Climatic II Chiller V2.4 Nederlands

Climatic II Chiller V2.4 Nederlands
CLIMATIC
HANDLEIDING
™
VLOEISTOFKOELERS
V 2.4
ALGEMENE INHOUDSOPGAVE
Pagina
CONTROLE EN AFSTELLING..............................................................2
OPTIES ...................................................................................................15
DEFECTEN AAN DE MACHINE ..........................................................22
DEFECTEN AAN DE CIRCUITS..........................................................29
DEFECTEN AAN DE COMPRESSOREN ...........................................36
VERSCHEIDENE DEFECTEN .............................................................42
NUMERIEKE CONSOLE KP02 ............................................................51
GRAFISCHE CONSOLE KP07 ............................................................56
TECHNISCHE FICHES VAN DE ELEKTRONISCHE KAARTEN .....81
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 1-
CONTROLE EN AFSTELLING
INHOUD
Pagina
FUNCTIE NON-ACTIVITEIT ..................................................................3
BEHEER VAN DE POMPEN VAN DE VERDAMPER .........................4
KOUDE THERMOSTAAT ......................................................................5
WARME THERMOSTAAT .....................................................................6
BEDIENING VAN DE COMPRESSOREN............................................7
BEDIENING VAN DE VERMOGENSVERMINDERINGEN
BIJ AFSTELLING OP DE KOUDE ........................................................8
BEDIENING VAN DE VERMOGENSVERMINDERINGEN
BIJ AFSTELLING OP DE WARMTE.....................................................9
AFLATEN HOGE DRUK .......................................................................10
BESTURING VAN DE
ELEKTRONISCHE REDUCEERAFSLUITER .....................................11
BEDIENING VAN DE
VENTILATOREN VAN DE CONDENSATOR .....................................12
SCHUIFAFSLUITERS SPECIAAL
VOOR SCHROEFCOMPRESSOREN .................................................13
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 2-
FUNCTIE NON-ACTIVITEIT
Functie
De functie non-activiteit stelt u in staat om de machine gedurende een aantal uren per dag of gedurende een
aantal dagen per week stil te leggen. Buiten de periode waarin de machine niet wordt gebruikt, functioneert de
koelgroep normaal in functie van de instructie waarop zij is ingesteld.
Beschrijving
De non-activiteit wordt begrensd door 4 instructies (de begininstructies zijn vervat in de periode non-activiteit,
terwijl de eindinstructies daar niet in vervat zijn) :
HDEBUTI
HFINI
JDEBUTI
JFINI
ó Beginuur van een dagelijkse non-actieve periode
ó Uur waarop een dagelijkse non-actieve periode eindigt
ó Dag waarop een wekelijkse non-actieve periode begint
ó Dag waarop een wekelijkse non-actieve periode eindigt
In optie kan de klant op afstand de functie van non-activiteit bevestigen of blokkeren door middel van een droog
contact dat moet worden aangesloten op een daartoe voorziene logische ingang (raadpleeg het elektrische
schema). De variabele die aan deze ingang gekoppeld is, is MAARI.
Indien MAARI = 0, de klokken voor non-activiteit zijn geblokkeerd
Indien MAARI = 1, de klokken voor non-activiteit worden toegepast.
Voorbeeld:
De gebruiker wenst de machine stil te leggen:
- van maandag tot vrijdag, van 19 uur tot 's anderendaags om 6 uur 's ochtends
- zaterdag en zondag de ganse dag.
In dit geval moeten de instructies als volgt zijn ingesteld:
HDEBUTI
= 19
HFINI
=6
JDEBUTI
=7
JFINI
=2
Opmerking: Er wordt van uitgegaan dat zondag de eerste dag van de week is (zondag = 1).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 3-
BEHEER VAN DE POMPEN VAN DE VERDAMPER
Functie
Het debiet van de koudedrager in de verdamper verzekeren.
Beschrijving
Er kunnen twee soorten regelingen worden uitgevoerd. Zij worden bepaald door de variabele C2POMPE.
¶ Indien C2POMPE = 0, beheert de CLIMATIC één pomp of geen enkele.
· Indien C2POMPE = 1, beheert de CLIMATIC twee pompen volgens het stelsel van normale/noodaflossing.
De gebruiker configureert de parameter C2POMPE door middel van de schakelaar 1 (op SW1) van de CPUkaart.
F Geval¶ :
De pomp POMPE1 is in dienst indien alle hierna volgende voorwaarden zijn vervuld:
ð Er staat ten minste één aan / uit-circuit op ON (MAARn = 1). *
ð Aan / uit om de machine op afstand te bedienen staat op ON (MAARD = 1). *
ð Men zit niet in een periode van non-activiteit (INOCCUP = 0). *
ð De pomp bevindt zich sedert 1 minuut in rusttoestand of zij is reeds in werking.
ð Er is geen elektrisch defect aan de pomp (DELECP1 = 0).
ð Er is geen debietdefect aan de pomp (DSDEB1 = 0).
* Met deze voorwaarde wordt geen rekening gehouden indien de optie "relance hors gel de la pompe"
(herstarten behalve indien de pomp bevroren is) en indien de luchttemperatuur buiten lager is dan 2° C.
POMP1 wordt altijd door de CLIMATIC beheerd, zelfs indien de pomp van de installatie elektrisch niet door
de koelgroep wordt bestuurd.
Wanneer de klant zijn pomp beheert, zal hij de volgende procedures in acht moeten nemen:
. De pomp starten 1 minuut voor de werking / het stoppen van de groep op afstand wordt bevestigd.
. De pomp stilleggen op zijn minst 2 minuten nadat MAARD in de stand 0 is overgegaan.
F Geval · :
De pomp POMPEk is in dienst indien:
ð Er staat ten minste één aan / uit-circuit n op ON (MAARn = 1). *
ð Aan / uit om de machine op afstand te bedienen staat op ON (MAARD = 1). *
ð Men zit niet in een periode van non-activiteit (INOCCUP = 0). *
ð De pomp POMPEk is prioritair (PRIP = k-1).
ð De pomp bevindt zich sedert 1 minuut in rusttoestand of zij is reeds in werking.
ð Er is geen elektrisch defect aan de pomp (DELECPk = 0).
ð Er is geen debietdefect aan de pomp (DSDEBk = 0).
* Met deze voorwaarde wordt geen rekening gehouden indien de optie "relance hors gel de la pompe"
(herstarten behalve indien de pomp bevroren is) en indien de luchttemperatuur buiten lager is dan 2° C.
De prioriteit van de pomp wordt automatisch éénmaal per week, nl. maandag om 18 uur, veranderd.
Indien zich aan een pomp in werking een defect voordoet, zal de tweede pomp, indien die beschikbaar is,
automatisch overnemen.
Opmerking: De CLIMATIC stopt de pompen pas 2 minuten na een vrijwillige aanvraag van de machine of de
circuits om de pompen te stoppen, om elk risico op bevriezing van de verdamper te vermijden.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 4-
KOUDE THERMOSTAAT
Functie
De temperatuur van de gekoelde vloeistof zo dicht mogelijk bij het ingestelde punt brengen door het aantal
compressoren in werking aan te passen aan de thermische belasting van de toepassing.
Beschrijving
De thermostaat THER regelt wanneer de compressoren moeten in en uit worden gezet.
De thermostaat wordt op basis van de volgende parameters geregeld:
ó Ingangstemperatuur van gekoeld water (°C)
ó Actieve uitgangsinstructie van gekoeld water (°C)
De waarde van deze instructie hangt af van het soort regeling dat de klant wenst en
van de status van de logische ingang waaraan de variabele CHPCONS is gekoppeld.
TEEG
CONSREG
Optie regeling met helling
Niet weerhouden
Weerhouden
(zie pagina 15)
CHPCONS
Waarde van CONSREG
0
CONSEA
1
CONSEB
0
CONSEA
1
CONSCALC = f(TEA)
ó Temperatuurverschil dat gewenst is tussen het binnenkomende en het uitgaande water
DELTAT
(°C).
ENCL
ó Werkingsdifferentiaal van een regelingsstap (°C)
Deze variabele wordt als volgt berekend:
ENCL = (DELTAT / Aantal compressoren)
Voorbeeld van een machine met 4 compressoren :
THER
ENCL
4
3
2
1
0
CONSREG
Met
en
CONSREG = 7°C
DELTAT
= 5°C
⇒ ENCL = 1,25°C
TEEG
Starten van de compressoren
THER
0ð1
1ð2
2ð3
3ð4
TEEG (°C)
8,25
9,5
10,75
12
Stoppen van de
compressoren
THER
TEEG (°C)
4ð3
10,75
3ð2
9,5
2ð1
8,25
1ð0
7
Opmerking : De thermostaat mag pas een stap verhogen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
ð De voorwaarde op TEEG die de verhoging van THER rechtvaardigt, duurt ten minste 3
minuten.
ð De uitgangstemperatuur van gekoeld water TSEG is groter dan het instructiepunt.
ð Het aantal compressoren in dienst is gelijk aan de waarde van de thermostaat.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 5-
WARME THERMOSTAAT
Functie
De temperatuur van de verwarmde vloeistof zo dicht mogelijk bij het ingestelde punt brengen door het aantal
compressoren in werking aan te passen aan de thermische belasting van de toepassing.
Beschrijving
De thermostaat THER regelt wanneer de compressoren moeten in en uit worden gezet.
De thermostaat wordt op basis van de volgende parameters geregeld:
TEEC
CONSREG
ó Ingangstemperatuur van het warme water (°C)
ó Actieve uitgangsinstructie van het warme water (°C).
De waarde van deze instructie hangt af van het soort regeling dat de klant wenst en
van de status van de logische ingang waaraan de variabele CHPCONS is gekoppeld.
Optie regeling met helling
Niet weerhouden
Weerhouden
(zie pagina 16)
CHPCONS
Waarde van CONSREG
0
CONSEA
1
CONSEB
0
CONSEA
1
CONSCALC = f(TEA)
ó Temperatuurverschil dat gewenst is tussen het binnenkomende en het uitgaande water
DELTAT
(°C).
ENCL
ó Werkingsdifferentiaal van een regelingsstap (°C)
Deze variabele wordt als volgt berekend:
ENCL = ( DELTAT / Aantal compressoren )
Voorbeeld van een machine met 4 compressoren :
THER
ENCL
4
3
2
1
0
TEEC
CONSREG
Met
en
CONSREG = 45°C
DELTAT
= 5°C
⇒ ENCL = 1.25°C
Starten van de
compressoren
THER
TEEC (°C)
0ð1
43,75
1ð2
42,5
2ð3
41,25
3ð4
40
Stoppen van de
compressoren
THER
TEEC (°C)
4ð3
41,25
3ð2
42,5
2ð1
43,75
1ð0
45
Opmerking : De thermostaat mag pas een stap verhogen indien aan de volgende voorwaarden is voldaan :
ð De voorwaarde op TEEC die de verhoging van THER rechtvaardigt duurt ten minste 3
minuten.
ð De uitgangstemperatuur van het warm water TSEC ligt lager dan het instructiepunt.
ð Het aantal compressoren in dienst is gelijk aan de waarde van de thermostaat.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 6-
BEDIENING VAN DE COMPRESSOREN
Functie
De compressoren worden gestart en gestopt in een volgorde die toelaat om de tegenstroomcyclus zo goed
mogelijk op te vangen en om hun werkingstijden op elkaar af te stemmen.
Beschrijving
F Volgorde waarin de compressoren worden gestart en stilgelegd
Deze volgorde wordt bepaald door het "FIFO"-principe (first in, first out ⇔ eerst gestart, eerst gestopt). Deze functie omvat
de automatische en onmiddellijke aflossing van een prioritaire compressor die onbeschikbaar is geworden.
F De compressoren starten en stoppen
De compressor COMPmn start indien aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan :
ð De circulatiepomp voor het water heeft reeds meer dan 1 minuut het werkingsorder gekregen.
ð De aan / uit-schakelaar van het circuit n staat op ON (MAARn = 1).
ð De machine is beschikbaar (DISPOM = 1).
ð Het circuit n is beschikbaar (DISPOCn = 1).
ð De compressor mn is beschikbaar (DISPOmn = 1).
ð De regelthermostaat THER is hoger dan het aantal compressoren in dienst.
ð COMPmn is de compressor die volgens het FIFO-principe als volgende moet starten.
ð De laatste start van COMPmn is ten minste 6 minuten geleden (ACCmn = 1).
De compressor COMPmn stopt indien op zijn minst een van de volgende toestanden wordt gecontroleerd:
ð Aan / uit om de machine op afstand te bedienen staat op OFF (MAARD = 0).
ð De aan / uit-schakelaar van het circuit n staat op OFF (MAARn = 0).
ð De machine is onbeschikbaar (DISPOM = 0).
ð Het circuit n is onbeschikbaar (DISPOCn = 0).
ð De compressor mn is onbeschikbaar (DISPOmn = 0).
ð De regelthermostaat THER is lager dan het aantal compressoren in dienst en COMPmn is niet de volgende
compressor die volgens het FIFO-principe moet worden stilgelegd.
Numers van de
compressoren
F Voorbeeld van regeling met 4 compressoren :
THER
0
1
2
3
4
3
4
3
2
1
2
3
2
3
4
3
2
1
0
Laatst gestarte
-
1
2
3
4
-
1
-
-
-
2
3
-
4
1
-
-
-
-
Laatst gestopte
-
-
-
-
-
1
-
2
3
4
-
-
1
-
-
2
3
4
1
-
1 12 12 12 23 23 34 41 1 12 12 23 23 23 34 41 1
3 34 4 41 1
3
4 41 1
-
In werking
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 7-
BEDIENING VERMOGENSVERMINDERINGEN
BIJ AFSTELLING OP DE KOUDE
Functie
De uitgangstemperatuur van het gekoelde water zo dicht mogelijk tegen het instructiepunt afstellen door het
vermogen van de compressoren aan te passen.
Beschrijving
De vermogensverminderingsschuiven
schroefcompressoren.
zijn
enkel
beschikbaar
op
de
semi-hermetische
zuiger-
of
Op een machine met meerdere compressoren kan alleen de laatst gestarte compressor zijn vermogen
veranderen. De andere compressoren worden op vol vermogen gehandhaafd.
Het aantal te voeden vermogensverminderingen wordt bepaald door de thermostaat THERRP die van de
volgende 2 parameters afhangt :
TSEG
CONSREG
ó Uitgangstemperatuur van gekoeld water (°C).
ó Instructie van gekoeld water (°C)
TSEG
CONSREG+1°
C
CONSREG
CONSREG0,5°C
2 min
THERRP
0
1
0
1
tijd
2 min
2
1
0
Zodra TSEG lager is dan CONSREG-0,5°C wordt een vermogensvermindering gevoed. Zolang TSEG lager
blijft dan CONSREG-0,5°C wordt om de 2 minuten een bijkomende vermogensvermindering (indien die bestaat)
aangezet.
Indien op zijn minst één vermogensvermindering in dienst is, wordt de voeding van één vermindering uitgezet
zodra TSEG hoger is dan CONSREG+1°C. Zolang deze voorwaarde in TSEG blijft bestaan, wordt om de 2
minuten een bijkomende vermogensvermindering uitgezet.
Opmerking : Ø De compressoren worden gestart en worden 2 minuten in de stand vermogensvermindering
gehouden. De schroefcompressoren starten op 25% van het vermogen.
Ø Bij continue regeling bedragen de vermogensverminderingstrappen die op alle
schroefcompressoren zijn toegelaten 50 en 75%. De trap van 25% wordt enkel gebruikt op de
machines die maximaal 2 compressoren hebben.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 8-
BEDIENING VERMOGENSVERMINDERINGEN BIJ AFSTELLING
OP DE WARMTE
Functie
De uitgangstemperatuur van het warme water zo dicht mogelijk tegen het instructiepunt afstellen door het
vermogen van de compressoren aan te passen.
Beschrijving
De vermogensverminderingsschuiven
schroefcompressoren.
zijn
enkel
beschikbaar
op
de
semi-hermetische
zuiger-
of
Op een machine met meerdere compressoren kan alleen de laatst gestarte compressor zijn vermogen
veranderen. De andere compressoren worden op vol vermogen gehandhaafd.
Het aantal te voeden vermogensverminderingen wordt bepaald door de thermostaat THERRP die van de
volgende 2 parameters afhangt:
TSEC
CONSREG
ó Uitgangstemperatuur van het warme water (°C).
ó Instructie van gekoeld water (°C)
TSEC
CONSREG+0,5°
C
CONSREG
CONSREG-1°C
2 min
THERRP
0
1
0
1
temps
2 min
2
1
0
Zodra TSEC hoger is dan CONSREG+0,5°C wordt een vermogensvermindering gevoed. Zolang TSEC boven
CONSREG+0,5°C blijft, wordt om de 2 minuten een bijkomende vermogensvermindering (indien die bestaat)
gestart.
Indien op zijn minst één vermogensvermindering in dienst is, wordt de voeding van één vermindering uitgezet
zodra TSEC lager is dan CONSREG-1°C. Zolang deze voorwaarde in TSEC blijft bestaan, wordt om de 2
minuten een bijkomende vermogensvermindering uitgezet.
Opmerking : Ø De compressoren worden gestart en gedurende 2 minuten in de stand
vermogensvermindering gehouden. De schroefcompressoren starten op 25% van het
vermogen.
Ø Bij continue regeling bedragen de vermogensverminderingstrappen die op alle
schroefcompressoren zijn toegelaten 50 en 75%. De trap van 25% wordt enkel gebruikt op de
machines die maximaal 2 compressoren hebben.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 9-
AFLATEN HOGE DRUK
Functie
Het vermogen van een koelcircuit verminderen voor de hoge druk de drempel van uitschakeling heeft bereikt.
Beschrijving
Hoge druk
Het aflaten van Hoge Druk wordt standaard beheerd enkel op de groepen met luchtcondensatie, die niet
voorzien zijn van een systeem voor warmteterugwinning. Deze functie wordt met name geactiveerd tijdens het
opstarten van de machine, wanneer de temperatuur van de omgevingslucht hoog is.
De aflaatfase op het circuit n wordt gekenmerkt door de variabele DELESTn. Zij wordt bepaald op basis van de
condensatiedruk van het circuit n PTHPn.
F Het aflaten activeren
Zodra de hoge druk PTHPn hoger is dan 25 bars absoluut, wordt het circuit n in de aflaatfase geplaatst
(DELESTn = 1).
Op de circuits met een enkele compressor bestaat het aflaten erin dat de compressor in de fase van maximale
vermogensvermindering geplaatst wordt (op voorwaarde dat de compressor is uitgerust met ten minste één
vermogensverminderingsschuif). Op de circuits waarin 2 parallel geschakelde compressoren gemonteerd zijn,
legt de aflaatfase een van de 2 compressoren stil.
F Het aflaten stoppen
Wanneer de hoge druk PTHPn opnieuw onder de 19 bar absoluut duikt, eindigt de aflaatfase van circuit n
(DELESTn = 0). De compressoren van het circuit gaan opnieuw over op de normale regeling die nu nog enkel
afhangt van de thermostaten THER en THERRP.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 10 -
BESTURING VAN DE ELEKTRONISCHE REDUCEERAFSLUITER
Functie
Controleren of de verdamper met voldoende koelmiddel is gevuld om de verdamper optimaal te laten renderen,
én de compressor tegen vloeistofslagen beschermen.
Beschrijving
De hierna beschreven regeling geldt specifiek voor de elektrische reduceerafsluiters met thermische motor van
het merk Danfoss en van het type TQ.
De reduceerafsluiter wordt bestuurd door een Afgeleide Integrale Proportionele logica. De ideale theoretische
opening RDETAn van de afsluiter van stroomkring n wordt bepaald en vergeleken met de reële opening. Al
naargelang van de afwijking die wordt vastgesteld, wordt aan de afsluiting een openings- of sluitingsorder
gegeven.
F Berekening van RDETAn
De te bereiken RDETAn opening hangt af van de volgende parameters :
SURCHD
ó Surchauffe demandée
(La valeur de SURCHD est fixée à 5°C pour les consignes d’eau de régulation
supérieures à –5°C et à 8°C pour les consignes d’eau inférieures à –5°C
TASPn-TBPn ó Op stroomkring n gemeten oververhitting (°C)
RDETn
ó Gemeten opening van de afsluiter (°C)
Indien ∆e t op het ogenblik t het verschil is tussen de gemeten oververhitting en de instructie :
∆et = (TASPn - TBPn) - SURCHD
Integrale
Afgeleide actie
actie
REDTAn = RDETn – [ Kp . ∆e t + Ki .
t
∑ ∆et + Kd .
t - ni
t
∑ (∆e - ∆e
t
t -1
) ]
t - nd
Proportionele actie
F Aan de afsluiter gegeven opdracht
Er zijn 3 gevallen mogelijk :
ð Indien RDETAn < RDETn dan moet de afsluiter worden verwarmd (DETn=1) om zich tot op de gewenste
opening open te gaan..
ð Indien RDETAn > RDETn dan wordt de afsluiter niet verwarmd (DETn=0) zodat hij zich kan sluiten.
ð Indien RDETAn = RDETn dan wordt de afsluiter op zijn huidige openingswaarde gehouden door de
verwarming afwisselend aan en uit te zetten.
Opmerking : Voor de eerste compressor van het circuit wordt gestart, wordt de reduceerafsluiter op een
vooringestelde openingswaarde afgesteld die berekend wordt op basis van de
uitgangstemperatuur van het gekoeld water.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 11 -
BEDIENING VAN DE VENTILATOREN VAN DE CONDENSATOR
Functie
Een zo stabiel mogelijke condensatiedruk handhaven zonder de ventilatoren al te vaak te laten aan en
uitschakelen.
Beschrijving
De CLIMATIC berekent het aantal ventilatiestappen THVn dat vereist is om elk koelcircuit correct te laten
functioneren.
THVn is een functie van de volgende parameters:
ó Condensatiedruk van het circuit n (abs. bars)
ó Temperatuur van de buitenlucht (°C)
ó Drempel van hoge druk (abs. bars)
ó Drempel van lage druk (abs. bars)
Het verschil tussen HPHAUT en HPBAS moet op zijn minst 5 bar bedragen.
ó Tijd nodig om één ventilatiestap hoger of lager te gaan (s).
PTHPn
TEA
HPHAUT
HPBAS
TEMPOV
Regelbare
instructies
PTHPn
. A t = 0, start van de
1e compressor
.N=1
HPHAUT+2bars
HPHAUT+1bar
HPHAUT
. τ = TEMPOV
HPBAS+1bar
HPBAS
τ
0
THVn
0
1
2
τ
τ/2 τ/4
3
4
5
4
tijd
3
F Indiensttelling van de ventilatoren
Zodra bij het opstarten van de eerste compressor van het circuit de hoge druk groter wordt dan HPBAS+1bar
worden onmiddellijk N ventilatoren gestart (het aantal N hangt af van de temperatuur van de buitenlucht).
Wanneer PTHPn groter is dan HPHAUT wordt de thermostaat met een stap verhoogd. Wanneer de druk boven
HPHAUT blijft, wordt THVn telkens na verloop van de tijd T met een eenheid verhoogd:
. Indien HPHAUT < PTHPn = HPHAUT+1bar,
. Indien HPHAUT+1bar < PTHPn = HPHAUT+2bars,
. Si PTHPn > HPHAUT+2bars,
T = TEMPOV
T = TEMPOV/2
T = TEMPOV/4
F De ventilatoren stopzetten
Zodra PTHPn lager wordt dan HPBAS, wordt THVn met een stap verminderd. Zolang PTHPn lager blijft dan
HPBAS, wordt THVn telkens na verloop van TEMPOV met 1 verminderd.
Opmerking: Wanneer het bij het uitzetten van een ventilatiestap om een ventilator met twee snelheden gaat,
wordt de overgang van hoge naar lage snelheid met 5 seconden vertraagd.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 12 -
SCHUIFAFSLUITERS SPECIAAL VOOR
SCHROEFCOMPRESSOREN
Regelklep van de vloeistofinspuiting met hulpaanzuiging
Functie
De wegperstemperatuur van de compressor verlagen en er zo voor zorgen dat de motor beter wordt gekoeld.
Beschrijving
De regelklep van de vloeistofinspuiting INJLmn is open indien:
. de compressor COMPmn in werking is
en . de wegperstemperatuur TREFmn hoger is dan 100° C
INJLmn blijft open zolang :
. de compressor COMPmn in werking is
en . de wegperstemperatuur TREFmn hoger is dan 90° C
Spaarregelklep
Functie
Het koelvermogen verhogen door de onderkoeling van het vloeibare koelmiddel aan de uitgang van de
condensator te verhogen.
Beschrijving
De spaarregelklep ECOmn is open indien:
. de compressor COMPmn in werking is en sedert 2 minuten op vol vermogen werkt
en . de wegperstemperatuur TREF hoger is dan θ
en . de hoge druk van het circuit n PTHPn groter is dan P1.
ECOmn blijft open zolang :
. de compressor COMPmn in werking is en op vol vermogen werkt
en de wegperstemperatuur TREFmn hoger is dan θ-2°C
en de hoge druk van het circuit PTHPn hoger is dan P2.
θ (°C)
P1 (absolute bar)
P2 (absolute bar)
R22
65
11,9
11,2
R134a
40
7,7
6,7
R407C
45
13,5
11,7
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 13 -
OPTIES
INHOUD
Pagina
AFSTELLING OP DE KOUDE MET HELLING ...................................... 15
AFSTELLING OP DE WARMTE MET HELLING ................................... 16
BEDIENING LAGE / HOGE SNELHEID VAN
DE CONDENSORVENTILATOREN................................................ 17
FREE-COOLING ............................................................................. 19
HET TERUGWINNEN VAN WARMTE ................................................. 21
BEHEER VAN PARALLEL GESCHAKELDE GROEPEN ....................... 22
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 14 -
AFSTELLING OP DE KOUDE MET HELLING
Functie
Het regelinstructiepunt aanpassen aan de temperatuur van de buitenlucht om de thermische invloeden van de
zon in het te klimatiseren lokaal zo goed mogelijk te kunnen opvangen.
Beschrijving
De berekening van het regelinstructiepunt CONSCALC gebeurt op basis van de volgende parameters:
ó Temperatuur van de buitenlucht (°C)
ó 1e gekozen referentie-luchttemperatuur (°C)
ó 2e gekozen referentie-luchttemperatuur (°C)
ó Instructie voor de minimum temperatuur van gekoeld water (°C).
ó Gewenste waterinstructie voor de luchtinstructie CONSA (°C)
(CONSEG moet lager zijn dan +15°C).
ó Gewenste waterinstructie voor de luchtinstructie CONSAM (°C)
(CONSEI moet hoger zijn dan TEGI+2°C).
ó Regelhelling (%)
De helling wordt berekend door middel van de volgende vergelijking:
HELLF = 100 x ( CONSEI - CONSEG ) / ( CONSAM - CONSA )
TEA
CONSA
CONSAM
TEGI
CONSEG
CONSEI
PENTEF
CONSCALC
15°C
CONSEG
PENTEF
CONSEI
TEGI+2°C
CONSA
CONSAM
TEA
CONSCALC = CONSEG + HELLF x ( TEA - CONSA ) / 100
Voorbeeld van regeling :
Met
CONSA
CONSEG
CONSAM
CONSEI
⇒PENTEF = -26.7 %
= 20°C
= 10°C
= 35°C
= 6°C
TEA
(°C)
20
25
30
35
CONSCALC
(°C)
10
8,66
7,33
6
Opmerking : Zelfs wanneer een machine is uitgerust met de optie "regeling met helling", kan de gebruiker een
regelmodus kiezen die onafhankelijk is van TEA, door middel van een droog contact dat
aangesloten is op de logische ingang die overeenkomt met de variabele CHPCONS (zie pagina
5).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 15 -
AFSTELLING OP DE WARMTE MET HELLING
Functie
Het regelinstructiepunt aanpassen aan de temperatuur van de buitenlucht om de thermische verliezen naar
buiten in het te klimatiseren lokaal zo goed mogelijk te kunnen opvangen.
Beschrijving
De berekening van het regelinstructiepunt CONSCALC gebeurt op basis van de volgende parameters:
ó Temperatuur van de buitenlucht (°C)
ó 1e gekozen referentie-luchttemperatuur (°C)
ó 2e gekozen referentie-luchttemperatuur (°C)
ó Instructie voor de maximum temperatuur van warm water (°C).
ó Gewenste waterinstructie voor de luchtinstructie CONSAI (°C)
(CONSEM moet lager zijn dan TECS-2°C).
ó Gewenste waterinstructie voor de luchtinstructie CONSA (°C)
(CONSEC moet hoger zijn dan 25°C).
ó Regelhelling (%)
De helling wordt berekend door middel van de volgende vergelijking:
HELLC = 100 x ( ( CONSEC - CONSEM ) / ( CONSA - CONSAI ) )
TEA
CONSAI
CONSA
TECS
CONSEM
CONSEC
PENTEC
CONSCALC
TECSCONSEM
PENTEC
CONSE
25°C
CONSAI
CONSA
TEA
CONSCALC = CONSEC + ( PENTEC x ( TEA - CONSA ) / 100 )
Voorbeeld van regeling :
Met
CONSAI
CONSEM
CONSA
CONSEC
⇒ PENTEC = -80 %
= -10°C
= 50°C
= 15°C
= 30°C
TEA
(°C)
-10
-5
0
5
10
15
CONSCALC
(°C)
50
46
42
38
34
30
Opmerking : Zelfs wanneer een machine is uitgerust met de optie "regeling met helling", kan de gebruiker een
regelmodus kiezen die onafhankelijk is van TEA, door middel van een droog contact dat
aangesloten is op de logische ingang die overeenkomt met de variabele CHPCONS (zie pagina
6).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 16 -
BEDIENING LAGE / HOGE SNELHEID VAN DE
CONDENSORVENTILATOREN
Functie
De werking van de ventilatoren tegen lage snelheid voorrang geven en de overgang naar hoge snelheid slechts
toelaten om te voorkomen dat de werking als gevolg van Hoge Druk wordt onderbroken.
Beschrijving
De CLIMATIC berekent hete aantal ventilatietrappen tegen lage snelheid THVn en tegen hoge snelheid THGVn
die nodig zijn voor de correcte werking van elk koelcircuit.
THVn en THGVn zijn een functie van de volgende parameters :
PTHPn
ó Condensatiedruk van het circuit n (bar abs.)
TEA
ó Temperatuur van de buitenlucht (°C)
HPHAUT ó Drempel van de hoge druk voor het opstarten van de ventilatoren (bar abs.)
HPBAS
ó Drempel van de lage druk voor het stilleggen van de ventilatoren (bar abs.)
Regelbare
Het verschil tussen HPHAUT en HPBAS moet minimaal 5 bar bedragen.
instructies
HPGV
ó Drempel van de hoge druk voor overgang naar hoge snelheid van de
ventilatoren (bar abs.)
Het verschil tussen HPVGV en HPHAUT moet op zijn minst 3 bar bedragen.
HPDIFF ó Drukverschil voor overgang van de ventilatoren naar lage snelheid (bar)
De minimum waarde van HPDIFF bedraagt 2 bar.
TEMPOV ó Temporisatie voor stijgen of dalen met één ventilatiestap (s)
MAARGV ó Valideren van de hoge snelheidsmodus
Deze variabele is gekoppeld aan een logische ingang die de gebruiker in staat stelt om
via een droog contact, de overgang van de ventilatoren naar hoge snelheid toe te staan
of te verbieden.
PTHP
n
Voorbeeld van een circuit met 4 ventilatoren
HPGV
HPGVHPDIFF
HPHAUT
HPBAS+1ba
r
HPBAS
0
THVn
THGVn
0
0
1
0
τ
τ
2
0
3
0
τ
4
0
4
1
4
2
4
0
τ
τ
3
0
2
0
temps
3
0
F De ventilatoren tegen lage snelheid opstarten
Bij het opstarten van de eerste compressor van het circuit, zodra de hoge druk groter wordt dan HPBAS+1bar,
worden meteen N ventilatoren opgestart (het aantal N hangt af van de temperatuur van de buitenlucht).
Wanneer PTHPn groter wordt dan HPHAUT, wordt de thermostaat THVn met één trap verhoogd. Zolang de
druk boven HPHAUT blijft, wordt THVn bij elke tijdseenheid TEMPOV met één eenheid verhoogd.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 17 -
BEDIENING LAGE / HOGE SNELHEID VAN DE
CONDENSORVENTILATOREN (VERVOLG)
F Overgang van de ventilatoren naar hoge snelheid
Het overschakelen van een of meerdere ventilatoren naar hoge snelheid is enkel toegelaten wanneer de
variabele MAARGV op 1 is geconfigureerd.
Wanneer alle ventilatoren van het circuit tegen lage snelheid werken (THVn = totaal aantal ventilatoren op het
circuit) en wanneer PTHPn groter is dan HPGV, dan schakelt één ventilator van lage naar hoge snelheid over :
de thermostaat THGVn wordt met één trap verhoogd. Zolang de druk boven HPGV blijft, wordt THGVn bij elke
tijdseenheid met één eenheid verhoogd.
Wanneer een ventilator in hoge snelheid wordt geschakeld, wordt die opgenomen in THGVn en blijft die ook
verrekend worden in de thermostaat THVn.
F Terugschakeling van de ventilatoren naar lage snelheid
Zodra PTHPn opnieuw onder HPGV-HPDIFF duikt, worden alle ventilatoren, die tegen hoge snelheid werken,
teruggeschakeld in lage snelheid.
F De ventilatoren stilleggen
Indien PTHPn kleiner wordt dan HPBAS, wordt THVn met één trap verminderd. Zolang PTHPn onder HPBAS
blijft, wordt THVn bij elke tijdseenheid TEMPOV met één verminderd.
Opmerkingen:
Ø In de PV/GV-modus moeten alle ventilatoren van de machine over twee snelheden beschikken.
Ø In bepaalde gevallen (met name op de machines met 4 koelcircuits), verplicht het gebrek aan
uitgangsrelais, die beschikbaar zijn op de CLIMATIC, ons om de hierboven beschreven regeling te
wijzigen : op het ogenblik waarop de hoge druk groter wordt dan HPGV, worden alle ventilatoren van
hetzelfde circuit in hoge snelheid overgeschakeld, in plaats van een voor een.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 18 -
FREE-COOLING
Functie
De productie van koeling verzekeren door het gebruik van de free-cooling te optimaliseren en zodoende het
elektriciteitsverbruik tot een minimum te beperken.
Beschrijving
F Schema van het principe van de free-cooling
TEEGFC
V3VFC
TEEG
Ventilator free-cooling
TEA
Batterij free-cooling
Verdamper
TSEG
TEEGFC
TEEG
TSEG
TEA
V3VFC
ó Ingangstemperatuur van gekoeld water in de free-cooling (°C)
ó Ingangstemperatuur van gekoeld water in de verdamper (°C)
ó Uitgangstemperatuur van gekoeld water (°C).
ó Temperatuur van de buitenlucht (°C)
ó Driewegs regelklep van de free-cooling
F Bediening van de driewegs regelklep van de free-cooling :
V3VFC wordt gevoed indien aan alle hierna volgende voorwaarden wordt voldaan:
ð TEEGFC is hoger dan de regelinstructie CONSREG.
ð TEA<TEEGFC-2°C.
ð De circulatiepomp van gekoeld water werkt sedert ten minste 30 seconden.
ð De driewegs regelklep is sedert 3 minuten in rusttoestand.
ð De sonde aan de waterinvoer in de free-cooling is niet defect.
V3VFC wordt gevoed zolang de volgende toestanden worden waargenomen:
ð TEEGFC is niet lager dan CONSREG.
ð TEA<TEEGFC.
ð De pomp werkt.
ð De sonde aan de waterinvoer in de free-cooling is niet defect.
F Bediening van de ventilatoren van de free-cooling
Het aantal ventilatietrappen die nodig zijn op de batterijen wordt bepaald door de thermostaat THERFC van de
free-cooling. Deze parameter hangt af van de temperatuur van het water dat in de TEEG-verdamper
binnenkomt en van de regelinstructie.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 19 -
FREE-COOLING
(VERVOLG)
TEEG / TEEGFC
CONSREG+0,5°C
CONSREG
TEEGFC
CONSREG-0,5°C
TEEG
THERFC
0
3 min
3 min
0
1
3 min
2
2
temps
1
0
De thermostaat wordt met een stap verhoogd indien TEEG langer dan 3 minuten groter blijft dan
CONSREG+0,5 °C. Zolang deze toestand op TEEG wordt waargenomen, wordt THERFC om de 3 minuten met
een stap verhoogd.
Indien TEEG groter blijft dan (CONSREG-0,5°C) wordt de thermostaat van de free-cooling om de 3 minuten met
een stap verlaagd.
Wanneer TEEGFC onder het instructiepunt daalt, worden alle ventilatiestappen stilgelegd.
Indien de regelthermostaat THER van de compressoren ten minste een regelstap aanvraagt, terwijl de freecooling in dienst is, wordt de thermostaat van de free-cooling naar zijn maximum gedwongen.
De ventilator van de free-cooling n VENTFCn werkt indien:
. THERFC ≥ n
en . V3VFC in dienst is.
F Toelating om de compressoren op te starten
De toelating om compressoren op te starten, terwijl de free-cooling werkt, wordt gekenmerkt door de variabele
AUTOCP die afhangt van de volgende parameters:
V3VFC
ó Driewegs regelklep van de free-cooling
THERFC ó Regelthermostaat van de free-cooling
THER
ó Regelthermostaat van de compressoren
AUTOCP verandert naar 1 indien:
. THERFC op zijn maximum staat en TEEG reeds langer dan 3 minuten groter is dan CONSREG
of . V3VFC niet wordt gevoed.
AUTOCP wordt op 1 gehandhaafd zolang als:
. THER positief is
of . V3VFC niet wordt gevoed.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 20 -
HET TERUGWINNEN VAN WARMTE
Functie
Op de luchtgroepen met een condensator voor warmteterugwinning, de uitgangstemperatuur van het warme
water zo dicht mogelijk bij het instructiepunt houden en tegelijk de capaciteit van de luchtcondensator
aanpassen aan het af te voeren overtollig verwarmingsvermogen.
Beschrijving
F Schema van het principe van de warmteterugwinning
RT.TSECR
Watercondensator voor de
terugwinning van warmte
RT.TEECR
Luchtcondensator
F Bepaling van de warmteterugwinningsmodus
De werkingswijze van de groep in de modus warmteterugwinning of totale afvoer wordt gekenmerkt door de
parameter RECUP die een waarde heeft van 1 respectievelijk 0. RECUP wordt bepaald op basis van:
FSCR
ó Regelaar van het debiet van de terugwinningscondensator
TSECR
ó Uitgangstemperatuur van het warme water (°C).
CONSECR ó Instructie van het warme water (°C)
RECUP verandert naar 1 indien:
RECUP wordt op 1 gehandhaafd
zolang als:
. FSCR reeds langer dan 15 seconden is gestart
en . TSECR < CONSECR.
. FSCR nog niet langer dan 15 seconden in rusttoestand is
en . TSECR < CONSECR + 2°C.
F Beheer van de ventilatoren van de luchtcondensator
Bij het overschakelen naar de terugwinningsmodus, wordt de thermostaat van de ventilatie van het circuit n
THVn gedurende 5 seconden op 0 gezet.
Indien de hoge druk van het circuit n groter is dan 25 bar, wordt THVn met 1 stap verhoogd. De
ventilatiethermostaat wordt telkens na verloop van de tijd TEMPOV met 1 verhoogd zolang als aan de
voorwaarde met betrekking tot de druk wordt voldaan. Telkens als THVn wordt verhoogd, wordt de waarde van
de temperatuur van het uitgaande water TSECR gememoriseerd in de variabele MTSECR.
Indien TSECR in de terugwinningsmodus lager wordt dan MTSECR terwijl er nog minimaal een ventilator werkt,
wordt de ventilatiethermostaat verlaagd.
Opmerking: Op de groepen met water staat de CLIMATIC niet in voor het beheer van de warmteterugwinning.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 21 -
BEHEER VAN PARALLEL GESCHAKELDE GROEPEN
Functie
Via een onafhankelijk CPU-bord de trapsgewijze inschakeling verzekeren van meerdere groepen, die op een en hetzelfde watercircuit zijn
geïnstalleerd om de temperatuur van de gekoelde vloeistof het instructiepunt zo dicht mogelijk te laten benaderen.
Beschrijving
Het algemeen beheer wordt verzekerd door een KP01 die los staat van die welke de groepen rechtstreeks
bedienen. De dialoog tussen de kaarten gebeurt uitsluitend via droge contacten, zonder koppeling.
F Hydraulisch schema van het principe (voor de productie van gekoeld water)
Pomp
Buffervat
Verdamper
groep Gn
Verdamper
groep G3
Verdamper
groep G2
Verdamper
groep G1
Elektromagn.
klep V2V1
TBAL
F Thermostaat van de groepen
Deze thermostaat THERG regelt de indienststellingen en het stilleggen van de verschillende Gn-groepen van
de installatie.
THERG wordt op basis van de volgende parameters geregeld:
TBAL
CONSEG
ENCLG
DIFETG
ó Temperatuur van het water in het vat (°C)
ó Algemene regelinstructie voor het water (°C)
ó Werkingsdifferentiaal van een groep (°C)
ó Differentiaal tussen groepen (°C)
Geval van een installatie met 4 machines :
THERG
ENCLG
DIFETG
4
3
2
1
0
CONSE
TBAL
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 22 -
BEHEER VAN PARALLEL GESCHAKELDE GROEPEN
(VERVOLG)
Indienststelling van de groepen
Met
CONSEG = 6°C
ENCLG = 1,5°C
DIFETG = 1,5°C
Opmerkingen :
Stoppen van de groepen
THERG
TBAL (°C)
THERG
TBAL (°C)
0ð1
7,5
1ð0
6
1ð2
9
2ð1
7,5
2ð3
10,5
3ð2
9
3ð4
12
4ð3
10,5
Ø THERG kan enkel met een stap worden verhoogd indien hij niet reeds gedurende een
tijd, die in de instructie TPTHERM kan worden geregeld, werd verhoogd.
Ø THERG kan enkel met een stap worden verlaagd indien hij niet reeds gedurende een tijd,
die in de instructie TPTHERM kan worden geregeld, werd verlaagd.
F Bediening van de afsluitkleppen van de verdampers van elke groep
Indien regelthermostaat THERG de werking van de groep Gn aanvraagt, krijgt de regelklep V2Vn de instructie
om open te gaan.
F Werking van de groepen
De indienststelling van de volgende prioritaire groep Gn is toegelaten indien de regelklep V2Vn sedert minimaal
een tijd TPV2V (regelbare tijdvertraging) de instructie heeft gekregen om open te gaan. Het droge contact dat
deze toelating tot de indienststelling van de groep voorstelt (gekoppelde variabele MAARGn) moet worden
aangesloten op de ingang "aan / uit op afstand" van de machine.
Elke groep bestuurt haar eigen compressoren en haar eigen pomp op basis van het eigen instructiepunt (zie het
hoofdstuk "koude thermostaat" op pagina 5). Voor een betere algemene regeling raden wij u aan de instructies
van de groepen op dezelfde waarde als CONSEG in te stellen.
F Beheer van de defecten en automatische aflossing van de groepen
Elke groep stuurt zijn beschikbaarheidsstatus door naar de algemene regelkaart. Al naargelang van de
beschikbaarheid van alle eenheden samen wordt een optimaal prioriteitsorder PRIG bepaald (de groepen
zonder defect worden vooraan in de prioriteit geplaatst) :
PRIG
Startvolgorde van de groepen
0
G1 / G2 / G3 / G4
1
G4 / G1 / G2 / G3
2
G3 / G4 / G1 / G2
3
G2 / G3 / G4 / G1
Om de werkingstijden van de verschillende groepen onderling ongeveer gelijk te houden en indien de groepen
allemaal beschikbaar zijn, verandert PRIG automatisch eenmaal per week, nl. maandag om 18 uur.
Indien de temperatuursonde in het vat defect is, zijn alle regelkleppen open en wanneer de tijdvertraging TPV2V
is verstreken, wordt aan alle groepen de toelating tot opstarten gegeven.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 23 -
DEFECTEN AAN DE MACHINE
INHOUD
Page
TEMPERATUREN VAN IJSKOUD WATER
BUITEN REGELBEREIK ..................................................................................25
TEMPERATUREN VAN WARM WATER
BUITEN REGELBEREIK ..................................................................................26
DEBIET VAN IJSKOUD WATER IS ONTOEREIKEND ................................27
DEBIET VAN WARM WATER IS ONTOEREIKEND.....................................28
GEEN HULPVOEDING 230 V .........................................................................29
VERKEERDE OPEENVOLGING VAN DE FASEN........................................30
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 24 -
TEMPERATUREN VAN IJSKOUD WATER BUITEN REGELBEREIK
Logische variabele : DTEG
Code panne KP02 : 1
Icoon KP07 :
Beschrijving
De ingangs- of uitgangstemperatuur van het ijskoude water die door de sonde wordt gemeten, bevindt zich
buiten het toegelaten regelbereik :
Niet glycolhoudend water
Glycolhoudend water (maximum percentage glycol : 30%)
TEEG < TEGI of TEEG > 65°C
TEEG < -15°C ou TEEG > 65°C
TSEG < TEGI of TSEG > 65°C
TSEG < -15°C of TSEG > 65°C
Met :
TEEG
ó Ingangstemperatuur van ijskoud water (°C)
TSEG
ó Uitgangstemperatuur van ijskoud water (°C).
TEGI
ó Minimum temperatuur van ijskoud water aan de verdamper (°C)
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect wordt automatisch gereset zodra de temperaturen van het ijskoude water opnieuw binnen het
normale bedrijfsbereik komen :
Niet glycolhoudend water
Glycolhoudend water (maximum percentage glycol : 30%)
TEGI+2°C < TEEG < 60°C
-13°C < TEEG < 60°C
TEGI+2°C < TSEG < 60°C
-13°C < TSEG < 60°C
Diagnosehulp
Herstellen
Sonde aan ingang of uitgang van gekoeld water
defect.
Slechte bedrading of de sonde is losgeraakt.
Vervang de sonde.
Controleer de aansluiting van de sonde.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 25 -
TEMPERATUREN VAN WARM WATER BUITEN REGELBEREIK
Logische variabele : DTEC
Code van defect KP02 : 2
Icoon KP07 :
Beschrijving
De in- of uitgangstemperatuur van het warm water zoals die gemeten wordt op de watercondensatoren, ligt
buiten het toegestane bereik:
TEEC < -27°C of TEEC > TECS
TSEC < -27°C of TSEC > TECS
Waarbij :
TEEC
TSEC
TECS
ó Ingangstemperatuur van het warm water (°C)
ó Uitgangstemperatuur van het warm water (°C)
ó Maximum temperatuur van het warm water aan de condensator (°C)
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect wordt automatisch gereset zodra de temperaturen van het warme water opnieuw binnen het
normale bedrijfsbereik komen :
TEEC > -27°C en TEEC < TECS-5°C
TSEC > -27°C en TSEC < TECS-5°C
Diagnosehulp
Herstellen
De sonde aan de in- of uitgang van het warm water is
defect.
Ingangssonde van het warme water defect.
Slechte bedrading of de sonde is losgeraakt.
Vervang de sonde.
Controleer de aansluiting van de sonde.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 26 -
DEBIET VAN GEKOELD WATER IS ONTOEREIKEND
Logische variabele : DFSE
Code van defect KP02 : 3
Icoon KP07 :
Beschrijving
De "flow switch" FSE detecteert gedurende meer dan 3 seconden een ontoereikend debiet in de verdamper.
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De machine start automatisch opnieuw 20 seconden nadat het debiet van gekoeld water opnieuw op peil is.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van de pompbediening.
Slechte bedrading van de debietmeter.
De waterfilter is vuil.
Slechte regeling van de debietmeter.
Controleer de aansluiting van de pomp.
Controleer de aansluiting van de debietmeter.
Maak de waterfilter schoon.
Stel de debietmeter af.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 27 -
DEBIET VAN WARM WATER IS ONTOEREIKEND
Logische variabele : DFSC
Code van defect KP02 : 4
Icoon KP07 :
Beschrijving
De "flow switch" FSC detecteert gedurende meer dan 3 seconden een ontoereikend debiet in de verdamper.
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De machine start automatisch opnieuw 20 seconden nadat het debiet van warm water opnieuw op peil is.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van de pompbediening.
Slechte bedrading van de debietmeter.
De waterfilter is vuil.
Slechte regeling van de debietmeter.
Controleer de aansluiting van de pomp.
Controleer de aansluiting van de debietmeter.
Maak de waterfilter schoon.
Stel de debietmeter af.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 28 -
GEEN HULPVOEDING 230V
Logische variabele : DPT230V
Code van defect KP02 : 7
Icoon KP07 :
Beschrijving
Het relais van de aanwezigheid van spanning is geactiveerd (PT230V = 0).
De carterweerstanden van de compressoren en de antivriesweerstanden van het hydraulische circuit krijgen
geen voeding.
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De machine start automatisch opnieuw 20 seconden nadat de voeding van 230 V opnieuw aanwezig is.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van de voeding van 230 V.
Controleer de aansluitingen en de spanning van de
voeding van 230 V die binnenkomt in de machine.
Controleer de bedrading van het relais voor
aanwezigheid van spanning.
Slechte bedrading van het relais voor aanwezigheid
van spanning.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 29 -
VERKEERDE VOLGORDE VAN DE STAPPEN
Logische variabele : DPHASE
Code van defect KP02 : 9
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt enkel beheerd op machines die zijn uitgerust met scroll-compressoren of
schroefcompressoren.
De stappenbesturing is geactiveerd (PHASE = 0).
Zij detecteert een inversie of een verkeerde aansluiting van de stappen.
Dit gebeurt
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De machine kan pas na handmatig resetten en na een correct herstel van de stappen opnieuw worden gestart.
Opmerking : Het defect wordt automatisch gereset telkens de machine wordt ingeschakeld.
Diagnosehulp
Herstellen
Defect kwam aan het licht toen de machine voor het
eerst onder spanning kwam.
Keer twee van de drie fasen voor de eenheid om.
Controleer of er wel drie fasen aanwezig zijn en
controleer de waarden van de spanningen tussen de
fasen.
Controleer de bedrading van het contact voor
aanwezigheid van fasen.
Afwezigheid van een fase in de voeding.
Slechte bedrading van het contact voor aanwezigheid
van fasen.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 30 -
DEFECTEN AAN DE CIRCUITS
INHOUD
Pagina
ONVOLDOENDE LAGE DRUK............................................................32
DE VERDAMPER BEVRIEST...............................................................33
ONVOLDOENDE OVERVERHITTING ...............................................34
VACUÜM TREKKEN MISLUKT............................................................35
SONDES OF VOELERS DEFECT .......................................................36
FOUTE OPENING VAN DE REDUCEERAFSLUITER ......................37
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 31 -
ONVOLDOENDE LAGE DRUK
Logische variabele : DBPn
Code van defect KP02 : n1
Icoon KP07 :
Beschrijving
De afsluitdrempel van de Lage Druk wordt als volgt bepaald in functie van het koelmiddel :
R22
ð 2 bar abs. (hetzij –25°C in verzadigingstemperatuur)
R407C
ð 1,5 bar abs. (hetzij –28°C in verzadigingstemperatuur damp).
Geval ¶ : Geen enkele compressor op het circuit n werkt. De lage druk blijft lager dan de veiligheidsdrempel
terwijl de vloeistofregelklep reeds 2 minuten open is.
N.B. : Op de schroefgroepen wordt de vloeistofregelklep parallel met de compressor gestuurd. Er
wordt dus geen rekening gehouden met diens voorwaarde voor de opening om het defect Lage Druk
te genereren.
Geval · : Een compressor in het circuit n werkt reeds meer dan 2 minuten niet meer. De vloeistofregelklep
staat open en de by-pass-klep (indien die bestaat) is sedert 1 minuut gesloten, maar de lage druk is
onvoldoende.
Ter herinnering: De groepen met een ontspannings-by-pass-klep zijn de groepen die voorzien zijn
van de optie "alle seizoenen" en van thermostatische reduceerafsluiters.
Geval ¸ : Een compressor in het circuit n werkt reeds meer dan 6 minuten niet meer. De andere compressor in
het circuit, indien er is en indien die in bedrijf is, werkt sedert ten minste 2 minuten en er wordt
onvoldoende lage druk gedetecteerd.
Dit gebeurt
F Indien het circuit n niet in werking is, mag het niet worden gestart. Is het circuit wel in werking, dan moet het
meteen worden uitgezet.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De drempels voor het resetten van het defect zijn de volgende :
R22
ð 3 bar abs. (hetzij –14°C in verzadigingstemperatuur)
R407C ð 2.5 bars abs. (soit –16°C in verzadigingstemperatuur damp).
Geval ¶ & · : Per dag mag het defect driemaal worden gereset. Moet dit vaker gebeuren, dan mag het circuit
slechts na een handmatige reset opnieuw worden gestart.
Geval ¸ :
Het resetten gebeurt handmatig.
Opmerking : De tellers van de defecten van "lage druk" TOBPn worden dagelijks om 18 uur terug op nul
gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
Onvoldoende belasting van het circuit.
De elektromagnetische klep van de vloeistof werkt
niet correct.
De reduceerafsluiter werkt niet correct.
De dehydrator is vervuild.
Vul de belasting aan.
Controleer de werking van de elektromagnetische
klep.
Controleer de werking van de reduceerafsluiter.
Vervang de dehydrator.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 32 -
DE VERDAMPER BEVRIEST
Logische variabele : DGELn
Code van defect KP02 : n2
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt alleen beheerd op de machines die water koelen dat geen anti-vriesadditief bevat (zoals
glycol of een zoutoplossing).
Geval ¶ : Buisvormige warmtewisselaars
Een compressor m van het circuit werkt niet meer sedert op zijn minst 1 minuut en gedurende meer
dan 2 minuten worden de volgende omstandigheden nog waargenomen:
TBPn < TBPI en TASPn < +5°C
Geval · : Warmtewisselaars in de vorm van platen
Een compressor m van het circuit n werkt niet meer sedert op zijn minst 2 minuten en :
TBPn < TBPI gedurende meer dan . 5 seconden voor de groepen met R407C
. 30 seconden voor de groepen met R22.
Met :
TBPn
TASPn
TBPI
ó Verdampingstemperatuur van het circuit n (°C)
ó Aanzuigtemperatuur van het circuit n (°C)
ó Minimum verdampingstemperatuur (°C)
De minimum waarde (en default-waarde) van de TBPI-instructie wordt als volgt bepaald:
Type van de wisselaar
R407C
R22
Buisvormig (geval ¶)
-1°C (verzadiging damp)
-4°C
Met platen (geval ·)
+1°C (verzadiging damp)
-1,7°C
Dit gebeurt
F Het circuit n wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Geval ¶ : Bij het eerste defect gebeurt het resetten automatisch na verloop van 30 minuten, indien de
verdampingstemperatuur opnieuw boven TBPI + 5°C is gestegen.
Na het eerste defect, zal het circuit slechts na een handmatige reset opnieuw worden gestart.
Geval · : Bij het eerste defect gebeurt het resetten automatisch na verloop van 30 minuten, indien de
verdampingstemperatuur opnieuw boven TBPI+3°C is gestegen.
Na het eerste defect, zal het circuit slechts na een handmatige reset opnieuw worden gestart.
Opmerking: De tellers van de defecten van "gel" TOGELn worden dagelijks om 18 uur terug op nul
gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte instelling van de TBPI-instructie.
Verdampings- of aanzuigsonde defect.
Slechte bedrading of de sonde is losgeraakt.
Het waterdebiet in de verdamper is ontoereikend.
Controleer de instelling van de instructie.
Vervang de sonde.
Dit defect wordt enkel beheerd op de groepen
waarin de verdamper boven de compressoren is
geplaatst (bijv. het gamma LCW).Controleer de
aansluiting van de sonde.
Controleer het debiet en de regeling van de
debietmeter.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 33 -
ONVOLDOENDE OVERVERHITTING
Logische variabele : DSURFn
Code van defect KP02 : n4
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt enkel op de groepen met elektrische reduceerafsluiters beheerd.
Een compressor van het circuit n werkt sedert ten minste 2 minuten niet meer en een van de 2 volgende
omstandigheden werd gedurende ten minste 2 minuten waargenomen:
TASPn ≥ (TEEG+3°C)
(TASPn-TBPn) ≤ 2°C
Met :
TASPn
TBPn
TEEG
ó Aanzuigtemperatuur van het circuit n (°C)
ó Verdampingstemperatuur van het circuit n (°C)
ó Ingangstemperatuur van gekoeld water (°C)
Dit gebeurt
F Het circuit n wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het resetten gebeurt handmatig.
Diagnosehulp
Herstellen
Sonde voor verdamping, aanzuiging of aan de uitgang
van ijskoud water is defect.
Slechte bedrading of een van deze sondes is los
geraakt.
Vervang de sonde.
Controleer de aansluitingen van de sondes.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 34 -
VACUÜM TREKKEN MISLUKT
Logische variabele : DPUMPDn
Code van defect KP02 : n5
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt enkel beheerd op de groepen waarin de verdamper fysisch boven de compressoren is
geplaatst (bijv. het gamma LCW).
Een compressor van het circuit n is sedert 2 minuten in werking en de elektromagnetische vloeistofklep krijgt
geen voeding, maar de lage druk blijft boven de minimum drempel.
De drempel van het einde van het vacuüm trekken wordt als volgt afhankelijk van het koelmiddel bepaald :
R22
ð 2 bar abs. (hetzij –25°C in verzadigingstemperatuur)
R407C ð 3 bar abs. (hetzij –11°C ein verzadigingstemperatuur damp).
Dit gebeurt
F Het circuit n wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De 2 eerste defecten worden automatisch na 2 minuten gereset.
Moet dit vaker gebeuren, dan mag het circuit n slechts na een handmatige reset opnieuw worden gestart.
Opmerking: De tellers van de defecten van "pump down" TOPUMPDn worden dagelijks om 18 uur terug op
nul gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
De elektromagnetische klep voor de vloeistof is door
een onzuiverheid in de open stand geblokkeerd.
Vervang de elektromagnetische klep.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 35 -
SONDES OF VOELERS DEFECT
Logische variabele : DSONDEn
Code van defect KP02 : n6
Icoon KP07 :
Beschrijving
Een of meer temperatuursondes of een of meer drukvoelers die in het circuit n zijn gemonteerd, zijn ofwel
kortgesloten, ofwel onderbroken of uitgeschakeld.
Sonde of voeler in kwestie
Sonde van de aanzuigtemperatuur
Omstandigheid waarin het defect zich voordoet
TASPn ≤ -40°C
Interne sonde van de elektronische reduceerafsluiter
1000 U ≤ RDETn ≤ 50 U
Voeler van lage druk
BPn ≤ 0,5 bars
Voeler van hoge druk
BPn ≤ 0,5 bars
Opmerking:Alle deze sondes en voelers zijn daarom niet aanwezig op een en dezelfde machine.
Dit gebeurt
F Het circuit n wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het circuit n kan pas opnieuw worden gestart na een handmatige reset en een correcte reset van alle voelers
en sondes.
Diagnosehulp
Herstellen
Sonde of voeler is defect.
Slechte bedrading of een sonde of een voeler is los
geraakt.
Vervang het element.
Controleer de aansluitingen van de sondes en de
voelers.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 36 -
FOUTE OPENING VAN DE REDUCEERAFSLUITER
Logische variabele : DCDETn
Code van defect KP02 : n7
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt enkel op de groepen met elektrische reduceerafsluiters DANFOSS van het type TQ
beheerd.
Er werkt geen enkele compressor in het circuit n.
reduceerafsluiter wordt voorverwarmd.
Een compressor vraagt om te worden gestart en de
Na 6 minuten is de gewenste waarde voor de opening van de reduceerafsluiter om de compressor te kunnen
starten nog steeds niet bereikt.
Dit gebeurt
F Het circuit n krijgt geen toestemming om te starten.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect moet handmatig worden gereset.
Diagnosehulp
Herstellen
De sonde van de reduceerafsluiter is defect.
Slechte bedrading of de sonde is losgeraakt.
Defect in de 24V-voeding op de reduceerafsluiter.
Het groene LED van het statisch relais brandt, maar
de reduceerafsluiter wordt niet warm.
Vervang de reduceerafsluiter.
Controleer de aansluiting van de sonde.
Controleer de voeding
Controleer het statische relais en de kaart die de
reduceerafsluiter bestuurt.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 37 -
DEFECTEN AAN DE COMPRESSOREN
INHOUD
Pagina
DE STROOMONDERBREKER VAN DE
COMPRESSOR IS GEACTIVEERD ....................................................39
ONVOLDOENDE OLIEDRUK ..............................................................40
HOGE DRUK IS TE HOOG ..................................................................41
WEGPERSTEMPERATUUR IS TE HOOG.........................................42
INTERNE BEVEILIGING IS GEACTIVEERD......................................43
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 38 -
DE STROOMONDERBREKER
VAN DE COMPRESSOR IS GEACTIVEERD
Logische variabele : DELECmn
Code van defect KP02 : mn1
Icoon KP07 :
Beschrijving
De magnetisch-thermische stroomonderbreker van compressor mn is geactiveerd (ELECmn = 0).
Dit gebeurt
F Compressor mn wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Compressor mn kan pas opnieuw worden gestart nadat de stroomonderbreker opnieuw is ingeschakeld en na
een handmatige reset..
Opmerking : Het defect wordt automatisch gereset telkens de machine wordt ingeschakeld.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte aansluiting of klemming van de verbindingen.
Slechte instelling van de stroomonderbreker
Controleer de verbindingen.
Stel de beveiliging af in functie van de nominale
stroomsterkte van de compressor.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 39 -
ONVOLDOENDE OLIEDRUK
Logische variabele :
DHUILEmn
Code van defect KP02 : mn2
Icoon KP07 :
Beschrijving
Dit defect wordt alleen op de semi-hermetische zuigercompressoren beheerd.
De som van de periodes gedurende welke de drukschakelaar van de olie van de compressor mn POILmn
geactiveerd blijft is groter dan 90 seconden. De oliedrukmeter is dan onvoldoende om een correcte smering
van de compressor te kunnen garanderen.
Opmerking:
De teller van de periodes met lage oliedruk wordt opnieuw op nul gezet wanneer de
oliedrukschakelaar langer dan 3 minuten boven het activeringspunt blijft.
Dit gebeurt
F Compressor mn wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het eerste defect wordt automatisch gereset.
Wanneer dit defect vaker voorkomt, dan mag de compressor mn slechts na een handmatige reset opnieuw
worden gestart.
Opmerking: De tellers van de defecten van "oliedruk" TOOILmn worden dagelijks om 18 uur terug op nul
gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
Er is niet voldoende olie in de compressor.
De oliepomp is defect.
Slechte instelling van de oliedrukschakelaar.
Slechte bedrading van de oliedrukschakelaar.
Controleer het oliepeil.
Vervang de oliepomp.
Controleer de instelling van de oliedrukschakelaar.
Controleer de bedrading van de oliedrukschakelaar.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 40 -
HOGE DRUK IS TE HOOG
Logische variabele : DHPmn
Code van defect KP02 : mn5
Icoon KP07 :
Beschrijving
De hoge-drukdrukschakelaar van de compressor mn PHPmn is geactiveerd.
Dit gebeurt
F Compressor mn wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De 2 eerste defecten worden automatisch gereset.
Wanneer dit defect vaker voorkomt, dan mag de compressor mn slechts na een handmatige reset opnieuw
worden gestart.
Opmerking: De tellers van de defecten van "hoge druk" TOBPn worden dagelijks om 18 uur terug op nul
gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
De condensator is vervuild.
Slechte instelling van de regelparameters van de
condensatie.
De elektromagneetklep van de vloeistof werkt niet
correct.
De dehydrator is vervuild.
Slechte bedrading of instelling van de hogedrukdrukschakelaar.
Maak de condensator schoon.
Controleer de instelling van de parameters.
Controleer de werking van de elektromagnetische
klep.
Vervang de dehydrator.
Controleer de bedrading en de instelling van de hogedrukdrukschakelaar.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 41 -
WEGPERSTEMPERATUUR IS TE HOOG
Logische variabele : DREFmn
Code van defect KP02 : mn6
Icoon KP07 :
Beschrijving
De wegperstemperatuur van de compressor mn REFmn blijft langer dan 9 seconden hoger dan 120°C.
Dit gebeurt
F Compressor mn wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
De 2 eerste defecten worden na een tijdverloop van 30 minuten automatisch gereset, op voorwaarde dat
REFmn opnieuw lager is dan de 90°C.
Komt dit defect vaker voor, dan kan de compressor pas na een handmatige reset opnieuw worden gestart
(voor deze reset moeten ten minste 30 minuten verstreken zijn nadat het defect zich heeft voorgedaan.
Opmerking: De tellers van de defecten van "te hoge wegpersing" TOREFmn worden dagelijks om 18 uur
terug op nul gesteld, op voorwaarde dat het maximaal toegelaten aantal defecten niet werd
bereikt.
Diagnosehulp
Herstellen
De wegperssonde is defect.
Slechte bedrading van de sonde.
Er is te weinig koelmiddel in het circuit.
De instelling van oververhitting heeft een te hoge
waarde.
Vervang de sonde.
Controleer de aansluiting van de sonde.
Vul koelmiddel bij.
Controleer de instelling voor oververhitting.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 42 -
INTERNE BEVEILIGING IS GEACTIVEERD
Logische variabele : DPINTmn
Code van defect KP02 : mn7
Icoon KP07 :
Beschrijving
F Semi-hermetische compressoren (zuiger- en schroefcompessoren) en scroll:
De thermische beveiliging van de motorwikkelingen van de compressor mn PINTmn is geactiveerd.
F Hermetische zuigercompressoren:
De compressor mn werkt reeds 6 minuten en de wegperstemperatuur REFmn is lager dan θ. Dit wijst erop
dat de interne beveiliging van de compressor geactiveerd is.
R22 & R407C
R134a & R404A
θ (°C)
40
30
Dit gebeurt
F Compressor mn wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Opmerking: Geen spanning, het defect wordt niet in het geheugen opgeslagen.
Resetten
Compressor mn kan pas opnieuw worden gestart nadat de interne beveiliging opnieuw gesloten is en na een
handmatige reset.
Opmerking : Het defect wordt automatisch gereset telkens de machine wordt ingeschakeld.
Diagnosehulp
Herstellen
Defect in de voeding van het relais van de interne
beveiliging.
De wegperssonde is slecht bedraad of de sonde is
defect (mogelijke gevallen voor de hermetische
zuigercompressoren).
De instelling van oververhitting heeft een te hoge
waarde.
Controleer de voeding van het relais.
Controleer de aansluiting van de sonde en vervang de
sonde indien nodig.
Controleer de instelling voor oververhitting.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 43 -
VERSCHEIDENE DEFECTEN
INHOUD
Pagina
DEBIET VAN DE POMP IS ONVOLDOENDE....................................45
STROOMONDERBREKERS
VAN DE VENTILATOREN GEACTIVEERD........................................46
STROOMONDERBREKER VAN DE POMP GEACTIVEERD...........47
AFSTANDSINSTRUCTIE KAN NIET
WORDEN GEDETECTEERD...............................................................48
TEMPERATUUR VAN DE
FREE-COOLING BUITEN REGELBEREIK.........................................49
DIALOOG TUSSEN CPU EN KP07 ONDERBROKEN ......................50
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 44 -
DEBIET VAN DE POMP IS ONVOLDOENDE
Logische variabele : DSDEBk
81 (pomp 1)
Code van defect KP0282
: (pomp 2)
Icoon KP07 :
Beschrijving
De pomp k die de verdamper voedt, krijgt de opdracht om gedurende 20 seconden te werken.
De "flow switch" FSE detecteert gedurende meer dan 25 seconden een ontoereikend debiet in de
warmtewisselaar.
Dit gebeurt
Geval ¶ : De groep beheert slechts één of geen enkele pomp (C2POMPE = 0).
F De pomp k wordt onmiddellijk stilgelegd.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
F 22 seconden voor het defect werd gegenereerd, werd de machine stilgelegd als gevolg van het
defect "debiet van ijskoud water is ontoereikend" (zie pagina 23).
Geval · : De groep beheert twee pompen (C2POMPE = 1)
F De pomp k wordt onmiddellijk stilgelegd.
F De 2e pomp wordt gestart (zie het hoofdstuk "beheer van de pompen van de verdamper" pagina
4).
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Geval ¶ :
Wanneer de CLIMATIC detecteert dat er water circuleert, terwijl er aan POMPEk geen opdracht tot
functioneren werd gegeven (wat wil zeggen dat de pomp niet elektrisch door de machine wordt
bediend), zal de machine automatisch opnieuw starten 20 seconden nadat het debiet zich heeft
hersteld.
In het tegengestelde geval kan, kan de machine pas na een handmatige reset opnieuw worden
opgestart.
Geval · :
Indien het debiet zich binnen de 20 seconden na het startbevel aan de 2e pomp heeft hersteld, start
de machine automatisch opnieuw op.
Zoniet zal de groep pas na een handmatige reset opnieuw kunnen starten.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van de pompbediening.
Slechte bedrading van de debietmeter.
De waterfilter is vuil.
Slechte regeling van de debietmeter.
Controleer de aansluiting van de pomp.
Controleer de aansluiting van de debietmeter.
Maak de waterfilter schoon.
Stel de debietmeter af.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 45 -
STROOMONDERBREKERS VAN DE VENTILATOREN
GEACTIVEERD
Logische variabele : DELECV
Code van defect KP02 : 90
Icoon KP07 :
Beschrijving
Een of meer magnetisch-thermische stroomonderbrekers, die de ventilatoren van de luchtcondensator
beveiligen, zijn geactiveerd. (ELECV = 0).
Dit gebeurt
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect wordt automatisch gereset zodra alle stroomonderbrekers van de ventilatoren opnieuw
ingeschakeld zijn.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte aansluiting of klemming van de verbindingen.
Slechte instelling van de stroomonderbrekers.
Controleer de verbindingen.
Stel de beveiligingen af in functie van de nominale
stroomsterkte van de ventilatoren.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 46 -
STROOMONDERBREKER VAN DE POMP GEACTIVEERD
Logische variabele : DELECPk
91 (pomp 1)
Code van defect KP02 : 92 (pomp 2)
Icoon KP07 :
Beschrijving
De magnetisch-thermische stroomonderbreker van de pomp k is geactiveerd (ELECPk = 0).
Dit gebeurt
Geval ¶ :
De pomp k is in dienst en de groep beheert slechts één pomp (C2POMPE = 0).F De pomp k
wordt onmiddellijk stilgelegd.
F De machine onmiddellijk stilleggen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Geval · :
De pomp k is in dienst en de groep beheert twee pompen (C2POMPE = 1).
F De pomp k wordt onmiddellijk stilgelegd.
F De 2e pomp wordt gestart (zie het hoofdstuk "beheer van de pompen van de verdamper"
pagina 4).
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Geval ¸ :
De pomp k is niet in dienst.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Geval ¶ :
De machine wordt automatisch opnieuw gestart 20 seconden nadat het defect zich heeft
voorgedaan en de CLIMATIC de pomp opnieuw heeft laten starten.
Geval · :
Het defect wordt automatisch gereset zodra de stroomonderbreker van de pomp opnieuw
ingeschakeld is.
Geval ¸ :
Het defect wordt automatisch gereset zodra de stroomonderbreker van de pomp opnieuw
ingeschakeld is.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte aansluiting of klemming van de verbindingen.
Slechte instelling van de stroomonderbreker.
Controleer de verbindingen.
Stel de beveiliging af in functie van de nominale
stroomsterkte van de pomp.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 47 -
AFSTANDSINSTRUCTIE KAN NIET WORDEN GEDETECTEERD
Logische variabele : DCONS
Code van defect KP02 : 95
Icoon KP07 :
Beschrijving
De eenheid zou moeten worden ingesteld op de waterinstructie die door de klant op afstand wordt gestuurd
(SGLCONS = 1), maar het ontvangen signaal is niet correct (TCONS < -25°C).
Opmerking : Voor de instructie van gekoeld water komt het signaal 4 / 20 mA overeen met de marge –20 /
+30°C (behalve op speciaal verzoek van de klant).
Dit gebeurt
F De machine wordt niet gestopt en stelt zich in op zijn eigen waterinstructie.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Zodra TCONS > -25°C wordt het defect automatisch gereset.
De machine kan opnieuw op de afstandsinstructie worden ingesteld.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van het signaal 4/20mA.
Controleer de bedrading (zie het elektrische schema).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 48 -
TEMPERATUUR VAN DE FREE-COOLING
BUITEN REGELBEREIK
Logische variabele : DTEFC
Code van defect KP02 : 97
Icoon KP07 :
Beschrijving
De temperatuur van het ijskoude water die door de sonde op de collector voor de free-cooling-batterijen wordt
gemeten, is buiten het toegelaten bereik :
TEEGFC < -15°C of TEEGFC > 65°C
Dit gebeurt
F De free-cooling wordt automatisch stilgelegd (de ventilatoren van de free-cooling worden gestopt en de 3wegsklep van de free-cooling overbrugt de batterijen helemaal).
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect wordt automatisch gereset zodra de ingangstemperatuur van het ijskoude water opnieuw binnen het
normale bedrijfsbereik ligt :
-13°C < TEEGFC < 60°C
Diagnosehulp
Herstellen
Sonde aan de ingang van het water in de free-cooling
defect.
Slechte bedrading of de sonde is losgeraakt.
Vervang de sonde.
Controleer de aansluiting van de sonde.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 49 -
DIALOOG TUSSEN CPU EN KP07 ONDERBROKEN
Logische variabele : -
Code van defect KP02 : -
Icoon KP07 :
Beschrijving
Na 3 pogingen is de grafische console KP07 er niet in geslaagd om de dialoog met ten minste een van de CPUkaarten, die haar zijn toegewezen, tot stand te brengen.
Dit gebeurt
F Regelmatige pogingen om de communicatie te herstellen.
F Het defect wordt gesignaleerd op het display.
F De overbrenging van het defect op afstand wordt 6 minuten vertraagd.
Resetten
Het defect wordt automatisch gereset zodra de dialoog is hersteld.
Diagnosehulp
Herstellen
Slechte bedrading van de verbinding tussen de KP07
en de CPU's.
Geen spanning op een van de kaarten.
Controleer de aansluiting van de verbinding tussen de
kaarten.
Controleer de elektrische voeding van de kaarten.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 50 -
NUMERIEKE CONSOLE KP02
1. ALGEMENE VOORSTELLING
De console KP02 is een interface tussen mens en machine, die bestaat uit een display met 6 cijfers, 6
indicators en 5 toetsen.
Indicator "algemeen alarm"
(rode knipperende indicator)
Niet gebruikte indicators
Indicator "onder spanning"
(groen)
Toets VERHOGEN
Digitaal scherm
Toets VERLAGEN
Indicator die de
modus VARIABELEN
aanduidt
Toets
Toets
Toets MODUS
Indicator die de
modus INSTRUCTIES
aanduidt
WAARDE
ADRES
Met deze console kunt u in hoofdzaak de waarden van de variabelen of de instructies van de CPU-kaart,
waaraan zij is aangesloten, lezen en/of veranderen.
De dialoog met de CPU wordt ingeleid door de KP02. Indien de communicatie na 3 pogingen nog niet tot stand
is gekomen, wordt een melding weergegeven, waarin het communicatieprobleem wordt gesignaleerd (zie
§II.5.c). De console zal daarna nog regelmatig proberen om verbinding te maken.
De transmissie van de gegevens gebeurt tegen een snelheid van 1200 baud. Die hebben het formaat van 8
bits (1 startbit, 8 bits, oneven pariteit, 1 stopbit).
2. WEERGAVEFORMATEN
2.1. De tijd
⇔ 12 uur en 59 minuten
Wanneer het toetsenbord van de console gedurende 5 minuten inactief is, wordt automatisch de tijd
weergegeven.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 51 -
NUMERIEKE CONSOLE KP02
2.2. De datum
2.3. Adres van een variabele
2.4. Waarde van een variabele
2.4.1. Logische waarden
(1 ⇔ ON)
(0 ⇔ OFF)
2.4.2. Temperaturen
De temperaturen worden weergegeven in °C met een nauwkeurigheid van 0,1°C.
⇔ -21.6°C
⇔ +105.8°C
2.4.3. Drukken
De drukken staan aangegeven in bar, met een nauwkeurigheid van 0,1 bar.
⇔ 18.3 bar
2.4.4. Andere analoge waarden
Niet getekende
waarden
Getekende waarden
2.4.5. Defectencode
⇔ Wegperstemperatuur is te hoog op de
compressor 1 van circuit 2.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 52 -
NUMERIEKE CONSOLE KP02
Wanneer zich een defect voordoet op de machine, begint de rode indicator "algemeen alarm" te knipperen.
Indien de gebruiker de aard van het defect wenst te kennen, kan hij de representatieve variabele "PANNE" van
de defectencode raadplegen.
2.5. Specifieke weergaven
2.5.1. Softwareversie
Wanneer spanning op de console wordt gezet, wordt het nummer van de software weergegeven.
⇔ versie 1.0 (voorbeeld)
2.5.2. Test van het display
De test om na te gaan of het display correct werkt, kan slechts worden uitgevoerd op het ogenblik waarop de
spanning op de console wordt aangesloten, door tegelijk de 3 toetsen "A", "M" en "-" ingedrukt te houden. De
goede werking van het display wordt als volgt aangegeven :
2.5.3. Communicatiefout KP02 / CPU
Wanneer er geen dialoog is tussen de console KP02 en de CPU dan wordt dit door de volgende melding
gesignaleerd :
⇔ "problème de communication" (communicatieprobleem)
3. DE BEDRIJFSMODI
Er zijn 4 bedrijfsmodi beschikbaar:
1. De modus VARIABLES (variabelen) stelt u in staat om de waarden van de variabelen te lezen.
2. De modus CONSIGNES (instructies) stelt u in staat om de instelling van de instructies te veranderen.
3. De modus LECTURE HORODATEUR (klok aflezen) stelt u in staat om het uur en de datum af te
lezen.
4. De modus RÉGLAGE HORODATEUR (klok instellen) stelt u in staat om het uur en de datum te
veranderen.
De gebruiker selecteert de door hem gewenste modus door de toets "M" verscheidene malen in te drukken.
De momenteel gebruikte modus wordt geïdentificeerd door middel van de 2 indicators "V" en "C":
Modus
Indicator "V"
VARIABLES(VARIABELEN)
aan
uit
uit
aan
uit
uit
aan
aan
CONSIGNES (INSTRUCTIES)
LECTURE HORODATEUR (KLOK
AFLEZEN)
REGLAGE HORODATEUR (KLOK
INSTELLEN)
Indicator "C"
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 53 -
NUMERIEKE CONSOLE KP02
3.1. Modus VARIABLES
Wanneer u toets "A" indrukt wordt het adres weergegeven van de variabele die momenteel wordt gelezen.
Het adres verhogen gebeurt door gelijktijdig de toetsen "A" en "+" in te drukken. Het adres wordt langzaam
verhoogd indien de "+"-toets telkens slechts eenmaal wordt ingedrukt, of snel indien de toets ingedrukt wordt
gehouden.
Het verminderen gebeurt analoog met de toetsen "A" en "-".
Wanneer het gewenste adres is geselecteerd, wordt de waarde van de overeenkomstige variabele
weergegeven wanneer u op toets "V" drukt. De variabelen worden cyclisch om de seconde ververst.
Opmerking: Wanneer een adres gekozen is en indien de gebruiker de waarde niet opvraagt, wordt die waarde
automatisch na 1 minuut weergegeven.
3.2. Modus CONSIGNES
Het adres van de te wijzigen instructie wordt op dezelfde wijze geselecteerd als in de modus VARIABLES (zie
§ III.1.).
De waarde van de instructie verhogen gebeurt door gelijktijdig de toetsen "V" en "+" in te drukken. De waarde
wordt langzaam verhoogd indien telkens eenmaal op "+" wordt gedrukt, of snel indien de toets ingedrukt wordt
gehouden. De verhoging gebeurt in stappen van 0,1 voor temperatuur en druk, of in stappen van 1 voor de
andere waarden. De snelle verhoging begint bij het rechter cijfer en gaat zo naar links.
Het verminderen gebeurt analoog met de toetsen "A" en "-".
Zodra de toets "V" opnieuw wordt losgelaten, wordt de weergegeven waarde naar de CPU gezonden.
De toegang tot de andere instructies dan CONSEA, CONSEB, DELTAT, MAARCn en RESET is vergrendeld.
Om toegang te krijgen tot alle instructie, moet een toegangscode worden ingevoerd in de gereserveerde
instructie met het adres nr.0. Is de toegangscode correct, dan wordt de volgende melding weergegeven
wanneer u toets "V" loslaat:
Wanneer het toetsenbord 5 minuten inactief is, dan sluit de console automatisch de onbeperkte toegang tot de
instructies af. Om een beschermde instructie te veranderen, moet de toegangscode opnieuw worden
ingevoerd.
3.3. Modus LECTURE HORODATEUR
De rubrieken klok, tot dewelke u toegang hebt om die te lezen, zijn :
. de tijd
⇔
. en de datum
⇔
U kiest de rubriek door toets "A" ingedrukt te houden en telkens even op "+" of "-" te drukken.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 54 -
NUMERIEKE CONSOLE KP02
Wanneer u toets "V" indrukt, wordt de waarde van het gekozen gegeven weergegeven.
Opmerking : Indien de gebruiker niet op "V" drukt, dan zal de waarde automatisch na 1 minuut worden
weergegeven.
3.4. Modus reglage horodateur
In deze modus kunnen de 6 rubrieken van de klok worden aangepast :
. uren en minuten
⇔
. de dag in de maand
⇔
. de dag in de week
⇔
. de maand
⇔
. het jaar
⇔
De te veranderen rubriek wordt gekozen zoals in de modus LECTURE HORODATEUR.
Net zoals bij de instructies, wordt de waarde verhoogd door gelijktijdig de toetsen "V" en "+" in te drukken, en
wordt zij verminderd door gelijktijdig de toetsen "V" en "-" in te drukken.
Voor de verschillende gegevenstypes, gelden de onderstaande regelbereiken :
Rubriek
Minimum waarde
Maximum
waarde
Uren en minuten
00-00H
23-59H
Dag van de maand
1
31
Dag van de week
1
7
Maand
1
0
12
99
Jaar
Door toets "A" in te drukken wordt het opslaan van de ingevoerde waarde geactiveerd.
Opmerking : De maanden met minder dan 31 dagen worden niet automatisch beheerd bij het invoeren.
Wanneer u een dag invoert die niet overeenstemt met de huidige maand, dan wordt de waarde
door de klok geweigerd en wordt de vroegere waarde behouden.
Voorbeelden :
Huidige waarden
Dag van de maand
Ingevoerde
Uiteindelijke
02 (februari)
15
30
15
10 (september)
26
31
31
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 55 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
1. ALGEMENE VOORSTELLING
De console KP07 is een interface tussen mens en machine die is voorzien van een zwart-wit LCD-scherm met
achterverlichting en met 240 x 128 pixels. De console omvat tevens 2 indicators en 12 toetsen.
LCD-scherm
Indicator "algemeen
alarm" (rood)
7 SCHERM-toetsen met
variabele functies
Indicator "onder
spanning" (geel)
5 toetsen onder
het toetsenbord
met vaste functies
De belangrijkste functies van de console zijn:
• Het beheer van een boomstructuur interactieve schermen.
• De permanente verversing van alle dynamische parameters die op de verschillende schermen worden
weergegeven.
• Het opslaan van de opeenvolgende statussen van vooraf gedefinieerde variabelen om een analoge
historiek en een historiek van de gebeurtenissen op te stellen.
Een KP07-console kan op meer dan 8 verschillende machines worden aangesloten, op voorwaarde dat die
allemaal dezelfde structuur voor de variabelen hebben. Het aantal aangesloten machines wordt in het
toepassingsprogramma van het display gedeclareerd. Indien slechts een enkele CPU is aangesloten, dan
wordt ook het kaartnummer gedeclareerd.
De verbinding machines / display is een seriële verbinding die het protocol JBUS gebruikt. Zodra de machines
zijn aangesloten, probeert de console de dialoog met de gedeclareerde machines tot stand te brengen. Indien
de console na 3 pogingen er nog niet in slaagt om met een machine te communiceren, dan gaat deze machine
over in de status "losgekoppeld". Het verbindingsdefect wordt dan in het scherm gesignaleerd (indien de
losgekoppelde machine werd gekozen voor de dialoog met de operator) en wordt opgeslagen in de historiek
van de gebeurtenissen. De KP07 zal daarna nog regelmatig proberen om verbinding te maken.
De communicatie gebeurt tegen een snelheid van 4800 baud. Het formaat van de overgebrachte gegevens
hebben het formaat van 8 bits (1 startbit, 8 bits, oneven pariteit, 1 stopbit).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 56 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
1.1. Toewijzing van de toetsen
1.1.1. SCHERM-toetsen
Dat zijn de 7 toetsen die rond het LCD-scherm zijn gepositioneerd :
De functie van deze toetsen kan al naargelang van het scherm anders zijn en zij wordt in het actieve scherm
door een icoon aangeduid. Voor de toetsen "1", "2", "3" en "4" wordt het icoon weergegeven boven de toets.
Voor de 3 overige toetsen "A", "B" en "C" wordt het icoon links van de toets weergegeven.
Elke toets kan de volgende mogelijkheid bieden :
. toegang tot een ander scherm.
. of een Boole-waarde in een gegeven variabele schrijven.
1.1.2. Toetsen onderaan het toetsenbord
De functies van deze 5 toetsen liggen vast.
Toets PAGE DOWN :
Naar de volgende pagina van eenzelfde schermtype
Toets PAGE UP :
Terug naar de vorige pagina van eenzelfde schermtype .
Toets SOMMAIRE :
Terug naar het eerste scherm van de boomstructuur (dus de
inhoud).
Toets ECRAN PRECEDENT :
Terug naar het daarvoor gekozen scherm
.
Toets MODIFICATION :
Wanneer u deze toets indrukt, wordt de modus "modification"
(veranderen) gestart (zie § I.2.).
1.2. Modus "modification" (veranderen)
In deze modus kunt u de waarde veranderen van alle veranderlijke variabelen die in het actieve scherm
worden weergegeven. Deze modus maakt gebruik van de 4 toetsen "1", "2", "3" en "4" door er vooraf
gedefinieerde functies aan toe te wijzen :
Toets
Eraan verbonden
icoon
Functie van de toets
Selectie van de te veranderen variabele.
Selectie van het te veranderen cijfer. (Telkens u de toets indrukt, gaat de
cursor een cijfer verder naar links, daarna gaat tot de cursor postvatten op
het laatste cijfer van de te veranderen waarde.)
Het cijfer met van 0 tot 9 verhogen.
Bevestiging van de huidige verandering
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 57 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
In de modus "modification" (veranderen) heeft de gebruiker de mogelijkheid om:
•
•
•
het nummer van de machine te kiezen waarvan hij de variabelen wenst te bekijken (indien er meerdere
KP-kaarten aan dezelfde KP07-console zijn aangesloten)
de instructies in te stellen
het starten / stoppen van de circuits configureren.
U verlaat de modus "modification" en keert terug naar het actieve scherm door de toets MODIFICATION in te
drukken.
Opmerkingen : •
•
Tijdens de veranderingsfase, wordt het scherm niet ververst.
Wanneer een verandering niet wordt bevestigd, dan zal de variabele zijn vroegere waarde
behouden.
1.3. Het contrast instellen
Het contrast van het display wordt in de modus "modification" (veranderen) ingesteld (zie § 1.2) :
• Om het contrast te verhogen, drukt u herhaalde malen op toets "A".
• Om het contrast te verminderen, drukt u herhaalde malen op toets "B".
Met toets "C" keert u terug naar het standaard ingestelde contrast (zie § 2. van de technische fiche
GRAFISCHE CONSOLE Ø KP07).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 58 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
2. ALGEMENE BOOMSTRUCTUUR VAN DE SCHERMEN
Inhoud
Toegang tot de bedrijfsstatus van de circuits, de
machine en de pompen
Curve van de
watertemperatuur
*
*
Aan / uit van de
circuits
*
Toegangscode
Bedrijfsstatus van
het circuit n°1
C2 C3 C4
Bedrijfsstatus van
de machine
Bedrijfsstatus van
de pompen van
gekoeld water
Toegang tot de
instructies
Koelschema.
Toegang tot
de variabelen
van het circuit
Historiek van
de defecten
Instructies voor
watertemperatuur
Toegang tot de
variabelen van
de machine
Bedrijfsstatus van de
secundaire pompen
voor gekoeld water
Analoge
ingangen
Analoge
ingangen
Logische
ingangen
Logische
ingangen
TORuitgangen
Aan / uit van de
primaire pompen
voor gekoeld water
TORuitgangen
Versch.
variabelen
Versch.
variabelen
Defectentellers
Defectentellers
Aan / uit van de
secundaire pompen
voor gekoeld water
Bedrijfsstatus van
de pompen voor
warm water
Aan / uit van de
warmwaterpompen
Klokken van nonactiviteit
Parameters van
de bediening van
de ventilatie
Parameters voor de
bediening van de
ventilatie PV/GV
Parameters van
een instelling met
helling
Opties
* Voor de groepem met meer dan één koelcircuit, zijn de vertakkingen C2, C3 en C4 actief; zij stemmen
overeen met de bedrijfsstatus van de respectieve circuits nr. 2, 3 en 4.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 59 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3. VI. INHOUD VAN DE SCHERMEN
3.1. Inhoud
Datum en uur
Aanwezigheid van een
defect op de machine
Nummer van de
machine die met het
display communiceert
Ingangstemperatuur van
het ijskoude water (of van
het warme water voor een
PAC)
Uitgangstemperatuur van het
ijskoude water (of het warme
water voor een PAC)
Waterinstructie
Op een machine die niet is uitgerust met de optie "instelling met helling", is de actieve waterinstructie
(CONSEA of CONSEB) een variabele die door de modus "modification" kan worden gewijzigd. In geval van
een instelling met helling kan de actieve instructie CONSEA worden gewijzigd. Indien het gaat om CONSALC,
kan zij niet worden gewijzigd daar zij het resultaat is van een berekening (zie pagina's 15 en 16).
Indien er meerdere KP01-kaarten zijn aangesloten op een en dezelfde KP07, kan het machinenummer worden
veranderd. In alle andere schermen kan het nummer van de machine enkele worden gelezen.
De datum en de tijd zijn eveneens veranderlijke gegevens. De console leest deze gegevens om de 24 uur
automatisch op de machine met het laagste JBUS-adres en verzendt die naar de andere machines die
eventueel op de console zijn aangesloten.
3.2. Curve van de uitgangstemperatuur van het water
De bewakingsfrequentie van de uitgangstemperatuur van ijskoud water (of warm water voor een PAC)
bedraagt 10 minuten op een volledige cyclus van 24 uren. De console kan ook de 144 laatste waarden van de
variabele in kwestie opslaan.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 60 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.3. Toegang tot de verschillende bedrijfsstatussen
Aanwezigheid van
een defect op de
PAC
Nummer van de
machine die
communiceert met het
display
Met dit scherm krijgt u toegang tot de bedrijfsstatussen van de koelcircuits, van de pompen en de machine.
3.4. Bedrijfsstatussen van de koelcircuits
Bedrijfsstatus van de
compressoren van het
gevisualiseerde circuit (uit
/ aan op vol vermogen /
aan op verminderd
Aard van het defect dat eventueel
aanwezig is op de compressor
Aantal bedrijfsuren
van de
compressoren
Andere oorzaak dan een defect
waarom de compressor is gestopt
(bij : tegenstroomcyclus)
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 61 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.5. Koelschema's
3.5.1. Groepen met luchtcondensatie
Wegperstemperatuur van de
compressor nr.2 (indien die bestaat)
Condensatiedruk
Condensatietemperatuur
Wegperstemperatuur van de
compressor nr.1
Temperatuur van
de omgevingslucht
Aanzuigtemperatuur
Verdampingstemperatuur
Uitgangstemperatuur
van het gekoeld water
Verdampingsdruk
Bedrijfsstatus van de
compressoren van het circuit
Ingangstemperatuur van
het gekoeld water
3.5.2. Groepen met watercondensatie
Ingangstemperatuur van
het warm water
Uitgangstemperatuur
van het warm water
Verdampingsdruk
Wegperstemperatuur van de
compressor
Condensatietemperatuur
Bedrijfsstatus van de
compressor
Verdampingstemperatuur
Uitgangstemperatuur
van het gekoeld water
Aanzuigtemperatuur
Ingangstemperatuur van
het gekoeld water
Verdampingsdruk
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 62 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.6. Tabellen van variabelen die gekoppeld zijn aan de koelcircuits
Dit scherm geeft toegang tot de waarden van de analoge ingangen, de logische ingangen, de defectentellers,
TOR-uitgangen en verscheidene variabelen die het geselecteerde koelcircuit beschrijven. Elke variabele wordt
geïdentificeerd door zijn mnemoniek.
3.6.1. Analoge ingangen
In dit scherm worden de analoge ingangen aangeduid die eigen zijn aan het koelcircuit en die niet voorkomen
op de in § III.5 beschreven schermen met koelschema's (bijv. : opening van de elektronische reduceerafsluiter).
3.6.2. Logische ingangen
Dit scherm duidt de status aan van alle logische ingangen die aan het circuit en diens compressoren gekoppeld
zijn.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 63 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.6.3. TOR-uitgangen
Dit scherm duidt de status aan van de motoren die de componenten van het circuit bedienen naast de
compressoren, waarvan de werking reeds werd beschreven in de bedrijfsstatussen van de circuits (zie
§ 3.4.).
3.6.4. Defectentellers
In dit scherm worden de waarden weergegeven van de tellers van alle defecten van het circuit en van de ertoe
behorende compressoren.
3.6.5. Verscheidene variabelen
Dit scherm toont de berekende waarden van de belangrijkste variabelen van het circuit zoals de
tegenstroomcyclus van de compressoren, de ventilatiethermostaat of nog de positievolgorde die aan de
reduceerafsluiter is gegeven.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 64 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.7. Bedrijfsstatus van de pompen
Aard van het defect dat
eventueel aanwezig is op
een van de pompen
Bedrijfsstatus van de pompen
(aan of uit)
3.8. Bedrijfsstatus van de machine
Aantal stappen dat
door de instelling wordt
gevraagd
Aantal compressoren dat in
werking is op de machine
3.9. Tabellen met algemene variabelen
Vanuit dit scherm hebt u toegang tot de waarden van de analoge ingangen, van de logische ingangen, de
TOR-uitgangen, de defectentellers en verscheidene variabelen die van belang zijn voor de gehele machine (en
die niet gekoppeld zijn aan een welbepaald koelcircuit). Elke variabele wordt door zijn symbolische naam
geïdentificeerd.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 65 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.9.1. Analoge ingangen
Dit scherm groepeert de temperaturen die gekoppeld zijn aan specifieke opties (bijv. temperaturen van het
gekoeld water bij de ingang van een free-cooling of van het warm water aan de IN/UIT van een
warmtewisselaar.
3.9.2. Logische ingangen
Dit scherm duidt de statussen aan van de contacten die de globale werking van de machine bepalen (bijv. aan
/ uit op afstand, stroomonderbrekers van de pompen, keuze van de regelinstructie, enz.).
3.9.3. TOR-uitgangen
Dit scherm geeft de status weer van de aandrijfmotoren die de componenten van de machine bedienen,
behalve dan de componenten die reeds beschreven werden in de bedrijfsstatus van de circuits en de pompen
(bijv.: algemeen alarm).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 66 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.9.4. Defectentellers
De defecten en de defectentellers die gekoppeld zijn aan bijzondere opties worden in dit scherm weergegeven
(bijv. : ingangstemperatuur van het water op de free-cooling buiten de marge).
3.9.5. Verscheidene variabelen
Dit scherm geeft de waarden weer van de berekende variabelen die een invloed hebben op de gehele machine
bijv.: de prioriteitsstatus van de werking van de pompen, non-activiteitsfuncties, enz…)
3.10. Historiek van de defecten
De historiek van de gebeurtenissen maakt het mogelijk dat de 24 laatste statuswijzigingen die aan defecten
gekoppeld zijn, worden geregistreerd.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 67 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Volgens de configuratie die in het toepassingsprogramma van de console wordt gebruikt, wordt rekening
gehouden met hetzij alleen met het optreden van defecten, hetzij met het optreden én het verdwijnen ervan.
De gevisualiseerde historiek betreft alleen de machine die op dat ogenblik met het display communiceert.
Indien nog andere KP01-kaarten aan dit display zijn gekoppeld, krijgt u ook toegang tot die respectieve
historieken van de gebeurtenissen door het nummer van de machine in de inhoud (zie § III.1.) te veranderen.
3.11. Aan / uit van de koelcircuits
In dit scherm kunt u via de modus "modification" voor elk koelcircuit de toelatingen tot starten of het in
stopstand houden configureren.
Wanneer u op de toets
, drukt, wordt het volgende scherm weergegeven :
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 68 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.12. Instructies
De toegang tot het instellen van de verschillende instelinstructies wordt beveiligd door een toegangscode (een
veranderlijke variabele die uit 5 cijfers bestaat). Deze toegangscode wordt in de modus "modification"
ingevoerd.
Door de toegangscode correct in te voeren en hem daarna te bevestigen, wordt de toets "A" geactiveerd :
Wanneer u op toets "A" drukt, wordt het volgende scherm getoond, waarmee de gebruiker zich naar het
instructietype kan begeven, dat hij wenst aan te passen.
Alle hierna volgende instructies kunnen via de modus "modification" worden veranderd.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 69 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.12.1. Instructies voor de watertemperatuur
Het hierna getoonde scherm geldt voor een vloeistofkoeler. Er bestaat een gelijkaardig scherm voor de
warmtepompen.
Instructie B voor
gekoeld water
Instructie A voor
gekoeld water
Minimum
temperatuur voor
ijskoud water
Temperatuurverschil
van het ijskoude water
(T ingang - T uitgang)
Minimum verdampingstemperatuur
Maximum
temperatuur van het
warm water
3.12.2. Klokken voor de non-activiteit
Uur
Dag waarop de wekelijkse
non-actieve periode eindigt
Tijdstip voor het einde
van de dagelijkse nonactieve periode
Tijdstip voor het begin van
de dagelijkse non-actieve
periode
Dag waarop de wekelijkse
non-active periode begint
Dag van de week
Net zoals de instructies die in dit scherm worden weergegeven, zijn datum en tijd veranderlijke variabelen.
Voor de dag van de week komt de waarde 1 overeen met zondag en 7 met zaterdag.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 70 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
3.12.3. Parameters voor de bediening van de ventilatie van de condensator (specifieke functie voor
de machines met luchtcondensatie)
Drempel van hoge druk
om de ventilatie-stappen
te verhogen
Optie PV/GV
Tijd nodig om een
ventilatiestap te verhogen of
te verlagen
Drempel van lage druk
om de ventilatie-stappen
te verlagen
3.12.4. Bedieningsparameters van de verluchting van de condensator bij PV / GV (specifieke optie
voor machines met luchtcondensatie)
Hoge-drukdrempel voor
overgang van de
ventilatoren van PV naar
GV
Drukverschil voor de
overgang van GV naar
PV
3.12.5. Parameters voor een instelling met helling op de luchttemperatuur (optie)
Berekende instructie voor ijskoud water
(variabele alleen lezen)
Gewenste waterinstructie
voor de 1 e gekozen
luchttemperatuur CONSA
Gewenste waterinstructie
voor de 2 e gekozen
luchttemperatuur CONSAM
Geval van een
vloeistofkoeler
Minimum temperatuur
voor gekoeld water
1e referentieluchttemperatuur
2e referentieluchttemperatuur
Temperatuur van de
omgevingslucht
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 71 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
4. VII. LEXICON VAN DE ICONEN
De iconen worden onderverdeeld in 6 families:
• Toetsen
• Titels van schermen
• Identificatie van de componenten
• Bedrijfsstatus
• Defecten
• Aan / uit en instructies
4.1. Toetsen
Toegang tot de watertemperatuurcurve aan de uitgang van de machine.
Toegang tot de bedrijfsstatus van de koelcircuits, van de pompen en de machine.
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 1 (er wordt geen defect op het circuit gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 1 (er is een defect op het circuit).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 2 (er wordt geen defect op het circuit gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 2 (er is een defect op het circuit).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 3 (er wordt geen defect op het circuit gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 3 (er is een defect op het circuit).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 4 (er wordt geen defect op het circuit gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 4 (er is een defect op het circuit).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de koelwaterpompen (er wordt geen defect aan de pompen
gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de koelwaterpompen (er is een defect aan de pompen).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de secundaire koelwaterpompen (er wordt geen defect aan deze
pompen gemeld)
Toegang tot de bedrijfsstatus van de secundaire koelwaterpompen (er is een defect aan deze
pompen).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de warmwaterpompen (er wordt geen defect aan de pompen
gemeld).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de warmwaterpompen (er is een defect aan de pompen).
Toegang tot de bedrijfsstatus van de machine (er wordt geen defect op de machine gemeld).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 72 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Toegang tot de bedrijfsstatus van de koelwaterpompen (er is een defect aan de pompen).
Resetten van de defecten en van de defectentellers.
Toegang tot het koelschema van het geselecteerde circuit.
Toegang tot de historiek van de defecten.
Toegang tot de verschillende tabellen met variabelen.
Toegang tot de analoge ingangen (andere dan die welke op de koelschema's staan vermeld).
Toegang tot de logische ingangen.
Toegang tot de TOR-uitgangen.
Toegang tot de verscheidene variabelen.
Toegang tot de defectentellers.
Toegang tot de aan- / uit-instructies. Selectie van de te veranderen variabele (zie § 1.2.).
Selectie van het te veranderen cijfer (zie § 1.2.).
Verhogen van het cijfer met 0 tot 9 (zie § 1.2.).
Bevestiging van de huidige verandering (zie § 1.2.).
Toegang tot de aan / uit van de koelcircuits en van de pompen.
Toegang tot de verschillende instructies.
Toegang tot de watertemperatuurinstructies.
Toegang tot de klokken voor non-activiteit (dag / nacht).
Toegang tot de parameters voor de bediening van de condensatorventilatie.
Toegang tot de bedieningsparameters van de condensatorventilatie bij lage / hoge snelheid.
Toegang tot de parameters voor een instelling met helling op de luchttemperatuur
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 73 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
4.2. Titels van schermen
Curven van de watertemperatuur aan de uitgang van de machine.
Toegang tot de bedrijfsstatus van de koelcircuits, van de pompen en de machine.
Bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 1.
Bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 2.
Bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 3.
Bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 4.
Bedrijfsstatus van het koelcircuit nr. 4.
Bedrijfsstatus van de secundaire koelwaterpompen.
Bedrijfsstatus van de warmwaterpompen.
Bedrijfsstatus van de machine.
Historiek van de defecten.
Toegang tot de verschillende tabellen met variabelen.
Analoge ingangen (andere dan die welke vermeld worden in de koelschema's).
Logische ingangen.
TOR-uitgangen.
Verschillende variabelen.
Defectentellers.
Aan / uit van de koelcircuits.
Aan / uit van de primaire koelwaterpompen.
Aan / uit van de secundaire koelwaterpompen.
Aan / uit van de warmwaterpompen.
Invoeren van de toegangscode om toegang te krijgen tot de veranderlijke instructies.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 74 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Toegang tot de verschillende instructies.
Instructies voor de watertemperaturen.
Klokken voor non-activiteit (dag / nacht).
Parameters voor de bediening van de condensatorventilatie.
Parameters voor de bediening van de ventilatie van de condensator bij lage / hoge snelheid.
Parameters voor een instelling met helling op de luchttemperatuur.
4.3. Identificatie van de componenten
Machine.
Koelcircuit nr. 1.
Koelcircuit nr. 2..
Koelcircuit nr. 3.
Koelcircuit nr. 4.
Compressor of pomp nr. 1 (in de respectieve bedrijfsstatus "circuits" of "pompen").
Compressor of pomp nr. 2 (in de respectieve bedrijfsstatus "circuits" of "pompen").
Compressor nr. 1 van het koelcircuit nr. 1.
Compressor nr. 2 van het koelcircuit nr. 1.
Compressor nr. 1 van het koelcircuit nr. 2.
Compressor nr. 2 van het koelcircuit nr. 2.
Compressor nr. 1 van het koelcircuit nr. 3.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 75 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Compressor nr. 1 van het koelcircuit nr. 4.
Primaire koelwaterpomp nr 1.
Primaire koelwaterpomp nr 2.
Secundaire koelwaterpomp nr. 1.
Secundaire koelwaterpomp nr. 2.
Warmwaterpomp nr. 1..
Warmwaterpomp nr. 2.
4.4. Bedrijfsstatus
Door een instelling op gekoeld water gevraagde stappen.
Door een instelling op warm water gevraagde stappen.
Compressor in werking (voorstelling op het koelschema).
Compressor in werking.
Compressor in werking en op vol vermogen.
Compressor in werking en op verminderd vermogen.
Compressor in werking op 75% van zijn totale capaciteit.
Compressor in werking op 50% van zijn totale capaciteit.
Compressor in werking op 25% van zijn totale capaciteit.
Compressor gestopt (voorstelling op het koelschema).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 76 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Compressor gestopt.
Compressor gestopt in instelling.
Compressor gestopt in tegenstroomcyclus.
Compressor gestopt door de non-activiteitsklokken.
Compressor gestopt omdat de pomp niet werkt of de pomp is gestopt.
Compressor gestopt door aan / uit van het koelcircuit.
Compressor gestopt door aan / uit op afstand van de machine.
Pomp in werking.
Free-cooling werkt.
Free-cooling is gestopt.
4.5. Defecten
Er doet zich op de groep een machine-, circuit-, compressor- of ander defect voor.
4.5.1. Algemene defecten aan de machine
Temperatuur van ijskoud water buiten het toegelaten bereik.
Temperatuur van warm water buiten het toegelaten bereik.
Onvoldoende debiet van ijskoud water.
Onvoldoende debiet van warm water.
Geen spanning op de elektrische hulpvoeding 230 V van de machine.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 77 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
De 3 fasen van de algemene elektrische voeding van de machine zijn foutief aangesloten.
Elektronische starter is defect.
4.5.2. Defecten aan het koelcircuit
Onvoldoende lage druk.
De verdamper is bevroren.
Onvoldoende oververhitting.
Het vacuüm trekken van het circuit is niet geslaagd.
Temperatuursondes of drukvoeler defect.
Verkeerde opening van de reduceerafsluiter.
4.5.3. Defecten aan de compressor
Activering van de magnetisch-thermische stroomonderbreker van de compressor.
Onvoldoende oliedruk.
Hoge druk is te hoog.
Wegperstemperatuur is te hoog.
Activering van de interne beveiliging van de compressor.
4.5.4. Verscheidene defecten
Waterdebiet is onvoldoende hoewel de pomp de opdracht tot functioneren heeft gekregen.
Activering van de magnetisch-thermische stroomonderbreker van ten minste één ventilator.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 78 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Activering van de magnetisch-thermische stroomonderbreker van de pomp.
Peil of druk zijn onvoldoende in het waterreservoir.
Slechte ontvangst van het signaal 4/20 mA dat op afstand voor de waterinstructie wordt gezonden.
Temperatuur van het ijskoude water aan de ingang van de free-cooling is buiten het toegelaten
bereik.
De dialoog tussen de console KP07 en een CPU-kaart van het netwerk is onderbroken.
Dialoog KP07 / KP01 is hersteld.
4.6. Aan / uit en instructies
Aan / uit van het koelcircuit nr. 1
Aan / uit van het koelcircuit nr. 2.
Aan / uit van het koelcircuit nr. 3
Aan / uit van het koelcircuit nr. 4.
Aan / uit van pomp nr. 1.
Aan / uit van pomp nr. 2.
Eerste instructie voor gekoeld water (CONSEA).
Tweede instructie voor gekoeld water (CONSEB).
Instructie voor gekoeld water berekend op basis van de helling op de lucht (CONSCALC)
Eerste instructie voor warm water (CONSEA).
Tweede instructie voor warm water (CONSEB).
Instructie voor warm recuperatiewater (CONSECR)
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 79 -
GRAFISCHE CONSOLE KP07
Gewenst temperatuurverschil, in absolute waarde, tussen in- en uitgang van het behandelde water
(DELTAT).
Minimumtemperatuur van het ijskoude water (TEGI).
Maximumtemperatuur van het warme water (TECS).
Minimum verdampingstemperatuur (TBPI).
Hoge-drukdrempel voor overgang van de ventilatoren van lage naar hoge snelheid (HPGV).
Drukverschil voor de overgang van de ventilatoren van hoge naar lage snelheid (HPDIFF).
Maximum aantal compressoren die in de aflaatmodus kunnen werken (THERMAX).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 80 -
TECHNISCHE FICHES
VAN DE ELEKTRONISCHE KAARTEN
INHOUD
Page
CLIMATIC-KAART Ø KP01
82
UITBREIDING 16 LOGISCHE INGANGEN Ø KP03
87
UITBREIDING ANALOGE UITGANG Ø KP04
89
UITBREIDING 8 ANALOGE INGANGEN Ø KP05
91
UITBREIDING 8 RELAIS Ø KP08
93
DOCHTERKAART UITGANG 0-10 V DIGITAAL Ø KP09
95
UITBREIDING VOEDING +18VDC Ø KP10
96
DOCHTERKAART ANALOGE UITGANG Ø KP11
97
NUMERIEKE CONSOLE Ø KP02
98
GRAFISCHE CONSOLE Ø KP07
99
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 81 -
CLIMATIC-KAART Ø KP01
1. VOORSTELLING
De hoofdkaart KP01 is uitgerust met een microprocessor 68HC16, met een eprom die het instelprogramma van
de machine bevat en met een batterij voor de voeding van de klok en die toelaat de belangrijke
bedrijfsgegevens op te slaan indien zich een stroomonderbreking voordoet.
De basisversie van de kaart KP01 bevat :
Ø 8 logische ingangen
Ø 8 analoge ingangen
(Op de KP01 kan een optionele kaart KP10 worden ingestoken. Zij zorgt voor een spanning van 18
Vdc om de sensoren 0-20 mA te voeden.)
Ø 8 logische uitgangen
Ø 2 asynchrone seriële verbindingen, die voorzien zijn voor de dialoog met een PC, een GTC of een
numerieke of grafische console.
In optie kunnen op de KP01 2 dochterkaarten KP11 of 2 x KP09 of 1x KP11 + 1 x KP09 worden ingestoken.
Met die uitbreiding kunnen respectievelijk 2 analoge uitgangen 0-10 V of 2 digitale uitgangen 0-10 V of 1
analoge + 1 digitale uitgang worden gestuurd.
Dankzij de uitbreidingskaarten kan de architectuur van de CLIMATIC worden gemoduleerd. Op een en
dezelfde KP01 kan het volgende worden aangesloten :
Ø 3 uitbreidingen 16 logische ingangen (kaart KP03)
Ø 4 uitbreidingen analoge uitgang (kaart KP04)
3 uitbreidingen 8 analoge ingangen (kaart KP05)
(Elke uitbreiding met een KP05 betekent dat er een analoge ingang op de KP01 onbeschikbaar
wordt.)
Ø 4 uitbreidingen 8 extra logische uitgangen (kaart KP08)
Indien er op een bepaalde machine meer ingangen / uitgangen vereist zijn dan een enkele KP01 kan bieden, of
indien er een communicatie moet worden tot stand gebracht tussen verschillende groepen op eenzelfde plaats,
moet een koppeling van meerdere kaarten KP01 met hun bijbehorende uitbreidingen worden overwogen
(maximaal 8 kaarten KP01 met een maximale afstand tussen de kaarten onderling van 100 m).
2. EXTERNE VERBINDINGEN
2.1. Voeding
Een enkele transformator zorgt voor de voeding van de Climatic (KP01, uitbreidingen en KP07)
12 V / 50 VA voor de hoofdvoeding van de KP01
230 Vac
12 V / 7,2 VA voor de geïsoleerde voeding van de kaarten KP03 / KP04 / KP01
12 V / 6 VA voor de voeding van de grafische console KP07
Aansluiting op de KP01 :
. Hoofdvoeding 12 V + aarde
. Geïsoleerde voeding 12 V
è loskoppelbare driepunts connector met een pitch van 5.08 mm (J10)
è loskoppelbare tweepunts connector met een pitch van 5.08 mm (J11)
De aanwezigheid van spanning op de voedingen van de KP01 kan worden gevisualiseerd door middel van 2
groene leds (LD3 voor 12V hoofdvoeding en LD2 voor 12V geïsoleerd).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 82 -
CLIMATIC-KAART Ø KP01
2.2 Logische ingangen
Aan de logische ingangen zijn in hoofdzaak droge contacten aangesloten die afkomstig zijn van controleeenheden die op de machine zijn gemonteerd (bijv. pressostaat, magnetisch-thermische stroomonderbrekers,
debietmeters, enz.) .
De aansluiting gebeurt door een loskoppelbare 12-punts connector met een pitch van 3.81 mm (J26). De
bedrading van een toerusting van de machine op een logische ingang mag met een niet afgeschermde draad
worden uitgevoerd. Een afgeschermde kabel is integendeel wel nodig voor de aansluiting op de klemmen die
voor de klant zijn bedoeld.
2.3 Analoge ingangen
Op de analoge ingangen kunnen temperatuursondes CTN (10 kΩ bij 25°C) of drukzenders worden
aangesloten. Elke opnemer 0-20 mA moet, ongeacht de waarde die hij meet, worden gevoed door een kaart
KP10 die op de KP01 in J23 wordt aangesloten.
De aansluiting op de analoge ingangen gebeurt door middel van een loskoppelbare 12-punts connector met
een pitch van 3.81 mm (J25). De spanning van 18 V dc die door de KP10 wordt opgewekt, wordt trouwens
door middel van een loskoppelbare 2-punts connector met een pitch van 3.81 mm (J24) naar de
uitbreidingskaarten KP05 overgebracht.
2.4 Logische uitgangen
De activeringsrelais van het omkeertype dienen in hoofdzaak om de componenten "met motor" van de machine
te bedienen, zoals de compressoren, ventilatoren of elektrische reduceerafsluiters. Zij kunnen ook dienen om
de logische informatie over de op de klemmen gemonteerde droge contacten door te seinen.
De aansluiting gebeurt door middel van een loskoppelbare 3-punts connector met een pitch van 5.08 mm (J1
tot J8). De relais worden gevoed met een spanning van 12 V.
2.5 Uitgangen 0-10 V
De analoge uitgangen (gekoppeld aan de dochterkaarten KP11) bieden de mogelijkheid om een variabele
bediening tot stand te brengen via een signaal 0-10 V. Het bestuurde mechanisme kan een registermotor of
een modulerende reduceerafsluiter zijn.
De digitale uitgangen 0-10 V (gekoppeld aan de dochterkaarten KP09) kunnen worden gebruikt om, met een
hoge frequentie van statusverandering en via statische relais, componenten te sturen zoals elektrische
reduceerafsluiters of verwarmingsweerstanden.
De aansluiting op de kaarten KP09 of KP11 gebeurt door middel van loskoppelbare 2-punts connectoren met
een pitch van 3.81 mm (J17 & J21).
2.6 Verbinding met de uitbreidingskaarten
Deze verbinding die gebaseerd is op een I2C-bus biedt de mogelijkheid om de KP01 te verbinden met de
uitbreidingen KP03, KP04 en KP08.
De aansluiting gebeurt door middel van connectoren van het type RJ45 (J14 & J15).
2.7 Analoge bus
De verbinding biedt de mogelijkheid om de KP01 aan te sluiten op de uitbreidingen KP05.
De aansluiting gebeurt door middel van een loskoppelbare 14-punts connector HE10 met een pitch van 2.54
mm (J19).
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 83 -
CLIMATIC-KAART Ø KP01
2.8 Koppelingsverbinding inter-KP01
De kaarten KP01 communiceren onderling via een asynchrone seriële verbinding die 3 signale gebruikt:
. Zenden / ontvangen
. Referentiemassa
. Voeding
De verschillende kaarten KP01 worden aan elkaar gekoppeld door middel van loskoppelbare 3-punts
connectoren met een pitch van 3.81 mm. Een gele knipperende led duidt op een correcte dialoog tussen de
kaarten KP01 (LD4).
2.9 Seriële verbinding
Elke kaart KP01 heeft 2 communicatiepoorten die respectievelijk COM B en COM C worden genoemd. Op de
COM B kunnen een grafische console KP07, een microcomputer of een GTC worden aangesloten. De poort
COM C is dan weer uitsluitend voorzien voor een verbinding met een numerieke console KP02 of een grafische
console KP07 (de selectie van het type console gebeurt met de microschakelaar nr. 8 op SW1).
De seriële verbinding van het asynchrone type gebruikt de 4 volgende signalen :
. TXD : overseinen van de climatic-gegevens
. RXD : de climatic-gegevens ontvangen
. GND : referentiemassa van de 2 signalen TXD en RXD
. Voeding
De kenmerken van de verbinding van de COM B zijn :
. De communicatiesnelheid kan worden geconfigureerd via een interface JBUS : 4800 (standaard), 2400 of 1200
bauds
. Pariteit : onpaar
. Formaat van de gegevens : 8 bits
. Aantal stopbits : 1
De aansluiting op de 2 COM-poorten gebeurt door middel van een loskoppelbare 4-punts connector met een
pitch van 3.81 mm (J14 / J15). Elke poort is voorzien van een gele led die knippert wanneer de dialoog tussen
de KP01 en het aangesloten mechanisme correct verloopt (LD6 voor COM B / LD5 voor COM C).
N.B. : Voor de aansluiting van een PC op een KP01 is een RS232 vereist. Zo moet ook de dialoog tussen een
Climatic en een GTC via een interface JBUS KP06 gebeuren.
3. CONFIGURATIE
3.1 Batterij (schakelaar SW4) :
Wanneer de kaart in werking is, moet de schakelaar SW4 in de bedrijfsstand (T) staan, zodat de gegevens
worden geback-upt. Tijdens de periodes van opslag of herstelling is het aan te raden om de batterij in de
ruststand ® te zetten. Zo wordt voorkomen dat zij nutteloos leeg raakt.
Attentie, de klok werkt niet indien de batterij niet in de bedrijfsstand werd gezet.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 84 -
CLIMATIC-KAART Ø KP01
3.2 Analoge ingangen (schakelaars SW5-1 tot SW5-8) :
Met deze schakelaars kan het type van de analoge ingangen worden geconfigureerd : CTN of 0-20 mA.
Indien een van de 3 eerste analoge ingangen omwille van een uitbreidingskaart KP05, niet beschikbaar is, moet
de overeenkomstige schakelaar (SW5-1 tot SW5-3) in de stand nul worden gezet, m.a.w. hij moet worden
weggenomen.
3.3 COM C-poort (microschakelaar SW1-8) :
Het 8e contact van de schakelaar SW1 dient om het type van de console te configureren, numeriek of grafisch,
die op de poort is aangesloten.
3.4 Koppelingsverbinding (schakelaars SW2,SW3) :
Indien meerdere kaarten KP01 onderling aan elkaar zijn gekoppeld, moeten de schakelaars worden gezet zoals
aangeduid in onderstaande tabel
SW2
SW3
Kaart 0 moederkaart
(interne voeding)
Kaart n>0 slave
(externe voeding)
1-2
1-2
2-3
2-3
Standaard wordt een KP01 als slave geconfigureerd.
4. PROCEDURE OM EEN KAART KP01 TE VERVANGEN
Ø Noteer de waarde van alle instructies.
Ø Zet de voeding naar de kaart uit en vervang de kaart
Ø Verwijder de eprom van de oude kaart en monteer die op de nieuwe kaart. Respecteer wel de
richting van de plaatsing zoals hieronder beschreven :
Leigat
Ø Zet de schakelaar van de batterij in de bedrijfsstand en configureer de andere schakelaars in de
stand die zij op de oude kaart hadden.
Ø Koppel alle verbindingen op de CLIMATIC opnieuw aan; raadpleeg hiervoor het elektrische schema.
Ø Zet opnieuw spanning op de kaart en voer de oude instructie in de nieuwe kaart in.
i Opmerking, Wanneer er nog spanning op de kaart zit mogen de I²C-connectoren niet worden
aangesloten of losgekoppeld.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 85 -
CLIMATIC-KAART Ø KP01
5. SCHEMA VAN DE KAART
Kaart n-1 è
Kaart n+1 ç
µP
68HC16
Eprom
Pile
J1 à J8 :
J10 :
J11 :
J13 :
J14, J15 :
J16, J20 :
J17, J21 :
J18, J22 :
J19 :
J23 :
J24 :
J25 :
J26 :
LD2 :
LD3 :
LD4 :
Connectoren van 8 relaisuitgangen
Connector voeding 12 Vac + T
Connector voeding 12 Vac geïsoleerd
Connector koppelingsverbinding
Connectoren RJ45 van de I²C-bus
Connectoren voor KP11 of KP09
Connectoren van de 2 uitgangen 0-10 V
Connectoren van de 2 seriële verbindingen
Connector van de analoge bus
Connector voor KP10
Connector voeding +18 Vdc
Connector van de analoge ingangen
Connector van de logische ingangen
LED voor de aanwezigheid
van geïsoleerde 12Vac spanning
Led aanwezigheid spanning 12 Vac
Led aanwezigheid dialoog koppeling
LD5, LD6 :
PT1, PT2 :
PT3 :
PT4 :
PT5 :
PT6 :
PT7 :
PT9 :
PT10 :
PT11, PT13 :
PT12 :
SW1 :
SW2 , SW3 :
Led's aanwezigheid van dialoog op COM C / B
12 Vac
0 V geïsoleerd
Vcc +5 V
Gnd
11 V geïsoleerd
VRF 12 Vdc
Reset
Power Fail
SW4 :
SW5 :
Configuratieschakelaar van de batterij
Configuratieschakel. van de analoge ingangen
12Vac geïsoleerd
Clock
Microswitches DIL
Configuratieschakel. van de koppelingsverb.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 86 -
UITBREIDING 16 LOGISCHE INGANGEN Ø KP03
1. VOORSTELLING
De kaart KP03 biedt de mogelijkheid om 16 extra droge contacten aan te sluiten op de Climatic. Deze
contacten zijn in hoofdzaak afkomstig van controle-eenheden die op de machine zijn gemonteerd, zoals
pressostaten, magnetisch-thermische stroomonderbrekers, debietmeter, enz.
Op een en dezelfde KP01 kunnen maximaal 3 uitbreidingen KP03 worden aangesloten, wat een maximale
capaciteit biedt van 8 + 3 x 16 hetzij 56 logische ingangen.
2. EXTERNE VERBINDINGEN
2.1 Voeding
De voeding van 12 Vac voor de kaarten KP03 is extern. Zij wordt verzekerd door de enige transformator, die de
spanning van 12 V opwekt voor alle kaarten, CPU en uitbreidingen, van de Climatic (zie § 2. Van de technische
fiche "CLIMATIC-KAART Ø KP01").
De 12 V waarmee de kaarten KP03 worden gevoed, dienst ook als spanningsbron voor alle droge contacten
die op de logische ingangen zijn aangesloten (niet-afgeschermde draden).
De aansluiting van de voeding gebeurt via een loskoppelbare 2-punts connector met een pitch van 5.08 mm
(J3).
De aanwezigheid van spanning op de KP03 kan worden gevisualiseerd met een rode led (LD18).
2.2 Verbinding met de KP01 en de andere kaarten KP03
Deze verbinding die gebaseerd is op een I2C-bus gebruikt 2 connectoren van het type RJ45 (J1 & J2).
Een groene led duidt de aanwezigheid aan van spanning op de I2C-bus die afkomstig is van de kaart KP01
(LD17).
2.3 Logische ingangen
Elke ingang laat een maximum stroom toe van 10 mA bij een spanning van 10V.
De aansluiting gebeurt door middel van 2 loskoppelbare 12-punts connectoren met een pitch van 3.81 mm
(JEL1 & JEL2). Er is een gemeenschappelijk punt voor 2 ingangen. De bedrading van een toerusting van de
machine op een logische ingang kan worden uitgevoerd met een niet-afgeschermde kabel. Voor de aansluiting
op de klemmen die ter beschikking staan van de klant, is echter wel een afgeschermde kabel vereist.
De status van elk van de 16 ingangen wordt gevisualiseerd door een gele led (LD1 tot LD16).
3. CONFIGURATIE VAN DE ADRESSERING (SW1)
De mogelijke adresnummers zijn 1, 2 of 3. Twee kaarten KP03 die op dezelfde KP01 aangesloten zijn, mogen
niet hetzelfde adres hebben.
Voor elk adres staat de juiste stand van de schakelaar aangeduid op de kaart.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 87 -
UITBREIDING 16 LOGISCHE INGANGEN Ø KP03
4. SCHEMA VAN DE KAART
J1, J2 :
J3 :
J4, J7 :
JEL1, JEL2 :
LD1 à LD16 :
LD17 :
LD18 :
PT1 :
PT2 :
PT3 :
PT4 :
PT5 :
PT6 :
PT7 :
PT8 :
SW1 :
Connectoren RJ45 van de I²C-bus
Connector externe voeding 12Vac
Plaatsen voorzien voor aansluiting aan de massa d.m.v. FASTON 6.35
Connectoren van de logische ingangen
Status-LED's van de 16 ingangen
Led aanwezigheid spanning op de I²C-bus
Led aanwezigheid spanning 12Vac
Massa
Vcc1 (+5 V)
Vcc2 (+11 V geïsoleerd)
0 V geïsoleerd
+12V gelijkgericht en gefilterd (voor instelling)
VRF
Signaal SDA/I²C (DATA)
Signaal SCL/I²C (CLOCK)
Schakelaars voor de configuratie van het kaartadres
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 88 -
UITBREIDING ANALOGE UITGANG Ø KP04
1. VOORSTELLING
De kaart KP04 biedt aan de Climatic de mogelijkheid om via een numerieke / analoge inverter, een bijkomende
analoge uitgang 0-10 V te sturen. Dit type van uitgang wordt gebruikt om modulerende componenten te sturen,
zoals registermotoren of proportionele reduceerafsluiters.
Er kunnen tot 4 uitbreidingen KP04 op een en dezelfde KP01 worden aangesloten. Dat betekent een maximale
capaciteit van 2 + 4 x 1 hetzij 6 analoge uitgangen.
2. EXTERNE VERBINDINGEN
2.1 Voeding
De 12 Vac-voeding van de kaarten KP04 is extern. Zij wordt verzekerd door de enige transformator die de
spanning van 12 V opwekt voor alle kaarten, CPU en uitbreidingen van de Climatic (zie § 2 Van de technische
fiche"CLIMATIC-KAART Ø KP01").
De aansluiting van de voeding gebeurt door middel van een loskoppelbare 2-punts connector met een pitch
van 5.08 mm (J3).
De aanwezigheid van spanning op de KP04 kan worden gevisualiseerd door een groene led (LD1).
2.2 Verbinding met de KP01 en de andere kaarten KP04
Deze verbinding, die gebaseerd is op een I2C-bus, gebruikt 2 connectoren van het type RJ45 (J1 & J2).
Een knipperende gele led duidt aan dat de dialoog op de I2C-bus correct verloopt (LD2).
2.3 Analoge uitgang
De aansluiting gebeurt via een loskoppelbare 2-punts connector met een pitch van 3.81 mm (J4).
3. CONFIGURATIE EN CALIBRATIE
3.1 Configuratie van de adressering (SW1 & SW2)
De mogelijke adresnummers zijn 1, 2, 3 of 4. Twee kaarten KP04 die aangesloten zijn op dezelfde KP01
mogen niet hetzelfde adres hebben.
Voor elk adres staat de correcte positie van de schakelaar aangeduid op de kaart.
3.2 Calibratie (P1)
Met de potentiometer P1 kan de verhoging worden geregeld om een spanning van 0 tot 10 V te verzekeren op
de analoge uitgang. Deze instelling gebeurt systematisch in de fabriek.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 89 -
UITBREIDING ANALOGE UITGANGØ KP04
4. SCHEMA VAN DE KAART
F2, F3 :
Zekeringen 100 mAT
J1, J2 :
Connectoren RJ45 van de I²C-bus
J3 :
Connector externe voeding 12 Vac
J4 (JSA+) : Connector analoge uitgang 0-10 V
LD1 :
Led aanwezigheid spanning 12 Vac
LD2 :
Led aanwezigheid dialoog I²C-bus
P1 :
Potentiometer van de calibratie van de kaart
PT1 :
Massa
PT2 :
VRF
PT3 :
+12 V geïsoleerd
PT4 :
0 V geïsoleerd
PT5 :
+5 V geïsoleerd
PT6 :
Vcc (+5 V)
PT7 :
+12V gelijkgericht en gefilterd (voor instelling)
SW1 , SW2 : Schakelaars voor de configuratie van het kaartadres
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 90 -
UITBREIDING 8 ANALOGE INGANGEN Ø KP05
1. VOORSTELLING
De kaart KP05 biedt de Climatic de mogelijkheid voor 8 extra analoge ingangen. De 4 eerste ingangen kunnen
worden aangesloten, hetzij op een temperatuursonde van het type CTN (10 kΩ bij 25°C), hetzij op een gewone
opnemer 0-20 mA. De ingangen 5 tot 8 zijn dan weer gereserveerd voor temperatuursondes CTN.
Op een en dezelfde KP01 kunnen tot 3 uitbreidingskaarten KP05 worden aangesloten. Elke uitbreiding met een
KP05 betekent dat één analoge ingang van de KP01 onbeschikbaar wordt; de complete configuratie laat toe
een maximum aantal van 5 + 3 x 8 hetzij 29 analoge ingangen kan worden bereikt.
2. EXTERNE VERBINDINGEN
2.1 Voeding
De opnemers 0-20 mA hebben een voeding nodig van 18 Vdc. Deze spanning wordt opgewekt door de extra
kaart KP10 die op de KP01 is gemonteerd en die tot de KP05 wordt geleid (zie § 2. Van de technische fiche
"CLIMATIC-KAART Ø KP01" en § 1. van de technische fiche "UITBREIDING VOEDING +18 VDC Ø KP10").
De aansluiting van de voeding 18 Vdc gebeurt door middel van een loskoppelbare 2-punts connector met een
pitch van 3.81 mm (J3).
2.2 Analoge bus
Die wordt tussen KP05 en KP01 geleid via een 14-punts connector HE10.
Een groene led biedt de mogelijkheid om de werking van de verbinding KP01 / KP05 (LD1) te visualiseren.
2.3 Analoge ingangen
De aansluiting gebeurt door middel van een loskoppelbare 12-punts connector met een pitch van 3.81 mm
(J1).
3. CONFIGURATIE
3.1 Types van ingangen (SW1 tot SW8)
Aan elke ingang is een jumper toegewezen. De correcte stand van de jumper bij het lezen van de ingang van
een TCN-sonde of een opnemer 0-20 mA staat schematisch voorgesteld op de kaart. De 4 laatste ingangen
moeten hoe dan ook in CTN worden geconfigureerd.
3.2 Adressering (SW9)
De mogelijke adresnummers zijn 1, 2 of 3. Twee kaarten KP03 die op dezelfde KP01 zijn aangesloten, mogen
niet hetzelfde adres hebben.
Voor elk adres staat de correcte stand van de schakelaar aangeduid op de kaart.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 91 -
UITBREIDING 8 ANALOGE INGANGEN Ø KP05
4. SCHEMA VAN DE KAART
J1 (JEA) :
Connector van de analoge ingangen
J2 :
Connector van de analoge bus
J3 :
Connector voeding +18 Vdc
LD1 :
Led aanwezigheid spanning 5 V
SW1 à SW8 : Configuratieschakelaars van de ingangen in 0-20 mA of CTN
SW9 :
Schakelaars voor de configuratie van het kaartadres
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 92 -
UITBREIDING 8 RELAIS Ø KP08
1. VOORSTELLING
De kaart KP08 biedt de Climatic de mogelijkheid om 8 extra relaisuitgangen te sturen. Deze activeringsrelais
worden gebruikt om de belangrijkste elektrische componenten van de machine te sturen, zoals de
compressoren, de ventilatoren, de elektrische reduceerafsluiters en ook nog de pompen. Zij kunnen tevens
worden gebruikt om de logische informatie door te sturen over de op de klemmen gemonteerde droge
contacten.
Er kunnen maximaal 4 uitbreidingskaarten KP08 op een en dezelfde KP01 worden aangesloten. Dat biedt een
maximale capaciteit van 8 + 4 x 8 hetzij 40 uitgangen.
2. EXTERNE VERBINDINGEN
2.1 Verbinding met de KP01 en de andere KP08
Deze verbinding die gebaseerd is op een I2C-bus, gebruikt 2 connectoren van het type RJ45 (J9 & J10). Zij
verzekert in hoofdzaak de elektrische voeding van de KP08 vanuit de KP01.
Een groene led duidt de aanwezigheid aan van spanning op de I2C-bus die afkomstig is van de KP01 (LD1).
Een tweede knipperende gele led duidt aan dat de I2C-dialoog correct verloopt (LD2).
2.2 Logische uitgangen
De relais die op de kaarten KP08 gemonteerd zijn, zijn van het omkeertype. Zij kunnen een maximum stroom
aan van 16 A bij een spanning van 250 Vac.
De aansluiting gebeurt via loskoppelbare 3-punts connectoren met een pitch van 5.08 mm (J1 à J8).
3. CONFIGURATIE VAN DE ADRESSERING (SW1 & SW2)
De mogelijke adresnummers zijn 1, 2, 3 of 4. Twee kaarten KP08 die op dezelfde KP01 zijn aangesloten,
mogen niet hetzelfde adres hebben.
Voor elk adres staat de correcte stand van de 2 schakelaars aangeduid op de kaart.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 93 -
UITBREIDING 8 RELAIS Ø KP08
4. SCHEMA VAN DE KAART
J1 à J8 (JSL) : Connectoren van de relais RL1 tot RL8
J9, J10 :
Connectoren RJ45 van de I²C-bus
LD1 :
Led aanwezigheid spanning I²C
LD2 :
Led aanwezigheid dialoog I²C
PT1 :
VRF
PT2 :
Massa
PT3 :
Vcc (+5 V)
SW1 , SW2 : Schakelaars voor de configuratie van het kaartadres.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 94 -
DOCHTERKAART DIGITALE UITGANG 0-10 V Ø KP09
1. VOORSTELLING
De module KP09 heeft de vorm van een kleine insteekkaart
die op de KP01 moet worden gepositioneerd.
De KP09 levert een trapsgewijze signaal van 0 of 10 Vdc. De module
laat met name toe om via statische relais componenten te bedienen,
waarvoor tegen hoge frequentie cycli van aan / uit vereist zijn (bijv.
elektrische reduceerafsluiters, verwarmingsweerstanden …).
Een CPU kan maximaal 2 kaarten van het type KP09 of
KP11 aan.
2. POSITIONERING OP DE KP01
KP01
J16, J20 : Connectoren voor de KP09
J17, J21 : Connectoren van de 2 digitale uitgangen 0-10 V
i
Attentie, wanneer de module KP09 wordt gemonteerd, moet er bijzonder op worden gelet dat de
richting van het circuit wordt gerespecteerd, zoals die door de zeefdruk op de KP01 wordt
aangeduid.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 95 -
UITBREIDING VOEDING +18 VDC Ø KP10
1. VOORSTELLING
De uitbreiding KP10 heeft de vorm van een
insteekkaart die op de hoofdeenheid KP01
moet worden gepositioneerd.
Deze kaart is bedoeld voor de voeding van de opnemers van
het type 0-20mA die aangesloten zijn op de KP01 en op de
uitbreidingen KP05 (zie § 2. van de technische fiches
"CLIMATIC-KAART Ø KP01" en "UITBREIDING
8 ANALOGE INGANGEN Ø KP05").
2. POSITIONERING OP DE KP01
KP01
J23 :
J24 :
i
Connector voor KP10
Connector van de voedingsuitgang +18 Vdc
Attentie, wanneer de module KP10 wordt gemonteerd, moet er bijzonder op worden gelet dat de
richting van het circuit wordt gerespecteerd, zoals die door de zeefdruk op de KP01 wordt
aangeduid.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 96 -
DOCHTERKAART ANALOGE UITGANG Ø KP11
1. VOORSTELLING
De uitbreiding KP11 heeft de vorm van een
kleine insteekkaart die op de hoofdeenheid KP01
moet worden gepositioneerd.
De KP11 levert een analoge spanning van 0-10 Vdc / 10 mA die
toelaat om modulerende componenten te sturen zoals de registermotoren
of de proportionele elektrische reduceerafsluiters.
Een CPU kan maximaal 2 kaarten van het type KP11 of
KP09 aan.
2. POSITIONERING OP DE KP01
KP01
J16, J20 : Connectoren voor KP11
J17, J21 : Connectoren van de 2 analoge uitgangen 0-10 V
i Attentie, wanneer de module KP11 wordt gemonteerd, moet er bijzonder op worden gelet dat de
richting van het circuit wordt gerespecteerd, zoals die door de zeefdruk op de KP01 wordt
aangeduid.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 97 -
NUMERIEKE CONSOLE Ø KP02
1. VOORSTELLING
Zie § I van het hoofdstuk "NUMERIEKE CONSOLE KP02"
2. BEDRADING
Lintkabel van het
toetsenbord
Aarding
van de
kabel
Aarding van
het
toetsenbord
Massaferrule
+
RD
TD
Voorzijde
KP01
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 98 -
GRAFISCHE CONSOLE Ø KP07
1. VOORSTELLING
Zie § I van het hoofdstuk "GRAFISCHE CONSOLE KP07".
2. CONFIGURATIE
2.1 Communicatiepoort (SW4) en externe / interne voeding (SW1 & SW2)
De communicatiepoort B of C wordt geconfigureerd door middel van de schakelaar SW4 volgens het volgende
principe :
Poort B
Poort C
De keuze tussen externe of interne voeding hangt af van de communicatiepoort van de KP01 waarop het
display KP07 is aangesloten, en van zijn lokale of afstandspositie ten opzichte van de CPU :
Communicatiepoort op de KP01
B
B
C
Relatieve positie KP07 / KP01
Lokaal
Afstand
Lokaal
Soort voeding
Intern
Extern
Extern
De correcte standen van de schakelaars SW1 en SW2 voor de configuratie van externe of interne voeding
worden schematisch voorgesteld op de kaart. Zij moeten in ieder geval allebei dezelfde soort voeding
aanduiden.
2.2 Regeling van het contrast (P1)
De potentiometer P1 laat toe het contrast van het scherm in te stellen.
3. PROCEDURE OM EEN KAART KP07 TE VERVANGEN
Ø Zet de voeding naar de kaart uit en vervang de kaart.
Ø Verwijder de eprom van de oude kaart en monteer die opnieuw op de nieuwe kaart. Respecteer
wel de hieronder beschreven montagerichting :
Leigat
Ø Koppel alle verbindingen op de KPO7 opnieuw aan; raadpleeg hiervoor het elektrisch schema.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 99 -
GRAFISCHE CONSOLE Ø KP07
4. BEDRADING
RD TD - +
Voorzijde KP07
Voorzijde
KP01
Aansluiting van de
afscherming met
massaferrule
De kabel die het display met de hoofdeenheid verbindt, moet met een ferrule, die door middel van een daartoe
voorziene moer op de voorzijde is bevestigd, aan de massa worden gekoppeld.
Daar er naden zijn tussen de voorzijde en de voet van de console, en ook tussen de voet en de deur van de
elektriciteitskast, zijn er twee kabelvoeringen nodig om een goed elektrisch contact tussen deze 3 elementen te
garanderen.
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 100 -
GRAFISCHE CONSOLE Ø KP07
5. SCHEMA VAN DE KAART
Eprom
Batt.
µP
68HC1
F1 :
J3 :
J22 :
J10 :
LD1 :
P1 :
PT1, PT2 :
PT3 :
PT4 :
PT5 :
PT6 :
PT8 :
PT9 :
SW1 , SW2 :
SW4 :
Zekering 1 AT
Connector toetsenbord
Connector seriële verbinding
Connector voeding 12 Vac
Led aanwezigheid dialoog
Regeling van het standaard contrast van het scherm
12 Vac
Vref
Vcc
Gnd
VLcd
Reset
Power Fail
Configuratieschakelaars van de voeding
Configuratieschakelaar van de communicatiepoort (op KP01)
Gebruikershandleiding van de CLIMATIC II™ voor vloeistofkoelers
Réf. CLIMATIC CHILLERS-V2.4-03-2001 / Dutch
- 101 -
NEDERLAND :
BELGIEN :
DUITSLAND :
LENNOX BENELUX B.V.
tel. : + 31 33 2471 800
fax : + 31 33 2459 220
e-mail : info@lennoxbenelux.com
LENNOX BENELUX N.V./S.A.
tel. : + 32 3 633 30 45
fax : + 32 3 633 00 89
e-mail : info.be@lennoxbenelux.com
LENNOX DEUTSCHLAND GmbH
tel. : + 49 69 42 0979 0
fax : + 49 69 42 09 79 40
e-mail : info@lennoxdeutschland.com
ENGELAND,
IERLAND :
LENNOX INDUSTRIES LTD
tel. : + 44 1604 599400
fax : + 44 1604 594200
e-mail : marketing@lennoxind.com
FRANKRIJK :
LENNOX FRANCE
tel. : + 33 1 60 17 88 88
fax : + 33 1 60 17 86 58
e-mail : accueil@lennoxfrance.com
OEKRAÏNE :
LENNOX DISTRIBUTION KIEV
tel. : + 380 44 213 14 21
fax : + 380 44 213 14 21
e-mail : jankauk@uct.kiev.ua
POLEN :
LENNOX POLSKA Sp. z o. o.
tel. : + 48 22 832 26 61
fax : + 48 22 832 26 62
e-mail : lennoxpolska@inetia.pl
PORTUGAL :
REPUBLIEKEN TSCJECHIË :
RUSLAND :
SLOVAKIJE :
SPANJE :
ANDERE EUROPESE
LANDEN,
AFRIKA,
MIDDEN-OOSTEN :
CLIMATIC CHILLER V2.4
03-2001
D
LENNOX CLIMATIZAÇAO LDA.
tel. : +351 22 999 84 60
fax : +351 22 999 84 68
e-mail : info@lennoxportugal.com
JANKA RADOTIN AS
tel. : + 420 2 510 88 111
fax : + 420 2 579 10 393
e-mail : janka@janka.cz
LENNOX DISTRIBUTION MOSCOW
tel. : + 7 095 246 07 46
fax : + 7 502 933 29 55
e-mail : lennox.dist.moscow@mtu-net.ru
LENNOX SLOVAKIA
tel. : + 421 7 44 87 19 27
fax : + 421 7 44 88 64 72
LENNOX REFAC S.A.
tel. : + 34 902 400 405
fax : + 34 91 542 84 04
e-mail : marketing@lennox-refac.com
LENNOX DISTRIBUTION
tel. : + 33 4 72 23 20 14
fax : + 33 4 72 23 20 28
e-mail : marketing@lennoxdist.com
www.Lennox.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising