Delta | 31-495 | Delta OP, User`s Guide

GEBRUIKERSHANDLEIDING
PENTA
Brandmeldsysteem
1 Welkom
Technische wijzigingen en leveringmogelijkheden voorbehouden. De informatie in dit document
wordt alleen ter informatie geleverd, kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd of
herroepen en houd geen enkele verplichting in voor Hertek B.V..
De informatie in dit document is met zorg samengesteld, echter Hertek B.V. kan noch
verantwoordelijk, noch aansprakelijk gesteld worden voor eventuele fouten of onnauwkeurigheden
in deze documentatie.
Penta Brandmeldsysteem is een merknaam van Hertek B.V., Weert.
S90, XP95, Discovery zijn merknamen van Apollo Fire Detectors Ltd. Hampshire.
Hertek B.V., Weert. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden
verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in
enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige
andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Dit is eveneens van
toepassing op gehele of gedeeltelijke bewerking van de uitgave.
Copyright © Hertek b.v., Nederland 2005
This product is CE labelled and satisfies all requirements applicable to relevant standards and directives:
Immunity Standard
EN50130-4 Product Family Std. Immunity Alarm Systems
Generic Emission Standard:
EN50081-1 Residential, Commercial and Light Industry
EN50081-2 Industrial Environment
Fire Detection and Alarm Systems
EN54-2 Control and indicating equipment
EN54-4 Power supply equipment
Information technology equipment
EN60950 Safety of Information technology equipment
Contacteer ons hoofdkantoor op het volgende adres:
Hertek b.v.
Postbus 10209
6000 GE Weert
Nederland
Tel.:
+31 49 55 84 111
Fax:
+31 49 55 84 133
E-mail: hertek@hertek.nl
Bezoek onze Web site op het internet op:
Home page:
www.hertek.nl
Technisch gedeelte:
Druk de Support button
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
Art. No.: BGB018 Issue 1, Maart 2005
Document No.: BGB018.01
Uitgegeven 2005-17-03
2
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
Beknopte Handleiding
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
13.
1
21
22
2
4
23
17
5
6
7
8
9
18
10 11
19
24
20
25
12-16
Toetsen en Led Indicatoren op het PENTA Bediendeel
Grafisch display
14.
SIGNAALGEVERS AFGESTELD
SIGNAALGEVERS STORING
BRAND ALARM
STORING
SIGNAALGEVERS UITGESCHAKELD
SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD
TEST
IN BEDRIJF
SYSTEEM STORING
VERTRAGING INGESCHAKELD
15.
16.
17.
RESET
18.
ZOEMER UIT
19.
SIGNAALGEVERS UIT / AAN
20.
ONTRUIMING
21.
(BEVESTIG)
22.
(CURSOR BESTURING)
23.
Numeriek Toetsenbord
0 tot 9 (CIJFERS), 0 tevens Accepteer melding
Esc (ESCAPE / TERUG)
24.
25.
Menu
Brandalarm
Handel hierbij volgens lokale regels en interne afspraken
ZOEMER UIT
0 – ACCEPTEER MELDING
druk deze toets binnen de acceptatietijd om de verkenningstijd te starten. —indien toegepast—
Lokaliseer en controleer de melding
als de situatie onder controle is
bij een echte brandmelding
Hef de oorzaak van de melding op
druk een handbrandmelder om de doormeld
vertraging te overbruggen . —indien toegepast
Déblokkeer het toetsenbord
toegangsniveau 2 middels het paswoord
OF
SIGNAALGEVERS AAN/UIT
ONTRUIMEN
druk deze toets om de doormeld vertraging te
overbruggen . —indien toegepast.
RESET
Noteer de melding in het logboek
Blokkeer het toetsenbord
toegangsniveau
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
3
1 Welkom
Beknopte Handleiding
1
21
22
2
4
5
6
7
8
9
18
10 11
19
24
20
25
12-16
Voormelding / Storing
Hoe een melder/ ingang uitschakelen
Handel hierbij volgens lokale regels en
interne afspraken
Handel hierbij volgens lokale regels en
interne afspraken. Handel als volgt indien u
een melder/ingang wilt uitschakelen
ZOEMER UIT
5
23
17
Lokaliseer de melding
Déblokkeer het toetsenbord
toegangsniveau 2 middels het paswoord
Hef de oorzaak van de voormelding of
storingsmelding op.
MENU -toets (25)
open selectie menu,
30 seconden na het verhelpen van de
oorzaak van de voormelding of de storing
reset de centrale zichzelf.
Bevestig de selectie met de
Selecteer met de
optie UITSCHAKELEN ,
-toets (21),
Selecteer met de
-toetsen (22) de
optie ZONE / INGANGEN,
Noteer de melding in het logboek
Bevestig de selectie met de
Hoe een melder/ ingang inschakelen
-toets (21),
Selecteer met de
-toetsen (22) de
detectiezone welke dient te worden
uitgeschakeld
of
waarbinnen
de
melder/ingang zich bevindt,
Handel als volgt indien u een uitgeschakelde
melder/ingang wilt inschakelen.
Volg dezelfde procedure als voor het uitschakelen
van een meldergroep. Gebruikt echter de optie
INSCHAKELEN om een uitgeschakelde de
melder/ingang groep in te schakelen.
-toetsen (22) de
de -toets (21), om de hele detectiezone uit
te schakelen,
OF
-toets (4x) (22) om ingangen/melders
binnen de detectiezone te selecteren
Hertek b.v.
Postbus 10209
6000 GE WEERT
Nederland
Tel.:
Fax:
E-Mail:
Internet:
4
+31 495 58 41 11
+31 495 58 41 33
hertek@hertek.nl
www.hertek.nl
Selecteer met de
-toetsen (22) de
ingang/melder welke uitgeschakeld dient te
worden,
de -toets (21), om de melder/ingang uit te
schakelen. Selecteer volgende ingang melder
of verlaat het menu met de ESC -toets
Blokkeer het toetsenbord
toegangsniveau 1 middels het paswoord
Noteer de handeling in het logboek
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
Inhoud
1.
2.
Welkom
8
Over deze Handleiding
Terminologie en Afkortingen
Grafische symbolen
8
9
9
Korte beschrijving Penta Systeem
10
De PENTA Systeemdelen ......................................................................................................... 10
Opbouw Penta Systeem
11
3.
Bediening van het Penta Systeem
12
Bediening per bouwdeel............................................................................................................ 12
Penta Gebruikersinterface ....................................................................................................... 13
Beschrijving van Toetsen en Indicatoren................................................................................ 13
Led Indicatoren
14
Toetsen
15
Grafisch Display
16
Weergaven in het Display
16
Voorbeeld van Display in Alarmstatus
17
Zoemer
17
4.
PENTA, Basis Bediening
18
Toegang tot het toetsenbord..................................................................................................... 18
Toegang Niveaus
18
Vrijgave toetsenbord
19
Blokkeren toetsenbord
19
Status van Bedrijf...................................................................................................................... 20
Normaal Bedrijf Status
21
Storing Status
21
Vooralarm Status
23
Brandalarm Status
25
Ontruiming Alarm Status
28
Speciale Alarm Status
30
Test Status
30
5.
Penta, Uitgebreide Bediening
32
Functie Toetsen ......................................................................................................................... 32
Reset Toets
32
Zoemer Uit Toets
33
Signaalgevers Aan / Uit Toets
33
Ontruimen Toets
34
- Volgende Melding / Meer Informatie Toets
35
0 - Acceptatie Toets
35
Menu bediening ......................................................................................................................... 36
Menu Toets (Hoofdmenu openen)
36
ESC (Annuleren / terug)
36
Bevestigen van selectie
37
Cursor Besturing Toetsen (Selectie)
37
Selectie van Menuopties
37
Selectie in Lijsten
37
Weergave & Selectie in lijsten.................................................................................................. 38
Overzicht Menu Structuur ....................................................................................................... 39
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
5
1 Welkom
6.
Menu Opties
40
Weergave.................................................................................................................................... 40
Brand
40
Storing
41
Alarm
41
Uitschakeling
41
Logboek
41
Alle meldingen / Alleen brandmeldingen
42
Brandalarm Teller
42
Ingangen
42
Uitgangen
43
Service Opties (Paneel/Netwerk/Logica)
43
Uitschakelen............................................................................................................................... 44
Zone / Ingangen
44
Alle Ingangen
46
Alle Behalve Handmelders
46
Kies Ingangen
46
Uitgangen
47
Alle Signaalgever Uitgangen
48
Alle Overige Uitgangen
48
Kies Uitgangen
48
Doormelding Brand
49
Doormelding Storing
49
Bediening
50
Vertraging
50
Inschakelen ................................................................................................................................ 51
Zone / Ingangen
51
Alle ingangen/melders inschakelen
51
Afzonderlijke ingangen/melders inschakelen
52
Uitgangen
52
Vertraging
53
Werking Vertraging
54
Inschakelen Vertraging
55
Manueel
55
Manueel binnen een tijdsvenster
55
Automatisch
56
Wijzig Tijd
56
Test ............................................................................................................................................. 57
Zones
57
Display
59
Zoemer
60
Printer
60
Printen........................................................................................................................................ 60
Ingang, Uitgang, Storing, Uitschakeling
60
Logboek
61
Papier-FD
61
Printer-Setup
61
6
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
7.
Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
62
Brandweerpanelen .................................................................................................................... 62
Algemene led indicatoren
63
Functietoetsen
63
Ontruimingspanelen ................................................................................................................. 64
Activering ontruiming
64
Resetten / Afstellen ontruiming
65
Algemene led indicatoren
65
Functietoetsen
65
8.
Definities
66
Wat is een Brandmeldsysteem? ............................................................................................... 66
PentaNet
66
Node adressering
66
Detectielus
67
Lusnummers
67
Intelligente Elementen
67
Element Adres
69
Ingang/Uitgang Nummer
70
Element tekst
70
Uitgangen voor Stuurcommando’s
71
Waarde
71
Ingangen
71
Melders
72
Uitgangen
73
Systeemdeel In- / Uitgeschakeld
73
Detectiezone
73
Sector
74
Penta SignaLLogiC.................................................................................................................... 75
Individuele Aanpassing van Alarm Niveaus
75
Verificatie Meldingen
75
SAM Sensitivity Adjustment Mode
76
SSM Special Sensitivity Mode
76
Automatisch Aanpassing aan de Omgeving
77
9.
10.
Technische Specificaties
78
Feedback naar Hertek
80
Uw reactie over het Penta Systeem
Notities
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
80
80
BGB018.01
7
1 Welkom
1. Welkom
Gefeliciteerd met de aanschaf van een Penta Brandmeldsysteem. Het Penta
Brandmeldsysteem is opgebouwd uit;
- een Penta Brandmeldcentrale met geïntegreerd bediendeel ontwikkeld voor
centrale als decentrale brandmeldsystemen.
- een Penta Nevenbediendeel , een elegant bediendeel ontwikkeld voor zowel
centrale als decentrale bediening van het Penta Brandmeldsysteem.
- een Penta Mimic een veelzijdige, kosten en plaatsbesparende module voor het
voor het decentraal aansturen van geografische brandweer en
ontruimingspanelen.
- een Penta Uitbreidingsmodules zoals; een ESPA 4.4.4. interface voor koppeling
met paging of DECT systemen, een interface voor koppeling met het de
grafische terminal software —het Penta Presentatie Systeem.
- een PentaNet een krachtig ringnetwerk waardoor alle Penta centrales en alle
Penta modules samen werken als één brandmeldsysteem of als verschillende op
zich staande systemen met één of meerdere centrale uitlees en /of bediendelen.
Over deze Handleiding
Deze gebruikershandleiding is geschreven, met de intentie om gebruikers van het
Penta Brandmeldsysteem van informatie te voorzien om hun nieuwe
brandmeldsysteem te kunnen bedienen. De handleiding bevat ook belangrijke
technische informatie over het Penta Brandmeldsysteem.
Bekijk de inhoudsopgave van deze handleiding om u zelf vertrouwd te maken met
de inhoud. We hebben getracht de handleiding zo makkelijk mogelijk lees en
begrijpbaar te maken, middels foto’s en afbeeldingen.
Installeren van het Penta Brandmeldsysteem :
Informatie over het installeren van het Penta Brandmeldsysteem vind u in de
handleidingen voor installatiebedrijven.
Programmeren van het Penta Brandmeldsysteem :
Om veiligheidsredenen is de configuratie en de programmering van het
Penta Brandmeldsysteem alleen mogelijk op toegangsniveau 3
(overeenkomstig EN54-2 & EN54-4). Alleen geautoriseerd en opgeleid
personeel heeft toegang tot de programmeermenu’s. Neem voor meer
informatie contact op met de geautoriseerde dealer of Hertek Technische
Dienst.
Voor het Penta Brandmeldsysteem is een logboek beschikbaar waarin o.a. een
beschrijving van de verantwoordelijkheden en taken van de beheerder (Opgeleid
Persoon) van het Penta Brandmeldsysteem zijn opgenomen.
Het logboek dient door de gebruiker en het installatiebedrijf te worden aangevuld
met projectspecifieke documenten zoals; installatietekening, plattegronden,
blokschema’s etc.
8
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
1 Welkom
Terminologie en Afkortingen
De verklaring van woorden, uitdrukkingen, terminologieën of afkortingen in
context met het Penta Brandmeldsysteem, welke in deze handleiding gebruikt
worden, kunt u vinden in de paragraaf ‘Definities’ op pagina 66. Meer informatie
kunt u ook vinden op onze internet site.
Bezoek ons op,
http://www.hertek.nl
Grafische symbolen
Om u te helpen lokaliseren en vooral juist te interpreteren van bewerking zoals
deze beschreven staan in deze handleiding, is er gebruik gemaakt van symbolen.
De verklaringen van woorden, uitdrukkingen zijn als volgt:
Verklaring Grafische Symbolen
Voer toegangscode in.
Druk toets in.
Menu
Esc
-----
BRAND
Bevestig toets.
Cursor navigatie toetsen
“Hoofdmenu” toets op numeriek toetsenbord
Escape, bewerking afbreken.
Cijfer toets (in vb. ‘1’)
Toets combinatie
Brand alarm indicator
“In Bedrijf” indicator
Continue brandende Led Indicator
Signaalgevers (sirenes) geactiveerd
Signaalgevers (sirenes) uitgezet
Weergave melding op display
Doormelding geactiveerd.
Belangrijke of kritische informatie
Tip voor de gebruiker
Verken / Controleer
Handel volgens voorschrift, alarmorganisatie plan
Los de oorzaak van de melding op
Licht Service Dienst in
RESET
ZOEMER UIT
SIGNAALGEVERS AAN/UIT
ONTRUIMEN
Functie toetsen
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
9
2 Korte beschrijving Penta Systeem
2. Korte beschrijving Penta Systeem
Het plaatsbesparende Penta Systeem is geschikt als brandmeldsysteem in een groot
netwerk met maximaal 200 centrales, bediendelen en modules of in een kleinere
installatie, met daarin één Penta Brandmeldcentrale.
De Penta centrales, bediendelen en modules zijn micro processor gestuurde
systeemdelen, ontworpen om gebruikt te worden in combinatie met elkaar.
De PENTA Systeemdelen
De gebruikersinterface, de interface tussen de gebruiker en het systeem, is als het
ware het vitale zenuwstelsel van het brandalarmsysteem. De gebruikersinterface is
geïntegreerd in de Penta Brandcentrales en als apart systeemdeel —het Penta
Nevenbediendeel— leverbaar.
Het elegante Penta Nevenbediendeel kan gebruikt worden als hoofdbediendeel in
een groot brandmeldsysteem, als nevenpaneel of als alfanumeriek
brandweerpaneel.
Alle systeem activiteiten — brand, voormelding, storing, de exacte locatie van elke
melding, de detectiezone etc. —worden gepresenteerd middels een grafisch display
en led indicatoren. De gebruiker communiceert met het Penta Brandmeldsysteem
met hulp van de functie toetsen en het numerieke toetsenbord van het Penta
bediendeel.
De Penta Brandmeldcentrale bezit afhankelijk van uitvoering; één of twee
ingangen voor intelligente —analoge— detectielussen, een aantal vrij
programmeerbare ingangen voor het aansluiten van project specifieke
functietoetsen, bewaakte en potentiaal vrije uitgangen alsmede een aantal open
collector uitgangen. Middels speciale interfaces kunnen ook conventionele
detectielijnen op de Penta Brandmeldcentrale aangesloten worden.
De Penta Brandmeldcentrale bezit een geavanceerde ”multi-voltage” voeding,
welke de melderlussen, de alarmuitgangen, en de acculader van spanning voorziet.
Daarbij kan de ”multi-voltage” voeding ook verschillende Penta Bediendelen,
Mimics of Uitbreidingsmodules van voeding voorzien.
De Penta Mimic is een interface module. Deze module bezit uitgangen voor het
aansturen van led indicatoren op een brandweer paneel en ingangen om
bedienfuncties als functie toets op het brandweerpaneel uit te voeren. Tevens
kunnen de ingangen gebruikt worden om toetsen voor een selectieve ontruiming op
een ontruimingspaneel in te koppelen.
De Penta brandmeldcentrales kunnen met een PentaNet netwerk kaart worden
uitgerust. Middels de PentaNet netwerk kaart kunnen alle Penta Systeemdelen met
elkaar communiceren.
Het complete Penta Brandmeldsysteem wordt geprogrammeerd met Penta CT. De
totale programmering van het Penta Brandmeldsysteem kan door de service
technici van het brand detectie bedrijf in overzichtelijke rapporten aan de gebruiker
overhandigd worden.
Natuurlijk kan ook het grafische Penta Presentatie Systeem op het Penta
Brandmeldsysteem aangesloten worden. Alle systeem meldingen worden op de
computer grafisch weergegeven. Het complete brandmeldsysteem kan bediend
worden vanaf het Penta Presentatie Systeem.
10
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
2 Korte beschrijving Penta Systeem
Opbouw Penta Systeem
Het plaatsbesparende Penta Systeem is geschikt als brandmeldsysteem in een groot
netwerk met maximaal 200 centrales, bediendelen en modules of in een kleinere
installatie, met daarin één Penta Brandmeldcentrale.
De compacte oplossing —alles-in-één-behuizing—, de Penta Brandmeldcentrale
vormt een hele brandmeldsysteem. Deze centrale compacte oplossing vindt zijn
toepassing in de kleinere systemen. Afhankelijk van de uitvoering zijn er één of
twee intelligente detectielussen beschikbaar.
Doormelding
Gebouw
1
Printer
Lus sirene
XP95
Discovery
Sirenes
Sturingen
230 V
Figuur 1 , Voorbeeld Centraal Penta Brandmeldsysteem
Indien de gebruiker meerdere bediendelen wenst, in grootte systemen, complexe
gebouwen of terreinen, worden de Penta Brandmeldcentrales, Nevenbediendelen
& Modules op een PentaNet netwerk aangesloten.
Op deze manier kunnen eenvoudig doormeldingen, aansturing van ontruiming,
aansturingen van brandweerpanelen, etc. gerealiseerd worden. Natuurlijk kunnen
de modules ook bij elkaar gemonteerd worden als een centraal systeem. Op
PentaNet netwerken kunnen Pc’s met het grafische Penta Presentatie Systeem
gekoppeld worden.
Nevenbediendeel
Gebouw 1
PENTA Presentatie
Systeem
Doormelding
Centrale
Printer
Lus sirene
XP95
PC Interface
230 V
Discovery
Sirenes
Sturingen
GSM
Centrale
Nevenbediendeel
ESPA Interface
DECT
Paging / Dect / GSM
Module
Gebouw 2
Paging
XP95
Brandweerpaneel
Lus sirene
Discovery
Sirenes
Sturingen
230 V
Figuur 2 , Voorbeeld PentaNet netwerk (decentraal)
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
11
3 Bediening van het Penta Systeem
3.
Bediening van het Penta Systeem
Het Penta Brandmeldsysteem kan worden bediend vanaf de gebruikers interface
van een Penta Brandmeldcentrale of een Penta Nevenbediendeel.
De gebruikersinterface van de Penta Brandmeldcentrale;
kan optioneel voorzien worden van extra led indicatoren —aantal en
positie (intern of extern) afhankelijk van type centrale— waaraan een
door de klant gewenste functie gekoppeld kan worden.
kan optioneel voorzien worden van extra functietoetsen —aantal en
positie (intern of extern) afhankelijk van type centrale— welke een door
de klant gewenste functie activeren.
De gebruikersinterface van de Penta Nevenbediendeel;
kan optioneel voorzien worden van extra led indicatoren —aantal en
positie (intern of extern) afhankelijk van type centrale— waaraan een
door de klant gewenste functie gekoppeld kan worden.
Deze handleiding beschrijft niet de functie(s) van de mogelijke optionele bedien en
uitlees elementen.
Bediening per bouwdeel
Het PentaNet brandmeldsysteem kan opgedeeld worden in sectoren. Een sector is
een deel van het gebouw of terrein. Elke sector —bouwdeel, gebouw— kan zijn
eigen gebruikersinterface hebben waar alleen meldingen voor het betreffende
bouwdeel of gebouw worden weergegeven en waarmee alleen functies voor de
betreffende bouwdeel of gebouw kunnen worden geactiveerd.
Raadpleeg de paragraaf Sector op pagina 74 voor meer informatie over bediening,
weergave per bouwdeel.
Deze bediendelen hebben de functie van nevenpaneel, nevenbediendeel of
alfanumeriek brandweerpaneel. Met een nevenpaneel kan de gebruiker op
meerdere plaatsen in het gebouw de status van het brandmeldsysteem of een deel
ervan uitlezen. Een brandweerpaneel is meestal aangebracht nabij de
brandweeringang. Zo kan de brandweer i.g.v. een brandmelding bij aankomst
direct de exacte locatie van de brandmelding uitlezen.
Binnen elk Penta Brandmeldsysteem is er één hoofdbediendeel. Dit
hoofdbediendeel heeft altijd toegang tot alle functies van de overige centrales,
bediendelen & modules en geeft ook alle meldingen van het hele systeem weer.
Dit hoofdbediendeel kan een Penta Brandmeldcentrale of een Penta
Nevenbediendeel zijn. Het hoofdbediendeel is in de meeste gevallen het bediendeel
bij de plaats waar telefonische of mondelinge meldingen worden ontvangen en
verwerkt —receptie, portiersloge—.
Een Penta brandmeldcentrale of Penta Nevenbediendeel geeft afhankelijk van de
programmering, van het systeem, alle of alleen meldingen voor het bepaald
bouwdeel of gebouw weer. Dit geld eveneens voor de bediening. Vraag de
onderhouder van u systeem, welke meldingen op de bij u geïnstalleerde
bediendelen worden weergegeven en welke deel van het brandmeldsysteem met de
bediendelen bediend kan worden.
12
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
3 Bediening van het Penta Systeem
Penta Gebruikersinterface
De lay-out van de gebruikersinterface —frontpaneel— van de Penta
Brandmeldcentrale en het Penta Nevenbediendeel is een gestandaardiseerd
ontwerp —fabrikant onafhankelijk — om te voldoen aan Europese en Nederlandse
normen en richtlijnen m.b.t. display en het afhandelen van alle type meldingen.
De lay-out bestaat uit twee functionele delen: het presentatie of weergave deel en
het bedien gedeelte.
Presentatie gedeelte
Bediengedeelte
Figuur 3, Penta Brandmeldcentrale
Figuur 4, Penta Nevenbediendeel
Beschrijving van Toetsen en Indicatoren
De Penta systemen bezitten gebruikersvriendelijk bediengedeelte waarin alle
toetsen en indicatoren logisch en overzichtelijk geplaatst zijn.
Middels een toegangscode zijn de belangrijkste toetsen te blokkeren voor
bediening door niet geautoriseerd personeel. Zie ook de paragraaf Toegang
Niveaus op pagina 18.
De gebruikersinterface van het Penta Nevenbediendeel verschilt enigszins van de
Penta Brandmeldcentrale. Het Penta Nevenbediendeel heeft;
geen led indicator SIGNAALGEVERS AFGESTELD.
geen led indicator SIGNAALGEVERS STORING. Een storing in een
signaalgevers uitgang wordt door de led indicator STORING weergegeven.
geen led indicator SIGNAALGEVERS UITGESCHAKELD.
geen led indicator SYSTEEM STORING.
geen led indicator VERTRAGING AAN.
een led indicator PROCESSOR STORING. De led indicator zal oplichten als
er zich een processorstoring, geheugenfout of te lage processor spanning
voordoet in het Penta Nevenbediendeel.
geen ZOEMER UIT toets.
een SIGNAALGEVERS UIT toets, met de toets kunnen de signaalgevers van
het Penta Brandmeldsysteem afgesteld worden indien deze actief zijn.
Tevens wordt de interne zoemer van het Penta Nevenbediendeel afgesteld.
een SIGNAALGEVERS AAN toets, met de toets kunnen de signaalgevers van
het Penta Brandmeldsysteem weer geactiveerd worden indien deze afgesteld
zijn.
Deze handleiding beschrijft de bediening en indicatie van de gebruikersinterface
van de Penta Brandmeldcentrale..
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
13
3 Bediening van het Penta Systeem
Led Indicatoren
De Penta gebruikersinterface bezit een aantal led indicatoren. Deze led indicatoren
tonen de gebruiker de status van het brandmeldsysteem en of speciale functies van
het brandmeldsysteem geactiveerd zijn. Behalve middels led indicatoren zal de
Penta gebruikersinterface deze informatie ook weergeven op het grafisch display.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
Figuur 5, Led indicatoren op de gebruikersinterface
1. Grafisch Display
9. IN BEDRIJF
Meer informatie over het de display indeling op
pagina 16.
2. SIGNAALGEVERS AFGESTELD
Gele LED AAN geeft weer dat de signaalgevers —
sirenes— afgesteld zijn.
3. SIGNAALGEVERS STORING
Gele LED aan, geeft weer dat één of meerdere
signaalgeverlijnen een storing —kortsluiting,
onderbreking in de bekabeling—, hebben.
4. BRAND
Groene LED AAN geeft weer dat er voeding spanning
—accubatterij en of netspanning— aanwezig is.
10. SYSTEEM STORING
De gele LED aan geeft weer dat er een systeem storing
is — veroorzaakt door een programma fout of een lage
5 Volt spanning.
11. VERTRAGING AAN
Gele LED AAN geeft weer dat de vertraging —voor
doormelding en / of sturingen— aan staat. (actief is).
12 (niet gebruikt)
Rode LED’s aan, geeft weer dat het
brandmeldsysteem in Brandalarm Status is.
13 (niet gebruikt)
5. STORING
De gele LED aan geeft weer dat het
brandmeldsysteem in Storing Status is.
6. SIGNAALGEVERS UITGESCHAKELD
14 (niet gebruikt)
Gele LED AAN geeft weer dat de signaalgevers —
sirenes— uitgeschakeld —overbrugt— afgesteld zijn.
7. SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD
15 (niet gebruikt)
Gele LED AAN, geeft weer dat er een systeemdeel,
— ingang, melder, uitgang — uitgeschakeld is.
16 (niet gebruikt)
8. TEST
Gele LED AAN geeft weer dat het systeem in Test
Status staat.
14
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
3 Bediening van het Penta Systeem
Toetsen
De Penta gebruikersinterface bezit een aantal functietoetsen en een numeriek
toetsenbord waarmee het brandmeldsysteem bediend kan worden. Alle toetsen —
uitgezonderd de ZOEMER UIT toets— functioneren alleen als het toetsenbord is
vrijgegeven voor bediening.
1
2
3
7
8
9
4
10
5
Figuur 6, toetsen op de gebruikersinterface
1.
—BEVESTIGEN—
Druk de toets om de ingegeven informatie te
bevestigen.
2.
Selectie toetsen. Met de toetsen kan de gebruiker een
gewenste menu optie selecteren of door meldingen
bladeren.
3. Numeriek Toetsenbord
Druk de toetsen 0 tot 9 om numerieke waarden in te
geven.
4. Esc —ANNULEREN—
Annuleren — Escape—, terug naar vorige menu
zonder op te slaan.
5. Menu
Geeft toegang tot het hoofdmenu.
6
6. 0 (Accepteer melding)
Als het systeem in Alarm Status is en de vertraging is
actief kan met de toets de melding geaccepteerd worden
waardoor de verkenningstijd gestart wordt.
7. RESET
Als het systeem in Alarm Status is, kan met de toets de
melding te gereset worden. Het systeem geeft hierna de
melding normaal bedrijf.
8. ZOEMER UIT
Als de zoemer van de gebruikersinterface geactiveerd is,
druk de toets om de zoemer uit te zetten (lokaal).
Druk de toets nogmaals om de afgestelde zoemer weer
te activeren.
9. SIGNAALGEVERS AAN / UIT
Als het systeem in Alarm Status is en de signaalgevers
zijn geactiveerd, druk de toets om de signaalgevers af te
stellen.
Druk de toets nogmaals om de afgestelde signaalgevers
weer te activeren.
10. ONTRUIMEN
Druk de toets om in geval van een calamiteit alle
signaalgever — sirene—, uitgangen te activeren.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
15
3 Bediening van het Penta Systeem
Grafisch Display
Het grafisch display is een belangrijk deel van de gebruikersinterface
brandmeldsysteem. Afhankelijk van de status van het brandmeldsysteem zal op het
display gedetailleerde informatie voor de gebruiker worden weergegeven.
Tevens kan in het display het gebruikersmenu worden weergegeven. Het
gebruikersmenu blijft normaal toegankelijk gedurende een alarm status.
Weergaven in het Display
Alle meldingen worden in het grafische display weergegeven. Bij elke melding
worden locatie, gegevens, en het soort melding in het display weergegeven. Deze
gegevens verklaren de melding of de oorzaak ervan voor de gebruiker.
Indien het een melding —brandmelding, voormelding, storingsmelding, technische
melding etc. — van een systeemdeel, worden de meest relevante gegevens over
deze melder direct in het display weergegeven ;
Normaal Bedrijf Status
In normaal bedrijf status worden algemene gegevens zoals datum, tijd en actueel
toegangsniveau in het display weergegeven.
• Menu Deel—
Indien de gebruiker het gebruikersmenu opent zal het gebruikersmenu worden
weergegeven.
Alarm Status
• Eerste Melding Gedeelte—
Wanneer het systeem in een alarmstatus is wordt, in het 1e melding gedeelte, het
nummer van de detectiezone, de zonetekst —een tekst die de plaats en de omvang
van de detectie zone verklaart—, de locatie tekst van de melder / ingang —een tekst
die de locatie binnen een detectie zone verklaart—, en het type melder / ingang van
de eerste actuele melding weergegeven.
• Statistiek Gedeelte —.
Afhankelijk van de status waarin het paneel zich bevindt, worden in het statistiek
deel de actuele aantallen van gedetecteerde alarmen, storingen of aanwezige
uitschakelingen hier weergegeven.
• Optionele gegevens —.
Afhankelijk van de programmering van het systeem kunnen extra gegevens zoals de
weergave van de resterende acceptatie, verkenningstijd worden weergegeven in het
display.
• Laatste Melding Gedeelte—
Wanneer het systeem in een alarmstatus is wordt, in het laatste melding gedeelte, het
nummer van de detectiezone en de zonetekst —een tekst die de plaats en de omvang
van de detectie zone verklaart— van de laatste actuele melding weergegeven.
• Menu Deel—
Indien de gebruiker het gebruikersmenu opent zal het gebruikersmenu worden
weergegeven. In de regels onder het gebruikersmenu zal tijdens een alarmstatus het
statistiek deel worden weergegeven. De menu’s blijven normaal toegankelijk
gedurende de alarm status.
Middels de cursor selectie toetsen kan eenvoudig door de meldingen gebladerd
worden of kunnen er aanvullende gegevens over een melding opgevraagd worden.
16
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
3 Bediening van het Penta Systeem
Voorbeeld van Display in Alarmstatus
Onderstaande figuur laat het display van de Penta Gebruikersinterface in
brandalarmstatus zien (brandmeldingen van 2 detectiezones gemeld).
Regel 1: De eerste brandmelding wordt gemeld vanuit detectiezone 0001. Met de
cursor besturingstoets
kunnen de overige (brand) meldingen in detectiezone
0001 worden weergegeven.
Regel 2: De zonetekst (BOUWDEEL A, LINKER VLEUGEL, BEGANE
detectiezone waarin de eerste brandmelding is gedetecteerd.
GROND)
van de
Regel 3: De locatietekst (RUIMTE 1435, KEUKEN) van de melder welke de eerste
brandmelding heeft gedetecteerd en het type melder (OPTISCHE ROOKMELDER).
Regel 4: Het statistiek deel. Er zijn 2 detectiezones welke een brandmelding
melden. De laatste melding is gedetecteerd in detectiezone 0003.
EERSTE BRANDM. IN ZONE 0001
Eerste Melding Deel
Statistiek Deel
Laatste Melding Deel
VERDIEPING)
MEER ALARMEN
BOUWDEEL A, LINKER VLEUGEL, BEGANE GROND
RUIMTE 1435, KEUKEN
(OPTISCH ROOK)
═════════════════════════════════════════════
2 BRANDM. IN ZONES
LAATSTE ZONE: 0003
e
BOUWDEEL A, LINKER VLEUGEL, 1 VERDIEPING
van de
←1
←2
←3
←4
←5
Figuur 7, Display in alarmstatus
Zoemer
Elke gebruikersinterface van het Penta Brandmeldsysteem is voorzien van een
interne zoemer.
De zoemer zal geactiveerd worden bij elke nieuwe melding. Als er een melding
gemeld wordt en de gebruiker vervolgens de zoemer afstelt zal deze door een
nieuwe melding opnieuw geactiveerd worden.
In het geval van een brandmelding zal de zoemer een continue toon geven. Bij alle
overige meldingen zal de zoemer een pulserende toon geven.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
17
Regel nr. op Display
Regel 5: De zonetekst (BOUWDEEL A, LINKER VLEUGEL, 1e
detectiezone waarin de laatste brandmelding is gedetecteerd.
4 PENTA, Basis Bediening
4. PENTA, Basis Bediening
Het hele Penta Brandmeldsysteem eventueel PentaNet kan bedient worden vanaf
een Penta Gebruikersinterface van een Penta Brandmeldcentrale of Penta
Nevenbediendeel.
De primaire bediening is gebaseerd op het activeren van functies door bediening
van speciale toetsen, de functietoetsen zoals de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets, de
RESET toets, etc..
Andere functies —welke niet toegewezen zijn aan speciale toetsen— zijn
beschikbaar middels een structuur van menu’s toegankelijk middels de
cursorbesturing en selectie toetsen en het grafische display.
Toegang tot het toetsenbord
Alle functietoetsen van de Penta Gebruikersinterface zijn direct toegankelijk. Om
ongewenste en ondeskundige bediening te voorkomen zijn de meeste functie
toetsen en menufuncties echter middels een toegangscode beveiligd tegen
ongewenste of ondeskundige bediening.
Toegang Niveaus
Er zijn vier toegang niveaus voor het systeem — conform the European Standard
EN 54 Part 2 on Control and Indicating Equipment.
• Toegangniveau 1 is het laagste niveau — de bediening van de gebruikersinterface
is niet vrijgegeven voor bediening — stelt de gebruiker in staat om informatie te
bekijken welke door het grafisch display, de led indicatoren van het bediendeel en
andere weergave apparatuur zoals Computer, Printers, Pagers enz. worden
weergegeven. De enige toegestane bedieningen zijn; het afstellen van de interne
zoemer, het accepteren van meldingen en het opvragen van gedetailleerde informatie
over actuele meldingen.
• Toegangniveau 2 dit niveau is d.m.v. paswoord —toegangscode 1 t/m 10—
toegankelijk — de bediening is vrijgegeven — en heeft twee sub niveaus;
Sub niveau A—, staat de geautoriseerde gebruiker (beheerder volgens
NEN2654) toe het Penta Systeem te bedienen geeft toegang tot de
functietoetsen, het toetsenbord en de gebruikersfuncties via het menu.
Sub niveau B—, stelt de geautoriseerde onderhouder in staat lader & voeding
instellingen, melderinstellingen enz. uit te lezen. Dit niveau wordt gebruikt
door Hertek onderhoudsmedewerkers of andere geautoriseerde en erkende
onderhouders.
• Toegangniveau 3 dit niveau is d.m.v. een paswoord toegankelijk —toegangscode
11 t/m 12—; en stelt Hertek service technici en service medewerkers van
geautoriseerde Hertek dealers in staat het systeem te configureren en programmeren.
• Toegangniveau 4 is het hoogste niveau welk uitsluitend wordt gebruikt door Hertek
technische medewerkers, wanneer er sprake is vervanging van systeem onderdelen
zoals printen, geheugens enz. Tevens is dit het enige niveau waar de stand van de
Alarmteller aangepast kan worden.
18
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
Vrijgave toetsenbord
Indien de gebruikersinterface is geblokkeerd voor bediening —
Toegangsniveau 1—, zal zodra een functietoets (uitgezonderd de ZOEMER UIT toets,
de MENU toets en de , 0 (ACCEPTATIE) toets) gedrukt wordt zal de
gebruikersinterface vragen het paswoord voor toegangsniveau 2 in te voeren.
NIVEAU 1
13:43
08 MEI 2005
────────────────────────────
CENTRALE IN NORMAAL BEDRIJF
(Druk Menu voor weergave)
Het actuele toegangsniveau wordt in het display
aangeven. In de figuur links wordt op het display
aangegeven dat de bediening geblokkeerd is —
Toegangsniveau 1—.
Als de MENU toets gedrukt wordt zal in het display
het beperkte menu voor toegangsniveau 1 worden
weergegeven.
Selecteer met de cursor besturingstoetsen
—
— de optie “VRIJGAVEBEDIENING”. Als de optie geselecteerd is
licht deze geïnverteerd op. Bevestig de
selectie met
toets .
[BEDIENING GEBLOKKEERD] NODE 1
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
[BEDIENING GEBLOKKEERD] NODE 1
VRIJGAVE-BEDIENING
WEERGAVE
Voer middels het numerieke toetsenbord het
gebruikers paswoord in en bevestig met
toets.
Standaard is dit paswoord 10000.
(PASWOORD)
(BEVESTIG)
Na het invoeren van het juiste paswoord zal het hoofdmenu voor toegangsniveau 2
worden weergegeven. Indien 1 minuut geen bewerkingen worden uitgevoerd zal de
centrale automatisch het hoofdmenu verlaten en naar normale display weergave
toestand gaan.
Het actuele toegangsniveau wordt in het
display aangeven. In de figuur rechts
wordt op het display aangegeven dat de
bediening
vrijgegeven
is
—
Toegangsniveau 2—.
NIVEAU 2
13:45
08 MEI 2005
────────────────────────────
CENTRALE IN NORMAAL BEDRIJF
(Druk Menu voor weergave)
Breng de gebruikersinterface na bediening altijd terug naar toegangsniveau 1 om
ongewenste of ondeskundige bediening van het brandmeldsysteem te voorkomen.
Blokkeren toetsenbord
Indien de gebruikersinterface is vrijgegeven voor bediening —
Toegangsniveau 2—, zal deze zolang vrijgegeven blijven, totdat de gebruiker de
gebruikersinterface terugbrengt naar toegangsniveau 1.
Om ongewenste of ondeskundige bediening van het systeem te voorkomen is het te
adviseren het systeem niet op toegangsniveau 2 te laten staan.
NIVEAU 2
13:45
08 MEI 2005
────────────────────────────
CENTRALE IN NORMAAL BEDRIJF
(Druk Menu voor weergave)
Het actuele toegangsniveau wordt in het display
aangeven. In de figuur rechts wordt op het display
aangegeven dat de bediening vrijgegeven is —
Toegangsniveau 2—.
Als de MENU toets gedrukt wordt zal in het display
het hoofdmenu voor toegangsniveau 2 worden
weergegeven.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
19
4 PENTA, Basis Bediening
[Toegangsniveau 2 Menu]
NODE 1
WEERGAVE UITSCHAKELEN INSCHAKELEN
TEST
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
Selecteer met de cursor besturingstoetsen —
— de optie “UITSCHAKELEN”. Als de
optie geselecteerd is licht deze geïnverteerd op.
Bevestig de selectie met
toets.
Selecteer met de cursor besturingstoetsen —
— de optie “BEDIENING”. Als de
optie geselecteerd is licht deze geïnverteerd
op. Bevestig de selectie met
toets.
[UITSCHAKELEN]
NODE 1
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
[UITSCHAKELEN]
NODE 1
ZONE / INGANGEN UITGANGEN BEDIENING
VERTRAGING
Voer middels het numerieke toetsenbord het
gebruikers paswoord in en bevestig de ingave met
toets. Standaard is dit paswoord 10000.
(PASWOORD)
(BEVESTIG)
Na het invoeren van het juiste paswoord zal het beperkte menu voor
toegangsniveau 1 worden weergegeven. Indien 1 minuut geen bewerkingen worden
uitgevoerd zal de centrale automatisch het hoofdmenu verlaten en naar normale
display weergave toestand gaan.
Status van Bedrijf
Het brandmeldsysteem bevindt zich altijd in een van de volgende mogelijke
bedrijfs statussen:
• Normaal Bedrijf Status
• Storing Status
• Vooralarm Status
• Brand alarm Status
• Ontruiming alarm Status
• Speciale Alarm Status (Alarm 1, Alarm 2, Alarm 3, Beveiliging)
• Test Status
Indien er meerdere Penta Gebruikersinterfaces in het Penta Brandmeldsysteem
aanwezig zijn kunnen deze dusdanig geprogrammeerd zijn dat niet alle meldingen
van het brandmeldsysteem weergeven worden. Op het een hoofdbediendeel worden
alle meldingen weergeven.
Voorbeeld; Penta Bediendeel nr.1 geeft
meldingen weer van bouwdeel 1.
Penta Bediendeel nr. 2 is het
hoofdbediendeel,
en
geeft
alle
3
1
2
meldingen weer.
Penta Bediendeel nr. 3. geeft
meldingen weer van bouwdeel 3.
Als er een storing in een melder is in bouwdeel 1 dan zullen Penta Bediendeel nr. 1
en Penta Bediendeel nr. 2 in storing status weergeven, terwijl Penta Bediendeel nr.
3 normaal bedrijf status weergeeft.
Bouwdeel 1
20
Bouwdeel 2
Bouwdeel 3
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
Normaal Bedrijf Status
Een brandmeldsysteem is in normaal bedrijf status als er geen brandalarmen,
storingen, vooralarmen, alarmen etc. gemeld worden. Tevens bevindt het systeem
zich niet in een test status en geen enkele melder, ingang of uitgang is
uitgeschakeld.
In normaal bedrijf zal er geen enkele led indicator van de Penta
Gebruikersinterface oplichten uitgezonderd de IN BEDIJF indicator (9 op pagina
14). In het display zal de tekst “Centrale In Normaal Bedrijf” worden weergegeven
met de actuele tijd, datum en toegangsniveau.
Als het brandmeldsysteem vanuit een ander status terug gebracht wordt naar
normaal bedrijf status dan zal het grafisch display nog enkele tijd verlicht blijven.
BEDIENDEEL IN NORMAAL BEDRIJF STATUS
Reactie Brandmeldsysteem
Handel Als Volgt
1
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Storing Status
Een brandmeldsysteem is in Storing Alarm status als de Penta Gebruikersinterface
een storing meld — kortsluiting, onderbreking, fout, onjuiste werking, enz. — voor
een bewaakte component, zoals detectoren, ingang/uitgang, intern / extern circuit,
enz.
In storing status zullen de led indicatoren; STORING (5 op pagina 14) en IN BEDIJF
van de Penta Gebruikersinterface oplichten.
Indien de storing een signaalgever of signaalgever lijn betreft — veroorzaakt door
kortsluiting, onderbreking, fout, onjuiste werking, enz — dan zal eveneens de
indicator SIGNAALGEVER STORING (3 op pagina 14). oplichten.
Indien de storing een systeem storing betreft — veroorzaakt door een programma
fout of een te lage 5 Volt spanning— dan zal eveneens de indicator
SYSTEEMSTORING (10 op pagina 14). oplichten.
ZONE 0002
ELEMENT AFWEZIG
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Vergaderruimte
(OPTISCH ROOK)
────────────────────────────
1 ZONE
IN STORING
MEER >
Zodra een storing gemeld wordt door de Penta
Gebruikersinterface zal de interne zoemer
pulserend geactiveerd worden. Tevens zal de led
indicator STORING, en indien van toepassing zal de
led indicator SIGNAALGEVER STORING en/of
SYSTEEMSTORING continue oplichten.
Het display zal het volgende weergeven:
• het nummer van de detectiezone waarbinnen een storing gemeld wordt. In dit
voorbeeld “ZONE 0002”.
• de status van het systeemdeel wat de storing meld. In dit voorbeeld “ELEMENT
AFWEZIG” (de melder is uit de sokkel verwijderd).
• de zonetekst “LINKER VLEUGEL, 1E VERD.” van de detectiezone waarin de eerste
storing is gemeld.
• De locatietekst “VERGADERRUIMTE” van de melder welke de eerste storing
heeft gemeld.
• het systeemdeel wat de storing meld. In dit voorbeeld “OPTISCHE ROOK’’ (een
optische rookmelder).
1
Deze symbolen worden niet op de Penta Gebruikersinterface weergegeven, ze helpen u de informatie beter te
begrijpen.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
21
4 PENTA, Basis Bediening
• aantal detectiezones waarbinnen een storing gemeld word. In dit voorbeeld “ 1
ZONE IN STORING” welke een storing meld.
• met de toets kan meer informatie over deze storing opgevraagd worden.
Met de ZOEMER UIT toets (8 op pagina 15) kan de zoemer
ZOEMER UIT toets kan bediend worden op toegangsniveau 1.
VOOR SERVICE BEL :
012-3456789
NIVEAU 1
13:49
08 MEI 2005
────────────────────────────
1 ZONE
IN STORING
MEER >
worden afgesteld. De
In het display wordt nu het telefoonnummer van u
onderhouder weergeven voor het geval u de storing
niet zelfstandig opgelost krijgt.
Met de
toets (2 op pagina 15) kan meer
informatie over deze storing opgevraagd worden.
Na het verhelpen van de oorzaak van de storingsmelding wordt de storingsmelding
automatische door het brandmeldsysteem gereset.
HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN STORING STATUS
Reactie Brandmeldsysteem
de led indicator STORING licht continue op,
weergave storing informatie in het display
de interne Zoemer van de bediendelen
maakt een pulserende toon.
Handel Als Volgt
handel volgens hierbij locale regels
en het interne alarmorganisatie plan.
ZOEMER UIT
stel de zoemer af.
doormeldingen van storingsmeldingen naar
een meldkamer en storing sturingen zijn
geactiveerd —indien toegepast.
Lokaliseer de oorzaak van storingsmelding
Interne zoemer is afgesteld.
vraag indien gewenst meer informatie
op over het systeemdeel welke de storing
meld.
(cursor besturing toets)
Hef de oorzaak van de storing op
zodra de oorzaak is verholpen zal het systeem zichzelf
automatisch herstellen (resetten).
Registreer de melding in het logboek
Schakel de melder / uitgang uit indien de
melding zonder zichtbare reden terugkeert
op het systeem. Neem contact op met de
servicedienst
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Alle Storingen dienen volgens NEN2654 norm, in het logboek vermeld te worden.6
6
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
22
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
Een storingsmelding beïnvloed alleen het gemelde deel van het systeem en zal de
werking van de rest van het brandmeldsysteem niet beïnvloeden.
Brandmeldingen en voormeldingen hebben een hogere prioriteit dan
storingsmelding. Praktisch betekend dit dat als het brandmeldsysteem een storing
meld, bijvoorbeeld een storing in een melder met melderadres 01.002, dan zullen
de overige melders / rest van het systeem blijven functioneren.
Vervang nooit melders door een ander type melders. De centrale zal dit als een
storing melden.
Vooralarm Status
Een brandmeldsysteem is in vooralarm status wanneer de Penta
Gebruikersinterface een vooralarm meld van een analoge (intelligente) melder die
aangesloten zit op een van de detectielussen van het systeem (analoge waarde
standaard boven 45).
Een vooralarm is een attentie melding. In een bewaakte ruimte is door het
brandmeldsysteem een verschijnsel van brand —rook , temperatuur, vlammen—
gedetecteerd wat niet het brandalarm niveau overschrijd echter hoger is dan de
normaal gemeten waarde. De gebruiker kan dan gepaste maatregelen nemen om
doormelding van een ongewenste of onechte brandmelding te voorkomen.
Mocht het toch een echte brand betreffen dan zal de hoeveelheid van het
gedetecteerde verschijnsel van brand het brandalarm niveau snel overschrijden
waardoor na het vooralarm een echte brandmelding gemeld wordt door het
brandmeldsysteem.
In vooralarm status zullen geen specifieke led indicatoren oplichten. Alleen de
groene led IN BEDIJF is licht op.
ZONE 0002
VOOR-ALARM
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Vergaderruimte
(OPTISCH ROOK)
────────────────────────────
1 ZONE
IN ALARM
MEER >
Zodra een vooralarm gemeld wordt door de Penta
Gebruikersinterface zal de interne zoemer
pulserend geactiveerd worden.
Het display zal het volgende weergeven:
Het display zal het volgende weergeven:
• het nummer van de detectiezone waarbinnen een vooralarm gemeld wordt. In
dit voorbeeld “ZONE 0002”.
• de status van het systeemdeel wat de melding geeft. In dit voorbeeld “VOORALARM”.
• de zonetekst “LINKER VLEUGEL, 1E VERD.” van de detectiezone waarin het eerste
vooralarm is gedetecteerd.
• De locatietekst (VERGADERRUIMTE) van de melder welke het eerste vooralarm
heeft gemeld.
• het systeemdeel wat het vooralarm meld. In dit voorbeeld “OPTISCHE ROOK’’
(een optische rookmelder).
• aantal detectiezones waarbinnen een vooralarm gemeld word. In dit voorbeeld
“ 1 ZONE IN ALARM” welke een vooralarm meld.
• met de toets kan meer informatie over deze storing opgevraagd worden.
Met de ZOEMER UIT toets (8 op pagina 15) kan de zoemer worden afgesteld. De
ZOEMER UIT toets kan bediend worden op toegangsniveau 1.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
23
4 PENTA, Basis Bediening
NIVEAU 1
13:49
08 MEI 2005
────────────────────────────
1 ZONE
IN ALARM
In het display wordt nu het actuele toegangsniveau
,datum tijd en de statistische gegevens
weergegeven.
MEER >
Met de
toets kan meer informatie over dit
vooralarm opgevraagd worden.
Indien de situatie niet uit kan groeien tot een brand dan zal na het verhelpen van de
oorzaak van het vooralarm, (bijvoorbeeld bij aanwezige rook, de ruimte
verluchten) het vooralarm automatisch door het brandmeldsysteem gereset worden.
HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN VOORALARM STATUS
Reactie Brandmeldsysteem
Handel Als Volgt
handel volgens hierbij locale regels en het
interne alarmorganisatie plan.
weergave vooralarm informatie in het
display
de interne Zoemer van de bediendelen
maakt een pulserende toon.
vooralarm sturingen zijn geactiveerd
indien toegepast.
ZOEMER UIT
stel de zoemer af.
—
Interne zoemer is afgesteld.
Lokaliseer de locatie en de oorzaak van
het vooralarm.
(cursor besturing toets)
vraag indien gewenst meer informatie
op over het systeemdeel welke de storing
meld.
Hef de oorzaak van het vooralarm op
zodra de oorzaak is verholpen zal het systeem zichzelf
automatisch herstellen (resetten).
Registreer de melding in het logboek
Schakel de melder uit indien de melding
zonder zichtbare reden terugkeert op het
systeem. Neem contact op met de
servicedienst
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Registreer voormeldingen in het logboek.
24
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
Brandalarm Status
Een brandmeldsysteem is in brandalarmstatus wanneer het bediendeel een
brandalarm meld van;
• een analoge (intelligente) melder die aangesloten zit op een van de
detectie lussen van het systeem (analoge waarde standaard boven 55)
• van een conventionele melder die aangesloten zit op een zone monitor
unit.
• van een extern (gekoppeld) brandmeldsysteem
In een bewaakte ruimte is door het brandmeldsysteem een verschijnsel van brand
—rook , temperatuur, vlammen— gedetecteerd wat het brandalarm niveau
overschrijd. Ook het indrukken van het glaasje van een handbrandmelder resulteert
in een brandmelding. De gebruiker kan gepaste maatregelen nemen om mens, dier
en inventaris in veiligheid te brengen en er kan snel begonnen worden met het
bestrijden van de brand.
In brandalarmstatus zullen led indicatoren BRAND (4 op pagina 14) en de groene
led IN BEDRIJF (9 op pagina 14) op lichten.
EERSTE BRANDM. IN ZONE : 0002 Meer Alamen>
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Vergaderruimte
(OPTISCH ROOK)
VERTRAGING: 28 SEC.
(DRUK 0 VOOR VERLENGEN)
──────────────────────────────────
3 BRANDMELD. IN ZONES
LAATSTE ZONE : 0003
Centraal Trappenhuis
Zodra een nieuw brandalarm gemeld wordt
door de Penta Gebruikersinterface zullen
de interne zoemer (continue) en
signaalgevers geactiveerd worden.
Het display zal het volgende weergeven:
• het nummer van de detectiezone waarbinnen de eerste brandmelding gemeld
wordt. In dit voorbeeld “EERSTE BRANDM. ZONE 0002”.
• de zonetekst “LINKER VLEUGEL, 1E VERD.” van de detectiezone waarbinnen de
eerste brandmelding gemeld wordt.
• de locatietekst (VERGADERRUIMTE) van de melder welke de eerste brandmelding
heeft gemeld.
• het systeemdeel wat de eerste brandmelding meld. In dit voorbeeld “OPTISCHE
ROOK’’ (een optische rookmelder).
• indien er een acceptatie tijd en/of verkenningstijd van toepassing is, wordt de
resterende tijd weergegeven. In dit voorbeeld : “28 sec.” Met de “0” toets kan
de melding geaccepteerd worden. Raadpleeg de paragraaf Werking Vertraging
op pagina 54 voor meer informatie over het accepteren van meldingen.
• aantal detectiezones waarbinnen een brandmelding gemeld word. In dit
voorbeeld “ 3 BRANDMELDINGEN IN ZONES” welke een brandmelding meld.
• het nummer van de detectiezone waarbinnen de laatste brandmelding gemeld
wordt. In dit voorbeeld “LAATSTE ZONE 0003”.
• de zonetekst “CENTRAAL TRAPPENHUIS” van de detectiezone waarbinnen de
laatste brandmelding gemeld wordt.
• Met de
toets kan meer informatie over de brandmeldingen opgevraagd
worden.
Met de ZOEMER UIT toets (8 op pagina 15) kan de interne zoemer worden afgesteld.
De ZOEMER UIT toets kan bediend worden op toegangsniveau 1.
Het totaal aantal brandmeldingen wordt niet weergegeven. Alleen het aantal
detectiezones waarvan een brandmelding gemeld wordt, is wordt in het display
weergegeven.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
25
4 PENTA, Basis Bediening
Accepteren
brandmelding
Met de 0 toets (ACCEPTEREN MELDING) (6 op pagina 15) op het numerieke
toetsenbord wordt het brandalarm geaccepteerd.
Door het accepteren van de brandmelding wordt de verkenningstijd gestart —
indien de vertraging actief staat. Vertraagde sturingen worden pas geactiveerd na
afloop van de verkenningstijd. De 0 toets (ACCEPTEREN MELDING) toets kan
bediend worden op toegangsniveau 1.
Indien de vertraging actief is zal de led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina
14) op lichten.
Meer informatie over het accepteren van meldingen en het activeren van de
vertraging, etc.— vind u in de paragraaf Vertraging, op pagina 53.
Druk de ONTRUIMEN toets (10 op pagina 15) om de verkenningstijd te overbruggen
—ongedaan te maken— de signaalgevers en alle vertraagde sturingen worden dan
direct geactiveerd.
Het overbruggen van de vertraging is mogelijk op
toegangsniveau 1.
De onvertraagde sturingen worden direct bij melding van het brandalarm
geactiveerd. In geval van brandmeldingen van handbrandmelders zullen direct —
onvertraagd— alle sturingen en signaalgevers geactiveerd worden, dus ook alle
vertraagde sturingen. Afhankelijk van de programmering is het mogelijk dat zodra
er meerdere brandmeldingen gemeld worden, alle sturingen direct geactiveerd
worden, dus ook alle vertraagde sturingen.
Afstellen
signaalgevers
Indien gewenst kunnen de signaalgevers met de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets (9
op pagina 15) worden afgesteld en weer worden geactiveerd. Indien de
signaalgevers afgesteld zijn zal de led indicator SIGNAALGEVERS AFGESTELD (2 op
pagina 14) oplichten.
Het afstellen van de signaalgevers is alleen toegestaan op toegangsniveau 2. Breng
indien nodig het systeem naar toegangsniveau 2 zoals beschreven in de paragraaf
Vrijgave toetsenbord op pagina 19.
Of druk een functie toets (bijv. SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets) en voer het
paswoord in voor toegangsniveau 2 en druk de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets .
Reset
systeem-herstellen
Indien de melding een onechte of ongewenste brandmelding betreft dan kan pas
nadat na het verhelpen van de oorzaak — bijvoorbeeld bij aanwezige rook, de
ruimte verluchten— gereset worden. Het brandmeldsysteem zal terug gaan naar
normaal bedrijf status. Alle signaalgevers worden afgesteld —indien nog actief—,
alle sturingen worden gedeactiveerd.
Om het brandalarm te resetten dient de RESET toets (7 op pagina 15) gedrukt te
worden. Het resetten van brandmeldingen is alleen toegestaan op toegangsniveau
2. Breng indien nodig het systeem naar toegangsniveau 2 zoals beschreven in de
paragraaf Vrijgave toetsenbord op pagina 19.
Of druk een functie toets (bijv. RESET toets) en voer het paswoord in voor
toegangsniveau 2 en druk de RESET toets .
De SIGNAALGEVERS AAN/UIT, RESET toets kunnen alleen op toegangsniveau 2
worden bediend.
Alle ongewenste, onechte en echte brandmeldingen dienen volgens NEN2654
norm, in het logboek vermeld te worden.
26
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN BRANDALARM STATUS
Reactie Brandmeldsysteem
weergave brandalarm informatie in het
display.
de interne zoemer van de bediendelen
maakt een pulserende toon.
Handel Als Volgt
handel volgens hierbij locale regels en het
interne alarmorganisatie plan.
ZOEMER UIT
stel de zoemer af.
onvertraagde sturingen en Signaalgevers
zijn geactiveerd —indien toegepast.
Interne zoemer is afgesteld.
Lokaliseer de locatie en de oorzaak van de
brandmelding.
0 (accepteer melding)
binnen de acceptatietijd om de verkenningstijd te starten.
weergave resterende acceptatie of
verkenningstijd in display.
indien vertraging actief is en acceptatietijd
nog niet afgelopen is zijn de vertraagde
sturingen zijn nog niet geactiveerd —indien
toegepast.
bij een echte brandmelding
ONTRUIMEN
led indicator vertraging gaat uit.
om de signaalgevers te activeren en de
acceptatie/verkenningstijd te overbruggen.
de vertraagde sturingen en/of doormelding
worden geactiveerd —indien toegepast.
of
Activeer een handbrandmelder
Licht de interne en externe
alarmorganisatie in
Start alarmorganisatie plan
bij een ongewenste of onechte brandmelding
MENU
--(voer code in voor toegangsniveau 2 en bevestig deze)
SIGNAALGEVERS AAN/UIT
led indicator signaalgevers afgesteld
gaat aan.
druk deze toets om de signaalgevers af te stellen.
Hef de oorzaak van de brandmelding op
RESET
druk deze toets om het systeem terug te brengen naar
normaal bedrijf status.
Registreer de melding in het logboek
Schakel de melder uit indien de melding
zonder zichtbare reden terugkeert op het
systeem. Neem contact op met de
servicedienst
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
Breng het systeem terug naar
toegangsniveau 1
BGB018.01
27
4 PENTA, Basis Bediening
Ontruiming Alarm Status
Een brandmeldsysteem is in ontruimingalarm status wanneer het bediendeel een
totaal ontruiming alarm meld.
Indien er zich een situatie voordoet waar een totale evacuatie van alle aanwezige
personen in het gebouw gewenst is, kan de gebruiker met de toets ONTRUIMEN (10
op pagina 15) het brandmeldsysteem in ontruimingalarm status brengen.
Zodra het brandmeldsysteem in ontruimingalarm status gebracht wordt zullen —
afhankelijk van de programmering— alle of een deel van de signaalgevers —
sirenes — geactiveerd worden.
In de paragraaf Ontruimen Toets op pagina 34 wordt uitvoerig ingegaan op het
activeren van de totaal ontruiming.
De ontruiming alarm status kan afhankelijk van de programmering op twee
verschillende manieren worden weergegeven;
o als een brandmelding,
o als een speciaal alarm.
Indien het ontruiming alarm als een brandalarm wordt weergeven zullen de groene
led IN BEDRIJF (9 op pagina 14) en —
led indicator BRAND (4 op pagina 14)
EERSTE BRANDM. IN ZONE : 0199
.
en de op lichten.
Centrale bij Receptie
ONTRUIM Toets
(SCHAKELAAR)
──────────────────────────────────
1 BRANDMELD. IN ZONES
LAATSTE ZONE : 0199
Centrale bij Receptie
De interne zoemer van het bediendeel
zal een continu toon geven.
Het display
weergeven:
zal
het
volgende
• het nummer van de detectiezone waarbinnen de centrale gemonteerd waarop de
ontruiming toets gedrukt is. In dit voorbeeld “ZONE 0199”.
• de zonetekst “CENTRALE BIJ RECEPTIE” van de detectiezone waarbinnen de
centrale gemonteerd waarop de ontruiming toets gedrukt is.
• de tekst (ONTRUIM TOETS).
• het systeemdeel “SCHAKELAAR’’wat de ontruiming heeft geactiveerd.
• Met de
toets kan meer informatie over de ontruiming melding opgevraagd
worden.
Indien het ontruiming alarm als een speciaal alarm wordt weergeven zal de groene
led IN BEDRIJF (9 op pagina 14) op
ZONE 0199
ALARM-1
lichten.
Centrale bij Receptie
ONTRUIM Toets
(SCHAKELAAR)
──────────────────────────────────
1 ZONE IN ALARM
MEER>
De interne zoemer van het bediendeel
zal een pulserende toon geven.
Het display
weergeven:
zal
het
volgende
• het nummer van de detectiezone waarbinnen de centrale gemonteerd waarop de
ontruiming toets gedrukt is. In dit voorbeeld “ZONE 0199”.
• het soort speciaal alarm. In dit voorbeeld “ALARM-1”.
• de zonetekst “CENTRALE BIJ RECEPTIE” van de detectiezone waarbinnen de
centrale gemonteerd waarop de ontruiming toets gedrukt is.
• de tekst (ONTRUIM TOETS).
• het systeemdeel “SCHAKELAAR’’wat de ontruiming heeft geactiveerd.
• Met de
toets kan meer informatie over de ontruiming melding opgevraagd
worden.
28
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
In beide gevallen kan met de ZOEMER UIT toets (8 op pagina 15) kan de interne
zoemer worden afgesteld. De ZOEMER UIT toets kan bediend worden op
toegangsniveau 1.
Indien gewenst kunnen de signaalgevers met de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets (9
op pagina 15) worden afgesteld en weer worden geactiveerd. Indien de
signaalgevers afgesteld zijn zal de led indicator SIGNAALGEVERS AFGESTELD (2 op
pagina 14) oplichten.
Afstellen
signaalgevers
Het afstellen van de signaalgevers is alleen toegestaan op toegangsniveau 2. Breng
indien nodig het systeem naar toegangsniveau 2 zoals beschreven in de paragraaf
Vrijgave toetsenbord op pagina 19.
Reset
systeem-herstellen
Om het ontruimingsalarm te resetten dient de RESET toets (7 op pagina 15) gedrukt
te worden. Het resetten van ontruimingsmeldingen is alleen toegestaan op
toegangsniveau 2. Breng indien nodig het systeem naar toegangsniveau 2 zoals
beschreven in de paragraaf Vrijgave toetsenbord op pagina 19.
De SIGNAALGEVERS AAN/UIT, RESET toets kunnen alleen op toegangsniveau 2
worden bediend.
HOE TE HANDELEN IN GEVAL VAN ONTRUIMING ALARM STATUS
Reactie Brandmeldsysteem
weergave ontruimingalarm informatie in het
display.
de interne zoemer van de bediendelen
maakt een pulserende toon.
Handel Als Volgt
handel volgens hierbij locale regels en het
interne alarmorganisatie plan.
ZOEMER UIT
stel de zoemer af.
Signaalgevers zijn geactiveerd —indien
toegepast.
Interne zoemer is afgesteld.
Lokaliseer de locatie en de reden van de
melding.
bij gewenste ontruiming
Licht interne en externe alarmorganisatie
in
Start alarmorganisatie plan
bij een ongewenste of onechte brandmelding
MENU
--(voer code in voor toegangsniveau 2 en bevestig deze)
SIGNAALGEVERS AAN/UIT
led indicator signaalgevers afgesteld
gaat aan.
druk deze toets om de signaalgevers af te stellen.
RESET
druk deze toets om het systeem terug te brengen naar
normaal bedrijf status.
Registreer de melding in het logboek
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
Breng het systeem terug naar
toegangsniveau 1
BGB018.01
29
4 PENTA, Basis Bediening
Speciale Alarm Status
Buiten het de genoemde alarmen kent het Penta Systeem nog enkele speciale alarm
statussen. De speciale alarmen —alarm-1, alarm-2, alarm-3, beveiligingsalarm—
worden gebruikt om het meldingen op het systeem binnen te halen en te melden
welke geen; brandalarm, vooralarm, ontruimingalarm of storingalarm zijn.
Afhankelijk van de configuratie van het Penta Systeem;
• worden de alarmen gemeld op het display en /of led indicatoren,
• worden er sturingen verricht,
• worden de signaalgevers geactiveerd,
• wordt de interne zoemer van de centrale pulserend geactiveerd,
• dient de melding gereset te worden —zoals bij brandmeldingen—,
• wordt de melding automatisch gereset —zoals bij voormeldingen—.
Indien het speciale alarm melding in het display wordt weergegeven zal het
display de volgende informatie weergeven:
ZONE 0199
ALARM-1
Linker Vleugel, Begane Grond.
Extern brandmeldsysteem
(SMU)
ZONE 0199
Beveiliging
───────────────────────────────
Linker Vleugel, Begane Grond.
Vluchtdeur
(I/O UNIT)
1 ZONE IN ALARM
MEER> geopend
───────────────────────────────
1 ZONE IN ALARM
MEER>
• het nummer van de detectiezone waarbinnen een speciaal alarm gemeld wordt.
In dit voorbeeld “ZONE 0199”.
• het soort speciaal alarm. In dit voorbeeld “BEVEILIGING”.
• de zonetekst “LINKER VLEUGEL, BEGANE GROND” van de detectiezone
waarbinnen een speciaal alarm is gemeld.
• de locatie tekst (VLUCHTDEUR GEOPEND).
• het systeemdeel “I/O UNIT’’wat het speciale alarm meld.
• Met de toets kan meer informatie over de melding opgevraagd worden.
Raadpleeg het branddetectie bedrijf voor meer informatie over de in uw installatie
toegepaste speciale alarmen en de bijhorende bedieningsinstructies.
Registreer alle speciale alarmen in het logboek.
Test Status
Een brandmeldsysteem is in test status wanneer één of meerdere melders, ingangen
of uitgangen getest worden, terwijl de rest van het systeem volledig functioneel is.
Diverse test mogelijkheden kunnen uitgevoerd worden middels het toetsenbord van
het bediendeel.
Echter, storing, brand en voormeld alarmen —van melders die niet in teststatus zijn
hebben prioriteit boven de test status en zullen normaal gemeld worden.
30
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
4 PENTA, Basis Bediening
De volgende testen kunnen uitgevoerd worden:
• Zone Test: staat het ‘brandalarm’ testen van melders in zone toe,
• Display:test alle LED indicatoren van het bediendeel en het grafisch
display.
• Zoemer: test de zoemer van het bediendeel.
• Testen van de printer: staat het testen toe op de centrale aangesloten
printer.
Alvorens testen uit te voeren dient de gebruiker eerst contact op te nemen met de
bevoegde autoriteiten. Interne en Externe alarmorganisaties dienen op de hoogte
gebracht te worden.
Het testen van het brandmeldsysteem, dient volgens NEN2654 norm, in het
logboek vermeld te worden.
1
Informatie over testfuncties vind u in het hoofdstuk "Penta, Uitgebreide
Bediening", op pagina 32.
HOE EEN SYSTEEM TESTEN UITVOEREN
Reactie Brandmeldsysteem
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
Handel Als Volgt
handel volgens hierbij locale regels en het
interne alarmorganisatie plan.
MENU
--(voer code in voor toegangsniveau 2 en bevestig deze)
Selecteer de optie TEST
(bevestig selectie)
Selecteer de gewenste test.
(bevestig selectie)
controleer of het te testen onderdeel juist
functioneert.
Meer informatie over elke test afzonderlijk
leest u in de onderstaande test omschrijvingen
en in het hoofdstuk "Penta, Uitgebreide
Bediening", op pagina 32.
Corrigeer apparatuur of functie die niet
correct functioneren, neem; indien nodig
contact op met de service dienst.
display meld normaal bedrijf status—
alleen de groene led IN BEDIJF is aan.
1
Breng het systeem terug naar
toegangsniveau 1
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
31
5 Penta, Uitgebreide Bediening
5. Penta, Uitgebreide Bediening
De gebruiker kan het gehele brandmeldsysteem vanaf een Penta
Gebruikersinterface van een Penta Brandmeldcentrale of Penta Nevenbediendeel
bedienen.
De primaire bediening is gebaseerd op het activeren van functies door bediening
van speciale toetsen, de functietoetsen zoals de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets, de
RESET toets, etc..
Andere functies —welke niet toegewezen zijn aan speciale toetsen— zijn
beschikbaar middels een structuur van menu’s toegankelijk middels de
cursorbesturing en selectie toetsen en het grafische display.
De meer uitgebreide functies van het systeem zijn toegankelijk via een structuur
van submenu’s opgebouwd rond een Hoofdmenu. Elke optie in het Hoofdmenu
geeft, na keuze, submenu’s met nieuwe opties weer. Op deze manier heeft de
gebruiker makkelijk toegang tot alle functies.
De gebruiker kiest de menuopties door met de cursorbesturing en selectie toetsen
de gewenste optie in het grafische display te selecteren.
Het systeem zal elk optredend alarm, storing, voormelding etc. melden terwijl de
gebruiker het panel bedient. Geen enkel alarm, storing, voormelding etc. zal
genegeerd of uitgesteld worden gedurende de bediening van het systeem, omdat
alarmen, storingen, voormeldingen etc. een hogere prioriteit hebben dan de menu’s.
Functie Toetsen
Deze paragraaf geeft de gebruiker een overzicht van de beschikbare functie toetsen
en hun betekenis — toegang niveau 2.
De functietoetsen zijn toetsen waaraan direct een functie gekoppeld is. Drukken
van de functietoets resulteert in het uitvoeren van de betreffende functie.
Reset Toets
In geval van een alarm —brandmelding of special alarm— kan met de RESET toets
het systeem —na verhelpen van de oorzaak van de melding— weer naar normaal
bedrijf status worden teruggebracht.
Nadat de melding geverifieerd is, het een onechte of ongewenste brandmelding
betreft, en de oorzaak van de melding verholpen — bijvoorbeeld bij aanwezige
rook de ruimte verluchten, bij handbrandmelder glaasje vervangen— is kan de
gebruiker de melding resetten.
Hiertoe dient de RESET toets (7 op pagina 15) gedrukt te worden. Het Penta
Systeem zal deze bewerking in het logboek —Systeemgeheugen— van het systeem
registreren.
Led indicatoren welke geactiveerd waren door melding —bijvoorbeeld led
indicator brand, etc.— zullen na resetten van de melding uit gaan.
De RESET toets heeft toegangsniveau 2. De bediening van het bediendeel dient vrij
gegeven te zijn voor bediening alvorens RESET toets bediend kan worden.
Echte brandmeldingen mogen pas gereset worden nadat de situatie volledig onder
controle is.
32
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Alle ongewenste, onechte en echte brandmeldingen en het resetten van deze
meldingen dient volgens NEN2654 norm, in het logboek vermeld te worden.
Zoemer Uit Toets
In geval van een melding —storingsmelding, voormelding, brandmelding etc.—
kan met de ZOEMER UIT (8 op pagina 15) toets de interne zoemer van het
bediendeel uitgezet worden —indien actief—. De functietoets ZOEMER UIT heeft
toegangsniveau 1.
De functietoets ZOEMER UIT stelt ook de zoemers van de overige bediendelen af.
De zoemer van een Penta bediendeel wordt opnieuw geactiveerd zodra het
bediendeel een nieuwe melding meld.
Het Penta Systeem zal deze bewerking in het logboek —Systeemgeheugen— van
het systeem registreren.
Signaalgevers Aan / Uit Toets
De signaalgevers worden, afhankelijk van programmering onvertraagd of
vertraagd, geactiveerd in geval van een melding —brandmelding, voormelding,
storingsmelding, etc—.
Binnen het brandmeldsysteem kunnen er verschillende signaalgevers gemonteerd
zijn voor de verschillende type meldingen of signaalgevers welke voor de
verschillende meldingen een afzonderlijke toon genereren. In geval van een
ontruiming genereren de signaalgevers een slow-whoop toon. Voor
brandmeldingen —afhankelijk van de configuratie van het systeem— wordt
meestal een continue of een slow-whoop toon gebruikt.
Afhankelijk van de opbouw van het brandmeldsysteem kunnen de signaalgevers
toegewezen zijn aan een apart bouwdeel. De signaalgevers worden dan alleen
geactiveerd bij een brandmelding of ontruiming van dit bouwdeel.
Met de SIGNAALGEVER AAN/UIT toets (9 op pagina 15) kunnen de signaalgevers
(sirenes) afgesteld —uitgezet— worden (indien actief). Zodra de signaalgevers
afgesteld zijn zal de gele led indicator SIGNAALGEVER AFGESTELD (2 op pagina
14) oplichten.
De actie en vanuit welk systeem deze verricht werd, word in het logboek —
geheugen— van het systeem geschreven.
Afhankelijk van de programmering van het Penta Systeem stelt deze toets op het
hele brandmeld netwerk of alleen lokaal de signaalgevers af.
De gebruiker kan de afgestelde signaalgevers weer activeren —bijvoorbeeld na
verificatie van een melding— door nogmaals de toets SIGNAALGEVER AAN/UIT
te drukken. De gele led indicator SIGNAALGEVER AFGESTELD (9 op pagina 14)
zal dan uitgaan.
De SIGNAALGEVER AAN/UIT toets heeft toegangsniveau 2. De bediening van het
bediendeel dient vrij gegeven te zijn voor bediening alvorens SIGNAALGEVER
AAN/UIT toets bediend kan worden.
De signaalgevers en de interne zoemer van het Penta bediendeel worden opnieuw
geactiveerd indien er een nieuwe melding op het Penta Systeem wordt gemeld.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
33
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Indien de signaalgevers geactiveerd zijn middels de ONTRUIMEN toets van het
Penta bediendeel kunnen de signaalgevers weliswaar afgesteld worden met de
SIGNAALGEVER AAN/UIT toets, echter het ontruimingsalarm wordt hierdoor niet
ge-reset. Meer informatie over het activeren en resetten van een ontruimingsalarm
vind u in de paragraaf Ontruimen Toets op pagina 34 .
Het Penta Nevenbediendeel heeft een SIGNAALGEVER UIT toets en een aparte
SIGNAALGEVER AAN toets om de afgestelde signaalgevers weer te activeren. Het
Penta Nevenbediendeel heeft geen led indicator SIGNAALGEVERS AFGESTELD.
Ontruimen Toets
Indien er zich een situatie voordoet waar een totale evacuatie van alle aanwezige
personen in het gebouw gewenst is, kan de gebruiker met de toets ONTRUIMEN op
het Penta bediendeel alle signaalgevers —sirenes — of alle signaalgevers van een
bepaald bouwdeel activeren.
Deze situatie kan een voorval zijn;
• wat niets met brand te maken heeft.
• dat het brandmeldsysteem in een bouwdeel een brand heeft gedetecteerd en
in dat bouwdeel ook de signaalgevers heeft geactiveerd, maar dat in de
overige bouwdelen geen signaalgevers geactiveerd worden door het
brandmeldsysteem. In dit geval is het brandmeldsysteem bewust zo
geprogrammeerd.
• waarbij het brandmeldsysteem in een bouwdeel een brand heeft gedetecteerd
en deze brandmelding middels “stille alarmering” —pagers, dect telefonie of
GSM — aan de gebruiker gemeld heeft. In dit geval is het
brandmeldsysteem bewust zo geprogrammeerd.
De gebruiker kan dan manueel een totale ontruiming activeren. De overige
sturingen —waaronder doormelding, liften, kleefmagneten, etc.— worden niet
geactiveerd door de ONTRUIMEN toets.
Druk de toets ONTRUIMEN (10 op pagina 15) in om de ontruiming te activeren.
Zodra toets ONTRUIMEN bediend is worden de signaalgevers geactiveerd tevens
wordt het ontruiming alarm in het
display weergeven.
EERSTE BRANDM. IN ZONE : 0199
.
Centrale bij Receptie
ONTRUIM Toets
(SCHAKELAAR)ZONE 0199
ALARM-1
Centrale bij Receptie
──────────────────────────────────ONTRUIM Toets
(SCHAKELAAR)
1 BRANDMELD. IN ZONES
LAATSTE ZONE : 0199
Centrale bij Receptie
──────────────────────────────────
1 ZONE IN ALARM
MEER>
Raadpleeg de paragraaf Ontruiming Alarm Status op pagina 28 voor meer
informatie over de weergave in het display.
De ONTRUIMEN toets heeft toegangsniveau 2.
Indien gewenst kunnen de signaalgevers met de SIGNAALGEVERS AAN/UIT toets
9 op pagina 15) worden afgesteld en weer worden geactiveerd. Indien de
signaalgevers afgesteld zijn zal de led indicator SIGNAALGEVERS AFGESTELD 2
op pagina 14) oplichten.
34
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Om het ontruimingsalarm te resetten dient de RESET toets (7 op pagina 15) gedrukt
te worden. Het resetten van ontruimingsmeldingen is alleen toegestaan op
toegangsniveau 2.
Met de ONTRUIMEN toets kan tevens de acceptatie van een melding ook ongedaan
— verkenningstijd overbruggen— gemaakt worden. Meer informatie over
vertragen, accepteren van melding en het ongedaan maken van de acceptatie vind u
in de paragraaf Werking Vertraging op pagina 54.
Het Penta Systeem zal al deze bewerkingen in het logboek —systeemgeheugen—
van het systeem registreren.
- Volgende Melding / Meer Informatie Toets
Tijdens een melding —brandmelding, voormelding, storingsmelding, etc. — wordt
de meest belangrijke informatie op het display weergegeven.
EERSTE BRANDM. IN ZONE : 0002 Meer Alamen>
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Vergaderruimte
(OPTISCH ROOK)
VERTRAGING: 28 SEC.
(DRUK 0 VOOR VERLENGEN)
──────────────────────────────────
3 BRANDMELD. IN ZONES
LAATSTE ZONE : 0003
Centraal Trappenhuis
Meer uitgebreidere informatie over de
meldingen, of informatie over de overige
meldingen kan de gebruiker middels de
cursor besturingstoets
(2 op pagina 15)
opvragen.
In het display wordt een lijst weergegeven
van detectiezones waarbinnen meldingen
gemeld worden.
Met de
toetsen (2 op pagina 15) kan de gebruiker een detectiezone waarover
meer informatie gewenst is selecteren. Meer uitgebreidere informatie over de
meldingen binnen de geselecteerde detectiezone kan de gebruiker middels de
cursor besturingstoets (2 op pagina 15) opvragen.
In het display wordt een lijst weergegeven van meldingen binnen de geselecteerde
detectiezone. Met de
toetsen kan door de meldingen gebladerd worden en met
de
kan meer informatie over een geselecteerde melding opgevraagd worden.
Meer informatie over het opvragen of de weergave van gegevens, meldingen,
etc.— vind u in de paragraaf Weergave, op pagina 40.
Afhankelijk van de programmering van het Penta Systeem geeft een Penta
bediendeel alleen lokale meldingen / alarmen of meldingen / alarmen van het hele
brandmeldsysteem.
De
(VOLGENDE MELDING / MEER INFORMATIE) toets heeft toegangsniveau 1.
0 - Acceptatie Toets
Accepteren
brandmelding
Acceptatietijd
Met de toets 0 (ACCEPTEREN MELDING) (6 op pagina 15) wordt een brandmelding
geaccepteerd, waardoor vanaf dat moment de verkenningstijd gestart wordt —
indien de vertraging actief is. De toets 0 -(ACCEPTEREN MELDING) heeft
toegangsniveau 1.
Het accepteren van een brandmelding dient te gebeuren binnen de acceptatietijd.
Standaard is deze acceptatie tijd ingesteld op 1 minuut. Wordt een alarm
brandmelding niet binnen de acceptatietijd geaccepteerd dan worden de
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
35
5 Penta, Uitgebreide Bediening
verkenningstijden overbrugt (=0), en zullen de vertraagde sturingen direct na
afloop van de acceptatie tijd geactiveerd worden.
Als een brandmelding geaccepteerd wordt binnen de acceptatietijd dan zal vanaf
dat moment de verkenningstijd gestart worden. Deze verkenningstijd stelt de
gebruiker in staat om de melding te verifiëren en indien het een ongewenste of
onechte melding betreft, de doormelding naar de meldkamer te voorkomen. De
verkenningstijd kan per installatie verschillen.
Als de brandmelding na afloop van de verkenningstijd nog steeds op het Penta
Systeem aanwezig is, dan zullen de vertraagde sturingen na afloop van de
verkenningstijd geactiveerd worden.
Verkenningstijd
Meer informatie over vertraging, accepteren van meldingen, acceptatietijd,
verkenningstijd, etc.— vind u in de paragraaf Vertraging, op pagina 50 & 53.
Menu bediening
Deze paragraaf behandeld het openen van de menu structuur, het selecteren van de
menu opties —toegang niveau 2. Middels een structuur van menu’s toegankelijk
middels de cursorbesturing en selectie toetsen en het grafische display heeft de
gebruiker makkelijk toegang tot alle functies.
Raadpleeg paragraaf Overzicht Menu Structuur, op pagina 39 ,voor meer
informatie over de menu’s, submenu’s, opties, etc..
Menu Toets (Hoofdmenu openen)
De gebruiker menu’s van het Penta Bediendeel zijn opgebouwd rond een
hoofdmenu. Met de toets MENU (5 op pagina 15) kan de gebruiker het hoofdmenu
openen.
[BEDIENING
GEBLOKKEERD]
NODE 1
VRIJGAVE-BEDIENING
[Toegangsniveau 2 Menu]
WEERGAVE
NODE 1
WEERGAVE UITSCHAKELEN INSCHAKELEN
TEST
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
De MENU toets heeft toegangsniveau 1 & 2.
Als de MENU toets bediend wordt terwijl het
bediendeel geblokkeerd is voor bediening —
toegangsniveau 1— word een beperkt menu
weergegeven.
Als de MENU toets bediend wordt terwijl het
bediendeel
vrijgegeven is bediening —
toegangsniveau 2— wordt het volledige
hoofdmenu weergegeven.
Zodra het hoofdmenu geopend is zullen er menuopties weergegeven worden. Deze
menuopties openen andere gebruiker menu’s of gebruikersfuncties van het Penta
Systeem. Op een simpele manier leid het systeem de gebruiker naar de door hem
gewenste functie.
ESC (Annuleren / terug)
Van elk submenu of optie kan op elk moment teruggekeerd worden naar het vorige
menu door de ESC (ESCAPE) toets (4 op pagina 15) te drukken.
Indien de ESC toets bediend word zullen ingevoerde gegevens die niet met de
(BEVESTIGEN) toets zijn bevestigd verloren gaan.
36
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Bevestigen van selectie
Zodra de gewenste menu optie, detectie zone, ingang, uitgang geselecteerd is of
numerieke gegevens ingevoerd zijn wordt de selectie / ingave bevestigd met de
(BEVESTIGEN) toets (1 op pagina 15).
Cursor Besturing Toetsen (Selectie)
Met de cursor besturingstoetsen
(2 op pagina 15) kan de gewenste menu
optie of systeemdeel in lijsten geselecteerd worden.
Selectie van Menuopties
Als de MENU toets bediend wordt worden de menuopties weergegeven. De
geselecteerde menu optie wordt geïnverteerd weergegeven.
[Toegangsniveau 2 Menu]
Zodra de gewenste menu optie geselecteerd is
wordt de selectie bevestigd met de
(BEVESTIGEN) toets (1 op pagina 15).
NODE 1
WEERGAVE UITSCHAKELEN INSCHAKELEN
TEST
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
Enkele menu’s en opties zijn middels een code
extra beveiligd tegen oneigenlijk gebruik —dan dient nogmaals het paswoord voor
toegangsniveau 2 ingevoerd te worden.
Selectie in Lijsten
In een aantal menu opties van de menu’s WEERGAVE, INSCHAKELEN en
UITSCHAKELEN worden de gegevens —detectiezone nummer, type, teksten,
waarden etc.— in de vorm van lijsten weergegeven.
Zodra de betreffende menu optie geselecteerd wordt zal een lijst van detectiezones
weergegeven worden. De lijst is op numerieke volgorde en bevat alleen
detectiezones waarop de menu optie van toepassing is. Bijvoorbeeld als de optie
UITSCHAKELINGEN in het menu WEERGAVE geselecteerd wordt, dan zal op het
display een lijst van detectiezones waarvan een systeemdeel is uitschakeld worden
weergegeven.
Met de cursor besturingstoetsen
detectiezone geselecteerd worden.
[0 Zone(s) met Ingangen Uitgeschakeld]
Zone
Mode Locatie
e
0001
Aan
Linker Vleugel, 1 Verd.
0002
Aan
Linker Vleugel, BG.
0003
Aan
Centraal Trappenhuis.
e
0004
Aan
Rechter Vleugel 1 Verd.
0005
Aan
Rechter Vleugel BG.
Meer>
.
(2 op pagina 15) kan de gewenste
Detectiezones waarachter een weergegeven
wordt —in dit voorbeeld zone 0004 en
0005— maken deel uit van een andere Penta
centrale binnen het PentaNet netwerk. Deze
systeem delen kunnen geselecteerd worden als
alle andere het systeemdelen. Het -symbool
is puur ter informatie.
Met de numerieke toetsen kan sneller door deze lijsten worden genavigeerd. Druk
op het numerieke toetsenbord in om zone 214 te selecteren — # 214 zal
voor de eerste regel worden weergegeven— en druk de (BEVESTIGEN) toets.
Vervolgens zal de cursor naar zone 214 “springen.
Met de toets , kan meer informatie
over de meldingen, ingangen,
uitgangen —afhankelijk van welke
menu optie geselecteerd is— binnen
de geselecteerde detectiezone worden
opgevraagd.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
[0 Zone(s) met Ingangen Uitgeschakeld]
Zone
Mode Locatie
e
0214
Aan
Bouwdeel 3, 1 Verd.
0215
Aan
Bouwdeel 3, BG.
BGB018.01
Meer>
.
37
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Weergave & Selectie in lijsten
De systeeminformatie die middels de menu’s opgevraagd kan worden, wordt
weergegeven in de vorm van lijsten. In deze lijsten kan de gebruiker de gewenste
melding of het gewenste systeemdeel selecteren. Middels de cursor
besturingstoetsen kan de gebruiker meer informatie over de geselecteerde melding
of het geselecteerde systeemdeel opvragen.
In onderstaande voorbeelden wordt meer informatie opgevraagd over de
aanwezige ingangen/melders via de menu
[INGANGEN]
Scroll ↕
Meer
opties WEERGAVE—INGANGEN.
Zone
0001
0002
0003
0004
Mode
Aan
Uit
Aan
Aan
Locatie
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Linker Vleugel, BG
Centraal Trappenhuis.
e
Rechter Vleugel, 1 Verd.
Een lijst van beschikbare detectiezones wordt
weergegeven. Voor elke detectie zone wordt het
zone nummer, de mode en de locatietekst
vermeld .
Selecteer, met de cursor besturingstoetsen
, de detectiezone met daarin het
systeemdeel —in dit voorbeeld ingang/melder— waarover meer informatie
gewenst is. Met de toets , kan meer informatie over de ingangen/melders binnen
de geselecteerde detectiezone worden opgevraagd.
Voor elke ingang / melder binnen de
geselecteerde detectiezone wordt;
het lusnummer, het element adres,
het in- of uitgang nummer en de
element tekst weergegeven.
[INGANGEN]
Lus Adr.
1
021.0
1
022.0
1
023.0
1
026.0
Scroll ↕
Meer
Type
Waarde
OPTISCH ROOK
21
OPTISCH ROOK
23
OPTISCH ROOK
62
HANDMELDER
16
[INGANGEN]
Lus Adr.
1
021.0
1
022.0
1
023.0
1
026.0
Sector
16
16
16
16
Scroll ↕
Node
33
33
33
33
Meer
[INGANGEN]
Lus Adr.
1
021.0
1
022.0
1
023.0
1
026.0
Scroll ↕
Meer
Element Tekst
Administratie.
Kantoor hoofd administratie
Kopieer ruimte
Archief
Met de toets , kan meer informatie over de
ingangen / melders worden opgevraagd.
Voor elke ingang / melder binnen
geselecteerde
detectiezone
wordt;
lusnummer, het element adres, het inuitgang nummer, het element type en
analoge waarde weergegeven.
de
het
of
de
Met de toets , kan meer informatie over de
ingangen / melders worden opgevraagd.
Voor elke ingang / melder binnen de
geselecteerde detectiezone wordt; het lusnummer, het element adres, het in- of
uitgang nummer, de sector waarbinnen het element gemonteerd is en node waarop
de melder aangesloten is weergegeven.
38
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
5 Penta, Uitgebreide Bediening
Overzicht Menu Structuur
WEERGAVE
Brand
Storing
Alarm
Uitschakeling
Logboek
Ingang
Uitgang
Paneel
Netwerk
Logica
LOGBOEK
Alle meldingen
Alleen brandmeldingen
Brandalarmteller
MENU
ZONE / INGANGEN
(1)
HOOFDMENU
Weergave
Uitschakelen
Inschakelen
Test
Printen
Inbedrijfstellen (3)
UITSCHAKELEN
Zone / Ingangen
Uitgangen (2)
Bediening (1)
Vertraging
Alle Ingangen
Alle behalve handmelders
Kies ingang
UITGANGEN
VERTRAGING
Geen Vertraging
Gebruik Verkenning Vertr.
Alle signaalgevers
Alle overige uitgangen
Kies Uitgang(en)
Doormelding Brand
Doormelding Storing
INSCHAKELEN
Zone / Ingangen
Uitgangen
Vertraging
Wijzig Tijd (2)
UITGANGEN
VERTRAGING
Geen Vertraging
Gebruik Verkenning Vertr.
TEST
Alle signaalgevers
Alle overige uitgangen
Kies Uitgang(en)
Doormelding Brand
Doormelding Storing
ZONES
Zones (2)
Display
Zoemer
Printer
Met Signaalgevers
Zonder Signaalgevers
PRINTEN
Ingangen
Uitgangen
Storingen
Uitschakelingen
Logboek
Feed Papier
Printer Instelling
LOGBOEK
(2)
(1) : Toegangscode voor niveau 2 (subniveau a).
(2) : Toegangscode voor niveau 2 (subniveau b).
(3) : Toegangscode voor niveau 3.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
PRINTER
INSTELLING
Alle meldingen
Alleen brandmeldingen
Brandalarmteller
Brand (j/n)
Alarm (j/n)
Storing (j/n)
Test (j/n)
Interne printer (j/n)
Externe printer (j/n)
Breed (j/n)
BGB018.01
39
6 Menu Opties
6. Menu Opties
Dit hoofdstuk beschrijft de bediening van het systeem via de menu en de menu
opties —meer uitgebreide functies van het systeem die toegankelijk zijn via een
structuur van submenu’s opgebouwd rond een hoofdmenu.
Raadpleeg het hoofdstuk Definities op pagina 66 voor een uitgebreide uitleg over
de weergegeven systeeminformatie.
Weergave
Het Penta Systeem beschikt over verschillende opties om systeeminformatie weer
te geven. Een deel van de systeem informatie kan door de gebruiker opgevraagd
worden.
Middels het submenu kan uitgebreide informatie over actuele meldingen, de status
van systeemdelen, instelling van melders, logboek —systeemgeheugen— van de
centrale, worden uitgelezen.
De systeeminformatie kan een handig hulpmiddel zijn voor het achterhalen van de
oorzaak van meldingen en het in de toekomst voorkomen van ongewenste en
onechte meldingen.
Via het hoofdmenu krijgt de gebruiker toegang tot het submenu WEERGAVE. De
volgende opties zijn beschikbaar:
BRAND, informatie over de aanwezige brandmeldingen weergeven,
STORING, informatie over de aanwezige storingsmeldingen weergeven,
ALARM, informatie over de aanwezige (speciale) alarmmeldingen weergeven,
UITSCHAKELING, informatie over de aanwezige uitschakelingen weergeven,
LOGBOEK, het logboek —systeem geheugen—weergeven,
INGANG, informatie over de op de centrale aanwezige ingangen weergeven,
UITGANG, informatie over de op de centrale aanwezige uitgangen weergeven,
PANEEL, informatie over de op de centrale aanwezige uitgangen weergeven,
NETWERK, informatie over het PentaNet netwerk weergeven,
LOGICA, informatie over uitgang logica weergeven.
Raadpleeg de paragraaf Weergave & Selectie in lijsten op pagina 38 voor meer
informatie over het selecteren van detectiezones, ingangen/melders.
Brand
Voor het weergeven, van de actuele brandmeldingen in het display van het Penta
Gebruikersinterface is de optie BRAND beschikbaar in het submenu WEERGAVE.
Indien er brandmeldingen op het systeem gemeld worden zal de led indicator
BRAND (4 op pagina 14) oplichten.
Indien de optie BRAND geselecteerd wordt, dan zal op het display een lijst van
detectiezones waarbinnen een brandmelding word gemeld worden weergegeven.
Meer informatie over het selecteren van detectiezones, ingangen/melders is gelijk
aan de procedure zoals deze beschreven is in de paragraaf Weergave & Selectie in
lijsten op pagina 38.
40
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Storing
Voor het weergeven, van de aanwezige storingsmeldingen in het display van het
Penta Gebruikersinterface is de optie STORING beschikbaar in het submenu
WEERGAVE.
Indien er systeem delen uitgeschakeld zijn zal de led indicator STORING (5 op
pagina 14) oplichten.
Indien in het submenu WEERGAVE de optie STORING geselecteerd wordt, dan zal
op het display een lijst van detectiezones waarbinnen een storing gemeld wordt
worden weergegeven.
Alarm
Voor het weergeven, van de aanwezige alarm meldingen in het display van het
Penta Gebruikersinterface is de optie ALARM beschikbaar in het submenu
WEERGAVE.
Indien er systeem delen uitgeschakeld zijn zal dit op het display worden
weergegeven.
Indien in het submenu WEERGAVE de optie ALARM geselecteerd wordt, dan zal
op het display een lijst van detectiezones waarbinnen een alarm gemeld wordt
worden weergegeven.
Uitschakeling
Voor het weergeven, van de actuele uitschakelingen in het display van het Penta
Gebruikersinterface is de optie UITSCHAKELING beschikbaar in het submenu
WEERGAVE.
Indien er systeem delen uitgeschakeld zijn zal de led indicator SYSTEEMDEEL
UITGESCHAKELD (6 op pagina 14) oplichten.
Indien in het submenu WEERGAVE de optie UITSCHAKELING geselecteerd wordt,
dan zal op het display een lijst van detectiezones waarbinnen een systeemdeel is
uitgeschakeld worden weergegeven.
Logboek
Elk Penta Systeem —centrale, nevenbediendeel, module— slaat in zijn systeem
geheugen elke melding, storing, voormelding, alarm, en ingaven via het
toetsenbord op. In het elektronisch geheugen zijn —afhankelijk van de
configuratie— de laatste 1.500 tot 2.000 gebeurtenissen opgeslagen.
Als het geheugen vol zit zullen nieuwe gebeurtenissen ook worden opgeslagen,
maar zullen de oudste meldingen in het geheugen overschreven worden. Met
andere woorden, het systeem ‘onthoudt’ altijd de laatste 1.500-2.000
gebeurtenissen. Al deze gebeurtenissen —de opgeslagen meldingen of systeem
historie— worden in chronologische volgorde opgeslagen. Deze statistische
gegevens kunnen gebruikt worden om alarm of storing meldingen te onderzoeken.
De informatie kan nuttig zijn bij aanpassingen om ongewenste meldingen te
voorkomen in kritische omgevingen.
De historie bevat informatie over:
• Tijd & datum van de gebeurtenis.
• Lus, adres nummer, detectiezone en het Node nummer.
• Soort gebeurtenis (alarm, voormelding, storing, bediening, etc.).
• Locatietekst, Element tekst.
• Type element, analoge waarde etc.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
41
6 Menu Opties
Indien optie logboek geselecteerd wordt zal een keuze menu met de volgende
opties worden weergeven;
ALLE MELDINGEN, informatie over alle meldingen en gebeurtenissen uit het
geheugen weergeven.
ALLEEN BRANDMELDINGEN, alleen informatie over de brandmeldingen uit
het geheugen weergeven.
BRANDALARM TELLER, uitlezen van de brandalarm teller.
Alle meldingen / Alleen brandmeldingen
Afhankelijk van de keuze worden nu alle meldingen of alleen de brandmeldingen
weergegeven. In het display worden steeds de gegevens van één melding
weergegeven.
Gebeurtenis nummer
Alle Meldingen / Alleen
brandmeldingen
Tijd van de gebeurtenis
Datum van de gebeurtenis
Detectiezone tekst
Element tekst
[ Bekijk Alle Meldingen ]
Aantal 0023
Tijd/Datum Node Lus:Adr
Zone
10:54:23 1
1:021.0 001
16/04/05 BRAND ALARM
68
Linker Vleugel, BG
Administratie.
Node (systeemnummer),
lusnummer, adres en
detectiezone
Analoge waarde van
het element
Soort gebeurtenis
Met de cursor besturingstoetsen
kan door de meldingen gebladerd worden.
Door het invoeren van een gebeurtenis nummer kan snel door de gebeurtenissen
lijst worden genavigeerd.
[ Bekijk Alle Meldingen ]
Aantal: #214
Tijd/Datum Node Lus:Adr
Zone
10:54:23 1
1:021.0 001
16/04/05 BRAND ALARM
68
Linker Vleugel, BG
Administratie.
Voer
in
op het numerieke
toetsenbord — # 214 zal voor de eerste regel
worden weergegeven— en druk de
(BEVESTIGEN) toets. Gebeurtenis 0214 zal nu
worden weergegeven.
Brandalarm Teller
Elk Penta Systeem —centrale, nevenbediendeel, module— slaat in zijn systeem
geheugen het aantal brandalarmen op, wat het systeem heeft gemeld vanaf deze
geassembleerd en getest de fabriek heeft verlaten.
Om veiligheidsredenen kan het gerapporteerde brandalarm teller alleen gereset
worden op toegang niveau 4. Alleen geautoriseerd personeel heeft toegang.
Om te controleren hoeveel brandalarmen er door het betreffende systeem gemeld
zijn, sinds het systeem geïnstalleerd is, kan de gebruiker
BRANDALARM TELLER
de BRANDALARM TELLER stand opvragen door, de
0000243
menu optie te selecteren.
Ingangen
Voor het weergeven, van de actuele systeeminformatie van de ingangen —melders,
contacten, schakelaars— in het display van het Penta Bediendeel is de optie
INGANGEN beschikbaar in het submenu WEERGAVE.
Indien de optie INGANGEN geselecteerd wordt, dan zal op het display een lijst van
detectiezones worden weergegeven. De gebruiker kan de gewenste detectiezone
selecteren waarna een lijst met beschikbare ingangen —melders, contacten,
schakelaars— in de geselecteerde detectiezone wordt weergegeven.
Op deze manier is de gebruiker in staat de actuele toestand van een melder, ingang
op te vragen.
42
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Uitgangen
Voor het weergeven, van de actuele systeeminformatie van de uitgangen in het
display van het Penta Bediendeel is de optie UITGANGEN beschikbaar in het
submenu WEERGAVE.
Indien de optie UITGANGEN geselecteerd wordt, dan zal op het display een lijst
van detectiezones worden weergegeven. De gebruiker kan de gewenste
detectiezone selecteren waarna een lijst met beschikbare uitgangen in de
geselecteerde detectiezone wordt weergegeven.
Op deze manier is de gebruiker in staat de actuele toestand van een uitgang op te
vragen.
Service Opties (Paneel/Netwerk/Logica)
Het Penta Systeem beschikt over een aantal service opties welke ook voor de
gebruiker toegankelijk zijn. Deze bieden de mogelijkheid om technische informatie
over de panel circuits, communicatie verbindingen of de programmeerlogica op te
vragen en weer te geven.
De servicetechnicus gebruikt deze gegevens om de circuits te controleren of voor
het lokaliseren van storingen. Voor de gebruiker zijn deze gegevens van minder
belang.
die de mogelijkheid bied om
De optie PANEEL is een service optie
systeemgegevens van circuits van de centrale —voeding, lader, detectielussen,
contactingangen en uitgangen— op te vragen.
Indien de optie PANEEL geselecteerd wordt, dan zal op het display een lijst met
circuits van de betreffende centrale of
nevenbediendeel worden weergegeven.
[Panel Circuits]
MX4202-019-XX NL
ITEM
02.0
03.0
04.0
05.0
BESCHRIJVING
Signaalgever D
Accu-Battererij
Lader
Aardst-monitor
WAARDE
4,6 V
27,3 V
27,7 V
1,6 V
STATUS
Normaal
Normaal
Normaal
Normaal
Met de
worden.
toetsen kan door de lijst gebladerd
Het is niet mogelijk om circuits van andere
centrales , Nevenbediendelen etc. op te vragen.
De service optie NETWERK biedt de mogelijkheid om een netwerk analyse op te
vragen. De servicetechnicus gebruikt deze gegevens om te netwerkcommunicatie te
controleren of voor het lokaliseren van storingen in het netwerk. Voor de gebruiker
zijn deze gegevens van minder belang.
De service optie LOGICA biedt de mogelijkheid om programmeergegevens over de
logische statements weer te geven.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
43
6 Menu Opties
Uitschakelen
Met de Penta bediendeel kunnen systeemdelen van het Penta Systeem op een
eenvoudige manier uitgeschakeld —buiten werking stellen— en ingeschakeld —in
werking stellen— worden. De gebruiker kan één of meerdere detectiezones
melders, ingangen of uitgangen van het systeem uitschakelen.
Uitgeschakelde systeemdelen hebben geen functionaliteit.
Zo zal een
uitgeschakelde melder geen brand, vooralarm, storing, etc. melden. Een
uitgeschakelde signaalgevers uitgang betekend dat i.g.v. een brandmelding de
betreffende signaalgever uitgang niet geactiveerd zal worden.
Via het hoofdmenu krijgt de gebruiker toegang tot het submenu UITSCHAKELEN
De volgende opties zijn beschikbaar:
ZONE / INGANG, een detectiezone, melder of ingang uitschakelen.
UITGANG, een uitgang uitschakelen.
BEDIENING, de gebruikersinterface blokkeren voor bediening.
VERTRAGING, de vertraging van doormelding en /of uitgangen uitschakelen.
Alvorens systeemdelen te uit te schakelen dient de gebruiker eerst contact op te
nemen met de bevoegde autoriteiten om een uitschakeling van een systeemdeel te
melden (afhankelijk van regelgeving in betreffende gemeente / regio). Het
uitschakeling van een systeemdeel —detectiezone, melder, ingang, uitgang— dient
1
volgens NEN2654 norm, in het logboek vermeld te worden .
Zone / Ingangen
De gebruiker kan één of meer detectiezones, melders of ingangen van het
brandmeldsysteem uitschakelen.
De gebruiker kan één of meerdere analoge (intelligente) melders of
ingangen van het systeem uitschakelen. Alle intelligente melders;
handbrandmelders, automatische melders, interfaces, kunnen
uitgeschakeld worden.
Het kan nodig zijn om één of meerdere analoge (intelligente) melders
uit te schakelen om ongewenste en onechte meldingen te voorkomen.
Als er bijvoorbeeld in een bewaakte ruimte werkzaamheden of
activiteiten plaats vinden die een melder kunnen activeren, dan kan
het gewenst zijn om de melder(s) in deze ruimte uit te schakelen.
In geval van een melderstoring kan het wenselijk zijn de melder uit te schakelen
totdat de service dienst arriveert om de storing definitief op te lossen.
Melders die uitgeschakeld zijn kunnen geen brandalarmen, vooralarmen,
melderstoringen etc. meer melden aan het Penta Systeem.
Tevens bestaat de mogelijkheid om alle ingangen/melders binnen een detectiezone
uit te schakelen of alle ingangen/melders behalve de handbrandmelders in een
detectiezone uit te schakelen.
Uitschakelen van één of meerdere melders verdient de voorkeur boven het
uitschakelen van een hele detectiezone. Toch kan het nodig zijn om een
detectiezone uit te schakelen om ongewenste en onechte meldingen te voorkomen.
Als er bijvoorbeeld in een hele detectiezone werkzaamheden of activiteiten plaats
1
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
44
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
vinden die de melders kunnen activeren, dan kan het gewenst zijn om een hele
detectiezone uit te schakelen.
De gebruiker dient zich bij een uitschakeling van een detectiezone terdege te
realiseren dat er geen automatische detectie meer actief is in de uitgeschakelde
detectiezone. Het Penta Systeem zal geen meldingen —brand, voormelding,
melderstoring, etc. melden van melders of ingangen die zijn toegewezen aan de
uitgeschakelde detectiezone.
In de plattegronden, projectietekeningen en programmeeroverzichten is duidelijk
aangegeven in welke detectiezone een melder gemonteerd is. In de informatiemap
(logboek) van uw brandmeldsysteem vind u meer informatie over deze
programmeeroverzichten.
Indien in het submenu UITSCHAKELEN de optie ZONE/INGANG geselecteerd
wordt, dan zal op het display een lijst van beschikbare detectiezones met hun
detectiezone tekst op numerieke volgorde worden weergegeven.
Boven aan staat vermeld in hoeveel zones er —melders, ingangen, uitgangen—
uitgeschakeld zijn.
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0001 Aan
Linker Vleugel, 1 Verd.
0002 Syst.Deel Uit Linker Vleugel, BG.
0003 Aan
Centraal Trappenhuis.
0004 Aan
Centraal Trappenhuis.
Per zone wordt de mode, of er systeemdelen
uitgeschakeld zijn aangegeven —in dit
voorbeeld zijn in zone 0002 systeemdelen
uitgeschakeld—.
Detectiezones waarachter een
wordt weergegeven —in dit voorbeeld zone
0004— maken deel uit van een andere Penta centrale binnen het PentaNet
netwerk. Deze zones kunnen geselecteerd worden als alle andere. Het -symbool
is puur ter informatie.
Met de
toetsen (2 op pagina 15) kan de detectiezone waarvan één, meerdere of
alle melders/ingangen uitgeschakeld dienen te worden, geselecteerd worden. Met
de numerieke toetsen kan sneller door deze lijst worden genavigeerd.
op het numerieke toetsenbord
Bijvoorbeeld zone 214 selecteren. Geef
in — # 214 zal voor de eerste regel worden
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
weergegeven— .
Zone
0214
0215
0216
0217
Mode
Aan
Aan
Aan
Aan
Locatie
e
Linker Vleugel, 30 Verd.
e
Rechter Vleugel, 30 Verd.
e
Linker Vleugel, 31 Verd.
e
Rechter Vleugel, 31 Verd.
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0214 Aan
Linker Vleugel, 30 Verd.
e
0215 Aan
Rechter Vleugel, 30 Verd.
e
0216 Aan
Linker Vleugel, 31 Verd.
e
0217 Aan
Rechter Vleugel, 31 Verd.
Druk de (BEVESTIGEN) toets, vervolgens zal
de cursor naar zone 214 “springen. Als de
cursor op de gewenste detectiezone staat kan
deze detectiezone of een deel ervan
uitgeschakeld worden.
,—de cursor zal nu op de mode van de
geselecteerde detectiezone staan—
(BEVESTIGEN)
Er wordt een keuzelijst weergegeven met de volgende opties:
• ALLE INGANGEN; alle melders en ingangen van de betreffende
detectiezone uitschakelen.
•
ALLE BEHALVE HANDMELDERS; alle melders en ingangen behalve
de handbrandmelders van de betreffende detectiezone uitschakelen.
•
KIES INGANGEN; de gebruiker kan zelf de melders/ingangen in de
geselecteerde detectiezone selecteren welke uitgeschakeld worden.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
45
6 Menu Opties
Selecteer met de
gewenste optie.
toetsen kan de
Druk
(BEVESTIGEN) om
geselecteerde optie te bevestigen.
de
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0214 ALLE
Aan INGANGEN
Linker Vleugel, 30 Verd.
e
HANDMELDERS
0215 ALLE
Aan BEHALVERechter
Vleugel, 30 Verd.
e
0216 KIES
Aan INGANGEN
Linker Vleugel, 31 Verd.
e
0217 Aan
Rechter Vleugel, 31 Verd.
Alle Ingangen
Als de optie ALLE INGANGEN geselecteerd
wordt zullen alle melders en ingangen van de
geselecteerde
detectiezone
uitgeschakeld
worden.
[ 2 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0214 ALLES UIT Linker Vleugel, 30 Verd.
e
0215 Aan
Rechter Vleugel, 30 Verd.
e
0216 Aan
Linker Vleugel, 31 Verd.
e
0217 Aan
Rechter Vleugel, 31 Verd.
In het display zal de mode ALLES UIT voor de
betreffende detectiezone worden aangegeven.
Selecteer de volgende detectiezone of keer terug naar het hoofdmenu met de ESC
toets (4 op pagina 15). Zodra er systeemdelen —detectiezones, melders, ingangen,
uitgangen— uitgeschakeld zijn zal de led indicator SYSTEEMDEEL
UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta Gebruikersinterface oplichten. In
de normaal bedrijf toestand wordt in het display de uitschakeling weergegeven.
Alle Behalve Handmelders
Als de optie ALLE BEHALVE HANDMELDERS geselecteerd wordt zullen alle
melders en ingangen behalve de handbrandmelders van de geselecteerde
detectiezone uitgeschakeld worden.
In
het
display
zal
de
mode
SYST.DEEL UIT voor de betreffende
detectiezone worden aangegeven.
Selecteer de volgende detectiezone of
keer terug naar het hoofdmenu met de
ESC toets (4 op pagina 15).
[ 2 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0214 SYST.DEEL UIT Linker Vleugel, 30
e
0215 Aan
Rechter Vleugel, 30
e
0216 Aan
Linker Vleugel, 31
e
0217 Aan
Rechter Vleugel, 31
Zodra er systeemdelen —detectiezones, melders, ingangen, uitgangen—
uitgeschakeld zijn zal de led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op
pagina 14) op de Penta Gebruikersinterface oplichten. In de normaal bedrijf
toestand wordt in het display de uitschakeling weergegeven.
Kies Ingangen
Als de optie KIES INGANGEN geselecteerd wordt zal een lijst van alle beschikbare
ingangen & melders binnen de detectiezone op het display worden weergegeven.
[ Ingangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Aan
1
001.0
Aan
1
002.0
Aan
1
003.0
Aan
1
004.0
Meer>
Status
Normaal
Normaal
Normaal
Normaal
Voor elke ingang/ melder zullen de mode, het
lusnummer, het adres en de status —brand
alarm, storing, vooralarm worden weergegeven.
, voor elke ingang/melder zal nu ook de
element/detector tekst worden weergegeven.
Selecteer met de
toetsen (2 op
pagina 15) de ingang/melder welke
uitgeschakeld dient te worden.
(BEVESTIGEN)
46
[ Ingangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Aan
1
001.0
Aan
1
002.0
Aan
1
003.0
Aan
1
004.0
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
Meer>
Element Tekst
Kantoor Administratie
Gang Achteraan
Gang Vooraan
Receptie
BGB018.01
6 Menu Opties
[ Ingangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Aan
1
001.0
Uit
1
002.0
Aan
1
003.0
Aan
1
004.0
In het display zal de mode UIT voor de
betreffende ingang/melder worden aangegeven.
Meer>
Element Tekst
Kantoor Administratie
Gang Achteraan
Gang Vooraan
Receptie
Selecteer de volgende ingang/melder of keer
terug naar de lijst met detectiezones met de ESC
toets (4 op pagina 15).
Zodra er systeemdelen —detectiezones, melders, ingangen, uitgangen—
uitgeschakeld zijn zal de led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op
pagina 14) op de Penta Gebruikersinterface oplichten. In de normaal bedrijf
toestand wordt in het display de uitschakeling weergegeven.
Meer informatie over het inschakelen van systeemdelen vind u in paragraaf
Inschakelen op pagina 51.
Uitgangen
De gebruiker kan één of meerdere uitgangen van het Penta Systeem uitschakelen.
In geval van een melding —brand, voormelding, melderstoring, etc. zal het Penta
Systeem uitgeschakelde sturing(en) niet activeren. Het kan nodig zijn om één of
meerdere sturingen uit te schakelen om activering van sturingen te voorkomen
tijdens testen, controle, onderhoud, en werkzaamheden aan het systeem.
Indien in het submenu UITSCHAKELEN de optie UITGANG geselecteerd wordt,
zal het paswoord voor toegangsniveau 2 opnieuw moeten worden ingevoerd
(Standaard is dit paswoord 10000.).
—paswoord—
[UITSCHAKELEN] NODE 1
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
(BEVESTIGEN)
Na het invoeren van het juiste paswoord zal een
keuzelijst worden weergeven.
Er wordt een keuzelijst weergegeven met de volgende opties:
• ALLE SIGNAALG. UITGANGEN; alle signaalgevers uitgangen van de
betreffende centrale uitschakelen.
• ALLE OVERIGE UITGANGEN; alle uitgangen behalve de signaalgevers
uitgangen van de betreffende centrale uitschakelen.
• KIES UITGANGEN; de gebruiker kan zelf de uitgangen selecteren welke
uitgeschakeld worden.
• DOORMELDING BRAND, de uitgang voor de doormelding van
brandmeldingen van de betreffende centrale uitschakelen.
• DOORMELDING STORING, de uitgang voor de doormelding van
storingsmeldingen van de betreffende centrale uitschakelen.
[Toegangsniveau 2 Menu]
NODE 1
ALLE SIGNAALG. UITGANGEN
WEERGAVE
UITSCHAKELEN
INSCHAKELEN
ALLE OVERIGE
UITGANGEN
TESTKIES UITGANGEN
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
DOORMELDING BRAND
Selecteer met de
optie.
toetsen kan de gewenste
(BEVESTIGEN) om de geselecteerde optie
Druk
te bevestigen.
Het uitschakelen van één of meerdere uitgangen, dient volgens de NEN2654 norm,
in het logboek vermeld te worden.
1
1
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
47
6 Menu Opties
Alle Signaalgever Uitgangen
Als de optie ALLE SIGNAALG. UITGANGEN geselecteerd wordt zullen alle
signaalgevers uitgangen op deze centrale uitgeschakeld worden.
In geval van een brandmelding zal het Penta Systeem uitgeschakelde signaalgevers
uitgangen niet activeren. De overige uitgangen werken normaal.
De led indicator SIGNAALGEVERS UITGESCHAKELD (6 op pagina 14) en de led
indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface zal oplichten. In de normaal bedrijf toestand wordt in het
display de uitschakeling weergegeven.
Alle Overige Uitgangen
Als de optie ALLE OVERIGE UITGANGEN geselecteerd wordt zullen alle
uitgangen voor sturingen behalve de signaalgevers uitgangen op deze centrale
uitgeschakeld worden.
De uitgangen voor sturingen worden gebruikt om; flitslichten, liften, deurvastzet
inrichtingen, schuifdeuren, deurontgrendeling etc. te sturen i.g.v. een melding.
In geval van een brandmelding zal het Penta Systeem uitgeschakelde uitgangen
voor sturingen niet activeren. De signaalgever uitgangen werken normaal.
De led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface zal oplichten. In de normaal bedrijf toestand wordt in het
display de uitschakeling weergegeven.
Kies Uitgangen
Indien in het submenu UITGANGEN de optie KIES UITGANG geselecteerd wordt,
dan zal op het display een lijst van beschikbare
detectiezones met hun detectiezone tekst op
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
numerieke volgorde worden weergegeven.
Zone Mode
Locatie
0001
0002
0003
0004
Aan
Syst.Deel Uit
Aan
Aan
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Linker Vleugel, BG.
Centraal Trappenhuis.
Centraal Trappenhuis.
Boven aan staat vermeld in hoeveel zones er
systeemdelen
—melders,
ingangen,
uitgangen— uitgeschakeld zijn.
Per zone wordt de mode —of er systeemdelen uitgeschakeld— zijn aangegeven —
in dit voorbeeld zijn in zone 0002 systeemdelen uitgeschakeld—.
Detectiezones waarachter een
wordt weergegeven —in dit voorbeeld zone
0004— maken deel uit van een andere Penta centrale binnen het PentaNet
netwerk. Deze zones kunnen geselecteerd worden als alle andere. Het -symbool
is puur ter informatie.
Selecteer met de
toetsen (2 op pagina 15) de detectiezone waarvan één of
meerdere uitgangen uitgeschakeld dienen te worden of voer op het numerieke
toetsenbord het nummer van de gewenste detectiezone in, en druk de
(BEVESTIGEN) toets.
Als de cursor op de gewenste detectiezone staat kunnen de uitgangen van de deze
detectiezone of een deel ervan uitgeschakeld
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
worden.
Zone
0214
0215
0216
0217
Mode
Aan
Aan
Aan
Aan
Locatie
e
Linker Vleugel, 30 Verd.
e
Rechter Vleugel, 30 Verd.
e
Linker Vleugel, 31 Verd.
e
Rechter Vleugel, 31 Verd.
,—de cursor zal nu op de mode van de
geselecteerde detectiezone staan—
(BEVESTIGEN)
Op het display wordt een lijst van beschikbare van alle beschikbare uitgangen
binnen de detectiezone weergegeven.
48
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Per uitgang wordt de mode —of de uitgang in- of uitgeschakeld is—, het
lusnummer, het adres met uitgangnummer, de
[ Uitgangen in Zone 214]
Meer>
status —uit, actief— en het type uitgang
Mode
Lus
Adr
Status
aangegeven.
Aan
1
001.1 Uit
Relais
Aan
Aan
Aan
1
2
1
012.0
013.0
004.2
Uit
Uit
Uit
Signaalgever
Signaalgever
Relais
, voor elke uitgang zal nu ook de element
tekst worden weergegeven.
Selecteer met de
toetsen (2 op
pagina 15) de uitgang welke
uitgeschakeld dient te worden.
(BEVESTIGEN)
[ Ingangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Aan
1
001.1
Aan
1
012.0
Uit
2
013.0
Aan
1
004.2
Meer>
Element Tekst
Kantoor Administratie
Gang Achteraan
Gang Vooraan
Receptie
[Uitgangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Aan
1
001.1
Aan
1
012.0
Aan
2
013.0
Aan
1
004.2
Meer>
Element Tekst
Schuifdeur Ingang
Sirene Receptie
Sirene Wachtruimte
Flitslicht Ingang
In het display zal de mode UIT voor de
betreffende ingang/melder worden aangegeven.
Selecteer de volgende ingang/melder of keer
terug naar de lijst met detectiezones met de ESC
toets (4 op pagina 15).
Zodra er systeemdelen —detectiezones, melders, ingangen, uitgangen—
uitgeschakeld zijn zal de led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op
pagina 14) op de Penta Gebruikersinterface oplichten. In de normaal bedrijf
toestand wordt in het display de uitschakeling weergegeven.
Doormelding Brand
Als de optie DOORMELDING BRAND geselecteerd wordt zullen de uitgangen
welke de doormeldapparatuur voor brandmeldingen aansturen op deze centrale
uitgeschakeld worden.
In geval van een brandmelding zal het Penta Systeem de uitgeschakelde
doormelduitgangen voor brand niet activeren. De overige uitgangen werken
normaal.
De led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface zal oplichten. In de normaal bedrijf toestand wordt in het
display de uitschakeling weergegeven.
Doormelding Storing
Als de optie DOORMELDING STORING geselecteerd wordt zullen de uitgangen
welke de doormeldapparatuur voor storingsmeldingen aansturen op deze centrale
uitgeschakeld worden.
In geval van een storingsmelding zal het Penta Systeem de uitgeschakelde
doormelduitgangen voor storing niet activeren. De overige uitgangen werken
normaal.
De led indicator SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface zal oplichten. In de normaal bedrijf toestand wordt in het
display de uitschakeling weergegeven.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
49
6 Menu Opties
Bediening
Met de optie BEDIENING geselecteerd kan de gebruikersinterface teruggebracht
worden naar toegangsniveau 1.
Om ongewenste of ondeskundige bediening van het systeem te voorkomen is het te
adviseren het systeem niet op toegangsniveau 2 te laten staan.
[UITSCHAKELEN]
NODE 1
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
Indien de optie BEDIENING geselecteerd wordt zal
de gebruikersinterface om het paswoord voor
toegangsniveau 2 vragen.
Voer middels het numerieke toetsenbord het
gebruikers paswoord in en bevestig met
-toets.
(Standaard is dit paswoord 10000.)
Na het invoeren van het juiste paswoord zal het beperkte menu voor
toegangsniveau 1 worden weergegeven. Indien 1 minuut geen bewerkingen worden
uitgevoerd zal de centrale automatisch het hoofdmenu verlaten en naar normale
display weergave toestand gaan.
Vertraging
Met de menu optie VERTRAGING kan de vertraging van uitgangen —indien
ingeschakeld — worden uitgeschakeld.
[Toegangsniveau 2 Menu]
NODE 1
GEEN VERTRAGING
WEERGAVE
UITSCHAKELEN
INSCHAKELEN
GEBRUIK
VERKENNING
VERTR.
TEST
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
Indien de optie VERTRAGING geselecteerd
wordt, wordt een keuzelijst met de volgende
opties weergegeven;
GEEN VERTRAGING
GEBRUIK VERKENNING VERTR.
Selecteer met de
-toetsen de optie GEEN VERTRAGING en druk de
(BEVESTIGEN) –toets. De led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) zal
uitgaan.
Optioneel kan het Penta Systeem zodanig zijn geconfigureerd dat de vertraging
automatisch wordt uitgeschakeld. Hiertoe is het Penta Systeem uitgerust met een
vertraging uit tabel. Per dag van de week is aangegeven hoe laat de vertraging door
het systeem wordt uitgezet.
In het geval van een melding zullen alle uitgangen direct onvertraagd geactiveerd
worden.
Meer informatie over de werking van de vertraging en het inschakelen van de
vertraging vind u in paragraaf Werking Vertraging & Inschakelen Vertraging op
pagina 53.
50
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Inschakelen
Met de Penta Gebruikersinterface kunnen systeemdelen van het Penta Systeem op
een eenvoudige manier uitgeschakeld —buiten werking stellen— en ingeschakeld
—in werking stellen— worden. Middels het submenu inschakelen kan de gebruiker
uitgeschakelde systeemdelen weer inschakelen
Het inschakeling van een systeemdeel —detectiezone, melder, ingang, uitgang—
dient volgens NEN2654 norm, in het logboek vermeld te worden.
1
Via het hoofdmenu krijgt de gebruiker toegang tot het submenu INSCHAKELEN
De volgende opties zijn beschikbaar:
ZONE / INGANG, een uitgeschakelde detectiezone, melder of ingang
inschakelen.
UITGANG, een uitgeschakelde uitgang inschakelen.
VERTRAGING, de vertraging van doormelding en /of uitgangen inschakelen.
WIJZIG TIJD, de datum en tijd van het systeem wijzigen.
Alvorens een systeemdeel in te schakelen dient de gebruiker eerst te verifiëren of
in te schakelen systeemdeel volledig storingsvrij, en bij melders of de oorzaak van
een brandmelding of voormelding opgeheven is.
Zone / Ingangen
Indien in het submenu INSCHAKELEN de optie ZONE/INGANG geselecteerd
wordt, dan zal op het display een lijst van detectiezones waarbinnen één of
meerdere melders/ingangen uitgeschakeld zijn weergegeven. De detectiezones
worden met hun detectiezone tekst op numerieke volgorde worden weergegeven.
[ 2 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
Zone Mode
Locatie
e
0001 Alles Uit
Linker Vleugel, 1 Verd.
0002 Syst.Deel Uit Linker Vleugel, BG.
Boven aan staat vermeld in hoeveel zones er —
melders, ingangen— uitgeschakeld zijn.
Per zone wordt de mode, of er systeemdelen
uitgeschakeld zijn aangegeven —in dit
voorbeeld
zijn
in
zone
0001
alle
ingangen/melders uitgeschakeld, zone 0002
systeemdelen uitgeschakeld—.
Het selecteren van de detectiezone met de
toetsen (2 op pagina 15) of middels
het invoeren van een zone nummer is gelijk aan de selectieprocedure bij het
uitschakelen van zones/ingangen.
Alle ingangen/melders inschakelen
Het Penta Systeem bied de gebruiker de mogelijkheid om alle uitgeschakelde
melders/ingangen binnen een detectiezone in
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
één keer in te schakelen.
Zone
0001
0002
1
Mode
Locatie
e
Alles Uit
Linker Vleugel, 1 Verd.
Syst.Deel Uit Linker Vleugel, BG.
Als de cursor op de gewenste detectiezone staat
kan deze detectiezone of alle uitgeschakelde
melders/ingangen ingeschakeld worden.
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
51
6 Menu Opties
Handel als volgt om alle ingangen / melders van de geselecteerde detectiezone in te
schakelen;
,—de cursor zal op de mode van de detectiezone staan—
(BEVESTIGEN)
In het display zal de mode AAN voor de betreffende detectiezone worden
aangegeven. Vervolgens zal de detectiezone uit de lijst van detectiezones met
melders/ingangen uitgeschakeld verdwijnen.
Alle uitgeschakelde ingangen/melders binnen de geselecteerde detectiezone zijn nu
ingeschakeld en weer volledig functioneel.
Selecteer de volgende detectiezone of keer terug naar het hoofdmenu met de ESC
toets (4 op pagina 15). Indien er geen andere uitschakelingen —detectiezones,
melders, ingangen, uitgangen— in het systeem zijn, zal de led indicator
SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface uitgaan.
Afzonderlijke ingangen/melders inschakelen
Het Penta Systeem bied de gebruiker de mogelijkheid om te selecteren welke
uitgeschakelde melders/ingangen binnen een detectiezone ingeschakeld dienen te
worden.
De cursor staat op de detectiezone waarvan een
[ 1 Zone(s) met Ingangen Uitgeschak.]
Meer>
deel van de uitgeschakelde melders/ingangen
Zone Mode
Locatie
e
0001 Alles Uit
Linker Vleugel, 1 Verd.
ingeschakeld dient te worden.
0002
Syst.Deel Uit Linker Vleugel, BG.
[ Ingangen in Zone 0002]
Mode
Lus Adr
Uit
1
001.0
Uit
1
003.0
Uit
1
004.0
Meer>
Status
Normaal
Normaal
Normaal
,—in het display wordt nu de lijst
met uitgeschakelde ingangen/melders binnen de
geselecteerde detectiezone weergegeven—.
, voor elke ingang/melder zal nu ook de
element/detector tekst worden weergegeven.
Selecteer met de
toetsen (2 op
pagina 15) de mode van de
ingang/melder welke ingeschakeld
dient te worden.
[ Ingangen in Zone 214]
Mode
Lus Adr
Uit
1
001.0
Uit
1
003.0
Uit
1
004.0
Meer>
Element Tekst
Kantoor Administratie
Gang Vooraan
Receptie
(BEVESTIGEN)
In het display zal de mode AAN voor de betreffende ingang/melder worden
aangegeven. Vervolgens zal de ingang/melder uit de lijst verdwijnen.
Selecteer de volgende ingang/melder of keer terug naar het hoofdmenu met de ESC
toets (4 op pagina 15). Indien er geen andere uitschakelingen —detectiezones,
melders, ingangen, uitgangen— in het systeem zijn, zal de led indicator
SYSTEEMDEEL UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta
Gebruikersinterface uitgaan.
Uitgangen
Middels de menu optie UITGANG kunnen uitgeschakelde uitgangen weer
ingeschakeld worden.
Indien in het submenu INSCHAKELEN de optie UITGANG geselecteerd wordt, dan
zal op het display een keuzelijst worden weergegeven met de volgende opties:
52
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
•
ALLE SIGNAALG. UITGANGEN; alle uitgeschakelde signaalgevers
uitgangen van de betreffende centrale inschakelen.
•
ALLE OVERIGE UITGANGEN; alle uitgeschakelde uitgangen behalve
de signaalgevers uitgangen van de betreffende centrale inschakelen.
•
KIES UITGANGEN; de gebruiker kan zelf de uitgangen selecteren
welke ingeschakeld worden.
•
DOORMELDING BRAND, de uitgang voor de doormelding van
brandmeldingen van de betreffende centrale inschakelen.
•
DOORMELDING STORING, de uitgang voor de doormelding van
storingsmeldingen van de betreffende centrale inschakelen.
De bediening van de opties voor het inschakelen van één of meerdere uitgangen, is
gelijk aan de bediening zoals beschreven in de paragraaf Uitschakelen van
Uitgangen op pagina 47.
[Toegangsniveau 2 Menu]
NODE 1
ALLE SIGNAALG. UITGANGEN
WEERGAVE
UITSCHAKELEN
INSCHAKELEN
ALLE OVERIGE
UITGANGEN
TESTKIES UITGANGEN
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
DOORMELDING BRAND
Selecteer met de
optie.
toetsen kan de gewenste
(BEVESTIGEN) om de geselecteerde optie
Druk
te bevestigen.
De ingeschakelde uitgang(en) binnen de geselecteerde detectiezone zijn nu weer
volledig functioneel.
Indien er geen andere uitschakelingen —detectiezones, melders, ingangen,
uitgangen— in het systeem zijn, zal de led indicator SYSTEEMDEEL
UITGESCHAKELD (7 op pagina 14) op de Penta Gebruikersinterface uitgaan.
Vertraging
Met de menu optie VERTRAGING kan de vertraging van uitgangen —indien
geprogrammeerd— worden ingeschakeld.
Aan de uitgangen, of een deel van de uitgangen, van het Penta Systeem kan een
vertraging worden toegewezen (geprogrammeerd). Als er een brandmelding door
het Penta Systeem gemeld wordt zal eerst de vertragingstijd voor de vertraagde
uitgangen aflopen alvorens deze uitgangen geactiveerd worden. Onvertraagde
uitgangen worden direct geactiveerd. Deze vertraging noemt men ook wel
verkenningstijd.
Bovendien kan het systeem ook nog met een acceptatietijd zijn voorzien. Elk
brandalarm moet dan worden geaccepteerd, binnen de acceptatietijd. Vanaf het
moment van accepteren wordt de verkenningstijd gestart. Accepteert de gebruiker
de melding niet binnen de acceptatietijd dan zullen na afloop van de acceptatietijd
alle vertraagde sturingen geactiveerd worden. De verkenningstijd wordt dan dus
niet “gestart”.
Deze verkenningstijd en acceptatietijd hoeven alleen te functioneren als er iemand
aanwezig is in het gebouw om de brandmelding te verifiëren. Is er niemand in het
gebouw aanwezig dan is het verstandiger tijdens deze uren de uitgangen niet te
vertragen. 1.
1
In uitzonderlijke gevallen is de vertraging altijd actief .
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
53
6 Menu Opties
Om deze reden is het Penta Systeem uitgerust met een menu optie VERTRAGING.
Met deze menu optie kan de gebruiker de vertraging van uitgangen activeren of
deactiveren.
Tevens beschikt het Penta Systeem over de mogelijkheid de vertraging van
uitgangen automatisch in en uit te schakelen. Hiertoe is het Penta Systeem uitgerust
met een vertraging in/uit tabel. Per dag van de week is aangegeven hoe laat de
vertraging door het systeem wordt aangezet en / of uitgezet.
Als laatste kan het Penta Systeem van een tijdsvenster voor elke dag worden
voorzien. Het inschakelen van de vertraging is dan alleen mogelijk binnen dit
tijdsvenster. De vertraging wordt automatisch uitgeschakeld.
Vraag de onderhouder van u systeem, raadpleeg de programmeer rapporten of het
programma van eisen voor informatie over de bij u systeem toegepaste
acceptatietijd en verkenningstijd en de wijze van in/uitschakelen.
Werking Vertraging
Accepteren
brandmelding
Indien de vertraging van de uitgangen niet geactiveerd is —de led indicator
VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) zal niet oplichten— dan zullen alle
uitgangen in geval van een brandmelding direct geactiveerd worden.
Indien de vertraging van de uitgangen geactiveerd is zal de led indicator
VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) oplichten. In geval van een brandmelding
van een automatische brandmelder zullen alle onvertraagde uitgangen direct
geactiveerd worden. De vertraagde uitgangen zullen nog niet geactiveerd worden.
De acceptatietijd zal gestart worden.
Met de 0 (ACCEPTEREN MELDING) -toets (6 op pagina 15) wordt de
brandmelding geaccepteerd. De verkenningstijd wordt gestart vanaf het moment
dat de brandmelding geaccepteerd is —indien de vertraging actief is—.
Acceptatietijd
Het accepteren van een brandmelding dient te gebeuren binnen de acceptatietijd.
Standaard is deze acceptatie tijd 1 minuut. Wordt een alarm brandmelding niet
binnen de acceptatietijd geaccepteerd dan worden de verkenningstijden overbrugt
(=0), en zullen de vertraagde sturingen na afloop van de acceptatie tijd geactiveerd
worden.
Verkenningstijd
Als een brandmelding geaccepteerd wordt binnen de acceptatietijd dan zal vanaf
dat moment de verkenningstijd gestart worden. Deze verkenningstijd stelt de
gebruiker in staat om de melding te verifiëren en indien het een ongewenste of
onechte melding betreft, een doormelding van de brandmelding naar de meldkamer
te voorkomen. De verkenningstijd kan per installatie verschillen.
Als de brandmelding na afloop van de verkenningstijd nog steeds op het Penta
Systeem aanwezig is, dan zullen de vertraagde sturingen —bijvoorbeeld
doormelding van de brandmeldingen naar de meldkamer— na afloop van de
verkenningstijd geactiveerd worden.
Als na acceptatie van de brandmelding blijkt dat het zich om een echte
brandmelding handelt dan kan met de ONTRUIMEN toets (10 op pagina 15) de
verkenningstijd overbrugt (= 0 sec.) worden. De signaalgevers worden opnieuw
geactiveerd —indien afgesteld—. Tevens zullen alle sturingen, ook de vertraagde
sturingen direct geactiveerd worden. Het overbruggen van de acceptatietijd is
eveneens mogelijk door de ONTRUIMEN toets te drukken.
Acceptatie ongedaan
maken
De gebruiker kan in geval van een echte brandmelding op deze manier de
acceptatietijd & de verkenningstijd opheffen, waardoor alle sturingen geactiveerd
worden.
Brandmelding van een In geval van brandmeldingen van handbrandmelders zullen direct —onvertraagd—
handbrandmelder
de sturingen geactiveerd worden, dus ook de vertraagde sturingen.
54
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Meerdere
brandmeldingen
Optioneel kan worden ingesteld dat; indien er meerdere brandmeldingen door het
Penta Systeem gemeld worden de acceptatietijd en verkenningstijd overbrugt (= 0
sec.) worden. Vertraagde sturingen worden geactiveerd, vanaf het moment dat de
2e brandmelding gemeld wordt.
Vraag de servicetechnici van u systeem, of raadpleeg de programmeer rapporten,
programma van eisen voor informatie over de bij u systeem toegepaste
acceptatietijd, verkenningstijd en eventuele automatische in en uitschakeltijden.
Eisende partij, meldkamer en brandweer stellen meestal eisen aan ;
• de tijdsduur van de vertraging,
• of er een acceptatietijd van toepassing is,
• wanneer de vertraging actief mag zijn.
Deze eisen staan beschreven in het programma van eisen van de installatie. De
tijdsduur van vertraging, acceptatietijd etc. mogen niet zonder toestemming van
deze partijen, door de onderhouder, gewijzigd worden.
Inschakelen Vertraging
De wijze van inschakelen hangt af van hoe het Penta Systeem geconfigureerd is;
• de vertraging wordt middels de menuoptie ingeschakeld,
• de vertraging wordt middels de menuoptie ingeschakeld. Dit is echter
alleen binnen een tijdsvenster mogelijk,
• de vertraging wordt automatisch ingeschakeld.
Manueel
Met de menu optie VERTRAGING kan de vertraging van uitgangen worden
ingeschakeld.
[Toegangsniveau 2 Menu]
NODE 1
GEEN VERTRAGING
WEERGAVE
UITSCHAKELEN
INSCHAKELEN
GEBRUIK
VERKENNING
VERTR.
TEST
PRINTEN
INBEDR.STELLEN
Indien de optie VERTRAGING geselecteerd
wordt, wordt een keuzelijst met de volgende
opties weergegeven;
GEEN VERTRAGING
GEBRUIK VERKENNING VERTR.
Selecteer met de
-toetsen de optie GEBRUIK VERKENNING VERTR. en druk
de
(BEVESTIGEN) –toets. De led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina
14) zal oplichten als de vertraging van uitgangen geactiveerd is.
Manueel binnen een tijdsvenster
Met de menu optie VERTRAGING kan de gebruiker de vertraging van uitgangen
inschakelen echter alleen binnen een tijdsvenster. Per dag van de week kan een
ander tijdsvenster geprogrammeerd zijn.
De wijze van inschakelen is gelijk aan het manueel inschakelen van de vertraging.
Buiten het tijdsvenster is niet mogelijk de vertraging in te schakelen.
De led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) zal oplichten als de
vertraging van uitgangen geactiveerd is.
De vertraging van uitgangen wordt automatisch opgeheven zodra de actuele tijd
buiten het tijdsvenster komt. Indien de vertraging gedeactiveerd wordt dan zal op
het Penta bediendeel de led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina 14)
uitgaan.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
55
6 Menu Opties
Automatisch
Indien de vertraging van uitgangen automatisch wordt geactiveerd door het Penta
Systeem zal zodra de het tijdstip bereikt wordt wat in de inschakeltabel van het
Penta Systeem geprogrammeerd staat de vertraging van de uitgangen automatisch
ingeschakeld worden. Per dag van de week kan een andere in en uitschakeltijd
geprogrammeerd zijn. De led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) zal
oplichten als de vertraging van uitgangen geactiveerd is.
De vertraging van uitgangen wordt automatisch opgeheven zodra het tijdstip
bereikt wordt wat in de uitschakeltabel van het Penta Systeem geprogrammeerd
staat. Indien de vertraging gedeactiveerd wordt dan zal op het Penta bediendeel de
led indicator VERTRAGING AAN (11 op pagina 14) uitgaan.
Wijzig Tijd
De Penta centrales hebben een real-time klok, die de gebruiker in staat stelt voor
alle gebeurtenissen het tijdstip en datum te bepalen. De systeemklok wordt
ondermeer gebruikt voor;
• Het activeren & deactiveren van de vertraging.
• Het omschakelen van de mode —manier van reageren— van Discovery
melders.
• Het registreren van meldingen in de historie.
Het is belangrijk om de systeemklok op de juiste tijd te zetten nadat het systeem
voor de eerste keer is opgestart
Indien de klok op het hoofdsysteem wordt gewijzigd zullen de instellingen van de
klok ook voor alle andere systemen aangepast worden.
Controleer tijdens de periodieke controle de instellingen van de klok op de
hoofdcentrale en corrigeer indien nodig.
Met de menu optie WIJZIG TIJD kan de tijd en datum van het Penta Systeem
worden gewijzigd.
Indien de optie WIJZIG TIJD geselecteerd wordt zal
de
gebruikersinterface om het paswoord voor
[INSCHAKELEN]
NODE 1
toegangsniveau 2 vragen.
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
Voer middels het numerieke toetsenbord het
gebruikers paswoord in en bevestig met
-toets.
(Standaard is dit paswoord 10000.)
Na het invoeren van het juiste paswoord zal het venster voor het wijzigen van de
tijd en datum worden weergegeven.
De cursor staat op de systeem tijd.
Met de
toetsen (2 op pagina 15)
kan tussen tijd en datum gewisseld
worden.
[ GEEF TIJD/DATUM]
TIJD
= 13:45
DATUM = 18 / 05 / 2005
WO 18 MEI 2005
Met de numerieke toetsen kan de tijd & de datum gewijzigd worden. Indien tijd en
datum correct zijn invult wordt de wijziging bevestigd met de -toets.
56
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Test
Het Penta Systeem beschikt over verschillende testopties. Op deze manier kan de
functionaliteit van afzonderlijke systeemdelen door de gebruiker getest worden.
Tijdens het testen van een systeemdeel, zijn de overige systeemdelen volledig
functioneel. Diverse testfuncties kunnen geactiveerd worden middels submenu
TEST.
Storing, brand en voormeld alarmen —van melders, detectiezones etc. die niet in
teststatus zijn hebben prioriteit boven de teststatus en zullen normaal gemeld
worden.
Ondanks dat het Penta Systeem continue zichzelf controleert op optredende
storingen en eventuele vervuiling van de melders compenseert, is het noodzakelijk
dat het brandmeldsysteem minimaal één keer per jaar grondig nagekeken wordt
door een erkend onderhouder en dat er maandelijks een aantal controles uitgevoerd
worden door de beheerder van het brandmeldsysteem. De beheerder van een
brandmeldsysteem is o.a. verantwoordelijk voor de periodieke controles van het
brandmeldsysteem. De frequentie en het soort controles is vastgelegd in de
landelijke normeringen.
De in het Penta Systeem geïntegreerde testfuncties vereenvoudigen het uitvoeren
van de periodieke controles en het jaarlijkse preventieve onderhoud.
Via het hoofdmenu krijgt de gebruiker toegang tot het submenu TEST. De
volgende opties zijn beschikbaar:
• ZONES, staat het ‘brandalarm’ testen van melders in een detectie zone toe.
• DISPLAY, test alle LED indicatoren van het bediendeel, het grafisch display
en bied de mogelijkheid om toetsen op hun werking te
controleren.
• ZOEMER, test de interne zoemer van het bediendeel.
• PRINTER, test de werking van de interne of externe printer van centrale.
Alvorens een test uit te voeren dient de gebruiker eerst contact op te nemen met de
bevoegde autoriteiten. Interne en Externe alarmorganisaties dienen op de hoogte
gebracht te worden.
Het testen van het brandmeldsysteem, dient volgens NEN2654 norm, in het
logboek vermeld te worden.
1
Zones
De optie ZONES in het submenu TEST stelt de gebruiker in staat om de melders die
toegewezen zijn tot een geselecteerde detectiezone functioneel te beproeven.
Tijdens deze functionele test van de melders worden voor de melders van de
betreffende detectiezone geen sturingen geactiveerd.
[ZONES]
NODE 1
Geef Uw Paswoord in A.U.B.
)
1
In
de
plattegronden,
projectietekeningen
en
programmeeroverzichten is duidelijk aangegeven in welke
detectiezone een melder gemonteerd is.
Alleen van toepassing op installaties die aan de Nederlandse normen en richtlijnen dienen te voldoen. De
NEN2654 is een uitgave van het Nederlands Normalisatie Instituut
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
57
6 Menu Opties
Indien de optie ZONES geselecteerd wordt zal de gebruikersinterface om het
paswoord voor toegangsniveau 2 vragen.
[ZONES]
NODE 1
MET SIGNAALGEVERS
ZONDER SIGNAALGEVERS
)
Voer middels het numerieke toetsenbord het
gebruikers paswoord in en bevestig met
-toets.
(Standaard is dit paswoord 10000.)
Op het display zal een keuze venster openen met de
volgende opties;
• MET SIGNAALGEVERS, zodra een melder in brandalarm gebracht wordt,
zullen de aan de detectiezone toegewezen signaalgevers 10
seconden geactiveerd worden.
• ZONDER SIGNAALGEVERS, tijdens een zone test worden de signaalgevers
niet geactiveerd.
Selecteer met de
toets.
-toetsen de gewenst optie en druk de
(BEVESTIGEN) -
Op het display een lijst van beschikbare detectiezones met hun detectiezone tekst
op numerieke volgorde worden weergegeven.
[ 0 Zone(s) in Test]
Zone Test Status
0001 . —
.
0002
—
0003
—
0004
—
Locatie
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Linker Vleugel, BG.
Centraal Trappenhuis.
Centraal Trappenhuis.
Boven aan staat vermeld hoeveel zones er in
test staan.
Per zone wordt de test status —of de zone in
test staat— aangegeven .
Detectiezones waarachter een
wordt weergegeven —in dit voorbeeld zone
0004— maken deel uit van een andere Penta centrale binnen het PentaNet
netwerk. Deze zones kunnen geselecteerd worden als alle andere. Het -symbool
is puur ter informatie.
Selecteer met de
toetsen (2 op pagina 15) de gewenste detectiezone , en druk
de (BEVESTIGEN) toets.
De test status van de geselecteerde
zone gewijzigd in “In Test”. De
led indicator TEST (8 op pagina
14) zal oplichten.
[ 0 Zone(s) in Test]
Zone Test Status
0001
—
0002 . In Test .
0003
—
0004
—
Locatie
e
Linker Vleugel, 1 Verd.
Linker Vleugel, BG.
Centraal Trappenhuis.
Centraal Trappenhuis.
Selecteer indien gewenst de volgende detectiezone.
[ZONES]
NODE 1
TEST BEËINDIGD
HOUD ZONES IN TEST
Met de ESC toets (4 op pagina 15) kan de lijst worden
verlaten. Op het display zal een keuze venster openen
met de volgende opties;
• TEST BEËINDIGD, voor alle zones die in test staan zal de test status worden
beëindigd.
• HOUD ZONES IN TEST, alle zones die in test staan blijven in test status. De
overige menu functies zijn beschikbaar.
De melders van de detectiezone die in onderhoudsmode / test staat kunnen getest
worden. Door de melder in brandalarm toestand te brengen kan worden
gecontroleerd of:
• de melder detecteert,
• de indicator op de melder functioneert,
• de meldfunctie van de melder/ingang op het Penta Systeem
• de adressering van de melder overeenkomt met het adreslabel
• de meldertekst correct wordt weergegeven.
58
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Om de zone test uit te voeren dient de gebruiker de melders in brandalarm toestand
te brengen. Om beschadiging van de melders te voorkomen mogen alleen
goedgekeurde hulpmiddelen gebruikt worden. De hulpmiddelen voor het testen van
melder kunnen besteld worden bij de leverancier van uw brandmeldsysteem.
Handbrandmelders kunnen in brandalarm toestand gebracht worden met hulp van
een speciale testsleutel. Deze testsleutel wordt bij alle handbrandmelders
meegeleverd.
Rookmelders optisch en ionisatie kunnen geactiveerd worden met hulp van
testgas. Door een kleine hoeveelheid testgas in de melder te spuiten wordt
de melder geactiveerd. Eventueel kan de bus met testgas op een speciale
teststok gemonteerd worden. Op deze manier zijn ook de melders die hoog
gemonteerd zijn bereikbaar.
Temperatuur melders kunnen geactiveerd worden met hulp van een (haar) föhn.
Gebruik nooit aanstekers of verfbranders voor het testen van melders.
Voor het testen van Beams & Vlammenmelders is speciale apparatuur nodig. De
onderhouder zal jaarlijks deze melders testen en indien nodig opnieuw
afregelen.
Als de gebruiker een melder, van een detectiezone die in onderhoudsmode staat, in
brandalarm toestand brengt dan zal;
• de melding wordt in het logboek —systeem geheugen— weg geschreven
als een “brand alarm test”,
• in het display het aantal zones in alarm worden weergegeven,
• middels de
-toets kan meer informatie over de test melding worden
opgevraagd.
Elke 10 seconden zal het Penta Systeem alle aanwezige testalarmen resetten.
Meldingen van melders die dan nog steeds in brandalarmtoestand zijn, worden
opnieuw gemeld.
Verzeker u ervan dat er geen melders/ingangen meer in test staan, vooraleer de
zone(s) uit test status te halen. Ga terug naar de optie ZONES in het submenu TEST
—indien verlaten— en breng de afzonderlijke zones uit de test status of verlaat de
optie zone met de ESC –toets en kies de optie het TEST BEËINDIGD.
Storing, brand en voormeld alarmen — van melders toegewezen aan detectiezones
die niet in teststatus zijn— hebben prioriteit boven de teststatus en zullen normaal
gemeld worden.
Display
De display test optie stelt de gebruiker in staat om alle LED indicatoren en het
grafisch display van het bediendeel te testen.
Als de optie DISPLAY geselecteerd wordt, dan zullen alle led indicatoren van de
Penta Gebruikersinterface oplichten, en alle pixels van het display zullen
geactiveerd worden. In het display wordt geïnverteerd de tekst “LCD/DISPLAY
TEST” weergegeven.
Tijdens de test is het mogelijk om de toetsen; 0-9,
en
op hun
functionaliteit te testen. Als de toets gedurende de test gedrukt wordt zal in het
display aangegeven worden welke toets bediend werd.
De test duurt ongeveer 10 seconden, daarna zal het systeem automatisch terugkeren
naar de normaal bedrijf status.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
59
6 Menu Opties
Zoemer
De zoemer test optie stelt de gebruiker in staat om de interne zoemer van het
bediendeel te testen.
Als de optie ZOEMER geselecteerd wordt, dan zal de interne zoemer van het
bediendeel continue geactiveerd worden. De test duurt ongeveer 10 seconden,
daarna zal de zoemer afgesteld worden en het systeem zal automatisch terugkeren
naar de normaal bedrijf status.
Printer
De printer test optie stelt de gebruiker in staat om de op de centrale aangesloten
interne of externe te testen.
Als de optie PRINTER geselecteerd wordt, dan zal de aangesloten een test
afdrukken. Na afloop van de test zal het systeem automatisch terugkeren naar de
normaal bedrijf status.
Printen
Het Penta Systeem beschikt over verschillende opties om systeeminformatie uit te
printen. Op de Penta Centrale dient van een interne printer te zijn voorzien of er
dient een externe printer op de Penta Centrale te worden aangesloten.
Middels het submenu kan uitgebreide informatie over actuele meldingen, de status
van systeemdelen, instelling van melders, logboek —systeemgeheugen— van de
centrale, worden uitgeprint.
Via het hoofdmenu krijgt de gebruiker toegang tot het submenu PRINTEN. De
volgende opties zijn beschikbaar:
INGANGEN, informatie over de op de centrale aanwezige ingangen uitprinten,
UITGANGEN, informatie over de op de centrale aanwezige uitgangen uitprinten
STORINGEN, informatie over de op het systeem aanwezige storingsmeldingen
uitprinten,
UITSCHAK., informatie over de op het systeem aanwezige uitschakelingen
uitprinten,
LOGBOEK, het logboek —systeem geheugen—uitprinten,
PAPIER FD, papier doorvoeren,
PRINTER SETUP, instellingen voor het “real time”uitprinten van meldingen en
configuratie van de printer.
Ingang, Uitgang, Storing, Uitschakeling
Met de opties INGANGEN en UITGANGEN kan de systeeminformatie van ingangen
of uitgangen, zoals deze weergegeven wordt op het display bij de opties Ingangen
en Uitgangen op pagina 42, worden uitgeprint op de aangesloten printer.
Met de opties STORINGEN en UITSCHAK. kan de systeeminformatie over de
actuele storingen of uitschakelingen van systeemdelen, zoals deze weergegeven
wordt op het display bij de opties Storing en Uitschakeling op pagina 41, worden
uitgeprint op de aangesloten printer.
60
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
6 Menu Opties
Zodra één van de opties INGANGEN, UITGANGEN, STORINGEN of UITSCHAK.
geselecteerd wordt zal een venster openen. Voer middels
[ INGANGEN]
het numeriek toetsenbord de eerste zone in en bevestig
EERSTE ZONE : 1 .
met de
-toets. Druk de
-toets en voer middels het
LAATSTE ZONE : 199
numeriek toetsenbord de laatste zone in, bevestig met de
Druk
om printen te starten
-toets.
Druk de
-toets om het printen te starten. De geselecteerde systeeminformatie
welke betrekking heeft op het ingevoerde detectiezone bereik zal nu uitgeprint
worden. Om het printen vroegtijdig te stoppen druk de ESC –toets.
Logboek
Met de optie LOGBOEK kan de systeem historie van de betreffende centrale zoals
deze weergegeven wordt op het display bij de optie Logboek op pagina 41, worden
uitgeprint op de aangesloten printer.
Indien optie LOGBOEK geselecteerd wordt zal een keuze menu met de volgende
opties worden weergeven;
ALLE MELDINGEN, informatie over alle meldingen en gebeurtenissen uit het
geheugen uitprinten.
ALLEEN BRANDMELDINGEN, alleen informatie over de brandmeldingen uit
het geheugen uitprinten.
BRANDALARM TELLER, uitprinten van de brandalarm teller.
Selecteer met de
- toetsen de gewenste optie en bevestig met de
-toets.
Zodra een optie geselecteerd wordt zal het printen te starten. De geselecteerde
systeeminformatie zal nu uitgeprint worden. Om het printen vroegtijdig te stoppen
druk de ESC –toets.
Papier-FD
Met de optie PAPIER-FD (line-feed) kan het papier in de printer één regel
doorgevoerd worden.
Printer-Setup
Met de optie PRINTER-SETUP kan de op de centrale aangesloten printer
geconfigureerd worden en kan de gebruiker instellen welke meldingen “real time”
uitgeprint worden.
[BRAND]
V
PRINTER:
Zodra de optie PRINTER-SETUP geselecteerd wordt zal een venster openen waarin
het paswoord voor toegangsniveau 2 ingevoerd
dient te worden.
[ALARM]
—
Intern
—
[STORING]
—
Extern
V
[TEST]
—
Breed
Na invoer van het paswoord en bevestiging met
de -toets zal het printer setup venster openen.
—
Op de eerste regel staan de instellingen voor het
real time printen van meldingen.
Met de
-toetsen kunnen de opties BRAND, ALARM, STORING en TEST
geselecteerd worden. Met de -toets kan een optie aan of uitgezet worden. Als een
optie aangezet wordt zal dit in het display door V onder de optie worden
aangegeven. De betreffende meldingen worden dan uitgeprint zodra deze op het
systeem gemeld worden.
Op de tweede regel staat de printer configuratie instellingen. Met de
-toetsen
kunnen de opties geselecteerd worden. Met de
-toets kan een optie aan of
uitgezet worden.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
61
7 Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
7. Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
In het PentaNet kunnen brandweerpanelen & ontruimingspanelen opgenomen
worden. De panelen informeren de brandweer en de interne alarmorganisatie in
geval van een melding over de locatie van de brand en bieden de mogelijkheid de
signaalgevers te activeren in geval van een ontruiming.
Brandweerpanelen
Brandweerpanelen worden vaak geplaatst bij de brandweeringang van terreinen
met meerdere gebouwen of bij de brandweeringang van een gebouw. Een
brandweerpaneel geeft de locatie van een melding aan. Dit kan middels een
locatietekst bijvoorbeeld een meldertekst of middels een grafische weergave.
Er zijn twee uitvoeringen van brandweerpanelen;
Alfanumeriek brandweerpaneel, middels tekst worden de locaties van de
melding aangegeven. Meestal wordt hier een standaard Penta Nevenbediendeel
voor gebruikt.
Geografisch brandweerpaneel, het paneel is uitgevoerd als een platte grond
waarin led’s (lampjes) zijn aangebracht. In geval van een melding licht de led
van het betreffende bouwdeel op. Tevens kunnen een aantal functietoetsen op
het paneel aangebracht zijn.
Deze paragraaf behandeld de functionaliteit van een geografisch brandweerpaneel.
De uitvoering van een geografisch brandweerpaneel verschilt per locatie en per
paneel. De brandweerpanelen worden voorzien van een Penta Mimic module. De
Penta Mimic stuurt alle led indicatoren van het geografische paneel aan.
De led indicatoren in de plattegrond zijn;
• rood uitgevoerd om de locatie van een brandalarm aan te geven;
• geel uitgevoerd om de locatie van een storing, uitschakeling of een
technische melding aan te geven.
De indicatoren zijn voorzien van een symbool ;
- geeft de locatie van een melding van een handbrandmelder aan,
- geeft de locatie van een melding van een automatische melder aan,
- geeft de locatie van een melding van sprinklersysteem aan.
In de meeste brandweerpanelen is er; één led in de platte grond die het type melder
en het bouwdeel aangeeft, één led die de etage aangeeft en één led in de legenda
die het type melder aangeeft.
In de legenda van het brandweer paneel kunnen een aantal algemene led
indicatoren geplaatst zijn.
etage indicatie
legenda
algemene indicatie
functietoetsen
platte grond
locatie indicatie
Figuur 8, voorbeeld van een brandweerpaneel
62
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
7 Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
Algemene led indicatoren
Behalve led indicatoren die het type melder en de locatie van de melding aangeven
zijn de meeste brandweerpanelen voorzien van algemene led indicatoren. Deze
indicatoren geven algemene statussen of geactiveerde functies van het
brandmeldsysteem aan.
De brandweerpanelen zijn altijd voorzien van de algemene led indicatoren;
• SYSTEEMDEEL / FUNCTIE UITGESCHAKELD; geeft weer dat er een
systeemdeel, melder en / of een sturing uitgeschakeld is,
• IN BEDRIJF, geeft weer dat er voeding spanning aanwezig is;
• STORING, geeft weer dat brandmeldsysteem in Storing Alarm Status is.
Incidenteel worden andere algemene led indicatoren; vertraging, technisch alarm,
doormelding uitgeschakeld, test, brand doorgemeld, brand, voormelding, en
systeemstoring toegepast. Dit betreft led indicatoren met de betekenis zoals die op
de Penta Gebruikersinterface beschikbaar zijn.
Functietoetsen
De brandweerpanelen zijn altijd voorzien van de toetsen;
• ZOEMER UIT, hiermee kan de interne zoemer van het ontruimingspaneel
afgesteld worden indien deze actief is.,
• LAMPTEST, als de toets bediend wordt, dan zullen alle led indicatoren van
het ontruimingspaneel oplichten, de interne zoemer zal geactiveerd
worden. De test duurt ongeveer 10 seconden, daarna zal het systeem
automatisch terugkeren naar normaal bedrijf status.
In elke regio’s zijn de brandweerpanelen op verzoek van de brandweer voorzien
van een speciale driehoek sleutelschakelaar. De schakelaar is meestal voorzien van
de tekst “Herstel”. Met deze schakelaar kan het systeem ge-reset worden.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
63
7 Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
Ontruimingspanelen
Ontruimingspanelen worden vaak geplaatst bij een receptie of bij de
brandweeringang van een gebouw. Een ontruimingspaneel geeft de gebruiker en
de brandweer de mogelijkheid om manueel de signaalgevers te activeren om een
gebouw selectief of totaal te ontruimen in geval van een calamiteit.
Er zijn twee uitvoeringen van ontruimingspanelen;
• Geïntegreerd in een geografisch brandweerpaneel. In de plattegrond of in
een apart deel van het brandweerpaneel zijn de toetsen voor het activeren
van de ontruiming aangebracht.
• Afzonderlijk (stand alone) ontruimingspaneel.
Deze paragraaf behandeld de functionaliteit van een ontruimingspaneel. De
brandweerpaneel functies van een gecombineerd brandweer en ontruimingspaneel
zijn gelijk aan het standaard brandweerpaneel.
Op het ontruimingspaneel, al dan niet geïntegreerd in een brandweerpaneel zijn een
aantal ontruimingstoetsen gemonteerd.
Activering ontruiming
In het algemeen is er voor elke alarmeringszone of elke bouwdeel een
ontruimingstoets beschikbaar. In of naast de toets wordt meestal een led indicator
aangebracht, om aan te geven of de ontruiming voor de betreffende alarmeringzone
geactiveerd is.
De selectieve ontruimingstoetsen zijn voorzien van een tekst die verklaard welke
alarmeringzone geactiveerd kan worden met de betreffende toets.
Afhankelijk van de uitvoering kan er een toets VRIJGAVE
Vrijgave
BEDIENING op het paneel aanwezig zijn. Alvorens het
Bediening
ontruimingspaneel bediend kan worden dient de toets VRIJGAVE
BEDIENING te worden gedrukt.
Ontruiming
Door het indrukken van de ontruimingstoets van een
Begane Grond
alarmeringszone of een bouwdeel zal;
• De led indicator in / naast de bediende toets geactiveerd
Ontruiming
1e verdieping
worden;
• De signaalgevers van het betreffende bouwdeel of
Totaal
alarmeringszone zullen geactiveerd worden.
Ontruiming
• In het display van de Penta Gebruikersinterface zal de
Herstel
melding weergegeven worden.
ontruimingsalarm
• De activering van de ontruiming zal met datum en tijd in het
geheugen van het Penta Systeem opgeslagen worden.
Een ontruimingsalarm is geen brandalarm. Om deze reden zullen geen
doormeldingen, en / of sturingen geactiveerd worden uitgezonderd de
signaalgevers.
Door het indrukken van de toets TOTAAL ONTRUIMING zal;
• de led indicator naast de totaal ontruimingstoets geactiveerd worden,
• alle signaalgevers zullen geactiveerd worden,
• In het display van de Penta Gebruikersinterface zal de melding
weergegeven worden.
• De activering van de ontruiming zal met datum en tijd in het geheugen
van het Penta Systeem opgeslagen worden.
64
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
7 Brandweerpanelen & ontruimingspanelen
Resetten / Afstellen ontruiming
Om het ontruimingsalarm te herstellen, dient op het ontruimingspaneel de toets
HERSTEL ONTRUIMING gedrukt te worden.
Zodra de toets bediend word;
o zal de led indicator die aangeeft in welk bouwdeel de ontruiming
geactiveerd is niet langer oplichten,
Herstel
ontruimingsalarm
o zullen de signaalgevers van het betreffende bouwdeel of alarmeringszone
afgesteld worden,
o De activering van de ontruiming zal met datum en tijd in het geheugen
van het Penta Systeem opgeslagen worden.
Het is ook mogelijk het ontruimingsalarm te herstellen met de RESET toets op de
Penta Gebruikersinterface.
Algemene led indicatoren
Behalve led indicatoren die aangeven voor welk bouwdeel of alarmeringszone het
ontruimingsalarm geactiveerd is zijn de meeste ontruimingspanelen voorzien van
algemene led indicatoren. Deze indicatoren geven algemene statussen of
geactiveerde functies van het brandmeldsysteem aan.
De brandweerpanelen zijn altijd voorzien van de algemene led indicatoren;
• SYSTEEMDEEL / FUNCTIE UITGESCHAKELD; geeft weer dat er een
systeemdeel, melder en / of een sturing uitgeschakeld is,
• IN BEDRIJF, geeft weer dat er voeding spanning aanwezig is;
• STORING, geeft weer dat brandmeldsysteem in Storing Alarm Status is.
Functietoetsen
Buiten de ontruimingstoetsen en de herstel ontruimingsalarm toets zijn de
ontruimingspanelen meestal voorzien van de functietoetsen;
• VRIJGAVE BEDIENING, hiermee kan de bediening voor de
ontruimingstoetsen en herstel toets worden vrijgegeven,
• ZOEMER UIT, hiermee kan de interne zoemer van het ontruimingspaneel
afgesteld worden indien deze actief is.,
• LAMPTEST, als de toets bediend wordt, dan zullen alle led indicatoren van
het ontruimingspaneel oplichten, de interne zoemer zal geactiveerd
worden. De test duurt ongeveer 10 seconden, daarna zal het systeem
automatisch terugkeren naar normaal bedrijf status.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
65
8 Definities
8. Definities
Wat is een Brandmeldsysteem?
Alle brandmeldsystemen, ongeacht welk merk op type bestaan uit een aantal
standaard componenten die samen het brandmeldsysteem vormen. Een
brandmeldsysteem bestaat uit een brandmeldcentrale, automatische brandmelders,
handbrandmelders, optische & akoestische signaalgevers, aansturing doormelding
naar een meldkamer en sturingen.
Melders
Centrale
Uitgangen
De brandmeldcentrale vormt in elk brandmeldsysteem het
hart van het systeem. De belangrijkste functies van een
brandcentrale zijn: het verzorgen van voeding voor het
systeem, bewaken van het systeem op storingen, ontvangen
van meldingen van ingangen, zoals bijvoorbeeld
automatische & handbrand melders, verwerken van
meldingen tot optische & akoestische signalen, aangeven
plaats van melding en het geven van stuurcommando’s.
De stuurcommando’s die een brandmeldsysteem verricht kunnen per te bewaken
object verschillen. Zo kunnen er doormeldingen voor brand, storing naar een
meldkamer, deur vastzet inrichtingen, flitslichten, brandweerliften en automatische
blus installaties aangestuurd worden.
PentaNet
Een Penta Brandmeldsysteem, kan opgebouwd zijn uit één Penta
Brandmeldcentrale of uit meerdere Penta brandmeldcentrales, Nevenbediendelen,
Penta Mimic, Penta ESPA interface, Penta Computerinterface Modules die samen
een netwerk vormen.
Het PentaNet is de communicatie verbinding van het netwerk. Het PentaNet is
standaard opgebouwd in een ringstructuur.
Node adressering
Alle Penta Systemen op het netwerk zijn voorzien van een Node —netwerkkaart—.
Voorbeeld van Systeem Nummers
Penta
Nevenbediendeel
Penta Centrale
01
Penta Module
03
02
PentaNet
06
05
04
Deze node stelt alle systemen op het
PentaNet in staat om met elkaar te
communiceren.
Om alle systemen te identificeren,
worden de systemen geprogrammeerd
met een uniek Node nummer.
De systemen zijn —bij voorkeur—
volgens
kabelloop
opeenvolgend
zonder onderbrekingen van Node
nummers voorzien.
Bij de weergave van meldingen of de weergave van informatie van systeemdelen
wordt het node nummer van het systeem waarop een systeemdeel is aangesloten
weergegeven. In het display staat dit node nummer vermeld onder NODE.
In de display weergaven wordt het node nummer van een detectielus weergegeven
als NODE.
66
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Detectielus
Penta
Nevenbediendeel
PentaNet
Hertek intelligente brandmeldsystemen bestaan in principe uit een
brandmeldcentrale (of meerdere centrales in een netwerk) met daarop o.a.
detectielussen aangesloten.
Een detectielus is een kabel waarop
intelligente elementen zijn aangesloten.
Doormelding
Penta Centrale
Printer
XP95
230 V
Lus sirene
Sirenes
Sturingen
Discovery
de
Deze intelligente elementen zijn; analoge
melders—
automatische
brandmelders,
handbrandmelders—, interfaces — Switch
Monitor Units, Zone Monitor Units— en
ingang/uitgang units — Output Units, I/O 1units, I/O 3-units, Sounder Control Units,
Intelligente Sirenes—
De detectielus gaat van de centrale naar de eerste element, vervolgens langs alle
elementen, en komt vervolgens weer terug naar de centrale. Om deze reden spreekt
men dus ook van een lus.
De intelligente elementen —handbrandmelders automatische brandmelders,
interfaces en ingang/uitgang units— zijn door elkaar op een detectielus
gemonteerd.
Lusnummers
Elke detectie lus krijgt een voor het hele PentaNet —brandmeldsysteem— uniek
lusnummer — 1 t/m 99. De lusnummers worden geprogrammeerd in de Penta
Centrale. Afhankelijk van het type Penta Centrale kunnen er één of twee
intelligente detectielussen worden aangesloten.
Dit lusnummer staat in de lijsten vermeld onder LUS. De lusnummers zijn bedoeld
voor identificatie. Vooral bij het lokaliseren van een storing in een detectielus of
een storing van een element op een detectielus zijn de lusnummers van belang.
Op de intelligente elementen zijn labels aangebracht. Op deze labels staat een 5cijferig nummer. De eerste twee cijfers geven het lusnummer aan van de lus
waarop het betreffende element gemonteerd is. Dit lusnummer staat in de
weergaven op het display in de lijsten vermeld onder LUS.
In de display weergaven wordt het lusnummer van een detectielus weergegeven als
LUS.
Intelligente Elementen
Op de detectielus zijn intelligente elementen gemonteerd welke een status kunnen
melden op het systeem of een stuurcommando aan een brandbeveiligingsysteem
kunnen geven.
De intelligente elementen kunnen in drie groepen onderverdeeld worden;
• Melders; De melders bestaan uit twee groepen; de automatische melders en de
handbrandmelders.
De handbrandmelders zijn melders waar een handeling verricht moet
worden —indrukken glaasje— om een brandmelding te veroorzaken.
De automatische brandmelders reageren op een aan brand lijkend
verschijnsel —onzichtbare rook, zichtbare rook, temperatuur, vlammen.
Op welk(e) verschijnsel(en) een automatische brandmelder reageert hangt
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
67
8 Definities
af van het type automatische melder —optische, ionisatie, temperatuur,
multi-criteria, vlammen melder.
Afhankelijk van het gebouw, het gebruik van een gebouw ruimte en het
doel van de bewaking kunnen verschillende soorten melders worden
toegepast.
• Interfaces; interfaces zijn melders waarop externe brandmeldsystemen,
conventionele melders of contacten van apparatuur op aangesloten
kunnen worden. Via deze interfaces kan de externe apparatuur,
conventionele melders een brandmelding, voormelding of storing op het
brandmeldsysteem melden.
• Ingang / uitgang units; de ingang/uitgang units zijn intelligente elementen die
over één of meer in en/of uitgangen beschikken. Met de uitgangen
kunnen brandbeveiligingssturingen —liften, kleefmagneten, deur
ontgrendeling, flitslichten, conventionele sirenes etc. — vanuit de
detectielus aangestuurd worden. Met de ingangen kunnen
statusmeldingen —bijvoorbeeld deur open/dicht— of bedienfuncties
ingekoppeld worden op het brandmeldsysteem.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de meest voorkomende melders,
interfaces en ingang/uitgang units welke op het Penta Systeem gebruikt kunnen
worden.
Type Melder
Omschrijving
Handbrandmelder
kan manueel in brand alarm status gebracht worden.
Optische
Rookmelder
Reageert op reflectie van rookdeeltjes. Stoom, dampen zorgen eveneens
voor deze reflectie en kunnen de melder ongewenst in alarm brengen.
De optische rookmelders zijn te herkennen aan een transparante / witte led
indicator op de melder.
Ionisatie
rookmelder
Reageert op verbrandingsrook. Hiertoe is de melder uitgerust met een licht
radioactieve bron. Stoom en dampen activeren de melder niet.
De ionisatie rookmelders zijn te herkennen aan een rode led indicator op
de melder.
Temperatuur
differentiaal
melder
Reageert op grote temperatuurstijgingen. Rook, stoom en dampen
activeren de melder niet.
Temperatuur
maximaal
melder
Reageert op bij overschrijden van de ingestelde temperatuur. Rook, stoom,
dampen en temperatuur stijgingen activeren de melder niet.
Multi-sensor
Melder
Reageert op reflectie van rookdeeltjes en op grote temperatuur stijgingen.
De melder kan dag / nacht gevoelig ingesteld worden.
Vlammenmelder
Reageert op de door vlammen afgegeven ultra violette en / of infrarood
straling. Rook, stoom, dampen en temperatuur activeren de melder niet.
Lijnmelder
of Beam
Reageert op verduistering van een infrarode lichtstraal. Stoom, dampen
zorgen eveneens voor verduistering en zullen de melder ongewenst in
alarm kunnen brengen. Afdekking, onderbreking lichtstraal zullen de
melder in storing kunnen brengen.
Type Interface
Switch Monitor Unit
(SMU)
De melder heeft een “open” behuizing
De melder heeft een “open” behuizing met een aanduiding van de
maximaal temperatuur.
Omschrijving
Op de SMU kunnen contacten —brand, voormelding, storing— van
externe (brandmeld) systemen ingekoppeld worden.
De Switch Monitor Unit wordt in een aantal verschillende behuizingen —
standaard, mini, din-rail— geleverd
Zone Monitor Unit
(ZMU)
68
Op de ZMU kan één conventionele melderlijn van S60 & S65
automatische melders of handbrandmelders worden ingekoppeld.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Type
Ingang/Uitgang Unit
Omschrijving
Output Unit
Intelligent element welk als een melder in de detectielus geplaatst wordt.
De Output Unit beschikt over één onbewaakte uitgang om sturingen te
verrichten.
De Output Unit wordt in een aantal verschillende behuizingen —
standaard, din-rail— geleverd
Input/Output Unit
Intelligent element welk als een melder in de detectielus geplaatst wordt.
De Input/Output Unit beschikt over; één onbewaakte uitgang om sturingen
te verrichten, één bewaakte ingang en één opto coupler ingang.
I/O 1-Unit
De Input/Output Unit wordt in een aantal verschillende behuizingen —
standaard, din-rail— geleverd
3 kanaal Input/Output Unit
Intelligent element welk als een melder in de detectielus geplaatst wordt.
De 3 kanaal Input/Output Unit beschikt over; drie onbewaakte uitgangen
om sturingen te verrichten, drie bewaakte ingangen
I/O 3-Unit
De 3 kanaal Input/Output Unit wordt in een fibox behuizing geleverd.
Sounder Control Unit
Intelligent element welk als een melder in de detectielus geplaatst wordt.
De Sounder Control Unit beschikt over één bewaakte uitgang om sturingen
te verrichten.
De Output Unit wordt in een aantal verschillende behuizingen —
standaard, din-rail— geleverd
Loop Sounder 84-92 dB
Sirene uitgevoerd als een Intelligent element wat in de detectielus geplaatst
wordt. De Loop Sounder beschikt kan een slow whoop toon of een
continue toon geven.
De Loop Sounder 84-92dB wordt in een aantal verschillende behuizingen
—stand alone behuizing, onderbouw onder meldersokkel— geleverd.
Loop Sounder 100dB
Sirene uitgevoerd als een Intelligent element wat in de detectielus geplaatst
wordt. De Loop Sounder beschikt kan een slow whoop toon of een
continue toon geven.
De Loop Sounder 100dB wordt in een stand alone behuizing geleverd.
In de display weergaven wordt het soort intelligent element weergegeven als TYPE.
Element Adres
Alle elementen op een detectielus krijgen een voor die detectielus uniek adres — 1
t/m 126. Dit unieke adres wordt op de elk element ingesteld.
Op handbrandmelders, interfaces en stuureenheden worden deze adressen met
dipswitches — een soort schakelaartjes— ingesteld.
De automatische melders worden gemonteerd op een montagevoet (sokkel). Op
een adressleutel wordt het adres ingesteld. Deze adressleutel wordt later in de
meldersokkel gestoken. De melder wordt op de sokkel geplaatst en leest zijn adres
af van de adressleutel.
De volgorde van de adressen op de detectielus mag willekeurig zijn, echter het
verdient de aanbeveling om de elementen volgens kabelloop te adresseren.
Adressleutel
Melder-label
12.124
12.099
12.16
12.015
12.001
Adres
124
99
16
15
1
Lus-nummer
Intelligente detectie lus 12
Intelligente Elementen
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
69
8 Definities
De adressering hoeft niet noodzakelijk doorlopend te zijn, er mogen ongebruikte
melderadressen tussen de gebruikte adressen zitten. Deze eigenschappen zorgen
ervoor dat het systeem zeer flexibel is in geval van wijzigingen of uitbreidingen.
Op de intelligente elementen zijn adreslabels aangebracht. Op deze adreslabels
staat een 5-cijferig nummer. De laatste drie cijfers geven het adres aan van het
betreffende element. Dit adres staat in de weergaven op het display in de lijsten
vermeld onder ADR.
In de display weergaven wordt het adres van een intelligent element weergegeven
als ADR..
Ingang/Uitgang Nummer
Intelligente elementen beschikken over één of meerdere ingangen en afhankelijk
van type over één of meerdere uitgangen. De ingangen hebben een ingangnummer.
De uitgangen hebben een uitgangnummer. De ingangnummers en uitgangnummers
zijn noodzakelijk voor het programmeren van het systeem en worden door de
technici voor de identificatie gebruikt.
Voor de gebruiker zijn deze ingangnummers en uitgangnummers van minder
belang, temeer omdat elke ingang, uitgang van een element tekst —verklarende
tekst— voorzien zijn welke in de lijsten wordt weergegeven. Om deze reden zijn
de ingangnummers en uitgangnummers ook niet op de adreslabels aangebracht. De
ingangnummer en uitgangnummers staan in de weergaven op het display in de
lijsten vermeld achter het adres.
In de display weergaven wordt het ingangnummer en uitgangnummers staan van
een intelligent element weergegeven achter het element adres.
Element tekst
Het Penta Systeem heeft de mogelijkheid om een —voorgeprogrammeerde— klant
specifieke tekst voor elke ingang, adresseerbare melder en elke uitgang weer te
geven in geval van een melding.
Normaal, geeft de element tekst aan in welke ruimte een ingang, melder, uitgang
weer adresseerbare melder geïnstalleerd is of in welk gedeelte van een gebouw
door de conventionele melderlijn bewaakt wordt.
De element tekst samen met de detectiezone tekst —locatie tekst— geeft een
nauwkeurige locatie van de melding aan.
De element tekst van het betreffende element zal worden weergegeven op het
display zodra;
• de melder een storing, vooralarm of brandalarm meldt,
• weergave lijsten met ingangen of uitgangen worden weergegeven
Op deze manier kan de gebruiker snel de exacte plaats een gebeurtenis lokaliseren
of eenvoudig in lijsten het juiste systeemdeel selecteren.
In de display weergaven wordt de element tekst het van een ingang, uitgang of
intelligent element weergegeven als ELEMENT TEKST.
70
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Uitgangen voor Stuurcommando’s
Elke alarm en stuur uitgang van het systeem — aansluit klemmen op de Penta
Centrale en op Ingang/Uitgang Units gemonteerd op de intelligente detectielussen
— kan individueel geprogrammeerd worden en kan van het volgende soort zijn;
Onbewaakte uitgangen —relais contacten— ; relais contacten welke
aanwezig zijn op; de centrale, een I/O unit worden in de lijst aangegeven
als type relais.
Bewaakte uitgangen ; bewaakte uitgangen welke aanwezig zijn op; de
centrale worden in de lijst aangegeven als type spanning.
Signaalgevers uitgangen; adresseerbare signaalgevers of signaalgevers
uitgangen van welke aanwezig zijn op een sounder control unit worden in
de lijst aangegeven als type signaalgever.
Het Penta Systeem kan zo geconfigureerd worden dat —gebaseerd op basis van
informatie van de intelligente melders— elke uitgang op verschillende manieren
geactiveerd kan worden.
Voor elke uitgang van
geprogrammeerd worden;
de
centrale
worden
de
volgende
parameters
Vertraagt of onvertraagde activering,
Detectiezone; binnen welke detectiezone is de sturing gemonteerd,
Oorzaak & Gevolg ; welke meldingen activeren de uitgang,
Het Penta Systeem heeft de mogelijkheid voor uitgangen dezelfde
systeeminformatie te programmeren en weer te geven als voor de ingangen.
Voor elke uitgang zal dan ook element tekst en uitgangnummer worden
weergegeven in geval van een melding en in de lijsten.
Op deze manier kan de gebruiker snel de exacte plaats een gebeurtenis lokaliseren
of eenvoudig in lijsten het juiste systeemdeel selecteren.
De uitgangen welke aanwezig zijn op de centrale zelf hebben geen lusnummer of
adres.
Voor uitgangen wordt in de display weergaven dezelfde informatie weergegeven
als voor de ingangen.
Waarde
Ingangen, melders en uitgangen zullen hun toestand melden aan de Penta Centrale
in de vorm van een waarde. De waarde van een systeemdeel staat in de lijsten
vermeld onder WAARDE.
Ingangen
Op de ingangen —ingangen op de Penta Centrale, ingangen op Ingang/Uitgang
units— kunnen contacten —schakelaars— worden aangesloten. Zodra het contact
of de schakelaar sluit of opent wordt dit door het Penta Systeem geregistreerd en
kan een voorgeprogrammeerde functie worden uitgevoerd.
Ingangen —waarop contacten of schakelaars zijn aangesloten— melden of de
ingangen gesloten —H— of open —L— zijn.
In de display weergaven wordt de waarde —toestand—van een ingang van een
ingang gesloten —H— of open —L— weergegeven als WAARDE.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
71
8 Definities
Melders
De intelligente analoge melders —automatische brandmelders, handbrandmelders
Switch Monitor Units, Zone Monitor Units— meten de conditie van een bewaakte
omgeving, produceren een analoog signaal wat wijzigt met de hoeveelheid
gemeten verschijnsel van brand. Bijvoorbeeld de rook, temperatuur,etc.
De melders zetten het analoge signaal om naar digitale data, en sturen deze data
naar de Penta Centrale. Deze gedigitaliseerde analoge meetwaarde noemt men de
analoge waarde.
Voor elke analoge melder worden er individueel alarmniveaus, voormeldniveau,
brandalarmniveau, etc., geprogrammeerd in de Penta Centrale. Zodra de Penta
Centrale van een melder de analoge waarde ontvangt zal deze vergeleken worden
met de voor de betreffende melder ingestelde niveaus. Als de ontvangen analoge
waarde het ingestelde niveau overschrijd dan zal het Penta Systeem een
voormelding of brandmelding melden.
De volgende standaard instelling van de alarmniveaus wordt aanbevolen voor
melders die geïnstalleerd zijn in een normale schone omgeving:
Standaard Instelling Alarm Niveaus
0
Afwezig
8
Storing
45
Normaal
55
Voormelding
99
Brand
• Storing Niveau (kleiner dan 8)
Indien de melder een storing heeft zal de analoge waarde onder 8 zijn.
• Normaal Niveau (ongeveer 25)
Een analoge waarde tussen 20 en 30 mag verwacht worden van een melder in
een normale schone omgeving.
Handbrandmelders, Zone monitor units, Switch Monitor Units, en andere niet
analoge elementen hebben een normaal niveau van 16
• Voormeld Niveau (standaard 45)
Analoge waardes hoger dan 45, —instelbaar van 30 tot 55 —representeren een
rookdichtheid en / of temperatuur welke hoog genoeg is om een vooralarm te
melden.
Handmelders & Zone monitor units hebben geen Voormeld niveau.
• Brandalarm Niveau (standaard 55)
Analoge waardes hoger dan 55, —instelbaar van 45 tot 65 —representeren een
rookdichtheid en / of temperatuur van melders welke hoog genoeg is om een
brandalarm te melden.
Handmelders, Zone monitor units, Switch Monitor Units, en andere niet
analoge elementen hebben een brandalarmniveau van 64
De mogelijkheid om analoge waarde weer te geven is van groot belang voor het
achterhalen van de oorzaak van meldingen en het in de toekomst voorkomen van
ongewenste meldingen.
Als van ongewenst meldingen; de oorzaak bekend is en het analoog niveau bekend
is dan kan de onderhouder de instellingen van de melder(s) aanpassen om
ongewenste meldingen in de toekomst te voorkomen. Op deze manier kan het
brandmeldsysteem aangepast worden aan de veranderingen in de te bewaken
omgeving.
In de display weergaven wordt de analoge waarde van een intelligent element
weergegeven als WAARDE.
72
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Uitgangen
Voor onbewaakte uitgangen —relais contacten— welke aanwezig zijn op de
centrale of een I/O unit, zal geen waarde worden weergegeven.
Voor bewaakte uitgangen welke aanwezig zijn op de centrale, zal onder WAARDE
in de lijsten de actuele spanning welke op de uitgang aanwezig is vermeld worden.
Voor signaalgevers uitgangen van adresseerbare signaalgevers of signaalgevers
uitgangen van welke aanwezig zijn op een Sounder Control Unit zullen onder
WAARDE in de lijsten de actuele analoge waarde van het element vermeld worden.
Systeemdeel In- / Uitgeschakeld
Binnen het Penta Systeem wordt voor elk systeemdeel de mode aangegeven. De
mode geeft aan of een systeemdeel ingeschakeld of uitgeschakeld is.
Elke systeemdeel van het Penta Systeem kan worden uitgeschakeld.Uitgeschakelde
systeemdelen hebben geen functionaliteit. Zo zal een uitgeschakelde melder geen
brand, vooralarm, storing, etc. melden.
Als een melder, ingang of uitgang binnen een detectiezone is uitgeschakeld zal
voor de melder, ingang of uitgang, de mode “UIT” worden weergeven.
Als een systeemdeel —melder, ingang of uitgang— binnen een detectiezone
uitgeschakeld is, zal de mode “SYST.DEEL UIT” worden weergeven.
Zijn alle ingangen, melders of uitgangen binnen een detectiezone uitgeschakeld ,
dan zal de mode “ALLES UIT” worden weergeven. De gebruiker kan snel verifiëren
een systeemdeel of delen ervan uitgeschakeld zijn.
Of een systeemdeel of deel ervan uitgeschakeld is staat in de weergaven op het
display in de lijsten vermeld onder MODE.
Detectiezone
Een detectiezone is een geografisch deel van een gebouw waarvoor een aparte
plaatsbepaling wordt gegeven. Alle systeemdelen in dit bouwdeel —zoals melders
die het bouwdeel bewaken— en uitgangen die stuurcommando’s geven worden
toegewezen tot de betreffende detectiezone.
Detectiezones worden gebruikt om de locatie van een melding te bepalen. Zo wordt
de verkenningstijd voor de brandweer beperkt.
De indeling van een gebouw in detectiezones wordt in principe niet bepaald door
de brandcompartimenten van een gebouw. Een detectiezone zal nooit meerdere
bouwlagen omvatten —uitgezonderd trappenhallen—. De omvang van
detectiezones wordt door de bevoegde autoriteit bepaald.
In onderstaande figuur wordt een indeling van detectiezones weergegeven.
Kantoorvleugel west
Zone 0001
Entree & Receptie
Zone 0002
Kantoorvleugel noord
Zone 0003
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
De detectiezone indeling van een
gebouw, terrein is van belang bij het
uitschakelen, inschakelen en testen van
een systeemdeel. Er dient bekend te zijn
in welke detectiezone het systeemdeel
gemonteerd is.
Binnen het Penta Systeem heeft elke
detectiezone een locatie tekst —de
locatie tekst verklaart de locatie van de
detectiezone— en een detectiezone
nummer.
BGB018.01
73
8 Definities
De locatie tekst staat in de weergaven op het display in de lijsten vermeld onder
LOCATIE. Het detectiezone nummer staat in de weergaven op het display in de
lijsten vermeld onder ZONE.
De gebruiker kan eenvoudig aan de hand van de locatie tekst de juiste detectiezone
selecteren. Bij meldingen wordt op het display de locatie tekst en het detectiezone
nummer weergegeven.
De indeling van een gebouw in detectiezones kan de gebruiker in de
programmeeroverzichten en /of een Programma van Eisen verifiëren.
Het detectiezone nummer staat in de weergaven op het display in de lijsten vermeld
onder ZONE.
De locatie tekst staat in de weergaven op het display in de lijsten vermeld onder
LOCATIE.
Sector
Het PentaNet brandmeldsysteem kan opgedeeld worden in sectoren. Een sector is
een deel van het gebouw of terrein met een eigen bediendeel voor de weergave en
of bediening.
Alle systeemdelen van een gebouw of terrein, worden toegewezen aan een sector
De bediendelen van een sector geven alleen meldingen weer van systeemdelen die
aan het bediendeel zijn toegewezen. Ook is alleen bediening mogelijk —zoals
bijvoorbeeld het in en uitschakelen van systeemdelen— voor systeemdelen binnen
de detectiezone(s) die aan het bediendeel zijn toegewezen.
Alle systeemdelen binnen dit deel van het gebouw of gebouw kunnen aan een
bepaalde sector worden toegewezen.
Elke sector —bouwdeel, gebouw— kan zijn eigen gebruikersinterface(s) hebben
waar alleen meldingen voor het betreffende bouwdeel of gebouw worden
weergegeven en waarmee alleen functies voor de betreffende bouwdeel of gebouw
kunnen worden geactiveerd.
Receptie
De Penta Centrale in gebouw 1 zal alleen
meldingen weergeven van systeemdelen in
sector 1 —detectiezone 1 t/m 5.
Gebouw 3
De Penta Centrale in gebouw 2 zal alleen
meldingen weergeven van systeemdelen in
sector 2 —detectiezone 6 t/m 10.
Sector 4
Detectie zone 11 t/m 14
Sector 3
Gebouw 2
Detectie zone 6 t/m 10
Sector 2
Gebouw 1
Detectie zone 1 t/m 5
Sector 1
De Penta Centrale en het Penta
Nevenbediendeel in gebouw 3 zullen alleen
meldingen weergeven van systeemdelen in
sector 3 —detectiezone 11 t/m 14.
Het Penta Nevenbediendeel in de receptie
zal
meldingen
weergeven
van
systeemdelen in sector 1, 2 en 3 —
detectiezone 1 t/m 14.
Wat voor de weergave geld, geld ook voor de bediening. Bijvoorbeeld de
ontruimen toets van de Penta Centrale in gebouw 2 zal alleen de signaalgevers in
gebouw 2 starten.
Het nummer van de sector waarbinnen het systeemdeel valt staat in de lijsten
vermeld onder SECTOR.
74
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Penta SignaLLogiC
Om het brandmeldsystemen betrouwbaarder en stabieler te laten functioneren, en
om ongewenste & onechte meldingen te voorkomen, zelfs in moeilijke
omgevingen, heeft Hertek het Penta SignaLLogiC ontwikkeld. Penta SignaLLogiC
is een collectieve uitdrukking, welke gebruikt wordt om alle omgevingaanpassingsopties van het Penta Systeem aan te geven.
Een hoofdkenmerk van de Penta SignaLLogiC is dat de mogelijkheid geboden
wordt om de bewaking van ruimten van het bewaakte gebouw zo aan te passen dat
een hogere gevoeligheid bereikt wordt, om zo de voordelen van een vroege
waarschuwing te hebben (hogere veiligheid in gevoelige omgevingen) zonder het
aantal ongewenste & onechte meldingen te laten toenemen.
Een ander kenmerk is de volledige ondersteuning van de automatische
omgevingscompensatie welke in de Discovery melders is ingebouwd.
SignaLLogiC heeft de volgende hoofd eigenschappen:
Individuele aanpassing van brandmeld & voormeld niveau
Verificatie van meldingen
SAM Sensitivity Adjustment Mode
SSM Speciale Sensitivity Mode
Compensatie van vervuiling van melders
Aanpassing aan de omgeving
Dag / nacht afhankelijke gevoeligheid
Individuele Aanpassing van Alarm Niveaus
ALARM
55
Verschuiven /
instellen van niveaus
Analoge waarde
Analoge waarde
Standaard Niveau
instellingen
ALARM
Analoge waarde
Op het Penta Systeem kunnen vooralarm en brandalarm niveaus voor elke
intelligente melder afzonderlijk ingesteld worden, binnen bepaalde limieten.
Voorbeeld aangepast
alarm niveaus
ALARM
65
VOORMELDING
55
VOORMELDING
VOORMELDING
45
45
30
NORMAAL
NORMAAL
8
8
STORING
STORING
NORMAAL
8
STORING
Deze eigenschap zorgt ervoor dat er bijvoorbeeld rookmelders gebruikt kunnen
worden in ruimten waar toch enige rook aanwezig kan zijn. Op deze manier kan de
melder aangepast worden aan het ruimtegebruik.
Verificatie Meldingen
Analoge waarde
Deze functie bied de mogelijkheid om, individueel voor elke melder, in te stellen
hoe lang een analoge melder een vooralarm of brandalarm moet melden voordat
het brandmeldsysteem een vooralarm of brandalarm meld.
ALARM
VOORMELDING
6 sec.
10 sec.
NORMAAL
De eigenschap maakt het mogelijk dat in
sommige omgevingen toch voor korte tijd een
hogere temperatuur of een hogere rookdichtheid
kan ontstaan, zonder dat er een alarm gemeld
wordt of dat er korte tijd een storingniveau kan
zijn zonder dat deze gemeld wordt.
STORING
Tijd
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
75
8 Definities
Per melder is de verificatietijd voor alarmen en storingen afzonderlijk instelbaar.
De verificatie tijden van de melders voldoen aan de eisen die de EN54-2 stelt.
In de figuur is de analoge waarde van een melder gegeven. De analoge waarde
stijgt tot in het voormeld niveau, blijft daar echter minder dan 10 seconden.
Hierdoor wordt geen voormelding gemeld. Vervolgens stijgt de analoge waarde tot
brandalarmniveau, blijft daar echter minder dan 10 seconden. Hierdoor wordt geen
brand gemeld. Als laatste daalt de analoge waarde tot in het voormeld niveau, blijft
daar echter minder dan 10 seconden. Hierdoor wordt geen voormelding gemeld.
Dit voorbeeld zou een persoon die met een sigaret onder een rookmelder doorloopt
kunnen zijn.
SAM Sensitivity Adjustment Mode
Gedurende een bepaald tijdsvenster kan de gevoeligheid van een melder, vergroot
of verkleint worden. Het doel van SAM is afhankelijk van het ruimte gebruik, de
detectie zo gevoelig mogelijk in te stellen.
Tijdens de nacht worden ruimten meestal niet voor activiteiten gebruikt. In dit
tijdsvenster zou de detectie voor deze ruimten veel gevoeliger ingesteld kunnen
worden. Gedurende de dag situatie worden de ruimten gebruikt voor activiteiten
zou de detectie voor deze ruimten normaal ingesteld kunnen worden.
SAM voorkomt ongewenste meldingen terwijl een optimale detectiegevoeligheid
bereikt wordt.
SSM Special Sensitivity Mode
Elke melder van de Discovery serie kan in één van vijf verschillende Response
Modes —reactie vormen— gezet worden, welke geselecteerd worden vanuit het
Delta Systeem. In elke mode reageert de melder op een unieke manier, op het brand
verschijnsel. Onafhankelijk van het type Discovery melder, zal mode 1 een hogere
gevoeligheid geven dan mode 5.
De selectie van de best toepasbare mode hangt af van de toepassing. Een richtlijn
voor selectie van het type melder en de te gebruiken mode is in onderstaande tabel
uitgewerkt:
Cleanroom,
EDP suite
Mode 1 2 3 4 5
Kantoor,
Verpleeg huis,
hotel kamer
1 2 3 4 5
Discovery Response Mode Selectie Tabel
Laad dock
Opslagruimte,
Auto garage
met
bar
(geventileerd)
hef-trucks
1 2 3 4 5
1 2 3 4 5
1 2 3 4 5
Keuken,
Wasruimte
CV Ruimte
1 2 3 4 5
1 2 3 4 5
Ion
Opt.
Multi
Temp.
Toepasbaar
Aanbevolen
In elke mode reageert de melder anders op het gemeten verschijnsel van brand.
Hoe de melder reageert is een berekening van de hoeveelheid gemeten verschijnsel
van brand, de toename van het gemeten verschijnsel van brand en de tijd dat het
gemeten verschijnsel toeneemt.
Voor de multi-criteria melders zijn de modes combinaties van rook en temperatuur
gevoeligheid en de manier waarop deze twee criteria worden gecombineerd.
De gevoeligheidskarakteristieken van de melders zijn zorgvuldig gekozen zodat
alle modes van de melders voldoen aan de eisen die de EN54 stelt.
76
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
8 Definities
Om veiligheidsredenen, is de instelling en programmering van Discovery melders
mogelijk op toegangsniveau (conform EN 54). Alleen geautoriseerd en
gekwalificeerd personeel heeft toegang tot de set-up.
Automatisch Aanpassing aan de Omgeving
(Driftcompensatie)
Analoge waarde
Deze detectorfunctie compenseert automatisch de omgevingsinvloeden, zoals
natuurlijk stof.
55
25
Alle Discovery melders bezitten een drift compensatie als onderdeel van het
signaalbewerking logaritme. Het logaritme zal
Compensatie Niveau
signaal veranderingen van de sensor uitgang
Alarm Niveau
compenseren. Bijvoorbeeld stof in de
meetkamer, en zal daardoor de gevoeligheid
Ruwe Analoge Waarde
op een bepaald niveau vasthouden, zelfs met
een behoorlijke vervuiling van de meetkamer.
Gecompenseerde Analoge Waarde
Tijd (maanden)
De compensatie waarden worden op geslagen
in het niet vluchtige geheugen en worden, zelfs als de melder tijdelijk wordt
verwijderd, bewaard.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
77
9 Technische Specificaties
9. Technische Specificaties
Dit hoofdstuk vermeldt de technische specificaties van de Penta Centrales en het,
Nevenbediendeel.
Penta Nevenbediendeel
Penta 1 lus Centrale
Penta 2 lus Centrale
Mechanische Specificaties
Gewicht (zonder accu batterijen)
Bedrijfstemperatuur
Relatieve luchtvochtigheid
IP Klasse
Afmetingen (h x b x d)
Standaard behuizing
2,0 kg
10,5 kg
IP40
5 kg
0 ºC tot +45 ºC
0% tot 95% zonder condensatie
IP30
218x300x44 mm
320x345x85 mm
475x450x115 mm
Materiaal / Kleur
Inbouw
Afwijkende behuizing
Staal / Beige (mat)
Middels optioneel inbouw frame
Behuizing in RVS, Chroom, Messing
20mm uitslag
20mm uitslag
7 bovenzijde
18 bovenzijde, 9 achterzijde,
7 achterzijde
2 onderzijde
20mm uitslag
4 bovenzijde
4 achterzijde
Kabel invoer
IP 30
Gebruikersinterface
Display
Grafisch LCD 240 x 64 met backlight
3 rood, 1 groen, 12 geel
(waarvan 5 programmeerbaar)
Numeriek, Navigatie
Numeriek, Navigatie
Reset, Ontruimen, Zoemer Uit,
Reset, Ontruimen, Zoemer Uit,
Signaalgevers aan/uit
Signaalgevers aan/uit
Penta Technologie menu logic
1000 Gebeurtenissen & Diagnose en 500 brandmeldingen
Real time
PentaNet lus netwerk
Optioneel PentaNet lus netwerk kaart of lijn netwerkkaart
2 rood, 1 groen, 7 geel
(waarvan 4 programmeerbaar)
Numeriek, Navigatie
Reset, Ontruimen, Signaalgevers
aan, Signaalgevers Uit
Led indicatoren
Toetsenbord
Functietoetsen
Menu’s
Geheugen
Klok
Netwerk
Voeding
Netvoeding
Geen
Zekering netvoeding
n.v.t.
Bekabeling netvoeding
n.v.t.
230 VAC, +10%, -15%
220 -240 VAC, +10%, -15%
50 / 60 Hz.
47 / 63 Hz.
0,4 Amp.
1,0 Amp.
1 Amp. , H, 250V.
3,15 Amp., H, 250V.
Minimaal 0,75 mm² geschikt voor 250 Volt AC
Extern 5 Amp. afgezekerd.
Accubatterijen
Intern minimaal
Intern maximaal
Extern maximaal
Geen
Geen
Geen
Lader uitgang
Geen
Zekering lader circuit
n.v.t.
Voeding
n.v.t.
Externe voeding uitgang
n.v.t.
2 x 12Volt / 4Ah.
2 x 12Volt / 7Ah.
2 x 12Volt / 12Ah.
0,4 Amp.
2 x 12Volt / 4Ah.
2 x 12Volt / 17Ah.
2 x 12Volt / 48Ah.
2,4 Amp.
Temperatuur gecompenseerd
Temperatuur gecompenseerd
T 5 Amp. / 125 V.
T 6,32Amp. / 250 V.
Anti surge
Anti surge
On board, 24 Volt DC, 2A
Seperaat, 24 Volt DC, 5A
High Efficiency Switched Mode Universal Input Switched Mode
24 Vdc / 300 mA
Elektronische gelimiteerd
24 Volt DC (15-30 Vdc)
150 mA
Voeding ingang
n.v.t.
Stromen
Rust stroom
Alarm stroom
Excl. melders, signaalgevers, externe
verbruikers
78
150 mA.
150 mA.
115 mA.
225 mA.
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
251 mA
346 mA.
BGB018.01
9 Technische Specificaties
DETECTIE LUSSEN
Aantal Intelligente detectielussen
Aantal adressen per lus
Maximale lus stroom
Protocol
Lus lengte
Aantal detectiezones
Digitale ingangen
Bewaking externe voeding
Bewaakte uitgangen
(on board)
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
1000
OVERIGE INGANGEN
2 programmeerbare switch
8 programmeerbaar
ingangen
via optionele 8-ingang card
Bewaakt 10 K Ohm EOL
n.v.t.
BEWAAKTE UITGANGEN
N.v.t.
2 programmeerbaar
Maximale stroom
N.v.t.
Relais (on board)
0
Open Collector Uitgangen
0
Seriele poort
PentaNet Netwerkkaart
2 – relais kaart
8 – relais kaart
8 – ingang kaart
Externe Printer
1
2 (plug in card)
126
126
500 mA.
500 mA. per lus
Apollo S90, Xp95, Discovery, Explorer & Hochiki ESP
Te berekenen middels luscalculatie programma
100, 250 in PentaNet
200, 1000 in PentaNet
8 programmeerbaar
via optionele 8-ingang card
n.v.t.
2 programmeerbaar
Bewaakt 10 K Ohm EOL
(rust –4,6V. , alarm +24V.)
Bewaakt 10 K Ohm EOL
(rust –4,6V. , alarm +24V.)
2 x 1 Amp.
(Elektronische gelimiteerd)
totaal stroom panel < 2 Amp.
2 x 1 Amp.
(Elektronische gelimiteerd)
OVERIGE UITGANGEN
2 programmeerbaar
2 programmeerbaar
30 Volt AC/DC 1Amp. Max.
30 Volt AC/DC 1Amp. Max.
2 programmeerbaar
8 programmeerbaar
via optionele 2-relais card
via optionele 8-relais card
1x RS232 onboard voor PC, Modem of externe printer
OPTIES
Standaard voorzijn van PentaNet
netwerk interface
Nee
Nee
Nee
Ja, serieel
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja, serieel
Nee
Ja
Ja
Ja, serieel
BGB018.01
79
10 Feedback naar Hertek
10. Feedback naar Hertek
Hertek b.v heeft een actief beleid, om ons ervan te verzekeren dat onze producten
overeenkomstig de verwachtingen en eisen van de gebruiker zijn.
Om aan deze doelstelling te kunnen voldoen, proberen wij onze producten tijdens
hun totale gebruiksduur te volgen. Daarvoor hebben wij u hulp nodig.
Uw reactie over het Penta Systeem
Indien u opmerkingen heeft over technische specificaties, ontwerp, onderhoud of
service van onze producten, kunt u ons contacteren via onze Internet pagina,
www.hertek.nl,
Deze gebruikershandleiding is met zorg samengesteld, mochten er ondanks onze
zorgvuldigheid toch nog onduidelijkheden zijn m.b.t. tot het Penta
brandmeldsysteem of mocht deze handleiding niet aan uw wensen of
verwachtingen voldoen, dan verzoeken wij u o ons dit te melden.
Ons adres (mail, internet), telefoonnummer en faxnummer staan op pagina 2 en op
de omslag van deze handleiding.
We zullen de ontvangst van uw reacties bevestigen en u op de hoogte houden van
eventuele wijzigingen, welke we doorvoeren naar aanleiding van uw reactie.
Dank u voor de medewerking!
Notities
80
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
10 Feedback naar Hertek
Gebruikershandleiding Penta Brandmeldsysteem
BGB018.01
81
Hertek b.v.
Postbus 10209
NL-6000 GE WEERT
Nederland
Tel.:
Fax:
E-mail:
Internet:
+31 495 58 41 11
+31 495 58 41 33
hertek@hertek.nl
www.hertek.nl
Art. No.: BGB018
Issue 1, Maart 2005
Download PDF