[xcvnr. 4.]
986
Onteigening van perceelen ten behoeve van den spoorweg van Breda naar Tilburg.
(Bijlagen; Koninklijke Boodschap; Ontwerp van Wet.)
producten tot matigen prijs zijn gesteld, zou, mits de daarbij
geraamde hoeveelheden ten verkoop beschikbaar komen, het gezegde batig slot, na aftrek van hetgeen daaruit reeds aan 's Rijks
middelen voor de dienst 1862 werd toegewezen, nog beschikbaar
laten eene som van
f 18 434 029,41
Aangenomen dat daarvan, naar de gemaakte
berekening, in 1863 benoodigd zal zijn voor
vergoeding aan de eigenaars van slaven in de
West-Indische koloniën . . . f 12 810 000 00
en wegens kosten van immigratie naar Suriname . . . .
[XCVIII.
6.|
BIJLAGE C .
KOLONIALE B I J D R A G E N aan 's Rijks schatkist over
1861.
600 000 00
13 410 000,00
dan zou daarvan tot aanvulling van 's Rijks middelen voor 1863 slechts overblijven
f 5 024 029,41
[XCIX.
K O N I N K L I J K E B O O D S C H A P , ingekomen in de zitting
van den 2isten Junij 1862.
Volgens de bijlage A zal tot aanvulling der gewone middelen
voor de dienst 1862 vermoedelijk benoodigd zijn:
a.
het koloniaal batig slot over 1861, ad
. f 8 337 822,51
b. toevoeging uit de beschikbare middelen van
de dienst 1860, ad
4 472 678,965
f 1 2 810 501,475
T e zamen
Voor dienst 1863 eene gelijke verhouding tusschen inkomsten en uitgaven, en mitsdien de
noodzakelijkheid eener gelijke aanvulling aannemende, zou daartoe in de eerste plaats in aanmerking komen het gemelde overschot van het
koloniaal batig slot over 1862, hierboven gesteld op
1.]
MIJNE HEEREN!
Hot wets-ontwerp, dat Wij hiernevens aan U ter overweging
voorleggen, strekt tot onteigening van perceelen ten behoeve van
den spoorweg van Breda naar Tilburg.
De toelichtende memorie, die, van bijlagen voorzien, bij dat
ontwerp is gevoegd, bevat de gronden waarop het rust.
En 'hiermede, Mijne Heeren! bevelen Wij Ü in Godes heilige
bescherming.
Het Loo, den 22sten Junij 1862.
WILLEM.
5 024 029,41
[XCIX.
2.]
E r zou dan voor de dienst 1863 nog te voorzien
blijven in een tekort van
f 7 786 472,06 5
O N T W E R P V A N W E T tot onteigening van perceelen ten
behoeve van den spoorweg van Breda naar Tilburg.
Waartoe men aan overschotten zou voorhanden
hebben
W I J W I L L E M H l , ENZ.
13 647 970,355
f 5 861498,29
Alzoo Wij in overweging genomen hebben , dat de aanleg van
den spoorweg van Breda naar Tilburg in het publiek belang
noodig is;
3 000 000,00
Gelet op de wetten van 28 Augustus 1851 (Staatsblad n°. 125)
en 18 Augustus 1860 (Staatsblad n°. 45),
Men zou dan vermoedelijk, na volledige dekking van het benoodigde voor de emancipatie en
van de gewone uitgaven voor de dienst 1863,
die voor den aanleg der spoorwegen daaronder
begrepen, nog minstens beschikbaar houden. . f 2 861498,29
Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
dus meer
By het nevensgaande ontwerp van wet wordt
voorgesteld daarvan voorloopig tot schulddelging
te doen aanwenden
Omtrent de diensten van 1864 en latere jaren meent de Regering
zich van elke gissing te moeten onthouden. De uitkomsten dier
diensten zal grootendeels afhangen van de koloniale baten. Uit
hetgeen in het eerste gedeelte dezer memorie nopens de mogelijkheid eener nieuwe geldleening is gezegd, leide men echter niet
af, dat het der Regering waarschijnlijk voorkomt dat daartoe zal
moeten worden overgegaan, ofschoon zij niet aarzelt te betuigen
dat zij geenszins voor zoodanigen maatregel zou terugdeinzen ingeval die tot voltooijing van het groote werk der spoorwegen of
voor de zoo gewenschte verbetering der gemeenschap van onzo
groote handelssteden met de zee mogt blijken noodig te zijn.
De Minister van
G.
H.
Finantien,
BETZ.
Eenig
artikel.
Wij verklaren, dat het algemeen nut de onteigening vordert, ten
name van den Staat, van de eigendommen, noodig tot den aanleg
van den spoorweg van Breda naar Tilburg, door de gemeenten
Breda, Teteringen , Ginneken en Bavel, Oosterhout, Gilze en Rijen
en Tilburg, uitgaande van den spoorweg van Breda naarRosendaal bij Breda, en loopende van daar in regte lijn langs Heireld,
en, na eene kromming bij Galgenhoeve, regt door langs de Vijf
Eiken en Reijen naar Tilburg, tot in de kom van die gemeente
nabij het Donkerstraatje.
Lasten en bevelen , enz.
[XCIX.
3.]
MEMORIE VAN TOELICHTING.
Art. 3 van de wet van 18 Augustus 1860 (Staatsblad n°. 45
bepaalt, dat met den spoorweg van Breda naar Maastricht of
naar Meerssen mede worde aangevangen te Breda.
BIJLAGE A .
^ De eerste sectie van deze lijn in de provincie Noordbrabant strekt
zich
uit tot Tilburg, Tot dit gedeelte bepaalt zich het ontwerp.
O P G A V E van het vermoedelijk bedrag der sommen, welke
Aanvangende aan het eindpunt van den spoorweg van Rosenbij den afloop van de dienst 1862 wegens batige sloten
daal naar Breda, zal de weg, naar het ontwerp, loopen over het
in 's Rijks kas voorhanden kunnen zijn.
glacis en achter het werk Coehoorn van de vestingwerken van
B r e d a , in regte lijn noordelijk en digt laugs het punt waar do
I X C V I I I . 5.]
straatwegen van Öosterhout en van Tilburg zamenkomen, en vervolgens, steeds noordelijk van den laatstgenoemden straatweg,
BIJLAGE B .
met eene bogt bij Galgenhoeve, regt door tot Tilburg om met
S T A A T , aanwijzende de vermoedelijke opbrengst der ge- eene flaauwe kromming in de zoogenaamde Besterd en Havervelden
wone Rijks-middelen en inkomsten over het dienstjaar te eindigen. Deze rigting maakt weinig grond- en kunstwerken
1861
noodig en beveelt zich, by hare regte strekking, ook wat de
[xcvnr. 4.]
987
Overeenkomsten., contracten enz. met inlrmUsche Indisclie Vorsten.
(Verslag der Commissie tot onderzoek.)
matigheid der kosten betreft, aan. Eene ombuiging langs de dorpen
Oosterhout on Dongen zou de lijn ongeveer 5000 el langer hebben
gemaakt. Ware de kromming niet zoo ver gegaan en waren de
dorpen slechts een half' uur nader bij de lijn gebragt, dan zouden
de kosten van aanleg nog met 2 a 3 ton zijn vermeerderd.
Overeenkomstig het bepaalde met de militaire genie zal te Breda
het station gevestigd kunnen worden tusschen de Mark en de lunet
Coehoorn, naast den straatweg naar Moerdijk, met toegang uit
dien straatweg en uit den weg naar het bestaande station door
middel van eene brug over de Mark.
Bij Gilze en Rijen zal eene halte gevestigd worden ten noorden
van den spoorweg en ten oosten van de Laagstraat en den Rijenschen dijk, met toegang uit de Laagstraat.
Te Tilbug zal het station eene gunstige plaatsing kunnen erlangen midden in de stad, in de zoogenaamde Besterd en Havervelden, ten zuiden van den spoorweg, tusschen den straatweg
naar Veldhoven en Waalwijk en het Donkerstraatje, met toegang
uit dien straatweg.
Bij het ter visie leggen der stukken, welke hierbij worden over •
gelegd, zijn door belanghebbenden tegen de rigting geene bezwaren
ingebragt. Evenmin tegeu de uitvoering van het werk volgens het
gemaakte plan. Alleen zijn enkele werken verlangd ÏD het belang
van de gemeenschap der doorsneden landen en wegen, en van de
waterlossing. Voor zoover tegen deze werken bezwaar mogt bestaan, zal hieromtrent bij minnelijke schikking of door den regter
beslist moeten worden.
De Minister van Binnenlandsche
Zaken,
THOBBECKE.
[XLVI.
12.]
V E R S L A G der Commissie, belast met het onderzoek der
overeenkomsten, contracten euz. met inlandsche Indische
Vorsten; uitgebragt in de zitting van den 25sten Junij
1862.
Bij missive van den Minister van Koloniën van den lOden
Januarij 1862 werd aan de Tweede Kamer mededeeling gedaan
van eenige contracten en andere stukken, ter voldoening aan
art. 44 van het Reglement op het beleid der regering van Nederlandsch Indie» Deze stukken werden in handen gesteld van de
ondergeteekenden, ten einde daarover rapport uit te brengen.
De Minister zegt aan het slot zijner ovengenoemde missive:
»Ik acht het niet noodig dat deze contracten, overeenkomsten,
acten en verklaringen alleen voor de leden van de Kamers der
Staten-Generaal worden gedrukt." Deze woorden herinneidende
Commissie, dat het drukken alleen voor de leden door den toenmaligen Minister van Koloniën wel noodig was geacht ten opzigte
van de contracten, medegedeeld bij missives van den 22sten Februarij 1861 en van den 21sten Januarij 1860; dat ook de Kamer
dien ten gevolge, op voorstel van haren Voorzitter, had besloten
tot het drukken dier stukken alleen voor de leden; dat evenwel
de Commissie, in wier handen die stukken waren gesteld, na
onderzoek geenerlei reden hadden gevonden voor die geheimhouding, en dat de Kamer op haar voorstel had besloten » den
Minister te verzoeken om, bijaldien de Minister alsnog van meening
mogt zijn dat er redenen bestaan, waarom de Kamer zou hehooren te handhaven haar besluit om de medegedeelde stukken alleen
voor de leden te doen drukken, die redenen aan deze Vergadering,
des gevorderd in comité-generaal, mede te deelen"; dat tot dusverre op dat verzoek geenerlei antwoord van den Minister is
ontvangen.
Bij de verslagen, uitgebragt op de stukken, medegedeeld bij
de zoo even genoemde missives van den 22sten Februari) 1861
en van den 21sten Januarij 1860, was mede van den Minister
van Koloniën verzocht toelichting van sommige punten, in die
verslagen vermeld, voor zoover die punten daarvoor vatbaar
zouden worden bevonden. Maar ook die toelichting is tot dusverre
noch gegeven , noch geweigerd.
Met betrekking tot de nu medegedeelde stukken is in het algemeen ook thans weder door uwe tegenwoordige Commissie het
gebrek gevoeld aan alle toelichting, waarover door hare voorgangsters herhaaldelijk werd geklaagd. Zij deelt geheel in het
gevoelen, uitgedrukt in het verslag, behandeld in de zitting van
26 April 1861, dat, » indien de Minister mogt kunnen goedvinden,
bij de mededeeling eenige toelichting te voegen, daardoor ongetwijfeld het doel zou worden bevorderd, waarmode de wet de mededeeling heeft voorgeschreven. Men heeft hier bijv. het oog op
den toestand vau eenig Kijk, waarmede gecontracteerd is vóór het
contract, op des zelfs toenmalige verhouding tot Nederlandsch I n die, op de naaste aanleiding tot het sluiten der nieuwe overeenkomst, op de verschillen die daardoor ontstaan, in vergelijking
met den toestand die tot hiertoe bestond" enz. Bij gebreke van
zoodanige toelichting is de Commissie buiten staat om eenig, op
goede gronden steunend oordeel over de medegedeelde stukken
uit te brengen; zij moet zich bepalen om, bij de vermelding van
den hoofdinhoud, te wijzen op de overeenkomst met andere stukken van gelijken aard, en op enkele belangrijke punten van v e r schil, die het meest hare aandacht trokken.
De stukken, thans onder n°. 1, 6 en 10 der ministeriele missive
medegedeeld, bevatten eene reeks van acten van bevestiging van
Vorsten of hoofden onder de Moluksche eilanden, de Westerafdeeling van Borneo en Timor, waarbij zij bij hunne optreding
het Nederlandsch-Indisch Gouvernement als hunnen opperheer
erkennen, in het algemeen de naleving beloven van bestaande
contracten en zich in het bijzonder tot eenige punten verbinden,
bijna in elke acte geheel eensluidend, en ook overeenkomende
met vroeger medegedeelde stukken van gelijken aard.
N°. 2 bevat eene suppletoire overeenkomst met den radjah en
de rijksgrooten van Kaijdipang, ter vervanging van art. 3 der
overeenkomst van 21 April 1855, behelzende in hoofdzaak de bekende stïpulatien omtrent mijn-ontginning en verhuur van gronden.
Het merkwaardigste onder de medegedeelde stukken is dat, hetwelk voorkomt onder n°. 3 en de overeenkomst bevat, gesloten met
den Sultan van Tidore (Moluksche eilanden) op den 25sten September 1860. Een tal van de daarin voorkomende bepalingen zijn
eensluidend of komen althans in de hoofdzaak overeen met andere
contracten, zoowel nu als vroeger aan de Kamer medegedeeld.
Er is echter een zeer aanmerkelijk verschil; en hetgeen door de
Commissie in het algemeen in den aanvang van dit verslag is opgemerkt betrekkelijk het gemis aan toelichting, is wel in de eerste
plaats op dit contract van toepassing. Het bedoelde verschil bestaat
hierin, dat in het contract met den Sultan van Tidore niet voorkomt de bepaling, dat, zoolang de Sultan de overeenkomst getrouw
nakomt, het Nederlandsch-Indisch Gouvernement zich niet onmiddellijk met het inwendig bestuur zal inlaten. Integendeel, onderscheidene bepalingen in dit contract geven aan het NederlandschIndisch Gouvernement uitdrukkelijk de bevoegdheid tot dadelijke
inmenging. Het zij hier genoeg te wijzen op de volgende bepalingen :
dat de Sultan en de Rijksgrooten erkennen het onbetwistbaar
regt van het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, om, zoodra het
zulks goedvindt, zelf het bestuur over het geheele Rijk of overeen
gedeelte daarvan in handen te nemen, alsmede om over hot geheele of een gedeelte van Zijner Hoogheids Rijk ambtenaren te
plaatsen (art. i>);
dat de Sultan erkent het regt van het Nederlandsch-Indisch
Gouvernement, om alle rijksgrooten en andere ambtenaren en officieren, geene uitgezonderd, in het Rijk van Tidore te benoemen
en te ontslaan, en zich verbindt geene benoeming of ontslag te
doen zonder voorafgaande goedkeuring van het NederlandschIndisch Gouvernement (art. 16);
dat de handhaving der politie, onder de leiding van het Nederlandsch-Indisch Gouvernement, blijft opdragen aan den Sultan
(art. 17).
N°. 4 behelst de regeling der grenzen tusschen het in leen afgestane gebied van Boni en het gouvernementsgebied, ter voldoening aan de overeenkomst, op 13 Februarij 1860 tusschen het
Nederlandsch-Indisch Gouvernement en den leenvorst en hadat
van Boni gesloten.
Bij de overeenkomst onder n°. 5 medegedeeld, en gesloten tusschen het Nederlandsch-Indisch Gouvernement en den Vorst en
hadat van Goa, worden zekere streken lands, die sedert het Bongaijasch contract van 1667 bij afwisseling het gezag van Goa en Boni
hadden erkend, maar die door het laatste met Boni gesloten
contract aan het Nederlandsch-Indisch Gouvernement ter besturing waren afgestaan, bij het Rijk van Goa gevoegd , nnademaal",
wordt in den aanhef van dit stuk gezegd, » het niet in de bedoeling
van het Gouvernement van Nederlandsch Indie ligt, om onder deszelfs bestuur te nemen landen, waarop de getrouwe bondgenoot,
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement