de juiste spanning heeft (Figuur 32).

3. Draai de moer aan totdat de riem niet meer slipt; let erop dat u de moer niet te vast aandraait.

Opmerking:

Als u een poelie niet verder kunt afstellen, moet u de andere poelie afstellen. Als u beide poelies niet verder kunt afstellen, dient u de riem te vervangen.

Aandrijfriem vervangen

1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

2. Tap de benzine af uit de brandstoftank; zie

Benzine aftappen uit de brandstoftank in

Onderhoud brandstofsysteem, blz. 23.

3. Tap de motorolie af uit het carter; zie Motorolie

verversen in Onderhoud motor, blz. 21.

4. Snij de oude riem door en verwijder deze

(Figuur 32).

5. Draai de stelmoeren op de spanpoelies van de riem los (Figuur 32).

6. Verwijder de voorste zuigkop (Figuur 33).

24

9. Verwijder de bout waarmee het ventilatorhuis is bevestigd, en til dit zo ver omhoog als het rotorblad toelaat (Figuur 34).

10. Leg de nieuwe riem rond het ventilatorhuis

(Figuur 35).

Figuur 33

1. Zuigkop 3. Borgens

2. Onderste rand van de ens 4. Borgmoer

7. Schuif de zak van de afvoertunnel en verwijder de afvoertunnel (Figuur 33).

8. Draai de twee borgmoeren los waarmee het ventilatorhuis is bevestigd op de beugel van de stabilisator (Figuur 34).

Figuur 35

1. Riem rond ventilatorhuis

11. Laat de riem over de poelie en door de opening lopen (Figuur 36).

Figuur 34

1. Borgmoeren

2. Beugel van stabilisator

3. Bout

25

1. Ventilatorhuis

Figuur 36

2. Laat de riem door de opening lopen

12. Plaats het ventilatorhuis en zet dit vast met de bout die u eerder hebt verwijderd, en draai de twee moeren vast die u hebt losgedraaid.

13. Kantel de machine naar achteren op de handgrepen.

14. Verwijder de R-pen uit het uiteinde van de as van de tractie-aandrijving, draai de stelschroef

in beide kragen los en tik de schacht zo ver naar links dat u de nieuwe riem kan monteren

(Figuur 37).

1. Borgpen

2. Stelschroeven

3. As

Figuur 37

4. Riem

5. Tandwielen

15. Verwijder de riem van de poelie van de aandrijfas (Figuur 37).

Belangrijk:

De riem moet worden gemonteerd zoals in Figuur 37 of de tractie-aandrijving zal achterwaarts lopen.

16. Plaats de as weer in zijn oorspronkelijke stand, zet de kragen vast met de stelschroeven en de as met de R-pen (Figuur 37).

17. Zorg ervoor dat de tandwielen goed zijn uitgelijnd (Figuur 37).

18. Stel de riem af, zie Drijfriem afstellen.

26

Stalling

1. Zet de motor af en maak de bougiekabel los van de bougie.

2. Verwijder maaisel, vuil en vet van de buitenkant van de hele machine, met name van de motor. Vergeet ook niet vuil en kaf van de buitenkant van het koelsysteem van de motor te verwijderen.

Belangrijk:

Was de machine nooit met een hogedrukreiniger.

3. Geef het luchtfilter een onderhoudsbeurt; zie Onderhoud van het luchtfilter in

Onderhoud motor, blz. 21.

4. Smeer de machine; zie Smering, blz. 20.

5. Ververs de olie; zie Motorolie verversen in

Onderhoud motor, blz. 21.

6. Verwijder en controleer de bougie; zie Onderhoud van de bougie in

Onderhoud motor, blz. 21.

7. Nadat de bougie uit de cilinder is verwijderd, giet u twee eetlepels (10 ml) motorolie in het bougiegat.

8. Stop lappen in het bougiegat om verstuivende olie op te vangen en gebruik vervolgens het startkoord om de motor te laten draaien en de olie over de cilinderwand te verspreiden.

9. Monteer de bougie, maar sluit de kabel niet aan op de bougie.

10. Wanneer de tractor langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moet deze als volgt worden voorbereid op stalling.

A. Voeg een stabilizer/conditioner op aardoliebasis toe aan de brandstof in de tank. Volg de mengvoorschriften van de fabrikant van de stabilizer op. (8 ml per liter). Gebruik geen stabilizer op alcoholbasis (ethanol of methanol).

Opmerking:

Stabilizer/conditioner werkt het best als het met verse benzine wordt vermengd en altijd wordt gebruikt.

B. Laat de motor vijf minuten lopen om de stabilizer/conditioner door het brandstofsysteem te verspreiden.

C. Zet de motor af, laat deze afkoelen, en tap de benzine af uit de tank met behulp van een hevelpomp; zie

Benzine aftappen uit de brandstoftank

Onderhoud brandstofsysteem, blz. 23.

D. Motor opnieuw starten en laten lopen totdat deze afslaat.

E. Choke de motor.

F. Start de motor totdat deze niet meer start.

G. U moet brandstof op de juiste wijze afvoeren. Verwerk deze overeenkomstig de plaatselijk geldende voorschriften.

Belangrijk:

Benzine waaraan stabilizer/conditioner is toegevoegd, niet langer dan 90 dagen bewaren.

11. Controleer alle bouten, schroeven en moeren en draai deze vast. Vervang of repareer beschadigde delen.

12. Werk alle krassen en beschadigingen van de lak bij. Bijwerklak is verkrijgbaar bij een erkende

Service Dealer.

13. Stal de machine in een schone, droge garage of opslagruimte. Verwijder het sleuteltje uit het contact en bewaar deze op een plaats die u makkelijk kunt onthouden.

14. Dek de machine af om deze te beschermen en schoon te houden.

De machine uit de stalling halen

1. Controleer alle bevestigingen en draai ze aan.

2. Verwijder de bougie en draai de motor snel rond met behulp van het startkoord om overtollige olie uit de cilinder te verwijderen.

3. Monteer de bougie en draai deze vast met een torsie van 20 Nm.

4. Vul de brandstoftank met verse, schone benzine.

5. Controleer het motoroliepeil.

6. Druk de bougiekabel op de bougie.

27

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project