Pentax Optio H90 de handleiding
Publicité
Publicité
Digitale camera
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Fijn dat u hebt gekozen voor deze digitale camera van PENTAX.
Lees deze handleiding voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. De handleiding is een waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera.
Bewaar hem daarom op een veilige plaats.
Auteursrechten
Met de digitale camera van PENTAX gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving.
Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
• PENTAX en Optio zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION.
• Het SDHC-logo ( ) is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
• ArcSoft® en het bijbehorende logo zijn een wettig gedeponeerd of gewoon handelsmerk van ArcSoft Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Windows Vista is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de
Verenigde Staten en andere landen.
• Dit product ondersteunt PRINT Image Matching III. Met digitale fotocamera’s, printers en software die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen fotografen opnamen produceren die hun bedoelingen beter benaderen.
Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die PRINT Image Matching
III niet ondersteunen.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation. Het
PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
• Eye-Fi, het Eye-Fi-logo en Eye-Fi connected zijn een handelsmerk van Eye-Fi,
Inc.
• Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde cd-rom of op de website van PENTAX. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Zie “Aansluiten op een computer” (p.205) voor meer informatie.
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik of bewaar dit apparaat niet in de buurt van apparatuur die sterke elektromagnetische straling of magnetische velden genereert.
Sterke elektromagnetische straling of de magnetische velden die worden geproduceerd door apparatuur zoals radiozenders, kunnen de monitor storen, de opgeslagen gegevens beschadigen of het interne circuit van het product beïnvloeden en camerastoringen veroorzaken.
• Het paneel met vloeibare kristallen is gemaakt met behulp van extreem hogeprecisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• Als u de camera op een helder voorwerp richt, kan er op het scherm een lichtband verschijnen. Dit verschijnsel wordt smear genoemd en betekent niet dat de camera defect is.
• De illustraties en de weergave op het scherm kunnen in deze handleiding afwijken van het feitelijke product.
• In deze handleiding worden SD-geheugenkaarten en SDHC-geheugenkaarten beide aangeduid met de term “SD-geheugenkaarten”.
• In deze handleiding wordt de algemene term computer(s) gebruikt voor zowel
Windows-pc’s als Macintosh-computers.
• In deze handleiding wordt de algemene term batterij gebruikt voor alle soorten batterijen die voor deze camera en de accessoires kunnen worden gebruikt.
1
2
Veilig gebruik van de camera
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera is gevallen of anderszins is beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• De camerariem om uw nek hangen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen de riem niet om hun nek doen.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken.
Verwijder de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Pas op
• Leg uw vingers niet over de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes. Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
3
4
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoeding met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoeding met een niet juist gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning is
100-240V wisselstroom.
• Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde
PENTAX Service Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een
PENTAX Service Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als het tijdens het gebruik van de batterijlader en het netsnoer gaat onweren, haal het netsnoer dan uit het stopcontact en gebruik het product niet verder. Als u het product toch verder gebruikt, kan dit resulteren in beschadiging van de apparatuur, brand of een elektrische schok.
• Veeg de stekker van het netsnoer schoon als hij met stof bedekt raakt. Stof op de stekker kan brand veroorzaken.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig. Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Neem contact op met een servicecentrum van PENTAX als het snoer beschadigd is.
• Raak de aansluiting voor netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact en koppel het niet met vochtige handen los. Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel haar ook niet bloot aan hevige schokken.
Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Gebruik de batterijlader uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI88. Het opladen van andere batterijen kan oververhitting, explosies of storing in de batterijlader veroorzaken.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal AWGkoper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker
(met een gespecificeerde NEMA-configuratie) en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IECconfiguratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Over de batterij
Waarschuwing
• Berg de batterij op buiten bereik van kleine kinderen. Als zij de batterij in hun mond steken, kunnen ze een elektrische schok krijgen.
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot een explosie of lekkage.
• Haal de batterij meteen uit de camera als die heet wordt of er rook uit komt.
Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij.
• Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van de plus- en minpolen van de batterij.
• Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw huid of kleding, was de betroffen gebieden dan grondig schoon met water.
• Waarschuwingen bij het gebruik van de batterij D-LI88:
BIJ ONJUIST GEBRUIK KAN DE BATTERIJ EXPLODEREN OF
ONTBRANDEN.
- DEMONTEER DE BATTERIJ NOOIT EN GOOI HEM EVENMIN WEG
IN VUUR.
- LAAD DE BATTERIJ ALLEEN OP ALS AAN DE GESPECIFICEERDE
VOORWAARDEN WORDT VOLDAAN.
5
- STEL DE BATTERIJ NIET BLOOT AAN TEMPERATUREN BOVEN
60 °C EN VOORKOM KORTSLUITING.
- VERBRIJZEL DE BATTERIJ NIET EN PROBEER NIET ER IETS AAN
TE VERANDEREN.
Houd de camera en meegeleverde accessoires buiten bereik van kleine kinderen
Waarschuwing
• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet bij de camera en meegeleverde accessoires kunnen.
1. Als het product valt of per ongeluk wordt gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
2. De camerariem om de nek doen kan verstikkingsgevaar inhouden.
3. Houd kleine accessoires, zoals batterijen en SD-geheugenkaarten, buiten bereik van kleine kinderen om het risico van per ongeluk inslikken te vermijden. Mocht een accessoire toch worden ingeslikt, ga dan onmiddellijk naar een arts.
6
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Neem als u op reis gaat het document Worldwide Service Network mee dat deel uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). Opnamen en geluid kunnen niet worden gegarandeerd als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz. niet mogelijk is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia (SD-geheugenkaart) enz.
Over de batterij en de batterijlader
• Als de batterij volledig opgeladen wordt weggeborgen, kan dat tot verlies van prestaties leiden. Vermijd met name opslag bij hoge temperaturen.
• Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat van de levensduur.
• Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik of op de dag van gebruik zelf op te laden.
• Het bij de camera geleverde netsnoer dient uitsluitend te worden gebruikt voor de batterijlader D-BC88. Gebruik het netsnoer niet voor andere apparaten.
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid.
Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0 °C tot 40 °C (32 °F tot 104 °F).
• De monitor kan zwart worden bij hoge temperaturen, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen.
Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal deze er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Veeg de camera droog als er regen- of waterdruppels op komen.
• Druk niet met kracht op de monitor. Het risico bestaat dat de monitor hierdoor breekt of niet meer naar behoren functioneert.
• Ga niet zitten met de camera in uw achterzak. Hierdoor kan de behuizing van de camera of het scherm beschadigd raken.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
• Het objectief van deze camera is niet verwisselbaar. Het objectief kan niet worden verwijderd.
7
8
De camera schoonmaken
• Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
• Verwijder stof dat zich op het objectief heeft verzameld met een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
De camera opbergen
• Berg de camera niet op een plaats op met conserveermiddelen of chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
Andere voorzorgsmaatregelen
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Zie “Aandachtspunten bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (p.41)
voor meer informatie over de SD-geheugenkaart.
• Houd er rekening mee dat de oorspronkelijke gegevens niet volledig worden gewist wanneer u opnamen of geluidsbestanden verwijdert of een
SD-geheugenkaart of het ingebouwde geheugen formatteert. Verwijderde bestanden kunnen soms worden teruggehaald met in de handel verkrijgbare software. De gebruiker is zelf verantwoordelijk voor de privacy.
Inhoudsopgave
Veilig gebruik van de camera ...........................................................2
Aandachtspunten tijdens het gebruik ...............................................6
Inhoudsopgave .................................................................................9
Indeling van de handleiding............................................................15
Eigenschappen van de camera .........................................................16
De inhoud van het pakket controleren............................................20
Namen van onderdelen ..................................................................21
Namen van bedieningsonderdelen.................................................22
Monitorindicaties.............................................................................23
De draagriem bevestigen ...................................................................32
De camera aanzetten ..........................................................................33
De batterij opladen .........................................................................33
De batterij plaatsen.........................................................................34
De netvoedingsadapter gebruiken..................................................37
De SD-geheugenkaart plaatsen .........................................................39
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt op een
SD-geheugenkaart ...................................................................42
De camera aan- en uitzetten ..............................................................43
Opstarten in de Weergavestand.....................................................44
Standaardinstellingen ........................................................................45
De weergavetaal instellen ..............................................................45
De datum en tijd instellen ...............................................................49
Veel voorkomende handelingen 53
De knopfuncties ..................................................................................54
A -stand .........................................................................................54
-stand ........................................................................................56
Schakelen tussen de stand A en de stand Q .............................58
De camerafuncties instellen ..............................................................60
Werken met de menu’s...................................................................60
9
10
Opnamen maken ............................................................................70
De opnamestand instellen ..............................................................73
Werken met de functie Gezichtsdetectie ........................................76
(Automatische opnamestand) ..................................................79
Opnamen maken in de Aangepaste instellingen
(Programmafunctie) .................................................................80
Opnamen maken in de basisfunctie (Snelinstelling).......................81
Werken met de zoom .....................................................................83
Opnamen maken in het donker (Nachtopname/Portret bij nacht/
Digital SR/Vuurwerk/Kaarslicht) ...............................................85
Opnamen maken van mensen (Portret vanaf middel/ Portret/
Huidtint naturel) ........................................................................87
Opnamen maken van kinderen (de stand Kinderen) ......................88
Opnamen maken van uw huisdier (Huisdier) .................................89
Opnamen maken van sport en vrijetijdsbesteding
(Strand & sneeuw/Sport)..........................................................91
Binnenshuis opnamen maken (Feest)............................................92
Opnamen maken van tekst (Tekst) ................................................93
Opnamen voorzien van een kader (Beeldinkadering) ....................94
De zelfontspanner gebruiken..........................................................96
(Continuopname/Continue opname snel) ................................97
(Digitale groothoekmodus) .......................................................99
Panoramafoto’s maken (Digitaal panorama) ................................102
De opnamestanden instellen ...........................................................105
De flitsinstelling selecteren ...........................................................105
De scherpstelstand selecteren .....................................................107
De resolutie selecteren.................................................................110
De belichting instellen (Belichtingscorrectie) ................................112
De helderheid corrigeren (Instelling D-Range) .............................113
De witbalans aanpassen ..............................................................114
Lichtmeting voor automatische belichting instellen ......................116
De gevoeligheid instellen..............................................................118
Knipperdetectie instellen ..............................................................119
Pixel Track SR instellen................................................................120
De tijd voor Momentcontrole instellen ..........................................121
De opnamescherpte instellen (Scherpte) .....................................122
De kleurverzadiging instellen (Kleurverzadiging) .........................122
Het opnamecontrast instellen (Contrast) ......................................123
De functie Datumafdruk instellen..................................................124
Een specifieke functie oproepen ..................................................125
Video-opnamen maken.....................................................................127
Een video-opname maken............................................................127
Resolutie en beeldteller van video-opnamen selecteren..............129
De functie Movie SR (Video bewegingsreductie) instellen ...........130
De instellingen opslaan (Geheugen) ...............................................131
Opnamen weergeven en wissen 133
Opnamen weergeven........................................................................134
Foto’s weergeven .........................................................................134
Video-opnamen weergeven..........................................................135
Weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd ..........................136
Werken met de weergavefunctie ..................................................138
Diavoorstelling ..............................................................................141
De opname roteren.......................................................................143
Zoomweergave.............................................................................145
Automatisch inzoomen op het gezicht van het onderwerp
(Weergave met close-up van gezicht)...................................146
Opnamen en geluidsbestanden wissen..........................................148
Eén opname wissen .....................................................................148
Geselecteerde opnamen en geluidsbestanden wissen ................150
Alle opnamen en geluidsbestanden wissen .................................152
Gewiste opnamen herstellen ........................................................153
Foto- en geluidsopnamen beveiligen tegen wissen
(Beveiligen) ............................................................................154
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur .......................157
Opnamen bewerken en afdrukken 159
Opnamen bewerken ..........................................................................160
De opnamegrootte wijzigen (Grootte wijzigen).............................160
Opnamen uitsnijden......................................................................161
De digitale filters gebruiken ..........................................................162
Rode-ogenreductie .......................................................................166
Een kader toevoegen (Beeldinkadering) ......................................167
Video-opnamen bewerken............................................................171
Opnamen en geluidsbestanden kopiëren.....................................173
Afdrukservice instellen (DPOF) .......................................................176
Afzonderlijke opnamen afdrukken ................................................176
Alle opnamen afdrukken...............................................................178
11
12
Geluidsopnamen maken en weergeven 179
Geluid opnemen (Geluidsopname) .................................................180
De functie Geluidsopname instellen .............................................180
Geluid opnemen ...........................................................................181
Geluidsopnamen weergeven........................................................182
Een gesproken memo toevoegen aan opnamen ...........................184
Een gesproken memo opnemen ..................................................184
Weergave van een gesproken memo...........................................185
Camera-instellingen..........................................................................188
SD-geheugenkaart formatteren ....................................................188
De geluidsinstellingen wijzigen.....................................................189
De datum en tijd wijzigen..............................................................190
De wereldtijd instellen...................................................................193
De weergavetaal wijzigen ............................................................195
De naaminstelling wijzigen van de map .......................................196
Het videosignaal wijzigen .............................................................197
Eye-Fi-communicatie instellen......................................................198
De helderheid van het scherm aanpassen ...................................199
De batterijbesparingsfunctie gebruiken ........................................200
Automatisch uitschakelen instellen...............................................201
Het opstartscherm wijzigen ..........................................................202
Corrigeren van defecte pixels in de CCD-sensor
(Pixeluitlijning) ........................................................................203
Standaardinstellingen herstellen (Reset)......................................204
Aansluiten op een computer 205
De computer instellen ......................................................................206
Meegeleverde software ................................................................206
Systeemvereisten .........................................................................207
De software installeren .................................................................208
De instelling voor USB-aansluiting opgeven ................................211
Aansluiting op een Windows-pc......................................................213
De camera aansluiten op uw Windows-pc ...................................213
Opnamen overbrengen.................................................................214
De camera loskoppelen van uw computer ...................................216
MediaImpression 2.0 for PENTAX starten....................................218
Opnamen weergeven ...................................................................219
Bijzonderheden over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX .........................................220
Aansluiten op een Macintosh ..........................................................221
De camera aansluiten op uw Macintosh.......................................221
Opnamen overbrengen.................................................................222
De camera loskoppelen van de Macintosh...................................223
MediaImpression 2.0 for PENTAX starten....................................224
Opnamen weergeven ...................................................................225
Bijzonderheden over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX .........................................226
Opnamen verzenden met een Eye-Fi-kaart ....................................227
Beschikbare functies voor elke opnamefunctie ............................230
Problemen oplossen.........................................................................234
Standaardinstellingen ......................................................................236
Lijst met steden voor wereldtijd ......................................................241
Optionele accessoires......................................................................242
Belangrijkste technische gegevens ................................................243
GARANTIEBEPALINGEN..................................................................248
13
In deze handleiding wordt de methode voor bediening van de vierwegbesturing aangegeven in afbeeldingen, zoals in de voorbeelden hieronder.
4 of
2 of
3 of
5 of
14
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1 geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
duidt op informatie die handig is om te weten.
A -stand
Q -stand duidt op aandachtspunten bij de bediening van de camera.
Dit is de stand voor het maken van foto- en video-opnamen. In deze handleiding wordt de stand voor het maken van foto’s de foto-opnamestand genoemd. De stand voor het maken van videoopnamen wordt aangeduid als de C-stand.
Dit is de stand voor het weergeven van foto’s en het afspelen van video’s en geluidsbestanden.
Indeling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voorbereidingen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u na aankoop van de camera moet doen alvorens opnamen te maken. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
2 Veel voorkomende handelingen –––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk komen veelvoorkomende zaken aan de orde, zoals de functies van de knoppen en het gebruik van de menu’s. Zie voor verdere bijzonderheden de desbetreffende hoofdstukken.
3 Opnamen maken –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd op welke manieren u opnamen kunt maken en hoe u de betreffende functies instelt.
4 Opnamen weergeven en wissen –––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u foto’s en video-opnamen weergeeft op de camera of een tv en hoe u ze uit de camera verwijdert.
5 Opnamen bewerken en afdrukken –––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd op welke manieren u opnamen kunt afdrukken en hoe u deze bewerkt met de camera.
6 Geluidsopnamen maken en weergeven–––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u geluid opneemt, geluid (een gesproken memo) aan een opname toevoegt en geluidsbestanden afspeelt.
7 Instellingen ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de cameragerelateerde functies instelt.
8 Aansluiten op een computer––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de camera aansluit op een computer en vindt u bovendien instructies voor het aansluiten en een algemeen overzicht van de meegeleverde software.
9 Bijlage ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt het oplossen van problemen behandeld en wordt een overzicht gegeven van afzonderlijk verkrijgbare accessoires.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
15
16
Eigenschappen van de camera
Naast de basisfuncties voor het maken van opnamen heeft de Optio H90 een heel scala van opnamefuncties voor uiteenlopende situaties. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de basisfuncties van de camera optimaal benut. Daarnaast wordt de bediening van de camera gedetailleerd uitgelegd, zodat u alles uit uw camera kunt halen.
Eenvoudig te gebruiken opname- en weergavestanden!
Dankzij het gebruiksvriendelijke ontwerp van de Optio H90 kunt u de camera bedienen met slechts een paar knoppen. Door het gewenste pictogram te kiezen, kunt u de
opnamestand (p.73) selecteren en de
optimale instellingen voor de situatie kiezen. Of u kiest de weergavestand
(p.138, p.160) om gebruik te maken
van de diverse weergave- en bewerkingsfuncties. Aan de hand van een bedieningsaanwijzing op het scherm kunt u zien welke functies in elke stand beschikbaar zijn en hoe u ze gebruikt.
In het opnamestandenpalet wordt een bedieningsaanwijzing voor de opnamestand weergegeven en in het weergavepalet wordt een bedieningsaanwijzing voor de weergavestand
In de stand Snelinstelling kunt u eenvoudig opnamen
maken met de standaardinstellingen (p.81).
Perfect voor portretopnamen!
De Optio H90 heeft een functie voor Gezichtsdetectie waarmee gezichten in de compositie worden gedetecteerd, waarop vervolgens automatisch wordt scherpgesteld en uitgelicht. De functie kan maximaal
32 gezichten per opname detecteren (*), zodat u er ook heel goed groepsportretten mee kunt maken. De sluiter wordt automatisch ontspannen als de mensen glimlachen. Als op het moment van opname iemand net met de ogen heeft geknipperd, krijgt u daarvan een melding, zodat u de opname opnieuw kunt maken, tot hij is gelukt. Er is ook een functie voor het achtereenvolgens uitvergroten van alle gezichten bij weergave, zodat u snel de uitdrukking kunt beoordelen.
* Op de monitor kunnen maximaal 31 gezichtsdetectiekaders
(maximaal 30 kaders in de stand Portret vanaf middel) worden weergegeven.
Functie Gezichtsdetectie (p.76)
Standen voor het maken van indrukwekkende opnamen
Tijdens weergave close-ups van gezichten van mensen
om controle te vergemakkelijken (p.146)
Voeg allerlei kaders toe aan uw opnamen!
Als u met de Optio H90 een opname maakt, kunt u uit een groot aantal kaders kiezen om aan de opname een
leuk kader toe te voegen (p.94). U kunt
ook kaders toevoegen aan reeds gemaakte opnamen. De positie van het onderwerp op de foto aanpassen of de opname vergroten of verkleinen om hem aan te passen aan de vorm en grootte van het kader. Zo hoeft u nooit meer te controleren of het onderwerp in
Voor het verfraaien van opnamen met een kader
17
18
Opnamen en geluidsbestanden weergeven in kalendervorm!
Met de Optio H90 kunt u gemaakte opnamen en geluidsbestanden op
datum weergeven in kalendervorm (p.137). Zo vindt u snel de foto of
geluidsopname die u wilt weergeven.
Geavanceerde functies voor video-opnamen
De Optio H90 is uitgerust met een bewegingsreductiefunctie (Movie SR)
om tijdens het opnemen camerabewegingen te reduceren (p.130). U
kunt bovendien films opnemen in 1280×720 pixel (16:9) HDTV-formaat
* Bij aansluiting en weergave van opnamen op AV-apparatuur worden opnamegegevens met een normale schermresolutie uitgevoerd. Om in HDTV films te bekijken, moet u de gegevens overzetten naar een computer en daarop afspelen.
Gebruik de camera om leuke video-opnamen te maken van uw kinderen of huisdieren als een visueel dagboek
U kunt met tal van camerafuncties genieten van de weergave van opnamen zonder dat u een computer nodig hebt!
De Optio H90 heeft tal van functies voor het weergeven en bewerken van opnamen zonder de camera eerst aan te sluiten op een computer om de opnamen over te brengen. Met deze camera kunt u foto- en videoopnamen maken en bewerken
(p.160). U hoeft ook niet meer in
te zitten over het per ongeluk wissen van opnamen: met de
Optio H90 kunt u ze weer
U kunt de functies Formaat wijzigen (p.160), Uitsnijden
(p.161) en Rode-ogenreductie (p.166) gebruiken als de
opname wordt weergegeven in de weergavestand.
U kunt een video-opname in twee delen opsplitsen of een beeldje uit een video-opname selecteren en opslaan
19
De inhoud van het pakket controleren
Camera
Optio H90
Draagriem
O-ST104 (*)
Software (cd-rom)
S-SW104
USB-kabel
I-USB7 (*)
AV-kabel
I-AVC7 (*)
Oplaadbare lithiumionbatterij D-LI88 (*)
Fijn dat u hebt gekozen voor deze digitale camera van PENTAX.
de slag” door te lezen voordat u de camera voor het eerst gebruikt, zodat u vertrouwd raakt met de basisbediening van de camera. Raadpleeg de een verdere uitleg van functies en geavanceerde bediening van de camera.
0
Minihandleiding Batterijlader
D-BC88 (*)
Digitale Camera
Handleiding
Netsnoer (*)
20
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Handleiding
(deze handleiding)
Artikelen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*) zijn ook beschikbaar als optionele accessoires.
De batterijlader en het netsnoer zijn alleen samen verkrijgbaar (in de batterijladerset K-BC88).
Zie “Optionele accessoires” (p.242) voor meer optionele accessoires.
Namen van onderdelen
Voorzijde
Achterzijde
Flitser
Zelfontspanner-LED
Objectief
Statiefaansluiting
Microfoon
PC/AV-aansluiting
Klep voor batterij/kaart
Aan/uit-knop
Ontspanknop
Riembevestiging
Scherm
21
22
Namen van bedieningsonderdelen
Aan/uit-knop
Ontspanknop
Zoomknop
Q -knop
Knop I
Vierwegbesturing
4/W-knop
Knop Snelinstelling/i
Knop 3
Zie “De knopfuncties” (p.54 - p.58) voor uitleg over de werking van elke
knop.
Monitorindicaties
Weergave in de stand A
Op het scherm wordt informatie weergegeven zoals de opnameomstandigheden in de opnamestand. Telkens wanneer u op de knop 4/W drukt, verandert de weergave als volgt: “Normale weergave”, “Histogram + Info” en “Geen Info”.
Normale weergave Histogram + Info
OK 12
M
08/08/2010
14:25
OK OK
Geen Info
Als de opnamestand is ingesteld op 9
(Snelinstelling), is het beeld op de monitor als in de afbeelding rechts hiernaast. U kunt de informatie op het scherm niet wijzigen door op
de knop 4/W (p.81) te drukken.
23
24
Normale weergave in de foto-opnamestand
1
2
3
7 8 9 10 11
12
13
14
15
4
5
6
1/250
F3.5
17
08/08/2010
14:25
18 19
16
2 Pictogram Gezichtsdetectie
4 Waarschuwing
5 Sluitertijd
6 Diafragma
9 Scherpstelinstelling (p.107)
11 Pictogram Digitale zoom/
13 Resterende opslagcapaciteit
14 Indicatie batterijniveau (p.36)
17 Belichtingscorrectie (p.112)
18 Instelling Datumafdruk (p.124)
19 Instelling wereldtijd (p.193)
* 3 is afhankelijk van de instelling voor [Inst, D-range] in het menu [A
Opnemen].
P Wanneer [Hooglichtcor.] op O staat
Q Wanneer [Schaduwcorrectie] op O staat
O Wanneer [Hooglichtcor.] en [Schaduwcorrectie] beide op O staan
Als [Hooglichtcor.] en [Schaduwcorrectie] beide op P (Uit) staan, wordt niets weergegeven bij 3.
* 4 varieert al naar gelang van de volgende omstandigheden.
f Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt met
[Pixeltrack SR] in het menu [A Opnemen] ingesteld op P (Uit) en het waarschijnlijk is dat de camera zal bewegen
M Wanneer [Pixeltrack SR] op O staat
* 5 en 6 verschijnen alleen wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
* Bij 9 wordt q weergegeven op de monitor als de scherpstelinstelling is
ingesteld op = en de functie Auto-Macro is geactiveerd (p.107).
* Sommige indicaties worden afhankelijk van de opnamestand weergegeven.
Histogram + Info/Geen Info in de foto-opnamestand
A1 t/m A19 en B1 worden weergegeven wanneer “Histogram + Info” is geselecteerd. Alleen B1 wordt weergegeven als “Geen Info” is geselecteerd.
A1
A2
A3
B1
A4
B2
B3
1/250
F3.5
A5 A6 A7 A8
+1.0
+1.0
12
M
A9
A10
A11
A12
A13
A14
A15
A16
A17
A18 A19
25
26
A11 Resterende opslagcapaciteit
A2 Pictogram Gezichtsdetectie (p.76)A12 Indicatie batterijniveau (p.36)
A4 Waarschuwing camerabeweging
A6 Transportstand (p.96, p.97)
A15 Automatische belichting
A7 Scherpstelinstelling (p.107)
A9 Pictogram Digitale zoom/
A18 Belichtingscorrectie (p.112)
A19 Instelling Datumafdruk
B2 Sluitertijd
B3 Diafragma
* A3 is afhankelijk van de instelling voor [Inst, D-range] in het menu
[A Opnemen].
P Wanneer [Hooglichtcor.] op O staat
Q Wanneer [Schaduwcorrectie] op O staat
O Wanneer [Hooglichtcor.] en [Schaduwcorrectie] beide op O staan
Als [Hooglichtcor.] en [Schaduwcorrectie] beide op P (Uit) staan, wordt niets weergegeven bij A3.
* A4 varieert al naar gelang van de volgende omstandigheden.
f Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt met
[Pixeltrack SR] in het menu [A Opnemen] ingesteld op P (Uit) en het waarschijnlijk is dat de camera zal bewegen
M Wanneer [Pixeltrack SR] op O staat
* B2 en B3 verschijnen alleen wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
* Wanneer de opnamestand b (Automatische opname) is en u drukt de ontspanknop half in, dan wordt de automatisch geselecteerde opnamestand weergegeven bij A1, zelfs als “Geen Info” is
* Sommige indicaties worden afhankelijk van de opnamestand weergegeven.
Weergave in de stand Q
Op het scherm wordt informatie weergegeven van de opname in de weergavestand. Telkens wanneer u op de knop 4/W drukt, verandert de weergave als volgt: “Normale weergave”, “Histogram +
Info” en “Geen Info”.
Normale weergave
08/08/2010
14:25
OK
Histogram + Info
OK
12 M
1/250
F3.5
200
OK
Geen Info
27
28
Normale weergave/Histogram + Info in weergavestand
(Alle onderdelen zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
Op het scherm wordt informatie weergegeven zoals de opnameomstandigheden. A1 t/m A12 verschijnen wanneer “Normale weergave” of “Histogram + Info” is geselecteerd. B1 t/m B7 verschijnen alleen wanneer “Histogram + Info” is geselecteerd.
B1
B2
B3
B4
B5
B6
A5
A4
A3
A2
A1
12 M
200
1/250
F3.5
A6
A7
A8
A9
A10
B7
A11
A12
A1 Pictogram Gezichtsdetectie (p.76)A10 Pictogram voor volume
A2 Weergavestand
Q
A11 Datum en tijd van de opname
K
L
A12 Bedieningsaanwijzing voor vierwegbesturing
A3 Pictogram voor beveiliging (p.154)B1 Opnamepixels (p.110)
A4 Pictogram voor gesproken
B3 Lichtmeting bij automatische
A8 Bestandsnummer
B5 Sluitertijd
B6 Diafragma
A9 Indicatie batterijniveau (p.36)
* A1 wordt alleen weergegeven als de functie Gezichtsdetectie actief was tijdens het maken van de opname.
* Bij “Normale weergave” verdwijnen A9 en A11 als gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht.
* A10 verschijnt alleen als het volume tijdens weergave van videoopnamen, geluidsbestanden of gesproken memo’s wordt gewijzigd
* A12 verschijnt zelfs wanneer “Geen informatie” is geselecteerd, maar verdwijnt als gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht. Als bij “Normale weergave” of “Histogram + Info” gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht, verdwijnt alleen “Bewerken”.
Bedieningsaanwijzingen
Tijdens de bediening verschijnen op het scherm aanwijzingen voor de bediening van de beschikbare knoppen. Deze worden als volgt weergegeven.
2
3
4
5
MENU
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (3)
Vierwegbesturing (4)
Vierwegbesturing (5)
Knop 3
Zoomknop
OK 4/W-knop
SHUTTER Ontspanknop
X , i Knop Snelinstelling/i
I , J Knop I
Het histogram gebruiken
Een histogram toont de helderheidsverdeling van een opname. De horizontale as vertegenwoordigt helderheid
(donker aan de linkerzijde en licht aan de rechterzijde) en de verticale as vertegenwoordigt het aantal pixels.
(Donker) ←Helderheid→ (Licht)
De vorm van het histogram vóór en na de opname maakt duidelijk of de helderheid en het contrast al dan niet goed zijn. Op basis hiervan bepaalt u of de belichting moet worden bijgeregeld en of u de foto opnieuw moet maken.
De belichting instellen (Belichtingscorrectie) 1p.112
29
30
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname te donker is, bevindt de piek zich links; als de opname te licht is, bevindt de piek zich rechts.
Donkere opname Goede opname Lichte opname
Als de opname te donker is, wordt het gedeelte links afgesneden
(donkere delen) en als de opname te helder is, wordt het gedeelte rechts afgesneden (heldere delen).
Inzicht in contrast
De piek loopt geleidelijk op als het contrast van de opname in evenwicht is. De grafiek vertoont aan beide zijden een piek die naar het midden toe sterk daalt als de opname een groot verschil in contrast vertoont en er weinig gemiddelde helderheidsniveaus zijn.
1
Voorbereidingen
De draagriem bevestigen ......................... 32
De camera aanzetten ................................ 33
De SD-geheugenkaart plaatsen ............... 39
De camera aan- en uitzetten .................... 43
Standaardinstellingen .............................. 45
De draagriem bevestigen
1
Bevestig de met de camera meegeleverde draagriem (O-ST104).
2
1
1
Leid het dunne uiteinde van de riem door de riembevestiging.
2
Haal het andere uiteinde door het lusje en trek de riem stevig aan.
32
De camera aanzetten
De batterij opladen
Gebruik de meegeleverde batterijlader (D-BC88) om de meegeleverde oplaadbare lithium-ionbatterij (D-LI88) op te laden voordat u de batterij voor het eerst in de camera gebruikt of nadat de batterij lang niet is gebruikt. Doe dit ook wanneer de melding [Batterij leeg] verschijnt.
Opmerking: Specificaties netsnoer type SPT-2 of NISPT-2, flexibel snoer 18/2, 125 V, 7 A, minimaal 1,8 m.
Oplaadindicatie
Tijdens het opladen: Licht op
Opladen gereed: Gaat uit
1
3
2
Naar stopcontact
Batterij
Batterijlader
1 Netsnoer
1
Sluit het netsnoer aan op de batterijlader.
2
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
3
Plaats de batterij zo in de batterijlader dat het PENTAXlogo zichtbaar is.
De oplaadindicatie brandt terwijl de batterij wordt opgeladen en gaat uit wanneer het opladen gereed is.
4
Haal de batterij uit de batterijlader wanneer het opladen gereed is.
33
1
• Gebruik de meegeleverde batterijlader (D-BC88) uitsluitend voor het opladen van oplaadbare D-LI88 lithium-ionbatterijen, anders kan de lader oververhit of beschadigd raken.
• De batterij is opgebruikt wanneer ze snel leeg raakt nadat u ze hebt opgeladen. Vervang ze door een nieuwe batterij.
• Als de batterij correct is geplaatst maar de oplaadindicatie niet gaat branden, is de batterij mogelijk defect. Vervang ze door een nieuwe batterij.
Volledig opladen duurt maximaal ca. 120 minuten. (De oplaadtijd kan variëren met de omgevingstemperatuur en de oplaadomstandigheden.)
De batterij kan naar behoren worden opgeladen als de omgevingstemperatuur tussen 0 °C en 40 °C is.
De batterij plaatsen
Gebruik de oplaadbare lithium-ion-batterij D-LI88 die bij de camera is geleverd. Laad de batterij op voordat u ze voor het eerst in de camera gebruikt.
Klep voor batterij/kaart
Batterij
34
Batterijvergrendelingsknop
1
Open de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de richting van de pijl 1 en open de klep 2.
2
Duw de batterijvergrendelingsknop in de richting van
3 en plaats de batterij met het PENTAX-logo naar de monitor gericht.
Lijn de markeringen op de batterij uit met de markeringen in het batterijvak en duw de batterij aan tot ze vast klikt.
Plaats de batterij zo dat het PENTAX-logo naar de monitor is gericht. Als de batterij verkeerd is geplaatst, kunnen er storingen optreden of werkt de camera niet.
3
Sluit de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de tegenovergestelde richting
(1). Wanneer u een klik hoort, is de klep goed dicht.
De batterij uitnemen
1
Open de klep van de batterij/kaart.
2
Druk de vergrendelingsknop van de batterij-/kaartklep
in de richting van 3.
De batterij wordt uitgeworpen. Let erop dat u de batterij niet laat vallen als u deze verwijdert.
• Deze camera maakt gebruik van een oplaadbare lithium-ionbatterij D-
LI88. Gebruik geen andere soorten batterijen, aangezien dit kan leiden tot schade aan de camera en storingen.
• Plaats de batterij op de juiste wijze. Als de batterij verkeerd is geplaatst, kunnen er storingen optreden of werkt de camera niet.
• Verwijder de batterij niet terwijl de camera is ingeschakeld.
• Wanneer u de batterij langer dan 6 maanden opbergt, laad de batterij dan 30 minuten lang op met de batterijlader en berg de batterij apart op.
Laad de batterij om de 6 tot 12 maanden opnieuw op. Berg de batterij bij voorkeur op onder kamertemperatuur. Berg de batterij niet op bij hoge temperaturen.
• Als er langere tijd geen batterij in de camera is geplaatst, worden de datum en tijd mogelijk teruggezet.
• Wees voorzichtig, want de camera of de batterij kan heet worden als u de camera gedurende langere tijd gebruikt.
1
35
1
• Beeldopslagcapaciteit, opnametijd voor video-opnamen, geluidsopnametijd en weergavetijd
(bij 23 ° C, met ingeschakeld scherm en volledig opgeladen batterij)
Beeldopslagcapaciteit *1
(met gebruik van de flitser voor 50% van de opnamen)
Ca. 210 opnamen
Video-opnametijd
*2
Ca. 85 min.
Geluidsopnametijd
*2
Ca. 300 min.
Weergavetijd
*2
Ca. 250 min.
*1 Opnamecapaciteit toont bij benadering het aantal opnamen dat is gemaakt tijdens tests die zijn uitgevoerd conform CIPA (bij ingeschakeld scherm, ingeschakelde flitser voor 50% van de opnamen en bij 23° C).
In de praktijk kan dit afwijken, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
*2 Op basis van de resultaten van tests bij PENTAX.
• In het algemeen kunnen de batterijprestaties tijdelijk minder worden bij een daling van de temperatuur.
• Neem een reservebatterij mee als u naar het buitenland of naar een koud gebied gaat of als u van plan bent veel opnamen te maken.
• Indicatie batterijniveau
U kunt het batterijniveau aflezen aan de indicatie op het scherm.
Schermaanduiding
(groen)
(groen)
(geel)
(rood)
[Batterij leeg]
Batterijstatus
Er is nog voldoende stroom.
Batterij raakt leeg.
Batterij is bijna leeg.
Batterij is uitgeput.
Nadat dit bericht is verschenen, wordt de camera uitgeschakeld.
36
De netvoedingsadapter gebruiken
Als u van plan bent de camera langdurig te gebruiken of aan te sluiten op een computer, wordt gebruik van de optionele netvoedingsadapterset
K-AC88 aanbevolen.
1
4
1
8
Netsnoer
7
Netvoedingsadapter
3
Gelijkstroomkoppelstuk 6
Gelijkstroomconnector
1
Zorg dat de camera is uitgeschakeld en open de klep van de batterij/kaart.
2
Verwijder de batterij.
Raadpleeg p.34 - p.35 voor instructies aangaande het openen en
sluiten van de batterij-/kaartklep en het verwijderen van de batterij.
3
Plaats het koppelstuk terwijl u de batterijvergrendelingsknop ingedrukt houdt.
Controleer of het koppelstuk op zijn plaats vergrendeld is.
4
Trek het snoer van het koppelstuk naar buiten.
Trek het lipje op de aansluiting van de camera met de batterij/kaartklep naar buiten zodat het snoer van het gelijkstroomkoppelstuk naar buiten komt.
5
Sluit de klep van de batterij/kaart.
37
1
6
Sluit de gelijkstroomconnector van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van het gelijkstroomkoppelstuk.
7
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
8
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg dat het netsnoer en de gelijkstroomconnector waarmee de netvoedingsadapter op de camera wordt aangesloten, goed zijn aangesloten. Als er gegevens worden opgenomen op de SD geheugenkaart of in het interne geheugen, kunnen er gegevens verloren gaan wanneer een van beide of beide losraken.
• Voorkom het risico van brand of een elektrische schok bij gebruik van de netvoedingsadapter.
Lees eerst “Over de batterijlader en de netvoedingsadapter” (p.4)
alvorens de adapter te gebruiken.
• Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapterset K-AC88 eerst de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
• Bij het aansluiten van de netvoedingsadapter kunt u de camera niet rechtop op tafel zetten, omdat het snoer van het gelijkstroomkoppelstuk onder uit de camera steekt. Leg de camera bovendien niet met het objectief omlaag op tafel, omdat de lens naar buiten komt als de camera wordt aangezet. Houd de camera in uw hand of plaats hem op een statief als u de netvoedingsadapter gebruikt.
38
De SD-geheugenkaart plaatsen
Deze camera maakt gebruik van een SD-geheugenkaart of een SDHCgeheugenkaart. (Beide kaarten worden hierna SD-geheugenkaart genoemd.) Gemaakte opnamen en geluidsbestanden worden op de SDgeheugenkaart opgeslagen wanneer deze in de camera is geplaatst.
Wanneer er geen kaart is geplaatst, worden opnamen opgeslagen in het
1
• Een SD-geheugenkaart die nooit is gebruikt of in een andere camera of een ander digitaal apparaat is gebruikt, moet eerst met
aangaande formatteren.
• Wanneer u voor het eerst de nieuwe Eye-Fi-geheugenkaart wilt gebruiken, moet u het installatiebestand van Eye-Fi Manager naar de computer kopiëren voordat u de kaart formatteert.
• Zet de camera uit voordat u de SD-geheugenkaart plaatst of uitneemt.
• De opslagcapaciteit voor foto’s hangt af van de capaciteit van de SDgeheugenkaart, en het geselecteerde aantal opnamepixels en
• De zelfontspanner-LED knippert terwijl er wordt gecommuniceerd met de SD-geheugenkaart (gegevens worden opgenomen of gelezen).
Kopie van gegevens opslaan
Het is mogelijk dat de camera niet in staat is om gegevens op te halen uit het interne geheugen in geval van een storing. Sla belangrijke gegevens daarom op uw computer of een ander apparaat op.
39
1
40
Sleuf SD-geheugenkaart
Klep voor batterij/ kaart
SD-geheugenkaart
1
Open de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de richting van de pijl 1 en open de klep 2.
2
Plaats de SD-geheugenkaart in de sleuf voor de SDgeheugenkaart, met het etiket naar de voorkant van de camera (de kant met het objectief) gericht.
Duw de kaart helemaal naar binnen. Als de kaart niet helemaal in de camera is geplaatst, worden gegevens mogelijk niet correct opgeslagen.
3
Sluit de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de tegenovergestelde richting
(1). Wanneer u een klik hoort, is de klep goed dicht.
De SD-geheugenkaart verwijderen
1
Open de klep van de batterij/kaart.
2
Duw de kaart verder in de sleuf van de SDgeheugenkaart om hem uit te nemen.
Trek de kaart naar buiten.
Aandachtspunten bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het schuifje van de schrijfbeveiliging op LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, bestaande gegevens op de kaart kunnen niet worden gewist en de kaart kan niet worden geformatteerd door de camera of een computer.
Schrijfbeveiliging r verschijnt op het scherm als de kaart tegen schrijven beveiligd is.
• Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
• Houd de klep van de kaart gesloten, verwijder de kaart niet en zet de camera niet uit terwijl er op de kaart gegevens worden opgeslagen of opnamen worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren, omdat de kaart hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar kan worden.
• Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de SDgeheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt behandeld door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) als de SD-geheugenkaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
• Bij gebruik van een SD-geheugenkaart met een lage opnamesnelheid kan de opname stoppen als u filmopnamen maakt, zelfs wanneer er voldoende ruimte vrij is op de kaart. Ook kan het maken en weergeven van opnamen veel tijd in beslag nemen.
1
41
1
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt op een
SD-geheugenkaart
De grootte van de opnamen is afhankelijk van de instelling voor opnamepixels en dus is het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen op de SD-geheugenkaart daar ook van afhankelijk.
Kies het gewenste aantal opnamepixels voor foto’s in het menu [A
Opnemen].
De resolutie selecteren 1p.110
Kies het gewenste aantal opnamepixels en de beeldsnelheid bij [Video] in het menu [A Opnemen].
Resolutie en beeldteller van video-opnamen selecteren 1p.129
Raadpleeg “Belangrijkste technische gegevens” (p.244) voor een
globale indicatie van het aantal opnamen of de duur van video-opnamen die kunnen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart.
42
De camera aan- en uitzetten
Aan/uit-knop
1
1
Druk op de aan/uit-knop.
De camera gaat aan en het scherm wordt ingeschakeld.
Wanneer u de camera aanzet, gaat de objectiefbescherming open en schuift het objectief uit.
Als het scherm [Language/ ] of [Datum instellen] verschijnt na het
inschakelen van de camera, volg dan de procedure op p.45 om de taal
en/of de datum en tijd in te stellen.
2
Druk nogmaals op de aan/uit-knop.
Het scherm gaat uit, het objectief schuift in en de camera gaat uit.
De SD-geheugenkaart controleren
De SD-geheugenkaart wordt gecontroleerd als u de camera inschakelt. Daarna wordt de status van het geheugen weergegeven.
a
+ r
Er is een SD-kaart in de camera geplaatst.
Opnamen en geluidsbestanden worden opgeslagen op de SD-geheugenkaart.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. Opnamen en geluidsbestanden worden opgeslagen in het interne geheugen.
De schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart
U kunt geen opnamen of geluid opslaan.
Geheugenstatus
08/08/2010
14:25
43
1
Opstarten in de Weergavestand
Als u direct opnamen of geluidsbestanden wilt weergeven zonder foto’s te maken, kunt u de camera opstarten in de weergavestand.
Aan/uit-knop
Q -knop
1
Druk op de aan/uit-knop terwijl u de Q-knop ingedrukt houdt.
Het scherm wordt ingeschakeld terwijl het objectief ingeschoven is en de camera wordt ingeschakeld in de weergavestand.
Als u van de weergavestand wilt overschakelen naar de opnamestand, drukt u op de knop Q of drukt u de ontspanknop tot halverwege in.
44
Standaardinstellingen
Het scherm [Language/ ] verschijnt nadat de camera voor de eerste
keer is ingeschakeld. Voer de stappen uit bij “De weergavetaal instellen”
hieronder om de taal in te stellen en bij “De datum en tijd instellen” (p.49)
om de huidige datum en tijd in te stellen.
De taal, datum en tijd kunnen achteraf worden gewijzigd. Raadpleeg de pagina’s hierna voor instructies.
• De taal wijzigt u door de stappen onder “De weergavetaal wijzigen” (1p.195)
uit te voeren.
• De datum en tijd wijzigt u door de stappen onder “De datum en tijd wijzigen”
1
De weergavetaal instellen
1
Kies de schermtaal met de
vierwegbesturing (2345).
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop 3
E n g l i s h
Deutsch
D a n s k
Svenska
S u o m i
P o l s k i
I t a l i a n o
Nederlands
MENU S t o p
Magyar
OK O K
45
1
2
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] wordt weergegeven in de geselecteerde taal. Ga verder met stap 3 als u meteen de juiste instellingen voor [Thuistijd] en [Zomertijd] ziet.
Ga naar “Thuistijd en zomertijd instellen”
(p.48) als de gewenste instellingen niet
verschijnen.
B a s i s i n s t e l l i n g e n
Nederlands
T h u i s t i j d
A m s t e r d a m DST
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
Zomertijd
3
Druk twee keer op de
vierwegbesturing (3) om
[Instellingen voltooid] te selecteren.
Basisinstellingen
Nederlands
Thuistijd
Amsterdam DST
Instellingen voltooid
MENU Stop OK OK
4
Druk op de knop 4.
Het scherm [Datum instellen] verschijnt. Stel de datum en tijd in
volgens de procedure in “De datum en tijd instellen” (p.49).
46
Als u per ongeluk de verkeerde taal selecteert en naar de volgende procedure gaat, zet u de taal als volgt terug.
Wanneer per ongeluk de verkeerde taal is geselecteerd
1
Druk op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345) en druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Wanneer het scherm na stap 2 in de verkeerde taal verschijnt
1
Druk op de knop 3.
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer [Language/ ] met de vierwegbesturing
(32).
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/ ] verschijnt.
5
Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345).
6
Druk op de knop 4.
Het menu [W Instelling] verschijnt in de geselecteerde taal.
De gewenste taal is nu ingesteld. Als u [Thuistijd], [Datum] en [Tijd] opnieuw wilt instellen, raadpleegt u de pagina’s hierna voor aanwijzingen.
• Voer de stappen uit in “De wereldtijd instellen” (1p.193) als u [Thuistijd] wilt
wijzigen.
1
47
1
Thuistijd en zomertijd instellen
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [W Thuistijd].
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [W Thuistijd] verschijnt.
B a s i s i n s t e l l i n g e n
N e d e r l a n d s
T h u i s t i j d
A m s t e r d a m
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
5
Kies een stad met de
vierwegbesturing (45).
T h u i s t i j d
S t a d
Z o m e r t i j d
A m s t e r d a m
MENU S t o p OK O K
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Zomertijd].
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
8
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9
Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
Basisinstellingen
Nederlands
Thuistijd
Amsterdam DST
Instellingen voltooid
MENU Stop
10
Druk op de knop 4.
Het scherm [Datum instellen] verschijnt. Stel de datum en tijd in.
OK OK
48
Het videosignaal (NTSC/PAL) is ingesteld op het systeem van de stad die is
elke stad geldt als basisinstelling, en “Het videosignaal wijzigen” (p.197) voor
het wijzigen van de instelling van het videosignaal.
1
De datum en tijd instellen
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [MM/DD/JJ].
2
Kies met de vierwegbesturing
(23) de datumweergave.
Kies tussen [MM/DD/JJ], [DD/MM/JJ] en
[JJ/MM/DD].
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave
D a t u m
Ti j d
DD/MM/JJ 24h
0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [24h].
4
Selecteer [24h] (24-uurs weergave) of [12h] (12-uurs weergave) met de
vierwegbesturing (23).
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
S t o p
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [Datumweergave].
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Datum].
49
1
7
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar de maand.
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
8
Wijzig de maand met de
vierwegbesturing (23).
Wijzig de dag en het jaar op dezelfde wijze.
Wijzig vervolgens de tijd.
Als u [12h] hebt geselecteerd bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór 12:00 uur ’s middags) of pm (na 12:00 uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
9
Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
Datum instellen
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
Datum 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Tijd 0 0 : 0 0
Instellingen voltooid
MENU Stop OK OK
10
Druk op de knop 4.
Hiermee bevestigt u datum en tijd.
Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op tv, radio, enz.) precies 00 seconden aangeeft.
Wanneer het scherm [Basisinstellingen] of [Datum instellen] wordt weergegeven, kunt u de tot dat punt opgegeven instellingen annuleren en overschakelen naar de opnamestand door op de knop 3 te drukken. In dit geval verschijnt het scherm [Basisinstellingen] weer wanneer u de camera opnieuw aanzet.
50
[Language/ ], [Datum], [Tijd], [Thuistijd] en [Zomertijd] kunnen worden gewijzigd. Raadpleeg de pagina’s hierna voor instructies.
• De taal wijzigt u door de stappen onder “De weergavetaal wijzigen” (1p.195)
uit te voeren.
• De datum en tijd wijzigt u door de stappen onder “De datum en tijd wijzigen”
• Als u een andere stad wilt selecteren of de zomertijd wilt aan- of uitzetten,
voer dan de stappen onder “De wereldtijd instellen” (1p.193) uit.
1
51
52
Memo
2
Veel voorkomende handelingen
De knopfuncties ........................................ 54
De camerafuncties instellen .................... 60
De knopfuncties
A
-stand
2
1
2
3
7
8
9
4
5
6
1 Aan/uit-knop
Hiermee schakelt u de camera in en uit (p.43).
2 Ontspanknop
Wanneer u deze knop tot halverwege indrukt in de foto-opnamestand, stelt de camera scherp op het onderwerp (behalve in de stand 3, s en \).
Wanneer u deze knop helemaal indrukt, wordt een foto gemaakt
Hiermee start en stopt u het maken van video-opnamen in de stand C
Hiermee start en stopt u geluidsopnamen in de stand Geluidsopname
3 Zoomknop
Hiermee wijzigt u het opnamegebied (p.83).
4 Knop Q
Hiermee activeert u de stand Q (p.58).
54
5 Knop I
De functie Gezichtsdetectie in- en uitschakelen (p.76). Steeds als u op
de knop I drukt, wordt als volgt een andere stand voor
Gezichtsdetectie ingeschakeld:
Smile Capture Gezichtsdetectie UIT Gezichtsdetectie AAN
6 Vierwegbesturing
2
3
4
Hiermee wijzigt u de transportstand (p.96 - p.97).
Hiermee geeft u het opnamestandenpalet weer (p.73).
Hiermee wijzigt u de flitsinstelling (p.105).
5
Hiermee wijzigt u de scherpstelinstelling (p.107).
23 Stelt scherp wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op \
7 4/W-knop
Hiermee wijzigt u de informatie die op het scherm verschijnt (p.23).
8 Snelinstelling
Hiermee activeert u de stand 9 (Snelinstelling) (p.81).
Hiermee roept u het toegewezen menu op (p.125).
9 3-knop
Hiermee opent u het menu [A Opnemen] (p.60).
2
55
Q
-stand
1
2
2
3
7
8
9
4
5
6
1 Aan/uit-knop
Hiermee schakelt u de camera in en uit (p.43).
2 Ontspanknop
Hiermee activeert u de stand A (p.58).
3 Zoomknop
Druk de knop naar links (f) bij weergave van één opname om over te schakelen naar de vierbeeldsweergave. U activeert de negenbeeldsweergave als u nogmaals naar links drukt. U keert terug naar de vorige weergavestand als u de knop naar rechts drukt (y)
Hiermee vergroot u de opname wanneer u de knop naar rechts drukt
(y) in de weergave van één opname. U keert terug naar de vorige
weergavestand als u de knop naar links drukt (f) (p.145).
Druk naar links (f) om van de negenbeeldsweergave naar de map-
of kalenderweergave te gaan (p.137).
Druk naar rechts (y) om van de kalender- of mapweergave naar de
negenbeeldsweergave te gaan (p.137).
Hiermee past u het volume aan tijdens het afspelen van video-
opnamen, geluidsbestanden of gesproken memo’s (p.135, p.182,
56
4 Knop Q
Hiermee activeert u de stand A (p.58).
5 Knop I
Hiermee zoomt u in het gezichtsdetectiebeeld in op de gezichten van het onderwerp in dezelfde volgorde waarin de gezichten werden gedetecteerd toen de opname werd gemaakt. (Weergave met close-
6 Vierwegbesturing
2
3
45
Hiermee speelt u een video-opname of geluidsbestand af of onderbreekt u het afspelen van een video-opname of
geluidsbestand (p.135, p.182).
Hiermee geeft u het weergavepalet weer (p.138).
Hiermee stopt u het afspelen van een video-opname of
geluidsbestand (p.135, p.182).
Hiermee geeft u tijdens weergave van één opname de vorige of volgende opname of het vorige of volgende
Hiermee speelt u een filmopname ofwel snel, ofwel beeldje voor beeldje, ofwel in zijn geheel vooruit of achteruit
Hiermee spoelt u een geluidsbestand vooruit of achteruit en gaat u naar het volgende indexpunt bij het afspelen van een
2345 Hiermee selecteert u een opname tijdens de vier-/ negenbeeldsweergave, een map in de mapweergave of een
datum in de kalenderweergave (p.136, p.137).
Hiermee verplaatst u het weergavegebied tijdens
Hiermee verplaatst u de opname bij gebruik van de functie
7 4/W-knop
Hiermee wijzigt u de informatie die op het scherm verschijnt (p.27).
Hiermee keert u tijdens de vier-/negenbeeldsweergave of
zoomweergave terug naar de weergave van één opname (p.136, p.145).
Hiermee gaat u tijdens de mapweergave naar de
negenbeeldsweergave van de geselecteerde map (p.137).
Hiermee gaat u tijdens de kalenderweergave terug naar de weergave
van één opname van de geselecteerde datum (p.138).
2
57
2
8 Snelinstelling/i-knop
Hiermee gaat u van de enkelbeeldsweergave naar het scherm Wissen
Hiermee gaat u van de vierbeelds-/negenbeeldsweergave naar het scherm
Hiermee gaat u van de mapweergave naar de weergave van het
Hiermee gaat u van de kalenderweergave naar de weergave van het
9 3-knop
Hiermee gaat u naar het menu [W Instelling] in de weergave van één
Hiermee gaat u van de weergave van het weergavepalet terug naar de
weergave van één opname (p.138).
Hiermee keert u tijdens de vier-/negenbeeldsweergave of
zoomweergave terug naar weergave van één opname (p.136).
Hiermee gaat u tijdens de mapweergave naar de weergave van negen
opnamen van de geselecteerde map (p.137).
Hiermee gaat u tijdens de kalenderweergave naar de weergave van
negen opnamen van de geselecteerde datum (p.137).
58
Schakelen tussen de stand A en de stand Q
In deze handleiding wordt de opnamestand (bijvoorbeeld voor het maken van foto’s) de stand A genoemd (de opnamestand). De weergavestand (bijvoorbeeld voor het bekijken van gemaakte opnamen op de monitor) wordt de stand Q genoemd (de weergavestand). In de stand Q kunt u eenvoudige bewerkingen uitvoeren voor de gemaakte opnamen.
Volg de onderstaande procedure om te schakelen tussen de standen A en Q.
Schakelen van de stand A naar de stand Q
1
Druk op de knop Q.
De stand Q wordt geactiveerd.
Schakelen van de stand Q naar de stand A
1
Druk de knop Q in of druk de ontspanknop tot halverwege in.
De stand A wordt geactiveerd.
Gegevens weergeven die zijn opgeslagen in het interne geheugen
Als er een SD-geheugenkaart in de camera is geplaatst, worden opnamen, video en geluid van die kaart afgespeeld. Wilt u opnamen, video en geluid weergeven uit het interne geheugen, dan zet u de camera uit en neemt u de SD-kaart uit de camera of voert u de onderstaande procedure uit om gebruik te maken van de functie
“Weergave intern geheugen”.
Zet de camera uit voordat u de SD-geheugenkaart plaatst of uitneemt.
2
Opnamen uit het interne geheugen weergeven terwijl de SD-kaart in de camera is geplaatst (weergave intern geheugen)
Als u op de knop Q drukt en die langer dan één seconde ingedrukt houdt in de stand A, wordt het objectief ingeschoven. Nadat de melding [Geeft beeld/ geluid weer vanuit intern geheugen] is weergegeven, worden opnamen, video en geluid weergegeven die in het interne geheugen zijn opgeslagen.
• Bij weergave van het ingebouwde geheugen kunt u foto’s (ook vergroot)
(p.134, p.145), video (p.135) en geluid (p.182) weergeven en
overschakelen tussen vier-/negenbeeldsweergave, mapweergave en
• Bij weergave uit het interne geheugen kunt u geen gegevens verwijderen, geen selectie verwijderen, het weergavepalet en het menu niet weergeven.
Als u een van deze bewerkingen wilt uitvoeren op opnamen, video of geluid in het interne geheugen, moet u eerst de SD-kaart uit de camera nemen.
59
De camerafuncties instellen
2
Om de camera-instellingen te wijzigen drukt u op de knop 3 om het menu [A Opnemen] of het menu [W Instelling] op te roepen. Menu’s voor het weergeven en bewerken van opnamen en geluidsbestanden
worden opgeroepen vanuit het weergavepalet (p.138).
Werken met de menu’s
Druk op de knop 3 in de stand A voor het openen van het menu
[A Opnemen]. Druk op de knop 3 in de stand Q voor het openen van het menu [W Instelling].
Gebruik de vierwegbesturing (45) om heen en weer te schakelen tussen het menu [A Opnemen] en het menu [W Instelling].
60
Tijdens opname Tijdens weergave
MENU
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Einde
1 / 3
12
M
AWB
Auto
0.0
MENU
Instelling 1 / 3
Geluid
Datum instellen 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Wereldtijd
Bestandsnaam
Nederlands
Datum
USB-aansluiting MSC
MENU Einde
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU
Einde
1 / 3
12
M
AWB
Auto
0.0
SHUTTER
Tot halverwege indrukken
De instelling is gereed en de camera keert terug naar de stand A.
MENU of
Instelling 1 / 3
Geluid
Datum instellen 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Wereldtijd
Bestandsnaam
Nederlands
Datum
USB-aansluiting MSC
MENU
Einde
De instelling is gereed en de camera keert terug naar de stand
Q .
Tijdens het gebruik van het menu wordt op het scherm weergegeven
welke bedieningshandelingen beschikbaar zijn (p.29).
2
61
2
Vb.) Het [AF-veld] instellen in het menu [A Opnemen]
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Resolutie].
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Einde
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
3
Druk twee keer op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [AF-veld].
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu met de onderdelen die kunnen worden geselecteerd.
In het afrolmenu zijn alleen die onderdelen te zien die kunnen worden geselecteerd met de huidige camera-instellingen.
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Einde
5
Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (23).
Bij elke druk op de vierwegbesturing (23) verandert het scherpstelveld.
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Stop
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
OK OK
6
Druk op de knop 4 of de vierwegbesturing (4).
De instelling wordt opgeslagen en de camera is klaar voor het instellen van andere functies.
Om het instellen te verlaten drukt u op de knop 3.
Als u een andere bedieningshandeling wilt uitvoeren, raadpleeg dan de volgende alternatieve opties voor stap 6.
62
De instelling opslaan en beginnen met het maken van opnamen
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Wanneer u de ontspanknop volledig indrukt, wordt de opname gemaakt.
Wanneer het menu [W Instelling] wordt weergegeven vanuit de stand
Q , kunt u overschakelen naar de stand A door op de knop Q te drukken.
2
De instelling opslaan en beginnen met de weergave van opnamen
6
Druk op de knop Q.
Wanneer het menu [A Opnemen] wordt weergegeven vanuit de stand
A , wordt de instelling opgeslagen en wordt de weergavestand weer geactiveerd.
De wijzigingen annuleren en doorgaan met het menu
6
Druk op de knop 3.
De wijzigingen worden geannuleerd en het scherm van stap 3 verschijnt weer.
De werking van de knop 3 verschilt, afhankelijk van het scherm.
Zie de bedieningsaanwijzingen.
MEN
U Einde Hiermee verlaat u het menu en gaat u terug naar het oorspronkelijke scherm.
MEN
MEN
U
U Stop
Hiermee gaat u terug naar het vorige scherm met de huidige instelling.
Hiermee annuleert u de huidige selectie, verlaat u het menu en gaat u terug naar het vorige scherm.
63
2
Menulijst
Toont de onderdelen die met de menu’s kunnen worden ingesteld; bij elk onderdeel staat een beschrijving. Zie ook de extra lijst met
standaardinstellingen in de bijlage “Standaardinstellingen” (p.236). U
kunt aangeven of u de instellingen wilt opslaan als u de camera uitzet of dat de instellingen worden teruggezet naar de standaardinstelling als de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
Menu [A Opnemen]
In dit menu staan functies die betrekking hebben op het maken van foto’s en video-opnamen.
Onderdeel
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Lichtmeting voor automatische belichting
Gevoeligheid
Belicht. corr.
o Resolutie
Movie SR
Beschrijving
Keuze van het aantal opnamepixels voor foto’s
Aanpassen van de witbalans aan de lichtomstandigheden
Wijziging van het autofocusgebied
Instelling van het gedeelte van het scherm waarin wordt gemeten om de belichting te bepalen
Pagina
Instellen van de gevoeligheid
Aanpassing van de algehele helderheid van de opname
Keuze van de resolutie voor video-opnamen
Keuze voor het al dan niet gebruiken van de functie bewegingsreductie voor video
Schaduwcorrectie
Wijzigt de donkere gebieden als de opname te donker is
Pixel Track SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
Voor correctie van camerabewegingen tijdens het maken van opnamen
Keuze voor het al dan niet gebruiken van de knipperdetectiefunctie bij gebruik van de functie
Gezichtsdetectie
Keuze voor het al dan niet gebruiken van de digitale zoomfunctie
Keuze voor het al dan niet weergeven van de
Momentcontrole
64
Geheugen
Knop Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
De keuze of u de gewijzigde instellingen van de opnamefunctie wilt opslaan of de basisinstellingen wilt herstellen als de camera wordt uitgezet
Voor toewijzing van een functie aan de knop
Snelinstelling in de stand A
Bepalen of de opname scherpe of zachte contouren moet hebben
Instelling van de kleurverzadiging
Instelling van het niveau van het opnamecontrast
Keuze voor het al dan niet afdrukken van de datum en tijd bij het maken van foto’s
Menu [A Opnemen] 1
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Einde
1 / 3
12
M
AWB
Auto
0.0
Menu [A Opnemen] 2
Opnemen
Video
Inst, D-range
Pixeltrack SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
MENU Einde
2 / 3
Menu [A Opnemen] 3
Opnemen
Geheugen
Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk Uit
3 / 3
MENU Einde
2
• In de stand 9 (Snelinstelling) kunt u gemakkelijk opnamen maken met de standaardinstellingen, onafhankelijk van de instellingen in het
• Als u veelgebruikte functies toewijst aan de knop Snelinstelling, kunt u
de desbetreffende functie rechtstreeks oproepen (p.125).
65
2
Menu [W Instelling]
Onderdeel
Geluid
Datum instellen
Wereldtijd
Language/
Bestandsnaam
USB-aansluiting
Video uit
Eye-Fi
Helderheid
Batterijbesparing
Automatisch uitschakelen
Reset
Alle opn. wissen
Pixeluitlijning
Formatteren
Beschrijving
Aanpassing van het bedieningsvolume en het weergavevolume en instelling van het type en het volume van het geluid bij inschakeling, het sluitergeluid, het geluid bij toetsbediening en zelfontspannergeluid
Voor wijziging van de datum en tijd
Voor instelling van thuistijd en bestemming
Instelling van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven
Keuze van de manier waarop namen worden toegewezen aan mappen voor het opslaan van opnamen en geluidsbestanden
Voor het instellen van de USB-verbindingsstand
(MSC of PTP) als de camera aangesloten is op een computer via de USB-kabel
Voor het instellen van het uitgangssignaal voor AVapparatuur
Voor het starten van de verzending van opnamen met een Eye-Fi-geheugenkaart
Wijziging van de helderheid van het scherm
Instelling van de wachttijd tot de camera naar de energiebesparingsstand gaat
Instelling van de wachttijd voor automatische uitschakeling van de camera
Voor het terugzetten van de standaardinstellingen
Wissen van alle opnamen en geluidsbestanden in
één keer
Voor uitlijning (mapping) en correctie van defecte pixels in de CCD-sensor
Formatteren van de SD-geheugenkaart
Pagina
66
[W Instelling] 1
Instelling 1 / 3
Geluid
Datum instellen 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Wereldtijd
Nederlands
Bestandsnaam Datum
USB-aansluiting MSC
MENU Einde
[W Instelling] 3
Instelling
Alle opn. wissen
Pixeluitlijning
Formatteren
3 / 3
MENU Einde
[W Instelling] 2
Instelling
Video uit
Eye-Fi
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
MENU Einde
PAL
5 sec
3 min.
2 / 3
2
67
68
Memo
3
Opnamen maken
Foto’s maken ............................................. 70
De opnamestanden instellen ................. 105
Video-opnamen maken ........................... 127
De instellingen opslaan (Geheugen) ..... 131
Foto’s maken
3
Opnamen maken
De Optio H90 is uitgerust met een groot aantal opnamestanden en functies voor vrijwel elk onderwerp of elke scène. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u opnamen maakt met de meest gangbare instellingen
(de standaard-fabrieksinstellingen).
Ontspanknop
Zoomknop
Aan/uit-knop
70
1
Druk op de aan/uit-knop.
De camera wordt ingeschakeld en is gereed voor het maken van foto’s. In deze handleiding wordt dit de foto-opnamestand genoemd.
2
Controleer het onderwerp en de opnamegegevens op het scherm.
Het scherpstelkader in het midden van het scherm geeft de zone aan waarin automatisch wordt scherpgesteld.
Scherpstelkader
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
U kunt het opnamegebied wijzigen met de
Rechts (x) Vergroot het onderwerp.
Links (w) Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
Gezichtsdetectiekader
3
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader (of gezichtsdetectiekader) op het scherm wordt groen als de camera op de juiste afstand het onderwerp scherpstelt.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Afhankelijk van de lichtomstandigheden gaat de flitser automatisch af.
De opname verschijnt op het scherm (Momentcontrole: p.73) en wordt
vervolgens opgeslagen op de SD-geheugenkaart of in het interne geheugen.
3
Druk op de knop Snelinstelling om de stand 9 (Snelinstelling) te activeren en de camera automatisch alle opnamestanden te laten
71
3
De ontspanknop gebruiken
De ontspanknop werkt in twee stappen, en wel als volgt.
Tot halverwege indrukken
Dit verwijst naar het voorzichtig indrukken van de ontspanknop tot de eerste stand. De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld.
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt en de camera heeft scherpgesteld op het onderwerp, wordt het scherpstelkader op het scherm groen. Wanneer er niet op het onderwerp is scherpgesteld, is dit scherpstelkader wit.
Volledig indrukken
Dit verwijst naar het helemaal indrukken van de ontspanknop tot de tweede stand. Hiermee maakt u een opname.
72
Niet ingedrukt Tot halverwege ingedrukt
(eerste stand)
Helemaal ingedrukt
(tweede stand)
Ongunstige omstandigheden voor het scherpstellen
Onder de volgende omstandigheden kan de camera mogelijk niet scherpstellen. Vergrendel in dergelijke gevallen de scherpstelling op een voorwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt als het onderwerp (door de ontspanknop tot halverwege in te drukken), richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in.
• Elementen met weinig contrast, zoals een blauwe hemel of een witte muur
• Donkere plaatsen of voorwerpen, dan wel omstandigheden waarin weinig tot geen licht wordt weerkaatst
• Horizontale lijnen of fijne patronen
• Snel bewegende voorwerpen
• Als er in het opnamegebied een voorwerp op de voorgrond en een voorwerp op de achtergrond is
• Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond)
Momentcontrole en Knipperdetectie
De gemaakte opname verschijnt onmiddellijk op het scherm
(Momentcontrole). Als een onderwerp met gesloten ogen wordt
gedetecteerd terwijl de functie Gezichtsdetectie (p.76) actief is, verschijnt
het bericht [Gesloten ogen gedetecteerd] gedurende 3 seconden
(Knipperdetectie).
• Als de functie Gezichtsdetectie niet werkt, werkt Knipperdetectie evenmin. Als gezichten wel worden gedetecteerd, is het al dan niet functioneren van Knipperdetectie afhankelijk van de conditie van de waargenomen gezichten.
• U kunt de functie Knipperdetectie ook uitschakelen (p.119).
3
De opnamestand instellen
De Optio H90 heeft een groot aantal opnamefuncties waarmee u in verschillende situaties foto’s en video-opnamen kunt maken door de gewenste stand voor de betreffende situatie te kiezen in het opnamepalet.
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
73
3
2
Kies een opnamestand met de
vierwegbesturing (2345).
Als in het opnamepalet een pictogram wordt geselecteerd, verschijnt de bedieningsaanwijzing voor de geselecteerde opnamestand.
3
Druk op de knop 4.
De opnamestand wordt vast ingesteld en de camera gaat terug naar de opnamestatus.
Voor landschapsopnamen.
Nadruk op kleuren van lucht en gebladerte
MENU OK
74
In het opnamepalet kunt u 24 opnamestanden selecteren.
b Autom. opname
R
A
B
C
I
P
Opnamestand
Programma
Nachtopname
Portret bij nacht
Portret vanaf middel
C Video
H Landschap
Bloemen
Portret
Q Strand & Sneeuw
Beschrijving
Automatische selectie van de beste opnamestand.
Modus voor basisopnamen. Ook voor instelling van verschillende functies.
Voor nachtopnamen. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Voor portretopnamen bij nacht. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Voor correct ingekaderde portretten met autozoom.
Voor video-opnamen.
Voor landschapsopnamen. Kleuren van de lucht en gebladerte worden geoptimaliseerd.
Voor foto’s van bloemen. De contouren van de bloem worden verzacht.
Voor portretopnamen. Geeft de huidtint gezond en helder weer.
Voor opnamen met veel licht van bijvoorbeeld zand en sneeuw. Nauwkeurige lichtmeting voor helderheid.
Pagina
—
—
\
Opnamestand
Sport
Beschrijving
Voor opnamen van snel bewegende onderwerpen. Volgt het onderwerp tot de opname is gemaakt.
Pagina
c
R
Y
K
S c
W
X
F
Digital SR
Kinderen
Huisdier
Eten & drinken
Vuurwerk
Een hogere gevoeligheid vermindert onscherpte. p.85
Voor spelende kinderen. Geeft de huidtint gezond en helder weer.
Voor dieren in beweging. Kies de kleur van de vacht.
Opnamen van voedsel en klaargemaakte schotels. Verzadiging en contrast worden benadrukt.
Voor vuurwerk. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
—
N Beeldinkadering
Voor het vastleggen van beelden met een kader. p.94
B
V
Feest
Huidtint naturel
Voor groepsopnamen bij feestjes of met weinig licht. ISO-gevoeligheid en helderheid worden verhoogd.
Voor portretopnamen. Verlevendigt huidtinten en verdoezelt onvolkomenheden.
U Kaarslicht Voor opnamen bij kaarslicht.
Tekst
Blog
Dig. Groothoek
Digitaal panorama
Voor opnamen van tekst die goed leesbaar is. U kunt het contrast aanpassen.
Voor het maken van opnamen voor blogs of e-mail. De resolutie wordt vast ingesteld op m
(640×480).
Voor het samenvoegen van twee opnamen voor een breder beeld.
Voegt beeldopnamen samen tot een panoramische opname.
—
* Naast de standen hierboven zijn ook 9 (Gr. Inst.) (p.81) en Geluidsopname
• Kleurverzadiging, contrast, scherpte, witbalans, e.d. worden automatisch op de optimale waarde voor de geselecteerde stand ingesteld, behalve bij de opnamestanden R, A, C, c, N, X en F.
• Sommige functies zijn mogelijk niet beschikbaar of werken niet volledig, afhankelijk van de geselecteerde opnamestand. Zie
“Beschikbare functies voor elke opnamefunctie” (p.230) voor
bijzonderheden.
3
75
3
Werken met de functie Gezichtsdetectie
Voor de Optio H90 is Gezichtsdetectie beschikbaar in alle opnamestanden.
Wanneer de camera in het beeld het gezicht van een persoon detecteert, wordt door de functie Gezichtsdetectie rondom het gezicht op het scherm een geel gezichtsdetectiekader weergegeven, scherpgesteld
(Gezichtsdetectie voor AF) en de belichting gecorrigeerd (Gezichtsdetectie voor belichting).
Als het onderwerp in het gezichtsdetectiekader
Gezichtsdetectiekader beweegt, beweegt het kader mee en verandert het bij het volgen van het gezicht van grootte.
De functie Gezichtsdetectie kan maximaal 32 gezichten detecteren. Wanneer meerdere gezichten worden gedetecteerd, wordt een geel scherpstelkader over het belangrijkste gezicht geprojecteerd en witte kaders over de andere gezichten. Er kunnen maximaal 31 kaders worden weergegeven, inclusief het hoofdkader en witte kaders. (Maximaal 30 in de stand Portret vanaf middel).
Wanneer meerdere gezichten worden gedetecteerd
Hoofdkader Wit kader
• Gezichtsdetectie voor AF en belichting werken mogelijk niet als het onderwerp een zonnebril op heeft, als het gezicht deels bedekt is of als het onderwerp niet naar de camera kijkt.
• Als de camera het gezicht van het onderwerp niet detecteert, stelt de camera scherp met de instelling die op dat moment is geselecteerd bij
[AF-veld].
• Als de functie Smile Capture is geactiveerd, wordt de sluiter mogelijk niet automatisch ontspannen, omdat de functie Smile Capture onder bepaalde omstandigheden niet werkt, bijvoorbeeld wanneer het gedetecteerde gezicht te klein is.
76
Instellen van de functie Gezichtsdetectie
Standaard staat de functie Gezichtsdetectie ingesteld op
Gezichtsdetectie AAN. U kunt overschakelen naar de functie Smile
Capture, die de sluiter automatisch ontspant als het onderwerp glimlacht. Steeds als u op de knop I drukt, wordt als volgt een andere stand voor Gezichtsdetectie ingeschakeld:
Smile Capture Gezichtsdetectie UIT Gezichtsdetectie AAN
3
Knop I
Op het scherm wordt een pictogram weergegeven als indicatie dat
Gezichtsdetectie of Smile Capture is ingeschakeld. (Het pictogram wordt niet weergegeven als de functie Gezichtsdetectie is uitgeschakeld.)
Gezichtsdetectie AAN Smile Capture
38
Gezichtsdetectie UIT
38
2008/07/07
14:25
2008/07/07
14:25
77
3
• U kunt de functie Gezichtsdetectie niet uitschakelen in de standen b
(Autom. opname), B (Portret bij nacht), C (Portret vanaf middel), P
(Portret), R (Kinderen) of V (Huidtint naturel). In deze standen is
Gezichtsdetectie altijd ingeschakeld en kunt u alleen Gezichtsdetectie
AAN of Smile Capture selecteren.
• Gezichtsdetectie AAN wordt automatisch geselecteerd in de standen
9 (Snelinstelling), b (Autom. opname), B (Portret bij nacht), C
(Portret vanaf middel), C (Video), P (Portret), R (Kinderen) of V
(Huidtint naturel). Als u vanuit een van deze standen overschakelt naar een andere stand, wordt de instelling voor Gezichtsdetectie die eerder in die stand actief was, hersteld.
• Als u de functie Gezichtsdetectie inschakelt terwijl de flitsinstelling is ingesteld op , (Auto), wordt automatisch d (Flitser+Anti Rode Ogen) geselecteerd.
78
Automatisch opnamen maken
(Automatische opnamestand)
In de stand b (Autom. opname) selecteert de camera, afhankelijk van de situaties en onderwerpen, automatisch de meest geschikte stand.
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
3
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer b met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De stand b wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De geselecteerde opnamestand wordt linksboven in het scherm weergegeven.
Standaard
Landschap
Sport
Nachtopname
Bloemen
Kaarslicht
Portret bij nacht
Portret
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
79
3
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
In de stand b gelden de volgende beperkingen:
• U kunt de functie Gezichtsdetectie niet uitschakelen.
• Het AF-veld staat vast op J (Meervoudig).
• De stand (Bloemen) kunt u niet selecteren bij gebruik van digitale zoom of intelligente zoom.
• Als u de stand (Nachtopname) selecteert bij de flitsinstelling ,
(Auto) of c (Auto+Anti Rode Ogen), verandert de flitsstand automatisch in a (Flitser uit).
• Als u de stand (Portret bij nacht) selecteert bij de flitsinstelling ,
(Auto), verandert de flitsstand automatisch in d (Flitser+Anti Rode
Ogen) wanneer de camera een gezicht detecteert en vaststelt dat moet worden geflitst.
• De camera stelt automatisch het onderwerp scherp wanneer de scherpstelstand op = (Standaard) of q (Macro) staat.
Opnamen maken in de Aangepaste instellingen
(Programmafunctie)
In de stand R (Programma) stelt de camera automatisch de sluitertijd en het diafragma in voor het maken van foto’s. U kunt wel andere functies selecteren, zoals de flitsinstelling of de opnamepixels.
Ontspanknop
80
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer R met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De stand R wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
4
Stel de functies in die u wilt wijzigen.
Zie “De opnamestanden instellen” (p.105 - p.126) voor meer informatie
over het instellen van de functies.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
3
Opnamen maken in de basisfunctie (Snelinstelling)
In de stand 9 (Snelinstelling) kunt u gemakkelijk opnamen maken met de standaardinstellingen, onafhankelijk van de instellingen in het menu
[A Opnemen].
De instellingen van de stand 9 worden hierna aangegeven.
Flitsinstelling
Transportstand
Scherpstelstand
AF-veld
, (Auto)
9 (Standaard)
= (Standaard)
Gezichtsdetectie Aan
Informatieweergave Normaal
Resolutie
Witbalans
E (4000×3000)
F (Auto)
J (meervoudig scherpstelpunt)
Lichtmeting voor automatische belichting
Gevoeligheid
L
(meervlaksmeting)
Auto
Belicht. corr.
±0.0
Hooglichtcorrectie P (Uit)
Schaduwcorrectie P (Uit)
Pixel Track SR P (Uit)
Knipperdetectie O (Aan)
Digitale zoom O (Aan)
Momentcontrole O (Aan)
Scherpte G (normaal)
Kleurverzadiging G (normaal)
Contrast
Datumafdruk
G
Uit
(normaal)
81
Ontspanknop
Knop Snelinstelling
3
1
Druk in de stand A op de knop voor Snelinstelling.
De stand 9 wordt geactiveerd.
Druk nogmaals op de knop
Snelinstelling om terug te gaan naar de
stand die actief was voordat 9 werd geselecteerd.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie
Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• De stand 9 is alleen beschikbaar wanneer u deze toewijst aan de knop Snelinstelling bij [Snelinstelling] in het menu [A Opnemen]
(p.125). Standaard is de stand 9 toegewezen aan de knop
Snelinstelling.
• In de stand 9 kunt u de informatie op het scherm niet wijzigen door op de knop 4/W te drukken.
• Als u op de knop 3 drukt in de stand 9, wordt het menu [W
Instelling] weergegeven. Het menu [A Opnemen] kan niet worden weergegeven.
• Als de camera wordt uitgeschakeld in de stand 9, is 9 weer actief wanneer de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
82
Werken met de zoom
Met de zoom kunt u het opnamegebied wijzigen.
Zoomknop
Vierwegbesturing
Knop 4
3
1
Druk in de stand A op de
Zoomknop.
Rechts (x) Vergroot het onderwerp.
Links (w) Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
Als u de knop naar rechts blijft drukken (x), wordt overgeschakeld van optische zoom naar intelligente zoom.
Als u de knop loslaat en er opnieuw tegen drukt, wordt overgeschakeld naar digitale zoom.
Zoombalk
De zoombalk wordt als volgt weergegeven.
Inzoomen met hoge beeldkwaliteit.
Zoomfactor
Inzoomen met enig verlies van beeldkwaliteit.
Bereik van optische zoom
*1
Bereik van intelligente zoom *2
Bereik van digitale zoom
*1 U kunt maximaal 5× optisch inzoomen.
*2 Het bereik van de intelligente zoom is afhankelijk van de resolutie.
Zie de volgende tabel.
83
3
Resolutie en maximale zoomfactor
Resolutie
R /E
6 f h
L l m
Intelligente zoom
Niet beschikbaar
(alleen 5× optische zoom)
Ca. 6,5×
Ca. 7,7×
Ca. 9,8×
Ca. 10,4×
Ca. 19,5×
Ca. 31,3×
(zelfde als digitale zoom)
Digitale zoom
Komt overeen met ca.
31,3×
• Het verdient aanbeveling een statief te gebruiken om camerabewegingen te voorkomen bij het maken van opnamen met een sterke zoomfactor.
• Foto’s die worden gemaakt met de digitale zoom, zien er korreliger uit dan foto’s die worden gemaakt met de optische zoom.
• Intelligente Zoom is niet beschikbaar onder de volgende omstandigheden:
- Als de resolutie wordt ingesteld op R/E (5× optische zoom beschikbaar)
- In de stand c (Digital SR)
- Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op 3200 of 6400
• De met intelligente zoom uitvergrote opname kan er op het scherm ruw uitzien. Dat heeft geen gevolgen voor de kwaliteit van de opname.
• In de stand C (Video) is alleen digitale zoom beschikbaar bij het opnemen.
Digitale zoom instellen
Standaard is de digitale zoom ingesteld op O (Aan). Als u bij het maken van opnamen alleen de optische zoom en intelligente zoom wilt gebruiken, stelt u de digitale zoom in op P (Uit).
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Digitale zoom] met de vierwegbesturing
(23).
84
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
O Digitale zoom wordt gebruikt
P Alleen optische zoom en intelligente zoom worden gebruikt
De instelling wordt opgeslagen.
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Opnemen
Video
Inst, D-range
Pixeltrack SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
MENU Einde
De instelling van de digitale zoomfunctie opslaan 1p.131
2 / 3
Opnamen maken in het donker (Nachtopname/
Portret bij nacht/Digital SR/Vuurwerk/Kaarslicht)
U kunt een stand opgeven die geschikt is voor het maken van opnamen in het donker, zoals nachtlandschappen.
A Nachtopname
B Portret bij nacht c
Digital SR
S Vuurwerk
U Kaarslicht
Voor nachtopnamen. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Voor portretopnamen bij nacht. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Als u de functie Gezichtsdetectie inschakelt terwijl de flitsinstelling is ingesteld op , (Auto), wordt automatisch d (Flitser+Anti Rode Ogen) geselecteerd.
Een hogere gevoeligheid vermindert onscherpte. De gevoeligheid wordt automatisch ingesteld op Auto en de resolutie wordt vast ingesteld op f (2592×1944).
Voor vuurwerk. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken. De gevoeligheid wordt vast ingesteld op een minimumwaarde.
Voor opnamen bij kaarslicht.
3
85
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
3
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om A, B, c,
S of U te selecteren.
3
Druk op de knop 4.
De stand A, B, c, S of U wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie
Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• De sluitertijd neemt toe wanneer u opnamen in het donker maakt.
• Als u wilt voorkomen dat de camera beweegt, zet u de functie
Pixeltrack SR (p.120) op O (Aan) of plaatst u de camera op een statief
en/of gebruikt u de zelfontspanner (p.96).
86
Opnamen maken van mensen (Portret vanaf middel/ Portret/Huidtint naturel)
De standen C (Portret vanaf middel), P (Portret) en V (Huidtint naturel) zijn geschikt voor het maken van opnamen van mensen.
Gezichtsdetectie (p.76) is in al deze standen actief, wat het
gemakkelijker maakt om bij het maken van opnamen het gezicht te benadrukken.
C Portret vanaf middel
P
V
Portret
Huidtint naturel
Voor correct ingekaderde portretten met autozoom.
De resolutie wordt vast ingesteld op h (2048×1536).
Voor portretopnamen. Geeft de huidtint gezond en helder weer.
Voor portretopnamen. Verlevendigt huidtinten en verdoezelt onvolkomenheden.
3
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om C, P of V te selecteren.
87
3
3
Druk op de knop 4.
De stand C, P of V wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
Wanneer de camera het gezicht van een persoon detecteert in de stand C, wordt een oranje kader op het scherm geplaatst rondom het gebied waarop moet worden ingezoomd.
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
Wanneer de camera het gezicht van een persoon detecteert in de stand C, zoomt de camera automatisch in om het gebied in het oranje kader van stap 3 uit te vergroten.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Opnamen maken van kinderen (de stand Kinderen)
De stand R (Kinderen) is ideaal voor het maken van opnamen van bewegende kinderen. Het geeft ze bovendien een gezonde en heldere
huidtint. Gezichtsdetectie (p.76) wordt in deze stand automatisch
geactiveerd, wat het makkelijker maakt om bij het maken van opnamen het gezicht van het onderwerp te benadrukken.
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
88
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer R met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De stand R wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
3
Opnamen maken van uw huisdier (Huisdier)
Met Y (Huisdier) kunt u de camera scherpgesteld houden op een bewegend huisdier en de kleur van de vacht kiezen terwijl u de opname maakt. Kies het gewenste pictogram op basis van de kleur van uw huisdier (neigend naar zwart, wit of er tussenin).
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
89
3
2
Selecteer Y met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van de stand Y wordt weergegeven.
4
Selecteer Y, Z, Z , a, b of b
met de vierwegbesturing (23).
Er zijn twee soorten pictogrammen: een kat en een hond. Of u de kat of de hond kiest, maakt niet uit voor de uiteindelijke foto. Kies gewoon wat u het leukst vindt.
MENU OK
Kies een pictogram (wit, grijs of zwart) waarvan de kleur het best past bij de kleur van de vacht van uw huisdier.
5
Druk op de knop 4.
Het geselecteerde pictogram verschijnt en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
08/08/2010
14:25
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
Zolang de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, volgt het scherpstelkader het onderwerp.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
90
Opnamen maken van sport en vrijetijdsbesteding
(Strand & sneeuw/Sport)
Q
Strand &
Sneeuw
\
Sport
Voor opnamen met veel licht van bijvoorbeeld zand en sneeuw. Nauwkeurige lichtmeting voor helderheid.
Voor opnamen van snel bewegende onderwerpen. Volgt het onderwerp tot de opname is gemaakt.
Ontspanknop 3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer Q of \ met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De stand Q of \ wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
08/08/2010
14:25
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
Als de stand \ (Sport) is geselecteerd en de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, wordt door het scherpstelkader het onderwerp gevolgd.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
91
Binnenshuis opnamen maken (Feest)
De stand B (Feest) is heel geschikt voor het maken van opnamen binnenshuis, bijvoorbeeld snapshots tijdens een feestje.
Ontspanknop
3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer B met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De stand B wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie
Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
92
Opnamen maken van tekst (Tekst)
Met de stand c (Tekst) kunt u scherpe opnamen maken van geschreven tekst. Dat kan van pas komen bij het maken van een digitale kopie van een belangrijk document of het verbeteren van de leesbaarheid van tekst met kleine lettertjes.
c Kleur d Neg. kleur c Zwart-wit d Neg. zwart-wit
De oorspronkelijke kleur van de tekst blijft behouden.
De tekstkleuren worden omgekeerd.
Gekleurde tekst wordt omgezet in zwart-wit.
Gekleurde tekst wordt omgezet in witte tekst op een zwarte ondergrond.
3
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer c met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
Het keuzescherm c verschijnt.
MENU OK
4
Selecteer c, d , c of d met de vierwegbesturing (23).
93
3
5
Druk op de knop 4.
Het geselecteerde pictogram verschijnt en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
08/08/2010
14:25
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Opnamen voorzien van een kader
(Beeldinkadering)
In de stand N (Beeldinkadering) kunt u foto’s maken met behulp van de kaders die in de camera zijn opgeslagen.
Ontspanknop
Zoomknop
Vierwegbesturing
Knop 4
94
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer N met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van het kader verschijnt, waarin 9 kaders zijn weergegeven.
4
Kies het gewenste kader met de
vierwegbesturing (2345).
OK y
5
Druk de zoomknop naar rechts (y).
Het geselecteerde kader verschijnt in de enkelbeeldsweergave.
U kunt op een van de volgende manieren een ander kader kiezen.
Vierwegbesturing (45) Druk hierop om een ander kader te kiezen.
Zoomknop naar links (f) Terug naar de weergave van 9 kaders op het kaderselectiescherm, zodat u vervolgens een ander kader kunt kiezen, zoals in stap 4.
6
Druk op de knop 4.
Het ingekaderde beeld verschijnt op het scherm.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
08/08/2010
14:25
7
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
8
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• De resolutie wordt vast ingesteld op h (2048×1536).
• 3 standaardkaders en 87 optionele kaders zijn in de fabriek geïnstalleerd. (Op de meegeleverde cd-rom staan 90 kaders, inclusief de standaardkaders.)
3
95
Optionele kaders
De optionele kaders zijn opgeslagen in het interne geheugen van de Optio H90.
Deze optionele kaders worden verwijderd als de bestanden in het interne geheugen worden gewist met een computer en als het ingebouwde geheugen wordt geformatteerd. Als u de optionele kaders weer in het interne geheugen wilt laden, kopieert u de kaders van de bij de camera geleverde cd-rom
Een decoratief kader om een opname plaatsen 1p.167
3
De zelfontspanner gebruiken
Bij de zelfontspannerfunctie wordt de opname tien of twee seconden na het indrukken van de ontspanknop gemaakt.
Stabiliseer de camera met een statief of een andere vorm van ondersteuning als u opnamen maakt met de zelfontspanner.
g Zelfontspanner
Z 2s Zelfontspanner
Deze functie biedt de mogelijkheid een groepsfoto te maken waar u zelf op staat. Ongeveer tien seconden nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Gebruik deze stand om camerabewegingen te voorkomen.
Ongeveer twee seconden nadat u de ontspanknop hebt ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Ontspanknop
96
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (45) om g te selecteren
en druk op de vierwegbesturing (3).
3
Selecteer g of Z met de
vierwegbesturing (45) en druk
op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname met de zelfontspanner.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
MENU OK
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt tien seconden of twee seconden later gemaakt.
De scherpstelling kan worden bemoeilijkt als u de camera beweegt terwijl de LED van de zelfontspanner knippert bij het fotograferen.
• In de stand C (Video) start de opname na tien seconden (of twee seconden).
• Druk de ontspanknop tot halverwege in terwijl de zelfontspanner is geactiveerd om het terugtellen te stoppen. Druk de ontspanknop helemaal in om het terugtellen te hervatten.
• Z kan niet worden geselecteerd terwijl 9 (Snelinstelling) de standaardinstelling is. Selecteer Z in een andere opnamestand en kies daarna 9 als opnamestand.
3
Een fotoserie maken
(Continuopname/Continue opname snel)
Er worden in deze standen continu opnamen gemaakt zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
j
Continue opname
Elke keer dat er een opname wordt gemaakt, wordt de opname opgeslagen in het geheugen voordat de volgende opname wordt gemaakt. Hoe hoger de opnamekwaliteit, des te langer de tussenpozen tussen de opnamen.
U kunt continuopnamen blijven maken totdat de
SD-geheugenkaart of het interne geheugen vol is.
97
K
Continue opname snel
De resolutie wordt vast ingesteld op f (2592×1944) en opnamen worden achter elkaar gemaakt.
* Het aantal opnamen dat achter elkaar kan worden gemaakt en het aantal beelden per seconde variëren al naar gelang de opnameomstandigheden.
Ontspanknop
3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer j of K met de
vierwegbesturing (45) en druk
op 4.
De camera is klaar om een serie opnamen te maken.
OK
3
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
Er worden continu opnamen gemaakt zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
• De flitser gaat niet af in de stand j en K.
• j en K kunnen niet worden geselecteerd in de standen 9
(Snelinstelling), b (Autom. opname), A (Nachtopname), C (Video),
S (Vuurwerk), N (Beeldinkadering), X (Dig. Groothoek) en F
(Digitaal panorama).
98
• Het interval voor j (Continue opname) hangt af van de instelling voor opnamepixels en kwaliteitsniveau.
• Bij het maken van de eerste opname worden de scherpstelling, belichting en witbalans vastgehouden in het geheugen (vergrendeld).
• Als de functie Gezichtsdetectie (p.76) is ingeschakeld, werkt die
functie alleen voor de eerste opname.
• De functie Knipperdetectie werkt alleen voor de laatste opname.
De functie Digitale groothoek
(Digitale groothoekmodus)
In de stand X (Dig. Groothoek) kunt u twee verticale opnamen die met deze camera zijn gemaakt samenvoegen tot een beeld met een dekking van ongeveer een 21mm-objectief (35mm-kleinbeeldequivalent).
3
+
Ontspanknop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om X te selecteren.
99
3
Druk op de knop 4.
De camera komt in de stand X.
Beweeg de camera 90º naar rechts en kader de eerste opname uit.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en
verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.76).
1
3
4
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De eerste gemaakte opname wordt tijdelijk opgeslagen en het scherm voor het maken van de tweede opname verschijnt.
OK
6
Maak de tweede opname.
Kader op de voorbeeldweergave het beeld voor het maken van de tweede opname zo uit dat de weergave van de eerste opname links op de monitor gedeeltelijk wordt overlapt. Herhaal stap 4 en 5 om de tweede opname te maken.
De samengevoegde eerste en tweede opname verschijnen op het scherm (Momentcontrole) en worden vervolgens opgeslagen.
100
• Om bij het maken van de tweede opname vervorming tot een minimum te beperken, moet u de camera rond de rechterkant van de voorbeeldweergave op het scherm draaien.
• Er kan vervorming ontstaan bij bewegende voorwerpen, zich herhalende patronen of als er niets aanwezig is bij het overlappen van de eerste en de tweede opname in de voorbeeldweergave.
• Als de functie Gezichtsdetectie (p.76) is ingeschakeld, werkt die
functie alleen voor de eerste opname (Knipperdetectie werkt niet).
• De samengevoegde opnamen worden opgeslagen met een pixelgrootte van f (2592×1944).
De functie stopzetten nadat de eerste opname is gemaakt
1
Als het opnamescherm voor de tweede opname wordt
weergegeven in stap 5 op p.100, drukt u op de knop
4.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een optie te selecteren
en druk op 4.
Opslaan
Annuleren
Onderbreken
Opslaan
Annuleren
De eerste opname opslaan en een nieuwe eerste opname maken. De eerste opname wordt opgeslagen bij h (2048×1536).
De eerste opname wissen en een nieuwe eerste opname maken.
Onderbreken Hiermee gaat u terug naar het opnamescherm voor de tweede opname.
OK
3
101
Panoramafoto’s maken (Digitaal panorama)
In de stand F (Digitaal panorama) kunt u twee of drie gemaakte opnamen samenvoegen om een panoramische foto te maken.
Ontspanknop
3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer [ F ] met de vierwegbesturing (2345).
3
Druk op de knop 4.
De camera komt in de stand F en het bericht [Schuifrichting instellen] verschijnt.
4
Selecteer met de
vierwegbesturing (45) de richting waarin de opnamen moeten worden samengevoegd.
Het scherm voor het maken van de eerste opname wordt weergegeven.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het
1
08/08/2010
14:25
102
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Het scherm voor het maken van de tweede opname wordt weergegeven nadat u de eerste opname hebt gemaakt.
Als u bij stap 4 rechts (5) selecteert:
De rechterrand van de eerste opname wordt semi-transparant langs de linkerkant van het scherm weergegeven.
Als u bij stap 4 links (4) selecteert:
De linkerrand van de eerste opname wordt semi-transparant langs de rechterkant van het scherm weergegeven.
7
Maak de tweede opname.
1 2
Beweeg de camera zo dat het semitransparante deel en het werkelijke beeld elkaar overlappen en druk op de ontspanknop.
8
Maak de derde opname.
Herhaal stap 5 t/m 7 om de derde opname
SHUTTER OK te maken.
De beelden worden samengevoegd tot een panorama en er verschijnt een samengevoegde opname.
De samengevoegde opnamen worden niet weergegeven wanneer
[Momentcontrole] (p.73, p.121) op P (Uit) staat.
3
• Er kan enige vervorming ontstaan door bewegende voorwerpen, zich herhalende patronen of als er niets aanwezig is bij het overlappen van de eerste en tweede opname of de tweede en derde opname in de voorbeeldweergave.
• Als de functie Gezichtsdetectie (p.76) is ingeschakeld, werkt die
functie alleen voor de eerste opname (Knipperdetectie werkt niet).
103
3
De functie stopzetten nadat de eerste of tweede opname is gemaakt
1
Druk op de knop 4 nadat u de eerste opname in stap
6 op p.103 of de tweede opname in stap 7 hebt gemaakt.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een optie te selecteren
en druk op 4.
Opslaan
Annuleren
Onderbreken
Opslaan De gemaakte opname(n) worden opgeslagen en u kunt een nieuwe eerste opname maken. Als u deze optie kiest nadat u de tweede opname hebt gemaakt, worden de eerste en tweede opname samengevoegd en opgeslagen als panoramische opname.
Annuleren De gemaakte opname(n) worden gewist en u kunt een nieuwe eerste opname maken.
Onderbreken Het vorige opnamevenster wordt weer geactiveerd.
OK
Niet-samengevoegde opnamen die zijn gemaakt in de stand F, worden opgeslagen met een pixelgrootte van i (1600×1200).
104
De opnamestanden instellen
De flitsinstelling selecteren
, a b c d Flitser+Anti Rode Ogen b
Auto
Flitser uit
Flitser aan
Auto+Anti Rode Ogen
Soft flitser
Afhankelijk van de lichtomstandigheden gaat de flitser automatisch af. Als u de functie Gezichtsdetectie gebruikt, wordt de flitsinstelling automatisch ingesteld op d .
De flitser gaat niet af, ongeacht de lichtomstandigheden. Deze functie is bedoeld voor het maken van opnamen op plaatsen waar flitsfotografie verboden is.
De flitser gaat altijd af, ongeacht de lichtomstandigheden.
Deze instelling zorgt voor vermindering van het rodeogeneffect dat optreedt doordat het flitslicht wordt weerkaatst in de ogen van het onderwerp. De flitser gaat automatisch af (vóór de hoofdflits gaat een voorflits af).
Deze instelling zorgt voor vermindering van het rodeogeneffect dat optreedt doordat het flitslicht wordt weerkaatst in de ogen van het onderwerp. De flitser gaat altijd af, ongeacht de lichtomstandigheden (vóór de hoofdflits gaat een voorflits af).
Deze instelling vermindert de intensiteit van het flitslicht, zodat de flitser niet te fel is, zelfs niet wanneer deze van dichtbij wordt gebruikt. De flitser gaat altijd af, ongeacht de lichtomstandigheden.
3
• De flitsinstelling is vast ingesteld op a onder de volgende omstandigheden:
- als C (Video) of S (Vuurwerk) is geselecteerd als opnamestand
- als j (Continue opname) of K (Continue opname snel) is geselecteerd als transportstand
- als s (Oneindig) is geselecteerd als scherpstelstand
• In de stand X (Dig. Groothoek) of F (Digitaal panorama) wordt de flits ingesteld op a. U kunt echter nog wel andere flitsinstellingen selecteren.
• In de stand 9 (Snelinstelling) kunt u alleen , of a selecteren.
• In de stand A (Nachtopname) kunt u , en c niet selecteren.
105
Gebruik van de flitser bij het maken van opnamen van dichtbij kan onregelmatigheden opleveren in de opname als gevolg van de spreiding van het licht.
3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de
vierwegbesturing (4).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
Bij elke druk op de knop verandert de flitsinstelling. U kunt de instelling ook wijzigen met de vierwegbesturing (23).
OK MENU
2
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Informatie over het verschijnsel rode ogen
Als u de flitser gebruikt bij het maken van opnamen, kunnen de ogen van het onderwerp in de opname rood zijn. Dit verschijnsel treedt op wanneer het flitslicht wordt weerkaatst in de ogen van het onderwerp. Het kan worden verminderd door de omgeving van het onderwerp te verlichten of door dichter bij het onderwerp te komen en uit te zoomen naar een groothoekstand. Ook het instellen van de flits op c of d is een effectieve manier om het verschijnsel tegen te gaan.
Als de ogen van het onderwerp ondanks dergelijke voorzorgsmaatregelen toch
rood zijn, kunt u dit corrigeren met de rode-ogenreductie (p.166).
De flitsinstelling opslaan 1p.131
106
De scherpstelstand selecteren
= q r
3 s
\
Standaard
Macro
Super Macro
Pan-focus
Oneindig
Gebruik deze instelling wanneer de afstand tot het onderwerp 40 cm of meer is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Deze instelling wordt gebruikt wanneer de afstand tot het onderwerp circa 10 cm tot 50 cm is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Deze instelling wordt gebruikt wanneer de afstand tot het onderwerp circa 8 cm tot 15 cm is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Deze instelling wordt gebruikt wanneer u iemand anders vraagt om opnamen voor u te maken of wanneer u landschapsopnamen maakt vanuit een rijdende auto of trein. De opnamen wordt van voor tot achter scherp.
Met deze functie kunt u opnamen maken van voorwerpen in de verte. De flitser is ingesteld op a (Flitser uit).
Handmatig Focus Met deze instelling past u de scherpstelling handmatig aan.
3
1
Druk in de stand A op de
vierwegbesturing (5).
Het scherm [Focusinst.] verschijnt.
Bij elke druk op de knop verandert de scherpstelstand. U kunt de instelling ook wijzigen met de vierwegbesturing (23).
Vierwegbesturing
Knop 4
OK
107
3
2
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
• In de stand 9 (Snelinstelling) kunt u alleen =, q en 3 selecteren.
• De scherpstelstand is vast ingesteld op s in de stand S (Vuurwerk).
• Als u = selecteert terwijl het onderwerp dichterbij is dan 40 cm, stelt de camera automatisch scherp vanaf 10 cm (functie Auto-Macro). In dit geval verschijnt q op het scherm.
• Als bij het maken van opnamen in de stand q het onderwerp verder weg is dan 50 cm, stelt de camera automatisch scherp op ∞
(Oneindig). Als u dan de ontspanknop helemaal indrukt, kunt u toch een opname maken, ook als er niet is scherpgesteld.
De instelling van de scherpstelstand opslaan 1p.131
Handmatig scherpstellen (Handmatig Focus)
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Focusinst.] verschijnt.
2
Selecteer \ met de vierwegbesturing (5).
3
Druk op de knop 4.
Het centrale deel van de opname wordt tijdens het scherpstellen op het volledige scherm getoond.
OK
4
Wijzig de scherpstelling met de
vierwegbesturing (23).
De indicatie \ verschijnt op het scherm en geeft de geschatte afstand tot het onderwerp aan. Gebruik de indicatie als richtlijn bij het scherpstellen.
2 voor scherpstelling veraf
3 voor scherpstelling dichterbij
MENU
\ Indicatie
OK
108
5
Druk op de knop 4.
De scherpstelling wordt vastgehouden en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Nadat de scherpstelling is vastgezet, kunt u nogmaals op de vierwegbesturing (5) drukken om de indicatie \ weer te geven en de scherpstelling aan te passen.
De opnamestand en de transportstand kunnen niet worden gewijzigd terwijl de indicatie \ wordt weergegeven.
Om te schakelen van \ naar een andere scherpstelinstelling, drukt u op de vierwegbesturing (5) terwijl de indicatie \ wordt weergegeven.
3
Het AF-veld instellen
U kunt het autofocusveld wijzigen (AF-veld).
J Meervoudig
K Spotmeting
W
Automatisch meevolgende AF
Normaal autofocusveld
Het autofocusveld wordt kleiner.
Houdt bewegende objecten scherp.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [AF-veld] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Wijzig met de vierwegbesturing
(23 ) de instelling van het AF- veld.
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
MENU Stop OK OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
109
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
• In de stand C (Video) en N (Beeldinkadering) kan het AF-veld niet worden ingesteld op W.
• In de stand 9 (Snelinstelling) en b (Autom. opname) is het AF-veld vast ingesteld op J.
• Als u de instelling van het AF-veld vaak wijzigt, kunt u tijd besparen
door deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
3
De resolutie selecteren
Voor foto’s kunt u kiezen uit acht instellingen voor opnamepixels.
Hoe groter het aantal opnamepixels, des te scherper de details wanneer u de opname afdrukt. Omdat de kwaliteit van de afgedrukte opname ook afhangt van de opnamekwaliteit, de belichtingsregeling, de resolutie van de printer en andere factoren, hoeft u niet meer dan het benodigde aantal opnamepixels te selecteren. h is afdoende voor het maken van afdrukken op ansichtkaartformaat. Hoe groter het aantal pixels, hoe groter de opname en daarmee ook het bestand.
In de tabel hierna kunt u zien welke instelling de beste is voor het beoogde doel.
Resolutie
63072×2304 f2592×1944 h2048×1536
L 1920×1080
(16 : 9) l1024× 768 m640× 480
Beoogd doel
Voor het afdrukken van foto’s met hoge kwaliteit of opnamen op A4-formaat of groter, of voor het bewerken van opnamen op een computer.
Voor het maken van afdrukken op ansichtkaartformaat.
Voor een natuurlijk gevoel van ruimtelijkheid met dezelfde hoogte/breedteverhouding als HDTV.
Voor plaatsing op een website of meezenden met een e-mail.
De standaardinstelling is E.
110
• Als u R selecteert, neemt de beeldkwaliteit toe in vergelijking met de stand E, maar de bestanden worden ook groter.
• Als u L selecteert, is de verhoudingsfactor van de opname 16:9, en het monitorbeeld voor opnemen en weergeven is zoals rechts hiernaast wordt getoond.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Resolutie] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Wijzig het aantal opnamepixels
met de vierwegbesturing (23).
Opslagcapaciteit
12 M
12
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
12 M
7
M
5 M
3 M
MENU Stop OK OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
3
111
• De opnameresolutie voor opnamen in de stand 9 (Snelinstelling) is vast ingesteld op E.
• De resolutie voor opnamen in de stand C (Portret vanaf middel) of N
(Beeldinkadering) is vast ingesteld op h.
• De resolutie voor opnamen in de stand c (Digital SR) of X (Dig.
Groothoek) is vast ingesteld op f. (Als u echter de stand X beëindigt voordat u een tweede opname maakt, is de resolutie h.)
• Het aantal opnamepixels voor opnamen in de stand W (Blog) is vast ingesteld op m.
• Als u de instelling [Resolutie] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
3
De belichting instellen (Belichtingscorrectie)
U kunt de algehele helderheid van de opname aanpassen.
Met deze functie kunt u opzettelijk over- of onderbelichte opnamen maken.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Belicht. corr.] met de vierwegbesturing
(23).
3
Selecteer de LW-waarde met de
vierwegbesturing (45).
Kies een positieve (+) waarde voor lichte opnamen. Kies een negatieve (-) waarde voor donkere opnamen.
U kunt een belichtingscorrectiewaarde kiezen tussen –2,0 en +2,0 LW in stappen van 1/3 LW.
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
MENU Einde
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
112
• Als het histogram wordt weergegeven in de opnamestand of
weergavestand, kunt u de belichting controleren (p.29).
• U kunt de functie Belicht. corr. niet gebruiken in de stand 9
(Snelinstelling) of b (Autom. opname).
• Als u de instelling [Belicht. corr.] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
De instelling van de belichtingscorrectiewaarde opslaan 1p.131
De helderheid corrigeren (Instelling D-Range)
Hiermee wordt het dynamische bereik vergroot en wordt voorkomen dat zich heldere en donkere gebieden voordoen. Met [Hooglichtcor.] worden de heldere gebieden bijgeregeld wanneer de opname te licht is en met
[Schaduwcorrectie] worden de donkere gebieden bijgeregeld wanneer de opname te donker is.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Inst, D-range] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Inst, D-range] verschijnt.
4
Selecteer [Hooglichtcor.] of
[Schaduwcorrectie] met de
vierwegbesturing (23).
Inst, D-range
Hooglichtcor.
Schaduwcorrectie
3
MENU
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
113
3
6
Druk twee keer op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Het pictogram van de instelling voor D-
Range verschijnt op het scherm.
P Wanneer [Hooglichtcor.] op O staat
Q Wanneer [Schaduwcorrectie] op O staat
O
Wanneer [Hooglichtcor.] en
[Schaduwcorrectie] beide op O staan
• Wanneer [Hooglichtcor.] op O staat, staat de minimumgevoeligheid op ISO 160.
• Als u de instelling [Hooglichtcor.] of [Schaduwcorrectie] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling
114
De witbalans aanpassen
U kunt opnamen maken met natuurlijke kleuren door de witbalans aan te passen aan de lichtomstandigheden van het opnametijdstip.
F Auto
G Daglicht
I
J
Schaduw
Lamplicht
Neonlicht
K Handmatig
De camera past de witbalans automatisch aan.
Gebruik deze functie bij het maken van buitenopnamen in de zon.
Gebruik deze functie bij het maken van buitenopnamen in de schaduw.
Gebruik deze functie voor het maken van opnamen onder gloeilamp- of halogeenlicht.
Gebruik deze functie voor het maken van opnamen onder
TL-licht.
Gebruik deze functie wanneer u de witbalans handmatig wilt aanpassen.
• Geef een andere waarde op voor de witbalans als u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn genomen met de witbalansinstelling F.
• Of de instelling voor de witbalans wordt aangepast, is afhankelijk van
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Witbalans] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
4
Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (23).
Wi t b a l a n s
Telkens wanneer u op de vierwegbesturing
(23) drukt, kunt u het resultaat van de geselecteerde witbalansinstelling op de voorbeeldopname zien.
MENU OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Raadpleeg “De witbalans handmatig aanpassen” op de volgende pagina voor aanwijzingen omtrent handmatige aanpassing van de witbalans.
Als u de instelling [Witbalans] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
De instelling van de witbalans opslaan 1p.131
3
115
3
De witbalans handmatig aanpassen
Zorg dat u een leeg vel wit papier of vergelijkbaar materiaal bij de hand hebt.
1
Gebruik in het scherm [Witbalans] de vierwegbesturing
(23) om K (Handmatig) te selecteren.
2
Richt de camera op het lege vel papier of ander materiaal, zodat dit het kader in het midden van het scherm vult.
Wi t b a l a n s
SHUTTER I n s t e l l e n
MENU OK
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De witbalans wordt automatisch aangepast.
4
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en het menu [A Opnemen] verschijnt opnieuw.
5
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Lichtmeting voor automatische belichting instellen
U kunt instellen in welk deel van het beeld het licht wordt gemeten ter bepaling van de belichting.
L
M
Meervlaks lichtmeting
Lichtmeting met nadruk op het midden
N Spotmeting
De camera verdeelt het beeld in 256 zones, meet het licht en bepaalt op basis daarvan de belichting.
De camera meet de algehele helderheid van de opname, waarbij de lichtmeting in het midden van het beeld zwaarder doorweegt.
De camera bepaalt de belichting door alleen het licht in het midden van het beeld te meten.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
116
2
Selecteer [Autom. belicht.] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Selecteer met de
vierwegbesturing (23) de instelling van de automatische belichting.
Opnemen
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
12
M
AWB
1 / 3
Auto
0.0
MENU Stop OK OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
• Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, wordt het licht gemeten en wordt de belichting bepaald.
• Wanneer het onderwerp zich buiten het AF-veld bevindt en u
N (spotmeting) wilt gebruiken, richt u de camera op het onderwerp en drukt u de ontspanknop tot halverwege in om de belichting vast te zetten. Bepaal de beelduitsnede opnieuw en druk de ontspanknop helemaal in.
• Of de automatische belichting wordt aangepast, is afhankelijk van de
geselecteerde opnamestand. Zie “Beschikbare functies voor elke opnamefunctie” (p.230) voor details.
• Als u de instelling [Autom. belicht.] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen
door deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
3
De instelling van de automatische belichting opslaan 1p.131
117
De gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid selecteren op basis van het omgevingslicht.
3
80
100
200
400
800
1600
3200
6400
Bij een lagere gevoeligheid wordt de opname scherper met minder ruis. Bij weinig licht wordt de sluitertijd langer.
Bij een hogere gevoeligheid is er een relatief korte sluitertijd bij slechte lichtomstandigheden, zodat bewegingen van de camera slechts een beperkte invloed op de opnamekwaliteit hebben. Opnamen kunnen echter wel ruis (vlekken) bevatten.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Gevoeligheid] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Wijzig de gevoeligheid met de
vierwegbesturing (23).
Opnemen 1 / 3
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
Belicht. corr.
12 M
8 0
1 0 0
MENU Stop OK OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
118
• Als de gevoeligheid is ingesteld op 3200 of 6400, is de resolutie vast ingesteld op f (2592×1944).
• Als de stand 9 (Snelinstelling) of C (Video) is geselecteerd, is alleen
Auto (gevoeligheid 80 - 800) beschikbaar.
• In de opnamestand c (Digital SR) is alleen Auto (gevoeligheid 80-
6400) beschikbaar.
• Als de stand S (Vuurwerk) is geselecteerd, wordt de gevoeligheid vast ingesteld op de minimale instelling.
• Als u de instelling [Gevoeligheid] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
De instelling voor gevoeligheid opslaan 1p.131
3
Knipperdetectie instellen
Hiermee bepaalt u of Knipperdetectie wordt geactiveerd als de functie
Gezichtsdetectie actief is. De standaardinstelling is O (Aan).
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Knipperdetectie] met de vierwegbesturing
(23).
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
Opnemen 2 / 3
O De functie Knipperdetectie is ingeschakeld.
P De functie Knipperdetectie is uitgeschakeld.
Video
Inst, D-range
Pixeltrack SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
MENU Einde
De instelling wordt opgeslagen.
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
119
Pixel Track SR instellen
U kunt met deze functie camerabewegingen corrigeren bij het maken van foto’s. Als u Pixeltrack SR instelt op O (Aan), worden automatisch alle camerabewegingen tijdens het maken van een opname gecorrigeerd. De standaardinstelling is P (Uit).
3
Gebruik de functie Movie SR (p.130) om camerabewegingen te
corrigeren in de stand C (Video).
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Pixeltrack SR] met de vierwegbesturing
(23).
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
Opnemen 2 / 3
O Corrigeert camerabewegingen.
P Corrigeert camerabewegingen niet.
Video
Inst, D-range
Pixeltrack SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Een van de volgende pictogrammen verschijnt op het scherm.
M Wanneer [Pixeltrack SR] op O staat f
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt met
[Pixeltrack SR] op P en de sluitertijd is lang of de flitsinstelling staat op a (Flitser uit) (Waarschuwing camerabeweging).
Wanneer [Pixeltrack SR] op O staat, worden camerabewegingen gecorrigeerd na het maken van de opname. Vervolgens wordt de gecorrigeerde opname opgeslagen.
120
De functie Pixel Track SR werkt niet onder de volgende omstandigheden:
- als C (Portret vanaf middel), C (Video), S (Vuurwerk),
N (Beeldinkadering), X (Dig. Groothoek) of F (Digitaal panorama) is geselecteerd als opnamestand
- als g (Zelfontspanner), j (Continue opname) of K (Continue opname snel) is geselecteerd als transportstand
- als de flitser afgaat
- als de sluitertijd trager is dan 1/4 sec.
- als de gevoeligheid is ingesteld op 1600 of hoger
- tijdens Geluidsopname
3
De tijd voor Momentcontrole instellen
Bepaal met deze instelling of een opname meteen na het maken moet worden weergegeven. De standaardinstelling is O (Aan).
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Momentcontrole] met de vierwegbesturing
(23).
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
Opnemen 2 / 3
O Momentcontrole wordt weergegeven.
P Momentcontrole wordt niet weergegeven.
Video
Inst, D-range
Pixeltrack SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Momentcontrole
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Als de functie Knipperdetectie actief was tijdens het maken van opnamen, verschijnt het bericht [Gesloten ogen gedetecteerd] gedurende 3 seconden tijdens Momentcontrole.
121
3
De opnamescherpte instellen (Scherpte)
U kunt een opname scherpe of zachte contouren geven.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Scherpte] met de vierwegbesturing (23).
3
Verander het scherpteniveau met
de vierwegbesturing (45).
Opnemen 3 / 3
Geheugen
Snelinstelling F Zacht
G Normaal
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
H Scherp
Datumafdruk Uit
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Als u de instelling [Scherpte] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door deze
toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
122
De kleurverzadiging instellen (Kleurverzadiging)
U kunt de kleurverzadiging instellen.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Kleurverzadiging] met de vierwegbesturing
(23).
3
Wijzig het verzadigingsniveau met
de vierwegbesturing (45).
Opnemen 3 / 3
F Laag
G Normaal
H Hoog
Geheugen
Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk Uit
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Als u de instelling [Kleurverzadiging] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen
door deze toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
Het opnamecontrast instellen (Contrast)
U kunt het niveau van het opnamecontrast instellen.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Contrast] met de vierwegbesturing (23).
3
Wijzig het contrastniveau met de
vierwegbesturing (45).
Opnemen 3 / 3
Geheugen
F Laag
G Normaal
H Hoog
Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk Uit
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Als u de instelling [Contrast] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door deze
toe te wijzen aan de knop Snelinstelling (p.125).
3
123
3
De functie Datumafdruk instellen
U kunt ervoor kiezen om tijdens het maken van opnamen de datum en/ of tijd op de opname af te drukken.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Datumafdruk] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de details van de datumafdruk te selecteren.
Kies tussen [Datum], [Datum&tijd], [Tijd] en
[Uit].
Opnemen
Geheugen
Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
3 / 3
Datum
Datum&tijd
Tijd
Uit
MENU Stop OK OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
• De datum en/of tijd die met de datumafdrukfunctie op opnamen wordt afgedrukt, kan niet worden verwijderd.
• Let erop dat als de printer of de beeldbewerkingssoftware zo ingesteld is dat de datum wordt afgedrukt en de opnamen die u op een printer wilt afdrukken al een datum- en/of tijdafdruk hebben, er dan een overlapping kan plaatsvinden van de datum/tijdafdruk.
• O verschijnt op het scherm in de stand A wanneer [Datumafdruk] is ingesteld.
• Voor de datum en/of tijd op de foto wordt de weergavestijl gebruikt die
is ingesteld met het scherm [Datum instellen] (p.49).
124
Een specifieke functie oproepen
U kunt een functie toewijzen aan de knop Snelinstelling. Deze verschijnt wanneer u op de knop Snelinstelling drukt. Dat is handig wanneer u rechtstreeks naar het instellingsscherm van veelgebruikte functies wilt.
De volgende functies kunnen worden toegewezen aan de knop
Snelinstelling:
• Stand 9 (Snelinstelling)
• Resolutie
• Witbalans
• AF-veld
• Lichtmeting voor automatische belichting
• Gevoeligheid
• Belicht. corr.
• Hooglichtcorrectie
• Schaduwcorrectie
• Scherpte
• Kleurverzadiging
• Contrast
• Geluidsopname
3
• U kunt de knop Snelinstelling terugzetten op de standaardinstelling door [Reset] te selecteren in het menu [W Instelling].
• Andere functies dan 9 (Snelinstelling) en Geluidsopname kunnen op de normale manier worden ingesteld in het menu [A Opnemen].
• Voor de knop Snelinstelling enerzijds en in het menu [A Opnemen] anderzijds kunnen niet verschillende instellingen voor dezelfde functie worden opgeslagen.
Een functie toewijzen aan de knop Snelinstelling
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Snelinstelling] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
125
3
4
Selecteer een functie met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
Snelinstelling
Q 9 Gr. Inst.
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Autom. belicht.
Gevoeligheid
MENU Stop OK
5
Druk op de knop 3.
De geselecteerde functie is nu toegewezen aan de knop
Snelinstelling.
Werken met de knop Snelinstelling
1
Druk in de stand Aop de knop Snelinstelling.
De functie die is toegewezen aan de knop Snelinstelling wordt opgeroepen.
2
Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (45) en druk
op de knop 4.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Opnamen maken in de basisfunctie (Snelinstelling) 1p.81
Geluid opnemen (Geluidsopname) 1p.180
Als er een andere functie dan de stand 9 (Snelinstelling) en
Geluidsopname is toegewezen aan de knop Snelinstelling, verschijnt het oorspronkelijke scherm weer wanneer er binnen 1 minuut nadat op de knop Snelinstelling is gedrukt, geen handeling wordt verricht.
126
Video-opnamen maken
Een video-opname maken
Met deze functie kunt u video-opnamen maken. Hierbij wordt gelijktijdig geluid opgenomen.
Ontspanknop
Zoomknop
3
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2
Selecteer C (Video) met de
vierwegbesturing (2345).
Voor het opnemen van film
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
De camera komt in de stand C en keert terug naar de opnamestand.
1 2 3
De volgende informatie verschijnt op het scherm.
1 Pictogram video-opnamestand
2 Indicatie opname (knippert tijdens maken van video-opname)
3 Resterende opnametijd
4 Scherpstelkader (verschijnt niet tijdens het opnemen) 5 4
08/08/2010
14:25
127
3
5 Pictogram voor bewegingsreductie video
U kunt het opnamegebied wijzigen met de Zoomknop.
Rechts (x) Vergroot het onderwerp.
Links (w) Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname start. U kunt opnemen totdat de SD-geheugenkaart of het interne geheugen vol is, of het bestand van de opgenomen video een grootte bereikt van 2 GB.
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname stopt.
Video-opnamen weergeven 1p.135
• De flitser gaat niet af in de stand C.
• De scherpstelstand kan worden gewijzigd voordat de opname start.
• Wanneer de scherpstelstand is ingesteld op \(Handmatig Focus), kunt u de scherpstelstand wijzigen voordat de opname start.
• U kunt de optische zoom alleen voor het maken van de opname instellen, terwijl de digitale zoom ook tijdens het opnemen beschikbaar is.
• Zelfs als u de weergavestand wijzigt door de knop 4/W in te drukken terwijl u een film opneemt, kan het histogram niet op de monitor worden weergegeven.
• Wanneer de opnamestand is ingesteld op C, wordt de functie
Gezichtsdetectie automatisch ingeschakeld. U kunt overgaan op
Smile Capture of Gezichtsdetectie UIT door op de knop I te drukken
voordat u start met het opnemen van een video (p.76). Als u de functie
Smile Capture selecteert, wordt het maken van de video-opname automatisch gestart zodra de camera de glimlach van het onderwerp detecteert. Of de functie Smile Capture werkt en er dus automatisch een opname wordt gemaakt, is echter afhankelijk van de toestand van de gedetecteerde gezichten. Als dat niet gebeurt, drukt u op de ontspanknop om het maken van de video-opname te starten.
De ontspanknop ingedrukt houden
Als u de ontspanknop langer dan een seconde ingedrukt houdt, gaat het opnemen door zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. Het opnemen stopt zodra u de ontspanknop loslaat.
128
Resolutie en beeldteller van video-opnamen selecteren
U kunt het aantal opnamepixels en de beeldsnelheid voor videoopnamen instellen.
Hoe groter het aantal opnamepixels, hoe scherper de details en hoe groter het bestand. Hoe meer beeldjes per seconde, des te beter de kwaliteit van de video, maar ook des te groter het bestand.
Instelling Resolutie Beeldteller
M
F
G
H
I
J
1280×720
1280×720
640×480
640×480
320×240
320×240
30 fps
15 fps
30 fps
15 fps
30 fps
15 fps
Toepassing
Neemt beelden op in HDTV-formaat (16:9).
Bewegingen worden vloeiend opgenomen.
(Standaardinstelling)
Neemt beelden op in HDTV-formaat (16:9).
De totale opnametijd neemt toe omdat de bestandsgrootte afneemt.
Geschikt voor weergave van opnamen op een tv- of computerbeeldscherm. Bewegingen worden vloeiend opgenomen.
Geschikt voor weergave van opnamen op een tv- of computerbeeldscherm. De totale opnametijd neemt toe omdat de bestandsgrootte afneemt.
Geschikt voor plaatsing op een website of als bijlage bij e-mail. Bewegingen worden vloeiend opgenomen.
Geschikt voor plaatsing op een website of als bijlage bij e-mail. De totale opnametijd neemt toe omdat de bestandsgrootte afneemt.
* De beeldsnelheid (fps, frames per second) is een aanduiding voor het aantal beeldjes per seconde.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Video] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Video] verschijnt.
4
Selecteer [Resolutie] met de vierwegbesturing (23).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3
129
6
Wijzig het aantal opnamepixels en de beeldsnelheid met de
vierwegbesturing (23).
Opnametijd
Resolutie
Movie SR
15:02:26
OK OK
3
7
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
8
Druk twee keer op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
MENU Stop
De functie Movie SR (Video bewegingsreductie) instellen
In de stand C kunt u met de functie Movie SR (Bewegingsreductie video) camerabeweging compenseren terwijl u video-opnamen maakt.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Video] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Video] verschijnt.
4
Selecteer [Movie SR] met de vierwegbesturing (23).
5
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
Video
Resolutie
O Corrigeert camerabewegingen.
Movie SR
P Corrigeert camerabewegingen niet.
De instelling wordt opgeslagen.
MENU
6
Druk twee keer op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
130
De instellingen opslaan (Geheugen)
De geheugenfunctie dient voor het opslaan van de camera-instellingen die gelden wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Bij sommige camera-instellingen is de geheugenfunctie altijd ingesteld op O (Aan) (de instellingen worden opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld), terwijl u voor andere Aan of Uit kunt kiezen (kiezen of de instellingen al dan niet worden opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld). In de tabel hieronder wordt aangegeven welke onderdelen u in de geheugenfunctie op O (Aan) of P (Uit) kunt zetten.
(Onderdelen die in de tabel niet staan vermeld, worden met de geselecteerde instelling altijd opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld.)
Als u O (Aan) kiest, worden de instellingen opgeslagen met de status die ze hebben op het moment dat de camera wordt uitgeschakeld. Als u
P (Uit) kiest, worden de standaardinstellingen hersteld bij uitschakeling van de camera. In de tabel hieronder wordt voor elk onderdeel tevens getoond of de standaardgeheugeninstelling Aan of Uit is.
Onderdeel Beschrijving
Gezichtsdetectie
Flitsinstelling
Transportstand
Scherpstelstand
Zoomstand
Handm. scherpst.
Witbalans
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Een instelling voor Gezichtsdetectie die is ingesteld met de knop I
De flitsinstelling die is ingesteld met de vierwegbesturing (4)
De transportstand die is ingesteld met de vierwegbesturing (2)
De scherpstelstand die is ingesteld met de vierwegbesturing (5)
De zoomstand die is ingesteld met de zoomknop
De handmatige scherpstelpositie die is ingesteld met de vierwegbesturing (23)
De instelling voor [Witbalans] in het menu
[A Opnemen]
De instelling voor [Gevoeligheid] in het menu
[A Opnemen]
De instelling voor [Belicht. corr.] in het menu
[A Opnemen]
Standaardinstelling Pagina
P
O
P
P
P
P
P
P
P
3
131
3
Lichtmeting voor automatische belichting
De instelling voor [Autom. belicht.] in het menu
[A Opnemen]
P
Digitale zoom
DISPLAY
De instelling voor [Digitale zoom] in het menu
[A Opnemen]
De weergavefunctie van het scherm die wordt ingesteld met de knop
4/W
O
P
Bestand
Als er een nieuwe SD-geheugenkaart wordt geplaatst terwijl O (Aan) is geselecteerd, wordt het eerstvolgende bestandsnummer toegewezen
O —
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Geheugen] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Geheugen] verschijnt.
4
Kies een onderdeel met de
vierwegbesturing (23).
Geheugen 1 / 3
Gezichtsdetectie
Flitsinstelling
Transportstand
Focusinst.
Zoomstand
Handm. scherpst.
MENU
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
6
Druk twee keer op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
132
4
Opnamen weergeven en wissen
Opnamen weergeven .............................. 134
Opnamen en geluidsbestanden wissen ...................................................... 148
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ............................................... 157
Opnamen weergeven
Foto’s weergeven
Q -knop
Vierwegbesturing
4
1
Druk na het maken van een
opname op de Q-knop.
De camera komt in de stand Q en de gemaakte opname verschijnt op het scherm
(enkelbeeldsweergave).
Bestandsnummer
134
De vorige of volgende opname weergeven
2
Druk op de vierwegbesturing (45).
De vorige of volgende opname verschijnt.
De weergegeven opname wissen
Druk op de knop i terwijl de opname wordt weergegeven om het scherm Wissen op te roepen. Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing (2) en druk op de knop 4.
Voor informatie over andere wisprocedures 1p.148
Wissen
Onderbreken
OK
Video-opnamen weergeven
U kunt video-opnamen die u hebt gemaakt weergeven. Het geluid wordt gelijktijdig weergeven.
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de film die u wilt weergeven.
2
Druk op de vierwegbesturing (2).
De weergave begint.
4
Bewerken
08/08/2010
14:25
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens weergave
Zoomknop naar rechts (x) Het volume verhogen.
Zoomknop naar links (w) Het volume verlagen.
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (5)
Weergave onderbreken.
Snel vooruit spoelen zolang op de knop wordt gedrukt.
Vierwegbesturing (4) Weergave tijdens terugspoelen.
Snel achteruit spoelen zolang op de knop wordt gedrukt.
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens pauze in de weergave
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (5)
Vierwegbesturing (4)
Weergave hervatten.
Weergave van één beeld vooruit.
Weergave van één beeld terug.
135
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
De weergave stopt.
Weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd
4
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop Snelinstelling
Vierbeeldsweergave/Negenbeeldsweergave
U kunt vier of negen miniaturen van opnamen tegelijkertijd weergeven.
1
Druk in de stand Q de zoomknop naar links (f).
De vierbeeldsweergave wordt geactiveerd: op het scherm worden vier miniaturen weergegeven. Druk de zoomknop opnieuw naar links (f) om over te schakelen op de negenbeeldsweergave.
1
2
Op het scherm worden negen miniaturen weergegeven. U kunt steeds in één keer vier of negen nieuwe opnamen oproepen.
Verplaats het kader met de vierwegbesturing (2345). Als er meer opnamen zijn dan kunnen worden weergegeven, kunt u op de vierwegbesturing (24) drukken terwijl opname 1 is geselecteerd, om de vorige reeks opnamen weer te geven. Als u opname 2 selecteert en op de vierwegbesturing (35) drukt, wordt de volgende reeks opnamen weergegeven.
Kiezen&wissen 1 0 0 - 0 0 1 0
Vierbeeldsweergave
1
Kader
2
Kiezen&wissen 1 0 0 - 0 0 1 0
Negenbeeldsweergave
136
De pictogrammen die in de opnamen verschijnen, hebben de volgende betekenis:
C
(Geen pictogram) Foto zonder geluid
Video-opname (het eerste beeld wordt weergegeven)
O (Met beeld) Foto met geluid
O (Zonder beeld) Alleen geluidsbestand
Druk op de knop 4 om alleen de geselecteerde opname weer te geven.
Druk op de knop Q om de stand A te activeren.
Mapweergave/Kalenderweergave
Druk in de negenbeeldsweergave de zoomknop naar links (f) om de mapweergave of de kalenderweergave te activeren. Druk op de knop
Snelinstelling om te schakelen tussen de mapweergave en de kalenderweergave.
1
Druk in de stand Q de zoomknop drie keer naar links
(f).
De mapweergave of de kalenderweergave verschijnt.
Mapweergave
De lijst met gemaakte opnamen en geluidsbestanden verschijnt.
Verplaatst het kader.
Vierwegbesturing
(2345)
Zoomknop naar rechts (y)/
4 knop
Knop 3
Toont de opnamen in de geselecteerde map in de negenbeeldsweergave.
Keert terug naar de negenbeeldsweergave.
100
103
Kader
101
104
102
100_0707
4
137
4
Kalenderweergave
Opnamen en geluidsbestanden worden op datum weergegeven in kalendervorm.
De eerste op een datum gemaakte opname wordt voor die datum weergegeven op de kalender.
O verschijnt voor datums waarop een geluidsbestand als eerste bestand is opgeslagen.
Verplaatst het kader.
Vierwegbesturing
(2345)
Zoomknop naar rechts (y)
Knop 4
Knop 3
Toont de opnamen voor die datum in de negenbeeldsweergave.
Toont in de enkelbeeldsweergave de eerste opname die op die datum is gemaakt.
Keert terug naar de negenbeeldsweergave.
11 22
99
Kader
33
WED THU FRI SAT
44 55 66 77
Werken met de weergavefunctie
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de stand Q.
Het Weergavepalet wordt weergegeven.
2
Kies een weergavestand met de
vierwegbesturing (2345).
Onder de pictogrammen worden aanwijzingen voor de geselecteerde functie weergegeven.
Voor continue weergave.
Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
De geselecteerde weergavefunctie wordt opgeroepen.
138
08/08/2010
14:25
MENU
Voor continue weergave.
Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar
MENU OK
Roteert opgenomen beelden,
Nuttig voor weergave van verticale beelden op TV
MENU OK
SHUTTER
Tot halverwege indrukken
OK
08/08/2010
14:25
MENU OK
Het weergavepalet wordt gesloten en de stand A wordt geactiveerd.
Het scherm voor de geselecteerde weergavefunctie verschijnt.
4
139
4
Weergavepalet u
Weergavestand
Diavoorstelling s Beeldrotatie
P Digitaal filter
N Beeldinkadering
Z
Rodeogenreductie
Bewaar als foto
Beschrijving
Voor continue weergave. Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar.
Roteert opgenomen beelden. Nuttig voor weergave van verticale beelden op tv.
Wijzigt beelden met een kleuren- of Soft-filter.
Plaatst een lijst rond het beeld. Kies
Overschrijven of sla op als nieuw beeld.
Vermindert rode ogen. Werkt mogelijk niet in alle lichtomstandigheden.
Opslaan van één beeldje uit een video-opname als foto.
Pagina
[
Video delen Een video-opname in twee delen splitsen.
n o p
Kopieer beeld/ geluid
\ Gesproken memo
Z Beveiligen r
]
^
Grootte wijzigen
Uitsnedes
DPOF
Beeld herstellen
Opstartscherm
Wijzigt opgenomen pixels en kwaliteitsniveau om het bestand te verkleinen.
Snijdt beelden bij tot het gewenste formaat.
Opslaan als een nieuw beeld.
Voor het uitwisselen van opnamen en geluidsbestanden tussen het interne geheugen en de SD-geheugenkaart.
Voegt geluid toe aan de beelden. Opname mogelijk tot geheugenkaart vol is.
Beveiligt beeld en klank tegen ongewild wissen.
Wissen kan dmv formatteren.
Voor printinstellingen. Handig bij bestellen van afdrukken via printservice.
Herstelt per ongeluk gewiste beeld- en geluidsbestanden.
Voor het instellen van een beeld als opstartscherm.
140
Diavoorstelling
U kunt opgeslagen opnamen doorlopend weergeven.
1
Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om de opname te selecteren waarmee u de diavoorstelling wilt beginnen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer u (Diavoorstelling) met
de vierwegbesturing (2345).
Voor continue weergave.
Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het opgeven van instellingen voor de diavoorstelling wordt weergegeven.
5
Selecteer [Starten] met de
vierwegbesturing (23).
S t a r t e n
4
MENU OK
6
Druk op de knop 4.
De diavoorstelling begint.
Wanneer u tijdens de diavoorstelling op de knop 4 drukt, wordt de diavoorstelling onderbroken. Druk nogmaals op de knop 4 om de diavoorstelling voort te zetten.
7
Druk op een andere knop dan de 4-knop.
De diavoorstelling stopt.
141
Instellingen voor de diavoorstelling
U kunt het weergave-interval instellen, maar ook een schermeffect en een geluidseffect voor de overgang van de ene opname naar de volgende.
1
Selecteer met de
vierwegbesturing (23) [Interval]
Interval 3sec
4
MENU
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3
Wijzig het interval met de vierwegbesturing (23) en
druk op de knop 4.
Kies tussen [3sec], [5sec], [10sec], [20sec] en [30sec].
4
Selecteer [Beeldeffect] met de vierwegbesturing (23).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
6
Kies met de vierwegbesturing (23) het beeldeffect en
druk op 4.
Vegen De volgende opname schuift van links naar rechts over de vorige
Dambord De volgende opname verschijnt in vierkante mozaïekblokjes
142
Uit Geen effect
7
Selecteer [Geluidseffect] met de vierwegbesturing (23).
8
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
Behalve wanneer [Beeldeffect] is ingesteld op [Uit], kunt u O (Aan) of
P (Uit) kiezen voor het geluid dat wordt afgespeeld bij de overgang van de ene opname naar de volgende.
9
Selecteer [Starten] met de vierwegbesturing (23) en
druk op de knop 4.
De diavoorstelling start met het geselecteerde interval en effect.
• De diavoorstelling wordt vervolgd totdat u een andere knop dan de
4 indrukt.
• Video’s of opnamen met geluid worden tot het einde afgespeeld voordat de volgende opname wordt weergegeven, ongeacht het ingestelde interval. Als u echter op de vierwegbesturing (5) drukt tijdens het afspelen van een video of opname met geluid, springt de weergave naar de volgende opname.
• Geluidsbestanden die in de geluidsopnamestand zijn gemaakt, worden niet weergegeven in de diavoorstelling.
• Panoramafoto’s worden gedurende vier seconden van links naar rechts verschuivend weergegeven voordat de volgende opname wordt weergegeven, ongeacht de instellingen voor Interval en Beeldeffect.
4
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur 1p.157
De opname roteren
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Druk na het maken van een opname op de Q-knop.
De opname verschijnt op het scherm.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
143
3
Selecteer s (Beeldrotatie) met de
vierwegbesturing (2345).
4
Roteert opgenomen beelden,
Nuttig voor weergave van verticale beelden op TV
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de rotatie (0°, rechts 90°, links 90° of
180°) verschijnt.
5
Kies de rotatierichting met de
vierwegbesturing (2345) en
druk op de knop 4.
De geroteerde opname wordt opgeslagen.
MENU OK
• Panoramische beelden en video-opnamen kunt u niet roteren.
• Beveiligde opnamen kunnen worden geroteerd, maar kunnen niet worden opgeslagen in geroteerde stand.
144
Zoomweergave
U kunt een opname maximaal tien keer zo groot maken.
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt vergroten.
2
Druk de zoomknop naar rechts (y).
De opname wordt uitvergroot (×1,1 tot ×10). Als u de zoomknop naar rechts (y) blijft drukken, verandert de vergroting doorlopend.
Met behulp van het plusteken (+) in het hulpkader links onder op het scherm kunt u zien welk deel van de opname wordt uitvergroot.
Beschikbare bedieningshandelingen terwijl een opname is vergroot
Vierwegbesturing
(2345)
Zoomknop naar rechts (y)
Zoomknop naar links (f)
Verplaatst de positie die wordt vergroot.
Maakt de opname groter
(max. ×10).
Maakt de opname kleiner
(min. ×1.1).
Uitleg
3
Druk op de knop 4.
Op het scherm verschijnt weer de weergave van één opname.
4
Video-opnamen kunnen niet worden uitvergroot.
145
Automatisch inzoomen op het gezicht van het onderwerp (Weergave met close-up van gezicht)
U kunt opnamen weergeven met een close-up van het gezicht door op de knop I te drukken (Weergave met close-up van gezicht) als
Gezichtsdetectie was geactiveerd bij het maken van de opname.
Zoomknop
Q -knop
Knop I
4
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt vergroten.
2
Controleer of het pictogram I wordt weergegeven en
druk op de knop I.
De opname wordt uitvergroot, gecentreerd rond het gezicht dat bij het maken van de opname als eerste is gedetecteerd.
Als bij het maken van de opname meerdere gezichten zijn gedetecteerd, wordt steeds na het drukken op de knop I op een volgend gezicht ingezoomd in de volgorde van detectie bij het maken van de opname.
146
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens de weergavestand met close-up van gezicht
Zoomknop naar rechts
(y)
Inzoomen op het onderwerp tijdens de weergave met close-up van gezicht voor een weergave met gelijke of iets hogere uitvergroting.
Zoomknop naar links
(f)
Inzoomen op het onderwerp tijdens de weergave met close-up van gezicht voor een weergave met gelijke of iets lagere uitvergroting.
3
Druk op de knop 4.
Op het scherm verschijnt weer de weergave van één opname.
• Weergave met close-up van gezicht is niet beschikbaar voor video en opnamen die zijn opgeslagen als stilbeelden uit films.
• De vergrotingsfactor bij Weergave met close-up van gezicht kan variëren al naar gelang de opnameomstandigheden, bijvoorbeeld de grootte van het gezicht dat tijdens het maken van de opname wordt gedetecteerd.
4
147
Opnamen en geluidsbestanden wissen
4
U kunt opnamen en geluidsbestanden wissen die u niet wilt bewaren.
Als opnamen of geluiden per abuis zijn gewist
Met de Optio H90 kunnen gewiste opnamen en geluiden worden hersteld
Gewiste opnamen kunnen worden hersteld, zelfs als de camera na het wissen wordt uitgeschakeld, zolang de SD-geheugenkaart niet is uitgenomen. Gewiste opnamen en geluidsbestanden kunnen echter niet worden hersteld als er handelingen zijn verricht waarbij gegevens worden weggeschreven, zoals het maken van foto’s of video-opnamen, beveiligen van opnamen, opslaan van
DPOF-instellingen, wijzigen van de grootte van opnamen, bijsnijden van opnamen of formatteren.
Eén opname wissen
U kunt één enkel beeld- of geluidsbestand wissen.
Beveiligde opnamen en geluidsbestanden kunnen niet worden gewist
148
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop i
1
Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om het beeld/geluidsbestand te selecteren dat u wilt wissen.
2
Druk op de knop i.
Een bevestigingsscherm verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de
vierwegbesturing (23).
Wissen
Onderbreken
OK
4
Druk op de knop 4.
Het beeld- of geluidsbestand wordt gewist.
Gewiste opnamen herstellen 1p.153
Geluid uit een opname verwijderen
Als er geluid (gesproken memo’s) is toegevoegd aan een opname
(p.184), kunt u dit verwijderen zonder dat de opname wordt verwijderd.
1
Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om de opname met geluid te selecteren.
U verschijnt op de opnamen met geluid.
2
Druk op de knop i.
Een bevestigingsscherm verschijnt.
3
Selecteer [Geluid wissen] met de
vierwegbesturing (23).
4
Geluid wissen
Wissen
Onderbreken
OK
4
Druk op de knop 4.
De geluidsgegevens worden gewist.
• Selecteer [Wissen] in stap 3 hierboven om zowel de opname als het geluid te verwijderen.
• U kunt niet alleen het geluid van een video-opname wissen.
149
Geselecteerde opnamen en geluidsbestanden wissen
U kunt een aantal geselecteerde opnamen/geluidsbestanden in één keer wissen vanuit de vier-/negenbeeldsweergave.
Beveiligde opnamen en geluidsbestanden kunnen niet worden gewist
4
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop i
1
Druk in de stand Q de zoomknop één of twee keer naar
links (f).
De vierbeelds- of negenbeeldsweergave wordt geactiveerd.
2
Druk op de knop i.
P verschijnt op de opnamen en geluidsbestanden.
Kiezen&wissen 1 0 0 - 0 0 1 0
150
3
Kies de te wissen opnamen en geluidsbestanden met de
vierwegbesturing (2345) en
druk op de knop 4.
O verschijnt op de geselecteerde opnamen en geluidsbestanden.
MENU Stop Wissen OK
Als u een opname selecteert en de zoomknop naar rechts (y) drukt, verschijnt de geselecteerde opname in de enkelbeeldsweergave zolang u de knop in die stand houdt. Zo kunt u controleren of u de opname al dan niet wilt wissen. (Wanneer u de knop loslaat, verschijnt de vier-/negenbeeldsweergave.) In de enkelbeeldsweergave kunnen beveiligde opnamen echter niet worden weergegeven.
4
Druk op de knop i.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
5
Selecteer [Kiezen&wissen] met de
vierwegbesturing (23).
4
K i e z e n & w i s s e n
MENU
6
Druk op de knop 4.
De geselecteerde opnamen en geluidsbestanden worden gewist.
OK
151
Alle opnamen en geluidsbestanden wissen
U kunt alle opnamen en geluidsbestanden in één keer wissen.
Beveiligde opnamen en geluidsbestanden kunnen niet worden gewist
4
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop 3
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Alle opn. wissen] met
de vierwegbesturing (23).
Instelling
Alle opn. wissen
Pixeluitlijning
Formatteren
3 / 3
MENU Einde
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Alle opn. wissen] verschijnt.
4
Selecteer [Alles verwijderen] met
de vierwegbesturing (23).
Alle opn. wissen
A l l e b e e l d e n e n g e l u i d e n w i s s e n ?
Alles verwijderen
Onderbreken
OK OK
152
5
Druk op de knop 4.
Alle opnamen en geluidsbestanden worden gewist.
Gewiste opnamen herstellen
U kunt opnamen die met de camera zijn gemaakt en daarna zijn gewist weer herstellen.
Als na het wissen van een opname een van de volgende bedieningshandelingen is verricht, kunnen de gewiste opname en het gewiste geluidsbestand niet meer worden hersteld.
- Opnamen maken
- Opname roteren, werken met een digitaal filter, lijst rond een beeld plaatsen, rode ogen verminderen, video bewerken, grootte wijzigen, bijsnijden, opnamen en geluid kopiëren, gesproken memo opnemen, beveiliging instellen, DPOF instellen
- Formatteren
- De SD-geheugenkaart uitnemen
1
Nadat een bestand is gewist, drukt u op de
vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer ] (Beeld herstellen) met
de vierwegbesturing (2345).
Als 8 wordt weergegeven, zijn er geen opnamen die kunnen worden hersteld.
Herstelt per ongeluk gewiste beeld- en geluidsbestanden
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
Het aantal opnamen dat kan worden hersteld verschijnt.
Als u 8 hebt geselecteerd en op de knop 4 hebt gedrukt, wordt het bericht [Geen beeld om te bewerken] weergegeven. Druk in dit geval op de knop 4 om terug te keren naar het weergavepalet.
4
153
4
Selecteer [Herstellen] met de
vierwegbesturing (23).
H e r s t e l l e n
4
OK
5
Druk op de knop 4.
De bestanden worden hersteld.
• Herstelde opnamen en geluidsbestanden behouden hun oorspronkelijke bestandsnaam.
• U kunt maximaal 999 verwijderde afbeeldingsbestanden herstellen.
Foto- en geluidsopnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen)
U kunt opgeslagen opnamen en geluidsbestanden beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt beveiligen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer Z (Beveiligen) met de
vierwegbesturing (2345).
Beveiligt beeld en klank tegen ongewild wissen.
Wissen kan dmv formatteren
MENU OK
154
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van [Eén Beeld/Geluid] of [Alle Beeld/
Geluid] verschijnt.
5
Selecteer [Eén Beeld/Geluid] met
de vierwegbesturing (23).
E é n B e e l d / G e l u i d
OK
6
Druk op de knop 4.
Het bericht [Beveiligt dit beeld/geluid] verschijnt.
Om een andere opname of geluidsbestand te beveiligen, selecteert u met de vierwegbesturing (45) een andere opname of geluidsbestand.
7
Selecteer [Beveiligen] met de
vierwegbesturing (23).
Beveiligt dit beeld/geluid
Beveiligen
Beveiliging opheffen
Onderbreken
OK
8
Druk op de knop 4.
De geselecteerde opname/geluidsbestand wordt beveiligd en het scherm uit stap 5 verschijnt weer.
Om nog meer opnamen of geluidsbestanden te beveiligen, herhaalt u stap 5 t/m 8.
Selecteer [Onderbreken] om het instellen van de beveiliging te verlaten.
4
• Selecteer [Beveiliging opheffen] in stap 7 om de beveiliging van een opname ongedaan te maken.
• Tijdens weergave wordt op de beveiligde opnamen en geluidsbestanden Y weergegeven.
• U kunt met [Eén Beeld/Geluid] maximaal 99 opnamen en geluidsbestanden achter elkaar beveiligen.
155
Alle opnamen en geluidsbestanden beveiligen
1
Selecteer [Alle Beeld/Geluid] in
A l l e B e e l d / G e l u i d
OK
4
2
Druk op de knop 4.
3
Selecteer [Beveiligen] met de
vierwegbesturing (23).
B e v e i l i g e n
B e v e i l i g i n g o p h e f f e n
O n d e r b r e k e n
OK
4
Druk op de knop 4.
Alle opnamen en geluidsbestanden worden beveiligd en het scherm uit stap 1 verschijnt weer.
5
Selecteer [Onderbreken] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Het weergavepalet verschijnt weer.
Beveiligde opnamen en geluidsbestanden worden gewist wanneer de
SD-geheugenkaart wordt geformatteerd (p.188).
Selecteer [Beveiliging opheffen] in stap 3 om de beveiliging van alle opnamen en geluidsbestanden ongedaan te maken.
156
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur
Met de meegeleverde AV-kabel (I-AVC7) kunt u opnamen vastleggen en weergeven op apparatuur met een video-ingang, zoals een tv.
Externe ingang
PC/AVaansluiting
Geel
VIDEO
Wit
4
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Sluit de AV-kabel aan op de PC/AV-uitgang van de camera.
Sluit de connector van de AV-kabel aan met de pijlmarkering naar de voorzijde van de camera gericht.
3
Sluit de andere uiteinden van de AV-kabel aan op de video- en audio-ingang van het AV-apparaat.
Als u gebruikmaakt van stereoapparatuur, sluit de geluidsconnector dan aan op de L-ingang (wit).
4
Zet het audiovisuele apparaat aan.
Als het apparaat waarop de camera is aangesloten en het apparaat dat opnamen weergeeft niet dezelfde zijn, zet beide apparaten dan aan.
Als opnamen worden weergegeven op audiovisuele apparatuur met verscheidene video-aansluitingen (zoals een tv), raadpleeg dan de bedieningshandleiding van het apparaat en selecteer de videoaansluiting waarop de camera is aangesloten.
157
4
5
Zet de camera aan.
• Als u van plan bent de camera langdurig te gebruiken, is gebruik van
de optionele netvoedingsadapterset K-AC88 aan te bevelen (p.37).
• Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluidsbestanden niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar gebruikte signaal. Mocht
dit zich voordoen, wijzig dan de instelling van het videosignaal (p.197).
• Het camerascherm wordt uitgeschakeld en het volume kan niet worden aangepast met de zoomknop terwijl de camera is aangesloten op AV-apparatuur.
Bij aansluiting en weergave van opnamen op AV-apparatuur worden opnamegegevens met een normale schermresolutie uitgevoerd. Om in
HDTV films te bekijken die zijn opgenomen met M (1280×720, 30 fps) en F (1280×720, 15 fps), moet u deze overzetten naar een computer
158
5
Opnamen bewerken en afdrukken
Opnamen bewerken ................................ 160
Afdrukservice instellen (DPOF) ............. 176
Afdrukken
De volgende opties zijn beschikbaar voor het afdrukken van opnamen die met deze camera zijn gemaakt.
1 Gebruik van een afdrukcentrale.
2 Gebruik van uw printer met een SD-geheugenkaartsleuf om rechtstreeks vanaf de SD-geheugenkaart af te drukken.
3 Gebruik van software op uw computer om opnamen af te drukken.
5
159
Opnamen bewerken
De opnamegrootte wijzigen (Grootte wijzigen)
Door de resolutie van een geselecteerde opname te wijzigen, kunt u de bestandsgrootte verkleinen. U kunt deze functie gebruiken om opnamen te blijven maken wanneer de SD-geheugenkaart of het interne geheugen vol is, door de opnamen te verkleinen en de oorspronkelijke opnamen te overschrijven. Zo maakt u ruimte vrij op de kaart of in het geheugen.
5
• U kunt niet de grootte wijzigen van opnamen die zijn gemaakt met
L (1920×1080), panoramische opnamen en films.
• U kunt geen hogere resolutie selecteren dan die van de originele opname.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname waarvan u de grootte wilt wijzigen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer n (Formaat wijzigen) met de vierwegbesturing
(2345).
Wijzigt opgenomen pixels en kwaliteitsniveau om het bestand te verkleinen
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het kiezen van de resolutie wordt geopend.
5
Wijzig de resolutie met de
vierwegbesturing (45).
Resolutie
MENU
7 M
OK
160
6
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
7
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
O v e r s c h r i j v e n
O p s l a a n a l s
O n d e r b r e k e n
OK
8
Druk op de knop 4.
De opname met het gewijzigde formaat wordt opgeslagen.
5
Opnamen uitsnijden
U kunt het ongewenste gedeelte van een opname verwijderen en de bijgesneden opname bewaren als een nieuwe opname.
Opnamen die zijn gemaakt met L (1920×1080), panoramische opnamen en films kunt u niet bijsnijden.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bijsnijden.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer o (Uitsnijden) met de
vierwegbesturing (2345).
Snijdt beelden bij tot het gewenste formaat. Opslaan als een nieuw beeld
MENU OK
161
5
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het bijsnijden verschijnt.
Het maximale bereik voor het bijsnijden wordt op het scherm aangegeven met een groen kader. De bijgesneden afbeelding kan niet groter zijn dan dit bijsnijkader.
5
Selecteer het uitsnedegebied.
Met de volgende handelingen verplaatst u het groene kader en bepaalt u het gebied voor de uitsnede op het scherm.
Zoomknop
Vierwegbesturing
(2345)
Knop
Snelinstelling
Hiermee wijzigt u de grootte van het bijsnijkader.
Verplaatst het bijsnijkader naar boven, naar beneden, naar links en naar rechts.
Roteert het bijsnijkader.
• De knop wordt alleen weergegeven als het bijsnijkader kan worden geroteerd.
MENU
6
Druk op de knop 4.
De aangesneden opname wordt onder een nieuwe bestandsnaam opgeslagen.
Het aantal opnamepixels wordt automatisch geselecteerd op basis van de grootte van de bijgesneden opname.
OK
De digitale filters gebruiken
Met deze functie kunt u kleurtinten aanpassen en speciale bewerkingen uitvoeren op een geselecteerde opname.
Zwart-wit
Sepia
Speels
Retro
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een foto in zwart-wit.
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een foto in sepiatonen.
Bewerkt de opname tot een opname die eruitziet of ze gemaakt is met een speelgoedcamera.
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een oude foto.
162
Kleur
Kleurextractie
De opname wordt bewerkt met het geselecteerde kleurfilter. U kunt kiezen uit zes filters: rood, roze, paars, blauw, groen en geel.
Onttrekt alleen een specifieke kleur en bewerkt de rest van de opname tot zwart-wit. U kunt kiezen tussen drie filters: rood, groen en blauw.
Kleurverbetering Er zijn vier filters: Hemelsblauw/Frisgroen/Zachtroze/Herfstbladeren.
Soft Bewerkt de opname tot een softe opname die in zijn geheel soft lijkt.
Helderheidsfilter De helderheid van de opname aanpassen.
Met de functie Digitaal filter kunt u geen bewerkingen uitvoeren op panoramische opnamen, films of opnamen die met een andere camera zijn gemaakt.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bewerken.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer P (Digitaal filter) met
de vierwegbesturing (2345).
5
Wijzigt beelden met een kleuren- of Soft-filter
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Het filterselectiescherm verschijnt.
1 Zwart-wit
2 Sepia
3 Speels
4 Retro
5 Kleur
6 Kleurextractie
7 Kleurverbetering
8 Soft
9 Helderheidsfilter
MENU OK
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
163
5
Een zwart-witfilter, sepia- of soft-filter selecteren
5
Selecteer een filter met de vierwegbesturing (
23
).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
6
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
7
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de vierwegbesturing (
23
).
Overschrijven
Opslaan als
Onderbreken
OK
8
Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
Een retrofilter, kleurfilter, kleurextractiefilter of kleurverbeteringsfilter selecteren
5
Selecteer een filter met de vierwegbesturing (
23
).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
6
Selecteer de kleur met de vierwegbesturing (
45
).
Telkens als u op de vierwegbesturing (5) drukt, wordt in onderstaande volgorde een van de kleurenfilters geselecteerd.
MENU OK
164
Retro
Kleur
Originele opname → Amber → Blauw
Rood → Roze → Paars → Blauw → Groen → Geel
Kleurextractie Rood → Groen → Blauw
Kleurverbetering Hemelsblauw → Frisgroen → Zachtroze → Herfstbladeren
7
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
8
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de vierwegbesturing (
23
).
Overschrijven
Opslaan als
Onderbreken
OK
9
Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
5
Een speelgoedcamera- of helderheidsfilter selecteren
5
Selecteer een filter met de vierwegbesturing (23).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
6
Gebruik de vierwegbesturing
(45) om de sterkte van het effect aan te passen.
OK MENU
Speels
Helderheidsfilter
Vierwegbesturing
(4)
Zwak
Donker
Normaal
Standaard
Sterk
Helder
165
5
7
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
8
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
Overschrijven
Opslaan als
Onderbreken
OK
9
Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
Rode-ogenreductie
U kunt opnamen corrigeren waarop het onderwerp door het flitslicht rode ogen heeft gekregen.
• De functie voor rode-ogenreductie kan niet worden gebruikt voor panoramische opnamen, video-opnamen of voor opnamen waarop rode ogen niet met de camera kunnen worden gedetecteerd. Er verschijnt een foutbericht in stap 4.
• De functie voor rode-ogenreductie is alleen beschikbaar voor fotoopnamen die met deze camera zijn gemaakt.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt corrigeren.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
166
3
Selecteer Z (Rode-ogen reductie) met de vierwegbesturing
(2345).
Vermindert rode ogen.
Werkt mogelijk niet in alle lichtomstandigheden
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
5
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
O v e r s c h r i j v e n
O p s l a a n a l s
O n d e r b r e k e n
OK
6
Druk op de knop 4.
De bewerkte opname wordt opgeslagen.
5
Een kader toevoegen (Beeldinkadering)
Met deze functie kunt u een decoratief kader toevoegen aan foto’s. In de camera zijn reeds 90 kaders opgeslagen.
De beeldinkaderingsfunctie kunt u niet gebruiken voor opnamen die zijn gemaakt met L (1920×1080), panoramische opnamen, films of opnamen van de grootte h (2048×1536) of kleiner. Er verschijnt een foutbericht in stap 4.
1
Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om de opname te selecteren waaraan u een kader wilt toevoegen.
167
5
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer N (Beeld inkadering) met de vierwegbesturing
(2345).
Plaatst een lijst rond het beeld. Kies Overschrijven of sla op als nieuw beeld
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van het kader verschijnt, waarin 9 kaders zijn weergegeven.
5
Kies een kader met de
vierwegbesturing (2345).
6
Druk de zoomknop naar rechts
(y).
Het geselecteerde kader verschijnt in de enkelbeeldsweergave.
U kunt op een van de volgende manieren een ander kader kiezen.
Vierwegbesturing
(45)
Druk hierop om een ander kader te kiezen.
Zoomknop naar links (f)
Terug naar de weergave van
9 kaders op het kaderselectiescherm, zodat u vervolgens een ander kader kunt kiezen, zoals in stap 5.
y OK
OK
168
7
Druk op de knop 4.
Het scherm voor aanpassing van de positie en grootte van het kader verschijnt.
U kunt de opname aanpassen op een van de volgende manieren.
Vierwegbesturing
(2345)
MENU OK
Zoomknop
Pas de positie van de opname aan door op de knoppen te drukken
Maakt de opname groter of kleiner.
8
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
9
Selecteer [Overschrijven] of
[Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
O v e r s c h r i j v e n
O p s l a a n a l s
O n d e r b r e k e n
OK
10
Druk op de knop 4.
De bewerkte opname wordt opgeslagen met een resolutie van h
(2048×1536).
5
169
5
Optionele kaders
De optionele kaders zijn opgeslagen in het interne geheugen van de Optio H90.
Deze optionele kaders worden verwijderd als de bestanden in het interne geheugen worden gewist met een computer en als het ingebouwde geheugen wordt geformatteerd. Als u de optionele kaders weer in het interne geheugen wilt laden, kopieert u de kaders van de bij de camera geleverde cd-rom
(S-SW104).
Kaders kopiëren
1
Verwijder de SD-geheugenkaart uit de camera.
Als u de SD-geheugenkaart in de camera laat zitten, worden de kaders gekopieerd naar de kaart en niet naar het interne geheugen van de camera.
2
Sluit de camera aan op de computer met de bijgeleverde USB-kabel (I-USB7).
Zie “Aansluiten op een computer” (p.205) voor aanwijzingen omtrent
het aansluiten van de camera op een computer.
3
Klik op [Annuleren] wanneer het venster voor apparaatdetectie verschijnt.
4
Plaats de meegeleverde cd-rom (S-SW104) in het cd-romstation.
5
Klik op [Exit] wanneer het installatievenster verschijnt.
6
Als er in de hoofdmap van de camera (verwisselbaar station) geen submap KADER (FRAME) is, maakt u die map via de computer.
7
Kopieer de gewenste bestanden uit de map KADER
(FRAME) in de hoofdmap van de cd-rom naar de map
KADER van de camera (verwisselbaar station).
Raadpleeg de computerhandleiding voor informatie over het werken met bestanden op uw computer.
8
Verwijder de USB-kabel uit de computer en camera.
Zie “Aansluiten op een computer” (p.205) voor informatie over het
loskoppelen van de kabel.
170
U kunt kaders zowel in het interne geheugen als op de SDgeheugenkaart opslaan, maar grote aantallen kaders vertragen het werken met de camera.
Een nieuw kader gebruiken
Bij het inkaderen van opnamen kunt u gebruikmaken van kaders die zijn gedownload van de PENTAX-website of andere bronnen.
• Pak het gedownloade kader uit en kopieer het naar de map KADER in het interne geheugen of op de SD-geheugenkaart.
• De map KADER wordt aangemaakt bij het formatteren van de SDgeheugenkaart met deze camera.
• Raadpleeg de PENTAX-website voor meer informatie over downloaden.
Video-opnamen bewerken
U kunt een beeld uit een video-opname selecteren en opslaan als foto, of een video-opname in twee delen opsplitsen.
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de film die u wilt bewerken.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer [Video bewerken] met de
vierwegbesturing (2345).
5
Om een foto te extraheren uit een film of een film te splitsen
MENU OK
171
4
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de videobewerking verschijnt.
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
B e w a a r a l s f o t o
OK
5
Een beeldje uit een video opslaan als foto
5
Selecteer [Bewaar als foto] in het scherm voor selectie van de videobewerking.
6
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van een beeldje dat moet worden opgeslagen als foto verschijnt.
7
Kies met de vierwegbesturing
(2345) een beeld dat u wilt opslaan.
2 De video afspelen of onderbreken
3 Het afspelen stoppen en teruggaan naar het eerste beeldje
MENU
4 De video beeld voor beeld achterwaarts afspelen
5 De video beeld voor beeld voorwaarts afspelen
8
Druk op de knop 4.
Het geselecteerde beeldje wordt opgeslagen als foto.
11
OK
Een video-opname splitsen
5
Selecteer [Video delen] in het scherm voor selectie van de videobewerking.
6
Druk op de knop 4.
Het scherm voor het kiezen van de opsplitsingspositie wordt geopend.
172
7
Bepaal de splitsingspositie met de
vierwegbesturing (2345).
2 De video afspelen of onderbreken
3 Het afspelen stoppen en teruggaan naar het eerste beeldje
4 De video beeld voor beeld achterwaarts afspelen
MENU
5 De video beeld voor beeld voorwaarts afspelen
8
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
9
Selecteer [Delen] met de
vierwegbesturing (23).
OK
D e l e n
O n d e r b r e k e n
OK
10
Druk op de knop 4.
De filmopname wordt op de opgegeven positie gesplitst en de twee delen worden als nieuwe bestanden opgeslagen; het oorspronkelijke bestand wordt gewist.
Beveiligde video-opnamen kunnen niet worden gedeeld.
5
Opnamen en geluidsbestanden kopiëren
U kunt opnamen en geluidsbestanden kopiëren van het interne geheugen naar de SD-geheugenkaart en vice versa. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer er een SD-geheugenkaart in de camera is geplaatst.
Zet de camera uit voordat u de SD-geheugenkaart plaatst of uitneemt.
173
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de stand Q.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer p (Kopieer beeld/ geluid) met de vierwegbesturing
(2345).
Kopieert beelden en klank tussen intern geheugen en SD-geheugenkaart
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de gewenste kopieermethode verschijnt.
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
5
Bestanden kopiëren vanuit het interne geheugen naar de
SD-geheugenkaart
Alle opnamen en geluidsbestanden in het interne geheugen worden tegelijk naar de SD-geheugenkaart gekopieerd. Zorg dat er voldoende ruimte is op de SD-geheugenkaart voordat u de bestanden kopieert.
4
Selecteer [2}{] met de
vierwegbesturing (23).
SD
5
Druk op de knop 4.
Alle opnamen en geluidsbestanden worden gekopieerd naar de
SD-geheugenkaart.
OK
174
Bestanden kopiëren van de SD-geheugenkaart naar het interne geheugen
Geselecteerde opnamen en geluidsbestanden van de SD-geheugenkaart worden één voor één naar het interne geheugen gekopieerd.
4
Selecteer [{}2] met de vierwegbesturing (23).
5
Druk op de knop 4.
6
Gebruik de vierwegbesturing
(45) om het beeld/ geluidsbestand te selecteren dat u wilt kopiëren.
MENU OK
7
Druk op de knop 4.
Het geselecteerde beeld/geluidsbestand wordt gekopieerd naar het interne geheugen.
Om nog meer opnamen of geluidsbestanden te kopiëren, herhaalt u stap 4 t/m 7. Selecteer [Onderbreken] om het kopiëren te verlaten.
• Als er geluid (gesproken memo’s) is toegevoegd aan een opname, wordt de opname gekopieerd met geluid.
• Wanneer u een bestand van de SD-geheugenkaart naar het interne geheugen kopieert, krijgt het bestand een nieuwe naam.
5
175
Afdrukservice instellen (DPOF)
DPOF (Digital Print Order Format) is de indeling voor het opslaan van afdrukordergegevens op foto’s die zijn gemaakt met een digitale camera. Als de afdrukordergegevens zijn opgeslagen, kunnen de opnamen worden afgedrukt op basis van de DPOF-instellingen op een
DPOF-compatibele printer of in een fotolab dat DPOF ondersteunt.
U kunt geen afdrukordergegevens opslaan voor video-opnamen of geluidsbestanden.
Als er op de foto al een datum en/of tijd gedrukt is (p.124), zet [Datum]
dan niet op O (Aan) in de DPOF-instellingen. Als u O selecteert, kan er een overlapping plaatsvinden van de afgedrukte datum en/of tijd.
5
Afzonderlijke opnamen afdrukken
Stel voor elke opname de volgende opties in.
Kopieën
Datum
Kies het aantal exemplaren (maximaal 99).
Geef aan of de datum moet worden afgedrukt op de afdruk.
1
Druk in de stand Q op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer r (DPOF) met de
vierwegbesturing (2345).
Voor printinstellingen.
Handig bij bestellen van afdrukken via printservice
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
Het selectiescherm van de DPOF-instelmethode verschijnt.
176
4
Selecteer [Enkel beeld] met de
vierwegbesturing (23).
E n k e l b e e l d
OK
5
Druk op de knop 4.
Het bericht [DPOF instelling voor dit beeld] verschijnt.
6
Selecteer een opname met de vierwegbesturing (45).
Als er al DPOF-instellingen zijn opgegeven voor de geselecteerde opname, verschijnt de vorige instelling van het aantal afdrukken en de datumweergave (O of P).
7
Kies het aantal exemplaren met de
vierwegbesturing (23). 5
0 0 K o p i e ë n
D a t u m
MENU OK
8
Druk op de knop Snelinstelling om
O of P te kiezen voor de instelling
[Datum].
O De datum wordt afgedrukt.
P De datum wordt niet afgedrukt.
K o p i e ë n
D a t u m
0 1
MENU OK Herhaal stap 6 t/m 8 als u door wilt gaan met het instellen van DPOF-afdrukordergegevens.
9
Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en het scherm uit stap 4 verschijnt weer.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat het risico dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als O
(Aan) is geselecteerd voor [Datum] in de DPOF-instellingen.
177
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren in stap 7 in op [00] en drukt u op de knop 4.
5
Alle opnamen afdrukken
Wanneer u het aantal exemplaren kiest en instelt of de datum al dan niet moet worden afgedrukt, worden de instellingen toegepast op alle opnamen die zijn opgeslagen in de camera.
1
Selecteer [Alle Beelden] in stap 4 op p.177.
2
Druk op de knop 4.
Het bericht [DPOF-instelling voor alle beelden] verschijnt.
3
Kies het aantal exemplaren en kies
O of P voor de instelling [Datum].
Zie stap 7 en 8 in “Afzonderlijke opnamen
afdrukken” (p.177) voor nadere informatie
over de instellingen.
K o p i e ë n
D a t u m
0 1
MENU
4
Druk op de knop 4.
De instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en het selectiescherm van de DPOF-instelmethode verschijnt weer.
OK
• Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij [Alle Beelden] geldt voor alle opnamen. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
• Instellingen voor afzonderlijke opnamen worden geannuleerd als er instellingen worden verricht met [Alle Beelden].
178
6
Geluidsopnamen maken en weergeven
Geluid opnemen (Geluidsopname) ....... 180
Een gesproken memo toevoegen aan opnamen .................................................. 184
Geluid opnemen (Geluidsopname)
U kunt geluid opnemen met de camera. De microfoon bevindt zich op de voorzijde van de camera. Richt de camera bij het opnemen van geluid op de geluidsbron om de beste geluidskwaliteit te krijgen.
Luidspreker
Microfoon
6
De functie Geluidsopname instellen
Als u de functie Geluidsopname wilt gebruiken, wijst u die eerst toe aan de knop Snelinstelling.
1
Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2
Selecteer [Snelinstelling] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Selecteer [Geluidsopname] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
Snelinstelling
Geluidsopname
180
OK OK MENU Stop
5
Druk op de knop 3.
De functie Geluidsopname is nu toegewezen aan de knop Snelinstelling.
Geluid opnemen
Ontspanknop
Knop Snelinstelling
1
Druk in de stand A op de knop
Snelinstelling.
De functie Geluidsopname wordt geactiveerd. Op het scherm verschijnen de resterende opnametijd en de opnametijd van het huidige bestand.
1 Duur van de opname
2 Resterende opnametijd
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname start. Tijdens de opname knippert de zelfontspanner-LED.
U kunt continu geluidsopnamen maken tot een maximum van 24 uur.
Wanneer tijdens de geluidsopname op de knop Snelinstelling wordt gedrukt, wordt een index toegevoegd aan het huidige geluidsbestand.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname stopt.
SHUTTER
SHUTTER
1 2
• Als u de ontspanknop meer dan één seconde ingedrukt houdt in stap
2, gaat de opname door tot u uw vinger van de ontspanknop haalt. Dat kan handig zijn voor korte geluidsopnamen.
• Geluid wordt opgeslagen in WAVE-bestanden (mono).
6
181
Geluidsopnamen weergeven
U kunt de geluidsbestanden weergeven die u hebt gemaakt met de functie Geluidsopname.
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
6
1
Druk op de knop Q.
2
Kies met de vierwegbesturing (45) het geluidsbestand dat u wilt afspelen.
3
Druk op de vierwegbesturing (2).
De weergave begint.
1 Totale opnametijd
2 Weergavetijd
1 2
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens weergave
Zoomknop naar rechts (x) Het volume verhogen.
Zoomknop naar links (w) Het volume verlagen.
Vierwegbesturing (4)
Vierwegbesturing (5)
(Als er geen opgenomen indices zijn) Achteruit versneld weergeven.
(Als er opgenomen indices zijn) Weergave start vanaf de vorige index.
(Als er geen opgenomen indices zijn) Vooruit versneld weergeven.
(Als er opgenomen indices zijn) Weergave start vanaf de volgende index.
182
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens pauze in de weergave
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (4)
Vierwegbesturing (5)
Weergave hervatten.
Ca. 5 seconden terugspoelen.
Ca. 5 seconden vooruitspoelen.
4
Druk op de vierwegbesturing (3).
De weergave stopt.
6
183
6
Een gesproken memo toevoegen aan opnamen
U kunt een gesproken memo toevoegen aan foto-opnamen.
Een gesproken memo opnemen
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de foto waaraan u een gesproken memo wilt toevoegen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer \ (Gesproken memo) met de vierwegbesturing
(2345).
Voegt geluid toe aan de beelden. Opname mogelijk tot geheugenkaart vol is
MENU OK
4
Druk op de knop 4.
De opname start. U kunt een gesproken memo opnemen van maximaal 24 uur.
5
Druk op de knop 4.
De opname stopt.
• U kunt geen gesproken memo toevoegen aan een opname die al een
gesproken memo bevat. Verwijder het oude memo (p.149) en neem
een nieuw memo op.
• U kunt geen gesproken memo toevoegen aan beveiligde opnamen
184
Weergave van een gesproken memo
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
1
Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de foto met het gesproken memo dat u wilt afspelen.
Bij weergave van één opname verschijnt U op opnamen met gesproken memo’s.
2
Druk op de vierwegbesturing (2).
De weergave begint.
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens weergave
Het volume verhogen Zoomknop naar rechts
(x)
Zoomknop naar links
(w)
Het volume verlagen
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
De weergave stopt.
Geluid uit een opname verwijderen 1p.149
6
185
186
Memo
7
Instellingen
Camera-instellingen ................................ 188
Camera-instellingen
7
SD-geheugenkaart formatteren
Bij formatteren worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart gewist.
Een SD-geheugenkaart die nooit is gebruikt of in een andere camera of een ander digitaal apparaat is gebruikt, moet eerst met deze camera worden geformatteerd (geïnitialiseerd).
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren, omdat de kaart hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar kan worden.
• Als u een kaart formatteert, worden alle beveiligde opnamen gewist, evenals alle gegevens die op de kaart zijn opgenomen met een computer of een andere dan deze camera.
• Een SD-geheugenkaart die is geformatteerd op een computer of op een ander apparaat dan deze camera, is niet bruikbaar. Formatteer de kaart met deze camera.
• Het interne geheugen kunt u niet formatteren, behalve als zich een fout heeft voorgedaan.
• Wanneer u voor het eerst de nieuwe Eye-Fi-geheugenkaart wilt gebruiken, moet u het installatiebestand van Eye-Fi Manager naar de computer kopiëren voordat u de kaart formatteert.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Formatteren] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
4
Selecteer [Formatteren] met de
vierwegbesturing (23).
F o r m a t t e r e n
A l l e g e g e v e n s w o r d e n g e w i s t
F o r m a t t e r e n
O n d e r b r e k e n
OK
188
5
Druk op de knop 4.
Het formatteren begint.
Nadat de kaart is geformatteerd, keert de camera terug naar de stand
A of Q.
De geluidsinstellingen wijzigen
U kunt het volume van bedieningsgeluiden aanpassen en het type geluid wijzigen.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Geluid] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
G e l u i d
Het scherm [Geluid] verschijnt.
Bedieningsvolume
We e r g a v e v o l u m e
O p s t a r t g e l u i d
S l u i t e r g e l u i d
1
1
Bedieningsgeluid
Z e l f o n t s p . g e l u i d
1
1
MENU
7
Het volume van bedieningsgeluiden/weergave wijzigen
4
Selecteer [Bedieningsvolume] met de vierwegbesturing
(23).
5
Pas het volume aan met de vierwegbesturing (45).
Stel het volume in op 0 om het opstartgeluid, sluitergeluid, bedieningsgeluid en zelfontspannergeluid uit te zetten.
6
Wijzig [Weergavevolume] op dezelfde manier als in stap
4 en 5.
189
Het geluidstype wijzigen
4
Selecteer [Opstartgeluid] met de vierwegbesturing
(23).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
6
Selecteer het geluidstype met de vierwegbesturing
(23).
Kies tussen [1], [2], [3] en [Uit].
7
Druk op de knop 4.
8
Stel [Sluitergeluid], [Bedieningsgeluid] en
[Zelfontsp.geluid] op dezelfde manier in als in stap 4 tot en met 7.
9
Druk twee keer op de knop 3.
De stand A of Q wordt weer geactiveerd.
7
De datum en tijd wijzigen
U kunt de aanvankelijk ingestelde datum en tijd wijzigen (p.49). U kunt
ook de datumweergave wijzigen.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Datum instellen] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
190
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [MM/DD/JJ].
Afhankelijk van de basisinstelling of de vorige instelling kan [DD/MM/JJ] of
[JJ/MM/DD] verschijnen.
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
5
Kies met de vierwegbesturing
(23) de datumweergave.
Kies tussen [MM/DD/JJ], [DD/MM/JJ] en
[JJ/MM/DD].
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
6
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [24h].
7
Selecteer [24h] (24-uurs weergave) of [12h] (12-uurs weergave) met de
vierwegbesturing (23).
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
S t o p
8
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [Datumweergave].
9
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Datum].
10
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar een van de volgende onderdelen, afhankelijk van de datumweergave die is ingesteld in stap 5.
Maand voor [MM/DD/JJ]
Dag voor [DD/MM/JJ]
Jaar voor [JJ/MM/DD]
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
7
191
7
Voor de volgende handelingen en schermen is [MM/DD/JJ] als voorbeeld gebruikt. De handelingen zijn gelijk, ook als een andere datumweergave is geselecteerd.
11
Wijzig de maand met de
vierwegbesturing (23).
D a t u m i n s t e l l e n
Datumweergave DD/MM/JJ 24h
D a t u m 0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Ti j d 0 0 : 0 0
I n s t e l l i n g e n v o l t o o i d
MENU S t o p
12
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar het veld voor de dag. Wijzig de dag met de vierwegbesturing (23). Nadat de dag is gewijzigd, wijzigt u het jaar op dezelfde manier.
13
Wijzig de tijd op dezelfde manier als in stap 8 tot en met
12.
Als u [12h] hebt geselecteerd bij stap 7, verandert de aanduiding in am
(vóór 12:00 uur ’s middags) of pm (na 12:00 uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
14
Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
Datum instellen
Datumweergave
Datum
DD/MM/JJ 24h
0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Tijd 0 0 : 0 0
Instellingen voltooid
MENU Stop OK OK
15
Druk op de knop 4.
De datum- en tijdinstellingen worden opgeslagen.
Als u in stap 15 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op tv, radio, enz.) precies 00 seconden aangeeft.
192
De wereldtijd instellen
De datum en tijd die zijn geselecteerd in “De datum en tijd instellen”
(p.49) en “De datum en tijd wijzigen” (p.190), dienen als datum en tijd
voor de Thuistijd. Met de wereldtijdfunctie kunt u de tijd weergeven in een andere plaats dan uw woonplaats (Bestemmingstijd). Dat is handig wanneer u fotografeert in een andere tijdzone.
De bestemming instellen
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Wereldtijd] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
4
Selecteer [X Bestemmingstijd]
met de vierwegbesturing (23).
We r e l d t i j d
S e l e c t e e r t i j d
B e s t e m m i n g s t i j d
A m s t e r d a m
DST
1 4 : 2 5
T h u i s t i j d
A m s t e r d a m
MENU
DST
1 4 : 2 5
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [ X Bestemmingstijd] verschijnt. De momenteel geselecteerde plaats knippert op de kaart.
6
Wijzig de plaats van de bestemmingstijd met de
vierwegbesturing (45).
Bestemmingstijd
Het huidige tijdstip, de locatie en het tijdsverschil van de gekozen plaats verschijnen.
1 4 : 2 5
S t a d
Z o m e r t i j d
A m s t e r d a m
Ti j d + / + 0:00
MENU S t o p OK O K
7
193
7
Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (23).
8
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
Selecteer O als de stad van bestemming de zomertijd hanteert.
9
Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en het menu [Wereldtijd] verschijnt.
10
Druk twee keer op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand met de huidige instelling.
Selecteer [W Thuistijd] in stap 4 om de plaats en de zomertijdinstelling voor de eigen woonplaats in te stellen.
7
De tijd van de bestemmingstijd weergeven (Selecteer Tijd)
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Wereldtijd] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
4
Selecteer [Selecteer tijd] met de
vierwegbesturing (23).
We r e l d t i j d
S e l e c t e e r t i j d
B e s t e m m i n g s t i j d
L o n d o n
T h u i s t i j d
A m s t e r d a m
MENU
DST
1 4 : 2 5
DST
1 4 : 2 5
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
194
6
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om X of W te selecteren.
X Weergave van de bestemmingstijd
W Weergave van de thuistijd
We r e l d t i j d
S e l e c t e e r t i j d
B e s t e m m i n g s t i j d
L o n d o n
T h u i s t i j d
A m s t e r d a m
MENU Stop
DST
1 4 : 2 5
DST
1 4 : 2 5
OK O K
7
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
8
Druk twee keer op de knop 3.
De stand A of Q wordt weer geactiveerd.
Wanneer X (Bestemmingstijd) wordt geselecteerd in stap 6, wordt op het scherm het pictogram X weergegeven om aan te geven dat de datum en tijd van de bestemming worden weergegeven in de stand A.
08/08/2010
00:25
De weergavetaal wijzigen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden weergegeven.
De camera ondersteunt de volgende 20 talen: Engels, Frans, Duits,
Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands, Japans, Deens, Zweeds,
Fins, Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Thai,
Koreaans, Chinees [traditioneel en vereenvoudigd].
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Language/ ] met de vierwegbesturing
(23).
7
195
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/ ] verschijnt.
4
Selecteer de gewenste taal met de
vierwegbesturing (2345).
E n g l i s h
Deutsch
D a n s k
Svenska
S u o m i
P o l s k i
I t a l i a n o
Nederlands
MENU S t o p
Magyar
OK O K
5
Druk op de knop 4.
De menu’s en berichten worden weergegeven in de geselecteerde taal.
7
De naaminstelling wijzigen van de map
U kunt de naamgeving van de map waarin opnamen worden opgeslagen, wijzigen. Als de naamgeving wordt ingesteld op [Datum], worden de opnamen bewaard in afzonderlijke mappen op basis van de datum waarop ze zijn gemaakt.
PENTX xxxPENTX (xxx is het 3-cijferige mapnummer)
Datum xxx_mmdd (3-cijferig mapnummer_maand dag)
* xxx_ddmm (3-cijferig mapnummer_dag maand) wanneer
[Datumweergave] is ingesteld op [DD/MM/JJ]
Mapnaam ingesteld op
[PENTX].
(bijv. 25 september)
Mapnaam ingesteld op
[Datum].
(bijv. 25 september)
DCIM DCIM
100
100PENTX
100
100PENTX
101
101_0925
• U kunt maximaal 900 mappen maken.
• U kunt maximaal 9999 opnamen of geluiden opslaan in een map.
Volgende keer opnieuw met de mapnaam ingesteld op [Datum].
(bijv. 1 oktober)
DCIM
100
100PENTX
101
101_0925
102
102_1001
196
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Bestandsnaam] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Selecteer [PENTX] of [Datum] met de vierwegbesturing
(23).
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Het videosignaal wijzigen
Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur moet u het juiste videosignaal (NTSC of PAL) kiezen voor het maken en weergeven van opnamen.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Video uit] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Selecteer een videosignaal met de
vierwegbesturing (23).
I n s t e l l i n g
Video uit N T S C
PA L
2 / 3
Kies het videosignaal dat overeenkomt met het ingangssignaal van de AV-apparatuur.
Eye-Fi
Helderheid
Batt besparing 5 sec
Auto Uitsch.
Reset
3 min.
MENU OK
7
197
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluidsbestanden niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar gebruikte signaal. Mocht dit zich voordoen, wijzig dan de instelling van het videosignaal.
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur 1p.157
Videosignalen voor alle steden 1p.241
7
Eye-Fi-communicatie instellen
U kunt opnamen automatisch overbrengen naar een computer of
overbrengen van opnamen. De standaardinstelling is P (Uit).
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Eye-Fi] met de vierwegbesturing (23).
3
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
I n s t e l l i n g
PA L Video uit
O Overdracht via Eye-Fi-kaart wordt gestart
P Geen overdracht via Eye-Fi-kaart
Eye-Fi
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
5 sec
3 min.
2 / 3
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De stand A of Q wordt weer geactiveerd.
De opnamen worden automatisch verzonden.
198
De helderheid van het scherm aanpassen
U kunt de helderheid van het scherm aanpassen.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Helderheid] met de vierwegbesturing (23).
3
Pas de helderheid aan met de
vierwegbesturing (45).
I n s t e l l i n g
PA L
2 / 3
Video uit
F Donker Eye-Fi
G Normaal
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
H Licht
5 sec
3 min.
Reset
MENU Einde
4
Druk op de knop 3.
De stand A of Q wordt weer geactiveerd.
Het scherm wordt weergegeven met de ingestelde helderheid.
7
199
7
De batterijbesparingsfunctie gebruiken
U kunt batterijvoeding besparen door in te stellen dat het scherm automatisch wordt gedimd wanneer er een bepaalde tijd geen handeling wordt uitgevoerd. Nadat de batterijbesparingsfunctie is geactiveerd, kunt u het scherm weer met normale verlichting weergeven door op een van de knoppen te drukken.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Batt besparing] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de tijd te selecteren totdat de camera in de stand
Batterijbesparing komt.
Kies tussen [2min.], [1min.], [30sec],
[15sec], [5sec] en [Uit].
Video uit
Eye-Fi
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
MENU
I n s t e l l i n g
2 m i n .
1 m i n .
3 0 s e c
1 5 s e c
5 s e c
U i t
OK
2 / 3
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
• De functie Batterijbesparing werkt niet in de volgende situaties:
- Bij het maken van opnamen in de stand j (Continue opname)
- In de weergavestand
- Bij het maken van een filmopname
- Als de camera is aangesloten op een computer
- Bij weergave van een menu
• Als na het inschakelen van de camera geen handeling wordt uitgevoerd, zal na vijftien seconden de functie Batterijbesparing worden geactiveerd, zelfs als u die hebt ingesteld op [5sec].
200
Automatisch uitschakelen instellen
De camera kan automatisch worden uitgeschakeld wanneer een bepaalde tijd geen activiteit plaatsvindt.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Auto Uitsch.] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de tijd te selecteren totdat de camera automatisch wordt uitgeschakeld.
Kies tussen [5min.], [3min.] en [Uit].
I n s t e l l i n g
Video uit
Eye-Fi
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
PA L
5 m i n .
3 m i n .
U i t
MENU
2 / 3
OK
5
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
De automatische uitschakeling werkt niet in de volgende situaties:
- Tijdens het opnemen van geluid in de stand Geluidsopname
- Bij het maken van opnamen in de stand j (Continue opname)
- Bij het maken van een filmopname
- Tijdens een diavoorstelling of weergave van video/geluid
- Als de camera is aangesloten op een computer
- Tijdens de verzending van opnamen met een Eye-Fi-kaart
7
201
Het opstartscherm wijzigen
U kunt het opstartscherm kiezen dat wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
U kunt een van de volgende beelden selecteren als opstartscherm:
- Het opstartscherm met een hulpdisplay voor de opnamestanden en knoppen
- Een van de 3 voorgeïnstalleerde opnamen
- Een van uw eigen opnamen (alleen compatibele opnamen)
1
Druk in de stand Q op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer ^ [Opstartscherm] met
de vierwegbesturing (2345).
7
Voor het instellen van een beeld als opstartscherm
MENU OK
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
4
Kies met de vierwegbesturing
(45) een opname voor het opstartscherm.
Alleen opnamen die geschikt zijn voor het opstartscherm worden weergegeven. U kunt ook een van de 3 voorgeïnstalleerde opnamen kiezen of het opstartscherm met
MENU het hulpdisplay dat al in de camera is opgeslagen.
5
Druk op de knop 4.
Het opstartscherm is ingesteld.
OK
202
• Als het opstartscherm eenmaal is ingesteld, wordt het niet gewist, zelfs niet als de oorspronkelijke opname wordt gewist of als de SDgeheugenkaart wordt geformatteerd.
• Selecteer [Uit] om het opstartscherm te verbergen.
• Het opstartscherm wordt niet weergegeven als u de camera inschakelt in de weergavestand.
Corrigeren van defecte pixels in de CCD-sensor
(Pixeluitlijning)
Pixeluitlijning is een functie voor het uitlijnen en corrigeren van defecte pixels in de CCD-sensor. Activeer de pixeluitlijningsfunctie als beeldpunten altijd op dezelfde plaats defect schijnen te zijn.
1
Druk op de knop 3 in de stand A en druk op de
vierwegbesturing (5).
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
[Pixeluitlijning] kan niet worden geselecteerd wanneer u op de knop
3 drukt in de stand Q.
2
Selecteer [Pixeluitlijning] met de vierwegbesturing
(23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Pixeluitlijning] verschijnt.
Instelling
Alle opn. wissen
Pixeluitlijning
Formatteren
3 / 3
7
4
Selecteer [Pixeluitlijning] met de
vierwegbesturing (23).
MENU Einde
Pixeluitlijning
C o n t r o l e e r t d e b e e l d s e n s o r e n c o r r i g e e r t d e f e c t e p i x e l s
Pixeluitlijning
Onderbreken
OK OK
203
5
Druk op de knop 4.
Pixels die defect zijn, worden geregistreerd en gecompenseerd.
Wanneer de batterij bijna leeg is, wordt [Onvoldoende batterijvermogen om pixelmapping te activeren] weergegeven op het scherm. Gebruik in dat geval de optionele netvoedingsadapterset K-AC88 of gebruik een volledig opgeladen batterij.
7
Standaardinstellingen herstellen (Reset)
U kunt de standaardinstellingen van de camera herstellen. Zie
“Standaardinstellingen” (p.236) voor het herstellen van instellingen.
1
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset] verschijnt.
4
Selecteer [Reset] met de
vierwegbesturing (23).
R e s e t
Te r u g n a a r f a b r i e k s i n s t e l l i n g e n
R e s e t
O n d e r b r e k e n
OK O K
5
Druk op de knop 4.
De standaardinstellingen worden hersteld.
De volgende instellingen worden niet beïnvloed wanneer de standaardinstellingen van de camera worden hersteld:
- Datum instellen
- Wereldtijd
- Language/
- Video uit
204
8
Aansluiten op een computer
De computer instellen ............................ 206
Aansluiting op een Windows-pc ............ 213
Aansluiten op een Macintosh ................ 221
Opnamen verzenden met een Eye-Fi-kaart ....................................... 227
De computer instellen
U kunt foto’s en video’s die u hebt opgenomen met de camera, overbrengen naar de computer en ze vervolgens weergeven en bewerken als u de software van de meegeleverde cd-rom installeert op uw computer en de camera op de computer aansluit met de USB-kabel.
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de meegeleverde software installeert en andere voorbereidingen treft om op uw computer te kunnen genieten van de opnamen.
Meegeleverde software
De volgende software staat op de meegeleverde cd-rom (S-SW104).
8
Windows
• Software voor weergave, beheer en bewerken van opnamen
“MediaImpression 2.0 for PENTAX”
(Twaalf talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Nederlands,
Portugees, Zweeds, Russisch, Chinees [traditioneel en vereenvoudigd], Koreaans en Japans)
Macintosh
• Software voor weergave en beheer van opnamen “MediaImpression
2.0 for PENTAX”
(Twaalf talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Nederlands,
Portugees, Zweeds, Russisch, Chinees [traditioneel en vereenvoudigd], Koreaans en Japans)
Het verdient aanbeveling de optionele netvoedingsadapterset K-AC88
te gebruiken als de camera is aangesloten op de computer (p.37). Er
kunnen opnamegegevens verloren gaan of beschadigd raken wanneer de batterij leeg raakt terwijl er gegevensoverdracht plaatsvindt naar de computer.
206
Systeemvereisten
Om op de computer te kunnen genieten van foto’s en video’s die u hebt opgenomen met de camera, moet aan de volgende vereisten worden voldaan.
Windows
Besturingssysteem Windows XP SP2, Windows Vista of Windows 7
• Het besturingssysteem moet zijn geïnstalleerd en bijgewerkt naar de nieuwste versie.
Processor Pentium 4 1.6 GHz of gelijkwaardige AMD Athlon of sneller
(Intel Core 2 Duo 2.0 GHz of gelijkwaardige AMD Athlon
X2-processor of sneller aanbevolen)
Geheugen
Vrije schijfruimte
Overige
512 MB minimum (1 GB of meer aanbevolen)
300 MB minimum
Cd-romstation
USB-poort moet tot standaarduitrusting behoren
Kleurenmonitor 1024×768 pixels, 16-bits kleur of beter aanbevolen
* De werking wordt niet gegarandeerd op alle computers die aan de vereisten voldoen.
* De systeemvereisten zijn de minimale vereisten voor het afspelen en bewerken van video’s.
Windows 95, Windows 98, Windows 98SE, Windows Me, Windows NT en Windows 2000 worden niet ondersteund.
8
207
Macintosh
Besturingssysteem Mac OS X (versie 10.3.9, 10.4, 10.5, 10.6)
• Het besturingssysteem moet zijn geïnstalleerd en bijgewerkt naar de nieuwste versie.
Processor PowerPC G4 800 MHz of sneller (PowerPC G5 of Intel Core
Duo of sneller aanbevolen)
Geheugen
Vrije schijfruimte
Overige
512 MB minimum (1 GB of meer aanbevolen)
300 MB minimum
Cd-romstation
USB-poort moet tot standaarduitrusting behoren
Kleurenmonitor 1024×768 pixels, 16-bits kleur of beter aanbevolen
* De werking wordt niet gegarandeerd op alle computers die aan de vereisten voldoen.
* De systeemvereisten zijn de minimale vereisten voor het afspelen en bewerken van video’s.
De software installeren
Windows
Installeer de software voor weergave, beheer en bewerken van opnamen (MediaImpression 2.0 for PENTAX).
8
• Controleer of uw computer aan de systeemvereisten voldoet voordat u de software installeert.
• Als u verscheidene accounts hebt ingesteld in Windows XP, Windows
Vista of Windows 7, moet u zich eerst aanmelden met een account met beheerdersrechten voordat u de software installeert.
1
Zet uw computer aan.
2
Plaats de meegeleverde cd-rom (S-SW104) in het cdromstation.
Het installatiescherm van “MediaImpression 2.0 for PENTAX” verschijnt.
208
Als u Windows Vista gebruikt
Als het scherm [Automatisch afspelen] verschijnt, roept u met de volgende stappen het installatiescherm op.
1) Klik op [PENTAX Software Installer].
2) Klik op [Doorgaan].
Als u Windows XP gebruikt
Het installatiescherm verschijnt automatisch.
3
Klik op [ArcSoft
MediaImpression 2.0 for
PENTAX].
Het taalkeuzescherm verschijnt.
4
Selecteer [Nederlands] en klik op [OK].
Het installatiescherm verschijnt.
Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.
5
Klik op [Voltooien].
De installatie van “MediaImpression
2.0 for PENTAX” is voltooid.
8
6
Klik op [Exit] in het installatiescherm.
Het venster wordt gesloten.
209
Macintosh
Installeer de software voor weergave en beheer van opnamen
(MediaImpression 2.0 for PENTAX).
1
Zet de Macintosh aan.
2
Plaats de meegeleverde cd-rom (S-SW104) in het cd-romstation.
3
Dubbelklik op het pictogram van het cd-romstation met de cd-rom (S-SW104).
4
Dubbelklik op het pictogram [PENTAX Software
Installer].
Het installatiescherm van “MediaImpression 2.0 for PENTAX” verschijnt.
5
Klik op [ArcSoft
MediaImpression 2.0 for
PENTAX].
Het installatiescherm verschijnt.
Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.
8
6
Klik op [Sluit].
De installatie van “MediaImpression
2.0 for PENTAX” is voltooid.
210
7
Klik op [Exit] in het installatiescherm.
Het venster wordt gesloten.
Productregistratie op internet
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren.
Als uw computer is verbonden met internet, klikt u op [Productregistratie] op het installatiescherm.
De wereldkaart, rechts hiernaast, voor productregistratie via internet wordt weergegeven. Klik op het weergegeven land of de weergegeven regio en volg de aanwijzingen om de software te registreren.
Producten kunnen alleen via de Internet Productregistratie worden geregistreerd door klanten in de landen en regio’s die worden weergegeven op het installatiescherm van de software.
De instelling voor USB-aansluiting opgeven
Stel het apparaat in waarop de camera via de USB-kabel aangesloten is.
Geef de instelling voor de USB-aansluiting op voordat u de camera aansluit op de computer. U kunt de volgende instelling niet opgeven als de camera al op de computer is aangesloten met de USB-kabel.
1
Zet de camera aan.
2
Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het scherm [W Instelling] verschijnt.
Als u op 3 drukt in de stand A, druk dan eenmaal op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer [USB-aansluiting] met de vierwegbesturing
(23).
8
211
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
5
Selecteer [MSC] met de
vierwegbesturing (23).
Instelling
Geluid
Datum instellen
Wereldtijd
1 / 3
0 8 / 0 8 / 2 0 1 0
Bestandsnaam
USB-aansluiting
MENU Stop
Nederlands
MSC
PTP
OK OK
6
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
7
Druk op de knop 3.
De stand A of Q wordt weer geactiveerd.
Ga, afhankelijk van uw computer, naar de volgende pagina’s.
Aansluiting op een Windows-pc 1 p.213
Aansluiten op een Macintosh 1 p.221
8
MSC en PTP
MSC (Mass Storage Class)
Een stuurprogramma voor algemene doeleinden met apparaten die via
USB als geheugen op een computer zijn aangesloten. De term slaat ook op de standaard waarop de besturing van USB-apparaten met behulp van dit stuurprogramma berust.
Door simpelweg een apparaat dat USB Mass Storage Class ondersteunt aan te sluiten, kunt u bestanden kopiëren, lezen van en schrijven naar een computer zonder installatie van speciale stuurprogramma’s.
PTP (Picture Transfer Protocol)
Een protocol voor de overdracht van digitale afbeeldingen en de besturing van digitale camera’s via USB, gestandaardiseerd als ISO 15740.
U kunt afbeeldingsgegevens uitwisselen tussen apparaten die PTP ondersteunen zonder apparaatstuurprogramma’s te installeren.
Kies MSC als u de Optio H90 aansluit op uw computer, tenzij anders aangegeven.
212
Aansluiting op een Windows-pc
De camera aansluiten op uw Windows-pc
Sluit de camera aan op de Windows-pc met de bijgeleverde USB-kabel
(I-USB7).
1
Zet uw computer aan.
2
Zet de camera uit.
3
Sluit de camera aan op de Windows-pc met de bijgeleverde USB-kabel.
Sluit de connector van de USB-kabel aan met het pijlteken naar de voorzijde van de camera gericht.
8
4
Zet de camera aan.
213
Als u Windows Vista gebruikt
Als het scherm [Automatisch afspelen] verschijnt, klikt u op
[Mediabestanden naar lokale schijf importeren] om het importscherm te openen.
Als u Windows XP gebruikt
Wanneer het scherm [Verwisselbare schijf] verschijnt, geeft u het importscherm weer met de volgende stappen. Als het scherm
1) Selecteer [Mediabestanden naar lokale schijf importeren].
2) Klik op [OK].
De zelfontspanner-LED knippert terwijl de aansluiting tussen de camera en de Windows-pc tot stand wordt gebracht.
Opnamen overbrengen
Breng de met de camera gemaakte opnamen over naar de Windows-pc.
8
Als er zich geen SD-geheugenkaart in de camera bevindt, worden de opnamen die zijn opgeslagen in het interne geheugen overgebracht naar de Windows-pc.
5
Selecteer een opname om te kopiëren.
Standaard worden alle mediabestanden van het apparaat gekopieerd naar de computer. Als u slechts een deel van die bestanden wilt importeren, moet u de gewenste bestanden op voorhand selecteren.
6
Geef de [Bestemmingsmap], de
[Naam submap] en de [Opties importeren] op en klik vervolgens op [Importeren].
De opnamen worden gekopieerd naar de Windows-pc.
214
7
Klik op [Gereed].
Het scherm [Mediabrowser] van
“MediaImpression 2.0 for PENTAX” verschijnt.
Als het scherm [Verwisselbare schijf] niet verschijnt
5
Dubbelklik op het pictogram
[MediaImpression 2.0 for
PENTAX] op het bureaublad.
6
Klik op [Importeren].
7
Selecteer de camera in de keuzelijst van [Media ophalen van].
Als de SD-geheugenkaart een volumelabel heeft, verschijnt de volumelabelnaam in plaats van [Verwisselbare schijf]. Bij een nieuwe ongeformatteerde SD-geheugenkaart kan de naam van de fabrikant of het modelnummer te zien zijn.
8
215
8
Selecteer een opname om te kopiëren.
Standaard worden alle mediabestanden van het apparaat gekopieerd naar de computer. Als u slechts een deel van die bestanden wilt importeren, moet u de gewenste bestanden op voorhand selecteren.
9
Geef de [Bestemmingsmap], de
[Naam submap] en de [Opties importeren] op en klik vervolgens op [Importeren].
De opnamen worden gekopieerd naar de Windows-pc.
10
Klik op [Gereed].
Het scherm [Mediabrowser] van
“MediaImpression 2.0 for PENTAX” verschijnt.
8
De camera loskoppelen van uw computer
1
Dubbelklik op het pictogram
[Hardware veilig verwijderen] op de taakbalk.
Het scherm “Hardware veilig verwijderen” verschijnt.
216
2
Selecteer [USB-apparaat voor massaopslag] en klik op
[Stoppen].
Het scherm “Hardware stoppen” verschijnt.
3
Selecteer [USB-apparaat voor massaopslag] en klik op [OK].
Er verschijnt een bericht dat aangeeft dat de hardware veilig kan worden verwijderd.
4
Klik op [OK].
5
Klik op [Sluit].
8
6
Maak de USB-kabel los van de Windows-pc en de camera.
217
8
• Als de camera (verwisselbare schijf) wordt gebruikt door een toepassing zoals MediaImpression 2.0 for PENTAX, kan de camera pas worden losgekoppeld wanneer de toepassing gesloten is.
• De camera schakelt automatisch over op de weergavefunctie wanneer u de USB-kabel uit uw computer of camera haalt.
MediaImpression 2.0 for PENTAX starten
Met MediaImpression 2.0 for PENTAX kunt u opnamen weergeven, bewerken, organiseren, zoeken, uitwisselen en afdrukken.
1
Dubbelklik op het pictogram [MediaImpression 2.0 for
PENTAX] op het bureaublad.
MediaImpression 2.0 for PENTAX wordt gestart en de [Startpagina] verschijnt.
2
Klik op [Alle media].
Het scherm [Mediabrowser] verschijnt.
Interface van Mediabrowser
A B
218
C
* Het weergegeven scherm is een voorbeeld van de standaardinstellingen.
A Weergaven
Het deelvenster Weergaven wordt aan de linkerkant van de
Mediabrowser weergegeven en bevat functies en opties voor het zoeken, bekijken en organiseren van mediabestanden. Wanneer u het programma voor het eerst gebruikt, is “Mappen” de primaire weergave.
In de weergave Mappen worden uw bestanden weergegeven op basis van hun locatie op de harde schijf.
B Voorbeeldgebied
Het Voorbeeldgebied wordt in het midden van de Mediabrowser weergegeven. U ziet hier een miniatuur van de mediabestanden en gedetailleerde informatie over de bestanden in de geselecteerde map.
C Actieknoppen
De actieknoppen staan onder de Mediabrowser. Welke acties beschikbaar zijn, hangt af van de categorie mediabestanden die u in de
Mediabrowser hebt geselecteerd. Dit zijn: Fotobewerking, Eenvoudig archiveren, Delen, Uploaden, Geotag, Importeren, Diavoorstelling,
Mediaspeler, Film maken en Fotoviewer.
Opnamen weergeven
1
Klik op de map met de opname die u wilt weergeven in het deelvenster Weergaven van de Mediabrowser.
Opnamen worden weergegeven in het Voorbeeldgebied.
2
Dubbelklik in het deelvenster Voorbeeldgebied op de opname die u wilt weergeven.
De geselecteerde opname wordt weergegeven in Fotoviewer. Als u een film- of audiobestand selecteert, wordt dit bestand weergegeven in
Mediaspeler.
In Fotoviewer kunt u de grootte van de weergegeven opname aanpassen of een opname bewerken. Ook in
Mediaspeler kunt u een film- of audiobestand afspelen of bewerken.
8
219
8
Een opname of een film- of audiobestand kan in Fotoviewer of
Mediaspeler worden weergegeven door rechtstreeks op het bestand te dubbelklikken zonder MediaImpression 2.0 for PENTAX te starten.
Bijzonderheden over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX
Op de helppagina’s vindt u meer informatie over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX.
1
Selecteer [Help] in het menu [Extra's] rechtsboven in het venster.
Het helpscherm verschijnt.
2
Klik op het gewenste onderwerp.
De uitleg wordt weergegeven.
220
Aansluiten op een Macintosh
De camera aansluiten op uw Macintosh
Sluit de camera aan op de Macintosh met de bijgeleverde USB-kabel
(I-USB7).
1
Zet de Macintosh aan.
2
Zet de camera uit.
3
Sluit de camera aan op de Macintosh met de bijgeleverde USB-kabel.
Sluit de connector van de USB-kabel aan met het pijlteken naar de voorzijde van de camera gericht.
8
4
Zet de camera aan.
De camera wordt herkend als [NO NAME] op het bureaublad.
• Als de SD-geheugenkaart een volumelabel heeft, verschijnt de volumelabelnaam in plaats van [NO NAME]. Bij een nieuwe ongeformatteerde SD-geheugenkaart kan de naam van de fabrikant of het modelnummer te zien zijn.
• De zelfontspanner-LED knippert terwijl de aansluiting tussen de camera en de Macintosh tot stand wordt gebracht.
221
Opnamen overbrengen
Breng de met de camera gemaakte opnamen over naar de Macintosh.
Als er zich geen SD-geheugenkaart in de camera bevindt, worden de opnamen die zijn opgeslagen in het interne geheugen overgebracht naar de Macintosh.
5
Selecteer [Programma's] in het menu [Ga].
De map [Programma's] verschijnt.
6
Dubbelklik op het pictogram
[MediaImpression 2.0 for
PENTAX].
MediaImpression 2.0 for PENTAX wordt gestart en de [Startpagina] verschijnt.
7
Klik op [Importeren].
8
8
Selecteer de camera in de keuzelijst bij [Media ophalen van].
222
9
Selecteer een opname om te kopiëren.
Standaard worden alle mediabestanden van het apparaat gekopieerd naar de computer. Als u slechts een deel van die bestanden wilt importeren, moet u de gewenste bestanden op voorhand selecteren.
10
Geef de [Bestemmingsmap], de
[Naam submap] en de [Opties importeren] op en klik vervolgens op [Importeren].
De opnamen worden gekopieerd naar de Macintosh.
11
Klik op [Gereed].
Het scherm [Mediabrowser] van
“MediaImpression 2.0 for PENTAX” verschijnt.
De camera loskoppelen van de Macintosh
1
Sleep [NO NAME] op het bureaublad naar de prullenmand.
Als de SD-geheugenkaart een volumelabelnaam heeft, sleept u het pictogram van die naam naar de prullenmand.
2
Maak de USB-kabel los van de Macintosh en de camera.
• Als de camera (verwisselbare schijf) wordt gebruikt door een toepassing zoals MediaImpression 2.0 for PENTAX, kan de camera pas worden losgekoppeld wanneer de toepassing gesloten is.
• De camera schakelt automatisch over op de weergavefunctie wanneer u de USB-kabel uit uw Macintosh of camera haalt.
8
223
MediaImpression 2.0 for PENTAX starten
Met MediaImpression 2.0 for PENTAX kunt u opnamen weergeven en beheren.
1
Dubbelklik op het pictogram [MediaImpression 2.0 for
PENTAX] in de map [Programma's].
MediaImpression 2.0 for PENTAX wordt gestart en de [Startpagina] verschijnt.
2
Klik op [Alle media].
Het scherm [Mediabrowser] verschijnt.
Interface van Mediabrowser
A B
8
C
A Weergaven
Het deelvenster Weergaven wordt aan de linkerkant van de
Mediabrowser weergegeven en bevat functies en opties voor het zoeken, bekijken en organiseren van mediabestanden. Wanneer u het programma voor het eerst gebruikt, is “Mappen” de primaire weergave.
In de weergave Mappen worden uw bestanden weergegeven op basis van hun locatie op de harde schijf.
224
B Voorbeeldgebied
Het Voorbeeldgebied wordt in het midden van de Mediabrowser weergegeven. U ziet hier een miniatuur van de mediabestanden en gedetailleerde informatie over de bestanden in de geselecteerde map.
C Actieknoppen
De actieknoppen staan onder de Mediabrowser. Welke acties beschikbaar zijn, hangt af van de categorie mediabestanden die u in de
Mediabrowser hebt geselecteerd. Dit zijn: Fotobewerking, Eenvoudig archiveren, Delen, Uploaden, Geotag, Importeren, Diavoorstelling,
Mediaspeler, Film maken en Fotoviewer.
Opnamen weergeven
1
Klik op de map met de opname die u wilt weergeven in het deelvenster Weergaven van de Mediabrowser.
Opnamen worden weergegeven in het Voorbeeldgebied.
2
Dubbelklik in het deelvenster Voorbeeldgebied op de opname die u wilt weergeven.
De geselecteerde opname wordt weergegeven in Fotoviewer. Als u een film- of audiobestand selecteert, wordt dit bestand weergegeven in
Mediaspeler.
In Fotoviewer kunt u de grootte van de weergegeven opname aanpassen of een opname bewerken. Ook in
Mediaspeler kunt u een film- of audiobestand afspelen of bewerken.
8
225
8
226
Bijzonderheden over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX
Op de helppagina’s vindt u meer informatie over het gebruik van
MediaImpression 2.0 for PENTAX.
1
Selecteer [MediaImpression Help] bij [Help] op de menubalk.
Het helpscherm verschijnt.
2
Klik op het gewenste onderwerp.
De uitleg wordt weergegeven.
Opnamen verzenden met een
Eye-Fi-kaart
Wanneer u een geheugenkaart met ingebouwde technologie voor draadloze netwerken (een Eye-Fi-kaart) in de camera plaatst, kunt u opnamen automatisch overbrengen naar een computer of website.
1
Geef voor de Eye-Fi-kaart de gewenste instellingen op, zoals die voor het toegangspunt van het draadloze netwerk en de bestemming.
Zie de handleiding die u bij de Eye-Fi-kaart hebt gekregen voor meer informatie over de instellingen.
2
Zet de camera uit.
3
Plaats de Eye-Fi-kaart in de camera.
4
Zet de camera aan.
5
Selecteer O (Aan) bij [Eye-Fi] in het menu [W Instelling].
van de camera.
Een van de volgende pictogrammen verschijnt op het scherm.
Bezig met verzenden. Wanneer [Eye-Fi] op O staat en opnamen worden verzonden of het toegangspunt wordt gezocht.
Wachten op verzending. Wanneer [Eye-Fi] op O staat en er geen opnamen worden verzonden.
Verzenden niet toegestaan. Wanneer [Eye-Fi] op P staat.
Versiefout. Wanneer de versie van de Eye-Fi-kaart niet meer up-to-date is of wanneer de Eye-Fi-kaart tegen schrijven is beveiligd.
8
• De volgende Eye-Fi-kaarten kunnen worden gebruikt:
- Eye-Fi Share
- Eye-Fi Share Video 4GB
• Werk de firmware van de Eye-Fi-kaart zo nodig bij voordat u de kaart gebruikt.
227
8
• Wanneer u voor het eerst de nieuwe Eye-Fi-geheugenkaart wilt gebruiken, moet u het installatiebestand van Eye-Fi Manager naar de computer kopiëren voordat u de kaart formatteert.
• Opnamen worden verzonden via het draadloze netwerk. Zet [Eye-Fi] op P (Uit) of gebruik geen Eye-Fi-kaarten op plaatsen waar het gebruik van draadloze netwerkapparatuur niet of slechts in beperkte mate is toegestaan, zoals in een vliegtuig.
• Op het scherm verschijnt een foutmelding als een Eye-Fi-kaart van een oude versie wordt geïnstalleerd.
• In de volgende omstandigheden worden geen opnamen verzonden:
- Wanneer geen beschikbaar toegangspunt wordt gevonden
- Wanneer de batterij bijna leeg is (de indicatie van het batterijniveau is geel of rood)
• Bestanden van een geluidsopname kunnen niet worden verzonden.
• Het kan even duren voordat alle bestanden zijn verzonden. Het gebruik van de optionele netvoedingsadapterset (K-AC88) wordt aanbevolen.
• De automatische uitschakeling werkt niet tijdens het verzenden van opnamen.
• Wanneer de temperatuur binnen in de camera te hoog oploopt, bijvoorbeeld tijdens het verzenden van een groot (film)bestand, wordt de camera mogelijk automatisch uitgeschakeld om de interne componenten te beschermen.
• Voor het verzenden van opnamen via het draadloze netwerk moet een draadloos toegangspunt in een correct geconfigureerd netwerk worden gebruikt. Zie de website http://www.eye.fi/ voor meer informatie.
• Zie de handleiding die u bij de Eye-Fi-kaart hebt gekregen voor meer informatie over het gebruik ervan.
• Raadpleeg de fabrikant van de Eye-Fi-kaart als de kaart defect raakt.
• De werking van alle functies van Eye-Fi-kaarten kan niet worden gegarandeerd, ongeacht of het op deze camera al dan niet mogelijk is om de draadloze communicatie van de Eye-Fi-kaart in en uit te schakelen.
• Het gebruik van Eye-Fi-kaarten is alleen toegestaan in het land waar u de Eye-Fi-kaart hebt gekocht. Houd u aan de lokale en nationale wet- en regelgeving van het land waar u de kaart gebruikt.
228
9
Bijlage
Beschikbare functies voor elke opnamefunctie ........................................ 230
Berichten ................................................. 232
Problemen oplossen ............................... 234
Standaardinstellingen ............................ 236
Lijst met steden voor wereldtijd ............ 241
Optionele accessoires ............................ 242
Belangrijkste technische gegevens ...... 243
GARANTIEBEPALINGEN ........................ 248
Index ......................................................... 255
9
Beschikbare functies voor elke opnamefunctie
z : Kan worden ingesteld. ×: Kan niet worden ingesteld.
Opnamestand b R 9
Functie
Zoomknop Zoombediening
Gezichtsdetectie AAN
Knop I Smile Capture
Gezichtsdetectie UIT
, (Auto) a (Flitser uit)
Flitsinstelling
Transportstand z z
× z z b (Flitser aan) c (Auto+Anti Rode Ogen) z z d (Flitser+Anti Rode Ogen) z b (Soft flitser) z
9 (Standaard) g (Zelfontspanner) z
Z (2s Zelfontspanner) z
Scherpstelstand j (Continue opname)
K (Continue opname snel)
= (Standaard) q (Macro) r (Super Macro)
3 (Pan-focus) s (Oneindig)
\ (Handmatig Focus)
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Lichtmeting voor automatische belichting
Gevoeligheid
× z z z z z z
z
[A
Opnemen]menu
Belicht. corr.
Inst, D-range
Pixeltrack SR/Movie SR
Knipperdetectie
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
× z z
× z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z
z z z z
×
×
×
× z z
× z
× z z z
×
*1 Intelligente zoom is niet beschikbaar
*2 Alleen de optische zoom is beschikbaar
*3 Digitale zoom is niet beschikbaar
*4 Vast ingesteld op a
*5 Vast ingesteld op s
*6 Vast ingesteld op E
A z z z
× z z z z z z z z z
× z z
× z z z z z z z z z z z
B
P R
V z z z z z z
× z z z z z z z z z z z
z
z z z z z
× z
C z z z z z z z z z
z z z z z
× z z z
z z z
z
× z
C
z z z z z
z
z z
z z
×
×
×
×
× z z
× z
z
×
*7 Vast ingesteld op h
*8 Ingesteld bij [Video] in het menu [A Opnemen]
*9 Vast ingesteld op f
*10 Vast ingesteld op m
*11 Vast ingesteld op f (Vast ingesteld op h voor het eerste beeld)
*12 Vast ingesteld op F
230
De items van het opnamemenu die niet in dit overzicht staan, kunnen worden ingesteld in elke opnamestand behalve de Snelinstelling. Het is echter mogelijk dat deze instellingen het in bepaalde opnamestanden en bij bepaalde andere instellingen niet goed doen, ook al kunnen ze worden geselecteerd. Zie voor meer informatie de onderstaande pagina’s.
H I Q
\ Y K
B U c z c S N W X F
z z z
× z z z z z z z z z z z z z z z z z z
×
z
×
z z z z z
× z z z z z z z z z z z z z z × z z z z z z
z z z z z × z z z z z z
×
× z z z z z z z z z × z z z z z z z z z z z z z z z z z z
×
×
× z × × z z z z z z
×
× z z × z z z z z z z
z z z z z × z z z z
×
z
×
×
× z ×
z ×
z z z ×
z z z z ×
z ×
z z
×
z z z z z z z z z z z z z z z z z ×
z ×
z z z z × × z × z × z z z z z z z z
Opnamestand
Zoombediening
Gezichtsdetectie AAN
Smile Capture
Gezichtsdetectie UIT
, (Auto) a (Flitser uit) b (Flitser aan) c (Auto+Anti Rode Ogen) d (Flitser+Anti Rode Ogen) b (Soft flitser)
9 (Standaard) g (Zelfontspanner)
Z (2s Zelfontspanner) j (Continue opname)
K (Continue opname snel)
= (Standaard) q (Macro) r (Super Macro)
3 (Pan-focus) s (Oneindig)
\ (Handmatig Focus)
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Lichtmeting voor automatische belichting
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Inst, D-range
Pixeltrack SR/Movie SR
Knipperdetectie
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
Pagina
Functie
Zoomknop
Knop I
Flitsinstelling
Transportstand
Scherpstelstand
[A
Opnemen]menu
—
*13 Vast ingesteld op J
(Meervoudig)
*14 W (Automatisch meevolgende
AF) is niet beschikbaar
*15 Vast ingesteld op L (Meervlaks)
*16 Vast ingesteld op Auto
*17 De gevoeligheid is vast ingesteld op de minimuminstelling
*18 Vast ingesteld op ±0.0
*19 Vast ingesteld op O
*20 Vast ingesteld op P
*21 Vast ingesteld op de normale instelling
*22 Vast ingesteld op Uit
9
231
Berichten
9
Bij de bediening van de camera kunnen de volgende berichten op het scherm verschijnen.
Bericht
Batterij leeg
Geheugenkaart vol
Geheugenkaartfout
Het interne geheugen is niet geformatteerd
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Beschrijving
De batterij is uitgeput. Laad de batterij op met een
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of wis
niet-benodigde opnamen (p.39, p.148).
Wijzig de resolutie of het kwaliteitsniveau van de gemaakte
opnamen en probeer het opnieuw (p.160).
Opnemen en weergeven onmogelijk door een probleem met de SD-geheugenkaart. Mogelijk kunt u via een computer de opnamen op de kaart weergeven of kopiëren.
De gegevens in het interne geheugen zijn beschadigd.
Formatteer het interne geheugen.
De SD-geheugenkaart die u gebruikt is niet geformatteerd of is geformatteerd op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de
SD-geheugenkaart in deze camera (p.188).
Geheugenkaart beveiligd
De SD-geheugenkaart is beveiligd tegen schrijven (p.41).
Compressiefout
Geen beeld en geluid
Video opname gestopt
Dit bericht verschijnt als het niet is gelukt een opname te comprimeren. Wijzig de resolutie van de opname en probeer de opname opnieuw te maken of op te slaan.
Op de SD-geheugenkaart zijn geen opnamen/ geluidsbestanden opgeslagen.
Deze melding verschijnt als de interne temperatuur van de camera de normale limieten van de werkende camera heeft overschreden bij het maken van filmopnamen.
Camera wordt uitgeschakeld om schade door oververhitting te voorkomen
De camera is uitgeschakeld omdat hij oververhit is geraakt.
Wacht tot de camera is afgekoeld en zet hem dan weer aan.
Wissen
Camera kan dit beeld en geluid niet weergeven
Deze melding verschijnt als u een opname of geluidsbestand wist.
U probeert een opname of geluid weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera.
Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
232
Gegevens worden bewerkt
Bericht
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Beeld is beschermd
Gegevens worden opgeslagen
Intern geheugen is vol
Geen beeld om te bewerken
Dit beeld/geluid kan niet worden bewerkt
Geen geheugenkaart in de camera
Het interne geheugen is niet toereikend om beelden/ geluiden te kopiëren
Kan niet juist worden bewerkt
Geeft beeld/geluid weer vanuit intern geheugen
Onvoldoende batterijvermogen om pixelmapping te activeren
Deze kaart is niet compatibel met deze camera
De versie van deze Eye-
Fi-kaart is verouderd
Beschrijving
Het hoogst mogelijke bestandsnummer (9999) is al toegewezen aan een opname in het hoogste mapnummer
(999). Er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of formatteer de
Het beeld- of geluidsbestand dat u probeert te verwijderen,
Deze melding verschijnt als u probeert over te schakelen naar de stand Q terwijl er nog steeds een opname wordt gemaakt of als de beveiligingsinstelling of de
DPOF-instelling wordt gewijzigd. Ze verdwijnt weer als de opname is opgeslagen of als de instelling wordt gewijzigd.
Deze melding verschijnt wanneer het meer dan vijf seconden duurt voordat de camera een opname weergeeft vanwege de verwerking van de opname of wanneer de
SD-geheugenkaart of het interne geheugen wordt geformatteerd.
Deze melding verschijnt wanneer het interne geheugen vol is, terwijl u probeert een bestand op te slaan.
Deze melding verschijnt als er geen opnamen of geluidsbestanden zijn.
Deze melding verschijnt bij bestanden die niet kunnen worden bewerkt.
Deze melding verschijnt als er geen SD-geheugenkaart is geplaatst.
Deze melding verschijnt als er niet genoeg intern geheugen is om te kopiëren.
Deze melding verschijnt als de rode-ogenreductie mislukt is.
Deze melding verschijnt wanneer de camera het interne geheugen gebruikt.
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning wanneer het batterijniveau te laag is. Vervang de batterij door een volledig opgeladen batterij of gebruik de optionele
netvoedingsadapterset K-AC88 (optioneel). (p.37)
Deze melding verschijnt wanneer de versie van de
Eye-Fi-kaart niet meer up-to-date is en niet meer door de
camera wordt ondersteund (p.227).
9
233
Problemen oplossen
9
Probleem
De camera gaat niet aan
Geen beeld op het scherm
Het beeld op het scherm is slecht zichtbaar
De sluiter ontspant niet
De opname is donker bij gebruik van de flitser
Oorzaak Oplossing
De batterij is niet geplaatst
De batterij is verkeerd geplaatst
Controleer of een batterij is geplaatst.
Zo niet, plaats een batterij.
Controleer de stand van de batterij.
Plaats de batterij opnieuw volgens de poolaanduidingen +- in het
De batterij is uitgeput Laad de batterij op.
De camera is aangesloten op een computer
De camera is aangesloten op een tv
Wanneer de camera is aangesloten op een computer, is het scherm uitgeschakeld.
Als de camera is aangesloten op een tv, is het scherm uitgeschakeld.
De helderheid van het scherm is te donker ingesteld
Pas de helderheid aan bij [Helderheid] in
het menu [W Instelling] (p.199).
De batterijbesparingsfunc tie is geactiveerd
Als de batterijbesparingsfunctie is ingeschakeld, wordt het scherm na verloop van tijd automatisch gedimd.
Druk op een knop om de normale helderheid te herstellen.
Selecteer [Uit] bij [Batt besparing] in het menu [W Instelling] om de functie
Batterijbesparing uit te schakelen
De flitser wordt opgeladen
Er kunnen geen opnamen worden gemaakt terwijl de flitser wordt opgeladen. Wacht tot het opladen gereed is.
Er is geen vrije ruimte op de SDgeheugenkaart of in het interne geheugen
Opnemen
Het onderwerp is te ver weg in een donkere omgeving, zoals bij een nachtopname
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder
overbodige opnamen (p.39, p.148).
Wacht tot opslaan gereed is.
De opname wordt donker als het onderwerp te ver weg is. Maak opnamen binnen het aangegeven flitsbereik.
234
Probleem
Er is niet scherpgesteld op het onderwerp
Oorzaak
Er kan moeilijk op het onderwerp worden scherpgesteld
Het onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld
Oplossing
De camera kan problemen ondervinden bij het scherpstellen op onderwerpen zoals: onderwerpen met weinig contrast
(een witte muur, een blauwe hemel, enz.), donkere onderwerpen, voorwerpen met subtiele patronen en snel bewegende voorwerpen. Een goede scherpstelling is ook problematisch bij fotograferen via een raam of een net.
Probeer opnamen te maken met de
scherpstelvergrendeling (p.72) of gebruik
de handmatige scherpstelling
Zoek het gewenste onderwerp in het scherpstelkader (AF-veld) in het midden van het scherm. Als dit problematisch is, vergrendel dan eerst de scherpstelling op het gewenste onderwerp
(scherpstelvergrendeling) en beweeg daarna de camera om de gewenste beeldinkadering te bereiken.
Instellen op , (Auto) of b (Flitser aan)
De flitser gaat niet af
De flitsinstelling is ingesteld op a
De transportstand is ingesteld op j of K
De scherpstelfunctie is ingesteld op s
De opnamestand is ingesteld op C of S
In deze standen gaat de flitser niet af.
Zo nu en dan veroorzaakt statische elektriciteit camerastoring. Neem in dat geval de batterij uit de camera en plaats hem opnieuw. Als de camera daarna correct functioneert, is de normale toestand hersteld en kunt u de camera weer gebruiken.
9
235
Standaardinstellingen
9
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
Hierna wordt de betekenis uitgelegd van de indicaties voor menuonderdelen met een standaardinstelling.
Laatste geheugeninstelling
Ja : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet.
Nee : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de
* camera wordt uitgezet.
: De instelling hangt af van de instelling bij [Geheugen] (p.131).
— : nvt
Reset instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaardinstelling met de
Nee : De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
— : nvt
Items van het menu [A Opnemen]
Resolutie
Witbalans
Onderdeel
AF-veld
Lichtmeting voor automatische belichting
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Video
Resolutie
Movie SR
Inst,
D-range
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
Pixel Track SR
Knipperdetectie
Digitale zoom
Standaardinstelling
E (4000×3000)
F (Auto)
J (meervoudig scherpstelpunt)
L (meervlaks)
Auto
±0.0
M (1280×720/30 fps)
O (Aan)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
O (Aan)
O (Aan)
Laatste geheugeninstelling
Ja
*
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja Ja
*
*
*
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
*
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
236
Onderdeel
Momentcontrole
Gezichtsdetectie
Flitsinstelling
Transportstand
Geheugen
Scherpstelstand
Zoomstand
Handm. scherpst.
Witbalans
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Lichtmeting voor automatische belichting
Digitale zoom
DISPLAY
Bestand
Knop Snelinstelling
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
Standaardinstelling
O (Aan)
P (Uit)
O (Aan)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
O (Aan)
P (Uit)
O (Aan)
Snelinstelling
G (normaal)
G (normaal)
G (normaal)
Uit
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
9
237
9
Geluid
Datum instellen
Bedieningsvolume
Weergavevolume
Opstartgeluid
Sluitergeluid
Bedieningsgeluid
Zelfontsp.geluid
Datumweergave
(datum)
Datumweergave
(tijd)
Datum
Wereldtijd
Tijd
Selecteer tijd
Bestemmingstijd
(Stad)
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Thuistijd (Stad)
Thuistijd
(Zomertijd)
Language/
Bestandsnaam
USB-aansluiting
Video uit
Eye-Fi
Helderheid
Batterijbesparing
Automatisch uitschakelen
Reset
Alle opn. wissen
Pixeluitlijning
Formatteren
Items van het menu [W Instelling]
Onderdeel Standaardinstelling
3
3
1
1
1
1
Op basis van basisinstelling
24h
1/1/2010
Op basis van basisinstelling
W Thuistijd
Op basis van basisinstelling
P (Uit)
Op basis van basisinstelling
P (Uit)
Op basis van basisinstelling
Datum
MSC
Op basis van basisinstelling
P (Uit)
G
5 s
3 min.
Onderbreken
Onderbreken
Onderbreken
Onderbreken
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
—
—
—
—
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
—
—
238
Items van het Weergavepalet
Diavoorstelling
Beeldrotatie
Interval
Beeldeffect
Geluidseffect
Digitaal filter
Beeldinkadering
Rode-ogenreductie
Video bewerken
Bewaar als foto
Video delen
Grootte wijzigen
Resolutie
Uitsnedes
Beveiligen
Onderdeel
Kopieer beeld/geluid
Gesproken memo
Eén Beeld/Geluid
Alle Beeld/Geluid
DPOF
Enkel beeld
Alle Beelden
Beeld herstellen
Opstartscherm
Standaardinstelling
3 s
Vegen
O (Aan)
Normaal
Zwart-wit
Standaard1
—
—
—
Afhankelijk van de genomen opname
Afhankelijk van de genomen opname
Ingebouwd geheugen
SD-geheugenkaart
—
Afhankelijk van de beeld/ geluidsopname
Afhankelijk van de beeld/ geluidsopname
Kopieën: 0
Datum: P (Uit)
Onderbreken
Uit
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
—
Nee
Ja
—
—
—
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
—
—
Ja
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Ja
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Ja
9
239
9
240
Toetsbediening
Onderdeel
Q -knop
Zoomknop
Functie
2 Transportstand
Informatieweergave
Bediening
Standaardinstelling
Bediening Q -stand
Zoomstand Max. groothoekstand
9 (Standaard)
Vierwegbesturing
3 Opnamestand b (Autom. opname)
4 Flitsinstelling , (Auto)
5 Scherpstelstand = (Standaard)
Knop 3
Menu weergeven
Opnamestand: menu [A Opnemen]
Weergavestand: menu [W Instelling]
4/
W knop
Knop I
Normaal
Gezichtsdetectie
AAN
Laatste geheugeninstelling
—
*
*
Ja
*
*
Reset instelling Pagina
—
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
*
*
—
Ja
Ja
Lijst met steden voor wereldtijd
Stad: steden die u kunt opgeven als basisinstelling (p.45) of als Wereldtijd (p.193).
Videosignaal: het videosignaal van de stad, ingesteld als basisinstelling.
Regio
Noord-
Amerika
Midden- en
Zuid-
Amerika
Europa
Afrika/
West-Azië
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
PAL
PAL
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
Videosignaal
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
Santiago
Caracas
Buenos Aires
Sao Paulo
Rio de Janeiro
Lissabon
Madrid
Londen
Parijs
Amsterdam
Milaan
Rome
Kopenhagen
Berlijn
Praag
Stockholm
Stad
Honolulu
Anchorage
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-City
Lima
Boedapest
Warschau
Athene
Helsinki
Moskou
Dakkar
Algiers
Johannesburg
Regio
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Istanbul
Caïro
Stad
Jeruzalem
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
New Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom-Penh
Ho Chi Minhstad
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoul
Tokio
Guam
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
Videosignaal
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
9
241
Optionele accessoires
9
Bij deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera worden geleverd.
Voedingsbron
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI88 (*)
Batterijladerset K-BC88 (*)
(Batterijlader D-BC88, netsnoer)
Netvoedingsadapter K-AC88
(Netvoedingsadapter D-AC64, gelijkstroomkoppelstuk D-DC88, netsnoer)
De batterijlader en het netsnoer zijn alleen samen verkrijgbaar.
Kabel
USB-kabel I-USB7 (*)
AV-kabel I-AVC7 (*)
Draagriem
O-ST104 (*)
O-ST8
O-ST24
O-ST81
Cameratas
50234
50235
50236
50237
Zilveren ketting
Riem van echt leer
Waterbestendige riem
Ivoorkleurig met leren onderkant en afneembare bovenkant
Zwart met leren onderkant en afneembare bovenkant
Ivoorkleurig met canvas en leer - vintage
Zwart met canvas en leer - vintage
242
Belangrijkste technische gegevens
Type Volautomatische compacte digitale fotocamera met ingebouwd zoomobjectief
Aantal effectieve pixels Ca. 12,1 megapixels
Beeldsensor 1/2,3-inch CCD
Aantal opnamepixels Foto’s R /E (4000×3000), 6 (3072×2304) f (2592×1944), h (2048×1536)
L (16:9) (1920×1080), l (1024×768) m (640×480)
* Vast ingesteld op h in de stand Portret vanaf middel.
* Vast ingesteld op f in de stand Digital SR.
* Vast ingesteld op h in de stand Beeld inkadering.
* Vast ingesteld op f in de stand Digitale groothoek
(groothoek), maar het eerste beeld gebruikt h.
* Vast ingesteld op i voor één kader in de stand Digitaal panorama.
* Vast ingesteld op m in de stand Blog.
* Vast ingesteld op f als de gevoeligheid is ingesteld op
3200 of 6400.
* Vast ingesteld op f in de stand Continue opname snel.
Video M (1280×720/30 fps), F (1280×720/15 fps)
G (640×480/30 fps), H (640×480/15 fps)
I (320×240/30 fps), J (320×240/15 fps)
(resolutie/beeldsnelheid)
Gevoeligheid
(standaardgevoeligheid)
Auto (ISO 80, 100, 200, 400, 800)
Handmatig (ISO 80, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200, 6400)
* Vast ingesteld op Auto (ISO 80 - 6400) in de stand
Digital SR.
Bestandsindeling Foto’s JPEG (Exif 2.2), DCF 2.0, DPOF,
PRINT Image Matching III
Video AVI (Motion JPEG), ca. 30 fps/15 fps (beeldjes per seconde), PCM-systeem, monogeluid, Movie SR
(video Shake Reduction)
Geluid Gesproken memo, geluidsopname: WAV
(PCM)-systeem, mono
Opslagmedia Intern geheugen (ca. 32,7 MB), SD-geheugenkaart,
SDHC-geheugenkaart, Eye-Fi-geheugenkaart
9
243
9
Geschatte opslagcapaciteit en opnametijd
Foto’s
R 4000×3000
E 4000×3000
63072×2304 f2592×1944 h2048×1536
L 1920×1080 l 1024×768 m 640×480
Intern geheugen
7 opnamen
14 opnamen
20 opnamen
25 opnamen
40 opnamen
59 opnamen
122 opnamen
232 opnamen
512 MB
SD-geheugenkaart
107 opnamen
209 opnamen
299 opnamen
368 opnamen
592 opnamen
863 opnamen
1777 opnamen
3358 opnamen
• De opslagcapaciteit voor opnamen dient alleen ter referentie. De feitelijke opslagcapaciteit kan variëren, afhankelijk van de SD-geheugenkaart en het onderwerp.
Video/geluid
M (1280×720/30 fps)
F (1280×720/15 fps)
G (640×480/30 fps)
H (640×480/15 fps)
I (320×240/30 fps)
J (320×240/15 fps)
Geluid
Intern geheugen
10 sec.
21 sec.
31 sec.
1 min. 1 sec.
49 sec.
1 min. 34 sec.
25 min. 52 sec.
512 MB
SD-geheugenkaart
2 min. 32 sec.
5 min. 5 sec.
7 min. 31 sec.
14 min. 48 sec.
11 min. 59 sec.
22 min. 53 sec.
6 uur 14 min.
15 sec.
• Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op onze standaard opnameomstandigheden en kunnen variëren al naar gelang het onderwerp, de opnameomstandigheden en het gebruikte type SD-geheugenkaart.
• U kunt continu opnamen blijven maken totdat het interne geheugen of de SDgeheugenkaart vol is, of het bestand van de opgenomen video een grootte heeft van 2 GB (bij gebruik van een SDHC-kaart). Als het opnemen bij 2 GB wordt afgebroken, kunt u het opnemen opnieuw starten om de rest van de video op te nemen in blokken van 2 GB.
244
Witbalans
Objectief
Automatisch, daglicht, schaduw, lamplicht, TL-licht, handmatig
Brandpuntafstand 5,1 mm - 25,5 mm
(ca. 28 mm - 140 mm in 35mm equivalent brandpuntsafstand)
Diafragma F3,5 (G) - F5,9 (T)
Optische zoom
Samenstelling objectief
Type zoom
5×
7 elementen in 6 groepen (3 asferische elementen)
Elektrisch gestuurd
Intelligente zoom Ca. 6,5× bij 6 (3072×2304), ca. 31,3× bij m (640×480) (in combinatie met optische zoom)
Digitale zoom
Bewegingsonscherptereductie
Max. ong. 6,25× (geeft in combinatie met 5× optische zoom een vergroting die vergelijkbaar is met ong. 31.3×)
Foto’s Elektronische bewegingsreductie (Pixeltrack
SR), Bewegingsreductie met hoge gevoeligheid
(Digital SR)
Video Elektronische videobewegingsreductie
(Movie SR)
Scherm 2,7-inch LCD, ca. 230.000 pixels, grote beeldhoek
Weergavestanden Enkelbeeld, vierbeeldsweergave, negenbeeldsweergave, vergroting
(max. 10×, schuiven), weergave met close-up van gezicht, mapweergave, kalenderweergave, geluidsweergave, histogramweergave, wissen van geselecteerde opnamen, diavoorstelling, beeldrotatie, digitaal filter, beeldinkadering, rode-ogenreductie, video afspelen/bewerken (opslaan als stilbeelden, video splitsen), formaat wijzigen, bijsnijden, kopiëren van opnamen en geluiden, gesproken memo, beveiliging, DPOF, opnamen herstellen, instelling startscherm
Scherpstelinstellingen
Autofocus, Macro, Super Macro, Pan Focus, Oneindig, Handmatig
Focus
Scherpstelling Type
Scherpstelbereik
(vanaf voorzijde objectief)
Scherpstelvergrendeling
DDL-contrastdetectiesysteem via sensor
9-punts autofocus (keuze uit meervlaks / spot / automatisch meevolgende AF)
Standaard
Macro
: 0,4 m -
1 m -
∞
∞
(Groothoek)
(Telefoto)
: 0,1 m - 0,5 m (Groothoek)
0,2 m - 0,5 m (Middenzoom)
Super Macro : 0,08 m - 0,15 m (Middenzoom)
* Overschakelen op Pan Focus, Oneindig en handmatig scherpstellen is mogelijk.
* Gezichtsdetectie voor AF is alleen beschikbaar als de camera het gezicht van het onderwerp detecteert.
Door de ontspanknop tot halverwege in te drukken
9
245
9
Belichtingsregeling Belichtingsmeting
Belichtingscorrectie
±2 LW (instelbaar in stappen van 1/3 LW)
Gezichtsdetectie Detectie van maximaal 32 gezichten van mensen (maximaal
31 gezichtsdetectiekaders op het scherm of maximaal 30 kaders in de stand Portret vanaf middel), Smile Capture, Knipperdetectie
* Gezichtsdetectie voor belichting is alleen beschikbaar wanneer de camera het gezicht van het onderwerp detecteert.
Opnamefuncties
Meervlaks lichtmeting, lichtmeting met nadruk op het midden en Spotmeting
Automatische opname, Programma, Nachtopname, Portretopname bij nacht, Portret vanaf middel, Video, Landschap, Bloemen, Portret,
Strand & sneeuw, Sport, Digital SR, Kinderen, Huisdier, Eten & drinken, Vuurwerk, Beeldinkadering, Feest, Huidtint naturel,
Kaarslicht, Tekst, Blog, Dig. Groothoek, Digitaal panorama,
Snelinstelling
Digitale filters
Video
Zwart-wit, Sepia, Speels, Retro (Blauw, Amber), Kleur (Rood, Roze,
Paars, Blauw, Groen, Geel), Kleurextractie (Rood, Groen, Blauw),
Kleurverbetering (Hemelsblauw, Frisgroen, Zachtroze,
Herfstbladeren), Soft, Helderheidsfilter
Continue opnametijd
Van ca. 1 seconde - tot intern geheugen of
SD-geheugenkaart vol is (met een maximale grootte van 2 GB)
Sluitertijd 1/2000 s - 1/4 s (Groothoek), 1/1500 s - 1/4 s (Telefoto), max. 4 s
(Nachtopname)
Ingebouwde flitser Instellingen
Flitsbereik
Automatisch, flitser uit, flitser aan, automatisch
+ anti rode ogen, flitser aan + anti rode ogen, soft-flitser
Groothoek: ca. 0,15 m - 4,0 m
(Gevoeligheid: in Auto-toestand)
Telefoto: ca. 1,0 m - 2,4 m
(Gevoeligheid: in Auto-toestand)
Transportstanden Enkelbeeld, zelfontspanner (ca. 10 s / 2 s), continuopname, continue opname snel
Zelfontspanner Elektronisch gestuurde zelfontspanner, vertragingstijd: ca. 10 of 2 s.
Tijdfunctie
Voedingsbron
Wereldtijd 75 steden (28 tijdzones)
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI88, netvoedingsadapter
(optioneel)
246
Levensduur batterij Aantal te maken
Interfaces
Videosignaal
Afmetingen
Gewicht
Accessoires opnamen ca. 210 opnamen
Weergavetijd ca. 250 min.
* Opnamecapaciteit toont bij benadering het aantal opnamen dat is gemaakt tijdens tests die zijn uitgevoerd conform CIPA (bij ingeschakeld scherm, ingeschakelde flitser voor 50% van de opnamen en bij 23 °C).
In de praktijk kan dit afwijken, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
* Op basis van de resultaten van tests bij
PENTAX. De feitelijke tijd kan variëren, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.
Video-opnametijd ca. 85 min.
Geluidsopnametijd ca. 300 min.
PC/AV-uitgang USB 2.0 (ondersteunt hoge snelheid)
NTSC/PAL (mono)
Ca. 94,5 × 56,5 × 24,5 mm (b x h x d) (exclusief bedieningselementen/ uitstekende delen)
Ca. 114 gram (zonder batterij en SD-geheugenkaart)
Ca. 131 gram (met batterij en SD-geheugenkaart)
Oplaadbare lithium-ionbatterij, batterijlader, netsnoer, USB-kabel,
AV-kabel, software (cd-rom), draagriem, handleiding, Gids Snel aan de slag
9
247
GARANTIEBEPALINGEN
9
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAXservicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Als uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Als u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar.
Teneinde de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, gelieve u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending aan een geautoriseerde vertegenwoordiger of een door hen erkende reparateur stuurt, tenzij u de camera direct aan de fabrikant stuurt.
Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
248
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
9
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Unie.
249
Voor klanten in de Verenigde Staten
FCC-VERKLARING
Dit toestel is in overeenstemming met Deel 15 van de FCC-regels. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit toestel mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) moet elke ontvangen interferentie aanvaarden, zelfs als het gaat om interferenties die een ongewenstfunctioneren veroorzaken.
Wijzigingen of modificaties die niet zijn goedgekeurd door de instantie die verantwoordelijk is voor naleving van de voorschriften, kunnen ervoor zorgen dat de gebruiker het recht verliest om het toestel te bedienen.
Dit toestel is getest en valt binnen de limieten voor digitale toestellen van
Klasse B, volgens Deel 15 van de FCC-regels.
Deze limieten zijn opgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in een residentiële installatie. Deze apparatuur genereert en gebruikt radiogolven en kan, indien niet geïnstalleerd volgens de instructies, schadelijke interferentie veroorzaken bij radiocommunicatie. Er is echter geen garantie dat er in een bepaalde installatie geen storingen zullen voorkomen.
Als dit toestel inderdaad schadelijke storing veroorzaakt bij de ontvangst van radio- of televisiesignalen, wat kan worden vastgesteld door de apparatuur uit en weer aan te zetten, verdient het aanbeveling een of meer van de volgende maatregelen te nemen om de storing te verhelpen:
• Verander de ontvangstantenne van richting of van plaats.
Zet het apparaat en de ontvanger verder uit elkaar.
Sluit het apparaat aan op een ander circuit dan de ontvanger.
* Raadpleeg de leverancier of een ervaren radio- of televisiemonteur.
9
Voor klanten in Canada
Dit digitale toestel van klasse B voldoet aan alle vereisten van de
Canadese norm ICES-003.
Pour les utilisateurs au Canada
Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme
NMB-003 du Canada.
250
VOOR CALIFORNIË (VS)
Speciale behandeling van materiaal met perchloraat kan van toepassing zijn. De in deze camera gebruikte lithiumbatterij bevat perchloraat, waarvoor een speciale behandeling noodzakelijk kan zijn. Zie www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate
9
251
9
Verklaring van overeenstemming
volgens 47CFR, Deel 2 en 15 voor
personal computers en randapparatuur van klasse B
Wij: PENTAX Imaging Company
Een divisie van PENTAX of America, Inc.
Gevestigd: 600 12 th Street, Suite 300
Golden, Colorado 80401 U.S.A.
Telefoon: 303-799-8000 Fax: 303-790-1131
Verklaren dat onder alleen onze verantwoordelijkheid het hierin gespecificeerde product voldoet aan 47CFR delen 2 en 15 van de FCCrichtlijnen als een digitaal apparaat van klasse B. Elk product is identiek aan het geteste apparaat en voldoet aan de normen. De administratie die continu wordt bijgehouden, geeft aan dat verwacht kan worden dat de geproduceerde apparatuur valt binnen een geaccepteerde afwijking, veroorzaakt door massaproductie en het testen op statistische basis zoals vereist in 47CFR §2.909. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit toestel mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) moet elke ontvangen interferentie aanvaarden, zelfs als het gaat om interferenties die een ongewenstfunctioneren veroorzaken. De hierboven genoemde partij is er verantwoordelijk voor dat de apparatuur voldoet aan de normen gesteld in 47CFR §15.101 tot §15.109.
Productnaam: PENTAX Digital Still Camera
Modelnummer: Optio H90
Contactpersoon: Manager klantenservice
Datum en plaats: Januari 2010, Colorado
252
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten op de voorgeschreven wijze worden ingezameld en hergebruikt. Huishoudens binnen de
EU kunnen hun gebruikte elektrische/elektronische producten en batterijen kosteloos inleveren bij inzamelpunten*.
In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product in als u een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Neem voor meer bijzonderheden contact op met de plaatselijke instanties.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u zich van deze items wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
Voor Zwitserland: Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur kan gratis worden teruggebracht naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
Opmerking over het batterijsymbool (onderste twee symboolvoorbeelden):
Dit symbool kan zijn gebruikt in combinatie met een aanduiding voor het gebruikte chemische element of de chemische samenstelling. In dat geval dient u de regeling van de richtlijn voor de betrokken chemische stoffen na te leven.
9
253
Memo
Index
Symbolen
-stand ...................... 14, 58
Q
-stand ..................... 14, 58
Q
-knop ...................... 54, 57
Knop I ....................... 55, 57
[A Opnemen] menu ............................... 236
[W Instelling]-menu .... 66, 238
9
Snelinstelling ................ 81
i
Wissen ................ 134, 148
x
Tele ............................... 83
w
Groothoek ................... 83
y Vergroten ................... 145
f
Vier-/Negenbeeldsweergave ......................... 136
g
Zelfontspanner .............. 96
j Continue opname ......... 97
K
Continue opname snel .................................... 98
b Automatische opname ............................. 79
R Programma .................. 80
A Nachtopname ............... 85
B Portret bij nacht ............ 85
C Portret vanaf middel ..... 87
C
Video .......................... 127
H
Landschap ................... 74
I
Bloemen ........................ 74
P
Portret ........................... 87
Q
\ Sport ............................. 91
c Digital SR ................... 85
R Kinderen ........................ 88
Y
Huisdier ........................ 89
K Eten & drinken .............. 75
S Vuurwerk ......................85
N
B Feest .............................92
V
Huidtint naturel .............87
U
Kaarslicht ......................85
c Tekst ..............................93
W
Blog ..............................75
X
F
A
Aan/uit-knop .....43, 44, 54, 56
Aansluiten op een tv ........157
Aantal pixels ....................110
AF-veld ............................109
Alles verwijderen ..............152
Auto+Anti Rode
Ogen c ...........................105
Automatisch , .................105
Automatisch uitschakelen .....................201
AF ..............................76, 109
Automatische opname, functie ................................79
AV-kabel ..........................157
B
Basisfunctie .......................81
Batterij plaatsen .................34
Batterijbesparing ..............200
Beeld herstellen ...............153
Beeldeffect .......................142
Beeldinkadering .........94, 167
9
255
9
Beeldteller ....................... 129
Belichtingsinstelling ......... 112
Bestandsnummer ............ 132
Bestemmingstijd .............. 193
Beveiligen Z ................ 154
Bloemen ............................ 74
Blog ................................... 75
C
Continue opname
snel K ............................. 97
Continuopname j ............ 97
Contrast ........................... 123
D
Daglicht G ....................... 114
instellen ..................... 49, 190
Datumafdruk .................... 124
Diavoorstelling ................. 141
Digitaal filter ..................... 162
Digital SR .......................... 85
Digitale groothoek ............. 99
Digitale zoom ............... 83, 84
DPOF-instellingen ........... 176
Draagriem .......................... 32
E
Eten & drinken ................... 75
Eye-Fi ...................... 198, 227
F
Feest ................................. 92
Filters ............................... 162
Flitser aan b ................... 105
Flitser uita ...................... 105
Flitser+Anti Rode
Ogen d ........................... 105
Flitsinstelling .................... 105
Formatteren ..................... 188
256
Fotolab .............................176
Foutmeldingen .................232
G
Geheugen ........................131
Geluid opnemen ..............180
(Gesproken memo) ..........184
(gesproken memo) ...........149
Geluidsinstellingen ...........189
Geluidsopname ................180
Geluidsopnamen weergeven .......................182
Geluidstype ......................190
Gesproken memo ............184
Gevoeligheid ....................118
Gezichtsdetectie ................76
Grootte wijzigen ...............160
H
Handmatig K ..................114
Handmatig
scherpstellen \ ............107
Helderheid .......................199
Helderheid van het scherm .............................199
Helderheidsfilter ...............163
Herstellen, gewiste opnamen ..........................153
Histogram ..........................29
Hooglichtcorrectie ............113
Huidtint naturel ...................87
Huisdier ..............................89
I
Indicatie batterijniveau .......36
Inst, D-range ....................113
Instelling-menu ..........66, 238
Intelligente zoom ................83
Intern geheugen ...............173
K
Kaarslicht ........................... 85
Kalenderweergave .......... 137
Kinderen ............................ 88
Kleurenfilter ..................... 163
Kleurextractiefilter ............ 163
Kleurverbeteringsfilter ..... 163
Kleurverzadiging .............. 122
Knipperdetectie ......... 73, 119
Knop Snelinstelling ..... 55, 58,
Kopiëren .......................... 173
L
Lamplicht I .................... 114
Landschap ......................... 74
Lichtmeting met nadruk op het
midden M ....................... 116
Lichtmeting voor automatische belichting ... 116
M
Macintosh ........................ 208
Macro q .......................... 107
Mapnaam ........................ 196
Mapweergave .................. 137
Mass Storage Class ........ 212
Meervlaks
lichtmeting L .................. 116
Menu’s, werken met .......... 60
Menu-items registreren ... 125
Knop 3 ................ 55, 58
Momentcontrole ......... 73, 121
Movie SR (Video bewegingsreductie) ......... 130
MSC ................................ 212
N
Nachtopname ....................85
..........................................136
Neonlicht J .....................114
Netvoedingsadapter ...........37
NTSC ...............................197
O
Oneindig s ......................107
Ontspanknop .........54, 56, 72
Openingsscherm ..............202
Opladen van een batterij ....33
Opname-informatie ............24
Opnamen opslaan op datum ...............................196
Opnamepalet .....................73
Opnamestand ....................73
Opslaan als foto (video) ...172
Opslaan van instellingen ..131
Opslagcapaciteit ..............244
Weergavestand ..................44
Opstartscherm .................202
Optioneel accessoire .......242
P
PAL ..................................197
Pan-focus 3 ..................107
Panoramafoto’s ................102
Protocol ............................212
Pixel Track SR .................120
Pixeluitlijning ....................203
Portret ................................87
Portret bij nacht ..................85
Portret vanaf middel ...........87
Productregistratie .............211
9
257
9
Programma ........................ 80
PTP ................................. 212
R
Reset ............................... 204
Resolutie ................. 110, 129
Retrofilter ......................... 162
Rode-ogenreductie .......... 166
Roteren ............................ 143
S
Schaduw H .................... 114
Schaduwcorrectie ............ 113
Scherpstellen ................... 107
Scherpstelstand ............... 107
Scherpte .......................... 122
SD-geheugenkaart ............ 39
SD-geheugenkaart controleren ........................ 43
Selecteer tijd .................... 194
Sepiafilter ........................ 162
Smile Capture .................... 77
Snelinstelling ..................... 81
Soft flitser b .................... 105
Soft-filter .......................... 163
Software installeren ......... 208
Speelgoedcamerafilter .... 162
Splitsen, video-opnamen ................ 172
Sport .................................. 91
Spotmeting N ................. 116
Stad ................................. 241
Standaard = ................. 107
................................... 45, 236
Strand & sneeuw ............... 91
Systeemvereisten ............ 207
T
Taalinstelling ..............45, 195
Tekst ..................................93
Thuistijd .....................48, 193
(ontspanknop) ....................72
Transportstand .............96, 97
Tv .....................................157
U
Uitsnedes .........................161
USB-aansluiting ...............211
V
Vergroten y ....................145
Video ................................127
Video-opnamen bewerken .........................171
Video-opnamen weergeven .......................135
Videosignaal ............197, 241
Vierwegbesturing .........55, 57
(ontspanknop) ....................72
wijzigen ............135, 182, 189
Vuurwerk ............................85
W
Weergave Info ...................25
Weergave intern geheugen ...........................59
Weergave met close-up van gezicht .......................146
Weergavepalet .........138, 239
Weergavetaal .............45, 195
.................134, 135, 182, 185
258
Wereldtijd ........................ 193
Windows .......................... 207
Wissen i ................ 134, 148
Witbalans ......................... 114
Z
Zelfontspanner g .............. 96
.................................. 48, 194
Zoom /x/w ..................... 83
Zoomknop ................... 54, 56
Zwart-witfilter ................... 162
9
259
Memo
Memo
HOYA CORPORATION
PENTAX Imaging Systems Division
2-35-7, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
PENTAX U.K. Limited
Julius-Vosseler-Strasse 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough, Berks
SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
PENTAX France S.A.S.
112 Quai de Bezons, B.P. 204, 95106 Argenteuil
Cedex, FRANCE
(http://www.pentax.fr)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
250 North 54th Street Chandler, Arizona 85226, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX Canada Inc.
PENTAX Trading
(SHANGHAI) Limited
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7,
CANADA (http://www.pentax.ca)
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang
Road, Xu Hui District, Shanghai, 200032 CHINA
(http://www.pentax.com.cn) http://www.pentax.jp/english
• De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
OPH900105/DUT Copyright © HOYA CORPORATION 2010
H01-201001 Printed in Europe
Télécharger
Publicité