Brother | 882-D82 | Downloaden

Bedieningshandleiding
Borduurmachine
Productcode: 882-D82
Lees dit document voordat u de machine gebruikt.
Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen.
HANDELSMERKEN
IMPORTANT:
READ BEFORE DOWNLOADING, COPYING, INSTALLING OR USING.
By downloading, copying, installing or using the software you agree to this license. If you do not agree
to this license, do not download, install, copy or use the software.
Intel License Agreement For Open Source Computer Vision Library
Copyright © 2000, Intel Corporation, all rights reserved. Third party copyrights are property of their respective owners.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the
following conditions are met:
• Redistribution’s of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer.
• Redistribution’s in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the
following disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
• The name of Intel Corporation may not be used to endorse or promote products derived from this software
without specific prior written permission.
This software is provided by the copyright holders and contributors “as is” and any express or implied warranties,
including, but not limited to, the implied warranties of merchantability and fitness for a particular purpose are
disclaimed. In no event shall Intel or contributors be liable for any direct, indirect, incidental, special, exemplary,
or consequential damages (including, but not limited to, procurement of substitute goods or services; loss of use,
data, or profits; or business interruption) however caused and on any theory of liability, whether in contract, strict
liability, or tort (including negligence or otherwise) arising in any way out of the use of this software, even if
advised of the possibility of such damage.
All information provided related to future Intel products and plans is preliminary and subject to change at any time, without notice.
SD is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van SD-3C, LLC.
CompactFlash is een gedeponeerd handelsmerk van Sandisk Corporation.
Memory Stick is een gedeponeerd handelsmerk van Sony Corporation.
SmartMedia is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Toshiba Corporation.
MultiMediaCard (MMC) is een gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Infineon Technologies AG.
xD-Picture Card is een gedeponeerd handelsmerk van Fuji Photo Film Co. Ltd.
IBM is een gedeponeerd handelsmerk van International Business Machines Corporation.
Microsoft, Windows en Windows Vista zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft
Corporation.
Elk bedrijf waarvan de software wordt genoemd in deze gebruiksaanwijzing heeft een softwarelicentieovereenkomst voor zijn speciale
programma's.
Alle andere merken en productnamen die in deze gebruiksaanwijzing worden genoemd, zijn gedeponeerde handelsmerken van de betreffende
bedrijven. De uitleg van tekens zoals ® en ™ is niet duidelijk beschreven in de tekst.
INLEIDING
INLEIDING
Gefeliciteerd met de aanschaf van deze machine. Alvorens de machine te gebruiken dient u zorgvuldig
de “BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES” te lezen. Vervolgens bestudeert u deze handleiding zodat
u de diverse functies goed gebruikt.
Nadat u de handleiding hebt gelezen, bergt u deze op een handige plek op. Dan kunt u de handleiding
zo nodig raadplegen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
Lees eerst deze veiligheidsinstructies alvorens de machine in gebruik te nemen.
GEVAAR
- Verminder de kans op elektrische schok
1 Neem altijd de stekker uit het wandstopcontact: direct na gebruik; voordat u de machine reinigt; wanneer u
onderhoud pleegt aan de machine; of wanneer u de machine onbeheerd achterlaat.
WAARSCHUWING
- Verklein de kans op brandwonden,
brand, elektrische schok of letsel.
2 Neem altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u servicehandelingen verricht die u als gebruiker volgens de
bedieningshandleiding moet uitvoeren.
• Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, zet u de machine eerst op “O” (uit). Vervolgens pakt u de
netstekker beet en trekt u deze uit het stopcontact. Trek niet aan het snoer.
• Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan. Gebruik geen verlengsnoeren.
• Haal altijd de stekker uit het stopcontact bij een stroomstoring.
3 Gevaren in verband met elektriciteit:
• Sluit de machine aan op een stopcontact met wisselstroom binnen het op de kenplaat aangegeven bereik. Sluit
de machine niet aan op een stopcontact met gelijkstroom of omvormer. Als u niet zeker weet welke
stoomvoorziening u hebt, neem dan contact op met een gekwalificeerd elektricien.
• Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land van aanschaf.
4 Gebruik de machine beslist niet als een snoer of stekker beschadigd is; als de machine niet goed werkt; als de
machine is gevallen of beschadigd; of als u water op de machine hebt gemorst. Breng de machine naar de
dichtstbijzijnde erkende dealer voor onderzoek, reparatie, elektrische of mechanische aanpassingen.
• Of de machine in gebruik is of niet, wanneer u iets ongebruikelijks opmerkt aan de machine - geur, hitte,
verkleuring of vervorming - stopt u onmiddellijk en neemt u de netstekker uit het stopcontact.
• Wanneer u de machine vervoert, draagt u deze aan het handvat. Wanneer u de machine optilt aan een ander
onderdeel dan het handvat, kan de machine beschadigen of vallen. Dit kan letsel veroorzaken.
• Wanneer u de machine optilt, mag u geen plotselinge of onvoorzichtige bewegingen maken. U kunt dan letsel
oplopen aan uw rug of knieën.
B-1
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
5 Houd altijd uw werkvlak vrij:
• Gebruik de machine nooit wanneer de ventilatieopeningen zijn geblokkeerd. Houd de ventilatieopeningen van
de machine en het voetpedaal vrij van stof, pluisjes en stukken stof.
• Gebruik geen verlengsnoeren. Sluit de machine rechtstreeks op een stopcontact aan.
• Zorg dat er nooit iets in een opening valt en steek geen voorwerpen in een opening.
• Gebruik de machine niet wanneer spuitbussen worden gebruikt of zuurstof wordt toegediend.
• Gebruik de machine niet in de buurt van een warmtebron, zoals fornuis of strijkbout. Anders kan de machine,
het netsnoer, het kledingstuk dat u naait ontvlammen. Dit kan leiden tot brand of een elektrische schok.
• Plaats deze machine niet op een wankel of scheef oppervlak. Dan kan de machine vallen, en dit kan letsel
veroorzaken.
6 Wees vooral voorzichtig tijdens het borduren:
• Let altijd goed op de naald. Gebruik geen verbogen of beschadigde naalden.
• Blijf met uw vingers uit de buurt van alle bewegende onderdelen. Let vooral op bij de naald.
• Zet de machine op de stand “O” (uit) wanneer u iets aanpast in de buurt van de naald.
• Gebruik nooit een beschadigde of onjuiste steekplaat. Daardoor kan de naald breken.
• Duw of trek de stof niet tijdens het borduren.
7 Deze machine is geen speelgoed:
• Let goed op wanneer kinderen in de buurt zijn terwijl u de machine gebruikt.
• Houd de plastic zak waarin de machine werd geleverd buiten bereik van kinderen, of gooi de zak weg. Laat
nooit kinderen met de zak spelen. Ze zouden hierin kunnen stikken.
• Gebruik de machine niet buiten.
8 Voor een langere levensduur:
• Zet de machine niet weg op een plaats met direct zonlicht of een hoge vochtigheidsgraad. Gebruik of plaats de
machine niet vlakbij de verwarming, een strijkijzer, halogeenlamp of andere warme voorwerpen.
• Maak voor het reinigen van de behuizing alleen gebruik van neutrale zeep of reinigingsmiddelen. Benzeen,
thinner en schuurmiddelen kunnen de behuizing en de machine beschadigen en mogen nooit worden gebruikt.
• Raadpleeg altijd de bedieningshandleiding als u delen, de persvoet, de naald of andere onderdelen vervangt of
installeert om te zorgen dat dit juist gebeurt.
9 Voor reparatie of bijstelling:
• Als de verlichtingsunit beschadigd is, moet deze worden vervangen door een erkende dealer.
• Indien de machine een defect vertoont of moet worden bijgesteld, kijk dan eerst aan de hand van het overzicht
voor probleemoplossing achterin deze bedieningshandleiding of u de machine zelf kunt controleren of
bijstellen. Als u het probleem daarmee niet kunt oplossen, raadpleeg dan uw plaatselijke erkende Brother-dealer.
Gebruik deze machine alleen voor de bestemde doeleinden, zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen door de fabrikant aanbevolen accessoires zoals beschreven in deze handleiding.
Gebruik alleen de interfacekabel (USB-kabel) die bij deze machine is geleverd.
Gebruik uitsluitend de sensorpen die bij deze machine is geleverd.
Gebruik slechts de muis die specifiek is bedoeld voor deze machine.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Meer informatie over onze producten en updates vindt u op onze website www.brother.com
B-2
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
Deze machine is bedoeld voor huishoudelijk gebruik.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (kinderen inbegrepen)
met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of geestelijk vermogens, tenzij onder
toezicht of met instructies over het gebruik van het apparaat door degene die
verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Let goed op dat kinderen niet met het
apparaat spelen.
Dit apparaat kan gebruikt worden door kinderen vanaf 8 jaar en personen met
verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en
kennis als zij toezicht of instructies krijgen omtrent het veilige gebruik van het
apparaat en als zij de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het
apparaat spelen. Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht uitgevoerd
worden door kinderen.
ALLEEN VOOR GEBRUIKERS IN
GROOT-BRITTANNIË, IERLAND, MALTA EN CYPRUS
BELANGRIJK
• Wanneer u de stekkerstop vervangt, moet u een door ASTA voor BS 1362 goedgekeurde stop gebruiken, met het
-merk, met de sterkte die op de stekker is aangegeven.
• Plaats altijd de afdekking van de zekering terug. Gebruik nooit stekkers waarvan de zekering niet is afgedekt.
• Als het beschikbare stopcontact niet geschikt is voor de stekker die wordt geleverd bij deze apparatuur, moet u
contact opnemen met uw erkende dealer om het juiste snoer te verkrijgen.
B-3
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
B-4
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN
B Basishandelingen
Lees dit gedeelte eerst nadat u de machine hebt aangeschaft. U vindt hier bijzonderheden over het
configureren van de machine, en beschrijvingen van de nuttigste functies.
Hoofdstuk 1 Voorbereidingen
Hoofdstuk 2 Sensorfuncties
Belangrijkste onderdelen en schermen leren bedienen
(voor modellen die zijn uitgerust
met de sensorfunctie)
Pagina B-16
Probeer de nieuwe functie met de bijgeleverde
sensorpen
Pagina B-52
E Borduren
In dit gedeelte vindt u aanwijzingen om ontwerpen te borduren met deze machine.
In hoofdstuk 1, “Borduren”, vindt u uitvoerige informatie over borduurpatronen die zijn opgeslagen op
de machine of zijn geïmporteerd. In hoofdstuk 2, “Borduurcombinatie”, vindt u uitvoerige informatie
over borduurcombinatiepatronen om eigen patronen te maken.
Hoofdstuk 1 Borduren
Hoofdstuk 2 Borduurcombinatie
Maximum 30 cm × 18 cm (ca. 12 inch × 7 inch) voor
grote borduurontwerpen
U kunt ontwerpen combineren, roteren of vergroten
Pagina E-2
Pagina E-56
A Bijlage
In dit gedeelte vindt u belangrijke informatie voor de bediening van deze machine.
Hoofdstuk 1 Werken met de
Hoofdstuk 2 Onderhoud en
spoel
probleemoplossing
Leren werken met de spoel
Tips om problemen op te lossen en aanwijzingen hoe u
uw machine zo goed mogelijk in conditie kunt houden.
Pagina A-2
Pagina A-14
B-5
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE
HANDELSMERKEN
INLEIDING........................................................... 1
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES .......... 1
WAT U MET DEZE MACHINE KUNT DOEN ........ 5
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE........ 8
Machine................................................................................. 8
Naald en persvoetgedeelte ..................................................... 9
Borduurtafel ........................................................................... 9
Bedieningstoetsen ................................................................ 10
Bijgeleverde accessoires....................................................... 11
Optionele artikelen .............................................................. 13
B Basishandelingen
Hoofdstuk1 Voorbereidingen
16
De machine de eerste maal instellen .................................... 18
DISPLAY ............................................................. 20
Gebruik van de instellingstoets ............................................ 22
Gebruik van de Helptoets machine ..................................... 29
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD................... 31
Spoel opwinden ................................................................... 31
Spoel aanbrengen................................................................. 36
BOVENDRAAD INRIJGEN ................................. 38
Bovendraad inrijgen ............................................................. 38
Gebruik van draden die snel afwikkelen............................... 41
BORDUURVOET VERWISSELEN ........................ 42
Borduurvoet verwijderen...................................................... 42
Borduurvoet bevestigen........................................................ 42
NAALD VERWISSELEN ....................................... 45
Over de naald ...................................................................... 46
VOORDAT U GAAT BORDUREN ...................... 46
Borduren stap voor stap........................................................ 46
Over de borduurtafel ............................................................ 47
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE
MOET AANSLUITEN OP DE MACHINE ............. 49
Gebruik van USB-media of borduurkaartlezer/
USB-kaartschrijfmodule* ...................................................... 49
De machine aansluiten op de computer ............................... 49
Gebruik van een USB-muis .................................................. 50
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN ......... 9
DE STOF VOORBEREIDEN ................................ 11
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof ................................ 11
Stof in het borduurraam plaatsen ......................................... 13
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of
band borduren..................................................................... 16
BORDUURRAAM BEVESTIGEN......................... 17
POSITIE VAN HET PATROON
CONTROLEREN................................................. 19
BORDUURPATROON NAAIEN......................... 21
Aantrekkelijke afwerkingen borduren .................................. 21
Borduurpatronen naaien ...................................................... 22
Applicaties borduren ........................................................... 23
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN ...... 26
Als de onderdraad bijna op is ..............................................
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien .....................
Opnieuw beginnen vanaf het begin .....................................
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet .........
26
27
28
28
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN..... 30
Draadspanning aanpassen ...................................................
Spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef) .......................
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN) ....................................................
Gebruik van de draadknipfunctie
(OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN) ................................
Borduursnelheid aanpassen .................................................
Garenkleur wijzigen ............................................................
“Borduurraamscherm” wijzigen...........................................
30
31
32
32
33
34
35
BORDUURPATROON WIJZIGEN ..................... 36
Patroon verplaatsen .............................................................
Patroon en naald in de juiste positie zetten..........................
Grootte van patroon wijzigen ..............................................
Patroon roteren....................................................................
Horizontaal gespiegeld patroon maken................................
Bewerkscherm vergroten .....................................................
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen) ...
Kleuren van letterpatroon wijzigen ......................................
Verbonden letters borduren .................................................
Ononderbroken borduren (monochroom - met één kleur) ...
36
36
37
38
39
39
40
40
41
43
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE .......... 44
52
SENSORPEN AANSLUITEN ................................ 53
Gebruik van de sensorpenhouder......................................... 53
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN......................... 55
Werken met de sensorpen .................................................... 55
Belangrijke informatie over de sensorpen ............................. 55
Sensorpen kalibreren............................................................ 56
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/
BORDUURCOMBINATIEMODUS ..................... 58
Borduurpositie opgeven met de sensorpen ........................... 58
E Borduren
Hoofdstuk1 Borduren
5
7
7
8
Patroonpositie controleren................................................... 19
Voorbeeld van het patroon bekijken .................................... 20
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN .................. 17
Hoofdstuk2 Sensorfuncties (voor
modellen die zijn uitgerust
met de sensorfunctie)
Letterpatronen kiezen ............................................................
Kaderpatronen selecteren ......................................................
Patronen selecteren van borduurkaarten ................................
Patronen kiezen van een USB-medium/computer ..................
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens .............................
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine .....
Steekpatronen opslaan op USB-medium ..............................
Borduurpatronen opslaan op de computer...........................
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine............
Ophalen van USB-media .....................................................
Ophalen van de computer ...................................................
44
45
46
47
48
49
50
BORDUURAPPLICATIE ..................................... 51
Applicatie maken met een kaderpatroon (1)......................... 51
Applicatie maken met een kaderpatroon (2)......................... 52
Gesplitste borduurpatronen naaien ...................................... 53
Hoofdstuk2 Borduurcombinatie
56
UITLEG VAN FUNCTIES .................................... 57
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN ........... 58
2
Borduurpatronen kiezen/Brother “Exclusief”/Bloemletter/
Kader/Werken met de spoel................................................. 59
Letterpatronen kiezen .......................................................... 59
PATRONEN KIEZEN ............................................. 3
PATRONEN BEWERKEN .................................... 61
Borduurpatronen kiezen/Brother “Exclusief”/Bloemletter/
Werken met de spoel ............................................................. 4
Patroon verplaatsen ............................................................. 63
B-6
INHOUDSOPGAVE
Patroon roteren ....................................................................
Grootte van patroon wijzigen ..............................................
Patroon wissen.....................................................................
Patronen op het scherm weergeven op 200% ......................
Lay-out van letterpatroon wijzigen .......................................
Spatiëring tussen letters wijzigen..........................................
Spatiëring tussen letters verkleinen.......................................
Gecombineerde patronen scheiden .....................................
Kleuren van letterpatronen wijzigen.....................................
Verbonden letters borduren .................................................
Garenkleur wijzigen ............................................................
Eigen kleurkaart maken ........................................................
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart .....................................
Herhaalpatronen ontwerpen ................................................
Het patroon herhaaldelijk naaien .........................................
Patroon kopiëren .................................................................
Na het bewerken .................................................................
63
63
63
63
64
64
65
65
66
67
67
68
71
72
76
78
79
PATRONEN COMBINEREN................................ 80
Gecombineerde patronen bewerken .................................... 80
Gecombineerde patronen naaien ......................................... 83
DIVERSE BORDUURFUNCTIES ......................... 84
Ononderbroken borduren (monochroom - met één kleur).... 84
Rijgsteken voor borduren ..................................................... 84
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE .......... 85
A Bijlage
Hoofdstuk1 Werken met de spoel
2
WERKEN MET DE SPOEL...................................... 3
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET
DE SPOEL ............................................................. 3
Benodigde materialen ............................................................ 3
Bovendraad inrijgen............................................................... 4
Onderdraad voorbereiden...................................................... 4
WERKEN MET DE SPOEL...................................... 8
Patroon selecteren ................................................................. 8
Beginnen met borduren ....................................................... 10
DRAADSPANNING AANPASSEN....................... 12
PROBLEEMOPLOSSING..................................... 13
Hoofdstuk2 Onderhoud en
probleemoplossing
14
ZORG EN ONDERHOUD .................................. 15
Beperkingen op smeren .......................................................
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine .....
LCD-display reinigen ...........................................................
Buitenkant van de machine reinigen ....................................
Grijper reinigen ...................................................................
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis ................
Over het onderhoudsbericht ................................................
15
15
15
15
15
17
17
SCHERM AANPASSEN........................................ 18
Helderheid van de schermweergave aanpassen ................... 18
Storing in druktoetsen .......................................................... 18
PROBLEEMOPLOSSING..................................... 19
FOUTMELDINGEN ............................................ 22
SPECIFICATIES ................................................... 25
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW
MACHINE .......................................................... 26
Procedure voor upgrade met USB-medium .......................... 26
Upgrade-procedure met computer ....................................... 27
INDEX ................................................................ 28
B-7
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Hieronder worden de diverse onderdelen van de machine en hun functie beschreven. Lees deze
beschrijving alvorens de machine te gebruiken. Zo leert u de namen van de onderdelen.
Machine
■ Vooraanzicht
■ Rechterkant/Achteraanzicht
a Aansluiting voor persvoet
Bevestig borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer. (Borduurvoet
“W+” met LED-aanwijzer is optioneel op bepaalde modellen.)
(Pagina B-42)
b Handvat
Draag de machine aan het handvat om hem te vervoeren.
c Persvoethendel
Zet de persvoethendel omhoog en omlaag om de persvoet
omhoog en omlaag te zetten. (Pagina B-42)
a Bovendeksel
Open het bovendeksel om de machine in te rijgen en de spoel
op te winden.
b Voorspanningsschijf
Leid de draad rond de voorspanningsschijf wanneer u de
spoeldraad opwindt. (Pagina B-31)
c Draadgeleider voor het opwinden van de spoel
Bij het opwinden van de onderdraad leidt u de draad door deze
draadgeleider. (Pagina B-31)
d Klospen
Plaats een klos garen op de klospen. (Pagina B-38)
e Kloskap
De kloskap houdt de garenklos op zijn plaats. (Pagina B-38)
f Extra klospen
Gebruik deze klospen om de onderdraad op te winden.
(Pagina B-31)
g Spoelopwinder
Met de spoelopwinder windt u de spoel op. (Pagina B-31)
h Display
Instellingen voor het geselecteerde patroon en foutmeldingen
worden weergegeven op het scherm. (Pagina B-20)
i Speaker
j Bedieningsknoppen (5 knoppen)
Met deze knoppen bedient u de machine. (Pagina B-10)
k Borduurtafel
Bevestig de borduurtafel om te borduren (Pagina B-47).
l Draadafsnijder
Leid de draden door de draadafsnijder om ze af te snijden.
(Pagina B-40)
m Draadgeleiderplaat
Bij het inrijgen van de bovendraad leidt u de draad rond deze
draadgeleiderplaat. (Pagina B-38)
B-8
d Ventilatieopening
Door de ventilatieopening kan de lucht rond de motor
circuleren. Bedek de ventilatieopening niet wanneer u de
machine gebruikt.
e Hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar zet u de machine aan en uit.
(Pagina B-17)
f Voedingsingang
Sluit het netsnoer aan op het aansluitpunt. (Pagina B-17)
g Sensorpenhouder (voor modellen die zijn uitgerust
met de sensorfunctie)
Sluit de bijgeleverde sensorpenhouder aan. (Pagina B-53)
h Aansluitpunt sensorpen (voor modellen die zijn
uitgerust met de sensorfunctie)
Sluit de sensorpen aan. (Pagina B-53)
i USB-poort voor computer
Om patronen te importeren/exporteren van een computer naar
de machine en omgekeerd, steekt u de USB-kabel in de
USB-poort. (Pagina B-49, E-47)
j USB-poort voor muis / media
Om patronen van/naar een USB-medium te sturen, steekt u het
USB-medium direct in de USB-poort. (Pagina B-49, E-46)
Sluit de USB-muis aan als u wilt werken met de muis.
(Pagina B-50)
k Handwiel
Draai het handwiel naar u toe (tegen de klok in) om de naald
omhoog en omlaag te zetten. U moet het wiel naar de voorkant
van de naaimachine draaien.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Naald en persvoetgedeelte
Borduurtafel
a Schroef van de borduurvoet
De schroef van de borduurvoet houdt de borduurvoet op zijn
plaats. (Pagina B-42)
b Borduurvoet
Met de borduurvoet hebt u meer greep op de beweeglijkheid
van de stof en krijgt u regelmatiger steken. Gebruik
borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer of borduurvoet “W” voor
het meeste machineborduurwerk. (Pagina B-42)
c Spoelhuisdeksel
Open het spoelhuisdeksel om de spoel te plaatsen.
(Pagina B-36)
d Steekplaatdeksel
Verwijder het steekplaatdeksel om de grijper te reinigen.
(Pagina E-22)
e Steekplaat
f Draadgeleiders op de naaldstang
Leid de bovendraad door de draadgeleider op de naaldstang.
(Pagina B-38)
g Naaldklemschroef
De naaldklemschroef houdt de naald op zijn plaats.
(Pagina B-45)
a Wagen
De wagen verplaatst het borduurraam automatisch tijdens het
borduren. (Pagina B-47)
b Ontgrendelingstoets (onder op de borduurtafel)
Druk op de ontgrendelingstoets om de borduurtafel te
verwijderen. (Pagina B-47)
c Borduurraamhouder
Plaats het borduurraam in de borduurraamhouder om het raam
op zijn plaats te houden. (Pagina E-17)
d Raambevestigingshendel
Druk op de raambevestigingshendel om het borduurraam vast
te zetten. (Pagina E-17)
e Verbindingspen van de borduurtafel
Steek de verbindingspen van de borduurtafel in de
aansluitingspoort op de machine wanneer u de borduurtafel
bevestigt. (Pagina B-47)
VOORZICHTIG
• Schakel de hoofdschakelaar uit voordat u de
borduurtafel plaatst of verwijdert.
• Nadat u het borduurraam in de
borduurraamhouder hebt geplaatst, zet u de
raambevestigingshendel op de juiste wijze
omlaag.
B-9
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Bedieningstoetsen
a “Start/stoptoets”
Druk op deze knop om te beginnen met borduren. De toets
verandert van kleur naar gelang de bedieningsstand van de
naaimachine.
Groen:
De naaimachine is klaar om te borduren of is
bezig met borduren.
Rood:
De machine kan nu niet borduren.
b “Naaldstandtoets”
Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te zetten.
c “Draadkniptoets”
Druk na het borduren op deze toets om de overtollige draad
automatisch af te knippen.
d “Persvoettoets”
Druk op deze toets om de borduurvoet omlaag te zetten en
druk uit te oefenen op de stof. Druk opnieuw op deze toets om
de borduurvoet omhoog te zetten.
e “Automatisch inrijgentoets”
Met deze toets rijgt u de naald automatisch in.
VOORZICHTIG
• Druk niet meer op de “Draadkniptoets” nadat
de draden zijn afgeknipt. Anders kan de naald
breken, de draden raken misschien verstrikt of
de machine beschadigt.
B-10
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Bijgeleverde accessoires
1*
2*
3
4
75/11
3 naalden
90/14
1 naald
75/11
2 naalden
5
6
7
8
9
10
11
12*
13
14
15
16
17*
18*
19
20
21
22
23*
24
25*
26*
27
28
29*
30*
31*
32
33
34
35
* Welke accessoires worden bijgeleverd varieert per land of regio.
B-11
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Onderdeelcode
Nr.
Onderdeel
Het
Amerikaanse
continent
Andere
vereisten
1
Borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer (op de
machine)*
FLED1: XF4168-001
(EU-gebied)
XF3124-001 (andere
gebieden)
2
Borduurvoet “W” (op de
machine)*
XF4012-001
3
Naaldsetje
X59535-051
4
Ballpointnaaldset
XD0705-051
5
Spoel × 10
(één klos kap is op de
machine geplaatst.)
SA156
Tornmesje
XF4967-001
7
Schaar
XC1807-121
8
Schoonmaakborsteltje
X59476-051
9
Schroevendraaier (klein)
X55468-051
10 Schroevendraaier (groot)
XC4237-021
11 Schijfvormige
schroevendraaier
XC1074-051
12 Verticale klospen*
XC8619-052
13 Kloskap (klein)
130013-154
14 Kloskap (medium) × 2
(één klos kap is op de
machine geplaatst.)
X55260-153
15 Kloskap (groot)
130012-054
16 Kloskap (speciaal)
XA5752-121
17 Spoelclip × 10*
XE3060-001
18 Klosvilt (op de machine)*
X57045-051
19 Klosnetje × 2
XA5523-050
20 Borduursteekplaatdeksel
XE5131-001
21 Schermaanraakpen (stylus)
XA9940-051
22 USB-kabel
XD0745-051
23 Spoelhuis (grijs voor werken
met de spoel)*
XE8298-001
XE8992-101
25 Borduurraamset (medium) H
10 cm × B 10 cm (H 4 inch ×
B 4 inch)*
SA438
EF74:
XC8480-152
26 Borduurraamset (groot) H 18
cm × B 13 cm
(H 7 inch × B 5 inch)*
SA439
EF75:
XC8481-152
27 Borduurraamset
(extra groot)
H 30 cm × B 18 cm
(H 12 inch × W 7 inch)
SA440
EF76:
XC8482-152
28 Brother poly #90 onderdraad
EBT-PE
EBT-PEN:
XC5996-001
29 Steunstof*
SA519
BM3:
XE0806-001
30 Sensorpen*
XF4992-001 (EU-gebied)
XF3116-001 (andere
gebieden)
31 Penhouder*
XF2973-001
32 Stofhoes
XF4569-001
33 Accessoirezak
XC4487-021
34 Bedieningshandleiding
35 Beknopte bedieningsgids
B-12
• Gebruik altijd de aanbevolen accessoires
voor deze machine.
• Door spoelclips te plaatsen op de spoelen
voorkomt u dat de draad van de spoel
afwikkelt. Wanneer u de spoelclips aan
elkaar klikt, kunt u ze handig opslaan en
rollen ze niet weg wanneer u ze laat vallen.
SFB:
XA5539-151
6
24 Spoelhuisdeksel (op machine)
Memo
Deze handleiding
XF3637-001
• Welke accessoires worden bijgeleverd
varieert per land of regio.
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
Optionele artikelen
Onderstaand vindt u de optionele toebehoren die u apart kunt kopen bij uw officiële Brother-dealer.
1
2
3
4
7
8
9
10
5
6
11
Onderdeelcode
Nr.
Onderdeel
Het
Amerikaanse
continent
1
Vierkant borduurraam
H 15 cm x B 15 cm (H 6 inch
x B 6 inch)
SA448 (VS)
SA448C
(Canada)
2
Borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer
3
Borduurvoet “W”
4
Randborduurraam
H 30 cm x B 10 cm (H 12
inch x B 4 inch)
5
Kloshouder voor 10 klossen
6
King-klosdraadhouder
7
Borduurkaartlezer
8
Borduurkaart
9
Steunstof
SA519
BM3:
XE0806-001
Wateroplosbare steunstof
SA520
BM5:
XE0615-001
10 Kit voor werken met de spoel
SABWRK1
(VS)
SABWRK1C
(Canada)
BWRK1:
XE9099-001
11 USB-muis
Andere
vereisten
SEF150:
XF4163-001
FLED1: XF4168-001
(EU-gebied)
XF3124-001 (andere
gebieden)
Opmerking
• Borduurkaarten die in andere landen
worden gekocht, werken mogelijk niet met
uw machine.
• Bezoek uw dichtstbijzijnde erkende
Brother-dealer voor een complete lijst
optionele accessoires en borduurkaarten
die verkrijgbaar zijn voor uw machine.
XF4012-001
SABF6200D1
(VS)
SABF6200D1C
(Canada)
BF3:
XF4170-001
SA561
(VS)
SA561C
(Canada)
TS5:
XF4175-001
SA562 (VS)
SA562C
(Canada)
TS6:
XF4180-001
SAECRI
–
XE5334-101
Memo
• Alle specificaties zijn juist toen deze
handleiding werd vervaardigd. Sommige
specificaties kunnen zonder kennisgeving
worden gewijzigd.
B-13
MACHINEONDERDELEN EN HUN FUNCTIE
B-14
Basishandelingen
U vindt hier bijzonderheden over het configureren van de machine, en beschrijvingen van de nuttigste
functies.
Paginanummer in dit gedeelte begint met “B”.
Hoofdstuk1 Voorbereidingen................................................B-16
Hoofdstuk2 Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust
met de sensorfunctie) ........................................B-52
BBasishandelingen
Hoofdstuk
1
Voorbereidingen
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN ....................... 17
De machine de eerste maal instellen ........................................18
DISPLAY .................................................................. 20
■ Startscherm.............................................................................. 20
■ Functies van de toetsen............................................................ 21
Gebruik van de instellingstoets ................................................22
■ De “Ecomodus” of “Afsluitondersteun-modus” selecteren ...... 25
■ Vorm van de aanwijzer wijzigen wanneer u een USB-muis
gebruikt.................................................................................... 25
■ Het beginscherm selecteren ..................................................... 25
■ Schermtaal kiezen .................................................................... 26
■ Achtergrondkleur van de borduurpatronen wijzigen ............... 26
■ Het formaat van patroonminiaturen opgeven .......................... 27
■ Een afbeelding van het instellingenscherm opslaan op een
USB-medium............................................................................ 28
Gebruik van de Helptoets machine ..........................................29
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD ........................ 31
Spoel opwinden ........................................................................31
■ Gebruik van de extra klospen................................................... 31
■ Gebruik van de klospen ........................................................... 34
■ Draad ontwarren van onder de spoelwinderbasis .................... 35
Spoel aanbrengen .....................................................................36
BOVENDRAAD INRIJGEN ....................................... 38
Bovendraad inrijgen..................................................................38
Gebruik van draden die snel afwikkelen ...................................41
■ Gebruik van het klosnetje ........................................................ 41
BORDUURVOET VERWISSELEN ............................. 42
Borduurvoet verwijderen..........................................................42
Borduurvoet bevestigen ............................................................42
■ Naaldpositie (waar de naald neerkomt) controleren met de
borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer (alleen voor de
borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer)................................... 43
■ LED-aanwijzer aanpassen (alleen voor de borduurvoet “W+”
met LED-aanwijzer).................................................................. 44
■ Helderheid van LED-aanwijzer aanpassen (alleen voor de
borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer)................................... 44
NAALD VERWISSELEN ............................................ 45
Over de naald ...........................................................................46
VOORDAT U GAAT BORDUREN............................ 46
Borduren stap voor stap ...........................................................46
Over de borduurtafel ................................................................47
■ Borduurtafel verwijderen ........................................................ 47
■ Borduurtafel bevestigen ........................................................... 47
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE MOET
AANSLUITEN OP DE MACHINE.............................. 49
Gebruik van USB-media of borduurkaartlezer/
USB-kaartschrijfmodule* ..........................................................49
De machine aansluiten op de computer ...................................49
Gebruik van een USB-muis .......................................................50
■ Klikken op een toets................................................................. 50
■ Van pagina veranderen ............................................................ 50
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
B
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
• Gebruik uitsluitend het netsnoer dat bij deze machine is geleverd.
• Gebruik geen verlengsnoeren of stekkerdozen waarop veel andere apparaten zijn aangesloten. Dit kan
brand of elektrische schokken veroorzaken.
• Raak de stekker niet aan met natte handen. Hierdoor kunnen elektrische schokken ontstaan.
• Zet de schakelaar altijd eerst uit voordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Trek altijd de stekker uit
het stopcontact. Als u aan het snoer trekt, kunt u het snoer beschadigen of brand of elektrische schokken
veroorzaken.
• Zorg dat het snoer niet wordt ingesneden, beschadigd, gewijzigd, stevig verbogen, getrokken, gedraaid of
samengeperst. Plaats geen zware voorwerpen op het snoer. Stel het snoer niet bloot aan warmte. Hierdoor
kan het snoer beschadigd raken en kunnen brand of elektrische schokken ontstaan. Als de stekker of het
snoer zijn beschadigd, breng de machine dan voor reparatie naar uw erkende dealer voordat u de machine
weer gebruikt.
• Haal de stekker uit het stopcontact als u de machine een tijd niet gebruikt. Anders kan er brand ontstaan.
• Als u de machine onbeheerd achterlaat, moet u de hoofdschakelaar van de machine uitzetten of de
stekker uit het stopcontact halen.
• Wanneer u onderhoud aan de machine verricht of deksels verwijdert, moet u eerst de netstekker uit het
stopcontact halen.
Basishandelingen B-17
1
Voorbereidingen
• Gebruik alleen gewone huishoudaansluitingen als elektriciteitsbron. Het gebruik van andere bronnen kan
brand, elektrische schokken of schade aan de machine tot gevolg hebben.
• Zorg dat de stekkers van het netsnoer stevig in het stopcontact en in de voedingsingang van de machine
zitten.
• Steek de stekker van het netsnoer niet in een stopcontact dat in slechte staat is.
• In onderstaande situaties moet u de machine uitschakelen met de hoofdschakelaar en de netstekker uit het
stopcontact nemen:
Wanneer u de machine onbeheerd achterlaat
Nadat u de machine hebt gebruikt
Bij een stroomstoring tijdens het gebruik
Wanneer de machine niet goed werkt door een slechte verbinding, of doordat de verbinding wordt
verbroken
Tijdens onweersbuien
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
a
Steek de andere stekker van het netsnoer in
de voedingsingang van de machine en steek
vervolgens de netstekker in een
wandstopcontact.
De machine de eerste maal
instellen
De eerste maal dat u de machine inschakelt, stelt u
de taal en tijd/datum in op uw taal en tijd/datum.
Volg onderstaande procedure wanneer het
instellingenscherm automatisch verschijnt.
a
Druk op
en
om uw plaatselijke taal in
te stellen.
a Hoofdschakelaar
b Netsnoer
b
Zet de hoofdschakelaar op “I” om de
machine aan te zetten.
a UIT
b AAN
Memo
• Wanneer de machine wordt ingeschakeld,
hoort u een geluid in het naaldgebied. Dit is
geen storing.
c
Wanneer u de machine aanzet, wordt het
openingsfilmpje vertoond. Raak het scherm
aan op een willekeurige plek om het
Startscherm te openen.
VOORZICHTIG
• Raak het scherm alleen aan met uw vinger of
de bijgeleverde schermaanraakpen. Gebruik
geen scherp potlood, schroevendraaier of
ander hard of scherp voorwerp. U hoeft niet
hard op het scherm te drukken. Als u te hard
drukt of een scherp voorwerp gebruikt, kunt u
het scherm beschadigen.
d
B-18
Zet de hoofdschakelaar op “O” om de
machine uit te zetten.
b
Druk op
c
Een scherm verschijnt met een bericht of u
.
de tijd/datum wilt instellen. Als u de
tijd/datum wilt instellen, drukt u op
;
om de instelling te annuleren, drukt u op
.
→ Het scherm om de tijd/datum in te stellen verschijnt.
DE MACHINE AAN- EN UITZETTEN
d
Druk op
of op
om de tijd/datum in
B
te stellen.
1
a
Voorbereidingen
b
c
d
a Druk op deze toets om de tijd weer te geven op
het scherm.
b Stel het jaar (YYYY), de maand (MM) en de datum
(DD) in.
c Selecteer 24-uurs of 12-uurs weergave.
d Stel de juiste tijd in.
e
Druk op
om uw machine in gebruik
te nemen.
→ De klok start vanaf 0 seconde vanaf de tijd die u
instelt.
Opmerking
• Mogelijk wordt de ingestelde tijd/datum
gewist wanneer u de machine een bepaalde
periode niet inschakelt.
Basishandelingen B-19
DISPLAY
DISPLAY
VOORZICHTIG
• Raak het scherm alleen aan met uw vinger of de bijgeleverde schermaanraakpen. Gebruik geen scherp
potlood, schroevendraaier of ander hard of scherp voorwerp. U hoeft niet hard op het scherm te drukken.
Als u te hard drukt of een scherp voorwerp gebruikt, kunt u het scherm beschadigen.
■ Startscherm
a
b
Nr.
Display
Toetsnaam
Uitleg
Pagina
a
“Borduren”-toets
Bevestig de borduurtafel en druk op deze toets om patronen te
borduren.
E-3
b
“Borduurcombinatie”- Druk op deze toets om borduurpatronen te combineren. Met de
toets
“Borduurcombinatie”-functies kunt u ook originele borduur- of
kaderpatronen maken.
E-57
B-20
DISPLAY
■ Functies van de toetsen
B
a
1
Voorbereidingen
e
Nr.
Display
Toetsnaam
d
c
b
Uitleg
Pagina
a
Startschermtoets
Druk op deze toets wanneer deze verschijnt om terug te keren naar het
startscherm en selecteer een andere categorie - “Borduren” of
“Borduurcombinatie”.
B-20
b
Kloktoets
Druk op deze toets om de klok in te stellen op uw plaatselijke tijd.
B-18
c
Persvoet-/naaldwissel Druk op deze toets alvorens de naald, de persvoet enz. te verwisselen. Met
toets
deze toets vergrendelt u alle toetsen, zodat de machine niet in werking treedt.
B-42
t/m
B-45
d
Helptoets machine
Druk op deze toets om beschrijvingen over het gebruik van de machine weer te
geven.
B-29
e
Instellingstoets
Druk op deze toets om de naaldstopstand te wijzigen, het volume van het
zoemgeluid te wijzigen, het patroon of het scherm en andere
machine-instellingen te wijzigen.
B-22
Extra informatie vindt u op het hierboven aangegeven paginanummer.
Basishandelingen B-21
DISPLAY
Gebruik van de instellingstoets
Druk op
om de standaard machine-instellingen (naaldstopstand, borduursnelheid, beginscherm,
enz.) te wijzigen.
Memo
• Druk op
of op
naast de paginanummers om een ander instellingenscherm weer te geven.
a
f
b
c
g
d
e
h
i
i
a Hiermee selecteert u de naaldstopstand (d.w.z. de naaldstand wanneer de machine niet werkt): omhoog of omlaag.
Selecteer de omlaag-stand voor het gebruik van de spiltoets.
b Selecteer de bediening van de knop “Naaldstand - steek plaatsen” uit onderstaande twee procedures.
Telkens wanneer u op de knop “Naaldstand - steek plaatsen” drukt:
“ON” – gaat de naald omhoog en stopt hij op bijna de laagste stand en gaat dan omlaag
“OFF” – gaat de naald omhoog en vervolgens omlaag
c Hiermee wijzigt u de vorm van de aanwijzer wanneer u een USB-muis gebruikt (zie zie pagina B-25).
d Zet de “Boven- en onderdraadsensor” “ON” of “OFF”. Als de sensor “OFF” staat, kunt u de machine gebruiken
zonder draad. (zie pagina E-26)
VOORZICHTIG
• Als “Boven- en onderdraadsensor” is ingesteld op “OFF”, verwijdert u de bovendraad. Als u de machine
gebruikt met de bovendraad ingeregen, kan de machine niet detecteren of de draad verstrikt is geraakt.
Als u de machine gebruikt met een verstrikte draad, kan dit schade veroorzaken.
e Hiermee past u het speakervolume aan. Een hogere waarde is luider, een lagere waarde is minder luid.
f Selecteer deze om machinevermogen te sparen door de “Ecomodus” of de “Afsluitondersteun-modus” (zie pagina
B-25) in te stellen.
g Hiermee selecteert u het beginscherm dat wordt weergegeven wanneer u de machine aanzet (zie pagina B-25).
h Hiermee wijzigt u de schermtaal (zie pagina B-26).
i Druk hierop om een afbeelding van het huidige instellingenscherm op te slaan op een USB-medium (zie pagina
B-28).
B-22
DISPLAY
B
a
1
b
c
g
a
b
c
d
Wijzig de helderheid van de verlichting van het naaldgebied en het werkgebied.
Wijzig de helderheid van de schermweergave (zie pagina A-18).
Kalibreer de sensorfunctie (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie) (zie pagina B-56).
Hiermee geeft u de serviceherinnering weer, een geheugensteuntje om de machine regelmatig een servicebeurt te
laten geven. (Neem hiervoor contact op met uw officiële dealer.)
e Hiermee geeft u het totaal aantal steken weer dat is genaaid op deze machine.
f Het “No.” is het interne nummer voor de machine.
g Hiermee toont u de programmaversie. “Softwareversie 1” is de programmaversie van het LCD-display,
“Softwareversie 2” de programmaversie van de machine.
Memo
• De nieuwste versie van de software is geïnstalleerd op uw machine. Informeer bij uw plaatselijke
erkende Brother-dealer of kijk op “ http://solutions.brother.com ” of er updates beschikbaar zijn (zie
pagina A-26).
Basishandelingen B-23
Voorbereidingen
d
e
f
DISPLAY
g
h
l
m
a
b
k
i
c
d
e
j
f
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
k
l
m
B-24
Hiermee kiest u uit 16 borduurraamschermen (zie pagina E-35).
Hiermee wijzigt u de garenkleurweergave in het “Borduren”-scherm; garennummer, kleurnaam (zie pagina E-34).
Wanneer u garennummer “#123” selecteert, kunt u kiezen uit 6 garenmerken (zie pagina E-34).
Hiermee wijzigt u de maximuminstelling borduursnelheid (zie pagina E-33).
Hiermee past u de draadspanning aan voor borduren (zie pagina E-30).
Hiermee selecteert u de hoogte van de borduurvoet tijdens het borduren (zie pagina E-11).
Hiermee wijzigt u de beginmodus van de display (Borduren/Borduurcombinatie) (zie pagina E-4).
Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor de weergave van het borduurgebied (zie pagina B-26).
Hiermee wijzigt u de achtergrondkleur voor het miniaturengebied (zie pagina B-26).
Hiermee geeft u het formaat van de patroonminiaturen op (zie Pagina B-27).
Hiermee wijzigt u de maateenheid van de display (mm/inch).
Hiermee wijzigt u de afstand van het patroon tot de rijgsteek (zie pagina E-84).
Positie en helderheid van de borduurvoet met LED-aanwijzer aanpassen (zie pagina B-44).
DISPLAY
■ De “Ecomodus” of
“Afsluitondersteun-modus”
selecteren
In het instellingenscherm kunt u de aanwijzervorm
selecteren die verschijnt wanneer een USB-muis
wordt aangesloten. Naar gelang de achtergrondkleur
selecteert u de gewenste vorm uit de drie
beschikbare opties.
Memo
“Ecomodus”;
De machine gaat in de slaapmodus. Raak het
scherm of een bedieningsknop aan om door te gaan
met naaien.
“Afsluitondersteun-modus”;
De machine schakelt zichzelf uit na een tijdje.
Schakel de machine uit en weer in om opnieuw te
beginnen met naaien.
Staat
Ecomodus
Afsluitondersteunm
odus
Beschikbare tijd
0 - 120 (minuten)
1 - 12 (uur)
“Start/stoptoets”
Groen knipperen
Langzaam groen
knipperen
Uitgeschakelde
functies
Machinelamp,
schermweergave,
LED-aanwijzer
Alle functies
Na herstel
De machine start
vanaf de vorige
bewerking.
U moet de machine
uitschakelen.
• Voor meer informatie over het wijzigen van
de achtergrondkleur, zie “Achtergrondkleur
van de borduurpatronen wijzigen” op
pagina B-26.
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
Open pagina 1 van het scherm Instellingen.
c
Met
of
kiest u de aanwijzervorm uit
de drie beschikbare opties (
,
en
).
d
Druk op
Druk op de Start/Stoptoets of op de display om te
herstellen uit deze modi.
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
Open pagina 2 van het scherm Instellingen.
c
Met
of
selecteert u de tijd totdat de
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
modus ingaat.
Memo
• De instelling blijft geselecteerd, zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
■ Het beginscherm selecteren
U kunt het beginscherm wijzigen.
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
Opmerking
• Als u de machine uitschakelt terwijl hij zich
in de “Ecomodus” of de
“Afsluitondersteun-modus” bevindt, wacht
dan 5 seconden voordat u de machine weer
inschakelt.
b
Open pagina 2 van het scherm Instellingen.
Basishandelingen B-25
B
1
Voorbereidingen
Bespaar stroom door de machine op ecomodus of
afsluitondersteunmodus te zetten.
Als u de machine een tijdje achterlaat zonder hem
te gebruiken, gaat de machine in een van deze twee
modi.
■ Vorm van de aanwijzer wijzigen
wanneer u een USB-muis gebruikt
DISPLAY
c
Met
of
selecteert u de instelling
voor het beginscherm.
■ Achtergrondkleur van de
borduurpatronen wijzigen
In het instellingenscherm kunt u de
achtergrondkleuren voor het borduurpatroon en de
patroonminiaturen wijzigen. Naar gelang de
patroonkleur selecteert u de gewenste
achtergrondkleur uit de 66 beschikbare instellingen.
U kunt andere achtergrondkleuren selecteren voor
het borduurpatroon en de patroonminiaturen.
a
*
*
*
d
Beginscherm: Wanneer u de machine inschakelt,
verschijnt het startscherm nadat u op het scherm van
de openingsfilm drukt.
Startpagina: Wanneer u de machine inschakelt,
verschijnt het startscherm.
borduurscherm: Wanneer de machine is
ingeschakeld, verschijnt het scherm “Borduren” als
de borduurtafel is bevestigd aan de machine.
Druk op
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
Open pagina 6 van het scherm Instellingen.
c
Druk op
.
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
a
■ Schermtaal kiezen
b
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
a Achtergrond borduurpatroon
b Achtergrond patroonminiaturen
b
Open pagina 2 van het scherm Instellingen.
c
Met
en
kiest u de schermtaal.
a
a Schermtaal
d
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
B-26
DISPLAY
d
Selecteer de achtergrondkleur uit de 66
beschikbare instellingen.
■ Het formaat van patroonminiaturen
opgeven
De miniaturen om een borduurpatroon te selecteren
kunt u zo instellen dat ze kleiner of groter worden
weergegeven. Het grote formaat is 1,5 maal het
kleine formaat.
a
a Achtergrond borduurpatroon
b Geselecteerde kleur
a
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
b
Open pagina 6 van het scherm Instellingen.
a Achtergrond patroonminiaturen
b Geselecteerde kleur
Druk op
1
Voorbereidingen
b
e
B
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Memo
• De instelling blijft geselecteerd, zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
Basishandelingen B-27
DISPLAY
c
Druk op
of op
om het gewenste
miniatuurformaat te selecteren.
■ Een afbeelding van het instellingenscherm
opslaan op een USB-medium
U kunt een afbeelding van het instellingenscherm
opslaan als BMP-bestand.
U kunt maximaal 100 afbeeldingen opslaan op één
USB-medium.
a
Plaats het USB-medium in de USB-poort op
de rechterkant van de machine.
Opmerking
• Als de instelling van het miniatuurformaat is
gewijzigd, werkt deze wijziging niet
onmiddellijk door in het
patroonkeuzescherm. Als u de patronen wilt
weergeven op het nieuwe miniatuurformaat,
ga dan terug naar het
categoriekeuzescherm, en selecteer
vervolgens de patrooncategorie opnieuw.
a USB-poort
b USB-medium
b
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt. Selecteer de
pagina van het instellingenscherm, breng de
gewenste veranderingen aan en sla de
schermafbeelding op.
c
Druk op
.
→ Het afbeeldingsbestand wordt opgeslagen op het
USB-medium.
d
Verwijder het USB-medium en bekijk vervolgens
de opgeslagen afbeelding met een computer.
De afbeeldingen van het instellingenscherm worden
opgeslagen onder de naam “S##.BMP”.
* “##” in de naam “S##.BMP” wordt automatisch
vervangen door een waarde tussen S00 en S99.
Opmerking
• Als 100 afbeeldingsbestanden reeds zijn
opgeslagen op het USB-medium, verschijnt
onderstaande boodschap. Verwijder dan
een bestand van het USB-medium of
gebruik een ander USB-medium.
B-28
DISPLAY
Gebruik van de Helptoets machine
Druk op
om het helpscherm van de machine te openen. Bovenaan het scherm staan vijf
categorieën. Door op een toets te drukken krijgt u meer informatie over die categorie.
B
1
Voorbereidingen
Met
toont u informatie over
Met
toont u informatie over
de bedieningstoetsen.
het inrijgen van de machine, het verwisselen
van de borduurvoet enz. Enkele van de
functies worden beschreven in de filmpjes.
Door deze filmpjes te kijken krijgt u meer
inzicht in de functies. Bepaalde schermen
voor inrijgen zijn voorzien van animaties.
Met
Met
probleemoplossing.
toont u informatie over
Met
toont u informatie over
het bevestigen van de borduurtafel, het
verwisselen van borduurvoeten, het
voorbereiden van de stof voor borduren, het
controleren van de spanning, enzovoort.
toont u informatie over
het reinigen van de machine enz.
Basishandelingen B-29
DISPLAY
Voorbeeld: Informatie tonen over het inrijgen
van de bovendraad
a
Druk op
b
Druk op
.
.
→ Het onderste gedeelte van het scherm verandert.
c
Druk op
(bovendraad inrijgen).
→ In dit scherm vindt u aanwijzingen voor het inrijgen
van de machine.
d
*
Lees de aanwijzingen.
Druk op
om een video te kijken van de
weergegeven instructies.
Druk op
onder de film om terug te gaan naar
het begin. Druk op
om te pauzeren. Druk op
om opnieuw te starten na de pauze. Druk op
om de film af te sluiten.
*
Druk op
om naar de volgende pagina te gaan.
*
Druk op
om naar de vorige pagina te gaan.
e
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
B-30
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
■ Gebruik van de extra klospen
Spoel opwinden
→
→
in die volgorde om een video van het
opwinden van de spoel weer te geven op de
display (zie pagina B-30). Volg onderstaande
stappen om de handeling te voltooien.
VOORZICHTIG
• De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen
voor deze machine. Als u een spoel van een
ander model gebruikt, werkt de machine niet
goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of
spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode:
SA156, (SFB: XA5539-151)).
a Extra klospen
*
a
b
c
Ware grootte
Dit model
Andere modellen
11,5 mm (ca. 7/16 inch)
a
Zet de hoofdschakelaar aan en open het
bovendeksel.
b
Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer
op de spoelwinderas en plaats de spoel op
de as.
a Gleuf in de spoel
b Veer op de as
Basishandelingen B-31
1
Voorbereidingen
→
Druk op
Met deze machine kunt u de spoel opwinden
zonder de draad uit de machine te halen. Terwijl u
naait met de hoofdklospen, kunt u de spoel
opwinden met de extra klospen.
B
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
c
Zet de extra klospen omhoog.
Memo
• Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad,
gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige
ruimte tussen de kap en de draadklos.
a Kloskap (klein)
b Draadklos (kruiswikkeldraad)
c Ruimte
a Extra klospen
d
Zet de draadklos zo op de extra klospen dat
de draad aan de voorkant afwikkelt. Duw
de kloskap zo ver mogelijk op de klospen
om de draadklos vast te zetten.
• Als u een draadklos met een kern van
12 mm (1/2 inch) doorsnee en 75 mm
(3 inch) hoog op de klospen plaatst, gebruik
dan de speciale kloskap.
a Kloskap (speciaal)
b 12 mm (1/2 inch)
c 75 mm (3 inch)
a Klospen
b Kloskap
c Draadklos
VOORZICHTIG
e
Houd de draad met uw rechterhand vast bij
de draadklos. Houd met uw linkerhand het
uiteinde van de draad vast en leid de draad
met beide handen rond de draadgeleider.
• Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist
hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt raken
op de klospen. Hierdoor kan de naald breken.
• Gebruik de kloskap (groot, medium of klein)
die de grootte van de draadklos het dichtst
benadert. Als u een kloskap gebruikt die
kleiner is dan de draadklos, komt de draad
mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand
van de klos. Hierdoor kan de naald breken.
a Draadgeleider
B-32
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
f
Leid de draad rond de voorspanningsschijf.
Zorg dat de draad zich onder de
voorspanningsschijf bevindt.
h
Leid het uiteinde van de draad door de
geleidegleuf in de spoelwinderbasis en trek
de draad vervolgens naar rechts om de
draad af te snijden met de draadafsnijder.
B
1
Voorbereidingen
a Voorspanningsschijf
→ Zorg dat de draad onder de voorspanningsschijf
doorgaat.
a Geleidegleuf (met ingebouwde draadafsnijder)
b Spoelwinderbasis
VOORZICHTIG
b Voorspanningsschijf
c Trek de draad zo ver mogelijk naar binnen.
→ Controleer of de draad goed tussen de
voorspanningsschijven zit.
g
Wind de draad vijf à zes maal met de klok
mee om de spoel.
• Volg de beschreven procedure. Als de draad
niet wordt afgesneden met de snijder en de
spoel wordt opgewonden, kan de draad
verstrikt raken wanneer deze op raakt.
Hierdoor kan de naald breken.
i
Zet de spoelopwindschakelaar naar links,
totdat hij op zijn plaats klikt.
a Spoelopwindschakelaar
Memo
• Door de spoelopwindschakelaar naar links
te schuiven, zet u de machine in
spoelopwindmodus.
→ Het spoelopwindvenster verschijnt.
Basishandelingen B-33
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
j
Druk op
k
.
Snijd de draad af met een schaar en
verwijder de spoel.
→ Het opwinden van de spoel start automatisch. De
spoel stopt met draaien wanneer hij is opgewonden.
De spoelopwindschakelaar schuift automatisch
terug naar de oorspronkelijke stand.
Opmerking
•
verandert in
terwijl de spoel
wordt opgewonden.
• Blijf in de buurt van de naaimachine om te
controleren of de onderdraad juist wordt
opgewonden. Als de onderdraad niet goed
wordt opgewonden, druk dan onmiddellijk
op
om het opwinden van de spoel te
stoppen.
• Het opwinden van stijve draad, zoals
nylondraad voor quilten, klinkt misschien
anders dan het opwinden van normale
draad. Dit wijst niet op een storing.
Memo
• Trek niet aan de spoelwinderbasis wanneer
u de spoel verwijdert. Hierdoor wordt de
spoelwinderbasis losser gemaakt of
verwijderd, waardoor u de naaimachine
mogelijk beschadigt.
VOORZICHTIG
• Wanneer de spoel niet goed is geïnstalleerd,
wordt de draadspanning mogelijk losser.
Hierdoor kan de naald kan breken en letsel
veroorzaken.
Memo
• U kunt de opwindsnelheid aanpassen door
op
(lager) of op
(hoger) in het
spoelwindvenster te drukken.
■ Gebruik van de klospen
• Druk op
om het spoelopwindvenster
te minimaliseren. Vervolgens kunt u andere
bewerkingen uitvoeren, bijvoorbeeld een
patroon selecteren of de draadspanning
aanpassen, terwijl de spoel wordt
opgewonden.
• Druk op
(rechts boven in de display)
om het spoelopwindvenster opnieuw weer
te geven.
B-34
U kunt de hoofdklospen gebruiken om de spoel te
winden voordat u gaat naaien. U kunt deze klospen
niet gebruiken om de spoel te winden tijdens het
naaien.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
a
Zet de hoofdschakelaar aan en open het
bovendeksel.
b
Houd de gleuf in de spoel tegenover de veer
op de spoelwinderas en plaats de spoel op
de as.
f
Leid de draad door de draadgeleider.
B
1
g
Leid de draad rond de voorspanningsschijf.
Zorg dat de draad zich onder de
voorspanningsschijf bevindt.
a Gleuf in de spoel
b Veer op de as
c
Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst.
Zet de draadklos zo op de klospen dat de
draad vanaf de voorkant van de klos
afwikkelt.
a Draadgeleider
b Voorspanningsschijf
h
Volg stap g t/m k op Pagina B-33 t/m
B-34.
■ Draad ontwarren van onder de
spoelwinderbasis
a
b
c
d
Klospen
Kloskap
Draadklos
Klosvilt
d
Duw de kloskap zo ver mogelijk op de
klospen en zet de klospen weer in de
oorspronkelijke stand.
e
Houd de draad met beide handen vast om
deze omhoog te trekken van onder de
draadgeleiderplaat.
Als het opwinden van de spoel begint wanneer de
draad niet goed door de voorspanningsschijf is
geleid, kan de draad verstrikt raken onder de
spoelwinderbasis.
Wind de draad als volgt af.
a Draad
b Spoelwinderbasis
VOORZICHTIG
• Verwijder de spoelwinderbasis niet, ook al is
de draad verstrikt onder de spoelwinderbasis.
Dit kan letsel tot gevolg hebben.
a Draadgeleiderplaat
Basishandelingen B-35
Voorbereidingen
a Draadgeleider
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
a
Als de draad is verstrikt onder de
spoelwinderbasis, druk dan eenmaal op
e
Wind de spoel opnieuw op.
Opmerking
om het opwinden van de spoel te
• Zorg dat de draad goed door de
voorspanningsschijf gaat (Pagina B-33).
stoppen.
Spoel aanbrengen
→
Druk op
b
Knip met een schaar de draad af naast de
voorspanningsschijf.
→
→
in die volgorde om een video van de
bewerking weer te geven op de display (zie pagina
B-30). Volg onderstaande stappen om de
handeling te voltooien.
VOORZICHTIG
a Voorspanningsschijf
c
• Gebruik een onderdraad die juist is gewonden.
Anders breekt de naald mogelijk of is de
draadspanning onjuist.
Duw de spoelopwindschakelaar naar rechts
en haal de spoel minstens 10 cm (4 inch)
omhoog van de as.
• De bijgesloten spoel is specifiek ontworpen
voor deze machine. Als u een spoel van een
ander model gebruikt, werkt de machine niet
goed. Gebruik alleen de bijgeleverde spoel of
spoelen van hetzelfde type (onderdeelcode:
SA156, (SFB: XA5539-151)).
d
Knip de draad af in de buurt van de spoel en
houd het uiteinde in uw linkerhand. Wikkel
de draad met uw rechterhand in de buurt
van de spoel met de klok mee af, zoals
hieronder aangegeven.
*
a
b
c
Ware grootte
Dit model
Andere modellen
11,5 mm (ca. 7/16 inch)
• Voordat u de spoel plaatst of verwisselt, moet
u in de display op
drukken. Anders
kunt u letsel oplopen als u op de
“Start/stoptoets” of op een andere toets drukt
en de machine begint te naaien.
a
B-36
Druk op
.
INRIJGEN VAN DE ONDERDRAAD
b
Schuif de grendel van het spoelhuisdeksel
naar rechts.
e
Druk met uw rechterhand de spoel losjes op
zijn plaats, zoals aangegeven, en leid de
draad door gleuf (a en b).
*
Controleer of de spoel gemakkelijk tegen de klok in draait.
Trek vervolgens de draad naar u toe om
deze af te snijden met de snijder (c).
Verwijder het spoelhuisdeksel.
d
Plaats met uw rechterhand de spoel zo dat
het uiteinde van de draad zich links
bevindt. Trek vervolgens met uw linkerhand
de draad strak rond het lipje, zoals
aangegeven. Trek vervolgens zachtjes aan
de draad om deze door de gleuf te leiden.
a Gleuf
b Snijder (snijd de draad met de snijder.)
→ De draadafsnijder snijdt de draad af.
Let op dat de draad goed door de platte
veer van het spoelhuis is geleid. Is dit niet
het geval, installeer de draad dan opnieuw.
1
a Platte veer
a Lipje
* Let op dat u de spoel juist plaatst.
VOORZICHTIG
• Installeer de spoel zo dat de draad in de juiste
richting afwikkelt. Anders breekt de draad
mogelijk of is de draadspanning niet goed.
1
Voorbereidingen
a Spoelhuisdeksel
b Grendel
→ Het spoelhuisdeksel gaat open.
c
B
VOORZICHTIG
• Duw de spoel omlaag met uw vinger en wikkel
de onderdraad juist af. Anders breekt de draad
mogelijk of is de draadspanning onjuist.
f
Plaats het lipje in de linkerbenedenhoek van
het spoelhuisdeksel (1) en druk zachtjes op
de rechterkant om het deksel te sluiten (2).
Memo
• In welke volgorde de onderdraad door de
spoel moet worden geleid, is aangegeven
met markeringen rond het spoelhuis. Rijg de
machine in volgens de aanwijzingen.
Basishandelingen B-37
BOVENDRAAD INRIJGEN
BOVENDRAAD INRIJGEN
Bovendraad inrijgen
→
Druk op
→
→
a
Zet de hoofdschakelaar aan.
b
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omhoog te zetten.
in die volgorde om een video van de
bewerking weer te geven op de display (zie pagina
B-30). Volg onderstaande stappen om de
handeling te voltooien.
VOORZICHTIG
• Rijg de naaimachine op de juiste manier in.
Wanneer u de machine niet juist inrijgt, kan de
draad verstrikt raken, waardoor de naald
breekt. Dit kan letsel tot gevolg hebben.
→ Het bovendraadluikje gaat open, zodat u de
machine kunt inrijgen.
Memo
• Automatisch inrijgen kunt u met
borduurmachinenaalden 75/11 t/m 90/14.
• Transparant monofilament nylongaren en
garen 130/20 of dikker kunt u niet
automatisch inrijgen.
a Bovendraadluikje
Memo
• Deze machine heeft een bovendraadluikje,
zodat u kunt controleren of de bovendraad
goed is ingeregen.
c
Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald
omhoog te zetten.
Opmerking
• Als u probeert de naald automatisch in te
rijgen zonder de naald omhoog te zetten,
wordt de naald mogelijk niet juist ingeregen.
B-38
BOVENDRAAD INRIJGEN
d
Draai de klospen zo dat deze omhoog wijst.
Zet de draadklos zo op de klospen dat de
draad vanaf de voorkant van de klos
afwikkelt.
Memo
• Wanneer u naait met fijne kruiswikkeldraad,
gebruikt u de kleine kloskap en laat u enige
ruimte tussen de kap en de draadklos.
a
b
c
d
e
Klospen
Kloskap
Draadklos
Klosvilt
• Als u een draadklos met een kern van
12 mm (1/2 inch) doorsnee en 75 mm
(3 inch) hoog op de klospen plaatst, gebruik
dan de speciale kloskap.
Duw de kloskap zo ver mogelijk op de
klospen en zet de klospen weer in de
oorspronkelijke stand.
VOORZICHTIG
• Als u de draadklos en/of de kloskap niet juist
hebt geïnstalleerd, kan de draad verstrikt raken
op de klospen. Hierdoor kan de naald breken.
• Gebruik de kloskap (groot, medium of klein)
die de grootte van de draadklos het dichtst
benadert. Als u een kloskap gebruikt die
kleiner is dan de draadklos, komt de draad
mogelijk klem te zitten in de gleuf in de rand
van de klos. Hierdoor kan de naald breken.
a Kloskap (speciaal)
b 12 mm (1/2 inch)
c 75 mm (3 inch)
f
Houd de draad met beide handen vast om
deze omhoog te trekken van onder de
draadgeleiderplaat.
a Draadgeleiderplaat
g
Houd de draad in uw rechterhand en leid
de draad in de aangegeven richting door de
draadgeleider.
Basishandelingen B-39
1
Voorbereidingen
a Kloskap (klein)
b Draadklos (kruiswikkeldraad)
c Ruimte
B
BOVENDRAAD INRIJGEN
h
Leid de draad omlaag, omhoog en
vervolgens omlaag door de groef, zoals
aangegeven in de illustratie.
Memo
• Controleer of de draadophaalhendel in het
bovenste deel van de groef de draad pakt.
a Controleer in het bovenste deel van de groef
i
Leid de draad door de draadgeleider op de
naaldstang (aangegeven met “6”). Houd
hiertoe de draad met beide handen vast en
leid deze zoals aangegeven in de illustratie.
k
Leid de draad door de
draadgeleiderschijven (aangegeven met
“7”). Zorg dat de draad door de groef in de
draadgeleider gaat.
a Groef in draadgeleider
l
Trek de draad omhoog door de
draadafsnijder om de draad af te knippen,
zoals aangegeven in de illustratie.
a Draadafsnijder
Opmerking
• Wanneer u draad gebruikt die snel van de
klos afwikkelt, zoals metallic garen, is het
misschien moeilijk om de naald in te rijgen
nadat u de draad hebt afgeknipt.
In plaats van de draadsnijder te gebruiken
trekt u de draad ongeveer 80 mm
(ca. 3 inch) uit nadat u deze door de
draadgeleiderschijven hebt geleid
(aangegeven met “7”).
a Draadgeleider op de naaldstang
j
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omlaag te zetten.
a 80 mm (ca. 3 inch) of meer
B-40
BOVENDRAAD INRIJGEN
m
Druk op de “Automatisch inrijgentoets” om
de naald automatisch in te rijgen.
Opmerking
→ De draad gaat door het oog van de naald.
Memo
• Wanneer u op de “Automatisch
inrijgentoets” drukt, wordt de persvoet
automatisch omlaag gezet. Wanneer het
inrijgen is voltooid, gaat de persvoet terug
naar de stand waarin hij stond toen u op de
“Automatisch inrijgentoets” drukte.
n
*
Trek voorzichtig aan het draaduiteinde dat
door het oog van de naald is getrokken.
Als zich een lus heeft gevormd in de draad die door
het oog van de naald is geleid, trek de lus er dan uit
naar de achterkant van de naald.
Gebruik van draden die snel
afwikkelen
■ Gebruik van het klosnetje
Als u doorzichtig nylondraad, metallic garen of
andere sterke draad gebruikt, plaatst u het
bijgeleverde klosnetje over de klos voordat u begint.
Wanneer u deze speciale draden gebruikt, moet u
ze handmatig inrijgen.
Is het klosnetje te lang? Vouw het dan eenmaal zo
om dat het overeenkomt met het klosformaat,
voordat u het over de klos plaatst.
a
b
c
d
Opmerking
• Trek niet te hard aan de lus. Anders kan de
naald breken.
o
Klosnetje
Draadklos
Klospen
Kloskap
Trek ongeveer 5 cm (ca. 2 inch) draad uit
en leid deze onder de persvoet naar de
achterkant van de machine.
→ Zet de persvoethendel omhoog, als de persvoet
omlaag staat.
Memo
• Wanneer u de klos inrijgt met het klosnetje
erop, zorg dan dat 5 cm - 6 cm (ca. 2 inch 2-1/2 inch) draad is uitgetrokken.
• Mogelijk moet u de draadspanning
aanpassen wanneer u het klosnetje
gebruikt.
a Ongeveer 5 cm (ca. 2 inch)
Memo
• Als u de naald niet kunt inrijgen of de draad
niet door de draadgeleiders op de
naaldstang is geregen, voert u de procedure
opnieuw uit vanaf stap c.
Vervolgens leidt u de draad door het oog
van de naald, na stap i.
Basishandelingen B-41
B
1
Voorbereidingen
• Sommige naalden kunt u niet inrijgen met
de naaldinrijger. Gebruik dan niet de
naaldinrijger nadat u de naald door de
draadgeleider op de naaldstang
(aangegeven met “6”) hebt geleid, maar leid
de naald handmatig van voren naar
achteren door het oog van de naald.
BORDUURVOET VERWISSELEN
BORDUURVOET VERWISSELEN
Ofwel de borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer ofwel de borduurvoet “W” wordt geleverd, al naar
gelang het land of de regio.
De borduurvoet is bij aanschaf bevestigd aan de machine. De aansluiting van de borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer zit niet in het aansluitpunt van de machine.
VOORZICHTIG
• Druk altijd op
op het scherm voordat u de borduurvoet verwisselt. Als u niet op
hebt
gedrukt en u op de “Start/stoptoets” of een andere toets drukt, gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u
letsel oplopen.
• Gebruik alleen borduurvoeten die zijn gemaakt voor deze machine. Het gebruik van andere persvoeten
kan leiden tot ongelukken en letsel.
Borduurvoet verwijderen
a
Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald
omhoog te zetten.
b
Druk op
Neem de aansluiting van borduurvoet
“W+” uit het aansluitpunt op de achterkant
van uw machine.
e
Gebruik de bijgeleverde schroevendraaier
om de schroef van de borduurvoet los te
draaien en verwijder de borduurvoet.
.
*
Als het bericht “OK om de persvoet automatisch
omlaag te zetten?” verschijnt op de display, drukt u
op OK om verder te gaan.
→ Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn
vergrendeld.
c
d
Zet de persvoethendel omhoog.
a
b
c
→
→ Gebruikers van borduurvoet “W” kunnen stap d
overslaan en doorgaan met stap e.
Schroevendraaier
Borduurvoet
Schroef van de borduurvoet
Verwijder de borduurvoet.
Borduurvoet bevestigen
VOORZICHTIG
• Installeer de borduurvoet in de juiste richting.
Anders raakt de naald mogelijk de
borduurvoet. Dan kan de naald breken en dit
kan letsel veroorzaken.
B-42
BORDUURVOET VERWISSELEN
a
Plaats de borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer of de borduurvoet “W” op de
persvoetstang door de inkeping van de
persvoet tegenover de grote schroef te houden.
d
Druk op
ontgrendelen.
om alle toetsen te
→ Alle toetsen zijn ontgrendeld en het vorige scherm
wordt weergegeven.
Zijaanzicht
b
Houd de borduurvoet met uw rechterhand
op zijn plaats en draai met de bijgesloten
schroevendraaier de schroef van de
borduurvoet stevig vast.
Alvorens te borduren met borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer dient u eerst zorgvuldig de
procedures te lezen die zijn beschreven in de
hoofdstukken “Borduren” en “Borduurcombinatie”.
a
Druk op
in het borduurscherm.
→ De LED-aanwijzer geeft aan waar de naald
neerkomt.
→ Gebruikers van de borduurvoet “W” kunnen
stap c overslaan en doorgaan met stap d.
VOORZICHTIG
• Draai met de bijgeleverde schroevendraaier de
schroef van de persvoethouder stevig vast. Als
de schroef los zit, kan de naald de borduurvoet
raken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
c
Plaats de aansluiting van de borduurvoet
“W+” met LED-aanwijzer in het
aansluitpunt op de achterkant van uw
machine.
Memo
• Wanneer u de LED-aanwijzer inschakelt,
wordt de persvoethoogte automatisch
aangepast aan de dikte van de stof.
• Wanneer u opnieuw op
drukt, wordt de
dikte van de stof opnieuw gemeten en wordt
de persvoet op de optimale hoogte gezet.
*
De LED-aanwijzer wordt automatisch uitgeschakeld
wanneer u de persvoet omlaag zet of terugkeert naar
de vorige pagina.
Opmerking
• Bij zware stoffen is de positie mogelijk niet
nauwkeurig doordat de dikte van de stof
varieert. Pas dan de positie handmatig aan
naar gelang de dikte van de stof.
• Bij stoffen met een zeer ongelijkmatig oppervlak,
zoals quilts, wordt de dikte van de stof mogelijk
niet juist gemeten. De positie die de aanwijzer
aangeeft, is dan slechts een indicatie.
Basishandelingen B-43
1
Voorbereidingen
■ Naaldpositie (waar de naald
neerkomt) controleren met de
borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer
(alleen voor de borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer)
B
BORDUURVOET VERWISSELEN
■ LED-aanwijzer aanpassen (alleen
voor de borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer)
c
Druk op
.
→ Het scherm Borduurvoet “W+” met LED-aanwijzer
aanpassen verschijnt.
Pas de LED-aanwijzer aan als deze een ander punt
aangeeft dan het punt waar de naald neerkomt.
Alvorens de LED-aanwijzer aan te passen markeert u
waar de naald neerkomt in de stof waarop u gaat
borduren. Vervolgens plaatst u de stof in het
borduurraam en bevestigt u het borduurraam.
a
Opmerking
• Sommige toetsen die worden genoemd in
onderstaande procedure, worden
standaard lichtgrijs weergegeven en zijn
niet beschikbaar. Als u de toetsen wilt
inschakelen om de instellingen op te geven,
bevestigt u de borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer aan de machine. De toetsen
worden geactiveerd wanneer u de
borduurvoet installeert.
a
Druk op
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
Open pagina 7 van het scherm Algemene
instellingen.
a LED-aanwijzer aanpassen
Opmerking
• De instelling die u hebt opgegeven, wordt
opgeslagen in het geheugen van de
machine. Dit is nuttig voor het positioneren
tijdens doorlopend borduren.
• Voor normaal gebruik zet u de instelling
terug op “00”.
d
Met
of
past u de LED-aanwijzer aan
zodat deze aangeeft waar de naald
werkelijk neerkomt.
e
Druk tweemaal op
om terug te gaan
naar het oorspronkelijke scherm.
■ Helderheid van LED-aanwijzer
aanpassen (alleen voor de
borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer)
a
Volg stap vanaf a tot d om het scherm
Borduurvoet met LED-aanwijzer aanpassen
weer te geven.
b
Met
of
past u de helderheid van de
LED-aanwijzer aan.
c
Druk tweemaal op
om terug te gaan
naar het oorspronkelijke scherm.
B-44
NAALD VERWISSELEN
NAALD VERWISSELEN
VOORZICHTIG
op het scherm voordat
u de naald verwisselt. Als u niet op
hebt gedrukt en u per ongeluk op de
“Start/stoptoets” of een andere toets drukt,
gaat de naaimachine lopen. Dan kunt u letsel
oplopen.
• Gebruik alleen borduurmachinenaalden voor
huishoudelijk gebruik. Andere naalden kunnen
buigen of breken en letsel veroorzaken.
• Naai nooit met een verbogen naald. Deze zal
gemakkelijk breken en letsel veroorzaken.
d
Memo
• Leg de platte kant van de naald op een plat
oppervlak. Controleer de punt en de
zijkanten van de naald. Gooi verbogen
naalden weg.
a Gelijke ruimte
b Plat oppervlak (naaldplaat, glas enz.)
a
Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald
omhoog te zetten.
Steek de naald met de platte kant naar
achteren zo ver mogelijk in de opening tot
aan de naaldstopper (kijkvenster) in de
naaldklem. Draai met een schroevendraaier
de naaldklemschroef stevig vast.
a Naaldstopper
b Opening voor het inbrengen van de naald
c Platte kant van de naald
VOORZICHTIG
• Duw de naald zo ver totdat ze de stopper raakt
en draai de naaldklemschroef stevig vast met
een schroevendraaier. Als de naald niet
helemaal is ingebracht of als de
naaldklemschroef los zit, kan de naald breken
of de naaimachine beschadigd raken.
b
*
Druk op
.
Als het bericht “OK om de persvoet automatisch
omlaag te zetten?” verschijnt op de display, drukt u
op OK om verder te gaan.
B
1
Voorbereidingen
• Druk altijd op
Draai de schroef met de schroevendraaier
c
naar de voorkant van de naaimachine los.
Verwijder de naald.
e
Druk op
om alle toetsen te
ontgrendelen.
→ Het hele scherm wordt wit en alle toetsen zijn
vergrendeld.
Opmerking
• Alvorens u de naald vervangt, bedekt u het
gat in de naaldplaat met stof of papier om te
voorkomen dat de naald in de machine valt.
Basishandelingen B-45
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Over de naald
De naald is waarschijnlijk het belangrijkste onderdeel van de machine. Wanneer u de juiste naald voor
uw borduurproject kiest, geeft dit de mooiste afwerking en blijven eventuele problemen tot een minimum
beperkt. Hieronder staan enkele zaken waaraan u moet denken als u de naald kiest.
• Voor borduurwerken gebruikt u naald 75/11.
• Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld
spijkerstof, schuim enz.). De 75/11 naald kan verbuigen of breken. Hierdoor kunt u letsel oplopen.
• Hoe lager het naaldnummer, hoe kleiner de naald. Naarmate de nummers hoger worden, worden de naalden
dikker.
• Gebruik fijne (dunnere) naalden voor lichte stoffen en grove (dikkere) naalden voor zwaardere stoffen.
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Borduren stap voor stap
Volg onderstaande stappen om de machine voor te bereiden voor borduren.
Stap 6
Stap 3, 5
Stap 1
Stap 4
Stap
nummer
*
Doel
Stap 2
Handeling
Pagina
1
Onderdraad installeren
Als onderdraad windt u borduurdraad op. Vervolgens installeert u de spoel.
2
Stof voorbereiden
Bevestig steunstof aan de stof en bevestig dit in het borduurraam.
B-31
3
Patroon kiezen
Schakel de machine in en selecteer een borduurpatroon.
E-3
4
Borduurraam bevestigen
Bevestig het borduurraam aan de borduurtafel.
E-17
5
Lay-out controleren
Controleer het formaat en de plaats van het borduurwerk en pas deze zo
nodig aan.
E-19
6
Borduurdraad installeren
Installeer de borduurdraad voor het patroon.
E-21
E-11 t/m
E-17
Een 90/14 naald wordt aanbevolen wanneer u op zware stoffen of steunstoffen borduurt (bijvoorbeeld spijkerstof, schuim enz.).
B-46
VOORDAT U GAAT BORDUREN
Over de borduurtafel
■ Borduurtafel verwijderen
a
Druk op
VOORZICHTIG
• Til de borduurtafel niet op aan het gedeelte
van de ontgrendelknop.
(Borduren) of op
.
→ De wagen komt in de stand te staan waarin de
borduurtafel kan worden verwijderd.
VOORZICHTIG
• Verwijder het borduurraam altijd voordat u op
drukt. Anders kan het borduurraam de
borduurvoet raken en letsel veroorzaken.
• De borduurtafel past niet in de kartonnen
verzenddoos, wanneer u deze stap niet
uitvoert.
b
Zet de hoofdschakelaar uit.
Opmerking
• Zet de machine uit alvorens de borduurtafel
te verwijderen. Anders kan de machine
beschadigen.
c
Houd de ontgrendelknop ingedrukt en trek
de borduurtafel uit de machine.
1
Voorbereidingen
(Borduurrcombinatie) en vervolgens op
B
■ Borduurtafel bevestigen
VOORZICHTIG
• Verplaats de machine niet terwijl de
borduurtafel daarop is bevestigd. De
borduurtafel kan eraf vallen en daardoor letsel
veroorzaken.
• Houd uw handen en andere voorwerpen uit de
buurt van de wagen van de borduurtafel en het
borduurraam wanneer de machine bezig is
met borduren. Anders kunt u letsel oplopen.
• Om te voorkomen dat uw borduurontwerp
vervormt, mag u de borduurwagen en het
borduurraam niet aanraken, wanneer de
machine borduurt.
Opmerking
• Zet de machine uit voordat u de
borduurtafel installeert. Anders kan de
machine beschadigd raken.
• Raak de interne aansluiting van de
borduurtafel niet aan. Daardoor kunt u de
pennen op de aansluiting van de
borduurtafel beschadigen.
• Oefen geen zware druk uit op de wagen van
de borduurtafel en til de borduurtafel niet op
aan de wagen. Anders kan de borduurtafel
beschadigd raken.
• Verpak de borduurtafel goed in de
kartonnen verzenddoos, wanneer u de
borduurtafel niet gebruikt of vervoert.
a
Zet de hoofdschakelaar uit.
a Ontgrendelknop
Basishandelingen B-47
VOORDAT U GAAT BORDUREN
b
Steek de verbindingspen van de
borduurtafel op de juiste wijze in het
aansluitpunt voor de borduurtafel op de
machine. De veerscharnier op het deksel
van de aansluitpoort geeft gemakkelijk
toegang tot de poort. Druk zachtjes op het
deksel van de aansluitpoort totdat deze op
zijn plaats klikt.
a Verbindingspen van de borduurtafel
b Aansluitpunt voor de borduurtafel op de machine
Opmerking
• Let op dat er geen ruimte open blijft tussen
de borduurtafel en de machine. Als er
ruimte open blijft, worden de
borduurpatronen niet met de juiste
registratie genaaid.
• Duw de wagen niet wanneer u de
borduurtafel aanbrengt op de naaimachine.
Wanneer de wagen wordt verplaatst, kan de
borduurtafel beschadigd raken.
c
Zet de hoofdschakelaar aan.
d
Druk op
→ De volgende boodschap verschijnt.
.
→ De wagen komt in de initialisatiestand te staan.
B-48
Opmerking
• Het “Borduur”-scherm of
“Borduurcombinatie”-scherm verschijnt
naargelang de instelling die u hebt
geselecteerd in het Instellingenscherm.
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE MOET AANSLUITEN OP DE MACHINE
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE MOET
AANSLUITEN OP DE MACHINE
*
Als u de PE-DESIGN Ver5 of later, PE-DESIGN
NEXT, PE-DESIGN Lite of PED-BASIC of PE-DESIGN
PLUS hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten
USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer
aansluiten op de machine en patronen oproepen.
Memo
• USB-media worden veel gebruikt, maar
sommige USB-media zijn mogelijk niet
bruikbaar op deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
• Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct
aan op de USB-poort van de machine of
sluit u de USB-medialees/schrijfmodule aan
op de USB-poort van de machine.
De machine aansluiten op de
computer
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine
aansluiten op uw computer.
a USB-poort voor muis / media (USB 2.0)
b USB-medium
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
Opmerking
a USB-poort voor muis / media
b Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*
Opmerking
• Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is
ontworpen voor deze machine. Bij gebruik
van andere kaartlezers werkt de machine
mogelijk niet goed.
• U kunt geen borduurpatronen vanaf de
machine opslaan op een borduurkaart die is
geplaatst in een aangesloten
USB-kaartschrijfmodule.
• De aansluitingen op de USB-kabel kunt u
alleen in één richting in een aansluiting
steken. Als de aansluiting niet goed past,
gebruik dan geen kracht. Controleer de
richting van de aansluiting.
• Bijzonderheden over de positie van de
USB-poort op de computer (of USB-hub)
vindt u in de gebruiksaanwijzing bij de
betreffende apparatuur.
Basishandelingen B-49
1
Voorbereidingen
Gebruik van USB-media of
borduurkaartlezer/USB-kaartschr
ijfmodule*
B
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE MOET AANSLUITEN OP DE MACHINE
■ Van pagina veranderen
Gebruik van een USB-muis
Als u de USB-muis aansluit op de machine kunt u
allerlei schermhandelingen uitvoeren.
Opmerking
• Als u een andere muis gebruikt dan de
optionele USB-muis, werkt deze mogelijk
niet zoals beschreven in deze
Bedieningshandleiding.
a USB-poort voor muis / media
b USB-muis
Opmerking
• Voer geen bewerkingen uit met de muis
terwijl u het scherm aanraakt met uw vinger
of de schermaanraakpen.
• U kunt een USB-muis aansluiten of
loskoppelen wanneer u wilt.
• De muisaanwijzer verschijnt niet in het
beginscherm.
■ Klikken op een toets
Wanneer de muis is aangesloten, verschijnt een
aanwijzer op het scherm. Schuif met de muis om de
aanwijzer op de gewenste toets te zetten en klikt op
de linkermuisknop.
Memo
• Dubbelklikken heeft geen effect.
a
a Aanwijzer
B-50
Draai het muiswiel om door de tabs van de
patroonkeuzeschermen te lopen.
Memo
• Wanneer paginanummers en een verticale
schuifbalk voor extra pagina's worden
weergegeven, draait u het muiswiel of klikt u
op de linkermuisknop, terwijl de aanwijzer
op
/
of
/
staat om de vorige of
volgende pagina weer te geven.
FUNCTIES WAARVOOR U HET ACCESSOIRE MOET AANSLUITEN OP DE MACHINE
B
1
Voorbereidingen
Basishandelingen B-51
BBasishandelingen
Hoofdstuk
2
Sensorfuncties (voor modellen die
zijn uitgerust met de sensorfunctie)
U kunt deze functie activeren nadat u de sensorpen hebt aangesloten op de machine.
In sommige landen of regio's wordt de sensorpen bij de machine geleverd.
SENSORPEN AANSLUITEN...................................... 53
Gebruik van de sensorpenhouder .............................................53
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN .............................. 55
Werken met de sensorpen ........................................................55
Belangrijke informatie over de sensorpen .................................55
Sensorpen kalibreren ................................................................56
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN
BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS ...... 58
Borduurpositie opgeven met de sensorpen ...............................58
■ Borduurpositie selecteren aan de hand van de patroonrand .... 59
■ Borduurpositie selecteren aan de hand van het middelpunt van
het patroon .............................................................................. 60
SENSORPEN AANSLUITEN
SENSORPEN AANSLUITEN
Wanneer u de sensorpen aansluit op de machine, moet u zorgen dat de pijl op de sensorpen boven zit,
uitgelijnd met de pijl op de machine, en dat de steker van de pen stevig in het aansluitpunt zit.
→ Steek de punt van het tornmesje of het
reinigingsborsteltje in het gat in het beschermkapje
en trek het beschermkapje zachtjes naar buiten.
a Aansluitpunt sensorpen
b Steker sensorpen
VOORZICHTIG
b
Steek de sensorpenhouder stevig in het
schroefgat waarvan het beschermkapje is
verwijderd.
• Wanneer u de sensorpen aansluit op de
machine, moet u zorgen dat de pijl op de
sensorpen boven zit, uitgelijnd met de pijl op
de machine. Anders worden de aansluitpennen
mogelijk niet goed uitgelijnd en kan de steker
beschadigd raken.
• Bij het aansluiten of loskoppelen van de
sensorpen pakt u de steker vast en duwt u deze
langzaam recht naar binnen, of trekt u deze
langzaam recht naar buiten.
• Wanneer u de sensorpen loskoppelt van de
machine, trek dan niet aan het koord. Dan kan
de sensorpen beschadigd raken.
Gebruik van de sensorpenhouder
Wanneer u de sensorpen aansluit op de machine,
bevestigt u de sensorpenhouder om de sensorpen
bij de machine te houden.
U kunt de rechterkant van de houder gebruiken
om de aanraakpen op te bergen.
Sensorpenhouder
Basishandelingen B-53
2
Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie)
Met de punt van het reinigingsborsteltje of
a
tornmesje verwijdert u het beschermkapje
van het gat op de rechterkant van de
machine.
B
SENSORPEN AANSLUITEN
c
B-54
Plaats de sensorpen in de sensorpenhouder
met de penpunt omlaag. Sluit vervolgens de
sensorpen aan op de machine.
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN
Werken met de sensorpen
Wanneer u de sensorpen gebruikt, werk dan
langzaam en zacht, zodat de bewerking duidelijk
is.
Belangrijke informatie over de
sensorpen
De sensorpen zendt een signaal naar de machine
dat vervolgens wordt ontvangen door de
ontvanger om de positie aan te geven.
a Ontvanger sensorpen
b De sensorpen zendt een signaal uit
1) Aanraken: een punt aanraken met de sensorpen
en de pen direct weer optillen.
2) Lang aanraken: een punt aanraken met de
sensorpen en de pen daar minstens een seconde
laten rusten. Dan worden de functies die u zojuist
hebt geselecteerd, geactiveerd.
Opmerking
• Wanneer u een punt hebt aangeraakt met
de sensorpen en de opgegeven informatie
is toegepast op het scherm, voert u de
volgende bewerking uit. Wanneer u enkele
malen een punt aanraakt met de sensorpen,
wordt de informatie mogelijk niet juist
gelezen.
• Sleep de punt van de sensorpen niet over
de machine. Dan kan de punt van de
sensorpen beschadigen.
• Als er een probleem is met de
geleidelijnmarkering, werkt de sensorfunctie
mogelijk niet goed.
VOORZICHTIG
• Steek geen voorwerpen in de sensorpen en de
ontvanger. Daardoor kan de machine
beschadigd raken.
BELANGRIJK
• Houd geen handen, stof of voorwerpen tussen
de machine en de sensorpen. Dan kan de
ontvanger van de sensorpen mogelijk de
signalen van de sensor niet ontvangen.
• Gebruik de machine niet in de buurt van
andere apparaten die ultrasoongolven of een
trillingsgeluid produceren. Dan kan storing
optreden.
Memo
• U kunt de sensorpen gebruiken als
aanraakpen om het scherm aan te raken.
Basishandelingen B-55
2
Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie)
Houd de sensorpen vast en raak het punt aan dat u
wilt opgeven. Wanneer de punt van de sensorpen
wordt ingedrukt, wordt de positie-informatie naar
de machine gezonden.
B
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN
Sensorpen kalibreren
d
Raak het eerste punt van de groene
stippenmarkering op het steekplaatdeksel
aan met de sensorpen.
Kalibreer de sensorpen met het scherm voordat u
deze de eerste keer in gebruik neemt. Dan weet de
machine in welke positie u de pen doorgaans
vasthoudt.
Houd de sensorpen onder de hoek die u prettig
vindt en kalibreer de machine volgens
onderstaande procedure.
Houd de sensorpen onder dezelfde hoek bij het
kalibreren van het eerste en het tweede punt.
*
a
Druk op
b
Open pagina 3 van het scherm Instellingen.
.
a Steekplaatdeksel
e
*
c
Raak het steekplaatdeksel aan.
Druk op
Raak het tweede punt in het midden van het
kruisje aan met de sensorpen.
Raak het punt in de illustraties aan.
terwijl u de sensorpen
aansluit op de machine.
→ Het scherm Sensorfunctie kalibreren verschijnt.
a Borduurtafel
B-56
GEBRUIK VAN DE SENSORPEN
f
Druk op
om de kalibratie-instelling te
voltooien. Als u het kalibreren wilt
herhalen, raakt u het eerste punt opnieuw
aan met de sensorpen en gaat u door met
stap e.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder het kalibereren te
voltooien.
*
Druk op
zetten.
2
Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie)
*
B
om de kalibratie-instelling terug te
Basishandelingen B-57
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN
BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
Alvorens de sensorfuncties te gebruiken, dient u eerst procedures in “Borduren” en “Borduurcombinatie”
goed door te lezen om uzelf vertrouwd te maken met de bewerkingen van de machine.
Borduurpositie opgeven met de
sensorpen
g
Druk op
.
Wanneer u de sensorpen gebruikt, kunt u de
borduurpositie aanpassen aan de gewenste
locatie. U kunt deze functie uitvoeren in de modus
“Borduren” of “Borduurcombinatie”; onderstaande
procedure is uitgevoerd in de modus “Borduren”.
Als de melding “De wagen van de borduurtafel
gaat bewegen. Blijf met uw handen en dergelijke
uit de buurt van de wagen.” verschijnt tijdens de
bewerking, volg de aanwijzing op met het oog op
de veiligheid en druk pas daarna op
a
Zet de machine aan.
b
Druk op
.
(Borduren /
(Borduurcombinatie).
c
Selecteer de categorie van het patroon dat
u wilt borduren.
d
In het patroonkeuzescherm drukt u op de
toets van het patroon dat u wilt borduren.
e
Druk op
f
Plaats de stof in het borduurraam en
bevestig het borduurraam aan de machine.
.
→ Zie “Stof in het borduurraam plaatsen” op
pagina E-13 en “BORDUURRAAM BEVESTIGEN”
op pagina E-17.
B-58
→ Selecteer het gewenste gebied en druk vervolgens
op
wanneer onderstaande melding
verschijnt (alleen voor het gebruik van het extra
grote borduurscherm).
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
h
Druk op
.
c
Met de sensorpen raakt u het punt op de
stof aan dat correspondeert met hoek a op
het scherm.
B
2
Selecteer de methode om het
i
borduurpatroon te positioneren.
*
Als u de rand van het borduurwerk wilt uitlijnen met
een patroon of markering op de stof, selecteert u de
rand. Als het middelpunt van het patroon dat u wilt
borduren is bepaald, selecteert u de positie van het
middelpunt.
a Vierkant van patroonrand
b Patroonpositie
d
Met de sensorpen raakt u het punt op de
stof aan dat correspondeert met hoek b op
het scherm.
■ Borduurpositie selecteren aan de
hand van de patroonrand
a
Vanaf
op het scherm drukt u op de
rand die de referentie voor de positie moet
zijn.
a Vierkant van patroonrand
b Patroonpositie
b
Druk op
.
e
Druk op
om de posities aan te
passen.
→ Als u de posities niet hoeft aan te passen, gaat u
door met stap i.
Basishandelingen B-59
Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie)
→ Het scherm Borduurpositieselectie verschijnt.
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
f
Druk op
om de LED-aanwijzer
op de stof te verplaatsen om de eerste
positie aan te passen.
g
Druk op
om de instelling toe te
■ Borduurpositie selecteren aan de
hand van het middelpunt van het
patroon
a
Druk op
b
Raak met de sensorpen twee punten aan op
de stof die corresponderen met de nummers
in het midden van het borduurpatroon.
passen.
h
Druk op
in het volgende scherm.
om de LED-aanwijzer
op de stof te verplaatsen om de tweede
positie aan te passen.
i
Druk op
om de instelling toe te
passen.
j
k
B-60
Het voorbeeld in het borduurscherm wordt
bijgewerkt volgens de borduurpositie die u
hebt opgegeven.
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met borduren.
a Middenlijn van het patroon
b Patroonpositie
→ Het puntnummer dat u hebt opgegeven wordt rood.
c
Druk op
om de posities aan te
passen.
→ Als u de posities niet hoeft aan te passen, gaat u
door met stap g.
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
d
i
Druk op
om de LED-aanwijzer
op de stof te verplaatsen om de eerste
positie aan te passen.
Druk op
B
Opmerking
• Wanneer u de positie van de borduurpositie
opgeeft met de sensorpen, kunt u
misschien niet precies de gewenste locatie
opgeven. Verplaats dan het borduurraam
om het midden van het patroon uit te lijnen
met de locatie die wordt aangegeven door
de LED-aanwijzer.
om de instelling toe te
passen.
f
Druk op
om de LED-aanwijzer
op de stof te verplaatsen om de tweede
positie aan te passen.
g
Druk op
om de instelling toe te
passen.
h
Het voorbeeld in het borduurscherm wordt
bijgewerkt volgens de borduurpositie die u
hebt opgegeven.
Basishandelingen B-61
2
Sensorfuncties (voor modellen die zijn uitgerust met de sensorfunctie)
e
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met borduren.
GEBRUIK VAN SENSORFUNCTIES IN BORDUUR-/BORDUURCOMBINATIEMODUS
B-62
Borduren
In dit gedeelte vindt u aanwijzingen om ontwerpen te borduren met deze machine.
Paginanummers in dit gedeelte beginnen met “E”.
De display en machine-illustratie kunnen iets afwijken naargelang het land of de regio.
Hoofdstuk1 Borduren ............................................................. E-2
Hoofdstuk2 Borduurcombinatie ........................................... E-56
EBorduren
Hoofdstuk
1
Borduren
PATRONEN KIEZEN................................................... 3
■ Copyright .................................................................................. 3
Borduurpatronen kiezen/Brother “Exclusief”/Bloemletter/
Werken met de spoel ..................................................................4
Letterpatronen kiezen.................................................................5
Kaderpatronen selecteren ...........................................................7
Patronen selecteren van borduurkaarten ....................................7
■ Over de borduurkaartlezer (afzonderlijk verkrijgbaar) en de
USB-kaartschrijfmodule*............................................................ 7
■ Over borduurkaarten (afzonderlijk verkrijgbaar) ...................... 7
Patronen kiezen van een USB-medium/computer ......................8
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN ............... 9
■ Functies van de toetsen............................................................ 10
DE STOF VOORBEREIDEN ...................................... 11
Opstrijksteunstof bevestigen op de stof ...................................11
Stof in het borduurraam plaatsen .............................................13
■ Soorten borduurramen............................................................. 13
■ Stof plaatsen............................................................................. 14
■ Gebruik van het borduurvel .................................................... 15
Kleine stukjes stof, hoeken of randen en lint of band
borduren ..................................................................................16
■ Kleine stukjes stof borduren ..................................................... 16
■ Randen of hoeken borduren..................................................... 16
■ Linten of band borduren .......................................................... 16
BORDUURRAAM BEVESTIGEN ............................... 17
■ Borduurtafel verwijderen ......................................................... 17
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN ...... 19
Patroonpositie controleren ......................................................19
Voorbeeld van het patroon bekijken ........................................20
BORDUURPATROON NAAIEN ............................... 21
Aantrekkelijke afwerkingen borduren ......................................21
■ Borduursteekplaatdeksel ......................................................... 22
Borduurpatronen naaien...........................................................22
Applicaties borduren ...............................................................23
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN .......... 26
Als de onderdraad bijna op is ..................................................26
Wanneer de draad afbreekt tijdens het naaien .........................27
Opnieuw beginnen vanaf het begin .........................................28
Borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet .............28
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN........... 30
Draadspanning aanpassen.........................................................30
■ Juiste draadspanning ................................................................ 30
■ Bovendraad is te strak.............................................................. 30
■ Bovendraad is te los ................................................................. 30
Spoelhuis aanpassen (geen kleur op schroef) ............................31
■ Juiste spanning ......................................................................... 31
■ Bovendraad is te los ................................................................. 31
■ Onderdraad is te strak.............................................................. 32
Gebruik van de automatische draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN) .........................................................32
Gebruik van de draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK
KNIPPEN) .................................................................................32
■ Selecteren beneden welke lengte overspringende steken niet
worden afgeknipt......................................................................33
Borduursnelheid aanpassen...................................................... 33
Garenkleur wijzigen................................................................. 34
“Borduurraamscherm” wijzigen............................................... 35
BORDUURPATROON WIJZIGEN ........................... 36
Patroon verplaatsen ................................................................. 36
Patroon en naald in de juiste positie zetten.............................. 36
Grootte van patroon wijzigen .................................................. 37
Patroon roteren........................................................................ 38
Horizontaal gespiegeld patroon maken ................................... 39
Bewerkscherm vergroten ......................................................... 39
Steekdichtheid wijzigen (alleen letter- en kaderpatronen) ..... 40
Kleuren van letterpatroon wijzigen ......................................... 40
Verbonden letters borduren ..................................................... 41
Ononderbroken borduren (monochroom - met één kleur)....... 43
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE................ 44
Voorzorgsmaatregelen borduurgegevens ................................. 44
■ Soorten borduurgegevens die u kunt gebruiken........................44
■ Welke USB-apparaten/media u kunt gebruiken ........................44
■ U kunt computers en besturingssystemen met de volgende
specificaties gebruiken..............................................................44
■ Voorzorgsmaatregelen voor het maken en opslaan van
steekgegevens op de computer .................................................44
■ Tajima (.dst) borduurgegevens..................................................45
Steekpatronen opslaan in het geheugen van de machine ......... 45
■ Als het geheugen vol is .............................................................45
Steekpatronen opslaan op USB-medium .................................. 46
Borduurpatronen opslaan op de computer............................... 47
Patronen ophalen uit het geheugen van de machine ............... 48
Ophalen van USB-media .......................................................... 49
Ophalen van de computer........................................................ 50
BORDUURAPPLICATIE ........................................... 51
Applicatie maken met een kaderpatroon (1) ............................ 51
Applicatie maken met een kaderpatroon (2) ............................ 52
Gesplitste borduurpatronen naaien.......................................... 53
PATRONEN KIEZEN
PATRONEN KIEZEN
E
■ Copyright
Mocht er een ander scherm verschijnen, druk dan op
en vervolgens op
om het onderstaande
scherm weer te geven.
Deze machine bevat 6 categorieën patronen.
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
a
b
c
d
e
f
g
Borduurpatronen
Brother “Exclusief”
Bloemletterpatronen
Kaderpatronen
Letterpatronen
Patronen voor werken met de spoel (zie “Bijlage”)
In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina
E-48)
h Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina
E-49)
i Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina
E-50)
j Druk op deze toets om de borduurtafel in de
opbergstand te plaatsen.
Memo
• Als een toets er gestapeld uitziet, zoals
en
, betekent dit dat
er subcategorieën zijn, die u moet
selecteren voordat een
patroonkeuzescherm verschijnt.
Borduren E-3
1
Borduren
De in de machine en op de borduurkaarten opgeslagen patronen zijn slechts bedoeld voor privé-gebruik. Enig
openbaar of commercieel gebruik van patronen waarop copyright rust is een overtreding van de wet op
auteursrechten en is ten strengste verboden.
Er zijn veel letterpatronen en decoratieve borduurpatronen opgeslagen in het geheugen van de machine (een
volledig overzicht van de patronen in het geheugen van de machine vindt u in de “Beknopte bedieningsgids”). U
kunt ook patronen van de borduurkaarten gebruiken (afzonderlijk verkrijgbaar).
Nadat de machine geïnitialiseerd is en de wagen op de beginstand is gaan staan, verschijnt het scherm met het
patronenoverzicht.
PATRONEN KIEZEN
Borduurpatronen kiezen/Brother
“Exclusief”/Bloemletter/Werken
met de spoel
a
*
c
om het patroon in
spiegelbeeld te borduren.
*
Als u een fout heeft gemaakt bij de selectie van het
patroon, druk dan op de toets van het patroon dat u
wilt borduren. De nieuwe selectie verschijnt.
Druk de toets van de categorie van het
patroon dat u wilt borduren.
Zie “Werken met de spoel” in “Bijlage” voor meer
informatie over patronen voor werken met de spoel.
d
b
Druk op
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
borduren.
Druk op
.
→ De display voor borduren verschijnt.
e
*
Ga door met “OVERZICHT DISPLAY
VOOR BORDUREN” op pagina E-9 om het
patroon te borduren.
Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op
*
Druk op
om naar de volgende pagina te gaan.
*
Druk op
om naar de vorige pagina te gaan.
→ Het geselecteerde patroon wordt weergegeven.
E-4
.
PATRONEN KIEZEN
Letterpatronen kiezen
*
selecteert u de letter en drukt u op
c
.
Druk op de toets van het lettertype dat u
wilt borduren.
*
Als u per ongeluk verkeerd kiest, druk dan op
*
om uw fout te wissen.
Als het patroon te klein is om het goed te kunnen
zien, kunt u het controleren met
.
e
Druk op
en voer vervolgens “e” in.
f
Druk op
om een spatie in te voeren.
Druk op een tab om van selectiescherm te
wisselen.
Memo
• Als u letters toevoegt nadat u de grootte
hebt gewijzigd, worden de nieuwe letters
ingevoerd in de grootte die u hebt gekozen.
• U kunt de grootte van de ingevoerde letters
niet wijzigen nadat u een letterpatroon hebt
gecombineerd.
d
Druk op
en voer vervolgens “W” in.
Borduren E-5
E
1
Borduren
b
Druk op
om de
grootte te wijzigen. Telkens wanneer u op de toets
drukt, verandert de grootte van groot, naar medium
naar klein.
Voorbeeld: “We Fly” invoeren.
a
Als u de grootte van een letter wilt wijzigen,
PATRONEN KIEZEN
g
Druk opnieuw op
h
Druk op
en voer “F” in.
en voer vervolgens “ly” in.
i
Druk op
.
→ De display voor borduren verschijnt.
j
*
Ga door met “OVERZICHT DISPLAY
VOOR BORDUREN” op pagina E-9 om het
patroon te borduren.
Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op
E-6
.
PATRONEN KIEZEN
Kaderpatronen selecteren
e
*
a
Druk op
b
Druk boven in het scherm op de toets met
de kadervorm die u wilt borduren.
.
Ga door met “OVERZICHT DISPLAY
VOOR BORDUREN” op pagina E-9 om het
patroon te borduren.
Als u naar het vorige scherm terug wilt gaan of een
ander patroon wilt kiezen, drukt u op
.
b
a Kadervormen
b Kaderpatronen
→ Onder in het scherm verschijnen diverse
kaderpatronen met de geselecteerde vorm.
*
Druk op de toets van het kaderpatroon dat
u wilt borduren.
Als u per ongeluk een verkeerd patroon hebt
gekozen, druk dan op de toets van het patroon dat u
wel wilt borduren.
→ Het geselecteerde patroon verschijnt op het scherm.
d
Druk op
.
Patronen selecteren van
borduurkaarten
■ Over de borduurkaartlezer
(afzonderlijk verkrijgbaar) en de
USB-kaartschrijfmodule*
• Gebruik slechts een borduurkaartlezer die is
ontworpen voor deze machine. Bij gebruik van
andere kaartlezers werkt de machine mogelijk
niet goed.
*
Als u de PE-DESIGN Ver5 of later, PE-DESIGN
NEXT, PE-DESIGN Lite of PED-BASIC of PE-DESIGN
PLUS hebt aangeschaft, kunt u de bijgesloten
USB-kaartschrijfmodule als een borduurkaartlezer
aansluiten op de machine en patronen oproepen.
Opmerking
• U kunt geen borduurpatronen vanaf de
machine opslaan op een borduurkaart die is
geplaatst in een aangesloten
USB-kaartschrijfmodule*.
■ Over borduurkaarten
(afzonderlijk verkrijgbaar)
→ De display voor borduren verschijnt.
1
Borduren
a
c
E
• Gebruik alleen borduurkaarten die speciaal voor
deze machine zijn vervaardigd. Bij gebruik van
onofficiële kaarten werkt de machine mogelijk
niet goed.
• In het buitenland aangeschafte borduurkaarten
kunt u niet gebruiken bij deze machine.
• Berg uw borduurkaarten op in de koffer.
Borduren E-7
PATRONEN KIEZEN
a
Steek de optionele
borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule*
in de USB-poort van de machine.
a USB-poort
b Borduurkaartlezer/USB-kaartschrijfmodule
b
*
Steek de kaart volledig in de
kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule.
Plaats de borduurkaart zo dat het uiteinde met de
pijl erop boven zit.
c
Druk op de toets van de USB-poort.
→ De patronen op de borduurkaart verschijnen op het
scherm met het stekenoverzicht.
d
Volg de stappen op Pagina E-4 om een
patroon te selecteren.
Patronen kiezen van een
USB-medium/computer
Hoe u patronen ophaalt van een computer of
USB-medium leest u op pagina’s E-49 t/m E-50.
Opmerking
• U kunt niet twee
USB-kaartlezers/USB-kaartschrijfmodules
tegelijk gebruiken op deze machine. Als u
twee
USB-kaartlezers/USB-kaartschrijfmodules
plaatst, wordt alleen de
USB-kaartlezer/USB-kaartschrijfmodule die
het eerst is geplaatst, gedetecteerd.
E-8
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
h
a
E
1
i
j
k
c
l
Borduren
b
d
e
f
g
m
a Hiermee geeft u de persvoetcode weer.
Bevestig borduurvoet “W+” of “W” voor alle borduurwerken. Wanneer het persvoetsymbool op het scherm
verschijnt, kunt u borduren.
b Hier verschijnt de grens voor borduren met het extra grote borduurraam (30 cm × 18 cm (ca. 12 inch × 7 inch)).
c Hier wordt een voorbeeld van het geselecteerde patroon getoond.
d Hier wordt de grootte van het geselecteerde patroon getoond.
e Toont de borduurramen die u bij het geselecteerde patroon kunt gebruiken. Gebruik het juiste borduurraam (zie
pagina E-13).
f Hier wordt getoond hoe ver de patroonpositie zich vanaf het midden bevindt (wanneer u de
standaardpatroonpositie verplaatst).
g Toont hoeveel aantal graden het patroon wordt gedraaid.
h Hiermee wordt getoond hoeveel steken er in het geselecteerde patroon zijn en hoeveel steken er tot nu toe zijn
geborduurd.
i Geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om het patroon te borduren en hoeveel tijd er tot nu toe is verlopen bij het
borduren van het patroon (de tijd voor het verwisselen en automatisch afsnijden van draden is hier niet bij
inbegrepen).
j Toont het aantal kleuren in het geselecteerde patroon en het nummer van de kleur die u momenteel borduurt.
k Toont het deel van het borduurwerk dat wordt geborduurd met de eerste garenkleur.
l Toont de volgorde voor garenkleurwisselingen en de borduurtijd voor elke garenkleur.
* De weergegeven tijd is een benadering van de benodigde tijd. De werkelijke borduurtijd kan langer zijn dan de
aangegeven tijd, naar gelang het borduurraam dat u gebruikt. Bovendien is de tijd die nodig is om van garenkleur te
wisselen, niet inbegrepen.
Opmerking
• De extra functies van alle toetsen worden op de volgende pagina uitgelegd.
Borduren E-9
OVERZICHT DISPLAY VOOR BORDUREN
■ Functies van de toetsen
Met deze toetsen kunt u de grootte van het patroon wijzigen, het patroon roteren (draaien) enz.
Q
Opmerking
• Sommige functies zijn niet beschikbaar bij
bepaalde patronen. Als de toets lichtgrijs
is, kunt u die functie niet gebruiken bij het
geselecteerde patroon.
n
z
y
x
w
o
p
q
r
s
Nr.
m
v
u
t
Display
Toetsnaam
Pijltjestoetsen
(
Uitleg
Pagina
Met een pijltjestoets verplaatst u het patroon in de richting van de pijl. (Met de
centreertoets zet u het patroon terug in het midden van het borduurgebied.)
E-36
Centreertoets)
n
Rotatietoets
Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt het patroon
1 graad, 10 graden of 90 graden per keer draaien.
E-38
o
Groottetoets
Met de groottetoets wijzigt u de grootte van het patroon.
E-37
p
Meerkleurentoets
Met de meerkleurentoets wijzigt u de kleur van elke letter bij het naaien van
letterpatronen.
E-40
q
Terugtoets
Met de terugtoets keert u terug naar het patronenoverzicht.
r
Knip/spanningstoets
Met de knip/spanningstoets geeft u automatisch draadknippen, draadknippen
of de draadspanning op. Voor borduren zijn deze functies automatisch
ingesteld.
s
Vooruit/achteruittoets Met de vooruit/achteruittoets verplaatst u de naald vooruit of achteruit in het
patroon. Dit is handig als de draad tijdens het naaien is afgebroken of als u
weer vanaf het begin wilt beginnen.
t
Controletoets
Met de controletoets controleert u de positie van het patroon. Het borduurraam
gaat naar de gewenste positie, zodat u kunt controleren of er voldoende ruimte
is om het patroon te naaien.
E-19
u
Beginpunttoets
Met de beginpunttoets stemt u de beginpositie van de naald af op de
patroonpositie.
E-36
v
Geheugentoets
Met deze toets slaat u een patroon op, in het geheugen, op een USB-medium
of een computer.
w
Ononderbroken-bord Druk op deze toets om het geselecteerde patroon te borduren met één kleur.
urentoets
E-43
x
Steekdichtheidstoets Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen.
E-40
y
Horizontale
spiegeltoets
Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het patroon horizontaal.
E-39
z
Functiepaginatoets
Druk op deze toets om alle toetsen op dit scherm weer te geven.
E-40
Q
Patroonafbeeldingtoets Druk op deze toets om een voorbeeld te krijgen van het geborduurde patroon.
E-10
—
E-32 t/m
E-32
E-27 t/m
E-29
E-45 t/m
E-47
E-20
DE STOF VOORBEREIDEN
DE STOF VOORBEREIDEN
E
VOORZICHTIG
Opmerking
• Druk op
. In de display
“Borduurvoethoogte” gebruikt u
en
in het scherm Instellingen. Pas de
persvoethoogte aan voor dikke of pluizige
stof.
Opstrijksteunstof bevestigen op
de stof
Voor het beste resultaat in borduurwerk gebruikt u
altijd borduursteunstof. Volg de instructies op de
verpakking van de steunstof die u gebruikt.
Werkt u met stoffen die niet gestreken kunnen
worden (zoals badstof of stoffen met lussen die
groter worden bij het strijken) of met gedeelten die
u niet gemakkelijk kunt strijken? Leg dan de
steunstof onder de stof zonder deze te bevestigen
en plaats de stof plus steunstof vervolgens in het
borduurraam. Of vraag aan uw erkende dealer wat
de juiste steunstof is.
VOORZICHTIG
• Als u de ruimte tussen de persvoet en de
naaldplaat wilt vergroten, stel dan de
borduurvoet in op een hogere waarde. Voor
het meeste borduurwerk wordt de instelling
1,5 mm gebruikt.
• Gebruik altijd borduursteunstof voor
stretchstof, lichte stof, grof geweven stof of
stof waarbij het patroon kan gaan trekken.
Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u
letsel oplopen. Als u geen steunstof gebruikt,
kan dit tot een slechte afwerking van uw
borduurwerk leiden.
a
Gebruik een stuk steunstof dat groter is dan
het borduurraam.
a Grootte van het borduurraam
b Opstrijksteunstof
Borduren E-11
1
Borduren
• Gebruik stof van minder dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik. Met stof van meer dan 3 mm (ca. 1/8 inch) dik
breekt de naald wellicht.
• Wanneer u werkt met lagen met dikkere wattering, is het aan te raden de persvoethoogte aan te passen in
het borduurinstellingenscherm (zie hieronder).
• Voor dikke badstof raden we u aan een stuk wateroplosbare steunstof boven op de voorkant van de stof te
plaatsen. Hierdoor wordt de vleug van de stof verkleind, hetgeen een mooiere afwerking geeft.
DE STOF VOORBEREIDEN
b
Strijk de steunstof vast op de achterkant van
de stof.
a Bevestigingskant van de steunstof
b Stof (achterkant)
Memo
• Borduurt u op dunne stof, zoals organdie of
batist, of op ruwharige stof zoals badstof of
corduroy? Dan krijgt u het beste resultaat
met wateroplosbare steunstof (afzonderlijk
verkrijgbaar). De wateroplosbare steunstof
lost volledig op in water, waardoor het
borduurwerk een mooiere afwerking
verkrijgt.
E-12
DE STOF VOORBEREIDEN
Stof in het borduurraam plaatsen
E
■ Soorten borduurramen
1
De soorten en nummers van de geleverde borduurramen verschillen per land en regio.
Groot
Medium
Borduurveld
30 cm × 18 cm
(ca. 12 inch × 7 inch)
Borduurveld
18 cm × 13 cm
(ca. 7 inch × 5 inch)
Borduurveld
10 cm × 10 cm
(ca. 4 inch × 4 inch)
Te gebruiken wanneer u patronen
borduurt met een grootte tussen
10 cm × 10 cm
(ca. 4 inch × 4 inch) en
18 cm × 13 cm
(ca. 7 inch × 5 inch).
Te gebruiken wanneer u patronen
borduurt met een grootte van
minder dan 10 cm × 10 cm
(ca. 4 inch × 4 inch).
Borduren
Extra groot
Te gebruiken wanneer u
verbonden of gecombineerde
letters of patronen of grote
patronen borduurt.
U kunt een ander optioneel borduurraam gebruiken. Wanneer u borduurramen kiest die niet op het scherm
verschijnen, controleer dan eerst de ontwerpgrootte van het borduurveld van het optionele raam. Overleg met
uw erkende dealer of het raam compatibel is.
Kies een borduurraam dat overeenkomt met het patroonformaat. De bijgeleverde borduurramen staan in de
display.
a
b
a Gemarkeerd: kan worden gebruikt
b Gearceerd: kan niet worden gebruikt
VOORZICHTIG
• Als u een te klein borduurraam gebruikt, kan de persvoet het raam tijdens het borduren raken. Hierdoor
kunt u letsel oplopen.
Borduren E-13
DE STOF VOORBEREIDEN
■ Stof plaatsen
c
Draai de afstelschroef licht aan en trek aan
de randen en de hoeken van de stof om de
stof glad te trekken. Draai de schroef niet
los.
d
Trek de stof enigszins strak en draai de
afstelschroef vast, zodat de stof licht
gespannen blijft.
Opmerking
• Als de stof los in het borduurraam zit, wordt
het borduurontwerp niet goed genaaid. Leg
de stof op een gelijkmatig oppervlak en trek
de stof voorzichtig strak in het raam. Volg
onderstaande stappen om de stof op de
juiste wijze te plaatsen.
a
Haal de afstelschroef omhoog en draai deze
los om het binnenraam te verwijderen.
*
Nadat u aan de stof hebt getrokken, controleert u of
de stof strak is.
*
Let op dat de binnen- en buitenramen gelijk zijn
voordat u begint met borduren.
a Afstelschroef
b Binnenraam
b
Leg de stof met de voorkant naar boven op
het buitenraam.
Plaats het binnenraam opnieuw in het buitenraam met
van het binnenraam tegenover
buitenraam.
van het
a Buitenraam
b Binnenraam
c Stof
Memo
• Trek aan alle vier de hoeken en alle vier de
randen aan de stof. Terwijl u aan de stof
trekt, draait u de afstelschroef van het raam
vast.
a
van binnenraam
b
van buitenraam
c Afstelschroef
E-14
DE STOF VOORBEREIDEN
e
Zet de afstelschroef in de oorspronkelijke
stand.
c
Rek de stof enigszins, zodat vouwen en
kreukels verdwijnen. Plaats vervolgens het
binnenraam in het buitenraam.
E
1
Borduren
Memo
• U kunt met de bijgesloten schroevendraaier
de afstelschroef van het raam vaster of
losser draaien.
a Binnenraam
b Buitenraam
d
Verwijder het borduurvel.
■ Gebruik van het borduurvel
Wanneer u het patroon op een speciale plek wilt
borduren, gebruikt u het borduurvel met het raam.
a
Markeer met een krijtje de plek op de stof
waar u wilt borduren.
a Borduurpatroon
b Markering
b
Leg het borduurvel op het binnenraam. Laat
de lijnen op het borduurvel samenvallen
met de markering die u op de stof hebt
aangebracht.
a Binnenraam
b Lijn
Borduren E-15
DE STOF VOORBEREIDEN
Kleine stukjes stof, hoeken of
randen en lint of band borduren
■ Linten of band borduren
Zet het lint of het band vast met dubbelzijdig
plakband of textiellijm.
Gebruik borduursteunstof voor extra steun.
Verwijder de steunstof voorzichtig nadat u klaar
bent met borduren. Bevestig de steunstof zoals
hieronder aangegeven. We raden u aan
borduursteunstof te gebruiken.
■ Kleine stukjes stof borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het
grotere stuk stof in het borduurraam te plakken.
Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de
steunstof met rijgsteken.
a Stof
b Steunstof
■ Randen of hoeken borduren
Gebruik textiellijm om het kleine stukje stof op het
grotere stuk stof in het borduurraam te plakken.
Als u liever geen textiellijm gebruikt, bevestigt u de
steunstof met rijgsteken.
a Stof
b Steunstof
E-16
a Linten of band
b Steunstof
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
E
1
Opmerking
• Wind de spoel op en plaats de spoel voordat u het borduurraam aanbrengt.
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omhoog te zetten.
b
Laat de borduurraamgeleider langs de
rechterrand van de borduurraamhouder
vallen.
d
Zet de raambevestigingshendel omlaag, op
gelijk niveau met het raam. Zo zet u het
borduurraam vast in de
borduurraamhouder.
a Raambevestigingshendel
VOORZICHTIG
a Borduurraamhouder
b Borduurraamgeleider
c
Schuif het borduurraam in de houder. Zorg
dat
van het borduurraam tegenover
op de houder staat.
• Als de raambevestigingshendel niet omlaag
staat, verschijnt het volgende bericht. U kunt
pas beginnen met naaien wanneer u de
raambevestigingshendel omlaag zet.
a Pijl
■ Borduurtafel verwijderen
a
Zet de raambevestigingshendel omhoog.
Borduren E-17
Borduren
a
BORDUURRAAM BEVESTIGEN
b
E-18
Trek het borduurraam naar u toe.
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Normaliter bevindt het patroon zich midden in het borduurraam. Als het patroon anders moet worden
geplaatst op de stof kunt u de lay-out controleren alvorens u gaat borduren.
b
Druk op
op de toets voor de positie
die u wilt controleren.
Het borduurraam verplaatst zich en de
patroonpositie wordt weergegeven. Let goed op
het borduurraam zodat het patroon op de juiste
plaats wordt geborduurd.
a
Druk in
.
a
a Geselecteerde positie
→ De naald verplaatst zich naar de geselecteerde
positie op het patroon.
Memo
• Druk op
om het hele borduurgebied te
zien. Het borduurraam verplaatst zich en
het borduurvlak wordt weergegeven.
→ Het volgende scherm verschijnt.
VOORZICHTIG
• Zorg dat de naald omhoog staat wanneer het
borduurraam zich verplaatst. Als de naald
omlaag staat, kan de naald breken en letsel
veroorzaken.
c
Druk op
.
Borduren E-19
1
Borduren
Patroonpositie controleren
E
POSITIE VAN HET PATROON CONTROLEREN
Voorbeeld van het patroon
bekijken
a
Druk op
.
→ U ziet een voorbeeld van het patroon zoals het
wordt geborduurd.
b
Druk op
om het
borduurraam te kiezen dat in het voorbeeld
wordt gebruikt.
*
Ramen die lichtgrijs zijn weergegeven, kunt u niet
selecteren.
*
Druk op
om de afbeelding op het scherm te
vergroten.
U kunt het patroon borduren zoals het verschijnt op
het volgende scherm.
*
Memo
• U kunt beginnen vanuit dit scherm door op
de “Start/stoptoets” te drukken.
c
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
E-20
BORDUURPATROON NAAIEN
BORDUURPATROON NAAIEN
E
Aantrekkelijke afwerkingen borduren
Draad
Bovendraad
Gebruik borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is.
Ander borduurgaren geeft mogelijk geen optimale resultaten.
Onderdraad
Gebruik als onderdraad borduurgaren dat speciaal voor deze naaimachine bestemd is.
Memo
• Als u ander garen gebruikt dan het hierboven vermelde, wordt het borduurwerk mogelijk niet goed
genaaid.
U kunt de draadspanning aanpassen met de schroef op het spoelhuis. Welk spoelhuis wordt geleverd,
hangt af van het type machine. Zie onderstaande uitleg van typen spoelhuizen.
Spoelhuis (voor borduur- en
naaimachine)
Standaardspoelhuis dat oorspronkelijk is geïnstalleerd op de machine heeft een groene markering
op de schroef. Stel de groen gemarkeerde schroef niet anders af.
Het andere spoelhuis (geen kleur op de schroef) is ingesteld met een hogere spanning voor
borduurwerk, met borduurdraden van andere dikte en allerlei borduurtechnieken. Het spoelhuis is
te herkennen aan een donkere markering binnen in de spoelholte. Zo nodig kunt u de schroef op
dit spoelhuis afstellen. (zie pagina E-31).
a Standaardspoelhuis
(groene markering op de schroef)
Ander spoelhuis
(geen kleurmarkering op schroef)
Spoelhuis (voor borduurmachine)
Het spoelhuis (geen kleur op de schroef) is geïnstalleerd op de machine. We adviseren u de
bijgeleverde borduurdraad te gebruiken als onderdraad. Zo nodig kunt u de schroef op dit
spoelhuis afstellen. (zie pagina E-31).
a Spoelhuis (geen kleur op de
schroef)
Op “Grijper reinigen” in “Bijlage” leest u hoe u het spoelhuis verwijdert.
VOORZICHTIG
• Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat de
stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen en raakt het borduurraam
mogelijk de naald. Dan kan de naald verbuigen of breken, met letsel als gevolg.
Leg de stof zo neer dat deze niet van de tafel hangt (of houd de stof vast om te voorkomen dat ze gaat
slepen).
Opmerking
• Controleer vóór het borduren of er genoeg draad in de spoel zit. Wanneer u het project begint te
borduren met onvoldoende draad op de spoel, moet u midden in het patroon de spoel opnieuw
opwinden.
• Laat geen voorwerpen liggen binnen het bereik van het bewegende borduurraam. Het raam kan het
voorwerp raken, waardoor het borduurpatroon mogelijk slecht wordt afgewerkt.
• Wanneer u grote kledingstukken borduurt (vooral jasjes of andere zware stoffen), moet u zorgen dat
de stof niet over de tafel hangt. Anders kan de borduurtafel niet vrij bewegen, waardoor het patroon
mogelijk anders uitvalt dan verwacht.
Borduren E-21
Borduren
Bij het maken van mooi borduurwerk komen vele factoren kijken. Het gebruik van de juiste steunstof (zie
pagina E-11) en bevestiging van de stof in het borduurraam (zie pagina E-13) zijn twee belangrijke
factoren die we reeds hebben genoemd. Een ander belangrijk punt is de keuze van de juiste naald en
draad. Zie de onderstaande uitleg over draad.
1
BORDUURPATROON NAAIEN
■ Borduursteekplaatdeksel
Afhankelijk van het soort stof, steunstof of garen dat
u gebruikt, kan de bovendraad onder bepaalde
omstandigheden gaan lussen. Plaats in dat geval het
bijgeleverde deksel op de steekplaat. Plaats hiertoe
de twee uitsteeksels op de onderkant van het deksel
in de inkepingen op de steekplaat, zoals hieronder
aangegeven.
Borduurpatronen naaien
Voorbeeld:
b
a
a Gleuf
b Uitsteeksel
c Inkeping
Wilt u dit deksel verwijderen, leg dan uw nagel in
de gleuf, waarna u het deksel eruit tilt.
VOORZICHTIG
• Druk het borduursteekplaatdeksel zo ver
mogelijk op de steekplaat. Als het
steekplaatdeksel niet stevig bevestigd is, kan
de naald breken.
a Volgorde borduurkleuren
b Cursor
Memo
• De [+] cursor verplaatst zich over het
patroon en geeft aan welk gedeelte van het
patroon op dat moment wordt geborduurd.
Opmerking
• Gebruik het borduursteekplaatdeksel niet
bij andere toepassingen dan borduurwerk.
E-22
a
Rijg de machine in met draad voor de eerste
kleur. Leid de draad door het gat in de
borduurvoet. Trek een stuk draad uit, zodat
er enige speelruimte is en houd het uiteinde
van de draad in uw linkerhand.
BORDUURPATROON NAAIEN
b
c
Zet de persvoet omlaag en druk vervolgens
op de “Start/stoptoets” om te beginnen met
borduren. Druk na vijf à zes steken
nogmaals op de “Start/stoptoets” om de
machine te stoppen.
f
Herhaal dezelfde stappen voor het
borduren van de overige kleuren.
E
1
Borduren
Knip de overtollige draad aan het eind van
de naad af. Als het eind van de naad zich
onder de persvoet bevindt, zet u de
persvoet omhoog en knipt u de overtollige
draad daarna af.
→ Wanneer de laatste kleur is geborduurd, verschijnt
Druk op de “Start/stoptoets” om te
d
beginnen met borduren.
→ Nadat de eerste kleur helemaal is geborduurd, knipt
de machine de draden automatisch af en stopt
daarna. De persvoet wordt dan automatisch
omhooggezet.
Op het scherm Volgorde borduurkleuren wordt de
volgende kleur verplaatst naar boven.
Memo
• Als er nog een stuk draad aan het begin van
het naaien is overgebleven, naait u hier
misschien overheen wanneer u doorgaat
met de rest van het patroon. Als het gehele
patroon eenmaal geborduurd is, is het erg
lastig om het extra stuk draad nog te
verwijderen. Knip de draden af aan het
begin van elke draadwisseling.
e
Verwijder het garen voor de eerste kleur uit
de machine. Rijg de machine in met de
volgende kleur.
“Naaien beëindigd” op het scherm. Druk op
om terug te keren naar het oorspronkelijke scherm.
Memo
• De draadknipfunctie is oorspronkelijk
ingesteld om overtollige overspringende
draden af te knippen (waar patronen met
elkaar worden verbonden). Mogelijk blijft
aan het begin van het stiksel een eind
bovendraad op de voorkant van de stof
over, naar gelang het soort naald en stof dat
u gebruikt. Nadat u klaar bent met
borduren, knipt u de overtollige draad af.
Wanneer de functie is uitgeschakeld, knip
dan met een schaar de overtollige
overspringende draden af nadat het patroon
klaar is.
Zie Pagina E-32 voor informatie over de
draadknipfunctie.
Applicaties borduren
Bij sommige patronen is een applicatie in het
patroon nodig. Bereid de basisstof en de
applicatiestof voor.
Bij het borduren van patronen met een applicatie
staat er in het borduurkleurvolgordescherm eerst
“APPLICATIEMATERIAAL”,
“APPLICATIEPOSITIE”, “APPLICATIE” en daarna
de volgorde van de kleuren van het patroon om de
applicatie heen.
Memo
• Afhankelijk van de instelling voor de
volgorde van de borduurkleuren op de
display ziet u
,
of
.
Borduren E-23
BORDUURPATROON NAAIEN
a
Strijk de steunstof vast op de achterkant van
het applicatiemateriaal.
a Applicatiemateriaal (katoen, vilt, enz.)
b Opstrijksteunstof
b
Plaats het applicatiemateriaal op het
borduurraam en druk vervolgens op de
“Start/stoptoets” om de omtrek van de
applicatie te naaien.
a Omtrek van de applicatie
b Applicatiemateriaal
Memo
• De borduurprocedure is gelijk aan de
procedure op Pagina E-22.
→ De machine naait rond de omtrek van de stukken
applicatie en stopt dan.
c
*
d
Plaats de basisstof op het borduurraam.
a Basisstof
e
*
Druk op de “Start/stoptoets” om de positie
van de applicatie te naaien.
Gebruik dezelfde kleur garen als u wilt gebruiken
om de applicatie te bevestigen in stap g.
a Applicatiepositie
b Basisstof
→ De machine naait rond de positie van de applicatie
en stopt dan.
f
Breng enige textiellijm aan op de achterkant
van de applicatie en bevestig het op de
applicatiepositie volgens het omtrekstiksel.
Verwijder het applicatiemateriaal uit het
borduurraam en knip het voorzichtig af
langs het stiksel. Verwijder vervolgens
zorgvuldig alle stikdraad.
Knip zorgvuldig het patroon uit op de omtrek die u
zojuist hebt genaaid. Knip niet binnen het gebied
van de steken, want dan zal de applicatiesteek de
applicatie niet pakken.
Memo
• Als het applicatiemateriaal erg licht is, moet
u misschien geschikt verstevigingsmateriaal
op de achterkant aanbrengen om de stof te
verstevigen en de applicatie aan te brengen.
Breng de applicatie met een strijkijzer op de
gewenste plaats aan.
Haal de stof niet uit het raam om het
applicatiemateriaal erop te strijken.
E-24
BORDUURPATROON NAAIEN
g
Druk op de “Start/stoptoets”.
E
1
Borduren
Memo
• Sommige patronen tonen niet alle drie de
applicatiestappen. Soms wordt de
“APPLICATIE”-stap op het scherm getoond
als een kleur.
→ Vervolgens wordt de applicatie voltooid.
h
Verwissel de bovendraad en voer de rest
van het borduurwerk uit.
Memo
• Hierbij komt mogelijk enige lijm op de
persvoet, naald en de steekplaat terecht.
Borduur eerst het applicatiepatroon af en
verwijder dan de lijm.
• Voor een optimaal naairesultaat knipt u alle
draden af tussen de kleurstappen.
Borduren E-25
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Opmerking
• Stoot niet tegen de wagen van de borduurtafel of de persvoet wanneer u het borduurraam verwijdert
of bevestigt. Anders wordt het patroon niet juist geborduurd.
Als de onderdraad bijna op is
Wanneer de onderdraad bijna op raakt tijdens het
borduren, stopt de machine en verschijnt de
b
*
Ontgrendel de raambevestigingshendel en
verwijder het borduurraam.
Druk daarbij niet te hard op de stof. Anders kan de
stof los in het borduurraam gaan zitten.
volgende boodschap. Druk op
en rijg de
onderdraad opnieuw in volgens onderstaande
aanwijzingen. U kunt nog 10 steken borduren
zonder de machine opnieuw in te rijgen, wanneer
u drukt op
. De machine stopt na tien steken
te hebben genaaid.
c
Plaats een opgewonden spoel in de
machine. (zie “Spoel aanbrengen” in
“Basishandelingen”.)
d
Druk op
Opmerking
• Als “Boven- en onderdraadsensor” op
“OFF” is gezet in het instellingenscherm van
de machine, verschijnt bovenstaand bericht
niet.
a
Druk op
.
→ Nadat de draad automatisch is afgesneden,
verschuift de wagen.
E-26
.
→ De wagen gaat terug naar zijn oorspronkelijke
stand.
e
Bevestig het borduurraam.
f
U kunt teruggaan naar de plek in het
patroon waar u stopte met naaien, door
stap c t/m f in het volgende gedeelte te
volgen.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Wanneer de draad afbreekt
tijdens het naaien
Druk op de “Start/stoptoets” om de
a
machine te stoppen.
*
,
, of op
om
E
Als u niet terug kunt gaan naar de plaats waar de
draad is afgebroken, druk dan op
om de kleur
1
te selecteren en naar de beginpositie van de
Als de bovendraad afgebroken is, rijg de
geselecteerde kleur te gaan. Ga daarna met
,
onderdraad breekt, druk dan op
volg
de aanwijzingen in stap a t/m e van het
vorige gedeelte om de spoel opnieuw te
installeren.
Druk op
,
de naald het juiste aantal steken terug te
zetten naar de plek waar de draad afbrak.
bovendraad dan opnieuw in. Als de
c
Druk op
of
,
vooruit naar de positie iets
vóór de plaats waar de draad is afgebroken.
.
e
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
f
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omlaag te zetten en druk op de
“Start/stoptoets” om te verder te gaan met
borduren.
Borduren E-27
Borduren
b
d
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Opnieuw beginnen vanaf het
begin
a
Druk op
Borduren hervatten nadat u de
machine hebt uitgezet
De huidige kleur en het huidige steeknummer
worden opgeslagen wanneer u stopt met
borduren. De volgende keer dat u de machine
aanzet, kunt u verdergaan met het patroon of het
patroon wissen.
.
Memo
• Ook al valt de stroom uit midden in het
borduurwerk, wanneer u de machine weer
inschakelt, gaat de machine terug naar het
punt waar het borduurwerk was gestopt.
a
b
Druk op
.
a Huidige steeknummer toen het borduren werd
gestopt
Opmerking
• Verwijder de borduurtafel niet, anders blijft
het ontwerp niet bewaard in het geheugen.
→ Het borduurraam verplaatst zich zo dat de naald
terugkeert naar de beginstand van het patroon.
c
E-28
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omlaag te zetten en begin met naaien.
a
Zet de hoofdschakelaar aan.
b
Volg de instructies op het scherm en
verwijder de borduurring.
→ De volgende boodschap verschijnt.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
c
Bevestig het borduurraam en druk op
.
E
1
Borduren
→ Het vorige borduurscherm dat werd weergegeven
voordat de machine werd uitgeschakeld, verschijnt.
Memo
• Als u een nieuwe borduurpatroon wilt
starten, drukt u op
zodat het
patroonkeuzescherm verschijnt.
d
Ga door met borduren.
a
a Steeknummer wanneer het borduren wordt hervat
Borduren E-29
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Draadspanning aanpassen
a
Druk op
.
b
Druk op
om de spanning van de
Bij het borduren moet u de draadspanning zo
instellen dat de bovendraad net zichtbaar is aan de
achterkant van de stof.
■ Juiste draadspanning
Het patroon is zichtbaar aan de achterkant van de
stof. Als de draadspanning niet juist is ingesteld,
wordt het patroon niet mooi afgewerkt. De stof kan
gaan trekken of de draad kan breken.
a Voorkant
b Achterkant
Volg een van de onderstaande procedures om de
draadspanning aan te passen aan de situatie.
Opmerking
• Als de draadspanning heel laag is ingesteld,
is het mogelijk dat de machine tijdens het
borduren zelf stopt. Dit betekent niet dat de
naaimachine niet goed functioneert.
Verhoog de draadspanning een beetje en
ga weer door met borduren.
Memo
• Als u de machine uitzet of een ander patroon
kiest, keert de draadspanning weer terug op
de automatische standaardinstelling.
• Wanneer u een in het geheugen opgeslagen
patroon ophaalt, is de instelling van de
draadspanning daarvan hetzelfde als toen u
het patroon in het geheugen opsloeg.
bovendraad lager te zetten. (De
spanningwaarde wordt lager.)
c
Druk op
.
■ Bovendraad is te los
De spanning van de bovendraad is te laag. Hierdoor
is de bovendraad te los en kunnen lussen ontstaan
aan de voorkant van de stof.
■ Bovendraad is te strak
Opmerking
• Als de bovendraad onjuist is ingeregen, is de
bovendraad mogelijk te los. Zie dan
“Bovendraad inrijgen” in “Basishandelingen”
en rijg de bovendraad opnieuw in.
De spanning van de bovendraad is te hoog.
Hierdoor is de onderdraad zichtbaar aan de
voorkant van de stof.
Opmerking
• Als de onderdraad onjuist is ingeregen, is
de bovendraad mogelijk te strak. Zie dan
“Spoel aanbrengen” in “Basishandelingen”
en rijg de onderdraad opnieuw in.
a Voorkant
b Achterkant
a
a Voorkant
b Achterkant
E-30
Druk op
.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
b
Druk op
om de spanning van de
bovendraad hoger te zetten. (De
spanningwaarde wordt hoger.)
Druk op
a Draai geen kruiskopschroef (+).
b Aanpassen met schroevendraaier (klein).
.
■ Juiste spanning
Opmerking
• Met “Borduurspanning” in het
instellingenscherm kunt u de spanning van
de bovendraad aanpassen voor
borduurwerk. De geselecteerde instelling
wordt toegepast op alle patronen.
Wanneer tijdens het borduren de algemene
spanning van de bovendraad te strak of te
los is, kunt u deze aanpassen in het
instellingenscherm. Druk op
om de
bovendraadspanning te verhogen of druk
op
om de bovendraadspanning te
verlagen. Als een specifiek borduurpatroon
extra moet worden afgesteld, zie
“Draadspanning aanpassen” op
pagina E-30.
Bovendraad is enigszins zichtbaar aan de achterkant
van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
■ Bovendraad is te los
Onderdraad is enigszins zichtbaar aan de voorkant
van de stof.
a Voorkant
b Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) ca. 30 - 45 graden met
de klok mee om de spoelspanning te verhogen. Pas
op dat u de schroef niet te strak aandraait.
Spoelhuis aanpassen (geen kleur
op schroef)
Het spoelhuis (zonder kleur op schroef) kunt u
gemakkelijk aanpassen wanneer u de spanning
van de onderdraad moet wijzigen voor de
verschillende soorten onderdraad. Zie
“Aantrekkelijke afwerkingen borduren” op
pagina E-21.
Borduren E-31
E
1
Borduren
c
Als u de spoelspanning wilt aanpassen voor de
borduurfunctie met het spoelhuis (geen
kleurmarkering op de schroef), draait u de
sleufschroef (-) met een kleine schroevendraaier.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
■ Onderdraad is te strak
De bovendraad lijkt aan de voorkant omhoog te
komen, lussen te vormen, en de onderdraad is niet
zichtbaar aan de achterkant van de stof.
a
Druk op
.
b
Druk op
om de automatische
a Voorkant
b Achterkant
Draai dan de sleufschroef (-) ca. 30 - 45 graden
tegen de klok in om de spoelspanning te verlagen.
Pas op dat u de schroef niet te los draait.
VOORZICHTIG
• Neem eerst de spoel eruit wanneer u de spoel
uit het spoelhuis aanpast.
• Draai NIET de kruiskopschroef (+) van het
spoelhuis. Hierdoor kan het spoelhuis beschadigd
raken, waardoor het onbruikbaar wordt.
• Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk
draait. Wanneer u de schroef te veel draait of te veel
kracht zet in beide (draai) richtingen, kunt u schade
veroorzaken aan het spoelhuis. Als u het spoelhuis
beschadigt, is de spanning mogelijk onjuist.
Gebruik van de automatische
draadknipfunctie
(EINDE KLEUR KNIPPEN)
De automatische draadknipfunctie
knipt de draad af
aan het eind van elke kleur die u naait. Deze functie is
aanvankelijk ingeschakeld. Als u deze functie wilt
uitschakelen, druk dan op
en vervolgens op
.U
kunt deze functie in- of uitschakelen tijdens het borduren.
*
Deze instelling wordt teruggezet op de
standaardinstelling
wanneer u de machine uitschakelt.
draadknipfunctie uit te zetten.
→ De toets ziet er zo uit:
*
Wanneer u één kleur naait, stopt de machine zonder
de draad te knippen.
Gebruik van de draadknipfunctie
(OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN)
Met de draadknipfunctie
worden
automatisch alle overtollige overspringende
draden binnen de kleur afgeknipt. Deze functie is
aanvankelijk ingeschakeld. Als u deze functie wilt
uitschakelen, druk dan op
en vervolgens op
. U kunt deze functie in- of uitschakelen
tijdens het borduren.
*
De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden
nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
a Overspringende steek
E-32
.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
Opmerking
• Wanneer deze functie is ingeschakeld, gebruik
dan de ballpointnaald 75/11 om patronen te
borduren met korte overspringende steken,
zoals letters. Wanneer u andere naalden
gebruikt, breekt de draad mogelijk.
Druk op
.
E
Wanneer de draadknipfunctie
is ingeschakeld,
kunt u selecteren beneden welke lengte de
overspringende steken niet worden afgeknipt. U kunt
deze functie in- of uitschakelen tijdens het borduren.
Selecteer een instelling tussen 5 mm t/m 50 mm in
stappen van 5 mm.
*
De instelling die u hebt opgegeven, blijft behouden
nadat u de machine uitschakelt en weer inschakelt.
Druk op
of
om de lengte van de
overspringende steek te selecteren.
Bijvoorbeeld: als u drukt op
om 25 mm (1 inch)
te selecteren, knipt de machine een overspringende
steek van 25 mm of minder niet af alvorens naar het
volgende stiksel te gaan.
Opmerking
b
Druk op
• Als er in een ontwerp vaak wordt afgeknipt,
is het raadzaam om een hogere instelling
voor overspringende steken te selecteren
om het aantal overtollige uiteinden aan de
achterkant van de stof te beperken.
• Hoe hoger de waarde die u selecteert voor de
lengte van overspringende steken, des te
minder overspringende steken knipt de
machine af. Dan blijven er meer overspringende
steken op de voorkant van de stof.
om de draadknipfunctie uit te
zetten.
Borduursnelheid aanpassen
→ De toets ziet er zo uit:
*
.
De machine knipt de draad pas als hij naar het
volgende stiksel gaat.
a
Druk op
b
Bij “Max. Borduursnelheid” stelt u de
.
maximale borduursnelheid in met
*
.
U kunt 3 verschillende snelheden kiezen: 350 spm,
600 spm of 1050 spm.
Borduren E-33
1
Borduren
a
■ Selecteren beneden welke lengte
overspringende steken niet worden
afgeknipt
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
c
Memo
• “spm” is het aantal steken dat per minuut
wordt geborduurd.
• Stel een lagere snelheid in wanneer u
borduurt op dunne, dikke of zware stof.
• U kunt de naaisnelheid wijzigen nadat u
bent begonnen met borduren.
• De instelling voor maximale naaisnelheid
verandert pas wanneer u een nieuwe
instelling selecteert. De instelling die geldt
wanneer u de machine uitschakelt, blijft
geselecteerd wanneer u de machine weer
inschakelt.
• Stel de naaisnelheid in op 600 spm wanneer
u speciaal garen gebruikt, zoals
bijvoorbeeld metaalgaren.
• Wanneer u een patroon voor werken met de
spel selecteert, is de aanbevolen
borduursnelheid ingesteld op “100 spm”; u
kunt echter kiezen tussen 100 spm, 200
spm of 350 spm.
c
Druk op
Wanneer het garennummer #123 wordt
weergegeven, selecteert u met
uit
zes borduurgarenmerken die hieronder zijn
aangegeven.
NUMMER
BORDUUR/POLYESTERGAREN
.
Garenkleur wijzigen
U kunt de naam van garenkleuren of het
borduurgarennummer weergeven.
NUMMER
COUNTRY/KATOENACHTIG
GAREN*
NUMMER MADEIRA
POLYESTERGAREN
Memo
• De kleur op het scherm wijkt mogelijk
enigszins af van de werkelijke kleur op de
klos.
a
Druk op
b
In de garenkleurweergave kunt u met
NUMMER MADEIRA
RAYONGAREN
.
NUMMER SULKY GAREN
de naam van de garenkleur of het
borduurgarennummer weergeven.
NUMMER ROBISON-ANTON
POLYESTERGAREN
*
d
E-34
Naar gelang het land of de streek wordt
katoenachtig polyestergaren verkocht.
Druk op
.
AANPASSINGEN TIJDENS HET BORDUREN
“Borduurraamscherm” wijzigen
E
a
Druk op
b
In “Borduurraamscherm” wijzigt u met
1
.
Borduren
de display van het borduurraam.
*
U hebt 16 mogelijkheden.
* Voor het optionele borduurraam.
a Borduurgebied extra groot borduurraam
30 cm × 18 cm (12 inch × 7 inch)
b Middenmarkering
c Borduurgebied groot borduurraam
18 cm × 13 cm (7 inch × 5 inch)
d Borduurgebied optioneel randborduurraam
18 cm × 10 cm (7 inch × 4 inch)
e Borduurgebied optioneel quiltborduurraam
15 cm × 15 cm (6 inch × 6 inch)
f Borduurgebied medium borduurraam
10 cm × 10 cm (4 inch × 4 inch)
g Borduurgebied optioneel klein borduurraam
2 cm × 6 cm (1 inch × 2-1/2 inch)
h Borduurgebied optioneel randborduurraam
30 cm x 10 cm (12 inch x 4 inch)
i Rasterlijnen
c
Druk op
.
Borduren E-35
BORDUURPATROON WIJZIGEN
BORDUURPATROON WIJZIGEN
VOORZICHTIG
• Wanneer u een patroon hebt gewijzigd, controleer dan op de display welke borduurramen u kunt
gebruiken en neem een geschikt borduurraam. Als u een borduurraam gebruikt dat niet op de display
wordt aangegeven, kan de persvoet het raam raken en daardoor letsel veroorzaken.
Patroon verplaatsen
Druk op
om het patroon te verplaatsen in
de richting die op de toets is aangegeven.
Druk op
om het patroon te centreren.
a
Patroon en naald in de juiste
positie zetten
a Afstand van het midden
U kunt het patroon ook verplaatsen door het te
slepen.
Als een USB-muis is aangesloten, verplaatst u de
muis om de aanwijzer op het gewenste patroon te
zetten. Selecteer vervolgens het patroon en sleep
het naar de gewenste plaats. U kunt het patroon
ook slepen door het direct op het scherm te
selecteren met uw vinger of de schermaanraakpen.
Memo
• U kunt patronen niet verplaatsen in
schermen waarin
E-36
niet verschijnt.
Voorbeeld: De linkerbenedenhoek van een
patroon tegenover de naald
leggen
BORDUURPATROON WIJZIGEN
a
Markeer de plaats waar u wilt beginnen met
borduren op de stof (zie afbeelding).
d
Druk op
e
Met
.
zorgt u dat de naald en de
markering op de stof op hetzelfde punt komen.
Dan begint u met het borduren van het patroon.
E
1
Borduren
b
Druk op
.
Grootte van patroon wijzigen
c
Druk op
a
Druk op
b
Selecteer in welke richting u de grootte wilt
wijzigen.
.
.
a
b
a Beginpunt
b Deze toets is voor de uitlijning van verbonden
letters (zie pagina E-41).
→ De naaldstand gaat naar de linkerbenedenhoek van
het patroon (het borduurraam verplaatst zich zodanig
dat de naald op de juiste positie wordt geplaatst).
*
Druk op
om het patroon te vergroten met
behoud van de verhoudingen.
*
Druk op
om het patroon te verkleinen met
behoud van de verhoudingen.
*
Druk op
om het patroon horizontaal uit te rekken.
*
Druk op
om het patroon horizontaal in te krimpen.
*
Druk op
om het patroon verticaal uit te rekken.
*
Druk op
om het patroon verticaal in te krimpen.
*
Druk op
om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke lay-out.
Borduren E-37
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Patroon roteren
a
a
Druk op
b
Selecteer de rotatiehoek voor het patroon.
.
a Grootte van patroon
*
Memo
• Sommige patronen of letters kunt u meer
vergroten dan andere patronen.
• Sommige patronen of letters kunt u meer
vergroten als u ze 90 graden draait.
• U kunt het formaat van het patroon wijzigen
door het muiswiel te draaien. Draai het
muiswiel van u af om het patroon te
verkleinen. Draai het muiswiel naar u toe om
het patroon te vergroten.
c
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Druk op
om het patroon 90 graden naar links
te draaien.
*
Druk op
om het patroon 90 graden naar
rechts te draaien.
*
Druk op
om het patroon 10 graden naar links
te draaien.
*
Druk op
om het patroon 10 graden naar
rechts te draaien.
*
Druk op
om het patroon 1 graad naar links te
draaien.
*
Druk op
om het patroon 1 graad naar rechts
te draaien.
*
E-38
Druk op
om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke positie.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Horizontaal gespiegeld patroon
maken
a
op
om het patroon terug te zetten in de
oorspronkelijke stand.
a Rotatiehoek
0°
Memo
• U kunt het patroon draaien door het
muiswiel te draaien. Draai het muiswiel van
u af om het patroon 10 graden naar links te
draaien. Draai het muiswiel naar u toe om
het patroon 10 graden naar rechts te
draaien.
c
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Bewerkscherm vergroten
Vergroot het bewerkscherm door op
drukken.
Druk op
te
om het vergrote scherm te sluiten.
Borduren E-39
1
Borduren
Druk op
totdat deze toets er uitziet als
om een horizontaal spiegelbeeld van het
geselecteerde patroon te maken. Druk nogmaals
E
BORDUURPATROON WIJZIGEN
Steekdichtheid wijzigen (alleen
letter- en kaderpatronen)
Voor sommige letter- en kaderpatronen kunt u de
steekdichtheid wijzigen.
U kunt een instelling opgeven tussen 80% en
120% in stappen van 5%.
a
*
Druk op
.
Druk op
om alle functietoetsen weer te geven
op het scherm.
a
b
c
→
c
Normaal
Fijn (steken dichter op elkaar)
Grof (steken verder uit elkaar)
Telkens wanneer u op een van deze toetsen drukt,
wordt de dichtheid van het patroon gewijzigd.
Druk op
om terug te keren naar het
oorspronkelijke patroonkeuzescherm.
Kleuren van letterpatroon
wijzigen
In gecombineerde letterpatronen kunt u elke letter
met een andere kleur borduren. Als
“MEERKLEUREN” is ingesteld, stopt de machine
nadat een letter is genaaid. U kunt dan overgaan
op een andere kleur garen.
a
Druk op
zodat de toets er zo uitziet
.
b
Wijzig de steekdichtheid.
*
Druk op
om de dichtheid te verlagen.
*
Druk op
om de dichtheid te verhogen.
E-40
*
*
Druk op
om alle functietoetsen weer te geven
op het scherm.
Druk nogmaals op de toets om terug te keren naar
de oorspronkelijke instelling.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
b
Wanneer een letter is genaaid, wijzigt u de
garenkleur en naait u de volgende letter.
b
Druk op
.
E
1
Borduren
Verbonden letters borduren
c
Druk op
.
Volg onderstaande procedure om verbonden
letters te borduren op één rij wanneer het hele
patroon groter is dan het borduurraam.
Voorbeeld: “DEF” verbinden met de letters
“ABC”
a
Selecteer de letterpatronen voor “ABC”.
Opmerking
• Voor meer informatie over het selecteren
van letterpatronen, zie “Letterpatronen
kiezen” op pagina E-5.
→ De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
Opmerking
• Als u de instelling voor het beginpunt wilt
annuleren en wilt terugkeren naar het
beginpunt midden in het patroon, drukt u
opnieuw op
.
• Selecteer met
een ander beginpunt
voor het borduren.
Borduren E-41
BORDUURPATROON WIJZIGEN
d
Druk op
e
Druk op
h
.
.
Nadat u de letters hebt geborduurd, knipt u
de draden royaal af. Vervolgens maakt u het
borduurraam los en weer vast, zodat u de
overige letters (“DEF”) kunt borduren.
a Eind van het borduurwerk
f
Druk op
i
Zoals in stap a selecteert u de
letterpatronen voor “DEF”.
j
Druk op
k
Druk op
.
.
om de draadknipfunctie uit te
zetten en druk vervolgens op
.
→ De naad staat linksonder in het patroon. Het
borduurraam verschuift zo dat de naald op de juiste
plek staat.
g
E-42
Druk op de “Start/stoptoets”.
l
Druk op
.
BORDUURPATROON WIJZIGEN
m
Lijn met
de naald uit met het eind
E
van het borduurwerk van het vorige
patroon.
1
Borduren
n
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met het borduren van de
resterende letters.
→ De garenkleur op het scherm wordt grijs
weergegeven.
Ononderbroken borduren
(monochroom - met één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één
kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine
pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren
en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op
zodat de meerkleurenstappen grijs worden en
het geselecteerde patroon wordt geborduurd in
één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op
om
terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen
van het patroon.
*
Memo
• Ook als ononderbroken borduren
is
ingesteld kunnen de automatische
draadknipfunctie en de draadknipfunctie
worden gebruikt (zie pagina E-32 ).
Druk op
om alle functietoetsen weer te geven
op het scherm.
Borduren E-43
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Voorzorgsmaatregelen
borduurgegevens
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht
wanneer u borduurgegevens gebruikt die niet zijn
gemaakt en opgeslagen op deze machine.
VOORZICHTIG
• Wanneer u andere borduurgegevens gebruikt
dan onze oorspronkelijke patronen, kan de
draad of de naald breken wanneer de
steekdichtheid te fijn is of u drie of meer
overlappende steken naait. In dat geval bewerkt
u de borduurgegevens met een van onze
oorspronkelijke gegevensontwerpsystemen.
■ Soorten borduurgegevens die u kunt
gebruiken
• U kunt alleen .pes, .phc, en .dst
borduurgegevensbestanden gebruiken op deze machine.
Wanneer u met onze gegevensontwerpsystemen of
machines andere gegevens gebruikt, leidt dit mogelijk
tot storing op de borduurmachine.
■ Welke USB-apparaten/media u kunt
gebruiken
U kunt steekgegevens opslaan op of oproepen van
USB-media. Gebruik een medium dat voldoet aan
de volgende specificaties.
• USB Flash-station (USB-flashgeheugen)
• USB-diskettestation
Steekgegevens kunt u alleen oproepen.
• USB CD-ROM, CD-R, CD-RW stations
De volgende media kunt u gebruiken met de
USB-geheugenkaartlezer/kaartschrijfmodule.
• Secure Digital (SD)-kaart
• CompactFlash
• Memory Stick
• Smart Media
• Multi Media Card (MMC)
• XD-Picture Card
Opmerking
• De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per hoeveelheid data die is opgeslagen.
• Sommige USB-media zijn misschien niet
bruikbaar bij deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
• De toegangslamp begint te knipperen nadat u
USB-apparaten/media heeft geplaatst. Het
duurt ongeveer vijf of zes seconden om de
apparaten/media te herkennen. (De tijd verschilt
afhankelijk van het USB-apparaat/medium.)
E-44
Memo
• Gebruik een computer om
bestandsmappen aan te maken.
• U kunt letters en cijfers gebruiken in de
bestandsnamen. Als de bestandsnaam niet meer
dan acht tekens bevat, verschijnt de hele
bestandsnaam op het scherm.
Als de bestandsnaam meer dan acht tekens lang is,
verschijnen als de bestandsnaam alleen de eerste
zes tekens gevolgd door “~” en een nummer .
■ U kunt computers en
besturingssystemen met de volgende
specificaties gebruiken.
• Compatibele modellen:
IBM PC met een USB-poort als
standaardapparaat
IBM PC-compatibele computer met een
USB-poort als standaardapparaat
• Compatibele besturingssystemen:
Microsoft Windows XP, Windows Vista, Windows 7
■ Voorzorgsmaatregelen voor het maken en
opslaan van steekgegevens op de computer
• Als de bestandsnaam van de borduurgegevens
niet kan worden bepaald, bijvoorbeeld omdat de
naam speciale tekens bevat, wordt het bestand
niet weergegeven. Wijzig dan de bestandsnaam.
We raden u aan de 26 letters van het alfabet te
gebruiken (hoofdletters en kleine letters), de
cijfers 0 t/m 9, “-” en “_”.
• Als u borduurgegevens groter dan 30 cm ×
18 cm (ca. 12 inch × 7 inch) selecteert,
verschijnt een bericht met de vraag of u het
patroon 90 graden wilt draaien.
Zelfs nadat ze 90 graden zijn gedraaid, kunnen
borduurgegevens groter dan 30 cm × 18 cm (ca.
12 inch × 7 inch) niet worden gebruikt.
(Alle ontwerpen moeten binnen de
ontwerpveldgrootte van 30 cm × 18 cm (ca. 12
inch × 7 inch) vallen.)
• .pes bestanden die zijn opgeslagen met meer steken
of kleuren dan de aangegeven limiet, kunnen niet
worden weergegeven. Het gecombineerde ontwerp
mag niet het maximale aantal van 500.000 steken
of 125 kleurwisselingen overschrijden. (Deze
waarden zijn benaderingen, afhankelijk van het
totaalformaat van het ontwerp). Bewerk het patroon
met een van onze ontwerpsoftwareprogramma's,
zodat het voldoet aan de specificaties.
• Borduurgegevens die zijn opgeslagen in een map
die is gemaakt op een USB-medium kunnen
worden opgehaald.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
• Maak geen mappen in “Verwisselbare schijf” op
een computer. Steekgegevens die zijn opgeslagen
in een map op “Verwisselbare schijf”, kunnen
niet worden opgehaald door de machine.
• Zelfs als de borduurtafel niet is bevestigd,
herkent de machine borduurgegevens.
b
*
Druk op
.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
■ Tajima (.dst) borduurgegevens
Steekpatronen opslaan in het
geheugen van de machine
U kunt borduurpatronen die u zelf hebt aangepast en
vaak wilt gebruiken, opslaan. Bijvoorbeeld uw naam,
patronen die zijn gedraaid of waarvan de grootte is
gewijzigd, patronen waarvan de patroonpositie is
gewijzigd enz. U kunt maximaal 20 patronen of in
totaal 2 MB opslaan in het geheugen van de machine.
→ Op de display wordt “Opslaan” weergegeven.
Nadat het patroon is opgeslagen, keert u
automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
■ Als het geheugen vol is
Als onderstaande melding verschijnt, is het maximum
aantal patronen opgeslagen of heeft het patroon dat u
wilt opslaan veel geheugenruimte nodig. Het kan niet
meer worden opgeslagen. Als u een eerder opgeslagen
patroon wist, kunt u het huidige patroon wel opslaan.
a
*
Druk op
.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
Opmerking
• Zet de machine niet uit terwijl “Opslaan”
wordt weergegeven. Dan gaat het patroon
dat u op dat moment opslaat, verloren.
Memo
• Het duurt enkele seconden om een
borduurpatroon op te slaan in het geheugen.
• Zie Pagina E-48 voor meer informatie over het
ophalen van een opgeslagen steekpatroon.
a
Druk op
wanneer het patroon dat u wilt
opslaan zich in het borduurscherm bevindt.
→ De opgeslagen patronen verschijnen op het scherm.
Borduren E-45
1
Borduren
• .dst gegevens worden in het patroonoverzicht
weergegeven met de bestandsnaam (de
werkelijke afbeelding kan niet worden
weergegeven). Slechts de eerste acht tekens van
de bestandsnaam worden weergegeven.
• Aangezien Tajima (.dst) gegevens geen specifieke
garenkleurinformatie bevatten, worden ze weergegeven
in onze standaardgarenkleurvolgorde. Controleer het
voorbeeld en wijzig desgewenst de garenkleur.
E
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
b
c
Kies het patroon dat u wilt wissen.
Memo
Druk op
• Als er voldoende geheugenruimte
beschikbaar is nadat u het patroon hebt
gewist, wordt het patroon dat u wilt opslaan
daarna automatisch opgeslagen. Als er niet
voldoende geheugenruimte beschikbaar is
nadat u het patroon hebt gewist, herhaalt u
bovenstaande stappen om nog een patroon
uit het geheugen te wissen.
• Het duurt enkele seconden om een patroon
op te slaan.
• Zie Pagina E-48 voor meer informatie over
het ophalen van een opgeslagen
steekpatroon.
.
a
b
a Geheugenruimte die wordt gebruikt door het te
wissen patroon
b Geheugenruimte die benodigd is om het huidige
patroon op te slaan
d
*
Druk op
Steekpatronen opslaan op
USB-medium
Wanneer u borduurpatronen van de machine naar
USB-media wilt zenden, sluit u het USB-medium
aan op de USB-poort van de machine.
Memo
• USB-media zijn verkrijgbaar in de handel,
maar sommige USB-media zijn niet
bruikbaar met deze machine. Meer
bijzonderheden vindt u op onze website.
• Naar gelang het USB-medium dat u
gebruikt, sluit u het USB-apparaat direct
aan op de USB-poort van de machine of
sluit u de USB-medialees/schrijfmodule aan
op de USB-poort van de machine.
• U kunt het USB-medium op elk moment
plaatsen of verwijderen, behalve wanneer u
een patroon opslaat of verwijdert.
.
Als u besluit het patroon niet te wissen, drukt u op
.
a
→ Het scherm “Opslaan” verschijnt. Nadat het patroon
is opgeslagen, keert u automatisch terug naar het
oorspronkelijke scherm.
Opmerking
• Zet de machine niet uit terwijl “Opslaan”
wordt weergegeven. Dan gaat het patroon
dat u op dat moment opslaat, verloren.
E-46
Druk op
wanneer het patroon dat u
wilt opslaan zich in het borduurscherm
bevindt.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
b
Plaats het USB-medium in de USB-poort
van de machine.
Borduurpatronen opslaan op de
computer
Opmerking
• Zet de machine niet uit terwijl “Opslaan”
wordt weergegeven. Dan gaat het patroon
dat u op dat moment opslaat, verloren.
a USB-poort
b USB-medium
Opmerking
• De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per hoeveelheid data.
• Op deze machine kunt u niet twee
USB-media tegelijk gebruiken. Wanneer u
twee USB-media in de machine steekt,
wordt alleen het USB-medium dat u het
eerst hebt geplaatst, gedetecteerd.
• Plaats niets anders dan een USB-medium in
de USB-mediumpoort. Anders beschadigt
het USB-mediumstation mogelijk.
c
*
Druk op
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
b
Zet uw computer aan en selecteer
“Computer (Deze computer)”.
*
U kunt de USB-kabel aansluiten op de
USB-aansluiting van de computer en de
borduurmachine, of ze nu ingeschakeld zijn of niet.
.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
→ Op de display wordt “Opslaan” weergegeven.
Nadat het patroon is opgeslagen, keert u
automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
Opmerking
• Plaats of verwijder geen USB-medium
wanneer “Opslaan” wordt weergegeven.
Dan gaat het patroon dat u op dat moment
opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
a USB-poort voor computer
b USB-kabelaansluiting
→ Het pictogram Verwisselbare schijf” verschijnt in
“Computer (Deze computer)” op de computer.
Opmerking
• De aansluitingen op de USB-kabel kunt u
alleen in één richting in een aansluiting
steken. Als de aansluiting niet goed past,
gebruik dan geen kracht. Controleer de
richting van de aansluiting.
• Bijzonderheden over de positie van de
USB-poort op de computer (of USB-hub)
vindt u in de Gebruiksaanwijzing bij de
betreffende apparatuur.
Borduren E-47
1
Borduren
Met de bijgeleverde USB-kabel kunt u de machine
aansluiten op uw computer en kunt u tijdelijk
borduurpatronen ophalen van en opslaan in de
map “Verwisselbare schijf” op uw computer. In
totaal kan 3 MB borduurpatronen worden
opgeslagen op “Verwisselbare schijf”, maar de
opgeslagen borduurpatronen worden verwijderd
wanneer u de machine uitzet.
E
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
c
Druk op
wanneer het patroon dat u
wilt opslaan zich in het borduurscherm
bevindt.
Patronen ophalen uit het
geheugen van de machine
a
Druk op
.
→ De opgeslagen patronen worden op het scherm
getoond.
d
*
Druk op
.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder op te slaan.
b
*
Druk op de toets van het borduurpatroon
dat u wilt ophalen.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
→ Het steekpatroon wordt tijdelijk opgeslagen op
“Verwisselbare schijf” onder “Computer (Deze
computer)”.
e
Selecteer het .phc bestand van het patroon
op de “Verwisselbare schijf” en kopieer het
bestand naar de computer.
c
Druk op
.
→ De display voor borduren verschijnt.
E-48
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Ophalen van USB-media
a
b
U kunt een specifiek borduurpatroon ophalen,
direct van het USB-medium of uit een map op het
USB-medium. Als het patroon zich in een map
bevindt, controleert u elke map om het
borduurpatroon te zoeken.
1
Borduren
Opmerking
• De verwerkingssnelheid varieert mogelijk
per hoeveelheid data
a
b
c
Plaats het USB-medium in de USB-poort
van de machine (zie pagina E-46).
a
b
c
*
Mapnaam
Op USB-medium opgeslagen borduurpatronen
Pad
Het pad geeft de huidige map weer boven in de lijst.
Borduurpatronen en een submap in een map
worden weergegeven.
*
Druk op
*
Gebruik de computer om mappen te maken. Met de
machine kunt u geen mappen maken.
d
a USB-poort
b USB-medium
*
Druk op
.
e
*
om terug te gaan naar de vorige map.
Druk op de toets van het borduurpatroon
dat u wilt ophalen.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Druk op
.
Druk op
om het patroon te verwijderen. Het
patroon wordt verwijderd van het USB-medium.
→ Borduurpatronen en een map in de bovenste map
worden weergegeven.
c
Druk op
wanneer er een submap is
om twee of meer borduurpatronen op
USB-media te sorteren. Het steekpatroon in
de submap wordt weergegeven.
*
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm zonder het steekpatroon op
te halen.
E
→ De display voor borduren verschijnt.
Borduren E-49
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Ophalen van de computer
a
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine (zie pagina E-47).
b
Op de computer opent u “Computer (Deze
computer)” en vervolgens gaat u naar
“Verwisselbare schijf”.
d
Druk op
.
→ De patronen op de computer worden weergegeven
in het patronenoverzicht.
e
*
c
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
ophalen.
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
Verplaats/kopieer de patroongegevens naar
“Verwisselbare schijf”.
f
Druk op
.
→ Patroongegevens op “Verwisselbare schijf” worden
naar de machine geschreven.
Opmerking
• Maak de USB-kabel niet los terwijl de
gegevens worden geschreven.
• Maak geen mappen op de “Verwisselbare
schijf”. Mappen worden niet weergegeven
en steekpatronen in mappen kunt u dus niet
ophalen.
E-50
→ De display voor borduren verschijnt.
BORDUURAPPLICATIE
BORDUURAPPLICATIE
Applicatie maken met een
kaderpatroon (1)
Breng een dun laagje textiellijm aan op de
c
achterkant van de applicatie die u hebt
gemaakt in stap a. Bevestig de applicatie
op de vorm in de basisstof.
Kies een kaderpatroon met een rechte
steek. Borduur het patroon op de
applicatiestof en knip daar precies om heen.
d
Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van
dezelfde vorm als de applicatie. Borduur
over de applicatie en de basisstof van stap
c om de applicatie te maken.
Opmerking
b
Borduur hetzelfde patroon van stap a op
de basisstof.
1
Borduren
U kunt met kaderpatronen met dezelfde grootte en
dezelfde vorm een applicatie maken. Borduur één
patroon met een rechte steek en één patroon met
een satijnsteek.
a
E
• Als u de grootte of de positie van de
patronen wijzigt wanneer u ze selecteert,
noteer dan de grootte en de positie
daarvan.
a Applicatiemateriaal
Borduren E-51
BORDUURAPPLICATIE
Applicatie maken met een
kaderpatroon (2)
d
Verwijder het borduurraam uit de
borduurtafel en knip het patroon rondom
de naad uit.
Dit is een tweede methode om applicaties te
maken met borduurpatronen. Bij deze methode
hoeft u de stof in het borduurraam niet te
verwisselen. Borduur één patroon met een rechte
steek en één patroon met een satijnsteek.
a
Kies een kaderpatroon (rechte steek) en
borduur dit patroon op de basisstof.
Opmerking
• Haal de stof niet uit het borduurraam om het
uit te knippen. Trek of duw de stof niet.
Anders kan de stof los in het borduurraam
gaan zitten.
e
b
*
Kies het kaderpatroon (satijnsteek) van
dezelfde vorm als de applicatie.
Plaats de applicatiestof op het patroon dat u
hebt geborduurd in stap a.
Controleer of de applicatiestof het stiksel volledig
bedekt.
Opmerking
c
Borduur hetzelfde patroon op de
applicatiestof.
• Wijzig de grootte en de positie van het
patroon niet.
• Als u de grootte of de positie van de
patronen wijzigt wanneer u ze selecteert,
noteer dan de grootte en de positie
daarvan.
a Applicatiemateriaal
E-52
BORDUURAPPLICATIE
f
Bevestig het borduurraam weer op de
borduurtafel en borduur het patroon met de
satijnsteken om de applicatie te maken.
a
*
Sluit het medium met daarop het gesplitste
borduurpatroon dat u hebt gemaakt, aan op
de machine. Selecteer vervolgens het
gesplitste borduurpatroon dat u wilt
borduren.
Gesplitste borduurpatronen
naaien
U kunt gesplitste borduurpatronen naaien die zijn
gecreëerd met PE-DESIGN Ver.7 of later of
PE-DESIGN NEXT. Gesplitste borduurpatronen wil
zeggen dat borduurpatronen die groter zijn dan
het borduurraam in meerdere delen worden
gesplitst. Nadat elk gedeelte is genaaid, vormen
deze delen samen het gehele patroon.
Meer bijzonderheden over het maken van
gesplitste borduurpatronen en uitvoerigere
naai-instructies, vindt u in de gebruiksaanwijzing
bij PE-DESIGN Ver.7 of later, of PE-DESIGN
NEXT.
In de volgende procedure wordt beschreven hoe u
onderstaand gesplitst borduurpatroon leest van
een USB-medium en het borduurt.
→ Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van
het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
b
Selecteer het gedeelte
dat u wilt
borduren.
*
*
Selecteer de gedeelten in alfabetische volgorde.
U kunt maximaal 12 gedeelten weergeven op één
pagina. Zijn er 13 of meer gedeelten in het patroon,
druk dan op
of
om de vorige of volgende
pagina weer te geven.
Borduren E-53
1
Borduren
Voor meer informatie over het ophalen van
patronen, zie “Patronen selecteren van
borduurkaarten” op pagina E-7, “Ophalen van
USB-media” op pagina E-49, of “Ophalen van de
computer” op pagina E-50.
E
BORDUURAPPLICATIE
c
Druk op
.
e
Druk op de “Start/stoptoets” om het
patroongedeelte te borduren.
f
Wanneer het borduren is afgelopen,
verschijnt het volgende scherm. Druk op
.
→ Een scherm verschijnt waarop u een gedeelte van
het gesplitste borduurpatroon kunt selecteren.
g
d
*
Bewerk het patroon zo nodig.
Voor meer informatie, zie “BORDUURPATROON
WIJZIGEN” op pagina E-36.
Memo
• Het patroon kan 90° graden naar links of
rechts worden gedraaid wanneer u op
drukt.
E-54
Herhaal stap b t/m f om de overige
gedeelten van het patroon te borduren.
BORDUURAPPLICATIE
E
1
Borduren
Borduren E-55
EBorduren
Hoofdstuk
2
Borduurcombinatie
UITLEG VAN FUNCTIES .......................................... 57
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN ................. 58
Borduurpatronen kiezen/Brother
“Exclusief”/Bloemletter/Kader/Werken met de spoel ...............59
Letterpatronen kiezen...............................................................59
PATRONEN BEWERKEN ......................................... 61
■ Functies van de toetsen............................................................ 62
Patroon verplaatsen .................................................................63
Patroon roteren ........................................................................63
Grootte van patroon wijzigen...................................................63
Patroon wissen .........................................................................63
Patronen op het scherm weergeven op 200% ..........................63
Lay-out van letterpatroon wijzigen ...........................................64
Spatiëring tussen letters wijzigen..............................................64
Spatiëring tussen letters verkleinen...........................................65
Gecombineerde patronen scheiden ..........................................65
Kleuren van letterpatronen wijzigen.........................................66
Verbonden letters borduren......................................................67
Garenkleur wijzigen ................................................................67
Eigen kleurkaart maken.............................................................68
■ Een kleur van de lijst toevoegen aan de eigen kleurkaart ......... 69
■ Eigen kleurkaart opslaan op USB-medium................................ 70
■ Eigen kleurkaartgegevens oproepen van USB-medium............. 70
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart .........................................71
Herhaalpatronen ontwerpen.....................................................72
■
■
■
■
Herhaalpatronen naaien .......................................................... 72
Eén element van een herhaalpatroon herhalen ........................ 74
Kleurvolgorde bij herhaalpatronen........................................... 75
Draadmarkeringen toekennen.................................................. 75
Het patroon herhaaldelijk naaien .............................................76
Patroon kopiëren ......................................................................78
Na het bewerken ......................................................................79
PATRONEN COMBINEREN ..................................... 80
Gecombineerde patronen bewerken.........................................80
■ Gecombineerde borduurpatronen selecteren........................... 82
Gecombineerde patronen naaien..............................................83
DIVERSE BORDUURFUNCTIES ............................... 84
Ononderbroken borduren (monochroom - met één kleur) .......84
Rijgsteken voor borduren..........................................................84
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE ................ 85
UITLEG VAN FUNCTIES
UITLEG VAN FUNCTIES
Met de “Borduurcombinatie”-functies kunt u borduurpatronen en letterpatronen combineren, de grootte
van patronen wijzigen, patronen draaien en vele andere functies voor het aanpassen van patronen
uitvoeren. Deze machine kan de volgende 9 functies uitvoeren.
■ Patronen verplaatsen
Binnen een borduurgebied van maximaal 30 cm × 18 cm (ca. 12 inch × 7 inch) kunt u de positie van patronen
wijzigen en de positie op de display controleren.
■ Patronen draaien
U kunt patronen telkens 1 graad, 10 graden of 90 graden draaien.
■ Patronen vergroten of verkleinen
U kunt patronen groter of kleiner maken.
• Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
■ Patronen in spiegelbeeld maken
U kunt een horizontaal spiegelbeeld van een patroon maken.
• Bij sommige patronen is deze functie niet beschikbaar.
■ Spatiëring tussen letters wijzigen
U kunt de spatiëring tussen letters in combinatiepatronen vergroten of verkleinen.
■ Uiterlijk/lay-out van letters wijzigen
U kunt de lay-out van de letters wijzigen in een bocht, diagonaal enz. Er zijn in totaal zes mogelijkheden.
■ Garenkleuren van patronen wijzigen
U kunt de kleuren van een patroon wijzigen in uw lievelingskleuren.
■ Herhaalpatroon maken
U kunt kopieën van een patroon toevoegen om een patroon te maken dat zich horizontaal of verticaal herhaalt.
Borduren E-57
2
Borduurcombinatie
■ Patronen combineren
U kunt eenvoudig combinaties maken van borduurpatronen, kaderpatronen, letterpatronen, patronen uit het
geheugen van de machine, patronen van borduurkaarten en vele andere patronen.
E
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
Bereid de machine voor op borduren volgens de aanwijzingen op “VOORDAT U GAAT BORDUREN” in
“Basishandelingen” en druk op
en vervolgens op
om het onderstaande scherm weer te
geven.
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
Borduurpatronen
Brother “Exclusief”
Bloemletterpatronen
Kaderpatronen
Letterpatronen
Patronen voor werken met de spoel (zie “Bijlage”)
In het geheugen opgeslagen patronen (zie pagina E-48)
Op USB-medium opgeslagen patronen (zie pagina E-49)
Op de computer opgeslagen patronen (zie pagina E-50)
Druk op deze toets om de borduurtafel in de opbergstand te plaatsen.
Memo
• Zie bijgeleverde “Beknopte bedieningsgids” voor meer informatie over het stekenoverzicht van elke
categorie.
E-58
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
a
Selecteer de patrooncategorie.
*
Zie “Werken met de spoel” in “Bijlage” voor meer
informatie over patronen voor werken met de spoel.
b
Druk op de toets van het patroon dat u wilt
bewerken.
*
Letterpatronen kiezen
2
a
Druk op
b
Selecteer het lettertype en geef vervolgens
de letters op. (Voorbeeld: A B C)
.
Zie Pagina E-4 en E-7 meer informatie over het
kiezen van patronen.
→ Het door u gekozen patroon staat in het bovenste
gedeelte van het scherm.
c
Druk op
.
*
Zie Pagina E-5 voor meer informatie over het kiezen
van letters.
→ Het patroon dat u hebt gekozen om aan te passen is
rood omrand op het “Borduurcombinatie”-scherm.
d
E
Wanneer u een letterpatroon kiest in het
“Borduurcombinatie”-scherm, kunt u de lay-out
van het patroon tegelijkertijd aanpassen.
Borduurcombinatie
Borduurpatronen kiezen/Brother
“Exclusief”/Bloemletter/Kader/
Werken met de spoel
Ga door met “PATRONEN BEWERKEN” op
pagina E-61 om het patroon te bewerken.
Borduren E-59
PATRONEN KIEZEN OM TE BEWERKEN
c
Druk op
om de lay-out van het patroon
f
op
te wijzigen.
*
Nadat u uw keuzes hebt gemaakt, drukt u
.
Als de tekens van het patroon te klein zijn, drukt u
op
om alle opgegeven letters weer te geven.
→ Het scherm “Borduurcombinatie” verschijnt.
g
d
Selecteer de lay-out. (Voorbeeld:
)
Nadat u een boog hebt gekozen, wijzigt u met
en
de ronding van de boog.
*
Druk op
om een plattere boog te krijgen.
*
Druk op
om een rondere boog te krijgen.
Memo
• Als u
,
en
selecteert, stap
dan over op
en
. U kunt de
ronding van de boog versterken of
afzwakken.
e
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
E-60
Ga door met “PATRONEN BEWERKEN” op
pagina E-61 om het patroon te bewerken.
PATRONEN BEWERKEN
PATRONEN BEWERKEN
E
2
d
a
b
c
a
b
c
d
e
a
e
b
c
e
Geeft de grootte van het gehele combinatiepatroon aan.
Geeft de grootte aan van het patroon dat op dat moment is geselecteerd.
Geeft de afstand vanaf het midden van het kader aan.
Toont de kleurvolgorde en tijden van elke stap van het momenteel geselecteerde patroon.
Geeft aan hoeveel graden het patroon is gedraaid.
Memo
• Als een toets lichtgrijs is, kunt u die functie niet gebruiken bij het geselecteerde patroon.
Borduren E-61
Borduurcombinatie
d
PATRONEN BEWERKEN
■ Functies van de toetsen
f
p
a
b
c
d
e
n
m
l
k
j
g
h
o
i
Nr.
Display
Toetsnaam
Uitleg
Pagina
a
Vergrotentoets
Druk op deze toets om het patroon op het scherm weer te geven op 200%.
E-63
b
Garenkleurentoets
Met deze toets wijzigt u de kleuren van het weergegeven patroon.
E-67
c
Rotatietoets
Met de rotatietoets draait u het patroon op het scherm. U kunt patronen telkens
1 graad, 10 graden of 90 graden draaien.
E-38
d
Groottetoets
Met de groottetoets wijzigt u de grootte van het patroon. U kunt patronen
vergroten of verkleinen.
E-37
e
Rangschikkentoets
Met deze toets wijzigt u de configuratie van een letterpatroon.
E-64
f
Meerkleurentoets
Met deze toets kunt u de kleur van afzonderlijke letters in een patroon wijzigen.
E-66
g
Spatiëringtoets
Met deze toets wijzigt u de spatiëring van letters.
E-64
h
Toevoegentoets
Druk op deze toets om nog een patroon toe te voegen aan de combinatie.
E-79
i
Wissentoets
Met deze toets kunt u het geselecteerde patroon (het rood omrande patroon)
wissen.
E-63
j
“Borduren”-toets
Druk op deze toets om het “Borduren”-scherm te openen.
E-79
k
Patroonkeuzetoets
Als u een combinatiepatroon hebt gekozen, kunt u met deze toetsen een
gedeelte van het patroon kiezen dat u wilt wijzigen.
E-64
l
Kopietoets
Druk op deze toets om een patroon te kopiëren.
E-78
m
Steekdichtheidstoets Met deze toets wijzigt u de steekdichtheid van letter- of kaderpatronen.
E-40
n
Horizontale
spiegeltoets
Met de horizontale spiegeltoets spiegelt u het geselecteerde patroon
horizontaal.
E-39
o
Randtoets
Druk op deze toets om een herhaalpatroon te maken en bewerken.
E-72
p
Pijltjestoetsen
Druk op deze toetsen om het patroon te verplaatsen in de richting van de pijl
E-36
(
Centreertoets) op de toets. (Druk op
oorspronkelijke plaats.)
E-62
om het patroon terug te zetten op zijn
PATRONEN BEWERKEN
Patroon verplaatsen
Voor meer bijzonderheden over het verplaatsen
van het patroon, zie “Patroon verplaatsen” op
pagina E-36.
Patronen op het scherm
weergeven op 200%
a
Druk op
E
2
.
Borduurcombinatie
Patroon roteren
Voor meer bijzonderheden over het draaien van
het patroon, zie “Patroon roteren” op pagina E-38.
Grootte van patroon wijzigen
Voor meer bijzonderheden over het
vergroten/verkleinen van het patroon, zie “Grootte
van patroon wijzigen” op pagina E-37.
Patroon wissen
Druk op
wissen.
om het patroon van het scherm te
→ Het patroon wordt 200% vergroot.
b
Controleer het weergegeven patroon.
→ Ga met
scherm.
c
in elke richting door het
Als u het patroon weer op normale grootte
(100%) wilt weergeven, druk dan op
.
Borduren E-63
PATRONEN BEWERKEN
Lay-out van letterpatroon wijzigen
a
Druk op
b
Druk op de toets van de lay-out die u wilt
borduren.
*
.
Zie Pagina E-60 voor meer informatie over het
kiezen van letters.
Spatiëring tussen letters wijzigen
a
Druk op
b
Met
.
verandert u de spatiëring.
*
Druk op
om de ruimte tussen de letters te vergroten.
*
Druk op
om de ruimte tussen de letters te verkleinen.
*
Druk op
om het patroon terug te zetten op de
oorspronkelijke lay-out.
→ Op de display staat de geselecteerde lay-out.
c
Druk op
.
c
Druk op
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
E-64
PATRONEN BEWERKEN
Spatiëring tussen letters
verkleinen
U kunt de spatiëring tussen letters verkleinen tot
50% van de smalste letter in de groep.
U kunt gecombineerde patronen scheiden om de
letterspatiëring aan te passen of de patronen
afzonderlijk te bewerken nadat u alle letters hebt
ingevoerd.
a
Druk op
.
b
Druk op
.
→ De toets ziet er zo uit:
.
Borduren E-65
E
2
Borduurcombinatie
Opmerking
• Het is niet aan te raden gegevens te
bewerken en te kopiëren naar andere of
oudere machines. Andere machines hebben
misschien niet dezelfde functies en dan
kunnen zich problemen voordoen.
• U kunt de spatiëring tussen letters alleen
verkleinen wanneer de letters normaal op
een rechte lijn staan.
Gecombineerde patronen
scheiden
PATRONEN BEWERKEN
c
Selecteer met
waar u het patroon
wilt scheiden en druk vervolgens op
om het te scheiden. In dit voorbeeld wordt
het patroon gescheiden tussen “T” en “a”.
Kleuren van letterpatronen
wijzigen
a
Druk op
zodat u aan elke letter een
draadkleur kunt toekennen.
Opmerking
• Een gescheiden letterpatroon kunt u niet
opnieuw combineren.
d
Selecteer met
een patroon en
pas vervolgens de letterspatiëring aan met
b
*
Verwissel de draad om elke letter in een
andere kleur te naaien.
Druk op
wijzigen.
om de kleuren in de naaivolgorde te
.
a
a Kleur voor elke letter
e
E-66
Druk op
.
PATRONEN BEWERKEN
c
Verbonden letters borduren
Druk op
om een nieuwe
kleur te kiezen uit het kleurenpalet.
U kunt verbonden letters (zie hieronder) in één rij
weergeven wanneer het patroon buiten het
borduurraam valt.
*
Voorbeeld: “DEF” verbinden met de letters
“ABC”
Druk op
als u de oorspronkelijke kleur terug
wilt. Hebt u meerdere kleuren gewijzigd, dan
herstelt u met dit commando de oorspronkelijke
kleur van alle kleuren om de garenkleur in de
afbeelding te wijzigen.
Door de kleurkeuze aan te raken met de
schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in het
kleurenpalet.
Garenkleur wijzigen
U kunt de garenkleur wijzigen door de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te plaatsen en een
nieuwe kleur te selecteren uit de garenkleuren op
de machine.
a
Druk in het patroonbewerkscherm op
.
a
a Kleurenpalet
→ De geselecteerde kleur verschijnt boven in de
naaivolgorde.
d
Druk op
.
→ Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.
b
Druk op
of op
om de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te zetten.
a
a 64 Borduurgarentabel
→ Op de display staan de gewijzigde kleuren.
Memo
• Voor informatie over het selecteren van een
kleur uit uw eigen kleurkaart, zie “Kleur
kiezen uit de eigen kleurkaart” op
pagina E-71.
Borduren E-67
2
Borduurcombinatie
Voor meer informatie over het borduren van
letterpatronen, zie “Verbonden letters borduren”
op pagina E-41.
*
E
PATRONEN BEWERKEN
b Druk op
Eigen kleurkaart maken
om de eigen kleurkaart op te
roepen (zie Pagina E-70)
U kunt uw eigen kleurkaart maken met de
garenkleuren die u het meest gebruikt. U kunt
speciale garenkleuren selecteren in de uitgebreide
lijst van de garenkleuren van negen verschillende
garenmerken. U kunt elke kleur selecteren en
verplaatsen naar uw eigen kleurkaart.
c
Met
selecteert u één van de
garenmerken op de machine.
Opmerking
• Sommige machines hebben reeds 300 extra
Robison-Anton garenkleuren in de eigen
kleurkaart. U kunt 300
Robison-Anton-garenkleurgegevens
downloaden van onze website
“ http://solutions.brother.com ”.
a
Druk in het patroonbewerkscherm op
en druk vervolgens op
.
d
Met
geeft u een viercijferige kleurcode op.
*
Als u een fout maakt, drukt u op
om het
ingevoerde nummer te wissen. Vervolgens voert u
het juiste nummer in.
b
Met
selecteert u of u een
kleur wilt toevoegen aan eigen kleurkaart.
*
Door het scherm aan te raken met de
schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in de
eigen kleurkaart.
U kunt door honderd kleuren tegelijk naar boven of
*
beneden gaan met
en
op de eigen kleurkaart.
a
a
b
a Eigen kleurkaart
E-68
a Garenmerk
PATRONEN BEWERKEN
e
Druk op
g
.
Druk op
om terug te gaan naar het
E
oorspronkelijke scherm.
2
Borduurcombinatie
b
a
a Garenmerk
b Garenkleurnummer dat u hebt opgegeven
→ De geselecteerde garenkleur is ingesteld in de eigen
kleurkaart.
a
Opmerking
• Als u niet op
drukt, zal het
garenkleurnummer niet veranderen.
Herhaal de vorige stappen totdat u alle
f
gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
*
Als u een opgegeven kleur wilt verwijderen uit het
palet, selecteert u de kleur die u wilt verwijderen en
vervolgens drukt u op
*
Druk op
■ Een kleur van de lijst toevoegen aan
de eigen kleurkaart
Herhaal de vorige stappen a t/m c op
Pagina E-68.
b
Druk op
om de garenlijst weer te
geven.
c
Selecteer een garenkleur met
en
.
.
om alle opgegeven kleuren te
wissen uit het palet.
Opmerking
• U kunt de gecreëerde eigen kleurkaart
opslaan. Zie “Eigen kleurkaart opslaan op
USB-medium” op pagina E-70 voor meer
gedetailleerde instructies.
a
b
a Garenlijst
b Garenmerk
d
Druk op
.
Borduren E-69
PATRONEN BEWERKEN
e
*
Herhaal de vorige stappen totdat u alle
gewenste garenkleuren hebt opgegeven.
Als u een opgegeven kleur wilt verwijderen uit het
palet, selecteert u de kleur die u wilt verwijderen en
vervolgens drukt u op
*
f
Opmerking
• Op deze machine kunt u niet twee USB-media
tegelijk gebruiken. Wanneer u twee USB-media in
de machine steekt, wordt alleen het USB-medium
dat u het eerst hebt geplaatst, gedetecteerd.
.
Druk op
om alle opgegeven kleuren te
wissen uit het palet.
Druk op
d
Druk op
.
om terug te gaan naar het
oorspronkelijke scherm.
■ Eigen kleurkaart opslaan op USB-medium
U kunt een eigen kleurkaart als bestand opslaan op
een USB-medium.
Opmerking
• U kunt een eigen kleurkaart alleen opslaan
op USB-medium. U kunt deze gegevens
niet opslaan in het geheugen van de
machine of op de computer.
• Een eigen kleurkaart wordt opgeslagen als
“.pcp” gegevensbestand.
a
Druk op
en druk vervolgens op
.
→ Op de display wordt “Opslaan” weergegeven.
Nadat de gegevens zijn opgeslagen, keert u
automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
Opmerking
• Plaats of verwijder geen USB-medium
wanneer “Opslaan” wordt weergegeven.
Dan gaan de gegevens die u op dat moment
opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
■ Eigen kleurkaartgegevens oproepen
van USB-medium
b
c
Stel op de eigen kleurkaart de gewenste
kleuren in volgens de procedure in “Eigen
kleurkaart maken” op pagina E-68.
Plaats het USB-medium in de USB-poort
van de machine.
a USB-poort
b USB-medium
E-70
U kunt een eigen kleurkaart als bestand oproepen
van een USB-medium.
Opmerking
• Een USB-medium kan slechts één “.pcp”
gegevensbestand bevatten. U kunt slechts
één eigen gegevenskaart tegelijk oproepen.
PATRONEN BEWERKEN
a
→ Op de display wordt “Opslaan” weergegeven. Nadat
de gegevens zijn geladen naar de machine, keert u
automatisch terug naar het oorspronkelijke scherm.
Plaats het USB-medium met de eigen
kleurkaart in de USB-poort.
Opmerking
• Plaats of verwijder geen USB-medium
wanneer “Opslaan” wordt weergegeven.
Dan gaan de gegevens die u op dat moment
opslaat, geheel of gedeeltelijk verloren.
De eigen kleurkaart die u hebt opgeroepen,
verschijnt op het scherm.
Kleur kiezen uit de eigen kleurkaart
U kunt een kleur selecteren uit de maximaal 300
garenkleuren die u hebt ingesteld in de eigen kleurkaart.
a USB-poort
b USB-medium
b
Druk op
c
Druk op
en druk vervolgens op
.
a
Druk op
.
.
→ Het garenkleurenpalet verschijnt op het scherm.
b
Druk op
of op
om de te wijzigen
kleur boven in de naaivolgorde te zetten.
Borduren E-71
2
Borduurcombinatie
d
E
PATRONEN BEWERKEN
c
Druk op
.
Herhaalpatronen ontwerpen
■ Herhaalpatronen naaien
Met de randfunctie kunt u steken maken met
herhaalpatronen. Ook kunt u de ruimte tussen de
patronen aanpassen binnen een herhaalpatroon.
a
a
Kies het patroon en druk op
b
Druk op
c
Selecteer de richting waarin het patroon
zich herhaalt.
.
.
a Garenkleurkaartwijzigingstoets
→ De eigen kleurkaart verschijnt.
d
Druk op
om een nieuwe
kleur te kiezen uit de eigen kleurkaart.
*
Met
en
gaat u naar boven en beneden
door de eigen kleurkaart.
*
Druk op
om terug te gaan naar de
oorspronkelijke kleur.
*
Door het scherm aan te raken met de
schermaanraakpen kunt u kleuren selecteren in de
eigen kleurkaart.
a
c
a
a Eigen kleurkaart
→ Op de display staan de gewijzigde kleuren.
e
E-72
Druk op
.
e
PATRONEN BEWERKEN
e
Pas de spatiëring van het herhaalpatroon
aan.
*
Druk op
om de spatiëring te vergroten.
*
Druk op
om de spatiëring te verkleinen.
a
b
c
d
e
→
d
e
Verticaal
Horizontaal
“Verticaal herhalen en wissen”-toetsen
Horizontaal herhalen en wissen”-toetsen
Spatiëringtoetsen
De patroonrichtingindicator verandert naar gelang
de richting die u selecteert.
Met
herhaalt u het patroon boven en
met
herhaalt u het patroon onder.
*
Druk op
om het patroon boven te wissen.
*
Druk op
om het patroon onder te wissen.
2
Borduurcombinatie
b
d
E
a
a Druk op
om een herhaalpatroon weer te
veranderen in één enkel patroon.
Memo
• U kunt alleen de spatiëring van rood
omrande patronen aanpassen.
f
Maak de herhaalpatronen af door stap c
t/m e uit te voeren.
g
Druk op
om het herhalen te stoppen.
Memo
• Wanneer er twee of meer patronen zijn,
worden alle patronen in het rode kader
gegroepeerd tot één patroon.
• Wanneer u de richting waarin het patroon
wordt herhaald, verandert, worden alle rood
omrande patronen gegroepeerd als één te
herhalen eenheid. Druk op
om een
herhaalpatroon weer te veranderen in één
enkel patroon. In het volgende gedeelte
leest u hoe u één element van een
herhaalpatroon kunt herhalen.
Borduren E-73
PATRONEN BEWERKEN
■ Eén element van een herhaalpatroon
herhalen
c
Druk op
.
Met de knipfunctie kunt u één element van een
herhaalpatroon selecteren en alleen dit element
herhalen. Met deze functie kunt u complexe
herhaalpatronen ontwerpen.
a
Selecteer de richting waarin het patroon
wordt geknipt.
*
Druk op
om horizontaal te knippen.
*
Druk op
om verticaal te knippen.
→ Het herhaalpatroon wordt verdeeld in afzonderlijke
elementen.
d
Druk op
e
Met
.
en
selecteert u het element dat
u wilt herhalen.
→ De patroonrichtingindicator verandert naar gelang
de richting die u selecteert.
b
Met
en
kiest u de kniplijn.
f
→ De kniplijn verplaatst zich.
E-74
Herhaal het geselecteerde element.
PATRONEN BEWERKEN
g
Druk op
om het herhalen te stoppen.
E
2
Borduurcombinatie
Opmerking
• Als u een herhaalpatroon eenmaal in
afzonderlijke elementen hebt geknipt, kunt
u het niet herstellen tot het oorspronkelijke
herhaalpatroon.
• U kunt elk element afzonderlijk bewerken in
het bewerkscherm. Zie “Gecombineerde
borduurpatronen selecteren” op
pagina E-82.
■ Kleurvolgorde bij herhaalpatronen
Druk op
om de naaivolgorde van kleuren in
gecombineerde randborduurpatronen zo te wijzigen
dat u dezelfde kleur ononderbroken kunt naaien. Zo
kunt u doornaaien zonder steeds de bovendraad te
verwisselen of de naaivolgorde handmatig te
wijzigen.
Memo
• In gecombineerde steekpatronen die twee
of meer randpatronen of andere patronen
gecombineerd met randpatronen bevatten,
wordt alleen de naaivolgorde van de
randpatronen gewijzigd.
• Wanneer u een groep van twee of meer
patronen met randpatronen herhaalt, wordt
de naaivolgorde gewijzigd, zodat dezelfde
kleur wordt doorgenaaid in alle patronen.
■ Draadmarkeringen toekennen
Door draadmarkeringen te naaien kunt u
gemakkelijk patronen uitlijnen wanneer u een reeks
borduurt. Wanneer het naaien van een patroon is
voltooid, wordt met de laatste draad een
draadmarkering genaaid in de vorm van een pijl.
Wanneer u een reeks patronen naait, plaatst u de
volgende te naaien ontwerpen met behulp van deze
pijl.
Memo
• Wanneer u afzonderlijke patronen
herhaaldelijk naait, kunt u alleen
draadmarkeringen naaien rond de
buitenrand van het patroon.
Borduren E-75
PATRONEN BEWERKEN
a
Druk op
.
b
Druk op
.
d
Druk op
.
Het patroon herhaaldelijk naaien
c
Druk op
Wanneer u het herhaalpatroon hebt gemaakt,
plaatst u de stof opnieuw in het borduurraam en
blijft u naaien voor het volgende patroon.
om de te naaien
draadmarkering weer te geven.
Memo
• Met het optionele randraam kunt u de stof
gemakkelijk opnieuw in het borduurraam
plaatsen zonder het raam uit de machine te
nemen.
Memo
• Wanneer er twee of meer elementen zijn,
selecteert u met
en
of
een patroon waaraan u de
draadmarkering wilt toewijzen.
E-76
en
PATRONEN BEWERKEN
a
*
Creëer het herhaalpatroon met de
draadmarkering midden in het eind van het
patroon.
e
Plaats de stof opnieuw in het borduurraam.
Opmerking
• Pas de positie van de stof aan zodat het
borduurgebied voor het volgende patroon
zich binnen het borduurgebied van het
borduurvel bevindt.
(Zie “Draadmarkeringen toekennen” op
pagina E-75.)
E
2
Borduurcombinatie
b
Druk op
c
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met borduren.
, en vervolgens op
→ Wanneer het borduren beëindigd is, wordt de
draadmarkering genaaid met de laatste kleur.
d
a Patroon dat eerst is geborduurd
b Positie van het patroon dat daarna wordt
geborduurd
c Borduurgebied van borduurvel
.
f
Bevestig het borduurraam aan de machine
en druk vervolgens op
.
Verwijder het borduurraam.
Borduren E-77
PATRONEN BEWERKEN
g
Raak
aan om het beginpunt in te
Patroon kopiëren
stellen op het midden van het patroon.
a
h
Druk op
Druk op
.
.
→ De kopie ligt boven op het originele patroon.
Druk op de plaatsingstoetsen om het
i
borduurraam te verplaatsen zodat de
draadmarkering op de stof is uitgelijnd met
het beginpunt.
a
a
a Gekopieerd patroon
Opmerking
• Wanneer meerdere patronen zijn
weergegeven op het scherm, wordt alleen
a Plaatsingstoetsen
*
Druk op
om de borduurpositie te controleren.
j
Verwijder de draadmarkering.
k
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met borduren.
E-78
het patroon dat is geselecteerd met
en
gekopieerd.
• Verplaats en bewerk elk gekopieerd patroon
individueel.
PATRONEN BEWERKEN
Na het bewerken
a
E
Druk op
2
.
Borduurcombinatie
*
Om het patroon te combineren met andere patronen
*
selecteert u
(zie pagina E-80).
Zie Pagina E-21 voor meer informatie over het
naaien van patronen.
Memo
• Als u terug naar het bewerkscherm wilt na
op
te hebben gedrukt, druk dan op
.
Borduren E-79
PATRONEN COMBINEREN
PATRONEN COMBINEREN
Gecombineerde patronen
bewerken
b
Selecteer
c
Druk op
.
Voorbeeld: Letters combineren met een
borduurpatroon en bewerken
a
Druk op
selecteren.
E-80
om een borduurpatroon te
.
PATRONEN COMBINEREN
d
Druk op
.
f
*
Selecteer
en geef “Flower” op.
Selecteer
, druk op
om hoofdletters/kleine
letters te wisselen en voer de overige letters in.
E
2
Borduurcombinatie
e
*
Druk op
Druk op
scherm.
om de letters op te geven.
om terug te gaan naar het vorige
→ De letters die u invoert, worden getoond in het
midden van het scherm.
g
Druk op
h
Met
*
i
.
verplaatst u de letters.
Met een USB-muis, uw vinger of de
schermaanraakpen sleept u de letters om ze te
verplaatsen.
Druk op
om de lay-out van de letters te
wijzigen. Druk op
*
.
Zie Pagina E-64 voor meer informatie over het
wijzigen van de lay-out.
Borduren E-81
PATRONEN COMBINEREN
j
Druk op
om de kleur van de letters te
wijzigen.
*
k
Zie Pagina E-67 voor meer informatie over het
wijzigen van de kleur.
Wanneer u klaar bent met alle wijzigingen,
drukt u op
.
■ Gecombineerde borduurpatronen
selecteren
Wanneer u meerdere patronen hebt gecombineerd,
selecteert u met
het patroon dat u wilt
bewerken. Wanneer een USB-muis is aangesloten,
kunt u het patroon selecteren door erop te klikken.
Schuif de muis om de aanwijzer op het gewenste
patroon te plaatsen en klik vervolgens op de
linkermuisknop. Ook kunt u patronen selecteren
door het scherm aan te raken met uw vinger of de
schermaanraakpen.
E-82
Memo
• Met
selecteert u overlappende
patronen die u niet kunt selecteren door
erop te klikken of door het scherm aan te
raken.
PATRONEN COMBINEREN
Gecombineerde patronen naaien
b
Borduur
.
E
Gecombineerde patronen worden geborduurd in
de volgorde waarin ze zijn ingevoerd. In dit
voorbeeld is dit de volgorde:
2
Borduurcombinatie
→
Opmerking
• Volg de aanwijzingen in “Borduurpatronen
naaien” op pagina E-22.
a
Borduur
door de
kleurvolgorde rechts in het scherm aan te
houden.
→ Nadat de bloemen zijn geborduurd, gaat de [+]
cursor naar het gedeelte “Flower” van het patroon.
Borduren E-83
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
DIVERSE BORDUURFUNCTIES
Ononderbroken borduren
(monochroom - met één kleur)
U kunt een geselecteerd patroon selecteren in één
kleur in plaats van meerdere kleuren. De machine
pauzeert even, maar stopt niet tussen de kleuren
en gaat door tot het patroon is voltooid. Druk op
a
Druk op
b
In het display “Afstand patroon - rijgsteek”
.
geeft u met
en
de afstand tussen
patroon en rijgsteken op.
zodat de meerkleurenstappen grijs worden en
het geselecteerde patroon wordt geborduurd in
één kleur. Dan wordt de draad niet gewisseld
tijdens het borduren. Druk opnieuw op
om
terug te keren naar de oorspronkelijke instellingen
van het patroon.
Memo
• Hoe hoger de waarde, des te verder zijn de
rijgsteken verwijderd van het patroon.
• De instelling blijft geselecteerd, zelfs
wanneer u de machine uitschakelt.
c
Druk op
om terug te gaan naar het
vorige scherm.
d
Druk op
e
Druk op
.
om de rijginstelling te selecteren.
Rijgsteken voor borduren
Alvorens te borduren kunt u rijgsteken naaien
langs de rand van het patroon. Dit is nuttig om stof
te borduren waaraan u geen steunstof kunt
bevestigen met een strijkbout of met lijm. Door
steunstof te stikken aan de stof, beperkt u
vervorming of onjuiste uitlijning van het patroon
tot een minimum.
Opmerking
• We raden u aan het combineren en
bewerken van het patroon te beëindigen
alvorens de rijginstelling te selecteren. Als u
het patroon bewerkt nadat u de rijginstelling
hebt geselecteerd, worden het patroon en
de rijgsteken onder het patroon mogelijk
onjuist uitgelijnd. Dan zijn de rijgsteken
misschien moeilijk te verwijderen, nadat het
borduurwerk is voltooid.
E-84
Opmerking
• Wanneer u op
drukt, wordt het patroon
naar het midden verplaatst. Nadat u de
rijginstelling hebt geselecteerd, verplaatst u
het patroon naar de gewenste positie.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Memo
g
Als u klaar bent met borduren, verwijdert u
de rijgsteken.
• Als u de instelling wilt annuleren, drukt u op
E
.
2
→ De rijgsteken worden toegevoegd aan het begin van
de naaivolgorde.
Borduurcombinatie
f
Druk op de “Start/stoptoets” om te
beginnen met borduren.
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
Op dezelfde manier als borduurpatronen in hoofdstuk 1 kunt u bewerkte borduurpatronen opslaan in en
ophalen uit het geheugen van de machine, een pc of USB-medium. Raadpleeg de betreffende gedeelten
uit hoofdstuk 1 over het opslaan en ophalen van borduurpatronen. Volg dezelfde procedure om bewerkte
borduurpatronen op te slaan en op te halen.
Zie Pagina E-44 voor meer informatie over de geheugenfunctie.
Borduren E-85
GEBRUIK VAN DE GEHEUGENFUNCTIE
E-86
Bijlage
In dit gedeelte vindt u belangrijke informatie voor de bediening van deze machine. Lees dit gedeelte
door. U vindt hier tips om problemen op te lossen en aanwijzingen hoe u kunt zorgen dat uw machine
goed blijft werken.
Paginanummers in dit gedeelte beginnen met “A”.
De display en machine-illustratie kunnen iets afwijken naargelang het land of de regio.
Hoofdstuk1 Werken met de spoel.......................................... A-2
Hoofdstuk2 Onderhoud en probleemoplossing ................... A-14
A Bijlage
Hoofdstuk
1
Werken met de spoel
Welke accessoires worden bijgeleverd varieert per land of regio.
WERKEN MET DE SPOEL ........................................... 3
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE
SPOEL ........................................................................ 3
Benodigde materialen .................................................................3
■
■
■
■
■
■
Spoelhuis en spoelhuisdeksel (optioneel) ................................... 3
Onderdraad ............................................................................... 3
Bovendraad................................................................................ 4
Naald ......................................................................................... 4
Borduurvoet............................................................................... 4
Stof............................................................................................. 4
Bovendraad inrijgen....................................................................4
Onderdraad voorbereiden ..........................................................4
■ Wanneer u spanning gebruikt voor de onderdraad .................... 6
■ Wanneer u geen spanning gebruikt voor de onderdraad............ 6
WERKEN MET DE SPOEL ........................................... 8
Patroon selecteren ......................................................................8
Beginnen met borduren ............................................................10
DRAADSPANNING AANPASSEN ............................ 12
■ Bovendraadspanning aanpassen ............................................... 12
■ Onderdraadspanning aanpassen............................................... 12
PROBLEEMOPLOSSING .......................................... 13
■ De draad is per ongeluk automatisch afgeknipt en de
onderdraad zit vast in de machine ........................................... 13
■ Spanning corrigeren bij werken met de spoel .......................... 13
■ De onderdraad loopt vast in de spanningsveer van het
spoelhuis .................................................................................. 13
WERKEN MET DE SPOEL
WERKEN MET DE SPOEL
In de “Beknopte bedieningsgids” vindt u meer informatie over patronen om te werken met de spoel.
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE
SPOEL
Benodigde materialen
■ Spoelhuis en spoelhuisdeksel
(optioneel)
■ Onderdraad
We raden u de volgende soorten draad aan voor het
werken met de spoel.
Borduurdraad of decoratieve draad
nr. 5 of fijner
a Spoelhuis (grijs)
Op de met “A” aangegeven plaats bevindt zich
een inkeping.
a Spoelhuisdeksel
Op de achterkant van het spoelhuisdeksel
bevinden zich twee V-vormige lipjes, aangegeven
met de letter “B”.
De lipjes helpen om de spoel op zijn plaats te
houden, zodat deze niet omhoog komt wanneer er
dikke draad doorheen wordt getrokken.
Flexibel geweven lint
(Ongeveer 2 mm (ca. 5/64 inch)
wordt aanbevolen.)
* Wanneer u breed lint of dikke draad gebruikt, raden we u aan
een proeflapje te naaien met en zonder spoelhuisspanning, om
te zien welke methode het beste naairesultaat oplevert.
Wanneer u breed lint gebruikt van bijv. 3,5 mm (ca. 1/8 inch)
raden we u aan geen spoelhuisspanning toe te passen. Zie
Pagina A-6 voor meer gedetailleerde instructies.
Opmerking
• Gebruik geen zwaardere draad dan
borduurdraad nr. 5.
• Bepaalde soorten draad zijn mogelijk niet
geschikt voor het werken met de spoel.
Naai daarom altijd enkele steken op een
proeflapje voordat u met het echte werk
begint.
Bijlage A-3
A
1
Werken met de spoel
U kunt fraai borduurwerk maken met een driedimensionaal uiterlijk door dikke draad of lint op de spoel
te winden, dat te dik is om te worden ingeregen in de naald van de machine. De decoratieve draad of het
lint komt op de onderliggende kant van de stof terwijl u borduurt met de achterkant van de stof naar
boven. Borduurwerk met de spoel wordt gemaakt met de patronen voor werken met de spoel die worden
geleverd bij deze machine.
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL
■ Bovendraad
Borduurgaren (polyestergaren) of monofilament
garen (doorzichtig nylondraad).
Als u niet wilt dat de bovendraad zichtbaar is, raden
wij u aan transparant monofilament nylongaren of
lichtgewicht polyestergaren (gewicht 50 of hoger) te
gebruiken dat dezelfde kleur heeft als de
onderdraad.
■ Naald
Gebruik een naald die geschikt is voor de
bovendraad en stof die u gebruikt. (Zie “Borduren
stap voor stap” op pagina B-46.)
■ Borduurvoet
Borduurvoet “W” of borduurvoet met
LED-aanwijzer “W+”
*
Onderdraad voorbereiden
Als u wilt werken met de spoel, moet u het
spoelhuis vervangen door het speciale spoelhuis
voor werken met de spoel.
Voordat u kunt werken met de spoel, moet u het
spoelhuis en de grijper reinigen.
a
Zet de naald en borduurvoet omhoog en zet
vervolgens de machine uit.
b
Verwijder de borduurtafel.
c
Pak beide zijden van het steekplaatdeksel
vast en schuif dit naar u toe om het te
verwijderen.
Welke accessoires worden bijgeleverd varieert per
land of regio.
■ Stof
Naai altijd enkele steken op een proeflapje met
dezelfde draad en stof als u voor het echte werk
gebruikt.
a Steekplaatdeksel
d
Verwijder het spoelhuis.
Opmerking
• De resultaten kunnen worden beïnvloed
door het soort stof dat u gebruikt. Naai altijd
eerst enkele steken op een proeflapje van
de stof die u ook voor het echte werk
gebruikt.
Bovendraad inrijgen
a
a Spoelhuis
e
Gebruik het meegeleverde
schoonmaakborsteltje of een stofzuiger om
pluisjes en stof van en rondom de grijper te
verwijderen.
Plaats een naald die geschikt is voor de
bovendraad en stof die u gebruikt.
Voor meer bijzonderheden over het draaien van het
patroon, zie “NAALD VERWISSELEN” op pagina B-45.
b
Bevestig de borduurvoet.
c
Rijg de machine in met de bovendraad.
Voor meer bijzonderheden over het inrijgen van
de machine, zie “Bovendraad inrijgen” op
pagina B-38.
A-4
a Schoonmaakborsteltje
b Grijper
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL
f
Veeg het spoelhuis (grijs) schoon met een
zachte, pluisvrije doek.
g
Plaats het spoelhuis zo dat de S-markering
op het spoelhuis zich tegenover de
●-markering op de machine bevindt.
h
Zie stap b van “Patroon selecteren” op pagina A-8
voor voorzorgsmaatregelen bij het winden van de
spoel voor borduren.
VOORZICHTIG
b
a
*
b
• Zorg dat u de bij de machine geleverde spoel
gebruikt of een die specifiek is ontworpen voor
deze machine. Het gebruik van een andere
spoel kan leiden tot schade of letsel.
Lijn de S-markering uit met de ●-markering.
*
a
b
c
a S markering op het spoelhuis
b ● markering op de machine
c Spoelhuis
Opmerking
• Wind de draad langzaam en gelijkmatig om
de spoel.
• Voor een optimaal resultaat moet u de spoel
netjes opwinden en zorgen dat de draad
niet is gedraaid.
Opmerking
• U kunt het spoelhuis (grijs) alleen gebruiken
om te werken met de spoel, dus niet voor
ander naaiwerk. Nadat u klaar bent met het
werken met de spoel, volgt u de stappen in
“Onderdraad voorbereiden” op pagina A-4
voor het verwijderen en reinigen van het
spoelhuis (grijs), en plaatst u vervolgens het
standaardspoelhuis terug.
Ware grootte
Dit model
Andere modellen
11,5 mm (ca. 7/16 inch)
i
Knip het uiteinde van de draad voorzichtig
met een schaar zo dicht mogelijk bij de
spoel af.
VOORZICHTIG
• Zorg dat u altijd het spoelhuis (grijs) gebruikt
wanneer u werkt met de spoel. Als u een ander
spoelhuis gebruikt, kan de draad verstrikt
raken of de machine beschadigd raken.
• Controleer of het spoelhuis juist is geplaatst.
Als het spoelhuis niet juist is geplaatst, kan de
draad verstrikt raken of de machine
beschadigd raken.
a Begin van gewonden draad
VOORZICHTIG
• Als de draad te ver boven de spoel uitsteekt,
kan de draad verstrikt raken of de naald
breken.
Bijlage A-5
A
1
Werken met de spoel
a
Wind met de hand een decoratieve draad om
de spoel. Wanneer u de spoel voor ongeveer
80% heeft opgewonden (zie onderstaande
afbeelding), knipt u de draad af.
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL
j
Plaats de spoel met gewonden draad.
Afhankelijk van het soort draad waarmee u werkt,
moet u voor de onderdraad wel of geen spanning
gebruiken.
■ Wanneer u spanning gebruikt voor
de onderdraad
Plaats de spoel zo in het spoelhuis dat de draad
vanaf de linkerkant afwikkelt.
Leid de draad vervolgens zorgvuldig door de
spanningsveer zoals hieronder aangegeven.
■ Wanneer u geen spanning gebruikt
voor de onderdraad
Als de onderdraad op het proeflapje te strak is en het
aanpassen van de spoelspanning niet helpt, moet u
de draad niet door de spanningsveer leiden.
Houd de spoel vast met uw linkerhand zodat de
draad vanaf de rechterkant afwikkelt en houd het
uiteinde van de draad vast met uw rechterhand.
a Spanningsveer
VOORZICHTIG
• Zorg er bij het winden van de spoel voor dat
de draad niet rafelt. Wanneer u een gerafelde
draad gebruikt, kan de draad vastlopen in de
spanningsveer van het spoelhuis en kan de
draad geheel verstrikt raken of de machine
beschadigd raken.
• Leid de onderdraad niet door de groef in het
steekplaatdeksel, anders kan de onderdraad
niet juist worden ingeregen.
A-6
k
Trek ongeveer 8 cm (ca. 3 inch) van de
onderdraad naar buiten.
l
Houd het uiteinde van de bovendraad losjes
vast en draai het handwiel naar u toe (tegen
de klok in) totdat de markering op het
handwiel wordt uitgelijnd met het midden
boven op de machine.
VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN MET DE SPOEL
m
Trek zachtjes aan de bovendraad om de
onderdraad door de steekplaat naar boven
te halen.
p
Plaats het steekplaatdeksel en het
spoelhuisdeksel met lipjes.
Voor meer bijzonderheden over het installeren van het
steekplaatdeksel, zie “Grijper reinigen” op
pagina A-15.
Steek een pincet door de lus van de
onderdraad en trek de onderdraad boven de
steekplaat.
o
Lijn de boven- en onderdraad uit en trek de
draden ongeveer 10 cm (ca.
4 inch) uit en leid ze onder de persvoet naar
de achterkant van de machine.
1
Werken met de spoel
→ Een lus van de onderdraad komt door de opening in
de steekplaat naar buiten.
n
A
a Spoelhuisdeksel
b Spoelhuisdeksel met lipjes
VOORZICHTIG
• Gebruik het spoelhuisdeksel met lipjes
wanneer u werkt met de spoel, anders kan de
draad verstrikt raken of de naald breken.
Opmerking
• Zorg er bij het plaatsen van het
steekplaatdeksel voor dat de draad niet
vast komt te zitten.
q
Installeer de borduurtafel.
Opmerking
• Zorg er bij het plaatsen van de borduurtafel
voor dat de draad niet vast komt te zitten.
• Wanneer u de onderdraad vervangt door
een nieuwe, moet u de procedure volgen
vanaf a, anders wordt de onderdraad niet
juist ingeregen.
→ Hiermee is het inrijgen van de boven- en
onderdraad voltooid.
Bijlage A-7
WERKEN MET DE SPOEL
WERKEN MET DE SPOEL
Patroon selecteren
f
Als u een borduurpatroon voor het werken
met de spoel wilt selecteren, drukt u op
Opmerking
(Borduren).
• Bereid de machine voor op werken met de
spoel zoals wordt beschreven in
“VOORBEREIDINGEN VOOR HET WERKEN
MET DE SPOEL” op pagina A-3.
a
Bevestig de borduurvoet en de
borduurtafel.
b
Plaats een spoel die met voldoende draad
voor het patroon is gewonden.
“Borduurcombinatie”-scherm (
g
Opmerking
• Voor een schatting van de benodigde
hoeveelheid onderdraad voor elk patroon,
zie de “Beknopte bedieningsgids” die
wordt geleverd bij de machine. Zorg dat u
voldoende draad op de spoel windt. Als de
draad van de spoel tijdens het naaien
opraakt, kan het borduurwerk niet worden
voltooid.
• Afhankelijk van de draaddikte kunt u de
spoel mogelijk niet winden met de
benodigde draadlengte. Probeer in dat
geval de spoel opnieuw te winden of
gebruik draad met een lichter gewicht.
c
Opmerking
• U kunt borduurpatronen voor het werken
met de spoel “B” niet gebruiken in het
Druk op
).
en selecteer één van de
borduurpatronen voor het werken met de
spoel.
Borduurpatronen voor het werken met de spoel
worden aangegeven met de letter “B” in de
linkerbenedenhoek van de toets.
Trek de onderdraad omhoog boven de
steekplaat.
a
a Markering “B”
→ Ongeacht de geselecteerde instelling wordt de
automatische draadknipfunctie uitgeschakeld.
d
Zet de machine aan.
e
Druk op
.
→ De wagen komt in de initialisatiestand te staan.
A-8
→ Wanneer u een borduurpatroon voor werken met de
spoel kiest, kunt u de borduursnelheid alleen
aanpassen van 100 spm tot maximaal 350 spm.
Opmerking
• Het begin- en eindpunt van het stikwerk
worden opgegeven bij borduurpatronen
voor het werken met de spoel. U kunt deze
patronen niet gebruiken voor normaal
borduurwerk.
• De aanbevolen standaardinstelling voor
borduurwerk met de spoel is 100 spm.
WERKEN MET DE SPOEL
Opmerking
VOORZICHTIG
• Zorg dat u een borduurpatroon voor het werken
met de spoel selecteert wanneer u met de spoel
werkt. Als u een ander soort patroon selecteert, kan
de machine beschadigd raken.
Opmerking
• Wanneer u een borduurpatroon voor het
werken met de spoel selecteert, wordt de
borduursnelheid standaard ingesteld op
100 spm. In het scherm Instellingen kunt u
de snelheid alleen aanpassen van 100 spm
tot een maximale naaisnelheid van 350
spm.
Memo
• Wanneer u een borduurpatroon voor het
werken met de spoel selecteert, wordt de
automatische draadknipfunctie
uitgeschakeld. Als u daarna een ander
patroon selecteert dan voor het werken met
de spoel, wordt de automatische
draadknipfunctie teruggezet op de instelling
die was geselecteerd voordat u het
borduurpatroon voor het werken met de
spoel koos.
h
Druk op
a Afbeelding in scherm
b Genaaid borduurwerk
(voorkant van de stof)
Memo
• Bij borduurpatronen voor het werken met
de spoel kunt u de grootte en de
draaddichtheid niet wijzigen. Bovendien kan
de automatische draadknipfunctie niet
worden ingeschakeld.
.
→ De display voor borduren verschijnt.
i
Druk op
en pas vervolgens de
bovendraadspanning aan.
Voor meer bijzonderheden over het draaien van
het patroon, zie “Draadspanning aanpassen” op
pagina E-30.
Memo
• We raden een instelling tussen 6 en 8 aan
voor de bovendraadspanning.
Bijlage A-9
A
1
Werken met de spoel
• Aangezien u bij het werken met de spoel
aan de achterkant van de stof naait, wordt
het patroon in het scherm weergegeven als
een spiegelbeeld van het uiteindelijke
borduurwerk. Klap de afbeelding
desgewenst om als u een voorbeeld wilt
bekijken. Wanneer u naait met de
garenkleuren die in het naaischerm worden
weergegeven, moet u bovendien een
onderdraad selecteren die overeenkomt
met wat u in het scherm ziet.
WERKEN MET DE SPOEL
Beginnen met borduren
a
f
Trek aan de bovendraad om de onderdraad
door de stof naar boven te halen zoals
hieronder aangegeven.
Plaats de stof in de ring zodat de voorkant
van de stof omlaag ligt met de steunstof
erbovenop. Gebruik een borduurraam dat
voldoende groot is voor het patroon en
bevestig het raam vervolgens aan de
machine. Deze patronen worden
geborduurd aan de achterkant van de stof,
dus technisch gezien werkt u tegengesteld
aan normaal borduurwerk.
a Bovendraad
b Onderdraad
Memo
• Als u de onderdraad niet naar boven kunt
trekken, maakt u met een priem een klein
gaatje om de onderdraad doorheen te
trekken.
a Achterkant van de stof
g
Druk op
om alle toetsen te
ontgrendelen.
VOORZICHTIG
• Gebruik altijd een steunstof voor borduurwerk.
Anders kan de naald breken en hierdoor kunt u
letsel oplopen. Als u geen steunstof gebruikt, kan dit
tot een slechte afwerking van uw borduurwerk
leiden.
b
Druk op
c
Druk op
h
Zet de persvoet omlaag.
i
U moet naar het begin van het stiksel gaan,
dus druk op
.
, en druk vervolgens op
.
.
→ Het scherm verandert en alle toetsen en
bedieningstoetsen worden vergrendeld.
d
Zet de persvoet omhoog met de
persvoethendel.
e
Draai het handwiel tegen de wijzers van de
klok in terwijl u de bovendraad vasthoudt
om de onderdraad boven de stof te
brengen.
A-10
→ Het borduurraam wordt verplaatst naar het begin
van het stiksel.
j
Houd de bovendraad en onderdraad vast en
naai een gedeelte van het patroon.
WERKEN MET DE SPOEL
k
Stop de machine en knoop vervolgens de
bovendraad en onderdraad aan elkaar om
de draden vast te zetten.
o
Verwijder de stof uit het borduurraam en
controleer het voltooide borduurwerk.
A
1
l
Ga verder met naaien om het patroon te
voltooien.
m
Zet de naald en persvoethendel omhoog,
verwijder het borduurraam en knip
vervolgens de bovendraad en de
onderdraad af.
Zorg er bij het afknippen voor dat u voldoende
draadlengte overhoudt zodat u de draden goed
kunt vastmaken.
n
p
b Achterkant van de stof
Als u niet de gewenste resultaten behaalt,
kunt u de spanning van de onderdraad en
van de bovendraad aanpassen en het
patroon vervolgens opnieuw naaien.
Zie “DRAADSPANNING AANPASSEN” op
pagina A-12 voor meer informatie.
Memo
• Controleer de spoel na elk borduurpatroon
dat u hiermee hebt genaaid om te kijken of
er voldoende onderdraad is voor het
volgende patroon.
• Wanneer u een patroon voor werken met de
spoel selecteert, wordt de borduursnelheid
ingesteld op “100 spm”. Zie
“Borduursnelheid aanpassen” op
pagina E-33 als u de borduursnelheid wilt
wijzigen.
Trek met een handnaald, zoals een
borduurnaald, de onderdraad naar de
bovenkant (achterkant) van de stof en
knoop vervolgens de bovendraad en
onderdraad aan elkaar.
Memo
• Als er ruimte open blijft tussen het begin- en
het eindpunt van het patroon, zorg dan dat
een passende draadlengte overblijft en knip
de draden af en neem de stof uit de
machine. Naai met een lintborduurnaald
steken met de hand om het begin- en
eindpunt te verbinden.
Bijlage A-11
Werken met de spoel
a Voorkant van de stof
DRAADSPANNING AANPASSEN
DRAADSPANNING AANPASSEN
Nadat u een proeflapje hebt genaaid en de resultaten hebt gecontroleerd, past u zo nodig de draadspanningen aan.
Na het aanpassen van de draadspanningen moet u opnieuw een proeflapje borduren om de resultaten te
controleren.
■ Bovendraadspanning aanpassen
Wanneer u werkt met de spoel, raden we een instelling
tussen 6 en 8 aan voor de bovendraadspanning.
(Zie “Draadspanning aanpassen” op pagina E-30.)
■ Onderdraadspanning aanpassen
Als u niet de gewenste resultaten behaalt nadat u de
bovendraadspanning hebt aangepast, kunt u de
onderdraadspanning aanpassen. U kunt de
onderdraadspanning aanpassen door te draaien aan de
sleufschroef (–) op het spoelhuis (grijs) voor het werken
met de spoel.
Opmerking
• Wanneer u aan de schroef op het spoelhuis
(grijs) draait, kan de veerplaat
omhoogkomen, zoals hieronder
weergegeven.
Als dit gebeurt, duwt u de veerplaat
zachtjes naar beneden met een
schroevendraaier, zodat de plaat lager is
dan de bovenkant van het spoelhuis (grijs).
Vervolgens plaatst u het spoelhuis in de
machine.
a Draai niet aan de kruiskopschroef (+).
b Aanpassen met een kleine schroevendraaier.
Als u de onderdraadspanning wilt verhogen, draait u de
sleufschroef (–) 30° tot 45° met de klok mee.
a Veerplaat
VOORZICHTIG
Als u de onderdraadspanning wilt verlagen, draait u de
sleufschroef (–) 30° tot 45° tegen de klok in.
• Draai NIET aan de kruiskopschroef (+) van het
spoelhuis (grijs). Hierdoor kan het spoelhuis
beschadigd raken, waardoor het onbruikbaar wordt.
• Gebruik geen kracht als de sleufschroef (-) moeilijk
draait. Wanneer u de schroef te veel draait of te veel
kracht zet in beide (draai)richtingen, kunt u schade
veroorzaken aan het spoelhuis. Als u het spoelhuis
beschadigt, is de spanning mogelijk onjuist.
Opmerking
• Als de onderdraadspanning hoog is, kan de
draad niet door de spanningsveer worden
geleid wanneer u de spoel in het spoelhuis
plaatst. (Zie “Wanneer u geen spanning
gebruikt voor de onderdraad” op
pagina A-6.)
A-12
PROBLEEMOPLOSSING
PROBLEEMOPLOSSING
Hieronder worden verschillende oplossingen voor kleinere problemen beschreven. Als u het probleem niet kunt
verhelpen, neemt u contact op met uw dealer of de dichtstbijzijnde erkende Brother-dealer.
a
Verwijder het borduurraam.
b
Knip de draad vlak bij de stof af boven de
steekplaat en verwijder de stof vervolgens.
c
Verwijder de spoel en houd deze vervolgens
aan de linkerkant van de machine.
■ Spanning corrigeren bij werken met
de spoel
*
*
*
Als de bovendraad te zien is op de spoelkant van de
stof, verhoogt u de spanning van de bovendraad (zie
“DRAADSPANNING AANPASSEN” op
pagina A-12).
Als de bovendraad nog steeds te zien is aan de
spoelkant van de stof, verlaagt u de spanning van de
onderdraad of omzeilt u de spoelspanning. (Zie
“DRAADSPANNING AANPASSEN” op
pagina A-12.)
Sommige onderdraden zijn te grof om door de stof
heen naar de achterkant te gaan. Zorg in dit geval
dat de boven- en onderdraad van dezelfde kleur
zijn.
Voorbeeld: borduurpatronen voor het werken met
de spoel
d
Zet de borduurvoet omlaag.
e
Trek de onderdraad enigszins strak door de
draad naar links van de persvoet te houden.
Druk opnieuw op de “Draadkniptoets”.
a Juiste spanning
b De bovendraadspanning is te laag of de
onderdraadspanning is te hoog.
■ De onderdraad loopt vast in de
spanningsveer van het spoelhuis
Borduur zonder spanning te gebruiken voor de
onderdraad. (Zie “Wanneer u geen spanning
gebruikt voor de onderdraad” op pagina A-6.)
VOORZICHTIG
• Trek niet te hard aan de draad, anders kan de
machine beschadigd raken.
Bijlage A-13
1
Werken met de spoel
■ De draad is per ongeluk automatisch
afgeknipt en de onderdraad zit vast
in de machine
A
A Bijlage
Hoofdstuk
2
Onderhoud en probleemoplossing
ZORG EN ONDERHOUD ........................................ 15
Beperkingen op smeren ............................................................15
Voorzorgsmaatregelen bij het opbergen van de machine .........15
LCD-display reinigen ...............................................................15
Buitenkant van de machine reinigen ........................................15
Grijper reinigen ........................................................................15
De snijder reinigen in de buurt van het spoelhuis.....................17
Over het onderhoudsbericht.....................................................17
SCHERM AANPASSEN ............................................. 18
Helderheid van de schermweergave aanpassen ........................18
Storing in druktoetsen...............................................................18
PROBLEEMOPLOSSING .......................................... 19
FOUTMELDINGEN .................................................. 22
SPECIFICATIES......................................................... 25
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE ....... 26
Procedure voor upgrade met USB-medium ..............................26
Upgrade-procedure met computer ...........................................27
INDEX...................................................................... 28
ZORG EN ONDERHOUD
ZORG EN ONDERHOUD
A
VOORZICHTIG
Beperkingen op smeren
Om beschadiging van de machine te voorkomen
mag deze machine niet worden gesmeerd door de
gebruiker. De machine is vervaardigd met de juiste
hoeveelheid olie om goed te functioneren. Het is
niet nodig om deze periodiek te smeren.
Als zich problemen voordoen, bijv. dat het
handwiel moeilijk draait, of u een ongewoon
geluid hoort, gebruik de machine dan beslist niet
meer en neem contact op met een erkende dealer
of het dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
Voorzorgsmaatregelen bij het
opbergen van de machine
Berg de machine niet op in situaties zoals hieronder
aangegeven. Anders kan de machine beschadigen.
Condensatie kan bijvoorbeeld leiden tot roest.
*
*
*
*
*
*
*
Blootgesteld aan extreem hoge temperaturen
Blootgesteld aan extreem lage temperaturen
Blootgesteld aan extreme temperatuurwisselingen
Blootgesteld aan hoge luchtvochtigheid of stoom
In de buurt van open vuur, verwarming of airco
Buiten of blootgesteld aan direct zonlicht
Blootgesteld aan uiterst stoffige of vettige omgevingen
Opmerking
Buitenkant van de machine reinigen
Als de buitenkant van de naaimachine vuil is, is
het raadzaam een doek enigszins te bevochtigen
met een neutraal reinigingsmiddel, de doek goed
uit te wringen en vervolgens de buitenkant schoon
te vegen. Hierna afvegen met een droge doek.
Grijper reinigen
Met stofresten of vuil in de grijper of het spoelhuis
functioneert de naaimachine niet goed. Bovendien kan
de onderdraad dan misschien niet worden opgepakt. De
beste resultaten krijgt u met een schone naaimachine.
a
Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald
omhoog te zetten.
b
Zet de hoofdschakelaar uit.
c
Verwijder de naald en de borduurvoet (zie
pagina B-42 t/m B-45).
d
Verwijder de borduurtafel als deze aan de
machine is bevestigd.
e
Pak beide zijden van het steekplaatdeksel
en schuif dit naar u toe.
• Deze machine gaat langer mee als u deze af
en toe inschakelt en gebruikt. De machine
werkt mogelijk minder efficiënt wanneer u
hem lang opbergt zonder hem te gebruiken.
LCD-display reinigen
Als het scherm vuil is, veeg het dan af met een
zachte, droge doek. Gebruik geen organische
oplosmiddelen of reinigingsmiddelen.
Opmerking
a Steekplaatdeksel
→ Het steekplaatdeksel is verwijderd.
f
Pak het spoelhuis en trek het uit.
• Veeg de display niet schoon met een natte doek.
Memo
• Er kan condensvorming optreden op de
display, of deze kan beslaan. Dit is geen
storing. Na een tijd verdwijnt het condens.
a Spoelhuis
Bijlage A-15
Onderhoud en probleemoplossing
• Haal de stekker uit het stopcontact voordat u de naaimachine reinigt. Anders kunt u een elektrische schok
krijgen of letsel oplopen.
2
ZORG EN ONDERHOUD
g
Verwijder met het schoonmaakborsteltje of
een stofzuiger pluis en stof uit de grijper en
onderdraadsensor en daar omheen.
VOORZICHTIG
• Gebruik nooit een spoelhuis met krassen.
Anders kan de bovendraad verstrikt raken
waardoor de naald misschien breekt of de
naairesultaten minder goed worden. Wanneer
u een nieuw spoelhuis nodig hebt
(XC8167-551 (geen kleurmarkering op de
schroef), XE8298-001 (grijs, voor werken met
de spoel)), neem dan contact op met uw
dealer of de dichtstbijzijnde erkende dealer.
• Plaats het spoelhuis op de juist manier,
anders kan de naald breken.
a Schoonmaakborsteltje
b Grijper
c Onderdraadsensor
i
Opmerking
Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de
steekplaat. Schuif vervolgens het
steekplaatdeksel terug.
• Breng geen olie aan op het spoelhuis.
• Als zich pluisjes of stof ophopen in de
onderdraadsensor, werkt de sensor
mogelijk niet goed.
h
Plaats het spoelhuis zo dat de S-markering
op het spoelhuis zich tegenover de
●-markering op de machine bevindt.
Opmerking
a
• Als u de steekplaat hebt verwijderd, is het
belangrijk dat u de steekplaat opnieuw
installeert en de schroeven vastdraait
voordat u het spoelhuis installeert.
b
a
b
*
Lijn de S-markering uit met de ●-markering.
a
b
c
*
S markering op het spoelhuis
● markering op de machine
Spoelhuis
Zorg dat de aangegeven punten zijn uitgelijnd
voordat u het spoelhuis installeert.
A-16
ZORG EN ONDERHOUD
De snijder reinigen in de buurt
van het spoelhuis
d
Draai met de bijgeleverde schroevendraaier
de normale steekplaat vast.
A
2
a
Volg stap a t/m e in “Grijper reinigen”
op pagina A-15 om het steekplaatdeksel te
verwijderen.
b
Draai met de bijgeleverde schroevendraaier
de normale steekplaat los.
c
Verwijder met het schoonmaakborsteltje of
een stofzuiger pluis en stof uit de snijder in
de buurt van het spoelhuis.
e
Steek de lipjes op het steekplaatdeksel in de
steekplaat. Schuif vervolgens het
steekplaatdeksel terug.
Over het onderhoudsbericht
Als dit bericht verschijnt is het aan te raden uw
machine naar de erkende dealer of het
dichtstbijzijnde servicecentrum te brengen voor
een onderhoudscontrole. Dit bericht verdwijnt en
de machine blijft functioneren wanneer u op
drukt, maar het bericht zal nog enkele malen
verschijnen totdat het betreffende onderhoud is
uitgevoerd.
Regel het onderhoud dat uw machine nodig heeft,
zodra dit bericht verschijnt. Hiermee voorkomt u
storingen.
a Draadafsnijder
VOORZICHTIG
• Raak de snijder niet aan. Daardoor zou u letsel
kunnen oplopen.
Bijlage A-17
Onderhoud en probleemoplossing
De snijder onder de steekplaat moet worden
gereinigd. Als zich stof of pluisjes vergaren op de
snijder, is het moeilijk om de draad af te knippen
wanneer u drukt op de “Draadkniptoets” of de
functie automatisch draadknippen gebruikt. Reinig
de snijder wanneer de draad niet gemakkelijk
wordt afgeknipt.
SCHERM AANPASSEN
SCHERM AANPASSEN
Helderheid van de
schermweergave aanpassen
Als het scherm niet echt helder is in bepaalde
omstandigheden, kunt u de helderheid van de
schermweergave aanpassen.
a
Druk op
Storing in druktoetsen
Als het scherm niet goed reageert wanneer u op
een toets drukt (de machine voert de functie niet
uit of voert een andere functie uit), volg dan
onderstaande stappen om de reactie van de
druktoetsen goed af te stellen.
a
.
→ Het instellingenscherm verschijnt.
b
Open pagina 3 van het scherm Instellingen.
c
Druk op
of op
Terwijl u uw vinger op het scherm blijft
houden, zet u de hoofdschakelaar eerst uit
en dan weer aan.
om de instelling voor
de helderheid van de schermweergave aan
te passen.
→ Het druktoetsenbijstelscherm wordt getoond.
b
Raak met de bijgeleverde
schermaanraakpen het midden van de +
aan, op volgorde van 1 t/m 5.
Opmerking
• Raak het scherm alleen met de bijgeleverde
schermaanraakpen aan. Gebruik geen
mechanische pen, speld of ander scherp
voorwerp. Druk niet te hard op het scherm.
Anders kunt u het scherm beschadigen.
+4
+1
*
Het scherm wordt vager naarmate u een lagere
waarde opgeeft in het instellingenscherm. Het
scherm wordt helderder, naarmate u een hogere
waarde opgeeft in het instellingenscherm.
+5
+2
c
+3
Zet de machine uit en weer aan.
Opmerking
• Als u de druktoetsen hebt aangepast, maar
het scherm daar niet op reageert, of als het
u niet lukt om de druktoetsen aan te
passen, raadpleeg dan uw erkende dealer.
A-18
PROBLEEMOPLOSSING
PROBLEEMOPLOSSING
Probleem
Oorzaak
De draad zit verstrikt aan Bovendraad is niet juist ingeregen.
de achterkant van de stof.
Oplossing
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg de informatie over de te gebruiken
naald en draad.
Pagina
B-38
B-46, E-21
De bovendraad is te strak. De onderdraad is onjuist geplaatst.
Plaats de onderdraad op de juiste wijze.
B-36
Kan de naald niet inrijgen Naald staat in onjuiste stand.
Druk op de “Naaldstandtoets” om de naald
omhoog te zetten.
B-10
Naald is niet juist geplaatst.
Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze.
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. Vervang de naald.
B-45
B-45
Kan de persvoet niet Persvoet is omhoog gezet met de
omlaag zetten met de “Persvoettoets”.
persvoethendel
Druk op de “Persvoettoets” om de persvoet
omlaag te zetten.
B-10
Draadspanning is onjuist Bovendraad is niet juist ingeregen.
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
B-38
Plaats de spoel opnieuw. (Als de steekplaat is
verwijderd, plaats dan de steekplaat opnieuw
en draai de schroeven vast alvorens het
spoelhuis te installeren.)
B-36
Spoel is niet juist geplaatst.
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg de informatie over de te gebruiken
naald en draad.
Bovendraad breekt
Borduurvoet is niet juist bevestigd.
Bevestig de borduurvoet op de juiste manier.
Draadspanning is niet juist ingesteld.
Pas de draadspanning aan.
E-30
Onderdraad onjuist opgewonden.
Gebruik een spoel die juist is opgewonden.
B-31
B-42
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. Vervang de naald.
B-45
De machine is niet juist ingeregen (verkeerde
kloskap, kloskap zit los, draad heeft inrijger
naaldstang niet gepakt enz.)
B-38
Rijg de naaimachine juist in.
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is stomp. Vervang de naald.
B-45
Er zitten krassen op het spoelhuis.
Vervang het spoelhuis of neem contact op
met uw erkende dealer.
A-15
Spanning bovendraad is te hoog.
Pas de draadspanning aan.
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg de informatie over de te gebruiken
naald en draad.
Draad is verdraaid.
Knip bijvoorbeeld met een schaar de verdraaide
draad af en haal deze uit de grijper enz.
Er zitten krassen bij de opening in de persvoet. Vervang de persvoet of neem contact op met
uw erkende dealer.
E-30
B-46, E-21
—
B-42
Naald is niet juist geplaatst.
Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze.
B-45
Draad is geknoopt of verstrikt geraakt.
Rijg de boven- en onderdraad opnieuw in.
B-36, B-38
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik alleen
spoelen die voor deze machine zijn ontworpen.
voor deze machine is ontworpen.
Onderdraad breekt
B-46, E-21
Spoel is niet juist geplaatst.
Plaats de onderdraad op de juiste manier.
Er zitten krassen op de spoel of de spoel draait Plaats de spoel opnieuw.
niet goed.
Draad is verdraaid.
Knip bijvoorbeeld met een schaar de
verdraaide draad af en verwijder deze uit de
grijper enz.
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
voor deze machine is ontworpen.
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
B-36
B-36
B-36
—
B-36
Bijlage A-19
A
2
Onderhoud en probleemoplossing
Als de machine niet meer goed werkt, ga dan na of er mogelijk sprake is van onderstaande problemen,
voordat u contact opneemt voor service.
De meeste problemen kunt u namelijk zelf oplossen. Als u extra hulp nodig hebt, biedt Brother Solutions
Center de laatste antwoorden op veel voorkomende vragen en tips. Ga naar
“ http://solutions.brother.com ”.
Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, neemt u contact op uw dealer of het dichtstbijzijnde
officiële servicecentrum.
PROBLEEMOPLOSSING
Probleem
Oorzaak
Oplossing
Pagina
Leid de draad door de draadgeleider voor het
opwinden van de spoel.
B-32
Druk op [+] in het spoelwindvenster om de
snelheid voor het spoelwinden te verhogen.
B-34
De draad die is uitgetrokken is niet juist op de
spoel gewonden.
Wind de draad die is uitgetrokken vijf of
zesmaal met de klok mee om de spoel.
B-33
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald.
B-45
Onderdraad wordt niet De draad is niet goed door de draadgeleider
netjes op de spoel
voor het opwinden van de spoel geleid.
gewonden.
De spoel draait te langzaam.
Overgeslagen steken
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Raadpleeg de informatie over de te gebruiken
naald en draad.
Naald breekt
B-46, E-21
De machine is onjuist ingeregen.
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
B-38
Stof of pluisjes onder de steekplaat.
Verwijder stof of pluisjes met het
schoonmaakborsteltje.
A-15
Naald is niet juist geplaatst.
Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze.
B-45
Naald is defect.
Vervang de naald.
B-45
Naald is niet juist geplaatst.
Plaats de naald opnieuw op de juiste wijze.
B-45
Naaldklemschroef is niet vastgedraaid.
Draai de naaldklemschroef vast.
B-45
Naald is verbogen of gedraaid.
Vervang de naald.
B-45
Ongeschikte naald of draad voor gekozen stof. Controleer de combinatie van naald en stof.
B-46, E-21
Spanning bovendraad is te hoog.
Stel de draadspanning bij.
E-30
Er is tijdens het naaien aan de stof getrokken.
Trek niet aan de stof tijdens het naaien.
Kloskap is niet juist aangebracht.
Raadpleeg de methode voor het bevestigen
van de kloskap en bevestig de kloskap
opnieuw.
B-38
Er zitten krassen rondom de opening(en) in de
borduurvoet.
Vervang de borduurvoet of neem contact op
met uw erkende dealer.
B-42
Er zitten krassen op het spoelhuis.
Vervang het spoelhuis of neem contact op
met uw erkende dealer.
A-15
Naald is defect.
Vervang de naald.
B-45
Bovendraad is niet juist ingeregen.
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
B-38
—
Spoel is niet juist geplaatst.
Plaats de onderdraad op de juiste manier.
B-36
De borduurvoet is onjuist bevestigd.
Bevestig de borduurvoet op de juiste wijze.
B-42
De schroef van de borduurvoet zit los.
Draai de schroef van de borduurvoet stevig
vast.
B-42
U hebt geen steunstof bevestigd aan de stof
waarop u borduurt.
Bevestig steunstof.
E-11
Onderdraad onjuist opgewonden.
Gebruik een spoel die juist is opgewonden.
B-31
Stof wordt niet door
de machine heen
gevoerd
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald.
B-45
Draad is verstrikt.
Knip de verstrikte draad af en verwijder deze
uit de grijper.
A-13
Stof rimpelt
De boven- of onderdraad is verkeerd ingeregen. Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
Hoog piepgeluid
tijdens het naaien
Letterpatroon valt
verkeerd uit
A-20
B-36, B-38
Draadspanning is niet juist ingesteld.
Pas de draadspanning aan.
E-30
Naald is verdraaid, verbogen of de punt is
stomp.
Vervang de naald.
B-45
Kloskap is niet juist aangebracht.
Raadpleeg de methode voor het bevestigen
van de kloskap en bevestig de kloskap
opnieuw.
B-38
Er zitten stukjes draad in de grijper vast.
Reinig de grijper.
A-15
Bovendraad is niet juist ingeregen.
Raadpleeg de stappen voor het inrijgen van
de naaimachine en rijg de machine juist in.
B-38
Er zitten krassen op het spoelhuis.
Vervang het spoelhuis of neem contact op
met uw erkende dealer.
A-15
U gebruikt niet een van de spoelen die speciaal Onjuiste spoelen werken niet goed. Gebruik
voor deze machine is ontworpen.
alleen spoelen die voor deze machine zijn
ontworpen.
B-36
Draadspanning is niet juist ingesteld.
E-30
Pas de draadspanning aan.
PROBLEEMOPLOSSING
Probleem
Oorzaak
Oplossing
Naaimachine werkt niet Er is geen patroon geselecteerd.
Kies een patroon.
Pagina
E-3, E-58
U hebt niet op de “Start/stoptoets” gedrukt.
Druk op de “Start/stoptoets”.
B-10
De hoofdschakelaar staat niet aan.
Zet de hoofdschakelaar aan.
B-17
Persvoet staat niet omlaag.
Zet de persvoet omlaag.
Alle toetsen zijn vergrendeld door
.
Druk op
om alle toetsen te
B-10
B-42, B-45
ontgrendelen.
Het scherm is vergrendeld.
De stof wordt
doorgevoerd in de
tegenovergestelde
richting.
Het doorvoermechanisme is beschadigd.
Druk op een van de volgende toetsen om het
scherm te ontgrendelen.
Neem contact op met uw dealer of het
dichtstbijzijnde erkende servicecentrum.
De display is beslagen. Er zit condens op de display.
Na een tijd verdwijnt het condens.
Borduurpatroon wordt Draad is verdraaid.
niet goed genaaid
Knip bijvoorbeeld met een schaar de verdraaide
draad af en haal deze uit de grijper enz.
—
—
A-13
Stof is niet juist gespannen in het raam (stof te los enz.). Als de stof niet strak wordt getrokken in het
raam, kan het patroon niet goed uitvallen of
wordt het vervormd. Plaats de stof op de
juiste wijze in het raam.
E-14
Geen steunstof bevestigd.
Gebruik altijd steunstof, vooral bij
stretchstoffen, lichte stoffen, grof geweven
stoffen of stoffen waarbij het patroon kan
vervormen. Neem contact op met uw
erkende dealer voor de juiste steunstof.
E-11
Er was een voorwerp bij de naaimachine
geplaatst en de wagen van het borduurraam
heeft het voorwerp tijdens het naaien geraakt.
Als het raam ergens tegenaan komt tijdens
het naaien, wordt het patroon niet goed
genaaid. Leg niets neer waar het raam
tegenaan kan botsen tijdens het naaien.
E-21
Stof buiten de raamranden belemmert de naaiarm, Plaats de stof opnieuw in het borduurraam,
waardoor de borduurtafel niet kan bewegen.
zodanig dat de overtollige stof niet bij de naaiarm
in de buurt komt en draai het patroon 180 graden.
Stof is te zwaar, waardoor de borduurtafel niet
vrij kan bewegen.
E-14
Leg een groot, dik boek of vergelijkbaar
voorwerp onder de bovenkant van de arm om
de zware kant enigszins omhoog te tillen,
waardoor de tafel gelijk komt te staan.
—
Als de stof van de tafel hangt tijdens het
borduren, kan de borduurtafel niet vrij
bewegen. Leg de stof zo neer dat ze niet van
de tafel hangt (of houd de stof vast om te
voorkomen dat ze gaat slepen).
E-21
Stof zit vast of is ergens aan blijven haken.
Stop de naaimachine en leg de stof zo neer
dat ze niet vast komt te zitten of blijft haken.
—
Borduurraam is verwijderd tijdens het naaien
(bijvoorbeeld om het spoel opnieuw te plaatsen).
Er is tegen de borduurvoet gestoten of hij is
verplaatst terwijl het borduurraam werd verwijderd
of aangebracht, of de borduurtafel is verplaatst.
Als er tegen de borduurvoet wordt gestoten
of de borduurtafel beweegt tijdens het
naaien, valt het patroon niet goed uit. Wees
voorzichtig wanneer u het borduurraam
verwijdert of opnieuw bevestigt tijdens het
naaien.
E-26
Steunstof is onjuist bevestigd. De steunstof is
bijvoorbeeld kleiner dan het borduurraam.
Bevestig de steunstof op de juiste wijze.
E-11
Borduurpatroon wordt Stof hangt van de tafel af.
niet goed genaaid
Er komen tijdens het Draadspanning is niet juist ingesteld.
Pas de draadspanning aan.
borduren lussen op de De spanning van de bovendraad is onjuist
Installeer het borduursteekplaatdeksel.
stof
ingesteld voor de combinatie van stof, draad en
patroon die u gebruikt.
De combinatie van spoelhuis en onderdraad is onjuist. Neem een ander spoelhuis of een andere
onderdraad om wel de juiste combinatie te krijgen.
Borduurtafel werkt niet Er is geen patroon geselecteerd.
De aanwijzer van de
borduurvoet “W+” met
LED-aanwijzer geeft de
positie niet juist aan.
—
Kies een patroon.
E-30 t/m E-32
E-22
E-21
E-3, E-58
De hoofdschakelaar staat niet aan.
Zet de hoofdschakelaar aan.
B-17
Borduurtafel is niet juist bevestigd.
Bevestig de borduurtafel op de juiste manier.
B-47
Borduurraam is bevestigd voordat de tafel
geïnitialiseerd was.
Voer de initialisatieprocedure op de juiste wijze uit.
B-47
Met dikke of elastische stof wordt alleen op de
Pas de positie handmatig aan naar gelang de
hogere delen van de stof de positie onjuist uitgelijnd. dikte van de stof.
B-44
Als de stof een zeer ongelijkmatig oppervlak
heeft, is de positie niet juist uitgelijnd.
B-43
De positie die de aanwijzer aangeeft, is
slechts een indicatie.
Bijlage A-21
2
Onderhoud en probleemoplossing
Er gebeurt niets als u
op de display drukt
A
FOUTMELDINGEN
Probleem
Met de sensorpen
kunt u deze niet
accuraat specificeren
Oorzaak
Oplossing
Pagina
De sensorpen is niet gekalibreerd.
Kalibreer de sensorpen voordat u deze de
eerste keer in gebruik neemt.
B-56
U houdt de pen anders vast dan toen deze
werd gekalibreerd.
Wanneer u de sensorpen gebruikt, moet u
deze onder dezelfde hoek vasthouden als
toen de pen werd gekalibreerd.
De specificatiepositie is mogelijk niet goed
uitgelijnd wanneer u de pen onder een iets
andere hoek vasthoudt. Maak dan een precieze
afstelling nadat u de selectie hebt gemaakt.
B-56
VOORZICHTIG
• Deze naaimachine is uitgerust met een draaddetectiefunctie. Als u op de “Start/stoptoets” drukt voordat
de bovendraad is ingeregen, functioneert de naaimachine niet goed. Afhankelijk van het gekozen patroon
voert de naaimachine de stof ook door als de naald omhoog staat. Dit komt door het mechanisme
waarmee de naaldstang wordt losgelaten. De naaimachine maakt dan een ander geluid dan u normaal
hoort tijdens het naaien. Dit betekent niet dat de naaimachine niet goed functioneert.
• Wanneer de stroom wordt verbroken tijdens het naaien:
Zet de hoofdschakelaar uit en neem de stekker uit het stopcontact.
Wanneer u de naaimachine opnieuw start, volgt u de aanwijzingen voor een juiste bediening van de naaimachine.
FOUTMELDINGEN
Als de machine niet goed is afgesteld en u op de Start/stoptoets drukt, of als de bediening niet juist is, start
de machine niet. Er klinkt een alarmgeluid en er verschijnt een foutmelding op de display. Als er een
foutmelding verschijnt, volgt u de aanwijzingen in de melding.
Hieronder treft u een beschrijving van foutmeldingen aan. Raadpleeg deze beschrijvingen zo nodig (als u op
drukt of de functie juist uitvoert wanneer de foutmelding in de display staat, zal de foutmelding weer verdwijnen).
VOORZICHTIG
• Vergeet niet de naaimachine opnieuw in te rijgen. Als u op de “Start/stoptoets” drukt zonder de
naaimachine opnieuw in te rijgen, kan de draadspanning onjuist zijn of kan de naald breken. Hierdoor
kunt u letsel oplopen.
Markeringen
Foutmeldingen
Oorzaak/Oplossing
Er is een storing opgetreden. Schakel de machine uit en weer in. Deze melding verschijnt als een storing optreedt.
Bevestig het borduurraam.
Dit bericht verschijnt als het borduurraam niet is bevestigd
wanneer u op
in het borduurscherm drukt. (zie pagina B-58)
Controleer de bovendraad en rijg deze opnieuw in.
Deze melding verschijnt wanneer de bovendraad is gebroken
of niet goed is ingeregen en u op de Start/stoptoets drukt.
Gegevensomvang is te groot voor dit patroon.
Deze melding verschijnt wanneer de patronen die u wijzigt te
veel geheugen in beslag nemen, of wanneer u meer patronen
bewerkt dan het geheugen kan bevatten.
Bestand niet opgeslagen.
Dit bericht verschijnt wanneer u meer dan 100 afbeeldingen
van het instellingenscherm wilt opslaan op het USB-medium.
Verwijder dan een bestand van het USB-medium of gebruik
een ander USB-medium. (zie pagina B-28)
Zet de persvoethendel omlaag.
Deze melding verschijnt wanneer u drukt op de “Persvoettoets”
terwijl de persvoethendel omhoog/de naald omlaag staat.
Beweeg de sensorpen weg van de momenteel gemarkeerde positie. Deze melding verschijnt wanneer u de punt van de sensorpen
indrukt voordat u op
drukt en een tijdje blijft drukken.
Haal de sensorpen weg uit de huidige positie.
A-22
FOUTMELDINGEN
Markeringen
Foutmeldingen
Oorzaak/Oplossing
Onvoldoende geheugen beschikbaar om het patroon op te
slaan. Een ander patroon wissen?
Deze melding verschijnt wanneer het geheugen vol is en het
patroon niet kan worden opgeslagen.
OK om de persvoet automatisch omlaag te zetten?
Deze melding verschijnt wanneer u op
persvoet staat omhoog).
OK om het gekozen patroon te wissen?
Deze melding verschijnt voordat het geselecteerde patroon
wordt verwijderd.
drukt (de
Druk op
om de machine weer in de staat te brengen
(patroonpositie en aantal steken) toen u hem uitzette. Volg de
procedure die is beschreven in “Wanneer de draad afbreekt
tijdens het naaien” op pagina E-27 om de naaldstand uit te
lijnen en de rest van het patroon te naaien.
OK om de randinstelling, positie en/of hoek van het patroon
terug te zetten?
Deze melding verschijnt wanneer u probeert de functie Automatisch
positioneren te gebruiken met de sensorpen terwijl het patroon is
geroteerd of vervangen, of met het randpatroon. (zie pagina B-58)
OK om de oorspronkelijke hoek en/of positie te herstellen?
Deze melding verschijnt wanneer u probeert de functie
Automatisch positioneren te gebruiken met de sensorpen
terwijl het patroon is geroteerd of vervangen. (zie pagina B-58)
Preventief onderhoud is aanbevolen.
Dit bericht verschijnt wanneer de machine onderhoud nodig
heeft. (zie pagina A-15)
Oproepen van een patroon. Even geduld a.u.b.
Deze melding verschijnt wanneer een eerder opgeslagen
patroon wordt opgehaald terwijl de naaimachine in de modus
“Borduurcombinatie” staat.
Fout van sensormodule.
Deze melding verschijnt wanneer er iets mis is met de sensorunit
van de machine. Neem contact op met uw erkende dealer.
Stel de klok in.
Deze melding verschijnt wanneer de tijd/datum niet is
ingesteld. Stel de tijd/datum in. (zie pagina B-18)
De onderdraad is bijna op.
Deze melding verschijnt wanneer de onderdraad bijna op is.
De veiligheidsvoorziening voor het spoelwinden is in werking
getreden. Is de draad verstrikt geraakt?
Deze melding verschijnt wanneer de spoel wordt opgewonden
en de motor vastloopt omdat de draad verstrikt raakt enz.
De wagen van de borduurtafel zal bewegen. Houd uw handen Deze melding verschijnt voordat de borduurtafel beweegt.
enz. uit de buurt van de wagen.
De naald gaat bewegen. Blijf met uw handen en dergelijke uit
de buurt van de naald.
Deze melding verschijnt wanneer u met de sensorpen in de
sensorfunctie een punt aanraakt minder dan 2 cm vanaf het
punt waar de naald neerkomt. (zie pagina B-55)
Het patroon steekt uit buiten het patroongebied. Gebruik de
sensorpen om het midden en de hoek opnieuw te plaatsen.
Deze melding verschijnt wanneer de opgegeven
patroonpositie buiten het patroongebied valt. Geef een meer
centrale positie van het borduurraam op. (zie pagina B-58)
De zakken zijn vol. Wis een patroon.
Deze melding verschijnt wanneer het geheugen vol is en u een
patroon moet verwijderen.
De veiligheidsvoorziening is geactiveerd. Is de draad verstrikt
geraakt? Is de naald verbogen?
Deze melding verschijnt wanneer de motor vastloopt door
verstrikte draden of vanwege andere redenen die met de
draadtoevoer te maken hebben.
De afsluitondersteunmodus is geactiveerd. Schakel de machine uit. Deze melding verschijnt wanneer de machine zich in de
afsluitondersteunmodus bevindt. Schakel de machine eenmaal
uit om de machine opnieuw te starten. (zie pagina B-25)
De bovendraad is mogelijk niet goed ingeregen. Rijg de
bovendraad in vanaf het begin.
Deze melding verschijnt wanneer de bovendraad niet juist lijkt ingeregen.
Het USB-medium is veranderd. Verander het USB-medium
niet terwijl het wordt gelezen.
Deze boodschap verschijnt wanneer u probeert een patroon te selecteren
nadat het USB-medium waarop het patroon is opgeslagen, is verwisseld.
Er is geen steekplaatdeksel, bevestig een steekplaatdeksel.
Dit bericht verschijnt wanneer het steekplaatdeksel niet is bevestigd.
Bijlage A-23
2
Onderhoud en probleemoplossing
OK om het vorige geheugen opnieuw op te roepen en te hervatten? Dit bericht verschijnt als u de machine uitschakelt tijdens het
naaien en weer inschakelt.
A
FOUTMELDINGEN
Markeringen
Foutmeldingen
Dit bestand is onbruikbaar.
Oorzaak/Oplossing
Dit bericht verschijnt als de bestandsindeling niet compatibel
is met de machine. Controleer de lijst compatibele
bestandsindelingen. (zie pagina E-44)
Dit bestand overschrijdt de gegevenslimiet en kan niet worden Deze boodschap wordt weergegeven wanneer de
gebruikt. Gebruik een bestand van geschikte grootte.
bestandsgrootte de gegevenscapaciteit van de machine
overschrijdt.
Controleer de bestandsgrootte en het bestandstype. (zie
pagina E-45)
A-24
In de sensormodus kunt u deze functie niet gebruiken.
Deze melding verschijnt wanneer de geselecteerde functie niet
beschikbaar is met de sensorfunctie. (zie pagina B-53)
Deze toets werkt niet wanneer de naald naar beneden staat.
Zet de naald omhoog en druk nogmaals op de toets.
Deze melding verschijnt wanneer u op een toets in de display
drukt terwijl de naald omlaag staat.
Dit USB-medium kan niet worden gebruikt.
Deze melding verschijnt wanneer u een incompatibel medium
gebruikt.
Dit USB-medium is incompatibel.
Deze melding verschijnt wanneer u een incompatibel
USB-medium gebruikt. Een lijst compatibele USB-media vindt
u op “ http://solutions.brother.com ”.
Verzenden via USB
Deze melding verschijnt terwijl gegevens van het USB-medium
worden overgebracht.
Zet de machine uit en vervang de steekplaat.
Deze melding verschijnt wanneer u de steekplaat verwijdert
terwijl de machine is ingeschakeld, of wanneer u de machine
inschakelt en de modus “Borduren” of “Borduurcombinatie”
selecteert (zie pagina B-20).
Fout USB-medium
Deze melding verschijnt wanneer een fout optreedt met het
USB-medium.
USB-medium is niet geladen. Laad het USB-medium.
Deze melding verschijnt wanneer u een patroon probeert op te
halen of op te slaan terwijl geen USB-medium is geplaatst.
Zet de persvoet omlaag met de persvoethendeltoets.
Deze melding verschijnt wanneer u op een toets, bijvoorbeeld
de “Start/stoptoets” drukt terwijl de persvoet omhoog staat.
SPECIFICATIES
SPECIFICATIES
A
Artikel
Borduurmachine en accessoires
(doos 1 van 2)
Ca. 57,1 cm (B) × 33,2 cm (H) × 28,4 cm (D) (ca. 22-1/2 inch
(B) × 13-1/16 inch (H) × 11-3/16 inch (D))
Afmetingen van de doos
Ca. 68,5 cm (B) × 55,0 cm (H) × 37,7 cm (D) (ca. 26-15/16
inch (B) × 21-5/8 inch (H) × 14-13/16 inch (D))
Gewicht van de machine
Ca. 13,9 kg (ca. 30,6 lb)
Gewicht van de doos (voor
verzending)
Ca. 19,0 kg (ca. 41,9 lb)
Borduursnelheid
100 tot 1050 steken per minuut
Afmetingen van de borduurtafel
Ca. 54,5 cm (B) × 13,0 cm (H) × 46,4 cm (D) (ca. 21-7/16
inch (B) × 5-1/8 inch (H) × 18-1/4 inch (D))
Afmetingen van de machine wanneer
de borduurtafel is bevestigd
Ca. 81,5 cm (B) × 33,2 cm (H) × 46,4 cm (D) (ca. 32-1/16
inch (B) × 13-1/16 inch (H) × 18-1/4 inch (D))
Afmetingen van de doos
Ca. 68,5 cm (B) × 55,0 cm (H) × 18,8 cm (D) (ca. 26-15/16
inch (B) × 21-11/16 inch (H) × 7-7/16 inch (D))
Gewicht van de borduurtafel
Ca. 3,9 kg (ca. 8,5 lb)
Gewicht van de doos (voor
verzending)
Ca. 6,0 kg (ca. 13,2 lb)
Totaal verzendgewicht (combinatie van alle 2 dozen compleet)
*
Ca. 27,0 kg (ca. 59,5 lb)
Sommige specificaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Bijlage A-25
2
Onderhoud en probleemoplossing
Borduurtafel
(doos 2 van 2)
Specificatie
Afmetingen van machine
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
Met een USB-medium of een computer kunt u software-upgrades voor uw machine downloaden.
Wanneer een upgradeprogramma beschikbaar is op “ http://solutions.brother.com ”, download de
bestanden dan volgens de aanwijzingen op de website en onderstaande stappen.
Opmerking
• Wanneer u de upgrade uitvoert met een USB-medium controleert u alvorens met de upgrade te
starten dat geen andere gegevens dan het upgradebestand zijn opgeslagen op het USB-medium.
Procedure voor upgrade met
USB-medium
a
Opmerking
• De toegangslamp begint te knipperen nadat
u een USB-medium hebt geplaatst. Het
duurt ongeveer vijf of zes seconden om het
medium te herkennen. (De tijd verschilt
afhankelijk van het USB-medium).
Zet de machine aan terwijl u op de
“Automatisch inrijgentoets” drukt.
→ Het volgende scherm verschijnt op de display:
b
Druk op
c
Plaats het USB-medium in de USB-poort
voor media/muis van de machine. Het
medium mag alleen het upgradebestand
bevatten.
d
Druk op
.
.
→ Het upgradebestand wordt gedownload.
Opmerking
• Als een fout optreedt, verschijnt een
foutmelding in rode letters. Wanneer de
installatie is uitgevoerd, verschijnt het
volgende bericht.
a USB-poort voor media/muis
b USB-medium
A-26
e
Verwijder het USB-medium en zet de
machine uit en weer aan.
SOFTWARE-UPGRADE VOOR UW MACHINE
Upgrade-procedure met
computer
a
A
2
Zet de machine aan terwijl u op de
“Automatisch inrijgentoets” drukt.
b
Druk op
.
e
Wanneer de melding verschijnt, drukt u op
.
c
Sluit de USB-kabel aan op de betreffende
USB-poort op de computer en op de
machine.
→ “Verwisselbare schijf” verschijnt in “Computer
(Deze computer)”.
d
Kopieer het upgradebestand naar
“Verwisselbare schijf”.
→ Het upgradebestand wordt gedownload.
Opmerking
• Als een fout optreedt, verschijnt een
foutmelding in rode letters. Wanneer de
installatie is uitgevoerd, verschijnt het
volgende bericht.
→ De volgende boodschap verschijnt.
f
Verwijder de USB-kabel en zet de machine
uit en weer aan.
Bijlage A-27
Onderhoud en probleemoplossing
→ Het volgende scherm verschijnt op de display:
INDEX
INDEX
A
Aansluitpunt .............................................................................. B-8
Accessoires
optionele artikelen ............................................................... B-13
Afsluitondersteunmodus ........................................................... B-25
Appliceren
borduurpatronen ................................................................... E-23
met een borduurraampatroon ................................................ E-51
Automatisch inrijgentoets .............................................. B-10, B-38
B
Ballpointnaald 75/11 ................................................................ E-33
Bedieningstoetsen ........................................................... B-8, B-10
Beginpunttoets .......................................................................... E-37
Bewerken
borduren ............................................................................... E-36
borduurcombinatie ............................................................... E-61
Borduren
automatische draadknipfunctie (EINDE KLEUR KNIPPEN) ..... E-32
borduren hervatten nadat u de machine hebt uitgezet ........... E-28
draadknipfunctie (OVERSPRINGENDE STEEK KNIPPEN) ....... E-32
functies van de toetsen .......................................................... E-10
garenkleur ............................................................................. E-34
kleine stukjes stof .................................................................. E-16
linten of band ........................................................................ E-16
opnieuw beginnen vanaf het begin ....................................... E-28
patronen kiezen ...................................................................... E-3
randen of hoeken .................................................................. E-16
snelheid aanpassen ............................................................... E-33
Borduurcombinatie
eigen kleurkaart ......................................................... E-68, E-71
functies van de toetsen .......................................................... E-62
garenkleur wijzigen ............................................................... E-67
gecombineerde patronen ........................................... E-80, E-83
herhaalpatronen .................................................................... E-72
uitleg van functies ................................................................. E-57
Borduurkaart ............................................................................... E-7
Borduurkaartlezer ....................................................................... E-7
Borduurpatronen
applicatie maken met een kaderpatroon ..................... E-51, E-52
bewerken .............................................................................. E-61
combineren ........................................................................... E-80
kopiëren ................................................................................ E-78
naaien ................................................................................... E-21
ophalen ...................................................................... E-48, E-49
opslaan ........................................................... E-45, E-46, E-47
patronen met applicatie ........................................................ E-23
positie controleren ................................................................ E-19
positie uitlijnen ..................................................................... E-36
selecteren ..................................................................... E-3, E-58
verbonden letters .................................................................. E-41
wijzigen ................................................................................ E-36
Borduurraamdisplay .................................................................. E-35
Borduurramen
bevestigen ............................................................................. E-17
gebruik van het borduurvel ................................................... E-15
soorten .................................................................................. E-13
stof plaatsen .......................................................................... E-14
verwijderen ........................................................................... E-17
Borduursteekplaatdeksel ........................................................... E-22
Borduurtafel .................................................................... B-9, B-47
wagen .................................................................................... B-9
Borduurtoets ............................................................................. E-79
Borduurvel ................................................................................ E-15
Borduurvoet ............................................................................. B-42
Bovendeksel .............................................................................. B-8
A-28
Bovendraad inrijgen
met de “Automatisch inrijgentoets” ...................................... B-38
met het klosnetje .................................................................. B-41
C
Controletoets ............................................................................ E-19
D
Display ............................................................................ B-8, B-20
reinigen ................................................................................ A-15
Draad
draadspanning ...................................................................... E-30
Draadafsnijder ............................................................................ B-8
Draadgeleider ...................................................... B-8, B-32, B-35
Draadgeleiderplaat ............................................... B-8, B-35, B-38
Draadgeleiders op de naaldstang ................................................ B-9
Draadkniptoets ......................................................................... B-10
Draadmarkeringen ................................................................... E-75
E
Ecomodus ................................................................................
Eigen kleurkaart .............................................................. E-68,
Elektriciteitssnoer .....................................................................
Extra klospen ................................................................... B-8,
B-25
E-71
B-18
B-31
F
Foutmeldingen ......................................................................... A-22
Functies van de toetsen
borduren .............................................................................. E-10
borduurcombinatie ............................................................... E-62
G
Garenkleur ...............................................................................
Garenkleurentoets ............................................... E-66, E-67,
Gebruiksaanwijzingtoets ..........................................................
Grijper .....................................................................................
Groottetoets ................................................................... E-37,
E-34
E-71
A-19
A-15
E-63
H
Handvat ..................................................................................... B-8
Handwiel ................................................................................... B-8
Helderheid van het scherm ...................................................... A-18
Helptoets machine ................................................................... B-29
Herhaalpatronen ...................................................................... E-72
Hoofdschakelaar ............................................................. B-8, B-17
I
Instellingen
automatisch draadknippen ...................................................
draadknippen .......................................................................
draadspanning ......................................................................
instellingstoets ................................................. B-22, E-33,
naai-instellingen ...................................................................
schermtaal ............................................................................
E-32
E-32
E-30
E-68
B-22
B-26
K
Kloskap ...................................................................................... B-8
Klosnetje .................................................................................. B-41
Klospen ...................................................................................... B-8
Knip/spanningstoets .................................................................. E-30
INDEX
L
Naald
modus .................................................................................. B-20
naald verwisselen ................................................................. B-45
Naaldklemschroef ...................................................................... B-9
Naaldstandtoets ........................................................................ B-10
Specificaties ............................................................................. A-25
Spiegeltoets ............................................................................... E-39
Spoel
aanbrengen .......................................................................... B-36
bijna leeg .............................................................................. E-26
opwinden ............................................................................. B-31
Spoelclip .................................................................................. B-12
Spoelhouder (schakelaar) ......................................................... B-33
Spoelhuis
reinigen ................................................................................ A-15
spoelhuis ............................................................................... E-21
Spoelhuisdeksel .............................................................. B-9, B-37
Spoelopwinder ........................................................................... B-8
Start/stoptoets ........................................................................... B-10
Startscherm .............................................................................. B-20
Steekdichtheidstoets .................................................................. E-40
Steekplaat .................................................................................. B-9
Steunstof ................................................................................... E-11
O
U
LED-aanwijzer aanpassen ......................................................... B-44
Letters
borduren ................................................................................. E-5
borduurcombinatie ............................................................... E-59
M
Meerkleurentoets ........................................................... E-40, E-66
N
Onderdraad inrijgen
spoel aanbrengen .................................................................
spoel opwinden ....................................................................
Ononderbroken borduren .........................................................
Ophalen
borduurpatronen ...................................................................
computer ..............................................................................
geheugen van de machine ....................................................
USB-medium ........................................................................
Opslaan
borduurpatronen ...................................................................
computer ..............................................................................
geheugen van de machine ....................................................
USB-medium ........................................................................
B-36
B-31
E-43
E-48
E-50
E-48
E-49
E-45
E-47
E-45
E-46
P
Patronen combineren
borduurcombinatie ............................................................... E-80
Patroonafbeeldingtoets ............................................................. E-20
Persvoet
bevestigen ............................................................................ B-42
verwijderen .......................................................................... B-42
Persvoet-/naaldwisseltoets ............................................. B-42, B-45
Persvoetcode .............................................................................. E-9
Persvoethendel ........................................................................... B-8
Persvoettoets ............................................................................ B-10
Pijltjestoetsen ................................................................ E-36, E-81
Positie uitlijnen ......................................................................... E-36
Probleemoplossing ................................................................... A-19
Upgrade ................................................................................... A-26
USB-kabel ................................................ B-49, E-47, E-50, A-27
USB-medium
bruikbaar .............................................................................. E-44
ophalen ................................................................................. E-49
opslaan ................................................................................. E-46
USB-muis ...................................................................... B-25, B-50
USB-poortaansluiting
voor computer ............................................................. B-8, E-47
voor media ............................................................................ E-46
V
Ventilatieopening ....................................................................... B-8
Voorspanningsschijf ............................................. B-8, B-33, B-35
Vooruit/achteruittoets ..................................................... E-27, E-28
W
Werken met de spoel ................................................................. A-2
R
Randtoets ...................................................................... E-72, E-76
Rangschikkentoets ......................................................... E-60, E-64
Reinigen
buitenkant van de machine ................................................... A-15
Display ................................................................................. A-15
grijper ................................................................................... A-15
Rotatietoets .................................................................... E-38, E-63
S
Schermaanraakpen ........................................................ E-67, A-18
Schroef van de borduurvoet ........................................................ B-9
Sensorfuncties .......................................................................... B-52
borduurpositie ...................................................................... B-58
Sensorpen ................................................................................. B-53
Sensorpen kalibreren ................................................................ B-56
Sensorpenhouder ...................................................................... B-53
Spatiëringtoets .......................................................................... E-64
Speaker .................................................................................... B-22
Speciale kloskap ............................................................ B-32, B-39
Bijlage A-29
A
2
Ga naar http://solutions.brother.com voor productondersteuning
en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQs).
Dutch
882-D82
Printed in Taiwan
XF3643-001
Download PDF