VE.Bus BMS
Manual
EN
Handleiding
NL
FR
DE
Manual
ES
Appendix
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
2
EN
4. Installation
NL
3
4
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
5
6
7
6. Dimensions
8
EN
7. Frequently asked questions
ES
DE
FR
NL
Appendix
9
9 – 70 VDC
Operating temperature
Humidity
Max. 95% (non condensing)
0 - 120°F
ABS, matt black
0,1 kg
Dimensions (hxwxd)
105 x 78 x 32 mm
STANDARDS
Cyrix Li-ion Charge
Continuous current
Connect voltage
Disconnect voltage
Charge not active detection
12/24-120
24/48-120
12 V: 120 A / 24 V: 100 A
24 V: 100 A / 48 V: 50 A
12/24-120
24/48-120
12/24-120
16 V / 32 V
10
24/48-120
24/48-120
32 V / 64 V
Yes
<4 mA
<220mA / < 110mA
< 110mA / <60 mA
-20 to +50°C
IP54
0,11 (0.24)
46 x 46 x 80
(1.8 x 1.8 x 3.2)
24/48-120
EN
EN
Appendix:
NL
FR
Inverters:
Phoenix 12/800
Phoenix 24/800
Phoenix 12/1200
Phoenix 24/1200
Phoenix 48/800
Phoenix 48/1200
DE
ES
Appendix
11
1. Algemene beschrijving
Communiceert met alle VE.Bus-producten
Het VE.Bus BMS kan met een standaard RJ45 UTP-kabel worden aangesloten op een MultiPlus-, Quattro- of Phoenixomvormer.
Producten zonder VE.Bus kunnen zoals onderstaand weergegeven worden geregeld:
NL
Beschermt 12 V-, 24 V- en 48 V-systemen
Bedrijfsspanningsbereik van het BMS: 9 tot 70 V DC.
EN
Beschermt elke afzonderlijke cel van een Victron lithium-ijzerfosfaat- (LiFePO₄) accu
Elke afzonderlijke cel van een LiFePO₄-accu moet worden beschermd tegen overspanning, onderspanning en overtemperatuur.
Victron LiFePO₄-accu's beschikken over een geïntegreerde celbalanceer-, temperatuur- en spanningsregeling (in het Engels
Balancing, Temperature and Voltage control, kort BTV, genoemd). Deze wordt met twee ronde M8-aansluitkabelssets op het
VE.Bus BMS aangesloten.
De BTV van meerdere accu's kan in een ringnetwerk met elkaar worden verbonden. Zie voor meer informatie de documentatie
van onze LiFePO4-accu
Taken van het BMS:
het uitschakelen of ontkoppelen van belastingen in geval van dreigende onderspanning van de cellen,
het verlagen van de laadstroom in geval van dreigende overspanning of overtemperatuur van de cellen (zie voor
VE.Bus-producten de onderstaande informatie), en
het uitschakelen of ontkoppelen van de acculaders in geval van dreigende overspanning of overtemperatuur van de
cellen.
Appendix
Load Disconnect (belasting onderbreken)
De uitgang Load Disconnect staat normaal gesproken op HIGH (hoog) en wordt "free floating" (vrij zwevend) in geval van
dreigende onderspanning van de cellen. Maximale stroom: 2 A.
De uitgang Load Disconnect kan worden gebruikt om de volgende functies te regelen:
het op afstand in- of uitschakelen van een belasting en/of
het op afstand in- of uitschakelen van een elektronische belastingsschakelaar (BatteryProtect, geprefereerde
oplossing voor een laag stroomverbruik) en/of
een Cyrix-Li-Load-relais.
Charge Disconnect (laden onderbreken)
De uitgang Charge Disconnect staat normaal gesproken op HIGH en wordt "free floating" in geval van dreigende overspanning
of overtemperatuur van de cellen. Maximale stroom: 10 mA.
De uitgang Charge Disconnect kan worden gebruikt om de volgende functies te regelen:
het op afstand in- of uitschakelen van een acculader en/of
een Cyrix-Li-Charge-relais en/of
een Cyrix-Li-ct Battery Combiner.
LED-lampjes
Brandt (blauw): VE.Bus-producten zijn ingeschakeld.
Cel>4V of temperatuur (rood): de uitgang Charge Disconnect staat op LOW (laag) door dreigende overspanning of
overtemperatuur van de cellen.
Cel>2,8V (blauw): de uitgang Load Disconnect staat op HIGH (hoog).
De uitgang Load Disconnect staat op LOW als deze door dreigende onderspanning van de cellen (Vcel≤2,8V) is
uitgeschakeld.
2. Veiligheidsaanwijzingen
De installatie moet precies worden uitgevoerd volgens de nationale veiligheidsvoorschriften en in overeenstemming met de voor
eindgebruik gestelde eisen betreffende behuizing, installatie, lekstroom, speling, verliezen, markeringen en segregatie. De
installatie mag enkel worden uitgevoerd door gekwalificeerde en geschoolde installatiemonteurs. Schakel het systeem uit en
controleer het op gevaarlijke spanningen voordat u wijzigingen aan de aansluitingen aanbrengt.
• Open de lithium-ionaccu niet.
• Ontlaad een nieuwe lithium-ionaccu niet voordat deze eerst volledig is opgeladen.
• Laad de accu enkel op binnen de aangegeven grenswaarden.
• Monteer de lithium-ionaccu niet ondersteboven.
• Controleer of de lithium-ionaccu tijdens het transport beschadigd is geraakt.
1
3. Neem het volgende in acht
3.1 Belangrijke aanwijzing
Lithium-ionaccu's zijn duur en kunnen beschadigd raken door te diepe ontlading of overlading.
Beschadiging als gevolg van te diepe ontlading kan optreden als lage belastingen (zoals: alarmsystemen, relais, stand-bystroom van bepaalde belastingen, retourstroomverbruik van acculaders of ladingsregelaars) langzaam de accu ontladen als het
systeem niet in gebruik is.
Koppel in geval van twijfel over een mogelijke reststroomstoot de accu los door de accuschakelaar te openen, de
accuzekering(en) te verwijderen of de pluspool van de accu los te koppelen als het systeem niet in gebruik is.
Een restontladingsstroom is vooral gevaarlijk als het systeem volledig is ontladen en door te lage celspanning is
uitgeschakeld. Na een uitschakeling door een te lage celspanning resteert een reservecapaciteit van ongeveer 1 Ah per
100 Ah accucapaciteit in de accu. De accu zal beschadigd raken als de resterende reservecapaciteit aan de accu wordt
onttrokken. Een reststroom van 10 mA kan bijvoorbeeld een 200 Ah-accu beschadigen als het systeem gedurende
meer dan 8 dagen in ontladen toestand blijft.
3.2 De lithium-ion-software-assistent "AC Detector" voor MultiPlus en Quattro
De AC Detector (wisselstroomdetector) is een kleine uitbreiding die kan worden ingebouwd in een Multiplus of Quattro als deze
samen met een LiFePO₄-accu en een VE.Bus BMS worden gebruikt. De VE.Bus BMS wordt standaard geleverd met
AC Detector
De taak van de AC Detector is om de Multiplus of Quattro opnieuw te starten als weer wisselstroom beschikbaar nadat het
apparaat door het BMS als gevolg van een te lage celspanning is uitgeschakeld.
Zonder de AC Detector zouden de Multiplus of Quattro uitgeschakeld blijven en daardoor zou de accu na uitschakeling door een
te lage accuspanning niet weer beginnen met opladen.
De AC Detector is hiervoor afhankelijk van de lithium-ion-software-assistent of de Eigen verbruik Hub-2 v3 assistent.
Omvormers (alleen DC naar AC) met VE.Bus kunnen direct worden aangesloten op de MultiPlus/Quattro-ingang van het BMS.
Hiervoor is geen AC Detector of assistent nodig.
3.3 DC-belastingen met aansluitingen voor in- of uitschakelen op afstand
DC-belastingen moeten worden uitgeschakeld of ontkoppeld in geval van dreigende onderspanning van de cellen.
Voor dit doel kan de uitgang Load Disconnect van het VE.Bus BMS worden gebruikt.
De uitgang Load Disconnect staat normaal gesproken op HIGH (net als de accuspanning) en wordt "free floating" (= open
circuit) in geval van dreigende onderspanning van de cellen (geen interne "pull down" om het resterend stroomverbruik in geval
van een lage celspanning te beperken).
DC-belastingen met een aansluiting voor in- of uitschakelen op afstand die de belasting inschakelen als de aansluiting op HIGH
wordt gezet (op de plus van de accu) en deze uitschakelen als de aansluiting op "free floating" wordt gezet, kunnen direct met
de uitgang Load Disconnect worden geregeld.
In de bijlage vindt u een lijst met Victron-producten die over deze eigenschap beschikken.
Voor DC-belastingen met een aansluiting voor in- of uitschakelen op afstand die de belasting inschakelen als de aansluiting op
LOW gezet (naar de min van de accu) en deze uitschakelen als de aansluiting op "free floating" wordt gezet, kan de
omvormkabel voor het op afstand in -of uitschakelen worden gebruikt. Zie bijlage.
Opmerking: controleer de reststroom van de belasting als deze is uitgeschakeld. Na een uitschakeling door een te lage celspanning
resteert een reservecapaciteit van ongeveer 1 Ah per 100 Ah accucapaciteit in de accu. Een reststroom van 10 mA kan bijvoorbeeld een
200 Ah-accu beschadigen als het systeem gedurende meer dan 8 dagen in ontladen toestand blijft.
3.4 DC-belasting: ontkoppeling van de belasting met een BatteryProtect (alleen beschikbaar voor 12 V en 24 V)
Een Battery Protect ontkoppelt de belasting in de volgende gevallen:
als de ingangsspanning (= accuspanning) onder de vooringestelde waarde is gedaald, of als
als de aansluiting voor het op afstand in- of uitschakelen op LOW is gezet. Het VE.Bus BMS kan worden gebruikt om
de aansluiting voor het op afstand in- of uitschakelen te regelen:
(Dan is een niet-omvormende kabel voor het op afstand in- of uitschakelen nodig).
In tegenstelling tot een Cyrix-relais of een schakelaar kan een BatteryProtect een belasting met een grote
ingangscondensator starten, zoals een omvormer of een DC-DC-omvormer.
3.5 DC-belasting: ontkoppeling van de belasting met een Cyrix-Li-Load-relais
Het Cyrix-Li-Load-relais is voor gebruik samen met het VE.Bus BMS ontworpen. De microprocessor voorkomt herhaaldelijk
omschakelen als een lage celspanning wordt gevolgd door een hogere spanning nadat de belastingen zijn uitgeschakeld.
Opmerking 1: Een belasting met een grote ingangscondensator, zoals een omvormer met een nominaal vermogen van 2 kVA of meer,
kan de contacten van de Cyrix beschadigen. Gebruik in plaats daarvan een BatteryProtect (of een omvormer met VE.Buscommunicatie).
Opmerking 2: Er is een niet-omvormende kabel voor het op afstand in- of uitschakelen nodig, omdat de in-/uitschakelaansluiting van de
BatteryProtect daadwerkelijk omlaag moet worden getrokken om uit te schakelen (zie bijlage).
2
EN
3.6 Opladen van LiFePO₄-accu's met een acculader
Het opladen van de accu moet worden verminderd of gestopt in geval van dreigende overspanning of overtemperatuur van de
cellen.
DE
Voor acculaders met een aansluiting voor het op afstand in- of uitschakelen die de acculader inschakelt als de aansluiting op
LOW wordt gezet (op de min van de accu) en deze uitschakelt als de aansluiting op "free floating" wordt gezet, kan de
omvormende kabel voor het op afstand in -of uitschakelen worden gebruikt. Zie bijlage.
FR
Acculaders met een aansluiting voor het op afstand in- of uitschakelen die de acculader activeren als de aansluiting op HIGH
wordt gezet (op de plus van de accu) en deze deactiveren als de aansluiting op "free floating" wordt gezet, kunnen direct met de
uitgang Charge Disconnect worden geregeld.
In de bijlage vindt u een lijst met Victron-producten die over deze eigenschap beschikken.
NL
Voor dit doel kan de uitgang Charge Disconnect van het VE.Bus BMS worden gebruikt.
De uitgang Charge Disconnect staat normaal gesproken op HIGH (net als de accuspanning) en schakelt in geval van dreigende
overspanning van de cellen over op de toestand "open-circuit".
ES
Als alternatief kan een Cyrix-Li-Charge worden gebruikt:
De Cyrix-Li-Charge is een éénrichtingskoppelaar die tussen een acculader en de LiFePO₄-accu wordt geschakeld. Deze wordt
alleen actief als de laadspanning van de acculader beschikbaar is op de aansluiting aan de oplaadzijde. Een regelklem wordt
met de aansluiting Charge Disconnect van het BMS verbonden.
Appendix
3.7 Opladen van LiFePO₄-accu's met een wisselstroomgenerator
Zie afbeelding 6.
Voor deze toepassing wordt de Cyrix-Li-ct aanbevolen.
De door een microprocessor bestuurde Cyrix-Li-ct beschikt over een timer- en spanningstrenddetectie. Dit voorkomt
herhaaldelijk omschakelen door een systeemspanningsdaling bij aansluiting van een ontladen accu.
3
4. Installatie
4.1 AC Detector voor MultiPlus en Quattro (inbegrepen in de levering van een VE.Bus BMS)
De taak van de AC Detector is het om de Multiplus of Quattro opnieuw te starten als wisselstroom beschikbaar is in geval deze
is uitgeschakeld door het BMS als gevolg van een te lage celspanning (zodat de accu weer kan worden opgeladen).
Opmerking 1: De AC Detector is in geval van een omvormer niet nodig.
Opmerking 2: In systemen die bestaan uit meerdere apparaten, die geconfigureerd zijn voor parallelle, driefasen- of gesplitste fase-werking, dient
de AC Detector enkel met het master- of leidende apparaat te zijn verbonden.
Opmerking 3: De VE.Bus BMS assistent of de Eigen verbruik Hub-2 v2 assistent moet op alle apparaten worden geladen.
Afbeelding 1: Blokschema met AC Detector in een Quattro
Afbeelding 2: Blokschema met AC Detector in een MultiPlus
4
EN
Installatieprocedure (zie afbeelding 3)
1. Verbind de bruine en blauwe ingangsdraden met de nulleider en de fase van de AC-in-1 ingang.
2. Quattro: Verbind de bruine en blauwe uitgangsdraden met de nulleider en de fase van de AC-in-2 ingang.
MultiPlus: geen AC-in-2-ingang beschikbaar. Knip de AC2-draden dicht bij de AC Detector af.
NL
FR
DE
ES
Appendix
Afbeelding 3: Aansluiting van de AC Detector
3.
4.
5.
6.
Gebruik de korte RJ45 UTP-kabel om de AC Detector met één van de twee VE.Bus-bussen in de Multiplus of Quattro
te verbinden (zie afbeelding 4).
Verbind het VE.Bus BMS met de AC Detector via een UTP-kabel (niet meegeleverd).
Een Digital Multi Control pandeel moet met het VE.Bus BMS worden verbonden. Verbind een Digital Multi Contro,
paneel niet direct met een Multi of Quattro (tussen de signalen van het controlepaneel en de signalen van het VE.Bus
BMS kan een conflict ontstaan).
Het Color Control paneel moet direct worden verbonden met de Multi of Quattro.
Afbeelding 4: VE.Bus-aansluitingen
4.2 Bedrading van het systeem: zie onderstaande systeemvoorbeelden
Nu nog niet met de plus van de accu verbinden (of nog niet de zekering(en) van de accu plaatsen).
Belangrijke aanwijzing:
1. De UTP-kabel naar de omvormer of omvormer/lader verbindt ook de minpool van de accu met het BMS.
Bedraad in dat geval om een aardingsfoutlussen te voorkomen niet de stekker voor de minpoolaansluiting van de
accu van het BMS.
2. Verbind de pluspool van de voedingsingang met het VE.Bus BMS met de pluspool van het systeem. Een aan/uitschakelaar van het systeem in de plus-voedingsdraad schakelt het systeem uit als deze wordt geopend.
5
4.3. Accu
In geval van meerdere parallel of in serie geschakelde accu's, dienen de twee ronde M8-aansluitstekkersets van elke accu in
serie (in een ringnetwerk) te worden aangesloten.
Verbind de twee overige stekkersets met het BMS.
4.4. Inschakelen
In geval van een systeem dat enkel voor gelijkstroom is geschikt: verbind de pluspool van de accu. Het systeem is nu klaar voor
gebruik.
In geval van een systeem met Multi's, Quattro's of omvormers met VE.Bus:
4.4.1. Koppel na voltooiing van de installatie het BMS los van de VE.Bus en vervang deze door een Victron Interface MK2 en
een computer.
4.4.2. Verbind de pluspool van de accu.
4.4.2. Configureer, indien van toepassing, de omvormer(s)/lader(s) of omvormer(s) voor een parallelle of driefase-configuratie.
Omvormers/laders: de AC Detector dient enkel in het master- of leidende apparaat van een parallel of driefasesysteem te
worden geïnstalleerd. Omvormers: er is geen AC Detector nodig.
4.4.3. Laad de BMS VE.Bus-assistent of een Hub-assistent op alle apparaten (moet voor elk apparaat afzonderlijk worden
uitgevoerd).
4.4.4. Verwijder de MK2 en sluit het BMS weer aan.
4.4.5. Het systeem is nu klaar voor gebruik
5. Systeemvoorbeelden
Afbeelding 5: Systeem met MultiPlus en DC-belastingen
Opmerking: het BMS wordt verbonden met de minpool van de accu via de UTP-kabel tussen het BMS en de omvormer/lader.
Om aardingsfoutlussen te voorkomen, mag daarom de min-stekker van het BMS niet worden aangesloten.
Afbeelding 6: DC-systeem voor een boot of voertuig met parallelle aansluiting van de start- en lithium-ion-accu
Opmerking: in dat geval moet de minpool van de accu van het BMS worden aangesloten.
6
Afbeelding 7: Systeem voor een boot of voertuig met omvormer/lader
Opmerking: het BMS wordt verbonden met de minpool van de accu via de UTP-kabel tussen het BMS en de omvormer/lader.
Om aardingsfoutlussen te voorkomen, mag daarom de min-stekker van het BMS niet worden aangesloten.
Afbeelding 8: Systeemvoorbeeld voor een boot of voertuig met een driefase-omvormer-/laderconfiguratie (DC-zekeringen niet
weergegeven, alleen de lithium-ion-accuzekering)
Opmerking 1: de AC Detector wordt alleen in het leidende apparaat geïnstalleerd.
Opmerking 2: het BMS wordt verbonden met de minpool van de accu via de UTP-kabel tussen het BMS en de omvormer/lader.
Om aardingsfoutlussen te voorkomen, mag daarom de min-stekker van het BMS niet worden aangesloten.
7
Afbeelding 9: Systeemvoorbeeld voor een boot of voertuig met een 24 V-lithium-ionsysteem, een 24 V-wisselstroomgenerator
en een 12V-startaccu.
Om de startaccu op te laden: gebruik een DC-DC-omvormer of een kleine acculader die met een Multi of Quattro is verbonden.
Dynamo's die DC-spanning bij uitgang B+ nodig hebben om het opladen te kunnen starten, kunnen worden gestart door op de
knop Start Assist te drukken, zodra de motor draait.
Opmerking: het BMS wordt verbonden met de minpool van de accu via de UTP-kabel tussen het BMS en de omvormer/lader.
Bedraad daarom om aardingsfoutlussen te voorkomen niet de stekker voor de minpoolaansluiting van de accu van het BMS
Afbeelding 10: Toepassing van zonne-energie met een MPPT 75/50 of 100/50 en een Phoenix Inverter 24/1200.
8
Afbeelding 11: Toepassing van zonne-energie met twee MPPT 150/85
De MPPT 150/85 heeft een poort voor in-/uitschakelen op afstand die direct kan worden aangestuurd door het VE.Bus BMS
Opmerking: het BMS wordt verbonden met de minpool van de accu via de UTP-kabel tussen het BMS en de omvormer/lader.
Bedraad daarom om aardingsfoutlussen te voorkomen niet de stekker voor de minpoolaansluiting van de accu van het BMS
6. Afmetingen
9
7. Vaak gestelde vragen
Vraag 1: Ik heb het VE.Bus BMS losgekoppeld en nu schakelt mijn Multi of Quattro niet in, hoe komt dat?
Een Multi of Quattro die is geprogrammeerd met de VE.Bus BMS assistent en het VE.Bus BMS niet op de bus kan vinden,
schakelt over op de noodmodus. In deze modus worden de accu's afhankelijk van de systeemspanning met max. 5 ampère tot
12 V, 24 V of 48 V opgeladen. Opmerking: in deze modus brandt alleen de led Voeding Aan. Als u de AC-ingang van de
Multi/Quattro loskoppelt, schakelt deze uit. De omvorming wordt dan niet gestart, omdat de toestand van de accu niet door het
VE.Bus BMS kan worden geverifieerd.
Opmerking: als de accu's leeg zijn of losgekoppeld, moeten de Quattro’s door AC-ingang 1 worden gevoed. Door het voeden
van AC-ingang 2 zal de Quattro niet worden ingeschakeld en starten met opladen.
Vraag 2: De accu's zijn leeg en de Multi/Quattro start niet met opladen. Hoe kan ik het systeem weer aan de gang krijgen?
Als lithiumaccu's bijna leeg zijn (de spanning ligt dan rond 9 V of zelfs lager), kan het gebeuren dat de accuspanning onder het
bedrijfsspanningsbereik van het VE.Bus BMS ligt. In dat geval is het VE.Bus BMS niet in staat om de Multi/Quattro te starten,
ook al is er een AC Detector geïnstalleerd. Om het systeem weer opnieuw te starten, moet het VE.Bus BMS worden
losgekoppeld van de Multi. Zie verder vraag 1. Opmerking: het kan nodig zijn om alle Blue Power Panels, NMEA2000-interfaces
of overige gelijksoortige intelligente apparaten los te koppelen. Zolang deze zelf niet zijn ingeschakeld, kunnen deze het
inschakelen van de Multi/Quattro voorkomen.
Een eenvoudiger optie om een bijna leeg systeem weer te activeren kan zijn om een kleine acculader, met bijvoorbeeld 5
ampère, aan te sluiten en te wachten tot de accuspanning weer 12 volt heeft bereikt.
Vraag 3: Wat gebeurt er met de Multi/Quattro als het BMS een signaal voor lage celspanning afgeeft?
De Multi/Quattro bevindt zich dan in de modus "alleen oplader": als er wisselstroom beschikbaar is, worden de accu's
opgeladen. En als er geen wisselstroom beschikbaar is, wordt deze uitgeschakeld.
Vraag 4: Wat gebeurt er met de Multi/Quattro als het BMS een signaal voor hoge celspanning afgeeft?
Het signaal voor hoge celspanning wordt alleen afgegeven als de cellen niet in evenwicht zijn. De Multi/Quattro schakelt over
naar bulklading en begint met een lagere laadstroom op te laden. Hierdoor kan het balanceersysteem de cellen weer in
evenwicht brengen.
10
VE.Bus BMS
Ingangsspanningsbereik
Stroomopname, normale bedrijfsmodus
9 - 70 V DC
10 mA (exclusief stroom voor Load Disconnect)
DE
Normaal gesproken op HIGH (uitgangsspanning ≈ voedingsspanning – 1 V)
"Floating" als belasting moet worden losgekoppeld
Bronstroomgrenswaarde: 2 A
Drainstroom: 0 A
Normaal gesproken hoog, (uitgangsspanning ≈ voedingsspanning – 1 V)
"Floating" als de acculader moet worden losgekoppeld
Bronstroomgrenswaarde: 10 mA
Drainstroom: 0 A
ALGEMEEN
FR
2 mA
NL
Stroomopname, bij lage celspanning
Twee RJ45-bussen om alle VE.Bus-producten aan te sluiten
Bedrijfstemperatuur
-20 tot +50°C
0 - 120°F
Max. 95% (niet condenserend)
ES
Beveiligingsklasse
IP20
BEHUIZING
Materiaal en kleur
ABS, mat zwart
0,1 kg
Afmetingen (hxbxd)
Appendix
105 x 78 x 32 mm
NORMEN
Cyrix Li-ion ct
(zie Cyrix Li-ion datasheet voor meer
informatie)
Continue stroom
Koppelspanning
Ontkoppelingsspanning
Cyrix Li-ion Load
Continue stroom (beperkt tot max.
uitschakelvermogen in geval van 24 V- en 48 Vsystemen)
Wordt aangesloten als de regelingang op HIGH
wordt gezet
Wordt losgekoppeld als de regelingangsspanning
op "free floating" wordt gezet
Tijdsvertraging in geval van herhaald schakelen
Start Assist
Cyrix Li-ion Charge
Continue stroom
Koppelspanning
Ontkoppelingsspanning
Detectie 'opladen niet actief'
NEN-EN 60950
NEN-EN 61000-6-3, NEN-EN 55014-1
NEN-EN 61000-6-2, NEN-EN 61000-6-1, NEN-EN 55014-2
NEN-EN 50498
12/24-120
24/48-120
120 A
Van 13,7 V tot 13,9 V en 27,4 V tot 27,8 V
met intelligente trenddetectie
Van 13,2 V tot 13,4 V en 26,4 V tot 26,8 V
met intelligente trenddetectie
Ja
(De Cyrix blijft 15 seconden lang actief nadat de
regelingangsspanning twee keer is verhoogd naar de accuminus)
24/48
120
12/24-120
24/48-120
12 V: 120 A / 24 V: 100 A
24 V: 100 A / 48 V: 50 A
Als de regelingangsspanning 6 V resp. 12 V overschrijdt
Als de regelingangsspanning 24 V resp. 48 V overschrijdt
Ja
5 minuten vertraging na drie keer achterelkaar in-/uitschakelen
Ja
(De Cyrix blijft 15 seconden lang actief nadat de regelingangsspanning twee keer is verhoogd naar de accu-minus)
12/24-120
24/48-120
120 A
120 A
Wordt geactiveerd als de spanning aan de laderzijde 13,7 V
Wordt geactiveerd als de spanning aan de laderzijde 27,4 V
tot 13,9 V en 27,4 V tot 27,8 V overschrijdt, met intelligente
tot 27,8 V en 54,8 V tot 55,6 V overschrijdt, met intelligente
trenddetectie
trenddetectie
Van 13,2 V tot 13,4 V en 26,4 V tot 26,8 V
Van 26,4 V tot 26,8 V en 52,8 V tot 53,6 V
met intelligente trenddetectie
met intelligente trenddetectie
De Cyrix wordt elk uur gedeactiveerd en blijft open in geval er een te lage spanning aan de laderzijde optreedt
Algemeen
12/24-120
Ontkoppeling bij overspanning
Ontkoppeling bij overtemperatuur
Stroomopname (open)
Stroomopname (gesloten)
Bedrijfstemperatuurbereik
Beschermingsklasse
Gewicht kg (lbs)
Afmetingen h x b x d in mm
(h x b x d in inch)
16 V / 32 V
24/48-120
32 V / 64 V
Ja
<4 mA
<220mA / < 110mA
< 110mA / < 60mA
-20 tot +50°C
IP54
0,11 (0,24)
46 x 46 x 80
(1,8 x 1,8 x 3,2)
11
NL
Bijlage:
Belastingen die direct kunnen worden geregeld
door de belastingsontkoppelingsuitgang van het
BMS
Omvormers:
Phoenix 12/800
Phoenix 24/800
Phoenix 12/1200
Phoenix 24/1200
Phoenix 48/800
Phoenix 48/1200
DC-DC-omvormers:
Orion 12/24-20
Orion 24/12-25
Orion 24/12-40
Orion 24/12-70
Belastingen, waarvoor een omvormende kabel voor
het op afstand in- of uitschakelen is vereist
(artikelnummer ASS030550100)
Omvormers:
Phoenix 12/180
Phoenix 24/180
Phoenix 12/350
Phoenix 24/350
Alle Phoenix-omvormers met een nominaal vermogen
van 3 kVA en meer
Belastingsontkoppelingsschakelaar, waarvoor een
niet-omvormende kabel voor het op afstand in- of
uitschakelen is vereist
(artikelnummer ASS030550200)
BatteryProtect BP-40i
BatteryProtect BP-60i
BatteryProtect BP-200i
(Niet- omvormende kabel voor het op afstand in- of
uitschakelen is niet nodig voor de nieuwere modellen
BP-50, BP-100 en BP-220)
Voor Skylla TG acculaders is een niet-omvormende
kabel voor het op afstand in- of uitschakelen vereist
(artikelnummer ASS030550200)
Voor Skylla-i acculaders is een Skylla-i kabel voor
in-/uitschakelen op afstand vereist
(artikelnr. ASS030550400)
12
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
2
EN
NL
DE
FR
ES
Appendix
3
4
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
5
6
EN
7
8
9
6. Dimensions
10
NL
DE
FR
Humidité
0 - 120°F
ES
IP20
BOÎTIER
Appendix
ABS, matt black
Poids
0,1 kg
105 x 78 x 32 mm
NORMES
12/24-120
24/48-120
12/24-120
24/48-120
12 V : 120 A / 24 V : 100 A
24 V : 100 A / 48 V : 50 A
24/48-120
12/24-120
24/48-120
12/24-120
16 V / 32 V
24/48-120
32 V / 64 V
Oui
< 4 mA
<220mA / < 110mA
< 110mA / <60 mA
-20 à +50°C
IP54
0,11 (0.24)
46 x 46 x 80
(1,8 x 1,8 x 3,2)
11
12
1
Appendix
ES
DE
FR
NL
EN
2
EN
FR
NL
ES
DE
Appendix
3
4
EN
5
6
Appendix
7
8
9
6. Maße
10
Ausgang "Load Disconnect"
FR
NL
DE
Betriebstemperatur
-20 bis +50°C
0 - 120°F
ES
Appendix
105 x 78 x 32 mm
NORMEN
12/24-120
24/48-120
12/24-120
24/48-120
24/
12 V: 120 A/24 V: 100 A
24 V: 100 A/48 V: 50 A
12/24-120
24/48-120
12/24-120
24/48-120
16 V/32 V
32 /64 V
Ja
< 4 mA
<220 mA / < 110 mA
< 110 mA / <60 mA
-20 bis +50°C
IP54
0,11 (0.24)
46 x 46 x 80
(1,8 x 1,8 x 3,2)
11
DE
12
ES
1
Appendix
2
EN
FR
DE
ES
Appendix
3
4
EN
5
6
7
8
9
6. Dimensiones
10
ES
DE
FR
0 - 120°F
Appendix
Humedad relativa
ABS, negro mate
Peso
0,1 kg.
Dimensiones (al x an x p)
105 x 78 x 32 mm
ESTÁNDARES
12/24-120
24/48-120
12/24-120
24/48-120
24/48-120
12 V: 120 A /24 V: 100 A
24 V: 100 A /48 V: 50 A
12/24-120
24/48-120
12/24-120
24/48-120
16 V /32 V
32 V /64 V
Sí
<4 mA
<220mA /< 110mA
< 110mA /<60 mA
-20 to +50°C
IP54
0,11 (0,24)
46 x 46 x 80
(1,8 x 1,8 x 3,2)
11
12
Serial number:
:
:
:
+31 (0)36 535 97 00
+31 (0)36 535 97 03
+31 (0)36 535 97 40
E-mail
:
[email protected]
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement

Languages

Only pages of the document in Dutch were displayed