Utax FAX 520 Operating instructions

Utax FAX 520 Operating instructions

I N S T R U C T I E H A N D L E I D I N G

UTAX FAX 520

Lees altijd de instructiehandleiding alvorens de kopieermachine in gebruik te nemen. Bewaar de handleiding op de daarvoor bestemde plaats, zodat deze gemakkelijk beschikbaar is.

2

Veiligheidsinstructies

Gelieve alle waarschuwingen en instructies door te nemen en ze nauwgezet op te volgen.

Zorg ervoor dat het apparaat veilig en stabiel op een vlak en horizontaal oppervlak staat (geen onderlegsel zoals tapijten, enz.). Mocht het faxtoestel vallen, dan kan het beschadigd raken en/of mensen verwonden, vooral kleine kinderen.

Omdat zich een documentenuitvoer aan de voorzijde van het apparaat bevindt, mogen er geen voorwerpen voor het apparaat worden geplaatst.

Zet het apparaat niet in direct zonlicht, in de buurt van een radio- of televisietoestel, verwarming of airconditioning en zorg ervoor dat het apparaat niet in aanraking komt met stof, water of chemische middelen.

Zorg ervoor dat de lucht vrij rond het faxtoestel kan circuleren.

Gebruik het faxtoestel niet in gesloten dozen, kasten, meubels, enz. Dek nooit het faxtoestel af (tafelkleden, papier, enz.).

Plaats het faxtoestel niet op bedden, tafelkleden, kussens, sofa’s, tapijten of andere zachte oppervlakken, omwille van het gevaar op oververhitting en bijgevolg op brand.

Sluit nooit de telefoon- of de stroomkabel aan in vochtige ruimten, behalve als de stopcontacten speciaal ontworpen zijn voor vochtige omstandigheden. Raak nooit de voedingsstekker, het stopcontact of de telefoonstekker aan met natte handen.

Mocht de behuizing, en in het bijzonder de stroomkabels van het faxtoestel beschadigd raken, haalt u de stekker uit het stopcontact en neemt u contact op met u uw service center.

De behuizing van uw faxtoestel mag enkel geopend worden door erkend servicepersoneel.

Als u een draadloze telefoon samen met uw faxtoestel wilt aansluiten, houdt u dan ten minste 15 cm afstand tussen beide apparaten. Anders kunnen er akoestische storingen optreden.

Zorg ervoor dat de kabels veilig liggen (gevaar van struikelen, schade aan het snoer of aan het faxtoestel).

Haal zowel de telefoon- als de voedingsstekker uit het stopcontact voor u het faxtoesteloppervlak schoonmaakt.

Gebruik nooit vloeibare of gasvormige schoonmaakmiddelen

(spuitbussen, schurende middelen, poetsmiddelen,…).

Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen in het faxtoestel terechtkomen, anders bestaat er gevaar op elektrische schokken of andere verwondingen en ernstige schade aan het faxtoestel.

Mocht er toevallig toch vloeistof in het faxtoestel terechtkomen, dient u meteen de stekker uit het stopcontact te halen en het faxtoestel weg te brengen voor een grondig onderzoek.

Indien er een breuk in het display ontstaat, kan er een matig irriterende vloeistof uitstromen. Vermijd huid- en oogcontact.

Raak nooit telefoon- of stroomkabels aan die niet geïsoleerd zijn of waarvan de isolatie beschadigd is, behalve als de telefoonkabel niet is aangesloten op de telefoonlijn en/of als de stroomkabel niet is aangesloten op het elektriciteitsnet.

Uw faxtoestel werd getest in overeenstemming met de normen EN 60950 of IEC 60825-1 en mag enkel gebruikt worden op telefoon- en elektriciteitsaansluitingen die voldoen aan deze normen.

Stel nooit uw faxtoestel bloot aan regen of enige andere vorm van vocht, dit om het risico op elektrische schokken of brand te vermijden.

Bij onweer haalt u zowel de telefoon- als de voedingsstekker uit het stopcontact. Als u het faxtoestel niet kunt uitschakelen, gebruikt u het gewoon niet en telefoneert u ook niet, omwille van het gevaar op blikseminslag en/of schade aan het toestel.

Wanneer de stroom uitvalt, kunt u geen gebruik meer maken van telefoon of fax.

Het faxapparaat is uitsluitend voor gebruik in het desbetreffende land van verkoop gefabriceerd. Het voldoet aan de bepalingen van de telefoonmaatschappijen aldaar.

Installatie ........................... 4

Overzicht van de apparatuur .................................................... 4

Beschrijving ................................................................................ 5

Toetsfuncties ............................................................................... 6

Accessoires.................................................................................. 7

Papier aanbrengen ..................................................................... 8

Toner aanbrengen ...................................................................... 8

Toner vervangen ........................................................................ 9

Het faxapparaat aansluiten ....................................................... 9

Extra telefoons ......................................................................... 10

ISDN-aansluiting ..................................................................... 11

Telefooncentrale....................................................................... 11

Basisinstellingen .............. 12

Land ........................................................................................... 12

Taal ............................................................................................. 12

Help ........................................................................................... 12

Uw nummer .............................................................................. 12

Uw naam ................................................................................... 12

Tijd en datum ........................................................................... 12

Volume ...................................................................................... 13

Energiebesparing ..................................................................... 13

Tonerbesparing ......................................................................... 13

Overzicht van instellingen ...................................................... 13

Belpatronen ..................... 14

TEL-modus .............................................................................. 14

FAX-modus .............................................................................. 14

AUT-modus .............................................................................. 14

TAB-modus .............................................................................. 14

Faxen ontvangen vanaf een ander toestel ............................ 14

Telefoon ........................... 15

Telefoneren ............................................................................... 15

Nummerherhaling.................................................................... 15

Snelkeuzetoetsen ...................................................................... 15

Telefoonlijst .............................................................................. 15

Groepen .................................................................................... 16

Nummerherkenning ................................................................ 17

Journaal afdrukken .................................................................. 17

Inhoud

Faxen ................................ 18

Documenten invoeren ............................................................ 18

Faxen verzenden ...................................................................... 18

Resolutie .................................................................................... 18

Verkleinen ................................................................................. 18

Geheugen .................................................................................. 19

Rondzenden .............................................................................. 19

Later verzenden ........................................................................ 20

Verzenden met code ................................................................ 20

Faxen afroepen ......................................................................... 20

Verzenden op afroep ............................................................... 21

Verzendsnelheid ....................................................................... 21

Ontvangstsnelheid ................................................................... 21

Verzendrapport ........................................................................ 21

Ontvangstrapport .................................................................... 21

Kopiëren

............................ 22

Kopiëren ................................................................................... 22

Problemen oplossen ....... 23

Storingscodes .................. 25

Bijlage ............................... 27

Technische specificaties .......................................................... 27

Verklarende woordenlijst ........................................................ 28

Verbruiksartikelen .................................................................... 28

Garantie ..................................................................................... 29

Verklaring van overeenstemming .......................................... 30

Index................................. 31

3

Installatie

Overzicht van de apparatuur

De verpakking bevat de volgende onderdelen:

Faxapparaat met papierlade

Telefoonkabel met stekker

Telefoonhoorn met spiraalsnoer

Gebruikershandleiding

Installatiehandleiding

Tonercartridge

Documentenhouder

Documentenopvang

4

Beschrijving

Kap

Greep van kap

Documentenhouder

Documenteninvoer

(max. 15 vel)

Documentengeleider

Bedieningspaneel

Vlak voor snelkiesnummers

Documentenopvang

Papieropvang

Deksel van papierlade

Papierlade

(max. 125 vel)

Tonercartridge

Naar netvoeding

Naar telefoonaansluiting

Hendel voor verwijdering van papier

5

Toetsfuncties

RESOLUTION

beeldkwaliteit instellen voor het verzenden en kopiëren van tekst en afbeeldingen u opties selecteren / volume instellen / cursor verplaatsen in display

MENU

functies selecteren

TEL/FAX/AUTO

ontvangstmodus instellen (TEL/FAX/AUTO/TAB) g geeft aan dat u telefoneert / kiest met de hoorn op de haak v lees het display wanneer dit symbool knippert

STOP

een proces onderbreken / het document uitwerpen / invoer annuleren

START/COPY

beginnen met faxen van een document of met kopiëren

R

voor speciale functies, bijvoorbeeld bij gebruik van een telefooncentrale of sommige functies die uw telefoonmaatschappij aanbiedt (wisselgesprek, wachtfunctie, etc.)

PP een van de laatste vijf gekozen nummers herhalen / een pauze tussen twee cijfers invoeren

Snelkeuzetoetsen

opgeslagen nummers kiezen a namen en telefoonnummers opzoeken l een nummer kiezen met de hoorn op de haak; als u tijdens het verzenden of ontvangen op deze toets drukt, kunt u aansluitend een gesprek voeren.

MEMORY

geheugenfuncties

6

Accessoires

Documenthouder

Plaats de documenthouder

stevig

in de daartoe bestemde openingen achter de papierinvoer.

Documentenopvang

Plaats de documentenopvang voorzichtig in de opening onder het bedieningspaneel (

A

). Voor documenten met een afwijkend formaat (bijvoorbeeld groter dan A4) trekt u de lade een stukje naar buiten.

A

Hoorn van het faxapparaat

Steek de stekker van het spiraalsnoer in de bus met de aanduiding

HANDSET onder aan het apparaat

. Raadpleeg het gedeelte

Installatie

/extra apparatuur voor meer informatie over het aansluiten van andere apparaten op de bus

EXT

.

Papieropvangbak

De papieropvangbak is bevestigd aan de papierlade. Houd met

één hand de papierlade tegen wanneer u de papieropvangbak uittrekt.

7

8

Papier aanbrengen

1

Trek de papierlade naar buiten.

6

Schuif de papierlade voorzichtig in het faxapparaat.

2

Waaier het papier uit om te voorkomen dat er meerdere vellen papier tegelijk in het apparaat worden getrokken.

3

Open de deksel van de papierlade en leg het papier tegen de markering in de lade (standaardformaat A4 210 x 297 mm, 80 g/m

2)

. De lade kan maximaal 125 vel papier bevatten.

v

Vul de lade niet verder dan tot de markering.

Papier dat al eens door een Laserprinter is bedrukt (bijvoorbeeld voorbedrukte formulieren of briefpapier) kan niet opnieuw gebruikt worden in de Laserfax. Dit kan gemakkelijk vastlopen.

Toner aanbrengen

Voordat u documenten kunt ontvangen, kopiëren of afdrukken, moet er een tonercartridge in het faxapparaat zijn geplaatst. Er is een gratis cartridge bij het faxapparaat geleverd.

1

Neem de cartridge uit de verpakking en verwijder het zwarte extra papier.

4

Plaats papier waarop u wilt afdrukken of kopiëren

(bijvoorbeeld formulieren of briefpapier)

met de bedrukte zijde onder

.

2

Trek de strip aan de linkerkant van de cartridge helemaal naar buiten.

5

Druk op het papier zodat de kleine hendel (

A

) wordt vergrendeld, en breng de deksel weer aan.

v

Voorkom dat u de onderzijde van de toner cartridge aanraakt om vermindering van de afdrukkwaliteit te vermijden.

3

Schud de tonercartridge een aantal malen heen en weer voor een optimale afdrukkwaliteit.

3

Pak de tonercartridge vast bij de uitsparing in het midden en trek deze naar boven om de cartridge te verwijderen.

4

Pak de kap van het faxapparaat bij de greepjes aan de zijkant en klap deze naar achteren. Plaats de cartridge zo in de houder, dat deze op zijn plaats klikt en sluit vervolgens de kap.

4

Plaats de nieuwe cartridge zo in de houder, dat deze op zijn plaats klikt en sluit vervolgens de kap.

v

Gebruik uitsluitend de originele tonercartridges van PHILIPS. U kunt deze tonercartridges rechtstreeks bij PHILIPS bestellen (zie de

Verbruiksartikelen in de bijlage).

Toner vervangen

1

Volg de stappen 1-3 die worden beschreven onder Toner aanbrengen.

2

Pak de kap van het faxapparaat bij de greepjes aan de zijkant en klap deze naar achteren.

v

Bewaar aangebroken of gebruikte cartridges in de originele verpakking of wikkel deze in een doek. Breng de toner naar een speciaalzaak.

Het faxapparaat aansluiten

Op de netvoeding

1

Sluit het apparaat aan op een wandcontactdoos.

2

In het display wordt de tekst

LAND INSTELLEN weergegeven.

3

Druk op

START/COPY

en selecteer met

<

/

>

het gewenste land.

4

Druk op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

Na een korte opwarmfase gaat het apparaat naar de bespaarmodus.

9

Variant 1

Op de telefoonleiding

U sluit het faxapparaat aan op de telefoonleiding door de stekker van de leiding in de bus met de aanduiding

LINE

aan de achterzijde van het apparaat te steken.

Nederland

Variant 2

Variant 3

België

Variant 4

Extra telefoons

U kunt op één telefoonaansluiting naast het faxapparaat nog meer apparaten aansluiten, zoals een extra telefoontoestel, een draadloze telefoon, een antwoordapparaat, een kostenteller of een modem. Neem contact op met uw leverancier als u het faxapparaat wilt combineren met speciale extra apparatuur.

Houd rekening met de onderstaande volgorde wanneer u meerdere apparaten voor telecommunicatie op dezelfde telefoonaansluiting wilt aansluiten:

10 f

ISDN-aansluiting

Uw faxapparaat is geen ISDN-fax (groep 4), maar een analoge fax (groep 3). Het apparaat kan dan ook niet direct op een

ISDN-aansluiting worden aangesloten, maar u hebt hiervoor ofwel een (analoge) adapter of een ISDN-installatie met aansluitingen voor analoge eindstations nodig. Zie voor verdere informatie de handleiding van uw ISDN-installatie.

Telefooncentrale

Veel grote bedrijven beschikken over een eigen telefooncentrale. Ook privéhuishoudens hebben steeds vaker een ISDN-installatie in de vorm van een huiscentrale. Voor een verbinding vanaf een toestel met een buitenlijn moet een bepaald cijfer worden gekozen dat voorafgaat aan het gekozen abonneenummer.

1

Als u het faxapparaat wilt aansluiten op een telefooncentrale, drukt u op

MENU

en kiest u vervolgens

336 . Vervolgens drukt u op

START/COPY

. In het display wordt

VERB.TYPE:PSTN

weergegeven.

2

Druk op

<

/

>

om de telefooncentrale in te stellen. In het display wordt

VERB.TYPE:PABX

weergegeven.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

v

Het nummer voor de buitenlijn moet worden ingesteld door de fabrikant. Dit is ofwel de toets

0

,

R

(ook wel aangeduid met FLASH) of een andere cijfertoets.

D Als bij een telefooncentrale

R

als buitenlijncode is opgegeven en er desondanks geen kiestoon mogelijk blijkt, dan voldoet uw centrale niet aan de voorschriften. Aan het faxapparaat moeten in dat geval bepaalde technische instellingen worden gewijzigd. U kunt zich hiertoe tot onze telefonische klantenservice richten (zie achterzijde).

11

Basisinstellingen

Land

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 18 om een land in te stellen. In het display wordt

18 LAND

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en gebruik

<

/

>

om het land te kiezen waarin het apparaat wordt gebruikt.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om de instelling vast te leggen.

Taal

1

Als u een taal voor het display wilt instellen, drukt u op

MENU

en kiest u vervolgens

17

. In het display wordt

17 TAAL INST.

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

. Met <

/

> kunt u een taal voor het display kiezen.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om de instelling vast te leggen.

Help

1

Druk op

MENU

, 667 en vervolgens op

START/

COPY

.

2

De help-informatie wordt afgedrukt.

Uw nummer

Als u uw nummer invoert, kan de ontvanger dit nummer op de afgedrukte fax zien. U kunt maximaal 20 cijfers opgeven voor uw faxnummer.

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 14 . In het display wordt

14 UW TEL NR. weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

. In het display wordt

VOER

NUMMER IN weergegeven.

3

Geef met de cijfertoetsen uw telefoon- of faxnummer op. Druk op > als u de cursor een positie naar rechts wilt verplaatsen. Druk op < als u het vorige cijfer wilt verwijderen. Druk op

STOP

als u het ingevoerde nummer wilt verwijderen.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om uw invoer vast te leggen.

Uw naam

U kunt met de cijfertoetsen een naam van maximaal 32 tekens invoeren. Aan iedere toets is een aantal letters toegekend (zie tabel). Als u een aantal malen achtereen op een cijfertoets drukt, wordt het volgende teken uit de tabel weergegeven.

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens

15

. In het display wordt

15 UW NAAM weergegeven.

12

4

5

2

3

2

Druk op

START/COPY

. In het display wordt

VOER

NAAM IN weergegeven.

3

Voer uw naam in met de cijfertoetsen. Druk op > als u de cursor een positie naar rechts wilt verplaatsen. Druk op < als u het vorige teken wilt verwijderen. Druk op

STOP

als u de invoer wilt verwijderen.

Toets Teken

0 spatie . - 0 + ?/ : * % ! ( ) [ “

1 1

A B C 2 a b c Ä Å Æ Ç ä å æ ç

D E F 3 d e f

G H I 4 g h i

J K L 5 j k l

6

7

8

M N O 6 m n o Ñ Ö ñ ö

P Q R S 7 p q r s

T U V 8 t u v Ü ü

9 W X Y Z 9 w x y z

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om de invoer af te sluiten.

D

“Uw naam” en “uw telefoonnummer” worden bovenaan op elke pagina (de eerste 4 mm) afgedrukt samen met de datum, de tijd en het paginanummer.

Tijd en datum

1

Druk op

MENU

en kies

16

. In het display wordt

DA-

TUM/TIJD weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

:

JAAR:2002

.

3

Voer het jaar in met de cijfertoetsen.

4

Druk op

START/COPY

. In het display wordt

MAAND:05

weergegeven.

5

Voer de maand in (bijvoorbeeld 05 voor mei).

6

Druk op

START/COPY

en voer de dag in (bijvoorbeeld

07 voor 7 mei 2002).

7

Druk op

START/COPY

om de invoer af te sluiten. In het display wordt

TIJD

:

00:00 weergegeven.

8

Voer de exacte tijd in (bijvoorbeeld

2330

voor 23 30 uur). In het display wordt

TIJD: 23:30

weergegeven.

9

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om de invoer te bevestigen.

Volume

Belsignaal

U kunt het volume van het belsignaal instellen wanneer het apparaat in de modus standby is of wanneer het belsignaal klinkt.

1

Wanneer u op < / > drukt, wordt de instelling gedurende ongeveer drie seconden weergegeven en hoort u het volume van het belsignaal.

2

Druk op

<

/

>

als u de instelling wilt wijzigen, en houd deze toets ingedrukt totdat het volume naar wens is.

v

Als u het volume instelt op nul, hoort u geen belsignaal. Faxen worden automatisch ontvangen.

Luidspreker

1

Druk op l als u het volume van de luidspreker wilt wijzigen.

2

Druk op

<

/

>

om het volume in te stellen.

3

Druk op l of op

STOP

als u de wijziging wilt vastleggen.

Toetstonen

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 22 . In het display wordt

TOETSTOON weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

. Met < / > kunt u het volume van de toetstonen wijzigen.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

als u de wijzigingen wilt vastleggen.

Energiebesparing

In de energiebesparingsstand wordt het energieverbruik in de standby-stand verminderd. U kunt het aantal minuten instellen waarna de energiebesparingsstand wordt geactiveerd.

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 335 . In het display wordt

BESPAARMODUS weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

. Selecteer met

<

/

> de

BESPAARMODUS

.

3

Druk op

START/COPY

en kies met < / > tussen

5

,

15

,

30

en

60

minuten of

UIT

.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

.

Tonerbesparing

Het doel van de tonerbesparende modus is het verbruik van de toner te verminderen. De afdrukkwaliteit neemt dan echter af.

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 335 . In het display wordt

BESPAARMODUS

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met

<

/

>

TO-

NER BESPAREN

.

3

Druk op

START/COPY

en kies met u ussen

AAN en

UIT

.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

.

Overzicht van instellingen

In deze lijst worden alle instellingen vermeld die u voor het faxapparaat hebt gekozen.

1

Druk op

MENU

, kies vervolgens 666 en druk op

START/COPY

.

2

De lijst wordt automatisch afgedrukt.

13

14

Belpatronen

Dankzij de ingebouwde faxselector kunt u met één telefoonaansluiting telefoneren, faxen en meer apparaten gebruiken.

U kunt kiezen uit vier mogelijkheden. De standaardinstelling van het apparaat is de

FAX

-stand.

1

U kunt de gewenste bedrijfsstand kiezen met de toets

TEL/

FAX/AUTO

. Druk een aantal malen op deze toets totdat de gewenste modus wordt weergegeven.

TEL-modus

In de stand

TEL

gebruikt u het faxapparaat als een normale telefoon. Wanneer u een faxoproep krijgt, hoort u een hoge pieptoon of niets wanneer u de hoorn opneemt. U kunt dan op

START/COPY

drukken om te beginnen met ontvangst van de fax. Automatische ontvangst van faxen is in deze stand niet mogelijk.

FAX-modus

In de

FAX

-modus gaat het apparaat twee maal over voordat de faxontvangst wordt ingeschakeld. Deze modus is uitsluitend geschikt voor ontvangst van faxberichten.

AUT-modus

In de

AUT

-modus gaat het apparaat afhankelijk van de instelling een tot zeven maal over. Daarbij wordt gecontroleerd of het ontvangen signaal een gespreks- of faxsignaal is. Faxberichten worden automatisch ontvangen.

1

Als u het aantal belsignalen wilt instellen, drukt u op

MENU

en kiest u vervolgens

222

. In het display wordt

AANT BEL AUT.

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en voer het gewenste aantal belsignalen in.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

TAB-modus

In deze modus kunt u een extern antwoordapparaat aansluiten.

Let erop dat het ingestelde aantal belsignalen hoger is dan het benodigde aantal voor het antwoordapparaat.

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens

223

.

2

Druk op

START/COPY

en voer het gewenste aantal belsignalen in.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

v

Als het volume is ingesteld op nul, hoort u geen belsignaal. Faxen worden automatisch ontvangen.

Faxen ontvangen vanaf een ander toestel

Als u op een ander toestel opneemt en merkt dat u een faxoproep ontvangt (pieptoon of stilte), kunt u met een code de ontvangst van het faxbericht starten. Als dat niet werkt, drukt u op het faxapparaat op

START/COPY

.

1

Als u deze code wilt opgeven, drukt u op

MENU

en kiest u vervolgens 224 . In het display wordt

EASYLINK weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

kies met

<

/

> tussen

AAN en

UIT

.

3

Druk nogmaals op

START/COPY

en voer het laatste cijfer van de code in. De code begint altijd met *5 .

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

Telefoneren

1

Kies het gewenste nummer.

2

Neem de hoorn van de haak.

D

Als u het nummer wilt kiezen met de hoorn op de haak, drukt u op l

.

Nummerherhaling

Met

PP kunt u een van de vijf laatstgekozen nummers herhalen.

1

Druk op PP .

2

Druk op u totdat het gewenste nummer in het display wordt weergegeven.

3

Het apparaat kiest automatisch het weergegeven nummer.

Snelkeuzetoetsen

Voor nummers die u vaak kiest, zijn elf snelkeuzetoetsen beschikbaar.

Nummers opslaan

1

Druk op

MENU

en kies vervolgens 1 . In het display wordt

11 SNELKIEZEN

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

.

3

Druk op de snelkeuzetoets waaronder u het nummer wilt opslaan. Druk op

START/COPY

om uw toetskeuze te bevestigen.

4

Voer met de cijfertoetsen een naam in (maximaal 32 tekens) en druk op

START/COPY

.

5

Voer het telefoonnummer in. Druk op

START/COPY

om het nummer te bevestigen.

6

Druk tot slot drie maal op

STOP

om de invoer af te sluiten.

Snelkeuzetoetsen gebruiken

1

Druk op de gewenste snelkeuzetoets.

2

Neem de hoorn van de haak, of druk op

START/COPY

als u een fax wilt verzenden.

Snelkeuze-instellingen wijzigen

1

Druk op

MENU

en kies 1 .

2

Druk op

START/COPY

.

3

Druk op de betreffende snelkeuzetoets en bevestig uw keuze met

START/COPY

.

Telefoon

4

Voer met de cijfertoetsen een naam in (maximaal 32 tekens) en druk op

START/COPY

.

5

Voer het telefoonnummer in. Druk op

START/COPY

om het nummer te bevestigen.

6

Druk tot slot drie maal op

STOP

om de invoer af te sluiten.

Snelkeuzelijst

1

Druk op

MENU

, kies

662 en druk op

START/

COPY

.

2

De lijst met snelkeuzenummers wordt afgedrukt.

Telefoonlijst

Het faxapparaat heeft een geheugen waarin u ongeveer 99 namen en telefoonnummers kunt opslaan. Het exacte aantal is afhankelijk van de lengte van de ingevoerde gegevens.

Nummers opslaan

1

Druk op

MENU

en kies 12 .

2

Druk op

START/COPY

.

3

Kies met u de instelling

INVOER:NW

en druk op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

4

Voer met de cijfertoetsen een naam in (maximaal 32 tekens) en druk op

START/COPY

.

5

Voer het telefoonnummer in. Druk op

START/COPY

om het nummer te bevestigen.

6

Druk tot slot drie maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

De telefoonlijst gebruiken

1

Druk op a

en op

START/COPY

. De eerste naam in het alfabetische overzicht wordt in het display weergegeven. Kies met u

den gewünschten Eintrag.

2

Neem de hoorn van de haak, of druk op

START/COPY

als u een fax wilt verzenden.

Gegevens corrigeren

1

Druk op

MENU

, kies 12 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Kies met u de instelling

INVOER:OUD

en druk op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

3

Druk nogmaals op

START/COPY

en druk op u om naar de gegevens te gaan die u wilt corrigeren.

4

Druk op

START/COPY

en breng de gewenste wijzigingen aan.

5

Druk tot slot nogmaals op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

15

Gegevens verwijderen

1

Druk op

MENU

, kies 12 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Kies met u de instelling

INVOER:OUD

en druk op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

3

Druk nogmaals op

START/COPY

en ga met u naar de gegevens die u wilt verwijderen.

4

Druk op

STOP

.

5

Ga met u naar

WISSEN? J

en druk op

START/

COPY

om uw keuze te bevestigen. Druk op

STOP

als u de gegevens niet wilt verwijderen.

6

Druk tot slot twee maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

Telefoonlijst afdrukken

1

Druk op

MENU

, kies 663 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

De opgeslagen telefoonnummers worden afgedrukt.

Groepen

U kunt

meerdere nummers in de telefoonlijst

in groepen indelen, bijvoorbeeld om een fax in één keer naar meerdere personen te verzenden.

Groepen maken

1

Druk op

MENU

, kies 13 en druk vervolgens op

START/COPY

. In het display wordt

13 GROEPEN weergegeven.

2

Selecteer met u

een cijfer voor de groep die u wilt vastleggen (maximaal vijf groepen), bijvoorbeeld

GROEPSNR.: G1

.

3

Druk op

START/COPY

.

4

Voer met de cijfertoetsen een naam voor de groep in

(maximaal 32 tekens) en druk op

START/COPY

.

5

Voer het eerste telefoonnummer in. Druk op

START/

COPY

om dit nummer te bevestigen. In het display wordt

NUMMER:01

weergegeven.

6

Het apparaat vraagt u vervolgens automatisch om het volgende nummer (maximaal tien nummers). Bevestig ieder nummer met

START/COPY

.

7

Druk vier maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

Faxen naar een groep

1

Plaats het document dat u wilt faxen (maximaal 15 vel)

met de beeldzijde onder

losjes in de documentinvoer.

2

Druk op

MEMORY

, kies

2

en druk op

START/COPY

.

In het display wordt

2 RONDZENDEN

weergegeven.

16 a

Als u de fax onmiddellijk wilt verzenden, kiest u 1

NU en drukt u op

START/COPY

.

b

Als u de fax later wilt verzenden, kiest u 2

LATER en drukt u op

START/COPY

. Voer een tijd in (binnen 24 uur, bijvoorbeeld 18 30 voor 18

30

uur) en druk op

START/COPY

.

3

Selecteer met u de gewenste groep en druk op

START/COPY

.

4 a

Als u nog meer nummers voor verzending wilt opgeven, kiest u met u

MEER:JA

en voert u de gewenste nummers in.

b

Als u alle gewenste nummers hebt opgegeven, kiest u met u

MEER:NEEN

. Tot slot drukt u op

START/COPY

.

5

Het document wordt gescand en automatisch verzonden.

Annuleren

Als u de automatische nummerherhaling wilt annuleren, drukt u op

MENU

, kiest u 776 en drukt u vervolgens op

START/COPY

. Druk nogmaals op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

D

Als u de fax uit het geheugen wilt verwijderen, drukt u op

STOP

.

D Als de lijn bezet is, wordt de automatische nummerherhaling geactiveerd.

D In geval van een stroomstoring worden faxen uit het geheugen verwijderd.

Groep wijzigen

1

Druk op

MENU

, kies

13 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Selecteer met u de groep die u wilt wijzigen en druk op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

3

Kies met u

INVOER:OUD en druk op

START/

COPY

.

4

U kunt eerst de naam van de groep wijzigen. Druk vervolgens op

START/COPY

.

5

Breng de gewenste wijziging aan en druk op

START/

COPY

.

6

Druk vier maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

Groep verwijderen

1

Druk op

MENU

, kies 13 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Selecteer met u de groep die u wilt verwijderen en bevestig uw keuze met

START/COPY

.

3

Selecteer met u

WISSEN? J en druk op

START/

COPY

.

Overzicht van groepen

1

Druk op

MENU

, kies 664 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Het overzicht van groepen wordt afgedrukt.

Nummerherkenning

(uitsluitend in Nederland)

Voordat u de hoorn opneemt, kan het faxapparaat het telefoonnummer weergeven van degene die de oproep plaatst.

Informeer bij uw telefoonmaatschappij of deze functie beschikbaar is voor uw telefoonaansluiting.

De nummers van de laatste twintig oproepen worden opgeslagen.

Overzicht van oproepen afdrukken

Het overzicht van oproepen bevat de nummers van de laatste twintig ontvangen telefoon- en faxoproepen, mits de bellers of afzenders nummerherkenning hebben ingeschakeld.

1

Druk op

MENU

, kies

665 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Het overzicht van oproepen wordt afgedrukt.

Het is mogelijk automatisch een overzicht af te drukken zodra het aantal van twintig oproepen is bereikt.

1

Druk op

MENU

en kies 227 . In het display wordt

27 AFDRUK AUTOM.

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u

2

BELLERLIJST

.

3

Druk op

START/COPY

en kies met u

AAN of

UIT

.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

Journaal afdrukken

Het journaal bevat de veertig laatste nummers die zijn gekozen of hebben opgeroepen voor een gesprek of fax.

1

Druk op

MENU

, kies 66 en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Het journaal wordt afgedrukt.

Desgewenst kunnen journaals ook automatisch worden afgedrukt.

1

Druk op

MENU

en kies

227

. In het display wordt

27 AFDRUK AUTOM.

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en kies met u

1

JOURNAAL

.

3

Druk op

START/COPY

en kies met u

AAN of

UIT

.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

17

18

Faxen

v

Gebruik uitsluitend A4-documenten (80 g/m

2

).

Documenten kleiner dan A5 kunnen vastlopen in het apparaat.

v

Plaats geen documenten in de documenteninvoer die:

... vochtig zijn of bedekt zijn met correctievloeistof, die vuil zijn of een coating hebben

... beschreven zijn met zacht potlood, inkt, krijt of houtskool

... afkomstig zijn uit kranten (drukinktvlekken!)

... paperclips of nietjes bevatten (verwijder deze voor verzending)

... verkreukeld of gescheurd zijn

... met lijm of plaksel zijn samengesteld, te dun of te dik zijn, of van memostickers zijn voorzien

("Post-It ® "-notities)

... op folie of doorlopend papier zijn afgedrukt

Documenten invoeren

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

in de documenteninvoer (maximaal 15 vel).

2

Schuif de documentgeleiders tegen de zijkant van het document, zodat deze op de juiste breedte zijn ingesteld.

Faxen verzenden

1

Kies het gewenste nummer.

2

Raadpleeg het gedeelte

RESOLUTION

als u een hogere beeldkwaliteit wilt instellen.

3

Druk op

START/COPY

.

De verzending wordt gestart. Als het apparaat niet onmiddellijk een verbinding tot stand kan brengen, wordt het nummer na enige tijd opnieuw gekozen.

D

Als u automatische nummerherhaling wilt uitschakelen terwijl het document al is geplaatst, drukt u op

STOP

.

Het document wordt uitgeworpen uit het apparaat.

D Als u automatische nummerherhaling op een later tijdstip wilt uitschakelen, drukt u op

MENU

, kiest u 773 en drukt u vervolgens op

START/COPY

. Druk nogmaals op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

Resolutie

Voor een optimale beeldkwaliteit beschikt het faxapparaat naast de modus

STANDAARD

(voor faxen) over de instellingen

FIJN

(voor klein gedrukte tekst of tekeningen),

EXTRA

FIJN

(voor kopiëren) en

FOTO

(voor foto's en vergelijkbare afbeeldingen). Druk een aantal malen op

RESOLUTION

totdat de gewenste instelling in het display wordt weergegeven.

Verkleinen

Als u ontvangen faxpagina's met een grotere lengte dan A4 op één pagina wilt afdrukken, kunt u de pagina's automatisch laten verkleinen. U kunt instellen hoe sterk de pagina's worden verkleind.

Automatisch

Als deze functie is ingeschakeld, wordt een te lange faxpagina automatisch verkleind met de waarde die bij de onderstaande functie is ingesteld (zie ook het gedeelte Limiet).

1

Druk op

MENU

en kies 334 . In het display wordt

34 VERKLEINEN

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

en kiest met u

de instelling

AUTOMATISCH

.

3

Druk op

START/COPY

en kies met u

AAN of

UIT

.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

om de functie af te sluiten.

Limiet

Met deze functie kunt u instellen, hoe sterk een te lange faxpagina wordt verkleind.

1

Druk op

MENU

en kies 334 .

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u de instelling

LIMIET INST.

3

Druk op

START/COPY

en geef met u een waarde tussen

0 en

30 mm op.

4

Druk op

START/COPY

en vervolgens drie maal op

STOP

.

Geheugen

Als de papierlade leeg is of de toner op is, wordt een binnenkomende fax in het geheugen opgeslagen

(maximumcapaciteit ongeveer 120 pagina's volgens

SLEREXE-letter). Wanneer het geheugen ontvangen faxberichten bevat, wordt in het display

FAX IN GEHEUGEN weergegeven. Wanneer het papier of de toner wordt aangevuld, kunnen de opgeslagen documenten worden afgedrukt (zie

Afdrukken uit het geheugen).

Nadat een fax volledig is afgedrukt, wordt deze uit het geheugen verwijderd. Als het afdrukken wordt onderbroken, worden onvolledig afgedrukte faxberichten in het geheugen bewaard. Wanneer het geheugen vol is, kunnen geen pagina's meer worden opgeslagen.

Later afdrukken

U kunt instellen of u faxen in het geheugen direct of later wilt afdrukken.

1

Druk op

MENU

en kies 333 . In het display wordt

GEHEUGENMODUS weergegeven. Druk op

START/

COPY

.

2

Selecteer met u

NU AFDRUKKEN

(faxen worden afgedrukt zodra de papierlade wordt bijgevuld) of

LATER

AFDRUKKEN

(faxen worden afgedrukt wanneer u dat opgeeft).

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

Afdrukken uit het geheugen

Wanneer zich een document in het geheugen bevindt, wordt in het display

FAX IN GEHEUGEN

weergegeven.

1

Druk op

MEMORY

en kies 3 .

2

Druk op

START/COPY

. Als er faxen zijn opgeslagen, worden deze afgedrukt.

Verzenden uit het geheugen

U kunt documenten scannen, in het geheugen opslaan en vanuit het geheugen verzenden. Na verzending worden de faxen uit het geheugen verwijderd.

1

Plaats het document (maximaal 15 vel)

met de beeldzijde onder

losjes in de documenteninvoer.

2

Druk op

MEMORY

en druk vervoglens op

START/

COPY

.

a

Als u de fax onmiddellijk wilt verzenden, kiest u 1

NU en drukt u op

START/COPY

.

b

Als u de fax later wilt verzenden, kiest u 2

LATER en drukt u op

START/COPY

. Voer de gewenste tijd in (binnen 24 uur, bijvoorbeeld 18 30 voor 18

30

uur) en druk op

START/COPY

.

3

Voer het faxnummer in en druk op

START/COPY

. Het document wordt gescand en automatisch verzonden.

Annuleren

1

Als u de fax uit het geheugen wilt verwijderen, druk op

MEMORY

, kies 4 en druk vervolgens op

START/

COPY

. In het display wordt

B E V E S T I G E N ?

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

om faxen uit het geheugen te verwijderen of druk op

STOP

om de opdracht te annuleren.

Als het gekozen nummer bezet is, wordt automatisch nummerherhaling geactiveerd.

1

Als u de automatische nummerherhaling wilt uitschakelen, drukt u op

MENU

, kiest u

774 en drukt u vervolgens op

START/COPY

.

2

Druk nogmaals op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

D

In geval van een stroomuitval worden de faxen uit het geheugen verwijderd.

Geheugen leegmaken

1

Als u de fax uit het geheugen wilt verwijderen, druk op druk op

MEMORY

, kies

4 en druk vervolgens op

START/COPY

. In het display wordt

BEVESTIGEN?

weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

om faxen uit het geheugen te verwijderen of druk op

STOP

om de opdracht te annuleren.

Rondzenden

U kunt de fax versturen naar een groep die u hebt ingesteld of afzonderlijke telefoonnummers opgeven.

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

(maximaal

15 vel) losjes in de documenteninvoer.

2

Druk op

MEMORY

, kies

2 en druk vervolgens op

START/COPY

.

a

Als u de fax onmiddellijk wilt verzenden, kiest u 1

NU

en drukt u op

START/COPY

.

19

b

Als u de fax later wilt verzenden, kiest u 2

LATER en drukt u op

START/COPY

. Voer de gewenste tijd in (binnen 24 uur, bijvoorbeeld 18 30 voor 18 30 druk op

START/COPY

.

uur) en

3

In het display wordt

ONTVANGER:GROEP weergegeven.

a

Als u de fax naar een groep wilt sturen, selecteert u

GROEP en drukt u op

START/COPY

. Kies de gewenste groep met u of met de cijfertoetsen.

b

Als u afzonderlijke nummers wilt opgeven, selecteert u met u

VOER NUMMER IN

en drukt u op

START/

COPY

. Voer een telefoonnummer in en druk op

START/

COPY

. Als u meer nummers wilt invoeren, selecteert u met u

MEER? J

en drukt u op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen. Wanneer u alle nummers hebt toegevoegd, kiest u

N

.

4

Druk tot slot op

START/COPY

. Het document wordt gescand en automatisch verzonden.

Rondzendlijst afdrukken

De rondzendlijst bevat de nummers (maximaal 50 telefoonnummers) van alle geadresseerden voor een rondzendbericht.

1

Druk op

MENU

en kies 664 . In het display wordt

64 GROEPENLIJST weergegeven.

2

Druk op

START/COPY

. De lijst wordt afgedrukt.

Later verzenden

Als u wilt profiteren van voordelige bel-uren, bijvoorbeeld wanneer uw faxpartner alleen op bepaalde tijden bereikbaar is, kunt u faxen automatisch op een later tijdstip (binnen 24 uur) laten verzenden.

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

(maximaal

15 vel) losjes in de documenteninvoer.

2

Druk op

MENU

en kies 44 . In het display wordt

41

LATER STUREN weergegeven. Druk vervolgens op

START/COPY

.

3

Voer de gewenste tijd in (binnen 24 uur, bijvoorbeeld

18

30

voor 18.30 uur) en druk op

START/COPY

.

4

Voer het faxnummer in en druk op

START/COPY

.

Annuleren

Als u het geplaatste document verwijdert, wordt de opdracht geannuleerd.

U kunt ook de ingestelde tijd verwijderen. Druk op

MENU

, kies 77 en druk vervolgens op

START/COPY

. In het display wordt

BEVESTIGEN?

weergegeven. Druk nogmaals op

START/COPY

om de annulering te bevestigen.

Verzenden met code

Als de beoogde ontvanger van de fax de ontvangst voor onbevoegden met een code heeft geblokkeerd, doet u het volgende:

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

(maximaal

15 vel) losjes in de documenteninvoer.

2

Druk op

MENU

, kies

442 en druk vervolgens op

START/COPY

.

3

Voer de code in (maximaal 20 cijfers) en druk op

START/

COPY

.

4

Voer het faxnummer in en druk op

START/COPY

.

Faxen afroepen

Met deze functie kunnen documenten die in de geselecteerde fax klaarliggen, worden afgeroepen.

Snel afroepen

1

Druk op

MENU

en kies

552

. In het display wordt

52 AFROEPONTV.

weergegeven. Druk vervolgens twee maal op

START/COPY

.

2

Kies het telefoonnummer en druk op

START/COPY

.

Afroepen met code

Wanneer uw faxpartner een code heeft ingesteld om het document te beveiligen tegen ongeoorloofd afroepen, gaat u als volgt te werk:

1

Druk op

MENU

en kies

552

. In het display wordt

52 AFROEPONTV.

weergegeven. Druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Selecteer met u

MET CODE

en druk op

START/

COPY

.

3

Voer de code in (maximaal 20 cijfers) en druk op

START/

COPY

.

4

Geef vervolgens het telefoonnummer op en druk op

START/COPY

.

Later afroepen

Als u wilt profiteren van voordelige bel-uren, kunt u faxen automatisch op een later tijdstip (binnen 24 uur) afroepen.

1

Druk op

MENU

, kies

552

en druk vervolgens op

START/COPY

.

2

Vervoglens hebt u twee mogelijkheden:

a

Als u een fax wilt afroepen zonder code, selecteert u met u

LATER/C

en drukt u op

START/COPY

. Voer een tijd in (binnen 24 uur, bijvoorbeeld

18 30

voor

18 30 uur) en druk op

START/COPY

.

20

b

Als u een fax wilt afroepen met een code, kiest u met u

LATER/C

en drukt u op

START/COPY

. Voer een tijd in voor de afroep en druk op

START/COPY

. Voer vervolgens de code in (maximaal 20 cijfers) en druk op

START/COPY

.

3

Voer het faxnummer in en druk op

START/COPY

.

D Als de lijn bezet is, wordt automatisch de nummerherhaling geactiveerd. Als u automatische nummerherhaling wilt uitschakelen, drukt u op

MENU

, kiest u 775 . In het display wordt

75 AFROEP HERH.

weergegeven.Druk

twee maal op

START/COPY

om uw keuze te bevestigen.

D Als u de hele procedure wilt annuleren, drukt u op

MENU

, kiest u 771 en drukt u vervoglens op

START/COPY

.

Verzenden op afroep

U kunt een document in het faxapparaat op afroep laten verzenden.

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

(maximaal

15 vel) losjes in de documenteninvoer.

2

Druk op

MENU

, kies 55 en druk vervolgens op

START/COPY

. In het display wordt

5 1

AFROEPVERZ.

weergegeven.

3

Vervolgens kunt u kiezen of u het document wilt beveiligen tegen onbevoegde toegang.

a

Als u het document wilt beveiligen, selecteert u met u

MET CODE en drukt u op

START/COPY

. Voer een code in (maximaal 20 cijfers) en druk op

START/COPY

.

Iedereen die over de code beschikt, kan de fax nu afroepen.

b

Als u geen code wilt gebruiken, selecteert u met u

NU en drukt u op

START/COPY

.

Zodra u het document verwijdert, wordt het proces geannuleerd.

D

Afroepcodering is gebaseerd op de internationale ITUnorm. Er zijn echter fabrikanten die andere procedures gebruiken. Apparatuur van die fabrikanten is te gebruiken in combinatie met uw faxapparaat.

D Als u faxen verzendt naar of afroept uit faxdatabases, kunt u bij sommige databases direct een subadres achter het telefoonnummer opgeven. Dit bespaart u telefoonkosten.

U voert dan eerst het telefoonnummer in en drukt vervolgens op R . Vervolgens geeft u het subadres op. Als u niet zeker weet of uw faxafroepservice dergelijke adressen ondersteunt, neemt u contact op met de service.

Verzendsnelheid

In geval van een slechte telefoonverbinding voor de verzending kunnen bij een normale snelheid (14.400 bps) overdrachtfouten optreden. In die gevallen is het raadzaam een lagere snelheid in te stellen. Nadat de fax is verzonden, kunt u de standaardsnelheid weer instellen.

1

Druk op

MENU

en kies 33 :

31 VERZ.SNELHEID

.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u de gewenste snelheid.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

Ontvangstsnelheid

In geval van een slechte telefoonverbinding voor de ontvangst kunnen bij een normale snelheid (14.400 bps) overdrachtfouten optreden. In die gevallen is het raadzaam een lagere snelheid in te stellen. Nadat de fax is ontvangen, kunt u de standaardsnelheid weer instellen.

1

Druk op

MENU

en kies

332

:

3 2

ONTV.SNELHEID

.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u de gewenste snelheid.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

Verzendrapport

Met de standaardinstellingen wordt het verzendrapport uitsluitend afgedrukt in geval van een overdrachtsfout. U kunt deze instelling echter wijzigen zodat er altijd, alleen na storingen of nooit een verzendrapport wordt afgedrukt.

1

Druk op

MENU

en kies

225

:

25 VERZ. RAP-

PORT

.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u

FOUT

,

AAN of

UIT

.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

Ontvangstrapport

Met de standaardinstellingen wordt het ontvangstrapport uitsluitend afgedrukt in geval van een overdrachtsfout. U kunt deze instelling echter wijzigen zodat er altijd, alleen na storingen of nooit een ontvangstrapport wordt afgedrukt.

1

Druk op

MENU

en kies

226

:

26 ONTV. RAP-

PORT

.

2

Druk op

START/COPY

en selecteer met u

FOUT

,

AAN of

UIT

.

3

Druk op

START/COPY

en vervolgens twee maal op

STOP

.

21

Kopiëren

U kunt uw faxtoestel gebruiken om een origineel op papier te kopiëren. Standaard is resolutie

STANDAARD ingesteld. U kunt ook resolutie

RESOLUTION

selecteren (zie hoofdstuk

Fax

/ Resolutie).

1

Plaats het document

met de beeldzijde onder

(maximaal

15 vel) in de documenteninvoer.

2

Druk op

RESOLUTION

als u een andere beeldkwaliteit wilt instellen.

Een kopie maken

1

Als u één kopie van een origineel wilt maken, drukt u drie maal op

START/COPY

. Het apparaat begint onmiddellijk te kopiëren.

Meerdere kopieën maken en vergroten/verkleinen

1

Als u meerdere kopieën van een origineel wilt maken, drukt u een maal op

START/COPY

.

2

In het display wordt

AANTAL 01

weergegeven. Geef met de cijfertoetsen het gewenste aantal kopieën op

(maximaal 99). Druk op

START/COPY

.

3

In het display wordt

FORMAAT: 100%

weergegeven.

Kies met u of u de kopie wilt vergroten of verkleinen.

D U kunt een kopie verkleinen tot 50% of vergroten tot

200%.

4

Druk op

START/COPY

. Het faxapparaat scant de eerste pagina van het document en begint vervolgens met kopiëren.

22

Problemen oplossen

Onderhoud

PAPIER VAST

Ontvangen faxen of kopieën worden niet uitgevoerd.

Open de kap en haal de tonercartridge uit het apparaat.

Trek de groene hendel naar u toe. Verwijder het papier voorzichtig zonder dit te scheuren.

CONTR. PAPIER

CONTROLE DOC.

SERVICE!

Verwijder de papierlade en haal het papier eruit. Blader het papier en maak er op een vlakke ondergrond een strakke stapel van.

Druk op

STOP

. Het document wordt uitgeworpen. Zo niet, dan trekt u het voorzichtig uit het apparaat.

Trek de stekker van het netsnoer van het apparaat uit de wandcontactdoos en sluit deze weer aan. Als de aanduiding

SERVICE!

niet is verwijderd, neemt u contact op met de klantenservice.

Problemen met faxen of afdrukken

U kunt geen faxen verzenden

U kunt geen faxen ontvangen

U of de ontvanger ontvangt een lege pagina

Controleer of de fax van de ontvanger werkt.

Controleer of er een foutmelding in het display wordt weergegeven.

Neem de hoorn van de haak en controleer of u een kiestoon krijgt. Zo niet, dan controleert u de telefoonverbinding.

Controleer of u de instelling

FAX

,

AUTO

of

TAB

hebt gekozen.

Neem de hoorn van de haak en controleer of u een kiestoon krijgt. Zo niet, dan controleert u de telefoonverbinding.

De afzender heeft de achterkant van het document verzonden.

Maak een kopie van het document om te controleren of het apparaat werkt. Als de kopie in orde is, kan het apparaat van de ontvanger kapot zijn.

Informeer bij de ontvanger of zijn faxapparaat goed werkt.

Uw document wordt zonder foutmelding verzonden, maar wordt niet afgedrukt bij de ontvanger

De documenten die u verzendt, hebben bij ontvangst een lagere kwaliteit

Controleer het document of verhoog de resolutie. Verlaag de overdrachtsnelheid. Maak een kopie van het document om te controleren of het apparaat werkt. Als de kopie in orde is, kan het apparaat van de ontvanger kapot zijn.

23

Ontvangen faxen en kopieën zijn te licht

De af druk vertoont witte strepen

De afdruk vertoont zwarte strepen

Problemen met de verbinding

Geen kiestoon

Ontvangen op afroep werkt niet

Maak een kopie van een document om te controleren of het apparaat werkt. Als de kopie in orde is, is er een probleem met het apparaat van de ontvanger. Meld dit bij de ontvanger.

Als de kopie te licht is, is de toner bijna op. Schud de cartridge enkele malen heen en weer. Als de cartridge leeg is, vervangt u deze. Cartridges zijn verkrijgbaar bij uw specialist of rechtstreeks bij

UTAX m (zie

Verbruiksartikelen

in de bijlage). Gebruik uitsluitend originele tonercartridges

Reinig de trommel van de tonercartridge met een zachte doek

De tonercartridge is beschadigd en moet worden vervangen.

Gebruik uitsluitend originele tonercartridges.

Controleer of het apparaat is aangesloten op een stopcontact en op een telefoonlijn.

Controleer of het apparaat waarvan u faxen wilt ontvangen, is ingesteld op automatische faxbediening en faxen op afroep. Controleer indien van toepassing of u over het juiste wachtwoord beschikt.

24

# 104

# 105

# 109

# 110

Storingscodes bij het verzenden van faxen

# 102

Storingscodes

Probleem

De invoer bevat geen documenten

# 111

# 113

# 114

# 115

Storingscodes bij het ontvangen van faxen

# 152

# 153

# 154

# 158

# 160

Storing op de telefoonlijn

Overdrachtfout in het ontvangende faxapparaat.

Het ontvangende faxapparaat reageert niet.

Het ontvangende faxapparaat geeft na de overdracht geen signaal.

Na de verzending geeft het ontvangende faxapparaat een foutbericht.

Het ontvangende faxapparaat verzoekt om herverzending omdat er veel fouten tijdens de overdracht zijn geregistreerd.

Het document is te lang.

Het verzenden van een pagina duurde te lang (meer dan acht minuten).

Probleem

Het verzendende faxapparaat geeft direct bij het begin van de ontvangst een foutbericht.

Degene die de fax afroept, heeft een verkeerd wachtwoord opgegeven.

Het faxapparaat van de afzender geef geen signaal bij het begin van de ontvangst.

Het verzendende faxapparaat geeft geen standaardsignaal.

Het faxapparaat is niet goed aangesloten op de telefoonleiding of krijg geen signaal van het verzendende apparaat.

25

# 161

# 166

# 167

# 168

# 169

Andere storingscodes

# 201

# 202

# 205

# 206

OP STOP GEDRUKT

GEEN ANTWOORD

Aan het einde van de ontvangst stuurt het zendende apparaat geen signaal, of de verbinding is voortijdig verbroken.

Er treden voortdurend fouten op bij ontvangst van de gegevens.

De ontvangen gegevens bevatten zo veel fouten, dat herverzending nodig is.

Bij de start van een beveiligde afroep blijkt dat het verkeerde wachtwoord is ingesteld op het verzendende faxapparaat.

Bij een poging tot afroep van een fax blijkt dat het afzendapparaat verkeerd is ingesteld voor de afroep.

Probleem

Tijdens het verzenden wordt het verkeerde protocolsignaal gegeven.

Tijdens de ontvangst wordt het verkeerde protocolsignaal gegeven.

De overdracht wordt voortijdig onderbroken door de andere faxgebruiker.

Tijdens de overdracht is er onvoldoende geheugencapaciteit.

Tijdens de overdracht is op de toets

STOP

gedrukt.

De faxpartner antwoordt niet meer tijdens de overdracht en de verbinding is verbroken.

26

Technische specificaties

Compatibiliteit:

Type aansluiting:

Flashtijden:

Documentformaat

ITU-T groep 3

Kiestoon (PSTN)/

Telefooncentrale (PABX)

Kiestoon (PSTN): 100 ms

Telefooncentrale (PABX): 100 ms

Breedte: 128–218 mm

Documenteninvoer:

Lengte: 128–356 mm max. 15 vel (80 g/m²)

Papier: A4 210×297 mm, 80 g/m²

Capaciteit van de papierlade: max. 125 vel

Maximum scanbreedte: 208 mm

Scan- en kopieerresolutie: horizontaal: 8 punten/mm (200 dpi) verticaal standaard: verticaal fijn:

3,85 lijnen/mm (200×98dpi)

7,7 lijnen/mm (200×196dpi) verticaal superfijn: foto:

Afdrukresolutie:

15,4 lijnen/mm (200×300dpi)

64 grijstinten

600×600 dpi

Gegevenscompressie: MH, MR

Modulatie: V29, V27ter, V23, V21, V17

Overdrachtsneldheden: 14k4/12k2/9600/7200/4800/2400 bps

Faxgeheugen: 2 MB, ca. 120 pagina's

Registratiemethode:

Snelkeuzetoetsen:

Telefoonlijst:

Groepen:

Laser Jet

11 nummers

99 nummers

5 groepen van elk maximaal 10 nummers

Afmetingen (B×D×H): 449×325×165 mm excl. papierhouder

Gewicht:

Verbruik: ca. 8 kg standby: minder dan 15 W in bedrijf: minder dan 200 W

Voeding: 220–240 V / 50–60 Hz

Bedrijfstemperatuur: 10–32 °C

Relatieve luchtvochtigheid:20–80 % (relatief)

Veiligheid: EN 60950, IEC 60825-1

Bijlage

Interferentie: conform EN 55022 Class B

Storingsongevoeligheid: conform EN 55024

SLEREXE-brief:

27

Verklarende woordenlijst

Afroepen:

hiermee kunt u documenten ontvangen die in een ander faxapparaat zijn klaargezet.

Afzenderherkenning:

op de meeste faxapparaten kunnen de naam en het telefoonnummer van de gebruiker worden ingevoerd.

Deze informatie wordt op het verzendrapport afgedrukt en ook weergegeven op het apparaat van de faxpartner.

Document:

een getypt of geschreven blad papier, een schets of tekening die u naar een ander wilt faxen.

DTMF (Dual Tone Multiple Frequency):

met dit toonsignaal laat u het faxapparaat starten vanaf een andere telefoon die werkt met het toonkiessysteem.

Extra apparatuur, extra telefoon:

met uw faxapparaat kunt u extra apparaten aansluiten op één telefoonlijn, zoals een draadloze telefoon of een antwoordapparaat.

Faxselector, belpatroon:

De faxselector analyseert inkomende gesprekken en kiest het bijbehorende belpatroon. De selector herkent een normaal spraaksignaal en een faxsignaal. In de stand

TEL

moet u faxen handmatig ontvangen, in de andere standen worden deze automatisch ontvangen.

Geheugen:

faxen die niet worden afgedrukt, worden in het geheugen opgeslagen.

Hoorn-flashfunctie:

wanneer u op R drukt, krijgt u toegang tot een groot aantal nieuwe services van de telefoonmaatschappij

(wisselgesprek, wachtstand, enzovoort).

ITU (International Telecommunications Union):

een internationale organisatie die normen voor telecommunicatie opstelt.

Laserjet:

een afdrukmethode waarbij zwart poeder (zie Toner) met laserlicht op papier wordt gebrand.

Nummerherkenning:

wanneer u een oproep ontvangt, wordt het nummer van de beller weergegeven (uitsluitend voor

Nederland).

Ontvangst op afroep:

hiermee ontvangt u documenten op aanvraag, die in een ander faxapparaat zijn klaargezet.

Papier:

standaard A4-papier (210x297 mm, 80 g/m

2

)

Polling:

zie afroepen

Pulskiezen:

dit is de oude nummerkeuzemethode waarbij ieder gekozen cijfer een bepaald aantal pulsen produceerde.

Telefooncentrale, nummer voor buitenlijn:

de meeste bedrijven hebben vanaf een bepaalde omvang een eigen telefooncentrale (PABX, private automatic branch exchanges). Dit is een soort intern telefoonnetwerk. Voor contact met een buitenlijn via de telefooncentrale moet u eerst een bepaald cijfer kiezen.

Tonercartridge:

deze bevat zwart poeder, de zogeheten toner, die door verwarming op het papier wordt aangebracht. Witte strepen op de afdruk geven aan, dat de toner bijna op is.

Aanvankelijk kan de cartridge dan nog worden geschud als tijdelijke oplossing, maar de eerstvolgende keer moet de cartridge worden vervangen.

Toonkiezen:

dit is de moderne nummerkeuzemethode, waarbij aan iedere cijfertoets een andere toon wordt toegekend.

Wisselgesprek:

van het ene gesprek overschakelen op het andere en weer terug.

28

Verklaring van overeenstemming

Wij,

SAGEM Communication Austria GmbH

Gutheil-Schoder-Gasse 17

A-1230 Wien, Österreich verklaren uitsluitend onder onze eigen verantwoording, dat het product

Normaal-papier-fax

UTAX FAX 520

waarnaar deze declaratie verwijst, aan de volgende normen of andere normatieve documenten voldoet:

Veiligheid:

EN 60950:1992 + A1:1993 + A2:1993 + A3:1995 +

A4:1997 + A11:1997

Elektromagnetische compatibiliteit:

EN 55022:1998 class B, EN 55024:1998 conform de bepalingen in de richtlijn 1999/5/EG over radiozendinstallaties en eindvoorzieningen voor telecommunicatie en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit.

Wien, 2002-05-10 Nicolas DENIS

Managing Director

30

Code 20

Computer aansluiten 11 vereisten 11

D

Document aanbrengen 18

Documenten invoeren 18

Documentenhouder 7

Documentenopvang 7

E

Easylink 14

Energiebesparing 13

Extra telefoons 10

F

FAX

Printer 22

FAX-modus 14

Faxen 18 ontvangen vanaf een ander toestel 14 verzenden 18

Faxen afroepen 20

G

Garantie 29

Gegevens corrigeren 15

A

Aansluiting extra telefoons 14

ISDN 9 op de netvoeding 9 op de telefoonleiding 9 op een computer 11

Aansluiting voor printerkabel 5

Afroep 21

Afroepen met code 20

Ander toestel

Faxen ontvangen 14

Annuleren 19

AUT-modus 14

Automatisch 18

B

Basisinstellingen

Land 12

Belgedrag 14

Belpatronen 14

Belsignal 13

Beschrijving 4, 5

Bespaarmodus 13

Bestelinformatie 9, 28

C

Index

Geheugen 19

Groep

Annuleren 16

Faxen naar 16

Groep wijzigen 16

Groepen 16 maken 16 verwijderen 17

Groepen maken 16

H

I

Hoorn van het faxapparaat 7

J

Instellen

Naam 12

Nummer 12

Taal 12

Tijd en datum 12

ISDN-Aansluiting 10

Journaal afdrukken 17

K

Kopiëren een kopie meerdere 22

L

Later afdrukken 19

Later afroepen 20

Later verzenden 20

Lijst van groepen 17

Limiet 19

M

Meerdere kopieën maken

22

Modus 14

N

Nummerherhaling 15

Nummerherkenning 17

Nummers opslaan 15

O

Ontvangstrapport 21

Ontvangstsnelheid 21

Overzicht van oproepen afdrukken

17

Overzicht van de apparatuur

4

Overzicht van instellingen

13

P

PABX 11

Papier aanbrengen 8

Papieropvangbak 7

Problemen oplossen 23

PSTN 11

R

Rapport verzending 21

Resolutie 18, 22

Rondzenden 19

Rondzendlijst afdrukken 20

S

Scannen 22

Snel afroepen 20

Snelheid ontvangst 21 verzending 21

Snelkeuze-instellingen wijzigen 15

Snelkeuzelijst 15

Snelkeuzetoetsen 15

Snelkeuzetoetsen gebruiken

15

Software installeren 11

Storingscodes 25

T

TAB-modus 14

Technische specificaties 27

TEL-modus 14

Telefoneren 15

Telefoon 15

Telefooncentrale 11

Telefoonleiding 10

Telefoonlijst 16 aanleggen 15 gebruiken 15 gegevens corrigeren 15 gegevens verwijderen 15

Telefoonlijst afdrukken 16

Telefoonlijst gebruiken 15

Toets

A-Z 6

MEMORY 6

MENU 6

R 6

RESOLUTION 6

STOP 6

TEL/FAX/AUTO 6

Toetsfuncties 6

Tonerbesparing 13

Tonercartridge 4 aanbrengen 8

V

Veiligheidsinstructies 2

Verbruiksartikelen 28

Verklarende woordenlijst 28

Verkleinen 18, 22

Verpakking 4

Verzenden met code 20

Verzendsnelheid 21

Volume 13

W

Windows

9x, ME, NT, 2000, XP

11

31

Het CE merk bevestigt dat de machine voldoet aan de betreffende richtlijnen van de Europese Unie.

Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat. Dit product is bestemd voor gebruik aan een openbare geschakelde telefoonnetwerk

(PSTN) en voor gebruik in het op het typeplaatje op de verpakking en aan de onderzijde van het toestel aangeduide land. Gebruik in andere landen kan leiden tot foutief functioneren van het toestel.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het technische servicecenter in uw land.

Deze gebruiksaanwijzing is gedrukt op chloorvrij gebleekt kringlooppapier en voldoet aan de hoogste eisen met betrekking tot de milieubescherming.

De kartonnen verpakking en het karton dat uw toestel aan de zijkanten beschermt, zijn vervaardigd uit papierafval en kunnen gerecycleerd worden als papierafval; in overeenstemming met de specifieke eisen van uw land, gooit u de plastic folie hetzij als recyclage-afval, hetzij als normale afval weg.

Deze elektronische apparatuur bevat recyclebaar materiaal. Aan het einde van de levenscyclus van het apparaat, informeert u zo nodig naar de eisen inzake recycling van uw eigen land.

Wijzigingen voorbehouden.

Copyright © 2002 Sagem Communication Austria GmbH

Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project