Minolta DiMAGE E223 de handleiding
विज्ञापन
विज्ञापन
9222-2727-15 PM-A303/ME-0303
NL GEBRUIKSAANWIJZING
Voordat u begint
Gefeliciteerd met uw aanschaf van deze Minolta digitale camera. Neem uw tijd deze gebruiksaanwijzing goed door te lezen; dan bent u er zeker van dat u alle mogelijkheden van uw camera maximaal zult benutten.
Controleer onderstaande paklijst voordat u dit product gaat gebruiken. Ontbreekt er iets, neem dan contact op met uw handelaar of wend u tot Minolta.
Minolta DiMAGE E223 digitale camera
AA alkalinebatterijen (set van twee)
Polskoord HS-DG223
Videokabel VIC-100
USB-kabel USB-700
DiMAGE Viewer CD-ROM
DiMAGE E223 gebruiksaanwijzing
DiMAGE Viewer gebruiksaanwijzing
Garantiekaart
Alkalinebatterijen geven bij gebruik in digitale camera’s matige prestaties; daarom is het aan te bevelen Ni-MH batterijen of een CR-V3 lithiumbatterij te gebruiken.
Apple, Macintosh en, Mac OS zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Computer Inc. Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. De officiële naam van Windows is Microsoft Windows
Operating System. Pentium is een gedeponeerd handelsmerk van Intel Corporation. QuickTime is een handelsmerk gebruikt onder licentie. Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
2 VOORDAT U BEGINT
Correct en veilig gebruik
Neem onderstaande opmerkingen en waarschuwingen ter harte voordat u dit product gebruikt.
WAARSCHUWING
Verkeerd gebruik van batterijen kan leiden tot het vrijkomen van schadelijk vloeistoffen, oververhitting of explosie, waardoor schade en letsel kunnen ontstaan. Volg onderstaande waarschuwingen op:
• Gebruik alleen batterijen van het in deze gebruiksaanwijzing opgegeven type.
• Plaats de batterijen niet met de polen (+/-) verkeerd om.
• Gebruik batterijen niet als ze beschadigd of aangetast zijn.
• Stel batterijen niet bloot aan vuur, hoge temperaturen, water of vochtigheid.
• Probeer batterijen niet kort te sluiten of te demonteren.
• Bewaar batterijen niet in of bij metalen voorwerpen.
• Gebruik geen batterijen van verschillende typen, merken, fabricagedata en of laadniveaus door elkaar.
• Probeer nooit alkaline- of lithiumbatterijen te herladen.
• Gebruik voor oplaadbare batterijen de aanbevolen lader.
• Gebruik nooit batterijen die zijn gaan lekken. Komt er batterijvloeistof in een oog, spoel het oog dan onmiddellijk schoon met veel water en neem contact op met een arts. Komt batterijvloeistof in contact met uw huid of kleding, was de vervuilde plek dan grondigmet water.
• Plak de contacten van batterijen af om kortsluiting bij ingezamelde batterijen te voorkomen; houd u altijd aan de voorschriften voor de inzameling van batterijen.
• Gebruik alleen de aangegeven netstroomadapter, en dan uitsluitend op het voltage waarvoor de adapter geschikt is. Een defecte adapter of een onjuist voltage kan schade of letsel als gevolg van brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Demonteer dit product niet. Wanneer u een hoog-voltage-circuit in het binnenwerk aanraakt kunt u een elektrische schok oplopen.
• Wordt de camera zodanig beschadigd dat het binnenwerk, met name het flitsgedeelte, wordt blootgelegd, dan moet u onmiddellijk de batterijen verwijderen of de verbinding met het lichtnet verbreken en de camera verder niet meer gebruiken. De flitser heeft een hoog-voltage-circuit dat elektrische schokken kan veroorzaken die tot letsel kunnen leiden. Voortgaand gebruik van een beschadigd product kan tot letsel of brand leiden.
3
• Houd batterijen en andere voorwerpen die ingeslikt kunnen worden buiten het bereik van kleine kinderen. Neem onmiddellijk contact op met een arts wanneer er een voorwerp wordt ingeslikt.
• Bewaar dit product buiten het bereik van kinderen. Wees in de nabijheid van kinderen voorzichtig, zodat u ze niet met dit product of onderdelen ervan kunt verwonden.
• Flits niet van korte afstand rechtstreeks in iemands ogen. Het kan tot aantasting van het gezichtsvermogen leiden.
• Flits niet in de richting van bestuurders van voertuigen. Afleiding of verblinding kan tot een ongeluk leiden.
• Kijk niet op de LCD-monitor wanneer u loopt of een voertuig bestuurt. Het kan tot een ongeluk of letsel leiden.
• Kijk niet via de zoeker in de zon of sterke lichtbronnen. Het kan uw gezichtsvermogen aantasten of blindheid veroorzaken.
• Gebruik dit product niet in een vochtige omgeving, en pak het niet met natte handen beet. Komt er toch vloeistof in het product terecht, verwijder dan meteen de batterijen of verbreek de netstroomaansluiting, en gebruik het product verder niet meer. Voortgaand gebruik van een product dat aan vloeistof is blootgesteld kan schade of letsel als gevolg van een elektrische schok of brand veroorzaken.
• Gebruik dit product niet in de nabijheid van ontvlambare gassen of vloeistoffen als benzine, wasbenzine of verfverdunner. Gebruik geen ontvlambare producten als alcohol, wasbenzine of verfverdunner om dit product te reinigen. Het gebruik van ontvlambare reinigingsmiddelen of oplosmiddelen kan een explosie of brand veroorzaken.
• Verwijder de netstroomadapter nooit uit het stopcontact door aan de stroomkabel te trekken. Houd de adapter zelf vast wanneer u hem verwijdert.
• Zorg ervoor dat de adapterkabel niet wordt beschadigd, verdraaid, aangepast, verhit of met zware voorwerpen wordt belast. Een beschadigde kabel kan schade of letsel als gevolg van een elektrische schok of brand ten gevolge hebben.
• Verspreidt het product een vreemde geur, hitte, of rook, schakel het dan meteen uit. Verwijder meteen de batterijen en houd er daarbij rekening mee dat batterijen heet kunnen worden.
Voortgaand gebruik van een beschadigd product of onderdeel kan letsel of brand veroorzaken.
• Is reparatie nodig, breng of stuur het product dan naar de Technische Dienst van Minolta of laat uw handelaar voor afhandeling zorgdragen.
4 CORRECT EN VEILIG GEBRUIK
WEES VOORZICHTIG
• Gebruik of bewaar dit product niet in een warme of vochtige omgeving als het dashboardkastje of de bagageruimte van een auto. Het kan leiden tot schade aan het product of de batterijen, wat brandwonden of ander letsel als gevolg hitte, brand, explosie, of lekkende batterijvloeistof kan veroorzaken.
• Het objectief trekt zich terug wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Raak het objectief tijdens het terugtrekken niet aan; het kan tot letsel leiden.
• Bij lang voortdurend gebruik wordt de camera warm.
• Houd rekening met de hitte van de batterijen of geheugenkaart wanneer u ze uit de camera haalt op een moment dat de camera lang in bedrijf is geweest. Zet de camera uit en laat hem afkoelen.
• Laat de flitser niet ontsteken wanneer hij in contact is met mensen of voorwerpen. Bij de flits komt veel warmte vrij.
• Oefen geen druk uit op de monitor. Een beschadigde LCD-monitor kan letsel veroorzaken, en de vloeistof uit de monitor is brandbaar. Komt vloeistof uit de monitor in contact met de huid, was die dan schoon met schoon water. Komt de vloeistof in contact met de ogen, spoel de ogen dan onmiddellijk met veel water schoon en neem contact op met een arts.
• Steek de stekker van de netstroomadapter veilig en zorgvuldig in het stopcontact.
• Gebruik de netstroomadapter niet wanneer de kabel beschadigd is.
• Dek de netstroomadapter niet af. U kunt er brand mee veroorzaken.
• Zorg ervoor dat u in geval van nood altijd makkelijk bij de netstroomadapter kunt komen.
• Haal de netstroomadapter uit het stopcontact wanneer u hem schoonmaakt of wanneer u de camera niet gebruikt.
5
Over deze gebruiksaanwijzing
De basishandelingen voor deze camera worden behandeld op de pagina’s 10 tot en met 25. In dit deel van de gebruiksaanwijzing worden de onderdelen van de camera behandeld, de voorbereiding van de camera voor gebruik, plus de basishandelingen voor opname, weergave en het wissen van beelden.
De andere hoofdstukken kunt u doornemen wanneer u de informatie ervan nodig hebt.
Veel van de mogelijkheden van deze camera worden met menu’s geregeld. In de hoofdstukken over menu-navigatie leest hoe u de menu-instellingen verandert. Na de navigatiemogelijkheden volgt de uitleg van elke instelling
Automatische spaarschakeling ..................................................................12
Netstroomadapter aansluiten (apart leverbaar).........................................13
Aanduidingen in de automatische opnamestand ......................................18
Hanteren van de camera ...........................................................................19
Gebruik van het zoomobjectief ..................................................................20
Basishandelingen opname ........................................................................26
Aanduidingen in de weergavestand...........................................................24
Weergaveknop - weergavestand ...............................................................25
6 INHOUD
Weergavetoets - weergavestand ...............................................................27
Wat is een LW? Wat is een stop? ........................................................ 29
Automatische witbalans ........................................................................ 30
Vooringestelde witbalans...................................................................... 30
Navigeren door het setup-menu ............................................................... 38
Een DPOF Printopdracht aanmaken .................................................... 43
Camera op een computer aansluiten ....................................................... 47
Verbinding met Windows 98 en 98 Second Edition.................................. 49
QuickTime systeemeisen.......................................................................... 51
Verwijderen van de driver software - Windows......................................... 53
Camera van de computer loskoppelen..................................................... 54
Opmerking bij gebruik van de DiMAGE VIEWER Software ..................... 60
7
BENAMING VAN DE ONDERDELEN
Camerahuis
* Deze camera is een geavanceerd optisch instrument. Houd de aangewezen onderdelen zorgvuldig schoon.
Lees ook de informatie over onderhoud en opslag achterin deze gebruiksaanwijzing (blz . 58).
De voedingsaansluiting (blz. 13), video-uitgang (blz. 37 en USBaansluiting (blz. 47) zitten achter het klepje.
Ontspanknop
Flitser (blz. 26)
Zelfontspannerlampje (blz. 32)
Zoekervenster*
Oogje draagriem (blz. 10)
Microfoon Objectief*
Deurtje baterij/kaartruimte (blz. 11, 16)
De statiefaansluiting zit onderop de camera.
8 BENAMING VAN DE ONDERDELEN
Zoeker* (blz. 18, 24)
Signaallampje
(blz. 22)
Hoofdschakelaar
Witbalans/Wissen-toets (blz. 25, 30)
Flitsstand/Kopie-toets (blz. 26, 36)
Zoomschakelaar (blz. 20)
Toets omhoog scrollen
Toets omlaag scrollen
Toets Weergave/Enter (blz. 25, 27)
Keuzeknop
Luidspreker
Keuzeknop
De keuzeknop geeft u direct toegang tot de belangrijkste camerafuncties.
LCD-monitor*
Filmopamestand (blz. 31)
Programma-opnamestand (blz. 32)
Automatische opnamestand (blz. 18, 26)
Weergavestand (blz. 24, 34)
Setup-stand(blz. 38)
Overspeelstand (blz. 46)
9
AAN DE SLAG
Polskoord bevestigen
Houd altijd het polskoord om uw pols om te voorkomen dat de camera per ongeluk valt.
1
Steek het smalle einde van het polskoord door het koord-oogje op de camera (1).
2
Steek het andere einde van het koord door de kleine lus en trek het koord aan
(2).
10 AAN DE SLAG
Batterijen plaatsen
Deze camera gebruikt AA-formaat Ni-MH batterijen of één CR-V3 lithiumbatterij. Werkt u met Ni-MH batterijen, herlaad ze dan volledig met een batterijlader die geschikt is voor complexe elektronische apparatuur. Hert is mogelijk alkalinebatterijen te gebruiken, maar ze zijn snel leeg en daarom worden ze voor normaal gebruik niet aangeraden. Gebruik geen andere typen AA-batterijen.
Voor het verwisselen van baterijen dient u de camera uit te schakelen.
1
2
Open het deurtje van de batterij/kaartruimte onderop de camera door het deurtje naar de zijkant van de camera te schuiven (1) om de vergrendeling op de heffen; nu kan het deurtje worden geopend
(2).
AA-formaat batterijen
Plaats de batterijen als hier getoond.
CR-V3 lithiumbatterij
3
4
Sluit het deurtje van de batterij/kaartruimte (3) en schuif het naar de body (4) om het te vergrendelen.
11
Als de batterijen zijn verwisseld vervalt de datuminstelling als er meer dan enkele minuten geen batterij(en) in de camera zit. Op blz. 14 leest hoe u de datum instelt.
Aanduiding batterijconditie
Deze camera is uitgerust met een automatische aanduiding voor de batterijconditie. Wanneer de camera aan staat verschijnt de batterij-indicatie op de LCDmonitor. Verschijnt het niet, dan is de batterij leeg of verkeerd geïnstalleerd.
Batterij vol - De batterij is vers/geheel geladen.
Batterij bijna leeg - De energievoorraad is beperkt. De batterij dient spoedig vervangen te worden.
Batterijen bijna leeg, waarschuwing - De energievoorraad is zeer beperkt. Het symbool op de monitor is rood geworden. De batterij dient zo snel mogelijk vervangen te worden.
Melding “Replace-battery” (batterij vervangen) - onvoldoende energieom de camera te laten functioneren Signaallampje naast de zoeker wordt rood en knippert.
Verwissel batterijen. De camera is geblokkeerd.
Automatische spaarschakeling
Om de batterijen te sparen zal de camera worden uitgeschakeld wanneer hij drie minuten niet is gebruikt. Wilt u de camera weer activeren, druk dan op de hoofdschakelaar.
12 AAN DE SLAG
Netstroomadapter aansluiten (apart leverbaar)
Met de AC-6 netstroomadapter kunt u de camera vanuit het lichtnet van stroom laten voorzien.
Gebruik de netstroomadapter wanneer de camera op de computer wordt aangesloten of wanneer hij langdurig intensief moet wordengebruikt.
Zet de camera altijd uit wanneer u op een andere stroombron overgaat.
Klap het kapje van de netstroomaansluiting (1) van boven af open.
Om verlies te voorkomen zit het deksel aan de camera vast.
Steek de miniplug van de netstroomadapter in de netstroomaansluiting van de camera (2).
Steek de stekker van de netstroomadapter in een stopcontact.
Bij gebruik van de netstroomadapter schakelt de camera zich automatisch uit als hij 30 minuten lang niet werd gebruikt.
13
Taal instellen
Of de taal moet worden ingesteld is afhankelijk van de verkoopregio. U kunt kiezen uit vier talen:
Engels, Frans, Spaans en Duits.
2
Zet de keuzeknop in de Setup-stand (1).
Zet de camera aan (2).
6 5 4
3
1
S E T U P
M E M O RY T Y P E
L A N G UAG E
V I D E O O U T
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de taalinstelling (language) te selecteren. Druk op de Display/Enter-toets (4) om het taalscherm (language) te openen.
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de gewenste taal te kiezen. Druk op de
Display/Enter-toets (4) om de taal te selecteren.
S E L E C T O K
L A N G UAG E
E N G L I S H
E S PA Ñ O L
D E U T S C H
F R A N Ç A I S
S E L E C T O K
Datum en tijd instellen
Voordat u de camera voor eerst gebruikt dient u de klok en de kalender in te stellen. Als een beeld wordt opgeslagen, dan worden de datum en tijd van de opname daarbij geregistreerd. Als klok en kalender niet zijn ingesteld knipperen de datum- en tijdweergave.
Zet de keuzeknop in de Setup-stand (1).
Zet de camera aan (2).
14 AAN DE SLAG
S T Y L E
C L O C K
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de datum/tijd-instelling
(date/time) te selecteren. Druk op de Display/Entertoets (4) om het datum/tijd-scherm te openen.
S E T U P
S E T U P
D E L E T E A L L
F O R M AT
Q UA L I T Y
B U Z Z E R
D P O F
DAT E / T I M E
S E L E C T O K
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de optie style te selecteren. Druk op de Display/Enter-toets (4) om verder te gaan.
S E L E C T O K
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de datumvolgorde te kiezen. Druk op de Display/Enter-toets (4) om uw keuze te selecteren.
Het Set-menu verschijnt. Markeer de optie datum/tijd optionmet de scroll-toetsen en druk op de Weergave/Enter-toets om verder te gaan.
Gebruik de scroll-toetsen (3) om de klok-optie te kiezen. Druk op de
Display/Enter-toets (4) om het instelscherm voor datum en tijd op te roepen.
S E T U P
M O N T H / DAY
DAY / M O N T H
S E L E C T O K gebruik de flitsstandkopie-toetsen (5) om het onderdeel te selecteren dat u wilt veranderen. Gebruik de scroll-toetsen
(3) om het onderdeel in te stellen.
Druk op de witbalans/wissen-toets (6) als u h het scherm wilt sluiten en alle veranderingen wilt opheffen.
C L O C K
0 0 : 0 0
2 0 0 3 / 1 / 1
A D J U S T
N E X T C O P Y
S E T
Verschijnen de juiste tijd en datum, druk dan op de Weergave/Enter-toets (4) om de instelling van klok en kalender te bevestigen.
15
Beeldopslag
Deze camera is voorzien van een 8 MB intern geheugen, waarop beelden kunnen worden opgeslagen zonder dat u een losse geheugenkaart nodig hebt. Op blz. 38 en 45 leest u hoe u omschakelt tussen het interne geheugen en een geheugenkaart.
De LCD-monitor laat zien waar de beelden worden opgeslagen. “IN” staat voor het interne geheugen,
“EX” voor een externe geheugenkaart.
Voor extra opslagruimte kunt u een SD geheugenkaart of een MultiMediaCard, apart leverbaar, in de camera schuiven.
Gaat u een geheugenkaart verwijderen, zet dan altijd de camera uit. Het signaallampje mag niet branden, anders kan er schade of dataverlies ontstaan.
1 2
Open het deurtje van de kaartruimte (1).
Schuif de kaart geheel in de sleuf totdat hij stopt (2). De kaart moet nu blijven zitten.
Plaats de kaart met de voorzijde naar voren toe gericht. Duw de kaart altijd rechtstandig naar binnen toe. Forceer de kaart nooit. Past de kaart niet, controleer dan of u hem niet verkeerd houdt.
16 AAN DE SLAG
3 4
Wilt u de geheugenkaart verwijderen, pak dan de geheugenkaart beet en trek hem recht omhoog (3).
Wees hierbij voorzichtig, want de kaart kan door gebruik heet worden.
Sluit het deurtje en schuif het naar het camerahuis toe body (4) om het te vergrendelen.
Verschijnt de boodschap ‘card protect’, dan is de geplaatste kaart vergrendeld. Het beveiligingsschuifje van de kaart moet in de unlock-stand worden gezet, anders kunt u geen opnamen op de kaart wegschrijven. Verschijnt de boodschap ‘memory card error’, dan kan het nodig zijn de kaart opnieuw te formatteren, of de kaart is niet compatible met de camera. Op blz. 38 en 40 leest u hoe u een geheugenkaart formatteert. Een kaart die in een andere camera werd geformatteerd moet soms opnieuw worden geformatteerd om te kunnen worden gebruikt. Informatie over het gebruik van de kaart vindt u in de gebruiksaanwijzing van de kaart.
Wanneer er een kaart wordt geplaatst worden beelden niet automatisch van het interne geheugen naar de geheugenkaart overgespeeld. Informatie over het overspelen vindt u op blz 36.
17
OPNEMEN EN WEERGEVEN - BASIS
In dit deel van de gebruiksaanwijzing komen de basishandelingen aan de orde. Maak uzelf goed vertrouwd met de handelingen die hier worden behandeld voordat u verder gaat met meer specialistische handelingen en technieken.
Scherm in de automatische opnamestand
Wanneer de keuzeknop in de automatische opnamestand wordt gezet verschijnt het volgende schermbeeld op de LCD-monitor.
Aanduidingen verschijnen wanneer de corresponderende camera-instellingen worden veranderd.
Witbalans (blz. 30)
Digitale zoom (blz. 20)
Aanduiding geheugenlocatie (blz. 45)
Opnameteller (blz. 18)
Flitsstand (blz.
26)
Beeldkwaliteit (blz. 41)
Zoomschaal
(blz. 20) Scherpstelkader (blz. 21)
Datum/tijd (blz. 14)
Datum/tijd verschijnt kort wanneer instelling wordt veranderd.
Batterijconditie
(blz. 12)
Belichtingscorrectie (blz. 28)
Opnameteller
De opnameteller gaat niet hoger dan 999. Wordt het aantal opgenomen beelden hoger dan dit aantal, dan verschijnt 999. Komt het aantal opgenomen beelden onder de duizend, dan gaat de teller het juiste aantal weer aangeven.
18 OPNEMEN EN WEERGEVEN - BASIS
Zoeker
Doordat de optische zoeker en het objectief op enige afstand van elkaar zitten, stemmen de beelden die ze vormen niet honderd procent overeen; dit verschijnsel wordt parallax genoemd. Op korte afstanden kan de parallax leiden tot verkeerde beelduitsneden; de afwijking is sterker naarmate er meer wordt ingezoomd. Is het onderwerp dichter bij dan 0,4 m in de macrostandstand, gebruik dan de LCD-monitor om de beelduitsnede te bepalen; omdat het objectief het beeld vormt dat op de LCD-monitor verschijnt treedt er geen parallax op.
Gebruikt u de zoeker, richtde camera dan iets hoger, zodat de bovenzijde van het beoogde beeld gelijk valt met twee dichtbijmarkeringen in de zoeker.
Dichtbijmarkleringen
Hanteren van de camera
Of u nu de zoeker of de LCD-monitor gebruikt, pak de camera stevig vast met uw rechter hand, terwijl u hem met de linkerhand ondersteunt.
Houd uw ellebogen tegen uw zijden en plaats uw voeten iets uit elkaar:
Zo houdt u de camera stabiel.
Maakt u verticale opnamen, houd de camera dan zo dat de flitser zich boven het objectief bevindt, dus met de handgreep aan de bovenzijde.
Let goed op dat u het objectief niet met uw vingers of met de riem afdekt.
Signaallampje
Het signaallampje brandt groen wanneer de camera wordt aangezet. Wordt de ontspanknop half ingedrukt, dan geeft het de scherpstelstatus en flitsstatus weer. Kijk op blz. 22 voor meer informatie.
19
Gebruik van het zoomobjectief
Deze camera is uitgerust met een 6,2 tot 18,6 mm zoomobjectief. Het optisch zoombereik is vergelijkbaar met dat van een 38 tot 114 mm zoomobjectief voor kleinbeeld. In de kleinbeeldfotografie gelden brandpuntsafstanden korter dan 50 mm als groothoek; de beeldhoek is dan groter dan die van het menselijk oog. Langer dan 50 mm geldt als tele; u krijgt er onderwerpen vergroot mee in beeld.
Het effect van de optische zoom is zichtbaar in de zoeker en op de LCD-monitor.
Zoomschakelaar
Het zoomobjectief wordt ingesteld met de zoomschakelaar. Druk op de rechterzijde (T) (om in te zoomen, op de linkerzijde (W) om uit te zoomen. Het optische zoombereik wordt aangeduid door het onderste witte deel van de zoomschaal op de LCD-monitor.
Wordt de zoomschakelaar in de telestand gedrukt terwijl de optische zoom in de telestand staat, dan wordt de digitale zoom geactiveerd; dit wordt vertegenwoordigd door het bovenste rode deel van de zoomschaal. De digitale zoom verlengt het telebereik van de optische zoom tot 3 X, in stappen van
0,2 X. Is de digitale zoom actief, dan wordt de vergroting op de monitor weergegeven.
Digitale zoom-opnamen worden geïnterpoleerd naar de ingestelde beeldgrootte. Bij opnamen met digitale zoom kan enig verlies in beeldkwaliteit optreden.
Vergroting digitale zoom
Zoomschaal
20 OPNEMEN EN WEERGEVEN - BASIS
Basishandelingen opname
Zet de camera aan (1) en zet de keuzeknop in de automatische opnamestand (2).
1
2
3
4
Richt het scherpstelkader op het onderwerp.
• Let goed dat het onderwerp binnen het scherpstelkader binnen het scherpstelbereik van de camera ligt: 0,6 m - ∞ . Gebruik voor onderwerpen die dichterbij zijn dan 0,6 m de macrofunctie (blz.
33).
Druk de ontspanknop half in (3) om de scherpstelling en de belichting op het onderwerp te vergrendelen.
• Het signaallampje geeft de status van scherpstelling en flitser aan. Kijk op blz. 22 voor meer informatie.
• Het scherpstelkader wordt rood om scherpstelvergrendeling op het onderwerp te bevestigen. Blijft het wit, dan kon de camera niet op het onderwerp scherpstellen. Herhaal dan voorgaande stappen.
• Sluitertijd en diafragma verschijnen, wat betekent dat de belichting vergrendeld is.
Druk de ontspanknop geheel in (4) om de opname te maken.
• Het groene signaallampje kan gaan knipperen om aan te geven dat er beeldinformatie naar de geheugenkaart wordt weggeschreven. Zet nooit de camera uit en open nooit de batterij/kaartruimte als er beeldinformatie wordt overgespeeld.
21
Signaallampje
Wanneer de camera aan staat geeft het signaallampje de camerastatus aan.
Brandt groen
Brandt oranje
Wanneer de ontspanknop niet wordt ingedrukt
Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt
Camera staat aan.
Scherpstelling is vergrendeld. Flitser wordt niet gebruikt. Camera is klaar voor de opname.
–
Scherpstelling is vergrendeld. Flitser zal worden gebruikt. Camera is klaar voor de opname.
Knippert groen
Beeldinformatie wordt op de kaart weggeschreven
Scherpstelling niet mogelijk. Flitser zal niet worden gebruikt
Knippert oranje
Flitser laadt zich op. LCDmonitor staat uit.
Scherpstelling niet mogelijk. Flitser zal worden gebruikt
Als de camera niet op het onderwerp kan scherpstellen, het onderwerp te dichtbij is of er zich een speciale situatie voordoet waarin de scherpstelling niet goed werkt, kan er gewoon een opname worden gemaakt. Is het onderwerp te dichtbij, dan het signaallampje branden, maar het onderwerp zal op de foto niet scherp zijn.
Scherpstelvergrendeling
De scherpstelvergrendeling kan worden gebruikt wanneer u een fotocompositie kiest waarbij het onderwerp zich buiten het beeldcentrum en dus buiten het scherpstelkader bevindt. U kunt de scherpstelvergrendeling ook gebruiken wanneer een speciale scherpstelsituaties een juiste scherpstelling verhindert. U kunt dan scherpstellen op een ander onderwerp op gelijke afstand. De scherpstelling wordt vergrendeld door de ontspanknop half in te drukken.
22 OPNEMEN EN WEERGEVEN - BASIS
Neem het onderwerp in het scherpstelkader van de monitor of in het midden van de zoeker. Druk de ontspanknop half ingedrukt en houd hem in de stand om de scherpstelling vergrendeld te houden.
• Het signaallampje brandt continu en het scherpstelkader wordt rood wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
Houd de ontspanknop half ingedrukt en bepaal de gewenste compositie van de fotore. Druk de ontspanknop geheel in om de foto te maken.
Speciale scherpstelsituaties
In sommige situaties zal de camera niet goed kunnen scherpstellen. Kan het AF-systeem niet op een onderwerp scherpstellen, dan knippert het signaallampje en wordt het scherpstelsymbool niet rood. Gebruik dan scherpstelvergrendeling met scherpstelveldselectie om scherp te stellen op een onderwerp op gelijke afstand als het eigenlijke onderwerp (blz. 22).
Onderwerp is te donker Onderwerp in scherpstelveld heeft te laag contrast.
Twee onderwerpen op verschillende afstanden overlappen elkaar in scherpstelkader.
Onderwerp vlakbij zeer heldere beeldpartij.
23
Weergavestand
In de weergavestand kunt u uw opnamen bekijken. Zet de keuzeknop hiervoor in de weergavestand.
Vergroting (blz. 35)
Opnamenummer
Kwaliteit (blz. 41)
Nummer map beeldbestand *
Batterijconditie
(blz. 12)
Datum/tijd* (blz. 14)
* Mapnummer, nummer beeldbestand en datum/tijd verschijnen kort wanneer instelling wordt veranderd.
Beelden bekijken
Gebruik in de weergavestand de scroll-toetsen om van beeld naar beeld te gaan.
24 OPNEMEN EN WEERGEVEN - BASIS
Weergavetoets - weergavestand
Druk op de Display/Enter-toets button in de weergavestand om over te schakelen tussen volledige weergave en weergave van alleen het beeld.
Beelden wissen
2
Wilt u het vertoonde beeld wissen, druk dan op de
Witbalans/Wissen-toets (1). Er verschijnt een bevestigingsscherm.
D E L E T E
1
D E L E T E
Druk op de Weergave/Enter-toets (2) om het beeld te wissen, of druk op een andere toets om de wishandeling op te heffen.
25
AUTOMATISCHE OPNAMESTAND
In dit hoofdstuk vindt u informatie over de automatische opnamestand. De geavanceerde technologie die in deze stand wordt gebruikt neemt de fotograaf ingewikkelde camera-instellingen uit handen. Hoewel de camera automatisch werkt is het mogelijk instellingen te wijzigen, voor aanpassing aan de omstandigheden of de wensen van de fotograaf.
Flitsstanden
Geen signaal
Automatisch flitsen
Invulflits
Automatisch flitsen met rode-ogen-reductie
Flitser uit
Wilt u de flitsstand veranderen, druk dan simpelweg op de flitsstand-toets (1) op de achterzijde van de camera totdat de gewenste stand verschijnt.
Automatisch flitsen – De flitser wordt automatisch ontstoken bij weinig licht. Als de flitser gebruikt gaat worden verschijnt de flitsaanduiding op de LCD-monitor wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Invulflits – De flitser wordt bij elke opname ontstoken, ongeacht de hoeveelheid licht. Invulflits kan worden gebruikt om de diepe schaduwen op te helderen die worden veroorzaakt voor gericht licht en/of zonneschijn.
Rode-ogen-reductie – Voorafgaand aan de werkelijke flitsopname geeft de flitser een serie flitspulsen af om het rodeogen-effect te verminderen. Gebruik deze stand wanneer bij weinig licht flitsfoto’s van mensen of dieren moeten worden gemaakt. Door de voorflitsen trekken de pupillen zich samen, wat de reflectie in het oog verhult.
Flitser uit – de flitser wordt niet ontstoken. Gebruik deze stand wanneer flitsen verboden is, wanneer het onderwerp buiten het flitsbereik ligt of wanneer u wilt dat het onderwerp door het aanwezige licht wordt verlicht.
26 AUTOMATISCHE OPNAMESTAND
Flitsbereik
De camera regelt de hoeveelheid flitslicht automatisch. Voor goed belichte flitsopnamen is het noodzakelijk dat het onderwerp binnen het flitsbereik ligt.
Flitsbereik 0,6 m ~ 2,5 m
Weergavetoets - opnamestand
Met de weergavetoets regel u de weergave op de LCD-monitor. Elke keer dat u op de knop drukt krijgt u de volgende van de drie weergavestanden: compleet, eenvoudig, monitor uit.
U kunt energie sparen door bij het fotograferen de LCD-monitor uit te zetten en door de zoeker te kijken. Wanneer de digitale zoom actief is wordt de monitor automatisch ingeschakeld en kan hij niet worden uitgeschakeld.
Compleet Eenvoudig
Monitor uit
Weergavestand
Belichtingscorrectie
De belichting kan worden gecorrigeerd om het uiteindelijke beeld donkerder of lichter te maken, in een bereik van plus/min 2 LW (lichtwaarde) in stappen van 1/3 LW. Deze functie is alleen beschikbaar in de automatische opnamestand.
De belichtingscorrectie moet worden ingesteld voordat de opname wordt gemaakt. Wanneer u de belichtingscorrectie instelt verschijnt de correctiefactor onderin de LCD-monitor. Nadat de instelling is uitgevoerd geven de sluitertijd- en/of diafragma-aanduiding de werkelijke belichting weer. Omdat de correcties in kleine stapjes kunnen worden uitgevoerd kan het soms voorkomen dat u dezelfde sluitertijden en/of diafragmawaarde ziet als voor de correctie.
Wordt er een andere waarde dan 0.0 gekozen, dan blijven de aanduiding voor belichtingscorrectie, plus de correctiewaarde zichtbaar op de LCD-monitor.
Bepaal de beeldcompositie via de monitor en druk op een van de scroll-toetsen om de belichtingscorrectie te activeren; de belichtingsinstelling wordt dan vergrendeld. Verandert u de zoomstand of de stand van de keuzeknop, dan wordt de belichtingscorrectie opgeheven.
Stel de sterkte van de belichtingscorrectie in met de scroll-toetsen. Veranderingen in de belichting zijn zichtbaar in het livebeeld. De belichting blijft vergrendeld totdat de opname is gemaakt.
Wordt de flitsstand ingesteld op automatisch flitsen, dan zal de flitser niet worden ontstoken. Wilt u flitslicht gebruiken, kies dan de stand invulflits.
Staat de LCD-monitor uit, dan wordt hij automatisch ingeschakeld wanneer de belichtingscorrectie wordt geactiveerd; indien nodig kan hij worden uitgeschakeld.
28 AUTOMATISCHE OPNAMESTAND
Soms wordt de belichtingsmeter van de camera door de omstandigheden misleid. Dan komt de belichtingscorrectie goed van pas. Een zeer heldere scène als een sneeuwlandschap of een strand met wit zand kan ervoor zorgen dat een foto te donker wordt. Pas voordat u de foto maakt de belichting aan met een correctie van +1 of +2 LW, waardoor het beeld normale toonwaarden krijgt.
Door camera bepaalde belichting
–1,0 LW –2,0 LW
In bovenstaand voorbeeld leidde het donkere water tot overbelichting, waardoor het beeld te bleek werd. Door de belichting te corrigeren komt er weer detaillering in de bladeren, en ook de stenen en het water krijgen een betere toonwaarde.
Wat is een LW? Wat is een stop?
LW staat voor lichtwaarde. Het begrip stop refereert aan de klikstops voor het instellen van het diafragma op conventionele camera's. Een verschil van 1 lichtwaarde of 1 stop betekent een vermindering of verdubbeling van de hoeveelheid licht.
Verandering in LW
+2,0 LW
+1,0 LW
0,0 LW
–1,0 LW
–2,0 LW
Verandering in stops Aanpassing belichting
+2 stops
+1 stop
–1 stop
–2 stops
4 X zoveel licht
2 X zoveel licht
Berekende belichting
1/2 X zoveel licht
1/4 X zoveel licht
29
Witbalans
De witbalans zorgt ervoor dat er onder uiteenlopende lichtomstandigheden een neutrale kleurweergave wordt verkregen. Het effect is vergelijkbaar met de keuze voor daglicht- of kunstlichtfilm of kleurcorrectiefilters bij traditionele fotografie. Er verschijnt een aanduiding op de monitor wanneer er een andere Instelling dan automatische witbalans is gekozen. De witbalans wordt ingesteld door op de Witbalans/Wissen-toets te drukken. Elke keer dat er op de toets wordt gedrukt ziet u een volgende witbalans-optie. De opties verschijnen in deze volgorde: Automatisch, Daglicht,
Bewolkt, Kunstlicht en Fluorescentielicht (TL).
Automatische witbalans
De automatische witbalans houdt automatisch rekening met de kleurtemperatuur van een scène. In veel gevallen zal de AUTO-instelling voor een uitgebalanceerd resultaat zorgen, zelfs bij menglicht
(verschillende lichtbronnen). Bij gebruik van de ingebouwde flitser wordt de witbalans ingesteld op de kleurtemperatuur van de flitser. Voor de automatische witbalansinstelling verschijnt geen aanduiding op de LCD-monitor.
Vaste witbalansinstellingen
De vaste witbalansinstellingen moeten worden gekozen voordat de opname wordt gemaakt. Na de instelling is het effect zichtbaar op de LCD-monitor.
Wordt de flitser gebruikt, dan wordt de witbalans automatisch ingesteld op de kleurtemperatuur van de flitser. Gebruik de flitser-uit-stand als u niet wilt dat er wordt geflitst.
Daylight – binnen en buiten bij zonlicht.
Cloudy – bewolkt weer buiten.
Tungsten – bij kunstlicht van gloeidraadlampen.
Fluorescent – fluorescentielicht
(TL, vaak in kantoren)
30 AUTOMATISCHE OPNAMESTAND / FILMOPNAMESTAND
FILM-OPNAMESTAND
Deze camera kan filmopnamen met geluid maken. In het interne geheugen kan circa 23 seconden film worden opgeslagen. Op een geheugenkaart kan maximaal 60 seconden film worden opgeslagen, mits de kaartcapaciteit dat toelaat. In de filmopnamestand wordt autofocus niet gebruikt.
Voorafgaand aan de opname wordt op de LCD-monitor aangegeven hoe lang de op te nemen filmclip kan zijn.
Opnametijd
2
Digitale videoclips opnamen is eenvoudig. Zet de keuzeknop in de stand voor filmopname (1). Bepaal de beeldcompositie en druk de ontspanknop (2) geheel in en laat hem meteen weer los: het opnemen begint.
1
Tijdens het opnamen is digitale zoom mogelijk; de optische zoom kan alleen voorafgaand aan de opname worden gebruikt. De camera gaat door met opnemen totdat de maximale opnametijd is vertreken of de ontspanknop opnieuw wordt ingedrukt. Tijdens het opnamen telt de beeldteller de resterende tijd af.
Aftellen in seconden
31
PROGRAMMA-OPNAMESTAND
In de programma-opnamestand zijn verschillende onderwerpsprogramma’s beschikbaar, inclusief een zelfontspanner en een macro-stand. De functies van de automatische opnamestand zijn ook beschikbaar in de programma-opnamestand, op de belichtingscorrectie na.
Zet de camera aan en zet de keuzeknop in de programma-opnamestand.
Gebruik de scroll-omlaag-toets om de programma’s in de weergegeven volgorde te doorlopen.
Met de scroll-omhoog-toets gaat u in omgekeerde volgorde.
Zelfontspanner
Met de zelfontspanner stelt u het moment van de opname met ongeveer 10 seconden uit, zodat u zelf op de foto kunt komen.
Plaats de camera op statief, bepaal de beelduitsnede zodanig dat het onderwerp binnen het scherpstelkader valt. Druk de ontspanknop half in om belichting en scherpstelling te vergrendelen (1).
Druk de ontspanknop geheel in om het aftellen te starten (2). Omdat scherpstelling en belichting worden bepaald bij half indrukken van de ontspanknop moet u niet voor de camera gaan staan. Controleer altijd de scherpstelling met het rode scherpstelkader voordat u het aftellen start (blz. 21).
Zelfontspanner
Macro
Nachtportret
Portret
Landschap
1
2
32 PROGRAMMA-OPNAMESTAND
Tijdens het aftellen knippert het zelfontspannerlampje voorop de camera (3); het knipperen gaat vergezeld van een audiosignaal (indien dit werd geactiveerd). Een paar seconden voor de opname gaat het lampje sneller knipperen. Vlak voordat de opname wordt gemaakt, gaat het lampje snel knipperen. Verander de stand van de keuzeknop of druk op de ontspanknop als u het aftellen wilt stoppen.
Macro
3
De macro-stand is bedoeld voor dichtbij-opnamen op 8 - 60 cm in de groothoekstand en 40 - 60 cm in de telestand, gemeten vanaf het objectief van de camera. Wegens de parallax dient u voor bepaling van de beeldindeling de LCDmonitor of de dichtbijmarkering te gebruiken om een goede beelduitsnede te bepalen. Gebruik van de flitser wordt niet aangeraden.
Nachtportret
Het flitslicht en de belichting voor de achtergrond worden met elkaar in evenwicht gebracht, waardoor zowel het onderwerp als de achtergrond bij weinig licht goed tot uiting blijven komen. Vraag uw onderwerp om na de flits goed stil te blijven staan: de sluiter kan nog open staan voor de belichting van de achtergrond. De flitser wordt automatisch ingesteld op invulflits. Wilt u nachtelijke overzichtfoto’s maken, schakel dan de flitser uit (blz. 32). Gebruik van een statief is aan te raden.
Portret
Voor foto’s van mensen. Portretten worden vaak het mooist in de telestand; door de grotere opname-afstand worden de verhoudingen in het gezicht niet overdreven, terwijl de beperkte scherptediepte de achtergrond onscherp houdt. De flitser wordt automatisch ingesteld op automatisch flitsen, maar de flitsstand kan worden veranderd.
Landschap
Voor overzichtsfoto’s. De camera kiest de flitser-uit-stand en de witbalans wordt automatisch ingesteld op daglicht; de instelling kan worden veranderd.
33
WEERGAVESTAND
De basisfuncties in deze stand worden beschreven op blz. 24 en 25. Dit hoofdstuk behandelt de geavanceerde functies van deze stand.
Indexweergave
4
3
2
1
In de weergavestand verandert u door op de linkerzijde
(W) van de zoomschakelaar (1) te drukken de weergave op de LCD-monitor van enkelbeeldweergave naar een negenbeelds-indexweergave. De monitor keert terug naar enkelbeeldweergave als er op een van de helften van de zoomschakelaar wordt gedrukt.
In indexweergave schakelt u door op de Weergave/
Enter-toets (2) te drukken het beeldselectiekader aan of uit. Wordt het kader niet weergegeven, dan kunt u door op de scroll-toetsen (3) te drukken de volgende of vorige negen beelden oproepen.
Wordt het kader weergegeven, dan kunt u beelden selecteren. Druk op de scroll-toetsen (3) om het kader omhoog of omlaag te verplaatsen. Gebruik de Witbalans/
Wissen-toets en de Flitsstand/Kopie-knop om het kader naar links en naar rechts te verplaatsen (4).
Beeldselectiekader
34 WEERGAVESTAND
Vergrote weergave
1
2
3
In de weergavestand kan een foto worden vergroot tot 4x, in stappen van 0,5, zodat u details van het beeld nader kunt bekijken.
Druk terwijl het te vergroten beeld wordt vertoond op de rechterzijde van de zoomschakelaar (1) om de vergrote weergave te activeren. De vergrotingsfactor verschijnt op de LCD-monitor. Gebruik de zoomschakelaar (1) om de vergroting te verhogen of te verlagen.
Gebruik de scroll-toetsen (2) om het vergrote beeld door het scherm omhoog of omlaag te schuiven. Gebruik de
Witbalans/Wissen-toets en de Flitsstand/Kopie-toets (3) om naar links of naar rechts te schuiven.
Films afspelen
2
1 Gebruik de scroll-toetsen om het filmbestand op te roepen.
Druk op de ontspanknop in (1) om het filmbestand af te spelen.
Druk de ontspanknop opnieuw in om de film te pauzeren; druk hem opnieuw in om de weergave te hervatten. De film wordt vertoond totdat de ontspanknop wordt ingedrukt of er met de scroll-toetsen een ander beeld wordt geselecteerd.
Druk op de weergavetoets (2) om de film met of zonder de voortgangsbalk te vertonen.
S TA RT S H U T T E R
S TO P S H U T T E R
35
Beelden kopiëren
Beelden worden opgeslagen in het 8 MB interne geheugen of op een geheugenkaart. Opgeslagen beelden kunnen worden oversgepeld tussen het interne geheugen en de geheugenkaart. De kopieerfunctie maakte exacte kopieën van foto- of filmbestanden. DPOF-instellingen worden niet met de beeldbestanden gekopieerd. De bestanden worden vanaf de geselecteerde opslaglocatie gekopieerd.
Kijk op blz 38 en 45 voor het overschakelen tussen intern geheugen en geheugenkaart.
Druk op de Flitsstand/Kopie-toets om beeldbestanden te kopiëren.
1
2
3
C O P Y I M AG E
O N E I M AG E
A L L I M AG E S
I M AG E S
N E X T C O P Y
S E T
Druk op de kopie-toets (1) om de optie one image (een beeld) of all images (alle beelden) te selecteren. De optie one image kopieert alleen het weergegeven beeld; gebruik de scroll-toetsen
(2) om het te kopiëren beeld op te roepen. Is de optie all images geselecteerd,dan zullen alle beeldbestanden in het interne geheugen of op de geheugenkaart worden gekopieerd.
Druk op de Weergave/Enter-toets (3) om het kopieercommando uit te voeren.
Is de hoeveelheid beeldinformatie groter dan de capaciteit van de geheugenlocatie waarnaar wordt gekopieerd, dan verschijnt de melding ‘memory full’ (geheugenvol). Verlaag het aantal te kopiëren beelden en wis ongewenste beelden om ruimte te winnen.
36 WEERGAVESTAND
Beelden op tv vertonen
Het is mogelijk gemaakte opnamen op de televisie weer te geven. De camera heeft een video-uitgang, waarmee u hem met behulp van de meegeleverde videokabel kunt aansluiten. De camera is compatible met zowel de PAL- als de NTSC-standaard. U kunt controleren voor welk van deze twee systemen de camera is ingesteld in de setup-stand (blz. 38).
1.Zet de televisie en de camera uit.
2.Steek de mini-stekker van de videokabel in de video-uit-aansluiting.
3.Steek het gele eind van de videokabel in de video-ingang van de televisie.
4.Zet de televisie aan.
5.Kies het video-kanaal van de televisie.
6.Zet de keuzeknop van de camera in de weergavestand en zet de camera aan. Wanneer de camera op een televisie is aangesloten wordt de
LCD-monitor van de camera niet gebruikt. Het weergavescherm verschijnt op het tv-scherm.
7.Bekijk beelden zoals beschreven bij weergave.
• Het geluidsspoor van een videoclip wordt via de camera afgespeeld.
37
SETUP-STAND
In de setup-stand kunt u de camerafuncties en instellingen regelen. In
"Navigeren door het setup-menu" vindt u eerst een overzicht van het setupmenu. Daarna worden de instellingen apart behandeld.
Navigeren door het setup-menu
Zet de keuzeknop in de setup-stand om in het setup-menu te komen. Gebruik de scroll-toetsen om de cursor door het menu te verplaatsen. Door op de Weergave/Enter-toets te drukken selecteert u een gemarkeerde optie.
3
1
2
Als de setup-stand met de keuzeknop is gekozen gebruikt u de scroll-toetsen (1) om door de menuopties te scrollen. De tweede helft van het menu verschijnt na de laatste optie van het eerste deel.
Markeer de optie waarvan de instelling dient te worden veranderd.
Als de te wijzigen instelling gemarkeerd is drukt u op de Weergave/Enter-toets (2); de instellingen verschijnen, met de geldende instelling gemarkeerd. Druk op de Witbalans/Wissen-toets (3) om terug te keren naar de menu-opties.
Gebruik de scroll-toetsen (1) om de nieuwe instelling te markeren.
Druk op de Weergave/Enter-toets (2) om de gemarkeerde instelling te selecteren.
38 SETUP-STAND
Is een instelling eenmaal geselecteerd, dan keert de cursor terug naar de menu-opties.
Veranderingen blijven mogelijk.
DELETE ALL
FORMAT
QUALITY
BUZZER
DPOF
DATE/TIME
MEMORY TYPE
LANGUAGE
VIDEO OUT
NO
YES
NO
YES
2048x1536 SUPER
1600x1200 FINE
1600x1200 NORMAL
800x600 FINE
800x600 NORMAL
ON
OFF
SELECT IMAGES
ALL IMAGES
STYLE
CLOCK
INTERNAL
EXTERNAL
ENGLISH
ESPAÑOL
DEUTSCH
FRANÇAIS
NTSC
PAL
MONTH/DAY
DAY/MONTH
CLOCK
39
Alle beelden wissen
Wissen verwijdert bestanden permanent. Een gewist beeld kan niet worden teruggehaald. Ga bij het wissen zeer zorgvuldig te werk.
Alle beelden in het interne geheugen of op een geheugenkaart kunnen in één keer worden gewist.
het inwendige geheugen of de geheugenkaart moeten eerst in het setup-menu worden geselecteerd.
Kijk onder ‘Navigeren door het setup-menu’ op blz. 38.
Wanneer de optie delete all option is geselecteerd kiest u “Yes” en drukt u op de Weergave/Entertoets om direct alle beelden te wissen.
Formatteren
Bij het formatteren van een geheugenkaart of het interne geheugen wordt alle informatie gewist.
De formatteerfunctie wordt gebruikt om alle informatie van het interne geheugen of de geheugenkaart te wissen. Voordat u gaat formatteren dient u de informatie naar een computer of opslagmedium over te spelen. Formatteer altijd met de camera, doe het nooit vanuit de computer.
Het interne geheugen of de geheugenkaart moet eerst worden geselecteerd met het setup-menu.
Kijk onder ‘Navigeren door het setup-menu’ op blz. 38. Is de formatteer-optie geselecteerd, kies dan
“Yes”; met indrukken van de Weergave/Enter-toets formatteert u direct de kaart of het interne geheugen en wist u alle bestanden.
Verschijnt de boodschap ‘memory card error’, dan kan het nodig zijn dat de kaart die in de camera is geplaatst dient te worden geformatteerd. Een geheugenkaart die in een andere camera werd gebruikt dient mogelijk te worden geformatteerd voordat u hem kunt gebruiken.
40 SETUP-STAND
Beeldkwaliteit
De beeldkwaliteit is gebaseerd op twee factoren: beeldgrootte en compressieverhouding.
Beeldgrootte is de afmetingen van het beeld, gemeten in aantallen pixels, zoals 1600 x 1200 pixels.
Het hoger de beeldgrootte, des te groter is het bestand. Kies de beeldgrootte op basis van de uiteindelijke grootte van het beeld - kleiner beelden zijn geschikter voor websites, terwijl grote formaten zich meer lenen voor prints.
Alle beelden worden gecomprimeerd en opgeslagen als JPEG-bestanden. De compressieverhouding is instelbaar op FINE, NORMAL en SUPER. FINE beelden hebben de laagste compressie en de grootste bestanden. NORMAL is voldoende voor standaard gebruik. 2048 x 1536 SUPER geeft de grootste beeldbestanden voor prints, maar doordat de extra beeldgrootte door interpolatie wordt bereikt en de compressie hoog is kan er enig kwaliteitsverlies optreden.
Beeldkwaliteit
De beeldkwaliteit moet worden ingesteld voordat u de opname maakt. Veranderingen in instellingen zijn te zien op de LCD-monitor.
Kijk onder ‘Navigeren door het setup-menu’ op blz. 38 om de optie
‘quality’ te selecteren.
Wordt de kwaliteit veranderd, dan geeft de opnameteller het globale aantal beelden opgeven dat bij die instelling kan worden opgenomen. U kunt beelden met verschillende kwaliteitsinstellingen op dezelfde geheugenlocatie opslaan. Het aantal beelden dat kan worden opgeslagen wordt bepaald door de capaciteit van een geheugenkaart en de bestandsgrootte van de beelden. De uiteindelijke bestandsgrootte wordt bepaald door het tafereel dat u fotografeer. Bij het ene onderwerp is sterkere compressie mogelijk dan bij het andere.
41
Kwaliteit
2048x1536 SUPER
1600x1200 FINE
1600x1200 NORMAL
800x600 FINE
800x600 NORMAL
Globale bestandsgrootten
768 KB
853 KB
640 KB
213 KB
160 KB
Globaal aantal beelden dat kan worden opgeslagen
8 MB SD geheugenkaart
8 MB intern geheugen
7
6
14
7
7
16
25
55
27
60
Camera-info
De opnameteller geeft bij benadering het aantal beelden dat op de geheugenkaart of in het interne geheugen kan worden opgeslagen bij gebruik van de op dat moment geldende kwaliteitsinstelling. Worden de instellingen veranderd, dan past de teller zich aan. De berekeningen zijn gebaseerd op gemiddelde bestandsgrootten; daardoor kan het gebeuren dat de teller na een opname niet of juist met meer dan 1 verspringt. Staat de teller op nul, dan kunnen bij de geldende kwaliteitsinstelling geen foto’s meer worden opgenomen. Door de instellingen te veranderen is het misschien mogelijk toch nog beelden op de geheugenkaart op te slaan.
Audiosignaal
Elke keer dat er op een toets wordt gedrukt geeft een audiosignaal een positieve bevestiging van de bewerking. De audiosignalen kunnen worden uitgeschakeld. Kijk onder ‘Navigeren door het setupmenu’ op blz. 38 voor het selecteren van de optie ‘buzzer’.
Over DPOF
Deze camera wordt ondersteund door DPOF™ versie 1.1. DPOF (Digital Print Order Format) stelt u in staat foto’s rechtstreeks vanuit een digitale camera te printen. Nadat een DPOF-bestand op een geheugenkaart is aangemaakt brengt u de kaart simpelweg naar een foto-afwerkbedrijf of steekt u hem in de kaartsleuf van een DPOF-compatible printer. Wanneer er een DPOF-bestand is aangemaakt wordt er automatisch een misc. map aangemaakt (blz. 52). Alleen een DPOF-bestand dat op een geheugenkaart is aangemaakt kan voor printen worden gebruikt.
42 SETUP-STAND
Een DPOF Printopdracht aanmaken
Gebruik de optie DPOF om een opdracht aan te maken voor standaard prints van foto’s die op de geheugenkaart staan. Het is ook mogelijk de datum in beeld te laten printen. Kijk onder ‘Navigeren door het setup-menu’ op blz. 38.
D P O F
S E L E C T I M AG E S
A L L I M AG E S
Gebruik wanneer het DPOF-scherm verschijnt de scrolltoetsen om een DPOF-bestand voor enkelvoudige of meervoudige beelden te maken, of de optie ‘all images’ om een DPOF-bestand te maken voor alle beelden op de geheugenkaart. Druk op de Weergave/Enter-toets om de instelling te activeren.
S E L E C T O K
P R I N T O R D E R
C O P I E S 0 0
DAT E N O
I M AG E S
N E X T C O P Y
S E T
P R I N T O R D E R
C O P I E S 0 2
DAT E N O
I M AG E S
N E X T C O P Y
S E T
P R I N T O R D E R
C O P I E S 0 2
DAT E Y E S
I M AG E S
N E X T C O P Y
S E T
Is de optie ‘select images’ gekozen dan verschijnt het scherm ‘print order’. Gebruik de scroll-toetsen om het beeld te selecteren dat u wilt printen.
Wanneer het beeld wordt weergegeven drukt u op de
Kopie-toets. De optie ‘copies’ wordt gemarkeerd.
Gebruik de scroll-toetsen om voor het weergegeven beeld het aantal prints te selecteren.
Druk op de kopie-toets. De optie ‘date’ wordt gemarkeerd.
Kies “Yes” of “No”’ met de scroll-toetsen. “Yes” print de datum en tijd van opname. De optie ‘date’ kan niet worden ingesteld als het aantal afdrukken op 0 staat.
43
Elke keer dat er op de Kopie-knop wordt gedrukt wordt de cyclus van beeld selecteren, aantal afdrukken en datum/tijd doorlopen. Ga door totdat al de printen beelden zijn geselecteerd. Drukken op de Wis-toets laat het DPOF-instelscherm verdwijnen en heft alle print-instellingen op.
Als alle beelden die moeten worden geprint zijn geselecteerd drukt u op de
Weergave/Enter-toets om de instellingen vast te leggen.
P R I N T O R D E R
C O P I E S 0 1
DAT E N O
I M AG E S
N E X T C O P Y
S E T
Werd de optie ‘all images’ op blz 43 geselecteerd, dan verschijnt het printopdrachtscherm voor alle beelden.
Gebruik de scroll-toetsen om het aantal afdrukken dat van elk beeld moet worden gemaakt.
Druk op de Kopie-toets voor de datum/tijdinstelling (zie vorige bladzijde), indien gewenst.
Als alle beelden die moeten worden geprint zijn geselecteerd drukt u op de
Weergave/Enter-toets om de instellingen vast te leggen.
Werd de instelling ‘all frames’ gebruikt om de printopdracht aan te maken, dan worden later opgenomen beelden niet in de opdracht opgenomen.
S E T U P
M A K I N G
P R I N T S E T T I N G S
R E S E T
E D I T
S E L E C T O K
Was er al een DPOF-opdracht aangemaakt, dan wordt het scherm met printinstellingen geopend. De optie ‘reset’ heft alle printinstellingen op en maakt het mogelijk nieuwe instellingen uit te voeren. De optie ‘edit’ maakt het mogelijk de geldende instellingen te veranderen.
DPOF-orderbestanden die met een andere camera zijn opgenomen worden opgeheven. Na het printen van de opnamen blijft het DPOF-bestand op de geheugenkaart aanwezig. Het moet handmatig worden verwijderd. Sommige printers herkennen mogelijk de ‘date’ instelling niet en printen de informatie niet.
44 SETUP-STAND
Datum en tijd instellen
Kijk op blz. 14 voor het instellen van datum en tijd.
Geheugentype
Deze camera slaat beelden op in het 8 MB interne geheugen of in een verwisselbare SD geheugenkaart of MultiMediaCard.
Welke geheugen is gekozen werkt door in alle camerabewerkingen. Werd “Internal” (intern geheugen) geselecteerd, dan worden de beelden opgeslagen in het interne geheugen in de opnamestand, en de weergave-, formatteer- en alles wissen functies worden dan alleen uitgevoerd voor de beelden in het interne geheugen. Werd “External” (geheugenkaart) geselecteerd, dan worden alle beelden op de kaart opgeslagen, en alle functies worden uitsluitend uitgevoerd voor de kaart.
In de opnamestand geeft de LCD-monitor weer welke opslaglocatie wordt gebruikt. “IN” staat voor het interne geheugen en
“EX” heeft betrekking op de verwisselbare opslagkaart.
Is er een geheugenkaart geplaatst, dan verandert de instelling automatisch in “External” maar indien nodig kan de instelling worden veranderd. Controleer altijd welke opslaglocatie wordt gebruikt voordat u foto’s gaat maken.
Taal
U kunt de taal van de menu’s veranderen. Zie blz. 14 .
Video-output
U kunt de beelden van de camera op een televisie weergeven (blz. 37). U kunt het video-signaal afstemmen op de PAL en de NTSC televisie-norm. Noord-Amerika gebruikt de NTSC standaard,
Europa gebruikt de PAL standaard.
45
OVERSPEELSTAND
Lees dit hoofdstuk goed door voordat u de camera met een computer verbindt. Instructies over het gebruik en de installatie van de DiMAGE Image Viewer Utility software vindt u in software-gebruiksaanwijzing. De DiMAGE gebruiksaanwijzingen geven geen informatie over de basishandelingen voor het gebruik van computers en hun besturingssystemen; kijk in de documentatie die daarvoor bij uw computer is geleverd.
Systeemeisen
Wilt u de camera direct op de computer aansluiten en gebruiken als een mass storage device (extern opslagmedium) dan moet de computer zijn uitgerust met een USB-aansluiting als standaard interface. Zowel de computer als het besturingssysteem moeten gegarandeerd goed werken met USB interface. De volgende besturingssystemen zijn compatible met de camera:
IBM PC/AT Compatible
Windows 98, 98SE, Me,
2000 Professional en XP.
Macintosh
Mac OS 9.0 ~ 9.2.2,
Mac OS X v10.1.3 ~ 10.1.5 en v10.2.1 ~ 10.2.3
Kijk op de Minolta website voor de meest recente compatibiliteitsinformatie:
Noord-Amerika: http://www.minoltausa.com
Europa: http://www.minoltasupport.com
Gebruikers van Windows 98 of 98 second edition moeten de driver-software van de meegeleverde
DiMAGE Viewer CD-ROM (blz. 108) installeren. Gebruikers van Mac OS 8.6 moeten een USB massstorage device van de Apple website installeren en downloaden (blz. 49). Er is geen speciale driversoftware vereist voor andere Windows en Macintosh besturingssystemen.
Gebruikers die in het bezit zijn van een eerdere DiMAGE digitale camera en de Windows 98 driversoftware hebben geïnstalleerd, moeten deze installatieprocedure herhalen. De updated versie van de driver-software die op de meegeleverde DIMAGE Viewer CD-ROM staat is noodzakelijk om om de
DiMAGE E223 goed met de computer te laten werken. De nieuwe software heeft geen gevolgen voor het werken met oudere DiMAGE camera’s.
46 OVERSPEELSTAND
Camera op een computer aansluiten
Controleer of de baterij voldoende energie levert voordat u de camera op de computer aansluit. Op de LCD-monitor moet het symbool voor een volle batterij te zien zijn. De automatische spaarschakeling wordt uitgeschakeld wanneer de camera op een computer is aangesloten. Het gebruik van een netstroomadapter (apart verkrijgbaar) is bij overspelen overigens te prefereren boven batterijvoeding.
Gebruikers van Windows 98 of 98 SE dienen eerst de tekst te lezen over de installatie van de vereiste USB-driver voordat ze de camera op een computer aansluiten (blz. 49).
1.De optie ‘memory type’ in de setup-stand moet worden ingesteld op de opslaglocatie van de beelden (blz. 38 en 45). Zet de keuzeknop in de overspeelstand.
PC MODE
1
2.Start de computer. De computer moet aan staan voordat de camera er op wordt aangesloten.
4
3
3.Open het deksel van de aansluitingen.
Steek de kleinste stekker van de USBkabel in de camera. Controleer of de stekker goed contact maakt.
4.Steek het andere einde van de USBkabel aan op de USB-aansluiting van de computer. Controleer of de stekker goed contact maakt.
• De camera moet rechtstreeks op de
USB-aansluiting van de camera zijn aangesloten. Gebruik van een USBhub (een meerweg-koppelstuk) kan ertoe leiden dat er storing optreedt.
• Wanneer de camera wordt aangesloten op een computer wordt de LCD-monitor uitgeschakeld.
47
Wanneer de camera juist op de computer is aangesloten verschijnt er een drive-symbool of “volume”. Werkt u met
Windows XP of Mac OS X, dan verschijnt er een scherm waarin wordt gevraagd wat er met de beeldinformatie moet gebeuren; volg de instructies in het venster. Herkent de computer de camera niet, ontkoppel dan de camera en herstart de computer. Herhaal de aansluitprocedure.
Windows XP
Windows
Mac OS X
Mac OS X
Mac OS
De naam kan per geheugenkaart verschillen.
48 OVERSPEELSTAND
Verbinding met Windows 98 en 98 Second Edition
De USB-driver is vereist voor Windows 98 en 98 Second Edition. Er is geen speciale driver-software nodig voor andere Windows of Macintosh besturingssystemen.
Vraagt het besturingssysteem tijdens de installatie om de Windows 98 CD-ROM; plaats die dan in de
CD-ROM drive en volg de verdere instructies op het scherm.
Wilt u de Windows 98 driver installeren, volg dan eerst de instructies voor het aansluiten van de camera op de computer op blz 47.
Wanneer de camera op de computer is aangesloten merkt het besturingssysteem dat er nieuwe hardware is aangesloten en de wizard voor nieuwe hardware wordt geopend. Plaats de
DiMAGE Viewer CD-ROM in de CD-ROM drive.
Klik om naar het volgende scherm te gaan.
Klik op de aanbevolen optie voor het zoeken naar een geschikte driver (stuurprogramma).
Klik daarna om te vervolgen.
49
Kies voor zoeken naar de driver in de CD-ROM drive. Klik om te vervolgen.
De wizard voor nieuwe hardware zal de locatie van de driver bevestigen. Klik om te vervolgen met de installatie van de driver in het systeem.
• De letter van de CD-ROM drive kan per computer verschillen.
Het laatste venster zal de installatie van de driver bevestigen. Klik om de wizard voor nieuwe hardware af te sluiten. Herstart de computer.
50 OVERSPEELSTAND
Wanneer u het venster voor "Deze computer" opent, zult u een nieuw symbool zien, voor eenverwisselbare schijf. Dubbelklik op de icoon om toegang te krijgen tot de geheugenkaart of het interne geheugen van de camera, zie blz. 48.
QuickTime systeemeisen
IBM PC/AT Compatible
Pentium computer
Windows 95, 98, 98SE, NT, Me,
2000 Professional of XP.
32MB of meer RAM
Sound Blaster of compatible geluidskaart
DirectX 3.0 of later aanbevolen
Volg voor de installatie van QuickTime de instructies in de installer. Macintosh gebruikers kunnen de meest recente versie van QuickTime gratis downloaden van de Apple Computer web site: http://www.apple.com
Automatische spaarschakeling (overspeelstand)
Krijgt de camera niet binnen 30 minuten een lees- of schrijfopdracht, dan schakelt hij zich uit om stroom te sparen. Schakelt de camera zichzelf uit, dan kan een waarschuwing voor een incorrecte afsluiting op de computer-monitor verschijnen. Klik dan op "OK". Camera en computer ondervinden hier geen schade van.
Zet de camera uit. Herstel de USB-verbinding door de camera aan te zetten.
51
Werken met mappen
Drive-icoon
Dcim
100MLT32
Is de camera eenmaal aangesloten op de computer, dan kunt u beeldbestanden openen door er simpelweg dubbel op te klikken. Overzetten van beelden kunt u uitvoeren door bestanden met de muis naar de computer of een map van de computer te slepen. Bestanden en mappen in het interne geheugen of op de geheugenkaart kunt u via de computer wissen. Formatteer het interne geheugen of een geheugenkaart nooit vanuit de computer, doe dat altijd met de camera.
Alleen met de camera opgenomen bestanden horen op de geheugenkaart of het interne geheugen te worden opgeslagen.
Misc
De map misc. bevat
DPOF printbestanden
(blz. 42).
Beeldbestandsnamen beginnen met "PICT," gevolgd door een viercijferig bestandsnummer plus een jpg of avi extensie.
Wordt de ‘all images’ kopieeerfunctie (blz. 36) gebruikt, dan wordt er een nieuwe map aangemaakt. Wanneer er een map wordt aangemaakt, dan zal het getal van de eerste drie tekens 1 hoger zijn dan de het hoogste mapnummer op de kaart. Komt het indexnummer in de bestandsnaam boven
9.999, dan wordt er een nieuwe map aangemaakt met een nummer dan 1 hoger is dan het hoogste mapnummer op de geheugenkaart: bijv. van 100MLT32 tot 101MLT32.
PICT0001.JPG
PICT0002.AVI
Foto Film met geluid
Het nummer in de naam van het beeldbestand zal soms niet overeenstemmen met het nummer van het beeldbestand zelf.
Worden beelden in de camera gewist, dat zal de opnameteller zich aanpassen om het aantal opnamen in de map aan te geven en zal hij de nummering voor nieuwe opnamen daaraan aanpassen. De serienummers die worden gebruikt voor de beeldbestanden veranderen niet wanneer een beeldbestand wordt gewist. Wordt er een nieuw beeld opgenomen, dan krijgt het een nummer dat 1 hoger is dan het hoogste indexnummer in de map.
52 OVERSPEELSTAND
Camera-info
Beeldbestanden bevatten exif tag gegevens, zoals tijdstip en datum van de opname, plus de voor de opname gebruikte instellingen. U kunt deze informatie via de camera bekijken, maar ook met de DiMAGE Viewer software.
Wordt een beeld van de camera geopend in een beeldbewerkingsprogramma als Arcsoft
PhotoImpression en wordt het beeld vervolgens opnieuw opgeslagen door de oorspronkelijke beeldinformatie te overschrijven, dan wordt de exif tag informatie gewist. Gebruikt u andere software dan de DiMAGE Viewer, maak dan eerste backups van de beeldbestanden om de exif tag informatie te kunnen behouden.
Verwijderen van de driver-software - Windows
1.Verbind de camera met een USB-kabel met de computer. Tijdens deze procedure moeten andere apparaten niet zijn aangesloten.
2.Rechts-klik op Deze Computer en kies “Eigenschappen” uit het menu.
Windows XP: ga van het Start-menu naar het Configuratiescherm. Klik op Prestaties en onderhoud. Klik op “Systeem” om het venster met eigenschappen te openen.
3.Windows 2000 en XP: selecteer de hardware-tab in het eigenschappen-venster en klik op de knop voor Apparaatbeheer.
Windows 98 en Me: klik op de tab Apparaatbeheer in het Eigenschappen-venster.
4.Het driver-bestand zal te vinden zijn bij de universal-serial-bus-controller of de andere apparaten in het overzicht van Apparaatbeheer. Klik op de locaties om de bestanden weer te geven. De driver moet onder de cameranaam te vinden zijn. Onder bepaalde omstandigheden kan de driver soms niet de cameranaam dragen. De driver zal dan worden gemarkeerd met een vraag- of uitroepteken.
5.Klik op de driver om hem te selecteren.
6.Windows 2000 en XP: klik op de actie-knop om het menu te laten verschijnen. Selecteer verwijderen (uninstall). Er verschijnt een Bevestigingsscherm. Op “Yes” klikken verwijdert de driver uit het systeem.
Windows 98 en Me: klik op de knop voor verwijderen. Er verschijnt een Bevestigingsscherm. Op
“Yes” klikken verwijdert de driver uit het systeem
7.Maak de USB-kabel los en zet de camera uit. Herstart de computer.
53
Camera van de computer loskoppelen
Volg onderstaande instructie voor het loskoppelen van de camera. Deze procedure is ook nodig voordat u de optie ’memory type’ verandert als de camera op de computer aangesloten is. De schermafbeelding kan per besturingssysteem verschillen.
Ontkoppel de camera nooit wanneer het toegangslampje rood brandt – de informatie of de geheugenkaart zelf kan er door beschadigen
Windows 98/98 Second Edition
Het groene signaallampje mag niet knipperen. Zet de camera uit en ontkoppel dan de USB-kabel.
Windows Me, 2000 Professional en XP
Klik met de linker muisknop op het symbool voor het ontkoppelen van hardware in de taakbalk. Er verschijnt een venster met het apparaat dat kan worden afgesloten.
Klik in het kleine venster om het apparaat te stoppen. Er verschijnt een melding dat de hardware nu veilig kan worden verwijderd. Sluit het venster, zet de camera uit en maak de USBkabel los.
Is er meer dan één apparaat op de computer aangesloten, herhaal dan bovenstaande procedure op de rechter muisklik op het symbool voor het ontkoppelen van hardware na. Dit opent het venster voor het loskoppelen of uitwerpen van hardware na klikken op het kleine venster voor uit ontkoppelen of uitwerpen van hardware.
54 OVERSPEELSTAND
De te stoppen apparaten worden in een lijst weergegeven. Markeer het apparaat door er op te klikken en klik op "Stop”.
Er verschijnt een bevestigingsscherm, met daarin de af te sluiten apparaten. "OK" zal het apparaat stoppen.
Het derde en laatste scherm verschijnt om aan te geven dat de camera nu veilig van de computer kan worden losgekoppeld. Sluit het venster, zet de camera uit en ontkoppel de USBkabel.
Macintosh
Het groene signaallampje mag niet branden; sleep het opslagsymbool van de camera naar de prullenbak. Zet de camera uit en maak de USB-kabel los.
55
APPENDIX
Problemen oplossen
Hieronder wordt een aantal eenvoudige bedieningsproblemen behandeld. Voor verdergaande problemen of defecten of wanneer bepaalde problemen steeds terugkeren kunt u het beste contact opnemen met de Technische Dienst van Minolta.
Probleem Oorzaak
De batterij is leeg.
De camera doet het niet
AA Ni-MH batterijen zijn leeg
Oplossing
Vervang de batterij (blz. 11).
Ni-MH batterijen moeten voor gebruik worden opgeladen.
Melding ‘message full’ verschijnt
De geselecteerde geheugenlocatie is vol en kan bij de geldende beeldkwaliteitsinstelling geen extra beeld opslaan.
Verander memory type (blz. 45), plaats een nieuwe geheugenkaart (blz. 16), wis een paar beelden (blz. 25), of verander de beeldkwaliteitsinstelling (blz. 41).
Onderwerp is te dichtbij
Let er op dat het onderwerp zich binnen het
AF-bereik bevindt (blz. 21) of gebruik de macrostand (blz. 33).
Scherpstelkader blijft wit en opnamen zijn nietscherp.
Camera staat in de macrostand.
In de onderhavige situatie kan er niet goed worden scherpgesteld (blz. 23).
Verlaat de macro-instelling (blz.
33 ).
Gebruik de scherpstelvergrendeling om op een object op dezelfde afstand als het onderwerp in te stellen (blz. 22).
Bij weinig licht worden de opnamen niet scherp.
Opnamen zijn zonder flits binnen of bij weinig licht gemaakt. Lange sluitertijden geven wanneer de camera in de hand wordt gehouden trillingsonscherpte.
Gebruik een statief of gebruik flitslicht (blz. 26).
56 APPENDIX
Probleem
Monitor wordt uitgeschakeld en oranje signaallampje knippert.
Oorzaak
Flitser laadt zich op.
Oplossing
Wacht totdat het monitorbeeld weer verschijnt en het oranje signaallampje continu brandt.
Bij gebruik van flitslicht zijn de opnamen te donker
Het onderwerp ligt buiten het flitsbereik (blz.
27).
Ga dichter bij het onderwerp.
De aanduiding van de belichtingscorrectie wordt rood.
Onderwerp is te donker of te licht en licht buiten het belichtingsbereik van de camera.
Verandering de instelling tot de aanduiding wit wordt.
De melding ‘no image’ verschijnt in de weergavestand.
Er is een andere geheugenlocatie gekozen.
Ga naar de geheugenlocatie (van intern geheugen naar geheugenkaart of andersom) ) waar de beelden werden opgeslagen (blz. 45).
De boodschap ‘error’ of
‘zoom error’ verschijnt.
Verwijder de batterijen en plaats ze terug of ontkoppel de netstroomadapter en sluit hem weer aan.
Werkt de camera niet naar behoren, schakel hem dan uit, verwijder en herplaats de batterijen of verbreek en herstel de netstroomverbinding. Is de camera door langdurig gebruik heet geworden, wacht dan totdat hij is afgekoeld voordat u de voeding verwijdert of ontkoppelt. Schakel de camera altijd uit met de hoofdschakelaar, anders kan de geheugenkaart beschadigd raken en worden de camerainstellingen op de standaard instellingen teruggezet.
57
Verzorging en opslag
Lees dit hoofdstuk in z’n geheel door, zodat u uw camera optimaal zult kunnen gebruiken. Bij een juist gebruik zult u lang plezier van uw camera hebben.
Onderhoud
• Stel de camera niet bloot aan slagen of schokken.
• Zet de camera tijdens transport uit.
• Deze camera is niet water- of spatwaterdicht. Met natte handen plaatsen/verwijderen van de batterijen of de geheugenkaart of met natte handen bedienen van de camera kan tot schade leiden.
• Denk er aan het water en op het strand aan dat u de camera niet aan water en zand blootstelt.
Water, zand, stof of zout kan de camera beschadigen.
• Laat de camera niet lang in de zon liggen. Richt het objectief niet rechtstreeks naar de zon; de
CCD kan erdoor beschadigd raken.
Reiniging
• Is de camera vuil, veeg hem dan zachtjes schoon met een zachte, schone en droge doek. Blaas eerst eerst de losse deeltjes (zand) weg, anders kan vegen of poetsen tot krassen leiden.
• Wilt u het oppervlak van het objectief schoonmaken, blaas dan eerst stof of zand weg; is verdere reiniging nodig, bevochtig dan een lenstissue of een zachte doek met lensreinigingsvloeistof en poets het glas voorzichtig schoon.
• Gebruik nooit organische oplossingen voor het reinigen van de camera.
• Raak het lensoppervlak nooit met uw vingers aan.
Opslag
• Bewaar de camera op een koele, droge, goed geventileerde plaats, uit de buurt van stof en chemicaliën. Gaat u de camera lange tijd niet gebruiken, bewaar hem dan in een luchtdichte doos met silicagel droogmiddel.
• Verwijder de batterijen en de geheugenkaart uit de camera wanneer u de camera langere tijd niet gaat gebruiken.
• Bewaar de camera niet in een ruimte waar naftaleen of mottenballen worden gebruikt.
• Tijdens lange opslag is het goed de camera af en toe eens te laten werken. Gaat u hem na langdurige opslag weer gebruiken, controleer dan eerst of alles goed functioneert.
58 APPENDIX
Bedrijfstemperatuur en -omstandigheden
• Deze camera is ontworpen voor gebruik in temperaturen van 0°C tot 40°C.
• Laat de camera nooit achter in een omgeving waarin het erg warm kan worden, zoals in een auto die in de zon staat, of waar het erg vochtig is.
• Brengt u de camera van een koude naar een warme omgeving, doe hem dan in een goed afgesloten plastic zak om condensvorming te voorkomen. Laat de camera acclimatiseren en haal hem dan uit de plastic zak.
Batterijen
• Batterijprestaties nemen af naarmate het kouder is. In een koude omgeving is het aan te bevelen reservebatterijen op een warme plaats te bewaren, onder een jas bijvoorbeeld. Wanneer ze weer op temperatuur komen kunnen batterijen zich weer herstellen.
• Zijn batterijen uitgeput geraakt bij gebruik in de camera, herlaad ze dan niet, ook al lijkt hun lading zich na enige tijd te herstellen. Deze batterijen zullen de normale camerawerking onmogelijk maken.
Copyright
• Op TV programma's, film, videotapes, foto's en andere materialen kan auteursrecht rusten.
Ongeoorloofd opnemen of dupliceren van zulk materiaal kan een inbreuk op de auteursrechten zijn. Zonder toestemming opnemen van uitvoeringen, tentoonstellingen, enzovoorts is verboden.
Materialen waarop auteursrecht rust kunnen alleen worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden van het auteursrecht is voldaan.
Voorzorgen LCD-monitor
• Hoewel de LCD-monitor met precisietechniek is vervaardigd is het mogelijk dat een klein aantal beeldpunten niet optimaal functioneert.
• Oefen geen druk uit op het oppervlak van het LCD-scherm. Er kan permanente schade door ontstaan.
• Bij lage temperaturen zal het LCD-scherm tijdelijk donker worden. Bij normale temperaturen wordt de normale weergave weer hersteld.
• Zitten er vingerafdrukken op het oppervlak van de LCD-monitor, poets hem dan zachtjes schoon met een zachte, schone en droge doek.
59
Over Ni-MH batterijen
Gebruikt u Ni-MH batterijen, maak dan beide batterijcontacten schoon met een droge doek om vuil of aanslag weg te vegen. Vanwege z’n geavanceerde computersysteem houdt de camera het batterijniveau scherp in de gaten. Zijn de batterijcontacten vuil, dan is het mogelijk dat de camera een onterechte batterijwaarschuwing geeft. Zijn de batterijprestaties ongebruikelijk slecht, poets dan de batterijcontacten schoon met een schone, droge doek.
De prestaties van Ni-MH batterijen nemen af wanneer ze regelmatig worden opgeladen als ze nog niet volledig ontladen zijn. Maak Ni-MH batterijen bij voorkeur helemaal leeg voordat u ze oplaadt.
Opmerking bij gebruik van de DiMAGE VIEWER Software
De DiMAGE Viewer Software is ontworpen voor beelden uit verschillende Digitale camera’s van
Minolta. Echter, niet alle functies zijn bij alle camera-beelden te gebruiken. Zo werkt de Flicker- en
Filmbeeld-correctie in het Movie Enhancer Menu niet samen met filmbeelden, afkomstig uit de
DiMAGE E223. Gebruikt u deze functies toch, dan zal een computer systeem fout optreden.
Op het product kunt u de volgende merktekens tegenkomen:
Dit teken aan de onderkant van dit product geeft aan dat het voldoet aan de eisen van de EU (Europese Unie) op het gebied van apparatuur die storing kan veroorzaken. CE staat voor Conformité
Européenne (Europese Conformiteit).
Digital Camera: DiMAGE E223
Tested To Comply
With FCC Standards
FOR HOME OR OFFICE USE
This device complies with Part 15 of the FCC
Rules. Operation is subject to the following two conditions: (1) This device may not cause harmful interference, and (2) this device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.
Do not remove the ferrite cores from the cables.
Tested by the Minolta Corporation
101 Williams Drive, Ramsey, New Jersey 07446,
U.S.A.
This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003.
Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.
60 APPENDIX
Technische gegevens
Aantal effectieve pixels:
CCD:
Cameragevoeligheid:
Beeldverhouding:
Objectiefconstructie:
Brandpuntsafstand:
Lichtsterkte:
Scherpstelbereik:
Autofocussysteem:
Sluiter:
Oplaadtijd flitser:
Zoekertype:
Beelddekking:
Oogafstand:
A/D-conversie:
Opslagmedia:
Bestandsformaten:
Print-outputregeling:
LCD-monitor:
Menutalen:
Filmopname:
Circa 2 miljoen
1/2.7-type interline primary-color CCD
ISO 100 equivalent
4:3
9 elementen in 6 groepen
6,2 - 18,6 mm (kleinbeeldequivalent: 38 - 114 mm) f/2,9 - f/3,0
Groothoek: 0,6 m tot oneinding (van voorzijde objectief)
Tele: 0,6 m tot oneindig (van voorzijde objectief)
Macrobereik:
Groothoek: 8 - 60 cm van voorzijde objectief
Tele: 40 - 60 cm van voorzijde objectief
Video AF
CCD elektronische sluiter en mechanische sluiter
Sluitertijdenbereik: 1 - 1/1000s
10 s of minder
Optische real-image zoomzoeker
Circa 80%
15 mm (vanaf oculair)
10 bits
SD (Secure Digital) Memory Cards/MultiMediaCards
JPEG, Motion JPEG (AVI, met audio)
Voldoet aan DCF1.0
Voldoet aan DPOF (ondersteund door printfuncties in ver.1.1)
Exif 2.2, PRINT Image Matching II
3,8 cm (1,5 inch) TFT color
Totaal aantal pixels: circa 62.000
Beeldveld: circa 100 %
Engels, Duits, Frans, Spaans
Bestandsformaat: Motion JPEG (AVI)
Aantal opgenomen pixels: 320 x 240
60s (max.) op 15 bps met audio (mono)
61
Batterijen:
Externe stroombron:
Batterijprestaties (Opname):
Computer-interface:
AV-output:
Afmetingen:
Gewicht:
Twee AA Ni-MH of alkalinebatterijen (gebruik van Ni-
MH batterijen wordt aanbevolen)
Of één CR-V3 lithiumbatterij
3V DC (met opgegeven lichtnetadapter)
Ongeveer 150 opnamen: gebaseerd op Minolta’s standaard testmethode: 1850 mAh Ni-MH batterij,
LCD-monitor aan, 1600 x 1200 Fine, flitser gebruikt bij 50% van de opnamen.
USB 1.1
NTSC, PAL (in the camera te selecteren)
106,0 (B) X 66,5 (H) X 34 (D) mm
(zonder objectiefdeel)
Circa 200 gram
(zonder batterijen en geheugenkaart)
0 - 40°C Bedrijfstemperatuur:
Specificaties zijn gebaseerd op meest recente informatie op moment van druk en kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd.
62 APPENDIX
63
© 2003 Minolta Co., Ltd. under the Berne Convention and the Universal Copyright Convention.
0-43325-53194-1 9222-2727-15 PM-A303/ME-0303
Printed in Germany
डाउनलोड
विज्ञापन