ZANUSSI ZWFN7145 Handleiding

ZANUSSI ZWFN7145 Handleiding
User Manual
GETTING
STARTED?
EASY.
ZWFN7145
NL Gebruiksaanwijzing
Wasautomaat
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en
gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor letsel of schade veroorzaakt door een verkeerde installatie of
verkeerd gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige en
toegankelijke plaats voor toekomstig gebruik.
VEILIGHEID VAN KINDEREN EN KWETSBARE
MENSEN
•
•
•
•
•
•
•
•
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en
ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of
verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis,
indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen
over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
eventuele gevaren begrijpen.
Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en
complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het
apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder
toezicht staan.
Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder
toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden
gehouden.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Houd alle verpakkingen uit de buurt van kinderen en verwijder
ze op gepaste wijze.
Houd reinigingsmiddelen uit de buurt van kinderen.
Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als
de deur open is.
Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
ALGEMENE VEILIGHEID
•
•
2
De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik of
gelijksoortige toepassingen zoals:
personeelskeukens in winkels, kantoren of andere
werkomgevingen;
– door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts- en andere
woonomgevingen;
– ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik in gebouwen of
flats of in wasserettes.
Overschrijd het maximale laadvermogen van 7 kg niet
(raadpleeg hoofdstuk "Programmaschema").
De waterdruk bij het watertoevoerpunt van de aansluiting moet
liggen tussen 0,5 bar (0,05 MPa) en 8 bar (0,8 MPa).
De ventilatie-openingen in de onderkant mogen niet worden
afgedekt door tapijt, een mat of andere soorten vloerbedekking.
Het apparaat moet op de waterleiding worden aangesloten met
de nieuwe meegeleverde slangsets, of andere nieuwe
slangsets geleverd door het geautoriseerd servicecentrum.
Oude slangsets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende
serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen
teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact
voordat u onderhoudshandelingen verricht.
Gebruik geen waterstralen onder druk en/of stoom om het
apparaat te reinigen.
Maak het apparaat schoon met een vochtige doek. Gebruik
alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen
schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen
voorwerpen.
–
•
•
•
•
•
•
•
•
•
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
INSTALLATIE
De installatie moet voldoen aan de
relevante nationale voorschriften.
•
•
Verwijder alle verpakking en de transportbouten,
inclusief de rubberen mof met kunststof
afstandhouder.
Bewaar de transportbouten op een veilige plek.
Als het apparaat verplaatst moet worden in de
toekomst, moeten ze opnieuw bevestigd worden
•
•
•
•
om de trommel te vergrendelen om interne
schade te voorkomen.
Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat,
want het is zwaar. Gebruik altijd
veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
Volg de installatie-instructies op die zijn
meegeleverd met het apparaat.
Gebruik of installeer het apparaat niet op
plekken waar de temperatuur onder de 0°C
komt of waar het wordt blootgesteld aan
weersomstandigheden.
3
•
•
•
•
•
•
•
Zorg ervoor dat de vloer van de plaats waar u
het apparaat installeert, vlak, stabiel,
hittebestendig en schoon is.
Zorg dat er lucht tussen het apparaat en de
vloer kan circuleren.
Als het apparaat op zijn permanente plaats
wordt geplaatst, moet u nagaan of het waterpas
staat. Is dit niet het geval, stel de stelpootjes
hier dan op af.
Installeer het apparaat niet direct boven de
vloerafvoer.
Sproei geen water op het apparaat en stel het
niet bloot aan overmatige vochtigheid.
Plaats het apparaat niet op een plek waar de
deur niet helemaal open kan.
Plaats geen gesloten bak om mogelijke
waterlekkage op te vangen onder het apparaat.
Neem contact op met het geautoriseerd
servicecentrum om te raadplegen welke
accessoires gebruikt mogen worden.
•
•
•
•
•
GEBRUIK
WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel, elektrische schokken, brand,
brandwonden en schade aan het
apparaat.
AANSLUITING OP HET ELEKTRICITEITSNET
WAARSCHUWING! Gevaar voor
brand en elektrische schokken.
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Dit apparaat moet worden aangesloten op een
geaard stopcontact.
Gebruik altijd een juist geïnstalleerd
schokbestendig stopcontact.
Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de netstroom.
Gebruik geen meerwegstekkers en
verlengsnoeren.
Zorg dat u de hoofdstekker en kabel niet
beschadigt. Indien de voedingskabel moet
worden vervangen, dan moet dit gebeuren door
onze Klantenservice.
Steek de stekker pas in het stopcontact als de
installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het
netsnoer na installatie bereikbaar is.
Raak de stroomkabel of stekker niet aan met
natte handen.
Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los
te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
Dit apparaat voldoet aan de EU-richtlijnen.
WATERAANSLUITING
• Beschadig de waterslangen niet.
• Indien buizen lang niet zijn gebruikt, er
reparaties hebben plaatsgevonden of er nieuwe
apparaten zijn geplaatst (watermeters, enz.),
moet u, voordat de nieuwe buizen worden
aangesloten, het water laten stromen tot het
schoon en helder is.
4
Zorg ervoor dat er geen zichtbare waterlekken
zijn tijdens en na het eerste gebruik van het
apparaat.
Gebruik geen verlengslang als de toevoerslang
te kort is. Neem contact op met de erkende
klantenservice voor vervanging van de
toevoerslang.
Bij het uitpakken van het apparaat is het
mogelijk om water uit de afvoerslang te zien
stromen. Dit komt door het testen met water van
het apparaat in de fabriek.
U kunt de afvoerslang maximaal 400 cm
verlengen. Neem contact op met de erkende
klantenservice voor de andere afvoerslang en
het verlengstuk.
Zorg ervoor dat de kraan na installatie
bereikbaar is.
•
•
•
•
•
Volg de veiligheidsinstructies op de verpakking
van het wasmiddel op.
Plaats geen ontvlambare producten of items die
vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij
of op het apparaat.
Zorg ervoor dat alle metalen voorwerpen van het
wasgoed zijn verwijderd.
Was geen stoffen die zwaarbevuild zijn met olie,
vet of andere vettige substanties. Dit kan
rubberen onderdelen van de wasmachine
beschadigen. Was dergelijke stoffen met de
hand voor, voordat u ze in de wasmachine stopt.
Raak tijdens de werking van een programma de
glazen deur niet aan. Het glas kan heet worden.
SERVICE
• Neem contact op met de erkende servicedienst
voor reparatie van het apparaat.
• Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
VERWIJDERING
WAARSCHUWING! Gevaar voor
letsel of verstikking.
•
•
•
Haal de stekker uit het stopcontact en koppel
het apparaat los van de watertoevoer.
Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en
gooi het weg.
Verwijder de deurvergrendeling om te
voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in
de trommel vast komen te zitten.
•
Gooi het apparaat weg conform de lokale
voorschriften voor de verwijdering van
elektrische en elektronische apparatuur (AEEA).
MONTAGE
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
UITPAKKEN
1. Verwijder de externe film. Gebruik zo nodig een
2. Verwijder de kartonnen bovenzijde en het polystyreen-verpakkingsmateriaal.
mes.
3. Open de deur. Haal al het wasgoed uit de trommel.
4. Plaats het voorste polystyreenverpakkingselement op de vloer onder het apparaat. Zet het apparaat voorzichtig op zijn achterkant.
5. Verwijder de polystyreenbescherming van de
onderkant. Zet het apparaat weer rechtop.
6. Verwijder het aansluitsnoer en de afvoerslang
van de slanghouders.
1
2
U kunt het water in de afvoerslang zien stromen.
Dit komt doordat de wasmachine in de fabriek is
getest.
5
7. Verwijder de drie transportbouten en trek de
kunststof afstandhouders weg.
Wij raden u aan om alle
transportbouten en verpakking te
bewaren voor als u het apparaat gaat
verplaatsen.
PLAATSING EN WATERPAS ZETTEN
1. Installeer het apparaat op een vlakke harde
vloer.
Zorg ervoor dat het apparaat geen
muren of andere apparaten raakt.
2. Gebruik de stelvoetjes om het apparaat
waterpas te zetten.
8. Plaats de plastic doppen, die u in de zak met de
gebruiksaanwijzing aantreft, in de openingen.
Een juiste afstelling van het apparaat
voorkomt trillingen en lawaai en het
bewegen van het apparaat als deze in
bedrijf is.
Als de machine op een plint wordt
geïnstalleerd of als de wasdroger op
de wasmachine wordt gezet, maak dan
gebruik van de accessoires die in het
hoofdstuk 'Accessoires' worden
beschreven. Lees de met de
accessoires en het apparaat
meegeleverde instructies zorgvuldig
door.
WAARSCHUWING! Plaats geen
karton, hout of vergelijkbare materialen
onder de voeten van het apparaat om
deze waterpas te stellen.
DE TOEVOERSLANG
1. Sluit de watertoevoerslang aan op de
achterkant van het apparaat.
2. Plaats hem naar rechts of links afhankelijk van
de positie van de waterkraan.
x4
Het apparaat moet waterpas en stabiel staan.
6
1. Maak een U-vorm van de afvoerslang en plaats
hem rond de plastic slanggeleider.
45º
20º
2. Aan de rand van een gootsteen - Maak de
geleider vast aan de waterkraan of aan de
wand.
Zorg dat de plastic geleider niet kan
bewegen als het apparaat water
afvoert.
Zorg ervoor dat de toevoerslang niet
verticaal is geplaatst.
3. Maak indien nodig de ringmoer los om hem in
de juiste stand te zetten.
4. Sluit de watertoevoerslang aan op een
koudwaterkraan met 3/4"-schroefdraad.
LET OP! Zorg ervoor dat de
koppelingen niet lekken.
Zorg ervoor dat het uiteinde van de
afvoerslang niet in water is
ondergedompeld. Er kan een vuil
water teruglopen in het apparaat.
3. Op een staande leiding met een
ventilatiegat - Steek de afvoerslang direct in
een afvoerleiding. Zie de illustratie.
Gebruik geen verlengslang als de
toevoerslang te kort is. Neem contact
op met de klantenservice voor
vervanging van de toevoerslang.
WATERAFVOER
De afvoerslang moet rechtstreeks in een afvoerpijp
op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet
meer dan 100 cm van de vloer worden geplaatst.
U kunt de afvoerslang maximaal 400
cm verlengen. Neem contact op met
de erkende klantenservice voor de
andere afvoerslang en het verlengstuk.
De afvoerslang kan op verschillende manieren
worden aangesloten:
7
Het einde van de afvoerslang moet
altijd geventileerd zijn, d.w.z. dat de
binnendiameter van de afvoerpijp (min.
38 mm - min. 1.5") groter moet zijn
dan de buitendiameter van de
afvoerslang.
4. Als het uiteinde van de afvoerslang er zo uitziet
(zie de afbeelding), dan kunt u het direct in de
standpijp plaatsen.
Zorg dat de afvoerslang een bocht
maakt om te voorkomen dat deeltjes
uit de gootsteen in het apparaat
komen.
6. Plaats de slang direct op een ingebouwde
afvoerleiding in de kamerwand en zet vast
met een klem.
5. Zonder de plastic slanggeleider aan een
gootsteenafvoer - Doe de afvoerslang in de
gootsteenafvoer en zet deze vast met een klem.
Zie de illustratie.
ACCESSOIRES
VERKRIJGBAAR OP
WWW.ELECTROLUX.COM/SHOP OF BIJ EEN
ERKENDE DEALER
Alleen geschikte accessoires die door
ZANUSSI zijn goedgekeurd
waarborgen de veiligheidsnormen van
het apparaat. Als niet-goedgekeurde
onderdelen worden gebruikt, worden
alle claims ongeldig verklaard.
SET BEVESTIGINGSPLAATJES (4055171146)
Verkrijgbaar bij uw geautoriseerde verkooppunt.
Zet het apparaat goed vast met de
bevestigingsplaatjes als u het apparaat op een plint
plaatst.
8
Lees de met het accessoire meegeleverde
instructies zorgvuldig door.
TUSSENSTUK
De droogtrommel kan uitsluitend op de
wasautomaat worden gezet met gebruik van
het juiste tussenstuk dat is vervaardigd en
goedgekeurd door ZANUSSI.
WAARSCHUWING! Controleer of
het tussenstuk compatibel is door de
diepte van uw apparaten op te meten.
Zet de droogtrommel niet onder de
wasautomaat.
Het tussenstuk kan uitsluitend worden gebruikt met
de apparaten die worden gespecificeerd in de folder
die zich bij de accessoires bevindt. Lees de met de
accessoires en het apparaat meegeleverde instructies zorgvuldig door.
BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
APPARAATOVERZICHT
1
2
8
3
9
10
4
5
11 12
6
6
7
1 Bovenblad
2 Wasmiddellade
8 Afvoerslang
9 Aansluiting van de watertoevoerslang
3 Bedieningspaneel
4 Handgreep
10 Netsnoer
11 Transportbouten
12 Slangensteun
5 Typeplaatje
6 Sticker voor Snelle herinnering
7 Voetjes voor het waterpas zetten van het
apparaat
9
BEDIENINGSPANEEL
SPECIALE OPTIES
Uw nieuwe wasautomaat voldoet aan alle moderne
eisen voor een effectieve behandeling van wasgoed
met een laag water-, energie- en wasmiddelverbruik
en zorgt goed voor stoffen.
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend
afvoersysteem, waardoor lichte pluizige vezels die
van de kleding afkomt met het water wordt
afgevoerd. Hierdoor wordt het overbodig deze zone
te betreden voor regelmatig onderhoud en
reiniging. Raadpleeg hoofdstuk 'Onderhoud en
reiniging' om het apparaat het beste te
onderhouden en te verzorgen.
Het AutoSense-systeem stemt de
programmaduur automatisch af op het wasgoed in
de trommel om in zo min mogelijk tijd perfecte
wasresultaten te behalen.
BESCHRIJVING BEDIENINGSPANEEL
1
2
3
4
5
6
7
8
10
1 Programmaknop
2 Centrif. reductie tiptoets
3 Temp. tiptoets
4 Scherm
5 Voorwas tiptoets
6 Startuitstel tiptoets
10
9
7 Extra spoelen tiptoets
8 Strijkvrij touchpad
9 Start/Pauze touchpad
10 Time Manager-tiptoetsen
WEERGAVE
A
B
E
C
A. Het tijdgedeelte:
• Programmatijd.
• De alarmcodes. Zie het hoofdstuk
“Probleemoplossing” voor de beschrijving.
• Het niveau van de Time Manager
.
B. Aanduiding Startuitstel.
C. Het indicatielampje Kinderslot.
D. Het indicatielampje Deurvergrendeling:
• Het is aan, u kunt de deur niet openen.
• Het is uit, u kunt de deur openen.
• Het knippert, u kunt de deur niet openen.
Wacht een paar minuten tot het
indicatielampje uit is.
E. Wasfase-indicatielampjes.
D
•
•
•
: de wasfase
: de spoelfase
: de centrifugefase
PROGRAMMATABEL
Referentie
Programma
centrifugeerStandaard temsnelheid
peratuur
Maximale lading
CentrifugeerTemperatuurbesnelheidsbereik
reik
Programmabeschrijving
(Type lading en vervuiling)
Wasprogramma's
Katoen
40°C
90°C - Koud
1400 tpm
(1400- 400
tpm)
7 kg
Wit en bont katoen. Normaal, zwaar of licht
bevuild.
Katoen
1400 tpm
(1400- 400
tpm)
7 kg
Wit katoen en kleurvast katoen. Normale
vervuiling. Het energieverbruik daalt en de
duurtijd van het wasprogramma neemt toe,
waardoor goede wasresultaten worden gegarandeerd.
Synthetica
40°C
60°C - Koud
1200 tpm
(1200- 400
tpm)
3 kg
Synthetische of gemengde stoffen. Normale vervuiling.
Fijne was
30°C
40°C - Koud
1200 tpm
(1200- 400
tpm)
3 kg
Fijne stoffen zoals acryl, viscose en gemengde stoffen hebben een milde wasbeurt nodig. Normale vervuiling.
Eco1)
40°C
60°C - 40°C
Speciale programma's
11
Referentie
Programma
centrifugeerStandaard temsnelheid
peratuur
Maximale lading
CentrifugeerTemperatuurbesnelheidsbereik
reik
Programmabeschrijving
(Type lading en vervuiling)
1200 tpm
(1200 - 400
tpm)
3 kg
Katoenen en synthetische items. Programma om dagwas in korte tijd te wassen.
Normaal of licht bevuild.
1200 tpm
(1200- 400
tpm)
3 kg
Synthetische en gemengde stoffen. Licht
vervuild.
800 tpm
(800- 400
tpm)
1,5 kg
Synthetische en gemengde stoffen. Lichte vervuiling en op te frissen kleding.
Daily
wash
40 °C
60 °C - Koud
Kort
30min 2)
40°C
40°C - 30°C
Extra
Kort 14min
30 °C
Extra wasprogramma's
12
Centrifugeren
1400 tpm
(1400- 400
tpm)
7 kg
Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Om het wasgoed te centrifugeren
en het water uit de trommel te pompen.
Pompen
-
7 kg
Om het water in de trommel af te voeren. Alle
stoffen.
Spoelen
1400 tpm
(1400- 400
tpm)
7 kg
Om het wasgoed te spoelen en te centrifugeren. Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Verlaag de centrifugeersnelheid afhankelijk van het type wasgoed.
Anti-allergie
60 °C
1400 tpm
(1400 - 400
tpm)
7 kg
Witte katoenen kleding. Dit programma
verwijdert micro-organismes dankzij een wasfase met een temperatuur die gedurende een
aantal minuten boven de 60°C wordt gehouden. Dit helpt ziektekiemen, bacteriën, microorganismen en andere deeltjes de verwijderen. Een extra spoelbeurt zorgt voor een juiste
verwijdering van wasmiddelresten en pollen/
allergie veroorzakende stoffen. Op die manier
is het wassen effectiever.
Dekbed
40 °C
60°C - Koud
800 tpm
(800 - 400
tpm)
3 kg
Speciaal programma voor één synthetische
deken, dekbed, sprei enz.
Sport
30 °C
40°C - Koud
1200 tpm
(1200 - 400
tpm)
3 kg
Synthetische en delicate stoffen. Lichte
vervuiling of op te frissen kleding.
Referentie
Programma
centrifugeerStandaard temsnelheid
peratuur
Maximale lading
CentrifugeerTemperatuurbesnelheidsbereik
reik
Programmabeschrijving
(Type lading en vervuiling)
1200 tpm
(1200 - 400
tpm)
Machinewasbestendige wol, handwasbestendige wol en andere stoffen voorzien van het symbool «handwas».3)
Wol/
Zijde
40 °C
40°C - Koud
1,5 kg
1) Standaardprogramma's voor de Energielabel verbruikswaarden. Volgens de regelgeving
1061/2010 zijn deze programma's respectievelijk het «standaard 60°C katoenprogramma» en het «standaard 40°C katoenprogramma». Dit zijn de meest efficiënte programma's qua elektriciteits- en waterverbruik bij het wassen van normaal vervuild katoenen wasgoed.
De watertemperatuur van de wasfase kan verschillen van de temperatuur die is aangegeven
voor het geselecteerde programma.
2) Met onevenwichtige kleine ladingen, zoals lichte synthetische kledingstukken gemengd met veel
zwaardere kledingstukken zoals spons, kan de duur van het programma toenemen om de centrifugeersnelheid correct uit te voeren.
3) Tijdens deze cyclus draait de trommel langzaam om voorzichtig te wassen. Het kan lijken alsof de trommel niet draait of niet goed draait. Dit is echter normaal voor dit programma.
Programma
Centrif.
Compatibiliteit programma-opties
Katoen
■
■
■
■
■
Katoen Eco
■
■
■
■
■
Synthetica
■
■
■
■
■
Fijne was
■
■
■
Daily wash
■
■
■
Kort 30min
■
■
Extra Kort 14min
■
■
Centrifugeren
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
Pompen
Spoelen
■
■
■
■
■
■
13
Centrif.
Programma
Anti-allergie
■
Dekbed
■
■
■
Sport
■
■
■
Wol/Zijde
■
■
■
■
■
■
■
■
■
■
VERBRUIKSGEGEVENS
De aangewezen waarden zijn verkregen onder laboratoriumcondities met relevante standaarden. Verschillende oorzaken kunnen de gegevens wijzigen: de hoeveelheid en het type wasgoed en de omgevingstemperatuur. De waterdruk, netvoeding en de temperatuur
van het toevoerwater kunnen de duur van het wasprogramma ook beïnvloeden.
De technische specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd
om de kwaliteit van het product te verbeteren.
Bij start van het programma toont het display de programmaduur voor de maximale laadcapaciteit.
Tijdens de wasfase wordt de programmaduur automatisch berekend en deze kan flink
worden verlaagd als de wasgoedlading lager is dan de maximale laadcapaciteit (bijv. katoen 60°C, maximale laadcapaciteit 7 kg, de programmaduur is langer dan 2 uur, werkelijke lading 1 kg, de programmaduur is minder dan 1 uur).
Als het apparaat de echte programmaduur berekent, knippert er een punt in het display.
Programma’s
Lading (kg)
Resterend
vocht (%)1)
Katoen 60°C
7
1,34
68
157
52
Katoen 40°C
7
0,78
61
157
52
Synthetica 40°C
3
0,60
56
103
35
Fijne was 40°C
3
0,55
59
81
35
1,5
0,45
62
75
30
Wol/Zijde 30°C 2)
Standaard katoenprogramma's
14
Gemiddelde
Energiever- Waterverbruik
programmabruik (kWh)
(liter)
duur (minuten)
Programma’s
Lading (kg)
Standaard 60°C katoen
Standaard 60°C katoen
Standaard 40°C katoen
Gemiddelde
Energiever- Waterverbruik
programmabruik (kWh)
(liter)
duur (minuten)
Resterend
vocht (%)1)
7
0,92
44
250
52
3,5
0,68
35
204
52
3,5
0,59
36
189
52
1) Aan het einde van de centrifugeerfase.
2) Niet beschikbaar voor sommige modellen.
Uit-modus (W)
Modus aan laten (W)
0.48
0.48
De gegevens in de bovenstaande tabel zijn in overeenstemming met verordening 1015/2010 van de
Europese Commissie tot uitvoering van de richtlijn 2009/125/EG.
OPTIES
TEMP.
Kies deze optie als u de standaardtemperatuur wilt
wijzigen.
Controlelampje
= koud water.
Het controlelampje van de ingestelde temperatuur
gaat branden.
CENTRIF.
Met deze optie kunt u de standaard
centrifugeersnelheid wijzigen.
Het controlelampje van de ingestelde snelheid gaat
branden.
Extra centrifugeeropties:
Niet centrifugeren
• Stel deze optie in om alle centrifugeerfasen uit
te schakelen. Alleen de afvoerfase is
beschikbaar.
• Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.
• Stel deze optie in voor fijne was.
• De spoelfase verbruikt meer water voor
sommige wasprogramma's.
Spoelstop
•
•
•
•
•
Stel deze optie in om kreuken in stoffen te
voorkomen.
Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.
Als het programma afgerond is, zit er water in
de trommel.
De trommel draait regelmatig om kreukvorming
van het wasgoed te voorkomen.
De deur blijft vergrendeld. U moet het water
afvoeren om de deur te kunnen openen.
Zie om het water weg te pompen "Aan
het einde van het programma".
VOORWAS
Met deze optie kunt u een voorwasfase toevoegen
aan een wasprogramma.
Het desbetreffende indicatielampje gaat aan.
• Gebruik deze functie om een voorwasfase toe te
voegen voor de wasfase.
Deze optie wordt aanbevolen voor zwaar
vervuild wasgoed, met in het bijzonder zand,
stof, modder en andere vaste deeltjes.
Deze optie kan de duur van het
programma verlengen.
15
STARTUITSTEL
Met deze optie kunt u het starten van een
programma uitstellen naar een handiger tijdstip.
Druk herhaaldelijk op de knop om de gewenste
uitsteltijd in te stellen. De tijd neemt toe van 30
minuten tot 20 uren.
toont het display de standaardduur en
streepjes.
Op de display verschijnt de indicatie
en de
gekozen uitsteltijd. Na het aanraken van de toets
geschikt voor een volle lading normaal
bevuilde kleding.
Raak toets Time manager
aan om de
programmaduur naar wens te verkorten. Het display
toont de nieuwe programmaduur en het aantal
streepjes zal overeenkomstig afnemen:
TIME MANAGER
Met deze optie kunt u de programmaduur verkorten
naar gelang de grootte van de lading en de
bevuilingsgraad Als u een wasprogramma instelt,
■
■
■
■
1)
■
■
Fijne was
STRIJKVRIJ
Het apparaat wast en centrifugeert het wasgoed
voorzichtig om te voorkomen dat het wasgoed
kreukt.
Het apparaat vertraagt de centrifugeersnelheid,
gebruikt meer water en past de programmaduur
aan het type wasgoed aan.
Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.
Synthetica
Het bijbehorende indicatielampje gaat aan.
de kortste cyclus om een kleine hoeveelheid
wasgoed op te frissen.
Time manager is alleen beschikbaar bij de
programma's in de tabel.
Katoen Eco
Deze optie verlengt de duur van het
programma.
een hele korte cyclus voor een kleinere lading
weinig bevuilde kleding (max. halve lading
aanbevolen)
Katoen
EXTRA SPOELEN
Deze optie voegt een paar koude spoelgangen toe
aan het gekozen wasprogramma.
Gebruik deze optie voor personen met
wasmiddelallergieën en een gevoelige huid.
een korte cyclus voor een volle lading weinig
bevuilde kleding.
-indicator
Start/Pauze
begint het apparaat af te tellen en
wordt de deur vergrendeld.
■
■
■
■
■
■
■
■
1) Standaardduur voor alle programma's.
INSTELLINGEN
KINDERSLOT
Met deze optie kunt u voorkomen dat kinderen met
het bedieningspaneel spelen.
• Voor het inschakelen/uitschakelen van deze
optie, drukt u tegelijkertijd op
en
tot
het indicatielampje
aan/uit gaat.
U kunt deze optie inschakelen:
•
Nadat u op
heeft gedrukt: worden de opties
en de programmaknop vergrendeld.
•
Voordat u op
heeft gedrukt: kan het
apparaat niet starten.
16
PERMANENT EXTRA SPOELEN
Met deze optie kunt bij elke programma
automatisch een extra spoelbeurt instellen.
• Voor het inschakelen/uitschakelen van deze
optie, drukt u tegelijkertijd op
indicatielampje
en
aan/uit gaat.
GELUIDSSIGNALEN
De geluidssignalen weerklinken wanneer:
• Het programma is voltooid.
• Er een storing in het apparaat optreedt.
tot het
Voor het uitschakelen/inschakelen van de
geluidssignalen, drukt u tegelijkertijd op
en
gedurende 3 seconden.
Als u de geluidssignalen uitschakelt,
werken ze wel als er een storing
optreedt.
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Tijdens de installatie of voordat u het
apparaat voor het eerst gebruikt, kunt
u wat water in het apparaat
waarnemen. Dit is restwater dat in het
apparaat is achtergebleven nadat in de
fabriek een volledige functietest werd
uitgevoerd om te garanderen dat het
apparaat in perfect functionerende
staat aan de klant wordt geleverd en is
geen reden voor ongerustheid.
1. Steek de stekker in het stopcontact.
2. Draai de waterkraan open.
3. Doe een klein beetje wasmiddel in het
doseervakje voor de wasfase.
4. Stel het programma voor katoen in op de
hoogste temperatuur zonder wasgoed en start
het programma.
Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en
de kuip.
DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
WASGOED IN DE MACHINE DOEN
1. Open de deur van het apparaat
2. Maak de zakken leeg en zorg ervoor dat de
items niet opgevouwen zijn voordat u ze in het
apparaat plaatst.
3. Doe de was in de trommel, één item tegelijk.
Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel
plaatst.
4. Doe de deur stevig dicht.
Zorg dat er geen wasgoed tussen de
deur klemt om het risico op
waterlekkage en schade aan het
wasgoed te voorkomen.
Het wassen van hele vette of
olieachtige vlekken kan schade aan de
rubberen delen van de wasmachine
veroorzaken.
17
WASMIDDEL EN ADDITIEVEN (WASVERZACHTER, VLEKKENMIDDEL) TOEVOEGEN
Wasmiddelvakje voor wasfase.
Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, dient u dit direct voor het
starten van het programma te
plaatsen.
Bakje voor vloeibare toevoegingen
(wasverzachter, stijfsel).
Dit is het maximale niveau voor
vloeibare toevoegingen.
Klep voor waspoeder of vloeibaar
wasmiddel.
Wanneer u een programma (of optie) instelt met een voorwas, doe dan het wasmiddel voor de voorwasfase rechtstreeks in de trommel.
Volg altijd de instructies op die u op de verpakking van het wasmiddel aantreft. We raden u
wel aan het maximaal aangegeven niveau niet te overschrijden (
). Deze hoeveelheid zal u
echter de beste wasresultaten geven.
Verwijder na de wascyclus indien vereist achtergebleven wasmiddel uit het wasmiddelvakje.
VLOEIBAAR WASMIDDEL OF POEDER
A
De standaardpositie van de klep is A (waspoeder).
18
Om vloeibaar wasmiddel te gebruiken:
1. Verwijder de lade. Duw de rand van de lade op
de plaats van de pijl (PUSH) om de lade makkelijk
te verwijderen.
knippert.
Het indicatielampje
Het display toont het niveau van de Time
Manager, de programmaduur en de
indicatielampjes van de programmafases.
2. Indien nodig, wijzig de temperatuur en de
centrifugeersnelheid of voeg extra opties toe.
Als u een optie activeert, gaat het
indicatielampje van de ingestelde optie
branden.
•
•
B
Als u iets niet goed instelt, toont het
display de melding
.
EEN PROGRAMMA STARTEN ZONDER EEN
UITGESTELDE START
2.Zet de klep in stand B.
3.Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte.
Wanneer u vloeibaar wasmiddel gebruikt:
• Gebruik geen gelatineachtige of
dikke vloeibare wasmiddelen.
• Gebruik niet meer dan 120 ml.
• Stel niet het programma met voorwas in.
• Stel de startuitstelfunctie niet in.
Druk op
.
•
stopt met
Het indicatielampje
knipperen en blijft branden.
•
Het indicatielampje
begint te
knipperen.
Het programma start, de deur is
vergrendeld en het display toont de
•
•
weergave
.
De afvoerpomp kan even werken als het
apparaat gevuld wordt met water.
Na ongeveer 15 minuten na de start
van het programma:
• Het apparaat past automatisch de
programmaduur aan aan de
wasgoedbelading.
• Op de display verschijnt de nieuwe
waarde.
A
EEN PROGRAMMA STARTEN MET EEN
UITGESTELDE START
1. Druk nogmaals op
tot op het display het
gewenste startuitstel verschijnt.
Het bijbehorende indicatielampje gaat branden op
het display.
Wanneer de klep zich in stand B bevindt en u waspoeder wenst te gebruiken:
1. Verwijder de lade.
2.Zet de klep in stand A.
3.Plaats de wasmiddeldoseerlade terug in de ruimte.
:
2. Druk op
• De machine begint de tijd af te tellen.
• De deur wordt vergrendeld, het display
•
toont de aanduiding
.
Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het
wasprogramma automatisch gestart.
EEN PROGRAMMA INSTELLEN
1. Draai de programmaschakelaar om het
programma in te stellen:
19
U kunt de instelling van het startuitstel
annuleren of wijzigen voordat u op
drukt. De uitgestelde start annuleren:
•
Druk op
om het apparaat
op pauze te zetten.
•
Druk op
verschijnt.
•
Druk weer op
om het
programma direct te starten.
tot op het
'
DE TIMECARE SYSTEM LADINGDETECTIE
Na op de toets Start/Pauze
te hebben gedrukt:
1. Het TimeCare System begint het gewicht van
de lading te schatten om de werkelijke
programmaduur te berekenen. Tijdens deze
fase knippert de stip op het display.
2. Na ongeveer 15-20 minuten wordt een nieuwe
cyclusduur weergegeven.
Het apparaat past de programmaduur
automatisch aan de lading aan om in de kortst
mogelijke tijd zo perfect mogelijke
wasresultaten te krijgen.
EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN EN DE
OPTIES WIJZIGEN
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze
gaan werken.
1. Druk op
.
Het indicatielampje knippert.
2. Wijzig de opties.
3. Druk weer op
.
Het wasprogramma gaat verder.
ACTIEF PROGRAMMA ANNULEREN
1. Druk de programmaknop naar
om het
programma te annuleren en om het apparaat uit
te schakelen.
2. Druk opnieuw op de programmaknop om het
apparaat in te schakelen. Nu kunt u een nieuw
wasprogramma kiezen.
Het apparaat voert het water af
voordat u een nieuw programma start.
Zorg er in dit geval voor dat het
wasmiddel nog in het doseerbakje zit,
zo niet vul het dan bij.
20
DE DEUR VAN HET APPARAAT OPENEN
WANNEER HET STARTUITSTEL IN WERKING
IS
Als een startuitstel in werking is, is de deur van het
apparaat vergrendeld en is het indicatielampje
aan.
1. Druk op
om het apparaat te pauzeren.
De aanduiding
begint te knipperen.
2. Wacht ongeveer 2 minuten tot de
deurvergrendelingsaanduiding
knipperen en uitgaat.
3. U kunt de deur openen.
stopt met
4. Sluit de deur en druk weer op de toets
De uitgestelde start is weer geactiveerd.
.
DE DEUR OPENEN ALS HET PROGRAMMA
IN WERKING IS
Als een programma in werking is, is de deur van het
apparaat vergrendeld en is het indicatielampje
aan.
LET OP! Als de temperatuur en het
waterniveau in de trommel te hoog zijn,
kunt u de deur niet openen.
1. Draai de programmaknop op
om het
apparaat uit te schakelen.
2. Wacht een paar minuten met het openen van
de deur.
3. Sluit de deur van het apparaat.
4. Stel het programma opnieuw in.
AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA
• Het apparaat stopt vanzelf.
• Als het geluidssignaal actief is, weerklinkt het
signaal.
•
In het display gaat
•
Het lampje van
•
Het deurvergrendelingssymbool
knippert
voor een paar minuten en gaat dan uit.
U kunt de deur openen.
Haal het wasgoed uit het apparaat. Zorg ervoor
dat de trommel leeg is.
Draai de waterkraan dicht.
•
•
•
•
aan.
gaat uit.
Draai de programmaknop op
om het
apparaat uit te schakelen.
• Laat de deur iets open staan om de vorming van
schimmel en onaangename luchtjes te
voorkomen.
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat
water in de trommel:
•
De trommel draait regelmatig om kreukvorming
van het wasgoed te voorkomen.
•
Het deurvergrendelingssymbool
brandt.
gaat knipperen. De deur
Het controlelampje
blijft vergrendeld.
• U moet het water afvoeren om de deur te
kunnen openen.
Om het water weg te pompen:
1. De centrifugeersnelheid zo nodig verlagen. Als
u
instelt, pompt het apparaat alleen.
STAND-BY
Enkele minuten na het einde van het
wasprogramma wordt de energiezuinige modus
geactiveerd, wanneer u het apparaat niet
uitschakelt.
Hierdoor wordt het energieverbruik beperkt
wanneer het apparaat in de standby-stand staat.
• Alle indicatielampjes en de display gaan uit.
•
•
2. Druk op
. Het apparaat voert het water af
en centrifugeert.
3. Als het programma is voltooid, knippert het
Als u een programma of optie instelt
die eindigt met water in de trommel,
wordt de energiebesparingsfunctie
niet geactiveerd om u eraan te
herinneren het water weg te pompen.
deurvergrendelingssymbool
voor een paar
minuten. Wanneer het symbool uit gaat, kunt u
de deur openen.
4. Draai de programmaknop op
apparaat uit te schakelen.
Het indicatielampje van
knippert langzaam
Druk op een van de opties om de energiezuinige
modus te deactiveren.
om het
Na ongeveer 18 uur begint het
apparaat automatisch met het afvoeren
van water en centrifugeren (behalve bij
het wolprogramma).
AANWIJZINGEN EN TIPS
VOOR U HET WASGOED IN DE TROMMEL
DOET
• Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd,
synthetisch, fijne was en wol.
• Volg de wasinstructies die u op de waslabels
van het wasgoed vindt.
• Was witte en bonte artikelen niet samen.
• Sommige bonte items kunnen verkleuren met de
eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te
wassen voor de eerste keer.
• Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes
en drukknopen. Rol riemen op.
• Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met
geverfde opdrukken binnenstebuiten.
• Verwijder ingedroogde vlekken met een speciaal
wasmiddel.
• Zwaar bevuilde was met vlekken moet
gewassen en voorbehandeld worden voordat
het in de trommel wordt gedaan
• Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de
haken of stop de gordijnen in een waszak of
kussensloop.
• Was geen wasgoed zonder zomen of met
scheuren. Gebruik een waszakje om kleine
items te wassen (Bijv. beugelbh's, riemen,
panty's, etc.).
•
•
•
Een zeer kleine lading kan problemen
veroorzaken bij de centrifugefase. Als dit
gebeurt, kunt u de artikelen handmatig verdelen
in de trommel en de centrifugefase opnieuw
starten.
Vermijd het wassen van kleding vol met lange
haren van dieren of van kleren van slechte
kwaliteit die veel pluis afgeven, want dat kan het
afvoercircuit blokkeren en daarom leiden tot de
noodzaak van hulp van een technicus.
Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen
open.
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet
voldoende.
21
We raden u aan om deze vlekken te behandelen
voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar.
Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die
geschikt is voor het type vlek en stof.
WASMIDDELEN EN
NABEHANDELINGSMIDDELEN
• Gebruik alleen wasmiddelen en
nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor
gebruik in een wasautomaat:
– waspoeder voor alle soorten weefsels,
– waspoeder voor delicate stoffen (40 °C
max) en wol,
– vloeibare wasmiddelen, bij voorkeur voor
wasprogramma's op lage temperatuur (60
°C max.) voor alle soorten weefsels, of
speciaal voor alleen wol.
• Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel
met elkaar.
• Gebruik niet meer dan de benodigde
hoeveelheid wasmiddel om het milieu te
beschermen.
• Volg altijd de instructies die u vindt op de
verpakking van deze producten.
• Gebruik de juiste producten voor het type en de
kleur stof, de programmatemperatuur en de
mate van vervuiling.
• Als uw machine geen wasmiddeldoseerbakje
heeft met klepje, voeg dan het vloeibare
wasmiddel toe met een doseerbol (meegeleverd
bij het wasmiddel).
MILIEUTIPS
• Stel een programma in zonder de voorwasfase
om wasgoed dat normaal vervuild is te wassen.
• Start een wasprogramma altijd met de maximum
toegestane hoeveelheid wasgoed.
• Gebruik indien nodig een vlekkenverwijderaar
als u een programma met een lage temperatuur
instelt.
• Controleer de waterhardheid van uw plaatselijke
systeem om de juiste hoeveelheid wasmiddel te
gebruiken. Zie "Waterhardheid".
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of
gemiddeld is, raden we u het gebruik van
waterverzachter voor wasautomaten aan. In
gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het
gebruik van een waterverzachter niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke
waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw
gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de
waterverzachter. Volg altijd de instructies die u
vindt op de verpakking van het product.
REINIGING EN ONDERHOUD
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
Dit apparaat is alleen bedoeld voor
normaal huishoudelijk gebruik.
Lees het hoofdstuk zorgvuldig door
voor het beste onderhoud en zorg.
BUITENKANT REINIGEN
Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep
en warm water. Maak alle oppervlakken volledig
droog.
LET OP! Gebruik geen alcohol,
oplosmiddelen of chemische
producten.
LET OP! Reinig de metalen
oppervlakken niet met een
reinigingsmiddel op chloorbasis.
22
ONTKALKEN
Als de waterhardheid in uw gebied
hoog of gemiddeld is, raden we u het
gebruik van waterontharder voor
wasautomaten aan.
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.
Normale wasmiddelen bevatten al
wateronthardende middelen, maar we raden aan af
en toe een cyclus te draaien met een lege trommel
en een ontkalkingsproduct.
Volg altijd de instructies die u vindt op
de verpakking van het product.
ONDERHOUDSWAS
Bij herhaaldelijke en voortdurend gebruik van
programma´s bij lage temperaturen kunnen er
wasmiddelresten en pluizen achterblijven en kan er
bacteriëngroei in de trommel en de kuip ontstaan.
Dit kan slechte geurtjes en meeldauw veroorzaken.
Draai om deze resten te verwijderen en de
binnenkant van het apparaat te reinigen regelmatig
een onderhoudswasbeurt (minstens eenmaal per
maand).
Raadpleeg het hoofdstuk
'Trommelreiniging'.
DE TROMMEL REINIGEN
Controleer de trommel regelmatig om ongewenste
aanslag te voorkomen.
Roestaanslag in de trommel kan voorkomen
vanwege roestende vreemde voorwerpen in de was
of door leidingwater dat ijzer bevat
Reinig de trommel met speciale producten voor
roestvrij staal.
Volg altijd de instructies die u vindt op
de verpakking van het product.
Maak de trommel niet schoon met zure
ontkalkingsmiddelen, schuurmiddelen
die chloor of ijzer of staalwol bevatten.
Voor een grondige reiniging:
1. Haal al het wasgoed uit de trommel.
2. Voer een Katoen-programma uit op de hoogste
temperatuur.
3. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe
aan de lege trommel om achtergebleven resten
weg te spoelen.
HET WASMIDDELDOSEERBAKJE REINIGEN
1.
DEURAFDICHTING MET VAL MET DUBBELE
LIP
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend
drainagesysteem waardoor lichte pluisvezels die
van de kleren vallen samen met het water worden
afgevoerd op zo'n manier dat het niet nodig is dat
de klant dit gedeelte regelmatig onderhoudt en
reinigt.
Controleer het deurrubber regelmatig en verwijder
voorwerpen uit de binnenkant. Munten, knoppen en
andere kleine items vergeten in de zakken van uw
kleren worden tijdens de wascyclus gevangen in de
speciale val met dubbele lip in de
patrijspoortafdichting, waar ze gemakkelijk kunnen
worden uit gehaald aan het einde van de cyclus.
2.
23
3.
4.
HET FILTER VAN DE TOEVOERSLANG EN HET KLEPFILTER REINIGEN
1
2
3
45°
20°
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar
de temperatuur lager is dan 0° C, dan dient u het
resterende water uit de afvoerslang en de
afvoerpomp te verwijderen.
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Draai de waterkraan dicht.
3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang
in een bak en laat het water uit de slang
stromen.
24
4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de
noodafvoerprocedure.
5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de
toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat
de temperatuur hoger is dan 0°C
voordat u het apparaat opnieuw
gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor schade die door lage
temperaturen is veroorzaakt.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de
hoofdstukken Veiligheid.
INTRODUCTIE
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking.
Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie
tabel). Als het probleem aanhoudt, neemt u contact
op met de Servicedienst.
Bij sommige problemen werken de
geluidssignalen en toont de display een
alarmcode:
•
drukken op toets Start/Pauze. Na 10 seconden
wordt de deur ontgrendeld.
•
- Het apparaat pompt geen water weg.
•
- De deur is open of niet goed gesloten.
Controleer de deur!
•
- De stroomtoevoer is onstabiel. Wacht
tot de stroomtoevoer stabiel is.
WAARSCHUWING! Schakel het
apparaat uit voordat u controles
uitvoert.
- Het apparaat wordt niet goed gevuld
met water. Start het apparaat nogmaals door te
MOGELIJKE STORINGEN
Probleem
Mogelijke oplossing
•
Het programma start niet.
•
•
•
•
•
Verzeker u ervan dat de netstekker is aangesloten op het stopcontact.
Verzeker u ervan dat de klep van het apparaat gesloten is.
Verzeker u ervan dat er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is.
Zorg dat de knop Start/Pauze is ingedrukt.
Als uitgestelde start gekozen is: annuleer de instelling of wacht op
het einde van de aftelprocedure.
Schakel het kinderslot uit.
25
Probleem
Mogelijke oplossing
•
•
•
•
Het apparaat wordt niet
goed met water gevuld.
•
•
•
Het apparaat vult zich niet
met water en pompt dit direct weg.
Het water niet wordt afgepompt uit de machine.
•
Verzeker u ervan dat de aftapslang in de juiste positie is. De slang
kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'.
•
•
•
•
Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is.
Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft.
Verzeker u ervan dat de aansluiting van de aftapslang in orde is.
Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt.
Stel het afvoerprogramma in als u een optie instelt waarbij water in
de trommel blijft.
Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoerfilter.
Neem contact op met een erkend servicecentrum.
•
•
•
•
De centrifugeerfase werkt
niet of de wascyclus duurt
langer dan normaal.
•
•
•
Er is water op de vloer.
•
•
•
•
U kunt de klep van de machine niet openen.
26
Verzeker u ervan dat de waterkraan geopend is.
Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem
voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf.
Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is.
Dit probleem kan worden veroorzaakt door het filter van de toevoerslang of het filter van de afvoerklep die verstopt kan zijn. Zie het
hoofdstuk 'Onderhoud en reiniging'. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang
aanwezig zijn.
Verzeker u ervan dat de aansluiting van de waterinlaatslang in orde
is.
Verzeker u ervan dat de aansluitingen van de waterinlaatslangen in
orde zijn.
•
•
•
Stel de centrifugeersnelheid in.
Stel het afvoerprogramma in als u een optie instelt waarbij water in
de trommel blijft.
Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoerfilter.
Neem contact op met een erkend servicecentrum.
Verdeel het wasgoed met de hand in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan veroorzaakt zijn door evenwichtsproblemen.
Verzeker u ervan dat de koppelingen van de waterslangen goed afgedicht zijn en dat er geen waterlekkage is.
Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd
zijn.
Zorg ervoor dat u het juiste wasmiddel in de juiste hoeveelheid gebruikt.
Controleer of het wasprogramma is voltooid.
Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de
trommel bevindt.
Houd u zich aan de noodafvoerprocedure. Zie "Voorzorgsmaatregelen bij vorst" (in het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging").
Verzeker u ervan dat er elektrische stroom op de machine staat.
Dit probleem kan veroorzaakt zijn door een storing in de machine,
Neem contact op met een erkend servicecentrum.
Probleem
Het apparaat maakt een
abnormaal geluid.
Mogelijke oplossing
•
•
•
Zorg ervoor dat de machine goed waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'.
Verzeker u ervan dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'.
Leg meer wasgoed in de trommel. De belading kan te gering zijn.
De cyclus is korter dan de
weergegeven tijd.
•
Het apparaat berekent een nieuwe tijd aan de hand van de wasgoedlading. Zie het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'.
De cyclus is langer dan de
weergegeven tijd.
•
Een wasgoedlading die niet in balans is verlengt de duur. Dit is normaal gedrag van het apparaat.
•
•
•
•
Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander wasmiddel.
Gebruik speciale producten voor het verwijderen van hardnekkige
vlekken voordat u het wasgoed wast.
Verzeker u ervan dat u de juiste temperatuur gekozen heeft.
Verminder de wasgoedbelading.
•
Zorg dat u alleen op de gewenste tiptoets(en) drukt.
De wasresultaten laten te
wensen over.
U kunt geen optie instellen.
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem zich nogmaals voordoet: neem contact op met een erkend servicecentrum.
Als het display andere alarmcodes toont. Schakel de machine uit en zet hem weer aan. Als het probleem
zich blijft voordoen: neem contact op met een erkend servicecentrum.
TECHNISCHE GEGEVENS
Afmeting
Breedte / hoogte / diepte /
totale diepte
600 mm/ 850 mm/ 559 mm/ 578 mm
Elektrische aansluiting
Spanning (Voltage)
Totaal vermogen
Zekering
Frequentie
230 V
2200 W
10 A
50 Hz
Het beschermdeksel biedt bescherming tegen vaste stoffen en vochtigheid, behalve op plaatsen waar de laagspanningsapparatuur geen bescherming tegen vocht
biedt
IPX4
Watertoevoerdruk
0,5 bar (0,05 MPa)
8 bar (0,8 MPa)
Minimum
Maximum
Koud water
Watertoevoer 1)
Maximale belasting
Katoen
Energiebesparingsklasse
Centrifugeersnelheid
7 kg
A+++
Maximale centrifugeersnelheid
1351 tpm
1) Sluit de waterinlaatslang aan op een waterkraan met een 3/4'' -schroefdraad.
27
PRODUCTINFORMATIEBLAD CONFORM E.U.-VERORDENING 1369/2017
Productinformatieblad
Handelsmerk
Model
Nominale capaciteit in kg
7
Energie-efficiëntieklasse
A+++
Energieverbruik in kWh per jaar, gebaseerd op 220 standaard wascycli voor de katoenprogramma’s op 60 °C en 40 °C bij volledige en
gedeeltelijke lading, en het verbruik in standen met een laag opgenomen vermogen. Het werkelijke verbruik wordt bepaald door de
wijze waarop het apparaat wordt gebruikt.
171
Het energieverbruik van het standaard 60°C katoenprogramma bij
volledige lading in kWh
0,92
Het energieverbruik van het standaard 60°C katoenprogramma bij
gedeeltelijke lading in kWh
0,68
Het energieverbruik van het standaard 40°C katoenprogramma bij
gedeeltelijke lading in kWh
0,59
Energieverbruik in de uitstand in W
0,48
Energieverbruik in de sluimerstand in W
0,48
Waterverbruik in liter per jaar, gebaseerd op 220 standaard wascycli
voor de katoenprogramma’s op 60 °C en 40 °C bij volledige en gedeeltelijke lading. Het werkelijke waterverbruik wordt bepaald door
de wijze waarop het apparaat wordt gebruikt.
9499
Centrifuge-efficiëntieklasse op een schaal van G (minst efficiënt) tot
A (meest efficiënt)
B
De maximale centrifugesnelheid in rpm
Restvochtgehalte in %
1351
52
Het "standaard katoenprogramma op 60 °C" en het "standaard katoenprogramma op 40 °C" de standaard wasprogramma’s zijn waarop de informatie op het etiket en de productkaart betrekking heeft,
dat deze programma’s geschikt zijn voor het wassen van normaal
bevuild katoenen wasgoed en dat ze de meest efficiënte programma’s zijn wat het gecombineerd energie- en waterverbruik betreft.
-
Standaard katoenprogramma op 60 °C bij volledige en lading in minuten
250
Standaard katoenprogramma op 60 °C bij gedeeltelijke en lading in
minuten
204
Standaard katoenprogramma op 40 °C bij gedeeltelijke en lading in
minuten
189
De duur van de sluimerstand in minuten
28
ZANUSSI
ZWFN7145,
PNC914912490
5
De geluidsemissie via de lucht in db(A), wassen
58
De geluidsemissie via de lucht in db(A), centrifugeren
78
Ingebouwde apparatuur J/N
Nee
De gegevens in de bovenstaande grafiek zijn in overeenstemming met de EU verordening 1015/2010 die
richtlijn 2009/125/EC implementeert.
MILIEUBESCHERMING
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
Recycleer de materialen met het symbool
. Gooi
de verpakking in een geschikte afvalcontainer om
het te recycleren. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycleer op een correcte
manier het afval van elektrische en elektronische
symbool niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de
buurt of neem contact op met de gemeente.
29
*
30
31
192927830-A-102019
WWW.ZANUSSI.COM/SHOP
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement