USER MANUAL INSTALLATION MANUAL
12 / 2000 / 80
24 / 2000 / 50
48 / 2000 / 25
12 / 2000
24 / 2000
48 / 2000
Appendix
D
F
NL
GB
USER MANUAL
INSTALLATION MANUAL
NL
GB
D
F
1
Appendix
Installation
2
NL
F
GB
D
3
Appendix
4
NL
5
Appendix
D
F
6
GB
NL
on
D
alarm
F
on
inverter
on
Appendix
7
on
on
on
inverter
on
8
GB
PowerControl
overload
bulk
temperature
float
F
mains on
NL
inverter on
D
on
Appendix
off
9
10
GB
NL
24/2000
12/2000
35
50
70
D
48/2000
F
48/2000
100 – 400
24/2000
200 – 500
Appendix
12/2000
350 – 1000
11
12
GB
NL
F
D
Appendix
13
3.6.2 Temperature Sensor (Multi Compact / MultiPlus Compact)
15.0
14.5
14.0
13.5
13.0
Volts 12.5
12.0
11.5
11.0
10.5
10.0
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
Battery temperature
14
NL
4.1 Default Settings
F
D
Appendix
Type
Absorption voltage
Float voltage
14.4 V 28.8 V 57.6V
13.8 V/
13.2V
13.8 V/
13.2V
14.0 V/
13.2V
14.0 V/
13.2V
15.0 V 30.0 V 60.0V
14.4 V 28.8 V 57.6V
14.8 V 29.6 V 59.2V
27.6 V/
26.4V
27.6 V/
26.4V
28.0 V/
26.4V
28.0 V/
26.4V
Maximum
absorption
time
55.2V
52.8V
55.4V
52.8V
56V
52.8V
56V
52.8V
15
off
off
←
on
See note
16
on
=
=
=
=
Type 1 (gel)
Type 2
Type 3
Type 4
off
x
x
on
x
x
„
ƒ
Inverter frequency
x
x
„
ƒ
D
= 50Hz
= 60Hz
on
F
off
NL
off
GB
Economy
off
= normal
= economy
Appendix
x
x
„
ƒ
AC input current limit
off
= AC limit 30 Amp
= AC limit 6 Amp
x
„
x
ƒ
17
C h a rg e c u rre n t
120%
100%
80%
Am ps
V o l ts
C h a rg e v o lta g e
64 32
16
Battery Safe
mode
64 32
60 30
15
60 30
56 28
14
56 28
52 26
13
52 26
48 24
12
44 22
11
40 20
1 day
float
18
GB
NL
F
D
Appendix
19
5 TROUBLE SHOOTING TABLE
GB
NL
Appendix
D
F
21
Inverter is damaged.
22
6 TECHNICAL DATA
GB
Automotive
0 - 95%
Electromagnetic compliance
EMC 89/336 EEC
EN 55014 (1993) en EN50081-1
EN61000-3-2
EN61000-3-3
Appendix
D
Emission
F
NL
EN 55104 (1995)
Low voltage-norm:
73/23/EEG en 93/68/EEG
EN60335-1 en EN60335-2-29
95/54/EC
23
24
24/2000
/ 50
24/2000
9,5 -16,1
19,0 - 32,2
10,9
21,8
9,0
18,0
16,1
32,2
48/2000
/ 25
48/2000
38,0 - 64,4
43,6
56
64,4
1,25Vrms
165
120
45
300
270
55
9
13
16
6
300
10
300
230 ± 1%
185–245
13
150
1600
1600
1450
1450
1450
2500
3000
83%
88%
85%
87%
85%
88%
16
16
16
<180 en >270
NL
81%
13,80
27,60
55,2
8 – 16
11 - 32
22 - 64
D
14,40
80%
1,0
28,80
F
57,6
Appendix
24/2000
/ 50
200–250
GB
12/2000
/ 80
25
6900 W
0 ms 1
0 ms 1
4 ms to 20 ms
180 VAC
187 VAC
45 – 55 Hz or 55 – 65 Hz
26
12
48/2000
/ 25
48/2000
12
6 mm² , AWG 10
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Lees eerst de bij dit product geleverde documentatie, zodat u bekend bent met de veiligheidsaanduidingen en aanwijzingen
voordat u de apparatuur in gebruik neemt.
Dit product is ontworpen en getest overeenkomstig internationale normen. De apparatuur dient uitsluitend voor de bestemde
toepassing te worden gebruikt.
GB
WAARSCHUWING: KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN.
Het product wordt gebruikt in combinatie met een permanente energiebron. (batterij) Zelfs als de apparatuur is
uitgeschakeld, kan een gevaarlijke elektrische spanning optreden bij de in -en/ of uitgangsklemmen. Schakel altijd de
wisselstroomvoeding en de batterij uit voor het plegen van onderhoud.
NL
Algemeen
F
Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker kunnen worden onderhouden. Haal het paneel aan de
voorkant er niet af en stel het product niet in werking als niet alle panelen zijn gemonteerd. Al het onderhoud dient door
gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.
D
Gebruik het product nooit op plaatsen waar gas -of stofexplosies kunnen optreden. Raadpleeg de gegevens van de fabrikant
van de batterij om u ervan te verzekeren dat het product bestemd is voor gebruik in combinatie met de batterij. De
veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de batterij dienen altijd te worden opgevolgd.
WAARSCHUWING: Til geen zware lasten zonder hulp.
Lees de installatievoorschriften in de bedieningshandleiding voordat u de apparatuur inschakelt.
Dit is een product uit veiligheidsklasse I. (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging) De in -en/ of
uitgangsklemmen van de wisselstroom moeten zijn voorzien van een ononderbreekbare aarding ter beveiliging. Aan
de buitenkant van het product bevindt zich een extra aardingspunt. Als het aannemelijk is dat de aardbeveiliging is
beschadigd, moet het product buiten werking worden gesteld en worden beveiligd tegen iedere onopzettelijke
inwerkingstelling; neem contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
Zorg ervoor dat de aansluitkabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Vervang een beveiligingsonderdeel
nooit door een ander Typ. Raadpleeg de handleiding voor het juiste onderdeel.
Controleer voordat u het apparaat inschakelt, dat de beschikbare spanningsbron overeenkomt met de configuratieinstellingen van het product zoals beschreven in de handleiding.
Zorg ervoor dat de apparatuur onder de juiste bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt. Stel het product nooit in bedrijf in de
regen of in een stoffige omgeving. Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije ruimte rondom het product is voor ventilatie en dat
de ventilatie-openingen niet zijn geblokkeerd.
Verzeker u ervan dat de vereiste spanning niet hoger is dan de capaciteit van het product.
Vervoer en opslag
Zorg ervoor dat de netspanning en batterijkabels zijn losgekoppeld bij opslag of vervoer van het product.
Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor transportschade indien de apparatuur wordt vervoerd in een andere
dan de originele verpakking.
Sla het product op in een droge omgeving; de opslagtemperatuur moet tussen de –20°C en 60°C liggen.
Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de batterij met betrekking tot vervoer, opslag, opladen, herladen en
verwijderen van de batterij.
1
Appendix
Installatie
1 BESCHRIJVING
1.1 Algemeen
Multi Compact -functioneel (alleen Multi Compact/ MultiPlus Compact)
De basis van de Multi Compact is een zeer krachtige sinusomvormer, acculader en
omschakelautomaat in een compacte behuizing. Daarnaast heeft de
Multi Compact / MultiPlus Compact een groot aantal vaak unieke mogelijkheden, o.a.
PowerControl en PowerAssist.
Automatisch en onderbrekingsvrij omschakelen (alleen Multi Compact/
MultiPlus Compact)
In geval van een netspanningstoring of wanneer het aggregaat wordt uitgeschakeld zal de
Multi Compact overschakelen van lader bedrijf op omvormer bedrijf en de voeding van de
aangesloten apparaten overnemen. Dit gaat zo snel dat computers en andere elektronische
apparaten ongestoord blijven functioneren. De maximale stroom die geschakeld kan worden
bedraagt 30 A Multi Compact.
PowerControl – Maximaal benutten van beperkte walstroom (alleen Multi Compact/
MultiPlus Compact)
De Multi Compact kan enorm veel laadstroom leveren en dus grote accubatterijen laden. Dat
betekent een zware belasting voor de wal aansluiting of het aggregaat. Met het Phoenix Multi
Control (bedieningspaneel) kan een maximale wal- of aggregaatstroom ingesteld worden. De
Multi Compact houdt dan rekening met andere stroomverbruikers en gebruikt voor het laden
alleen de stroom die nog ‘over’ is.
PowerAssist – Doe meer met Uw aggregaat of walstroom: de unieke “meehelp” functie
van de MultiPlus Compact
Met de MultiPlus Compact kunt U nog een stap verder gaan. De MultiPlus Compact werkt
parallel met het aggregaat of de walaansluiting en verdubbelt het beschikbare vermogen.
Tijdelijk te weinig stroom? De MultiPlus Compact haalt extra energie uit de accu en helpt
mee! Nog stroom over? De MultiPlus Compact maakt er gebruik van om de accu te laden. U
stelt de walstroom in met een simpele 0 tot 30 A draaiknop op het Phoenix Multi Control.
Opm 1: Igv parallel bedrijf met een generator mag het vermogen van de generator niet
minder zijn dan 75% van het vermogen van de Multi(Plus) Compact. (voorbeeld: een
generator. geschikt voor parallel bedrijf met een Multi(Plus) Compact 12/2000/80 moet een
vermogen van minstens 1500 VA hebben)
Opm 2: De uitgangsspanning van een generator kan sterk vervormd zijn. In dat geval moet
de “AC waveform check” uitgezet worden. Zie p 20.
2
1.2 Acculader (alleen Multi Compact / MultiPlus Compact)
NL
F
De juiste hoeveelheid lading: aangepaste absorptie tijd
Bij geringe ontlading van de accu wordt de absorptie kort gehouden om overlading en
overmatig gassen te voorkomen. Na een diepe ontlading wordt de absorptie tijd automatisch
verlengd teneinde de accu volledig te laden.
GB
Adaptieve 4-traps laadkarakteristiek: bulk – absorption – float – opslag
Het microprocessor gestuurde ‘adaptieve’ accu management systeem kan afgeregeld worden
voor verschillende soorten accu’s. De adaptieve functie past het laadproces automatisch aan
het gebruik van de accu.
D
Beperking van veroudering door overmatig gassen: begrensde spanningsstijging
Indien, om de laadtijd te verkorten, gekozen wordt voor een hoge laadstroom en ook een
verhoogde laadspanning, dan zal de Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact nadat de
gasspanning bereikt is de stijgsnelheid van de spanning begrenzen. Zo wordt overmatig
gassen in de eindfase van de laadcyclus voorkomen.
Appendix
Minder onderhoud en veroudering wanneer de accu niet gebruikt wordt: de opslag
functie
De Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact schakelt over op ‘opslag’ wanneer er
gedurende meer dan 24 uur geen ontlading plaatsvindt. De spanning wordt dan verlaagd tot
2,2 V/cel (13,2 V voor een 12 V accu). De accu zal dan nauwelijks meer gassen en corrosie
van de positieve platen wordt zoveel mogelijk beperkt. Eens per week wordt de spanning
verhoogd tot absorptie niveau om de accu weer bij te laden; dit voorkomt stratificatie van het
elektrolyt en sulfatering.
Twee uitgangen om 2 accu’s te laden
De Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact heeft 2 uitgangen waarvan er 1 de volle
uitgangsstroom kunnen leveren. De tweede uitgang, bedoeld voor het laden van een
startaccu, is begrensd op 4 A en heeft een iets lagere uitgangsspanning.
Verhogen van de levensduur van de accubatterij: temperatuur compensatie
Bij iedere Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact wordt een temperatuursensor
meegeleverd. De temperatuur sensor zorgt ervoor dat de laadspanning afneemt wanneer de
accutemperatuur stijgt. Dit is bijzonder belangrijk voor onderhoudsvrije accu’s, die anders
mogelijk door overladen uitdrogen.
Meer over accu’s en acculaden
In ons boek ‘Elektriciteit aan boord’ kan U meer lezen over accu’s en het laden van accu’s
(gratis verkrijgbaar bij Victron Energy en beschikbaar op www.victronenergy.com) Voor de
adaptieve laadkarakteristiek zie ook onder Technical Information op onze website.
3
1.3 Overzicht artikelnummers accessoires
4
2.1 On/off/charger only schakelaar
Voor de Phoenix Inverter Compact dient u het Phoenix Inverter Control paneel te
gebruiken.
2.3 Speciale laad-mode Equalizing
Het dient de aanbeveling dat bepaalde Typ batterijen eens in de maand extra nageladen te
worden. In de Equalizing modus gaat de Phoenix Multi Compact gedurende een uur met een
verhoogde spanning laden (1V boven de Absorptionspanning voor een 12V accu, 2V voor
een 24V accu). De laadstroom is dan begrensd op 1/4 van de ingestelde waarde.
Indien er een Multi Control aangesloten heeft zal het “bulk” en “absorption” LED afwisselend
gaan knipperen.
De Equalizing modus geeft een hogere laadspanning dan de meeste
gelijkstroomverbruikers aankunnen. Deze moeten worden losgekoppeld voordat
er extra wordt nageladen.
5
Appendix
De Phoenix Multi Compact kan optioneel met het Phoenix Multi Control paneel worden
bediend. Met dit paneel kunt u status en of alarmen van Multi Compact aflezen.
Omdat de beschikbare walstroom vaak beperkt is, kan men met het paneel de maximale
laadstroom instellen. De Phoenix Multi Compact beperkt het eigen verbruik voor het laden
wanneer de totale walstroom over het ingestelde maximum dreigt te gaan.
Het laadgedeelte van de Phoenix Multi Compact kan buiten werking worden gesteld. Dit kan
door middel van een instelling (VE-configure) of door gebruik te maken van het Phoenix Multi
Control paneel (AC ingangsstroom op 0 zetten).
D
2.2 Afstandsbediening
F
TIP: Als u uw Phoenix Multi Compact gebruikt op een schip zorg er dan voor dat, als u het
schip verlaat, de schakelaar in de positie “charger only” wordt gezet. Hiermee voorkomt u dat
bij het wegvallen van de netspanning de omvormer inschakelt en uw accu’s leeg raken.
NL
Wanneer de schakelaar op “on” wordt geschakeld werkt het apparaat volledig.
De omvormer zal aanschakelen en de LED “inverter on” zal gaan branden. Als er op de “ACin” aansluiting spanning wordt aangesloten zal deze na controle en goedkeur worden
doorgeschakeld naar de “AC-out” aansluiting. De omvormer wordt uitgeschakeld, de gele
LED “charger” zal branden en de lader treedt in werking. Afhankelijk van de laadmode die op
dat moment van toepassing is zal de gele LED branden (bulk en of absorption) of de gele
LED knippert (float).
Als de spanning op de “AC-in” aansluiting wordt afgekeurd zal de omvormer worden
ingeschakeld.
Wanneer de schakelaar op “charger only” wordt gezet zal alleen de acculader van de
Phoenix Multi Compact aanschakelen indien er netspanning aanwezig is. Deze spanning
wordt doorgeschakeld naar de “AC-out” aansluiting.
Forced absorption
In sommige omstandigheden kan het wenselijk zijn om de accu voor een vaste tijd met een
Absorption spanning te laden. In de Forced Absorption modus gaat de Phoenix Multi
Compact gedurende de ingestelde maximale absorption tijd met de normale Absorption
spanning laden. De gele led Charger brandt.
De Phoenix Multi Compact is zowel vanaf het remote control, als met de frontschakelaar in
deze toestanden te brengen. Voorwaarde is wel dat alle schakelaars (front, remote control )
op de stand “on” staan en dat er niet een schakelaar op de stand “charger only” staat.
Om de Phoenix Multi Compact in deze toestand te brengen dient u de stappen te volgen
zoals hierna beschreven.
LET OP: het omschakelen van “on” naar “charger only” en andersom zoals hieronder
beschreven dient op een snelle manier te gebeuren. De schakelaar moet zodanig
omgeschakeld worden dat de middenstand als het ware 'overgeslagen' wordt. Als de
desbetreffende schakelaar ook maar even in de stand “off” blijft staan loopt u het risico dat
het apparaat uitgezet wordt. In dat geval dient u weer bij stap 1. te beginnen. Met name bij
gebruik van de front schakelaar is enige oefening gewenst. Bij gebruik van het remote control
is dit geen probleem.
1. Let erop dat alle schakelaars (dus front schakelaar, remote schakelaar of remote
control schakelaar voor zover aanwezig) in de stand “on” staan.
2. Zorg ervoor dat de Phoenix Multi Compact laadt. (Er dient dus een ACingangsspanning te zijn, controleer of de gele LED “charger” brandt.)
3. Zet de schakelaar achtereenvolgens op “charger only”, “on” en “charger only”.
Let op: het omschakelen zelf moet snel gebeuren maar de tijd tussen het
omschakelen moet liggen tussen 1/2 seconde en 2 seconden.
4. De groene LED “on= bulk”, gele LED “charger=absorption” en rode LED
“alarm=float” LED zullen nu 5 keer knipperen. Daarna zullen achtereenvolgens de
“bulk”, “absorption” en “float” LED elk gedurende 2 seconden branden.
•
Indien de schakelaar tijdens het branden van de LED “groen=bulk” naar “on”
gezet wordt, wordt de lader in 'Equalizing' gezet.
•
Indien de schakelaar tijdens het branden van de LED “geel=absorption” naar
“on” gezet wordt, wordt de lader in 'Forced Absorption' gezet.
•
Indien er niet geschakeld wordt in voorgaande lader gaat over op “float” mode.
Indien na deze stappen de schakelaar niet in de gewenste positie staat “on” kan de
schakelaar eenvoudig nog eenmaal snel omgeschakeld worden naar “charger only”.
Dit zal de laadtoestand niet wijzigen.
6
2.4 LED aanduidingen
GB
LED uit
LED knippert
LED brandt
NL
Omvormer
inverter
alarm
alarm
inverter
charger
alarm
Batterij bedrijf. De omvormer staat aan en
levert vermogen aan de belasting.
De omvormer is ingeschakeld en levert
vermogen aan de belasting.
Voor-alarm: overbelasting, of
accu spanning te laag, of
omvormer temperatuur hoog
Appendix
off
D
on
F
charger
De omvormer is uitgeschakeld.
Alarm: overbelasting, of
accu spanning te laag, of
omvormer temperatuur te hoog, of
DC rimpelspanning was te hoog
(slechte verbinding!).
7
Acculader
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
8
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader laadt in de bulk mode en of
absorption mode.
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader laadt in de float mode.
De netspanning is doorgeschakeld en de
en de lader is uitgeschakeld.
De lader kan niet in een bepaalde tijd zijn
eindwaarde (accu spanning) bereiken.
Lader staat in bulk protection Mode.
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader staat in bulk of absorption mode.
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader staat in float mode.
De netspanning is doorgeschakeld en er is
een vooralarm: overbelast of de lader is
warm.
Phoenix Remote Control indicatie (optioneel)
GB
PowerControl
overload
bulk
temperature
float
F
mains on
NL
inverter on
on
D
off
Appendix
Opm: Wanneer de LED’s “overload” en “low battery” tegelijk branden is apparaat
uitgeschakeld tgv te hoge rimpel op de gelijkspanning.
9
3 INSTALLATIE
Dit product mag alleen door een gekwalificeerde elektrotechnicus worden
geïnstalleerd.
3.1 Inhoud van de doos
De doos van de Phoenix Multi Compact bevat de volgende zaken:
Phoenix Multi Compact
Gebruikershandleiding&Installatiehandleiding.
Zakje met aansluitmateriaal met daarin:
Temperatuursensor.
Vijf bevestigingsschroeven.
Bevestigingsplaat
Waarschuwingssticker laadstroom.
3.2 Locatie
De Phoenix Multi Compact dient in een droge, goed geventileerde ruimte te worden
geïnstalleerd zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat dient een ruimte van
tenminste 50mm te worden vrijgehouden voor koeling.
Een te hoge omgevingstemperatuur heeft de volgende consequenties:
Kortere levensduur.
Lagere laadstroom.
Lager piek vermogen of geheel afschakelen van de omvormer.
Plaats het apparaat nooit direct boven de accu’s.
De Phoenix Multi Compact is geschikt voor wandmontage. Voor de montage zijn aan de
achterzijde van de behuizing gaten en een beugelbevestiging aangebracht, zie Anhang A.
Het apparaat kan zowel horizontaal als verticaal gemonteerd worden maar verticaal
monteren is de beste montage. In deze positie is de koeling namelijk optimaal.
De binnenzijde van het apparaat dient ook na installatie goed bereikbaar te
blijven.
Zorg ervoor dat de aansluitkabels zijn voorzien van zekeringen en stroomonderbrekers. Houd
de afstand tussen de Phoenix Multi Compact en de accu zo kort mogelijk om het
spanningsverlies over de kabels tot een minimum te beperken.
In alle apparatuur waarin sprake is van het omvormen van een groot elektrisch
vermogen, moet uit voorzorg dit product in een hittebestendige omgeving
geïnstalleerd worden. Voorkom daarom de aanwezigheid van bijvoorbeeld
chemicaliën, kunststof onderdelen, gordijnen of ander textiel, etc. in de directe
omgeving.
10
3.3 Benodigdheden
GB
Een kruiskop schroevendraaier (PH 2) voor het verwijderen van het front.
Drie-aderige kabel.
24/2000
12/2000
35
50
70
24/2000
12/2000
D
48/2000
F
Om de capaciteit van de Phoenix Multi Compact volledig te kunnen benutten dient uitsluitend
gebruik te worden gemaakt van accu’s met voldoende capaciteit en van accukabels met de
juiste dikte. Zie tabel.
NL
3.4 Aansluiten accukabels
48/2000
Aanbevolen
accucapaciteit (Ah)
100 – 400
200 – 500
Appendix
Aanbevolen
2
kabeldikte (mm )
Æ 6m
350 – 1000
Opmerking: Interne weerstand is een belangrijke factor als U werkt met lage capacitiet
accu’s. Raadpleeg uw leverancier of relevante secties uit onze boek “electriciteit aan boord”,
downloadbaar van onze website.
Procedure
Ga bij het aansluiten van de accukabels als volgt te werk:
Om het gevaar van kortsluiting van de accu te voorkomen, dient u een
geïsoleerde pijpsleutel te gebruiken.
Voorkom kortsluiting van de accukabels.
Sluit de accukabel aan: de + (rood) aan (linkerzijde).
Sluit de accukabel aan: de - (zwart) aan (rechterzijde), zie Anhang A.
Draai de moeren stevig aan om overgangsweerstanden zo laag mogelijk te maken.
11
3.5 Aansluiten AC kabels
Dit is een product uit veiligheidsklasse I. (dat wordt geleverd met een aardklem
ter beveiliging) De in - en/ of uitgangsklemmen en/of het aard punt aan de
buitenkant van het product moeten zijn voorzien van een
ononderbreekbare aarding ter beveiliging. Zie hiervoor de volgende
instructies:
a) De Phoenix Inverter Compact heeft een vrij zwevende uitgangspanning. De
behuizing moet geaard worden met het aard punt aan de buitenkant van het
product. De N uitgang moet geaard worden om verzekerd te zijn van de goede
werking van een aardlek schakelaar.
b) De Phoenix Multi / MultiPlus Compact: is voorzien van een aard relais (zie
Aappedix 2) dat de N uitgang automatisch met de behuizing verbint
wanneer geen externe wisselspanning voeding beschikbaar is. Wanneer
een externe wisselspanning voeding wordt aangeboden zal het aard relais
openen voordat het ingang veiligheids relais sluit (zie appendix 2). Dit is om
goede werking van een op de uitgang aangesloten aardlekschakelaar te
verzekeren.
- In een vaste installatie kan een ononderbreekbare aarding vezekerd worden
met de aard draad van de wisselspanning ingang. Zoniet, dan dan moet de
behuizing geaard worden.
- In een mobiele installatie (bijvoorbeeld met walstroom stekker) zal
onderbreking van de walaansluiting tegelijk ook de aard verbinding verbreken. In
dat geval moet de behuizing verbonden worden met het chassis (van het
voertuig) of met de romp of aardplaat (van de boot).
- Op boten is de hierboven beschreven verbinding met de aarde van de
walaansluiting i. h. a. niet aan te bevelen i. v. m. galavanische corrosie.
De oplossing hiervoor is plaatsing van een isolatie tranformator.
12
GB
Phoenix Multi Compact is voorzien van in en uitgang connector aan de onderkant van de
Multi Compact, zie appendix 1. De wal -of netaansluiting dient met behulp van een
drie-aderige kabel op de connector te worden aangesloten. Maak gebruik van een
drie-aderige kabel met een soepele kern en een doorsnede van 2,5 mm² .
D
Procedure
Ga voor het aansluiten van de AC kabels als volgt te werk:
De AC netspanning kan direct worden aangesloten op de CAGE CLAMP® Wago connector.
Gebruik een drie-aderige kabel. De aansluitpunten zijn van links naar rechts “L1” (fase) , “N”
(nulleider), aarde.
De AC apparatuur kan direct op de CAGE CLAMP® Wago connector worden aangesloten.
Gebruik een drie-aderige kabel. De mains aansluitpunten zijn van links naar rechts:
aarde, en “L1” (fase), “N” (nulleider) .
3.6 Aansluitopties
Appendix
Naast de standaardaansluitingen kunnen er nog een aantal opties worden aangesloten.
3.6.1 Startaccu
De Phoenix Multi Compact heeft een aansluiting voor het laden van een startaccu. Zie voor
het aansluiten appendix 1.
13
3.6.2 Temperatuursensor (Multi Compact/ MultiPlus Compact)
Voor het temperatuur gecompenseerd laden kan de bijgeleverde temperatuursensor worden
aangesloten (zie Anhang A). De sensor is geïsoleerd en moet op de min pool van de accu
worden gemonteerd. De standaard uitgangsspanningen voor Float en Absorptie zijn 25°C.
Reduced Float spanning volgt de Float spanning en Raised Absorptie spanning volgt
Absorptie spanning. In de instel mode werkt de temperatuur compensatie niet.
30
29
28
27
26
25 Volts
24
23
22
21
20
15.0
14.5
14.0
13.5
13.0
Volts 12.5
12.0
11.5
11.0
10.5
10.0
0
5
3.6.3 Afstandsbediening
De Phoenix Multi Compact is op twee manieren op afstand te bedienen.
Met alleen een externe schakelaar.
Met een “Remote Control ” ofwel afstandsbedieningspaneel.
Voor het aansluiten van de schakelaar zie Bijlage A.
Indien gebruik wordt gemaakt van alleen een externe schakelaar dient u met het volgende
rekening te houden:
Werkt alleen als de schakelaar van de Phoenix Multi Compact op “on” staat.
Mag niet worden aangesloten als er een afstandsbedieningspaneel is aangesloten.
Voor het aansluiten van een afstandsbedieningspaneel zie Bijlage A.
Indien gebruik wordt gemaakt van een afstandsbedieningspaneel dient u met het volgende
rekening te houden:
Werkt alleen als de schakelaar van de Phoenix Multi Compact op “on” staat.
3.6.4 Extern Alarm Relais en Virtual Switch
Er is een open collector uitgang beschikbaar waarop en relais aangesloten kan worden tbv
alarm en andere signaleringen (o. a. een generator start signaal). De maximum belasting is
66V 40mA.
De functie van de open collector uitgang kan geprogrammeerd worden met VEConfigure.
14
Het wijzigen van de instellingen mag alleen worden uitgevoerd door een
gekwalificeerde elektrotechnicus.
Lees voor het wijzigen goed de instructies.
Tijdens het laden moeten accu’s in een droge, goed geventileerde ruimte staan.
4.1 Standaard instellingen
F
D
Appendix
4.2 Instellingen die met de dipswitches gewijzigd kunnen worden
Type
Accu Type
1
Sonnenschein
(standaard) Dryfit A200
Gel
2
Tractie
(buisjesplaat)
1
3
Semi Tractie
(vlakke plaat)
1
4
Alt.
1
Float spanning
Maximum
absorption
tijd
14.4 V
28.8 V
57.6V
13.8 V/
13.2V
27.6 V/
26.4V
55.2V
52.8V
4 uur
15.0 V
30.0 V
60.0V
28.8 V
57.6V
14.8 V
29.6 V
59.2V
27.6 V/
26.4V
28.0 V/
26.4V
28.0 V/
26.4V
55.4V
52.8V
56V
52.8V
56V
52.8V
6 uur
14.4 V
13.8 V/
13.2V
14.0 V/
13.2V
14.0 V/
13.2V
5 uur
5 uur
De optimale absorption spanning van vlakke plaat loodzuur accu’s hang af van mechanische en
chemische eigenschappen. Accu's met een hoog antimoon gehalte kunnen in het algemeen geladen
worden met een lagere absorption spanning dan accu's met een laag antimoon gehalte. (Zie het boek
"Electriciteit aan boord van jachten" op www.victronenergy.com). De lader staat standaard afgeregeld voor
het laden van gel accu’s zoals de Sonnenschein Dryfit A200 accu. Vraag bij gebruik van andere Typn
accu’s aan uw acculeverancier de juiste laadspanningen en laat zonodig de Phoenix Multi Compact hierop
(met behulp van VEConfigure) aanpassen. De Laadstroom staat ingesteld op 75% van nominale
laadstroom.Vaak is dit een te hoge laadstroom. De meeste accu’s dienen geladen te worden met een
stroom van 0.1 tot 0.2x de capaciteit.
15
off
off
←
on
Bij gebruik van:
Remote Control
DS-2 = off
DS-1 wordt niet gebruikt moet altijd op Off staan.
Accu laad curve
16
on
=
=
=
=
Typ 1 (gel)
Typ 2
Typ 3
Typ 4
on
x
x
„
ƒ
Opslaan: druk schakelaar DS-8 naar on en weer terug
naar off. De instelling van DS3-DS4 is nu actief.
Omvormer frequentie
on
off
x
x
„
ƒ
F
Opslaan: druk schakelaar DS-8 naar on en weer terug
naar off. De instelling van DS5 is nu actief.
D
= 50Hz
= 60Hz
NL
off
GB
off
= normaal
= economy
Appendix
x
x
„
ƒ
Opslaan: druk schakelaar DS-8 naar on en weer terug
naar off.De instelling van DS6 is nu actief.
off
= MainsLimit 30 Amp
= MainsLimit 6 Amp
x
„
x
ƒ
Opslaan: druk schakelaar DS-8 naar on en weer terug
naar off. De instelling van DS7 is nu actief.
17
C h a rg e c u rre n t
120%
100%
80%
Am ps
V o l ts
C h a rg e v o lta g e
64 32
16
64 32
60 30
15
60 30
56 28
14
56 28
52 26
13
52 26
48 24
12
44 22
11
40 20
Bulk uren
Absorptie
1 dag
float
7 dagen
reduced float
4-laad karakteristieken:
Bulk-mode: Eerste deel van de laadcurve. Constante stroom wordt toegevoerd tot de gasspanning wordt bereikt. (14.4V resp.
28.8V, temperatuur gecompenseerd)
Battery Safe Mode: Indien, om de laadtijd te verkorten, gekozen wordt voor een hoge laadstroom en ook een verhoogde
laadspanning, dan zal de Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact nadat de gasspanning bereikt is de stijgsnelheid van de
spanning begrenzen. Zo wordt overmatig gassen voorkomen.
Absorptie-mode: De accu wordt met een constante spanning geladen. De absorptie tijd is 20x de bulk tijd tenzij de ingestelde
maximum absorptie tijd wordt bereikt.
Float-mode: Float spanning wordt toegevoerd om de accu volledig geladen te houden.
Reduced Float: Na een dag Float laden wordt overgeschakeld naar reduced Float. Deze is 13,2V resp. 26,4V. (voor 12V en 24V
laders) Dit voorkomt water verlies tot een minimum wanneer de accu langere tijd niet wordt gebruikt.
Na een ingestelde tijd (standaard = 7 dagen) zal de lader overgaan in de Repeated Absorption-mode voor een ingestelde tijd.
(standaard = 4 kwartieren)
18
4.4 Instelling lader (alleen Multi Compact / MultiPlus Compact)
De nu volgende instellingen kunnen alleen gewijzigd worden met VEConfigure software
GB
Lader aan/ uit (standaard: aan)
De lader van de Phoenix Multi Compact kan desgewenst ook uitgeschakeld worden.
NL
4.4.1 De 3 voorgeprogrameerde laadcurves:
4.4.2 Overige lader instellingen:
De laadstroom is standaard ingesteld op 75% van de maximale laadstroom. Voor veel
toepassingen zal deze stroom te hoog zijn. Om te voorkomen dat de accu’s defect raken is
het noodzakelijk om de laadstroom aan te passen naar 0,1-0,2x de accucapaciteit.
De stapgrootte is 1A.
Absorptionspanning (standaard 14.4V / 28.8V)
De absorptionspanning is in te stellen van 12-16/ 24-32V. De stapgrootte is 0,05 V
Absorptiontijd/ maximale absorptiontijd (standaard 4 uur)
Deze instelling bepaalt bij de fixed laadkarakteristiek hoelang de lader de absorptionspanning
aanbiedt. Bij de adaptieve laadkarakteristiek bepaalt deze instelling wat de maximale tijd is
dat de lader de absorptionspanning aanbiedt.
De (maximale) absorptiontijd kan worden ingesteld van 1 tot 8 uur.
De stapgrootte is 1 uur.
Floatspanning
De floatspanning is in te stellen van 12-16/ 24-32V De stapgrootte is 0,05 V.
Herhaalde absorptiontijd (standaard 1 uur)
De herhaalde absorptiontijd kan worden ingesteld van 1 tot 72 kwartier.
De stapgrootte is 1 kwartier
Herhaald absorptioninterval (standaard 7 dagen)
Het herhaald absorptioninterval, kan worden ingesteld van 1 tot 45 dagen. De stapgrootte is
1 dag.
19
Appendix
Adaptieve laadkarakteristiek met BatterySafe mode (standaard instelling)
Indien, om de laadtijd te verkorten, gekozen wordt voor een hoge laadstroom en ook een
verhoogde laadspanning, dan zal de Phoenix Multi Compact / MultiPlus Compact nadat de
gasspanning bereikt is de stijgsnelheid van de spanning begrenzen. Zo wordt overmatig
gassen voorkomen.
D
De Adaptieve laadkarakteristiek biedt de absorptionspanning aan gedurende een tijd
afhankelijk van de lading die tijdens bulk is geleverd. Daarna volgt een floatfase van 24 uur,
waarna naar 13/ 26V (gereduceerd float) wordt teruggeschakeld. Net als bij de Fixed
laadkarakteristiek wordt ook hier periodiek een absorptionfase aangehouden.
F
De Fixed laadkarakteristiek biedt de absorption spanning voor een bepaalde (vast
instelbare) tijd aan. Na de absorptionfase wordt een bepaalde (wederom vast instelbare) tijd
de floatspanning aangeboden, om daarna periodiek gedurende een (meestal kortere) tijd
weer de absorptionspanning aan te bieden.
4.5 Bijzondere instellingen (alleen instelbaar met VEConfigure software)
Bulkbescherming aan/ uit (standaard: aan)
Als de lader na 10 uur in de bulkfase te hebben geladen de absorption spanning nog niet
heeft bereikt kan het zijn dat de accu defect is. Om verdere schade te voorkomen zal de lader
na 10 uur bulk automatisch worden uitgeschakeld. De rode LED ”alarm” gaat dan branden.
AC Waveform Check (standaard: aan)
De Phoenix Multi Compact controleert of the netspanning niet alleen de juiste voltage heeft,
maar ook de juiste sinus vorm. Indien de Phoenix Multi Compact niet goed functioneert
op een generator kan deze functie worden uitgeschakeld.
PowerContol: omgaan met beperkte generator/ walstroom
Ter bescherming van de generator of van de walstroomaansluiting wordt de laadstroom
zodanig ingesteld dat de gezamenlijk afgenomen stroom door de lader en de AC verbruikers
niet boven de ingestelde stroom komt.
Als het AC verbruik boven de ingestelde stroom komt, zal de lader uitschakelen en de “mains
on” LED gaan knipperen. Het is nu mogelijk dat de walzekering doorslaat of de generator
door overbelasting uitschakelt. In dat geval zal de Multi Compact proberen om te schakelen
naar omvormerbedrijf.
De generator/ walstroom kan worden ingesteld van 2 tot 30A.
De stapgrootte is 1A.
Bij gebruik van het Remote Control paneel wordt de walstroom instelling bepaald door dit
paneel.
Wanneer de aan de Phoenix Multi Compact aangeboden spanningsvorm niet zuiver
sinusvorming is, bestaat de kans dat de Phoenix Multi Compact deze niet zal accepteren. U
kunt deze detectie uitschakelen door de shore current limiter naar “0” te draaien.
PowerAssist – Doe meer met Uw aggregaat of walstroom: de unieke “meehelp” functie
van de MultiPlus Compact (standaard: aan)
Met de MultiPlus Compact kunt U nog een stap verder gaan. De MultiPlus Compact werkt
parallel met het aggregaat of de walaansluiting en verdubbelt het beschikbare vermogen.
Tijdelijk te weinig stroom? De MultiPlus Compact haalt extra energie uit de accu en helpt
mee! Nog stroom over? De MultiPlus Compact maakt er gebruik van om de accu te laden. U
stelt de walstroom in met een simpele 0 tot 30 A draaiknop op het Phoenix Multi Control
paneel.
Noot 1: Voor de goede werking van PowerAssist dient minstens 2A netvoeding of een
aggregaat met ten minste hetzelfde vermogen als de MultiPlus beschikbaar te zijn.
Noot 2: Sommige moderne generatoren generen de wisselstroom m. b. v. een statische
omvormer. Het toerental van deze generatoren wordt meestal teruggeregeld bij geringe
belasting. Indien met VEConfigure de “Dynamic Current Limit”functie aangezet wordt zal de
MultiPlus een plotselinge belastingsprong opvangen totdat de motor van het aggregaat weer
op volle toeren draait.
20
GB
Extern Alarm Relais en Virtual Switch (standaard: uitgeschakeld)
Er is een open collector uitgang beschikbaar waarop en relais aangesloten kan worden tbv
alarm en andere signaleringen (o. a. een generator start signaal). De maximum belasting is
66V 40mA.
De functie van de open collector uitgang kan geprogrammeerd worden met VEConfigure.
NL
4.6 Onderhoud
F
De Phoenix Multi Compact vereist geen specifiek onderhoud. Het volstaat alle verbindingen
eenmaal per jaar te controleren. Voorkom dat de Phoenix Multi Compact vochtig wordt en
houd het apparaat schoon.
D
Appendix
21
5 FOUTZOEKSCHEMA
Met behulp van onderstaande stappen kunnen de meest voorkomende storingen snel worden
opgespoord.
Voordat testen met de omvormer en/ of acculader worden uitgevoerd dienen de DCbelastingen te worden losgekoppeld van de accu’s en de AC-apparatuur dient te worden
losgekoppeld van de omvormer.
Indien de fout niet opgelost kan worden, raadpleeg uw Victron Energy distributeur.
Probleem
De omvormer
werkt niet
wanneer deze
wordt
ingeschakeld
De omvormer
werkt niet
Oorzaak
De accuspanning is te hoog of
te laag.
Oplossing
Zorg dat de accuspanning
binnen de juiste waarde is.
Processor staat in uit-mode
De LED “alarm”
knippert.
De LED “alarm”
knippert.
Voor-alarm, alt. 1: de
accuspanning is laag.
Voor-alarm, alt. 2: de belasting
op de omvormer is hoger dan de
nominale belasting.
Voor-alarm, alt. 3: lage
accuspanning en te hoge
belasting.
Ontkoppel de netspanning.
Schakel de omvormer uit.
Wacht 4 seconden.
Schakel de omvormer weer
aan.
Laad de accu op of controleer
de accu aansluitingen.
Ontkoppel een deel van de
belasting.
De LED “alarm”
knippert.
De LED “alarm”
knippert.
Voor-alarm, alt. 3:
rimpelspanning op de DCaansluiting overschrijdt
1,25Vrms.
De LED “lalarm”
brandt.
De omvormer is uitgeschakeld
als gevolg van voortduring van
een van bovenstaande vooralarm omstandigheden.
22
Laad de accu’s op, ontkoppel
een deel van de belasting of
plaats accu’s met een hogere
capaciteit. Monteer kortere en/
of dikkere accukabels.
Controleer de dynamo.
Controleer de accukabels en
accuaansluitingen. Wees er
zeker van dat de accucapaciteit
voldoende is, verhoog deze
eventueel.
Zie de bovenstaande
oplossingen
Oorzaak
De netspanning of –frequentie is
buiten het bereik.
Stel de laadstroom in tussen 0,1
en 0,2x de accucapaciteit.
Controleer de accuaansluitingen.
De absorptionspanning is op een
verkeerde waarde ingesteld.
Regel de absorptionspanning af
op een goede waarde.
De floatspanning is op een
verkeerde waarde ingesteld.
De capaciteit van de accu is te
groot.
De interne DC zekering is kapot.
Regel de floatspanning af op een
goede waarde.
Sluit een accu aan met een
kleinere capaciteit en verhoog de
laadstroominstelling.
Omvormer is defect.
De absorptionspanning is op een
verkeerde waarde ingesteld.
De floatspanning is op een
verkeerde waarde ingesteld.
Een slechte accu.
Regel de absorptionspanning af
op een goede waarde.
Regel de floatspanning af op een
goede waarde.
Vervang de accu.
Een te kleine accu.
Reduceer de laadstroom of
gebruik een accu met een hogere
capaciteit.
Sluit een temperatuursensor aan.
De laadstroom zakt De accu is oververhit (>50°C)
terug naar 0 zodra
de absrptie fase
ingaat
De accu temperatuur sensor is
stuk
Appendix
De accu staat te warm.
D
De accu wordt
overladen.
F
De accu wordt niet Verkeerde laadstroom.
volledig opgeladen.
Een slechte accuaansluiting.
NL
De thermische onderbreker is
geactiveerd.
Oplossing
Zorg dat de netspanning
tussen 185 VAC en 265 VAC
komt te liggen en dat de
frequentie overeenkomt met de
instelling.
GB
Probleem
De lader werkt
niet
- Plaats de accu in een koelere
ruimte
- Verlaag de laadstroom
- Kijk of een van de accucellen
een interne sluitng heeft
Maak het stekkertje van de
temperatuur sensor in de Multi
los.
Reset de Multi door deze uit te
schakelen en na minstens 4
seconden wachten weer aan te
zetten.
Indien de laad functie nu weer
goed is moet de temperatuur
sensor vervangen worden.
23
6 TECHNISCHE SPECIFICATIES
6.1 ALGEMEEN
Ventilatie
Temperatuurbereik
- Tijdens werking
- Bij opslag
Beveiligd
Relatieve vochtigheid
EMC
Emissie
24
Geforceerde convectie (intern)
-20 – +50 °C
-25 – +60 °C
Uitgang kortsluitvast
Overbelasting
Accuspanning te hoog
Accuspanning te laag
230V netspanning op de uitgang van de omvormer
DC Ingangsrimpel te hoog
transformator
Temperatuur beveiligd
Electronic & Powerstage
Batterij (als de sensor is
aangesloten)
0 - 95%
Elektromagnetische compatibiliteit volgens EMC richtlijn
EMC 89/336 EEC
EN 55014 (1993) en EN50081-1
EN61000-3-2
EN61000-3-3
EN 55104 (1995)
Laagspannings-norm:
73/23/EEG en 93/68/EEG
EN60335-1 en EN60335-2-29
95/54/EC
6.2 Omvormer
9,5 -16,1
19,0 - 32,2
10,9
21,8
9,0
18,0
16,1
32,2
48/2000
/ 25
48/2000
38,0 - 64,4
NL
24/2000
/ 50
24/2000
GB
43,6
56
F
64,4
D
Max. 1,25Vrms
165
120
45
300
270
55
9
13
16
6
300
10
300
13
150
Appendix
Ingangsspanningbereik (Vdc)
Inschakelspanning
(Vdc)
Uitschakelspanninglaag
(Vdc)
Uitschakelspanning hoog
(Vdc)
rimpelspanning
(Vrms)
Ingangsstroom
Nominaal (A)
Ingangsstroom
Maximaal (A)
Vermogensverbruik onbelast
(W)
Economy
DC veiligheidszekering (A)
Output (Vac)
Output Voltage
Range (Vac)
Frequentie (Hz)
Uitgangs-spanning
THD
Arbeidsfactor
Economy DS6=on
load < +/- 25W
Geen lineaire
belasting, crest
factor 3:1 (VA)
25ºC)
Nominaal
vermogen (W)
(cos ϕ = 1,0; 25ºC)
Nominaal
vermogen (W)
(cos ϕ = 1,0; 40ºC)
Opstart vermogen
(W)
Inschakelgedrag
Rendement Pnom
efficiency
½ Pnom
kortsluitstroom
12/2000
/ 80
12/2000
230 ± 1%
185–245
50/60 ±0,01% (kristal)
Pure sinewave
Max. 5%
Alles toegestaan
145VAC top=300V
speciaal aangepast voor SL- PL- and TL lampen (normale lichtsterkte) and klokken
2000
2000
2000
1600
1600
1600
1450
1450
1450
2500
3200
3000
De nominale uitgangsspanning is aanwezig binnen 20mS
83%
85%
85%
88%
87%
88%
16
16
16
25
6.3 Accu lader
12/2000
/ 80
Ingangsspanning
(Vac)
Afschakel spanning
(Vac)
Frequentie(Hz)
Maximale
ingangstroom (A)
Ingangs-zekering
(TCB) 250 Vac
Rendement
Cos ϕ / power factor
Absorption
Laadspanning
default (Vdc)
Float laadspanning
default (Vdc)
Uitgang
oplaadspanning
(Vdc)
Min./max.
Laad karakteristiek
Nominale startaccustroom (A)
Toegestane accurimpel (Vrms)
Acculekstroom,
wanneer de Multi
Compact is
uitgeschakeld (mA)
26
24/2000
/ 50
48/2000
/ 25
200–250
<180 en >270
6,3A
30A
79%
45 – 55 of 55 – 65
Bij 230 Vac (AC uit onbelast)
7,8A
30A
7,7
30A
14,40
80%
1,0
28,80
57,6
13,80
27,60
55,2
8 – 16
11 - 32
22 - 64
81%
6.4 Schakelen tussen omvormer en AC ingang
GB
Maximaal doorgeschakeld vermogen
6900W
(begrensd door een 30 A Thermal Circuit Breaker)
Omschakeltijd van omvormer naar netspanning
0 ms 1
Omschakeltijd van netspanning naar omvormer
0 ms 1
(U batt >10,5V)
Netspanningfout detectie tijd.
4ms tot 20ms
Omschakelspanning AC ingang naar omvormer.
180Vac
Omschakelspanning van omvormer naar AC ingang
187Vac
Min. - Max. frequentie bereik (50Hz/60Hz)
45 – 55Hz of 55 – 65Hz
1
Doordat de omvormer en netspanning een korte tijd parallel werken is er geen omschakeltijd.
NL
F
AC in/out
aansluiting
Startbatterij
aansluiting:
Externe
connection:
sensing,
remote switch
Seriële
interface
12
3 * 2 Wago CAGE CLAMP® connector
2,5 mm2 Fast-on aansluiting op printplaat
48/2000
/ 25
48/2000
Appendix
D
12
6 mm² ,AWG 10
27
28
NL
F
D
1
Appendix
Installation
2
GB
NL
F
D
3
Appendix
Tableau Phoenix Multi control
Tableau Phoenix Inverter control
Sonde de température TI
Cordon UTP Patch lead 5 m
Cordon UTP Patch lead 10 m
Cordon UTP Patch lead 15 m
Interface pour PC MK1.b
Adaptateur USB
4
NL
5
Appendix
D
F
6
GB
NL
inverter
alarm
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
Appendix
off
D
on
F
charger
7
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
8
GB
PowerControl
overload
bulk
temperature
float
F
mains on
NL
inverter on
on
D
off
Appendix
9
10
GB
•
•
•
NL
48/2000
24/2000
12/2000
35
50
70
48/2000
24/2000
12/2000
100 –400
350 – 500
350 – 1000
F
Appendix
D
Modèle
11
12
NL
F
GB
D
Appendix
CAGE CLAMP®
“open”
Wire
13
15.0
14.5
14.0
13.5
13.0
Volts 12.5
12.0
11.5
11.0
10.5
10.0
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
14
NL
•
•
•
F
D
Appendix
Type de batterie
Tension système
1
Sonnenschein
(usine) Dryfit A200 Gel
2
Traction
30.0
60.0
14.4
28.8
57.6
14.8
29.6
59.2
3
1
4
15
off
off
←
on
16
on
=
=
=
=
Typ 1 (gel)
Typ 2
Typ 3
Typ 4
on
x
x
„
ƒ
on
off
x
x
„
ƒ
F
D
= 50Hz
= 60Hz
NL
off
GB
off
Appendix
x
x
„
ƒ
off
= Limite 30 Amp
= Limite 6 Amp
x
„
x
ƒ
17
C h a rg e c u rre n t
120%
100%
80%
Am ps
V o l ts
C h a rg e v o lta g e
64 32
16
60 30
15
56 28
14
52 26
13
48 24
12
44 22
11
40 20
10
Mode
Battery Safe
18
GB
F
NL
D
19
Appendix
20
NL
La LED “Alarm"
clignote.
La LED “Alarm"
clignote.
ère
ème
La LED “Alarm"
clignote.
Appendix
La LED “Alarm"
clignote.
D
F
GB
21
22
Directive automobile
Appendix
D
Emission
F
NL
23
24
12/2000
/ 80
12/2000
24/2000
/ 50
24/2000
48/2000
/ 25
48/2000
9,5 -16,1
19,0 - 32,2
38,0 - 64,4
10,9
21,8
43,6
9,0
18,0
56
16,1
32,2
64,4
1,25Vrms maxi
165
120
45
300
270
55
9
13
16
6
300
10
250
13
150
2000
2000
1600
1600
1600
1450
1450
1450
2500
3200
3000
85%
85%
86%
87%
88%
16
16
16
200–250
NL
7,8A
F
7,7
30A
30A
30A
79%
80%
81%
D
1,0
14,40
28,80
57,6
13,80
27,60
55,2
8 – 16
11 - 32
22 - 64
Appendix
24/2000
/ 50
GB
12/2000
/ 80
25
26
48/2000
/ 25
48/2000
12
6 mm² ,AWG 10
GB
NL
F
D
Appendix
27
NL
F
D
1
Appendix
2
NL
F
D
Appendix
3
4
F
NL
GB
D
Appendix
5
GB
F
D
NL
Appendix
7
inverter
charger
alarm
inverter
charger
alarm
8
charger
inverter
charger
alarm
Appendix
on
D
alarm
F
off
NL
alarm
on
GB
9
mains on
overload
bulk
temperature
10
3 MONTAGE
GB
NL
Appendix
D
F
35
24/2000
50
12/2000
70
48/2000
24/2000
100 – 400
200 – 500
12/2000
350 –1000
12
b)
F
NL
a)
GB
Appendix
13
D
.
14
3.6.2 Temperaturfühler (Multi Compact/ MultiPlus Compact)
GB
NL
F
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
Appendix
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
D
15.0
14.5
14.0
13.5
13.0
Volts 12.5
12.0
11.5
11.0
10.5
10.0
50 55 60
Typ
Batterietyp
Gasungsspannung
14.4 V
28.8
V
57.6
V
15.0 V
30.0
V
60.0
V
14.4 V
28.8
V
57.6
V
14.8 V
29.6
V
59.2
V
13.8
V/
13.2V
13.8
V/
13.2V
14.0
V/
13.2V
14.0
V/
13.2V
27.6 V/
26.4V
55.2V
52.8V
27.6 V/
26.4V
55.4V
52.8V
28.0 V/
26.4V
56V
52.8V
28.0 V/
26.4V
56V
52.8V
16
GB
on
D
off
←
F
off
NL
Appendix
off
=
=
=
=
Typ 1 (Gel)
Typ 2
Typ 3
Typ 4
off
x
x
on
x
x
„
ƒ
17
Inverterfrequenz
off
= 50Hz
= 60Hz
x
x
„
ƒ
off
= normal
= economy
x
x
„
ƒ
18
off
= max. 30 A
= max. 6 A
x
„
x
ƒ
GB
4.3 Die adaptive Ladekurve
NL
F
C h a rg e c u rre n t
120%
D
100%
80%
Am ps
60%
40%
Appendix
V o l ts
C h a rg e v o lta g e
64 32
16
64 32
60 30
15
60 30
56 28
14
56 28
52 26
13
52 26
48 24
12
44 22
11
40 20
Konstantstrom-
4-Phasen- Ladung:
Konstant-
1 Tag
Ladeer
7 Tage
reduzierte
Ladeeerhaltung
19
20
NL
F
GB
D
21
Appendix
4.6 Wartung
22
F
Appendix
D
23
24
Appendix
D
F
NL
GB
25
26
21,8
43,6
9,0
18,0
56
16,1
32,2
64,4
Max. 1,25V effektiv
165
120
45
300
270
55
9
6
300
13
10
250
16
13
150
Appendix
10,9
D
19,0 - 32,2
F
9,5 -16,1
48/2000
/ 25
48/2000
38,0 - 64,4
NL
Klirrfaktor
24/2000
/ 50
24/2000
GB
12/2000
/ 80
12/2000
1600
1600
1450
1450
1450
2500
3200
3000
87%
88%
16
16
16
27
28
24/2000
/ 50
48/2000
/ 25
81%
14,40
80%
1,0
28,80
13,80
27,60
55,2
8 – 16
11 - 32
22 - 64
57,6
GB
0 ms 1
0 ms 1
NL
F
1
12
48/2000
/ 25
48/2000
Appendix
D
12
29
30
B
A
F
AC input
Circuit breaker
D
Appendix
D
F
K
G
+
-
+
Temperature sensor
1 = RED
sensor +
2 = BLACK sensor -
E
Alarm contact
Open collector
driver
1 = collector
1 2
1 2
1 2 3
2 = GND
Max.power
150mA/66V
Battery -
1
F
J
-
L N
G
I/J
K
I
+
L N
Temp. sensor
CAGE CLAMP® “open”
Wire
Input
2
GB
NL
F
D
Appendix
3
4
F
D
Scheidingstransformator
(aanbevolen op schepen)
Trenntrafo
B
Altijd een scheidingstrafo
installeren
C
D
Ingang
E
Uitgang
Sortie
F
Aardverbinding naar
behuizing
G
Veiligheidsrelais
(AC ingang)
H
Aardrelais
(sluit wanneer G opent)
I
DC zekering
Fusible DC
NL
A
GB
NL
F
D
Dubbelwerkende
omvormer
L
Behuizing moet permanent
met de aarde zijn verbonden
Appendix
J
5
255mm
125mm
520mm
95mm
6
GB
NL
F
D
Appendix
7
Serial number:
Distributor:
+31 (0)36 535 97 00
+31 (0)36 535 97 77
+31 (0)36 531 16 66
+31 (0)36 535 97 40
E-mail:
Internet site:
MAN001001000
03
27-02-2007
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement

Languages

Only pages of the document in Dutch were displayed