Samsung PRONTA1200 de handleiding
Werbung
Werbung
DUTCH
OPMERKINGEN
• Deze camera werkt niet zonder batterij.
• U heeft één 3 volt lithiumbatterij (CR-2) nodig.
• Wanneer u de camera inschakelt, gaat de lenskap automatisch open.
• Open de lenskap niet met de hand.
In de volgende gevallen werkt de sluiter niet:
• Als er geen batterij in de camera is gezet of wanneer de batterij bijna uitgeput is.
• Bij uitgeschakelde camera (Als de lenskap gesloten is).
• Tijdens zoomen en het transporteren en terugwikkelen van de film.
(Het terugspoelen wordt gestopt als tijdens het terugspoelen op de aan/uit-knop wordt gedrukt)
• Als de film na het terugwikkelen niet uit de camera is genomen.
• Tijdens het opladen van de flitser.
Deze camera wordt elektronisch gestuurd door een ingebouwde microcomputer. Hoewel hoogst onwaarschijnlijk, kan het voorkomen dat sterke elektromagnetische velden (in de buurt van een tv, een magnetron enz.) de werking van de camera verstoren. Neem, als dat gebeurt, de lithiumbatterij uit de camera, zet hem er 2 tot 3 minuten later weer in terug en probeer de camera opnieuw.
[ 2 ]
INHOUD
Wij stellen uw aanschaf van deze SAMSUNG camera bijzonder op prijs.
Lees, voordat u uw nieuwe camera gaat gebruiken, de gebruiksaanwijzing aandachtig door.
INHOUD
VOORDAT U GAAT FOTOGRAFEREN
De verschillende onderdelen ...............................................4
LCD-venster ........................................................................7
Zoeker en indicaties ............................................................8
Inzetten van de batterij ........................................................9
Batterijconditie controleren ................................................10
Film in de camera zetten ...................................................11
Bevestigen van de camerariem .........................................12
Gebruik van de camera .....................................................13
Vasthouden van de camera ...............................................14
Fotograferen ......................................................................15
Hoewel het donker is, kunt u het LCD-scherm toch bekijken........16
Oogcorrectie instellen ........................................................17
Zoemer werking ........................................................18
FOTOGRAFEREN
Terugwikkelen van de film .......................................19
Datum en titels (QD-uitvoering) ...............................20
Flitserfunctie kiezen ..................................................22
Opnamefunctie kiezen .............................................23
Flitsen met onderdrukken van rode ogen ......................24
Automatisch flitsen .....................................................25
Invulflitsen .................................................................26
Steunflits & tegenlichtregeling ...........................................27
Invulflitsen met Onderdrukken van rode ogen ..................28
Flitser uit ............................................................................29
Zelfontspanner ...................................................................30
Afstandsbediening ..............................................................31
Batterij van de afstandsbediening vervangen.....................32
Snapshot .............................................................................33
Portretzoom .......................................................................34
Landschapsopname ............................................................35
B Tijdopname(B-sluiter) .....................................................36
Gebruik van het autofocusgeheugen .................................37
CONTROLE
Onderhoud en opbergen ............................................................38
Storingen opheffen .....................................................................39
TECHNISCHE GEGEVENS
Cartroleren van de camera ..........................................42
[ 3 ]
DE VERSCHILLENDE ONDERDELEN
Voorzijde/Bovenzijde
Ontspanknop
Zoomknop ( )
VOORDAT U GAAT FOTOGRAFEREN
LED Zelfontspanner/
Onderdrukken rode ogen
Sensor afstandsbediening
(Alleen QD uitwering)
Lens
Sensor belichtingsmeterr
FLASH-knop (Keuzeknop voor flitserfunctie)
Zoemer ON/OFF knop
LCD panel
Modusknop
Instelknop DATUM of TIJD
(Keuzeknop voor datum en titel)
Zoeker
Flitser
Sluiting camera-achterwand
Sensor voor automatische scherpte-instelling
[ 4 ]
Achterzijde/Onderzijde
Flitserparaat-LED (rood)
Autofocus-LED (groen)
Oogcorrectieknop
Zoeker
Statiefaansluiting
Cameraschakelaar
Bevestigingspunt camerariem
Filmcontrolevenster
Klepje van batterijvak
Knop voor terugwikkelen midden in film
[ 5 ]
Intern
[ 6 ]
Filmspoel
Filmsensor
Achterwand
Filmaandrukrol
Filmaandrukplaat
LCD-VENSTER
Maand
Jaar
Afstandsbediening
Snapshot
Portret-zoom
Landschapsopname
Inprint indicatie
Brandpuntsafstand
Datum (Jaar, Maand, Dag, Tijd)
Opnameteller
Indicatie Film niet goed geladen (E)
Eenheid brandpuntsafstand (mm)
Zelfontspanner
Flitserfunctie
Belichtingseenheid (EX)
Tegenlichtregeling
Lange sluitertijd
Zoemer indicatie
Indicatie Film geladen
Indicatie Film terugwikkelen
Batterijconditie
Indicatie Filmtransport
Indicatie Achterwand openen
Tijdopname (B-sluiter)
Teken datum- of titelafdruk
[ 7 ]
ZOEKER EN INDICATIES
Aanwijzing dichtbij opnameruimte
- WIDE : Optimale opnameruimte indien binnen een bereik tussen 0.8m - 1.5m
- TELE : Optimale opnameruimte indien binnen een bereik tussen 0.8m - 3.0m
Beeldveld
- WIDE : Optimale opnameruimte indien verder dan 1.5m
- TELE : Optimale opnameruimte indien verder dan 3.0m
Autofocuskader (Richt met dit kader op het onderwerp)
Groen
Rood
Indicaties
1. Autofocus-LED (Groen)
Als deze LED brandt, kunt u fotograferen.
Als deze LED snel knippert, staat het onderwerp te dichtbij (Afstand kleiner dan 0.8m). De sluiter wordt automatisch geblokkeerd. (Verwijs naar blz.18
voor inlichtingen over zoemer werking)
2. Flitserparaat-LED (Rood)
Brandt wanneer de flitser zich helemaal heeft opgeladen (Bij weinig licht).
Knippert snel tijdens het opladen van de flitser (De sluiter is geblokkeerd).
Het knippert snel als u buiten bereik bent.
Knippert langzaam wanneer de camera goed moet worden ondersteund (bij voorkeur met een statief) om bewegen van de camera te voorkomen.
[ 8 ]
m m
INZETTEN VAN DE BATTERIJ
1 2 3
1. Draai de vergrendeling van het klepje van het batterijvak in de richting van de pijl om het batterijvak te openen.
2. Zet een nieuwe batterij in de camera. Let daarbij vooral op de juiste stand.
3. Draai de vergrendeling van het klepje van het batterijvak in de tegengestelde richting (stap 1) om het batterijvak te sluiten.
OPMERKINGEN
U hebt één lithiumbatterij van het type CR-2 nodig.
Als de camera 3 minuten niet wordt gebruikt, schakelt hij zichzelf automatisch uit. Haal de batterij eruit, als u de camera langere tijd achtereen niet denkt te gebruiken. Wanneer de camera is uitgeschakeld, verdwijnen alle indicaties van het LCD-venster.
Controleer na het inzetten van een nieuwe batterij de datum en de opnamefunctie.
Wijkt de datum af, raadpleeg dan bladzijde (20) en zet de datum gelijk.
[ 9 ]
BATTERIJCONDITIE CONTROLEREN
De batterijconditie kunt u controleren in het LCD-venster.
1. Normaal bedrijf
- De batterijconditie-indicatie is niet zichtbaar.
2. De batterijconditie-indicatie is maar half zichtbaar.
- De batterij raakt uitgeput. Houd een nieuwe batterij bij de hand.
3. De batterijconditie-indicatie knippert.
- De batterij is uitgeput. Vervang de batterij door een nieuwe.
OPMERKINGEN
Haal tijdens het fotograferen nooit de batterij uit de camera, omdat dat de werking van de camera kan verstoren.
Bij koud weer (onder -10˚C) neemt de capaciteit van de batterij af. Houd na de opname de camera warm.
Als de temperatuur weer stijgt, herstelt de batterij zich weer en functioneert hij weer als normaal.
Wees zorgvuldig bij het weggooien van lege batterijen.
Gooi lege batterijen niet bij het gewone huishoudelijke afval. Ze horen bij het klein chemisch/giftig afval.
[ 10 ]
FILM IN DE CAMERA ZETTEN
1 2 3 4 5
6
1. Open de achterwand door de sluiting ervan als afgebeeld opzij te schuiven.
2. Leg de filmcassette in het filmcompartiment. Forceer daarbij niets.
3. Zorg ervoor dat de film vlak ligt.
4. Sluit de achterwand tot die hoorbaar dichtklikt.
5. Nu wordt automatisch de eerste opname van de film voorgedraaid en wordt in de opnameteller het cijfer “1” zichtbaar.
6. Is de film verkeerd in de camera gezet, dan knippert in het LCD-venster de letter “E”.(Verwijs naar blz.18 voor inlichtingen over zoemer werking) In dat geval zet u de film opnieuw in de camera volgens de bovenstaande procedure.
OPMERKINGEN
Met ISO 50 - 3200 DX-films stelt de camera zich automatisch in op de juiste filmgevoeligheid.
Met andere dan DX-films stelt de camera zich automatisch in op een filmgevoeligheid van ISO 100.
Laad de camera nooit in het volle zonlicht.
[ 11 ]
BEVESTIGEN VAN DE CAMERARIEM
1 2 3
Bevestig de camerariem zoals hierboven afgebeeld.
[ 12 ]
GEBRUIK VAN DE CAMERA
Druk de cameraschakelaar in om de camera in te schakelen. De indicaties op het LCD-venster verschijnen.
Wordt de camera langer dan 3 minuten niet gebruikt, dan schakelt deze zichzelf uit.
Richt de camera, terwijl u door de zoeker kijkt, op het onderwerp en druk op de zoomknop.
Zet de zoomknop in de stand “ ” (Tele) om de lens uit te schuiven en in de stand “ ” (Wide) om de lens terug te schuiven.
Tijdens het zoomen verschijnen in het LCD-venster achtereenvolgens de volgende brandpuntsafstanden: 38, 45, 55, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120 mm.
OPMERKINGEN
De flitser komt naar buiten als de camera wordt ingeschakeld. Overbelast de flitser niet om te voorkomen dat deze afbreekt.
Als de camera wordt uitgeschakeld, schuift de flitser terug in de behuizing van de camera.
[ 13 ]
VASTHOUDEN VAN DE CAMERA
Houd de camera, om bewegen ervan te voorkomen, stevig vast, zeker bij langere brandpuntsafstanden
(Tele).
Houd de camerariem rond de pols geslagen.
Druk bij horizontale opnamen beide ellebogen, en bij een verticale opname één elleboog, in de zij.
Druk bij het fotograferen het oog tegen de zoeker. Zo bent u verzekerd van een juiste inkadering. Zorg ervoor dat u alle vier de zijden van het zoekerbeeld ziet bij het maken van de beeldcompositie.
OPMERKINGEN
Houd tijdens een opname niets voor de lens. Als u uw vingers, uw haar of de camerariem voor de lens, de belichtingssensor of de autofocusvensters houdt, dan kan dat uw opnamen bederven.
Maakt u opnamen in verticaal formaat, houdt dan de flitser boven.
[ 14 ]
FOTOGRAFEREN
Richt het autofocuskader op uw onderwerp (Zie blz. 8)
Druk de ontspanknop half in. Als de groene LED brandt, heeft de camera zich scherpgesteld.
Druk de ontspanknop helemaal in om een opname te maken.
Na de opname wordt de film automatisch getransporteerd en de stand van de opnameteller met één verhoogd.
Belichtingsregeling bereik(GROOTHOEK) : 0.8m ~ (TELE) : 0.8m ~
OPMERKINGEN
De rode LED knippert snel wanneer de flitser zicht nog niet helemaal heeft opgeladen (De sluiter wordt automatisch geblokkeerd).
Als de Rode LED langzaam knippert, gebruik dan een statief of ondersteun de camera om bewegingen van het toestel te vermijden.
Houd de camera, om bewegen ervan te voorkomen, stevig vast en druk de ontspanknop vooral rustig in, zeker als u met langere brandpuntsafstanden (Tele-opnamen) werkt.
Schakel, als u niet meer fotografeert, de camera uit. Op die manier beschermt u de lens en voorkomt u dat onbedoelde opnamen worden gemaakt. (Wordt de camera 3 minuten niet gebruikt, dan schakelt hij zichzelf automatisch uit.)
Wanneer een onderwerp zich op een afstand van minder dan 0.8m bevindt, knippert de LED snel om aan te geven dat het onderwerp te dichtbij is en wordt de sluiterknop geblokkeerd.
Door op de ontspanknop te drukken, na het activeren van de groothoek functie, zal de zoom lens worden geactiveerd voor nauwkeuriger focussen.
[ 15 ]
HOEWEL HET DONKER IS, KUNT U HET LCD-SCHERM TOCH BEKIJKEN
Zoomknop
Ontspanknop
Functieknoppen
De verlichting van het LCD-scherm wordt ongeveer 6 seconden lang ingeschakeld als u op de aan/uit-knop, functieknoppen of zoomknop drukt of de sluiterknop halverwege indrukt. U kunt zonder problemen de opnamemodus kiezen in een donkere omgeving.
Cameraschakelaar
OPMERKINGEN
Nadat u een opname met flits hebt gemaakt, wordt de verlichting van het LCD-scherm na 1 tot 3 seconden ingeschakeld, afhankelijk van het opnamebereik.
Als de film niet op de juiste wijze is geladen of nadat u de film hebt teruggespoeld, wordt de verlichting van het LCD-scherm gedurende ongeveer 6 seconden ingeschakeld, afhankelijk van de beschikbare hoeveelheid licht.
[ 16 ]
OOGCORRECTIE INSTELLEN
Selecteer de maximale zoomstand en draai de oogcorrectieknop tot het zoekerbeeld helder en scherp zichtbaar is.
[ 17 ]
ZOEMER WERKING
De zoemer functie kan gekozen worden door middel van de Buzzer
(Zoemer) ON/OFF knop en zal alleen werken als het zoemer teken op het LCD paneel verschijnt.
Naargelang de functie,is de zoemtoon als volgt.
Zoemtoon Functie Toepassing
1 korte pieptoon Selectie Als u op de flitser, modusknop of zoemerknop drukt
3 korte pieptonen Waarschuwing Als handbeving bespeurd is
3 korte pieptonen Waarschuwing Als AF Lock (korter dan minimum opnamebereik)voorkomt
/Fout Als een film verkeerd is geladen
5 lange pieptonen Voltooiing
Als U de Tele/Wide knop in de SNAP modus indrukt
In geval van fotograferen buiten het bereik van de flitser
(Verwijs naar blz.22. De Auto Flash zoom compensatie functie)
Als het terugspoelen volkomen voltooid is
[ 18 ]
TERUGWIKKELEN VAN DE FILM
1. Automatisch terugwikkelen
Nadat u alle opnamen van een film hebt gemaakt, wikkelt de camera de film automatisch terug. Als de film helemaal is teruggewikkeld, stopt de motor.
Wanneer het terugspoelen is voltooid, knippert het pictogram ( ).
U kunt de film dan verwijderen. (Verwijs naar blz.18 voor inlichtingen over zoemer werking)
2. Gedeeltelijk belichte film terugwikkelen
Om een gedeeltelijk belichte film terug te wikkelen, drukt u knop voor het terugwikkelen van gedeeltelijk belichte films in. De film wordt dan volledig teruggewikkeld en is klaar voor verwerking. U kunt de film niet opnieuw plaatsen.
Rewind button
OPMERKINGEN
Als u tijdens het terugspoelen van de film op de aan/uit-knop drukt, wordt het terugspoelen onderbroken totdat u de aan/uit-knop weer loslaat.
Als de motor stopt voordat in het LCD-venster een “0” verschijnt, moet u de batterij vervangen. Open de achterwand niet eerder dan nadat u de batterij vervangen hebt.
[ 19 ]
DATUM EN TITELS (QD-UITVOERING)
Datum en titels stelt u in met de DATE-knop.
<Geen afdruk>
1. Datumnotatie of titel instellen
Door de DATE-knop herhaald in te drukken, wijzigt u de datumnotatie in de hiernaast afgebeelde volgorde.
Tijdens het afdrukken knippert in het LCD-venster het afdruksymbool
PRINT.
<jaar/maand/dag>
2. Datumvlak
<maand/dag/jaar>
<maand/dag/jaar>
<Normale opname>
OPMERKINGEN
Het is mogelijk dat op de laatste opname van de film geen datum wordt afgedrukt.
Het afdrukken van datum en tijd werkt niet op het NIET-QD-MODEL, maar u kunt de datum en tijd controleren via het LCD-scherm.
<dag/uur/minuut>
[ 20 ]
<selectie af te drukken titel>
3. Datum instellen
Om de datum of tijd in te stellen, houdt u de DATE-knop gedurende 2 seconden ingedrukt, zodat het eerste deel van de datumnotatie begint te knipperen.
Wilt u een ander deel instellen, dan drukt u op de DATE-knop.
Wijzig de datuminstelling met behulp van de zoomknop.
Zoomknop (T) : Het nummer wordt verhoogd.
Zoomknop (W) : Het nummer wordt verlaagd.
OPMERKINGEN
De camera stelt de datum automatisch in tot 2099.
Een jaarteken zal aangegeven worden door de laatste 2 cijfers op het LCD paneel.
Het zal wijzen naar 4 digits op de foto.
Onder deze omstandigheden werkt de camera normaal.
Voorbeeld
2002 “02”
2010 “10”
4. Titel kiezen
Wanneer in het LCD-venster de indicatie "CP-1" verschijnt (zie de voorgaande afbeelding), kunt u als volgt een van de zeven titels kiezen:
U kunt de waarden wijzigen met behulp van de
TITELS
CP-1 I LOVE YOU! zoomknop ("T" of "W").
CP-2 A HAPPY BIRTHDAY
Als de Bijschrift Modus geselecteerd is, zal bijschriften
CP-3 THANK YOU bericht op het LCD paneel verschijnen in volgorde.
CP-4 CONGRATULATIONS
OPMERKINGEN
De camera drukt of een datum of een titel af. Op één opname kunt u niet tegelijk een datum en een titel afdrukken. De titel wordt afgedrukt in het voor de datum gereserveerde vlak.
Vergeet vooral niet om na het vervangen van de batterij datum en tijd gelijk te zetten.
CP-5 A HAPPY NEW YEAR
CP-6 MERRY X-MAS
CP-7 HELLO!
[ 21 ]
FLITSERFUNCTIE KIEZEN
De gewenste flitserfunctie kiest u door herhaald indrukken van de
FLASH-knop.
<Flitsen met Onderdrukken van rode ogen>
<Flitser uit>
<Automatisch filitsen>
<Invulflitsen>
<Steunflits & tegenlichtregeling>
OPMERKINGEN
De stand “Automatisch filitsen” blijft ook ingesteld als de camera wordt uitgeschakeld. Controleer daarom in het LCD-venster altijd de functie waarop de camera is ingesteld als u die weer inschakelt.
DE AUTO FLASH ZOOM COMPENSATIE
FUNCTIE
De zoomfunctie kan worden gewijzigd van TELE naar WIDE als de opnamefunctie Normaal, Zelf of
Afstandsbediening wordt gebruikt in combinatie met de flitser (rode ogen verwijderen, automatische flits, steunflits, Steunflits en Tegenlichtregeling). De zoomfunctie werkt automatisch om te voorkomen dat de opnames te donker worden.
[ 22 ]
<Invulflitsen met Onder drukken van rode ogen>
OPNAMEFUNCTIE KIEZEN
U kunt de opnamemodus kiezen door op de modusknop te drukken.
<Normale opnamen>
<Zelfontspanner>
<Repeterende
Opnamen>
<Afstandsbediening>
<Snap Opname>
<Landschap Modus> <Portretopnamen>
OPMERKINGEN
Bij de niet-QD-uitvoering verschijnt de afstandsbedieningsfunctie niet in het LCD venster.
[ 23 ]
FLITSEN MET ONDERDRUKKEN VAN RODE OGEN
Bij weinig licht gaat de flitser automatisch af voor een correcte belichting.
Met deze functie kunt u het verschijnsel “rode ogen” automatisch onderdrukken als u een portretopname maakt met weinig licht.
<Automatisch flitsen> <Met automatisch verwijderen van rode ogen>
OPMERKINGEN
De flitser gaat af als u de ontspanknop helemaal indrukt.
Als u een opname wilt maken die buiten het bereik van de flitser valt, hoort u een zoemtoon en wordt de zoomlens geactiveerd.(Gebruikt in de opnamemodus Normaal, Zelf of Afstandsbediening.)
[ 24 ]
AUTOMATISCH FLITSEN
Selecteer de modus voor automatisch flitsen door 1 keer op de flitsknop te drukken.
Auto Flash Mode activeert de flitser door de lichtsterkte van het object te meten.
De flitser zal niet werken als het object of onderwerp te fel verlicht is of zelf te veel licht reflecteerd.
OPMERKINGEN
Als de Auto Flits Functie is geselecteerd, zal deze geactiveerd blijven zelfs als de camera wordt uitgezet. (maar) wanneer u de batterij verwisselt, wordt de modus ingesteld op automatisch verwijderen van rode ogen.
Als u een opname wilt maken die buiten het bereik van de flitser valt, hoort u een zoemtoon en wordt de zoomlens geactiveerd.
(Gebruikt in de opnamemodus Normaal, Zelf of Afstandsbediening.)
[ 25 ]
[ 26 ]
INVULFLITSEN
Selecteer deze modus door 2 keer op de flitsknop te drukken.
Staat het hoofdonderwerp in de schaduw en is het omringende licht te sterk voor automatisch flitsen, dan kunt u door invulflitsen toch een goed belichte opname maken
.
OPMERKINGEN
In deze stand gaat de flitser altijd af, ongeacht de helderheid van het onderwerp en van de achtergrond.
Als u een opname wilt maken die buiten het bereik van de flitser valt, hoort u een zoemtoon en wordt de zoomlens geactiveerd.
(Gebruikt in de opnamemodus Normaal, Zelf of Afstandsbediening.)
STEUNFLITS & TEGENLICHTREGELING
U kunt deze modus selecteren door 3 keer op de flitsknop te drukken.
Gebruik deze modus als u een opname maakt van een onderwerp waarbij sprake is van tegenlicht.
OPMERKINGEN
Zorg dat de lens niet in contact komt met direct zonlicht.
Als u een opname wilt maken die buiten het bereik van de flitser valt, hoort u een zoemtoon en wordt de zoomlens geactiveerd.
(Gebruikt in de opnamemodus Normaal, Zelf of Afstandsbediening.)
<Normale fotografie bij tegenlicht> <Met tegenlichtregeling>
[ 27 ]
INVULFLITSEN MET ONDERDRUKKEN VAN RODE OGEN
U kunt deze modus selecteren door 4 keer op de flitsknop te drukken.
Deze functie gebruikt u om personen bij weinig licht te fotograferen.
OPMERKINGEN
Gebruik een statief om bewegen van de camera te voorkomen.
[ 28 ]
<Zonder steunflits en verwijderen van rode ogen>
<Met steunflits en verwijderen van rode ogen>
FLITSER UIT
Selecteer deze modus door 5 keer op de flitsknop te drukken.
Met deze functie fotografeert u zonder te flitsen.
OPMERKINGEN
Bij keuze van deze functie moet u misschien een statief gebruiken om bewegen van de camera te voorkomen.
[ 29 ]
[ 30 ]
ZELFONTSPANNER
Selecteer deze modus door op de modusknop te drukken.
Met de zelfontspanner kunt u ook zelf in beeld verschijnen.
Voordat de sluiter ontspant, knippert de zelfontspanner-LED gedurende 7 seconden langzaam en daarna nog eens gedurende 3 seconden snel.
AFSTANDSBEDIENING
Selecteer deze modus door op de modusknop te drukken.
(Deze functie is alleen op de QD-uitvoering aanwezig).
Met de camera in deze stand knippert de Zelfontspanner-LED om de 2 seconden.
Een foto maken met een afstandsbediening van de camera en druk op de knop. De camera zal een foto maken na twee seconden.
De onderdelen van de afstandsbediening
Afstandsbediening knop
Signaallampje
[ 31 ]
BATTERIJ VAN DE AFSTANDSBEDIENING VERVANGEN
1 2 3
De batterij vervangen.
Raadpleeg ook bovenstaande afbeeldingen.
OPMERKINGEN
U hebt één lithiumbatterij van het type CR2025 (JIS-norm) nodig.
Zet de batterij vooral in de juiste stand - met de pluspool (+) omhoog - in de Afstandsbediening.
[ 32 ]
SNAPSHOT
Selecteer deze modus door op de modusknop te drukke.
Deze functie gebruikt u voor het fotograferen van actieve onderwerpen, zoals kinderen of huisdieren (Waarop moeilijk kan worden scherpgesteld).
Bij keuze van deze functie stelt de camera de groothoekstand (38mm) in en wordt de scherpstelling in het geheugen vastgehouden.
Als u de ontspanknop blijft indrukken, wordt er een serie opnamen gemaakt.
OPMERKINGEN
Het onderwerp moet zich binnen een bereik van 1.4 ~ 3.3m van de camera bevinden.
Als u op een zoomknop (T/W) of cameraschakelaar drukt, terwijl u een foto neemt, zal deze functie tot normaal terugkeren.
[ 33 ]
[ 34 ]
PORTRETZOOM
Selecteer deze modus door op de modusknop te drukken.
Deze functie zorgt voor een constant beeldformaat, ook als de afstand tot het onderwerp verandert.
Neem het onderwerp in het midden van de zoeker en druk de ontspanknop half in. De zoomlens stelt zich nu automatisch in voor een optimale opname.
Maak de opname door de ontspanknop helemaal in te drukken.
<Normale opname> <Portretzoom>
LANDSCHAPSOPNAME
Als u geen duidelijke opnames kunt maken van onderwerpen veraf door een raam, gebruikt u deze modus door op de modusknop te drukken.
OPMERKINGEN
Bij deze functie werkt de flitser niet.
Gebruik een statief om bewegen van de camera te voorkomen als er weinig licht is.
Als de LANDSCHAP modus niet in gebruik is verander deze modus in normale modus.
<Zonder Landschapsopname> <In de stand Landschapsopname>
[ 35 ]
BULB
B TIJDOPNAME (B-SLUITER)
Als u opnames wilt maken van onderwerpen waarbij een verlengde sluitertijd is vereist, zoals vuurwerk- en nachtscènes, selecteert u deze modus door op de modusknop te drukken.
De sluiter blijft open staan zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt. De verstreken tijd wordt weergegeven in het LCD-venster en kan maximaal 60 seconden bedragen.
OPMERKINGEN
Gebruik deze functie uitsluitend bij weinig licht.
Gebruik een statief om bewegen van de camera te voorkomen.
Om overbelichting als gevolg van grote helderheid te voorkomen, werkt de tijdopname-functie niet ook al is die functie geselecteerd.
[ 36 ]
GEBRUIK VAN HET AUTOFOCUSGEHEUGEN
Om scherp te stellen op een onderwerp dat niet in het midden van het zoekerbeeld staat, gebruikt u het autofocusgeheugen, zoals hieronder is beschreven.
1. Richt de camera zo dat het gewenste onderwerp in het autofocuskader staat.
2. Druk de ontspanknop half in (Groene LED gaat branden).
Druk niet per ongeluk de ontspanknop helemaal in, want dat maakt u een onbedoelde opname.
3. Houd de ontspanknop half ingedrukt en kader uw opname af.
Houd de camera goed stil en druk de ontspanknop helemaal in.
U kunt het autofocusgeheugen op elk gewenst moment uitschakelen door de ontspanknop los te laten.
! OPGELET
De kans bestaat dat het autofocussysteem van deze camera onder de volgende omstandigheden niet functioneert:
Het onderwerp vloeit over in de achtergrond.
Het onderwerp beweegt snel.
Het onderwerp weerkaatst niet voldoende licht terug naar de autofocussensor
(Bijvoorbeeld bij erg donkere objecten).
Het onderwerp is horizontaal of verticaal erg smal (Bijvoorbeeld een lantaarnpaal).
Er bevindt zich meer dan één onderwerp in de buurt van de camera en één ervan is iets verder weg.
Er wordt sterk licht op de camera gericht (Tegenlicht).
Vuurwerk en rook.
Sterk reflecterende of glanzende oppervlakken zoals een autocarrosserie of een wateroppervlak.
In dergelijke situaties kan gebruik van het autofocusgeheugen het probleem verhelpen.
[ 37 ]
ONDERHOUD EN OPBERGEN
Als u uw camera wilt reinigen, wrijf hem dan af met een zachte doek zonder pluizen.
Reinig de lens uitsluitend met speciale lensreinigingsdoekjes en lensreinigingsvloeistof (Raadpleeg uw fotovakman).
Houd uw camera uit de buurt van zand en water.
Bewaar uw camera op een droge, koele en stofvrije plaats.
Laat bij warm weer uw camera nooit achter in een afgesloten auto of in het volle zonlicht.
Bescherm uw camera tegen harde stoten of trillingen. Hebt u uw camera laten vallen, controleer dan eerst de werking ervan voordat u hem weer gaat gebruiken.
! Waarschuwing
Probeer nooit zelf de camera te demonteren. De elektronische onderdelen van de camera staan onder hoge spanning en kunnen verwondingen veroorzaken als ze worden aangeraakt.
Het temperatuurbereik waarbinnen de camera goed werkt, loopt van 50˚C tot -10˚C.
Zeer lage temperaturen kunnen de juiste werking van de camera verstoren. Houd, wanneer u bij temperaturen van lager dan 7˚C wilt gaan fotograferen, de camera en de batterij warm.
Als de camera zeer koud wordt, laat deze dan weer langzaam op kamertemperatuur komen door hem in de tas te laten. Door condensatie kunnen opnamen worden verknoeid en bij extreme omstandigheden kunnen zelfs de elektronische componenten in de camera beschadigd raken.
Ondervindt u problemen met uw camera, ga er dan mee naar de fotospeciaalzaak waar u de camera kocht.
[ 38 ]
STORINGEN OPHEFFEN
• De sluiter ontspant niet wanneer u de ontspanknop indrukt.
Controleer dan Correctie
Is de lenskap helemaal geopend?
Druk de cameraschakelaar opnieuw in.
Is de batterij wel goed in de camera gezet?
Zet de batterij goed in de camera.
Is de camera lang niet gebruikt?
Vervang de batterij.
• Opnamen zijn deels donker of onscherp.
Controleer dan
Werd de lens of een van de sensoren geblokkeerd door uw vingers of uw haar?
Hebt u het onderwerp afgekaderd binnen het juiste beeldveldkader?
Correctie
Zorg er vooral voor dat u niets voor de lens of de belichtingssensor houdt.
Zie “Zoeker en indicaties”
Blz
14
8
Blz
13
9
10
[ 39 ]
TECHNISCHE GEGEVENS
FILM
TYPE
Formaat
Filmgevoligheidsinstelling
Filminleg
Filmtransprot
Terugwikkelen
LENS
SLUITER
BELICHTINGSREG
ELING
ZOEKER
35mm automatische kleinbeeldcamera met centraalsluiter.
DX-gecodeerde kleinbeeldfilms, 24 mm x 36 mm
Automatisch met DX-gecodeerde films, ISO 50~3200
Bij het sluiten van de achterwand wordt automatisch de eerste opname voorgedraaid.
Automatisch. Enkele en repeterende opnamen.
Automatisch. Terugwikkelen gedeeltelijk belichte films mogelijk.
Schneider lens F4.62 ~ 11.70 / 38 - 120mm
6 elementen 6 groepen
Programmagestuurde elektronische sluiter voor automatische belichtingsregeling
Sluitertijd : 2 ~ 1/400 sec.
Tijdopname (B-sluiter) : 60 ~ 1 sec.
Programmagestuurde automatische belichtingsregeling
Gekoppeld lichtmeetbereik (met ISO 100 film)
GROOTHOEK (38 mm) : EV 4.0 ~ 17
TELE (120 mm) : EV 6.4~17
Doorzichtzoeker met autofocuskader
Beeldveld : 83%
Vergroting : 0.46~1.24
Aanwijzing dichtbij opnameruimte
[ 40 ]
FLITSER
SPECIALE
KENMER-
KEN
Type
Bereik
Flitserintervaltijd
Opnamefuncties
Flitsefuncties
Autofocusfuncties
Ingebouwde elektronenflitser
ISO
38mm(WIDE)
120mm(TELE)
100
4.2m / 13.8ft
1.6m / 5.2ft
200
5.9m / 19.4ft
2.3m / 7.5ft
400
8.3m / 27.2ft
3.3m / 10.8ft
Circa 2~7 sec. (De oplaadtijd van de flitser varieert afhankelijk van het opnamebereik.)
Zelfontspanner Afstandsbediening
Landschap Modus ; GROOTHOEK (38 mm): 5.5 m ~ [ ∞ ] , TELE (120 mm): 9.6 m ~ [ ∞ ]
Snap Opname (Tussen 1.4 ~ 3.3m) Portretopnamen Repeterende Opnamen
Flitsen met Onderdrukken van rode ogen Automatisch filitsen Invulflitsen
Steunflits & tegenlichtregeling Invulflitsen met Onder drukken van rode ogen Flitser uit
Actieve automatische scherpte-instelling
DATUM EN TITELS
(Alleen QD-uitvoering)
BATTERIJ
AFMETINGEN(BxHxD)
GEWICHT
Datum- of tijdafdruk in 5 notaties (De camera stelt de datum automatisch in tot 2099.)
Titelafdruk-7 verschillende titels
Eén 3 volt lithiumbatterij (CR-2)
116.5 x 68.5 x 46.5mm / 4.59 x 2.69 x 1.81in
210gram (Zonder batterij)
Deze gegevens kunnen zonder voorafgaande kennisgeving gewijzigd worden.
Alle gegevens zijn gebaseerd op de standaard testmethoden van SAMSUNG.
[ 41 ]
CONTROLEREN VAN DE CAMERA
Controleren van de ontspanknop
- U kunt de ontspanknop controleren door erop te drukken.
U hoort het geluid van een korte "click".
Controleren van de irissen
- Na het verwijderen van de achterwand van de camera, is het normaal dat u de gesloten lens ziet openen als u op de ontspanknop drukt.
- De irissen passen zich aan de licht omstandigheden aan.
Bij weinig licht zullen ze wijd openen; fel licht zal leiden tot
<Wanneer de irissen gesloten zijn>
<Wanneer de irissen open zijn> het vernauwen van de irissen.
- Als de irissen open waren voordat u op de ontspanknop drukt of ze kunnen niet worden geopend, dan werken de irissen niet goed.
Film terugspoel apparaat
- Wanneer u de camera achterwand opent en sluit is het normaal dat u het motortje hoort lopen.
- Wanneer u op de Mid-roll terugspoel knop heeft gedrukt is het normaal dat u het motortje hoort lopen.
- Na het onderzoeken van de Mid-roll terugspoel conditie, zet de camera terug in zijn normale stand en controleer de andere functies.
Flitser Activering
-Controleer de Automatisch Flitser functie binnen.
Het is belangrijk om uw camera te controleren voor een evenement dit om zowel psychologisch als financiële schade te voorkomen wanneer de camera op de dag van het evenement niet goed mocht werken.
[ 42 ]
[ 43 ]
SAMSUNG TECHWIN CO., LTD.
OPTICS & DIGITAL IMAGING DIVISION
145-3, SANGDAEWON 1-DONG, JUNGWON-
GU,SUNGNAM-CITY, KYUNGKI-DO, KOREA 462-121
TEL : (82) 31-740-8086,8088, 8090, 8092, 8099
FAX : (82) 31-740-8398, 8399
SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS UK LTD.
SAMSUNG HOUSE, 3 RIVERBANK WAY,
GREAT WEST ROAD, BRENTFORD,
MIDDLESEX,TW8 9RE, U.K.
TEL : (44) 20-8232-3280
FAX : (44) 20-8569-8385
SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS AMERICA, INC.
HEADQUARTERS
40 SEAVIEW DRIVE, SECAUCUS, NJ07094
TEL : (1) 201-902-0347
FAX : (1) 201-902-9342
WESTERN REGIONAL OFFICE
18600 BROADWICK ST.,
RANCHO DOMINGUEZ, CA 90220
TEL : (1) 310-537-7000
FAX : (1) 310-537-1566
SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS GMBH
SAMSUNG HAUS
AM KRONBERGER HANG 6, 65824 SCHWALBACH,
GERMANY
TEL : (49) 6196-66 53 03
FAX : (49) 6196-66 53 66
SAMSUNG FRANCE S.A.R.L.
BP 51 TOUR MAINE MONTPARNASSE 33,
AV .DU MAINE 75755,
PARIS CEDEX 15, FRANCE
TEL : (33) 1-4279-2282/5
FAX : (33) 1-4320-4510
SAMSUNG TECHWIN MOSCOW OFFICE
KORP. 14 37-A LENNINGRADSKY PRO-KT
MOSCOW, 125167, RUSSIA
TEL : (7) 095-258-9296, 9298, 9299
FAX : (7) 095-258-9297
TIANJIN SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS CO.,LTD.
7 PINGCHANG ROAD NANKAI DIST., TIANJIN
P.R CHINA
POST CODE:300190
TEL : (86) 22-2761-8867
FAX : (86) 22-2761-8864
Internet address - http : //www.samsungcamera.com/
The CE Mark is a Directive conformity mark of the European Community (EC)
6806 -1316
Herunterladen
Werbung