Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen

Trends en Ontwikkelingen
Onderwijs en Opleidingen
Technische installatiebranche 2004
drs. W. van Ooij
December 2004
MarktMonitor
MarktMonitor onderzoekt trends en ontwikkelingen op
het gebied van arbeidsmarkt, technologie en scholing.
De activiteiten van MarktMonitor richten zich op het
inventariseren van (technologische) branchegegevens
en op de arbeidsmarkt van (technische) branches,
alsmede het vertalen van deze gegevens naar
beleidsuitgangspunten voor verdere
(kennisoverdracht)activiteiten, en het (doen)
ontwikkelen en uitbreiden van kennis in branches.
Daarbij wordt gestreefd naar actieve samenwerking
met partners in de kennisinfrastructuur.
In haar onderzoek maakt MarktMonitor gebruik van
diverse bronnen, waaronder een netwerk van
deskundigen, technologie- en arbeidsmarktonderzoek
onder bedrijven, registratiebestanden van fondsen, en
onderzoek onder werknemers. Bij MarktMonitor werken
onderzoekers, maar ook mensen met een technische
achtergrond, zodat technologische ontwikkelingen en
onderzoeksresultaten met elkaar in verband kunnen
worden gebracht.
Projectnummer C-08.04.05
Publicatienummer 057
Copyright © 2004, MarktMonitor
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd
en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk,
fotokopie, microfilm, of op welke andere wijze dan ook,
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
uitgever.
Inhoudsopgave
1
Samenvatting en conclusies------------------------------------------------------------ 7
1.1
Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen ----------------------------------- 7
1.2
De kwaliteit van de productie --------------------------------------------------- 8
1.3
De zorg voor voldoende vakkrachten ------------------------------------------- 8
1.4
Het belang van een goede scholing --------------------------------------------- 9
1.5
Agenda voor de toekomst ------------------------------------------------------10
2
Databronnen ---------------------------------------------------------------------------13
2.1
Databronnen---------------------------------------------------------------------13
2.2
Leeswijzer -----------------------------------------------------------------------14
3
Structuur branche ---------------------------------------------------------------------15
3.1
Vakgebieden ---------------------------------------------------------------------15
3.2
Specialismen en niveaus--------------------------------------------------------15
3.3
Regio-indeling -------------------------------------------------------------------18
4
Resultaten kwalitatieve analyse MarktMonitor ---------------------------------------21
4.1
Verantwoording van de inrichting van het netwerk ---------------------------21
4.2
Enquête onder netwerkleden ---------------------------------------------------22
4.3
Deskresearch --------------------------------------------------------------------23
4.4
Toekomstwijzer discussiebijeenkomst -----------------------------------------23
4.5
Resultaten kwalitatieve analyse ------------------------------------------------24
4.5.1
Kwaliteit vakmanschap ------------------------------------------------------28
5
Scholingsaanbod -----------------------------------------------------------------------31
5.1
Huidig en toekomstig aanbod aan beroepsopleidingen -----------------------31
5.2
Huidig en toekomstig aanbod aan bij- en omscholingsopleidingen ----------31
6
Ontwikkelingen regulier onderwijs (Beroepsonderwijs) -----------------------------33
6.1
Leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs ---------------------------34
6.2
Leerlingen in MBO en HBO------------------------------------------------------34
6.3
Verwachte uitstroom van leerlingen naar de arbeidsmarkt -------------------37
6.4
Beroepspraktijkvorming --------------------------------------------------------39
6.5
Kwaliteit van het beroepsonderwijs --------------------------------------------43
6.6
Rendement op onderwijs -------------------------------------------------------45
6.7
Rendement van ROI’s -----------------------------------------------------------49
7
Onderwijsontwikkelingen bij-, her- en omscholing ----------------------------------53
7.1
Scholingsconsumptie naar niveau en specialisme. ----------------------------53
7.2
Niet-gesubsidieerde bijscholing ------------------------------------------------57
7.3
Welke werknemers krijgen met nieuwe ontwikkelingen te maken -----------57
7.4
Scholingsvraag van bedrijven --------------------------------------------------60
7.5
Scholingsconsumptie en scholingsbehoefte------------------------------------62
8
Overzicht activiteiten kennisoverdracht in de branche ------------------------------63
9
Aandachtspunten voor beleid ---------------------------------------------------------65
9.1
Voldoende spreiding onderwijsaanbod -----------------------------------------65
9.2
Voldoende innovatie onderwijsgebied------------------------------------------65
9.3
Bevorderen technisch vakmanschap -------------------------------------------66
9.4
Verhogen deelname MBO en HBO----------------------------------------------67
Bijlagen -------------------------------------------------------------------------------------69
1
Resultaten kwalitatieve analyse-------------------------------------------------------71
1.1
Ontwikkelingen en signalen ----------------------------------------------------71
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
3
2
Scholingsaanbod -----------------------------------------------------------------------73
2.1
(Voorbereidend) Beroepsonderwijs --------------------------------------------73
2.2
Bijscholingsaanbod --------------------------------------------------------------92
3
Leerlingaantallen per RBPI ------------------------------------------------------------99
3.1
Voorbereidend beroepsonderwijs-----------------------------------------------99
3.2
Beroepsonderwijs ------------------------------------------------------------- 100
3.3
Verwachte uitstroom van leerlingen naar de arbeidsmarkt ----------------- 110
3.4
Beroepspraktijkvorming ------------------------------------------------------ 115
3.5
Rendementen per ROI -------------------------------------------------------- 131
3.6
Rendementen per ROC-------------------------------------------------------- 141
3.7
Open antwoorden onderzoek onder bedrijven------------------------------- 180
4
Bij- en Omscholing------------------------------------------------------------------- 191
4.1
Bijscholing --------------------------------------------------------------------- 191
5
Activiteiten Kennisoverdracht ------------------------------------------------------- 195
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
4
Inleiding
Dit rapport is er één in de reeks van vijf rapporten die in opdracht van OTIB in 2004
zijn samengesteld. In dit rapport staan de ontwikkelingen met betrekking tot het
onderwijs en opleidingen in de technische installatiebranche centraal. Daarnaast zijn
er gelijksoortige rapporten voor de aandachtsgebieden trends en ontwikkelingen
Branche, trends en ontwikkelingen Arbeidsmarkt, trends en ontwikkelingen
Maatschappij en tenslotte trends en ontwikkelingen in de Technologie.
Het rapport geeft een overzicht van de onderwijsontwikkelingen in het
beroepsonderwijs in de voor OTIB relevante vakgebieden. Daarnaast worden de
ontwikkelingen met betrekking de consumptie van bij- en omscholing in de technische
installatiebranche beschreven. De activiteiten met betrekking tot kennisoverdracht in
de branche zijn in kaart gebracht en worden in dit rapport gepresenteerd. Het rapport
besluit met de conclusies en de belangrijkste aanbevelingen.
Dit rapport beoogt een zelfstandig leesbaar rapport te zijn. Waar nodig en relevant
wordt verwezen naar de specifieke rapportages op andere deelterreinen. Voor een
nadere uitwerking van de rapportages op het gebied van maatschappij, technologie,
branche en arbeidsmarkt wordt verwezen naar de overige rapporten.
drs. W. van Ooij
MarktMonitor
December 2004
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
5
1 Samenvatting en conclusies
1.1
Belangrijkste bevindingen en aanbevelingen
In deze paragraaf worden de belangrijkste bevindingen en de aanbevelingen die uit
deze bevindingen volgen puntsgewijs opgesomd. In de volgende paragrafen zal nader
op deze bevindingen en aanbevelingen worden ingegaan.
De belangrijkste bevindingen in dit rapport zijn:
•
Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt, dat
o De rol van bedrijven bij het opleiden steeds groter wordt
o Door de invoering van competentiegericht onderwijs zal de behoefte
aan bijscholing toenemen
o Competentiegericht onderwijs kent een andere manier van
examineren
•
Het aandeel techniek in het aantal leerlingen en studenten neemt sinds 1992
af.
•
Het aantal beroepspraktijkvormingsplaatsen is voldoende
•
Installatiebedrijven hebben meer moeite met het vinden van stagiaires en
leerlingen dan elektrobedrijven
•
Ongeveer 50 tot 60% van de leerlingen in de installatietechniek sluit de MBOopleiding af met een diploma
•
Leerlingen die in dienst zijn van een ROI hebben een grotere kans op het
succesvol afronden van een opleiding
•
85 tot 90% van de werknemers in de installatietechniek heeft de afgelopen 4
jaar niets aan gesubsidieerde bijscholing gedaan
•
Bedrijven geven zelf de voorkeur aan de subsidiesystematiek van het
voormalig OLC
•
Deze subsidiesystematiek leidt echter niet tot een intensievere bijscholing
•
Het meeste scholingsverlof wordt besteed aan niet-technische cursussen
•
75% van de bedrijven heeft werknemers in 2003 naar een fabrikantencursus
gestuurd
•
Monteurs op niveau 2 en 3 en de directie krijgen het meest met nieuwe
ontwikkelingen te maken
•
Driekwart van de bedrijven vindt dat de cursussen de noodzakelijke kennis
opleveren
•
10 tot 15% van de bedrijven mist een cursus
•
De cursussen die gemist worden zijn erg divers
•
Op het gebied van elektrotechniek zijn erg weinig kennisoverdrachtactiviteiten
•
De kennisoverdrachtactiviteiten richten zich vooral op het specialisme
Ontwerpen en Tekenen.
•
De kennisoverdrachtactiviteiten richten zich vooral op de hogere niveaus
Deze bevindingen geven aanleiding tot de volgende zaken die de komende jaren de
nodige aandacht behoeven:
• Initiatieven om de instroom in de technische opleidingen, in het bijzonder de
installatietechnische opleidingen te bevorderen
• Vooral bij de allochtone jongeren zijn er kansen voor een instroomgroei.
• Initiatieven om de doorstroom van MBO en havo/vwo naar de technische HBOopleidingen te bevorderen.
• Vooral de deelname van allochtonen in het HBO en WO kan nog een
ontwikkeling doormaken.
• Initiatieven die zich op deze groep richten lijken de meeste kans op succes te
hebben1.
• Initiatieven om de uitval uit het onderwijs te beperken
• Onderzoek naar de reden van de uitval uit de opleidingen is een belangrijke
eerste stap voor deze initiatieven.
1
Sociaal en Cultureel Planbureau (2004) In het zicht van de Toekomst. Sociaal en Cultureel
Rapport 2004 Den Haag, pp.373-374
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
7
•
•
•
•
•
•
1.2
Initiatieven als het Deltaplan Bèta-techniek, die een impuls zullen moeten
geven aan de toekomstige belangstelling voor de technische opleidingen.
EVC projecten.
Maatregelen om de bijscholing te bevorderen en daarmee de employability
van het personeel.
Maatregelen om zicht te krijgen op de achtergronden van de beperkte
consumptie van de scholingsverlofdagen.
Overdracht van ervaringskennis van het oudere naar het jongere personeel.
Kennisoverdrachtactiviteiten van branchepartijen, gericht op de
elektrotechniek en de monteurs van niveau 2 en 3
De kwaliteit van de productie
Voor de positie van de technische installatiebranche is het van belang dat Nederland
zich ontwikkelt en wil ontwikkelen als een kenniseconomie, die zich richt op het
produceren en vermarkten van hoogwaardige producten en diensten. In een
kenniseconomie leggen bedrijven zich met name toe op kennisintensieve en
kwalitatief hoogwaardige producten en dienstverlening. Om die positie te bereiken
moeten ze beschikken over goed opgeleid personeel dat in staat is om te gaan met de
meest moderne technologie. Bovendien zijn voor een branche met een groot deel
burger- en klantenwerk naast vaktechnische kennis en vaardigheden ook
communicatieve vaardigheden van belang, evenals het oog hebben voor de wensen
van de klanten.
De innovativiteit van de branche ontwikkelt zich maar langzaam, veel langzamer dan
verwacht en door de branche wenselijk werd geacht. Daarbij moet opgemerkt worden
dat vooral de kleinere bedrijven achterblijven bij de grotere bedrijven als het gaat om
het toepassen van nieuwe technieken en materialen 2. Ook blijkt dat bij lange na niet
iedereen in de branche zich schoolt, en als er al geschoold wordt dat dit voor een
groot deel in niet vakspecifieke scholing gaat zitten. Dit betreft dan de gesubsidieerde
bijscholing. Van de niet-gesubsidieerde bijscholing is nog erg weinig in beeld. Het is
niet duidelijk in hoeverre deelname aan fabrikantencursussen een bijdraagt aan het
verhogen van het vakmanschap en innovativiteit in de branche.
Daarnaast dient het beroepsonderwijs voldoende aan te sluiten op de technologische
ontwikkelingen in de branche. OTIB kan hierin een rol spelen door als intermediair de
belangrijkste technologische ontwikkelingen te inventariseren en deze ter beschikking
te stellen aan partijen in het onderwijsveld, zoals ontwikkelaars van lesmaterialen en
de opleidingsinstituten. Uit de inventarisatie van technologische ontwikkelingen in
2004 zijn de volgende belangrijke ontwikkelingen gesignaleerd3:
•
Duurzame energietoepassingen;
•
Ontwikkelingen op het gebied van de kwaliteit van het binnenmilieu;
•
Toepassen van prefab en plug and play onderdelen, waarbij onderdelen worden
geïntegreerd en steeds makkelijker aan elkaar zijn te koppelen (connectiviteit);
•
Standaardisering en toenemende nauwkeurigheid in het meten.
1.3
De zorg voor voldoende vakkrachten
De vraag naar vakkrachten moet (gedeeltelijk) worden ingevuld vanuit de uitstroom
uit het onderwijs. Deze uitstroom is in toenemende mate onvoldoende om aan de
vraag naar arbeidskrachten te voldoen, de instroom van werknemers in de technische
installatiebranche is de afgelopen tien jaar nog nooit zo laag geweest als vorig jaar.
Van alle mensen die vorig jaar in de branche werkzaam waren was slechts 9%
instromer. In 1996 was het percentage instromers nog aanzienlijk hoger (15%).
Sindsdien neemt de instroom jaarlijks onafgebroken af. Een steeds kleiner deel van de
instroom is afkomstig uit het onderwijs. Steeds meer instromers hebben voorheen in
een andere branche gewerkt (zogenaamde zij-instroom), of waren —om andere
redenen dan het volgen van onderwijs— niet actief op de arbeidsmarkt. In 2002
waren slechts vier van de tien instromers zeer waarschijnlijk afkomstig uit het
onderwijs. In 1994 waren dat er nog vijf van de tien.4
2
3
4
MarktMonitor (2004) Technologische Trends en Ontwikkelingen 2004, Woerden
idem
MarktMonitor(2004) Trends en Ontwikkelingen Branche 2004, Woerden
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
8
Om minder van zij-instroom afhankelijk te zijn is het van belang de instroom van
leerlingen in de opleidingen voor de technische installatiebranche te bevorderen. Deze
instroom neemt echter in de loop van de jaren steeds af. Men ziet deze daling niet
alleen in de opleidingen voor de technische installatiebranche, het aandeel van de
technische opleiding in het gehele MBO is tussen 1992 en 2002 gedaald van 31 tot
24%. Initiatieven om jongeren weer te interesseren voor techniek (vgl. Deltaplan
Bèta-Techniek of instellingen als NEMO in Amsterdam), en het imago van de branche
te verbeteren verdienen de volle aandacht van OTIB. Recente signalen wijzen op een
toenemende belangstelling voor techniek, die blijkt het de voorinschrijvingen voor het
studiejaar 2004/20055.
De druk op de arbeidsmarkt zit vooral bij de hogere opleidingsniveaus. Het betreffen
de niveaus 3 en 4 van het middelbare niveau (de vakmensen en de specialisten), en
het hoger opgeleid personeel op HBO en HBO+ niveau voor management en
projectleiding. Bevordering van de interne doorstroom uit het MBO en de doorstroom
van havo/vwo naar deze opleiding is de enige manier om aan deze vraag te kunnen
voldoen. Enerzijds betekent dit (wederom) een bevordering van de instroom,
anderzijds zullen initiatieven moeten worden ontwikkeld om leerlingen (die daartoe in
staat zijn) te stimuleren na het afsluiten van een MBO-opleiding een vervolgstudie op
HBO-niveau te gaan doen. Zolang echter de gunstige arbeidsperspectieven voor MBOopgeleiden in de arbeidsmarkt niet wijzigen, kunnen van deze initiatieven slechts
beperkte effecten verwacht worden.6
1.4
Het belang van een goede scholing
Voor de concurrentiepositie van de technische installatiebranche is het van belang om
te kunnen beschikken over goed opgeleid personeel. Het is opmerkelijk dat er in de
branche nog steeds veel mensen werkzaam zijn op niveaus die niet te verklaren zijn
vanuit de uitstroom van het onderwijs, uit de gevolgde bijscholing, en al helemaal niet
als we kijken naar de mate van uitval uit het onderwijs.7 We kunnen er daarom aan
twijfelen of alle werknemers wel over een ‘startkwalificatie’ voor de arbeidsmarkt op
bijvoorbeeld MBO-2 niveau beschikken. Een deel van het personeel zal slechts
basisonderwijs of een opleiding op VMBO niveau hebben gevolgd. Wel kunnen we
vooralsnog aannemen dat deze mensen in de praktijk doorgaans toch voldoende
functioneren, omdat werknemers door bedrijven over het algemeen wat hoger worden
gepositioneerd qua niveau dan verwacht zou mogen worden. Bedrijven rapporteren
bijvoorbeeld zelf bijna geen werknemers die op het niveau 1 werkzaam zijn.
Dit wijst er op dat er in de technische installatiebranche ruimte is voor het opzetten
van EVC projecten. Gezien de voortschrijdende upgrading van de voor het werk in de
branche vereiste competenties, is het van groot belang dat op deze manier de
competenties van het personeel zichtbaar gemaakt worden en worden vastgelegd
zodat er een civiel effect van scholing kan ontstaan. Bovendien kan het beschikbaar
zijn van goede EVC procedures voor werknemers een stimulans zijn zich blijvend
aanvullend te scholen.
Ondanks het belang van scholing, dat over het algemeen wel wordt ingezien, en de
waarde die men hecht aan een goede inzetbaarheid van het personeel, blijkt dat niet
alle bedrijven en werknemers ook daadwerkelijk bezig zijn die inzetbaarheid te
vergroten. Zo zien we dat slecht een klein deel van de werknemers (één op de zeven)
de afgelopen 4 jaar iets aan door het fonds gesubsidieerde bijscholing heeft gedaan.8
Mogelijke oorzaken voor deze geringe realisatie van bijscholing kunnen liggen bij de
bedrijven die hun werknemers onvoldoende stimuleren om bij te scholen, aan
werknemers die onvoldoende gemotiveerd zijn om bijscholing te realiseren, door
slechte aansluiting van het aanbod van onderwijs bij de vraag of de geringe
beschikbaarheid, of door drempels in de subsidiestructuur van het fonds. Nader
onderzoek op dit terrein is gewenst in het licht van de bijgestelde doelstellingen van
het fonds voor realisatie van de bijscholing. Bedrijven blijken zelf een voorkeur te
5
6
7
8
Volkskrant, augusus 2004
zie §9.4
Zie §6.6
Zie hoofdstuk 7
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
9
hebben voor een subsidiesysteem zoals dat door OLC werd gehanteerd, waarbij
bedrijven zelf cursussen of opleidingen uitzoeken, die achteraf bij het fonds kunnen
worden gesubsidieerd. Maar omdat de gemiddelde bijscholing in 2003 bij OLC minder
was dan bij het OFE is het niet duidelijk of dit subsidiesysteem ook tot ene hogere
deelname aan het bijscholingsonderwijs zal leiden9.
Het volgen van (bij)scholing heeft bovendien een positief effect op de loopbaan van
werknemers. Werknemers die scholing hebben gevolgd wisselen over het algemeen
minder snel van functie, maar als zij van functie wisselen krijgen ze vaker een hogere
functie dan werknemers die geen scholing hebben gevolgd. Tevens heeft het gevolgd
hebben van scholing een positief effect op de hoogte van het salaris op de korte, maar
vooral op de lange termijn.
Daarnaast heeft het volgen van scholing een bindend effect. Werknemers die een of
meerdere cursussen hebben gevolgd blijven over het algemeen langer bij hun
werkgever werken dan werknemers die geen scholing hebben gevolgd. Ook leerlingen
die in dienst van een bedrijf hun beroepsopleiding afronden blijven over het algemeen
langer bij het bedrijf werken.10 Als werknemers langer bij hun werkgever blijven
werken is de kans groot dat zij ook langer in de branche blijven. Een vijfde van de
werkgeverswisselingen is namelijk tevens een branchewisseling.
Ten slotte zijn bedrijven die iets aan scholing doen meer succesvol dan bedrijven die
dit niet doen.11 Succesvolle werknemers vormen immers succesvolle bedrijven en
succesvolle bedrijven vormen een succesvolle branche.
1.5
Agenda voor de toekomst
De grootste uitdaging waar het onderwijsbeleid van OTIB zich de komende jaren voor
ziet gesteld is een omkering van een tweetal trends. Enerzijds bestaat er de trend van
dalende aantallen leerlingen die kiezen voor een opleiding in de techniek en de
technische installatiebranche, anderzijds de dalende bijscholingsconsumptie door
werknemers van installatiebedrijven. Dit zijn trends die moeten worden gekeerd, wil
de technische installatiebranche zich in de toekomst verzekeren van voldoende en
goed geschoold personeel. Met andere woorden: het onderwijs zal een antwoord
moeten vinden op een kwantitatieve als kwalitatieve personeelsproblematiek in de
branche.
De toekomstige personeelsproblematiek geeft de volgende zaken een centrale plaats
op de agenda voor de toekomst:
•
Initiatieven om de instroom in de technische opleidingen, in het bijzonder
de installatietechnische opleidingen te bevorderen. Vooral bij de allochtone
jongeren zijn er kansen voor een instroomgroei.
•
Initiatieven om de doorstroom van MBO en havo/vwo naar de technische
HBO-opleidingen te bevorderen. Voor de autochtone leerlingen lijkt de
deelname een verzadigingspunt te hebben bereikt. Vooral de deelname
van allochtonen in het HBO en WO kan nog een ontwikkeling doormaken.
Initiatieven die zich op deze groep richten lijken de meeste kans op succes
te hebben12. Overigens zijn er signalen dat voor het studiejaar 2004-2005
uit het aantal voorinschrijvingen blijkt, dat de belangstelling voor
technische studies stijgend is13.
•
Initiatieven om de uitval uit het onderwijs te beperken. Uit
rendementsonderzoeken blijkt tussen de 50 en 60% van de MBO-
9
Zie §7.1
Ronald Beilsma (2002) Succesvol Werk. Arbeidsmarktsucces van werknemers in de
installatiebranche, Woerden
11
MarktMonitor (2004) Succesvolle bedrijven in de installatietechniek, Woerden
12
Sociaal en Cultureel Planbureau (2004) In het zicht van de Toekomst. Sociaal en Cultureel
Rapport 2004 Den Haag, pp.373-374
13
Volkskrant, augustus 2004
10
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
10
leerlingen de opleiding beëindigt zonder een diploma behaald te hebben.
Deze jongeren hebben eens voor een opleiding in technische
installatiebranche gekozen. Het is belangrijk te weten waarom deze
leerlingen afhaken om zodoende initiatieven te kunnen ontplooien om hen
in het onderwijs te behouden. Onderzoek naar de reden van de uitval uit
de opleidingen is dan ook een belangrijke eerste stap voor deze
initiatieven.
•
Initiatieven als het Deltaplan Bèta-techniek, die een impuls zullen moeten
geven aan de toekomstige belangstelling voor de technische opleidingen.
•
EVC projecten die de competenties van het huidige personeel meer
inzichtelijk en zichtbaar kunnen maken en stimuleren dat lager opgeleiden
aanvullende scholing gaan volgen die hun inzetbaarheid in de toekomst zal
vergroten.
•
Maatregelen om de bijscholing te bevorderen en daarmee de employability
van het personeel.
•
Maatregelen om zicht te krijgen op de achtergronden van de beperkte
consumptie van de scholingsverlofdagen. Hierbij moet aandacht zijn voor
zowel het aantal dagen dat gemiddeld per werknemer wordt
geconsumeerd, maar vooral aan de lage frequentie waarmee werknemers
worden bijgeschoold.
•
Overdracht van ervaringskennis van het oudere naar het jongere
personeel, om te voorkomen dat belangrijke ervaringskennis verloren
gaat.
•
Kennisoverdrachtsactiviteiten, met name gericht op de elektrotechniek en
monteurs van niveau 2 en. 3
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
11
2 Databronnen
2.1
Databronnen
Bij de analyses die in dit rapport worden gepresenteerd is gebruik gemaakt van
diverse databronnen. In deze paragraaf worden deze bronnen kort beschreven.
I. Bedrijvenbestand OTIB en SKO
In dit bestand staan alle bedrijven geregistreerd die zijn aangesloten bij OTIB of SKO.
In het bedrijvenbestand staan de naam- en adresgegevens van bedrijven, alsmede
het aantal scholingsverlofdagen dat zij toegekend hebben gekregen. Iedere
werknemer in de technische installatiebranche draagt een bepaald percentage van zijn
inkomen af aan het fonds, wat hem onder meer recht geeft op één scholingsverlofdag
per jaar. De scholingsverlofdagen worden per jaar aan de werkgever toegekend op
basis van het aantal personen dat op 1 januari van dat jaar in dienst is. Dit bestand
wordt geadministreerd door het pensioenfonds Mn Services.
II. Vestigingen grote bedrijven
Er is in Nederland een aantal grote bedrijven die administratief in één plaats gevestigd
zijn, maar vestigingen hebben verspreid over het land. Op basis van het
bedrijvenbestand is niet te achterhalen hoeveel vestigingen deze grote bedrijven
hebben en waar deze gevestigd zijn. Daartoe is aanvullend onderzoek uitgevoerd
onder bedrijven groter dan 150 werknemers.
III. Werknemersbestand OTIB en SKO
In dit bestand staan alle dienstverbanden van alle werknemers in de technische
installatiebranche geregistreerd, met daarbij kenmerken van het dienstverband en
kenmerken van de werknemer. Het gaat hier om werknemers in dienst van bedrijven
aangesloten bij OTIB of SKO. Zelfstandigen zonder personeel hebben geen
werknemers in dienst en zijn derhalve niet in het werknemersbestand opgenomen. Ter
bescherming van de privacy zijn naam- en adresgegevens (met uitzondering van de
cijfers van de postcode) uit het bestand verwijderd voorafgaand aan de analyses. Dit
bestand wordt geadministreerd door het pensioenfonds Mn Services.
IV. Coördinaten- en postcodetabel
In deze tabel staat voor elke postcode een x- en y-coördinaat vermeld. Alle postcodes
in één plaats hebben dezelfde x- en y-coördinaat. Deze tabel wordt gebruikt om
afstanden tussen twee plaatsen te berekenen (bijvoorbeeld de afstand tussen de
woonplaats van een werknemer en de plaats waar het bedrijf is gevestigd).
V. Infobeheer opleidingen
Marktmonitor inventariseert en actualiseert het aanbod aan opleidingen in het
vakgebied installatietechniek van de technische installatiebranche. Het resultaat van
deze inventarisatie, en dan in het bijzonder het aanbod aan bijscholing, is in dit
rapport opgenomen.
VI. Onderzoek onder bedrijven
Marktmonitor onderzoekt jaarlijks in opdracht van OTIB de toepassing van nieuwe
technologieën bij een representatieve steekproef van bedrijven uit de technische
installatiebranche. In de vragenlijst wordt ook de scholingsvraag die de toepassing
van nieuwe technologieën met zich meebrengt gemeten, alsmede de werknemers die
met nieuwe ontwikkelingen in aanraking komen. Zo wordt een beeld gekregen van de
beroepen en functies die het meest aan verandering onderhevig zijn, en waar mogelijk
een grotere behoefte aan scholing bestaat.
VII. Leerlingtellingen
Jaarlijks onderzoekt MarktMonitor bij de ROC’s in Nederland welke opleidingen in de
technische installatie zij aanbieden en hoeveel leerlingen er op het desbetreffende
ROC in opleiding zijn, verdeeld naar opleiding (c.q.CREBO-code) en leerjaar. Hierdoor
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
13
kan een nauwkeurige schatting gemaakt worden van het aantal leerlingen dat naar
verwachting het komend jaar de arbeidsmarkt op zal stromen.
VIII. Bestand Leerbedrijven
Het Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (KBB) voor de installatiebranche,
Kenteq, registreert bedrijven die ene erkenning hebben als leerbedrijf, en dus
bevoegd zijn leerlingen in de praktijk op te leiden. Deze gegevens zijn van belang om
te bepalen of er voor leerlingen in opleiding voldoende mogelijkheden zijn om in de
praktijk het vak te leren.
IX. Rendementscijfers ROI en ROC
OTIB heeft samen met Marktmonitor en ROI Nederland een overeenkomst gesloten
om jaarlijks de rendementscijfers van de ROI’s te bepalen en te vergelijken met nietROI bedrijven. Rendement wordt hierbij omschreven als het percentage leerlingen dat
ene opleiding met een diploma beëindigt. De rendementscijfers worden bepaald aan
de hand van de subsidieadministratie van OTIB. Ook van de ROC’s worden op deze
manier de rendementen bepaald. Deze gegevens zijn van belang om te bepalen
hoeveel leerlingen er bij een opleiding in moeten stromen om aan de vraag naar
arbeid te kunnen voorzien. Deze rendementscijfers worden in een afzonderlijke
uitgave gepubliceerd. De resultaten van dit onderzoek zijn in dit clusterrapport
opgenomen.
X. Netwerken
MarktMonitor onderhoudt een netwerk van deskundigen. Middels dit netwerk worden
vroegtijdig signalen verzameld op het gebied van technologie, alsmede op het gebied
van maatschappij, branche, arbeidsmarkt en scholing. Signalen worden verzameld
middels gesprekken, enquêtes en deskresearch. Binnen de deskresearch wordt
gekeken naar onder meer beurzen, vaktijdschriften, nieuwsbrieven en websites.
Hierbij wordt niet alleen naar nationale, maar ook naar internationale ontwikkelingen
gekeken, onder meer via de Technische Wetenschappelijk Attachés [TWA] en het
Dynamo-traject van het ministerie van Economische Zaken [EZ].
XI. Overige bronnen
Ten slotte is er nog gebruik gemaakt van enkele losse bronnen, zoals
krantenartikelen, artikelen in vaktijdschriften en rapporten van het Sociaal en
Cultureel Planbureau, in het bijzonder het rapport “In het Zicht van de Toekomst.
Sociaal en Cultureel Rapport 2004”.
2.2
Leeswijzer
•
•
Als peildatum wordt 31 december van het desbetreffende jaar gehanteerd,
tenzij anders vermeld.
Indien een procentuele verdeling wordt gegeven kan het voorkomen dat de
afzonderlijke waarden niet optellen tot 100% als gevolg van afrondingen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
14
3 Structuur branche
3.1
Vakgebieden
Binnen de technische installatiebranche worden drie vakgebieden onderscheiden, te
weten koeltechniek, installatietechniek, en elektrotechniek.
•
Het vakgebied koeltechniek behoort tot het domein van Stichting Koeltechnisch
Onderwijs [SKO].
•
Het vakgebied installatietechniek behoorde tot 1 januari 2004 tot het domein van
Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Loodgieters-, Fitters- en
Centrale Verwarmingsbedrijf [OLC].
•
Het vakgebied elektrotechniek behoorde tot 1 januari 2004 tot het domein van het
Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Elektrotechnische bedrijfstak [OFE
Installatie].
Op 1 januari 2004 zijn de opleidingsfondsen voor de installatietechniek (OLC) en
elektrotechniek (OFE Installatie) gefuseerd tot het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds
voor het Technische Installatiebedrijf [OTIB]. OTIB maakt onderscheid naar de
vakgebieden installatietechniek en elektrotechniek.
Indien meer dan de helft van de werkzaamheden van een bedrijf vallen onder het
domein dat tot een van bovengenoemde opleidings- en ontwikkelingsfondsen behoort,
is het vanwege de algemeen verbindendverklaring van de CAO verplicht aangesloten
bij het fonds. Een bedrijf én alle werknemers die bij dit bedrijf werkzaam zijn worden
toebedeeld aan het vakgebied van het fonds. In het geval van OTIB wordt een bedrijf
toebedeeld aan het vakgebied installatietechniek indien het voorheen bij OLC was
aangesloten, en aan het vakgebied elektrotechniek indien het voorheen bij
OFE Installatie was aangesloten.
Energie- en nutsbedrijven zijn aangesloten bij het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds
Energie- en Nutsbedrijven. Deze bedrijven hebben —evenals bij OTIB aangesloten
bedrijven— distributiemonteurs in dienst. Energie- en nutsbedrijven en haar
werknemers zijn in dit onderzoek over het algemeen buiten beschouwing gelaten.
Daar waar dergelijke bedrijven en werknemers wel in het onderzoek zijn opgenomen
wordt dit expliciet vermeld.
3.2
Specialismen en niveaus
Ten behoeve van analyse van ontwikkelingen in de branche —op het gebied van
arbeidsmarkt, technologie en onderwijs— zijn functies in de branche ingedeeld naar
specialismen en niveaus. Het onderwijs dat tot deze functies opleidt is op dezelfde
manier ingedeeld.
Er
0.
1.
2.
3.
4.
5.
worden zes opleidingsniveaus onderscheiden, te weten:
VMBO-niveau;
assistent;
basis beroepsbeoefenaar;
vakfunctionaris;
specialist of kaderfunctionaris;
HBO/WO-niveau.
De niveaus 1 tot en met 4 zijn de normale vier niveaus van het middelbaar
beroepsonderwijs, gebaseerd op de Europese indeling. Niveau 5 bestaat in deze
indeling niet, maar in dit onderzoek wordt al het onderwijs boven niveau 4 als
niveau 5-onderwijs beschouwd. Dit betreft dus MBO+, (post)HBO- en WO-onderwijs.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
15
Huishoudelijke
en sanitaire
installaties
Distributietechniek
Ontwerpen en
tekenen
ST
(post)MBO-i
Mki
MIT
Dakbedekkingtechniek
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Specialismen en functieniveaus binnen de vakgebieden koude- en
installatietechniek, functies en onderwijs dat tot deze functies opleidta, b
Koudetechniek
en
luchtbehandeli
ng
tabel 3.1
IMu
IMw
DMg
DMw
AIMv
AIMd
ADMg
ADMw
MASi
MASd
(post)HBO-i/HIT
5
(post)HBO-k
4
MKk
PMk
3
PLk
SEMk
VM
SEMv
SEMi
Omv
AOG
APG
2
Mk
AVM
OMi
TGI’s
1
MASk
MASv
0
DAKM
Imd
ADAK
VMBO
a
Het specialisme koudetechniek en luchtbehandeling behoort tot het vakgebied koeltechniek (domein SKO).
De overige specialismen behoren tot het vakgebied installatietechniek (domein OTIB).
b
In cellen waar geen beroepsonderwijs voor bestaat kunnen wel werknemers werkzaam zijn.
tabel 3.2
Niveau
1
2
3
3
4
4
Functies en onderwijs dat tot deze functies opleidt binnen
het vakgebied koeltechniek
CREBO
10537
10535
10530
10532
10719
10792
Afkorting
MASk
Mk
SEMk
PLk
PMk
MKk
Omschrijving
Montage-assistent koudetechniek
Monteur koudetechniek
Servicemonteur koudetechniek
Projectleider koudetechniek
Projectmanager koudetechniek
Middenkaderfunctionaris koudetechniek
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
16
CREBO
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
Omschrijving
Montage-assistent verwarmingstechniek
Montage-assistent installatietechniek
Montage-assistent distributietechniek
Tekenaar gebouwinstallaties diff. sanitair
Tekenaar gebouwinstallaties diff. sanitair en cv
Tekenaar gebouwinstallaties diff. cv en ventilatie
Onderhoudsmonteur installatietechniek
Assistent verwarmingsmonteur
Ass. installatiemonteur diff. verwarmingstechniek
Ass. Installatiemonteur diff. dakbedekkingtechniek
Ass. distributiemonteur water
Ass. distributiemonteur gas
Ass. dakbedekkingsmonteur
Verwarmingsmonteur
Servicemonteur verwarmingstechniek
Servicemonteur installatietechniek
Onderhoudsmonteur verwarmingstechniek
Installatiemonteur utiliteit
Installatiemonteur woningbouw
Installatiemonteur dakbedekkingen
Distributiemonteur water
Distributiemonteur gas
Dakbedekkingsmonteur
Aank. projecttechnicus gebouwinstallaties diff. san.
Aank. projecttechnicus gebouwinst. diff. san., cv/ac
Aank. ontwerptechnicus gebouwinst. diff. san., cv/ac
Aank. ontwerptechnicus gebouwinstallaties diff. san.
Servicetechnicus
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
ICT/Telematica
5
Industriële
automatisering
Specialismen en niveaus binnen het vakgebied elektrotechniek, functies en
onderwijs dat tot deze functies opleidta
Sterkstroominstallaties
(woning en
utiliteit)
tabel 3.4
Afkorting
MASv
MASi
MASd
TGI san
TGI san/cv
TGI san/cv/vent
OMi
AVM
AIMv
AIMd
ADMw
ADMg
ADAK
VM
SEMv
SEMi
OMv
IMu
IMw
IMd
DMw
DMg
DAKM
APG san
APG san/cv/ac
AOG san/cv/ac
AOG san
ST
Distributietechniek
Niveau
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
Functies en onderwijs dat tot deze functies opleidt binnen het vakgebied
installatietechniek
Bedrijfsinstallaties
tabel 3.3
MK-AEC
TCE
Mk-VET
HBO/WO
4
TSI
Mk-EIT
Mk-AEN
TBI
TMI
MK-CIT
MT-TMA
TCS
MK-TEL/ICT
ICT-Bb
MK-TKA
MK-TPA
3
EMSI
EMEI
EMBI
EMCN
EMMI
EMLN
ICT-Mb
EMCI
EMEP
EMIE
EMWA
EMCE
EMVI
2
MSI
MBI
MEW
MCN
MMI
MLN
ICT-Sb
MCI
MEP
MIE
MCE
MWA
MVI
1
AMSI
AMAE
AMLN
AMME
AMVI
0
a
b
VMBO
In cellen waar geen beroepsonderwijs voor bestaat kunnen wel werknemers werkzaam zijn.
Inclusief opleiding Ecabo.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
17
tabel 3.5
Niveau
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
3.3
Functies en onderwijs dat tot deze functies opleidt binnen het vakgebied
elektrotechniek
CREBO
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Afkorting
AMME
AMAE
AMVI
AMN
AMLN
AMSI
MCN
MCI
MCE
MIE
MWA
MEW
MEP
MVI
MBI
MSI
MMI
MLN
ICT-S
JAR-CAT. A
EMCN
EMCI
EMCE
EMIE
EMWA
EMEP
EMVI
EMEI
EMBI
EMSI
EMMI
EMLN
ICT-M
MK-TKA
MK-TPA
MK-CIT
MK-TMA
TCS
MK-AEC
TCE
MK-VET
MK-AEN
TBI
MK-EIT
TSI
TMI
ICT-B
MK-Tel/ICT
Omschrijving
Assistent monteur montage elektronica componenten
Assistent monteur assemblage elektrocomponenten
Assist. monteur elektrische vliegtuiginstallaties
Assistent monteur nieuwbouwinstallaties
Assistent monteur laagspanningsnetten
Assistent monteur sterkstroominstallaties
Monteur communicatienetten
Monteur communicatie-installaties
Monteur consumentenelektronica
Monteur industriele elektronica
Monteur witgoedapparaten
Monteur elektrotechnisch wikkelen
Monteur elektrotechnische panelen
Monteur elektrische vliegtuiginstallaties
Monteur elektrische bedrijfsinstallaties
Monteur sterkstroominstallaties
Monteur middenspanningsinstallaties
Monteur laagspanningsnetten
Service medewerker ICT
Vliegtuigmonteur JAR-CAT. A
Eerste monteur communicatienetten
Eerste monteur communicatie-installaties
Eerste monteur consumentenelektronica
Eerste monteur industriele elektronica
Eerste monteur witgoedapparaten
Eerste monteur elektrotechnische panelen
Eerste monteur elektrische vliegtuiginstallaties
Eerste monteur elektro & instrumentatie
Eerste monteur elektrische bedrijfsinstallaties
Eerste monteur sterkstroominstallaties
Eerste monteur middenspanningsinstallaties
Eerste monteur laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenkaderfunct. kantoor automatiseringstechniek
Middenkaderfunct. productie automatiseringstechn.
Middenkaderfunct. computer interface techniek
Middenkaderfunctionaris telematica
Technicus communicatiesystemen
Middenkaderfunct. automatiserings elektronica
Technicus consumentenelektronica
Middenkaderfunct. vliegtuigelektronicatechniek
Middenkaderfunct. automatiserings energietechniek
Technicus elektrische bedrijfsinstallaties
Middenkaderfunct. elektrotechn. install.techniek
Technicus sterkstroominstallaties
Technicus middenspanningsinstallaties
ICT-beheerder
Telecom ICT enigineer
Regio-indeling
Nederland is beleidsmatig opgedeeld in zeven regio’s. In elke regio is een Regionaal
Beleidsplatform Installatietechniek [RBPI] actief. De regio’s zijn vervolgens
beleidsmatig opgedeeld in een aantal lokale platforms. Het aantal lokale platforms
varieert per regio. De regio-indeling is als volgt:
1. Noord-Nederland
Het gebied dat de regio Noord-Nederland bestrijkt komt geheel overeen met de
provincies Groningen, Friesland en Drenthe. De vijf lokale platforms in deze regio
zijn Oost-Groningen, Groningen, Noord-Friesland, Zuid-Friesland en Drenthe.
2. Gelderland/Overijssel
De regio Gelderland/Overijssel wordt gevormd door de provincies Gelderland en
Overijssel. De negen lokale platforms in deze regio zijn: Enschede, Zwolle,
Apeldoorn, Arnhem, Doetinchem, Nijmegen, Tiel, Ede en Harderwijk.
3. Utrecht/Gooi en Vechtstreek
De regio Utrecht/Gooi en Vechtstreek bestaat uit de provincie Utrecht, het Gooi en
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
18
4.
5.
6.
7.
de Vechtstreek. De vier lokale platforms in deze regio zijn: Gooi en Vechtstreek,
Zenderstreek, Amersfoort/Utrechtse Heuvelrug en Utrecht.
Noord-Holland/Flevoland
Het gebied dat de regio Noord-Holland/Flevoland bestrijkt komt geheel overeen
met de provincies Flevoland en Noord-Holland exclusief het Gooi en de
Vechtstreek. De vijf lokale platforms in deze regio zijn: Noord-Holland Noord,
Zaanstreek Waterland, Haarlem en omstreken, Amsterdam en omstreken,
Flevoland/Noordoost Polder.
Zuid-Holland
De regio Zuid-Holland wordt gevormd door de provincie Zuid-Holland. De vijf
lokale platforms in deze regio zijn: Rijnlanden, Haaglanden, Gouda, Zuid-Holland
Zuid, Rotterdam.
Zeeland/West-Brabant
De regio Zeeland/West-Brabant bestaat uit de provincie Zeeland en het westelijk
deel van de provincie Noord-Brabant. De grens van deze regio ligt tussen Breda
en Tilburg, waarbij Breda bij de regio Zeeland/West-Brabant hoort. De twee lokale
platforms in deze regio zijn: Zeeland en West-Brabant.
Limburg/Brabant
Het gebied dat de regio Limburg/Brabant bestrijkt komt overeen met de provincie
Limburg en het oostelijk deel van de provincie Noord-Brabant. De grens van deze
regio ligt tussen Breda en Tilburg, waarbij Tilburg bij de regio Limburg/Brabant
hoort. De zeven lokale platforms in deze regio zijn: Limburg-Noord, Limburg-Zuid,
Helmond, Eindhoven, Veghel, Tilburg en Den Bosch.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
19
4 Resultaten kwalitatieve analyse MarktMonitor
In opdracht van OTIB houdt MarktMonitor de ontwikkelingen binnen de installatie- en
elektrotechniek in de gaten, met als doel een beeld te krijgen van de toekomst van de
branche. Dit monitoren gebeurt vanuit een vijftal thema’s (hierna beleidsterreinen
genoemd), te weten: Maatschappij, Branche, Arbeidsmarkt en Onderwijs en
Technologie. Deze laatste categorie is onderverdeeld in technologie elektrotechniek en
technologie installatietechniek.
De informatie over de ontwikkelingen binnen deze vijf beleidsterreinen is vergaard
door middel van deskresearch en door bevraging van leden van een netwerk van
deskundigen dat door MarktMonitor is opgezet.
De deskresearch bestaat uit het lezen en verwerken van vaktijdschriften,
nieuwsbrieven en websites. Hier wordt dieper op ingegaan in paragraaf 4.3.
Het netwerk van deskundigen bestaat uit experts uit de installatiebranche en een
aantal experts uit aangrenzende vakgebieden. De netwerkleden zijn bevraagd via een
vragenlijst over hun observaties ten aanzien van de trends in hun vakgebied.
Alle informatie uit de deskresearch en de enquête aan de netwerkleden is opgeslagen,
per signaal, in een databank. Vervolgens heeft MarktMonitor, met behulp van de leden
van het netwerk van deskundigen, deze signalen beoordeelt en hier de belangrijkste
ontwikkelingen uitgefilterd. Deze uiteindelijke ontwikkelingen zijn verwerkt in de
clusterrapportage en geven een blik op de nabije toekomst van de branche.
Dit hoofdstuk beschrijft hoe dit proces is verlopen en welke handelswijze MarktMonitor
heeft gevolgd.
4.1
Verantwoording van de inrichting van het netwerk
Het totale netwerk heeft 92 leden, waarvan 61% een installatietechnische en 43% een
elektrotechnische achtergrond heeft. In tabel 4.1 staat op welke beleidsterreinen de
netwerkleden zijn gespecialiseerd.
tabel 4.1
Specialisatie netwerkleden naar beleidsterrein
Beleidsterreinen
Technologie
Onderwijs
Branche
Maatschappelijk
Arbeidsmarkt
Percentage van
netwerkledena
83%
33%
12%
7%
2%
a
Netwerkleden kunnen meerdere specialismen hebben.
Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
Om signalen te verkrijgen vanuit meerdere invalshoeken zijn netwerkleden
geselecteerd met verschillende achtergronden voor wat betreft hun functie en het
bedrijf waarbinnen zij werkzaam zijn. In tabel 4.2 staat de herkomst van
netwerkleden.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
21
tabel 4.2
Herkomst
Fabrikant
Kennisinstituut
Anders
Installateur
Adviseur
Groothandel
Energiebedrijf
Eigenaar
Herkomst netwerkleden
b
Percentage van
netwerkledena
33%
27%
16%
15%
11%
7%
3%
2%
a
Netwerkleden kunnen meerdere herkomsten hebben.
Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
b
Brancheorganisatie, universiteit, certificerende instelling,
onderzoeksinstituut
Bovendien is de netwerkleden gevraagd aan te geven op welke gebieden, binnen hun
vakgebied, zij over expertise beschikken. We hebben hier de volgende onderverdeling
gebruikt voor de beleidsterreinen Onderwijs, Technologie Installatietechniek en
Technologie Elektrotechniek:
•
Onderwijs: Onderwijsmethoden, Kwalificatiestructuur, Examinering, E-Learning,
Elders Verworven Competenties (EVC), Beroepsonderwijs en Bij- en omscholing.
•
Technologie Installatietechniek: Koude en Luchtbehandeling, Meet &
Regeltechniek / Gebouwautomatisering, Montage gas en verwarming, Service en
onderhoud, Ontwerpen en tekenen, Dakbedekking, Huishoudelijke installaties en
Distributie.
•
Technologie Elektrotechniek: Industriële automatisering, Utiliteit- en industriële
installaties, Woonhuisinstallaties, Beveiliging en aarding & bliksembeveiliging,
Beheer en inspectie, Distributie en infrastructuur en ICT/netwerken.
Experts in alle hierboven genoemde deelgebieden nemen deel in het netwerk van
deskundigen.
4.2
Enquête onder netwerkleden
De netwerkleden is gevraagd de ontwikkelingen die zij waarnemen in hun omgeving te
benoemen en aan te geven of deze op welke termijn zij verwachten dat de
ontwikkeling actueel wordt/werd. De volgende vragen zijn aan de netwerkleden
gesteld:
Vraag 1:
Welke actuele ontwikkeling(en) signaleert u binnen uw werkgebied.
a. De afgelopen twee Jaar
b. Op korte termijn? (< 2 jaar)
c. Op langere termijn? (> 2 jaar)
Vraag 2:
Aan welke huidige ontwikkelingen dient meer aandacht te worden besteed
en waarom.
Vraag 3:
Welke activiteiten moeten door branchepartijen worden opgestart om op
deze ontwikkeling(en) in te kunnen spelen binnen het vakgebied?
Op basis van deze vraagstelling hebben de netwerkleden 414 signalen aangeleverd die
kunnen worden onderverdeeld naar de verschillende beleidsterreinen, zie tabel 4.3. In
de rechter vier kolommen is het percentage aangegeven van de termijn waarop wordt
verwacht dat het signaal actueel werd/wordt.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
22
tabel 4.3
Signalen netwerkleden naar beleidsterrein
Percentage van
-2 jr
heden
< 2 jr
Beleidsterrein
signalena
Branche
54%
12%
47%
33%
Onderwijs
46%
12%
47%
28%
Technologie Installatie
32%
1%
32%
56%
Technologie Elektro
19%
16%
24%
34%
Maatschappelijk
16%
18%
26%
41%
Arbeidsmarkt
9%
5%
55%
34%
a
Signalen kunnen betrekking hebben op meerdere beleidsterreinen.
Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
Onderverdeeld naar de termijn tellen de percentages wel op tot 100%.
4.3
> 2 jr
8%
14%
12%
26%
15%
5%
Deskresearch
De overige signalen zijn gebaseerd op deskresearch. De volgende methoden zijn
hierbij gebruikt: web-browsing, volgen van relevante TV programma’s en het lezen
van vakbladen, nieuwsbrieven, dagbladen, internetnieuwsbrieven en onderzoeken.
Naast deskresearch zijn beurzen bezocht en zijn gesprekken gevoerd met mensen
werkzaam in de branche. Uit deskresearch en aanvullend onderzoek zijn buiten de
414 netwerksignalen aanvullend 302 signalen naar voren gekomen. De signalen zijn
naar de beleidsterreinen te verdelen zoals weergegeven wordt in tabel 4.4. De
percentages zijn onder te verdelen naar de verschillende bronnen: Internet, vakblad,
dagblad, nieuwsbrief en overig. Deze laatste categorie geeft een overzicht van
bronnen als onderzoek, persberichten, TV, beurs en Dynamo.
tabel 4.4
Signalen deskresearch naar beleidsterrein
Percentage van
Beleidsterrein
signalena
Internet
Vakblad
Branche
51%
29%
48%
Technologie Elektro
37%
21%
58%
Maatschappelijk
36%
40%
35%
Technologie installatie
19%
11%
46%
Onderwijs
15%
24%
37%
Arbeidsmarkt
15%
42%
27%
a
Signalen kunnen betrekking hebben op meerdere beleidsterreinen.
Daarom tellen de percentages niet op tot 100%.
Onderverdeeld naar de termijn tellen de percentages wel op tot 100%.
4.4
Dagblad
5%
4%
6%
7%
22%
7%
nieuwsbrief
7%
6%
11%
4%
4%
13%
overig
11%
12%
8%
32%
13%
11%
Toekomstwijzer discussiebijeenkomst
De hierboven beschreven handelingen leverden een databank op met een 700-tal
signalen over de technische installatiebranche, bekeken vanuit maatschappelijk,
branche, arbeidsmarkt, technologisch en onderwijskundig perspectief. Om tot een
waardevolle toekomstgerichte visie te komen moesten deze signalen worden
beoordeeld en samengevat tot relevante ontwikkelingen. Hier hebben de leden van
het netwerk van deskundigen een grote rol gespeeld.
Allereerst zijn de verzamelde signalen door MarktMonitor samengevat in
ontwikkelingen. Zo werden bijvoorbeeld verschillende signalen die gingen over de
toename van embedded systemen in diverse vakgebieden binnen de installatiebranche
samengevat tot de ontwikkeling: “embedded technology wordt steeds vaker
toegepast”. Op soortgelijke manier zijn alle signalen doorgenomen, dit resulteerde in
een lijst van ongeveer 120 ontwikkelingen. De belangrijkste ontwikkelingen op het
gebied van onderwijs en opleidingen en enkele bijbehorende signalen zijn opgenomen
in bijlage 1.1.
Vooraf was reeds besloten het beleidsterrein Maatschappij niet apart te belichten in
deze stap van het proces; dit beleidsterrein diende als overkoepelend perspectief dat
verdieping geeft aan de andere beleidsterreinen. Verder bleek, bij het samenvoegen
van de signalen tot ontwikkelingen, dat de beleidsterreinen Arbeidsmarkt en Branche
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
23
zeer veel overlap hadden. Daarom is besloten hier in de verdere uitwerking 1
onderwerp van te maken.
De gevonden 120 ontwikkelingen zijn dus verdeeld over de volgende vier
onderwerpen: Technologie Installatietechniek, Technologie Elektrotechniek, Onderwijs
en Arbeidsmarkt/Branche.
Om de ontwikkelingen te ordenen zijn per onderwerp vijf thema’s geformuleerd
waaronder elk 5 à 6 ontwikkelingen zijn opgenomen.
Beoordeling Ontwikkelingen
Om de ontwikkelingen te prioriteren en verder uit te diepen is een themabijeenkomst
georganiseerd waaraan 28 experts (voor het grootste deel afkomstig uit het hierboven
beschreven netwerk van deskundigen) hebben deelgenomen. De deelnemers zijn,
afhankelijk van hun expertise, verdeeld over 4 tafels naar de hierboven genoemde
onderwerpen: Technologie Installatietechniek, Technologie Elektrotechniek, Onderwijs
en Arbeidsmarkt/Branche. Er ontstonden dus vier homogene groepen van 7 personen.
Tijdens de bijeenkomst zijn alle ontwikkelingen systematisch besproken. Hiervoor is
een methodiek van Syntens gebruikt waarbij in groepen van twee personen een
ontwikkeling wordt bediscussieerd ten aanzien van vooraf vastgestelde criteria. Deze
criteria waren: associaties, kansen/knelpunten, voorwaarden, de termijn waarop de
ontwikkeling actueel wordt en het belang van de ontwikkeling voor de branche. Alle
ontwikkelingen zijn op deze wijze door de experts beoordeeld en voorzien van
opmerkingen.
Aansluitend zijn, door de experts, bij alle ontwikkelingen de meest belangrijke
opmerkingen gemarkeerd. Hierna konden ze punten inzetten op deze gemarkeerde
ontwikkelingen. Hieruit volgde een geprioriteerde lijst waaruit de top 3 per onderwerp
werd uitgelicht. Eindresultaat van deze ronde was dus een overzicht met de top 3
ontwikkelingen binnen Technologie Installatietechniek, Technologie Elektrotechniek,
Onderwijs en Arbeidsmarkt/Branche.
Tot slot zijn de groepen experts door elkaar gehusseld zodat er heterogene groepen
ontstonden en heeft iedere (nieuw ontstane) groep experts een top 3 van
ontwikkelingen uit een bepaald onderwerp verder uitgediept door te discussiëren over
de kansen, belangen en knelpunten van die ontwikkeling voor de branche. In deze
laatste discussieronde hebben de experts ook, waar mogelijk, gekeken naar de
gevolgen van de uitgelichte ontwikkeling voor de volgende onderwerpen:
•
Zorg voor jongeren (instroom)
•
Behoud werknemers voor de branche (uitstroom)
•
Kwaliteit vakmanschap beroepsonderwijs
•
Kwaliteit vakmanschap bijscholing
•
Zorg voor de branche: ‘is het goed voor de branche’
De resultaten van de hierboven beschreven acties zijn teruggekoppeld naar de
netwerkleden en zijn gebruikt in onderdelen van de clusterrapportages.
In paragraaf 4.5 worden de resultaten inhoudelijk besproken aan de hand van een
overzicht met thema’s en ontwikkelingen, de top drie ontwikkelingen en de conclusies
ten aanzien van de laatstgenoemde onderwerpen.
4.5
Resultaten kwalitatieve analyse
Uit de signalen, die zowel via het netwerk zijn binnengekomen als door middel van
deskresearch zijn verzameld, zijn voor de netwerkbijeenkomst de volgende thema’s
met bijbehorende ontwikkelingen afgeleid:
Thema 1: Elders Verworven Competenties (EVC)
1.1 Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO) heeft lesmateriaal geschikt voor competentie gericht
onderwijs
1.2 Onderwijsontwikkelingen zoals MTSplus, Techno Design, en natuurlijk leren zijn gericht op
competentie gericht onderwijs
1.3 Leermiddelen ontwikkeling ten behoeve van competentie gericht onderwijs blijft achter
1.4 De flexibiliteit van competentiegericht onderwijs heeft invloed op de bijscholingsbehoefte
1.5 Competentie gericht onderwijs kent een andere manier van examineren
Thema 2: E-learning
2.1 E-learning vereist investeringen in infrastructuur en ontwikkeling lesmateriaal
2.2 E-learning vraagt discipline van leerlingen / studenten
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
24
2.3 E-learning maakt onderwijs tijd- en plaatsonafhankelijk
2.4 De rol van ICT binnen het onderwijs neemt toe (communicatie, bronnenonderzoek, educatief
materiaal: simulatie / beeld)
2.5 E-learning vraagt kennisdeling van de betrokken partijen via databanken
Thema 3: Horizontale en verticale integratie
3.1 Industrial Design, New Technology, Tind en MTS plus zijn voorbeelden van Horizontale
integratie onderwijs
3.2 Door verticale integratie in het onderwijs vervaagt de scheiding tussen VMBO, MBO en HBO
3.3 Over 10 jaar is het hele onderwijssysteem geflexibiliseerd
3.4 Integraal en Onderhoudsbewust Ontwerpen dragen bij aan een goede afstemming in de
bouwketen
3.5 Verschuiving van uitvoerend werk op de bouwplaats naar de voorfase vraagt om een ander
opleidingsniveau
3.6 Horizontale en verticale integratie van scholing leidt tot een reductie van faalkosten
Thema 4: Voortijdige uitval van leerlingen
4.1 De voortijdige uitval uit de installatietechniek neemt toe
4.2 VMBO leerlingen worden stelselmatig op een te laag niveau geplaatst
4.3 De leerlingbegeleiding wordt slechter
4.4 Er stromen meer allochtone jongeren in de branche in
4.5 Werknemers uit nieuwe EU lidstaten kunnen als arbeidspotentieel dienen voor Nederlandse
bedrijven actief in de technische installatiebranche.
Thema 5: Rol van branchepartijen
5.1 De samenwerking tussen branchepartijen en (hoge)scholen neemt af
5.2 De samenwerking tussen onderwijsinstituten, bedrijfsleven en branchepartijen neemt af
5.3 De rol van de bedrijven bij opleiden wordt steeds groter
5.4 De samenhang tussen mbo en post-initieel en hoger onderwijs (beroepskolom) neemt af
5.5 Werksituaties en loopbaanperspectieven voor technisch opgeleiden hebben invloed op de
voortijdige uitval
5.6 De scholingsconsumptie wordt kleiner terwijl de technologische ontwikkelingen toenemen
Als uitgangspunt voor alle discussies en opmerkingen geldt dat de nieuwe kwalificatie
structuur voor competentie gericht onderwijs operationeel wordt in 2005. Het
onderwijsaanbod moet vanaf 2005 worden afgestemd op competenties (EVC) in plaats
van eindtermen. Op basis van de competenties dienen lesmethoden en lesmateriaal te
worden ontwikkeld. Hiertoe zijn voor het beroepsonderwijs initiatieven genomen door
stichting consortium PGO en Kenteq.
Per thema hebben de discussies tot de volgende conclusies geleid:
Conclusie thema 1:
•
PGO biedt mogelijkheden voor EVC, hoewel er moet worden afgestemd met
het werkveld. ROC’s hebben initiatieven ontwikkeld als een eerste stap
richting competentiegericht onderwijs.
•
De onderwijsontwikkelingen van ROC’s zijn te weinig flexibel en lijken veel op
bestaande BOL opleidingen. Verwacht wordt dat branche en bedrijven nog 5
jaar nodig hebben voor de verdere ontwikkeling.
•
De leermiddelenontwikkeling blijft achter omdat de nieuwe
kwalificatiestructuur begin 2005 wordt geïntroduceerd. Er moet worden
gestart met de leermiddelenontwikkeling. Hiervoor is nog veel geld nodig.
•
Met EVC wordt inzichtelijker waar de opleidingsbehoefte ligt (‘witte vlekken’),
waardoor werknemers zich beter kunnen ontwikkelen en hun effectiviteit
vergroten. Hiervoor is een breed opleidingsaanbod, dat nog dient te worden
ontwikkeld, noodzakelijk.
•
Op het gebied van examineren is de eenduidigheid die is te realiseren met een
landelijke normering is een voorwaarde. De huidige eindtermen vormden een
handzaam meetinstrument maar komen te vervallen.
Conclusie thema 2:
•
Men ziet wel belangrijke ontwikkelingen op het gebied van ICT en E-learning,
maar de netwerkleden hebben geen belang toegekend tijdens de
beoordelingsronde, score totaal 0. Mogelijk worden de andere ontwikkelingen
belangrijker gevonden of hebben deze een kritischer status.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
25
•
E-learning is leerplek- en tijdonafhankelijk. Aan E-learning zijn hoge kosten
voor ICT verbonden. Docenten krijgen de rol van coaches. Persoonlijk contact
en zelfdiscipline van de leerlingen zijn aandachtspunten bij de ontwikkeling. Elearning zal nooit voor 100% contactonderwijs kunnen vervangen. Wanneer Elearning goed wordt opgezet zal het een positieve bijdrage kunnen leveren
binnen het onderwijs. Mensen kunnen hun eigen leertempo bepalen. Als het
onderwijs via E-learning aantrekkelijk wordt aangeboden komt de discipline
vanzelf. E-learning moet complementair worden gezien aan contactonderwijs.
Goede hardware en infrastructuur zijn noodzakelijk. Hiervoor moet het ICT
gebruik worden gestimuleerd. Voor een goede toepassing is beperking tot de
vakken die men leuk vindt noodzakelijk. Contactonderwijs en praktijk in
bedrijven /scholen blijven noodzakelijk: alleen E-learning geeft geen
vakmanschap. ICT binnen het onderwijs biedt perspectieven voor vooral
communicatie. Bovendien geeft ICT ook mogelijkheden tot verheldering en
visualisering. Samenwerking is belangrijk bij de ontwikkeling van nieuw
onderwijs- en instructiemateriaal om te komen tot een hoogwaardig
eindproduct.
Conclusies thema 3:
•
Nieuwe onderwijsvormen gebaseerd op competentiegericht onderwijs kunnen
het beroepsonderwijs aantrekkelijk maken. Daarvoor moet worden
aangesloten bij de belevingswereld van leerlingen. De huidige ontwikkelingen
als Industrial Design, New Technology, Tind en MTS plus zijn veel van
hetzelfde.
•
Verbreding van de techniek moet uitgangspunt zijn zodat werknemers beter in
staat problemen integraal op te lossen.
•
Eenvoudige doorstroom bevordert dat leerlingen doorleren en werkt
motiverend. De samenwerking in het onderwijs voor het bevorderen van de
doorstroom ontbreekt nog. Op een termijn van 10 jaar wordt leerplek
onafhankelijk onderwijs voorzien met verschillende vrije instroommomenten.
Dit heeft een positieve invloed op de motivatie om te leren.
•
Integraal en Onderhoudsbewust Ontwerpen is nog in ontwerpfase. Hiervoor is
samenwerking gericht op de keten ontwerp, uitvoering en nazorg binnen de
sector noodzakelijk. Resultaten zijn productieverbetering, een hogere
efficiency en de mogelijkheid beter te kunnen inspelen op wensen van
klanten. De tegenkracht is dat bedrijven specialisten willen.
•
De verwachting is dat meer prefab leidt tot geestdodend werk wat
onaantrekkelijk is voor werknemers en specialisten op deelgebieden. Eigenlijk
is het een verschuiving van kennis op uitvoerend niveau naar de voorfase.
Werknemers gaan meer monteren/assembleren in plaats van dat de expertise
van een technisch ambachtsman noodzakelijk is.
•
Horizontale en verticale integratie leidt tot breder en interessanter onderwijs.
Het gevaar is dat werknemers minder weten van meer dingen wat kan leiden
tot meer fouten.
•
De rol en de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij Beroepspraktijkvorming
bij nieuwe onderwijsvormen verdient de aandacht.
Conclusies thema 4:
•
Er zijn een aantal oorzaken te benoemen die hebben geleid tot voortijdige
uitval van leerlingen. De veranderingen binnen het huidige onderwijssysteem,
de aantrekkelijkheid van het onderwijs, leerlingen weten niet goed wat ze
willen, onvoldoende bijscholing, de leerwerkplekken en het imago van de
branche. Integraal ontwerpen en sectoroverschrijdende onderwijsvormen
kunnen interessant zijn, bijvoorbeeld handel en techniek. Instromende
leerlingen moeten beter in het onderwijs worden gepositioneerd.
•
In de opleidingen moet beter worden aangesloten bij de wereld van de
leerlingen hiervoor zijn al nieuwe didactische vormen in ontwikkeling.
Onderwijs dient aanbodgestuurd in plaats van vraaggestuurd te zijn,
momenteel te veel Keurslijf onderwijs met weinig flexibiliteit.
•
De praktijkbegeleiding van leerlingen wordt voldoende geacht. Een nieuwe
vorm voor leerlingbegeleider als ‘coach’ is mogelijk een oplossing, met de
valkuil kan zijn dat deze de taak krijgt van maatschappelijk werker. Door het
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
26
•
winstoogmerk van bedrijven wordt te weinig tijd aan leerlingbegeleiding
besteed. Leerlingbegeleiding moet (beter) worden gehonoreerd.
De grotere instroom van allochtone jongeren wordt bevestigd en niet als een
probleem ervaren, vooral de aansluiting bij klanten wordt positief beoordeeld.
Er dient eerder te worden gekeken naar de sociale achtergrond dan naar
etniciteit van werknemers. Leerdrempels voor enthousiaste werkers uit andere
EU lidstaten dienen te worden weggenomen.
Conclusies thema 5:
•
Er worden te veel niet op elkaar afgestemde initiatieven door partijen
ontwikkeld waardoor de mogelijkheden voor individuele werkgevers
onduidelijk zijn. Bij het onderwijs betrokken partijen moeten beter
samenwerken en onderling afstemmen om te voorkomen dat bedrijven
afhaken. Initiatieven moeten regionaal worden ingevuld en er moet meer
samenwerking van actoren komen.
•
De opleidingsinspanning van bedrijven wordt steeds groter terwijl de scholen
het geld krijgen. Kleinere bedrijven willen de inspanning van opleiden niet
leveren en gaan outsourcen, terwijl deze bedrijven een grotere
opleidingspotentie hebben. De praktijkopleider wordt onvoldoende
gewaardeerd.
•
De doorstroming tussen MBO en HBO wordt negatief beïnvloed door de
afname van niveau 4.
Tijdens sessie 1 van de netwerkbijeenkomst zijn alle ontwikkelingen besproken met
als resultaat hetgeen hierboven is weergegeven. Daarnaast is de netwerkleden
gevraagd de drie belangrijkste ontwikkelingen aan te geven. Op basis hiervan is de
volgende top drie ontstaan:
1
2
3
De rol van de bedrijven bij opleiden wordt steeds groter(ontwikkeling 5.3)
De flexibiliteit van competentiegericht onderwijs heeft invloed op de
bijscholingsbehoefte (ontwikkeling 1.4)
Competentie gericht onderwijs kent een andere manier van examineren
(ontwikkeling 1.5)
De conclusies voor onderwijs en opleidingen zijn per ontwikkeling van de top drie als
volgt geformuleerd:
De rol van de bedrijven bij opleiden wordt steeds groter
Docenten hebben onvoldoende relatie met de praktijk en opleidingscentra
hebben zich ontwikkeld tot ‘opleidingsfabriekjes’. Binnen de instituten is te
weinig kennis van de praktijk in bedrijven. Er is te weinig feed back en een
gebrek aan belangstelling van docenten voor de praktijk. Er is te weinig tijd
om leerlingen een echte technische achtergrond opleiding te geven.
Er is een wisselwerking tussen de inspanning die wordt geleverd op het gebied
van opleiden van werknemers en de groei van het bedrijf, groei van
werknemers betekent groei van het bedrijf. Het bedrijfsbeleid moet gericht
zijn op opleiden, en daarmee op groei. Het bedrijf dient te inventariseren
welke competenties noodzakelijk en al aanwezig zijn binnen het bedrijf, en
daarmee de opleidingsinspanning vaststellen en leveren.
De flexibiliteit van competentiegericht onderwijs heeft invloed op de
bijscholingsbehoefte
Competenties van bedrijven en personen moeten op elkaar worden
afgestemd. Dit proces vindt nu vaak onbewust plaats maar zal in de toekomst
gerichter gebeuren. Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar bijscholing, met
meer initiatie vanuit de werknemers. Bij competentieleren zal bijscholing
laagdrempeliger worden door EVC en POP, waardoor mensen meer scholing
(willen) gaan genieten.
Het beroepsonderwijs houdt zich momenteel weinig bezig met bijscholing. Bij
competentieleren zal het onderwijs dusdanig flexibel worden dat modules voor
beroepsonderwijs eenvoudig kunnen en zullen worden gebruikt voor
bijscholing.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
27
Financiële ondersteuning vanuit de brancheorganisaties kan hierop een extra
positieve invloed hebben.
Competentie gericht onderwijs kent een andere manier van
examineren
Examineren ‘bijt’ het competentieleren. Het examineren bij
competentiegericht onderwijs zal in veel gevallen bestaan uit het ‘afvinken’
van uitgevoerde werkzaamheden op een competentielijst. Deze lijst dient later
als basis voor een diploma. Deze wijze van examineren vergt veel aanpassing
/ gewenning van alle partijen, maar zal de enige reële optie blijken.
Ontwikkeling van werknemers is goed voor de bedrijven en daarmee voor de
branche.
4.5.1 Kwaliteit vakmanschap
Het onderwijs moet zorgen voor werknemers met voldoende kwaliteit van hun
vakmanschap. Daarnaast moet dit vakmanschap door middel van bijscholing op een
voldoende hoog niveau worden gehouden. Uit de netwerkbijeenkomst kan ten aanzien
van het vakmanschap de volgende conclusies worden getrokken:
Beroepsonderwijs
Binnen een competentiegerichte onderwijsstructuur is de mogelijkheid voor het
vaststellen, de registratie van competenties en het opstellen van een Persoonlijk
OpleidingsPlan (POP) noodzakelijk. De mogelijkheden hiervoor dienen te worden
gefaciliteerd.
Bijscholingsopleidingen kunnen binnen een competentiegerichte onderwijsstructuur
makkelijker door ROC’s worden aangeboden. Hierdoor het groeit het aantal instituten
dat zich met bijscholing bezighoudt wat in combinatie met een hogere
scholingsconsumptie zal leiden tot vraaggestuurd onderwijs.
Door de standaard manier van bouwen in Nederland worden minimale eisen gesteld
aan het vakmanschap van medewerkers. De nieuwe trend van flexibel bouwen stelt
hogere eisen aan het vakmanschap, hierin is een rol weggelegd voor de
branchepartijen. De bredere kijk op zaken, zicht over de randen van het vakgebied,
vergroot de effectiviteit en inzetbaarheid van mensen. Integraal Ontwerpen dient
verder te worden ontwikkeld om het vakgebied aantrekkelijker te maken.
Examineren volgens de huidige structuur ‘bijt’ het competentieleren. De wijze van
examineren binnen het competentiegerichte onderwijs zal gaan veranderen, in plaats
van het kunstje leren onder ‘ingestudeerde’ omstandigheden zal er vaker binnen het
bedrijf worden gekeken of een leerling een vaardigheid beheerst. Een aantal
vaardigheden leidt tot het verstrekken van een diploma. Deze nieuwe wijze van
examineren zal veel aanpassing en gewenning vergen van alle branchepartijen.
Voorkomen moet worden dat mensen te weinig van veel dingen weten. Bovendien
willen bedrijven graag specialisten. Het verschuiven van uitvoerend werk op de
bouwplaats naar de voorfase heeft negatieve gevolgen als meer prefab en minder
uitdaging voor de uitvoering.
E-learning gaat een belangrijke rol spelen binnen het onderwijs. Randvoorwaarden
zijn de kosten, de toegankelijkheid, het persoonlijke contact, het leertempo,
beschikbaarheid van apparatuur en internet toegang bij mensen thuis en de
noodzakelijke discipline van leerlingen. Aantrekkelijke E-learning toepassingen zijn
noodzakelijk voor het succes van de ontwikkeling. Samenwerking van de verschillende
marktpartijen bij de ontwikkeling van applicaties kan een toegevoegde waarde hebben
op de kwaliteit van het les- en instructiemateriaal. E-learning wordt niet gezien als
vervanging voor contactonderwijs op het gebied van praktijk en vakmanschap, maar
een aanvulling om het onderwijs interessant te maken. ICT / Internet applicaties zijn
nu al ondersteunend bij contacten tussen alle partijen, het gebruik gaat verder
toenemen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
28
Bijscholing
Bedrijven moeten in een breder perspectief naar hun eigen ontwikkelingsrichting
kijken en daarvoor de noodzakelijke, wenselijke competenties voor het bedrijf
vaststellen. Wanneer de competenties van de werknemers bekend zijn, kan het
bijscholingstraject hierop worden afgestemd. Dit proces vindt nu vaak onbewust
plaats, maar zal in de toekomst meer gestructureerd moeten gebeuren.
De samenwerking tussen opleidingsinstituten, bedrijven en brancheorganen op het
gebied van opleiden dient te worden gestructureerd. Momenteel zijn er te veel
initiatieven, is er sprake van versnippering, waardoor bedrijven te maken hebben met
te veel partijen en daardoor afhaken. Een regionale aanpak kan oplossing bieden.
Het merendeel van de werknemers is geïnteresseerd in aanvullende opleiding, slechts
een klein percentage stelt geen belang in verdere ontwikkeling van competenties
Uit de discussies over de andere onderwerpen (Technologie Installatietechniek,
Technologie Elektrotechniek en Arbeidsmarkt/Branche) zijn de volgende conclusies ten
aanzien van de kwaliteit van het vakmanschap getrokken14:
Technologie installatietechniek:
Bij de als belangrijk beoordeelde ontwikkelingen rond verdergaande prefabricage,
Lage Temperatuurverwarming en warmtepompen wordt gesignaleerd dat voor de
implementatie ervan de noodzakelijke geachte kennis en kunde momenteel binnen het
beroepsonderwijs niet gericht wordt aangeboden. Het huidige beroepsonderwijs zal
aan de verschillende specifieke kennisgebieden veel meer aandacht aan moeten gaan
besteden. Naast het standaard opnemen van de noodzakelijke ‘kennismodulen’ binnen
in het onderwijs aanbod wordt aangegeven dat er binnen het onderwijs ook meer
keuzerichtingen beschikbaar zullen moeten waardoor leerlingen ook de mogelijkheid
krijgen zich tijdig te specialiseren.
Deskundigen zijn van mening dat voor het realiseren van belangrijke ontwikkelingen
er bij de huidige beroeps uitoefenaren op een groot aantal fronten een gebrek aan
noodzakelijke kennis en kunde heerst waardoor er op het niveau van de bijscholing
het nodige zal moeten gebeuren. Van belang hierbij is te weten dat de ontwikkelingen
zowel op persoonsniveau als op bedrijfsniveau een rol spelen waarmee de te
ontwikkelen dan wel aan te bieden kennis op meerdere niveaus ingestoken zal moeten
worden. Daarbij zal het goed in beeld brengen van de noodzaak voor het opdoen van
de juiste kennis en het stimuleren ervan, in het kader van persoonlijke ontwikkeling
(POP’s) als bedrijfsontwikkeling (BOP’s), een punt van aandacht moeten zijn.
Technologie elektrotechniek:
De verdiepende kloof tussen montagewerk en het “echte” installatiewerk zal een
aantal gevolgen hebben voor het onderwijs.
Wat betreft het montagewerk hoeft er weinig baandoorbrekends te gebeuren in het
onderwijs, hiervoor is zeer weinig scholing nodig. Voor de installatie”adviseur” moet
echter wel het een en ander op onderwijsgebied gebeuren. Deze installateur moet
breder worden opgeleid waardoor hij meer inzicht krijgt op alle facetten van het
bouwproces en de mogelijkheden om daar als installateur in te interveniëren met als
doel een maximale functionaliteit te waarborgen van de gebouwinstallaties. Verder
moet de installateur meer ICT kennis in zijn basispakket krijgen omdat de
communicatiesystemen welke gebruikt worden in gebouwinstallaties gebaseerd zijn op
ICT technologie als PLC en TCP/IP. Wederom: om een zo groot mogelijke
functionaliteit te waarborgen moet de installateur goed inzicht hebben in de
mogelijkheden en knelpunten in deze materie.
Voor zowel het IP als het glasvezel onderwerp geldt dat het hier gaat om
gespecialiseerde technieken waar het onderwijs op afgestemd dient te worden.
Het is op dit moment waarschijnlijk niet zinnig om op grote schaal glasvezel kennis in
de branche te gaan promoten aangezien het nog redelijk onzeker is of Nederland
inderdaad glasvezel op grote schaal gaat invoeren. Voor IP geldt echter dat het
inmiddels zo’n algemeen gebruikt protocol is dat het logisch zou zijn als de installateur
de kennis hierover standaard in zijn opleiding meekrijgt. Los van de specifieke kennis
over het protocol hoort hier ook een stuk opleiding bij over de algemene werking van
14
Voor meer informatie over thema’s en ontwikkelingen verwijzen wij naar de
clusterrapportages over deze onderwerpen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
29
communicatie tussen (computer)systemen onderling. Dit begrip zou de installateur
helpen bij het op zich nemen van de adviesrol die steeds belangrijker wordt in de
branche. Voor de E-installateur zou dit basiskennis moeten zijn, voor de W-installateur
geldt dit vooral voor de werknemers in domotica, gebouwbeheerssystemen en
industriële automatisering.
Indien waterstofgas op grote schaal ingevoerd gaat worden zal dit zeker tot een
certificatie constructie leiden door middel waarvan vakmanschap en kwaliteit
gewaarborgd gaat worden. Dit zal nog ontwikkeld en ingevoerd moeten worden.
Verder zullen er specialistische opleidingen op het gebied van veiligheid ontwikkeld
moeten worden en vaktechnisch specifieke opleidingen. Op korte termijn zullen de
invoering van biomassa verbranding en waterstofgas als energiedrager echter niet
leiden tot grote veranderingen in de vraag naar kwaliteiten en kennis van
werknemers. Het is dus niet te verwachten dat er op het gebied van onderwijs voor de
installateur op korte termijn iets moet veranderen naar aanleiding van deze
technologieën.
De branche zou het wel op zich kunnen nemen om “de burger” te onderwijzen op het
gebied van waterstofgas. Zoals eerder gezegd is een van de grote potentiële
struikelblokken bij de invoering van waterstofgas als energiedrager de negatieve
lading die de stof al bijna een eeuw heeft sinds de ramp met de Hindenburg. Om de
invoering van waterstofgas te stimuleren zou de branche een rol kunnen spelen in het
overbrengen van de boodschap dat er veilig gewerkt kan worden met waterstofgas en
dat het goede duurzame perspectieven biedt voor de toekomst. Daarnaast is het van
belang dat de branche aan de maatschappij toont dat zij klaar is voor de invoering
van waterstofgas en dat zij in staat is de veiligheid te waarborgen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
30
5 Scholingsaanbod
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het aanbod aan beroepsopleidingen
in Nederland op het gebied van de installatietechniek en elektrotechniek. Hierin komt
zowel het voorbereidend beroepsonderwijs als het beroepsonderwijs aan bod.
Daarnaast wordt het aanbod aan bijscholingsmogelijkheden in beeld gebracht. Van dit
laatste is echter (nog) alleen het aanbod op het gebied van installatietechniek
beschikbaar.
5.1
Huidig en toekomstig aanbod aan beroepsopleidingen
Het voorbereidend beroepsonderwijs wordt verzorgd door VMBO-scholen die
opleidingen verzorgen in de koel-, installatie- en elektrotechniek, al dan niet met
elkaar en/of met bouw gecombineerd. Een leerling die het VMBO in één van de
voornoemde richtingen met goed gevolg heeft afgerond heeft toegang tot niveau 2
van het middelbaar beroepsonderwijs. De middelbare beroepsopleidingen voor de
installatietechniek worden verzorgd door een ROC. De meeste middelbare
beroepsopleidingen kunnen in verschillende uitvoeringsvarianten worden gevolgd; de
bekende zijn de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) en de beroepsopleidende leerweg
(BOL). Voor een beroepsopleiding in de BBL is de leerling aangewezen op een
leerbedrijf om zijn opleiding te volgen. Voor een BOL-opleiding is de leerling
afhankelijk van een stageplaats.
Om te voorzien in voldoende leerbedrijven heeft het OLC destijds —naast de gewone
bedrijven die via een erkenningprocedure leerbedrijf kunnen worden— tien
zogenaamde regionale opleidingsbedrijven installatietechniek [ROI’s] opgericht. Deze
ROI’s vervullen de formeel wettelijke opleidingstaak van leerbedrijven, maar
detacheren leerlingen bij aangesloten bedrijven die al dan niet zelf erkend zijn als
leerbedrijf.
Om de opleidingscapaciteit in de elektrotechnische branche voor de BBL-variant op
peil te houden zijn RBOC’s opgericht. Een RBOC biedt een praktijkaanvullende
leer/werkplaats, die als meerwaarde heeft dat de leerlingen alle vaardigheden kunnen
oefenen. De constructie is als volgt: iemand werkt voor de helft van de tijd in een
bedrijf, voor de andere helft vindt praktische opleiding plaats in een RBOC, waar de
fijne kneepjes van het vak worden bijgebracht. Meestal werken verschillende
bedrijven samen met een RBOC in de buurt. Dat RBOC verzorgt een deel van de
praktijkopleiding en zorgt ook voor de praktijkexamenvoorbereiding. In een beperkt
aantal gevallen kan men de volledige praktijkopleiding volgen in een RBOC.
Bij de HBO’s en TU’s kunnen diverse specialistische opleidingen op het gebied van
installatietechniek, elektrotechniek en bouwkunde gevolgd worden. Deze HBO en WOopleidingen zijn minder regionaal gebonden dan bijvoorbeeld MBO- of VMBOopleidingen. Het ontbreken van een HBO- of WO-opleiding in een RBPI hoeft niet
noodzakelijkerwijs op een tekort aan opleidingsplaatsen te verwijzen. Het ontbreken
van een opleiding in verschillende, aan elkaar grenzende RBPI-gebieden kan echter
wel wijzen op een “witte vlek”. Tot voor kort was dit bijvoorbeeld het geval voor de
installatietechniek in Noord-Nederland en Gelderland/Overijssel. Met de invoering van
een HBO-opleiding Installatietechniek aan de Hanzehogeschool in Groningen is deze
‘witte vlek’ opgevuld.
In bijlage 2.1 zijn per RBPI en LPI de VMBO-scholen, de MBO, HBO en WO-opleidingen
en de RBOC’s en ROI’s in beeld gebracht.
5.2
Huidig en toekomstig aanbod aan bij- en
omscholingsopleidingen
Scholing houdt niet op na het afronden van een beroepsopleiding. Wil een werknemer
zijn vak goed blijven uitoefenen, dan dient hij zich met enige regelmaat bij te scholen.
In de CAO’s zijn, om deze bijscholing te stimuleren, subsidieregelingen voor
bijscholing opgenomen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
31
Om werknemers een actueel en adequaat aanbod aan bijscholing te kunnen
aanbieden is het zaak dit aanbod af te stemmen en in lijn te houden met de
ontwikkelingen die momenteel en in de toekomst gaan spelen. Over de consequenties
van nieuwe ontwikkelingen voor het bijscholingsbeleid is in het vorig hoofdstuk
ingegaan. Hier willen wij een beeld geven van het actuele aanbod aan
bijscholingscursussen. Probleem hierbij is dat een actueel en volledig aanbod van
cursussen op het gebied van elektrotechniek niet voorhanden is. We beperken ons
daarom in deze paragraaf tot het aanbod in de vakgebieden installatietechniek en
koeltechniek.
In bijlage 2.2 wordt een overzicht gegeven van de bijscholingscursussen in het
vakgebied installatietechniek en koeltechniek. Hieruit blijkt dat op het gebied van
Dakbedekkingtechniek, distributietechniek en huishoudelijke en sanitaire installaties
het minste aanbod aan bijscholingscurssussen is.
In tabel 5.1 is weergegeven wat er nieuw is in het bijscholingsaanbod. Het zijn
cursussen die in 2004/2005 voor het eerst in het bestand zijn opgenomen.
tabel 5.1
Nieuwe opleidingen installatietechniek 2004/2005
Categorie
Niveau
Cursus
Nummer
A Koudetechniek en luchtbehandeling
2
A2350.00
3
B Montage gas en verwarming
4
A3310.00
A3480.00
B4240.00
C Service & onderhoud gas en verwarming
3
C3190.00
4
C4120.00
D Ontwerpen en tekenen
4
5
Titel, SubTitel
Monteur Airconditioning; Inclusief
STEK
Klimaattechniek algemeen
Ventilatie; Voorlichtingsbijeenkomst
Technisch Beheerder Gas (TBG);
Aantoonbare vakbekwaamheid
volgens REG en BRL 6001
Praktijktraining stooktechniek;
EuroVisa Eerste/bijzondere inspecties
(EBI);
D4250.00
D5100.00
D5360.00
Binnenmilieu; Een weg vol valkuilen?
HBO Elektrotechniek;
Commissioning Duurzame Energie
Installaties;
E2440.00
E3520.00
Veiligheid op daken;
Kadercursus platte daken;
F3524.00
F4300.00
Venlo-Ideal Standard Group;
APK-Keurmeester Woningen;
H3215.00
H3280.00
NEN 1010;
Praktijkopleider;
E Dakbedekken
2
3
F Huishoudelijke installaties
3
4
H Algemene functies en opleidingen
3
In elk specialisme zijn 1 of meerdere nieuwe cursussen. De meeste cursussen zijn
voor niveau 3 of 4.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
32
6 Ontwikkelingen regulier onderwijs
(Beroepsonderwijs)
In dit hoofdstuk worden de gegevens over het beroepsonderwijs gepresenteerd.
Allereerst worden de aantallen leerlingen in het beroepsonderwijs gegeven. Daarna
wordt bepaald hoeveel van deze leerlingen naar verwachting in het komende jaar de
arbeidsmarkt zullen opstromen. Na een analyse van de aantallen
beroepspraktijkvormingsplaatsen voor deze leerlingen worden ten slotte de
rendementen van het beroepsonderwijs gegeven.
In tabel 6.1 wordt een overzicht gegeven van de aantallen leerlingen in het VMBO,
het MBO, het HBO en Universitair onderwijs:
tabel 6.1
Jaar
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
Jaar
1992
1993
1994
1995
1996
1997
1998
1999
2000
2001
2002
Leerlingen en studenten, absoluut, totaal en technisch onderwijs en technisch
onderwijs als percentage van het totaal, naar opleidingsniveau, tussen 1992 en
2002
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
[VMBO] incl. Leerweg Ondersteunend Onderwijs
[LWOO]
Totaal
leerj. 3-4
Waarvan binnen
VMBO
VMBO Techniek
VBO/LWOO
(x 1000)
leerj. 3-4 (x 1000)
Techniek
—
54,1
—
52,5
—
52,1
—
50,9
—
49,3
—
47,2
—
45,0
—
44,3
—
43,5
119,1
25,2
20,2
230,2
45,5
—
Hoger beroepsonderwijs [HBO]
HBO
Techniek als
Techniek
percentage van
Totaal HBO
(x 1000)
(x 1000)
totaal
214,0
51,2
23,9%
222,4
52,3
23,5%
227,9
51,9
22,8%
230,6
51,2
22,2%
233,4
48,9
21,0%
237,4
48,1
20,3%
242,1
48,5
20,0%
251,2
50,1
19,9%
254,6
49,6
19,5%
258,3
49,2
19,0%
260,6
49,1
18,8%
Middelbaar beroepsonderwijs [MBO]
(incl. BOL)
Totaal
volt. MBO
(x 1000)
282,6
285,2
289,8
288,7
285,1
285,4
275,0
271,9
271,6
270,7
279,9
MBO
Techniek
(x 1000)
88,7
88,0
88,1
86,9
86,0
86,3
82,0
79,0
75,8
70,6
67,8
Techniek als
percentage
van totaal
31,4%
30,9%
30,4%
30,1%
30,2%
30,2%
29,8%
29,1%
27,9%
26,1%
24,2%
Wetenschappelijk onderwijs [WO]
WO
Techniek als
Techniek
percentage van
Totaal WO
(x 1000)
(x 1000)
totaal
187,9
27,0
14,4%
188,0
27,0
14,4%
185,2
26,4
14,3%
177,6
25,1
14,1%
165,9
23,7
14,3%
160,7
23,0
14,3%
160,5
22,9
14,3%
164,0
23,2
14,1%
168,2
24,1
14,3%
174,3
24,9
14,3%
181,9
25,3
13,9%
Bron: CBS
De meerderheid van de Nederlandse leerlingen volgt een opleiding op MBO-niveau.
Echter het aantal MBO-leerlingen in absolute zin neemt sinds 1992 jaarlijks af. In
2002 nam het aantal MBO leerlingen weer toe, maar of een trendbreuk betekent is
nog niet bekend. Het aandeel van techniek in de aantallen leerlingen neemt af: van de
MBO-leerlingen volgt in 2002 24,2% een MBO-opleiding techniek. In 1992 bedroeg dit
percentage nog 31,4%.
Het aantal HBO-leerlingen neemt jaarlijks toe. Het aantal HBO-leerlingen dat een
technische opleiding volgt neemt daarentegen sinds 1999 licht af. Dit betekent dat het
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
33
aandeel van techniek binnen het HBO in nog sterkere mate afneemt, van bijna 24% in
1992 tot nog geen 19% in 2002.
Na een aanvankelijke daling van het aantal studenten op universitair niveau neemt
sinds 1999 het aantal studenten weer gestaag toe. Het aantal universitaire studenten
techniek volgt deze landelijke trend. Het aandeel studenten techniek schommelt sinds
1992 jaarlijks rond de 14% en lijkt redelijk stabiel.
In de volgende paragrafen zal specifiek ingegaan worden op de aantallen leerlingen in
de opleidingen voor de technische installatiebranche.
6.1
Leerlingen in het voorbereidend beroepsonderwijs
Het VMBO vormt de basis van het middelbaar beroepsonderwijs. De VMBO scholen
worden geacht een grote, zo niet de grootste bron te zijn voor de aanvoer van
leerlingen naar het MBO. Uit de ontwikkelingen in de aantallen leerlingen van de
VMBO-opleidingen kan men indicatoren halen voor toekomstige ontwikkelingen in het
middelbaar beroepsonderwijs. Verschuivingen in leerlingenaantallen in het VMBO
zullen zich vertalen naar soortgelijke verschuivingen in het beroepsonderwijs. Daarom
tonen wij hier de aantallen leerlingen voor de VMBO-opleidingen in de
installatietechniek en elektrotechniek.
tabel 6.2
Aantal leerlingen VMBO naar vakgebied en leerjaar, uitgesplitst
naar leerweg, in 2004 (landelijk)
Leerweg
Gemengd
Kaderberoepsgericht
Basisberoepsgericht
Totaal
VMBO Koel- en
installatietechniek
Leerjaar
3
4 Totaal
111
31
142
385
317
702
284
281
565
780
629
1409
VMBO Elektrotechniek
Leerjaar
3
4 Totaal
1099
489
1588
2066
2080
4146
1562
1650
3212
4727
4219
8946
Van de ruim 10 duizend leerlingen, die een VMBO-opleiding in de installatie- of
elektrotechniek volgen, volgt bijna 90% een opleiding in de elektrotechniek. Ongeveer
de helft van de VMBO-leerlingen volgt een opleiding in de kaderberoepsgerichte
leerweg. Deze verhoudingen zijn voor alle RBPI-regio’s ongeveer gelijk. De aantallen
leerlingen per RBPI zijn gegeven in bijlage 3.1. De meeste leerlingen bevinden zich in
de regio’s Zuid-Holland (2261), Limburg/Brabant (2046) en Gelderland/Overijssel
(1756). In de regio Zeeland/West-Brabant zijn de minste leerlingen (772)
In totaal volgen in Nederland ongeveer 100 duizend leerlingen een VMBO-opleiding in
het 3e of 4e leerjaar (bronnen: Cfi, CBS). Dit betekent dat ongeveer 10% van deze
leerlingen een opleiding in de installatie- of elektrotechniek volgt.
6.2
Leerlingen in MBO en HBO
In de installatietechniek en koudetechniek zijn in totaal ruim 7800 leerlingen in
opleiding. Bijna de helft van deze leerlingen volgt een opleiding in de specialisatie
Huishoudelijke en Sanitaire Installaties. Driekwart van de leerlingen volgt een
opleiding op niveau 2 of 3. Er is geen reden om aan te nemen dat deze verhoudingen
op langere termijn verschuiven. Wel is te verwachten dat de dalende trend van het
aantal leerlingen zich in de komende jaren nog voortzet.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
34
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen
en tekenen
24
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechni
ek en
luchtbehand
eling
5
Aantal leerlingen binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek, naar
specialisme en niveau, in 2004 (landelijk) b, c
Montage
gas en
verwarming
Niveau
tabel 6.3
744a
229
768
550
4
10
3
200
166
480
461
139
1331
30
2807
2
199
305
251
50
528
1860
43
3236
1
8
11
210
5
441
536
3782
87
1067
789
1180
742
234
7834
a
Het aantal leerlingen in de HBO/HIT- en WO-opleiding is proportioneel verdeeld over de
verschillende opleidingen.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Voor niveau 1 tot en met 4 geldt: BBL- én BOL-variant.
Van deze leerlingen volgen er 857 een opleiding in de Beroepsopleidende Leerweg
(BOL). Dat is iets meer dan 10%. De meeste BOL-leerlingen bevinden zich in kolom D,
Ontwerpen en Tekenen op niveau 4.
0
0
406
4
0
3
0
0
0
50
0
0
0
50
2
0
4
0
26
93
172
0
295
1
8
1
97
0
106
8
5
269
0
857
a
0
a
Totaal
Distributietechniek
Huishoudeli
jke en
sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen
en tekenen
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
5
Montage
gas en
verwarming
Koudetechn
iek en
luchtbehan
deling
Aantal leerlingen in BOL-variant binnen de vakgebieden koel- en
installatietechniek, naar specialisme en niveau, in 2004 (landelijk)
Niveau
tabel 6.4
0
482
406
93
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
Een vergelijking tussen de regio’s (zie bijlage 3.2 toont, dat in de Noordelijke regio’s
(Noord-Nederland en Gelderland/Overijssel) geen leerlingen op niveau 5 aanwezig
zijn. Deze zijn vooral geconcentreerd in het midden en het zuiden van het land. Na de
inventarisatieperiode zijn echter nog gegevens over HBO-leerlingen binnengekomen.
Deze gegevens zijn in de verdere berekeningen niet meer meegenomen. Vastgesteld
moet echter worden dat het aantal leerlingen op niveau 5 hoger is dan uit de tabellen
geconcludeerd kan worden.
In de elektrotechniek zijn in Nederland ruim 45 duizend leerlingen in opleiding,
waarvan ongeveer de helft een opleiding op niveau 5 (HBO/WO) volgt. Dat betekent,
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
35
dat in het middelbaar beroepsonderwijs ongeveer 22 duizend leerlingen in opleiding
zijn. De meeste leerlingen volgen een opleiding in de kolom Sterkstroominstallaties en
ICT/Telematica.
23862a
5
Totaal
Vliegtuiginstallaties
Consumentenelektronica
Industriële
automatisering
ICT/Telematica
Distributietechniek
Aantal leerlingen binnen het vakgebied elektrotechniek, naar specialisme en
niveau, in 2004 (landelijk) b, c
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroomi
nstallaties
Niveau
tabel 6.5
23862
4
2350
2356
63
3110
1240
11
27
9157
3
1966
572
147
858
147
27
13
3730
2
4699
1066
273
979
305
167
4
7493
1
1367
63
51
0
20
8
1509
21700
8480
1116
10340
470
109
3537
45751
a
Het aantal leerlingen in de HBO/WO-opleiding is proportioneel verdeeld over de verschillende
opleidingen.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Voor niveau 1 tot en met 4 geldt: BBL- én BOL-variant.
Van deze leerlingen volgen bijna 10 duizend leerlingen een opleiding in de BOL (hierbij
worden de HBO/WO studenten buiten beschouwing gelaten). Ook in de BOL bevinden
de meeste leerlingen zich in de specialismen Sterkstroominstallaties en
ICT/Telematica.
5
a
Totaal
Vliegtuiginstallaties
Consumentenelektronica
Industriële
automatisering
ICT/Telematica
Distributietechniek
Aantal leerlingen in BOL-variant binnen het vakgebied elektrotechniek, naar
specialisme en niveau, in 2004 (landelijk) a
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroominstallaties
Niveau
tabel 6.6
0
0
4
1086
1550
0
2289
1017
0
27
3
193
26
0
349
19
0
0
587
2
1250
130
4
614
69
38
1
2106
1
869
12
3
0
5
0
889
3398
1718
7
3252
43
28
1105
5969
9551
Het aantal leerlingen in de HBO/WO-opleiding is proportioneel verdeeld over de verschillende
opleidingen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
36
Een vergelijking van de leerlingaantallen in de verschillende regio’s (zie bijlage 3.2)
leert, dat de meeste leerlingen zich bevinden in de regio’s Zuid-Holland,
Limburg/Brabant en Gelderland/Overijssel. Het minste aantal MBO-leerlingen is in de
elektrotechniek in de regio Zeeland/West-Brabant aanwezig, in de installatietechniek
in de regio Noord-Nederland.
Er bestaat een probleem omtrent het deel van de leerlingen in het (middelbaar)
beroepsonderwijs dat we mogen toerekenen aan het vakgebied elektrotechniek binnen
de technische installatiebranche. Het aantal leerlingen dat aanwezig is op alle niveaus
van onderwijs is bijna vier keer zo groot als nodig zou zijn voor dit vakgebied. Ter
vergelijking: in de vakgebieden koeltechniek en installatietechniek zijn bijna 65000
werknemers actief. Dat is bijna net zoveel als in het vakgebied elektrotechniek, waar
ruim 66000 mensen werken. In het MBO-onderwijs voor koel en installatietechniek
zijn ongeveer 7000 leerlingen verdeeld over alle opleidingen. In de elektrotechniek
daarentegen zitten zo’n 22500 leerlingen op het MBO-niveau in de verschillende
opleidingen.
Om het aantal leerlingen dat kan worden toegerekend aan het vakgebied
elektrotechniek binnen de technische installatiebranche te bepalen is de volgende
correctie uitgevoerd:
•
Kenteq erkent leerbedrijven om op te leiden in de elektrotechnische installatietechniek. Zij selecteert daarvoor bedrijven die geschikt zijn om leerlingen op te
leiden op inhoudelijke gronden. Zij beoordeelt of een bedrijf in staat is om op
juiste wijze invulling te kunnen geven aan de opleiding van leerlingen.
•
Voor elke opleidingsvariant (CREBO-code) kan een bedrijf al dan niet erkend
worden.
•
Kenteq heeft momenteel bijna 8000 bedrijven erkenningen gegeven om in één of
meer opleidingsvarianten van de elektrotechniek als leerbedrijf actief te zijn.
•
Uit het bestand erkende leerbedrijven van Kenteq is een steekproef getrokken van
1000 bedrijven. Van elk van deze bedrijven is nagegaan of zij al dan niet
aangesloten zijn bij OTIB.
•
Resultaat was dat ongeveer één op de vier door Kenteq erkende bedrijven ook is
aangesloten bij OTIB. We rekenen daarom ongeveer één op de vier leerlingen in
het MBO toe aan het vakgebied elektrotechniek van OTIB.
•
Om bovendien onderscheid aan te kunnen brengen in welke mate verschillende
soorten opleidingen al dan niet kunnen worden toegerekend aan OTIB is
onderscheid gemaakt naar specialismen en niveaus.
Dat levert de correctiefactoren op voor toerekening van leerlingen elektrotechniek in
het MBO. Toepassing van deze correctiefactor betekent dat van de leerlingen
elektrotechniek er bijna 7400 aan de elektrotechnische installatiebranche kunnen
worden toegerekend.
Voor het HBO geldt grofweg hetzelfde, alleen wordt nog onderzocht hoe een dergelijke
correctie zou moeten worden uitgevoerd.
6.3
Verwachte uitstroom van leerlingen naar de arbeidsmarkt
Na vaststelling van de aantallen leerlingen in het onderwijs kunnen we de te
verwachten uitstroom uit het onderwijs naar de arbeidsmarkt schatten. In de
installatietechniek zullen naar verwachting in 2004-2005 ruim 2500 leerlingen
uitstromen. De meeste leerlingen stromen uit op niveau 2 en 3 in het specialisme
Huishoudelijke en Sanitaire Installaties.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
37
67
55
160
154
46
443
10
935
2
50
76
63
13
132
465
11
809
1
2
2
42
1
135
158
1122
26
Totaal
3
Distributietechniek
5
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
4
Dakbedekkingtechni
ek
12
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
5
Montage gas
en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
Ontwerpen en
tekenen
Aantal leerlingen (BBL+BOL) binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek
dat verwacht uit te stromen uit het onderwijs naar de arbeidsmarkt, naar
specialisme en niveau, in 2004 (landelijk) b, c
Niveau
tabel 6.7
372a
115
398
384
275
521
395
210
47
2569
Het aantal leerlingen in de HBO/HIT-opleiding is proportioneel verdeel over de verschillende
opleidingen.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Rij- en kolomtotalen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen.
a
In de elektrotechniek stromen naar verwachting bijna 20 duizend leerlingen uit.
Hierop is de in de vorige paragraaf toegepaste correctiefactor niet betrokken. Passen
we deze toe voor het MBO, dan zullen uit de MBO-opleidingen ongeveer 2 duizend
leerlingen de arbeidsmarkt opstromen. Voor de HBO-opleidingen kan de
correctiefactor nog niet worden berekend.
11931a
5
Totaal
Vliegtuiginstallaties
Consumentenelektronica
Industriële
automatisering
ICT/Telematica
Distributietechniek
Aantal leerlingen (BBL+BOL) binnen het vakgebied elektrotechniek dat verwacht
uit te stromen uit het onderwijs naar de arbeidsmarkt, naar specialisme en niveau,
in 2004 (landelijk) b, c
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroom
installaties
Niveau
tabel 6.8
11931
4
1175
1178
32
1555
620
6
14
4579
3
655
190
49
286
49
9
4
1242
2
1175
267
68
245
76
42
1
1873
1
273
13
10
0
4
2
302
8169
4106
396
5197
150
51
1857
19927
a
Het aantal leerlingen in de HBO/WO-opleiding is proportioneel verdeel over de verschillende
opleidingen.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Rij- en kolomtotalen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
38
In de regionale vergelijkingen komen dezelfde verhoudingen naar voren als bij de
leerlingaantallen: de meeste leerlingen in het vakgebied installatietechniek zullen
uitstromen in de regio’s Zuid-Holland, Limburg/Brabant en Gelderland/Overijssel, de
minste in Noord-Nederland en in het vakgebied elektrotechniek in Zeeland/WestBrabant.
6.4
Beroepspraktijkvorming
Om de ontwikkeling in de beschikbaarheid van beroepspraktijkvormingsplaatsen in
beeld te brengen kijken we naar de ontwikkeling in het aantal leerlingen en de
ontwikkeling in het aantal geregistreerde erkenningen voor BPV. Het is van belang
voor de branche om te zorgen voor voldoende BPV plaatsen. Bij voldoende plaatsen
kunnen leerlingen die een opleiding in de koeltechniek of de technische
installatietechniek willen volgen dat ook werkelijk doen.
Om te voorzien in voldoende BPV plaatsen zijn zowel in de installatietechniek als in de
elektrotechniek speciale opleidingsinstituten in het leven geroepen. In de
installatietechniek zijn ROI’s opgericht, in de elektrotechniek de RBOC’s. In opzet zijn
deze instituten wat verschillend, maar ze dienen beiden hetzelfde doel: voorzien in
plaatsen voor beroepspraktijkvorming. Om leerlingen te mogen opleiden worden
bedrijven erkend. Ze dienen daarvoor aan een aantal kwaliteitscriteria te voldoen. Het
Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven [KBB] voert deze toets uit en erkent
leerbedrijven. De gegevens over erkenningen van bedrijven zijn ontleend aan het
register erkende leerbedrijven dat door KBB Kenteq voor analyse ter beschikking is
gesteld. Het register dateert van mei 2004.
Per opleiding kunnen bedrijven erkend worden. In het register staan alle erkende
leerbedrijven met al hun erkenningen voor opleidingen die onder het ‘beheer’ van
Kenteq vallen. Dat zijn de opleidingen in de koudetechniek, installatietechniek,
elektrotechniek en metaaltechniek. De erkenningen in de koudetechniek,
installatietechniek en elektrotechniek zijn in de analyses opgenomen. Per erkenning
kunnen meerdere leerlingen worden geplaatst. De opleidingscapaciteit van erkende
plaatsen is momenteel nog niet bekend. Dit is dus in analyse niet meegenomen.
In de tabellen staan per opleiding (CREBO) en uitvoeringsvariant (BBL en BOL) voor
de jaren 2003 én 2004 het aantal leerlingen in het MBO naar opleiding en
uitvoeringsvariant (BBL en BOL). Per opleiding is de procentuele toe of afname over
2003-2004 van het aantal leerlingen berekend. Daarnaast is per opleiding het aantal
erkenningen in 2003 en 2004 gegeven. Ook daarvan is de procentuele toe- of afname
berekend.
Uit de vergelijking van het aantal leerlingen in 2004 en het aantal erkenningen in
2004 wordt een indicatie verkregen of er voldoende opleidingscapaciteit bij de
bedrijven is om aan de behoefte tegemoet te komen. Voor die vergelijking is het
aantal erkenningen gedeeld door het aantal leerlingen. Dat noemen we de leerbedrijfleerling ratio. Bij een ratio van 1 is zijn er net zoveel erkende plaatsen als leerlingen.
Is de ratio kleiner dan 1 dat zijn er minder erkenningen dan leerlingen, wat zou
kunnen duiden op een tekort aan opleidingscapaciteit. Bij een ratio groter dan 1 zou
er sprake zijn van overcapaciteit. Omdat we niet weten wat de opleidingscapaciteit
van een erkende plek is, is de conclusie van overcapaciteit wel zonder meer te
trekken, maar die van ondercapaciteit niet. Op één erkenning zouden namelijk
meerdere leerlingen kunnen worden geplaatst.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
39
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL, aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied koeltechniek
(landelijk)
Erkenningen BPV
Totaal aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
5
325
169
117
0
6
2
8
0
0
0
0
0
0
3
232
142
72
0
3
10
11
232
142
72
0
3
10
120,0
-28,6
-16,0
-38,5
nvt
-50,0
400,0
435
554
512
300
0
170
187
425
566
516
303
0
164
191
-2,3
2,2
0,8
1,0
nvt
-3,5
2,1
38,6
2,4
3,6
4,2
nvt
54,7
19,1
Totaal
7
617
624
8
462
470
-24,7
2158
2165
0,3
4,6
Opleiding
0
325
169
117
0
6
0
CREBO-code
5
0
0
0
0
0
2
Niveau
Aantal BBLleerlingen
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
Leerlingen 2003
Leerbedrijf/leerling-ratio 2004
tabel 6.9
1
2
3
3
4
4
4
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
a
Deze opleiding wordt op 1 augustus 2004 beëindigd en gaat over in de opleiding met
CREBO-code 10792: Middenkaderfunctionaris Koudetechniek.
Uit tabel 6.9 kunnen we allereerst concluderen dat er ruim voldoende
opleidingsplaatsen voor leerlingen in de koudetechniek aanwezig zijn. De
leerbedrijf/leerling ratio is voor alle opleidingen ruim boven de 1, dat betekent dat een
leerling zelfs uit meerdere opleidingsbedrijven kan kiezen. Kijken we naar de regionale
verschillen (zie bijlage 3.4) dan zien we alleen in de regio Zuid-Holland krapte en een
mogelijk tekort aan opleidingsplaatsen.
De tabel geeft ons ook inzicht in de ontwikkeling van de leerlingaantallen. We zien,
dat het aantal leerlingen tussen 2003 en 2004 met bijna 25% is gedaald. De grootste
relatieve daling is bij de niveau-4 opleiding Projectmanager Koudetechniek, de
grootste daling is absolute zin zien we bij de niveau 2-opleiding Monteur
Koudetechniek met een daling van 93 leerlingen. Op niveau 1 zien we een toename
van het aantal leerlingen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
40
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL, aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied installatietechniek
(landelijk)
Leerlingen 2004
Erkenningen BPV
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
11
-26,7
1410
1422
0,9
256
-7,9
2264
2269
0,2
8,9
0
0
1
0
1
0
0
0
5
0
5
0
400,0
nvt
84
800
75
830
-10,7
3,8
15,0
nvt
25
47
72
26
29
55
-23,6
957
969
1,3
17,6
0
0
0
nvt
811
848
4,6
nvt
0
24
368
347
368
371
0
4
279
325
279
329
-24,2
-11,3
2093
1303
2074
1319
-0,9
1,2
7,4
4,0
219
1938
2157
172
1819
1991
-7,7
2741
2777
1,3
1,4
76
518
594
93
489
582
-2,0
2228
2291
2,8
3,9
10554 Ass. distr.-mont. water
10555 Ass. distr.-mont. gas
0
0
23
18
23
18
0
0
23
21
23
21
0,0
16,7
85
82
75
73
-11,8
-11,0
3,3
3,5
2
10556 Ass. dakbed.-monteur
0
21
21
0
17
17
-19,0
455
484
6,4
28,5
3
10524 Verwarmingsmonteur
0
189
189
0
185
185
-2,1
1231
1227
-0,3
6,6
3
3
10529 Servicemont. verw.
10531 Servicemont. inst. tech.
0
0
364
124
364
124
0
0
267
204
267
204
-26,6
64,5
1171
2027
1156
2016
-1,3
-0,5
4,3
9,9
10539 Mont.-ass. distr. tech.
10525 Tekenaar gebinst. san.
2
10526 Tekenaar gebinst. san./CV
2
10527 Tekenaar gebinst. CV/vent.
2
2
10534 Onderh.-mont. instl. tech.
10546 Ass. verwarmingsmont.
2
10551 Ass. inst.-mont. verw.
2
10553 Ass. inst.-mont. dakbed.
2
2
Opleiding
Aantal BOLleerlingen
1
2
Aantal BBLleerlingen
10
159
10538 Mont.-ass. inst. tech.
Aantal BOLleerlingen
1
97
10536 Mont.-ass. verw. tech.
1
Aantal BBLleerlingen
15
278
CREBO-code
14
178
Niveau
1
100
1
Totaal aantal
Leerlingen 2003
Leerbedrijf/-leerlingratio 2004
tabel 6.10
0
129,3
3
10533 Onderh.-mont. verw.
0
99
99
0
63
63
-36,4
1256
1230
-2,1
19,5
3
10540 Inst.-mont. utiliteit
0
293
293
0
266
266
-9,2
1596
1602
0,4
6,0
3
3
10541 Inst,-mont. woningbouw
10542 Inst.-mont. spec.dakbed.
0
0
1374
151
1374
151
0
0
1190
130
1190
130
-13,4
-13,9
2356
1525
2360
1526
0,2
0,1
2,0
11,7
3
10543 Distributiemonteur water
0
26
26
0
19
19
-26,9
83
73
-12,0
3,8
3
10544 Distributiemonteur gas
0
16
16
0
15
15
-6,3
82
73
-11,0
4,9
3
3
10545 Dakbedekkingmonteur
10547 Aank. projecttech. san.
0
0
11
0
11
0
0
15
0
15
36,4
nvt
225
808
276
874
22,7
8,2
18,4
nvt
3
10548 Aank. projecttech. CV/AC
10
420
430
21
336
357
-17,0
978
1016
3,9
2,8
3
10549 Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
15
63
78
29
95
124
59,0
940
978
4,0
7,9
3
4
10550 Aank. Ontwerptech. san.
10528 Servicetech. verw. tech.
0
0
59
273
59
273
0
0
229
229
nvt
-16,1
780
689
854
730
9,5
6,0
nvt
3,2
4
10720 Middenk.-opl. klimaattech.
4
10793 Middenk. func. inst. tech.
Totaal
0
0
0
nvt
nvt
477
61
538
327
53
0
380
-29,4
nvt
679
659
-2,9
1,7
947
6996
7943
770
6243
7013
-11,7
31739
32156
1,3
4,6
Ook in het vakgebied installatietechniek zijn (ruim) voldoende opleidingsplaatsen
voorhanden. Voor sommige opleidingen (bijvoorbeeld Montage-assistent
verwarmingstechniek) is er sprake van een overcapaciteit aan opleidingsplaatsen. Ook
op regionaal gebied zijn voldoende opleidingsplaatsen. Daarnaast kan geconstateerd
worden dat het aantal leerlingen tussen 2003 en 2004 is afgenomen met bijna 12%.
Deze daling van het aantal leerlingen past in de trend die al over een langer periode
waar te nemen is. Naar verwachting zal deze dalende trend van het aantal leerlingen
installatietechniek zich in de komende jaren ( op korte termijn) voortzetten.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
41
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL, aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied elektrotechniek
(landelijk)
Ass. mont. montage elek. comp.
3
37
40
5
15
20
Ass. mont. assemb. elek. comp.
85
48
133
12
51
63
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
0
0
0
0
8
8
Ass. mont. nieuwbouwinst.
0
0
0
0
0
0
Ass. mont. laagspanningsnetten
1
66
67
3
48
51
Ass. mont. sterkstroominst.
910
557 1467 869
498 1367
Mont. communicatienetten
0
7
7
0
4
4
Mont. communicatieinst.
45
354
399
42
204
246
Mont. consumentenelek.
10
71
81
37
66
103
Mont. industriële elek.
58
95
153
46
63
109
Mont. witgoedapp.
0
53
53
1
63
64
Mont. elek.-tech. wikkelen
0
16
16
4
10
14
Mont. elek.-tech. panelen
10
228
238
23
173
196
Mont. elek. vliegtuiginst.
0
12
12
1
3
4
Mont. elek. bedrijfsinst.
173 1204 1377 126
926 1052
Mont. sterkstroominst.
1434 3854 5288 1250 3449 4699
Mont. middenspanningsinst.
0
18
18
0
23
23
Mont. laagspanningsnetten
0
223
223
4
242
246
Servicemed. ICT
340
3
343
95
3
98
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
0
0
0
0
0
0
e
1 Mont. communicatienetten
0
1
1
0
1
1
e
1 Mont. communicatieinst.
0
115
115
0
80
80
1e Mont. consumentenelek.
0
14
14
0
23
23
1e Mont. industriële elek.
8
22
30
10
46
56
1e Mont. witgoedapp.
0
0
0
0
4
4
e
1 Mont. elek.-tech. panelen
1
101
102
9
82
91
e
1 Mont. elek.-vliegtuiginst.
0
39
39
0
13
13
1e Mont. elektro en instr.
0
0
0
0
3
3
e
1 Mont. elektr. bedrijfsinst.
12
601
613
26
543
569
1e Mont. sterkstroominst.
159 1669 1828 193 1773 1966
1e Mont. middenspanningsinst.
0
94
94
0
99
99
1e Mont. laagspanningsnetten
0
50
50
0
47
47
Medewerker beheer ICT
485
9
494 173
144
317
Middenk.-func. kantoorautom.
3012
0 3012 676
338 1014
Middenk.-func. prod. autom.
283
0
283 118
34
152
Middenk.-func. comp,-interface
454
0
454 136
119
255
Middenk.-func. telematica
2251
0 2251 535
176
711
Techn. communicatiesystemen
0
32
32
0
32
32
Middenk.-func. autom. elektr.
1400
0 1400 1017
223 1240
Techn. consumentenelek.
0
13
13
27
-16
11
Middenk.-func. vliegtuigelek.
0
0
0
0
27
27
Middenk.-func. aut. energietech. 1828
0 1828 1459
466 1925
Techn. elek. bedrijfsinst.
6
447
453
91
340
431
Middenk.-func. elek. inst. tech.
1564
0 1564 991
262 1253
Techn. sterkstroominstl.
14 1156 1170
95 1002 1097
Techn. middensp. inst.
1
70
71
0
63
63
ICT beheerder
612
10
622 655
16
671
Telecom ICT engineer
34
0
34 169
106
275
Totaal
15193 11289 26482 8898 11895 20793
a
Bron: Leerlingenaantallen op basis van Cfi-cijfers 2002-2003
b
Bron: Leerlingtelling MarktMonitor 2004
-50,0
-52,6
nvt
nvt
-23,9
-6,8
-42,9
-38,3
27,2
-28,8
20,8
-12,5
-17,6
-66,7
-23,6
-11,1
27,8
10,3
-71,4
nvt
0,0
-30,4
64,3
86,7
nvt
-10,8
-66,7
nvt
-7,2
7,5
5,3
-6,0
-35,8
-66,3
-46,3
-43,8
-68,4
0,0
-11,4
-15,4
nvt
5,3
-4,9
-19,9
-6,2
-11,3
7,9
708,8
-21,5
316
308
-2,5
571
564
-1,2
4
5 25,0
134
16 -88,1
180
168
-6,7
2253 2416
7,2
94
94
0,0
868
848
-2,3
305
324
6,2
425
431
1,4
197
207
5,1
58
59
1,7
651
638
-2,0
13
14
7,7
2227 2324
4,4
2843 2963
4,2
130
129
-0,8
194
183
-5,7
1286
991 -22,9
0
0
nvt
84
82
-2,4
772
749
-3,0
280
289
3,2
394
399
1,3
24
34 41,7
574
559
-2,6
14
15
7,1
4
4
0,0
2094 2173
3,8
2702 2788
3,2
120
123
2,5
166
158
-4,8
1424 1308
-8,1
1552 1507
-2,9
336
319
-5,1
640
630
-1,6
763
781
2,4
395
380
-3,8
869
927
6,7
229
223
-2,6
11
12
9,1
1630 1728
6,0
1468 1531
4,3
1564 1620
3,6
2114 2184
3,3
89
96
7,9
1544 1563
1,2
5
48 860,0
34610 34912
0,9
De opleidingsmogelijkheden in het vakgebied elektrotechniek wijken maar weinig af
van 1, en zijn dus niet ruimschoots voorhanden. Over het algemeen is er echter een
net voldoende opleidingscapaciteit. Er bestaat alleen voor enkele opleidingen op
niveau 2 en niveau 4 een mogelijk tekort aan opleidingsplaatsen. Voor de opleiding
Telecom ICT engineer is een duidelijk tekort aan opleidingsplaatsen. Kijken we naar
de regionale verschillen, dan is de situatie in Noord-Holland/Flevoland en
Zeeland/West-Brabant gunstiger dan in de rest van Nederland. Over het algemeen
zijn in deze twee regio’s genoeg opleidingsplaatsen voorhanden.
Om dat bedrijf voor meerdere opleidingen erkend kan zijn is het ook belangrijk naar
de ontwikkeling van het aantal leerbedrijven.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
42
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
% verschil
2004
2003
Erkenningen BPV
% verschil
Totaal
aantal
Leerlingen 2004b
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003a
Aantal BOLleerlingen
tabel 6.11
15,4
9,0
0,6
nvt
3,3
1,8
23,5
3,4
3,1
4,0
3,2
4,2
3,3
3,5
2,2
0,6
5,6
0,7
10,1
nvt
82,0
9,4
12,6
7,1
8,5
6,1
1,2
1,3
3,8
1,4
1,2
3,4
4,1
1,5
2,1
2,5
1,1
11,9
0,7
20,3
0,4
0,9
3,6
1,3
2,0
1,5
2,3
0,2
1,7
tabel 6.12
Aantal bedrijven met een BPV-erkenning naar vakgebieda, b
Regio
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Onbekend
Totaal
Koeltechniek
%
Aantal
Verschil
2003
2004
70
62
-11,4
129
126
-2,3
52
50
-3,8
80
84
5,0
95
97
2,1
49
54
10,2
109
114
4,6
1
0
-100,0
585
587
0,3
Installatietechniek
%
Aantal
Verschil
2003
2004
463
448
-3,2
686
697
1,6
315
316
0,3
463
460
-0,6
537
549
2,2
252
250
-0,8
536
538
0,4
14
1
-92,9
3266
3259
-0,2
Elektrotechniek
%
Aantal
Verschil
2003
2004
938
937
-0,1
1660
1684
1,4
710
681
-4,1
1086
1112
2,4
1323
1327
0,3
565
588
4,1
1499
1455
-2,9
37
48
29,7
7818
7832
0,2
a
Dit zijn niet noodzakelijk ook bij het bij het vakgebied behorende fonds aangesloten bedrijven, dat wil
zeggen: een bedrijf dat genoemd wordt in de kolom koeltechniek hoeft niet aangesloten te zijn bij SKO.
Dubbeltellingen zijn mogelijk. Bijvoorbeeld: een bij OTIB aangesloten bedrijf kan een BPV-erkenning hebben
voor een koudetechnische opleiding.
b
Binnen het vakgebied installatietechniek neemt het aantal erkende leerbedrijven iets
af. Binnen de overige vakgebieden is sprake van een lichte toename van 0,2% à
0,3%. De af- of toename van het aantal erkende leerbedrijven verschilt per regio. De
verschillen zijn binnen de vakgebieden installatie- en elektrotechniek klein (+/- 4%).
Binnen het vakgebied koeltechniek zijn de verschillen iets groter (+/- 11%).
In de regio Noord neemt het aantal erkende leerbedrijven in alle vakgebieden af, en in
de regio Zuid-Holland in alle vakgebieden toe. Gezien de relatieve krapte in de regio’s
in met name het vakgebied elektrotechniek is afname in het aantal erkende
leerbedrijven een ongewenste ontwikkeling.
Momenteel worden er ook bedrijven erkend om leerlingen te begeleiden in het VMBO
leer-werktraject. Door KBB Kenteq zijn in 2004 in 203 bedrijven erkend.
tabel 6.13
Aantal bedrijven met erkenning
VMBO leer-werktraject in 2004a
Regio
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
Aantal
7
24
12
49
50
21
40
203
Percentage
3,4%
11,8%
5,9%
24,1%
24,6%
10,3%
19,7%
100%
a
Per bedrijf wordt maar één (ongedifferentieerde) erkenning
gegeven, dat wil zeggen: zij is niet specifiek voor een opleidingsrichting of –vakgebied.
6.5
Kwaliteit van het beroepsonderwijs
In het technologieonderzoek onder bedrijven (zie hoofdstuk 2 en clusterrapport
“Technologische Trends en Ontwikkelingen”) is aan bedrijven gevraagd hoe zij tegen
het beroepsonderwijs aankijken. Dat is gedaan door het poneren van zeven stellingen,
waarbij de (vertegenwoordigers van) bedrijven aan konden gegeven in hoeverre zij
het met deze stellingen eens zijn. De stellingen hebben vooral betrekking op de
aansluiting van het onderwijs met het bedrijfsleven en zijn achtereenvolgens:
1
2
3
4
Monteurs leren te veel vanuit het product te denken en te weinig vanuit de
betekenis van het product voor de klant
Monteurs moeten beter leren rapporteren
Het niveau van de vakopleidingen is te laag
Er is te weinig aanbod van stagiaires
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
43
5
6
7
Het is moeilijk leerlingen te krijgen
Werkgevers weten niet of de leerling wel of niet de lessen op het ROC volgt
Het onderwijs moet in kleine delen worden opgesplitst
Hierop is door de bedrijven als volgt gereageerd:
Vakgebied Installatietechniek
0%
20%
40%
60%
80%
100%
1
2
3
4
5
6
7
Geheel mee eens
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Geheel mee oneens
Vakgebied Elektrotechniek
0%
20%
40%
60%
80%
100%
1
2
3
4
5
6
7
Geheel mee eens
figuur 6.1
Mee eens
Neutraal
Mee oneens
Geheel mee oneens
Reacties bedrijven op stellingen over beroepsonderwijs, naar vakgebied
Een groot deel van de bedrijven antwoord neutraal op de stellingen dat monteurs te
veel vanuit het product leren te denken en te weinig vanuit de klant en op de stelling
dat het niveau van de vakopleidingen te laag is. Met de stelling dat monteurs beter
moeten leren rapporteren zijn de meeste bedrijven het wel eens. Een meerderheid
van de bedrijven is het oneens met de stelling dat een werkgever niet weet of een
leerling wel of niet de lessen op het ROC volgt. Blijkbaar houden de meeste bedrijven
dit toch wel in de gaten. In deze antwoorden is weinig verschil tussen de
elektrotechnische en de installatiebedrijven.
Voorts valt er een opvallend verschil te constateren tussen de vakgebieden voor wat
betreft de stellingen over het aanbod aan leerlingen en stagiaires. Installatiebedrijven
hebben aantoonbaar meer moeite met het vinden van stagiaires en leerlingen dan
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
44
elektrobedrijven. Er zijn ook aanzienlijk minder leerlingen aanwezig in de
installatieopleidingen dan in de elektro-opleidingen. Installatiebedrijven geven aan
hier een tekort te ervaren.
Als men bedrijven vraagt naar de ideale leerweg voor een aankomend monteur of een
monteur met werkervaring elders, dan wordt de BBL of een andere combinatie van
werken en leren de beste manier gevonden om het vak te leren15. Bij een zijinstromer (een monteur met werkervaring elders) wordt dan wel vaak een
avondopleiding genoemd. In het vakgebied installatietechniek wordt hierbij door veel
bedrijven het ROI een belangrijke rol toegedicht.
6.6
Rendement op onderwijs
Voor een goed onderwijs- en arbeidsmarktbeleid is het van wezenlijk belang te weten
wat het rendement is van het beroepsonderwijs. Onder rendement verstaan wij hier
het deel van de leerlingen dat een beroepsopleiding met goed gevolg afsluit. Immers,
uit gegevens over het rendement van opleidingen is af te leiden hoe groot de instroom
moet zijn in het onderwijs om aan de arbeidsmarktvraag van opgeleide vakmensen te
voldoen. Daarnaast kan informatie over het rendement van onderwijs aanleiding zijn
voor programma’s om het rendement te verhogen.
Om het rendement van onderwijs te bepalen, is het nodig gegevens te hebben over de
aantallen leerlingen, het deel van deze leerlingen dat een opleiding met succes
afrondt, en de termijn waarop dit gebeurt. Deze gegevens zijn echter niet
voorhanden, zodat er een andere manier gevonden moet worden om het rendement
van opleidingen te bepalen.
Een manier is om dat te doen door een analyse van de subsidie van
beroepsopleidingen. Voor het vakgebied installatietechniek stimuleert OTIB het volgen
van beroepsonderwijs door het verstrekken van subsidie aan werkgevers op drie
momenten: een instroomvergoeding bij het begin van een opleiding, een
eerstejaarsvergoeding na het eerste jaar van een tweejarige opleiding, en een
diploma-uitkering bij het behalen van een diploma. Deze subsidiëring is echter aan
regels gebonden:
•
•
Een instroomvergoeding wordt uitgekeerd als een leerling voor het eerst aan een
opleiding op een bepaald niveau begint. Voor elke volgende opleiding op hetzelfde
niveau wordt geen instroomvergoeding toegekend. Begint een leerling aan een
opleiding op een hoger niveau, dan heeft de werkgever weer recht op een
instroomvergoeding voor dat niveau.
Een diploma-uitkering wordt slechts gegeven voor het eerste diploma dat op een
bepaald niveau wordt behaald. Elk volgend diploma op hetzelfde niveau leidt niet
tot een diploma-uitkering. Een diploma dat op een hoger niveau wordt behaald
leidt weer tot een diploma-uitkering op dat niveau. Voor het verkrijgen van een
diploma-uitkering moet de leerling een kopie van het diploma aan OLC opsturen.
Er gelden nog aanvullende beperkingen, onder meer voor de periode waarbinnen
het diploma moet zijn behaald (twee maal de nominale duur van de opleiding).
In de uitgekeerde subsidie is, naast de diploma-uitkering, ook de instroomvergoeding
en de eerstejaarsvergoeding opgenomen. Hierdoor is het rendement dat bepaald
wordt door de verhouding uitgekeerde subsidie/gereserveerde subsidie hoger dan het
rendement dat bepaald wordt door de verhouding diploma-uitkeringen/reserveringen.
Dat laatste zegt echter meer over het deel van de opleidingen dat met succes wordt
afgerond. De rendementscijfers zoals die in dit onderzoek naar voren komen zijn
daardoor niet vergelijkbaar met de cijfers van het vorige onderzoek.
Een vergelijkbare subsidiesystematiek bestaat niet voor het vakgebied
elektrotechniek. Het is dus niet mogelijk de rendementen op deze wijze voor het
vakgebied elektrotechniek te bepalen. Daarom zal hier en in de volgende paragrafen
alleen het rendement voor de opleidingen binnen het vakgebied installatietechniek
worden besproken.
15
Een volledig overzicht van de gegeven antwoorden staat in bijlage
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
45
Zoals eerder vermeld, kent de subsidiesystematiek van OTIB een
(werkgevers)vergoeding voor instroom, afronding van het eerste leerjaar en het
behalen van een diploma, en een leerlingvergoeding voor het diploma. Door na te
gaan hoeveel van de aangemelde (en als subsidiabel beoordeelde) BPV’s16 leiden tot
een diploma-uitkering kan het rendement worden bepaald. Daarnaast kan de tijd
tussen de aanmelding van een BPV en het uitkeren van de diplomavergoeding worden
genomen als maat voor de lengte van de opleiding. Hier zijn voor dit doel de
opleidingen die gestart zijn tussen de jaren 1998 en 2003 genomen.
Duur
Jaren
Aangemelde BPV’s 1998-2003 naar niveau en duur, bron Osiris
Niveau
tabel 6.14
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
108
124
84
119
99
79
3
2
1045
1308
1059
1098
993
873
2
1
2003
1
325
386
343
257
213
175
2
1665
1806
1664
1510
1466
1240
1
12
15
24
11
8
15
1
Totaal
13
28
29
104
107
104
3168
3667
3203
3099
2886
2486
Sinds 1999 is het aantal aangemelde en als subsidiabel beoordeelde BPV’s binnen het
vakgebied installatietechniek lineair gedaald. In 2003 zijn nog ongeveer 2500 BPV’s
voor subsidie aangemeld en door OTIB als subsidiabel beoordeeld. Alleen de
opleidingen op niveau 1 lijken zich aan deze trend te onttrekken: het aantal
subsidiabele BPV’s neemt steeds toe sinds 1998.
Duur
Jaren
Diploma-uitkeringen naar jaar aanmelding, niveau en duur, bron Osiris
Niveau
tabel 6.15
4
2
58
73
59
81
17
2
3
2
479
710
667
560
378
116
1
132
226
218
175
127
41
2
2
734
882
898
762
401
106
1
6
3
17
8
3
3
1
1
12
23
27
47
34
19
1421
1917
1886
1633
960
287
Totaal
Jaar van aanmelding
1998
1999
2000
2001
2002
2003
Evenals het aantal aangemelde BPV’s daalt ook het aantal BPV’s, dat geleid heeft tot
een diploma-uitkering sinds 1998. Enerzijds wordt dit veroorzaakt door het gegeven
dat er minder BPV’s zijn, anderzijds hebben, vooral in de laatste jaren, nog niet alle
BPV’s tot een diploma-uitkering geleid. Vooral in de tweejarige opleidingen kan het
zijn, dat een aantal leerlingen hun opleiding nog niet heeft beëindigd. Normaliter moet
16
BPV= Beroepspraktijkvormingsovereenkomst, een contract tussen school (ROC), leerling en
werkgever om het beroepspraktijkvormingsdeel van de opleiding in het bedrijf te verzorgen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
46
rekening gehouden worden met een periode van 2 maal de nominale studieduur. Dat
betekent dat we eigenlijk alleen de opleidingen die gestart zijn tot en met het jaar
2000 als afgesloten kunnen worden beschouwd, en met de nodige slagen om de arm
het jaar 2001.
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden naar niveau en duur, per jaar, bron Osiris
Niveau
tabel 6.16
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
53,7%
58,9%
70,2%
68,1%
17,2%
2,5%
3
2
45,8%
54,3%
63,0%
51,0%
38,1%
13,3%
1
40,6%
58,5%
63,6%
68,1%
59,6%
23,4%
2
2
44,1%
48,8%
54,0%
50,5%
27,4%
8,5%
1
50,0%
20,0%
70,8%
72,7%
37,5%
20,0%
1
1
92,3%
82,1%
93,1%
45,2%
31,8%
18,3%
44.9%
52,3%
58,9%
52,7%
33,3%
11,5%
Totaal
Jaar van aanmelding
2003
Tussen 1998 en 2000 neemt het rendement van de opleidingen toe, van gemiddeld
45% naar 59% in 2000. Na 2000 zakt het rendementspercentage weer, maar zoals
eerder vermeld kunnen deze jaren nog niet als afgesloten worden beschouwd. In
bijlage 3.6 worden de rendementen van de (gesubsidieerde) BPV’s per ROC gegeven.
tabel 6.17
Percentage gediplomeerden per specialisme en jaar aanmelding, bron Osiris
Specialisme
A: Koudetechniek en Luchtbehandeling
B: Montage Gas en Verwarming
C: Service en Onderh. Gas en Verwarming
D: Ontwerpen en Tekenen
E: Dakbedekking
F: Huishoudelijke en Sanitaire Installaties
G: Distributietechniek
Totaal
1998
35,7%
36,8%
47,6%
52,0%
47,4%
45,5%
40,0%
44,9%
1999
54,8%
48,6%
57,5%
60,5%
42,1%
51,6%
35,3%
52,3%
Jaar aanmelding
2000
2001
57,1%
60,9%
57,1%
48,7%
68,3%
59,0%
66,3%
47,6%
52,0%
46,5%
56,0%
52,2%
77,8%
36,4%
58,9%
52,7%
2002
45,2%
39,9%
39,3%
40,1%
33,8%
29,6%
0,0%
33,3%
2003
6,7%
20,1%
16,7%
15,6%
11,7%
8,9%
50,0%
11,5%
Als we de rendementspercentages verdelen naar specialisme, dan kunnen we
(voorzichtig) concluderen dat de opleidingen in de specialismen Ontwerpen en
Tekenen en Service en Onderhoud Gas en Verwarming over het algemeen de hoogste
rendementspercentages kennen(de opleidingen in het specialisme Distributietechniek
worden vanwege de lage aantallen niet in de vergelijking meegenomen).
Bij deze rendementsbepalingen moeten enkele kanttekeningen geplaatst worden: het
meet niet het rendement van het beroepsonderwijs in de installatietechniek. Omdat
de bepalingen zijn gebaseerd op de subsidieadministratie van OTIB, wordt alleen het
rendement van het gesubsidieerde onderwijs in beeld gebracht. Hieronder vallen
bijvoorbeeld niet de opleidingen in het BOL-traject. Daarnaast wordt niet voor elke
leerling in het BBL-traject subsidie aangevraagd of verstrekt. Een vergelijking met de
leerlingaantallen leert, dat ongeveer 30 tot 40% van de leerlingen in het
beroepsonderwijs in het vakgebied installatietechniek door OTIB wordt gesubsidieerd.
De cijfers, vergeleken over verschillende jaren geven echter wel een indicatie van de
rendementen in het beroepsonderwijs en de ontwikkeling van deze rendementen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
47
Naast het percentage leerlingen dat de opleiding succesvol afrondt, is de tijd
waarbinnen ze dit doen een maat voor het rendement van de opleiding. Hoe korter
deze tijdsperiode, des te beter is het rendement. Als de gemiddelde tijdsduur
waarbinnen het diploma wordt behaald aanzienlijk afwijkt van de nominale duur van
een opleiding is het wenselijk de inhoud van de opleiding nader te bestuderen om te
bekijken of deze stof wel binnen de tijdsduur te behappen is. In tabel 6.18 staat de
gemiddelde duur tot het behalen van het diploma naar specialisme en jaar
weergegeven. Tussen haakjes is het aantal observaties, waarover dit is berekend,
toegevoegd. Dit aantal wijkt af van het aantal gediplomeerden zoals dat in tabel 6.15
is gegeven. Van niet alle opleidingen is een datum van begin opleiding of het behalen
van een diploma bekend, zodat de duur van de opleiding niet voor alle behaalde
diploma’s kan worden berekend.
tabel 6.18
Gemiddeld aantal dagen tot behalen diploma naar jaar aanmelding en specialisme,
bron Osiris
Nominale duur 1 jaar
Specialisme
Jaar aanmelding
1998
1999
2000
2001
2002
2003
A: Koudetechniek en Luchtbehandeling
0
(0)*
408
(1)
521
(1)
273
(1)
0
(0)
0
(0)
B: Montage Gas en Verwarming
450
(52)
452
(109)
414
(87)
428
(83)
406
(66)
330
(30)
C: Service en Onderhoud Gas en Verwarming
616
(15)
408
(31)
465
(31)
433
(45)
417
(35)
347
(5)
D: Ontwerpen en Tekenen
653
(13)
670
(31)
611
(30)
495
(24)
479
(14)
230
(4)
E: Dakbedekking
1257
(2)
0
(0)
645
(3)
328
(8)
362
(3)
365
(2)
F: Huishoudelijke en Sanitaire Installaties
0
(0)
0
(0)
0
(0)
479
(42)
417
(31)
313
(16)
G: Distributietechniek
349
(2)
0
(0)
245
(2)
177
(3)
0
(0)
494
(1)
*=tussen haakjes staat het aantal observaties waarover het gemiddelde is berekend
Nominale duur 2 jaar
Specialisme
Jaar aanmelding
1998
1999
2000
2001
2002
2003
593
(13)
596
(18)
453
(34)
417
(26)
424
(17)
259
(3)
711
(77)
731
(74)
709
(76)
680
(51)
559
(29)
299
(6)
623
(137)
644
(190)
562
(202)
554
(249)
408
(149)
278
(49)
D: Ontwerpen en Tekenen
698
(48)
621
(58)
657
(66)
628
(62)
503
(36)
338
(9)
E: Dakbedekking
759
(22)
739
(27)
676
(13)
722
(26)
560
(15)
225
(5)
731
(775)
714
(1027)
726
(870)
649
(858)
519
(407)
306
(90)
0
(0)
781
(3)
332
(5)
0
(0)
0
(0)
0
(0)
A: Koudetechniek en Luchtbehandeling
B: Montage Gas en Verwarming
C: Service en Onderhoud Gas en Verwarming
F: Huishoudelijke en Sanitaire Installaties
G: Distributietechniek
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
48
Vooral in de opleidingen met een nominale duur van 1 jaar zijn er cellen met weinig
waarnemingen, zodat we erg voorzichtig moeten zijn bij het trekken van conclusies uit
de gemiddelde opleidingsduur. Wat wel opvalt, is de relatief lange gemiddelde duur
van de eenjarige opleidingen in specialisme D, Ontwerpen en Tekenen.
In de loop van de jaren lijkt de gemiddelde opleidingsduur te verminderen. Dit wordt
veroorzaakt door het gegeven dat met name in de recente jaren alleen de opleidingen
met een korte opleidingsduur zijn afgesloten. Dit gemiddelde zal na verloop van tijd
gaan stijgen.
Bij de tweejarige opleidingen valt op dat de gemiddelde opleidingsduur voor veel
opleidingen minder is dan de nominale duur van twee jaar (=730 dagen).
Waarschijnlijk wordt een tweejarige opleiding regelmatig als vervolgopleiding gedaan.
Door (eventuele) vrijstellingen zal de feitelijke opleidingsduur korter zijn dan de
nominale duur.
6.7
Rendement van ROI’s
Op de rol van de ROI’s in het beroepsonderwijs in de installatietechniek is aan het
begin van dit hoofdstuk al ingegaan. Daar is al aangegeven dat de ROI’s binnen de
beroepsopleidingen voor de installatietechniek een bijzondere plaats innemen. ROI’s
zijn geen “gewone” installatiebedrijven. ROI’s nemen leerlingen in dienst en
detacheren deze bij aangesloten bedrijven. De ROI’s fungeren als leerbedrijf, dragen
zorg voor de begeleiding van de leerlingen, onderhouden contacten met het ROC,
kortom: de ROI’s zijn gericht op en gespecialiseerd in de begeleiding van leerlingen.
De aangesloten bedrijven kunnen zo leerlingen in huis halen, terwijl de last van het
begeleiden van de leerlingen niet op hun schouders rust.
Dit gespecialiseerd en gericht zijn op de begeleiding van leerlingen zou van invloed
kunnen zijn op de rendementscijfers zoals we die in dit onderzoek hebben
gedefinieerd. Redelijkerwijs mag men verwachten dat dit zal leiden tot een hoger
rendement. Of dit zo is, en in welke mate hierdoor het rendement wordt beïnvloed,
wordt hier uiteengezet.
In figuur 6.2 zijn de tussen 1998 en 2003 afgesloten BPV’s verdeeld naar
overeenkomsten die zijn afgesloten door de ROI’s en overeenkomsten die zijn
afgesloten door overige bedrijven.
4,000
Aantal BPV's
3,500
3,000
2,500
Overig
2,000
ROI
1,500
1,000
500
0
1998
figuur 6.2
1999
2000
2001
2002
2003
Aantal BPV’s afgesloten door ROI’s en overige bedrijven 1998-2003, bron Osiris
Een minderheid van de BPV-overeenkomsten wordt afgesloten door de ROI’s. Maar dit
aandeel wordt in de loop van de jaren steeds groter. Werd in 1998 ongeveer 20% van
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
49
de BPV’s afgesloten door een ROI, in 2003 stijgt dit naar ruim 40%. Verder zien we in
de figuur dat het totaal aantal afgesloten BPV’s daalt tussen 1999 en 2003, maar het
aantal BPV’s, dat wordt afgesloten door de ROI’s blijft ongeveer gelijk. Het zijn dus de
overige bedrijven, die steeds minder BPV’s afsluiten. De ROI’s handhaven zich en
krijgen daardoor een steeds groter aandeel in een krimpende markt.
tabel 6.19
Percentage gediplomeerden ROI’s en overige bedrijven naar niveau en jaar, bron
Osiris
Niveau
Duur
Jaren
ROI
4
2
3
2
65,5%
68,3%
67,2%
56,4%
1
55,0%
72,5%
91,3%
82,8%
2
61,6%
57,7%
55,5%
50,7%
0,0%
63,6%
40,0%
100,0%
92,9%
100,0%
40,0%
62,5%
61,1%
59,6%
52,4%
2
1998
1999
2000
2001
nvt
0,0%
100,0%
0,0%
1
1
1
Totaal
nvt
Niveau
Duur
Jaren
Overige bedrijven
1998
1999
2000
2001
4
2
53,7%
59,3%
69,9%
68,6%
3
2
43,4%
51,4%
62,0%
49,5%
1
39,7%
56,9%
61,6%
66,2%
2
36,5%
43,6%
52,8%
50,3%
1
50,0%
25,0%
76,9%
100,0%
1
85,7%
71,4%
88,2%
52,3%
40.3%
49,2%
58,6%
52,8%
2
1
Totaal
Opvallend is de toename van rendementspercentage tussen 1998 en 2000 bij de
overige bedrijven. Het percentage stijgt van 40% naar bijna 60%. De reden van deze
stijging is niet duidelijk. Enerzijds kan het gaan om een daadwerkelijke verhoging van
het rendementspercentage bij de niet-ROI’s. Hiervoor kunnen diverse oorzaken zijn.
Eén reden kan zijn dat deze bedrijven beter zijn gaan opleiden. Ook kunnen deze
bedrijven de weg naar OTIB beter hebben kunnen vinden, wat kan resulteren in een
hoger percentage gedeclareerde subsidies. Daarnaast kan er sprake zijn van een
selectie-effect: bedrijven die niet goed presteerden op begeleiding van leerlingen, en
waar de rendementspercentages laag waren, zouden de begeleiding hebben kunnen
overgeven aan de ROI’s. Daardoor blijven de bedrijven over die wel goed presteren in
het begeleiden van leerlingen. Naast een verhoging van het rendementspercentage
kan dit ook een verklaring zijn van het verminderen van het aandeel van deze
bedrijven in het aantal aangemelde BPV’s (en een verhoging van het aandeel van de
ROI’s).
Een vergelijking met tellingen van leerlingen en gediplomeerden van CFi leert
overigens, dat de verhouding gediplomeerden/leerlingen de laatste jaren aan het
toenemen is. Vergaande conclusies kunnen daaraan echter niet worden verbonden,
omdat dit om de verhouding binnen een bepaald jaar gaat, niet om het aantal
leerlingen per beginjaar van de opleiding dat een diploma behaalt.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
50
Het verschil tussen de ROI’s en de overige bedrijven in percentage geslaagden is in
1998 groot, en neemt daarna af. In 2000 liggen de percentages ongeveer gelijk. Na
2000 is het percentage bij de overige bedrijven hoger, maar de jaren 2000 en later
kunnen we nog niet als afgesloten beschouwen. Bekijken we alleen de afgesloten
jaren 1998 en 1999, dan zien we dat de ROI’s een hoger percentage geslaagden
hebben dan de overige bedrijven. Het verschil bedraagt in 1998 22% en loopt in 2000
terug tot 1%. Op de mogelijke redenen voor het teruglopen van de verschillen is
hierboven al ingegaan. Het is interessant om te onderzoeken of het inderdaad de
slechter presterende bedrijven (qua rendementspercentage) zijn die de begeleiding
van de leerlingen aan het ROI overdragen en of dit de reden is van de verhoging van
het rendementspercentage bij de overige bedrijven. De rendementscijfers per ROI
worden in bijlage 3.5 gegeven.
Uit een multivariate analyse, waarbij de samenhang tussen het wel of door een ROI
begeleid worden en het succesvol afronden van een opleiding wordt nagegaan, en
waarbij wordt gecontroleerd op een aantal overige kenmerken (zoals duur van de
opleiding, niveau, jaar van de start van de opleiding) blijkt, dat bij het begeleid
worden door een ROI de kans op het succesvol afronden van een beroepsopleiding
gemiddeld 18% hoger is dan bij begeleid worden bij overige bedrijven.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
51
7 Onderwijsontwikkelingen bij-, her- en omscholing
Scholing houdt niet op na het beëindigen van een beroepsopleiding. Om zijn vak goed
te kunnen blijven uitoefenen moet een werknemer regelmatig worden bijgeschoold.
Zo blijft hij op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen in zijn vakgebied en kan hij deze
nieuwe ontwikkelingen ook toepassen in zijn dagelijks werk.
OTIB heeft als missie het ‘Aantrekkelijk maken en houden van de installatiebranche
met voldoende en goed gekwalificeerde mensen”’17. Het subsidiëren van bijscholing
voor werknemers is voor OTIB een van de middelen om aan deze missie te voldoen.
OTIB stimuleert bijscholing middels een scholingsverlofregeling. Deze regeling (die is
vastgelegd in de CAO) geeft werknemers recht op één dag scholingsverlof per jaar.
Binnen OTIB bestaan twee manieren om deze verlofregeling vorm te geven: voor
bijscholing in het vakgebied installatietechniek kunnen werknemers (c.q. de
werkgevers voor hun werknemers) zelf een cursus zoeken die, als deze aan de door
OTIB gestelde voorwaarden voldoet, achteraf kan worden gedeclareerd bij het fonds.
Binnen het vakgebied organiseert het fonds zelf bijscholingscursussen, waar
werkgevers hun werknemers naar toe kunnen sturen.
Naast de gesubsidieerde bijscholing bestaan er ook cursussen die niet door het fonds
worden gesubsidieerd. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan cursussen die door
fabrikanten worden georganiseerd voor de installatie of bediening van of reparatie aan
de eigen producten.
In dit hoofdstuk zal eerst het gebruik van de bijscholing in beeld worden gebracht. Dit
wordt gedaan door middel van een analyse van het gebruik van het scholingsverlof en
het gebruik van niet-gesubsidieerde scholing. Daarna zal worden aangegeven welke
werknemers het meest met ontwikkelingen in het vakgebied te maken krijgen en
daarom intensiever geschoold zullen moeten worden om bij te blijven. Ook wordt de
scholingsvraag die bij bedrijven leeft in beeld gebracht en wordt bekeken in hoeverre
het aanbod aan bijscholing aansluit op de geconstateerde scholingsbehoefte.
7.1
Scholingsconsumptie naar niveau en specialisme.
Kijken we naar de gesubsidieerde scholing, dan blijkt dat in het vakgebied
elektrotechniek het meest wordt geschoold: gemiddeld 0,43 dagen per werknemer per
jaar en 7,42 dagen per werkgever. In de koeltechniek wordt duidelijk minder
geschoold (0,17 dagen per werknemer). Per werknemer wordt het meest geschoold in
de regio’s Noord-Holland/Flevoland voor de vakgebieden koeltechniek en
elektrotechniek, in Noord-Nederland voor het vakgebied installatietechniek en
Limburg/Brabant voor het vakgebied elektrotechniek
In tabel 7.1 wordt het aantal geconsumeerde scholingsdagen per werknemer en per
werkgever getoond naar regio.
17
OTIB, Beleidsplan 2005-2007 Opleidings – en Ontwikkelingsfonds voor het Technisch
Installatiebedrijf, juni 2004. p. 4
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
53
tabel 7.1
Aantal geconsumeerde scholingsdagen per werknemer en per werkgever, naar
regio, in 2003
Aantal
dagen per
werknemer
Aantal
dagen per
werkgever
Aantal
dagen per
werknemer
Aantal
dagen per
werkgever
Elektrotechniek
Aantal
dagen per
werkgever
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
Installatietechniek
Aantal
dagen per
werknemer
Regio
Koeltechniek
0,26
0,09
0,20
0,43
0,08
0,11
0,26
0,17
2,94
1,85
1,74
4,05
1,26
1,90
2,49
2,37
0,31
0,28
0,24
0,18
0,22
0,24
0,22
0,25
4,26
4,67
3,75
2,61
3,03
2,94
3,11
3,74
0,35
0,41
0,41
0,46
0,43
0,43
0,46
0,43
4,98
7,03
7,65
7,60
8,58
6,72
7,66
7,42
Voor de vakgebieden installatietechniek en koeltechniek is de
scholingsverlofconsumptie ook verdeeld naar leeftijdscategorieën18. In de
installatietechniek worden werknemers van 25 tot en met 44 jaar gemiddeld het
meest bijgeschoold (0,37 dagen per werknemer). In de koeltechniek worden bij de
werknemers jonger dan 25 jaar gemiddeld het meeste aantal dagen per werknemer
geconsumeerd (0,49).
In tabel 7.2 wordt het aantal geconsumeerde scholingsdagen per werknemer voor de
vakgebieden koeltechniek en installatietechniek getoond.
tabel 7.2
Jaar
2000
2001
2002
2003
Aantal geconsumeerde scholingsdagen 2000-2003 per werknemer, naar
leeftijdscategorie, voor de vakgebieden koeltechniek en installatietechniek
<25
0,35
0,38
0,50
0,49
Koeltechniek
25-44
0,28
0,38
0,34
0,30
45+
0,20
0,20
0,26
0,16
Installatietechniek
<25
25-44
0,39
0,49
0,37
0,50
0,39
0,46
0,29
0,37
45+
0,33
0,28
0,27
0,23
We zien dat het aantal dagen per werknemer voor de koeltechniek tussen 2000 en
2003 stijgt, behalve voor de groep werknemers van 45 jaar en ouder. Bij de
installatietechniek is dit over de gehele linie afgenomen.
Nu zegt het gemiddelde aantal dagen dat per werkgever of per werknemer wordt
geconsumeerd niet zoveel over de intensiteit waarmee geschoold wordt. Daarvoor
moeten we naar de werknemer kijken: hoeveel werknemers worden er eigenlijk per
jaar geschoold? Volgen veel werknemers een dag scholing per jaar, of zijn er veel
minder werknemers die een aantal dagen scholing volgen?
Als we dezelfde verdeling van tabel 7.2 voor het aantal werknemers maken, dan blijkt
het dekkingspercentage veel kleiner te zijn. Blijkbaar worden minder werknemers
meerdere dagen per jaar geschoold.
In tabel 7.3 wordt het percentage werknemers getoond dat wordt geschoold voor de
vakgebieden koeltechniek en installatie techniek.
18
Voor het vakgebied elektrotechniek was (nog) geen actuele informatie voorhanden
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
54
tabel 7.3
Jaar
2000
2001
2002
2003
Percentage werknemers 2000-2003 dat wordt geschoold, naar leeftijdscategorie,
voor de vakgebieden koeltechniek en installatietechniek
<25
12,0%
15,4%
15,0%
15,3%
Koeltechniek
25-44
10,8%
16,2%
13,4%
11,2%
45+
9,6%
10,2%
14,2%
7,6%
Installatietechniek
<25
25-44
15,4%
19,0%
14,3%
18,7%
14,9%
17,2%
11,4%
15,3%
45+
15,0%
13,3%
12,5%
11,8%
In het vakgebied installatietechniek heeft in 2003 1 op de 7 tot 1 op de 8 werknemers
scholing gevolgd. Dit aantal is sinds 2000 gedaald. In de koudetechniek is het deel
van de werknemers dat iets aan bijscholing doet sinds 2000 iets toegenomen, met
uitzondering van de werknemers van 45 jaar en ouder. Voor de werknemers ouder
dan 25 jaar was het deel dat scholing volgde in 2001 en 2002 echter hoger dan in
2000 of 2003.
Hoe vaak worden werknemers eigenlijk bijgeschoold? Een werknemer kan in een jaar
meerdere dagen scholing volgen en dan een aantal jaren niets meer aan bijscholing
doen, of over meerdere jaren elk jaar een dag aan bijscholing doen. In de afgelopen 4
jaar heeft zowel in de installatietechniek als in de koeltechniek 85 tot 90% van de
werknemers geen gesubsidieerde bijscholing gevolgd.
In tabel 7.4 wordt het percentage werknemers getoond dat aan gesubsidieerde
bijscholing heeft gedaan voor de vakgebieden installatietechniek en koeltechniek.
tabel 7.4
Percentage werknemers dat in de periode 2000-2003 aan gesubsidieerde
bijscholing heeft gedaan, voor de vakgebieden installatietechniek en koeltechniek
naar leeftijdscategorie.
Geen scholing gevolgd
Wel scholing gevolgd
<25
84,7%
15.3%
In 1 van de 4 jaar scholing
In 2 van de 4 jaar scholing
In 3 van de 4 jaar scholing
Alle 4 jaar scholing
11.4%
3.2%
0.5%
0.2%
Koeltechniek
25-44
45+
88,8% 92,4%
11.2%
7.6%
6,5%
3,5%
1,0%
0,2%
1,6%
1,1%
0,4%
0,1%
Totaal
89,3%
10.7%
<25
88.6%
11.4%
6.4%
3.2%
0.9%
0.2%
8.7%
2.2%
0.5%
0.1%
Installatietechniek
25-44
45+
84.7%
88.2%
15.3%
11.8%
8,3%
4,4%
2,1%
0,5%
Totaal
86.4%
13.6%
6,5%
3,5%
1,4%
0,4%
7.8%
3.7%
1.6%
0.4%
Zowel in de installatietechniek als in de koeltechniek wordt erg weinig bijscholing
gevolgd: minstens 85% van de werknemers is in 4 jaar niet meer bijgeschoold.
Degene die bijgeschoold worden hebben dat voor meer dan de helft slechts in 1 van
de afgelopen 4 jaar gedaan. Vrijwel geen werknemers hebben in elk van de afgelopen
4 jaar aan bijscholing gedaan: voor de koeltechniek is dat 1 op de 500 werknemers,
voor de installatietechniek 1 op de 250.
Hiervoor hebben we al gezien dat in de installatietechniek gemiddeld een kwart van de
scholingsdagen wordt geconsumeerd, in de koudetechniek nog minder. Daarnaast
wordt, als er bijscholing wordt gevolgd, meerdere dagen per werknemer
geconsumeerd. Niet alleen heeft slecht 1 op de 7 tot 8 werknemers in 2003 scholing
gevolgd, het aantal werknemers dat in de afgelopen 4 jaar scholing heeft gevolgd is
niet groter.. De frequentie waarin werknemers worden bijgeschoold is voor bijna 90%
van de bedrijven minder dan 1 keer in de 4 jaar. Dit betekent dat alleen inzetten op
een gemiddeld aantal scholingsdagen per werknemer nog niet iets zegt over de
frequentie waarmee werknemers worden bijgeschoold. Het is te overwegen om niet
alleen een doelstelling op het gebied van het aantal geconsumeerde dagen per
werknemer te formuleren, maar ook om een doelstelling op bijscholingsfrequentie van
werknemers vast te stellen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
55
Het gebruik van de scholingsverlofdagen is niet gelijk verspreid over het jaar. Het
blijkt dat vooral in het eerste kwartaal van het jaar en in de maanden september en
oktober het meest wordt geschoold. Hierbij zijn regionaal niet zo veel verschillen te
constateren.
Het meeste scholingsverlof wordt besteed aan het volgen van algemene, niettechnische cursussen. Voor het vakgebied elektrotechniek gaat het hierbij om de helft
van de cursussen, in de vakgebieden koel- en installatietechniek worden zelfs 7 van
de 10 scholingsverlofdagen besteed aan algemene en overige cursussen (zie bijlage
4.1, tabel 4.4). Een groot deel van de scholingssubsidie wordt dus niet besteed aan
het verhogen van het technisch vakmanschap in de branche.
Van de technische cursussen worden de meeste scholingsdagen in de koeltechniek
(logischerwijze) besteed aan opleidingen in het specialisme “Koudetechniek en
Luchtbehandeling”, in de installatietechniek aan “Service en Onderhoud Gas en
Verwarming” en “Montage Gas en Verwarming” en in de elektrotechniek wordt de
meeste gesubsidieerde bijscholing besteed aan algemene technische cursussen en
cursussen in het specialisme “Beveiliging”.
Regionaal zijn daarbinnen weinig verschillen te constateren. Vermeldenswaard is dat
in de koeltechniek niet wordt geschoold in het specialisme “Koudetechniek en
Luchtbehandeling” in de regio Zeeland/West-Brabant, en dat in de elektrotechniek er
relatief veel geschoold wordt in het specialisme “Aarding en Bliksem” in de regio
Noord-Nederland.
In de koeltechniek en de installatietechniek wordt de meeste bijscholing
geconsumeerd door bedrijven met 16 tot 50 werknemers. Zij gebruiken ongeveer een
derde van het bijscholingsverlof. In de elektrotechniek neemt het aandeel in de
scholingsconsumptie toe met de grootte van bedrijven: de grote bedrijven nemen het
grootste deel van de scholingsconsumptie voor hun rekening. Alleen de bedrijven met
51 tot 100 werknemers zijn een (negatieve) uitzondering op deze trend, zij hebben
een kleiner aandeel in de bijscholing dan de bedrijven met 16 tot en met 50
werknemers.
Hierbij zijn enkele regionale verschillen te constateren: in de koeltechniek wordt in de
regio’s Zuid-Holland en Limburg/Brabant de meeste bijscholing geconsumeerd door de
bedrijven met 6 tot en met 15 werknemers, in de regio Zeeland/West-Brabant door de
grote bedrijven (meer dan 100 werknemers). In de installatietechniek vindt de meeste
bijscholing plaats bij de grote bedrijven in de regio Noord-Holland/Flevoland, terwijl in
de elektrotechniek de meeste bijscholing in de regio Zeeland/West-Brabant wordt
geconsumeerd door bedrijven met 16 tot en met 50 werknemers.
In het onderzoek onder bedrijven is gevraagd hoeveel bijscholing er gevolgd is. Door
de installatiebedrijven wordt gemiddeld bijna 15 cursusdagen per werkgever aan
bijscholing gedaan, waarvan ongeveer de helft niet bij het scholingsfonds wordt
gedeclareerd. Reden hiervoor is, dat het hier vaak (gratis) fabrikantencursussen
betreft, dat de cursus niet onder de subsidieregeling valt, of –voor enkele bedrijvendat men niet op de hoogte is van de subsidieregeling. In het vakgebied
elektrotechniek wordt er meer buiten het fonds dan daarbinnen geschoold. Door de
bedrijven wordt gemiddeld 12 cursusdagen bij (voormalig) OFE gevolgd, 16 dagen per
bedrijf buiten OFE om. Omdat niet alle bedrijven deze vragen hebben ingevuld zullen
de werkelijke gemiddelden iets lager liggen, maar dit zal voor de verhoudingen weinig
gevolgen hebben.
De gefuseerde opleidings- en ontwikkelingsfondsen OLC en OFE kenden ieder een
andere wijze van subsidiëring van bijscholing. In het kort komt het er op neer, dat
OFE zelf cursussen aanbood, waar werkgevers hun werknemer naar toe konden
sturen. Bij OLC konden werknemers (of werkgevers voor hun werknemers) zelf een
cursus uitzoeken en deze achteraf declareren bij het fonds. Aan bedrijven is gevraagd
welk systeem hun voorkeur heeft.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
56
In tabel 7.5 worden de percentages voor de verschillende antwoordcategorieën
weergegeven.
tabel 7.5
Voorkeur bedrijven voor wijze subsidiëring bijscholing, bron MarktMonitor 2004
Installatietechniek
Aantal
Perc.
Zelf een cursus zoeken en achteraf declareren
61
53,0%
66
42,9%
44
38,3%
61
39,6%
9
7,8%
19
12,3%
1
0,9%
8
5,2%
115
100%
154
100%
Fonds biedt pakket aan, waar werknemers aan
deel kunnen nemen
Anders
Geen antwoord
Totaal
Elektrotechniek
Aantal
Perc.
In het vakgebied installatietechniek is een meerderheid van de bedrijven voor het
“OLC-systeem”. De meningen in het vakgebied elektrotechniek zijn meer verdeeld,
met ook een lichte voorkeur voor het “OLC-systeem”. Overigens geeft een aanzienlijk
deel van de bedrijven die “Anders” antwoorden aan, dat zij het liefst een combinatie
of allebei de methoden van subsidiëring prefereren. Over het algemeen kan gesteld
worden dat bedrijven het liefst zelf een cursus zoeken die ze achteraf kunnen
declareren. Daarbij moet gesteld worden dat in het (voormalige) OFE intensiever
bijgeschoold werd dan door de OLC-bedrijven. Niet duidelijk is in hoeverre dit met het
subsidiesysteem te maken heeft.
7.2
Niet-gesubsidieerde bijscholing
Om een beeld te krijgen wat er aan niet-gesubsidieerde scholing wordt gevolgd, is in
het onderzoek onder bedrijven gevraagd aan te geven of en hoeveel medewerkers in
2003 een workshop of een cursus bij een fabrikant of leverancier hebben gevolgd.
tabel 7.6
Aantal en percentage bedrijven waarvan medewerkers in 2003 een workshop of
cursus bij een fabrikant hebben gevolgd, bron MarktMonitor 2004
Ja,
Nee,
Geen antwoord
Totaal
Installatietechniek
Aantal
Perc.
86
74,8%
27
23,5%
2
1,7%
115
100%
Elektrotechniek
Aantal
Perc.
118
76,6%
34
22,1%
2
1,3%
154
100%
Driekwart van de bedrijven heeft 1 of meer medewerkers in 2003 naar een workshop
of cursus bij een fabrikant of leverancier gestuurd. In het vakgebied installatietechniek
ging het om gemiddeld 6,4 werknemers (minimaal 1, maximaal 45), in het vakgebied
elektrotechniek om gemiddeld 5,9 werknemers (minimaal 1, maximaal 100). Deze
gemiddelden verschillen niet zoveel. In de installatietechniek en elektrotechniek wordt
ongeveer in gelijke mate niet-gesubsidieerde bijscholing gevolgd.
7.3
Welke werknemers krijgen met nieuwe ontwikkelingen te
maken
Het toepassen van nieuwe ontwikkelingen en het invoeren van nieuwe technologieën
heeft consequenties voor een bedrijf. Hierop wordt in het clusterrapport
Technologische Trend en Ontwikkelingen nader ingegaan. Ook voor werknemers
betekent dit een verandering. Vaak moet er scholing worden gevolgd en verandert de
interne organisatie van een bedrijf. Werknemers die veel met nieuwe ontwikkelingen
te maken krijgen ondervinden veel veranderingen in hun beroep. Zij zullen over het
algemeen vaker moeten scholen om hun beroep op een kwalitatief hoog niveau uit te
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
57
kunnen blijven oefenen. Het is daarom belangrijk vast te stellen welke werknemers
met nieuwe ontwikkelingen worden geconfronteerd.
tabel 7.7
Aantal werknemers dat in aanraking komt met nieuwe
ontwikkelingen op het gebied van installatietechniek, naar functie (N=115),
bron MarktMonitor 2004
Functie
Cluster Integratie van applicaties binnen geautomatiseerde systemen:
Kantoor/binnendienst
Directie/management
Planning/calculatie/werkvoorbereiding
Verkoop
Projectleiding
Cluster Hogere eisen aan de kwaliteit van het binnenklimaat:
(service)monteur
Werkvoorbereiding
Iedereen
Ondernemer/directie
Projectleiding
Cluster Duurzaam installeren:
Monteur/vakspecialist
Calculator/werkvoorbereiding
Directie/kader
Iedereen
Verkoop
Ontwerp
Projectleiding
Cluster Installatie uitvoering en systeemkeuze:
Monteur
Aantal
10
10
5
2
2
5
5
2
2
2
14
6
3
3
2
2
2
3
Ontwikkelingen op het gebied van “Integratie van applicaties binnen
geautomatiseerde systemen hebben vooral gevolgen voor het administratief personeel
en de directie of het management. Met de ontwikkelingen op de andere terreinen
krijgen de monteurs en de werkvoorbereiding het meest te maken.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
58
tabel 7.8
Aantal werknemers dat in aanraking komt met nieuwe ontwikkelingen op het
gebied van elektrotechniek, naar functie (N=154), bron MarktMonitor 2004
Functie
Cluster Elektro Installatietechniek:
(eerste)Monteur/vakfunctionaris
Directie/eigenaar/leiding
Iedereen
Projectleiding
Werkvoorbereiding
Uitvoering
Engineering/ontwerp
Alle technisch
Niveau 4/specialisten
Cluster Beveiliging, Handhaving en Beheer:
Niveau 3/vakfunctionaris/monteur
Directie/management
Niveau 4/specialist
Iedereen
Projectleiding
Engineering/ontwerp/calculatie
Uitvoering
Aantal
20
15
8
7
6
4
4
2
2
10
6
6
6
3
3
3
Cluster Meet- en Regeltechniek en Besturingstechnologie:
Engineering/ontwerp
Bedrijfsleiding/directie/management
Projectleiding
Niveau 3/vakfunctionaris/monteur
Programmeur/software
Niveau4/specialist
Iedereen
Werkvoorbereiding
4
4
3
3
2
2
2
2
Cluster ICT, Telematica en Automatisering:
(Eerste)Monteur/vakfunctionaris
Iedereen
Directie/bedrijfsleiding/eigenaar
Niveau 4/specialist
Werkvoorbereiding
Projectleiding
Uitvoering
Kantoor/binnendienst
Buitendienst
Engineering/ontwerp
9
8
5
4
4
3
3
2
2
2
Cluster Energiemarkt en Duurzame Energie:
(Chef)Monteur
(Midden)kader/directie
Werkvoorbereiding
5
4
2
In het vakgebied elektrotechniek komen de monteurs (op niveau 2 en 3) en de
directie of het (midden-)kader het meest met nieuwe technologieën in aanraking. Ook
wordt vaak aangegeven dat alle werknemers met nieuwe ontwikkelingen te maken
krijgen.
Het zijn voor al de monteurs op niveau 2 en 3 en de directie of bedrijfsleiding die met
nieuwe ontwikkelingen worden geconfronteerd. Om bij te blijven in het vakgebied
zullen deze beroepsgroepen het meest geschoold moeten worden. Het niet volgen van
bijscholing in deze beroepen betekent eerder een achteruitgang dan een stilstand. De
gevolgen van het onvoldoende bijgeschoold zullen eerder consequenties hebben voor
het vakmanschap dan in beroepen die in mindere mate aan verandering onderhevig
zijn.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
59
7.4
Scholingsvraag van bedrijven
Het toepassen van nieuwe ontwikkelingen leidt tot een scholingsvraag bij bedrijven,
zo is eerder in dit hoofdstuk geconcludeerd. Het is belangrijk dat het aanbod aan
bijscholingscursussen aansluit bij de vraag die er onder bedrijven leeft. Een slechte
aansluiting leidt tot een geringe deelname aan de bijscholingscursussen, en dit heeft
gevolgen voor de kwaliteit van het vakmanschap in de branche.
Niet alleen het aanbod aan bijscholing moet voldoen, de cursussen die gegeven
worden moeten ook de noodzakelijke kennis en vaardigheden opleveren. Een
opleiding die niet biedt wat er beloofd wordt of onvoldoende resultaat oplevert zal een
tweede keer niet meer gevolgd worden.
tabel 7.9
Gegeven antwoorden op vraag of binnen de vakgebieden installatie- en
elektrotechniek gevolgde cursussen benodigde kennis of informatie opgeleverd,
naar aantal en percentage, bron MarktMonitor 2004
Installatietechniek
Aantal
Perc.
Ja, cursussen hebben benodigde kennis of
informatie opgeleverd
Nee, cursussen hebben niet de benodigde kennis of
informatie opgeleverd
Weet niet
Geen antwoord
Totaal
Elektrotechniek
Aantal
Perc.
85
73,9%
125
81,2%
7
6,1%
9
4,8%
3
14
115
7,8%
12,2%
100%
8
12
154
5,2%
7,8%
100%
Wat wordt gemist?
•
Inhoudelijk te licht, diepgang van stof beperkt;
•
Cursussen worden niet opgestuurd en zijn te ver weg;
•
Legionella examen niet in overeenstemming met het geleerde;
•
Diepgang
•
Tijdsplanning van het ROC
•
Slecht examen
•
Cursus OFE te algemeen, werknemers gaan niet graag
•
Diepgang van stof beperkt
•
Kennis was al aanwezig
•
Praktische toepassingen
•
Te weinig rendement
•
Te theoretisch
•
Tijd te kort voor een goede cursus
Verreweg de meeste bedrijven (75% tot 80%) vinden dat de cursussen die gevolgd
worden de noodzakelijke kennis of informatie opleveren. Ongeveer 5% mist iets.
Hierbij wordt het meest aangegeven dat de cursus te weinig diepgang had of dat het
te theoretisch was en te weinig aansluit bij de praktijk.
Van de installatiebedrijven heeft een redelijk groot gedeelte(12%) heeft op deze
vraag geen antwoord gegeven. Onduidelijk is wat de reden daarvan is. Wellicht
hebben geen medewerkers van deze bedrijven in 2003 een cursus gevolgd. Bij de
elektrobedrijven is dit 8%.
tabel 7.10
Gegeven antwoorden op vraag of opleidingsaanbod voldoende is om aan
scholingsvraag te kunnen voldoen, naar aantal en percentage, bron MarktMonitor
2004?
Ja, het opleidingsaanbod is voldoende
Nee, het opleidingsaanbod is onvoldoende
Weet niet
Geen antwoord
Totaal
Installatietechniek
Aantal
Perc.
94
81,7%
12
10,4%
7
6,1%
2
1,7%
115
100%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Elektrotechniek
Aantal
Perc.
127
82,5%
19
12,3%
7
4,6%
1
0,7%
154
100%
60
Wat wordt gemist?
(Installatietechniek:)
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Cursus meet/regeltechniek, zowel hydr. als besturingstechniek
Gerichte module bijvoorbeeld alle elektronica;
Er wordt veel gemist, vandaar ‘eigen’ cursussen ontwikkeld;
Cursus eenvoudige regeltechniek van weersafhankelijke regelingen;
Data van aanvang opleidingen en plaatsen;
Vervolg cursus Tillan zink;
Commerciële training;
Verkorte STEK-opleiding;
Management;
Aanbod in avondopleidingen;
Goede opleiding kunststoftechniek en kunststofbewerking;
Onderhoud toestellen
Meten op de bouw/ afwerk bouw
(Elektrotechniek:)
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Multimedia inbouwen in auto’s;
Maatwerk, dat wil zeggen: cursus naar gelang capaciteit medewerkers;
Cursus KOMO install;
Systeembeheer/servertechniek;
Visual Basic;
Automatisering/draadloos;
Functiebehoud bekabeling/veilige nieuwe ontwikkeling ten opzichte van VCA;
Cursussen glasvezeltechniek missen diepgang;
In onze branche te laag scholingsaanbod; gaat slecht;
Betere combinatie afstemming;
Cursus ontwerpindeling besturingskasten;
Cursussen vanuit leverancier;
Simpele praktische ICT-opleiding met betrekking tot netwerken;
Ontwikkeling en ontwerp industriële processen.
Domotica-cursussen
Specifieke gericht op CES
Maatwerk in cursussen
OOIP
Ontruiming, luchtbehandeling, deelcursus bij eisenpakket
Post HBO/ Verkorte cursus?Speciale domotica cursussen
Verreweg de meeste bedrijven (80-85%) vinden het huidige aanbod voldoende.
Desondanks mist 10 tot 15% nog een bepaalde opleiding of cursus. De concrete
cursussen of opleidingen die gemist worden zijn erg divers. In het vakgebied
installatietechniek worden meerdere malen cursussen meet- en regeltechniek
genoemd, in de elektrotechniek domotica-cursussen.
Om een beeld te krijgen wat er aan niet-gesubsidieerde scholing wordt gevolgd, is de
bedrijven gevraagd aan te geven of en hoeveel medewerkers in 2003 een workshop of
een cursus bij een fabrikant of leverancier hebben gevolgd.
tabel 7.11
Aantal en percentage bedrijven waarvan medewerkers in 2003 een workshop of
een cursus bij een leverancier/fabrikant gevolgd, bron MarktMonitor 2004
Ja,
Nee,
Geen antwoord
Totaal
Installatietechniek
Aantal
Perc.
86
74,8%
27
23,5%
2
1,7%
115
100%
Elektrotechniek
Aantal
Perc.
118
76,6%
34
22,1%
2
1,3%
154
100%
Driekwart van de bedrijven heeft 1 of meer medewerkers in 2003 naar een workshop
of cursus bij een fabrikant of leverancier gestuurd. In het vakgebied installatietechniek
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
61
ging het om gemiddeld 6,4 werknemers (minimaal 1, maximaal 45), in het vakgebied
elektrotechniek om gemiddeld 5,9 werknemers (minimaal 1, maximaal 100). Deze
gemiddelden verschillen niet zoveel. In de installatietechniek en elektrotechniek wordt
ongeveer in gelijke mate niet-gesubsidieerde bijscholing gevolgd
7.5
Scholingsconsumptie en scholingsbehoefte
Een bepaling van de mate waarin de consumptie van (gesubsidieerde) bijscholing
aansluit op de behoefte aan scholing die bij bedrijven bestaat is richtinggevend voor
het beleid van OTIB. Immers, een discrepantie tussen de scholingsbehoefte en
scholingsconsumptie duidt er op dat het aanbod aan gesubsidieerde bijscholing niet is
afgestemd op de behoefte. Een betere afstemming zou de consumptie kunnen
verhogen.
tabel 7.12
Mate waarin werknemers te maken krijgen met nieuwe ontwikkeling, naar
technische en niet-technische personeel, bron MarktMonitor 2004
Technisch personeel
Niet-technisch personeel
Totaal
Installatietechniek
Aantal
Percentage
50
62%
31
38%
81
100%
Elektrotechniek
Aantal
Percentage
117
75%
39
25%
156
100%
In de installatietechniek en elektrotechniek krijgt het technisch personeel19 verreweg
het meest met nieuwe ontwikkelingen te maken. Verwacht mag daarom worden dat
de meeste bijscholing ook op technisch gebied wordt gevolgd.
tabel 7.13
Bijscholingsconsumptie 2003 naar technische
en niet-technische cursussen
Technische cursussen
Niet-technische cursussen
Totaal
Installatietechniek
29%
71%
100%
Elektrotechniek
50%
50%
100%
Zowel binnen het vakgebied installatietechniek als elektrotechniek krijgt het technisch
personeel in hoge mate met nieuwe ontwikkelingen te maken. Toch wordt in de
elektrotechniek slechts de helft van de (gesubsidieerde) cursussen besteed aan
technische opleidingen, en wordt in de installatietechniek nog geen derde van de
bijscholing aan een technische opleiding besteed.
Binnen beide vakgebieden bestaat er een discrepantie tussen de mate waarin
technische beroepen met nieuwe ontwikkelingen worden geconfronteerd en de
scholingsconsumptie, die in verhouding veel aan niet-technische opleidingen wordt
besteed. Zoals eerder in dit hoofdstuk is gesignaleerd wordt wellicht minstens de helft
van de bijscholing buiten de opleidingsfondsen om gevolgd. Wellicht betreft het hier
veelal technische cursussen. Om een goed beeld te krijgen wat er aan bijscholing
wordt gedaan zou niet alleen de gesubsidieerde bijscholing, maar ook de nietgesubsidieerde bijscholing nauwkeurig in beeld gebracht moeten worden. Pas dan kan
een beeld verkregen worden van de mate waarin de bijscholing zorgt voor een
verhoging van het vakmanschap in de branche.
19
N.B. Het management/ de directie,/de bedrijfsleiding wordt als niet-technisch personeel
gerekend
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
62
8 Overzicht activiteiten kennisoverdracht in de
branche
Ten behoeve van het technologiebeleid van het voormalig OLC en de Commissie
Technologie die voor het vakgebied installatietechniek is ingesteld is een inventarisatie
gemaakt van kennisoverdrachtprogramma’s die door verschillende partijen in de
branche zijn geïnitieerd. Het gaat om activiteiten die nog lopen, die al zijn afgerond of
de nieuwe activiteiten die volgend jaar zullen starten.
De activiteiten van de volgende parijen (in alfabetische volgorde) zijn hiervoor
geïnventariseerd:
•
Gasunie
•
ISSO
•
Kenteq
•
NOVEM
•
NVKL
•
SBR
•
STABU
•
TNO
•
TVVL
•
Unet-VNI
•
VABI
•
VEWIN
In de bijlagen is een volledig overzicht opgenomen van alle activiteiten. Voor het
beleid van OTIB is het belangrijk te weten op welke terreinen en voor welk niveau
werknemers deze activiteiten vooral worden opgezet. Daarvoor zijn de activiteiten
beoordeeld naar het specialisme en het opleidingsniveau. Daarna is in een matrix een
overzicht gemaakt met daarin in elke cel van niveau en specialisme de hoeveelheid
activiteiten die geïnventariseerd zijn.
Uit dit overzicht blijkt, dat op het gebied van elektrotechniek vrijwel geen activiteiten
zijn ondernomen door bovengenoemde organisaties. Daarom geven we hier alleen een
overzicht van de activiteiten op het gebied van de installatietechniek. Een donkerder
kleur betekent in de grafiek dat er op dat er meer activiteiten op dat gebied
ondernomen worden.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
63
Niveau 5
Niveau 4
Niveau 3
Niveau 2
Niveau 1
Niveau 0
A
figuur 8.1
B
C
D
E
F
G
H
Aantal kennisoverdrachtactiviteiten installatietechniek 2004 naar niveau en
specialisme
De meeste activiteiten vinden plaats op het gebied van specialisme D, Ontwerpen en
Tekenen, vanaf niveau 1. Daarnaast worden er redelijk veel activiteiten ondernomen
op de hogere niveaus in de specialismen Koudetechniek en Luchtbehandeling (A),
Montage Gas en Verwarming (B), Service en Onderhoud Gas en Verwarming (C) en
Huishoudelijke en sanitaire Installaties (F). Op het gebied van Dakbedekking (E) en
Algemene functies (H) vinden vrijwel geen kennisoverdrachtactiviteiten plaats.
In hoofdstuk 7 hebben we gezien dat monteurs op niveau 2 en 3 en de directie of het
management vaak met nieuwe ontwikkelingen in aanraking komen. Het zou daarom
aanbevelingen verdienen partijen in de branche te stimuleren hun
kennisoverdrachtactiviteiten met name voor de lagere niveaus uit te breiden. Ook op
het gebied van elektrotechniek is het nodig activiteiten voor kennisoverdracht te
ontwikkelen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
64
9 Aandachtspunten voor beleid
In een branche waarin technologische ontwikkelingen elkaar snel opvolgen zijn
werknemers genoodzaakt om een leven lang te leren. Het volgen van scholing
verbetert de arbeidsmarktpositie van werknemers, alsmede de concurrentiepositie van
het bedrijf waar zij werkzaam zijn. Daarom wil OTIB de scholing van werknemers en
toekomstige werknemers bevorderen.
De algemene doelstelling van OTIB met betrekking tot scholing is uitgewerkt in vier
subdoelstellingen:
1. Voldoende spreiding van het onderwijsaanbod;
2. Voldoende innovatie op onderwijsgebied om te anticiperen op technologische
ontwikkelingen in de branche, met andere woorden: stimuleren van de innovatie
in en van het onderwijs;
3. Het bevorderen van technisch vakmanschap door gerichte bijscholing, onder meer
gerelateerd aan nieuwe technologieën;
4. Verhogen van de deelname MBO en HBO.
De subdoelstellingen worden in de volgende paragrafen uitgewerkt.
9.1
Voldoende spreiding onderwijsaanbod
Een basisvoorwaarde voor goed gekwalificeerd personeel is het toegankelijk zijn van
scholingsmogelijkheden, en dan met name de beroepsopleidingen. Dat betekent een
goede spreiding van scholen en opleidingen.
Uit de inventarisatie van de opleidingsmogelijkheden blijkt over het algemeen een
voldoende spreiding voor het beroepsonderwijs in de technische installatiebranche in
Nederland. Het tekort aan een HBO-opleiding in de installatietechniek in NoordNederland is met de HIT-opleiding aan de Hanzehogeschool in Groningen ingevuld.
9.2
Voldoende innovatie onderwijsgebied
Alleen het aanbieden van voldoende van scholingsmogelijkheden is niet voldoende. De
scholing dient ook aan te sluiten bij de kennis en vaardigheden die mensen nodig
hebben om hun beroep goed uit te kunnen oefenen. Innovatief onderwijs dat aansluit
bij technologische ontwikkelingen is hierbij van belang.
Om voldoende innovatie op onderwijsgebied te bewerkstelligen wil OTIB resultaten
van onderzoek naar technologische, onderwijskundige en maatschappelijke
ontwikkelingen terugleggen bij aanbieders van onderwijs. Op deze manier kan het
onderwijs anticiperen op ontwikkelingen in de branche en toekomstige werknemers
beter voorbereiden op hun toekomstige werkzaamheden.
Omdat het overgrote deel van de leerlingen die een opleiding in de elektrotechniek
volgen niet in de technische installatiebranche gaat werken, is het goed om in
samenwerking met andere branches op het gebied van elektrotechniek gericht
aanbieders van onderwijs te benaderen. De opleidingen in de elektrotechniek leiden
namelijk op tot veel meer beroepen dan alleen de beroepen in de technische
installatiebranche. Vooral de leerlingen die een opleiding volgen in de
sterkstroominstallaties, elektrische bedrijfsinstallaties en de panelenbouw komen
uiteindelijk in de technische installatiebranche terecht.20
Meer inzicht in de bedrijven waar leerlingen uit de elektrotechniek gaan werken kan
leiden tot een betere afbakening van de opleidingen waar het zinvol is technologische
ontwikkelingen terug te leggen. Het betreft hier zowel huidige en toekomstige
ontwikkelingen als welke werknemers met deze ontwikkelingen te maken krijgen.
20
Zie §6.2. Vgl. ook het rapport “Trends en Ontwikkelingen Arbeidsmarkt 2004”
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
65
Belangrijke technologische ontwikkelingen zijn:21
•
Duurzame energietoepassingen;
•
Ontwikkelingen op het gebied van de kwaliteit van het binnenmilieu;
•
Toepassen van prefab en plug and play onderdelen, waarbij onderdelen worden
geïntegreerd en steeds makkelijker aan elkaar zijn te koppelen (connectiviteit);
•
Standaardisering en toenemende nauwkeurigheid in het meten.
Het ligt voor de hand om bij de innovatie van het onderwijs aan deze groepen
bijzondere aandacht te besteden aan monteurs en assistent-monteurs. Binnen de
technische installatiebranche krijgen bijna alle werknemers met technologische
ontwikkelingen te maken, maar qua aantallen zijn het vooral de monteurs en
assistent-monteurs.
9.3
Bevorderen technisch vakmanschap
OTIB wil het technisch vakmanschap bevorderen door gerichte bijscholing, die onder
meer gerelateerd moet zijn aan nieuwe technologieën. Daartoe wil men het gebruik
van de scholingsverlofregeling bevorderen. Het beoogde gebruikspercentage verschilt
per leeftijdsgroep. Voor werknemers tot 25 jaar is het beoogd percentage 80%, voor
werknemers van 25 tot en met 44 jaar 50% en voor werknemers van 45 tot en met
60 jaar 20%.
Het gebruikspercentage kan op twee manieren worden gedefinieerd, namelijk als het
percentage scholingsdagen dat wordt vergoed, of als het percentage werknemers dat
van deze scholingsverlofdagen gebruik maakt. Deze percentages verschillen omdat
één werknemer momenteel gemiddeld meer dan twee scholingsverlofdagen
consumeert.
Als gekeken wordt naar het percentage vergoede scholingsdagen dan ligt dit voor de
twee leeftijdsgroepen tot en met 44 jaar onder het beoogde percentage en voor de
leeftijdsgroep vanaf 45 jaar boven het beoogde percentage.22 Voor werknemers tot
25 jaar is het percentage nu 29%, voor werknemers van 25 tot en met 44 jaar 37%
en voor werknemers van 45 tot en met 60 jaar 23%.
Het percentage werknemers dat van deze scholingsverlofdagen gebruik maakt ligt
voor alle leeftijdsgroepen onder het beoogde percentage. Voor werknemers tot 25 jaar
is het percentage nu 11%, voor werknemers van 25 tot en met 44 jaar 15% en voor
werknemers van 45 tot en met 60 jaar 12%.
Als men het gebruik van de scholingsverlofregeling wil verhogen betekent dat —met
name voor de leeftijdsgroepen tot en met 44 jaar— een forse inspanning, temeer
omdat het gebruik van de scholingsverlofregeling de laatste jaren juist afneemt. Naast
een forse verhoging zal men de trend van afname moeten doorbreken om aan de
beleidsdoelstelling te voldoen.
De door OTIB gesubsidieerde scholing betreft nu nog vooral algemene, niet-technische
cursussen. Binnen het vakgebied elektrotechniek is de helft van de cursussen
niet-technisch van aard. Binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek betreft
het zelfs zeven van de tien cursussen.23
Om het technisch vakmanschap te verhogen zal men dus niet alleen het gebruik van
de scholingsverlofregeling moeten vergroten, maar tevens het volgen van technische
cursussen moeten bevorderen.
21
Zie rapport Technologische Trends en Ontwikkelingen 2004
Het betreft uitsluitend de bijscholing binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek.
Gegevens met betrekking tot het vakgebied elektrotechniek zijn bij het schrijven van dit stuk
nog niet voorhanden.
23
Zie §7.1
22
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
66
9.4
Verhogen deelname MBO en HBO
Binnen de technische installatiebranche bestaat vooral een tekort aan hoger opgeleid
personeel24. Om dit tekort terug te dringen wil OTIB de deelname aan technische
HBO-opleidingen verhogen, enerzijds door de doorstroom van het MBO naar het HBO
te bevorderen en anderzijds door bestaand personeel te stimuleren aanvullende
scholing op HBO-niveau te volgen.
Momenteel zijn geen nauwkeurige gegevens bekend ten aanzien van de doorstroom
van MBO- naar technische HBO-opleidingen, noch over de deelname aan deze
opleidingen door bestaand personeel. Uit het Sociaal en Cultureel Rapport 2004 van
het Sociaal en Cultureel planbureau, kan afgeleid worden, dat de doorstoom van MBOers naar het HBO de laatste jaren stagneert op zo’n 30%25. Als het aantal leerlingen in
de toekomst stijgt, kan op basis van leerlingenaantallen niet worden vastgesteld of dit
het gevolg is van de doorstroom van MBO-leerlingen dan wel deelname van bestaand
personeel, noch of dit het gevolg is van het gevoerde beleid. Hiervoor is nader
onderzoek naar deelname aan het HBO noodzakelijk. Het Sociaal Cultureel Planbureau
verwacht overigens niet veel van de doorstoom van het MBO naar het HBO (tenzij de
arbeidsmarktperspectieven voor MBO-ers aanzienlijk vermindert), en ziet meer in het
stimuleren en verhogen van deelname aan havo en vwo. Men ziet hier vooral
expansiemogelijkheden door een toename van deelname van allochtone jongeren26.
Het belang van het verhogen van de deelname aan technische HBO-opleidingen wordt
onderstreept door een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. Het aandeel hoger
opgeleiden is de afgelopen jaren gestegen en zal naar verwachting de komende jaren
blijven toenemen. Echter, steeds minder van deze hoger opgeleiden hebben een
opleiding in een technische richting gevolgd.27
Naast het verhogen van de deelname aan HBO richt het beleid van OTIB zich ook
specifiek op het verhogen van de instroom in de technische
MBO-installatieopleidingen. OTIB wil dat het marktaandeel van technische
MBO-installatieopleidingen tussen 2004 en 2006 jaarlijks met 2% stijgt.
Het marktaandeel van technische MBO-opleidingen in het algemeen (dus niet alleen
de installatieopleidingen) is de afgelopen tien jaar gedaald van 31 tot 24%, oftewel:
tien jaar geleden volgde bijna eenderde van de MBO-leerlingen een opleiding in de
techniek. Nu is dat nog maar een op de vier leerlingen. Zo volgden in 2002 68.000
van de 280.000 MBO-leerlingen een opleiding in een technische richting.28
Van alle leerlingen in het MBO volgt 3,2% een opleiding in de technische
installatietechniek. Dit percentage is licht gedaald ten opzichte van vorig jaar; toen
was dit 3,3%.Om aan de beleidsdoelstelling te voldoen zal deze neerwaartse trend
moeten worden doorbroken.
24
Vgl. rapport “Trends en Ontwikkelingen Arbeidsmarkt 2004”
Sociaal en Cultureel Planbureau, In het Zicht van de Toekomst, Sociaal en Cultureel Rapport
2004.Den Haag, oktober 2004, p. 379.
26
Ibid., pp.379-380
27
Zie hoofdstuk 6
28
Zie hoofdstuk 6
25
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
67
Bijlagen
1 Resultaten kwalitatieve analyse
1.1
Ontwikkelingen en signalen
Resultaten uit het netwerk, geordend naar ontwikkelingen (voorafgegaan door •-teken), en
signalen (voorafgegaan door -teken). Aan signalen is een bronvermelding toegevoegd.
Er wordt gewerkt aan een nieuwe kwalificatiestructuur gericht op competenties, introductie 2005.
Voor een goede toepassing moeten de aanwezige competenties (EVC) van leerlingen in beeld
worden gebracht. Wanneer het einddoel van de leerling bekend is kunnen de ontbrekende
competenties worden vastgesteld en op basis hiervan het Persoonlijk OpleidingsPlan (POP).
Opleidingen dienen op de competenties te worden afgestemd: ander lesmateriaal en opleiden
docenten en praktijkbegeleiders in bedrijven om hier op juiste wijze mee om te gaan.
•
•
Nieuwe didaktieken worden ontwikkeld om het competentieleren te kunnen uitvoeren.
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
Elders Verworven Competenties (EVC) en een Persoonlijk OpleidingsPlan (POP) zijn
noodzakelijk voor onderwijs op basis van competenties.
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
De opleidingsinhoud dient in een breder kader te worden gezien, horizontaal vakgebied
overstijgend en verticaal binnen het vakgebied naar de voorliggende en opvolgende niveaus,
methode onder andere integraal ontwerpen (IO).
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
E-learning wordt een onderdeel van het toekomstige opleidingen.
Korte termijn:
Voor Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO) is lesmateriaal voor niveau 4 ontwikkeld, geënt op de
eindtermen van de huidige kwalificatiestructuur. Het lesmateriaal kan worden aangepast aan de
mogelijke andere formulering in de nieuwe kwalificatiestructuur. De ontwikkeling van de producten is
gebeurd op basis van initiatieven van 40 ROC’s / O&O-fondsen waaronder Otib / Kenteq / Stichting
A+O / BVE. Het betreft lesmateriaal voor de branches: Bouw, Elektro, Fijnmechanische techniek,
ICT, motorvoertuigen- carrosserie en tweewieler techniek, WTB, Laboratorium en Mechatronica.
(Netwerklid)
Leermiddelen ontwikkeling tbv competentiegericht onderwijs behoeft aandacht. De consequenties
ervan zijn nauwelijks doordacht. (Netwerklid)
De praktijk wordt steeds belangrijker. Na consumptie van theoretische kennis zal snel de praktijk
volgen, waarbij de noodzakelijke hoeveelheid theorie afhankelijk is van het niveau van de opleiding.
Hoe de praktische problemen op te lossen? (Diverse netwerkleden)
Alleen vraaggestuurd/vraaggericht onderwijs. (Netwerklid)
Implementatie nieuwe op competenties (EVC) gebaseerde kwalificatiestructuur. Ook voor HBO.
(Diverse netwerkleden)
De onderwijsontwikkelingen die nu gaande zijn binnen de techniek zoals MTSplus, Techno Design
Natuurlijk leren, BGL en andere komen steeds dichter naar elkaar toe. Duidelijk is dat allen de
uitgangspunten vraaggestuurd en contextrijk leren voorop staan. (Netwerklid)
In een flexibel onderwijssysteem op basis van EVC en een Persoonlijk OpleidingsPlan (POP) kunnen
nieuwe ontwikkelingen eenvoudig in het beroepsonderwijs worden geïntegreerd ipv kennisoverdracht
via bijscholing. De leerling staat hierbij centraal, het systeem past zich aan aan de leerlingen en
bedrijven, niet omgekeerd. (Netwerkleden)
Horizontale integratie onderwijs: voorbeelden Industrial Design, New Technology, Tind en MTS plus
geringere instroom per specialisatie, uitstellen beroepskeuze. (Netwerkleden)
Branchepartijen moeten samenhang realiseren tussen mbo en post-initieel en hoger onderwijs
(beroepskolom). Kwalificatiestructuur als basis gebruiken voor een transparant stelsel van
vervolgkwalificaties i.c. opleidingen. (Netwerkleden)
Integraal ontwerpen Er moet meer aandacht komen voor geïntegreerd ontwerpen waarbij rekening
moet worden gehouden met onderhoudsbewust ontwerpen.
Betere afstemming in de keten tussen architect, aannemer, installateur bij gebouwontwerp en
ontwikkeling.
Meer aandacht voor een integraal kwaliteitsniveau van het binnenklimaat.
Verticale integratie onderwijs. Strikte scheiding tussen VMBO/MBO/HBO komt te vervallen, er
ontstaan doorlopende leerlijnen. (Netwerklid)
Op een termijn van circa 10 jaar wordt verwacht dat het hele onderwijssysteem is geflexibiliseerd.
Begrippen als competentieleren, individuele loopbaanontwikkeling en Integraal Ontwerpen
(IO)worden gekoppeld aan de praktijk als basis. (Netwerklid)
Bij toepassing van ICT in het onderwijs dient rekening te worden gehouden met kosten voor de
infrastructuur, ontwikkelingskosten lesmateriaal en de borging van de eigendomsrechten ervan.
(Netwerklid)
De voorwaarde van E-learning is het mogelijk ontbreken van de noodzakelijke discipline bij jeugdige
leerlingen/studenten (Netwerklid)
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
71
Opleidingen kunnen modulair in volwaardige maar compacte eenheden en tijd- en
plaatsonafhankelijk worden genoten. (Netwerklid)
•
Lange Termijn:
•
•
De rol van bedrijven bij opleiden wordt groter.
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
De rol van brancheorganisaties bij opleiden wordt groter.
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
Bij- en omscholing worden steeds belangrijker door de steeds snellere opvolging van de
ontwikkelingen binnen de techniek
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
•
•
De wijze van examinering gaat veranderen onder invloed van het
competentieleren.
Korte termijn:
•
Lange Termijn:
ICT gaat een steeds belangrijke rol spelen bij onderwijs. Toepassing: communicatie met de docent,
bronnenonderzoek, educatief materiaal (simulatie of beeld), flexibiliteit: tijd- en plaatsonafhankelijk
onderwijs. (Netwerklid)
Content in E-learning ondersteunt leervraag deelnemers gekoppeld aan kennisdeling via databanken.
(Netwerklid)
Betere samenwerking tussen het bedrijfsleven, onderwijs en branchepartijen is noodzakelijk om de
nieuwe ontwikkelingen het hoofd te bieden. mobiliseren van het bedrijfsleven. Groter appèl op de
branche. (Diverse netwerkleden)
Een partnership tussen onderwijsinstituten en bedrijfsleven is noodzakelijk, waarbij wordt uitgegaan
van regionale economische structuurversterking (kennisniveau). (Diverse netwerkleden)
De rol van de bedrijven bij opleiden wordt steeds groter. Leren zal grotendeels in en door bedrijven
gebeuren. School als ontmoetingsplek voor jongeren en bedrijf. Relatie tussen alle partijen
betrokken bij BPV, school, bedrijf en leerling moet worden geïntensiveerd. De ontwikkeling geld ook
voor het HBO onderwijs. (Diverse netwerkleden)
De praktijk wordt steeds belangrijker. Na consumptie van theoretische kennis zal snel de praktijk
volgen, waarbij de noodzakelijke hoeveelheid theorie afhankelijk is van het niveau van de opleiding.
Hoe de praktische problemen op te lossen? (Diverse netwerkleden)
branchepartijen moeten bereid zijn tot een betere samenwerking met (hoge)scholen. Niet alleen
korte termijn denken. (Netwerklid)
Branche partijen moeten aantrekkelijke werksituaties en loopbaanperspectieven voor technisch
opgeleiden creëren. (Netwerklid)
Het beroepsonderwijs innoveert en vraagt om een volledige inzet van onderwijs, instellingen en
andere betrokkenen zoals brancheorganisaties. (Diverse netwerkleden)
Van productlevering naar dienstverlening, vraaggestuurd in plaats van aanbodgestuurd. (Netwerklid)
Er vindt een verschuiving van uitvoerend werk op de bouwplaats naar de voorfase. Er ontstaan
zelfsturende (afbouw)teams en ook werkplekgerichte instructie en scholing. ICT wordt steeds
belangrijker in het bouwproces. Reductie van faalkosten is een punt van aandacht. (Netwerklid)
Er zou meer aandacht moeten worden besteed aan de invloed van het arbeidspotentieel van de
nieuwe EU lidstaten. Verder zou er meer aandacht moeten zijn voor het opleiden van
praktijkgerichte mensen via een beter systeem, zoals de vroegere bedrijfsscholen. Qua regelgeving
moet er iets gedaan worden aan de overmatige (ridicule) regelgeving op het gebied van Arbo en
warenwet e.d. en het ontslagrecht zou moeten versoepelen om een goede doorstroom in de
arbeidsmarkt te verzekeren. Hierdoor kunnen werknemers sneller worden vervangen wanneer dit
gewenst is. (Netwerklid)
Door allerlei markt- en technologische ontwikkelingen zal kennis een houdbaarheidsdatum kennen,
waardoor mensen met zekere regelmaat hun kennis moeten opfrissen en aanvullen aan de nieuwe
stand van de techniek. Het “up to date” houden van deze kennis wordt een proces dat als
vanzelfsprekend wordt ervaren en onderdeel is van het Persoonlijk OpleidingsPlan (POP).
(Netwerklid)
Door allerlei markt- en technologische ontwikkelingen zal kennis een houdbaarheidsdatum kennen,
waardoor mensen met zekere regelmaat hun kennis moeten opfrissen en aanvullen aan de nieuwe
stand van de techniek. Het “up to date” houden van deze kennis wordt een proces dat als
vanzelfsprekend wordt ervaren en onderdeel is van het Persoonlijk OpleidingsPlan (POP).
(Netwerklid)
Implementatie nieuwe op competenties (EVC) gebaseerde kwalificatiestructuur. Ook voor HBO
Competentie leren. (Diverse netwerkleden)
Hoe kun je waarborgen dat iemand aan de elders verworven competenties voldoet? (Netwerklid)
De examinering verandert ingrijpend. Toetsing in de praktijk met meer intersubjectieve beoordeling
van geleverde prestaties komt centraal te staan. (Diverse netwerkleden)
Ontwikkeling van nieuwe meetvormen, meer meten in het proces. (Netwerklid)
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
72
2 Scholingsaanbod
2.1
(Voorbereidend) Beroepsonderwijs
tabel 2.1
VMBO-scholen per RBPI en LPI
LPI Oost-Groningen:
Eemsmond Noorderpoort College
Fivelcollege
Hoofdlocatie
Rijksweg
Noorderpoortcollege vmbo
Comenius Engelandlaan
Frankrijklaan
Nijverheidslaan
OPB SGM Winkler Prins
Hoofdlocatie
Pinksterstraat
SGM Dollard College
dr Aletta Jacobs College
LPI Groningen:
Chr Sgm Groningen De Hamrik
De Vinkenborg C.S.G.
Gomaruscollege
Centraal bureau
VMBO
Noorderpoortcollege vmbo
Rölling College loc. Mondriaan
VMBO/ISK
rsg de Borgen Nijeborg
LPI Noord-Friesland:
Bogerman
Chr Sgm A.M.van Schurman
Comenius Chr SGM
Dockinga College
Gomaruscollege
OSG De Delta
Reg SGM Magister Alvinus
Reg SGM Simon Vestdyk
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 1: Noord-Nederland
Westersingel 56, 9901 GJ
Appingedam
Sikkel 3, 9932 BD Delfzijl
Rijksweg 137, 9934 PJ Delfzijl
Engelandlaan 1, 9501 AR
Stadskanaal
Frankrijklaan 2, 9501 RP
Stadskanaal
Nijverheidslaan 1, 9581 EJ
Musselkanaal
Raadsgildenlaan 1, 9646 AA
Veendam
J.G. Pinksterstraat 26, 9641 AX Veendam
Poststraat 4, 9671 EM Winschoten
Erasmusweg 137, 9602 AD
Hoogezand
Heinsiusstraat 1, 9716 AV Groningen
Travertijnstraat 12, 9743 SZ
Groningen
Vondelpad 6, 9721 LX Groningen
Vondelpad 2, 9721 LX Groningen
Van Schendelstraat 1, 9721 GV
Groningen
Antillenstraat 2, 9714 JT Groningen
Waezenburglaan 51a, 9351 HC Leek
Hemdijk 2, 8601 XH Sneek
C. van de Lindestraat 1, 8802 RX Franeker
Cornelis Troosstraat 48, 8932 BR
Leeuwarden
Rondweg 45, 9101 BE Dokkum
R. Kochstraat 4, 8921 VX Leeuwarden
Nylânsdijk 4, 8931 GK Leeuwarden
Almastraat 5, 8601 EW Sneek
Johan van Oldebarneveltstraat 4
8862 BB Harlingen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
73
LPI Zuid-Friesland:
Bornego College
CSG Liudger
Linde College
Opb SGM Singelland
Beugel 68, 8447 AH Heerenveen
Splitting 63, 9202 LD Drachten
Drafsportlaan 22, 8472 AS Wolvega
Burgemeester Wuiteweg 55, 9203 KA
Drachten
Burgm.Falkenaweg 54, 8442 LE Heerenveen
SGM v Ber Ond Heerenveen
Stellingwerf College
De Muijnhorn
De Muijnhorn 1, 8431 BJ
Oosterwolde
Martenskamp 1, 8431 LR
Ooststellingwerf
Martenskamp/ Hoofdloc.
LPI Drenthe:
Chr SGM Vincent van Gogh
Dr. Nassau College Penta
Esdal College
Centrale administratie
en directie
Weerdingerstraat
Hondsrug College
Katholiek Drents College
RSG Wolfsbos Mr. Harm Smeenge
Reg SGM Simon Vestdyk
Sgm de Nieuwe Veste
Hoofdlocatie
Salland 4, 9405 GM Assen
Industrieweg 3, 9402 NP Assen
Angelsloërdijk 13c, 7822 HK
Emmen
Weerdingerstraat 241, 7811 CH Emmen
Emmalaan 25/26, 7822 JB Emmen
Wendeling 59, 7824 TB Emmen
Wolfsbosstraat 3, 7905 BZ Hoogeveen
Randweg 1, 7944 BK Meppel
Van Heeckerenlaan 2, 7742 AB
Coevorden
Linthorst Homanlaan 1, 7741 VE Coevorden
Piet Heinstraat, 7772 ZJ Hardenberg
Voltastraat 25, 7903 AA Hoogeveen
Linthorst Homanlaan
Piet Heinstraat
St. Roelof van Echten College
LPI Enschede:
Bonhoeffer College
Chr SGM Reggesteijn
Etty Hillesum Lyceum
Het Assink Lyceum
Hoofdlocatie
Unit 1 Haaksbergen
OSG Erasmus
Opb SGM Hengelo
PC SGM Het Noordik
Pius X College Haghoek
SG De Waerdenborch
SGM Twickel VMBO
Stedelijk Lyceum
Schuttersveld
Stafbureau
Twents Carmel College
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
Kuipersdijk 268, 7541 WL Enschede
W. DeClerqstraat 7, 7443 XG Nijverdal
Laan van Borgele 60, 7415 DJ Deventer
Bouwmeester 10, 7481 LP Haaksbergen
Van Brakelstraat 1, 7482 VV Haaksbergen
Sluiskade NZ 126a, 7603 XZ Almelo
Bandoengstraat 7, 7556 TE Hengelo ov
César Franckstraat 3, 7604 JE Almelo
Sluitersveldssingel 2, 7603 BS Almelo
Haarstraat 14, 7451 CZ Holten
Oude Hengeloseweg 123, 7622 HS
Borne
Boddenkampsingel 80, 7514 AR
Enschede
Buurserstraat 250, 7544 RG Enschede
Potskampstraat 2, 7573 CC Oldenzaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
74
LPI Zwolle:
Agnieten College
Blaloborgh
Centraal Bureau
Almere College
Capellen S.G. Lok. Zeven Linden
Carmel College Salland
Deltion College
Greijdanus College
Landstede
Gebouw Noord
Gebouw Centrum
RSG Steenwijk
Rsgm Noord Oost Veluwe
Hammershoek
SG Van Der Capellen
SGM Pieter Zandt
Thorbecke SGM
Vechtdal College
Dedemsvaart
Hardenberg/
Hoofdlocatie
Ommen
LPI Apeldoorn:
CSG Sprengeloo
Edison College
Jacobus Fruijtier SGM
RK SGM Veluws College
Cortenbosch
Stedelijk Daltoncollege
LPI Arnhem:
Arentheem College
Ijssellaan
Middachtensingel
Thomas à Kempislaan
Lorentz College Maarten
van Rossem
Olympus College
Reg SGM Het Rhedens
Scholengroep Geldersmozaïek
Algemene Directie en Staf
Boulevard
LPI Doetinchem:
't Brewinc
Chr Coll Schaersvoorde
Het Assink Lyceum
Unit 7 Eibergen
Liemers College
Heerenmäten/
Hoofdvestiging
Vestersbos
LPI Nijmegen:
Canisius College
Maaswaal College
Hoofdlocatie Wijchen
Nijmegen
Montessori College
Groesbeek
Hoofdlocatie/
Kwakkenbergweg
LPI Tiel:
Pax Christi College
SG De Waalstroom Lingecollege
Scholengroep Cambium
Blaloweg 1, 8041 AH Zwolle
Grote Voort 99, 8041 BD Zwolle
Dokter Damstraat 37, 8262 GA Kampen
Langewijk 166, 7701 AK Dedemsvaart
Zwolsestraat 57, 8101 AB Raalte
Willaertstraat 2, 8031EA Zwolle
Campus 5, 8017 CB Zwolle
Rieteweg 12, 8041 AK Zwolle
Schuurmanstraat 1, 8011 KC Zwolle
Stationstraat 40, 8331 GK Steenwijk
Oenerweg 12, 8161 PM Epe
Russenweg 3, 8041 AL Zwolle
Kamperstraatweg 1/A, 8265 PA Kampen
Dr. Van Heesweg 1, 8025 AB Zwolle
Langewijk 43, 7701 AA Dedemsvaart
Burg. Schuitestraat 3, 7772 BS
Hardenberg
Van Reeuwijkstraat 1, 7731 EH Ommen
Sprengenweg 81, 7314 PH Apeldoorn
Waleweingaarde 103, 7329 BD
Apeldoorn
Anklaarseweg 71, 7316 MB Apeldoorn
Prinses Beatrixlaan 259, 7312 DG Apeldoorn
Wijnhofstraat 1, 7203 DV Zutphen
IJssellaan 89, 6826 DM Arnhem
Middachtensingel 12, 6825 HN Arnhem
Thomas à Kempislaan 25, 6822 LR
Arnhem
Groningensingel 1235, 6835 HZ Arnhem
Olympus 11, 6832 EL Arnhem
Burgm. F. Van Aspermontlaan 1
6981 AN Doesburg
Utrechtseweg 99, 6812 AA Arnhem
Boulevard Heuvelink 48, 6828 KS
Arnhem
Zaagmolenpad 26, 7008 AJ
Doetinchem
Ludgerstraat 75, 7121 EH Aalten
Prins Bernhardstraat 6, 7151 DG
Eibergen
Heerenmäten 6, 6904 GZ Zevenaar
Vestersbos 4, 6901BV Zevenaar
Goffertweg 20, 6532 AA Nijmegen
Veenseweg 18, 6603 AN Wijchen
Streekweg 21, 6537 TR Nijmegen
Spoorlaan 16, 6562 AM Groesbeek
Kwakkenbergweg 33, 6523 MJ
Nijmegen
Meester van Coothstraat 34, 6651 ZJ Druten
Teisterbantlaan 2, 4006 EB Tiel
Van Heemstraweg West 9, 5301 PA Zaltbommel
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
75
LPI Ede:
CSG Het Streek
Amsterdamseweg
Centraal Bureau
Chr Sch BV&VMBO Tech C Huygens
Lijsterhof 1
Wilhelminastraat
SG Pantarijn
LPI Harderwijk:
Chr SGM v VzzMBO
Harderwyk Veluwerand
Corlaer College
De Nuborgh Burgemeester Folkerts
Van Lodensteincollege
Amsterdamseweg 56, 6712 GJ Ede
Amsterdamseweg 56, 6712 GJ Ede
Lijsterhof, 3772 AA Barneveld
Wilhelminastraat 82, 3771 AR
Barneveld
Churchillweg 43-45, 6707 JB
Wageningen
De Sypel 2, 3842 AE Harderwijk
Ds Kuypersstraat 3-5, 3863 CA Nijkerk
Nieuwstadsweg 13, 8081 AA Elburg
Zuiderinslag 1, 3871 MR Hoevelaken
LPI Gooi en Vechtstreek:
CVO Ond Groep
Casparuscollege
De Brink College
Gooise Scholenfederatie
Hilfertsheem-Beatrix
Kath Lyceum in het Gooi
Groot Goylant
LPI Zenderstreek:
Anna van Rijn College
Kalsbeek College
Jozef Israëlslaan/
Hoofdlocatie
Singel
Minkema College
Minkemalaan/Hoofdloc.
Steinhaagseweg
RK SGM Cals College
IJsselstein
Nieuwegein
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
Hilversum
Irenelaan 8, 1381 NA Weesp
Kerklaan 6, 1251 JT Laren (nh)
Olmenlaan 24, Bussum
Lieven de Keylaan 58, 1222 LH
Hilversum
Van Linschotenlaan 501, 1212 GG Hilversum
Harmonielaan 1, 3438 ED Nieuwegein
Jozef Israëlslaan 56, 3443 CT
Woerden
Singel 81, 3442 AN Woerden
Minkemalaan 1, 3446 GL Woerden
Steinhagenseweg 3/A, 3446 GP
Woerden
Hoge Dijk 1, 3401 RD IJsselstein
Vreeswijksestraatweg 6a, 3432 NA Nieuwegein
LPI Amersfoort/Utrechtse Heuvelrug:
CSG Veenendaal
Industrielaan 16, 3903 AC Veenendaal
Geref SGM Guido de Bres
Arnhemseweg 65, 3817 CB
Amersfoort
Meerwegen Scholengroep
Kaliumweg 2, 3812 PT Amersfoort
Keistad College
Meridiaancollege RK SGM
St. Meridiaan College
Postbus 637, 3800 AP Amersfoort
Stromenland
Hooglandseweg-Noord 55, 3813 VD Amersfoort
Opb SGM Schoonoord
Frans van Dijklaan 2, 3941 KD Doorn
SG Maasbergen
Woudenbergseweg 22a, 3953 MG Maarsbergen
Valleicollege De Boogschutter
Dierenriem 11, 3813 VN Amersfoort
LPI Utrecht:
De Bruijne/Zuid
Meerstroom College/Het Prisma
Opb SGM Schoonoord
Vader Rijn Spectrum Coll
Koningsbergerstraat 2, 3531 AJ Utrecht
Ina Boudier-Bakkerlaan 7, 3582 VA Utrecht
Blikkenburgerlaan 2, 3703 CV Zeist
Vader Rijndreef 9, 3561 XB Utrecht
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
76
LPI Noord-Holland Noord:
Atlas College TSH De Titaan
Etty Hillesum College
GSG Schagen
Jan Arentsz Chr SGM
Havinghastraat
Hoofdvestiging
Martinus College
Opb. SGM Nieuwediep
Hoofdlocatie Nieuwediep
Technisch Onderwijs
Centrum
Petrus Canisius College
RK SGM Tabor d’Ampte
Trinitas College Waarde Kil
Willem Blaeu Opb SGM
Bergerweg
Hoofdlocatie/
Robonsbosweg
LPI Zaanstreek Waterland:
Atlas College TSH Zuiderzee
Bertrand Russell College
Interconfessionele Scholengroep
Amsterdam (ISA) Pascal Zuid
Pascal College Zuid
Purmerendse SGM
Centraal bureau
Da Vinci
De Koogmolen
Jan van Egmond
Koggenland
Slenkstraat
SGM De Triade Zuiderzee
SGM Het Zaanlands,
Zaanlands West
Seanredam College Zaandijk
Trias College
Fortuinlaan
Krommenieërweg
Popelstraat
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
Dampte 22, 1624 NR Hoorn
Drs F. Bijlweg 6, 1784 MC
Den Helder
Hofstraat 11, 1741 CD Schagen
Havinghastraat 3, 1817 DA
Alkmaar
Mandenmakerstraat 11, 1825 BB Alkmaar
De Aanloop 6, 1613 KW
Grootebroek
Molukkenstraat 1, 1782 DN
Den Helder
Sportlaan 54, 1782 ND Den Helder
Vondelstraat 41, 1813 BA Alkmaar
Berkhouterweg 5, 1624 NS Hoorn
Hectorlaan 7, 1702 CL
Heerhugowaard
Bergerweg 1, 1815 AC Alkmaar
Robonsbosweg 11, 1816 MK
Alkmaar
Oosthuizerweg 10, 1135 GH Edam
Erasmusstraat 28, 1561 KD Krommenie
De Weer 26, 1504 AH Zaandam
De Weer 26, 1504 AH Zaandam
Bergmolen 2, 1444 GP Purmerend
Flevostraat 247, 1442 PX
Purmerend
Spinnekop 1, 1444 GN Purmerend
Hoornselaan 10, 1442 AX
Purmerend
Koggenland 100, 1447 CP
Purmerend
Slenkstraat 50, 1441 MS
Purmerend
Oosthuizerweg 10, 1135 GH Edam
Nieuwendamstraat 6, 1507 JE Zaandam
Elvis Presleystraat 1, 1544 LM Zaandijk
Fortuinlaan 80, 1561 JG
Krommenie
Krommenieërweg 143a, 1521 HG
Wormerveer
Popelstraat 1a, 1561 KB
Krommenie
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
77
LPI Haarlem e.o.:
Damiate College
Herbert Vissers College
Gebouw Berlagelaan 1, 2033 XS Haarlem
Beurtschipper 200, 2152 LG NieuwVennep
Hoofdweg 709, 2131 BD Hoofddorp
De Velst 4, 1963 KL Heemskerk
Hoofdvaart College Solvyus
Kennemer College
Noordzee College
IJmuiden
Technische School Velsen
Lok.S.G.Haarlem
RK SGM Thamen
Solyvius College SGM
Tiberiusplein 5, 1971 HN IJmuiden
Briniostraat 12, Velsen
Verspronckweg 150, 2023 BP Haarlem
Zijdelweg 4, 1421 TD Uithoorn
Haarlem
LPI Amsterdam e.o.:
Bredero College
College Beroepsonderwijs Zeeburg
Delta C.S.G.
Esprit Scholengroep Nova College
Interconfessionele Scholengroep
Amsterdam (ISA)
Augustinus College
Directorium en Centrale
Administratie
Islamitisch College Amsterdam
M.C.O. VBO
Montessori SGM Amsterdam Oost
Open Sgm Bylmer
Patrimonium C.T.S.
SGM Oost/Zuidoost Augustinus College
SGM Panta Rhei
Technisch College West
Hoofdlocatie/
Vlaardingenlaan
Directorium en Centrale
Administratie
Meeuwenlaan 132, 1022 AM
Amsterdam
Timorplein 132, 1094 CC
Amsterdam
Vrolikstraat 8, 1091 VG
Amsterdam
Burgemeester Hogguerstraat 2, 1064 EB
Amsterdam
Dubbelink 1, 1102 AL Amsterdam
Marius Bauerstraat 399/A, 1062 AP
Amsterdam
1089 Amsterdam
Polderweg 3, 1093 KL Amsterdam
Polderweg 3, 1093 KL Amsterdam
Gulden Kruis 5, 1105 BE
Amsterdam
Dr. J. Van Breemenstraat 2, 1056 AB
Amsterdam
Dubbelink 1, 1102 AL Amsterdam
Hortensialaan 1, 1185 ED
Amstelveen
Vlaardingenlaan 25, 1062 HM
Amsterdam
Marius Bauerstraat 399/A, 1062 AP
Amsterdam
LPI Flevoland/Noordoost polder:
Berechja College
Emelwerda College
Dependance De Es
8320 Urk
Espelerlaan 70, 8302 DC
Emmeloord
Peppellaan 1, 8302 AL Emmeloord
Rooseveltweg 5, 1314 SJ Almere
Hoofdlocatie/ Peppellaan
OSG Het Baken,
Baken Stad College
Oostvaarders College
Opb SGM Echnaton
SGM Lelystad
A.Boekenweg 3, 1333 VD Almere
Zwolleweg 1, 1324 EL Almere
Kofschip 1, 8223 EZ Lelystad
LPI Rijnlanden:
Andreas College Rijnmond
Bonaventuracollege
Boerhaavelaan
Centraal Bureau
Chr Sgm Groene Hart Lyceum
Hoofdloc. Groot West
Da Vinci College Leiden
Fioretti College
Fioretti/
Hoofdlocatie
Paulus
Teylingen College KTS
Visser t Hooft Lyceum
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 5: Zuid-Holland
Louise de Colignylaan 2, 2224 VT Katwijk
Boerhaavelaan 44, 2334 ER Leiden
Mariënpoelstraat 4, 2334CZ Leiden
Prinses Beatrixlaan 4, 2404 XC
Alphen aan den Rijn
ammenschanspark 3, 2321 JK Leiden
Garbialaan 24, 2182 LA Hillegom
Sportlaan 3, 2161 VA Lisse
Leidsevaart 4, 2215 RE Voorhout
Vijf Meilaan 137, 2324 VV Leiden
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
78
LPI Haaglanden:
Atlas College Rijswijk
Karmozijnstraat/
Hoofdvestiging
Van Vredenburchweg/
Nevenvestiging
CSG Westland Hoge Woerd
Chr Lyceum Delft Delftland
Grotius College
Interconfessioneel Makeblijde
College
Oranje Nassau College
Centrale directie
Clauslaan
Overbosch College
SG Johan de Wit
Scholengroep Esloo
Centrale directie
Corbulo College
Sint Stanislascollege
Stedelijk Col Zoetermeer
Terra College VMBO
Horeca & Techniek
LPI Gouda:
Driestar College
Het Schoonhovens College
SGM De Goudse Waarden
St Antoniuscollege Rietgos
LPI Zuid-Holland Zuid:
Chr SGM De Lage Waard
Chr. Scholengroep
Oude Hoven Het Gilde
Develsteincollege
Hoofdlocatie/
Devensingel
Jansenlaan
Griendencollege
Insula College
Hoofdvestiging/
Halmaheiraplein
Prof. Gunningplein
Merewadecollege
De Vries Robbéweg
Hoofdlocatie/
Wijdschildlaan
Stedelijk Dalton Lyceum
Sterrenburg
Willem De Zwijger College
Alblasserdam
Hoofdlocatie/
Papendrecht
Karmozijnstraat 2, 2284 GA Rijswijk
Van Vredenburchweg 425, 2284 TA
Rijswijk
Hoge Woerd 2, 2671 DG Naaldwijk
Juniusstraat 6, 2625 XZ Delft
Van Bleyswijckstraat 72, 2613 RT Delft
Burg. Elsenlaan 154, 2283 AE Rijswijk
Engelandlaan 238, 2711 DX Zoetermeer
Clauslaan 4, 2713 VN Zoetermeer
Rooseboomstraat 10, 2594 PB Den Haag
Helena van Doeverenplantsoen 3
2512 ZB Den Haag
Uhlenbeckstraat 1b, 2273 CE Voorburg
Van Tuyll van Serooskerkenstraat 2b
2273 CB Voorburg
Krakeelpolderweg 1, 2613 NV Delft
Van Doornenplantsoen 1, 2722 ZA
Zoetermeer
Meppelweg 339, 2544 AH Den Haag
Ronsseplein 1, 2803 ZV Gouda
Vlisterweg 22, 2871 VH Schoonhoven
Kanaalstraat 31, 2801 SH Gouda
Winterdijk 14, 2801 SJ Gouda
Burgm.Keijzerweg 5, 3351 JA
Papendrecht
Gildenweg 4, 4204 GH Gorinchem
Develsingel 5, 3333 LD Zwijndrecht
Burgm.Jansenlaan 33, 3331 HD
Zwijndrecht
Prof. Kamerlingh Onneslaan 109, 3362 VE Sliedrecht
Halmaheiraplein 5, 3312 GH Dordrecht
Prof. Gunningplein 1, 3312 KK Dordrecht
W. de Vries Robbéweg 27, 4206 AK
Gorinchem
Wijdschildlaan 4, 4207 EA Gorinchem
Eulerlaan 51, 3328 KS Dordrecht
Esdoornlaan 20, 2951 BE Ablasserdam
Van der Palmstraat 2, 3351 HA
Ablasserdam
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
79
LPI Rotterdam:
Accent College (HAO)
College van bestuur
Inlichtingenbureau
Nieuwe Damlaan
Nolenslaan
CSG Penta College
De Oude Maas
Chr College Henegouwen
Hoofdlocatie/
Henegouwerplein
Laanslootseweg
Comenius College
Algemene directie
Unit P.C. Boutenssingel
De Swaef C.S.G.
GSG Helenium Technisch
Paviljoen (TPH)
Gemini College
Groot Charlois S.G.
Holland College (HAO)
College van bestuur
IJsselcollege
Islam SGM Ibn Ghaldoun
Lodewijk Rogier College
OSG De Eilanden
OSG Nieuw Zuid Loc. Hillevliet
Olympus College
Openb SGM Nieuw Zuid
Reg SGM Hoeksche Waard
Sgm Maerlant College
Sgm Nieuw Rotterdam
Vlaardingse Opb SGM Westdijk
Wartburg College
Centrale Diensten
Zuiderpark College
Schiedamsedijk 114, 3134 KK
Vlaardingen
Van Hogendorplaan 100a, 3135 CE Vlaardingen
Nieuwe Damlaan 762, 3118 AC
Schiedam
Mgr. Nolenslaan 99b, 3119 EB Schiedam
De Ritte 1, 3201 LE Spijkenisse
Henegouwerplein 16, 3021 PM
Rotterdam
Laanslootseweg 1, 3028 HT Rotterdam
Lijstersingel 10, 2902 JD
Capelle aan den IJssel
P.C. Boutenssingel 15, 2902 BG
Capelle aan den IJssel
Carnissensingel 20, 3084 NA Rotterdam
Fazantenlaan 1A, 3221 AM Hellevoetsluis
Reijerweg 249, 2983 AS Ridderkerk
Huismanstraat 30, 3082 HK Rotterdam
Schiedamsedijk 114, 3134 KK
Vlaardingen
Kanaalweg 52 a, 2903 LS
Capelle aan den IJssel
Schere 47, 3085 DT Rotterdam
Hazelaarsweg 50, 3053 PM Rotterdam
Zinkseweg 2, 3201 KZ Spijkenisse
Hillevliet 90, 3074 KD Rotterdam
Olympiaweg 395, 3078 HT Rotterdam
Hillevliet 90, 3074 KD Rotterdam
Koninginneweg 126, 3262 JD
Oud Beijerland
Burgm. H. Van Sleenstraat 4, 3231 XB Brielle
Beukelsdijk 145, 3022 DC Rotterdam
Claudius Civilislaan 41, 3132 JA
Vlaardingen
Carnissesingel 20, 3084 NA Rotterdam
Montessoriweg 20, 3083 AK Rotterdam
LPI Zeeland:
CSG Walcheren
Calvijn College
LTS W.C. Van As
Pontes Scholengroep
Pieter Zeeman
Het Goese Lyceum
Reynaert College
SSG 'De Rede'
Schelde College
Sted SGM Nehalennia
Stedelijke SGM Scheldemond
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
Gen. Eisenhouwerlaan 25, 4333 BP
Middelburg
Kerkpolder 50, 4413 GB Krabbendijke
3240 Middelharnis
Hatfieldpark 1-2, 4301 XZ Zierikzee
Bergweg 14, 4461 NB Goes
Gildenstraat 1, 4561 WZ Hulst
Oude Vaart 1, 4537 CD Terneuzen
Onder de Linden 2, 4695 BV
St. Maartensdijk
Kruisweg 2, 4335 CT Middelburg
Weyevlietplein 7-13, 4385 CH Vlissingen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
80
LPI West-Brabant:
Dongemond College
Unit VMBO
Hanze College
Markland College
Pagnevaartweg
Receptie
Mollerlyceum RK SGM
Hoofdlocatie/
Bergen op Zoom
Steenbergen
Ossendrecht
Munnikenheide College
Bosheidestraat
Don Boscolaan
OMO SGM Tongerlo
Rector, centrale staf en
centrale administratie
Da Vinci College
Prisma College Van Gooth
SGM Breda Tessenderlandt
Schelde College
Scholengroep Kwadrant
Collegeweg 1, 4942 VC Raamdonksveer
Bouwlingstraat 74, 4902 AK Oosterhout
Pagnevaartweg 5, 4731 AA Oudenbosch
Pagnevaartweg 7, 4731 AA Oudenbosch
Bolwerk Zuid 168, 4611 DX
Bergen op Zoom
Molenweg 95, 4651 CK Steenbergen
Onze Lieve Vrouw ter Duinenlaan 201, 4641 RM
Ossendrecht
Bosheidestraat 1, 4715 RD Rucphen
Don Boscolaan 2, 4874 NB Etten-Leur
Laan van Henegouwen 16, 4701 CP Roosendaal
Laan van België 88, 4701 CL Roosendaal
Biesdonkweg 33, 4826 KS Breda
Van Riebeecklaan 2, 4818 EB Breda
Nobellaan 25, 4622 AH Bergen op Zoom
5106 Dongen
LPI Limburg-Noord:
B.C. Echt
Nevenvestiging
Hoofdvestiging
B.C. Schondeln
Hoofdlocatie
Nevenvestiging
Bisschop Coll Broekhin
Hoofdlocatie
Swalmen
Bouwens vd Boije College VMBO
College Den Hulster
Dendroncollege
Gelre Gulick College
Het Kwadrant
Hezeland College Gennep
Raayland College
SG Sint Ursula
Hoofdlocatie
Nevenvestiging
Stichting 'Maak 't in de techniek'
Valuascollege
LPI Limburg-Zuid
Brandenberg College
College Rolduc
Centrale Directie
Old Hickoryplein
Dacapo College
Emma College
Graaf Huyn College
Groenewald S.G.
Herle College
Lts Sint Joseph
SGM in het Heuvelland
Sophianum Collegen
Nijswiller
Technische School St. Joseph
Trajectum College VMBO en ISK
Metalektro
Instalektro
Elektrotechniek
Installatietechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 7: Limburg/Brabant
Kerkveldsweg West 25/B, 6101 HP Echt-Susteren
Populierlaan 1, 6101 BA Echt-Susteren
Heinsbergerweg 184, 6045 CK Roermond
St. Odgerusstraat 1, 6045 ET Roermond
Bob Boumanstraat 30, 6042 EH
Roermond
Peelveldlaan 60, 6071 TV Swalmen
Dr. Poelsplein 16, 5981 TW Panningen
Bergstraat 58, 5931 CE Tegelen
Gebr. van Doornelaan 124, 5961 BE Horst
Echt
Thornstraat 7, 6004 JP Weert
Stiemensweg 40-44, 6591 MD Gennep
Leunseweg 6, 5802 CH Venray
Bergerweg 21, 6085 AS Horn
Tienderweg 101, 6093 EN Heythuysen
Godsweerdersingel 77, 6041 GK
Roermond
Hamert 11, 5856 CL Venlo
Graafstraat 10, 6371 XS Landgraaf
Heyendallaan 64, 6464 EP Kerkrade
Old Hickoryplein1, 6461 EZ Kerkrade
Rijksweg Zuid 70, 6134 AD Sittard
De Weggebekker 1, 6413 NR Heerlen
Jos Klijnenlaan 683, 6164 AP Geleen
Kinskystraat 15, 6171 LX Stein
Heldevierlaan 5, 6415 SB Heerlen
Margraten
Gulpen-Wittem
Hofstraat 14, 6286 CG Wittem
Pater Kustersweg 6,, 6267 NL
Cadier en Keer
Bemelerweg 1, 6226 NE Maastricht
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
81
LPI Helmond:
Commanderij College
Instelling v VO Deurne
Hub van Doornecollege
IVOD
RK SGM Stevensbeek
Ter Kemenade Coll-West
Varendonckcollege
Algemene Directie
Someren
LPI Eindhoven:
RK SGM Pius X
RKSG De Kempenhorst
S.G. de Burgh, Pleincollege
SG Were Di
Sondervick College
Stedelijk College Eindhoven
VO Best-Oirschot Kempenhorst
St.Josephstraat 17, 5421 CR Gemert
Haspelweg 11, 5751 JH Deurne
Burg. Roelfslaan 9, 5753 GX Deurne
Dr. Peelenstraat 14, 5831 EG Boxmeer
Keizerin Marialaan 4, 5702 NR Helmond
Beatrixlaan 25, 5721 LZ Asten
Kanaalstraat 12-14, 5711 EH Someren
Tuinstraat 1, 5531 GK Bladel
Oude Grintweg 53, 5688 MA Oirschot
Piuslaan 93, 5643 PT Eindhoven
Waalreseweg 45, 5554 HA Valkenswaard
Sterrenlaan 165, 5503 AE Veldhoven
Avignonlaan 11, 5627 GA Eindhoven
Oude Grintweg 53, 5688 MA Oirschot
LPI Veghel:
Elde College
Hooghuis Lyceum
Ruivert
Schoonstraat
Verdistraat
Udens College sector VMBO
Voortgezet Onderwijs Veghel
Ruivert 5, 5342 CM Oss
Schoonstraat 34, 5384 AP Heesch
Verdistraat 75, 5343 VC Oss
Kleinveld 25, 5401 ZW Uden
Veghel
LPI Tilburg:
De Westhoeve VMBO
Midden-Brabant College Techniek
Reitse Hoevenstraat 12, 5042 EH Tilburg
Reitse Hoevenstraat 12, 5042 EH Tilburg
LPI Den Bosch:
Frederik Hendrik College
Maurick College SGM
SG De Overlaat
VMBO College
Willem v Oranje College
Putsteeg 4, 5481 XT Schijndel
Onderwijsboulevard 3, 5223 DE Den Bosch
Brandsmalaan 1, 5262 BS Vught
Eikendonklaan 3, 5143 NG Waalwijk
Baanderherenweg 2, 5282 RJ Boxtel
Engelsestoof 1a, 4261 RA
Wijk en Aalburg
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
82
tabel 2.2
MBO-, HBO- en WO-onderwijsinstellingen, alsmede ROI’s en RBOC’s naar RBPI en
LPI
LPI Oost-Groningen:
RBOC
RBOC Veendam
Veendam
MBO
Noorderpoort College
't Zwet
Frankrijklaan
Hertenkampstraat
Westersingel
Zwet 1, 9932 AA Delfzijl
Frankrijklaan 2, 9501 RP Stadskanaal
Hertenkampstraat 6, 9641 GA Veendam
Westersingel 56, 9901 GJ Appingedam
LPI Groningen:
RBOC
RBOC Groningen
Oeverkruid 10, 9738 AK Groningen
ROI
ROI Noord Nederland
Oeverkruid 10, 9738 AK Groningen
MBO
Noorderpoort College
Dienstencentrum/
Bestuursbureau
Muntinglaan
Pop Dijkemaweg
ROC Alfa College
Oldenoert
Admiraal de Ruyterlaan
Oldenoert 23 A, 9351 KN Leek
Admiraal de Ruyterlaan 2, 9726 GR Groningen
HBO
Hanzehogeschool
Zernikeplein 11, 9747 AS Groningen
WO
Rijksuniversiteit Groningen
Oude Boteringestraat 44, 9712 GL Groningen
LPI Noord-Friesland:
RBOC
RBOC Leeuwarden
Neptunusweg 24, 8938 AA Leeuwarden
MBO
ROC Friese Poort
Centrale Diensten
Centrum Vakopleiding
Sneek
ROC Friesland College
College van Bestuur
Hempenserweg
Elektrotechniek
Installatietechniek
Verzetsstrijderslaan 4, 9727 CE Groningen
Muntinglaan 3, 9727 JT Groningen
Pop Dijkemaweg 88, 9731 BH Groningen
Badweg 2, 8934 AA Leeuwarden
Anne Wadmanwei 6, 8914 BD Leeuwarden
Het Perk 71, 8608 BA Sneek
Polaris, Julianalaan 99, 8931 AH
Leeuwarden
Hempenserweg 29, 8935 BD
Leeuwarden
HBO
Noordelijke Hogeschool
Leeuwarden (NHL)
Fonteinland
Tesselschadestraat
Fonteinland 7 en 11, 8913 CZ Leeuwarden
Tesselschadestraat 12, 8913 HB Leeuwarden
LPI Zuid-Friesland:
ROC
ROC Friese Poort
Leidijk 49, 9202 TW Drachten
LPI Drenthe:
RBOC
RBOC Emmen
RBOC Hoogeveen
2e Bokslootweg 14, 7821 AS Emmen
Voltastraat 33, 7903 AA Hoogeveen
ROI
ROI Noord Nederland
dep. Emmen
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 1: Noord-Nederland
Tweede Bokslootweg 7, 7821 AS Emmen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
83
MBO
Drenthe College
ROC Alfa College
2e Bokslootweg 7, 7821 AS Emmen
Voltastraat 33, 7903 AA Hoogeveen
HBO
Hogeschool Drenthe
Van Schaikweg 94, 7811 KL Emmen
LPI Enschede:
RBOC
RBOC Deventer
RBOC Hengelo
Zutphenseweg 55, 7418 AH Deventer
Industrieplein 2, 7553LL Enschede
ROI
ROI Oost dep.
Hengelosestraat 381, 7521 DD Enschede
MBO
ROC Oost Nederland
Hengelosestraat
Informatica College
Twente
Centrale Diensten
Industrieplein
ROC Twente Plus
Dr. D.H. Groen
College
ICT College
ICT PIOT
Twenthe-plein
Bornerbroeksestraat 365, 7609 PJ Almelo
Esrein 19c, 7553 CX Hengelo
Twenthe-plein 2- 10, 7607 GZ Almelo
HBO
Saxion Hogeschool
Deventer
Enschede
Handelskade 75, 7417 DH Deventer
M.H. Tromplaan 28, 7513 AB Enschede
WO
Universiteit Twente
Drienerlolaan 5, 7522 NB Enschede
LPI Zwolle:
RBOC
RBOC Kampen
RBOC Zwolle
8262 Kampen
Willaertstraat 2, 8031EA Zwolle
ROI
ROI Oost dep.
Telfordstraat 49, 8013 RL Zwolle
MBO
Deltion College
Hoornbeeck College
Blaloweg 3, 8041 AH Zwolle
Engelenbergplantsoen 5, 8266 AB Kampen
HBO
Hogeschool Windesheim
Afdeling E/W
Elektrotechniek
Installatietechniek
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
Hengelosestraat 381, 7521 DD Enschede
Industriestraat 15, 7553 CK
7553 CK Hengelo
Lupinestraat 9, 7552 HJ Hengelo
Industrieplein 2, 7553 LL Hengelo
Cath. van Renneslaan 35, 7604 KV Almelo
Campus 2-6, 8017 CA Zwolle
LPI Apeldoorn:
ROI
ROI Oost
Christiaan Geurtsweg 2, 7335 JV Apeldoorn
MBO
ROC Aventus
Boerhaavestraat
Chr. Geurtsweg
Boerhaavestraat 50, 7316 JD Apeldoorn
Chr. Geurtsweg 2, 7335 JV Apeldoorn
HBO
Saxion Hogeschool
Spoorstraat 23, 7311 PE Apeldoorn
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
84
LPI Arnhem:
ROI
ROI Achterhoek/
Rivierenland dep.
MBO
ROC Rijn IJssel College
HBO
Hogeschool ArnhemNijmegen
Stationsdwarsstraat 17, 6662 AZ Elst
Thorbeckestraat 6, 6828 TV Arnhem
Ruitenberglaan 26(29), 6828 CC Arnhem
LPI Doetinchem:
RBOC
RBOC Zevenaar
Paganinistraat 1, 6904 EG Zevenaar
ROI
ROI Achterhoek/Rivierenland
Graafschap College
Gildenstraat 27, 7005 BL Doetinchem
J.F. Kennedylaan 51, 7001 EA Doetinchem
LPI Nijmegen:
RBOC
RBOC Nijmegen
Energieweg 46, 6541 CX Nijmegen
MBO
ROC Nijmegen
College van Bestuur
en Centrale Diensten
Kamerlingh Onnesstraat
Zwanenveld
Kamerlingh Onnesstraat 20, 6533 HL Nijmegen
Zwanenveld 41-01, 6538 XK Nijmegen
LPI Tiel:
RBOC
RBOC Ede
6717 Ede
ROI
ROI Utrecht dep.
Churchillweg 43-45, 6707 JB Wageningen
MBO
ROC Onderwijsgroep A12
Bovenbuurtweg 7, 6717 XA Ede (gld)
LPI Harderwijk:
RBOC
RBOC Harderwijk
3844 Harderwijk
MBO
ROC Onderwijsgroep Landstede
Westeinde 31-33, 3840 BA Harderwijk
Archipelstraat 114, 6524 LP Nijmegen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
85
LPI Gooi en Vechtstreek:
MBO
ROC van Amsterdam
Gooi en Vechtstreek
Elektrotechniek
Installatietechniek
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
Arena 301, 1213 NW Hilversum
LPI Zenderstreek:
RBOC
RBOC Nieuwegein
Harmonielaan 2, 3438 EB Nieuwegein
MBO
ROC Utrecht dep. Gildevaart
Harmonielaan 2, 3438 EB Nieuwegein
LPI Amersfoort/Utrechtse Heuvelrug:
RBOC
RBOC Amersfoort
3821 Amersfoort
ROI
ROI Utrecht dep.
Stichting ROI Nederland
Clarenburg 1, 3834 BC Leusden
Traay 206, 3971 GV Driebergen-Rijsenburg
MBO
Hoornbeeck College
ROC ASA SBBO
ROC de Amerlanden
Hoofdlocatie/
Disketteweg
Magnesiumweg
Magnesiumweg,
LPI Utrecht:
RBOC
RBOC Utrecht
Willemdreeslaan 14, 3515 GB Utrecht
ROI
ROI Utrecht
Tennessedreef 18, 3565 CJ Utrecht
MBO
ROC ASA Scutos
Columbuslaan
ROC Utrecht
Grebbeberglaan
HBO
Hogeschool van Utrecht
Nijenoord
Oudenoord 340
Oudenoord 700
PT Groep
Utrechtseweg 230, 3818 ET Amersfoort
Clarenburg 1, 3834 BC Leusden
Disketteweg 10, 3821 AR Amersfoort
Amersfoort
Columbuslaan 540, 3526 EP Utrecht
Grebbeberglaan 15, 3527 VX Utrecht
Nijenoord 1, 3552 AS
Oudenoord 340, 3513
Oudenoord 700, 3513
Nijenoord 1, 3552 AS
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Utrecht
EX Utrecht
EX Utrecht
Utrecht
86
LPI Noord-Holland Noord:
RBOC
RBOC Alkmaar
RBOC Benningbroek
Jan de Heemstraat 6, 1816 KB Alkmaar
Dr. de Vriesstraat 16, 1654 JT Benningbroek
ROI
ROI Noord Holland dep.
Hectorlaan 3, 1702 CL Heerhugowaard
MBO
Horizon College
Alkmaar
College van Bestuur/
Stafdiensten
Hoorn
Elektrotechniek
Maelsonstraat 24, 1624 NP Hoorn
Hofstraat 13, 1741 CD Den Helder
Sportlaan 54, 1782 ND Den Helder
HBO
Hogeschool Alkmaar INHOLLAND
Bergerweg
Robonsbosweg
Bergerweg 200, 1817 MN Alkmaar
Robonsbosweg 3, 1816 MK Alkmaar
LPI Zaanstreek Waterland:
RBOC
RBOC Zaanstad
de Kleine Tocht 3, 1507 CB Zaandam
MBO
Regio College Zaanstreek Waterland
Cypressehout 97
Cypressehout 99
Hemkade
Johanna Naberstraat
Cypressehout 97, 1507 EK Zaandam
Cypressehout 99, 1507 EK Zaandam
Hemkade 18, 1506 PR Zaandam
Johanna Naberstraat 218, 1442 BG Purmerend
LPI Haarlem e.o.;
RBOC
RBOC Beverwijk
RBOC Nieuw-Vennep
Rooswijkweg 76, 1951 MJ Velsen Noord
2150 Nieuw-Vennep
ROI
ROI Noord-Holland dep.
Heemskerkerweg 85a, 1945 TC Beverwijk
MBO
Nova College
Roos en Beeklaan
Kaj Munkweg
Laurens Baecklaan
Steve Bikostraat
Roos en Beeklaan 4, 2071 TD Santpoort-Noord
Kaj Munkweg 30, 2131 RW Hoofddorp
Laurens Baecklaan 25, 1942 LN Beverwijk
Steve Bikostraat 75, 2131 RZ Hoofddorp
HBO
Hogeschool Haarlem INHOLLAND
Veldzigtlaan
Steve Bikostraat
Veldzigtlaan 1, 2015 CD Haarlem
Steve Bikostraat 75, 2131RZ Hoofddorp
ROI
ROI Noord-Holland
Installatietechniek
Jan de Heemstraat 6, 1816 KB Alkmaar
Rechte Hondsbosschelaan 24A, 1851 HM Heilo
MBO
ROC Kop van Noord-Holland
Centraal Bureau/
Onderwijsdienstencentrum
Hofstraat
Sportlaan
LPI Amsterdam e.o.:
RBOC
RBOC Amsterdam
ICT-Infra
Makassarstraat
Jarmuiden
Papaverweg 35
Papaverweg 46-48
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
Sperwerstraat 4, 1781 XC Den Helder
Makassarstraat 149, 1095 SV Amsterdam
Jarmuiden 30 b, 1046 AD Amsterdam
Papaverweg 35, 1032 KE Amsterdam
Papaverweg 46-48, 1032 KJ Amsterdam
Turbinestraat 12, 1014 AV Amsterdam
MBO
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
87
ROC van Amsterdam
Centrale Diensten
Korte Ouderkerkerdijk
Krelis Louwenstraat
Tempelhofstraat
Turbinestraat
Zetterij
HBO
Hogeschool Diemen INHOLLAND
Bergwijkdreef
Wildenborch
Hogeschool van Amsterdam
Mauritskade
Weesperzijde
Wibautstraat 2-4
Wibautstraat 3
Willinklaan
Fraijlemaborg 141, 1102 CV Amsterdam
Korte Ouderkerkerdijk, 1096 AC Amsterdam
Krelis Louwenstraat 1, 1055 KA Amsterdam
Tempelhofstraat 80, 1034 CM Amsterdam
Turbinestraat 12, 1014 AV Amsterdam
Zetterij 8, 1185 ZZ Amstelveen
Bergwijkdreef 10, 1112 XD Diemen
Wildenborch 6, 1112 XB Diemen
Mauritskade 11, 1091 GC Amsterdam
Weesperzijde 190, 1097 DZ Amsterdam
Wibautstraat 2-4, 1091 GM Amsterdam
Wibautstraat 3, 1091 GH Amsterdam
Willinklaan 5, 1067 SL Amsterdam
LPI Flevoland/Noordoost polder:
RBOC
RBOC Almere
Katernstraat 21, 1321 NC Almere
ROI
ROI Oost dependance Lelystad
Vaartweg 58, 8243 PP Lelystad
MBO
ROC Flevoland
Agorawagenplein
Straat van Florida
ROC Friese Poort
Hogeschool van Amsterdam
Agorawagenplein 1, 8224 KP Lelystad
Straat van Florida 1, 1334 PA Almere
Espelerlaan 74, 8302 DC Emmeloord
P.J. Oudweg 29, 1314 CH Almere
LPI Rijnlanden:
RBOC
RBOC Den Bosch
MBO
Leidse instrumentmakers School
ROC Leiden
College van Bestuur/
Centrale Diensten
Lammenschanspark 1
Lammenschanspark 5
Lammenschansweg 141
Elektrotechniek
Installatietechniek
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 5: Zuid-Holland
Weerdskampweg 18, 2200 HM Den Bosch
Einsteinweg 61, 2333 CC Leiden
Leidsedreef 2, 2352 BA Leiden
Lammenschanspark 1, 2321 JK Leiden
Lammenschanspark 5, 2321 JK Leiden
Lammenschansweg 141/F, 2321 HS Leiden
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
88
LPI Haaglanden:
RBOC
RBOC Den Haag
Fruitweg
Kerketuinenweg
Fruitweg 232 A, 2525 KJ 's-Gravenhage
Kerketuinenweg, 2544 's-Gravenhage
ROI
ROI Haaglanden-Rijnstreek
Gaslaan 125, 2562 LD 's-Gravenhage
MBO
Effatha Guyot Groep
ROC Mondriaan Onderwijsgroep
Gaslaan
Leyweg
Haagse Hogeschool
ICT Zoetermeer
Johanna Westerdijkplein
Technische hogeschool Rijswijk
Hogeschool Delft INHOLLAND
Kalfjeslaan
Theresiastraat
Zalkerbos 336, 2716 KS Zoetermeer
Gaslaan 125, 2562 LD 's-Gravenhage
Leyweg 809, 2545 HA 's-Gravenhage
Boerhaavelaan 11, 2713 HA Zoetermeer
Johanna Westerdijkplein 75, 2521 EN
Den Haag
Lange Kleiweg 80, 2288 GK Rijswijk
Kalfjeslaan 2, 2623 AA Delft
Theresiastraat 8, 2593 AN Den Haag
WO
TU Delft
Mekelweg 2, 2628 CD Delft
LPI Gouda:
RBOC
RBOC Waddinxveen
Wilhelminakade 10, 2741 JV Waddinxveen
MBO
ROC ID College
Groen van Prinsterersingel 52, 2805 TE Gouda
LPI Zuid-Holland Zuid:
RBOC
RBOC Zwijndrecht
ROI Rijndelta
Dordrecht
Gorinchem
Da Vinci College Dordrecht
Dordrecht
Gorinchem
Zwijndrecht
LPI Rotterdam:
RBOC
RBOC Capelle a/d IJssel
RBOC IJsselmonde
RBOC Ridderkerk
RBOC Rotterdam
Noordereiland
Sluisjesdijk
Willingestraat
MBO
ROI Rijndelta B.V.
Hoornbeeck College
ROC Albeda College
Aleyda van Raephorstlaan
Baljuwstraat
Centraal Bureau
Haastrechtstraat
Heijplaatstraat
ROC Zadkine
Benthem
Jan Ligthartstraat
Posweg
Prins Alexanderlaan
Prins Constantijnweg
HBO
Fontys Hogescholen
Hogeschool Rotterdam
Academieplein / G.J. de
Jonghweg
Museumpark
Hogeschool Rotterdam INHOLLAND
Molenvliet 1, 3335 LH Zwijndrecht
Dresselhuisstraat 1, 3317 LC Dordrecht
Mollenburgseweg 82, 4205 NB Gorinchem
Professor waterinklaan 45, 3312 KM Dordrecht
Mollenburgseweg 82, 4205 NB Gorinchem
Burgemeester Jansenlaan 33, 3331 HD Zwijndrecht
Roer 288, 2908 MC Capelle aan den IJssel
Haastrechtstraat 1, 3079 DC Rotterdam
Klompenmakersstraat 10, 2984 BB Ridderkerk
Maaskade 150a, 3071 NN Rotterdam
Sluisjesdijk 153, 3087 AG Rotterdam
Willingestraat 4, 3087 AN Rotterdam
Industrieweg 139b, 3044 AS Rotterdam
Carnissesingel 210, 3084 NA Rotterdam
Aleyda van Raephorstlaan 245, 3054 CR Rotterdam
Baljuwstraat 2, 3039 AK Rotterdam
Haastrechtstraat 3, 3079 DC Rotterdam
Haastrechtstraat 3, 3079 DC Rotterdam
Heijplaatstraat 21, 3089 JB Rotterdam
Benthemstraat 15, 3032 AA Rotterdam
Jan Ligthartstraat 250, 3083 AM Rotterdam
Posweg 3, 3192 TG Hoogvliet
Prins Alexanderlaan 55, 3067 GB Rotterdam
Prins Constantijnweg 30, 3066 TA Rotterdam
Prins Alexanderlaan 55, 3009 Rotterdam
Academieplein / G.J. de Jonghweg 4-6, 3015 GG
Rotterdam
Museumpark 40, 3015 CX Rotterdam
Posthumalaan 90, 3072 AG Rotterdam
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
89
LPI Zeeland:
MBO
Hoornbeeck College
ROC Westerschelde
ROC Zeeland
Hoofdkantoor
Oude Veerhavenweg
Ravensteijnweg
Oostsouburgseweg 10, 4382 NH Vlissingen
Oude Veerhavenweg 3, 4382 NS Vlissingen
Ravensteijnweg 1, 4337 PG Middelburg
HBO
Hogeschool Zeeland
Edisonweg
Vlietstraat
Edisonweg 4, 4382 NW Vlissingen
Vlietstraat 11A, 4535 HA Terneuzen
LPI West-Brabant:
RBOC
RBOC Breda
Gijzenveld 2, 4817 BL Breda
ROI
ROI Zuid West Nederland
Nobellaan 21, 4622 AH Bergen op Zoom
MBO
Baronie College
Markiezaat College
Terheijdenseweg 350, 4826 AA Breda
Nobellaan 50, 4622 AJ Bergen op Zoom
HBO
Avans+ Hogeschool Breda
Lovensdijkstraat 63, 4818 AJ Breda
Elektrotechniek
Installatietechniek
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
Van Dusseldorpstraat 45, 4461 LT Goes
Vlietstraat 11a, 4535 HA Terneuzen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
90
LPI Limburg-Noord:
RBOC
RBOC Horst
RBOC Roermond
Gebr. Van Doornelaan 63, 5961 BB Horst
Kasteel Hillenraedtstraat 1, 6043 HA Roermond
ROI
ROI Zuid-Oost
Kasteel Hillenraedtstraat 1, 6043 HA Roermond
MBO
ROC Gilde Opleidingen
Kasteel Hillenraedtstraat
Venrayseweg
Kasteel Hillenraedtstraat 1, 6043 HA Roermond
Hulsterweg 2-6, 5912 PL Venlo
HBO
Fontys Hogeschool Venlo
Hulsterweg 2-6, 5912 PL Venlo
LPI Limburg-Zuid:
RBOC
RBOC Heerlen
RBOC Maastricht
Schandelermolenweg 21, 6415 GG Heerlen
6226 Maastricht
ROI
ROI Zuid-Oost dep.
Schandelermolenweg 21, 6415 GG Heerlen
MBO
Arcus College
Leeuwenborgh Opleidingen
Adelbert van Scharnlaan
Arendstraat
College van Bestuur
ROC Hoensbroeck
Elektrotechniek
Installatietechniek
Schandelermolenweg 21, 6415 GG Heerlen
Adelbert van Scharnlaan 200, 6224 JX Maastricht
Arendstraat 12, 6135 KT Sittard
Bassin 184, 6211 AL Maastricht
Zandbergsweg 111, 6432 CC Hoensbroek
HBO
Hogeschool Zuyd
Maastricht
Heerlen
Brusselseweg 150, 6217 HB Maastricht
Nieuw Eyckholt 300, 6419 DJ Heerlen
LPI Helmond:
ROI
ROI Brabant dep.
ROI Zuid-Oost dep.
Keizerin Marialaan 2, 5702 NR Helmond
Keizerin Marialaan 2, 5702 NR Helmond
MBO
ROC Cuijk
ROC Ter AA
Centraal adres
Keizerin Marialaan
Keizerin Marialaan 2, 5702 NR Helmond
Keizerin Marialaan 2, 5702 NR Helmond
LPI Eindhoven:
RBOC
RBOC Eindhoven
Limburglaan 38, 5652 AA Eindhoven
ROI
ROI Brabant dep.
De Run 6630, 5504 DT Veldhoven
Het Riet 7, 5431 NL Cuijk
MBO
ROC Eindhoven
College van Bestuur/
Centrale Diensten
Frederiklaan
Sterrenlaan 10, 5631 KA Eindhoven
HBO
Fontys Hogeschool
W + E + ICT
Rachelsmolen 1, 5600 Eindhoven
WO
TU Eindhoven
Koeltechniek
Adres
Locatie
Naam
RBPI 7: Limburg/Brabant
Frederiklaan 60a, 5616 NJ Eindhoven
Den Dolech 2, 5612 AZ Eindhoven
LPI Veghel:
ROI
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
91
ROI Brabant dep.
De Muntelaar 10, 5467 HA Veghel
MBO
ROC De Leygraaf
Oss
Veghel
Beethovengaarde 1, 5344 CG Oss
Muntelaar 10, 5467 HA Veghel
LPI Tilburg:
RBOC
RBOC Oisterwijk
RBOC Tilburg
Beneluxstraat 9a, 5061 KD Oisterwijk
Apennijnenweg 5, 5022 DT Tilburg
ROI
ROI Brabant
Apennijnenweg 5, 5022 DT Tilburg
MBO
ROC Midden Brabant
College Techniek
Stappegoorweg 183, 5022 DD Tilburg
HBO
Avans+ Hogeschool Tilburg
Cobbenhagenlaan 13, 5037 DA Tilburg
LPI Den Bosch:
ROI
ROI Brabant dep.
Onderwijsboulevard 3, 5223 DE 's Hertogenbosch
MBO
Koning Willem I College
Campus Techniek
Onderwijsboulevard 3, 5223 DE 's Hertogenbosch
HBO
Avans+ Hogeschool 's-Hertogenbosch
2.2
Onderwijsboulevard 215, 5223 DE 's Hertogenbosch
Bijscholingsaanbod
tabel 2.3
Bijscholingsaanbod installatietechniek, naar specialisme en niveau
A: Koudetechniek en luchtbehandeling
1
2
A1010.00
Praktijktraining montage koudetechniek;
A2200.00
Hardsolderen in de koudetechniek; Extra cursusdag als vervolg op
rsus Hardsolderen voor het diploma STEK-Monteur A2220
STEK-monteur theorie; Onderdeel van de opleiding naar het STEKSTEK-monteur
examen
Koudemiddel handelingen; STEK cursus algemeen
STEK opleiding; Praktisch en theoretisch deel
Hardsolderen voor het diploma STEK-monteur; Praktijktraining als
voorbereiding op het STEK-examen STEK-monteur
Opfriscursus in bedrijfstellen van koude-installaties;
Opfriscursus leidingaanleg koudetechniek;
Koeltechniek automatisering;
Aankomend Monteur Airconditioning; AC installaties tot maximale
koudemiddel inhoud van 10 kg
Natuurlijke koudemiddelen; i.s.m. NVKL en Elsevier Opleiding &
Advies
Monteur Airconditioning; Inclusief STEK
Luchtbehandelinginstallaties;
Isoleren van koelleidingen en apparatuur;
Aankomend Reefer monteur; Service, onderhoud en Retrofit koudeinstallaties koelcontainers
A2205.00
A2210.00
A2215.00
A2220.00
A2230.00
A2240.00
A2270.00
A2300.00
A2310.00
A2350.00
A2430.00
A2440.00
A2550.00
3
A3005.00
A3200.00
A3210.00
A3300.00
A3310.00
A3410.00
A3420.00
Projectleider koudetechniek;
Praktijktraining service aan lb-kast met gebouwautomatisering;
Praktijktraining inregelen luchtkanalen en service aan inductie-units;
Servicemonteur Airconditioning; AC installaties tot maximale kou
demiddel inhoud van 10 kg / vermogen van 2 tot 20 kW.
Klimaattechniek algemeen;
Koeltechniek Algemeen;
Inregelen koelinstallaties en luchtbehandeling;
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
92
4
5
B
A3430.00
A3440.00
A3460.00
A3465.00
A3480.00
A3495.00
A3510.00
Praktijktraining koeltechniek;
Leidingaanleg en servicehandelingen;
RLK-coördinator;
Kwaliteitscoördinator koudetechniek;
Ventilatie; Voorlichtingsbijeenkomst
Monteurscursus transportkoeling;
Ammoniakkoeling;
A4110.00
A4410.00
A4500.00
Legionella-preventie in industriële installaties; Koelwater,
proceswater en
luchtbehandeling
Meet- en regeltechniek in de klimaatbeheersing;
Ontwerp van koeltechnische Installaties;
A5000.00
A5300.00
A5310.00
A5321.00
Post Bachelor opleiding koudetechniek;
Luchtbehandelingstechniek;
Luchtbehandelingstechniek speciale ruimten;
Cleanroom GedragsCursus (CGC);
Montage gas en verwarming
2
B2200.00
3
B2205.00
B2210.00
B2500.00
B3105.00
B3110.00
B3120.00
B3130.00
B3200.00
B3201.00
B3205.00
B3210.00
B3215.00
B3220.00
B3230.00
B3240.00
B3250.00
B3255.00
B3260.00
4
B3400.00
B3410.00
B4220.00
B4240.00
C
2
Autogeen buislassen; Gericht op lasnaadvormen en lasstanden in de
installatietechniek
Warmvervormen, basis;
Bewerken van koperen buis in de installatietechniek;
Lassen Staal;
Bedrijfsleider installatietechniek;
Projectmanagement;
Waterzijdig inregelen; In nieuwbouwwoningen
Vakbekwaamheid gastechniek; Volgens REG 1994
Gasinstallatievoorschriften (GAVO) voor monteurs;
Wegwijs in de GAVO (NEN 1078;2000); Voorlichting
gasinstallatievoorschriften
Gasvoorschriften in de bestaande bouw;
Autogeen buislassen > 3mm; Lassen van buizen en hulpstukken met
een grotere wanddikte dan 3mm
Warmvervormen, vervolg; Gericht op werkzaamheden aan de
dikwandige installatie
Hardsolderen t.b.v. medische gasinstallaties;
TIG-lassen staal;
Basis Gastechniek;
Gasinstallaties aan boord van pleziervaartuigen; Basiskennis
gastechniek en
keuren
Gasinstallaties aan boord van pleziervaartuigen, opfris; Keuren
Gasinstallatievoorschriften aan boord van pleziervaartuigen, opfris;
Keuren
Flensmonteur;
Warmtepompen voor woningverwarming;
Gasinstallatievoorschriften (GAVO) voor installateurs;
Technisch Beheerder Gas (TBG); Aantoonbare vakbekwaamheid
volgens REG en BRL 6001
Service & onderhoud gas en verwarming
C2200.00
C2230.00
C2235.00
C2250.00
C2260.00
Cv-ketels met warmwatervoorziening;
Onderhoud gastoestellen; Praktijkcursus m.b.t. het verrichten van
onderhoud aan gasapparatuur
Gasonderhoud;
Praktijktraining service aan cv-ketel met atmosferische brander
(B>120kW);
Praktijktraining inregelen van hydraulische schak. en service aan
expansieautomaat;
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
93
C2270.00
C2280.00
C2300.00
C2310.00
C2330.00
3
C2350.00
C2360.00
C3100.00
C3110.00
C3120.00
C3130.00
C3190.00
C3250.00
C3400.00
C3410.00
C3420.00
C3430.00
C3450.00
C3510.00
C3520.00
C3530.00
C3531.00
C3533.00
C3535.00
C3538.00
C3540.00
C3550.00
C3560.00
C3561.00
C3562.00
C3563.00
C3564.00
C3565.00
C3566.00
C3570.00
C3590.00
4
C3592.00
C4100.00
C4110.00
C4120.00
C4450.00
D
2
3
Praktijktraining service aan cv-ketel met ventilatorbrander (B>120
kW);
Onderhoud oliegestookte verwarmingssystemen;
Elektrotechniek basis;
Het gebruik van de universeelmeter bij cv-apparatuur;
Praktisch meten; Praktische cursus m.b.t. het meten aan
gastoestellen
Praktijktraining Klimaattechniek;
Basis installatietechniek;
Technicus periodiek onderhoud (TPO) stookinstallaties CE371;
Volgens de SCIOS-criteria
Technicus periodiek onderhoud (TPO) gastoestellen CE372; Volgens
de SCIOS-criteria
Technicus periodiek onderhoud (TPO) gasmotoren;
Periodiek onderhoud / inspectie Stookinstallaties;
Praktijktraining stooktechniek;
HR-ventilatie: Installatie en beheer; I.s.m. de Stichting HR-ventilatie
Buislassen;
Stookruimten; Werken met de nieuwe stookruimtenorm NEN 3028
Denkprocessen voor storingzoeken;
Meet en regeltechniek;
Technisch Onderhoud uitvoering; Diverse cursussen
Junkers, Bosch, Radson gaswandketels; Robert Bosch cursussen
Vaillant cursussen; Diverse ketels en geisers
Getronics gebouwautomatisering; Diverse cursussen
Siemens Building Technologies cursussen; Diverse regelsystemen
ATH Gebouwautomatisering; GBS
Priva gebouwautomatisering; Diverse cursussen
Johnson Controls diverse cursussen; Gebouwbeheersystemen
A.O. Smith Water cursussen; Onderhoud en Service direct
gasgestookte
Stoom- en Condensaattechniek;
Remeha cursussen; Service- en onderhoudstraining voor cv-ketels /
zonlichtsysteem / regelingen
Viessmann Nederland; Onderhoud en beheer van ketelbrandercombinaties
AGPO cursussen; VR, HR toestellen en Zonlichtsystemen
ATAG verwarming cursussen;
Daalderop cursussen; Combifort, Multi Solar, boiler
Intergas cursussen; VR-, HR-ketels Kombi Kompakt HR-ketels en de
Prestige
Nefit Buderus technische trainingen; diverse geiser- en
ketelcursussen
Benraad cursussen; Benraad CV-ketels, water & warmte
Producten en materiaalkeuze voor kunststof leidingsystemen, Georg
Fischer;
Optimalisering van waterkwaliteit in CV- en koelinstallaties;
Technicus periodieke inspectie (TPI) gastoestellen CE475; Volgens
de SCIOS-criteria
Technicus periodieke inspectie (TPI) gasmotoren);
EuroVisa Eerste/bijzondere inspecties (EBI);
Technisch Onderhoud leidinggevend; Diverse cursussen
Ontwerpen en tekenen
D2510.00
D2520.00
D2530.00
D2540.00
CAD tekenen (basis); Diverse cursussen
Applicaties CAD basis; Diverse cursussen
Computer ondersteund technisch berekenen basis;
Computerbestek opstellen basis;
D3205.00
D3206.00
D3300.00
D3320.00
D3400.00
D3410.00
Energieprestatienormering (EPN) van utiliteitsgebouwen;
Energieprestatienormering (EPN) van woningen en woongebouwen;
Sprinklertechniek I, VSI-B; Sprinklertekenaar
Warmtepompsystemen (basis); I.s.m. Stichting Warmtepompen
Werkvoorbereiding;
Projectmatig werken;
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
94
4
D3500.00
D3510.00
D3520.00
D3530.00
D3550.00
D3555.00
D3560.00
Verbrandingsgas afvoersystemen;
CAD tekenen gevorderden;
Applicaties CAD gevorderden;
Computer ondersteund technisch berekenen gevorderden;
Vabi cursussen;
BouwInfosys cursussen;
Bestekschrijver;
D3565.00
D3567.00
Syntess software cursussen; Diverse cursussen
Simar software cursussen; Diverse cursussen
D4000.00
D4100.00
D4110.00
D4120.00
D4208.00
MIT, post-MBO installatietechniek; Algemeen deel
MIT, post-MBO installatietechniek; Ontwerpen utiliteit
MIT, post-MBO installatietechniek; Projectleiding utiliteit
MIT, post-MBO installatietechniek; Technisch beheer utiliteit
Warmteverlies berekenen en installatiedimensionering woningbouw;
(volgens NEN EN 12831 en ISSO 51)
Hydraulische schakelingen;
HR-ventilatie: Ontwerp en systeemkeuze; I.s.m. Stichting HR
Ventilatie
Binnenmilieu; Een weg vol valkuilen?
Sprinklertechniek II, VSI-C; Sprinklertechnicus
Schakelcursus van MIT naar Post HIT;
D4220.00
D4240.00
5
D4250.00
D4300.00
D4330.00
D5200.00
D5300.00
D5305.00
D5310.00
D5320.00
D5330.00
D5340.00
D5345.00
D5350.00
D5360.00
D5500.00
D5700.00
E
2
Dakbedekken
E2200.00
E2220.00
E2400.00
E2410.00
E2420.00
3
Algemene Operationele Techniek (AOT), Installatietechniek;
Post Bachelor opleiding Hogere Installatietechniek (HIT-E);
Elektrotechnische installaties
HBO Hogere Installatie Techniek (HIT-W); Werktuigkundige
installaties
Post Bachelor opleiding Hogere Installatie Techniek (HIT-W);
Basisopleiding
Post Bachelor opleiding Hogere Installatie Techniek (HIT-W);
Voortgezette opleiding (HIT)
Ontwerp van M & R-installaties in de klimaatbeheersing;
Comfortsystemen;
Management in water en energie;
Geluid in technische installaties;
Commissioning Duurzame Energie Installaties;
Masteropleiding Integraal Ontwerpen; Gebouwde Omgeving (IOGO/
Industriële Omgeving (IOIO)
Duaal HBO Elektrotechnische InstallatieTechniek (EIT);
E2430.00
E2440.00
E2530.00
E3210.00
E3220.00
E3500.00
E3511.00
E3520.00
E3530.00
4
E4300.00
Basiscursus titaanzink;
Loodlassen;
Uitvoeren van kleine reparaties op daken;
Gevorderde cursus dakdetailleringen;
Dakdekken met bitumineuze bouwstoffen; Dakdekken met moderne
bitumineuze bouwstoffen
Dakdekken met kunststof dakbedekkingmaterialen;
Veiligheid op daken;
Zonne-energiesystemen PV: montage;
Be- en verwerken van titaanzink;
Be- en verwerken bladlood;
Dakdekken met TECU-koper; Diverse cursussen
Zinkcursus voor dak- en gevelsystemen; materiaalkennis, theorie en
praktijk bij 4 dak- en gevelsystemen
Kadercursus platte daken;
Zonne-energiesystemen PV: Ontwerpen en uitvoeren van PVProjecten;
Ondernemers en Kaderopleidingen dakdekkingsbranche; OKD
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
95
F
2
3
4
5
G
2
3
Huishoudelijke installaties
F2200.00
F2210.00
F2215.00
F2300.00
Zonneboilers: monteren;
Voorschriften water (AVWI) voor monteurs;
Legionella-preventie basiskennis;
Sprinklertechniek VSI-A; Leidinggevend monteur
F3100.00
F3210.00
F3320.00
F3500.00
F3510.00
F3520.00
F3521.00
F3522.00
F3524.00
F3530.00
Vakbekwaamheid waterleidingtechniek; Volgens REW 1994
Duurzame energie en lage temperatuur verwarming (LTV) voor
woningen;
Praktijkcursus voor uitvoerenden
Legionella preventie gevorderden;
Stichting Wateropleidingen;
Stiebel Eltron cursus; Alles over de warmtepomp
Geberit cursussen; Afvoertechniek voor regen en vuilwater
De Melker; Diverse cursussen
Grohe sanitaire kranen;
Venlo-Ideal Standard Group;
Badkamermonteur;
F4110.00
F4210.00
F4240.00
F4300.00
Legionella-preventie in leidingwater; Risico analyse en beheersplan
Zonneboilers: systeemselectie en verkooptechniek;
Voorschriften water voor installateurs;
APK-Keurmeester Woningen;
F5000.00
F5010.00
Sanitaire technieken;
Aan Sanitair Verwante Installaties (ASVI);
Distributie techniek
G2100.00
G2110.00
G2120.00
G2300.00
Montage huisaansluitingen, basisblok;
Montage huisaansluitingen, lesblok gas;
Montage huisaansluitingen, lesblok water;
Verkeersvoorzieningen bij werken langs wegen (uitvoerenden);
G3150.00
Stadsverwarmingsmonteur; praktische vaardigheden vanuit de
dagelijkse
Hygiënisch werken in de distributie;
Veilig omgaan met verontreinigde grond;
Veilig werken met asbestcementbuizen;
G3230.00
G3260.00
G3340.00
H
2
Algemene functies en opleidingen
H2010.00
H2020.00
H2200.00
H2210.00
H2220.00
H2225.00
H2228.00
H2250.00
H2500.00
H2550.00
H2560.00
H2570.00
H2580.00
H2590.00
Magazijn medewerker;
Tegelzetter;
Klantgericht werken;
Klantgericht telefoneren;
Basis veiligheid VCA;
Basis veiligheid VCA; Herhaling
Veilig werken met elektriciteit op de bouw VOP NEN 3140;
Veilig werken met Asbest;
Tekst / dataverwerking basis;
Computer ondersteunde financiële calculatie basis;
Geautomatiseerd voorraadbeheer basis;
Geautomatiseerd boekhouden basis;
Geautomatiseerd onderhoud en technisch beheer basis;
Geautomatiseerd project management basis;
H2710.00
H2810.00
H2900.00
Elektro voor werktuigkundigen;
Bedrijfskundige opleidingen;
Veiligheid training; Trainingen om de veiligheid van medewerkers
tijdens de werkzaamheden te bevorderen
H3201.00
H3202.00
Vervallen naar H3215.01: NEN 1010 5e druk;
Vervallen naar H3215.02: NEN 1010 5e druk (opfris);
3
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
96
H3207.00
H3208.00
H3210.00
H3215.00
H3220.00
H3224.00
H3226.00
H3228.00
H3229.00
H3230.00
H3240.00
H3250.00
H3260.00
H3270.00
H3275.00
H3280.00
H3290.00
H3300.00
H3310.00
H3320.00
H3325.00
H3330.00
H3340.00
H3350.00
H3360.00
H3365.00
H3370.00
H3375.00
H3380.00
H3390.00
H3393.00
H3394.00
H3395.00
H3396.00
H3405.00
H3410.00
H3420.00
H3430.00
H3440.00
H3460.00
H3471.00
H3490.00
H3500.00
H3540.00
H3550.00
H3560.00
H3570.00
H3580.00
H3590.00
H3600.00
H3610.00
H3700.00
H3710.00
H3720.00
H3730.00
H3740.00
H3750.00
H3760.00
Vervallen naar H3215.05: NEN 1010 5e druk;
Vervallen naar H3215.06: NEN 1010 TD;
Vervallen naar H3215.07: NEN 1010 kerncursus (5e druk);
NEN 1010;
Vervallen naar H3215.08: NEN 1010 5e druk utiliteit & industrie;
Vervallen naar H3770.21: Laagspanningsverantwoordelijke;
Installatie- of werkverantwoordelijke laagspanning (NEN 1010, NEN
3140)
Vervallen naar H3770.22: NEN 3140 3e druk, periodieke inspectie
van arbeidsmiddelen;
Vervallen naar H3770.23: Bedrijfsvoering NEN 3140 3e druk VOPLS;
Energietechnische metingen algemeen; Controleren en opleveren
van laagspanningsinstallaties
Leidinggevend monteur, moduul 1: organisatie en administratie;
Leidinggevend monteur, moduul 2: middle
managementvaardigheden;
Leidinggevend monteur, moduul 3: planning en time management;
Leidinggevend monteur, moduul 4: veiligheid;
Leidinggevend monteur, moduul 5: werken met bestek en
tekeningen;
Bouwbesluit 2003;
Praktijkopleider;
Praktijkopleider opfris;
Bedrijfshulpverlening; Op grond van de Arbo-wet
Bedrijfshulpverlening (herhaling); Voor het verlengen van de
geldigheidsduur van het certificaat
Waarborgsysteem ombouwen naar KOMO-Instal;
Komo-Instal procescertificering;
Vacuum Technologie;
Brandpreventie- en bestrijding; Op grond van de Arbo-wet
Verantwoord omgaan met asbest in de cv-techniek;
Veiligheid voor leidinggevenden (VCA);
Veiligheid voor leidinggevenden (VCA); Herhaling
Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA (VOL-VCA); VGMChecklist van Aannemers
Veiligheid voor operationeel leidinggevenden VCA (VOL-VCA);
herhaling
Calculeren basiskennis;
Storingzoeken in elektrotechnische installaties;
Elektrisch schakelen;
Inspectie van elektrische apparaten;
Industriële automatisering;
Frequentie regelaars;
Energieprestatieadvies voor bestaande woningbouw (EPA);
Commerciële basiskennis voor servicemonteurs en leidinggevende
Ergonomisch werken;
Euro Richtlijnen; Toepassing euro richtlijnen CE-markering / MR /
EMC / LS
Onderhandelingsvaardigheden;
Wat kan ik met de computer in de praktijk van alle dag; Computer
basiskennis voor 50 + werknemers
Employability;
Keuzes in uw loopbaan; een vak apart; Perspectief door (vernieuwd)
inzicht …. voor 50+ medewerkers
Tekst / data verwerking gevorderden;
Computerbestek opstellen gevorderden;
Computer ondersteunde financiële calculatie gevorderden;
Geautomatiseerd voorraadbeheer gevorderden;
Geautomatiseerd boekhouden gevorderden;
Geautomatiseerd onderhoud en technisch beheer gevorderden;
Geautomatiseerd project management gevorderden;
Sanitair Verkopen;
Verkoopvaardigheden voor technici 1;
Calculeren volgens de Uneto methode;
Vakbekwaam Persoon Hoogspanning Nen 3840;
Samenhang tussen regelgeving & normen in de elektrotechniek;
ABB workshop Secutest 701/702 SII;
Brandbeveiliging;
Normen en metingen elektrische installaties woningbouw;
Flashnet opleidingen;
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
97
H3770.00
H3775.00
H3800.00
H3810.00
H3900.00
NEN 3140;
NEN 3140 Herhalingsinstructie;
Management / Leidinggeven, time management;
Bedrijfskundige opleidingen;
Veiligheid training; Trainingen om de veiligheid van medewerkers
tijdens de werkzaamheden te bevorderen
H4220.00
H4400.00
H4430.00
H4440.00
H4500.00
H4510.00
H4520.00
H4530.00
H4540.00
H4550.00
H4560.00
H4570.00
H4580.00
H4590.00
H4800.00
H4810.00
H4900.00
Veilig omgaan met asbest voor leidinggevenden;
Arbocoördinator;
Marketing;
Public relations;
Tekst / data verwerking expert;
CAD tekenen expert;
Applicaties CAD expert;
Computer ondersteund technisch berekenen expert;
Computerbestek opstellen expert;
Computer ondersteunde financiële calculatie expert;
Geautomatiseerd voorraadbeheer expert;
Geautomatiseerd boekhouden expert;
Geautomatiseerd onderhoud en technisch beheer expert;
Geautomatiseerd project management expert;
Management / Leidinggeven, middenkader;
Bedrijfskundige opleidingen;
Veiligheid training; Trainingen om de veiligheid van medewerkers
tijdens de werkzaamheden te bevorderen
H5400.00
H5401.00
H5420.00
H5555.00
H5800.00
H5810.00
H5820.00
Reductie faalkosten in de installatiebranche;
Subsidies en stimuleringsmaatregelen voor efficiënte systemen;
Acquisitie en opdrachtverwerving;
Installatietechnologie; Bachelor en Masterprogramma
Management / Leidinggeven, hoger kader; Hoger kader
Bedrijfskundige opleidingen;
Post HBO Leergang Installatie Project Management (IPM); Integraal
projectmatig ontwikkelen, realiseren en instandhouden van
installaties
4
5
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
98
3 Leerlingaantallen per RBPI
3.1
Voorbereidend beroepsonderwijs
tabel 3.1
Aantal leerlingen naar vakgebied en leerjaar, uitgesplitst
naar leerweg, in 2004 per RPI
RPI 1: Noord-Nederland
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Elektrotechniek
Leerjaar
Leerweg
3
4
Totaal
3
4
Totaal
Gemengd
0
0
0
96
32
128
70
48
67
33
137
81
255
110
253
155
508
265
118
100
218
461
440
901
Kaderberoepsbericht
Basisberoepsgericht
Totaal
RPI 2: Gelderland/Overijssel
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Leerweg
Elektrotechniek
Leerjaar
3
4
Totaal
3
4
Totaal
Gemengd
49
5
54
211
101
312
Kaderberoepsbericht
58
40
98
463
317
780
25
132
32
77
57
209
197
871
258
676
455
1547
Basisberoepsgericht
Totaal
RPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Elektrotechniek
Leerjaar
Leerweg
3
4
Totaal
3
4
Gemengd
0
0
0
27
21
Totaal
48
Kaderberoepsbericht
38
39
77
132
122
254
Basisberoepsgericht
Totaal
41
79
44
83
85
162
138
297
125
268
263
565
RPI 4: Noord-Holland/Flevoland
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Leerweg
Elektrotechniek
Leerjaar
3
4
Totaal
3
4
Totaal
Gemengd
20
0
20
88
42
130
Kaderberoepsbericht
12
29
41
268
302
570
Basisberoepsgericht
Totaal
29
61
29
58
58
119
236
592
237
581
473
1173
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
99
RPI 5: Zuid-Holland
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Leerweg
3
Gemengd
4
Elektrotechniek
Leerjaar
Totaal
3
4
Totaal
0
0
0
109
72
181
Kaderberoepsbericht
114
81
195
415
464
879
Basisberoepsgericht
Totaal
63
177
73
154
136
331
462
986
408
944
870
1930
RPI 6: Zeeland/West-Brabant
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Leerweg
3
Gemengd
4
Totaal
Elektrotechniek
Leerjaar
3
4
Totaal
112
6
7
13
82
30
Kaderberoepsbericht
47
42
89
128
141
269
Basisberoepsgericht
Totaal
40
93
28
77
68
170
109
319
112
283
221
602
RPI 7: Limburg/Brabant
Koel- en installatietechniek
Leerjaar
Leerweg
Elektrotechniek
Leerjaar
3
4
Totaal
3
4
Totaal
Gemengd
36
19
55
486
166
652
Kaderberoepsbericht
29
36
65
386
342
728
38
103
42
97
80
200
221
1093
245
753
466
1846
Basisberoepsgericht
Totaal
3.2
Beroepsonderwijs
tabel 3.2
Aantal leerlingen binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek, naar
specialisme en niveau, in 2004 naar RBPI
Huishoudelijke
en sanitaire
installaties
3
0
0
39
18
0
92
0
149
2
0
3
20
22
30
70
2
147
1
0
0
10
0
10
0
3
172
2
362
0a
15
74
0
41
81
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Totaal
0
Distributietechniek
4
Dakbedekkingtechniek
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehandeling
5
Montage gas
en
verwarming
Niveau
Ontwerpen en
tekenen
RBPI 1: Noord-Nederland
56
30
100
Koudetechni
ek en
luchtbehandeling
5
0
4
0
3
37
27
61
24
38
95
14
296
2
27
29
11
0
66
194
8
335
1
0
1
13
5
19
64
59
313
28
758
4
10
3
0
27
35
66
21
148
0
297
2
10
54
37
1
14
227
0
343
1
0
2
12
0
14
20
117
1087
124
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
28
104
3
32
18
124
179
12
391
9
765
2
44
51
76
4
253
269
6
703
1
0
0
51
0
51
76
69
1625
711
15
Distributietechniek
48
308a
99
49
544
0
25a
55
82
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
108
Totaal
265
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
RBPI 3: Utrec ht/Gooi en Vechtstreek
231
Dakbedekkingtechniek
0a
Totaal
233
Distributietechniek
16
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
0
258
Dakbedekkingtechniek
4
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehandeling
0
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
58
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechni
ek en
luchtbehandeling
0
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
Montage gas
en
verwarming
Niveau
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
0
106
308
125
25
83
101
Koudetechnie
k en
luchtbehandeling
5
24
4
0
3
124
33
103
60
12
252
0
584
2
82
31
25
5
66
431
0
640
1
0
7
50
0
57
230
82
845
0
1734
0
13
32
28
5
130
4
212
2
0
11
9
1
8
193
12
234
1
0
0
23
0
24
0
33
653
RBPI 7: Limburg/Brabant
4
0
3
7
48
86
86
51
223
3
504
2
36
126
73
17
91
476
15
834
1
8
1
51
0
60
51
179
1615
4
71
230
149
765
18
180a
0
40
18
478
22
200a
158
257
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
90
Totaal
145
Distributietechniek
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
257
Huishoudelijke
en sanitaire
installaties
200
Dakbedekkingtechniek
37
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud gas
en
verwarming
Koudetechniek
en luchtbehandeling
0
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelijke
en sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud gas
en verwarming
Montage gas
en verwarming
Niveau
5
31a
Totaal
62
Distributietechniek
3
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
0
Dakbedekkingtechniek
4
Ontwerpen en
tekenen
Koudetechniek
en
luchtbehandeling
0
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
RBPI 5: Zuid-Holland
31
186
180
4
224
229
102
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
1
0
1
10
16
0
28
1
0
0
21
0
21
0
1
10
37
0
97
Distributietechniek
Totaal
0
0
0
2
0
0
0
3
2
0
1
0
16
39
17
0
73
1
0
0
22
0
22
0
1
39
39
0
138
Totaal
3
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
3
Distributietechniek
0
Dakbedekkingtechniek
0
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
4
5
0
4
0
3
0
0
0
48
0
0
0
48
2
0
0
0
0
0
8
0
8
1
0
0
0
0
0
0
0
8
0
153
0
0
Ontwerpen
en tekenen
4
Dakbedekkingtechniek
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
0
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
0
0
0
0
145
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
59
49
0
0
41
0
48
0
97
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
5
Montage gas
en
verwarming
5
Montage gas
en
verwarming
Koudetechni
ek en
luchtbehand
eling
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
Niveau
Koudetechni
ek en
luchtbehand
eling
Koudetechni
ek en
luchtbehand
eling
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
Niveau
Niveau
tabel 3.3
Aantal leerlingen in BOL-variant binnen de vakgebieden koel- en
installatietechniek, naar specialisme en niveau, in 2004 per RBPI
RBPI 1: Noord-Nederland
0
41
0
48
0
97
103
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
2
0
5
0
82
0
89
1
8
0
30
0
38
8
2
0
122
0
247
Totaal
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
4
43
8
0
55
1
0
0
0
0
0
0
0
43
8
0
110
Totaal
3
Distributietechniek
0
Distributietechniek
0
Huishoudelij
ke en
sanitaire
installaties
3
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
4
Dakbedekkingtechniek
0
0
59
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Ontwerpen en
tekenen
0
0
0
5
0
4
0
3
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
1
19
0
20
1
0
0
20
0
20
0
0
39
0
40
0
0
Ontwerpen
en tekenen
4
Dakbedekkingtechniek
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
0
0
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
125
1
0
55
0
120
0
0
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechniek
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
5
Montage gas
en
verwarming
5
Montage gas
en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
RBPI 5: Zuid-Holland
Niveau
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
Koudetechni
ek en
luchtbehand
eling
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
Niveau
Niveau
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
0
55
0
120
0
0
104
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
22
0
22
1
0
1
4
0
5
0
1
26
0
72
tabel 3.4
Dakbedekkingtechniek
0
0
0
0
45
45
Totaal
3
Distributietechniek
0
Huishoudelijk
e en
sanitaire
installaties
4
Ontwerpen
en tekenen
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehande
ling
5
Montage gas
en
verwarming
Niveau
RBPI 7: Limburg/Brabant
45
0
Aantal leerlingen binnen het vakgebied elektrotechniek, naar specialisme en
niveau, in 2004 per RBPI b, c
Anders dan bij de leerlingen binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek worden binnen
het vakgebied elektrotechniek een groot deel van de leerlingen opgeleid voor functies buiten de
technische installatiebranche. Het gaat hier om uitstroom naar de arbeidsmarkt als geheel en
niet specifiek naar de technische installatiebranche. Zie verder §6.2.
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
0
565
82
0
0
1423
3
238
86
29
69
12
0
0
434
2
612
107
1
226
22
12
0
980
1
104
1
0
0
5
0
110
1471
453
30
860
17
0
2947
ICT/Telematica
259
Distributietechniek
517
Bedrijfsinstallaties
4
Niveau
Industriële
automatisering
Sterkstroom
installaties
RBPI 1: Noord-Nederland
a
5
116
a
Het aantal leerlingen in de HBO/WO-opleidingen kan niet verdeeld worden over de regio’s
omdat voor het vakgebied elektrotechniek deze gegevens niet op regionaal niveau voorhanden
zijn.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Voor niveau 1 tot en met 4 geldt: BBL- én BOL-variant.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
105
842
3
200
19
24
6
22
6
0
277
2
483
35
64
36
34
4
0
656
1
88
10
22
0
2
0
122
966
241
110
427
141
12
0
1897
5
4
121
81
0
70
87
0
27
386
3
179
67
11
372
5
0
0
634
2
434
132
14
317
16
6
1
920
1
229
3
2
0
2
0
236
963
283
27
759
8
28
2176
Distributietechniek
Niveau
566
612
45
690
271
0
0
2184
3
548
82
26
250
50
5
0
961
2
966
95
43
213
94
65
0
1476
1
303
25
15
0
3
0
346
2383
814
129
1153
415
73
0
4967
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
ICT/Telematica
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroominstallaties
4
Sterkstroo
minstallaties
Totaal
Totaal
0
Totaal
0
Vliegtuiginstallaties
85
Vliegtuiginstallaties
385
Consumentenelektronica
0
Consumentenelektronica
177
Bedrijfsinstallaties
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
Industriële
automatisering
195
Industriële
automatisering
4
Sterkstroominstallaties
5
ICT/Telematica
Vliegtuiginstallaties
Niveau
Consumentenelektronica
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
Industriële
automatise
ring
5
ICT/Telematica
Niveau
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
a
a
a
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
108
106
Totaal
Totaal
Totaal
Vliegtuiginstallaties
Vliegtuiginstallaties
Vliegtuiginstallaties
563
382
18
954
197
0
0
2114
3
312
150
36
139
31
4
0
672
2
1134
399
106
114
81
13
3
1850
1
491
17
10
0
7
0
525
2500
948
170
1207
309
24
3
5161
0
49
43
0
0
349
3
89
50
0
0
1
0
13
153
2
187
59
11
1
3
2
0
263
1
15
0
0
0
0
0
15
354
303
11
50
47
2
13
780
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
ICT/Telematica
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroominstallaties
Consumentenelektronica
Consumentenelektronica
Niveau
Industriële
automatisering
Industriële
automatisering
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
4
Sterkstroominstallaties
194
4
325
651
0
397
475
11
0
1859
3
400
118
21
22
26
12
0
599
2
883
239
34
72
55
65
0
1348
1
137
7
2
0
1
8
155
1745
1015
57
491
89
8
3961
Bedrijfsinstallaties
5
ICT/Telematica
Niveau
63
Sterkstroominstallaties
Consumentenelektronica
5
Industriële
automatisering
RBPI 7: Limburg/Brabant
4
ICT/Telematica
5
Distributietechniek
Niveau
RBPI 5: Zuid-Holland
a
a
a
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
556
107
tabel 3.5
Aantal leerlingen in BOL-variant binnen het vakgebied elektrotechniek, naar
specialisme en niveau, in 2004 naar RBPI
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
4
259
198
0
358
16
0
0
831
3
16
0
0
66
0
0
0
82
2
203
16
0
207
1
0
0
427
1
71
0
0
0
0
0
71
549
214
0
631
17
0
0
1411
Niveau
Sterkstroom
installaties
RBPI 1: Noord-Nederland
5
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
4
226
399
0
385
223
0
0
1233
3
67
4
0
62
11
0
0
144
2
292
17
0
52
33
36
0
430
1
233
0
0
0
0
0
233
818
420
0
499
267
36
0
2040
Niveau
Sterkstroominstallaties
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
5
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
4
61
169
0
375
85
0
0
690
3
2
0
0
0
0
0
0
2
2
120
8
0
14
19
0
0
161
1
40
8
0
0
0
0
48
223
185
0
389
0
0
901
Niveau
Sterkstroominstallaties
RBPI 3: utrecht/Gooi en Vechtstreek
5
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
104
108
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
5
Sterkstroominstallaties
Niveau
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
5
Sterkstroominstallaties
Niveau
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
5
Sterkstroominstallaties
Niveau
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
4
70
66
0
65
87
0
27
315
3
9
0
0
110
0
0
0
119
2
96
0
0
297
0
1
1
395
1
161
2
2
0
2
0
167
336
68
2
472
87
3
28
996
RBPI 5: Zuid-Holland
4
357
285
0
846
197
0
0
1685
3
48
16
0
111
8
0
0
183
2
393
70
4
44
16
1
0
528
1
320
2
1
0
3
0
326
1118
373
5
1001
221
4
0
2722
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
4
13
161
0
49
43
0
0
266
3
32
5
0
0
0
0
0
37
2
38
14
0
0
0
0
0
52
1
11
0
0
0
0
0
11
94
180
0
49
0
0
366
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
43
109
Bedrijfsinstallaties
Distributietechniek
ICT/Telematica
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
4
100
272
0
211
366
0
0
949
3
19
1
0
0
0
0
0
20
2
108
5
0
0
0
0
0
113
1
33
0
0
0
0
0
33
260
278
0
211
0
0
1115
Niveau
Sterkstroom
installaties
RBPI 7: Limburg/Brabant
5
3.3
366
Verwachte uitstroom van leerlingen naar de arbeidsmarkt
tabel 3.6
Aantal leerlingen (BBL+BOL) binnen de vakgebieden koel- en installatietechniek
dat verwacht uit te stromen uit het onderwijs naar de arbeidsmarkt, naar
specialisme en niveau, in 2004 naar RBPI
3
0
0
13
6
0
31
0
50
2
0
1
5
6
8
18
1
37
1
0
0
2
0
2
0
1
50
1
116
Ontwerpen
en tekenen
0a
8
25
0
21
32
Totaal
0
Distributietechniek
4
Dakbedekkingtechn
iek
0
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechni
ek en
luchtbehande
ling
5
Montage gas
en
verwarming
Niveau
Huishoudelijk
e en
sanitaire
installaties
RBPI 1: Noord-Nederland
28
8
a
Het aantal leerlingen in de HBO/HIT-opleiding is proportioneel verdeel over de verschillende
opleidingen.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Rij- en kolomtotalen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
110
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
5
0
4
0
3
12
9
20
8
13
32
5
99
2
7
7
3
0
17
49
2
84
1
0
0
3
1
4
19
17
87
8
240
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
5
0
4
5
3
0
9
12
22
7
49
0
99
2
3
14
9
0
4
57
0
86
1
0
0
2
0
3
8
32
404
40
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
14
39
3
11
6
41
60
4
130
3
255
2
11
13
19
1
63
67
2
176
1
0
0
10
0
10
22
19
494
208
4
Distributietechniek
24
154a
50
15
151
0
13a
28
37
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
31
Totaal
67
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
85
Dakbedekkingtechni
ek
0a
Totaal
100
Distributietechniek
8
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
0
89
Dakbedekkingtechni
ek
Koudetechnie
k en
luchtbehande
ling
4
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelijk
e en
sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechn
iek
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
0
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
29
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
0
53
154
63
13
42
111
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
5
12
4
0
3
41
11
34
20
4
84
0
194
2
21
8
6
1
17
108
0
160
1
0
1
10
0
11
74
24
241
0
592
0
4
11
9
2
43
1
71
2
0
3
2
0
2
48
3
59
1
0
0
5
0
5
0
10
226
RBPI 7: Limburg/Brabant
4
0
3
2
16
29
29
17
74
1
168
2
9
32
18
4
23
119
4
209
1
2
0
10
0
12
13
49
497
2
36
91
75
210
5
90a
0
13
5
134
6
100a
49
120
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
24
Totaal
41
Distributietechniek
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
111
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
67
Dakbedekkingtechni
ek
19
Ontwerpen en
tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Koudetechnie
k en
luchtbehande
ling
0
Totaal
Distributietechniek
Huishoudelijk
e en
sanitaire
installaties
Dakbedekkingtechn
iek
Ontwerpen
en tekenen
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
16a
Totaal
21
Distributietechniek
3
Huishoudelijk
e en sanitaire
installaties
0
Dakbedekkingtechni
ek
4
Ontwerpen en
tekenen
Koudetechnie
k en
luchtbehandel
ing
0
Montage gas
en
verwarming
Niveau
5
Service en
onderhoud
gas en
verwarming
Montage gas
en
verwarming
Niveau
RBPI 5: Zuid-Holland
16
93
90
2
112
115
112
tabel 3.7
Aantal leerlingen (BBL+BOL) binnen het vakgebied elektrotechniek dat verwacht
uit te stromen uit het onderwijs naar de arbeidsmarkt, naar specialisme en niveau,
in 2004 naar RBPI b, c
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
0
283
41
0
0
712
3
79
29
10
23
4
0
0
145
2
153
27
0
57
6
3
0
245
1
21
0
0
0
1
0
22
512
185
10
362
4
0
1123
ICT/Telematica
130
Distributietechniek
259
Bedrijfsinstallaties
4
Niveau
Industriële
automatisering
Sterkstroominstallaties
RBPI 1: Noord-Nederland
a
5
50
a
Het aantal leerlingen in de HBO/WO-opleidingen kan niet verdeeld worden over de regio’s
omdat voor het vakgebied elektrotechniek deze gegevens niet op regionaal niveau voorhanden
zijn.
b
Voor cellen met een kruis bestaat geen beroepsopleiding.
c
Rij- en kolomtotalen kunnen afwijken als gevolg van afrondingen.
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
23
345
136
0
0
1092
3
182
27
9
83
17
2
0
320
2
242
24
11
53
24
16
0
369
1
61
5
3
0
1
0
69
768
362
45
482
19
0
1850
ICT/Telematica
306
Distributietechniek
283
Bedrijfsinstallaties
4
Niveau
Industriële
automatisering
Sterkstroominstallaties
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
a
5
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
176
113
Totaal
Totaal
Totaal
Vliegtuiginstallaties
Vliegtuiginstallaties
Vliegtuiginstallaties
98
89
0
193
43
0
0
421
3
67
6
8
2
7
2
0
92
2
121
9
16
9
9
1
0
164
1
18
2
4
0
0
0
24
302
106
28
203
58
3
0
702
0
35
44
0
14
193
3
60
22
4
124
2
0
0
211
2
109
33
4
79
4
2
0
230
1
46
1
0
0
0
0
47
274
96
8
238
49
2
14
681
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
ICT/Telematica
Distributietechniek
Bedrijfsinstallaties
Sterkstroominstallaties
Consumentenelektronica
Consumentenelektronica
Niveau
Industriële
automatisering
Industriële
automatisering
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
4
Sterkstroominstallaties
41
4
282
191
9
477
99
0
0
1057
3
104
50
12
46
10
1
0
224
2
284
100
27
29
20
3
1
463
1
98
3
2
0
1
0
105
767
344
49
552
6
1
1848
Bedrijfsinstallaties
5
ICT/Telematica
Niveau
61
Sterkstroominstallaties
Consumentenelektronica
5
Industriële
automatisering
RBPI 5: Zuid-Holland
4
ICT/Telematica
5
Distributietechniek
Niveau
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
a
a
a
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
129
114
Industriële
automatisering
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
22
0
0
175
3
30
17
0
0
0
0
4
51
2
47
15
3
0
1
1
0
66
1
3
0
0
0
0
0
3
111
128
3
25
23
1
4
294
ICT/Telematica
ICT/Telematica
25
Distributietechniek
0
Bedrijfsinstallaties
97
Sterkstroominstallaties
32
Niveau
4
Distributietechniek
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
a
5
Consumentenelektronica
Vliegtuiginstallaties
Totaal
163
326
0
199
238
6
0
930
3
133
39
7
7
9
4
0
199
2
221
60
9
18
14
16
0
337
1
27
1
0
0
0
2
31
544
426
16
224
26
2
1497
Bedrijfsinstallaties
4
Niveau
Industriële
automatisering
Sterkstroominstallaties
RBPI 7: Limburg/Brabant
a
5
3.4
260
Beroepspraktijkvorming
tabel 3.8
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL en aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied koeltechniek naar
RBPI(zie toelichting bij tabel 6.9)
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
115
a
Erkenningen BPV
Totaal aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
0
48
13
12
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
3
33
8
6
0
0
0
3
33
8
6
0
0
0
nvt
-31,3
-38,5
-50,0
nvt
nvt
nvt
55
64
49
21
0
11
8
46
58
44
22
0
10
8
-16,4
-9,4
-10,2
4,8
nvt
-9,1
0,0
15,3
1,8
5,5
3,7
nvt
nvt
nvt
Totaal
0
73
73
0
50
50
-31,5
208
188
-9,6
3,8
Opleiding
0
48
13
12
0
0
0
CREBO-code
0
0
0
0
0
0
0
Niveau
Aantal BBLleerlingen
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
Leerlingen 2003
Leerbedrijf/leerling-ratio 2004
RBPI 1: Noord-Nederland
1
2
3
3
4
4
4
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Deze opleiding wordt op 1 augustus 2004 beëindigd en gaat over in de opleiding met CREBO-code 10792:
Middenkaderfunctionaris Koudetechniek.
RBPI2: Gelderland/Overijssel
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
0
44
24
8
0
0
0
0
44
24
8
0
0
0
nvt
12,8
71,4
-11,1
nvt
nvt
nvt
81
81
78
58
0
31
36
119
125
118
83
0
47
54
46,9
54,3
51,3
43,1
nvt
51,6
50,0
nvt
2,8
4,9
10,4
nvt
nvt
nvt
Totaal
0
62
62
0
76
76
22,6
365
546
49,6
7,2
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
RBPI 3: Utrecht/Gooi en vechtstreek
Totaal
aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Erkenningen BPV
Aantal BBLleerlingen
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003
0
0
0
0
0
0
2
2
0
172
114
88
0
6
0
380
0
172
114
88
0
6
2
382
0
0
0
0
0
0
0
0
0
172
114
88
0
6
2
382
0
172
114
88
0
6
2
382
nvt
0,0
0,0
0,0
nvt
0,0
0,0
0,0
49
50
46
34
0
21
26
226
74
110
105
68
0
49
53
459
51,0
120,0
128,3
100,0
nvt
133,3
103,8
103,1
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Totaal
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
116
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
Leerbedrijf/leerling-ratio 2004
Totaal aantal
0
0
0
0
0
0
0
Opleiding
0
39
14
9
0
0
0
CREBO-code
0
39
14
9
0
0
0
Niveau
0
0
0
0
0
0
0
1
2
3
3
4
4
4
1
2
3
3
4
4
4
Erkenningen BPV
Aantal BBLleerlingen
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
Leerlingen 2003
nvt
0,6
0,9
0,8
nvt
8,2
26,5
1,2
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
0
10
0
0
0
0
10
20
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
58
75
70
35
0
13
12
263
39
47
44
33
0
15
16
194
-32,8
-37,3
-37,1
-5,7
nvt
15,4
33,3
-26,2
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
38
46
43
27
0
13
13
61
81
73
39
0
13
13
60,5
76,1
69,8
44,4
nvt
0,0
0,0
nvt
3,0
2,9
3,3
nvt
nvt
nvt
Totaal
0
57
57
0
64
64
12,3
180
280
55,6
4,4
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
5
0
0
0
0
0
0
5
0
0
0
0
0
0
0
0
5
0
0
0
0
0
0
5
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
36
49
47
20
0
13
18
183
23
53
49
27
0
10
20
182
-36,1
8,2
4,3
35,0
nvt
-23,1
11,1
-0,5
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
117
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPV
Totaal aantal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
Opleiding
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Totaal
Leerlingen 2003
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BBLleerlingen
nvt
-12,9
38,9
50,0
nvt
nvt
nvt
Opleiding
0
27
25
12
0
0
0
CREBO-code
0
27
25
12
0
0
0
Niveau
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPV
Totaal aantal
Leerlingen 2004
nvt
4,7
nvt
nvt
nvt
nvt
1,6
9,7
Aantal BBLleerlingen
Leerlingen 2003
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Totaal aantal
0
10
0
0
0
0
10
20
0
0
0
0
0
0
0
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
CREBO-code
0
0
0
0
0
0
0
0
0
31
18
8
0
0
0
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Niveau
0
0
0
0
0
0
0
0
0
31
18
8
0
0
0
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
2
3
3
4
4
4
1
2
3
3
4
4
4
0
0
0
0
0
0
0
0
Aantal BOLleerlingen
RBPI 5: Zuid-Holland
Aantal BBLleerlingen
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Totaal
Erkenningen BPV
Aantal BOLleerlingen
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
2
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
Totaal aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Leerbedrijf/leerling-ratio 2004
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35
10
0
0
0
0
45
0
35
10
0
0
0
0
45
8
0
0
0
0
0
0
8
0
36
7
0
0
0
0
43
8
36
7
0
0
0
0
51
nvt
2,9
-30,0
nvt
nvt
nvt
nvt
13,3
26
39
36
13
0
10
11
135
63
92
83
31
0
20
27
316
142,3
135,9
130,6
138,5
nvt
100,0
145,5
134,1
7,9
2,6
11,9
nvt
nvt
nvt
nvt
6,2
Mont.-ass. koudetech.
Monteur koudetechniek
Servicemont. koudetech.
Projectl. koudetech.
Middenk.-opl. koudetech.a
Projectman. koudetech.
Middenk.-func. koudetech.
Totaal
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL en aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied installatietechniek
naar RBPI
a
Mont.-ass. verw. tech.
0
1
1
0
Mont.-ass. inst. tech.
37
15
52
22
Mont.-ass. distr. tech.
0
0
0
0
Tekenaar gebinst. san.
0
0
0
0
Tekenaar gebinst. san./CV
16
0
16
16
Tekenaar gebinst. CV/vent.
0
0
0
0
Onderh.-mont. instl. tech.
0
41
41
0
Ass. verwarmingsmont.
0
23
23
1
Ass. inst.-mont. verw.
50
196
246
17
Ass. inst.-mont. dakbed.
29
52
81
39
Ass. distr.-mont. water
0
3
3
0
Ass. distr.-mont. gas
0
0
0
0
Ass. dakbed.-monteur
0
2
2
0
Verwarmingsmonteur
0
18
18
0
Servicemont. verw.
0
81
81
0
Servicemont. inst. tech.
0
5
5
0
Onderh.-mont. verw.
0
9
9
0
Inst.-mont. utiliteit
0
31
31
0
Inst,-mont. woningbouw
0
204
204
0
Inst.-mont. spec.dakbed.
0
10
10
0
Distributiemonteur water
0
3
3
0
Distributiemonteur gas
0
0
0
0
Dakbedekkingmonteur
0
0
0
0
Aank. projecttech. san.
0
0
0
0
Aank. projecttech. CV/AC
0
40
40
2
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
0
4
4
0
Aank. Ontwerptech. san.
0
0
0
0
Servicetech. verw. tech.
0
25
25
0
Middenk.-opl. klimaattech.a
0
0
0
0
Middenk. func. inst. tech.
43
0
43
41
Totaal
175
763
938
138
Deze opleiding wordt op 1 augustus 2004 beëindigd en gaat over in
Middenkaderfunctionaris Installatietechniek
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
0
0
34
56
0
0
0
0
11
27
0
0
48
48
26
27
184
201
58
97
3
3
0
0
4
4
19
19
74
74
12
12
7
7
34
34
183
183
6
6
4
4
0
0
0
0
0
0
32
34
4
4
0
0
15
15
0
0
0
41
758
896
de opleiding
nvt
256
262
7,7
369
365
nvt
18
15
nvt
126
132
68,8
129
136
nvt
125
134
17,1
305
295
17,4
150
155
-18,3
384
391
19,8
349
350
0,0
17
10
nvt
13
9
100,0
70
67
5,6
149
150
-8,6
155
150
140,0
293
285
-22,2
178
168
9,7
209
206
-10,3
325
318
-40,0
193
189
33,3
15
10
nvt
13
9
nvt
46
50
nvt
121
125
-15,0
120
126
0,0
110
120
nvt
115
125
-40,0
83
82
nvt
0
0
-4,7
95
89
-4,5
4531
4523
met CREBO-code 10793:
2,3
-1,1
-16,7
4,8
5,4
7,2
-3,3
3,3
1,8
0,3
-41,2
-30,8
-4,3
0,7
-3,2
-2,7
-5,6
-1,4
-2,2
-2,1
-33,3
-30,8
8,7
3,3
5,0
9,1
8,7
-1,2
nvt
-6,3
-0,2
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
% verschil
2004
2003
Erkenningen BPV
% verschil
Leerlingen 2004
Totaal
aantal
Totaal
aantal
Aantal BBLleerlingen
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003
Aantal BBLleerlingen
RBPI 1: Noord-Nederland
Aantal BOLleerlingen
tabel 3.9
Erkenningen BPV
Aantal BBLleerlingen
10537
10535
10530
10532
10719
10764
10792
Leerlingen 2004
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
2
3
3
4
4
4
Leerlingen 2003
Opleiding
Niveau
RBPI 7: Limburg/Brabant
nvt
6,5
nvt
nvt
5,0
nvt
6,1
5,7
1,9
3,6
3,3
nvt
16,8
7,9
2,0
23,8
24,0
6,1
1,7
31,5
2,5
nvt
nvt
nvt
3,7
30,0
nvt
5,5
nvt
2,2
5,0
118
g
e
n
t
a
l
h
i
l
0
0
3
0
0
4
h
i
l
1
29
0
0
15
0
106
55
250
238
2
8
5
16
96
11
11
89
313
11
16
6
4
0
196
19
0
53
0
0
1550
1
59
0
0
16
0
106
55
261
250
2
8
5
16
96
11
11
89
313
11
16
6
4
0
196
19
0
53
0
51
1655
0
21
0
0
1
0
0
1
16
10
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
48
97
0
30
0
0
3
0
76
50
253
238
2
4
5
18
78
38
8
107
284
8
5
4
4
0
164
15
0
58
0
0
1452
0
51
0
0
4
0
76
51
269
248
2
4
5
18
78
38
8
107
284
8
5
4
4
0
164
15
0
58
0
48
1549
nvt
-13,6
nvt
nvt
-75,0
nvt
-28,3
-7,3
3,1
-0,8
0,0
-50,0
0,0
12,5
-18,8
245,5
-27,3
20,2
-9,3
-27,3
-68,8
-33,3
0,0
nvt
-16,3
-21,1
nvt
9,4
nvt
-5,9
-6,4
469
584
20
356
358
355
553
448
606
552
18
16
189
413
389
532
401
501
557
409
18
16
36
350
351
344
345
138
0
275
9599
470
590
16
349
350
347
559
448
622
560
16
13
185
399
377
534
396
510
563
395
16
13
39
353
346
341
349
159
0
244
9559
0,2
1,0
-20,0
-2,0
-2,2
-2,3
1,1
0,0
2,6
1,4
-11,1
-18,8
-2,1
-3,4
-3,1
0,4
-1,2
1,8
1,1
-3,4
-11,1
-18,8
8,3
0,9
-1,4
-0,9
1,2
15,2
nvt
-11,3
-0,4
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
0
12
0
0
0
0
41
51
234
29
0
0
3
28
13
28
2
12
155
14
0
0
1
0
16
0
29
13
0
0
681
0
12
0
0
0
0
41
51
234
29
0
0
3
28
13
28
2
12
155
14
0
0
1
0
26
15
29
13
0
53
759
0
0
0
0
0
0
0
0
8
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
19
29
0
0
0
53
109
2
12
0
0
1
0
37
54
219
14
0
0
0
27
16
18
1
17
131
18
0
0
3
0
18
0
0
16
0
2
606
2
12
0
0
1
0
37
54
227
14
0
0
0
27
16
18
1
17
131
18
0
0
3
0
37
29
0
16
0
55
715
nvt
0,0
nvt
nvt
nvt
nvt
-9,8
5,9
-3,0
-51,7
nvt
nvt
nvt
-3,6
23,1
-35,7
-50,0
41,7
-15,5
28,6
nvt
nvt
200,0
nvt
42,3
93,3
nvt
23,1
nvt
3,8
-5,8
103
241
4
44
69
43
214
109
263
198
3
5
37
103
99
204
126
143
234
117
3
5
26
42
73
71
41
73
0
41
2734
96
228
5
46
64
46
197
106
256
196
3
5
33
99
95
190
115
134
232
112
3
5
25
45
72
70
44
72
0
42
2636
-6,8
-5,4
25,0
4,5
-7,2
7,0
-7,9
-2,8
-2,7
-1,0
0,0
0,0
-10,8
-3,9
-4,0
-6,9
-8,7
-6,3
-0,9
-4,3
0,0
0,0
-3,8
7,1
-1,4
-1,4
7,3
-1,4
nvt
2,4
-3,6
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
10
15
0
0
0
53
78
nvt
11,6
nvt
nvt
87,5
nvt
7,4
8,8
2,3
2,3
8,0
3,3
37,0
22,2
4,8
14,1
49,5
4,8
2,0
49,4
3,2
3,3
9,8
nvt
2,1
22,7
nvt
2,7
nvt
5,1
6,2
Erkenningen BPV
Totaal
aantal
Mont.-ass. verw. tech.
Mont.-ass. inst. tech.
Mont.-ass. distr. tech.
Tekenaar gebinst. san.
Tekenaar gebinst. san./CV
Tekenaar gebinst. CV/vent.
Onderh.-mont. instl. tech.
Ass. verwarmingsmont.
Ass. inst.-mont. verw.
Ass. inst.-mont. dakbed.
Ass. distr.-mont. water
Ass. distr.-mont. gas
Ass. dakbed.-monteur
Verwarmingsmonteur
Servicemont. verw.
Servicemont. inst. tech.
Onderh.-mont. verw.
Inst.-mont. utiliteit
Inst,-mont. woningbouw
Inst.-mont. spec.dakbed.
Distributiemonteur water
Distributiemonteur gas
Dakbedekkingmonteur
Aank. projecttech. san.
Aank. projecttech. CV/AC
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
Aank. Ontwerptech. san.
Servicetech. verw. tech.
Middenk.-opl. klimaattech.a
Middenk. func. inst. tech.
Totaal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003
L
e
e
e
n
Mont.-ass. verw. tech.
0
Mont.-ass. inst. tech.
30
Mont.-ass. distr. tech.
0
Tekenaar gebinst. san.
0
Tekenaar gebinst. san./CV
1
Tekenaar gebinst. CV/vent.
0
Onderh.-mont. instl. tech.
0
Ass. verwarmingsmont.
0
Ass. inst.-mont. verw.
11
Ass. inst.-mont. dakbed.
12
Ass. distr.-mont. water
0
Ass. distr.-mont. gas
0
Ass. dakbed.-monteur
0
Verwarmingsmonteur
0
Servicemont. verw.
0
Servicemont. inst. tech.
0
Onderh.-mont. verw.
0
Inst.-mont. utiliteit
0
Inst,-mont. woningbouw
0
Inst.-mont. spec.dakbed.
0
Distributiemonteur water
0
Distributiemonteur gas
0
Dakbedekkingmonteur
0
Aank. projecttech. san.
0
Aank. projecttech. CV/AC
0
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
0
Aank. Ontwerptech. san.
0
Servicetech. verw. tech.
0
Middenk.-opl. klimaattech.a
0
Middenk. func. inst. tech.
51
Totaal
105
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Erkenningen BPV
t
a
l
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Leerlingen 2004
g
e
n
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Leerlingen 2003
g
e
n
N
i
C
R
E
O
p
l
e
i
d
i
n
g
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
48,0
19,0
nvt
nvt
64,0
nvt
5,3
2,0
1,1
14,0
nvt
nvt
nvt
3,7
5,9
10,6
115,0
7,9
1,8
6,2
nvt
nvt
8,3
nvt
1,9
2,4
nvt
4,5
nvt
0,8
3,7
119
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Mont.-ass. verw. tech.
0
Mont.-ass. inst. tech.
0
Mont.-ass. distr. tech.
0
Tekenaar gebinst. san.
0
Tekenaar gebinst. san./CV
0
Tekenaar gebinst. CV/vent.
0
Onderh.-mont. instl. tech.
0
Ass. verwarmingsmont.
9
Ass. inst.-mont. verw.
7
Ass. inst.-mont. dakbed.
35
Ass. distr.-mont. water
0
Ass. distr.-mont. gas
0
Ass. dakbed.-monteur
0
Verwarmingsmonteur
0
Servicemont. verw.
0
Servicemont. inst. tech.
0
Onderh.-mont. verw.
0
Inst.-mont. utiliteit
0
Inst,-mont. woningbouw
0
Inst.-mont. spec.dakbed.
0
Distributiemonteur water
0
Distributiemonteur gas
0
Dakbedekkingmonteur
0
Aank. projecttech. san.
0
Aank. projecttech. CV/AC
0
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
0
Aank. Ontwerptech. san.
0
Servicetech. verw. tech.
0
Middenk.-opl. klimaattech.a
0
Middenk. func. inst. tech.
71
Totaal
122
3
23
1
0
0
0
75
53
291
56
10
6
2
33
36
24
35
46
160
67
6
5
0
0
47
17
30
39
0
0
1065
3
23
1
0
0
0
75
62
298
91
10
6
2
33
36
24
35
46
160
67
6
5
0
0
47
17
30
39
0
71
1187
0
0
0
0
4
0
0
0
8
43
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
19
0
0
0
0
20
94
1
13
5
0
-4
0
11
29
186
23
3
5
0
27
19
27
15
17
78
38
6
8
0
0
-2
7
0
28
0
0
540
1
13
5
0
0
0
11
29
194
66
3
5
0
27
19
27
15
17
78
38
6
8
0
0
17
7
0
28
0
20
634
-66,7
-43,5
400,0
nvt
nvt
nvt
-85,3
-53,2
-34,9
-27,5
-70,0
-16,7
nvt
-18,2
-47,2
12,5
-57,1
-63,0
-51,3
-43,3
0,0
60,0
nvt
nvt
-63,8
-58,8
nvt
-28,2
nvt
-71,8
-46,6
109
264
12
57
82
63
185
112
373
319
13
10
30
115
104
181
109
201
278
274
12
10
18
62
92
86
61
92
0
41
3365
112
276
9
66
87
67
190
115
377
331
11
9
37
117
113
190
118
194
286
279
10
9
33
71
104
95
67
103
0
50
3526
2,8
4,5
-25,0
15,8
6,1
6,3
2,7
2,7
1,1
3,8
-15,4
-10,0
23,3
1,7
8,7
5,0
8,3
-3,5
2,9
1,8
-16,7
-10,0
83,3
14,5
13,0
10,5
9,8
12,0
nvt
22,0
4,8
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPV
Totaal
aantal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Leerlingen 2003
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
112,0
21,2
1,8
nvt
nvt
nvt
17,3
4,0
1,9
5,0
3,7
1,8
nvt
4,3
5,9
7,0
7,9
11,4
3,7
7,3
1,7
1,1
nvt
nvt
6,1
13,6
nvt
3,7
nvt
2,5
5,6
120
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Mont.-ass. verw. tech.
1
Mont.-ass. inst. tech.
38
Mont.-ass. distr. tech.
0
Tekenaar gebinst. san.
0
Tekenaar gebinst. san./CV
22
Tekenaar gebinst. CV/vent.
0
Onderh.-mont. instl. tech.
60
Ass. verwarmingsmont.
141
Ass. inst.-mont. verw.
472
Ass. inst.-mont. dakbed.
103
Ass. distr.-mont. water
1
Ass. distr.-mont. gas
1
Ass. dakbed.-monteur
2
Verwarmingsmonteur
48
Servicemont. verw.
51
Servicemont. inst. tech.
11
Onderh.-mont. verw.
14
Inst.-mont. utiliteit
19
Inst,-mont. woningbouw
203
Inst.-mont. spec.dakbed.
32
Distributiemonteur water
1
Distributiemonteur gas
0
Dakbedekkingmonteur
2
Aank. projecttech. san.
0
Aank. projecttech. CV/AC
74
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
15
Aank. Ontwerptech. san.
0
Servicetech. verw. tech.
58
a
Middenk.-opl. klimaattech.
0
Middenk. func. inst. tech.
133
Totaal
1502
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
38
0
0
22
0
60
141
472
103
1
1
2
48
51
11
14
19
203
32
1
0
2
0
74
15
0
58
0
133
1502
0
30
0
0
5
0
0
2
82
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
120
239
1
21
0
0
12
0
73
124
394
86
5
10
5
48
24
45
17
21
202
49
2
1
2
0
65
21
0
37
0
0
1265
1
51
0
0
17
0
73
126
476
86
5
10
5
48
24
45
17
21
202
49
2
1
2
0
65
21
0
37
0
120
1504
0,0
34,2
nvt
nvt
-22,7
nvt
21,7
-10,6
0,8
-16,5
400,0
900,0
150,0
0,0
-52,9
309,1
21,4
10,5
-0,5
53,1
100,0
nvt
0,0
nvt
-12,2
40,0
nvt
-36,2
nvt
-9,8
0,1
127
303
7
92
102
94
251
149
419
332
7
10
47
136
135
250
133
185
339
238
7
10
35
103
120
110
94
111
0
84
4030
131
316
9
92
103
96
253
153
442
357
6
9
56
142
129
252
126
195
341
254
6
9
42
106
121
114
101
109
0
82
4152
3,1
4,3
28,6
0,0
1,0
2,1
0,8
2,7
5,5
7,5
-14,3
-10,0
19,1
4,4
-4,4
0,8
-5,3
5,4
0,6
6,7
-14,3
-10,0
20,0
2,9
0,8
3,6
7,4
-1,8
nvt
-2,4
3,0
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPV
Totaal
aantal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Leerlingen 2003
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
RBPI 5: Zuid-Holland
131,0
6,2
nvt
nvt
6,1
nvt
3,5
1,2
0,9
4,2
1,2
0,9
11,2
3,0
5,4
5,6
7,4
9,3
1,7
5,2
3,0
9,0
21,0
nvt
1,9
5,4
nvt
2,9
nvt
0,7
2,8
121
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
0
5
0
0
0
0
16
10
156
9
7
3
3
9
18
10
13
23
99
9
0
1
2
0
17
2
0
11
0
0
423
0
13
0
0
0
0
16
10
178
9
7
3
3
9
18
10
13
23
99
9
0
1
2
0
17
2
0
11
0
0
453
0
20
0
0
0
0
0
0
19
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
40
0
3
0
0
1
0
9
11
174
7
10
2
0
13
9
21
2
13
117
3
2
2
2
0
20
8
0
4
0
0
433
0
23
0
0
1
0
9
11
193
8
10
2
0
13
9
21
2
13
117
3
2
2
2
0
20
8
0
4
0
0
473
nvt
76,9
nvt
nvt
nvt
nvt
-43,8
10,0
8,4
-11,1
42,9
-33,3
nvt
44,4
-50,0
110,0
-84,6
-43,5
18,2
-66,7
nvt
100,0
0,0
nvt
17,6
300,0
nvt
-63,6
nvt
nvt
4,4
34
102
8
15
37
17
183
58
219
183
12
13
24
56
61
170
71
108
191
140
13
13
15
21
43
41
18
46
0
22
1934
35
98
7
20
43
24
180
63
215
174
13
13
30
56
61
171
72
107
192
136
13
13
19
29
55
51
24
48
0
25
1987
2,9
-3,9
-12,5
33,3
16,2
41,2
-1,6
8,6
-1,8
-4,9
8,3
0,0
25,0
0,0
0,0
0,6
1,4
-0,9
0,5
-2,9
0,0
0,0
26,7
38,1
27,9
24,4
33,3
4,3
nvt
13,6
2,7
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
0
8
0
0
0
0
0
0
22
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
30
Erkenningen BPV
Totaal
aantal
Mont.-ass. verw. tech.
Mont.-ass. inst. tech.
Mont.-ass. distr. tech.
Tekenaar gebinst. san.
Tekenaar gebinst. san./CV
Tekenaar gebinst. CV/vent.
Onderh.-mont. instl. tech.
Ass. verwarmingsmont.
Ass. inst.-mont. verw.
Ass. inst.-mont. dakbed.
Ass. distr.-mont. water
Ass. distr.-mont. gas
Ass. dakbed.-monteur
Verwarmingsmonteur
Servicemont. verw.
Servicemont. inst. tech.
Onderh.-mont. verw.
Inst.-mont. utiliteit
Inst,-mont. woningbouw
Inst.-mont. spec.dakbed.
Distributiemonteur water
Distributiemonteur gas
Dakbedekkingmonteur
Aank. projecttech. san.
Aank. projecttech. CV/AC
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
Aank. Ontwerptech. san.
Servicetech. verw. tech.
Middenk.-opl. klimaattech.a
Middenk. func. inst. tech.
Totaal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Leerlingen 2003
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
nvt
4,3
nvt
nvt
43,0
nvt
20,0
5,7
1,1
21,8
1,3
6,5
nvt
4,3
6,8
8,1
36,0
8,2
1,6
45,3
6,5
6,5
9,5
nvt
2,8
6,4
nvt
12,0
nvt
nvt
4,2
122
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Mont.-ass. verw. tech.
1
Mont.-ass. inst. tech.
9
Mont.-ass. distr. tech.
0
Tekenaar gebinst. san.
0
Tekenaar gebinst. san./CV
2
Tekenaar gebinst. CV/vent.
0
Onderh.-mont. instl. tech.
0
Ass. verwarmingsmont.
9
Ass. inst.-mont. verw.
40
Ass. inst.-mont. dakbed.
0
Ass. distr.-mont. water
0
Ass. distr.-mont. gas
0
Ass. dakbed.-monteur
0
Verwarmingsmonteur
0
Servicemont. verw.
0
Servicemont. inst. tech.
0
Onderh.-mont. verw.
0
Inst.-mont. utiliteit
0
Inst,-mont. woningbouw
0
Inst.-mont. spec.dakbed.
0
Distributiemonteur water
0
Distributiemonteur gas
0
Dakbedekkingmonteur
0
Aank. projecttech. san.
0
Aank. projecttech. CV/AC
0
Aank. ontw.-tech. san/CV/AC
0
Aank. Ontwerptech. san.
0
Servicetech. verw. tech.
0
Middenk.-opl. klimaattech.a
0
Middenk. func. inst. tech.
126
Totaal
187
8
72
0
0
16
0
29
20
428
31
0
0
4
37
69
35
15
73
240
8
0
4
2
0
30
6
0
74
0
61
1262
9
81
0
0
18
0
29
29
468
31
0
0
4
37
69
35
15
73
240
8
0
4
2
0
30
6
0
74
0
187
1449
1
4
0
0
0
0
0
0
22
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
45
72
6
46
0
0
5
0
25
31
409
63
0
0
3
33
47
43
13
57
195
8
0
0
4
0
20
40
0
71
0
51
1170
7
50
0
0
5
0
25
31
431
63
0
0
3
33
47
43
13
57
195
8
0
0
4
0
20
40
0
71
0
96
1242
-22,2
-38,3
nvt
nvt
-72,2
nvt
-13,8
6,9
-7,9
103,2
nvt
nvt
-25,0
-10,8
-31,9
22,9
-13,3
-21,9
-18,8
0,0
nvt
nvt
100,0
nvt
-33,3
566,7
nvt
-4,1
nvt
-48,7
-14,3
311
396
14
109
178
113
398
275
470
288
14
14
58
257
228
393
237
247
429
152
14
14
49
107
176
175
104
145
0
119
5484
316
396
14
125
186
134
400
279
474
323
16
15
76
264
231
394
235
256
428
161
15
15
68
145
192
187
144
157
0
127
5773
1,6
0,0
0,0
14,7
4,5
18,6
0,5
1,5
0,9
12,2
14,3
7,1
31,0
2,7
1,3
0,3
-0,8
3,6
-0,2
5,9
7,1
7,1
38,8
35,5
9,1
6,9
38,5
8,3
nvt
6,7
5,3
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPV
Totaal
aantal
Leerlingen 2004
Aantal BBLleerlingen
10536
10538
10539
10525
10526
10527
10534
10546
10551
10553
10554
10555
10556
10524
10529
10531
10533
10540
10541
10542
10543
10544
10545
10547
10548
10549
10550
10528
10720
10793
Leerlingen 2003
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
Opleiding
Niveau
RBPI 7: Limburg/Brabant
45,1
7,9
nvt
nvt
37,2
nvt
16,0
9,0
1,1
5,1
nvt
nvt
25,3
8,0
4,9
9,2
18,1
4,5
2,2
20,1
nvt
nvt
17,0
nvt
9,6
4,7
nvt
2,2
nvt
1,3
4,6
123
Aantal MBO-leerlingen, naar BOL en BBL en aantal MBO-erkenningen in 2003 en
2004 en leerbedrijf/leerling-ratio in 2004, binnen het vakgebied elektrotechniek
naar RBPI
Totaal
aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Erkenningen BPVc
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Leerlingen 2004b
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Leerlingen 2003a
Opleiding
Niveau
RBPI 1: Noord-Nederland
Ass. mont. montage elek. comp.
Ass. mont. assemb. elek. comp.
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
Ass. mont. nieuwbouwinst.
Ass. mont. laagspanningsnetten
Ass. mont. sterkstroominst.
Mont. communicatienetten
Mont. communicatieinst.
Mont. consumentenelek.
Mont. industriële elek.
Mont. witgoedapp.
Mont. elek.-tech. wikkelen
Mont. elek.-tech. panelen
Mont. elek. vliegtuiginst.
Mont. elek. bedrijfsinst.
Mont. sterkstroominst.
Mont. middenspanningsinst.
Mont. laagspanningsnetten
Servicemed. ICT
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
1e Mont. communicatienetten
1e Mont. communicatieinst.
1e Mont. consumentenelek.
1e Mont. industriële elek.
1e Mont. witgoedapp.
1e Mont. elek.-tech. panelen
1e Mont. elek.-vliegtuiginst.
1e Mont. elektro en instr.
1e Mont. elektr. bedrijfsinst.
1e Mont. sterkstroominst.
1e Mont. middenspanningsinst.
1e Mont. laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenk.-func. kantoorautom.
Middenk.-func. prod. autom.
Middenk.-func. comp,-interface
Middenk.-func. telematica
Techn. communicatiesystemen
Middenk.-func. autom. elektr.
Techn. consumentenelek.
Middenk.-func. vliegtuigelek.
Middenk.-func. aut. energietech.
Techn. elek. bedrijfsinst.
Middenk.-func. elek. inst. tech.
Techn. sterkstroominstl.
Techn. middensp. inst.
ICT beheerder
Telecom ICT engineer
Totaal
0
0
0
0
0
117
0
15
0
1
0
0
0
0
56
199
0
0
149
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
15
0
0
126
451
7
0
471
0
58
0
0
196
0
292
0
0
36
0
2189
8
2
0
0
0
35
0
18
6
5
5
4
10
0
98
349
0
5
0
0
0
9
1
1
0
9
0
0
66
208
15
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
35
0
107
0
1
0
997
8
2
0
0
0
152
0
33
6
6
5
4
10
0
154
548
0
5
149
0
0
9
1
1
0
9
0
0
66
223
15
0
126
451
7
0
471
0
58
0
0
196
35
292
107
0
37
0
3186
0
0
0
0
0
71
0
6
0
1
0
0
0
0
16
203
0
0
18
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
16
0
0
0
141
19
0
118
0
16
0
0
198
0
259
0
0
0
80
1162
5
1
0
0
0
33
0
18
8
4
4
1
17
0
90
409
0
1
0
0
0
3
0
0
0
12
0
0
86
222
29
0
0
49
0
0
90
0
66
0
0
33
28
130
128
0
0
68
1535
5
1
0
0
0
104
0
24
8
5
4
1
17
0
106
612
0
1
18
0
0
3
0
0
0
12
0
0
86
238
29
0
0
190
19
0
208
0
82
0
0
231
28
389
128
0
0
148
2697
-37,5
-50,0
nvt
nvt
nvt
-31,6
nvt
-27,3
33,3
-16,7
-20,0
-75,0
70,0
nvt
-31,2
11,7
nvt
-80,0
-87,9
nvt
nvt
-66,7
nvt
nvt
nvt
33,3
nvt
nvt
30,3
6,7
93,3
nvt
nvt
-57,9
171,4
nvt
-55,8
nvt
41,4
nvt
nvt
17,9
-20,0
33,2
19,6
nvt
nvt
nvt
-15,3
53
50
1
2
22
409
22
126
62
64
57
10
60
1
329
428
15
22
93
0
16
113
58
67
5
49
1
0
294
421
14
20
97
129
43
67
107
63
102
43
1
234
217
290
346
10
103
0
4736
52
43
1
1
21
407
20
120
68
62
61
11
55
1
336
429
13
21
88
0
14
107
60
63
9
45
1
0
297
420
13
20
94
120
41
64
105
63
103
43
1
246
217
290
342
10
106
5
4709
-1,9
-14,0
0,0
-50,0
-4,5
-0,5
-9,1
-4,8
9,7
-3,1
7,0
10,0
-8,3
0,0
2,1
0,2
-13,3
-4,5
-5,4
nvt
-12,5
-5,3
3,4
-6,0
80,0
-8,2
0,0
nvt
1,0
-0,2
-7,1
0,0
-3,1
-7,0
-4,7
-4,5
-1,9
0,0
1,0
0,0
0,0
5,1
0,0
0,0
-1,2
0,0
2,9
nvt
-0,6
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
124
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
tabel 3.10
10,4
43,0
nvt
nvt
nvt
3,9
nvt
5,0
8,5
12,4
15,3
11,0
3,2
nvt
3,2
0,7
nvt
21,0
4,9
nvt
nvt
35,7
nvt
nvt
nvt
3,8
nvt
nvt
3,5
1,8
0,4
nvt
nvt
0,6
2,2
nvt
0,5
nvt
1,3
nvt
nvt
1,1
7,8
0,7
2,7
nvt
nvt
0,0
1,7
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Ass. mont. montage elek. comp.
2
Ass. mont. assemb. elek. comp.
66
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
0
Ass. mont. nieuwbouwinst.
0
Ass. mont. laagspanningsnetten
0
Ass. mont. sterkstroominst.
160
Mont. communicatienetten
0
Mont. communicatieinst.
10
Mont. consumentenelek.
8
Mont. industriële elek.
39
Mont. witgoedapp.
0
Mont. elek.-tech. wikkelen
0
Mont. elek.-tech. panelen
5
Mont. elek. vliegtuiginst.
0
Mont. elek. bedrijfsinst.
11
Mont. sterkstroominst.
300
Mont. middenspanningsinst.
0
Mont. laagspanningsnetten
0
Servicemed. ICT
104
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
0
e
1 Mont. communicatienetten
0
e
1 Mont. communicatieinst.
0
1e Mont. consumentenelek.
0
1e Mont. industriële elek.
7
1e Mont. witgoedapp.
0
1e Mont. elek.-tech. panelen
1
e
1 Mont. elek.-vliegtuiginst.
0
1e Mont. elektro en instr.
0
e
1 Mont. elektr. bedrijfsinst.
8
e
1 Mont. sterkstroominst.
71
1e Mont. middenspanningsinst.
0
1e Mont. laagspanningsnetten
0
Medewerker beheer ICT
301
Middenk.-func. kantoorautom.
709
Middenk.-func. prod. autom.
63
Middenk.-func. comp,-interface
161
Middenk.-func. telematica
338
Techn. communicatiesystemen
0
Middenk.-func. autom. elektr.
245
Techn. consumentenelek.
0
Middenk.-func. vliegtuigelek.
0
Middenk.-func. aut. energietech. 452
Techn. elek. bedrijfsinst.
2
Middenk.-func. elek. inst. tech.
321
Techn. sterkstroominstl.
1
Techn. middensp. inst.
0
ICT beheerder
21
Telecom ICT engineer
7
Totaal
3413
12
7
0
0
16
115
3
49
21
25
6
4
62
0
117
862
3
69
3
0
0
34
7
11
0
24
0
0
99
431
40
15
9
0
0
0
0
5
0
1
0
0
130
0
277
55
9
0
2521
14
73
0
0
16
275
3
59
29
64
6
4
67
0
128
1162
3
69
107
0
0
34
7
18
0
25
0
0
107
502
40
15
310
709
63
161
338
5
245
1
0
452
132
321
278
55
30
7
5934
0
0
0
0
0
233
0
14
36
30
0
0
3
0
17
292
0
0
38
0
0
0
0
10
0
1
0
0
4
67
0
0
62
149
2
68
104
0
223
0
0
399
0
226
0
0
0
62
2040
3
25
0
0
15
70
3
16
19
16
10
4
45
0
74
674
12
28
3
0
0
21
4
12
1
27
0
0
78
481
17
9
144
156
16
60
14
5
48
0
0
95
118
110
230
45
16
38
2762
3
25
0
0
15
303
3
30
55
46
10
4
48
0
91
966
12
28
41
0
0
21
4
22
1
28
0
0
82
548
17
9
206
305
18
128
118
5
271
0
0
494
118
336
230
45
16
100
4802
-78,6
-65,8
nvt
nvt
-6,3
10,2
0,0
-49,2
89,7
-28,1
66,7
0,0
-28,4
nvt
-28,9
-16,9
300,0
-59,4
-61,7
nvt
nvt
-38,2
-42,9
22,2
nvt
12,0
nvt
nvt
-23,4
9,2
-57,5
-40,0
-33,5
-57,0
-71,4
-20,5
-65,1
0,0
10,6
nvt
nvt
9,3
-10,6
4,7
-17,3
-18,2
-46,7
1328,6
-19,1
66
116
0
23
28
475
20
177
78
87
52
14
157
1
499
607
21
33
296
0
19
158
74
82
6
142
1
0
492
592
21
27
335
327
73
126
159
79
158
56
1
381
362
313
464
18
353
0
7569
69
116
0
3
24
492
17
169
85
94
54
13
154
1
509
625
21
28
272
0
16
151
78
92
7
138
1
0
500
601
21
23
345
316
70
129
157
72
172
55
1
389
372
336
468
19
381
7
7663
4,5
0,0
nvt
-87,0
-14,3
3,6
-15,0
-4,5
9,0
8,0
3,8
-7,1
-1,9
0,0
2,0
3,0
0,0
-15,2
-8,1
nvt
-15,8
-4,4
5,4
12,2
16,7
-2,8
0,0
nvt
1,6
1,5
0,0
-14,8
3,0
-3,4
-4,1
2,4
-1,3
-8,9
8,9
-1,8
0,0
2,1
2,8
7,3
0,9
5,6
7,9
nvt
1,2
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Aantal BOLleerlingen
Erkenningen BPVc
Totaal
aantal
Leerlingen 2004b
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Leerlingen 2003a
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Opleiding
Niveau
RBPI 2: Gelderland/Overijssel
23,0
4,6
nvt
nvt
1,6
1,6
5,7
5,6
1,5
2,0
5,4
3,3
3,2
nvt
5,6
0,6
1,8
1,0
6,6
nvt
nvt
7,2
19,5
4,2
7,0
4,9
nvt
nvt
6,1
1,1
1,2
2,6
1,7
1,0
3,9
1,0
1,3
14,4
0,6
nvt
nvt
0,8
3,2
1,0
2,0
0,4
23,8
0,1
1,6
125
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Erkenningen BPVc
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Leerlingen 2004b
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003a
Ass. mont. montage elek. comp.
Ass. mont. assemb. elek. comp.
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
Ass. mont. nieuwbouwinst.
Ass. mont. laagspanningsnetten
Ass. mont. sterkstroominst.
Mont. communicatienetten
Mont. communicatieinst.
Mont. consumentenelek.
Mont. industriële elek.
Mont. witgoedapp.
Mont. elek.-tech. wikkelen
Mont. elek.-tech. panelen
Mont. elek. vliegtuiginst.
Mont. elek. bedrijfsinst.
Mont. sterkstroominst.
Mont. middenspanningsinst.
Mont. laagspanningsnetten
Servicemed. ICT
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
1e Mont. communicatienetten
1e Mont. communicatieinst.
1e Mont. consumentenelek.
1e Mont. industriële elek.
1e Mont. witgoedapp.
1e Mont. elek.-tech. panelen
1e Mont. elek.-vliegtuiginst.
1e Mont. elektro en instr.
1e Mont. elektr. bedrijfsinst.
1e Mont. sterkstroominst.
1e Mont. middenspanningsinst.
1e Mont. laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenk.-func. kantoorautom.
Middenk.-func. prod. autom.
Middenk.-func. comp,-interface
Middenk.-func. telematica
Techn. communicatiesystemen
Middenk.-func. autom. elektr.
Techn. consumentenelek.
Middenk.-func. vliegtuigelek.
Middenk.-func. aut. energietech.
Techn. elek. bedrijfsinst.
Middenk.-func. elek. inst. tech.
Techn. sterkstroominstl.
Techn. middensp. inst.
ICT beheerder
Telecom ICT engineer
Totaal
0
0
0
0
0
49
0
16
0
14
0
0
5
0
6
195
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
14
0
0
0
488
16
46
463
0
64
0
0
168
0
190
0
0
0
0
1734
3
3
0
0
8
45
0
38
2
6
3
0
12
0
33
382
0
34
0
0
0
15
2
5
0
7
0
0
18
163
3
18
0
0
0
0
0
6
0
0
0
0
11
0
118
0
0
0
935
3
3
0
0
8
94
0
54
2
20
3
0
17
0
39
577
0
34
0
0
0
15
2
5
0
7
0
0
18
177
3
18
0
488
16
46
463
6
64
0
0
168
11
190
118
0
0
0
2669
0
8
0
0
0
40
0
14
0
12
0
0
7
0
8
120
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
137
0
40
187
0
85
0
0
93
76
61
0
0
0
11
901
2
2
0
0
22
48
0
22
3
6
1
0
9
0
27
363
1
63
0
0
0
6
6
17
0
5
0
3
16
198
5
19
0
0
0
0
0
10
0
0
0
0
8
5
129
0
0
0
996
2
10
0
0
22
88
0
36
3
18
1
0
16
0
35
483
1
63
0
0
0
6
6
17
0
5
0
3
16
200
5
19
0
137
0
40
187
10
85
0
0
93
84
66
129
0
0
11
1897
-33,3
233,3
nvt
nvt
175,0
-6,4
nvt
-33,3
50,0
-10,0
-66,7
nvt
-5,9
nvt
-10,3
-16,3
nvt
85,3
nvt
nvt
nvt
-60,0
200,0
240,0
nvt
-28,6
nvt
nvt
-11,1
13,0
66,7
5,6
nvt
-71,9
nvt
-13,0
-59,6
66,7
32,8
nvt
nvt
-44,6
663,6
-65,3
9,3
nvt
nvt
nvt
-28,9
27
33
0
10
11
169
2
71
11
37
7
4
33
0
103
216
5
11
157
0
2
64
8
32
2
31
0
0
98
203
6
10
196
226
11
51
82
34
72
10
1
86
60
95
128
4
221
0
2640
24
31
0
1
11
181
2
66
8
37
8
4
33
0
114
225
7
11
100
0
2
62
7
32
2
30
0
0
110
214
7
9
160
198
11
53
85
32
81
8
2
93
66
98
139
5
199
4
2572
-11,1
-6,1
nvt
-90,0
0,0
7,1
0,0
-7,0
-27,3
0,0
14,3
0,0
0,0
nvt
10,7
4,2
40,0
0,0
-36,3
nvt
0,0
-3,1
-12,5
0,0
0,0
-3,2
nvt
nvt
12,2
5,4
16,7
-10,0
-18,4
-12,4
0,0
3,9
3,7
-5,9
12,5
-20,0
100,0
8,1
10,0
3,2
8,6
25,0
-10,0
nvt
-2,6
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
126
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
RBPI 3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
12,0
3,1
nvt
nvt
0,5
2,1
nvt
1,8
2,7
2,1
8,0
nvt
2,1
nvt
3,3
0,5
7,0
0,2
nvt
nvt
nvt
10,3
1,2
1,9
nvt
6,0
nvt
nvt
6,9
1,1
1,4
0,5
nvt
1,4
nvt
1,3
0,5
3,2
1,0
nvt
nvt
1,0
0,8
1,5
1,1
nvt
nvt
0,4
1,4
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Erkenningen BPVc
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Leerlingen 2004b
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003a
Ass. mont. montage elek. comp.
Ass. mont. assemb. elek. comp.
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
Ass. mont. nieuwbouwinst.
Ass. mont. laagspanningsnetten
Ass. mont. sterkstroominst.
Mont. communicatienetten
Mont. communicatieinst.
Mont. consumentenelek.
Mont. industriële elek.
Mont. witgoedapp.
Mont. elek.-tech. wikkelen
Mont. elek.-tech. panelen
Mont. elek. vliegtuiginst.
Mont. elek. bedrijfsinst.
Mont. sterkstroominst.
Mont. middenspanningsinst.
Mont. laagspanningsnetten
Servicemed. ICT
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
1e Mont. communicatienetten
1e Mont. communicatieinst.
1e Mont. consumentenelek.
1e Mont. industriële elek.
1e Mont. witgoedapp.
1e Mont. elek.-tech. panelen
1e Mont. elek.-vliegtuiginst.
1e Mont. elektro en instr.
1e Mont. elektr. bedrijfsinst.
1e Mont. sterkstroominst.
1e Mont. middenspanningsinst.
1e Mont. laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenk.-func. kantoorautom.
Middenk.-func. prod. autom.
Middenk.-func. comp,-interface
Middenk.-func. telematica
Techn. communicatiesystemen
Middenk.-func. autom. elektr.
Techn. consumentenelek.
Middenk.-func. vliegtuigelek.
Middenk.-func. aut. energietech.
Techn. elek. bedrijfsinst.
Middenk.-func. elek. inst. tech.
Techn. sterkstroominstl.
Techn. middensp. inst.
ICT beheerder
Telecom ICT engineer
Totaal
0
0
0
0
0
118
0
0
0
1
0
0
0
0
1
202
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
11
0
0
0
189
0
62
216
0
214
0
0
107
1
155
13
1
0
27
1319
2
4
0
0
10
106
1
16
10
4
2
0
38
1
284
594
4
26
0
0
0
0
0
1
0
15
1
0
109
203
0
5
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
53
0
134
4
0
0
1627
2
4
0
0
10
224
1
16
10
5
2
0
38
1
285
796
4
26
0
0
0
0
0
2
0
15
1
0
109
214
0
5
0
189
0
62
216
0
214
0
0
107
54
155
147
5
0
27
2946
2
2
0
0
2
161
0
3
1
0
0
0
0
1
0
96
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
9
0
0
0
28
0
10
27
0
87
27
0
66
0
32
38
0
0
0
592
-2
1
0
0
0
68
0
5
4
3
1
0
13
0
132
338
0
14
0
0
0
0
0
0
0
5
0
0
67
170
4
7
0
0
0
0
5
0
0
-27
27
15
0
0
51
0
0
0
901
0
3
0
0
2
229
0
8
5
3
1
0
13
1
132
434
0
14
0
0
0
0
0
0
0
5
0
0
67
179
4
7
0
28
0
10
32
0
87
0
27
81
0
32
89
0
0
0
1493
nvt
-25,0
nvt
nvt
-80,0
2,2
nvt
-50,0
-50,0
-40,0
-50,0
nvt
-65,8
0,0
-53,7
-45,5
nvt
-46,2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
-66,7
nvt
nvt
-38,5
-16,4
nvt
40,0
nvt
-85,2
nvt
-83,9
-85,2
nvt
-59,3
nvt
nvt
-24,3
nvt
-79,4
-39,5
nvt
nvt
nvt
-49,3
42
92
0
15
33
406
15
157
30
46
12
4
97
5
331
432
18
35
169
0
15
147
28
41
0
87
5
0
314
411
18
32
189
223
39
99
133
72
126
22
4
248
218
267
332
17
227
0
5253
40
98
0
2
35
438
15
158
36
49
16
4
99
6
341
470
20
37
133
0
14
145
31
42
2
88
6
0
322
444
20
34
178
222
36
92
125
66
128
23
4
243
216
267
355
18
225
4
5347
-4,8
6,5
nvt
-86,7
6,1
7,9
0,0
0,6
20,0
6,5
33,3
0,0
2,1
20,0
3,0
8,8
11,1
5,7
-21,3
nvt
-6,7
-1,4
10,7
2,4
nvt
1,1
20,0
nvt
2,5
8,0
11,1
6,3
-5,8
-0,4
-7,7
-7,1
-6,0
-8,3
1,6
4,5
0,0
-2,0
-0,9
0,0
6,9
5,9
-0,9
nvt
1,8
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
127
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
RBPI 4: Noord-Holland/Flevoland
nvt
32,7
nvt
nvt
17,5
1,9
nvt
19,8
7,2
16,3
16,0
nvt
7,6
6,0
2,6
1,1
nvt
2,6
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
17,6
nvt
nvt
4,8
2,5
5,0
4,9
nvt
7,9
nvt
9,2
3,9
nvt
1,5
nvt
0,1
3,0
nvt
8,3
4,0
nvt
nvt
nvt
3,6
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Ass. mont. montage elek. comp.
Ass. mont. assemb. elek. comp.
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
Ass. mont. nieuwbouwinst.
Ass. mont. laagspanningsnetten
Ass. mont. sterkstroominst.
Mont. communicatienetten
Mont. communicatieinst.
Mont. consumentenelek.
Mont. industriële elek.
Mont. witgoedapp.
Mont. elek.-tech. wikkelen
Mont. elek.-tech. panelen
Mont. elek. vliegtuiginst.
Mont. elek. bedrijfsinst.
Mont. sterkstroominst.
Mont. middenspanningsinst.
Mont. laagspanningsnetten
Servicemed. ICT
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
1e Mont. communicatienetten
1e Mont. communicatieinst.
1e Mont. consumentenelek.
1e Mont. industriële elek.
1e Mont. witgoedapp.
1e Mont. elek.-tech. panelen
1e Mont. elek.-vliegtuiginst.
1e Mont. elektro en instr.
1e Mont. elektr. bedrijfsinst.
1e Mont. sterkstroominst.
1e Mont. middenspanningsinst.
1e Mont. laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenk.-func. kantoorautom.
Middenk.-func. prod. autom.
Middenk.-func. comp,-interface
Middenk.-func. telematica
Techn. communicatiesystemen
Middenk.-func. autom. elektr.
Techn. consumentenelek.
Middenk.-func. vliegtuigelek.
Middenk.-func. aut. energietech.
Techn. elek. bedrijfsinst.
Middenk.-func. elek. inst. tech.
Techn. sterkstroominstl.
Techn. middensp. inst.
ICT beheerder
Telecom ICT engineer
Totaal
0
0
0
0
1
363
0
4
1
0
0
0
0
0
66
244
0
0
87
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
13
0
0
58
735
2
45
405
0
202
0
0
336
0
400
0
0
494
0
3456
8
30
0
0
23
185
0
113
5
14
3
7
55
11
363
857
9
43
0
0
1
24
1
1
0
20
0
0
137
275
23
7
0
0
0
0
0
18
0
0
0
0
63
0
231
11
0
0
2538
8
30
0
0
24
548
0
117
6
14
3
7
55
11
429
1101
9
43
87
0
1
24
1
1
0
20
0
0
137
288
23
7
58
735
2
45
405
18
202
0
0
336
63
400
231
11
494
0
5994
3
2
0
0
1
320
0
5
0
3
1
4
13
0
66
393
0
4
39
0
0
0
0
0
0
8
0
0
16
48
0
0
111
165
12
17
66
0
197
0
0
270
15
344
13
0
586
0
2722
4
15
0
0
9
171
0
70
10
10
2
4
55
3
325
741
8
94
0
0
1
28
4
9
0
14
0
0
134
264
30
5
0
80
1
0
18
9
0
0
0
54
43
7
199
18
0
0
2439
7
17
0
0
10
491
0
75
10
13
3
8
68
3
391
1134
8
98
39
0
1
28
4
9
0
22
0
0
150
312
30
5
111
245
13
17
84
9
197
0
0
324
58
351
212
18
586
0
5161
-12,5
-43,3
nvt
nvt
-58,3
-10,4
nvt
-35,9
66,7
-7,1
0,0
14,3
23,6
-72,7
-8,9
3,0
-11,1
127,9
-55,2
nvt
0,0
16,7
300,0
800,0
nvt
10,0
nvt
nvt
9,5
8,3
30,4
-28,6
91,4
-66,7
550,0
-62,2
-79,3
-50,0
-2,5
nvt
nvt
-3,6
-7,9
-12,3
-8,2
63,6
18,6
nvt
-13,9
39
109
0
22
35
345
7
143
27
63
21
7
121
0
344
454
33
38
212
0
6
124
25
48
3
101
1
2
305
404
28
32
228
283
48
114
123
58
174
23
1
228
205
232
327
24
232
1
5400
38
120
1
1
30
392
7
136
27
61
16
8
122
0
366
470
33
33
155
0
7
120
24
48
3
102
1
2
335
422
31
30
194
293
41
104
139
64
161
20
1
253
233
248
346
28
255
11
5532
-2,6
10,1
nvt
-95,5
-14,3
13,6
0,0
-4,9
0,0
-3,2
-23,8
14,3
0,8
nvt
6,4
3,5
0,0
-13,2
-26,9
nvt
16,7
-3,2
-4,0
0,0
0,0
1,0
0,0
0,0
9,8
4,5
10,7
-6,3
-14,9
3,5
-14,6
-8,8
13,0
10,3
-7,5
-13,0
0,0
11,0
13,7
6,9
5,8
16,7
9,9
1000,0
2,4
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
128
Leerbedrijf/leerling-ratio
Totaal
aantal
Erkenningen BPVc
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Leerlingen 2004b
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Leerlingen 2003a
Opleiding
Niveau
RBPI 5: Zuid-Holland
5,4
7,1
nvt
nvt
3,0
0,8
nvt
1,8
2,7
4,7
5,3
1,0
1,8
nvt
0,9
0,4
4,1
0,3
4,0
nvt
7,0
4,3
6,0
5,3
nvt
4,6
nvt
nvt
2,2
1,4
1,0
6,0
1,7
1,2
3,2
6,1
1,7
7,1
0,8
nvt
nvt
0,8
4,0
0,7
1,6
1,6
0,4
nvt
1,1
Totaal
aantal
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Erkenningen BPVc
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Leerlingen 2004b
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Ass. mont. montage elek. comp.
1
Ass. mont. assemb. elek. comp.
0
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
0
Ass. mont. nieuwbouwinst.
0
Ass. mont. laagspanningsnetten
0
Ass. mont. sterkstroominst.
48
Mont. communicatienetten
0
Mont. communicatieinst.
0
Mont. consumentenelek.
0
Mont. industriële elek.
3
Mont. witgoedapp.
0
Mont. elek.-tech. wikkelen
0
Mont. elek.-tech. panelen
0
Mont. elek. vliegtuiginst.
0
Mont. elek. bedrijfsinst.
6
Mont. sterkstroominst.
84
Mont. middenspanningsinst.
0
Mont. laagspanningsnetten
0
Servicemed. ICT
0
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
0
e
1 Mont. communicatienetten
0
1e Mont. communicatieinst.
0
1e Mont. consumentenelek.
0
1e Mont. industriële elek.
0
1e Mont. witgoedapp.
0
1e Mont. elek.-tech. panelen
0
e
1 Mont. elek.-vliegtuiginst.
0
1e Mont. elektro en instr.
0
e
1 Mont. elektr. bedrijfsinst.
4
e
1 Mont. sterkstroominst.
26
1e Mont. middenspanningsinst.
0
1e Mont. laagspanningsnetten
0
Medewerker beheer ICT
0
Middenk.-func. kantoorautom.
140
Middenk.-func. prod. autom.
0
Middenk.-func. comp,-interface
41
Middenk.-func. telematica
94
Techn. communicatiesystemen
0
Middenk.-func. autom. elektr.
58
Techn. consumentenelek.
0
Middenk.-func. vliegtuigelek.
0
Middenk.-func. aut. energietech. 256
Techn. elek. bedrijfsinst.
0
Middenk.-func. elek. inst. tech.
13
Techn. sterkstroominstl.
0
Techn. middensp. inst.
0
ICT beheerder
0
Telecom ICT engineer
0
Totaal
774
1
0
0
0
6
4
0
6
4
5
0
0
2
0
72
178
2
16
0
0
0
0
0
0
0
2
38
0
70
86
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
56
0
90
0
0
0
638
2
0
0
0
6
52
0
6
4
8
0
0
2
0
78
262
2
16
0
0
0
0
0
0
0
2
38
0
74
112
0
0
0
140
0
41
94
0
58
0
0
256
56
13
90
0
0
0
1412
0
0
0
0
0
11
0
0
0
0
0
0
0
0
14
38
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
5
32
0
0
0
0
0
0
33
0
43
0
0
161
0
13
0
0
0
16
366
0
0
0
0
0
4
0
1
2
3
0
0
0
0
45
149
1
10
0
0
0
0
0
0
0
1
13
0
45
57
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
33
0
50
0
0
0
414
0
0
0
0
0
15
0
1
2
3
0
0
0
0
59
187
1
10
0
0
0
0
0
0
0
1
13
0
50
89
0
0
0
0
0
0
33
0
43
0
0
161
33
13
50
0
0
16
780
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
-71,2
nvt
-83,3
-50,0
-62,5
nvt
nvt
nvt
nvt
-24,4
-28,6
-50,0
-37,5
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
-50,0
-65,8
nvt
-32,4
-20,5
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
-64,9
nvt
-25,9
nvt
nvt
-37,1
-41,1
0,0
-44,4
nvt
nvt
nvt
-44,8
13
16
1
2
13
107
3
33
13
22
5
8
23
4
157
185
11
15
99
0
3
27
12
19
1
24
4
0
148
183
6
12
102
103
22
53
68
18
77
9
1
150
106
98
147
1
104
0
2228
16
20
1
0
13
124
5
36
17
26
9
7
27
4
183
203
10
14
74
0
3
28
13
22
2
26
4
0
161
192
6
10
92
103
19
58
70
17
82
9
1
160
114
99
151
1
102
11
2345
23,1
25,0
0,0
nvt
0,0
15,9
66,7
9,1
30,8
18,2
80,0
-12,5
17,4
0,0
16,6
9,7
-9,1
-6,7
-25,3
nvt
0,0
3,7
8,3
15,8
100,0
8,3
0,0
nvt
8,8
4,9
0,0
-16,7
-9,8
0,0
-13,6
9,4
2,9
-5,6
6,5
0,0
0,0
6,7
7,5
1,0
2,7
0,0
-1,9
nvt
5,3
Opleiding
Niveau
Leerlingen 2003a
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
RBPI 6: Zeeland/West-Brabant
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
8,3
nvt
36,0
8,5
8,7
nvt
nvt
nvt
nvt
3,1
1,1
10,0
1,4
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
26,0
0,3
nvt
3,2
2,2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2,1
nvt
1,9
nvt
nvt
1,0
3,5
7,6
3,0
nvt
nvt
0,7
3,0
129
Aantal BOLleerlingen
Aantal BBLleerlingen
Totaal
aantal
% verschil
2003
2004
% verschil
Ass. mont. montage elek. comp.
Ass. mont. assemb. elek. comp.
Ass. mont. elek. vliegtuiginst.
Ass. mont. nieuwbouwinst.
Ass. mont. laagspanningsnetten
Ass. mont. sterkstroominst.
Mont. communicatienetten
Mont. communicatieinst.
Mont. consumentenelek.
Mont. industriële elek.
Mont. witgoedapp.
Mont. elek.-tech. wikkelen
Mont. elek.-tech. panelen
Mont. elek. vliegtuiginst.
Mont. elek. bedrijfsinst.
Mont. sterkstroominst.
Mont. middenspanningsinst.
Mont. laagspanningsnetten
Servicemed. ICT
Vliegtuigmont. JAR-CAT. A
1e Mont. communicatienetten
1e Mont. communicatieinst.
1e Mont. consumentenelek.
1e Mont. industriële elek.
1e Mont. witgoedapp.
1e Mont. elek.-tech. panelen
1e Mont. elek.-vliegtuiginst.
1e Mont. elektro en instr.
1e Mont. elektr. bedrijfsinst.
1e Mont. sterkstroominst.
1e Mont. middenspanningsinst.
1e Mont. laagspanningsnetten
Medewerker beheer ICT
Middenk.-func. kantoorautom.
Middenk.-func. prod. autom.
Middenk.-func. comp,-interface
Middenk.-func. telematica
Techn. communicatiesystemen
Middenk.-func. autom. elektr.
Techn. consumentenelek.
Middenk.-func. vliegtuigelek.
Middenk.-func. aut. energietech.
Techn. elek. bedrijfsinst.
Middenk.-func. elek. inst. tech.
Techn. sterkstroominstl.
Techn. middensp. inst.
ICT beheerder
Telecom ICT engineer
Totaal
3
2
0
0
3
67
3
114
23
36
34
1
49
0
237
632
0
30
0
0
0
33
3
3
0
24
0
0
102
303
13
5
0
0
0
0
0
3
0
12
0
0
99
0
199
0
0
0
2033
3
2
0
0
3
67
3
114
23
36
34
1
49
0
237
632
0
30
0
0
0
33
3
3
0
24
0
0
102
303
13
5
0
0
0
0
0
3
0
12
0
0
99
0
199
0
0
0
2033
6
4
0
0
6
134
6
228
46
72
68
2
98
0
474
1264
0
60
0
0
0
66
6
6
0
48
0
0
204
606
26
10
0
0
0
0
0
6
0
24
0
0
198
0
398
0
0
0
4066
0
0
0
0
0
33
0
0
0
0
0
0
0
0
5
108
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1
19
0
0
0
56
85
1
0
0
366
0
0
272
0
56
44
0
69
0
1115
1
7
8
0
2
104
1
72
20
21
45
1
34
0
233
775
1
32
0
0
0
22
9
8
3
18
0
0
117
381
14
7
0
53
17
59
49
8
109
11
0
269
110
10
215
0
0
0
2846
1
7
8
0
2
137
1
72
20
21
45
1
34
0
238
883
1
32
0
0
0
22
9
8
3
18
0
0
118
400
14
7
0
109
102
60
49
8
475
11
0
541
110
66
259
0
69
0
3961
-83,3
75,0
nvt
nvt
-66,7
2,2
-83,3
-68,4
-56,5
-70,8
-33,8
-50,0
-65,3
nvt
-49,8
-30,1
nvt
-46,7
nvt
nvt
nvt
-66,7
50,0
33,3
nvt
-62,5
nvt
nvt
-42,2
-34,0
-46,2
-30,0
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
33,3
nvt
-54,2
nvt
nvt
-44,4
nvt
-34,9
nvt
nvt
nvt
-2,6
76
155
2
60
38
342
25
161
84
106
43
11
160
2
464
521
27
40
260
0
23
139
75
105
7
140
2
2
443
488
27
33
277
261
100
130
91
71
160
66
2
303
300
269
370
15
304
4
6784
69
136
2
8
34
382
28
163
83
102
43
12
148
2
475
541
25
39
169
0
26
136
76
100
9
130
2
2
448
495
25
32
245
255
101
130
100
66
200
65
2
344
313
282
383
15
295
6
6744
-9,2
-12,3
0,0
-86,7
-10,5
11,7
12,0
1,2
-1,2
-3,8
0,0
9,1
-7,5
0,0
2,4
3,8
-7,4
-2,5
-35,0
nvt
13,0
-2,2
1,3
-4,8
28,6
-7,1
0,0
0,0
1,1
1,4
-7,4
-3,0
-11,6
-2,3
1,0
0,0
9,9
-7,0
25,0
-1,5
0,0
13,5
4,3
4,8
3,5
0,0
-3,0
50,0
-0,6
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
130
Leerbedrijf/leerling-ratio
2004
Totaal
aantal
Erkenningen BPVc
Aantal BBLleerlingen
10264
10265
10266
10267
10268
10765
10252
10253
10254
10255
10256
10257
10258
10259
10260
10261
10262
10263
10838
10866
10240
10241
10242
10243
10244
10245
10246
10247
10248
10249
10250
10251
10837
10227
10228
10229
10230
10231
10232
10233
10234
10235
10236
10237
10238
10239
10836
10926
Leerlingen 2004b
Aantal BOLleerlingen
CREBO-code
1
1
1
1
1
1
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
2
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
3
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Leerlingen 2003a
Opleiding
Niveau
RBPI 7: Limburg/Brabant
69,0
19,4
0,3
nvt
17,0
2,8
28,0
2,3
4,2
4,9
1,0
12,0
4,4
nvt
2,0
0,6
25,0
1,2
nvt
nvt
nvt
6,2
8,4
12,5
3,0
7,2
nvt
nvt
3,8
1,2
1,8
4,6
nvt
2,3
1,0
2,2
2,0
8,3
0,4
5,9
nvt
0,6
2,8
4,3
1,5
nvt
4,3
nvt
1,7
3.5
Rendementen per ROI
tabel 3.11
Aaantall BPV’s, diploma-uitkeringen en percentage gediplomeerden/BPV’s per jaar
begin opleiding, onderscheiden naar duur en niveau, bron Osiris
ROI Noord-Nederland
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
5
11
12
9
7
6
2
1
1
0
1
0
2
0
3
2
28
46
34
24
26
21
1
0
0
0
0
0
1
1
Totaal
2
1
0
7
1
0
35
59
46
42
34
31
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
4
6
5
6
2
0
1
0
0
0
2
0
2
2
19
24
22
12
10
1
1
0
0
0
0
0
1
1
2
1
0
4
0
0
25
31
27
24
12
4
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
80%
55%
42%
67%
29%
0%
1
nvt
0%
nvt
100%
nvt
67%
2
2
68%
52%
65%
50%
38%
5%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
1
100%
100%
nvt
57%
0%
nvt
71%
53%
59%
57%
35%
13%
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
131
ROI Oost
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
22
23
15
24
26
30
1
2
1
0
2
0
0
2
39
51
52
66
72
55
1
0
0
0
0
0
0
1
3
1
2
7
8
11
66
76
69
99
106
96
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
12
13
12
14
4
2
2
1
1
2
1
0
2
0
0
2
21
33
32
35
11
0
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
3
1
2
1
3
0
38
48
46
52
18
2
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
2
2
54%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
100%
100%
100%
14%
38%
0%
58%
63%
67%
53%
17%
2%
Totaal
1998
1999
2000
2001
2002
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
55%
57%
80%
58%
15%
7%
100%
100%
nvt
100%
nvt
nvt
65%
62%
53%
15%
0%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
132
ROI Achterhoek Rivierenland
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
13
23
13
25
24
22
1
2
4
0
1
3
4
2
56
52
54
43
67
62
1
0
0
2
1
1
2
1
1
0
1
6
5
7
72
79
70
76
100
97
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
11
15
11
19
7
3
2
1
1
1
3
0
1
2
2
2
36
36
30
18
24
3
1
0
0
2
1
0
0
1
Totaal
1
0
1
3
2
0
49
54
44
42
35
8
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
85%
65%
85%
76%
29%
14%
1
50%
75%
nvt
100%
67%
50%
2
2
64%
69%
56%
42%
36%
5%
1
nvt
nvt
100%
100%
0%
0%
1
1
100%
nvt
100%
50%
40%
0%
68%
68%
63%
55%
35%
8%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
133
ROI Utrecht
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
1
1
0
0
2
7
23
31
37
30
42
1
2
11
3
6
3
4
2
82
125
85
66
100
73
1
0
0
0
1
0
0
1
0
3
1
3
5
8
91
162
121
114
138
127
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
1
0
0
0
3
2
7
19
18
13
7
10
2
1
2003
1
1
9
2
6
2
2
2
48
68
45
29
16
2
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
3
1
2
1
1
56
99
67
50
26
15
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
100%
0%
nvt
nvt
3
2
100%
83%
58%
35%
23%
24%
1
50%
82%
67%
100%
67%
50%
2
2
59%
54%
53%
44%
16%
3%
1
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
1
1
nvt
100%
100%
67%
20%
13%
62%
61%
55%
44%
19%
12%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
134
ROI Noord-Holland
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
36
76
46
67
63
67
1
3
10
6
3
7
6
2
98
146
137
130
124
157
1
0
0
2
0
1
1
1
0
3
7
12
9
10
137
235
198
212
204
241
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
21
48
31
41
17
5
2
1
1
2
7
5
1
5
1
2
75
84
82
71
47
6
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
2
7
4
4
4
98
141
125
117
73
16
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
58%
63%
67%
61%
27%
7%
1
67%
70%
83%
33%
71%
17%
2
2
77%
58%
60%
55%
38%
4%
1
nvt
nvt
0%
nvt
0%
0%
1
1
nvt
67%
100%
33%
44%
40%
72%
60%
63%
55%
36%
7%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
135
ROI Haaglanden
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
3
0
1
2
3
5
1
0
0
1
0
1
5
2
14
19
34
22
28
33
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
2
8
6
17
19
36
26
40
49
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
0
1
1
1
1
1
0
0
1
0
1
1
2
8
8
12
2
9
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
2
2
1
9
8
14
5
13
3
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
33%
nvt
100%
50%
33%
20%
1
nvt
nvt
100%
nvt
100%
20%
2
2
57%
42%
35%
9%
32%
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
nvt
100%
25%
17%
53%
42%
39%
19%
33%
6%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
136
ROI Rijndelta
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
1
8
16
8
15
18
1
0
1
1
5
7
2
2
50
55
99
85
41
43
1
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
1
51
64
117
98
63
64
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
6
11
4
6
0
2
1
1
0
1
1
2
6
1
2
22
26
43
38
4
2
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
22
33
55
44
16
3
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
0%
75%
69%
50%
40%
0%
1
nvt
100%
100%
40%
86%
50%
2
2
44%
47%
43%
45%
10%
5%
1
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
43%
52%
47%
45%
25%
5%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
137
ROI Zuid-West Nederland
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
3
9
20
9
22
1
1
3
1
3
6
5
2
53
67
79
62
54
54
1
0
1
6
3
0
0
1
0
0
0
1
3
2
54
74
95
89
72
83
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
3
5
8
3
1
2
1
1
1
1
1
3
4
1
2
36
45
60
44
10
2
1
0
0
5
1
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
2
2
37
49
71
56
19
6
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
1998
1999
2000
2001
2002
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
nvt
100%
56%
40%
33%
5%
1
100%
33%
100%
100%
67%
20%
2
2
68%
67%
76%
71%
19%
4%
1
nvt
0%
83%
33%
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
nvt
0%
67%
100%
69%
66%
75%
63%
26%
7%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
138
Brabant ROI
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
16
31
37
29
27
11
1
6
3
9
6
7
4
2
55
65
67
75
80
22
1
0
2
0
0
0
0
1
0
5
0
13
22
1
77
106
113
123
136
38
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
3
5
8
3
1
2
1
1
1
1
1
3
4
1
2
36
45
60
44
10
2
1
0
0
5
1
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
2
2
43
70
66
66
34
1
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
63%
74%
65%
55%
22%
0%
1
17%
100%
100%
100%
71%
25%
2
2
58%
60%
49%
52%
19%
0%
1
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
100%
nvt
38%
36%
0%
56%
66%
58%
54%
25%
3%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
139
ROI Zuid-Oost
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
13
25
17
20
23
36
1
4
6
2
1
0
0
2
28
45
54
43
35
48
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
1
8
5
9
45
77
74
72
63
93
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
10
20
14
14
16
2
2
1
1
3
4
2
1
0
0
2
13
24
27
25
11
2
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
1
1
3
0
1
26
49
44
43
27
5
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
77%
80%
82%
70%
70%
6%
1
75%
67%
100%
100%
nvt
nvt
2
2
46%
53%
50%
58%
31%
4%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
100%
100%
38%
0%
11%
58%
64%
59%
60%
43%
5%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
140
3.6
Rendementen per ROC
tabel 3.12
Aaantallen BPV’s, diploma-uitkeringen en percentage gediplomeerden/BPV’s per
jaar begin opleiding, onderscheiden naar duur en niveau, bron Osiris
Alfa College, Groningen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
7
12
14
13
17
9
1
4
4
2
1
1
2
2
2
5
10
13
12
18
10
1
0
0
0
0
0
1
1
1
0
0
0
4
0
0
16
26
29
30
36
22
2002
2003
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
3
9
9
11
10
1
1
2
2
2
1
0
2
2
1
5
8
7
6
4
1
0
0
0
0
0
1
1
0
0
0
3
0
0
6
16
19
22
16
8
2
1
Totaal
1998
1999
2000
2001
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
59%
11%
3
2
1
2
43%
75%
64%
85%
1
50%
50%
100%
100%
0%
100%
2
1
20%
nvt
50%
nvt
62%
nvt
58%
nvt
33%
nvt
40%
100%
1
nvt
nvt
nvt
75%
nvt
nvt
38%
62%
66%
73%
44%
36%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
141
Aventus College, Apeldoorn
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
17
27
9
21
14
6
3
2
28
29
19
39
34
27
1
21
9
14
4
7
6
2
67
66
55
53
54
44
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
1
0
0
13
133
111
98
117
109
96
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
11
15
8
13
2
0
2
14
14
14
25
12
5
1
10
4
13
4
4
0
2
29
28
31
25
6
3
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
64
61
66
67
24
8
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
65%
56%
89%
62%
14%
0%
3
2
50%
48%
74%
64%
35%
19%
1
48%
44%
93%
100%
57%
0%
2
43%
42%
56%
47%
11%
7%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
0%
48%
47%
67%
57%
22%
8%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
142
Arcus College, Heerlen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
1
0
0
2
1
0
3
2
1
2
45
39
47
26
36
34
1
6
7
5
2
0
1
2
48
60
42
45
51
26
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
3
8
7
7
100
106
97
83
95
68
2003
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
1
0
0
0
0
0
3
2
21
23
34
19
29
10
2
1
1
0
5
2
0
0
1
2
16
27
21
30
20
3
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
3
5
3
1
38
55
60
54
52
15
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
100%
nvt
nvt
0%
0%
nvt
3
2
47%
59%
72%
73%
81%
29%
1
0%
71%
40%
0%
nvt
100%
2
2
33%
45%
50%
67%
39%
12%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
100%
63%
43%
14%
38%
52%
62%
65%
55%
22%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
143
Baronie College, Breda
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
17
32
21
21
30
32
1
6
9
10
10
2
6
2
42
46
42
41
36
34
1
0
0
0
0
0
0
1
1
1
0
2
2
2
66
88
73
74
70
74
2002
2003
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
6
20
15
15
10
2
1
4
5
7
3
2
3
2
16
25
22
31
14
8
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
1998
1999
2000
2001
0
1
0
0
2
1
26
51
44
49
28
14
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
35%
63%
71%
71%
33%
6%
1
67%
56%
70%
30%
100%
50%
2
38%
54%
52%
76%
39%
24%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
100%
nvt
0%
100%
50%
39%
58%
60%
66%
40%
19%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
144
ID College, Gouda
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
2
1
3
5
5
0
3
2
20
48
23
22
15
16
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
1
9
8
14
3
1
0
2
42
45
31
43
18
12
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
1
4
1
0
73
102
72
77
40
28
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
1
2
3
3
0
3
2
2
23
16
9
1
0
2
1
1
1
6
9
3
0
0
2
13
18
20
23
3
1
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
1
3
1
0
16
48
48
41
8
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0%
100%
67%
60%
60%
nvt
3
2
10%
48%
70%
41%
7%
0%
1
11%
75%
64%
100%
0%
nvt
2
2
31%
40%
65%
53%
17%
8%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
1
nvt
nvt
100%
75%
100%
nvt
22%
47%
67%
53%
20%
4%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
145
Da Vinci College, Dordrecht
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
1
0
0
0
0
3
2
28
41
44
44
32
29
1
3
13
6
4
8
4
2
100
90
86
73
81
74
1
1
0
1
0
0
1
2
1
1
Totaal
2003
0
0
0
0
0
0
132
145
137
121
121
108
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
13
24
25
22
13
1
1
0
8
5
2
4
0
2
40
41
38
39
10
3
1
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
53
73
69
63
27
4
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt!
0%
nvt!
nvt!
nvt!
nvt!
3
2
46%
59%
57%
50%
41%
3%
1
0%
62%
83%
50%
50%
0%
2
12%
4%
2
1
40%
46%
44%
53%
1
0%
nvt!
100%
nvt!
nvt!
0%
1
nvt!
nvt!
nvt!
nvt!
nvt!
nvt!
40%
50%
50%
52%
22%
4%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
146
Regiocollege Zaanstreek Waterland Damland
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
12
17
17
10
14
17
2
1
1
2
3
0
2
4
1
2
21
20
21
24
29
24
1
0
0
0
0
0
1
1
0
0
0
0
0
0
35
40
38
36
47
43
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
4
5
11
6
4
2
1
1
1
0
1
0
0
2
13
13
6
11
11
0
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
18
19
17
18
15
2
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
33%
29%
65%
60%
29%
12%
1
50%
33%
nvt
50%
0%
0%
2
62%
65%
29%
46%
38%
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
51%
48%
45%
50%
32%
5%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
147
Deltion College, Zwolle
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
1
0
0
0
3
2
131
142
103
109
99
80
1
11
17
9
8
2
2
2
86
75
69
73
78
50
1
1
0
2
0
1
1
1
0
0
0
0
1
0
229
234
184
190
181
133
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
53
80
75
67
42
17
1
5
9
6
4
1
1
2
35
38
38
34
31
7
1
1
0
2
0
1
1
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
94
127
121
105
75
26
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
3
2
40%
56%
73%
61%
42%
21%
1
45%
53%
67%
50%
50%
50%
2
41%
51%
55%
47%
40%
14%
1
100%
nvt
100%
nvt
100%
100%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
41%
54%
66%
55%
41%
20%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
148
Drenthe College (Unit Techniek), Emmen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
11
15
20
23
17
7
2
1
1
1
4
5
1
3
1
2
13
19
30
23
18
16
1
0
0
0
0
0
1
1
Totaal
1
1
1
0
0
0
26
39
56
47
38
25
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
8
8
9
11
7
2
1
0
3
4
1
3
0
2
6
14
18
9
5
5
1
0
0
0
0
0
0
1
1
1
1
0
0
0
15
26
32
21
15
7
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
73%
53%
45%
48%
41%
29%
1
0%
75%
80%
100%
100%
0%
2
1
46%
nvt
74%
nvt
60%
nvt
39%
nvt
28%
nvt
31%
0%
1
100%
100%
100%
nvt
nvt
nvt
58%
67%
57%
45%
39%
28%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
149
Dudok College, Hilversum
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
1
0
1
1
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
1
0
0
0
0
2
2
1
1
0
2001
2002
2003
2
1
Totaal
1998
1999
2000
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
1
0
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
1
0
0
0
0
2
2
1
0
0
2
1
Totaal
1998
1999
2000
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
nvt
100%
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
nvt
100%
nvt
100%
0%
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
100%
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
100%
100%
0%
nvt
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
150
Friese poort, Drachten
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
15
4
11
8
3
3
2
46
64
30
49
50
43
2
1
2003
1
1
2
7
1
1
1
2
31
56
61
62
34
20
1
0
0
0
1
0
1
1
Totaal
0
0
0
0
2
1
78
137
102
124
95
69
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
9
3
8
0
0
3
2
1
2
26
30
21
23
10
3
1
1
1
4
0
1
0
2
18
27
35
37
7
3
1
0
0
0
1
0
1
1
0
0
0
0
0
0
45
67
63
69
18
7
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
60%
75%
73%
0%
0%
3
2
57%
47%
70%
47%
20%
7%
1
100%
50%
57%
0%
100%
0%
2
58%
48%
57%
60%
21%
15%
1
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
100%
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
0%
58%
49%
62%
56%
19%
10%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
151
Gilde opleidingen (Unit Installatietechniek), Roermond
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
18
23
24
18
19
22
2
1
2003
1
7
3
7
1
0
0
2
25
23
40
24
19
24
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
0
4
2
3
50
49
71
47
40
49
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
10
17
16
12
8
2
1
4
2
4
1
0
0
2
14
14
19
11
5
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
28
33
39
24
13
2
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
56%
74%
67%
67%
42%
9%
1
57%
67%
57%
100%
nvt
nvt
2
56%
61%
48%
46%
26%
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
0%
0%
0%
56%
67%
55%
51%
33%
4%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
152
Gildevaart, Nieuwegein
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
1
0
9
5
1
4
3
2
25
38
24
37
23
25
1
17
22
21
19
17
13
2
86
99
72
41
79
52
1
0
1
0
2
0
0
2
1
1
Totaal
2003
0
1
1
1
1
3
129
161
127
105
121
97
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
6
4
1
0
3
2
1
2
12
18
14
12
10
2
1
8
15
14
13
11
0
2
33
40
47
22
10
3
1
0
0
0
1
0
0
1
0
1
1
1
1
0
53
74
82
53
33
5
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0%
nvt
67%
80%
100%
0%
3
2
48%
47%
58%
32%
43%
8%
1
47%
68%
67%
68%
65%
0%
2
38%
40%
65%
54%
13%
6%
1
nvt
0%
nvt
50%
nvt
nvt
nvt
100%
100%
100%
100%
0%
41%
46%
65%
50%
27%
5%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
153
Graafschap College, Doetinchem
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
25
28
28
19
23
17
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
1
1
4
25
28
28
20
24
21
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
18
20
15
10
14
1
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
18
20
15
10
14
1
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
72%
nvt
71%
nvt
54%
nvt
53%
nvt
61%
nvt
6%
nvt
1
nvt
nvt
nvt
0%
0%
0%
72%
71%
54%
50%
58%
5%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
154
Horizon College, Alkmaar
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
4
2
2
1
2
4
3
2
29
61
42
45
45
40
1
15
18
13
19
9
8
2
57
93
73
70
76
72
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
2003
0
3
8
16
11
10
105
177
138
151
143
134
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
2
1
2
1
1
0
3
2
1
2
13
32
22
26
15
6
1
8
11
8
14
5
3
2
42
56
42
44
37
1
1
0
0
0
0
0
0
1
0
2
8
7
6
3
65
102
82
92
64
13
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
50%
50%
100%
100%
50%
0%
3
2
45%
52%
52%
58%
33%
15%
1
53%
61%
62%
74%
56%
38%
2
74%
60%
58%
63%
49%
1%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
67%
100%
44%
55%
30%
62%
58%
59%
61%
45%
10%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
155
Koning Willem I College, Den Bosch
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
1
1
0
1
3
2
42
53
46
38
19
17
1
9
18
16
16
5
4
2
68
77
62
46
25
29
1
1
2
2
1
1
1
2
1
1
Totaal
2003
0
5
3
12
3
8
120
155
130
114
53
60
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
1
0
0
3
2
1
2
18
24
26
18
7
2
1
4
8
6
14
3
0
2
35
37
29
29
9
2
1
1
0
1
1
0
0
1
0
3
2
7
3
3
58
72
64
70
22
7
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
0%
100%
nvt
0%
3
2
43%
45%
57%
47%
37%
12%
1
44%
44%
38%
88%
60%
0%
2
51%
48%
47%
63%
36%
7%
1
100%
0%
50%
100%
0%
0%
2
1
1
Totaal
2003
nvt
60%
67%
58%
100%
38%
48%
46%
49%
61%
42%
12%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
156
Markiezaat College, Bergen op Zoom
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
2
4
1
7
1
1
3
2
28
20
14
13
15
8
2
1
1
8
7
4
3
12
1
2
29
46
41
24
31
26
1
0
1
0
0
0
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
67
78
60
47
59
36
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
2
2
1
7
0
0
2
6
9
5
5
2
1
1
2
4
2
1
7
0
2
11
23
31
11
3
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
21
38
39
24
12
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
100%
50%
100%
100%
0%
0%
3
2
21%
45%
36%
38%
13%
13%
1
25%
57%
50%
33%
58%
0%
2
38%
50%
76%
46%
10%
0%
1
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
31%
49%
65%
51%
20%
3%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
157
Noorderpoort College, Groningen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
23
38
27
25
47
29
2
1
2003
1
6
8
7
20
6
8
2
33
65
49
35
37
31
1
2
0
0
0
0
0
1
Totaal
3
3
1
4
5
3
67
114
84
84
95
71
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
9
13
19
15
32
11
1
4
3
2
12
4
2
2
18
34
26
17
21
4
1
1
0
0
0
0
0
1
3
3
1
1
0
1
35
53
48
45
57
18
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
39%
34%
70%
60%
68%
38%
1
67%
38%
29%
60%
67%
25%
2
55%
52%
53%
49%
57%
13%
1
50%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
100%
100%
100%
25%
0%
33%
52%
46%
57%
54%
60%
25%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
158
Nova College, Beverwijk
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
9
14
8
4
4
2
3
2
39
63
43
57
49
30
2
1
2003
1
9
4
8
5
2
7
2
72
88
86
82
55
71
1
0
0
2
0
1
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
129
169
147
148
111
110
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
5
7
6
3
2
0
3
2
1
2
17
34
24
23
19
1
1
3
1
1
3
2
3
2
42
45
54
39
12
4
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
67
87
85
68
35
8
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
56%
50%
75%
75%
50%
0%
3
2
44%
54%
56%
40%
39%
3%
1
33%
25%
13%
60%
100%
43%
2
58%
51%
63%
48%
22%
6%
1
nvt
nvt
0%
nvt
0%
nvt
2
1
1
Totaal
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
52%
51%
58%
46%
32%
7%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
159
R.I.V.B., Eindhoven
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
0
0
0
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
0
0
0
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
100%
nvt
100%
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
100%
nvt
nvt
nvt
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
160
ROC Eindhoven, Eindhoven
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
1
0
0
1
3
2
38
60
47
48
56
39
2
1
2003
1
7
9
9
10
17
11
2
51
56
41
56
72
29
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
0
1
0
7
18
9
96
126
98
121
163
89
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
1
0
0
0
3
2
1
2
10
38
31
24
24
6
1
1
5
7
7
7
2
2
18
28
22
28
11
6
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
0
3
5
3
29
72
61
62
47
17
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
100%
nvt
nvt
0%
3
2
26%
63%
66%
50%
43%
15%
1
14%
56%
78%
70%
41%
18%
2
35%
50%
54%
50%
15%
21%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
43%
28%
33%
30%
57%
62%
51%
29%
19%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
161
Rijn IJssel College, Arnhem
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
1
0
0
0
3
2
65
74
52
63
44
34
1
18
40
28
25
17
13
2
65
73
53
57
59
56
1
1
3
3
4
2
7
2
1
1
Totaal
2003
0
0
0
1
0
3
149
190
137
150
122
113
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
27
41
32
24
11
6
1
12
29
17
13
11
3
2
26
36
25
16
21
2
1
0
2
3
4
0
0
1
0
0
0
0
0
0
65
108
77
57
43
11
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
3
2
42%
55%
62%
38%
25%
18%
1
67%
73%
61%
52%
65%
23%
2
40%
49%
47%
28%
36%
4%
1
0%
67%
100%
100%
0%
0%
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
0%
44%
57%
56%
38%
35%
10%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
162
Amsterdam Techniek, Amsterdam
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
6
7
3
9
4
4
3
2
63
93
70
69
34
37
1
22
33
30
13
9
18
2
94
87
89
91
68
68
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
2003
0
0
0
0
3
1
185
220
192
182
118
128
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
5
3
7
0
0
2
39
60
49
38
9
1
1
12
22
22
11
5
0
2
50
39
48
46
18
5
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
1
105
126
122
102
32
7
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
67%
71%
100%
78%
0%
0%
3
2
62%
65%
70%
55%
26%
3%
1
55%
67%
73%
85%
56%
0%
2
53%
45%
54%
51%
26%
7%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
0%
nvt
nvt
nvt
0%
100%
57%
57%
64%
56%
27%
5%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
163
ROC Midden Brabant, Tilburg
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
28
29
19
24
26
19
3
2
28
24
29
21
23
23
1
30
24
25
19
14
7
2
43
52
48
17
2
54
1
1
2
2
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
1
0
3
6
0
130
132
123
84
71
103
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
15
19
11
16
1
0
2
13
8
15
10
3
0
1
15
14
19
14
8
3
2
16
26
24
8
13
5
1
1
0
1
0
0
0
1
0
1
0
2
3
0
60
68
70
50
28
8
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
54%
66%
58%
67%
4%
0%
3
2
46%
33%
52%
48%
13%
0%
1
50%
58%
76%
74%
57%
43%
2
37%
50%
50%
47%
650%
9%
1
100%
0%
50%
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
67%
50%
nvt
46%
52%
57%
60%
39%
8%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
164
ROC Oost-Nederland, Enschede
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
1
0
0
0
0
3
2
61
50
45
51
53
65
2
1
1
1
1
2
0
0
0
2
46
59
61
67
59
39
1
0
0
0
0
0
0
1
3
5
6
8
7
4
111
116
114
126
119
108
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
1
0
0
0
0
3
2
1
2
36
34
36
30
22
9
1
1
0
1
0
0
0
2
16
35
45
38
21
11
1
0
0
0
0
0
0
1
Totaal
3
4
6
2
1
0
56
74
88
70
44
20
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
100%
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
59%
68%
80%
59%
42%
14%
1
100%
0%
50%
nvt
nvt
nvt
2
35%
59%
74%
57%
36%
28%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
38%
51%
56%
24%
16%
0%
50%
64%
77%
56%
37%
19%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
165
ROC Ter AA (Sector Techniek), Helmond
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
6
4
5
3
7
1
0
8
1
2
1
0
2
4
8
7
10
8
12
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
1
2
0
0
2
2
6
24
12
17
14
21
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
4
3
2
2
0
1
0
5
1
2
0
0
2
3
4
3
7
6
1
1
0
0
0
0
0
0
1
1
1
0
0
0
1
4
14
7
11
8
2
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
0%
67%
75%
40%
67%
0%
1
nvt
63%
100%
100%
0%
nvt
2
75%
50%
43%
70%
75%
8%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
100%
50%
nvt
nvt
0%
50%
67%
58%
58%
65%
57%
10%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
166
ROC Utrecht, Utrecht
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
5
4
0
0
0
1
0
2
4
0
0
0
2
1
16
6
2
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
1
23
14
2
0
0
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
3
2
0
0
0
1
0
1
2
0
0
0
2
0
7
2
2
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
11
6
2
0
0
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
60%
50%
nvt
nvt
nvt
1
nvt
50%
50%
nvt
nvt
nvt
2
0%
44%
33%
100%
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
48%
43%
100%
nvt
nvt
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
167
ROC De Leijgraaf, Veghel
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
7
10
13
12
8
4
1
0
0
0
3
2
1
2
3
12
9
11
6
24
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
1
0
3
1
2
10
23
22
29
17
31
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
6
8
11
9
2
0
1
0
0
0
2
0
0
2
3
10
5
5
0
1
1
0
0
0
0
0
0
1
0
1
0
2
0
0
9
19
16
18
2
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
86%
80%
85%
75%
25%
0%
1
nvt
nvt
nvt
67%
0%
0%
2
100%
83%
56%
45%
0%
4%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
67%
0%
0%
90%
83%
73%
62%
12%
3%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
168
ROC Westerschelde, Terneuzen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
4
5
4
2
3
4
1
0
0
0
0
0
0
2
8
4
10
12
10
8
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
0
1
1
12
9
14
14
14
13
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
1
3
4
0
2
1
1
0
0
0
0
0
0
2
3
2
6
9
3
2
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
1
4
5
10
9
5
4
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
25%
60%
100%
0%
67%
25%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
38%
50%
60%
75%
30%
25%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
100%
33%
56%
71%
64%
36%
31%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
169
ROC Zadkine, Rotterdam
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
5
4
6
12
12
7
3
2
48
71
66
45
58
48
2
1
2003
1
35
47
46
32
31
24
2
149
129
128
103
68
58
1
2
5
5
0
2
0
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
239
256
251
192
171
137
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
14
7
20
35
3
0
2
128
221
236
118
137
79
1
118
272
249
155
107
50
2
441
338
333
197
116
41
1
5
5
20
0
6
0
1
0
0
0
0
0
0
706
843
858
505
369
170
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
20%
50%
67%
83%
8%
0%
3
2
31%
46%
52%
40%
48%
19%
1
17%
68%
74%
84%
77%
42%
2
37%
38%
48%
52%
47%
16%
1
50%
20%
80%
nvt
100%
nvt
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
33%
46%
55%
57%
51%
20%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
170
ROC Zeeland, Vlissingen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
0
0
12
0
3
2
17
21
18
23
24
12
1
9
10
6
9
5
3
2
29
35
39
24
18
15
1
1
0
6
3
0
0
2
1
1
Totaal
2003
0
0
0
0
0
0
56
66
69
59
59
30
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
11
13
13
14
6
0
1
4
3
6
7
4
0
2
22
23
33
18
3
0
1
1
0
5
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
38
39
57
40
13
0
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
3
2
65%
62%
72%
61%
25%
0%
1
44%
30%
100%
78%
80%
0%
2
76%
66%
85%
75%
17%
0%
1
100%
nvt
83%
33%
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
2003
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
68%
59%
83%
68%
22%
0%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
171
ROC Nijmegen, Nijmegen
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
5
6
5
8
7
18
3
2
39
39
31
42
39
27
1
6
10
2
3
6
10
2
69
37
43
53
46
41
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
2
1
2
13
7
4
121
93
83
119
105
100
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
3
3
5
2
4
1
3
2
1
2
24
26
25
26
18
5
1
2
6
1
1
5
4
2
29
24
29
30
14
4
1
0
0
0
0
0
0
1
2
1
2
7
5
2
60
60
62
66
46
16
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
60%
50%
100%
25%
57%
6%
3
2
62%
67%
81%
62%
46%
19%
1
33%
60%
50%
33%
83%
40%
2
42%
65%
67%
57%
30%
10%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
100%
100%
100%
54%
71%
50%
50%
65%
75%
55%
44%
16%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
172
ROC Leiden Werktuigbouw
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
26
27
20
23
17
18
1
18
15
12
4
6
4
2
45
39
45
32
60
56
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
2003
2
0
0
0
1
3
91
81
77
59
84
81
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
1
2
11
8
7
5
0
0
1
6
7
7
2
1
0
2
12
16
12
3
6
2
1
0
0
0
0
0
0
1
2
0
0
0
0
0
31
31
26
10
7
2
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
42%
30%
35%
22%
0%
0%
1
33%
47%
58%
50%
17%
0%
2
27%
41%
27%
9%
10%
4%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
100%
nvt
nvt
nvt
0%
0%
34%
38%
34%
17%
8%
2%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
173
SBBO Midden Nederland, Leusden
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
21
9
9
2
7
2
3
2
69
40
55
73
36
55
1
21
12
11
10
10
3
2
117
95
71
86
93
60
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
2003
0
2
1
2
2
6
228
158
147
173
148
126
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
14
6
6
2
2
0
2
36
30
31
37
12
4
1
10
11
4
7
7
2
2
57
50
35
34
18
2
1
0
0
0
0
0
0
1
0
2
1
1
0
1
117
99
77
81
39
9
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
67%
67%
67%
100%
29%
0%
3
2
52%
75%
56%
51%
33%
7%
1
48%
92%
36%
70%
70%
67%
2
49%
53%
49%
40%
19%
3%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
100%
50%
0%
17%
51%
63%
52%
47%
26%
7%
2
1
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
174
De Mondriaan Onderwijsgroep (College voor Techniek), Den Haag
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
7
2
2
5
3
5
3
2
29
41
22
21
17
24
1
23
19
13
8
13
13
2
89
74
71
62
75
63
1
2
0
1
0
1
1
2
1
1
Totaal
2003
0
0
0
6
17
12
150
136
109
102
126
118
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
1
1
3
0
1
3
2
1
2
14
15
9
1
4
4
1
6
3
7
4
8
1
2
23
17
24
18
12
3
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
2
2
1
43
36
41
28
26
10
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0%
50%
50%
60%
0%
20%
3
2
48%
37%
41%
5%
24%
17%
1
26%
16%
54%
50%
62%
8%
2
26%
23%
34%
29%
16%
5%
1
0%
nvt
0%
nvt
0%
0%
2
1
1
Totaal
nvt
nvt
nvt
33%
12%
8%
29%
26%
38%
27%
21%
8%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
175
ROC Twente Plus, Almelo
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
1
0
0
0
0
0
1
0
0
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
nvt
nvt
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
176
ROC Flevoland, Almere
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
1
0
0
3
2
0
0
1
0
0
1
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
14
18
14
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
3
3
1
0
0
1
18
21
16
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
1
0
0
2
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
6
6
1
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
1
2
0
0
0
1
8
8
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
100%
nvt
nvt
3
2
nvt
nvt
100%
nvt
nvt
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
2003
2
nvt
nvt
nvt
43%
33%
7%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
33%
67%
0%
nvt
nvt
100%
44%
38%
6%
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
177
Rivierenland College, Tiel
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
2
1
3
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
7
12
8
2
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
0
0
0
1
7
14
9
5
0
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
0
0
1
0
0
1
0
0
0
0
0
0
2
1
2
8
5
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
2
8
6
0
0
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
0%
0%
100%
0%
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
100%
29%
67%
63%
0%
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
2
1
1
Totaal
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
29%
57%
67%
0%
nvt
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
178
ROC Rivor, Tiel
Niveau
Duur
Jaren
Aantal BPV’s per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
2003
4
2
0
0
0
0
0
0
3
2
0
0
1
0
5
4
1
0
0
0
0
0
1
2
0
0
0
0
6
11
1
0
0
0
0
0
0
2
1
1
Totaal
0
0
0
0
2
1
0
0
1
0
13
17
Niveau
Duur
Jaren
Aantal gediplomeerden per niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
4
2
3
2
1
1998
1999
2000
2001
2002
2003
0
0
0
0
0
0
2
0
0
1
0
0
0
1
0
0
0
0
0
1
2
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
1
0
0
0
0
0
0
0
0
1
0
0
1
Totaal
Niveau
Duur
Jaren
Percentage gediplomeerden/BPV’s naar niveau, nominale duur en jaar, bron Osiris
1998
1999
2000
2001
2002
4
2
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
3
2
nvt
nvt
100%
nvt
0%
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
100%
2
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
0%
1
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
nvt
1
nvt
nvt
nvt
nvt
0%
0%
nvt
nvt
100%
nvt
0%
6%
2
1
Totaal
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
2003
179
3.7
Open antwoorden onderzoek onder bedrijven
Vraag 21b: Wat is, volgens u, de (ideale) leerweg voor een aankomend
monteur (met vooropleiding VMBO/LTS), in de leeftijd van 16 tot 20 jaar?
Installatietechniek
768
Afwisselen theorie/praktijk (beide 4 uur), dan 4 dagen werken.
797
BBL via Kenteq etc.
1319
ROI.
1841
Dagschool ROC - * Koudetechniek * Monteur koudetechniek, * BOL.
2950
BBL en/of BOL.
6198
4 dagen bedrijf, 1 dag naar school: BBL.
7070
BBL.
7439
ROI -> BBL AVM of AIMV of OMI.
7725
BBL en/of BOL.
8658
BBL.
9104
ROI.
9118
BBL.
9515
BBL, maar nog meer praktijkgericht.
10967
3 dagen praktijk, 2 dagen opleiding in (ROI).
11385
BBL-leerweg. 4 dagen + 1 dag.
11800
Via ROI: AVM -> VM.
13636
BBL -> AIMV.
15215
BBL.
16070
ROI systeem detacheren bij bedrijf.
17536
BBL.
18786
BBL maar met de structuur van vroeger, de nieuwe lesmethode als
modulen en competenties is niet voor onze doelgroep. Te veel
verantwoording bij de deelnemer.
20570
ROI.
25113
Assistent en dan monteur.
25845
ROI.
26570
BBL.
26642
Huidige BBL traject, * Breeder opleiding ook electra, * meer aandacht
normen en waarden, * aandacht voor loopbaan en
vervolgmogelijkheden.
28321
Stage bij meerdere bedrijven, assistent monteur.
32546
BBL (compl. gericht leren).
32843
BBL.
32921
BBL opleiding.
34015
Stage en of leerbedrijf.
34197
Via ROI. Nieuwe medew. wordt in dienst genomen door de ROI. Als
medew. past bij bedrijf en functioneerd naar wens, wordt deze door
ons in vaste dienst genomen. Na VMBO - ass. install. monteur.
34683
In de praktijk BBL.
35218
AIM => IM.
39301
ROI / AIMV / IMU.
39670
Via erkend leerbedrijf, en dan via het leerlingwezen 4 dagen bedrijf
(praktijk) en 1 dag naar ROC (theorie).
42006
BBL.
43364
ROI -> AIM-V of OMI afhankelijk van voorkeur LL en/of bedrijf.
44847
BBL.
45064
* Ass. monteur. * Install. monteur.
48098
Werkend leren combinatie / Afhankelijk v.d. leerling verhouding, 3
werk, 2 school / Op school normen en waarden belangrijk.
49182
Combinatie tussen practische en theoretische kennis vergaren.
50217
In een bedrijf die een erkening bezit in de opleiding van leerlingen in
een klein bedrijf.
52542
BBL.
52581
BOL niveau 2, vervolg BBL niveau 3.
52965
BBL-leerweg / 2 avonden naar school. Alternatief: middag/avond.
52991
BBL.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
180
53094
53736
56646
56692
57995
59661
63406
64843
64909
67166
67665
70888
72359
73296
74146
74306
77807
79177
80737
81948
83675
84031
84121
84366
84558
85344
86255
86274
86675
87140
87291
87883
88538
93230
93923
94101
95886
100480
100688
101040
102015
103238
103265
103608
103685
104348
BBL. Bedrijf is ook ???.
BBL, AIMV of AIMD (niveau 2).
BBL.
1 dag school, 4 dagen werken.
BBL opleiding.
6 weken aaneengesloten praktijk, 2 weken theorie.
BBL-leerweg.
Bij klein bedrijf tot max. 20 personen die beschikt over een
gecertificeerd praktijk opleiden en erkenningleerbedrijf, BBL traject 4
dagen werken, 1 dag naar school.
BBL werken leren bij een een erkend leerbedrijf bestaande uit max. 25
personen. Dagopl. 4 dagen werken.
BBL.
ROI.
BBL.
BOL.
Ass. vermonteur BBL, Verw. monteur BBL.
Volgens BBL en/of BOL.
Opl. via ROI en ROC.
BBL.
Leerlingwezen: 4 dagen praktijk en 1 dag theorie.
Eerst assistent, daarna monteur. Liefst via de BOL.
BBL, 1 dag in de week naar school, theorie deel meer structuur,
klassikaal erg belangrijk.
4 dagen werken, 1 dag school.
1 dag school, 4 dagen werken.
BBL.
In plaats van 4 dagen werken en 1 dag school, 3 dagen werken en 1
dag theorie en 1 dag praktijk (ticm) op school.
Overdag werken, avondschool BBL.
BBL met avondschool.
BBL (hoewel stalogen nooit opleid en altijd vakvolwassenen
aanneemt).
Assistent medew. monteur.
BBL-traject.
OMI en SEMI, met veel begeleiding (gericht).
Via ROI.
BBL / ROI.
BOL, middels MKB-route.
4 dagen werken, 1 dag naar school via het BBL-traject bij een erkend
leerbedrijf met een gecertificeerde praktijkopleider.
Opleiding met meer disicpline.
Systeem BBL, met extra praktijk.
Geen MTS, beter specialisatiecursus via ROI/Kenteq, daarnaast
werken voor ervaring.
* Opleiding basis elektrotechniek. * Meelopen in klein bedrijf en
begeleiding. * Min 2 jaar intensieve begeleiding in bedr. *
Theoretische ondersteuning school, kleine gerichte cursussen.
* Opleiding via ROI. * Meer praktijk op het ROC. * Gebruik maken van
gastdocenten bij bepaalde onderwerpen.
* ROI (evt. via). * Ass. monteur. * Install. monteur. * Evt.
vervolgopleiding gespecialiseerd.
Het volgen van een BBL-traject. 4 dagen werken bij een klein bedrijf
wat beschikt over de erkenningen en een gecertificeerd
praktijkopleider.
Werken en leren, i.p.v. 1 dag in de week naar school een combi van
langere periodes achter elkaar werken, en langere periodes achter
elkaar naar school.
BBL bestaand.
BBL-traject. De docent moet klassikaal lesgeven.
OMI, SemI, Service Technicus.
Praktijk in het bedrijf (4 dagen), theorie (1 dag).
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
181
104802
107635
107695
107695
107730
108457
108461
109241
109744
109744
110930
112743
113439
114724
115157
115674
Scholing via Kenteq. 1 dag in de week naar school, 4 dagen werken in
de praktijk.
Via BBL/BOL dag.
BBL opl. werkend leren, Pr. opl. binnen het bedrijf, n.v.t. aanvullend
PR. opl. ROC etc.
ROC leerweg werkend leren.
BBL.
Leerlingstelsel.
Opleiding via ROI.
BBL.
Leerlingwezen, 4 dagen werk, 1 dag naar school. Geen gymnastiek,
geen onzinvakken, opl. binnen het bedrijf. Kerncatern examineren.
ROC geen overmands positie. Opl. te veel gecomprimeerd.
BBL avondschool, opl. binnen bedrijf en studie overeenkomst.
BBL-opleiding dag: Ass. Monteur en Monteur.
4 dagen werken, 1 dag school.
AVM => VM => OMV.
Vakopleiding BBL.
Bestaand systeem vlg. BBL.
BBL traject.
Elektrotechniek
892
* Stage meer verdeeld over het jaar, wekelijks 1 … 2 dagen. * BBL.
1220
BBL opleiding.
3190
BBL leerweg.
4289
Werkend leren.
4872
1 dag school, 4 dagen werken.
4961
BBL.
5352
BBL + dagschool.
6022
BBL.
6755
4 dagen werken, 1 dag leren.
8553
EMSI / MSI. BBL-vorm.
9970
BBL.
10216
Opleiding via elektrowerk. Daarna in dienst van bedrijf.
10901
Opleiding in het bedrijf, bij voorkeur in de woningbouw, zodat de basis
van alle montagetechnieken goed wordt aangeleerd. Theorie ook in
bedrijf.
12028
Werkend leren als het om de techniek gaat.
13940
BBL, MSI evt. EMSI, TSI.
15567
Werkend leren.
16009
Goede leerling: MTS. Praktische leerling: BBL-MSI (nN02).
16921
Persoonsafhankelijk!! Voor bedrijf als ze al enigzins met 'bagage'
binnenkomen.
18992
1e BBL. 2e BOL met goede stage.
19518
Deels werken en deeld scholing 4/1.
19551
BBL.
19722
Naar ROC -> BOL 4.
21291
BBL.
21377
4 dagen werken, 1 dag school. BBL-opleidingen.
22644
BBL-traject: 1 dag theorie p/w. 4 dagen praktijk p/w.
24712
BBL.
25092
RBOC (contract). BBL niveau 2-3.
25256
BBL - leerweg + begeleiding in praktijk (vaste ervaren mensen).
25792
BBL-structuur.
25952
BBL-dagonderwijs.
26538
BBL - MSI - EMSI - TSI.
27054
MSI - EMSI.
27639
Werkend leren BBL.
29503
Kenteq.
31578
BBL leerstelsel.
32253
BOL met stage weken.
32272
4 dagen werken, 1 dag naar school BBL.
32413
4 dagen werken. 1 dag school.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
182
36459
39084
40257
42697
43099
43708
44359
45128
47360
47427
48065
48728
48996
50147
51228
51505
53890
58398
59087
59089
60240
62266
62526
66322
66869
68992
69234
69234
70731
70878
72292
73842
74398
74493
74955
75433
75676
75787
76669
77509
78995
80378
80455
80610
80673
80963
84108
84134
84410
84552
84818
86033
86373
86374
86795
87007
87319
BBL-traject dagonderwijs.
BBL Leerweg.
BBL leerweg.
M31 t/m TSI dagschool.
Veel leren in de praktijk, goede begeleiding binnen het bedrijf.
Werken en avondschool.
Werkend leren.
BBL.
MSI.
Ideale leerweg bestaat niet naar mijn mening. Ligt aan de persoon in
kwestie.
BBL-leerweg (Dagonderwijs).
BBL, standaardtraject.
Niveau 2 opleiding waarbij gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten
van een RBOC.
BBL.
BBL leerweg.
BBL.
BBL, MEP -> EMEP.
Werken leren met een andere structuur van lesgeven en lesmateriaal.
BBL opleiding.
BBL.
BBL.
Volgens ons eerst MSI halen, daarna EMSI, BBL met dagschool.
BBL opleiding.
MEP / EMEP
Praktijk + theoretische basis (monteursniveau).
BBL Dagopleiding.
BBL.
BBO leerweg.
ROC / elektrawerk deeltijdopleiding.
BBL monteur.
Leerling via elektrowerk.
Werken / Leren BBL.
Deeltijd opleidingen.
MLN. MMI.
BBL-opleiding dag/avond.
BBL met klassikaal lesgeven i.p.v. zelfstudie, zoals nu op veel ROC's
gebeurt. Dagonderwijs.
BBL.
BBL.
Duale leerstelsel (BBL).
Diploma VMBO - Basisgerichte beroepsopleiding - Kadergerichte
beroepsopleiding. Vervolgens via BBL naar Basis beroeps beoefenaar
(monteur niveau 2).
* Als basis electro dan BBL. * Produktgerichte training.
BBL-opleiding.
Overdag werken. 's-Avonds naar school.
BBL, AMSI, EMSI evt. TSI.
MEP - EMEP - TBE.
Vakopleiding 3 dagen werken, 2 dagen leren naar school.
BBL.
BBL.
BBL.
ROC.
4 dagen werken, 1 dag school (betere praktijkervaring).
Avondopleiding Kenteq.
BBL.
MBO - BOL.
16 - 18 -> school (het verstand nog krijgen). 18 - 20 -> werken en
leren.
KENTEQ / ROC.
Werkend leren traject.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
183
87964
88211
88294
88598
88688
88860
90982
91297
91416
91497
92278
92610
93397
93736
93763
94039
95001
95334
95644
100054
100575
101243
102187
102402
102440
102460
102655
103395
104016
104086
104226
104435
104685
104831
104844
105147
105642
106101
106439
106859
106889
107356
109313
109589
110170
110888
111793
111875
112362
113254
113259
113287
113803
BBL * 4 dagen RBOC. * 4 dagen werken. * 1 dag ROC.
Afhankelijk van de leerling. Voor een goede leerling, een leerweg:
LTS-BBL. Opleiding bij een 'klein' bedrijf.
LTS - MTS - werken specialisatie.
Afhankelijk van de persoon.
BOL-opleiding.
Assistent instaal. monteur dan -> install. monteur woningbouw ->
servicemonteur installatie.
BBL-opleiding dagopleiding.
BBL.
BBL.
Duale leerweg.
De monteursopleidingen via VEV (Kenteq).
BOL vervolgopleiding.
Volle tijdsopleiding M.B.O.
Belang hobbyisme voor elektronica, bijscholing belangrijk maakt niet
uit hoe.
Voorkeur BBL.
Via BBL traject opleiden tot Basis Beroeps Beoefenaar.
BBL traject.
BBL opleiding ROC.
Praktijk.
BBL in avondopleiding.
BBL traject.
BBL.
Werkend leren => BBL.
BBL.
BBL-leerweg.
BBL.
ROC; BBL.
MSI en eventueel verder EMSI / TSI.
LTS + Werkend leren.
BBL + Verlies niet de exacte vakken uit het oog.
In dienst van het bedrijf nemen en een BBL-opleiding volgen.
Dagopleiding (MTS) + stage.
BBL opleiding te starten met niveau 2.
BBL dagschool.
Eerst minimaal 1/2 jaar meelopen binnen bedrijf. Cursus via Tyco.
BBL-opleiding dagopleiding.
Is een PROBLEEM. BOL -> Voorkennis te gering -> actuele
ontwikkelingen bij de huidige praktijk lopen ver achter. BBL ->
Aanvangsniveau te laag. Het werk is zeer specialistisch.
MSI - EMSI - TSI.
MTS.
BBL Dag tot 18 jaar, daarna avond.
BBL leerweg.
Middels BBL traject opleiden naar beroepsbeoefenaar.
MBO volgen.
BBL indien voldoende gemotiveerd.
ROC BBL.
50% theorie, 50% praktijk.
BBL.
Voorkeur starten met BBL-traject.
Via BOL opleiding.
BBL.
BBL - leerweg.
BOL 2-4.
RBOC/ROI.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
184
Vraag 21c: Wat is, volgens u, de (ideale) leerweg voor een monteur met
werkervaring elders, ouder dan 20 jaar?
Installatietechniek
69
Wellicht BBL, maar omdat bedrijf volledig werkt voor de NS, is het
moeilijk vanwege veiligheidsredenen.
622
BBL-avondschool.
768
Afwisselen theorie/praktijk (beide 4 uur), dan 4 dagen werken.
797
Kenteq bellen advies.
1319
ROI.
1841
ORKA -> opleidingen... diverse - * Cursussen * Arico * ROC - BBL.
2950
Cursussen.
6198
2 avonden naar school, eventueel middag/avond: BBL.
7070
BBL.
7439
BBL-traject IMU of IMW.
7725
BBL en/of cursus op maat.
8658
BBL-avondstudie.
9104
ROI.
9118
BBL.
9515
BBL en/of meer cursonisch onderwijs en nu meer theoretisch.
11385
Avondopl. / event. middag/avond.
11800
AVM -> VM.
13636
BBL -> AIMV -> IM.
15215
Ev. BBL, maar ook cursisten.
16070
ROI Systemen, er zijn altijd mogelijkheden.
17536
BBL avondschool.
18786
BBL maar met de structuur van vroeger, de nieuwe lesmethode als
module en competenties is niet voor onze doelgroep. Te veel
verantwoording bij de deelnemer.
20570
ROI.
25113
OMI en dan servicemonteur.
25845
ROI.
26570
Korte bijscholingsdagen.
26642
Via avondopleidingen en 5 dagen werken.
28321
Servicemonteur.
32546
BBL + bijscholingscursus.
32843
BBL-avond en bijscholingscursussen.
32921
BBL opleiding avond opl.
34015
Leerbedrijf.
34683
BBL.
35218
Semi & TV.
39301
Aanvullende cursussen.
39670
Via erkend leerbedrijf, dan 5 dagen werken en 1 … 2 avonden naar
school.
42006
BBL.
43364
Korte (bij)scholingscursus om hem zo snel mogelijk inzetbaar te
maken.
44847
BBL.
45064
* Ass. monteur (evt. verkoop). * Install. monteur.
48098
Werkend leren combinatie / Afhankelijk v.d. leerling verhouding, 3
werk, 2 school / Op school normen en waarden belangrijk.
49182
Combinatie tussen practische en theoretische kennis vergaren.
50217
In een kleine bedrijf.
52542
Bijscholing.
52581
Intern opleiden.
52965
BBL / 2 avonden naar school.
52991
BBL.
53094
BBL.
53736
BBL niveau 3.
56646
BBL.
56692
1 dag school, 4 dagen werken.
57995
Cursus ROVC.
59661
6 weken aaneengesloten praktijk, 2 weken theorie.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
185
63406
64843
64909
67166
67665
70888
72359
73296
74146
74306
77807
79177
80737
81948
83675
84031
84121
84366
84558
85344
86255
86274
86675
87140
87291
87883
88538
93230
93923
94101
95886
100480
100688
101040
102015
103238
103265
103608
103685
104348
104802
107635
107695
107695
107730
108457
109241
110930
112743
113439
114724
115157
BBL-leerweg.
BBL traject 2 avonden per week naar school 5 dagen per week op de
werkvloer moet 40 uur per week produktief zijn anders niet
aantrekkelijk voor het bedrijfsleven.
Erkend leerbedrijf van middelbare grote moet avond of middag-avond
opl.
BBL (avond).
Bij bedrijfs omscholen.
Bijscholingscursus.
BBL.
Servicemonteur BBL, avond.
Cursussen en avond BBL.
Via ROI en ROC.
Aangepaste opl. cursussen e.d.
Leerlingwezen: 5 dagen praktijk, 2 of 1 avond naar school.
Bij de electratak aan het werk zetten.
Paar dagen in de regio heel intensief en gericht les, klassikaal
behandelen.
5 dagen werken, avondschool volgen.
1 dag school, 4 dagen werken.
BBL.
Theoretisch op ROC - Verder praktijk.
Overdag werken, avondschool BBL.
BBL met avondschool.
* Cursussen (enkel daags).
Niet aannemen.
Avondcursussen.
OMI en SEMI, begeleiding kan dan minder.
ROI.
Kanteq opleidingen.
BBL-leerweg.
Omscholen naar de installatietechniek d.m.v. een BBL-traject,
middag/avond.
Geen mening.
BBL met extra praktijk.
Geen MTS, beter specialisatiecursus via ROI/Kenteq, daarnaast
werken voor ervaring.
* 1 op 1 met ervaren man meelopen. * Theoretische aanvulling door
cursussen.
* Opleiding via ROI. * Meer praktijk op het ROC. * Gebruik maken van
gastdocenten bij bepaalde onderwerpen.
* Install. monteur. * Service monteur.
Door middel van een BBL-traject. Middag/avond (liefst
avondopleiding). Daarnaast gerichte bijscholing trajecten praktisch
van aard van een paar dagen.
Omscholing ROI, ROC, BBL traject.
Bijscholing (korte).
BBL-traject.
SemI + Interne scholing + fabrikantencursussen.
Praktijk in het bedrijf (4 dagen), theorie (1 dag).
Avond opleiding, overdag meelopen/werken met andere monteurs.
Via BBL/BOL avond of cursus.
Hier > 30 dan contract en studie overeenkomst, BBL opl. passcal.
Niet rendabel voor dit bedrijf.
Bijscholingscursus.
Leerlingstelsel.
BBL (avond) / cursussen.
Fabrikantencursussen + Bijscholing. Evt. Install. Monteur of Service
Monteur.
4 dagen werken, 1 dag school.
Iets met electra.
Vakopleiding BBL.
Bestaand systeem vlg. BBL en/of bijscholing (kort).
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
186
115674
Werken en leren.
Elektrotechniek
892
1220
3190
4289
4872
4961
5352
6022
6755
8553
9970
10216
10901
12028
13940
16009
16921
18992
19518
19551
19722
21291
21377
22644
24712
25092
25256
25792
25952
26538
27054
27639
29503
31578
32253
32272
32413
36459
39084
40257
42697
43099
43708
44359
45128
47360
47427
48065
48728
48996
50147
51228
51505
53890
58398
59087
59089
BBL.
Cursussen.
BBL leerweg.
Werkend leren.
Avondschool.
* Gespecialiseerde op leidingen, afhankelijk van het werk terrein.
BBL + avondschool.
Avondschool BOL.
4 dagen werken, 1 dag leren.
Kortlopende cursus.
BBL.
BBL leerweg in de avonduren.
Praktijkopleiding door eigen chef-monteur. EMSI in eigen bedrijf.
Hogere opleidingen avondschool elders.
Werkend leren traject volgen en volgen van cursussen.
BBL, MSI evt. EMSI, TSI.
BBL-niveau 3, avondopleiding.
BBL.
BBL met capaciteiten niveau 4 BOL.
Fulltime monteren / avondscholing.
BBL.
Scholing is vereist, heel andere wereld: BOL leerweg.
Gespecialiseerde avondstudie (kortdurend) bijv. max) 2 jaar.
Werken in combinatie met avondstudie. BBL-opleidingen (avond).
BBL - avondopleiding theorie. 5 dagen praktijk p/w.
BBL.
Indien niveau 4 of specialisatie.
BOL - leerweg!
BBL-structuur.
BBL-avondonderwijs.
BBL 7131 t/m T31.
EMSI - TSI.
Via importeur / leveranciers.
O.F.E.
BOL leerstelsel.
BBL 2x1 avond scholing.
4 dagen werken, 1 dag naar school BBL.
4 dagen werken. 1 dag school.
BBL-traject avondonderwijs.
Opleidingen OFE.
Cursussen.
M51 t/m TSI avondschool.
Praktijkgerichte cursussen die aansluit bij de dagelijkse
werkzaamheden.
Avondschool / OFE.
Bijscholingscursussen (OFE).
Avond BBL.
EMSI.
Kortlopende cursussen in avonduren of overdag.
BBL-leerweg (avondonderwijs).
BBL in combinatie met CV-t.
Sterk afhankelijk van soort vooropleiding en ambities van de monteur.
BBL.
BBL leerweg.
In het bedrijf en BBL.
Opleiding in het bedrijf.
Bijscholing of omscholing. Diploma's en opleiding afmaken.
Avondonderwijs.
Korte cursussen.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
187
60240
62266
66322
66869
68992
69234
69234
70878
72292
73842
74398
74493
74507
74955
75433
75676
76669
77509
78995
80378
80455
80610
80673
80963
84108
84134
84410
84552
84818
86033
86373
86374
86795
87007
87319
87964
88211
88294
88598
88688
88860
90982
91297
91416
91497
92278
92610
93763
94039
95001
95334
95644
100054
100575
101243
102187
102402
102440
102460
Cursussen en praktijk.
BBL met avondschool.
MBI / EMBI / TBI.
Eerst theorie, dan praktijk.
BBL avondopleiding.
BBL of avond cursus.
BBL in avondopleiding.
BBL monteur / Eerste monteur.
BBL - Werkend leren in loondienst.
Zie 18B.
Avondstudie.
Scholing ROC. Praktijkopleiding: bijvoorbeeld, Nuon
opleidingscentrum.
Via bijscholingscursussen, vakgericht.
BBL-opleiding avond.
BBL avondonderwijs.
BBL.
Bijscholen (Gericht).
Komt niet voor.
Her / Bijscholing.
BBL-opleiding.
Overdag werken. 's-Avonds naar school en specifieke cursussen in
daguren
BBL, OFE korte cursussen, geen doelgroep voor dit bedrijf.
MEP - EMEP.
4 dagen werken, 1 dag leren naar school.
BBL of specifieke cursussen.
BBL.
Cursus traject.
ROC.
Avondschool.
Avondopleiding Kenteq.
Avondschool.
BBL.
Cursus / trainingen dagdeel of 's avonds.
OFE.
Praktijk gerichte theorie.
BBL: Avondschool + werken.
Opleiding BBL - niveau 3 en 4.
Opleiden op werkplek. Specialisatie-op apparatuur (leverancier).
Duaal, werken en leren.
BBL -> eventueel via RBOC.
Assistent instaal. monteur dan -> install. monteur woningbouw ->
servicemonteur installatie. In 20+-klas, om demotivatie te
voorkomen.
BBL-opleiding avondopleiding.
BBL avondopleiding.
BBL.
Vervolg duale leerweg.
De monteursopleidingen via VEV (Kenteq).
Avonduren + praktijk.
Extern opleiding.
Via BBL traject opleiden tot Basis Beroeps Beoefenaar.
BBL traject. Training door leverancier.
BBL opleiding ROC.
Praktijk.
BBL avondopleiding.
On the Job training + specifieke cursussen.
BOL/BBL. MTS stagiaire die blijft.
Werkend leren => BBL + cursussen.
BBL avond.
BBL-leerweg.
BBL.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
188
102655
104016
104086
104226
104435
104685
104831
104844
105147
105642
106101
106439
106859
106889
107356
109313
109589
110170
110888
111793
111875
112362
113254
113259
113287
113803
ROC; deeltijd BOL (was: avond-MTS).
Werkend leren.
Binnen eigen bedrijf + cursorisch onderwijs.
In dienst van het bedrijf nemen en een BBL-opleiding volgen.
BBL.
BBI avond te starten niveau.
BBL avondschool.
Eerst minimaal 1/2 jaar meelopen binnen bedrijf. Cursus via Tyco.
BBL-opleiding avondschool.
D.m.v. opleiden.
EVC of zie 18B.
Cursussen.
OFE.
BBL leerweg.
Middels BBL traject opleiden naar beroepsbeoefenaar.
Bijscholing d.m.v. cursussen.
Specifieke cursussen via OTIB/leveranciers.
ROC BBL RBOC.
Door leren naar nivo 3, door werk in combinatie met opleiding.
Avond- dagcursussen.
Voorkeur starten met BBL-traject.
Via BBL leerweg.
BBL.
BBL - leerweg.
BBL < 4.
RBOC/ROI.
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
189
4 Bij- en Omscholing
4.1
Bijscholing
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Verdeling van scholingsconsumptie over het jaar, binnen de vakgebieden koel- en
installatietechniek gefinancierd door SKO, naar regio, in 2003 (in procenten,
horizontaal = 100%)
Regio
tabel 4.1
1: Noord-Nederland
2:Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeelabnd/West-Brabantt
7:Limburg/Brabantt
Totaal
11
30
40
41
42
87
46
41
15
16
13
1
18
0
2
8
0
11
11
3
2
5
8
8
38
15
19
3
13
8
16
13
11
0
0
1
0
0
1
1
0
8
0
9
1
0
2
4
9
0
0
0
0
0
2
1
0
0
0
0
2
0
3
1
6
10
5
5
6
6
3
5
2
3
6
19
10
0
9
8
9
0
0
0
3
0
8
4
0
7
11
16
1
0
0
6
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Verdeling van scholingsconsumptie over het jaar, binnen de vakgebieden koel- en
installatietechniek gefinancierd door OTIB, naar regio, in 2003 (in procenten,
horizontaal = 100%)
Regio
tabel 4.2
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limbrug/Brabant
Totaal
18
16
21
20
19
19
15
17
12
14
9
12
11
20
7
11
22
16
13
12
11
10
14
14
10
7
8
6
10
6
9
8
11
14
8
12
7
13
9
11
4
6
10
5
9
3
8
7
0
1
3
1
2
1
1
1
4
2
2
2
4
0
2
3
5
6
8
12
9
7
12
9
9
7
10
6
8
14
12
9
4
7
6
10
4
2
8
7
1
4
2
2
6
5
4
3
Januari
Februari
Maart
April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Oktober
November
December
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied elektrotechniek over het
jaar, naar regio, in 2003 (in procenten, horizontaal = 100%)
Regio
tabel 4.3
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
25
24
18
16
19
16
21
19
12
11
11
12
10
14
11
12
6
7
10
12
5
11
9
9
10
6
5
8
4
6
6
6
7
7
9
6
6
8
8
7
10
7
9
8
10
7
8
8
1
0
0
0
1
0
0
0
1
2
2
2
1
2
1
1
11
16
14
15
18
15
16
15
3
8
10
9
14
11
12
10
12
8
8
9
11
7
7
8
1
3
3
3
3
3
2
3
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
191
Koudetechniek en
luchtbehandeling
Montage gas en
verwarming
Service/onderhoud
gas en verwarming
Ontwerpen en
tekenen
Dakbedekkingtechni
ek
Huishoudelijke en
sanitaire installaties
Distributietechniek
Algemene
opleidingen
Overige
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied koeltechniek
over specialismen, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal
= 100%)
Regio
tabel 4.4
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
38,3
21,3
40,4
12,7
19,6
0,0
23,1
19,3
0,0
10,1
0,0
0,0
4,6
0,0
2,0
3,5
0,0
5,6
0,0
0,0
3,5
0,0
3,4
2,7
0,0
7,9
0,0
0,0
13,8
0,0
0,0
3,2
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
44,7
47,2
40,4
85,1
37,7
90,9
49,0
57,6
17,0
7,9
19,1
2,2
20,8
9,1
22,4
13,7
Service/onderhoud
gas en verwarming
Ontwerpen en
tekenen
Dakbedekkingtechni
ek
Huishoudelijke en
sanitaire installaties
Distributietechniek
Algemene
opleidingen
Overige
2,5
5,7
6,5
4,9
5,0
5,2
8,1
5,4
7,7
4,5
7,8
3,3
7,9
13,3
2,9
6,0
7,3
11,9
6,3
9,7
8,9
9,6
10,5
9,4
2,8
2,7
4,2
2,7
4,0
4,7
4,5
3,7
3,2
1,2
1,5
5,3
1,6
5,7
1,5
2,2
0,4
2,7
0,7
3,0
1,6
0,3
1,8
1,9
0,4
0,3
0,7
0,0
0,3
0,0
1,8
0,5
66,9
61,1
63,3
61,5
60,1
57,1
57,1
60,7
8,8
9,8
9,1
9,6
10,5
4,3
11,6
10,2
Utiliteit/industie
Woonhuisinstallaties
Beveiliging
Aarding en bliksem
Beheer en inspectie
Distributie/
infrastructuur
ICT/netwerken
Speciale installaties
Ontw. en tekenen/
storing en onderh.
Alg. technische
cursussen
Alg. niet-technische
cursussen
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
Industriële
automatisering
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied elektrotechniek over
specialismen, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal = 100%)
Regio
tabel 4.6
Montage gas en
verwarming
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
Koudetechniek en
luchtbehandeling
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied installatietechniek
over specialismen, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal = 100%)
Regio
tabel 4.5
0,5
0,8
0,3
1,1
0,6
2,5
1,1
0,9
3,4
4,9
4,0
5,5
4,7
9,0
1,5
4,4
0,5
1,9
1,0
0,9
0,8
0,3
0,9
1,0
12,0
19,4
15,8
11,9
16,9
13,0
15,6
15,6
15,8
0,9
2,4
2,3
1,0
0,9
3,6
2,7
1,6
1,7
0,6
1,4
1,1
1,7
2,6
1,6
1,7
1,4
2,2
1,0
1,2
2,7
1,6
1,5
1,9
5,4
8,5
6,0
7,5
6,4
5,9
6,3
0,5
0,8
0,3
0,3
1,1
2,2
0,2
0,7
3,2
5,3
5,4
5,0
4,8
7,1
5,5
5,1
5,3
11,4
10,8
10,8
10,4
12,0
7,1
9,8
53,6
46,0
48,6
53,8
49,8
42,3
54,4
50,3
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
192
tabel 4.7
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied koeltechniek naar
bedrijfsomvang, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal = 100%)
Regio
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
tabel 4.8
6-15 wn
21,3%
25,5%
41,8%
11,2%
37,3%
8,1%
19,7%
21,2%
16-50 wn
43,6%
29,2%
10,6%
68,1%
28,9%
25,3%
50,0%
38,8%
51-100 wn
6,4%
10,5%
0,0%
10,0%
24,2%
20,2%
9,5%
10,9%
>100 wn
24,5%
22,5%
21,3%
3,0%
0,0%
40,4%
0,3%
10,0%
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied installatietechniek naar
bedrijfsomvang, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal = 100%)
Regio
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
tabel 4.9
1-5 wn
4,3%
12,4%
26,2%
7,6%
9,6%
6,1%
20,4%
11,7%
1-5 wn
8,3%
5,7%
3,8%
9,7%
8,2%
8,5%
5,8%
6,7%
6-15 wn
18,6%
14,6%
9,7%
18,8%
20,4%
14,3%
11,1%
14,5%
16-50 wn
35,8%
35,0%
23,7%
37,6%
28,8%
32,0%
35,7%
30,6%
51-100 wn
29,6%
29,4%
18,1%
23,3%
21,1%
24,8%
26,0%
23,4%
>100 wn
7,8%
15,2%
44,7%
10,5%
21,4%
20,4%
21,4%
20,3%
Verdeling van scholingsconsumptie binnen het vakgebied elektrotechniek naar
bedrijfsomvang, naar regio, in 2003 (percentages, horizontaal = 100%)
Regio
1: Noord-Nederland
2: Gelderland/Overijssel
3: Utrecht/Gooi en Vechtstreek
4: Noord-Holland/Flevoland
5: Zuid-Holland
6: Zeeland/West-Brabant
7: Limburg/Brabant
Totaal
1-5 wn
5,2%
4,4%
5,2%
5,7%
5,7%
7,8%
9,4%
6,4%
6-15 wn
13,0%
12,2%
13,1%
12,7%
12,5%
10,4%
14,4%
13,0%
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
16-50 wn
27,8%
24,2%
22,7%
25,4%
25,9%
29,6%
27,1%
26,3%
51-100 wn
16,9%
22,5%
21,3%
25,9%
16,5%
27,0%
22,1%
21,6%
>100 wn
37,1%
36,7%
37,8%
30,3%
39,4%
25,1%
27,0%
34,0%
193
5 Activiteiten Kennisoverdracht
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
195
Initiatief
Gasunie
Titel
Algemeen onderzoek / demonstratie gastoepassingen
(woning/utiliteit) m.b.t. het verlagen van emissies, verhoging
rendement. (o.a. warmtepompen, zonneboilers, micro WK)
Opbrengst
publicatie
Gasunie
- ontwikkeling en/of demonstratie van:
mini/micro WKK + warmtepompproject incl. regeling, buffering,
bijstoken en distributie in gebouwen c.q. woningen.
Eventueel aangevuld met compressie WP.
- Absorptie WP project op micro (1 woning) schaal en mini
lagere
energieverbruiken
Gasunie
Doorlopend branderonderzoek
rapport
ISSO
ISSO-61: Kwaliteitseisen ventilatiesystemen woningen
Publicatie (2001)
ISSO
Tapwater in woon- en utiliteitsgebouwen, ISSO 55
Publicatie (2001)
ISSO
ISSO 53, Warmteverliesberekening utiliteitsgebouwen
Publicatie (2002)
ISSO
Beoordelingsrichtlijn EPA-U-bouw/EPA-W (herz.2)
BRL 9503 / 9502
ISSO
Publicatie
ISSO
ISSO 55-1 Herziening Handleiding legionellapreventie in
leidingwater
Stook- en koellijnen (brochure 68.1)
ISSO
Kleine individurele en collectieve warmtepompsystemen, ISSO 72
ISSO
ISSO publicatie 67: Temperatuursimulatie (herz. ISSO-32)
Publicatie
ISSO
Software toolbox voor het voorontwerp van individuele cvinstallaties in eengezinswoningen (PG180)
ISSO-68: Energetisch optimale stook- en koellijnen voor
klimaatinstallaties in kantoorgebouwen
Meetpunten meetmethoden voor klimaatinstallaties (rapport 20.3)
software toolbox
ISSO
ISSO-71: Selectie van de energetisch optimale
warmteopwekkingsinstallatie voor kantoorgebouwen
ISSO
Hergebruik
regenwater/grijswatersystemen/waterkringloopsystemen ISSO70.1/70.2/70.3
publicatie +
kennisoverdracht
(2003)
Publicatie
(2000/2002)
ISSO
ISSO
Afgerond Lopend
Brochure met
voorbeelden (2004)
publicatie (2003)
publicatie (2002)
Rapport (2003)
ISSO
ISSO-511: Helpdesk Legionella
publicatie en helpdesk
ISSO
richtlijn
ISSO
ISSO-65: Inregelen ontwerpvolumestromen in collectieve
verwarmingsinstallaties in woningen (KG56.2)
ISSO 30 Herziening leidingwaterinstallaties in woningen
ISSO
Rapport 43.2: DH-factoren van warmtapwaterleidingen
rapport
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
publicatie (2004)
197
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
ISSO
Titel
Thermische energieopslag
Opbrengst
ISSO
Zonneboiler voor woningen
ISSO
Betonactivering
ISSO
Handboek WP woningen
ISSO
Handboek WP Utiliteitsgebouwen
Handboek
ISSO
Handboek Warmte opwekking
Handboek
ISSO
Geluid in standleidingen
richtlijn
ISSO
Installatieconcepten, ISSO-43
Publicatie (1998)
ISSO
Energieopslag (LTK)
Handboek
ISSO
Uitgangspunten temperatuurberekeningen: ISSO-32
ISSO
Kleintje Water bestaande woningbouw
Rapport (2004)
ISSO
ISSO publicatie 77: Installaties voor levensloopbestendige
woningen
ISSO publicatie 76: ‘Montage- en materiaal-specificaties voor
warmwaterverwarmingsinstallaties’ MKK (herz. ISSO publicatie 5)
ISSO publicatie 75: Handboek EPA-U
Publicatie (2004)
ISSO
ISSO
ISSO
Afgerond Lopend
Publicatie (1994)
Publicatie
Handboek (2004)
ISSO
ISSO publicatie 74: Thermische behaaglijkheid – eisen voor de
binnentemperatuur in gebouwen
ISSO publicatie 73: Gesloten bodemwarmtewisselaars
Publicatie (2004)
ISSO
Update ISSO 6 U- en R-Rden, ISSO-60
Publicatie
ISSO
Inspectie noodverlichtingsinstallaties ISSO-79
publicatie (2004)
ISSO
Introductiebijeenkomst bij Sturingsinstrument GTO / EPN
voorlichting
ISSO
Herziening ISSO 17,
richtlijn
Publicatie
Richtlijnen voor ontwerp, uitvoering, onderhoud en beheer van
luchtkanaalsystemen
ISSO
Handboek installatie techniek: herziening (2002/2003)
ISSO
ISSO-59: Grote zonneboilerinstallaties
publicatie (2001)
ISSO
ISSO-61: Variantenboek woningventilatie
Publicatie
ISSO
ISSO-50: LTV en Herziening ISSO 4: ontwerptechnische richtlijnen
KG-42.
IDES en UO: cluster IT.
Publicatie
ISSO
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Publicatie
rapport
198
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
ISSO
Titel
Herziening ISSO-3: zonstralingstabellen (zie handboek)
Opbrengst
brochure
ISSO
Verwarming en ventilatie van bedrijfsgebouwen: Systeemkeuze
rapport
ISSO
congres
ISSO
CIB W-62 symposium waterbesparing "Water supply and drainage
for buildings"
ISSO-48: Publikatie koelplafonds
ISSO
Tapwater U-bouw, ISSO 55
publicatie (2001)
ISSO
ISSO-41: Energiewijzers woningen
publicatie (1995)
ISSO
publicatie (2004)
ISSO
Lage temperatuur Luchtverwarming herziening ISSO-9 en 9a
(MKK), ISSO-58
Vloerverwarming. Herziening ISSO publikatie 10 ISSO-49)
ISSO
Workshops meetpunten en meetmethoden. Fase I (klein)
workshop
ISSO
ISSO-46: Hydraulische schakelingen klein
Publicatie
ISSO
Congres: ISSO 'Thermisch binnenklimaat'
congres
ISSO
Ontwerptechnische richtlijn verwarmingsinstallatie U-bouw, ISSOrapport 41.2
ISSO-66: herziening ISSO 1
rapport
ISSO 62: Gebalanceerde ventilatie en warmteterugwinning
woningbouw
Voorbeeldenboek verwarming woningbouw
Publicatie (2003)
richtlijn
ISSO
Terminologie en grafische symbolen installatiesector. Idem voor
de Bouw
Opleveringsprocedure commissioning. Woningbouw: checklist, Ubouw: oplevering installaties
ISSO-54: Energie Diagnose Referentie
ISSO
Verzorging Nederlandse inbreng in CEN TC 89-156-228
rapport
ISSO
Legionella, veilig (warm) tapwaterinstallaties (herz. ISSO-30)
richtlijn
ISSO
Workshop ‘Optimale stook/koellijnen HBO/WO’
Workshop
ISSO
ISSO publicatie 50, Ontwerptechnische richtlijn
verwarmingsinstallatie woningen.
ISSO-publicatie Hydraulische schakelingen U-bouw complex
systeem met koeling(publ.nr 47)
ISSO-46, Hydraulische schakelingen, verwarmingssystemen
individuele woningen
Publicatie (1999)
ISSO
ISSO
ISSO
ISSO
ISSO
ISSO
ISSO
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Afgerond Lopend
publicatie (1998)
publicatie (2002)
Publicatie (2001)
voorbeeldenboek
richtlijn
Publicatie (2003)
publicatie
Publicatie (2000)
199
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
ISSO
Titel
ISSO-42: Meetpunten Meetmethoden
Opbrengst
Publicatie
ISSO
Verwarmingsinstallaties en warmtepompen in woningen
Publicatie
ISSO
Terminologie / symbolen installatie techniek
rapport
ISSO
Opleveren klimaat installaties
ISSO
Herziening ISSO 2
Brochure
ISSO
Publicatie
ISSO
Ontwerptechnische kwaliteitseisen verwarmingsinstallaties
woningen (ISSO-50 MKK)
Herziening ISSO 2, zontoetredingsfactoren
ISSO
Warmteverliesberekening industriegebouwen (ISSO-57)
Publicatie (2002)
ISSO
Milieuclassificatie installaties LCA studies, Eco-Instal
rapport en software
Afgerond Lopend
brochure
ISSO
Kwaliteitseisen isoleren ISSO-64
Publicatie (2002)
ISSO
ISSO 55.1: handleiding legionellapreventie in leidingwater
ISSO
Actualisatie NTR 3216
publicatie en helpdesk
(2000)
Richtlijn (2003)
ISSO
Publicatie (2000)
ISSO
ISSO publikatie 51, warmteverliesberekening voor woningen en
woongebouwen
Installeren warmtepompinstallaties klein collectief (ISSO-78)
ISSO
Vloer-/wandverwarming (ISSO-47 MKK)
publicatie
ISSO
Handboek Elektrotechniek
ISSO
Kleintje inregelen (2004)
Publicatie
ISSO
RR15 Roosterspecificatie
ISSO
tweede uitgave ISSO-54 Energie Diagnose Referentie
rapport research
brochure
ISSO
databank/helpdesk legionella
helpdesk
ISSO
PV-systemen
richtlijn
ISSO
Rapport intern (2004)
ISSO
Rapport 52: Ontwerptechnische richtlijn verwarmingsinstallaties Ubouw (R41.2)
ISSO 61/62 voor bouwkundigen/opdrachtgevers
ISSO
Power quality
richtlijn
ISSO
Binnenriolering richtlijn voor ontwerp en uitvoering NTR 3216
(2003)
Richtlijn (2002)
ISSO
APK BRL
BRL
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
internet applicatie
200
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
ISSO
Titel
BRL kasverwarming
Opbrengst
voorstudie
ISSO
Basismodel MKK - PG363
digitale bestanden
ISSO /
COSTIC
In samenwerking met andere europese partners uitvoeren van
projecten gericht op kennisproducten als:
Engelstalige
brochures (2001)
Afgerond Lopend
- handboek vloer/wandverwarming
ISSO /
Gasunie
ISSO /
Gasunie
ISSO /
Gasunie
ISSO /
Kenteq
ISSO /
REHVA
ISSO / SBR
- handboek plafondverwarming
Publikaties m.b.t. energie opslag: ISSO: publikatie LTK
Publicatie
Metingen in hoge bedrijfshallen
rapport
Dimensionering verwarmingsinstallatie industriegebouwen
richtlijn
Congres: HR-ventilatie. Relatie met ISSO 61 en 62
congres
Verdringingsventilatie in utiliteitsbouw (vervanging van ISSO 40)
ISSO/Rehva 900
Brandveilige doorvoeringen
Publicatie (2004)
ISSO / SBR
ISSO / SBR
ISSO/SBR 807: Daglichtsystemen
Publicatie (2001)
ISSO / SBR
ISSO/SBR 808: Innovatieve gebouwen en installatiesystemen.
Handreiking ontwerpteams
publicatie (2002)
ISSO / SBR
Praktijkboek gezonde gebouwen.
ISSO / SBR
/ SEV
Opstartproject LCA en EPN woningbouw. Vraagstelling hierbij is of
een EP<! Vanuit LCA-optiek nog wenselijk is. ISSO-rapport 32.1
Rapport (1994)
ISSO /
TVVL
ISSO /
TVVL
ISSO /
Uneto-VNI
ISSO/SBR
Model voor de beschrijving van de werking van een
klimaatinstallatie
Risicobewust ontwerpen
Publicatie (2002)
richtlijn
onderhoudsrichtlijnen luchtbehandelingsinstallaties
richtlijn
ISSO/SBR-800: Sturingsinstrument GTO / EPN
publicatie (1997)
ISSO/VNI
Richtlijn 30.5: LWC (Legionella)
Richtlijn (2003)
Kenteq
Cursusontwikkeling LTV
cursus
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
201
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
Kenteq
Titel
Hydraulische schakelingen: cursus
Opbrengst
cursus
NOVEM
LaagTemperatuurSystemen
NVKL
herschrijven van de CPR13-2 ammoniak
voorschrift
NVKL
CEN/TC-182 uitgeven nieuwe versie prEN 378
norm EU
1-12-2005
1-12-2005
NVKL
Promotie CO2 technologie MKB
kennisoverdracht
NVKL
werkvoorschriften
NVKL
digitaliseren en actualiserenNVKL werkvoorschriften stationaire en
mobiele koelinstallaties
PED cursus
NVKL
koudemiddeladvies
advies
NVKL
vastleggen van voorschriften voor werken op hoogte (arbo)
ARBO voorschrift
Afgerond Lopend
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
1-1-2005
1-8-2005
kennisoverdracht
1-2-2005
NVKL
Standaard calculatie
advies
NVKL
notitie energie-efficiency (EPN) in het kader van het
Klimaatverdrag
kalibratie advies hulpapparatuur
notitie
Om(her)schrijven van de Regeling Lekdichtheidsvoorschriften
Koelinstallaties (RLK), van middelen naar doelen
Retrofit advies bestaande R22 installaties
regeling
NVKL
NVKL CE-manager, cd-rom met alle relevante voorschriften en
richtlijnen plus checklist CE-markering, risico analyse, verklaring
van overeenstemming, maken en opslaan technischconstructie
dossier en gebruikershandleiding
CD-rom
NVKL
Externe veiligheid in relatie tot ammoniak
advies
1-3-2005
NVKL
HACCP en Legonella
advies
1-3-2005
NVKL
inventarisatie impact Richtlijn Drukapparatuur
advies
SBR
Praktijkboek gezonde gebouwen
praktijkboek
SBR
Publikatie (artikel) m.b.t. de samenhang van ontwikkelingen op
specifieke deelterreinen.
NVKL
NVKL
NVKL
1-3-2005
1-4-2005
advies
advies
1-1-2005
Stabu
Thema gezonde gebouwen
Bestekomschrijving over buis-, kanaal-, goot- en
slangverbindingen
Uitbreiding STABU-bestand n.a.v. ISSO-56
specificatie / software
STABU
STABU bestekomschrijving over hemelwaterfiltratie-element
specificaties, software
STABU
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
specificaties, software
202
Initiatief
STABU
STABU
Titel
STABU bestekomschrijving over roterende warmtewisselaar t.b.v.
ventilatie
Bliksembeveiliging -voorbeeldbestekteksten
STABU
Domotica-voorbeeldbestekteksten
STABU
STABU bestekomschrijving over stad-/wijk-verwarmingsunit t.b.v.
cv- en tapwater
Uitbreiding STABU-bestand n.a.v. ISSO-31
STABU
STABU
Opbrengst
specificaties, software
bliksembeveiliging,
internet
voorbeeldteksten
internet
specificaties, software
specificatie, software
specificaties, software
STABU
STABU bestekomschrijving over ventilatorradiator, t.b.v.
verwarmen en ventileren
STABU bestekomschrijving over inregelen n.a.v. ISSO-65
STABU
STABU hulpschermen
software
STABU
Koppeling tot stand brengen tussen de Elementenmethode 1991
en de STABU-systematiek. Hiermee zal het mogelijk worden om
vanuit de Elementenmethode de Elementen tot op het niveau van
bestekteksten te specificeren en op het niveau van Elementen te
calculeren.
software
specificaties, software
STABU
Uitbreiding STABU (hulpschermen)
software
STABU
STABU bestekomschrijving m.b.t. functies en prestaties van
installaties en -delen en de ordeningen van die installaties en delen
specificaties, software
STABU
STABU
STABU bestekomschrijving over hemelwaterfilter voor
grijswatersystemen
STABU bestekomschrijving – vloerverwarming, vloerkoeling,
wandverwarming, wandkoeling, plafondverwarming,
plafondkoeling, asfaltzonnecollector: dmv water, lucht, elektriciteit
Specificaties,
software
Specificaties,
software
STABU
Installatievloer
STABU
STABU bestekomschrijving over IBA-tanks
Voorbeeldteksten,
internet
Specificaties,
software
specificaties, software
STABU
Uitleg wet- en regelgeving elektrotechniek m.b.t. bestekken
STABU
PV-zonne-energie
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Specificaties,
software,
voorbeeldtek
203
Afgerond Lopend
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
STABU en
vereniging
BAS
Titel
Ontwikkelen afsprakenstelsel voor het vastleggen en digitaal
uitwisselen van de gegevens voor het bouwproces.
Opbrengst
afsprakenstelsel
bouwdelenbibliotheek
De gegevens betreffen o.a. produkten, functies en installaties.
STABU met
Uneto-VNI
en software
bedrijven
E-commerce en STABU-projectbestek. Verbinding tot stand
brengen tussen de e-commerce bij UNETO-VNI leden en de door
hen te ontvangen projectbestekken (op STABU gebaseerd ca. 25
miljard euro per jaar) door koppelingen met de beschrijvingen van
installaties en installatieoncerdelen, (mede) gebaseerd op de
Elementenmeetcode 1991 (NL-SFB)
software
TNO
PV-voorbeeldbestekken
TVVL
Foutdetectie & Diagnose Gebouwinstallaties
Voorstudie/Workshop
TVVL
Dichtheidsmetingen binnenriolering, wordt door ISSO als
Researchrapport gepubliceerd
Onderzoek Integraal Ontwerpen
Richtlijn ISSO
Research rapport
cursus/handboek
Commissioning
Voorstudie/Cursus
Brandstofcellen
Voorstudie/Workshop
Innovatie gericht OnderzoeksProgramma Elektro Magnetische
VermogensTechniek [IOP / EMVT (via ISSO)]
Elektrisch aansluitvermogen klimaatinstallaties (Deel II)
Informatievoorziening
Richtlijnen opstellen bedieningsvoorschriften
Voorstudie
TVVL / BNA
/ TUD
TVVLET&GBT
TVVLET&GBT
TVVLET&GBT
TVVLET&GBT
TVVLET&GBT
TVVL-KT
Kwaliteitsverbetering binnenmilieu in scholen
Voorstudie
TVVL-ST
Tap- en afname patronen in leidingwater installaties
Voorstudie
Voorstudie
TVVL-ST
Benchmarking
TVVL-ST / ?
Riolering in Hoogbouw
TVVL-ST / ?
Verdere beperking WC spoeling van 6 naar 4 liter
Voorstudie
TVVL-ST /
Uneto-VNI
TVVL-TR
Ontw. en Beheer van Inst. voor Nooddouches
Voorstudie
Agenda 21 voor Duurzame Installatietechniek
Agenda 21
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Voorstudie
204
Afgerond Lopend
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
Uneto-VNI
Titel
Helpdesk NEN-1010/NEN3140
Opbrengst
Voorlichting
Uneto-VNI
Keuring koelinstallaties > -12 kW (EPD)
Publicatie
Uneto-VNI
Keuring cv-ketels > -100 kW (EPD)
Publicatie
Uneto-VNI
Werkgroep waterslag in drinkwaterinstallaties
Uneto-VNI
Keuring cv-installaties woningbouw (EPD)
ISSO-VNI-richtlijn 303
Publicatie
Uneto-VNI
Renovatie van woningen
Publicatie
Uneto-VNI
Toepassing warmtepompsystemen in U-bouw
Publicatie
Uneto-VNI
Toepassing warmtepompsystemen groot collectief W-bouw
Publicatie
Uneto-VNI
Regelmodulen voor klimaatinstallaties: fase 2
Publicatie
Uneto-VNI
Cursus bij Certificatieregeling woningventilatie
cursus
Uneto-VNI
Convenant-overleg Warmtepompen
Netwerk/voorlichting
Uneto-VNI
Publicatie Atex
Publicatie
Uneto-VNI
Realisatie handboek aquifers
Publicatie
Uneto-VNI
APK voor woninginstallaties
Normalisatie
Uneto-VNI
Actualiseren en uitbreiden NTR 3216 Riolering
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie beveiliging o.b.v. IP-protocol
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie software-ontwikkeling
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie concepten besturingssystemen heden-toekomst
Publicatie
Uneto-VNI
Powerquality, ontwerpeisen, uitvoeringsvormen
Publicatie
Uneto-VNI
Inspectierapportages NEN1010 en NEN3140
Werkbladen
Uneto-VNI
Marktonderzoek electronische tools voor metingen/rapportages
rapport
Uneto-VNI
Actualiseren en uitbreiden NTR 3216 riolering
rapport
Uneto-VNI
Toepassen nieuwe technieken en richtlijnen sanitaire installaties
rapport
Uneto-VNI
KOMO-install. / Kiwa certificering aan woningsprinklers
richtlijn
Uneto-VNI
KOMO-install. Riolering: certificering Beheer
richtlijn
Uneto-VNI
KOMO-install. Watertechnisch groot: certificering Beheer
richtlijn
Uneto-VNI
Artikelbestand / bouwdelen bibliotheek.
digitale bestanden
Uneto-VNI
Certificatieregeling woningventilatie (BRL 6000-10)
handleiding /
publikatie
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Afgerond Lopend
205
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
Uneto-VNI
Titel
Onderzoek: Dichtheidsbeproeving riolering NTR 3216.
Uneto-VNI
Fabrikaat gebonden onderhoud, aanvullingen
Opbrengst
rapport ISSOresearchrapport
Publicatie
Uneto-VNI
Geluidwering Sanitaire installaties
Publicatie
Uneto-VNI
cursus: IBA - systemen
cursus
Uneto-VNI
Machinerichtlijn: werkboek/handboek, aanvulling
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie praktijkproblemen binnenriolering. Relatie met ISSO
project: installatieproblemen 7.8
rapport
Uneto-VNI
Kennismakingsavonden ISSO 31. Fase I
voorlichting
Uneto-VNI
Kleintje CV-techniek: ontwerp warmteverlies woningen
Publicatie
Uneto-VNI
Onderzoek brandveilige leidingdoorvoeren ST
Publicatie
Uneto-VNI
Brandveiligheid ET/KT/ST installaties
Publicatie
Uneto-VNI
APK voor utiliteit
Publicatie
Uneto-VNI
Ontwikkeling rekenmodel geluid schachten
Publicatie
Uneto-VNI
Onderzoek geluid van standleidingen
Publicatie
Uneto-VNI
APK voor woningen
Publicatie
Uneto-VNI
Vitaliteitsbeoordeling ketelinstallatie
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie ontwerp en plaatsing PV-systemen
Publicatie
Uneto-VNI
Meetpunten/meetmethoden CV/koeling (relatie met EPD)
Publicatie
Uneto-VNI
Onderhoudsrichtlijnen LB-installatie i.s.m. ISSO.
Publicatie
Uneto-VNI
Acties installatiebedrijven n.a.v. samenwerkingsverklaring
waterbesparing
voorlichting
Uneto-VNI
Uitbreiding ISSO 31 meetpunten (relatie met EPD)
Publicatie
Uneto-VNI
Zonneboilers - promotiecampagne
voorlichting
Uneto-VNI
Energieberekeningsprogramma LED-verlichting
rapport
Uneto-VNI
Spoorboekje bouwbesluit 2003
werkbladen
Uneto-VNI
Beheer, ontwikkeling en distributie artikelbestand
Publicatie
Uneto-VNI
Introductie ISSO 40.
voorlichting
Uneto-VNI
Realisatie branchestandaard webservices productdata
Publicatie
Uneto-VNI
Project bouw- en installatiedelenclassificatie STABU
Publicatie
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Afgerond Lopend
206
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
Uneto-VNI
Titel
Leveranciersregister S (2004)
Opbrengst
Publicatie
Uneto-VNI
Onderzoek riolering in torenbouw
Publicatie
Uneto-VNI
Leveranciersregister E&ICT (2004)
Publicatie
Uneto-VNI
www.leveranciersregister.nl
Website
Uneto-VNI
Leveranciersregister CV (2005)
Publicatie
Uneto-VNI
Standaard PvE inspectie Utiliteit
rapport
Uneto-VNI
Publicatie aarding en overspanningsbeveiliging
Publicatie
Uneto-VNI
Infobladen huishoudelijke waterbesparing
werkbladen
Uneto-VNI
Levensloopbstendig wonen
Publicatie
Uneto-VNI
Documentenoverzicht E, ICT, KT, ST
werkbladen
Uneto-VNI
Kleintje GAVO, uitgave 2004
publicatie ISSO
Uneto-VNI
Tapdrempel warmtapwaterbereiding
Staat op ISSOtoolsite
Afgerond Lopend
Uneto-VNI
IBA-certificering/kennisoverdracht
Uneto-VNI
Kwaliteitszorg ventilatiesystemen
Uneto-VNI
Instructiebijeenkomsten Warmtepompen fase C
Uneto-VNI
CD-rom leveranciersregister E/ICT/KT/ST
Uneto-VNI
Innovatie-onderzoek installatiebranche
Publicatie
Uneto-VNI
Innovatie activiteiten
Website
Uneto-VNI
Nieuwe installatieconcepten voor woningen
publicatie
Uneto-VNI
Sanitaire voorzieningen
Uneto-VNI
Certificering riolering (KOMO-Instal)
handboek (wordt niet
meer aangevuld)
Publicatie
Software
Uneto-VNI
Meetmethoden en protocollen
Publicatie
Uneto-VNI
Brandveilige doorvoeren
Publicatie
Uneto-VNI
Brandveilige bekabeling
Werkbladen
Uneto-VNI
Workshop en cursus bij ISSO-30
workshop
Uneto-VNI
Machinerichtlijn: kennismakingsavonden
voorlichting
Uneto-VNI
Inspectie en onderhoud noodverlichting
Publicatie
Uneto-VNI
Website en bijeenkomsten levensloopbestendige woninginstallaties
Website
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
207
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
Uneto-VNI
Titel
Onderhoud binnenverlichting
Opbrengst
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie levensloopbestendige woninginstallaties (E, ICT, KT, ST)
Publicatie
Uneto-VNI
Demonstratietool voordelen geclassificeerde artikelbestanden
Publicatie
Uneto-VNI
Kwaliteitszorg ventilatiesystemen (zie BRL 6000-10)
Uneto-VNI
Introductie XML technologie
Publicatie
Uneto-VNI
Publicatie
Uneto-VNI
Actualiseren en uitbreiden ISSO 55.1 Legionella preventie in
leidingen
Legionella vraagbaak ISSO/VROM
Uneto-VNI
OAS-ATA syst.leidingmaterialen VROM/KIWA
Publicatie
Voorlichting
Uneto-VNI
Leidraad Riolering / RIONED
Publicatie
Uneto-VNI
Studie van TVVL en UNETO-VNI WC-spoeling ST-12
Publicatie
Uneto-VNI
Studie Tappatronen TVVL/UNETO-VNI/BTO ST-13
Publicatie
Uneto-VNI
Beheer, ontwikkeling en distributie artikelclassificatie
Publicatie
Uneto-VNI
Realisatie Functiemodel softwaretoepassingen
Publicatie
Uneto-VNI
Legionella-onderzoek 2002 t/m 2005, leidingwaterinstallaties
Publicatie
Uneto-VNI
Verlichtingsplan: ontwerp en installatie
Publicatie
VABI
Hoe presteert een ontwerp?
Software + rapport
VABI
Optimalisering Stooklijnen
software
VABI
Energie Prestatie Advisering-U
software
VABI
Hydraulische schakelingen
software
VABI
BFIM in UO
software
VABI
Adaptieve Temperatuur GrensRden
software
VABI
Contactgeluid VA105
software
VABI
Gevoeligheidsanalyse in UO
software + rapport
VABI
Interpretatie TO-curve
rapport
VABI
Scenariomanagement in UO
rapport
VABI
UO en het bouwbesluit
rapport
VABI
Europese normen voor UO
rapport
VABI /
Uneto-VNI
Webservices, Artikel Classificatie
software
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
Afgerond Lopend
208
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering
Initiatief
VEWIN
Titel
Onderzoek naar gebruik van grijs-/regenwater
Opbrengst
rapport
Afgerond Lopend
STABU bestekomschrijving m.b.t. functies en prestaties van
installaties en -delen en de ordeningen van die installaties en delen
Trends en Ontwikkelingen Onderwijs en Opleidingen
209
Gepland Doorlopend
Onbekend
Vervallen
Einde uitvoering