FLEXY_IOM_Dutch_0901

FLEXY_IOM_Dutch_0901
INSTALLATIE BEDIENING &
ONDERHOUD ROOFTOP
ROOFTOP
FLEXY™
Nederlands
2002
INHOUD
IGO HANDLEIDING
Ref. IOM-RT F-0701-E
Deze handleiding is van toepassing op de volgende ROOFTOP-versies:
FCA 50 - FCA 60 - FCA 70 - FCA 85 - FCA 100 - FCA 120 - FCA 140 - FCA 160 - FCA 190
FCK 50 - FCK 60 - FCK 70 - FCK 85 - FCK 100 - FCK 120 - FCK 140 - FCK 160 - FCK 190
FHA 50 - FHA 60 - FHA 70 - FHA 85 - FHA 100 - FHA 120 - FHA 140 - FHA 160 - FHA 190
FHK 50 - FHK 60 - FHK 70 - FHK 85 - FHK 100 - FHK 120 - FHK 140 - FHK 160 - FHK 190
FDA 50 - FDA 60 - FDA 70 - FDA 85 - FDA 100 - FDA 120 - FDA 140 - FDA 160 - FDA 190
FDK 50 - FDK 60 - FDK 70 - FDK 85 - FDK 100 - FDK 120 - FDK 140 - FDK 160 - FDK 190
FGA 50 - FGA 60 - FGA 70 - FGA 85 - FGA 100 - FGA 120 - FGA 140 - FGA 160 - FGA 190
FGK 50 - FGK 60 - FGK 70 - FGK 85 - FGK 100 - FGK 120 - FGK 140 - FGK 160 - FGK 190
FXA 25 - FXA 30 - FXA 35 - FXA 40 - FXA 55 - FXA 70 - FXA 85 - FXA 100 - FXA 110 - FXA 140 - FXA 170
FXK 25 - FXK 30 - FXK 35 - FXK 40 - FXK 55 - FXK 70 - FXK 85 - FXK 100 - FXK 110 - FXK 140 - FXK 170
De technische informatie en specificaties in deze handleiding dienen uitsluitend ter informatie. De fabrikant behoudt zich het recht voor deze zonder kennisgeving te
wijzigen en is niet verplicht reeds geleverde apparatuur overeenkomstig te wijzigen.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 1
INHOUD
INSTALLATIE
TRANSPORT - VERPLAATSEN ........................................................................................ 3
INSTALLATIE .................................................................................................................... 6
INSTALLATIE OP DAKMONTAGEFRAME ......................................................................... 7
INSTALLATIE OP PALEN .................................................................................................. 9
INGEBRUIKSTELLING ................................................................................................... 10
WERKING
LUCHTSTROOM BALANCEREN ................................................................................... 11
LUCHTSTROOM BALANCEREN - FXA/FXK .................................................................. 20
FILTERS ......................................................................................................................... 21
WARMWATERBATTERIJEN ........................................................................................... 22
GASBRANDERS ............................................................................................................ 23
SNAAR SPANNEN .......................................................................................................... 30
RIEMSCHIJVEN ............................................................................................................. 31
BEDIENINGSFUNCTIES
GEBRUIK VAN HET KP 17 COMFORT-DISPLAY ........................................................... 32
GEBRUIK VAN HET KP02-ONDERHOUDSDISPLAY .................................................... 33
GEBRUIK VAN HET KP07 GRAFISCHE AFSTANDSDISPLAY ....................................... 43
BMS-CONTACTSET ....................................................................................................... 52
CLIMATIC™ PARAMETERS ............................................................................................ 53
BEDRADINGSCHEMA'S
ELEKTRISCHE BEDRADINGSCHEMA'S ...................................................................... 59
ITEMOVERZICHT ELEKTRISCHE BEDRADINGSCHEMA'S ......................................... 69
PROBLEMEN OPLOSSEN
BEVEILIGING EN FOUTCODES .................................................................................... 72
VOORDAT U HULP INROEPT ........................................................................................ 78
REGELMATIG ONDERHOUD ........................................................................................ 80
GARANTIE ...................................................................................................................... 81
CERTIFICATEN
AFAQ-CERTIFICERING .................................................................................................. 84
CE CONFORMITEITS VERKLARING ............................................................................. 85
BRANDKLASSE FILTERS ...................................................................................... 86 & 87
CE CONFORMITEITS VERKLARING 33 kW GASBRANDER ........................................ 88
CE CONFORMITEITS VERKLARING 60 kW GASBRANDER ........................................ 89
CE CONFORMITEITS VERKLARING 120 kW GASBRANDER ...................................... 90
CE CONFORMITEITS VERKLARING 180 kW GASBRANDER ...................................... 91
BRANDKLASSE ISOLATIE ............................................................................................. 92
CE-DAD-CERTIFICATIE ................................................................................................. 93
Pagina 2 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
TRANSPORT - VERPLAATSEN
CONTROLE BIJ LEVERING
OPSLAG
De apparatuur wordt op eigen risico van de cliënt vervoerd.
Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt na ontvangst te
controleren of de producten in goede staat zijn, en wel als
volgt:
- De buitenkant is op geen enkele wijze beschadigd.
- Het materiaal voor hijsen en verplaatsen is geschikt
voor de apparatuur en is overeenkomstig de
specificaties van bijgesloten instructies voor het
verplaatsen.
- De accessoires die zijn besteld voor installatie op
locatie, zijn geleverd en in goede staat.
- De apparatuur is conform order en paklijst afgeleverd.
De units worden niet altijd direct na aflevering operationeel
en worden soms opgeslagen. Indien ze voor middellange of
lange termijn worden opgeslagen, raden wij u aan de
volgende procedures te volgen:
- Controleer of er geen water in de hydraulische
systemen zit.
- Verwijder de hoezen van de warmtewisselaars
(AKILUX-hoezen) niet.
- Verwijder de beschermende folie niet.
- Houd elektrische panelen gesloten.
- Bewaar alle geleverde onderdelen en opties op een
schone en droge plaats tot u ze voor ingebruikstelling
van de apparatuur monteert.
Indien het product beschadigd is, dient u dit binnen 48 uur
(werkdagen) na levering per aangetekende post te melden
aan de vervoerder. Geef een uitvoerige beschrijving van het
probleem. Een kopie van dit schrijven dient u ter informatie
aan Lennox en de leverancier of distributeur te sturen. Indien
u in gebreke blijft, vervalt iedere claim jegens de vervoerder.
TYPEPLAATJE
Op het typeplaatje staan de volledige gegevens van het model
vermeld. Deze dienen overeen te komen met de gegevens
van de door u bestelde unit. Ook worden op het typeplaatje
het stroomverbruik bij starten, het nominaal vermogen en de
voedingsspanning vermeld. De voedingsspanning mag
maximaal +10/-15 % afwijken.
Het startvermogen is de maximale waarde die met de
gespecificeerde voedingsspanning kan worden bereikt. De
cliënt moet zorgdragen voor de benodigde stroomvoorziening.
U dient dan ook te controleren of de voedingsspanning als
vermeld op het typeplaatje overeenkomt met die van de
netvoeding.
Ook wordt op het typeplaatje het productiejaar vermeld en
wordt per compressorcircuit aangegeven welk type
koelmiddel wordt gebruikt voor de vereiste volumecapaciteit.
ONDERHOUDSSLEUTEL
Wij raden u aan de sleutel die is bevestigd aan een oogbout,
op een veilige en toegankelijke plaats te bewaren. Met deze
sleutel kunt u de panelen ten behoeve van onderhouds- en
installatiewerkzaamheden openen.
U dient de sloten een kwartslag te draaien en vervolgens
vaster te zetten (afbeelding 2).
Afbeelding 2
Usine Dijon
Z.I. LONGVIC
21600 LONGVIC
FRANCE
ANNEE
YEAR
TYPE
UNIT TYPE
FCK 190
N˚ SERIE
SERIAL NUMBER
215 900-01/01
ALIMENTATION
ELEC. SUPPLY
A. MAXI
MAX. AMP.
400
140
REFRIGERANT
FLUIDE
V 3
I. DEMARR.
START UP AMP.
R407C
269 A
Kg/CIRC
11
C1
2000
50
C. COMMANDE.
CONTROL CIR.
11
C2
Hz
V
24
11
C3
11
C4
Afbeelding 1
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 3
TRANSPORT - VERPLAATSEN
AFMETINGEN EN GEWICHTEN
Model
FC*/FH* 050 verticaal omlaag
FC*/FH* 050 verticaal omhoog
mm
2150
2150
Regen
Kap
mm
-
FC*/FH* 050 horizontaal
FGA/FDA/FGK/FDK 050
FC*/FH* 060 verticaal omlaag
2150
2200
2821
629
1780
1900
2254
1120
1090
1410
750
850
1000
FC*/FH* 060 upflow
FC*/FH* 060 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 060 centrif. condensorventilator
2821
2821
2821
629
629
629
2254
2254
2254
1410
1410
2000
1000
1000
1100
FGA/FDA/FGK/FDK 060
FC*/FH* 070 verticaal omlaag
FC*/FH* 070 verticaal omhoog
FC*/FH* 070 afvoer aan de zijkant
2821
2821
2821
2821
629
629
629
629
2254
2254
2254
2254
1410
1410
1410
1410
1100
1000
1000
1000
FC*/FH* 070 centrif. condensorventilator
FGA/FDA/FGK/FDK 070
FC*/FH* 085 verticaal omlaag
2821
2821
3781
629
629
629
2254
2254
2254
2000
1410
1495
1100
1150
1200
FC*/FH* 085 verticaal omhoog
FC*/FH* 085 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 085 centrif. condensorventilator
3781
3781
3782
629
629
629
2254
2254
2254
1495
1495
2010
1200
1200
1430
FGA/FDA/FGK/FDK 085
FC*/FH* 100 verticaal omlaag
FC*/FH* 100 verticaal omhoog
2821
3781
3781
629
629
629
2254
2254
2254
1495
1495
1495
1300
1200
1200
FC*/FH* 100 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 100 centrif. condensorventilator
FGA/FDA/FGK/FDK 100
FC*/FH* 120 verticaal omlaag
3781
3782
2821
3582
629
629
629
629
2254
2254
2254
2254
1495
2010
1495
1410
1200
1430
1480
1500
FC*/FH* 120 verticaal omhoog
FC*/FH* 120 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 120 centrif. condensorventilator
3582
3582
3582
629
629
629
2254
2254
2254
1410
1410
1910
1500
1500
1550
FGA/FDA/FGK/FDK 120
FC*/FH* 140 verticaal omlaag
FC*/FH* 140 verticaal omhoog
4030
3582
3582
629
629
629
2254
2254
2254
1410
1410
1410
1750
1600
1600
FC*/FH* 140 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 140 centrif. condensorventilator
FGA/FDA/FGK/FDK 140
FC*/FH* 160 verticaal omlaag
3582
3582
4030
3590
629
629
629
900
2254
2254
2254
2254
1410
1910
1410
2050
1600
1650
1950
2000
FC*/FH* 160 verticaal omhoog
FC*/FH* 160 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 160 centrif. condensorventilator
3590
3590
3590
900
900
900
2254
2254
2254
2050
2050
2050
2000
2000
2150
FGA/FDA/FGK/FDK 160
FC*/FH* 190 verticaal omlaag
FC*/FH* 190 verticaal omhoog
4040
3590
3590
900
900
900
2254
2254
2254
2050
2050
2050
2500
2250
2250
FC*/FH* 190 afvoer aan de zijkant
FC*/FH* 190 centrif. condensorventilator
FGA/FDA/FGK/FDK 190
3590
3590
4040
900
900
900
2254
2254
2254
2050
2050
2050
2250
2350
2750
Pagina 4 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
Lengte
Breedte
Hoogte
Gewicht
mm
1780
1780
mm
1090
1120
kg
750
750
TRANSPORT - VERPLAATSEN
Model
Lengte
Ventil.
lamel
mm
Breedte
Hoogte
Gewicht
mm
Afvoer aan
lamel
mm
mm
mm
kg
FX* 25
4070
490
600
1633
1055
950
FX* 30
4070
490
600
1633
1055
980
FX* 35
4750
490
600
2254
1290
1400
FX* 40
4750
490
600
2254
1290
1450
FX* 55
4750
490
600
2254
1290
1600
FX* 70
5050
890
600
2254
1725
1800
FX* 85
5050
890
600
2254
1725
1900
FX* 100
5050
890
600
2254
1725
2000
FX* 110
5650
860
2254
2000
2300
FX* 140
5650
860
2254
2000
2400
FX* 170
5650
860
2254
2000
2600
VERPLAATSEN
Voor verplaatsing van de apparatuur kunt u gebruik maken
van de hijsgaten aan de bovenkant van de unit.
De lengte van de "hijsband" is de waarde die we aanraden
voor het veilig verplaatsen van de apparatuur.
Enkele units kunnen uitsluitend aan vier haakse hijsbanden
gehesen worden. Voor andere units hebt u een afwijkende
lengte nodig (zie afbeelding 3).
Ter voorkoming van schade aan de apparatuur is het van
belang dat alle hijsogen worden gebruikt en dat alle
hijsbanden dezelfde lengte hebben.
FC.../FH.../FD.../FG... 050
Hijsband = 1580 mm
voor een hoek van = 45°C
FC.../FH.../FD.../FG... 060 & 070
Hijsband = 2210 mm
voor een hoek van = 45°C
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 5
TRANSPORT - VERPLAATSEN
FC.../FH.../FD.../FG... 060 & 070 met centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 2590 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 1855 mm
voor een hoek van = 45°C
FC.../FH.../FD.../FG... 085 & 100
Hijsband = 2830 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2330 mm
voor een hoek van = 64,5°C
FC.../FH.../FD.../FG... 085 & 100 met centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 3230 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2430 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 1870 mm
voor een hoek van =
45°C
Pagina 6 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
TRANSPORT - VERPLAATSEN
FC.../FH.../FD... 120 & 140
Hijsband = 2700 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2080 mm
voor een hoek van = 45°C
FC.../FH.../FD... 120 & 140 met centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 3000 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2410 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 1880 mm
voor een hoek van = 45°C
FG... 120 & 140 met gasbrander
Hijsband = 2700 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2080 mm
voor een hoek van = 45°C
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 7
TRANSPORT - VERPLAATSEN
FG... 120 & 140 met gasbrander en centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 3300 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2700 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2080 mm
voor een hoek van = 45°C
FC.../FH.../FD... 160 & 190
FC.../FH.../FD... 160 & 190 met centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 2700 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2090 mm
voor een hoek van = 45°C
FG... 160 & 190
FG... 160 & 190 met centrifugaal ventilatoren
Hijsband = 3000 mm
voor een hoek van = 45°C
Hijsband = 2320 mm
voor een hoek van = 45°C
Pagina 8 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
TRANSPORT - VERPLAATSEN
FX 25 & 30
Hijsband = 3000 mm
1
FX 35 - 40 - 55
Hijsband = 3700 mm
1
FX 70 - 85 - 100
Hijsband = 3900 mm
1
Hijsband = 4300 mm
1
FX 110 - 140 - 170
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 9
INSTALLATIE
CONTROLE VOORAF
INSTALLATIE APPARAAT
Voordat u de apparatuur installeert, MOET u de volgende
punten te controleren:
- Is er voldoende ruimte voor de apparatuur?
- Kan het oppervlak waarop de apparatuur wordt
geplaatst, het gewicht van de apparatuur houden? U
dient het frame op voorhand goed te bekijken.
Het oppervlak waarop de apparatuur wordt geplaatst moet
schoon zijn en vrij van obstakels die de luchtstroom naar de
condensors kunnen belemmeren:
- Vermijd oneffen oppervlakken
- Wordt de structuur door de aan- en afvoerkanalen
verzwakt?
- Wordt de werking van de apparatuur door iets
verhinderd?
- Is de stroomvoorziening ter plaatse conform de
elektrische specificaties van de apparatuur?
- Is het geluidsniveau van de apparatuur conform de
specificatie?
- Kan het condensaat worden afgevoerd?
- Is er voldoende ruimte voor onderhoud?
- Bij de installatie van de apparatuur kunnen
verschillende hijsmethoden worden gebruikt,
bijvoorbeeld een helikopter of kraan. Dit kan per
installatie verschillen. Is hier rekening mee gehouden?
- Installeer de unit conform de instructies voor installatie
en de geldende voorschriften.
- Controleer of de koelleidingen niet in aanraking komen
met de kast of andere koelleidingen.
- Plaats twee units niet naast elkaar of te dicht bij elkaar,
aangezien daardoor de luchtstroom naar de
condensors kan worden belemmerd.
Voordat u een omkaste rooftop-unit installeert, moet u op de
hoogte zijn van:
- De richting en positie van de luchtstromen.
- De uitwendige afmetingen van de unit en de
afmetingen van de aansluitingen voor de toevoer- en
retourlucht.
- De opstelling van de deuren en de ruimte die nodig is
ze te openen zodat u tot de diverse onderdelen toegang
heeft.
In afbeelding 4 ziet u de vereiste ruimte en afmetingen.
AANSLUITINGEN APPARAAT
- Zorg dat alle muren of daken waardoor leidingen
getrokken worden, geborgd en geïsoleerd zijn.
- Om condensatieproblemen te voorkomen, zorgt u dat
alle pijpen zijn geïsoleerd in overeenstemming met de
temperatuur van de vloeistoffen en het type kamer.
Zorg dat de aansluitingen van de luchtkanalen niet
geblokkeerd worden door muren, bomen of dakranden en
dat montage- en onderhoudswerkzaamheden mogelijk zijn.
NB: De AQUILUX-hoezen ter bescherming van de ribben
moeten voor ingebruikstelling van de unit verwijderd worden.
Afbeelding 4
Afbeelding 4MODELLEN
A
B
C
D
FC/FH/FG/FD
50
60 è 140
1000
1400
1000
1000
1000
1400
2000
2300
160 & 190
2000
1000
2000
2300
FX
25 & 30
35 è 55
70 è 100
*
*
*
1100
1300
1700
*
*
*
1700
2300
2300
2000
*
2300
110 è 170
*
*: in overeenstemming met de aansluiting
Pagina 10 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
INSTALLATIE OP EEN DAKMONTAGEFRAME
Aangezien niveaus kunnen worden versteld, moet u de
volgende aanbevelingen in acht nemen voor een juiste
installatie van de apparatuur.
Zorg allereest dat alle flappen naar buiten wijzen (1 afbeelding 5)
Deze zijn soms naar binnen geslagen voor transport.
1
Afbeelding 5
Plaats het dakmontageframe op de raveelbalk door
eerst de inlaat en vervolgens de uitlaat op elkaar uit te
lijnen. (2 - zie afbeelding 6).
2
Afbeelding 6
Als het frame waterpas is, zet u de flappen vast aan de
raveelbalk.
Afbeelding 7
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 11
INSTALLATIE OP EEN DAKMONTAGEFRAME
Als het frame juist is geplaatst, is het van essentieel belang dat het geheel wordt vastgezet met een losse lasnaad (20 tot 30
mm voor elke 200 mm) langs de buitenzijde, of met een alternatieve methode (1 - afbeelding 8).
1
Afbeelding 8
1
Montageverbinding (1 - afbeelding 9)
3
2
Isoleer het frame voordat u het installeert. Wij raden een
minimale toepassing van 20 mm dik isolatiemateriaal aan.
Controleer of de bedekking continu is en dicht te uiteinden af
(2 - afbeelding 9).
WAARSCHUWING: Om effectief te zijn, moet de
bovenwaartse stroming net boven de valrand liggen (3 afbeelding 9)
Afbeelding 9
Voordat u de apparatuur installeert, moet u ervoor zorgen dat de afdichting of de stopverf niet is beschadigd en controleert u
of de eenheid is vastgezet aan het montageframe, zodat het geheel op het frame rust. Eenmaal in positie, moet de onderkant
van de apparatuur horizontaal liggen.
De installateur moet voldoen aan de standaarden en specificaties van de plaatselijke verordeningen.
Pagina 12 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
INSTALLATIE OP PALEN
De eenheid kan op hoekpalen worden geïnstalleerd met behulp van het bijgeleverde frame. De mininumhoogte van de
palen moet 400mm zijn.
Afbeelding 10
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 13
INGEBRUIKSTELLING
Deze werkzaamheden mogen uitsluitend door
opgeleide koelmonteurs uitgevoerd te worden.
Voor aansluiting op netspanning:
- Verifieer of de stroomvoorziening tussen het gebouw
en de unit voldoet aan de plaatselijke verordeningen en
dat de kabel voldoet aan de opstart- en
bedrijfsvoorwaarden.
- Verifieer of de elektrische aansluitingen op het
bedieningspaneel en de motoren in orde zijn.
- Verifieer of de aandrijfmotoren goed vastzitten.
- Verifieer of de instelbare takelblokken vastzitten en of
de snaar met de juiste transmissie is gespannen .
- Controleer aan de hand van het elektrische
bedradingschema de conformiteit van de elektrische
beveiligingen (instellingen stroomonderbreker,
aanwezigheid en nominale waarde van zekeringen).
Bevestig nu de manometers op het koelcircuit
Systeem inschakelen met de scheidingsschakelaar
van de eenheid
- Controleer de draairichting van de ventilatoren door op
de schakelaars te drukken. Zie de draaipijlen naast de
batterijen of ventilatoren (NB: in tegenstelling tot een
batterij kan een ventilator niet in de verkeerde richting
draaien).
- De draairichting van de ventilator wordt na productie
getest. Ze draaien daarom allemaal of in de goede, of
in de verkeerde draairichting.
- Indien ze in de verkeerde richting draaien, ontkoppel
dan met de hoofdschakelaar in het gebouw de
stroomtoevoer naar de machine, verwissel twee fasen
van de toevoer naar de machine en probeer het
nogmaals.
- Indien slechts één van de ventilatoren in de verkeerde
richting draait, schakel de stroom dan uit met de
scheidingsschakelaar van de unit uit en verwissel twee
van de aanvangfasen van het component op het
aansluitblok in het elektrische paneel.
Gebruik van CLIMATIC™
- Controleer of het voltage van de voeding overeenstemt
met de waarde op het typeplaatje. Doe dit met name
voor de toevoerventilatoren van het systeem.
- Indien de waarden op de ventilatoren niet kloppen,
wijst dit op een buitensporige luchtstroom die invloed
heeft op de thermodynamische werking. Zie ook de
informatie over "Luchtstroom balanceren".
Thermodynamische waarden op manometers en
veel voorkomende omgevingsomstandigheden
- Hier worden geen waarden vermeld. De waarden zijn
afhankelijk van de klimatologische omstandigheden in
en buiten het gebouw op het moment van werking. Een
ervaren koelmonteur ziet echter wanneer de machine
niet goed functioneert.
Pagina 14 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
Veiligheidstest
- Detectietest "Clogged filter" (Verstopt filter): varieer de
ingestelde waarde (KP02, instelling 93) met betrekking
tot de variabele waarde van de luchtdruk (KP02,
variabele 16). Kijk hoe de CLIMATIC reageert.
- Dezelfde procedure geldt voor detectie van "Missing
Filter" (Ontbrekende filter) (instelling 94) of "Air Flow
Detection" (Luchtstroomdetectie) (instelling 92).
- Controleer de rookdetectorfunctie
- Druk op de testknop om de Firestat te controleren.
- Koppel de stroomonderbrekers van de
condensorventilatoren los en controleer de
hogedrukonderbrekingspunten op verschillende
koelcircuits.
Omgekeerde draaitest
Met deze test kunt u op omkeerbare units controleren of de
4-wegskleppen omschakelen. Start de omgekeerde cyclus
met betrekking tot de instelgegevens van warm en koud
conform de klimaatomstandigheden op het moment van
testen (instelling 15 + 16).
Uw machine is nu operationeel.
U kunt nu verder gaan met instellen. Zie het hoofdstuk
"Functies".
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
De daadwerkelijke weerstand van kanaalsystemen is niet altijd
hetzelfde als de berekende theoretische waarden. Om dit te
rectificeren, kan het nodig zijn om de riemschijf en de
rieminstelling aan te passen. Hiertoe zijn de motoren uitgerust
met variabele riemschijven.
TESTEN
U dient reeds de + ve-druk te hebben gemeten, die wordt
uitgeoefend op ventilatorafvoer, als ook de druk die wordt
geoefend in het retourkanaal van de ventilator.
Meet het vermogen dat door de motor wordt geabsorbeerd.
Als het geabsorbeerde vermogen groter is en de druk lager is
dan de vermelde waarden, heeft uw systeem een lagere
drukval dan is voorzien. Verminder de doorstroom. Als de
systeemweerstand beduidend lager is dan normaal, bestaat
de kans dat de motor oververhit raakt en er een stroomstoring
optreedt.
Als het geabsorbeerde vermogen lager is en de druk groter is
dan de vermelde waarden, heeft uw systeem een hogere
drukval dan is voorzien. Verhoog de doorstroming.
Tegelijkertijd wordt het geabsorbeerde vermogen verhoogd,
wat tot gevolg kan hebben dat een grotere motor moet worden
geïnstalleerd.
Als u de aanpassing wilt uitvoeren en geen tijd wilt verliezen
met opnieuw opstarten, stopt u de machine en vergrendelt u
eventueel de hoofdschakelaar.
Haal de spanning van de riemen en verwijder ze (zie §
"SNAARSPANNING").
De doorstroming kan nu worden verhoogd door de flensen
dichter bij elkaar te draaien (of eventueel verder van elkaar af
te draaien, zodat de doorstroming wordt verminderd).
Voor riemschijven met twee groeven, draait u de flensen
hetzelfde aantal draaiingen.
Indien nodig, controleert u de diameter van de riemschijf door
de omtrek van een riem in de groef te meten (afbeelding 12).
Tenslotte vervangt u de riemen en spant u ze, voordat u een
test uitvoert. Controleer opnieuw het opgenomen vermogen.
Herhaal de handeling totdat een acceptabel resultaat is
behaald.
Om handelingen tot een minimum te beperken, raadpleegt u
de doorstromings-/drukgrafieken op de volgende pagina's voor
het type ventilatoren dat wordt gebruikt. Met verwijzing naar
het volgende voorbeeld, kunt u een schatting maken van uw
doorstroming en aldus de benodigde aanpassing berekenen.
Maak de 4 inbus schroeven op de riemschijf los (zie afbeelding
11).
INBUS sleutel 4
Afbeelding 12
Afbeelding 11
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 15
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
VERWIJZINGSTABEL UNIT / VENTILATORSET
Maat
50
60
70
85
100
120
140
160
190
Ventilatortype
A
GRAFIEK (zie de volgende pagina's)
B
C
D
E
FCx of FHx
FGx of FDx
FCx of FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
FCx of zijkant FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
FCx of zijkant FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
FCx of zijkant FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
FCx of zijkant FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
FCx of standaard FHx
Centrifugaalcondensor
FGx of FDx
F
1
1
1
1 (*)
2
1
1 (*)
2
1 (*)
2
2
2
1 (*)
2
2
2
2
2
2 (*)
2
2
2
2 (*)
2
2
4
2
2
4
2
ROOFTOP-type FX*
Maat
25
30
35
40
55
70
85
100
110
140
170
Ventilatortype
A
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
Toevoer
Afzuiging
1
1
1
1
Het nummer in de tabel geeft het aantal ventilatoren aan.
1(*) : In dit geval zijn de twee ventilatoren gekoppeld aan dezelfde as.
2(*) : Geeft aan dat er 2 groepen van 2 gekoppelde ventilatoren zijn.
Pagina 16 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
B
C
D
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1 (*)
2
2
2
2
2
2
E
F
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
VOORBEELD:
U wilt een FHK 120-set instellen op 22.000 m3/u met een systeemweerstand van 150Pa:
De machine beschikt over 2 ventilatoren (grafiek D).
Voor dit bedrijfspunt is de unit voorzien van E-sets met 112 mm - 131 mm variabele riemschijven op de motoren en 250 mm
riemschijven op de ventilatoren.
In dit geval is de aanpassing van de riemschijfmotor 126 mm voor een ventilatorsnelheid van 730 tpm.
In de grafiek wordt voor 11.000 m3/u (2 ventilatoren) 730 tpm aangegeven (punt A).
• Totale druk 500 Pa
(150 Pa systeemdruk + 230 Pa apparatuurverlies + 120 Pa statische druk)
• Opgenomen vermogen 2,1 kW met 5,7 A, als volgt berekend:
In = (P.kw x Ct / Rm ) / (
3 x U x cos ϕ) = ( 2100 * 1,2 / 0,8 ) / (
3 x 400 x 0,8 ) = 5,7A
Rm = Motorvermogen
Ct = Transmissiecoëfficiënt
Op locatie meet u het volgende:
• Statische systeemdruk 70 Pa of totale druk 230 Pa (de druk moet ten minste 1 m in het afvoerkanaal worden
gemeten)
• Opgenomen vermogen 6,8A
Het theoretisch opgenomen vermogen is als volgt: P = (
3 x 400 x 6,8 x 0,8 ) / 0,8(Rm) x 1,2(Ct) = 2.500 W
Met betrekking tot de gegevens in de grafiek is het bedrijfspunt B gemarkeerd, waarbij we het volgende kunnen opmerken:
het systeem overschrijdt de ontwerp luchtstroomwaarden. 12.700 m3/u en 25.400 m3/u kan worden afgelezen voor de
twee ventilatoren, in plaats de opgegeven 22.000 m3/u.
Om de normale doorstroming weer te herstellen, moet u punt C in acht nemen, waarbij een draaisnelheid van 650 tpm
wordt ingesteld, d.w.z. een variabele aanpassing van de riemschijf voor:
Aanpassing = ventilatorsnelheid / motorsnelheid * riemschijfdiameter = 650 / 1450 * 250 = 112 mm.
Voor een andere methode bij een verminderde luchtstroom, die bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door een grotere
systeemweerstand dan verwacht (items B' en C'), volgt u dezelfde procedure, maar zorg er in dit geval voor dat het
opgenomen vermogen bij C' compatibel is met de geïnstalleerde motor.
2.7kW
C'
2.1kW
730 TPM
730tr/mn
Pression
dynamique
Dynamische
druk
B
Pression
totalestatische
mesurée
Pression
statique
mesurée
Gemeten
druk
Pression
totale mesurée
mesurée
ression
statique
Gemeten
totale
druk
Vereiste
statische
druk
Pression
statique
demandée
Pression
statique
demandée
B'
650 TPM
650tr/mn
A
C
12700m3/h
11500m3/h
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 17
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK A
Pagina 18 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK B
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 19
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK C
Pagina 20 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK D
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 21
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK E
Pagina 22 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
LUCHTS
TROOM BALANCEREN
LUCHTSTROOM
GRAFIEK F
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 23
LUCHTS
TROOM BALANCEREN - FXA/FXK
LUCHTSTROOM
De FX*-modellen werken met ingewikkeldere aan- en
afvoerkanalen. Zonder balans bestaat de kans op een aantal
risico's:
- Te hoog voltage voor de ventilatormotor
- Aanzienlijke doorstroomverschillen, afhankelijk van de
positie van de klep. Dit is van invloed op het
desbetreffende gebouw,
vooral bij door druk
Rooster b'
1
gebalanceerde systemen.
verse-luchtomleiding
Om dit te corrigeren, is er een
verdeelrooster
op
de
buitenluchtklep geplaatst. Het
rooster kan worden verplaatst
door de geribde moeren (1 afbeelding 14) los te
schroeven en werkt als een
verstelbare klep.
Voordat u begint met afstellen,
moet de verdeelrooster
volledig worden geopend.
Ga als volgt te werk om uit te
balanceren:
Afbeelding 14
A. Stel de unit in op de stand "recycle air" (lucht
hergebruiken) (afbeelding 15)
B. Meet de statische druk in de gebieden 1/2/3/4/5/6
C. Controleer voordat u verder gaat of het drukverschil
tussen de zones 1 en 4 voldoet aan de vereiste
statische druk.
Als dat niet het geval is, raadpleegt u de sectie
"LUCHTSTROOM BALANCEREN".
D. Als de doorstroming en de druk kloppen:
Stel voor de roosters "b" en "b'" de druk bij 5 in op
hetzelfde niveau als 3 (de roosters moeten gelijktijdig
dezelfde afstand worden verplaatst).
E. Controleer of het vermogen dat wordt opgenomen door
de afzuiging ventilator minder is dan het nominale
vermogen.
Als dat niet het geval is, raadpleegt u de sectie
"LUCHTSTROOM BALANCEREN".
F. Zet de unit in de stand "fresh air" (verse lucht)
(afbeelding 16) en meet de statische druk bij 2/3/4/5/6.
G. Stel het rooster "a" zodanig in dat de gemeten waarde
bij 3 hetzelfde is als de waarde bij punt B.
H. Controleer tenslotte of de druk bij 5 hetzelfde is als de
gemeten druk bij punt B. Als dat niet het geval is,
verplaatst u de instelling van het rooster "b" voor de
verse-luchtomleiding.
Voorbeeld:
Zone
1
2
3
4
5
6
Technische specificatie
Pa
200
-180
Hergebruikte lucht zonder afstelling
Pa
190
-230
-210
-190
-70
-120
Hergebruikte lucht na afstelling b/b'
Pa
190
-230
-210
-190
-210
-240
Verse lucht vóór afstelling
Pa
270
-80
-50
-200
-220
-250
Verse lucht na afstelling rooster a
Pa
190
-230
-210
-200
-220
-250
Verse lucht na afstelling rooster b'
Pa
190
-230
-210
-190
-210
-240
Afgezogen lucht
Afbeelding 15
FX in de stand "recycle air"
(lucht hergebruiken)
Air extrait
2
3
4
5
6
ToevoerluchtSoufflage
Uitlaat
Rejet
1
a
b, b'
Air neuf
Verse lucht
Afbeelding 16
FX in de stand "fresh air"
(verse lucht)
Pagina 24 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
fil
ters
filters
Met de CLIMATIC™ worden de filters gecontroleerd. De
volgende problemen kunnen optreden:
1 - foutcode 004 (LED "filter" brandt) of het volgende pictogram
(in geval van een grafisch scherm - KP07):
Item 8 op KP 17 geeft aan dat de filters moeten worden
vervangen. De unit is niet gestopt, maar de luchtstroom is
vermoedelijk lager vanwege het toegenomen drukverlies bij
de filters.
2 - foutcode 005 of het volgende pictogram
(in geval van een grafisch scherm - KP07):
Afbeelding 17
Item 9 op KP 17 geeft aan dat de filters niet op de juiste plaats
zitten: ze zijn hetzij beschadigd hetzij na onderhoud niet
teruggeplaatst. In het laatste geval is de unit niet gestopt, maar
kan de toegenomen stroom resulteren in oververhitting van
de motor. Het filter dient direct te worden gecontroleerd.
KP 17 DISPLAY
FILTER VERVANGEN:
Open het inspectieluik van het filter, schroef de vleugelmoeren
waarmee de filtersteun vastzit, los en verwijder de steun
(afbeelding 18).
Verwijder de cellen die er in geschoven zijn (afbeelding 19).
Verwijder met de stang in het onderste filtercompartiment de
cellen op de bodem van de schuiven.
Installeer nieuwe filters in de schuiven.
Afbeelding 18
Afbeelding 19
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 25
W ARM W
ATER BA
TTERIJEN
WA
BATTERIJEN
HYDRAULISCHE AANSLUITINGEN
ELEKTROLYTISCHE CORROSIE
Het verwarmingselement wordt aangesloten op de
isolatieafsluiters. Twee sleutels zijn nodig om de verbindingen
vast te zetten, waarbij een van de sleutels de afsluiterbehuizing
vasthoudt. Als niet beide sleutels worden gebruikt, kunnen
de pijpen worden beschadigd waardoor de garantie vervalt.
Let goed op corrosievorming als gevolg van een elektrolytische
reactie die ontstaat door ongebalanceerde randaarde.
Ga als volgt te werk:
EEN BATTERIJ DIE DOOR EEN
ELEKTROLYTISCHE REACTIE BESCHADIGD
IS, VALT NIET ONDER DE GARANTIE.
- Open de afsluitkranen en zet de driewegafsluiter in de
middelste stand (draai het duimwiel naar de middelste stand).
- Vul het hydraulisch systeem en ontlucht de batterij via
de luchtopening (afbeelding 20).
CONDENSAATAFVOEREN
- Controleer de aansluitingen op mogelijke lekken.
De afvoeren zijn niet in elkaar gezet bij levering en zijn met
hun klemkragen opgeslagen in het elektrische paneel.
U kunt ze in elkaar zetten door ze in de afvoer van de
condensaatbak te steken en met een schroevendraaier de
kragen vast te zetten (afbeelding 22).
- Zet de
driewegafsluiter op
automatisch.
Afbeelding 20
ANTIVRIESBEVEILIGING
1) Gebruik glycolwater
GLYCOL IS DE ENIGE
EFFECTIEVE BESCHERMING TEGEN BEVRIEZING
Antivries moet de unit beschermen en ijsvorming in de winter
voorkomen.
Waarschuwing: antivries op basis van monoethyleenglycol
heeft in combinatie met lucht een corrosieve werking.
2) Tap de installatie af
U moet ervoor zorgen dat op alle hoge punten in het systeem
handmatige of automatische ontluchtingskleppen zitten.
Controleer voor u het systeem aftapt of op alle lage punten
van het systeem aftapkranen zijn aangebracht.
Om af te tappen, opent u alle kleppen en moet u niet vergeten
om de unit in lucht te plaatsen.
EEN VERWARMINGSELEMENT DAT ALS GEVOLG
VAN EEN LAGE OMGEVINGSTEMPERATUUR IS
BEVROREN, VALT NIET ONDER DE GARANTIE.
Afbeelding 21
Pagina 26 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
Afbeelding 22
GASBR
ANDER
GASBRANDER
CONTROLE VOORAFGAAND AAN
INGEBRUIKSTELLING
NB: Werkzaamheden aan het gassysteem dienen
uitsluitend door hiervoor opgeleid personeel te worden
uitgevoerd.
ONTSTEKINGSDETAILS
Zorg ervoor dat de kleppen in de gasleiding zijn geopend.
WAARSCHUWING:
Roken is verboden tijdens een onderhoud aan de
gasonderdelen.
Met de ROOFTOP in werking (instelling 06 op ON (aan)) stelt
u de instellingen 59 en 60 in op ON (aan) om de prioriteit te
starten. Verhoog instelling 1 (drempelwaarde temperatuur) tot
een temperatuur die hoger ligt dan de buitentemperatuur (Var.
1). Hiermee wordt een behoefte aan verwarming gecreëerd
en wordt de brander geactiveerd.
Zorg dat de gastoevoerleiding voldoet aan de meest recente
technologie en de plaatselijke veiligheidsverordeningen.
Controleer of de gastoevoerleiding de branders van voldoende
druk en gas kan voorzien om adequaat te verwarmen.
De voedingsschakelaar (KM21) van de bedieningskast wordt
gesloten en de branderventilator (VIN1) wordt gestart.
Wanneer onderdruk in de ventilator wordt bereikt, wordt de
hogedrukpressostaat (B21) omgezet.
Onlucht de gastoevoerleidingen door de bouten van de
koperleidingen voor de elektromagnetische gasinlaatklep met
twee draaiingen los te draaien. Draai de bouten na het
ontluchten weer goed aan.
Na een voorventilatieperiode (van ongeveer 30 seconden)
wordt de gasklep (YV51) geopend en de ontstekingsvolgorde
(contactelektrode B6) geactiveerd.
Meet de druk op de elektromagnetische gasinlaat (5 afbeelding 24) met het apparaat op de nominale waarde.
De nominale waarde moet 20 mbar ± 2 voor aardgas en 37
mbar ± 3 voor propaangas zijn.
Als dat niet het geval is, neemt u contact op met het gasbedrijf
of raadpleegt u de volgende sectie "Drukverminderingsklep"
in het geval het apparaat wordt aangedreven door aardgas
op 300 mbar.
Controleer of de voedingsspanning van de bedieningskast(en)
voor de onsteking tussen 220 en 240V ligt.
Controleer of de verbrandingsgaten van de luchtinlaat en de
rookuitlaat niet geblokkeerd zijn.
Zodra de ionisatiesonde de vlam detecteert, gaan de branders
normaal functioneren.
Als na het verstrijken van de ontstekingsvolgorde de
ionisatiesensor (B4) geen vlam detecteert, wordt de brander
losgekoppeld en wordt de fout na ongeveer 6 minuten
vertraging weergegeven door CLIMATIC™.
Als de vlam uitgaat tijdens een normale werking, wordt de
ontstekingsvolgorde met voorventilatie opnieuw gestart, totdat
een vlam wordt gedetecteerd of de verbinding wordt verbroken.
Als een brander twee gasbranders heeft, is de procedure voor
de tweede brander vergelijkbaar maar de verwijzingen zijn
als volgt:
- KM22 voor de voedingsschakelaar
Controleer of de toevoerluchtstroom juist is.
- VIN2 voor de ventilator
- B22 voor de drukschakelaar van de gasuitlaat
- YV52 voor de gasklep
- B7 voor de ontstekingselektrode en
- B5 voor de ionisatiesensor.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 27
GASBR
ANDER
GASBRANDER
INSTELLING
DRUKVERMINDERINGSKLEP
- Sluit de slang van de manometer aan op de stroomdrukinlaat van een elektromagnetische klep (5 afbeelding 24) na het losdraaien van de schroef.
- Verwijder de veiligheidsstekker van de
expansieklepinstelling.
- Gebruik een schroevendraaier om vooraf in te stellen
door de schroef op een diepte van 34 mm te plaatsen.
- Activeer de brander(s) op maximum vermogen en stel
de afvoerdruk in. Draai (met de klok mee) om de druk te
verhogen en (tegen de klok in) om de druk te verlagen.
- Installeer de veiligheidsstekker opnieuw na het instellen
van de druk.
Afbeelding 23
- Koppel de drukmeter los en draai de schroef opnieuw
aan.
BEDIENING OF INSTELLING
DRUKREGELAAR
Dit bevindt zich op de branders (1 - afbeelding 24) van de
gasbediening.
- Verhoog de waarde van instelling 1
(temperatuurinstelling) tot een temperatuur die hoger ligt
dan de kamertemperatuur (variabele 1).
- Wacht totdat de brander(s) hun maximale vermogen
bereiken.
- Sluit de slang van de manometer aan op de
injectiedrukklep na het losdraaien van de schroef (4 afbeelding 24).
- Wacht totdat een stabiele druk wordt weergegeven op
de drukmeter.
- Gebruik een 8 mm sleutel om de maximumdruk (3 afbeelding 24) in te stellen (met de klok mee om te
verhogen en tegen de klok in om te verlagen). De
maximumdruk moet altijd worden ingesteld voordat u de
minimumdruk instelt.
- De minimumdruk moet worden gemeten als de regelaar
niet is geleverd. Door de traceringsdraad 116 op kaart
EF45 of EF46 los te maken voor de module met één
drempel of de bovenste drempel van een module met
- Voor het afstellen van de tweede drempel, maakt u de
traceringsdraad 116 of 126 los om over te schakelen
naar een langzame snelheid.
- Manipuleer de regelaar een aantal maal door de draad
116 of 126 los te maken en opnieuw aan te sluiten.
Hiermee controleert u de instellingen voor de lage en
hoge snelheid.
NB: De instelling voor de maximumdruk is van invloed
op de minimum drukinstelling en moet mogelijk worden
gewijzigd.
- Wanneer de instellingen juist zijn, sluit u de draden 116
en 126 aan, waarbij u ervoor zorgt dat ze goed
vastzitten. U verwijdert de drukmeter en plaatst de
veiligheidskap terug.
- Start de unit opnieuw en wacht totdat de brander een
aantal volledige cycli heeft doorlopen om ervoor te
zorgen dat alle componenten juist werken.
NB: De minimum- en maximum drukinstellingen
corresponderen met de verschillende gastypen die in de tabel
aan het einde van deze handleiding staan vermeld.
1
2
3
Druk aftakpunten:
(4) : Injectie
(5) : Toevoer
twee drempels. Deze kan worden afgesteld met een 3,5
mm schroevendraaier op de schroef aan de binnenkant
van de maximumdrukinstelling.
4
5
Afbeelding 24
Pagina 28 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GASBR
ANDER
GASBRANDER
ONTSTEKINGSELEKTRODE
U kunt de volgende twee controles uitvoeren:
- Zorg ervoor dat de elektrodepunt (1 - afbeelding 25) altijd scherp en niet geoxideerd is. Maak eventueel schoon met
wat schuurpapier.
- De ruimte tussen de punt en het luchtkanaal moet ongeveer 3 mm zijn (2 - afbeelding 26).
2
1
Afbeelding 25
Afbeelding 26
IONISATIESENSOR
- De sensor moet op ongeveer 12,5 mm afstand van de brander in het luchtkanaal worden geplaatst (3 - afbeelding 27).
3
Afbeelding 27
Controleer in de vlam of de positie correct is (zie afbeelding 28).
De plaatsing moet net na de voorzijde van de vlam liggen.
Er vindt geen ionisatie plaats binnen de blauwe kegel. Het vermindert en bereikt
het einde van de vlam naderhand.
Cône bleu
Blauwe kegel
Afbeelding 28
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 29
GASBR
ANDER
GASBRANDER
BRANDER ONTMANTELEN VOOR SERVICEEN ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN
Raadpleeg de uitvergrote schema's aan het einde van de
sectie (afbeeldingen 29 t/m 31) voor meer hulp.
PROBLEMEN OPLOSSEN
De ventilator werkt niet.
- Controleer de stroomvoorziening als ook de
CLIMATIC™, wat een vraag om warmte zou moeten
aangeven.
- Stop de unit, zet de hoofdschakelaar uit en sluit de
gastoevoer af.
- Controleer of de B17/18 minigasdrukcontroller is
gesloten.
- Schakel de PCBschakelaars uit
(afbeelding 29).
- Controleer of de B45/46-klixon niet beschadigd of te
heet is.
- Controleer of de ventilatormotor stroom krijgt en vrij kan
draaien.
- Verwijder de uitlopende
flensmoeren op de
elektromagnetische
inlaten of op de
toestromingsrails. Laat
de verbindingen met
rust.
- Verwijder de straalpijprail
en de bedieningskast.
Pas op dat u niet de
afstelling van de
ionisatiesensors of
ontstekingselektrodes
beschadigt of wijzigt.
- Controleer de voeding en of deze vrij kan roteren.
De ventilator start zonder een ontstekingsvonk
- Controleer de werking van de luchtpressostaat (B21/22)
- Controleer de positie van de ontstekingselektrode (zie
afbeeldingen 25 & 26).
- Verwijder eventuele oxidatie op de elektrode.
- Controleer of de kabel- of elektrodeverbindingen niet
zijn geaard.
Afbeelding 29
De ventilator start met een ontstekingsvonk maar zonder een
vlam
- Verwijder de begrenzers (2) en deflectoren (3) (zie
afbeeldingen 30 t/m 32).
- Controleer de druk van de gastoevoer.
- Koppel de afzuigventilatoren los en verwijder deze met
hun rookafzuigkanaal.
- Controleer de druk van de gasinjectie. Pas eventueel de
druk aan op de elektromagnetische regelaar.
- Maak de drukaftakpuntpijpen los van de drukcontrollers.
- YV51/52 elektromagnetische klep werkt niet: controleer
de voedingsspanning. Vervang deze indien nodig.
- Maak de schroeven van de rookkast los en verwijder de
ventilatoreenheid door het geheel een beetje op te tillen
om de schroeven vrij te maken, voordat u het naar u toe
trekt. Pas op dat u de PCB niet beschadigd.
- Verwijder met behulp van een klem de turbines uit de
leidingen aan de zijkant van de rookkast.
- Gebruik een nylon borsteltje met een diameter van 50
mm om de bovenste en onderste leidingen binnenin
schoon te maken. Gebruik een stofzuiger om het stof af
te zuigen.
- Ontlucht de gasleiding.
De ventilator draait, de vlam brandt maar gaat uit zonder af te
sluiten.
- De gastoevoer is te laag, de druk valt weg wanneer de
elektromagnetische klep wordt geopend.
De ventilator draait, de vlam brandt maar gaat uit zonder af te
sluiten (afbeelding 20)
- Onjuiste positie van de ionisatiesensors.
- Foutieve aansluiting van de ionisatie-elekroden.
OPNIEUW SAMENBOUWEN
Gebruik de bijgeleverde stang in het compartiment om de
turbines terug te plaatsen. Plaats het puntige uiteinde van de
stang in het gat aan het uiteinde van de turbine. Binnenin de
leiding drukt u de turbine tegen de leiding aan. Trek de stang
ongeveer 2 cm terug voordat u deze een kwartslag draait. Als
de stang tijdens deze procedure losraakt, trekt u de turbine
eruit met de haak en herhaalt u de vorige stappen.
Pagina 30 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GASBR
ANDER
GASBRANDER
60 KW BRANDER VOOR FGX 60- EN 70-MODELLEN
1
2
Afbeelding 30
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 31
GASBR
ANDERR
GASBRANDERR
120 KW BRANDER VOOR FGX 60-, 70- EN 100-MODELLEN
1
2
3
Afbeelding 31
Pagina 32 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GASBR
ANDER
GASBRANDER
180 KW BRANDER VOOR FGX 120- EN 140-MODELLEN
1
2
3
Afbeelding 32
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 33
SNAARSP
ANNING
SNAARSPANNING
Bij levering zijn de riemschijven nieuw en correct gespannen. Na de eerste 50
draaiuren moet de spanning worden gecontroleerd en bijgesteld. 80% van de totale
uitrekking van riemen vindt voornamelijk plaats gedurende de eerste 15 draaiuren.
Voordat u de spanning bijstelt, moet u controleren of de riemschijven correct zijn
uitgelijnd.
U stelt de spanning bij door de speling van schroef Mx aan te passen.
De aanbevolen doorbuiging is 16 mm per meter van midden tot midden.
Controleer of volgens het onderstaande diagram (afbeelding 34) de volgende
verhouding hetzelfde blijft.
P (mm)
A (m)
= 16
Afbeelding 33
De riemen moeten altijd worden vervangen als:
- de schijf op de maximum stand staat,
- het rubber van de riem is versleten of de draad zichtbaar is.
Vervangende riemen moeten van hetzelfde nominale formaat zijn als de riemen
die u vervangt.
Als een transmissiesysteem verschillende riemen heeft, moeten ze allemaal van
dezelfde fabricagegroep zijn (vergelijk de serienummers).
NB: Een onderspannen snaar slipt, wordt heet en slijt vroegtijdig. Indien de snaar
daarentegen te strak gespannen is, zal deze door de druk op de lagers oververhit
raken en vroegtijdig slijten. Ook slechte uitlijning is de oorzaak van vroegtijdige
slijtage.
Pagina 34 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
A
P
Afbeelding 34
RIEMSCHIJVEN
VENTILATORRIEMSCHIJF VERWIJDEREN
Verwijder de twee schroeven en plaats er een in de extractieschroefdraad.
Schroef deze volledig in. De naaf en de riemschijf komen los.
Verwijder de naaf en de riemschijf met de hand, zonder de machine te beschadigen.
Afbeelding 35
VENTILATORRIEMSCHIJF INSTALLEREN
Maak de as, naaf en kegelvormige kern van de riemschijf schoon en vetvrij. Smeer
de schroeven en installeer de naaf en riemschijf. Zet de schroeven terug zonder
ze aan te draaien.
Plaats de eenheid op de as zet de schroeven om en om, en gelijkmatig vast. Tik
met een houten hamer op de voorkant van de naaf om het geheel op zijn plaats te
houden. Draai de schroeven aan tot 30 Nm.
Neem de naaf in beide handen en beweeg deze krachtig heen en weer, om ervoor
te zorgen dat alles op zijn plaats zit.
Vul de gaten met vet ter bescherming.
NB: Tijdens de installatie mag de sleutel nooit uit de groef steken.
Controleer na 50 draaiuren of de schroeven nog op hun plaats zitten.
RIEMSCHIJFMOTOR INSTALLEREN EN VERWIJDEREN
De riemschijf wordt op zijn plaats gehouden door de sleutel en een schroef in de
groef.
Verwijder na het ontgrendelen deze schroef door aan de asstang te trekken (indien
nodig, gebruik een houten hamer en tik gelijkmatig op de naaf om deze te
verwijderen)
U zet alles weer in omgekeerde volgorde in elkaar, nadat u de motoras en de
riemschijfkern schoon en vetvrij hebt gemaakt.
Afbeelding 36
UITLIJNEN
Na het afstellen van een of beide riemschijven, controleert u de uitlijning van de
aandrijving met een liniaal aan de binnenzijde van de twee riemschijven.
NB: De garantie kan worden beïnvloedt als de transmissie wordt gewijzigd zonder
dat u daarvoor eerst toestemming hebt verkregen.
Afbeelding 37
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 35
GEBRUIK VAN HET KP 17 COMFORT BEDIENINGSDISPLAY
Met behulp van het CLIMATIC™ 'Comfort' bedieningsdisplay
kan een leek op eenvoudige wijze een Lennox Roof-Top
bedienen.
Dit display is op een enkele Rooftop aangesloten en de
gebruiker kan met behulp van bedieningstoetsen, LED's en
een display zien hoe de aangesloten Rooftop werkt en of er
storingen zijn, de comfortinstelling wijzigen en de werking van
de Rooftop tijdelijk opschorten.
Mits juist geïnstalleerd kan het CLIMATIC™ "Comfort"
bedieningsdisplay op een afstand van 1000 m van de Rooftop
unit geïnstalleerd worden.
Tc Tm Tf
DISPLAY (1 - afbeelding 39)
In de auto-stand wordt de comfortinstelling weergegeven;
indien op de unit een fout wordt ontdekt, wordt automatisch
een foutcode weergegeven.
Met de +/- toetsen (2) kunt u de instellingen m.b.t. verwarming,
koeling en werking wijzigen.
Afbeelding 38
Het LED (3) geeft de huidige modus aan:
- In de auto-modus, dat wil zeggen op geprogrammeerde
tijden, knippert het LED,
- In de geforceerde daginstelling brandt het LED
permanent
- In de geforceerde nachtinstelling staat het LED uit.
Afbeelding 39
Toets voor geforceerd Occupied (4)
Indien u op deze toets drukt, zet u de Auto-modus stop en
werkt de unit verder in de "Occupied"-modus.
In deze modus brandt het LED (3) permanent. Om terug te
keren naar de "Auto"-modus drukt u op toets (6) , waarna het
LED (3) weer gaat knipperen.
Toets voor geforceerd Unoccupied (5)
Als installaties met het oog op energiebesparing in een periode
waarin ze zijn geprogrammeerd voor automatisch gebruik, niet
gebruikt worden, kunt u met deze toets de unit instellen op de
modus "unoccupied". Het LED (3), dat eerst knipperde of
brandde, gaat nu uit.
Bedieningstoets automatisch (6)
Indien het systeem voorheen was ingesteld in de geforceerde
occupied modus (LED (3) aan) of geforceerde unoccupied
modus (LED (3) uit), kunt u met deze toets terugkeren naar
de automatische modus. Het LED knippert.
NB: 'Geforceerde' modi worden om 00:00 uur automatisch
opnieuw ingesteld.
LED (7) Geeft aan of de unit wel of niet werkt.
LED (8) Geeft aan dat de filters vuil zijn.
LED (9) geeft aan dat er een algemene fout is ontdekt door
de CLIMATIC™. Zie ook de sectie "Foutcodes" van deze
handleiding.
Pagina 36 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BEDRADING VAN KP17 COMFORT
BEDIENINGSDISPLAY
Indien bij installatie van het Comfort bedieningsdisplay niet
de aanbevolen kabel wordt gebruikt, functioneert het display
mogelijk niet goed.
De KP17 afstandsbediening moet met een 4 x 0,5 mm2
omvlochten, afgeschermde kabel op de CLIMATIC™ worden
aangesloten.
Deze aansluiting is mogelijk met een afstandinterfacekaart in
het bedieningspaneel.
Zie ook het hoofdstuk over bedrading.
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Op de display kunt u alle waarden van variabelen of
instellingen van de Rooftop waarop hij is aangesloten, aflezen
en wijzigen.
NB: Indien op uw ROOFTOP al een KP17 Comfort-display is
aangesloten, koppelt u deze af, sluit u dit paneel op dezelfde
locatie aan en sluit u vervolgens opnieuw de KP17 aan. U
hoeft de stroom van de CLIMATIC™ niet uit te schakelen terwijl
u de KP02/KP17 wisselt.
Er vindt communicatie plaats tussen de CLIMATIC™ en de
controller. Indien er na 3 pogingen geen communicatie tot
stand is gebracht, wordt hier op het display melding van
gemaakt. De unit zal vervolgens met regelmatige tussenpozen
opnieuw verbinding zoeken.
OVERZICHT:
1
LCD-SCHERM
2
TOETSEN OMHOOG/OMLAAG
3
LED "FILTER" (knippert rood)
4
TOETS "ADRES"
5
TOETS "MODUS"
6
TOETS "WAARDE"
7
LED "UNIT IN BEDRIJF"
8
TOETS "MODUS"
9
LED "ALGEMEEN ALARM"
Afbeelding 40
1 - INDELING DISPLAY
Tijd
Standaarddisplay. Indien het display 5 minuten inactief is, wordt automatisch dit scherm weergegeven.
<--> 12 uur en 59 minuten
Datum
<--> 8 april 1999
Variabel of ingesteld adres
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 37
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Variabele of ingestelde waarde
Digitale Waarden
1 <--> AAN
0 <--> UIT
Temperaturen
Temperaturen worden in °C op 0,1 °C nauwkeurig weergegeven
<--> -21,6 °C
<--> + 105,8 °C
Druk
De druk wordt in bar op 0,1 bar nauwkeurig weergegeven.
<--> 18,3 bars
Overige analoge waarden
Weergegeven waarden
Niet weergegeven
waarden
Specifieke Displays
Softwareversie
Zodra de unit ingeschakeld wordt, wordt het nummer van de softwareversie van de KP02 weergegeven.
<--> versie 1.0 (bijvoorbeeld)
Display Test
U kunt uitsluitend testen of het display goed werkt als de unit is ingeschakeld en u gelijktijdig op de 3 toetsen "A", "M"
en "-" drukt. Indien het display goed werkt, krijgt u de volgende melding:
Alle cijfers worden juist weergegeven.
Communicatiefout
Indien er geen verbinding tussen het KP02 display en de CPU-kaart is, krijgt u de volgende melding:
<--> ""Communicatieprobleem"
Pagina 38 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Indien de code van het wachtwoord juist is, krijgt u de volgende
melding zodra u de [V] toets loslaat:
2 - BEDRIJFSSTANDEN
Het onderhoudsdisplay kent vier bedrijfsstanden.
Met toets [M] kunt u naar de volgende modus gaan.
De huidige modus wordt aangegeven door de status van de
LED's [V] en [C]:
Status van LED's in combinatie met
huidige modus:
[V]
[C]
A. In de variabele modus kunt u
de waarden van variabelen aflezen
aan
uit
uit
aan
B. In de instellingsmodus kunt u
de instellingen wijzigen
C. In de datum-afleesmodus kunt u
tijd en datum bekijken
D. In de datum-instellingsmodus kunt u
tijd en datum wijzigen
Indien het toetsenbord 5 minuten inactief is, wordt het
wachtwoord opnieuw geactiveerd. U dient het opnieuw in te
voeren om met wijziging van de instelwaarden door te gaan.
C: DATUM-AFLEESMODUS
Eén van de volgende modi
- Tijd
uit
uit
aan
aan
- of datum
A: VARIABELE MODUS
Druk op toets [A] om het adres van de variabele die wordt
afgelezen, te bekijken.
U gaat naar het adres erboven door tegelijkertijd op [A] en [+]
te drukken.
Indien u herhaaldelijk op [+] drukt, verspringt het adres
langzaam; houdt u de toets ingedrukt, dan verspringt het adres
sneller.
Wilt u naar het adres eronder, volg dan bovenstaande stappen,
maar druk op [-].
Zodra het gewenste adres verschijnt, drukt u op [V] om de
variabele waarde weer te geven. Drukt u op geen enkele toets,
dan keert u na een minuut terug naar het display. De variabelen
worden iedere seconde bijgewerkt.
kan worden geselecteerd door op [A] en kort op [+] of [-] te
drukken.
Drukt u op [V], dan wordt de waarde van de geselecteerde
datum weergegeven; anders wordt het na een minuut
automatisch weergegeven.
D: DATUM-INSTELLINGSMODUS
In deze modus kunt u 6 datummodi instellen:
• Uren en minuten
<-->
• Dag van de maand
<-->
• Dag van de week
<-->
• Maand
<-->
• Jaar
<-->
B: INSTELLINGSMODUS
Het adres van de instelling kunt u op dezelfde manier
selecteren als het variabele adres (zie boven).
Zodra het adres van de gewenste instelling verschijnt, drukt u
op [V] om de huidige waarde weer te geven.
Druk op [V] en houd tegelijk de [+] toets ingedrukt om naar
de instelling erboven te gaan.
Indien u herhaaldelijk op [+] drukt, verspringt het adres
langzaam; houdt u de toets ingedrukt, dan verspringt het adres
sneller.
Wilt u naar een instelling eronder gaan, volg dan
bovenstaande stappen, maar druk op de [-] en de [V] toets.
De nieuwe waarde is van toepassing zodra u [V] loslaat.
WACHTWOORD
Net als bij de instellingen kunt u naar de waarde erboven gaan
door gelijktijdig op [V] en [+] te drukken en naar de waarde
eronder door gelijktijdig op [V] en [-] te drukken.
De toegang tot alle instellingen is met een wachtwoord
beveiligd. Voer het wachtwoord in voordat u wijzigingen
aanbrengt.
Doe dit als volgt: ga naar adresinstelling nr. 0 en voer het
nummer in dat correspondeert met uw wachtwoord.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 39
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Het instelbereik voor de verschillende datumtypes is als
volgt:
Omschrijving
Minimale waarde
Maximale waarde
Uren en minuten
00-00
23-59
Dag van de maand
1
31
Dag van de week
1
7
Maand
1
12
Jaar
0
99
Wijzigingen worden alleen doorgevoerd als de [A] toets
wordt ingedrukt.
NB: Er wordt niet gecontroleerd of de ingevoerde dag voor de
desbetreffende maand kan worden gebruikt. U kunt dus 31
februari invullen, maar wanneer u deze datum probeert te
valideren, wordt deze genegeerd en wordt de voorgaande
waarde opgeslagen.
3 - STROOMVOORZIENING 3 (LED 7 afbeelding 40)
Indien het LED brandt, is de machine ingeschakeld.
4 - MODUS (LED 8 - afbeelding 40)
Deze LED geeft de huidige bedrijfsmodus aan.
In de normale modus, dus binnen de geprogrammeerde
schema's, knippert de LED.
In de zelfingestelde dagmodus brandt de LED continu en in
de zelfingestelde nachtmodus is de LED uit.
5 - FILTER VUIL (LED 3 - afbeelding 40)
Deze LED geeft aan dat de CLIMATIC™ heeft ontdekt dat het
filter verstopt zit.
6 - ALGEMENE FOUT (LED 9 - afbeelding 40)
Deze LED geeft aan dat er een algemene fout is ontdekt.
Zie ook de sectie "Foutcodes" van deze handleiding.
Pagina 40 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
OVERZICHT INSTELLINGEN
1e Niveau
Min.
Fabriek
Maxi.
0
#
255
0
Wachtwoord voor toegang niveau 2 instellingen en variabelen
1
Temperatuur, vereiste instelling voor ruimte, dagmodus
8.0
21.0
35.0
2
(Alleen bij KP17)
KP17 Afstandsbediening, opheffing, in-bedrijf modus
Uit
Uit
Aan
(Alleen bij KP17)
KP17 Afstandsbediening, opheffing, automatische modus
Uit
Uit
Aan
(Alleen bij KP17)
KP17 Afstandsbediening, opheffing, stand-by modus
Uit
Uit
Aan
5
Fout reset
Uit
Uit
Aan
6
Afstandsbediening, Aan / Uit, unit
Uit
Uit
Aan
7
(Speciale software vereist)
Afstandsbediening, Aan / Uit, afnemer uitvoer KP12/2
Uit
Uit
Aan
0
0
7
3
4
8
(gebruikt voor instellen diverse tijdszones)
Modus, Selectie
0 = Dag
4 = Ochtend
1 = Weekend
5 = Middag
2 = Nacht
6 = Avond
3=
7 = BMS
9
Definieert einde weekend/Begin van week (1 = Zondag, 2 = Maandag, enz)
Modus, dag van de week, start modus
1
#
7
10
(Gebruikt met instelling 8 - modusselectie - om uur starttijd te definiëren)
Modus, uur, start modus
0
#
23
11
Gebruikt met instelling 8 - modusselectie - om minuten starttijd te definiëren)
Modus, minuut, start modus
0
#
59
12
Definieert einde week/Begin weekend (6 = Vrijdag, 7 = Zaterdag, enz)
Modus, dag van de week, einde modus
1
#
7
13
Gebruikt met instelling 8 - modusselectie - om uur eindtijd te definiëren)
Modus, uur, einde modus
0
#
23
14
Gebruikt met instelling 8 - modusselectie - om minuten eindtijd te definiëren
Modus, minuut, einde modus
0
#
59
15
Definieert dagmodus dode zone, andere tijdzones = instelling koeling)
Modus, temperatuur, instelling ruimtekoeling
8.0
#
35.0
16
Definieert dagmodus dode zone (andere tijdzones = instelling verwarming)
Modus, temperatuur, instelling ruimteverwarming
8.0
#
35.0
17
(alleen FLEXY™)
Aan = Absolute luchtvochtigheid (g/kg) / Uit = Relatieve luchtvochtigheid (%)
Uit
Uit
Aan
(alleen FLEXY™)
Modus, relatieve luchtvochtigheid (%), minimale ruimteinstelling vereist
0
#
100
(alleen FLEXY™)
Ruimtemodus, relatieve luchtvochtigheid (%), maximale instelling vereist
0
#
100
(alleen FLEXY™)
Modus, absolute luchtvochtigheid (%), minimale ruimteinstelling vereist
0.0
#
30.0
(alleen FLEXY™)
Modus, absolute luchtvochtigheid (%), maximale ruimteinstelling vereist
0.0
#
30.0
0
#
100
18
19
20
21
22
Modus, Percentage, Minimum verse lucht
23
Modus, Ventilatoractiviteit in regelzone (koelingmodus/verwarmingmodus)
Uit
#
Aan
24
Modus, Ventilatoractiviteit in dode zone
Uit
#
Aan
25
(Speciale uitvoering alleen op bestelling)
Modus, Automatisering ventilator, dode zone
Uit
#
Aan
Uit
#
Aan
26
(alleen FLEXY™)
Modus, Lage snelheid ventilator, regelzone
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 41
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Min.
Fabriek
Maxi.
(alleen FLEXY™)
Modus, Lage snelheid ventilator, dode zone
Uit
#
Aan
(alleen FLEXY™)
Modus, Automatisering lage snelheid ventilator
Uit
#
Aan
(aan = Unit draait tijdens nachtmodus op max. 50% vermogen)
Modus, Weinig geluid
Uit
#
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing, Modus
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing, Lage snelheid ventilator
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing klep met hergebruikte lucht
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing klep met minimum verse lucht
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing klep met verse lucht
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing 50% vullimiet
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing annulering verwarming
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing annulering koeling
Uit
Uit
Aan
(Alleen J-BUS)
Afstandsbediening, opheffing annulering elektrische verwarmingselementen
Uit
Uit
Aan
39
Aan = Elektrische verwarmingselementen tijdens ontdooien
Uit
Aan
Aan
40
(Alleen alarm)
Ruimtetemperatuur, lage instelling
5.0
10.0
20.0
(Alleen alarm)
Ruimtetemperatuur, hoge instelling
20.0
40.0
40.0
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
41
42
Relatieve luchtvochtigheid ruimte (%), lage instelling
0
0
50
43
Relatieve luchtvochtigheid ruimte (%), hoge instelling
50
100
100
44
Absolute luchtvochtigheid ruimte (g/kg), lage instelling
0.0
0.0
30.0
45
Absolute luchtvochtigheid ruimte (g/kg), hoge instelling
0.0
30.0
30.0
46
Temperatuur, Gebogen gradiënt van geanticipeerde snelheid
0.0
10.0
20.0
47
(0 = Start alleen op in "modi" ingestelde tijden, geen aangepaste start
Waarde, Gradiënt van geanticipeerde snelheid
0
12
100
48
Hoeveelheid CO2, Ppm, minimum verse lucht
0
1000
2000
49
Hoeveelheid CO2, Ppm, maximum verse lucht
0
1500
2000
50
Percentage, Opening klep voor verse lucht voor start ventilator
0
10
100
Min.
Fabriek
Maxi.
2e Niveau
51
Maximale temperatuur, vereiste instelling voor ruimte, dagmodus
21.0
27.0
35.0
52
Maximale temperatuur, vereiste instelling voor ruimte, dagmodus
8.0
17.0
21.0
53
(Minimale draaitijd compressor in seconden)
25
180
1800
54
Differentiële temperatuur, ingeschakelde warmte-instelling
0.0
1.0
10.0
Pagina 42 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
Min.
Fabriek
Maxi.
55
Differentiële temperatuur, instelling verwarming tussen 2 trappen
0.1
1.0
10.0
56
Differentiële temperatuur, koelinginstelling ingeschakeld
0.0
1.0
10.0
57
Differentiële temperatuur, koelinginstelling tussen 2 trappen
0.1
1.0
10.0
58
(N.v.t.- alleen speciale optie)
Aan = Compressoren, koelwaterbatterij, ruimteinstelling
Uit
Uit
Aan
Aan = Warmtepomp en/of gas, warmwaterbatterij of elektr. verwarming,
ruimteinstelling
Uit
Aan
Aan
60
Aan = Gas, warmtepomp, ruimteinstelling
Uit
Uit
Aan
61
Aan = Toevoerinstelling aan
Uit
Uit
Aan
62
Tijd, steekproef toevoerinstelling (integratievertraging)
1
10
120
63
Aan = Compressoren, koelwaterbatterij, toevoerinstelling
Uit
Uit
Aan
64
Aan = Warmtepomp en/of gas, warmwaterbatterij of elektr. verwarming,
toevoerinstelling
Uit
Uit
Aan
65
Aan = Gas, warmtepomp, toevoerinstelling
Uit
Uit
Aan
66
(N.v.t.- verwacht) - Gereserveerd
Aan = constante temperatuur aangevoerde lucht via luchtklepmodulatie
Uit
Uit
Aan
(alleen FLEXY™)
Tijd, steekproef luchtvochtigheidsinstelling
1
10
120
(alleen FLEXY™)
Bereik luchtvochtigheid (%), luchtvochtigheidsinstelling
1
5
50
(alleen FLEXY™)
Differentieel luchtvochtigheid (%), verlaging luchtvochtigheid ingeschakeld
1
5
50
(alleen FLEXY™)
Differentieel luchtvochtigheid (%), instelling verlaging luchtvochtigheid
tussen 2 trappen
1
5
50
instelling 72
+2.0
8.0
19.0
instelling 73
+2.0
6.0
17.0
59
67
68
69
70
71
72
Toevoertemperatuur, lage instelling, 1e niveau
Toevoertemperatuur, lage instelling, 2e niveau
73
Toevoertemperatuur, lage instelling, 3e niveau
1.0
2.0
15.0
74
Toevoertemperatuur, hoge instelling, 1e niveau
20.0
40.0
70.0
75
Toevoertemperatuur, hoge instelling, 2e niveau
instelling
74
60.0
70.0
Temperatuur, minimale instelling buitentemperatuur,
(Buitenlucht Instelling 76 = Geen gratis koeling, Min % verse lucht)
0.0
5.0
30.0
Temperatuur, maximale instelling buitentemperatuur,
(Buitenlucht>Instelling 77 = 50 % compressoren UIT bij koeling)
0.0
26.0
60.0
0
60
100
Temperatuur buitenlucht, instelling, 50% compressor
(BuitenluchtInstelling 79 =50% compressorstop)
10.0
12.0
30.0
Temperatuur buitenlucht, instelling, 100% compressor
(BuitenluchtInstelling 80 =Alle compressoren stoppen)
10.0
12.0
30.0
81
Instelling ijsvormingtemperatuur, verdamperbatterij
-5.0
-1.0
3.0
82
Instelling ontdooitemperatuur, verdamperbatterij
5.0
10.0
15.0
83
Vertraging, instelling ijsvorming, verdamperbatterij
1
360
600
84
Temperatuur buitenlucht, instelling, 100% compressor warmtepomp
(BuitenluchtInstelling 84 =Alle compressoren stoppen)
-50.0
-20.0
20.0
8.0
10.0
20.0
76
77
78
79
80
85
(N.v.t.- verwacht) - Percentage, maximum verse lucht
Klepmodulatie ten behoeve van constante temperatuur toevoerlucht
Buitentemperatuur, instelling, toegestane ontdooiing, condensorbatterij
* : LINEA is een andere reeks LENNOX ROOFTOPS. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het verkoopkantoor in uw regio
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 43
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
86
(alleen op LINEA™)* - (R22 = -3, R407C = 1)
Batterijtemperatuur, instelling, toegestane ontdooiing, condensorbatterij
Min.
Fabriek
Maxi.
-10.0
-3.0
6.0
87
Coëfficiënt, bevriezingstijd, condensorbatterij
0
3
12
88
Aantal, herstart condensor, condensorbatterij
1
1
8
89
Lage temperatuur, instelling,
lucht-/watergekoelde warmtewisselaar (niet standaard)
4.0
5.0
20.0
Hoge temperatuur, instelling,
lucht-/watergekoelde warmtewisselaar (niet standaard)
20.0
45.0
46.0
Buitentemperatuur, instelling, 100% afvoer elektrische verwarmer
(Buitenlucht>Instelling 91 = Elektrische verwarmer stopt)
-20.0
10.0
30.0
90
91
92
Registratie-instelling, luchtstroom geblokkeerd
0.0
0.2
5.0
93
Registratie-instelling, verstopte filters
0.0
2.5
5.0
94
Registratie-instelling, ontbrekende filters
0.0
0.5
5.0
95
KP17=aan = Aan/Uit unit
Uit
Uit
Aan
96
Vertraging, sluiten, KP 12-2 "Dag"-invoer
4
60
65535
97
Vertraging, Openen, KP 12-2 "Dag"-invoer
2
300
65535
98
Type unit
0
0
65535
99
Aan = "LINEA™"* serie, Uit = "FLEXY™" serie
Uit
#
Aan
100
Aan = Lage omgevingsoptie gemonteerd
(instellingen 79&80 uitschakelen) (Uit = instellingen 79 & 80 inschakelen)
Uit
#
Aan
(alleen FLEXY™)
Aan = Advanced Control Pack-optie gemonteerd
Uit
#
Aan
101
102
J-Bus, aantal
1
1
10
103
Koppeling, aantal
0
0
7
104
Alle instelwaarden heffen fabrieksmatige
standaard EPROM-waarden tijdelijk op (middelste kolom)
Uit
Uit
Aan
0
0
65535
105
Teststadia (alleen voor testen in fabriek
lle timers op 0)
* : LINEA is een andere reeks LENNOX ROOFTOPS. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het verkoopkantoor in uw regio
Pagina 44 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
OVERZICHT VARIABELEN (juni 2001)
1e Niveau
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
Foutcode
Temperatuur, ruimte
Relatieve luchtvochtigheid (%), ruimte
Temperatuur, buitenlucht
Relatieve luchtvochtigheid (%), buitenlucht
Temperatuur, toevoerlucht
Temperatuur, koelwaterbatterij
Temperatuur, compressor, nr. 1
Temperatuur, compressor, nr. 2
Temperatuur, compressor, nr. 3
Temperatuur, compressor, nr. 4
Temperatuur, condensor, nr. 1
Temperatuur, condensor, nr. 2
Temperatuur, condensor, nr. 3
Temperatuur, condensor, nr. 4
Temperatuur, lucht-/watergekoelde warmtewisselaar, wateruitlaat
Druk, luchtstroom (mb)
Luchtkwaliteitsensor, CO² (ppm)
Druk, compressor, nr. 1
Druk, compressor, nr. 2
Druk, compressor, nr. 3
Druk, compressor, nr. 4
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, unit Uit
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, zelfingestelde in-bedrijfmodus
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, zelfingestelde stand-bymodus
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, 50% belasting
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, verwarming uitschakelen
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, koeling uitschakelen
Spanningsvrij contact, afstandsbediening, lage snelheid ventilatie
Hulpcontact, ventilator blower
Spanningsvrij contact, fout, DAD-kaart, rook ontdekt
Hulpcontact, compressor, nr. 1
Hulpcontact, compressor, nr. 2
Hulpcontact, compressor, nr. 3
Hulpcontact, compressor, nr. 4
Drukschakelaar, compressor, nr. 1, lage druk
Drukschakelaar, compressor, nr. 2, lage druk
Drukschakelaar, compressor, nr. 3, lage druk
Drukschakelaar, compressor, nr. 4, lage druk
Hulpcontact, ventilator condensor, nr. 1
Hulpcontact, ventilator condensor, nr. 2
Hulpcontact, ventilator condensor, nr. 3
Hulpcontact, ventilator condensor, nr. 4
Spanningsvrij contact, lucht-/watergekoelde warmtewisselaar, waterstroomregelaar
Hulpcontact, pomp (warmwaterbatterij - antivriespomp)
Hulpcontact, elektrische verwarmer, nr. 1
Hulpcontact, elektrische verwarmer, nr. 2
Hulpcontact, gasgradatie, nr. 1
Hulpcontact, gasgradatie, nr. 2
Spanningsvrij contact, luchtbevochtiger, fout, bediening & instelling kaart
Spanningsvrij contact, waterlek
Spanningsvrij contact, informatie, diverse oorzaken
Uitvoer, toevoer ventilatie
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 45
GEBRUIK VAN HET KP02 ONDERHOUDSDISPLAY
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
Uitvoer, lage snelheid toevoerventilator
Uitvoer, Afzuiging ventilator
Uitvoer, compressor, nr. 1
Uitvoer, compressor, nr. 2
Uitvoer, compressor, nr. 3
Uitvoer, compressor, nr. 4
Uitvoer, compressor, no. 1, heetgasinjectieklep
Uitvoer, compressor, no. 1, omschakelklep draairichting
Uitvoer, compressor, no. 2, omschakelklep draairichting
Uitvoer, compressor, no. 3, omschakelklep draairichting
Uitvoer, compressor, no. 4, omschakelklep draairichting
Uitvoer, condensorventilator, nr. 1
Uitvoer, condensorventilator, nr. 2
Uitvoer, condensorventilator, nr. 3
Uitvoer, condensorventilator, nr. 4
(alleen FLEXY™) - Uitvoer, pomp
Uitvoer, elektrische verwarmer, nr. 1, 1e niveau
Uitvoer, elektrische verwarmer, nr. 1, 2e niveau
Uitvoer, elektrische verwarmer, nr. 2
Uitvoer gasgradatie, nr. 1, 1e niveau
Uitvoer, gasgradatie, nr. 1, 2e niveau
Uitvoer, gasgradatie, nr. 2
Uitvoer, luchtbevochtiger
Uitvoer, divers
Proportionele actie, economiser
Proportionele actie, koelwaterbatterij
Proportionele actie, warmwaterbatterij
Proportionele actie, elektrische verwarmers, statisch relais
Proportionele actie, luchtbevochtiger
Status, toevoerventilator
Status, klep
Status, koelwaterbatterij
Status, warmwaterbatterij
Status, compressor, nr. 1
Status, compressor, nr. 2
Status, compressor, nr. 3
Status, compressor, nr. 4
Status, condensorventilatoren
Status, pomp
Status, elektrische verwarmers
Status, gas
Status, luchtbevochtiger
Ruimteinstelling, minimale instelling, verwarming
Ruimteinstelling, maximale instelling, koeling
Ruimteinstelling, minimale instelling, verwarming
Ruimteinstelling, maximale instelling, koeling
Instelling, instelling toevoer
Instelling, minimale instelling, verwarming, toevoer
Instelling, maximale instelling, koeling, toevoer
Instelling, minimale instelling, luchtbevochtiging, ruimte
Instelling, maximale instelling, luchtontvochtiging, ruimte
Instelling, minimale instelling, luchtbevochtiging, ruimte
Instelling, maximale instelling, luchtontvochtiging, ruimte
Functie, bedrijfsvoorwaarden
Aan= Speciale software
Versienummer, Software
Pagina 46 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
Met dit display kunt u 1 tot 8 machines bedienen. Het
schematische display met pictogrammen heeft een levendige
en gebruiksvriendelijke interface. Het is een monochroom
vloeibaar-kristaldisplay (LCD) met achtergrondverlichting,
bestaande uit 240 x 128 pixels. Het is voorzien van 2 LED's
en 12 toetsen.
De afstandconsole moet met 4 x 0,5 mm² omvlochten,
afgeschermde kabel op de unit worden aangesloten (max.
lengte is 1000 m).
Plan stroomvoorziening console in 230V/50Hz (500 mA)
De KP01-kaart wordt op de J18-inlaat van de unit aangesloten
met aansluitonderdelen (schroeven…) die bij het console
worden geleverd.
1 - SCHERMTOETSEN MET VARIABELE
FUNCTIES (afbeelding 41)
ONDERDELEN:
1
LCD-SCHERM, 240x128 PIXELS, MONOCHROOM,
ACHTERGRONDVERLICHTING
2
5 TOETSEN VOOR VASTE FUNCTIES
3
7 "SCHERM"-TOETSEN VOOR DIVERSE FUNCTIES
4
LED "AAN"
5
LED "ALGEMEEN ALARM"
Afbeelding 41
Rond het LCD-scherm zitten 7 toetsen:
Het hoofddisplay werkt als volgt:
- Bediening van een reeks interactieve schermen die
toegang geven tot alle informatie en
bedieningsgegevens.
- Continu terugzetting van alle dynamische parameters
die op de diverse schermen worden weergegeven.
- Vasteleggen van opeenvolgende status van vooraf
gedefinieerde variabelen. Hiermee kunnen een analoge
historie en een logboek worden gemaakt.
Een KP07 unit kan op meer dan 8 LENNOX Rooftops worden
aangesloten, mits de software overeenkomt.
De koppeling tussen de controllers en het display is serieel
en volgens het J-BUS-protocol. Eenmaal aangesloten probeert
de unit communicatie met de gespecificeerde machines tot
stand te brengen. Indien er na 3 pogingen geen communicatie
met de Rooftop(s) tot stand is gebracht, wordt de Rooftop
"afgesloten". Op het scherm wordt gemeld dat de verbinding
niet is gelukt. Dit wordt ook in het logboek opgeslagen. Het
display zal vervolgens met regelmatige tussenpozen opnieuw
verbinding zoeken.
De functie van deze toetsen kan per scherm variëren en wordt
op het actieve scherm met een pictogram weergegeven. In
het geval van de toetsen [1], [2], [3] en [4] wordt het pictogram
boven de toets weergegeven. Het pictogram van de andere
3 toetsen [A], [B] en [C] verschijnt links.
Met iedere toets kunt u:
- Doorgaan naar een ander scherm, of
- Een waarde in een bepaalde variabele schrijven.
NB: Voor instelling van het schermcontrast, zie het einde van
dit deel.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 47
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
2 - VASTE TOETSEN (Afbeelding 41)
5 - "MODIFICATIE"-MODUS
De volgende 5 toetsen hebben vaste functies:
In deze modus kunt u de waarden van alle variabelen die op
het actieve scherm worden weergegeven, wijzigen. Dit kan
aan de hand van de 4 toetsen "1", "2", "3" en "4" door vooraf
functies aan hen toe te kennen:
PAGINA OMLAAG:
TOETS / BIJBEHOREND PICTOGRAM
Gaat naar de volgende pagina van hetzelfde
schermtype.
Selecteert de te wijzigen variabele
PAGINA OMHOOG:
Gaat terug naar de voorgaande pagina van hetzelfde
schermtype.
Selecteert het te wijzigen nummer
(Als u herhaaldelijk op de toets drukt, wordt de cursor van
rechts naar links verplaatst door de getallen en blijft uiteindelijk
op het laatste getal van de te wijzigen waarde staan).
STRUCTUUR:
Terug naar eerste scherm (met structuur).
Verhoogt het nummer van 0 tot 9
VORIGE SCHERM:
Bevestigt de huidige verandering.
Terug naar scherm dat hiervoor werd weergegeven
In de "Modificatie"-modus kan de gebruiker:
MODIFICATIE:
Met een druk op deze toets activeert u de "modificatie"modus (zie onder).
- het nummer kiezen van de controller waarvan hij de
variabelen wil zien (indien meerdere LENNOX Rooftops
op hetzelfde KP07 display zijn aangesloten),
- de instellingen bedienen.
U verlaat de "Modificatie"-modus en keert terug naar het
actieve scherm door op de "MODIFICATIE" -toets te drukken.
3 - AAN (LED 4 - afbeelding 41)
NB:
Indien LED brandt, is de machine ingeschakeld.
4 - ALGEMENE FOUT (voyant 5 - afbeelding 41)
Deze LED geeft aan dat er een algemene fout is ontdekt.
- Tijdens de wijziging wordt het scherm niet bijgewerkt.
- Indien een wijziging niet wordt bevestigd, blijft de
voorgaande waarde van de variabele van kracht.
CONTRAST INSTELLEN
Het displaycontrast kan in de "MODIFICATIE"-modus worden
ingesteld:
- U vergroot het contrast door herhaaldelijk op de toets
[A] te drukken.
- U verkleint het contrast door herhaaldelijk op de toets
[B] te drukken.
- Met toets [C] gaat u terug naar het standaardcontrast.
Pagina 48 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
ALGEMENE SCHERMOPMAAK
Samenvatting
Metingen:
Luchtvochtigheid
Grafiek:
Buitentemperatuur
Metingen:
Buitenlucht
Grafiek:
Vochtigheid buitenlucht
Bedrijfsstatus:
Ventilatie
Historie:
Veiligheid & Fouten
Urentellers:
Ventilatie, klant…
Bedrijfsstatus:
Vorst
Historie:
Veiligheid & Fouten
Bedrijfsstatus:
Compressor Nr. 1
Bedrijfsstatus:
Compressor Nr. 2
Bedrijfsstatus:
Compressor Nr. 3
Bedrijfsstatus:
Compressor Nr. 4
Bedrijfsstatus:
Verwarmers
Historie:
Veiligheid & Fouten
Urentellers:
Compressoren
Urentellers:
Ventilator. Condensatoren
Historie:
Veiligheid & Fouten
Urentellers:
Elektrische weerstand
Bedrijfsstatus:
Luchtbevochtiging
Historie:
Veiligheid & Fouten
Urentellers:
Luchtbevochtiger
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 49
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
Wachtwoord:
Niveau 1
Instellingen:
Aan/Uit
Instellingen:
Conditie; Dag
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Conditie; Weekend
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Tijd
Instellingen:
Conditie; Nacht
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Tijd
Instellingen:
Conditie; Ochtend
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Tijd
Instellingen:
Anticipatie
Instellingen:
Conditie; Middag
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Tijd
Instellingen:
Conditie; Avond
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Tijd
Pagina 50 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
Instellingen:
Conditie; BMS
Instellingen:
Aan; Ventilatie
Instellingen:
Bediening; Koud
Instellingen:
Bediening; Warm
Instellingen:
Bediening. ; Luchtontvochtiging
Instellingen:
Bediening; Luchtbevochtiging
Instellingen:
Bediening; Divers
Instellingen:
Limieten; Omgeving
Instellingen:
Afstandsbedieningen
Instellingen:
Limieten; Buiten
Instellingen:
Afstandsbedieningen
Instellingen:
Limieten; Blazen
Instellingen:
Afstandsbedieningen
Wachtwoord:
Niveau 2
Instellingen:
Luchtstroom ; Filters
Instellingen:
Std.-volgorde; Omgeving
Instellingen:
Std.-volgorde; Blazen
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 51
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
INDEX VAN PICTOGRAMMEN
Toetsen
Te wijzigen variabele selecteren
Te wijzigen cijfer selecteren.
Waarde vergroten
Huidige wijziging invoeren.
Ga naar waarden en grafieken temperatuur en luchtvochtigheid.
Ga naar status machinecomponent.
Ga naar diverse berichten.
Ga naar grafiek ruimtetemperatuur.
Ga naar grafiek ruimtevochtigheid (alleen Flexy)
Reset fouten en foutmeters.
Ga naar fouthistorie.
Ga naar werking urentellers.
Ga naar status vorstcomponent.
Ga naar bedrijfsstatus compressor en condensor.
Ga naar bedrijfsstatus verwarmingstoestellen.
Ga naar bedrijfsstatus luchtbevochtiger (alleen Flexy)
Voer wachtwoord in.
Ga naar instellingen bedrijfsconditie.
Ga naar bedieningsinstellingen.
Ga naar veiligheidsinstellingen.
Ga naar Aan/Uit en Uitlaat-instellingen.
Ga naar Aan/Uit-instellingen ventilator.
Ga naar anticipatie instellingen.
Inloggen
Wachtwoord voor inloggen waarmee u naar de instellingen gaat.
Datum en tijd waarop was ingelogd.
Pagina 52 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
Sensors
Temperatuursensor
Luchtvochtigheidsensor
Druksensor
Gegevens circulatie of ruimte
Toevoergegevens
Buitengegevens
Bedrijfscondities
Bedrijfsconditie: Dag
Bedrijfsconditie: Weekend
Bedrijfsconditie: Nacht
Bedrijfsconditie: Ochtend
Bedrijfsconditie: Middag
Bedrijfsconditie: Avond
Bedrijfsconditie: BMS
Bedrijfsstatus
Instelling koelingmodus.
Instelling verwarmingmodus.
Apparaat in handmatige modus (niet toegestaan tijdens bediening)
/
(Aan/Uit) Klantenoptie
/
(Aan/Uit) ventilator blower
/
(Hoog / Laag) Snelheid ventilatie (alleen Flexy)
Filters
/
(Aan/Uit) Verseluchtklep
/
(Aan / Uit) Proportionele koudeklep, koudwaterbatterij
/
(Aan/Uit) Compressor
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 53
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
Compressor ontdooien.
Compressor gestopt in anti-korte cyclus.
/
(Aan/Uit) Condensor
/
(Aan/Uit) Gasgradatie.
Halve gassstroom.
/
(Aan / Uit) Proportionele warmteklep, warmwaterklep.
/
(Aan/Uit) Elektrische verwarmers.
/
(Aan/Uit) Luchtbevochtiger
/
(Aan/Uit) Luchtontvochtiging
/
(Aan/Uit) Pomp
Fouten
Algemeen alarm
/
(Start / Einde)
Communicatie tussen KP07 unit en een CPU-kaart verbroken.
/
(Start / Einde) [081][083][085][086][087][113] [123] [133] [143]
Defecte temperatuursensors.
/
(Start / Einde) [082][084]
Defecte luchtvochtigheidsensor (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [112] [122] [132] [142]
Defecte druktransmitters (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [013][022][096]
Lagetemperatuurlimiet.
/
(Start / Einde) [012][023][097]
Hogetemperatuurlimiet.
/
(Start / Einde) [032]
Lagevochtigheidslimiet (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [033]
Hogevochtigheidslimiet. (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [094]
Fout: alleen van toepassing op klant.
Pagina 54 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BUILDING MANAGEMENT SYSTEM (GBS, GEBOUWBEHEERSSTYSTEEM)
/
(Start / Einde) [091]
Defecte ventilator.
/
(Start / Einde) [001]
Onjuiste luchtstroom
/
(Start / Einde) [099]
Rookfout.
/
(Start / Einde) [004]
Vuile filters.
/
(Start / Einde) [005]
Ontbrekende filters.
/
(Start / Einde) [115][125][135][145]
Defecte hogedruk- of elektrische compressor.
/
(Start / Einde) [117][127][137][147]
Defecte lagedrukcompressor
/
(Start / Einde) [092][093]
Defecte condensors.
/
(Start / Einde) [098]
Defecte waterstroom. (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [041]
Defecte pomp. (alleen Flexy)
/
(Start / Einde) [011]
Defecte elektrische batterijen.
/
(Start / Einde) [014][015]
Defecte gasbrander.
/
(Start / Einde) [031]
Defecte luchtbevochtiger. (alleen Flexy)
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 55
BMS SPANNINGSVRIJE CONTACTSET
Deze optie dient uitsluitend om verbinding met de BMS te
maken met een set vaste contacten.
Hiervoor dienen een KP05-kaart, indien deze niet al geplaatst
is, en een KP12-kaart toegevoegd te worden.
Invoeraansluiting mag uitsluitend een afgeschermde kabel zijn.
Relaislimieten:
• 10A - 250V met weerstandsbelasting
• 4A - 250V met inductieve belasting
Invoer
Functie
Uitvoer
Functie
A
Instructie verschuiving:
Met een 0/20mA signaal kan de ingestelde
temperatuur lineair met 0 tot 10°C worden
verschoven (punt halverwege airconditioning en
instelling
verwarming).
Indien
uw
commandosignaal afwijkend is, kunnen onze
technici u adviseren welke type interface u nodig
heeft voor invoer op de CLIMATIC™
a
Signaal vuil filter
b
Signaal defecte ventilator
c
Signaal defect compressor
d
Signaal defect op gasbrander of elektrisch
element.
e
Signaal toevoertemperatuur hoger dan
instelling (Instelling 74)
f
Signaal toevoertemperatuur lager dan instelling
(Instelling 71)
g
Commando van externe component klant
B
Unit aan/uit (ROOFTOP aan wanneer unit
uitstaat).
C
Contact - nachtwerking ingesteld
D
Contact - dagwerking ingesteld
E
Contact - werking op 50% ingesteld
F
Verwarmingfunctie blokkeren
G
Airconditioningfunctie blokkeren
H
Terugkoppeling informatie van externe
component klant
B
J2 1
J3
KP 12.2
G
D
2
3
H
F
4
5
6
7
J3
+18V
+18V
J1
1
2
KP05
Pagina 56 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
7
8
RL2
RL3
RL4
Com No Com No Com No Com No
a
A
J3
RL1
8
200mA
12V 12V
E
C
b
c
d
RL5
RL6
Com No
Com No
e
f
RL7
RL8
Com No Com No
g
J6
J4
CLIMATIC™ PARAMETERS
De vijf beschikbare tijdperiodes zijn:
AAN - UIT
De unit staat aan als bij instelling 6 (C06) AAN wordt
weergegeven.
Via een vast contact kunt u met een commando op de
afstandsbediening de unit stopzetten.
Op KP12-uitbreidingskaart - zie hoofdstuk over BMScontactset.
WEEKEND
NACHT
OCHTEND
Bij bepaalde uitvoeringen kan middels een CLIMATIC™systeemaandrijver een externe functie bediend worden (optie:
Cliënt).
De Cliëntoptie staat AAN indien instelling 7 (C07) AANstaat.
MIDDAG
AVOND
DEFINITIE VAN TIJDPARAMETERS
Met de CLIMATIC™ kunt u per dag 5 bedrijfszones instellen
naast de passieve zone voor het weekend.
Activering van een periode gaat als volgt:
- automatisch door de CLIMATIC™, indien u deze
tijdparameters per periode heeft gedefinieerd
Indien geen van deze periodes actief is, geldt als periode:
DAG
Een speciale periode:
BMS wordt geactiveerd indien de unit op een
- handmatig ingesteld op de controller (instructies 02/03
en 04 voor KP02).
computernetwerk aangesloten is.
- ingesteld met de BMS-contactset (zie dit hoofdstuk).
- ingesteld middels de computeraansluiting.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Vendredi 22h.
17
18
19
20
21
22
23
24
Lundi 8h.
Vrijdag 22u
Maandag 8u
Met de KP07:
- Ga direct naar het scherm waarop de periode kan
worden gewijzigd, voer de parameters als hieronder
beschreven op het scherm in (zie schermindeling in
hoofdstuk over KP07).
Met de KP02:
- U moet voor de in te stellen periode eerst de instructie
08 definiëren. Voer onderstaande informatie in en keer
terug naar de 08 instructie voor de volgende periode.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 57
CLIMATIC™ PARAMETERS
BESCHRIJVING VAN PARAMETERS
Parameters worden voor de tijdperiode gedefinieerd. Selecteer instelling met instructie 08.
0 = DAG / 1 = WEEKEND / 2 = NACHT / 3 = vrij / 4 = OCHTEND / 5 =MIDDAG / 6 = AVOND / 7 = BMS.
Instructie
Omschrijving
09
Dag van de week van start instelling. Van 1 tot 7, 1 = Zondag.
10
Uur van start instelling
11
Minuten van start instelling
12
Dag van einde instelling.
13
Uur van einde instelling
14
Minuten van einde instelling
15
Instelling in verwarming
16
Instelling in airconditioning
17
Gedefinieerd als de onderstaande hygrometrische waarden worden aangenomen als absoluut (AAN) of relatief (UIT).
18
Minimale relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht (%)
19
Maximale relatieve luchtvochtigheid van de buitenlucht (%)
20
Minimale absolute luchtvochtigheid (%) van de buitenlucht (g/kg droge lucht)
21
Maximale absolute luchtvochtigheid (%) van de buitenlucht (g/kg droge lucht)
22
Relatieve waarde van minimuminstroom van nieuwe lucht (%)
23
Ventilatorwerking in regelzone*. AAN aan UIT uit
24
Ventilatorwerking in neutrale zone*. AAN aan UIT uit
25
Automatische ventilatorwerking in neutrale zone*. In deze zone is de ventilator na werking in de airconditioningmodus
uit. Indien de omgevingslucht na een uur nog altijd in deze zone is, wordt de ventilator opnieuw gestart.
26
Bij AAN wordt de lage ventilatorsnelheid ingesteld in de regelzone*.
27
Bij AAN wordt de lage ventilatorsnelheid ingesteld in de neutrale zone*.
28
Bij AAN wordt automatisch de lage ventilatorsnelheid ingesteld. Als de unit in de airconditioning- of koelingmodus
staat, en er worden minder dan 3 compressoren gebruikt, schakelt de ventilator om in de langzame snelheid.
29
Laag geluidniveau
30
Instructie om werking in huidige instelling in te stellen
* De regelzone wordt gedefinieerd voor een temperatuur onder
de verwarminginstructie of boven de airconditioninginstructie.
De neutrale zone ligt tussen deze 2 waarden.
Instelling
waarde
voor KP02
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
DAG
=0
23.0
19.0
Uit
0
100
0.0
30.0
20
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
WEEKEND
=1
7
22
0
2
6
0
30.0
10.0
Uit
0
100
0.0
30.0
0
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Pagina 58 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
NACHT
=2
22
0
30.0
10.0
Uit
0
100
0.0
30.0
0
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
NB: Het einde van de nachtperiode wordt gedefinieerd door het
begin van de ochtendperiode: definiëring van het einde van de
nachtperiode in onderstaande tabel is dan ook overbodig
OCHTEND
=4
6
0
6
0
23.0
19.0
Uit
0
100
0.0
30.0
0
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
MIDDAG
=5
12
0
12
0
23.0
19.0
Uit
0
100
0.0
30.0
20
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
AVOND
=6
19
0
19
0
23.0
19.0
Uit
0
100
0.0
30.0
20
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
BMS
=7
23.0
19.0
Uit
0
100
0.0
30.0
20
Aan
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
Uit
CLIMATIC™ PARAMETERS
ACTIVERING VAN OCHTENDPERIODE
VERVROEGEN
VOLGORDE VAN COMPONENTEN BIJ
REGULERING
Afhankelijk van de thermische inertie van het gebouw of de
installatie en externe klimaatomstandigheden, kunt u
overschakeling van de nacht- naar de ochtendperiode
vervroegen.
Werking koeling
De vervroegde tijd, in minuten, wordt berekend aan de hand
van de volgende formule:
Vervroegde tijd = (gradiënt begintemperatuur) x
inertiecoëfficiënt
Instelling 58 =
Uit
Klep è Waterbatterij è Compressoren
Instelling 58 =
Aan
Klep è Compressoren è Waterbatterij
Bijvoorbeeld:
- Buitentemperatuur 0 °C
- Gradiënt begintemperatuur start ingesteld op +10 °C
(dus als het buiten onder 10°C is, wilt u de start
vervroegen)
- Inertiecoëfficiënt ingesteld op 12
- Start ochtendperiode ingesteld op 8.30 uur
Onder deze omstandigheden wordt de overschakeling naar
de ochtendperiode vervroegd met: (10 - 0) x 12 = 120 min.
De installatie zal dus om 6.30 uur in plaats van 8.30 uur
aangaan.
Instelling 59 =
Uit
Water- of elektrabatterij è Compressoren è Gas
Instelling 59 =
Aan
Compressoren è Gas è Water- of elektraelement
Instelling 60 =
Uit
Water- of elektraelement è Gas è Compressoren
Instelling 60 =
Aan
Water- of elektraelement è Compressoren è Gas
REGULERING VAN OMGEVINGSLUCHT
Twee vermogensfactoren, één voor koeling (variabele 98),
één voor verwarming (variabele 97), worden berekend conform
het
temperatuurverschil
tussen
instelling
en
referentietemperatuur.
De progressie van deze koeling- en verwarmingvermogensfactoren wordt beperkt door de temperatuurhysteresis en de activatiedifferentiëlen tussen twee trappen.
Indien de hysteresiswaarde 0 is, is de desbetreffende
vermogensfactor niet langer gelimiteerd.
Zie hieronder om de hysteresis en activatiedifferentiëlen in te
stellen.
De vermogensfactoren worden periodiek door de CLIMATIC™
herberekend. De integratietijd (instelling 53) is instelbaar. Deze
parameter is afhankelijk van de luchtbewegingratio van de
unit en temperatuurvariaties in de te koelen/verwarmen
ruimten.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 59
Inversie door
instelling 58
Inversie door
instelling 60
Inertie
100%
Œ
Cp4
75%

Cp4
zone
3-wegafsluiter of
waterbatterij
Cp3
Cp3
Klep
3-wegafsluiter
50%
Ž
Cp2
Cp2
25%

Cp1
Cp1
Min. verse
lucht
0%
Verwarming
instelling 16
Airconditioning
instelling 15
Differentieel in verwarming
Hysteresis in verwarming
Hysteresis in aircond.
Differentieel in aircond.
instelling 55
instelling 55
instelling 56
instelling 57
Afbeelding 79
Π: Gas 2 + Gas 1
 : Gas 2 + 1/2 Gas 1
Ž : Gas 1
 : 1/2 Gas 1
Cp1...Cp4: Compressor nr. 1…4
CLIMATIC™ PARAMETERS
Pagina 60 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
Inversie door
instelling 59
CLIMATIC™ PARAMETERS
REGULERING TOEVOERLUCHT
Regulering van toevoer lucht wordt geactiveerd door instelling
61 op AAN te zetten.
Het voornaamste doel van deze regulering is dat de
temperatuur van de toegevoerde lucht gehandhaafd wordt op
een waarde die dicht bij het gemiddelde van de neutrale zone
ligt, indien regulering omgevingslucht niet geactiveerd is.
Twee vermogensfactoren, één voor koeling (variabele 101),
één voor verwarming (variabele 100), worden berekend
conform het temperatuurverschil tussen instelling en
referentietemperatuur.
De vermogensfactoren worden periodiek door de CLIMATIC™
herberekend. De integratietijd (instelling 62) is instelbaar.
VOLGORDE VAN COMPONENTEN BIJ
REGULERING
Werking koeling
Instelling 63 =
Uit
Klep è Waterbatterij è Compressoren
Instelling 63 =
Aan
Klep è Compressoren è Waterbatterij
Werking verwarming
Instelling 64 =
Uit
Water- of elektrabatterij è Compressoren è Gas
VENTILATORREGELING VIA DE
LUCHTKLEP
De regeling van de luchttoevoer via de luchtklep moet worden
geactiveerd door de instelling 66 op AAN in te stellen.
Het doel van de luchttoevoerregeling via de luchtklep is om
de temperatuur van de toegeleverde lucht op een bepaalde
waarde te brengen, die dicht bij het gemiddelde van de
neutrale zone licht.
Deze functie wordt niet in acht genomen als de
ventilatieregeling actief is.
Een vermogensfactor (variabele 'R_Supply_Damper') wordt
berekend op basis van de verschillen in temperatuur tussen
de instelling en de buitentemperaturen.
De toename van de vermogensfactor wordt beperkt door het
maximumpercentage verse lucht (instelling 78) als de
buitentemperatuur minder is dan de minimum
buitentemperatuur (instelling 76).
De vermogensfactor wordt periodiek door de CLIMATIC™
herberekend. De integratietijd (instelling 62) is instelbaar.
REGULERING LUCHTVOCHTIGHEID
Twee vermogensfactoren, één voor koeling (variabele 105),
één voor verwarming (variabele 104), worden berekend
conform het verschil in relatieve hygrometrie tussen instelling
en referentie relatieve hygrometrie.
De vermogensfactoren worden periodiek door de CLIMATIC™
herberekend. De integratietijd (instelling 67) is instelbaar.
Instelling 64 =
Aan
Compressoren è Gas è Water- of elektraelement
Instelling 65 =
Uit
Water- of elektraelement è Gas è Compressoren
Instelling 65 =
Aan
Water- of elektraelement è Compressoren è Gas
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 61
CLIMATIC™ PARAMETERS
REGULERING ONTVOCHTIGING
3de fase
2de fase
1ste fase
Luchtontvochtiging
Hysteresis
(instelling 69)
Activatiedifferentieel
(instelling 70)
Hysteresis
(instelling 69)
Activatiedifferentieel
(instelling 70)
Hysteresis
(instelling 69)
WARMTEFUNCTIE
REGULERING BEVOCHTIGING
100%
0%
Met deze functie regelt u het gebruik van het economiserregister conform luchtwarmte. Indien de hygrometrie buiten
groter is dan binnen, worden de respectievelijke
warmtewaarden berekend. In overeenstemming met het
verkregen resultaat wordt de invoer van nieuwe lucht
geoptimaliseerd.
Vochtigheidsbereik %
instelling 65
COMPRESSORGERELATEERDE FUNCTIES
Anti-korte cyclus
MINIMUM VERSE LUCHT INSTELLEN
De minimumwaarde voor het openen van de klep voor
buitenlucht kan met een instructie worden ingesteld (zie
configuratie bedrijfszones). Deze waarde wordt direct in een
percentage uitgedrukt.
De CLIMATIC™ beveiligt de compressor tegen frequent
herstarten. Daarom kunnen de compressoren pas opnieuw
gestart worden, nadat ze minimaal zes minuten buiten bedrijf
zijn geweest, zelfs als binnen deze periode de compressoren
opnieuw gestart zouden moeten worden.
Gelijk instellen van de werkingstijden van de
compressor (F-serie)
CO² SENSOR
Indien een CO²-sensor op de unit is aangesloten, wordt de
waarde van het minimum aan verse lucht aan de hand van de
CO²-ratio berekend.
De waarde die door de sensor wordt gemeten, kunt u in
variabele 17 aflezen.
Met het CLIMATIC™-programma kunnen de werkingstijden
van de compressor worden gelijkgesteld
Ontdooifunctie
Op units met warmtepompen en luchtcondensatie zijn de
cyclusinversiefasen geprogrammeerd om het buitenelement
te ontdooien.
100%
De ontdooifunctie wordt geactiveerd afhankelijk van:
- de buitentemperatuur (limiet bepaald met instelling 85),
0 ppm
Instelling
Consigne 48
46
Instelling47
49
Consigne
CO2
2000 ppm
Instelling 48 definieert het aantal ppm die het minimum aan
verse lucht al hebben bereikt. Instelling 49 definieert het aantal
ppm op basis waarvan 100% verse lucht zal worden gebruikt.
Pagina 62 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
- de temperatuur van de batterij (limiet bepaald met
instelling 86),
- het totale gewicht van een ijsvormingconstante
(instelling 87).
ELEKTRICITEIT
De stroomkabel moet zijn aangesloten op de hoofschakelaar
en wordt vanuit de onderzijde van de unit in het elektrische
paneel gevoerd.
Raadpleeg de algemene tekeningen in de documentatie om
de exacte ingangspositie te vinden.
Op de volgende pagina's vindt u verwijzingen naar elektrische
schema's waarmee u de bedrading voor uw apparatuur kunt
selecteren.
Aangezien de schema's gelden voor de volledige lijn, kunnen
ze verwijzen naar items die geen onderdeel van uw levering
vormen.
De omvang van de stroomkabel moet worden berekend met
verwijzing naar de elektrische kenmerken van uw machine.
Wij kunnen niet de doorsnede van de kabel vermelden, omdat
deze direct is gerelateerd aan het type kabel dat u gebruikt,
de afstand tussen de apparatuur en de bron, maar ook de
verschillende factoren met betrekking tot het installeren van
de kabel.
Items
Markering
Pagina
Voeding / Transformatoren .................................................................................................................................................. 64
Activator 100% verse lucht klep .......................................................................................................... 07 ......................... 68
Activator economiser klep ................................................................................................................... 05 ......................... 67
Activator overdrukklep ......................................................................................................................... 06 ......................... 67
Gasbrander ........................................................................................................................... 4.1 4.2 4.3 4.4
Toevoer .......................................................................................................................................................................... 64
Bediening .................................................................................................................................................................... 67/69
Interne bedrading ........................................................................................................................................................ 70/71
Elektrisch batterij ................................................................................................................................ 02
Stroomdraden ............................................................................................................................................................... 64
Bediening ...................................................................................................................................................................... 67
Thermische veiligheid ................................................................................................................................................... 68
Waterbatterij ....................................................................................................................................... 03
3-wegafsluiter ................................................................................................................................................................ 67
Antivriesthermostaat ..................................................................................................................................................... 68
Toevoerventilatoren ............................................................................................................................................................. 64
Condensor ventilatoren / -afvoer ......................................................................................................................................... 65
Afvoer roofcurb ................................................................................................................................... 06
Toevoer .......................................................................................................................................................................... 64
Veiligheid motoren ........................................................................................................................................................ 68
Compressoren
Compressoren ............................................................................................................................................................... 65
Carter verwarming ......................................................................................................................................................... 65
Omschakelkleppen ............................................................................................................................. 01 ......................... 68
Luchtzak ............................................................................................................................................. 14 ......................... 64
FX lekbak elektrisch verwarmingselement ......................................................................................................................... 65
Weergaven
KP02-onderhoud ........................................................................................................................... 11 .......................... 66
KP17-comfort ................................................................................................................................ 12 .......................... 66
Sensors
Temperatuur ruimte ..................................................................................................................... BT10 ........................ 67
Buitentemperatuur ...................................................................................................................... BT11 ........................ 67
Temperatuur waterbatterij ........................................................................................................... BT13 ........................ 67
Luchtvochtigheid ruimte .............................................................................................................. BH10 ....................... 67
Buitenvochtigheid ........................................................................................................................ BH11 ........................ 67
IAQ-sensor ................................................................................................................................... 13 ......................... 67
Druksensor compressor ...................................................................................................................................................... 67
Firestat ................................................................................................................................................ 08 ....................... 68/69
Rookmelder ........................................................................................................................................ 09
CLIMATIC ™ Connexion .......................................................................................................................................... 67/68/69
Bedrading rookmelder ................................................................................................................................................... 72
BMS-contactset ................................................................................................................................................................... 72
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 63
L13
L12
L11
1
3
1
3
5
-Q5
1
3
5
-QE2
1
3
5
-QE1
5
-Q2
1
3
-Q1
-QF1
5
-QG
1
3
6
4
2
1 2
MS1 7.5 kW
MS2 7.5 kW
2
4
6
1
3
5
2
4
6
2
4
6
2
4
6
1 2
1 2
-V2 -V2
3+ 4- 3+ 4-
FOLIO
3/11
FOLIO
3/11
5
-KM1
1
3
12V.H
06
02
TRIAC 18 KW
02
TRIAC 36 KW ....................................72 KW
-KM1
2
4
230V.K
230V.J
T>
PE
FCA/FHA 050...100
FCK/FHK 050...100
S8
08
-B23
1 2
-V1 -V1
3+ 4- 3+ 4-
0.25A
S6 S7
06 07
1
3
5
2
4
6
1
3
5
2
4
6
T>
-KM1
5
S4 S5
04 05
-ME1
-B20
FOLIO
04/7
6
PE
1
3
T>
5
03
5
2
4
6
-B19
12V.G
02
14
-A1
6
PE
2
4
-A1
6
PE
1 2
3 4
5 6
1 2
3 4
5 6
-X3
2
4
12V.F
12V.E
21
PE
1
3
S2 S3
2
4
6
-MS2
20
-E2
-F4
0.8A
10A
S1
01
-E1
30VA
230V
-F3
2.5A
-F2
FOLIO
04/7
-X3
-A1
14
FCA/FHA/FXA
FCK/FHK/FXK
-F1
-KM5
-KE2
1
3
5
6
5
1
3
2
4
-MS1
PE
10VA
12V
-KE1
PE
400V
300VA
30VA
12V
PE
-A1
6
11 12
PE
230V
24V
2
4
6
-KM2
A1 A2
-T1
1
3
6
5
-KM1
2
4
-ZL
2
4
2
4
TRI : 400V 50Hz + T
PA : ... kW
IN : ... A
ID : ... A
1
3
1A
20 21
14
24V.D
24V.G
-MS1
PE
-MS1
-ME1
-MS2
-B19
-B19
-B20
T>
T>
T>
PE
FCA/FHA 050...100
FCK/FHK 050...100
-MS1 5.5 kW
FXA/FXK 025...100
-MS1 5.5 kW
FCA/FHA 120...190
FCK/FHK 120...190
FXA/FXK 025...100
PE
-ME2
-B23
PE
T>
06
-MS1 5.5 kW
-MS2 5.5 kW
FCA/FHA 120...190
FCK/FHK 120...190
-B23
PE
T>
22
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
5
3
1
L3
L2
L1
STROOMSCHEMA
Pagina 64 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
PE
-KM10
2
4
6
1
3
5
2
4
6
2
4
6
-MG3
-MG4
PE
PE
PE
PE
-KM20
-B1
T<
-MC1
2
4
6
-MG2
085.................................FXK 025
085
-MP1
085
-B28
FCA/FHA 085
FCK/FHK 085
100 (*)
100 (*)
FCA/FHA 120
FCK/FHK 120
190 (**)
190 (**)
PE
-MG2
-B82
PE
PE
-MG3
2
4
6
19
-MC1
1
3
5
-MC1
2
4
6
SCROLL
-B83
PE
-MG4
SCROLL
-B84
PE
-E9
FOLIO
FOLIO
PE
190 (*)
190 (*)
-B71
T>
-MC2
PE
FCA/FHA 060
FCK/FHK 060
070 (*)
070 (*)
FCA/FHA 120
FCK/FHK 120
140 (*)
140 (*)
FCA/FHA 050
FCK/FHK 050
070 (**)
070 (**)
FXA/FXK 025
100 (*)
FXA/FXK 110
170 (*)
FOLIO
-E10
FCA/FHA 050
FCK/FHK 050
-MC2
FCA/FHA 100........................................................FCK/FHK 100
PE
-B72
T>
-MC1
PE
-B71
T>
-MC2
PE
-B72
T>
FXA 100.........................................................................FXK 100
FCA/FHA 140................................................................................................................FCK/FHK 140
FCA/FHA 190..................................................................................................................................................................FCK/FHK 190
-B72
T>
-KM9
-KM10
2
4
6
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 65
-B1
T<
FOLIO
4/5
-B74
T>
-B71
T>
-KM14
2
4
6
SCROLL
PE
-KM9
1
3
5
SCROLL
-B81
-KM13
2
4
6
2
4
6
-MG1
170
1
3
5
1
3
5
1
3
5
170...................................................................................................................FXK 110
-KM11
FCA/FHA 160
FCK/FHK 160
-KM9
FCA/FHA 160...........................................................................................................................FCK/FHK 160
-KM11
-MC4
-E54
FCA/FHA 120..................................................................................FCK/FHK 120
FXA 110
PE
-B73
T>
1
3
5
085................FCK/FHK 060
PE
-MC3
-B72
T>
2
4
6
FXA 025
-E53
PE
-MC2
1
3
5
FCA/FHA 060
-E52
-B71
T>
1
3
5
-E51
-E8
2
4
6
2
4
6
2
4
6
-MG1
1
3
5
1
3
5
1 2
3 4
5 6
2
4
-E7
2
4
6
1
3
5
2
4
6
-KM14
-Q10
-KM9
1
3
5
1
3
5
1
3
5
1
3
5
-KM13
-KM12
-KM11
-Q9
1 2
3 4
5 6
-Q25
2A
2
4
6
2
4
6
2
4
6
2
4
6
-Q20
1
3
-Q14
1
3
5
-Q13
1
3
5
-Q12
1
3
5
1
3
5
-Q11
FX (*)
FCK/FHK 120
140 (*)
FCA/FHA 085
FCK/FHK 085
100 (**)
100 (**)
-MC3
PE
-B73
T>
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
STROOMSCHEMA
L13
L12
L11
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
CLIMATIC™ CONTROLLER
+A0
-E32
KP 17
1 2 3 4 J2
TD
RD
12
KP01
11
KP 18
+
4 3 2 1
+ J1
KP17 4 3 2 1
-E31
TxD
RxD
KP 02
RxD
TxD
+
TD
RD
-
12V
12V
J3
-E30
+
1 2 3 4
10FC 10FH
13
15
SW1
SW9
1
J2
2
3
4
CTN
0/20 mA
5
6
KP 05.1
7
8
+18V
+18V
SW1
1
23
45
8 J1
67
SW2
SW3
0V
+5V
J24
J25
23
45
67
8
SW5
1
2
3
4
6
7
J22
KP01
TxD
RxD
+
J26
+18V
J21
+18V
J17
TxD
RxD
+
SW5
1
DIALOGUE
43 21
43 21
J22
J18
J14
J15
8
J10
Nf C No Nf C No Nf C No Nf C No Nf C No Nf C No Nf C No Nf C No
J11
J2
J3
J4
J5
J6
J7
12V
ALIM. EXT
ALIM. INT
T
R
F1
160mAT.
J13
KP 01
CTN
0/20 mA
EXTENS
J19
12V
SW2
SW3
-E28
F3
J8 4AT
-E20
1
23
45
67
SW1
KP 12.1
8
RL1 RL2 RL3 RL4 RL5 RL6 RL7 RL8
J2
12V
12V
200mA
1
J3
5
C No C No C No C No C No C No C No C No
J4
FCA/FHA 120
J1
FXA 110
-E29
23
45
67
SW1
KP 12.2
8
RL1 RL2 RL3 RL4 RL5 RL6 RL7 RL8
J2
12V
12V
200mA
2
1
J3
C No C No C No C No C No C No C No C No
J4
J1
-E29.2
Pagina 66 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
15
190..............FCK/FHK 120
190
170...............................FXK 110
170
+18V
LINK
J13
KP01
+5V
24V.C 01
24V.D 02
KP 05
DIAL
+
-
J17
0/10V
J17
+
-
1
+
2
41
-KM11
-X7
200
-KM12
3
42
+
-X5
44
5
-B52
P<
-B51
P<
-X5
43
-X5
48
4
02
19
-X5
143
-KM20
-X5
142
-X5
48
3+ 4-
3+ 4-
3+ 4-
3+ 4-
1 2 1 2
-V2 -V2
1
1
12 1 2
-V1 -V1
40
-KM1
J21 J26
0/10V
24V
0 10V 24V
DC
AC
-YV2
1
2
3
-X1 -X1 -X1
71 02 01
03
J1
1
0/4mA
mA
+
45
14
J3
13
14
13
138
0
7
44
+
-X5
48
-
S
-KM9
2
2
-X5
138
143
02
6
45
-KE1
V
13
14
+
S
8
-X4
47
-X4
48
142
Y
1
SI KP05
-X5
83
-MR1
24V
J25
09
-KA3
142
-X5
142
-
-X5
76
-BT10
24V
-X1 -X1 -X1
01 72 02
3
3
-X5
136
136
2
2
2
-BT12
05
3
3
-X5
142
137
-
-BT11
4
4
5
5
24V
-BT91
-MR4
24V
-X3 -X3 -X3
01 72 02
4
4
142
10FH
-X5
137
-BH10 4
5
-
-BT92
6
6
01
-MR4
24V
7
73
24V
-X3 -X3 -X3
01 72 02
6
-KM1
-BT93
-
83
6
83
06
8
84
-KM5
124
-B13
73
01
6
73
74
+IN
-BG0
13
14
OUT
+18V
0V
13
14
13
14
24
21
GND
10FC
84
-BT94
J24
+18V
124
7
7
A1
-KT1
KP02
15
06
14
01
18 16
-KM5
A2
-BH11 3
TxD
13
+18V
A4
A2
0V
2
RxD
15
J22
+5V
142
KP07
8
0V
COMFORT SETPOINT
(GTC-4-20mA)
RxD
142
+5V
J18
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
INVOER CLIMATIC™ CONTROLLER
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 67
TxD
24V.C
-X1
32
01
-X1
01
18
-MR3
-X1
31
16
15
14
06
-KM1
-KA3
-KM13
3
172
+
-KM10
-KM11
4
173
-KM12
5
+
6
-X5
175
P<
P<
-X5
174
-B54
-B53
-X5
178
7
+
178
-X5
178
-KM9
8
RL1
-YV12
RL2
-X1
93
T>
-X7
28
T>
-X7
27
-B26
RL3
-KM20
RL4
-KE1
-X1
152
T>
-X1
151
-B83
P>
-X1
150
-B43
-X1
162
T>
-X1
161
-B84
P>
-X1
160
-B44
-X1
157
-X1
156
-B74
T>
-X1
155
-B73
J7
-KM1
02
-X1
155
-X1
155
-YV13
P>
P>
-X1
-X1
02
02
-B63 -B64
-YV14
-X1
01
-X1
154
Com No
RL5
Nc Com No
01
-KE2
J3 Com No Com No Com No Com No
-YV11
-X1
01
-X1
54
-X1
92
-B28
19
T>
-KM10
2
-KM13
-X5
178
-X1
57
T>
-X1
56
-B72
T>
-B71
-X1
55
-X1
55
-X7
26
-B25
Nc Com No
-KM14
+
-X3
22
T>
-X3
21
-B24
T>
-X1
62
T>
P>
P>
01
J6
-KM13
1
06
-X1
52
T>
-X1
20
-X2
20
-B23
T>
-X1
61
-B81
-X1
02
-B62
Nc Com No
-X1
02
-B61
J5
-KM2
J2
-X5
177
-X1
24
-X1
51
-B81
-X1
19
-B20
Nc Com No
-KM1
07
02
KP12.1
J3
10FC
-X5
10FH 178
-X4
23
-X4
39
09
08
P>
T>
-X1
60
-B42
J4
-KT1
-X1
33
24V.D
05
12V 12V
06
-KM2
01
-X1
25
-X4
24
-X3
24
-X1
50
-B41
-X1
02
-B19
Nc Com No
A2
15
-X1
85
-B16
FIRE
DETECTION T>
-X1
25
J3
A1
A2
24V.C
-KT1
T<
-B14
T<
03
-X3
25
Nc Com No
A1
A2
16
31
A2
A1
A2
18
06
14
A4
A1
A2
2
3
2
3
1
-B15
A1
A2
-X1
86
11
02
12
J2
14
Nc Com No
A1
A2
24V.D
J1
A1
A2
05
A1
A2
12V 12V J11
200mA
13
14
A1
A2
A1
06
13
A1
A2
63
64
F*
12V.G
A4
13
14
12V.H
14
12V.G
FAILURE
HU
A2
-KM1
10FC
10FH
Com No
RL6
12V
04
F3
RL8
03
12V
J10
ON HU
-X2 -X2
307 308
Com No Com No
RL7
ON TRANSFER
-X2
303
-X2
304
ALARM
-X2
302
Nc Com No
-X2 -X2
300 301
J8
12V.F
A1
12V.E
A2
Pagina 68 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
A1
12V.H
A2
53
54
KP 01
J14
J4
J15
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
UITVOER CLIMATIC™ CONTROLLER
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
DAD
19
-E11
F1
N
Ph
2
3
1
Cde
2
-
+
3
4
R
DIST.
5
6
5
WEERSTAND 1/4W
3,9 K of 4,7 K
F2
M
BBG
LEED
6
5x20
500mAT
5x20
500mAT
1
-B2
F1 6.3x23
100mAT
DETECTION
REPORT
-
+
T
R
C
7
8
9
10
11
R
2
1
+
-
-X4
07
196
08
-X4
230V.J
230V.K
197
-X4
-KA3
24
14
12
195
FOLIO
4/8
11
194
-X4
A1
23
-X4
39
-KA3
A2
-X4
24
48
21
-KA3
-X4
FOLIO
3/18
47
RS 232
16
4
3
2
1
+
0V
RxD
TxD
J18
DB9
Contrastekker
4
3
2
1
+
0V
RxD
TxD
J22
KP01
Units 2,3,4,5,6,7,8
4
3
2
1
2 3 4 5
+
0V
RxD
TxD
J8
2 3 4 5
4
3
2
1
RxD 1
TxD 2
0V 3
+ 4
DB9
Stekker
KP01
Unit 1
J2
D3
D2
+
0V
RxD
TxD
J22
RS232
RxD
TxD
0V
G1
2 3 4 5
J4
DB9-contrastekker
PC
T1
J1
230V
PE
230V
D1
F1
230V
AC
RS 232/KP01
Interface
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 69
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
KP07
Voorzien bij klant
230V-50Hz-0,5A
936
18
937
L1
N
1
230VAC
KP07
F1
J1
QF70
0.5A
TRANSFO.
3
2
CPU
KP07/KP01
INTERFACE
COM
12Vac
J22
CPU
RD TD
1
1
J43
CLIJ18
KP07 J22
KP01
J22
+
TxD
RxD
0V
TxD
RxD
0V
+
102
KP07 J22
J18
Pagina 70 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
230
V
12
T.KP07
C1
40VA
102
103
102
1
J4
J10
- +
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
GTC
CL06.2
BMS
17
1
J2
J16
U9
VRF1
12
11
10
RELAY SPST
12V 50mA
9
RxD
TxD
GND
2
3
U7
J3
6
5
1
1
RxD
TxD
GND
VRF1
2
3
8
7
SW3
SW4
5
LD4
LD3
VRF1
LD2
J4
SW2
SW1
5
1
1
4
3
U3
VRF1
J15
0V OPTO
2
1
12
11
10
9
0V OPTO
8
7
6
5
F1 5x20
2A
SW5
0V OPTO
3
0V OPTO
T2
4
2
1
J14
T1
LD1
KP01
SNELHEIDSCONFIGURATIE VIA SW-SW2
SW1
2.3
2.3
1.2
1.2
SW2
2.3
1.2
2.3
1.2
9600
4800
2400
1200
SNELHEID
CONFIGURATIE RS232- OF RS485-KOPPELING
SW3
SW4
SERIE
1.2
2.3
1.2
2.3
RS485
RS232
TxD
RxD
J18
0V
+
TxD
RxD
J22
0V
+
0V
+
RxD
TxD
J18
TxD
RxD
TxD
RxD
0V
+
J22
0V
+
GND
J7
KP01
F1
1A-zekering
J2
Geheugenformaat:
8K (positie 1.2)
32 K (positie 2.3)
J3
SUBD 9-punts stekkeraansluiting - RS232-koppeling
J4
SUBD 9-punts stekkeraansluiting - RS485-koppeling
J7
Phoenix 3-punts stekkeraansluiting - 230V voeding
J14
4-punts stekkeraansluiting - CLIMATIC™-koppeling
J15
ON OFF ingang 12-punts stekkeraansluiting
J16
ON OFF uitgang 12-punts stekkeraansluiting
LD1 koppeling 6V voedingscontrole-LED
LD2 Dialoogcontrole-LED
RS232 SERIËLE KOPPELING:
RS232-koppeling wordt gebruikt voor kleine afstanden.
Alleen een masterapparaat kan worden aangesloten op deze
koppeling.
RS485 SERIËLE KOPPELING
Gebruikt voor lange afstanden (maximaal 1000 meter).
Maximaal 31 apparaten kunnen zijn aangesloten (1 daarvan
is de master)
LD3 Stroomvalcontrole-LED
LD4 5V voedingscontrole-LED
SW1 Configuratiesnelheid
(9600, 4800n 2400 of 1200 baud)
SW2 Configuratiesnelheid
(9600, 4800n 2400 of 1200 baud)
SW3 TxD Signal (RS232-configuratie (positie 2-3)/RS485
(positie 1-2)
SW4 RxD Signal (RS232-configuratie (positie 2-3)/RS485
(positie 1-2)
SW5 +10C-converter (positie 1-2)
U7
CL06-programma Eprom
U9
Configuratie Eprom
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 71
+18V
06
05
12V 12V
J3
KP12.2
J1
12V.H
12V.G
J2
1
Afstandsbediening stoppen
+
-
Comfort
instelling
(4-20mA)
1
200mA
Afstandsbediening nacht
2
3
Afstandsbediening dag
+
Belastingslimiet 50%
4
5
Verwarming uitschakelen
+
Koeling uitschakelen
6
7
+
Klantstatus
8
RL2
RL3
Compressoralarm
RL4
Gasverwarmingsalarm of alarm
voor elektrische verwarming
RL1
Ventilatoralarm
J3 Com No Com No Com No Com No
Filteralarm
Alarm voor hoge temperaturen
Com No
RL5
Alarm voor lage temperaturen
Com No
RL6
RL7
RL8
Gebruikers bediening
Com No Com No
Luchtbevochtiger alarm
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
GTC
J3
KP05
Pagina 72 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
+18V
J4
15
ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
G43x60 L = 355 mm
G43x60 L = 700 mm
G43x60 L = 1010 mm
-X6
-X1 -X2 -X3
-X4
G43x60 L = 1200 mm
KP17.1
FCA/FHA 050
FCK/FHK 050
G60x80
L = 100 mm
-X3
-X2
-X1
G60x80 L = 475 mm
G60x80 L = 1040 mm
G60x80 L = 505 mm
-X4
G60x80 L = 445 mm
Aansluitpunt
Geaard aansluitpunt
G30x80 L = 1315 mm
KP17.1
G60x80 L = 1160 mm
G60x80
L = 180 mm
G30x80
L = 150 mm
FCA/FHA 060.......190
FCK/FHK 060.......190
FXA/FXK 035.......170
Q
11
Q
12
43x80 L = 680 mm
-K
-A1
M1
-K -K -K
M11 M12 M9
Q
9
-Z3
-Z2
43x80 L = 330 mm
Q
E1
43x80 L = 330 mm
20
Q
1
-Z1
-QG
43x80 L = 330 mm
60x80 L = 895 mm
60x80 L = 895 mm
KP17.1
FXA/FXK 025.030
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 73
ITEMOVERZICHT ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
+A0 ......... CLIMATIC™ controller
+A1/+A2 .. Condensorunit 1 / Condensorunit 2
+A3/+A4 .. Condensor 1 / Condensor 2
-A1 .......... Langzame starter
-B1 .......... Uitwendige luchtthermostaat
-B2 .......... Rookmelderkop
-B3 .......... RC-circuit
-B4/B5 ..... Ionisatiesensor gasverdeelstuk
-B6/-B7 .... Ontstekingselektrode gasverdeelstuk
-B11 ......... Waterstroomschakelaar
-B13 ........ Drukschakelaar/doorstroomsnelheid verstopte luchtfilter
-B14 ........ Antivriesthermostaat warmwaterbatterij
-B15 ........ Antivriesthermostaat warmwaterbatterij
-B16 ........ Brandthermostaat
-B17/18 ... Minimumgasdrukschakelaar gasverdeelstuk
-B19/20 ... Ventilatormotor -MS1/-MS2 stoptherme
-B21/22 ... Luchtdrukschakelaar rookafvoer gasverdeelstuk
-B23/24 ... Afzuigventilatormotor -ME1/-ME2 stoptherme
-B25/26 ... Elektrische batterij -E1/-E2 veiligheids-klixon
-B27 ........ Elektrische batterij -E3 veiligheids-klixon
-B28 ........ Circulatiepomp -MP1-motor stoptherm
-B29/30 ... Doorstroomsnelheid gasverdeelstuk veiligheids-klixon
-B31 ........ Water overlast detectie
-B32/33 ... Flashback gasverdeelstuk veiligheids-klixon
-B41/42 ... Compressor -MG1/-MG2 hogedruk veiligheidsschakelaar
-B43/44 ... Compressor -MG3/-MG4 hogedruk veiligheidsschakelaar
-B45/46 ... Gasverdeelstuk 1 / gasverdeelstuk 2 regulering-klixon
-B51/52 ... Compressor -MG1/-MG2 lagedruk veiligheidsschakelaar
-B53/54 ... Compressor -MG3/-MG4 lagedruk veiligheidsschakelaar
-B61/62 ... Compressor -MG1/-MG2 hogedruk bedieningsschakelaar
-B63/64 ... Compressor -MG3/-MG4 hogedruk bedieningsschakelaar
-B71/72 ... Condensor -MC1/-MC2 ventilatormotor stoptherme
-B73/74 ... Condensor -MC3/-MC4 ventilatormotor stoptherme
-B81/82 ... Scrollcompressor -MG1/-MG2 beveiligingsmodule
-B83/84 ... Scrollcompressor -MG3/-MG4 beveiligingsmodule
-B91/92 ... Drukschakelaar 4 /20ma compressor -MG1/-MG2
-B93/94 ... Drukschakelaar 4 /20ma compressor -MG3/-MG4
BCD ........ Condensorbatterij
BEC ......... Warm water batterij
BEG ........ Koelwater
BEV ......... Verdamperbatterij
-BG10 ..... Hygiënesensor
-BH10 ...... Regelaar hygrometrische sensor
-BH11 ...... Uitwendige hygrometrische sensor
-BT10 ...... Regelaar temperatuursensor
-BT11 ...... Uitwendige temperatuursensor
-BT12 ...... Temperatuursensor ventilator
-BT13 ...... Temperatuursensor koelwater
-BT14 ...... Temperatuursensor 1-snelheidsregelaar condensor
-BT15 ...... Temperatuursensor 2-snelheidsregelaar condensor
-BT16 ...... Antivriessensor warmtewisselaaruitlaat
-BT21/22 . Antivriestemperatuursensor compressor 1-2
-BT23/24 . Antivriestemperatuursensor compressor 3-4
-BT91/92 . Ontdooitemperatuursensor compressor 1-2
-BT93/94 . Ontdooitemperatuursensor compressor 3-7
BTP1/2 .... -MG1/-MG2 compressoraccumulator
BTP 3/4 ... -MG3/-MG4 compressoraccumulator
CL06.2 .... JBUS
DT ........... Thermostatische expansieklep
EEH ......... Horizontale water warmtewisselaar
EEV ......... Verticale water warmtewisselaar
-E1/2 ....... Verwarmingselement -E1/E2
-E3 .......... Verwarmingselement -E3
-E4 .......... Luchtbevochtiger -E4
Pagina 74 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
-E7/8 ....... Antivries-straalverwarming warm water batterij
-E9/10 ..... Antivriesverwarming
-E11 ......... Printplaat rookmelder
-E12 ........ Luchtbevochtiger -E4 elektroden
-E13 ........ Waterlek elektrode
-E14 ........ Bedieningskast brander
-E15 ........ Stoomluchtbevochtiger -E4 printplaat
-E16 ........ Stoomluchtbevochtiger -E4 printplaat 0/10V
-E20 ........ CPU-kaart KP01
-E21 ........ Aan/Uit-ingangskaart KP03
-E22 ........ Aan/Uit-uitgangskaart KP08.1
-E23 ........ Analoge uitgangskaart KP04.1
-E24 ........ Analoge uitgangskaart KP04.2
-E25 ........ Analoge uitgangskaart KP04.3
-E26 ........ Analoge uitgangskaart KP04.4
-E27 ........ Aan/Uit-uitgangskaart KP08.2
-E28 ........ Ingangskaart 4/20mA KP05.1
-E29.1.2 .. Ingang-uitgangskaart KP12
-E30 ........ Digitale console KP02
-E31 ........ Digitale console KP17
-E51/52 ... Compressor -MG1/-MG2 carterverhitter
-E53/54 ... Compressor -MG3/-MG4 carterverhitter
FCO ........ Watercircuitfilter
FD ........... Droogfilter
FDB ......... Ontvanger koelfilter
FDW ........ Dubbele stroom koelfilter
-F1 ........... Secundaire circuit -T1 128VA / 24V beschermingszekering
-F2 ........... Secundaire circuit -T1 30VA / 12V beschermingszekering
-F3 ........... Secundaire circuit -T1 6VA / 12V beschermingszekering
-F4 ........... Secundaire circuit -T1 36VA / 24V beschermzekering
-KA31/32 . Relais gasbranderfout
-KA41/42 . Relais gasbranderfout
-KA3 ........ Relais rookfout
-KA4 ........ Relais lage snelheid / hoge snelheid
-KE1/2 ..... Verwarmingselement -E1/E2 schakelaar
-KE3 ........ Verwarmingselement -E3 contactor
-KE4 ........ Schakelaar stoomluchtbevochtiger E4
-KM1/2 .... Ventilatormotor -MS1/-MS2 schakelaar
-KM3 ....... Lagesnelheidschakelaar ventilatormotor
-KM4 ....... Schakelaar sterkoppeling
-KM5/6 .... Afzuigventilatormotor -ME1/-ME2 schakelaar
-KM7 ....... Lagesnelheidschakelaar afzuigventilatormotor
-KM8 ....... Schakelaar sterkoppeling
-KM9/10 .. Schakelaar condensor 1 / condensor 2 ventilatormotor
-KM11/12 . Compressor -MG1/-MG2 schakelaar
-KM13/14 Compressor -MG3/-MG4 schakelaar
-KM15 ..... Schakelaar condensor 2 ventilatormotor
-KM20 ..... -MP1 schakelaar circulatiepomp
-KM21/22 Schakelaar gasverdeelstuk 1 - gasverdeelstuk 2
-KT1 ........ Timing herhalen
-MC1/2 .... Condensor -MC1/-MC2 ventilatormotor
-MC3/4 .... Condensor -MC3/-MC4 ventilatormotor
-ME1/2 .... Afzuigventilatormotor -ME1/-ME2
-ME3/4 .... Afzuigventilatormotor -ME3/-ME4
-MG1/2 .... Compressor -MG1/-MG2
-MG3/4 .... Compressor MG3/MG4
-MP1 ....... Motor circulatiepomp
-MR1 ....... Motor economiserklep
-MR2 ....... Motor ventilatorklep
-MR3 ....... Motor verse luchtklep
-MR4 ....... Motor afzuigklep
-MR5 ....... Motor hergebruikte luchtklep
-MR6 ....... Motor verdeelde luchtklep
-MS1/2 .... Ventilatormotor -MS1/-MS2
ITEMOVERZICHT ELEKTRISCHE BEDR
ADINGSCHEMA
'S
BEDRADINGSCHEMA
ADINGSCHEMA'S
-Q1/2 ....... Ventilatormotor -MS1/-MS2 beveiliging
-Q5 .......... Afzuigventilatormotor -ME1/-ME2 beveiliging
-Q9 .......... Condensor -MC1/-MC2 beveiliging ventilatormotor
-Q10 ........ Condensor -MC3/-MC4 beveiliging ventilatormotor
-Q11/12 ... Compressor -MG1/-MG2 beveiliging
-Q13/14 ... Compressor -MG3/-MG4 beveiliging
-Q15 ........ Condensor -MC2 beveiliging ventilatormotor
-Q20 ........ Beveiliging circulatiepomp -MP1
-Q25 ........ Beveiliging carterverhitter
QCC ........ Snelontgrendelingskoppeling
-QF1 ........ Primaire circuitbeveiliging -T1
-QF2 ........ Primaire circuitbescherming -T3
-QF3 ........ Secundaire circuitbeveiliging -T3
-QF4 ........ Primaire circuitbeveiliging -T4
-QG ......... Hoofdschakelaar
-QG1/2 .... Hoofdschakelaar condensor 1 / condensor 2
-QE1/2 .... Verwarmingselement -E1/E2 beveiliging
-QE3 ........ Verwarmingselement -E3 beveiliging
-QE4 ........ Beveiliging stoomluchtbevochtiger E4
-RL .......... Vloeibare ontvanger
-SAT ........ Hoofdafsluiter
-SA1 ........ Luchtbevochtiger -E4 AAN/UIT-schakelaar
-SA2 ........ Luchtbevochtiger -E4 aftapschakelaar
-SB1 ........ Noodstop
-T1 ........... Transformator bedieningscircuit 400V/24V/12V/12V/230V
-T3 ........... Transformator netvoeding brander 400V / 230V
-TI4 .......... Stroomvoorziening transformator luchtbevochtiger -E4
UF ........... Koelunit
UT ........... Luchtbehandelingsunit
U1 ........... Interface
VAM ........ Handmatige afsluiter
VL ............ Vloeibare indicator
VRM ........ Handmatige regelafsluiter
-V1 .......... Statische schakelaar elektrische batterij
-V2 .......... Statische schakelaar elektrische batterij
-V2VP ..... Drukgeschakelde 2-wegafsluiter
-V3VP ..... Drukgeschakelde 3-wegafsluiter
-Y1 .......... Reset-elektromagneet gasverdeelstuk N1
-Y2 .......... Reset-elektromagneet gasverdeelstuk N2
-YR .......... Elektro-afsluiter laden luchtbevochtiger -E4
-YV .......... Elektro-afsluiter afvoer luchtbevochtiger -E4
-YV1 ........ 3-wegafsluiter gekoeld water
-YV2 ........ 3-wegafsluiter heet water
-YV11/12 . Compressor -MG1/-MG2 cyclusomkeerafsluiter
-YV13/14 . Compressor -MG3/-MG4 cyclusomkeerafsluiter
-YV31/32 . Brander elektromagnetische gasafsluiter
-YV41/42 . Elektromagnetische veiligheidsafsluiter gasverdeelstuk
-YV51/52 . Elektromagnetische hoofdafsluiter gasverdeelstuk
-YV61 ...... Compressor -MG1 elektromagnetische afsluiter heetgasinjectie
-YV71/72 . Compressor -MG1/-MG2 elektromagnetische vloeistofafsluiter
Z* ............ Capaciteit weerstandcircuit
Merk afgeschermde kabel
-Fil 0.5 mm²
Koppelingen te voorzien door de installateur
-X4
Aansluitstrip rookmelder
-X5
Extra aansluitstrip
-X1
Hoofdaansluitstrip
-X2
-X3
Aansluitstrip/klantverbinding
WAARSCHUWING
Alle contacten en batterijen die op lokatie worden aangesloten
en die over CLIMATIC™-invoer beschikken, moeten zijn
uitgerust met een RC-circuit.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 75
BEVEILIGING EN FOUTCODES
000
Geen fout
001
004
005
Storing luchtstroom
Vuile filters
Ontbrekende filters
011
012
013
Defecte batterijen elektrische verwarmer
Temperatuur toevoerlucht te hoog
Temperatuur te laag
014
015
022
Defect gasbrander nr. 1
Defect gasbrander nr. 2
Temperatuur toevoer te laag
023
031
032
033
Ruimtetemperatuur te hoog
Defecte luchtbevochtiger
Luchtvochtigheid ruimte te laag
Ruimtetemperatuur te hoog
041
081
082
Defecte pomp
Defecte sensor retourlucht of ruimtetemperatuur
Defecte sensor retourlucht of relatieve luchtvochtigheid ruimte
083
084
085
Defecte buitentemperatuursensor
Defecte sensor relatieve luchtvochtigheid buiten
Defecte sensor toevoerluchttemperatuur
086
087
091
092
Defecte temperatuursensor koudwaterkringloop
Defecte temperatuursensor watercondensoruitlaat
Defecte blowerventilator
Defecte condensor: systeem 1 of 2
093
094
095
Defecte condensor: systeem 3 of 4
Gebruikersfout
Waterlek
096
097
098
Temperatuur condensorwater te laag
Condensorwater te warm
Defecte waterstroom
099
111
112
Fout: rook
Defecte condensatie temperatuursensor nr. 1
Defecte druktransmitter nr. 1
113
115
117
121
Defecte
Defecte
Defecte
Defecte
122
123
125
Defecte druktransmitter nr. 2
Defecte vorsttemperatuursensor nr. 2
Defect hoge druk of defect stroomvoorziening compressor nr. 2
127
131
132
Defecte lagedrukcompressor nr. 2
Defecte condensortemperatuursensor nr. 3
Defecte druktransmitter nr. 3
133
135
137
141
Defecte vorsttemperatuursensor nr. 3
Defect hoge druk of defect stroomvoorziening compressor nr. 3
Defecte lagedrukcompressor nr. 3
Defecte condensortemperatuursensor nr. 4
142
143
145
Defecte druktransmitter nr. 4
Defecte vorsttemperatuursensor nr. 4
Defect hoge druk of defect stroomvoorziening compressor nr. 4
147
Defecte lagedrukcompressor nr. 4
vorst vermogens temperatuursensor nr. 1
hogedruk of defecte stroomvoorziening compressor nr. 1
lagedrukcompressor nr. 1
condensortemperatuursensor nr. 2
Pagina 76 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BEVEILIGING EN FOUTCODES
De volgende tekst bevat verwijzingen als [C11] en [V25]. Deze hebben betrekking op de drempelnummers of variabele
drempelnummers die met betrekking tot de KP02- unit worden gebruikt.
Onjuiste Luchtstroom
001
Indien het drukdifferentiaal van de analoge sensor [V16] langer dan 20 seconden lager is dan
de ingestelde waarde [C92] en de blowerventilator anderhalve minuut of langer heeft gewerkt,
wordt de luchtstroombeveiliging geactiveerd en stopt de ventilatie.
De luchtstroombeveiliging stopt na anderhalve minuut automatisch en wordt na 3 onderbrekingen
op één dag automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten.
De onderbrekingsteller wordt dagelijks om 20:00 uur opnieuw ingesteld indien er niet meer dan
3 storingen zijn geweest.
Vuile filters
004
Indien het drukdifferentiaal van de analoge sensor [V16] langer dan een minuut hoger is dan de ingestelde
waarde [C93], geeft de CLIMATIC™ aan dat de filters vuil zijn. De unit wordt niet stopgezet.
Ontbrekende filters
005
Indien het drukdifferentiaal van de analoge sensor [V16] langer dan een minuut lager is dan de ingestelde
waarde [C94], geeft de CLIMATIC™ aan dat de filters ontbreken. De unit wordt niet stopgezet.
BEVEILIGING TOEVOERLUCHTTEMPERATUUR
Bovengrens toevoerluchttemperatuur
1e Beveiligingsniveau
Indien de temperatuur van de toevoerlucht hoger dan of gelijk is aan de ingestelde waarde
[C74], wordt deze door het warmtecontrolesysteem geleidelijk verlaagd. De controlecyclus
werkt toe naar een temperatuur 3°C onder deze ingestelde waarde.
2e Beveiligingsniveau
012
Indien de temperatuur van de toevoerlucht hoger of gelijk is aan de ingestelde waarde [C75],
wordt de beveiliging geactiveerd. Het beveiligingssysteem stopt automatisch bij een temperatuur
van 3°C onder deze ingestelde waarde.
Aanvoertemperatuur te laag
1e Beveiligingsniveau
Indien de temperatuur van de toevoerlucht hoger of gelijk is aan de ingestelde waarde [C71],
wordt het koudecontrolesysteem ingeschakeld om de temperatuur geleidelijk te verlagen. De
controlecyclus werkt toe naar een temperatuur 3°C boven deze ingestelde waarde.
2e Beveiligingsniveau
Indien de temperatuur van de toevoerlucht lager dan of gelijk is aan de ingestelde waarde
[C72], schakelt de unit de verseluchtdemper automatisch in de stand "alle lucht hergebruiken"
en wordt de productie van koude lucht onderbroken. Het beveiligingsniveau stopt automatisch
bij een temperatuur van 3°C boven de ingestelde waarde.
3e Beveiligingsniveau
022
Indien de temperatuur van de toevoerlucht vijftien minuten of langer (en vijftien 15 minuten na
activering van de ventilator) lager is dan of gelijk is aan de ingestelde waarde [C73], wordt de
"temperatuur toevoerlucht te laag"-beveiliging geactiveerd. De unit wordt volledig uitgeschakeld.
Deze beveiliging schakelt de unit uit indien de temperatuur van de toevoerlucht 3°C boven de
ingestelde waarde ligt. Na drie onderbrekingen op dezelfde dag wordt de unit niet meer automatisch
ingeschakeld en dient de unit handmatig opnieuw ingesteld te worden. De onderbrekingsteller
wordt dagelijks om 20:00 uur opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
NB: Indien een unit is voorzien van een warmwaterbatterij, is de ingestelde waarde van de
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 77
BEVEILIGING EN FOUTCODES
temperatuur +6°C en de registratietijd 5 seconden. Indien daarnaast het antivriesthermostaat
openstaat, wordt de 3e beveiliging direct automatisch gehandhaafd. In dat geval dienen de
thermostaat en de CLIMATIC handmatig opnieuw ingesteld te worden.
Beveiliging Te Hoge Ruimtetemperatuur
Bovengrens Ruimtelucht
023
Indien de ruimtetemperatuur hoger dan of gelijk is aan de ingestelde waarde [C41], wordt de
beveiliging geactiveerd. De werking wordt automatisch onderbroken bij een temperatuur van
3°C onder deze ingestelde waarde.
Ondergrens Ruimtelucht
013
Indien de ruimtetemperatuur lager dan of gelijk is aan de ingestelde waarde [C40], wordt de
beveiliging geactiveerd.
Defecte batterijen elektrische verwarmer
011
014
015
Het veiligheidsthermostaat van de batterij van de elektrische verwarmer reageert direct op de
schakelaar van de verwarmer. De CLIMATIC wordt via hulpcontacten van deze informatie
voorzien.
Indien de CLIMATIC de verhitter het "in bedrijf"-commando geeft en het hulpcontact na 5
seconden nog altijd geopend is, wordt de warmte beveiliging geactiveerd en de elektrische
verwarmer uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem handmatig te
resetten.
NB: Dit defect wordt tevens weergegeven in geval van kortsluiting van het contact.
Defecte Gasbranders
In geval van een defect aan de gasvoorziening, wordt de warmtebeveiliging geactiveerd en
wordt de desbetreffende brander uitgeschakeld.
Deze beveiliging onderbreekt automatisch de CLIMATIC; de bedieningsunit moet handmatig
opnieuw ingesteld worden.
Defecte luchtbevochtiger (alleen Flexy)
031
In geval van een defect aan de gasvoorziening wat langer duurt dan een minuut, wordt het
veiligheidssysteem geactiveerd en de luchtbevochtiger uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem handmatig te
resetten.
Beveiliging luchtvochtigheid ruimte
Ondergrens ruimtelucht
032
Indien de ruimtevochtigheid lager dan of gelijk is aan de ingestelde waarde [C42] of [C44],
wordt de beveiliging geactiveerd. De werking wordt automatisch onderbroken bij een vochtigheid
van 3% boven deze ingestelde waarde.
Bovengrens ruimtelucht
033
041
Indien de ruimtevochtigheid hoger dan of gelijk is aan de ingestelde waarde [C43] of [C45],
wordt de beveiliging geactiveerd. De werking wordt automatisch onderbroken bij een vochtigheid
van 3% onder deze ingestelde waarde.
Defecte pomp
De interne beveiliging van de waterpompmotor reageert direct op de pompschakelaar. De CLIMATIC
wordt via een hulpcontact van de schakelaar van deze informatie voorzien.
Indien de CLIMATIC de pomp het "in bedrijf"-commando geeft en het hulpcontact na 5 seconden nog
altijd geopend is, wordt de beveiliging geactiveerd en de pomp uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt direct automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem handmatig te
resetten.
NB: Deze foutmelding wordt tevens weergegeven in geval van kortsluiting van het hulpcontact van de
schakelaar.
Pagina 78 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BEVEILIGING EN FOUTCODES
Sensorstatus
081
Ruimtetemperatuursensor ontbreekt of is defect.
082
Sensor relatieve luchtvochtigheid ruimte ontbreekt of is defect.
083
Buitentemperatuursensor defect
084
Sensor relatieve luchtvochtigheid buiten defect
085
Temperatuursensor toevoerlucht defect
086
Temperatuursensor koudwaterkringloop defect
087
Temperatuursensor condensorwateruitlaat defect
NB:
Ontbrekende of defecte temperatuursensors voor ruimte, toevoerlucht of buitenlucht kunnen
van invloed zijn op het totale bedieningsysteem. Een beveiliging wordt geactiveerd en het hele
systeem met uitzondering van de ventilatie wordt uitgeschakeld. In geval van een defect aan
een van de andere sensoren wordt uitsluitend het desbetreffende onderdeel uitgeschakeld.
089
Defecte intercardkoppeling
De intercardkoppeling is defect of ontbreekt.
Defecte blowerventilator
De schakelaar van de ventilator is niet aangesloten hoewel de CLIMATIC dit vereist.
091
- De brandbeveiliging van de thermostaat staat open.
- De inwendige beveiliging van de blowerventilatormotor staat open.
De brandmelder en de interne beveiliging van de ventilatormotor reageren direct op de
schakelaar van de ventilatormotor. De CLIMATIC wordt via een hulpcontact van de schakelaar
van deze informatie voorzien. Indien de CLIMATIC de ventilator het "in bedrijf"-commando
geeft en het hulpcontact na 5 seconden nog altijd geopend is, wordt de ventilatorbeveiliging
geactiveerd en de unit uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt direct automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem
handmatig te resetten.
Indien een unit is uitgerust met een door een alles-of-niets-servomotor aangedreven demper,
loopt de meldtijd op tot 2 minuten (alleen Flexy™).
NB: Deze foutmelding wordt tevens weergegeven in geval van kortsluiting van het hulpcontact
van de schakelaar.
Defecte ventilatie, condensorcircuit 1 of 2
092
De schakelaar van de ventilator is niet aangesloten hoewel de CLIMATIC dit vereist.
De interne beveiliging van de ventilatormotor reageert direct op de schakelaar van de
ventilatormotor. De CLIMATIC wordt via een hulpcontact van de schakelaar van deze informatie
voorzien.
Indien de CLIMATIC de ventilator het "in bedrijf"-commando geeft en het hulpcontact na 5
seconden nog altijd geopend is, wordt de ventilatorbeveiliging geactiveerd en worden de
condensorventilator en de compressoren uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt direct automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem
handmatig te resetten.
Defecte ventilatie, condensorcircuit 3 of 4
093
De schakelaar van de ventilator is niet aangesloten hoewel de CLIMATIC dit vereist.
De interne beveiliging van de ventilatormotor reageert direct op de schakelaar van de ventilatormotor.
De CLIMATIC wordt via een hulpcontact van de schakelaar van deze informatie voorzien.
Indien de CLIMATIC de ventilator het "in bedrijf"-commando geeft en het hulpcontact na 5
seconden nog altijd geopend is, wordt de ventilatorbeveiliging geactiveerd en worden de
condensorventilator en de compressoren uitgeschakeld.
Deze beveiliging wordt direct automatisch ingesteld. In dit geval dient u het systeem handmatig
te resetten.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 79
BEVEILIGING EN FOUTCODES
094
Gebruikersfout
Buiten de unit is een defect geregistreerd.
Waterlek
095
Als het contact van de water overlast detectiekaart langer dan 30 seconden gesloten is, wordt
de beveiliging geactiveerd.
TEMPERATUURBEVEILIGING WARMTEWISSELAARUITLAAT.
Temperatuur condensorwater te laag
096
Indien de temperatuur van het water lager is dan of gelijk aan de vooraf ingestelde waarde
[C89] terwijl een van de compressoren in bedrijf is, wordt de condensorbeveiliging geactiveerd.
De compressoren worden uitgeschakeld.
Deze beveiliging schakelt de unit uit indien de watertemperatuur 4°C boven de ingestelde
waarde ligt.
De unit wordt bovendien automatisch geblokkeerd in geval van meer dan 3 storingen per dag.
In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten. De teller wordt dagelijks om 20:00 uur
opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
Temperatuur condensorwater te hoog
096
Indien, terwijl een van de compressoren in bedrijf is, de temperatuur van het water hoger is dan
of gelijk aan het vooraf ingestelde waarde [C90], wordt de condensorbeveiliging geactiveerd.
De compressoren worden uitgeschakeld.
Deze beveiliging schakelt de unit uit indien de watertemperatuur 4°C onder de ingestelde waarde
ligt.
De unit wordt bovendien automatisch geblokkeerd in geval van meer dan 3 storingen per dag.
In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten. De teller wordt dagelijks om 20:00 uur
opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
Defecte waterstroom
098
Indien het contact van de waterstroomregelaar 20 seconden of langer geopend is, wordt de
condensorbeveiliging geactiveerd. De compressoren worden uitgeschakeld.
Deze beveiliging schakelt de unit uit indien de watertemperatuur 4°C onder de ingestelde waarde
ligt.
De unit wordt bovendien automatisch geblokkeerd in geval van meer dan 3 storingen per dag.
In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten. De meter wordt dagelijks om 20:00 uur
opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
Fout: Rook
099
Indien het contact ten gevolge van de rookmeldingskaart sluit, wordt de rookbeveiliging
geactiveerd. De unit wordt volledig uitgeschakeld en de ventilatielamel wordt in de ventilatiestand
gezet.
Deze beveiliging wordt automatisch geblokkeerd. In dit geval dient u het systeem handmatig te
resetten.
Pagina 80 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BEVEILIGING EN FOUTCODES
Defecten koelsysteem
111
121
Defecte condensortemperatuursensor
131
141
112
122
132
Defecte druktransmittersensor, koelsysteem
142
113
123
Defecte vorsttemperatuursensor, koelsysteem
133
143
Beveiliging hogedrukschakelaar of elektrische beveiliging compressor
115
125
135
145
De schakelaar van de compressor is niet aangesloten hoewel de CLIMATIC dit vereist.
- De hogedrukpressostaat is open.
- De inwendige beveiliging van de compressormotor staat open.
De hogedrukpressostaat en de thermische beveiliging van de compressormotor reageren direct
op de schakelaar van de ventilatormotor. De CLIMATIC wordt via een hulpcontact van de
schakelaar van deze informatie voorzien.
Indien de CLIMATIC de compressor het "in bedrijf"-commando geeft en het hulpcontact na 5
seconden nog altijd geopend is, wordt de ventilatorbeveiliging geactiveerd en de compressor
uitgeschakeld. De beveiliging wordt na 4 minuten automatisch uitgeschakeld.
De unit wordt bovendien automatisch geblokkeerd in geval van meer dan 3 storingen per dag.
In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten. De teller wordt dagelijks om 20:00 uur
opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
Defect lagedruk compressor
117
127
137
Indien de lagedrukpressostaat open is en de compressor meer dan 2 minuten heeft gewerkt,
wordt de lagedrukbeveiliging geactiveerd en de compressor uitgeschakeld. De beveiliging werkt
niet tijdens de ontdooicyclus voor de warmtepompunits.
De compressor werkt als de schakelaar van de pressostaat gesloten wordt.
De unit wordt bovendien automatisch geblokkeerd in geval van meer dan 3 storingen per dag.
In dit geval dient u het systeem handmatig te resetten. De teller wordt dagelijks om 20:00 uur
opnieuw ingesteld indien er niet meer dan 3 storingen zijn geweest.
147
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 81
Voordat u hulp inroept
- De netwerkspanning mag niet meer of minder dan 10%
afwijken van de voeding die is vereist voor de
apparatuur.
De ventilator stopt na het uitvallen van een
thermische relais (aangeduid met een foutcode)
- De voedingsfluctuaties tussen de fasen mag nooit met
meer of minder dan 3% worden overschreden.
Probleem:
- De ventilator en de compressoren werken niet.
1. Controleer of het elektrische paneel stroom krijgt,
2. Controleer of de filters niet verstopt zijn,
Oorzaak:
- Het door de aandrijving geabsorbeerde vermogen is te
hoog:
• Luchtstroom is te hoog.
• Riemen te strak aangespannen.
• Lager vastgelopen.
3. Controleer of de ventilatoren goed werken (riemen
aangespannen, enz…),
4. Test de werking van de compressor(en),
5. Als de apparatuur is uitgerust met een elektrische
resetbeveiliging, voert u een reset uit en controleert u
of de fout zich opnieuw voordoet. Als dat het geval is,
moeten de volgende controles worden uitgevoerd door
gekwalificeerd personeel.
ALGEMENE BEDRIJFSFOUTEN
Geen luchtstroom (ventilatorkant)
Probleem:
- Lage prestaties.
- Het gevaar dat een of meerdere compressoren uitvallen
(lagedruk pressostaat spreekt aan)
- Het gevaar dat de verdamper bevriest.
- Mogelijke uitval van de beveiligingsthermostaat van de
elektrische verwarmingselementen.
Oorzaak:
- De luchtkanalen hebben een te hoge luchtweerstand
(kokers te klein, gesloten kleppen, obstakel).
- Geblokkeerde filters of batterijen.
- Verkeerd aangespannen of gebroken riemen.
Oplossing:
- Controleer de kanalen.
- Controleer de filters, batterijen en maak ze schoon,
indien nodig.
- Controleer de riemen, span ze aan of vervang ze indien
nodig.
Geen luchtstroom (condensorkant)
Probleem:
- Compressor valt uit (hogedruk pressostaat).
Oorzaak:
- Vuile batterijen.
- Een of meer ventilatoren werken niet meer.
Oplossing:
- Maak de batterij schoon.
- Vervang een of meer defecte ventilatoren.
Pagina 82 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
• Fase-uitval
• Voedingsspanning te laag of ongebalanceerde fasen
(+/- 3%).
Oplossing:
- Stel de thermische relais opnieuw in.
Als de fout zich blijft voordoen:
• Controleer de instelling van het thermische relais
(deze moet overeenkomen met de nominale stroom
op het plaatje van de aandrijving).
• Controleer de doorstroming, riemen en lagers.
• Controleer de voedingsspanning.
Compressor stopt (aangeduid met een foutcode)
Probleem:
- Het thermische of bevriezingsproces valt terug of stopt.
Oorzaken:
- De compressor absorbeert heel veel stroom (zeer
warme lucht op de verdamper- en condensorinlaten,
ontbrekende lucht stroming, te lage spanning of
ongebalanceerde fasen (+/- 3%).
- De compressor is handmatig uitgevallen.
- De thermische beveiliging voor de batterij is open.
- De compressor wordt aangedreven door twee fasen in
plaats van drie.
Oplossing:
- Probeer de compressor opnieuw te starten als deze is
afgekoeld. Als de fout zich blijft voordoen:
• controleert u de luchtstromen (zie ontbrekende
luchtstroom)
• Controleer of de ventilatoren correct werken en of de
buitenste warmtewisselaars schoon zijn.
• Controleer de voedingsspanning.
• Als de compressor handmatig is uitgevallen, vervangt
u deze.
Voordat u hulp inroept
De unit werkt niet meer
Oorzaak:
- Geen netspanning.
- Gesprongen zekeringen afstandsbediening.
- Verkeerde aansluitingen.
Oplossing:
- Controleer de voedingsspanning.
- Controleer de zekeringen.
- Controleer of de verbindingen goed vastzitten.
De ventilator draait, maar de compressor werkt
niet
De batterij van de elektrische verwarmer krijgt
geen stroom
Probleem:
- Variabele temperaturen,
Oorzaak:
- Een of meer zekeringen zijn gesprongen.
- De beveiligingsthermostaat is open (de temperatuur is
te hoog vanwege een onvoldoende luchtstroom),
Oplossing:
- Controleer de stroomvoorziening en zekeringen.
- Controleer de Ohm-waarden.
- Stel de beveiligingsthermostaat opnieuw in en
controleer de luchtstroom (eerste sectie)
Probleem:
- De ruimtelucht condities worden niet gehaald.
Oorzaak:
- De compressoren worden niet gestart, er is een
drukschakelaar gesprongen.
- De aandrijving van de compressor(en) werkt niet meer.
Oplossing:
- Controleer de voedingsspanning voor de bediening.
- Controleer de verbindingen.
- Stel de drukschakelaars opnieuw in (alleen voor de
elektrische bediening).
- Controleer de voedingsspanning van de compressor.
- Zie de vorige secties.
Koudemiddel vloeistofniveau te laag
Probleem:
- De verdamper is deels bevroren.
- Lagedruk pressostaat aangesproken.
Oorzaak:
- Koudemiddel lekkage
Actie:
- Zoek eventuele lekkages, repareer indien noodzakelijk
en vul koudemiddel bij.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 83
REGELMATIG ONDERHOUD
U verlengt de levensduur van de rooftop en verkleint de kans
op storingen wanneer u regelmatig onderhoud laat uitvoeren.
Wij raden u aan het onderhoud te laten uitvoeren door een
opgeleide koelmonteur.
Een logboek naast de apparatuur waarin de verrichte
werkzaamheden worden vermeld, is een handig diagnosemiddel.
Voor deze werkzaamheden heeft u de toegangssleutel voor
het paneel nodig (zie "TRANSPORT").
MOTOR-VENTILATORMODULE
Controleer na 50 draaiuren de spanning van de snaar en de
schroeven van de aandrijfschijf. Herhaal deze stap iedere twee
maanden.
De ventilatoren zijn voorzien van lagers die "levenslang"
gesmeerd zijn, maar wij raden u aan ze na 10.000 draaiuren
te vervangen.
Controleer tijdens deze inspectie de staat van de antitrillingsplaten en let daarbij op scheurtjes of tekens van
ongebruikelijke slijtage.
FILTERS
De filters die standaard worden gebruikt, worden vervaardigd
van wasbaar en herbruikbaar materiaal. De CLIMATIC geeft
aan of de filters verstopt zijn. De frequentie van reiniging hangt
samen met de omgeving waarin de apparatuur wordt gebruikt.
Maar aanbevolen wordt de filters maandelijks te reinigen. Een
verstopt filter vermindert de prestatie en betrouwbaarheid van
de Rooftop.
Ontdoe de filters na verwijdering uit de unit van eventueel
stof en was ze in lauw water waaraan een beetje vloeibaar
schoonmaakmiddel is toegevoegd. Spoel de filters af met
leidingwater en laat ze drogen. Wanneer de apparatuur in
bedrijf is, moeten alle noodzakelijke maatregelen waarmee
schade aan of perforatie van het filtermateriaal wordt
voorkomen, genomen zijn. Een beschadigd filter dient direct
vervangen te worden.
NB: De apparatuur mag nooit in bedrijf zijn zonder filters.
Zorg altijd voor een reservefilterset, zodat langer stilstand van
het systeem wordt voorkomen.
WARMTEWISSELAARS
De werking van uw apparatuur hangt direct samen met de
status van de warmtewisselaars. Zorg er daarom voor dat deze
regelmatig gereinigd worden.
VERDAMPERBATTERIJ (INWENDIG)
De uitwisselingszone moet altijd schoon zijn. Deze wordt
beveiligd door de filters. Indien de filters goed onderhouden
worden, hoeft de batterij slechts af en toe gereinigd te worden.
Voer een korte controle uit tijdens het onderhoud van de filters.
CONDENSORBATTERIJ (UITWENDIG)
De condensorbatterij wordt niet beveiligd door filters. De
frequentie van reiniging hangt samen met de omgeving waarin
de apparatuur wordt gebruikt. Voer een korte controle uit tijdens
het onderhoud van de machine. Reiniging is mogelijk met
Pagina 84 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
perslucht of een zachte borstel. Wees uitermate voorzichtig
aangezien de aluminium ribben relatief breekbaar zijn.
Maar deze manier van reinigen is soms moeilijk en relatief ineffectief
omdat de verstopping wordt veroorzaakt door een combinatie van
vettige stoom en stofdeeltjes. Daarom raden wij u aan PRESTOSOL
te gebruiken, een niet-brandbare ontvetter met een laag gifgehalte
dat op standaardmetalen niet roest.
Normaliter is het voldoende het product op de ribben aan te
brengen. Beweeg daarbij van boven naar beneden en van
links naar rechts (alsof u een verfkwast hanteert). Als de coil
erg verstopt zit, moet u na de eerste behandeling mogelijk
een paar minuten wachten en dan weer verdergaan.
Tijdens het reinigen moet de machine uitgeschakeld zijn.
Bovendien raden wij u aan de machine pas te starten als de
coil volledig leeg is en de oplossing geheel verdampt is.
WARMWATERBATTERIJ
Controleer aan het begin van het verwarmingseizoen het
volgende:
- Het systeem bevat voldoende water
- De batterij is correct afgetapt
- Het percentage antivries is voldoende voor de vereiste
mate van protectie.
CONDENSAATBAK EN AFTAPKRAAN
Er mag geen vuil en bezinksel in de bak zitten waardoor de
beweging van het condensaat beperkt wordt. Controleer of
de sifon niet verstopt zit. Controleer dit minimaal eens per
jaar, bij voorkeur bij aanvang van het verwarmingseizoen.
GASBRANDER
Een keer per jaar, aan het begin van het verwarmingseizoen,
maakt u de branders en de warmtewisselaarpijpen, de
rookafvoer en de afzuigventilator schoon met een nylon borstel.
Controleer of de luchtinlaatpijp naar de veiligheidsthermostaten
niet is geblokkeerd.
Controleer en stel de min./max. drukinstellingen op de
controllers af indien nodig.
Controleer de positie van de ionisatiesensoren en controleer
de ontstekingselektrode.
Als u de brander wilt ontmantelen, raadpleegt u de sectie
"GASBRANDER".
ELEKTRA-AANSLUITPUNTEN
Minimaal een maal per jaar :
- Schakel de stroom van de machine uit, blaas eventueel
stof in de unit weg, en controleer en herstel de
aansluitingen indien nodig.
- Schakel de stroom in en test de beveiligingen.
- Een analyse van het aansluitblok in bedrijf kan meer
inzicht verschaffen over eventuele vreemde geluidjes in
schakelaars of andere onderdelen. Vreemde voorwerpen
kunnen storingen en geluidstrillingen veroorzaken.
Ter voorkoming van ongelukken dient u zich goed te
realiseren dat voor deze vorm van onderhoud enige
elektrische expertise noodzakelijk is.
REGELMATIG ONDERHOUD
KOELCIRCUITS
Inspecteer de koelcircuits minimaal een maal per jaar grondig.
Daarnaast dienen bij aanvang van het seizoen (of ieder
kwartaal indien de unit permanent wordt gebruikt) de taken
als omschreven in het onderhoudscontract te worden
uitgevoerd, zoals controle van het peil van het koelmiddel,
verdampings- en condensatietemperatuur enz...
Deze werkzaamheden dienen door een opgeleide
koelmonteur uitgevoerd te worden. Wij zullen hier dan ook
niet diep ingaan op de details en de werkzaamheden die
moeten worden uitgevoerd.
KOUDEMIDDEL VULLING geldig voor R407c en R22
Reeks FC/FH/FG/FD
Reeks FX
Maat
50
60
Aantal circuits
1
2
kg
9
7+7
Maat
25
30
Aantal circuits
2
2
kg
2x4
2x4
70
85
100
2
2
2
8,5 + 8,5
13 + 13
13 + 13
35
40
55
2
2
2
2x5
2x6
2x6
120
140
160
2+1
2+1
4
( 8 + 7,5 ) + 11
(9 + 9) + 11
4 x 11
70
85
100
2
2
2
2 x 10
2 x 11
2 x 12
190
4
4 x 11
110
140
170
4
4
4
4x7
4 x 7,5
4 x 8,5
CONFORM DE WET
MOET KOELVLOEISTOF WORDEN OPGEVANGEN.
UITSTOOT IN DE ATMOSFEER IS VERBODEN.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 85
REGELMATIG ONDERHOUD
ALGEMEEN
ONDERHOUDSSCHEMA
Minimaal een keer per jaar na de winter moet de behuizing
van de apparatuur worden gereinigd, geïnspecteerd en indien
nodig behandeld tegen roest.
NB:
6 maandelijks onderhoud moet worden uitgevoerd tijdens de
overgang van het verwarmingsseizoen naar het
airconditioningseizoen, en omgekeerd.
Jaarlijks onderhoud moet worden uitgevoerd vóór het begin
van het airconditioning- of verwarmingsseizoen, afhankelijk
van de unit.
De behuizing van de apparatuur is gemaakt van aluminiumzinkplaat met een gebakken polyester afwerking en is
ultravioletbestendig. De apparatuur zit vast met roestvrijstalen
klinknagels.
Roestvorming kan alleen worden veroorzaakt door krassen
op de apparatuur en tijdens onderhoud van de Rooftop.
Ventilatormotormodule
Gasbrander
Aansluitpunt unit
Alleen airconditioning
Filters en inwendige batterij
Na
50 uur
X
2
maanden
3
maanden
6
maanden
X
X
X
Uitwendige batterij
Warmwater batterij
Condensaatbak
Koelsysteem
Permanent in bedrijf
Filters en inwendige batterij
Uitwendige batterij
Condensaatbak
Koelsysteem
Pagina 86 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
Jaarlijks
X
X
X
X
X
X
X
X
GARANTIE
LEVERINGSVOORWAARDEN
Behoudens een andere schriftelijke overeenkomst is garantie
uitsluitend van toepassing op constructiefouten die zich binnen
12 maanden openbaren (garantieperiode).
De garantieperiode vangt aan op de datum van inbedrijfstelling
of maximaal zes maanden na levering van de Rooftop.
ANTI-ROESTGARANTIE
10 jaar garantiebepalingen en -voorwaarden tegen
roestvorming voor de Rooftop omkasting:
Lennox garandeert de omkasting van de Rooftop units, die
zijn gefabriceerd vanaf mei 1991, tegen roest gedurende een
periode van 10 jaar vanaf de leveringsdatum van het materiaal.
De garantie is in de volgende gevallen niet van toepassing:
1. Als de roestvorming op de behuizing is veroorzaakt
door externe schade aan de beschermende laag, zoals
krassen, deuken, schuren, botsingen, enz…
2. Als de behuizing niet regelmatig is gereinigd als
onderdeel van het onderhoud of door een
specialistisch bedrijf.
3. Als de behuizing niet is gereinigd en onderhouden in
overeenstemming met de reguleringen.
4. Als de Rooftop units zijn geïnstalleerd op een locatie of
in een omgeving waarvan bekend is dat deze gevoelig
is voor roestvorming, behalve als een speciale
beschermende laag wordt aangebracht door de
eigenaar van deze apparatuur, die is aanbevolen door
een erkend orgaan dat geen verplichtingen heeft aan
de eigenaar en na een grondige bestudering van de
locatie.
VERWAR DEZE GARANTIE NIET MET
ONDERHOUD
De garantie is alleen geldig als een onderhoudscontract is
getekend vanaf de inbedrijfstelling datum, en als het
onderhoudscontract ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Het onderhoudscontract moet zijn afgesloten met een
specialistisch, bekwaam bedrijf.
Het enige doel van een reparatie, modificatie of vervanging
van een item gedurende de garantieperiode mag alleen het
verlengen van de garantieperiode op het materiaal zijn.
Onderhoud mag alleen worden
overeenstemming met de reguleringen.
uitgevoerd
in
Als een reserveonderdeel wordt geleverd na het verstrijken
van de garantieperiode, zal dit onderdeel worden
gegarandeerd voor een periode die gelijk is aan de
oorspronkelijke garantieperiode en zal dit onderhevig zijn aan
dezelfde voorwaarden.
Voor een contract raden wij vier inspecties per jaar aan (om
de drie maanden), vóór de start van elk seizoen, om de werking
van de apparatuur in de verschillende werkingsmodi te
controleren.
NB: Met uitzondering van de behuizing, valt de rest van de
machine onder de garantie van onze algemene
verkoopbepalingen.
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 87
ISO 9001CERTIFICA
TIE
9001-CERTIFICA
CERTIFICATIE
Pagina 88 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
CE CONFORMITEITS VERKLARING
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 89
EU4 BR
ANDKLASSE FIL
TERS
BRANDKLASSE
FILTERS
Pagina 90 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
CE CONFORMITEITS VERKLARING 33 kW GASBR
ANDER
GASBRANDER
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 91
CE CONFORMITEITS VERKLARING 60 kW GASBR
ANDER
GASBRANDER
Pagina 92 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
CE CONFORMITEITS VERKLARING 120 kW GASBR
ANDER
GASBRANDER
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 93
CE CONFORMITEITS VERKLARING 180 kW GASBR
ANDER
GASBRANDER
Pagina 94 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
BR
ANDKLASSE ISOLA
TIE
BRANDKLASSE
ISOLATIE
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 95
TITEL ???
Pagina 96 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
TITEL ???
IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie - Pagina 97
TITEL ???
Pagina 98 - IOM / ROOFTOP FLEXY™ Serie
GROOT-BRITTANNIË,
IERLAND:
BELGIË:
TSJECHIË:
LENNOX INDUSTRIES LTD
tél.: + 44 1604 599400
fax: + 44 1604 594200
e-mail: marketing@lennoxind.com
LENNOX BENELUX N.V./S.A.
tel.: + 32 3 633 30 45
fax: + 32 3 633 00 89
e-mail: info.be@lennoxbenelux.com
LENNOX JANKA
tel.: + 420 2 510 88 111
fax: + 420 2 579 10 393
e-mail: janka@janka.cz
FRANKRIJK:
LENNOX FRANCE
tel.: + 33 4 72 23 20 20
fax: + 33 4 78 20 07 76
e-mail: accueil@lennoxfrance.com
DUITSLAND:
LENNOX DEUTSCHLAND GmbH
tel.: + 49 69 42 09 79 0
fax: + 49 69 42 09 79 40
e-mail: info.de@lennoxdeutschland.com
NEDERLAND:
POLEN:
PORTUGAL:
RUSLAND:
SLOWAKIJE:
SPANJE:
OEKRAÏNE:
OVERIGE EUROPESE LANDEN,
AFRIKA,
MIDDEN-OOSTEN:
IOM_RTF_0102-E
LENNOX BENELUX B.V.
tel.: + 31 33 2471 800
fax: + 31 33 2459 220
e-mail: info@lennoxbenelux.com
LENNOX POLSKA Sp. z o. o.
tel.: + 48 22 832 26 61
fax: + 48 22 832 26 62
e-mail: lennoxpolska@inetia.pl
LENNOX CLIMATIZAÇAO LDA.
tel.: +351 22 999 84 60
fax: +351 22 999 84 68
e-mail: info@lennoxportugal.com
LENNOX DISTRIBUTION MOSCOW
tel.: + 7 095 246 07 46
fax: + 7 502 933 29 55
e-mail: lennox.dist.moscow@mtu-net.ru
LENNOX SLOVAKIA
tel.: + 421 7 44 87 19 27
fax: + 421 7 44 88 64 72
LENNOX REFAC S.A.
tel.: + 34 902 400 405
fax: + 34 91 542 84 04
e-mail: marketing@lennox-refac.com
LENNOX DISTRIBUTION KIEV
tel.: + 380 44 213 14 21
fax: + 380 44 213 14 21
e-mail: jankauk@uct.kiev.ua
LENNOX DISTRIBUTION
tel.: + 33 4 72 23 20 14
fax: + 33 4 72 23 20 28
e-mail: marketing@lennoxdist.com
www.Lennoxeurope.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising