REMEHA | Quinta 85 | Remeha Quinta 85

Remeha Quinta 85
Technische informatie
Remeha Quinta 85
• Hoog Rendement
gaswandtoestel
• Vermogen: 16 - 90 kW
1
Remeha Quinta 85
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord
6
1
Algemene toestelomschrijving
7
2
Constructie
2.1 Toesteluitvoering
2.2 Werkingsprincipe
8
8
9
3
Technische gegevens
3.1 Afmetingen
3.2
Technische gegevens
3.3 Besteksomschrijving
3.4 Accessoires
10
10
11
12
13
4
Rendementsgegevens
4.1 Jaarrendement overeenkomstig de rendementsrichtlijn
4.2 Waterzijdig rendement
13
13
13
5
Toepassingsgegevens
5.1 Algemeen
5.2 Lucht- en rookgaszijdige toepassingsmogelijkheden
5.3 Hydraulische toepassingsmogelijkheden
5.4 Toepassingsmogelijkheden als cascade-toestel
5.5 Regeltechnische toepassingsmogelijkheden
5.6 Gaszijdige toepassingsmogelijkheden
14
14
14
14
14
15
15
6
Bediening
6.1 Het bedieningspaneel
6.1.1 Algemeen
6.1.2 Opbouw van het bedieningspaneel
6.1.3 Schakelaarfuncties in de bedrijfsmode
6.1.4 Weergave van getallen met meer dan 2 cijfers
6.2 Stroomdiagram interne besturing
6.3 Bedrijfsmode x[[
6.4 Blokkeringsmode (bXX)
6.5 Instelmode gebruikersniveau (X[[)
6.5.1 Maximale aanvoertemperatuur (ketelthermostaat;!)
6.5.2 Pompnadraaitijd (@)
6.5.3 Boilertemperatuur (#)
6.5.4 Toestelregeling (A)
6.5.5 Voetpunt interne stooklijn (u)
16
16
16
16
18
19
19
22
23
24
24
25
26
26
27
2
6.6
7
Instelmode serviceniveau (X[[)
6.6.1 Startpunt modulatie op T (*)
6.6.2 Interface selectie (()
6.6.3 Diverse instellingen t.b.v. boilerbedrijf (Parameter # - B - I)
6.6.4 Inschakeldifferentie aanvoertemperatuur c.v.-bedrijf (N)
6.6.5 Maximale blokkeringstijd bij blijvende warmtevraag (U)
6.6.6 Analoge ingang 0 -10 V, modulatie op aanvoertemperatuur
Q en Y)
6.7 Uitleesmode (x[[)
6.8 Geforceerde mode ‘HOOG’ (h[[)
6.9 Geforceerde mode ‘LAAG’ (l[[)
6.10 Toerentalmode (<[[)
6.11 Storingsmode (X[[)
28
30
30
30
31
31
Installatievoorschrift voor de verwarmingsinstallateur
7.1 Algemene voorschriften
7.2 Opstelling en bevestiging
7.3 Rookgasafvoer en luchttoevoer
7.3.1 Aansluitmogelijkheden
7.3.2 Type indeling in verband met afvoer rookgassen
7.3.3 Uitmonding
7.3.4 Overige eisen
7.3.5 Toelichting bij de rookgasafvoertabellen
7.3.6 Rookgasafvoertabel open situatie
7.3.7 Rookgasafvoertabel gesloten situatie
7.3.8 Uitmonding in verschillende drukgebieden
7.3.9 Rookgasafvoer bij cascadeopstellingen
7.4 Installatiegegevens
7.4.1 Condenswaterafvoer
7.4.2 Waterkwaliteit
7.4.3 Overstortventiel
7.4.4 Waterzijdige ketelweerstand
7.4.5 Waterdoorstroming
7.5 Cascadetoepassing
7.5.1 Inleiding
7.5.2 Het Remeha Quinta Cascadesysteem
7.5.3 Zelfbouw
7.6 Boilertoepassing
7.6.1 Inleiding.
7.6.2 Hydraulische aansluiting van een boiler
34
34
34
35
35
35
36
37
37
39
41
43
44
45
45
45
45
45
45
46
46
46
46
47
47
47
3
31
32
32
32
33
33
Remeha Quinta 85
8
9
installatievoorschrift voor de elektrotechnische installateur
8.1 Algemeen
8.2 Elektrotechnische specifikaties
8.2.1 Netspanning
8.2.2 Beveiligingsautomaat
8.2.3 Zekeringwaarden
8.2.4 Watertemperatuurregeling
8.2.5 Watergebrekbeveiliging
8.2.6 Maximaalbeveiliging
8.3 Aansluitingen
8.4 Toestelregeling (c.v.)
8.4.1 Modulerende regelingen algemeen
8.4.2 Analoge regeling (0 -10 Volt)
8.4.3 Aan / uit regeling (d.m.v. een kamerthermostaat)
8.4.4 Hoog / laag regeling (d.m.v. een tweetraps thermostaat
of externe weersafhankelijke regeling)
8.5 Boilerregeling
8.5.1 Aansluiten van een 230 Volt boilerpomp
8.6 Overige aansluitingen
8.6.1 Externe circulatiepomp
8.6.2 Vorstbeveiliging
8.6.3 Storingsmelding en bedrijfsmelding (optie)
8.6.4 Externe beveiliging
8.7 Elektrisch schema
49
49
49
49
49
50
50
50
50
51
52
53
55
57
Installatievoorschrift voor de gastechnische installateur
9.1 Gasaansluiting
9.2 Gasdrukken
9.3 Gas / lucht verhoudingsregeling
9.4 Propaanbedrijf
62
62
62
62
62
10 Inbedrijfstellingsvoorschrift
10.1 In bedrijf stellen
10.2 Uit bedrijf nemen
59
59
59
59
59
60
60
60
61
63
63
65
4
11 Richtlijnen voor het lokaliseren en opheffen van storingen
11.1 Algemeen
11.2 Storingen bij toestellen met OpenTherm regelaars
(bv. Celcia 20) of rematic® 2945 C3 K of rematic® MC
11.3 Storingen bij toestellen met andere regelaars
11.4 Storingscodes
66
68
69
12 Inspectie en onderhoudsvoorschrift
12.1 Algemeen
12.2 Inspectie
12.2.1 Verbrandingstechnische controle van het toestel
12.2.2 Reiniging van sifon
12.2.3 Controle van de ontstekingselektrode
12.2.4 Controle van de waterdruk
12.3 Onderhoud
72
72
72
72
73
73
74
74
5
66
66
Remeha Quinta 85
VOORWOORD
Deze technische informatie bevat nuttige en belangrijke informatie voor het goed functioneren en onderhouden van de Remeha Quinta 85.
Tevens bevat het belangrijke aanwijzingen om vóór het in bedrijf stellen en tijdens het
in bedrijf zijn een zo veilig en storingsvrij mogelijk functioneren van het toestel mogelijk
te maken.
Lees vóór het in werking stellen van het toestel deze handleiding goed door, maak
u met de werking en de bediening van de ketel goed vertrouwd en volg de gegeven
aanwijzingen stipt op. Indien u nog vragen heeft of verder overleg wenst aangaande
specifieke onderwerpen die op dit toestel betrekking hebben, aarzelt u dan niet contact
met onze afdeling Sales support op te nemen.
De in deze technische informatie gepubliceerde gegevens zijn gebaseerd op de meest
recente informatie. Zij worden verstrekt onder voorbehoud van latere wijzigingen.
Wij behouden ons het recht voor om op ongeacht welk moment de constructie en/of
uitvoering van onze producten te wijzigen zonder verplichting eerder gedane leveranties dienovereenkomstig aan te passen.
6
1
ALGEMENE TOESTELOMSCHRIJVING
De Remeha Quinta 85 is een HR c.v.-toestel voor wandmontage. Het toestel is gekeurd op de essentiële eisen van onderstaande richtlijnen:
- Gastoestellenrichtlijn nr. 90/396/EEG
- Rendementsrichtlijn nr. 92/42/EEG
- EMC richtlijn nr. 89/336/EEG
- Laagspanningsrichtlijn nr. 73/23/EEG
- Richtlijn Drukapparatuur 97/23 EEG (art. 3, lid 3)
CE identificatienummer Remeha Quinta 85: 0063BL3253
NOx-besluit: BL001
De speciaal ontwikkelde gietaluminium warmtewisselaar is geschikt voor terugwinning
van zowel voelbare als latente warmte uit de rookgassen. Door het hoge rendement
voldoet het toestel ruimschoots aan de eisen van het label Gaskeur HR 107.
De labels zijn niet gewaarborgd bij toepassing van de toestellen op H-gas.
Een gas-/luchtregeling in combinatie met een volledig voorgemengde brander zorgt er
tevens voor dat lage NOx-en CO-emissies bereikt worden, waarmee de grenswaarden
voor Gaskeur ‘Schonere Verbranding’ duidelijk onderschreden worden.
Een gesloten luchtkast maakt plaatsing in vrijwel elke beschikbare ruimte mogelijk.
Het toestel is geschikt voor het stoken van alle kwaliteiten aardgas. Het vermogen kan
volledig modulerend (100 - 18%) worden geregeld met behulp van verschillende modulerende regelaars. Elke Remeha Quinta 85 wordt voor aflevering uitgebreid gecontroleerd, zodat een goed functioneren gewaarborgd is.
De Remeha Quinta 85 is standaard voorzien van een boilerregeling.
7
Remeha Quinta 85
2
CONSTRUCTIE
2.1
Toesteluitvoering
afb. 01
Toesteluitvoering
pdf
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Automatische ontluchter
Ventilator
Gasblok
Mengventuri
Warmtewisselaar
Retourtemperatuursensor
Venturi inlaat
Manometer
9. Bedieningspaneel
10. Inbouwmogelijkheid rematic® - regelaars (optionele deur)
11. Inspectiedeksel
12. Kijkglas
13. Ontstekingspen/ionisatie-elektrode
14. Aanvoertemperatuursensor
15. Brander
8
2.2
Werkingsprincipe
Het toestel is voorzien van een gesloten bemanteling die tevens als luchtkast dient.
Met behulp van de ventilator wordt lucht naar binnen gezogen. Aan de inlaatzijde van
de ventilator is een venturi geplaatst waar het gas wordt ingespoten.
Afhankelijk van de instellingen en de heersende watertemperaturen, gemeten door de
temperatuursensoren, wordt het toerental van de ventilator geregeld. De venturi zorgt
vervolgens voor de gas / luchtkoppeling, d.w.z. dat de hoeveelheid gas precies op de
hoeveelheid lucht wordt afgestemd. Hierdoor ontstaat een optimale verbranding over
het gehele belastingbereik.
Het gas / luchtmengsel wordt in de ventilator gemengd en daarna naar de brander
gebracht.
Na de verbranding worden de hete rookgassen door de gietaluminium warmtewisselaar geleid. Hier zullen de rookgassen warmte afdragen aan het c.v. water. De waterdamp in de rookgassen condenseert in het onderste deel van de warmtewisselaar. De
warmte die bij dit condensatieproces vrijkomt (de zogenaamde latente of condensatie
warmte) wordt eveneens aan het c.v. water overgedragen. Het gevormde condensatiewater wordt via een sifon aan de onderzijde van de warmtewisselaar afgevoerd.
De zeer geavanceerde besturing van de Remeha Quinta 85, de zogenaamde Comfort
Master, zorgt voor een zeer betrouwbare warmtelevering. Dit houdt in dat het toestel
zeer praktisch om weet te gaan met negatieve invloeden uit de omgeving (zoals bijvoorbeeld waterzijdige doorstromingsproblemen, luchttransportproblemen e.d.). Het
toestel zal bij dergelijke invloeden niet op storing gaan (vergrendeling) maar in eerste
instantie terug moduleren en eventueel, afhankelijk van de aard van de omstandigheden, tijdelijk uit gaan (blokkering of regelstop), om het na enige tijd gewoon opnieuw
te proberen. Zolang zich geen kritieke situatie voordoet, zal het toestel altijd proberen
warmte te leveren.
9
Remeha Quinta 85
3
TECHNISCHE GEGEVENS
3.1 Afmetingen
Ê Retour c.v. 1 ¼” buitendraad en 1” binnendraad.
É Aanvoer c.v. 1 ¼” buitendraad en 1” binnendraad.
Ï Gasaansluiting ¾” buitendraad.
Ò Condensafvoer Ø 25 mm uitwendig.
Ñ Rookgasafvoer Ø 100 mm.
Ð Luchttoevoer Ø 100 mm.
ã Plaats gaten t.b.v. bevestiging van de ophangbeugel.
afb. 02
Afmetingen Remeha Quinta 85
00.W4H.79.00048
10
3.2
Technische gegevens
Toesteltype
Remeha
Quinta 85
Algemeen
Belastingsregeling: instelbaar
Nominaal vermogen
(80/60°C) kW
kW
(50/30°C)
Nominale belasting bovenwaarde (Hs)
Nominale belasting onderwaarde (Hi)
Gas- en rookgaszijdig
Categorie
Gasvoordruk (aardgas L)
Gasvoordruk propaan
Gasverbruik (aardgas L)
Gasverbruik propaan
NOx uitstoot
NOx uitstoot (02 = 0%, droog)
Maximale tegendruk
Rookgashoeveelheid
Typeindeling i.v.m. rookgasafvoer
kW
kW
mbar
mbar
m3/h
m3/h
mg/kWh
ppm
Pa
kg/h
C.v.-zijdig
Max. watertemperatuur c.v.
Bereik bedrijfstemperatuur c.v.
Minimale water bedrijfsdruk
Maximale water bedrijfsdruk
Waterinhoud
Waterzijdige weerstand (dT = 20°C)
modulerend, aan / uit
of hoog / laag
14,1 - 84,2
15,8 - 89,5
16,2 - 95,5
14,6 - 86,0
II 2L3P
20 - 30
37 - 50
1,7 - 9,8
0,6 - 3,5
< 54
< 30
160
138
B23, B33, C13, C33, C43,
C53, C63, C83
°C
°C
bar
bar
liter
mbar
(kPa)
110
20 - 90
0,8
4
7,5
140
(14)
V/Hz
VA
IP
230/50
21 - 123
20
kg
dB(A)
72
< 52
Elektrisch
Aansluitspanning
Opgenomen vermogen
Isolatieklasse
Overig
Montagegewicht
Geluidsniveau op 1 m afstand van de ketel
tabel 01
Technische gegevens Remeha Quinta 85
11
Remeha Quinta 85
3.3 Besteksomschrijving
- Wanduitvoering.
- Nominaal vermogen (80/60°C): 14,1 - 84,2 kW.
- Gekeurd op essentiële eisen van Gasrichtlijn, Rendementsrichtlijn, EMC-richtlijn en
Laagspanninsrichtlijn.
- Voorzien van Gaskeur HR 107-label en SV-label.
- Aansturing toestelregeling naar keuze: aan/uit door middel van twee-of driedraads
kamerthermostaten, modulerend (18 -100%) met behulp van OpenTherm ruimtethermostaten of cascaderegelaars, analoog m.b.v. 0 tot 10 V (externe interface nodig) of via Hoog/Laag aansturing.
- Waterzijdig rendement tot 98% (t.o.v. Hi) bij 80/60 °C en tot 108% (t.o.v. Hi) bij
50/30 °C.
- Geschikt voor het stoken van alle kwaliteiten aardgas.
- Jaaremissie NOx < 54 mg/kWh, oftewel < 30 ppm bij O2 =0%.
- Gemiddeld geluidsniveau op 1 meter afstand van de ketel < 52 dBA.
- Warmtewisselaar uit gietaluminium.
- Cilindrische, roestvaststalen, premix brander met metaalvezeldek.
- Luchttoevoerventilator.
- Temperatuurregeling: instelbaar van 20 - 90 °C.
- Watergebrekbeveiliging d.m.v. temperatuursensoren.
- Geregeld gas-/ lucht-mengsysteem.
- Elektronische regel-en beveiligingsapparatuur: 24V, ventilator: 230V.
- Vorstbeveiliging (beveiliging van het toestel).
- Sifon.
- Geschikt voor zowel open als gesloten uitvoering.
- Gesloten wit gespoten plaatstalen bemanteling, die tevens als luchtkast dient.
- Meegeleverde ophangbeugel.
- Voorzien van Remeha ’s Comfort Master, een geavanceerde toestelbesturing.
- Inbouwmogelijkheid voor een rematic® weersafhankelijke ketelregeling.
- Overzichtelijk bedieningspaneel met display.
- Eenvoudige ombouw van excentrische luchttoevoer/ rookgasafvoer aansluiting naar
concentrische aansluiting.
- Isolatie klasse IP20.
- Ingebouwde manometer.
- Ingebouwde pompregeling.
- Ingebouwde boilerregeling.
- Automatische ontluchter.
- PC aansluiting.
- Restrictiering voor propaanbedrijf (wordt meegeleverd in de documentatieset).
- Anticipatieweerstand (wordt meegeleverd in de documentatieset).
12
3.4 Accessoires
- Cascade sets voor twee t/m vier ketels.
- Frames voor vrijstaande cascade-opstelling van maximaal 8 wandketels.
- Instrumentenkastdeur voor inbouw van rematic - regelaars.
- Modulerende weersafhankelijke rematic - regelaars, ook voor cascade.
- Interface voor 0 -10 Volt aansturing.
- Remeha Celcia 20 (als modulerende OpenTherm ruimtethermostaat of als weersafhankelijke regelaar)
- Buitentemperatuursensor (voor modulerend bedrijf in combinatie met een kamerthermostaat).
- Boilersensor.
- EMC-filter voor boilersensor of -thermostaat kabels.
- Geveldoorvoerset.
- Adapter RGA/LTV concentrisch.
- Communicatiesoftware RECOM.
- Reinigingsgereedschap voor warmtewisselaar.
- AM3-print voor centrale alarmering, bedrijfsmelding en aansturing boilerpomp 230 V.
4
RENDEMENTSGEGEVENS
4.1 Jaarrendement overeenkomstig de rendementsrichtlijn
Tot 108% ten opzichte van Hi (tot 98 % t.o.v. Hs) bij een belasting van 30% en een
retourwatertemperatuur van 30°C. Hierdoor voldoet het toestel ruimschoots aan het
Gaskeur HR 107. Voor de Remeha Quinta 85 mag, volgens NEN 5128, een opwekkingsrendement tot 0,95 worden ingezet voor de EPC-bepaling.
4.2 Waterzijdig rendement
Tot 98% ten opzichte van Hi bij een gemiddelde watertemperatuur van 70°C (80/60°C).
Tot 108% ten opzichte van Hi bij een gemiddelde watertemperatuur van 40°C
(50/30°C).
13
Remeha Quinta 85
5
TOEPASSINGSGEGEVENS
5.1 Algemeen
De Remeha Quinta 85 is zeer breed inzetbaar. Zowel rookgaszijdig, hydraulisch,
gaszijdig als regeltechnisch heeft het toestel grote toepassingsmogelijkheden zonder
uitgebreide installatie-technische eisen. Dit, gekoppeld aan de geringe afmetingen, het
lage geluidsniveau en de mogelijkheden voor cascade, zorgt er voor dat het toestel
praktisch overal kan worden geïnstalleerd.
(Zie voor de algemene voorschriften Par. 7.1).
5.2 Lucht- en rookgaszijdige toepassingsmogelijkheden
De Remeha Quinta 85 is standaard zo uitgevoerd dat tijdens installatie nog kan worden gekozen voor ‘open’ of ‘gesloten’ uitvoering. Door middel van een adapter RGA/
LTV concentrisch (accessoire) kan de standaard excentrische aansluiting eenvoudig
worden gewijzigd in een concentrische aansluiting. Luchtzijdige en rookgaszijdige
koppeling (bij cascade-systemen) en luchttoevoer en rookgasafvoer in verschillende
drukgebieden behoren ook tot de mogelijkheden. Direkte aansluiting op bouwkundige
kanalen is niet toegestaan i.v.m. condensatie.
(Raadpleeg Par. 7.3 voor de voorschriften en de rookgasafvoertabellen.)
5.3 Hydraulische toepassingsmogelijkheden
De zeer geavanceerde Comfort Master van de Remeha Quinta 85 en de relatief lage
waterzijdige weerstand zorgen ervoor dat het toestel in nagenoeg elk hydraulisch systeem kan worden toegepast.
(Zie voor verdere gegevens Par. 7.4 (c.v.-zijdig) en Par. 7.6 (boilertoepassing))
5.4 Toepassingsmogelijkheden als cascade-toestel
Het toestel is bij uitstek geschikt voor opstelling in cascade. Door de breedte van
slechts 50 cm kan aan een wand van ca. 2,50 meter een vermogen tot maar liefst 360
kW (4 x Quinta 85) worden geïnstalleerd!
Voor de installatie van 2 tot 4 ketels in cascade heeft Remeha zeer installatievriendelijke sets in het programma (Zie hiervoor Par. 7.5).
14
5.5 Regeltechnische toepassingsmogelijkheden
De Remeha Quinta 85 kan op de volgende manieren worden aangestuurd:
- Als enkele ketel of in cascade-opstelling d.m.v. regelaars die moduleren op basis
van ruimte- en/of buitentemperatuur.
- Aan/uit-thermostaten, eventueel gebruik makend van de interne stooklijn van de ketel (in combinatie met buitentemperatuursensor).
- Hoog/laag-regelaars.
- Analoge signalen (0 -10 Volt) van bijvoorbeeld gebouwbeheerssystemen.
(Zie voor verdere gegevens Par. 8.4).
5.6 Gaszijdige toepassingsmogelijkheden
De Remeha Quinta 85 is geschikt voor het verstoken van alle kwaliteiten aardgas en
propaan, categorie II2L 3P. Om het toestel geschikt te maken voor propaanbedrijf dient
u de meegeleverde restrictiering te monteren volgens bijgaande montage-instructie en
de CO2 - instelling te wijzigen, zie Hoofdstuk 10.1.
15
Remeha Quinta 85
6
BEDIENING
6.1 Het bedieningspaneel
6.1.1 Algemeen
De Remeha Quinta 85 is voorzien van een vooruitstrevende toestelbesturing, die is
opgebouwd uit o.a.:
- een besturingsautomaat met microprocessor,
- communicatiemogelijkheden met verschillende regelaars,
- een uitgebreid bedieningspaneel, inclusief PC aansluiting.
De instel- en uitleesmogelijkheden op het bedieningspaneel zijn verdeeld in drie
niveaus:
- Gebruikersniveau (vrij toegankelijk).
- Installateursniveau (met servicecode toegankelijk).
- Fabrieksniveau (via PC met fabriekscode toegankelijk uitsluitend voor Remeha
personeel).
6.1.2 Opbouw van het bedieningspaneel
Het bedieningspaneel is opgebouwd uit de volgende componenten. (Zie afb. 03 en
tabel 02).
afb. 03
Bedieningspaneel
00.W4H.79.00044
16
a. ‘code’-venster
Weergave op gebruikersniveau:
Bedrijfsmode
1
alleen een cijfer
Instelmode
!
cijfer met continu brandende stip
Uitleesmode
!
cijfer en knipperende stip
Blokkeringsmode
Letter b
Geforceerde mode ‘HOOG’
Letter h
Geforceerde mode ‘LAAG’
Letter l
Extra weergave serviceniveau:
Toerentalmode
,
beurtelings half cijfer
Storingsmode
!
knipperend cijfer
b. t-venster
Weergave van:
Temperaturen, instellingen, storingen, beveiligingen
c. ‘reset’-toets
Herstel / ontgrendeltoets
Schakelaarfunctie: controle OpenTherm interface
d. m-toets
d. m-toets
e. s-toets
e. s-toets + r-symbool
f. e-toets
f. e-toets + k-symbool
g. [+]-toets
g. [+]-toets + q -symbool
h. [-]-toets
h. [-]-toets + h-symbool
tabel 02
Programmafunctie: keuzetoets voor de gewenste
mode
Programmafunctie: keuzetoets voor het gewenste
programma binnen een gekozen mode
Schakelaarfunctie: c.v. bedrijf aan/uit
Programmafunctie: opslagtoets voor ingestelde
gegevens
Schakelaarfunctie: warmwaterbedrijf aan/uit
Programmafunctie: verhogen van de instelling
Schakelaarfunctie: pompregeling of pomp continu
Programmafunctie: verlagen van de instelling
Schakelaarfunctie: handbedrijf of automatisch
bedrijf
Bedieningspaneelfuncties
17
Remeha Quinta 85
6.1.3 Schakelaarfuncties in de bedrijfsmode
De toetsen op het bedieningspaneel hebben een dubbele functie. Enerzijds zijn ze
bedoeld om instellingen te lezen of te programmeren (Instelmode, zie Par. 6.5 en Par.
6.6), anderzijds bestaat de mogelijkheid met de s, e, [+] en [-] toetsen basisfuncties van het toestel in of uit te schakelen (schakelaarfunctie). De in- of uitschakeling
wordt weergegeven door het al dan niet branden van het bij de toets behorende rood
of groen verlichte symbool. Bediening van deze schakelaars vindt plaats door in de
bedrijfsmode (alleen cijfer in het ‘code’-venster) de betreffende toets 2 seconden in te
drukken. Ter bevestiging zal het bijbehorende lampje aan of uit gaan.
afb. 04
Display
00.W4H.79.00044
De volgende basisfuncties zijn in- of uitschakelbaar:
m-toets (geen symbool):
Controleschakelaar OpenTherm interface (zie Par. 11.2, stap 5a)
s-toets met r-symbool:
Branderschakelaar c.v.-bedrijf
- rode lamp aan: c.v. bedrijf uitgeschakeld.
- rode lamp uit: c.v. bedrijf automatisch.
e-toets met k-symbool:
Branderschakelaar warmwaterbedrijf
- rode lamp aan: warmwaterbedrijf uitgeschakeld.
- rode lamp uit: warmwaterbedrijf automatisch.
18
[+]-toets met q-symbool:
Pompregeling
- groene lamp aan: pomp draait continu.
- groene lamp uit: pomp draait volgens de interne regeling van het toestel.
[-]-toets met h-symbool:
Handbedrijf/automatisch bedrijf
- groene lamp aan: het toestel werkt op handbedrijf.
- groene lamp uit: het toestel reageert op warmtevraag (b.v. van een kamerthermostaat).
6.1.4 Weergave van getallen met meer dan 2 cijfers
In het twee-cijferige t-venster worden getallen met meer dan twee cijfers als volgt
weergegeven:
- Getallen boven de 99 worden weergegeven met een brandende punt tussen de
twee cijfers. Bijvoorbeeld: )8 betekent 108;
- Getallen boven de 199 worden weergegeven met twee brandende punten.
Bijvoorbeeld #* betekent 238;
- Negatieve getallen (bijvoorbeeld bij gebruik van een buitenvoeler of bij niet aangesloten sensoren) worden weergegeven met een brandende punt na het laatste
cijfer.
Bijvoorbeeld: 1% betekent -15.
6.2 Stroomdiagram interne besturing
Bladeren door op de m-toets te
drukken
Bladeren door op de s-toets te drukken
Weergave in ‘code’-venster Weergave in t-venster
Bedrijfsmode
(Zie Par. 6.3)
Alleen een
cijfer
0-9
Aanvoertemperatuur of blokkeringscode
19
Remeha Quinta 85
Instelmode
(Zie Par. 6.5 en
6.6)
cijfer met
continu brandende stip
@
Maximale aanvoertemperatuur (= ketelthermostaat)
Pompnadraaitijd c.v.-bedrijf
#
Boilertemperatuur
A
Toestelregeling
u
Voetpunt interne stooklijn
!
Alleen toegankelijk met installateurscode c12
Maximale aanvoertemperatuur tijdens gedwon$
gen laaglast
Maximaalthermostaat
%
^
Ventilatortoerental vollast c.v.
&
Ventilatortoerental laaglast c.v. en warmwater
*
(
Startpunt terugmoduleren op dT
Interface selectie
B
Inschakeldifferentie warmwaterbedrijf
C
Ventilatortoerental vollast warmwaterbedrijf
D
Intern
E
Intern
F
Intern
G
Gedwongen laaglasttijd na start c.v.-bedrijf
H
Start toerental
I
J
Overtemperatuur c.v.-water bij warmwaterbereiding
Warmwater aansturing
L
PWM-pomp aansturing
N
O
Inschakeldifferentie aanvoertemperatuur c.v.-bedrijf
N.v.t.
P
Keteluitvoering
20
Uitleesmode
(Zie Par. 6.7)
T
Intern
U
Q
Maximale blokkeringstijd bij blijvende warmtevraag
Gewenste aanvoertemperatuur bij 0 Volt
Y
Gewenste aanvoertemperatuur bij 10 Volt
Intern
_
Cijfer en knipperende stip
Gemeten aanvoertemperatuur
!
@
Gemeten retourtemperatuur
#
Gemeten boilertemperatuur
$
Gemeten buitentemperatuur
%
Intern
^
Modulatiepunt aanvoertemperatuur
&
Status inschakelcommando
*
Berekende inschakeltemperatuur aanvoer
(
Gemeten stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur
N.v.t.
A
Alleen toegankelijk
Toerentalmode
(Zie Par. 6.10)
Storingsmode
(Zie Par. 6.11)
met installateurscode c12
Beurtelings
Uitlezing ventilatortoerental
half cijfer
Knipperend
cijfer
Storingscode
1
2
Bedrijfscode op moment van storingsingreep
3
Aanvoertemperatuur op moment van storingsingreep
Retourtemperatuur op moment van storingsingreep
Boilertemperatuur op moment van storingsingreep
N.v.t.
4
5
6
tabel 03
Stroomdiagram microprocessor
21
Remeha Quinta 85
6.3
Bedrijfsmode x[[
Tijdens bedrijf geeft het ‘code’-venster de status (bedrijfsverloop) van het toestel weer,
terwijl het t-venster de gemeten aanvoerwatertemperatuur aangeeft.
Code
0
1
2
3
Omschrijving
Stand-by; er is geen warmtevraag van de kamerthermostaat, externe regeling of boiler.
Voorspoelen of naventileren:
Voorspoeltijd: 4,2 seconden
Naspoeltijd: 10 seconden; na einde warmtevraag blijft de ventilator nog 10
seconden doordraaien.
Ontsteken; gedurende 2,4 seconden is de ontsteking actief, de gasklep is
geopend.
C.v. bedrijf; het toestel brandt voor de c.v.
B
Boilerbedrijf; het toestel brandt voor de warmwatervoorziening. De driewegklep staat in de stand ‘warmwaterbedrijf’ c.q. de boilerpomp is bekrachtigd.
Wachtstand; de ventilator gaat draaien en het toestel wacht tot het juiste
toerental is bereikt.
Aanvoertemperatuur > gewenste temperatuur + 5°C (= normale regelstop
tijdens c.v.-bedrijf)
Nadraaien pomp c.v.; na het branden blijft de pomp de ingestelde tijd doordraaien.
Nadraaien pomp over de boiler; na het branden blijft de driewegklep bekrachtigd en/of loopt de (boiler)pomp door, totdat het verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur kleiner is dan 4°C (max. 5 minuten)
Aanvoertemperatuur > 95°C tijdens branden op c.v..
Aanvoertemperatuur > ingestelde boilertemperatuur + overtemperatuur +
5°C tijdens branden boiler (= normale regelstop tijdens warmwaterbedrijf)
Blokkeringsmode
H
Gedwongen vollast (HOOG)
L
Gedwongen laaglast (LAAG)
4
5
6
7
8
9
tabel 04
Bedrijfscodes
22
6.4 Blokkeringsmode (bXX)
Tijdens de blokkeringsmode geeft het ‘code’-venster een b aan, terwijl het t-venster de blokkeringscode weergeeft. Tijdens de blokkeringsmode knipperen beide punten van het t-venster.
De betekenissen van de cijfers in het ‘code’-venster en het t-venster zijn:
Code
b@%
b26
b28
b29
B#)
B$#
tabel 05
Omschrijving
Maximaal toelaatbare stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur is overschreden. De ketel gaat 10 minuten in blokkering. Na 5 opeenvolgende
blokkeringen worden de blokkeringscode en de bijbehorende gegevens
opgeslagen in het storingsregister. De ketel gaat echter niet op storing.
De contacten van de externe beveiliging zijn geopend tijdens warmtevraag. De ketel gaat 120 seconden in blokkering. Sluiten de contacten
weer tijdens de warmtevraag, dan wordt de resterende tijd van de 120
seconden doorgelopen, voordat er weer startpoging volgt.
Ventilator defect of niet goed gemonteerd. Na 5 opeenvolgende blokkeringen gaat de ketel in vergrendeling. De blokkeringscode en bijbehorende
gegevens worden opgeslagen in het storingenregister.
Ventilator blijft na naspoeltijd nog doordraaien of toerentalweergave is niet
correct. Na 5 opeenvolgende foutconstateringen gaat de ketel in vergrendeling. De blokkeringscode en bijbehorende gegevens worden opgeslagen in het storingenregister.
Maximaal toelaatbaar verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur is
overschreden. De ketel gaat 150 seconden in blokkering. Na 10 opeenvolgende blokkeringen worden de blokkeringscode en de bijbehorende
gegevens opgeslagen in het storingsregister. De ketel gaat echter niet op
storing.
Er is een verkeerde parameterinstelling gedaan of het geheugen is defect.
Controleer de parameterinstellingen of ga op de volgende wijze terug
naar fabrieksinstellingen:
- druk op de m-toets en tegelijkertijd op de ‘reset’-toets, houdt de m-toets
vast (ca. 5 sec.), totdat de letter P in het ‘code’-venster verschijnt,
- stel met de [+]- en/of [-]-toets de juiste code in (zie Par. 6.6)
Quinta 85: P = 80
- met de e-toets de ingestelde waarde bevestigingen,
- parameterinstellingen weer controleren en wijzigen waar nodig of gewenst.
Blokkeringscodes
Let op:
De blokkeringsmode is een normale bedrijfsmode en geeft dus geen storing, maar een
normale bedrijfstoestand van de ketel weer. Een blokkeringscode kan duiden op een
installatietechnisch probleem of een verkeerde instelling.
23
Remeha Quinta 85
6.5 Instelmode gebruikersniveau (X[[)
In de instelmode kunnen diverse instellingen naar behoefte gewijzigd worden. De gewenste mode kan gekozen worden door de m-toets in te drukken totdat op het ’code’venster ! verschijnt. Kies nu met de s-toets de gewenste code. Door vervolgens
op de [+]-toets te drukken kan een instelling verhoogd worden, door op de [-]-toets te
drukken kan een instelling verlaagd worden.
De nieuwe instelling wordt opgeslagen door op de e-toets te drukken, de instelling
knippert tweemaal als bevestiging. Druk op de ’reset’-toets om terug te keren naar de
bedrijfsmode.
Code
Omschrijving
Instelbereik en eventuele toelich- Fabr. Inting
stelling
!
Maximale aanvoertemperatuur.
(Zie ook Par. 6.5.1)
20 t/m 90°C
(= instelling ketelthermostaat, tevens instelling top stooklijn bij toepassing van buitenvoeler).
@
Pompnadraaitijd c.v.-bedrijf.
(Zie ook Par. 6.5.2)
00 nadraaitijd 10 seconden
01 t/m 15
nadraaitijd in minuten
03
#
Boilertemperatuur boiler.
(Zie ook Par. 6.5.3)
60
A
Toestelregeling.
(Zie ook Par. 6.5.4)
20 t/m 70°C
(met boilertemperatuursensor).
Instelling regelmethode
u
Voetpunt interne stooklijn.
(Zie Par. 6.5.5)
tabel 06
15 t/m 60°C
(alleen van toepassing als een buitenvoeler is aangesloten)
90
31
20
Instelmode gebruikersniveau
6.5.1 Maximale aanvoertemperatuur (ketelthermostaat;!)
Het instellen van de maximale aanvoertemperatuur dient als voorbeeld voor de overige instellingen. De maximale aanvoertemperatuur is instelbaar van 20 tot 90°C (fabrieksinstelling: 90°C).
Opmerking:
Bij toepassing van een kamerthermostaat in combinatie met een buitentemperatuursensor wordt hier de top van de interne stooklijn ingesteld (aanvoertemperatuur bij een
buitentemperatuur van -10°C).
(Zie voor toelichting m.b.t. de interne stooklijn Par. 8.4.3)
24
afb. 05
Instellen maximale aanvoertemperatuur
Aanvoertemp.pdf
6.5.2 Pompnadraaitijd (@)
De nadraaitijd van de pomp is instelbaar op 10 seconden of op 1 t/m 15 minuten (fabrieksinstelling: nadraaitijd 3 minuten).
- Druk op de m-toets totdat op het ‘code’-venster het cijfer ! (met stip) verschijnt.
- Druk op de s-toets totdat op het ‘code’-venster het cijfer @ (met stip) verschijnt.
- Stel met [+] en/of [-]-toets de gewenste instelling in.
Code
@
t
Omschrijving
00
Nadraaitijd 10 seconden
@
Xx
Nadraaitijd in minuten (XX = 01 t/m 15)
tabel 07 Nadraaitijd
- Druk op de e-toets voor het vastleggen van de nieuwe instelling (instelling knippert 2 x).
- Druk op de ’reset’-toets om terug te keren naar de bedrijfsmode.
Opmerking: Continu-bedrijf kan worden ingesteld met één van de schakelaarfuncties,
zie Par. 6.1.3.
25
Remeha Quinta 85
6.5.3 Boilertemperatuur (#)
Deze waarde is alleen van toepassing als een Remeha boilersensor is aangesloten en
is instelbaar tussen 20 en 70°C (fabrieksinstelling: 60°C). Bij toepassing van een boilerthermostaat, zie Par. 6.6.3.
- Druk op de m-toets totdat op het ‘code’-venster het cijfer ! (met stip) verschijnt.
- Druk op de s-toets totdat op het ’code’-venster het cijfer # (met stip) verschijnt.
- Stel met [+] en/of [-]-toets de gewenste waarde in.
- Druk op de e-toets voor het vastleggen van de nieuwe waarde (instelling knippert
2 x).
- Druk op de ’reset’-toets om terug te keren naar de bedrijfsmode.
Opmerking 1: Op serviceniveau zijn nog meer instellingen mogelijk die van invloed
zijn op de boilertemperatuur, (zie Par. 6.6.3). Dit is slechts in zeer specifieke gevallen
nodig.
Opmerking 2: Indien een rematic-regelaar of OpenTherm regelaar (zoals de Remeha Celcia 20) wordt toegepast, vindt de warmwatertemperatuurinstelling plaats op
de betreffende regelaar.
6.5.4 Toestelregeling (A)
Fabrieksinstelling: 31 (c.v. en boiler aan, c.v. modulerend, boosterfunctie uit).
Om de ketelregeling te wijzigen, dient u de volgende handelingen te verrichten:
Druk op de m-toets, totdat op het ‘code’-venster het cijfer ! (met stip) verschijnt.
Druk op de s-toets totdat op het ‘code’-venster de letter A (met stip) verschijnt.
Stel met [+] en/of [-]-toets de gewenste waarde in.
Druk op de e-toets voor het vastleggen van de nieuwe waarde (instelling knippert
2 x).
- Druk op de ‘reset’-toets om terug te keren naar de bedrijfsmode.
-
26
Code
A
XY
x0
Omschrijving
C.v. uit, warmwater uit
x1
C.v. aan, warmwater aan
x2
C.v. aan, warmwater uit
x3
C.v. uit, warmwater aan
1y
x = 1, 2,
3, 4 of 5
C.v. modulerend, boosterfunctie* op buitentemperatuur y = 0, 1,
2 of 3
2y
C.v. hoog / laag
3y
C.v. modulerend, boosterfunctie* uit
C.v. modulerend, externe ingang 0 -10 V* op aanvoertemperatuur
5y C.v. modulerend, externe ingang 0 -10 V* op belastingpercentage
tabel 08 Toestelregeling
4y
*Opmerking: Zie voor toelichting ‘boosterfunctie’ Par. 8.4.3 en ‘externe ingang 0 - 10
Volt’, Par. 8.4.2)
Voorbeeld: ketelregeling 41 betekent dat de c.v. met behulp van 0 -10 Volt signaal
modulerend op aanvoertemperatuur (x = 4) wordt aangestuurd. C.v. en warmwater
zijn beide actief (y = 1).
6.5.5 Voetpunt interne stooklijn (u)
Deze waarde is alleen van toepassing als een Remeha buitensensor is aangesloten
en is instelbaar tussen 15 en 60°C (fabrieksinstelling: 20°C). De hier ingestelde aanvoertemperatuur geldt bij een buitentemperatuur van 20°C.
Om de instelling te wijzigen, dient u de volgende handelingen te verrichten:
- Druk op de m-toets, totdat op het ‘code’-venster het cijfer ! (met stip) verschijnt.
- Druk op de s-toets totdat op het ‘code’-venster de letter u (met stip) verschijnt.
- Stel met [+] en/of [-]-toets de gewenste waarde in.
- Druk op de e-toets voor het vastleggen van de nieuwe waarde (instelling knippert
2 x).
- Druk op de ‘reset’-toets om terug te keren naar de bedrijfsmode.
Opmerking: Zie voor toelichting m.b.t. de interne stooklijn Par. 8.4.3.
27
Remeha Quinta 85
6.6 Instelmode serviceniveau (X[[)
Om ongewenste instellingen te voorkomen zijn diverse bedieningsniveaus voorzien
van een beveiligingscode. Voor servicegebruik kunt u code c12 programmeren:
- Druk de m-toets en s-toets gelijktijdig in. Er verschijnt een c op het ‘code’venster. Terwijl de beide toetsen ingedrukt zijn, stelt u met de [+] en/of [-]-toets het
t-venster in op 12. Blijf de m en s-toets ingedrukt houden en druk op de
e-toets. Na het loslaten van de e-toets knippert het t-venster als toegangsbevestiging tot de serviceinstelling.
- Laat de m en s-toets los. U keert nu automatisch terug naar de bedrijfsmode.
De aanduiding c12 verdwijnt van het display.
Na gebruik dient u de servicecode te verwijderen:
- Druk hiervoor 1 x op de ‘reset’-toets (als gedurende 15 minuten geen wijzigingen
worden aangebracht wordt de servicecode automatisch verwijderd.
Let op: Het veranderen van fabrieksinstellingen zonder raadpleging van de in
deze documentatie opgenomen tabellen kan resulteren in onjuiste werking van
het toestel.
Code Omschrijving
Instelbereik en eventuele
toelichting
Fabr. instelling
Max. aanvoertemperatuur tijdens gedwongen laaglast.
Maximaalthermostaat.
20 t/m 90
89
90 t/m !0
!0
(=110)
^
Ventilatortoerental vollast tijdens c.v.
10 t/m 70
len
honderdtal-
&
Ventilatortoerental laaglast
(c.v. en ww).
10 t/m 60
len
honderdtal-
*
Startpunt terugmoduleren op
dT. (Zie ook Par. 6.6.1)
05 t/m 30
(verschil tussen aanvoer- en
retourtemperatuur)
Interface selectie.
(Zie ook Par. 6.6.2)
00 interne interface
(= OpenTherm)
01 externe interface
$
%
(
B
Inschakeldifferentie warmwater- 01 t/m 05°C
bedrijf.
06 = 10 °C
(Zie ook Par. 6.6.3)
07 = 15 °C
08 = 20 °C
28
62
12
25
00
05
C
Ventilatortoerental vollast tijdens warmwaterbedrijf.
D
Intern.
10 t/m 70
len
Niet wijzigen
E
Intern.
Niet wijzigen
)0 (=100)
F
Intern.
Niet wijzigen
20
G
Gedwongen laaglasttijd na start 00 t/m 15 minuten
c.v.-bedrijf.
Start toerental.
Niet wijzigen
H
I
J
L
Overtemperatuur c.v.-water bij
warmwaterbedrijf t.o.v. boilertemperatuur (parameter #).
(Zie ook Par. 6.6.3)
Warmwater aansturing.
(zie ook Par. 7.6.2)
PWM-pomp aansturing (optie).
honderdtal-
62
00
03
20
00 t/m 30°C
20
00 wisselklep
(A = c.v. en B = boiler)
01 boilerpomp
02 wisselklep
(A = boiler en B = c.v.)
1e cijfer: pompstand bij cv
2e cijfer: pompstand tijdens
nadraaien
01
)3
1) (= -10°C) t/m 20°C
O
Inschakeldifferentie aanvoertemperatuur c.v.-bedrijf. (Zie
ook Par. 6.6.4)
N.v.t.
P
Keteluitvoering.
Niet wijzigen
80
T
Intern.
Niet wijzigen
01
U
Maximale blokkeringstijd bij blij- 00 t/m 99 minuten
vende warmtevraag.
(Zie ook Par. 6.6.5)
Gewenste aanvoertemperatuur 5) (= -50) t/m 50°C
bij 0 Volt. (Zie ook Par. 6.6.6)
Let op: optie
Gewenste aanvoertemperatuur 50 t/m (( (= 299)°C
bij 10 Volt. (Zie ook Par. 6.6.6)
Let op: optie
N
Q
Y
_
Intern
tabel 09
Niet wijzigen
Instelmode serviceniveau
29
03
15
00
)0 (=100)
01
Remeha Quinta 85
6.6.1 Startpunt modulatie op dT (*)
Instelbaar van 5 tot 30°C, fabrieksinstelling 25.
Bij een verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur van 25°C begint het toestel
terug te moduleren. Bij een dT van 40°C is het toestel tot de minimale belasting terug
gemoduleerd en bij de dT van 45°C schakelt het toestel uit (blokkeringscode b#0).
In installaties waar kleine volumestromen voor kunnen komen (b.v. een appartementengebouw waar tijdelijk slechts één appartement bewoond is) kan het startpunt van
de modulatie worden vervroegd. Het toestel kan dan beter anticiperen op deze geringe
warmtevraag. De fabrieksinstelling zal in verreweg de meeste gevallen voldoen. Wijzig
het startpunt alleen als het echt noodzakelijk is.
De fabrieksinstelling voor de minimale belasting van het toestel ( = parameter &, zie
tabel 09) niet wijzigen, bij situaties waar kleine volumestromen kunnen voorkomen.
6.6.2 Interface selectie (()
Instelbaar op 00 of 01, fabrieksinstelling is 00.
Dit betekent dat standaard de in de ketelautomaat geïntegreerde OpenTherm-interface
is geselecteerd voor communicatie met de modulerende cascaderegelaar rematic
MC en modulerende OpenTherm-regelaars, zoals de Remeha Celcia 20.
Wordt de rematic 2945 C3K als modulerende regelaar toegepast, dan dient de bijbehorende interface in de ketel te worden geplaatst en de interface-selectie ‘extern’ te
worden geprogrammeerd (instelling 01). (Zie voor meer informatie over de regelmogelijkheden Par. 8.4).
6.6.3 Diverse instellingen t.b.v. boilerbedrijf (Parameter # - B - I)
Voor een optimale samenwerking tussen ketel en boiler kunnen diverse instellingen
worden gedaan:
- de boilertemperatuur (parameter #). Instelling op gebruikersniveau; fabrieksinstelling 60°C (alleen bij toepassing van boilersensor). Bij rematic-regelaar of OpenTherm-regelaar: instelling op de regelaar.
- de inschakeldifferentie (parameter B). Hiermee wordt afhankelijk van de manier
van regelen het moment van inschakelen voor boilerbedrijf bepaald. Fabrieksinstelling: 5°C.
- de overtemperatuur (parameter I). Dit is het verschil tussen de ingestelde boilertemperatuur en de ketelaanvoertemperatuur tijdens boilerbedrijf. Fabrieksinstelling:
20°C.
De werking (met fabrieksinstellingen) is als volgt:
bij boilerwarmtevraag d.m.v. boilersensor:
- uitschakelpunt: de boilertemperatuur is gelijk aan de ingestelde waarde (60) + een
vaste waarde van 5°C. Dus: 60 + 5 = 65°C
- inschakelpunt: het toestel komt in bedrijf bij een boilertemperatuur die gelijk is aan
het uitschakelpunt – de inschakeldifferentie. Dus: 65 - 5 = 60°C. De boilertemperatuur beweegt zich dus tussen 60° en 65°C.
30
bij boilerwarmtevraag d.m.v. boilerthermostaat of rematic-regelaar:
- de thermostaat of regelaar bepaalt het moment van inschakelen (dus boilertemperatuur en inschakeldifferentie)
modulatiegedrag bij blijvende warmtevraag (onafhankelijk van regeling):
- Het toestel zal gaan moduleren op een ketelaanvoertemperatuur gelijk aan de ingestelde boilertemperatuur + de overtemperatuur. Dus: 60 + 20 = 80°C.
- Het toestel blokkeert (regelstop) bij een ketelaanvoertemperatuur gelijk aan het genoemde modulatiepunt + een vaste waarde van 5°C. Dus: 80 + 5 = 85°C.
- Het toestel komt bij blijvende warmtevraag weer in bedrijf bij een ketelaanvoertemperatuur gelijk aan het uitschakelpunt – de inschakeldifferentie. Dus: 85 - 5 = 80°C.
6.6.4 Inschakeldifferentie aanvoertemperatuur c.v.-bedrijf (N)
Instelmode, parameter N, instelbaar tussen -10 en 20°C, fabrieksinstelling: 03.
Deze instelling bepaalt het moment van inschakelen tijdens c.v.-bedrijf (bij blijvende
warmtevraag) gebaseerd op de retourtemperatuur bij de voorafgaande uitschakeling
(regelstop).
De regelstop duurt minimaal de vaste anti-pendeltijd van 2,5 min., echter niet langer
dan de bij parameter U. (maximale blokkeringstijd) ingestelde waarde, tenzij de aanvoertemperatuur hoger is dan de gewenste aanvoertemperatuur. (Zie Par. 6.6.5)
6.6.5 Maximale blokkeringstijd bij blijvende warmtevraag (U)
Instelmode, parameter U, instelbaar tussen 0 en 99 minuten, fabrieksinstelling: 15.
Een normale regelstop duurt nooit langer dan de hier ingestelde waarde (tenzij de
aanvoertemperatuur hoger is dan de gewenste aanvoertemperatuur).
6.6.6 Analoge ingang 0 -10 V, modulatie op aanvoertemperatuur Q en Y)
Fabrieksinstelling Q = 0 en Y = )0 (=100).
De fabrieksinstelling is zo gekozen dat bij een extern signaal van 0 Volt de gewenste
aanvoertemperatuur 0°C is. Bij 10 volt is de gewenste aanvoertemperatuur 100°C.
Tussen 0 en 10 Volt moduleert de ketel op een waarde die lineair ligt tussen 0 en
100°C (met andere woorden 3,6 volt is 36°C). De interne begrenzing van de automaat
blokt vervolgens de aanvoertemperauur af bij 90°C (Parameter !).
Opmerking:
- Deze parameter hoeft alleen ingesteld te worden bij modulatie op aanvoertemperatuur
(Parameter A, instelling 4y) en dus niet bij belastingsregeling (Parameter A,
instelling 5y), (Zie Par. 6.5.4)
- 0 - 10 Volt aansturing is alleen mogelijk met een speciale interface (optie).
31
Remeha Quinta 85
6.7 Uitleesmode (x[[ )
In de uitleesmode kunnen diverse waarden uitgelezen worden. Druk op de m-toets totdat in het ‘code’-venster ! verschijnt (stip knippert). Kies nu met de s-toets de
gewenste code.
Code
!
Omschrijving
Gemeten aanvoertemperatuur.
@
Gemeten retourtemperatuur.
#
Gemeten boilertemperatuur.
60
(alleen met boilersensor)
$
Gemeten buitentemperatuur.
05
(alleen met buitensensor)
%
N.v.t.
3&
^
Berekend setpunt aanvoertemperatuur.
84
&
Status warmtevraag.
1x
0x
*
Berekende inschakeltemperatuuraanvoer.
67
(
Gemeten stijgsnelheid aanvoertemperatuur [0,1 °C/sec]
N.v.t.
02
A
tabel 10
Uitlezing (bijvoorbeeld)
80
70
(= warmtevraag)
(= geen warmtevraag)
Uitleesmode gebruikersniveau
6.8 Geforceerde mode ‘HOOG’ (h[[)
Door in de bedrijfsmode de m en de [+]-toets tegelijkertijd in te drukken, gaat het
toestel branden op het maximale vermogen. De aanvoertemperatuur kan echter niet
boven het ingestelde maximum komen. Dit om het toestel en de installatie te beveiligen.
Door tegelijkertijd de [+] en [-]-toets in te drukken, gaat het toestel terug naar de bedrijfsmode, of anders automatisch na 15 minuten.
6.9 Geforceerde mode ‘LAAG’ (l[[)
Door in de bedrijfsmode de m en de [-]-toets tegelijkertijd in te drukken, gaat het toestel
branden op het minimale vermogen. De aanvoertemperatuur kan echter niet boven het
ingestelde maximum komen. Dit om het toestel en de installatie te beveiligen.
Door tegelijkertijd de [+]en [-]-toets in te drukken, gaat het toestel terug naar de bedrijfsmode, of anders automatisch na 15 minuten.
32
6.10 Toerentalmode (<[[)
(service niveau)
In de toerentalmode kan het toerental van de ventilator in delen uitgelezen worden.
- Stel eerst de servicecode c12 in, zie Par. 6.6. Druk op de m-toets totdat in het
‘code’-venster
< verschijnt (beurtelings half cijfer).
Code
,
Omschrijving
Toerental ventilator honderdtallen
.
Toerental ventilator eenheden
tabel 11
V.b. 6200 omw./min.
62
00
Toerentalmode
6.11 Storingsmode (X[[)
(service niveau)
Een actuele storing is herkenbaar aan een knipperend ‘code’- en t-venster (Zie storingstabel in Hoofdstuk 11).
De laatst opgetreden storing, de daarbij behorende bedrijfscode en de heersende temperaturen worden opgeslagen in het geheugen van de microprocessor en kunnen in
de storingsmode als volgt uitgelezen worden:
- Stel de servicecode c12 in, zie Par. 6.6.
- Druk de m-toets in totdat op het ‘code‘-venster 1 verschijnt (cijfer knippert).
- Kies nu met de s-toets de gewenste code.
Code
t
Omschrijving
1
37
Storingscode (zie Hoofdstuk 11).
2
03
Bedrijfscode op moment van storingsingreep (zie Par. 6.3).
3
53
Aanvoertemperatuur op moment van storingsingreep.
4
40
Retourtemperatuur op moment van storingsingreep.
5
60
Boilertemperatuur op moment van storingsingreep (alleen met
boilersensor).
N.v.t.
6
tabel 12
3&
Storingsmode op service niveau
In dit voorbeeld:
Retourtemperatuursensor is defect geraakt (storingscode 37) tijdens branden op
c.v. (03) bij een aanvoertemperatuur van 53°C, een retourtemperatuur van 40°C en
een boilertemperatuur van 66°C.
33
Remeha Quinta 85
7
INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE VERWARMINGSINSTALLATEUR
7.1 Algemene voorschriften
Voor installatie van de Remeha Quinta 85 dient u rekening te houden met (laatste uitgaven van) de volgende voorschriften:
- NEN 2757: Toevoer van verbrandingslucht en afvoer van rook van verbrandingstoestellen
- NEN 1078: Eisen en bepalingsmethoden voor huishoudelijke gasleidinginstallaties
- NEN 3028: Eisen voor verbrandingsinstallaties
- NPR 3378: Leidraad bij NEN 1078
- NEN 2078: Eisen voor industriële gasinstallaties
- NEN 1010: Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties
- Eventuele lokale voorschriften voor zover van toepassing
- Het Bouwbesluit
- Bij toepassing t.b.v. warm sanitairwatervoorziening: Werkblad VEWIN nr. 4.4B.
7.2 Opstelling en bevestiging
Hang de Remeha Quinta 85 waterpas aan een voldoende stevige wand d.m.v. de
meegeleverde ophangbeugel. In de verpakkingsdoos bevindt zich een aftekenmal
waarop de posities van de bevestigingsgaten zijn aangegeven.
Het toestel moet in een vorstvrije ruimte
worden opgehangen i.v.m. mogelijke bevriezing van de condensafvoerleiding. Als
het c.v.-water te ver in temperatuur daalt,
treedt de ingebouwde toestelbeveiliging in
werking. Voor het toestel wordt een vrije
ruimte van minimaal 100 cm aanbevolen.
Boven het toestel adviseren wij een vrije
ruimte van minimaal 40 cm, onder het toestel is in principe een vrije ruimte van 25
cm voldoende.
Daar alle delen van de voorzijde zijn te
bereiken, is aan de linker- en rechterzijde
geen minimale afstand vereist. Wij adviseren echter een minimale afstand van 2,5
cm, voor het eenvoudig kunnen openen
van de klep. Monteer direct onder het toestel een gaskraan. De retourleiding onder
de ketel dient wegneembaar te zijn.
afb. 06
Opstellingsruimte
00.W4H.79.00050
Remeha Quinta 85
34
7.3 Rookgasafvoer en luchttoevoer
7.3.1 Aansluitmogelijkheden
Tijdens de installatie kan nog worden gekozen voor een 'gesloten' of 'open' uitvoering.
Door middel van een adapter RGA/LTV concentrisch (optioneel leverbaar) kan de
standaard excentrische aansluiting eenvoudig worden gewijzigd in een concentrische
aansluiting.
Standaard excentrische uitvoering (links) Optioneel concentrische uitvoering (rechts)
afb. 07
Bovenaanzicht Remeha Quinta 85
00.W4H.79.00012 + 05.W4H.79.00006
Na het ophangen en vóór het aansluiten c.q. plaatsen van het luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem dienen de stofdoppen uit de rookgasafvoer en luchttoevoer te worden verwijderd.
7.3.2 Type indeling in verband met afvoer rookgassen
Indeling volgens CE:
Type B23:
Open toestel zonder trekonderbreker, lucht uit opstellingsruimte, rookgasafvoer bovendaks.
Type B33:
Open toestel zonder trekonderbreker, lucht uit opstellingsruimte, rookgasafvoer
luchtomspoeld, rookgasafvoer bovendaks.
Type C13:
Gesloten toestel, aangesloten op gecombineerde geveldoorvoer.
Type C33:
Gesloten toestel, aangesloten op gecombineerde dakdoorvoer.
35
Remeha Quinta 85
Type C43:
Gesloten toestel in cascade, aangesloten op een gemeenschappelijk luchttoevoer- en
rookgasafvoerkanaal (CLV systeem).
Type C53:
Gesloten toestel, aangesloten op separate luchttoevoer en rookgasafvoerkanaal,
uitmondend in verschillende drukvlakken.
Type C63:
Gesloten toestel, op de markt aangeboden zonder bijbehorend aan- en afvoermateriaal.
Type C83:
Gesloten toestel, aangesloten op een gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoerkanaal (CLV systeem).
Open uitvoering
Open toestellen betrekken de benodigde verbrandingslucht uit hun omgeving.
(Zie voor de tabel met maximaal te overbruggen weerstandslengten Par. 7.3.6)
Gesloten uitvoering
Door toepassing van een luchttoevoerleiding verkrijgt men een gesloten systeem. Het
aantal plaatsingsmogelijkheden binnen het gebouw neemt hierdoor toe, terwijl er ten
aanzien van de uitmondingplaats (in de gevel of op het dak) minder strenge eisen van
toepassing zijn, omdat luchttoevoer en rookgasafvoer in hetzelfde drukgebied plaatsvinden. Daarnaast is de buitenlucht over het algemeen schoner, wat de levensduur
van het toestel ten goede komt. Een rookgasafvoertabel voor de Remeha Quinta 85 in
gesloten uitvoering vindt u in Par. 7.3.7.
(Zie voor uitmonding in twee verschillende drukgebieden Par. 7.3.8)
7.3.3 Uitmonding
Zie voor uitmondingen de NEN 2757 en de NPR 3378.
Over het algemeen kan gebruik worden gemaakt van standaard dak- en geveldoorvoersets. Bij toepassing van een geveldoorvoer direct boven de ketel dient de Remeha
geveldoorvoerset te worden toegepast (als accessoire leverbaar).
Voor een type C1, C3 en C5 rookgasafvoer dient gebruik gemaakt te worden van een
dakdoorvoer MUGRO 3000 of de Remeha geveldoorvoerset (art. nr. 55781). In de C6
situatie moet het afvoermateriaal voldoen aan het Gastec QA - of KOMO-merk en altijd
trekkend zijn.
36
7.3.4 Overige eisen
Rookgasafvoermateriaal:
Enkelwandig, star: roestvaststaal, dikwandig aluminium of kunststof met Gastec QA of
KOMO-merk.
Flexibel: roestvaststaal of kunststof met Gastec QA of KOMO-merk.
Rookgasafvoerconstructie:
De toe te passen rookgasafvoerleiding dient qua constructie op naden en verbindingen lucht en waterdicht te worden uitgevoerd of naadloos. Horizontale gedeelten in de
rookgasafvoer moeten op afschot liggen richting toestel (minimaal 3 cm per meter).
Voeringkanalen:
Als voeringkanalen worden toegepast, dienen deze vervaardigd te worden uit een
luchtdichte, dikwandige starre aluminium of roestvaststalen constructie (ook buigbare
kunststof en roestvaststalen voeringpijpen zijn toegestaan). Aluminium is toegestaan,
mits er geen contact is met het bouwkundige gedeelte van het rookgasafvoerkanaal.
Inspectie van het voeringkanaal moet mogelijk zijn.
Luchttoevoermateriaal:
Enkelwandig, star of flexibel: aluminium, roestvaststaal of kunststof.
Luchttoevoerconstructie:
Bij toepassing van de gesloten toesteluitvoering dient ook de luchttoevoerleiding luchtdicht te worden uitgevoerd. Dit ter voorkoming van aanzuiging van 'valse' lucht. Horizontale gedeelten in de luchttoevoer moeten op afschot liggen richting toevoeropening.
7.3.5 Toelichting bij de rookgasafvoertabellen
In tabel 13, tabel 14 en tabel 15, wordt voor verschillende situaties de maximaal te
overbruggen afstand tussen ketel en doorvoer aangegeven. Deze maximale afstand is
begrensd op 40 meter (open uitvoering) of 20 meter (gesloten uitvoering). Voor die
situaties waarin de tabellen niet voorzien, doordat er meer bochten toegepast dienen
te worden dan in de voorbeeldsituaties zijn opgenomen, is tevens aangegeven hoeveel meter pijp per extra 45° of 90° bocht op de tabelwaarden in mindering dient te
worden gebracht. In een dergelijk geval kan, indien aangegeven, worden uitgegaan
van de tussen haakjes vermelde weerstandslengte. Tevens staat aangegeven hoeveel
meter weerstandslengte bij de tabelwaarden opgeteld kan worden, indien een belastingreductie van 10% mogelijk is. Hierdoor is het mogelijk om in die situaties waarbij
niet het volledige toestelvermogen noodzakelijk is, eventueel voor een kleinere leidingdiameter te kiezen.
37
Remeha Quinta 85
Let op:
- Neem als uitgangspunt altijd die standaardsituatie die het dichtst bij de werkelijke
situatie komt en trek dan de weerstandslengte voor de eventuele extra bochten van
de tabelwaarde af; bij een toegestane belastingsreductie van 10% kan daarna de
extra weerstandslengte worden bijgeteld.
- Indien uit de berekening een lengte komt van meer dan 40 m (open uitvoering) of
20 m (gesloten uitvoering), dient de lengte toch op 40 m, resp. 20 m te worden begrensd. Raadpleeg onze afdeling Sales support indien u grotere lengten wenst toe
te passen.
Voorbeeld 1:
Quinta 85; open uitvoering, vrije uitmonding, 3 meter horizontaal, 5 meter verticaal
(dus ‘L’ = 8 m), 3 bochten van 90°.
Volgens tabel 13 is de maximale weerstandslengte in situatie 3 (2 bochten van 90°) bij
Ø 100 mm: 14 m. Hiervan moet 1 x 4,9 m voor de extra 90°-bocht worden afgetrokken, waardoor de maximaal toegestane afstand ‘L’ op 9,1 m komt. De 8 m uit dit voorbeeld is < 9,1 m, dus Ø 100 mm voldoet.
Voorbeeld 2:
Quinta 85, open uitvoering, vrije uitmonding, totale lengte 19 m, 4 bochten van 90°.
Volgens tabel 13 is de maximale weerstandslengte in situatie 3 bij Ø 100 mm: 14 m.
Hiervan moet 2 x 4,9 m = 9 m worden afgetrokken, waardoor de maximaal toegestane
afstand ‘L’ op 5 m komt. De 19 m is > dan de toegestane 5 m, dus Ø 100 mm voldoet
niet.
Als in deze situatie Ø 100 mm vereist is en een belastingreductie van 10% is toelaatbaar, dan kan 37 m worden opgeteld bij de 14 m van Ø 100 mm. De maximaal
toegestane afstand ‘L’ wordt dan 34 m - 9 m = 25 m. De 19 m uit ons voorbeeld is wel
minder dan 25 m, dus Ø 100 mm is in dit geval dan toch mogelijk.
Voorbeeld 3:
Quinta 85, gesloten uitvoering, totale lengte 16 m, twee bochten van 90° in zowel
luchttoevoer als rookgasafvoer.
Volgens tabel 14, situatie 7, is met Ø 110 mm 17 m te overbruggen. Deze uitvoering
voldoet dus. Stel dat er echter 3 bochten van 90° in zowel luchttoevoer als rookgasafvoer verwerkt dienen te worden, dan dient van die 17 m dus 2 x 4,9 = 9,8 m extra
afgetrokken te worden (1 x voor de bocht in de luchttoevoer en 1 x voor de bocht in
de rookgasafvoer).
De resterende weerstandslengte wordt dan 7,2 m. De 16 m in ons voorbeeld is > 7,2
m, dus de uitvoering met Ø 110 mm is nu niet toepasbaar en dient u Ø 130 mm toe te
passen.
38
7.3.6 Rookgasafvoertabel open situatie
afb. 08
4 standaardsituaties ‘open uitvoering’
00.W4H.79.00010
Uitvoering rookgasafvoerkanaal
1 = Rookgasafvoerkanaal zonder bochten.
2 = Rookgasafvoerkanaal met 2 bochten 45°.
3 = Rookgasafvoerkanaal met 2 bochten 90°.
4 = Rookgasafvoerkanaal met haakse instroming en een bocht 90°.
39
Remeha Quinta 85
Maximaal toegestane afstand ‘L’ tussen ketel en uitmonding (open buis) in
meters en de maximale weerstand in meters rechte pijp. Rookgasafvoer uitgevoerd in dikwandig aluminium met lipring afdichting, bochten t/m Ø 100 mm
gegoten, boven Ø 100 mm gelaste segment bochten.
Ø D in mm
80
90
100
110
Situatie
Toestel
Maximale afstand ‘L’ [m]
(max. weerstand [m rechte pijp])
(Zie event. Par. 7.3.5 voor toelichting)
"Vrije uitmonding" in gebied I, bovendaks
1
Quinta 85
9
16
24
+
2
Quinta 85
6
13
21
+
3
Quinta 85
1
7
14
36
4
Quinta 85
2
8
16
37
"Niet vrije uitmonding" in gebied III, rekening houdend met
dP statisch = + 25 Pa (land) en + 40 Pa (kustgebied)
1 Land
Quinta 85
7
13
20
39
Kust
Quinta 85
6
12
18
34
2 Land
Quinta 85
5
11
17
36
Kust
Quinta 85
4
9
15
31
3 Land
Quinta 85
4
10
28
Kust
Quinta 85
3
9
23
4 Land
Quinta 85
6
11
29
Kust
Quinta 85
4
9
24
Aantal meters af te
90°
4,0
4,5
4,9
5,4
trekken per extra
bocht
45°
1,2
1,3
1,4
1,5
Aantal meters op te
tellen bij belastingsreductie van 10 %
- = Niet toepasbaar.
Quinta 85
13
25
37
73
tabel 13
Rookgasafvoertabel ‘open uitvoering’
+ lengtes tot 40 meter mogelijk (voor grotere lengtes kunt u contact opnemen met
onze afdeling Sales support)
40
7.3.7 Rookgasafvoertabel gesloten situatie
afb. 09
3 standaardsituaties ‘gesloten uitvoering’
00.W4H.79.0009
5 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding horizontaal.
6 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding zonder bochten.
7 = Luchttoevoer en rookgasafvoerleiding met twee bochten 90° in zowel luchttoevoer
als rookgasafvoer.
41
Remeha Quinta 85
Maximaal toegestane afstand ‘L’ tussen ketel en gecombineerde dakdoorvoer
in meters en de maximale weerstand in meters rechte pijp. Rookgasafvoer uitgevoerd in dikwandig aluminium met lipring afdichting, bochten t/m Ø 100 mm
gegoten, boven Ø 100 mm gelaste segment bochten.
Uitmonding in gebied I of III, bovendaks door middel van een gecombineerde
dakdoorvoer.
Ø D in mm
100*
110
130**
Situtatie
Toestel
Max. afstand ‘L’ [m]
(Max. weerstand [m rechte pijp])
(Zie event. Par. 7.3.5 voor toelichting)
5
Quinta 85
8
15
+
6
Quinta 85
12
19
+
7
Quinta 85
5
17
+
Aantal meters af te trekken
90°
4,9
5,4
1,8
per extra bocht
45°
1,4
1,5
1,0
Aantal meters op te tellen bij
Quinta 85
23
42
100
belastingsreductie van 10 %
- = Niet toepasbaar.
* = berekend met doorvoer 100/150 mm
**= berekend met doorvoer 130/180 mm
tabel 14
Rookgasafvoertabel ‘gesloten uitvoering’
+ lengtes tot 20 meter mogelijk (voor grotere lengtes kunt u contact opnemen met
onze afdeling Sales support)
42
7.3.8 Uitmonding in verschillende drukgebieden
Rookgasafvoer
Luchttoevoer
afb. 10
Uitmonding in verschillende drukgebieden.
00.W4H.79.00008
8 = Rookgasafvoerkanaal met drie bochten 90° (1 x in luchttoevoer, 2 x in rookgasafvoer).
Verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer in verschillende drukgebieden (z.g.n.
vereenvoudigde CLV systemen) is mogelijk, m.u.v. het ‘kustgebied’ (zie afb. 10). Het
maximaal toegestane hoogteverschil tussen verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer bedraagt 36 meter en de maximaal toegestane lengte van luchttoevoer en rookgasafvoer samen bedraagt 40 meter.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze afdeling Sales support.
43
Remeha Quinta 85
Maximaal toegestane totale lengte ‘L’ van luchttoevoer en rookgasafvoer in meters. Maximale trekhoogte T = 36 meter.
Rookgasafvoer uitgevoerd in dikwandig aluminium met lipring afdichting,
bochten t/m Ø 100 mm gegoten, boven Ø 100 mm gelaste segment bochten.
‘Vrije uitmonding’ in gebied I, bovendaks zonder Tregakap.
Ø D in mm
90
100
110
130
Situtatie
Toestel
Maximale lengte ‘L’ [m]
(max. weerstand [m rechte pijp])
(Zie event. Par. 7.3.5 voor toelichting)
8
Quinta 85
4
22
+
Aantal meters af te trekken
90°
4,5
4,9
5,4
1,8
per extra bocht
Aantal meters op te tellen bij
belastingsreductie van 10 %
- = Niet toepasbaar.
45°
1,3
1,4
1,5
1,0
Quinta 85
-
19
50
148
tabel 15
Rookgasafvoertabel ‘vereenvoudigd CLV systeem’
+ lengtes tot 40 meter mogelijk (voor grotere lengtes kunt u contact opnemen met
onze afdeling Sales support)
7.3.9 Rookgasafvoer bij cascadeopstellingen
Voor het rookgaszijdig en het luchtzijdig koppelen van meerdere ketels in cascade,
verwijzen wij u naar onze technische informatie: “Cascade installaties met wandketels“
of neem contact op met onze afdeling Sales support.
44
7.4 Installatiegegevens
7.4.1 Condenswaterafvoer
Doordat de rookgassen condenseren, ontstaat er condenswater dat afgevoerd dient
te worden. Als vuistregel houden wij rekening met maximaal 1 liter condenswater per
gestookte m3 aardgas. In de praktijk komt dit neer op max. 10 liter per uur. Voer het
condenswater direct af naar het riool. Pas, gezien de zuurgraad (pH 2 tot 5), alleen
kunststofmateriaal toe als afvoerleiding. Vul de sifon na montage met water. Maak de
aansluiting op de riolering met een open verbinding. De afvoerende leiding dient een
afschot te hebben van minimaal 30 mm/m. Afvoeren van condenswater in een dakgoot
is niet toegestaan, dit met oog op bevriezingsgevaar en aantasting van de normaal
toegepaste materiaalsoorten voor dakgoten.
7.4.2 Waterkwaliteit
Waterbehandeling is onder normale omstandigheden niet vereist. Het ongecontroleerd
toevoegen van chemische middelen wordt dringend ontraden. De installatie dient te
worden gevuld met genormaliseerd drinkwater. De pH-waarde van het installatiewater
dient te liggen tussen 7 en 9.
Om schade aan de warmtewisselaar te voorkomen door kalkvorming of door corrosie,
verwijzen we naar ons document: “ Remeha Waterkwaliteitsvoorschriften”.
7.4.3 Overstortventiel
Monteer een overstortventiel tussen eventuele afsluiters en het toestel, het liefst binnen 0,5 m, maar niet verder dan 4 m vanaf het toestel.
7.4.4 Waterzijdige ketelweerstand
De Remeha Quinta 85 heeft geen ingebouwde pomp. Voor de keuze daarvan dient u
rekening te houden met de ketelweerstand (140 mbar bij dT = 20°C) en de installatieweerstand.
7.4.5 Waterdoorstroming
Het maximale temperatuurverschil tussen aanvoer en retour wordt door de modulerende regeling van het toestel begrensd, evenals de maximale stijgsnelheid van de aanvoertemperatuur. (Zie Par. 6.6.1) Hierdoor is het toestel nagenoeg ongevoelig voor te
kleine waterdoorstroming. Indien het toestel aangestuurd wordt door een modulerende
regelaar (zie Par. 8.4), zijn geen maatregelen voor een minimale waterdoorstroming
vereist. In andere gevallen is een minimale waterdoorstroming vereist van 0,3 m3/h.
45
Remeha Quinta 85
7.5 Cascadetoepassing
7.5.1 Inleiding
De Remeha Quinta 85 is bij uitstek geschikt voor opstelling in cascade. Door de
breedte van slechts 50 cm kan aan een wand van ca. 2,50 meter een vermogen tot
maar liefst 360 kW (4 x Quinta 85) worden geïnstalleerd. Remeha biedt hiervoor een
aantal standaard-oplossingen aan. Door combinaties te maken met Remeha Quinta
45 of Quinta 65 toestellen, wordt het totaal benodigde vermogen zo optimaal mogelijk
benaderd.
7.5.2 Het Remeha Quinta Cascadesysteem
Voor de installatie van 2 tot en met 4 ketels naast elkaar heeft Remeha zeer installatievriendelijke (snelbouw) cascadesets in het programma. Het hydraulische- en gaszijdige leidingwerk kan geheel zonder laswerk worden samengebouwd, door middel van
schroef-, knelverbindingen en flenzen. Door gebruik te maken van deze sets bespaart
u aanzienlijk op montagekosten en kan per saldo de totale installatie voordeliger
worden uitgevoerd.
De sets bestaan uit:
- ophanging voor ketels en leidingwerk
- open verdeler
- aanvoer- en retourverzamelleiding
- hoofdgasleiding met gasfilter
- voorgemonteerde ketelaansluitsets met de benodigde appendages
- gezamenlijke condensafvoer
Verder is optioneel leverbaar:
- boileraansluitset
- cascaderegelaar
- bochten voor het haaks aansluiten van de open verdeler
- frames voor vrijstaande cascade-opstelling van maximaal 8 wandketels
- open verdeler, om bij frame-opstelling twee cascadesets te koppelen
7.5.3 Zelfbouw
Voor specifieke situaties kan natuurlijk altijd een passende cascade-installatie, bestaande uit meerdere Remeha Quinta 85-toestellen, al of niet in combinatie met Quinta
45- en/of Quinta 65-toestellen, worden ontworpen. Voor gedetailleerde informatie over
cascadetoepassingen, verwijzen wij u naar onze technische informatie: “Cascade installaties met wandketels “ of neem contact op met onze afdeling Sales support.
46
7.6 Boilertoepassing
7.6.1 Inleiding.
Boilers kunnen worden aangesloten op de Remeha Quinta 85 overeenkomstig het
principe aansluitschema in afb. 11 en afb. 12 (Zie voor de elektrische aansluiting Par.
8.5).
7.6.2 Hydraulische aansluiting van een boiler
In verband met de waterzijdige ketelweerstand, adviseren wij om een boiler door middel van een boilerpomp op de Remeha Quinta 85 aan te sluiten. Ook kan het zijn dat
u gelijktijdig warmte wilt leveren voor de c.v. en de boiler; zie voorbeeld in afb. 12.
Opmerking:
Bij toepassing van een boiler zonder dubbele scheidingswand in combinatie met de
Remeha Quinta 85, dient u eerst contact op te nemen met het waterleidingbedrijf.
Boilerpomp
De situatie met boilerpomp is weergegeven in afb. 11. Voor de aansturing van een
230 Volt boilerpomp is een AM3-print (accessoire) nodig. Tijdens boilerbedrijf staat de
installatiepomp stil. Na einde warmtevraag van de boiler zal de boilerpomp nadraaien
totdat het verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur 4°C is (maximale nadraaitijd
is 5 minuten) als er geen c.v.-vraag is.
afb. 11
Aansluiting boiler m.b.v. boilerpomp.
00.B30.HS.00002
47
Remeha Quinta 85
Opmerking 1:
Ter voorkoming van ongecontroleerde stromingen in het c.v.-net moet de retourleiding
van de boiler altijd rechtstreeks op de retourleiding naar de Remeha Quinta 85 worden
aangesloten en dus nooit rechtstreeks op het c.v. net (zie afb. 11).
Monteer in de koudwatertoevoer van de boiler een inlaatcombinatie tegen terugstromen en overdruk. Deze inlaatcombinatie wordt niet door Remeha geleverd.
Opmerking 2:
Het vermogen van de Remeha Quinta 85 kan eventueel worden aangepast aan de
boiler door instelling van Parameter C, zie Par. 6.6.
Gesloten verdeler
De situatie met een gesloten verdeler is weergegeven in afb. 12. Hier zijn de afzonderlijke groepen voorzien van een pomp, die worden aangestuurd door bijvoorbeeld
een rematic - regelaar. De regelaar bepaalt de warmtebehoefte van de verschillende
groepen en zorgt dat de ketel deze warmte levert. De modulerende besturing van de
ketel zorgt voor een optimaal stookgedrag. U kunt met dit systeem gelijktijdig warmte
leveren voor c.v. en boiler.
afb. 12
Gesloten verdeler met rematic - regelaar.
05.W4H.HS.00010
48
8
INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE ELEKTROTECHNISCHE
INSTALLATEUR
8.1 Algemeen
De Remeha Quinta 85 is uitgevoerd met elektronische regel- en beveiligingsapparatuur en ionisatievlambeveiliging. Het hart van de toestelbesturing, de Comfort Master,
is een microprocessor, die het toestel beveiligt en bestuurt. Het toestel is geheel voorbedraad, alle externe aansluitingen kunnen op twee klemmenstroken (24 Volt en 230
Volt) worden uitgevoerd. De aansluiting op het elektriciteitsnet dient te worden uitgevoerd volgens de voorschriften van het plaatselijk elektriciteitsbedrijf en NEN 1010.
8.2 Elektrotechnische specifikaties
8.2.1 Netspanning
Het toestel is geschikt voor een 230V/50Hz voeding met fase/nul/aarde systeem en
voorzien van een steker met randaarde (snoerlengte ca. 2 m.). Het toestel is niet fasegevoelig. Het maximaal opgenomen vermogen is 123 VA.
8.2.2 Beveiligingsautomaat
TAansluitspanning :
Opgenomen vermogen :
Naspoeltijd :
Antipendeltijd :
Nadraaitijd pomp c.v.stand :
Nadraaitijd pomp boilerstand :
Maximaal opgenomen vermogen
externe pomp :
230 V/50 Hz
10 VA (rusttoestand)
10 sec
min. 150 sec
instelbaar
maximaal 5 min.
220 VA (ca. 160 W)
Andere aansluitwaarden zijn alleen toegestaan m.b.v. een scheidingstransformator.
49
Remeha Quinta 85
T002015
afb. 13
Beveiligingsautomaat met reservezekeringen
T002015
Let op: Connector X8 niet gebruiken!
8.2.3 Zekeringwaarden
Op de automaat bevinden zich 2 zekeringen; F1 = 230 Volt ; 2AT en F3 = 24 Volt; 4AT.
De reservezekeringen zijn meegeleverd en bevinden zich op de automaat-beschermkap. De hoofdzekering (incl. reserve) bevindt zich in de euroconnector van de voeding
(6,3 AT).
8.2.4 Watertemperatuurregeling
De Remeha Quinta 85 is voorzien van een elektronische temperatuurregeling op basis
van een aanvoer- en een retourtemperatuursensor. De aanvoertemperatuur is instelbaar tussen 20 en 90°C (fabrieksinstelling 90°C).
8.2.5 Watergebrekbeveiliging
De Remeha Quinta 85 is voorzien van een watergebrekbeveiliging op basis van temperatuurmetingen. Door terug te moduleren op het moment dat de waterdoorstroming
te weinig dreigt te worden, blijft het toestel zo lang mogelijk in bedrijf. Bij een te geringe doorstroming (dT]45°C) gaat het toestel in de blokkeringsmode (geen storing).
8.2.6 Maximaalbeveiliging
De maximaalbeveiliging schakelt bij een te hoge watertemperatuur (110°C of lager,
zie Par. 6.6, parameter %) het toestel uit en vergrendelt deze op de beveiligingsautomaat. Na het opheffen van de storing kan het toestel ontgrendeld worden met de
‘reset’-toets.
50
8.3 Aansluitingen
Alle externe aansluitingen (behalve rematic 2945 C3K) kunnen op de standaard
klemmenstrook van de ketel worden gemaakt, zie afb. 14. Deze klemmenstrook bevindt zich in de elektronicakast van het toestel en is te bereiken door de twee schroeven van het instrumentenpaneel los te draaien, zie afb. 15. De externe aansluitmogelijkheden worden in de volgende paragrafen toegelicht.
afb. 14
Klemmenstrook
00.W4H.79.00083
51
Remeha Quinta 85
afb. 15
Gesloten en geopende instrumentenkast
pdf
1. Schroeven instrumentenkast
2. Display
3. Klemmenstroken
4. Trekontlastingen
5. 230 Volt voeding
6. Beveiligingsautomaat
7. AM3-print t.b.v. boilerpomp 230 V, bedrijfs- en storingsmelding (optie)
8. Interface tbv rematic 2945 C3K en 0 - 10 volt (optie)
8.4 Toestelregeling (c.v.)
De belasting van de Remeha Quinta 85 kan op de volgende manieren worden geregeld:
- Modulerend, waarbij de belasting tussen de minimale en de maximale waarde moduleert op basis van de door de modulerende regelaar bepaalde aanvoertemperatuur. Dit geldt voor zowel enkele ketelopstellingen als voor cascade-installaties, op
basis van ruimte- en/of buitentemperatuur, zie Par. 8.4.1.
- Analoge regeling (0 -10 Volt), waarbij de belasting tussen de minimale en de maximale waarde moduleert op basis van de op de analoge ingang aangeboden spanning, zie Par. 8.4.2.
- Aan / uit regeling, waarbij de belasting tussen de minimale en de maximale
waarde moduleert op basis van de op het toestel ingestelde aanvoertemperatuur.
Eventueel te combineren met een buitenvoeler, waardoor de interne stooklijn wordt
benut, zie Par. 8.4.3.
- Hoog / laag regeling, waarbij het toestel tussen laaglast of vollast geregeld wordt,
d.m.v. een tweetraps regelaar.
52
8.4.1 Modulerende regelingen algemeen
Met behulp van een modulerende regelaar wordt het modulerende karakter van de
ketel optimaal benut. De regelaar communiceert met de ketel via een digitale tweedraads busverbinding.
De regelaar vraagt op basis van ruimte en/of buitentemperatuur continu een aanvoertemperatuur (of een vermogen) van de ketel die vervolgens op deze waarde gaat moduleren.
Hierdoor neemt het aantal bedrijfsuren toe en wordt het aantal starts drastisch gereduceerd. In combinatie met de gas- / luchtkoppeling betekent dit per saldo een hoger
rendement en lagere onderhoudskosten.
Er kunnen drie soorten modulerende regelingen worden aangesloten:
1. Modulerende ruimteregeling
2. Modulerende weersafhankelijke regeling
3. Modulerende weersafhankelijke cascaderegeling.
1. Modulerende ruimteregeling
De Remeha Quinta 85 is voorbereid voor communicatie via het OpenTherm protocol.
Dit betekent dat zonder verdere aanpassingen geschikte modulerende ruimteregelaars
met OpenTherm communicatie kunnen worden aangesloten, zoals de Remeha Celcia
20. Raadpleeg onze afdeling Sales support welke regelaars nog meer kunnen worden
toegepast. De regelaars worden gemonteerd in een referentieruimte. Aansluiting vindt
plaats met behulp van een twee-aderige kabel op de klemmen 1 en 2 van de 24-polige
klemmenstrook, zie afb. 14.
2. Modulerende weersafhankelijke regeling
Remeha heeft hiervoor twee regelaars als accessoire leverbaar. De Remeha Celcia
is ook te gebruiken als weersafhankelijke regelaar. Deze kan niet in de ketel worden
gebouwd. De rematic 2945 C3K kan wel in de ketel worden gebouwd. In dit geval is
de optionele instrumentenkastdeur voor inbouw rematic - regelaars nodig. Bij de rematic 2945 C3K wordt een interface geleverd die in de ketel wordt gebouwd (zie afb.
16). De aansluitingen hiervoor zijn geheel voorbedraad. Om deze interface actief te
maken moet de interface-selectie op ‘extern’ worden geprogrammeerd. (Zie Par. 6.6,
parameter ().
53
Remeha Quinta 85
afb. 16
Interface inbouw
05.W4H.79.00008
- Remeha Celcia 20
Deze regelaar is bedoeld voor het weersafhankelijk voorregelen van de ketel, zonder naregeling van verwarmingsgroepen. Aansluiting vindt plaats met behulp van
een tweeaderige kabel op klemmen 1 en 2 van de 24-polige klemmenstrook (Zie
afb. 14).
- rematic 2945 C3K
Deze regelaar kan, naast het weersafhankelijk voorregelen van de ketel, ook de
aansturing van twee gemengde groepen verzorgen. De regelaar wordt in de ketel
gemonteerd. Aansluiting vindt plaats met behulp van de meegeleverde rematic
adapter.
(Voor gedetailleerde informatie: zie de documentatie van de betreffende regelaar).
54
1. Instrumentenkastdeur voor inbouw van rematic - regelaars (optie)
2. rematic 2945 C3K
3. Aardrail
4. Trekontlastingen
5. Ketelklemmenstrook (verplaatst)
6. rematic adapter
afb. 17
Geopende instrumentenkast met gemonteerde rematic 2945 C3K en adapter
pdf
3. Modulerende cascaderegelaar rematic MC
De cascaderegelaar rematic MC is geschikt voor het modulerend aansturen van
2 tot 5 Remeha Quinta 85 toestellen in cascade. Deze regelaar wordt aan de wand
gemonteerd en communiceert volgens het OpenTherm protocol, waardoor directe aansluiting op de ketel mogelijk is. De regelaar kan worden uitgebreid met extra modules
voor de aansturing van meer dan vijf ketels en voor de aansturing van menggroepen
(Cenvax) en kan worden gecombineerd met de modulerende ruimteregelaars met het
OpenTherm protocol. De rematic MC is standaard voorzien van een jaarklok, centrale
alarmering, datalogger, aansluitmogelijkheid voor beheer op afstand en wordt geleverd
met buitenvoeler en gezamenlijke aanvoervoeler.
(Voor gedetailleerde informatie: zie de documentatie van de betreffende regelaar).
8.4.2 Analoge regeling (0 -10 Volt)
Met behulp van een speciale interface (als accessoire leverbaar) die in de ketel kan
worden geplaatst (Zie afb. 16), is modulerende aansturing door middel van een 0 -10
Volt signaal (potentiaalvrij) mogelijk. De stuurspanning aansluiten op klem 2 en de
massa op klem 1 van de ketel aansluitklemmenstrook. Er kan worden gekozen voor
het regelen op temperatuur (A= 4y) of op belasting (A= 5y), voor programmering, zie Par. 6.5.4.
55
Remeha Quinta 85
100
o
gewenste aanvoertemperatuur ( C)
Analoog regelen op temperatuur (A= 4y)
Het 0 -10 Volt signaal regelt de ketelaanvoertemperatuur.
0,0 tot 0,5 Volt
= ketel uit
0,5 tot 10 Volt
= ketel aan
De relatie (steilheid) tussen ingangsspanning en ketelaanvoertemperatuur is instelbaar. Het instelbereik is:
0 Volt (parameter Q): - 50 tot + 50°C en
10 Volt (parameter Y): + 50 tot + 299°C
In afb. 18 is parameter Q ingesteld op 0°C en parameter Y op 100°C. De ketel
schakelt in bij 0,5 Volt (= 5°C) en schakelt uit bij
10 Volt (= 80°C). De 80°C in dit voorbeeld, is ingesteld met behulp van parameter !;
deze instelling geldt altijd als uitschakeltemperatuur!
90
80
70
60
50
40
30
20
10
afb. 18
0
1
uit
aan
2
3
4
8
9
10
ingangsspanning
5
6
7
[V
]
Relatie tussen ingangsspanning en aanvoertemperatuur
Analoog regelen op belasting (A= 5y)
Het 0 -10 Volt signaal regelt de ketelbelasting tussen 18 en 100%.
0 Volt
= ketel uit
0,5 - 1,8 Volt
= belasting 18%
1,8 - 10 Volt
= ketel moduleert tussen 18 en 100%.
In afb. 19 ziet u de relatie tussen de ingangsspanning en de nominale belasting.
56
gewenste belasting (%)
100
90
80
70
60
50
40
30
20
10
afb. 19
0
1
uit
aan
2
3
4
5
6
7
8
ingangsspanning
9
[V
10
]
Relatie tussen ingangsspanning en nominale belasting
8.4.3 Aan / uit regeling (d.m.v. een kamerthermostaat)
De Remeha Quinta 85 is geschikt voor het aansluiten van een 2 of 4 draads, ééntraps
kamerthermostaat. Voer bij het aansluiten de volgende handelingen uit:
- Sluit de kamerthermostaat aan op de klemmen 3 en 4 van de 24-polige klemmenstrook, (zie afb. 14). Een eventuele voeding
(24 V ~) voor een klok kunt u afhalen van de klemmen 10 en 11. Deze aansluiting
kan een vermogen van max. 2,4 VA leveren.
- Indien de kamerthermostaat voorzien is van een anticipatie-element, dient deze op
0,11 A te worden ingesteld. U dient dan ook een voorschakelweerstand van 220 Ω
te monteren tussen klemmen 3 en 11 op de klemmenstrook.
- Instelling van de ketel: aan / uit c.q. modulerend (= fabrieksinstelling, zie Par. 6.5.4,
parameter A).
Bij toepassing van een ééntraps regelaar moduleert het toestel op de ingestelde maximale aanvoertemperatuur (ketelthermostaat). Deze is instelbaar op gebruikersniveau,
zie Par. 6.5.1, parameter !.
Buitentemperatuursensor en boosterfunctie
Om gedurende het hele stookseizoen gebruik te maken van het modulerende bedrijf
van het toestel kan een Remeha buitentemperatuursensor (als accessoire leverbaar)
worden toegepast in combinatie met een ééntraps kamerthermostaat of een draadbrug. Sluit de kamerthermostaat of de draadbrug aan op de klemmen 3 en 4 en de
buitentemperatuursensor op de klemmen 5 en 6 van de 24-polige kroonsteen. Het toestel zal nu bij warmtevraag van de kamerthermostaat of vanwege de doorverbinding
gaan moduleren op een aanvoertemperatuur behorende bij de buitentemperatuur (zie
stooklijngrafiek in afb. 20).
57
Remeha Quinta 85
Instelling van de stooklijn.
De instelling van de maximale
aanvoertemperatuur is tevens
de instelling van de ‘top’ van de
stooklijn, d.w.z. de gewenste
aanvoertemperatuur bij een buitentemperatuur van -10°C. De
‘voet’ van de stooklijn is ook instelbaar. Beide waarden kunnen
op gebruikersniveau worden aangepast, zie Par. 6.5, parameter
! en u.
Buitentemperatuursensor in
afb. 20
Interne stooklijn
00.W4H.79.00017
combinatie met draadbrug
Op deze wijze is een continu modulerende weersafhankelijke regeling (dus zonder klok) mogelijk.
Let op de instelling van parameter A, zie Par. 6.5.4: de zgn. boosterfunctie dient te
zijn uitgeschakeld, dus parameter A= 31 (fabrieksinstelling).
Buitentemperatuursensor in combinatie met kamerthermostaat
Op deze wijze is modulerend bedrijf (met klok) mogelijk.
Let op de instelling van parameter A , zie Par. 6.5.4. Het verdient aanbeveling de
zgn. boosterfunctie in te schakelen, dus parameter A = 11.
Werking van de boosterfunctie
Als de aanvoertemperatuur volgens de stooklijn onder bepaalde omstandigheden te
laag is (b.v. opstoken na nachtverlaging) zorgt de zogenaamde ‘boosterfunctie’ ervoor
dat deze aanvoertemperatuur met 10°C verhoogd wordt als de warmtevraag (van de
kamerthermostaat) langer dan 10 minuten aanwezig blijft. Dit herhaalt zich elke 10 minuten totdat de kamerthermostaat uitschakelt (of 90°C aanvoertemperatuur is bereikt).
Na het schakelen van de kamerthermostaat zal de gewenste aanvoertemperatuur
weer dalen met 1°C per minuut tot de stooklijn weer is bereikt.
Montage van de buitentemperatuursensor:
Monteer de buitenvoeler, beschermd tegen direct zonlicht, aan de noord- of noordwestzijde van de woning, op een hoogte van min. 2,5 meter vanaf het maaiveld. De
buitentemperatuursensor niet monteren in de nabijheid van vensters, deuren, ontluchtingsroosters of afzuigkap, etc.
58
8.4.4 Hoog / laag regeling (d.m.v. een tweetraps thermostaat of externe weersafhankelijke regeling)
U kunt een tweetraps kamerthermostaat of een tweetraps externe weersafhankelijke
regeling aansluiten. Het toestel wordt dan hoog / laag bestuurd. Voer bij aansluiten de
volgende handelingen uit:
- Sluit de 1e trap (aan / uit) aan op de klemmen 3 en 4 van de 24-polige klemmenstrook.
- Sluit de tweede trap (laag / hoog) aan op de klemmen 5 en 6.
- De interne regeling van het toestel dient op hoog / laag regeling ingesteld te worden, zie Par. 6.5.4, parameter A.
Ook in dit geval kan de maximale aanvoertemperatuur worden ingesteld, zie Par.
6.5.1, parameter !.
8.5 Boilerregeling
De Remeha Quinta 85 is standaard voorzien van een boilerregeling, die op verschillende manieren benut kan worden, zie Par. 6.6.3. De regeling is uitgevoerd met een
zgn. boilervoorkeurschakeling. Dit houdt in dat bij gelijktijdige warmtevraag van de boiler en de c.v., de boiler de voorkeur krijgt.
8.5.1 Aansluiten van een 230 Volt boilerpomp
Hiervoor is een AM3-print (Remeha accessoire) noodzakelijk. Sluit de print aan op de
voorbedrade connectoren volgens het meegeleverde aansluitschema. Sluit vervolgens
de boilerpomp aan op de klemmen 17 en 18 van de ketel-aansluitklemmenstrook en
de aarde op de aardrail.
Boilertemperatuurregeling
De boilertemperatuur kan op twee manieren worden geregeld. Met behulp van een
boilerthermostaat of met behulp van een Remeha temperatuursensor (standaard voor
de Remeha boilers). Aansluiting van zowel de thermostaat als van de sensor op de
klemmen 7 en 8 van de 24-polige klemmenstrook. De aansluitingen mogen onderling
verwisseld worden. (Zie voor instellingen Par. 6.6.3). Indien de aansluitkabel van de
boilerthermostaat of -sensor langer is dan 3 meter, adviseren wij u om het EMC-filter
(accessoire) te gebruiken.
8.6 Overige aansluitingen
8.6.1 Externe circulatiepomp
De Quinta 85 moet worden uitgevoerd met een externe circulatiepomp. De externe circulatiepomp kan vervolgens aangesloten worden op de klemmen 19 en 20 van de 24polige klemmenstrook en de aardrail. Het maximum opgenomen vermogen bedraagt
220 VA.
59
Remeha Quinta 85
8.6.2 Vorstbeveiliging
Het toestel moet in een vorstvrije ruimte worden opgehangen i.v.m. mogelijke bevriezing van de condensafvoerleiding. Als het c.v.-water te ver in temperatuur daalt, treedt
de ingebouwde toestelbeveiliging in werking.
Als de watertemperatuur:
- lager is dan 7°C wordt de circulatiepomp ingeschakeld.
- lager is dan 3°C wordt de ketel ingeschakeld.
- hoger is dan 10°C worden ketel en circulatiepomp weer uitgeschakeld.
Let op:
Dit is dus alleen een beveiliging voor de ketel en niet voor de installatie.
In vorstgevaarlijke ruimtes is het aan te bevelen een vorstthermostaat te plaatsen en
aan te sluiten op de klemmen 3 en 4 van de 24-polige klemmenstrook (op dezelfde
klemmen waar ook de eventuele aan/uit-kamerthermostaat wordt aangesloten). Wanneer de vorstthermostaat inschakelt zal het toestel in bedrijf komen met als begrenzing de geprogrammeerde maximale aanvoertemperatuur of bij de buitentemperatuur
behorende aanvoertemperatuur als een buitentemperatuursensor is aangesloten. Dit
gebeurt ook als een modulerende regelaar is aangesloten.
Let op:
Als er een externe 0 -10 V interface is aangesloten, dan werkt deze functie niet!
8.6.3 Storingsmelding en bedrijfsmelding (optie)
Voor het aansluiten van een storingsmelding en een bedrijfsmelding is een AM3-print
noodzakelijk (als optie leverbaar). Sluit de print aan op de voorbedrade connectoren
volgens het meegeleverde aansluitschema.
Op de ketel aansluitklemmenstrook klemmen 21 en 22 komt dan een potentiaalvrij
contact beschikbaar voor storingsmelding. Het contact opent wanneer de ketel in vergrendeling gaat. Blokkeringen worden niet doorgemeld.
Op de klemmen 23 en 24 komt een potentieelvrij contact beschikbaar voor bedrijfsmelding. Het contact sluit bij warmtevraag en draaiende ventilator. Het contact opent,
zodra het gasblok sluit. Hiermee kunt u dus ook een extra gasklep aansturen.
8.6.4 Externe beveiliging
Op de 24-polige klemmenstrook zijn de klemmen 10 en 14 aan de ketelzijde doorverbonden, zie afb. 14. Deze doorverbinding kan worden verwijderd, waarna een externe
beveiliging kan worden aangesloten (bijvoorbeeld externe maximaalthermostaat). Bij
het openen van het externe contact tijdens warmtevraag, wordt het toestel uitgeschakeld (storingscode b@^). Als er geen warmtevraag is, gebeurt er niets.
60
8.7 Elektrisch schema
L
1
2
3 X18
1
2
3 K1
5
6
1
2
3
4 X20
3
P
4
5
1
2
X19A
X19
1
2
3
10 9 11 14
0
T
5
3
4
6
3
4
PWM
1
2
X4
ZW
X7
1 / 14
1 / 14
DISPLAY
P.C.
SERVICE
1 / 14
X11
GN
Bv1 /
Ext. h-l
8 12 13 5
Bv
6
OR
OR
X3
2
As Rs RGs
7
11 12 1
GRB
X23 1 5
BR/WT
X2
6
8
9 10 13 5
4
4
24V
M
BR/WT
BR/WT
BLAUW
BRUIN
BRUIN/WIT
GEEL
GEEL/GROEN
GEEL/WIT
GROEN
GRIJS
ORANJE
ORANJE/WIT
ROOD
ROOD/WIT
VIOLET
VIOLET/WIT
WIT
ZWART
Tmx
OR/WT
BR/WT
PRINTPLAAT BESTURINGSAUTOMAAT
K2 2 1
X11
3
2
Tk /
DV
Ext. a-u 24V
T
GL
X1
N
X22
2
X21 4 5 1
GL
X1
N
1
BR
X25 1 3 2
1
T
Tmod.
bus
GL/WT
VT
VENTILATOR
RD/WT
OR/WT
VT/WT
BR
BL
CP
BRANDER
CONN.VERBINDING TEM-INTERFACE
CONN.VERBINDING BEDRIJF-/STORINGSMELDING
RD/WT
BL
BR
M
RD
GL
BL
BR
BR/WT
GL
GL/GN
GL/WT
GN
GS
OR
OR/WT
RD
RD/WT
VT
VT/WT
WT
ZW
RD/WT
RD
BL
VT/WT
RD
BL
BR
ZW
GASREGELBLOK
PULSBREEDTE MODULERENDE POMP
ROOKGAS-SENSOR
RETOUR-SENSOR
KAMER THERMOSTAAT
MODULERENDE RUIMTEREGELAAR
MAXIMAAL THERMOSTAAT
ZW
RD
GL/WT
BR
BL
X11
19 20
ZW
Externe
Pomp
GRB
PWM
RGs
Rs
Tk
Tmod
Tmx
ZW
GN
VT
GN
GS
BR
ZW
ZW
ZW
GN
GN
GN
GL/GN
GL/GN
BL
X22
BR
X11
L1
17 21 22 23 24
AANVOER-SENSOR
BOILER POMP
BOILER VOELER
BUITEN VOELER
CIRCULATIEPOMP KETEL
DRIEVERDEELKLEP
ZEKERING
BL
CONN.VERB. VENTILATOR AANSTURING 24V
MASSA
CONN.VERBINDING GASREGELBLOK
CONN.VERBINDING VENTILATOR 230V
CONN.VERBINDING KETEL CIRCULATIEPOMP
GS
OR
OR
GS
X22
BL
BL
N
GL
WT
GS
GN
WT
BL
L
16 18
OR
BL
BL
X18,X19
X20
X21
X22
X23
X24
X25
ZW
BL
BR
N
2
M
BP/DV
230V
ZW/WT
WORDT NIET BEDRAAD OF MEEGELEVERD (OPTIE)
ZW
BR BR
BR
BR
F1
6,3AT
X12 L
X24 1 3
M
GN
Bedrijfsmelding
BL
VENTILATOR
RD
Storingsmelding
BR
As
BP
Bv
Bv1
CP
DV
F
N
Netvoeding
230V,50Hz
GL/GN
K1,K2
X1,X2,X7
X1,X2,X7
L
BL
CONN.VERBINDING W.A.-REGELING
AANSLUITING W.A.-REGELING
AANSLUITING TEM-INTERFACE
AANSLUITING BEDRIJFS-/STORINGSMELDING
-CONNECTORVERBINDING
PRINTPLAAT BESTURINGS-AUTOMAAT
AANSLUITKLEMMEN KETEL
CONN.VERBINDING TEM-INTERFACE
GL/GN
BL
X1,X2,X3,
X4,X7,X8
X11
X16
X8
61
00.W4H.SC.00009
Elektrisch schema
afb. 21
BR
BR
Remeha Quinta 85
9
INSTALLATIEVOORSCHRIFT VOOR DE GASTECHNISCHE INSTALLATEUR
9.1 Gasaansluiting
Het toestel is geschikt voor het verstoken van alle kwaliteiten aardgas en propaan
categorie II2L 3P. Het toestel moet op de gasleiding worden aangesloten overeenkomstig de in de NEN 1078 (voor huishoudelijke gasleidinginstallaties) of NEN 2078 (voor
industriële gasinstallaties) gestelde eisen. In de nabijheid van het toestel dient een
gashoofdkraan te worden opgenomen. De gasaansluiting bevindt zich aan de onderzijde van het toestel, zie afb. 02. In de gastoevoerleiding dient een gasfilter te worden
geïnstalleerd om vervuiling van het gasblok te voorkomen.
9.2 Gasdrukken
De vereiste gasvoordruk bedraagt 20 tot 30 mbar. De juiste branderdruk instelling voor
aardgas L is op de fabriek uitgevoerd en hoeft in principe niet nageregeld te worden.
Raadpleeg bij andere aardgassoorten onze afdeling Sales support.
9.3 Gas / lucht verhoudingsregeling
Het toestel is voorzien van een gas / lucht verhoudingsregeling. Doel van de gas /
lucht-verhoudingsregeling is dat bij een variërende belasting de verhouding tussen de
hoeveelheid gas en de hoeveelheid lucht in de brander op een constant niveau wordt
gehouden. Hiermee wordt een schone en betrouwbare verbranding en een hoog rendement over het gehele belastingsbereik zeker gesteld.
9.4 Propaanbedrijf
Om het toestel geschikt te maken voor propaanbedrijf dient u de meegeleverde restrictiering te monteren volgens bijgaande montage-instructie en de CO2 - instelling te
wijzigen, zie Hoofdstuk 10.1.
62
10 INBEDRIJFSTELLINGSVOORSCHRIFT
10.1 In bedrijf stellen
1. Schakel de elektrische voeding van het toestel uit.
2. Trek de grijze intrumentenpaneelklep naar voren.
3. Draai de 2 schroeven van de frontmantel los en verwijder de frontmantel.
4. Controleer de gasaansluiting op dichtheid.
5. Controleer of de elektrische aansluiting inclusief aarding juist is uitgevoerd.
6. Draai het dopje van de automatische ontluchter open. (Zie afb. 01, pos. 1).
7. Controleer de externe circulatiepomp; deze kan vastzitten. Eventueel met een
schroevendraaier gangbaar maken.
8. Open de elektronicakast door het los draaien van de twee schroeven.
9. Vul het toestel en de installatie met water (advies: 1,5 bar, minimale druk: 0,8 bar,
maximale druk: 3 bar).
10. Ontlucht de installatie en de circulatiepomp.
11. Vul de sifon met water.
12. Draai de sifonbeker helemaal aan. Houd hierbij het sifonverlengstuk vast.
13. Controleer de rookgasafvoeraansluiting en de luchttoevoeraansluiting.
14. Sluit de elektronicakast en draai de twee schroeven weer vast.
15. Gasleiding ontluchten.
16. Open de gaskraan in de gasleiding naar het toestel.
17. Schakel de elektrische voeding van het toestel in.
18. Stel de kamerthermostaat of de ketelregeling in op warmtevraag.
Let op: zonder regelaar of kamerthermostaat, dient de ketel op handbediening te worden gezet ([-]-toets + h-symbool)
19. Het toestel komt nu in bedrijf. Het bedrijfsverloop is via het ‘code’-venster zichtbaar, zie Par. 6.3.
20. Controleer de juiste afstelling van de gas / luchtverhoudingsregeling. Dit moet in
laaglast en vollast gebeuren met behulp van een elektronische O2-meter of CO2meter op basis van O2, zie afb. 23.
Let op:
De opening rond de meetsonde tijdens
de meting goed afdichten!
Een eventuele bijstelling kan worden uitgevoerd d.m.v. de instelpunten (zie afb.
23) op het gasblok (laaglast) en de venturi
(vollast). In tabel 16 zijn de instelgegevens voor aardgas L weergegeven. Voor
O2/CO2 instelgegevens bij propaan, zie
tabel 17.
63
afb. 22
00.W4H.79.00015
Rookgasmeetpunt
Remeha Quinta 85
ß instelpunt vollast
Þ instelpunt laaglast
afb. 23
Instelpunten
00.W4H.79.00005
Keteltype
Instelgegevens O2/CO2 bij aardgas L
Toerental ventilator (Omw/min.)
O2
Vollast
Laaglast
%
3,9
Quinta 85
ca. 6250
ca. 1250
± 0,1
tabel 16 Instelgegevens O2/CO2 (met geopende luchtkast)
Keteltype
Quinta 85
tabel 17
Instelgegevens O2/CO2 bij propaan
Toerental ventilator (Omw/min.)
O2
Vollast
Laaglast
%
ca. 6100
ca. 1250
4,8
± 0,1
CO2
%
9,4
± 0,2
CO2
%
10,6
± 0,2
Instelgegevens O2/CO2 bij propaan (met geopende luchtkast)
64
21. Toestel op vollast laten werken door tegelijkertijd op de m en [+]-toetsen te drukken.
21a. Meet, na het bereiken van het vollast toerental, het O2/CO2-percentage en vergelijk met de waarde in de tabel. Corrigeer, indien nodig, met behulp van schroef
ß op de venturi de gas / luchtverhouding, zie afb. 23. Controleer de vlam via
het kijkglas: de vlam mag niet afblazen, het branderoppervlak vertoont gloeiende
(oranje) puntjes.
21b. Toestel op laaglast laten werken door tegelijkertijd op de m en [-]-toetsen te drukken.
21c. Meet, na het bereiken van het laaglast toerental, het O2/CO2-percentage en vergelijk met de waarde in de tabel. Corrigeer, indien nodig, met behulp van schroef
Þ op het gasblok de gas / luchtverhouding, zie afb. 23. Controleer de vlam via
het kijkglas: de vlam mag niet afblazen en het branderoppervlak dient een gelijkmatige, oranje gloed te vertonen.
21d. Na een eventuele inregeling in laaglast dient een controle op vollast te worden
uitgevoerd. Indien nodig corrigeren en deze handelingen met stelschroeven ß
en Þ zo vaak als nodig herhalen tot het gewenste resultaat is bereikt.
22. Verwijder de meetapparatuur en dicht het meetpunt af. Vervolgens kan de frontmantel weer aangebracht worden en het toestel weer op ‘gebruikersniveau’ teruggebracht worden door de [+] en de [-]-toets tegelijkertijd in te drukken.
23. De installatie opwarmen tot ongeveer 80°C en het toestel uitschakelen.
24. Het toestel is nu bedrijfsklaar.
25. De ruimtethermostaat of de toestelregeling op de gewenste waarden instellen.
26. Schrijf de ingestelde gassoort op de sticker “Ingesteld op….” Deze sticker zit aan
de binnenzijde van de intrumentenpaneel-klep.
Opmerking:
De Remeha Quinta 85 wordt met een aantal basisinstellingen geleverd. Indien andere
regelwaarden worden gewenst: zie Par. 6.5 en Par. 6.6.
10.2 Uit bedrijf nemen
Tijdelijk uit bedrijf nemen met vorstbeveiliging:
- Met behulp van de ‘branderschakelaar c.v.-bedrijf’ en/of de ‘branderschakelaar
warmwaterbedrijf’, zie Par. 6.1.3.
- Gaskraan geopend houden,
- Elektrische voeding ingeschakeld laten.
Volledig uit bedrijf nemen zonder vorstbeveiling:
- De elektrische voeding van het toestel uitschakelen. Hierdoor wordt ook de eventuele regelaar spanningsloos
- Gaskraan sluiten.
65
Remeha Quinta 85
11 RICHTLIJNEN VOOR HET LOKALISEREN EN OPHEFFEN VAN STORINGEN
11.1 Algemeen
De wijze waarop een eventuele storing kan worden gelokaliseerd is afhankelijk van
de toegepaste regelaar. Is dit een regelaar met OpenTherm Protocol (Remeha Celcia
20), rematic 2945 C3K of een rematic MC, volg dan Par. 11.2. Zie voor alle andere
gevallen Par. 11.3.
11.2 Storingen bij toestellen met OpenTherm regelaars (bv. Celcia 20) of rematic 2945 C3 K of rematic MC
Voer de onderstaande stappen in de gegeven volgorde uit:
Stap
1
2
3
4
Waarneming
Controleer
Er verschijnen geen cijfers De voedingsspanning
op het toesteldisplay.
230 V
De zekering in de euroconnector verbinding
onder het toestel
De zekeringen op de
automaat.
Cijfers knipperen?
Wordt op het toesteldisplay een storingscode
weergegeven ?
Controleer de bedrijfstoe- 0 (geen warmtevraag)
stand van het toestel (Zie
1 t/m 9, l, h, b
Par. 6.3).
Controleer de werking
van het toestel door een
draadbrug aan te sluiten
op de 24-polige klemmenstrook tussen de klemmen
3 en 4 (aan/uit-thermostaat)
Komt het toestel in bedrijf?
Komt het toestel niet in
bedrijf?
Controleer de parameter
instellingen van regelaar
en automaat
66
Actie
Indien zekering defect, deze vervangen
door de meegeleverde
reservezekering
Ja, ga dan verder bij
Par. 11.4.
Ga verder met punt 4
Probeer m.b.v. de
gegeven bedrijfs-toestand de oorzaak van
de storing te achterhalen
Ja, ga verder
met punt 6
Herhaal eerst punt 3.
5
5a
Bij rematic® 2945 C3K
: Controleer de communicatie tussen regelaar
en ketel m.b.v. de LED’s
op de ingebouwde interface, zichtbaar door het
transparante deel van het
instrumentenpaneel
Knippert LED 1 niet?
Knippert LED 2 niet?
- Controleer de bekabeling tussen
klemmenstrook en
automaat
- Interface of automaat is defect
- Controleer de bekabeling tussen
klemmenstrook en
automaat
- Interface of automaat is defect
Knipperen beide LED’s? - Controleer de bekabeling tussen
klemmenstrook en
00.W4H.79.00019
automaat, is die
goed; vervang de
automaat
Druk bij normale bedrijfs- Communicatie (verBij rematic® MC, Celcia
20 of andere OpenTherm situatie de m- toets 2
binding) met automaat
regelaar: Controleer de
sec. in: knippert boven- is niet in orde of autocommunicatie tussen
deel in ‘code’-venster
maat is defect
regelaar en ketel m.b.v.
niet?
het ‘code’- venster en
Druk bij normale bedrijfs- Communicatie met
t-venster op het bediesituatie de m- toets 2
regelaar is niet in orde
ningspaneel
sec. in: knippert boven- of automaat is defect
deel in t-venster niet? of regelaar is defect
Knippert niets??
Vervang automaat
00.W4H.79.00044
6
tabel 18
Controleer de regelaar
Is deze juist aangesloten Zie de documentatie
van de regelaar
Is deze juist ingesteld
Is deze defect
Vervang de regelaar
Storingstabel bij toestellen met rematic® - of OpenTherm regelaars
67
Remeha Quinta 85
11.3 Storingen bij toestellen met andere regelaars
Voer de onderstaande stappen in de gegeven volgorde uit:
Stap
1
Waarneming
Er verschijnen geen
cijfers op het toesteldisplay.
2
Wordt op het toesteldisplay een storingscode weergegeven ?
Controleer de bedrijfstoestand van het
toestel
(Zie Par. 6.3).
3
4
Controleer
De voedingsspanning 230 V
De zekering in de euro- connector aansluiting onder het
toestel
De zekeringen op de automaat.
Cijfers knipperen?
Actie
Indien zekering defect, deze vervangen
door de meegeleverde
reservezekering
0 (geen warmtevraag)
Ga verder met punt 4
1 t/m 9, l, h, b
Probeer m.b.v. de gegeven bedrijfstoestand
de oorzaak van de
storing te achterhalen
Ja, controleer dan de
aansluiting en de werking van de regelaar.
Controleer de werking Komt het toestel in bedrijf?
van het toestel door
een draadbrug aan te
sluiten op de 24-polige
klemmenstrook tussen Komt het toestel niet in bede klemmen 3 en 4
drijf?
(aan/uit-thermostaat)
Controleer de bekabeling
van de klemmenstrook en
automaat
tabel 19
Storingen bij toestellen met andere regelaars
68
Ja, ga dan verder bij
Par. 11.4.
Controleer de parameter instellingen van
de automaat
Is deze goed vervang
dan de automaat
11.4 Storingscodes
Bij een storingsmelding knippert zowel het ‘code’-venster als het t-venster.
(Zie voor een verklaring van de verschillende storingscodes en de eventuele oorzaken,
tabel 20)
Opmerking 1: Voor het uitlezen van de laatst opgetreden storingen, zie Par. 6.11.
Opmerking 2: Naast storingscodes bestaan ook blokkeringscodes, zie Par. 6.4. In dit
geval knipperen alleen de twee punten in het t-venster en verschijnt in het ‘code’venster een b. Een blokkeringscode kan duiden op een installatietechnisch probleem
of een verkeerde instelling.
Belangrijk:
Noteer alvorens te resetten de storingscode nauwkeurig (cijfers, inclusief knipperen en
punten) en geef deze altijd door bij vraag om ondersteuning. De storingscode is belangrijk voor het correct en snel opsporen van de aard van de storing en bij eventuele
ondersteuning door onze afdeling Sales Support.
Code
0)
0!
Omschrijving
Onterrecht vlamsignaal
Kortsluiting 24V
Oorzaak / controlepunten
- Brander gloeit na t.g.v. te hoog CO2
- Gasklep lekt of blijft in geopende positie staan
Controleer de bedrading.
69
Remeha Quinta 85
0@
0#
0$
0%
0*
Geen vlamvorming of geen
ionisatie (na 5
startpogingen)
a.
b.
-
Geen ontstekingsvonk. Controleer:
de aansluiting van ontstekingskabel en bougiedop
de ontstekingskabel en de elektrode op ‘doorslag’
op ‘overslag’ tussen bougiedop en aarde / massa
de elektrodeafstand, deze moet 3 à 4 mm zijn
de aarding / massa
Wel ontstekingsvonk, maar geen vlam. Controleer of:
de gaskraan geopend is
de gasvoordruk voldoende is (20 -30 mbar)
de gasleiding ontlucht is (denk aan de eerste vulling
van de tank bij propaan, hierin zit een hoeveelheid
stikstof)
- de gasklep wordt bekrachtigd tijdens het ontsteken
en deze ook opent
- de elektrode schoon en juist gemonteerd is
- er een verstopping / montagefout in de gasleiding zit
- er een verstopping / montagefout in de luchttoevoer
of rookgasafvoer zit (bv. verstopte sifon)
- er geen recirculatie van rookgassen optreedt (intern
en / of extern)
- de instelling van de instelschroef op de venturi juist
is. Eventueel 1 slag linksom draaien en ketel opnieuw starten. Herhaal dit tot de ketel brandt
c. Wel vlam maar geen of onvoldoende (< 4 A) ionisatie,
controleer:
- vlambeeld, is de vlamkern zichtbaar en de vlam stabiel?,
- afstelling CO2 op laaglast en vollast,
- de aarding van de ontsteekpen,
- de temperatuursensoren op lekstroom (vochtig bij
Opmerking:
sensoren),
Meting ionisatie in - de ontstekings/ionisatie elektrode visueel, door
Volts tussen klem
controle op witte oxidehuid (deze met een schuurpa4 van de klempiertje of schroevendraaier schoonkrabben) of door
menstrook en
controle op de vorm (hebben de pennen de originele
aarde
vorm en is de afstand tussen de twee uiteinden van
(1 V  1 A)
de pennen tussen de 3 en 4 mm.
Bedradingsfout
Controleer de bedrading van het gasblok
Spanningswegval tijdens storingsvergrendeling
Externe invloeden Eventuele externe elektro magnetische invloeden wegnemen (EMC)
Programmeerfout Controleer parameter D (tweede cijfer moet 0 zijn)
70
1!
1*
1(
2$
2*
2(
3!
3@
Storing interne
communicatiebus
- De vlakbandkabel is beschadigd / maakt kortsluiting
- Er zit vocht op het display
- Evt. externe EMC-invloeden wegnemen
Te hoge aanvoer- Controleer:
temperatuur
- de doorstroming, zie Par. 7.4.5.
- of de installatie goed ontlucht is
Te hoge retour- de temperatuursensoren op afwijkingen
temperatuur
- de waterdruk in het systeem (min. 0,8 bar)
Aanvoer- en re- Aanvoertemperatuursensor is niet goed gemonteerd
tourwisseling
- Doorstroomrichting van de pomp is verkeerd of externe pomp is verkeerd ingebouwd
Ventilator draait
- Ventilator zit vast of rotor draait niet.
niet
- Ventilatorkabel of connector is gecorrodeerd. Hierdoor is er geen spanning of PWM-signaal
Ventilator blijft
- Controleer de connectoren van de ventilatorkabel
draaien of signaal
aan de ventilator en aan de Comfort Master zijde
niet correct
- Ventilator defect
- Hoge natuurlijke trek
Temperatuur-sen- Aanvoertemperatuursensor is kortgesloten
sor problemen
Retourtemperatuursensor is kortgesloten
3$
Buitentemperatuursensor is kortgesloten
3%
3^
Rookgastemperatuursensor is kortgesloten
(alleen actief indien aangesloten en geselecteerd)
Aanvoertemperatuursensor niet aangesloten of defect
3&
Retourtemperatuursensor niet aangesloten of defect
4)
Rookgastemperatuursensor niet aangesloten of defect
(alleen actief indien aangesloten en geselecteerd)
Warmtewisselaar rookgaszijdig vervuild (alleen actief
indien rookgastemperatuursensor is gemonteerd en
geselecteerd)
- Recirculatie rookgassen (interne lekkage of uitmondingsconstructie niet juist)
- Onvoldoende luchttransport door verstopping
- CO2 - afstelling van het toestel is niet juist
5@
Te hoge rookgastemperatuur
Ionisatiewegval
tijdens bedrijf
(na 4 herstarts
tijdens 1 warmtevraag)
Overige Automaatstoring
Codes
7&
tabel 20
- druk eerst op ‘reset’,
- komt de storing terug, controleer dan de bekabeling
op eventuele kortsluiting,
- blijft de storing optreden, wissel dan de automaat uit.
Storingscodes
71
Remeha Quinta 85
12 INSPECTIE EN ONDERHOUDSVOORSCHRIFT
12.1 Algemeen
De Remeha Quinta 85 is nagenoeg onderhoudsvrij. Eenmaal per jaar dient het toestel
geïnspecteerd en zonodig gereinigd te worden.
12.2 Inspectie
De jaarlijkse inspectie van de Remeha Quinta 85 kan beperkt blijven tot:
1. Verbrandingstechnische controle van het toestel.
2. Reiniging van de sifon.
3. Controle van de afstelling van de ontstekingselektrode.
4. Controle van de waterdruk.
5. Controle op lekkage (waterzijdig, rookgaszijdig, gaszijdig).
12.2.1 Verbrandingstechnische controle van het toestel
Meet het O2/CO2 percentage (zie afb. 24 en tabel 21, voor aardgas ; tabel tabel 22,
voor propaan). Stook hiervoor het toestel op tot een watertemperatuur van ca. 70°C.
De rookgastemperatuur kan ook op het rookgasmeetpunt gemeten worden. Deze
rookgastemperatuur mag niet meer dan 30°C boven de retourtemperatuur liggen. Blijkt
uit deze controle dat de verbranding van het toestel niet optimaal meer is, reinig dan
volgens de aanwijzingen in Par. 12.3
afb. 24
Rookgasmeetpunt
00.W4H.79.00015
Keteltype
Quinta 85
tabel 21
Instelgegevens O2/CO2 bij aardgas L
Toerental ventilator (Omw/min.)
O2
Vollast
Laaglast
%
ca. 6250
ca. 1250
3,9
± 0,1
CO2
%
9,4
± 0,2
Instelgegevens O2/CO2 bij aardgas L (met geopende luchtkast)
72
Keteltype
Quinta 85
tabel 22
Instelgegevens O2/CO2 bij propaan
Toerental ventilator (Omw/min.)
O2
Vollast
Laaglast
%
ca. 6100
ca. 1250
4,8
± 0,1
CO2
%
10,6
± 0,2
Instelgegevens O2/CO2 bij propaan (met geopende luchtkast)
12.2.2 Reiniging van sifon
- Verwijder de sifonbeker onder het toestel en reinig deze. (Voorkom dat water in bedieningspaneel van de ketel loopt; gebruik emmer en oude handdoek).
- Vul de sifonbeker met schoon water.
- Draai de sifonbeker helemaal aan. Houd hierbij het sifonverlengstuk vast.
12.2.3 Controle van de ontstekingselektrode
Controleer de ionisatiestroom bij gedwongen vollast en gedwongen laaglast. (door
meting ionisatie in Volts gelijkspanning tussen klem 4 van de klemmenstrook en de
aarde 1V = 1 A, zie afb. 25). Indien geen of onvoldoende (< 4 A) ionisatie, controleer dan:
- CO2/O2-percentage,
- vlambeeld,
- aarding,
- temperatuursensoren op lekstroom (vocht),
- ionisatiepen (eventuele witte aanslag verwijderen),
- de afstelling van de ontstekingselektrode (tussen 3 en 4 mm) en de kwaliteit van de
pakking en het porselein,
- bij 0 - 10 Volt aansturing, of het stuursignaal potentiaalvrij is.
73
Remeha Quinta 85
24V
230V
Naar aardeklem
in instrumentenpaneel
Naar klem 4
van de klemmenstrook
+
_
2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
12
X11
Meetbereikinstelling
V (=)
Boilervoeler
Buitenvoeler / (hoog-laag)
Aan/uit-thermostaat
+
1
Modulerende regelaar
Het meetbereik V (=)
komt overeen met μA
Maximale ionisatiestroom 9V ( μA)
Minimale ionisatiestroom 4V ( μA)
afb. 25
Ionisatiemeting
00.W4H.79.00064
12.2.4 Controle van de waterdruk
De waterdruk moet minimaal 0,8 bar bedragen. Geadviseerd wordt de installatie te vullen tot ca. 1,5 bar.
12.3 Onderhoud
Indien uit de verbrandingstechnische controle van het toestel blijkt dat de verbranding
of warmtewisseling niet optimaal meer is, dient onderhoud uitgevoerd te worden. Dit
onderhoud bestaat uit:
- de warmtewisselaar reinigen met een speciaal reinigingsgereedschap of met perslucht, evt. doorspoelen met water.
- de ventilator reinigen.
- de sifon reinigen.
74
Volgorde van handelen:
1. De elektrische voeding van het toestel uitschakelen.
2. Sluit de toestelkraan in de gasleiding naar het toestel.
3. Open de klep van de instrumentenkast.
4. Verwijder de voormantel d.m.v. het losdraaien van de 2 schroeven.
5 Neem de dop van de ontstekings/ionisatie elektrode los.
6. Verwijder de aardedraad van de ontstekingspen.
7. Verwijder de elektrische aansluiting van de ventilator.
8. Draai de wartelmoer van de gasleiding aan het gasblok los.
9. Verwijder de 13 moeren aan de voorzijde van de warmtewisselaar.
10. Neem de voorplaat van de warmtewisselaar met ventilator, gasblok en brander
recht naar voren toe weg.
Let op:
Aan de achterzijde van de ventilator zit een 230V aansluiting die los genomen moet
worden.
Attentie:
Controleer de pakking tussen de voorplaat en de warmtewisselaar. Een eventeel beschadigde pakking moet vervangen worden.
Om de ventilator te inspecteren / reinigen, dient de venturi losgenomen te worden
van de ventilator:
11. Verwijder de schroeven aan de inlaatzijde van de ventilator. Gebruik voor het
reinigen een kunststof borstel; verwijder losse stofdelen uit de ventilator
alvorens deze weer samen te bouwen.
12. Monteer alle losgenomen delen in omgekeerde volgorde.
13. Neem het toestel weer in bedrijf.
14. Controleer het CO2/O2-percentage.
75
Remeha Quinta 85
Remeha B.V.
Postbus 32
7300 AA APELDOORN
© Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt
Tel: +31 55 5496969
worden op welke wijze dan ook, zonder onze schriftelijke toestemming.
Fax: +31 55 5496496
Wijzigingen voorbehouden.
Internet: nl.remeha.com
57342/AD
220409
E-mail: remeha@remeha.com
76
Download PDF