EasySolar 12V 24V
Manual
EN
NL
FR
DE
Manual
ES
Appendix
EasySolar
12 | 1600 | 70-16 230V MPPT 100 | 50
24 | 1600 | 40-16 230V MPPT 100 | 50
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
2
FR
DE
ES
Appendix
3
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
2.5
Configuration Assitants
5
6
EN
NL
FR
DE
7
Appendix
ES
on
on
on
8
EN
NL
charger
FR
DE
ES
on
charger
Appendix
on
on
9
10
24/1600
12/1600
25
35
35
70
70
140
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
12
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
13
14
EN
NL
FR
DE
ES
15
Appendix
16
EN
ES
Appendix
18
EN
NL
Suitable for
14.4
28.8
57.6
13.8
27.6
55.2
13.2
26.4
52.8
8
Gel Victron Deep Discharge
Gel Exide A200
AGM Victron Deep Discharge
14.1
28.2
56.4
13.8
27.6
55.2
13.2
26.4
52.8
8
14.7
29.4
58.8
13.8
27.6
55.2
13.2
26.4
52.8
5
ds3=on
ds4=on
15.0
30.0
60.0
13.8
27.6
55.2
13.2
26.4
52.8
6
ES
Storage
Voltage
DE
Float
voltage
FR
Absorption
voltage
ds3-ds4
Appendix
on = 60Hz
ds6: Search Mode
on = on
ds7: AC input current limit
19
→ ←
Example 2
1
→ ←
→ ←
Example 3
1
20
EN
6. TROUBLE SHOOTING TABLE – inverter/charger
NL
Appendix
ES
DE
FR
21
22
EN
7. INSTALLATION – solar charge controller
NL
FR
DE
ES
7.2 PV configuration
Appendix
23
1
2
3
4
5
6
7
24
Float
V
dV/dT
mV/°C
28,2
27,6
-32
28,6
27,6
-32
28,8
27,6
-32
29,4
27,6
-32
29,8
27,6
-32
30,2
27,6
-32
30,6
27,6
-32
28,4
27,0
0
LED
Bulk
1
1
0
1
0
1
0
1
DE
FR
LED
Float
1
0
0
0
1
1
1
1
NL
EN
ES
Appendix
Vb < 23,8V
4h
23,8V < Vb < 24,4V
2h
24,4V < Vb < 25,2V
1h
Vb > 25,2V
0h
25
26
ES
DE
Appendix
FR
NL
Problem
EN
9. TROUBLESHOOTING – solar charge controller
27
11. TECHNICAL DATA
EasySolar
EasySolar 12/1600/70
EasySolar 24/1600/40
Yes
16 A
INVERTER
Input voltage range
9,5 – 17 V
19 – 33 V
16 A
1600 VA / 1300 W
1200 W
Peak power
3000 W
Maximum efficiency
92%
94%
Zero-load power
8W
10 W
2W
3W
14,4 / 28,8 V
Charge voltage 'float'
13,8 / 27,6 V
Storage mode
13,2 / 26,4 V
70 A
40 A
yes
yes
a-g
6a,b)
Maximum PV open circuit voltage
50 A
700 W
1400 W
100 V
100 V
28
98 %
10 mA
14,4 V
28,8 V
13,8 V
27,6 V
multi-stage adaptive
-16 mV / °C resp. -32 mV / °C
a-g
EN
ES
Dimensions (hxwxd)
aluminium (blue RAL 5012)
DE
max 95%
FR
NL
Emission / Immunity
2004/104/EC
29
Appendix
Safety
30
EN
1. VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Algemeen
NL
FR
Lees eerst de bij dit product geleverde documentatie, zodat u bekend bent met de
veiligheidsaanduidingen en aanwijzingen voordat u de apparatuur in gebruik neemt. Dit
product is ontworpen en getest conform de internationale normen. De apparatuur dient
uitsluitend voor de bestemde toepassing te worden gebruikt.
DE
WAARSCHUWING: KANS OP ELEKTRISCHE SCHOKKEN.
Het product wordt gebruikt in combinatie met een permanente energiebron (accu). Zelfs
als de apparatuur is uitgeschakeld, kan een gevaarlijke elektrische spanning optreden bij
de in- en/of uitgangsklemmen. Schakel altijd de wisselstroomvoeding en de accu uit
voordat u onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
ES
Appendix
Het product bevat geen interne onderdelen die door de gebruiker kunnen worden
onderhouden. Verwijder het voorpaneel niet en stel het product niet in werking als niet
alle panelen zijn gemonteerd. Alle onderhoudswerkzaamheden dienen door
gekwalificeerd personeel te worden uitgevoerd.
Gebruik het product nooit op plaatsen waar gas- of stofexplosies kunnen optreden.
Raadpleeg de gegevens van de fabrikant van de accu om zich ervan te verzekeren dat
het product bestemd is voor gebruik in combinatie met de accu. De
veiligheidsvoorschriften van de fabrikant van de accu dienen altijd in acht te worden
genomen.
WAARSCHUWING: Til geen zware lasten zonder hulp.
Installatie
Lees de installatievoorschriften in de bedieningshandleiding voordat u de apparatuur
inschakelt.
Dit is een product uit veiligheidsklasse I (dat wordt geleverd met een aardklem ter beveiliging).
De wisselstroom in- en/of uitgangsklemmen moeten zijn voorzien van een
ononderbreekbare aarding ter beveiliging. Aan de buitenkant van het product bevindt
zich een extra aardingspunt. Als het aannemelijk is dat de aardbeveiliging is beschadigd,
moet het product worden uitgeschakeld en worden beveiligd tegen onbedoelde
inbedrijfstelling; neem in dat geval contact op met gekwalificeerd onderhoudspersoneel.
Zorg ervoor dat de gelijkstroom- en wisselstroomaansluitkabels zijn voorzien van zekeringen
en stroomonderbrekers. Vervang een beveiligingsonderdeel nooit door een ander type.
Raadpleeg de handleiding voor het juiste onderdeel.
Controleer voordat u het apparaat inschakelt of de beschikbare spanningsbron overeenkomt
met de configuratie-instellingen van het product zoals beschreven in de handleiding.
1
Zorg ervoor dat de apparatuur wordt gebruikt in de juiste omgevingsomstandigheden. Gebruik
het product nooit in een vochtige of stoffige omgeving. Zorg ervoor dat er altijd voldoende vrije
ruimte rondom het product is voor ventilatie en dat de ventilatieopeningen niet worden
geblokkeerd.
Verzeker u ervan dat de vereiste spanning niet hoger is dan de capaciteit van het product.
Vervoer en opslag
Zorg ervoor dat de netspanning en batterijkabels zijn losgekoppeld bij opslag of vervoer van
het product.
Er kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor transportschade indien de apparatuur
wordt vervoerd in een andere dan de originele verpakking.
Sla het product op in een droge omgeving; de opslagtemperatuur moet tussen de -40°C en
60°C liggen.
Raadpleeg de handleiding van de fabrikant van de accu met betrekking tot vervoer, opslag,
opladen, opnieuw opladen en verwijderen van de accu.
2. BESCHRIJVING
2.1 Algemeen
Alles-in-één stroomoplossing op zonne-energie
De EasySolar combineert een MPPT zonne-laadcontroller, een omvormer/lader en
wisselstroomverdeling in één behuizing.
Het product is eenvoudig te installeren, met een minimum aan bedrading.
Zonne-laadcontroller: BlueSolar MPPT 100/50
Tot drie sets PV-panelen kunnen met drie sets MC4 (PV-ST01) PV-stekkers worden
aangesloten.
Omvormer/lader: MultiPlus Compact 12/1600/70 of 24/1600/40
De MPPT laadcontroller en de EasyPlus omvormer/lader delen de gelijkstroom-accukabels
(meegeleverd). De accu's kunnen worden opgeladen met zonne-energie (MPPT) en/of met
wisselstroom (omvormer/lader) via het elektriciteitsnet of een reeks aggregaten.
Wisselstroomverdeling
De wisselstroomverdeling bestaat uit een aardlekschakelaar (30mA/16A) en vier
wisselstroomuitgangen die van twee 10A- en twee 16A-contactverbrekers zijn voorzien.
Een 16A-uitgang wordt aangestuurd door de wisselstroomingang: deze wordt alleen
ingeschakeld als er wisselstroom beschikbaar is.
PowerAssist
De unieke PowerAssist-technologie beschermt het apparaat of de aggregaatvoeding tegen
overbelasting door, indien nodig, extra omvormvermogen toe te voegen.
2
2.2 Omvormer
EN
NL
MultiPlus Compact functioneel
The MultiPlus Compact dankt zijn naam aan de vele functies die het kan uitvoeren. Het is
een krachtige zuivere sinusgolfomvormer, een geavanceerde acculader met adaptieve
laadtechnologie en een supersnelle AC-wisselschakelaar in een enkele compacte
behuizing. Naast deze primaire functies beschikt de MultiPlus Compact over meerdere
geavanceerde eigenschappen die een reeks nieuwe toepassingen, zoals onderstaand
beschreven, mogelijk maken.
FR
DE
Automatisch en onderbrekingsvrij omschakelen
In geval van een netspanningsstoring of als het aggregaat wordt uitgeschakeld, wordt de
omvormer in de MultiPlus Compact automatisch geactiveerd en neemt deze de voeding
over van de aangesloten apparaten. Dit gaat zo snel (in minder dan 20 milliseconden) dat
computers en andere elektronische apparaten ongestoord kunnen blijven functioneren.
ES
Appendix
PowerControl – Maximaal benutten van beperkte aggregaat- of walstroom
Met het Multi Control-bedieningspaneel kan een maximale wal- of aggregaatstroom
worden ingesteld. De MultiPlus Compact houdt dan rekening met andere
stroomverbruikers en gebruikt voor het laden alleen de stroom die nog ‘over’ is, zodat de
aggregaat- of walaansluiting niet wordt overbelast.
PowerAssist – Vergroot de capaciteit van aggregaat- of walstroom
Deze functie voegt nog een dimensie toe aan het principe PowerControl doordat de
MultiPlus Compact het beschikbare vermogen van het aggregaat of de walaansluiting
verdubbelt. Waar piekvermogen vaak slechts kortstondig nodig is, is het mogelijk om de
grootte van het benodigde aggregaat te verkleinen of omgekeerd om meer vermogen te
verkrijgen met de vaak slechts beperkte walaansluiting. Als de belasting afneemt, wordt de
reservestroom gebruikt om de accu weer op te laden.
Programmeerbaar relais
De MultiPlus is voorzien van een programmeerbaar relais dat standaard is ingesteld als
alarmrelais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen worden geprogrammeerd,
bijvoorbeeld als startrelais voor een aggregaat.
2.3 Acculader
Adaptieve 4-traps laadkarakteristiek: bulk – absorptie – druppel – opslag
Het microprocessorgestuurde ‘adaptieve’ accumanagementsysteem van de MultiPlus
Compact kan vooraf worden ingesteld voor verschillende soorten accu’s. De adaptieve functie
optimaliseert het laadproces automatisch afhankelijk van hoe de accu wordt gebruikt.
De juiste hoeveelheid lading: variabele absorptietijd
Bij geringe ontlading van de accu (bijvoorbeeld als een jacht op walstroom is aangesloten)
wordt de absorptie kort gehouden om overlading van de accu te voorkomen. Na een diepe
ontlading wordt de absorptietijd automatisch verlengd om de accu volledig op te laden.
3
Schade door overmatige gasvorming beperken: door de begrensde spanningsstijging
(BatterySafe)
Indien, om de accu snel te kunnen opladen, gekozen wordt voor een hoge laadstroom in
combinatie met een verhoogde absorptiespanning, zal de MultiPlus Compact schade door
overmatige gasvorming voorkomen door de snelheid, waarmee de spanning stijgt, te
beperken als de gasspanning is bereikt.
Minder onderhoud en veroudering als de accu niet wordt gebruikt: door de
opslagfunctie
De opslag-modus wordt geactiveerd als de accu gedurende 24 uur niet wordt ontladen. De
spanning wordt dan verlaagd tot 2,2V/cel (13,2V bij een 12V-accu) om gasvorming en
corrosie van de positieve platen tot een minimum te beperken. Eén keer per week wordt de
spanning opnieuw verhoogd tot absorptieniveau om de accu weer 'bij te laden'. Dit voorkomt
stratificatie van het elektrolyt en sulfatering, de hoofdoorzaak van voortijdig falen van de accu.
Verlengen van de levensduur van de accu: door temperatuurcompensatie
Bij iedere MultiPlus Compact wordt een accutemperatuursensor meegeleverd. Als de accu is
aangesloten, neemt de laadspanning automatisch af als de accutemperatuur stijgt. Deze
functie is vooral geschikt voor onderhoudsvrije accu's en/of als er aanzienlijke
temperatuurschommelingen van de accu worden verwacht.
Meer informatie over accu's en het opladen van accu's
Om meer te weten te komen over accu's en het opladen van accu's zie ons boek 'Elektriciteit
aan boord' (gratis verkrijgbaar bij Victron Energy en te downloaden via
www.victronenergy.com). Voor meer informatie over adaptieve oplading zie de ‘Technische
Informatie’ op onze website.
2.4 Laadcontroller MPPT 100/50
Laadstroom tot 50A en PV-spanning tot 100V
De BlueSolar MPPT 100/50 laadcontroller kan een accu met een lagere nominale spanning
laden vanaf een PV-paneel met een hogere nominale spanning.
Ultrasnelle Maximum Power Point Tracking (MPPT)
Vooral als het bewolkt is en de lichtintensiteit voortdurend verandert, verbetert een ultrasnelle
MPPT-controller de energieopbrengst tot 30% in vergelijking met PWM-laadcontrollers en tot
10% in vergelijking met tragere MPPT-controllers.
Advanced Maximum Power Point Detection in het geval van wisselende schaduw
In het geval van wisselende schaduw kan de vermogen-spanningscurve twee of meer
maximale vermogenspunten bevatten.
Conventionele MPPTs benutten meestal plaatselijke MPP, hetgeen mogelijk niet het optimale
MPP is.
Het innovatieve BlueSolar-algoritme maximaliseert de energieopbrengst altijd door het
optimale MPP te benutten.
Uitstekend omzettingsrendement
Geen koelventilator. Het maximale rendement bedraagt meer dan 98%. Volledige
uitgangsstroom tot 40°C (104°F).
4
EN
Flexibel laadalgoritme
Acht voorgeprogrammeerde algoritmes die met een draaischakelaar gekozen kunnen
worden.
NL
Uitgebreide elektronische beveiliging
Beveiliging tegen overtemperatuur en vermogensvermindering bij hoge temperaturen.
Beveiliging tegen PV-kortsluiting en omgekeerde PV-polariteit.
Beveiliging tegen PV-sperstroom.
FR
Interne temperatuursensor
Compenseert absorptie- en druppelladingsspanningen voor temperatuur.
DE
ES
Adaptief drietraps laden
De BlueSolar MPPT-laadcontroller is geconfigureerd voor een drietraps oplaadproces:
bulklading, absorptielading en druppellading.
Absorptielading
Als de accuspanning de ingestelde absorptiespanning bereikt, schakelt de controller over
op de constante spanningsmodus.
Als enkel lichte ontladingen optreden, wordt de absorptietijd kort gehouden om overlading
van de accu te voorkomen. Na een diepe ontlading wordt de absorptietijd automatisch
verlengd om de accu volledig op te laden. Daarnaast wordt de absorptietijd ook beëindigd als
de laadstroom onder 2A daalt.
Druppellading
Tijdens deze fase wordt de druppelladingsspanning toegepast op de accu om deze volledig
opgeladen te houden.
2.5
Configuratie-assistenten
Er staan meerdere softwareprogramma's (assistenten) ter beschikking voor de configuratie
van het systeem voor zowel elektriciteitsnet interactieve systemen als autonome
toepassingen. Zie hiervoor http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software/
5
Appendix
Bulklading
Tijdens deze fase levert de controller zo veel mogelijk laadstroom om de accu's snel op te
laden.
3. BEDIENING – omvormer/lader
3.1 Schakelaar on/off/charger only
Als de schakelaar op ‘on’ wordt gezet, is het apparaat volledig functioneel. De omvormer
wordt ingeschakeld en de LED ‘inverter on’ gaat branden.
Als er op de ‘AC-in’-aansluiting spanning wordt aangesloten, zal deze, als de waarde binnen
de specificaties valt, worden doorgeschakeld naar de ‘AC-out’ aansluiting. De omvormer
wordt uitgeschakeld, de LED ‘mains on’ gaat branden en de lader begint met opladen.
Afhankelijk van de laadmodus gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorptie’ of ‘float’ branden.
Als de spanning op de ‘AC-in‘-aansluiting niet binnen de specificaties valt, zal de omvormer
worden ingeschakeld.
Als de schakelaar op ‘charger only’ wordt gezet, zal alleen de acculader van de MultiPlus
Compact worden ingeschakeld als er netspanning aanwezig is. In deze modus wordt de
ingangsspanning tevens doorgeschakeld naar de ‘AC-out’-aansluiting.
LET OP: Als alleen de laadfunctie nodig is, let er dan op dat de schakelaar in de stand
‘charger only’ wordt gezet. Hiermee voorkomt u dat bij het wegvallen van de netspanning de
omvormer wordt ingeschakeld en uw accu’s leeg raken.
3.2 Afstandsbediening
De afstandsbediening is mogelijk met een 3-wegschakelaar of met het Multi Control-paneel.
Het controlepaneel heeft een eenvoudige draaiknop, waarmee de maximale stroom van de
AC-ingang kan worden ingesteld: zie PowerControl en PowerAssist in hoofdstuk 2.
Zie de juiste DIP switch-instellingen in paragraaf 5.5.1.
3.3 Egalisatie en geforceerde absorptie
3.3.1 Egalisatie
Tractiebatterijen hebben soms regelmatig een egalisatielading nodig. In de modus Egalisatie
gaat de MultiPlus Compact gedurende een uur met een verhoogde spanning laden (1V boven
de absorptiespanning voor een 12V-accu, 2V voor een 24V-accu). De laadstroom wordt dan
beperkt tot 1/4 van de ingestelde waarde. De LEDs ‘bulk’ en ‘absorption’ gaan dan
afwisselend knipperen.
De modus Egalisatie levert een hogere laadspanning dan de meeste
gelijkstroomverbruikers aankunnen. Deze moeten daarom worden losgekoppeld
voordat er extra wordt opgeladen.
3.3.2 Geforceerde absorptie
Onder bepaalde omstandigheden kan het wenselijk zijn om de accu voor een bepaalde tijd
met een absorptiespanning te laden. In de modus Geforceerde Absorptie gaat de MultiPlus
Compact gedurende de ingestelde maximale absorptietijd met de normale absorptiespanning
laden. De LED ‘absorption’ gaat dan branden.
6
EN
3.3.3 Egalisatie of geforceerde absorptie activeren
De MultiPlus Compact kan zowel via de afstandsbediening als met de schakelaar op het
voorpaneel in deze beide toestanden worden gebracht. Voorwaarde is wel dat alle
schakelaars (op het voorpaneel, de afstandsbediening en op het paneel) in de stand ‘on’
worden gezet en geen enkele schakelaar in de stand ‘charger only’ staat.
Om de MultiPlus is deze toestand te brengen, moet de onderstaande procedure worden
gevolgd.
NL
FR
Als de schakelaar zich niet in de juiste stand bevindt nadat u deze procedure hebt
gevolgd, kan deze eenvoudig eenmalig worden omgeschakeld. Hiermee wordt de
laadtoestand niet gewijzigd.
DE
ES
LET OP: het omschakelen van ‘on’ naar ‘charger only’ en andersom, zoals hieronder beschreven,
dient op een snelle manier te gebeuren. De schakelaar moet zo worden omgeschakeld dat de
middenstand als het ware wordt ‘overgeslagen’. Als de schakelaar ook maar even in de stand ‘off’ blijft
staan, loopt u het risico dat het apparaat wordt uitgeschakeld. In dat geval dient u weer bij stap 1 te
beginnen. Vooral bij gebruik van de schakelaar op het voorpaneel is enige oefening gewenst. Bij
gebruik van de afstandsbediening is dit geen probleem.
1. Controleer of alle schakelaars (bijv. op het voorpaneel, op de afstandsbediening of de schakelaar
op het afstandspaneel voor zover aanwezig) in de stand ‘on’ staan.
2. Het activeren van de egalisatie of de geforceerde absorptie is alleen zinvol als de normale
laadcyclus is voltooid (de lader bevindt zich dan in de modus ‘druppellading’).
3. Activeren:
a. Zet de schakelaar snel van ‘on’ naar ‘charger only’ en laat de schakelaar 0,5 tot 2 seconden in deze
stand staan.
b. Zet de schakelaar snel weer terug van ‘charger only’ naar ‘on’ en laat de schakelaar 0,5 tot 2 seconden
in deze stand.
c. Zet de schakelaar nog eens snel van ‘on’ naar ‘charger only’ en laat de schakelaar in deze stand.
4. Op de MultiPlus gaan nu de drie LEDs ‘inverter’, ‘charger’ en ‘alarm’ 5 keer knipperen.
Als een MultiControl-paneel is aangesloten, gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ op het paneel ook 5
keer knipperen.
5. Vervolgens gaan op de MultiPlus de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ elk gedurende 2 seconden
branden.
Als een MultiControl-paneel is aangesloten, gaan de LEDs ‘bulk’, ‘absorption’ en ‘float’ op het paneel ook
elk gedurende 2 seconden branden.
6.
a. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘bulk’ brandt, schakelt de lader over
op egalisatie.
Evenzo schakelt de lader over op egalisatie als de schakelaar op het MultiControl-paneel op ‘on’ wordt
gezet, terwijl de LED ‘bulk’ brandt.
b. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘absorption’ brandt, schakelt de
lader over op geforceerde absorptie.
Evenzo schakelt de lader over op geforceerde absorptie als de schakelaar op het MultiControl-paneel op
‘on’ wordt gezet, terwijl de LED ‘absorption’ brandt.
c. Als de schakelaar op de MultiPlus op ‘on’ wordt gezet nadat de drie LEDs zijn gaan branden, schakelt de
lader over op ‘druppellading’.
Evenzo schakelt de lader over op ‘druppellading’ als de schakelaar op het MultiControl-paneel op ‘on’ wordt
gezet nadat de drie LEDs zijn gaan branden.
d. Als de schakelaar niet is omgezet, blijft de MultiPlus in de modus ‘charger only’ en schakelt daarna over
op druppellading.
7
Appendix
3.4 Led-aanduidingen
LED uit
LED knippert
LED brandt
Omvormer
inverter
on
De omvormer is ingeschakeld en levert
vermogen aan de belasting. Accu in
bedrijf.
on
on
8
De omvormer is ingeschakeld en levert
vermogen aan de belasting.
Voor-alarm: overbelasting, of
accuspanning te laag, of
omvormer temperatuur hoog
De omvormer is uitgeschakeld.
Alarm: overbelasting, of
accuspanning te laag, of
omvormer temperatuur te hoog, of
DC-rimpelspanning op accuklem was te hoog.
EN
NL
charger
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader voert een bulk- of absorptielading uit.
alarm
FR
DE
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader is uitgeschakeld.
De lader kan de accu-eindspanning niet
bereiken (bulkbeveiligings modus).
ES
on
Appendix
De netspanning is doorgeschakeld en de lader
voert een bulk- of absorptielading uit.
on
De netspanning is doorgeschakeld en de
lader voert een druppellading uit.
9
4. INSTALLATIE – omvormer/lader
Dit product dient door een gekwalificeerde elektricien te worden geïnstalleerd.
4.1 Locatie
De MultiPlus Compact dient in een droge, goed geventileerde ruimte te worden geïnstalleerd
zo dicht mogelijk bij de accu’s. Rondom het apparaat dient een ruimte van tenminste 10cm te
worden vrijgehouden voor koeling.
Een te hoge omgevingstemperatuur heeft de volgende consequenties:
Kortere levensduur.
Lagere laadstroom.
Lager piekvermogen of geheel uitschakelen van de omvormer.
Plaats het apparaat nooit direct boven de accu’s.
De MultiPlus Compact is geschikt voor wandmontage. Zie voor de montage bijlage A.
Het apparaat kan zowel horizontaal als ook verticaal worden gemonteerd; de voorkeur wordt
aan een verticale montage gegeven. In deze positie is de koeling namelijk optimaal.
De binnenzijde van het apparaat dient ook na installatie goed toegankelijk te
blijven.
Houd de afstand tussen de MultiPlus Compact en de accu zo kort mogelijk om het
spanningsverlies over de kabels tot een minimum te beperken.
In alle apparatuur waarin sprake is van het omvormen van een groot elektrisch
vermogen moet dit apparaat om veiligheidsredenen in een hittebestendige
omgeving worden geïnstalleerd. Voorkom daarom de aanwezigheid van
bijvoorbeeld chemicaliën, synthetische onderdelen, gordijnen of ander textiel,
enz. in de directe omgeving.
4.2 Aansluiten van de accukabels (zie bijlage A)
Om de capaciteit van de MultiPlus Compact volledig te kunnen benutten, dient uitsluitend
gebruik te worden gemaakt van accu’s met voldoende capaciteit en van accukabels met de
juiste dikte. Zie tabel.
standaard voorzien van 1,5
meter kabel (mm2)
Aanbevolen kabeldikte (mm2)
1,5 1  5m
5  10m
10
24/1600
12/1600
25
35
35
70
70
140
EN
Procedure
Ga bij het aansluiten van de accukabels als volgt te werk:
NL
Om het gevaar van kortsluiting van de accu te voorkomen, dient u een
geïsoleerde steeksleutel te gebruiken.
Voorkom kortsluiting van de accukabels.
FR
Sluit de accukabels als volgt aan: de + (rood) en de – (zwart) op de accu, zie bijlage A.
Bij omgekeerde polariteit (+ op – en – op +) raakt het apparaat beschadigd. (de
veiligheidszekering in de behuizing van de EasySolar kan beschadigd raken)
Draai de moeren stevig aan om overgangsweerstanden zo laag mogelijk te maken.
DE
4.3 Aansluiten van de AC-kabels
ES
Dit is een product uit veiligheidsklasse I (dat wordt geleverd met een aardklem
ter beveiliging). De in- en/of uitgangsklemmen en/of het aardpunt aan de
buitenkant van het product moeten zijn voorzien van een
ononderbreekbare aarding ter beveiliging.
Appendix
De EasySolar is voorzien van een aardrelais (relais H, zie bijlage B) dat de
neutrale uitgang automatisch met de behuizing verbindt als er geen
externe wisselspanningsvoeding beschikbaar is. Als een externe
wisselspanningsvoeding wordt aangeboden, zal het aardrelais zich openen
voordat het ingangsveiligheidsrelais zich sluit. Dit zorgt voor een goede werking
van de op de uitgang aangesloten aardlekschakelaar.
- In een vaste installatie kan een ononderbreekbare aarding worden
gewaarborgd met de aarddraad van de wisselspanningsingang. Anders moet
de behuizing worden geaard.
- In een mobiele installatie (bijvoorbeeld met een walstroomstekker) zal
onderbreking van de walaansluiting tegelijk ook de aardverbinding verbreken.
In dat geval moet de behuizing worden verbonden met het chassis (van het
voertuig) of met de romp of aardplaat (van de boot).
- Op boten is de hierboven beschreven verbinding met de aarde van de
walaansluiting niet aan te bevelen in verband met mogelijke galvanische
corrosie. De oplossing hiervoor is plaatsing van een isolatietranformator.
De in- en uitgangsaansluitstekker bevindt zich aan de onderkant van de MultiPlus Compact,
zie bijlage A. De wal- of voedingskabel dient met behulp van een drie-aderige kabel op de
stekker te worden aangesloten. Gebruik een drie-aderige kabel met een flexibele kern en een
doorsnede van 2,5mm².
Procedure
Ga voor het aansluiten van de AC-kabels als volgt te werk:
De AC-uitgangskabel kan direct op de mannelijke stekker worden aangesloten (de stekker
kan worden uitgetrokken).
De aansluitpunten worden duidelijk aangegeven. Van links naar rechts: ‘N’ (nulleider), aarde
en ‘L1’ (fase)
De AC-ingangskabel kan direct op de vrouwelijke stekker worden aangesloten (de stekker
kan worden uitgetrokken).
De aansluitpunten worden duidelijk aangegeven. Van links naar rechts: ‘L1’ (fase), aarde en
‘N’ (nulleider).
11
Druk de ingangsspanningsstekker in de AC-ingangsstekker (aan de linker kant).
Druk de uitgangsspanningsstekker in de AC-uitgangsstekker (van links naar rechts AC0 tot
AC3).
4.4 Aansluitopties
Er zijn meerdere aansluitmogelijkheden:
Verwijder de vier schroeven aan de voorkant van de behuizing en verwijder het voorpaneel.
4.4.1 Tweede accu
De MultiPlus Compact heeft een aansluiting (+) voor het laden van een startaccu. Zie voor het
aansluiten bijlage 1.
4.4.2 Temperatuursensor
Voor temperatuurgecompenseerd laden kan de bijgeleverde temperatuursensor worden
aangesloten. De sensor is geïsoleerd en moet op de minpool van de accu worden
gemonteerd. De standaard uitgangsspanningen voor druppel- en absorptieladen zijn 25°C. In
de instelmodus werkt de temperatuurcompensatie niet.
15.0
14.5
14.0
13.5
13.0
Volts 12.5
12.0
11.5
11.0
10.5
10.0
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
Battery temperature
4.4.3 Afstandsbedieningspaneel & schakelaar voor aan-/uitschakelen op afstand
Het apparaat kan op twee manieren op afstand worden bediend:
- Met een externe driewegschakelaar
- Met een Multi Control Panel
Zie paragraaf 5.5.1. voor de juiste DIP switch-instellingen.
Er kan maar één afstandsbediening worden verbonden, bijv. een schakelaar of een
afstandsbedieningspaneel.
4.4.4. Programmeerbaar relais
De MultiPlus is voorzien van een multifunctioneel relais dat standaard is geprogrammeerd als
alarmrelais. Het relais kan echter voor allerlei andere toepassingen worden geprogrammeerd,
bijvoorbeeld als startrelais voor een aggregaat (hiervoor is VEConfigure-software vereist).
Een LED vlakbij de aansluitklemmen gaat branden als het relais wordt geactiveerd (zie S,
bijlage A).
12
EN
5. INSTELLINGEN – omvormer/lader
NL
Het wijzigen van de instellingen mag alleen worden uitgevoerd door een
gekwalificeerde elektrotechnicus.
Lees vóór het wijzigen aandachtig de instructies.
Tijdens het laden moeten accu’s in een droge, goed geventileerde ruimte staan.
FR
5.1 Standaardinstellingen: klaar voor gebruik
DE
De MultiPlus wordt geleverd met standaard instellingen. Deze zijn over het algemeen
geschikt voor toepassing op 1 apparaat.
ES
Waarschuwing: mogelijk is de standaard acculaadspanning niet geschikt voor uw
accu’s! Raadpleeg de documentatie van uw accu’s of vraag advies bij uw
acculeverancier!
Appendix
MultiPlus-standaardfabrieksinstellingen
Frequentie omvormer
Ingangsfrequentiebereik
Ingangsspanningsbereik
Omvormerspanning
Standalone / parallel / 3-fase
Zoekmodus
Aardrelais
Lader aan/uit
Accukarakteristiek
Laadstroom
Automatisch egalisatie laden
Absorptiespanning
Absorptietijd
Druppelladingsspanning
Opslagspanning
Herhaalde absorptietijd
Herhaald absorptie-interval
Bulkbeveiliging
AC ingangsstroomlimiet
UPS-functie
Dynamische stroombegrenzer
Zwakke AC
BoostFactor
PowerAssist
Programmeerbaar relais
50Hz
45 - 65Hz
180 - 265 VAC
230 VAC
standalone
uit
aan
aan
viertraps adaptief met BatterySafe-modus
75% van de maximale laadstroom
Victron Gel Deep Discharge (ook geschikt
voor Victron AGM Deep Discharge)
uit
14,4 / 28,8V
tot 8 uur (afhankelijk van bulk ladingstijd)
13,8 / 27,6V
13,2 / 26,4V (niet instelbaar)
1 uur
7 dagen
aan
12A (= instelbare stroomgrens voor functies PowerControl
en PowerAssist)
aan
uit
uit
2
aan
alarmfunctie
13
5.2 Uitleg bij de instellingen
Hieronder volgt een korte uitleg bij de instellingen die niet vanzelfsprekend zijn. Meer
informatie vindt u in de help-bestanden van de software configuratieprogramma’s (zie
paragraaf 5.3).
Frequentie omvormer
Uitgangsfrequentie als er geen AC op de ingang aanwezig is.
Instelbaar: 50Hz; 60Hz
Ingangsfrequentiebereik
Ingangsfrequentiebereik dat door de MultiPlus wordt geaccepteerd. De MultiPlus
synchroniseert binnen dit bereik met de AC-ingangsfrequentie. De frequentie op de uitgang is
dan gelijk aan de frequentie op de ingang.
Instelbaar: 45 – 65Hz; 45 – 55Hz; 55 – 65Hz
Ingangsspanningsbereik
Spanningsbereik dat door de MultiPlus wordt geaccepteerd. De MultiPlus synchroniseert
binnen dit bereik met de AC-ingangsspanning. De spanning op de uitgang is dan gelijk aan de
spanning op de ingang.
Instelbaar:
Ondergrens: 180 - 230V
Bovengrens: 230 - 270V
Omvormerspanning
Uitgangsspanning van de MultiPlus bij accubedrijf.
Instelbaar: 210 – 245V
Search Mode (zoekmodus, enkel van toepassing in standalone-configuratie)
Als de zoekmodus is ingeschakeld, wordt het stroomverbruik bij nullast verlaagd met ca. 70%.
De search mode houdt in dat de MultiPlus Compact uitschakelt als er geen belasting is of als
deze heel laag is. Iedere 2 seconden zal de MultiPlus Compact even inschakelen. Als de
uitgangsstroom een ingesteld niveau overschrijdt, blijft de omvormer werken. Zo niet, dan
gaat de omvormer weer uit.
De zoekmodus kan met een DIP switch worden ingesteld.
De belastingniveaus ‘uitschakeling’ en ‘ingeschakeld blijven’ van de zoekmodus kunnen met
VEConfigure worden ingesteld.
De fabrieksinstelling is:
Uitschakelen: 40 watt (lineaire belasting)
Inschakelen: 100 watt (lineaire belasting)
14
EN
AES (Automatic Economy Switch)
In plaats van ‘search mode’ kan ook de AES (enkel met behulp van VEConfigure) worden
gekozen.
Wanneer deze instelling op ‘on’ wordt gezet, wordt het stroomverbruik bij nullast en lage
belasting verlaagd met ca. 20% door de sinusspanning iets te 'versmallen'.
Niet regelbaar met DIP switches.
Enkel van toepassing in standalone-configuratie.
NL
FR
Aardrelais (zie bijlage B)
Met dit relais (H) wordt de nulleider van de AC-uitgang met het frame geaard als het
terugleverveiligheidsrelais open is. Dit om de correcte werking van aardlekschakelaars in
de uitgang veilig te stellen.
Als een niet geaarde uitgang gewenst is tijdens het omvormerbedrijf, dan moet deze
functie worden uitgeschakeld. (Zie ook paragraaf 4.5)
Niet instelbaar met DIP switches.
DE
ES
Appendix
Acculaadkarakteristiek
De standaardinstelling is ‘viertraps adaptief met BatterySafe-modus’. Zie hoofdstuk 2 voor
een beschrijving.
Dit is de aanbevolen laadkarakteristiek. Zie de helpbestanden van de software
configuratieprogramma’s voor andere mogelijkheden.
Accutype
De standaard instelling is het meest geschikt voor Victron Gel Deep Discharge, Gel Exide
A200 en stationaire buisplaataccu’s (OPzS). Deze instelling kan ook voor vele andere
accu’s worden gebruikt: bijv. Victron AGM Deep Discharge en andere AGM-accu’s en vele
soorten open vlakke-plaataccu’s. Met DIP switches kunnen vier laadspanningen worden
ingesteld.
Automatische egalisatielading
Deze instelling is bedoeld voor buisjesplaattractie-accu’s. Bij deze instelling wordt de
maximale absorptiespanning verhoogd tot 2,83V/cel (34V voor een 24V-accu) nadat tijdens
absorptieladen de stroom is gedaald tot minder dan 10% van de ingestelde maximumstroom.
Niet instelbaar met DIP switches.
Zie ’tubular plate traction battery charge curve’ in VEConfigure.
Absorptietijd
Deze is afhankelijk van de bulktijd (adaptieve laadkarakteristiek), zodat de accu optimaal
wordt opgeladen. Als de ‘vaste’ laadkarakteristiek wordt gekozen, staat de absorptietijd vast.
Voor de meeste accu’s is een maximale absorptietijd van 8 uur geschikt. Als voor snellading
een extra hoge absorptiespanning is gekozen (kan alleen bij natte open accu’s!), wordt de
voorkeur gegeven aan 4 uur. Met DIP switches kan een tijd van acht of vier uur worden
ingesteld. Bij de adaptieve laadcurve bepaalt dit de maximale absorptietijd.
Opslagspanning, herhaalde absorptietijd, herhaald absorptie-interval
Zie hoofdstuk 2. Niet instelbaar met DIP switches.
15
Bulkbeveiliging
Als deze instelling op ‘on’ staat, wordt de bulklaadtijd beperkt tot max. 10 uur. Een langere
laadtijd zou kunnen duiden op een systeemfout (bijvoorbeeld een kortgesloten accucel). Niet
instelbaar met DIP switches.
AC-ingangsstroomlimiet
Dit is de stroomgrensinstelling, waarbij PowerControl en PowerAssist in werking treden. De
fabrieksinstelling is 12A.
Zie hoofdstuk 2, het boek ‘Altijd Stroom’ of de vele beschrijvingen van deze unieke functie op
onze website www.victronenergy.com.
Opmerking: laagst toegestane stroominstelling voor PowerAssist: 2,7A.
(2,7A per unit in geval van parallel bedrijf)
UPS-functie
Als deze instelling op ‘on’ staat en de wisselspanning op de ingang wegvalt, schakelt de
MultiPlus praktisch zonder onderbreking naar omvormerbedrijf. De MultiPlus kan dan worden
gebruikt als Uninterruptible Power Supply (UPS of onderbrekingsvrije voeding) voor gevoelige
apparatuur, zoals computers of communicatiesystemen.
De uitgangsspanning van sommige kleine aggregaten is te instabiel en te vervormd voor
gebruik van deze instelling* - de MultiPlus zou voortdurend omschakelen naar
omvormerbedrijf. Daarom kan er voor gekozen worden om deze instelling uit te schakelen. De
MultiPlus reageert dan minder snel op afwijkingen in de ingangswisselspanning. Hierdoor
wordt de omschakeltijd naar omvormerbedrijf wat langer, maar de meeste apparatuur (de
meeste computers, klokken of huishoudelijke apparatuur) ondervindt hier geen hinder van.
Advies: UPS-functie uitschakelen als de MultiPlus niet synchroniseert of voortdurend
terugschakelt naar omvormerbedrijf.
*Over het algemeen kan de UPS-instelling op ‘on’ blijven staan als de MultiPlus is
aangesloten op een aggregaat met een ‘synchrone AVR-geregelde wisselstroomdynamo’.
De UPS-modus moet misschien op ‘off’ worden gezet als de MultiPlus is aangesloten op een
aggregaat met een ‘synchrone condensatorgeregelde wisselstroomdynamo’ of een
asynchrone wisselstroomdynamo.
Dynamische stroombegrenzer
Bedoeld voor aggregaten waarbij de wisselspanning wordt opgewekt met behulp van een
statische omvormer (zogenaamde ‘omvormer’-aggregaten). Bij deze generatoren wordt het
toerental teruggeregeld als de belasting laag is: dat beperkt lawaai, brandstofverbruik en
vervuiling. Nadeel is dat de uitgangsspanning sterk zal zakken of zelfs helemaal wegvalt bij
een plotselinge verhoging van de belasting. Meer belasting kan pas geleverd worden nadat
de motor op toeren is.
Als deze instelling op ‘on’ wordt gezet, zal de MultiPlus beginnen met het leveren van extra
vermogen op een laag aggregaatuitgangsvermogen en langzaam meer leveren tot de
ingestelde stroomlimiet is bereikt. Hierdoor krijgt de motor van het aggregaat de tijd om op
toeren te komen.
Deze instelling wordt ook vaak toegepast bij ‘klassieke’ aggregaten die traag reageren op
plotselinge belastingvariaties.
16
EN
ZwakkeAC
Sterke vervorming van de ingangsspanning kan tot gevolg hebben dat de lader niet of
nauwelijks werkt. Als ZwakkeAC wordt ingesteld, accepteert de lader ook een sterk
vervormde spanning, ten koste van meer vervorming van de opgenomen stroom.
Advies: ZwakkeAC inschakelen als de lader niet of nauwelijks laadt (dit komt overigens
zelden voor!). Zet tegelijk ook de ’dynamische stroombegrenzer’ aan en reduceer
desnoods de maximale laadstoom om overbelasting van het aggregaat te voorkomen.
Niet instelbaar met DIP-switches.
BoostFactor
Deze instelling alleen wijzigen na overleg met Victron Energy of een door Victron Energy
getrainde installateur!
Niet instelbaar met DIP-switches.
ES
Programmeerbaar relais
Het programmeerbare relais is standaard ingesteld als alarmrelais, d.w.z. dat het relais
stroomloos wordt in geval van een alarm of een voor-alarm (omvormer bijna te warm,
rimpelspanning op de ingang bijna te hoog, accuspanning bijna te laag).
Niet instelbaar met DIP switches.
Een LED vlakbij de aansluitklemmen zal gaan branden zodra het relais geactiveerd is.
Appendix
VEConfigure
Met behulp van de VEConfigure-software kan het relais ook voor andere functies worden
geprogrammeerd, bijvoorbeeld voor een aggregaatstartsignaal.
5.3 Configuratie via de pc
Alle instellingen kunnen via een pc worden gewijzigd. Sommige instellingen kunnen gewijzigd
worden door middel van DIP switches (zie par. 5.2).
Voor het wijzigen van instellingen via de pc heeft u het volgende nodig:
- VEConfigureII-software of de betreffende assistent(en): kan gratis worden gedownload van
www.victronenergy.com.
- Een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naar-RS232-interface. Indien uw computer
geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232-naar-USBinterfacekabel nodig.
Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.3.1 VE.Bus Quick Configure Setup
VE.Bus Quick Configure Setup is een softwareprogramma, waarmee één Compact-unit of
systemen met maximaal 3 Compact-units (parallel of driefasebedrijf) op eenvoudige wijze
geconfigureerd kunnen worden. VEConfigureII maakt deel uit van dit programma.
U kunt de software gratis downloaden van www.victronenergy.com.
Voor aansluiting op uw computer heeft u een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naarRS232-interface nodig.
Indien uw computer geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232naar-USB-interfacekabel nodig. Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.3.2 VE.Bus System Configurator
Voor het configureren van geavanceerde toepassingen en/of systemen met 4 of meer
MultiPlus-units moet de software VE.Bus System Configurator worden gebruikt. U kunt de
17
software downloaden van www.victronenergy.com. VEConfigureII maakt deel uit van dit
programma.
Voor aansluiting op uw computer heeft u een RJ45 UTP-kabel en de MK2.2b RS-485-naarRS232-interface nodig.
Indien uw computer geen RS232-aansluiting heeft, maar wel USB, heeft u ook een RS232naar-USB-interfacekabel nodig. Beide zijn verkrijgbaar bij Victron Energy.
5.4 Configuratie met een VE.Net-paneel
Hiervoor heeft u een VE.Net-paneel en de ‘VE.Net-naar-VE.Bus-omvormer’ nodig.
Met VE.Net kunt u alle parameters instellen, met uitzondering van het multifunctionele relais
en de VirtualSwitch.
5.5 Configuratie met DIP switches (zie bijlage D)
Sommige instellingen kan gewijzigd worden door middel van DIP switches.
Dit gaat als volgt:
a) Schakel de MultiPlus Compact in, bij voorkeur zonder belasting en zonder wisselspanning
op de ingangen. De MultiPlus Compact werkt dan in omvormerbedrijf.
b) Stel de DIP switches in zoals gewenst.
c) Sla de instellingen op door DIP switch 8 op ‘on’ en daarna weer op ‘off’ te zetten.
5.5.1. DIP switch 1 en 2
Standaardinstelling: om het product te gebruiken met de schakelaar ‘On/Off/Charger
Only’
ds 1: ‘off’
ds 2: ‘on’
De standaardinstelling is vereist als u de schakelaar ‘On/Off/Charger Only’ op het voorpaneel
gebruikt.
Instelling voor afstandsbediening met een Multi Control Panel:
ds 1: ‘on’
ds 2: ‘off’
Deze instelling is vereist als een Multi Control Panel is aangesloten.
Het Multi Control Panel moet verbonden zijn met één van de twee RJ48-stekkerbussen B, zie
bijlage A.
Instelling voor afstandsbediening door middel van een 3-wegschakelaar:
ds 1: ‘off’
ds 2: ‘off’
Deze instelling is vereist als een 3-wegschakelaar is aangesloten.
De 3-wegschakelaar moet aangesloten zijn met klem L, zie bijlage A.
Er kan maar één afstandsbediening zijn aangesloten, bijv. een schakelaar of een
afstandsbedieningspaneel.
In beide gevallen dient de schakelaar op het apparaat zelf op ‘on’ te staan.
18
EN
NL
5.5.2. DIP switch 3 tot 7
Met deze DIP switches kunnen de volgende instellingen gedaan worden:
- Acculaadspanning en absorptietijd
- Frequentie omvormer
- Zoekmodus
- AC-ingangsstroomlimiet 12A of 6A
FR
ds3-ds4: Laadspanningsinstelling
Druppelladingsspanning
Opslagspanning
Absorptietijd (uren)
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,1
28,2
56,4
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,7
29,4
58,8
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
5
ds3=on
ds4=on
15,0
30,0
60,0
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
6
Gel Victron
Deep
Discharge
Gel Exide A200
AGM Victron
Deep
Discharge
Gel Victron
Long Life
(OPzV)
Gel Exide A600
(OPzV)
Gel MK battery
AGM Victron
Deep
Discharge
Buisjesplaat of
OPzS-accu’s in
semidruppelmodus
AGM spiraalcel
Buisjesplaat
tractie-accu’s of
OPzS-accu’s in
cyclische
modus
Appendix
14,4
28,8
57,6
Geschikt voor
ES
ds3=off
ds4=off
(fabrieksinstelling)
Absorptiespanning
DE
ds3-ds4
Accu's met een hoog antimoon gehalte kunnen over het algemeen geladen worden met een
lagere absorptiespanning dan accu's met een laag antimoon gehalte. (Zie het boek
‘Elektriciteit aan boord’ op www.victronenergy.com). Vraag bij gebruik van andere typen
accu’s aan uw acculeverancier de juiste laadspanningen en laat zonodig de MultiPlus
Compact hierop (met behulp van VEConfigure) aanpassen.
De laadstroom staat ingesteld op 75% van nominale laadstroom. Vaak is dit een te hoge
laadstroom.
De meeste accu’s dienen geladen te worden met een stroom van 0,1 tot 0,2 keer de
accucapaciteit.
19
ds5: frequentie omvormer
on = 60Hz
on = aan
ds7: AC-ingangsstroomlimiet
off = 12A
on = 4A
Sla de instellingen op door DIP switch 8 op ‘on’ en daarna weer op ‘off’ te zetten.
5.5.3 Voorbeeldinstellingen
Voorbeeld 1 is de fabrieksinstelling (omdat fabrieksinstellingen worden ingevoerd via de pc
worden alle DIP switches van een nieuw product ingesteld op 'off', behalve de DS-2).
DS-1 Paneeloptie
DS-2 Paneeloptie
DS-3 Laadspanning
DS-4 Laadspanning
DS-5 Frequentie
DS-6 Zoekmodus
DS-7 AC-in-limiet
DS-8 opslaginstelling
→ ←
Voorbeeld 1: (fabrieksinstellingen)
1
geen paneel- of afstandsschakelaar aangesloten
2
geen paneel- of afstandsschakelaar aangesloten
3, 4
GEL 14,4V
5
Frequentie: 50 Hz
6
Search Mode off
7
AC-in-limiet 12 A
8 Opslaginstelling: off→ on→ off
→ ←
Voorbeeld 2:
1
geen paneel- of
afstandsschakelaar aangesloten
2
geen paneel- of
afstandsschakelaar aangesloten
3, 4
AGM 14,7V
5
Frequentie: 50Hz
6
Search Mode off
7
AC-in-limiet 4A
8 Opslaginstelling: off→ on→ off
→ ←
Voorbeeld 3:
1
paneel of
afstandsschakelaar aangesloten
2
paneel of
afstandsschakelaar aangesloten
3, 4
Buisjesplaat 15V
5
Frequentie: 60 Hz
6
Search Mode on
7
AC-in-limiet 12A
8 Opslaginstelling: off→ on→ off
Sla de instellingen (DS3-DS7) op door DIP switch 8 van 'off' op 'on' te zetten en daarna weer
op ‘off’.
Bij acceptatie van de instellingen gaan de LEDs ‘charger’ en ‘alarm’ knipperen.
20
EN
6. PROBLEEMOPLOSSINGSTABEL – omvormer/lader
NL
Met behulp van onderstaande stappen kunnen de meest voorkomende storingen snel
worden opgespoord.
Voordat testen met de omvormer en/of acculader worden uitgevoerd dienen de DCbelastingen te worden losgekoppeld van de accu’s en de AC-apparatuur dient te worden
losgekoppeld van de omvormer.
FR
Neem contact op met uw Victron Energy-dealer als de storing niet kan worden verholpen.
Processor staat in uit-modus
De LED ‘alarm’
knippert
De LED ‘alarm’
knippert
Voor-alarm, alt. 1. De DCingangsspanning is laag
Voor-alarm, alt. 2. De
omgevingstemperatuur is te
hoog
Voor-alarm, alt. 3. De belasting
op de omvormer is hoger dan de
nominale belasting
Voor-alarm, alt. 4.
Rimpelspanning op DC-ingang
overschrijdt 1,25 Vrms
Ontkoppel de netspanning.
Schakel de omvormer uit
Wacht 4 seconden
Schakel de omvormer weer
aan.
Laad de accu op of controleer
de accu-aansluitingen
Plaats de omvormer in een
koele en goed geventileerde
ruimte of verlaag de belasting
Verlaag de belasting
De LED ‘alarm’
knippert
De LED ‘alarm’
knippert
De alarm-LED
knippert
afwisselend
Voor-alarm, alt. 5. Lage
accuspanning en te hoge
belasting
De LED ‘alarm’
brandt
De omvormer is uitgeschakeld
als gevolg van een voor-alarm
Appendix
Oplossing
Zorg dat de accuspanning
binnen de juiste waarde is
ES
Oorzaak
De accuspanning is te hoog of
te laag
DE
Probleem
De omvormer
werkt niet als
deze wordt
ingeschakeld
De omvormer
werkt niet
Controleer de accukabels en
-klemmen.
Controleer de accucapaciteit;
verhoog deze indien nodig
Laad de accu’s op, ontkoppel
een deel van de belasting of
plaats accu’s met een hogere
capaciteit. Gebruik kortere
en/of dikkere accukabels
Zie de tabel voor de juiste
maatregelen
21
Probleem
Oorzaak
Oplossing
De lader werkt niet De netspanning of -frequentie is Zorg dat de netspanning tussen
buiten het bereik
185 VAC en 265 VAC ligt en dat
de frequentie overeenkomt met de
instelling
De thermische contactverbreker Reset de 16A thermische
is geactiveerd
contactverbreker
De accu wordt niet Verkeerde laadstroom
volledig opgeladen
Een slechte accu-aansluiting
Stel de laadstroom in tussen 0,1
en 0,2 keer de accucapaciteit
Controleer de accu-aansluitingen
De absorptiespanning is op een Stel een juiste waarde voor de
verkeerde waarde ingesteld
absorptiespanning in
De druppellaadspanning is op
Stel een juiste waarde in voor de
een verkeerde waarde ingesteld druppellaadspanning.
De interne DC-zekering is kapot Omvormer is defect
De accu wordt
overladen
De absorptiespanning is op een
verkeerde waarde ingesteld
De druppellaadspanning is op
een verkeerde waarde ingesteld
Een defecte accu
Stel een juiste waarde voor de
absorptiespanning in
Stel een juiste waarde in voor de
druppellaadspanning
Vervang de accu
Een te kleine accu
Reduceer de laadstroom of
gebruik een accu met een hogere
capaciteit
Sluit een temperatuursensor aan
De accu is te warm
De laadstroom van Alt. 1: De accu is oververhit
de accu zakt terug (> 50°C)
naar 0 als de
absorptiespanning
is bereikt
Alt 2: Accutemperatuursensor is
defect
22
- Laat de accu afkoelen
- Plaats de accu in een koele
omgeving
- Controleer of er kortsluiting in de
cellen is opgetreden
Koppel de accutemperatuursensor
los van de MultiPlus
Reset de MultiPlus door deze uit te
schakelen en na minstens 4
seconden wachten weer in te
schakelen
Als de laadfunctie nu weer goed is,
is de temperatuursensor defect en
moet deze worden vervangen
EN
7. INSTALLATIE – zonne-laadcontroller
NL
• Bescherm de zonne-energiemodules tegen rechtstreekse
lichtinval tijdens de installatie, bijv. door deze te bedekken.
● Raak nooit niet-geïsoleerde kabeluiteinden aan.
● Gebruik alleen geïsoleerd gereedschap.
FR
7.1 Aansluiting van de zonnepanelen
DE
Tot drie sets PV-panelen kunnen met drie sets MC4 (PV-ST01) PV-stekkers worden
aangesloten.
ES
7.2. PV-configuratie
Appendix
● De controller werkt alleen als de PV-spanning de accuspanning (Vaccu)
overschrijdt.
● De controller start pas als de PV-spanning Vaccu + 5V overschrijdt. Daarna bedraagt
de minimale PV-spanning Vaccu + 1V.
● Maximale PV-nullastspanning: 100V
De controller kan voor elke PV-configuratie worden gebruikt die aan de drie
bovenstaande voorwaarden voldoet.
Bijvoorbeeld:
24V-accu en mono- of polykristallijne panelen
● Minimaal aantal cellen in serie: 72 (2x 12V-paneel in serie of 1x 24V-paneel).
● Maximum: 144 cellen.
Opmerking: Bij lage temperatuur kan de nullastspanning van een zonnepaneel met 144
cellen, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en de celspecificaties, 100V
overschrijden. In dat geval moet het aantal cellen worden verminderd.
7.3 Kabelaansluitvolgorde (zie afbeelding 1)
Ten eerste: sluit de accu aan.
Ten tweede: sluit het zonnepaneel aan (bij omgekeerde polariteit warmt de controller op,
maar wordt de accu niet opgeladen).
23
8. INSTELLINGEN – de zonne-laadcontroller
Acht voorgeprogrammeerde laadalgoritmes, instelbaar met een draaischakelaar (zie bijlage
A):
Pos
0
1
2
3
4
5
6
7
24
Aanbevolen accutype
Gel Victron long life (OPzV)
Gel Exide A600 (OPzV)
Gel MK
Gel Victron deep discharge
Gel Exide A200
AGM Victron deep discharge
Vaste buisjesplaat (OPzS)
Rolls Marine (nat)
Rolls Solar (nat)
Fabrieksinstelling
Gel Victron deep discharge
Gel Exide A200
AGM Victron deep discharge
Vaste buisjesplaat (OPzS)
Rolls Marine (nat)
Rolls Solar (nat)
AGM spiral cell
Vaste buisjesplaat (OPzS)
Rolls AGM
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of
OpzS accu's
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of
OpzS accu's
PzS buisjesplaat-tractieaccu's of
OpzS accu's
Lithium-ijzerfosfaat- (LiFePO4) accu's
Absorptie
V
Druppel
lading
V
dV/dT
mV/°C
28,2
27,6
-32
28,6
27,6
-32
28,8
27,6
-32
29,4
27,6
-32
29,8
27,6
-32
30,2
27,6
-32
30,6
27,6
-32
28,4
27,0
0
LED
bulklading
1
1
0
1
0
1
0
1
knipperfrequentie
snel
langzaam
langzaam
langzaam
langzaam
langzaam
langzaam
langzaam
DE
FR
LED
druppellading
1
0
0
0
1
1
1
1
NL
schakelaarstand
0
1
2
3
4
5
6
7
EN
Na het wijzigen van de stand van de draaischakelaar gaan de LEDs 4 seconden lang als
volgt knipperen:
ES
Daarna wordt de normale weergave weer hervat, zoals onderstaand beschreven.
Appendix
Opmerking: de knipperfunctie is alleen ingeschakeld als PV-stroom bij de ingang van de
controller beschikbaar is.
8.1 LEDs
Blauwe LED ‘bulklading’: brandt als de accu is aangesloten
Gaat uit als de absorptiespanning is bereikt.
Blauwe LED ‘absorptielading’: brandt als de absorptiespanning is bereikt.
Gaat uit aan het einde van de absorptieperiode.
Blauwe led ‘druppellading’: brandt als de zonne-lader is overgeschakeld op druppellading.
8.2 Accu-oplaadinformatie
De laadcontroller begint elke ochtend, zodra de zon begint te schijnen, een nieuwe
laadcyclus.
De maximale duur van de absorptieperiode wordt bepaald door de accuspanning. Deze wordt
net vóór het opstarten van de acculader in de ochtend gemeten:
Accuspanning Vb (bij het
opstarten)
Maximale absorptietijd
Vb < 23,8V
4u
23,8V < Vb < 24,4V
2u
24,4V < Vb < 25,2V
1u
Vb > 25,2V
0u
Als de absorptieperiode wordt onderbroken door een wolk of een stroomvretende last, wordt
het absorptieproces weer hervat als de absorptiespanning later die dag weer wordt bereikt, tot
de absorptieperiode is voltooid.
25
De absorptieperiode eindigt ook als de uitgangsstroom van de zonne-acculader onder minder
dan 2 Amp daalt. Niet vanwege het lage vermogen van het zonnepaneel, maar omdat de
accu volledig wordt opgeladen (staartstroomuitschakeling).
Dit algoritme voorkomt dat de accu als gevolg van dagelijkse absorptielading wordt overladen
als het systeem zonder last of met een kleine last wordt gebruikt.
8.3 Aansluitbaarheid
Meerdere parameters kunnen worden aangepast (VE.Direct naar USB-kabel,
ASS030530000, en een computer zijn nodig). Zie het witboek over datacommunicatie op onze
website.
De vereiste software kan worden gedownload van
http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software/
De laadcontroller kan worden aangesloten op een Color Control-paneel, BPP000300100R,
met een VE.Direct naar VE.Direct-kabel.
9. PROBLEEMOPLOSSING – zonne-laadcontroller
Probleem
Mogelijke oorzaak
Omgekeerde PVaansluiting
Sluit PV juist aan
Omgekeerde accuaansluitingen
Niet vervangbare zekering
doorgebrand.
Retourneer het apparaat
naar VE voor reparatie
Slechte accuverbinding
Controleer accuverbinding
Te hoge kabelverliezen
Gebruik kabels met een
grotere doorsnede
Groot verschil in
omgevingstemperatuur
tussen lader en accu
Zorg ervoor dat de
omgevingsomstandigheden
voor de lader en de accu
gelijk zijn
Enkel voor een 24Vsysteem: foute
systeemspanning gekozen
(12V i.p.v. 24V) door de
laadcontroller
Koppel de PV-installatie en
de accu los nadat is
gecontroleerd of de
accuspanning tenminste
>19V bedraagt en sluit deze
opnieuw aan
Vervang de accu
Groot verschil in
omgevingstemperatuur
tussen lader en accu
(Tomgeving_lad<
Tomgeving_acc)
Zorg ervoor dat de
omgevingsomstandigheden
voor de lader en de accu
gelijk zijn
De accu wordt niet
volledig opgeladen
De accu wordt
overladen
26
EN
Dit product heeft geen specifiek onderhoud nodig. Het volstaat om alle verbindingen
eenmaal per jaar te controleren. Voorkom dat de MultiPlus Compact vochtig wordt en
houd het apparaat schoon.
11. TECHNISCHE SPECIFICATIES
EasySolar
EasySolar 12/1600/70
EasySolar 24/1600/40
Ja
Omschakelaar
16A
OMVORMER
Ingangsspanningsbereik
9,5 – 17V
Uitgang ‘zware gebruikers’ AC 0
19 – 33V
16A
Uitgang AC1, 2, 3
Cont. uitgangsvermogen bij 25°C (3)
1600VA / 1300W
Cont. uitgangsvermogen bij 40°C
1200W
Piekvermogen
3000W
Max. rendement
92%
94%
Nullastvermogen
8W
10W
Nullastvermogen in zoekmodus
2W
3W
LADER
AC-ingang
Laadspanning 'absorptielading'
14,4 / 28,8V
Laadspanning 'druppellading'
13,8 / 27,6V
Opslagmodus
Laadstroom behuizing accu (4)
13,2 / 26,4V
70A
40A
Accutemperatuursensor
Ja
Programmeerbaar relais (5)
Ja
Beveiligingen (2)
a–g
Zonne-laadcontroller
Maximale accustroom
50A
Maximaal PV-vermogen, 6a, b)
700W
1400W
Maximale PV-nullastspanning
100V
100V
Max. rendement
Eigen verbruik
Laadspanning 'absorptielading',
fabrieksinstelling
Laadspanning 'druppellading',
fabrieksinstelling
Laadalgoritme
Temperatuurcompensatie
Beveiliging
28
98%
10mA
14,4V
28,8V
13,8V
27,6V
meertraps adaptief
-16 mV / °C resp. -32 mV / °C
a-g
EN
Algemeen
Bedrijfstemp.bereik
NL
Vochtigheidsgraad (geen
condensvorming):
-20 tot +50°C (ventilatorkoeling)
max 95%
Beschermingsklasse
PV-aansluiting
230 V AC-aansluiting
Afmetingen (hxbxd)
IP21
Accukabels van 1,5 meter
Drie sets MC4 (PV-ST01) PV-stekkers
G-ST18i-stekkers
11,7kg
ES
aluminium (blauw RAL 5012)
DE
Accu-aansluiting
FR
Materiaal en kleur
745 x 214 x 110 mm
NORMEN
NEN-EN 60335-1, NEN-EN 60335-2-29,
NEN-EN 62109
NEN-EN 55014-1, NEN-EN 55014-2,
NEN-EN 61000-3-3
Appendix
2004/104/EG
1) Kan worden ingesteld op 60Hz en op 240V
2) Beveiligingen
a. Kortsluiting
b. Overbelasting
c. Accuspanning te hoog
d. Accuspanning te laag
e. Temperatuur te hoog
f. 230VAC op omvormeruitgang
g. Ingangsspanning met een te hoge rimpel
3) Niet lineaire belasting, topfactor 3:1
4) Bij 25°C omgevingstemperatuur
5) Programmeerbaar relais dat kan worden ingesteld als algemeen alarmrelais, onderspanningsalarm of
startsignaal voor een aggregaat
6a) Als er meer PV-vermogen wordt aangesloten, beperkt de controller het ingangsvermogen tot
720W resp. 1440W.
6b) De controller start pas als de PV-spanning Vaccu + 5V overschrijdt.
Daarna bedraagt de minimale PV-spanning Vaccu + 1V.
29
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
FR
DE
ES
3
Appendix
4
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
2.5
Assistants de configuration
5
EN
NL
FR
DE
ES
7
Appendix
on
on
on
8
EN
NL
charger
FR
DE
Appendix
ES
on
charger
on
9
24/1600
12/1600
25
35
35
70
70
140
EN
NL
FR
DE
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
EN
NL
FR
DE
ES
13
Appendix
14
EN
15
16
EN
ES
Appendix
EN
NL
FR
DE
Tension
veille
Tension
d'absorption
(heures)
14,4
28,8
57,6
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
Gel Victron Deep Discharge
Gel Exide A200
AGM Victron Deep Discharge
14,1
28,2
56,4
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,7
29,4
58,8
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
5
ds3=on
ds4=on
15,0
30,0
60,0
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
6
Appendix
Float
float
ES
ds3-ds4
19
on = 60Hz
on = on
→ ←
→ ←
→ ←
20
EN
NL
La LED « Alarm »
clignote.
La LED « Alarm »
clignote.
La LED « Alarm »
clignote.
La LED « Alarm »
clignote.
La LED « alarm »
clignote par
intermittence.
Appendix
ES
DE
FR
21
22
EN
NL
FR
DE
ES
7.2. Configuration PV
Appendix
23
Tension
V
Float
V
dV/dT
mV/°C
0
28,2
27,6
-32
28,6
27,6
-32
28,8
27,6
-32
29,4
27,6
-32
29,8
27,6
-32
30,2
27,6
-32
30,6
27,6
-32
28,4
27,0
0
1
2
3
4
5
6
7
24
0
1
2
3
4
5
6
7
1
0
0
0
1
1
1
1
1
0
1
1
0
0
1
1
1
1
0
1
0
1
0
1
ES
LED
Bulk
DE
FR
LED
Float
NL
EN
Appendix
Vb < 23,8V
4h
23,8V < Vb < 24,4V
2h
24,4V < Vb < 25,2V
1h
Vb < 25,2V
0h
25
26
Remplacez la batterie
Appendix
ES
DE
FR
NL
EN
27
11. CARACTÉRISTIQUES TECHNIQUES
EasySolar
EasySolar 12/1600/70
EasySolar 24/1600/40
Convertisseur/chargeur
PowerControl / PowerAssist
Oui
16A
9,5 – 17V
19 – 33V
1600VA / 1300W
1200W
3000W
92%
94%
8W
10W
2W
3W
14,4 / 28,8V
Tension de charge « float »
13,8 / 27,6V
Mode veille
13,2 / 26,4V
70A
40A
oui
oui
a-g
50A
700W
1400W
100V
100V
98%
Autoconsommation
10mA
14,4V
28,8V
13,8V
27,6V
Algorithme de charge
28
a-g
EN
IP21
ES
DE
FR
NL
2004/104/EC
29
Appendix
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
2
EN
NL
FR
DE
ES
3
Appendix
4
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
2.5
Konfigurationsassistenten
5
6
EN
NL
Appendix
7
‘on’
inverter
‘on’
inverter
‘on’
8
EN
NL
‘off’
DE
alarm
FR
‘on’
charger
ES
‘on’
Appendix
‘on’
charger
‘on’
9
10
24/1600
12/1600
25
35
35
70
70
140
EN
NL
FR
DE
ES
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
13
14
EN
NL
Appendix
16
EN
NL
Appendix
17
18
EN
NL
FR
DE
14,4
28,8
57,6
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
14,1
28,2
56,4
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,7
29,4
58,8
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
5
ds3=‘on’
ds4=‘on’
15,0
30,0
60,0
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
6
ds3=‘off’
ds4=‘off’
(Standardeinstellung)
8
Gel Victron Deep
Discharge
Gel Exide A200
AGM Victron Deep
Discharge
Appendix
ES
AbsorptionsSpannung
ds3-ds4
19
‘on’= 60Hz
‘off’ = aus ‘on’ = ein
→
←
→ ←
→ ←
20
EN
NL
FR
DE
Appendix
ES
21
22
EN
NL
7. INSTALLATION - Solar-Laderegler
FR
DE
Appendix
23
0
1
2
3
4
5
6
7
24
dV/dT
mV/°C
28,2
27,6
-32
28,6
27,6
-32
28,8
27,6
-32
29,4
27,6
-32
29,8
27,6
-32
30,2
27,6
-32
30,6
27,6
-32
28,4
27,0
0
EN
NL
0
1
2
3
4
5
6
7
1
0
0
0
1
1
1
1
1
0
1
1
0
0
1
1
1
1
0
1
0
1
0
1
schnell
langsam
langsam
langsam
langsam
langsam
langsam
langsam
ES
DE
FR
Appendix
Vb < 23,8V
4h
23,8V < Vb < 24,4V
2h
24,4V < Vb < 25,2V
1h
Vb > 25,2V
0h
25
26
EN
Problem
Appendix
ES
DE
FR
NL
9. PROBLEMBEHANDLUNG - Solar-Laderegler
27
11. TECHNISCHE DATEN
EasySolar
EasySolar 12/1600/70
EasySolar 24/1600/40
Ja
16A
9,5V – 17V
19V – 33V
16A
1600VA / 1300W
1200W
3000W
Max. Wirkungsgrad
92%
94%
8W
10W
2W
3W
„Konstant’-Ladespannung
14,4 / 28,8V
13,8 / 27,6V
Lagermodus
Ladestrom Hausbatterie (4)
13,2 / 26,4V
70A
Batterie-Temperatursensor
40A
Ja
Programmierbares Relais (5)
Ja
a-g
50A
700W
1400W
100V
100V
Max. Wirkungsgrad
98%
10mA
14,4V
28,8V
13,8V
27,6V
Ladealgorithmus
Temperaturkompensation
Schutz
28
Mehrstufig, adaptiv
-16 mV/°C bzw. -32 mV/°C
a-g
EN
NL
Material & Farbe
Appendix
IP21
1,5 Meter Batteriekabel
ES
Aluminium (blau RAL 5012)
DE
Max 95%
FR
Emissionen / Immunität
2004/104/EG
29
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
1
2
2.2 Inversor
EN
NL
FR
DE
ES
3
Appendix
4
EN
NL
FR
DE
ES
2.5
Hay disponibles varios programas informáticos (Asistentes) que ayudan a configurar el
sistema para aplicaciones tanto autónomas como conectadas a la red. Consulte
http://www.victronenergy.nl/support-and-downloads/software/
5
Appendix
6
EN
NL
FR
DE
ES
7
Appendix
on
on
on
8
EN
NL
charger
FR
DE
Appendix
ES
on
charger
on
9
12/1600
35
70
140
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
11
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
0
5
10 15 20 25
30 35 40 45
Volts
50 55 60
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
13
14
EN
ES
15
Appendix
16
EN
EN
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,1
28,2
56,4
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
8
14,7
29,4
58,8
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
5
ds3=on
ds4=on
15,0
30,0
60,0
13,8
27,6
55,2
13,2
26,4
52,8
6
Gel Victron Deep
Discharge
Gel Exide A200
AGM Victron Deep
Discharge
Gel Victron Long
Life (OPzV)
Gel Exide A600
(OPzV)
Gel MK battery
AGM Victron Deep
Discharge
Baterías de placa
tubular u OPzS en
modo carga
semilenta
AGM Placa en
espiral
Appendix
14,4
28,8
57,6
ES
DE
FR
ds3-ds4
NL
19
on = 60Hz
ds6: Modo búsqueda
on = on
→ ←
→ ←
→ ←
20
EN
6. TABLA DE RESOLUCIÓN DE PROBLEMAS –
inversor/cargador
NL
Appendix
ES
DE
FR
21
22
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
23
1
2
3
4
5
6
7
24
dV/dT
mV/°C
28,2
27,6
-32
28,6
27,6
-32
28,8
27,6
-32
29,4
27,6
-32
29,8
27,6
-32
30,2
27,6
-32
30,6
27,6
-32
28,4
27,0
0
1
0
1
1
0
0
1
1
ES
1
0
0
0
1
1
1
1
LED
Carga
inicial
1
1
0
1
0
1
0
1
DE
FR
NL
EN
Vb < 23,8V
4h
23,8V < Vb < 24,4V
2h
24,4V < Vb < 25,2V
1h
Vb > 25,2V
0h
Appendix
26
Sustituya la batería
Appendix
ES
DE
FR
NL
Problema
EN
27
28
EasySolar
EN
11. INFORMACIÓN TÉCNICA
EasySolar 12/1600/70
EasySolar 24/1600/40
Sí
16A
NL
9,5 – 17V
FR
Salida ‘reforzada’ de CA 0
16A
DE
Salida AC-1, 2, 3
Potencia cont. de salida a 25ºC (3)
1600VA / 1300W
ES
Potencia cont. de salida a 40ºC
1200W
3000W
92%
94%
8W
10W
2W
3W
Appendix
14,4 / 28,8V
13,8 / 27,6V
13,2 / 26,4V
70A
40A
Sí
Sí
a-g
50A
Potencia FV máxima, 6a,b)
700W
1400W
100V
100V
98%
10mA
14,4V
28,8V
13,8V
27,6V
Variable multietapas
-16 mV / °C, -32 mV / °C resp.
a-g
29
ESTÁNDARES
Seguridad
Emisiones/Normativas
2004/104/EC
30
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
31
EN
EN
NL
FR
DE
ES
Appendix
Serial number:
: 04
: 23 June 2015
: +31 (0)36 535 97 00
: +31 (0)36 535 97 03
: +31 (0)36 535 97 40
E-mail
: [email protected]
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertisement

Languages

Only pages of the document in Dutch were displayed