广告
广告
K-r_cover_dut.fm Page 1 Thursday, September 23, 2010 4:02 PM
HOYA CORPORATION
PENTAX Imaging Systems Division
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX Europe Imaging Systems S.A.S.
(European Headquarters) 112 Quai de Bezons - BP 204,
95106 Argenteuil Cedex, FRANCE
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(France - http://www.pentax.fr )
PENTAX Imaging Systems GmbH
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(http://www.pentax.de )
PENTAX Imaging Systems Limited
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough,
Berks SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
PENTAX Canada Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
250 North 54th Street Chandler, AZ 85226, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7, CANADA
(http://www.pentax.ca)
PENTAX Trading (SHANGHAI) Limited
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road,
Xu Hui District, Shanghai, 200032 CHINA
(http://www.pentax.com.cn)
• De specificaties en de afmetingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
OPKR00105/DUT Copyright © HOYA CORPORATION 2010
FOM 01.09.2010 Printed in Europe
Digitale spiegelreflexcamera
Bedieningshandleiding
Lees de bedieningshandleiding door voordat u de camera in gebruik neemt. Dat garandeert een optimale prestatie.
K-r_OPM_DUT.book Page 0 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Bedankt dat u hebt gekozen voor deze PENTAX W Digital Camera. Lees deze handleiding vóór gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. De handleiding is een waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera. Bewaar deze handleiding daarom op een veilige plaats.
Geschikte objectieven
Op deze camera kan in het algemeen gebruik worden gemaakt van DA-, DA L-,
D FA-en FA J-objectieven en objectieven met een positie s (Auto) op de diafragmaring.
Zie p.59 en p.323 als u andere objectieven en accessoires wilt gebruiken.
Auteursrechten
Opnamen die zijn gemaakt met de W en voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties.
Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient u rekening te houden.
Handelsmerken
PENTAX, W en smc PENTAX zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION.
PENTAX Digital Camera Utility en SDM zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Windows Vista is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie van
Adobe Systems Incorporated.
Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van
Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
De handelsmerken IrSimple™ en IrSST™ zijn het eigendom van de Infrared Data Association
®
.
Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven. De aanduidingen TM of ® worden in deze handleiding echter niet in alle gevallen gebruikt.
Dit apparaat ondersteunt PRINT Image Matching III. Wanneer digitale fototoestellen, printers en software worden gebruikt die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen beelden worden gemaakt die beter overeenstemmen met hetgeen de fotograaf wil bereiken. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet compatibel zijn met PRINT Image Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
K-r_OPM_DUT.book Page 1 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik deze camera niet in de buurt van apparatuur die krachtige magnetische velden of straling genereert. Krachtige statische ontladingen of het magnetisch veld dat wordt gegenereerd door apparatuur zoals radiozenders kunnen de werking van de monitor storen, opgeslagen gegevens beschadigen, of gevolgen hebben voor de elektronica in de camera en een goed functioneren verstoren.
• Het paneel met vloeibare kristallen in de monitor is gemaakt met behulp van extreem hoge-precisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen afwijken van die van het feitelijke product.
• In deze handleiding wordt de algemene term “computer(s)” gebruikt voor zowel
Windows-pc’s als Macintosh-computers.
• In de camera kan gebruik worden gemaakt van de batterij D-LI109 of de optionele batterijhouder D-BH109 met vier AA-batterijen. In deze handleiding wordt hierna met de term “batterij” zowel de D-LI109 als de D-BH109 bedoeld.
In deze handleiding heeft de algemene term “batterij(en)” betrekking op elk type batterij dat met deze camera en accessoires wordt gebruikt, behalve wat hierboven is beschreven.
1
Voor een veilig gebruik van de camera
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
K-r_OPM_DUT.book Page 2 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
• Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera als daar een teleobjectief op is gemonteerd, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht beschadiging kunnen oplopen. Kijk niet recht in de zon door een teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot blindheid.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde
PENTAX Service Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Leg uw vingers niet over de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Verzend gegevens niet via infraroodtransmissie terwijl u de infraroodpoort van de camera naar de ogen van een persoon gericht houdt. Als u dat wel doet, kan de persoon oogletsel of ander letsel oplopen.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes. Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoeding met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoeding met een niet juist gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning is 100- 240 V wisselstroom.
• Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een
PENTAX Service Center. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als het tijdens het gebruik van de batterijlader of de netvoedingsadapter gaat onweren, haal het netsnoer dan uit het stopcontact en gebruik het product niet verder.
Als u het product toch verder gebruikt, kan dit resulteren in beschadiging van de apparatuur, brand of een elektrische schok.
K-r_OPM_DUT.book Page 3 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Veeg de stekker van het netsnoer schoon als deze met stof bedekt is. Opgehoopt stof kan brand veroorzaken.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/
UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal AWG-koper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMAconfiguratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig.
Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Neem contact op met een servicecentrum van PENTAX als het snoer beschadigd is.
• Raak de aansluiting voor netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact. Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel haar ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Gebruik de batterijlader uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithiumionbatterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan oververhitting, explosies of schade aan de batterijlader veroorzaken.
Over de oplaadbare lithium-ionbatterij
Waarschuwing
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot een explosie of lekkage.
• Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij. Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
• Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van de plus- en minpolen van de batterij.
• Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Mocht lekkend materiaal van de batterij in contact komen met uw huid of kleding, dan kan de huid geïrriteerd raken. Was de betroffen gebieden grondig schoon met water.
• Batterijgebruik D-LI109
GEBRUIK ALLEEN DE AANGEGEVEN BATTERIJOPLADER.
- NIET VERBRANDEN.
- NIET DEMONTEREN.
- NIET KORTSLUITEN.
- NIET BLOOTSTELLEN AAN HOGE TEMPERATUREN (60°C).
3
K-r_OPM_DUT.book Page 4 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Over het gebruik van AA-batterijen
Waarschuwing
• Mocht het lekkende materiaal van de batterijen in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Bij gebruik van de optionele AA-batterijhouder D-BH109 kan gebruik worden gemaakt van vier AA-alkalinebatterijen, AA-lithiumbatterijen of AA Ni-MH-batterijen. Gebruik geen ander type batterij dan het hier genoemde. Gebruik van een ander type batterij kan tot gevolg hebben dat de camera slecht functioneert, batterijen exploderen of brand wordt veroorzaakt.
• AA-alkalinebatterijen en AA-lithiumbatterijen kunt u niet opladen. Demonteer de batterijen niet. Als u probeert niet-oplaadbare batterijen op te laden of de batterijen te demonteren, kan dit een explosie of lekkage tot gevolg hebben.
• De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en –) op de batterijen. Onjuiste plaatsing van de batterijen kan een explosie of brand veroorzaken.
• Combineer bij vervanging van de batterijen geen batterijen van verschillende merken, types of capaciteiten. Combineer ook geen oude batterijen met nieuwe. Hierdoor kunnen de batterijen exploderen of brand veroorzaken.
• Probeer nooit de batterijen kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen. Demonteer de batterijen nooit. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten.
• Laad geen andere batterijen op dan oplaadbare Ni-MH-batterijen. Andere batterijen kunnen exploderen of vlam vatten. U kunt geen andere AA-batterijen opladen dan de Ni-MH-batterijen die in deze camera kunnen worden gebruikt.
• Als het lekkende materiaal van de batterijen in contact komt met uw huid of kleding, kan de huid geïrriteerd raken. Was in dat geval de betreffende gebieden grondig schoon met water.
• Als de batterijen heet worden of beginnen te roken, moet u deze onmiddellijk uit de camera halen. Pas op dat u zichzelf niet brandt bij het verwijderen van de batterij.
Houd de camera en accessoires altijd buiten bereik van kleine kinderen.
Waarschuwing
• Bewaar de camera en accessoires niet binnen bereik van kleine kinderen.
1. Als het product valt of per ongeluk wordt bediend, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
2. Als de riem om de nek wordt gewikkeld, kan dit leiden tot verstikking.
3. Houd kleine accessoires, zoals SD-geheugenkaarten of batterijen, buiten bereik van kleine kinderen om te voorkomen dat deze accessoires per ongeluk worden ingeslikt. Mocht dit toch gebeuren, roep dan onmiddellijk de hulp van een arts in.
K-r_OPM_DUT.book Page 5 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Neem, als u op reis gaat, het document Worldwide Service Network mee dat deel uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, controleer dan of alles nog goed werkt, vooral als u belangrijke opnamen wilt maken (bijvoorbeeld bij een huwelijk of op reis).
Als uw camera of opnamemedium (SD-geheugenkaart) een defect vertoont, kunt u er niet zeker van zijn dat beelden correct worden opgenomen of afgespeeld of ongeschonden naar een computer worden gekopieerd.
Over de batterij en de batterijlader
• Als de batterij volledig opgeladen wordt weggeborgen, kan dat tot verlies van prestaties leiden. Vermijd met name opslag bij hoge temperaturen.
• Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat van de levensduur.
• Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik, of op de dag van gebruik zelf op te laden.
• Het bij de camera geleverde netsnoer dient uitsluitend te worden gebruikt voor de batterijlader D-BC109. Gebruik het netsnoer niet voor andere apparaten.
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto’s de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0° tot 40°C (32°F tot 104°F).
• Het scherm kan bij hoge temperaturen zwart worden, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van het scherm kan traag worden bij lage temperaturen. Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal hem er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg deze dan weg.
• Druk niet met kracht op het scherm. Het risico bestaat dat het scherm hierdoor gaat barsten of niet meer naar behoren functioneert.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
5
K-r_OPM_DUT.book Page 6 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
De camera schoonmaken
• Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
• Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging van de CMOS-sensor (hieraan zijn kosten verbonden).
De camera opbergen
• Berg de camera niet op in de nabijheid van conserveermiddelen of chemicaliën.
Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
Andere voorzorgsmaatregelen
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (p.56) voor
meer informatie over de SD-geheugenkaart.
• Als u gegevens wist die zijn opgeslagen op een SD-geheugenkaart, of een
SD-geheugenkaart formatteert, dan worden de originele gegevens niet volledig verwijderd. U dient zich hiervan bewust te zijn. Er is in de handel software verkrijgbaar waarmee anderen de door u gewiste, wellicht privacygevoelige, bestanden kunnen terughalen.
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde
cd-rom of op de website van PENTAX. Zie p.311 voor bijzonderheden. Bij voorbaat
dank voor uw medewerking.
K-r_OPM_DUT.book Page 7 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
MEMO
7
8
K-r_OPM_DUT.book Page 8 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Inhoudstafel
Voor een veilig gebruik van de camera................................................ 1
Aandachtspunten tijdens het gebruik................................................... 5
Samenstelling van de handleiding ..................................................... 15
Voordat u de camera gaat gebruiken 17
W -camera ...............................................18
De inhoud van het pakket controleren .......................................21
Namen en functies van de onderdelen.......................................22
Opnamestand .................................................................................... 23
Weergavestand.................................................................................. 25
Weergave van indicaties..............................................................27
Functie-instellingen wijzigen.......................................................38
Richtingsknoppen gebruiken.............................................................. 38
Het bedieningspaneel gebruiken ....................................................... 39
De menu’s gebruiken ......................................................................... 40
Voorbereidingen 43
Draagriem bevestigen ..................................................................44
De batterij plaatsen ......................................................................45
De lithium-ionbatterij gebruiken ......................................................... 45
Gebruik van de AA-batterijen............................................................. 48
Indicatie batterijniveau ....................................................................... 51
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) ................................ 53
Een SD-geheugenkaart plaatsen/verwijderen............................55
Opnameresolutie en Kwaliteitsniveau................................................ 57
Een objectief aansluiten ..............................................................59
De zoekerdioptrie corrigeren.......................................................61
De camera aan- en uitzetten ........................................................62
Basisinstellingen ..........................................................................63
De weergavetaal instellen.................................................................. 63
Datum en tijd instellen........................................................................ 67
K-r_OPM_DUT.book Page 9 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Basisbediening 69
Basishandelingen bij opnamen...................................................70
De camera vasthouden...................................................................... 70
De camera de optimale instellingen laten bepalen ............................ 71
Werken met een zoomobjectief...................................................76
Gebruik van de ingebouwde flitser.............................................77
De flitsfunctie instellen ....................................................................... 78
Corrigeren van de flitsintensiteit......................................................... 84
Opnamen weergeven ...................................................................85
Opnamen weergeven......................................................................... 85
Eén enkele opname wissen ............................................................... 86
Opnamefuncties 89
Werken met de opnamefuncties .................................................90
Items instellen met richtingsknoppen................................................. 90
Onderdelen van het menu Opnamemodus........................................ 91
Onderdelen van het menu Persoonlijke instelling.............................. 93
De juiste opnamestand kiezen ....................................................95
Picture-standen.................................................................................. 96
H -standen....................................................................................... 97
Opnamefuncties................................................................................. 99
Belichting instellen.....................................................................100
Effect van diafragma en sluitertijd.................................................... 100
Gevoeligheid instellen...................................................................... 102
Beeldruis reduceren (Ruisreductie) ................................................. 104
De belichtingsfunctie wijzigen .......................................................... 107
De lichtmeetmethode selecteren ..................................................... 118
Belichting corrigeren ........................................................................ 121
De belichting vergrendelen voordat de opname wordt gemaakt
(Belichtingsgeheugen) ..................................................................... 125
Scherp stellen .............................................................................127
Autofocus gebruiken ........................................................................ 127
De AF-modus instellen..................................................................... 130
AF-aanpassing................................................................................. 132
Het scherpstelgebied selecteren (AF-punt) ..................................... 134
De scherpstelling vergrendelen (Scherpstelling vergrendelen) ....... 137
Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherp stellen)....... 139
De Voorbeeld-functie toewijzen aan de knop Snelinstelling ............ 142
Optisch voorbeeld weergeven ......................................................... 144
Digitaal voorbeeld weergeven.......................................................... 145
9
10
K-r_OPM_DUT.book Page 10 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Foto’s maken met de functie Shake Reduction ............................... 146
Opnamen maken met de zelfontspanner......................................... 150
Opnamen maken met de afstandsbediening (Optioneel) ................ 152
Continuopnamen maken............................................................155
Continuopname................................................................................ 155
Intervalopnamen .............................................................................. 157
Dubbelopnamen............................................................................... 159
Opnamen maken met digitale filters.........................................162
Opnamen maken met Live weergave........................................166
Live weergave instellen.................................................................... 167
Foto’s maken ................................................................................... 169
Video-opnamen maken ..............................................................172
De video-instellingen wijzigen.......................................................... 172
Video opnemen................................................................................ 174
Video weergeven ............................................................................. 176
Video-opnamen bewerken ............................................................... 178
De flitser gebruiken 181
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie .......................182
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken ................................... 182
2e sluitergordijn-synchronisatie gebruiken....................................... 184
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser ...............188
Gebruik van een externe flitser (optioneel)..............................189
Gebruik van de functie Automatisch P-DDL-flitsen.......................... 190
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie ........................................ 191
Draadloos flitsen .............................................................................. 192
Een externe flitser aansluiten met het verlengsnoer........................ 196
Meerdere flitsers met verlengsnoeren ............................................. 197
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie .................................... 198
Opname-instellingen 199
Een bestandsindeling instellen.................................................200
JPEG-opnameresolutie instellen...................................................... 200
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen ................................................ 201
De bestandsindeling instellen .......................................................... 202
De functie van de knop Snelinstelling selecteren ...................205
De witbalans instellen ................................................................208
Witbalans handmatig aanpassen..................................................... 211
Fijnafstemming van de witbalans..................................................... 213
De kleurruimte instellen ................................................................... 214
K-r_OPM_DUT.book Page 11 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen corrigeren ..................................................................215
De helderheid aanpassen ................................................................ 215
Objectiefcorrectie ............................................................................. 219
De afwerking van de opname instellen ....................................221
Aangepaste opname instellen.......................................................... 221
Cross-processing instellen............................................................... 224
Weergavefuncties 227
Bediening van weergavefuncties..............................................228
Items van het weergavepalet ........................................................... 228
Items van het menu Weergeven ...................................................... 229
De weergavemethode instellen .................................................231
Opnamen vergroten ...................................................................233
Weergave van meerdere opnamen ...........................................234
Scherm voor weergave van meerdere opnamen............................. 234
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam..................... 235
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum
(Kalenderweergave)......................................................................... 236
Opnamen vergelijken ....................................................................... 238
Opnamen samenvoegen (Index) ..................................................... 239
Opnamen continu weergeven ...................................................242
Diavoorstelling instellen ................................................................... 242
De diavoorstelling starten ................................................................ 243
Opnamen roteren........................................................................245
Meerdere opnamen wissen........................................................246
Geselecteerde opnamen wissen...................................................... 246
Een map wissen............................................................................... 247
Alle opnamen wissen ....................................................................... 249
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen) .....................250
Eén opname beveiligen ................................................................... 250
Alle opnamen beveiligen.................................................................. 251
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat .............252
Opnamegegevens uitwisselen met andere apparaten............254
Een duelspel spelen met gebruik van uw opnamen
(Opnamen vergelijken)..................................................................... 257
Opnamen verwerken 259
Het opnameformaat wijzigen.....................................................260
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wijzigen (Resize) ....... 260
Uitsneden maken (Cropping) ........................................................... 262
11
12
K-r_OPM_DUT.book Page 12 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen bewerken met digitale filters....................................264
Het digitale filter toepassen.............................................................. 266
Filtereffecten kopiëren ..................................................................... 268
Zoeken naar de oorspronkelijke opname......................................... 269
RAW-opnamen ontwikkelen ......................................................270
Eén RAW-opname ontwikkelen ....................................................... 270
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen ............................................ 271
Parameters opgeven........................................................................ 273
Andere instellingen wijzigen 275
Werken met het menu Set-up ....................................................276
Items van het menu Set-up.............................................................. 276
Een SD-geheugenkaart formatteren .........................................278
Het geluidssignaal instellen ............................................................. 279
De datum- en tijdweergave wijzigen ................................................ 280
Wereldtijd instellen........................................................................... 280
De weergavetaal instellen................................................................ 283
Weergave van monitor en menu’s aanpassen.........................284
Het tekstformaat instellen ................................................................ 284
De tijd voor weergave van het hulpdisplay instellen ........................ 284
Instellen welke menutab als eerste wordt weergegeven ................. 285
De statusschermweergave instellen ................................................ 286
De weergave voor Momentcontrole instellen................................... 286
De helderheid van de monitor aanpassen ....................................... 287
De kleur van de monitor aanpassen ................................................ 288
Map/bestandsnummer instellen................................................289
De mapnaaminstelling wijzigen........................................................ 289
Nieuwe mappen aanmaken ............................................................. 289
Bestandsnummer instellen............................................................... 290
De stroominstellingen selecteren .............................................291
Automatisch uitschakelen instellen .................................................. 291
Het batterijtype selecteren ............................................................... 292
Fotograafgegevens instellen.....................................................293
De DPOF-instellingen uitvoeren................................................295
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera
(Geheugen)..................................................................................298
K-r_OPM_DUT.book Page 13 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De camera aansluiten op een computer 301
Gemaakte opnamen bewerken op een computer....................302
Opnamen opslaan op de computer ..........................................303
De USB-aansluitfunctie instellen...................................................... 303
Opnamen opslaan door de camera aan te sluiten op de computer . 305
Gebruik van de bijgeleverde software......................................306
De software installeren .................................................................... 306
Schermen van de PENTAX Digital Camera Utility 4........................ 308
Bijlage 313
Standaardinstellingen ................................................................314
De menu’s resetten ....................................................................321
De menu’s Opnamemodus/Weergeven/Instellen resetten .............. 321
Menu Persoonlijke instellingen herstellen........................................ 322
Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken] ........................... 325
De CMOS-sensor reinigen .........................................................327
Stof verwijderen door de CMOS-sensor te schudden...................... 327
Stof detecteren op de CMOS-sensor (Stofalarm) ............................ 328
Stof verwijderen met een blaaskwastje............................................ 330
Optionele accessoires ...............................................................332
Foutberichten..............................................................................338
Problemen oplossen ..................................................................341
Belangrijkste technische gegevens..........................................345
Verklarende woordenlijst...........................................................352
GARANTIEBEPALINGEN ...........................................................366
13
K-r_OPM_DUT.book Page 14 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
14
MEMO
K-r_OPM_DUT.book Page 15 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
15
Samenstelling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voordat u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen en functies van de verschillende onderdelen.
Beschrijft de eerste stappen van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Beschrijft de procedures voor het maken en weergeven van opnamen.
Beschrijft de functies voor het maken van opnamen.
Beschrijft het gebruik van de ingebouwde en de externe flitsers.
Beschrijft de procedures voor het configureren van beeldbewerking en het instellen van de bestandsindeling.
Beschrijft de procedures voor het weergeven, verwijderen en beveiligen van opnamen.
Beschrijft de procedures voor het wijzigen van het opnameformaat, het toepassen van digitale filters en het ontwikkelen van opnamen die zijn gemaakt in de
RAW-indeling.
9 Andere instellingen wijzigen
Beschrijft de procedures voor het wijzigen van de camera-instellingen, bijvoorbeeld die voor de monitor en de conventies voor de naamgeving van beeldmappen.
10 De camera aansluiten op een computer
Beschrijft hoe u de camera aansluit op een computer; bevat bovendien installatieinstructies en een algemeen overzicht van de meegeleverde software.
Behandelt het oplossen van problemen en geeft een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires en verschillende informatiebronnen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
K-r_OPM_DUT.book Page 16 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
16
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1
Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie.
Geeft aan dat bij gebruik van de camera voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen.
K-r_OPM_DUT.book Page 17 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Voordat u de camera gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen en functies van de diverse onderdelen voordat u de camera in gebruik neemt.
Kenmerken van de
-camera .......................18
De inhoud van het pakket controleren ............... 21
Namen en functies van de onderdelen ..............22
Weergave van indicaties .....................................27
Functie-instellingen wijzigen .............................. 38
18
K-r_OPM_DUT.book Page 18 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Kenmerken van de
W
-camera
1
• Voorzien van een CMOS-sensor van 23,6×15,8 mm met effectief
12,4 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
• Uitgerust met Shake Reduction (SR), een systeem voor het reduceren van onscherpte door het bewegen van de sensor. Daarmee kunt u scherpe opnamen maken die minimaal worden beïnvloed door het bewegen van de camera, ongeacht het gebruikte objectief.
• Uitgerust met een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele kleinbeeldcamera, met een vergroting van ca. 0,85 en een beeldveld van ca. 96% om gemakkelijker beeldcomposities te maken en comfortabeler handmatig scherp te stellen. Bovendien uitgerust met een functie die de actieve AF-punten in de zoeker rood doet oplichten.
• Voorzien van een grote monitor van 3,0 inch met ca. 921.000 pixels, een grote beeldhoek, en een helderheids- en kleurenregeling voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave.
• Behalve dat u gebruik kunt maken van de oplaadbare lithium-ionbatterij
D-LI109, kunt u met de optionele AA-batterijhouder D-BH109 ook de commercieel verkrijgbare AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH batterijen of AA-alkalinebatterijen gebruiken.
• Voorzien van een Live weergavefunctie voor het maken van opnamen bij gelijktijdige real-time weergave van het onderwerp op de monitor.
• U kunt video-opnamen maken door gebruik te maken van de eigenschappen van het objectief. De camera kan ook een Composite
Video-signaal uitvoeren, zodat u gemaakte opnamen en video kunt weergeven op een monitor zoals een tv-scherm.
• Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende delen van de camera. Grote tekst, een monitor met een hoog contrast en gebruiksvriendelijke menu’s maken de bediening van de camera eenvoudiger.
• Op de CMOS-sensor is een speciale SP-coating aangebracht die voorkomt dat stof aan de sensor blijft kleven. Bij toepassing van de functie Sensor stofvrij maken wordt de CMOS-sensor tevens geschud om stof te verwijderen.
• Uitgerust met digitale filters voor het bewerken van de opname in de camera. Tijdens het maken van opnamen kunt u digitale filters toepassen zoals Kleur of Soft, maar u kunt er opnamen ook achteraf mee bewerken.
K-r_OPM_DUT.book Page 19 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Met de functie Aangepaste opname kunt u instellingen aanpassen terwijl een voorbeeld van het eindresultaat wordt weergegeven, zodat u meer greep krijgt op wat u met de opname wilt bereiken.
• Opnamen worden opgeslagen in de veelzijdige JPEG-indeling of de kwalitatief hoogwaardige en volledig bewerkbare RAW-indeling. U kunt ook JPEG+RAW selecteren en tegelijkertijd opnamen maken met beide indelingen. Opnamen die zijn gemaakt met de RAW-indeling, kunnen gemakkelijk intern door de camera worden verwerkt.
• Voorzien van de Gevoeligheidsvoorkeuze K die automatisch het diafragma en de sluitertijd aanpast aan een ingestelde gevoeligheid.
• Ondersteunt infraroodtransmissie (IrSimple/IrSS) waarmee u beeldgegevens kunt verzenden en ontvangen naar en vanaf mobiele telefoons en printers.
Shake Reduction (SR)
Shake Reduction (SR) op de W is een origineel PENTAX-systeem waarbij met behulp van een magneet de beeldsensor met hoge snelheid wordt bewogen om camerabewegingen te compenseren.
De camera kan enig geluid voortbrengen als deze heen en weer wordt geschud, bijvoorbeeld bij het wijzigen van compositie.
Dit is normaal en geen defect.
19
1
Een opname ook opslaan als een RAW-opname
Als de bestandsindeling van de laatst gemaakte opname JPEG is, en de gegevens van de opname nog in het buffergeheugen aanwezig zijn, kunt u de opname ook opslaan in de RAW-indeling door tijdens weergave op de knop m c te drukken.
Als de opname werd gemaakt met een van de volgende instellingen, dan wordt de RAW-opname opgeslagen op de aangeduide wijze.
• Cross-processing RAW-opname zonder Cross-processing
• Digitaal filter
• HDR-opname
RAW-opname zonder filtereffect
RAW-opname met standaardbelichting
• Dubbelopnamen RAW-opname met Dubbelopnamen
K-r_OPM_DUT.book Page 20 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
20
1
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de W - en 35 mm-kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat de formaten van kleinbeeldfilm en een CMOS-sensor verschillen.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CMOS-sensor
35 mm-kleinbeeldfilm: 36×24 mm
CMOS-sensor W : 23,6×15,8 mm
De brandpuntsafstand van een objectief dat wordt gebruikt met een 35 mmcamera, is circa 1,5 keer langer dan die van de W . Om opnamen te maken met een beeldhoek die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de brandpuntsafstand van het 35 mm-objectief door 1,5.
Voorbeeld: Om dezelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruik een 100 mm-objectief met de W .
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de
W worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een
35 mm-camera te bepalen.
Voorbeeld: Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op de W
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera.
K-r_OPM_DUT.book Page 21 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De inhoud van het pakket controleren
21
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn bijgeleverd.
1
Flitsschoenbeschermer F
K
(gemonteerd op de camera)
Oogschelp F
Q
(op de camera bevestigd)
Dop cameravatting
(gemonteerd op de camera)
USB-kabel I-USB7 Draagriem O-ST53 Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109
Batterijlader D-BC109 Netsnoer Software (Cd-rom)
S-SW110
Handleiding
(deze handleiding)
Zie p.332 voor informatie over optionele accessoires.
22
K-r_OPM_DUT.book Page 22 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Namen en functies van de onderdelen
1
AF-hulplicht
Zelfontspannerlampje/
Afstandsbedieningssensor
Kaartklep
Index objectiefvatting
(rode punt)
Ontgrendelknop voor het objectief
Ingebouwde flitser
Indicatie beeldvlak
PC/AV-aansluiting
Klepje voor aansluitingen
Infraroodpoort
Flitsschoen
Luidspreker
Riembevestiging
Microfoon
Spiegel
AF-koppeling
Contactpunten voor objectiefinformatie
Dioptriecorrectieknop
Zoeker
LED voor lezen van/schrijven naar kaart
Monitor
Statiefaansluiting
Ontgrendelknop van de batterijklep
Batterijklep
* In de tweede afbeelding wordt de camera weergegeven zonder oogschelp F
Q
.
K-r_OPM_DUT.book Page 23 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
23
Opnamestand
Functies van knoppen die bij het maken van opnamen worden gebruikt.
Hier worden de fabrieksinstellingen besproken. Afhankelijk van de knop kunnen instellingen worden gewijzigd.
1
1
2
3
5
6
4
8
7
9
0 a b c d e f
K-r_OPM_DUT.book Page 24 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
24
1
1 Knop | (Snelinstelling)
U kunt aan deze knop een
2 Ontspanknop
Indrukken om opnamen
3 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera
4 Ontgrendelknop voor het objectief
Indrukken om een objectief
5 Knop m c
Waarden voor belichtingscorrectie en diafragma instellen.
6 Functiekiezer
7 Scherpstelfunctieknop
Schakelen tussen automatisch
8 Knop K / i
Indrukken om de ingebouwde
flitser uit te klappen. (p.77)
9 e-knop
De sluitertijd, het diafragma, de gevoeligheid en de belichtingscorrectie instellen.
0 Knop = / L
U kunt met deze knop scherp stellen op het onderwerp of de belichtingswaarde
a Knop Q
Hiermee wordt de weergave-
b Knop U
Toont een opname die is gemaakt met Live
c Knop M
Hiermee activeert u het
Schakelt over naar het bedieningspaneel tijdens weergave van het statusscherm. (p.29) d Knop 4
Druk tijdens weergave van het bedieningspaneel of een menuscherm op deze knop om het geselecteerde item te bevestigen.
Als het scherpstelgebied ingesteld is op S
(Selecteren), druk dan op deze knop als u wijziging van het AF-punt wilt in-
e Vierwegbesturing
( 2345 )
Toont het instelmenu voor de Transportstand/
Flitsinstelling/Witbalans/
Als het bedieningspaneel of een schermmenu wordt weergegeven, verplaatst u de cursor of wijzigt u een item met de vierwegbesturing.
Wijzigt het AF-punt als het kan worden gewijzigd.
f Knop 3
Hiermee wordt het menu
[ A Opnamemodus 1]
Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 5 ) om submenu’s weer te geven.
K-r_OPM_DUT.book Page 25 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
25
Weergavestand
Functies van knoppen die bij het weergeven van opnamen worden gebruikt.
1 4
1
2
3
5
6
7
8
9
0 a
K-r_OPM_DUT.book Page 26 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
26
1
1 Knop | (Snelinstelling)
Indrukken om instellingen te wijzigen, zoals het resetten
2 Ontspanknop
Halverwege indrukken om over te gaan naar de opnamestand.
3 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit
4 Knop m c
Als JPEG de bestandsindeling is van de laatst gemaakte opname, en de gegevens hiervan nog in het buffergeheugen aanwezig zijn, kunt u op deze knop drukken om de opname ook op te slaan
5 Knop K / i
Indrukken om opnamen
6 e-knop
Een opname uitvergroten
opnamen tegelijkertijd
7 Knop Q
Hiermee activeert u de opnamestand.
8 Knop M
Hiermee geeft u opnamegegevens weer op de monitor. (p.30)
9 Knop 4
Bevestigt de instelling die u hebt geselecteerd in het menu of weergavescherm.
0 Vierwegbesturing
( 2345 )
Gebruik deze om de cursor te verplaatsen of items te wijzigen in menu’s of het weergavescherm.
Druk op de vierwegbesturing
( 3 ) om het weergavepalet
a Knop 3
Hiermee geeft u het menu
[ Q Weergeven 1] weer
op de vierwegbesturing ( 5 ) om submenu’s op te roepen.
Verwijzingen naar knoppen
In deze bedieningshandleiding wordt op de volgende manier verwezen naar de knoppen van de vierwegbesturing.
K-r_OPM_DUT.book Page 27 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Weergave van indicaties
Monitor
Afhankelijk van de camerastatus worden de hieronder beschreven gegevens op de monitor weergegeven.
Monitor
De helderheid en de kleur van de monitor kunnen worden aangepast.
Bij het inschakelen of gebruik van de functiekiezer
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden
(standaardinstelling) weergegeven op de monitor als de camera wordt ingeschakeld of de functiekiezer wordt gebruikt.
1
P Programma
Automatische belichting
P
2
09/09/2010 10:30AM
3
1
2
Wereldtijd (p.280) (alleen indien
ingesteld op Bestemmingstijd)
3
Als u geen bedieningsaanwijzingen op het scherm wilt weergeven, stel [Hulpdisplay] dan in op [Uit] in het menu [ R
27
1
K-r_OPM_DUT.book Page 28 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
28
1
Opnamestand
Tijdens het maken van opnamen wordt het statusscherm weergegeven waarin de huidige instellingen van de opnamefunctie worden getoond.
U kunt een ander scherm kiezen door op de knop M te drukken.
P
ISO
AUTO
1/ 125
200
-3 2 1 1 2 +3
AF.A
AWB
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[
Statusscherm
37 ]
M
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
Bedieningspaneel
M
Leeg
M
Statusscherm
(Alle items worden hier voor uitlegdoeleinden weergegeven. In werkelijkheid kan er iets anders worden weergegeven.)
P
SHIFT
1/ 2000
1600
-3 2 1
±1.0
JPEG 12
M
1 2 +3
G1A1
AWB
AF.A
F 2.8
[
ISO
37 ]
1
2
3
Dubbelopnamen (p.159)/Digitaal
filter (p.162)/HDR-opname (p.217)/
4
5
6 Lichtmeting bij automatische
7
8 Hulp e-knop
9 Sluitertijd
10 Diafragmawaarde
11 ISO AUTO
12
8
1 2
9
3 4
8
5 6 7
10
11 12
17
14
18 19 20
21
15 16
22 23 24 25 26
13
14 LW-balk
15
Flitsbelichtingscorrectie (p.84)
16
Fijnafstemming witbalans (p.213)
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26 Resterende opslagcapaciteit/ aanduiding knop |
K-r_OPM_DUT.book Page 29 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
29
Het bedieningspaneel
Druk op de knop M in het statusscherm om het bedieningspaneel weer te geven en instellingen te wijzigen.
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
AF.A
JPEG 12
M
[ 37 ]
1 Functienaam
2 Instelling
3
4
5
6
7
8 Lichtmeting bij automatische
9
10
3
8
13
1
2
4
9
14
18
5
10
15
6
11
16
19
7
12
17
11
Correctie van hoge lichten (p.215)
12
13
14
15
16
17 Correctie laterale chromatische
18 Actuele datum en tijd
19 Resterende opslagcapaciteit
• Instellingen die niet gewijzigd kunnen worden bij de huidige configuratie van de camera, kunnen niet worden geselecteerd.
• Op het statusscherm wordt de instelling die momenteel wordt gewijzigd of wordt de bedieningsaanwijzing voor de knoppen die kunnen worden bediend, weergegeven in een blauwe kleur (wanneer [Statusscherm] in het menu [ R Instellen 1] ingesteld is op [Weerg. kleur 1]).
• Het statusscherm verdwijnt als er binnen 30 seconden geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden. Druk op de knop M als u het scherm weer op wilt roepen.
• Als er op het bedieningspaneel 30 seconden lang geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden, verschijnt het statusscherm weer.
• Als [Display opname-info] ingesteld is op O
in het menu [ A Opnamemodus 4] en het lege scherm geselecteerd wordt, dan wordt bij de volgende inschakeling van de camera eerst het lege scherm getoond.
• [9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven op het statusscherm en op het bedieningspaneel. Zelfs als 10.000 of meer opnamen kunnen worden gemaakt, wordt [9999] weergegeven.
1
K-r_OPM_DUT.book Page 30 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
30
1
Weergavestand
Telkens wanneer u tijdens weergave op de knop M drukt, toont de camera andere informatie.
Standaard
Histogramweergave
Weergave van detail-info
Op het scherm worden de gemaakte opname, de bestandsindeling en de bedieningsaanwijzingen weergegeven.
Op het scherm worden de opname en het histogram
(Helderheid/RGB) weergegeven. Niet beschikbaar tijdens weergave van video. (p.33)
Op het scherm worden details van de opname-instellingen
en het tijdstip van de opname weergegeven. (p.31)
Geen infoweergave Alleen de opname wordt weergegeven.
M
JPEG 1/ 2000 F5.6
ISO 200
Standaard
M
JPEG 1/ 2000 F5.6
ISO 200
Histogramweergave
M
Geen infoweergave
P 100-0001
M
AF.A
1/ 2000
F5.6
ISO 200
24mm
DR
200
+1.5
-0.5
G2 A1
JPEG 12
M
AdobeRGB
09/09/2010 10:00AM
±0
±0
±0
±0
±0
Weergave van detail-info
De informatie die tijdens weergave als eerste wordt getoond, is dezelfde als die van de laatste weergave in de vorige sessie. Als [Display weergave-info] ingesteld is op P
(Uit) bij [Geheugen] (p.298) in het menu [
A Opnamemodus
4], wordt bij inschakeling van de camera als eerste altijd het scherm
[stand.] getoond.
K-r_OPM_DUT.book Page 31 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Weergave van detail-info
Ga van de ene naar de andere pagina met de vierwegbesturing ( 23 ).
Pagina 1
Foto
P 100-0001
AF.A
1/ 2000
F2.8
ISO 200
24mm
DR
200
+1.5
-0.5
G2 A1
JPEG 12
M
AdobeRGB
09/09/2010 10:00AM
±0
±0
±0
±0
±0
Video
MONO
F2.8
100-0001
10min10sec
G2 A1
Movie
09/09/2010 10:00AM
±0
±0
±0
±0
±0
1
2
3
6
10 11
12 13 14 15
8
7
19
22
20
23
16
4
9
17
21
24
18
25 26 27 28 29
32 33
5
30
31
3 4
2
34
35 36
19 37
25 26
32
27
23
13 38
24
29
5
30
31
Pagina 2
Foto/Video
2
3
100-0001 1
2
2
3
4 5
39
39
40
41
31
1
K-r_OPM_DUT.book Page 32 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
32
1
1
2 Gemaakte opname
3
4
5 Mapnummer-
6
7
8 Brandpuntsafstand objectief
9
10
11 Lichtmeting bij automatische
12 Sluitertijd
13
14
15
Correctie van hoge lichten (p.215)
16
17
18 Instelling laterale chromatische
19 Diafragmawaarde
20
21
Flitsbelichtingscorrectie (p.84)
22
23
24
Fijnafstemming witbalans (p.213)
25
26
27
Kwaliteitsniveau (p.172, p.201)
28
29
Shake Reduction (p.146, p.173)
30
31 Parameters aangepaste
35
36
37
38
39
40
41
32 Opnamedatum en -tijd
33
34 Opnametijd
Transportstand
(afstandsbediening)
Waarschuwing dat integriteit van informatie is geschonden
* Bij opnamen die zijn gemaakt met Live weergave wordt de autofocusmethode weergegeven voor indicatie 9.
* De indicaties 7 en 21 worden alleen weergegeven bij opnamen die zijn gemaakt met de flitser.
* De indicaties 13, 14, 15, 16 en 24 worden alleen weergegeven bij opnamen die zijn gemaakt terwijl de bijbehorende functie was ingeschakeld.
* De indicaties 26 en 27 worden niet weergegeven bij RAW-opnamen.
K-r_OPM_DUT.book Page 33 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Histogramweergave
De volgende histogrammen kunnen worden weergegeven bij weergave van foto-opnamen. Het “Helderheidshistogram” toont de verdeling van helderheid en het “RGB-histogram” toont de verdeling van kleurintensiteit.
Druk op de vierwegbesturing ( 23 ) om te schakelen tussen
Helderheidshistogram en RGB-histogram.
33
1
1 2 3 2 3
5
4
23
23
5
1
1/ 2000 F5.6
ISO 200
6 7 8 9
Helderheidshistogram
10
1 Histogram (Helderheid)
2 Beveiligen
3 Mapnummer-bestandsnummer
4 Een opname tevens opslaan in de RAW-indeling
5 Schakelen tussen RGB-histogram/
Helderheidshistogram
6 Bestandsindeling
7 Sluitertijd
8 Diafragmawaarde
9 Gevoeligheid
10 DPOF-instelling
11 Histogram (R)
12 Histogram (G)
13 Histogram (B)
* Indicatie 2 wordt alleen weergegeven voor beveiligde opnamen.
* Indicatie 4 wordt alleen weergegeven als de bestandsindeling van de laatst gemaakte opname JPEG is, en de gegevens van deze opname nog in het
buffergeheugen aanwezig zijn. (p.86)
11
12
1/ 2000 F5.6
ISO 200
6 7 8 9 10
RGB-histogram
13
Als [Licht/donker geb] (p.231) in het menu [
Q Weergeven 1] ingesteld is op
O (Aan), dan gaan gebieden met heldere of donkere gedeelten knipperen
(behalve bij weergave van het RGB-histogram en weergave van detail-info).
K-r_OPM_DUT.book Page 34 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
34
1
Werken met het histogram
Een histogram toont de helderheidsverdeling van een opname. De horizontale as vertegenwoordigt helderheid
(donker aan de linkerzijde en licht aan de rechterzijde) en de verticale as vertegenwoordigt ← Helderheid → het aantal pixels.
De vorm en indeling van het
Donkere gedeelten Lichte gedeelten histogram vóór en na de opname maken duidelijk of het belichtingsniveau en het contrast al dan niet goed zijn. Op basis hiervan bepaalt u of de belichting moet worden gewijzigd en u de foto opnieuw moet maken.
1
1
De helderheid aanpassen (p.215)
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is en er geen excessief lichte of excessief donkere gebieden zijn, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname te donker is, bevindt de piek zich links; als de opname te licht is, bevindt de piek zich rechts.
Donkere opname Opname met weinig donkere en heldere gebieden
Lichte opname
Als de opname te donker is, wordt het gedeelte links afgesneden (donkere gedeelten zonder detail) en als de opname te licht is, wordt het gedeelte rechts afgesneden (heldere gedeelten zonder detail).
Lichte gedeelten knipperen rood en donkere gedeelten knipperen geel op de monitor als [Licht/donker geb] ingesteld is op O (Aan).
1
1
De weergavemethode instellen (p.231)
1
De weergave voor Momentcontrole instellen (p.286)
K-r_OPM_DUT.book Page 35 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Inzicht in kleurbalans
De verdeling van de kleurenintensiteit wordt voor elke kleur weergegeven in het RGB-histogram. De rechterkant van de grafieken ziet er hetzelfde uit voor opnamen waarvoor ook de witbalans wordt aangepast. Als één kleur links disproportioneel aanwezig is, is die kleur te intens.
1
De witbalans instellen (p.208)
35
1
Bedieningsindicaties
Op de monitor worden met de hieronder getoonde indicaties de toetsen, knoppen en e-knop aangeduid die op dat moment kunnen worden gebruikt.
Voorbeeld)
2 Vierwegbesturing ( 2 )
3 Vierwegbesturing ( 3 )
4 Vierwegbesturing ( 4 )
5 Vierwegbesturing ( 5 )
4 -knop
S E-knop
Ontspanknop
Knop 3
M -knop
Knop = / L
| Knop Snelinstelling m m c -knop
K / i -knop
K-r_OPM_DUT.book Page 36 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
36
1
Zoeker
De volgende informatie wordt weergegeven in de zoeker.
2 3
1 1
4 5 6 7 8 9 10 11
12
1
2
3
4
Brandt: flitser is gereed.
Knippert: gebruik van de flitser wordt aangeraden, maar deze is nog niet ingeschakeld of wordt opgeladen.
5
Pictogram voor Picture-stand (p.96)
Het pictogram voor de geselecteerde Picture-stand verschijnt.
U (Normale stand van I ), = (Portret), s (Landschap), q (Macro),
\ (Bewegend onderw.), .
(Portret bij nacht)
6
Wordt weergegeven als de functie Shake Reduction wordt geactiveerd.
7 Sluitertijd
Sluitertijd bij het maken van opnamen of afstellen.
Wordt onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop.
Het aftellen van de verwerkingstijd wordt weergegeven als
de ruisreductiefunctie is geactiveerd. (p.104)
8 Diafragmawaarde
Diafragmawaarde bij opname of instelling.
Wordt onderstreept wanneer de diafragmawaarde kan worden gewijzigd met de e-knop.
[ nr
] knippert als de ruisreductiefunctie is geactiveerd. (p.104)
K-r_OPM_DUT.book Page 37 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
9
Brandt: als het onderwerp is scherpgesteld.
Knippert: er is niet scherpgesteld op het onderwerp.
10 Beschikbaar aantal opnamen/Belichtingscorrectiewaarde
Geeft het aantal opnamen weer dat nog kan worden gemaakt met het huidige kwaliteitsniveau en de huidige opnameresolutie.
Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de functiekiezer ingesteld is op a
m
: Belichtingscorrectie (p.121)
Wordt onderstreept wanneer de belichtingscorrectiewaarde kan worden gewijzigd met de e-knop terwijl de knop m c wordt ingedrukt.
o : Gevoeligheid
Wordt onderstreept wanneer de gevoeligheid kan worden gewijzigd met de e-knop.
11
Wordt weergegeven indien ingesteld op \ .
12
Wordt weergegeven als de functie Belichtingsgeheugen is geactiveerd.
• De AF-punten die worden gebruikt voor autofocus, worden weergegeven in rood (AF-punt weergeven) als de ontspanknop tot halverwege wordt
• [9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven in de zoeker. Zelfs als meer dan 10.000 opnamen kunnen worden gemaakt, wordt [9999] weergegeven.
• Als [AF/AE-L-knop] ingesteld is op [AF uitschakelen] in het menu
[ A Opnamemodus 4], dan wordt \ weergegeven in de zoeker terwijl de knop = / L
37
1
38
K-r_OPM_DUT.book Page 38 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Functie-instellingen wijzigen
1
Functie-instellingen kunt u wijzigen met de richtingsknoppen, het bedieningspaneel of de menu’s.
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven voor het wijzigen van functie-instellingen.
Richtingsknoppen gebruiken
In de opnamestand kunt u de transportstand, flitsfunctie, witbalans en gevoeligheid instellen door de vierwegbesturing ( 2345 )
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [Flitsinstelling] wordt ingesteld.
1
Druk op de vierwegbesturing
( 3 ) in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer een flitsinstelling met de vierwegbesturing ( 45 ).
Flitsinstelling
Auto ontladen flitser
3
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
MENU Annul.
0.0
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 39 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Als bediening met richtingsknoppen ingeschakeld is, dan worden in het statusscherm de bedieningsindicaties voor de richtingsknoppen weergegeven.
Bediening met richtingsknoppen is niet mogelijk wanneer het AF-punt wordt gewijzigd terwijl het scherpstelgebied ingesteld is op S (Selecteren). Druk in dat geval op de knop 4
en houd deze knop ingedrukt. (p.135)
39
1
Het bedieningspaneel gebruiken
Tijdens het maken van opnamen kunt u de dan geldende instellingen controleren in het statusscherm. U kunt ook overschakelen naar het bedieningspaneel en instellingen wijzigen.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [JPEG kwaliteitsniveau] wordt ingesteld.
1
Controleer het statusscherm en druk vervolgens op de knop M .
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
1/ 20
800
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
2
Selecteer met de vierwegbesturing ( 2345 ) een item waarvoor u de instelling wilt wijzigen.
U kunt geen items selecteren waarvan u de instelling niet kunt wijzigen.
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
AF.A
JPEG 12
M
[ 37 ]
K-r_OPM_DUT.book Page 40 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
40
3
Druk op de knop 4 .
Het instellingenvenster van het geselecteerde item wordt weergegeven.
1
JPEG kwaliteitsniveau
JPEG
AF.A
12
M
HDR
OFF
[ 37 ]
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) of de e-knop om een instelwaarde te selecteren.
JPEG kwaliteitsniveau 128
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het bedieningspaneel en is gereed voor het maken van een opname.
• U kunt de instelling ook wijzigen door aan de e-knop te draaien nadat u in stap 2 het item hebt geselecteerd dat u wilt wijzigen. Gedetailleerde instellingen zoals parameters kunt u wijzigen nadat u op knop 4 hebt gedrukt.
• Het statusscherm en het bedieningspaneel worden niet weergegeven
wanneer Live weergave (p.166) is geactiveerd. Verricht of wijzig vooraf
de benodigde instellingen in het menu [ A Opnamemodus].
De menu’s gebruiken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe de menu’s [ A Opnamemodus],
[ Q Weergeven], [ R Instellen] en [ A Pers.instelling] worden gebruikt.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [Ruisond. lange sltrtijd] wordt ingesteld in het menu [ A Opnamemodus 2].
K-r_OPM_DUT.book Page 41 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Druk op de knop 3 in de opnamestand.
Het menu [ A Opnamemodus 1] wordt weergegeven op de monitor.
Als u in de weergavestand op de knop 3 drukt, wordt het menu
[ Q Weergeven 1] weergegeven. Als u de functiekiezer instelt op H (Scène), wordt in plaats hiervan het menu [ H Scène] weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
1 2 3 4
Steeds als u op de vierwegbesturing
( 5 ) drukt, wordt in de volgorde hierna steeds een ander menu geopend:
[ A Opnamemodus 2], [ A Opnamemodus 3],
[ A Opnamemodus 4], [ Q Weergeven 1] ···
[ A Opnamemodus 1].
Aangepaste opname
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
AF-modus
Autom. lichtmeting
Selecteer AF-punt
MENU Einde
JPEG
12
M
AF.A
U kunt ook de e-knop gebruiken om van menu naar menu te gaan.
3
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
Intervalopname
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
ISO
NR
AUTO
NR
AUTO
MENU Einde
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Beschikbare instellingen worden weergegeven.
Het kader wordt verplaatst naar het submenu als er een bestaat. Als er een submenu is, dan wordt dit weergegeven.
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
Intervalopname
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
ISO
NR
AUTO
NR
AUTO
MENU Einde
41
1
K-r_OPM_DUT.book Page 42 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
42
5
Selecteer een instelling met de vierwegbesturing ( 23 ).
1
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
Intervalopname
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
MENU Annul.
NR
AUTO
ISO
NR
NR
OFF
OK OK
6
Druk op de knop 4 .
De instelling wordt opgeslagen.
Druk op de knop 3 als een submenu wordt weergegeven.
Stel vervolgens andere items in.
7
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Als u op de 3 -knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterij wordt uitgenomen terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
• U kunt instellen of eerst de menutab moet worden weergegeven die u de laatste keer had geselecteerd, of dat altijd eerst het menu
[ A
Opnamemodus 1] moet worden weergegeven. (p.285)
• Raadpleeg de pagina’s hierna voor meer informatie over elk menu.
• Het menu [ A Opnamemodus] 1
• Het menu [ Q Weergeven] 1
• Het menu [ R Instellen] 1
• Het menu [ A Pers.instelling] 1
K-r_OPM_DUT.book Page 43 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen beschreven.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen ..........................................44
De batterij plaatsen ..............................................45
Een SD-geheugenkaart plaatsen/verwijderen ... 55
Een objectief aansluiten ...................................... 59
De zoekerdioptrie corrigeren .............................. 61
De camera aan- en uitzetten ................................62
Basisinstellingen .................................................. 63
44
K-r_OPM_DUT.book Page 44 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Draagriem bevestigen
2
1
Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
2
Bevestig het andere uiteinde van de riem eveneens op de hiervoor beschreven manier.
K-r_OPM_DUT.book Page 45 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De batterij plaatsen
Plaats de lithium-ionbatterij of AA-batterijen in de camera.
De lithium-ionbatterij gebruiken
Gebruik alleen de speciale batterij D-LI109.
De batterij opladen
Laad de batterij op als u die voor het eerst gebruikt, of als de batterij lange tijd niet is gebruikt, of als het bericht [Batterij leeg] verschijnt.
1
Sluit het netsnoer aan op de batterijlader.
2
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
Indicatielampje
2
45
Netsnoer
Batterijlader
K-r_OPM_DUT.book Page 46 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
46
2
3
Houd de markering 2 op de speciale batterij naar boven gericht en plaats de batterij in de batterijlader.
Plaats de batterij eerst in een hoek, zoals getoond in de afbeelding, en druk de batterij vervolgens naar beneden totdat deze vast klikt.
Het indicatielampje brandt tijdens het opladen en gaat uit als de batterij volledig is opgeladen.
4
Neem de batterij uit de batterijlader als de batterij volledig is opgeladen.
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan schade en hitte veroorzaken.
• De batterij is defect als de batterij op de juiste manier in de batterijlader is geplaatst, maar het indicatielampje niet brandt. Gebruik dan een nieuwe batterij in de camera.
• De maximale oplaadtijd is circa 240 minuten (dit hangt af van de temperatuur en resterende batterijcapaciteit). Laad de batterij op in een ruimte waar de temperatuur tussen 0°C en 40°C ligt.
• Als de batterij op de juiste wijze is opgeladen, maar de gebruikstijd van de batterij te kort is, dan heeft de batterij het einde van zijn levensduur bereikt. Gebruik dan een nieuwe batterij in de camera.
K-r_OPM_DUT.book Page 47 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De batterij plaatsen/uitnemen
• Open de batterijklep niet en neem de batterij niet uit het compartiment als de camera aan staat.
• Neem de batterij uit de camera als u die langere tijd niet gebruikt. De batterij kan anders gaan lekken.
• Als de datum en tijd niet juist zijn wanneer u een nieuwe batterij in de camera plaatst en veel tijd is verstreken nadat de batterij eerder werd verwijderd, volg
dan de procedure voor “Datum en tijd instellen” (p.67).
• Plaats de batterij op de juiste manier. Als de batterij verkeerd wordt geplaatst, kunt u deze mogelijk niet meer verwijderen. Veeg de contactpunten van de batterij met een zachte, droge doek schoon alvorens de batterij te plaatsen.
• Wees voorzichtig omdat de camera of de batterij heet kan worden bij langdurig continu gebruik van de camera.
1
Schuif de ontgrendelknop op de klep van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 1 ) om de klep te openen ( 2 ).
2
1
2
47
2
Houd de markering 2 op de batterij naar de buitenzijde van de camera gericht, duw de vergrendelknop in de richting van de pijl ( 3 ) en plaats de batterij.
3
Als u de batterij wilt verwijderen, duw dan de vergrendelknop van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 3 ). Neem de batterij uit het compartiment nadat de batterij iets omhoog is gekomen.
K-r_OPM_DUT.book Page 48 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
48
3
Sluit de batterijklep.
2
Gebruik van de AA-batterijen
Als u gebruikmaakt van AA-batterijen, zorg er dan voor dat u de optionele
AA-batterijhouder D-BH109 gebruikt. (p.332)
Gebruik vier AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH-batterijen of AA-alkalinebatterijen.
Geschikte batterijen Kenmerken
AA-lithiumbatterijen Aanbevolen bij gebruik van de camera in koude klimaten.
AA Ni-MH oplaadbare batterijen
AA-alkalinebatterijen
Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig.
Voor het opladen is een in de handel verkrijgbare batterijlader vereist die compatibel is met deze batterijen.
U kunt dit type batterijen overal verkrijgen wanneer de batterijen die u normaal gebruikt leeg zijn.
Ze ondersteunen echter mogelijk niet alle camerafuncties onder bepaalde omstandigheden. We raden het gebruik ervan dan ook af, uitgezonderd in noodgevallen en om te controleren of de camera naar behoren werkt.
K-r_OPM_DUT.book Page 49 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• De spanningskenmerken van nikkelmangaan-batterijen kunnen storingen veroorzaken. Om die reden wordt het gebruik ervan afgeraden.
• AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen, die in deze camera kunnen worden gebruikt, zijn niet oplaadbaar.
• Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat.
• Als u verwacht de camera langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de batterijen. Als de batterijen lange tijd in de camera blijven zitten, kunnen ze gaan lekken.
• Als de datum en tijd niet juist zijn wanneer u nieuwe batterijen in de camera plaatst en veel tijd is verstreken nadat de batterijen eerder werden
verwijderd, volg dan de procedure voor “Datum en tijd instellen” (p.67).
• Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd zijn geplaatst, kan de camera beschadigd raken. Veeg de contactpunten van de batterijen schoon alvorens de batterijen te plaatsen.
• Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of merk, of oude met nieuwe. Anders kunnen er storingen ontstaan, bijvoorbeeld een onjuiste weergave van het batterijvermogen.
1
Plaats de AA-batterijen volgens de poolaanduidingen +/– in de batterijhouder.
2
49
2
Schuif de ontgrendelknop op de klep van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 1 ) om de klep te openen ( 2 ).
2
1
K-r_OPM_DUT.book Page 50 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
50
2
3
Plaats de batterijhouder in het batterijcompartiment.
Duw de vergrendelknop van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 3 ) en plaats de batterijhouder totdat deze vast klikt.
Als u de batterijhouder wilt verwijderen, duw dan met uw vinger de vergrendelknop van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 3 ). Neem de batterijhouder uit het compartiment nadat de batterijhouder iets omhoog is gekomen.
4
Sluit de batterijklep.
3
• Als u AA-batterijen gebruikt, stel dan het type AA-batterij in bij [AA-batterij] in het menu [ R
Instellen 3] voordat u de camera in gebruik neemt. (p.292)
• Als u van plan bent de camera langdurig te gebruiken, dan is gebruik van de optionele netvoedingsadapterset K-AC109 (optioneel) aan
• Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst als de camera niet goed werkt.
K-r_OPM_DUT.book Page 51 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
51
Indicatie batterijniveau
U kunt het resterende batterijniveau aflezen aan het symbool w op het statusscherm.
Statusscherm w (groen) x (groen) f (oranje) y (geel) z (rood)
[Batterij leeg]
Batterijniveau
Batterij is vol.
Batterij is bijna vol. (Alleen D-LI109)
Batterij raakt leeg. (Alleen D-BH109)
Batterij raakt leeg. (Alleen D-LI109)
Batterij is bijna leeg.
Nadat dit bericht is verschenen, wordt de camera uitgeschakeld.
2
Zelfs als de batterijcapaciteit nog toereikend is, wordt mogelijk f , y of z (rood) weergegeven als de camera wordt gebruikt bij een lage temperatuur of als u langdurig continuopnamen maakt. Schakel in deze situatie de camera uit en weer in. Als w (groen) wordt weergegeven, kunt u de camera weer gebruiken.
K-r_OPM_DUT.book Page 52 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
52
Geschatte opslagcapaciteit en weergavetijd
(batterij volledig opgeladen/nieuwe
AA-batterijen)
2
Batterij
D-LI109
Temperatuur
23°C
0°C
Normaal opnamen maken
560 opnamen
420 opnamen
1600 opnamen
Flitsfotografie
50% gebruik
100% gebruik
470 opnamen
340 opnamen
1000 opnamen
400 opnamen
280 opnamen
890 opnamen
Weergavetijd
300 minuten
240 minuten
AA lithiumbatterijen
Oplaadbare AA
Ni-MH batterijen
(1900mAh)
AA alkalinebatterijen
23°C
23°C
610 opnamen
400 opnamen
300 opnamen
620 minuten
330 minuten
23°C
200 opnamen
120 opnamen
90 opnamen
270 minuten
De beeldopslagcapaciteit (normaal opnamen maken en flitsergebruik van 50%) is gebaseerd op meetcondities die in overeenstemming zijn met CIPA-normen, terwijl andere gegevens zijn gebaseerd op onze meetcondities. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden.
• De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Zorg ervoor dat u extra batterijen bij u hebt als u naar het buitenland gaat, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
K-r_OPM_DUT.book Page 53 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de netvoedingsadapter
(optioneel)
Het verdient aanbeveling gebruik te maken van de netvoedingsadapterset
K-AC109 (optioneel) als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op een pc of een AV-apparaat.
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Open de batterijklep.
Verwijder de batterij als deze in de camera is geplaatst.
2
1
2
53
3
Schuif het gelijkstroomkoppelstuk in het batterijcompartiment.
Duw de vergrendelknop van het batterijcompartiment in de richting van de pijl ( 1 ) en plaats het gelijkstroomkoppelstuk totdat dit vast klikt.
1
Als u het gelijkstroomkoppelstuk wilt verwijderen, duw dan met uw vinger de vergrendelknop van het batterijcompartiment in de richting van de pijl
( 1 ). Neem het gelijkstroomkoppelstuk uit het batterijcompartiment nadat het gelijkstroomkoppelstuk iets omhoog is gekomen.
4
Sluit de batterijklep.
De aansluitkabel van het gelijkstroomkoppelstuk wordt uit de klep van het batterijcompartiment getrokken.
K-r_OPM_DUT.book Page 54 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
54
5
Verbind het DC-aansluitpunt van de netvoedingsadapter met het DC-aansluitpunt op het gelijkstroomkoppelstuk, met de markeringen 2 op één lijn tegenover elkaar.
2
7
5
6
6
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
7
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg ervoor dat de kabels goed aangesloten zijn op de aansluitpunten.
De SD-geheugenkaart of gegevens kunnen beschadigd raken indien de verbinding wordt verbroken terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• De aansluitkabel steekt uit de klep van het batterijcompartiment terwijl de netvoedingsadapter wordt gebruikt. Wees voorzichtig omdat u de camera niet rechtop op een tafel, etc. kunt zetten.
Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapterset K-AC109 eerst de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
K-r_OPM_DUT.book Page 55 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Een SD-geheugenkaart plaatsen/ verwijderen
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart of een SDHCgeheugenkaart (in de winkel verkrijgbaar). Beide kaarten worden hierna aangeduid als SD-geheugenkaart. Zorg ervoor dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart te plaatsen of te verwijderen.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/ lezen van de kaart brandt.
• Als de klep van het kaartcompartiment wordt geopend terwijl de stroom ingeschakeld is, wordt de camera uitgeschakeld. Open de klep niet terwijl de camera in gebruik is.
• Gebruik deze camera om SD-kaarten te formatteren (initialiseren) die nog niet eerder zijn gebruikt, of die in andere camera’s of digitale apparaten zijn
gebruikt. Raadpleeg “Een SD-geheugenkaart formatteren” (p.278) voor
informatie over formatteren.
• Gebruik een snelle geheugenkaart als u video opneemt. Als de snelheid waarmee wordt geschreven, achterblijft bij de snelheid waarmee wordt opgenomen, kan het schrijven tijdens het opnemen worden afgebroken.
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Schuif de klep van het kaartcompartiment in de richting van de pijl en open vervolgens de klep ( 1
→
).
1
2
55
2
3
Breng de kaart volledig in met het etiket van de SD-geheugenkaart naar de monitor gericht.
56
K-r_OPM_DUT.book Page 56 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Duw de SD-geheugenkaart iets naar binnen om deze uit te nemen.
2 4
Sluit de klep van het kaartcompartiment ( 3 ) en schuif de klep vervolgens in de richting van de pijl ( 4 ).
4
3
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het schuifje van de schrijfbeveiliging op LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, kunnen bestaande gegevens op de
Schuifje voor schrijfbeveiliging kaart niet worden gewist en kan de kaart niet worden geformatteerd door de camera of een computer.
• De SD-geheugenkaart kan heet zijn als u de kaart onmiddellijk na gebruik van de camera verwijdert.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet en schakel de stroom niet uit terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. Anders kunnen gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar deze niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
K-r_OPM_DUT.book Page 57 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
57
• Onder de volgende omstandigheden kunnen gegevens op de
SD-geheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) Als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) Als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) Als de SD-geheugenkaart of de batterij wordt verwijderd terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar ze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
• Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt.
1
Een SD-geheugenkaart formatteren (p.278)
• Het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart is volledig voor eigen risico.
2
Opnameresolutie en Kwaliteitsniveau
Als JPEG de bestandsindeling is
Kies voor de opnamen de opnameresolutie (grootte) en het kwaliteitsniveau (JPEG-compressiefactor) die passen bij wat u met de opnamen wilt gaan doen.
Opnamen met een hogere opnameresolutie of meer sterren ( E ) worden scherper afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt echter kleiner bij grotere bestanden.
K-r_OPM_DUT.book Page 58 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
58
2
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren.
Dat betekent dat u nooit meer dan de daarvoor benodigde hoeveelheid pixels hoeft te kiezen. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is i (1728×1152) voldoende. Geef voor de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau de instellingen op die tegemoetkomen aan het doel van de opname.
1
JPEG-opnameresolutie instellen (p.200)
1
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen (p.201)
JPEG-opnameresolutie, JPEG-kwaliteit en geschatte opslagcapaciteit
(Bij gebruik van een SD-geheugenkaart van 2 GB)
JPEG kwal niveau
JPEG-resolutie
E (4288×2848)
J (3936×2624)
P (3072×2048) i (1728×1152)
C
Best
281
332
543
1617
D
Beter
495
585
945
2793
E
Goed
975
1138
1807
5121
• De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, e.d.
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Belichtingsbracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map opgeslagen totdat u klaar bent met het maken van opnamen, zelfs als daardoor meer dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
Als RAW de bestandsindeling is
Met de W kunt u opnamen opslaan in de flexibele JPEG-indeling of de kwalitatief hoogwaardige maar bewerkbare RAW-indeling. Als
RAW-indeling kunt u kiezen voor de oorspronkelijke PEF-indeling van
PENTAX of de voor algemene doeleinden bestemde DNG-indeling (Digital
Negative), ontwikkeld door Adobe Systems. Op een SD-geheugenkaart met een capaciteit van 2 GB kunt u maximaal 98 opnamen opslaan in PEF-indeling of DNG-indeling.
1
De bestandsindeling instellen (p.202)
K-r_OPM_DUT.book Page 59 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Een objectief aansluiten
Sluit een passend objectief aan op de body van de camera.
Als u met de W een van de volgende objectieven gebruikt, zijn alle opnamestanden van de camera beschikbaar.
(a) DA-, DA L-, D FA-, FA J-objectieven
(b) Objectieven met een stand s (Auto) als de stand s wordt gebruikt
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
2
• Als objectieven die bij (b) zijn beschreven, worden gebruikt in een stand anders dan s
• Bij de fabrieksinstellingen werkt de camera niet met andere objectieven dan die boven zijn genoemd en accessoires. Stel [22. Diafragmaring gebruiken] in op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4] om deze wel te
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Verwijder de dop van de cameravatting ( 1 ) en de dop van de objectiefvatting ( 2 ).
Zet een los objectief altijd met de vatting omhoog neer om beschadiging van de objectiefvatting te voorkomen.
59
K-r_OPM_DUT.book Page 60 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
60
2
3
Zorg dat de indextekens
(de rode puntjes: 3 ) van de objectiefvatting op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen. Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vast klikt.
Draai het objectief, nadat u het op de body hebt bevestigd, tegen de klok in om te controleren of u het goed hebt gemonteerd.
4
Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen.
3
Als u het objectief wilt loskoppelen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief
( 4 ) ingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in.
4
• Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
• De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektrische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten indien nodig reinigen met een zachte, droge doek.
De dop van de cameravatting ( 1 ) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport. Dop K voor de cameravatting (Body Mount Cap K) wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
K-r_OPM_DUT.book Page 61 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De zoekerdioptrie corrigeren
Pas de zoekerdioptrie aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de dioptriecorrectieknop opzij.
U kunt de dioptrie aanpassen van ca. –2,5 tot +1,5 m –1 .
1
Kijk door de zoeker en schuif de dioptriecorrectieknop naar links of naar rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot het AF-kader in de zoeker zo scherp mogelijk zichtbaar is.
Richt de camera op een witte muur of een ander effen en helder verlicht oppervlak.
61
2
AF-kader
• De oogschelp F
Q
is op de zoeker aangesloten wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden. De dioptrie-instelling kan worden gewijzigd met aangesloten oogschelp F
Q
, hoewel dit gemakkelijker kan worden gedaan wanneer u de oogschelp verwijdert.
• De oogschelp F
Q
verwijdert u door deze in de richting van de pijl naar buiten te trekken. De oogschelp F
Q
bevestigt u door deze in de groef op de zoeker te drukken.
• Het kan gebeuren dat u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, zelfs als u de dioptriecorrectieknop hebt ingesteld. Gebruik dan de optionele dioptriecorrectielensadapter M. U kunt die adapter echter alleen gebruiken als u de oogschelp F
Q
62
K-r_OPM_DUT.book Page 62 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De camera aan- en uitzetten
2
1
Zet de hoofdschakelaar op [ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar in de stand [OFF] om de camera uit te zetten.
• Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
• De camera wordt automatisch uitgeschakeld als er gedurende bepaalde tijd geen bedieningshandelingen zijn verricht. De camera kunt u opnieuw activeren door deze weer in te schakelen of een van de volgende handelingen te verrichten.
- Druk de ontspanknop tot halverwege in.
- Druk op de knop Q , 3 of M .
• Standaard wordt de camera automatisch uitgeschakeld na 1 minuut inactiviteit. U kunt die instelling wijzigen met de optie [Auto Uitsch.] in het menu [ R
K-r_OPM_DUT.book Page 63 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Basisinstellingen
De eerste keer dat de camera na aankoop wordt aangezet, verschijnt het scherm
[Language/ u ] op de monitor. Volg de onderstaande procedure om de weergavetaal en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven deze niet opnieuw te worden uitgevoerd nadat u de volgende keer de camera aanzet.
Als bij inschakeling van de camera het scherm [Datum instellen] verschijnt, volgt
u de procedure in “Datum en tijd instellen”
(p.67) om de datum en tijd in te stellen.
MENU Cancel OK OK
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd dd/mm/jj
01 / 01 / 2010
24h instellingen voltooid
MENU Annul.
2
De weergavetaal instellen
U kunt de taal kiezen waarin de menu’s, foutberichten, etc. worden weergegeven. U kunt een van de volgende talen kiezen: Engels, Frans,
Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins,
Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans,
Traditioneel Chinees, Vereenvoudigd Chinees en Japans.
1
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om de gewenste taal te selecteren.
63
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 64 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
64
2
2
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt in de geselecteerde taal.
Druk twee keer op de vierwegbesturing
( 3
) en ga verder bij stap 10 op p.65 als
u W (Thuistijd) niet hoeft aan te passen.
Basisinstellingen
Amsterdam
Tekstformaat
Nederlands
Stand.
instellingen voltooid
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar W .
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [ W Thuistijd] wordt weergegeven.
5
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een plaats.
MENU Annul.
Thuistijd
Amsterdam
Zomertijd
MENU Annul.
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [Zomertijd].
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
8
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [Tekstformaat].
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 65 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
10
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer [stand.] of [Groot] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Door [Groot] te selecteren wordt de tekstgrootte van de geselecteerde menu-items groter.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
Groot instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
11
Druk op de knop 4 .
12
Selecteer [instellingen voltooid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
13
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
In deze handleiding worden de menuschermen vanaf nu beschreven met
[Tekstformaat] ingesteld op [Stand.].
65
2
K-r_OPM_DUT.book Page 66 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
66
2
Als u een verkeerde taal heeft ingesteld
Als u in het scherm [Language/ u ] per abuis de verkeerde taal heeft geselecteerd en verder gaat met het scherm [Datum instellen], kunt u met de procedure hieronder weer de juiste taal kiezen.
Als u de opnamestand van de camera al hebt geactiveerd (en de camera gereed is voor het maken van een opname), voert u de volgende handelingen vanaf stap 2 uit om de juiste taal in te stellen.
1
Druk één keer op de knop 3 om de Hulpdisplay
P Program
Automatic Exposure weer te geven op de monitor.
Het scherm rechts is een voorbeeld van de weergave van de Hulpdisplay.
P
Wat precies wordt weergegeven is afhankelijk van de geselecteerde taal.
01/01/2010 00:00
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden weergegeven op de monitor.
2
Druk één keer op de knop 3 .
[ A 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
H wordt weergegeven als de functiekiezer is ingesteld op H .
3
Druk vijf keer op de vierwegbesturing ( 5 ).
[ R 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
Druk zes keer op de vierwegbesturing ( 5 ) als de functiekiezer is ingesteld op H .
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) om [Language/ u ] te selecteren.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Language/ u ] verschijnt.
6
Kies de gewenste taal met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het menu [ R Instellen 1] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Raadpleeg de volgende pagina’s om zo nodig de gewenste plaats voor
[Thuistijd] en datum en tijd in te stellen.
• Thuistijd wijzigen: “Wereldtijd instellen” (p.280)
• Datum en tijd wijzigen: “De datum- en tijdweergave wijzigen” (p.280)
K-r_OPM_DUT.book Page 67 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Als de thuistijd en de datum en tijd niet worden ingesteld, zal het scherm
[Basisinstellingen] of het scherm [Datum instellen] wederom worden weergegeven als u de volgende keer de camera weer aanzet.
• Als u nog niet bent verdergegaan naar het scherm [Datum instellen], kunt u in het scherm [Language/ u ] opnieuw een taal kiezen met de vierwegbesturing ( 5 ).
Datum en tijd instellen
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader wordt verplaatst naar [dd/mm/jj].
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de datumnotatie te kiezen.
Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd].
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
/
01 / 01 / 2010
24h instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader wordt verplaatst naar [24h].
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave) of 12h (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing ( 23 ).
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
/ / 24h
01 / 01 / 2010 instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar [Dat,].
2
67
K-r_OPM_DUT.book Page 68 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
68
2
7
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar de maand.
8
Stel de maand in met de vierwegbesturing ( 23 ).
Stel de dag en het jaar op dezelfde wijze in.
Stel vervolgens de tijd in.
Als u [12h] hebt geselecteerd bij stap 4, verandert de aanduiding in am
(vóór 12:00 uur ’s middags) of pm
(na 12:00 uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
9
Selecteer [instellingen voltooid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd dd/mm/jj
01 / 01 / 2010
24h instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd dd/mm/jj
09 / 09 / 2010
24h instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
10
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van een opname.
Als u de datum en tijd instelt vanuit het menu, keert het scherm terug naar het menu [ R Instellen 1]. Druk in dit geval op de knop 3 .
Door op de knop 3 te drukken terwijl u de datum en tijd instelt, worden de instellingen geannuleerd die tot dat moment zijn verricht en schakelt de camera over op de opnamestand. Nadat de basisinstellingen zijn uitgevoerd en de camera wordt uitgezet voordat de datum- en tijdinstellingen voltooid zijn, dan zal het scherm [Datum instellen] als eerste verschijnen wanneer de volgende keer de camera weer wordt aangezet. In dit geval kunt
u de datum en tijd ook later vanuit het menu instellen. (p.280)
• Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, dan wordt de waarde van de seconden op 0 gezet. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, e.d.) precies 0 seconden aangeeft.
• U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen vanuit het menu.
K-r_OPM_DUT.book Page 69 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Basisbediening
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het maken van opnamen. Zet de functiekiezer op
I
(Auto Picture) om succesvol opnamen te maken.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen .......................... 70
Werken met een zoomobjectief .......................... 76
Gebruik van de ingebouwde flitser .................... 77
Opnamen weergeven ........................................... 85
70
K-r_OPM_DUT.book Page 70 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Basishandelingen bij opnamen
De camera vasthouden
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
• Houd de camera stevig vast met beide handen en houd uw ellebogen dicht bij het lichaam.
• Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt.
3
Horizontale positie Verticale positie
• Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom).
• Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de langst mogelijke sluitertijd voor een in de hand gehouden camera over het algemeen 1/(brandpuntsafstand ×1,5). De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik een statief of de functie Shake
Reduction bij gebruik van langere sluitertijden. (p.146)
• Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt.
• Gebruik de functie Shake Reduction niet als u een statief gebruikt. (p.147)
K-r_OPM_DUT.book Page 71 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De camera de optimale instellingen laten bepalen
De W is uitgerust met verschillende opnamestanden, scherpstelstanden en transportstanden om tegemoet te komen aan al uw wensen op het gebied van fotografie. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u opnamen maakt door eenvoudigweg op de ontspanknop te drukken.
1
Zet de functiekiezer op I .
De camera bepaalt de meest geschikte opnamestand voor het onderwerp.
1
De juiste opnamestand kiezen (p.95)
71
3
2
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
De scherpstelfunctie verandert in = (Autofocus).
Wanneer in = de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt
de camera automatisch scherp. (p.127)
K-r_OPM_DUT.book Page 72 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
72
3
Kijk door de zoeker voor een beeld van het onderwerp.
U kunt een zoomlens gebruiken om de grootte van het onderwerp in de zoeker
MF
AF
3
4
Breng het onderwerp binnen het AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie
] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp scherp is gesteld.
In de stand I (Autom. opname) wordt automatisch de optimale opnamestand geselecteerd uit de standen U (stand.), = (Portret), s (Landschap), q (Macro),
\ (Bewegend onderw.) en .
(Portret bij nacht).
De ingebouwde flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is.
1
De ontspanknop gebruiken (p.74)
Flitserstatus Scherpstelindicatie
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.75)
1
Gebruik van de ingebouwde flitser (p.77)
1
Het scherpstelgebied selecteren (AF-punt) (p.134)
K-r_OPM_DUT.book Page 73 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Deze actie wordt “het ontspannen van de sluiter” of “het ontspannen” genoemd.
6
Bekijk de opname op de monitor.
Na de opname wordt deze gedurende
één seconde op de monitor weergegeven
(Momentcontrole).
1
De weergave voor Momentcontrole instellen (p.286)
Tijdens de momentcontrole kunt u de opname uitvergroten door
te drukken op de e-knop. (p.233)
Tijdens Momentcontrole kunt u de opname wissen door op K / i te drukken.
1
Eén enkele opname wissen (p.86)
• U kunt de camera ook zo instellen dat er automatisch wordt scherpgesteld als u op de knop = / L drukt, op dezelfde manier als bij het tot
halverwege indrukken van de ontspanknop. (p.128)
• U kunt een voorbeeld van de te maken opname bekijken in de zoeker of op de monitor, en de compositie, belichting en scherpstelling beoordelen
voordat u opnamen maakt. (p.142)
3
73
74
K-r_OPM_DUT.book Page 74 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De ontspanknop gebruiken
De ontspanknop heeft twee standen.
3
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste positie)
Helemaal ingedrukt
(tweede stand)
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste stand), worden de indicaties in de zoeker weergegeven en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt (tweede stand), wordt de opname gemaakt.
• Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen.
• Oefen het tot halverwege/helemaal indrukken van de ontspanknop goed in om te leren waar de eerste positie is.
• De zoekerindicaties worden weergegeven terwijl u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Nadat u de knop heeft losgelaten, blijven de indicaties nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar
als de timer voor de belichtingsmeting ingeschakeld is. (p.36, p.120)
K-r_OPM_DUT.book Page 75 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
75
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn bij het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden.
Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het scherpstelkader
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het scherpstelkader
(c) Onderwerpen die snel bewegen
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond)
(e) Patronen met verticale of horizontale lijnen die binnen het scherpstelkader vallen
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het scherpstelkader
Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld op het onderwerp, stelt u de scherpstelfunctieknop in op \ en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas in de zoeker
scherp te stellen op het onderwerp. (p.140)
Wanneer (e) en (f) hierboven van toepassing zijn, is het onderwerp mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie) wordt weergegeven.
3
76
K-r_OPM_DUT.book Page 76 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Werken met een zoomobjectief
Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast
(groothoek) met een zoomobjectief. Stel het onderwerp in op de gewenste grootte en maak de opname.
1
Draai de zoomring rechtsom of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand.
MF
AF
3
Groothoek Tele
• De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt.
Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
• Power Zoom-functies (Image Size Tracking, Zoom Clip en Auto Zoom Effect) zijn niet compatibel met deze camera.
K-r_OPM_DUT.book Page 77 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de ingebouwde flitser
77
Gebruik de volgende procedures als u opnamen wilt maken bij weinig licht of tegenlicht en wanneer u de ingebouwde flitser wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal voor een onderwerp op een afstand van circa 0,7 m tot 5 m. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden
(de hoeken van de opname worden zwart vanwege een gebrek aan licht; deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief
en de ingestelde gevoeligheid (p.186)).
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om de compatibiliteit te controleren.
1
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser (p.188)
• Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
• De ingebouwde flitser flitst volledig bij gebruik van objectieven die geen functie hebben om de diafragmaring op het objectief op s (Auto) te zetten.
3
Zie de “De flitser gebruiken” (p.181) voor meer informatie over de ingebouwde
flitser en instructies voor het maken van opnamen met een externe flitser.
K-r_OPM_DUT.book Page 78 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
78
3
De flitsfunctie instellen
C b
G
H
Auto ontladen flitser
Handmatig ontsteken i
Auto + Anti
Rode Ogen
D
Handmatig +
Anti Rode Ogen
I k
2e sluitergordijnsync r
Flitsinstelling
Langesluitertijdsync
Lange-sltrtd +
Anti Rode Ogen
Draadloze bediening
Functie
De camera meet automatisch het omgevingslicht en bepaalt of de ingebouwde flitser wordt gebruikt.
Indien nodig klapt de flitser automatisch uit en flitst deze automatisch, bijvoorbeeld als u een sluitertijd gebruikt waarbij het risico groot is dat de camera wordt bewogen of bij opnamen met tegenlicht (uitgezonderd in de stand s (Landschap), \ (Bewegend onderw.) of l (Nachtsnapshot) van de stand H (Scène)).
De flitser kan uitklappen zonder daarna te flitsen als de camera constateert dat flitsen niet nodig is.
Hiermee flitst u handmatig. De flitser werkt alleen wanneer deze is uitgeklapt.
Hiermee gaat eerst een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de automatische flits af.
Hiermee flitst u handmatig. Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de hoofdflits af.
Afhankelijk van het omgevingslicht wordt een langere sluitertijd ingesteld. Gebruik deze functie bijvoorbeeld als u een portretopname maakt tegen een zonsondergang; persoon en zonsondergang komen dan beide tot hun recht.
Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan.
Daarna gaat de hoofdflits af met Langesluitertijdsynchronisatie.
Geeft een flits af onmiddellijk voordat het sluitergordijn wordt gesloten. Daarmee maakt u opnamen van bewegende onderwerpen die een lichtspoor achter zich
U kunt een speciale externe flitser synchroniseren
(AF540FGZ of AF360FGZ) zonder
K-r_OPM_DUT.book Page 79 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Welke flitsfuncties kunnen worden geselecteerd, is afhankelijk van de opnamestand.
Opnamestand
I / = / s / q / \ / .
/ H
e / K / c b / a
C
E
E
/
/
/ b
F
F
/
/
/
Selecteerbare flitsfunctie i
G k
/
/
/
D
H r
/
/ r
I / r
*1 Deze kan worden geselecteerd in de stand Q (Strand & sneeuw), K (Eten & drinken), l (Nachtsnapshot), R (Kinderen) en Y (Huisdier) van de stand H .
1
Druk op de vierwegbesturing
( 3 ) in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
Op het scherm verschijnen de flitsfuncties die voor de ingestelde opnamestand kunnen worden gebruikt.
2
Selecteer een flitsfunctie met de vierwegbesturing ( 45 ).
Draai aan de e-knop om de flitsbelichtingscorrectie
Flitsinstelling
Auto ontladen flitser
0.0
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
79
3
K-r_OPM_DUT.book Page 80 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
80
3
Gebruik van de Automatische flitsfunctie C , i
(Automatisch uitklappen van de flitser)
1
Zet de functiekiezer op I , = , q , .
of H .
De flitser wordt uitgeschakeld als A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), n (Podiumbelichting), Z (HDR nachtbeeld),
U (Kaarslicht) of E (Museum) is geselecteerd in de stand H (Scène).
De ingebouwde flitser klapt niet uit als l (Nachtsnapshot) is geselecteerd in de stand H (Scène).
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en wordt opgeladen. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt b
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
4
Druk op het gedeelte dat wordt afgebeeld in de illustratie om de ingebouwde flitser in te klappen.
Kies tussen C (Auto ontladen flitser) en b (Handmatig ontsteken) door op K / i te drukken terwijl de ingebouwde flitser uitgeklapt is.
K-r_OPM_DUT.book Page 81 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de Handmatige flitsfunctie b , D
1
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit en wordt opgeladen. De stand b wordt gebruikt ongeacht de instelling van de flitsfunctie.
Als de flitser volledig opgeladen is, wordt in de zoeker b
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt.
3
Duw de flitser omlaag om deze in te klappen.
Als de functiekiezer ingesteld is op a (Filtser UIT), klapt de ingebouwde flitser niet open, zelfs niet als u op de knop K / i drukt.
3
81
82
K-r_OPM_DUT.book Page 82 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Flitsen met Anti Rode Ogen gebruiken
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies.
Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen.
• Maak de omgeving lichter voor de opname.
• Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u een zoomobjectief gebruikt.
• Gebruik een flitser die anti rode ogen ondersteunt.
• Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera.
De functie Anti Rode Ogen van deze camera vermindert het rode-ogeneffect door tweemaal te flitsen. Met Anti Rode Ogen wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect afneemt.
Als u de functie Anti Rode Ogen wilt gebruiken in de Picture-stand of de stand H (Scène), selecteer dan D of F . Stel de functie in op F of H in andere standen.
K-r_OPM_DUT.book Page 83 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen maken met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van de flitser op deze manier wordt daglichtsynchronisatie genoemd.
De stand b (Handmatig ontsteken) wordt gebruikt als u opnamen maakt met daglichtsynchronisatie.
Opnamen maken
1 Klap de ingebouwde flitser handmatig uit en controleer of de flitsfunctie ingesteld is op E . (p.81)
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
83
3
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
K-r_OPM_DUT.book Page 84 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
84
3
Corrigeren van de flitsintensiteit
U kunt de flitsintensiteit wijzigen binnen een bereik van –2,0 tot +1,0.
Op basis van het stapinterval dat ingesteld is bij [1. LW-stappen] (p.122)
in het menu [ A Pers.instelling 1] kunt u de volgende flitscorrectiewaarden instellen.
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
Flitscorrectiewaarde
–2,0, –1,7, –1,3, –1,0, –0,7, –0,3, 0,0, +0,3, +0,7, +1,0
–2,0, –1,5, –1,0, –0,5, 0,0, +0,5, +1,0
1
Draai aan de e-knop in het scherm
[Flitsinstelling].
Flitsinstelling
Handmatig ontsteken
De flitscorrectiewaarde wordt weergegeven. Druk op de knop | als u de correctiewaarde van de flitsintensiteit wilt resetten naar 0,0. (Alleen beschikbaar
Annul.
+0.3
als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | in de stand [Knop
MENU
Snelinstelling] van het menu [ A
OK OK
• Als de flitsintensiteit het maximum overschrijdt, zal de correctie geen effect hebben, zelfs als de correctiewaarde wordt ingesteld naar de pluszijde (+).
• Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
• De correctie van de flitsintensiteit werkt ook bij gebruik van externe flitsers die automatisch P-DDL-flitsen ondersteunen.
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen
U kunt de camera zo instellen dat opnamen kunnen worden gemaakt terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [16. Ontspant bij opladen] in op [Aan] in het menu [ A
Standaard staat de camera zo ingesteld dat geen foto’s kunnen worden gemaakt terwijl de flitser wordt opgeladen.
16.
Ontspant bij opladen
1
2
Uit
Aan
Ontspannen mogelijk tijdens opladen van ingebouwde flitser
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 85 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen weergeven
Opnamen weergeven
U kunt gemaakte opnamen weergeven op het scherm.
Gebruik de bijgeleverde software “PENTAX Digital Camera Utility 4”
1
Druk op de Q knop.
De weergavestand wordt geactiveerd en de laatst gemaakte opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de monitor (bij video wordt het eerste frame van de video weergegeven op de monitor).
Druk tijdens weergave op de knop M als u wilt overschakelen naar weergave van andere informatie, bijvoorbeeld opnamegegevens van de weergegeven opname.
Zie p.30 voor meer informatie over
de informatieweergaves.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 45 ).
4 : Geeft de vorige opname weer.
5 : Geeft de volgende opname weer.
3
85
86
K-r_OPM_DUT.book Page 86 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Zie “Weergavefuncties” (p.227) voor verdere bijzonderheden over
de functies van de weergavestand.
• Als de bestandsindeling van de laatst gemaakte opname JPEG is, en de gegevens van de opname nog in het buffergeheugen aanwezig zijn, kunt u de opname ook in de RAW-indeling opslaan door op de knop m c te drukken.
Als de opname werd gemaakt met een van de volgende instellingen, dan wordt de RAW-opname opgeslagen op de aangeduide wijze.
• Dubbelopnamen RAW-opname met Dubbelopnamen
• Digitaal filter RAW-opname zonder filtereffect
• HDR-opname RAW-opname met standaardbelichting
• Cross-processing RAW-opname zonder Cross-processing
3
Eén enkele opname wissen
U kunt opnamen één voor één wissen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. (p.250)
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt wissen met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 87 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
3
Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Selecteer een bestandsindeling die u wilt wissen bij opnamen die zijn gemaakt in de indeling RAW+.
JPEG wissen
RAW wissen
RAW+JPEG wissen
Alleen de JPEG-opname wordt gewist.
Alleen de RAW-opname wordt gewist.
Wist opnamen in beide bestandsindelingen.
4
Druk op de knop 4 .
De opname wordt gewist.
Wissen
Annuleren
Zie “Meerdere opnamen wissen” (p.246) voor het wissen van meerdere
opnamen in één keer.
OK OK
3
87
K-r_OPM_DUT.book Page 88 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
88
MEMO
3
K-r_OPM_DUT.book Page 89 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Opnamefuncties
In dit hoofdstuk worden de elementaire en de geavanceerde opnamefuncties van de
W
beschreven.
Werken met de opnamefuncties ......................... 90
De juiste opnamestand kiezen ............................95
Belichting instellen ............................................100
Scherp stellen ..................................................... 127
Compositie, belichting en scherpstelling controleren vóór de opname (Voorbeeld) ........ 142
De functie Shake Reduction gebruiken om camerabewegingen te verminderen ........... 146
Continuopnamen maken ...................................155
Opnamen maken met digitale filters ................162
Opnamen maken met Live weergave ............... 166
Video-opnamen maken ...................................... 172
90
K-r_OPM_DUT.book Page 90 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Werken met de opnamefuncties
U kunt opname-instellingen wijzigen met de richtingsknoppen, het bedieningspaneel, het menu [ A Opnamemodus] of het menu
[ A Pers.instelling].
Zie “De menu’s gebruiken” (p.40) voor meer informatie over het werken met
de menu’s.
4
Items instellen met richtingsknoppen
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2345 ) om de volgende instellingen op te geven.
Knop
2
Onderdeel
Transportstand
Functie
Selecteert Continuopname, Zelfontspanner,
Afstandsbediening of Belichtingsbracketing.
Pagina
3 Flitsinstelling Hiermee stelt u de flitsmethode in.
4 Witbalans
Wijzigt de kleurbalans in overeenstemming met de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
5 Gevoeligheid Hiermee stelt u de ISO-waarde in.
K-r_OPM_DUT.book Page 91 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
91
Onderdelen van het menu Opnamemodus
De hieronder genoemde functies kunnen worden ingesteld in de menu’s van [ A Opnamemodus 1-4].
Druk in de opnamestand op de knop 3 om het menu
[ A Opnamemodus 1] op te roepen.
Menu
A
A
1
2
Onderdeel
Aangepaste
Functie
Stelt de afwerking van de opname in met betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast voordat de opname wordt gemaakt.
Pagina
Stelt de bestandsindeling in.
Stelt de opnamegrootte in van opnamen die worden opgeslagen in de JPEG-indeling.
JPEG
Stelt de kwaliteit in van opnamen die worden opgeslagen in de JPEG-indeling.
AF-modus
Selecteert de autofocusstand.
Selecteert het gedeelte van de zoeker dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting.
Selecteer AF-punt
Selecteert het gedeelte van de zoeker waarop moet worden scherp gesteld.
Cross-processing
Digitaal filter
Wijzigt de tinten en het contrast door digitale cross-processing uit te voeren.
Past een digitaal filtereffect toe bij het maken van opnamen.
Ruisond. hoge
ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Dubbelopnamen
Intervalopname
Maakt het maken van opnamen bij een groot dynamisch bereik mogelijk.
Creëert een samengesteld beeld door meerdere opnamen te maken.
Maakt opnamen met een ingesteld interval vanaf een vastgesteld tijdstip.
Stelt in of ruis moet worden onderdrukt bij een hoge ISO-gevoeligheid.
Stelt in of ruisonderdrukking moet worden gebruikt bij opnamen met een lange sluitertijd.
4
K-r_OPM_DUT.book Page 92 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
92
4
Menu
A
A
3
4
Onderdeel
Video
Live weergave
Momentcontrole
Objectiefcorrectie
Kleurruimte
RAW-formaat
AF/AE-L-knop
Knop Snelinstelling
Functie
Stelt de video-instellingen in.
Stelt de weergave-instellingen van Live weergave in.
Stelt de weergave-instellingen van
Momentcontrole in.
Breid het dynamisch bereik uit en voorkomt over- en onderbelichte gebieden.
Corrigeert vervormingen en chromatische vergrotingsaberraties die optreden als gevolg van de eigenschappen van het objectief.
Pagina p.172
Stelt de te gebruiken kleurruimte in.
Selecteert de bestandsindeling van opnamen die worden opgeslagen in de RAW-indeling.
Wijst de functie toe die moet worden opgeroepen als de knop | (Snelinstelling) wordt ingedrukt.
Wijst de functie toe die moet worden opgeroepen als de knop = / L wordt ingedrukt.
Geheugen
Bepaalt welke instellingen moeten worden opgeslagen wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Activeert de functie Shake Reduction.
Inv brandp afstand
Stelt de brandpuntsafstand in bij het gebruik van een objectief dat niet automatisch objectiefinformatie kan doorgeven.
p.148
*1 Kan worden ingesteld op het bedieningspaneel.
K-r_OPM_DUT.book Page 93 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
93
Onderdelen van het menu Persoonlijke instelling
Stelt de menu’s van [ A Pers.instelling 1-4] in om optimaal te profiteren van de functies van de spiegelreflexcamera.
Menu Onderdeel Functie Pagina
1. LW-stappen
Stelt de aanpassingsstappen voor de belichting in. p.122
2. Gevoeligheidsstappen
Stelt de aanpassingsstappen voor de ISO-gevoeligheid in.
A 1
3. Uitgebreide gevoeligheid
4. Bedrijftijd lichtmtr
5. AE-L met
AF lock
6. Koppelt belicht.+ AF
Vergroot de onderste en bovenste gevoeligheidslimiet.
Stelt de bedrijftijd voor de timer van de belichtingsmeting in.
Stelt in of de belichtingswaarde moeten worden vergrendeld nadat scherp gesteld is.
Stelt in of de belichtingswaarde en het AF-punt in het scherpstelgebied tijdens meervlaksmeting moeten worden gekoppeld.
p.103
p.138
p.119
A 2
7. Volgorde A
Bracketing
8. AF-punt weergeven
9. AF.S-instelling
10. AF.Cinstelling
11. AF-hulplicht
12. WB bij flitsen
13. AWB bij lamplicht
Stelt de volgorde in voor het maken van opnamen met Belichtingsbracketing.
Stelt in of het geselecteerde AF-punt in de zoeker al dan niet moet worden weergegeven.
Stelt de prioriteit van acties in voor wanneer de stand = is ingesteld op l en de ontspanknop volledig wordt ingedrukt.
Stelt de prioritieit van acties in voor
Continuopname wanneer de stand = is ingesteld op k .
Stelt in of het AF-hulplicht moet worden gebruikt tijdens automatische scherpstelling op donkere locaties.
Instellen van de witbalans bij gebruik van de flitser.
Stelt in of de kleurtoon van lamplicht al dan niet moet worden aangepast als de witbalans is ingesteld op F (Automatische witbalans).
–
14. AF met afstandsbediening
Stelt in of autofocus moet worden gebruikt bij het maken van opnamen met de afstandsbediening.
p.154
4
K-r_OPM_DUT.book Page 94 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
94
4
Menu
A 3
Onderdeel
15. Afst bed bij tijdopname
16. Ontspant bij opladen
17. Draadloos flitsen
18. Rotatie-info opslaan
19. Menulocatie opslaan
20. Catch-in focus
Functie
Stelt in dat bediening met de afstandsbediening mogelijk is terwijl de sluitertijd is ingesteld op h .
Stelt in of de sluiter al dan niet kan worden ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen.
Stelt de flitsmethode in van de ingebouwde flitser bij draadloze bediening.
Pagina p.118
Stelt in of tijdens het maken van opnamen al dan niet rotatie-informatie moet worden opgeslagen.
Stelt in of de laatste menutab die op de monitor wordt weergegeven, moet worden opgeslagen en opnieuw moet worden weergegeven als de volgende keer de knop 3 wordt ingedrukt.
Indien deze functie ingesteld is op [Aan] en [AF-modus] ingesteld is op f of l en een objectief met handmatige scherpstelling wordt gebruikt, is het maken van catch-in focus opnamen mogelijk en wordt de sluiter automatisch ontspannen op het moment dat scherp is gesteld op het onderwerp.
p.141
A 4
21. AFaanpassing
22.
Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Past de positie van het AF-punt aan.
Stelt in of de sluiter al dan niet kan worden ontspannen wanneer de diafragmaring in een andere stand staat dan s .
Zet alle instellingen in de menu’s van
[ A Pers.instelling 1-4] terug naar de standaardinstelling.
K-r_OPM_DUT.book Page 95 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De juiste opnamestand kiezen
U kunt een opnamestand kiezen door een pictogram op de functiekiezer tegenover de functie-indicatie te zetten.
95
Functie-indicatie
De W is uitgerust met verschillende opnamestanden, zodat u opnamen kunt maken die helemaal passen binnen uw visie op fotografie.
De camera is uitgerust met de volgende opnamestanden.
Opnamestand
Opnamefuncties
Stand
I (Autom. opname)/ = (Portret)/ s (Landschap)/ q (Macro)/ \ (Bewegend onderw.)/ .
(Portret bij nacht)/ a (Filtser UIT) (Bij het maken van opnamen met Live weergave kunnen d (Blue Sky) en K (Zonsondergang) ook worden geselecteerd in de stand I .)
Pagina
H (Scène)standen
A (Nachtopname)/ Q (Strand & sneeuw)/
K (Eten & drinken)/ K (Zonsondergang)/ n (Podiumbelichting)/ l (Nachtsnapshot)/
Z (HDR nachtbeeld)/ R (Kinderen)/ Y (Huisdier)/
U (Kaarslicht)/ E (Museum)
Belichtingsstanden e (Programma)/ K (Gevoel. voorkeuze)/ b (Sl.tijd voorkeuze)/ c (Diafr. voorkeuze)/ a (Manueel)
Videostand C (Video)
p.172
4
K-r_OPM_DUT.book Page 96 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
96
4
Picture-standen
Stel de functiekiezer in op = , s , q , \ , .
of a als u in de stand
I (Autom. opname) de gewenste opname niet kunt maken.
De opnamestanden hebben de volgende kenmerken.
I Autom. opname
= s q
\
.
a
Stand
Portret
Landschap
Macro
Bewegend onderw.
Portret bij nacht
Filtser UIT
Kenmerken
De optimale opnamestand wordt automatisch gekozen uit de standen U (stand.), = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderw.) en .
(Portret bij nacht). Bij het maken van opnamen met Live weergave kunt u ook d (Blue Sky) en K (Zonsondergang) selecteren.
Optimaal voor het maken van portretten. Produceert natuurlijke huidtinten.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt contouren en verzadiging van bomen en lucht, en zorgt voor een levendige opname.
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen en andere kleine onderwerpen op korte afstand.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp, zoals bij sportevenementen.
De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname (snel)).
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond of tijdens de schemering.
De flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn gelijk aan U (stand.) in I .
In de stand .
zal de camera, ook al wordt de flitser wel gebruikt, lange sluitertijden gebruiken zodat de achtergrond buiten het bereik van de flitser ook correct belicht op de opname komt ( 1
Lange-sluitertijdsynchronisatie (p.182)).
Gebruik de functie Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Als \ automatisch wordt geselecteerd in I , worden opnamen gemaakt met de transportstand die eerder was ingesteld.
K-r_OPM_DUT.book Page 97 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
97
H
-standen
Als u de functiekiezer op H (Scène) zet, kunt u kiezen uit de volgende
11 opnamestanden.
Stand
A Nachtopname
Q Strand & sneeuw
K Eten & drinken
K Zonsondergang n Podiumbelichting l Nachtsnapshot
Z HDR nachtbeeld
R Kinderen
Y Huisdier
U Kaarslicht
E Museum
Kenmerken
Voor nachtopnamen. Gebruik een statief o.i.d om beweging te voorkomen.
Voor opnamen van verblindende achtergronden, zoals besneeuwde bergen.
Opnamen van voedsel. Hoge kleurverzadiging voor aantrekkelijke weergave.
Voor opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie kleuren.
Voor opnamen van bewegende onderwerpen onder slechte belichtingsomstandigheden.
Voor het maken van opnamen onder slechte belichtingsomstandigheden.
Maakt 3 opnamen om één HDR beeld te genereren.
Belichting geoptimaliseerd voor weinig licht.
Voor het maken van opnamen van bewegende kinderen. Produceert natuurlijke huidtinten.
De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname (snel)).
Voor het maken van opnamen van huisdieren.
De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname (snel)).
Voor opnamen bij kaarslicht.
Voor opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
4
De flitser wordt uitgeschakeld bij A , K , n , Z , U en E . Gebruik de functie
Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
K-r_OPM_DUT.book Page 98 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
98
4
Een opnamescène selecteren
1
Zet de functiekiezer op H .
Het statusscherm van de scènestanden wordt weergegeven.
2
Druk op de knop M .
Op het bedieningspaneel wordt het pictogram van de op dat moment geselecteerde opnamestand weergegeven.
1/ 15
1600
AWB
-3 2 1 1 2 +3
AF.A
F 4.0
ISO
JPEG 12
M
[ 123 ]
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [Scènemodus] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor keuze van de scène verschijnt.
Scènemodus
Nachtopname
JPEG
AF.A
12
M
HDR
OFF
[ 37 ]
4
Selecteer met de vierwegbesturing ( 2345 ) of e-knop de gewenste scène.
SCN
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 99 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het bedieningspaneel en is gereed voor het maken van een opname.
Als de knop 3 wordt ingedrukt terwijl de functiekiezer op H (Scène) staat, dan verschijnt het menu [ H Scene]. Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) om het scherm voor keuze van de scène op te roepen, waarna u een scène kunt selecteren op dezelfde wijze als staat beschreven in stap 4.
Nachtopname
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen
MENU Einde
99
4
Opnamefuncties
Gebruik de belichtingsfuncties om de gevoeligheid, de sluitertijd en het diafragma aan te passen, zodat u opnamen kunt maken die helemaal passen binnen uw visie op fotografie.
Stand e Programma
K b c a
Gevoel. voorkeuze
Sl.tijd voorkeuze
Diafr. voorkeuze
Manueel
Kenmerken
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in voor het maken van opnamen met de juiste belichting in overeenstemming met de Programmalijn.
Pagina
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in om een juiste belichting te verkrijgen in overeenstemming met de ingestelde gevoeligheid.
Laat u de gewenste sluitertijd instellen om de beweging van het onderwerp te bevriezen of te benadrukken. Maak opnamen van snel bewegende onderwerpen alsof die stil lijken te staan of maak opnamen van onderwerpen die een gevoel van beweging overbrengen.
Laat u de gewenste diafragmawaarde instellen voor controle over de scherptediepte. Gebruik deze instelling voor een onscherpe of scherpe achtergrond.
Laat u de sluitertijd en diafragmawaarde instellen voor het maken van creatieve opnamen.
100
K-r_OPM_DUT.book Page 100 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Belichting instellen
Effect van diafragma en sluitertijd
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie van sluitertijd en diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte combinaties van sluitertijd-diafragmawaarde mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren.
4
Effect van sluitertijd
Met het wijzigen van de sluitertijd kunt u bepalen hoe tijd wordt uitgedrukt in de opnamen die u maakt. In tegenstelling tot het beeld dat het blote oog vangt, kan in een opname een fractie van een seconde, maar ook een heel tijdsverloop worden vastgelegd, zodat de opname een heel andere uitstraling krijgt.
Gebruik van de functie b (Sl.tijd voorkeuze).
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging
(bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen.
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen.
K-r_OPM_DUT.book Page 101 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
101
Effect van diafragma
Met het wijzigen van het diafragma bepaalt u de diepte van het gebied dat op een opname scherp wordt weergegeven (de scherptediepte). Door scherp te stellen op een punt dat u wilt benadrukken, of juist scherp te stellen op een groot gebied, kunt u grote invloed uitoefenen op de uitstraling van de opname.
Gebruik de functie c (Diafr. voorkeuze).
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherp gesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp.
4
102
K-r_OPM_DUT.book Page 102 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Diafragma en Scherptediepte
De volgende tabel laat zien hoe de instelling voor diafragma van invloed is op de scherptediepte.
De scherptediepte is ook afhankelijk van het gebruikte objectief en de afstand tot het onderwerp.
Diafragma
Open
(kleinere waarde)
Dicht
(grotere waarde)
Scherptediepte
Scherptegebied
Brandpuntsafstand objectief
Afstand tot onderwerp
Klein
Smal
Langer
(Tele-opname)
Dichtbij
Groot
Groothoek
Korter (Groothoek)
Veraf
• De scherptediepte van de W is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera is de waarde globaal
één diafragmastop kleiner (het scherpstelbereik wordt kleiner).
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
Gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of binnen een gevoeligheidsbereik tussen ISO 200 en 12800. De standaardinstelling is [AUTO].
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Gevoeligheid] wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 103 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [AUTO-instelling] of [Vaste waarde] te selecteren.
Gevoeligheid
AUTO-instelling
ISO
AUTO
200 1600
ISO
200
MENU Annul.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om de
ISO-gevoeligheid te wijzigen.
Wijzig voor [AUTO-instelling] de maximale gevoeligheid.
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
OK OK
• Als de opnamestand ingesteld is op n (Podiumbelichting), l (Nachtsnapshot) of Z (HDR nachtbeeld) van de stand H (Scène), of wanneer de functiekiezer is ingesteld op C (Video), dan wordt de gevoeligheid vast ingesteld op AUTO en kan deze niet worden gewijzigd.
• Als de opnamestand ingesteld is op K (Gevoel. voorkeuze) of a (Manueel), dan wordt [AUTO-instelling] niet weergegeven.
• Het gevoeligheidsbereik kan worden uitgebreid naar een waarde van ISO 100 tot 25600 als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu [ A Pers.instelling 1]
(p.93) ingesteld is op [Aan]. De minimale gevoeligheid is echter ISO 200
wanneer [Hooglichtcorrectie] (p.215) ingesteld is op [Aan].
• Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
U kunt ruis terugdringen door [Ruisond. hoge ISO-wrd] te selecteren in het menu [ A
• U kunt selecteren of de gevoeligheid wordt ingesteld in stappen van 1 LW
of in overeenstemming met de instelling voor LW-belichtingsstappen (p.122).
Dit kan worden ingesteld in [2. Gevoeligheidsstappen] van het menu
[ A
103
4
104
K-r_OPM_DUT.book Page 104 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Dynamisch bereik uitbreiden
Het dynamisch bereik is het getal waarmee het lichtniveau wordt aangeduid dat door de CMOS-sensorpixels wordt uitgedrukt van lichte tot donkere gebieden. Hoe groter het getal, des te beter wordt het hele bereik tussen licht en donker weergegeven op de opname.
Door het dynamische bereik te vergroten,kunt u het lichtniveau uitbreiden dat door de CMOS-sensorpixels wordt uitgedrukt, zodat overbelichting minder gemakkelijk voorkomt op de opname.
U kunt het dynamisch bereik uitbreiden met [Instelling D-range] in het menu [ A
4
Beeldruis reduceren (Ruisreductie)
Bij het maken van opnamen met een digitale camera doet zich beeldruis
(ruwe of ongelijkmatige opnamen) voor in de volgende situaties.
- Bij het maken van opnamen met een lange belichting
- Bij het maken van opnamen met een hoge gevoeligheidsinstelling
- Als de temperatuur van de CMOS-sensor hoog is
U kunt ruis terugdringen met behulp van ruisonderdrukking. Het duurt echter langer om opnamen op te slaan die worden gemaakt met ruisonderdrukking.
Ruisonderdrukking bij hoge ISO NR
Onderdrukt ruis bij hoge (ISO-) waarden voor gevoeligheid.
1
Selecteer [Ruisond. hoge ISO-wrd] in het menu
[ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Ruisond. hoge ISO-wrd] verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 105 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Auto], [Uit], [Zwak],
[Normaal], [Sterk] of [Aangepast] te selecteren.
Ruisond. hoge ISO-wrd
ISO
NR
AUTO
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
OFF
Auto
Uit
Zwak
Normaal
Sterk
ISO
NR
CUSTOM
Aangepast
MENU Annul.
OK OK
Auto
Uit
Zwak/Normaal/Sterk
Aangepast
Past in het gehele ISO-bereik optimaal berekende ruisreductieniveaus toe. (Standaardinstelling).
Past in geen enkele ISO-instelling ruisreductie toe.
Past in het gehele ISO-bereik een constant, gekozen ruisreductieniveau toe.
Past voor elke ISO-instelling een door de gebruiker ingesteld ruisreductieniv. toe.
3
Druk op de knop 4 .
Als u [Auto], [Uit], [Zwak], [Normaal] of [Sterk] selecteert, ga dan verder met stap 7.
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Instelling] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm verschijnt waarin op basis van de gevoeligheid het ruisreductieniveau kan worden ingesteld.
5
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een gevoeligheidswaarde te selecteren en gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om het ruisreductieniveau in te stellen dat wordt toegepast op de geselecteerde gevoeligheid.
Ruisond. hoge ISO-wrd
ISO
ISO
ISO
ISO
100
200
400
800
ISO 1600
ISO 3200
ISO 6400
MENU
1 2
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
OFF
OFF
OFF
Reset
Draai aan de e-knop als u het scherm [Ruisond. hoge ISO-wrd 2] wilt oproepen.
Druk op de knop | als u de instellingen wilt resetten.
Welke gevoeligheidswaarden worden weergegeven, hangt af van de instellingen voor [1. LW-stappen] en [2. Gevoeligheidsstappen] in het menu [ A
105
4
K-r_OPM_DUT.book Page 106 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
106
6
Druk op de knop 3 .
Opnieuw verschijnt het scherm dat werd weergegeven in stap 2.
7
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
4
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd
Onderdrukt ruis bij lange belichtingstijden.
1
Selecteer [Ruisond. lange sltrtijd] in het menu
[ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [AUTO], [ON] of [OFF] te selecteren, en druk op de knop 4 .
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
Intervalopname
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
NR
AUTO
ISO
NR
AUTO
NR
OFF
MENU Annul.
OK OK
AUTO
ON
OFF
Bepaalt de omstandigheden zoals sluitertijd, gevoeligheid en interne temperatuur, en past op basis daarvan automatisch ruisonderdrukking toe indien dat nodig is. (Standaardinstelling).
Past ruisreductie toe als de belichtingstijd langer is dan 1 seconde.
Past geen ruisreductie toe.
3
Druk op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• De verwerking van een opname kan even duren als opnamen worden gemaakt wanneer ruisonderdrukking bij lange sluitertijd ingesteld is op [ON]. Er kunnen geen nieuwe opnamen worden gemaakt terwijl een opname wordt verwerkt.
• Als de ruisreductiefunctie is geactiveerd, knippert [ nr ] op het statusscherm en in de zoeker waar normaliter de diafragmawaarde wordt weergegeven, en wordt het aftellen van de verwerkingstijd weergegeven waar normaliter de sluitertijd wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 107 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
107
De belichtingsfunctie wijzigen
Deze camera heeft de volgende vijf belichtingsfuncties. Gebruik
de functiekiezer om de belichtingsfunctie te wijzigen. (p.95)
Bij elke belichtingsfunctie zijn de volgende instellingen mogelijk.
( z : Beschikbaar #: Beperkt × : Niet beschikbaar)
Belichtingsfunctie
Beschrijving e
Programma
K
Gevoel. voorkeuze b
Sl.tijd voorkeuze c
Diafr. voorkeuze a
Manueel
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in voor het maken van opnamen met de juiste belichting in overeenstemming met de
Programmalijn.
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in om een juiste belichting te verkrijgen in overeenstemming met de ingestelde gevoeligheid.
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van bewegende onderwerpen.
Instelling van het diafragma voor controle over de scherptediepte.
Laat u de sluitertijd en diafragmawaarde instellen voor het maken van creatieve opnamen.
Belichtingscorrectie
Sluitertijd wijzigen
Diafragma wijzigen
Gevoeligheid wijzigen
Pagina z z z z
×
#
×
*1 z
× z
#
×
×
*1 z z z
Anders dan
AUTO z z
Anders dan
AUTO p.108
p.112
*1 [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] kunt u zo instellen dat
de sluitertijd en/of diafragmawaarde kunnen worden gewijzigd met de e-knop. (p.109)
4
108
K-r_OPM_DUT.book Page 108 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van een objectief met een diafragmaring
Als u gebruikmaakt van een objectief met een diafragmaring, zet het diafragma dan in de stand s (AUTO) terwijl u de knop voor automatische vergrendeling op het objectief ingedrukt houdt.
A
22 16 11 8 5.6
4
Gebruik van de stand e (Programma)
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in voor het maken van opnamen met de juiste belichting in overeenstemming met de Programmalijn.
U kunt ook de e-knop gebruiken om de sluitertijd en diafragmawaarde
te wijzigen terwijl de juiste belichting blijft gehandhaafd (p.109).
1
Zet de functiekiezer op e .
2
Draai, terwijl u de knop m c indrukt, aan de e-knop om de belichting te wijzigen.
K-r_OPM_DUT.book Page 109 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De belichtingscorrectiewaarde wordt weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
P
1/ 125
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
109
Belichtingscorrectiewaarde
• De belichtingscorrectiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd en diafragmawaarde mogelijk niet verkregen als de gevoeligheid is ingesteld
4
e-knop in Programma
U kunt de functie van de e-knop instellen die moet worden uitgevoerd als de stand
Knop Snelinstelling
P SHIFT
Knop Snelinstelling
Tv e is gekozen. Stel deze functie in bij
[Knop Snelinstelling] in het menu
[ A Opnamemodus 4]. (Dit kan alleen
Actie in M-modus
E-knop in Programma
Av
OFF als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop |
Als de knop | wordt ingedrukt nadat
Wijzigen van de combinatie van diafragma en sluitertijd voor juiste belichting
MENU Annul.
u aan de e-knop heeft gedraaid, keert de camera terug naar
OK OK de normale stand e .
P SHIFT
Stelt de sluitertijd en diafragmawaarde automatisch zo in dat een juiste belichting wordt verkregen (Program shift).
(Standaardinstelling) b c
Stelt de sluitertijd in.
Stelt het diafragma in.
OFF Schakelt werking van de e-knop uit als de stand e is geselecteerd.
K-r_OPM_DUT.book Page 110 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
110
De stand K (Gevoeligheidsvoorkeuze) gebruiken
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de belichting van het onderwerp.
Sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld overeenkomstig de ingestelde gevoeligheid om een juiste belichting te verkrijgen.
1
Zet de functiekiezer op K .
4
2
Draai aan de e-knop om de gevoeligheid te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Sv
1/
ISO
30
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
• U kunt de gevoeligheid instellen op een waarde die overeenkomt met
ISO 200 tot ISO 12800. [AUTO] is niet beschikbaar.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de
belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.121)
• De gevoeligheid kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
K-r_OPM_DUT.book Page 111 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de stand b (Sluitertijdvoorkeuze)
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging van bewegende onderwerpen. Bij het maken van opnamen van snel bewegende onderwerpen kunt u met een kortere sluitertijd het onderwerp bevriezen en met een langere sluitertijd de beweging van het onderwerp laten zien.
Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch zo ingesteld dat de juiste belichting wordt verkregen.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.100)
1
Zet de functiekiezer op b .
4
111
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen een bereik van 1/6000 tot
30 seconden.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Tv
1/ 125
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
112
K-r_OPM_DUT.book Page 112 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de
belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.121)
• De sluitertijd kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De juiste belichting kan met de geselecteerde sluitertijd mogelijk niet worden
verkregen als de gevoeligheid ingesteld is op [Vaste waarde] (p.102).
4
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in het statusscherm en in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd. Wanneer de diafragmawaarde ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Gebruik een in de handel verkrijgbaar ND-fliter (Neutral Density) als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het onderwerp te donker is.
Gebruik van de stand c (Diafragmavoorkeuze)
Stel de diafragmawaarde in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen.
De scherptediepte is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde, een kleine objectiefopening, wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde, een grotere objectiefopening, wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.100)
K-r_OPM_DUT.book Page 113 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Zet de functiekiezer op c .
2
Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Av
1/ 30
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de
belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.121)
• Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De juiste belichting wordt met de geselecteerde diafragmawaarde mogelijk
niet verkregen als de gevoeligheid ingesteld is op [Vaste waarde] (p.102).
4
113
114
K-r_OPM_DUT.book Page 114 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in het statusscherm en in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleinere objectiefopening (hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een grotere objectiefopening (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Gebruik een in de handel verkrijgbaar ND-fliter (Neutral Density) als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het onderwerp te donker is.
4
Gebruik van de stand a (Manueel)
U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte
(donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.100)
1
Zet de functiekiezer op a .
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen een bereik van 1/6000 tot
30 seconden.
K-r_OPM_DUT.book Page 115 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om het diafragma te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
In het statusscherm wordt de e-knopindicator weergegeven naast de sluitertijd of het diafragma, afhankelijk van welke waarde wordt aangepast.
De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting (LW-waarde) in de zoeker weergegeven. De juiste belichting is ingesteld wanneer [0,0] verschijnt.
In de zoeker gaat de belichtingscorrectiewaarde knipperen als het verschil met de juiste belichting
±3,0 of groter wordt.
M
ISO
1/ 125
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
Afwijking van de juiste belichting
• Als de gevoeligheid ingesteld is op [AUTO] en de functiekiezer ingesteld wordt op a , wordt de gevoeligheid ingesteld op de laatst ingestelde waarde.
• De sluitertijd en het diafragma kunnen worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu [ A
• Het diafragma kan ook worden gewijzigd door eenmaal op de knop m c te drukken, de knop los te laten en aan de e-knop te draaien. In dit geval wordt het diafragma ingesteld als de knop m c nogmaals ingedrukt wordt
of wanneer de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting (p.120)
verstrijkt.
4
115
116
K-r_OPM_DUT.book Page 116 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Het belichtingsgeheugen gebruiken
Wanneer [AF/AE-L-knop] in het menu [ A Opnamemodus 4] ingesteld is op [Belichtingsgeheugen] en de belichting wordt
vergrendeld (p.125) door de knop
= / L in te drukken in de stand a , en de sluitertijd of diafragmawaarde wordt gewijzigd, dan verandert de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde terwijl de belichtingswaarde blijft behouden.
Voorbeeld) Als de sluitertijd 1/125 sec. en het diafragma F5.6 is en deze instellingen zijn vergrendeld met de knop = / L , wordt het diafragma automatisch gewijzigd in F11 als de sluitertijd met de e-knop wordt gewijzigd in 1/30 sec.
4
Actie in de stand
a
U kunt een functie toewijzen aan de knop | . Deze functie kan dan later met deze knop worden uitgevoerd als de camera in de stand a staat. Wijs deze functie toe aan [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4].
(Dit is alleen mogelijk als [Knop
Snelinstelling] is toegewezen aan de knop |
Knop Snelinstelling
P LINE
Knop Snelinstelling
TvSHIFT
Actie in M-modus
E-knop in Programma
AvSHIFT
OFF
Stelt diafragma en sluitertijd in op programmalijn
MENU Annul.
OK OK
P LINE
Tv SHIFT
Av SHIFT
OFF
Stelt de diafragmawaarde en sluitertijd zo in dat in overeenstemming met de Programmalijn een juiste belichting wordt verkregen. (Standaardinstelling)
Stelt bij een vast ingesteld diafragma de sluitertijd zo in dat een juiste belichting wordt verkregen.
Stelt bij een vast ingestelde sluitertijd de diafragmawaarde zo in dat een juiste belichting wordt verkregen.
Schakelt de werking van de knop | uit als deze wordt ingedrukt in de stand a .
K-r_OPM_DUT.book Page 117 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van Tijdopname
Deze instelling is geschikt voor het maken van nacht- en vuurwerkopnamen met een lange belichting.
1
Zet de functiekiezer op a .
117
2
Draai de e-knop naar links ( f ) en stel de sluitertijd in op h .
h wordt weergegeven na de langste sluitertijd (30 sec.).
M
ISO
Bulb
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
37 ] JPEG 12
M
3
Druk op de ontspanknop.
De sluiter blijft open zo lang de ontspanknop wordt ingedrukt.
[
De volgende functies zijn niet beschikbaar in de stand Tijdopname.
- Belichtingscorrectie
- Belichtingsbracketing
- Continuopname
- Intervalopname
- HDR-opname
4
118
K-r_OPM_DUT.book Page 118 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de diafragmawaarde te wijzigen.
• Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld bij het maken van tijdopnamen.
• Gebruik een stevig statief om camerabeweging te voorkomen bij het maken van tijdopnamen.
• Om de ontspanknop van de afstandsbediening te gebruiken, stelt u deze functie in bij [15. Afst bed bij tijdopname] in het menu [ A
• U kunt beeldruis (ruwe of ongelijkmatige beelden) reduceren die wordt veroorzaakt door een lange sluitertijd. Stel deze functie in bij [Ruisond. lange sltrtijd] in het menu [ A
• Als de gevoeligheid ingesteld is op [AUTO] en de sluitertijd ingesteld wordt op h , wordt de gevoeligheid ingesteld op de laatst ingestelde waarde.
• De bovengrens voor gevoeligheid bij tijdopnamen is ISO 1600.
• Er is geen grens aan de belichtingstijd bij tijdopnamen. We raden u echter aan de optionele netvoedingsadapterset K-AC109 te gebruiken als u opnamen maakt met een lange belichtingstijd omdat stroom van
de batterijen wordt verbruikt als de sluiter open blijft staan. (p.53)
De lichtmeetmethode selecteren
Selecteer het gedeelte van de zoeker dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting. De volgende drie methoden zijn mogelijk.
L Meervlaks lichtmeting (standaardinstelling)
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones. Zelfs bij opnamen met tegenlicht wordt bij deze functie automatisch bepaald welk gedeelte welk helderheidsniveau heeft en wordt de belichting automatisch aangepast.
De methode voor meervlaks lichtmeting is niet beschikbaar bij het gebruik van andere objectieven dan DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F of A-objectieven, of als de diafragmaring in een andere positie staat dan s .
K-r_OPM_DUT.book Page 119 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
119
AE-punt koppelen aan de automatische scherpstelling tijdens meervlaks lichtmeting
Bij [6. Koppelt belicht.+ AF] in het menu [ A Pers.instelling 1] (p.93) kunt u de belichting koppelen aan het AF-punt tijdens meervlaks lichtmeting.
1 Uit
De belichting wordt onafhankelijk van het AF-punt ingesteld.
(Standaardinstelling)
2 Aan De belichting wordt op basis van het AF-punt ingesteld.
M Lichtmeting met nadruk op het midden
De meting legt de nadruk op het midden van de zoeker. Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch opnamen met tegenlicht.
N Spotmeting
Bij spotmeting wordt de helderheid slechts in een klein gebied in het midden van de zoeker gemeten. U kunt deze functie combineren met het belichtingsgeheugen
(p.125) wanneer het onderwerp uitzonderlijk
klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is.
4
K-r_OPM_DUT.book Page 120 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
120
4
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Autom. lichtmeting] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Autom. lichtmeting
Meervlaks
HDR
OFF
Het scherm [Autom. lichtmeting] verschijnt.
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
3
Selecteer een lichtmeetmethode met de vierwegbesturing ( 45 ).
Autom. lichtmeting
Meervlaks
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A Opnamemodus 1].
OK OK
Lichtmetingstijd instellen
U kunt de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting instellen op [10sec] (standaardinstelling), [3sec] of [30sec] bij [4. Bedrijftijd lichtmtr] in het menu [ A Pers.instelling 1] (p.93).
K-r_OPM_DUT.book Page 121 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Belichting corrigeren
Hiermee kunt u met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken.
U kunt voor de belichtingsstappen kiezen tussen 1/3 LW en 1/2 LW bij
[1. LW-stappen] in het menu [ A Pers.instelling 1].
U kunt de belichtingscorrectiewaarde instellen tussen –3 en +3 (LW).
1
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt.
De belichting wordt aangepast.
m c -knop
121
4 m wordt tijdens de correctie weergegeven in het statusscherm en in de zoeker.
Av
1/ 30
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
Correctiewaarde
• Belichtingscorrectie is niet beschikbaar als de functiekiezer in de stand a (Manueel) staat.
• De belichtingscorrectie wordt niet geannuleerd als u de camera uitzet of een andere opnamestand kiest.
• Als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | bij [Knop
Snelinstelling] in het menu [ A
de correctiewaarde teruggezet naar 0,0 als u op de knop | drukt.
• U kunt de belichtingscorrectie ook wijzigen door eenmaal op de knop m c te drukken, de knop los te laten en aan de e-knop te draaien. In dit geval wordt de belichtingscorrectie ingesteld als nogmaals op de knop m c wordt
gedrukt of de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting (p.120) verstrijkt.
K-r_OPM_DUT.book Page 122 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
122
4
De belichtingsstappen wijzigen
Stel de belichtingscorrectie in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW in bij [1. LW-stappen] in het menu [ A
1.
LW-stappen
1
2
1/3 LW Stap
1/2 LW Stap
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
Stappen belichting ingesteld op 1/3 LW
MENU Annul.
Belichtingswaarde
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0, ±2,3, ±2,7, ±3,0
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0, ±2,5, ±3,0
OK OK
Automatisch belichting wijzigen tijdens het maken van opnamen (Belichtingsbracketing)
U kunt achtereenvolgens drie continuopnamen maken met drie verschillende belichtingen wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie).
Standaardbelichting Onderbelichting
U kunt [7. Volgorde A Bracketing] instellen in het menu
[ A Pers.instelling 1] (p.93).
Overbelichting
1 0 - + Standaard ´ Onderbelicht ´ Overbelicht (standaardinstelling)
2 - 0 + Onderbelicht ´ Standaard ´ Overbelicht
3 + 0 Overbelicht ´ Standaard ´ Onderbelicht
4 0 + Standaard ´ Overbelicht ´ Onderbelicht
K-r_OPM_DUT.book Page 123 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Belichtingsbracketing is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- als de opnamestand ingesteld is op \ (Bewegend onderw.), of R (Kinderen)/ Y (Huisdier)/ Z (HDR nachtbeeld) van de stand
H (Scène)
- wanneer de sluitertijd ingesteld is op h
• Belichtingsbracketing en Dubbelopnamen kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. De laatst geselecteerde functie wordt gebruikt.
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer l met de vierwegbesturing ( 45 ).
Transportstand
Belichtingsbracketing
123
4
3 2 1 1 2 3
±0.5EV
MENU Annul.
OK OK
3
Draai aan de e-knop om de bracketwaarde in te stellen.
U kunt de volgende bracketwaarden instellen overeenkomstig het
stappeninterval dat u hebt ingesteld bij [1. LW-stappen] (p.122) in het
menu [ A Pers.instelling 1].
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
Bracketwaarde
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0, ±2,3, ±2,7, ±3,0
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0, ±2,5, ±3,0
Beschikbare bewerkingen
Knop m c + e-knop Stelt de belichtingscorrectie in als alleen onderbelichte of onderbelichte opnamen worden gemaakt met
Belichtingsbracketing. Opnamen worden gemaakt met een belichtingscorrectiewaarde die is ingesteld op 0 (tussenliggende waarde).
knop | Zet de correctiewaarde terug naar ±0. (Alleen beschikbaar wanneer [Knop Snelinstelling] toegewezen is aan de knop | bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A
K-r_OPM_DUT.book Page 124 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
124
4
4
Druk op de knop 4 .
De waarde voor de eerste opname knippert op de monitor.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie ] wordt weergegeven in de zoeker, en de belichtingscorrectiewaarde wordt weergegeven in het statusscherm en de zoeker op het moment dat scherp is gesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Blijf op de ontspanknop drukken totdat drie opnamen zijn gemaakt.
Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt in de volgorde die is ingesteld bij [7. Volgorde A Bracketing] in het menu
[ A Pers.instelling 1] (p.93).
• Wanneer [AF-modus] ingesteld is op l (Eén opname), wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
• Als u tijdens Belichtingsbracketing uw vinger van de ontspanknop haalt, blijft de belichtingsinstelling twee keer zo lang actief als de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting (de standaardinstelling is circa 20 seconden)
(p.120) en kunt u een opname maken met de volgende correctiewaarde.
In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na een tijdsduur van circa twee keer die van de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname.
• U kunt Belichtingsbracketing combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter het risico dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd pas een opname nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
K-r_OPM_DUT.book Page 125 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De belichting vergrendelen voordat de opname wordt gemaakt
(Belichtingsgeheugen)
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een goede lichtmeting niet mogelijk is.
1
Selecteer [AF/AE-L-knop] in het menu
[ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [AF/AE-L-knop] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Belichtingsgeheugen]. te selecteren.
AF/AE-L-knop
AF1 AF1 inschakelen
AF2 AF2 inschakelen
AF
AE-L
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
Vergrendelt belichtingsw.
als op AF/AE-L-knop wordt gedrukt
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
5
Stel de belichting in en druk op de knop = / L .
De camera vergrendelt de belichting
(helderheid) van dat moment.
@ wordt weergegeven in het statusscherm en de zoeker wanneer het belichtingsgeheugen is geactiveerd.
4
125
126
K-r_OPM_DUT.book Page 126 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
• De belichting wordt in het geheugen vastgehouden zolang de knop = / L ingedrukt wordt gehouden of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. De belichting wordt in het geheugen vastgehouden gedurende een periode van tweemaal de bedrijftijd van
de timer van de belichtingsmeting (p.120), zelfs nadat u uw vinger van
de knop = / L heeft losgelaten.
• Er klinkt een geluidssignaal wanneer de knop = / L wordt ingedrukt.
Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.279)
• Belichtingsgeheugen is niet beschikbaar als de sluitertijd is ingesteld op h .
• Als u één van de volgende handelingen verricht, wordt het
Belichtingsgeheugen geannuleerd.
- u drukt nogmaals op de knop = / L
- u drukt op de knop Q , 3 of M
- u draait aan de functiekiezer
- u verwisselt het objectief
- een objectief met een diafragmastand s (Auto) wordt in een andere stand dan s gezet
• Ook wanneer Belichtingsgeheugen is geactiveerd, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde afhankelijk van de zoompositie wanneer een zoomobjectief wordt gebruikt waarvan de maximale diafragmawaarde afhankelijk is van de brandpuntsafstand. De belichtingswaarde verandert echter niet en een opname wordt gemaakt met het ingestelde helderheidsniveau als Belichtingsgeheugen is geactiveerd.
• De belichting kan ook worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. Stel deze functie in bij [5. AE-L met AF lock] in het menu
[ A Pers.instelling 1]. (p.138)
K-r_OPM_DUT.book Page 127 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Scherp stellen
U kunt op de volgende manieren scherp stellen.
=
\
Autofocus
Handmatig scherpstellen
De camera stelt automatisch scherp op het onderwerp wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
Stel handmatig scherp.
Autofocus gebruiken
U kunt ook de volgende autofocusstanden selecteren: l (Eén opname) waarbij de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om scherp te stellen op het onderwerp en de scherpstelling op die stand wordt vastgehouden, en k , (Continustand), waarbij continu wordt scherp gesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, en f (Auto) waarbij automatisch tussen l en k wordt overgeschakeld. De standaardinstelling is f .
1 De AF-modus instellen (p.130)
1
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
4
127
K-r_OPM_DUT.book Page 128 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
128
2
Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
4
Wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, verschijnt de scherpstelindicatie
] en klinkt er een geluidssignaal.
(Als de indicatie knippert, is er niet scherp gesteld op het onderwerp.)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.75)
Scherpstelindicatie
De knop = / L gebruiken om scherp te stellen op het onderwerp
U kunt de camera zo instellen dat er wordt scherp gesteld wanneer u op de knop = / L drukt. Gebruik deze instelling als u geen behoefte hebt aan automatisch scherp stellen als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
1
Selecteer [AF/AE-L-knop] in het menu
[ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [AF/AE-L-knop] verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 129 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [AF1 inschakelen] of [AF2 inschakelen] te selecteren.
AF/AE-L-knop
AF1
AF2
AF
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
AE-L Belichtingsgeheugen
AF wordt uitgevoerd als op AF/AE-L-knop wordt gedrukt
MENU Annul.
OK OK
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
Er wordt automatisch scherp gesteld met behulp van de knop = / L of de ontspanknop.
(Standaardinstelling).
Er wordt alleen automatisch scherp gesteld wanneer u op de knop = / L drukt, en niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
\ wordt weergegeven in de zoeker terwijl u op de knop = / L drukt. Automatisch scherp stellen wordt niet geactiveerd als u de ontspanknop indrukt. (Laat de knop = / L los om terug te keren naar de normale autofocusstand.)
De belichtingsinstelling wordt vergrendeld als u de knop = / L
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
5
Druk op de knop = / L terwijl u door de zoeker kijkt.
Er word automatisch scherp gesteld.
129
4
K-r_OPM_DUT.book Page 130 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
130
4
De AF-modus instellen
U kunt kiezen tussen de volgende drie autofocusstanden.
f
Auto l
Eén opname
Schakelt automatisch tussen de standen l en k , afhankelijk van het onderwerp. (Standaardinstelling)
• [AF-modus] is vast ingesteld op f in de stand I (Autom. opname).
• Zelfs als f is geselecteerd, wordt [AF-modus] vast ingesteld op l als opnamen worden gemaakt met Live weergave en de functiekiezer op e , K , b , c of a staat.
Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om op het onderwerp scherp te stellen, wordt die scherpstelling op het onderwerp vergrendeld (scherpstelvergrendeling). Als u op een ander onderwerp wilt scherp stellen, haal dan eerst uw vinger van de ontspanknop en druk vervolgens opnieuw de ontspanknop tot halverwege in.
• [AF-modus] wordt vast ingesteld op l bij = (Portret), s (Landschap), q (Macro), .
(Portret bij nacht) en a (Filtser UIT) van de Picture-stand of A (Nachtopname),
Q (Strand & sneeuw), K (Eten & drinken), K (Zonsondergang),
Z (HDR nachtbeeld), U (Kaarslicht) en E (Museum) van de stand H (Scène).
• Het AF-hulplicht wordt zo nodig ingeschakeld. (p.132)
• Stel bij [9. AF.S-instelling] in het menu [ A
de prioriteit van acties in voor wanneer de ontspanknop volledig wordt ingedrukt.
1
Scherpstellingsvoorkeuze
2 Sluitervoorkeuze
De sluiter kan niet worden ontspannen totdat het onderwerp scherp is gesteld.
(Standaardinstelling)
Als het onderwerp te dicht bij de camera is, doe dan een of meer stappen terug en maak de opname.
Als het onderwerp moeilijk scherp
te stellen is (p.75), stel dan handmatig
De sluiter kan zelfs worden ontspannen als het onderwerp niet scherp is.
K-r_OPM_DUT.book Page 131 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM k
Continu
Er wordt continu scherp gesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
De scherpstelindicatie ] wordt weergegeven in de zoeker en u hoort een geluidssignaal. Zelfs als niet is scherp gesteld op het onderwerp, kan de sluiter ontspannen wanneer de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt.
• Alleen beschikbaar als de functiekiezer op e , K , b , c of a staat.
• [AF-modus] wordt vast ingesteld op k bij \ (Bewegend onderw.) van de Picture-stand en n (Podiumbelichting), l (Nachtsnapshot), R (Kinderen), en Y (Huisdier) van de stand
H (Scène).
• Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, of als de knop = / L wordt gebruikt om scherp te stellen, volgt de camera het onderwerp automatisch als is vastgesteld dat het een bewegend onderwerp is.
• Stel bij [10. AF.C-instelling] in het menu [ A
de prioriteit van acties in voor Continuopname.
1
Scherpstellingsvoorkeuze
2 FPS-voorkeuze
Maakt opnamen waarbij prioriteit wordt gegeven aan scherpstelling van het onderwerp tijdens Continuopnamen.
(Standaardinstelling)
Maakt opnamen waarbij prioriteit wordt gegeven aan de opnamesnelheid tijdens Continuopnamen.
1
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
2
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
3
Kies [AF-modus] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
AF-modus
AF.A
HDR
OFF
Het scherm [AF-modus] verschijnt.
AF.A
JPEG 12
M
[ 37 ]
4
131
K-r_OPM_DUT.book Page 132 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
132
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een AF-modus te selecteren.
AF-modus
AF.S
AF.C
4
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• [AF-modus] kan niet worden gewijzigd als de Picture-stand of de stand
H (Scène) is geselecteerd.
• Stel de camera altijd in op l als u gebruik maakt van het Quick-Shift
Focussysteem op een DA-objectief.
U kunt bij [11. AF-hulplicht] in het menu [ A Pers.instelling 2] instellen of u tijdens de stand l
het AF-hulplicht wilt gebruiken (p.93).
1
2
Aan
Om scherpstelling te vergemakkelijken als het onderwerp zich op een donkere plaats bevindt, wordt het AF-hulplicht ingeschakeld als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. (Standaardinstelling)
Uit Het AF-hulplicht wordt niet gebruikt.
AF-aanpassing
U kunt de AF-scherpstelpositie aanpassen
• Gebruik [AF-aanpassing] alleen als dat nodig is. Gebruik de functie voorzichtig, want aanpassing van autofocus kan het moeilijk maken om opnamen te maken met de juiste scherpstelling.
• Camerabewegingen tijdens het maken van een testopname voor
AF-aanpassing kunnen het moeilijk maken om een nauwkeurige scherpstelpositie te verkrijgen. Gebruik daarom bij het maken van testopnamen altijd een statief.
K-r_OPM_DUT.book Page 133 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Selecteer [21. AF-aanpassing] in het menu
[ A Pers.instelling 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Selecteer [Aan] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [21. AF-aanpassing] verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing
( 45 ) om de waarde aan te passen.
21. AF-aanpassing
+3
133
4
MENU Annul.
±0 OK OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 5 )
Vierwegbesturing ( 4 ) knop |
Scherpstelling dichterbij halen.
Scherpstelling verder weg plaatsen.
Aanpassingswaarde ±0 herstellen.
4
Druk op de knop 4 .
De aanpassingswaarde wordt opgeslagen.
5
Druk op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Maak een testopname.
U kunt het scherpstelpunt gemakkelijk controleren door de weergave uit
te vergroten tijdens Digitaal voorbeeld (p.145) of Live weergave (p.166).
Selecteer [Uit] in stap 2 als u een effect van de aanpassingswaarde wilt tenietdoen (hiermee wordt de waarde echter niet gereset).
K-r_OPM_DUT.book Page 134 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
134
4
Het scherpstelgebied selecteren (AF-punt)
Selecteer het gedeelte van de zoeker waarop u scherp wilt stellen.
Geselecteerde AF-punten lichten rood op in de zoeker (AF-punt weergeven).
b Auto (5 AF-punten) c Auto (11 AF-punten)
S
O
Selecteren
Spot
De camera selecteert uit 5 AF-punten het optimale
AF-punt, zelfs als het onderwerp niet in het midden staat. (Standaardinstelling)
De camera selecteert uit 11 AF-punten het optimale AF-punt, zelfs als het onderwerp niet in het midden staat.
Hiermee wordt uit elf punten in het AF-kader het scherpstelgebied ingesteld op het door de gebruiker geselecteerde punt.
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het midden van de zoeker.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [Selecteer AF-punt] te selecteren en druk op de knop 4 .
Selecteer AF-punt
Auto (5 AF-punten)
AF.A
HDR
OFF
Het scherm [Selecteer AF-punt] verschijnt.
JPEG 12
M
[ 37 ]
3
Druk op de vierwegbesturing
( 45 ) om een scherpstelgebied te selecteren.
Selecteer AF-punt
Auto (5 AF-punten)
AUTO
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 135 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• AF-punten worden niet in rood verlicht in de zoeker als u [Uit] hebt geselecteerd bij [8. AF-punt weergeven] in het menu [ A Pers.instelling 2].
• Het scherpstelgebied wordt ongeacht deze instelling vast ingesteld op O bij gebruik van andere objectieven dan DA, DA L, D FA, FA J, FA of F.
135
De scherpstelpositie instellen in het AF-kader
1
Stel het scherpstelgebied in op S en druk op de knop 4 .
Selecteer AF-punt
Selecteren
4
De camera is gereed voor het maken van een opname.
MENU Annul.
OK OK
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om het AF-punt te wijzigen.
136
K-r_OPM_DUT.book Page 136 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Het geselecteerde AF-punt wordt weergegeven in het statusscherm.
1/ 20
800
AF.A
F 5.6
-3 2 1 1 2 +3
JPEG 12
M
[
AWB OK
S
37 ]
Beschikbare bewerkingen
4 -knop
Druk op de knop 4 en houd deze knop ingedrukt.
Hiermee keert het AF-punt terug naar het midden van het AF-kader.
Schakelt wijziging van het AF-punt uit en schakelt bediening met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing ( 2345 ) in.
Om wijziging van het AF-punt in te schakelen, druk dan op de knop 4 terwijl bediening met de richtingsknoppen ingeschakeld is. U hoort een geluidssignaal terwijl u kiest tussen ingeschakeld en uitgeschakeld.
De AF-punten lichten rood op in de zoeker (AF-punt weergeven) zodat u kunt controleren waarop het AF-punt is ingesteld.
De gewijzigde positie van het AF-punt wordt opgeslagen zelfs als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer het scherpstelgebied wordt ingesteld op b , c of O .
K-r_OPM_DUT.book Page 137 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De scherpstelling vergrendelen
(Scherpstelling vergrendelen)
Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelgebied valt, kan de camera niet automatisch scherp stellen op het onderwerp. Stel in dit geval eerst [AF-modus] in op l (Eén opname), stel scherp op het onderwerp in het scherpstelgebied, vergrendel de scherpstelling in die positie (scherpstelvergrendeling) en maak opnieuw uw beeldcompositie.
1
Stel [AF-modus] in op l .
2
Kader het onderwerp in de zoeker uit.
4
137
Voorbeeld) Er wordt scherp gesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon.
3
Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, verschijnt de scherpstelindicatie
] en klinkt er een geluidssignaal.
(Als de indicatie knippert, is er niet scherp gesteld op het onderwerp).
4
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden.
K-r_OPM_DUT.book Page 138 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
138
5
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in.
4
• De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ] wordt weergegeven.
• Als u aan de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
• U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherp gesteld, uitschakelen. (p.279)
• U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer [AF-modus] ingesteld is op k (Continuopname), of de opnamestand ingesteld is op
\ (Bewegend onderw.) van de Picture-stand, of n (Podiumbelichting),
R (Kinderen), Y (Huisdier) of l (Nachtsnapshot) van de stand H (Scène).
In die gevallen zal de autofocus scherp blijven stellen op het onderwerp totdat op de ontspanknop wordt gedrukt (Continu autofocus).
Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling is vergrendeld
Selecteer [5. AE-L met AF lock] in het menu [ A Pers.instelling 1] (p.93) om de waarde van de belichting te vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
De belichting wordt standaard niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
5.
AE-L met AF lock
1
2
Uit
Aan
Auto belichting en AF zijn gelijktijdig vergrendeld
MENU Annul.
OK OK
1 Uit
2 Aan
De belichting wordt niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. (Standaardinstelling)
De belichting wordt vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
K-r_OPM_DUT.book Page 139 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Handmatig scherpstelling wijzigen
(Handmatig scherp stellen)
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker gebruiken.
De scherpstelindicatie gebruiken
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, zelfs bij handmatig scherp stellen.
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ] .
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
139
4
2
Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring.
Wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, gaat de scherpstelindicatie
] branden en klinkt er een geluidssignaal.
MF
AF
Scherpstelindicatie
140
K-r_OPM_DUT.book Page 140 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Stel handmatig scherp met behulp van het matglas in de zoeker als
er moeilijk op het onderwerp scherp kan worden gesteld (p.75) en de
scherpstelindicatie niet wordt weergegeven.
• U kunt het geluidssignaal dat klinkt nadat scherp is gesteld,
4
Het matglas in de zoeker gebruiken
U kunt handmatig scherp stellen met behulp van het matglas in de zoeker.
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
2
Kijk door de zoeker en draai aan de scherpstelring totdat het onderwerp duidelijk zichtbaar is in de zoeker.
K-r_OPM_DUT.book Page 141 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
141
Opnamen maken in de stand Catch-in Focus
Als [20. Catch-in focus] in het menu [ A Pers.instelling 3] (p.94) ingesteld is op [Aan], en [AF-modus] ingesteld is op f of l en één van de volgende objectieven wordt gebruikt, is het maken van catch-in focus-opnamen mogelijk en wordt de sluiter automatisch ontspannen op het moment dat scherp is gesteld op het onderwerp.
• Objectief met handmatige scherpstelling
• DA- of FA-objectief met een = - en \ -instelling op het objectief
(het objectief moet zijn ingesteld op \ voordat de opname wordt gemaakt)
Ga als volgt te werk om opnamen te maken
1 Bevestig een geschikt objectief op de camera.
2 Zet de scherpstelfunctieknop op = .
3 Stel [AF-modus] in op f of l .
4 Stel scherp op een punt waar het onderwerp langs zal komen.
5 Druk de ontspanknop helemaal in.
De sluiter wordt automatisch ontspannen als het onderwerp het punt bereikt waarop is scherp gesteld.
4
142
K-r_OPM_DUT.book Page 142 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Compositie, belichting en scherpstelling controleren vóór de opname (Voorbeeld)
4
U kunt met de voorbeeldfunctie de scherptediepte, de compositie, de belichting en de scherpstelling controleren voordat u een opname maakt.
Er zijn twee voorbeeldmethoden.
Voorbeeldmethode
| Optisch voorbeeld e Digitaal voorbeeld
Beschrijving
Voor het controleren van de scherptediepte door de zoeker.
Voor het beoordelen van compositie, belichting en scherpstelling op de monitor.
U kunt met de functie Live weergave ook een real-time beeld op de monitor weergeven en tijdens de weergave opname-instellingen wijzigen, en de
weergave uitvergroten om het effect van instellingen te controleren. Zie p.166
voor meer informatie.
De Voorbeeld-functie toewijzen aan de knop Snelinstelling
Wijs eerst de Voorbeeld-functie toe aan de knop | .
1
Selecteer [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Knop Snelinstelling] verschijnt.
1 2 3 4
Kleurruimte
RAW-formaat
Knop Snelinstelling
AF/AE-L-knop
Geheugen
Shake Reduction
Inv brandp afstand
MENU Einde sRGB
PEF
AF1
35mm
K-r_OPM_DUT.book Page 143 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus
E-knop in Programma
P LINE
P SHIFT
143
MENU
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Optisch voorbeeld] of [Digitaal voorbeeld] te selecteren en druk op de knop 4 .
Als u [Optisch voorbeeld] heeft geselecteerd, ga dan verder met stap 6.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Histogram], [Licht/ donker geb] of [Momentcontr. vergrot.] te selecteren.
Knop Snelinstelling
RAW
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Optisch voorbeeld
Digitaal voorbeeld
Digitaal filter
Cross-processing
1x voor bestandsform.
MENU Annul.
OK OK
Knop Snelinstelling
Digitaal voorbeeld
Histogram
Licht/donker geb
Momentcontr. vergrot.
4
MENU
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
6
Druk twee keer op de knop 3 .
De Voorbeeld-functie wordt toegewezen aan de knop | en de camera is gereed voor het maken van een opname.
Tijdens het maken van opnamen met de functie Intervalopname,
Dubbelopnamen of Live weergave wordt Optisch voorbeeld gebruikt, ongeacht de instelling.
144
K-r_OPM_DUT.book Page 144 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Optisch voorbeeld weergeven
1
Breng het onderwerp binnen het AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in om op het onderwerp scherp te stellen.
4
2
Druk op de knop | terwijl u door de zoeker kijkt.
U kunt via de zoeker de scherptediepte controleren terwijl u de knop | indrukt.
Al die tijd worden er geen opnamegegevens weergegeven in de zoeker en kan er geen opname worden gemaakt.
3
Laat de knop | los.
De functie Optisch voorbeeld wordt afgesloten en de camera is gereed voor het maken van een opname.
K-r_OPM_DUT.book Page 145 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Digitaal voorbeeld weergeven
1
Stel scherp op het onderwerp, kader het beeld uit in de zoeker en druk op de knop | .
Het pictogram ( | ) wordt op de monitor weergegeven gedurende de weergave van het voorbeeld en u kunt compositie, belichting en scherpstelling beoordelen.
INFO
Beschikbare bewerkingen
E-knop
M -knop
Het voorbeeld vergroten. (p.233)
Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De functie Digitaal voorbeeld wordt afgesloten en het autofocussysteem treedt in werking.
De maximale duur van de weergave van het digitale voorbeeld is 60 seconden.
4
145
146
K-r_OPM_DUT.book Page 146 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De functie Shake Reduction gebruiken om camerabewegingen te verminderen
4
Foto’s maken met de functie Shake Reduction
De functie Shake Reduction vermindert camerabewegingen die zich kunnen voordoen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Dit is handig in situaties waarbij het risico groot is dat de camera wordt bewogen.
Als de functie Shake Reduction is geactiveerd, kunt u opnamen maken met een sluitertijd die circa 4 stappen lager is zonder risico dat de camera beweegt.
De functie Shake Reduction is ideaal voor het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden.
• Bij het maken van opnamen op slecht verlichte locaties, bijvoorbeeld binnenshuis, bij nacht, op bewolkte dagen en in de schaduw
• Bij het maken van tele-opnamen
Onscherpe opname Opname gemaakt met de functie
Shake Reduction (Bewegingsreductie)
• De functie Shake Reduction compenseert geen onscherpte die het gevolg is van een bewegend onderwerp. Als u opnamen wilt maken van bewegende onderwerpen, verhoog dan de sluitertijd.
• De functie Shake Reduction kan camerabewegingen niet altijd volledig compenseren bij het maken van close-ups. In dat geval raden we u aan de functie Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
• De functie Shake Reduction zal niet goed werken bij het maken van opnamen met een zeer langzame sluitertijd, bijvoorbeeld tijdens “pannen” of het maken van nachtopnamen. In dat geval raden we u aan de functie
Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
K-r_OPM_DUT.book Page 147 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De functie Shake Reduction instellen
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Shake Reduction] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Shake Reduction
Aan
HDR
OFF
Het scherm [Shake Reduction] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om k of l te selecteren.
Shake Reduction
Aan k
Gebruikt Shake Reduction.
(Standaardinstelling).
l Gebruikt geen Shake Reduction.
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
k wordt weergegeven in de zoeker en de functie Shake Reduction wordt ingeschakeld.
OK OK
4
147
K-r_OPM_DUT.book Page 148 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
148
4
• Schakel de functie Shake Reduction uit als u een statief gebruikt.
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld onder de volgende omstandigheden:
- opnamen maken met de zelfontspanner
- opnamen maken met de afstandsbediening
- wanneer de sluitertijd ingesteld is op h
- wanneer [Automatisch uitlijnen] ingesteld is op P (Uit) bij de optie
[HDR-opname]
- wanneer de flitser wordt gebruikt in de draadloze stand
• De functie Shake Reduction wordt automatisch ingeschakeld als de opnamestand ingesteld is op Z (HDR nachtbeeld) van de stand
H (Scène).
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• De functie Shake Reduction zal de eerste twee seconden na het inschakelen van de camera of na activering uit de stand “Automatisch uitschakelen”, niet goed werken. Wacht totdat de functie Shake Reduction is gestabiliseerd en druk vervolgens voorzichtig op de ontspanknop. Als in de zoeker k verschijnt wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, is de camera gereed om een opname te maken.
• De functie Shake Reduction is beschikbaar voor elk PENTAX-objectief dat compatibel is met de W . Als de diafragmaring echter op een andere stand dan s (Auto) ingesteld is of als een objectief zonder de stand s wordt gebruikt, zal de camera niet werken, tenzij [22. Diafragmaring gebruiken] ingesteld is op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4]. Stel dit vooraf in. In dergelijke gevallen zullen sommige functies echter beperkt zijn. Zie
“Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken]” (p.325) voor
bijzonderheden.
De brandpuntsafstand kan niet automatisch worden gedetecteerd
De functie Shake Reduction is voor zijn functioneren afhankelijk van informatie over bijvoorbeeld de brandpuntsafstand die door het objectief wordt doorgegeven.
Als op de camera een objectief DA, DA L, D FA, FA J, FA of F is bevestigd, wordt die informatie automatisch doorgegeven als de functie
Shake Reduction wordt geactiveerd.
Als u een objectief gebruikt waarvan de informatie zoals
de brandpuntsafstand niet automatisch kan worden verkregen (p.323),
verschijnt het instelscherm [Inv brandp afstand] wanneer de camera wordt aangezet met de functie Shake Reduction ingesteld op k .
Stel de brandpuntsafstand handmatig in het instelscherm in [Inv brandp afstand].
K-r_OPM_DUT.book Page 149 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
• Het instelscherm [Inv brandp afstand] verschijnt niet wanneer een objectief wordt gebruikt waarvan de informatie zoals de brandpuntsafstand automatisch kan worden verkregen.
• Als u een objectief gebruikt zonder een positie s op de diafragmaring, of als de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s , stelt u [22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4] in op
• Het effect van Shake Reduction is afhankelijk van de opnameafstand en de informatie over de brandpuntsafstand. De functie Shake Reduction werkt wellicht minder effectief dan verwacht bij het maken van opnamen op korte afstand.
1
Stel de brandpuntsafstand in met de vierwegbesturing
( 45 ) of de e-knop.
U kunt voor instelling van de brandpuntsafstand een keuze maken uit de volgende 34 waarden.
(De standaardinstelling is 35 mm.)
8 10 12 15 18 20 24 28 30 35
40 45 50 55 65 70 75 85 100 120
135 150 180 200 250 300 350 400 450 500
550 600 700 800
Inv brandp afstand
100
MENU Annul.
120
135
OK OK
• Als de brandpuntsafstand van uw objectief hierboven niet wordt genoemd, kiest u de waarde die het dichtst ligt bij de werkelijke brandpuntsafstand
(bijvoorbeeld: [18] voor 17 mm en [100] voor 105 mm).
• Als u een zoomobjectief gebruikt, kiest u de feitelijke brandpuntsafstand bij de zoominstelling op dezelfde manier.
2
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Kies [Inv brandp afstand] in het menu [ A Opnamemodus 4] om de instelling voor de brandpuntsafstand te wijzigen (p.92).
4
149
K-r_OPM_DUT.book Page 150 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
150
4
Opnamen maken met de zelfontspanner
Deze camera heeft de volgende twee zelfontspannerfuncties.
g
Zelfontspanner
(12sec)
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze stand om als fotograaf ook op de foto te komen.
Z
Zelfontspanner
(2sec)
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt een spiegel opgeklapt (functie “Spiegel omhoog vergrendelen”).
De sluiter ontspant na circa 2 seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
De functie Belichtingsgeheugen wordt geactiveerd en de belichting wordt vergrendeld onmiddellijk voordat de spiegel omhoog klapt.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer g
met de vierwegbesturing (
45 ).
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om g of Z te selecteren.
Transportstand
Zelfontspanner (12sec)
MENU Annul.
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 151 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie
] verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld op het onderwerp.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Voor g begint het zelfontspannerlampje langzaam te knipperen en knippert vervolgens 2 seconden snel voordat de sluiter wordt ontspannen. U hoort een geluidssignaal en de snelheid neemt toe.
Ongeveer na 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal werd ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Bij Z wordt de opname ongeveer 2 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, gemaakt.
• Opnamen maken met de zelfontspanner is niet mogelijk wanneer de opnamestand ingesteld is op \ (Bewegend onderw.) van de Picturestand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Kies een andere instelling dan g of Z in het scherm [Transportstand] als u het maken van zelfontspanneropnamen wilt annuleren. De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] ingesteld is op P
(Uit) bij [Geheugen] (p.298) in het menu [
A Opnamemodus 4].
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als g of Z is ingesteld.
• U kunt de camera zo instellen dat het geluidssignaal niet wordt
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de functie Belichtingsgeheugen (p.125). Het licht dat door de zoeker
binnendringt heeft geen effect op de belichting als de functiekiezer ingesteld is op a (Manueel).
151
4
K-r_OPM_DUT.book Page 152 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
152
4
Opnamen maken met de afstandsbediening
(Optioneel)
De sluiter kan met de afstandsbediening op afstand worden
U kunt voor het maken van opnamen met de afstandsbediening kiezen uit de volgende twee opties.
h Afstandsbediening i
Afstandsbed.
3sec vertraging
De sluiter wordt ontspannen onmiddellijk nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
De sluiter wordt ontspannen na circa 3 seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer h met de vierwegbesturing ( 45 ).
4
Druk op de vierwegbesturing
( 3 ) en selecteer h of i met de vierwegbesturing ( 45 ).
Transportstand
Afstandsbediening
Het zelfontspannerlampje gaat knipperen en de camera is de standby-stand.
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 153 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie
] verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
7
Richt de afstandsbediening op de afstandsbedieningssensor op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in.
4 m
De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 4 m vanaf de voorzijde van de camera.
Nadat een opname is gemaakt, brandt het zelfontspannerlampje
2 seconden en gaat dan weer knipperen.
153
4
154
K-r_OPM_DUT.book Page 154 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
• Opnamen maken met de afstandsbediening is niet mogelijk als de opnamestand is ingesteld op \ (Bewegend onderw.) van de Picturestand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Standaard is de camera zo ingesteld dat u met de afstandsbediening niet scherp kunt stellen. Stel eerst scherp op het onderwerp met de camera voordat u de afstandsbediening gebruikt. Als [14. AF met afstandsbediening] ingesteld is op [Aan] in het menu [ A Pers.instelling 2] (p.93), kunt u de afstandsbediening gebruiken om scherp te stellen. (AF kan niet worden gebruikt met de afstandsbediening tijdens Live weergave.)
• Bij gebruik van de waterdichte afstandsbediening Remote Control
Waterproof O-RC1 kan AF worden geregeld met de knop S . De { knop kan niet worden gebruikt.
• Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, klapt de ingebouwde flitser niet automatisch uit, zelfs wanneer de camera is ingesteld op g (Auto ontladen flitser). Druk op de knop K / i om eerst de ingebouwde flitser uit
• Kies een andere instelling dan h of i in het scherm [Transportstand] als u het maken van opnamen met de afstandsbediening wilt annuleren.
De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl
[Transportstand] bij [Geheugen] (p.298) in het menu [
A Opnamemodus 4] is ingesteld op P (Uit).
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld wanneer h of i is ingesteld.
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de functie Belichtingsgeheugen (p.125). Het licht dat door de zoeker
binnendringt heeft geen effect op de belichting als de functiekiezer ingesteld is op a (Manueel).
• De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
• De afstandsbediening Remote Control F heeft capaciteit voor het verzenden van circa 30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een
PENTAX Service Center als u de batterij wilt vervangen (hieraan zijn kosten verbonden).
K-r_OPM_DUT.book Page 155 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Continuopnamen maken
Continuopname
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden.
U kunt op de volgende twee manieren continuopnamen maken.
g
Continuopname
(snel)
Voor JPEG-opnamen met E / C worden continu tot
25 opnamen gemaakt met een snelheid van ca. 6 fps.
Het opname-interval wordt langer als het buffergeheugen vol raakt.
h
Continuopname
(langzaam)
Voor JPEG-opnamen met E / C worden continu opnamen gemaakt met een snelheid van ca. 2 fps totdat de SD-geheugenkaart vol is.
Als de bestandsindeling [RAW] is geselecteerd, kunnen voor g maximaal 12 continuopnamen en voor h maximaal 36 continuopnamen worden gemaakt.
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer g met de vierwegbesturing ( 45 ).
3
Druk op de vierwegbesturing
( 3 ) en selecteer g of h met de vierwegbesturing ( 45 ).
Transportstand
Continuopname (snel)
4
155
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van continuopnamen.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 156 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
156
4
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie
] verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om de continuopname te stoppen.
• De transportstand wordt vast ingesteld op g als de opnamestand ingesteld is op \ (Bewegend onderw.) van de Picture-stand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Als [AF-modus] ingesteld is op l (Eén opname), wordt de scherpstelpositie vergrendeld in de eerste opname en worden continu opnamen gemaakt met hetzelfde interval.
• De scherpstelling is tijdens het maken van continuopnamen continu actief als
[AF-modus] ingesteld is op k (Continustand).
• Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. U kunt in het menu
[ A Pers.instelling 3] bij [16. Ontspant bij opladen] opgeven dat de sluiter ook
moet ontspannen voordat de ingebouwde flitser wordt opgeladen. (p.84)
• Kies een andere instelling dan g of h in het scherm [Transportstand] als u het maken van continuopnamen wilt annuleren. De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] bij
[Geheugen] (p.298) in het menu [
A Opnamemodus 4] is ingesteld op P (Uit).
• De opnamesnelheid kan lager liggen als [Vervormingscorrectie]
of [Aanp. Lat. Chr. Abb.] (p.219) ingesteld is op [Aan].
K-r_OPM_DUT.book Page 157 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Intervalopnamen
Bij het maken van Intervalopnamen worden vanaf een ingesteld tijdstip opnamen gemaakt met een ingesteld interval.
• Intervalopname is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- als de opnamestand ingesteld is op C (Video), of Z (HDR nachtbeeld) van de stand H (Scène)
- wanneer de sluitertijd ingesteld is op h
- wanneer Digitaal filter of HDR-opname is geselecteerd
• Wanneer Intervalopname wordt geselecteerd, is Dubbelopnamen niet beschikbaar.
1
Kies [Intervalopname] in het menu [ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Intervalopname] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Interval] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Intervalopname
Opnamen starten
Stel bij het maken van twee of meer opnamen het interval in tussen twee opnamen.
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) het aantal uren, minuten en seconden, en druk op de vierwegbesturing ( 23 ) om de tijd in te stellen.
Interval
Aantal opnamen
Int opname starten
Begintijd
MENU Annul.
U kunt een tijd opgeven van maximaal 24 uren,
00 minuten en 00 seconden.
3
Selecteer [Aantal opnamen] met de vierwegbesturing ( 23 ).
00 00 00 "
002 opn.
Nu
OK OK
Stel het aantal opnamen in dat moet worden gemaakt.
Druk op de vierwegbesturing ( 45 ) en selecteer het aantal opnamen dat moet worden gemaakt met de vierwegbesturing ( 23 ).
U kunt kiezen tussen 1 en 999 opnamen.
4
157
K-r_OPM_DUT.book Page 158 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
158
4
4
Selecteer [Int opname starten] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Stel het tijdstip in wanneer de camera de eerste opname moet maken.
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer [Nu] of [Tijdstip] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Nu
Tijdstip
Het maken van opnamen begint meteen. U kunt twee of meer opnamen maken.
Het maken van opnamen begint op de ingestelde tijd. Selecteer
[Begintijd] met de vierwegbesturing ( 3 ), selecteer de tijd met de vierwegbesturing ( 45 ), en druk op de vierwegbesturing
( 23 ) om het begintijdstip in te stellen.
5
Selecteer [Opnamen starten] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
De camera is klaar om een reeks intervalopnamen te maken.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Intervalopname
Stand-by
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherp gesteld.
Rest. opnamen 100 opn.
Interval 00 00 00 "
MENU Einde
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip], wordt de eerste opname gemaakt op het ingestelde tijdstip.
Bij het maken van meerdere opnamen worden de opnamen gemaakt met het in stap 2 ingestelde interval.
Nadat het ingestelde aantal opnamen is gemaakt, wordt de normale opnamestand weer geactiveerd.
K-r_OPM_DUT.book Page 159 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
159
• De camera kan tijdens het maken van intervalopnamen niet worden bediend.
Als u het maken van intervalopnamen wilt annuleren, drukt dan op een van de knoppen aan de achterzijde van de camera of druk op de ontspanknop en de knop 3 om het annuleringsscherm op te roepen, en selecteer vervolgens [Einde] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt het maken van intervalopnamen ook annuleren door de camera met de hoofdschakelaar uit te zetten of door aan de functiekiezer te draaien.
• 9 (Enkelbeeldopname) wordt geselecteerd ongeacht de op dat moment geselecteerde transportstand.
• Als niet is scherp gesteld op het onderwerp in de stand l (Eén opname) voor scherpstelinstelling, of als de instelling bij [Interval] te klein is en de verwerking van een opname niet kan worden voltooid voordat een nieuw opname moet worden gemaakt, wordt wellicht geen opname gemaakt.
• Hoewel elke gemaakte opname wordt weergegeven op de monitor met momentcontrole, kunnen ze niet worden uitvergroot of gewist.
• De instelling [Interval] wordt uitgeschakeld als [Aantal opnamen] is ingesteld op [1].
• Er worden niet langer intervalopnamen gemaakt als de SD-geheugenkaart vol is.
• Als de camera tijdens het maken van intervalopnamen door de functie
“Automatisch uitschakelen” wordt uitgeschakeld (p.291), wordt de camera
automatisch weer ingeschakeld tegen de tijd dat de volgende opname moet worden gemaakt.
• Het verdient aanbeveling om de camera aan te sluiten op de optionele netvoedingsadapterset K-AC109 als gedurende langere tijd intervalopnamen
4
Dubbelopnamen
U kunt een samengesteld beeld creëren door meerdere opnamen te maken.
• Dubbelopnamen is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- als de opnamestand ingesteld is op C (Video), of Z (HDR nachtbeeld) van de stand H (Scène)
- wanneer Digitaal filter, HDR-opname of Cross-processing is geselecteerd
• Wanneer Dubbelopnamen is geselecteerd, zijn de volgende functies niet beschikbaar.
- Belichtingsbracketing of Intervalopname (De laatst geselecteerde functie wordt gebruikt)
- Vervormingscorrectie of Aanpassing laterale chromatische aberratie
K-r_OPM_DUT.book Page 160 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
160
4
1
Kies [Dubbelopnamen] in het menu [ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Dubbelopnamen] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Aantal opnamen] met de vierwegbesturing ( 23 ).
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer het aantal opnamen dat moet worden gemaakt met de vierwegbesturing ( 23 ).
Kies 2 tot 9 opnamen.
Dubbelopnamen
Opnamen starten
Aantal opnamen 2 maal
Auto LW-instelling
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
5
Selecteer [Auto LW-instelling] met de vierwegbesturing
( 23 ) en selecteer vervolgens O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Indien ingesteld op O (Aan), wordt de belichting automatisch aangepast aan het aantal opnamen.
K-r_OPM_DUT.book Page 161 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
Selecteer [Opnamen starten] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
7
Maak de opname.
Het samengestelde beeld wordt steeds na het indrukken van de ontspanknop in Momentcontrole weergegeven. Druk tijdens
Momentcontrole op de knop K / i als u opnamen wilt verwijderen die tot dat moment zijn gemaakt en opnieuw te beginnen vanaf de eerste opname.
De opnamen worden opgeslagen wanneer het ingestelde aantal opnamen is gemaakt; daarna wordt opnieuw het scherm
[Dubbelopnamen] weergegeven.
• Als tijdens het maken van de opnamen een van de volgende handelingen wordt verricht, worden de tot op dat moment gemaakte opnamen opgeslagen en wordt de functie Dubbelopnamen beëindigd.
- wanneer de knop Q , de knop 3 , de vierwegbesturing ( 234 ) of de knop M wordt ingedrukt
- wanneer aan de functiekiezer wordt gedraaid
- wanneer Belichtingsbracketing wordt ingeschakeld
• Bij het maken van opnamen in de functie Dubbelopnamen met gebruik van Live weergave wordt een semitransparant samengesteld beeld van de gemaakte opnamen weergegeven.
161
4
162
K-r_OPM_DUT.book Page 162 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen maken met digitale filters
4
Tijdens het maken van opnamen kunt u een filter toepassen.
U kunt kiezen uit de volgende filters.
Filternaam
Speels
Retro
Sterk contrast
Kleurextractie
Sterren
Voor het maken van ouderwets uitziende opnamen.
Effect
Voor het maken van opnamen die met een speelgoedcamera lijken te zijn gemaakt.
Parameter
Niveau schaduwwerking: +1 t/m +3
Onscherpte: +1 t/m +3
Toonreductie: Rood/Groen/
Blauw/Geel
Kleur aanpassen: –3 t/m +3
Beeldinkadering: Geen/Dun/
Normaal/Dik
Voor het maken van opnamen met sterke contrasten.
+1 t/m +5
Voor onttrekking van twee specifieke kleuren en om de rest van de opname zwart-wit te maken.
Onttrokken kleur 1: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel
Onttrekbaar kleurbereik 1: –2 t/m +2
Onttrokken kleur 2: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel/OFF
Onttrekbaar kleurbereik 2: –2 t/m +2
Soft focus: +1 t/m +3 Voor het maken van opnamen met een soft focus in het gehele beeld.
Schaduwonscherpte: OFF/ON
Voor nachtopnamen of opnamen van door water gereflecteerd licht met een speciale schittering die wordt bereikt door aan de lichte gebieden extra glitter toe te voegen.
Vorm: Kruis/Ster/Sneeuw Kristal/
Hart/Muzieknoot
Aantal lichtbronnen: Klein/
Normaal/Groot
Formaat: Klein/Normaal/Groot
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Voor het maken van opnamen die met een fish-eye-objectief lijken te zijn gemaakt.
Zwak/Normaal/Sterk
K-r_OPM_DUT.book Page 163 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
163
Filternaam
Aangepast filter
Effect
Voor het maken en opslaan van naar eigen wens gemaakte filters.
Parameter
Sterk contrast: OFF/+1 t/m +5
Soft-focus: OFF/+1 t/m +3
Toonreductie: OFF/Rood/Groen/
Blauw/Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: –3 t/m +3
Vervormingstype: 3 typen
Mate van vervorming: OFF/Zwak/
Normaal/Sterk
Kleur inverteren: OFF/ON
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/
Cyaan/Groen/Geel
Kleur
Voor het maken van opnamen met het geselecteerde kleurfilter.
Kies uit 18 filters
(6 kleuren ×3 tonen).
Kleurdichtheid:
Licht/Normaal/Donker
*1 Niet beschikbaar als de opnamestand ingesteld is op C (Video).
*2 Alleen beschikbaar als de opnamestand ingesteld is op C (Video).
• Digitaal filter is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- als de opnamestand ingesteld is op Z (HDR nachtbeeld) van de stand
H (Scène)
- wanneer de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+]
(vast ingesteld op [JPEG])
• Als Digitaal filter geselecteerd is, zijn de volgende functies niet beschikbaar
- Continuopname, Intervalopname of Dubbelopnamen
- HDR-opname (de laatst geselecteerde functie wordt gebruikt)
Afhankelijk van het toegepaste filter kan het opslaan van opnamen langer duren.
4
K-r_OPM_DUT.book Page 164 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
164
4
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Digitaal filter] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Digitaal filter
Geen toepassing van filters
HDR
OFF
Het scherm voor het selecteren van een filter verschijnt.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname weergegeven als achtergrond.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een filter te kiezen.
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
Sterren
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
4
Selecteer met de vierwegbesturing ( 23 ) de parameter, en pas met de vierwegbesturing ( 45 ) de waarde van de parameter aan.
Vorm
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen m c -knop Gebruikt Digitaal voorbeeld om een voorbeeld te tonen van het achtergrondbeeld met het toegepaste filtereffect. (Niet beschikbaar als de opnamestand ingesteld is op C (Video)).
M -knop Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
K-r_OPM_DUT.book Page 165 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instellingen ook wijzigen in het menu [ A
• Verricht de instelling bij [Video] in het menu [ A Opnamemodus 3] als de opnamestand ingesteld is op C (Video). (p.172)
• Selecteer [Geen toepassing van filters] in stap 3 als u niet langer opnamen wilt maken met het digitale filter.
• U kunt ook in de weergavestand digitale filters toepassen op JPEG/RAW-
opnamen nadat u de opnamen hebt gemaakt. (p.264)
165
4
166
K-r_OPM_DUT.book Page 166 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen maken met Live weergave
4
U kunt een foto-opname maken terwijl het beeld live wordt weergegeven op de monitor.
• Het beeld dat in Live weergave wordt weergegeven op de monitor kan afwijken van de uiteindelijke opname als de lichtomstandigheden afwijken van normaal (te veel of te weinig licht).
• Als de lichtbron tijdens de Live weergave fluctueert, kan het beeld flikkeren.
• Als de stand van de camera tijdens Live weergave snel wordt gewijzigd, wordt het beeld wellicht niet met de juiste helderheid weergegeven. Wacht dan tot het beeld stabiliseert, voordat u een opname maakt.
• Onder omstandigheden met weinig licht kan er ruis ontstaan in het beeld van de Live weergave.
• Live weergave kan tot 5 minuten lang worden weergegeven. Als Live weergave na het verstrijken van 5 minuten eindigt, kan Live weergave opnieuw worden gestart door op de knop U te drukken.
• Als u gedurende langere tijd opnamen maakt met Live weergave, neemt de temperatuur in de camera mogelijk toe, met opnamen van mindere kwaliteit als gevolg. We raden u aan om Live weergave uit te schakelen als u geen opnamen maakt. Laat de camera - om te voorkomen dat de beeldkwaliteit verslechtert - steeds lang genoeg afkoelen als u opnamen met een lange belichtingstijd maakt of tijdens het maken van video-opnamen.
• Als de interne temperatuur van de camera hoog wordt, verschijnt l
(temperatuurwaarschuwing) op de monitor en is Live weergave mogelijk niet beschikbaar.
• Als u Live weergave gebruikt op plaatsen waar de camera heet kan worden, bijvoorbeeld in rechtstreeks zonlicht, kan l (temperatuurwaarschuwing) worden weergegeven op de monitor. Annuleer Live weergave als de interne temperatuur van de camera oploopt.
• Als u Live weergave blijft gebruiken nadat l (temperatuurwaarschuwing) is verschenen, wordt Live weergave wellicht beëindigd voordat de 5 minuten zijn verstreken. Als Live weergave wordt beëindigd, kunt u nog wel opnamen maken met de zoeker.
• Hoe hoger de gevoeligheidswaarde, des te meer ruis en kleurinstabiliteit kan er optreden in het beeld van Live weergave en/of de gemaakte opname.
• Tijdens Live weergave wordt er niets in de zoeker weergegeven.
• De camera kan bewegingen maken als u opnamen maakt met de camera in de hand en naar de monitor kijkt. Het verdient aanbeveling dan een statief te gebruiken.
• Live weergave is niet beschikbaar als gegevens worden opgeslagen op een
SD-geheugenkaart.
K-r_OPM_DUT.book Page 167 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Live weergave instellen
Voor Live weergave kunt u instellen welke items worden weergegeven en de autofocusmethode selecteren.
1
Kies [Live weergave] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Live weergave] wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een autofocusmethode te selecteren.
Live weergave
Autofocusstand
Raster weergeven
Infoweergave
Histogram
Licht/donker geb
MENU Annul.
OK OK
I Gezichtsherkenning AF
Geeft autofocusprioriteit aan herkende gezichten en voer autofocus uit op basis van contrast. Een geel kader wordt om het belangrijkste gezicht geplaatst (witte kaders om de andere gezichten), en autofocus en automatische belichting worden uitgevoerd voor het belangrijkste gezicht.
(Standaardinstelling)
Gezichtsherkenning wordt niet uitgevoerd als de scherpstelstand ingesteld is op \
(behalve in de stand I (Autom. opname)).
i
S
Contrast-AF
Faseverschil AF
Live weergave wordt geactiveerd en autofocus wordt uitgevoerd op basis van de informatie die de beeldsensor oplevert.
Live weergave wordt uitgeschakeld en autofocus wordt uitgevoerd met de AF-sensor.
Als tijdens Live weergave de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, verdwijnt het beeld van Live weergave en wordt het autofocus-systeem geactiveerd. Nadat scherp is gesteld, verschijnt het beeld van Live weergave weer.
4
167
K-r_OPM_DUT.book Page 168 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
168
4
3
Druk op de knop 4 .
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Raster weergeven] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
5
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een rasterweergavetype te selecteren en druk op de knop 4 .
Kies tussen [Uit] (standaardinstelling), e (Raster 4×4), f (Gulden snede) of g (Schaal).
Live weergave
Autofocusstand
Raster weergeven
Infoweergave
Histogram
Licht/donker geb
MENU Annul.
OK OK
6
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Infoweergave],
[Histogram] of [Licht/donker geb] te selecteren.
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
8
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Het kost meer tijd scherp te stellen op het onderwerp bij gebruik van I of i dan bij gebruik van S . Het is bovendien moeilijk om scherp te stellen op de volgende onderwerpen (of onder de volgende omstandigheden).
- onderwerpen met weinig contrast
- onderwerpen zonder verticaal contrast, bijvoorbeeld horizontale lijnen
- onderwerpen waarvan de helderheid, de vorm of de kleur steeds verandert, zoals bij een fontein
- onderwerpen die zich niet constant op dezelfde afstand tot de camera bevinden
- kleine onderwerpen
- onderwerpen die zowel op de voorgrond als de achtergrond voorkomen
- bij het gebruik van een speciaal filter
- onderwerpen aan de rand van het scherm
K-r_OPM_DUT.book Page 169 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Foto’s maken
1
Selecteer een opnamestand.
Zet de functiekiezer in een andere stand dan C .
2
Druk op de knop U .
De spiegel klapt omhoog en er wordt een real-time beeld weergegeven op de monitor. Druk opnieuw op de knop U om Live weergave weer te verlaten.
Live weergave
(Alle indicaties zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
1 2 3 4 5 6 7 8
9
14
-3 2
2000 F2.8
1
15 16 17
1 2 +3
ISO 3200 [1234]
18 19
1 Opnamestand
2 Flitsinstelling
3 Transportstand
4 Witbalans
5 Aangepaste opname
6 Dubbelopnamen/
Intervalopname/Digitaal filter/
HDR-opname
10
11
12
13
2000 F2.8
20
ISO 400
21
[ 37]
7 Aantal opnamen met gebruik van Dubbelopnamen/
Cross-processing
8 Batterijniveau
9 Temperatuurwaarschuwing
10 Contrast AF-kader
11 Faseverschil AF-kader/AF-punt
4
169
170
K-r_OPM_DUT.book Page 170 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
12 Belichtingscorrectie
13 Histogram
14 Belichtingsgeheugen
15 Sluitertijd
16 Diafragmawaarde
17 LW-balk
18 Gevoeligheid
19 Resterende opslagcapaciteit
20 Detectiekader belangrijkste gezicht (Gezichtsherkenning AF)
21 Gezichtsherkenningskader
(Gezichtsherkenning AF)
* Indicatie 11 (Faseverschil AF-kader) wordt tijdens Live weergave wit weergegeven. Als het onderwerp scherp is gesteld, wordt in plaats hiervan een vierkant groen kader weergegeven. Het kader wordt rood als niet op het onderwerp scherp is gesteld. Het kader wordt niet weergegeven wanneer de scherpstelstand ingesteld is op \ .
* Wanneer 15, 16 en 18 kunnen worden gewijzigd, wordt 5 weergegeven naast de ingestelde waarde.
* De indicaties 20 en 21 worden weergegeven als [Autofocusstand] ingesteld is op I en de camera een gezicht (of meerdere gezichten) herkent. (Er worden maximaal 16 gezichtsherkenningskaders weergegeven op de monitor.)
Beschikbare bewerkingen
4 -knop Als het scherpstelgebied ingesteld is op S (Selecteren) en [Autofocusstand] ingesteld is op i of S , druk dan op deze knop om bediening met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing ( 2345 ) uit te schakelen en wijziging van het AF-punt in te schakelen.
Vierwegbesturing
( 2345 )
Wijzigt het AF-punt als het AF-punt kan worden gewijzigd.
Druk op de knop 4 als u het AF-punt wilt terugzetten naar het midden van het AF-kader.
Druk op de knop 4 en houd deze knop ingedrukt.
M -knop
Schakelt wijziging van het AF-punt uit en schakelt bediening met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing ( 2345 ) in.
Hiermee wordt het beeld 2, 4 of 6 maal vergroot
(als de scherpstelstand ingesteld is op \ , wordt het beeld 2, 4, 6, 8 of 10 maal vergroot). Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) als u het weergavegebied wilt verplaatsen, en druk op de knop | als u het weergavegebied naar het midden wilt doen terugkeren.
(Alleen beschikbaar als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A
K-r_OPM_DUT.book Page 171 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \ , draait u aan de scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt weergegeven.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• Als [AF-modus] ingesteld is op k en [Autofocusstand] ingesteld is op
I of i , stelt de camera scherp op het midden van het scherm wanneer autofocus in werking treedt; als daarna is scherp gesteld op het onderwerp, wordt dat automatisch gevolgd.
• Opnamen die worden gemaakt bij een vergroot scherm, worden op normale grootte opgenomen.
• Als [Optisch voorbeeld] of [Digitaal voorbeeld] is toegewezen aan de knop | bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4], kunt u met de knop |
in de zoeker de scherptediepte controleren. (p.142)
171
4
Het statusscherm en bedieningspaneel kunnen niet worden weergegeven tijdens Live weergave. Druk op de knop 3 als u de instellingen wilt wijzigen, en wijzig deze in elk menu.
172
K-r_OPM_DUT.book Page 172 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Video-opnamen maken
U kunt video-opnamen maken met gebruik van Live weergave.
4
De video-instellingen wijzigen
U kunt video opnemen met een beeldsnelheid (het aantal beeldjes per seconde) van 25 fps (frames per seconde), samen met monogeluid, in de bestandsindeling AVI.
1
Kies [Video] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Video] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de te selecteren, en druk op de knop 4 .
1280x720 00:00'00"
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Geluid
Cross-processing
Digitaal filter
Video-diafragmabed.
Vast
Shake Reduction
MENU Annul.
OK OK
Resolutie b (standaardinstelling) c
Pixels
1280×720
640×480
Verhoudingen
16:9
4:3
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Kwaliteitsniveau] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om het kwaliteitsniveau te selecteren en druk op de knop 4 .
Maak een keuze uit C (Best; standaardinstelling), D (Beter) en E (Goed).
Bij wijziging van de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wordt de beschikbare opnametijd bij die nieuwe instellingen rechts boven in het scherm weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 173 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Geluid] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
6
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om g of Z te selecteren en druk op de knop 4 .
g Neemt geluid op. (Standaardinstelling)
Z Neemt geen geluid op.
7
Wijzig zo nodig de instellingen bij [Cross-processing] en [Digitaal filter].
Voor bijzonderheden, zie p.224 voor Cross-processing en p.162 voor
Digitaal filter.
8
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Video-diafragmabed.] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
9
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Vast] of [Auto] te selecteren en druk op de knop 4 .
Vast
Auto
De video wordt opgenomen bij een diafragma dat werd ingesteld voordat de opname start. (Standaardinstelling)
Het diafragma wordt automatisch ingesteld. (De diafragmawaarde is vast ingesteld tijdens het opnemen van video, zelfs als [Auto] is geselecteerd.)
10
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Shake Reduction] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
11
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om k of l te selecteren en druk op de knop 4 . k Gebruikt Shake Reduction.
l Gebruikt geen Shake Reduction. (Standaardinstelling)
12
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het opnemen van video.
173
4
174
K-r_OPM_DUT.book Page 174 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Video opnemen
1
Zet de functiekiezer op C .
4
Live weergave voor het opnemen van video wordt weergegeven.
Geluid
F2.8
-2 1 1 +2
00:30'00"
Beschikbare opnametijd
Shake Reduction
Beschikbare bewerkingen
E-knop
Knop |
Knop m c + e-knop
4 -knop
Wijzigt de diafragmawaarde als [Video-diafragmabed.] ingesteld is op [Vast]. (Standaardinstelling)
Hiermee wordt de diafragmawaarde gereset als [Knop
Snelinstelling] toegewezen is aan de knop | bij [Knop
Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4].
Toont het instelscherm als [Aangepaste opname],
[Digitaal filter] of [Cross-processing] toegewezen is aan de knop |
Hiermee wordt de belichtingscorrectie aangepast
(±2 LW).
Als het scherpstelgebied ingesteld is op S (Selecteren) en [Autofocusstand] ingesteld is op i of S , druk dan op deze knop om bediening met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing ( 2345 ) uit te schakelen en wijziging van het AF-punt in te schakelen.
K-r_OPM_DUT.book Page 175 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Vierwegbesturing
( 2345 )
Wijzigt het AF-punt als het AF-punt kan worden gewijzigd.
Druk op de knop 4 als u het AF-punt wilt terugzetten naar het midden van het AF-kader.
Druk op de knop 4 en houd deze knop ingedrukt.
M -knop
Schakelt wijziging van het AF-punt uit en schakelt bediening met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing ( 2345 ) in.
Vergroot het beeld 2, 4, of 6 maal (vergroot het beeld 2,
4, 6, 8 of 10 maal als de scherpstelstand ingesteld is op \ ). Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om het weergavegebied te verplaatsen.
2
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \ , draait u aan de scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt weergegeven.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
Het opnemen van de video begint.
4
Druk de ontspanknop opnieuw in.
De opname stopt.
• Als [Geluid] ingesteld is op g (Aan), worden ook de bedieningsgeluiden van de camera opgenomen. Zet de camera bij het opnemen van video op een statief en voer verder geen handelingen met de camera uit zolang u opneemt.
• Bij het opnemen van video wordt, ongeacht de instelling van de AF-modus, de opname gestart als de ontspanknop volledig word ingedrukt, ook als het onderwerp niet scherp is gesteld.
• Tijdens het opnemen van video werkt het autofocussysteem niet.
• De flitser is niet beschikbaar.
• Als video-opnamen worden gemaakt met image processing, zoals
Digitaal filter, worden sommige beeldjes mogelijk niet opgenomen in de video-opname.
• Als de interne temperatuur van de camera tijdens het opnemen van video te hoog oploopt, wordt het opnemen mogelijk stopgezet om de elektronica te beschermen.
4
175
K-r_OPM_DUT.book Page 176 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
176
• U kunt video opnemen tot maximaal 4 GB of 25 minuten. Als de
SD-geheugenkaart vol is, stopt het opnemen en wordt de video opgeslagen.
• Het beeld van Live weergave in de stand C wordt weergegeven op basis
van de gekozen instelling voor [Live weergave] (p.167) in het menu
[ A Opnamemodus 3]. Het histogram en de waarschuwing voor lichte en donkere gebieden worden echter niet weergegeven tijdens het maken van video-opnamen.
• Het verdient aanbeveling om de optionele netvoedingsadapterset K-AC109
te gebruiken als u van plan bent gedurende langere tijd op te nemen. (p.53)
• U kunt voor het opnemen van video ook de optionele afstandsbediening
• Tijdens het opnemen van video is ook Belichtingscorrectie beschikbaar.
• De gevoeligheid is vast ingesteld op [AUTO].
4
Video weergeven
U kunt opgenomen video weergeven in de weergavestand, op dezelfde manier als opgeslagen foto-opnamen.
1
Druk op de knop Q .
De camera schakelt over op de weergavestand.
2
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) een video om weer te geven.
Het eerste beeldje van de video wordt weergegeven op de monitor.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
De weergave van de video wordt gestart.
Movie 10min00sec
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2 )
E-knop
Vierwegbesturing ( 5 )
Last een pauze in of hervat de weergave.
Volume (6 standen)
Springt een beeldje vooruit (tijdens pauze).
K-r_OPM_DUT.book Page 177 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
177
Houd de vierwegbesturing
( 5 ) ingedrukt
Vierwegbesturing ( 4 )
Houd de vierwegbesturing
( 4 ) ingedrukt
Vierwegbesturing ( 3 )
M -knop
Voor versnelde weergave vooruit terwijl de knop ingedrukt wordt gehouden.
Geeft achteruit weer.
Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Voor versnelde weergave achteruit terwijl de knop ingedrukt wordt gehouden.
Stopt de weergave.
Geeft het weergavepalet weer
Slaat het getoonde beeld op als een
JPEG-bestand.
Aan het einde van de video stopt de weergave en wordt het eerste beeldje opnieuw weergegeven.
U kunt gebruikmaken van de optionele AV-kabel I-AVC7 om op een tv of een
ander AV-apparaat video-opnamen weer te geven. (p.252)
4
Een beeldje uit een video isoleren als foto
U kunt een enkel beeldje isoleren uit een video-opname en opslaan als
JPEG-foto.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 2 )
in stap 3 op p.176 om een pauze
in te lassen, en het beeldje weer te geven dat u als foto wilt opslaan.
90/1800
INFO
Movie 10min00sec
2
Druk op de knop M .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 178 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
178
3
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Het geïsoleerde beeldje wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
Opslaan als
Annuleren
OK OK
4
Video-opnamen bewerken
Video-opnamen kunnen worden gesplitst en ongewenste segmenten kunnen worden gewist.
1
Druk op de knop Q .
De camera schakelt over op de weergavestand.
2
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) een video om weer te geven.
Het eerste beeldje van de video wordt weergegeven op de monitor.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [ (Video bewerken) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het videobewerkingsscherm verschijnt.
5
Selecteer de punten waar u de video-opname wilt splitsen.
Er kunnen maximaal vier punten worden geselecteerd.
00 min
00 sec
10 min 00 sec
MENU Einde OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 179 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2 ) Geeft de video-opname weer of last een pauze in.
Vierwegbesturing ( 5 ) Gaat 1 seconde vooruit (tijdens pauze).
Gaat naar het volgende splitspunt (tijdens weergave).
Vierwegbesturing ( 4 ) Gaat 1 seconde terug (tijdens pauze).
Gaat naar het vorige splitspunt (tijdens weergave).
E-knop
Knop |
Volume (6 standen)
Bevestigt/annuleert een splitspunt.
6
Druk op de knop K / i als u ongewenste segmenten wilt wissen.
Het scherm verschijnt waarin de segmenten kunnen worden geselecteerd die u wilt wissen.
00 min 02 sec
10 min 00 sec
179
4
Selecteer te verwijderen segm.
MENU Einde OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 45 )
4 -knop
Het selectiekader verplaatsen.
Bevestigt/annuleert de selectie van een te wissen segment.
Hiermee verlaat u het selectiescherm.
Knop 3
7
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
00 min 00 sec
10 min
00 sec
MENU Einde OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 180 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
180
4
8
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De video-opname wordt gesplitst bij de opgegeven punten en de ongewenste segmenten worden hieruit gewist.
Vervolgens wordt de gesplitste videoopname opgeslagen als afzonderlijke bestanden en op het scherm weergegeven.
Slaat gesplitste film op als afzonderlijke bestanden
MENU
Opslaan als
Annuleren
OK OK
Geef de splitspunten op in chronologische volgorde vanaf het begin van de video-opname. Als u de geselecteerde splitspunten annuleert, annuleer deze dan elk in omgekeerde volgorde (vanaf het eind van de video-opname naar het begin). Nadat u splitspunten hebt opgegeven, kunt u niet naar het begin van de video-opname teruggaan om vanaf daar nieuwe splitspunten toe te voegen of bestaande splitspunten te annuleren. U kunt dus alleen maar vooruitgaan in de video-opname.
K-r_OPM_DUT.book Page 181 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
De flitser gebruiken
In dit hoofdstuk worden het gebruik van de ingebouwde flitser van de
W
en het maken van opnamen met een externe flitser besproken.
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ............................ 182
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser ................................. 186
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser ....................................... 188
Gebruik van een externe flitser (optioneel) ..... 189
182
K-r_OPM_DUT.book Page 182 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie
Gebruik van de flitser in b bij sluitertijdvoorkeuze
• Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpte-effect te veranderen.
• Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer instellen.
• Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 sec. wanneer een ander objectief dan
DA, DA L, D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
5
De flitser gebruiken in de stand c (Diafragmavoorkeuze)
• Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer (p.70)
waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA,
DA L, D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken met .
(Portret bij nacht) van de Picture-stand of met de stand b (Sl.tijd voorkeuze) wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond.
Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig vastgelegd.
• Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of schakel de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp wanneer het onderwerp beweegt.
• Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
K-r_OPM_DUT.book Page 183 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de stand b
1
Zet de functiekiezer op b .
2
Gebruik de e-knop om de sluitertijd in te stellen.
De achtergrond wordt niet juist belicht wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zo, dat de diafragmawaarde niet meer knippert.
3
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
4
Maak een opname.
Gebruik van de stand e / K / c
1
Zet de functiekiezer op e , K of c .
2
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
4
Selecteer G of H en druk op de knop 4 .
De sluitertijd wordt langer gemaakt om de achtergrond beter te belichten.
5
Maak een opname.
5
183
K-r_OPM_DUT.book Page 184 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
184
5
Gebruik van de stand a
1
Zet de functiekiezer op a .
2
Stel de sluitertijd en diafragmawaarde zo in dat een juiste belichting wordt verkregen.
Stel de sluitertijd in op 1/180 seconde of langer.
3
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
In de stand a (Manueel) kunt u de ingebouwde flitser op elk gewenst moment vóór het maken van de opname uitklappen.
4
Maak een opname.
2e sluitergordijn-synchronisatie gebruiken
2e sluitergordijn-synchronisatie geeft een flits af onmiddellijk voordat het sluitergordijn wordt gesloten. Bij het maken van opnamen van bewegende voorwerpen bij een lange sluitertijd, zorgen 2e sluitergordijn-synchronisatie en lange-sluitertijdsynchronisatie voor verschillende effecten, afhankelijk van het moment waarop de flitser afgaat.
Als u bijvoorbeeld met 2e sluitergordijn-synchronisatie een opname maakt van een bewegende auto, dan wordt een lichtspoor vastgelegd terwijl de sluiter openstaat, en wordt door de flitser de auto vastgelegd onmiddellijk vóór het moment dat de sluiter wordt gesloten. Dat levert een opname op met een scherp en helder weergegeven auto en daarachter een lichtspoor.
Lange-sluitertijdsynchronisatie
(1e sluitergordijn-sync)
2e sluitergordijn-sync
K-r_OPM_DUT.book Page 185 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Zet de functiekiezer op e , K , b , c of a .
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
3
Selecteer I of k en druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
5
Maak een opname.
2e sluitergordijn-synchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of zet de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen.
185
5
186
K-r_OPM_DUT.book Page 186 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser
5
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd om een juiste belichting te verkrijgen.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit onvoldoende is.
Gevoeligheid
ISO 200
ISO 400
ISO 800
Richtgetal ingebouwde flitser
Ca. 12
Ca. 16
Ca. 24
Ca. 32
Gevoeligheid
ISO 3200
ISO 6400
Richtgetal ingebouwde flitser
Ca. 64
Ca. 96
Ca. 128
Ca. 192
ISO 1600 Ca. 48
*1 Deze waarde kan worden gebruikt wanneer [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[ A Pers.instelling 1] ingesteld is op [Aan].
Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = Maximale flitsafstand ÷ 5 *
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld)
Wanneer de gevoeligheid ISO 200 en de diafragmawaarde F4.0 is
L1 = 16 ÷ 4,0 = ca. 4 (m)
L2 = 4 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 4 m.
De ingebouwde flitser in deze camera kan echter niet worden gebruikt wanneer de afstand 0,7 meter of minder is. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, een onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
K-r_OPM_DUT.book Page 187 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Voorbeeld)
Wanneer de gevoeligheid ISO 200 en de opnameafstand 5 meter is, dan is de diafragmawaarde:
F = 16 ÷ 5 = 3,2
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3.2) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal
(in bovenstaand voorbeeld 2,8) gebruikt.
187
5
188
K-r_OPM_DUT.book Page 188 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser
5
Afhankelijk van het objectief dat met de W wordt gebruikt, is de ingebouwde flitser vanwege vignettering mogelijk niet of beperkt beschikbaar, zelfs niet als een objectief zonder zonnekap is bevestigd.
DA-, DA L-, D FA-, FA J-, en FA-objectieven die hieronder niet worden genoemd, kunnen zonder problemen worden gebruikt.
* De volgende objectieven werden geëvalueerd zonder gebruik van een zonnekap.
Niet beschikbaar vanwege vignettering
Type objectief
DA FISH-EYE 10-17 mm F3.5-4.5ED (IF)
DA12-24 mm F4ED AL
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA
300 mm F2.8ED (IF)
FA
600 mm F4ED (IF)
FA
250-600 mm F5.6ED (IF)
Beschikbaar afhankelijk van andere factoren
Type objectief
F FISH-EYE 17-28 mm
F3.5-4.5
DA16-45 mm F4ED AL
DA
16-50 mm
F2.8ED AL (IF) SDM
DA17-70 mm
F4AL (IF) SDM
DA18-250 mm
F3.5-6.3ED AL (IF)
FA
28-70 mm F2.8AL
FA SOFT 28 mm F2.8
FA SOFT 85 mm F2.8
Beperkingen
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm of als de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1,5 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm of als de brandpuntsafstand 24 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan 35 mm, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand 28 mm en de opnameafstand kleiner dan 1 meter is, kan vignettering optreden.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
K-r_OPM_DUT.book Page 189 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van een externe flitser
(optioneel)
189
De optionele externe flitsers AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG en AF160FC ondersteunen diverse flitsinstellingen, zoals automatisch
P-DDL-flitsen, afhankelijk van welke externe flitser wordt gebruikt.
Zie de onderstaande tabel voor meer informatie.
( z : Beschikbaar #: Beperkt × : Niet beschikbaar)
Flitser
Camerafunctie
Flitsen met anti rode ogen
Auto ontladen flitser
Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld.
Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de standen e en b .
Ingebouwde flitser
AF540FGZ
AF360FGZ
AF200FG
AF160FC z z z z z z z z z z z z
Automatisch P-DDL-flitsen
Lange-sluitertijdsync
Flitsbelichtingscorrectie
AF-hulplicht van de externe flitser
2e sluitergordijn-sync
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Slave-flitser
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Draadloos flitsen
z
z z
× z
×
×
z
z z z z z z z z
z z
×
×
×
×
×
*1 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F- of A-objectief.
*2 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*3 Bij combinatie met de AF540FGZ of de AF360FGZ kan 1/3 van het flitslicht worden geproduceerd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*4 Alleen beschikbaar in combinatie met de flitsers AF540FGZ en AF360FGZ.
*5 Meerdere AF540FGZ- of AF360FGZ-flitsers, of een combinatie van de AF540FGZ of AF360FGZ en de ingebouwde flitser is vereist.
U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit (het middelste contact van de flitsschoen is de minpool) omdat de camera en flitser anders beschadigd kunnen raken.
5
190
K-r_OPM_DUT.book Page 190 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Over het LCD-display van de AF360FGZ
De AF360FGZ heeft zelf geen functie om FORMAT in te stellen op [DIGITAL]. Als de flitser echter wordt gebruikt met een digitale spiegelreflexcamera, dan wordt het verschil in brandpuntsafstand tussen een kleinbeeldcamera en de W automatisch berekend op basis van het verschil in beeldhoek en op het display weergegeven
(bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA- of F-objectief).
De conversie-indicatie verschijnt en de FORMAT-indicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de W ingeschakeld is. (Deze keert terug naar kleinbeeldweergave wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld.)
Brandpuntsafstand objectief
Timer van de belichtingsmeting uitgeschakeld
Timer van de belichtingsmeting ingeschakeld
85 mm/
77 mm
50 mm 35 mm
28 mm/
24 mm
20 mm 18 mm
85 mm 70 mm 50 mm 35 mm 28 mm 24 mm
58 mm 48 mm 34 mm 24 mm 19 mm 16 mm
*
*
* Bij gebruik van groothoekpaneel
Gebruik van de functie Automatisch
P-DDL-flitsen
U kunt [P-TTL Auto] gebruiken met de flitser AF540FGZ, AF360FGZ,
AF200FG of AF160FC. De flitser geeft eerst een voorflits vóór de eigenlijk flits en controleert de kenmerken van het onderwerp (afstand, helderheid, contrast, eventueel tegenlicht, enz.) met behulp van de sensor voor
16-segmentsmeting op de camera. De flitsintensiteit van de eigenlijke flits wordt berekend op basis van de met de voorflits verzamelde gegevens, zodat het mogelijk wordt flitsopnamen te maken met een belichting die nauwkeuriger is dan met normaal DDL-Auto mogelijk is.
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser.
2
Zet de camera en de externe flitser aan.
3
Stel de externe flitsinstelling in op [P-TTL Auto].
K-r_OPM_DUT.book Page 191 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
• Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitsers AF540FGZ,
AF360FGZ, AF200FG en AF160FC.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding van de externe flitser.
• Wanneer de flitsfunctie C of i is geselecteerd, gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
• Druk nooit op de knop K / i wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, schakel dan de functie voor draadloos
flitsen in of sluit beide flitsers op elkaar aan met de verlengkabel. (p.196)
191
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Met de AF540FGZ of de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s.
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) op de camera.
2
Zet de functiekiezer op b of a .
3
Zet de camera en de externe flitser aan.
4
Stel de synchronisatiefunctie van de externe flitser in op HS b (Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie).
5
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de sluitertijd is ingesteld op h .
5
192
K-r_OPM_DUT.book Page 192 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Draadloos flitsen
Door gebruik te maken van twee externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ) of wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een of meer externe flitsers, kunt u P-DDL-flitsen zonder de flitsers aan te sluiten met een draadverbinding.
• Zet de aan/uit-knop van de externe flitser in de stand WIRELESS (draadloos).
• Er zijn twee of meer externe flitsers AF540FGZ/AF360FGZ vereist voor draadloos flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie. Deze functie kan niet worden gebruikt samen met de ingebouwde flitser.
• Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser die niet rechtstreeks is aangesloten op de camera in de stand SLAVE.
5
Het kanaal voor de externe flitser instellen op de camera
Stel eerst het kanaal voor de externe flitser in op de camera.
1
Stel het kanaal voor de externe flitser in.
2
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser.
3
Schakel de camera en de externe flitser in en druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser wordt ingesteld op hetzelfde kanaal als de externe flitser.
• In de stand r wordt het huidige kanaal waarop de ingebouwde flitser is ingesteld, gedurende 10 seconden weergegeven in de zoeker.
• Stel alle flitsers in op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de AF540FGZ of de AF360FGZ voor informatie over het instellen van het kanaal op deze flitsers.
K-r_OPM_DUT.book Page 193 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De ingebouwde flitser draadloos gebruiken
Activeer de draadloze flitsfunctie van de camera als u een externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer r en druk twee keer op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Flitsinstelling
Draadloze bediening
0.0
MENU Annul.
OK OK
Als de transportstand is ingesteld op i (Afstandsbed. 3sec vertraging) of als het diafragma van het objectief niet is ingesteld op s , kan r niet worden geselecteerd.
5
193
De flitsmethode van de ingebouwde flitser wijzigen
U kunt de flitsmethode wijzigen die wordt gebruikt voor draadloos flitsen met de ingebouwde flitser.
Selecteer deze functie bij [17. Draadloos flitsen] in het menu
[ A
1 Aan De ingebouwde flitser flitst als master. (Standaardinstelling).
2 Uit De ingebouwde flitser geeft een stuurflits.
HS b (flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie) is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
K-r_OPM_DUT.book Page 194 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
194
Draadloos flitsen
Met een combinatie van de ingebouwde flitser en een externe flitser
1
Verwijder de externe flitser nadat het kanaal is ingesteld op de camera en plaats de flitser op de gewenste plek.
2
Stel de flitsfunctie van de camera in op r en druk op de knop K / i .
3
Controleer of beide flitsers volledig opgeladen zijn en maak vervolgens een opname.
5
Met een combinatie van externe flitsers
1
Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser op de camera in de stand [MASTER] of [CONTROL].
MASTER
CONTROL
Zowel de flitser die direct is aangesloten op de camera als de draadloze flitser gaat af.
De flitser die is aangesloten op de camera, gaat alleen af als een stuurflits, niet als de hoofdflits.
2
Zet de draadloze flitser in de stand [SLAVE] en selecteer hetzelfde kanaal als het kanaal van de flitser die rechtstreeks op de camera aangesloten is. Plaats de flitser dan op de gewenste plek.
3
Controleer of beide flitsers volledig opgeladen zijn en maak vervolgens een opname.
• De functie Shake Reduction wordt in de draadloze stand automatisch uitgeschakeld.
• Als u meerdere externe flitsers van de typen AF540FGZ/AF360FGZ gebruikt en draadloos flitst met korte-sluitertijdsynchronisatie, stelt u de flitser die op de camera is bevestigd in op flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie.
K-r_OPM_DUT.book Page 195 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
195
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL-flitser)
De volgende gegevens worden uitgewisseld tussen de flitsers voordat de flits afgaat, als u externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ) draadloos gebruikt.
Druk de ontspanknop helemaal in.
È
1 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft de flitsfunctie van de camera door).
2 De externe draadloze flitser geeft een proefflits (geeft bevestiging van het onderwerp door).
3 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft flitsintensiteit door aan de externe draadloze flitser).
* De op de camera bevestigde flitser straalt hierna nog één keer een stuurflits uit om de duur van de flits door te geven als is ingesteld op HS b (Korte-sluitertijdsynchronisatie).
4 De draadloze externe flitser gaat af.
Als de draadloze stand van de externe flitser die rechtstreeks op de camera is aangesloten, ingesteld is op [MASTER], of als [17. Draadloos flitsen] (p.193) ingesteld is op [Aan] voor de ingebouwde flitser, dan geven alle flitsers tegelijkertijd een flits.
5
Anti Rode Ogen
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser een functie Anti Rode Ogen beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar of kunnen er beperkingen gelden
voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema op p.189.
• De functie voor Anti Rode Ogen werkt door twee maal te flitsen, ook
wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (p.82)
• Als de functie anti rode ogen van de ingebouwde flitser wordt gebruikt terwijl de externe flitser is ingesteld als slave-flitser of draadloze flitser, zorgt de voorflits voor anti rode ogen ervoor dat de externe flitser wordt geactiveerd. Gebruik de functie anti rode ogen daarom niet bij gebruik van een slave-flitser.
196
K-r_OPM_DUT.book Page 196 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2e sluitergordijn-synchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) die is ingesteld op 2e-sluitergordijnsynchronisatie, dan gebruikt ook de ingebouwde flitser deze functie. Controleer of beide flitsers volledig zijn opgeladen alvorens de opname te maken.
5
Een externe flitser aansluiten met het verlengsnoer
Bij gebruik van de ingebouwde flitser in combinatie met een externe flitser die geen functie voor draadloos flitsen heeft, bijvoorbeeld de AF200FG, bevestigt u de optionele flitsschoenadapter F
G
op de flitsschoen van de camera en een optionele flitsschoenadapter F onder op de externe flitser. Vervolgens verbindt u beide met elkaar met behulp van het optionele verlengsnoer F5P, zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding. De flitsschoenadapter F kan met een statiefschroef op een statief worden bevestigd.
In combinatie met de ingebouwde flitser kan alleen een automatische
P-DDL flitser worden gebruikt.
Combinatie met de ingebouwde flitser
K-r_OPM_DUT.book Page 197 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Meerdere flitsers met verlengsnoeren
U kunt twee of meer externe flitsers combineren (AF540FGZ, AF360FGZ en AF200FG) of u kunt twee of meer externe flitsers gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. U kunt de aansluiting voor het verlengsnoer op de flitser gebruiken om de AF540FGZ aan te sluiten.
U kunt AF360FGZ of de AF200FG flitsers aansluiten zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding. Sluit een externe flitser en de optionele flitsschoenadapter F aan op de optionele schoenadapter F en sluit dan nog een schoenadapter F met een externe flitser aan met behulp van het optionele verlengsnoer F5P.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de externe flitser voor details.
Twee of meer externe flitsers combineren
197
5
• Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal contacten hebben, zoals een flitsschoengreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers F540FGZ,
AF360FGZ en AF200FG te gebruiken.
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie met de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
K-r_OPM_DUT.book Page 198 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
198
5
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Als u twee of meer externe flitsers combineert (AF540FGZ, AF360FGZ of AF200FG) of een externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, kunt u opnamen maken met meerdere flitsers
(Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie). Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie is gebaseerd op het verschil in de hoeveelheid licht die de flitsers opbrengen.
• De AF200FG moet worden gecombineerd met de AF540FGZ of de AF360FGZ.
• Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers F540FGZ,
AF360FGZ en AF200FG te gebruiken.
1
Sluit de externe flitser indirect aan op de camera.
2
Stel de synchronisatiefunctie voor de externe flitser in op contrastregelingssynchronisatie.
3
Zet de functiekiezer op e , K , b , c of a .
4
Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak een opname.
• Als u twee of meer externe flitsers gebruikt en de functie Flitsen met contrastregelingssynchronisatie instelt op de externe master-flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (master-flitser) : 1 (slave-flitsers).
Als u de externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (externe flitser) : 1 (ingebouwde flitser).
• Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie met de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
K-r_OPM_DUT.book Page 199 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
Opname-instellingen
In dit hoofdstuk worden allerlei instellingen besproken, onder andere hoe u de indeling voor het opslaan kunt instellen.
Een bestandsindeling instellen ........................ 200
De functie van de knop
Snelinstelling selecteren .............................205
De witbalans instellen......................................... 208
Opnamen corrigeren .......................................... 215
De afwerking van de opname instellen ............221
200
K-r_OPM_DUT.book Page 200 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Een bestandsindeling instellen
6
JPEG-opnameresolutie instellen
U kunt voor de opnameresolutie kiezen tussen E , J , P en i .
Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand.
De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling voor
[JPEG kwaliteitsniveau]. De standaardinstelling is E .
Opnameresolutie
E
J
P i
Pixels
4288×2848
3936×2624
3072×2048
1728×1152
Papierafmeting
420×594 mm / A2-papier
297×420 mm / A3-papier
210×297 mm / A4-papier
148×210 mm / A5-papier
De papierformaten hierboven zijn de formaten voor optimale afdrukken bij de ingestelde opnameresolutie. De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [JPEG-resolutie] te selecteren en druk op 4 .
JPEG-resolutie
4288x2848
HDR
OFF
Het scherm [JPEG-resolutie] verschijnt.
AF.A
JPEG 12
M
[ 37 ]
K-r_OPM_DUT.book Page 201 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Wijzig de opnameresolutie met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als u de opnameresolutie wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen bij die instelling rechts boven in het scherm weergegeven.
JPEG-resolutie
4288x2848
12
M
10
M
6
M
2
M
128
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
201
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen
U kunt het kwaliteitsniveau (de compressieverhouding) van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling voor
[JPEG-resolutie]. De standaardinstelling is C (Best).
C Best
D Beter
E Goed
De opnamen zijn scherper, maar de bestandsgrootte neemt toe.
De opnamen zijn korreliger, maar de bestanden zijn kleiner.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [JPEG kwaliteitsniveau] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
JPEG kwaliteitsniveau
HDR
OFF
Het scherm [JPEG kwaliteitsniveau] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
6
K-r_OPM_DUT.book Page 202 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
202
3
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een kwaliteitsniveau.
Als u het kwaliteitsniveau wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen bij die instelling voor kwaliteit rechts boven in het scherm weergegeven.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
JPEG kwaliteitsniveau
MENU Annul.
128
OK OK
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
6
De bestandsindeling instellen
U kunt een bestandsindeling opgeven voor opnamen.
JPEG
Opnamen worden gemaakt in JPEG-formaat (standaardinstelling).
U kunt de opnameresolutie wijzigen bij [JPEG-resolutie], en het kwaliteitsniveau bij [JPEG kwaliteitsniveau].
RAW
De RAW-indeling is een uitvoerformaat van de CMOS-sensor dat wordt opgeslagen zonder verdere verwerking.
Effecten zoals Witbalans, Aangepaste opname en Kleurruimte worden niet op de gemaakte opnamen toegepast, maar worden wel als feitelijke originele informatie opgeslagen. Met de functie RAW-ontwikkeling
(p.270) of - nadat u de RAW-gegevens hebt gekopieerd naar een
computer - met de bijgeleverde software (PENTAX Digital Camera
Utility 4) kunt u met deze effecten JPEG- beelden maken.
RAW+
Opnamen worden opgeslagen in zowel de RAW- als de JPEG-indeling.
Als [1x voor bestandsform.] is toegewezen aan de knop | , kunt u op de knop | drukken om de bestandsindeling tijdelijk te wijzigen en een
opname in beide bestandsindelingen op te slaan. (p.206)
Als Digitaal filter, HDR-opname of Cross -processing geselecteerd is, dan wordt de bestandsindeling vast ingesteld op [JPEG] en kan deze niet worden gewijzigd. Als u een andere bestandsindeling wilt gebruiken, schakel deze functies dan uit.
K-r_OPM_DUT.book Page 203 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Bestandsindeling] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Bestandsindeling
HDR
OFF
Het scherm [Bestandsindeling] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
[ 37 ]
3
Selecteer een bestandsindeling met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als u de bestandsindeling wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen rechts boven in het scherm weergegeven.
Bestandsindeling
JPEG RAW RAW+
128
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• De bestandsindeling wordt vast ingesteld op [JPEG] als de opnamestand ingesteld is op n (Podiumbelichting), l (Nachtsnapshot) of Z (HDR nachtbeeld) van de stand H (Scène).
203
6
K-r_OPM_DUT.book Page 204 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
204
[
De RAW-bestandsindeling instellen
U kunt de PEF- of DNG-indeling selecteren bij [RAW-formaat] in het menu
A
Opnamemodus 4] (p.92) als opnamen
worden gemaakt in de RAW-indeling.
1 2 3 4
Kleurruimte
RAW-formaat
Knop Snelinstelling
AF/AE-L-knop
Geheugen
Shake Reduction
Inv brandp afstand
MENU Annul.
sRGB
DNG
AF1
35mm
OK OK
PEF
DNG
De oorspronkelijke RAW-bestandsindeling van PENTAX
(standaardinstelling)
Een voor algemene doeleinden bestemde, publiekelijk beschikbare
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems
6
K-r_OPM_DUT.book Page 205 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De functie van de knop
Snelinstelling selecteren
U kunt een van de volgende functies toewijzen aan de knop | . Als u later de functie wilt activeren, dan hoeft u alleen maar op de knop te drukken.
Knop
Snelinstelling
Aangepaste opname
Resetten van de waarden die worden gewijzigd.
(Standaardinstelling)
Instellingen opgeven voor Aangepaste opname. (p.221)
Optisch voorbeeld Weergave van het optische voorbeeld. (p.144)
Digitaal voorbeeld Weergave van het digitale voorbeeld. (p.145)
Digitaal filter
Instelling van het digitale filter. (p.162)
Cross-processing
Instelling van Cross-processing. (p.224)
1x voor bestandsform.
Tijdelijke wijziging van de bestandsindeling. De opname wordt gelijktijdig opgeslagen in zowel de JPEG- als
RAW-indeling, ongeacht de instelling bij [Bestandsindeling].
U kunt ervoor kiezen of de instelling al dan niet alleen van toepassing is op één opname, en de bestandsindeling selecteren als u op de knop |
1
Selecteer [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Knop Snelinstelling] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus
E-knop in Programma
P LINE
P SHIFT
6
205
MENU
K-r_OPM_DUT.book Page 206 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
206
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een functie te selecteren die moet worden toegewezen aan de knop | , en druk op de knop 4 .
Knop Snelinstelling
RAW
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Optisch voorbeeld
Digitaal voorbeeld
Digitaal filter
Cross-processing
1x voor bestandsform.
MENU Annul.
OK OK
4
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
6
1x voor bestandsformaat selecteren
Als [1x voor bestandsform.] is toegewezen aan de knop | , geef dan de instellingen op.
1
Selecteer [1x voor bestandsform.] in stap 3 van “De functie van de knop Snelinstelling selecteren”.
2
Selecteer [Stop na 1 opname] met de vierwegbesturing ( 23 ).
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Knop Snelinstelling
RAW 1x voor bestandsform.
Stop na 1 opname
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
MENU
O
P
Na het maken van een opname keert de camera terug naar de oorspronkelijke bestandsindeling (standaardinstelling).
De instelling wordt geannuleerd als u één van de volgende handelingen verricht.
- u drukt opnieuw op de knop |
- u drukt op de knop Q of 3
- de camera wordt uitgezet met de hoofdschakelaar
- u draait aan de functiekiezer
K-r_OPM_DUT.book Page 207 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Kies met de vierwegbesturing ( 23 ) een bestandsindeling.
Links staat de instelling voor [Bestandsindeling] en rechts de bestandsindeling wanneer op de knop | wordt gedrukt.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer een bestandsindeling met de vierwegbesturing ( 23 ) terwijl u op de knop | drukt.
Knop Snelinstelling
RAW 1x voor bestandsform.
Stop na 1 opname
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
MENU Annul.
OK OK
6
Druk op de knop 4 .
7
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
207
6
208
K-r_OPM_DUT.book Page 208 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De witbalans instellen
6
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname zodat witte onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn gemaakt met de instelling F (Auto), of als u uw opnamen een creatief tintje wilt geven.
Onderdeel Instellingen
F Auto
De witbalans automatisch aanpassen.
(Standaardinstelling)
G Daglicht Voor het maken van opnamen bij zonlicht.
H Schaduw
Voor het maken van opnamen in de schaduw.
Hierdoor worden blauwe kleurzwemen in een opname verminderd.
^ Bewolkt
Voor het maken van opnamen op bewolkte dagen.
J
I
L
CTE
K
Neonlicht
Lamplicht
Flitser
Manueel
Voor het maken van opnamen bij neonlicht.
Selecteer het type neonlicht.
D Neonlicht daglicht kleuren
N Neonlicht daglicht wit
W Neonlicht koelwit
L Neonlicht warmwit
Voor het maken van opnamen onder gloeilampen. Hierdoor worden rode kleurzwemen in een opname verminderd.
Voor het maken van opnamen met de ingebouwde flitser.
Bij deze instelling handhaaft en versterkt u de kleurtoon van de lichtbron op de opname.
Gebruik deze functie om de witbalans handmatig aan te passen op basis van het omgevingslicht, zodat witte voorwerpen natuurlijk wit overkomen.
Kleur-
Ca. 4000 tot
8000K
Ca. 5200K
Ca. 8000K
Ca. 6000K
Ca. 6500K
Ca. 5000K
Ca. 4200K
Ca. 3000K
Ca. 2850K
Ca. 5400K
*1 De hierboven genoemde kleurtemperaturen (K) zijn bij benadering gegeven en vertegenwoordigen geen exacte kleuren.
*2 CTE = Color Temperature Enhancement (kleurtemperatuurverbetering).
–
–
De witbalans wordt vast ingesteld op F als de opnamestand ingesteld is op de Picture-stand of de stand H (Scène), of wanneer Cross-processing geselecteerd is.
K-r_OPM_DUT.book Page 209 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
1
Zet de functiekiezer op e , K , b , c of a .
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname weergegeven als achtergrond.
3
Druk op de vierwegbesturing
( 23 ) om de witbalans te selecteren.
Witbalans
Auto
209
CTE
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen m c -knop Gebruikt Digitaal voorbeeld om vooraf het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling te bekijken.
M -knop Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Omdat de lichtbron verandert als de flitser afgaat, kunt u de witbalans daarop instellen. Selecteer [Autom. Witbalans], [Onveranderd] of [Flitser] bij
[12. WB bij flitsen] in het menu [ A
6
210
K-r_OPM_DUT.book Page 210 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
2000
Rode tint
tint
3000 4000 5000 6000
Blauwe tint
Blue tint
8000 10000 12000 [ K ]
6
K-r_OPM_DUT.book Page 211 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans aanpassen aan de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen. Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de vooraf ingestelde waarden voor de witbalans van de camera zelf. Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving.
1
Selecteer K in stap 3
vierwegbesturing ( 5 ).
Witbalans
Manueel
211
CTE
MENU Annul.
Voorbeeld OK OK
2
Richt de zoeker bij het juiste omgevingslicht voor het meten van de witbalans beeldvullend op een vel wit papier of op een wit oppervlak.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zet de scherpstelfunctieknop in de stand \ wanneer de sluiter niet kan worden ontspannen.
Het scherm voor het selecteren van het meetbereik wordt weergegeven.
4
Selecteer met de e-knop het hele scherm of een spotgebied als meetbereik.
6
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 212 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
212
5
Als u een spotgebied selecteert, gebruikt u de vierwegbesturing
( 2345 ) om het kader over het gebied te plaatsen dat u wilt meten.
6
MENU Annul.
OK OK
6
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor fijnafstemming van de witbalans verschijnt als de meting is voltooid. Pas zo nodig de witbalans
Manueel
Witbalans
SHUTTER Instellen
±0 ±0
±0
MENU Annul.
7
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
8
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
INFO
Voorbeeld OK OK
• Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt.
• Het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt als de meting is mislukt. Druk op de knop 4 die wordt weergegeven om de witbalans opnieuw te meten.
• Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans mogelijk niet worden aangepast. Pas in dat geval eerst de belichting aan en vervolgens de witbalans.
• Als de functiekiezer in de stand C (Video) staat, kan de witbalans niet worden gemeten. Pas de witbalans aan in een andere opnamestand dan
C voordat u een video opneemt.
K-r_OPM_DUT.book Page 213 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Fijnafstemming van de witbalans
U kunt de instelling voor witbalans heel fijn afstemmen.
1
Geef de instellingen op in stap 3 op p.209.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het fijn afstemmen wordt weergegeven.
3
Stem de witbalans fijn af.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven niveaus (225 patronen) beschikbaar.
Schaduw
G1 ±0
±0
MENU Annul.
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 )
Vierwegbesturing ( 45 )
Knop |
Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G) en magenta (M).
Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B) en amber (A).
Resetten van de instelwaarde. (Alleen beschikbaar wanneer [Knop Snelinstelling] toegewezen is aan de knop | bij
[Knop Snelinstelling] in het menu
[ A
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Indien ingesteld op K , kan de witbalans ook worden gemeten door de ontspanknop helemaal in te drukken (behalve tijdens het opnemen van video).
6
213
K-r_OPM_DUT.book Page 214 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
214
6
De kleurruimte instellen
U kunt een kleurruimte selecteren die u wilt gebruiken.
sRGB Instellen op sRGB-kleurruimte.
AdobeRGB Instellen op kleurruimte AdobeRGB.
Selecteer [Kleurruimte] in het menu
[ A
1 2 3 4
Kleurruimte
RAW-formaat
Knop Snelinstelling
AF/AE-L-knop
Geheugen
Shake Reduction
Inv brandp afstand
MENU Annul.
AF1
35mm
OK OK
Het systeem voor de mapnaaminstelling verandert al naargelang de instelling van de kleurruimte, zie hieronder.
Voor sRGB: IMGPxxxx.JPG
Voor AdobeRGB: _IGPxxxx.JPG
“xxxx” is het bestandsnummer. Dit is een viercijferig volgnummer. (p.290)
Kleurruimte
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen. Dit kleurbereik wordt kleurruimte genoemd.
Om de verschillen in kleurruimten tussen verschillende apparaten te overbruggen zijn er standaardkleurruimten bepaald. Deze camera ondersteunt sRGB en AdobeRGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
AdobeRGB bestrijkt een grotere kleurruimte dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in AdobeRGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB.
K-r_OPM_DUT.book Page 215 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen corrigeren
De eigenschappen van de camera en het objectief kunnen automatisch worden aangepast voor het maken van opnamen.
De helderheid aanpassen
Stelt de helderheid in en zorgt voor minder overbelichte en minder onderbelichte gebieden.
Correctie van de hoge lichten
Vergroot het dynamisch bereik, verruimt de expressie van gradaties door de CMOS-sensor en zorgt voor minder overbelichte gebieden.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Hooglichtcorrectie] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Hooglichtcorrectie] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit] of [Aan] te selecteren.
Hooglichtcorrectie
Uit
DR
200
6
MENU Annul.
OK OK
215
K-r_OPM_DUT.book Page 216 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
216
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als [Hooglichtcorrectie] ingesteld is op [Aan], wordt de minimale gevoeligheid ingesteld op ISO 400. Als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[ A
Pers.instelling 1] (p.93) ingesteld is op [Aan], wordt de gevoeligheid
ingesteld op ISO 200.
• [Hooglichtcorrectie] wordt vast ingesteld op [Aan] als de opnamestand ingesteld is op n (Podiumbelichting) of l (Nachtsnapshot) van de stand
H (Scène).
6
Schaduwcorrectie
Vergroot het dynamisch bereik, verruimt de expressie van gradaties door de CMOS-sensor en zorgt voor minder onderbelichte gebieden.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Schaduwcorrectie] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Schaduwcorrectie] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit], [Zwak], [Normaal] of [Sterk] te selecteren.
Schaduwcorrectie
Uit
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de correctie van de hoge lichten en de schaduwcorrectie ook instellen bij [Instelling D-range] in het menu [ A
K-r_OPM_DUT.book Page 217 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
HDR-opname
Maakt het mogelijk opnamen te maken met een groot dynamisch bereik.
Er worden drie opnamen gemaakt (–3 LW onderbelicht, standaard
(correcte belichting) en +3 LW overbelicht) waarmee één samengesteld beeld wordt gemaakt.
• HDR-opname is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- wanneer de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+]
(vast ingesteld op [JPEG])
- wanneer de sluitertijd ingesteld is op h
• Wanneer HDR-opname geselecteerd is, zijn de volgende functies niet beschikbaar.
- Continuopname, Belichtingsbracketing, Intervalopname en Dubbelopnamen
- Andere flitsinstellingen dan a (Filtser UIT)
- Digitaal Filter of Cross-processing (de laatst geselecteerde functie wordt gebruikt)
• Tijdens HDR-opname worden meerdere opnamen gecombineerd tot één enkel beeld; het kost in dit geval dus tijd om een opname op te slaan.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [HDR-opname] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [HDR-opname] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit], [Auto], [stand.],
[Sterk 1], [Sterk 2] of [Sterk 3] te selecteren.
HDR-opname
Uit
HDR HDR HDR
6
217
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 218 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
218
6
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als u bij het maken van een HDR-opname op de knop 3 drukt terwijl de gecombineerde opname wordt opgeslagen, wordt dat proces gestaakt en wordt de opname opgeslagen als standaardopname.
• HDR-opname wordt vast ingesteld op [Auto] en [Automatisch uitlijnen] wordt ingesteld op O (Aan) wanneer de opnamestand ingesteld is op Z (HDR nachtbeeld) van de stand H (Scène).
• U kunt [HDR-opname] instellen in het menu [ A
Als u het menu gebruikt, kunt u ook
[Automatisch uitlijnen] instellen.
HDR-opname
HDR-opname
Automatisch uitlijnen
P
O
Maakt geen gebruik van
Shake Reduction, ongeacht de Shake Reduction-instelling.
(Standaardinstelling)
Schakelt Shake Reduction in of uit al naargelang de Shake Reduction-instelling.
MENU
• Wanneer zowel [Shake Reduction] als [Automatisch uitlijnen] aangezet zijn, let dan op het volgende.
- Zorg ervoor dat u de camera stevig vasthoudt zodat de beeldcompositie niet verandert terwijl de drie opnamen worden gemaakt. Als de composities van de drie opnamen in grote mate van elkaar verschillen, dan is [Automatisch uitlijnen] mogelijk niet beschikbaar.
- Opnamen die zijn gemaakt met HDR-opname, zijn ontvankelijk voor camerabewegingen en vaagheid. Zorg ervoor dat u een hogere sluitertijd en een hogere ISO-gevoeligheid selecteert.
- Als de ISO-gevoeligheid wordt ingesteld op AUTO, kan de gevoeligheid gemakkelijker dan normaal hoger worden.
- [Automatisch uitlijnen] is mogelijk niet beschikbaar voor objectieven met een brandpuntsafstand die groter is dan 100 mm.
- Als het gehele onderwerp geruit is of een uniform oppervlak heeft, is [Automatisch uitlijnen] mogelijk niet beschikbaar.
K-r_OPM_DUT.book Page 219 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Objectiefcorrectie
Correctie van vervormingen en laterale chromatische aberratie die het gevolg zijn van eigenschappen van het objectief.
Vervorming
Vervorming is het fenomeen waarbij het centrale deel van een opname opgeblazen lijkt (tonvervorming) of juist samengetrokken
(kussenvervorming). Vervorming treedt sneller op bij gebruik van een zoomobjectief of een objectief met een kleine diameter, en rechte muren en de horizon worden op de opname gebogen weergegeven.
219
Kussenvervorming Tonvervorming
Laterale chromatische aberratie
Laterale chromatische aberratie is het fenomeen waarbij bij het maken van een opname de vergroting van het beeld varieert met de kleuren
(golflengten van licht); dit kan een onscherp beeld veroorzaken.
Chromatische aberratie komt sneller voor bij korte brandpuntsafstanden.
6
K-r_OPM_DUT.book Page 220 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
220
6
• Correcties zijn alleen mogelijk met gebruik van een DA-, DA L- of D FA-
objectief of sommige FA-objectieven (p.323). U kunt [Vervormingscorrectie]
en [Aanp. Lat. Chr. Abb.] niet selecteren als een niet-compatibel objectief aangesloten is.
• [Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van een DA FISH-
EYE 10-17 mm.
• De functie voor objectiefcorrectie wordt uitgeschakeld bij gebruik van een accessoire zoals een close-up ring of rear converter die tussen de camera en het objectief wordt gemonteerd.
• De opnamesnelheid bij continuopnamen kan lager liggen als de functie voor objectiefcorrectie geactiveerd is.
• Het effect van objectiefcorrectie zal soms nauwelijks waarneembaar zijn als gevolg van de opnameomstandigheden of andere factoren.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Vervormingscorrectie] of [Aanp. Lat. Chr. Abb.] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Vervormingscorrectie] of [Aanp. Lat. Chr. Abb.] wordt weergegeven.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit] of [Aan] te selecteren.
Vervormingscorrectie
Uit
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als een compatibel objectief aangesloten is en de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+], worden de correctiegegevens opgeslagen als een
RAW-bestandsparameter en kunt u bij het ontwikkelen van de RAW-beelden
[Aan] of [Uit] selecteren. (p.273)
• U kunt [Vervormingscorrectie] en [Aanp. Lat. Chr. Abb.] ook instellen bij
[Objectiefcorrectie] in het menu [ A
K-r_OPM_DUT.book Page 221 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De afwerking van de opname instellen
221
Aangepaste opname instellen
U kunt de afwerking van de opname instellen voordat u opnamen maakt als de opnamestand ingesteld is op e (Programma), K (Gevoel. voorkeuze), b (Sl.tijd voorkeuze), c (Diafr. voorkeuze) of a (Manueel).
Voor de afwerking van de opname kunt u een keuze maken uit de volgende negen standen: Helder (standaardinstelling), Natuurlijk,
Portret, Landschap, Levendig, Gedempt, Bleach Bypass, Diapositiefilm en Monochroom. Voor de beeldtint kunt u de volgende parameters instellen.
Parameter
Kleurverzadiging
Tint
Hoog/laag stemming
Contrast
Scherpte
Instellingen
Stelt de kleurverzadiging in.
• Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] of [Monochroom] geselecteerd is.
Stelt de kleur in.
• Niet beschikbaar wanneer
[Bleach Bypass], [Diapositieffilm] of [Monochroom] geselecteerd is.
Wijzigt de helderheid van de opname.
• Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
Stelt het beeldcontrast in.
• Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
Stelt de scherpte van de beeldcontouren in. U kunt gebruikmaken van [Fijne scherpte] waarmee de beeldcontouren nóg dunner en scherper worden. Niet beschikbaar wanneer de opnamestand ingesteld is op C (Video).
Instelwaarden
–4 t/m +4
–4 t/m +4
–4 t/m +4
–4 t/m +4
–4 t/m +4
6
K-r_OPM_DUT.book Page 222 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
222
6
Parameter
Filtereffect
Kleur aanpassen
Instellingen
Wijzigt het contrast zodat het lijkt alsof een zwart-wit-kleurenfilter is gebruikt.
Stel de filterkleur in.
• Alleen beschikbaar wanneer
[Monochroom] geselecteerd is.
Stelt een kleurtoon in voor
[Bleach Bypass] .
Stelt het niveau in voor de instelling van koude kleurtinten (- richting) en warme kleurtinten (+ richting) voor
[Monochroom] .
• Alleen beschikbaar wanneer
[Bleach Bypass] of [Monochroom] geselecteerd is.
Instelwaarden
Geen/Groen/Geel/
Oranje/Rood/
Magenta/Blauw/
Cyaan/
Infraroodfilter
Bleach Bypass:
Uit/Groen/Geel/
Oranje/Rood/
Magenta/Paars/
Blauw/Cyaan
Monochroom:
–4 t/m +4
Als Cross-processing geselecteerd is, wordt de afwerking vast ingesteld op [Helder] en kunnen de parameters niet worden gewijzigd.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Aangepaste opname] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van een aangepaste opname verschijnt.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname weergegeven als achtergrond.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een afwerking te selecteren.
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 223 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een parameter te kiezen die u wilt wijzigen.
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
5
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing ( 45 ).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instellingen.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram.
Beschikbare bewerkingen
E-knop
Knop | m c -knop
M -knop
Schakelen tussen [Scherpte] en [Fijne scherpte]. Als
[Fijne scherpte] is ingesteld, kunt u opnamen maken met scherpere contouren.
Hiermee wordt de ingestelde waarde gereset. (Alleen beschikbaar wanneer [Knop Snelinstelling] toegewezen is aan de knop | bij [Knop Snelinstelling] in het menu
[ A
Gebruikt Digitaal voorbeeld om vooraf het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling te bekijken.
Slaat het achtergrondbeeld op. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 (niet beschikbaar tijdens Live weergave).
6
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instellingen ook wijzigen in het menu [ A
6
223
K-r_OPM_DUT.book Page 224 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
224
6
Cross-processing instellen
Cross-processing is de procedure waarmee een film opzettelijk wordt verwerkt in chemicaliën van het verkeerde type om een beeld te creëren met verschillende kleuren en verschillend contrast. Deze camera is uitgerust met digitale cross-processing, die intern wordt uitgevoerd.
• Cross-processing is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- als de opnamestand ingesteld is op Z (HDR nachtbeeld) van de stand
H (Scène)
- wanneer de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+] (vast ingesteld op [JPEG])
• Wanneer Cross-processing geselecteerd is, zijn de volgende functies niet beschikbaar.
- Dubbelopnamen
- HDR-opname (de laatst geselecteerde functie wordt gebruikt)
- Wijziging van de instellingen van Witbalans en Aangepaste opname
Stel de functiekiezer in op C (Video) als Cross-processing wordt gebruikt voor video.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
Verricht de instelling bij [Video] in het menu [ A Opnamemodus 3] als de opnamestand ingesteld is op C
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Crossprocessing] te selecteren en druk op 4 .
Het scherm [Cross-processing] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [Uit], [Voorkeuze
1-3], [Willekeurig] of [Favoriet
1-3] te selecteren.
Cross-processing
Uit
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 225 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
225
De Cross-processing-instelling van een gemaakte opname opslaan
Het resultaat van Cross-processing varieert telkens wanneer een opname is gemaakt. Als u tevreden bent over de Cross-processing-instellingen van een bepaalde opname, kunt u deze instellingen opslaan. In totaal kunnen 3 Cross-processing-instellingen worden opgeslagen voor foto’s en video-opnamen.
Als u een Cross-processing-instelling voor video wilt opslaan, verricht dan de instelling bij [Video] in het menu [ A Opnamemodus 3] met de functiekiezer ingesteld op C (Video).
1
Selecteer [Cross-processing] in het menu
[ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Cross-processing] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Instellingen opslaan] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Cross-processing
Cross-processing
Instellingen opslaan
De camera zal zoeken naar opnamen die zijn uitgevoerd met Cross-processing en hierbij beginnen bij de meest recente opname. (Tijdens het zoeken wordt een
MENU zandloperpictogram getoond) Als een opname wordt gevonden, verschijnt een scherm waarin u de instellingen kunt opslaan.
Als er geen opnamen worden gevonden die met Cross-processing zijn uitgevoerd, verschijnt het bericht [Geen opname met cross processed].
6
K-r_OPM_DUT.book Page 226 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
226
3
Gebruik de e-knop om een opname te selecteren die met
Cross-processing is uitgevoerd.
Opslaan als Favoriet 1
Opslaan als Favoriet 2
Opslaan als Favoriet 3
MENU OK Annul.
OK
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Opslaan als Favoriet 1], [Opslaan als Favoriet 2] of [Opslaan als Favoriet 3] te selecteren en druk op de knop 4 .
De instellingen voor de geselecteerde opname worden opgeslagen onder [Favoriet 1-3].
5
Druk tweemaal op de knop 3 om de procedure af te sluiten.
6
K-r_OPM_DUT.book Page 227 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
7
Weergavefuncties
In dit hoofdstuk worden de verschillende weergavefuncties in de weergavestand besproken.
Bediening van weergavefuncties .....................228
De weergavemethode instellen ......................... 231
Opnamen vergroten ........................................... 233
Weergave van meerdere opnamen ................... 234
Opnamen continu weergeven ........................... 242
Opnamen roteren ............................................... 245
Meerdere opnamen wissen ............................... 246
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen) .................................. 250
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat ....................................... 252
Opnamegegevens uitwisselen met andere apparaten ........................................254
228
K-r_OPM_DUT.book Page 228 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Bediening van weergavefuncties
Instellingen voor weergave van opnamen geeft u op in het weergavepalet of het menu [ Q Weergeven].
Zie “De menu’s gebruiken” (p.40) voor meer informatie over het werken met
de menu’s.
Items van het weergavepalet
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand om het weergavepalet op te roepen.
U kunt het weergavepalet zelfs weergeven als een video wordt onderbroken.
7
Beeldrotatie
Rotatie van opnamen.
Handig bij weergave op tv en andere apparatuur
MENU Einde OK OK
D
Onderdeel s Beeldrotatie
Digitaal filter
n Formaat wijzigen
o Bijsnijden
Functie
Opnamen roteren.
De kleurtint van opnamen wijzigen, de filters Soft en Vlak toepassen, of de helderheid aanpassen.
Opnameresolutie en kwaliteitsniveau van een gemaakte opname wijzigen, en de opname opslaan als een nieuw bestand.
Van de gewenste uitsnede van een opname een nieuw opnamebestand maken.
Pagina
K-r_OPM_DUT.book Page 229 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
229
Z
Onderdeel
Beveiligen u Diavoorstelling
Functie
Opnamen beveiligen tegen abusievelijk wissen.
De opnamen doorlopend weergeven.
Pagina
p h RAW-ontwikkeling
[ Video bewerken
Een video-opname splitsen en hieruit segmenten onttrekken.
r DPOF
g Opnamen vergelijken
De DPOF-instellingen instellen.
Twee opnamen naast elkaar weergeven.
i
Index
IrSimple
Een aantal opnamen samenvoegen tot een nieuwe opname.
RAW-opnamen converteren naar
JPEG-indeling.
Opnamegegevens verzenden en ontvangen via infraroodtransmissie.
j Duelbeelden
Beelden worden in dit duelspel vergeleken met die van andere W -camera’s.
*1 Deze functie is uitgeschakeld bij weergave van een video-opname.
*2 De functie is uitgeschakeld bij weergave van een RAW-opname.
*3 Deze functie kan alleen worden uitgevoerd als een video-opname wordt getoond.
7
Items van het menu Weergeven
U kunt de volgende instellingen opgeven in het menu [ Q Weergeven].
Druk op de knop 3 in de weergavestand. Het menu
[ Q Weergeven 1] wordt weergegeven.
230
K-r_OPM_DUT.book Page 230 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Menu
Q 1
Onderdeel
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
IrSimple
Alle opnamen verwijderen
Functie
De opnamen worden achter elkaar door weergegeven. U kunt instellen hoe de opnamen in de diavoorstelling worden weergegeven.
De aanvankelijke vergroting instellen tijdens het vergroten van opnamen.
Instellen of tijdens weergave al dan niet de waarschuwing voor heldere/donkere gebieden moet worden weergegeven.
Instellen om tijdens weergave opnamen te roteren die zijn gemaakt met een verticaal vastgehouden camera.
Instellen van infraroodinstellingen en verzenden of ontvangen van gegevens via infraroodtransmissie.
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
Pagina
7
K-r_OPM_DUT.book Page 231 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De weergavemethode instellen
U kunt instellen wat tijdens vergroting van opnamen de aanvankelijke vergroting moet zijn, instellen of de waarschuwing voor heldere/donkere gebieden moet worden weergegeven, en instellen of opnamen die zijn gemaakt terwijl de camera verticaal werd vastgehouden, in de weergavestand automatisch moeten worden geroteerd.
1
Selecteer [Snel zoomen] in het menu [ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de vergroting te selecteren en druk op de knop 4 .
Maak een keuze uit [Uit]
(standaardinstelling), [×2], [×4],
[×8] of [×16].
1
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
IrSimple
Alle opnamen verwijderen
Uit
2
4
8
16
MENU Annul.
OK OK
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Licht/donker geb] te selecteren, en gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om O of P te selecteren.
1
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
IrSimple
Alle opnamen verwijderen
Uit
MENU Einde
7
231
K-r_OPM_DUT.book Page 232 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
232
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om
[Auto opnamerotatie] te selecteren, en gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om O of P te selecteren.
O
Tijdens weergave wordt de opname automatisch geroteerd op basis van de rotatie-informatie wanneer [18. Rotatie-info opslaan] in het menu [ A
Pers.instelling 3] (p.94) ingesteld is op [Aan].
(Standaardinstelling)
P De opname wordt niet automatisch geroteerd tijdens weergave.
5
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
7
K-r_OPM_DUT.book Page 233 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen vergroten
U kunt opnamen in de weergavestand tot maximaal 16 keer vergroten.
1
Selecteer in de weergavestand een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
233
2
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y ).
De opname wordt bij elke klik vergroot
(1,2 keer tot 16 keer).
JPEG 1/ 2000 F5.6
ISO 200
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2345 ) Het uit te vergroten gebied verplaatsen.
E-knop naar rechts ( y ) Vergroot de opname (tot maximaal 16 keer).
E-knop naar links ( f )
4 -knop
M -knop
Verkleint de opname (tot maximaal 1,2 keer*).
De oorspronkelijke grootte herstellen.
De weergave van informatie in- of uitschakelen.
* De standaardinstelling voor de eerste klik (minimale vergroting) is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen bij [Snel zoomen] in het menu [ Q
• U kunt de opname uitvergroten met behulp van dezelfde procedure die
u daarvoor gebruikt bij de Momentcontrole (p.73), Digitaal voorbeeld (p.145)
• Verticale opnamen worden aanvankelijk volledig weergegeven met een vergroting van 0,675 x die van horizontale opnamen, zodat de vergroting bij de eerste klik in dat geval een vergroting is van 1,0 keer.
7
234
K-r_OPM_DUT.book Page 234 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Weergave van meerdere opnamen
Scherm voor weergave van meerdere opnamen
U kunt op de monitor tegelijkertijd 4, 9, 16, 36 of 81 miniatuuropnamen weergeven. De standaardinstelling is een weergave van 9 opnamen.
1
Draai de e-knop naar links
(naar f ) in de weergavestand.
7
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen worden weergegeven.
Selectiekader
INFO 100-0001
Schuifbalk
K-r_OPM_DUT.book Page 235 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing
( 2345 )
Het selectiekader verplaatsen
M -knop Weergave van het scherm [Ins weerg meerd opn]. Kies het aantal opnamen dat u tegelijkertijd wilt weergeven met de vierwegbesturing ( 45 ).
235
Ins weerg meerd opn
Weergavetype
MENU Annul.
INFO OK OK
(U kunt het Weergavetype niet selecteren als
u RAW-opnamen ontwikkelt (p.271)).
K / i -knop
Selectie en verwijdering van meerdere opnamen. (p.246)
2
Druk op de knop 4 .
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
Pictogrammen zoals C en ?
worden niet weergeven bij de miniaturen in de weergave van 81 opnamen.
7
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van de mappen waarin de opnamen zijn opgeslagen.
1
Draai in het scherm met de weergave van meerdere opnamen de e-knop opnieuw naar links (naar f ).
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 236 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
236
2
Kies de map waarvan u opnamen wilt weergeven.
100 101
12345
102
103 104 105
100_0105
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2345 )
K / i -knop
Het selectiekader verplaatsen.
De geselecteerde map samen met de erin opgeslagen opnamen
3
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd uit de geselecteerde map wordt weergegeven.
7
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum (Kalenderweergave)
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van opnamedatum.
1
Druk in de weergave van meerdere opnamen op de knop M .
Het scherm [Ins weerg meerd opn] wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 237 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Druk opnieuw op de knop M .
Ins weerg meerd opn
Weergavetype
MENU Annul.
INFO OK OK
Het scherm Kalenderweergave wordt weergegeven.
Alleen datums waarop opnamen zijn gemaakt worden weergegeven.
Aantal opnamen dat op deze datum is gemaakt
2010.
WED
9
22
FRI
MON
24
27
2010.
10
THU
WED
SAT
7
10
13
16
Wissen INFO
Opnamedatum Miniatuur
2/5
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 ) Een opnamedatum selecteren.
Vierwegbesturing ( 45 ) Een opname selecteren die op de geselecteerde opnamedatum is gemaakt.
E-knop naar rechts ( y ) Weergave van de geselecteerde opname.
Naar links ( f ) draaien om terug te keren naar de kalenderweergave.
M -knop U keert terug naar het scherm voor weergave van verscheidene opnamen tegelijkertijd.
K / i -knop Geselecteerde opnamen wissen.
3
Druk op de knop 4 .
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
7
237
238
K-r_OPM_DUT.book Page 238 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen vergelijken
U kunt twee opnamen naast elkaar weergeven.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om g (Opnamen vergelijken) te selecteren en druk vervolgens op de knop 4 .
De laatst weergegeven opname wordt twee keer zij aan zij weergegeven.
3
Selecteer met de e-knop twee opnamen die u wilt vergelijken en vergelijk deze links en rechts.
7
MENU OK
Beschikbare bewerkingen
4 -knop
Vierwegbesturing
( 2345 )
Het te vergroten gebied verplaatsen. Als met het selectiekader beide opnamen worden geselecteerd, kunt u beide opnamen tegelijkertijd bewerken.
Knop | Verplaatst een positie van het uitvergrote weergavegebied terug naar het midden.
E-knop
Telkens als u op de knop drukt, verspringt het selectiekader naar de rechteropname, naar beide opnamen en naar de linkeropname.
M -knop
K / i -knop
Als met het selectiekader de linkeropname of rechteropname wordt geselecteerd, wordt de vorige of volgende opname weergegeven. Als met de selectiekaders beide opnamen worden geselecteerd, kunt u beide opnamen tegelijkertijd met dezelfde vergroting vergroten of verkleinen.
De weergave van informatie in- of uitschakelen.
Als met het selectiekader de linker- of de rechteropname wordt geselecteerd, wordt de geselecteerde opname gewist.
4
Druk op de knop 3 .
K-r_OPM_DUT.book Page 239 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De camera keert terug naar de normale weergavestand.
Opnamen samenvoegen (Index)
Voeg een aantal opnamen samen en geef deze weer als een indexprint.
U kunt de weergegeven indexprint ook opslaan als een nieuwe opname.
U kunt de opnamen voor een indexprint selecteren en willekeurig indelen.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om p (Index) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Index] wordt weergegeven.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
4
Selecteer een layout met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Index
U kunt o (Miniatuur), p (Blokje), q (Willekeurig 1), r (Willekeurig 2), s (Willekeurig 3) of p (Luchtbel) selecteren.
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Een indexbeeld maken
Opnamen worden bij o weergegeven op basis van het bestandsnummer (vanaf
MENU Annul.
het laagste nummer), en worden bij andere layouts in willekeurige volgorde weergegeven.
OK OK
5
Selecteer [Opnamen] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
6
Selecteer het aantal opnamen met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt 12, 24 of 36 opnamen selecteren.
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
24
36
MENU
Een indexbeeld maken
Annul.
OK OK
7
239
K-r_OPM_DUT.book Page 240 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
240
7
Als het aantal opgeslagen opnamen kleiner is dan het getal dat is geselecteerd, worden lege ruimtes weergegeven wanneer [Lay-out] ingesteld is op o en worden bij andere layouts sommige opnamen mogelijk twee keer weergegeven.
7
Selecteer [Achtrgrd.] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
8
Kies de achtergrond met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt kiezen uit een witte en een zwarte achtergrond.
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
Een indexbeeld maken
MENU Annul.
9
Selecteer [Selectie] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
10
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een selectietype te selecteren en druk op de knop 4 .
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
OK OK
MENU
Een indexbeeld maken
Annul.
OK OK u Alle beelden w x
Manueel
Mapnaam
Uit alle opgeslagen opnamen worden automatisch opnamen gekozen
Selecteer afzonderlijk de opnamen die u wilt opnemen in de index. Ga verder door [Selec. opname(n)] te selecteren en selecteer de afzonderlijke opnamen.
Uit een geselecteerde map worden automatisch opnamen geselecteerd. Ga verder door [Een map select.] te selecteren, en selecteer de map.
K-r_OPM_DUT.book Page 241 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
11
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Een indexbeeld maken] te selecteren en druk op de knop 4 .
De indexopname wordt gemaakt en er wordt een bevestigingsscherm weergegeven.
12
Selecteer [Opslaan] of [Opnieuw sorteren] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
MENU
Een indexbeeld maken
OK OK
MENU
Opslaan
Opnieuw sorteren
Annuleren
OK OK
Opslaan
Opnieuw sorteren
De indexopname wordt opgeslagen als een
P - en C -bestand.
Hiermee worden opnieuw de opnamen voor de index geselecteerd en wordt een nieuw indexbeeld getoond.
Als [Miniatuur] is geselecteerd bij [Lay-out], wordt dit item echter niet weergegeven.
Nadat de indexopname is opgeslagen, keert u terug naar de weergavestand en wordt de indexopname weergegeven.
Het maken van een indexopname kan enige tijd in beslag nemen.
241
7
242
K-r_OPM_DUT.book Page 242 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen continu weergeven
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar in een diavoorstelling weergeven.
7
Diavoorstelling instellen
Stelt in hoe opnamen worden weergegeven tijdens een diavoorstelling.
1
Selecteer [Diavoorstelling] in het menu [ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het opgeven van instellingen voor de diavoorstelling verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een item te selecteren dat u wilt wijzigen.
Diavoorstelling start
Starten
U kunt de volgende instellingen wijzigen.
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
3sec
MENU OK OK
Onderdeel Beschrijving
Interval
Schermeffect
Selecteer een interval voor de opnamen die worden weergegeven.
Stel een overgangseffect in dat wordt getoond als van de ene naar de andere opname wordt gegaan.
Weergeven herhalen
Stel in of de diavoorstelling opnieuw begint nadat de laatste opname is weergegeven.
Instelling
3sec (standaardinstelling)/
5sec/10sec/30sec
Uit (standaardinstelling)/
Vervagen/Vegen/Lijnen
P (standaardinstelling)/ O
K-r_OPM_DUT.book Page 243 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de instelling te wijzigen en druk op de knop 4 .
Starten
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
MENU Annul.
3sec
5sec
10sec
30sec
OK OK
243
De diavoorstelling starten
1
Selecteer [Starten] in stap 2 op p.242 en druk op de knop
4 . Of selecteer u (Diavoorstelling) in het weergavepalet en druk op de knop 4 .
Het startscherm wordt weergegeven en de diavoorstelling begint.
Starten
OK
7
Beschikbare bewerkingen
4 -knop
Vierwegbesturing ( 4 )
Vierwegbesturing ( 5 )
Vierwegbesturing ( 3 )
Onderbreekt de weergave. Druk nogmaals om de weergave te hervatten.
De vorige opname wordt weergegeven.
De volgende opname wordt weergegeven.
Hiermee stopt u het afspelen.
K-r_OPM_DUT.book Page 244 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
244
2
De diavoorstelling afbreken.
De diavoorstelling wordt beëindigd als u een van de volgende handelingen uitvoert tijdens weergave of pauze.
- u drukt op de vierwegbesturing ( 3 )
- u drukt op de knop Q
- u drukt op de knop 3
- u drukt de ontspanknop tot halverwege of helemaal in
- u draait aan de functiekiezer
- u drukt op de knop = / L
*1 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de normale weergavestand.
*2 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de opnamestand.
Bij video wordt het eerste beeldje weergegeven; na het verstrijken van het interval wordt het tweede beeldje weergegeven. Als u een video als zodanig wilt afspelen tijdens een diavoorstelling, drukt u bij weergave van het eerste beeldje op de knop 4 . Nadat de video is afgespeeld, wordt de diavoorstelling hervat.
7
K-r_OPM_DUT.book Page 245 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen roteren
U kunt een weergegeven opname in stappen van 90° tegen de wijzers van de klok in roteren en de geroteerde opname opslaan. De rotatiegegevens van de opname worden bewaard bij de opname en bij weergave wordt de opname verticaal weergegeven.
• Als [18. Rotatie-info opslaan] in het menu [ A
ingesteld is op [Uit], worden bij het maken van opnamen de rotatiegegevens van de opname niet opgeslagen.
• Als [Auto opnamerotatie] (p.232) in het menu [
Q Weergeven 1] ingesteld is op O (Aan), wordt de opname met rotatiegegevens tijdens weergave automatisch geroteerd.
U kunt de rotatiegegevens van de opname niet wijzigen in de volgende situaties.
- wanneer de opname is beveiligd
- wanneer de rotatiegegevens van de opname niet met de opname zijn opgeslagen
- wanneer [Auto opnamerotatie] (p.232) in het menu [
Q Weergeven 1] ingesteld is op P (Uit)
1
Selecteer de opname die u wilt roteren in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer s (Beeldrotatie) met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk vervolgens op de knop 4 .
De geselecteerde opname wordt geroteerd in stappen van 90° en de vier miniaturen worden weergegeven.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om een gewenste rotatierichting te selecteren en druk op de knop 4 .
De rotatiegegevens van de opname worden opgeslagen.
MENU Annul.
OK OK
7
245
246
K-r_OPM_DUT.book Page 246 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Meerdere opnamen wissen
Geselecteerde opnamen wissen
U kunt verscheidene opnamen tegelijk wissen in de weergave met meerdere opnamen tegelijk.
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
• U kunt maximaal 100 opnamen tegelijkertijd selecteren.
1
Draai de e-knop naar links
(naar f ) in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
7
2
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor het selecteren van de te wissen opnamen wordt weergegeven.
Het scherm voor de weergave met
36 opnamen wordt tijdelijk weergegeven
als [Ins weerg meerd opn] (p.234)
is ingesteld op de weergave van
81 opnamen.
3
Selecteer de te wissen opnamen.
INFO 100-0001
MENU Wissen OK
K-r_OPM_DUT.book Page 247 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing
( 2345 )
4 -knop
Het selectiekader verplaatsen
E-knop
Er wordt een O gezet en de opname wordt geselecteerd. Druk opnieuw op de knop om terug te keren naar P . U kunt geen beveiligde opnamen
( Z ) selecteren.
De geselecteerde opname wordt met het selectiekader weergegeven op het hele scherm.
Als de opname schermvullend wordt weergegeven, drukt u op de vierwegbesturing ( 45 ) om de vorige of volgende opname weer te geven.
4
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
5
Selecteer [Kiezen & wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Alle geselecteerde beelden worden gewist
6
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde opnamen worden gewist.
MENU
Kiezen & wissen
Annuleren
OK OK
7
247
Een map wissen
U kunt een geselecteerde map en alle opnamen in de map wissen.
1
Draai de e-knop twee klikken naar links (naar f ) in de weergavestand.
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 248 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
248
7
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om een map te selecteren die u wilt wissen en druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen van de map verschijnt.
100
103
101
104
12345
102
105
100_0105
3
Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
100_0105
Alle beelden in de geselecteerde map worden gewist
Wissen
Annuleren
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde map en alle opnamen in de map worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm weergegeven als er beveiligde opnamen zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles handhaven] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook beveiligde opnamen gewist.
3 opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
Alles wissen
Alles handhaven
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 249 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Alle opnamen wissen
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
1
Kies [Alle opnamen verwijderen] in het menu
[ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het wissen van alle opnamen wordt weergegeven.
2
Selecteer [Alle opnamen verwijderen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Alle opnamen worden uit geheugen verwijderd
Alle opnamen verwijderen
Annuleren
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
Alle opnamen worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm weergegeven als er beveiligde opnamen zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles handhaven] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook beveiligde opnamen gewist.
3 opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
Alles wissen
Alles handhaven
OK OK
7
249
250
K-r_OPM_DUT.book Page 250 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd.
7
Eén opname beveiligen
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om Z
(Beveiligen) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor het selecteren van de beveiligingsmethode wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Enkel beeld
Alle beelden
MENU
4
Selecteer een opname om te beveiligen met de vierwegbesturing ( 45 ).
5
Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Selecteer [Beveiliging opheffen] om de beveiliging van de opname te annuleren.
Beveiligen
Beveiliging opheffen
OK OK
MENU OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 251 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
Druk op de knop 4 .
De opname wordt beveiligd en het pictogram Y wordt rechts boven in het scherm weergegeven.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 als u nog meer opnamen wilt beveiligen.
7
Druk op de knop 3 .
De camera keert terug naar de weergavestand.
Alle opnamen beveiligen
1
Selecteer [Alle beelden] in stap 3 op p.250 en druk op de knop 4 .
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Beveiligen] te selecteren en druk op de knop 4 .
Alle beelden beveiligen
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd.
Selecteer [Beveiliging opheffen] om de beveiliging van alle opnamen te annuleren.
MENU
Beveiligen
Beveiliging opheffen
OK OK
7
251
252
K-r_OPM_DUT.book Page 252 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat
U kunt de camera aansluiten op een TV of ander apparaat met een videoingang en opnamen weergeven. Gebruik de optionele AV-kabel I-AVC7.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open het klepje van de aansluitingen, richt de pijl op de AV-kabel naar de markering 2 op de camera en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
7 3
Sluit het andere uiteinde van de AV-kabel aan op de video-ingang van het audiovisuele apparaat.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in de videostand en de cameragegevens worden weergegeven op het scherm van het aangesloten AV-apparaat.
• Als u van plan bent de camera langdurig continu te gebruiken, wordt gebruik
van de (optionele) netvoedingsadapterset K-AC109 aanbevolen. (p.53)
• Als uw AV-apparaat meerdere video-ingangen heeft, raadpleeg dan de handleiding van het AV-apparaat en selecteer een geschikte videoingang waarop de camera wordt aangesloten.
• U kunt het volume niet op de camera regelen als die is aangesloten op een
AV-apparaat. Regel het volume dan op het AV-apparaat.
K-r_OPM_DUT.book Page 253 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Het video-uitgangssignaal selecteren
Als voor thuistijd de standaardinstelling is geselecteerd (p.63), wordt het
video-uitgangssignaal gebruikt dat voor die regio het standaardsignaal is.
Afhankelijk van het land of de regio kan het gebeuren dat de opnamen niet met dat signaal kunnen worden afgespeeld. Als dat het geval is, kiest u een ander video-uitgangssignaal.
1
Selecteer [Video uit] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [NTSC] of [PAL] te selecteren en druk op de knop 4 .
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Copyrightinformatie
MENU Annul.
±0
NTSC
Dat,
OK OK
3
Druk op de knop 3 .
Het videosignaal wordt ingesteld.
Het video-uitgangssignaal verschilt per regio. Als u [De tijd instellen] bij
de instelling voor wereldtijd (p.280) instelt op
X (Bestemmingstijd), wordt het video-uitgangssignaal aangepast aan dat van de desbetreffende stad.
7
253
254
K-r_OPM_DUT.book Page 254 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamegegevens uitwisselen met andere apparaten
Deze camera is uitgerust met infraroodtransmissie (IrSimple/IrSS) waarmee u opnamegegevens kunt verzenden naar mobiele telefoons en printers, en een duelspel kunt spelen met andere W camera’s.
7
Opnamegegevens verzenden en ontvangen via infraroodtransmissie
U kunt opnamegegevens verzenden naar en ontvangen van andere
W camera’s en andere apparaten die infraroodtransmissie ondersteunen, zoals mobiele telefoons.
• Blokkeer de infraroodpoort niet tijdens infraroodtransmissie.
• Infraroodtransmissie werkt mogelijk niet goed als de infraroodpoort vuil is.
Maak, indien nodig, de poort schoon met een zachte droge doek.
• Transmissie van gegevens wordt mogelijk niet correct uitgevoerd onder direct zonlicht, onder directe TL-verlichting of in de buurt van infraroodapparaten.
Alleen JPEG-bestanden kunnen worden verzonden en ontvangen.
1
Als u een opname wilt verzenden via infraroodtransmissie, selecteer dan eerst de opname in de weergavestand.
2
Selecteer [IrSimple] in het menu [ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [IrSimple] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Autom. grootte wijzig.] te selecteren en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
K-r_OPM_DUT.book Page 255 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de opnameresolutie te selecteren en druk op de knop 4 .
IrSimple
Verzenden en ontvangen
Autom. grootte wijzig.
Transmissiemethode
2
0.3
M
M
OFF
MENU Annul.
OK OK i
Wanneer de opnameresolutie groter is dan i , wordt voor de opname de grootte i of lager geselecteerd.
(Standaardinstelling)
Z
Wanneer de opnameresolutie groter is dan Z , wordt voor de opname de grootte Z of lager geselecteerd.
OFF De grootte van de opname wordt niet gewijzigd.
5
Wijzig, indien nodig, de instelling van
[Transmissiemethode].
stand. (IrSimple)
Uitwisseling van gegevens met het andere apparaat in twee richtingen. (Standaardinstelling)
IrSS
Verzorgt gegevenstransmissie slechts in één richting en accepteert geen antwoorden of verzoeken voor hernieuwde verzending van het andere apparaat.
Selecteer deze instelling als het andere apparaat dit voorschrijft.
6
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Verzenden en ontvangen] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm verschijnt waarin kan worden geselecteerd of gegevens worden verzonden of ontvangen.
7
255
K-r_OPM_DUT.book Page 256 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
256
7
Breng de infraroodpoorten van uw camera en het andere apparaat dicht bij elkaar in de buurt.
Activeer de infraroodtransmissie op het andere apparaat.
Transmissie is mogelijk binnen een afstand van 20 cm, in een stralingshoek tot 15 graden vanaf het midden.
20 cm
15°
7
8
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Verzenden] of [Ontvangen] te selecteren en druk op de knop 4 .
IrSimple
100-0001
[Bezig met verzenden] of [Bezig met ontvangen] verschijnt en de gegevenstransmissie wordt uitgevoerd.
Verzenden
Ontvangen
INFO Instelling
MENU Einde
Beweeg de camera niet totdat de transmissie voltooid is.
Als de gegevenstransmissie met succes uitgevoerd is, verschijnt
[Verzending voltooid] of [Ontvangst voltooid].
OK OK
U kunt een gegevenstransmissie uitvoeren vanuit i (IrSimple) in het weergavepalet als de instellingen voor [Autom. grootte wijzig.] en [Transmissiemethode] niet gewijzigd worden.
K-r_OPM_DUT.book Page 257 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Een duelspel spelen met gebruik van uw opnamen (Opnamen vergelijken)
U kunt een spel spelen met andere W camera’s met gebruik van infraroodtransmissie.
• Alleen JPEG-bestanden en RAW-bestanden die met deze camera zijn gemaakt, kunnen worden gebruikt voor het vergelijken van opnamen in een duel.
• Bij vergelijking van opnamen in een duel wordt voor infraroodtransmissie gebruikgemaakt van de IrDA-methode, ongeacht de instelling van [IrSimple] in het menu [ Q Weergeven 1].
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om j
(Duelbeelden) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een opname te kiezen die u wilt gebruiken.
MENU
Uitdaging aanvaarden
Uitdaging sturen
Score
OK OK
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Uitdaging aanvaarden] of [Uitdaging sturen] te selecteren en druk op de knop 4 .
Als uw tegenstander [Uitdaging aanvaarden] selecteert, selecteer dan
[Uitdaging sturen].
[Communicatie bezig] verschijnt en de gegevenstransmissie wordt uitgevoerd.
Als de gegevenstransmissie met succes uitgevoerd is, verschijnt de opname van uw tegenstander in de rechterzijde van het scherm
[Uw beeld voorbereiden].
7
257
K-r_OPM_DUT.book Page 258 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
258
7
5
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de parametervolgorde te selecteren die u wilt gebruiken.
De gevechtskracht wordt berekend op basis van de opnameomstandigheden.
Uw beeld voorbereiden
Start
?
?
?
RIVAL YOU
1
2
3
MENU OK OK
6
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Start] te selecteren en druk op de knop 4 .
Nadat [Communicatie bezig] verschijnt, wordt het duel gestart.
Na afloop van het duel verschijnen de resultaten.
7
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar de weergave van één enkele opname.
YOU
Uw beeld voorbereiden
YOU
1
2
3
MENU
Start
De winnaar is. . .
?
?
?
OK OK
RIVAL
RIVAL
Winnaar
OK Einde
• De opname die is verzonden door uw tegenstander, wordt niet opgeslagen.
• Als u in stap 3 de optie [Score] selecteert, kunt u het aantal duels controleren dat u hebt gewonnen en verloren, en welke in gelijkspel zijn geëindigd. Druk op de knop | in dit scherm als u de score wilt resetten.
Gewonnen
Verloren
Score
10
200
• Als de gegevenstransmissie niet correct is uitgevoerd of onderbroken werd, dan verschijnt het bericht [Communicatie kan niet tot stand gebracht worden].
Gelijk spel
Reset
1
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 259 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
8
Opnamen verwerken
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u gemaakte opnamen verwerkt en RAW-opnamen bewerkt.
Het opnameformaat wijzigen ............................ 260
Opnamen bewerken met digitale filters ........... 264
RAW-opnamen ontwikkelen ..............................270
260
K-r_OPM_DUT.book Page 260 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Het opnameformaat wijzigen
Opnameresolutie en kwaliteitsniveau van een opname wijzigen, en de opname opslaan als een nieuw bestand.
8
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wijzigen (Resize)
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau van de geselecteerde opname wijzigen en de opname opslaan als een nieuw bestand.
De opnameresolutie kan worden verlaagd zonder de kwaliteit nadelig te beïnvloeden.
• U kunt alleen het formaat van JPEG-opnamen wijzigen die zijn gemaakt met deze camera.
• U kunt geen hogere resolutie selecteren dan die van de originele opname.
• Het formaat van opnamen waarvan het formaat met deze camera al is aangepast tot Z , kan niet worden gewijzigd.
1
Selecteer de opname waarvan u het formaat wilt wijzigen, in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om n (Formaat wijzigen) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor het selecteren van de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wordt weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 261 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Druk op de vierwegbesturing
( 45 ) om het gewenste opnameformaat te selecteren.
U kunt een van de opnameformaten kiezen, te beginnen bij één formaat kleiner dan dat van de originele opname.
Welke formaten u kunt selecteren, is afhankelijk van het oorspronkelijke opnameformaat en de verhoudingen.
MENU
12
M
10
M
5
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer het kwaliteitsniveau met de vierwegbesturing ( 45 ).
U kunt kiezen uit C , D en E .
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De opname met het aangepaste formaat wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
Opslaan als
Annuleren
MENU
OK
OK
261
8
262
K-r_OPM_DUT.book Page 262 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Uitsneden maken (Cropping)
Alleen het gewenste gebied van de geselecteerde opname wordt uitgesneden en opgeslagen als een nieuwe opname. De verhoudingen kunnen ook worden gewijzigd.
• U kunt alleen JPEG- en RAW-opnamen uitsnijden die zijn gemaakt met deze camera.
• Opnamen waarvan het formaat met deze camera al is aangepast tot
S of Z , kunnen niet worden uitgesneden.
1
Selecteer in de weergavestand de opname die u wilt uitsnijden.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om o
(Bijsnijden) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het uitsnijkader waarmee u bepaalt welk deel u wilt uitsnijden en welke afmetingen dat deel krijgt, wordt weergegeven.
8
K-r_OPM_DUT.book Page 263 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Selecteer het formaat en de positie van het uitsnijkader.
MENU INFO
3:2
OK
Beschikbare bewerkingen
E-knop Wijzigen van de grootte van het uitsnijkader
Vierwegbesturing
( 2345 )
Het uitsnijkader verplaatsen.
M -knop De verhoudingen wijzigen. Kies tussen [3:2], [4:3],
[16:9] en [1:1]. De opname kan ook worden geroteerd van -45° t/m +45° in stappen van 1°.
Verhoudingen
Beeldrotatie
3:2
±0°
MENU
Knop | Het uitsnijkader roteren in stappen van 90°. | wordt alleen weergegeven als het uitsnijkader kan worden geroteerd.
5
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De uitgesneden afbeelding wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
Opslaan als
Annuleren
MENU OK
8
263
264
K-r_OPM_DUT.book Page 264 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen bewerken met digitale filters
8
U kunt gemaakte opnamen bewerken met gebruik van digitale filters.
De volgende filters zijn beschikbaar.
Filternaam
Speels
Retro
Sterk contrast
Schetsfilter
Aquarel
Pastel
Posterisatie
Miniatuur
Aanpass. basisparam.
Effect
Voor opnamen die eruit zien alsof ze zijn gemaakt met een speelgoedcamera.
Parameter
Niveau schaduwwerking: +1 t/m +3
Onscherpte: +1 t/m +3
Toonreductie: Rood/Groen/Blauw/Geel
Voor ouderwets uitziende opnamen.
Kleur aanpassen (B-A): 7 niveaus
Beeldinkadering: Geen/Dun/Normaal/Dik
Voor opnamen met een verhoogd contrast.
Maakt een opname die oogt alsof deze met een potlood is getekend.
+1 t/m +5
Contrast: Zwak/Normaal/Sterk
Scratch effect: OFF/ON
Voor opnamen die geaquarelleerd lijken.
Intensiteit: +1 t/m +3
Kleurverzadiging: OFF/Zwak/
Normaal/Sterk
Voor opnamen die eruit zien alsof ze zijn getekend met krijt.
Reduceert de toon van de opname zodanig dat een opname wordt gecreëerd die oogt alsof die met de hand is getekend.
Zwak/stand./sterk
+1 t/m +5
Een deel van de opname onscherp maken om een miniatuur na te bootsen.
Basisparameters aanpassen om de gewenste afbeelding te verkrijgen.
In-Focus vlak: –3 t/m +3
Breedte: Smal/Gemiddeld/Breed
Hoek: Zijkant/Verticaal/Positieve helling/
Negatieve helling
Onscherpte: +1 t/m +3
Helderheid: –8 t/m +8
Kleurverzadiging: –3 t/m +3
Tint: –3 t/m +3
Contrast: –3 t/m +3
Scherpte: –3 t/m +3
K-r_OPM_DUT.book Page 265 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
265
Filternaam
Monochroom
Effect
Voor monochrome opnamen zoals zwart-witopnamen.
Parameter
Filtereffect: OFF/Rood/Groen/Blauw/
Infraroodfilter
Kleur aanpassen (B-A): 7 niveaus
Kleur
Een kleurfilter over de opname leggen.
Keuze uit 18 filters
(6 kleuren × 3 tinten).
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/Cyaan/
Groen/Geel
Kleurdichtheid: Licht/Standaard/Donker
Kleurextractie
Hiermee worden twee specifieke kleuren onttrokken en wordt de rest van de opname zwart-wit.
Onttrokken kleur 1: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel
Onttrekbaar kleurbereik 1: -2 t/m +2
Onttrokken kleur 2: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel/OFF
Onttrekbaar kleurbereik 2: -2 t/m +2
Soft focus: +1 t/m +3
Soft
Sterren
Fisheye
Vlak
HDR
Voor opnamen met een soft focus over het hele beeld.
Voor nachtopnamen of opnamen van door water gereflecteerd licht met een speciale schittering die wordt bereikt door aan de lichte gebieden extra glitter toe te voegen.
Voor opnamen die eruitzien alsof ze zijn gemaakt met een fish-eye-objectief.
De horizontale en verticale verhouding van opnamen wijzigen.
Voor opnamen die eruit zien als een opname met een groot dynamisch bereik.
Schaduwonscherpte: UIT/AAN
Vorm: Kruis/Ster/Hart/Muzieknoot
Aantal lichtbronnen:
Klein/Normaal/Groot
Formaat: Klein/Normaal/Groot
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Zwak/Normaal/sterk
-8 t/m +8
Zwak/Normaal/sterk
8
K-r_OPM_DUT.book Page 266 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
266
Filternaam
Aangepast filter
Effect
Voor het maken en opslaan van naar eigen wens gemaakte filters.
Parameter
Sterk contrast: UIT/+1 t/m +5
Soft focus: UIT/+1 t/m +3
Toonreductie: OFF/Rood/Groen/
Blauw/Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: -3 to +3
Vervormingstype: 3 typen
Mate van vervorming: OFF/Zwak/
Normaal/sterk
Kleur inverteren: UIT/AAN
Alleen JPEG-bestanden en RAW-bestanden die met deze camera zijn gemaakt, kunnen worden bewerkt met het digitale filter.
8
Het digitale filter toepassen
1
Selecteer in de weergavestand de opname waarop u een digitaal filter wilt toepassen.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om D
(Digitaal filter) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van een filter verschijnt.
4
Kies een filter met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Nadat u een filter hebt geselecteerd, kunt u het effect daarvan controleren op het scherm.
U kunt een andere opname selecteren door aan de e-knop te draaien.
MENU Einde OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 267 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om een parameter te selecteren en de vierwegbesturing ( 45 ) om de waarde te wijzigen.
267
OK OK MENU MENU
Kleurfilter Vlak-filter
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Combinatie van filters gebruiken] of [Opslaan als] te selecteren.
Selecteer [Combinatie van filters gebruiken] als u nog meer filters wilt toepassen op dezelfde opname.
Combinatie van filters gebruiken
Opslaan als
Annuleren
MENU OK OK
8
Druk op de knop 4 .
Als u [Combinatie van filters gebruiken] selecteert, keert de camera terug naar stap 4.
Als u [Opslaan als] selecteert, wordt de met het filter bewerkte opname als een nieuwe opname opgeslagen.
U kunt voor dezelfde opname maximaal 20 filters combineren, inclusief een
digitaal filter dat werd gebruikt tijdens het maken van de opname (p.162).
8
K-r_OPM_DUT.book Page 268 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
268
8
Filtereffecten kopiëren
De instellingen van een opname met filtereffecten ophalen en diezelfde filters toepassen op andere opnamen.
1
Selecteer in de weergavestand een opname waarop filters zijn toegepast.
2
Selecteer D (Digitaal filter) in het weergavepalet.
3
Selecteer [Filtereffecten opnieuw maken] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken De geschiedenis van de filterinstelling voor de geselecteerde opname wordt weergegeven.
Oorspr. opname zoeken
MENU OK OK
4
Druk op de knop M om de details van de parameters weer te geven.
U kunt de filterparameters controleren.
1.
2.
3.
4.
MENU
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
INFO Details
13.
14.
15.
16.
17. - -
18. - -
19. - -
20. - -
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 269 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
6
Selecteer een opname waarop u dezelfde filterinstellingen wilt toepassen met de vierwegbesturing ( 45 ) en druk op de knop 4 .
U kunt alleen opnamen selecteren die nog niet met een filter zijn bewerkt.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De met het filter verwerkte opname wordt opgeslagen als een nieuwe opname.
MENU
MENU
Opslaan als
Annuleren
OK OK
OK OK
269
Zoeken naar de oorspronkelijke opname
Zoeken naar de opname in de staat vóór het toepassen van het filtereffect en die opname weergeven.
1
Selecteer [Oorspr. opname zoeken] in stap 3 op p.268 en druk op de knop 4 button.
De oorspronkelijke opname (van voor het toepassen van het filter) wordt opgehaald.
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken
Oorspr. opname zoeken
MENU OK OK
8
Als de oorspronkelijke opname niet meer opgeslagen is op de
SD-geheugenkaart, wordt het bericht [Originele opname zonder toegepast digitaal filter niet gevonden] weergegeven.
270
K-r_OPM_DUT.book Page 270 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt RAW-bestanden omzetten in JPEG-bestanden.
U kunt alleen RAW-opnamen bewerken die zijn gemaakt met deze camera.
RAW-opnamen en JPEG-opnamen gemaakt met andere camera’s, kunnen met deze camera niet worden bewerkt.
8
Eén RAW-opname ontwikkelen
1
Selecteer in de weergavestand een RAW-opname.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer h (RAW-ontwikkeling) met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van een ontwikkelmethode wordt weergegeven.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Eén opname ontwikkelen] te selecteren en druk op de knop 4 .
Eén opname ontwikkelen
Meerdere opnamen ontwikkelen
MENU
De in het opnamebestand opgenomen parameters worden weergegeven.
U kunt een andere opname selecteren door aan de e-knop te draaien.
Zie “Parameters opgeven” (p.273)
als u vóór het ontwikkelen de parameters wilt opgeven.
RAW JPEG
MENU OK
OK OK
12
M
ISO
NR
100-0001
K-r_OPM_DUT.book Page 271 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
5
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
RAW JPEG
Beeld opslaan als nieuw bestand
De RAW-opname wordt ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
Opslaan als
Annuleren
MENU OK OK
7
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Doorgaan] of [Einde] te selecteren.
Selecteer [Doorgaan] als u nog meer opnamen wilt bewerken.
Opname ontwikkeld en opgeslagen. Doorgaan met ontwikkelen
Doorgaan
Einde
OK OK
8
Druk op de knop 4 .
Als u in stap 7 de optie [Doorgaan] selecteert, dan verschijnt opnieuw het scherm uit stap 4 voor selectie van de parameter.
271
8
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt meerdere RAW-opnamen ontwikkelen met dezelfde instellingen.
1
Selecteer [Meerdere opnamen ontwikkelen] in stap 4 op p.270 en druk op de knop 4 .
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Zie p.234 voor bijzonderheden over bewerkingen die u kunt uitvoeren
in het scherm met meerdere opnamen.
2
Selecteer de RAW-opnamen die u wilt ontwikkelen met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
K-r_OPM_DUT.book Page 272 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
272
3
Druk op de knop M .
Het scherm voor bevestiging van het ontwikkelen verschijnt.
8
4
Selecteer [Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt] of [Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt
Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.
Als u de parameters wilt wijzigen, selecteert u [Opnamen ontwikkelen met
aangepaste instell.]. Zie “Parameters opgeven” (p.273) voor meer informatie.
MENU
Het scherm voor selectie van een parameter verschijnt.
5
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [Resolutie] en [Kwaliteitsniveau] in te stellen.
RAW JPEG
OK OK
12
M
MENU
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
RAW JPEG
Geselecteerde opnamen worden opgeslagen als nieuwe bestanden
De geselecteerde RAW-opnamen worden ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
Opslaan als
Annuleren
MENU
OK
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 273 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
273
Parameters opgeven
Parameters opgeven voor het ontwikkelen van RAW-opnamen.
U kunt de volgende parameters wijzigen.
Parameter
Resolutie
Value
E (4288×2848)/ J (3936×2624)/
P (3072×2048)/ i (1728×1152)
C (Best) / D (Beter) / E (Goed)
Pagina
Kwaliteitsniveau
Aangepaste opname
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/
Levendig/Gedempt/Bleach Bypass/
Diapositieffilm/Monochroom
F (Auto)/ G (Daglicht)/ H (Schaduw)/
^ (Bewolkt)/ J D (Neonlicht Daglicht kleuren)/
J N (Neonlicht Daglicht wit)/ J W (Neonlicht
Koel wit licht)/ J L (Neonlicht Warm wit licht)/
I (Lamplicht)/ L (Flitser)/ f /
K (Manueel)
Gevoeligheid -2,0 t/m +2,0
Ruisond. hoge ISO-wrd Auto/Uit/Zwak/Normaal/Sterk
–
Schaduwcorrectie
Uit/Zwak/Normaal/Sterk
Uit/Aan
Kleurruimte
Uit/Aan sRGB/AdobeRGB
*1 U kunt dit niet instellen voor RAW-opnamen die zijn gemaakt met de functie
Dubbelopnamen.
*2 U kunt dit alleen selecteren als er een compatibel objectief is bevestigd. (p.219)
8
K-r_OPM_DUT.book Page 274 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
274
1
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) in stap 4 op p.270 om de parameter te kiezen die u wilt wijzigen.
RAW JPEG
12
M
ISO
NR
8
MENU OK 100-0001
2
Wijzig de waarde met de vierwegbesturing ( 45 ).
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het instellingenscherm voor witbalans en Aangepaste opname weer te geven.
3
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
4
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De RAW-opname wordt ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
• U kunt het achtergrondbeeld niet opslaan en Digitaal voorbeeld niet gebruiken met Witbalans en Aangepaste opname.
• Als de witbalans is ingesteld op K (Manueel), drukt u op de knop m c als u het meetscherm wilt weergeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 275 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
9
Andere instellingen wijzigen
In dit hoofdstuk wordt het wijzigen van overige instellingen besproken.
Werken met het menu Set-up ............................ 276
Een SD-geheugenkaart formatteren ................. 278
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal, de datum en tijd en de weergavetaal ............................................279
Weergave van monitor en menu’s aanpassen ... 284
Map/bestandsnummer instellen ....................... 289
De stroominstellingen selecteren .....................291
Fotograafgegevens instellen ............................ 293
De DPOF-instellingen uitvoeren ....................... 295
Corrigeren van defecte pixels in de CMOSsensor (Pixeluitlijning) .........................................297
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera (Geheugen) .................................. 298
276
K-r_OPM_DUT.book Page 276 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Werken met het menu Set-up
Algemene camera-instellingen verrichten in het menu [ R Instellen].
Zie “De menu’s gebruiken” (p.40) voor meer informatie over het werken met
de menu’s.
9
Items van het menu Set-up
Voer de volgende instellingen uit in de menu’s [ R Instellen 1-4].
Druk op de knop 3 in de opname-/weergavestand en gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) of de e-knop om de [ R Instellen 1-4]-menu’s op te roepen.
Menu
R
R
1
2
Onderdeel
Language/
Wereldtijd
Signaal u
Datum instellen
Tekstformaat
Hulpdisplay
Functie
Wijzigt de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven.
Stelt de datumindeling en de tijd in.
Toont bij reizen naar het buitenland op de monitor, behalve de huidige locatie, ook de lokale datum en tijd van de opgegeven stad in het buitenland.
Stelt de tekstgrootte in van een item dat is geselecteerd in de betreffende menuschermen.
Schakelt het geluidssignaal in/uit en wijzigt het volume hiervan.
Stelt in of indicaties al dan niet op de monitor worden weergegeven.
Pagina
Statusscherm
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Stelt de weergavekleur van het statusscherm en bedieningspaneel in.
Wijzigt de helderheid van de monitor.
Stelt de kleur van de monitor in.
Stelt het uitgangssignaal in bij aansluiting
op een AV-apparaat met een video-ingang. p.253
Stelt de USB-aansluitfunctie in bij aansluiting op een computer.
Stelt het systeem van de mapnaaminstelling in voor de map waarin opnamen moeten worden opgeslagen.
K-r_OPM_DUT.book Page 277 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Menu
R
R
R
2
3
4
Onderdeel
Nieuwe map maken
Copyrightinformatie
Auto Uitsch.
AA-batterij
Reset
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
Functie
Maakt een nieuwe map aan op de SD-geheugenkaart.
Sluit informatie over de fotograaf en copyright in Exif in.
Stelt de tijd in totdat de camera automatisch wordt uitgeschakeld
Selecteert het type AA-batterijen dat in de camera wordt gebruikt.
Voert een reset uit van alle instellingen.
Brengt defecte pixels van de CMOS-sensor in kaart en corrigeert deze.
Detecteert stof op de CMOS-sensor.
Reinigt de CMOS-sensor door die te schudden.
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte stand om de CMOS-sensor te kunnen reinigen met een blaasbalgje.
Formatteert een SD-geheugenkaart
Pagina
277
Menu [ R Instellen 1]
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Signaal
Hulpdisplay
Statusscherm
MENU Einde
Stand.
3sec
Menu [ R Instellen 2]
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Copyrightinformatie
MENU Einde
±0
PAL
MSC
Dat,
9
Menu [ R Instellen 3]
Auto Uitsch.
AA-batterij
Reset
1 2 3 4
1min
AUTO
MENU Einde
Menu [ R Instellen 4]
1 2 3 4
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
MENU Einde
278
K-r_OPM_DUT.book Page 278 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Een SD-geheugenkaart formatteren
9
Gebruik deze camera om een SD-geheugenkaart te formatteren
(initialiseren) die nog niet of op andere camera’s of andere digitale apparaten is gebruikt.
Bij formatteren worden alle opgeslagen gegevens van de SD-geheugenkaart gewist.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
Wees dus voorzichtig.
1
Selecteer [Formatteren] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
2
Selecteer [Formatteren] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Formatteren
Alle gegevens worden gewist
Formatteren
Annuleren
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
Het formatteren begint.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven als het formatteren is voltooid.
Als u een SD-geheugenkaart formatteert, wordt het volumelabel “K-r” aan de kaart toegewezen. Als de W wordt aangesloten op een computer, wordt de SD-geheugenkaart herkend als een verwisselbare schijf met
K-r_OPM_DUT.book Page 279 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal, de datum en tijd en de weergavetaal
Het geluidssignaal instellen
U kunt het geluidssignaal van de camera aan- of uitzetten, of het volume hiervan wijzigen. Standaard zijn alle items ingesteld op O (Aan), en is het volumeniveau ingesteld op [3]. U kunt de volgende zes items instellen.
• Scherpgesteld
• AE-L (bedieningsgeluid Belichtingsgeheugen)
• Zelfontspanner
• Afstandsbediening
• 1x voor bestandsformaat (bedieningsgeluid wanneer [1x voor bestandsform.] is toegewezen aan de knop | )
• Gedurende 1 seconde op OK drukken. (bedieningsgeluid wanneer wijziging van het AF-punt ingeschakeld of uitgeschakeld is)
1
Selecteer [Signaal] in het menu [ R Instellen 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Signaal 1] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om het volume te wijzigen.
Kies uit zes niveaus. Met de waarde 0 zet u alle geluidssignalen uit.
3
Selecteer een item met de vierwegbesturing ( 23 ).
Signaal
Volume
1 2
Draai aan de e-knop om het scherm
[Signaal 2] op te roepen.
Scherpgesteld
AE-L
Zelfontspanner
Afstandsbediening
1x voor bestandsform.
MENU
4
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
9
279
K-r_OPM_DUT.book Page 280 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
280
5
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
De datum- en tijdweergave wijzigen
U kunt de aanvankelijke datum- en tijdinstellingen wijzigen en de notatie hiervan instellen. Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd] voor de datumnotatie, en selecteer [12h] (12-uursweergave) of [24h]
(24-uursweergave) voor de tijdnotatie.
Stel deze functie in bij [Datum instellen] in het menu [ R
1
Datum en tijd instellen (p.67)
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd dd/mm/jj
01 / 01 / 2010
24h instellingen voltooid
MENU Annul.
9
Wereldtijd instellen
De datum en tijd die u selecteert bij “Basisinstellingen” (p.63) zijn de datum
en tijd van uw huidige locatie.
Door de bestemming bij [Wereldtijd] in te stellen kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de monitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu [ R Instellen 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om X (Bestemmingstijd) of W (Thuistijd) te selecteren voor [De tijd instellen].
Wereldtijd
De tijd instellen
Bestemmingstijd
Londen
De datum en tijd op het hulpdisplay en bedieningspaneel worden op deze instelling gebaseerd.
Thuistijd
Amsterdam
MENU
K-r_OPM_DUT.book Page 281 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het selectiekader wordt verplaatst naar X (De instelling voor
Bestemmingstijd).
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [ X Bestemmingstijd] verschijnt.
5
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een plaats van bestemming.
Bestemmingstijd
Draai aan de e-knop om een andere regio te selecteren.
De locatie, het tijdverschil en de huidige tijd van de geselecteerde stad verschijnen.
Londen
Zomertijd
MENU Annul.
00:00
10:00
OK OK
6
Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing ( 3 ).
7
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
Selecteer O als de stad van bestemming de zomertijd (DST) hanteert.
8
Druk op de knop 4 .
De instelling van de bestemming wordt opgeslagen en de camera keert terug naar het scherm [Wereldtijd].
9
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
281
9
• Zie “Lijst met steden voor wereldtijd Steden” (p.282) voor steden die als
bestemming kunnen worden geselecteerd.
• Selecteer W (Thuistijd) in stap 2 om de plaats en de zomertijdinstelling te selecteren.
• X verschijnt op het hulpdisplay en bedieningspaneel wanneer [De tijd instellen] is ingesteld op X
• Als u [De tijd instellen] wijzigt in X (Bestemmingstijd), verandert de instelling
voor het videosignaal (p.253) in het videosignaalformaat van die stad.
K-r_OPM_DUT.book Page 282 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
282
9
Lijst met steden voor wereldtijd Steden
Regio
Noord-
Amerika
Midden- en
Zuid-Amerika
Europa
Sao Paulo
Rio de Janeiro
Lissabon
Madrid
Londen
Parijs
Amsterdam
Milaan
Rome
Kopenhagen
Berlijn
Praag
Stockholm
Boedapest
Warschau
Athene
Helsinki
Moskou
Stad
Honolulu
Anchorage
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-City
Lima
Santiago
Caracas
Buenos Aires
Regio
Afrika/West-
Azië
Oost-Azië
Stad
Dakkar
Algiers
Johannesburg
Istanboel
Caïro
Jeruzalem
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom-Penh
Ho Chi Minhstad
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoul
Tokio
Guam
K-r_OPM_DUT.book Page 283 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Regio
Oceanië
Stad
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
De weergavetaal instellen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden weergegeven.
De camera ondersteunt de volgende talen: Engels, Frans, Duits, Spaans,
Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools,
Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Traditioneel
Chinees, Vereenvoudigd Chinees en Japans.
Stel deze functie in bij [Language/ u ] in het menu [ R Instellen 1] (p.276).
1
De weergavetaal instellen (p.63)
283
MENU Cancel OK OK
9
284
K-r_OPM_DUT.book Page 284 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Weergave van monitor en menu’s aanpassen
Het tekstformaat instellen
U kunt de tekstgrootte van een item dat is geselecteerd in de betreffende menu’s, instellen op [Stand.] (normale weergave) of [Groot] (vergrote weergave).
Stel deze functie in bij [Tekstformaat] in het menu [ R
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Signaal
Hulpdisplay
Statusscherm
MENU Annul.
Stand.
Groot
3sec
OK OK
9
De tijd voor weergave van het hulpdisplay instellen
Geef de tijdsduur op dat bedieningsaanwijzingen moeten worden weergegeven op de monitor als de camera wordt aangezet of als een
andere opnamestand wordt geselecteerd. (p.27)
U kunt kiezen tussen [3sec] (standaardinstelling), [10sec], [30sec] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Hulpdisplay] in het menu [ R Instellen 1] (p.276).
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Signaal
Hulpdisplay
Statusscherm
MENU Annul.
3sec
10sec
30sec
Uit
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 285 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Instellen welke menutab als eerste wordt weergegeven
Stel in welke menutab als eerste op de monitor moet worden weergegeven als de knop 3 wordt ingedrukt.
1
Selecteer [19. Menulocatie opslaan] in het menu [ A Pers.instelling 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [19. Menulocatie opslaan] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Menulocatie resetten] of [Menulocatie opslaan] te selecteren en druk op de knop 4 .
19.
Menulocatie opslaan
1
2
Menulocatie resetten
Menulocatie opslaan
Door de menuknop in te drukken wordt de laatst gebruikte menutab getoond
MENU Annul.
OK OK
1 Menulocatie resetten
2 Menulocatie opslaan
Het menu [ A Opnamemodus 1] (het menu
[ Q Weergeven 1] in de weergavestand) wordt altijd als eerste weergegeven.
(Standaardinstelling)
De laatst geselecteerde menutab wordt als eerste weergegeven.
3
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
285
K-r_OPM_DUT.book Page 286 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
286
De statusschermweergave instellen
U kunt de weergavekleur van het statusscherm en bedieningspaneel instellen.
1
Selecteer [Statusscherm] in het menu [ R Instellen 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Statusscherm] wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een keuze te maken uit zes weergavekleuren.
Statusscherm
Weerg. kleur 1
1/ 125
F 5.6
MENU
3
Druk twee keer op de knop 3 .
De weergavekleur van het statusscherm en bedieningspaneel worden gewijzigd.
9
De weergave voor Momentcontrole instellen
U kunt instellen hoe Momentcontrole moet worden uitgevoerd.
1
Kies [Momentcontrole] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Momentcontrole] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een weergavetijd te selecteren.
Momentcontrole
Weergavetijd
Histogram
Licht/donker geb
Momentcontr. vergrot.
1sec
3sec
5sec
Uit
MENU Annul.
OK OK
K-r_OPM_DUT.book Page 287 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Druk op de knop 4 .
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Histogram],
[Licht/donker geb] of [Momentcontr. vergrot.] te selecteren.
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als [Momentcontr. vergrot.] ingesteld is op O (standaardinstelling), kunt
u de opname vergroten met de e-knop. (p.233)
6
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
287
De helderheid van de monitor aanpassen
U kunt de helderheid van de monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de monitor moeilijk leesbaar is.
1
Kies [Helderheid] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Helderheid] verschijnt.
2
Pas de helderheid aan met de vierwegbesturing ( 45 ).
U kunt een keuze maken uit
15 helderheidsniveaus.
De waarde wordt gereset naar ±0 als de knop | wordt ingedrukt.
Helderheid
±0 MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
288
K-r_OPM_DUT.book Page 288 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De kleur van de monitor aanpassen
U kunt de kleur van de monitor aanpassen.
1
Selecteer [LCD-kleur instellen] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [LCD-kleur instellen] wordt weergegeven.
2
Pas de kleur aan.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven niveaus (225 patronen) beschikbaar.
9
±0 ±0
MENU Annul.
±0 OK OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 ) Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G) en magenta (M).
Vierwegbesturing ( 45 ) Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B) en amber (A).
Knop | De aanpassingswaarde wordt hersteld.
E-knop Een opgeslagen opname weergeven op de achtergrond, zodat u de kleur kunt aanpassen terwijl de opname wordt weergegeven. Dit is een handige functie om de kleur van monitor af te stemmen op die van een computerscherm.
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
K-r_OPM_DUT.book Page 289 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Map/bestandsnummer instellen
De mapnaaminstelling wijzigen
U kunt een mapnaaminstelling kiezen voor de map waarin de opnamen moeten worden opgeslagen.
Dat,
PENTX
De twee cijfers van de maand en dag waarop de opname is gemaakt, worden in de mapnaam opgenomen in de notatie [xxx_MMDD]. [xxx] is een rangnummer van 100 t/m 999. [MMDD] (maand en dag) wordt weergegeven in de notatie die ingesteld is bij [Datum instellen]
(p.280) (standaardinstelling).
Voorbeeld) 101_0125: map voor opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
De mapnaam wordt toegewezen in de notatie [xxxPENTX].
Voorbeeld) 101PENTX
Stel deze functie in bij [Mapnaam] in het menu [ R Instellen 2] (p.276).
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Copyrightinformatie
MENU Annul.
±0
PAL
MSC
Dat,
PENTX
OK OK
Nieuwe mappen aanmaken
Maakt een nieuwe map aan op een SD-geheugenkaart. Er wordt een map aangemaakt met het nummer dat volgt op het nummer van de map die momenteel wordt gebruikt.
1
Selecteer [Nieuwe map maken] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Nieuwe map maken] verschijnt.
9
289
K-r_OPM_DUT.book Page 290 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
290
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Map maken] te selecteren en druk op de knop 4 .
Er wordt een map met een nieuw nummer aangemaakt.
Nieuwe map maken
Maakt een nieuwe opslagmap met de volgende naam:
101 PENTX
Map maken
Annuleren
OK OK
Met deze procedure kan slechts één map worden aangemaakt. U kunt niet meerdere lege mappen achter elkaar aanmaken.
9
Bestandsnummer instellen
U kunt een methode opgeven voor het toewijzen van een bestandsnummer aan een opname als die in een nieuwe map wordt opgeslagen. Stel deze methode in bij [Bestandsnummer] bij [Geheugen]
A Opnamemodus 4].
O
P
Het bestandnummer van de opname die als laatste is opgeslagen in de vorige map wordt opgeslagen, en zelfs als een nieuwe map wordt gemaakt, krijgen opnamen die daarin worden opgeslagen een op dat nummer volgend bestandsnummer.
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds het nummer 0001.
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Belichtingsbracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map opgeslagen totdat u klaar bent met het maken van opnamen, zelfs als daardoor meer dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
K-r_OPM_DUT.book Page 291 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De stroominstellingen selecteren
291
Automatisch uitschakelen instellen
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch wordt uitgeschakeld wanneer deze gedurende bepaalde tijd niet is gebruikt. Maak een keuze uit [1min] (standaardinstelling), [3min], [5min], [10min], [30min] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Auto Uitsch.] in het menu [ R Instellen 3] (p.277).
Auto Uitsch.
AA-batterij
Reset
1 2 3 4
1min
3min
5min
10min
30min
Uit
MENU Annul.
OK OK
• De automatische uitschakeling werkt niet in de volgende situaties:
- wanneer het Live weergave-beeld wordt weergegeven
- wanneer een diavoorstelling wordt weergegeven
- wanneer de camera met een USB-kabel aangesloten is op een computer
• Als de camera na de ingestelde tijdsduur wordt uitgeschakeld, voer dan een van de volgende procedures uit om de camera weer in te schakelen.
- Zet de camera weer aan.
- Druk de ontspanknop tot halverwege in.
- Druk op de knop Q , de knop 3 of de knop M .
9
K-r_OPM_DUT.book Page 292 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
292
9
Het batterijtype selecteren
Selecteert het type AA-batterijen dat in de camera wordt gebruikt.
De standaardinstelling is [Autodetect].
1
Selecteer [AA-batterij] in het menu [ R Instellen 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [AA-batterij] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een batterijtype te selecteren en druk op de knop 4 .
Indien ingesteld op [Autodetect], zal de camera automatisch het batterijtype herkennen dat u gebruikt.
1 2 3 4
Auto Uitsch.
AA-batterij
1min
AUTO
Li
Ni-MH
AL
Autodetect
Lithium
Nikkelmetaalhydride
Alkaline
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Als u een batterijtype gebruikt dat verschilt van het type dat u hebt geselecteerd, dan wordt het batterijniveau niet correct bepaald. Zorg er daarom voor dat u het juiste batterijtype opgeeft bij [AA-batterij]. Meestal werkt [Autodetect] probleemloos. Bij lage temperaturen en bij het gebruik van batterijen die lang zijn bewaard moet u echter zelf het batterijtype instellen, zodat de camera het juiste batterijniveau kan bepalen.
K-r_OPM_DUT.book Page 293 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Fotograafgegevens instellen
Cameratype, opnameomstandigheden en andere gegevens worden automatisch ingesloten in opnamen in de Exif-gegevensindeling.
In deze Exif kunt u fotograafgegevens insluiten.
Gebruik de bijgeleverde software “PENTAX Digital Camera Utility 4” (p.308)
om de Exif-gegevens te controleren.
1
Selecteer [Copyrightinformatie] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Copyrightinformatie] wordt weergegeven.
2
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
O
P
Copyrightgegevens worden ingesloten in de Exif.
Copyrightgegevens worden niet ingesloten in de Exif.
(Standaardinstelling)
Copyrighthouder
MENU
3
Selecteer [Fotograaf] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Voer de tekst in.
Fotograaf
Er kunnen maximaal
32 alfanumerieke singlebyte tekens en symbolen worden ingevoerd.
Cursor voor tekstselectie
Cursor voor tekstinvoer
1 teken wissen
MENU Annul.
Volt.
OK Enter
9
293
K-r_OPM_DUT.book Page 294 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
294
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing
( 2345 )
E-knop
Knop |
4 -knop
K / i -knop
De cursor voor tekstselectie verplaatsen.
De cursor voor tekstinvoer verplaatsen.
Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters.
Een met de cursor voor tekstselectie geselecteerd teken invoegen op de positie van de cursor voor tekstinvoer.
Een teken op de positie van de cursor voor tekstinvoer wissen.
5
Verplaats de cursor voor tekstselectie na het invoeren van tekst naar [Volt.] en druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm
[Copyrightinformatie].
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
Copyrighthouder
MENU
6
Selecteer [Copyrighthouder] met de vierwegbesturing
( 23 ) en voer de tekst in op dezelfde manier als bij
[Fotograaf].
7
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
K-r_OPM_DUT.book Page 295 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De DPOF-instellingen uitvoeren
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak te brengen die foto’s afdrukt.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u opgeven hoeveel exemplaren moeten worden afgedrukt en of de datum al dan niet moet worden afgedrukt.
• Op RAW-opnamen en video-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
• U kunt DPOF-instellingen opgeven voor maximaal 999 opnamen.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om r (DPOF) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het selectiescherm voor het wijzigen van instellingen wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld] of [Alle beelden] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Enkel beeld
Alle beelden
9
MENU OK OK
4
Als u bij stap 3 [Enkel beeld] hebt geselecteerd, selecteert u met de vierwegbesturing ( 45 ) een opname waarvoor u DPOFinstellingen wilt opgeven.
Kopieën 00 Dat,
MENU OK
295
K-r_OPM_DUT.book Page 296 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
296
9
5
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing ( 23 ).
U kunt maximaal 99 exemplaren instellen.
K verschijnt aan de rechterbovenzijde van het scherm voor opnamen met DPOF-instellingen. Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stel het aantal exemplaren dan in op [00].
6
Draai aan de e-knop om O of P te selecteren voor het afdrukken van de datum.
O De datum wordt afgedrukt.
P
De datum wordt niet afgedrukt.
Kopieën
MENU
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 om DPOF-instellingen op te geven voor andere opnamen
(tot maximaal 999).
01
7
Druk op de knop 4 .
De DPOF-instellingen voor de geselecteerde opname worden opgeslagen en u keert terug naar de weergavestand.
Dat,
OK
• Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab, wordt de datum mogelijk niet afgedrukt op de opnamen, zelfs als de datum voor de DPOF-instelling ingesteld is op O .
• Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij de instelling voor Alle beelden, is van toepassing op alle opnamen, en het aantal dat is opgegeven bij de instelling
Enkel beeld wordt geannuleerd. Controleer of het opgegeven aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
K-r_OPM_DUT.book Page 297 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Corrigeren van defecte pixels in de CMOS-sensor (Pixeluitlijning)
Pixeluitlijning is een functie voor het in kaart brengen en compenseren van
CMOS-sensorpixels die defect zijn.
1
Selecteer [Pixeluitlijning] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Pixeluitlijning] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Pixeluitlijning] met de vierwegbesturing ( 2 ) en druk op de knop 4 .
Pixeluitlijning
Controleert de beeldsensor en corrigeert defecte pixels Pixels die defect zijn, worden geregistreerd en gecompenseerd. Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Pixeluitlijning
Annuleren
OK OK
Als de batterij bijna leeg is, wordt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning] weergegeven op de monitor. Gebruik in dat geval de optionele netvoedingsadapterset K-AC109 of een batterij met voldoende capaciteit.
297
9
298
K-r_OPM_DUT.book Page 298 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera (Geheugen)
9
U kunt opgeven welke functie-instellingen moeten worden opgeslagen als de camera wordt uitgezet. U kunt de volgende functie-instellingen opslaan.
Functie
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Aangepaste opname
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Belichtingscompensatie
Standaardinstelling
O
O
O
O
O
O
O
Functie
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Display opname-info
Display weergave-info
Bestandsnummer
Standaardinstelling
P
P
P
P
O
O
1
Kies [Geheugen] in het menu [ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Geheugen 1] verschijnt.
2
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
Draai aan de e-knop om het scherm
[Geheugen 2] weer te geven.
Geheugen
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Aangepaste opname
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Belichtingscompensatie
MENU
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
1 2
O
P
Ook als de camera wordt uitgeschakeld, blijven de instellingen opgeslagen.
Als de camera wordt uitgeschakeld, worden de instellingen gewist en de standaardinstellingen hersteld.
K-r_OPM_DUT.book Page 299 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
• Stel [Bestandsnummer] in op O (Aan) om de bestandsnamen doorlopend te nummeren, ook als er een nieuwe map wordt aangemaakt.
Zie “Bestandsnummer instellen” (p.290).
• Bij een reset van het menu [ R
Instellen] (p.321) worden alle
geheugeninstellingen teruggezet naar de standaardinstelling.
• Als [Display opname-info] ingesteld is op P (Uit), wordt na inschakeling
van de camera altijd eerst het statusscherm weergegeven. (p.29)
299
9
K-r_OPM_DUT.book Page 300 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
300
MEMO
9
K-r_OPM_DUT.book Page 301 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
10
De camera aansluiten op een computer
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de camera aansluit op een computer, hoe u de bijgeleverde cd-rom installeert, enz.
Gemaakte opnamen bewerken op een computer ........................................302
Opnamen opslaan op de computer .................. 303
Gebruik van de bijgeleverde software ............. 306
302
K-r_OPM_DUT.book Page 302 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gemaakte opnamen bewerken op een computer
Foto- en video-opnamen kunnen worden gekopieerd naar een computer door de W met een USB-kabel op de computer aan te sluiten; daarna kunnen de opnamen op de computer worden beheerd met de bijgeleverde software.
De volgende systeemvereisten worden aanbevolen bij aansluiting van de camera op een computer of gebruik van de software “PENTAX Digital
Camera Utility 4”, die is bijgeleverd op de cd-rom (S-SW110).
Windows
Besturingssysteem
Processor
RAM
Vrije schijfruimte
Monitor
Overige
Windows XP (SP3 of later), Windows Vista, of Windows 7
(kan worden gebruikt als een 32-bits toepassing op elke x64-editie van Windows.)
Equivalent van Pentium D 3.0 GHz of hoger (equivalent van
Intel Core 2 Duo-processor 2.0 GHz of hoger aanbevolen)
2.0 GB minimum (3.0 GB of meer aanbevolen)
1 GB minimum (8 GB of meer aanbevolen)
1280×800 pixels of meer (1920×1200 of meer aanbevolen) met 24-bits full colour (circa 16,77 miljoen kleuren)
USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren
10
Macintosh
Besturingssysteem Mac OS X 10.4.11, 10.5, of 10.6
Processor
PowerPC G5 Dual-core 2.0 GHz of hoger (Intel Core 2 Duo- processor 2.0 GHz of hoger aanbevolen. Universal
Binary format.)
RAM
Vrije schijfruimte
Monitor
Overige
2.0 GB minimum (4.0 GB of meer aanbevolen)
1 GB minimum (8 GB of meer aanbevolen)
1280×800 pixels of meer (1920×1200 of meer aanbevolen) met 24-bits full colour (circa 16,77 miljoen kleuren)
USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren
K-r_OPM_DUT.book Page 303 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen opslaan op de computer
303
De USB-aansluitfunctie instellen
Stel de USB-aansluitfunctie in als u de camera aansluit op een computer met de bijgeleverde USB-kabel (I-USB7). De standaardinstelling is [MSC].
1
Selecteer [USB-aansluiting] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [MSC] of [PTP] te selecteren.
Zie p.304 voor bijzonderheden.
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Copyrightinformatie
MENU Annul.
±0
PAL
MSC
PTP
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
De instelling wordt gewijzigd.
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
10
304
K-r_OPM_DUT.book Page 304 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
MSC en PTP
MSC (Mass Storage Class)
Een stuurprogramma voor algemene doeleinden met apparaten die via USB als geheugen op een computer zijn aangesloten. De term slaat ook op de standaard waarop de besturing van USB-apparaten met behulp van dit stuurprogramma berust.
Door simpelweg een apparaat dat USB Mass Storage Class ondersteunt aan te sluiten, kunt u bestanden kopiëren, lezen van en schrijven naar een computer zonder installatie van speciale stuurprogramma’s.
PTP (Picture Transfer Protocol)
Een protocol voor de overdracht van digitale afbeeldingen en de besturing van digitale camera’s via USB, gestandaardiseerd als ISO 15740.
U kunt opnamegegevens uitwisselen tussen apparaten die PTP ondersteunen zonder apparaatstuurprogramma’s te installeren.
Kies MSC als u de W aansluit op uw computer, tenzij anders aangegeven.
10
K-r_OPM_DUT.book Page 305 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Opnamen opslaan door de camera aan te sluiten op de computer
1
Zet de computer aan.
2
Zet de camera uit en sluit de camera met de bijgeleverde
USB-kabel aan op de computer.
305
3
Zet de camera aan.
De camera wordt herkend als een verwisselbare schijf of een
SD-geheugenkaart met een volumelabel “K-r”.
Als het dialoogvenster “K-r” verschijnt wanneer de camera wordt ingeschakeld, selecteer dan [Open folder to view files using
Windows Explorer] en klik op [OK].
4
De opnamen opslaan op de computer.
Sleep de opnamebestanden of de map met opnamebestanden van uw camera naar de vaste schijf van de computer of het bureaublad.
5
De camera loskoppelen van de computer.
10
306
K-r_OPM_DUT.book Page 306 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Gebruik van de bijgeleverde software
“PENTAX Digital Camera Utility 4” is bijgeleverd op de cd-rom (S-SW110).
Met PENTAX Digital Camera Utility 4 kunt u opnamen beheren die op de computer zijn opgeslagen, en RAW-bestanden ontwikkelen die met de W zijn gemaakt en de kleuren van de opnamen wijzigen.
Compatibele bestandsindelingen: .bmp (BMP)/.jpg (JPEG)/.pef
(bestanden die zijn gemaakt in de originele RAW-bestandsindeling van
PENTAX)/.png (PNG)/.tif (TIFF)/.dng
(RAW-bestand met DNG-indeling)
10
De software installeren
U kunt de software installeren van de bijgeleverde cd-rom.
Als u verscheidene accounts hebt ingesteld op uw computer, meldt u zich aan met een account met beheersrechten om de software te installeren.
1
Zet de computer aan.
Controleer of er geen andere software actief is.
2
Plaats de cd-rom (S-SW110) in het cd-romstation van de computer.
Het scherm [PENTAX Software Installer] verschijnt.
Als het scherm [PENTAX Software Installer] niet verschijnt
• Onder Windows
1 Klik in het menu Start op [Deze computer].
2 Dubbelklik op het pictogram van het cd-romstation met de cd-rom (S-SW110).
3 Dubbelklik op het pictogram [Setup.exe].
• Op de Macintosh
1 Dubbelklik op het pictogram van de cd-rom S-SW110 op het bureaublad.
2 Dubbelklik op het pictogram [PENTAX Installer].
K-r_OPM_DUT.book Page 307 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3
Klik op [PENTAX Digital
Camera Utility 4].
Ga onder Windows verder bij stap 4.
Volg op de Macintosh de aanwijzingen op het scherm om de volgende stappen uit te voeren.
4
Selecteer de gewenste taal op het scherm [Choose Setup
Language] (Installatietaal selecteren) en klik op [OK].
5
Als het scherm van de [InstallShield Wizard] wordt weergegeven in de geselecteerde taal, klikt u op de knop [Next] (Volgende).
Volg de aanwijzingen op het scherm om de volgende stappen uit te voeren.
307
10
308
K-r_OPM_DUT.book Page 308 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Schermen van de PENTAX Digital Camera
Utility 4
Bij de start van PENTAX Digital Camera Utility 4 wordt het volgende
(browser-)scherm weergegeven.
Bij deze uitleg worden schermfoto’s van de versie voor Windows weergegeven.
De tabbladenset Browser (standaardinstelling)
Op dit tabblad staan functies voor bestandsbeheer zoals het weergeven en organiseren van opnamen.
1
2
3 4 3
10
5
1 Menubalk
Hiermee worden functies of instellingen uitgevoerd.
Macintosh: de menubalk verschijnt boven aan het bureaublad.
2 Werkbalk
Veel gebruikte functies worden aangeboden in de vorm van knoppen op de werkbalk.
K-r_OPM_DUT.book Page 309 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
3 Bedieningspaneel
De opnamegegevens en de instellingen van de geselecteerde opname worden in dit deelvenster weergegeven. U kunt overschakelen naar een andere tabbladenset van het bedieningspaneel door op de werkbalk op de knoppen Browser, Laboratory of Custom op de werkbalk te klikken.
4 Deelvenster bestandsweergave
De bestandenlijst en de opnamen van de geselecteerde map worden hier weergegeven.
5 Statusbalk
Op de statusbalk wordt informatie weergegeven over het geselecteerde item.
309
De tabbladenset Laboratory (standaardinstelling)
Het bedieningspaneel voor het bewerken van de opname wordt weergegeven.
10
K-r_OPM_DUT.book Page 310 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
310
De tabbladenset Custom (standaardinstelling)
De schermweergave kan hier worden gewijzigd. Met de tabbladenset
Custom kunt u bijvoorbeeld aangeven welke tabbladen wel en niet moeten worden weergegeven. In de standaardinstelling worden alle tabbladen weergegeven.
10
Gedetailleerde informatie weergeven over de software
Raadpleeg Help voor bijzonderheden over het gebruik van het softwareprogramma.
1
Klik op de knop op de werkbalk.
U kunt ook [PENTAX Digital Camera
Utility Help] selecteren in het menu [Help].
K-r_OPM_DUT.book Page 311 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Over productregistratie
Als u even de tijd neemt om de software te registreren, kunnen wij u beter van dienst zijn.
Klik op [Product Registration]
(Productregistratie) in het scherm
311
Er wordt een wereldkaart voor productregistratie via internet weergegeven. Als uw computer is verbonden met internet, klikt u op het weergegeven land of de weergegeven regio en volgt u de aanwijzingen om de software te registreren.
U kunt zich alleen online registreren als uw land of regio wordt getoond.
10
K-r_OPM_DUT.book Page 312 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
312
MEMO
10
K-r_OPM_DUT.book Page 313 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
11
Bijlage
Standaardinstellingen ........................................314
De menu’s resetten ............................................321
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ......................................... 323
De CMOS-sensor reinigen ................................. 327
Optionele accessoires ....................................... 332
Foutberichten ..................................................... 338
Problemen oplossen .......................................... 341
Belangrijkste technische gegevens ................. 345
Verklarende woordenlijst .................................. 352
Index ....................................................................358
GARANTIEBEPALINGEN ...................................366
314
K-r_OPM_DUT.book Page 314 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Standaardinstellingen
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
De functies in het geheugen (p.298) worden opgeslagen als de camera
wordt uitgezet.
Reset instelling
Ja:
Met de reset-functie herstelt u de standaardinstellingen (p.321).
Nee: De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
Richtingsknoppen
Onderdeel
Transportstand
Flitsinstelling
Witbalans
Gevoeligheid
9
Standaardinstelling
(Enkelbeeldopname)
Afhankelijk van opnamestand
F (Auto)
AUTO (ISO 200 - 3200)
Reset instelling Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
11
[ A Opnamemodus]-menu
Onderdeel
Aangepaste opname
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
AF-modus
Autom. lichtmeting
Selecteer AF-punt
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Standaardinstelling
Helder
JPEG
E (4288×2848)
C (best) f
L (Meervlaks) b (5 AFpunten)
Uit
Geen toepassing van filters
Uit
Reset instelling
Ja
*1
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
K-r_OPM_DUT.book Page 315 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Onderdeel
Dubbelopnamen
Aantal opnamen
Auto LW-instelling
Interval
Aantal opnamen
Intervalopname Int opname starten
Begintijd
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Video
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Geluid
Cross-processing
Digitaal filter
Video-diafragmabed.
Shake Reduction
Live weergave
Momentcontrole
Instelling
D-range
Objectiefcorrectie
Autofocusstand
Raster weergeven
Infoweergave
Histogram
Licht/donker geb
Weergavetijd
Histogram
Licht/donker geb
Momentcontr. vergrot.
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
Vervormingscorrectie
Aanp. Lat. Chr. Abb.
315
Standaardinstelling
2 maal
P (Uit)
1sec
2 opnamen
Nu
12:00AM / 00:00
Auto
Auto b
(1280×720, 16:9)
C (best) g (Aan)
Uit
Geen toepassing van filters
Vast l (Uit)
I (Gezichtsherkenning AF)
Uit
O (Aan)
P (Uit)
P (Uit)
1sec
P (Uit)
P (Uit)
O (Aan)
Uit
Uit
Uit
Uit
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
11
K-r_OPM_DUT.book Page 316 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
316
11
Onderdeel
Kleurruimte
RAW-formaat
Knop
Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Histogram
Digitaal
Licht/ donker geb
Momentcontr. vergrot.
Digitaal filter
Cross-processing
1x voor bestands-
Stop na 1 opname
JPEG/
RAW/
RAW+indeling
Actie in M-modus
E-knop in Programma
Standaardinstelling sRGB
PEF
Knop
Snelinstelling
—
—
P (Uit)
P (Uit)
O (Aan)
—
—
O (Aan)
RAW+ voor alle
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
P LINE
P SHIFT
Ja
Ja
AF/AE-L-knop AF1 inschakelen Ja
Cross-processing, Digitaal filter, HDR-opname, Display opname-info Geheugen
Anders dan de bovengenoemde functies
Shake Reduction
P
O
(Uit)
(Aan)
Ja
Ja
Inv brandp afstand k (Aan)
35 mm
*1 De bij [Aangepaste opname] ingestelde parameters worden ook gereset.
*2 Na de reset keert de instelling terug naar [Knop Snelinstelling].
Ja
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
K-r_OPM_DUT.book Page 317 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
317
Weergavepalet
Onderdeel Standaardinstelling
Beeldrotatie
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Diavoorstelling
RAW-ontwikkeling
Index
Opnamen vergelijken
Beveiligen
DPOF
Video bewerken
IrSimple
Duelbeelden
—
Speels
Maximale grootte overeenkomstig instelling
Maximale grootte overeenkomstig instelling
—
Bestandsindeling: JPEG
Resolutie: E
Kwaliteitsniveau: C
—
—
—
—
—
—
—
*1 De bij [Digitaal filter] opgegeven parameters worden ook gereset.
Reset instelling
—
Pagina
—
—
Ja
Ja
—
—
Nee
Nee
—
—
—
[ Q Weergeven] Menu
Onderdeel
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
Standaardinstelling
3sec
Uit
P (Uit)
Uit
P (Uit)
O (Aan)
Reset instelling
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
11
K-r_OPM_DUT.book Page 318 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
318
Onderdeel
IrSimple
Autom. grootte wijzig.
Transmissiemethode
Alle opnamen verwijderen
11
[ R Instellen]-menu
Onderdeel
Language/ u
Datum instellen
Wereldtijd
Instelling wereldtijd
Thuistijd (Stad)
Thuistijd
(Zomertijd)
Bestemmingstijd
(Stad)
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Tekstformaat
Signaal
Volume
Instelling
Hulpdisplay
Statusscherm
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Standaardinstelling i stand. (IrSimple)
—
Reset instelling
Pagina
Ja
Ja
—
Standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
W (Thuistijd)
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan Thuistijd
Gelijk aan Thuistijd
Gelijk aan standaardinstelling
3
Alle O (Aan)
3sec
1
±0
±0
Gelijk aan standaardinstelling
MSC
Dat,
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
—
Reset instelling
Pagina
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
K-r_OPM_DUT.book Page 319 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Onderdeel
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
Copyrighthouder
Auto Uitsch.
AA-batterij
Reset
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor stofvrij maken
Bij inschakelen
Sensor reinigen
Formatteren
[ A Pers.instelling]-menu
Onderdeel
1. LW-stappen
2. Gevoeligheidsstappen
3. Uitgebreide gevoeligheid
4. Bedrijftijd lichtmtr
5. AE-L met AF lock
6. Koppelt belicht.+ AF
7. Volgorde A Bracketing
8. AF-punt weergeven
9. AF.S-instelling
10. AF.C-instelling
11. AF-hulplicht
12. WB bij flitsen
13. AWB bij lamplicht
Standaardinstelling
P (Uit)
—
—
1min
Autodetect
—
—
—
—
P (Uit)
—
—
Reset instelling
Pagina
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
—
—
—
—
Ja
—
—
319
Standaardinstelling
1/3 LW Stap
Stappen van 1 LW
Uit
10sec
Uit
Uit
0 - +
Aan
Scherpstellingsvoorkeuze
Scherpstellingsvoorkeuze
Aan
Autom. Witbalans
Subtiele correctie
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
11
K-r_OPM_DUT.book Page 320 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
320
Onderdeel Standaardinstelling
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
*1
Ja
—
Pagina
14. AF met afstandsbediening
15. Afst bed bij tijdopname
16. Ontspant bij opladen
17. Draadloos flitsen
18. Rotatie-info opslaan
19. Menulocatie opslaan
20. Catch-in focus
21. AF-aanpassing
22. Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Uit
Modus 1
Uit
Aan
Aan
Menulocatie resetten
Uit
Uit
Niet toegestaan
—
*1 De instelwaarden kunnen alleen worden gereset in het scherm [21. AF-aanpassing].
11
K-r_OPM_DUT.book Page 321 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De menu’s resetten
De menu’s Opnamemodus/Weergeven/
Instellen resetten
De instellingen in de menu’s [ A Opnamemodus], [ Q Weergeven] en [ R Instellen], richtingsknoppen en het weergavepalet kunnen worden gereset naar de standaardinstellingen.
Language/ u , Datum aanpassen, de instellingen voor de stad en zomertijd voor wereldtijd, tekstgrootte, video-uitgangssignaal, copyrightgegevens en de instellingen in het menu [ A Pers.instelling] worden niet gereset.
1
Selecteer [Reset] in het menu [ R Instellen 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Reset] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Reset] te selecteren en druk op de knop 4 .
De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Reset
Terug naar fabrieks instellingen
Reset
Annuleren
OK OK
321
11
K-r_OPM_DUT.book Page 322 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
322
Menu Persoonlijke instellingen herstellen
Reset instellingen in het menu [ A Pers.instelling] naar de standaardwaarden.
1
Selecteer [Reset pers.instellingen] in het menu
[ A Pers.instelling 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Reset pers.instellingen] wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Reset] te selecteren en druk op de knop 4 .
Reset pers.instellingen
Van persoonlijke instellingen terug naar fabrieksinstellingen De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Reset
Annuleren
OK OK
11
K-r_OPM_DUT.book Page 323 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties
323
Met de fabrieksinstellingen kan alleen gebruik worden gemaakt van DA-,
DA L- en FA J-objectieven en D FA/FA/F/A-objectieven met een positie s
met de diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s .
z : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s .
# : Sommige functies zijn beperkt beschikbaar.
× : Functies zijn niet beschikbaar.
Functie
Objectief
[type vatting]
DA
DA L
D FA
[K
AF
]
[K
AF2
]
[K
AF3
]
FA J
FA
[K
[K
AF
AF2
]
]
[K
AF
]
A
[K
A
]
Autofocus
(Alleen objectief)
(Met AF-adapter 1,7×)
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie)
(Met het matglas)
*2
Quick-Shift Focussysteem
Vijf AF-punten/Elf AF-punten
Meervlaks lichtmeting e (Programma)-stand
K (Gevoel. voorkeuze) b (Sl.tijd voorkeuze) c (Diafr. voorkeuze) a (Manueel)-stand
Automatisch P-DDL-flitsen
*3
Power zoom
Automatisch informatie over de brandpuntsafstand van het objectief verkrijgen bij gebruik van de functie Shake Reduction
Functie voor objectiefcorrectie
*4 z
– z z z z z z
× z z
× z z z z z z z z
#
*5 z z z z
– z z z
– z
×
z
– z
×
#
–
*8
×
× z z z z z z
× z z z z
– z z z z
– z z
×
# *8 z z z
M
P
[K]
#
–
*8
×
× z z
×
×
×
# *9
#
*9
# *9
#
*9
#
×
–
11
K-r_OPM_DUT.book Page 324 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
324
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van F2.8 of sneller. Alleen beschikbaar voor de positie s .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van F5.6 of sneller.
*3 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en een AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG of AF160FC.
*4 Aberratiecorrectie is beschikbaar bij [Objectiefcorrectie] in het menu [ A Opnamemodus 3].
De instelling [Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van een
DA 10-17 mm FISH-EYE-objectief.
*5 Alleen beschikbaar bij compatibele objectieven.
*6 Als u een F/F SOFT 85 mm F2.8-objectief of FA SOFT 28 mm F2.8-objectief gebruikt, stel
[22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4] dan in op [Toegestaan].
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het diafragma.
*7 Alleen beschikbaar met compatibele objectieven (FA 31 mm F1.8 Limited, FA 43 mm
F1.9 Limited, of FA 77 mm F1.8 Limited).
*8 Het scherpstelgebied wordt vast ingesteld op O (Spot).
*9 c (Diafr. voorkeuze) Automatische belichting met open diafragma. (Draaien van de diafragmaring heeft geen effect op de feitelijke diafragmawaarde.)
Objectieven en vattingen
DA-objectieven met een ultrasone motor en FA- zoomobjectieven met powerzoom maken gebruik van de K
AF2
-vatting. Bij DA-objectieven met een ultrasone motor, maar zonder AF-koppeling wordt de K
AF3
vatting gebruikt.
FA-objectieven met een enkele brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom), DA- of DA L-objectieven zonder ultrasone motor en D FA-, FA J-en F-objectieven gebruiken de KAF-vatting.
Raadpleeg de handleiding van de betreffende objectieven voor verdere informatie. Deze camera heeft geen powerzoom-functie.
11
Objectieven en toebehoren die niet geschikt zijn voor deze camera
De camera werkt niet wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto) of wanneer gebruik wordt gemaakt van een objectief zonder positie s of van accessoires zoals een autotussenringenset of autobalg, behalve wanneer [22. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4].
Zie “Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken]” (p.325) voor
beperkingen die gelden.
Alle opnamestanden van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van
DA/DA L/FA J-objectieven of objectieven met een diafragmastand s die op de positie s zijn ingesteld.
K-r_OPM_DUT.book Page 325 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
325
Objectief en ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig wanneer A-objectieven, waarvan de diafragmaring niet in de positie s (Auto) is gezet, pre A-objectieven of soft-focusobjectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser worden gebruikt.
Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken]
Wanneer [22. Diafragmaring gebruiken] ingesteld is op [Toegestaan] in het menu
[ A Pers.instelling 4], kan de sluiter
22.
Diafragmaring gebruiken
1 Niet toegestaan
2 Toegestaan ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het D FA-, FA-,
F- of A-objectief niet op de positie s (Auto)
Opname maken mogelijk bij andere stand dan "A" staat of wanneer er een objectief zonder positie s aangesloten is. Sommige functies voor diafragmaring
MENU Annul.
zijn dan echter beperkt, zoals hieronder aangegeven.
OK OK
Beperkingen voor het gebruik van een objectief met de diafragmaring ingesteld in een andere positie dan s
Gebruikt objectief
Belichtingsfunctie
Beperking
D FA, FA, F, A, M
(alleen objectieven of accessoires met automatisch diafragma zoals autotussenringenset K) c (Diafr. voorkeuze)
Het diafragma blijft open, onafhankelijk van de positie van de diafragmaring. De sluitertijd wordt gewijzigd op basis van de diafragmaopening, maar er kan een belichtingsfout optreden. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragmaobjectief zoals een reflexobjectief
(alleen objectieven) c (Diafr. voorkeuze) c (Diafr. voorkeuze)
Er kunnen opnamen worden gemaakt met een opgegeven diafragmawaarde maar er kan zich een belichtingsfout voordoen. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
11
K-r_OPM_DUT.book Page 326 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
326
Gebruikt objectief
FA, F SOFT 85 mm FA
SOFT 28 mm (alleen objectief)
Alle objectieven
Belichtingsfunctie
Beperking c (Diafr. voorkeuze) a (Manueel)stand
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met een opgegeven diafragmawaarde. Bij de diafragmaindicatie in de zoeker verschijnt [F--].
Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld en kan de belichting worden gecontroleerd.
Er kunnen opnamen worden gemaakt met een ingestelde diafragmawaarde en ingestelde sluitertijd. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting gestart en kan de belichting worden gecontroleerd.
Als het diafragma op een andere positie dan s wordt ingesteld, wordt de stand c (Diafr. voorkeuze) geactiveerd, ongeacht de instelling van de functiekiezer, behalve wanneer de stand a (Manueel) of C (Video) geselecteerd is.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 327 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
De CMOS-sensor reinigen
Als de CMOS-sensor vuil of stoffig wordt, kunnen er in bepaalde situaties schaduwen in het beeld optreden, bijvoorbeeld als opnamen worden gemaakt tegen een witte achtergrond. Dit duidt erop dat de CMOS-sensor moet worden gereinigd.
Stof verwijderen door de CMOS-sensor te schudden
Door de CMOS-sensor te schudden, wordt opgehoopt stof verwijderd.
1
Selecteer [Sensor stofvrij maken] in het menu
[ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Sensor stofvrij maken] verschijnt.
2
Druk op de knop 4 .
Sensor stofvrij maken
De functie Sensor stofvrij wordt geactiveerd voor het schudden van de CMOS-sensor.
Sensor stofvrij maken
Bij inschakelen
Als u de camera zo wilt instellen dat bij inschakeling van de camera altijd de stofverwijderingsfunctie wordt geactiveerd, selecteert u [Bij inschakelen]
MENU en gebruikt u de vierwegbesturing ( 45 ) om O te selecteren.
Als de stofverwijderingsprocedure is voltooid, wordt het menu
[ R Instellen 4] weer geactiveerd.
OK Starten
327
11
K-r_OPM_DUT.book Page 328 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
328
Stof detecteren op de CMOS-sensor
(Stofalarm)
Stofalarm is een functie voor het detecteren van stof dat zich heeft verzameld op de CMOS-sensor en het weergeven van de locatie waar het stof zich heeft vastgezet.
U kunt een opname die de stoflocatie aangeeft, opslaan, en deze
weergeven wanneer u de sensor schoonmaakt (p.330).
De functie Stofalarm werkt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Een DA-, DA L-, FA J-objectief of een D FA-, FA- en F-objectief met een s (Auto)-positie is aangesloten.
- Het diafragma is in de positie s gezet bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
- De functiekiezer staat in een andere stand dan C (Video).
- De scherpstelfunctieknop is ingesteld op = .
11
• De belichtingstijd kan bij gebruik van de functie Stofalarm extreem lang zijn.
Als gedurende die tijd het objectief op iets anders wordt gericht, kan stof niet goed worden gedetecteerd.
• Of stof correct wordt gedetecteerd is afhankelijk van het onderwerp en de temperatuur.
• De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan slechts gedurende 30 minuten na het opslaan van de opname tijdens het schoonmaken van de sensor worden weergegeven. Als er meer dan 30 minuten verstreken zijn, maakt u een nieuwe opname en voert u het schoonmaken van de sensor opnieuw uit.
• De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan niet in de weergavestand worden weergegeven.
• De opname die met Stofalarm wordt gemaakt, kan alleen worden opgeslagen als er een SD-geheugenkaart is geplaatst.
1
Selecteer [Stofalarm] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Stofalarm] verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 329 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
2
Richt de zoeker beeldvullend op een witte muur of ander helder onderwerp zonder detail en druk de ontspanknop volledig in.
Stofalarm
Voor controle van stof op de sensor. Druk op de ontspanknop om de lokatie van stof weer te geven
Nadat het verwerken van de opname is voltooid, wordt het beeld van Stofalarm weergegeven.
MENU SHUTTER Voorbeeld
Als het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] wordt weergegeven, drukt u op de knop 4 en maakt u nog een opname.
3
Controleer de sensor op stof.
329
OK
Beschikbare bewerkingen
E-knop/knop M Toont beeldvullend de opname die is gemaakt met Stofalarm.
4
Druk op de knop 4 .
De opname die is gemaakt met Stofalarm, wordt opgeslagen en de camera keert terug naar het menu [ R Instellen 4].
• Ongeacht de camera-instellingen wordt de Stofalarm-opname gemaakt met speciale opnameomstandigheden.
• Druk op de knop M of draai aan de e-knop bij weergave van de opname die met Stofalarm is gemaakt om het sensorgebied beeldvullend weer te geven.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 330 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
330
Stof verwijderen met een blaaskwastje
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter om de CMOS-sensor schoon te maken met een blaaskwastje.
Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging van de CMOS-sensor omdat de CMOS-sensor een precisieonderdeel is (hieraan zijn kosten verbonden).
Voor het schoonmaken van de CMOS-sensor kunt u de optionele
sensorschoonmaakset O-ICK1 (p.337) gebruiken.
• Gebruik nooit een spuitbus.
• Maak de sensor niet schoon als de sluitertijd is ingesteld op h .
• Om te voorkomen dat zich vuil en stof ophoopt op de CMOS-sensor, moet u de dop van de objectiefvatting op de camera bevestigd houden als u geen objectief heeft aangesloten.
• Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht
[Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de monitor.
• Het verdient aanbeveling voor reiniging van de sensor de optionele netvoedingsadapterset K-AC109 te gebruiken. Als u de netvoedingsadapterset K-AC109 niet gebruikt, zorg er dan voor dat een batterij met voldoende capaciteit wordt geplaatst. Als de batterijcapaciteit tijdens reiniging te laag wordt, klinkt er een waarschuwingssignaal. Stop in dat geval onmiddellijk met schoonmaken.
• Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera wordt uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter, de CMOS-sensor en de spiegel beschadigd raken.
11
• Het lampje van de zelfontspanner knippert tijdens het schoonmaken van de sensor.
• Deze camera is uitgerust met een CMOS-sensor die correspondeert met het
Shake Reduction-systeem, en kan tijdens reiniging van de CMOS-sensor enig vibratiegeluid veroorzaken. Dit duidt niet op een defect.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
K-r_OPM_DUT.book Page 331 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Spiegel omhoog]
Sensor reinigen te selecteren en druk op 4 .
Spiegel omhoog en sluiter open voor sensorreiniging.
Voltooien: camera uit
De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand.
Spiegel omhoog
Als u in de afgelopen 30 minuten de functie Stofalarm hebt gebruikt om
Annuleren
OK OK stof te detecteren, wordt de opname die daarbij is gemaakt op de monitor weergegeven. Reinig de sensor terwijl u de plaats waar het stof zich heeft vastgezet in het oog houdt.
5
Reinig de CMOS-sensor.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CMOS-sensor te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CMOS-sensor. Veeg de CMOS-sensor nooit af met een doek.
6
Zet de camera uit.
7
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet.
331
11
332
K-r_OPM_DUT.book Page 332 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Optionele accessoires
Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor nadere informatie over accessoires.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera worden geleverd.
Accessoires voor netvoeding
Batterijladerset K-BC109 (*)
(De set omvat batterijlader D-BC109 en een netsnoer.)
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109 (*)
Netvoedingsadapterset K-AC109
(De set omvat netvoedingsadapter D-AC50, gelijkstroomkoppelstuk
D-DC109 en een netsnoer.)
Hiermee sluit u de camera aan op een stopcontact.
AA-batterijhouder D-BH109
Adapter voor gebruik van vier
AA-batterijen (in de winkel verkrijgbaar).
D-BH109
De netvoedingsadapter en acculader zijn elk alleen verkrijgbaar als afzonderlijke kit.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 333 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Flitsertoebehoren
Automatische flitser AF540FGZ
Automatische flitser AF360FGZ
De AF540FGZ en de AF360FGZ zijn flitsers met functionaliteit voor
Automatisch P-DDL-flitsen met een maximaal richtgetal van
54 respectievelijk 36 (ISO 100/m).
Bovendien zijn deze flitsers uitgerust met functies voor slaveflitsen, flitsen met contrastregelingssynchronisatie, flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen, flitsen met langesluitertijdsynchronisatie en 2e sluitergordijn-synchronisatie.
AF540FGZ
AF360FGZ
Automatische flitser AF200FG
De AF200FG is een automatische flitser voor P-DDL-flitsen met een maximaal richtgetal van 20 (ISO 100/m). Deze kan flitsen met contrastregelingssynchronisatie en flitsen met lange-sluitertijdsynchronisatie als de flitser wordt gecombineerd met een AF540FGZ of een AF360FGZ.
AF200FG
333
11
K-r_OPM_DUT.book Page 334 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
334
Automatische macroflitser AF160FC
De AF160FC is een flitssysteem dat speciaal is ontwikkeld voor macrofotografie waarmee op korte afstand zonder schaduwen opnamen kunnen worden gemaakt van kleine voorwerpen. Het systeem is compatibel met bestaande functies voor
Automatisch DDL-flitsen en kan worden gebruikt met een groot aantal PENTAXcamera’s door gebruik te maken van bijgeleverde adapterringen.
Flitsschoenadapter F
G
Verlengsnoer F5P
AF160FC
Flitsschoenadapter F
G
Flitsschoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren om de externe flitser op afstand van de camera te gebruiken.
Flitsschoenadapter F
11
Flitsschoenklem CL-10
Als u de AF540FGZ of de AF360FGZ gebruikt als draadloze flitser, wordt deze grote klem gebruikt om de flitser op een tafel of een bureau te bevestigen.
Flitsschoenklem CL-10
K-r_OPM_DUT.book Page 335 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Voor de zoeker
Oogschelploep O-ME53
Zoekeraccessoire waarmee tot ca. 1,18 keer wordt vergroot.
Als de oogschelp wordt aangesloten op de W met een zoekervergroting van ca. 0,85 keer, levert dat een gecombineerde vergroting op van ca.
1,0 keer, wat handmatige scherpstelling gemakkelijker maakt.
Zoekerloep F
B
Zoekeraccessoire waarmee het centrale gebied van de zoeker
2× wordt vergroot.
De zoekerloep scharniert, zodat u het gehele beeld gemakkelijk kunt weergeven in de zoeker door de zoekerloep omhoog te klappen.
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder een hoek kan worden bekeken.
Klikt in met stappen van 90°.
De zoekervergroting kan worden ingesteld op 1× of 2×.
Oogschelploep O-ME53
Zoekerloep F B
Hoekzoeker A
Dioptriecorrectielens M
Dit accessoire past de dioptrie aan en wordt op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld in de zoeker duidelijk te zien, hebt u de keus uit acht correctielensadapters M van
–5 tot +3 m –1 (per meter).
Oogschelp F
Q
(*)
ME-zoekerkap
Dioptriecorrectielens M
335
11
K-r_OPM_DUT.book Page 336 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
336
Afstandsbediening
U kunt opnamen maken binnen 4 m vanaf de voorzijde van de camera.
Afstandsbediening F
Waterdichte afstandsbediening
Remote Control Waterproof O-RC1
11
Cameratas/-riem
Cameratas O-CC84
Camerariem O-ST53 (*)
Draagriem O-ST991
Draagriem O-ST992
Verstelbare draagriem O-ST842
K-r_OPM_DUT.book Page 337 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Sensorschoonmaakset Kit O-ICK1
Gebruik deze set voor het schoonmaken van de optische onderdelen van de camera, bijvoorbeeld de CMOS-sensor en het objectief.
Overig
Dop K voor cameravatting (Body Mount Cap K)
Flitsschoenbeschermer F
K
(*)
USB-kabel I-USB7 (*)
AV-kabel I-AVC7
337
11
338
K-r_OPM_DUT.book Page 338 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Foutberichten
11
Foutbericht
Geheugenkaart vol
Geen beeld
Deze opname kan niet worden weergegeven
Geen geheugenkaart in camera
Kaart niet bruikbaar
Geheugenkaartfout
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Geheugenkaart beveiligd
Beschrijving
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of verwijder niet-
benodigde opnamen. (p.55, p.86)
Bij de volgende bewerkingen kunnen gegevens worden opgeslagen.
• Het bestandsformaat wijzigen
• JPEG-resolutie of JPEG-kwaliteit wijzigen.
Er zijn geen opnamen die met de SD-geheugenkaart kunnen worden weergegeven.
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera
De geplaatste SD-geheugenkaart is niet compatibel met deze camera.
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is. De opnamen kunnen mogelijk worden weergegeven op een computer, maar niet met deze camera.
De door u gebruikte SD-geheugenkaart is niet geformatteerd of is geformatteerd op een ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de kaart met deze
camera voordat u ze in gebruik neemt. (p.278)
Het schuifje van de schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart staat zo ingesteld dat de SD-geheugenkaart tegen schrijven beveiligd is. Verschuif het schuifje zodat de SD-geheugenkaart kan worden
K-r_OPM_DUT.book Page 339 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
339
Foutbericht
De kaart is elektronisch vergrendeld
Deze opname kan niet worden uitvergroot
Deze opname is beveiligd
Batterij leeg
Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen
Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Kan de opname niet opslaan
Instellingen niet opgeslagen
De bewerking is niet op correcte wijze voltooid
Er kunnen geen nieuwe beelden worden geselecteerd
Beschrijving
De gegevens worden beschermd met de beveiligingsfunctie van de SD-geheugenkaart.
U probeert een opname uit te vergroten die niet kan worden uitvergroot.
U probeert een beveiligde opname te wissen.
Maak eerst de beveiliging van de opname
De batterij is uitgeput. Plaats een volledig opgeladen batterij of nieuwe AA-batterijen
Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de sensor wanneer de batterijen onvoldoende stroom leveren. Plaats een volledig opgeladen batterij of nieuwe AAbatterijen, of gebruik de netvoedingsadapterset
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft. Plaats een volledig opgeladen batterij of nieuwe AA-batterijen, of gebruik de netvoedingsadapterset K-AC109
Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer (9999) zijn gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe
SD-geheugenkaart of formatteer
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de SD-geheugenkaart.
De DPOF-instellingen konden niet worden opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is.
Verwijder ongewenste opnamen en stel DPOF
Het is niet gelukt om de witbalans handmatig te meten of stof te detecteren op de sensor.
Probeer het opnieuw. (p.211, p.328)
U kunt per keer niet 100 of meer
opnamen selecteren voor Index (p.239)
11
340
K-r_OPM_DUT.book Page 340 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Foutbericht
Er kan geen opname worden bewerkt
Deze opname kan niet worden verwerkt
De camera heeft geen opname gemaakt
Camera oververhit. Live weergave tijdelijk uit om elektronica te beschermen
Kan Live View niet starten
Deze functie is in deze modus niet beschikbaar
Beschrijving
Er zijn geen opnamen die kunnen worden verwerkt met gebruik van de functie Digitaal
filter (p.264) of RAW-ontwikkeling. (p.270)
Wordt weergegeven als u de functie Formaat
wijzigen (p.260), Uitsnijden (p.262), Digitaal
filter (p.264) of RAW-ontwikkeling (p.270)
probeert uit te voeren voor opnamen die zijn gemaakt met andere camera’s, of als u probeert de functie Formaat wijzigen of Uitsnijden te gebruiken voor opnamen met een minimale bestandsgrootte.
Het is niet gelukt een indexafdruk
Live weergave kan niet worden gebruikt omdat de temperatuur in de camera te hoog is. Druk op de knop 4 en probeer Live weergave opnieuw in te schakelen als de camera is afgekoeld.
Wordt weergegeven wanneer Live weergave wordt gestart als [22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4] ingesteld is op [Niet toegestaan] en de diafragmaring van het objectief op een andere positie ingesteld is dan s , of wanneer een objectief zonder de positie s wordt gebruikt.
U probeert een functie in te schakelen die niet beschikbaar is wanneer de opnamestand ingesteld is op de Picture-stand, de stand
H (Scène) of de stand C (Video).
11
K-r_OPM_DUT.book Page 341 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Problemen oplossen
341
In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren vanwege statische elektriciteit. Dit kan worden opgelost door de batterij te verwijderen en terug te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, verwijder dan de batterij en plaats deze terug.
Vervolgens zal de spiegel worden ingetrokken als de camera opnieuw aangezet wordt. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig.
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
Probleem
De camera schakelt niet in
De sluiter kan niet worden ontspannen
Oorzaak
De batterij is niet geplaatst
De batterij is bijna leeg
Oplossing
Controleer of een batterij is geplaatst.
Zo niet, plaats dan een volledig opgeladen batterij.
De batterij is niet op de juiste wijze geplaatst
Controleer of de batterij in de juiste richting is geplaatst.
Plaats de batterij terug volgens de +/–
Vervang de batterij door een opgeladen batterij of gebruik de netvoedingsadapterset
De diafragmaring van het objectief staat op een andere positie dan s .
De ingebouwde flitser wordt opgeladen
[
Zet de diafragmaring op positie of selecteer [Toegestaan] bij s
[22. Diafragmaring gebruiken] in het menu
A
Wacht tot het opladen gereed is.
Er is geen vrije ruimte op de SDgeheugenkaart.
Opnemen
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder
overbodige opnamen. (p.55, p.86)
Wacht tot opslaan gereed is.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 342 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
342
11
Probleem
De autofocus werkt niet
De scherpstelling kan niet worden vergrendeld
Oorzaak
Er kan moeilijk worden scherpgesteld op het onderwerp
Oplossing
De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast
(de lucht, witte muren, etc.), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd.
Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand, richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in. Gebruik anders de handmatige
Het onderwerp bevindt zich niet in het AF-veld
Plaats het onderwerp in het scherpstelkader in het midden van de zoeker. Valt het onderwerp buiten het scherpstelkader, richt de camera dan op het onderwerp, stel scherp en vergrendel de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt), kader het beeld opnieuw uit en druk
de ontspanknop helemaal in. (p.137)
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
Het onderwerp is te dichtbij
Scherpstelfunctie is ingesteld op \
Zet de scherpstelfunctieknop op =
[AF-modus] is ingesteld op k
Autofocus wordt niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als [AF-modus] ingesteld is op k (ook wanneer bij f automatisch de instelling k wordt geselecteerd). De camera blijft scherpstellen op het onderwerp wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. Als er een onderwerp is waarop u wilt scherpstellen, stel [AF-modus] dan in op l (Eén opname) en gebruik
de scherpstelvergrendeling. (p.130)
De opnamestand is ingesteld op \ in de Picture- stand, of n , l ,
R of Y in de stand H .
Kies voor de opnamestand een andere instelling dan \ (Bewegend onderw.) in de Picture-stand, of n
(Podiumbelichting), l (Nachtsnapshot),
R (Kinderen) of Y (Huisdier) in de stand
H
K-r_OPM_DUT.book Page 343 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Probleem
Het functie
Belichtingsgeheugen werkt niet
Oorzaak
De sluitertijd is ingesteld op h
Stel de sluitertijd in op een andere stand dan h
Oplossing
De ingebouwde flitser gaat niet af
Het powerzoomsysteem werkt niet.
Wanneer de flitser is ingesteld op C of C , gaat de flitser niet af als het onderwerp licht is
De functiekiezer is ingesteld op a
Stel de flitser in op b (Handmatig ontsteken) of D
(Handmatig + Anti Rode Ogen). (p.77)
De stand op
Z
A
,
,
U of
H is ingesteld
K ,
E n ,
Zet de functiekiezer op een andere stand dan a
Stel de stand H (Scène) in op een andere stand dan A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), n (Podiumbelichting),
Z (HDR nachtbeeld), U (Kaarslicht) of E
De camera heeft geen powerzoomfunctie.
De USBaansluiting met een computer werkt niet naar behoren
De USBaansluitfunctie is ingesteld op [PTP]
[
Stel [USB-aansluiting] in het menu
R
Instellen 2] in op [MSC]. (p.303)
343
11
K-r_OPM_DUT.book Page 344 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
344
Probleem
Shake
Reduction werkt niet
Oorzaak
De functie Shake
Reduction is uitgeschakeld
Oplossing
Stel [Shake Reduction] in op AAN. (p.147)
De functie Shake
Reduction is niet correct ingesteld
Stel in het scherm [Inv brandp afstand] de brandpuntsafstand in als u een objectief gebruikt dat niet automatisch
objectiefinformatie kan doorgeven. (p.148)
De sluitertijd is bij het uitzoomen of het maken van nachtopnamen te traag, zodat de functie Shake
Reduction niet effectief is.
Schakel [Shake Reduction] uit en gebruik een statief.
Het onderwerp is te dichtbij
Beweeg weg van het onderwerp of schakel de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 345 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Belangrijkste technische gegevens
345
Modelbeschrijving
Type
Objectiefvatting
Compatibel objectief
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare
P-DDL-flitser
PENTAX K
AF2
-bajonetvatting (AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten, K-vatting met voedingscontacten)
Objectieven met K
AF3
-, K
AF2
- (powerzoom niet compatibel),
K
AF
- of K
A
-vatting
Beeldopslagunit
Beeldsensor Primair kleurenfilter, CMOS, Grootte: 23,6 × 15,8 (mm)
Effectief aantal pixels Ca. 12,4 megapixels
Totaal aantal pixels Ca. 12,9 megapixels
Stofverwijdering
Gevoeligheid
(standaarduitvoer)
Behandeling SP-coating en CMOS-sensor met
Stofalarm-functie
AUTO/200 t/m 12800 (LW-stappen kunnen worden ingesteld op 1 LW, 1/2 LW of 1/3 LW), uitbreidbaar van ISO 100 tot
ISO 25600. Tot ISO 1600 in de stand h .
Beeldstabilisator
Type
Effectief correctiebereik
Verschuiving CMOS-beeldsensor
Tot 4 LW (afhankelijk van het gebruikte objectieftype en de opnameomstandigheden)
Bestandsindelingen
Bestandsindeling RAW (PEF/DNG), JPEG (Exif 2.21), compatibel met DCF2.0
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Kleurruimte
JPEG: E (4288 × 2848 pixels), J (3936 × 2624 pixels),
P (3072 × 2048 pixels), i (1728 × 1152 pixels)
RAW: E (4288 × 2848 pixels)
RAW (12bit): PEF, DNG JPEG: C (Best), D (Beter),
E (Goed), compatibel met gelijktijdig vastleggen van
RAW + JPEG sRGB, AdobeRGB
11
K-r_OPM_DUT.book Page 346 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
346
LCD-monitor
Type
Grootte
Punten
Afstelling
11
Preview
(Voorbeeld)
Type
Witbalans
Auto
Voorkeuze
Opslagmedium
Opslagmap
Live weergave
Type
Scherpstelmechanisme
Scherm
SD/SDHC-geheugenkaart
Datum (100_1018, 100_1019...)/PENTX (100PENTX,
101PENTX...)
Zoeker
Type
Dekking (FOV)
Vergroting
Lengte oogafstand
(Eye-Relief)
Dioptriecorrectie
Scherpstelscherm
Zoeker met pentaspiegel
Ca. 96%
Circa 0,85× (50 mm F1.4 · ∞ )
Circa 19,1 mm (vanaf het kijkvenster), Circa 21,6 mm
(vanaf het midden van het objectief)
Ca. 2,5 t/m +1,5 m
–1
Natural-Bright-Matte II-scherpstelscherm
DDL-methode met gebruik van CMOS-beeldsensor
Contrastdetectie + Gezichtsherkenning, Contrastdetectie,
Phase Matching
Gezichtsveld circa 100%, Vergrote weergave (stand = :
2×, 4×, 6×/stand \ : 2×, 4×, 6×, 8×, 10×), Rasterweergave
(Raster 4 × 4, Gulden snede, Schaal), Waarschuwing heldere/ donkere gebieden, Histogram
TFT-kleuren-LCD met brede kijkhoek
3,0 inches
Circa 921.000 punten
Helderheid en kleuren instelbaar
Optisch voorbeeld en digitaal voorbeeld (kunnen in het menu worden toegewezen aan de knop | )
DDL-methode met gebruik van CMOS-beeldsensor
Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht ( D : Daglicht kleuren,
N : Daglicht wit, W : Koel wit licht, L : Warm wit licht), Lamplicht,
Flitser, f , Manueel
K-r_OPM_DUT.book Page 347 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
347
Manueel
Fijnafstelling
Configuratie met gebruik van het scherm
Instelbare stappen van ±7 op A-B-aslijn of G-M-aslijn
Autofocussysteem
Type
Scherpstelsensor
Helderheidsbereik
AF-modus
DDL: autofocus op basis van Phase Matching
SAFOX IX, 11 punten (9 scherpstelpunten van het kruistype in het midden)
LW-1 t/m 18 (ISO100)
Auto AF ( f ), Enkel AF ( l ), Continu AF ( k )
Scherpstelvoorkeuze- of sluitertijdvoorkeuzestand voor l
Scherpstelvoorkeuze- of FPS-voorkeuzestand voor k
Selectie van
AF-punten
AF-hulplicht
Auto: 5 punten, Auto: 11 punten, Selectie, Midden
Specifiek AF-hulplicht op basis van LED
Lichtmeting
Type
DDL met open diafragma, meting in 16 segmenten, nadruk op midden en spotmeting
Belichtingscorrectie LW1 t/m 21,5 (ISO200 · 50 mm F1.4)
Belichtingsfunctie
Belichtingscorrectie
Belichtingsgeheugen
Auto Picture, Picture mode (Portret, Landschap, Macro,
Bewegend onderw., Portret bij nacht, Filtser UIT)
Scènemodus (Nachtopname, Strand & sneeuw, Eten & drinken, Zonsondergang, Podiumbelichting, Nachtsnapshot,
HDR nachtbeeld, Kinderen, Huisdier, Kaarslicht, Museum)
* Bij Podiumbelichting, Nachtsnapshot en HDR nachtbeeld is de bestandsindeling vast ingesteld op JPEG.
Programma, Gevoel. voorkeuze, Sl.tijd voorkeuze, Diafr. voorkeuze, Manueel, Tijdopname
±3 LW (stappen van 1/2 LW of stappen van 1/3 LW kunnen worden geselecteerd)
Kan in het menu worden toegewezen aan de knop = / L .
(Timermethode: Twee keer de lichtmeettijd die is ingesteld bij de persoonlijke instellingen), Continu zolang ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
11
Sluiter
Type
Sluitertijd
Elektronisch geregelde verticale spleetsluiter
Auto: 1/6000 t/m 30 sec., Manueel: 1/6000 t/m 30 sec. (stappen van 1/3 LW of stappen van 1/ 2 LW), Tijdopname
K-r_OPM_DUT.book Page 348 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
348
Transportstanden
Selectie van standen
Continuopname
Enkelbeeld, Continu (Hoog, Laag), Zelfontspanner (12s, 2s),
Afstandsbediening (onmiddellijk, 3 sec., continu),
Automatische bracketing (3 beeldjes)
Circa 6 fps, JPEG ( E · C · Continu hoog): tot 25 beeldjes, RAW: tot 12 beeldjes
Circa. 2 fps, JPEG ( E · C · Continu Laag): totdat SD-geheugenkaart vol is, RAW: tot 36 beeldjes
Ingebouwde flitser
Type
Flitsinstelling
Synchronisatiesnelheid
Flitsbelichtingscorrectie
-
Ingebouwde P-DDL-flitser met seriële regeling
GN: circa 16 (ISO200/m), circa 12 (ISO100/m)
Beeldhoek: equivalent aan beeldhoek van een 28 mmobjectief (35 mm-equivalent)
P-DDL, Anti Rode Ogen, Lange-sluitertijdsynchronisatie,
Synchronisatie met tweede sluitergordijn
Synchronisatie met hoge snelheid en Draadloze synchronisatie zijn ook beschikbaar met specifieke externe PENTAX-flitser.
1/180 sec.
2,0 t/m +1,0 LW
11
Opnamefuncties
Aangepaste opname
Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig, Gedempt,
Bleach Bypass, Diapositieffilm, Monochroom
Ruisonderdrukking Ruisond. lange sltrtijd, Ruisond. hoge ISO-wrd
Instelling
Dynamisch bereik
Hooglichtcorrectie, Schaduwcorrectie
Objectiefcorrectie
Cross-processing
Vervormingscorrectie, Correctie laterale chromatische aberratie
Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
Intervalopname
Speels, Retro, Sterk contrast, Kleurextractie, Soft, Sterren,
Fisheye, Aangepast filter
Auto, stand., Sterk 1, Sterk 2, Sterk 3, functie voor automatische compositiecorrectie
Er kunnen 2 tot 9 opnamen worden geselecteerd.
Automatische LW-afstelling beschikbaar.
Intervalinstelling voor het maken van opnamen (1 sec. t/m
24 uur), Instelling van start interval (onmiddellijk, ingesteld tijdstip), Maakt maximaal 999 opnamen
K-r_OPM_DUT.book Page 349 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
349
Video
Bestandsindeling
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Geluid
Opnametijd
Aangepaste opname
Cross-processing
Digitaal filter
Motion JPEG (AVI) b (1280 × 720, 16:9, 25 fps), c (640 × 480, 4:3, 25 fps)
C (Best), D (Beter), E (Goed)
Ingebouwde monomicrofoon
Tot 25 minuten; het opnemen wordt automatisch stopgezet als de interne temperatuur van de camera te hoog wordt.
Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig, Gedempt,
Bleach Bypass, Diapositieffilm, Monochroom
Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Speels, Retro, Sterk contrast, Kleurextractie, Kleur
Weergavefuncties
Weergavebeeld
Wissen
Digitaal filter
RAW-ontwikkeling
Bewerken
Eén enkel beeld, beeldvergelijking, weergave van meerdere opnamen (4, 9, 16, 36, 81 segmenten), weergave van vergroting (tot 16×, scrollende en snelle vergroting beschikbaar), roterend, histogram (Y-histogram, RGBhistogram), waarschuwing heldere/donkere gebieden, weergave detail-info, copyrightgegevens, (fotograaf, copyrighthouder), mapweergave, kalenderweergave, diavoorstelling
Eén enkele opname wissen, alle opnamen wissen, opnamen selecteren en wissen, map wissen, opname tijdens momentcontrole wissen
Speels, Retro, Sterk contrast, Schetsfilter, Aquarel, Pastel,
Posterisatie, Miniatuur, Base Parameter Adjustment,
Monochroom, Kleur, Kleurextractie, Soft, Sterren, Fisheye,
Vlak, HDR, Aangepast filter
Bestandsindeling (JPEG), Aangepaste opname, Witbalans,
Gevoeligheid, Ruisond. hoge ISO-wrd, Schaduwcorrectie,
Vervormingscorrectie, Correctie laterale chromatische aberratie, Kleurruimte
Formaat wijzigen, Bijsnijden (afstelling van verhoudingen en hoek beschikbaar), Index, Video bewerken (geselecteerde beeldjes splitsen of wissen), Een JPEG-foto maken van een video-opname 11
K-r_OPM_DUT.book Page 350 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
350
Aanpassen aan persoonlijke wensen
Persoonlijke instellingen
22 items
Geheugen voor standen
13 items
Toewijzingsknop
Tekstformaat
Wereldtijd
Knop | (Knop Snelinstelling, Aangepaste opname, Optisch voorbeeld, Digitaal voorbeeld, Digitaal filter, Cross-processing,
1x voor bestands-form.)
Knop = / L (AF, AE-L) stand., Groot
Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
Language
AF-aanpassing
Copyrightgegevens
Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans,
Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch,
Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Traditioneel
Chinees, Vereenvoudigd Chinees en Japans
Stappen van ±10, Uniforme afstelling
Namen van “Fotograaf” en “Copyright-houder” worden ingesloten in het beeldbestand.
Revisiehistorie kan worden gecontroleerd met de bijgeleverde software.
11
Voeding
Batterijtype
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109
Met de AA-batterijhouder D-BH109 (optioneel) kunnen vier AA-batterijen (lithium, oplaadbare Ni-MH, alkaline) worden gebruikt.
Netvoedingsadapter Netvoedingsadapterset K-AC109 (optioneel)
Levensduur batterij
(Met D-LI109)
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (met 50% gebruik van de flitser): circa 470 opnamen,
(zonder gebruik van de flitser): circa 560 opnamen
Weergavetijd: circa 300 minuten
(Met AA-lithiumbatterijen)
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (met 50% gebruik van de flitser): circa 1.000 opnamen,
(zonder gebruik van de flitser): circa 1.600 opnamen
Weergavetijd: circa 620 minuten
* Getest in overeenstemming met de CIPA-norm. Feitelijke resultaten kunnen variëren al naargelang de opnamecondities en opnameomstandigheden.
K-r_OPM_DUT.book Page 351 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Interfaces
Aansluitpoort
USB-aansluiting
Videosignaal
USB 2.0 (ondersteunt hoge snelheid) /AV-uitgang
MSC/PTP
NTSC, PAL
Infraroodaansluiting Infraroodaansluiting IN/UIT (IrSimple)
Afmetingen en gewicht
Afmetingen
Ca. 125 mm (B) × 97 mm (H) × 68 mm (D) (exclusief uitstekende delen)
Gewicht
Ca 544 gram (alleen body), Circa 598 gram (inclusief specifieke batterij en SD-geheugenkaart)
Accessoires
Inhoud van het pakket
Software
USB-kabel I-USB7, Riem O-ST53, Oplaadbare lithiumionbatterij D-LI109, Batterijlader D-BC109, Software (CD-ROM)
S-SW110, <Gemonteerd op de camera> Oogschelp F
Q
,
Flitsschoenbeschermer F
K
, Dop cameravatting
PENTAX Digital Camera Utility 4
351
11
352
K-r_OPM_DUT.book Page 352 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Verklarende woordenlijst
11
AdobeRGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in nietcompatibele software, lijken de kleuren lichter.
AF-punt
Een punt in de zoeker dat bepaalt waarop scherp wordt gesteld. Bij deze camera kunt u kiezen tussen [Auto], [Selecteren] en [Spotmeting].
Belichtingsbracketing
Voor het automatisch wijzigen van de belichting. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt.
De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht.
Belichtingscorrectie
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en/of diafragmawaarde te wijzigen.
Camerabeweging (onscherpte)
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom het bewegen van de camera door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken en te werken met een kortere sluitertijd. U kunt de camera ook op een statief aansluiten. Omdat het risico dat de camera wordt bewogen, het grootst is wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, kunt u bewegingen ook voorkomen met de functie Shake Reduction, de zelfontspanner of de afstandsbediening.
CMOS-sensor
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen waarmee de opname wordt opgebouwd.
K-r_OPM_DUT.book Page 353 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
353
DCF (Design rule for Camera File system)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries
Association).
Diafragma
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert op weg naar de CMOS-sensor.
DNG RAW-bestand
DNG (Digital Negative) RAW is een voor algemene doeleinden bestemde
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems. Na conversie van opnamen die zijn gemaakt met eigen RAW-bestandsindelingen naar de DNG-bestandsindeling, neemt de ondersteuning en compatibiliteit enorm toe.
Donkere gedeelte
Het onderbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt zwart.
DPOF (Digital Print Order Format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die
DPOF-afdrukken maakt.
Dynamisch bereik (D-Range)
Wordt aangeduid met een waarde die uitdrukking geeft aan het lichtniveau dat op een opname kan worden gereproduceerd.
Dit heeft dezelfde betekenis als de Engelse term “latitude” waarmee bij analoge fotografie het bereik wordt bedoeld waarin zinvol gebruik kan worden gemaakt van over- en onderbelichting.
Over het algemeen is het minder waarschijnlijk dat bij een groot dynamisch bereik in het beeld overbelichte en/of onderbelichte gebieden optreden, en kan bij een klein dynamisch bereik van alle beeldtonen een scherp en nauwkeurig beeld worden geproduceerd.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 354 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
354
11
Exif (Exchangeable image file format for digital still camera)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries
Association).
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale aslijn vertegenwoordigt de helderheid en de verticale aslijn het aantal pixels. Dit is handig als u het belichtingsniveau van een opname wilt controleren.
ISO-gevoeligheid
Het gevoeligheidsniveau voor licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
JPEG
Methode voor beeldcompressie. Bij deze camera kunt u kiezen tussen
C (Best), D (Beter) en E (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd.
Kleurruimte
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt
[sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleurschakering heeft dan sRGB.
Kleurtemperatuur
Dit is een beschrijving in getalwaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht. Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
Kwaliteitsniveau
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname.
Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt.
De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt.
K-r_OPM_DUT.book Page 355 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
355
Lichte gedeelte
Het overbelichte deel van een opname verliest contrast en lijkt wit.
Lichtmeting bij automatische belichting
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Kies op deze camera uit [Meervlaks meting], [Centerweighted Metering] en [Spotmeting].
LW (belichtingswaarde)
De belichtingswaarde wordt bepaald door een combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd.
ND (Neutrale Densiteit)-filter
Filter met veel verzadigingsniveaus, dat de helderheid aanpast zonder dat dit invloed heeft op de kleurtint van de opname.
NTSC/PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord-Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China.
RAW
Uitvoer van onbewerkte opnamegegevens vanuit de CMOS-sensor.
RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Camerainstellingen op het moment van de opname, zoals witbalans, contrast, verzadiging en scherpte, kunnen na het fotograferen voor elk beeldje worden ingesteld. RAW-gegevens zijn 12-bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8-bits JPEG-gegevens. Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de bijgeleverde software om beelden te creëren met andere instellingen, zoals JPEG.
Resolutie
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 356 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
356
11
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd of een hoge gevoeligheid.
Scherptediepte
Scherpstelgebied. Dit hangt af van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief en de afstand tot het onderwerp. U kunt een kleiner diafragma (een hogere waarde) kiezen voor meer scherptediepte, of een groter diafragma (een lagere waarde) voor minder scherptediepte.
Sluitertijd
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CMOS-sensor.
De hoeveelheid licht die op de CMOS-sensor valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC
(International Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif.
Vignettering
De randen van opnamen worden zwart omdat het door het onderwerp gereflecteerde licht gedeeltelijk wordt geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel gedeeltelijk wordt geblokkeerd door het objectief.
Witbalans
Tijdens het maken van opnamen wordt de kleurtemperatuur in overeenstemming gebracht met de lichtbron om het onderwerp de juiste kleur te geven.
K-r_OPM_DUT.book Page 357 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
MEMO
357
11
358
K-r_OPM_DUT.book Page 358 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Index
11
Symbolen
[
Menu .......................... 91, 314
[ Q
Menu ................ 229, 276, 317
[
Menu ........................ 276, 318
[ A
Menu .......................... 93, 319
Q
-knop ...................... 24, 26, 85
|
-knop .................... 24, 26, 205
m c
-knop .......................... 24, 121
K /
-knop ................ 24, 26, 81, 86
I
Auto Picture ........... 71, 96
=
\ Bewegend onderwerp ....... 96
.
Portretopname bij nacht ... 96
d
Blauwe hemel .................. 96
a
Flitser UIT .......................... 96
A
Nachtopname ................... 97
Q
Strand & sneeuw .............. 97
K
Eten & drinken ................... 97
K
Z
R
Kinderen ............................ 97
Y Huisdier ............................. 97
U
Kaarslicht .......................... 97
E
Museum ........................... 97
C
Video ...............................174
Codering
1x voor bestandsformaat ......206
-synchronisatie ..........184, 196
A
(Digitaal filter) .............163,266
Aangepaste opname ............221
(Digitaal filter) ....................264
Aanpassing van hoge en lage tonen (Aangepaste opname) ............................221
Accessoires ..........................332
Actie in de stand
AdobeRGB ...................214, 352
=
(Autofocus) ....................127
AF160FC ......................189, 334
AF200FG ......................189, 333
AF360FGZ ....................189, 333
AF540FGZ ....................189, 333
AF-aanpassing .....................132
AF-hulplicht ....................22, 132
= /
AF-koppeling ..........................22
AF-modus .............................130
AF-punt .........................134, 352
AF-punt weergeven ..............134
Afstandsbediening ................152
Alkalinebatterijen ....................48
Anti Rode Ogen ..............82, 195
Aquarel (Digitaal filter) ..........264
Audiovisueel apparaat ..........252
Auto Picture
K-r_OPM_DUT.book Page 359 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Automatisch roteren van opnamen ................... 232
Automatisch uitschakelen .... 291
Automatische flits ................... 80
F (Witbalans) ................ 208
c
-stand ............................... 112
AV-kabel .............................. 252
B
Basisinstellingen .................... 63
Batterij ...................... 45, 48, 292
Batterijtype ........................... 292
Bedieningsindicatie ................ 35
Bedieningspaneel ............ 29, 39
Beeldtint ............................... 221
Beeldvlak, indicatie ................ 22
Belichting ............................. 100
Belichting vergrendelen ....... 138
Belichtingsbracketing ....122, 352
Belichtingscorrectie ...... 121, 352
Belichtingsfunctie ................. 107
geheugen ......... 116, 125, 138
Belichtingsstappen ............... 122
Belichtingswaarschuwing .......... 112, 114
Bestandsindeling ......... 202, 306
Bestandsnummer ................. 290
Bestemmingstijd .................. 280
Beveiligen ............................ 250
Bewegend onderwerp
Bewolkt (Witbalans) ............. 208
Bijgeleverde software .......... 306
Blauwe hemel
Brandpuntsafstand ............... 148
C
Camerabeweging ................. 352
Catch-in focus ...................... 141
CMOS-sensor ...................... 352
359
CMOS-sensor reinigen .........327
Computer ..............................301
Continu autofocus ................138
Continu opnamen maken .....155
Continuopname ....................155
Continustand
Contrast-AF ..........................167
Copyrighthouder ...................293
Correctie van de hoge lichten ...............................215
Cross-processing .................224
f (Witbalans) ..................208
D
Daglicht (Witbalans) .............208
Datum instellen .......................67
Datum toevoegen .................296
Datum wijzigen .....................280
DCF ......................................353
Detail-info, weergave van .......31
Diafragma .....................101, 353
Diafragmaring .......................108
Diafragmavoorkeuze-stand c
.....................................112
Diavoorstelling ......................242
Digitaal filter ..................162, 264
Digitaal voorbeeld .........142, 145
Dioptriecorrectie .....................61
DNG .............................204, 353
gebieden .............34, 216, 353
DPOF ...........................295, 353
Draadloos (flitsen) ................192
Draadloze bediening van de flitser .....................195
Draagriem ...............................44
Dubbelopnamen ...................159
bereik ................104, 215, 353
11
K-r_OPM_DUT.book Page 360 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
360
11
E
Eén opname, stand
e-knop .............................. 24, 26
e-knop in Programma .......... 109
Eten & drinken
Exif ............................... 293, 354
Externe flitser ....................... 189
F
Faseverschil AF ................... 167
Filter ............................. 162, 264
(Aangepaste opname) ...... 222
Fisheye (Digitaal filter) ......... 162
Fisheye-filter ........................ 265
Flitsbelichtingscorrectie ......... 84
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie, stand (flitser) .................... 198
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie, stand (flitser) .................... 191
Flitser ............................. 77, 181
Flitser (Witbalans) ................ 208
Flitser UIT
a .......................... 96
Focuspunt ............................ 352
Formaat wijzigen .................. 260
Formatteren ......................... 278
Fotograafgegevens .............. 293
Foutbericht ........................... 338
Functiekiezer ................... 24, 95
G
Geheugen ............................ 298
Geluid .................................. 173
Geluidssignaal ..................... 279
Gevoeligheid ........................ 102
Gevoeligheidsvoorkeuze
K
.................................... 110
Gezichtsherkenning AF ....... 167
H
Half indrukken ........................74
Handmatig flitsen ....................81
Handmatig scherp stellen
\
....................................139
Handmatige witbalans ..........211
HDR (Digitaal filter) ..............265
HDR-opname .......................217
Heldere gebieden .................215
Heldere/donkere gebieden, waarschuwing ...................231
Helderheid ............................287
Helderheid aanpassen .........215
Helderheid van de monitor .... 287
Helemaal indrukken ................74
Help ......................................310
Histogram .......................33, 354
Hoofdschakelaar ........24, 26, 62
Hoog dynamisch bereik ........217
Huisdier
Y .............................97
Hulpdisplay .....................27, 284
I
Index .....................................239
knop .................24, 26, 30
Infraroodpoort .........................22
Infraroodtransmissie .............254
Ingebouwde flitser ..................77
Initialiseren ...........................278
Intervalopnamen ...................157
Invoer brandpuntsafstand .....148
IrSimple ................................254
ISO-gevoeligheid ..........102, 354
J
JPEG ............................202, 354
JPEG-kwaliteit ................57, 201
opnameresolutie .........57, 200
Juiste belichting ....................100
K-r_OPM_DUT.book Page 361 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
K
Kaarslicht U
Kalenderweergave ............... 236
Kelvin ........................... 210, 354
Kiezen & wissen .................. 246
Kinderen R
............................ 97
Kleur (Digitaal filter) ..... 163, 265
Kleur aanpassen (Aangepaste opname) ........................... 222
Kleur van de monitor ............ 288
(Digitaal filter) ........... 162, 265
Kleurruimte .................. 214, 354
Kleurtemperatuur ......... 210, 354
Kleurverzadiging (Aangepaste opname) ........................... 221
niveau ......... 57, 172, 201, 354
L
Lamplicht (Witbalans) .......... 208
Landschap s
-sluitertijdsynchronisatie ... 182
Laterale chromatische aberratie ........................... 219
LCD-kleur instellen .............. 288
LED voor lezen van/schrijven naar kaart ........................... 22
Lichte gebieden ............. 34, 355
Lichtmeetmethode ............... 118
Lichtmeting bij automatische belichting .......................... 355
Lichtmeting met nadruk op midden ........................ 119
Lichtmeting, automatisch ..... 118
Lichtmetingstijd .................... 120
Lithiumbatterijen .................... 48
Live weergave ...................... 166
U knop ......................... 24, 169
361
LW ........................................355
M
a (Manueel)-stand ...............114
Macintosh .............................302
Macro q
.................................96
Manueel-stand a
Map wissen ..........................247
Mapnaam .............................289
Mappen aanmaken, nieuwe ..............................289
Mapweergave .......................235
Mass Storage Class .............304
Matglas .................................140
Meerdere flitsers ...................197
Meervlaks lichtmeting ...........118
Menubediening .......................40
3
-knop ...............24, 26, 40
Menupagina’s, weergave .....285
\
(Handmatig scherp stellen) ..................139
Miniatuur (Digitaal filter) .......264
Momentcontrole ..............73, 286
Monitor ...................................27
(Digitaal filter) ....................265
MSC .....................................304
Museum
E ............................97
N
Nachtopname
Nachtopname HDR
Nachtsnapshot l
Namen van steden ...............282
ND (Neutrale Densiteit), filter ...................................355
Neonlicht (Witbalans) ...........208
Netvoedingsadapter ...............53
Ni-MH oplaadbare batterijen .............................48
NTSC ............................253, 355
11
K-r_OPM_DUT.book Page 362 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
362
11
O
Objectief ......................... 59, 323
met diafragmaring .... 108, 325
Objectiefcorrectie ................. 219
Objectiefinformatie, contactpunten ..................... 22
Objectiefontgrendelknop ........ 60
Objectiefvatting, index ........... 22
-knop ................. 24, 26, 135
objectief ........................ 22, 24
Ontspanknop ............. 24, 26, 74
Ontwikkeling ........................ 270
Oogschelp .............................. 61
Opladen ................................. 45
Opnamegegevens ................. 28
Opnamen continu weergeven ........................ 242
Opnamen maken met daglichtsynchronisatie ........ 83
Opnamen vergelijken ........... 238
Opnamen vergelijken in een duel ........................ 257
Opnameresolutie ........... 57, 200
Opnamestand ........................ 95
Opslagcapaciteit .................... 58
Optionele accessoires ......... 332
Optisch voorbeeld ........ 142, 144
P
e
(Programma)-stand ......... 108
PAL .............................. 253, 355
Pastel (Digitaal filter) ............ 264
PC/AV-aansluiting ................ 252
P-DDL (flitser) ...................... 195
P-DDL Auto (Flitsen) ............ 190
PEF ...................................... 204
Utility 4 ............................. 306
Picture Transfer Protocol ......304
Picture-stand ..........................96
Pixels ....................................200
Pixeluitlijning .........................297
Podiumbelichting
Portret =
................................96
Portretopname bij nacht .
Posterisatie (Digitaal filter) ...264
Productregistratie .................311
Programma-stand e
PTP ......................................304
R
Raster weergeven ................168
Raster-weergave ..................168
RAW .............................202, 355
RAW-ontwikkeling ................270
Reset ....................................321
Resolutie ..............................355
Resterende opslagcapaciteit ..................52
Retro (Digitaal filter) .....162, 264
Richtingsknoppen .....38, 90, 314
Roteren .................................245
Ruisonderdrukking ...............356
Ruisonderdrukking bij hoge ISO ......................104
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd .............106
Ruisreductie .........................104
S
Schaduw (Witbalans) ...........208
Schaduwcorrectie .................216
Scherp stellen .......................127
Scherpstelfunctieknop ....24, 127
Scherpstelgebied ..................134
Scherpstelindicatie .........72, 139
Scherpstelinstelling ..............127
Scherpstelling vergrendelen .....................137
K-r_OPM_DUT.book Page 363 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Scherpstelpunt ..................... 134
(Aangepaste opname) ...... 221
Scherptediepte ............. 102, 356
Schetsfilter (Digitaal filter) .... 264
Schrijfbeveiliging .................... 56
H
(Scène)-modus ............... 97
SD-geheugenkaart ................. 55
Sensor reinigen .................... 330
Shake Reduction ......... 146, 173
Sluitertijd ...................... 100, 356
Sluitertijdvoorkeuze-stand
b ..................................... 111
Snelinstelling-knop ... 24, 26, 205
Soft (Digitaal filter) ....... 162, 265
Software installeren ............. 306
(Digitaal filter) ........... 162, 264
Spel ...................................... 257
Spiegel omhoog klappen ..... 330
Spiegel omhoog vergrendelen .................... 150
Spotmeting ........................... 119
sRGB ........................... 214, 356
Standaardinstellingen .......... 314
Statusscherm ......................... 28
Statusweergave ................... 286
(Digitaal filter) ........... 162, 264
(Digitaal filter) ........... 162, 265
Stof verwijderen ................... 327
Stofalarm ............................. 328
Strand & sneeuw Q
K
(Gevoeligheidsvoorkeuze) ... 110
T
Taalinstelling .................. 63, 283
Tekstformaat ........................ 284
Thuistijd ............................... 280
363
Tijdopname ...........................117
Tint (Aangepaste opname) ...221
Transmissiemethode ............255
Transportfunctie .....................90
TV .........................................252
b
-stand ................................111
U
Uitsnijden ..............................262
USB-aansluitfunctie ..............303
USB-aansluiting ....................303
V
Vergrendelen van de belichting ...............125
Vergrendelen van de scherpstelling ........137
Verhoudingen .......................262
Vervorming ...........................219
Video ....................................172
Video weergeven ..................176
Video-opnamen bewerken .... 178
Video-uitgangssignaal ..........253
Vierwegbesturing
(
2345 ) .....................24, 26
Vignettering ..........................356
Vlak (Digitaal filter) ...............265
Voeding ..................................62
Voorbeeld .............................142
W
Weergave van meerdere opnamen ...........................234
Weergavekleur .....................286
Weergavepalet .............228, 317
Weergavetaal .................63, 283
Weergavetijd ..........................52
Weergeven .............................85
Wereldtijd .............................280
Windows ...............................302
11
K-r_OPM_DUT.book Page 364 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
364
Wissen ........................... 86, 246
Wissen van alle opnamen .... 249
Wissen van één enkele opname .............................. 86
Witbalans ..................... 208, 356
Z
Zelfontspanner ..................... 150
Zoeker .............................. 36, 61
Zonsondergang K
Zoomen, snel ....................... 231
Zoomobjectief ........................ 76
Zoomweergave .................... 233
11
K-r_OPM_DUT.book Page 365 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
MEMO
365
11
366
K-r_OPM_DUT.book Page 366 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
GARANTIEBEPALINGEN
11
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAX-servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door
K-r_OPM_DUT.book Page 367 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar.
Om de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, dient u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste
één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft geadresseerd aan de fabrikant. Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen.
Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
367
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Unie.
11
K-r_OPM_DUT.book Page 368 Wednesday, September 29, 2010 11:15 AM
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten op de voorgeschreven wijze worden ingezameld en hergebruikt. Huishoudens binnen de EU kunnen hun gebruikte elektrische/elektronische producten en batterijen kosteloos inleveren bij inzamelpunten*.
In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product in als u een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Neem voor meer bijzonderheden contact op met de plaatselijke instanties.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u zich van deze items wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
In Zwitserland kan gebruikte elektrische/elektronische apparatuur gratis teruggebracht worden naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
Opmerking over het batterijsymbool (onderste twee symboolvoorbeelden): dit symbool kan zijn gebruikt in combinatie met een aanduiding voor het gebruikte chemische element of de chemische samenstelling.
In dat geval dient u de regeling van de richtlijn voor de betrokken chemische stoffen na te leven.
OP KR 00105-DUT
广告