Graco 3A4074E, SaniForce™ 1040e elektrisch aangedreven membraanpomp, Bediening de handleiding

Add to My manuals
60 Pages

advertisement

Graco 3A4074E, SaniForce™ 1040e elektrisch aangedreven membraanpomp, Bediening de handleiding | Manualzz

Bediening

Lees alle waarschuwingen en instructies in deze handleiding.

Bewaar deze instructies.

Zie voor de maximumwerkdruk de prestatiegrafieken op de pagina’s 46-49.

Zie de bladzijden 6–7 voor informatie over het model en de goedkeuringen.

3A4074E

NL

PROVEN QUALITY. LEADING TECHNOLOGY.

Gerelateerde handleidingen ................................ 2

Waarschuwingen ................................................ 3

Matrix configuratienummer .................................. 6

Onderstelsystemen ...................................... 7

Pompen met compressoren .......................... 8

Overzicht ........................................................... 10

Installatie ........................................................... 12

Algemene informatie .................................... 12

Tips om cavitatie te verminderen................... 12

De pomp monteren ...................................... 14

Aarding ....................................................... 15

Luchtleiding ................................................. 17

Vloeistoftoevoerleiding ................................. 17

Uitlaatleiding materiaal ................................. 17

Leksensor ................................................... 17

Elektrische aansluitingen (AC-modellen) .............. 18

Draadverbindingen op de variabele frequentieaandrijving (VFD)............. 18

Draadverbindingen bij de motor .................... 18

Bedrading leksensor (AC-modellen) .............. 19

Elektrische aansluitingen

(BLDC-modellen) .................................. 20

Kabels aansluiten......................................... 20

Bedradingstips............................................. 21

BLDC motorbedrading.................................. 22

Bedrading van de motorbesturing.................. 23

Bedrading leksensor

(BLDC-modellen)............................ 24

PLC-bedrading ............................................ 24

Aansluitschema compressor................................ 25

Bedrading bij montage op onderstel ..................... 26

Bediening........................................................... 27

Initiële configuratie (AC met VFD) ................. 27

Initiële configuratie (BLDC met

Graco-motorbesturing.) ................... 27

De pomp schoonmaken voor het eerste gebruik........................................... 27

Doorvoermodus versus gedempte pulsaties ........................................ 27

De pomp starten en afstellen ........................ 28

Kalibratieprocedure debiet ............................ 28

Kalibratieprocedure batch ............................. 29

Drukontlastingsprocedure ............................. 29

De pomp uitschakelen .................................. 29

Bediening Graco-motorbesturing

(BLDC-modellen) .................................. 30

Display ........................................................ 30

Overzicht software

Graco-motorbesturing ..................... 31

Modi............................................................ 34

Onderhoud ......................................................... 41

Onderhoudsschema ..................................... 41

Smeren ....................................................... 41

Aansluitingen goed vastdraaien .................... 41

De Graco-motorbesturing reinigen ................ 41

Software van de Graco-motorbesturing bijwerken ....................................... 41

Doorspoelen en opslag................................. 42

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen ............................................... 43

Diagnostische informatie .............................. 44

Sterke spanningsvariaties............................. 45

Elektriciteitsvoorziening testen met multimeter ...................................... 45

Gebeurtenissen (events) .............................. 46

Prestatiegrafieken............................................... 49

Afmetingen......................................................... 54

Technische gegevens ......................................... 57

Handleidingnummer

3A3168

Titel

SaniForce 1040e elektrisch aangedreven membraanpomp, reparatie/onderdelen

2 3A4074E

Waarschuwingen

De onderstaande waarschuwingen betreffen de installatie, het gebruik, de aarding, het onderhoud en de reparatie van deze apparatuur. Het symbool met het uitroepteken in de tekst van deze handleiding verwijst naar een waarschuwing en het gevarensymbool verwijst naar procedurespecifieke risico's. Als u deze symbolen in de handleiding of op de waarschuwingslabels ziet, raadpleeg dan deze Waarschuwingen. Productspecifieke gevaarsymbolen en waarschuwingen die niet in dit hoofdstuk staan beschreven, staan vermeld in de gehele handleiding waar deze van toepassing zijn.

WAARSCHUWING

Deze apparatuur moet worden geaard. Slechte aarding, onjuiste installatie of onjuist gebruik van het systeem kan elektrische schokken veroorzaken.

• Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact voordat u kabels afkoppelt, onderhoud aan de apparatuur uitvoert of apparatuur installeert. Bij modellen op een onderstel haalt u de stekker uit het stopcontact. Alle andere modellen schakelt u uit via de hoofdschakelaar.

• Aansluiten mag alleen op een geaard aansluitpunt.

• Alle elektrische bedrading moet worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien en moet voldoen aan alle ter plaatse geldende verordeningen en regelgeving.

• Wacht eerst vijf minuten voordat u een apparaat opent, om condensatoren de kans te geven zich te ontladen.

• Bij modellen op een onderstel moeten gebruikte verlengsnoeren 3-aderig zijn.

• Controleer bij modellen op een onderstel of de aardpennen intact zijn bij alle voedings- en verlengkabels.

• Modellen op een onderstel mogen niet worden blootgesteld aan regen. Bewaar binnenshuis.

• De compressorkast mag niet in aanraking komen met reinigingsspray.

3A4074E exploderen. Verf of oplosmiddelen die door het apparaat stromen, kunnen statische elektriciteit opwekken. Voorkom brand en explosies o.a. als volgt:

• Gebruik de apparatuur alleen in goed geventileerde ruimtes.

• Zorg dat er geen ontstekingsbronnen zijn, zoals waakvlammen, sigaretten, draagbare elektrische lampen en kunststof druppelvangers (deze kunnen statische vonkoverslag geven).

• Houd het werkgebied vrij van afval, inclusief oplosmiddelen, poetslappen en benzine.

• Haal geen stekkers uit stopcontacten, steek geen stekkers in stopcontacten en doe de verlichting niet aan of uit met de schakelaars als er brandbare dampen aanwezig zijn.

• Gebruik alleen geaarde slangen.

voelt... Gebruik het systeem pas weer als u de oorzaak van het probleem kent en het probleem verholpen is.

• Zorg dat er altijd een werkend brandblusapparaat op de werkplek is.

Tijdens reiniging kan er zich statische lading opbouwen op kunststofonderdelen en deze kan zich ontladen via brandbare dampen en die doen ontbranden. Voorkom brand en explosies o.a. als volgt:

• Reinig kunststof onderdelen alleen in een goed geventileerde omgeving.

• Reinig onderdelen niet met een droge doek.

• Bedien geen elektrostatische pistolen in het werkgebied van de apparatuur.

3

4

Waarschuwingen

WAARSCHUWING

Materiaal uit de apparatuur, uit lekken of uit beschadigde onderdelen kan in de ogen of op de huid spatten en ernstig letsel veroorzaken.

reiniging, controle of onderhoud aan de apparatuur.

• Draai steeds eerst alle vloeistofkoppelingen goed vast voordat u de apparatuur gaat gebruiken.

• Controleer slangen, buizen en koppelingen dagelijks. Vervang versleten of beschadigde onderdelen onmiddellijk.

Verkeerd gebruik kan leiden tot dodelijk of ernstig letsel.

• Bedien het systeem niet als u moe bent of onder invloed bent van alcohol of geneesmiddelen.

• Overschrijd nooit de maximale werkdruk en de maximale bedrijfstemperatuur van het zwakste

• Gebruik alleen materialen en oplosmiddelen die de natte delen van deze apparatuur niet chemisch de waarschuwingen van de fabrikant van de gebruikte materialen en oplosmiddelen. Vraag de leverancier of verkoper van het materiaal om het veiligheidsinformatieblad (MSDS) voor de complete informatie.

wordt gebruikt.

• Controleer de apparatuur dagelijks. Repareer of vervang versleten of beschadigde onderdelen onmiddellijk en vervang ze uitsluitend door originele reserveonderdelen van de fabrikant.

• Breng geen veranderingen of wijzigingen in de apparatuur aan. Door veranderingen of wijzigingen kunnen goedkeuringen door instanties ongeldig worden en kan gevaar voor de veiligheid ontstaan.

• Controleer of alle apparatuur geclassificeerd en goedgekeurd is voor de omgeving waarin u deze gebruikt.

• Gebruik apparatuur alleen voor het beoogde doel. Neem contact op met uw leverancier voor meer informatie.

• Leid slangen en kabels uit de buurt van plaatsen waar gereden wordt, scherpe randen, bewegende onderdelen en hete oppervlakken.

• Zorg dat er geen kink in slangen komt en buig ze niet te ver door; trek het apparaat nooit vooruit aan de slang.

• Houd kinderen en dieren weg uit het werkgebied.

• Houd u aan alle geldende veiligheidsvoorschriften.

Het gebruik van vloeistoffen die niet compatibel zijn met aluminium in apparatuur die onder druk staat, kan leiden tot ernstige chemische reacties en kan ervoor zorgen dat de apparatuur stuk gaat.

Wanneer u deze waarschuwing niet opvolgt, kan dat leiden tot overlijden, ernstig lichamelijk letsel of materiële schade.

• Gebruik geen 1,1,1-trichloorethaan, methyleenchloride, andere halogeenkoolwaterstofoplosmiddelen of vloeistoffen die dergelijke oplosmiddelen bevatten.

• Gebruik geen chloorbleekmiddel.

• Veel andere vloeistoffen kunnen stoffen bevatten die kunnen reageren met aluminium. Neem contact op met uw materiaalleverancier om te weten welke materialen compatibel zijn.

3A4074E

3A4074E

Waarschuwingen

WAARSCHUWING

Vloeistoffen in besloten ruimtes - waaronder slangen - die aan hitte worden blootgesteld, kunnen een snelle drukstijging veroorzaken door thermische expansie. Overdruk kan resulteren in het scheuren van installatieonderdelen en ernstig letsel.

• Open een ventiel om het uitzetten van de vloeistof tijdens de verhitting mogelijk te maken.

• Vervang de slangen proactief op regelmatige tijdstippen afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.

Giftige vloeistoffen of dampen kunnen ernstig letsel of zelfs de dood veroorzaken als deze in de ogen of op de huid spatten, of ingeademd of ingeslikt worden.

• Lees de veiligheidsinformatiebladen (VIB of MSDS) zodat u de specifieke gevaren van de gebruikte vloeistoffen kent.

• Bewaar gevaarlijke vloeistof in goedgekeurde houders en voer ze af conform alle geldende richtlijnen.

Het oppervlak van de apparatuur en de vloeistof die wordt verhit kan zeer heet worden tijdens het gebruik. Om ernstige brandwonden te vermijden:

• Raak hete vloeistof of apparatuur niet aan.

Draag de juiste beschermingsmiddelen als u in het werkgebied aanwezig bent, om u te beschermen tegen ernstig letsel, zoals oogletsel, gehoorbeschadiging, inademing van giftige dampen en brandwonden. Deze beschermingsmiddelen bestaan onder andere uit:

• Gezichts- en gehoorbescherming.

• Ademhalingstoestellen, beschermende kleding en handschoenen, zoals aanbevolen door de fabrikant van de vloeistof en oplosmiddelen.

5

Matrix configuratienummer

Raadpleeg het identificatieplaatje (ID) voor het configuratienummer van uw pomp. Gebruik de volgende matrix om de onderdelen van uw pomp te definiëren.

6

Pompmodel

Materiaal vloeistofsectie

Aandrijving

Materiaal van het middendeel

Tandwielkast en motor

Pomp Materiaal

Vloeistofdeksels en spruitstukken

SS PT PO

Zittingen

Kogels

Membranen O-ringen van spruitstuk

1040 T Sanitair roestvast staal

E Elektrisch

S1---3 Roestvrij staal,

TriClamp

S1---4 Roestvrij staal,

DIN

SS 316 roestvrij staal

A Aluminium

04A Standaard AC-inductiemotor met tandwielkast

S Roestvrij staal 04B Borstelloze DC-motor

05C Borstelloze DC-motor

(geconfigureerd voor systeem op onderstel)

Materiaal membraan Spruitstuk

CW Verzwaard polychloropreen

PT PTFE

SP Santoprene

PO Giet-PTFE/EPDM PT PTFE

PT PTFE/EPDM

2-delig

SP Santoprene

EP EPDM

Alle modellen hebben de markering:

Modellen die geen Santoprene bevatten*:

* Voor pompen die voldoen aan de Verordening (EG) 1935/2004 kunnen door lidstaten regels gesteld zijn in aanvulling op de Europese. Het is voor de verantwoordelijkheid van de gebruiker om plaatselijke wetgeving te kennen en aan te houden.

3A4074E

Matrix configuratienummer

Onderstelsystemen bestaan uit een geheel reinigbaar onderstel, een BLDC motor, compressor en

Graco-motorbesturing. De compressor kan afhankelijk van het model op twee spanningen werken. Zie onderstaande tabel voor verkrijgbare systemen.

25A672

25A703

25A704

25A705

25A706

25A707

25A708

25A709

25A879

25A880

25A881

25A882

25A879

25A880

25A881

25A882

1040TE-S05CS1-3SSPTPOPT

1040TE-S05CS1-3SSPTPTPT

1040TE-S05CS1-3SSSPSPPT

1040TE-S05CS1-3SSCWSPEP

1040TE-S05CS1-3SSPTPOPT

1040TE-S05CS1-3SSPTPTPT

1040TE-S05CS1-3SSSPSPPT

1040TE-S05CS1-3SSCWSPEP

120V

120V

120V

120V

240V

240V

240V

240V

3A4074E 7

Matrix configuratienummer

Compressorsets zijn er voor 120 volt en 240 volt. Een set bevat de compressor, 7,62 m aan leidingen, en de in de tabel genoemde pomp.

8

25A773

25A774

25A775

25A776

25A777

25A778

25A779

25A780

25A781

25A760

25A761

25A762

25A763

25A764

25A765

25A766

25A767

25A768

25A769

25A770

25A771

25A772

25A746

25A747

25A748

25A749

25A750

25A751

25A752

25A753

25A754

25A755

25A756

25A757

25A758

25A759

25A815

25A816

25A817

25A818

25A819

25A820

25A821

25A822

25A823

25A802

25A803

25A804

25A805

25A806

25A807

25A808

25A809

25A810

25A811

25A812

25A813

25A814

25A786

25A788

25A789

25A790

25A791

25A792

25A793

25A794

25A795

25A796

25A797

25A798

25A799

25A801

24Y602

24Y603

24Y604

24Y605

24Y606

24Y607

24Y608

24Y609

24Y610

24Y589

24Y590

24Y591

24Y592

24Y593

24Y594

24Y595

24Y596

24Y597

24Y598

24Y599

24Y600

24Y601

24Y573

24Y574

24Y575

24Y576

24Y577

24Y579

24Y580

24Y581

24Y582

24Y583

24Y584

24Y585

24Y586

24Y587

1040TE-A04AS1-3SSCWSPEP

1040TE-A04AS1-3SSPTPOPT

1040TE-A04AS1-3SSPTPTPT

1040TE-A04AS1-3SSSPSPPT

1040TE-A04AS1-4SSCWSPEP

1040TE-A04AS1-3SSSPSPEP

1040TE-A04AS1-4SSPTPOPT

1040TE-A04AS1-4SSPTPTPT

1040TE-A04AS1-4SSSPSPPT

1040TE-A04AS1-4SSSPSPEP

1040TE-A04BS1-3SSCWSPEP

1040TE-A04BS1-3SSPTPOPT

1040TE-A04BS1-3SSPTPTPT

1040TE-A04BS1-3SSSPSPPT

1040TE-A04BS1-3SSSPSPEP

1040TE-A04BS1-4SSCWSPEP

1040TE-A04BS1-4SSPTPOPT

1040TE-A04BS1-4SSPTPTPT

1040TE-A04BS1-4SSSPSPPT

1040TE-A04BS1-4SSSPSPEP

1040TE-S04AS1-3SSCWSPEP

1040TE-S04AS1-3SSPTPOPT

1040TE-S04AS1-3SSPTPTPT

1040TE-S04AS1-3SSSPSPPT

1040TE-S04AS1-3SSSPSPEP

1040TE-S04AS1-4SSCWSPEP

1040TE-S04AS1-4SSPTPOPT

1040TE-S04AS1-4SSPTPTPT

1040TE-S04AS1-4SSSPSPPT

1040TE-S04AS1-4SSSPSPEP

1040TE-S04BS1-3SSCWSPEP

1040TE-S04BS1-3SSPTPOPT

1040TE-S04BS1-3SSPTPTPT

1040TE-S04BS1-3SSSPSPPT

1040TE-S04BS1-3SSSPSPEP

1040TE-S04BS1-4SSCWSPEP

3A4074E

25A782

25A783

25A784

25A785

25A824

25A825

25A826

25A827

Matrix configuratienummer

24Y611

24Y613

24Y614

24Y615

1040TE-S04BS1-4SSPTPOPT

1040TE-S04BS1-4SSPTPTPT

1040TE-S04BS1-4SSSPSPPT

1040TE-S04BS1-4SSSPSPEP

3A4074E 9

Overzicht

Deze productlijn bestaat uit elektrisch aangedreven membraanpompen met een ruime keus aan modellen. Dit hoofdstuk toont de basisstructuur van de beschikbare modellen. Wat betreft de vloeistofsecties zijn de mogelijkheden te veel om op te noemen. De diverse spruitstukken, zittingen, kogels en membranen zijn verkrijgbaar voor allerlei verschillende modellen.

Aluminium of roestvrij staal

AC-motor met tandwielkast

VFD niet inbegrepen. VFD-sets

16K911 (240 V) en 16K912 (480

V) zijn verkrijgbaar.

Ja, 120 V

Ja, 240 V

Nee†

Ja, 120 V

Borstelloos

DC + tandwielreductie

Graco-motorbesturing Ja, 240 V

Nee†

* Ondersteset 24Y923 is verkrijgbaar.

†Compressorsets 24Y921 (120 V) en 24Y922 (240 V) zijn verkrijgbaar.

Geen

CE en

EC1935

Geen

CE en

EC1935

Nee*

Nee*

Nee*

Ja

Ja

Nee*

• AC-motoren worden aangestuurd door een

VFD, ofwel apart aangeschaft bij Graco

(onderdeelnummer 16K911 of 16K912) of aan te leveren door de klant zelf.

• BLDC-motoren worden aangestuurd door de

Graco-motorbesturing die bij de pomp wordt geleverd.

10 3A4074E

Overzicht

3A4074E 11

Installatie

De gebruikelijke opstelling zoals weergegeven is slechts bedoeld als hulpmiddel voor het selecteren en installeren van systeemonderdelen. Neem contact op met uw Graco-dealer voor assistentie bij het ontwerpen van een systeem dat aan uw behoeften voldoet. Gebruik altijd originele Graco-onderdelen en toebehoren. Overtuig u er van, dat alle toebehoren de juiste maten hebben en dat ze voldoen aan de drukniveaus en de eisen van het systeem.

Referentieletters in de tekst, zoals (A) verwijzen naar de aanduidingen in figuren in de buurt van de tekst.

Als de verwijzing slaat op een figuur elders in de handleiding, staat dat erbij vermeld.

Pompen met een aluminium middenstuk kunnen afhankelijk van gebruikte reinigingsmiddelen dof worden of tekenen van corrosie vertonen.

Cavitatie in een dubbelmembraanpomp is het ontstaan en knappen van belletjes in de verpompte vloeistof. Frequente of overmatige cavitatie kan ernstige schade veroorzaken, waaronder het ontstaan van putjes en vroegtijdige slijtage van vloeistofkamers, kogels en zittingen. Ook kan de efficiency van de pomp afnemen. De schade door cavitatie en de afgenomen efficiency kunnen beide leiden tot hogere gebruikskosten.

Cavitatie is afhankelijk van de dampdruk van de verpompte vloeistof, de zuigdruk van het systeem en de stuwdruk. Het verschijnsel kan worden beperkt door één van deze factoren te veranderen.

1.

Dampdruk verminderen: Verlaag de temperatuur van de verpompte vloeistof.

2.

Zuigdruk verhogen: a.

Zorg dat de pomp lager is geplaatst dan het vloeistofniveau in het toevoersysteem.

b.

Verminder de wrijvingslengte van de zuigleiding. Onthoud dat fittingen wrijvingslengte aan de leiding toevoegen.

Verminder het aantal fittingen om de wrijvingslengte te beperken.

c.

Kies voor een groter formaat zuigleiding.

d.

Verhoog de netto positieve zuigdruk (NPSH).

Zie

Prestatiegrafieken, page 49 .

vloeistof niet hoger is dan 25% van de uitgaande werkdruk.

3.

Snelheid van de vloeistof verlagen: vertraag de cyclussnelheid van de pomp.

De viscositeit van de verpompte vloeistof is ook heel belangrijk, maar wordt meestal bepaald door procesafhankelijke factoren en kan niet worden veranderd om de cavitatie te verminderen. Viskeuze vloeistoffen zijn moeilijker te verpompen en veroorzaken sneller cavitatie.

Graco adviseert om met alle bovenstaande factoren rekening te houden bij het ontwerpen van uw systeem. Om de pompefficiency te handhaven, dient u voldoende vermogen aan de pomp toe te voeren om het gewenste debiet te behalen.

Graco-distributeurs kunnen specifieke suggesties voor uw bedrijf doen om de pompprestaties te verbeteren en de bedrijfskosten te verlagen.

12 3A4074E

Installatie

A Doorvoergaten

B Display besturingspaneel

C Bevestigingssleuven

D Waarschuwingslabel

3A4074E 13

Installatie

Om ernstig letsel of de dood te voorkomen door giftige vloeistoffen of dampen:

• Een pomp die onder druk staat nooit verplaatsen of optillen. Als u een apparaat onder druk laat vallen, kan het vloeistofgedeelte scheuren. Voer altijd de

Drukontlastingsprocedure, page 29

uit, voordat de pomp wordt verplaatst of opgehesen.

De pomp is zwaar. Om schade door vallen te voorkomen, mag de pomp alleen met twee personen worden verplaatst. Gebruik eventueel een hijstoestel. Til de pomp niet aan de spruitstukken op. Gebruik voor de pomp minstens

één hijsband of hijsoog.

1.

Bij elk soort bevestiging moet de pomp stevig zijn vastgezet met bouten door de montagesteun van de tandwielkast. Zie

Afmetingen, page 54 .

Gebruik ter voorkoming van schade aan de pomp alle vier de bevestigingen om de montagesteun aan de ondergrond vast te zetten. De poten aan het inlaatspruitstuk zijn niet bedoeld voor de bevestiging.

2.

Controleer of het oppervlak vlak is en of de pomp niet wankelt.

3.

Gebruik bij BLDC-modellen de beschikbare bevestigingssleuven om de

Graco-motorbesturing stevig vast te zetten.

4.

Bevestig de pomp zodanig dat de inlaat- en uitlaatpoorten voor de vloeistof gemakkelijk te bereiken zijn.

5.

Montage op de set 24Y923 beschikbaar voor bevestiging op een onderstel. Zie voor verkrijgbare voorgeconfigureerde systemen met onderstel en pomp:

Onderstelsystemen, page 7

.

Voorkom onstabiel beladen door een verschoven zwaartepunt. Hijs daarom het onderstel met hijsbanden aan meerdere punten van het onderstel. Gebruik niet alleen maar het hijsoog van de pomp.

14 3A4074E

Installatie

De apparatuur moet worden geaard om de kans op statische vonken en elektrische schokken te verminderen. Door elektrische of statische vonken kunnen dampen ontbranden of ontploffen. Onjuiste aarding kan leiden tot elektrische schokken. Door aarding kan elektrische spanning afvloeien.

hierna wordt beschreven.

• Volg de ter plekke geldende brandvoorschriften.

De pomp moet voor gebruik eerst geaard worden, zoals hieronder beschreven.

één eind van een aarddraad van minimaal 3,3 mm2 (12 AWG) achter de aardingsschroef en draai die goed vast. Verbind het klemuiteinde van de aarddraad met een echte aardaansluiting. Een aarddraad met klem, onderdeelnummer 238909, is bij Graco verkrijgbaar.

aardingsschroef in de elektrische aansluitdoos.

Aard daarmee de motor via de besturing.

geaarde slangen met een gecombineerde slanglengte van maximaal 150 m (500 ft), zodat de aardingscontinuïteit verzekerd is. Controleer de elektrische weerstand van de slangen. Als de totale weerstand naar aarde groter is dan 29 megohm, moet de slang onmiddellijk worden vervangen.

geldende voorschriften.

voorschriften. Alleen geleidende metalen emmers gebruiken; plaats ze op een geaarde ondergrond.

De emmer niet op een niet-geleidende ondergrond plaatsen, zoals papier of karton, aangezien dan de continuïteit van de aarding wordt onderbroken.

via een goede aansluiting op het elektrische systeem. Zie de handleiding van de VFD voor aardinstructies.

goede aansluiting op het elektriciteitsnet. Zie

Bedrading van de motorbesturing, page 23

.

Controleer na de initiële installatie of een doorlopend aardpad aanwezig is. Stel een schema op om dit ook later periodiek te blijven controleren. De weerstand naar aarde mag niet meer dan 1 ohm zijn.

3A4074E 15

Installatie

Figure 1 Voorbeeldinstallatie (AC-pomp afgebeeld)

A Netkabel naar VFD

B Vloeistofinlaatpoort

C Vloeistofuitlaatpoort

D Montagepoten

E Luchtinlaatkaarn

F

K

L

G

H

J

M

N

P

Geaarde, soepele luchtslang

Zelfontlastend hoofdluchtventiel

Luchtfilter en regelaar

Hoofdkraan voor lucht (voor toebehoren)

Geaarde, soepele vloeistoftoevoerleiding

Vloeistofaftapkraan (kan vereist zijn voor uw pompinstallatie)

Vloeistofafsluitkraan

Geaarde, soepele vloeistofuitlaatleiding

Aarddraad met klem (vereist)

16 3A4074E

In de set zit een luchtleiding die moet worden aangebracht tussen de compressor en de luchtinlaat van de pomp.

Sluit de lichtleiding aan vanaf de compressor naar de inlaatkraan van de persluchtbehuizing (28).

OPMERKING: De letteraanduidingen hebben betrekking op afb. 1 op pagina 13.

1.

Breng een luchtfilter-/regelaar (H) aan. De vloeistofdruk aan de uitlaat is dezelfde als de ingestelde luchtdruk van de luchtregelaar. Het filter verwijdert schadelijk vuil en vocht uit de aangevoerde perslucht.

2.

Plaats een zelfontlastende kraan (G) dicht bij de pomp, en gebruik die om opgesloten lucht te laten ontsnappen. Zorg ervoor dat de kraan gemakkelijk te bereiken is vanaf de pomp en dat hij zich achter de regelaar bevindt.

Installatie

3.

Voor informatie over de maximale zuighoogte (nat en droog), zie

Technische gegevens, page 57

.

Installeer de pomp voor een optimaal resultaat altijd zo dicht mogelijk bij de materiaalbron.

Beperk de zuigvereisten tot een minimum voor maximale pompprestaties.

betrekking op afb. 1 op pagina 13.

1.

Sluit de geaarde, flexibele vloeistofslang (K) aan op de vloeistofinlaatpoort. De poort is een sanitaire flens van 1,5 inch (3,8 cm) of 40 mm volgens DIN 11851.

2.

Plaats een vloeistofaftapkraan (L) dicht bij de vloeistofuitlaat.

3.

Installeer een afsluitkraan (M) in de vloeistofuitlaatleiding.

Inzet van de optionele leksensor (set 24Y661) is sterk aan te raden om te voorkomen dat de pomp doordraait met een gescheurd membraan. Om de leksensor te kunnen aansluiten, verwijdert u plug 123. Plaats

De pijl op de leksensor moet omlaag wijzen. Zie ook

Bedrading leksensor (AC-modellen), page 19

of

Bedrading leksensor (BLDC-modellen), page 24 .

Opgesloten lucht kan ervoor zorgen dat de pomp onverwachts gaat draaien. Dit kan leiden tot ernstig letsel door spatten.

3.

Installeer een tweede luchtventiel (J) vóór alle accessoires aan de luchtleiding. Dit is nuttig om de accessoires te kunnen isoleren tijdens reinigings- en reparatiewerkzaamheden.

4.

Monteer tussen de accessoires en de 3/8 npt(f) luchtinlaat van de pomp een geaarde, soepele luchtslang (F).

1.

Sluit de geaarde, flexibele vloeistofslang (zie K in afb. 1, pagina 13) aan op de vloeistofinlaatpoort.

De poort is een sanitaire flens van 1,5 inch (3,8 cm) of 40 mm volgens DIN 11851.

2.

Als de inlaatdruk van de vloeistof naar de pomp hoger is dan 25% van de uitgaande werkdruk, komen de kogels van de kleppen niet snel genoeg op de zittingen, wat een inefficiënte werking van de pomp tot gevolg heeft. Een te hoge vloeistofinlaatdruk verkort ook de levensduur van het membraan. Voor de meeste materialen zou een vloeistofinlaatdruk van 0,02

MPa (0,21 bar, 3 psi) voldoende moeten zijn.

3A4074E 17

Elektrische aansluitingen (AC-modellen)

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

Volg de instructies in de handleiding van de motorfabrikant. De dimensionering van draden, zekeringen en andere elektrische beveiligingen moet voldoen aan plaatselijke regels en voorschriften. De motor moet worden aangesloten op de VFD.

4.

Bij bedraad voor 460 V. Is dit de spanning die u wilt gebruiken, dat kan de bedrading blijven zoals die is. Sluit de draad L1 aan op U1, L2 op V1 en L3 op W1, zoals afgebeeld.

W3 U3 V3

W2

U1

U2

V1

V2

W1

Volg de instructies in de handleiding van de

VFD-fabrikant. Als u de optionele Graco-VFD hebt aangeschaft (onderdeelnummer 16K911 of

16K912): u vindt gedetailleerde installatie- en aansluitinformatie in de handleiding die daarbij zit.

Om schade aan apparatuur te voorkomen, mag de motor niet rechtstreeks op een stopcontact worden aangesloten. De motor moet worden aangesloten op een VFD.

L1 L2 L3

Figure 2 Aansluitingen bij 460 volt-bedrading

5.

Bij bedrading draad (U3), de rode draad (V3) en de blauwe draad (W3), zoals afgebeeld. Overbrug W2,

U2 en V2 met de bruggen die bij de motor zijn geleverd. Sluit vervolgens de draad L1 aan op

U1, L2 op V1 en L3 op W1.

Sluit de draden naar de motor als volgt aan:

1.

Open de elektrische aansluitdoos van de motor.

2.

Breng bedrading aan met goede waterdichte doorvoeren, via een van de gaten aan de zijkant van de aansluitdoos van de motor.

3.

Sluit de groene aardingsdraad aan op de aardingsschroef.

W2

U1

U2

V1

V2

W1

L1

U3

L2

V3

L3

W3

Figure 3 Aansluitingen bij 230 volt-bedrading

6.

Draai de aansluitingen aan met 2,3 N•m (20 in-lb).

7.

Sluit de elektriciteitsdoos van de motor. Draai de schroeven aan met 2,3 N•m (20 in-lb).

18 3A4074E

Volg deze instructies voor het aansluiten van de optionele leksensor 24Y661 op de Graco-VFD.

1.

Kies uit de volgende tabel een kabel om aan te schaffen.

17H389

17H390

17H391

3,0 m, 9,8 ft

7,5 m, 24,6 ft

16 m, 52,5 ft

2.

Zie

Leksensor, page 17

voor het installeren van de leksensor. Sluit de gekozen kabel aan op de geïnstalleerde leksensor.

3.

Schakel de spanningstoevoer naar de VFD uit.

4.

Open het toegangsdeksel van de VFD.

Elektrische aansluitingen (AC-modellen)

5.

Voer één draad (blauw of zwart) naar aansluiting

1 op de rail.

6.

Voer een tweede draad (blauw of zwart) naar aansluiting 4 op de rail.

7.

Plaats een jumper tussen de aansluitingen 4 en

13A.

8.

Sluit het toegangsdeksel.

9.

Schakel de spanningstoevoer naar de VFD in.

10. Ga op de display van de VFD naar scherm P100.

11. Verander de waarde naar 4 en druk op de modus-toets.

12. Ga naar scherm P121.

13. Verander de waarde naar 8 en druk op de modus-toets.

3A4074E 19

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen)

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

De Graco-motorbesturing heeft diverse aansluitingen voor een CAN-kabel en systeemspecifieke

I/O-apparaten. Gebruik bij het aansluiten onderstaande tabel zodat u zeker weet dat alles op de juiste wijze verbonden is.

handhaven mogen alleen fittingen gebruikt worden die voldoen aan IP66 (Type 4). Op alle M12 en M8 connectoren moet of een kabel zijn aangesloten of een plug zijn aangebracht.

1

2 (reserve)

3 en 4

M12, 8 posities, vrouwelijk

M12, 5 posities, vrouwelijk, B-code

M8, 4 posities, vrouwelijk

M12, 5 posities, mannelijk, A-code

Terugmelding van motorstand en temperatuur. Alleen aansluiten op een BLDC-motor van Graco met bekabeling van

Graco.

Momenteel niet gebruikt.

Zie de tabel 2 voor de penindeling en benodigde spanningen en stromen. Te leveren door een klasse 2 voeding.

CAN voeding en communicatie. Gebruik alleen door Graco geleverde bekabeling en modules. Aansluiten op een klasse 2 voeding van maximaal 30 VDC.

20 3A4074E

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen)

3 (leksensor en reserve-ingang)

4 (PLCbesturing)

1 (bruin)

2 (wit)

3 (blauw)

4 (zwart)

1 (bruin)

2 (wit)

3 (blauw)

4 (zwart)

5 VDC voeding

Digitale ingang

(reserve)

Massa

Digitale ingang

(leksignaal)

Massa

Digitale ingang

(start/stop-signaal)

Massa

Analoge ingang

(stromingssignaal)

5 VDC, 20 mA max

Spanningsbereik: 5-24 VDC

Maximumspanning: 30 VDC

Logisch hoog niveau: > 1,6 VDC:

Logisch laag niveau: < 0,5 VDC

Met interne pull-up naar 5 VDC

Spanningsbereik: 5-24 VDC

Maximumspanning: 30 VDC

Logisch hoog niveau: > 1,6 VDC:

Logisch laag niveau: < 0,5 VDC

Met interne pull-up naar 5 VDC

Spanningsbereik: 12-24 VDC

Maximumspanning: 30 VDC

Logisch hoog niveau: > 6,0 VDC:

Logisch laag niveau: < 4,0 VDC

Met interne pull-up naar 12 VDC

Ingangsimpedantie: 250 ohm

Stroombereik: 4-20 mA

Maximumspanning: 12,5 VDC (continu);

30 VDC (tijdelijk)

Maximumstroom: 50 mA

* Kleurcodes corresponderen met die van Graco-kabels.

• Gebruik voor de voedingskabels geaarde of afgeschermde metalen kabelgoten.

• Gebruik voor de inkomende voeding zo kort mogelijke kabels of draden.

• Gebruik tussen de motorbesturing en de motor zo kort mogelijke kabels of draden.

• Houd laagspanningskabels zo veel mogelijk verwijderd van voedingskabels of andere bronnen van elektromagnetische interferentie (EMI). Als kabels elkaar moeten kruisen, doe dat dan onder een hoek van 90°.

• De Graco-motorbesturing voor gebruik met BLDC motoren heeft een ingebouwd lijnfilter, zodat geen extern filter nodig is.

3A4074E 21

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen)

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

Zie

Bedradingstips, page 21

voor extra informatie over de routering van de bedrading.

isolatie die bestand is tegen temperaturen van in elk geval 75 °C.

1.

Gebruik een 1/4 inch sleutel om het deksel van de aansluitdoos te halen.

2.

Sluit een bedradingssysteem aan op de aansluitdoos van de motor, met geschikte vloeistofdichte aansluitingen en doorvoeren. .

3.

Sluit de Graco-motorbesturing aan op de motor.

Gebruik draad van ten minste 2,5 mm 2 (14

AWG). Draai de aansluitbouten los met een 7 mm sleutel.

a.

Sluit M1(U) van de Graco-motorbesturing aan op U1 van de motor.

b.

Sluit M2(V) van de Graco-motorbesturing aan op V1 van de motor.

c.

Sluit M3(W) van de Graco-motorbesturing aan op W1 van de motor d.

Draai de aardaansluitbout los met een 8 mm sleutel. Verbind de aardaansluiting van de Graco-motorbesturing met de aardaansluiting van de motor .

4.

Draai de bouten vast met de volgende aandraaimomenten: a.

de M4-bouten (U1, V1 en W1) tot 1,7 N•m

(15 in-lb); b.

de M5-bout (veiligheidsaarde) tot 2,3 N•m

(20 in-lb).

5.

Sluit de 8-pens M12 kabel aan op connector 1 van de motor.

6.

Breng het deksel weer aan op de aansluitdoos van de motor. Draai de bouten aan met 2,3 N•m

(20 in-lb).

Figure 4 Bedrading naar de motor

22 3A4074E

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen)

1.

Verwijder het toegangspaneel van de

Graco-motorbesturing.

2.

Gebruik voor de inkomende apparaatvoeding en de uitgaande motorvoeding geschikte vloeistofdichte aansluitingen en doorvoeren.

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

• Schakel de elektrische voeding uit voordat u aan het apparaat gaat werken.

• Wacht eerst 5 minuten voordat u het apparaat opent, om condensatoren de kans te geven zich te ontladen.

Zie

Bedradingstips, page 21

voor extra informatie over de routering van de bedrading.

• Het apparaat zelf voorziet niet in zekering.

Zekeringen zijn vereist in overeenstemming met ter plaatse geldende regels en voorschriften.

• Dit product kan een gelijkstroom veroorzaken in de leiding van de veiligheidsaarde. Als een aardlekschakeling wordt gebruikt van het type

RCD (beschermend) of RCM (monitorend), voor beveiliging tegen directe of indirecte aanraking met spanningvoerende delen, is alleen type B toegestaan een de gevoede zijde van dit product.

• De lekstroom kan meer zijn dan 3,5 mA AC. De veiligheidsaarde moet voldoen aan de ter plaatse geldende voorschriften voor dit type apparatuur.

• Gebruik alleen koperdraad met een isolatie die bestand is tegen temperaturen van in elk geval

75 °C.

• Draai de aansluitingen aan met 2,3 N•m (20 in-lb).

1 Draai voor een goede waterdichtheid de bouten aan tot 2,3 N•m (20 in-lb).

3.

Sluit de Graco-motorbesturing aan op de motor.

Gebruik draad van ten minste 2,5 mm 2 (14

AWG).

a.

Sluit M1(U) van de Graco-motorbesturing aan op U1 van de motor.

b.

Sluit M2(V) van de Graco-motorbesturing aan op V1 van de motor.

c.

Sluit M3(W) van de Graco-motorbesturing aan op W1 van de motor d.

Verbind de aardaansluiting van de

Graco-motorbesturing met de aardaansluiting van de motor .

3A4074E 23

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen)

4.

Sluit de 8-pens M12 kabel aan op connector 1 van de Graco-motor besturing.

5.

Sluit enkelfase voedingsdraden (120/240 VAC) aan op de aansluitingen L1 en L2/N. Sluit de aarddraad van de voedingskabel aan op .

Als het systeem bemeten is voor 16 A gebruikt u draad van minimaal 4 mm 2 (12 AWG). Is dat daarentegen 12 A, dan moet de draaddoorsnede minimaal 2,5 mm 2 zijn (14 AWG).

heeft, kunt u ervoor kiezen om eerst de compressor op het net aan te sluiten, en dan af te splitsen naar de Graco-motorbesturing, zodat u hetzelfde circuit kunt gebruiken.

6.

Plaats het toegangspaneel weer. Draai de schroeven aan met 2,3 N•m (20 in-lb).

BLDC-motoren zijn op afstand te besturen met behulp van een PLC.

via de PLC de pomp alleen wilt kunnen stoppen, of alleen starten en stoppen. Zie voor meer informatie over besturing op afstand bij PLC-besturing in

Overzicht software Graco-motorbesturing, page 31 .

Kleurcodes corresponderen met die van

Graco-bekabeling.

1.

Sluit de besturingskabel van de PLC aan op connector 4 van de Graco-motorbesturing.

2.

Sluit pen 2 (signaal, witte draad) en pen 1 (massa, bruine draad) aan op het start/stop-signaal.

3.

Sluit pen 4 (signaal, zwarte draad) en pen 3

(massa, blauwe draad) aan op het debietsignaal

(4–20 mA).

4.

Stel in menu G209 het gewenste type afstandsbediening in.

5.

Stel het gewenste minimum- en maximumdebiet in in menu G240 en G241.

6.

Stel de boven- en ondergrens van het analoge signaal in in de menu’s G212 en G213.

leksensor:

• Spanning: 36 VDC/30 VAC

• Stroom: 0.28A

1.

Sluit de leksensor (met optionele verlengkabel) aan op connector 3 van de Graco-motorbesturing.

Zie bij Sets en toebehoren in het reparatiehandboek/onderdelenboek de lijst met verkrijgbare sets.

2.

Ga naar menu G206 van de instelschermen

(zie

Instelmodus, page 34 ). Stel het Type

lekdetectie in om aan te geven of het systeem moet waarschuwen als er een lek is (afwijking) of de pomp moet stoppen (alarm).

24 3A4074E

Aansluitschema compressor

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

Volg deze instructies voor het bedraden van

Graco-compressor 24Y921 (120 V) of 24Y922 (240

V).

Zie

Bedradingstips, page 21

voor extra informatie over de routering van de bedrading.

isolatie die bestand is tegen temperaturen van minstens 75 °C (167 °F).

1.

Haal het deksel van de elektrische aansluitdoos van de compressor.

2.

Breng de bedrading aan met geschikt installatiemateriaal (d.w.z. kabelgoten, fittingen, voedingskabel, kabelbevestigingen) naar de elektrische aansluitdoos van de compressor.

3.

Sluit de netspanning (120 VAC of 240 VAC, afhankelijk van uw compressor) op L1 en L2/N.

Sluit de aarddraad van de voedingskabel aan op . Als het systeem bemeten is voor 16

A gebruikt u draad van minimaal 4 mm 2 (12

AWG). Is dat daarentegen 12 A, dan moet de draaddoorsnede minimaal 2,5 mm 2 zijn (14

AWG). Draai de aansluitingen aan met 2,3 N•m

(20 in-lb).

4.

Als de Graco-motorbesturing of VFD op hetzelfde circuit zitten als de compressor, maakt u een aftakking van L1, L2/N en aarde, en daarop sluit u de Graco-motorbesturing of VFD aan. Gebruikt dezelfde draaddikte als in stap 2.

5.

Breng het deksel weer aan op de elektrische aansluitdoos. Draai de schroeven aan tot 2,3

N•m (20 in-lb).

B

A

L2

L1

Figure 5 Draadverbindingen bij de compressor

3A4074E 25

Bedrading bij montage op onderstel

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

Zie

Bedradingstips, page 21

voor extra informatie over de routering van de bedrading.

isolatie die bestand is tegen temperaturen van in elk geval 75 °C.

wordt een netsnoer bijgeleverd dat past in elk geaard stopcontact voor 110–120 V.

Aansluitschema compressor, page 25

, de stappen

1–3 en stap 5 over de bedrading voor de elektrische voeding van de unit.

niet voorzien is voor montage op een onderstel, toch op een onderstel bevestigt, volgt u de aanwijzingen in

Elektrische aansluitingen (AC-modellen), page 18

of

Elektrische aansluitingen (BLDC-modellen), page 20

.

Hebt u een compressor, breng dan de bedrading tussen compressor en besturing aan als getoond in Afbeelding 5 en volgens

Aansluitschema compressor, page 25

.

26 3A4074E

Bediening

Configureer de VFD volgens de informatie op het naamplaatje van de motor.

Graco-VFD (onderdeel 16K911 of 16K912) met de standaard Graco AC-inductiemotor, gebruikt u de volgende instellingen.

P108

P171

81

163

Bekijk voor de initiële installatie in elk geval de volgende menu's om het systeem te laten voldoen aan uw specifieke eisen. Zie de referentietabel in

Instelmodus, page 34

voor gedetailleerde informatie over de menu-ingangen en standaardwaarden. Zie ook

Korte referentie Graco-motorbesturing, page 40

.

1.

Stel de gewenste debieteenheid in in menu

G201.

2.

Als de gewenste regelwijze batchdosering is, zet u G200 op 1 en stelt u het batchdebiet in met menu G247.

3.

Ga naar Onderhoudsintervallen instellen (menu’s

G230, G231 en G232). Met deze menu’s activeert u de onderhoudstellers voor drie intervallen. Ze zijn instelbaar in miljoenen pompcycli.

4.

Ga naar ‘Maximaal vermogen’ (Max Power

Mode) in menu G204. Hiermee geeft u aan of de stroomlimiet 12 of 16 ampère is, en u kunt

‘Maximaal vermogen’ wel of niet inschakelen. Zie de uitleg daarvan bij

Instelmodus, page 34 .

5.

Ga naar Type lekdetectie instellen (Menu G206).

Met dit menu kunt u aangeven hoe het systeem moet reageren als een lekkage wordt opgemerkt.

6.

Volg de geschikte kalibratieprocedure en stel de

K-factor van de pomp in (menu G203). Met deze procedure en dit menu stelt u in hoeveel vloeistof de pomp per cyclus verplaatst, zodat het klopt met de feitelijke prestaties van uw pomp.

Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker om de pomp goed schoon te maken voordat deze voor het eerst wordt gebruikt. Het is aan de gebruiker of daarbij de pomp wordt gedemonteerd en alle onderdelen afzonderlijk gereinigd, of dat de pomp eenvoudig wordt gespoeld met een reinigingsvloeistof. Voer zo nodig de stappen uit, zoals vermeld onder

De pomp starten en afstellen, page 28

of onder

Doorspoelen en opslag, page 42 .

aanraking komen met reinigingsspray.

Als de luchtdruk minstens 10 psi hoger is dan de gewenste uitlaatdruk, dan is de pomp in doorvoermodus (transfer mode). Pulsaties worden dan niet gedempt. Om wel pulsaties te laten dempen, begint u met een luchtdruk die gelijk is aan de gewenste vloeistofuitlaatdruk. Stel van daaruit de luchtdruk af ten opzichte van de vloeistofuitlaatdruk.

Bij een lagere luchtdruk is er meer pulsatiedemping.

Bij een hogere luchtdruk werkt de pomp efficiënter.

k-factor ongeldig worden. Zie de pulsatiedemping in de

Prestatiegrafieken, page 49

.

3A4074E 27

Bediening

1.

Zorg ervoor dat de pomp goed geaard is. Zie

Aarding, page 15

.

2.

Controleer de aansluitingen om zeker te zijn dat ze goed vastzitten. Gebruik een geschikte vloeibare pakking voor alle mannelijke draadeinden. Draai de fittingen van de vloeistofinlaat en -uitlaat goed vast.

3.

Hang de vloeistoftoevoerslang in de vloeistof die verpompt moet worden.

de pomp hoger is dan 25% van de uitlaatdruk, zullen de kogels niet snel genoeg op de zittingen komen, wat de pompwerking inefficiënt maakt.

Buitensporige vloeistofinlaatdruk kan de levensduur van het membraan beperken.

4.

Plaats het uiteinde van de vloeistofslang in een geschikte opvangbak.

5.

Sluit de vloeistofaftapkraan.

6.

Draai de knop van de luchtregelaar zo dat de luchtdruk gelijk is aan de gewenste vloeistofdruk.

Draai alle zelfontlastende hoofdluchtventielen open.

7.

Als de vloeistofslang een doseermechanisme heeft, dient dit geopend te blijven. Zorg dat alle vloeistofafsluiters open staan.

8.

VFD: Stel de gewenste frequentie in.

debiet in.

volume in.

9.

Druk op de starttoets (run) op de

Graco-motorbesturing of de VFD.

10. Laat bij het doorspoelen de pomp lang genoeg lopen om de pomp en de slangen grondig te reinigen.

met de Graco-motorbesturing. Als u een VFD gebruikt, volgt u de instructies in de handleiding daarvan.

1.

Het systeem is in de debietregelmodus. Menu

G200 = 0.

2.

De pomp is gevuld.

Zie

De pomp starten en afstellen, page 28 .

3.

Stel het gewenste debiet in vanuit het

Bedrijfsmodus-scherm.

4.

Ga naar menu G101, Volume bekijken of terugstellen.

5.

Houd te stellen.

ingedrukt om het totale volume op nul

6.

Houd een opvangbak klaar om het afgegeven materiaal in op te vangen, en start de pomp.

7.

Laat de pomp zo lang werken als gewenst is voor de kalibratie. Merk op dat een groter volume nauwkeuriger is, minstens 10 of meer pompslagen.

8.

Schakel de pomp uit.

9.

Leg het volume vast (V batch

) dat te zien is in het menu G101.

10. Meet het volume (V actual

) dat feitelijk werd opgevangen tijdens het afgeven. Let op dat alle volumes in dezelfde eenheid zijn. Zie debieteenheden instellen (menu G201) om de eenheden te veranderen.

11. Zie menu G203, De K-factor van de pomp instellen. Noteer de momenteel weergegeven

K-factor (K-factor old

).

12. Bereken de nieuwe K-factor met de volgende formule:

K-factor new

= K-factor old

✕ (V actual

/ V

13. Stel menu G203 in op de K-factor new

.

batch

)

28 3A4074E

Bediening

Volg de drukontlastingsprocedure steeds wanneer u dit symbool ziet.

met de Graco-motorbesturing. Als u een VFD gebruikt, volgt u de instructies in de handleiding daarvan.

1.

De regelwijze is batchdosering. Menu G200 = 1.

2.

De pomp is gevuld.

Zie

De pomp starten en afstellen, page 28 .

3.

Kies het gewenste batchdebiet in menu G247, batchmodus doeldebiet.

4.

Kies het gewenste batchvolume (V batch

) in het scherm bedrijfsmodus. Merk op dat een groter volume nauwkeuriger is, minstens 10 of meer pompslagen. Zie debieteenheden instellen

(menu G201) om de eenheden te veranderen.

5.

Houd een opvangbak klaar om het afgegeven materiaal in op te vangen, en start de pomp.

6.

De pomp werkt totdat het ingestelde batchvolume verpompt is.

7.

Zodra de pomp gestopt is, meet u het volume

(V actual

) dat tijdens het afgeven daadwerkelijk verpompt is. Let op dat de gewenste en feitelijke waarde in dezelfde eenheid zijn.

8.

Zie menu G203, De K-factor van de pomp instellen. Noteer de momenteel weergegeven

K-factor (K-factor old

).

9.

Bereken de nieuwe K-factor met de volgende formule:

K-factor new

= K-factor old

(V actual

/ V

10. Stel menu G203 in op de K-factor new

.

batch

)

Deze apparatuur blijft onder druk staan tot de druk handmatig wordt ontlast. Volg de drukontlastingsprocedure wanneer u stopt met pompen en voordat u het apparaat schoonmaakt, controleert of onderhoudt, om ernstig letsel te voorkomen door vloeistof onder druk, bijv. door spatten in de ogen of op de huid.

1.

Haal de spanning van het systeem af.

2.

Open de afgiftekraan, indien gebruikt.

3.

Open de vloeistofaftapkraan (L) om de vloeistofdruk te ontlasten. Houdt een opvangbak klaar voor de afgetapte vloeistof.

4.

Sluit de luchtinlaatkraan van de pomp bij de persluchtbehuizing.

5.

Units om alle lucht te laten ontsnappen.

Volg de

Drukontlastingsprocedure, page 29

aan het einde van de werkdag en voordat u het systeem nakijkt, bijstelt, reinigt of repareert.

3A4074E 29

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

De Graco-motorbesturing biedt een gebruikersinterface om keuzen in te voeren en informatie te bekijken over instellingen en werking.

Er zijn membraantoetsen voor het invoeren van numerieke gegevens, naar instelschermen te gaan en instelgegevens op te roepen en in te voeren.

Om schade aan de displaytoetsen te voorkomen, kunt u beter niet met scherpe voorwerpen zoals pennen, kunststof kaarten of vingernagels op de toetsen drukken.

30 gestart worden door een signaal vanuit de PLC.

(terwijl de pomp langzamer gaat lopen) stopt de pomp meteen.

de toets in te drukken kan de PLC dat niet meer. Daarbij wordt het EBGO-alarm gezet.

Met deze toetsen kunt u door menu’s lopen, cijfers van een waarde veranderen, of naar de gewenste instelwaarde gaan.

De functie hangt af van de modus en de huidige activiteit.

indrukken wordt de nieuwe waarde geaccepteerd. Met de toets kunnen ook gebeurteniscodes worden bevestigd. Als geen wijziging in gang is, kunt u de instelmodus oproepen door deze toets 2 seconden ingedrukt te houden.

geen wijziging in gang is, kunt u naar de bedrijfsmodus terugkeren door deze toets 2 seconden ingedrukt te houden.

3A4074E

De Graco-motorbesturing kent twee verschillende regelwijzen: debietregeling en batchdosering. Zie tabel 3 voor een uitleg van beide manieren. Tabel 4

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

licht enkele functies van de Graco-motorbesturing toe.

Doorloopregeling

Batchdosering

• Het pompdebiet wordt geregeld door de snelheid van de pomp te verkleinen of vergroten.

• Het actuele pompdebiet is te zien in eenheden naar keuze.

• De acceleratie- en deceleratietijd zijn door de gebruiker te begrenzen.

• Er wordt een door de gebruiker ingestelde hoeveelheid materiaal afgegeven.

– Het nog af te geven volume is te zien in eenheden naar keuze.

– Het afgeven kan worden onderbroken en hervat, mits de af te geven hoeveelheid niet verandert.

• Het debiet van het afgeven is instelbaar door de gebruiker.

• De K-factor van de pomp wordt gekalibreerd met externe middelen en is instelbaar door de gebruiker.

• De acceleratie- en deceleratietijd zijn door de gebruiker te begrenzen.

Lekdetectie

Tellen van pompcycli

Batchteller

• Er komt een signaal binnen van de lekdetector van de pomp, waardoor de motorbesturing weet dat de slang gescheurd is.

• De motorbesturing stopt de pomp of waarschuwt alleen, afhankelijk van een instelling door de gebruiker.

• Er verschijnt een gebeurteniscode.

• De motorbesturing houdt het aantal pompcycli bij en informeert de gebruiker wanneer onderhoud nodig is.

• De gebruiker kiest het aantal cycli van het onderhoudsinterval (bijv. voor het vervangen van de slang).

• De motorbesturing houdt het afgegeven pompvolume bij.

– De gebruiker kan deze teller op nul stellen.

3A4074E 31

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

PLC-besturing • Ingangshardware:

– Digitale ingang (start/stop) – sinking

♦ Signaal van 12 VDC (met interne pull-up)

♦ Logisch laag (bekrachtigd/gesloten) < 4 VDC

♦ Logisch hoog (vrijgegeven/open) > 6 VDC

♦ Bestand tegen max. 35 VDC

– Analoge ingang (stromingssignaal)

♦ Signaal van 4-20 mA

♦ Impedantie 250 ohm

♦ Bestand tegen max. 35 VDC (2 W)

• Alleen stopsignaal (handmatige start)

– Het start/stop-signaal moet worden bekrachtigd (omlaag getrokken) om de pomp te laten werken.

– De gebruiker start het systeem met de hand.

– De stoptoets of het start/stop-signaal stopt de pomp.

• Start/stop (beide op afstand)

– De neergaande flank van het start/stop-signaal start de pomp. Het start/stop-signaal moet bekrachtigd blijven (omlaag getrokken) om de pomp te laten werken.

– Indrukken van de lokale stopknop schakelt het systeem uit totdat de lokale starttoets wordt ingedrukt.

• Alles op afstand (start/stop en debiet)

– De neergaande flank van het start/stop-signaal start de pomp. Het start/stop-signaal moet bekrachtigd blijven (omlaag getrokken) om de pomp te laten werken.

– Indrukken van de lokale stopknop schakelt het systeem uit totdat de lokale starttoets wordt ingedrukt.

– De analoge ingang wordt gebruikt door het pompdebiet.

– Het signaalbereik van de ingangen is door de gebruiker instelbaar. Zie menu’s

G212, G213, G240 en G241.

– Analoge regeling:

♦ Debietregeling: Gewenst debiet

♦ Batchdosering: debiet van afgifte

• Stop toch handmatig: Op een systeem dat is ingesteld voor start/stop op afstand of voor volledige afstandsbediening, kan worden gebruikt om het externe signaal te oversturen en de pomp te stoppen. Door deze oversturing wordt de gebeurteniscode

EBGO gezet. Druk op om alle foutcodes te bevestigen. Druk daarna op om de gebeurteniscode EBGO te wissen en de externe besturing weer te activeren. De motorbesturing wacht dan op een neergaande flank ter signalering van een nieuwe start.

32 3A4074E

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

Maximaal vermogen

(Max Power Mode)

• In deze modus kan de gebruiker de beveiligingen ‘Te hoge stroom’ en

‘Motortemperatuur’ uitschakelen. Dit leidt wel tot verminderde pompprestaties, afhankelijk van andere beperkende factoren.

• Het systeem waarschuwt de gebruiker dat de pomp verminderde prestaties levert.

• Geschaalde stroombegrenzing

– De Graco-motorbesturing begrenst het aan de motor toegevoerde vermogen, afhankelijk van de spanning en stroom die uit de voeding van de besturing beschikbaar zijn.

– 12 of 16 A is instelbaar in de software. De fabrieksinstelling is 12 A.

• Beveiliging tegen te hoge temperatuur

– De Graco-motorbesturing begrenst het aan de motor toegevoerde vermogen, zodra de temperatuur van de wikkelingen te hoog wordt.

♦ Begin begrenzing bij 120 °C

♦ Volledige stillegging bij 150 °C

3A4074E 33

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

De Graco-motorbesturing kent twee werkingswijzen:

Bedrijfsmodus en Instelmodus.

In de bedrijfsmodus toont de Graco-motorbesturing de huidige stand van zaken (debiet of resterende volume).

Druk voor het instellen van het setpoint op

Gebruik en

.

om bij de gewenste waarde te komen. Druk op om uw invoer vast te leggen.

Als uw systeem werkt met volledige afstandsbediening (menu G209 staat op 3), dan wordt het setpoint extern bepaald. Het setpoint is te bekijken, maar wijzigen is niet mogelijk.

Voor sommige instelmenu’s moet de gebruiker een getal intoetsen.

1.

Gebruik te stellen.

en om elk cijfer van het getal in

2.

Druk bij het laatste cijfer op om terug te gaan naar de keuze van de instelmenu’s.

In andere instelmenu’s kan de gebruiker door de getallen lopen die de keuzemogelijkheden aangeven en er daar een van kiezen. De tabel toont telkens alle mogelijke waarden van de instelling.

• Gebruik komen.

en om bij het gewenste getal te

• Druk bij de gewenste waarde op . In menu

G206 loopt u bijvoorbeeld naar nummer 2 en drukt u op , als u wilt dat bij een lekkage het systeem een alarm vastlegt en de pomp stilzet.

Houd twee seconden ingedrukt om in de instelmodus te komen. Als een wachtwoord is ingesteld, moet u dit nu ingeven. Als in een scherm van de instelmodus 60 seconden lang geen toets is ingedrukt, keert automatisch de bedrijfsmodus weer terug. Bij de menu’s geldt hiervoor een limiet van 30 seconden, tenzij de gebruiker op drukt.

De instelmodus is verdeeld in vier hoofdcategorieën.

• 100-serie: Onderhoud

• 200-serie: Instellen

• 300-serie: Diagnose

• 400-serie: Geavanceerd

De referentietabel geeft een beschrijving van elke menu-ingang voor de instellingen.

1.

Gebruik en om bij het gewenste instelmenu te komen.

2.

Druk op om voor die code een waarde in te stellen of een keus te maken. Ga bijvoorbeeld naar menu G210, dat dient om een wachtwoord in te stellen. Druk op .

34 3A4074E

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

Doorloopregeling

Batchdosering

Toont het debiet van de pomp. De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie

Debieteenheden instellen (menu G201).

• Ga naar het gewenste aantal en stel het doel opnieuw in.

• Het waardenbereik is 0–280 cycli per minuut.

Toont het resterende batchvolume. De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen (menu G201). Het afgiftevolume is alleen aanpasbaar als de pomp gestopt is. Het volume wordt teruggesteld bij voltooiing, of als de gebruiker het wijzigt. Door het stoppen en starten van de pomp verandert de telling van het batchvolume.

• Ga naar het gewenste aantal en stel het doel opnieuw in.

• Het waardenbereik is 0–9999 cycli.

G100

GEBEURTENISSEN

BEKIJKEN

G101

BATCHVOLUME

BEKIJKEN OF

TERUGSTELLEN

G102

TOTAAL LEVENSDUUR

BEKIJKEN

G130

ONDERHOUDSTELLER 1

BEKIJKEN

Toont de laatste 20 gebeurteniscodes. Gebruik gebeurteniscodes te lopen.

Toont het batchvolume dat is afgegeven.

en om door de

• Door 2 seconden ingedrukt te houden wordt de teller teruggesteld.

• De batchteller gaat automatisch terug naar nul als de waarde 99999 cycli, liter of gallon bereikt is.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

Toont het totale aantal pompcycli voor de levensduur van de pomp.

• Gebruiker kan niet resetten.

• De waarde is uitgedrukt in cycli, duizenden cycli of miljoenen cycli.

Het aantal pompcycli sinds het laatste onderhoud.

G131

ONDERHOUDSTELLER 2

BEKIJKEN

G132

ONDERHOUDSTELLER 3

BEKIJKEN

G200

REGELWIJZE INSTELLEN

• Door 2 seconden ingedrukt te houden wordt de teller teruggesteld.

• De waarde is uitgedrukt in cycli, duizenden cycli of miljoenen cycli.

Het aantal pompcycli sinds het laatste onderhoud.

• Door 2 seconden ingedrukt te houden wordt de teller teruggesteld.

• De waarde is uitgedrukt in cycli, duizenden cycli of miljoenen cycli.

Het aantal pompcycli sinds het laatste onderhoud.

• Door 2 seconden ingedrukt te houden wordt de teller teruggesteld.

• De waarde is uitgedrukt in cycli, duizenden cycli of miljoenen cycli.

Voor het instellen van de regelwijze van de pomp. De pomp moet gestopt zijn om dit veld te kunnen aanpassen.

0 = debietregeling (standaardwaarde)

1 = batchdosering

3A4074E 35

36

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

G201

DEBIETEENHEDEN

INSTELLEN

G203

DE K-FACTOR VAN DE

POMP INSTELLEN

Hier kunt u de weergave-eenheid instellen en daarmee ook de interne volume-eenheden.

0 = cycli per minuut (cpm, standaardwaarde)

1 = gallon per minuut (gpm)

2 = liter per minuut (lpm)

Dit is de pompverplaatsing per cyclus. In

Kalibratieprocedure debiet, page 28

of

Kalibratieprocedure batch, page 29

vindt u de informatie die u hiervoor nodig hebt.

De eenheid is altijd cc/cyclus. Dit menu is alleen zichtbaar als de debieteenheid

G204

SCHAKEL ‘MAXIMAAL

VERMOGEN’ IN

G206

SOORT LEKDETECTIE

INSTELLEN

G207

MAXIMALE ACCELERATIE

INSTELLEN

G208

MAXIMALE DECELERATIE

INSTELLEN

G209

EXTERNE BESTURING

INSTELLEN

G210

WACHTWOORD

INSTELLEN OF

UITSCHAKELEN te kunnen bewerken moet eerst de pomp worden gestopt.

• Het waardenbereik is 262–785 cc/cyclus.

• De standaardwaarde is 523 cc/cyclus.

Met deze instelling kunt u de foutstatus van een te hoge stroom of te hoge motortemperatuur veranderen van ‘alarm’ naar ‘afwijking’, met als gevolg dat in die gevallen de pomp blijft doorwerken. Zie Gebeurtenissen voor een uitleg over de verschillende soorten fouten. Wel levert de pomp dan mindere prestaties, waardoor het ingestelde debiet mogelijk niet gehaald wordt. Om dit veld te kunnen bewerken moet eerst de pomp worden gestopt.

0 = uit – 12 A (standaard)

1 = uit – 16 A

2 = aan – 12 A

3 = aan – 16 A

Hier stelt u de gewenste reactie van het systeem op een lekkage.

0 = uit (standaardwaarde)

1 = afwijking (het systeem waarschuwt wel, maar stopt niet de pomp)

2 = alarm (het systeem alarmeert de gebruiker en stopt de pomp).

De tijd in seconden tussen een stop en de maximale pompsnelheid (280 cycli per minuut).

• Instelbaar tussen 1 en 300 seconden.

• De standaardwaarde is 20 seconden.

De tijd in seconden tussen de maximale pompsnelheid (280 cycli per minuut) en het volledig stoppen van de pomp.

• Instelbaar tussen 1 en 300 seconden.

• De standaardwaarde is 1 seconde.

Bepaalt wat de externe besturing wel en niet kan. De pomp moet gestopt zijn om dit te kunnen veranderen.

0 = uit (standaard)

1 = alleen stoppen (starten is handmatig)

2 = start/stop (beide op afstand)

3 = alles op afstand (start/stop en debiet)

Hier kunt u ter beveiliging een wachtwoord instellen om toegang te krijgen. Wie het wachtwoord niet kent, kan geen wijzigingen aanbrengen in menu’s van de

100-serie (onderhoud) en de 300-serie (diagnostische informatie). De menu’s onder 200 (instellingen) en 400 (geavanceerd) zijn dan helemaal niet toegankelijk.

• Het waardenbereik is 1-99999.

• Als u een enkele nul (0) invoert, is er geen wachtwoordbeveiliging.

• Door 99999 in te voeren wordt het geavanceerde menu (G400) zichtbaar.

• De standaardwaarde is 0.

3A4074E

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

G212

LAAG NIVEAU ANALOOG

SIGNAAL INSTELLEN

G213

HOOG NIVEAU ANALOOG

SIGNAAL INSTELLEN

G230

ONDERHOUDSINTERVAL

1 INSTELLEN

G231

ONDERHOUDSINTERVAL

2 INSTELLEN

G232

ONDERHOUDSINTERVAL

3 INSTELLEN

G240

MINIMUMSETPOINT

DEBIET INSTELLEN

Hier stelt u het analoge signaalniveau in dat overeenkomt met het laagst mogelijke setpoint (menu’s G240 of G245). Dit menu is alleen zichtbaar als in menu G209 gekozen is voor ‘alles op afstand’ (start/stop en debiet, keuze 3).

• Het waardenbereik is 4,0 – 20,0 mA.

• De standaardwaarde is 4,0 mA.

Hier stelt u het analoge signaalniveau in dat overeenkomt met het hoogst mogelijke setpoint (menu’s G241 of G246). Dit menu is alleen zichtbaar als in menu G209 gekozen is voor ‘alles op afstand’ (start/stop en debiet, keuze 3).

• Het waardenbereik is 4,0 – 20,0 mA.

• De standaardwaarde is 20 mA.

Stel het gewenste onderhoudsinterval in, in miljoenen cycli.

• Instelbaar van 0,1 – 99,9 miljoen cycli.

• Door nul (0) in te voeren is de onderhoudsteller gedeactiveerd.

• De standaardwaarde is 0.

Stel het gewenste onderhoudsinterval in, in miljoenen cycli.

• Instelbaar van 0,1 – 99,9 miljoen cycli.

• Door nul (0) in te voeren is de onderhoudsteller gedeactiveerd.

• De standaardwaarde is 0.

Stel het gewenste onderhoudsinterval in, in miljoenen cycli.

• Instelbaar van 0,1 – 99,9 miljoen cycli.

• Door nul (0) in te voeren is de onderhoudsteller gedeactiveerd.

• De standaardwaarde is 0.

Het laagst instelbare setpoint.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

• Dit menu is alleen zichtbaar als de regelwijze (menu G200) op debietregeling (0) staat, en ook als Afstandsbediening configureren (G209) op ‘alles op afstand’ staat (keuze 3).

• Het waardenbereik is 0-280 cycli per minuut.

• De standaardwaarde is 0.

Voorbeeld: Als u wilt dat het systeem minstens 5 liter per minuut afgeeft, stelt u de regelwijze in op debietregeling (menu G200) en de debieteenheid op liters

(menu G201). Zet dit menu op 5. Gebruikers kunnen geen lager minimumsetpoint instellen dan 5 lpm.

3A4074E 37

38

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

G241

MAXIMUMSETPOINT

DEBIET INSTELLEN

G245

MINIMUMSETPOINT

VOLUME INSTELLEN

G246

MAXIMUMSETPOINT

VOLUME INSTELLEN

G247

DOELDEBIET

BATCHDOSERING

Het hoogst instelbare setpoint.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

• Dit menu is alleen zichtbaar als de regelwijze (menu G200) op debietregeling (0) staat, en ook als Afstandsbediening configureren (G209) op ‘alles op afstand’ staat (keuze 3).

• Het waardenbereik is 0-280 cycli per minuut.

• De standaardwaarde is 280.

Voorbeeld: Als u wilt dat het systeem niet meer dan 10 liter per minuut afgeeft, stelt u de regelwijze in op debietregeling (menu G200) en de debieteenheid op liters (menu G201). Zet dit menu op 10. Gebruikers kunnen geen hoger maximumsetpoint instellen dan 10 lpm.

Het laagst instelbare setpoint.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

• Dit menu is alleen zichtbaar als de regelwijze (menu G200) op batchdosering

(1) staat.

• Het waardenbereik is 0–9999 cycli per minuut.

• De standaardwaarde is 0.

Voorbeeld: Als u wilt dat het systeem minstens 15 gallon afgeeft in elke batch, stelt u de regelwijze in op batchdosering (menu G200) en de debieteenheid op gallons

(menu G201). Zet dit menu op 15. Gebruikers kunnen geen lager minimumsetpoint instellen dan 15 gallon.

Het hoogst instelbare setpoint voor het volume.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

• Dit menu is alleen zichtbaar als de regelwijze (menu G200) op batchdosering

(1) staat.

• Het waardenbereik is 0–9999 cycli per minuut.

• De standaardwaarde is 9999.

Voorbeeld: Als u wilt dat het systeem niet meer dan 50 gallon afgeeft in elke batch, stelt u de regelwijze in op batchdosering (menu G200) en de debieteenheid op gallons (menu G201). Zet dit menu op 50. Gebruikers kunnen geen hoger maximumsetpoint instellen dan 50 gallon.

Stel het gewenste debiet in voor de regelwijze batchdosering.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

• Dit menu is alleen zichtbaar als de regelwijze (menu G200) op batchdosering

(1) staat.

• Deze instelling is niet aanpasbaar als in menu G209 gekozen is voor ‘alles op afstand’ (3). Het systeem toont het setpoint zoals via de analoge ingang ingesteld.

• Het waardenbereik is 0-280 cycli per minuut.

• De standaardwaarde is 0.

3A4074E

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

G300

DEBIET BEKIJKEN

G302

BUSSPANNING BEKIJKEN

G303

MOTORSPANNING

BEKIJKEN

G304

MOTORSTROOM

BEKIJKEN

G305

MOTORVERMOGEN

BEKIJKEN

G306

TEMPERATUUR VAN

BESTURING BEKIJKEN

G307

MOTORTEMPERATUUR

BEKIJKEN

G308

SOFTWAREVERSIE

EN SERIENUMMER

BEKIJKEN

G309

LEKSENSORINGANG

BEKIJKEN

G310

INGANG RUN/STOP

BEKIJKEN

Dit toont het debiet van de pomp.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

• De eenheden zijn door de gebruiker instelbaar. Zie Debieteenheden instellen

(menu G201).

Toont de BUS-spanning van de omvormer in volt.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

Dit is de motorspanning (RMS) in volt.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

Dit is de motorstroom (RMS) in ampère.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

Dit is het motorvermogen in watt.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

De temperatuur van de IGBT’s in °C.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

De temperatuur van de motor in °C.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

Dit is de softwareconfiguratie.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

• Getoond wordt het onderdeelnummer, de versie en het serienummer van de software.

Dit is de ingangsstatus van de leksensor.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

• 0 = geen lek gedetecteerd

• 1 = er is een lek vastgesteld

Geeft aan of de pomp draait of stilstaat.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

• 0 = gestopt

• 1 = draaiend

Dit geeft de stroomsterkte in mA weer in de analoge ingang voor 4-20 mA.

• De gebruiker kan dit niet aanpassen.

G311

SIGNAAL VAN ANALOGE

INGANG BEKIJKEN

G400

TERUGZETTEN NAAR

FABRIEKSINSTELLINGEN

Hiermee worden alle instellingen teruggezet naar de fabrieksinstellingen. Dit menu verschijnt alleen als het wachtwoord in menu G210 op 99999 is gezet. Als op de display het woord RESET verschijnt, kunt u de toets indrukken en twee seconden vasthouden, om daadwerkelijk het hele systeem te resetten.

3A4074E 39

Bediening Graco-motorbesturing (BLDC-modellen)

Toont de laatste 20 gebeurteniscodes.

Toont het volume dat in deze batch al is afgegeven.

Toont het totale aantal pompcycli voor de levensduur van de pomp.

Toont het aantal pompcycli sinds het laatste onderhoud.

0 = debietregeling (standaardwaarde)

1 = batchdosering

0 = cpm, standaardwaarde

1 = gpm

2 = lpm

Waardebereik: 262–785 cc/cyclus

Standaardwaarde: 523 cc/cyclus

0 = uitgeschakeld – 12A (standaardwaarde)

1 = uitgeschakeld – 16A

2 = ingeschakeld – 12A

3 = ingeschakeld – 16A

0 = uitgeschakeld (standaard)

1 = afwijking

2 = alarm

Bereik: 1-300 seconden.

Standaard: 20 seconden

Bereik: 1-300 seconden.

Standaard: 1 seconde

0 = uitgeschakeld (standaard)

1 = alleen stoppen (start gaat handmatig)

2 = start/stop (beide op afstand)

3 = start/stop en debiet (alles op afstand)

Bereik: 1-99999

Standaardwaarde: 0

Bereik: 4,0 – 20,0 mA

Standaard 4,0 mA

Bereik: 4,0 – 20,0 mA

Standaard 20 mA

Bereik: 0,1 – 99,9 miljoen cycli

Standaard: 0

Bereik: 0-280 cpm

Standaard: 0

Bereik: 0-280 cpm

Standaard: 280

Bereik: 0–9999 cycli

Standaard: 0

Bereik: 0–9999 cycli

Standaard: 9999

Bereik: 0-280 cpm

Standaard: 0

Toont de hoeveelheid die pomp pompt.

Toont de Bus-spanning in V.

Toont de motorspanning (RMS) in V.

Toont de motorstroom (RMS) in A.

Tont het motorvermogen in W.

Toont de temperatuur van de IGBT in °C.

Toont de temperatuur van de motor in °C.

Toont softwareversie en serienummer.

0 = geen lek gedetecteerd

1 = lek gedetecteerd

0 = stop

1 = draaien

Toont de stroomsterkte van de analoge ingang

(tussen 4 en 20 mA).

Stelt alle instellingen terug naar de fabrieksinstellingen.

40 3A4074E

Onderhoud

Om letsel door brand, explosies of elektrische schokken te voorkomen, moet alle elektrische bedrading worden verzorgd door een gediplomeerd elektricien volgens alle ter plaatse geldende voorschriften en regels.

Stel een preventief onderhoudsschema op gebaseerd op het onderhoudsverleden van de pomp. Onderhoud volgens schema is vooral belangrijk om morsen en lekken als gevolg van een membraandefect te voorkomen.

De pomp is in de fabriek gesmeerd. Hierdoor is er voor de verdere levensduur van de lagers geen smering meer nodig.

Controleer voor gebruik steeds alle slangen op tekenen van slijtage of beschadigingen en vervang ze, indien nodig. Controleer of alle verbindingen goed vastzitten en niet lekken.

Houd de ribben van het koelblok te allen tijde schoon.

Reinig ze met perslucht.

reinigingsmiddelen op de module.

Gebruik software-upgradeset 17H104 en programmeerkabelset 24Y788 om de programmatuur in de Graco-motorbesturing bij te werken. In de sets zitten instructies en alle benodigde onderdelen.

3A4074E 41

Onderhoud

Aard de apparatuur en afvalcontainer te allen tijde om brand en ontploffingen te voorkomen. Spoel altijd bij een zo laag mogelijke druk, om statische vonken en letsel door opspattende vloeistof te voorkomen.

Plaats de aanzuigbuis in het reinigingsmiddel. Open de luchtregelaar om lucht met lage druk naar de pomp te voeren. Laat de pomp lang genoeg lopen om de pomp en de slangen grondig te reinigen.

Sluit de luchtregelaar. Verwijder de aanzuigbuis uit het reinigingsmiddel en tap de pomp af. Plaats de aanzuigbuis in de te verpompen vloeistof.

Spoel de pomp vaak genoeg door om te voorkomen dat de vloeistof die u pompt in de pomp opdroogt of bevriest en zo schade veroorzaakt. Het doorspoelschema wordt gebaseerd op datgene waarvoor de pomp wordt gebruikt. Gebruik een geschikt reinigingsmiddel en laat de pomp altijd het gehele doorspoelproces doorlopen.

Spoel de pomp altijd door en ontlast de druk, voordat de pomp voor enige tijd wordt opgeslagen.

Spoel de pomp vaak genoeg door om te voorkomen dat de vloeistof die u pompt in de pomp opdroogt of bevriest en zo schade veroorzaakt. Bewaar de pomp bij een temperatuur van 0 °C (32 °F) of hoger. Blootstellen aan extreem lage temperaturen kan schade aan kunststof onderdelen tot gevolg hebben.

42 3A4074E

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

De motor wil niet draaien (hapert of trilt) en de gebeurteniscode is F1DP, F2DP of WMC0.

De motor wil niet draaien (hapert of trilt) en de gebeurteniscode is T6E0, K6EH of K9EH.

De motor draait niet op volle snelheid.

(Gebeurteniscodes F1DP, F2DP, V1CB,

V9CB)

De motor is heet.

(Gebeurteniscodes F2DT, T3E0 of T4E0

G307 > 100 °C)

De motordraden zijn verkeerd aangesloten.

De terugkoppelkabel is niet aangesloten.

De ingangsspanning is te laag.

Het systeem werkt buiten de acceptabele grenzen voor continubedrijf.

• Sluit de motor correct aan volgens het bedradingsschema.

• Zorg dat de terugkoppelkabel van de motor goed aangesloten is, zowel aan de motor als aan connector 1 van de motorbesturing.

• Als de gebeurteniscode K9EH is: elimineer alle bronnen van elektromagnetische interferentie

(EMI).

• Leg de terugkoppelkabel uit de buurt van de voedingskabels van de motor.

• Zorg dat de netspanning minstens

108/216 VAC is.

• Verminder de tegendruk.

• Verander de ingangsspanning van

120 VAC naar 240 VAC.

• Verminder de tegendruk, het debiet of de inschakelduur van de pomp.

• Voorzie de motor van externe koeling middels een ventilator.

• Als de gebeurteniscode T4E0 is, kunt u overwegen ‘Maximaal vermogen’

(Max Power Mode) in te schakelen.

De pompprestaties worden dan automatisch gereduceerd om oververhitting te voorkomen.

• Controleer of de lintkabel goed is aangesloten op de besturingskaart.

De membraantoetsen werken niet of alleen haperend.

De membraanschakelaar is niet goed aangesloten.

De lintkabel is los.

De PLC-besturing hapert of werkt helemaal niet. De getoonde gebeurteniscode is K6EH, K9EH,

L3X0 of L4X0.

De display is niet verlicht, of soms wel en soms niet.

• Zorg dat de lintkabel tussen de besturingskaart en de connectorkaart er goed in zit.

• De besturing stopt of reset als bekabeling wordt aangesloten op connector 3.

• Het groene lampje op de besturingskaart of de voedingskaart is uit, brandt zwak of knippert.

• Het rode lampje op de besturingskaart brandt zwak of knippert.

De displaykabel is los.

• Zorg dat de lintkabel en de clip goed zitten aangesloten op de besturingskaart.

De 5 V-voeding is kortgesloten.

• Koppel connector 3 los.

• Corrigeer verkeerde bedrading.

De interne voedingsspanning is defect.

• Verminder het stroomverbruik op connector 3, pen 1.

• Koppel connector 3 af om zeker te weten dan de 5 volt-voeding geen kortsluiting heeft.

• Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco.

3A4074E 43

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

De G200-menu’s worden niet zichtbaar na ingave van het wachtwoord.

De aardlekschakelaar schakelt de stroom uit zodra de motor draait.

Er is een onjuist wachtwoord ingevuld.

De lekstroom is hoger dan de limiet van de aardlekschakelaar.

• Voer het juiste wachtwoord in.

• Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco, voor instructies voor het resetten van het wachtwoord.

• Niet alle typen aardlekschakelaar zijn geschikt voor deze motorbesturing.

• Sluit de motorbesturing aan op een groep zonder aardlekschakelaar, of op een groep die voorzien van een geschikte aardlekschakelaar voor industriële toepassingen.

Geen leds

Groen aan

Geel aan

Ononderbroken rood

Snel knipperende rode led

Traag knipperende rode led

Geen voedingsspanning.

Het systeem is ingeschakeld.

Communicatie met extern

GCA-apparaat is in gang.

Hardwarestoring in de

Graco-motorbesturing.

Er vindt een upload van software plaats.

Bootloader-fout of fout bij de softwareupload.

Voer voedingsspanning toe.

Vervang de Gracomotorbesturing.

Wacht tot de upload voltooid is.

Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco.

Figure 6 Besturingskaart

Figure 7 Voedingskaart

1 De rode led zit aan de achterkant van de kaart.

44 3A4074E

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

Omvormers kunnen gevoelig zijn voor fluctuaties in de spanning van het leverende elektriciteitsnet.

De Graco-motorbesturing is op te vatten als een spanningsomvormer, omdat energie wordt opgeslagen in condensatoren die dan wordt gemoduleerd om een borstelloze elektromotor aan te sturen. Bij het ontwerpen van de

Graco-motorbesturing is hiermee rekening gehouden. Daarom kan ze diverse omstandigheden weerstaan. Toch kan het voorkomen dat de momentele spanning buiten het gebied komt dat toelaatbaar is bij industriële toepassingen met grote stroomsterkten en reactieve belastingen, zoals bij lasapparatuur.

Worden de grenzen overschreden, dan wordt een overspanning gedetecteerd en het systeem stopt met een alarmmelding, om de installaties te beschermen en om de gebruiker te wijzen op de instabiele energievoorziening. Erg grote of herhaalde overspanning kan leiden tot permanente schade aan installaties.

Met de ‘MAX-HOLD’-functie van een multimeter, waarmee de momentele maximumspanning wordt vastgehouden en gemeten, is de piekspanning vast te stellen. Hierbij moet de meter op DC staan, niet op AC, omdat het niet gaat om effectieve waarde maar om momentele piekspanningen, als kritische parameter voor de capacitieve opslag in de omvormer.

Deze aflezing mag niet regelmatig de 400 V gelijkspanning overschrijden, omdat anders de alarmbeveiliging bij 420 V, die in de

Graco-motorbesturing ingebouwd is, aanspreekt.

Als er twijfel bestaat over de kwaliteit van de elektriciteitsvoorziening, is het aan te raden een power conditioner toe te passen of het apparaat of de apparaten die de problemen veroorzaken te isoleren.

Raadpleeg een vakkundig elektricien als er zorgen zijn over de elektriciteitsvoorziening.

1.

Stel de multimeter in op DC (gelijkspanning).

2.

Sluit de meetpennen van de multimeter aan op de te testen bron van elektriciteit.

3.

Druk achtereenvolgens op Min en Max om de negatieve en positieve piekspanningen te meten.

4.

Deze waarden mogen de 400 V gelijkspanning niet te boven gaan. De Graco-motorbesturing is beveiligd op 420 VDC.

3A4074E 45

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

De leds geven gebeurteniscodes weer om de gebruiker te informeren over eventuele elektrische hardware- en softwareproblemen. Nadat de gebruiker de fout bevestigt, als de foutsituatie nog steeds in het systeem aanwezig is:

• Bedrijfsmodus: De display wisselt het normale beeld af met een weergave van de gebeurteniscode.

• Instelmodus: De gebeurteniscode wordt niet weergegeven.

Vier typen gebeurtenis kunnen optreden. Alle vier de typen worden gelogd en zijn te zien op G100.

onmiddellijk en toont een gebeurteniscode. De gebeurtenis vereist aandacht. Daarom blijft de code knipperen op het Bedrijfsscherm tot de bediener het probleem oplost en het alarm terugstelt.

gebeurtenis vereist aandacht. Daarom blijft de code knipperen op het Bedrijfsscherm tot de bediener het probleem oplost en het alarm terugstelt.

op het Bedrijfsscherm en wordt gelogd. De pomp blijft draaien. De gebeurtenis vereist verder geen aandacht van de bediener.

maar niet weergegeven. De pomp blijft draaien.

De gebeurtenis vereist verder geen aandacht van de bediener.

46

A4CH

A4CS

CACC

CACH

EBC0

EBG0

Alarm

Alarm

ES00 Vastleggen

F1DP

Alarm

Alarm

Afwijking

Alarm

Alarm

De motorstroom heeft de hardwarelimiet overschreden.

De motorstroom heeft de softwarelimiet overschreden.

Op de besturingskaart is een communicatieprobleem vastgesteld.

Op de voedingskaart is een communicatieprobleem vastgesteld.

De pompproces is onderbroken. De pomp mindert toeren, of is bezig een batch af te maken, en krijgt het commando te stoppen.

Op een systeem dat is ingesteld voor start/stop op afstand of voor volledige afstandsbediening, is de lokale stoptoets ingedrukt. De lokale stopknop gaat boven de externe besturing.

Het gehele geheugen is gewist en alle instellingen zijn teruggezet naar de fabrieksinstellingen.

Een limiet voor de motorbegrenzing is bereikt en ‘Maximaal vermogen’

(Max Power Mode) is in menu G204 uitgeschakeld. De motorbesturing meet de maximale lijnstroom, maximale motorstroom of maximale uitgangsspanning, terwijl het debiet van de pomp minder is dan gewenst.

Controleer de werkingscondities om de oorzaak van het alarm vast te stellen. Na bevestiging is de gebeurtenis teruggesteld.

Controleer de werkingscondities om de oorzaak van het alarm vast te stellen. Na bevestiging is de gebeurtenis teruggesteld.

Controleer de aansluiting tussen de besturingskaart en de voedingskaart.

Controleer de aansluiting tussen de besturingskaart en de voedingskaart.

Na bevestiging is de gebeurtenis teruggesteld. Onderbreek het proces niet.

Druk op de starttoets om het alarm terug te stellen en verder te gaan met de afstandsbediening.

Geen.

Verminder het pompdebiet of de druk.

Schakel ‘Maximaal vermogen’ (Max

Power Mode) in in menu G204.

3A4074E

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

F2DP Afwijking

F2DT Afwijking

K4E0

K6EH

Alarm

Alarm

K9EH Afwijking

L3X0

L4X0

MA01 Advies

MA02 Advies

MA03 Advies

T3E0 Afwijking

T4C0 Alarm

T4E0

3A4074E

Afwijking

Alarm

Alarm

Een limiet voor de motorbegrenzing is bereikt en ‘Maximaal vermogen’

(Max Power Mode) is in menu G204 ingeschakeld. De motorbesturing meet de maximale lijnstroom, maximale motorstroom of maximale uitgangsspanning, maar de motor blijft doordraaien met gereduceerde pompprestaties.

De motortemperatuur is hoger dan

120 °C en ‘Maximaal vermogen’

(Max Power Mode) is in menu G204 ingeschakeld. De uitgangsstroom wordt beperkt maar het systeem blijft doorwerken met gereduceerde pompprestaties.

Verminder het pompdebiet of de druk.

Verminder het pompdebiet, de druk of de inschakelduur.

Het motortoerental heeft het maximum overschreden.

De positiesensor heeft een ongeldige positie afgelezen, waarschijnlijk omdat hij niet aangesloten is.

Er zijn positioneringsfouten gedetecteerd

(ontbrekende tussenstanden, tijdelijk ongeldige posities). Dit komt waarschijnlijk door storing of ruis op de terugkoppelkabel van de motor.

De leksensor heeft een lek gedetecteerd het Pomplektype is in G206 op de status

Afwijking gezet. De pomp blijft draaien.

De leksensor heeft een lek gedetecteerd het Pomplektype is in G206 op de status

Alarm gezet. De pomp is gestopt.

De pomp heeft sinds het vorige onderhoud meer slagen gemaakt dan het in G230 ingestelde aantal.

De pomp heeft sinds het vorige onderhoud meer slagen gemaakt dan het in G231 ingestelde aantal.

De pomp heeft sinds het vorige onderhoud meer slagen gemaakt dan het in G232 ingestelde aantal.

De interne motortemperatuur is hoger dan 100 °C.

De temperatuur van de ingebouwde

IGBT-module heeft de limiet van 100 °C overschreden.

De temperatuur binnen in de motor is hoger dan 150 °C en ‘Maximaal vermogen’ (Max Power Mode) is in G204 gedeactiveerd.

Na bevestiging is de gebeurtenis teruggesteld. Controleer de werkingscondities om de oorzaak van het alarm vast te stellen.

Zorg dat de terugkoppelkabel correct aangesloten is en niet te dicht bij externe storingsbronnen ligt.

Zorg dat de terugkoppelkabel correct aangesloten is en niet te dicht bij externe storingsbronnen ligt.

Vervang defecte onderdelen om de lekkage te stoppen, tap de leksensor af en vervang die.

Vervang defecte onderdelen om de lekkage te stoppen, tap de leksensor af en vervang die.

Reset de onderhoudsteller (menu G130).

Reset de onderhoudsteller (menu G131).

Reset de onderhoudsteller (menu G132).

Verminder het pompdebiet of de inschakelduur.

Vraag minder uitgangsvermogen of verlaag de omgevingstemperatuur.

Verminder het pompdebiet of de inschakelduur. Schakel ‘Maximaal vermogen’ (Max Power Mode) in in

G204.

47

Problemen aan de Graco-motorbesturing oplossen

T6E0

V1CB Alarm

V2CG Afwijking

V4CB Alarm

V9CB

Alarm

Alarm

V9MX Alarm

WMC0 Alarm

WSCF Alarm

WSCS

WX00

Alarm

Alarm

De motor werkt buiten zijn temperatuurgebied of het signaal van de temperatuursensor is weggevallen.

De bus-spanning is lager dan het acceptabele minimum.

De gate-spanning van de IGBT is lager dan het acceptabele minimum.

De bus-spanning is hoger dan het acceptabele maximum.

Het meetcircuit voor de bus-spanning meldt abnormaal lage waarden als

AC-voeding wordt gedetecteerd.

Zorg dat de omgevingstemperatuur van de motor hoger is dan het minimum.

Zorg dat de terugkoppelkabel correct aangesloten is. Zorg dat de draden

TO1/TO2 van de besturingskaart correct in aansluitkaart zijn ingevoerd.

Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco.

Controleer het niveau van de spanningsbron.

Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco.

Vergroot de tijd voor de geleidelijke snelheidsvermindering van de pomp. Controleer het niveau van de spanningsbron.

Controleer het niveau van de spanningsbron. Neem contact op met de technische ondersteuning van

Graco.

Sluit de AC-voeding weer aan.

De AC-voeding blijkt uitgevallen.

De motorbesturing kan de motor niet laten draaien (geblokkeerde rotor).

Er is een startopdracht ontvangen maar het gewenste debiet is ingesteld op nul.

Maak de rotor vrij en herstart de motor.

De softwareversie of het onderdeelnummer dat gemeld wordt door de voedingskaart komt niet overeen met een van de verwachte waarden.

Er is een onverwachte softwarefout opgetreden.

Ga naar het bedrijfsscherm en stel een gewenst debiet ongelijk nul in.

Voor opnieuw de softwarebijwerking uit, als die eerder was mislukt of is onderbroken. Neem anders contact op met de technische ondersteuning van

Graco.

Na bevestiging is de gebeurtenis teruggesteld. Neem contact op met de technische ondersteuning van Graco.

48 3A4074E

Prestatiegrafieken

bij ondergedompelde inlaat. De luchtdruk is 10 psi

(0,7 bar) hoger gemaakt dan de uitlaatdruk.

1.

Kies een debiet en uitlaatdruk onder de vermogenslimiet. Door buiten dat gebied te gaan, wordt de levensduur van de pomp verkort.

2.

Stel de VFD-frequentie in overeenkomstig het gewenste debiet. Het debiet neemt toe met de uitlaatdruk (lager dan 10 psi, 0,7 bar) en met de inlaatdruk.

3.

Om erosie door cavitatie te voorkomen, moet de beschikbare netto positieve zuigdruk (NPSHa) van het systeem hoger zijn dan de vereiste netto positieve zuigdruk (NPSHr) . Zie de lijn in de grafiek.

A Vermogenslimiet

B Vereiste netto positieve zuigdruk (NPSHr)

Voor continu gebruik wordt aangeraden binnen het grijze gebied te blijven.

80

(5.5, 0.55)

70

(4.8, 0.48)

60

(4.1, 0.41)

50

(3.4, 0.34)

40

(2.8, 0.28)

30

(2.1, 0.21)

20

(1.4, 0.14)

10

(0.7, 0.07)

0

0

0

13

(48)

3

(11)

5

(19)

25

(96)

10

(38)

40

(144)

53

(192)

15

(57)

A

20

(76)

67

(240)

B

25

(95)

80

(288)

30

(114)

93

(337)

100

90

10

35

(132)

0

80

70

60

50

40

30

20

3A4074E 49

Prestatiegrafieken

80

(5.5, 0.55)

70

(4.8, 0.48)

60

(4.1, 0.41)

50

(3.4, 0.34)

40

(2.8, 0.28)

30

(2.1, 0.21)

20

(1.4, 0.14)

10

(0.7, 0.07)

0

0

0

60 120

5

(19)

10

(38)

180

A

B

15

(57)

A Vermogenslimiet

B Vereiste netto positieve zuigdruk (NPSHr)

Voor continu gebruik wordt aangeraden binnen het grijze gebied te blijven.

240

20

(76)

300

25

(95)

360

50

45

10

30

(114)

5

20

15

40

35

30

25

50 3A4074E

80

(5.5, 0.55)

70

(4.8, 0.48)

60

(4.1, 0.41)

50

(3.4, 0.34)

40

(2.8, 0.28)

30

(2.1, 0.21)

20

(1.4, 0.14)

10

(0.7, 0.07)

0

0

0

Prestatiegrafieken

60

5

(19)

120

A

180

10

(38)

15

(57)

B

240

20

(76)

300

25

(95)

30

(114)

0

10

5

25

20

15

360

50

45

40

35

30

3A4074E 51

Prestatiegrafieken

In de grafieken ziet u twee situaties wat betreft luchtdruk en pulsatiedemping. De grafieken geven de relatie aan tussen de uitlaatdruk en het uitlaatdebiet, in het geval van sterke pulsatiedemping

(low pulsation mode, boven de grenslijn) en in doorvoermodus (transfer mode, onder de lijn). Pas snelheid en luchtdruk van de pomp aan om het gewenste resultaat te krijgen.

A 20 Hz, 73 cycli per minuut

B 40 Hz, 145 cycli per minuut

C 60 Hz, 217 cycli per minuut

D Luchtdruk van 1,4 bar (20 psi)

E Luchtdruk van 2,8 bar (40 psi)

F Luchtdruk van 4,1 bar (60 psi)

G Grenslijn (gebied met pulsatiedemping is grijs).

70

(4.8, 0.48)

60

(4.1, 0.41)

50

(3.4, 0.34)

40

(2.8, 0.28)

30

(2.1, 0.21)

20

(1.4, 0.14)

10

(0.7, 0.07)

0

0

D

5

(19)

A

10

(38)

E

B

G

15

(57)

F

C

20

(76)

25

(95)

30

(114)

52 3A4074E

Prestatiegrafieken

Om een bepaald debiet te krijgen, moet de vloeistof bij de inlaat met een zekere druk binnenkomen, om cavitatie te voorkomen. Deze minimaal vereiste druk is in de grafiek aangegeven met NPSHr (van Net

Positive Suction Head required) De eenheid is voeten waterdruk absoluut. De NPSHa (beschikbare druk) moet groter zijn dan de NPSHr (vereiste druk), ter voorkoming van cavitatie en daarmee voor grotere efficiëntie en langere levensduur van de pomp. U kunt de NPSHa als volgt berekenen:

= H a

± H zz

– H fff

–– vv

H a is de absolute druk aan het vloeistofoppervlak van de voorraadtank. Dit is bij een geventileerde tank normaal de atmosferische druk, bijv. 34 voet waterkolom (102 kPa) bij zeeniveau.

H z is de verticale afstand (het hoogteverschil) in voet tussen het vloeistofoppervlak in de tank en de hartlijn van de pompinlaat. Deze waarde is positief als de vloeistof hoger staat dan de pomp en negatief als dat niveau zich lager bevindt dan de pomp. Houd daarbij wel rekening met het laagste niveau dat de vloeistof kan bereiken naarmate die verbruikt wordt.

H vp is de absolute dampdruk van de vloeistof bij de pomptemperatuur.

3A4074E 53

Afmetingen

Figure 8 Pompen zonder compressor

(afgebeeldmodel is BLDC)

54 3A4074E

((( 04A ))) ((( 04B )))

13,1

18,1

19,1

15,5

5,0

10,2

17,6

24,9

4,0

28,9

3,0

33,3

46,0

48,5

39,4

12,7

25,9

44,7

63,2

10,2

73,4

7,6

13,1

18,1

19,1

14,5

5,0

10,2

17,6

27,1

4,0

31,1

3,0

33,3

46,0

48,5

36,8

12,7

25,9

44,7

68,8

10,2

79,0

7,6

Afmetingen

3A4074E 55

Afmetingen

56 3A4074E

Technische gegevens

Maximale vloeistofwerkdruk

Werkgebied luchtdruk

Afmetingen luchtinlaat

Maximale zuighoogte (deze is lager als de kogels niet goed zitten vanwege beschadiging van de kogels of zittingen, lichte kogels of een zeer hoge werkingssnelheid)

Maximum deeltjesgrootte pompbare stoffen

Omgevingsluchttemperatuur tijdens gebruik en opslag.

kan schade aan kunststof onderdelen tot gevolg hebben.

Vloeistofverplaatsing per cyclus

Maximale vrije doorstroming

Maximale pompsnelheid

Aluminium en roestvast staal

AC, standaard CE ( 04A )

Vermogen

Toerental

Overbrengingsverhouding

Spanning

BLDC ( 04B )

Vermogen

Toerental

Overbrengingsverhouding

Spanning

Geluidsdruk (gemeten volgens ISO-9614-2) bij 0,48 MPa (70 psi) vloeistofdruk en 50 cpm bij 0,21 MPa (30 psi) vloeistofdruk en 280 cpm (volstrooms)

Geluidsdruk [getest op 1 meter afstand van de apparatuur] bij 0,48 MPa (70 psi) vloeistofdruk en 50 cpm bij 0,21 MPa (30 psi) vloeistofdruk en 280 cpm (volstrooms)

* Varieert per pompmodel. Zie de prestatiegrafieken voor uw model.

70 psi 0,48 MPa, 4,8 bar

20 tot 80 psi 0,14 tot 0,55 MPa, 1,4 tot 5,5 bar

3/8 inch npt(f)

Nat: 29 ft

Droog: 16 ft

Nat: 8,8 m

Droog: 4,9 m

1/8 inch

32 °F–104 °F

3,2 mm

0 °C–40 °C

0,10 gallon

35 gallon/min*

280 cpm

0,38 liter

132,5 liter/min*

1,5 inch sanitaire flens of 40 mm DIN 11851

2 HP

1800 tpm (60 Hz) of 1500 tpm (50 Hz)

8,16

3-fasen 230 V / 3-fasen 460 V

2,2 pk

3600 tpm

11,86

320 VDC

71 dB(A)

94 dB(A)

61 dB(A)

84 dB(A)

3A4074E 57

Technische gegevens

Compressor

Graco-VFD

Graco-motorbesturing

Onderstel

Pomp met aluminium middenstuk

Met AC-motor en tandwielkast

Met DC-motor en tandwielkast

Pomp- met roestvaststalen middenstuk

Met AC-motor en tandwielkast

Met DC-motor en tandwielkast

28 lb

6 lb

10,5 lb

33 lb

136 lb

120 lb

13 kg

3 kg

4,8 kg

15 kg

62 kg

54 kg

166 lb

150 lb

75 kg

68 kg

De bevochtigde delen zijn van roestvast staal, plus de materialen gekozen voor zittingen, kogels en membranen.

Delen die niet in contact komen met de vloeistof

Aluminium

Roestvrij staal aluminium, gecoat koolstofstaal, brons roestvast staal, aluminium, gecoat koolstofstaal, brons

Begrenzingen van de temperatuur zijn alleen op mechanische spanning gebaseerd. Sommige chemicaliën kunnen het vloeistoftemperatuurgebied verder beperken. Blijf binnen het temperatuurbereik van het meest beperkte, bevochtigde onderdeel. Het werken op een temperatuur die voor de pomponderdelen of te hoog, of te laag is, kan schade aan de apparatuur veroorzaken.

Keerklepkogels van polychloropreen ( CW )

Membraan van giet-PTFE ( PO )

PTFE-kogels van het terugslagventiel of tweedelig PTFE/EPDM membraan ( PT )

Santoprene® keerklepkogels of 2-delig PTFE/santoprene membraan ( SP )

40 tot 200 °F 4 tot 90 °C

40 tot 220 °F 4 tot 104 °C

40 tot 220 °F 4 tot 104 °C

-40 tot 180 °F -40 tot 82 °C

58 3A4074E

Technische gegevens

Gelijkstroomvoeding

Goedkeuringen

Overeenstemming

Omgevingstemperatuur

Beschermingsgraad

Specificaties sensor te hoge temperatuur

Lijnspanning

Aantal fasen

Lijnfrequentie

Fasestroom

Maximale afzekering

Kortsluitstroom

Uitsluitend klasse 2 voeding

UL508C

EU-richtlijnen 2006/95/EG (laagspanning), 2004/108/EG

(EMC) en 2011/65/EU (RoHS)

-40 °F – 104 °F -40 °C – 40 °C

Type 4X, IP 66

0–3,3 VDC, maximaal 1 mA

120-240 VAC tussen fase en nul

Enkelfase

50/60 Hz

16A

20 A zekeringautomaat (thermisch-magnetisch, inverse time)

5 kA

Uitgangslijnspanning

Aantal fasen

Uitgangsstroom

Uitgangsvermogen

Overbelasting aan de uitgang

0-264 VAC

Drie fasen

0-12 A

1,92 kW / 2,6 pk

200% gedurende 0,2 seconden

De aandrijving kan reageren op een signaal van een temperatuursensor in de motor. Dit is noodzakelijk om de motor te beveiligen tegen overbelasting.

In de software is een stroombegrenzing ingesteld, als extra beveiliging tegen overbelasting van de motor.

Alle installaties en bedrading moeten voldoen aan NEC en lokale elektrische voorschriften.

3A4074E 59

Graco garandeert dat alle in dit document genoemde en door Graco vervaardigde apparatuur waarop de naam Graco vermeld staat, op de datum van verkoop voor gebruik door de oorspronkelijke koper vrij is van materiaal- en fabricagefouten. Met uitzondering van speciale, uitgebreide, of beperkte garantie zoals gepubliceerd door Graco, zal Graco, gedurende een periode van twaalf maanden na verkoopdatum, elk onderdeel van de apparatuur dat naar het oordeel van Graco gebreken vertoont herstellen of vervangen. Deze garantie geldt alleen indien de apparatuur is geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden in overeenstemming met de door Graco schriftelijk verstrekte aanbevelingen.

Normale slijtage en veroudering, of slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door onjuiste installatie, verkeerde toepassing, slijtend materiaal, corrosie, onvoldoende of onjuist uitgevoerd onderhoud, nalatigheid, ongeval, eigenmachtige wijzigingen aan de apparatuur, of het vervangen van Graco-onderdelen door onderdelen van andere herkomst, vallen niet onder de garantie en Graco is daarvoor niet aansprakelijk. Graco is ook niet aansprakelijk voor slecht functioneren, beschadiging of slijtage veroorzaakt door de onverenigbaarheid van Graco-apparatuur met constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn, en ook niet voor fouten in het ontwerp, bij de fabricage of het onderhoud van constructies, toebehoren, apparatuur of materialen die niet door Graco geleverd zijn.

Deze garantie wordt verleend onder de voorwaarde dat de apparatuur waarvan de koper stelt dat die een defect vertoont gefrankeerd wordt verzonden naar een erkende Graco dealer opdat de aanwezigheid van het beweerde defect kan worden geverifieerd. Indien het beweerde defect inderdaad wordt vastgesteld, zal Graco de defecte onderdelen kosteloos herstellen of vervangen.

De apparatuur zal gefrankeerd worden teruggezonden naar de oorspronkelijke koper. Indien bij de inspectie geen materiaal- of fabricagefouten worden geconstateerd, dan zullen de herstellingen worden uitgevoerd tegen een redelijke vergoeding, in welke vergoeding de kosten van onderdelen, arbeid en vervoer begrepen kunnen zijn.

DEZE

UITDRUKKELIJK

GARANTIES BETREFFENDE

TOEPASSING.

De enige verplichting van Graco en het enige verhaal van de klant bij schending van de garantie is zoals hierboven bepaald is. De koper gaat ermee akkoord dat geen andere verhaalmogelijkheid

(waaronder, maar niet beperkt tot vergoeding van incidentele schade of van vervolgschade door winstderving, gemiste verkoopopbrengsten, letsel aan personen of materiële schade, of welke andere incidentele verliezen of vervolgverliezen dan ook) aanwezig is. Elke klacht wegens inbreuk op de garantie moet binnen twee (2) jaar na aankoopdatum kenbaar worden gemaakt.

GRACO

VERKOOPBAARHEID

BETREKKING

GRACO vervaardigd zijn door Graco (zoals elektromotoren, schakelaars, slangen enz.) vallen, waar van toepassing, onder de garantie van de fabrikant. Graco zal aan de koper redelijke ondersteuning verlenen bij het aanspraak maken op die garantie.

Graco is in geen geval aansprakelijk voor indirecte, incidentele, speciale of gevolgschade die het gevolg is van het feit dat Graco dergelijke apparatuur heeft geleverd, of van de uitrusting, de werking, of het gebruik van producten of andere goederen op deze wijze verkocht, ongeacht of die ontstaat door inbreuk op een contract, inbreuk op garantie, nalatigheid van Graco, of anderszins.

Bezoek de website www.graco.com voor de meest recente informatie over Graco-producten.

Zie www.graco.com/patents voor informatie over patenten.

Voor dichtstbijzijnde distributeur.

Alle geschreven en visuele gegevens in dit document zijn weergaven van de meest recente productinformatie die beschikbaar was op het moment van publicatie.

Graco behoudt zich het recht voor om te allen tijde wijzigingen aan te brengen zonder mededeling vooraf.

Vertaling van de originele instructies. This manual contains Dutch. MM 334188

Graco Headquarters: Minneapolis

GRACO

2015, www.graco.com

Revisie E, maart 2016

advertisement

Related manuals

advertisement

Table of contents