Pentax Optio LS 465 de handleiding
Publicitate
Publicitate
PENTAX RICOH IMAGING CO., LTD.
2-35-7, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX RICOH IMAGING
FRANCE S.A.S.
(European Headquarters)
PENTAX RICOH IMAGING
DEUTSCHLAND GmbH
112 Quai de Bezons, B.P. 204, 95106 Argenteuil Cedex,
FRANCE
(HQ - http://www.pentax.eu)
(France - http://www.pentax.fr)
Julius-Vosseler-Strasse 104, 22527 Hamburg,
GERMANY
(http://www.pentax.de)
PENTAX RICOH IMAGING
UK LTD.
PENTAX RICOH IMAGING
AMERICAS CORPORATION
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough, Berks
SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
633 17th Street, Suite 2600, Denver, Colorado 80202,
U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX RICOH IMAGING
CANADA INC.
PENTAX RICOH IMAGING
CHINA CO., LTD.
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7,
CANADA
(http://www.pentax.ca)
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang
Road, Xu Hui District, Shanghai, 200032, CHINA
(http://www.pentax.com.cn) http://www.pentax.jp/english
Digitale camera
Handleiding
DUT
• De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
OPLS46505/DUT Copyright © PENTAX RICOH IMAGING CO., LTD. 2012
FOM 01.05.2012 Printed in Europe
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Fijn dat u hebt gekozen voor deze digitale camera van PENTAX.
Lees deze handleiding voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. De handleiding is een waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera.
Bewaar hem daarom op een veilige plaats.
Auteursrechten
Met de digitale camera van PENTAX gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving.
Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
• Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
• ArcSoft en het logo hiervan zijn wettig gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van ArcSoft Inc. in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Windows Vista is een gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
• Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de
Verenigde Staten en andere landen.
• Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven. In deze handleiding worden ™ en ® niet aangegeven.
• Dit apparaat ondersteunt PRINT Image Matching III. Wanneer digitale fototoestellen, printers en software worden gebruikt die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen beelden worden gemaakt die beter overeenstemmen met hetgeen de fotograaf wil bereiken. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet voldoen aan PRINT Image Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation. Het
PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde cd-rom of op de website van PENTAX. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Zie “Aansluiten op een computer” (p.143) voor meer informatie.
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik of bewaar dit apparaat niet in de buurt van apparatuur die sterke elektromagnetische straling of magnetische velden genereert.
Sterke elektromagnetische straling of de magnetische velden die worden geproduceerd door apparatuur zoals radiozenders, kunnen de monitor storen, de opgeslagen gegevens beschadigen of het interne circuit van het product beïnvloeden en camerastoringen veroorzaken.
• Het paneel met vloeibare kristallen is gemaakt met behulp van extreem hogeprecisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• Als u de camera op een helder voorwerp richt, kan er op het scherm een lichtband verschijnen. Dit verschijnsel wordt smear genoemd en betekent niet dat de camera defect is.
• De illustraties en de weergave op het scherm kunnen in deze handleiding afwijken van het feitelijke product.
• In deze handleiding wordt naar SD-geheugenkaarten, SDHC-geheugenkaarten en SDXC-geheugenkaarten verwezen met de term SD-geheugenkaarten.
• In deze handleiding wordt de algemene term computer(s) gebruikt voor zowel
Windows-pc’s als Macintosh-computers.
• In deze handleiding wordt de algemene term batterij(en) gebruikt voor alle soorten batterijen die voor deze camera en de accessoires kunnen worden gebruikt.
Veilig gebruik van de camera
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
1
2
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera is gevallen of anderszins is beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• De camerariem om uw nek hangen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen de riem niet om hun nek doen.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken.
Verwijder de batterij en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX
Service Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Pas op
• Leg uw vingers niet over de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes. Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
De netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Maak altijd uitsluitend gebruik van de netvoedingsadapter die voor deze camera is ontwikkeld, met het opgegeven vermogen en voltage. Als u gebruikmaakt van een netvoedingsadapter die niet specifiek voor deze
camera is ontwikkeld of als u de netvoedingsadapter gebruikt met een nietgespecificeerd vermogen of een andere spanning dan voorgeschreven, kan dit leiden tot brand, elektrische schokken of camerastoringen. De voorgeschreven spanning is 100 - 240V AC (wisselstroom).
• De netvoedingsadapter niet demonteren of modificeren. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als de netvoedingsadapter gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center. Verder gebruik van de adapter kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in de netvoedingsadapter, neem dan contact op met een PENTAX Service Center. Verder gebruik van de adapter kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als het tijdens het gebruik van de netvoedingsadapter begint te onweren, koppelt u de adapter los en stopt u met het gebruiken hiervan. Als u de adapter toch verder gebruikt, kan dit resulteren in beschadiging van de apparatuur, brand of een elektrische schok.
• Veeg de stekker van de netvoedingsadapter af als deze bedekt is met stof.
Verzameld stof op de stekker kan brand veroorzaken.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op de netvoedingsadapter en laat hier geen zware voorwerpen op vallen. Anders kan de adapter beschadigd raken. Als de netvoedingsadapter beschadigd is, raadpleegt u een
PENTAX Service Center.
• Raak de polen van de netvoedingsadapter niet aan en sluit deze niet kort terwijl de stekker in het stopcontact zit.
• Pak de netvoedingsadapter niet vast met natte handen. Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de netvoedingsadapter niet vallen en stel deze ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de apparatuur defect raakt.
• Gebruik de netvoedingsadapter uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108. Anders kan een explosie ontstaan of kan de netvoedingsadapter oververhit of beschadigd raken.
3
4
De batterij
Waarschuwing
• Berg de batterij op buiten bereik van kleine kinderen. Als zij de batterij in hun mond steken, kunnen ze een elektrische schok krijgen.
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot een explosie of lekkage.
• Haal de batterij meteen uit de camera als die heet wordt of er rook uit komt.
Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij.
• Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van de plus- en minpolen van de batterij.
• Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw huid of kleding, was de betroffen gebieden dan grondig schoon met water.
• Waarschuwingen bij het gebruik van de batterij D-LI108:
BIJ ONJUIST GEBRUIK KAN DE BATTERIJ EXPLODEREN OF
ONTBRANDEN.
- DEMONTEER DE BATTERIJ NOOIT EN GOOI HEM EVENMIN WEG
IN VUUR.
- LAAD DE BATTERIJ ALLEEN OP ALS AAN DE GESPECIFICEERDE
VOORWAARDEN WORDT VOLDAAN.
- STEL DE BATTERIJ NIET BLOOT AAN TEMPERATUREN BOVEN
60 °C EN VOORKOM KORTSLUITING.
- VERBRIJZEL DE BATTERIJ NIET EN PROBEER NIET ER IETS AAN
TE VERANDEREN.
Houd de camera en accessoires buiten bereik van kleine kinderen
Waarschuwing
• Zorg ervoor dat kleine kinderen niet bij de camera en accessoires kunnen.
1. Als het product valt of per ongeluk wordt gebruikt, kan dit leiden tot ernstig persoonlijk letsel.
2. De camerariem om de nek doen kan verstikkingsgevaar inhouden.
3. Houd kleine accessoires, zoals batterijen en SD-geheugenkaarten, buiten bereik van kleine kinderen om het risico van per ongeluk inslikken te vermijden. Mocht een accessoire toch worden ingeslikt, ga dan onmiddellijk naar een arts.
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Neem als u op reis gaat het document Worldwide Service Network mee dat deel uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). De inhoud van de opname kan niet worden gegarandeerd als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz. niet mogelijk is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia (SD-geheugenkaart), enz.
De batterij
• Als de batterij volledig opgeladen wordt weggeborgen, kan dat tot verlies van prestaties leiden. Vermijd met name opslag bij hoge temperaturen.
• Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat van de levensduur.
• Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik of op de dag van gebruik zelf op te laden.
5
6
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid.
Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0 °C tot 40 °C.
• De monitor kan zwart worden bij hoge temperaturen, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen.
Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal deze er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zout, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Veeg de camera droog als er regen- of waterdruppels op komen.
• Druk niet met kracht op de monitor. Het risico bestaat dat de monitor hierdoor breekt of niet meer naar behoren functioneert.
• Ga niet zitten met de camera in uw achterzak. Hierdoor kan de behuizing van de camera of het scherm beschadigd raken.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
• Het objectief van deze camera is niet verwisselbaar. Het objectief kan niet worden verwijderd.
De camera schoonmaken
• Maak de camera niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
• Verwijder stof dat zich op het objectief heeft verzameld met een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
De camera opbergen
• Berg de camera niet op een plaats op met conserveermiddelen of chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar hij wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
Andere voorzorgsmaatregelen
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Als u gegevens wist of de SD-geheugenkaarten of het interne geheugen formatteert, dan worden de originele gegevens niet volledig verwijderd.
Verwijderde bestanden kunnen soms worden teruggehaald met in de handel verkrijgbare software. Het is de taak van de gebruiker om de privacy van de gegevens te waarborgen.
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het schuifje van de schrijfbeveiliging op
LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, bestaande gegevens op de kaart kunnen niet worden gewist en de kaart kan niet worden geformatteerd door de camera of een computer.
Schrijfbeveiliging r verschijnt op het scherm als de kaart tegen schrijven beveiligd is.
• Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
• Houd de klep van de batterij/kaart gesloten, verwijder de SDgeheugenkaart niet en zet de camera niet uit terwijl er op de kaart gegevens worden opgeslagen of opnamen worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer.
Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
7
8
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren, omdat de kaart hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar kan worden.
• Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de SDgeheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt behandeld door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) als de SD-geheugenkaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Bij gebruik van een SD-geheugenkaart met een lage opnamesnelheid kan de opname stoppen als u filmopnamen maakt, zelfs wanneer er voldoende ruimte vrij is op de kaart. Ook kan het maken en weergeven van opnamen veel tijd in beslag nemen.
• SD-geheugenkaarten die niet eerder of in een andere camera zijn gebruikt,
moeten eerst worden geformatteerd. Zie “Het geheugen formatteren”
9
10
Inhoudsopgave
Veilig gebruik van de camera ...........................................................1
Aandachtspunten tijdens het gebruik ...............................................5
Inhoudsopgave ...............................................................................10
Indeling van de handleiding............................................................15
Eigenschappen van de camera .........................................................16
De inhoud van het pakket controleren............................................19
Namen van onderdelen ..................................................................20
Namen van bedieningsonderdelen.................................................21
Monitorindicaties.............................................................................22
De draagriem bevestigen ...................................................................28
De camera aankleden .........................................................................29
De camera aanzetten ..........................................................................31
De batterij plaatsen.........................................................................31
De batterij opladen .........................................................................33
Een SD-geheugenkaart plaatsen .......................................................36
De camera aan- en uitzetten ..............................................................38
Basisinstellingen ................................................................................39
De weergavetaal instellen ..............................................................39
De datum en tijd instellen ...............................................................42
Veel voorkomende handelingen 44
De knopfuncties ..................................................................................44
A -stand .........................................................................................44
Q -stand ........................................................................................46
Schakelen tussen de stand A en de stand Q .............................48
De camerafuncties instellen ..............................................................49
Werken met de menu’s...................................................................49
Opnamen maken ............................................................................56
De opnamestand instellen ..............................................................59
Werken met de functie Gezichtsdetectie ........................................61
Automatisch opnamen maken (Automatische opnamestand) ........62
Opnamen maken in de Aangepaste instellingen
(Programmafunctie) .................................................................63
Opnamen maken in de basisfunctie
(Groene modus) .......................................................................64
Werken met de zoom .....................................................................66
Opnamen maken van uw huisdier (Huisdier) .................................68
Opnamen voorzien van een kader (Beeldinkadering) ....................69
Opnamen maken van tekst (Tekst) ................................................70
Foto’s maken met het miniatuur-/HDR-filter ...................................71
De opnamestanden instellen .............................................................73
De flitsinstelling selecteren .............................................................73
De transportstand selecteren .........................................................74
De scherpstelstand selecteren .......................................................76
Het menu [A Opnemen] instellen..................................................77
Het AF-veld instellen ......................................................................77
De resolutie selecteren...................................................................78
Compenseren voor belichting (Belichtingscorrectie) ......................79
De witbalans aanpassen ................................................................80
De gevoeligheid instellen................................................................81
De functie Gezichtsdetectie in- en uitschakelen.............................82
De opnamescherpte instellen (Scherpte) .......................................84
De kleurverzadiging instellen (Kleurverzadiging) ...........................84
Het opnamecontrast instellen (Contrast) ........................................84
De functie Datumafdruk instellen....................................................85
Een specifieke functie oproepen ....................................................85
Video-opnamen maken.......................................................................87
Een video-opname maken..............................................................87
Het menu [C Video] instellen ........................................................88
De resolutie voor video-opnamen selecteren .................................89
De functie Movie SR (Bewegingsreductie film) instellen ................89
De instellingen opslaan (Geheugen) .................................................90
Opnamen weergeven en wissen 92
Opnamen weergeven..........................................................................92
Foto’s weergeven ...........................................................................92
Video-opnamen weergeven............................................................93
Weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd ............................94
Werken met de weergavefuncties ..................................................96
Diavoorstelling ................................................................................97
Een opname roteren.......................................................................99
Zoomweergave.............................................................................100
11
12
Opnamen wissen ..............................................................................101
Eén opname wissen .....................................................................101
Geselecteerde opnamen wissen ..................................................101
Alle opnamen verwijderen ............................................................102
Opnamen beschermen tegen verwijderen (Beveiligen)................103
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur .......................106
Opnamen bewerken en afdrukken 108
Opnamen bewerken ..........................................................................108
De opnamegrootte wijzigen (Grootte wijzigen).............................108
Opnamen uitsnijden......................................................................109
Opnamen zodanig verwerken dat een gezicht kleiner lijkt ...........110
Opnamen verwerken met het miniatuur-/HDR-filter .....................111
Opnamen verwerken met de digitale filters ..................................113
Ongewenste rode ogen verminderen ...........................................116
Een kader toevoegen (Beeldinkadering) ......................................117
Video bewerken............................................................................120
Opnamen kopiëren .......................................................................122
Afdrukservice instellen (DPOF) .......................................................124
Afzonderlijke opnamen afdrukken ................................................124
Alle beelden afdrukken .................................................................126
Camera-instellingen..........................................................................127
Het menu [W Instelling] wijzigen...................................................127
Het geheugen formatteren............................................................127
De geluidsinstellingen wijzigen.....................................................129
De datum en tijd wijzigen..............................................................130
De wereldtijd instellen...................................................................132
De weergavetaal wijzigen ............................................................134
De naaminstelling wijzigen van de map .......................................134
Het videosignaal wijzigen .............................................................135
De achtergrond van het menu wijzigen ........................................136
De helderheid van het scherm aanpassen ...................................137
De batterijbesparingsfunctie gebruiken .......................................137
Automatisch uitschakelen instellen..............................................138
Het Opstart scherm wijzigen.........................................................139
Defecte pixels in de CCD-sensor corrigeren
(Pixeluitlijning) ........................................................................140
Opstarten in de afspeelstand........................................................141
Standaardinstellingen herstellen (Reset)......................................141
Aansluiten op een computer 143
Aansluiten op een computer............................................................143
De instelling voor USB-aansluiting opgeven ................................143
De camera aansluiten op een computer.......................................144
De camera loskoppelen van de computer ....................................145
De meegeleverde software gebruiken ............................................146
Systeemvereisten .........................................................................146
De software installeren .................................................................147
MediaImpression gebruiken onder Windows................................150
MediaImpression gebruiken op een Macintosh ............................152
Beschikbare functies voor elke opnamefunctie ............................154
Problemen oplossen.........................................................................158
Standaardinstellingen ......................................................................160
Lijst met steden voor wereldtijd ......................................................165
Optionele accessoires......................................................................166
Belangrijkste technische gegevens ................................................167
GARANTIEBEPALINGEN..................................................................171
13
In deze handleiding wordt de methode voor bediening van de vierwegbesturing aangegeven in afbeeldingen, zoals in de voorbeelden hieronder.
2
4 5
3
14
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1 geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
duidt op informatie die handig is om te weten.
A -stand
Q -stand duidt op aandachtspunten bij de bediening van de camera.
Dit is de stand voor het maken van foto- en video-opnamen.
Dit is de stand voor het weergeven van foto’s en het afspelen van video’s.
Indeling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voorbereidingen––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u na aankoop van de camera moet doen alvorens opnamen te maken. Lees dit hoofdstuk en volg de instructies.
2 Veel voorkomende handelingen –––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk komen veelvoorkomende zaken aan de orde, zoals de functies van de knoppen en het gebruik van de menu’s. Zie voor verdere bijzonderheden de desbetreffende hoofdstukken.
3 Opnamen maken –––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd op welke manieren u opnamen kunt maken en hoe u de betreffende functies instelt.
4 Opnamen weergeven en wissen –––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u foto’s en video-opnamen weergeeft op de camera of een tv en hoe u ze uit de camera verwijdert.
5 Opnamen bewerken en afdrukken –––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u foto’s bewerkt op de camera en hoe u ze afdrukt.
6 Instellingen ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de cameragerelateerde functies instelt.
7 Aansluiten op een computer––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de camera aansluit op een computer en vindt u bovendien instructies voor het aansluiten en een algemeen overzicht van de meegeleverde software.
8 Bijlage ––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––
In dit hoofdstuk wordt het oplossen van problemen behandeld en wordt een overzicht gegeven van afzonderlijk verkrijgbare accessoires.
1
2
3
4
5
6
7
8
15
16
Eigenschappen van de camera
Naast de basisfuncties voor het maken van opnamen heeft deze camera een heel scala van opnamefuncties voor uiteenlopende situaties. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de basisfuncties van de camera optimaal benut. Nadere bijzonderheden over de bediening van de camera vindt u op de pagina’s waarop de functies worden beschreven.
Eenvoudig te gebruiken opname- en weergavestanden!
Dankzij het gebruiksvriendelijke ontwerp van deze camera kunt u de camera bedienen met slechts een paar knoppen. Door het gewenste pictogram te kiezen, kunt u de
opnamestand (p.59) selecteren en de
optimale instellingen voor de situatie kiezen. Of u kiest de afspeelstand
(p.96, p.108) om gebruik te maken van
de diverse weergave- en bewerkingsfuncties. Aan de hand van een bedieningsaanwijzing op het scherm kunt u zien welke functies in elke stand beschikbaar zijn en hoe u ze gebruikt.
In het opnamestandenpalet wordt een bedieningsaanwijzing voor de opnamestand weergegeven en in het weergavepalet wordt een bedieningsaanwijzing voor de afspeelstand
In de Groene modus kunt u eenvoudig opnamen maken
met de standaardinstellingen (p.64).
Perfect voor portretopnamen!
De camera heeft een functie voor Gezichtsdetectie waarmee gezichten in de compositie worden gedetecteerd, waarop vervolgens automatisch wordt scherpgesteld en uitgelicht. De functie kan maximaal 16 gezichten per opname detecteren, zodat u er ook heel goed groepsportretten mee kunt maken. Wanneer een of meer onderwerpen lachen, gaat de sluiter automatisch open. Zo kunt u gemakkelijk veel foto’s maken waaruit u daarna de beste kiest.
Functie Gezichtsdetectie (p.61)
Standen voor het maken van indrukwekkende opnamen
Voeg leuke kaders toe aan uw opnamen!
Als u met deze camera een opname maakt, kunt u een keuze maken uit onze originele kaders om aan de opname een leuk kader toe te voegen
(p.69). U kunt ook kaders toevoegen
aan reeds gemaakte opnamen. De positie van het onderwerp op de foto aanpassen of de opname vergroten of verkleinen om hem aan te passen aan de vorm en grootte van het kader. Zo hoeft u nooit meer te controleren of het
onderwerp in het kader past (p.117).
Voor het verfraaien van opnamen met een kader
Geef uw gegevens in kalendervorm weer!
Met deze camera kunt u gemaakte opnamen en video’s op datum
weergeven in kalendervorm (p.95). Zo vindt u snel de foto of film die u
wilt weergeven.
17
Geavanceerde functies voor video-opnamen
Deze camera beschikt over een functie Movie SR om
camerabewegingen te beperken tijdens het opnemen van een film (p.89)
en u kunt films opnemen in 1280×720 pixel (16:9) HDTV-formaat (*)
* Bij aansluiting en weergave van opnamen op AV-apparatuur worden de opgenomen gegevens met een normale schermresolutie uitgevoerd. Om in HDTV films te bekijken, moet u de gegevens overzetten naar een computer en daarop afspelen.
Gebruik de camera om leuke video-opnamen te maken van uw kinderen of huisdieren als een visueel dagboek
U kunt met tal van camerafuncties genieten van de weergave van opnamen zonder dat u een computer nodig hebt!
Deze camera heeft tal van functies voor het weergeven en bewerken van opnamen zonder de camera eerst aan te sluiten op een computer. Met deze camera kunt u foto- en video-opnamen
18
Er kan gebruik worden gemaakt van beeldbewerkingsfuncties zoals Formaat wijzigen
(p.108), Uitsnijden (p.109), Digitaal filter (p.113) en
U kunt een film in twee of meer delen opsplitsen of een
beeldje uit een film selecteren en opslaan als foto (p.120).
De inhoud van het pakket controleren
Camera
Optio LS465
Draagriem
O-ST116 (*)
Software (cd-rom)
S-SW127
USB-kabel
I-USB116 (*)
Alternatieve skins
(10 soorten)
Objectiefring O-LR2
(op camera geïnstalleerd)
Oplaadbare lithiumionbatterij D-LI108 (*)
Netvoedingsadapter
D-PA116 (*)
Minihandleiding
Handleiding
(deze handleiding)
Artikelen die zijn gemarkeerd met een sterretje (*) zijn ook beschikbaar als optionele accessoires.
Zie “Optionele accessoires” (p.166) voor meer optionele accessoires.
19
20
Namen van onderdelen
Voorzijde
Flitser
Zelfontspanner-LED
Microfoon
Objectief
Klep voor batterij/kaart
Luidspreker
Statiefaansluiting
PC/AV-aansluiting
Achterzijde
Aan/uit-knop
Ontspanknop
Riembevestiging
Scherm
Namen van bedieningsonderdelen
Aan/uit-knop
Ontspanknop
Zoomknop
Q -knop
Videoknop
Vierwegbesturing
Knop 4
Groene/i toets
Knop 3
Zie “De knopfuncties” (p.44 - p.47) voor uitleg over de werking van elke
knop.
21
Monitorindicaties
Weergave in de stand A
Op het scherm wordt informatie weergegeven zoals de opnameomstandigheden in de opnamestand. Telkens wanneer u op de knop 4 drukt, verandert de weergave als volgt: “Normale weergave”,
“Geen Info” en “Histogram + Info”.
Normale weergave Geen Info
OK
OK OK
22
Histogram + Info
Als de opnamestand is ingesteld op
9 (Groene) modus, is het beeld op de monitor als in de afbeelding rechts hiernaast. U kunt de informatie op het scherm niet wijzigen door op de
Foto-opnamestand
(Alle onderdelen zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
A1 t/m A14 en B1 worden weergegeven wanneer “Normale weergave” is geselecteerd. Wanneer “Histogram + Info” is geselecteerd, worden alle pictogrammen weergegeven. Wanneer “Geen Info” is geselecteerd, wordt alleen B1 weergegeven.
A14 A13 A12 A11
A5
A6
A7
B6
A1
A2
A3
A4
+1.0
1/250
B1
B2
A8 A9 A10 B5 B4 B3
A2 Indicatie batterijniveau (p.35)
A11 Digitale zoom/
A3 Stand voor Gezichtsdetectie (p.61) A12 Scherpstelinstelling (p.76)
A4 Instelling Datumafdruk (p.85)
A5 Belichtingscorrectie (p.79)
A6 Sluitertijd
A7 Diafragma
A9 Resterende opslagcapaciteit
A10 Instelling wereldtijd (p.132)
B6 Pictogram Shake Reduction
* A3 varieert afhankelijk van de instelling [Gezichtsdetectie] in het menu
[A Opnemen].
I Als [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Aan]
J Als [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Smile]
Als deze functie is ingesteld op [Uit], wordt niets weergegeven in A3.
* A6 en A7 verschijnen alleen wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
23
24
* Wanneer de opnamestand b (Automatische opname) is en u drukt de ontspanknop half in, dan wordt de automatisch geselecteerde opnamestand weergegeven bij A1, zelfs als “Geen Info” is
* Wanneer “Normale weergave” is geselecteerd, worden gedurende
twee seconden de actuele datum en tijd (p.22) weergegeven in plaats
van B3 t/m B5.
* Sommige indicaties worden afhankelijk van de opnamestand weergegeven.
Weergave in de stand Q
Op het scherm wordt informatie weergegeven van de opname in de afspeelstand. Telkens wanneer u op de knop 4 drukt, verandert de weergave als volgt: “Normale weergave”, “Geen Info” en “Histogram + Info”.
Normale weergave
Geen Info
1/250
F3.5
Histogram + Info
Afspeelstand
(Alle onderdelen zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
Op het scherm wordt informatie weergegeven zoals de opnameomstandigheden. A1 t/m A8 verschijnen wanneer “Normale weergave” of “Histogram + Info” is geselecteerd. B1 t/m B6 verschijnen alleen wanneer “Histogram + Info” is geselecteerd.
A8 A7 A6 A5
A1
A2
A3
B6
B5
A4
B1
B4 B3 B2
A1 Afspeelstand
Q
K
A2 Indicatie batterijniveau (p.35)
A3 Pictogram voor beveiliging (p.103) B3 Witbalans (p.80)
A4 Bedieningsaanwijzing voor vierwegbesturing
B5 Diafragma
A5 Bestandsnummer B6 Sluitertijd
A8 Pictogram voor volume
* Bij “Normale weergave” verdwijnt A2 als gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht.
* A8 wordt alleen weergegeven wanneer het volume wordt aangepast
tijdens het afspelen van video (p.93).
* A4 verschijnt zelfs wanneer “Geen Info” is geselecteerd, maar verdwijnt als gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht. Als bij “Normale weergave” of “Histogram + Info” gedurende twee seconden geen bedieningshandelingen worden verricht, verdwijnt alleen “Bewerken”.
25
26
* Wanneer “Normale weergave” is geselecteerd, worden gedurende
twee seconden de datum en tijd van de opname (p.92) weergegeven
in plaats van B2 t/m B4.
Bedieningsaanwijzingen
Tijdens de bediening verschijnen op het scherm aanwijzingen voor de bediening van de beschikbare knoppen/toetsen. Deze worden als volgt weergegeven.
2
3
4
5
MENU
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (3)
Vierwegbesturing (4)
Vierwegbesturing (5)
Knop 3
Zoomknop
OK
SHUTTER
Knop 4
Ontspanknop
X , i Groene/i toets
Het histogram gebruiken
Een histogram toont de helderheidsverdeling van een opname. De horizontale as vertegenwoordigt helderheid
(donker aan de linkerzijde en licht aan de rechterzijde) en de verticale as vertegenwoordigt het aantal pixels.
(Donker) Helderheid (Licht)
De vorm van het histogram vóór en na de opname maakt duidelijk of de helderheid en het contrast al dan niet goed zijn. Op basis hiervan bepaalt u of de belichting moet worden bijgeregeld en of u de foto opnieuw moet maken.
Compenseren voor belichting (Belichtingscorrectie) 1p.79
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname onderbelicht is, bevindt de piek zich links; als de opname overbelicht is, bevindt de piek zich rechts.
Donkere opname Goede opname Lichte opname
Als de opname onderbelicht is, wordt het gedeelte links afgesneden
(donkere delen) en als de opname overbelicht is, wordt het gedeelte rechts afgesneden (heldere delen).
Inzicht in contrast
De piek loopt geleidelijk op als het contrast van de opname in evenwicht is. De grafiek vertoont aan beide zijden een piek die naar het midden toe sterk daalt als de opname een groot verschil in contrast vertoont en er weinig gemiddelde helderheidsniveaus zijn.
27
De draagriem bevestigen
1
Bevestig de draagriem die is meegeleverd met de camera.
Voorb ereidin gen
2
1
1 Leid het dunne uiteinde van de riem door de riembevestiging.
2 Haal het andere uiteinde door het lusje en trek de riem stevig aan.
28
De camera aankleden
Bij de camera hebt u een aantal alternatieve skins (covers) gekregen.
Kies een exemplaar dat u mooi vindt en breng dit aan op de voorkant van de camera.
1
Objectiefring
1
Frontpaneel (*)
5
2
3
4
Alternatieve skin
* In eerste instantie is de camera aan de voorzijde voorzien van een transparante beschermfolie. Verwijder deze folie wanneer u de camera wilt gebruiken.
1 Verwijder de objectiefring.
Leg de camera op een vlakke ondergrond en verwijder de objectiefring in de richting van pijl 1.
Pas op dat u de objectiefring niet kwijtraakt.
2 Verwijder het frontpaneel.
3 Breng een alternatieve skin aan.
29
1
4 Breng het frontpaneel aan.
5 Breng de objectiefring aan.
Breng de in stap 1 verwijderde objectiefring weer aan.
Leg de camera op een vlakke ondergrond, breng de objectiefring op de juiste plaats op de camera aan. Klik de ring vast in de groef.
• Breng het frontpaneel aan wanneer u de camera wilt gebruiken.
• Let er bij het aanbrengen van de objectiefring op dat u niet met uw hand op de monitor drukt. De monitor zou kunnen breken.
30
De camera aanzetten
De batterij plaatsen
Gebruik de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108 die bij de camera is geleverd.
Batterijvergrendelingsknop
Klep voor batterij/kaart
1
Batterij
1 Zorg dat de camera is uitgeschakeld en open de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de richting van de pijl 1 en open de klep 2.
2 Duw de batterijvergrendelingsknop in de richting van
de pijl 3 en plaats de batterij met het PENTAX-logo naar de kant van het objectief gericht.
Lijn de markeringen op de batterij uit met de markeringen in het batterijvak en duw de batterij aan tot ze vast klikt.
31
1
3 Sluit de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de tegenovergestelde richting
(1). Wanneer u een klik hoort, is de klep goed dicht.
Laad de batterij op voordat u ze voor het eerst in de camera gebruikt.
De batterij verwijderen
1 Zorg dat de camera is uitgeschakeld en open de klep van de batterij/kaart.
2 Druk de vergrendelingsknop van de batterij-/kaartklep
in de richting van de pijl 3.
De batterij wordt uitgeworpen. Let erop dat u de batterij niet laat vallen als u deze verwijdert.
• Deze camera maakt gebruik van een oplaadbare lithium-ionbatterij
D-LI108. Gebruik geen andere soorten batterijen, aangezien dit kan leiden tot schade aan de camera en storingen.
• Plaats de batterij op de juiste wijze. Als de batterij verkeerd is geplaatst, kunnen er storingen optreden of werkt de camera niet.
• Wanneer u de batterij langer dan zes maanden wilt opbergen, laad de batterij dan gedurende dertig minuten op en berg de batterij apart op.
Laad de batterij elke zes tot twaalf maanden opnieuw op. Berg de batterij bij voorkeur op bij of onder kamertemperatuur. Berg de batterij niet op bij hoge temperaturen.
• Als er langere tijd geen batterij in de camera is geplaatst, worden de datum en tijd mogelijk teruggezet.
• Wees voorzichtig, want de camera of de batterij kan heet worden als u de camera gedurende langere tijd gebruikt.
32
De batterij opladen
Laad de batterij op via een stopcontact met de meegeleverde netvoedingsadapter (D-PA116) en USB-kabel (I-USB116) voordat u deze voor het eerst gaat gebruiken, als u deze gedurende lange tijd niet hebt gebruikt of als het bericht [Batterij leeg] wordt weergegeven.
1
Zelfontspanner-LED
Tijdens het opladen: Gaat aan
Na afloop van het opladen: Gaat uit
4
Naar stopcontact
2
Netvoedingsadapter
3
USB-kabel
1 Controleer of de batterij in de camera is geplaatst.
2 Draai de markering } op de USB-kabel in de richting
van de markering 4 op de camera en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
3 Sluit het andere uiteinde van de USB-kabel aan op de netvoedingsadapter.
4 Steek de stekker van de netvoedingsadapter in het stopcontact.
De zelfontspanner-LED wordt ingeschakeld tijdens het opladen van de batterij en gaat uit als het opladen is voltooid.
33
1
5 Koppel de netvoedingsadapter los van het stopcontact en koppel de USB-kabel los van de camera.
• Gebruik de netvoedingsadapter D-PA116 uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108, anders kan de adapter oververhit of beschadigd raken.
• Controleer of de batterij op correcte wijze is geplaatst en de kabel correct is aangesloten als de zelfontspanner-LED knippert.
• Vervang de batterij in de volgende gevallen door een nieuw exemplaar:
- Als de batterij sneller leegraakt (de batterij heeft mogelijk het einde van de nuttige levensduur bereikt)
- Als de zelfontspanner-LED zelfs na het opladen niet brandt of knippert (de batterij is mogelijk defect)
• Volledig opladen duurt maximaal ca. 130 minuten (bij kamertemperatuur 25 °C). De oplaadtijd kan variëren met de omgevingstemperatuur en de oplaadomstandigheden. De batterij kan naar behoren worden opgeladen als de omgevingstemperatuur tussen
0 °C en 40 °C is.
• De oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108 kan tevens worden opgeladen met de optionele batterijlader D-BC108.
• De batterij kan niet worden opgeladen met een computer of soortgelijke apparaten. Probeer niet om de batterij op te laden door de
USB-kabel aan te sluiten op een computer.
• Beeldopslagcapaciteit, opnametijd voor video-opnamen en weergavetijd
(bij 23 ° C, met ingeschakeld scherm en volledig opgeladen batterij)
Beeldopslagcapaciteit *1
(met gebruik van de flitser voor
50% van de opnamen)
Ca. 200 opnamen
Video-opnametijd *2
Ca. 70 min.
Weergavetijd *2
Ca. 130 min.
*1 Beeldopslagcapaciteit toont bij benadering het aantal opnamen dat is gemaakt tijdens tests die zijn uitgevoerd conform CIPA (bij ingeschakeld scherm, ingeschakelde flitser voor 50% van de opnamen en bij 23 °C).
In de praktijk kan dit afwijken, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
*2 Op basis van de resultaten van tests bij PENTAX.
34
• In het algemeen kunnen de batterijprestaties tijdelijk minder worden bij een daling van de temperatuur.
• Neem een reservebatterij mee als u naar het buitenland of naar een koud gebied gaat of als u van plan bent veel opnamen te maken.
• Indicatie batterijniveau
U kunt het batterijniveau aflezen aan de indicatie op het scherm.
Schermaanduiding
(groen)
(groen)
(geel)
(rood)
[Batterij leeg]
Batterijstatus
Er is nog voldoende stroom.
Batterij raakt leeg.
Batterij is bijna leeg.
Batterij is uitgeput.
Nadat dit bericht is verschenen, wordt de camera uitgeschakeld.
1
35
Een SD-geheugenkaart plaatsen
1
In deze camera wordt gebruikgemaakt van een in de handel verkrijgbare
SD-, SDHC- of SDXC-geheugenkaart. Gemaakte opnamen worden op de SD-geheugenkaart opgeslagen wanneer deze in de camera is geplaatst. Wanneer er geen kaart is geplaatst, worden opnamen
opgeslagen in het interne geheugen (p.38).
Een SD-geheugenkaart die nooit is gebruikt of in een andere camera of een ander digitaal apparaat is gebruikt, moet eerst met
formatteren.
• Het aantal foto’s dat u kunt opslaan en de opnametijd voor videoopnamen hangen af van de capaciteit van de SD-geheugenkaart en de geselecteerde resolutie.
- Kies de gewenste resolutie voor foto’s in het menu [A Opnemen].
Zie “De resolutie selecteren” (p.78) voor details.
- Kies de gewenste resolutie voor video-opnamen in het menu
[C Video]. Zie “De resolutie voor video-opnamen selecteren” (p.89)
voor details.
- Raadpleeg “Belangrijkste technische gegevens” (p.168) voor een
globale indicatie van het aantal foto’s dat of de duur van videoopnamen die u kunt opslaan op een SD-geheugenkaart of in het interne geheugen.
• De zelfontspanner-LED knippert terwijl er wordt gecommuniceerd met de SD-geheugenkaart (gegevens worden opgenomen of gelezen).
Kopie van gegevens opslaan
Het is mogelijk dat de camera niet in staat is om gegevens op te halen van de
SD-geheugenkaart of uit het interne geheugen in geval van een storing. Sla belangrijke gegevens daarom op uw computer of een ander apparaat op.
36
Klep voor batterij/kaart
1
SD-geheugenkaart
Sleuf SD-geheugenkaart
1 Zorg dat de camera is uitgeschakeld en open de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de richting van de pijl 1 en open de klep 2.
2 Plaats de SD-geheugenkaart in de sleuf voor de
SD-geheugenkaart met het etiket gericht naar de kant van de camera waar het objectief zit.
Duw de kaart naar binnen (moet vastklikken). Als de kaart niet helemaal in de camera is geplaatst, worden gegevens mogelijk niet correct opgeslagen.
U verwijdert de SD-geheugenkaart door de kaart eenmaal in te drukken en vervolgens naar buiten te trekken.
3 Sluit de klep van de batterij/kaart.
Schuif de klep van de batterij/kaart in de tegenovergestelde richting
(1). Wanneer u een klik hoort, is de klep goed dicht.
37
1
De camera aan- en uitzetten
Aan/uit-knop
38
1 Druk op de aan/uit-knop.
De camera gaat aan en het scherm wordt ingeschakeld.
Wanneer u de camera aanzet, gaat de objectiefbescherming open en schuift het objectief uit.
Als het scherm [Language/ u] of [Datum instellen] verschijnt na het
inschakelen van de camera, volg dan de procedure op p.39 om de taal
en/of de datum en tijd in te stellen.
2 Druk nogmaals op de aan/uit-knop.
Het scherm gaat uit, het objectief schuift in en de camera gaat uit.
De SD-geheugenkaart controleren
De SD-geheugenkaart wordt gecontroleerd als u de camera inschakelt. Daarna wordt de status van het geheugen weergegeven.
a
+ r
Er is een SD-kaart in de camera geplaatst.
Opnamen worden opgeslagen op de
SD-geheugenkaart.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. Opnamen worden opgeslagen in het interne geheugen.
De schrijfbeveiliging op de SD-
geheugenkaart is ingeschakeld (p.7). Er
kunnen geen opnamen worden opgeslagen.
Geheugenstatus
Basisinstellingen
Het scherm [Language/ u] verschijnt nadat de camera voor de eerste
keer is ingeschakeld. Voer de stappen uit bij “De weergavetaal instellen”
hieronder om de taal in te stellen en bij “De datum en tijd instellen” (p.42)
om de huidige datum en tijd in te stellen.
De taal, datum en tijd kunnen achteraf worden gewijzigd. Raadpleeg de pagina’s hierna voor instructies.
• De taal wijzigt u door de stappen onder “De weergavetaal wijzigen” (1p.134)
uit te voeren.
• De datum en tijd wijzigt u door de stappen onder “De datum en tijd wijzigen”
1
De weergavetaal instellen
Vierwegbesturing
Knop 4
Knop 3
1 Kies de gewenste schermtaal met de vierwegbesturing
(2345).
2 Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] wordt weergegeven in de geselecteerde taal. Ga verder met stap 9 als u meteen de juiste instellingen voor
[Thuistijd] en [Zomertijd] ziet.
Ga naar stap 3 als de gewenste instellingen niet verschijnen.
Basisinstellingen
Nederlands
Instellingen voltooid
Stop
Zomertijd
39
1
Als u per ongeluk de verkeerde taal selecteert en naar de volgende procedure gaat, zet u de taal als volgt terug.
Wanneer per ongeluk de verkeerde taal is geselecteerd
1 Druk op de vierwegbesturing (5).
2 Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345) en druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Wanneer het scherm na stap 2 in de verkeerde taal verschijnt
1 Druk op de knop 3.
Het instelscherm wordt geannuleerd en de camera gaat in de fotoopnamestand.
2 Druk op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
3 Druk twee keer op de vierwegbesturing (5).
Het menu [W Instelling] verschijnt.
4 Selecteer [Language/ u] met de vierwegbesturing
(23).
5 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/ u] verschijnt.
6 Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345).
7 Druk op de knop 4.
Het menu [W Instelling] verschijnt in de geselecteerde taal.
Als u de thuistijd, datum en tijd opnieuw wilt instellen, raadpleegt u de pagina’s hierna voor aanwijzingen.
• Voer de stappen in “De wereldtijd instellen” (1p.132) uit als u de thuistijd wilt
wijzigen.
• De datum en tijd wijzigt u door de stappen onder “De datum en tijd wijzigen”
40
3 Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [W Thuistijd].
4 Druk op de vierwegbesturing
(5).
Het scherm [W Thuistijd] verschijnt.
Basisinstellingen
Nederlands
Instellingen voltooid
Stop
5 Kies een stad met de
vierwegbesturing (45).
Thuistijd
Amsterdam
MENU Stop OK OK
6 Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Zomertijd].
7 Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing
(45).
8 Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9 Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
10 Druk op de knop 4.
Het scherm [Datum instellen] verschijnt. Stel de datum en tijd in.
Het videosignaal (NTSC/PAL) is ingesteld op het systeem van de stad die is
elke stad geldt als basisinstelling, en “Het videosignaal wijzigen” (p.135) voor
het wijzigen van het videosignaal.
1
41
1
De datum en tijd instellen
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [MM/DD/JJ].
2 Kies met de
vierwegbesturing (23) de datumweergave.
Kies tussen [MM/DD/JJ], [DD/MM/JJ] en [JJ/MM/DD].
Datum instellen
Datumweergave DD/MM/JJ
Datum
Tijd
01/01/2012
00:00
Instellingen voltooid
Stop
3 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [24h].
4 Selecteer [24h] (24-uurs weergave) of [12h] (12-uurs
weergave) met de vierwegbesturing (23).
5 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [Datumweergave].
6 Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Datum].
7 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar de maand.
8 Wijzig de maand met de vierwegbesturing (23).
Wijzig de dag en het jaar op dezelfde wijze.
Wijzig vervolgens de tijd.
Als u [12h] hebt geselecteerd bij stap 4, verandert de aanduiding automatisch in am (vóór 12:00 uur ’s middags) of pm (na 12:00 uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
9 Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
10 Druk op de knop 4.
Hiermee bevestigt u datum en tijd.
42
Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 0 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op tv, radio, enz.) precies 0 seconden aangeeft.
1
Wanneer het scherm [Basisinstellingen] of [Datum instellen] wordt weergegeven, kunt u de tot dat punt opgegeven instellingen annuleren en overschakelen naar de opnamestand door op de knop 3 te drukken. In dit geval verschijnt het scherm [Basisinstellingen] weer wanneer u de camera opnieuw aanzet.
De taal, datum, tijd, thuistijd en zomertijdinstelling kunnen achteraf worden gewijzigd. Raadpleeg de pagina’s hierna voor instructies.
• De taal wijzigt u door de stappen onder “De weergavetaal wijzigen” (1p.134)
uit te voeren.
• De datum en tijd wijzigt u door de stappen onder “De datum en tijd wijzigen”
• U kunt de thuistijd of de zomertijdinstelling wijzigen door de stappen onder
“De wereldtijd instellen” (1p.132) uit te voeren.
43
De knopfuncties
A
-stand
2
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1 Aan/uit-knop
Hiermee schakelt u de camera in en uit (p.38).
2 Ontspanknop
Wanneer u deze knop tot halverwege indrukt in de foto-opnamestand, stelt de camera scherp op het onderwerp (behalve in de stand 3 en s).
Wanneer u deze knop helemaal indrukt, wordt een foto gemaakt (p.57).
3 Zoomknop
Hiermee wijzigt u het gebied dat wordt opgenomen door de camera
Hiermee activeert u het menu [A Opnemen], [C Video] of
[W Instelling] als een menuscherm wordt weergegeven.
4 Knop Q
Hiermee activeert u de stand Q (p.48).
5 Videoknop
Hiermee start en stopt u een video-opname (p.87).
44
Veel voorko mende handel ingen
6 Vierwegbesturing
2
3
4
5
Hiermee wijzigt u de transportstand (p.74).
Hiermee geeft u het opnamestandenpalet weer (p.59).
Hiermee wijzigt u de flitsinstelling (p.73).
Hiermee wijzigt u de scherpstelinstelling (p.76).
7 4-knop
Hiermee wijzigt u de informatie die op het scherm verschijnt (p.22).
8 Groene toets
Hiermee activeert u de 9 (Groene) modus (p.64).
Hiermee roept u het toegewezen menu op (p.85).
9 3-knop
Hiermee opent u het menu [A Opnemen] (p.49).
2
45
Q
-stand
2
1
2
3
4
5
6
7
8
1 Aan/uit-knop
Hiermee schakelt u de camera in en uit (p.38).
2 Ontspanknop
Hiermee activeert u de stand A (p.48).
3 Zoomknop
Druk de knop naar links (f) bij weergave van één opname om over te schakelen naar de zesbeeldsweergave. U activeert de twaalfbeeldsweergave als u nogmaals naar links drukt. U keert terug naar de vorige weergavestand als u de knop naar rechts drukt (y)
Hiermee vergroot u de opname wanneer u de knop naar rechts drukt
(y) in de weergave van één opname. Hiermee gaat u terug naar de
vorige weergave wanneer u de knop naar links drukt (f) (p.100).
Druk naar links (f) om van de twaalfbeeldsweergave naar de map- of
kalenderweergave te gaan (p.95).
Druk naar rechts (y) om van de kalender- of mapweergave naar de
twaalfbeeldsweergave te gaan (p.95).
Hiermee past u het volume aan tijdens het afspelen van video (p.93).
4 Knop Q
Hiermee activeert u de stand A (p.48).
46
5 Vierwegbesturing
2
3
45
Hiermee speelt u een video af of onderbreekt u de video
Hiermee geeft u de weergavestanden weer (p.96).
Hiermee stopt u een video tijdens het afspelen (p.93).
Hiermee geeft u tijdens weergave van één opname de
vorige of volgende opname weer (p.92).
Hiermee speelt u een video ofwel snel, ofwel beeldje voor
beeldje, ofwel in zijn geheel vooruit of achteruit (p.93).
2345 Hiermee selecteert u een opname tijdens de zes-/ twaalfbeeldsweergave, een map in de mapweergave of
een datum in de kalenderweergave (p.94, p.95).
Hiermee verplaatst u het weergavegebied tijdens de
Hiermee verplaatst u de opname bij gebruik van de functie
6 4-knop
Hiermee wijzigt u de informatie die op het scherm verschijnt (p.24).
Hiermee keert u tijdens de zes-/twaalfbeeldsweergave of
zoomweergave terug naar de weergave van één opname (p.94,
Hiermee gaat u tijdens de mapweergave naar de
twaalfbeeldsweergave van de geselecteerde map (p.95).
Hiermee gaat u tijdens de kalenderweergave terug naar de weergave
van één opname van de geselecteerde datum (p.95).
7 Groene/i toets
Hiermee gaat u van de enkelbeeldsweergave naar het scherm Wissen
Hiermee gaat u van de zes-/twaalfbeeldsweergave naar het scherm
Hiermee gaat u van de mapweergave naar de weergave van het
Hiermee gaat u van de kalenderweergave naar de weergave van het
8 3-knop
Hiermee gaat u naar het menu [W Instelling] in de weergave van één
Hiermee gaat u van de weergave van het weergavepalet terug naar de
weergave van één opname (p.96).
Hiermee keert u tijdens de zes-/twaalfbeeldsweergave of
zoomweergave terug naar weergave van één opname (p.94).
Hiermee gaat u tijdens de map- of kalenderweergave naar de
2
47
2
Schakelen tussen de stand A en de stand Q
In deze handleiding wordt de opnamestand (bijvoorbeeld voor het maken van foto’s) de stand A genoemd (de opnamestand). De weergavestand (bijvoorbeeld voor het bekijken van gemaakte opnamen op de monitor) wordt de stand Q genoemd (de weergavestand). In de stand Q kunt u eenvoudige bewerkingen uitvoeren voor de gemaakte opnamen.
Volg de onderstaande procedure om te schakelen tussen de standen A en Q.
Schakelen van de stand A naar de stand Q
1 Druk op de knop Q.
De stand Q wordt geactiveerd.
Schakelen van de stand Q naar de stand A
1 Druk de knop Q in of druk de ontspanknop tot halverwege in.
De stand A wordt geactiveerd.
Gegevens weergeven die zijn opgeslagen in het interne geheugen
Als er een SD-geheugenkaart in de camera is geplaatst, worden opnamen en video van die kaart afgespeeld.
Als u opnamen en video wilt afspelen die in het interne geheugen zijn opgeslagen, schakelt u eerst de camera uit en verwijdert u vervolgens de SD-geheugenkaart voordat u verdergaat.
Zet de camera uit voordat u de SD-geheugenkaart plaatst of uitneemt.
48
De camerafuncties instellen
U kunt de camera-instellingen wijzigen door op de knop 3 te drukken. Hiermee worden de menuschermen weergegeven. Functies voor het weergeven en bewerken van opnamen worden opgeroepen
vanuit het weergavepalet (p.96).
Werken met de menu’s
Er zijn drie menu's beschikbaar op de camera: [A Opnemen],
[C Video] en [W Instelling].
Druk op de knop 3 in de stand A voor het openen van het menu
[A Opnemen]. Druk op de knop 3 in de stand Q voor het openen van het menu [W Instelling].
Gebruik de vierwegbesturing (45) of zoomknop om over te schakelen tussen de menu's.
Opnemen 1/3
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Auto
0.0
Gezichtsdetectie Aan
Einde
2
Instelling 1/3
Geluid
Datum instellen
Wereldtijd
01/01/2012
Bestandsnaam
Nederlands
Datum
USB-aansluiting MSC
Einde
Video
Resolutie
Movie SR
Einde
Tijdens het gebruik van het menu wordt op het scherm weergegeven
welke bedieningshandelingen beschikbaar zijn (p.26).
49
2
Voorbeeld: Het [AF-veld] instellen in het menu [A Opnemen]
1 Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2 Druk op de vierwegbesturing
(3).
Het kader gaat naar [Resolutie].
Opnemen 1/3
AF-veld
Belicht. corr.
Auto
Gezichtsdetectie Aan
Einde
3 Druk twee keer op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [AF-veld].
4 Druk op de vierwegbesturing
(5).
Er wordt een afrolmenu weergegeven waarin alleen die onderdelen te zien zijn die kunnen worden geselecteerd met de huidige camera-instellingen.
Opnemen 1/3
AF-veld
Belicht. corr.
Auto
Gezichtsdetectie Aan
Einde
5 Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (23).
Bij elke druk op de vierwegbesturing
(23) verandert het scherpstelveld
(AF-veld).
Opnemen 1/3
AF-veld
Belicht. corr.
Auto
Gezichtsdetectie Aan
6 Druk op de knop 4 of de vierwegbesturing (4).
De instelling wordt opgeslagen en de camera is klaar voor het instellen van andere functies.
Om het instellen te verlaten drukt u op de knop 3.
Als u een andere bedieningshandeling wilt uitvoeren, raadpleeg dan de volgende alternatieve opties voor stap 6.
50
De instelling opslaan en beginnen met het maken van opnamen
6 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Wanneer u de ontspanknop volledig indrukt, wordt de opname gemaakt.
Wanneer het menu [W Instelling] wordt weergegeven vanuit de stand
Q , kunt u overschakelen naar de stand A door op de knop Q te drukken.
2
De instelling opslaan en beginnen met de weergave van opnamen
6 Druk op de knop Q.
Wanneer het menu [A Opnemen] wordt weergegeven vanuit de stand
A , wordt de instelling opgeslagen en wordt de weergavestand weer geactiveerd.
De wijzigingen annuleren en doorgaan met het menu
6 Druk op de knop 3.
De wijzigingen worden geannuleerd en het scherm van stap 3 verschijnt weer.
De werking van de knop 3 varieert, afhankelijk van het scherm. Zie de bedieningsaanwijzingen.
MENU Einde Hiermee verlaat u het menu en gaat u terug naar het oorspronkelijke scherm.
MENU
MENU Stop
Hiermee gaat u terug naar het vorige scherm met de huidige instelling.
Hiermee annuleert u de huidige selectie, verlaat u het menu en gaat u terug naar het vorige scherm.
51
2
Menulijst
Toont de onderdelen die met de menu’s kunnen worden ingesteld; bij elk onderdeel staat een beschrijving. Zie ook de extra lijst met
standaardinstellingen in de bijlage “Standaardinstellingen” (p.160). U
kunt aangeven of u de instellingen wilt opslaan als u de camera uitzet of dat de instellingen worden teruggezet naar de standaardinstelling als de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
Menu [A Opnemen]
Onderdeel
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Gezichtsdetectie
Beschrijving
Keuze van de resolutie voor foto’s
Aanpassen van de witbalans aan de lichtomstandigheden
Wijziging van het autofocusveld
Pagina
Voor het detecteren van de gezichten in uw opname en het automatisch aanpassen van scherpstelling en belichting van de gezichten
Instellen van de gevoeligheid
Aanpassing van de algehele helderheid van de opname p.79
Digitale zoom
Geheugen
Keuze voor het al dan niet gebruiken van de digitale zoomfunctie
De keuze of u de gewijzigde instellingen van de opnamefunctie wilt opslaan of de basisinstellingen wilt herstellen als de camera wordt uitgezet
Groene toets
Voor toewijzing van een functie aan de Groene toets, zodat u die functie meteen kunt gebruiken in de modus A
Scherpte
Bepalen of de opname scherpe of zachte contouren moet hebben
Kleurverzadiging Instelling van de kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
Instelling van het niveau van het opnamecontrast
Keuze voor het al dan niet afdrukken van de datum en tijd bij het maken van foto’s
52
Menu [A Opnemen] 1
Opnemen 1/3
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
0.0
Gezichtsdetectie Aan
Einde
Menu [A Opnemen] 3
Opnemen
Datumafdruk
3/3
Uit
Menu [A Opnemen] 2
Opnemen
Digitale zoom
Geheugen
Kleurverzadiging
Contrast
Einde
2/3
2
Einde
• In de 9 (Groene) modus kunt u gemakkelijk opnamen maken met de standaardinstellingen, onafhankelijk van de instellingen in het menu
• Als u een veelgebruikte functie toewijst aan de Groene toets, kunt u de
desbetreffende functie rechtstreeks oproepen (p.86).
Menu [C Video]
Onderdeel
Resolutie
Movie SR
Beschrijving
Keuze van de resolutie voor video-opnamen
Keuze voor het al dan niet gebruiken van de functie bewegingsreductie (Shake Reduction) voor video
Pagina
Video
Resolutie
Movie SR
Einde
53
2
Menu [W Instelling]
Onderdeel
Geluid
Datum instellen
Wereldtijd
Language/ u
Bestandsnaam
USB-aansluiting
Video uit
Achtergrond
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
Alles verwijderen
Pixeluitlijning
Afspeelstand
Formatteren
Beschrijving
Aanpassing van het bedieningsvolume en het weergavevolume en instelling van het type en het volume van het geluid bij inschakeling, het sluitergeluid, het geluid bij toetsbediening en zelfontspannergeluid
Voor wijziging van de datum en tijd
Voor het instellen van de thuistijd en de bestemmingstijd
Voor het instellen van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven
Keuze van de naamgeving van opnamemappen
Voor het instellen van de USB-verbindingsstand (MSC of PTP) als de camera aangesloten is op een computer via de USB-kabel
Voor het instellen van het uitgangssignaal voor AVapparatuur
Voor wijziging van de achtergrond van het menuscherm
Wijziging van de helderheid van het scherm
Instelling van de wachttijd tot de camera naar de energiebesparingsstand gaat
Instelling van de wachttijd voor automatische uitschakeling van de camera
Voor het terugzetten van de standaardinstellingen
Voor het verwijderen van alle opgeslagen opnamen in
één keer
Voor uitlijning (mapping) en correctie van defecte pixels in de CCD-sensor
Keuze voor het al dan niet inschakelen van de camera met een druk op de knop Q
Formatteren van de SD-geheugenkaart of het ingebouwde geheugen
Pagina
54
Menu [W Instelling] 1
Instelling
Geluid
Datum instellen
Wereldtijd
1/3
01/01/2012
Bestandsnaam Datum
USB-aansluiting MSC
Einde
Menu [W Instelling] 3
Instelling
Alles verwijderen
Pixeluitlijning
3/3
Einde
Menu [W Instelling] 2
Instelling
Video uit
Achtergrond
Helderheid
Batt besparing
PAL
Uit
Reset
Einde
2/3
2
55
Foto’s maken
Ontspanknop
Aan/uit-knop
Zoomknop
Vierwegbesturing
Knop 4
Groene toets
3
56
Opnamen maken
Deze camera is uitgerust met een groot aantal opnamestanden en functies voor vrijwel elk onderwerp of elke scène. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u opnamen maakt met de meest gangbare instellingen
(de standaard-fabrieksinstellingen).
1 Druk op de aan/uit-knop.
De camera gaat aan in de foto-opnamestand.
2 Controleer het onderwerp en de opnamegegevens op het scherm.
Het scherpstelkader in het midden van het scherm geeft de zone aan waarin automatisch wordt scherpgesteld.
Scherpstelkader
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het
U kunt het opnamegebied wijzigen
Rechts (T) Vergroot het onderwerp.
Links (W) Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
Gezichtsdetectiekader
Opna men maken
3 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader (of gezichtsdetectiekader) op het scherm wordt groen als de camera op de juiste afstand het onderwerp scherpstelt.
1/250
F4.6
4 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Afhankelijk van de lichtomstandigheden gaat de flitser automatisch af.
De opname verschijnt op het scherm (Momentcontrole: p.59) en wordt
vervolgens opgeslagen op de SD-geheugenkaart of in het interne geheugen.
Druk op de Groene toets om de 9 (Groene) modus te activeren en de
camera automatisch alle opnamestanden te laten instellen (p.64).
3
57
3
De ontspanknop gebruiken
De ontspanknop werkt in twee stappen, en wel als volgt.
Tot halverwege indrukken
Dit verwijst naar het voorzichtig indrukken van de ontspanknop tot de eerste stand. De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld.
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt en de camera heeft scherpgesteld op het onderwerp, wordt het scherpstelkader op het scherm groen. Wanneer er niet op het onderwerp is scherpgesteld, is het scherpstelkader wit.
Volledig indrukken
Dit verwijst naar het helemaal indrukken van de ontspanknop tot de tweede stand. Hiermee maakt u een opname.
58
Niet ingedrukt Tot halverwege ingedrukt
(eerste stand)
Helemaal ingedrukt
(tweede stand)
Ongunstige omstandigheden voor het scherpstellen
Onder de volgende omstandigheden kan de camera mogelijk niet scherpstellen. Vergrendel in dergelijke gevallen de scherpstelling op een voorwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt als het onderwerp (door de ontspanknop tot halverwege in te drukken), richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in.
• Elementen met weinig contrast, zoals een blauwe hemel of een witte muur
• Donkere plaatsen of voorwerpen, dan wel omstandigheden waarin weinig tot geen licht wordt weerkaatst
• Complexe patronen
• Snel bewegende voorwerpen
• Als er in het opnamegebied een voorwerp op de voorgrond en een voorwerp op de achtergrond is
• Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond)
Momentcontrole
Direct na het maken van de opname wordt deze weergegeven op het scherm (Momentcontrole).
De opnamestand instellen
Deze camera heeft een groot aantal opnamefuncties waarmee u in verschillende situaties foto’s kunt maken door de gewenste stand voor desbetreffende situatie te kiezen in het opnamepalet.
1 Druk in de stand A op de vierwegbesturing (3).
Het opnamepalet wordt weergegeven.
2 Kies een opnamestand met de vierwegbesturing
(2345).
Als in het opnamepalet een pictogram wordt geselecteerd, verschijnt de bedieningsaanwijzing voor de geselecteerde opnamestand.
Voor landschapsopnamen.
Nadruk op kleuren van lucht en gebladerte
3 Druk op de knop 4.
De opnamestand wordt vast ingesteld en de camera gaat terug naar de opnamestatus.
3
59
3
In het opnamepalet kunt u 23 opnamestanden selecteren.
b
R f a b
Opnamestand
Autom. opname
Programma
Blauwe hemel
Landschap
Bloemen
Beschrijving
Automatische selectie van de beste opnamestand.
Modus voor basisopnamen. Ook voor instelling van
verschillende functies. (1p.63)
Verbetert verzadiging van lucht voor een helderder beeld.
Voor landschapsopnamen. Kleuren van de lucht en gebladerte worden geoptimaliseerd.
Voor foto’s van bloemen. De contouren van de bloem worden verzacht.
K Zonsondergang Voor opnamen bij warm licht en zonsondergangen.
A
B c d
K c
R
H
\
Q
S
Nachtopname
Portret bij nacht
Portret
Huidtint naturel
Eten & drinken
Digital SR
Kinderen
Huisdier
Sport
Strand & Sneeuw
Vuurwerk
Voor nachtopnamen. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Voor portretopnamen bij nacht. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
Wanneer de flitsinstelling is ingesteld op , (Auto) en de camera het gezicht van een persoon detecteert, verandert de flitsinstelling automatisch in d (Flitser+AntiRodeOgen).
Voor portretopnamen. Geeft de huidtint gezond en helder weer.
Voor portretopnamen. Verlevendigt huidtinten en verdoezelt onvolkomenheden.
Opnamen van voedsel en klaargemaakte schotels.
Verzadiging en contrast worden benadrukt.
Een hogere gevoeligheid vermindert onscherpte.
De gevoeligheid wordt automatisch ingesteld op [Auto] en de resolutie wordt vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9.
Voor spelende kinderen. Geeft de huidtint gezond en helder weer.
Voor dieren in beweging. Kies de kleur van de vacht.
Voor opnamen van snel bewegende onderwerpen. Volgt het onderwerp tot de opname is gemaakt.
Voor opnamen met veel licht van bijvoorbeeld zand en sneeuw. Nauwkeurige lichtmeting voor helderheid.
Voor vuurwerk. Het is raadzaam een statief of een andere vorm van ondersteuning te gebruiken.
De sluitertijd wordt vast ingesteld op 4 seconden en de gevoeligheid op de minimuminstelling.
60
Opnamestand Beschrijving
N Beeld inkadering
Voor het maken van opnamen met een kader. (1p.69)
B Feest
Voor groepsopnamen bij feestjes of met weinig licht.
ISO-gevoeligheid en helderheid worden verhoogd.
U Kaarslicht c Tekst o Miniatuurfilter p HDR-filter
Voor opnamen bij kaarslicht.
Voor opnamen van tekst die goed leesbaar is. U kunt het
Voor opnamen die uw onderwerp weergeven in miniatuur.
Voor opnamen met een HDR-effect. (1p.71)
* Naast de standen hierboven is ook de stand 9 (Groen) (p.64) beschikbaar.
• Kleurverzadiging, contrast, scherpte, witbalans, enz. worden automatisch op de optimale waarde voor de geselecteerde stand ingesteld, behalve bij de opnamestanden R, A, c, N, o en p .
• In de stand R, H of \ volgt de camera het onderwerp en blijft hierop
scherpstellen. Als [AF-veld] (p.77) is ingesteld op J (Meervoudig)
of K (Spotmeting), kan de scherpstelling worden vergrendeld door de ontspanknop tot halverwege in te drukken.
• Sommige functies zijn mogelijk niet beschikbaar of werken niet volledig, afhankelijk van de geselecteerde opnamestand. Zie
“Beschikbare functies voor elke opnamefunctie” (p.154) voor
bijzonderheden.
3
Werken met de functie Gezichtsdetectie
Voor deze camera is Gezichtsdetectie beschikbaar in alle opnamestanden.
Wanneer de camera in het beeld het gezicht van een persoon detecteert, wordt door de functie Gezichtsdetectie rondom het gezicht op het scherm een geel gezichtsdetectiekader weergegeven, scherpgesteld (Gezichtsdetectie voor AF) en de belichting gecorrigeerd
Gezichtsdetectiekader
(Gezichtsdetectie voor belichting).
Als het onderwerp in het gezichtsdetectiekader beweegt, beweegt het kader mee en verandert het bij het volgen van het gezicht van grootte.
61
3
De functie Gezichtsdetectie kan maximaal 16 gezichten detecteren.
Wanneer meerdere gezichten worden gedetecteerd, wordt een geel scherpstelkader over het belangrijkste gezicht geprojecteerd en witte kaders over de andere gezichten.
De standaardinstelling is [Aan]. U kunt overschakelen naar de functie Smile
Capture, die de sluiter automatisch ontspant als het onderwerp glimlacht. Zie
“De functie Gezichtsdetectie in- en uitschakelen” (p.82) voor details.
Wanneer meerdere gezichten worden gedetecteerd
Hoofdkader Wit kader
Automatisch opnamen maken (Automatische opnamestand)
1 Selecteer b (Autom. opname) in het opnamepalet met
de vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
De stand b wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
3 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De geselecteerde opnamestand wordt linksboven in het scherm weergegeven.
Standaard
Portret
Kaarslicht
Portret×
Tegenlicht
Groepsfoto
Nachtopname
Portret bij nacht
Blauwe hemel
Zonsondergang
Tekst
Landschap
Bloemen
Portret×Blauwe hemel
Portret×
Zonsondergang
62
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
4 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
In de stand b gelden de volgende beperkingen:
• [Gezichtsdetectie] kan niet worden ingesteld op [Uit].
• Het AF-veld staat vast op J (Meervoudig).
• De stand (Bloemen) kunt u niet selecteren bij gebruik van digitale zoom of intelligente zoom.
• Als u de stand (Portret bij nacht) selecteert bij de flitsinstelling ,
(Auto), verandert de flitsstand automatisch in d
(Flitser+AntiRodeOgen) wanneer de camera een gezicht detecteert en vaststelt dat moet worden geflitst.
3
Opnamen maken in de Aangepaste instellingen
(Programmafunctie)
1 Selecteer R (Programma) in het opnamepalet met de
vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
De stand R wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
3 Wijs de instellingen naar behoefte.
Zie “De opnamestanden instellen” (p.73 - p.86) voor meer informatie
over het instellen van de functies.
4 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
5 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
63
3
Opnamen maken in de basisfunctie
(Groene modus)
In de 9 (Groene) modus kunt u gemakkelijk opnamen maken met de standaardinstellingen, onafhankelijk van de instellingen in het menu
[A Opnemen].
De instellingen van de stand 9 worden hierna aangegeven.
Flitsinstelling
Transportstand
, (Auto)
9 (Standaard)
Focusinst.
= (Standaard)
Informatieweergave Normaal
Resolutie
Witbalans
AF-veld m
F
J
(Auto)
(meervoudig scherpstelpunt)
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Auto
±0.0
Gezichtsdetectie Aan
Digitale zoom O (Aan)
Scherpte G (normaal)
Kleurverzadiging G (normaal)
Contrast G (normaal)
Datumafdruk Uit
1 Druk in de stand A op de
Groene toets.
De stand 9 wordt geactiveerd.
Druk nogmaals op de Groene toets om terug te gaan naar de stand die
actief was voordat 9 werd geselecteerd.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
2 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
3 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
64
• De stand 9 is alleen beschikbaar wanneer u deze toewijst aan de
Groene toets bij [Groene toets] in het menu [A Opnemen] (p.86).
Standaard is de stand 9 toegewezen aan de Groene toets.
• In de stand 9 kunt u de informatie op het scherm niet wijzigen door op de knop 4 te drukken.
• Als u op de knop 3 drukt in de stand 9, wordt het menu
[W Instelling] weergegeven. De menu’s [A Opnemen] en [C Video] kunnen niet worden weergegeven.
• Als de camera wordt uitgeschakeld in de stand 9, is 9 weer actief wanneer de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
3
65
3
Werken met de zoom
Met de zoom kunt u het opnamegebied wijzigen.
1 Druk in de stand A op de
Zoomknop.
Rechts (T) Tele Vergroot het onderwerp.
Links (W) Groothoek Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
Wanneer u de knop naar rechts blijft drukken (T), schakelt de camera
Zoomfactor
Scherpstelbereik
(alleen bij inzoomen) automatisch over van optische zoom naar Intelligente zoom. Er wordt
Zoombalk gestopt op het punt waar de zoom overschakelt naar digitale zoom.
Als u de knop loslaat en er opnieuw tegen drukt, wordt overgeschakeld naar digitale zoom.
De zoombalk wordt als volgt weergegeven.
Inzoomen met hoge beeldkwaliteit.
Inzoomen met enig verlies van beeldkwaliteit.
Bereik van optische zoom *1 Bereik van intelligente zoom *2
Bereik van digitale zoom
*1 U kunt maximaal 5× optisch inzoomen.
*2 Het bereik van de intelligente zoom is afhankelijk van de resolutie.
Zie de volgende tabel.
66
Resolutie en maximale zoomfactor
Resolutie m
Intelligente zoom
Niet beschikbaar (alleen 5× optische zoom) n /o Niet beschikbaar (alleen 5× optische zoom)
6 Ca. 7,5× h m
Ca. 12,0×
Ca. 36,0× (zelfde als digitale zoom)
Digitale zoom
Komt overeen met ca. 36,0×
• Het verdient aanbeveling een statief of een andere steun te gebruiken om camerabewegingen te voorkomen bij het maken van opnamen met een sterke zoomfactor.
• Foto’s die worden gemaakt met de digitale zoom, zien er korreliger uit dan foto’s die worden gemaakt met de optische zoom.
• Intelligente Zoom is niet beschikbaar onder de volgende omstandigheden:
- Als de resolutie wordt ingesteld op m/n/o (5× optische zoom beschikbaar)
- In de stand c (Digital SR)
- Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op 3200 of 6400
• De met intelligente zoom uitvergrote opname kan er op het scherm ruw uitzien. Dat heeft geen gevolgen voor de kwaliteit van de opname.
• Alleen digitale zoom is beschikbaar bij het opnemen van een film.
• Het scherpstelbereik wordt niet weergegeven wanneer de focusinstelling op 3/s staat, wanneer de opnamestand op S
(Vuurwerk) staat of tijdens het opnemen van een film.
3
Digitale zoom instellen
Standaard is de digitale zoom ingesteld op O (Aan). Als u bij het maken van opnamen alleen de optische zoom en intelligente zoom wilt gebruiken, stelt u de digitale zoom in op P (Uit).
1 Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2 Selecteer [Digitale zoom] met de vierwegbesturing
(23).
67
3
3 Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
O Digitale zoom wordt gebruikt
P Alleen optische zoom en intelligente zoom worden gebruikt
Opnemen
Groene toets
Contrast
Einde
4 Druk op de knop 3.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
De instelling van de digitale zoomfunctie opslaan 1p.90
2/3
Opnamen maken van uw huisdier (Huisdier)
Met H (Huisdier) kunt u de camera scherpgesteld houden op een bewegend huisdier en de kleur van de vacht kiezen terwijl u de opname maakt. Kies het gewenste pictogram op basis van de kleur van uw huisdier
(neigend naar zwart, wit of er tussenin).
1 Selecteer H (Huisdier) in het opnamepalet met de
vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van de stand H wordt weergegeven.
3 Selecteer H, K , K, L, M of
M met de vierwegbesturing
(23).
Er zijn twee soorten pictogrammen: een pictogram in de vorm van een hond en een pictogram in de vorm van een kat. Uw keuze voor hond of kat is niet van invloed op de resulterende opname, dus kunt u elk willekeurig pictogram kiezen. Kies een pictogram (wit, grijs of zwart) waarvan de kleur het best past bij de kleur van de vacht van uw huisdier.
68
4 Druk op de knop 4.
Het geselecteerde pictogram verschijnt en de camera keert terug naar de opnamestand. De camera volgt het onderwerp en blijft hierop scherpstellen.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
5 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Opnamen voorzien van een kader
(Beeldinkadering)
In de stand N (Beeldinkadering) kunt u foto’s maken met behulp van de kaders die in de camera zijn opgeslagen.
1 Selecteer N (Beeld inkadering) in het opnamepalet
met de vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van het kader verschijnt, waarin 12 kaders zijn weergegeven.
3 Kies het gewenste kader met de vierwegbesturing
(2345).
3
4 Druk de zoomknop naar rechts (T).
Het geselecteerde kader verschijnt in de enkelbeeldsweergave.
U kunt op een van de volgende manieren een ander kader kiezen.
Vierwegbesturing (45) Druk hierop om een ander kader te kiezen.
Zoomknop naar links (W) Terug naar de weergave van 12 kaders op het kaderselectiescherm, zodat u vervolgens een ander kader kunt kiezen, zoals in stap 3.
69
3
5 Druk op de knop 4.
Het ingekaderde beeld verschijnt op het scherm.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
6 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
7 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• De resolutie wordt vast ingesteld op h voor de verhoudingsfactor 4:3 en h voor de verhouding 16:9.
• Er kunnen geen kaders worden toegevoegd aan films.
• Standaard zijn er drie kaders ingebouwd in de camera. Deze kaders worden niet gewist, zelfs niet als het ingebouwde geheugen wordt geformatteerd.
• De cd-rom die is meegeleverd met de camera bevat optionele kaders.
U kunt de kaders in het ingebouwde geheugen opslaan door de
bestanden van de cd-rom te kopiëren (p.119).
Een decoratief kader om een opname plaatsen 1p.117
Opnamen maken van tekst (Tekst)
Met de stand c (Tekst) kunt u scherpe opnamen maken van geschreven tekst. Dat kan van pas komen bij het maken van een digitale kopie van een belangrijk document of het verbeteren van de leesbaarheid van tekst met kleine lettertjes.
c Kleur d Neg. kleur c Zwart-wit d Neg. zwart-wit
De oorspronkelijke kleur van de tekst blijft behouden.
De tekstkleuren worden omgekeerd.
Gekleurde tekst wordt omgezet in zwart-wit.
Gekleurde tekst wordt omgezet in witte tekst op een zwarte ondergrond.
70
1 Selecteer c (Tekst) in het opnamepalet met de
vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het keuzescherm c verschijnt.
3 Selecteer c , d , c of d met de vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
Het geselecteerde pictogram verschijnt en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert en c (Kleur) is geselecteerd, dan wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het
5 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
6 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
3
Foto’s maken met het miniatuur-/HDR-filter
In de filterstand o (Miniatuur)/p (HDR) kunt u indrukwekkende foto’s maken met behulp van het filter.
o Miniatuurfilter
Voor opnamen die uw onderwerp weergeven in miniatuur.
De resolutie wordt vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9.
Voor opnamen met een HDR-effect.
p HDR-filter
1 Selecteer o (Miniatuur) of p (HDR) in het
opnamepalet met de vierwegbesturing (2345).
71
3
2 Druk op de knop 4.
Als de stand o is geselecteerd, wordt het scherm weergegeven voor het selecteren van het gebied dat u onscherp wilt maken.
Als de stand p is geselecteerd, gaat u verder met stap 5.
3 Selecteer een optie met de
vierwegbesturing (45).
Selecteer het deel dat u onscherp wilt maken
Hiermee wordt scherpgesteld op de onderkant van de foto en wordt de bovenkant onscherp weergegeven.
Hiermee wordt scherpgesteld op het midden van de foto en worden de boven- en onderkant onscherp weergegeven.
Hiermee wordt scherpgesteld op de bovenkant van de foto en wordt de onderkant onscherp weergegeven.
4 Druk op de knop 4.
De stand o of p wordt geselecteerd en de camera keert terug naar de opnamestand.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie Gezichtsdetectie
geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader (p.61).
5 Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het scherpstelkader op het scherm wordt groen wanneer de camera het onderwerp scherpstelt op de juiste afstand.
6 Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
De opnamen verwerken met behulp van het miniatuur-/HDR-filter 1 p.111
72
De opnamestanden instellen
De flitsinstelling selecteren
, a b
Auto
Flitser uit
Flitser aan d Flitser+AntiRodeOgen
Afhankelijk van de lichtomstandigheden gaat de flitser automatisch af. Als u de functie Gezichtsdetectie gebruikt, wordt de flitsinstelling automatisch ingesteld op d.
De flitser gaat niet af, ongeacht de lichtomstandigheden.
Deze functie is bedoeld voor het maken van opnamen op plaatsen waar flitsfotografie verboden is.
De flitser gaat altijd af, ongeacht de lichtomstandigheden.
Deze instelling zorgt voor vermindering van het rodeogeneffect dat optreedt doordat het flitslicht wordt weerkaatst in de ogen van het onderwerp. De flitser gaat altijd af, ongeacht de lichtomstandigheden. Voordat er echt wordt geflitst, gaat een extra flits af.
• De flitsinstelling is vast ingesteld op a onder de volgende omstandigheden:
- als S (Vuurwerk) is geselecteerd als opnamestand
- tijdens het opnemen van een film
- als j (Continue opname) of q (Continue opname snel) is geselecteerd als transportstand
- als s (Oneindig) is geselecteerd als scherpstelstand
• In de 9 (Groene) modus kunt u alleen , of a selecteren.
• In de stand A (Nachtopname) kunt u , niet selecteren.
3
Gebruik van de flitser bij het maken van opnamen van dichtbij kan een onregelmatige spreiding van het licht opleveren.
1 Druk in de stand A op de
vierwegbesturing (4).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
Bij elke druk op de knop verandert de flitsinstelling. U kunt de instelling ook wijzigen met de vierwegbesturing
(23).
Flitsinstelling
Auto
73
3
2 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Informatie over het verschijnsel rode ogen
Als u de flitser gebruikt bij het maken van opnamen, kunnen de ogen van het onderwerp in de opname rood zijn. Dit verschijnsel treedt op wanneer het flitslicht wordt weerkaatst in de ogen van het onderwerp. Het kan worden verminderd door de omgeving van het onderwerp te verlichten of door dichter bij het onderwerp te komen en uit te zoomen naar een groothoekstand. Ook het instellen van de flits op d is een effectieve manier om het verschijnsel tegen te gaan.
Als de ogen van het onderwerp ondanks dergelijke voorzorgsmaatregelen toch
rood zijn, kunt u dit corrigeren met de rode-ogenreductie (p.116).
De flitsinstelling opslaan 1p.90
De transportstand selecteren
g Zelfontspanner
Z 2 s Zelfontspanner j q
Continue opname
Continue opname snel
Deze functie biedt de mogelijkheid een groepsfoto te maken waar u zelf op staat. Ongeveer tien seconden nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Gebruik deze stand om camerabewegingen te voorkomen. Ongeveer twee seconden nadat u de ontspanknop hebt ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Elke keer dat er een opname wordt gemaakt, wordt de opname opgeslagen in het geheugen voordat de volgende opname wordt gemaakt. Hoe hoger de opnamekwaliteit, des te langer de tussenpozen tussen de opnamen.
U kunt continuopnamen blijven maken totdat de SDgeheugenkaart of het interne geheugen vol is.
De resolutie wordt vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9.
1 Druk in de stand A op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
Bij elke druk op de knop verandert de transportstand. U kunt de stand ook wijzigen met de vierwegbesturing (45).
Als u Z wilt selecteren, druk dan op de vierwegbesturing (3) nadat u g hebt gekozen en gebruik vervolgens de vierwegbesturing (45).
74
2 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
Transportstand
Zelfontspanner
• De scherpstelling kan worden bemoeilijkt als u de camera beweegt terwijl de LED van de zelfontspanner knippert bij het fotograferen.
• De flitser gaat niet af in de stand j of q.
• In de volgende standen kunt u j of q niet selecteren.
9 (Groen), S (Vuurwerk), N (Beeld inkadering), o
(Miniatuurfilter) of p (HDR-filter) of bij het opnemen van een video.
• Digitale zoom en Intelligente zoom zijn niet beschikbaar in de stand q.
• Bij films met de zelfontspanner begint het opnemen tien seconden of twee seconden nadat de videoknop is ingedrukt.
• Druk de ontspanknop tot halverwege in terwijl de zelfontspanner is geactiveerd om het terugtellen te stoppen. Druk de ontspanknop helemaal in om het terugtellen te hervatten.
• Z kan niet worden geselecteerd terwijl 9 (Groene) modus de standaardinstelling is. Deze optie kan echter wel worden geselecteerd als u eerst Z kiest in een andere opnamestand en vervolgens overschakelt naar de opnamestand 9.
• In de stand j of q variëren het aantal opnamen dat achter elkaar kan worden gemaakt en het aantal beelden per seconde al naar gelang de opnameomstandigheden.
• In de stand j of q worden de scherpstelling, belichting en witbalans vastgehouden in het geheugen (vergrendeld) bij het maken van de eerste opname.
• Als [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Aan] (p.61) in de stand j of q,
werkt deze functie alleen voor de eerste opname.
• Als j of q is geselecteerd als transportstand in b (Autom. opname), worden de opnamen achter elkaar gemaakt in de opnamestand die voor de eerste opname is geselecteerd.
3
75
De scherpstelstand selecteren
3
= Standaard q Macro r Super Macro
3 Pan-focus s Oneindig
Gebruik deze instelling wanneer de afstand tot het onderwerp 40 cm of meer is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Als het onderwerp zich dicht bij de camera bevindt, wordt de functie Auto-Macro geactiveerd en wordt q weergegeven op het scherm.
Deze instelling wordt gebruikt wanneer de afstand tot het onderwerp circa 10 cm tot 50 cm is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Deze stand wordt gebruikt wanneer de afstand tot het onderwerp circa 5 cm tot 20 cm is. Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het autofocusgebied.
Deze instelling wordt gebruikt wanneer u iemand anders vraagt om opnamen voor u te maken of wanneer u landschapsopnamen maakt vanuit een rijdende auto of trein. De opnamen wordt van voor tot achter scherp.
Met deze functie kunt u opnamen maken van voorwerpen in de verte. De flitser is ingesteld op a (Flitser uit).
1 Druk in de stand A op de
vierwegbesturing (5).
Het scherm [Focusinst.] verschijnt.
Bij elke druk op de knop verandert de scherpstelstand. U kunt de instelling ook wijzigen met de vierwegbesturing (23).
Focusinst.
Standaard
2 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
• In de 9 (Groene) modus kunt u alleen =, q en 3 selecteren.
• De scherpstelstand is vast ingesteld op s in de stand S (Vuurwerk).
• Als bij het maken van opnamen in de stand q het onderwerp verder weg is dan 50 cm, stelt de camera automatisch scherp op
(Oneindig). Als u dan de ontspanknop helemaal indrukt, kunt u toch een opname maken, ook als er niet is scherpgesteld.
De instelling van de scherpstelstand opslaan 1p.90
76
Het menu [A Opnemen] instellen
U stelt de belangrijkste opnamefuncties in door elke functie te kiezen in het menu [A Opnemen]. Raadpleeg voor het wijzigen van de instellingen de uitleg bij de verschillende functies.
1 Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2 Selecteer een item en wijzig de instelling ervan met de
vierwegbesturing (23).
3 Druk op de knop 3 nadat u de instelling hebt gewijzigd.
Het scherm van de stand A wordt weergegeven. De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
3
Het AF-veld instellen
U kunt het autofocusveld wijzigen (AF-veld).
J Meervoudig
K Spotmeting
W
Automatisch meevolgende AF
Normaal autofocusveld
Het autofocusveld wordt kleiner.
Houdt bewegende objecten scherp.
1 Selecteer [AF-veld] in het menu [A Opnemen] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Wijzig met de vierwegbesturing (23) de instelling van het AF-veld.
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
In de standen 9 (Groen), b (Autom. opname) en S (Vuurwerk) is het
AF-veld vast ingesteld op J.
77
3
De resolutie selecteren
Voor foto’s kunt u kiezen uit zes instellingen voor resolutie.
Hoe groter de resolutie, des te scherper de details wanneer u de opname afdrukt. Omdat de kwaliteit van de afgedrukte opname ook afhangt van de opnamekwaliteit, de belichtingsregeling, de resolutie van de printer en andere factoren, hoeft u niet meer dan het benodigde aantal opnamepixels te selecteren. Hoe groter het aantal pixels, hoe groter de opname en daarmee ook het bestand.
In de tabel hierna kunt u zien welke instelling de beste is voor het beoogde doel.
Resolutie m 4608×3456 n 3456×3456 o 4608×2592
6 3072×2304
Beoogd doel
Voor het afdrukken van foto’s met hoge kwaliteit of opnamen op A4-formaat of groter, of voor het bewerken van opnamen op een computer.
Voor het maken van afdrukken op ansichtkaartformaat.
h 1920×1080 m 640×480
Voor plaatsing op een website of meezenden met een e-mail.
De standaardinstelling is o.
Als u m, 6 of m selecteert, is de verhoudingsfactor van de opname
4:3 en het monitorbeeld voor opnemen en weergeven is zoals rechts hiernaast wordt getoond.
78
1 Selecteer [Resolutie] in het menu [A Opnemen] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Wijzig de resolutie met de vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
• De resolutie in de stand 9 (Groen) is vast ingesteld op m.
• De resolutie in de stand N (Beeld inkadering) wordt vast ingesteld op h voor de verhoudingsfactor 4:3 en h voor de verhouding 16:9.
• De resolutie in de stand o (Miniatuurfilter), c (Digital SR) of q
(Continue opname snel) is vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9.
Compenseren voor belichting
(Belichtingscorrectie)
U kunt de algehele helderheid van de opname aanpassen.
Met deze functie kunt u opzettelijk over- of onderbelichte opnamen maken.
1 Selecteer [Belicht. corr.] in het menu [A Opnemen] met
de vierwegbesturing (23).
2 Selecteer de LW-waarde met de vierwegbesturing
(45).
Kies een positieve (+) waarde voor lichte opnamen. Kies een negatieve (-) waarde voor donkere opnamen.
U kunt een belichtingscorrectiewaarde kiezen tussen –2,0 en +2,0 LW in stappen van 1/3 LW.
• Als het histogram wordt weergegeven in de opnamestand of
weergavestand, kunt u de belichting controleren (p.26).
• U kunt de functie Belicht. corr. niet gebruiken in de 9 (Groene) of b
(Autom. opname) modus.
• Als u de instelling [Belicht. corr.] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de Groene toets (p.86).
3
De instelling van de belichtingscorrectiewaarde opslaan 1p.90
79
3
De witbalans aanpassen
U kunt opnamen maken met natuurlijke kleuren door de witbalans aan te passen aan de lichtomstandigheden van het opnametijdstip.
F Auto De camera past de witbalans automatisch aan.
G Daglicht Gebruik deze functie bij het maken van buitenopnamen in de zon.
H Schaduw
Gebruik deze functie bij het maken van buitenopnamen in de schaduw.
I
J
K
Lamplicht
Neonlicht
Handmatig
Gebruik deze functie voor het maken van opnamen onder gloeilamp- of halogeenlicht.
Gebruik deze functie voor het maken van opnamen onder
TL-licht.
Gebruik deze functie wanneer u de witbalans handmatig wilt aanpassen.
• Geef een andere instelling op voor de witbalans als u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn genomen met
[Witbalans] op F.
• Of de instelling voor de witbalans wordt aangepast, is afhankelijk van
1 Selecteer [Witbalans] in het menu [A Opnemen] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
3 Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (23).
Telkens wanneer u op de vierwegbesturing (23) drukt, kunt u het resultaat van de geselecteerde witbalansinstelling op de voorbeeldopname zien.
Witbalans
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
80
64
100
200
400
800
1600
3200
6400
Als u de instelling [Witbalans] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de Groene toets (p.86).
De instelling van de witbalans opslaan 1p.90
De witbalans handmatig aanpassen
Zorg dat u een leeg vel wit papier of vergelijkbaar materiaal bij de hand hebt.
1 Gebruik in het scherm [Witbalans] de vierwegbesturing
(23) om K (Handmatig) te selecteren.
2 Richt de camera op het lege vel papier of ander materiaal, zodat dit het kader in het midden van het scherm vult.
3 Druk de ontspanknop helemaal in.
De witbalans wordt automatisch aangepast.
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen en het menu [A Opnemen] verschijnt opnieuw.
3
De gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid selecteren op basis van het omgevingslicht.
Bij een lagere gevoeligheid wordt de opname scherper met minder ruis. Bij weinig licht wordt de sluitertijd langer.
Bij een hogere gevoeligheid is er een relatief korte sluitertijd bij slechte lichtomstandigheden, zodat bewegingen van de camera slechts een beperkte invloed op de opnamekwaliteit hebben. Opnamen kunnen echter wel ruis (vlekken) bevatten.
81
3
1 Selecteer [Gevoeligheid] in het menu [A Opnemen]
met de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Wijzig de gevoeligheid met de vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
• De gevoeligheid wordt automatisch ingesteld op 3200 of 6400 en de resolutie wordt vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en
1 voor de verhouding 16:9.
• In de stand 9 (Groen) is alleen [Auto] (gevoeligheid 64 - 800) beschikbaar.
• In de stand c (Digital SR) is alleen [Auto] (gevoeligheid 64 - 6400) beschikbaar.
• Bij het opnemen van een video is alleen [Auto] (gevoeligheid
512 - 4800) beschikbaar.
• In de stand S (Vuurwerk) is de gevoeligheid vast ingesteld op de minimumwaarde.
• Wanneer q (Continue opname snel) is geselecteerd als transportstand, is alleen [Auto] (gevoeligheid 256 - 1600) beschikbaar.
• Als u de instelling [Gevoeligheid] vaak wijzigt, kunt u tijd besparen door
deze toe te wijzen aan de Groene toets (p.86).
De instelling voor gevoeligheid opslaan 1p.90
De functie Gezichtsdetectie in- en uitschakelen
De functie Gezichtsdetectie ziet waar er gezichten zijn in het kader en op basis daarvan worden vervolgens automatisch de scherpstelling en belichting ingesteld. U kunt de functie zo instellen dat de sluiter automatisch wordt geopend wanneer een of meer onderwerpen lachen.
De standaardinstelling van [Gezichtsdetectie] is [Aan].
1 Selecteer [Gezichtsdetectie] in het menu [A Opnemen]
met de vierwegbesturing (23).
82
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer een optie met de vierwegbesturing (23).
Aan
Smile
Uit
De camera detecteert het gezicht van een persoon.
De camera ontspant automatisch de sluiter als uw onderwerp glimlacht.
De camera detecteert niet het gezicht van een persoon.
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Het pictogram Gezichtsdetectie verschijnt op het scherm.
I Als [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Aan]
J Als [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Smile]
• Gezichtsdetectie voor AF en belichting werken mogelijk niet als het onderwerp een zonnebril op heeft, als het gezicht deels bedekt is of als het onderwerp niet naar de camera kijkt.
• Als de camera het gezicht van het onderwerp niet detecteert, stelt de camera scherp met de instelling die op dat moment is geselecteerd bij
[AF-veld].
• Als de [Gezichtsdetectie] is ingesteld op [Smile], wordt de sluiter mogelijk niet automatisch ontspannen, omdat de functie Smile
Capture onder bepaalde omstandigheden niet werkt, bijvoorbeeld wanneer het gedetecteerde gezicht te klein is. Als dat gebeurt, drukt u op de ontspanknop om de sluiter te ontspannen.
• [Gezichtsdetectie] kan niet worden ingesteld op [Uit] in stand b
(Autom. opname), c (Portret), B (Portret bij nacht),d (Huidtint naturel) en R (Kinderen).
• [Gezichtsdetectie] wordt automatisch ingesteld op [Aan] in stand 9
(Groen), b (Autom. opname), c (Portret), B (Portret bij nacht), d
(Huidtint naturel) en R (Kinderen). Als u vanuit een van deze standen overschakelt naar een andere stand, wordt de instelling voor
Gezichtsdetectie die eerder in die stand actief was, hersteld.
• Bij films wordt de functie Gezichtsdetectie geactiveerd voordat de opname wordt gestart. Het kader voor gezichtsdetectie wordt niet weergegeven tijdens het opnemen van een film.
3
83
3
De opnamescherpte instellen (Scherpte)
U kunt een opname scherpe of zachte contouren geven.
1 Selecteer [Scherpte] in het menu [A Opnemen] met de
vierwegbesturing (23).
2 Verander het scherpteniveau met de vierwegbesturing
(45).
F Zacht
G Normaal
H Scherp
De kleurverzadiging instellen (Kleurverzadiging)
U kunt de kleurverzadiging instellen.
1 Selecteer [Kleurverzadiging] in het menu [A Opnemen]
met de vierwegbesturing (23).
2 Wijzig het verzadigingsniveau met de vierwegbesturing
(45).
F Laag
G Normaal
H Hoog
84
Het opnamecontrast instellen (Contrast)
U kunt het niveau van het opnamecontrast instellen.
1 Selecteer [Contrast] in het menu [A Opnemen] met de
vierwegbesturing (23).
2 Wijzig het contrastniveau met de vierwegbesturing
(45).
F Laag
G Normaal
H Hoog
De functie Datumafdruk instellen
U kunt ervoor kiezen om tijdens het maken van opnamen de datum en/ of tijd op de opname af te drukken.
1 Selecteer [Datumafdruk] in het menu [A Opnemen] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Gebruik de vierwegbesturing (23) om de details van de datumafdruk te selecteren.
Kies tussen [Datum], [Datum&tijd], [Tijd] en [Uit].
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
3
• De datum en/of tijd kunnen achteraf niet worden verwijderd.
• Let erop dat als de printer of de beeldbewerkingssoftware zo ingesteld is dat de datum wordt afgedrukt en de opnamen die u op een printer wilt afdrukken al een datum- en/of tijdafdruk hebben, er dan een overlapping kan plaatsvinden van de datum/tijdafdruk.
• O verschijnt op het scherm in de stand A wanneer [Datumafdruk] is ingesteld.
• Voor de datum en/of tijd op de foto wordt de notatie gebruikt die is
ingesteld met het scherm [Datum instellen] (p.42).
Een specifieke functie oproepen
U kunt een functie toewijzen aan de Groene toets. Deze verschijnt wanneer u op de Groene toets drukt. Hiermee kunt u tijd besparen bij het kiezen van veelgebruikte functies.
De volgende functies kunnen worden toegewezen aan de Groene toets:
• 9 (Groene) modus
• Witbalans
• Gevoeligheid
• Belicht. corr.
85
• U kunt de Groene toets terugzetten op de standaardwaarde door
[Reset] te selecteren in het menu [W Instelling].
• Andere functies dan de stand 9 (Groen) kunnen op de normale manier worden ingesteld in het menu [A Opnemen].
• Hoewel u een functie kunt activeren door deze toe te wijzen aan de
Groene toets of door de functie te selecteren in het menu [A
Opnemen], kunt u niet verschillende instellingen voor elk geval opslaan.
3
Een functie toewijzen aan de Groene toets
1 Selecteer [Groene toets] in het menu [A Opnemen] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer de functie die u wilt toewijzen met de
vierwegbesturing (23) en druk op de knop 4.
4 Druk op de knop 3.
De geselecteerde functie is nu toegewezen aan de Groene toets.
Werken met de Groene toets
1 Druk in de stand A op de Groene toets.
De functie die is toegewezen aan de Groene toets wordt opgeroepen.
2 Wijzig de instelling met de
vierwegbesturing (45) en
druk op de knop 4.
De camera gaat terug naar de opnamestand.
Opnamen maken in de basisfunctie (Groene modus) 1p.64
Als er een andere functie dan de stand 9 (Groen) is toegewezen aan de Groene toets, verschijnt het oorspronkelijke scherm weer wanneer er binnen één minuut nadat op de Groene toets is gedrukt, geen handeling wordt verricht.
86
Video-opnamen maken
Een video-opname maken
Met deze functie kunt u video-opnamen maken. Hierbij wordt gelijktijdig geluid opgenomen.
Ontspanknop
Zoomknop
Videoknop
Vierwegbesturing
Knop 4
3
1 Wijs met de camera naar uw onderwerp in de stand A.
Als de camera een gezicht detecteert, wordt de functie
Gezichtsdetectie geactiveerd en verschijnt het gezichtsdetectiekader
(p.61). (Het kader verdwijnt zodra de opname wordt gestart.)
2 Druk op de videoknop.
De camera stelt automatisch scherp op het onderwerp en compenseert de belichting. De opname start.
U kunt opnemen totdat de SD-geheugenkaart of het interne geheugen vol is, of het bestand van de opgenomen video een grootte bereikt van
2 GB.
De volgende informatie verschijnt op het scherm.
1 Filmstand
2 Instelling voor Movie SR
3 Resterende opnametijd
4 Opnemen (knippert)
1
2
3 4
87
3
U kunt het opnamegebied wijzigen met de Zoomknop.
Rechts (T) Vergroot het onderwerp.
Links (W) Verbreedt het opnamegebied dat de camera vastlegt.
3 Druk op de videoknop.
De opname stopt.
• De flitser gaat niet af bij het opnemen van een film.
• Het systeem voor automatische scherpstelling werkt niet bij het opnemen van een film.
• U kunt de optische zoom alleen voor het maken van de opname instellen, terwijl de digitale zoom ook tijdens het opnemen beschikbaar is.
• Het opnemen wordt niet gestart als een menuscherm wordt weergegeven of in de afspeelstand, zelfs niet als op de videoknop wordt gedrukt.
De videoknop ingedrukt houden
Als u de videoknop langer dan een seconde ingedrukt houdt, gaat het opnemen door zolang u de knop ingedrukt houdt. Het opnemen stopt zodra u de videoknop loslaat.
88
Het menu [C Video] instellen
1 Druk in de stand A op de knop 3.
Het menu [A Opnemen] verschijnt.
2 Druk op de vierwegbesturing (5) of druk de zoomknop naar rechts (T).
Het menu [C Video] wordt weergegeven.
3 Selecteer een item en wijzig de instelling ervan met de
vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 3 nadat u de instelling hebt gewijzigd.
Het scherm van de stand A wordt weergegeven. De instelling wordt opgeslagen en de camera gaat terug naar de opnamestand.
De resolutie voor video-opnamen selecteren
Voor video-opnamen kunt u kiezen uit de volgende resoluties.
Hoe groter het aantal opnamepixels, hoe scherper de details en hoe groter het bestand.
Instelling Resolutie Beeldteller
M
G
1280×720
640×480
30 fps
30 fps
Toepassing
Neemt beelden op in HDTV-formaat (16:9).
Bewegingen worden vloeiend opgenomen.
(Standaardinstelling)
Geschikt voor weergave van opnamen op een TV- of computerbeeldscherm. Bewegingen worden vloeiend opgenomen.
* De beeldsnelheid (fps, frames per second) is een aanduiding voor het aantal beeldjes per seconde.
1 Selecteer [Resolutie] in het menu [C Video] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer de resolutie met de vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
3
De functie Movie SR (Bewegingsreductie film) instellen
U kunt u met de functie Movie SR (Bewegingsreductie film) camerabeweging compenseren terwijl u een film opneemt.
1 Selecteer [Movie SR] in het menu [C Video] met de
vierwegbesturing (23).
2 Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
O Corrigeert camerabewegingen.
P Corrigeert camerabewegingen niet.
89
De instellingen opslaan (Geheugen)
3
De geheugenfunctie dient voor het opslaan van de camera-instellingen die gelden wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Bij sommige camera-instellingen is de geheugenfunctie altijd ingesteld op O (Aan) (de instellingen worden opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld), terwijl u voor andere O of P (Uit) kunt kiezen (kiezen of de instellingen al dan niet worden opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld). In de tabel hieronder wordt aangegeven welke onderdelen u in de geheugenfunctie op O of P kunt zetten. (Voor onderdelen die in de tabel niet staan vermeld, worden de geselecteerde instellingen altijd opgeslagen als de camera wordt uitgeschakeld.)
Als u O selecteert, worden de instellingen opgeslagen met de status die ze hebben op het moment dat de camera wordt uitgeschakeld. Als u P kiest, worden de standaardinstellingen hersteld bij uitschakeling van de camera. In de tabel hieronder wordt voor elk onderdeel tevens getoond of de standaardgeheugeninstelling O of P is.
Onderdeel
Flitsinstelling
Transportstand
Focusinst.
Zoomstand
Witbalans
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Digitale zoom
DISPLAY
Bestand
Beschrijving
De flitsinstelling die is ingesteld met de vierwegbesturing (4)
De transportstand die is ingesteld met de vierwegbesturing (2)
De scherpstelstand die is ingesteld met de vierwegbesturing (5)
De zoomstand die is ingesteld met de zoomknop
De instelling voor [Witbalans] in het menu
[A Opnemen]
De instelling voor [Gevoeligheid] in het menu
[A Opnemen]
De instelling voor [Belicht. corr.] in het menu [A Opnemen]
De instelling voor [Digitale zoom] in het menu
[A Opnemen]
Standaardinstelling
Pagina
O
P
P
P
P
P
P
O
P
De weergavefunctie van het scherm die wordt ingesteld met de knop 4
Als er een nieuwe SD-geheugenkaart wordt geplaatst terwijl O (Aan) is geselecteerd, wordt het eerstvolgende bestandsnummer toegewezen
P
O
—
90
1 Selecteer [Geheugen] in het menu [A Opnemen] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Geheugen] verschijnt.
3 Kies een item met de vierwegbesturing (23).
4 Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
3
91
Opnamen weergeven
Zoomknop
Q -knop
Vierwegbesturing
Knop 4
Groene/i toets
Knop 3
4
Foto’s weergeven
1 Druk na het maken van een
opname op de Q-knop.
De camera komt in de stand Q en de gemaakte opname verschijnt op het scherm (enkelbeeldsweergave).
Bestandsnummer
92
2 Druk op de vierwegbesturing (45).
De vorige of volgende opname verschijnt.
De weergegeven opname wissen
Druk op de knop i terwijl de opname wordt weergegeven om het scherm
Wissen op te roepen. Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing (2) en druk op de knop 4.
Wissen
Onderbreken
Voor informatie over andere wisprocedures 1p.101
Opna men weerg even en wissen
Video-opnamen weergeven
U kunt video-opnamen die u hebt gemaakt weergeven. Het opgenomen geluid wordt gelijktijdig weergegeven.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de film die u wilt weergeven.
2 Druk op de vierwegbesturing
(2).
De weergave begint.
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens weergave
Zoomknop naar rechts (y) Het volume verhogen.
Zoomknop naar links (f) Het volume verlagen.
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (5)
Weergave onderbreken.
Snel vooruit spoelen zolang op de knop wordt gedrukt.
Vierwegbesturing (4) Weergave tijdens terugspoelen.
Snel achteruit spoelen zolang op de knop wordt gedrukt.
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens pauze in de weergave
Vierwegbesturing (2)
Vierwegbesturing (5)
Vierwegbesturing (4)
Weergave hervatten.
Weergave van één beeld vooruit.
Weergave van één beeld terug.
3 Druk op de vierwegbesturing (3).
De weergave stopt.
4
93
4
Weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd
Zes-/twaalfbeeldsweergave
U kunt zes of twaalf miniaturen van opnamen tegelijk weergeven.
1 Druk in de stand Q de zoomknop naar links (f).
De zesbeeldsweergave verschijnt en bevat zes miniaturen. Druk de zoomknop opnieuw naar links (f) om over te schakelen op de twaalfbeeldsweergave.
U kunt pagina voor pagina steeds in
één keer zes of twaalf nieuwe opnamen oproepen.
1
Zesbeeldsweergave
2
Scheidingspunt van mappen
Kader
Verplaats het kader met de vierwegbesturing (2345). Als er meer opnamen zijn dan kunnen worden weergegeven, kunt u op de vierwegbesturing (24) drukken terwijl opname 1 is geselecteerd, om de vorige reeks opnamen weer te geven. Als u opname 2 selecteert en op de vierwegbesturing (35) drukt, wordt de volgende pagina weergegeven.
1
2
Twaalfbeeldsweergave
De pictogrammen die in de opnamen verschijnen, hebben de volgende betekenis:
(Geen pictogram) Foto
C Video-opname (het eerste beeld wordt weergegeven)
Druk op de knop 4 om alleen de geselecteerde opname weer te geven.
Druk op de knop Q om de stand A te activeren.
94
Mapweergave/Kalenderweergave
Druk in de twaalfbeeldsweergave de zoomknop naar links (f) om de mapweergave of de kalenderweergave te activeren. Druk op de Groene toets om te schakelen tussen de mapweergave en de kalenderweergave.
1 Druk in de stand Q de zoomknop drie keer naar
links (f).
De mapweergave of de kalenderweergave verschijnt.
Mapweergave
De mappenlijst met opgenomen beelden wordt weergegeven op het scherm.
Vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst het kader.
Zoomknop naar rechts (y)/
4 knop
Knop 3
Toont de opnamen in de geselecteerde map in de twaalfbeeldsweergave.
Keert terug naar de twaalfbeeldsweergave.
100
104
Kader
101 102 103
Kalenderweergave
Opnamen worden op datum weergegeven in kalendervorm.
De kalender laat een miniatuur zien van de eerste opname op die dag.
Vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst het kader.
Zoomknop naar rechts (y)
Toont de beelden die zijn opgenomen op de geselecteerde datum in de twaalfbeeldsweergave.
Knop 4 Toont de eerste opname die op de geselecteerde datum is gemaakt in de enkelbeeldsweergave.
Knop 3 Keert terug naar de twaalfbeeldsweergave.
Kader
11 22
99
33 44 55 66 77
4
95
4
Werken met de weergavefuncties
1 Druk op de vierwegbesturing (3) in de stand Q.
Het Weergavepalet wordt weergegeven.
2 Kies een weergavestand met de vierwegbesturing
(2345).
Onder de pictogrammen worden aanwijzingen voor de geselecteerde functie weergegeven.
Voor continue weergave.
Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar
Stop
3 Druk op de knop 4.
De geselecteerde weergavefunctie wordt opgeroepen.
Weergavepalet u s k o
Afspeelstand
Diavoorstelling
Beeldrotatie
Klein-gezichtfilter
Miniatuurfilter p
P
HDR-filter
Digitaal filter
N
Beeld inkadering
Beschrijving
Voor continue weergave. Scherm- of klankeffecten zijn instelbaar.
Roteert opgenomen beelden. Nuttig voor weergave van verticale beelden op TV.
Verkleint gezichten in opnamen, voor goed geproportioneerde portretten.
Het onderwerp wordt bewerkt om het weer te geven als miniatuur.
Het beeld wordt bewerkt tot een HDR-beeld.
Wijzigt beelden met een kleuren- of Soft-filter.
Plaatst een lijst rond het beeld. Kies Overschrijven of sla op als nieuw beeld.
Pagina
Bewaar als foto
Opslaan van één beeldje uit een video-opname als foto.
[
Video delen Een video-opname in twee delen splitsen.
Z
Rodeogenreductie
Vermindert rode ogen. Werkt mogelijk niet in alle lichtomstandigheden.
n Grootte wijzigen
Wijzigt de resolutie om het bestand kleiner te maken. p.108
o Uitsnijden
Snijdt beelden bij tot het gewenste formaat.
Opslaan als een nieuw beeld.
96
p Opname kopiëren
Z Beveiligen
Opnamen uitwisselen tussen intern geheugen en
SD-geheugenkaart.
Opnamen beschermen tegen verwijderen.
Formatteren verwijdert wel alles.
r
R
DPOF
Voor printinstellingen. Handig bij bestellen van afdrukken via printservice.
Opstart scherm
Voor het instellen van een beeld als opstartscherm. p.139
Diavoorstelling
U kunt opgeslagen opnamen doorlopend weergeven.
1 Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om de opname te selecteren waarmee u de diavoorstelling wilt beginnen.
2 Selecteer u (Diavoorstelling) in het weergavepalet met
de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het opgeven van instellingen voor de diavoorstelling wordt weergegeven.
4 Selecteer [Starten] met de
vierwegbesturing (23).
Beeldeffect
Geluidseffect
Starten
3sec
Vegen
4
5 Druk op de knop 4.
De diavoorstelling begint.
Wanneer u tijdens de diavoorstelling op de knop 4 drukt, wordt de diavoorstelling onderbroken. Druk nogmaals op de knop 4 om de diavoorstelling voort te zetten.
6 Druk op een andere knop dan de 4-knop.
De diavoorstelling stopt.
97
4
Instellingen voor de diavoorstelling
U kunt het weergave-interval instellen, maar ook een schermeffect en een geluidseffect voor de overgang van de ene opname naar de volgende.
1
Selecteer in stap 4 op p.97 [Interval] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer het interval met de vierwegbesturing (23) en
druk op de knop 4.
Kies tussen [3sec], [5sec], [10sec], [20sec] en [30sec].
4 Selecteer [Beeldeffect] met de vierwegbesturing (23).
5 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
6 Kies met de vierwegbesturing (23) het beeldeffect en
druk op 4.
Vegen De volgende opname schuift van links naar rechts over de vorige
Dambord De volgende opname verschijnt in vierkante mozaïekblokjes
98
Willekeur Willekeurig gebruik van diverse effecten
Uit Geen effect
7 Selecteer [Geluidseffect] met de vierwegbesturing (23).
8 Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
Behalve wanneer [Beeldeffect] is ingesteld op [Uit], kunt u O (Aan) of
P (Uit) kiezen voor het geluid dat wordt afgespeeld bij de overgang van de ene opname naar de volgende.
9 Selecteer [Starten] met de vierwegbesturing (23) en
druk op de knop 4.
De diavoorstelling start met het geselecteerde interval en effect.
• De diavoorstelling wordt vervolgd totdat u een andere knop dan de
4 indrukt.
• Video’s worden tot het einde afgespeeld voordat de volgende opname wordt weergegeven, ongeacht het ingestelde interval. Als u echter op de vierwegbesturing (5) drukt tijdens het afspelen van een video, springt de weergave naar de volgende opname.
• Wanneer [Willekeur] is geselecteerd als beeldeffect, ligt het interval vast en wordt het geluidseffect uitgeschakeld.
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur 1p.106
Een opname roteren
1 Druk na het maken van een opname op de Q-knop.
De opname verschijnt op het scherm.
2 Selecteer s (Beeldrotatie) in het weergavepalet met de
vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de rotatie (0°, rechts 90°, links 90° of
180°) verschijnt.
4 Kies de rotatierichting met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
De geroteerde opname wordt opgeslagen.
4
• Video-opnamen kunnen niet worden geroteerd.
• Beveiligde opnamen kunnen worden geroteerd, maar kunnen niet worden opgeslagen in geroteerde stand.
99
Zoomweergave
U kunt een opname maximaal tien keer zo groot maken.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt vergroten.
2 Druk de zoomknop naar rechts (y).
De opname wordt uitvergroot (×1,1 tot ×10). Als u de zoomknop naar rechts (y) blijft drukken, verandert de vergroting doorlopend.
4
Met behulp van het plusteken “+” in het hulpkader links onder op het scherm kunt u zien welk deel van de opname wordt uitvergroot.
Beschikbare bedieningshandelingen terwijl een opname is vergroot
Vierwegbesturing
(2345)
Zoomknop naar rechts (y)
Zoomknop naar links (f)
Verplaatst de positie die wordt vergroot.
Maakt de opname groter (max. ×10).
Maakt de opname kleiner (min. ×1,1).
Uitleg
3 Druk op de knop 4.
Op het scherm verschijnt weer de weergave van één opname.
Video-opnamen kunnen niet worden uitvergroot.
100
Opnamen wissen
U kunt opnamen wissen die u niet wilt bewaren.
Eén opname wissen
U kunt een afzonderlijke opname wissen.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd (p.103).
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt verwijderen.
2 Druk op de knop i.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
3 Selecteer [Wissen] met de
vierwegbesturing (23).
4
Wissen
Onderbreken
4 Druk op de knop 4.
De opname wordt verwijderd.
Geselecteerde opnamen wissen
U kunt meerdere geselecteerde opnamen tegelijk wissen vanuit de zes- of twaalfbeeldsweergave.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd (p.103).
1 Druk in de stand Q de zoomknop één of twee keer naar
links (f).
De zes- of twaalfbeeldsweergave verschijnt.
101
2 Druk op de knop i.
P verschijnt op de opnamen.
4
3 Kies de te wissen opnamen met de vierwegbesturing
(2345) en druk op de knop
4.
O verschijnt op de geselecteerde opnamen.
Als u een opname selecteert en de zoomknop naar rechts (y) drukt, verschijnt de geselecteerde opname in de enkelbeeldsweergave zolang u de knop in die stand houdt. Zo kunt u controleren of u de opname al dan niet wilt wissen. (Wanneer u de knop loslaat, verschijnt de zes-/twaalfbeeldsweergave.) In de enkelbeeldsweergave kunnen beveiligde opnamen echter niet worden weergegeven.
4 Druk op de knop i.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
5 Selecteer [Kiezen&wissen] met de vierwegbesturing
(23).
6 Druk op de knop 4.
De geselecteerde opnamen worden verwijderd.
Alle opnamen verwijderen
U kunt alle opnamen in één keer wissen.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd (p.103).
102
1 Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het menu [W Instelling] verschijnt.
2 Selecteer [Alles verwijderen] met de vierwegbesturing
(23).
3 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Alles verwijderen] verschijnt.
4 Selecteer [Alles verwijderen] met de vierwegbesturing
(23).
5 Druk op de knop 4.
Alle opnamen worden verwijderd.
4
Opnamen beschermen tegen verwijderen
(Beveiligen)
U kunt opgeslagen opnamen beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt beveiligen.
2 Selecteer Z (Beveiligen) in het weergavepalet met de
vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van [Enkel beeld] of [Alle Beelden] verschijnt.
4 Selecteer [Enkel beeld] met
de vierwegbesturing (23).
Enkel beeld
103
5 Druk op de knop 4.
Het bericht [Beveiligt deze opname] verschijnt.
Als u nog meer opnamen wilt beveiligen, selecteert u die opname met de vierwegbesturing (45).
6 Selecteer [Beveiligen] met de
vierwegbesturing (23).
Beveiligen
Beveiliging opheffen
Onderbreken
4
7 Druk op de knop 4.
De geselecteerde opname wordt beveiligd en het scherm uit stap 4 verschijnt weer.
Om nog meer opnamen te beveiligen herhaalt u stap 4 t/m 7.
Selecteer [Onderbreken] om het instellen van de beveiliging te verlaten.
• Selecteer [Beveiliging opheffen] in stap 6 om de beveiliging van een opname ongedaan te maken.
• Tijdens weergave wordt op de beveiligde opnamen Y weergegeven.
Alle beelden beveiligen
1 Selecteer [Alle Beelden] in
Alle Beelden
2 Druk op de knop 4.
104
3 Selecteer [Beveiligen] met de
vierwegbesturing (23).
Beveiligen
Beveiliging opheffen
Onderbreken
4 Druk op de knop 4.
Alle opnamen worden beveiligd en het scherm uit stap 1 verschijnt weer.
5 Selecteer [Onderbreken] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Het weergavepalet verschijnt weer.
Wanneer u de SD-geheugenkaart of het ingebouwde geheugen
formatteert (p.127), worden beveiligde opnamen verwijderd.
Selecteer [Beveiliging opheffen] in stap 3 om de beveiliging van alle opnamen ongedaan te maken.
4
105
4
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur
Met de optionele AV-kabel (I-AVC116) kunt u opnamen vastleggen en weergeven op apparatuur met een video-ingang, zoals een tv.
PC/AV-aansluiting
Externe ingang
VIDEO
AUDIO
(L) (R)
Geel Wit
106
1 Zet het AV-apparaat en de camera uit.
2 Draai de markering } op de AV-kabel in de richting van
de markering 4 op de camera en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
3 Sluit de andere uiteinden van de AV-kabel aan op de video- en audio-ingang van de AV-apparatuur.
Als u gebruikmaakt van stereoapparatuur, sluit de geluidsconnector dan aan op de L-ingang (wit).
4 Schakel de AV-apparatuur in.
Als het apparaat waarop de camera is aangesloten en het apparaat dat opnamen weergeeft niet dezelfde zijn, zet u beide apparaten aan.
Als opnamen worden weergegeven op audiovisuele apparatuur met verscheidene video-aansluitingen (zoals een tv), raadpleeg dan de bedieningshandleiding van het apparaat en selecteer de videoaansluiting waarop de camera is aangesloten.
5 Zet de camera aan.
• Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluid niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar gebruikte signaal. Mocht dit zich
voordoen, wijzig dan de instelling van het videosignaal (p.135).
• Het camerascherm wordt uitgeschakeld en het volume kan niet worden aangepast door de zoomknop in te drukken terwijl de camera is aangesloten op AV-apparatuur.
Bij aansluiting en weergave van opnamen op AV-apparatuur worden opnamegegevens met een normale schermresolutie uitgevoerd. Om in
HDTV films te bekijken die in de stand M zijn opgenomen, moet u de
gegevens overbrengen naar een computer en daarop afspelen (p.143).
4
107
Opnamen bewerken
5
De opnamegrootte wijzigen (Grootte wijzigen)
Door de resolutie van een geselecteerde opname te wijzigen, kunt u de bestandsgrootte verkleinen. U kunt deze functie gebruiken om opnamen te blijven maken wanneer de SD-geheugenkaart of het interne geheugen vol is, door de opnamen te verkleinen en de oorspronkelijke opnamen te overschrijven. Zo maakt u ruimte vrij op de kaart of in het geheugen.
• Opnamen die zijn gemaakt met de resolutie n/h/m en video-opnamen kunnen niet van formaat worden veranderd.
• U kunt geen hogere resolutie selecteren dan die van de originele opname.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname waarvan u de grootte wilt wijzigen.
2 Selecteer n (Formaat wijzigen) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het kiezen van de resolutie wordt geopend.
4 Wijzig de resolutie met de
vierwegbesturing (45).
Opna men bewer ken en afdruk ken
Resolutie
108
5 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
6 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
7 Druk op de knop 4.
De opname met het gewijzigde formaat wordt opgeslagen.
Opnamen uitsnijden
U kunt het ongewenste gedeelte van een opname verwijderen en de bijgesneden opname bewaren als een nieuwe opname.
Opnamen die zijn gemaakt met de resolutie n/h/m en videoopnamen kunnen niet worden bijgesneden.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bijsnijden.
2 Selecteer o (Uitsnijden) in het afspeelstandpalet met
de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het bijsnijden verschijnt.
Het maximale bereik voor het bijsnijden wordt op het scherm aangegeven met een groen kader. De bijgesneden afbeelding kan niet groter zijn dan dit bijsnijkader.
4 Selecteer het uitsnedegebied.
Wijzig de grootte en/of positie van het bijsnijkader met behulp van de volgende bewerkingen.
Zoomknop
Vierwegbesturing
(2345)
Hiermee wijzigt u de grootte van het bijsnijkader.
Verplaatst het bijsnijkader naar boven, naar beneden, naar links en naar rechts.
Groene toets Roteert het bijsnijkader.
• De knop wordt alleen weergegeven als het bijsnijkader kan worden geroteerd.
5
109
5 Druk op de knop 4.
De aangesneden opname wordt onder een nieuwe bestandsnaam opgeslagen.
Het aantal opnamepixels wordt automatisch geselecteerd op basis van de grootte van de bijgesneden opname.
5
Opnamen zodanig verwerken dat een gezicht kleiner lijkt
In opnamen wordt de grootte gereduceerd van de gezichten die tijdens
het opnemen zijn gedetecteerd met Gezichtsdetectie (p.61), zodat deze
kleiner lijken.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bewerken.
2 Selecteer k (Klein-gezichtfilter) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Nadat een gezichtsdetectiekader wordt weergegeven voor een gezicht dat kan worden gecorrigeerd, verschijnt het correctiescherm.
4 Gebruik de vierwegbesturing
(45) om de reductieverhouding te wijzigen.
F Circa 5%
G Circa 7%
H Circa 10%
5 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
110
6 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
7 Druk op de knop 4.
De camera keert terug naar de stand Q en de bewerkte opname wordt weergegeven.
In de volgende situaties kunt u opnamen mogelijk niet bewerken:
- Als de grootte van het opgenomen gezicht in relatie tot een opname te groot of te klein is
- Als het gezicht zich niet in het midden bevindt
Opnamen verwerken met het miniatuur-/HDRfilter
Met deze functie kunt u speciale bewerkingen uitvoeren op de geselecteerde opname.
o Miniatuurfilter p HDR-filter
Het onderwerp wordt bewerkt om het weer te geven als miniatuur.
De bewerkte opname wordt opgeslagen met een resolutie van f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9.
Opnamen met een grootte van f of kleiner met de verhoudingsfactor 4:3 en met een grootte van 1 of kleiner met de verhouding 16:9 kunnen niet worden bewerkt.
Het beeld wordt bewerkt tot een HDR-beeld.
5
Films en opnamen die met een andere camera zijn gemaakt kunnen niet worden verwerkt met de functie Miniatuur-/HDR-filter.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bewerken.
2 Selecteer o (Miniatuur) of p (HDR) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Als de stand o is geselecteerd, wordt het scherm weergegeven voor het selecteren van het gebied dat u onscherp wilt maken.
Als de stand p is geselecteerd, gaat u verder met stap 6.
111
5
4 Selecteer een optie met de
vierwegbesturing (45).
Hiermee wordt de opname zodanig verwerkt dat de bovenkant van het beeld vaag is als alleen de onderkant van de opname scherp is.
Hiermee wordt de opname zodanig verwerkt dat de boven- en onderkant van het beeld vaag zijn als alleen het midden van de opname scherp is.
Hiermee wordt de opname zodanig verwerkt dat de onderkant van het beeld vaag is als alleen de bovenkant van de opname scherp is.
5 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
6 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
7 Druk op de knop 4.
De camera keert terug naar de stand Q en de bewerkte opname wordt weergegeven.
112
Opnamen verwerken met de digitale filters
Met deze functie kunt u kleurtinten aanpassen en speciale bewerkingen uitvoeren op de geselecteerde opname.
Zwart-wit
Sepia
Speels
Retro
Kleur
Kleurextractie
Kleurverbetering
Soft
Helderheid
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een foto in zwart-wit.
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een foto in sepiatonen.
Bewerkt de opname tot een opname die eruitziet of ze gemaakt is met een speelgoedcamera.
Bewerkt de opname tot een opname die het uiterlijk heeft van een oude foto.
De opname wordt bewerkt met het geselecteerde kleurfilter. U kunt kiezen uit zes filters: rood, roze, paars, blauw, groen en geel.
Onttrekt alleen een specifieke kleur en bewerkt de rest van de opname tot zwart-wit. U kunt kiezen tussen drie filters: rood, groen en blauw.
Er zijn vier filters: Hemelsblauw/Frisgroen/Zachtroze/
Herfstbladeren.
Hiermee wordt de opname verwerkt tot een beeld met een algehele softfocus.
De helderheid van de opname aanpassen.
5
Films en opnamen die met een andere camera zijn gemaakt kunnen niet worden verwerkt met de functie Digitaal filter.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt bewerken.
2 Selecteer P (Digitaal filter) in het afspeelstandpalet
met de vierwegbesturing (2345).
113
5
3 Druk op de knop 4.
Het filterselectiescherm verschijnt.
1 Zwart-wit
2 Sepia
3 Speels
4 Retro
5 Kleur
6 Kleurextractie
7 Kleurverbetering
8 Soft
9 Helderheid
11
33
55
77
99
22
44
66
88
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
Een zwart-witfilter, sepia- of soft-filter selecteren
4 Selecteer een filter met de vierwegbesturing (
23
).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
5 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
6 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de vierwegbesturing (
23
).
7 Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
Een retrofilter, kleurfilter, kleurextractiefilter of kleurverbeteringsfilter selecteren
4 Selecteer een filter met de vierwegbesturing ( 23 ).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
114
5 Selecteer de kleur met de vierwegbesturing (
45
).
Telkens als u op de vierwegbesturing (5) drukt, wordt in onderstaande volgorde een van de kleurenfilters geselecteerd.
Retro
Kleur
Originele opname Amber Blauw
Rood Roze Paars Blauw Groen Geel
Kleurextractie Rood Groen Blauw
Kleurverbetering Hemelsblauw Frisgroen Zachtroze Herfstbladeren
6 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
7 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de vierwegbesturing (
23
).
8 Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
Een speelgoedcamera- of helderheidsfilter selecteren
4 Selecteer een filter met de vierwegbesturing (23).
Op het scherm verschijnt de voorbeeldweergave van het filtereffect.
5 Gebruik de vierwegbesturing (45) om de sterkte van het effect aan te passen.
Speels
Helderheid
Vierwegbesturing
(4)
Zwak
Donker
Standaardinstelling
Standaard
Standaard
Vierwegbesturing
(5)
Sterk
Helder
6 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
5
115
7 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
8 Druk op de knop 4.
De met het filter bewerkte opname wordt opgeslagen.
Ongewenste rode ogen verminderen
U kunt opnamen corrigeren waarop het onderwerp door het flitslicht rode ogen heeft gekregen.
De functie voor rode-ogenreductie is alleen beschikbaar voor fotoopnamen die met deze camera zijn gemaakt. De functie voor rodeogenreductie kan niet worden gebruikt voor films en voor opnamen waarop rode ogen niet met de camera kunnen worden gedetecteerd.
5
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de opname die u wilt corrigeren.
2 Selecteer Z (Rode-ogen reductie) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
4 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
5 Druk op de knop 4.
De bewerkte opname wordt opgeslagen.
116
Een kader toevoegen (Beeldinkadering)
Met deze functie kunt u een decoratief kader toevoegen aan foto’s. In de camera zijn reeds drie kaders opgeslagen.
De functie Beeld inkadering kan niet worden gebruikt voor opnamen met een resolutie van n/h, opnamen met een grootte van h of kleiner met de verhoudingsfactor 4:3, opnamen met een grootte van h of kleiner met de verhouding 16:9, en video’s.
1 Gebruik in de stand Q de vierwegbesturing (45) om de opname te selecteren waaraan u een kader wilt toevoegen.
2 Selecteer N (Beeld inkadering) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van het kader verschijnt, waarin 12 kaders zijn weergegeven.
4 Kies een kader met de
vierwegbesturing (2345).
5
117
5 Druk de zoomknop naar
rechts (y).
Het geselecteerde kader verschijnt in de enkelbeeldsweergave.
U kunt op een van de volgende manieren een ander kader kiezen.
Vierwegbesturing
(45)
Druk hierop om een ander kader te kiezen.
Zoomknop naar links (f)
Terug naar de weergave van 12 kaders op het kaderselectiescherm, zodat u vervolgens een ander kader kunt kiezen, zoals in stap 4.
5
6 Druk op de knop 4.
Het scherm voor aanpassing van de positie en grootte van de opname verschijnt.
U kunt de opname op een van de volgende manieren aanpassen.
Vierwegbesturing
(2345)
Zoomknop
Pas de positie van de opname aan door op de knoppen te drukken
Maakt de opname groter of kleiner.
7 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een venster waarin om bevestiging van het overschrijven van de opname wordt gevraagd.
Als de geselecteerde opname beveiligd is, wordt de bewerkte opname opgeslagen als nieuwe opname en verschijnt het volgende bevestigingsvenster niet.
8 Selecteer [Overschrijven] of [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23).
9 Druk op de knop 4.
De bewerkte opname wordt opgeslagen met een resolutie van h voor de verhoudingsfactor 4:3 en h voor de verhouding 16:9.
118
Optionele kaders
Naast de ingebouwde kaders van deze camera vindt u op een bijgeleverde cd-rom nog een aantal optionele kaders. U kunt de optionele kaders opslaan in het interne geheugen van de camera of op een SD-geheugenkaart. Als u de kaders wilt opslaan in het interne geheugen, moet u eerst de SD-geheugenkaart verwijderen voordat u verdergaat.
Kaders kopiëren
1 Sluit de camera aan op de computer met de meegeleverde USB-kabel.
Zie “Aansluiten op een computer” (p.143) voor aanwijzingen omtrent
het aansluiten van de camera op een computer.
2 Klik op [Onderbreken] wanneer het venster voor apparaatdetectie verschijnt.
3 Plaats de cd-rom in het cd-/dvd-station.
4 Klik op [Exit] wanneer het installatievenster verschijnt.
5 Kopieer de gewenste bestanden uit de map KADER
(FRAME) in de hoofdmap van de cd-rom naar de map
KADER van de camera (verwisselbaar station).
Raadpleeg de computerhandleiding voor informatie over het werken met bestanden op een computer.
6 Verwijder de USB-kabel uit de computer en camera.
Zie “Aansluiten op een computer” (p.143) voor informatie over het
loskoppelen van de kabel.
• U kunt kaders zowel in het interne geheugen als op de SDgeheugenkaart opslaan, maar grote aantallen kaders vertragen het werken met de camera.
5
119
Een nieuw kader gebruiken
Bij het inkaderen van opnamen kunt u gebruikmaken van kaders die zijn gedownload van de PENTAX-website of andere bronnen.
• Pak het gedownloade kader uit en kopieer het naar de map KADER in het interne geheugen of op de SD-geheugenkaart.
• De map KADER wordt aangemaakt bij het formatteren van de
SD-geheugenkaart met deze camera.
• Raadpleeg de PENTAX-website voor meer informatie over downloaden.
• Er kunnen in totaal maximaal 90 kaders worden opgeslagen met inbegrip van de drie standaardkaders, maar bij gebruik van een groot aantal kaders kan de verwerkingssnelheid teruglopen.
5
Video bewerken
U kunt een beeld uit de opgenomen film selecteren en opslaan als stilstaand beeld, of een film in twee of meer delen opsplitsen.
1 Kies in de stand Q met de vierwegbesturing (45) de film die u wilt bewerken.
2 Selecteer [ (Video bewerken) in het afspeelstandpalet
met de vierwegbesturing (2345).
3 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de videobewerking verschijnt.
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
Bewaar als foto
Een beeldje uit een video opslaan als foto
4 Selecteer [Bewaar als foto] in het scherm voor selectie van de videobewerking.
120
5 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van een beeldje dat moet worden opgeslagen als foto verschijnt.
6 Kies met de
vierwegbesturing (2345) een beeld dat u wilt opslaan.
2 De video afspelen of onderbreken
3 Het afspelen stoppen en teruggaan naar het eerste beeldje
11
4 De video beeld voor beeld achterwaarts afspelen
5 De video beeld voor beeld voorwaarts afspelen
7 Druk op de knop 4.
Het geselecteerde beeldje wordt opgeslagen als foto.
100-0042
00:06
5
Een video-opname splitsen
4 Selecteer [Video delen] in het scherm voor selectie van de videobewerking.
5 Druk op de knop 4.
Het scherm voor het kiezen van de opsplitsingspositie wordt geopend.
6 Bepaal de splitsingspositie met de vierwegbesturing
(2345).
2 De video afspelen of onderbreken
3 Het afspelen stoppen en teruggaan naar het eerste beeldje
11
4 De video beeld voor beeld achterwaarts afspelen
5 De video beeld voor beeld voorwaarts afspelen
7 Druk op de knop 4.
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
100-0042
00:09
121
8 Selecteer [Delen] met de
vierwegbesturing (23).
Delen
Onderbreken
9 Druk op de knop 4.
De video wordt op de opgegeven positie gesplitst, elk deel wordt als nieuw bestand opgeslagen en de oorspronkelijke video-opname wordt gewist.
Beveiligde video-opnamen kunnen niet worden gedeeld.
5
Opnamen kopiëren
U kunt opnamen kopiëren van het interne geheugen naar de SDgeheugenkaart en vice versa. Deze functie is alleen beschikbaar wanneer er een SD-geheugenkaart in de camera is geplaatst.
Zet de camera uit voordat u de SD-geheugenkaart plaatst of uitneemt.
1 Selecteer p (Opname kopiëren) in het
afspeelstandpalet met de vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van de gewenste kopieermethode verschijnt.
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
Bestanden kopiëren vanuit het interne geheugen naar de SDgeheugenkaart
122
Alle opnamen in het interne geheugen worden tegelijk naar de SDgeheugenkaart gekopieerd. Zorg dat er voldoende ruimte is op de SDgeheugenkaart voordat u de bestanden kopieert.
3 Selecteer [{}2] met de
vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
Alle opnamen worden gekopieerd naar de SD-geheugenkaart.
Bestanden kopiëren van de SD-geheugenkaart naar het interne geheugen
Geselecteerde opnamen van de SD-geheugenkaart worden één voor
één naar het interne geheugen gekopieerd.
3 Selecteer [{}2] met de vierwegbesturing (23).
4 Druk op de knop 4.
5 Selecteer met de
vierwegbesturing (45) de opname die u wilt kopiëren.
Kopieert dit beeld naar alternatief geheugen
5
6 Druk op de knop 4.
De geselecteerde opname wordt gekopieerd naar het interne geheugen.
Als u nog meer opnamen wilt kopiëren, herhaalt u stap 3 t/m 6.
Selecteer [Onderbreken] om het kopiëren te verlaten.
Wanneer u een bestand van de SD-geheugenkaart naar het interne geheugen kopieert, krijgt het bestand een nieuwe naam.
123
Afdrukservice instellen (DPOF)
5
DPOF (Digital Print Order Format) is de indeling voor het opslaan van afdrukordergegevens op foto’s die zijn gemaakt met een digitale camera. Als de afdrukordergegevens zijn opgeslagen, kunnen de opnamen worden afgedrukt op basis van de DPOF-instellingen op een
DPOF-compatibele printer of in een fotolab.
Afdrukken
De volgende opties zijn beschikbaar voor het afdrukken van opnamen die met deze camera zijn gemaakt.
1 Gebruik van een afdrukcentrale.
2 Gebruik van uw printer met een SD-geheugenkaartsleuf om rechtstreeks vanaf de SD-geheugenkaart af te drukken.
3 Gebruik van software op uw computer om opnamen af te drukken.
• De DPOF-instellingen kunnen uitsluitend worden toegepast op stilstaande beelden. Video’s kunnen niet worden verwerkt op basis van de DPOF-instellingen.
• Als er op de foto al een datum en/of tijd gedrukt is (p.85), zet [Datum]
dan niet op O (Aan) in de DPOF-instellingen. Als u O selecteert, kan er een overlapping plaatsvinden van de afgedrukte datum en/of tijd.
Afzonderlijke opnamen afdrukken
Stel voor elke opname de volgende opties in.
Kopieën
Datum
Kies het aantal exemplaren (maximaal 99).
Geef op of u de datum wilt afdrukken op de foto’s.
1 Selecteer r (DPOF) in het afspeelstandpalet met de
vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het selectiescherm van de DPOF-instelmethode verschijnt.
124
3 Selecteer [Enkel beeld] met
de vierwegbesturing (23).
Enkel beeld
4 Druk op de knop 4.
Het bericht [DPOF instelling voor dit beeld] verschijnt.
5 Selecteer een opname met de vierwegbesturing (45).
Als er al DPOF-instellingen zijn opgegeven voor de geselecteerde opname, verschijnt de vorige instelling van het aantal afdrukken en de datumweergave (O of P).
6 Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing
(23).
DPOF instelling voor dit beeld
Kopieën
Datum
00
5
7 Druk op de Groene toets om
O of P te kiezen voor de instelling [Datum].
O De datum wordt afgedrukt.
P De datum wordt niet afgedrukt.
DPOF instelling voor dit beeld
Kopieën
Datum
01
Herhaal stap 5 t/m 7 als u wilt doorgaan met het instellen van DPOF-afdrukordergegevens.
8 Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en het scherm uit stap 3 verschijnt weer.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat het risico dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als O
(Aan) is geselecteerd voor [Datum] in de DPOF-instellingen.
125
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren in stap 6 in op [00] en drukt u op de knop 4.
5
Alle beelden afdrukken
De DPOF-instellingen worden toegepast op alle opnamen die in de camera zijn opgeslagen.
1
Selecteer [Alle Beelden] in stap 3 op p.125.
2 Druk op de knop 4.
Het bericht [DPOF-instelling voor alle beelden] verschijnt.
3 Kies het aantal exemplaren
en kies O of P voor de instelling [Datum].
Zie stap 6 en 7 in “Afzonderlijke
opnamen afdrukken” (p.125) voor
nadere informatie over de instellingen.
DPOF-instelling voor alle beelden
Kopieën
Datum
01
4 Druk op de knop 4.
De instellingen die zijn opgegeven voor alle opnamen worden opgeslagen en het selectiescherm van de DPOF-instelmethode verschijnt weer.
• Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij [Alle Beelden] geldt voor alle opnamen. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
• De DPOF-instellingen die zijn opgegeven voor afzonderlijke opnamen worden geannuleerd als instellingen worden uitgevoerd met [Alle
Beelden].
126
Instelli ngen
Camera-instellingen
Het menu [W Instelling] wijzigen
U wijzigt de belangrijkste camera-instellingen door elke instelling te kiezen in het menu [W Instelling]. Raadpleeg voor het wijzigen van de instellingen de uitleg bij de verschillende functies.
1 Druk op de knop 3 in de stand Q.
Het menu [W Instelling] verschijnt.
2 Selecteer een item en wijzig de instelling ervan met de
vierwegbesturing (23).
3 Druk op de knop 3 nadat u de instelling hebt gewijzigd.
De instelling wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de stand Q.
Schakelen tussen de stand A en de stand Q 1p.48
6
Het geheugen formatteren
Formatteren wist alle gegevens op de SD-geheugenkaart of in het interne geheugen.
Een SD-geheugenkaart die nooit is gebruikt of in een andere camera of een ander digitaal apparaat is gebruikt, moet eerst met deze camera worden geformatteerd (geïnitialiseerd).
127
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren, omdat de kaart hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar kan worden.
• Bij het formatteren worden alle gegevens van de kaart gewist, evenals alle beveiligde opnamen en opnamen die zijn gemaakt met een computer of een andere camera dan deze camera.
• Een SD-geheugenkaart die is geformatteerd op een computer of op een ander apparaat dan deze camera, is niet bruikbaar. Formatteer de kaart met deze camera.
• Wanneer er een SD-geheugenkaart in de camera zit, wordt die kaart geformatteerd. Als u het ingebouwde geheugen wilt formatteren, moet u eerst de SD-geheugenkaart verwijderen.
• De optionele kaders die u van de cd-rom hebt gekopieerd, worden verwijderd wanneer de SD-geheugenkaart of het ingebouwde geheugen wordt geformatteerd (drie standaardkaders worden niet verwijderd).
6
1 Selecteer [Formatteren] in het menu [W Instelling] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
3 Selecteer [Formatteren] met
de vierwegbesturing (23).
Formatteren
Alle gegevens worden gewist
OK
4 Druk op de knop 4.
Het formatteren begint.
Als het formatteren is voltooid, keert de camera terug naar de stand
Q .
128
De geluidsinstellingen wijzigen
U kunt het volume van bedieningsgeluiden aanpassen en het type geluid wijzigen.
1 Selecteer [Geluid] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing
(5).
Het scherm [Geluid] verschijnt.
De achtereenvolgende stappen variëren al naar gelang van uw selectie.
Geluid
Bedieningsvolume
Opstartgeluid
Sluitergeluid
Zelfontsp.geluid
Uit
1
Het volume van bedieningsgeluiden/weergave wijzigen
3 Selecteer [Bedieningsvolume] met de vierwegbesturing
(23).
4 Pas het volume aan met de vierwegbesturing (45).
Stel het volume in op f om het opstartgeluid, sluitergeluid, bedieningsgeluid en zelfontspannergeluid uit te zetten.
5 Wijzig [Weergavevolume] op dezelfde manier als in stap 3 en 4.
6
Het geluidstype wijzigen
3 Selecteer [Opstartgeluid] met de vierwegbesturing
(23).
4 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
5 Selecteer het geluidstype met de vierwegbesturing (23).
Kies tussen [1], [2], [3] en [Uit].
6 Druk op de knop 4.
129
7 Stel [Sluitergeluid], [Bedieningsgeluid] en
[Zelfontsp.geluid] op dezelfde manier in als in stap 3 tot en met 6.
8 Druk twee keer op de knop 3.
De stand Q wordt opnieuw geactiveerd.
6
De datum en tijd wijzigen
U kunt de aanvankelijk ingestelde datum en tijd wijzigen (p.42). U kunt
ook de datumweergave op de camera wijzigen.
1 Selecteer [Datum instellen] in het menu [W Instelling]
met de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
3 Druk op de vierwegbesturing
(5).
Het kader gaat naar [MM/DD/JJ].
Afhankelijk van de basisinstelling of de vorige instelling kan [DD/MM/JJ] of [JJ/MM/DD] verschijnen.
Datum instellen
Datumweergave DD/MM/JJ
Datum
Tijd
01/01/2012
Instellingen voltooid
Stop
4 Kies met de vierwegbesturing (23) de datumweergave.
Kies tussen [MM/DD/JJ], [DD/MM/JJ] en [JJ/MM/DD].
5 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [24h].
6 Selecteer [24h] (24-uurs weergave) of [12h] (12-uurs
weergave) met de vierwegbesturing (23).
7 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar [Datumweergave].
130
8 Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader gaat naar [Datum].
9 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar een van de volgende onderdelen, afhankelijk van de datumweergave die is ingesteld in stap 4.
Maand voor [MM/DD/JJ]
Dag voor [DD/MM/JJ]
Jaar voor [JJ/MM/DD]
Voor de volgende handelingen is [MM/DD/JJ] als voorbeeld gebruikt.
De handelingen zijn gelijk, ook als een andere datumweergave is geselecteerd.
10 Wijzig de maand met de vierwegbesturing (23).
11 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar het veld voor de dag. Wijzig de dag met de vierwegbesturing (23). Nadat de dag is gewijzigd, wijzigt u het jaar op dezelfde manier.
12 Wijzig de tijd op dezelfde manier als in stap 7 tot en met 11.
Als u [12h] selecteert bij stap 6, verandert de aanduiding automatisch in am (vóór 12:00 uur ’s middags) of pm (na 12:00 uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
13 Druk op de vierwegbesturing (3) om [Instellingen voltooid] te selecteren.
14 Druk op de knop 4.
De datum- en tijdinstellingen worden opgeslagen.
6
Als u in stap 14 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 0 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op tv, radio, enz.) precies 0 seconden aangeeft.
131
De wereldtijd instellen
De datum en tijd die zijn geselecteerd in “De datum en tijd instellen”
(p.42) en “De datum en tijd wijzigen” (p.130), dienen als datum en tijd
voor de Thuistijd. Met de wereldtijdfunctie kunt u de tijd weergeven in een andere plaats dan uw woonplaats (Bestemmingstijd). Dat is handig wanneer u fotografeert in een andere tijdzone.
6
De bestemming instellen
1 Selecteer [Wereldtijd] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
3 Selecteer
[X Bestemmingstijd] met de
vierwegbesturing (23).
Wereldtijd
Selecteer tijd
Bestemmingstijd
Amsterdam 14:25
14:25
4 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [X Bestemmingstijd] verschijnt. De momenteel geselecteerde plaats knippert op de kaart.
5 Wijzig de plaats van de bestemmingstijd met de
vierwegbesturing (45).
Het huidige tijdstip, de locatie en het tijdsverschil van de gekozen plaats verschijnen.
Bestemmingstijd
MENU Stop
14:25
+0:00
OK OK
6 Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (23).
132
7 Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing
(45).
Selecteer O als de stad van bestemming de zomertijd hanteert.
8 Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en het menu [Wereldtijd] verschijnt.
9 Druk twee keer op de knop 3.
De stand Q wordt opnieuw geactiveerd.
Selecteer [W Thuistijd] in stap 3 om de plaats en de zomertijdinstelling voor de eigen woonplaats in te stellen.
De tijd van de bestemmingstijd weergeven (Selecteer Tijd)
1 Selecteer [Wereldtijd] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
3 Selecteer [Selecteer tijd] met
de vierwegbesturing (23).
Wereldtijd
Selecteer tijd
14:25
14:25
6
4 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
5 Selecteer X of W met de vierwegbesturing (23).
X Weergave van de bestemmingstijd
W Weergave van de thuistijd
6 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
133
7 Druk twee keer op de knop
3.
De stand Q wordt opnieuw geactiveerd.
Wanneer X (Bestemmingstijd) wordt geselecteerd in stap 5, wordt op het scherm het pictogram X weergegeven om aan te geven dat de datum en tijd van de bestemming worden weergegeven in de stand A.
6
De weergavetaal wijzigen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven.
1 Selecteer [Language/ u] in het menu [W Instelling]
met de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/ u] verschijnt.
3 Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345).
4 Druk op de knop 4.
De menu’s en berichten worden weergegeven in de geselecteerde taal.
De naaminstelling wijzigen van de map
U kunt de naamgeving van de map waarin opnamen worden opgeslagen, wijzigen. Als de naamgeving wordt ingesteld op [Datum], worden de opnamen bewaard in afzonderlijke mappen op basis van de datum waarop ze zijn gemaakt.
134
PENTX xxxPENTX (xxx is het 3-cijferige mapnummer)
Datum xxx_mmdd (3-cijferig mapnummer_maand dag)
* xxx_ddmm (3-cijferig mapnummer_dag maand) wanneer
[Datumweergave] is ingesteld op [DD/MM/JJ]
Mapnaam ingesteld op
[PENTX].
(bijv. 25 september)
DCIM
100
100PENTX
Mapnaam ingesteld op
[Datum].
(bijv. 25 september)
DCIM
100
100PENTX
101
101_0925
Volgende keer opnieuw met de mapnaam ingesteld op [Datum].
(bijv. 1 oktober)
DCIM
100
100PENTX
101
101_0925
102
102_1001
• U kunt maximaal 900 mappen maken.
• U kunt maximaal 9999 opnamen opslaan in een map.
1 Selecteer [Bestandsnaam] in het menu [W Instelling]
met de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer [PENTX] of [Datum] met de vierwegbesturing
(23).
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
6
Het videosignaal wijzigen
Als u foto’s maakt en/of deze afspeelt terwijl de camera is aangesloten op AV-apparatuur, selecteert u een geschikte indeling voor video-uitvoer
(NTSC of PAL).
135
6
1 Selecteer [Video uit] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer een videosignaal met de vierwegbesturing
(23).
Kies het videosignaal dat overeenkomt met het ingangssignaal van de
AV-apparatuur.
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluid niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar gebruikte signaal. Mocht dit zich voordoen, wijzig dan de instelling van het videosignaal.
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur 1p.106
Videosignaal voor elke plaats 1p.165
De achtergrond van het menu wijzigen
U kunt de achtergrond van het menuscherm zelf aanpassen.
1 Selecteer [Achtergrond] in het menu [W Instelling] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Selecteer het type achtergrond met de
vierwegbesturing (23).
Kies tussen [1], [2], [3], [USER] en [Uit].
136
4 Druk op de knop 4.
Wanneer [1], [2], [3] of [Uit] is geselecteerd:
De instelling wordt opgeslagen.
Wanneer [USER] is geselecteerd:
Selecteer een achtergrondbestand met de vierwegbesturing (45).
Druk na het selecteren van het bestand op de knop 4 om de instelling op te slaan.
De helderheid van het scherm aanpassen
U kunt de helderheid van het scherm aanpassen.
1 Selecteer [Helderheid] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Pas de helderheid aan met de vierwegbesturing (45).
F Donker
G Normaal
H Licht
3 Druk op de knop 3.
De stand Q wordt opnieuw geactiveerd.
Het scherm wordt weergegeven met de ingestelde helderheid.
6
De batterijbesparingsfunctie gebruiken
U kunt batterijvoeding besparen door in te stellen dat het scherm automatisch wordt gedimd wanneer er een bepaalde tijd geen handeling wordt uitgevoerd. Nadat de batterijbesparingsfunctie is geactiveerd, kunt u het scherm weer met normale verlichting weergeven door op een van de knoppen te drukken.
1 Selecteer [Batt besparing] in het menu [W Instelling]
met de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
137
3 Stel met de vierwegbesturing (23) in na hoeveel tijd de camera in de energiebesparingsstand gaat.
Kies tussen [2min.], [1min.], [30sec], [15sec], [5sec] en [Uit].
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
• De functie Batterijbesparing werkt niet in de volgende situaties:
- Bij het maken van opnamen in de stand j (Continue opname) of q
(Continue opname snel)
- In de afspeelstand
- Bij het maken van een filmopname
- Als de camera is aangesloten op een computer
- Bij weergave van een menu
• Als na het inschakelen van de camera geen handeling wordt uitgevoerd, zal na vijftien seconden de functie Batterijbesparing worden geactiveerd, zelfs als u die hebt ingesteld op [5sec].
6
Automatisch uitschakelen instellen
De camera kan automatisch worden uitgeschakeld wanneer een bepaalde tijd geen activiteit plaatsvindt.
1 Selecteer [Auto Uitsch.] in het menu [W Instelling] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
3 Gebruik de vierwegbesturing (23) om de tijd te selecteren totdat de camera automatisch wordt uitgeschakeld.
Kies tussen [5min.], [3min.] en [Uit].
4 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
138
De automatische uitschakeling werkt niet in de volgende situaties:
- Bij het maken van opnamen in de stand j (Continue opname) of q
(Continue opname snel)
- Bij het maken van een filmopname
- Tijdens een diavoorstelling of weergave van video
- Als de camera is aangesloten op een computer
Het Opstart scherm wijzigen
U kunt het opstartscherm kiezen dat wordt weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
U kunt een van de volgende beelden selecteren als opstartscherm:
- Het Opstart scherm met een hulpdisplay voor de opnamestanden en knoppen
- PENTAX-logo
- Een van uw eigen opnamen (alleen compatibele opnamen)
1 Selecteer R (Opstart scherm) in het afspeelstandpalet
met de vierwegbesturing (2345).
2 Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
3 Kies met de
vierwegbesturing (45) een opname voor het opstartscherm.
Alleen opnamen die beschikbaar zijn voor het opstartscherm worden weergegeven. U kunt ook het scherm met het PENTAX-logo of het Opstart scherm met het hulpdisplay kiezen die al in de camera zijn opgeslagen.
4 Druk op de knop 4.
Het opstartscherm is ingesteld.
6
139
• Als het opstartscherm eenmaal is ingesteld, wordt het niet gewist, zelfs niet als de oorspronkelijke opname wordt gewist of als de SDgeheugenkaart of het ingebouwde geheugen wordt geformatteerd.
• Het opstartscherm wordt niet weergegeven als deze optie is ingesteld op [Uit].
• Het opstartscherm wordt niet weergegeven als u de camera inschakelt in de afspeelstand.
6
Defecte pixels in de CCD-sensor corrigeren
(Pixeluitlijning)
Pixeluitlijning is een functie voor het uitlijnen en corrigeren van defecte pixels in de CCD-sensor. Activeer de pixeluitlijningsfunctie als beeldpunten altijd op dezelfde plaats defect schijnen te zijn.
1 Selecteer [Pixeluitlijning] in het menu [W Instelling] met
de vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Pixeluitlijning] verschijnt.
3 Selecteer [Pixeluitlijning] met
de vierwegbesturing (23).
Pixeluitlijning
Controleert de corrigeert defecte pixels
Pixeluitlijning
Onderbreken
OK
4 Druk op de knop 4.
Pixels die defect zijn, worden geregistreerd en gecompenseerd.
Wanneer de batterij bijna leeg is, wordt [Onvoldoende batterij- vermogen om pixelmapping te activeren] weergegeven op het scherm. Laad de batterij of vervang deze door een volledig opgeladen exemplaar.
140
Opstarten in de afspeelstand
U kunt de camera inschakelen door de knop Q ingedrukt te houden.
1 Selecteer [Afspeelstand] in het menu [W Instelling] met
de vierwegbesturing (23).
2 Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
O Opstarten in de afspeelstand
P Niet opstarten in de afspeelstand
3 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Standaardinstellingen herstellen (Reset)
U kunt de standaardinstellingen van de camera herstellen. Zie
“Standaardinstellingen” (p.160) voor het herstellen van instellingen.
1 Selecteer [Reset] in het menu [W Instelling] met de
vierwegbesturing (23).
2 Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset] verschijnt.
3 Selecteer [Reset] met de
vierwegbesturing (23).
Reset
6
Reset
Onderbreken
OK
141
6
4 Druk op de knop 4.
De standaardinstellingen worden hersteld.
De volgende instellingen worden niet beïnvloed wanneer de standaardinstellingen van de camera worden hersteld:
- Datum instellen
- Wereldtijd
- Language/ u
- Video uit
142
Aanslu iten op een compu ter
Aansluiten op een computer
De instelling voor USB-aansluiting opgeven
Stel het apparaat in waarop de camera via de USB-kabel aangesloten is.
Geef de instelling voor de USB-aansluiting op voordat u de camera aansluit op een computer. U kunt de volgende instelling niet opgeven als uw camera al op een computer is aangesloten met de USB-kabel.
1 Zet de camera aan.
2 Selecteer [USB-aansluiting] in het menu [W Instelling]
met de vierwegbesturing (23).
3 Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een afrolmenu.
4 Selecteer [MSC] met de vierwegbesturing (23).
5 Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
MSC en PTP
MSC (Mass Storage Class)
Een stuurprogramma voor algemene doeleinden met apparaten die via
USB als geheugen op een computer zijn aangesloten. De term slaat ook op de standaard waarop de besturing van USB-apparaten met behulp van dit stuurprogramma berust.
Door simpelweg een apparaat dat USB Mass Storage Class ondersteunt aan te sluiten, kunt u bestanden kopiëren, lezen van en schrijven naar een computer zonder installatie van speciale stuurprogramma’s.
PTP (Picture Transfer Protocol)
Een protocol voor de overdracht van digitale afbeeldingen en de besturing van digitale camera’s via USB, gestandaardiseerd als
ISO 15740.
7
143
7
U kunt afbeeldingsgegevens uitwisselen tussen apparaten die PTP ondersteunen zonder apparaatstuurprogramma’s te installeren.
Kies MSC als u deze camera aansluit op uw computer, tenzij anders aangegeven.
De camera aansluiten op een computer
Sluit de camera aan op de computer met de bijgeleverde USB-kabel.
1 Zet de computer aan.
2 Zet de camera uit.
3 Sluit de camera aan op de computer met de bijgeleverde USB-kabel.
Draai de markering } op de USB-kabel in de richting van de markering
4 op de camera en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
144
4 Zet de camera aan.
De camera wordt herkend door de computer.
Er kunnen gegevens verloren gaan of beschadigd raken wanneer de batterij leeg raakt terwijl er gegevensoverdracht plaatsvindt naar de computer. Laad de batterij volledig op voordat u uw camera aansluit op de computer.
• De zelfontspanner-LED knippert terwijl de camera is aangesloten op een computer.
• Als er zich geen SD-geheugenkaart in de camera bevindt, kunnen de opnamen die zijn opgeslagen in het interne geheugen worden bekeken via een computer.
• Zie p.146 voor meer informatie over de systeemvereisten.
De camera loskoppelen van de computer
Als de camera wordt gebruikt door een toepassing zoals
MediaImpression, kan deze pas worden losgekoppeld nadat de toepassing is afgesloten.
Windows
1 Klik op het pictogram [Hardware veilig verwijderen] in de taakbalk in de rechterbenedenhoek van het bureaublad.
2 Klik op [(Aangesloten apparaat) uitwerpen].
Het bericht wordt weergegeven.
3 Koppel de USB-kabel los van de Windows-pc en uw camera.
7
Macintosh
1 Sleep [NO NAME] op het bureaublad naar de prullenmand.
Als de SD-geheugenkaart een volumelabelnaam heeft, sleept u het pictogram van die naam naar de prullenmand.
2 Maak de USB-kabel los van de Macintosh en uw camera.
De camera schakelt automatisch over op de afspeelstand wanneer u de
USB-kabel uit de computer of camera haalt.
145
De meegeleverde software gebruiken
De volgende software staat op de meegeleverde cd-rom.
Software voor het bekijken/beheren/bewerken van beelden
“MediaImpression 3.1 for PENTAX” (voor Windows)
“MediaImpression 2.1 for PENTAX” (voor Macintosh)
Talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands, Zweeds,
Russisch, Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) en Japans
*Als de taal van uw besturingssysteem niet wordt ondersteund door de software, wordt een deel van de schermen en tekst weergegeven in het Engels.
U kunt films bewerken met behulp van MediaImpression (voor Windows)
7
Systeemvereisten
Om op een computer te kunnen genieten van foto’s en video’s die u hebt opgenomen met de camera, moet aan de volgende systeemvereisten worden voldaan.
Hieronder worden de minimale systeemvereisten voor het afspelen en bewerken van video-opnamen weergegeven. De werking wordt niet gegarandeerd op alle computers die aan de systeemvereisten voldoen.
146
Windows
Besturingssysteem Windows XP (SP3), Windows Vista of Windows 7
• Het besturingssysteem moet zijn geïnstalleerd en bijgewerkt naar de nieuwste versie.
Processor Pentium 4 1,6 GHz of gelijkwaardige AMD Athlon
(Intel Core 2 Duo 2,0 GHz of gelijkwaardige AMD Athlon X2processor of sneller aanbevolen)
Geheugen 512 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Vrije schijfruimte 300 MB of meer
Overige Cd-/dvd-station
USB-poort moet tot standaarduitrusting behoren
1024 × 768 pixels, 16-bits kleurenmonitor of beter
Windows 95, Windows 98, Windows 98SE, Windows Me, Windows NT en Windows 2000 worden niet ondersteund.
Macintosh
Besturingssysteem Mac OS X (versie 10.3.9, 10.4, 10.5, 10.6, 10.7)
• Het besturingssysteem moet zijn geïnstalleerd en bijgewerkt naar de nieuwste versie.
Processor
Geheugen
PowerPC G4 800 MHz-processor of vergelijkbare CPU (Intel
Core Duo of snellere processor aanbevolen)
512 MB of meer (1 GB of meer aanbevolen)
Vrije schijfruimte 300 MB of meer
Overige Cd-/dvd-station
USB-poort moet tot standaarduitrusting behoren
1024 × 768 pixels, 16-bits kleurenmonitor of beter
7
De software installeren
Installeer de software “MediaImpression” voor het afspelen, beheren en bewerken van opnamen.
• Controleer of de computer aan de systeemvereisten voldoet voordat u de software installeert.
• Als u verscheidene accounts hebt ingesteld op de computer, moet u zich eerst aanmelden met een account met beheerdersrechten voordat u de software installeert.
147
Windows
In dit gedeelte worden de installatiestappen in Windows 7 als voorbeeld gebruikt.
1 Zet uw Windows-pc aan.
2 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-/dvd-station.
Ga naar stap 5 als het installatiescherm verschijnt.
3 Klik op [Computer] in het menu Start.
4 Dubbelklik op het pictogram van het cd-/dvd-station.
Het installatiescherm verschijnt.
5 Klik op [MediaImpression 3.1 for PENTAX].
7
6 Kies een taal op het scherm “Kies Setup-taal” en klik op
[OK].
Het installatiescherm verschijnt. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.
7 Selecteer de gewenste bestandsindeling en klik op
[Volgende].
Alle bestanden in het aangevinkte indeling worden geopend met
MediaImpression. Schakel het selectievakje uit als u het bestand wilt gebruiken in een andere toepassing.
148
8 Klik op [Voltooien].
Hiermee is de installatie voltooid.
9 Klik op [Einde] in het installatiescherm.
Verwijder de cd-rom en start de computer opnieuw op.
Macintosh
1 Zet de Macintosh aan.
2 Plaats de meegeleverde cd-rom in het cd-/dvd-station.
3 Dubbelklik op het pictogram van het cd-romstation.
4 Dubbelklik op het pictogram [PENTAX Software Installer].
Het installatiescherm verschijnt.
5 Klik op [MediaImpression 2.1 for PENTAX].
Het installatiescherm verschijnt. Volg de aanwijzingen op het scherm om de software te installeren.
7
6 Klik op [Sluit].
Hiermee is de installatie voltooid.
149
7 Klik op [Einde] in het installatiescherm.
Het venster wordt gesloten.
Productregistratie op internet
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren.
Als de computer is verbonden met internet, klikt u op [Productregistratie] op het installatiescherm.
De wereldkaart, rechts hiernaast, voor productregistratie via internet wordt weergegeven. Klik op het weergegeven land of de weergegeven regio en volg de aanwijzingen om de software te registreren.
Producten kunnen alleen via de Internet
Productregistratie worden geregistreerd door klanten in de landen en regio’s die worden weergegeven op het installatiescherm van de software.
7
MediaImpression gebruiken onder Windows
1 Sluit uw camera aan op de computer.
Raadpleeg stappen 2 t/m 4 op p.144 voor nadere details.
Het scherm [Automatisch afspelen] wordt weergegeven.
2 Klik op [Mediabestanden naar lokale schijf importeren].
MediaImpression wordt gestart en het scherm Importeren wordt weergegeven.
150
Als het scherm [Automatisch afspelen] niet verschijnt
1 Dubbelklik op het pictogram [MediaImpression 3.1 for
PENTAX] op het bureaublad.
2 Klik op [PhotoImpression].
3 Klik op [Importeren].
3 Klik op het mappictogram naast [Bestemmingsmap] en geef de bestemmingslocatie op.
Als u alle opnamen wilt overbrengen, gaat u verder naar stap 5.
4 Selecteer een opname die u wilt overbrengen.
U kunt meerdere opnamen selecteren door Ctrl ingedrukt te houden.
5 Klik op [Importeren].
Wanneer het overbrengen is voltooid, wordt dit gemeld.
Op de overgebrachte opnamen wordt een pijl weergegeven.
7
Op de helppagina’s vindt u meer informatie over het gebruik van
MediaImpression. Selecteer [Help] in [Menu] in de rechterbovenhoek van het scherm.
151
MediaImpression gebruiken op een Macintosh
1 Sluit de camera aan op uw Macintosh.
Raadpleeg stappen 2 t/m 4 op p.144 voor nadere details.
2 Dubbelklik op het pictogram
[MediaImpression 2.1 for
PENTAX] in de map
[Programma's].
MediaImpression 2.1 for PENTAX wordt gestart en de Startpagina verschijnt.
3 Klik op [Importeren].
Het importscherm verschijnt.
7
4 Selecteer een opname die u wilt overbrengen.
U kunt meerdere opnamen selecteren door de Command-toets ingedrukt te houden.
Klik op het mappictogram om de doelmap op te geven.
Als er opties in “Opties importeren” zijn ingeschakeld, worden markeringen weergegeven op de desbetreffende overgebrachte opnamen.
152
5 Klik op [Importeren].
De opnamen worden overgebracht naar de computer en het scherm
Mediabrowser verschijnt.
Klik op [Gereed] wanneer na het overbrengen een melding verschijnt.
• Als de opnamen van de camera niet verschijnen in het importscherm, selecteer dan [NO NAME] (of het volumelabel) bij [Media ophalen van].
• Op de helppagina’s vindt u meer informatie over het gebruik van
MediaImpression. Selecteer [ArcSoft MediaImpression Help] bij [Help] op de menubalk.
7
153
8
Beschikbare functies voor elke opnamefunctie
z : Kan worden ingesteld. ×: Kan niet worden ingesteld.
Opnamestand b R 9 z z
×
× z z
×
×
×
×
×
×
× z
×
×
×
×
×
z z
×
× z z z z z z z z z z z z z z z z z
×
×
z
×
z
×
×
× z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z z
A
B c
R d
Functie
Zoomknop
Flitser
Stand
Transportstand
Focusinst.
Menu
[A Opnemen]
Zoombediening
, (Auto) a (Flitser uit) b (Flitser aan) d (Flitser+AntiRodeOgen)
9 (Standaard) g (Zelfontspanner)
Z (2s Zelfontspanner) j (Continue opname) q (Continue opname snel)
= (Standaard) q (Macro) r (Super Macro)
3 (Pan-focus) s (Oneindig)
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Gezichtsdetectie
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
*1 Intelligente zoom is niet beschikbaar
*2 Alleen de optische zoom is beschikbaar
*3 Vast ingesteld op a (Flitser uit)
*4 Vast ingesteld op s (Oneindig)
*5 Vast ingesteld op m
*6 Vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3
Vast ingesteld op 1 voor de verhoudingsfactor 16:9
*7 In de stand N vast ingesteld op h voor de verhoudingsfactor 4:3 en h voor de verhouding 16:9
In de stand o vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en 1 voor de verhouding 16:9
*8 Ingesteld in het menu [C Video] z z z z z z z z z z z z z z z z
×
z z z z
×
×
× z z z z z z z z z z z z z z z z z z z
× z z z z z z
Bijlage
154
De items van het opnamemenu die niet in dit overzicht staan, kunnen worden ingesteld in elke opnamestand behalve de Groene modus. Het is echter mogelijk dat deze instellingen het in bepaalde opnamestanden en bij bepaalde andere instellingen niet goed doen, ook al kunnen ze worden geselecteerd. Zie voor meer informatie de onderstaande pagina’s.
z z z
×
×
× z z z z z z z z z
z z z z z z z a f K b \ H B
K U c Q z c S
N o p C
z z z z
z × z z × z ×
z z z × z z z × z z
×
×
× z z z z z z z z z z z z z z z
×
×
×
×
×
× z z
×
× z z z
×
×
×
× z z z z z z z z z z z z z z ×
z z z
z ×
z z
z ×
z z z ×
z z z z
×
z z ×
z z z z z z z z z z × z z z z z × z z z z × z z z z z z z ×
Opnamestand
*9 Vast ingesteld op F
*10 Vast ingesteld op J (Meervoudig)
*11 Vast ingesteld op [Auto]
*12 De gevoeligheid wordt vast ingesteld op de minimumwaarde
*13 Vast ingesteld op ±0.0
Zoombediening
, (Auto) a (Flitser uit) b (Flitser aan) d (Flitser+AntiRodeOgen)
9 (Standaard) g (Zelfontspanner)
Z (2s Zelfontspanner) j (Continue opname) q (Continue opname snel)
= (Standaard) q (Macro) r (Super Macro)
3 (Pan-focus) s (Oneindig)
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Gezichtsdetectie
Scherpte
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
Pagina
Functie
Zoomknop
Flitser
Stand
—
Transportstand
Focusinst.
Menu
[A Opnemen]
*14 [Uit] is niet beschikbaar
*15 Vast ingesteld op [Aan]
*16 Alleen beschikbaar wanneer Kleur is geselecteerd in de stand c (Tekst)
*17 Vast ingesteld op de normale instelling
*18 Vast ingesteld op [Uit]
8
155
Berichten
8
Bij de bediening van de camera kunnen de volgende berichten op het scherm verschijnen.
Bericht
Batterij leeg
Geheugenkaart vol
Intern geheugen is vol
Geheugenkaartfout
Het interne geheugen is niet geformatteerd
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Beschrijving
De batterij is uitgeput. Laad de batterij op met de
netvoedingsadapter D-PA116 (p.33).
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of wis niet-
benodigde opnamen (p.36, p.101).
Wijzig de resolutie van opgenomen beelden en probeer het
Deze melding verschijnt wanneer het interne geheugen vol is, terwijl u probeert een bestand op te slaan.
Opnemen en weergeven onmogelijk door een probleem met de SD-geheugenkaart. Mogelijk kunt u via een computer de opnamen op de kaart weergeven of kopiëren.
De gegevens in het interne geheugen zijn beschadigd.
Formatteer het interne geheugen.
De SD-geheugenkaart die u gebruikt is niet geformatteerd of is geformatteerd op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de SD-
geheugenkaart in deze camera (p.127).
Geheugenkaart beveiligd
De SD-geheugenkaart is beveiligd tegen schrijven (p.7).
Compressiefout
Geen opname
Video opname gestopt
Dit bericht verschijnt als het niet is gelukt een opname te comprimeren. Wijzig de resolutie van de opname en probeer de opname opnieuw te maken of op te slaan.
De SD-geheugenkaart of het interne geheugen bevat geen opnamen.
Deze melding verschijnt als de interne temperatuur van de camera de normale limieten van de werkende camera heeft overschreden bij het maken van filmopnamen.
Camera wordt uitgeschakeld om schade door oververhitting te voorkomen
De camera is uitgeschakeld omdat hij oververhit is geraakt.
Wacht tot de camera is afgekoeld en zet hem dan weer aan.
Wissen
Deze melding verschijnt tijdens het verwijderen van een opname.
156
Camera kan dit beeld en geluid niet weergeven
Gegevens worden bewerkt
Bericht
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Beeld is beschermd
Gegevens worden opgeslagen
Beschrijving
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
Het hoogst mogelijke bestandsnummer (9999) is al toegewezen aan een opname in het hoogste mapnummer
(999). Er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of formatteer de
kaart of het ingebouwde geheugen (p.127).
De opname die u probeert te verwijderen, is beveiligd
Deze melding verschijnt als u probeert over te schakelen naar de stand Q terwijl er nog steeds een opname wordt gemaakt of wanneer een opname wordt opgeslagen of een instelling wordt gewijzigd. Ze verdwijnt weer als de opname is opgeslagen of als de instelling wordt gewijzigd.
Deze melding verschijnt wanneer het meer dan vijf seconden duurt voordat de camera een opname weergeeft vanwege de verwerking van de opname of wanneer de SDgeheugenkaart of het interne geheugen wordt geformatteerd.
Geen beeld om te bewerken
Deze opname kan niet worden verwerkt
Geen geheugenkaart in de camera
Onvoldoende intern geheugen voor het kopiëren van opnamen
Kan niet juist worden bewerkt
Onvoldoende batterijvermogen om pixelmapping te activeren
Deze melding verschijnt als er geen opnamen zijn.
Deze melding verschijnt bij bestanden die niet kunnen worden bewerkt.
Deze melding verschijnt als er geen SD-geheugenkaart is geplaatst.
Deze melding verschijnt als er niet genoeg intern geheugen is om te kopiëren.
Deze melding verschijnt als de rode-ogenreductie mislukt is.
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning wanneer het batterijniveau te laag is. Laad de batterij op met de netvoedingsadapter D-PA116 of vervang de batterij door
een volledig opgeladen exemplaar. (p.33)
8
157
Problemen oplossen
8
Probleem
De camera gaat niet aan
Geen beeld op het scherm
Het beeld op het scherm is slecht zichtbaar
De sluiter ontspant niet
De opname is donker bij gebruik van de flitser
Oorzaak Oplossing
De batterij is niet geplaatst
De flitser wordt opgeladen
Controleer of een batterij is geplaatst.
De batterij is uitgeput Laad de batterij op.
De camera is aangesloten op een computer
Wanneer de camera is aangesloten op een computer, is het scherm uitgeschakeld.
De camera is aangesloten op een
TV
De helderheid van het scherm is te donker ingesteld
Als de camera is aangesloten op een tv, is het scherm uitgeschakeld.
Pas de helderheid aan bij [Helderheid] in
het menu [W Instelling] (p.137).
De batterijbesparingsfunctie is geactiveerd
Als de batterijbesparingsfunctie is ingeschakeld, wordt het scherm na verloop van tijd automatisch gedimd.
Druk op een willekeurige knop om de normale helderheid te herstellen.
Selecteer [Uit] bij [Batt besparing] in het menu [W Instelling] om de functie
Batterijbesparing uit te schakelen
Er kunnen geen opnamen worden gemaakt terwijl de flitser wordt opgeladen. Wacht tot het opladen gereed is.
Er is geen vrije ruimte op de SDgeheugenkaart of in het interne geheugen
Opnemen
Het onderwerp is te ver weg in een donkere omgeving, zoals bij een nachtopname
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder
overbodige opnamen (p.36, p.101).
Wacht tot opslaan gereed is.
De opname wordt donker als het onderwerp te ver weg is. Maak opnamen binnen het aangegeven flitsbereik.
158
Probleem
Er is niet scherpgesteld op het onderwerp
De flitser gaat niet af
Oorzaak
Er kan moeilijk op het onderwerp worden scherpgesteld
Het onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld
Oplossing
Vergrendel de scherpstelling op een voorwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt als het onderwerp (door de ontspanknop tot halverwege in te drukken), richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop
Zoek het gewenste onderwerp in het scherpstelkader (AF-veld) in het midden van het scherm. Als dit problematisch is, vergrendel dan eerst de scherpstelling op het gewenste onderwerp
(scherpstelvergrendeling) en beweeg daarna de camera om de gewenste beeldinkadering te bereiken.
Instellen op , (Auto) of b (Flitser aan)
De flitsinstelling is ingesteld op a
De transportstand is ingesteld op j of q
De scherpstelfunctie
(Focusinst.) is ingesteld op s
De opnamestand is ingesteld op S of tijdens het maken van een video-opname
In deze standen gaat de flitser niet af.
Zo nu en dan veroorzaakt statische elektriciteit camerastoring. Neem in dat geval de batterij uit de camera en plaats hem opnieuw. Als de camera daarna correct functioneert, is de normale toestand hersteld en kunt u de camera weer gebruiken.
8
159
Standaardinstellingen
8
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
Hierna wordt de betekenis uitgelegd van de indicaties voor menuonderdelen met een standaardinstelling.
Laatste geheugeninstelling
Ja : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet.
Nee : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de
* camera wordt uitgezet.
: De laatste geheugeninstelling hangt af van de instelling bij
— : nvt
Reset instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaardinstelling met de
Nee : De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
— : nvt
Items van het menu [A Opnemen]
Onderdeel
Resolutie
Witbalans
AF-veld
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Gezichtsdetectie
Digitale zoom
Standaardinstelling o (4608×2592)
F (Auto)
J (meervoudig scherpstelpunt)
Auto
±0.0
Aan
O (Aan)
Laatste geheugeninstelling
Ja
*
Reset instelling
Ja
Ja
Pagina
Ja Ja
*
*
*
*
Ja
Ja
Ja
Ja
160
Onderdeel
Geheugen
Flitsinstelling
Transportstand
Focusinst.
Zoomstand
Witbalans
Gevoeligheid
Belicht. corr.
Gezichtsdetectie
Digitale zoom
Groene toets
Scherpte
DISPLAY
Bestand
Kleurverzadiging
Contrast
Datumafdruk
Standaardinstelling
O (Aan)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
O (Aan)
P (Uit)
O (Aan)
Groene modus
G (normaal)
G (normaal)
G (normaal)
Uit
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Items van het menu [C Video]
Onderdeel
Resolutie
Movie SR
Standaardinstelling
M (1280×720/30 fps)
O (Aan)
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
8
161
8
Geluid
Datum instellen
Bedieningsvolume
Weergavevolume
Opstartgeluid
Sluitergeluid
Bedieningsgeluid
Zelfontsp.geluid
Datumweergave
(datum)
Datumweergave
(tijd)
Datum
Wereldtijd
Tijd
Selecteer tijd
Bestemmingstijd
(Stad)
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Thuistijd (Stad)
Thuistijd
(Zomertijd)
Language/ u
Bestandsnaam
USB-aansluiting
Video uit
Achtergrond
Helderheid
Batt besparing
Auto Uitsch.
Reset
Alles verwijderen
Pixeluitlijning
Afspeelstand
Formatteren
Items van het menu [W Instelling]
Onderdeel Standaardinstelling
3
3
Uit
1
1
1
Op basis van basisinstelling
24h
1/1/2012
Op basis van basisinstelling
W Thuistijd
Op basis van basisinstelling
P (Uit)
Op basis van basisinstelling
P (Uit)
Op basis van basisinstelling
Datum
MSC
Op basis van basisinstelling
Uit
G (normaal)
5 s
3 min.
Onderbreken
Onderbreken
Onderbreken
O (Aan)
Onderbreken
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
—
Ja
—
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
—
Ja
—
162
Items van het Afspeelstandpalet
Onderdeel
Diavoorstelling
Beeldrotatie
Klein-gezichtfilter
Interval
Beeldeffect
Geluidseffect
Standaardinstelling
G
3 s
Vegen
O (Aan)
Normaal
(ca. 7%)
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
—
Nee
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
—
Nee
Miniatuurfilter
HDR-filter
Digitaal filter
Beeld inkadering
Rode-ogenreductie
Video bewerken
Bewaar als foto
Video delen
Grootte wijzigen
Resolutie
Uitsnijden
Opname kopiëren
Beveiligen
DPOF
Opstart scherm
Enkel beeld
Alle Beelden
Enkel beeld
Alle Beelden
(Vervagen van boven- en onderkant)
—
Zwart-wit
Standaard 1
—
—
—
Afhankelijk van de genomen opname
Afhankelijk van de genomen opname
Intern geheugen
SD-geheugenkaart
Afhankelijk van de opname
Afhankelijk van de opname
Kopieën: 0
Datum: P (Uit)
Uit
Nee
—
Nee
Ja
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Ja
Nee
—
—
—
—
—
—
—
Ja
—
—
—
—
—
Ja
8
163
8
Toetsbediening
Onderdeel Functie Standaardinstelling
Q -knop
Zoomknop
Vierwegbesturing
2 Transportstand 9 (Standaard)
3 Opnamestand b (Autom. opname)
4 Flitsinstelling
5 Focusinst.
, (Auto)
= (Standaard)
Knop 3
Menu weergeven
Opnamestand: menu [A Opnemen]
Afspeelstand: menu [W Instelling]
Knop 4
Bediening Q -stand
Zoomstand Max. groothoekstand
Informatieweergave
Normaal
Laatste geheugeninstelling
—
*
*
Ja
*
*
Reset instelling Pagina
—
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
*
—
Ja
164
Lijst met steden voor wereldtijd
Stad: steden die u kunt opgeven als basisinstelling (p.39) of als Wereldtijd (p.132).
Videosignaal: het videosignaal van de stad, ingesteld als basisinstelling.
Regio
Noord-
Amerika
Midden- en
Zuid-
Amerika
Europa
Afrika/
West-Azië
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
PAL
PAL
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
Videosignaal
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
Santiago
Caracas
Buenos Aires
Sao Paulo
Rio de Janeiro
Lissabon
Madrid
Londen
Parijs
Amsterdam
Milaan
Rome
Kopenhagen
Berlijn
Praag
Stockholm
Stad
Honolulu
Anchorage
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-City
Lima
Boedapest
Warschau
Athene
Helsinki
Moskou
Dakkar
Algiers
Johannesburg
Regio
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Stad
Istanboel
Caïro
Jeruzalem
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
New Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom-Penh
Ho Chi Minhstad
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoul
Tokio
Guam
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
PAL
PAL
PAL
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
NTSC
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
Videosignaal
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
PAL
8
165
Optionele accessoires
8
Bij deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera worden geleverd.
Voedingsbron
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108 (*)
Netvoedingsadapter D-PA116 (*)
Batterijlader D-BC108
Kabel
USB-kabel I-USB116 (*)
AV-kabel I-AVC116
Draagriem
O-ST116 (*)
O-ST8
O-ST24
O-ST81
Cameratas
O-CC81
Zilveren ketting
Riem van echt leer
Waterbestendige riem
166
Belangrijkste technische gegevens
Type Volautomatische digitale compactcamera met ingebouwd zoomobjectief
Aantal effectieve pixels Ca. 16 megapixels
Beeldsensor
Aantal opnamepixels
(resolutie)
1/2,3-inch CCD
Foto’s m (4608×3456), n (3456×3456), o (4608×2592), 6 (3072×2304), h (1920×1080), m (640×480)
* Vast ingesteld op h voor de verhoudingsfactor 4:3 en h voor de verhouding 16:9 in de stand Beeld inkadering.
* Vast ingesteld op f voor de verhoudingsfactor 4:3 en
1 voor de verhouding 16:9 in de stand Digital SR/
Miniatuurfilter/Continue opname snel of wanneer de gevoeligheid is ingesteld op 3200 of 6400.
Video M (1280×720/30 fps), G (640×480/30 fps)
(resolutie/beeldsnelheid)
Gevoeligheid
(standaardgevoeligheid)
Bestandsindeling
Opslagmedia
Auto (ISO 64 - 800)
Handmatig (ISO 64, 100, 200, 400, 800, 1600, 3200, 6400)
* Vast ingesteld op Auto (ISO 64 - 6400) in de stand Digital
SR.
Foto’s JPEG (Exif 2.3), DCF 2.0, DPOF,
PRINT Image Matching III
Video AVI (Motion JPEG), ca. 30 fps (beeldjes per seconde), PCM-systeem, monogeluid, Movie SR
(Shake Reduction voor video)
Intern geheugen (ca. 41,7 MB), SD-geheugenkaart, SDHCgeheugenkaart, SDXC-geheugenkaart
8
167
8
Geschatte opslagcapaciteit en opnametijd
Foto’s m 4608×3456 n 3456×3456 o 4608×2592
6 3072×2304 h 1920×1080 m 640×480
Intern geheugen
13 opnamen
18 opnamen
18 opnamen
25 opnamen
72 opnamen
243 opnamen
2 GB
SD-geheugenkaart
640 opnamen
842 opnamen
842 opnamen
1159 opnamen
3235 opnamen
10245 opnamen
• De opslagcapaciteit is alleen ter informatie en alleen voor opnamen die worden opgeslagen op het blanco ingebouwde geheugen of een blanco SDgeheugenkaart. Als video wordt opgeslagen, is de opslagcapaciteit minder. De feitelijke opslagcapaciteit kan variëren, afhankelijk van de SD-geheugenkaart en het onderwerp.
Video
M 1280×720/30 fps
G 640×480/30 fps
Intern geheugen
15 s
30 s
2 GB
SD-geheugenkaart
13 min. 27 sec.
25 min. 33 sec.
• Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op onze standaard opnameomstandigheden en kunnen variëren al naar gelang het onderwerp, de opnameomstandigheden en het gebruikte type SD-geheugenkaart. Als andere gegevens worden opgeslagen, zoals foto's, worden de opnametijden korter.
• U kunt continu opnamen blijven maken totdat het interne geheugen of de SDgeheugenkaart vol is, of het bestand van de opgenomen video een grootte heeft van 2 GB (bij gebruik van een geheugenkaart met grote capaciteit). Als het opnemen bij 2 GB wordt afgebroken, kunt u het opnemen opnieuw starten om de video op te nemen in blokken van 2 GB.
Witbalans
Objectief
Optische zoom
Intelligente zoom
Digitale zoom
Automatisch, daglicht, schaduw, lamplicht, TL-licht, handmatig
Brandpuntsafstand 5,1 mm - 25,5 mm
(ca. 28 mm - 140 mm in 35 mm equivalent brandpuntsafstand)
Diafragma F3.9 (G) - F6.3 (T)
Samenstelling objectief
Type zoom
5×
8 elementen in 8 groepen (5 asferische elementen)
Elektrisch gestuurd
Ca. 7,5× bij 6, ca. 36,0× bij m (in combinatie met optische zoom)
Max. ca. 7,2× (geeft in combinatie met 5× optische zoom een vergroting die vergelijkbaar is met ca. 36,0×)
168
Shake Reduction Foto’s Antitrillingsstand met hoge gevoeligheid
(Digital SR)
Scherm
Weergavestanden
Video Elektronische Shake Reduction voor video
(Movie SR)
Breedbeeldmonitor (LCD) van 2,7 inch, ca. 230.000 dots
Enkel beeld, zesbeeldsweergave, twaalfbeeldsweergave, vergroting
(max. 10×, schuiven), mapweergave, kalenderweergave, histogramweergave, wissen van geselecteerde opnamen, diavoorstelling, beeldrotatie, klein-gezichtfilter, miniatuurfilter, HDRfilter, digitaal filter, beeldinkadering, video afspelen/bewerken
(bewaar als foto, video splitsen), rode-ogenreductie, formaat wijzigen, bijsnijden, kopiëren van opnamen, beveiliging, DPOF, instelling startscherm
Scherpstelinstellingen Autofocus, Macro, Super Macro, Pan-focus, Oneindig
Scherpstelling Type
Scherpstelbereik
(vanaf voorzijde objectief)
TTL-contrastdetectiesysteem met sensor
9-punts autofocus (keuze uit meervlaks/spot/ automatisch meevolgende AF)
Standaard
Macro
: 0,4 m -
1 m -
(Groothoek)
(Telefoto)
: 0,1 m - 0,5 m (Groothoek)
0,3 m - 0,5 m (mid-zoom)
Super Macro : 0,05 m - 0,2 m (vast ingesteld op groothoek)
* Overschakelen op Pan-focus of Oneindig is mogelijk.
* Gezichtsdetectie voor AF is alleen beschikbaar als de camera het gezicht van het onderwerp detecteert.
Scherpstelvergrendeling
Door de ontspanknop tot halverwege in te drukken
Belichtingsregeling Belichtingsmeting Meervlaks lichtmeting
Belichtingscorrectie ±2 LW (instelbaar in stappen van 1/3 LW)
Gezichtsdetectie
Opnamefuncties
Detectie van max. 16 gezichten van mensen (max. 16 gezichtsdetectiekaders op het scherm), Smile Capture
* Gezichtsdetectie voor belichting is alleen beschikbaar wanneer de camera het gezicht van het onderwerp detecteert.
Automatische opname, Programma, Blauwe hemel, Landschap,
Bloemen, Zonsondergang, Nachtopname, Portret bij nacht, Portret,
Huidtint naturel, Eten & drinken, Digital SR, Kinderen, Sport, Strand
& Sneeuw, Vuurwerk, Beeld inkadering, Feest, Kaarslicht, Tekst,
Miniatuurfilter, HDR-filter, Groen
Digitale filters Zwart-wit, Sepia, Speels, Retro (oorspronkelijke opname, Amber,
Blauw), Kleur (Rood, Roze, Paars, Blauw, Groen, Geel),
Kleurextractie (Rood, Groen, Blauw), Kleurverbetering
(Hemelsblauw, Frisgroen, Zachtroze, Herfstbladeren), Soft,
Helderheidsfilter
8
169
8
Video Continue opnametijd
Van ca. 1 seconde - tot intern geheugen of SDgeheugenkaart vol is (met een maximale grootte van 2 GB)
Sluitertijd 1/2000 s - 1/4 s, max. 4 s (nachtopname)
Ingebouwde flitser Standen Auto, Flitser uit, Flitser aan,
Flitser+AntiRodeOgen
Transportstanden
Flitsbereik Groothoek: ca. 0,3 m - 3,6 m
(Gevoeligheid: in Auto-toestand)
Telefoto: ca. 1,0 m - 2,2 m
(Gevoeligheid: in Auto-toestand)
Enkel beeld, Zelfontspanner (ca. 10 s / 2 s), Continue opname,
Continue opname snel
Elektronisch gestuurde zelfontspanner, vertragingstijd: ca. 10 of 2 s.
Wereldtijd 75 steden (28 tijdzones)
Zelfontspanner
Tijdfunctie
Voedingsbron Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI108
Levensduur batterij Aantal te maken opnamen ca. 200 opnamen
* Opnamecapaciteit toont bij benadering het aantal opnamen dat is gemaakt tijdens tests die zijn uitgevoerd conform CIPA (bij ingeschakeld scherm, ingeschakelde flitser voor 50% van de opnamen en bij 23 °C).
In de praktijk kan dit afwijken, afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Weergavetijd ca. 130 min.
* Op basis van de resultaten van tests bij
PENTAX. De feitelijke tijd kan variëren, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden.
Interfaces
Videosignaal
Afmetingen
Gewicht
Accessoires
Video-opnametijd ca. 70 min.
PC/AV-uitgang USB 2.0 (ondersteunt hoge snelheid)
NTSC/PAL (mono)
Ca. 101 × 46,5 × 22,5 mm (b × h × d) (exclusief bedieningselementen/uitstekende delen)
Ca. 105 g (zonder batterij en SD-geheugenkaart)
Ca. 122 g (met batterij en SD-geheugenkaart)
Oplaadbare lithium-ionbatterij, netvoedingsadapter, USB-kabel, alternatieve skins, objectiefring (op camera geïnstalleerd), software
(cd-rom), draagriem, handleiding, minihandleiding
170
GARANTIEBEPALINGEN
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAXservicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Als uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Als u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar.
Teneinde de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, gelieve u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending aan een geautoriseerde vertegenwoordiger of een door hen erkende reparateur stuurt, tenzij u de camera direct aan de fabrikant stuurt.
Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
8
171
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
8
172
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Unie.
Voor klanten in de Verenigde Staten
FCC-VERKLARING
Dit toestel is in overeenstemming met Deel 15 van de FCC-regels. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit toestel mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) moet elke ontvangen interferentie aanvaarden, zelfs als het gaat om interferenties die een ongewenstfunctioneren veroorzaken.
Wijzigingen of modificaties die niet zijn goedgekeurd door de instantie die verantwoordelijk is voor naleving van de voorschriften, kunnen ervoor zorgen dat de gebruiker het recht verliest om het toestel te bedienen.
Dit toestel is getest en valt binnen de limieten voor digitale toestellen van
Klasse B, volgens Deel 15 van de FCC-regels.
Deze limieten zijn opgesteld om een redelijke bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in een residentiële installatie. Deze apparatuur genereert en gebruikt radiogolven en kan, indien niet geïnstalleerd volgens de instructies, schadelijke interferentie veroorzaken bij radiocommunicatie. Er is echter geen garantie dat er in een bepaalde installatie geen storingen zullen voorkomen.
Als dit toestel inderdaad schadelijke storing veroorzaakt bij de ontvangst van radio- of televisiesignalen, wat kan worden vastgesteld door de apparatuur uit en weer aan te zetten, verdient het aanbeveling een of meer van de volgende maatregelen te nemen om de storing te verhelpen:
• Verander de ontvangstantenne van richting of van plaats.
Zet het apparaat en de ontvanger verder uit elkaar.
Sluit het apparaat aan op een ander circuit dan de ontvanger.
* Raadpleeg de leverancier of een ervaren radio- of televisiemonteur.
8
Voor klanten in Canada
Dit digitale toestel van klasse B voldoet aan alle vereisten van de
Canadese norm ICES-003.
Pour les utilisateurs au Canada
Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme
NMB-003 du Canada.
173
8
174
VOOR CALIFORNIË (VS)
Speciale behandeling van materiaal met perchloraat kan van toepassing zijn. De in deze camera gebruikte lithiumbatterij bevat perchloraat, waarvoor een speciale behandeling noodzakelijk kan zijn. Zie www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate
Verklaring van overeenstemming
In overeenstemming met 47CFR, delen 2 en 15 voor
personal computers en randapparaten van klasse B
Wij: PENTAX RICOH IMAGING AMERICAS
CORPORATION
Gevestigd: 633 17 th Street, Suite 2600
Denver, Colorado 80202 U.S.A.
Telefoon: 800-877-0155 Fax: 303-790-1131
Verklaren dat onder alleen onze verantwoordelijkheid het hierin gespecificeerde product voldoet aan 47CFR delen 2 en 15 van de FCCrichtlijnen als een digitaal apparaat van klasse B. Elk product is identiek aan het geteste apparaat en voldoet aan de normen. De administratie die continu wordt bijgehouden, geeft aan dat verwacht kan worden dat de geproduceerde apparatuur valt binnen een geaccepteerde afwijking, veroorzaakt door massaproductie en het testen op statistische basis zoals vereist in 47CFR §2.909. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit toestel mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) moet elke ontvangen interferentie aanvaarden, zelfs als het gaat om interferenties die een ongewenstfunctioneren veroorzaken. De hierboven genoemde partij is er verantwoordelijk voor dat de apparatuur voldoet aan de normen gesteld in 47CFR §15.101 tot §15.109.
8
Productnaam: Digital Camera
Modelnummer: Optio LS465
Contactpersoon: Manager klantenservice
Datum en plaats: April 2012, Colorado
175
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Als u zich op de juiste wijze van deze producten ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
Als een chemisch symbool is toegevoegd onder het hierboven getoonde symbool (conform de richtlijn voor batterijen), dan wil dit zeggen dat een zwaar metaal (Hg = kwik, Cd = cadmium, Pb = lood) in de batterij aanwezig is met een concentratie die hoger is dan de desbetreffende drempelwaarde die in de batterijrichtlijn is vastgelegd.
Neem voor meer informatie over de inzameling en recycling van gebruikte producten contact op met de gemeente, de vuilnisdienst of de leverancier van het product.
8
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u zich van gebruikte producten wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
Voor Zwitserland: Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur kan gratis worden teruggebracht naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
176
Index
Symbolen
-stand ...................... 14, 48
Q -stand ..................... 14, 48
Q -knop ...................... 44, 46
[A Opnemen] ............ 52, 160
Menu [C Video] ........ 53, 161
Menu [W Instelling] .... 54, 162
Wissen .................. 92, 101
T Tele ................................ 66
W Groothoek ..................... 66
y Vergroten ................... 100
f Zes-/ twaalfbeeldsweergave ....... 94
9 Groene modus ............. 64
b Automatische opname ............................. 62
R Programma .................. 63
A Nachtopname ............... 60
K Eten & drinken .............. 60 c Digital SR ................... 60
R Kinderen ........................ 60
H Huisdier ........................ 68
\ Sport ............................. 60
Q Strand & sneeuw .......... 60
S Vuurwerk ......................60
B Feest .............................61
U Kaarslicht ......................61
c Tekst ..............................70
p HDR ..................71, 111
A
Aan/uit-knop ...........38, 44, 46
Aansluiten op een tv ........106
Aantal pixels ......................78
Achtergrond .....................136
Afspeelstand ....................141
Afspeelstandpalet ............163
AF-veld ..............................77
Alles verwijderen ..............102
Alternatieve skins ...............29
Audiovisuele apparatuur ...106
Auto Uitsch. .....................138
Automatisch , ...................73
Automatisch meevolgende AF ..........61, 77
Automatische opname, functie ................................62
AV-kabel ..........................106
B
Basisfunctie .......................64
Basisinstellingen ................39
Batt besparing ..................137
Batterij plaatsen .................31
Beeld inkadering ........69, 117
Beeldeffect .........................98
Beeldteller ..........................89
8
177
8
Belichtingsinstelling ........... 79
Bestandsnummer .............. 90
Bestemmingstijd .............. 132
Beveiligen Z ................ 103
Blauwe hemel .................... 60
Bloemen ............................ 60
C
Camerabeweging .............. 89
Continue opname snel q .............................. 74
Continuopname j ............ 74
Contrast ............................. 84
D
Daglicht G ......................... 80
instellen ..................... 42, 130
Datumafdruk ...................... 85
De SD-geheugenkaart controleren ........................ 38
De software installeren .... 147
Diavoorstelling ................... 97
Digitaal filter ..................... 113
Digital SR .......................... 60
Digitale zoom ............... 66, 67
DPOF-instellingen ........... 124
Draagriem .......................... 28
E
Eten & drinken ................... 60
F
Feest ................................. 61
Filters ................. 71, 111, 113
Flitser aan b ..................... 73
Flitser uit a ....................... 73
Flitsinstelling ...................... 73
Focusinst. .......................... 76
Formatteren ..................... 127
178
Fotolab .............................124
Foutmeldingen .................156
G
Geheugen ..........................90
Geluidsinstellingen ...........129
Geluidstype ......................129
Gevoeligheid ......................81
Gezichtsdetectie ..........61, 82
Groene modus ...................64
Groene toets ..........45, 47, 85
Grootte wijzigen ...............108
H
Handmatig K ....................80
HDR-filter ...................71, 111
Helderheid .......................137
Helderheid van het scherm .............................137
Helderheidsfilter ...............113
Histogram ..........................26
Huidtint naturel ...................60
Huisdier ..............................68
I
Indicatie batterijniveau .......35
Instelling-menu ..........54, 162
Intelligente zoom ................66
Intern geheugen ...............122
K
Kaarslicht ...........................61
Kalenderweergave .............95
Kinderen ............................60
Klein-gezichtfilter .............110
Kleurenfilter ......................113
Kleurextractiefilter ............113
Kleurverbeteringsfilter ......113
Kleurverzadiging ................84
Knop 4 .....................45, 47
Kopiëren ..........................122
L
Lamplicht I ...................... 80
Landschap ......................... 60
M
Macintosh ........................ 147
Macro q ............................ 76
Mapnaam ........................ 134
Mapweergave .................... 95
Mass Storage Class ........ 143
MediaImpression ............. 146
Menu Video ............... 53, 161
Menu’s, werken met .......... 49
Menu-items registreren ..... 85
Knop 3 ................ 45, 47
Miniatuurfilter ............. 71, 111
Momentcontrole ................. 59
(Bewegingsreductie film) ... 89
MSC ................................ 143
N
Nachtopname .................... 60
Neonlicht J ...................... 80
NTSC ............................... 135
O
Oneindig s ....................... 76
Ontspanknop ......... 44, 46, 58
Openingsscherm ............. 139
Opladen van een batterij ... 33
Opname-informatie ............ 23
Opnamen opslaan op datum .............................. 134
Opnamepalet ..................... 59
Opnamestand .................... 59
Opnemen, menu ........ 52, 160
Opslaan als foto (video) ... 120
Opslaan van instellingen ... 90
Opslagcapaciteit .............. 168
Opstart scherm ................ 139
Optioneel accessoire .......166
P
PAL ..................................135
Pan-focus 3 ....................76
Protocol ............................143
Pixeluitlijning ....................140
Portret ................................60
Portret bij nacht ..................60
Productregistratie .............150
Programma ........................63
PTP ..................................143
R
Reset ...............................141
Resolutie ......................78, 89
Retrofilter .........................113
Rode-ogenreductie ..........116
Rode-ogenreductie d ........73
Roteren ..............................99
S
Schaduw H ......................80
Scherpstellen .....................76
Scherpte ............................84
SD-geheugenkaart .............36
Selecteer tijd ....................133
Sepiafilter .........................113
Shake Reduction ...............89
Smile Capture ..............62, 82
Soft-filter ..........................113
Speelgoedcamerafilter .....113
Splitsen, video-opnamen ................121
Sport ..................................60
Stad .................................165
Standaard = ...................76
Standaardinstellingen ......160
Strand & sneeuw ...............60
Super Macro r .................76
8
179
8
Systeemvereisten ............ 146
T
Taalinstelling ............. 39, 134
Tekst .................................. 70
Thuistijd ........................... 132
(ontspanknop) ................... 58
Transportstand .................. 74
TV .................................... 106
U
Uitsnijden ......................... 109
USB-aansluiting ............... 143
V
Vergroten y ................... 100
Video ................................. 87
Video bewerken ............... 120
Videoknop ......................... 44
Video-opnamen weergeven ......................... 93
Videosignaal ............ 135, 165
Vierwegbesturing ......... 45, 47
(ontspanknop) ................... 58
Volume wijzigen ........ 93, 129
Vuurwerk ........................... 60
W
Weergave .................... 92, 93
Weergave Info ................... 23
Weergavepalet .................. 96
Weergavetaal ............ 39, 134
Wereldtijd ........................ 132
Windows .......................... 147
Wissen i .................. 92, 101
Witbalans ........................... 80
180
Z
Zelfontspanner g ..............74
Zomertijd ..........................132
Zonsondergang ..................60
Zoom T/W ..........................66
Zoomknop ....................44, 46
Zwart-witfilter ...................113
Memo
PENTAX RICOH IMAGING CO., LTD.
2-35-7, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX RICOH IMAGING
FRANCE S.A.S.
(European Headquarters)
PENTAX RICOH IMAGING
DEUTSCHLAND GmbH
112 Quai de Bezons, B.P. 204, 95106 Argenteuil Cedex,
FRANCE
(HQ - http://www.pentax.eu)
(France - http://www.pentax.fr)
Julius-Vosseler-Strasse 104, 22527 Hamburg,
GERMANY
(http://www.pentax.de)
PENTAX RICOH IMAGING
UK LTD.
PENTAX RICOH IMAGING
AMERICAS CORPORATION
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough, Berks
SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
633 17th Street, Suite 2600, Denver, Colorado 80202,
U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX RICOH IMAGING
CANADA INC.
PENTAX RICOH IMAGING
CHINA CO., LTD.
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7,
CANADA
(http://www.pentax.ca)
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang
Road, Xu Hui District, Shanghai, 200032, CHINA
(http://www.pentax.com.cn) http://www.pentax.jp/english
Digitale camera
Handleiding
DUT
• De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
OPLS46505/DUT Copyright © PENTAX RICOH IMAGING CO., LTD. 2012
FOM 01.05.2012 Printed in Europe
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Descarcă
Publicitate