Graco 3A8199D, Husky™ 3300e elektrische membraanpomp, Operatie de handleiding

Add to My manuals
38 Pages

advertisement

Graco 3A8199D, Husky™ 3300e elektrische membraanpomp, Operatie de handleiding | Manualzz

Operatie

pompen goedgekeurd voor gebruik geclassificeerde locatie,

Belangrijke

Lees alle waarschuwingen en instructies in deze handleiding en in uw reparatie-/onderdelenhandleiding. Bewaar alle instructies.

Maximale werkdruk: 80 psi (0,55 MPa,

5,5 bar)

3A8199D

NL

PROVEN QUALITY. LEADING TECHNOLOGY.

Bijbehorende handleidingen ................................ 2

Waarschuwingen ................................................ 3

Tabel met configuratienummers........................... 6

Bestelinformatie.................................................. 8

Installatie ........................................................... 9

Algemene informatie .................................... 9

Bevestigingen aanspannen........................... 9

Tips om cavitatie te verminderen................... 9

De pomp monteren ...................................... 12

Het systeem aarden ..................................... 13

Luchtleiding ................................................. 14

Vloeistoftoevoerleiding ................................. 14

Vloeistofuitlaatleiding.................................... 14

Elektrische aansluitingen .............................. 15

Bediening........................................................... 18

Bevestigingen aanspannen........................... 18

Initiële configuratie (AC met VFD) ................. 18

De pomp vóór het eerste gebruik spoelen .......................................... 18

De pomp starten en afstellen ........................ 18

Drukontlastingsprocedure ............................. 19

De pomp uitschakelen .................................. 19

Bediening van de VFD ........................................ 20

Bedieningspaneel VFD................................. 20

De snelheid afstellen .................................... 20

Onderhoud ......................................................... 21

Onderhoudsschema ..................................... 21

Smering ...................................................... 21

De schroefdraadverbindingen aandraaien ..................................... 21

Doorspoelen en opslag................................. 21

Koppelinstructies ................................................ 22

Aandraaivolgorde......................................... 22

Prestatiegrafieken............................................... 24

Afmetingen......................................................... 26

Technische gegevens ......................................... 35

Graco-standaardgarantie voor

Husky-pompen...................................... 1

Nummer van handleiding

3A7037

Titel

Husky™ 3300e elektrisch aangedreven membraanpomp, Reparatie/Onderdelen

2 3A8199D

Waarschuwingen

De onderstaande waarschuwingen betreffen de installatie, het gebruik, de aarding, het onderhoud en de reparatie van deze apparatuur. Het symbool met het uitroepteken verwijst naar een algemene waarschuwing en de gevarensymbolen verwijzen naar procedurespecifieke risico's. Als u deze symbolen in de handleiding of op de waarschuwingsetiketten ziet, raadpleeg dan deze Waarschuwingen. Productspecifieke gevaarsymbolen en waarschuwingen die niet in dit hoofdstuk staan beschreven, staan vermeld in de gehele handleiding waar deze van toepassing zijn.

GEVAAR

Deze apparatuur kan met een spanning van meer dan 240 V worden gevoed. Deze spanning kan bij contact dodelijk of ernstig letsel veroorzaken.

• Zet het apparaat uit via de hoofdschakelaar en haal de stekker uit het stopcontact voordat u kabels ontkoppelt of een servicebeurt aan de apparatuur uitvoert.

• Deze apparatuur moet worden geaard. Het mag alleen op een geaarde voedingsbron worden aangesloten.

• Alle elektrische bedrading moet worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien en moet voldoen aan alle ter plaatse geldende verordeningen en regelgeving.

WAARSCHUWING ontbranden of exploderen. Verf of oplosmiddelen die door het apparaat stromen, kunnen statische elektriciteit opwekken. Voorkom brand en explosies onder meer als volgt:

• Gebruik de apparatuur alleen in goed geventileerde ruimtes.

• Zorg dat er geen ontstekingsbronnen zijn, zoals waakvlammen, sigaretten, draagbare elektrische lampen en kunststofdruppelvangers (deze kunnen statische vonkoverslag geven).

• Houd het werkgebied vrij van afval, inclusief oplosmiddelen, poetslappen en benzine.

• Haal geen stekkers uit stopcontacten, steek geen stekkers in stopcontacten en doe geen lampen aan of uit als er brandbare dampen aanwezig zijn.

• Gebruik alleen geaarde slangen.

pas weer als u de oorzaak van het probleem kent en het probleem is verholpen.

• Zorg dat er altijd een werkend brandblusapparaat in het werkgebied is.

Tijdens het reinigen kan er zich statische lading opbouwen op kunststof onderdelen en deze kan zich ontladen op brandbare dampen en die doen ontbranden. Voorkom brand en explosies onder meer als volgt:

• Reinig kunststof onderdelen alleen in een goed geventileerde omgeving.

• Reinig onderdelen niet met een droge doek.

• Bedien geen elektrostatische pistolen in het werkgebied van de apparatuur.

3A8199D 3

4

Waarschuwingen

WAARSCHUWING

Vloeistof uit de apparatuur, uit lekkages of uit beschadigde onderdelen kan in de ogen of op de huid spatten en ernstig letsel veroorzaken.

reiniging, controle of onderhoud aan de apparatuur.

• Draai steeds eerst alle vloeistofkoppelingen goed vast voordat u de apparatuur gaat bedienen.

• Controleer slangen, buizen en koppelingen dagelijks. Vervang versleten of beschadigde onderdelen onmiddellijk.

Verkeerd gebruik kan leiden tot ernstig of dodelijk letsel.

• Bedien het systeem niet als u moe, of onder invloed van alcohol of geneesmiddelen bent.

• Overschrijd nooit de maximale werkdruk en de maximale bedrijfstemperatuur van het zwakste

• Gebruik materialen en oplosmiddelen die geschikt zijn voor de bevochtigde onderdelen van de van de fabrikant van de gebruikte vloeistoffen en oplosmiddelen. Vraag de leverancier of verkoper van het materiaal om het veiligheidsinformatieblad (VIB) voor de complete informatie.

wordt gebruikt.

• Controleer de apparatuur dagelijks. Repareer of vervang versleten of beschadigde onderdelen onmiddellijk; vervang ze uitsluitend door originele reserveonderdelen van de fabrikant.

• Breng geen veranderingen of aanpassingen in de apparatuur aan. Door veranderingen of aanpassingen kunnen goedkeuringen van instanties ongeldig worden en kan de veiligheid in gevaar komen.

• Zorg dat alle apparatuur gekeurd en goedgekeurd is voor de omgeving waarin u de apparatuur gebruikt.

• Gebruik apparatuur alleen voor het beoogde doel. Neem voor meer informatie contact op met uw distributeur.

• Leid slangen en kabels uit de buurt van plaatsen waar gereden wordt en uit de buurt van scherpe randen, bewegende onderdelen en hete oppervlakken.

• Zorg dat er geen kink in slangen komt en buig ze niet te ver door; trek het apparaat nooit vooruit aan de slang.

• Houd kinderen en dieren weg uit het werkgebied.

• Houd u aan alle geldende veiligheidsvoorschriften.

Het gebruik van materialen die niet compatibel zijn met aluminium in apparatuur die onder druk staat, kan leiden tot ernstige chemische reacties en kan ervoor zorgen dat de apparatuur stuk gaat.

Wanneer u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dat leiden tot overlijden, ernstig letsel of materiële schade.

• Gebruik geen 1,1,1-trichloorethaan, methyleenchloride, andere halogeenkoolwaterstofoplosmiddelen of materialen die dergelijke oplosmiddelen bevatten.

• Gebruik geen chloorbleekmiddel.

• Veel andere materialen kunnen stoffen bevatten die kunnen reageren met aluminium. Neem contact op met uw materiaalleverancier voor meer info over de compatibiliteit van de materialen.

3A8199D

3A8199D

Waarschuwingen

WAARSCHUWING

Vloeistoffen in besloten ruimtes - waaronder slangen - die aan hitte worden blootgesteld, kunnen door thermische expansie een snelle drukstijging veroorzaken. Door overdruk kunnen installatieonderdelen barsten en ernstig letsel veroorzaken.

• Open een ventiel zodat de vloeistof tijdens de verhitting kan uitzetten.

• Vervang de slangen proactief op regelmatige tijdstippen afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.

Veel oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen beschadigen; ze kunnen ervoor zorgen dat ze niet goed werken en zo ernstige letsels of schade aan eigendommen veroorzaken.

• Gebruik alleen compatibele oplosmiddelen op waterbasis om kunststof constructieonderdelen of onderdelen onder druk te reinigen.

veiligheidsinformatieblad (VIB) en aanbevelingen van de fabrikanten van de gebruikte vloeistoffen en oplosmiddelen.

Giftige vloeistoffen of dampen kunnen ernstig letsel of zelfs de dood veroorzaken als deze in de ogen of op de huid spatten of ingeademd of ingeslikt worden.

• Lees het veiligheidsinformatieblad (VIB) zodat u de specifieke gevaren kent van de gebruikte vloeistoffen.

• Bewaar gevaarlijke vloeistoffen in goedgekeurde houders en voer ze af conform alle geldende richtlijnen.

Het oppervlak van de apparatuur en de vloeistof die wordt verhit, kan zeer heet worden tijdens het gebruik. Zo vermijdt u ernstige brandwonden:

• Raak het warme materiaal of de warme apparatuur niet aan.

Draag de juiste beschermingsmiddelen als u in het werkgebied aanwezig bent om ernstig letsel, zoals oogletsel, gehoorbeschadiging, inademing van giftige dampen en brandwonden, te voorkomen. Deze beschermingsmiddelen bestaan onder andere uit:

• Gezichts- en gehoorbescherming.

• Ademhalingsfilters, beschermende kleding en handschoenen, zoals aanbevolen door de fabrikant van materialen en oplosmiddelen.

5

Tabel met configuratienummers

Raadpleeg het identificatieplaatje (ID) voor het configuratienummer van uw pomp. Gebruik de volgende tabel om de onderdelen van uw pomp te definiëren.

Pompmodel

Materiaal vochtig gedeelte

E A

Aandrijving

Materiaal middensectie

Tandwielkast en compressor

Motor Vloeistofdeksels en verdeelstukken

TP TP TP

Zittingen

Kogels Membranen

OPMERKING:

Bestelinformatie, page 8 .

Pomp Materiaal

--- ---

O-ringen verdeelstuk

3300 A Aluminium

P Polypropyleen

S Roestvrij staal

E Elektrisch

A Aluminium 94 Geen tandwielkast of compressor

04 Overbrengingsverhouding hoge snelheid

06 Overbrengingsverhouding hoge snelheid/240V-compressor

Standaard inductiemotor

ATEX inductiemotor

Brandvrije inductiemotor

Geen motor

6 3A8199D

Tabel met configuratienummers

Materiaal membraan Verdeelstuk/Zitting

A1 Aluminium, middenflens, npt

A2 Aluminium, middenflens, bspt

AC

AL

Acetaal

Aluminium

AC

BN

Acetaal

Buna-N

GE

PT

Geolast

PTFE/EPDM

2-delig

Model heeft geen

O-ringen*

BN Buna-N

P1 Polypropeen, middenflens

S1 Roestvrij staal, npt

S2 Roestvrij staal, bspt

S51 Roestvrij staal, middelste flens

BN Buna-N* CR Polychloropreen

FK

GE

FKM Fluorelastomeer*

Geolast

CW Verzwaard polychloropreen

FK FKM fluorelastomeer

GE Geolast PP Polypropyleen

SP Santoprene PT PTFE

SS 316

Roestvast staal

SP Santoprene

SP

TP

Santoprene

TPE

TP TPE* TP TPE

*Modellen met zittingen van Buna-N, FKM of TPE hebben geen verdeelstuk/O-ringen zitting.

FK FKM fluorelastomeer

PT PTFE

✦ Aluminium en roestvrijstalen pompen met motorcode C zijn gecertificeerd volgens:

✚ Aluminium en roestvrijstalen pompen met motorcode G zijn gecertificeerd volgens:

II 2 G Ex h d IIB T3 Gb

II 2 G Ex h IIB T3 Gb

Klasse I, afd. 1, groep D, T3B

Klasse II, afd. 1, groepen F+G, T3B

★ Motoren met aanduiding D zijn gecertificeerd volgens:

Alle modellen (behalve met tandwielkast- en compressorcodes 05 of motorcode D ) zijn gemarkeerd:

3A8199D 7

Bestelinformatie

1.

Ga naar www.graco.com

.

2.

Klik op Waar membraanpompen op www.graco.com

... Zoek naar ‘Selector’

8 3A8199D

Installatie

Voor de installatie van deze apparatuur moet u potentieel gevaarlijke procedures uitvoeren.

Alleen opgeleid en gekwalificeerd personeel dat de informatie in deze handleiding heeft gelezen en begrepen, mag deze apparatuur installeren.

• Alle elektrische bedrading moet worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien en moet voldoen aan alle ter plaatse geldende verordeningen en regelgeving

Een typische installatie zoals afgebeeld is slechts bedoeld als hulpmiddel bij het selecteren en monteren van systeemonderdelen. Neem contact op met uw Graco-dealer voor hulp bij het ontwerpen van een systeem dat aan uw behoeften voldoet. Gebruik altijd originele Graco-onderdelen en toebehoren.

Zorg ervoor dat alle toebehoren de juiste maten hebben en dat ze voldoen aan de drukniveaus en de eisen van het systeem.

Referentieletters in de tekst, zoals (A) verwijzen naar de tekst in de figuren.

Voordat de pomp gemonteerd en voor het eerst gebruikt wordt, moeten alle externe bevestigingen worden gecontroleerd en aangespannen. Volg

Koppelinstructies, page 22

of raadpleeg de aandraai-instructies op uw pomp. Trek de bevestigingen na de eerste gebruiksdag opnieuw aan.

Cavitatie in een dubbelmembraanpomp is het ontstaan en knappen van belletjes in de verpompte vloeistof. Frequente of overmatige cavitatie kan ernstige schade veroorzaken, waaronder het ontstaan van putjes en vroegtijdige slijtage van vloeistofkamers, kogels en zittingen. Ook kan de efficiëntie van de pomp afnemen. De schade door cavitatie en de afgenomen efficiëntie kunnen leiden tot hogere gebruikskosten.

Cavitatie is afhankelijk van de dampdruk van de verpompte vloeistof, de zuigdruk van het systeem en de stuwdruk. Het verschijnsel kan worden beperkt door één van deze factoren te veranderen.

1.

Dampdruk verminderen: Verlaag de temperatuur van de verpompte vloeistof.

2.

Zuigdruk verhogen: a.

Zorg dat de pomp lager is geplaatst dan het materiaalniveau in het toevoersysteem.

b.

Verminder de wrijvingslengte van de zuigleiding. Onthoud dat fittingen wrijvingslengte aan de leiding toevoegen.

Verminder het aantal fittingen om de wrijvingslengte te beperken.

c.

Kies voor een groter formaat zuigleiding.

vloeistof niet hoger is dan 25% van de uitgaande werkdruk.

3.

Snelheid van het materiaal verlagen: vertraag de cyclussnelheid van de pomp.

De viscositeit van het verpompte materiaal is ook heel belangrijk, maar wordt meestal bepaald door procesafhankelijke factoren en kan niet worden veranderd om de cavitatie te verminderen.

Viskeuze vloeistoffen zijn moeilijker te verpompen en veroorzaken sneller cavitatie.

Graco adviseert om met alle bovenstaande factoren rekening te houden bij het ontwerpen van uw systeem. Voor het handhaven van het rendement van de pomp moet u precies voldoende vermogen aan de pomp leveren om het gewenste debiet te behalen.

Graco-distributeurs kunnen specifieke suggesties voor uw bedrijf doen om de pompprestaties te verbeteren en de bedrijfskosten te verlagen.

3A8199D 9

Installatie

Figure 1 Typische installatie voor pompen zonder compressor

E

P

R

B

C

D

Vloeistofinlaatpoort

Vloeistofuitlaatpoort

Montagepoten

Luchtinlaatpoort

Aarding van pomp

Regelknop van middendeel

H

J

K

L

M

A

F

G

N

Voedingskabel naar VFD

Geaarde, soepele luchtaanvoerslang

Zelfontlastend hoofdluchtventiel (voor ontlasten van luchtdruk tussen ventiel en pomp wanneer gesloten)

Eenheid van luchtfilter/regelaar (voor verwijderen van vuil en vocht uit luchttoevoer; beperken van luchtdruk naar pomp)

Hoofdluchtklep (voor toebehoren)

Geaarde, flexibele vloeistoftoevoerleiding

Vloeistofafvoerventiel (voor afvoer van vloeistof onder druk in vloeistofuitlaatleiding)

Vloeistofafsluitventiel (voorkomt dat vloeistof door de vloeistofuitlaatleiding stroomt)

Geaarde, flexibele vloeistofuitlaatleiding

10 3A8199D

Installatie

Figure 2 Typische installatie van een pomp met compressor

P

R

B

C

D

E

Vloeistofinlaatpoort

Vloeistofuitlaatpoort

Montagepoten

Luchtinlaatpoort

Aarding van pomp

Regelknop van middendeel

M

N

K

L

A

F

Voedingskabel naar VFD

Stroomkabel naar compressor

Geaarde, flexibele vloeistoftoevoerleiding

Vloeistofafvoerventiel (voor afvoer van vloeistof onder druk in vloeistofuitlaatleiding)

Vloeistofafsluitventiel (voorkomt dat vloeistof door de vloeistofuitlaatleiding stroomt)

Geaarde, flexibele vloeistofuitlaatleiding

3A8199D 11

Installatie

Voorkom ernstig of dodelijk letsel door giftige vloeistoffen of dampen:

• Een pomp die onder druk staat nooit verplaatsen of optillen. Als u een pomp onder druk laat vallen, kan de vloeistofsectie scheuren. Voer altijd de

Drukontlastingsprocedure, page 19

uit, voordat de pomp wordt verplaatst of opgehesen.

• Stel de pomp of de plastic componenten ervan daarom niet langere tijd bloot aan direct zonlicht. Natuurlijke met polypropyleen versterkte materialen in de pompen kunnen door langdurige blootstelling aan uv-straling aangetast raken.

De pomp is zwaar. Om schade door vallen te voorkomen, mag de pomp alleen met een hijstoestel worden verplaatst. Til de pomp niet aan de spruitstukken op. Gebruik minstens twee hijsbanden.

1.

Zorg ervoor dat het oppervlak waarop de pomp wordt gemonteerd vlak is en stevig genoeg om het gewicht te dragen van de pomp, leidingen en toebehoren, en de mechanische belasting die door het werken van de pomp ontstaat.

2.

Stel de stelvoeten op de montagebeugel van de tandwielmotor zodanig af dat alle bevestigingspunten goed worden ondersteund en dat de pomp niet wiebelt.

3.

Schroef de pomp via de bevestigingsgaten (B) vast aan de vloer, zodat de pomp in positie is

vastgezet. Zie Afmetingen, page 26

.

de inlaat- en uitlaatpoorten voor de vloeistof gemakkelijk te bereiken zijn.

Gebruik alle acht bevestigingsmiddelen, om schade aan de pomp te voorkomen.

Bij montage van een pomp zonder een

Graco-tandwielkast en -motor is een montageplatform nodig om de motor en tandwielkast van de klant te ondersteunen en te zorgen voor uitlijning met het uitlijnhuis (116) en de aandrijfas (112) van de pomp zonder het montageplatform of de pomp te belasten.

Zie

Afmetingen, page 26

voor hulp bij het maken van een montageplatform.

REF

AA

BESCHRIJVING

Boring en spiebaan van tandwielkastkoppeling

BB Diameter van flens

CC Diameter boutcirkel

DD Draadmaat montageopening

35 mm/10 mm spiebaan

110 mm

130 mm

M8 x 1,25

Raadpleeg de bovenstaande afbeelding en tabel om een tandwielkast van een andere fabrikant te specificeren.

12 3A8199D

De apparatuur moet worden geaard om het risico op statische vonken te beperken. Statische vonken kunnen ervoor zorgen dat dampen ontbranden of ontploffen. Een onjuiste aarding kan elektrische schokken veroorzaken. Aarden biedt de elektrische stroom een ontsnappingsdraad.

hierna wordt beschreven.

pomp van niet-geleidend polypropyleen of PVDF met brandbare vloeistoffen.

• Volg de ter plekke geldende brandvoorschriften.

De pomp moet voor gebruik eerst geaard worden, zoals hieronder beschreven.

Draai de aardingsschroef los. Steek één eind van een aarddraad van minimaal 3,3 mm2 (12 AWG) achter de aardingsschroef en draai die goed vast.

Verbind het klemuiteinde van de aarddraad met een echte aardaansluiting. Een aarddraad met klem, onderdeelnummer 238909, is bij Graco verkrijgbaar.

Installatie

elektrische aansluitdoos. Aard daarmee de motor via de besturing.

geaarde vloeistofslangen met een gecombineerde slanglengte van maximaal 150 m (500 ft), zodat een goed doorlopende aarding verzekerd is.

Controleer de elektrische weerstand van de slangen. Als de totale weerstand op de massa hoger is dan 29 megaohm, moet de slang onmiddellijk worden vervangen.

voorschriften.

Gebruik alleen geleidende metalen emmers; plaats ze op een geaarde ondergrond. Plaats de emmer niet op een niet-geleidende ondergrond, zoals papier of karton, aangezien dan de continuïteit van de aarding wordt onderbroken.

een goede aansluiting op een stroombron. Zie de handleiding van de VFD voor aardinstructies.

Controleer na eerste installatie de goed doorlopende aarding van het systeem. Stel een schema op voor regelmatige controles daarna, zodat een doorlopende aarding gegarandeerd blijft. De weerstand mag niet meer dan 1 ohm zijn.

3A8199D 13

Installatie

Er zit al een luchtleiding tussen de compressor en de luchtinlaat van de pomp.

sluit een geaarde, soepele luchtslang aan van de compressor naar de luchtinlaat van de pomp (E).

1.

Breng een luchtfilter-/regelaar (H) aan. De vloeistofdruk aan de uitlaat is dezelfde als de ingestelde luchtdruk van de luchtregelaar. Het filter verwijdert schadelijk vuil en vocht uit de aangevoerde perslucht.

2.

Plaats een zelfontlastend hoofdluchtventiel (G) dicht bij de pomp en gebruik die om opgesloten lucht te laten ontsnappen. Zorg ervoor dat de kraan gemakkelijk te bereiken is vanaf de pomp en dat hij zich achter de regelaar bevindt.

1.

Sluit de geaarde, flexibele vloeistofslang (K) aan op de vloeistofinlaatpoort. De poort van pompen met een vloeistofsectie van aluminium, roestvrij staal of gietijzer heeft de aansluitmaat

2 inch npt(f) of 2 inch bspt. Bij pompen met een vloeistofsectie van polypropyleen, geleidend polypropyleen of PVDF is dat een verhoogde

ANSI/DIN-flens 2 inch.

2.

Als de inlaatdruk naar de pomp hoger is dan 25% van de uitgaande werkdruk is, komen de kogels van de kleppen niet snel genoeg op de zittingen, wat een inefficiënte werking van de pomp tot gevolg heeft. Een te hoge vloeistofinlaatdruk verkort ook de levensduur van het membraan.

Ongeveer 0,02–0,03 MPa (0,21–0,34 bar, 3-5 psi) moet voldoende zijn voor de meeste materialen.

3.

Voor informatie over de maximale aanzuighoogte (nat en droog), zie

Technische gegevens, page 35 . Om het

beste resultaat te verkrijgen, moet u de pomp altijd zo dicht mogelijk bij de materiaalbron installeren. Beperk de zuigvereisten tot een minimum voor maximale pompprestaties.

Gevangen lucht kan ervoor zorgen dat de pomp onverwachts gaat werken. Dit kan leiden tot ernstig letsel door opspattingen.

3.

Installeer een tweede hoofdluchtventiel (J) vóór alle accessoires aan de luchtleiding. Dit is nuttig om de accessoires te kunnen isoleren tijdens reinigings- en reparatiewerkzaamheden.

4.

Installeer een geaarde, soepele luchtslang (F) tussen de toebehoren en de luchtinlaat van de pomp.

1.

Sluit een geaarde, flexibele vloeistofslang (N)

2.

aan op de vloeistofinlaatpoort. De poort van pompen met een vloeistofsectie van aluminium, roestvrij staal of gietijzer heeft de aansluitmaat

3 inch npt(f) of 3 inch bspt. Bij pompen met een vloeistofsectie van polypropyleen, geleidend polypropyleen of PVDF is dat een verhoogde

ANSI/DIN-flens 3 inch.

Plaats een vloeistofafvoerventiel (L) dicht bij de vloeistofuitlaat.

3.

Installeer een afsluitventiel (M) in de vloeistofuitlaatleiding.

14 3A8199D

Alle elektrische bedrading moet volledig worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien en aan alle ter plaatse geldende verordeningen en voorschriften voldoen.

Gebruik bij alle installaties een ‘soft starter’ of VFD in het elektrische circuit voor de motor. VFD's kunnen via Graco worden aangeschaft. Zie aanbevolen

VFD-sets op pagina 36.

van de motorfabrikant. Gebruik een startmotor met overbelastingsbeveiliging. De dimensionering van draden, zekeringen en andere elektrische beveiligingen moet voldoen aan plaatselijke regels en voorschriften.

De motor moet worden aangesloten op de VFD. Sluit de draden naar de motor als volgt aan:

1.

Verwijder de 4 bouten om de aansluitdoos van de motor te openen.

2.

Installeer een trekontlasting in één van de poorten aan de onderkant van de aansluitkast.

3.

Sluit de groene aardingsdraad aan op de aardingsschroef.

4.

Voor zoals afgebeeld en sluit vervolgens L1 aan op

T1, L2 op T2 en L3 op T3.

T4 T5 T6

T7 T8 T9

T1 T2 T3

L1 L2 L3

Figure 3 Draadverbindingen voor een 230

V-motor

3A8199D

Installatie

5.

Voor 460 zoals afgebeeld en sluit vervolgens L1 aan op

T1, L2 op T2 en L3 op T3.

T4 T5 T6

T7

T1

T8

T2

T9

T3

L1 L2 L3

Figure 4 Draadverbindingen voor een 460

V-motor

6.

Sluit de elektriciteitsdoos van de motor. Draai de bouten aan tot 2,2 N•m (20 in-lb).

van de VFD-fabrikant.

Installeer de bedrading van de VFD als volgt:

1.

Sluit de bedrading aan op de motor. Zie

Elektrische aansluitingen, page 15

.

2.

Open de aansluitdoos van de VFD.

3.

Installeer trekontlastingen in beide poorten onderin de VFD-aansluitdoos.

4.

Sluit de groene aardingsdraad aan op de aardingsschroef.

5.

Sluit de draden van de motorklemmen aan op de overeenkomende klemmen in de aansluitdoos van de VFD, zoals afgebeeld.

U

/T1

V

/T2

W

/T3

PE

PES

PES

PES

PES

PE

PES

PE

Figure 5 Draadverbindingen van de motor naar de

VFD

15

Installatie

Alle elektrische bedrading moet volledig worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien en aan alle ter plaatse geldende verordeningen en voorschriften voldoen.

Sluit de bedrading van de stroomvoorziening als volgt aan op de VFD:

1.

Sluit de bedrading tussen de motor en de VFD aan zoals hierboven uitgelegd.

2.

Sluit de groene aarddraad van de voeding aan op de aardingsschroef. De aarddraad van de motor is eveneens verbonden met deze schroef.

3.

Sluit de bedrading van de voeding aan op de stroomaansluitingen in de VFD-kast, waarbij u zich dient te houden aan alle ter plaatse geldende wetten en regels.

4.

Sluit de elektriciteitskast van de VFD.

Volg deze instructies om de leksensor aan te sluiten op een VFD.

functioneren als een NC-circuit (normaal gesloten).

1.

Schakel de spanningstoevoer naar de VFD uit.

2.

Open het toegangsdeksel van de VFD.

3.

Volg de onderstaande stappen voor een VFD van Graco: a.

Sluit één draad aan op klem 4 op de rail.

b.

Sluit een tweede draad aan op klem 13A op de rail.

c.

Sluit het toegangsdeksel.

d.

Schakel de spanningstoevoer naar de VFD in.

e.

Ga naar scherm P121.

f.

Verander de waarde naar 21 en druk op de

Modusknop.

4.

Volg de onderstaande stappen voor een VFD van een andere fabrikant: a.

Sluit de twee draden aan op het detectiecircuit in de VFD.

van de VFD voor de juiste aansluitpunten.

b.

Sluit het toegangsdeksel.

c.

Schakel de spanningstoevoer naar de VFD in.

d.

Configureer de VFD om het leksensorcircuit te monitoren.

5.

Raadpleeg de handleiding van de VFD om vast te stellen hoe u de VFD kunt configureren om een fout te genereren of de pomp te stoppen wanneer een lek wordt gedetecteerd.

16 3A8199D

Installatie

Voorkom letsel door brand, explosies of elektrische schokken door alle elektrische bedrading door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels uit te laten voeren.

Volg deze instructies voor de bedrading van

Graco-compressor 24Y544 (120 V) of 24Y545 (240

V).

isolatie die bestand is tegen temperaturen van in elk geval 75 °C.

1.

Haal het deksel van de elektrische aansluitdoos van de compressor.

2.

Breng de bedrading aan met geschikt installatiemateriaal (d.w.z. kabelgoten, fittingen, voedingskabel, kabelbevestigingen) naar de elektrische aansluitdoos van de compressor.

3.

Sluit de netspanning (120 VAC of 240 VAC, afhankelijk van uw compressor) aan op L1 en

L2/N. Sluit de aarddraad van de voedingskabel aan op . Als het systeem bemeten is voor

16 A gebruikt u draad van minimaal 4 mm 2 (12

AWG). Is dat daarentegen 12 A, dan moet de draaddoorsnede minimaal 2,5 mm 2 zijn (14

AWG). Draai de aansluitingen aan tot 1,2 N•m

(10 in-lb).

4.

Breng het deksel weer aan op de elektrische aansluitdoos. Draai de schroeven aan tot 6,8

N•m (60 in-lb).

Figure 6

A

L2

L1

3A8199D 17

Bediening

Voordat de pomp gemonteerd en voor het eerst gebruikt wordt, moeten alle externe bevestigingen worden gecontroleerd en aangespannen. Volg

Koppelinstructies, page 22

of raadpleeg de aandraai-instructies op uw pomp. Trek de bevestigingen na de eerste gebruiksdag opnieuw aan.

Configureer de VFD volgens de informatie op het naamplaatje van de motor.

De pomp is getest met water. Als het materiaal dat u gaat verpompen door water kan worden vervuild, spoel dan de pomp grondig met een geschikt

oplosmiddel. Zie Doorspoelen en opslag, page 21

.

1.

Zorg ervoor dat de pomp goed geaard is.

Zie

Het systeem aarden, page 13

.

2.

Controleer de aansluitingen om zeker te zijn dat ze goed vastzitten. Gebruik een geschikte vloeibare pakking voor alle mannelijke draadeinden. Draai de fittingen van de vloeistofinlaat en -uitlaat goed vast.

3.

Plaats de aanzuigbuis (indien gebruikt) in de te pompen vloeistof.

pomp hoger is dan 25% van de uitlaatdruk, zullen de kogels van de keerkleppen niet snel genoeg op de zittingen komen, wat de pompwerking inefficiënt maakt.

Buitensporige vloeistofinlaatdruk kan de levensduur van het membraan beperken.

4.

Plaats het uiteinde van de vloeistofslang in een geschikte opvangbak.

5.

Sluit het vloeistofafvoerventiel (L).

6.

Draai de knop van de luchtregelaar (R) zodanig dat de luchtdruk gelijk is aan de gewenste stilvaldruk voor de vloeistof. Draai alle zelfontlastende hoofdluchtventielen open.

7.

Als de vloeistofslang een doseermechanisme heeft, dient dit geopend te blijven. Zorg dat alle vloeistofafsluitventielen open staan.

8.

Stel de gewenste frequentie in op de VFD.

9.

Start de VFD.

10. Laat de pomp bij het doorspoelen lang genoeg lopen om de pomp en de slangen grondig te reinigen.

18 3A8199D

Volg altijd de Drukontlastingsprocedure als u dit symbool ziet.

Deze apparatuur blijft onder druk staan totdat de druk handmatig wordt ontlast. Volg de drukontlastingsprocedure wanneer u stopt met pompen en voordat u het apparaat schoonmaakt, controleert of onderhoudt, om ernstig letsel te voorkomen door vloeistof onder druk, bijv. door spatten in de ogen of op de huid.

1.

Stop de VFD om de voeding naar de motor te onderbreken.

2.

Open het vloeistofafvoerventiel (L) om de vloeistofdruk te ontlasten. Houd een opvangbak klaar om de afgetapte vloeistof op te vangen.

3.

Onderbreek de luchttoevoer naar de pomp: a.

Eenheid hoofdluchtventiel (G) dicht.

b.

Eenheid met regelknop voor de middensectie (R) naar nul om de luchtdruk in de middensectie te ontlasten.

Volg de

Drukontlastingsprocedure, page 19

aan het einde van de werkdag en voordat u het systeem nakijkt, bijstelt, reinigt of repareert.

3A8199D

Bediening

19

Bediening van de VFD

een VFD van Graco. Raadpleeg voor volledige informatie over een VFD van een andere fabrikant de daarbij geleverde instructies van die fabrikant.

• Het venster van het bedieningspaneel toont de status van de motor.

• De groene RUN-toets laat de motor starten.

• De rode STOP-toets laat de motor stoppen.

• Gebruik de pijltoetsen om de snelheid van de motor te verhogen of verlagen.

• De blauwe M-toets biedt toegang tot het

VFD-menu. Raadpleeg de instructies van de fabrikant voor menubeschrijvingen en informatie.

gebruikt u de pijltoetsen om door het VFD-menu te scrollen.

AUTO FWD

REV

RUN

STOP

Figure 7 Bedieningspaneel VFD

Voor de meeste toepassingen zijn de

VFD-instellingen van tevoren ingesteld in de fabriek.

Gebruik de pijltoetsen op het VFD-bedieningspaneel om de pompsnelheid te verhogen of verlagen.

20 3A8199D

Onderhoud

Voorkom letsel door brand, explosies of elektrische schokken door alle elektrische bedrading door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels uit te laten voeren.

Voorkom letsel door brand of explosies door alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden buiten gevaarlijke locaties uit te voeren.

Onderdelen als kogels en zittingen, membranen en andere afdichtingen slijten door normaal gebruik van de pomp. Deze onderdelen moeten regelmatig op slijtage worden gecontroleerd. Vervang ze als ze versleten of beschadigd zijn. Stel een preventief onderhoudsschema op gebaseerd op het onderhoudsverleden van de pomp. Onderhoud volgens schema is vooral belangrijk om morsen en lekken als gevolg van een membraandefect te voorkomen.

De pomp werd in de fabriek gesmeerd. Hierdoor is er voor de verdere levensduur van de lagers geen smering meer nodig. Onder normale bedrijfsomstandigheden is het toevoegen van een smeermiddel in de leiding niet nodig.

Aard de apparatuur en afvalcontainer te allen tijde om letsel als gevolg van brand, ontploffingen en elektrische schokken te voorkomen. Spoel altijd bij een zo laag mogelijke druk om statische vonken en letsel door opspattend materiaal te voorkomen.

• Spoel voor het eerste gebruik.

• Spoel aan het eind van de dag, vóór opslag en voordat u de apparatuur gaat repareren.

• Spoel op de laagst mogelijke druk. Controleer de connectors op lekken en draai ze aan waar nodig.

• Spoel met een vloeistof die compatibel is met de vloeistof die u afgeeft en met de bevochtigde onderdelen van de apparatuur.

• Spoel de pomp altijd door en ontlast de druk, voordat de pomp voor enige tijd wordt opgeslagen.

Spoel de pomp vaak genoeg door om te voorkomen dat de vloeistof die u pompt, in de pomp opdroogt of bevriest en zo schade veroorzaakt. Bewaar de pomp bij een temperatuur van 0 °C (32 °F) of hoger.

Blootstelling aan extreem lage temperaturen kan schade veroorzaken aan kunststof onderdelen.

Controleer alle slangen vóór ieder gebruik op slijtage of beschadiging en vervang ze waar nodig. Controleer of alle schroefdraadverbindingen goed vastzitten en niet lekken. Controleer de montagebouten.

Controleer het bevestigingsmateriaal. Waar nodig vastdraaien of opnieuw op het juiste aanhaalmoment draaien. Hoewel het gebruik van de pomp varieert, is een algemene richtlijn dat deze elke twee maanden moeten worden aangehaald.

Zie Koppelinstructies, page 22

.

3A8199D 21

Koppelinstructies

Als de bevestigingen van de vloeistofdeksels en membranen losser zijn geworden, is het belangrijk om deze aan te draaien waarbij de volgende procedure moet worden gevolgd voor een betere afdichting.

het spruitstuk hebben een klevende patch met draadbevestiging aangebracht op het schroefdraad.

Als de patch sterk versleten is, kunnen de bevestigingen tijdens de werking loskomen. Vervang de schroeven door nieuwe schroeven of breng middelsterk (blauw) schroefdraadborgmiddel aan op de schroefdraad.

aangedraaid, dient eerst het aanhaalmoment van de vloeistofdeksels bereikt te zijn.

1.

Draai alle vloeistofdekselschroeven met enkele slagen iets aan. Draai vervolgens elke bout zo ver in dat de boutkop het deksel raakt.

2.

Draai vervolgens elke schroef een halve slag of minder, dit dient in een kruislings patroon tot het gespecificeerde aanhaalmoment uitgevoerd te worden.

3.

Herhaal dit voor de verdeelstukken.

4.

Controleer de moeren en bouten (AA) en draai ze aan terwijl u de voeten van het verdeelstuk op de montagebeugels houdt.

1. Linker-/rechtervloeistofdeksels

Draai de bout aan tot 75-81 N • m

(55-60 ft)

2. Verdeelstukken

Draai de bouten aan tot 15–28 N • m

(1–8 tot 11-21 ft-lb)

Draai de bouten aan tot 75–81 N • m

(9–16 tot 55-60 ft-lb)

ZIJAANZICHT BOVEN-/ONDERAANZICHT

22 3A8199D

Koppelinstructies

1. Linker-/rechtervloeistofdeksels

Draai de bout aan tot 54-60 N • m

(40-45 ft)

2. Verdeelstukken

Draai de bouten aan tot 12–13 N • m

(1-4 tot 110-120 in-lb)

Draai de bouten aan tot 54–60 N • m

(5–12 tot 40-45 ft-lb)

ZIJAANZICHT

1. Linker-/rechtervloeistofdeksels

Draai de bout aan tot 54-60 N • m

(40-45 ft)

BOVEN-/ONDERAANZICHT

2. Verdeelstukken

Draai de bout aan tot 54-60 N • m (40-45 ft)

3A8199D

ZIJAANZICHT BOVEN-/ONDERAANZICHT

23

Prestatiegrafieken

bij ondergedompelde inlaat.

1.

Kies een debiet en uitlaatdruk onder de vermogenslimiet. Door buiten dat gebied te gaan, wordt de levensduur van de pomp verkort.

2.

Stel een laaddruk van minder dan 50 psi (3,4 bar) voor de middensectie in, voor een maximale levensduur bij continue werking (gearceerd gebied).

3.

Stel de VFD-frequentie in op basis van het gewenste debiet. Het debiet neemt toe met een uitlaatdruk lager dan 0,7 bar (10 psi) en met een hoge inlaatdruk.

4.

Om erosie van de inlaat door cavitatie te voorkomen, moet de beschikbare netto positieve zuigdruk (NPSHa) van het systeem hoger zijn dan de vereiste netto positieve zuigdruk (NPSHr) .

Zie de lijn in de grafiek.

A Vermogenslimiet

B Vereiste netto positieve zuigdruk (NPSHr)

Voor continu gebruik wordt aangeraden binnen het grijze gebied te blijven.

70

(4.8, 0.48)

60

(4.1, 0.41)

50

(3.5, 0.35)

40

(2.8, 0.28)

30

(2.1, 0.21)

20

(1.4, 0.14)

10

(0.7, 0.07)

0

0 z

H

0

2

0

4

H z

50

(189)

B

100

(379) z

H

0

6

A z

H

0

8

150

(568)

200

(757)

70 (19.8)

65 (18.4)

60 (17.0)

55 (15.6)

50 (14.2)

45 (12.7)

40 (1 1.3)

35 (9.9)

30 (8.5)

25 (7.1)

20 (5.7)

15 (4.2)

10 (2.8)

250

(946)

5 (1.4)

0

24 3A8199D

Prestatiegrafieken

Om een bepaald debiet te krijgen, moet de vloeistof bij de inlaat met een zekere druk binnenkomen, om cavitatie te voorkomen. Deze minimaal vereiste druk is in de grafiek aangegeven met NPSHr (van

Net Positive Suction Head required). De eenheid is voeten waterdruk absoluut. De NPSHa (beschikbare druk) moet groter zijn dan de NPSHr (vereiste druk), ter voorkoming van cavitatie en daarmee voor grotere efficiëntie en langere levensduur van de pomp. U kunt de NPSHa als volgt berekenen:

= H

a

± H

zz

– H

fff

––

vv

H a is de absolute druk aan het vloeistofoppervlak van de voorraadtank. Dit is bij een geventileerde toevoertank normaal de atmosferische druk, bijv. 34 voet waterkolom bij zeeniveau.

H z is de verticale afstand (het hoogteverschil) in voet tussen het vloeistofoppervlak in de tank en de hartlijn van de pompinlaat. Deze waarde is positief als de vloeistof hoger staat dan de pomp en negatief als dat niveau zich lager bevindt dan de pomp. Houd daarbij wel rekening met het laagste niveau dat de vloeistof kan bereiken naarmate die wordt verbruikt.

H vp is de absolute dampdruk van de vloeistof bij de pomptemperatuur. Bij water met een temperatuur van 70 °F is de dampdruk 0,86 voet.

3A8199D 25

Afmetingen

Pomp van aluminium met compressor

26 3A8199D

Afmetingen

Pomp van aluminium zonder compressor

3A8199D 27

Afmetingen

8.3

(21.1)

6.3

(16.0)

- - -

14.6

(37.1)

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

- - -

- - -

- - -

- - -

- - -

19.9

(50.5)

21.9

(55.6)

23.6

(59.9)

- - -

2.0

(5.1)

17.5

(44.5)

- - -

11.1

(28.2)

19.9

(50.5)

21.9

(55.6)

23.6

(59.9)

17.4

(44.2)

2.0

(5.1)

17.5

(44.5)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9.9

(25.1)

7.2

(18.3)

12.6

(32.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.9

(50.5)

21.9

(55.6)

23.6

(59.9)

17.4

(44.2)

2.0

(5.1)

17.5

(44.5)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

8.0

(20.3)

8,6

(21.8)

11.8

(30.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.9

(50.5)

21.9

(55.6)

23.6

(59.9)

18.4

(46.7)

2.0

(5.1)

17.5

(44.5)

41.4

(105.2)

- - -

6.3

(16.0)

47.7

(121.2)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

12.6

(32.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.9

(50.5)

21.9

(55.6)

23.6

(59.9)

10.7

(27.2)

2.0

(5.1)

17.5

(44.5)

43.8

(111.3)

- - -

6.3

(16.0)

50.1

(127.3)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

12.6

(32.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

28 3A8199D

Afmetingen

Pomp van polypropyleen met compressor

3A8199D 29

Afmetingen

Pomp van polypropyleen zonder compressor

30 3A8199D

3A8199D

Afmetingen

8.3

(21.1)

6.3

(16.0)

- - -

14.6

(37.1)

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

- - -

- - -

- - -

- - -

- - -

19.2

(48.8)

22.7

(57.7)

25.7

(65.3)

- - -

3.5

(8.9)

19.7

(50.0)

- - -

11.9

(30.2)

19.2

(48.8)

22.7

(57.7)

25.7

(65.3)

18.2

(46.2)

3.5

(8.9)

19.7

(50.0)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9.9

(25.1)

7.2

(18.3)

12.8

(32.5)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.2

(48.8)

22.7

(57.7)

25.7

(65.3)

18.2

(46.2)

3.5

(8.9)

19.7

(50.0)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

8.0

(20.3)

8,6

(21.8)

12.1

(30.7)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.2

(48.8)

22.7

(57.7)

25.7

(65.3)

19.2

(48.8)

3.5

(8.9)

19.7

(50.0)

41.4

(105.2)

- - -

6.3

(16.0)

47.7

(121.2)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

12.8

(32.5)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

19.2

(48.8)

22.7

(57.7)

25.7

(65.3)

11.5

(29.2)

3.5

(8.9)

19.7

(50.0)

43.8

(111.3)

- - -

6.3

(16.0)

50.1

(127.3)

- - -

6.0

(15.2)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

12.8

(32.5)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

31

Afmetingen

Pomp van roestvast staal met compressor

32 3A8199D

Afmetingen

Pomp van roestvrij staal zonder compressor

3A8199D 33

Afmetingen

8.3

(21.1)

6.3

(16.0)

- - -

14.6

(37.1)

6.5

(16.5)

6.0

(15.2)

- - -

- - -

- - -

- - -

- - -

22.3

(56.6)

24.9

(63.2)

26.3

(66.8)

- - -

2.5

(6.4)

18.1

(46.0)

- - -

13.4

(34.0)

22.3

(56.6)

24.9

(63.2)

26.3

(66.8)

19.6

(50.0)

2.5

(6.4)

18.1

(46.0)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.5

(16.5)

6.0

(15.2)

9.9

(25.1)

7.2

(18.3)

13.4

(34.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

22.3

(56.6)

24.9

(63.2)

26.3

(66.8)

19.6

(50.0)

2.5

(6.4)

18.1

(46.0)

34.6

(87.9)

- - -

6.3

(16.0)

40.9

(103.9)

- - -

6.5

(16.5)

6.0

(15.2)

8.0

(20.3)

8,6

(21.8)

12.6

(32.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

22.3

(56.6)

24.9

(63.2)

26.3

(66.8)

20.7

(52.6)

2.5

(6.4)

18.1

(46.0)

41.4

(105.2)

- - -

6.3

(16.0)

47.7

(121.2)

- - -

6.5

(16.5)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

13.4

(34.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

22.3

(56.6)

24.9

(63.2)

26.3

(66.8)

13.0

(33.0)

2.5

(6.4)

18.1

(46.0)

43.8

(111.3)

- - -

6.3

(16.0)

50.1

(127.3)

- - -

6.5

(16.5)

6.0

(15.2)

9,9

(25.1)

7,2

(18.3)

13.4

(34.0)

0.6

(1.5)

1.4

(3.6)

- - -

34 3A8199D

Technische gegevens

Maximale vloeistofwerkdruk

Werkbereik luchtdruk

Maat luchtinlaat

Maximale zuighoogte (deze is lager als de kogels niet goed zitten vanwege beschadiging van de kogels of zittingen, lichte kogels of een zeer hoge werkingssnelheid)

Maximumgrootte verpompbare vaste stoffen

Minimale omgevingsluchttemperatuur tijdens gebruik en opslag.

temperaturen kan schade veroorzaken aan kunststof onderdelen.

Materiaalverplaatsing per cyclus

Maximale vrije doorstroming (90 Hz)

Maximaal pomptoerental (90 Hz)

Polypropyleen

Aluminium, roestvrij staal

AC, Standaard CE ( 04A, 05A, 06A )

Vermogen

Aantal motorpolen

Toerental

Constant koppel

Overbrengingsverhouding

Spanning

Max. opgenomen stroom

Efficiëntieklasse

AC, ATEX ( 04C )

Vermogen

Aantal motorpolen

Toerental

Constant koppel

Overbrengingsverhouding

Spanning

Max. opgenomen stroom

AC, Explosiebestendig ( 04D )

Vermogen

Aantal motorpolen

Toerental

Constant koppel

Overbrengingsverhouding

Spanning

Max. opgenomen stroom

Leksensor

3A8199D

80 psi

20 tot 80 psi

Nat: 31 ft

Droog: 16 ft

0,55 MPa, 5,5 bar

0,14 tot 0,55 MPa, 1,4 tot 5,5 bar

3/8 inch npt(f)

Nat: 9,4 m

Droog: 4,8 m

1/2 inch

32° F

12,7 mm

0° C

1,2 gallon

220 gallon/min

220 cpm

4,45 liter

830 liter/min

ANSI/DIN-flens van 3 inch

3 in npt(f) of 3 in bspt

7.5 HP 5,5 kW

4-polig

1800 tpm (60 Hz) of 1500 tpm (50 Hz)

6:1

11.25

3-fasen 230 V / 3-fasen 460 V

19,5 A (230 V) / 9,75 A (460 V)

IE3

7.5 HP 5,5 kW

4-polig

1800 tpm (60 Hz) of 1500 tpm (50 Hz)

6:1

11.88

3-fasen 240V / 3-fasen 460 V

20 A (230 V) / 11,5 A (460 V)

7,5 pk 5,5 kW

4-polig

1800 tpm (60 Hz) of 1500 tpm (50 Hz)

6:1

11.88

3-fasen 230 V / 3-fasen 460 V

20,0 A (230 V) / 10,0 A (460 V)

35

Technische gegevens

Max. contactwaarden:

Toestand

Spanning

Stroom

Vermogen

Omgevingstemperatuur

Vb. waarden:

Normaal gesloten

240 V max (AC/DC)

0,28 A max. bij 120 VAC

0,14 A max. bij 240 VAC

0,28 A max. bij 24 VDC

0,07 A max. bij 120 VDC

30 W max

-20 tot 40 °C (-4 tot 104 °F)

Classificatie: “eenvoudig apparaat” in overeenstemming met UL/EN/IEC 60079-11, clausule 5.7

Klasse I, Groep D, Klasse II, Groep F en G, Temp. code

T3B

Parameters

II 2 G Ex ib IIC T3

U i

I i

P i

C i

L i

= 24 V

= 280 mA

= 1,3 W

= 13,2 pF

= 4,98 µH

Geluidsdruk (gemeten volgens ISO-9614-2) bij 0,62 MPa (90 psi) vloeistofdruk en 80 c/min bij 0,41 MPa (60 psi) vloeistofdruk en 160 c/min (volstrooms)

Geluidsdruk [getest op 1 meter afstand van de apparatuur] bij 0,62 MPa (90 psi) vloeistofdruk en 80 c/min bij 0,41 MPa (60 psi) vloeistofdruk en 160 c/min (volstrooms)

84 dBa

92 dBa

74 dBa

82 dBa

Bevochtigde onderdelen omvatten materia(a)l(en) die voor de zitting-, kogel- en membraanopties werden gekozen,

Onderdelen die niet in contact komen met de vloeistof zijn onder meer van aluminium, PTFE, roestvrij staal en polypropyleen

Compressor

Variabele frequentieaandrijvingen

28 lb 13 kg

25B448

25B449

7,5/5,5

7,5/5,5

170-264 VAC, 3 fasen

340-528 VAC, 3 fasen

† De uitgangsspanning hangt af van de ingangsspanning.

Nominale uitgangsspanning

208-240 VAC, 3 fasen

400-480 VAC, 3 fasen

36 3A8199D

California Proposition 65

Materiaal pomp

Standaard

AC

Motor en tandwielkast

ATEX AC Brandvrij

AC

Geen tandwielmotor

Vloeistofgedeelte

Aluminium

Middensectie lb

Aluminium 280

Polypropyleen Aluminium 483

Roestvrij staal Aluminium 547 kg

127

219

248 lb

396

387

458 kg

179

175

208 lb

437

428

499 kg

198

194

226 lb

138

129

200 kg

62

58

90

Begrenzingen van de temperatuur zijn alleen op mechanische spanning gebaseerd. Sommige chemicaliën kunnen het vloeistoftemperatuurgebied verder beperken. Blijf binnen het temperatuurbereik van het meest beperkte, bevochtigde onderdeel. Het werken op een temperatuur die voor de pomponderdelen of te hoog, of te laag is, kan schade aan de apparatuur veroorzaken.

membraan/kogel/zitting Fahrenheit

Acetaal ( AC )

Buna–N ( BN )

FKM Fluorelastomeer

( FK )*

10 tot 180 °F -12 tot 82°C 32 tot 150 °F 0 tot 66 °C

10 tot 180 °F -12 tot 82°C 32 tot 150 °F 0 tot 66 °C

-40 tot 275 °F -40 tot 135°C 32 tot 150 °F 0 tot 66 °C

-40 tot 150 °F -40 tot 66°C

0 tot 180 °F -18 tot 82 °C

32 tot 150 °F

32 tot 150 °F

0 tot 66 °C

0 tot 66 °C

Geolast® ( GE )

Keerkleppen van polychloropreen ( CR of

CW )

Polypropyleen ( PP )

PTFE kogelkeerkleppen of PTFE/EPDM membraan bestaande uit twee delen ( PT )

Keerkleppen van

Santoprene® ( SP )

TPE ( TP )

32 tot 150 °F

40 tot 220 °F

-40 tot 180 °F

-20 tot 150 °F

0 tot 66 °C

4 tot 104 °C

-40 tot 82°C

-29 tot 66 °C

32 tot 150 °F

40 tot 150 °F

32 tot 150 °F

32 tot 150 °F

0 tot 66 °C

4 tot 66°C

0 tot 66 °C

0 tot 66 °C

10 tot 180 °F -12 tot 82°C

10 tot 180 °F -12 tot 82°C

10 tot 225 °F -12 tot 107°C

10 tot 150 °F -12 tot 66°C

10 tot 180 °F -12 tot 82°C

32 tot 150 °F 0 tot 66 °C

40 tot 220°F 4 tot 104 °C

10 tot 225 °F -12 tot 107°C

10 tot 150 °F -12 tot 66°C

* De maximale temperatuur die wordt aangegeven is gebaseerd op de ATEX-standaard voor de

T4-temperatuurclassificatie. Als u in een niet-explosieve omgeving werkt, is de maximale vloeistoftemperatuur van FKM fluorelastomeer in pompen van aluminium of roestvrij staal 320 °F (160 °C).

3A8199D 37

Graco-standaardgarantie

Husky-pompen

Graco garandeert dat alle in dit document genoemde en door Graco vervaardigde apparatuur waarop de naam Graco vermeld staat, op de datum van verkoop voor gebruik door de oorspronkelijke koper vrij is van materiaal- en fabricagefouten. Met uitzondering van enige door Graco aangekondigde speciale, verlengde of beperkte garantie, zal Graco voor een periode van twaalf maanden vanaf de verkoopdatum alle onderdelen van de apparatuur vervangen of repareren waarvan Graco heeft vastgesteld dat zij defect zijn. Deze garantie is alleen van toepassing op voorwaarde dat de apparatuur conform de schriftelijke aanbevelingen van Graco wordt geïnstalleerd, bediend en onderhouden.

Normale slijtage en veroudering, of slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door onjuiste installatie, verkeerde toepassing, slijtend materiaal, corrosie, onvoldoende of onjuist uitgevoerd onderhoud, nalatigheid, ongeval, eigenmachtige wijzigingen aan de apparatuur, of het vervangen van Graco-onderdelen door onderdelen van andere herkomst, vallen niet onder de garantie en Graco is daarvoor niet aansprakelijk. Graco is ook niet aansprakelijk voor slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door de onverenigbaarheid van Graco-apparatuur met constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn, en ook niet voor fouten in het ontwerp, bij de fabricage of het onderhoud van constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn.

Deze garantie wordt verleend onder de voorwaarde dat de apparatuur, waarvan de koper stelt dat die een defect vertoont, gefrankeerd wordt verzonden naar een erkende Graco-distributeur, zodat de aanwezigheid van het beweerde defect kan worden geverifieerd. Indien het beweerde defect inderdaad wordt vastgesteld, zal Graco de defecte onderdelen kosteloos herstellen of vervangen. De apparatuur zal gefrankeerd worden teruggezonden naar de oorspronkelijke koper. Wanneer er bij een inspectie van de apparatuur geen materiaal- of fabricagefouten worden geconstateerd, dan worden de reparaties uitgevoerd tegen een redelijke vergoeding, waarin vergoeding van de kosten van onderdelen, arbeid en vervoer kunnen zijn inbegrepen.

DEZE

UITDRUKKELIJK

BETREFFENDE

De enige verplichting van Graco en het enige verhaal van de klant bij inbreuk op de garantie worden vastgesteld zoals hierboven bepaald. De koper gaat ermee akkoord dat geen andere verhaalmogelijkheid (waaronder, maar niet beperkt tot vergoeding van incidentele schade of van vervolgschade door winstderving, gemiste verkoopopbrengsten, letsel aan personen of materiële schade, of welke andere incidentele verliezen of vervolgverliezen dan ook) aanwezig is. Elke klacht wegens inbreuk op de garantie moet binnen twee (2) jaar na aankoopdatum kenbaar worden gemaakt.

GRACO

VERKOOPBAARHEID

TOEBEHOREN,

VERVAARDIGD motoren, schakelaars en slangen) vallen, waar van toepassing, onder de garantie van de fabrikant. Graco zal aan de koper redelijke ondersteuning verlenen bij het aanspraak maken op die garantie.

In geen geval stelt Graco zich aansprakelijk voor indirecte, incidentele of speciale schade of voor vervolgschade, die het gevolg zijn van de levering van apparatuur door Graco onder deze voorwaarden of van de uitrusting, de werking of het gebruik van verkochte producten of goederen, ongeacht het feit of daarbij sprake is van contractbreuk, inbreuk op de garantie, nalatigheid van Graco of anderszins.

FOR GRACO CANADA CUSTOMERS

The Parties acknowledge that they have required that the present document, as well as all documents, notices and legal proceedings entered into, given or instituted pursuant hereto or relating directly or indirectly hereto, be drawn up in English. Les parties reconnaissent avoir convenu que la rédaction du présente document sera en

Anglais, ainsi que tous documents, avis et procédures judiciaires exécutés, donnés ou intentés, à la suite de ou en rapport, directement ou indirectement, avec les procédures concernées.

Bezoek www.graco.com voor de meest recente informatie over Graco-producten.

Kijk op www.graco.com/patents voor patentinformatie.

Voor dichtstbijzijnde distributeur.

Alle geschreven en afgebeelde gegevens in dit document geven de meest recente productinformatie weer zoals bekend op het tijdstip van publicatie.

Graco behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen zonder voorafgaande kennisgeving.

Vertaling van de originele instructies. This manual contains Dutch. MM 3A7036

Graco Headquarters: Minneapolis www.graco.com

Revisie D, maart 2021

advertisement

Related manuals