Gebruiksaanwijzing Manuel d`utilisation NL FR

Gebruiksaanwijzing Manuel d`utilisation NL FR
Gebruiksaanwijzing
NL
FR
05.01.2015 / 97-9646
www.hwam.com
578 006
3610 3620 3630 3640 3650
3660
Inhoud, Nederlands
Tekenings. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4-9
Opstellings-, montage- en gebruikshandleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
Handleiding stoken - hout. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Algemeen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Bedrijfstoringen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Prestatieverklaring. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Typeplaatje. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30-35
A.
1
2
1
3
3
4
4
A1)
A2)
B.
2
4
5b
1
2
4
5b
1
1
5a
3
5a
3
6
6
3
6
B1)
4
5b
2
B2)
B3)
4
5a
C.
5
4
1
4
9 14
6
2
10
13
7
6
6
3
12
3
C2)
11
6
10
7
8
9
C1)
D.
E.
E1)
E2)
1
1
5
F.
G.
5
10°
3
4
1
2
6
H.
4
3
2
9
10
1
5
7
8
6
7
I
8
9
Opstellings-, montage- en gebruikshandleiding
Nederlands
Wettelijke voorschriften
Bij de installatie van uw HWAM-kachel moeten steeds zowel alle wettelijke voorschriften als de plaatselijk
geldende bouwvoorschriften worden gerespecteerd. Laat u voor de montage van de kachel adviseren
door uw HWAM verkoper.
Ruimtelijke verreisten
In de ruimte waar de houtkachel zal worden opgesteld moet een toevoer van verse verbrandingslucht
gewaarborgd zijn. Een opklapbaar venster of een regelbare luchtklep volstaan, maar ideaal is toch de
aansluiting op een HWAM-verseluchtsysteem. Breng de luchtklep of het luchtrooster zo aan dat de
toevoer niet kan worden geblokkeerd.
Dragende ondergrond
Vergewis er u voor de montage van de kachel van dat de ondergrond het gewicht van de kachel en de
schoorsteen kan dragen. Het gewicht van de schoorsteen kunt u berekenen uit de omvang en de hoogte.
Kachelgewicht:
HWAM 3610c/3610m
115/112 kg
HWAM 3620c/3620m
115/112 kg
HWAM 3610c/3610m met voetstuk
135/132 kg
HWAM 3620c/3620m met voetstuk
135/132 kg
HWAM 3630c/3630m
139/136 kg
HWAM 3640c/3640m
139/136 kg
HWAM 3640c/3640m met speksteen
229/226 kg
HWAM 3650c/3650m
171/168 kg
HWAM 3650c/3650m met warmte vasthoudende steen
226/223 kg
HWAM 3660c/3660m
171/168 kg
HWAM 3660c/3660m met warmte vasthoudende steen
226/223 kg
HWAM 3660c/3660m met speksteen
282/279 kg
HWAM 3660c/3660m met speksteen en warmte vasthoudende steen
337/334 kg
Afstand tot brandbaar materiaal
Plaats uw HWAM-kachel op een niet-brandbare ondergrond. Staat de kachel op een houten vloer of een
gelijkaardig materiaal, dan moet de bodem met een niet-brandbaar materiaal worden afgedekt.
N.B. HWAM 3610/3620 moeten altijd aan de muur of op een voet worden gemonteerd.
Min. afstanden (Tekening A):
HWAM 3610
HWAM 3630
HWAM 3650
10
15
10
40
35*
90
1. Tot gemetselde wand, achter, cm
2. Tot gemetselde wand, zijkant, cm
1. Tot brandbare wand, achter, cm
2. Tot brandbare wand, zijkant, cm
1. Tot brandbare wand, opstelling in hoek, cm
3. Inrichtingsafstand, vooraan, cm
HWAM 3620
HWAM 3640
HWAM 3660
10
10
10
40
20*
90
*Afmetingen bij plaatsing in een hoek zijn slechts indicatief (tekening A2). Neem contact op met uw
schoorsteenveger voor een definitieve berekening.
Let op: niet alle soorten glas zijn hittebestendig. Daarom moet een glazen wand in sommige gevallen als
een brandbare wand worden beschouwd. Neem contact op met een plaatselijke schoorsteenveger of
glasproducent om de juiste afstand tot glas na te gaan.
10
Houd rekening met eventuele voorschriften voor de afstand tussen muur en rookbuis.
Wanneer de HWAM 3610/3620 op een brandbare vloer wordt geplaatst, dient altijd een sokkel (verkrijgbaar als accessoire) en een warmteschild te worden gemonteerd.
Bij montage aan de wand moet de HWAM 3610/3620 minimaal 7 cm boven een eventuele brandbare
vloer hangen. Dit geldt ook als er een plaat op de vloer wordt aangebracht.
De afstand tot gemetselde muren is vastgelegd in verband met het onderhoud van de automaat.
De HWAM 3610/3620 met muurbeslag kan op een gemetselde muur worden aangebracht, maar de kachel
moet dan wel worden gedemonteerd om de automaat te kunnen bedienen.
Vereisten voor de schoorsteen
De schoorsteen moet zo hoog zijn dat een goede trek gewaarborgd wordt en de rook geen belasting
vormt. Nominale trek: 12 Pa.
De schoorsteen moet een dagmaat van min. 150mm in diameter hebben.Als bijkomende minimale vereiste
geldt echter dat de opening in grootte steeds overeen moet stemmen met het afvoeraansluitstuk van de
kachel. De schoorsteen moet bovendien voorzien zijn van een makkelijk toegankelijke reinigingsdeur.
Wijzigen van rookafvoer van bovenafvoer naar achterafvoer (HWAM 3610/3620/3630/3640)
(Tekening H)
1. Demontage van zijwanden. Til de ene zijkant ca. 10 mm naar boven en trek deze weg van de kachel,
zodat de zijwand los komt van de geleidingspennen geleidepennen in de bodemplaat van de kachel.
Herhaal dit met de andere zijwand.
2. Demontage van de topplaat van de kachel (7). Verwijder de vier schroeven (8) (Torx Bit nr. 30 of
M6-moer) onder de topplaat, twee stuks aan elke kant, en til de topplaat van de kachel.
3. Demontage van achterplaat (1). Schroef de 4 schroeven midden op de achterplaat eraf.Til de achterplaat
naar boven en trek deze weg van de kachel, zodat de achterplaat los komt van de geleidingspennen.
De achterplaat heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Breek de plaat (10) binnen deze uitsparing
af zodat een gat in de achterwand ontstaat waar het rookkanaal in past.
4. Demontage van warmteschild (2). Demonteer het warmteschild door het van de houtkachel af te tillen.
Het warmteschild heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Breek de plaat (9) binnen deze uitsparing
weg, zodat een gat in het warmteschild ontstaat waar het rookkanaal in past.
5. Demontage van afdekplaat (3). Demonteer de afdekplaat aan de achterzijde van de kachel door de
drie schroeven te verwijderen (Torx Bit nr. 30). Nu kan de afdekplaat worden verwijderd.
6. Demontage van rookring (6). Demonteer de rookring (bovenop de verbrandingskamer) door de 3
schroeven te verwijderen. Nu kan de rookring worden verwijderd.
7. Montage van afdekplaat (3). Plaats de afdekplaat over het gat (bovenop de verbrandingskamer, waar
de rookring zojuist is verwijderd) en draai deze vast met de 3 schroeven (Torx-bit nr. 30).
8. Montage van rookring (6). Plaats de rookring in het rookafvoergat achter op de kachel en zet deze
vast met de drie schroeven.
9. Montage van warmteschild (2). Monteer het warmteschild weer achterop de houtkachel.
10.Montage van achterplaat (1). Plaats de achterplaat op de geleidingspennen. Druk de achterplaat vervolgens naar de kachel toe. Til de achterplaat op en druk deze voorzichtig naar binnen tot hij op zijn
plaats valt. Schroef de 4 schroeven vaste op het midden van de achterplaat.
11. Montage van de topplaat van de kachel (7). Plaats de topplaat op de beslagen en schroef deze weer
vast met de vier schroeven (8), twee aan elke kant.
12. Montage van zijwanden. Plaats de zijwanden op de geleidingspennen geleidepennen in de bodemplaat
van de kachel en duw ze naar de kachel. Til de zijwanden op en druk deze voorzichtig naar binnen
tot ze op hun plaats vallen.
Wijzigen van rookafvoer van bovenafvoer naar achterafvoer (HWAM 3650/3660) (Tekening H)
1. Demontage van achterplaat (1). Schroef de 4 schroeven midden op de achterplaat eraf.Til de achterplaat
11
naar boven en trek deze weg van de kachel, zodat de achterplaat los komt van de geleidingspennen.
De achterplaat heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Breek de plaat (10) binnen deze uitsparing
af zodat een gat in de achterwand ontstaat waar het rookkanaal in past.
2. Demontage van warmteschild (2). Demonteer het warmteschild door het van de houtkachel af te tillen.
Het warmteschild heeft een uitsparing voor het rookkanaal. Breek de plaat (9) binnen deze uitsparing
weg, zodat een gat in het warmteschild ontstaat waar het rookkanaal in past.
3. Demontage van afdekplaat (3). Demonteer de afdekplaat aan de achterzijde van de kachel door de
drie schroeven te verwijderen (Torx Bit nr. 30). Nu kan de afdekplaat worden verwijderd.
4. Demontage van het front van het warmtemagazijn (4). Draai de 2 schroeven (5) aan beide kanten van
het front van het warmtemagazijn los.Verwijder de schroeven niet, draai ze alleen een beetje los.Trek
daarna het front naar voren.
5. Demontage van rookring (6). Demonteer de rookring op de bodem van het warmtemagazijn (bovenop
de verbrandingskamer) door de 3 schroeven te verwijderen. Nu kan de rookring worden verwijderd.
6. Montage van afdekplaat (3). Plaats de afdekplaat over het gat in de bodem van het warmtemagazijn
(waar de rookring zojuist is verwijderd) en draai deze vast met de 3 schroeven (Torx-bit nr. 30).
7. Montage van rookring (6). Plaats de rookring in het rookafvoergat achter op de kachel en zet deze
vast met de drie schroeven.
8. Montage van warmteschild (2). Monteer het warmteschild weer achterop de houtkachel.
9. Montage van achterplaat (1). Plaats de achterplaat op de geleidingspennen. Druk de achterplaat vervolgens naar de kachel toe. Til de achterplaat op en druk deze voorzichtig naar binnen tot hij op zijn
plaats valt. Schroef de 4 schroeven vaste op het midden van de achterplaat.
10.Montage van het front van het warmtemagazijn (4). Plaats het front op het warmtemagazijn en draai
de 4 schroeven (5) aan.
Het monteren van afzonderlijke delen
Controleer voor het opstellen van de kachel of alle afzonderlijke delen correct gemonteerd zijn.
Verticale doorsnede van de kachels (Tekening B)
B1: HWAM 3610, HWAM 3620
B2: HWAM 3630, HWAM 3640
B3: HWAM 3650, HWAM 3660
1. Rookplaat. Moet op de stalen rail en de houder middenvoor liggen.
2. De rookgeleidingsplaat is aan drie haken onder de topplaat opgehangen. De ene haak heeft een extra
gebogen rand als transportbeveiliging. Deze rand moet echter voor de montage worden verwijderd.
Doe dit met een schroevendraaier.
3. Afdekplaat. Wordt op het rooster geplaatst.
4. Rookafvoer naar achteren. In de fabriek afgesloten met een opgeschroefde plaat. Hierdoor is de
rookafvoer achter de achterplaat verborgen.
5a.Losse achterplaat, die de automatiek afdekt. Dient altijd gemonteerd te zijn als de kachel tegen een
brandbare wand staat.
5b.Los warmteschild. Dient altijd gemonteerd te zijn als de kachel tegen een brandbare wand staat.
6. Los warmteschild onder de asla. Kan als deksel worden gebruikt als de asla wordt verwijderd om deze
te legen.
Aansluiting op de schoorsteen
Alle kachels hebben een achter- en een bovenaansluiting voor de rookafvoer. De kachel kan op een
goedgekeurde stalen schoorsteen met bovenaansluiting of rechtstreeks op de achteraansluiting van een
schoorsteen worden aangesloten.
Verticale doorsnede van de rookafvoer (Tekening C)
C1: Rookafvoer langs boven
C2: Rookafvoer langs achter
12
1. Stalen schoorsteen.
2. De bocht past inwendig op het aansluitstuk van de kachel.
3. Gemetselde schoorsteenwand.
4. Ingemetselde mof. Past op de rookpijp.
5. Muurrosace.Verbergt reparatie rond de gemetselde mof.
6. Pakking. Wordt gedicht met dichtingsstrip.
7. Rookkanalen van de HWAM kachel.
8. Dekplaat in buitenste achterplaat: afbreken als de achteruitgang wordt gebruikt.
9. Opgeschroefd deksel: op de topplaat schroeven als de achteruitgang wordt gebruikt.
10. Rookbus: op de achterzijde schroeven als de achteruitgang wordt gebruikt.
11. Regelklep in rookbuis.
12.Reinigingsluik.
13. Rookbuis voor achteruitgang.
14. Los deksel van gietijzer: moet in de topplaat worden gelegd als de achteruitgang wordt gebruikt.
Dekplaat (Tekening D)
Uw HWAM kachel wordt met een losse afdekplaat voor het schudrooster geleverd. De afdekplaat is
een ijzeren plaat van 3mm. Deze wordt boven het schudrooster aangebracht en moet voorkomen dat er
gloeiende deeltjes in de aslade vallen. De dekplaat zit ca. 8mm boven het rooster, zodat de automatisch
geregelde primaire verbrandingslucht gelijkmatig over de bodem van de brandkamer wordt verdeeld.
De schoorsteen
De schoorsteen is de motor van de kachel en allesbepalend voor de werking van de kachel. De schoorsteentrek geeft een onderdruk in de kachel. Deze onderdruk verwijdert de rook uit de kachel, zuigt lucht
door de klep naar de zgn. smoorklep, die de ruit vrij van roet houdt, en zuigt lucht aan door de primaire
en secundaire kleppen voor de verbranding.
De schoorsteentrek ontstaat door het temperatuursverschil tussen binnen en buiten de schoorsteen. Hoe
hoger de temperatuur in de schoorsteen, hoe beter de schoorsteentrek. Het is daarom belangrijk dat de
schoorsteen goed is opgewarmd voordat u de schuiven sluit en de verbranding in de kachel vermindert
(een stenen schoorsteen is niet zo snel warm als een stalen schoorsteen). Als de trek in de schoorsteen
door weers- en windomstandigheden slecht is, is het extra belangrijk dat de schoorsteen zo snel mogelijk
wordt verwarmd. Er moet dan snel voor vlammen worden gezorgd. Maak de stukken hout extra klein,
gebruik een extra aanmaakblokje, of dergelijke.
Als de kachel enige tijd niet meer is gebruikt, moet worden gecontroleerd of de schoorsteenpijp niet
verstopt is.
Er kunnen verschillende installaties op één schoorsteen worden aangesloten.Wel moet dan eerst worden
nagegaan welke voorschriften hierop van toepassing zijn.
Zelfs een goede schoorsteen kan slecht functioneren indien hij verkeerd wordt gebruikt.
Daarentegen kan zelfs een slechte schoorsteen bij goed gebruik functioneren.
Reiniging van de schoorsteen
De schoorsteen moet jaarlijks worden geveegd om te voorkomen dat er brand in ontstaat. De rookafvoerbuis en de rookkamer boven de stalen rookgeleidingsplaat moeten samen met de schoorsteen worden
gereinigd. Als reiniging van de schoorsteen van bovenaf onmogelijk is vanwege de hoogte van de schoorsteen, moet er een reinigingsluikje worden aangebracht.
Als er in de schoorsteen brand ontstaat, moeten alle kleppen worden gesloten en moet de brandweer
worden gewaarschuwd. De schoorsteen mag pas weer in gebruik worden genomen, wanneer deze door
een schoorsteenveger is geïnspecteerd.
13
Testresultaten van nominale test EN 13240
Nominale warmteopbrengst
Rooktemperatuur
Stroming rookgasmassa
6,0 kW
292ºC
6,0 g/s
Handleiding stoken - hout
De lak wordt afgehard wanneer de kachel voor het eerst brandt en het deurtje en de aslade moeten
zeer voorzichtig worden geopend, omdat anders het risico bestaat dat de pakkingen in de lak blijven
vastplakken. Bovendien kan de lak een onaangename geur produceren, dus zorg voor goede ventilatie.
De bedieningshendels bevinden zich achter de schuif onder het deurtje.
Belangrijke brandstofinformatie:
Toegestane typen brandstof
Uw houtkachel is uitsluitend EN-goedgekeurd voor hout. U kunt het beste droog, gekloven hout gebruiken
met een vochtgehalte van maximaal 20%. Als u met vochtig hout stookt, ontstaat er roet. Bovendien is
dit slecht voor het milieu en is het stookrendement laag.
Aanbevolen houtsoorten
Alle soorten hout, bijvoorbeeld berken, beuken, eiken, iepen, essen, naaldhout en vruchtenhout, zijn
geschikte brandstoffen voor uw kachel. Het grote verschil tussen de verschillende houtsoorten is niet de
brandwaarde, maar het gewicht per kubieke meter.Aangezien beukenhout per kubieke meter meer weegt
dan bijvoorbeeld sparrenhout, is er meer sparrenhout dan beukenhout nodig om dezelfde hoeveelheid
warmte te krijgen.
Niet toegestane typen brandstof
Er mag niet met de volgende materialen worden gestookt: bedrukt materiaal • spaanplaat • plastic • rubber
• vloeibare brandstoffen • afval zoals melkpakken • gelakt, beschilderd of geïmpregneerd hout. Er mag met
bovenstaande materialen niet worden gestookt omdat ze bij verbranding stoffen afgeven die schadelijk
zijn voor de gezondheid en het milieu. Bovendien kunnen deze stoffen uw kachel en uw schoorsteen
beschadigen. De garantie komt daarbij te vervallen.
Opslag van hout
Een vochtgehalte van maximaal 20% komt tot stand als u het hout minimaal één jaar, maar liefst twee
jaar buiten onder een afdak bewaart. Hout dat binnen wordt bewaard, wordt al gauw te droog en brandt
daardoor te snel. Het is echter wel zinvol aanmaakhout een paar dagen vóór gebruik binnen te leggen.
Aanbevolen afmetingen
Hoe goed de verbranding is, is sterk afhankelijk van de afmetingen van het hout. De volgende afmetingen
worden aanbevolen:
Type hout
Lengte in cm
Diameter in cm
Aanmaakhout (kleine stukken)
25-33
2-5
Gekloven brandhout
25-33
7-9
Speciale aanmaakinstructies voor houtkachels met speksteenbekleding
Speksteen is een natuurproduct dat zich aan temperatuurveranderingen moet aanpassen. We raden aan
om de procedure hieronder te volgen:
1. Eerste keer opstoken
Beweeg de regelstang (afbeelding E, 1) naar de bovenste positie. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer. (1-2 kg). Leg daar kriskras 5-8
14
aanmaakhoutjes bovenop. Leg 2 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek de
aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur
evt. een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten. Open de deur wanneer het vuur is gedoofd
en laat deze open terwijl de kachel tot kamertemperatuur afkoelt.
2.Tweede keer opstoken
Beweeg de regelstang (afbeelding E, 1) naar de bovenste positie. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer. (1-2 kg). Leg daar kriskras 5-8
aanmaakhoutjes bovenop. Leg 2 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek de
aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur
evt. een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten.
Wanneer er geen gele vlammen meer zichtbaar zijn en er een goede laag sintels is ontstaan kan de kachel
weer worden opgestookt. Een goede laag sintels wil zeggen dat de bodem van de kachel volledig met
sintels is bedekt.Vul de verbrandingskamer voor de helft met droog hout met een diameter van ongeveer
7-9 cm. Wanneer al het hout in brand staat beweegt u de regelstang (1) naar de middelste positie. Laat
het vuur opbranden en laat de kachel tot kamertemperatuur afkoelen alvorens u deze weer opstookt.
3. Derde keer opstoken
Herhaal de procedure voor de tweede keer opstoken, maar gebruik dit keer meer hout. Laat het vuur
opbranden en laat de kachel tot kamertemperatuur afkoelen nadat het vuur is gedoofd.
De daaropvolgende stookbeurt
Volg de algemene handleiding, zie de paragrafen ”Aanmaken” en ”Opstoken”.
De kachel aanmaken (Tekening E)
Voor een goede verbranding is het heel belangrijk dat de kachel op de juiste manier wordt aangemaakt.
Een koude houtkachel en een koude schoorsteen bemoeilijken de verbranding. Het is belangrijk om zo
snel mogelijk een hoge rookgastemperatuur te bereiken.
Beweeg de regelstang (tekening E, 1) naar de bovenste positie. Leg twee stukken hout (met een diameter van 5-8 cm) horizontaal op de bodem van de verbrandingskamer. (1-2 kg). Leg daar kriskras 5-8
aanmaakhoutjes bovenop. Leg 2 aanmaakblokken tussen de bovenste laag aanmaakhoutjes. Steek de
aanmaakblokken aan en sluit de deur. Als u problemen heeft met condens op het glas, kunt u de deur evt.
een poosje op een kier zetten alvorens deze te sluiten.Wanneer het aanmaakhout goed brandt beweegt
u de regelstang (1) naar de middelste positie.
Als het vuur dooft tijdens het regelen, zet deze dan weer op de maximumpositie tot de vlammen weer
oplaaien. Beweeg de regelstang dan weer naar de middelste positie. Laat het aanmaakhout volledig
opbranden tot er geen zichtbare vlammen meer zijn. Hierna kan de kachel weer worden opgestookt.
Belangrijk! De deur moet altijd gesloten blijven wanneer de kachel aan is, anders werkt de automatische
luchtregeling niet. Open de deur alleen bij het aanmaken, bijvullen en schoonmaken van de kachel.
Opstoken (tekening E)
Wanneer er geen gele vlammen meer zichtbaar zijn en er een goede laag sintels is ontstaan kan de kachel
weer worden opgestookt. Een goede laag sintels wil zeggen dat de bodem van de kachel volledig met
sintels is bedekt en als deze in een cirkel rond het schudrooster gloeien. Plaats minstens twee stukken
hout van maximaal 1 kg per stuk in de kachel. U hoeft de regelaar niet meer te gebruiken aangezien deze
door het automatische systeem wordt bediend, maar de temperatuur kan met de regelstang (1) worden
aangepast.Wanneer deze naar beneden wordt bewogen vermindert de verbrandingssnelheid en brandt de
kachel langzamer. Naar boven bewegen verhoogt de temperatuur zodat de kachel harder brandt. Wacht
tot de laag sintels voldoende is afgenomen alvorens opnieuw op te stoken.
Stoken met steenkool, briketten en petroleum cokes
Men kan in deze kachel niet stoken met steenkool of petroleumcokes, daar er geen plaats is voor een
koleninzetstuk. U kunt echter stoken met briketten, die u op de gloeiende houtlaag plaatst. De regelstang
moet helemaal naar boven worden geplaatst totdat de briketten flink gloeien.
15
Denk er aan dat u de regelstang hierna weer moet sluiten.Wees opmerkzaam op het feit dat
stoken met andere brandstoffen dan hout, roet op de ruit als gevolg kan hebben.
Bediening van de klep in het warmtemagazijn
Aan de achterzijde van de kachel, tussen de topplaat van de kachel en het warmtemagazijn, bevindt zich
een klep waarmee de convectielucht in het warmtemagazijn kan worden geregeld. De aanvoer van convectielucht vindt plaats door de klep naar links te verplaatsen en de convectielucht wordt afgesloten als
de klep naar rechts staat. Om zo snel mogelijk warmte in de speksteen van het warmtemagazijn op te
slaan wordt aanbevolen om tijdens het stoken de convectieklep gesloten te houden.
Met een gesloten convectieklep houdt het warmtemagazijn de opgeslagen warmte in de speksteen van
het verwarmingsmagazijn het langst vast. Als de klep wordt geopend zal de warmte van de speksteen in
het warmtemagazijn echter zo snel mogelijk aan de ruimte worden afgegeven.
Algemeen
Snelle of krachtige warmte
Snelle of krachtige warmte kan worden bereikt door veel, maar vooral kleine stukken te verbranden.
Maximale verbranding
De volgende hoeveelheden brandstof mogen maximaal per uur worden verstookt:
Hout: 2,5 kg
Wordt deze grens overschreden, dan valt de kachel niet langer onder de fabrieksgarantie, daar deze dan
door overhitting beschadigd kan worden. De houtkachel is goedgekeurd voor periodiek gebruik.
Gebruikelijke bijvulinterval
Gebruikelijke bijvulinterval bij nominale capaciteit
Hout: 65 min
Lange brandtijd
Een lange brandtijd bereikt u door een klein aantal (minstens twee) grote stukken hout te stoken en
tegelijkertijd de regelstang omlaag te zetten.
De langzaamste verbranding bereikt u door de regelstang helemaal naar beneden te schuiven (tekening
E, positie 1). Bij deze minimale instelling kan het moeilijk zijn om na het bijvullen het hout brandende te
houden. Het kan dan helpen om de regelstang in te stellen op ca. 1/5 tijdens de eerste ca. 25 minuten na
het bijvullen. Stel deze daarna weer in op het minimum. Denk eraan dat de vlammen zichtbaar moeten
zijn om een goede verbranding mogelijk te maken.
Te koud stoken
Als de vuurvaste materialen in de verbrandingskamer na het vullen ’zwart’ zijn, vervuilt de kachel en werkt
de automaat niet optimaal. De regelstang moet dan verder naar boven worden geschoven.Wellicht is het
nodig een grotere hoeveelheid hout te verbranden.
Zo ontstaat een optimale verbranding
• Gebruik schoon en droog hout.
Vochtig hout heeft een slechte verbranding en veel rook en roet tot gevolg. Bovendien wordt de warmte
gebruikt om het hout te drogen en niet om de ruimte te verwarmen.
• Verstook niet te veel hout tegelijk.
Als er vaak en met niet al te veel hout wordt gestookt, is de verbranding optimaal. Als u te veel brandhout in de kachel legt, duurt het te lang voordat de temperatuur hoog genoeg wordt voor een goede
verbranding.
16
• Zorg voor voldoende luchttoevoer.
Zorg voor voldoende lucht, vooral wanneer u begint te stoken, zodat de temperatuur in de kachel
snel genoeg oploopt. Alleen dan verbranden namelijk de gassen en deeltjes die vrijkomen tijdens het
verbrandingsproces. Deze hechten zich anders in de vorm van roet aan de schoorsteenwand (waardoor een schoorsteenbrand kan ontstaan) of ze komen onverbrand in het milieu terecht. Een onjuiste
luchttoevoer brengt een slechte verbranding en onvoldoende rendement met zich mee.
• Laat het vuur ’s nachts niet laag branden
We raden u af om ’s avonds hout in de kachel te leggen en de luchttoevoer laag te draaien in een poging
om het vuur tot de ochtend smeulend te houden.Als u dat doet stoot de houtoven grote hoeveelheden
schadelijke rook uit en wordt uw schoorsteen aan onnodig veel roet blootgesteld, wat risico op een
schoorsteenbrand oplevert.
Het reinigen van het glas
Wij adviseren u de ruit te reinigen na het stoken. Dit kan het beste gebeuren met een stuk keukenrolpapier.
Brandstoftypen
Bij hoge temperaturen kan de kachel schade oplopen. Het glas kan bijvoorbeeld wit worden. Dit kan vermeden worden door nooit met de deur open te stoken en zeer voorzichtig te zijn als men met brandstof
stookt die erg veel warmte kan ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld briketten.
Wij adviseren het gebruik van in stukken gehakt berke- of beukehout dat reeds min. 1 jaar buiten onder een
afdak heeft gelegen. Hout dat binnen wordt bewaard, wordt vaak te droog en verbrandt derhalve te snel.
Briketten geven veel warmte af. Sommige typen dijen snel uit, met als gevolg een niet te controleren
verbranding.
Steenkool verbrandt bij een hoge temperatuur en geeft veel roet. Steenkool dient in een koleninzetstuk
verbrand te worden.
Niet geschikt voor verbranding in deze modellen.
Petroleumcokes verbrandt bij een hoge temperatuur en geeft veel roet. Petroleumcokes dient in een
koleninzetstuk te worden verbrand. Cokes verhogen de slijtage van de kachel en de brandkamer, en
verminderen derhalve de levensduur wezenlijk.
Niet geschikt voor verbranding in deze modellen.
De kachel voldoen uitsluitend aan de EN 13240-goedkeuring als ze worden gestookt met
hout. Het is verboden te stoken met spaanplaat, gelakt, geverfd of geïmpregneerd hout,
plastic of rubber.
Onderhoud
Reinigen
Het onderhoud van de kachel dient alleen te geschieden als deze koud is. Het dagelijks onderhoud is minimaal.
Het eenvoudigste is de kachel uitwendig te stofzuigen met een klein mondstuk met een zachte borstel. U
kunt de kachel ook met een droge, zachte doek of een zachte stoffer afstoffen. Maar denk eraan: alleen als
de kachel koud is. Gebruik geen water, alcohol of reinigingsmiddel, dit kan de lak beschadigen.
Eén keer per jaar is het tijd voor de grote schoonmaak. As en roet worden uit de brandkamer verwijderd.
Smeer de scharnieren en sluithaak met vloeibaar kopervet in sprayvorm (hittebestendig tot 1100 graden
Celsius), zie tekening I. Til de deur ca. ½ cm op en spuit kopervet op de scharnierpen.
17
Servicebeurt
De kachel dient tenminste één keer in de twee jaar een grondige, preventieve servicebeurt te krijgen.
Deze servicebeurt moet o.a het volgende omvatten:
• Grondige schoonmaak van de kachel.
• Controle en eventuele vervanging van de veren in de automatiek.
• Controle van de pakkingen. De pakkingen moeten worden vervangen als ze niet meer gaaf en soepel zijn.
• Controle en eventuele vervanging van het warmte-isolerende materiaal.
• Controle van het modeltype (alleen in bepaalde landen).
• Controle van de bodem/het schudrooster.
• Scharnieren en sluithaakjes moeten met kopervet worden ingesmeerd (zie afbeelding I).
De inspectie moet door een bevoegd monteur worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
Schoonmaken
Voordat er geveegd wordt, moet de regelstang helemaal naar beneden worden gezet om te voorkomen
dat er roet en as in de automaat terechtkomen.
De rookgeleidingsplaten neemt u voor het schoonmaken uit te kachel.
(Tekening F op omslag)
• Til eerst de rookplaat (1) uit de stalen rail (2) achterin de verbrandingskamer. Daarna laat u hem onder
de houder (3) zakken, kantelt hem en haalt hem uit de kachel.
• De rookgeleidingsplaat (4) wordt van de haken (5) onder de topplaat getild en naar buiten gekanteld.
As
Het is het eenvoudigst om de asla te legen door een afvalzak over de la te trekken, de la ondersteboven
te houden en deze vervolgens voorzichtig weer uit de zak te trekken. De as kunt u bij het dagelijks
huisvuil storten.
Denk er aan dat er zelfs 24 uur nadat het vuur in de kachel gedoofd is, gloeiende deeltjes
in de as kunnen zitten!
Isolatie
Het effectieve maar poreuze isolatiemateriaal van de brandkamer kan mettertijd slijten of beschadigd raken.
Het barsten van het isolatiemateriaal heeft geen gevolgen voor de werking van de kachel. Het materiaal
dient echter vervangen te worden zodra de slijtage de helft van de oospronkelijke dikte overschrijdt.
Mechanisme (Tekening G)
De achterplaat kan er af worden getild. Controleer de uitgangspositie van de voelarm.Als de kachel koud
is, dan staat de voelarm op ongeveer twee uur.
De voelarm moet gemakkelijk meegeven als u er tegen duwt, zowel bij een koude als warme kachel. Bij
een stijgende of dalende temperatuur, mag de voelarm niet haperen. De platen met luchtkleppen moeten
droog en schoon zijn en zonder moeite in elkaar schuiven. De regelstangen en schuifplaat moeten eventueel met WD40 (nooit met olie) worden gesmeerd.
Deuren/glas
Wanneer de glazen deur beroet is kan deze gemakkelijk worden gereinigd met een vochtig stuk in as
gedoopte keukenrol. Maak het glad met verticale bewegingen schoon (van boven naar beneden). Droog
na met een droog stuk keukenrol. Controleer regelmatig of de pakkingen in deuren volledig en zacht zijn.
Is dit niet het geval, dan dienen zij vervangen te worden. Gebruik uitsluitend originele pakkingen.
18
Oppervlak
Gewoonlijk is het niet noodzakelijk het oppervlak een nabehandeling te geven. Eventuele verfschade kan
behandeld worden met Senothermspray.
Garantie
Bij gebrekkig onderhoud vervalt de garantie!
Bedrijfstoringen
Beroet glas
-Het hout is te vochtig. Stook alleen met brandstof die minimaal 12 maanden onder een afdak heeft
gelegen en een vochtgehalte heeft van ca. 20%.
-Het is mogelijk dat de deur niet meer dicht afsluit.
Rook in de kamer bij openen van de deur
-De by-pass schuif of de schuif in de schoorsteen kunnen gesloten zijn. Open de schuif.
-Onvoldoende schoorsteentrek. Laat de schoorsteenveger komen.
-Het reinigingsluik sluit slecht of is er uit gevallen.Vervangen of opnieuw monteren.
-Open nooit de deur zolang er vlammen zichtbaar zijn.
Onregelmatige verbranding
-De pakking in de deur sluit niet goed af. Monteer een nieuwe pakking.
-Indien er een krachtige trek in de schoorsteen zit, kan het noodzakelijk zijn de regelstang te sluiten.
Indien de kachel niet in gebruik is, sluit u alle schuiven.
Indien de staalplaten in de brandkamer gloeien of vervormen, wordt er verkeerd gestookt.
Stel het gebruik bij en neem contact op met uw leverancier.
Prestatieverklaring
De prestatieverklaring kan van onze website worden gedownload via de volgende links:
HWAM 3610:
HWAM 3620:
www.hwam.com/dop/3610
www.hwam.com/dop/3620
HWAM 3630:
HWAM 3650:
www.hwam.com/dop/3630-3650
www.hwam.com/dop/3630-3650
HWAM 3640:
HWAM 3660:
www.hwam.com/dop/3640-3660
www.hwam.com/dop/3640-3660
19
115/112 kg
115/112 kg
135/132 kg
135/132 kg
139/136 kg
139/136 kg
229/226 kg
171/168 kg
226/223 kg
171/168 kg
282/279 kg
337/334 kg
HWAM 3610
HWAM 3630
HWAM 3650
10
15
10
40
35*
90
HWAM 3620
HWAM 3640
HWAM 3660
10
10
10
40
20*
90
1. 2. 3. 4. 5.
6. 7. 8. 6,0 kW
292ºC
6,0 g/s
28
www.hwam.com/dop/3610
www.hwam.com/dop/3620
HWAM 3630:
HWAM 3650:
www.hwam.com/dop/3630-3650
www.hwam.com/dop/3630-3650
HWAM 3640:
HWAM 3660:
www.hwam.com/dop/3640-3660
www.hwam.com/dop/3640-3660
29
30
31
32
33
34
35
www.hwam.com
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising

Languages

Only pages of the document in Dutch were displayed