Nikon D40 Gebruikshandleiding
PDF
Document
Publicitate
Publicitate
(EUR)
Nl
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook,
volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON
CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of
besprekingen).
De Nikon gids voor digitale fotografie
met de
digitale camera
(Nl)
Gedrukt in Europa
SB7L06(1F)
6MBA761F-06
Waar kunt u het vinden
Vind wat u zoekt in:
De Inhoud
Zie blz. v–vi
Zoek onderwerpen op functie of menunaam.
De vraag- en antwoordindex
Zie blz. vii–ix
Weet u wat u wilt, maar weet u de naam van de functie niet? Zoek hem op in de
vraag- en antwoordindex.
De index
Zie blz. 123–125
Zoek op trefwoord.
Foutmeldingen
Zie blz. 111–112
Verschijnt er een waarschuwing in de zoeker of op de monitor, zoek dan hier de
oplossing.
Problemen oplossen
Zie blz. 108–110
Doet de camera iets wat u niet verwacht? Zoek hier de oplossing.
Help
Gebruik de ingebouwde helpfunctie van de camera voor helpinformatie over menufuncties en andere onderwerpen. Zie blz. 3 voor meer informatie.
Inleiding
Instructies
Fotograferen en weergeven
Meer over fotografie (alle standen)
Standen P, S, A en M
Naslaginformatie
Meer over foto's weergeven
Aansluiten op een computer, printer of televisie
Weergaveopties: het weergavemenu
Opnameopties: het opnamemenu
Menugids
Persoonlijke instellingen
Basisinstellingen: het setup-menu
Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
Technische gegevens
i
Voor uw veiligheid
Als u schade aan uw Nikon-product of letsel voor uzelf of anderen wilt voorkomen, dient u de volgende veiligheidsinstructies goed door te lezen voordat u deze apparatuur gaat gebruiken. Bewaar
deze veiligheidsinstructies op een plaats waar iedereen die het product gebruikt ze kan lezen.
De consequenties voor het niet opvolgen van de veiligheidsinstructies in dit hoofdstuk worden met
het volgende pictogram aangegeven:
Dit pictogram staat bij waarschuwingen. Lees om mogelijk letsel te voorkomen alle waarschuwingen
voordat u dit Nikon-product gebruikt.
WAARSCHUWINGEN
Zorg dat de zon buiten beeld blijft
Zorg er bij tegenlichtopnamen voor dat de zon ruim
buiten beeld blijft. Als zonlicht in de camera convergeert
doordat de zon zich in of dichtbij het beeld bevindt, kan
dit brand veroorzaken.
Kijk niet via de zoeker in de zon
In de zon of andere sterke lichtbronnen kijken via de
zoeker, kan tot blijvende vermindering van het gezichtsvermogen leiden.
Gebruik van de dioptrie-instelling van de zoeker
Wanneer u de dioptrie-instelling gebruikt met het oog
aan de zoeker, dient u op te passen dat u niet per
ongeluk uw vinger in uw oog steekt.
Onmiddellijk uitschakelen in geval van storing
Indien er rook of een ongewone geur vrijkomt uit het
apparaat of de lichtnetadapter (apart leverbaar), ontkoppelt u onmiddellijk de lichtnetadapter van het lichtnet
en verwijdert u de batterij; pas daarbij op dat u zich niet
brandt. Voortgaand gebruik kan leiden tot letsel. Nadat
u de batterij hebt verwijderd, brengt u het apparaat
voor onderzoek naar de technische dienst van Nikon.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Aanraking van inwendige onderdelen kan tot letsel leiden. In geval van een defect mag dit product uitsluitend worden gerepareerd door een gekwalificeerde
reparateur. Mocht het product openbreken als gevolg
van een val of ander ongeluk, verwijder dan de batterij
of ontkoppel de lichtnetadapter en breng het product
voor onderzoek naar de technische dienst van Nikon.
Niet gebruiken in de nabijheid van ontvlambaar gas
Gebruik elektronische apparatuur niet in de nabijheid van
ontvlambaar gas, omdat dit kan leiden tot explosie of brand.
Buiten bereik van kinderen houden
Negeren van deze waarschuwing kan leiden tot letsel.
Doe de draagriem niet om de hals van kinderen
Het dragen van de camerariem om de nek kan bij kinderen leiden tot verstikking.
Neem de juist voorzorgen in acht bij het gebruik van batterijen
Batterijen kunnen bij onjuist gebruik gaan lekken of
exploderen. Neem de volgende voorzorgen in acht bij
het gebruik van de batterijen bij dit product:
ii
Voor uw veiligheid
• Gebruik alleen batterijen die zijn goedgekeurd voor
gebruik in dit apparaat.
• U mag de batterij niet kortsluiten of uit elkaar halen.
• Zorg ervoor dat het product is uitgeschakeld voordat u
de batterij vervangt. Als u een lichtnetadapter gebruikt,
dient u deze los te koppelen.
• Plaats batterijen niet ondersteboven of achterstevoren.
• Stel batterijen niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• U mag batterijen niet blootstellen aan of onderdompelen in water.
• Plaats het afdekkapje van de batterij terug wanneer u
de batterij vervoert. Vervoer of bewaar de batterij niet
samen met metalen objecten, zoals halskettingen of
haarspelden.
• Volledig lege batterijen kunnen gaan lekken. Als u
schade aan het product wilt voorkomen, dient u een
lege batterij te verwijderen.
• Plaats het afdekkapje op de contactpunten en berg de
batterij op een koele, droge plaats op als de batterij
niet in gebruik is.
• Direct na gebruik, of als het product voor een langere
periode op batterijvoeding heeft gewerkt, kan de batterij heet zijn geworden. Zet de camera daarom uit en
laat de batterij afkoelen voor u deze verwijdert.
• Stop onmiddellijk met het gebruik van een batterij als u
veranderingen opmerkt, zoals verkleuring of vervorming.
Neem de juiste voorzorgen in acht bij het gebruik van de snellader
• Houd de camera droog. Negeren van deze waarschuwing kan leiden tot brand of een elektrische schok.
• Stof op of bij metalen onderdelen van de stekker dient
met een droge doek te worden verwijderd. Voortgaand
gebruik kan tot brand leiden.
• Tijdens onweer dient u niet met uw handen aan de
voedingskabel of bij de lader te komen. Negeren van
deze waarschuwing kan leiden tot een elektrische
schok.
• Beschadig, modificeer of verbuig de voedingskabel
niet, en trek er niet met kracht aan. Plaats de kabel niet
onder zware objecten, en stel hem niet bloot aan hitte
of vuur. Is de isolatie beschadigd en liggen de stroomdraden bloot, breng de kabel dan voor onderzoek naar
de technische dienst van Nikon. Negeren van deze
waarschuwing kan leiden tot brand of een elektrische
schok.
• Houd de stekker en de lader niet met natte handen
vast. Negeren van deze waarschuwing kan leiden tot
een elektrische schok.
Gebruik de juiste kabels
Als u kabels op de in- en uitvoeraansluitingen gaat aansluiten, gebruik dan uitsluitend de meegeleverde kabels,
of kabels die Nikon voor het beoogde doel aanbiedt. Op
die manier bent u verzekerd van een optimale werking.
CD-roms
Cd-roms met software of gebruikshandleidingen dienen niet op audio-cd-apparatuur te worden afgespeeld. Het afspelen van cd-roms op een audio-cdspeler kan tot gehoorverlies of schade aan de apparatuur leiden.
Wees voorzichtig bij het gebruik van de flitser
Let er op dat het flitsvenster niet in aanraking komt
met een persoon of een object als u de flitser gebruikt.
Anders kan de persoon zich branden of kan er vuur
ontstaan.
Gebruik van de flitser dicht bij de ogen van het onderwerp kan leiden tot tijdelijke vermindering van het
gezichtsvermogen. Pas extra op bij het fotograferen
van kleine kinderen; de flitser mag niet dichterbij worden gehouden dan een meter vanaf het onderwerp.
Vermijd contact met vloeibare kristallen
Mocht de monitor breken, pas dan op dat u zich niet verwondt aan de glassplinters en dat de vloeibare kristallen uit
de monitor niet in aanraking komen met uw huid, ogen of mond.
Opmerkingen
• Niets van de handleidingen die bij dit product zijn geleverd • Nikon is niet aansprakelijk voor enige schade die voortmag worden gereproduceerd, overgedragen, getranscri- komt uit het gebruik van dit product.
beerd, opgeslagen in een archiefsysteem of vertaald in • Hoewel alles in het werk is gesteld om te zorgen dat de
enige taal in enige vorm, met enig middel, zonder vooraf- informatie in deze handleidingen juist en compleet is, stelgaande schriftelijk toestemming van Nikon.
len we het zeer op prijs als u Nikon op de hoogte wilt stel• Nikon behoudt zich het recht voor de specificaties van de len van eventuele onjuistheden of omissies (adres
hardware en software die in deze handleidingen worden aanwezig in overige documentatie).
beschreven op enig moment zonder voorafgaande aankondiging te wijzigen.
Opmerkingen
iii
Pictogram voor gescheiden inzameling in Europese landen
Dit pictogram geeft aan dat dit product via gescheiden inzameling moet worden afgevoerd.
Het volgende is alleen van toepassing op gebruikers in Europese landen:
• Dit product is ontworpen met het oog op gescheiden inzameling via een daarvoor bestemd inzamelingspunt. Gooi dit product niet weg als huishoudafval.
• Neem voor meer informatie contact op met de leverancier of de gemeentelijke reinigingsdienst.
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren
Let er op dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is gekopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner,
digitale camera of ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
• Voorwerpen die volgens de wet niet mogen worden gekopieerd of • Waarschuwingen met betrekking tot bepaalde kopieën en reproducties
gereproduceerd
Kopieer of reproduceer geen papiergeld, munten, waarde- De overheid heeft waarschuwingen uitgevaardigd met
papieren of overheidsobligaties, zelfs als dergelijke betrekking tot het kopiëren of reproduceren van waardepakopieën of reproducties voorzien zijn van een stempel pieren, uitgegeven door commerciële instellingen (aandelen, wissels, cheques, cadeaucertificaten, etc.), reispassen of
'Voorbeeld'.
coupons, behalve wanneer het gaat om een minimaal
Het kopiëren of reproduceren van papiergeld, munten of
benodigd aantal kopieën voor zakelijk gebruik door een
waardepapieren die in het buitenland in circulatie zijn, is bedrijf. Eveneens niet toegestaan is het kopiëren of reproverboden.
duceren van door de overheid uitgegeven paspoorten, verTenzij vooraf toestemming is verleend, is het kopiëren of gunningen afgegeven door overheidsinstanties en andere
reproduceren van ongebruikte door de overheid uitgege- instellingen, identiteitskaarten en kaartjes zoals passen en
maaltijdcoupons.
ven postzegels of briefkaarten verboden.
Het kopiëren of reproduceren van door de overheid uitge- • Auteursrechten
geven zegels of van gecertificeerde, door de wet voorge- Het kopiëren of reproduceren van auteursrechterlijk
beschermde creatieve werken zoals boeken, muziek, schilschreven documenten is verboden.
derijen, houtsneden, grafisch werk, kaarten, tekeningen,
films en foto’s is verboden op grond van nationale en internationale wetten. Gebruik dit product niet voor het maken
van illegale kopieën of met het doel inbreuk te maken op
het auteursrecht.
Wegwerpen van opslagmedia
Houd er rekening mee dat het wissen van beelden of het formatteren van geheugenkaarten of andere opslagmedia de
oorspronkelijke beelddata niet geheel verwijdert. Met behulp van in de handel verkrijgbare software is het soms mogelijk
verwijderde bestanden op weggeworpen opslagmedia alsnog te herstellen, wat misbruik van persoonlijke beeldgegevens tot gevolg kan hebben. De verantwoordelijkheid voor de privacy omtrent dat soort bestanden ligt bij de gebruiker.
Voordat u een opslagapparaat weggooit of overdraagt aan iemand anders dient u alle bestanden te wissen met commercieel verkrijgbare verwijderingssoftware of formatteert u het apparaat en laadt u het vervolgens geheel met beelden die
geen privé-informatie bevatten (bijvoorbeelden foto's van een egale lucht). Vergeet niet ook eventuele beelden die u
gebruikt voor de vooringestelde witbalans en voor Infoweergave-formaat>Achtergrond te vervangen. Voorkom letsel
bij het fysiek vernietigen van opslagmedia.
Handelsmerkinformatie
Macintosh, Mac OS en QuickTime zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple, Inc. Microsoft, Windows en Windows
Vista zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of
andere landen. Het SD-logo is een handelsmerk van de SD Card Association. Het SDHC-logo is een handelsmerk. Adobe,
Acrobat en Adobe Reader zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. Pictbridge is een handelsmerk. Alle
andere handelsnamen die in deze handleiding of in andere documentatie bij uw Nikon-product worden vermeld, zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
iv
Opmerkingen
De Inhoud
Voor uw veiligheid ................................................................ii
Opmerkingen........................................................................ iii
Vraag- en antwoordindex............................................... vii
Inleiding ............................................................1
Kennismaking met de camera......................................... 2
Eerste stappen....................................................................... 8
Objectief bevestigen ...................................................................... 8
Batterij laden en plaatsen ............................................................ 9
Basisinstellingen ..............................................................................11
Geheugenkaart plaatsen............................................................12
Zoekerbeeld scherpstellen .......................................................14
Instructies........................................................15
Eenvoudig fotograferen ( -stand) .............................15
Creatief fotograferen met onderwerpsstanden
(Digital Vari-Program)......................................................18
Eenvoudig weergeven......................................................20
Naslaginformatie.............................................21
Meer over fotografie (alle standen) ......................22
De opname-informatieweergave .................................22
Scherpstelling......................................................................23
Scherpstelstand ...............................................................................23
AF-veldstand......................................................................................24
AF-veld...................................................................................................25
Scherpstelvergrendeling............................................................26
Handmatig scherpstellen ..........................................................28
Beeldkwaliteit en -formaat..............................................29
Beeldkwaliteit....................................................................................30
Beeldformaat .....................................................................................30
Opnamestand......................................................................32
Zelfontspanner en Afstandsbediening..............................33
Gebruik van de ingebouwde flitser .............................34
ISO-gevoeligheid................................................................37
Reset met twee knoppen ................................................38
De standen P, S, A en M ..........................................39
Stand P (Programma-automatiek)................................40
Stand S (Sluitertijdvoorkeuze) .......................................41
Stand A (Diafragmavoorkeuze) .....................................42
Belichtingsstand M (Handmatig)..................................43
Belichting ..............................................................................45
Lichtmeting ........................................................................................45
Belichtingsvergrendeling...........................................................46
Belichtingscorrectie.......................................................................47
Flitscorrectie.......................................................................................48
Witbalans...............................................................................49
Meer over foto's weergeven...................................50
Foto’s met de camera bekijken......................................50
Foto-informatie ................................................................................51
Meerdere beelden bekijken: miniatuurweergave......52
Foto’s nauwkeuriger bekijken: zoomweergave............53
Foto’s tegen verwijderen beveiligen...................................54
Foto's een voor een wissen...................................................... 54
Aansluiten op een computer, printer of
televisie ..................................................................55
Aansluiten op een computer .........................................55
Voordat u de camera aansluit................................................. 55
De USB-kabel aansluiten............................................................ 55
Foto’s printen .......................................................................57
Printen via directe USB-verbinding ..................................... 57
Foto’s op televisie bekijken.............................................62
Menugids ........................................................ 63
Gebruik van cameramenu’s ............................................63
Weergaveopties: het weergavemenu .........................65
Wissen.................................................................................................... 65
Weergavemap .................................................................................. 66
Draai portret ...................................................................................... 66
Diashow................................................................................................ 67
Printopdracht (DPOF)................................................................... 67
Opnameopties: het opnamemenu ..............................68
Beeld optimaliseren (standen P, S, A en M) .................... 68
Beeldkwaliteit.................................................................................... 70
Beeldformaat..................................................................................... 70
Witbalans (standen P, S, A en M) ........................................... 70
ISO-gevoeligheid............................................................................ 73
Ruisonderdrukking ........................................................................ 73
Persoonlijke instellingen..................................................74
R: Terugzetten................................................................................... 74
1: Signaal.............................................................................................. 74
2: Scherpstelstand.......................................................................... 75
3: AF-veldstand ................................................................................ 75
4: Opnamestand.............................................................................. 75
5: Lichtmeting (alleen standen P, S, A en M).................. 75
6: Geen geheugenkrt?................................................................. 75
7: Beeld terugspelen..................................................................... 75
8: Flitscorrectie (alleen standen P, S, A en M)................. 76
9: AF-hulpverlichting
(alle standen behalve en )............................................ 76
10: ISO auto (alleen standen P, S, A en M)........................ 76
11: /Fn-knop................................................................................. 77
12: AE-L/AF-L ..................................................................................... 77
13: AE-vergrendeling.................................................................... 77
14: Ingebouwde flitser
(alleen standen P, S, A en M) .................................................. 78
15: Timers uit ..................................................................................... 78
16: Zelfontspanner......................................................................... 79
17: Afstandsbediening ................................................................79
Basisinstellingen: het setup-menu...............................80
Menu Pers. inst./Setup................................................................. 80
Formatteer geh.kaart.................................................................... 81
Infoweergave-formaat................................................................. 81
Auto opname-info ......................................................................... 83
Wereldtijd ............................................................................................ 83
LCD helderheid................................................................................ 83
De Inhoud
v
Videostand ..........................................................................................83
Taal(LANG)...........................................................................................84
Beeldcommentaar..........................................................................84
USB...........................................................................................................84
Mappen.................................................................................................85
Opeenvolgende numm..............................................................86
Spiegel omhoog..............................................................................86
Firmware versie ................................................................................86
Stof referentiefoto...........................................................................87
Autom. beeldrotatie......................................................................88
Geretoucheerde kopieën maken:
het retoucheermenu .......................................................89
D-lighting.............................................................................................90
Rode-ogencorrectie......................................................................91
Uitsnijden.............................................................................................91
Monochroom ....................................................................................92
Filtereffecten ......................................................................................92
Kleine kopie ........................................................................................92
Beeld-op-beeld ................................................................................94
vi
De Inhoud
Technische gegevens ...................................... 96
Optionele accessoires .......................................................96
Objectieven........................................................................................ 97
Optionele flitsers (Speedlights) ............................................. 99
Andere accessoires..................................................................... 102
Accessoires voor de D40......................................................... 103
Behandeling van uw camera....................................... 104
Onderhoud van camera en batterij:
waarschuwingen ....................................................................... 106
Problemen oplossen ...................................................... 108
Foutmeldingen en
waarschuwingsaanduidingen........................................... 111
Bijlage .................................................................................. 113
Specificaties....................................................................... 119
Index ............................................................. 123
Vraag- en antwoordindex
Vind wat u zoekt met deze vraag- en antwoordindex.
Algemene vragen
Vraag
Hoe gebruik ik de menu’s?
Hoe krijg ik meer informatie over een menu?
Kernbegrip
Gebruik van de menu’s
Help
Wat betekenen deze aanduidingen?
Monitor, zoeker
Wat betekent deze waarschuwing?
Hoeveel opnamen kan ik nog met deze kaart maken?
Hoe is het met de energievoorraad van de batterij gesteld?
Wat betekent 'belichting' en hoe werkt het?
Wat doe ik met het oculairkapje van de zoeker?
Welke optionele flitsers kan ik gebruiken?
Welke objectieven kan ik gebruiken?
Welke accessoires zijn beschikbaar voor mijn camera?
Welke geheugenkaarten kan ik gebruiken?
Welke software is beschikbaar voor mijn camera?
Wie kan ik vragen mijn camera te repareren of onderzoeken?
Hoe reinig ik de camera of het objectief?
Blz.
63–64
3
5–6,
81–82
Foutmeldingen en waarschuwings111–112
aanduidingen
Aantal resterende opnamen
29, 116
Batterijniveau
15
Belichting
39
Zelfontspanner, afstandsbediening
7, 33
Optionele flitsers
99
Objectieven
97
Accessoires voor de D40
96
Goedgekeurde geheugenkaarten
102
Accessoires voor de D40
103
Onderhoud van de camera
x
Reinigen van de camera
104
Basisinstellingen van de camera
Vraag
Kernbegrip
Hoe krijg ik het zoekerbeeld scherp?
Zoekerbeeld scherpstellen
Hoe zorg ik ervoor dat de monitor niet wordt uitgeschakeld?
Hoe zorg ik ervoor dat sluitertijd- en diafragmaweergave niet Stand-by-stand
worden uitgeschakeld?
Hoe stel ik de klok in?
Hoe stel ik de klok in voor de zomertijd?
Wereldtijd
Hoe verander ik de tijdzone wanneer ik op reis ben?
Hoe pas ik de helderheid van de monitor aan?
LCD helderheid
Hoe zet ik alle instellingen terug op standaard?
Reset met twee knoppen
Hoe schakel ik het lampje voorop de camera uit?
AF-hulpverlichting
Hoe verander ik de vertraging van de zelfontspanner?
Zelfontspanner
Hoe verander ik de wachttijd van de afstandsbediening?
Afstandsbediening
Hoe schakel ik het geluidssignaal van de camera uit?
Signaal
Hoe kan ik alle onderdelen van de menu’s zien?
Menu Pers. inst./Setup
Kan ik de menu’s in een andere taal weergeven?
Taal
Hoe voorkom ik dat de bestandsnummering opnieuw begint als
ik een nieuwe geheugenkaart plaats?
Opeenvolgende nummering
Hoe kan ik voorkomen dat verschillende foto’s dezelfde naam
krijgen?
Blz.
14
78
11, 83
83
38
76
33
33
74
80
84
86
Vraag- en antwoordindex
vii
Foto's maken
Vraag
Is er een gemakkelijke manier om foto’s te maken?
Is er een gemakkelijke manier om creatieve foto’s te maken?
Kernbegrip
Auto-stand
Onderwerpsstanden (Digital VariProgram)
Automatisch (flitser uit)
Stand Portret
Stand Landschap
Stand Kinderen
Stand Sport
Stand Close-up
Stand Nachtportret
Wat doe ik wanneer fotograferen met flitser verboden is?
Hoe geef ik een portretonderwerp goed weer?
Hoe krijg ik goede landschapsfoto’s?
Hoe maak ik foto’s van mijn kinderen?
Hoe 'bevries' ik een bewegend onderwerp?
Hoe maak ik close-ups van kleine voorwerpen?
Kan ik een nachtelijke achtergrond gebruiken in portretten?
Hoe kan ik de camera-instellingen veranderen via de opnameOpname-informatieweergave
informatieweergave?
Hoe maak ik snel een aantal opnamen achtereen?
Kan ik een zelfportret maken?
Opnamestand
Is er een afstandsbediening voor deze camera?
Hoe corrigeer ik de belichting?
Belichting; standen P, S, A en M
Hoe 'bevries' ik een bewegend onderwerp of geef ik het bewoStand S (sluitertijdvoorkeuze)
gen weer?
Hoe krijg ik details in de achtergrond onscherp?
Stand A (diafragmavoorkeuze)
Kan ik foto’s lichter of donkerder maken?
Belichtingscorrectie
Hoe kan ik een tijdopname maken?
Lange tijdopnamen
Hoe gebruik ik de flitser?
Kan ik de flitser instellen op automatisch flitsen?
Flitsen, flitsstand
Hoe voorkom ik dat de flitser gaat flitsen?
Hoe voorkom ik rode ogen?
Rode-ogenreductie
Kan ik bij weinig licht zonder flits fotograferen?
ISO-gevoeligheid
Kan ik regelen hoe de camera scherpstelt?
Autofocus
Hoe stel ik scherp op een bewegend onderwerp?
Scherpstelstand
Hoe bepaal ik waarop de camera scherpstelt?
Scherpstelveld
Kan ik na het scherpstellen de compositie wijzigen?
Scherpstelvergrendeling
Hoe verbeter ik de beeldkwaliteit?
Hoe maak ik grotere foto’s?
Beeldkwaliteit en -formaat
Hoe krijg ik meer foto’s op de geheugenkaart?
Kan ik voor e-mail foto’s op kleiner formaat maken?
viii Vraag- en antwoordindex
Blz.
15
18
19
22
32
33
33
39
41
42
47
44
34
35
37
23
23
25
26
29–30
Foto’s bekijken, printen en bewerken
Vraag
Kernbegrip
Blz.
Vraag- en antwoordindex
ix
Kennismaking met de camera
Neem even de tijd om vertrouwd te raken met de bedieningsknoppen en aanduidingen van de
camera. Leg eventueel een boekenlegger bij dit hoofdstuk, zodat u het gemakkelijk kunt terugvinden
terwijl u de rest van de handleiding leest.
Camerabody
쐅
�
� �
쐊
쐎
쐈
�
�
쐉
�
씈
�
씉
씊
씋
씌
씍
씎
씏
1 Infraroodontvanger .................................................................. 33
2 Hoofdschakelaar ............................................................................4
3 Ontspanknop................................................................................ 17
4
(belichtingscorrectie)-knop ......................................... 47
(diafragma)-knop................................................................ 43
Flitscorrectie .................................................................................. 48
5
(opname-informatie)-knop.......................................... 22
z (reset)-knop .............................................................................. 38
6 AF-hulpverlichting..................................................................... 23
Zelfontspannerlampje............................................................. 33
Lampje rode-ogenreductie ................................................. 35
7
(filmvlakaanduiding)......................................................... 28
8 Keuzeknop.........................................................................................4
9 Ingebouwde flitser .................................................................... 34
2
Inleiding: Kennismaking met de camera
10 Afdekkapje accessoireschoentje ...................................... 99
11 Accessoireschoentje (voor optionele flitser)............. 99
12
(flitsstand)-knop.................................................................. 34
(flitscorrectie)-knop ....................................................... 48
13 Oogje voor camerariem............................................................ 7
14 Deksel aansluitingen.................................................55, 58, 62
15 Videoaansluiting ......................................................................... 62
16 Resetknop.....................................................................................108
17 USB-aansluiting ................................................................... 55, 58
18
(zelfontspanner)-knop..................................................... 33
(functie)-knop...................................................................... 77
19 Objectiefontgrendeling ............................................................ 8
20 Bevestigingsindex objectief ................................................... 8
�
�
�
�
�
�
�
�
씎
�
씍
쐅
씌
쐈
씋
쐉
씈
씊
씉
1 DK-16 kapje zoekoculair............................................................7
2 Zoekeroculair ........................................................................... 5, 14
3 Dioptrie-instelling ...................................................................... 14
4
(AE-L/AF-L)-knop .......................................................... 46, 77
(beveiligings)-knop............................................................ 54
5 Instelschijf .................................................................................... 115
6 Oogje voor camerariem............................................................ 7
7 Multi-selector *
8 Deksel kaartsleuf......................................................................... 12
9
(wissen)-knop................................................................ 20, 54
10 Toegangslampje geheugenkaart..................................... 12
11 Klepje over voedingsaansluiting
voor optionele voedingsingang.....................................103
12 Ontgrendeling deksel batterijvak..................................... 10
13 Deksel batterijvak.............................................................10, 103
14 Statiefaansluiting
15 Monitor................................................................................ 6, 50, 82
16
(zoomweergave)-knop .................................................... 53
(instelling)-knop ................................................................ 22
z (reset)-knop.............................................................................. 38
17
(miniaturen)-knop............................................................... 52
(help)-knop
18
(menu)-knop.......................................................................... 63
19
(weergave)-knop ......................................................... 20, 50
* Multi-selector
De multi-selector wordt gebruikt om door de cameramenu's te navigeren en om foto's weer te geven.
Meer foto-informatie bekijken Weergave (
Cursor omhoog
Omhoog
drukken
22, 63)
Naar rechts
drukken
Vorige foto bekijken
Volgende foto bekijken
Terug naar vorig menu
Annuleren
51)
Menu’s/opname-informatie (
Naar links
drukken
Submenu weergeven
Omlaag drukken
Meer foto-informatie bekijken
Foto retoucheren (
89)
Selectie maken
Cursor omlaag
Help
Druk voor helpinformatie over de huidige stand of menuoptie op de knop . Op
de monitor wordt helpinformatie weergegeven zolang u de knop
ingedrukt
houdt. Druk de multi-selector omhoog of omlaag om door de informatie te bladeren. Als het pictogram knippert, kunt u helpinformatie over een foutmelding of
een ander probleem op de monitor bekijken door op de knop te drukken.
Inleiding: Kennismaking met de camera
3
De keuzeknop
De D40 biedt keuze uit de volgende twaalf opnamestanden:
Geavanceerde standen (belichtingsstanden)
Selecteer deze standen voor complete controle over de camera-instellingen.
P—Programma-automatiek: 40
S—Sluitertijdvoorkeuze: 41
A—Diafragmavoorkeuze:
M—Handmatig: 43
42
Eenvoudige onderwerpsstanden (Digital Vari-Program)
Als u een onderwerpsstand kiest, worden de instellingen automatisch geoptimaliseerd voor het
geselecteerde onderwerp; creatieve fotografie wordt daardoor net zo eenvoudig als draaien aan de
keuzeknop.
—Automatisch: 15
—Automatisch (flitser uit):
—Portret: 18
—Landschap: 18
18
—Kinderen: 19
—Sport: 19
—Close-up: 19
—Nachtportret: 19
De hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar kunt u de camera aan- en uitzetten.
Aan
4
Inleiding: Kennismaking met de camera
Uit
De zoekerweergave
1
2
3
12
1 Scherpstelhaakjes
(scherpstelvelden)......................................14, 16, 24, 25, 26
2 Scherpstelaanduiding......................................................16, 26
3 Weergave scherpstelveld.......................14, 16, 24, 25, 26
AF-veldstand..................................................................................24
4 Belichtingsvergrendeling (AE).............................................46
5 Aanduiding flexibel programma.......................................40
6 Sluitertijd .................................................................................39–44
7 Diafragma (f/-getal) ..........................................................39–44
8 Aanduiding flitscorrectie.....................................48, 78, 101
9 Aanduiding belichtingscorrectie ......................................47
4 5
6
7
8 9
13
14
10
11
15 16
10 Aantal resterende opnamen.....................................15, 116
Aantal resterende opnamen tot
buffergeheugen vol is...................................................32, 116
Opname-aanduiding vooringestelde witbalans.....71
Waarde belichtingscorrectie................................................47
Waarde flitscorrectie .................................................................48
Aanduiding PC-verbinding...................................................56
Aanduiding stand stofreferentiefoto..............................87
11 Flitsgereedaanduiding.............................................................17
12 Batterijaanduiding......................................................................15
13 Elektronische analoge belichtingsaanduiding.........43
Belichtingscorrectie...................................................................47
14 Aanduiding ISO AUTO .....................................................37, 76
15 ‘K’ (verschijnt wanneer er geheugenruimte
beschikbaar is voor meer dan 1000 opnamen)
16 Waarschuwingsaanduiding..........................................3, 111
De zoeker
De responstijd en de helderheid van de zoeker zijn afhankelijk van de temperatuur. Dit is normaal en duidt niet op
een storing.
Geheugenkaarten met een grote capaciteit
Als er genoeg ruimte op de geheugenkaart over is om duizend of meer beelden bij
de huidige instellingen op te slaan, wordt het resterend aantal opnamen aangegeven in duizendtallen, afgerond naar het dichtstbijzijnde honderdtal (bijvoorbeeld:
is er ruimte voor circa 1160 beelden, dan geeft de opnameteller 1,1K aan).
Inleiding: Kennismaking met de camera
5
De opname-informatieweergave
Als u de camera-instellingen wilt bekijken drukt u op de knop . De volgende opname-informatie
verschijnt op de monitor. Zie blz. 22 voor informatie over het wijzigen van camera-instellingen.
25
24
23
22 21
1
20
5
19
6
2
18
17
4
16
7
15
8
14
9
13
10
12
3
11
1 Weergave scherpstelveld .......................14, 16, 24, 25, 26
AF-veldstand ................................................................................. 24
2 Sluitertijd..................................................................................39–44
3 Elektronische analoge belichtingsaanduiding ........ 43
Belichtingscorrectie .................................................................. 47
4 Diafragma (f/-getal)...........................................................39–44
5 Stand .....................................................................................................4
6 Sluitertijdweergave
7 Diafragmaweergave
8 Flitscorrectiewaarde ................................................................. 48
9 Flitssynchronisatiestand......................................................... 35
10 Belichtingscorrectiewaarde ................................................. 47
11 Helpaanduiding .............................................................................3
12 Aantal resterende opnamen .................................... 15, 116
Opname-aanduiding vooringestelde witbalans .... 71
Aanduiding PC-stand ............................................................. 56
13 Lichtmeetmethode................................................................... 45
14 AF-veldstand ................................................................................. 24
15 Scherpstelstand........................................................................... 23
16 Opnamestand .............................................................................. 32
17 ISO-gevoeligheid........................................................................ 37
18 Witbalansstand............................................................................ 49
19 Beeldformaat................................................................................. 30
20 Beeldkwaliteit ............................................................................... 30
21 Batterij-aanduiding .................................................................. 15
22 Aanduiding geluidssignaal .................................................. 74
23 Aanduiding beeld optimaliseren ..................................... 68
24 ISO Auto gevoeligheidsaanduiding ....................... 37, 76
25 Aanduiding handmatige flitssturing.............................. 78
Aanduiding flitscorrectie voor
optionele flitser..........................................................................101
Let op: bovenstaand weergaveformaat wordt gebruikt als Grafisch is geselecteerd voor Infoweergave-formaat.
Zie blz. 81 voor andere weergaveformaten.
De sluitertijd- en diafragmaweergave
Deze weergaven bieden een visuele aanduiding van de sluitertijd en het diafragma.
Korte sluitertijd, groot diafragma
(laag f/-getal)
6
Inleiding: Kennismaking met de camera
Lange sluitertijd, klein diafragma
(hoog f/-getal)
Meegeleverde accessoires
Het DK-5 oculairkapje
Bevestig het DK-5 oculairkapje voor fotograferen met de zelfontspanner
( 33) of afstandsbediening ( 33). Verwijder de DK-16 rubberen oogschelp voordat u het DK-5 oculairkapje of andere zoekeraccessoires (
102) bevestigt. Houd de camera stevig vast terwijl u de rubberen oogschelp verwijdert.
De camerariem
Bevestig de riem als hieronder aangegeven.
De MH-23 snellader (
122)
De MH-23 is bestemd voor gebruik met de meegeleverde EN-EL9 batterij.
CHARGE-lampje
Voedingsingang
Stekker lichtnetadapter
Lichtnetstekker (de vorm verschilt per land van
verkoop)
De EN-EL9 oplaadbare Li-ion batterij (
103, 121)
De EN-EL9 is bestemd voor gebruik met de D40.
Minpool
Signaalcontact
Pluspool
Deksel aansluiting
Het gebruik van oplaadbare Li-ion batterijen van andere fabrikanten die niet zijn
voorzien van het Nikon holografische
zegel (zie boven) kan de normale werking
van de camera verstoren of ertoe leiden
dat de batterijen oververhit raken, vlam
vatten, scheuren of gaan lekken.
Inleiding: Kennismaking met de camera
7
Eerste stappen
Objectief bevestigen
Autofocus wordt alleen ondersteund door AF-S en AF-I objectieven. Let goed op dat er geen stof in de
camera komt wanneer u van objectief verwisselt.
1 Zet de camera uit en verwijder de bodydop.
Verwijder de achterste objectiefdop van het objectief.
dat de bevestigingsindex op het objectief in lijn staat met de
2 Zorg
bevestigingsindex op de camerabody, plaats het objectief in de bajonetvatting van de camera en draai het in de aangegeven richting totdat het vastklikt.
Is het objectief voorzien van een A-M- of M/A-M-schakelaar, selecteer
dan A (autofocus) of M/A (autofocus met handinstellingsprioriteit).
Objectieven verwijderen
Schakel de camera uit voordat u een objectief verwijdert of verwisselt. Als u het
objectief wilt verwijderen, houdt u de ontgrendeling ingedrukt terwijl u het objectief met de klok mee draait. Plaats na verwijderen van het objectief de bodydop op
de camera en de achterste objectiefdop op het objectief.
Diafragmaring
Als het objectief is uitgerust met een diafragmaring, vergrendelt u deze op het kleinste diafragma (hoogste f/getal). Zie de handleiding van het objectief voor meer informatie.
8
Inleiding: Eerste stappen
Batterij laden en plaatsen
De meegeleverde EN-EL9 batterij is standaard niet opgeladen. Laad de batterij op met de meegeleverde MH-23 batterijlader, zoals hieronder wordt beschreven.
1 Laad de batterij op.
1.1 Verwijder het beschermkapje van de batterij.
1.2 Sluit het netsnoer aan op de lader en steek de stekker in het
stopcontact.
1.3 Plaats de batterij in de lader. Het CHARGE-lampje knippert tijdens
het opladen van de batterij. Het duurt circa 90 minuten om een
lege batterij volledig op te laden.
1.4 Het laden is voltooid als het CHARGE-lampje stopt met knipperen.
Verwijder de batterij uit de lader en trek de stekker uit het stopcontact.
De batterij en de lader
Lees de waarschuwingen op de pagina's ii–iii en 106–107 van deze handleiding en volg ze op, evenals waarschuwingen
en instructies van de batterijfabrikant.
Gebruik de batterij niet bij omgevingstemperaturen onder 0°C of boven 40°C. Tijdens het opladen moet de temperatuur tussen 5 en 35°C liggen. Voor optimale resultaten dient u de batterij niet te laden bij temperaturen boven
20°C. De batterijcapaciteit kan afnemen als de batterij bij een lagere temperatuur wordt opgeladen of gebruikt.
Inleiding: Eerste stappen
9
2 Plaats de batterij.
2.1 Controleer of de hoofdschakelaar op ‘OFF’ staat en open het
deksel van het batterijvak.
2.2 Plaats een geheel geladen batterij in de camera, zoals rechts
aangegeven. Sluit het deksel van het batterijvak.
Batterij verwijderen
Zet de camera uit voordat u de batterij verwijdert. Plaats om kortsluiting te vermijden het beschermkapje terug als
de batterij niet wordt gebruikt.
10
Inleiding: Eerste stappen
Basisinstellingen
De eerste keer dat de camera wordt ingeschakeld, verschijnt het in stap 1 weergegeven taalselectievenster op de monitor. Volg onderstaande stappen om een taal te kiezen en datum en tijd in te stellen. U kunt geen foto’s maken totdat de cameraklok is ingesteld.
1
2
Schakel de camera in.
3
Selecteer een taal.
4
Geef de wereldkaart met tijdzones weer.*
Selecteer de lokale tijdzone.
*Het veld UTC geeft het verschil in uren aan tussen de geselecteerde tijdzone en de Coordinated Universal Time
(UTC).
5
6
Geef de opties voor Zomertijd weer.
7
Markeer Aan als zomertijd van kracht is.
8
Roep het datummenu op.
9
Druk de multi-selector naar links of naar rechts om te
selecteren, druk omhoog of omlaag om te wijzigen.
Als u de cameraklok opnieuw wilt instellen, een
nieuwe tijdzone wilt selecteren, zomertijd wilt in- of
uitschakelen of de volgorde wilt kiezen waarin jaar,
maand en dag worden weergegeven, gebruikt u de
optie Wereldtijd in het setup-menu ( 83).
Terug naar de opnamestand.
Gebruik van cameramenu’s
Het taalmenu wordt alleen automatisch weergegeven wanneer de camera voor de eerste keer wordt aangezet. Zie
de Menugids ( 63) voor informatie over het normale gebruik van de menu's.
Inleiding: Eerste stappen
11
Geheugenkaart plaatsen
Foto’s worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart (Secure Digital, apart leverbaar). Zie 'Goedgekeurde geheugenkaarten' voor informatie over goedgekeurde geheugenkaarten ( 102).
1 Plaats een geheugenkaart.
1.1 Voordat u geheugenkaarten plaatst of verwijdert, dient u de
camera uit te zetten en het deksel van de kaartsleuf te openen.
1.2 Plaats de geheugenkaart zoals rechts is aangegeven tot deze op
zijn plaats klikt. Het toegangslampje voor de geheugenkaart zal
circa een seconde lang branden. Sluit het deksel van de kaartsleuf.
Voorzijde
Geheugenkaart verwijderen
1. Controleer of het toegangslampje uit is.
2. Zet de camera uit en open het deksel van de kaartsleuf.
3. Druk op de kaart om deze uit te werpen (c). De kaart kan vervolgens met de
hand worden verwijderd (d).
12
Inleiding: Eerste stappen
geheugenkaarten voordat u ze voor het eerst gebruikt. Let op: als u een geheugen2 Formatteer
kaart formatteert, worden alle opnamen en andere gegevens op de kaart gewist. Kopieer alle
bestanden die u wilt behouden naar een ander opslagmedium voordat u de kaart formatteert.
2.1
2.2
Schakel de camera in.
Geef de menu’s weer.*
* Als een menuoptie is gemarkeerd, drukt u de multi-selector naar links om het pictogram voor het huidige
menu te markeren.
2.3
2.4
Markeer .
2.5
Plaats de cursor in het setup-menu.
2.6
Markeer Formatteer geh.kaart.
2.7
Geef de opties weer.
2.8
Markeer Ja.
Formatteer de kaart. Zet de camera niet uit en
verwijder de kaart of batterij niet, voordat het
formatteren is voltooid en het setup-menu
verschijnt.
Geheugenkaarten formatteren
Gebruik de optie Formatteer geh.kaart om een geheugenkaart te formatteren. De prestaties van geheugenkaarten kunnen afnemen als u ze met een computer formatteert.
Schrijfbeveiligingsschuif
SD-kaarten zijn voorzien van een schrijfbeveiligingsschuif die ongewild gegevensverlies voorkomt. Als dit schuifje in de vergrendelde stand staat, toont de camera
een waarschuwing waarin wordt vermeld dat u geen foto's kunt opslaan of wissen
en de kaart niet kunt formatteren.
Schrijfbeveiligingsschuif
Inleiding: Eerste stappen
13
Zoekerbeeld scherpstellen
U bepaalt de beeldcompositie van uw foto's in de zoeker. Voordat u gaat
fotograferen dient u ervoor te zorgen dat de weergave van het zoekerbeeld scherp is. U kunt het zoekerbeeld scherpstellen door de objectiefdop te verwijderen en de dioptrie-instelling te verschuiven totdat de
lijnen van de scherpstelvelden scherp zijn. Bij gebruik van de dioptrieinstelling met het oog aan de zoeker, dient u op te passen dat u niet per
ongeluk uw vinger of nagel in uw oog steekt.
Scherpstelpunten
Meter uit
Standaard worden de zoekerweergave en opname-informatieweergave uitgeschakeld als gedurende circa acht
seconden geen handelingen plaatsvinden (meter uit). Zo wordt de gebruiksduur van de batterij verlengd. Druk de
ontspanknop half in om de zoekerweergave opnieuw te activeren ( 17).
8s
Belichtingsmeters aan
Belichtingsmeters uit
Belichtingsmeters aan
De tijdsduur waarna de belichtingsmeters automatisch worden uitgeschakeld kunt u instellen via persoonlijke
instelling 15 (Timers uit; 78).
14
Inleiding: Eerste stappen
Instructies
Fotograferen en weergeven
Eenvoudig fotograferen ( -stand)
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u foto's maakt in de stand
(automatisch). Dit is een automatische stand voor ‘richten-en-schieten’, waarin de meeste instellingen door de camera bepaald worden op basis van de opnameomstandigheden.
1 Zet de camera aan.
1.1 Verwijder de objectiefdop en zet de camera aan. De monitor
wordt ingeschakeld en de zoekerweergave licht op.
1.2 Als de monitor uit staat, drukt u op de knop
om opnameinformatie weer te geven. Controleer het batterijniveau zoals
hieronder wordt beschreven.
Monitor
Zoeker
—
—
Beschrijving
Batterij volledig opgeladen.
Batterij gedeeltelijk ontladen.
Batterij bijna leeg. Batterij moet binnenkort opgeladen worden.
Ontspannen van de sluiter uitgeschakeld. Laad de
(knippert) (knippert) batterij op.
Als geen opname-informatie wordt weergegeven wanneer u op de knop
batterij bijna leeg. Laad de batterij op.
drukt, is de
1.3 Het aantal foto's dat op de geheugenkaart kan worden opgeslagen wordt weergegeven in de opname-informatieweergave en
de zoeker. Controleer het resterende aantal opnamen.
Als er niet voldoende geheugen is om met de huidige instellingen nog foto's op te slaan, zal de rechts weergegeven aanduiding knipperen. U kunt geen foto’s meer maken totdat de
geheugenkaart is vervangen of foto's zijn gewist ( 20, 65).
2 Zet de keuzeknop op
(auto-stand).
Instructies: Eenvoudig fotograferen (
-stand)
15
3 Bepaal de beeldcompositie in de zoeker.
3.1 Houd de camera vast zoals aangegeven.
Vasthouden van de camera
Houd de handgreep in uw rechterhand en ondersteun de camerabody
of het objectief met uw linkerhand. Houd ter ondersteuning uw ellebogen lichtjes tegen uw lichaam gedrukt en plaats één voet een halve pas
naar voren om uw bovenlichaam stabiel te houden.
3.2 Bepaal via de zoeker de beeldcompositie en zorg dat het hoofdonderwerp zich in een van de drie scherpstelvelden bevindt.
Scherpstelveld
Inzoomen
Gebruik van een zoomobjectief
Zoom met de zoomring in op het onderwerp, zodat dit een groter deel
van het beeld vult, of zoom ermee uit, zodat in de uiteindelijke foto een
groter gebied zichtbaar is (een langere brandpuntsafstand betekent dat
u inzoomt, een kortere brandpuntsafstand betekent dat u uitzoomt).
Uitzoomen
4 Stel scherp en druk af.
4.1 Druk de ontspanknop half in. De camera selecteert automatisch
het scherpstelveld met het onderwerp dat zich het dichtst bij de
camera bevindt en stelt scherp op dit onderwerp. Als het onderwerp donker is, treedt de AF-hulpverlichting mogelijk in werking
om de scherpstelling te ondersteunen en kan de flitser uitklappen. De monitor wordt uitgeschakeld.
Zodra de camera heeft scherpgesteld, licht het geselecteerde
scherpstelveld even op, hoort u een geluidssignaal en verschijnt
de scherpstelaanduiding (z) in de zoeker. Het aantal beelden
dat kan worden opgeslagen in het buffergeheugen (‘r’;
32)
verschijnt in de zoekerweergave wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt.
16
Instructies: Eenvoudig fotograferen (
-stand)
4.2 Druk de ontspanknop rustig verder in om de sluiter te ontspannen en de foto op te slaan. Het toegangslampje naast de kaartsleuf gaat branden. U mag de geheugenkaart niet verwijderen en
de stroombron niet verwijderen of loskoppelen voordat het lampje
uit is en het opslaan is voltooid.
5 Zet de camera uit wanneer u klaar bent met fotograferen.
De ontspanknop
De camera heeft een tweetraps ontspanknop. Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera scherp en
wordt de monitor uitgeschakeld. Als het onderwerp niet beweegt (of als u enkelvoudige AF hebt geselecteerd in
de stand P, S, A of M;
23), klinkt er een geluidssignaal en wordt de scherpstelling vergrendeld. Als u de foto wilt
maken, drukt u de ontspanknop helemaal in.
Stel scherp
Maak de foto
De ingebouwde flitser
Als er voor de juiste belichting in de stand
extra licht nodig is, zal de ingebouwde
flitser automatisch uitklappen wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt (als u
bij weinig licht de flitser niet wilt gebruiken, selecteert u de stand
Automatisch
(flitser uit)). Het flitsbereik varieert met het diafragma en de ISO-gevoeligheid (
117); verwijder de zonnekap wanneer u de flitser gebruikt. Als flitsen nodig is, kunnen er alleen foto’s worden gemaakt wanneer de flitsgereedaanduiding ( ) wordt
weergegeven. Als u geen foto kunt maken en de flitsgereedaanduiding niet verschijnt, haal dan kort uw vinger van de ontspanknop en probeer het opnieuw.
Als u stroom wilt sparen als de flitser niet wordt gebruikt, duwt u de flitser naar
beneden tot deze vastklikt. Kijk voor meer informatie over het gebruik van de flitser
op blz. 34.
Instructies: Eenvoudig fotograferen (
-stand)
17
Creatief fotograferen met onderwerpsstanden (Digital Vari-Program)
Naast de stand
biedt de D40 de keuze uit zeven onderwerpsstanden (Digital Vari-Program). Wanneer u een onderwerpsstand kiest, worden de instellingen automatisch geoptimaliseerd voor het
geselecteerde onderwerp; creatieve fotografie wordt daardoor net zo eenvoudig als één draai aan de
keuzeknop.
Stand
Beschrijving
Automatisch (flitser uit) Voor fotograferen zonder flitser.
Portret
Voor portretten.
Landschap
Voor natuurlijke en kunstmatige landschappen.
Kinderen
Voor foto’s van kinderen.
Sport
Voor bewegende onderwerpen.
Close-up
Voor close-ups van bloemen, insecten en andere kleine voorwerpen.
Nachtportret
Voor portretten bij weinig licht.
Zo maakt u foto’s in de onderwerpsstanden (Digital Vari-Program):
1 Zet de keuzeknop op een onderwerpsstand.
2 Stel de beeldcompositie samen in de zoeker, stel scherp en maak de foto.
Hieronder worden de verschillende onderwerpsstanden beschreven.
Automatisch (flitser uit)
De ingebouwde flitser wordt uitgeschakeld. Gebruik deze stand wanneer
flitsen verboden is, om baby’s te fotograferen zonder de flitser te gebruiken of om natuurlijk licht vast te leggen bij weinig licht. De camera selecteert het scherpstelveld met het dichtstbijzijnde onderwerp; de AFhulpverlichting treedt in werking om de scherpstelling bij weinig licht te
ondersteunen.
Portret
Voor portretten met zachte, natuurlijke huidtinten. De camera selecteert
het scherpstelveld met het dichtstbijzijnde onderwerp. Is het onderwerp
ver van de achtergrond verwijderd of gebruikt u een teleobjectief, dan
worden achtergronddetails verzacht om de compositie een zekere diepte
te geven.
Landschap
Voor levendige landschapsopnamen. De camera selecteert het scherpstelveld met het dichtstbijzijnde onderwerp; de ingebouwde flitser en de
AF-hulpverlichting worden automatisch uitgeschakeld.
18
Instructies: Creatief fotograferen met onderwerpsstanden (Digital Vari-Program)
Kinderen
Voor foto’s van kinderen. Kleding en achtergronddetails worden levendig
weergegeven, huidtinten zacht en natuurlijk. De camera selecteert het
scherpstelveld met het dichtstbijzijnde onderwerp.
Sport
Dankzij korte sluitertijden kunnen bewegingen dynamisch worden vastgelegd in foto’s waarin het hoofdonderwerp duidelijk uitkomt. De camera
stelt continu scherp zolang de ontspanknop half ingedrukt wordt gehouden, en volgt zo het onderwerp in het centrale scherpstelveld. Als het
onderwerp uit het middelste scherpstelveld beweegt, zal de camera
doorgaan met scherpstellen op basis van informatie uit andere scherpstelvelden. Het eerste scherpstelveld kan worden geselecteerd met de multi-selector. De ingebouwde flitser en de AF-hulpverlichting worden automatisch uitgeschakeld.
Close-up
Voor close-ups van bloemen, insecten en andere kleine objecten. De
camera stelt automatisch scherp op het onderwerp in het middelste
scherpstelveld; met de multi-selector kunt u ook andere scherpstelvelden
selecteren. Gebruik van een statief wordt aangeraden om onscherpte te
voorkomen.
Nachtportret
Voor een natuurlijke balans tussen het hoofdonderwerp en de achtergrond in portretten die bij weinig licht worden gemaakt. De camera
selecteert het scherpstelveld met het dichtstbijzijnde onderwerp. Gebruik
van een statief wordt aangeraden om onscherpte te voorkomen.
De ingebouwde flitser
Als er voor de juiste belichting in de stand , ,
of
extra licht nodig is, zal de ingebouwde flitser automatisch uitklappen wanneer de ontspanknop half wordt indrukt. Zie ‘Gebruik van de ingebouwde flitser’ voor informatie over het selecteren van flitsstanden ( 34).
Instructies: Creatief fotograferen met onderwerpsstanden (Digital Vari-Program)
19
Eenvoudig weergeven
Foto’s worden automatisch na de opname op de monitor getoond. Het
batterijniveau en het aantal resterende opnamen worden ook weergegeven.
Als op de monitor geen foto te zien is, kunt u de laatst gemaakte opname
bekijken door op de knop te drukken ( 50).
U kunt andere foto’s bekijken door aan de instelschijf te draaien of de
multi-selector naar links of rechts te drukken.
Druk de multi-selector omhoog of omlaag om hoge lichten of aanvullende opname-informatie over de huidige foto weer te geven ( 51).
Als u de weergave wilt beëindigen en wilt terugkeren naar de opnamestand, drukt u de ontspanknop
half in.
Ongewenste foto's wissen
Als u de foto wilt wissen die op de monitor te zien is, drukt u op de knop
. Er verschijnt een bevestigingsvenster. Druk opnieuw op de knop
om het beeld te wissen en terug te keren naar weergave. Als u wilt teruggaan zonder de foto te wissen, drukt u op de knop .
20
Instructies: Eenvoudig weergeven
Naslaginformatie
Dit hoofdstuk borduurt voort op de Instructies en beschrijft verdere opname- en weergaveopties.
Meer over fotografie (alle standen):
22
De opname-informatieweergave gebruiken
Bewegend onderwerp fotograferen of handmatig
scherpstellen
Beeldkwaliteit en -formaat instellen
Maak opnamen een voor een, in series, of met behulp
van zelfontspanner of afstandsbediening
De ingebouwde flitser gebruiken
De opname-informatieweergave:
22
Scherpstelling:
23
Beeldkwaliteit en -formaat:
29
Opnamestand:
32
Gebruik van de ingebouwde flitser:
34
ISO-gevoeligheid:
37
Reset met twee knoppen:
38
Stand P (Programma-automatiek):
40
Beweging bevriezen of onscherp weergeven
Stand S (Sluitertijdvoorkeuze):
41
Bepalen of u voorwerpen op de achtergrond onscherp
wilt hebben
Stand A (Diafragmavoorkeuze):
42
Sluitertijd en diafragma handmatig instellen
Belichtingsstand M (Handmatig):
43
Lichtmeetmethode kiezen, belichting vergrendelen,
belichting en flitsopbrengst corrigeren
Belichting:
45
Kleuren natuurlijker maken
Foto's maken onder ongebruikelijke lichtomstandigheden
Witbalans:
49
ISO-gevoeligheid verhogen wanneer er weinig licht is
De standaardinstellingen terugzetten
De standen P, S, A en M:
39
De camera sluitertijd en diafragma laten bepalen
Zie de Menugids voor informatie over andere handelingen die alleen kunnen worden uitgevoerd in de standen P, S,
A en M, zoals het aanpassen van de verscherping, het contrast, de kleurverzadiging en de kleurtoon (‘Beeld optimaliseren’; 68, 69).
Meer over foto's weergeven:
50
Foto’s met de camera bekijken
Zie de Menugids voor andere weergaveopties (
Aansluiten op een computer, printer of televisie:
Foto’s naar een computer kopiëren
Foto’s printen
Foto’s op televisie bekijken
Foto’s met de camera bekijken:
50
Aansluiten op een computer:
55
Foto’s printen:
57
Foto’s op televisie bekijken:
62
65-67).
55
Naslaginformatie
21
Meer over fotografie (alle standen)
De opname-informatieweergave
Druk op de knop om opname-informatie op de monitor weer te geven.
De opname-informatie wordt ook weergegeven wanneer u in de opnadrukt, wanmestand op
drukt, wanneer u in de standen P, S of A op
neer u op / drukt (tenzij Witbalans is geselecteerd voor persoonlijke
instelling 11 in de Digital Vari-Program-stand;
77), of wanneer u op
drukt als de flitser is ingeschakeld. De opname-informatie wordt bovendien weergegeven zodra u de ontspanknop loslaat, mits Aan is geselecteerd voor Auto opname-info ( 83) en meteen nadat de camera is
ingeschakeld. Druk nogmaals op de knop om de opname-informatie te
verbergen. Het weergaveformaat is afhankelijk van de optie die is geselecteerd voor Infoweergave-formaat in het setup-menu ( 81).
Met de knop
gave wijzigen.
kunt u de instellingen in de opname-informatieweer-
1
2
Geef opname-informatie weer.
De geselecteerde instelling is gemarkeerd.
3
Markeer gewenste instelling. Instellingen die in de
huidige stand niet beschikbaar zijn, worden grijs
weergegeven en kunnen niet geselecteerd worden.
4
5
Markeer de gewenste optie. *
Geef de opties weer voor de gemarkeerde instelling.
* Druk op
om terug te keren naar stap 3 zonder de instelling te wijzigen.
6
Selecteer een optie. Herhaal stap 3–6 om andere
instellingen te wijzigen of druk op
om terug te
keren naar stap 1.
22
7
Maak foto’s. De monitor wordt uitgeschakeld
wanneer u op de ontspanknop drukt.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/De opname-informatieweergave
Scherpstelling
U kunt de scherpstelling automatisch aanpassen (zie ‘Scherpstelstand’ hieronder) of handmatig (
28). U kunt ook zelf het scherpstelveld voor automatische of handmatige scherpstelling kiezen ( 24,
25) of scherpstelvergrendeling gebruiken om na het scherpstellen een andere compositie te kiezen
( 26).
Scherpstelstand
Gebruikte bedieningsknoppen
Kies hoe de camera scherpstelt. AF-S en AF-C zijn alleen beschikbaar in de standen P, S, A en M.
AF-A
AF-S
AF-C
MF
Scherpstelstand
Beschrijving
Automatische AF
De camera selecteert automatisch Enkelvoudige AF wanneer het onderwerp niet
(standaardinstelling) beweegt en Continue AF wanneer het onderwerp beweegt.
Voor stilstaande onderwerpen. De scherpstelling wordt vergrendeld wanneer u de
Enkelvoudige AF
ontspanknop half indrukt.
Voor bewegende onderwerpen. De camera stelt voortdurend scherp zolang u de
ontspanknop half ingedrukt houdt. De sluiterreactie krijgt prioriteit, wat betekent dat
Continue AF
de sluiter soms al kan worden ontspannen voordat de scherpstelaanduiding (z)
wordt weergegeven in de zoeker.
Handmatig
Gebruiker stelt handmatig scherp ( 28).
De AF-hulpverlichting
Als het onderwerp schaars wordt verlicht, wordt bij het half indrukken van de ontspanknop de AF-hulpverlichting automatisch geactiveerd om het automatisch
scherpstellen te vergemakkelijken. De AF-hulpverlichting wordt niet geactiveerd in
de scherpstelstanden Continue AF en Handmatig, in de standen
en of wanneer het centraal scherpstelveld niet is geselecteerd of wanneer Uit is geselecteerd voor persoonlijke instelling 9 (AF-hulpverlichting). De hulpverlichting heeft
een bereik van circa 0,5-3,0m; gebruik in combinatie met de hulpverlichting objectieven van 24-200mm en verwijder de zonnekap.
2—Scherpstelstand ( 75)
De scherpstelstand kan ook worden geselecteerd in het menu Persoonlijke instellingen.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
23
AF-veldstand
Gebruikte bedieningsknoppen
Bepaal hoe het scherpstelveld wordt geselecteerd in de autofocus-stand. Deze instelling is niet van
invloed in de stand Handmatig.
Optie
Beschrijving
De camera selecteert automatisch het scherpstelveld met het onderwerp dat zich het dichtst bij
Dichtstbz. de camera bevindt. Standaardinstelling voor de standen P, S, A en M; deze instelling wordt autoonderw.
matisch geselecteerd wanneer u de keuzeknop op
, , , ,
of
zet.
Gebruiker selecteert scherpstelveld handmatig, maar als onderwerp het geselecteerde scherpstelDynamisch veld zelfs maar kort verlaat, zal de camera scherpstellen op basis van informatie uit andere scherpveld
stelvelden. Te bereiken met zich grillig verplaatsende onderwerpen. Wordt automatisch
geselecteerd wanneer u de keuzeknop op zet.
De gebruiker selecteert het scherpstelveld met de multi-selector; de camera stelt alleen scherp op
Enkelveld het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld. Te gebruiken voor stilstaande onderwerpen.
Wordt automatisch geselecteerd wanneer u de keuzeknop op
zet.
Zoekerweergave
In de zoeker wordt de AF-veldstand als volgt weergegeven:
Dichtstbz. onderw.
Dynamisch veld
3—AF-veldstand ( 75)
U kunt de AF-veldstand ook selecteren in het menu Persoonlijke instellingen.
24
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
Enkelveld
AF-veld
Gebruikte bedieningsknoppen
Multi-selector
De D40 biedt keuze uit drie scherpstelvelden. Bij de standaardinstellingen kiest de camera automatisch het scherpstelveld of stelt deze automatisch scherp op het centrale scherpstelveld. U kunt het
scherpstelveld ook handmatig selecteren en composities maken met het hoofdonderwerp op vrijwel
elke positie in het beeld.
wordt het scherpstelveld automatisch geselecteerd in de
1 Standaard
standen , , , , , , P, S, A en M. Als u in deze standen handmatige selectie van het scherpstelveld mogelijk wilt maken, selecteert
u Enkelveld of Dynamisch veld voor AF-veldstand in de opnameinformatieweergave( 24).
de multi-selector naar links of rechts om het scherpstelveld in
2 Druk
de zoekerweergave of de opname-informatieweergave te markeren.
Wanneer u de ontspanknop half indrukt, wordt het geselecteerde
scherpstelveld opnieuw gemarkeerd.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
25
Scherpstelvergrendeling Gebruikte bedieningsknoppen
Ontspanknop/AE-L/AF-L-knop
U kunt de scherpstelvergrendeling gebruiken om de compositie te wijzigen nadat u hebt scherpgesteld. Op deze manier kunt u scherpstellen op een onderwerp dat zich in de uiteindelijke compositie
niet in het scherpstelveld bevindt. U kunt deze functie ook gebruiken wanneer het autofocussysteem
niet kan scherpstellen ( 27). Enkelvelds-AF of Dynamisch veld-AF wordt aanbevolen wanneer u
scherpstelvergrendeling gebruikt ( 24).
kan worden gebruikt zonder scherpstelveld.
1 Scherpstelvergrendeling
Plaats het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld ( 25) en
druk de ontspanknop half in om de scherpstelling te activeren.
of de scherpstelaanduiding (z) in de zoeker wordt weer2 Controleer
gegeven. De scherpstelling wordt automatisch vergrendeld wanneer
de scherpstelaanduiding verschijnt en blijft vergrendeld zolang u de
ontspanknop half ingedrukt houdt. U kunt de scherpstelling ook vergrendelen door op de knop AE-L/AF-L te drukken terwijl u de ontspanknop half indrukt. De scherpstelling blijft vergrendeld zolang u de AEL/AF-L knop indrukt, zelfs als u uw vinger daarna van de ontspanknop
haalt.
3 Pas de compositie aan en druk af.
U kunt de ontspanknop niet gebruiken om de scherpstelling te vergrendelen in de stand ( 19),
de continu-opnamestand ( 32) en de stand Continue AF ( 23), of als Continue AF is geselecteerd
in Automatische AF ( 23). Gebruik de knop AE-L/AF-L om de scherpstelling te vergrendelen. Bij andere
instellingen blijft de scherpstelling tussen opnamen vergrendeld zolang u de ontspanknop half ingedrukt houdt.
12—AE-L/AF-L ( 77)
Met deze optie regelt u de werking van de AE-L/AF-L knop.
26
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
Goede resultaten met autofocus
Autofocus functioneert niet goed onder de volgende omstandigheden. De ontspanknop wordt mogelijk geblokkeerd omdat de camera onder deze omstandigheden niet kan scherpstellen, of de scherpstelaanduiding (z)
wordt weergegeven, de camera geeft een geluidssignaal en de sluiter wordt ontspannen, hoewel de camera het
onderwerp niet heeft scherpgesteld. Gebruik in dit soort gevallen handmatige scherpstelling ( 28) of scherpstelvergrendeling ( 26) om op een ander onderwerp op dezelfde afstand scherp te stellen, waarna u de compositie
van de foto aanpast.
Er is weinig of geen contrast tussen onderwerp en achtergrond
(bijv. als het onderwerp dezelfde
kleur heeft als de achtergrond).
Het scherpstelveld bevat onderwerpen op verschillende afstanden van de camera (bijv. als het
onderwerp in een kooi zit).
Het onderwerp wordt gedomineerd
door regelmatige geometrische patronen (bijv. een rij ramen in een wolkenkrabber).
Het scherpstelveld bevat gebieden
met sterk verschillende helderheid
(bijv. als het onderwerp zich half in
de schaduw bevindt).
Het onderwerp is kleiner dan het
scherpstelveld (bijv. als gebouwen
ver weg in hetzelfde scherpstelveld
liggen als het onderwerp op de
voor grond).
Het onderwerp bevat veel kleine
details (bijv. een wei met bloemen
of andere onderwerpen die klein
zijn of weinig variatie in helderheid bieden).
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
27
Handmatig scherpstellen
Gebruikte bedieningsknoppen
Gebruik deze optie wanneer de camera met autofocus niet correct kan
scherpstellen. Als u handmatig wilt scherpstellen, selecteert u de stand
Handmatig en draait u aan de scherpstelring van het objectief tot het
beeld op het heldere matglas in de zoeker scherp is. Er kan altijd worden
gefotografeerd, ook als het beeld niet scherp is.
Als u een objectief gebruikt met A-M-selectie, selecteert u M wanneer u handmatig scherpstelt. Wanneer u een objectief met M/A (autofocus met handinstellingsprioriteit)-selectie gebruikt, kunt u de
scherpstelling handmatig aanpassen wanneer het objectief is ingesteld op M of M/A. Raadpleeg de
handleiding van het objectief voor meer informatie.
De elektronische afstandsmeter
Als het objectief een maximum diafragma van f/5.6 of groter heeft (lager f/-getal),
kunt u de scherpstelaanduiding in de zoeker gebruiken om te controleren of het
gedeelte van het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld scherp is. Plaats
uw onderwerp in het actieve scherpstelveld, druk de ontspanknop half in en draai
aan de scherpstelring van het objectief tot de scherpstelaanduiding (z) verschijnt.
Als het onderwerp niet goed geschikt is voor autofocus ( 27), kan het zijn dat de
scherpstelindicator wordt weergegeven wanneer het onderwerp niet scherp is.
Voordat u gaat fotograferen dient u ervoor te zorgen dat het zoekerbeeld scherp is.
Filmvlak
Als u de afstand tussen uw onderwerp en de camera wilt bepalen, dient u vanaf de
filmvlakmarkering op de camerabody te meten. De afstand tussen de voorzijde
van de bajonetvatting en het filmvlak is 46,5mm.
28
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Scherpstelling
Beeldkwaliteit en -formaat
Beeldkwaliteit en -formaat zijn samen bepalend voor de hoeveelheid ruimte die een foto op de
geheugenkaart inneemt. Grote beelden van hoge kwaliteit kunnen in groter formaat worden geprint,
maar vragen ook meer geheugenruimte, wat betekent dat er van dit type minder beelden kunnen
worden opgeslagen.
Beeldkwaliteit en -formaat
Grote beeldbestanden
JPEG Fijn
Hoog<Beeldkwaliteit>Laag
JPEG Normaal
JPEG Basis
Kleine beeldbestanden
Klein
Middel
Klein<Beeldformaat>Groot
Groot
Wijzigingen in beeldkwaliteit en -formaat zijn van invloed op het aantal
resterende opnamen dat wordt weergegeven in de opname-informatieweergave en de zoeker ( 5, 6). De geschatte maximale bestandsgrootte
per foto en het totale aantal foto's dat bij de geselecteerde instelling kan
worden opgeslagen, worden tegelijk met de opties voor beeldkwaliteit
en -formaat weergegeven in de opname-informatieweergave ( 30). De eigenlijke bestandsgrootte
en de capaciteit van de geheugenkaart kunnen afwijken. Voorbeelden van bestandsgrootten zijn te
vinden in de lijst op pagina 116.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Beeldkwaliteit en -formaat
29
Beeldkwaliteit
Gebruikte bedieningsknoppen
De camera ondersteunt de volgende beeldkwaliteitopties (de eerste vier staan in aflopende volgorde
van beeldkwaliteit en bestandsgrootte):
Optie
Formaat
RAW
NEF
FINE
NORM
(standaard)
BASIC
RAW+B
JPEG
Beschrijving
Gecomprimeerde RAW-gegevens van de beeldsensor worden rechtstreeks op de
geheugenkaart opgeslagen. Kies deze instelling voor beelden die op de computer worden bewerkt.
Beelden worden minder gecomprimeerd dan bij de instelling NORM, waardoor de beeldkwaliteit hoger wordt. Compressieverhouding: circa 1:4.
Beste keuze in de meeste situaties. Compressieverhouding: circa 1:8.
Kleiner bestandsformaat, bestemd voor e-mail en internet. Compressieverhouding:
circa 1:16.
NEF+JPEG Er worden twee beelden opgeslagen: één NEF (RAW)-beeld en één JPEG Basis-beeld.
Beeldformaat
Gebruikte bedieningsknoppen
Het beeldformaat wordt gemeten in pixels. De volgende opties zijn beschikbaar:
Beeldformaat
L (standaard)
M
S
Formaat (pixels)
3008×2000
2256×1496
1504×1000
Globaal formaat bij een print van 200 dpi
38,2×25,4cm
28,6×19,0cm
19,1×12,7cm
De geselecteerde optie is niet van invloed op de grootte van NEF (RAW)-foto's. Wanneer ze worden
bekeken op een computer, zijn NEF-beelden 3008×2000 pixels groot.
30
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Beeldkwaliteit en -formaat
NEF (RAW)/RAW+B
NEF (RAW)-bestanden kunnen worden bekeken op een computer met Capture NX (apart verkrijgbaar;
103) of
de meegeleverde ViewNX-software. ViewNX kan worden geïnstalleerd vanaf de meegeleverde software-cd-rom.
NEF (RAW)-foto’s kunnen niet bij elke fotoafdrukservice of via een rechtstreekse USB-verbinding worden afgedrukt;
gebruik ViewNX of Capture NX om NEF (RAW)-foto’s af te drukken. Als foto's die zijn gemaakt met de instelling
RAW+B op de camera worden bekeken, wordt alleen de JPEG-foto weergegeven. Als u foto's die met deze instelling zijn gemaakt wist, wordt zowel het NEF-bestand als het JPEG-bestand verwijderd.
Capture NX ( 103)
Capture NX (apart verkrijgbaar) zoekt automatisch naar updates als er een internetverbinding actief is op het
moment dat u het programma opstart. Zorg ervoor dat het programma is bijgewerkt naar de nieuwste versie voordat u NEF (RAW)-bestanden weergeeft.
Bestandsnamen
Foto's worden opgeslagen als beeldbestanden met namen volgens het patroon 'DSC_nnnn.xxx', waarbij nnnn een
viercijferig getal tussen 0001 en 9999 is dat de camera automatisch in oplopende volgorde van grootte toekent, en
waarbij xxx één van de volgende drie letterextensies is: ‘NEF’ voor NEF (RAW)-beelden of ‘JPG’ voor JPEG-beelden.
Bestanden die referentiegegevens voor Stofverwijdering bevatten hebben de extensie ‘NDF’ ( 87). De NEF- en
JPEG-bestanden die zijn opgenomen met de instelling RAW+B hebben dezelfde bestandsnaam, maar verschillende extensies. Kleine kopieën die zijn gemaakt met de optie voor kleine kopieën in het retoucheermenu, hebben
bestandsnamen die beginnen met ‘SSC_’ en eindigen met de extensie ‘JPG’ (bijvoorbeeld ‘SSC_0001.JPG’), terwijl
beelden die zijn opgenomen met andere opties van het retoucheermenu bestandsnamen hebben die beginnen
met ‘CSC’ (bijv. ‘CSC_0001.JPG’). Beelden die zijn opgenomen met de instelling II (AdobeRGB) ( 69) voor Beeld
optimaliseren > Eigen > Kleurstand hebben een naam die begint met een underscore (bijv. ‘_DSC0001.JPG’).
Beeldkwaliteit ( 30)/Beeldformaat ( 30)
U kunt beeldkwaliteit en -grootte ook instellen via de opties Beeldkwaliteit en Beeldformaat van het opnamemenu.
11— /Fn-knop ( 77)
U kunt beeldkwaliteit en -grootte ook instellen met de instelschijf.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Beeldkwaliteit en -formaat
31
Opnamestand
Gebruikte bedieningsknoppen
In de opnamestand regelt u hoe de camera foto's maakt: een voor een, in een continuserie, met een
bepaalde ontspanvertraging of met een afstandsbediening.
Stand
Enkel beeld
(standaard)
Beschrijving
De camera maakt één foto per keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt.
De camera neemt foto’s op met een snelheid tot ca. 2,5 beelden per seconde,
zolang de ontspanknop wordt ingedrukt (let op: foto’s die worden genomen met
een ISO-gevoeligheid van HI 1 worden automatisch bewerkt om ruis te onderdrukken, waardoor de opnametijd met ca. 1 seconde per beeld toeneemt). Als de flitser
Continu
wordt gebruikt, wordt slechts één opname gemaakt. Selecteer de stand
Automa(serie)
tisch (flitser uit) ( 18) of zet de flitser uit ( 35) voor continuopnamen. De hoogste
beeldsnelheid bereikt u door handmatige scherpstelling te kiezen ( 28), de keuzeknop naar S of M te draaien, een sluitertijd te kiezen van 1/250 sec. of sneller ( 41, 43)
en standaardwaarden te gebruiken voor alle andere instellingen.
Voor zelfportretten of ter vermindering van onscherpte als gevolg van cameratrilling
10s Zelfontspanner
( 33).
Vertraagd ontspan- Optionele ML-L3 afstandsbediening vereist. Voor zelfportretten ( 33).
2s
nen op afstand
Direct ontspannen Optionele ML-L3 afstandsbediening vereist. Vermindert onscherpte als gevolg van
op afstand
cameratrilling ( 33).
11—
/Fn-knop (
77)
Als Zelfontspanner (standaardinstelling) is geselecteerd voor persoonlijke instelling 11 ( /Fn-knop), kunt u de zelfontspannerstand ook selecteren door op de
zelfontspannerknop te drukken.
Het buffergeheugen
De camera is voorzien van een buffergeheugen voor tijdelijke opslag, zodat u kunt blijven fotograferen terwijl de
foto's op de geheugenkaart worden opgeslagen. Als het buffergeheugen vol is, wordt de ontspanknop buiten
werking gesteld tot er genoeg informatie naar de geheugenkaart is overgebracht om plaats te maken voor een
volgende foto. In de stand Continu kunt u doorgaan met fotograferen tot een maximum van 100 opnamen, hoewel de opnamesnelheid afneemt wanneer het buffergeheugen vol is. Zie de Bijlage voor informatie over het aantal
foto’s dat in het buffergeheugen kan worden opgeslagen.
Als de ontspanknop wordt ingedrukt, geeft de opnameteller in de zoeker het
geschatte aantal beelden aan dat bij de huidige instellingen kan worden opgeslagen in het buffergeheugen.
32
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Opnamestand
Zelfontspanner en Afstandsbediening
Met de zelfontspanner en de optionele ML-L3 afstandsbediening kunt u zelfportretten maken.
1 Plaats de camera op een statief of op een stabiele, vlakke ondergrond.
2 Selecteer een van de volgende opnamestanden:
Stand
Beschrijving
Sluiter ontspant circa 10sec. nadat de camera heeft scherpgesteld.
Zelfontspanner
10s
2s Vertraagd op afstand Sluiter ontspant circa 2sec. nadat de camera heeft scherpgesteld.
Direct op afstand
Sluiter ontspant wanneer de camera scherpstelt.
de beeldcompositie. Als u de afstandsbediening gebruikt terwijl de camera in de autofo3 Bepaal
cus-stand staat, kunt u de scherpstelling controleren door de ontspanknop half in te drukken.
4 Maak de foto.
Zelfontspanner: Druk de ontspanknop van de camera half in om scherp
te stellen en druk deze vervolgens helemaal in om de zelfontspanner
te activeren. Het zelfontspannerlampje begint te knipperen en stopt
twee seconden voordat de foto wordt genomen.
Afstandsbediening: Richt de zender van de ML-L3 van een afstand van
5m of minder op de infraroodontvanger van de camera en druk op
de ontspanknop van de ML-L3. Bij vertraagd ontspannen op afstand
zal het zelfontspannerlampje circa twee seconden voordat de sluiter
wordt ontspannen gaan branden. In de stand voor afstandsbediening
met snelle reactie zal het zelfontspannerlampje na het ontspannen
van de sluiter knipperen.
De zelfontspannerstand wordt verlaten nadat een foto is genomen of wanneer de camera wordt uitgeschakeld. De camera schakelt dan automatisch over naar de opnamestand Enkel beeld of Continu.
De zoeker afdekken
Wanneer u foto's maakt met de zelfontspanner of de afstandsbediening, verwijdert
u het zoekeroculair en plaatst u het meegeleverde DK-5 oculairkapje zoals aangegeven. Zo voorkomt u dat licht dat via de zoeker binnenvalt van invloed is op de
opname.
DK-5 oculairkapje
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Opnamestand
33
Gebruik van de ingebouwde flitser
Gebruikte bedieningsknoppen
De camera biedt diverse flitsstanden voor slecht verlichte onderwerpen en onderwerpen in tegenlicht. Welke flitsstanden beschikbaar zijn, is afhankelijk van de stand die met de keuzeknop is geselecteerd. De ingebouwde flitser is niet beschikbaar in de standen ,
en . De standaardinstelling
voor flitsen in de onderwerpsstanden (Digital Vari-Program) wordt automatisch hersteld wanneer de
keuzeknop op een nieuwe stand wordt gezet of de camera wordt uitgeschakeld.
Gebruik van de ingebouwde flitser: standen
,
,
,
en
1 Zet de keuzeknop op , , , of .
2 Selecteer een flitsstand.
foto’s. Tenzij
(uit) is geselecteerd, zal de flitser na half indruk3 Maak
ken van de ontspanknop uitklappen wanneer flitslicht nodig is, en
worden ontstoken als er een foto wordt gemaakt.
Gebruik van de ingebouwde flitser: standen P, S, A en M
1 Zet de keuzeknop op P, S, A of M.
2 Druk op knop om de flitser uit te klappen.
3 Selecteer een flitsstand.
4 Selecteer een lichtmeetmethode en pas de belichting aan.
foto’s. Als er een foto wordt gemaakt, wordt de flitser gebruikt. Als u wilt voorkomen dat de
5 Maak
flitser wordt gebruikt, klapt u de flitser neer.
Neerklappen van de ingebouwde flitser
Als u stroom wilt sparen als de flitser niet wordt gebruikt, duwt u de flitser naar beneden tot deze vastklikt.
34
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Gebruik van de ingebouwde flitser
Flitsstand
Welke flitsstanden beschikbaar zijn, is afhankelijk van de stand die met de keuzeknop is geselecteerd.
, , ,
Automatisch
Automatisch+
rode-ogenreductie
Automatisch met lange sluitertijd
Uit
Uit
P, A
Invulflits
Rode-ogenreductie
Automatisch
met lange
sluitertijd+
rode-ogenreductie
S, M
Invulflits
Synchronisatie tweede
gordijn+
lange
sluitertijd *
Rode-ogenreductie
Synchronisatie tweede
gordijn
Lange sluitertijd +
Lange sluitertijd
rode-ogenreductie
*De aanduiding SLOW verschijnt na loslaten instelschijf.
Hieronder volgt een beschrijving van de flitsstanden.
• AUTO (automatisch flitsen): Als er weinig licht is of wanneer het onderwerp zich in tegenlicht bevindt, klapt de flitser automatisch uit als de ontspanknop half wordt ingedrukt en wordt hij ontstoken als het nodig is.
•
(rode-ogenreductie): Voor zelfportretten. AF-hulpverlichting gaat branden voordat de flitser wordt ontstoken,
wat rode ogen vermindert.
• SLOW (lange sluitertijd): Sluitertijd wordt automatisch verlengd om de achtergrondverlichting goed te benutten
bij nachtopnamen of bij weinig licht. Gebruik deze stand om gebruik te maken van de achtergrondverlichting in
portretten.
• REAR (synchronisatie met tweede gordijn): De flitser wordt ontstoken vlak voordat de sluiter dichtgaat, waardoor
het effect ontstaat van een lichtstroom die het onderwerp volgt. Als dit pictogram niet wordt weergegeven, flitst
de flitser direct na het opengaan van de sluiter.
De knop
U kunt de flitsstand ook instellen door op de knop
te drukken en aan de instelschijf te draaien. Druk in de stand P, S, A of M eenmaal op de knop
om de flitser
uit te klappen. Selecteer vervolgens een flitsstand door op de knop
te drukken
en aan de instelschijf te draaien.
Persoonlijke instellingen ( 76, 78)
Met persoonlijke instelling 10 (ISO auto) kunt u de gevoeligheid aanpassen voor
een optimale flitsopbrengst. Via persoonlijke instelling 14 (Ingebouwde flitser)
kunt u de flitser handmatig bedienen.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Gebruik van de ingebouwde flitser
35
De ingebouwde flitser
Te gebruiken met CPU-objectieven met een brandpuntsafstand van 18–300mm of objectieven zonder CPU met
een brandpuntsafstand van 18–200mm ( 97–98). Verwijder zonnekappen om schaduwen te voorkomen. Als het
objectief de AF-hulpverlichting blokkeert, kan de werking van rode-ogenreductie gehinderd worden. De flitser
heeft een minimumbereik van 60cm en kan niet worden gebruikt in het macrobereik van zoomobjectieven.
Als de ingebouwde flitser in de opnamestand Continu wordt gebruikt (
ontspanknop telkens maar één foto gemaakt.
32), wordt er bij het indrukken van de
De ontspanknop kan even geblokkeerd worden, om de flitser te beschermen nadat hij voor verschillende opnamen achtereen is gebruikt. Na een korte pauze kan de flitser weer worden gebruikt.
Kijk voor informatie over optionele flitsers (Speedlight-flitsers) bij ‘Optionele flitsers (Speedlights)’ (
correctie’ voor informatie over het instellen van de flitsopbrengst ( 48).
99). Zie ‘Flits-
Synchronisatie met tweede gordijn
Gewoonlijk flitst de flitser zodra de sluiter opengaat (‘synchronisatie met eerste gordijn’; zie linksonder). Bij synchronisatie met tweede gordijn flitst de flitser vlak voordat de sluiter sluit, waardoor het effect van een lichtstroom achter een bewegend onderwerp ontstaat.
Synchronisatie met eerste gordijn
36
Synchronisatie met tweede gordijn
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Gebruik van de ingebouwde flitser
ISO-gevoeligheid
Gebruikte bedieningsknoppen
Foto’s die met een lange sluitertijd worden genomen zijn vaak onscherp. Als de ISO-gevoeligheid
wordt verhoogd tot boven ISO 200-equivalent, kunt u dezelfde foto's met een kortere sluitertijd
maken zonder dat ze onscherp worden. De ISO-gevoeligheid kan worden ingesteld op waarden tussen ISO 200 en ISO 1600 in stappen van 1LW, en op de waarde voor hoge gevoeligheid HI 1, die ongeveer overeenkomt met ISO-equivalent 3200. In de stand
(auto) en de onderwerpsstanden (Digital
Vari-Program) kunt u ook Automatisch instellen, zodat de camera de gevoeligheid automatisch kan
verhogen wanneer er weinig licht is of verlagen wanneer er veel licht is. Wanneer u de keuzeknop van
P, S, A, of M naar
of een onderwerpsstand draait, wordt de ISO-gevoeligheid automatisch teruggezet
op de standaardinstelling Automatisch.
Gevoeligheid
ISO-gevoeligheid is het digitale equivalent van filmgevoeligheid. Hoe hoger de gevoeligheid, des te minder licht er
nodig is om een foto te maken. Zo kunt u een kortere sluitertijd of een kleiner diafragma gebruiken. En net als analoge foto’s bij een hoge filmgevoeligheid vaak ‘korrelig’ zijn, zijn foto’s die met een hoge ISO-gevoeligheid zijn
genomen vaak gespikkeld. Foto’s die worden gemaakt met ISO-gevoeligheid HI 1, worden automatisch bewerkt
om ruis te onderdrukken, waardoor de opnametijd toeneemt. Let op: foto’s die worden genomen met een ISOgevoeligheid van HI 1 worden automatisch bewerkt om ruis te onderdrukken, waardoor de opnametijd met ca. 1
seconde per beeld toeneemt.
ISO-gevoeligheid ( 73)
De ISO-gevoeligheid kan ook ingesteld worden via de optie ISO-gevoeligheid in het opnamemenu.
10—ISO Auto ( 76)
Deze optie kan worden gebruikt om de automatische regeling van de ISO-gevoeligheid mogelijk te maken in de
standen P, S, A en M. Wanneer HI 1 is geselecteerd, wordt ISO auto uitgeschakeld.
11— /Fn-knop ( 77)
U kunt de ISO-gevoeligheid ook instellen met de instelschijf.
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/ISO-gevoeligheid
37
Reset met twee knoppen
Gebruikte bedieningsorganen:
knop +
knop
U kunt de standaardwaarden van de hieronder vermelde camera-instellingen herstellen door de knoppen en tegelijk gedurende meer dan
twee seconden ingedrukt te houden. (Deze knoppen worden aangegeven met een groene stip). De monitor wordt kort uitgeschakeld terwijl de
instellingen worden teruggezet.
Optie
Beeldkwaliteit (
Beeldformaat (
30)
30)
Witbalans ( 49) *
ISO-gevoeligheid ( 37)
, Digital Vari-Program
P, S, A, M
Opnamestand ( 32)
Scherpstelstand ( 23)
AF-veldstand ( 24)
,
,
,
,
,
, P, S, A, M
Standaard
JPEG Normaal
Groot
Automatisch
Automatisch
200
Enkel beeld
AF-A
Optie
Lichtmeting ( 45)
Flitscorrectie ( 48)
Belichtingscorrectie ( 47)
Flitsstand ( 34)
,
,
Automatisch met
lange sluitertijd
P, S, A, M
Flexibel programma (
Dichtstbz. onderw.
Enkelveld
70) teruggezet op 0.
Standaardinstellingen
Zie de Bijlage voor een lijst met standaardinstellingen (
38
Automatisch
,
Dynamisch veld
* Fijnafstemming (
Standaard
Matrixmeting
±0
±0
113).
Naslaginformatie: Meer over fotografie (alle standen)/Reset met twee knoppen
40)
Invulflits
Uit
De standen P, S, A en M
Met de standen P, S, A en M kunt u een aantal geavanceerde instellingen vastleggen, waaronder belichting ( 45), witbalans en beeldoptimalisatie. In elk van deze standen kunt u in verschillende mate sluitertijd en/of diafragma bepalen:
Stand
P
S
A
M
Beschrijving
De camera stelt sluitertijd en diafragma in voor een optimale belichting. AanProgramma-automatiek ( 40) bevolen voor snapshots en situaties waarin er weinig tijd is om camera-instellingen aan te passen.
De gebruiker kiest de sluitertijd, de camera kiest het diafragma dat de beste
Sluitertijdvoorkeuze ( 41)
belichting oplevert. Voor het bevriezen of onscherp weergeven van beweging.
De gebruiker kiest het diafragma, de camera kiest de sluitertijd die het beste
Diafragmavoorkeuze ( 42)
resultaat oplevert. Als u de achtergrond onscherp wilt houden of zowel voorals achtergrond scherp wilt weergeven.
De gebruiker regelt zowel de sluitertijd als het diafragma. Stel de sluitertijd in
Handmatig ( 43)
op ‘bulb’ of ‘--’ voor lange tijdopnamen.
Diafragmaring van het objectief
Als u een CPU-objectief gebruikt dat is uitgerust met een diafragmaring, dient u deze te vergrendelen op het kleinste diafragma (hoogste f/-getal). Type G objectieven zijn niet uitgerust met een diafragmaring.
Objectieven zonder CPU kunnen alleen worden gebruikt in de belichtingsstand M, waarin het diafragma handmatig
kan worden ingesteld met de diafragmaring van het objectief (in andere standen zal de sluiter worden geblokkeerd). De belichtingsmeter van de camera en diverse functies kunnen niet worden gebruikt ( 97).
10—ISO auto ( 76)
Deze optie kan worden gebruikt om de automatische regeling van de ISO-gevoeligheid mogelijk te maken in de
standen P, S, A en M.
Sluitertijd en Diafragma
Met verschillende combinaties van sluitertijd en diafragma kunt u tot dezelfde belichting komen. Hierdoor kunt u
beweging bevriezen of onscherp weergeven en scherptediepte regelen. In de volgende afbeelding ziet u hoe sluitertijd en diafragma de belichting beïnvloeden.
Sluitertijd
Diafragma
Korte sluitertijd
Klein diafragma (hoog f/-getal)
Lange sluitertijd
Groot diafragma (laag f/-getal)
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M
39
Stand P (Programma-automatiek)
In deze stand stelt de camera de sluitertijd en het diafragma automatisch in voor een optimale belichting in de meeste situaties. Deze stand wordt aanbevolen voor snapshotfoto's en andere situaties
waarin u de camera de sluitertijd
40
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Stand P (Programma-automatiek)
Stand A (Diafragmavoorkeuze)
In de stand Diafragmavoorkeuze kiest u een diafragma tussen de grootste en kleinste diafragmawaarde van het objectief, terwijl de camera automatisch de sluitertijd kiest die de optimale belichting
oplevert. Een klein diafragma (hoog f/-getal) geeft een grote scherptediepte, waardoor zowel het
hoofdonderwerp als de achtergrond scherp kunnen worden weergegeven. Een groot diafragma (laag
f/-getal) verzacht de achtergronddetails.
Zo maakt u foto's in de stand Diafragmavoorkeuze:
1 Zet de keuzeknop op A.
aan de instelschijf tot het gewenste diafragma in de zoeker ver2 Draai
schijnt (als u op de knop
drukt, wordt het diafragma ook op de
monitor weergegeven).
3 Kadreer, stel scherp en maak de foto.
42
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Stand A (Diafragmavoorkeuze)
Belichtingsstand M (Handmatig)
In de handmatige belichtingsstand regelt u zowel de sluitertijd als het diafragma. De sluitertijd kan
worden ingesteld op waarden tussen 30sec. en ¼000 sec., maar de sluiter kan ook voor onbepaalde tijd
worden opengehouden voor lange tijdopnamen (
). Het diafragma kan worden ingesteld tussen de laagste en hoogste waarde voor het objectief.
Zo maakt u foto's in de handmatige belichtingsstand:
1 Zet de keuzeknop op M.
aan de instelschijf om een sluitertijd te kiezen (zie afbeelding linksonder). Als u het dia2 Draai
fragma wilt instellen (rechtsonder), draait u aan de instelschijf terwijl u op de knop
( ) drukt
(om sluitertijd en diafragma op de monitor weer te geven, drukt u op de knop ). Controleer de
belichting aan de hand van de elektronische analoge belichtingsaanduiding (zie opmerking hieronder).
3 Kadreer, stel scherp en maak de foto.
Elektronische analoge belichtingsaanduiding
Als een CPU-objectief is bevestigd en een andere sluitertijd dan
is geselecteerd, geeft de elektronische
analoge belichtingsaanduiding in de zoeker of opname-informatieweergave aan of de foto bij de huidige instellingen onder- of overbelicht wordt. Als de uiterste waarden van het lichtmeetsysteem worden overschreden, knippert de aanduiding.
Aanduiding
Beschrijving
Optimale belichting.
Als de meter zich rechts van de 0 bevindt, wordt de foto onderbelicht. De aanduiding links
geeft een onderbelichting van 1/3LW aan.
Als de meter zich links van de 0 bevindt, wordt de foto overbelicht. De aanduiding links geeft
een overbelichting van meer dan 2LW aan.
Wanneer Aan is geselecteerd voor persoonlijke instelling 10 (ISO auto;
76), wordt de ISO-gevoeligheid automatisch aangepast om wijzigingen in het diafragma en de sluitertijd te compenseren, met als gevolg dat veranderingen in sluitertijd en diafragma geen effect hebben op de elektronische analoge belichtingsaanduiding.
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichtingsstand M (Handmatig)
43
Lange tijdopnamen
Met de sluitertijdinstellingen ‘bulb’ en ‘--’ kunt u lange tijdopnamen maken van lichtsporen, de sterrenhemel, nachtlandschappen of vuurwerk. Om onscherpte als gevolg van cameratrilling te voorkomen, kunt u het beste een statief of een optionele afstandsbediening ( 33, 103) gebruiken.
Sluitertijd
bulb
--
Beschrijving
De sluiter blijft open zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
Optionele afstandsbediening vereist. Selecteer stand M, kies de sluitertijdinstelling ‘bulb’ en selecteer vervolgens vertraagd of direct ontspannen op afstand ( 33). De sluiter gaat open wanneer u
de ontspanknop op de afstandsbediening indrukt en blijft open gedurende dertig minuten of tot
u de ontspanknop opnieuw indrukt.
35sec, f/25
Als u wilt voorkomen dat de camera wordt uitgeschakeld voordat de opname is voltooid, dient u een
volledig opgeladen batterij of een optionele EH-5a lichtnetadapter met een EP-5 voedingsaansluiting
te gebruiken ( 103). Houd er rekening mee dat ruis kan optreden bij lange belichtingen. Kies Aan
voor de optie Ruisonderdrukking in het opnamemenu.
44
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichtingsstand M (Handmatig)
Belichting
Lichtmeting
Gebruikte bedieningsknoppen
De lichtmeetmethode bepaalt hoe de camera de belichting instelt. De volgende opties zijn beschikbaar wanneer u de keuzeknop op P, S, A of M zet (in andere standen wordt matrixmeting gebruikt):
Methode
Matrixmeting
Centrumgericht
Spotmeting
Beschrijving
Aanbevolen voor de meeste situaties. De camera meet een groot deel van het beeld
en stelt de belichting direct in op basis van helderheidsverdeling, kleur, afstand en
compositie, voor een zo natuurlijk mogelijk resultaat.
De camera meet het hele beeld maar kent extra gewicht toe aan het centrum. Klassieke meetmethode voor portretten.
De camera meet de belichting alleen in het actieve scherpstelveld (als Dichtstbz.
onderw. is geselecteerd voor AF-veldstand ( 24), meet de camera het centrale
scherpstelveld). Het onderwerp wordt correct belicht, ook als de achtergrond veel
lichter of donkerder is.
Lichtmeting
Lichtmeting is alleen beschikbaar met CPU-objectieven. Bij matrixmeting wordt de belichting ingesteld met een
RGB-sensor met 420 segmenten. Gebruik een G-type of D-type objectief voor resultaten waarbij ook rekening
wordt gehouden met de afstand (3D-kleurenmatrixmeting II; 97). Bij andere CPU-objectieven wordt 3D-afstandsinformatie niet meegenomen (kleurenmatrixmeting II).
CPU-objectieven kunt u herkennen aan de aanwezigheid van CPU-contacten; G-type en D-type objectieven herkent u aan een letter op de objectiefvatting. Type G objectieven zijn niet uitgerust met een diafragmaring.
CPU-contacten
CPU-objectief
Diafragmaring
G-type objectief
D-type objectief
5—Lichtmeting ( 75)
De lichtmeetmethode kan ook worden geselecteerd in het menu Persoonlijke instellingen.
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichting
45
Belichtingsvergrendeling
Gebruikte bedieningsknoppen
AE-L/AF-L-knop
Als uw onderwerp zich niet in het meetgebied bevindt wanneer centrumgerichte meting of spotmeting wordt gebruikt, dan wordt de belichting gebaseerd op de lichtomstandigheden in de achtergrond en kan uw hoofdonderwerp onjuist belicht worden. U kunt dit voorkomen met
belichtingsvergrendeling.
de stand P, S of A en kies centrumgerichte meting of spotmeting (belichtingsvergrende1 Selecteer
ling heeft geen effect in de stand M).
het onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld (als u cen2 Plaats
trumgerichte meting gebruikt, plaatst u het onderwerp in het centrale
scherpstelveld). Druk de ontspanknop half in en controleer of de
scherpstelaanduiding (z) in de zoeker verschijnt. Met de ontspanknop
half ingedrukt en uw onderwerp in het geselecteerde scherpstelveld,
drukt u op de knop AE-L/AF-L om de belichting te vergrendelen.
Zolang de belichtingsvergrendeling actief is, wordt de aanduiding EL
in de zoeker weergegeven.
de knop AE-L/AF-L ingedrukt, pas de compositie aan en maak de
3 Houd
foto.
Sluitertijd en diafragma wijzigen
Zolang de belichting vergrendeld is, kunt u de volgende instellingen wijzigen zonder dat dit van invloed is op de
gemeten belichtingswaarde.
Stand
Programma-automatiek
Sluitertijdvoorkeuze
Diafragmavoorkeuze
Instelling
Sluitertijd en diafragma (flexibel programma;
Sluitertijd
Diafragma
40)
De nieuwe waarden worden in de zoeker en de opname-informatieweergave weergegeven. Houd er rekening
mee dat u de lichtmeetmethode niet kunt wijzigen als de belichting vergrendeld is (wijzigingen in de lichtmeting
worden van kracht wanneer de belichting wordt ontgrendeld).
12—AE-L/AF-L ( 77)
Met deze optie bepaalt u de werking van de knop AE-L/AF-L.
13—AE-vergrendeling ( 77)
Met deze optie bepaalt u of de ontspanknop de belichting vergrendelt.
46
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichting
Belichtingscorrectie
Gebruikte bedieningsknoppen
Met belichtingscorrectie kunt u de belichting aanpassen met maximaal ±5LW in stappen van 1/3LW,
om de foto lichter of donkerder te maken. Deze functie is alleen beschikbaar in de standen P, S en A en
werkt het beste in combinatie met centrumgerichte meting of spotmeting ( 45). Als vuistregel geldt
dat een positieve belichtingscorrectiewaarde moet worden gebruikt wanneer het hoofdonderwerp
donkerder is dan de achtergrond, en een negatieve waarde wanneer het hoofdonderwerp lichter is
dan de achtergrond.
De belichtingscorrectiewaarde wordt weergegeven in de opname-informatieweergave. U kunt terugkeren naar de normale belichting door de
belichtingscorrectie in te stellen op ±0. Bij het uitzetten van de camera
wordt de belichtingscorrectie niet teruggezet.
–1LW
Geen belichtingscorrectie
+2LW
De knop
U kunt de belichtingscorrectie ook aanpassen door op de knop
te drukken en
aan de instelschijf te draaien tot de gewenste waarde in de zoeker of de opnameinformatieweergave verschijnt (alleen in de standen P, S en A). Rechts ziet u een
voorbeeld van de zoekerweergave.
–0.3LW
+2.0LW
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichting
47
Flitscorrectie
Gebruikte bedieningsknoppen
Met de flitscorrectie (alleen beschikbaar in de standen P, S, A en M) kunt u de flitsopbrengst aanpassen
met een waarde tussen –3LW en +1LW in stappen van 1/3LW, waardoor de helderheid van het onderwerp in relatie tot de achtergrond verandert. U kunt de flitsopbrengst vergroten om het hoofdonderwerp lichter te maken, of verlagen om ongewenste lichtaccenten of reflecties te voorkomen.
De flitscorrectiewaarde wordt weergegeven in de opname-informatieweergave. U kunt de flitssterkte op de normale waarde terugzetten door
de flitscorrectie in te stellen op ±0.0. Bij het uitzetten van de camera
wordt de belichtingscorrectie niet teruggezet.
Flitsbelichtingscorrectie is ook beschikbaar bij de SB-400-, SB-800-, SB600-, en SU-800-flitsers ( 99).
De knop
(
)
U kunt de flitscorrectie ook aanpassen door op de knoppen
(
) en
te
drukken en aan de instelschijf te draaien tot de gewenste waarde in de zoeker of
de opname-informatieweergave verschijnt. Rechts ziet u een voorbeeld van de
zoekerweergave.
–3,0LW
+0,7LW
8—Flitscorrectie ( 76)
De flitscorrectie kan ook worden aangepast via het menu Persoonlijke instellingen.
48
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Belichting
Witbalans
Gebruikte bedieningsknoppen
Met de witbalans kunt u de invloed van de kleur van de lichtbron op de kleurweergave neutraliseren.
Automatische witbalans wordt aanbevolen voor de meeste lichtbronnen; indien nodig kunnen
andere waarden worden geselecteerd, afhankelijk van het type lichtbron. De volgende opties zijn
beschikbaar in de standen P, S, A en M (in de onderwerpsstanden (Digital Vari-Program) wordt automatisch Automatisch geselecteerd):
Optie
Beschrijving
Automatisch
Camera stelt witbalans automatisch in. Aanbevolen voor de meeste situaties.
Gloeilamplicht
TL-licht
Direct zonlicht
Flitslicht
Bewolkt
Schaduw
Voor foto's bij gloeilamplicht.
Voor foto's bij TL-licht.
Voor onderwerpen in direct zonlicht.
Voor gebruik met de ingebouwde flitser of optionele Nikon flitsers.
Voor foto's bij daglicht bij bewolkte hemel.
Voor foto's bij daglicht in de schaduw.
Gebruik grijs of wit object of een bestaande foto als referentie voor de witbalans ( 70).
Witbalans preset
Witbalans ( 70)
Met de optie Witbalans in het opnamemenu kunt u niet alleen de witbalans instellen, maar ook de witbalans fijnafstemmen, vooringestelde witbalans meten en de waarde voor vooringestelde witbalans van een bestaande foto
kopiëren.
11— /Fn-knop ( 77)
U kunt de witbalans ook instellen met de instelschijf.
Naslaginformatie: De standen P, S, A en M/Witbalans
49
Meer over foto's weergeven
Foto’s met de camera bekijken
Als foto's wilt weergeven op de monitor, drukt u op de knop . Foto’s die
zijn gemaakt in de portretstand (90° gedraaid) worden rechtop weergegeven, zoals rechts afgebeeld.
De volgende handelingen kunnen bij schermvullende weergave worden
uitgevoerd:
Functie
Gebruik
Andere foto's
bekijken
of
Beschrijving
Druk de multi-selector naar rechts of draai de instelschijf naar rechts om
foto’s in volgorde van opname te bekijken. Druk de multi-selector naar
links of draai de instelschijf naar links om foto’s in omgekeerde volgorde te
bekijken.
Informatie over foto
bekijken
Druk de multi-selector omhoog of omlaag om informatie over de huidige
foto te bekijken ( 51).
Inzoomen op foto
Inzoomen op de huidige foto (
Foto wissen
Foto beveiligen
Miniaturen
bekijken
Terug naar de opnamestand
De huidige foto wissen (
(
)
Ontspanknop
of
54).
De huidige foto beveiligen (
Meerdere foto’s bekijken (
53).
54).
52).
Als u wilt terugkeren naar de opnamestand, drukt u de ontspanknop half
in of drukt u op de knop .
Menu’s bekijken
Menu’s bekijken (
63).
Foto retoucheren
Geretoucheerde kopie van huidige foto maken (
Opname-informatie
weergeven
Opname-informatie weergeven (
89).
22).
Autom. beeldrotatie ( 88)/Draai portret ( 66)
Met deze opties bepaalt u of foto’s die zijn gemaakt in de portretstand (90° gedraaid) bij weergave op de monitor
worden gedraaid.
7—Beeld terugspelen ( 75)
Kies of foto’s direct na opname worden weergegeven.
15—Timers uit ( 78)
Kies hoe lang de monitor aan blijft voordat hij automatisch wordt uitgeschakeld om stroom te sparen.
50
Naslaginformatie: Meer over foto's weergeven/Foto’s met de camera bekijken
Foto-informatie
Foto-informatie wordt over het beeld weergegeven wanneer u foto’s in schermvullende weergave
bekijkt. Druk de multi-selector omhoog of omlaag om door de volgende informatie te bladeren:
Bestandsinformatie ↔ Opnamegegevens 1 ↔ Opnamegegevens 2 ↔ Retouche-historie (alleen
geretoucheerde kopieën) ↔ Hoge lichten ↔ RGB-histogram ↔ Bestandsinformatie.
Bestandsinformatie
1 Beveiligingsstatus ...........................54
2 Retouche-aanduiding..................89
3 Opnamenummer/totaal
aantal beelden
4 Mapnaam.............................................85
5 Beeldkwaliteit................................... 30
6 Opnamedatum.........................11, 83
7 Opnametijdstip ........................11, 83
8 Bestandsnaam.................................. 31
9 Beeldformaat .................................... 30
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Opnamegegevens 1
1 Beveiligingsstatus ...........................54
2 Retouche-aanduiding..................89
3 Cameranaam
4 Lichtmeting........................................45
5 Sluitertijd ..................................... 39–44
6 Diafragma ................................... 39–44
7 Stand......................................................... 4
8 Belichtingscorrectie...................... 47
9 Brandpuntsafstand........................... 1
10 Flitsstand ......................................78, 99
11 Opnamenummer/totaal
aantal beelden
1
2
3
4
6
8
10
5
7
9
11
Opnamegegevens 2
1 Beveiligingsstatus ...........................54
7 Tooncompensatie.......................... 69
2 Retouche-aanduiding..................89
8 Verscherping..................................... 69
3 Beeldoptimalisatie..........................68
9 Kleurstand/kleurtoon .................. 69
4 ISO-gevoeligheid 1..........................37 10 Verzadiging........................................ 69
5 Witbalans/fijnafstemming
11 Beeldcommentaar 2 ...................... 84
witbalans......................................49, 70 12 Opnamenummer/totaal
aantal beelden
6 Beeldformaat/
beeldkwaliteit....................................30
1.Verschijnt in rood als ISO-gevoeligheid met ISO auto werd aangepast ten
opzichte van de geselecteerde waarde.
2.Alleen de eerste 15 letters worden weergegeven.
1
2
3
5
7
9
11
4
6
8
10
12
Retouche-historie 1
1 Beveiligingsstatus .......................................................................54
2 Retouche-aanduiding..............................................................89
3 Retouche-historie: Somt veranderingen op die werden gemaakt met
opties in het retoucheermenu (
89), beginnend met de meest
recente aanpassing.
4 Beeldnummer/totaal aantal beelden
1.Wordt weergegeven als beeld werd gemaakt met opties in retoucheermenu.
1
2
3
4
Naslaginformatie: Meer over foto's weergeven/Foto’s met de camera bekijken
51
Hoge lichten
Hoge lichten zijn de lichtste delen van het beeld. Details kunnen verloren
gaan (‘verbleken‘) in hoge lichten die overbelicht zijn. Gebruik de hoge lichten als richtlijn wanneer u de belichting instelt.
1 Beveiligingsstatus .......................................................................54
2 Retouche-aanduiding..............................................................89
3 Hoge lichten (aangegeven door een knipperende rand)
4 Beeldnummer/totaal aantal beelden
1
2
3
4
Histogram
Een histogram is een grafiek die de verdeling van de toonwaarden in het
beeld weergeeft. De horizontale as correspondeert met de pixelhelderheid,
met links de donkere pixels en rechts de lichte pixels. De verticale as geeft
het aantal pixels van elke helderheid in het beeld. Let op: de camerahistogrammen dienen alleen als richtlijn en kunnen afwijken van de histogrammen in beeldbewerkingsprogramma's.
1 Beveiligingsstatus ...........................54
3 Opnamenummer/totaal
aantal beelden
2 Retouche-aanduiding..................89
4 Histogram
1
2
3
4
Hieronder ziet u enkele voorbeeldhistogrammen:
• Als de foto voorwerpen met een uiteenlopende helderheid bevat, zal de
toonverdeling relatief gelijkmatig zijn.
• Als de foto donker is, zal de toonverdeling naar links zijn verschoven.
• Als de foto licht is, zal de toonverdeling naar rechts zijn verschoven.
Als u de belichtingscorrectie verhoogt, verschuift de toonverdeling naar rechts. De toonverlichting verschuift naar
links als de belichtingscorrectie wordt verlaagd. Als het beeld op de monitor bij fel licht moeilijk te zien is, kunt u
het histogram gebruiken om een indruk van de algehele belichting te krijgen.
Meerdere beelden bekijken: miniatuurweergave
Door de knop in te drukken bij schermvullende weergave kunt u 'contactprints' van vier of negen beelden weergeven. U kunt de volgende
bewerkingen uitvoeren wanneer miniaturen worden weergegeven:
52
Naslaginformatie: Meer over foto's weergeven/Foto’s met de camera bekijken
Functie
Meer beelden per
pagina weergeven
Minder beelden per
pagina weergeven
Gebruik
Beschrijving
Het aantal weergegeven beelden verhogen van één (schermvullende
weergave) naar vier, of van vier naar negen.
Het aantal weergegeven beelden verlagen van negen naar vier of van vier
naar één (schermvullende weergave).
Foto bekijken
Foto’s
markeren
Gemarkeerde foto schermvullend weergeven.
Foto’s markeren met de multi-selector of instelschijf.
of
Foto wissen
Gemarkeerde foto wissen (
Foto beveiligen
(
Terug naar de opnamestand
Ontspanknop
of
)
Menu’s bekijken
Gemarkeerde foto beveiligen (
54).
Als u wilt terugkeren naar de opnamestand, drukt u de ontspanknop half
in of drukt u op de knop .
Menu’s bekijken (
Opname-informatie
weergeven
54).
63).
Opname-informatie weergeven (
22).
Foto’s nauwkeuriger bekijken: zoomweergave
Druk op de
knop om in te zoomen op een foto in schermvullende
weergave. De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd:
Functie
Gebruik
In- en uitzoomen
/
Beschrijving
Andere beelden
bekijken
Druk op
om in te zoomen tot maximaal
circa 19× (grote foto’s), 15× (middelgrote
foto’s) of 10× (kleine foto’s). Druk op om
uit te zoomen. Wanneer op de foto is ingezoomd, kunt u de multi-selector naar
boven, beneden, links of rechts drukken
om delen van het beeld te bekijken die niet
op de monitor zichtbaar zijn. Houd de multi-selector ingedrukt om snel
naar andere delen van het beeld te gaan. Het navigatievenster verschijnt
wanneer de zoomratio wordt gewijzigd; het gedeelte dat zichtbaar is in de
monitor wordt aangegeven door een gele rand.
Draai aan de instelschijf om hetzelfde gedeelte van andere beelden met
dezelfde zoomfactor te bekijken.
Zoom annuleren
Terugkeren naar schermvullende weergave.
Andere delen van
het beeld bekijken
Foto wissen
De huidige foto wissen (
Foto beveiligen
(
Terug naar de opnamestand
Ontspanknop
of
Menu’s bekijken
Opname-informatie
weergeven
)
54).
De huidige foto beveiligen (
54).
Om terug te keren naar de opnamestand, drukt u de ontspanknop half in
of drukt u op de knop .
Menu’s bekijken (
63).
Opname-informatie weergeven (
22).
Naslaginformatie: Meer over foto's weergeven/Foto’s met de camera bekijken
53
Foto’s tegen verwijderen beveiligen
In de schermvullende, zoom- of miniatuurweergave kunt u de
knop gebruiken om foto’s te beveiligen en zo te voorkomen dat u ze per ongeluk wist. Beveiligde bestanden kunnen niet worden verwijderd met de knop of de optie Wissen in het weergavemenu en hebben het kenmerk ‘alleenlezen’ als ze worden weergegeven op een Windows-computer. Beveiligde foto’s worden wel verwijderd als de geheugenkaart wordt geformatteerd ( 13, 81).
Druk op de
knop om de foto te beveiligen die schermvullend of in
zoomweergave wordt weergegeven of die is gemarkeerd in de lijst met
miniaturen. De foto wordt gemarkeerd met een
pictogram.
Om de beveiliging van een foto op te heffen zodat hij kan worden verwijderd, drukt u op de
knop
wanneer de foto schermvullend of in zoomweergave wordt weergegeven of is gemarkeerd in de lijst
met miniaturen.
Foto's een voor een wissen
Druk op de knop om de foto te wissen die schermvullend of in zoomweergave wordt weergegeven of die is gemarkeerd in de lijst met miniaturen. Een van de volgende bevestigingsschermen verschijnt; druk
opnieuw op de knop om de foto te wissen. Druk op de knop om te
stoppen zonder de foto te verwijderen.
Wissen ( 65)
Deze optie kan worden gebruikt om meerdere foto’s te verwijderen.
54
Naslaginformatie: Meer over foto's weergeven/Foto’s met de camera bekijken
Aansluiten op een computer, printer of televisie
Aansluiten op een computer
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de camera aansluit op een computer met de meegeleverde
UC-E4 USB-kabel. Nadat de camera is aangesloten, kunt u met het programma Nikon Transfer (meegeleverd) of met optionele software van Nikon, zoals Camera Control Pro 2 of Camera Control Pro (versie
1.2.0 of hoger), foto’s naar de computer kopiëren of de camera op afstand bedienen.
Voordat u de camera aansluit
Installeer Nikon Transfer vanaf de meegeleverde software-cd (raadpleeg de Snelhandleiding voor meer
informatie). Zorg dat de batterij volledig is opgeladen, zodat de gegevensoverdracht niet wordt
onderbroken. Bij twijfel laadt u de batterij op voordat u de camera aansluit of gebruikt u een optionele
EH-5a lichtnetadapter met een EP-5 voedingsaansluiting ( 103).
Voordat u de camera aansluit, selecteert u het onderdeel USB in het
setup-menu van de camera en kiest u de optie USB als hieronder
beschreven.
Besturingssysteem computer *
Windows Vista (32-bits Home Basic/Home
Premium/Business/Enterprise/Ultimate Edition)
Windows XP (Home Edition/Professional)
Mac OS X versie 10.3.9 of 10.4.10
Windows 2000 Professional
USB
Kies MTP/PTP of
Mass Storage
Kies Mass Storage †
* Op p. x staan websites waar u terecht kunt voor de meest recente informatie over ondersteunde besturingssystemen.
† Selecteer NIET MTP/PTP Als MTP/PTP is geselecteerd wanneer u de camera aansluit, wordt de hardwarewizard
van Windows weergegeven. Klik op Annuleren om de wizard af te sluiten, verbreek de verbinding met de
camera en selecteer Mass Storage.
De USB-kabel aansluiten
1 Zet de computer aan en wacht tot deze is opgestart.
2 Zet de camera uit.
de meegeleverde USB-kabel aan als weergegeven. Forceer niets en steek de stekker recht in de
3 Sluit
aansluiting. Sluit de camera rechtstreeks op de computer aan en niet op een USB-hub of toetsenbord.
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Aansluiten op een computer
55
de camera aan. Nadat de computer automatisch de camera heeft
4 Zet
gedetecteerd, wordt Nikon Transfer weergegeven. Als Mass Storage
is geselecteerd voor USB, verschijnen op de monitor en in de zoeker
de rechts weergegeven aanduidingen (als MTP/PTP is geselecteerd,
verschijnen de normale opname-aanduidingen).
foto’s over naar de computer, zoals wordt beschreven in de online Help van Nikon Transfer. U
5 Zet
kunt de online Help weergeven door Nikon Transfer te starten en Nikon Transfer Help te selecteren in het menu Help van Nikon Transfer.
MTP/PTP is geselecteerd voor USB, kunt u de camera uitschakelen en de USB-kabel loskop6 Als
pelen nadat de overdracht is voltooid. Is Mass Storage geselecteerd, dan moet de camera eerst
uit het systeem worden verwijderd, als hieronder beschreven.
Windows Vista/Windows XP
Klik op het pictogram ‘Hardware veilig verwijderen’ op de taakbalk
( ) en selecteer USB-apparaat voor massaopslag veilig verwijderen.
Windows 2000 Professional
Klik op het pictogram ‘Hardware ontkoppelen of uitwerpen’ op de
taakbalk ( ) en selecteer USB-apparaat voor massaopslag stoppen.
Mac OS X
Sleep het cameravolume ('NIKON D40') naar de Prullenmand. Nadat
de overdracht is voltooid, verwijdert Nikon Transfer de camera automatisch uit het systeem.
Tijdens de overdracht
Zet de camera niet uit en ontkoppel de USB-kabel niet als er nog beelden worden overgebracht.
Camera Control Pro 2 en Camera Control Pro
Met Camera Control Pro versie 1.2.0 of hoger of Camera Control Pro 2 (beide apart verkrijgbaar) kunt u de camera
vanuit de computer aansturen ( 103). Voordat u de camera aansluit, dient u in de camera de optie USB ( 84) in
te stellen op MTP/PTP. Als Camera Control Pro actief is, verschijnt 'PC' in de zoeker en de opname-informatieweergave.
Camera Control Pro zoekt automatisch naar updates wanneer er een internetverbinding actief is op het moment
dat u het programma opstart. Voer een update uit naar de meeste recente versie.
56
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Aansluiten op een computer
Foto’s printen
Foto's kunnen op een van de volgende manieren worden afgedrukt:
• Sluit de camera aan op een printer en print JPEG-foto's rechtstreeks vanuit de camera (zie onder).
• Plaats de geheugenkaart in een printer die is voorzien van een kaartsleuf (zie de handleiding van de
printer voor meer informatie). Ondersteunt de printer DPOF ( 117), dan kunt u foto's voor afdrukken selecteren met Printopdracht (DPOF) ( 61).
• Neem de geheugenkaart van de camera mee naar een digitale fotoservice. Als de afdrukservice
DPOF ondersteunt ( 117), kunt u foto's voor afdrukken selecteren met Printopdracht (DPOF) (
61).
• Zet foto’s over naar een computer ( 55) en druk ze af met ViewNX (meegeleverd) of Capture NX
(apart verkrijgbaar; 103). Let op: dit is de enige manier om RAW (NEF)-beelden af te drukken.
Printen via directe USB-verbinding
JPEG-foto’s kunnen rechtstreeks worden geprint vanuit een camera die is aangesloten op een PictBridge printer ( 117). Als u foto’s maakt in de stand P, S, A en M en u wilt deze afdrukken via een rechtstreekse USB-verbinding, selecteert u Ia (sRGB) of IIIa (sRGB) voor de optie Eigen>Kleurstand in
het menu Beeld optimaliseren ( 68).
Foto's maken
Foto’s selecteren voor printen
met Printopdracht (DPOF) ( 61)
Selecteer MTP/PTP in het menu USB van de camera en sluit de camera op de printer aan (
Foto’s een voor een
een voor een ( 59)
Meerdere foto’s
printen ( 60)
Indexprints aanmaken (
58)
60)
USB-kabel loskoppelen
Printen via directe USB-verbinding
Als zich tijdens het printen een storing voordoet, geeft de camera het rechts afgebeelde venster weer. Nadat u de printer hebt gecontroleerd, drukt u de multiselector omhoog of omlaag om Doorgaan te markeren en drukt u op OK om het
printen te hervatten. Selecteer Annuleren als u het printen wilt beëindigen zonder de resterende foto’s af te drukken.
RAW (NEF)-foto’s kunnen via de directe USB-verbinding niet worden geprint. Ze verschijnen in het menu Print
selectie ( 60) maar kunnen niet voor printen worden geselecteerd.
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s printen
57
Printer aansluiten
Controleer voordat u gaat afdrukken of de batterij van de camera volledig is opgeladen. Bij twijfel
laadt u de batterij op of gebruikt u een optionele EH-5a lichtnetadapter met een EP-5 voedingsaansluiting (apart verkrijgbaar; 103).
1 Stel de camera-optie USB in op MTP/PTP ( 84).
2 Zet de printer aan.
3 Zet de camera uit.
de meegeleverde USB-kabel aan als weergegeven. Forceer niets en steek de stekker recht
4 Sluit
in de aansluiting.
de camera aan. Er verschijnt een welkomstscherm, gevolgd door
5 Zet
het PictBridge-weergavescherm. Ga verder met ‘Foto's een voor een
printen’ (
59) of ‘Meerdere foto's printen’ (
60).
Druk de multi-selector naar links of rechts om extra foto's te zien, of houd de knop ingedrukt
om in te zoomen op de huidige foto ( 53). Als u zes foto's per keer wilt weergeven, drukt u op
de
knop. Gebruik de multi-selector om foto's te markeren, of druk op de knop
om de
gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
58
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s printen
Foto's een voor een printen
Om de foto te printen die momenteel zijn geselecteerd in het PictBridgeweergavescherm, drukt u op OK. Het menu rechts wordt weergegeven.
Druk de multi-selector omhoog of omlaag om een optie te markeren en
vervolgens naar rechts om de optie te selecteren.
Optie
Beschrijving
Het menu rechts wordt weergegeven. Druk de multi-selector
omhoog of omlaag om de paginagrootte te kiezen uit Printerstandaard (standaard paginagrootte voor huidige printer),
Paginagrootte
89 x 127mm, 127 x 178mm, 100 x 150mm, 4 x 6in.,
203 x 254mm, Letter, A3 of A4. Druk vervolgens op OK om de
optie te selecteren en terug te keren naar het printmenu.
Het menu rechts wordt weergegeven. Druk de multi-selector
omhoog of omlaag om het gewenste aantal afdrukken (maxiAantal
maal 99) te kiezen. Druk vervolgens op OK om de selectie te
afdrukken
maken en terug te keren naar het printmenu.
Rand
Tijdstempel
Uitsnijden
Het menu rechts wordt weergegeven. Druk de multi-selector
omhoog of omlaag om een printstijl te kiezen uit de opties Printerstandaard (standaard voor huidige printer), Printen met
randen (foto’s printen met witte rand) of Geen randen. Druk
vervolgens op OK om de selectie te maken en terug te keren naar
het printmenu.
Het menu rechts wordt weergegeven. Druk de multi-selector
omhoog of omlaag om Printerstandaard (standaard voor huidige printer), Print tijdstempel (tijdstip en datum van opname
op foto printen) of Geen tijdstempel te selecteren. Druk vervolgens op OK om de selectie te maken en terug te keren naar het
printmenu.
Het menu rechts wordt weergegeven. Als u wilt terugkeren zonder de foto uit te snijden, markeert u Niet uitsnijden en drukt u
op OK. Als u de foto wilt uitsnijden, markeert u Uitsnijden en
drukt u de multi-selector naar rechts.
Als u Uitsnijden selecteert, verschijnt het rechts afgebeelde
venster. Gebruik de
en de knoppen om de grootte van de
uitsnede te bepalen, en bepaal de positie van de uitsnede met
de multi-selector. Druk op OK om terug te keren naar het printmenu.
Als u het printen wilt starten, markeert u Start met printen en drukt u op OK. U kunt het printen op
elk moment onderbreken door te drukken op OK terwijl het printen in gang is. Het PictBridge-weergavescherm verschijnt als het printen is voltooid.
Paginagrootte, Rand en Tijdstempel
Kies Printerstandaard om met de huidige printerinstellingen af te drukken. Alleen opties die de printer ondersteunt
kunnen worden geselecteerd.
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s printen
59
Meerdere foto's printen
Als u meerdere foto’s wilt printen of een indexprint wilt maken waarop
alle JPEG-foto’s als miniaturen te zien zijn, drukt u op de knop
in het
PictBridge-weergavescherm. Het menu rechts wordt weergegeven. Druk
de multi-selector omhoog of omlaag om een optie te markeren en vervolgens naar rechts om de optie te selecteren.
Optie
Print selectie
Print (DPOF)
Indexprint
Beschrijving
Print geselecteerde foto’s (zie onder).
Drukt huidige DPOF-printopdracht af ( 61).
Er wordt een indexprint gemaakt van alle JPEG-foto’s (maximaal
256). Het bevestigingsvenster rechts verschijnt; druk op OK om
het menu met printopties weer te geven. Kies de opties voor
paginagrootte, randen en tijdstempel zoals beschreven op de
vorige pagina (er verschijnt een waarschuwing als de geselecteerde paginagrootte te klein is). Als u het printen wilt starten,
markeert u Start met printen en drukt u op OK. Het PictBridgemenu verschijnt als het printen is voltooid.
Geselecteerde foto’s printen
Als u Print selectie selecteert, verschijnt het menu uit stap 1.
1
2
Blader door de beelden. Houd de knop ingedrukt
om de huidige foto schermvullend weer te geven.
Selecteer huidige foto en stel het aantal afdrukken in
op 1. Geselecteerde foto’s worden aangeduid met
het pictogram .
3
Geef het aantal afdrukken op (tot 99). U verwijdert
een foto uit de selectie door de multi-selector omlaag
te drukken als het aantal prints is ingesteld op 1. Herhaal stap 1–3 om meer foto's te selecteren.
4
Geef de printopties weer. Kies opties voor paginagrootte, randen en tijdstempel, zoals beschreven op
pagina 59. Om het printen te starten markeert u Start
met printen en drukt u op OK. Het PictBridge-menu
verschijnt als het printen is voltooid.
Printen onderbreken
Als u wilt stoppen met printen en wilt terugkeren naar het PictBridge-weergavescherm, drukt u op OK.
60
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s printen
DPOF-printopdracht aanmaken: printopdracht
De optie Printopdracht (DPOF) in het weergavemenu wordt gebruikt om digitale printopdrachten
samen te stellen voor PictBridge-compatibele printers en apparaten die DPOF ondersteunen. Als u
Printopdracht (DPOF) selecteert in het weergavemenu, verschijnt het menu uit stap 1.
1
2
Markeer Selecteren.
Het selectievenster verschijnt.
foto’s en geef het aantal afdrukken op zoals beschreven in stap 1–3 op de vorige
3 Selecteer
bladzijde. Let op: RAW (NEF)-foto’s kunnen niet voor printen kunnen worden geselecteerd.
4
Geef de opties weer. Markeer de optie en druk de
multi-selector naar rechts:
• Opname-info printen: print sluitertijd en diafragma op
alle foto's in de printopdracht.
• Datum printen: print opnamedatum op alle foto's in
printopdracht.
Als u de printopdracht wilt voltooien en afsluiten,
markeert u Gereed en drukt u op OK.
Als u de huidige printopdracht wilt afdrukken terwijl de camera is aangesloten op een PictBridge-printer, selecteert u Print (DPOF) in het PictBridge-menu en volgt u de stappen in ‘Geselecteerde foto’s
printen’ om de huidige opdracht aan te passen en te printen ( 60). De DPOF-opties voor het afdrukken van datum en gegevens worden niet ondersteund wanneer u print via een directe USB-aansluiting; als u de opnamedatum op foto’s in de huidige printopdracht wilt printen, gebruikt u de
PictBridge-optie Tijdstempel.
Printopdracht
De optie Printopdracht (DPOF) kan niet worden gebruikt als de geheugenkaart onvoldoende ruimte bevat om
de printopdracht op te slaan.
Printopdrachten worden mogelijk niet correct uitgevoerd als via de computer beelden worden verwijderd nadat
de printopdracht is aangemaakt.
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s printen
61
Foto’s op televisie bekijken
Met de EG-D100 videokabel (apart verkrijgbaar; 103) kunt u de camera voor weergave of opname
op een televisie of videorecorder aansluiten. Voor langdurige weergave wordt het gebruik van de
optionele EH-5a lichtnetadapter met een EP-5 voedingsaansluiting aanbevolen ( 103).
1 Kies de geschikte videostand ( 83).
de camera uit. Zet de camera altijd uit voordat u de videokabel
2 Zet
aansluit of loskoppelt.
3 Sluit de videokabel aan als hieronder weergegeven.
Aansluiten op videoapparaat
Aansluiten op camera
4 Stem de televisie af op het videokanaal.
de camera aan en druk op om weergave te starten. Tijdens het
5 Zet
afspelen worden foto’s weergegeven op het televisiescherm of opgenomen op videoband. De cameramonitor blijft uit.
62
Naslaginformatie: Aansluiten op een computer, printer of televisie/Foto’s op televisie bekijken
Menugids
Gebruik van cameramenu’s
De meeste opname-, weergave- en setup-opties zijn toegankelijk via de
cameramenu's. Als u de menu's wilt bekijken, drukt u op de knop .
Schuif geeft positie in huidig menu
aan
Kies tussen de menu's voor weergave,
opname, persoonlijke instellingen,
setup en retoucheren (zie hieronder)
Huidige instelling voor elke optie
wordt aangegeven met pictogram
Als het pictogram '?' verschijnt, kunt u
hulpinformatie over het huidige item
weergeven door op de
knop te
drukken.
Huidig menuonderdeel is gemarkeerd
Menu
Beschrijving
Weergave
Weergave-instellingen aanpassen en foto's beheren ( 65).
Opname
Opname-instellingen aanpassen ( 68).
Persoonlijke instellingen Camera-instellingen aanpassen ( 74).
Setup
Geheugenkaarten formatteren en basisinstellingen camera uitvoeren (
Retoucheren
Geretoucheerde kopieën van bestaande foto's maken ( 89).
80).
Met de multi-selector en de knop OK kunt u door de cameramenu's navigeren.
Cursor omhoog
Verhoog aantal
Omhoog
drukken
Naar rechts
drukken
Terug naar vorig menu
Submenu weergeven
Naar links
drukken
Omlaag drukken
Selectie maken
Cursor omlaag
Verlaag aantal
Menugids/Gebruik van cameramenu’s
63
Zo wijzigt u menu-instellingen:
1
2
Geef menu’s weer.
Markeer pictogram voor huidig menu.
3
Selecteer menu.
4
Plaats cursor in geselecteerd menu.
Markeer menuonderdeel.
Geef de opties weer.
Markeer optie.
Menu-onderdelen die grijs worden weergegeven zijn
niet beschikbaar.
Maak selectie.
Druk de ontspanknop half in om de menu's te verlaten en terug te keren naar de opnamestand. De
monitor wordt uitgeschakeld.
64
Menugids/Gebruik van cameramenu’s
Weergavemap
Map kiezen voor weergave:
Optie
Beschrijving
Alleen foto’s in de map die is geselecteerd voor Mappen in het
setup-menu worden tijdens weergave getoond. Deze optie wordt
automatisch geselecteerd wanneer een nieuwe foto wordt gemaakt.
Huidige
Als er een geheugenkaart in de camera wordt geplaatst en deze
(standaard)
optie is geselecteerd voordat er foto's zijn gemaakt, zal bij weergave
de melding verschijnen dat de map geen beelden bevat. Selecteer
Alle om weergave te starten.
Alle
Alle foto’s op de geheugenkaart worden weergegeven.
Met de optie Mappen in het setup-menu (
len worden opgeslagen.
85) kunt u de map selecteren waarin nieuwe foto's zul-
Draai portret
Selecteer Aan om 'staande' foto's (portretstand) gedraaid op de cameramonitor weer te geven Foto's die worden gemaakt terwijl Uit is geselecteerd voor Autom. beeldrotatie ( 88) worden ‘liggend’ (landschap)
weergegeven.
66
Menugids/Weergaveopties: het weergavemenu
Diashow
Geef de foto’s in de huidige weergavemap in een diashow weer. De volgende opties zijn beschikbaar:
Optie
Tussenpauze
Start
Beschrijving
Kies hoe lang iedere foto tijdens de diashow wordt weergegeven.
Start de diashow.
U kunt de volgende handelingen uitvoeren tijdens een diashow:
Functie
Gebruik
Naar vorige/volgende
beeld bladeren
Beschrijving
Druk de multi-selector naar links om terug te keren naar het vorige
beeld, naar rechts om door te gaan naar het volgende.
Foto-informatie bekijken
De weergegeven foto-informatie wijzigen (
Diashow pauzeren
Terug naar weergavemenu
Diashow pauzeren.
51).
Diashow beëindigen en terugkeren naar weergavemenu.
Diashow beëindigen en terugkeren naar schermvullende weergave
Terug naar weergavestand
( 50) of miniatuurweergave ( 52).
Terug naar de opnaDruk de ontsnapknop half in om terug te keren naar de opnaOntspanknop
mestand
mestand.
Opname-informatie
Opname-informatie weergeven ( 22).
weergeven
Het venster rechts verschijnt wanneer de diashow eindigt of wanneer de
knop
wordt ingedrukt om de weergave te pauzeren. Selecteer Herstarten om de diashow opnieuw te starten of Afsluiten om terug te
keren naar het weergavemenu.
Printopdracht (DPOF)
Kies Selecteren om foto’s te selecteren voor afdrukken met een PictBridge-printer of een DPOF-compatibel apparaat ( 57). Kies Alles deselecteren? om alle foto’s uit de huidige printopdracht te verwijderen.
Menugids/Weergaveopties: het weergavemenu
67
Opnameopties: het opnamemenu
Het opnamemenu bevat de volgende opties (weergegeven opties verschillen mogelijk als Mijn menu is geselecteerd voor de optie Menu
Pers. inst./Setup in het setup-menu;
80). Zie 'Gebruik van cameramenu’s' ( 63) voor meer informatie over het gebruik van de menu's.
Optie
Beschrijving
Beelden overeenkomstig het onderwerp optimalise68–69
Beeld optimaliseren
ren.
Beeldkwaliteit
Beeldkwaliteit kiezen.
70
Beeldformaat
Beeldgrootte kiezen.
70
Witbalans *
Kleuren afstemmen op de lichtbron.
70
ISO-gevoeligheid verhogen wanneer er weinig licht
ISO-gevoeligheid
73
is.
Ruis onderdrukken bij hoge ISO-gevoeligheden en
Ruisonderdrukking
73
lange sluitertijden.
* Alleen beschikbaar in standen P, S, A en M.
*
Beeld optimaliseren (standen P, S, A en M)
Contrast, verscherping en andere instellingen optimaliseren, op basis van de manier waarop de foto
gebruikt gaat worden of het onderwerp.
Optie
Beschrijving
N Normaal (standaard) Aanbevolen voor de meeste situaties.
Hiermee verzacht u contouren voor een natuurlijk resultaat; geschikt voor portretten of
SO Zachter
retoucheren op een computer.
Versterkt verzadiging, contrast en verscherping voor levendige foto's met intense rood-,
VI Levendig
groen- en blauwtinten.
Maximaliseert verzadiging, contrast en verscherping voor heldere beelden met
VI Extra levendig
scherpe contouren.
Verlaagt het contrast en zorgt voor natuurlijke huidtinten bij portretten.
PO Portret
Foto's maken in zwart-wit.
BW Zwart-wit
Eigen
Maak eigen beeldoptimalisatie-instellingen ( 69).
Beeld optimaliseren
Gebruik een G- of D-type objectief voor het beste resultaat. Resultaten worden geoptimaliseerd voor de huidige
opname-instellingen en variëren afhankelijk van de belichting en de positie van het onderwerp in het beeld. Voor
consistente resultaten bij een reeks foto’s, selecteert u Eigen en kiest u een andere instelling dan Automatisch
voor verscherping, tooncompensatie en verzadiging.
Bij andere instellingen dan Eigen wordt de kleurruimte sRGB gebruikt.
Kleurruimte
De kleurruimte bepaalt het kleurbereik dat beschikbaar is voor kleurreproductie. sRGB is geschikt voor algemeen
gebruik, terwijl voor commerciële publicaties en prints Adobe RGB wordt gebruikt.
68
Menugids/Opnameopties: het opnamemenu
Opties voor beeldoptimalisering aanpassen: Eigen
Selecteer Eigen om de volgende opties aan uw voorkeur aan te passen. Nadat u de instellingen hebt
aangepast, markeert u Gereed en drukt op OK.
• Verscherping: Kies hoe sterk contouren tijdens opname moeten worden
verscherpt. Kies een hoge instelling voor extra scherpe contouren, een
lage instelling voor zachtere contouren.
Standaardinstelling: Automatisch.
• Tooncompensatie: Regelt het contrast. Een lage instelling voorkomt detailverlies in de hoge lichten bij felle verlichting of direct zonlicht. Een hoge
instelling zorgt voor behoud van details bij mistige landschappen en
andere onderwerpen met een laag contrast. Kies Eigen als u een door
de gebruiker gedefinieerde tooncurve wilt selecteren die is gemaakt
met Camera Control Pro versie 1.2.0 of hoger of Camera Control Pro 2
(beide apart verkrijgbaar;
103). Raadpleeg de handleiding van de
software voor meer informatie.
Standaardinstelling: Automatisch.
• Kleurstand: Regelt de kleurreproductie. Foto’s die zijn gemaakt in de standen Ia en IIIa worden aangepast aan de sRGB kleurruimte en zijn
geschikt voor printen of algemeen gebruik zonder verder aanpassing.
Kies Ia voor portretopnamen en IIIa voor natuur- en landschapsopnamen. Stand II is aangepast aan de Adobe RGB kleurruimte, die een groter kleurbereik ondersteunt dan sRGB. Stand II geniet de voorkeur voor
foto’s die uitgebreid zullen worden bewerkt of verbeterd.
Standaardinstelling: IIIa (sRGB).
• Verzadiging: Regelt de levendigheid van kleuren. Kies Gematigd voor
minder verzadigde kleuren, Verhoogd voor extra levendige kleuren.
Standaardinstelling: Automatisch.
• Tint aanpassen: De kleurtoon is instelbaar van –9° tot +9° in stappen van
3° (de graden hebben betrekking op het kleurenwiel, dat vaak wordt
gebruikt om een kleurtoon uit te drukken). Positieve waarden maken
rood meer oranje, groen blauwer en blauw paarser. Negatieve waarden
maken rood paarser blauw groener, en groen geler.
Standaardinstelling: ±0.
Kleurstand
De standen Ia en IIIa worden aanbevolen voor foto’s die zonder aanpassing zullen worden geprint of bekeken in
programma’s die kleurbeheer niet ondersteunen. Als het programma wel kleurbeheer ondersteunt, kiest u de
Adobe RGB kleurruimte wanneer u foto’s opent die in stand II zijn genomen.
Menugids/Opnameopties: het opnamemenu
69
Beeldkwaliteit
Beeldkwaliteit selecteren (
30).
Beeldformaat
Beeldformaat selecteren (
30).
Witbalans (standen P, S, A en M)
Er zijn negen opties voor witbalans. Zie 'Naslaginformatie: Witbalans' (
49).
Fijnafregeling witbalans
Bij andere instellingen dan Witbalans preset kunt u de fijnafstemming van de witbalans instellen tot
±3, in stappen van 1 (zie bladzijde 118 van de Bijlage voor kleurtemperatuurwaarden). Kies lagere
waarden om de foto’s warmer van kleur te maken, kies hogere waarden voor een koelere tint.
Als een andere optie dan Witbalans preset wordt geselecteerd in het witbalansmenu, verschijnt het rechts weergegeven menu. Druk de multiselector omhoog of omlaag om een waarde voor fijnafstemming te kiezen. Druk op OK om te selecteren en terug te keren naar het opnamemenu. Bij alle instellingen behalve ±0 verschijnt er een '+' of '–' naast het
Witbalans-pictogram in de opname-informatieweergave.
Witbalans preset
De witbalans preset kan worden gebruikt wanneer de gewenste resultaten niet kunnen worden
bereikt met andere instellingen, of om de witbalans aan te passen aan de waarde die voor een
bestaande foto werd gebruikt. Er zijn twee methoden voor het instellen van de vooringestelde witbalans:
Methode
Meten
Gebruik foto
70
Beschrijving
Neutraal grijs of wit object wordt geplaatst in het licht dat voor de uiteindelijke foto
zal worden gebruikt; de witbalans wordt door de camera op het object gemeten (
71).
De witbalans wordt gekopieerd vanaf een foto op de geheugenkaart ( 72).
Menugids/Opnameopties: het opnamemenu
Een waarde meten voor de vooringestelde witbalans
een neutraal wit of grijs object in het licht dat zal worden gebruikt voor de uiteindelijke
1 Plaats
foto. In studio-omstandigheden kan een standaard grijskaart als referentievoorwerp worden
gebruikt. Verander de belichting niet ten opzichte van de waarde die door de camera is geselecteerd. Selecteer de optimale belichting aan de hand van de elektronische analoge belichtingsaanduiding wanneer u fotografeert in de stand M.
het opnamemenu weer en selecteer Witbalans> Witbalans
2 Geef
preset (om direct naar stap 4 te gaan zonder het opnamenu weer te
geven, selecteert u Witbalans preset voor Witbalans in de opnameinformatieweergave, zoals beschreven op bladzijde 49, en drukt u op
OK).
Meten en druk de multi-selector naar rechts. Het menu
3 Markeer
rechts verschijnt. Markeer Ja en druk op OK (om de witbalans in te
stellen op de laatst gemeten waarde en de opnamestand te verlaten,
markeert u Nee en drukt u op OK).
volgende bericht verschijnt: 'Maak een foto van een wit of grijs
4 Het
voorwerp dat de zoeker vult bij de juiste belichting om een opname
te maken'. Wanneer het bericht van de monitor verdwijnt, beginnen
de rechts weergegeven witbalansaanduidingen in de zoeker en
opname-informatieweergave te knipperen. Als u wilt stoppen zonder
een waarde te meten, drukt u op de
en selecteert u een andere
witbalansoptie.
de camera zo dat het referentievoorwerp de zoeker vult en druk
5 Richt
de ontspanknop helemaal in. De witbalans kan zelfs worden gemeten wanneer de camera niet is scherpgesteld.
de camera een waarde voor de witbalans heeft gemeten, ver6 Als
schijnt het bericht ‘Gegevens ontvangen’. De witbalans wordt automatisch ingesteld op de gemeten waarde; er wordt geen foto
genomen.
Als de waarschuwing rechts verschijnt, heeft de camera de witbalans
niet kunnen meten. Keer terug naar Stap 2 en meet de witbalans
opnieuw.
11— /Fn-knop ( 77)
Als Witbalans is geselecteerd voor persoonlijke instelling 11 ( /Fn-knop), kunt u de aanduidingen uit stap 4
weergeven door circa 2seconden op de knop Fn te drukken wanneer Witbalans preset is geselecteerd. Meet een
waarde voor de vooringestelde witbalans zoals beschreven in stap 5 en 6.
Menugids/Opnameopties: het opnamemenu
71
Witbalans van een foto kopiëren
Een witbalanswaarde die is gekopieerd van een bestaande foto kan worden gebruikt als vooringestelde witbalans. Selecteer Witbalans>Witbalans preset in het opnamemenu. Het menu uit stap 1
verschijnt.
1
2
Markeer Gebruik foto. *
* Als u de laatst gemeten waarde (
rechts.
Geef huidige bronfoto weer.
71) wilt gebruiken, markeert u Meten en drukt u de multi-selector naar
3
4
Markeer Selecteer foto. †
Geef maplijst weer.
† Als u de huidige foto wilt gebruiken, markeert u Deze foto en drukt u op OK.
5
6
Markeer map.
Geef beelden in geselecteerde map weer.
7
8
Markeer de foto. ‡ Houd de knop ingedrukt om
de gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
Hiermee stelt u de witbalans in op de waarde voor
de gemarkeerde foto en keert u terug naar het
opnamemenu.
‡ Weergegeven beelden kunnen ook met een andere camera zijn gemaakt, maar alleen foto’s die zijn gemaakt
met de D40 kunnen worden gebruikt als bron voor de vooringestelde witbalans.
Als een nieuwe waarde is gemeten voor de witbalans, dan zal de witbalans worden ingesteld op de
gemeten waarde, ook als Gebruik foto is geselecteerd in het menu Witbalans preset.
72
Menugids/Opnameopties: het opnamemenu
16: Zelfontspanner
Kies de wachttijd voor het maken van een foto wanneer de camera in de
zelfontspannerstand staat ( 33). De standaardinstelling is 10 sec.
17: Afstandsbediening
Kies hoe lang de camera op een signaal van de afstandsbediening wacht
voordat de stand voor ontspannen op afstand (vertraagd of direct) wordt
opgeheven ( 33). Kies kortere tijden als u stroom wilt sparen. De standaardinstelling is één minuut.
Menugids/Persoonlijke instellingen
79
Basisinstellingen: het setup-menu
Het setup-menu bevat de hieronder opgesomde opties (opties kunnen
verschillen als Mijn menu is geselecteerd voor Menu Pers. inst./Setup.)
Zie 'Gebruik van cameramenu’s' ( 63) voor meer informatie over het
gebruik van menu's.
De volgende opties zijn beschikbaar wanneer Als u de volgende extra opties wilt weergeven,
Eenvoudig (standaardinstelling) is geselecteerd selecteert u Volledig voor Menu Pers. inst./
voor Menu Pers. inst./Setup:
Setup:
Optie
Menu Pers. inst./Setup
Formatteer geh.kaart
Infoweergave-formaat
Auto opname-info
Wereldtijd
LCD helderheid
Videostand
Taal
Beeldcommentaar
USB
80–81
81
81–82
83
83
83
83
84
84
84
Optie
Mappen
Opeenvolgende numm.
Spiegel omhoog
Firmware versie
Stof referentiefoto
Autom. beeldrotatie
Menu Pers. inst./Setup
Kies de opties die in de menu’s verschijnen.
Optie
Beschrijving
Geeft alleen de basisopties van de Persoonlijke instellingen weer (
Eenvoudig
74) en de setup-menu’s (zie boven). Van andere menu’s worden alle
(standaard)
opties weergegeven.
Volledig
Geeft alle opties weer.
Mijn menu Geeft alleen de geselecteerde opties weer.
Zo kiest u de menuonderdelen met Mijn menu:
Mijn menu en druk de multi-selector naar rechts. Er ver1 Markeer
schijnt een lijst met menunamen.
een menunaam en druk de multi-selector naar rechts. De
2 Markeer
onderdelen van het geselecteerde menu worden in een lijst weergegeven (zie rechts; de illustratie toont de onderdelen die verschijnen
wanneer het weergavemenu wordt geselecteerd). De optie Menu
Pers. inst./Setup in het setup-menu kan niet worden geselecteerd.
80
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
85
86
86
86
87
88
de multi-selector omhoog of omlaag om een onderdeel te mar3 Druk
keren en druk de multi-selector vervolgens naar rechts om de selectie te maken of op te heffen. Geselecteerde onderdelen worden met
een teken gemarkeerd.
Gereed en druk op OK om terug te keren naar de lijst met
4 Markeer
menunamen die in Stap 1 zijn weergegeven. Herhaal Stap 2-3 om
nog meer menu’s te bewerken.
Gereed in de lijst met menunamen en druk op OK om terug
5 Markeer
te keren naar het setup-menu.
Formatteer geh.kaart
Selecteer Ja om de geheugenkaart te formatteren. Denk eraan dat hierdoor
alle foto’s en alle andere gegevens op de kaart permanent worden verwijderd. Kopieer belangrijke bestanden naar de computer voordat u gaat formatteren.
Geheugenkaarten formatteren
Zet de camera niet uit en verwijder de geheugenkaart niet tijdens het formatteren.
Infoweergave-formaat
Selecteer een van de volgende formaten voor de opname-informatieweergave in de onderwerpsstanden (Digital Vari-Program: , , , ,
, , en ) en de standen P, S, A en M. Als u Klassiek kiest, wordt ook
de achtergrondkleur van de menu's gewijzigd. Achtergrond maakt
gebruik van dezelfde menuachtergrond als het formaat Grafisch.
Klassiek
Grafisch
Achtergrond
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
81
Hieronder wordt het formaat Klassiek getoond.
23
1
22
21
11
2
20
19
10
3
18
9
4
17
12
16
13
5
6
7
15
8
14
1 Stand .....................................................................................................4
2 Sluitertijd..................................................................................39–44
3 Aanduiding auto ISO-gevoeligheid................................ 76
4 Aanduiding beeld optimaliseren ..................................... 68
5 Weergave scherpstelveld .......................14, 16, 24, 25, 26
AF-veldstand ................................................................................. 24
6 Aanduiding geluidssignaal................................................... 74
7 Batterijaanduiding ..................................................................... 15
8 Aantal resterende opnamen .................................... 15, 116
Opname-aanduiding preset witbalans ........................ 71
Aanduiding PC-stand ............................................................. 56
9 Aanduiding handmatige flitssturing.............................. 78
Aanduiding flitscorrectie voor
optionele flitser......................................................................... 101
10 Elektronische analoge belichtingsaanduiding ........ 43
Belichtingscorrectie.................................................................. 47
11 Diafragma (f/-getal) ..........................................................39–44
12 Flitssynchronisatiestand......................................................... 35
13 Waarde belichtingscorrectie ............................................... 47
14 Helpaanduiding ............................................................................. 3
15 Waarde flitscorrectie................................................................. 48
16 Lichtmeetmethode................................................................... 45
17 AF-veldstand ................................................................................. 24
18 Scherpstelstand........................................................................... 23
19 Opnamestand .............................................................................. 32
20 ISO-gevoeligheid........................................................................ 37
21 Witbalansstand............................................................................ 49
22 Beeldformaat................................................................................. 30
23 Beeldkwaliteit ............................................................................... 30
Voor de optie Achtergrond wordt hetzelfde formaat gebruikt als voor
Grafisch, behalve dat op de achtergrond een door de gebruiker geselecteerde foto wordt weergegeven en de aanduidingen voor sluitertijd en
diafragma niet worden weergegeven ( 6). Zo selecteert u een foto voor
de optie Achtergrond:
Markeer Achtergrond selecteren en druk de multi-selector naar
1 rechts.
De foto’s op de geheugenkaart worden weergegeven (zie
rechts).
de multi-selector naar links of naar rechts om een foto te marke2 Druk
ren. Houd de knop ingedrukt om de gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
Druk op OK om de gemarkeerde foto te selecteren en terug te keren naar het setup-menu. De
3 camera
slaat de nieuwe achtergrond op en gebruikt deze in de opnameweergave wanneer Achtergrond is geselecteerd. Een bestaande achtergrond (inclusief het standaardbeeld dat bij de
camera is geleverd) wordt verwijderd wanneer u een nieuw beeld selecteert en kan niet worden
hersteld. Achtergronden kunnen niet worden bekeken tijdens het weergeven van foto's en niet
worden gekopieerd naar een geheugenkaart.
82
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
Auto opname-info
Selecteer of de camera automatisch opname-informatie weergeeft op de
monitor in de onderwerpsstanden (Digital Vari-Program:
, , , ,
, ,
en ) en de standenP, S, A en M. Als u Aan selecteert, geeft de
camera automatisch opname-informatie weer zodra u de ontspanknop
loslaat. Als persoonlijke instelling 7 (Beeld terugspelen) is uitgeschakeld,
wordt ook opname-informatie weergegeven nadat u een foto hebt genomen. Schakel Auto opname-info in als u regelmatig de camera-instellingen controleert. Let op: zelfs als Aan is geselecteerd, wordt de monitor uitgeschakeld als de
ontspanknop wordt ingedrukt.
Wereldtijd
Stel de klok in op de juiste datum en tijd.
Optie
Beschrijving
Kies de tijdzone. De cameraklok zal automatisch omschakelen
Tijdzone
naar de tijd in de geselecteerde zone.
Stel de cameraklok in ( 11). Voor een goede tijdregistratie is het
Datum
noodzakelijk dat u de klok regelmatig gelijk zet.
Kies de volgorde waarin de maand, datum en het jaar worden
Datumformaat
weergegeven.
Zet de zomertijd aan of uit. De cameraklok wordt automatisch een
Zomertijd
uur vooruit- of teruggezet.
LCD helderheid
Past de monitorhelderheid aan tussen –2 (donkerst) en +2 (lichtst).
Videostand
Kies NTSC voor aansluiting van de camera op een NTSC-televisie of
videorecorder. Kies PAL wanneer u de camera aansluit op een PAL videoapparaat.
De klokbatterij
De cameraklok wordt gevoed door een aparte, oplaadbare batterij, die indien nodig wordt opgeladen als de
hoofdbatterij is geplaatst of als de camera wordt gevoed door een optionele EH-5a lichtnetadapter met een EP-5
voedingsaansluiting ( 103). Drie dagen opladen is voldoende om de klok gedurende ongeveer één maand van
stroom te voorzien. Als het bericht ‘Klok niet ingesteld’ op de monitor wordt weergegeven, is de klokbatterij leeg
en wordt de klok teruggezet op de beginstand: 2006.01.01.00:00:00. Stel de juiste datum en tijd in.
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
83
Taal(LANG)
Kies de taal voor cameramenu's en meldingen van:
De Deutsch
En English
Es Español
Fi Suomi
Fr Français
Duits
Engels
Spaans
Fins
Frans
It Italiano
Nl Nederlands
Pl Polski
Italiaans
Nederlands
Pools
Pt Português
Ru
Sv Svenska
Portugees
Russisch
Zweeds
Traditioneel Chinees
Vereenvoudigd
Chinees
Japans
Koreaans
Beeldcommentaar
Voeg tijdens het fotograferen commentaar aan uw foto’s toe. U kunt het
commentaar weergeven in ViewNX (meegeleverd) of Capture NX (apart
verkrijgbaar; 103).
• Gereed: wijzigingen opslaan en terugkeren naar het setup-menu.
• Commentaar invoeren: het volgende dialoogvenster wordt weergegeven.
Voer een commentaar in zoals hieronder wordt beschreven.
Beeldcommentaar
Toetsenbordveld: gebruik de multi-selector om letters te markeren, druk op OK
om ze te selecteren.
Naamveld: hier verschijnt het commentaar. U kunt de cursor verplaatsen door
aan de instelschijf te draaien.
Commentaar kan tot 36 tekens lang zijn. Als u meer tekens invoert, worden deze verwijderd. U verwijdert het
teken op de huidige cursorpositie door op
te drukken. Druk op
om wijzigingen op te slaan en terug te
keren naar het menu Beeldcommentaar, of druk op om te stoppen zonder het commentaar te wijzigen.
• Commentaar toevoegen: aan alle foto’s die worden gemaakt wordt een commentaar toegevoegd als
deze optie is aangevinkt. Markeer deze optie en druk de multi-selector naar rechts om het vinkje te
plaatsen of te verwijderen.
USB
Kies een USB-stand voor verbinding met een computer of PictBridgeprinter. Kies MTP/PTP als u de camera aansluit op een PictBridge-printer
of als u Camera Control Pro versie 1.2.0 of later of Camera Control Pro 2
gebruikt (beide apart verkrijgbaar). Zie ‘Aansluiten op een computer’ voor
informatie over het selecteren van een USB-optie voor gebruik met Nikon
Transfer ( 55).
84
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
Mappen
Maak, hernoem of verwijder mappen of kies de map waarin nieuwe foto’s
zullen worden opgeslagen.
• Map selecteren: selecteer de map waarin nieuwe foto’s worden opgeslagen.
Huidige map
NCD40
(standaardmap)
Andere mappen (in
alfabetische volgorde)
• Nieuw: Creëer een nieuwe map en geef hem een naam als beschreven in ‘Mappen een naam geven’
hieronder.
• Hernoemen: selecteer een map uit een lijst en hernoem hem als beschreven in ‘Mappen een naam
geven’ hieronder.
• Wissen: hiermee wist u alle lege mappen op de geheugenkaart.
Mappen een naam geven
Toetsenbordveld: gebruik de multi-selector om letters te markeren, druk op OK
om ze te selecteren.
Naamveld: de mapnaam verschijnt hier. U kunt de cursor verplaatsen door aan
de instelschijf te draaien.
Mapnamen kunnen vijf tekens lang zijn. Als u meer tekens invoert, worden deze verwijderd. U verwijdert het
teken op de huidige cursorpositie door op te drukken. Druk op om de wijzigingen op te slaan en terug te
keren naar het setup-menu, of druk op zonder een nieuwe map aan te maken of de mapnaam te wijzigen.
Mapnamen
Op de geheugenkaart worden de mapnamen voorafgegaan door een driecijferig mapnummer, dat automatisch
door de camera wordt toegekend (bijv. 100NCD40). Elke map kan tot 999 foto’s bevatten. Bij het fotograferen worden de beelden opgeslagen in de map met de geselecteerde naam die het hoogste nummer heeft. Wordt er een
foto gemaakt terwijl de huidige map vol is of een foto bevat met het nummer 9999, dan zal de camera een nieuwe
map aanmaken, met een nummer dat 1 hoger is dan het huidige (bijv. 101NCD40). De camera behandelt mappen
met dezelfde naam maar verschillend mapnummer als dezelfde map. Is bijvoorbeeld de map NIKON geselecteerd
voor Map selecteren, dan worden foto's in alle mappen met NIKON in de naam (‘100NIKON’, ‘101NIKON’,
‘102NIKON’, enzovoort) weergegeven wanneer Huidige is geselecteerd in het menu Weergavemap ( 66). Als u
de optie Hernoemen gebruikt, worden alle mappen met dezelfde naam hernoemd, terwijl de mapnummers intact
blijven.
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
85
Opeenvolgende numm.
Kies hoe de camera bestandsnamen aanmaakt.
• Uit (standaard): de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een nieuwe map wordt gecreëerd, de geheugenkaart wordt geformatteerd of een nieuwe geheugenkaart in de camera wordt geplaatst.
• Aan: de bestandsnummering gaat verder vanaf het laatste nummer
wanneer een nieuwe map wordt gecreëerd, de geheugenkaart wordt
geformatteerd of een nieuwe geheugenkaart in de camera wordt geplaatst. Indien u een foto maakt
terwijl de huidige map een foto genummerd 9999 bevat, wordt er automatisch een nieuwe map
gecreëerd en begint de bestandsnummering weer bij 0001.
• Terugzetten: als bij Aan, behalve dat de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 bij de volgende opname (bevat de huidige map al foto’s, dan wordt er nieuwe map aangemaakt).
Bestandsnummering
Als de huidige map nummer 999 heeft en 999 foto's of een foto met nummer 9999 bevat, kan de sluiter niet worden ontspannen en wordt op de monitor en in de zoeker de melding weergegeven dat de kaart vol is. Is Opeenvolgende numm. ingeschakeld, schakel deze functie dan uit en formatteer de geheugenkaart of plaats een
andere geheugenkaart in de camera.
Spiegel omhoog
Vergrendelt de spiegel in opgeklapte stand voor het inspecteren of reinigen van het laagdoorlaatfilter dat de beeldsensor van de camera
beschermt ( 105).
Firmware versie
Met deze functie controleert u de firmwareversie van de camera.
86
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
Stof referentiefoto
Vergaart referentiegegevens voor de functie Stofverwijdering in Capture
NX (apart leverbaar; zie voor meer informatie de Capture NX handleiding).
Aan en druk op OK. Het bericht rechts verschijnt en ‘rEF’
1 Markeer
wordt weergegeven in de zoeker.
het objectief tien cm vanaf een goed verlicht, egaal wit object; neem het object zo in
2 Houd
beeld dat het de zoeker vult en druk vervolgens de ontspanknop half in. In autofocus-stand
wordt de afstand automatisch ingesteld op oneindig; bij handmatige scherpstelling moet de
afstand handmatig op oneindig worden ingesteld.
de ontspanknop helemaal in om de referentiegegevens voor
3 Druk
Stofverwijdering te verkrijgen. Wanneer u op de ontspanknop drukt,
wordt de monitor uitgeschakeld.
Als het referentievoorwerp te licht of te donker is, kan het zijn dat de
camera geen referentiegegevens voor Stofverwijdering kan verkrijgen en verschijnt het bericht rechts. Kies een ander referentievoorwerp en herhaal het proces vanaf Stap 1.
Stofverwijdering
De functie Stof referentiefoto is alleen beschikbaar voor objectieven met CPU. Een objectief met een brandpuntsafstand van minimaal 50mm wordt aanbevolen. Werkt u met een zoomobjectief, zoom dan helemaal in.
Dezelfde referentiegegevens kunnen worden gebruikt voor foto's die zijn gemaakt
met verschillende objectieven of verschillende diafragmawaarden. Referentiebeelden kunnen niet op de computer worden bekeken met beeldbewerkingssoftware. Er wordt een raster weergegeven wanneer u referentiebeelden op de
camera weergeeft; histogrammen en hoge lichten worden niet weergegeven.
Met de functie Stofverwijdering kunt u de effecten van stof in NEF (RAW)-foto’s
verminderen. Raadpleeg de Capture NX-handleiding voor meer informatie.
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
87
Autom. beeldrotatie
Foto’s die worden gemaakt terwijl Aan (de standaardoptie) is geselecteerd,
bevatten informatie over de stand van de camera, waardoor ze automatisch kunnen worden gedraaid tijdens de weergave ( 50) of wanneer ze
worden bekeken met ViewNX (meegeleverd) of Capture NX (apart verkrijgbaar; 103). * De volgende standen worden geregistreerd:
Landschap
(liggend)
Camera 90° met de klok
mee gedraaid
Camera 90° tegen de
klok in gedraaid
* In de stand Continu ( 32) geldt de stand van de eerste opname voor alle opnamen in de serie, ook als de houding van de camera tijdens het fotograferen werd veranderd.
De stand van de camera wordt niet vastgelegd wanneer Uit is geselecteerd. Kies deze optie als u
foto’s maakt met het objectief omhoog of omlaag gericht.
88
Menugids/Basisinstellingen: het setup-menu
Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
De opties van het retoucheermenu worden gebruikt voor uitsneden,
grootteaanpassingen en geretoucheerde kopieën van de foto’s op de
geheugenkaart. De volgende opties zijn beschikbaar (weergegeven
opties verschillen mogelijk als Mijn menu is geselecteerd voor de optieMenu Pers. inst./Setup in het setup-menu;
80). Zie 'Gebruik van
cameramenu’s' ( 63) voor meer informatie over het gebruik van de
menu's.
Optie
Beschrijving
Donkere onderwerpen of onderwerpen in tegenlicht ophelderen, enigszins alsof
D-lighting
er flitslicht werd gebruikt.
Rode-ogencorrectie* Corrigeert rode ogen in flitsfoto’s.
Uitsnijden
Creëert uitgesneden kopieën van bestaande foto’s.
Monochroom *
Kopieert foto’s in zwart-wit, sepia of koelblauw.
Maakt kopieën met het effect van kleurenfilters.
Filtereffecten *
Kleine kopie
Creëert kleine kopieën van bestaande foto’s.
Beeld-op-beeld
Combineert twee RAW-beelden tot een enkel beeld.
* Niet beschikbaar voor foto's waarbij Zwart-wit is geselecteerd voor Beeld optimaliseren.
*
90
91
91
92
92
92–93
94–95
De te retoucheren foto’s kunt u selecteren in schermvullende weergave of in het retoucheermenu,
behalve voor Beeld-op-beeld. In schermvullende weergave:
1
2
Geef foto schermvullend weer (
20, 50).
3
Geef retoucheermenu weer.
4
Markeer menuonderdeel. *
Geef retoucheeropties weer. †
* Beeld-op-beeld is niet beschikbaar tijdens schermvullende weergave.
† Verschijnt het submenu, herhaal dan Stap 3–4 om de opties uit het submenu te kiezen. Als u schermvullende
weergave wilt verlaten zonder een aangepaste kopie te maken, drukt u op de knop .
Kopieën retoucheren
Kopieën die zijn gemaakt met Kleine kopie of Uitsnijden kunnen niet worden gewijzigd. D-lighting, rode-ogencorrectie en filtereffecten kunnen niet worden toegepast op monochrome kopieën. Verder kan elke optie van het
retoucheermenu één keer worden toegepast op bestaande kopieën, hoewel dit kan leiden tot kwaliteitsverlies.
Beeldkwaliteit
Met Kleine kopie worden JPEG Fijn-kopieën gemaakt (compressieverhouding van 1:4). Met Beeld-op-beeld
worden kopieën gemaakt met de huidige instelling voor beeldkwaliteit. Met andere opties worden RAW-foto's
gekopieerd naar JPEG Fijn. Tenzij anders aangegeven, zijn kopieën die worden gemaakt van RAW-foto's
3008×2000 pixels groot.
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
89
Zo maakt u geretoucheerde kopieën via het retoucheermenu:
1
2
Markeer menuonderdeel.
3
Geef het selectievenster weer.
4
Markeer foto. *
Geef retoucheeropties weer. †
* Houd de knop ingedrukt om de geselecteerde foto schermvullend weer te geven.
† Om terug te gaan naar de weergavestand zonder een geretoucheerde kopie te maken, drukt u op de
knop.
D-lighting
D-lighting maakt schaduwen lichter en is daarom
ideaal voor foto’s die bij weinig licht of tegenlicht
zijn gemaakt.
Voor
Na
Druk de multi-selector omhoog of omlaag om de sterkte van de correctie
te kiezen. U kunt het effect vooraf bekijken in het bewerkingsvenster.
Druk op OK om de foto te kopiëren en terug te keren naar schermvullende
weergave.
Foto's retoucheren
De D40 kan mogelijk geen foto's weergeven of retoucheren die zijn gemaakt met andere cameramodellen of die
zijn gewijzigd met een computer of een ander apparaat.
90
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
Rode-ogencorrectie
Als u deze optie selecteert, krijgt u een voorbeeldfoto te zien (zie hieronder). Controleer de effecten
van rode-ogencorrectie en maak een gecorrigeerde kopie zoals wordt beschreven in de volgende
tabel. Houd er rekening mee dat de rode-ogencorrectie mogelijk niet altijd het verwachte resultaat
geeft en onder zeer zeldzame omstandigheden kan worden toegepast op beeldpartijen die geen
rode-ogencorrectie nodig hebben; controleer de voorvertoning goed voordat u verder gaat. Rodeogencorrectie is alleen beschikbaar voor flitsfoto’s.
Functie
In- en uitzoomen
Gebruik
/
Andere delen van
het beeld bekijken
Kopie maken
Beschrijving
Druk op om in te zoomen of op om uit te
zoomen. Wanneer op de foto is ingezoomd,
kunt u de multi-selector naar boven, beneden,
links of rechts drukken om delen van het beeld
te bekijken die niet op de monitor zichtbaar
zijn. Houd de multi-selector ingedrukt om snel
naar andere delen van het beeld te gaan. Het
navigatievenster verschijnt wanneer de knoppen / of de multi-selector
worden ingedrukt; het gedeelte dat zichtbaar is op de monitor wordt aangegeven door een gele rand.
Als de camera rode ogen detecteert in de geselecteerde foto, wordt een kopie
gemaakt waarin het rode-ogeneffect wordt verminderd. Er wordt geen kopie
gemaakt als de camera geen rode ogen detecteert.
Uitsnijden
Als u deze optie kiest, wordt het geselecteerde beeld schermvullend weergegeven (zie hieronder). Zo
maakt u een uitgesneden kopie van de geselecteerde foto:
Functie
Formaat van uitsnede verkleinen of
vergroten
Andere delen van
het beeld bekijken
Kopie maken
Gebruik
/
Beschrijving
Druk op
om de uitsnede te verkleinen of op
om de uitsnede te vergroten. Druk de multiselector omhoog, omlaag, naar links of naar
rechts om delen van het beeld te bekijken die
niet op de monitor zichtbaar zijn.
Sla het gedeelte dat op de monitor te zien is als een apart bestand op en keer
terug naar schermvullende weergave.
Uitsnijden: beeldkwaliteit en -formaat
Kopieën van NEF (RAW)- of NEF (RAW)+JPEG-foto’s hebben de beeldkwaliteit JPEG Fijn; uitgesneden kopieën die
gemaakt zijn van JPEG-foto’s hebben dezelfde beeldkwaliteit als het origineel. Afhankelijk van de grootte van de
uitsnede kan de kopie 2560×1920, 1920×1440, 1280×960, 960×720 of 640×480 pixels groot zijn.
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
91
Monochroom
Kies uit Zwart-wit, Sepia en Koelblauw (blauw en wit monochroom).
Als u Sepia of Koelblauw selecteert, verschijnt een voorbeeld van de
geselecteerde foto; druk de multi-selector omhoog om de kleurverzadiging te verhogen, omlaag om te verlagen. Druk op OK om een
monochrome kopie te maken en terug te keren naar schermvullende
weergave.
Filtereffecten
Kies uit de volgende opties. Nadat u filtereffecten hebt ingesteld zoals
hieronder beschreven, drukt u op OK om de foto te kopiëren en terug te
keren naar schermvullende weergave.
Optie
Skylight
Beschrijving
Geeft het effect van skylightfilter, waarbij de foto minder blauw wordt.
Het effect kan vooraf op de monitor worden bekeken (zie rechts).
Warm
Creëert een kopie met het effect van een warmfilter, waardoor de kopie
een warme kleurzweem krijgt. U kunt het effect vooraf op de monitor
bekijken.
Kleurbalans
Druk de multi-selector omhoog om de hoeveelheid groen te verhogen,
naar rechts om de hoeveelheid rood te verhogen, naar links om de
hoeveelheid blauw te verhogen, omlaag om de hoeveelheid magenta
te verhogen. Het effect wordt weergegeven op de monitor, samen met
histogrammen voor rood, groen en blauw, die de verdeling van deze
tonen in de kopie weergeven ( 52).
Kleine kopie
Creëer een kleine kopie van de geselecteerde foto. De volgende formaten zijn beschikbaar:
Optie
640×480
320×240
160×120
Beschrijving
Geschikt voor weergave op televisie.
Geschikt voor weergave op webpagina’s.
Geschikt voor e-mail.
De optie voor kleine kopieën kan tijdens schermvullende weergave worden gebruikt als beschreven
op blz. 89. De procedure voor het selecteren van foto’s na het kiezen van Kleine kopie in het retoucheermenu, verschilt echter van de procedure die is beschreven aan het begin van dit hoofdstuk. In
plaats van een enkele foto te selecteren en vervolgens een beeldformaat te kiezen, selecteert u eerst
het beeldformaat en vervolgens een of meer foto’s die naar het geselecteerde formaat worden gekopieerd (zie de beschrijving op de volgende bladzijde).
92
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
Als u Kleine kopie selecteert in het retoucheermenu, verschijnt het menu van Stap 1. Volg onderstaande stappen om kleine kopieën van meerdere foto's te maken.
1
2
Markeer Kies formaat.
Geef de opties weer.
3
4
Markeer het gewenste beeldformaat.
5
Maak de selectie en keer terug naar het vorige
menu.
6
Markeer Selecteer foto.
Geef het selectievenster weer.
7
8
Selecteer foto’s ( 65). Geselecteerde foto’s zijn
gemarkeerd met het
pictogram.
9
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
10
Markeer Ja. *
Kopieer foto’s en keer terug naar schermvullende
weergave.
* Om terug te keren van stap 7 zonder kopieën te maken, markeert u Nee en drukt u op OK. Druk op MENU om terug
te keren naar het retoucheermenu zonder kopieën te maken.
Kleine kopieën bekijken
Kleine kopieën worden bij weergave aangegeven door een grijze rand. Zoomweergave is niet beschikbaar wanneer een kleine kopie wordt weergegeven.
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
93
Beeld-op-beeld
Beeld-op-beeld combineert twee bestaande RAW-foto’s tot één enkele foto, die apart van de originelen wordt opgeslagen. De nieuwe foto wordt opgeslagen met de huidige instellingen voor beeldkwaliteit en -grootte; stel voordat u een kopie met beeld-op-beeld maakt, de beeldkwaliteit en –grootte in
( 30; alle opties zijn beschikbaar). Als u een RAW-beeld wilt creëren, selecteert u beeldkwaliteit NEF
(RAW).
Beeld-op-beeld in het retoucheermenu en druk de multi1 Markeer
selector naar rechts. Het venster rechts, waarin Beeld 1 is gemarkeerd, verschijnt.
2 Druk op OK. Er verschijnt een fotoselectievenster.
de multi-selector naar links of rechts om de eerste foto voor
3 Druk
beeld-op-beeld te markeren. Houd de
knop ingedrukt om de
gemarkeerde foto schermvullend weer te geven.
op OK om de gemarkeerde foto te selecteren en terug te keren
4 Druk
naar de voorbeeldweergave. De geselecteerde foto wordt weergegeven als Beeld 1.
de belichting voor beeld-op-beeld door de multi-selec5 Optimaliseer
tor omhoog of omlaag te drukken om de versterkingsfactor voor
beeld 1 in te stellen tussen 0,1 en 2,0. De standaardwaarde is 1,0. Als u
0,5 selecteert, wordt de versterking gehalveerd, terwijl deze wordt
verdubbeld bij de waarde 2,0. Het effect van de versterking is zichtbaar in de kolom Vrbld.
de multi-selector naar links of naar rechts om Beeld 2 te marke6 Druk
ren. Herhaal stap 2-5 om de tweede foto te selecteren en de versterking aan te passen.
94
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
de multi-selector naar links of naar rechts om Vrbld. te marke7 Druk
ren. Druk de multi-selector omhoog of omlaag om een van de volgende opties te markeren en druk op OK.
• Bld>Bld: bekijk het voorbeeld van de beeld-op-beeld-kopie (zie
rechts). Druk op OK om het nieuwe beeld op te slaan. Als u wilt terugkeren naar stap 6 en nieuwe foto’s wilt selecteren of de versterking
wilt aanpassen, drukt u op .
• Opsl: sla beeld-op-beeld op zonder een voorbeeld te bekijken.
Na het maken van beeld-op-beeld-opname gaat de camera over naar
schermvullende weergave ( 50) en wordt de nieuwe opname weergegeven in de monitor.
Beeld-op-beeld
Alleen RAW-foto’s die zijn gemaakt met de D40 kunnen worden geselecteerd voor de functie Beeld-op-beeld.
Andere foto’s worden niet weergegeven in het selectiescherm.
De beeld-op-beeld-kopie heeft dezelfde foto-informatie (inclusief opnamedatum, lichtmeetmethode, sluitertijd,
diafragma, belichtingsstand, belichtingscorrectie, brandpuntsafstand en beeldoriëntatie) en waarden voor witbalans en beeldoptimalisatie als de foto die werd geselecteerd als Beeld 1.
Menugids/Geretoucheerde kopieën maken: het retoucheermenu
95
Technische gegevens
Optionele accessoires
Een van de voordelen van een digitale reflexcamera is de grote variëteit aan beschikbare accessoires.
Bezoek onze websites of kijk in onze meest recente productcatalogi voor actuele informatie over
accessoires voor de D40.
Flitsers
Gebruik alleen originele Nikon elektronische accessoires
Alleen originele Nikon accessoires die specifiek zijn bedoeld voor gebruik met uw Nikon digitale camera, zijn ontworpen en getest om te voldoen aan de van toepassing zijnde veiligheids- en functioneringsvoorschriften. HET
GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN UW CAMERA TOT GEVOLG HEBBEN EN KAN UW GARANTIE DOEN VERVALLEN.
Beeldhoek en brandpuntsafstand
Het gebied dat een kleinbeeldcamera belicht is
36×24mm groot. Het gebied dat de D40 belicht is echter 23,7×15,6mm groot, wat inhoudt dat de beeldhoek
van een kleinbeeldcamera circa 1,5 keer zo groot is als
die van de D40. De globale brandpuntsafstand van
objectieven voor de D40 in kleinbeeldformaat kan worden berekend door de brandpuntsafstand van het
objectief met circa 1,5 te vermenigvuldigen.
96
Technische gegevens/Optionele accessoires
Objectieven
Autofocus wordt alleen ondersteund door AF-S en AF-I objectieven met CPU, die zijn uitgerust met
een autofocusmotor. IX Nikkor CPU-objectieven kunnen niet gebruikt worden; andere CPU-objectieven (waaronder AF-objectieven zonder autofocusmotor) kunnen gebruikt worden in de stand voor
handmatige scherpstelling. U kunt CPU-objectieven herkennen aan de CPU-contacten ( 45), AF-S
en AF-I objectieven herkent u aan de letters ‘AF-S’ of ‘AF-I’ aan het begin van de objectiefnaam.
De volgende CPU-objectieven kunnen op de D40 worden gebruikt.
Camera-instelling
Scherpstelling
MF (met elektronische
AF
afstandsmeter)
9
9
—
93
95
95
Objectief/accessoire
AF-S, AF-I Nikkor
PC-Micro Nikkor 85mm f/2.8D 2
AF-S/AF-I teleconverter 4
Andere AF Nikkors (behalve objectieven voor
—
F3AF)
AI-P Nikkor
—
Stand
Onderwerpsstanden, P,
MF
S, A
9
9
9
—
9
9
Lichtmeting
, ,
M
1
9
9
9
9
9
9
96
9
9
9
9
97
9
9
9
9
1. Bij spotmeting wordt het geselecteerde scherpstelveld gebruikt.
• AF-S NIKKOR VR: 400mm f/2.8G ED, 500mm f/4G ED *, 600mm f/4G
2. Bij het tilten of shiften van het objectief, of wanneer niet het grootste
ED *
diafragma is ingesteld, functioneren de belichtingsmeting en flitsstu- • AF-I: 300mm f/2.8D ED, 400mm f/2.8D ED, 500mm f/4D ED *,
ring van de camera mogelijk niet correct.
600mm f/4D ED *
3. Bij het tilten of shiften van het objectief kan de elektronische
*Autofocus niet beschikbaar met teleconverters TC-17E II/YC-20E II
afstandsmeter niet worden gebruikt.
AF-S.
4. Compatibel met de volgende objectieven:
5. Bij maximaal effectief diafragma van f/5.6 of groter (lager getal).
• AF-S: 80–200mm f/2.8D ED, 300mm f/2.8D ED II, 300mm f/2.8D ED, 6. Als met een 28–85mm f/3.5–4.5, AF 28–85mm f/3.5–4.5 <nieuw
300mm f/4D ED *, 400mm f/2.8D ED II, 400mm f/2.8D ED, 500mm model>, AF 35–70mm f/2.8 of AF 80–200mm f/2.8 wordt ingezoomd
terwijl wordt scherpgesteld op de minimale scherpstelafstand, is het
f/4D ED II*, 500mm f/4D ED *, 600mm f/4D ED II *, 600mm f/4D ED *
• AF-S VR: 70–200mm f/2.8G ED, 200mm f/2G ED, 200–400mm f/4G beeld op het matglas in de zoeker mogelijk niet scherp, terwijl de
scherpstelaanduiding toch verschijnt. Stel handmatig scherp met
ED, 300mm f/2.8G ED
behulp van het beeld in de zoeker.
• AF-S Micro VR: 105mm f/2.8G ED (autofocus niet ondersteund)
7. Bij maximaal diafragma van f/5.6 of groter (lager getal).
G- of D-type objectieven
G-type en D-type AF-S en AF-I CPU-objectieven ( 45) worden aanbevolen voor gebruik met de D40. G- en Dtype objectieven ondersteunen 3D-kleurenmatrixmeting II ( 45). Vibratiereductie is alleen beschikbaar bij G- en
D-type objectieven
Objectieven zonder CPU
Onderstaande objectieven zonder CPU kunnen worden gebruikt, maar alleen wanneer de camera in de stand M
wordt gebruikt. Wanneer u een andere stand selecteert, blokkeert de ontspanknop. Het diafragma moet handmatig worden aangepast via de diafragmaring van het objectief; autofocussysteem, lichtmeting, elektronische analoge belichtingsaanduiding en DDL-flitssturing kunnen niet worden gebruikt. Tenzij anders vermeld kan de
elektronische afstandsmeter worden gebruikt in combinatie met objectieven met een maximum diafragma van
f/5.6 of groter (lager getal).
• AI-, AI-gemodificeerde NIKKOR of Nikon Serie E
• AI-type teleconverter *
• Medical Nikkor 120mm f/4 (kan alleen worden • Balgapparaat PB-6 (in verticale stand bevestigen; kan
na bevestiging in horizontale stand worden gebruikt) *
gebruikt met sluitertijden langer dan 1/125sec.)
• Automatische tussenring * PK-11A/12/13, PN-11
• Reflex Nikkor (elektronische afstandsmeter kan niet
*De elektronische afstandsmeter kan worden gebruikt indien het
worden gebruikt)
maximale effectieve diafragma f/5.6 is of groter (lager getal).
• PC Nikkor (bij tilten of shiften van het objectief kan de
elektronische afstandsmeter niet worden gebruikt)
Technische gegevens/Optionele accessoires
97
Incompatibele accessoires en objectieven zonder CPU
De volgende accessoires en objectieven zonder CPU kunnen NIET worden gebruikt. Negeren van deze waarschuwing kan leiden tot schade aan de camera of lens.
• AF-teleconverter TC-16A
• Niet-AI objectieven
• Objectieven die alleen werken met de AU-1 scherpsteleenheid (400mm f/4.5, 600mm f/5.6, 800mm f/8, 1200mm f/11)
• Fisheye (6mm f/5.6, 7.5mm f/5.6, 8mm f/8, OP 10mm f/5.6)
• 2,1cm f/4
• Tussenring K2
• 180–600mm f/8 ED (serienummers 174041–174180)
• 360–1200mm f/11 ED ((serienummers 174031–174127)
• 200-600mm f/9.5 (serienummers 280001–300490)
• AF-Nikkor-objectieven voor de F3AF (AF 80mm f/2.8, AF
200mm f/3.5 ED, AF-teleconverter TC-16)
• PC 28mm f/4 (serienummer 180900 of eerder)
• PC 35mm f/2.8 (serienummers 851001–906200)
• Oud model PC 35mm f/3.5
• Oud model Reflex 1000mm f /6.3
• Reflex 1000mm f/11 (serienummers 142361–143000)
• Reflex 2000mm f/11 (serienummers 200111–200310)
AF-hulpverlichting/Rode-ogenreductie
AF-hulpverlichting is niet beschikbaar bij de volgende objectieven:
• AF-S NIKKOR 14–24mm f/2.8G ED
• AF-S VR 200mm f/2G ED
• AF-S VR 70–200mm f/2.8G ED
• AF-S VR 200–400mm f/4G ED
• AF-S 80–200mm f/2.8D ED
• AF-S VR 300mm f/2.8G ED
Bij een afstand van minder dan 1m kunnen de volgende objectieven de AF-hulpverlichting blokkeren en de automatische scherpstelling belemmeren wanneer er weinig licht is:
• AF-S 17–35mm f/2.8D ED
• AF-S NIKKOR 24–70mm f/2.8G ED
• AF-S VR Micro 105mm f/2.8G ED
• AF-S DX 17–55 mm f/2.8G ED
• AF-S VR 24–120mm f/3.5–5.6G ED
• AF-S DX VR 18–200mm f/3.5–5.6G ED
• AF-S 28–70mm f/2.8D ED
Objectieven die de AF-hulpverlichting blokkeren kunnen de rode-ogenreductie belemmeren.
De ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan worden gebruikt in combinatie met CPU-objectieven met een brandpuntsafstand van
18 tot 300mm. De flitser is mogelijk niet in staat om het gehele onderwerp uit te lichten als de volgende objectieven worden gebruikt op afstanden die korter zijn dan de hieronder vermelde minimumafstanden.
Objectief
AF-S DX 12–
24mm f/4G ED
AF-S 17–35mm
f/2.8D ED
AF-S DX 17–
55mm f/2.8G ED
AF 18–35mm
f/3.5–4.5D ED
AF-S DX 18–
70mm f/3.5–
4.5G ED
AF-S DX 18–
135mm f/3.5–
5.6G ED
Zoomstand
20mm
Min.afstand
3,0m
24mm
1,0m
24mm
28mm
35mm
28mm
35mm
45–55mm
2,0m
1,0m
0,6m
1,5m
1,0m
0,6m
24mm
1,0m
28–35mm
18mm
0,6m
1,0m
24–70mm
0,6m
18mm
1,0m
24–135mm
0,6m
Objectief
AF-S DX VR 18–
200mm f/3.5–
5.6G ED
AF 20–35mm
f/2.8D
AF-S NIKKOR 24–
70mm f/2.8G ED
AF-S VR 24–
120mm f/3.5–
5.6G ED
AF-S 28–70mm
f/2.8D ED
AF-S VR 200–
400mm f/4G ED
Zoomstand
24mm
Min.afstand
1,0m
35–200mm
0,6m
24mm
28mm
35mm
35 mm
50 mm
24 mm
2,5m
1,0m
0,6m
1,5m
1,0m
1,0m
28–120 mm
0,6m
35mm
50–70mm
1,5m
0,6m
250mm
2,5m
300–400mm
2,0m
Bij gebruik van de AF-S NIKKOR 14–24 mm f/2.8G ED kan de flitser niet op alle afstanden het hele onderwerp verlichten.
98
Technische gegevens/Optionele accessoires
Optionele flitsers (Speedlights)
Dankzij het accessoireschoentje kunnen alle flitsers uit de SB-serie, waaronder de SB-400, 800, 600, 80DX, 28DX, 28, 27, 23, 22S en 29S direct en
zonder flitskabel op de camera worden bevestigd. Het accessoireschoentje is voorzien van een veiligheidsvergrendeling voor flitsers met een vergrendelingspin, zoals de SB-800 en de SB-600. Verwijder het afdekkapje
uit het accessoireschoentje voordat u de optionele flitser bevestigt. De
ingebouwde flitser wordt niet ontstoken als er een optionele Speedlight flitser op de camera is bevestigd.
In combinatie met compatibele flitsers als de optionele SB-400, SB-800 en SB-600 of de SB-R200
draadloze flitser op afstand, ondersteunt de D40 het geavanceerde Nikon Creatieve Verlichtingssysteem (CVS), inclusief i-DDL flitssturing en overdracht van flitskleurinformatie. Raadpleeg de handleiding van de flitser voor meer informatie.
SB-400, SB-800 en SB-600 flitsers
Deze krachtige flitsers hebben een richtgetal van respectievelijk 30, 53 (zoomkop op 35 mm) en 42
(zoomkop op 35 mm) (m, ISO 200, 20°C; bij ISO 100 hebben ze een richtgetal van respectievelijk 21, 38
en 30). Voor indirect flitsen of close-upfotografie kan de flitserkop 90° omhoog worden gedraaid. De
SB-800 en SB-600 kunnen ook 180° naar links en 90° naar rechts worden gedraaid; de SB-800 kan
bovendien 7° naar voren worden gekanteld. De SB-800 en SB-600 ondersteunen automatische zoom
(respectievelijk 24–105mm en 24–85mm), waardoor de verlichting wordt aangepast in overeenstemming met de brandpuntsafstand van het objectief. Beide objectieven hebben bovendien een ingebouwde groothoekdiffusor voor hoeken tot 14mm (de SB-800 ondersteunt ook 17mm) en een
lampje voor het aanpassen van instellingen in het donker.
Draadloze flitser op afstand SB-R200
Deze krachtige externe flitser heeft een richtgetal van 14 (m, ISO 200, 20°C; richtgetal bij ISO 100 is 10).
Hoewel de SB-R200 niet rechtstreeks op het accessoireschoentje van de camera kan worden bevestigd, kan deze wel bediend worden met de optionele SB-800 flitser of de SU-800 draadloze Speedlight
Commander. De SB-R200 kan uit de hand worden gebruikt, op een AS-20 Speedlight-standaard worden geplaatst of worden bevestigd op het cameraobjectief met de SX-1 bevestiging voor bediening
op afstand en close-up i-DDL fotografie.
SU-800 draadloze Speedlight Commander
De SU-800 kan gebruikt worden als commander voor externe flitsers SB-800, 600 en R200. De SU-800
zelf is niet voorzien van een flitser.
Richtgetal
Als u het bereik van de flitser op vol vermogen wilt berekenen, deelt u het richtgetal door het diafragma. Heeft de
SB-400 bij een gevoeligheid van ISO 200 bijvoorbeeld een richtgetal van 30m, dan berekent u het bereik van de
flitser bij diafragma f/5.6 als volgt: 30÷5,6 is circa 5,3 meter. Voor elke verdubbeling van de ISO-gevoeligheid, vermenigvuldigt u het richtgetal met de vierkantswortel van twee (circa 1,4).
Technische gegevens/Optionele accessoires
99
De volgende functies zijn beschikbaar bij CVS-compatibele flitsers:
Flitser
Flitsstand/-functie
i-DDL 2
AA
Automatisch diafragma 2
A
Niet-DDL automatisch
GN
Handmatig met afstandsprioriteit
M
Handmatig
RPT
Stroboscopisch flitsen
REAR
Synchronisatie tweede gordijn
Rode-ogenreductie
Flitskleurcommunicatie
AF-hulpverlichting voor meervelds AF 2
Automatische zoom
ISO auto
SB-400
9 3, 4
—
—
—
94
—
9
9
9
—
—
9
SB-800
93
96
96
9
9
9
9
9
9
9
9
9
SB-600
93
—
—
—
9
—
9
9
9
9
9
9
Geavanceerde draadloze flitssturing
Commander
Afstandsbediening
SB-800 SU-800 1 SB-800 SB-600 SB-R200
95
95
95
95
95
97
97
98
—
—
97
—
97
—
—
—
—
—
—
—
9
9
9
9
9
9
9
9
9
—
9
9
9
9
9
9
—
—
—
—
9
—
—
—
—
9
9
—
—
—
9
—
—
—
—
—
—
—
—
—
1. Alleen beschikbaar als de SU-800 wordt gebruikt om andere flitsers 5. i-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digital reflexcamera's.
aan te sturen.
6. Selecteer de flitsstand via de flitser. Niet-DDL automatisch wordt auto2. CPU-objectief vereist.
matisch geselecteerd wanneer een objectief zonder CPU wordt
3. Standaard i-DDL voor digitale reflexcamera's wordt gebruikt met spot- geplaatst.
meting of als dit op de flitser is geselecteerd. In andere gevallen wordt 7. De stand Automatisch diafragma wordt automatisch gekozen als er
een CPU-objectief wordt bevestigd. Niet-DDL automatisch wordt autoi-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digitale reflexcamera’s gebruikt.
4. Kan worden geselecteerd via het menu Persoonlijke instellingen van de matisch geselecteerd wanneer een objectief zonder CPU wordt bevescamera ( 78).
tigd.
8. Selecteer de flitsstand via de flitser.
De volgende flitsers kunnen alleen gebruikt worden voor niet-DDL automatisch en handmatig flitsen
bij een sluitertijd van 1/500 sec. of langer. De flitsgereedaanduiding van de flitser geeft de laadstatus
aan. In de stand DDL wordt de ontspanknop geblokkeerd en kunnen geen foto's worden gemaakt.
Flitser SB-80DX, SB-28DX, SB-28,
SB-26, SB-25, SB-24
Flitsstand
Niet-DDL automaA
9
tisch
M
Handmatig
9
Stroboscopisch flitRPT
9
sen
Synchronisatie
REAR
9
tweede gordijn 4
SB-50DX 1, SB-23, SB-29 2
SB-21B 2, SB-29s 2
SB-30, SB-27 3, SB-22S,
SB-22, SB-20, SB-16B, SB-15
—
9
9
9
—
—
9
9
1. Klap de ingebouwde flitser neer in de standen P, S, A en M en gebruik 3. Wanneer de flitser wordt bevestigd op de D40, wordt de flitsstand
alleen optionele flitsers.
automatisch ingesteld op DDL en wordt de ontspanknop geblokkeerd.
2. Autofocus is alleen beschikbaar met AF-S VR ED 105mm f/2.8G IF Micro Stel de flitser in op A (niet-DDL automatisch).
Nikkor objectieven.
4. Beschikbaar wanneer de flitsstand via de camera wordt geselecteerd.
Gebruik alleen originele Nikon flitsaccessoires
Gebruik uitsluitend Nikon flitsers. Wanneer het accessoireschoentje wordt blootgesteld aan negatieve spanningen of
spanningen groter dan 250V, kan dit niet alleen de normale werking verstoren, maar kunnen ook de synchronisatieschakelingen van de camera of de flitser beschadigd raken. Als u een Nikon flitser wilt gebruiken die niet op de lijst in
dit hoofdstuk voorkomt, dient u eerst de technische dienst van Nikon te raadplegen voor meer informatie.
De AS-15 Flitsadapter
Wanneer de AS-15 flitsadapter (apart leverbaar) op het accessoireschoentje van de camera is bevestigd, kan de flitser via een synchronisatiekabel worden aangesloten.
100 Technische gegevens/Optionele accessoires
Opmerkingen over optionele Speedlight flitsers
Raadpleeg de handleiding van de flitser voor meer informatie. Ondersteunt de flitser het Creatieve Verlichtingssysteem, raadpleeg dan het hoofdstuk over CVS-compatibele digitale reflexcamera's. In de handleiding van de SB80DX, SB-28DX en SB-50DX komt de D40 niet in het overzicht van digitale reflexcamera's voor.
Als u in de stand
, , , , ,
of
een optionele flitser gebruikt, wordt de ingebouwde flitser uitgeschakeld en flitst de optionele flitser wanneer u een foto maakt. De volgende flitsstanden zijn beschikbaar:
• In de standen
, , , ,
en : Invulflits en Rode-ogenreductie. Invulflits wordt automatisch geselecteerd als de flitsstand bij gebruik van een optionele flitser wordt ingesteld op Uit of Automatisch. Automatisch
met rode-ogenreductie wordt Rode-ogenreductie.
•
stand: Automatisch met lange sluitertijd wordt Flitsen met lange sluitertijd, Automatisch met lange sluitertijd
en rode-ogenreductie wordt Flitsen met lange sluitertijd en rode-ogenreductie, Uit wordt Flitsen met lange sluitertijd.
De optionele flitser wordt niet gebruikt wanneer de camera in de stand
staat.
Wordt Automatisch geselecteerd voor ISO-gevoeligheid in de stand
, , , , ,
of
of is Aan geselecteerd voor Persoonlijke instelling 10 (ISO auto) in de stand P, S, A of M, dan zal de ISO-gevoeligheid worden aangepast voor de optimale flitssterkte wanneer er een optionele SB-400, SB-800 of SB-600 flitser is bevestigd. Dit kan
ertoe leiden dat de voorgrond wordt onderbelicht in flitsfoto’s die zijn genomen met lange sluitertijden, bij daglicht of tegen een lichte achtergrond. Kies een andere flitsstand dan Flitsen met lange sluitertijd of kies een groter
diafragma.
De sluiter synchroniseert met een externe flitser bij sluitertijden van 1/500 sec. of langer.
i-DDL flitssturing kan worden gebruikt bij ISO-gevoeligheden tussen 200 en 1600. Hogere waarden geven bij
bepaalde bereiken of diafragma-instellingen mogelijk niet het gewenste resultaat. Als de flitsgereedaanduiding na
het maken van de foto nog ongeveer drie seconden blijft knipperen, heeft de flitser met maximale sterkte geflitst
en kan de foto onderbelicht zijn.
De SB-400, SB-800 en SB-600 bieden rode-ogenreductie en de SB-800, SB-600 en SU-800 zijn uitgerust met AFhulpverlichting (de SU-800 is niet uitgerust met AF-hulpverlichting in close-upstand). Bij andere Speedlight flitsers
wordt de AF-hulpverlichting gebruikt voor AF-hulpverlichting en rode-ogenreductie. Waneer de regelaars op de
SB-800, SB-600 of SU-800 worden gebruikt om de flitscorrectie bij te stellen, verschijnt
in de opname-informatieweergave van de camera.
Bij de volgende standen is het grootste diafragma (laagste f/-getal) afhankelijk van de ISO-gevoeligheid:
Grootste diafragma bij ISO-instelling van
Stand
200
400
800
1600
P,
, , , , ,
4
4,8
5,6
6,7
8
9,5
11
13
Voor elke gevoeligheidsverhoging van een stop (bijvoorbeeld van 200 naar 400), wordt het diafragma een halve f/stop verlaagd. Als het grootste diafragma van het objectief kleiner is dan hierboven vermeld, dan is de hoogste diafragmawaarde gelijk aan het grootste diafragma van het objectief.
Wanneer u de SC-17, SC-28 of SC-29 synchronisatiekabel gebruikt voor fotograferen met de flitser los van de
camera, wordt in de i-DDL-stand mogelijk niet de juiste belichting bereikt. Gebruik bij voorkeur spotmeting voor
het selecteren van standaard i-DDL flitssturing. Maak een testopname en controleer het resultaat op de monitor.
Gebruik in de i-DDL-stand de groothoekdiffusor of reflectiekaart van de flitser. Gebruik geen andere schermen,
zoals reflectieschermen, aangezien dit tot een onjuiste belichting kan leiden. Automatische zoom is alleen beschikbaar met de SB-800 en SB-600 flitsers.
Technische gegevens/Optionele accessoires 101
Andere accessoires
• Zoekerobjectieven met dioptrie-instelling: Voor aanpassing aan individuele verschillen in gezichtsvermogen zijn Oogsterktecorrectielenzen leverbaar met sterktes variërend van –5, –4, –3, –2, 0, +0,5, +1,
+2 en +3m–1. Gebruik alleen zoekerobjectieven met dioptrie-instelling als scherpstellen niet lukt
met behulp van de ingebouwde dioptrie-instelling (–1,7 tot +0,5m–1. Test de objectieven alvorens
ze aan te schaffen om er zeker van te zijn dat ze het gewenste effect hebben.
Accessoires
• DG-2 loepzoeker: Vergroot het beeld in het midden van de zoeker voor close-upfotografie, kopiëren,
zoekeroculair
fotograferen met een teleobjectief en bij andere handelingen waarvoor extra nauwkeurigheid is
vereist. Oculairadapter vereist (apart verkrijgbaar).
• DK-22 oculairadapter: Hiermee bevestigt u de DG-2 loepzoeker op de D40.
• DR-6 hoekzoeker: De DR-6 wordt haaks op het zoekeroculair gemonteerd, zodat het beeld in de zoeker van bovenaf kan worden bekeken terwijl de camera in de portretstand wordt gehouden.
• Nikon filters kunnen in drie typen worden onderverdeeld: schroeffilters, insteekfilters en filters die
aan de achterzijde van bepaalde objectieven worden geplaatst. Gebruik uitsluitend Nikon filters:
andere merken filters kunnen de werking van autofocus of de elektronische afstandsmeter verstoren.
• De D40 kan niet worden gebruikt met lineaire polarisatiefilters. Gebruik in plaats daarvan het C-PL
circulaire polarisatiefilter.
Filters
• Ter bescherming van objectieven wordt aanbevolen NC of L37C filters te gebruiken.
• Bij gebruik van een R60 filter dient u de belichtingscorrectie op +1 te zetten.
• Bij gebruik van een filter kan moiré optreden, wanneer u een onderwerp in sterk tegenlicht fotografeert of wanneer zich een sterke lichtbron in het beeld bevindt.
• Centrumgerichte meting wordt aanbevolen bij gebruik van filters met een filterfactor van meer dan
1× (Y48, O56, R60, X0, X1, C-PL, ND4S, ND8S, A2, A12, B2, B8, B12).
Goedgekeurde geheugenkaarten
De volgende SD-geheugenkaarten zijn getest en goedgekeurd voor gebruik in de D40. Alle kaarten
van de vermelde fabrikanten en capaciteit kunnen worden gebruikt, ongeacht de snelheid.
SanDisk
64MB, 128MB, 256MB, 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *†
Toshiba
64MB, 128MB, 256MB, 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *†
Panasonic
64MB, 128MB, 256MB, 512MB, 1GB, 2GB *, 4GB *†
Lexar
128MB, 256MB, 512MB, 1GB (Platinum II/Professional), 2GB (Platinum II/Professional)*
* Gebruikt u de kaart met een kaartlezer of ander apparaat, controleer † Compatibel met SDHC. Gebruikt u de kaart met een
dan of het betreffende apparaat kaarten van 2GB en 4GB ondersteunt.
kaartlezer of ander apparaat, controleer dan of het
betreffende apparaat SDHC ondersteunt.
Voor andere kaarten kan de werking niet worden gegarandeerd. Neem contact op met de fabrikant
als u meer over bovengenoemde kaarten wilt weten.
Geheugenkaarten
• Formatteer geheugenkaarten voordat u ze voor het eerst gebruikt.
• Zet de camera uit voordat u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. Verwijder de geheugenkaart of batterij niet
uit de camera, zet de camera niet uit en koppel de lichtnetadapter niet los wanneer de geheugenkaart wordt
geformatteerd of wanneer er informatie wordt opgeslagen, verwijderd of gekopieerd naar een computer. Als u
deze voorzorg niet in acht neemt, kan dat leiden tot gegevensverlies of beschadiging van de camera of de kaart.
• Raak de contacten van de kaart niet aan met uw vingers of metalen voorwerpen.
• Oefen geen druk uit op de buitenkant van de kaart. Als u deze waarschuwing negeert, kan de geheugenkaart
beschadigd raken.
• Buig de kaart niet, laat hem niet vallen en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
• Voorkom blootstelling aan warmtebronnen, water, hoge luchtvochtigheid of direct zonlicht.
102 Technische gegevens/Optionele accessoires
Accessoires voor de D40
Op het moment van samenstelling van deze handleiding, waren voor de D40 de volgende accessoires
beschikbaar. De meest actuele informatie vindt u op de Nikon websites of in onze meest recente productcatalogi.
• EN-EL9 oplaadbare Li-ion batterij: Extra EN-EL9 batterijen zijn te koop bij uw handelaar.
Voedingsbron- • EH-5a lichtnetadapter: Hiermee kunt u de camera voor langere perioden van stroom voorzien. Hiervoor is een EP-5 voedingsaansluiting vereist (apart verkrijgbaar). De EH-5 lichtnetadapter kan wornen
den gebruikt in plaats van de EH-5a.
• EP-5 voedingsaansluiting: Hiermee kunt u de EH-5 of EH-5a op de D40 aansluiten.
• BF-1A bodydop: De BF-1A houdt de spiegel, het matglas en het laagdoorlaatfilter stofvrij wanneer er
Bodydop
geen objectief is geplaatst.
Videokabel • EG-D100 videokabel: Bekijk foto’s op televisie of neem ze op video op ( 62).
• ML-L3 afstandsbediening: Voor ontspannen op afstand voor zelfportretten of om onscherpte door
cameratrilling te voorkomen. De ML-L3 werkt op een 3V CR2505 batterij.
Afstands
bediening
Software
1
2
3
4
5
• Capture NX: Een uitgebreid fotobewerkingspakket met ondersteuning voor RAW-foto's.
• Camera Control Pro 2: Hiermee kunt u de camera vanaf een computer bedienen en foto's direct op de
harde schijf opslaan.
Let op: De D40 wordt ook ondersteund door Camera Control Pro versie 1.2.0 en hoger. Capture NX en
Camera Control Pro zoeken automatisch naar updates als er een internetverbinding actief is op het
moment dat u het programma opstart. Voer een update uit naar de recentste versie.
De optionele EP-5 voedingsaansluiting en EH-5a lichtnetadapter aansluiten
Schakel de camera uit en open het deksel van het batterijvak (c) en
1 de
voedingsingang (d).
�
�
de EP-5 in het batterijvak (zie rechts). Let daarbij op de positie
2 Steek
van de ‘+’- en ‘–’-pool.
het netsnoer door de opening die is ontstaan en sluit het bat3 Geleid
terijvak.
Steek de stekker van de EH-5a lichtnetadapter in de voedingsingang van de lichtnetadapter (e)
4 en
sluit de gelijkstroomstekker van de EH-5a aan op de gelijkstroomingang van de EP-5 (f).
Wanneer de camera wordt gevoed door de lichtnetadapter, verschijnt het pictogram
de monitor in plaats van de aanduiding van het batterijniveau.
op
�
�
Raadpleeg de handleiding van de EP-5 en EH-5a voor meer informatie.
Technische gegevens/Optionele accessoires 103
Behandeling van uw camera
Opslag
Als u de camera gedurende langere tijd niet gebruikt, zet u de camera uit, verwijdert u de batterij,
plaatst u het beschermkapje op de contactpunten en bewaart u de batterij op een koele, droge plek.
Als u de vorming van schimmel of meeldauw wilt voorkomen, dient u de camera in een droge, goed
geventileerde ruimte te bewaren. Berg de camera niet op met nafta- of kamfermottenballen of in
ruimten:
• die slecht geventileerd zijn of waar de luchtvochtigheid hoger is dan 60%
• in de nabijheid van apparaten die sterke elektromagnetische velden genereren, zoals televisie- of
radiotoestellen
• waar het warmer wordt dan 50°C (bijvoorbeeld naast een verwarmingsapparaat of in een afgesloten
auto op een warme dag) of kouder dan –10°C
Reinigen
Gebruik een blaasbalgje om stof, vuil of zand te verwijderen en veeg de camerabody vervolgens
schoon met een zachte, droge doek. Na gebruik van de camera op het strand of aan zee dient u evenCamerabody tueel zand of zout te verwijderen met een doek die licht bevochtigd is met schoon water. Droog
grondig af. Belangrijk: vuil of stof in de camera kan schade veroorzaken die niet door de garantie wordt
gedekt.
Deze onderdelen zijn van glas en raken daarom gemakkelijk beschadigd. Verwijder stof en vuil met
Objectief, een blaasbalgje. Het gebruik van een luchtspuitbus wordt afgeraden; als u echter toch een luchtspuitspiegel en bus gebruikt, houd de bus dan verticaal om te voorkomen dat er vloeistof uit de bus kan lekken. Verzoeker
wijder vingerafdrukken en andere vlekken door een beetje lensreiniger op een zachte doek aan te
brengen en het glas voorzichtig schoon te vegen.
Verwijder stof en vuil met een blaasbalgje. Voor het weghalen van vingerafdrukken en andere vlekken
Monitor kunt u het oppervlak voorzichtig met een zachte doek of zeem schoonvegen. Duw hierbij niet te
hard, aangezien dit kan leiden tot schade of storing.
De monitor
Mocht de monitor breken, pas dan op dat u zich niet verwondt aan de glassplinters en dat de vloeibare kristallen
uit de monitor niet in aanraking komen met uw huid, ogen of mond.
Onderhoud van camera en accessoires
De D40 is een precisieapparaat en heeft regelmatig onderhoud nodig. Nikon beveelt aan de camera elke één tot
twee jaar te laten nakijken door de leverancier of de technische dienst van Nikon, en elke drie tot vijf jaar een
onderhoudsbeurt te geven (houd er rekening mee dat hier kosten aan verbonden zijn). Regelmatige inspectie en
onderhoud worden met name aanbevolen wanneer u de camera voor professionele doeleinden gebruikt. Het is
aan te bevelen om tegelijkertijd met uw camera eventuele accessoires die u veel gebruikt, zoals objectieven of
optionele flitsers, te laten nakijken en onderhouden.
104 Technische gegevens/Behandeling van uw camera
Het laagdoorlaatfilter
De beeldsensor die dienst doet als beeldelement van de camera, is voorzien van een laagdoorlaatfilter
dat moirévorming moet voorkomen. Als u vermoedt dat vuil- en stofdeeltjes die op het filter zitten op
de foto's te zien zijn, kunt u als volgt controleren of het filter moet worden gereinigd. Denk er echter
aan dat het laagdoorlaatfilter uitermate kwetsbaar is en gemakkelijk beschadigd kan raken. Nikon
beveelt aan het reinigen van het filter over te laten aan door Nikon bevoegd verklaard technisch personeel. Als u wilt voorkomen dat de camera wordt uitgeschakeld terwijl de spiegel is opgeklapt,
gebruikt u een volledig opgeladen batterij of de optionele EH-5a lichtnetadapter met een EP-5 voedingsaansluiting ( 103).
1 Verwijder het objectief en zet de camera aan.
Selecteer Spiegel omhoog in het setup-menu (let op: deze optie is niet beschikbaar bij een bat2 terijniveau
van
of lager).
Aan en druk op OK. De rechts weergegeven melding ver3 Markeer
schijnt. Als u de normale werking wilt herstellen zonder het laagdoorlaatfilter te inspecteren, zet u de camera uit.
de ontspanknop volledig in. De spiegel wordt omhoog geklapt
4 Druk
en het sluitergordijn wordt geopend, zodat het laagdoorlaatfilter
zichtbaar wordt.
de camera zo dat er licht op het laagdoorlaatfilter valt; onder5 Houd
zoek het filter op stof of vuil. Als er geen stof of vuil aanwezig is, gaat
u door naar stap 7.
stof en vuil op het filter met een blaasbalgje. Gebruik geen
6 Verwijder
blaaskwastje, want de haartjes van het kwastje kunnen het filter
beschadigen. Vuil dat niet kan worden weggeblazen met een
blaasbalgje kan alleen worden verwijderd door de technische dienst
van Nikon. U mag het filter onder geen beding aanraken of
schoonpoetsen.
de camera uit. De spiegel wordt neergeklapt en het sluitergordijn gaat dicht. Plaats het
7 Zet
objectief of de bodydop weer terug.
Gebruik een betrouwbare voedingsbron
Het sluitergordijn is kwetsbaar en kan gemakkelijk beschadigd raken. Als de camera wordt uitgeschakeld terwijl de
spiegel is opgeklapt, wordt het sluitergordijn automatisch gesloten. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht om schade aan het sluitergordijn te voorkomen:
• Zet de camera niet uit voordat de reiniging of inspectie is voltooid. Verwijder of ontkoppel de voedingsbron niet
wanneer de spiegel is opgeklapt.
• Raakt de batterij leeg terwijl de spiegel is opgeklapt, dan klinkt er een piepsignaal en gaat de AF-hulpverlichting
knipperen om u te waarschuwen dat na circa twee minuten het sluitergordijn dicht gaat en de spiegel wordt
neergeklapt. Beëindig de reiniging of de inspectie onmiddellijk.
Technische gegevens/Behandeling van uw camera
105
Onderhoud van camera en batterij: waarschuwingen
Niet laten vallen: Blootstelling aan sterke schokken of trillingen
kan tot storingen leiden.
Houd de camera droog: Dit product is niet waterbestendig;
onderdompeling in water of blootstelling aan een hoge
luchtvochtigheid kunnen tot storing leiden. Roest van het
interne mechanisme kan tot onherstelbare schade leiden.
Vermijd abrupte temperatuurverschillen: Plotselinge temperatuurverschillen, zoals die zich voordoen bij het binnenkomen of
verlaten van een verwarmd gebouw op een koude dag, kunnen condensatie in de camera veroorzaken. U voorkomt condensatie door de camera in de cameratas of in een plastic tas
te plaatsen voordat u deze aan plotselinge temperatuurverschillen blootstelt.
Houd de camera uit de buurt van sterke magnetische velden: U dient
dit apparaat niet te gebruiken of op te bergen in de buurt van
apparatuur die een sterke elektromagnetische straling of
sterke magnetische velden produceert. Sterke statische ladingen of de magnetische velden die worden geproduceerd
door bijvoorbeeld zendapparatuur kunnen storingen veroorzaken op de monitor, informatie op de geheugenkaart en de
interne schakelingen van het product aantasten.
Richt het objectief niet op de zon: Richt het objectief niet gedurende langere tijd op de zon of een andere sterke lichtbron.
Blootstelling aan intens licht kan beschadiging van de CCD of
een witte zweem op de foto's tot gevolg hebben.
Strepen (blooming): Verticale witte strepen kunnen voorkomen in foto’s van de zon of andere sterke lichtbronnen. Dit
fenomeen, vaak aangeduid met de Engelse term ‘blooming‘,
kan worden voorkomen door ervoor te zorgen dat er minder licht op de CCD valt, door een kortere sluitertijd of kleiner diafragma te kiezen of door een grijsfilter (ND) te
gebruiken.
Raak 0 Td[(de t)6( )]TJ0.0007 Tc -0.019s( of)-f*[(gebr)86.706(eer)-29( (N3aj)-6(fr)ope7(gne)-1(e(icaa(, Td Tf0.0td-)-37)-7(v3j)7(-8(i)-37)-)-8(rk(, v)577 Tc-
106 Technische gegevens/Behandeling van uw camera
Capaciteit geheugenkaart en Beeldkwaliteit/grootte
De volgende tabel geeft bij benadering het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen op een
512MB Panasonic Pro HIGH SPEED geheugenkaart bij verschillende instellingen voor beeldkwaliteit
en -formaat.
Capaciteit bij
Aantal beelden 1
continuopnamen 1, 2
Beeldformaat
Bestandsgrootte (MB) 1
—
5,0
65
5
Groot
2,9
137
100
FIJN
Middel
1,6
235
100
Klein
0,8
503
100
Groot
1,5
260
100
NORMAAL
Middel
0,8
444
100
Klein
0,4
839
100
Groot
0,8
503
100
BASIS
Middel
0,4
755
100
Klein
0,2
1200
100
RAW+BASIS
—/Groot
5,8 3
58
4
1.Alle getallen zijn benaderingen, gebaseerd op een gemiddelde bestandsgrootte; de daadwerkelijke bestandsgrootte en de capaciteit van de geheugenkaart zijn afhankelijk van het gefotografeerde onderwerp en het merk
van de kaart. Als er genoeg geheugen over is voor meer dan 999 foto's, geeft de camera het aantal resterende
opnamen aan in duizenden ('K'), bijvoorbeeld '1.2K' als er genoeg geheugen is voor 1200 opnamen.
2.Maximum aantal foto's dat kan worden opgeslagen. Het werkelijke aantal beelden kan variëren per merk geheugenkaart. U kunt weer foto's maken zodra er voldoende ruimte beschikbaar is in het buffergeheugen.
3.Totale bestandsgrootte van NEF (RAW)- en JPEG-foto's.
Beeldkwaliteit
RAW
Belichtingsprogramma (P-stand)
Het belichtingsprogramma voor de P-stand wordt weergegeven in de volgende grafiek.
F (brandpuntsafstand objectief )≤55mm
135mm≥F>55mm
F>135mm
Diafragma
Sluitertijd
De maximale en minimale LW-waarden zijn afhankelijk van de ISO-gevoeligheid. In de bovenstaande grafiek wordt
uitgegaan van een gevoeligheid van ISO 200-equivalent. Wordt maxtrixmeting gebruikt, dan worden waarden
boven 171/3LW teruggebracht tot 171/3LW.
116 Technische gegevens/Bijlage
Flitssturing (
99–101)
De volgende methodes voor flitssturing worden ondersteund wanneer een CPU-objectief wordt
gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser of de optionele flitsers SB-400, SB-800 en SB-600.
• i-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digitale reflexcamera: De flitsopbrengst wordt zo aangepast dat een
natuurlijke balans tussen hoofdonderwerp en achtergrond wordt bereikt.
• i-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digitale reflexcamera: Flitsopbrengst wordt afgestemd op het hoofdonderwerp; de helderheid van de achtergrond wordt niet meegewogen. Aanbevolen wanneer
belichtingscorrectie wordt toegepast, voor opnamen waarbij het hoofdonderwerp wordt benadrukt
ten koste van de achtergrond of voor gebruik met een SC-17, SC-28 of SC-29 flitskabel.
Standaard i-DDL flitssturing wordt gebruikt met spotmeting of, indien geselecteerd, met de optionele
flitser. In alle andere gevallen wordt i-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digitale reflexcamera
gebruikt.
Sluitertijden beschikbaar voor de ingebouwde flitser
De volgende sluitertijden zijn beschikbaar wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt.
,
Stand
, , P, A
Sluitertijd
Stand
S
M
1/500–1/60 sec.
1/500–1/125 sec.
Sluitertijd
1/500–30sec.
1/500–30sec.,
1/500–1sec.
Diafragma, ISO-gevoeligheid en flitsbereik
Het flitsbereik is afhankelijk van ISO-gevoeligheid en diafragma.
200
2
2,8
4
5,6
8
11
16
22
Diafragma bij ISO-equivalent van
400
800
2,8
4
4
5,6
5,6
8
8
11
11
16
16
22
22
32
32
—
1600
5,6
8
11
16
22
32
—
—
Bereik
m
1,0–8,5
0,7–6,0
0,6–4,2
0,6–3,0
0,6–2,1
0,6–1,5
0,6–1,1
0,6–0,7
Ondersteunde standaards
• DCF Versie 2.0: De Design Rule for Camera File Systems (DCF) is een algemeen erkende standaard voor
digitale camera's waarmee de compatibiliteit tussen de verschillende cameramerken wordt gewaarborgd.
• DPOF: Digital Print Order Format (DPOF) is een industriestandaard die het mogelijk maakt foto’s af te
drukken op basis van een printopdracht die is opgeslagen op de geheugenkaart.
• Exif versie 2.21: De D40 ondersteunt Exif (Exchangeable Image File Format for Digital Still Cameras)
versie 2.21, een standaard informatie die bij foto’s wordt opgeslagen; deze informatie wordt gebruikt
voor optimale kleurweergave wanneer de beelden worden afgedrukt met printers die aan de Exifvoorwaarden voldoen.
• PictBridge: Een standaard die werd ontwikkeld in samenwerking met fabrikanten van digitale
camera’s en printers en die het mogelijk maakt foto's rechtstreeks op een printer af te drukken, zonder de camera op een computer aan te sluiten.
Technische gegevens/Bijlage 117
Witbalans en kleurtemperatuur
Hieronder worden globale kleurtemperaturen voor elke witbalansinstelling gegeven (waarden kunnen verschillen van kleurtemperaturen die worden gemeten door fotografische kleurtemperatuurmeters):
Fijnafstemming
Witbalans
Geen
–3
–2
–1
+1
+2
+3
Automatisch
3500K–8000K
Fijnafstemming van door camera gekozen waarde
Gloeilamplicht
3000K
3300K
3200K
3100K
2900K
2800K
2700K
TL-licht *
4200K
7200K
6500K
5000K
3700K
3000K
2700K
Direct zonlicht
5200K
5600K
5400K
5300K
5000K
4900K
4800K
Flitsen
5400K
6000K
5800K
5600K
5200K
5000K
4800K
Bewolkt
6000K
6600K
6400K
6200K
5800K
5600K
5400K
Schaduw
8000K
9200K
8800K
8400K
7500K
7100K
6700K
Witbalans preset
—
Niet beschikbaar
* Het kleurtemperatuurbereik omvat een grote variatie aan fluorescentielichtbronnen, uiteenlopend van stadionverlichting met een lage temperatuur tot kwikdamplampen met hoge temperatuur.
118 Technische gegevens/Bijlage
Specificaties
Type
Digitale spiegelreflexcamera
Effectieve pixels
6,1 miljoen
CCD
Beeldformaat (pixels)
23,7×15,6mm; totaal aantal pixels: 6,24 miljoen
• 3008×2000 (Groot)
• 2256×1496 (Middel)
Objectiefvatting
Nikon F-vatting met AF-contacten
• 1504×1000 (Klein)
Compatibele objectieven *
G- of D-type AF Nikkor
AF-S, AF-I
Overige G- of D-type Nikkor
PC-Micro Nikkor 85mm f/2.8D
Alle functies worden ondersteund
Alle functies worden ondersteund, behalve autofocus
Kan alleen gebruikt worden in de stand M; alle andere functies worden ondersteund, behalve autofocus
Overige AF Nikkor †/AI-P Nikkor Alle functies beschikbaar, behalve autofocus en 3D-kleurenmatrixmeting II; elektronische
afstandsmeter kan worden gebruikt als het maximale diafragma f/5.6 of groter is.
Niet-CPU
Kunnen met handmatige scherpstelling worden gebruikt in de stand M, maar belichtingsmeter
werkt niet; elektronische afstandsmeter kan worden gebruikt indien grootste diafragma f/5.6 of
groter (lager getal) is.
* IX Nikkor objectieven kunnen niet worden gebruikt
†Behalve objectieven voor F3AF
Beeldhoek
Equivalent in kleinbeeldformaat is ongeveer 1,5 keer de brandpuntafstand van objectief.
Zoeker
Dioptrie
Oogafstand
Matglas
Beelddekking
Vergroting
Vast pentaprisma met groot spiegeltype op ooghoogte
–1,7–+0,5m-1
18mm (–1,0m-1)
Type B helder BriteView matglas Mark V met weergave van scherpstelpunten
Circa 95% van het objectief (verticaal en horizontaal)
Circa 0,8× (50 mm-objectief op oneindig; –1,0m-1)
Reflexspiegel
Snel terugkerend
Diafragma
Elektronisch gestuurd, direct terugkerend
Zelfontspanner
Elektronisch gestuurde timer met vertraging van 2, 5, 10 of 20sec.
Selectie scherpstelveld
Scherpstelveld kan gekozen worden uit 3 velden
Objectiefscherpstelling
• Autofocus (AF): directe enkelvoudige AF (AF-S), continue AF (AF-C), automatische selectie AFS/AF-C (AF-A); anticiperende scherpstelling wordt automatisch geactiveerd overeenkomstig de
positie van het onderwerp
• Handmatige scherpstelling (M)
Opslag
Media
Bestandssysteem
Compressie
Autofocus
Detectiebereik
AF-veldstand
Scherpstelvergrendeling
ISO-gevoeligheid (aanbevolen
belichtingsindex)
SD (Secure Digital)-geheugenkaarten; camera ondersteunt SDHC
Voldoet aan Design Rule for Camera File System (DCF) 2.0 en Digital Print Order Format (DPOF)
• NEF (RAW): gecomprimeerd 12-bits
• JPEG: JPEG baseline-compatibel
DDL-fasedetectie door Nikon Multi-CAM 530 autofocus-sensormodule met AF-hulpverlichting
(bereik circa 0,5–3,0m)
–1.0–+19LW (ISO 100 bij 20°C)
Enkelvelds AF, dynamisch veld-AF, dynamisch veld-AF met prioriteit dichtstbijzijnde onderwerp
De scherpstelling kan worden vergrendeld door de ontspanknop half in te drukken (enkelvoudige
AF) of door op de knop AE-L/AF-L te drukken.
200–1600 in stappen van 1LW met aanvullende instelling van één stap boven 1600
Technische gegevens/Specificaties 119
Belichting
Lichtmeting
Matrixmeting
Centrumgericht
Spotmeting
Bereik (ISO 100-equivalent,
f/1.4 objectief, 20°C)
Lichtmeterkoppeling
Onderwerpsstanden
(Digital Vari-Program)/
belichtingsstanden
Belichtingscorrectie
Belichtingsvergrendeling
Belichtingsmeting door de lens (DDL) met drie standen
3D-kleurenmatrixmeting II (G- en D-type objectieven ); kleurenmatrixmeting II (overige CPU-objectieven); meting wordt uitgevoerd door 420-pixel RGB-sensor
Gewicht van 75% wordt toegekend aan een cirkel van 8 mm in het midden van het beeld
Meet cirkel van 3,5 mm (circa 2,5% van het beeld) in het actieve scherpstelveld
0–20LW (3D-kleurenmatrixmeting of centrumgerichte meting)
2–20LW (spotmeting)
CPU-koppeling
Onderwerpsstanden (
auto,
automatisch (flitser uit),
portret,
landschap,
kinderen,
sport,
close-up,
nachtportret); programma-automatiek (P) met flexibel programma; sluitertijdvoorkeuze (S); diafragmavoorkeuze (A); handmatig (M)
–5–+5LW in stappen van 1/3 LW
Gemeten lichtwaarde kan worden vergrendeld met knop AE-L/AF-L
Sluiter
Sluitertijd
Gecombineerde mechanische en CCD elektronische sluiter
30–¼000 sec. in stappen van 1/3 LW, bulb
Witbalans
Automatisch (DDL-witbalans met 420-pixel RGB-sensor); zes handmatige standen met fijnafstemming en vooringestelde witbalans
Ingebouwde flitser
•
, , , , : automatisch flitsen, klapt automatisch uit
• P, S, A, M: handmatig uitklappen met ontgrendelingsknop
• Circa 17 bij ISO 200 en 20°C (handmatig 18)
• Circa 12 bij ISO 100 en 20°C (handmatig 13)
Richtgetal (m)
Flitsen
Synchronisatiecontact
Flitssturing
DDL
Automatisch diafragma
Niet-DDL automatisch
Handmatig met
afstandsprioriteit
Flitsstand
Alleen X-contact; flitssynchronisatie bij sluitertijden tot 1/500 sec.
DDL flitssturing door 420-pixel RGB-sensor. i-DDL uitgebalanceerde invulflits voor digitale reflexcamera en standaard i-DDL invulflits voor digitale reflexcamera beschikbaar wanneer een CPU-objectief wordt gebruikt met de ingebouwde flitser, SB-400, SB-800 of SB-600
Beschikbaar met SB-800 en CPU-objectief
Beschikbaar met flitsers als SB-800, 80DX, 28DX, 28, 27 en 22s
Beschikbaar met SB-800
Nikon Creatief
Verlichtingssysteem
, , , : automatisch, automatisch met rode-ogenreductie; invulflits en rode-ogenreductie beschikbaar met optionele flitser
• : automatisch met lange sluitertijd en rode-ogenreductie; automatisch met lange sluitertijd;
lange sluitertijd met rode-ogenreductie en lange sluitertijd beschikbaar met optionele flitser
• , : invulflits en rode-ogenreductie beschikbaar met optionele flitser
• P, A: invulflits, rode-ogenreductie, lange sluitertijd met rode ogen reductie, lange sluitertijd, synchronisatie tweede gordijn met lange sluitertijd
• S, M: invulflits, rode-ogenreductie, synchronisatie tweede gordijn
–3–+1LW in stappen van 1/3 LW
Brandt als ingebouwde flitser of flitser uit de SB-reeks (40, 800, 600, 80DX, 28DX, 50DX, 28, 27 of 22s)
volledig is opgeladen, knippert 3sec. nadat de flitser op volle sterkte heeft geflitst
Standaard ISO middencontact met synchronisatie, geluidssignaal, aardcontacten en veiligheidsvergrendeling
Brandt als flitser uit de SB-reeks (400, 800 of 600) volledig is opgeladen, knippert 3sec. nadat de flitser op volle sterkte heeft geflitst
Monitor
2.5-inch low-temperature polysilicon TFT-LCD met 230.000 pixels en instelbare helderheid
Video-uitgang
Keuze uit NTSC en PAL
Externe interface
USB 2.0 Hi-Speed
Statiefaansluiting
¼inch (ISO 1222)
Firmware-upgrades
Gebruiker kan upgrade op firmware uitvoeren
Flitscorrectie
Flitsgereedaanduiding
Accessoireschoentje
•
120 Technische gegevens/Specificaties
Beschikbare talen
Chinees (Vereenvoudigd en Traditioneel), Nederlands, Engels, Fins, Frans, Duits, Italiaans, Japans,
Koreaans, Pools, Portugees, Russisch, Spaans, Zweeds
Voeding
• Eén oplaadbare Nikon EN-EL9 Li-ion batterij; laadvoltage (MH-23 snellader): 7,4V gelijkstroom
• EH-5a lichtnetadapter (apart verkrijgbaar; vereist optionele EP-5 voedingsaansluiting); EH-5 lichtnetadapter (apart verkrijgbaar) kan worden gebruikt in plaats van de EH-5a
Afmetingen (B×D×H)
Circa 126×64×94mm
Globaal gewicht
475gram, zonder batterij, geheugenkaart en bodydop
Gebruiksomgeving
Temperatuur
Luchtvochtigheid
0–+40°C
Minder dan 85% (geen condensatie)
Tenzij anders vermeld, hebben alle getallen betrekking op een camera met een volledig opgeladen batterij bij een
omgevingstemperatuur van 20°C.
Oplaadbare Li-ion batterij EN-EL9
Type
Oplaadbare lithium-ion batterij
Capaciteit
7,4V/1000mAh
Afmetingen (B×D×H)
Circa 36×56×14mm
Globaal gewicht
51gram, zonder afdekkapje contactpunten
Levensduur batterij
De gebruiksduur van de batterij is afhankelijk van de lading en de opnameomstandigheden. Met een volledig
opgeladen EN-EL9 batterij (1000mAh) kunt u in de enkelvoudige opnamestand en de continu-opnamestand respectievelijk circa 470 en 2200 opnamen maken. De gebruiksduur in de enkelvoudige opnamestand wordt gemeten volgens de CIPA-standaards (om de 30sec. wordt scherpgesteld van oneindig tot minimaal en wordt de sluiter
ontspannen bij standaardinstellingen; de flitser wordt om deopname gebruikt). De gebruiksduur in de continuopnamestand wordt gemeten met beeldkwaliteit JPEG Basis, een beeldformaat van M, en een sluitertijd van
1/250 sec.; de ontspanknop wordt gedurende drie seconden half ingedrukt en vervolgens wordt voor elke opname
driemaal scherpgesteld van oneindig tot minimaal; na zes opnamen wordt de monitor gedurende vijf seconden
ingeschakeld en vervolgens weer uitgeschakeld; dit wordt herhaald nadat de lichtmeters zijn uitgeschakeld. Alle
metingen worden uitgevoerd met een 18–55mm f/3.5–5.6GII ED AF-S DX Zoom-Nikkor objectief.
De levensduur van de batterij kan door de volgende oorzaken worden verminderd:
• Het gebruik van de monitor
• RAW (NEF) foto's maken
• De ontspanknop half ingedrukt houden
• Lange sluitertijden
• Herhaaldelijk automatisch scherpstellen
• Vibratiereductie toepassen met VR-objectieven
U kunt als volgt voor maximale batterijprestaties zorgen:
• Houd de batterijcontacten schoon. Vuile contacten kunnen de prestaties van de batterij verminderen.
• Gebruik batterijen onmiddellijk nadat ze zijn opgeladen. Batterijen lopen leeg als ze niet worden gebruikt.
Het batterijniveau dat door de camera wordt weergegeven kan door temperatuurschommelingen variëren.
Specificaties
Nikon behoudt zich het recht voor de specificaties van de hardware en software die in deze handleiding worden
beschreven op enig moment zonder voorafgaande aankondiging te wijzigen. Nikon kan niet aansprakelijk worden
gesteld voor schade die kan voortvloeien uit eventuele fouten in deze handleiding.
Technische gegevens/Specificaties 121
MH-23 snellader
Input
AC 100–240V, 50/60Hz
Output
8,4V gelijkstroom/0,9A
Ondersteunde batterijen
EN-EL9 oplaadbare Li-ion batterijen
Laadtijd
Circa 90 minuten
Bedrijfstemperatuur
0–+40°C
Afmetingen (B×D×H)
Circa 82.5×65×28mm
Snoerlengte
Circa 1,8m
Globaal gewicht
80gram, exclusief netsnoer
18–55 mm f/3.5–5.6GII ED AF-S DX Zoom-Nikkor objectief (Apart verkrijgbaar)
Type
G-type AF-S DX Zoom-Nikkor objectief met ingebouwde CPU en Nikon vatting
Ondersteunde camera’s
Nikon DX-formaat digitale camera’s
Brandpuntsafstand
18–55mm
Max. vergrotingsmaatstaf
1:3,5–5,6
Constructie
7 elementen in 5 groepen (inclusief 1 element uit ED-glas en 1 asferisch element)
Hoek
76°–28° 50´
Zoomstanden
18, 24, 35, 45, 55
Afstandsinformatie
Doorgegeven aan camerabody
Zoom
Zoominstelling door draaien aan ring van objectief
Scherpstelling
Autofocus met geruisarme motor; handmatige scherpstelling
Kortste scherpstelafstand
0,28m in alle zoomstanden
Diafragma
Zevenbladig diafragma met automatische diafragma-instelling
Diafragmabereik
f/3,5–22 (18mm zoom); f/5,6–38 (55mm zoom)
Lichtmeting
Maximum diafragma
Diameter filter
52mm (P=0,75mm)
Afmetingen (B×D×H)
Circa 70,5mm diameter ×74mm vanaf oppervlak standaard bajonetvatting tot voorzijde objectief
Globaal gewicht
205gram
Zonnekap
HB-45 (apart leverbaar; bevestiging als hieronder aangegeven)
Als een 18–55 mm f/3,5–5,6GII ED AF-S DX Zoom-Nikkor lens wordt gebruikt met de D40, is f/36 de beschikbare
minimumopening.
122 Technische gegevens/Specificaties
Index
Symbolen
3D-kleurenmatrixmeting II. Zie
Lichtmeting
420-pixel RGB-sensor. Zie
Lichtmeting; Witbalans
/Fn-knop (menu
Persoonlijke instellingen), 77,
115
(aanduiding
afstandsbediening), 32, 33
(aanduiding continuopname), 6, 32
(aanduiding
zelfontspanner), 32, 33
(automatisch (flitser uit)), 4,
18
(belichtingscorrectie), 5, 6,
47
(belichtingscorrectie)-knop,
2, 47
(beveiligen)-knop, 3, 54
(diafragma)-knop, 2, 43
(flitscorrectie), 5, 6, 48
(flitscorrectie)-knop, 2, 48
(flitsgereedaanduiding), 5,
17, 111–112
(flitsstand)-knop, 2, 34
? (help)-knop, 3
? (helpaanduiding), 3, 111–112
(miniatuur)-knop, 3, 50, 52,
53
(stand Close-up), 4, 19
(stand Kinderen), 4, 19
(stand Landschap), 4, 18
(stand Nachtportret), 4, 19
(stand Portret), 4, 18
(stand Sport), 4, 19
(weergave)-knop, 3, 20, 50
(wissen)-knop, 3, 20, 54
(zelfontspanner)-knop, 2, 33
(zoomweergave)-knop, 3,
50, 52, 53
A
A. Zie Diafragmavoorkeuze
Aantal resterende opnamen, 5,
6, 15
Accessoires. Zie ook Batterij;
Objectief; Flitser, optioneel
meegeleverd, 7
optioneel, 96–103
Adobe RGB. Zie Kleurstand
AE-L/AF-L (menu Persoonlijke
instellingen), 77
(AE-L/AF-L)-knop, 3, 46, 77
AE-vergrendeling (menu
Persoonlijke instellingen), 77
AF-A. Zie Scherpstel-, stand
AF-C. Zie Scherpstel-, stand
AF-hulpverlichting, 2, 23, 76
AF-hulpverlichting (menu
Persoonlijke instellingen), 76
AF-S. Zie Scherpstel-, stand
AF-S/AF-I. Zie Objectief, AF-S/
AF-I
AF-veldstand (menu
Persoonlijke instellingen), 24,
75
AF-veldstand. Zie
Scherpstellen, AF-veldstand
Afstandsbediening, 32–33, 103
Afstandsbediening (menu
Persoonlijke instellingen), 79
Auto opname-info (setupmenu), 83
(auto-stand), 4, 15-17
Autofocus. Zie Scherpstellen
Autom. beeldrotatie (setupmenu), 88
B
BASIS. Zie Beeldkwaliteit
Batterij, 7, 9–10, 15, 103, 106–
107, 121. Zie ook Klok, batterij
EN-EL9, 7, 9–10, 103, 121
gebruiksduur, 121
opslag, 106–107
plaatsen, 9-10
Beeld optimaliseren
(opnamemenu), 68–69
Beeld terugspelen (menu
Persoonlijke instellingen), 75
Beeld-op-beeld
(retoucheermenu), 94–95
Beeldcommentaar (setupmenu), 84
Beeldformaat, 29–31, 70
Beeldformaat
(opnamemenu), 30, 70
Beeldkwaliteit, 29–31, 70
NEF (RAW), 30–31
Beeldkwaliteit
(opnamemenu), 30, 70
Beeldsensor, 30, 86, 106, 105
afmetingen van, 119
Belichting, 39–44, 45–48. Zie
ook Diafragma;
Diafragmavoorkeuze;
Belichtingsvergrendeling;
Programma-automatiek;
Sluitertijdvoorkeuze;
Sluitertijd; Handmatige stand
correctie, 47
elektronische analoge
belichtingsaanduiding, 43
meters, 14, 78
programma, 116
Belichtingsvergrendeling, 46,
77. Zie ook AEvergrendeling
Bestand, 29–31, 51, 86, 116
formaat, 31, 117
Bewegende onderwerpen. Zie
(sport stand);
Scherpstellen, autofocusstand
Bulb. Zie Lange tijdopnamen
Enkelvoudige autofocus. Zie
Scherpstellen, autofocusstand
Exif versie 2.21, 117
E
Elektronische afstandsmeter.
Zie Scherpstellen, handmatig
Enkelvelds-AF. Zie
Scherpstellen, AF-veldstand
Enkelvoudig. Zie
Opnamestand, enkelvoudig
H
Handmatige stand, 39, 43–44
Helderheid. Zie Belichting;
Flitsopbrengst; LCDhelderheid; Monitor,
helderheid
Help, 3, 112
F
FIJN. Zie Beeldkwaliteit
Filter. Zie ook Accessoires,
optionele; Filtereffecten
C
Grijsfilter (ND), 102, 111
Camera Control Pro, 56, 103
Filtereffecten
Capture NX, 31, 87, 103
(retoucheermenu), 92
Centrumgericht. Zie
Firmware. Zie Firmware
Lichtmeting
versie
Close-up, 4, 19
Firmware versie (setupComputer, 55–56
menu), 86
Continu. Zie Opnamestand,
Flexibel programma. Zie
continu
Continue AF. Zie Scherpstellen, Geprogrammeerd
automatisch
autofocusstand
Contrast, 68–69. Zie ook Beeld Flitsen
bereik, 117
optimaliseren;
correctie, 48
Tooncompensatie
flitsgereedaanduiding, 5, 17,
Creatief Verlichtingssysteem
111–112
(CVS), 99–101
ingebouwde flitser, 2, 17, 34–
CVS. Zie Creatief
36, 78
Verlichtingssysteem
op afstand, 99
D
opbrengst, 76
D-lighting, 90
optioneel, 99–101
D-lighting (retoucheermenu),
stand, 34–36
90
Flitser. Zie Flitser
Datum, 11, 83. Zie ook Klok;
(functie)-knop, 2, 77 , 115
Wereldtijd
Formaat. Zie Beeldgrootte
DCF. Zie Design Rule for
Formatteer geh.kaat (setupCamera File System
menu), 13, 81
Design Rule for Camera File
Foto's beveiligen, 54
System, 117
Foto's bekijken. Zie Weergave
Diafragma, 6, 39–44, 117
Foto's draaien, 66, 88
maximum, 28, 42, 43, 101
G
minimum, 8, 39, 42, 43
Geen geheugenkrt? (menu
Diafragmavoorkeuze, 39, 42
Persoonlijke instellingen), 75
Diashow. Zie Diashow
Diashow (weergavemenu), 67 Geheugenbuffer, 32, 116
Digital Print Order Format, 57, Geheugenkaart, 12–13, 81,
60–61, 117
102, 116
Dioptrie, 14. Zie ook Zoeker
capaciteit, 116
DPOF Zie Digital Print Order
formatteren, 12–13, 81
Format
goedgekeurd, 102
Draadloze verlichting,
vergrendeling, 13
geavanceerde, 100
Gevoeligheid. Zie ISODraai portret
gevoeligheid
(weergavemenu), 66
Grijsfilter. Zie Filter, grijsfilter
Dynamisch veld-AF. Zie
(ND)
Scherpstellen, AF-veldstand
Groot. Zie Beeldformaat
Index 123
Histogram, 52, 92
Hoge lichten, 52
I
(instelling)-knop, 3, 22
i-DDL-flitssturing, 78, 99–101
(opname-informatie)-knop,
2, 22
Infoweergave-formaat
(setup-menu), 81–82
Ingebouwde flitser (menu
Persoonlijke instellingen), 78
ISO auto (menu Persoonlijke
instellingen), 76
ISO-gevoeligheid, 37, 73, 76
automatisch, 37, 76
ISO-gevoeligheid
(opnamemenu), 37, 73
J
JPEG, 29–31, 57, 116
K
K. Zie Aantal resterende
opnamen
Klein. Zie Beeldformaat
Kleine kopie
(retoucheermenu), 92–93
Kleur. Zie Kleurstand;
Filtereffecten; Kleurtoon;
Verzadiging; Witbalans
Kleurprofiel. Zie Kleurstand
Kleurruimte. Zie Kleurstand
Kleurstand, 69
Kleurtemperatuur, 70, 118. Zie
ook Witbalans
Kleurtoon, 69
Klok, 83, 111
batterij, 83
Kopieën. Zie Kleine kopie
Kwaliteit. Zie Beeldkwaliteit
L
Laagdoorlaatfilter, 86, 105
reinigen, 105
Landschappen. Zie
(stand
Landschap)
Lange sluitertijd. Zie Flitsen,
stand
Lange tijdopnamen, 44
LCD-helderheid (setupmenu), 83
Lichtmeting, 45–46, 75
M
M. Zie Handmatige stand
Map, 51, 66, 85
opname, 85
weergave, 66
Mappen (setup-menu), 85
Mass Storage. Zie USB, Mass
Storage
Matrixmeting. Zie Lichtmeting
124 Index
Menu Pers. inst./Setup
(setup-menu), 80–81
(menu)-knop, 3, 63– 64
Menu’s, 63–95. Zie ook Menu
Pers. inst./Setup
gebruik, 63–64
Meter uit, 14
Middel. Zie Beeldformaat
Miniaturen. Zie Weergave,
miniaturen
Monitor, 3, 6, 50, 104
automatisch uit, 14, 78
helderheid, 83
Monochroom, 68, 92. Zie ook
Zwart-wit
Monochroom
(retoucheermenu), 92
MTP/PTP. Zie USB, MTP/PTP
N
Nachtfotografie. Zie
(stand
Nachtportret)
ND. Zie Filter, grijsfilter (ND)
NEF (RAW). Zie Beeldkwaliteit,
NEF (RAW)
Nikon Transfer, 55–56
NORMAAL. Zie Beeldkwaliteit
O
Objectief, 1, 8, 97–98, 122
AF-S/AF-I, 1, 8, 97
zonder CPU, 97–98
Objectief zonder CPU. Zie
Objectief, zonder CPU
Oculairkapje, 7, 33
Onderwerpsstanden (Digital
Vari-Program), 4, 18–19
Onscherpte beperken, 32, 41,
44. Zie ook Zelfontspanner;
Opnamestand, vertraagd op
afstand; Opnamestand, direct
op afstand
Op afstand. Zie Accessoires,
optioneel; Opnamestand,
vertraagd op afstand;
Opnamestand, direct op
afstand
Opeenvolgende numm.
(setup-menu), 86
Opname-informatieweergave,
6, 22, 81–83
Opnamemenu, 68–73
Opnamestand, 32–33, 75, 77
continu, 32
direct op afstand, 32–33
enkelvoudig, 32
vertraagd op afstand, 32–33
zelfontspanner, 32–33, 77
Opties. Zie Accessoires,
optioneel
P
P. Zie Programma-automatiek
(aanduiding flexibel
programma), 5, 40
Persoonlijke instellingen, 74–
79
PictBridge, 57–61, 117
Picture Transfer Protocol. Zie
USB, MTP/PTP
Portretten. Zie
(portretstand);
(nachtportret stand); Beeld
optimaliseren
PRE. Zie Witbalans, preset
Printen, 57–61. Zie ook
PictBridge; Printopdracht
(DPOF)
foto’s bijsnijden voor, 59
Printopdracht (DPOF)
(weergavemenu), 60–61, 67
Prioriteit dichtstbijzijnde
onderwerp. Zie Scherpstellen,
AF-veldstand
Programma-automatiek, 39, 40
R
RAW. Zie Beeldkwaliteit, NEF
(RAW)
Reset. Zie Terugzetten
Reset met twee knoppen, 38
Retoucheermenu, 89–95
Rode-ogencorrectie
(retoucheermenu), 91
Rode-ogenreductie. Zie
Flitsen, stand
Ruis, 37, 44, 73, 76. Zie ook
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking
(opnamemenu), 73
S
S. Zie Sluitertijdvoorkeuze
(aanduiding enkelvoudige
opnamestand), 32
Scherptediepte, 39–40, 42
Scherpstellen, 23–28
AF-veldstand, 24, 75
anticiperend, 119
autofocus, 23–27
vergrendeling, 26–27
handmatig, 28
scherpstelveld, 24, 25
centrum, 19, 25
stand, 23, 75
SD. Zie Geheugenkaart
Secure Digital. Zie
Geheugenkaart
Sepia. Zie Monochroom
Serie. Zie Opnamestand,
continu
Setup-menu, 80-88
Signaal (menu Persoonlijke
instellingen), 74
Sluiter, 17, 41
sluitertijd, 6, 39–44. Zie ook
Belichting
Sluitertijdvoorkeuze, 39, 41
Softwaresuite, 55
Spiegel, 86, 104, 105
Spiegel omhoog (setupmenu), 86, 105
Spotmeting. Zie Lichtmeting
sRGB. Zie Kleurstand
Stand, 4 Zie ook
Diafragmavoorkeuze; Autostand; Onderwerpsstanden
(Digital Vari-Program);
Programma-automatiek;
Handmatige stand;
Sluitertijdvoorkeuze
Standaardinstellingen, 38, 74,
113–114. Zie ook
Terugzetten; Reset met twee
knoppen
Stof referentiefoto (setupmenu), 87
Synchronisatie met tweede
gordijn Zie Flitsen, stand
T
Taal, 84, 121
Taal (LANG) (setup-menu), 84
Televisie, 62, 103
Terugzetten (menu
Persoonlijke instellingen), 74
Tijd, 11, 83. Zie ook Klok;
Wereldtijd
Tijdopname. Zie Lange
tijdopnamen
Timers uit (menu Persoonlijke
instellingen), 78
Tooncompensatie, 69
U
Uitsnede, 59, 91. Zie ook
Printen, foto's uitsnijden voor;
Uitsnijden
Uitsnijden (retoucheermenu),
91
USB, 55–56, 57–58, 84
kabel, 55–56, 57–58
Mass Storage, 55, 84
MTP/PTP, 55, 84
USB (setup-menu), 55, 84
V
Verlichting. Zie AFhulpverlichting
Verlichting. Zie Flitser;
Witbalans
Verscherping, 69
Verzadiging, 68–69
Video-uitgang, 2, 62
Videoapparaat, 62
Videokabel, 62, 103
Videostand (setup-menu), 62,
83
ViewNX, 31, 57, 88
W
(aanduiding witbalans), 6,
49, 70–72
Weergave, 20, 50–54
menu, 65–67
miniaturen, 52
schermvullend, 20, 50
zoom, 53
Weergavemap
(weergavemenu), 66
Wereldtijd (setup-menu), 11,
83
Wissen, 20, 54, 65. Zie ook
Geheugenkaart, formatteren;
Foto's beveiligen
alle foto's, 65
enkelbeeldweergave, 20, 54
geselecteerde foto's, 65
Wissen (weergavemenu), 65
Witbalans, 49, 70–72. Zie ook
Kleurtemperatuur
vooringesteld, 49, 70–72
Witbalans (opnamemenu),
49, 70–72
Z
Zelfontspanner (menu
Persoonlijke instellingen), 79
Zelfportretten. Zie
Afstandsbediening;
Zelfontspanner
Zelfontspanner. Zie
Opnamestand,
zelfontspanner
Zoeker, 5, 14, 16, 102, 111–112
aanduidingen, 5, 111–112
accessoires, 102
scherpstelling, 14
Zomertijd, 11, 83. Zie ook
Wereldtijd
Zwart-wit, 68, 92
Index 125
126
(EUR)
Nl
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, in welke vorm ook,
volledig of gedeeltelijk, zonder de schriftelijke toestemming van NIKON
CORPORATION (met uitzondering van korte citaten in artikels of
besprekingen).
De Nikon gids voor digitale fotografie
met de
digitale camera
(Nl)
Gedrukt in Europa
SB7L06(1F)
6MBA761F-06
">
/
Descarcă
Doar o reamintire prietenoasă. Poți vizualiza documentul chiar aici. Dar cel mai important, AI-ul nostru l-a citit deja. Poate explica lucruri complexe în termeni simpli, poate răspunde la întrebările tale în orice limbă și te poate ajuta să navighezi rapid chiar și prin cele mai lungi sau mai complicate documente.
Publicitate