Dell Integration Suite for Microsoft System Center Command User's Guide
Reklama
Reklama
Dell Command | Integration Suite for System
Center
Versie 5.1
Gebruikershandleiding
November 2019
Ver. A00
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen
OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van het product.
WAARSCHUWING: WAARSCHUWINGEN duiden potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertellen u hoe het probleem kan worden vermeden.
GEVAAR: LET OP duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
© 2017 -2019 Dell Inc. of zijn dochtermaatschappijen. Alle rechten voorbehouden.
Dell, EMC, en andere handelsmerken zijn handelsmerken van Dell
Inc. of zijn dochterondernemingen. Andere handelsmerken zijn mogelijk handelsmerken van hun respectieve eigenaren.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 2: Installeren, verwijderen en upgraden van Dell Command | Integration Suite for
Inhoudsopgave 3
4 Inhoudsopgave
1
Inleiding
Dit document beschrijft de activiteiten die u kunt uitvoeren met Dell Command | Integration Suite for System Center op systemen waarop
Microsoft System Center Configuration Manager wordt uitgevoerd.
Onderwerpen:
•
•
Belangrijkste kenmerken en functies
•
Ondersteunde versies van System Center Configuration Manager
•
Ondersteunde besturingssystemen
Nieuw in deze versie
Deze versie van Dell Command | Integration Suite for System Center ondersteunt de volgende nieuwe functies:
● Mogelijkheid voor het upgraden van Intel Setup and Configuration Software vanuit de applicatie Dell Command | Intel vPro Out of
Band
● Software Gallery voor het maken en implementeren van Dell systeembeheertoepassingen.
● Bijgewerkte lijst met ondersteunde besturingssystemen
Belangrijkste kenmerken en functies
Functie
Remote provisioning
Windows
PreInstallation
(WinPE)omgeving configureren
Dell clientdriverpakket ten maken en importeren
Dell Command
| Monitor integreren
Dell Command |
Configure
Dell Command |
Intel vPro Out Of
Band Application
Dell Command |
Warranty
Omschrijving
AMT-provisioning van Intel vPro clients op afstand uitvoeren.
WinPE opstartinstallatiekopie maken
voor meer informatie over het configureren van de WinPE-omgeving.
Met behulp van gestroomlijnde toegang tot de catalogus van systeem- en WinPE-driverbestanden van Dell, worden aangepaste driverpakketten op clientsystemen geconfigureerd en gepusht. Zie voor meer informatie over het maken van Dell clientdriverpakketten
Een Dell clientdriverpakket maken
.
Gebruik de functies van Dell Command | Monitor, waaronder toepassingen voor beheer op afstand, het openen van beheerde knooppuntgegevens, het beheren van de clientstatus en het ontvangen van waarschuwingen voor
.
Configureer de BIOS van Dell clientsystemen zoals OptiPlex, Latitude en Dell Precision in een besturingssysteemomgeving met behulp van het Dell Command | Configure SCE (Self Contained Executable) pakket.
Een out-of-band beheerfunctie met Intel Active Management Technology (AMT). Deze wordt ondersteund door een stand-alone toepassing die op de Configuration Manager-server wordt uitgevoerd. Deze functie biedt de kernfunctionaliteit om clientsystemen op afstand en automatisch te beheren, ongeacht de status van het besturingssysteem. Zie
Dell Intel vPro Out of Band invoegtoepassing
voor meer informatie over Intel vPro Out of
Band beheer.
Verzamelt de garantiegegevens van Dell clientcomputers op de supportwebsite van Dell. Zie voor meer informatie over het hulpprogramma Dell Warranty Information Utility Dell Command | Warranty User’s Guide op Dell.com/ support/manuals .
Inleiding 5
Distributiepunten Vereenvoudigde stappen om de distributiepunten te beheren en bij te werken om drivers en andere applicaties op de clientsystemen in uw netwerk te pushen.
Dell Command |
Software Gallery
Selecteer uit de lijst met beschikbare Dell systeembeheerapplicaties en maak deze aan in Configuration Manager.
Ondersteunde versies van System Center Configuration
Manager
Dell Command | Integratiepakket voor System Center ondersteunt de volgende versies van Configuration Manager:
● Microsoft System Center 2012 Configuration Manager
● Microsoft System Center 2012 SP1 Configuration Manager
● Microsoft System Center 2012 R2 Configuration Manager
● Microsoft System Center Current Branch Configuration Manager
OPMERKING: Dell Command | Integratiepakket voor System Center versie 4.0 en hoger is niet neerwaarts compatibel met oudere versies van Microsoft System Center Configuration Manager. Dell adviseert Dell Client Integration Pack 3.1 (op dell.com/download) te downloaden en te gebruiken met Configuration Manager 2007.
Ondersteunde besturingssystemen
De volgende lijsten vermelden de typen en specifieke versies van besturingssystemen die worden ondersteund door deze toepassing.
Ondersteunde clientbesturingssystemen
● Windows 10 32-bits
● Windows 10 64-bits
● Windows 10 32-bits Professional
● Windows 10 64-bits Professional
● Windows 10 32-bits Enterprise
● Windows 10 64-bits Enterprise
● Windows 8.1 32-bits
● Windows 8.1 64-bits
● Windows 8.1 32-bits Professional
● Windows 8.1 64-bits Professional
● Windows 8.1 32-bits Enterprise
● Windows 8.1 64-bits Enterprise
● Windows 8 32-bits
● Windows 8 64-bits
● Windows 8 32-bits Professional
● Windows 8 64-bits Professional
● Windows 7 32-bits Professional
● Windows 7 64-bits Professional
● Windows 7 32-bits Ultimate
● Windows 7 64-bits Ultimate
Ondersteunde besturingssystemen op beheerde clientsystemen via
AMT
● Windows
● Windows 8.x
6 Inleiding
● Windows 7
Ondersteunde serverbesturingssystemen
● Windows Server 2019
● Windows Server 2016
● Windows Server 2012 R2
● Windows Server 2012
Inleiding 7
2
Installeren, verwijderen en upgraden van Dell
Command | Integration Suite for Microsoft
System Center
Installatie-, verwijderings- en upgradeprocedures beheren voor Dell Command | Integration Suite for Microsoft System Center.
Voordat u een van de hieronder beschreven procedures uitvoert, bekijkt u de lijst met
ondersteunde besturingssystemen .
Onderwerpen:
•
Vereisten voor het installeren van Dell Command | Integration Suite For System Center
•
Een netwerktoegangsaccount configureren
•
Dell Command | Integration Suite for System Center installeren
•
Programma-opties wijzigen of herstellen in het installatieprogramma
•
Dell Command | Integration Suite for System Center upgraden
•
Dell Command | Integration Suite for System Center verwijderen
Vereisten voor het installeren van Dell Command |
Integration Suite For System Center
In dit gedeelte vindt u de vereisten voor het installeren van Dell Command | Integration Suite For System Center:
● Installeer Configuration Manager 2012, Configuration Manager 2012 SP1, Configuration Manager 2012 R2 of de huidige versie van Configuration Manager op het systeem waarop u Dell Command | Integration Suite for System Center installeert. Voor meer informatie over het downloaden en installeren van Configuration Manager, gaat u naar de Microsoft TechNet-website op technet.microsoft.com
.
● Zorg ervoor dat de Windows PowerShell is geïnstalleerd en geconfigureerd op het systeem waarop Dell Command | Integration
Suite for System Center wordt gebruikt. Raadpleeg voor meer informatie de Microsoft Knowledge Base op Windows PowerShell op support.Microsoft.com/KB/968930 .
● Zorg ervoor dat .NET versie 4.5.2
of hoger is geïnstalleerd op het systeem waarop u Dell Command | Integration Suite for System
Center installeert, zelfs als u alleen het gedeelte Dell Warranty installeert.
● Om de takenreeksen van Configuration Manager op uw clientsysteem uit te voeren, moet u het Network Access Account
configureren. Zie Uw netwerktoegangsaccount configureren
voor meer informatie.
● De onderdelen van de Configuration Manager Plugin Extensions en de Intel VPro OOB Management Extensions van Dell
Command | Integration Suite for System Center worden alleen ondersteund op systemen met de Configuration Manager-console.
● U moet zowel beheerdersrechten hebben op de clientsystemen op het netwerk als een van de volgende typen rechten voor
Configuration Manager:
○ Volledig beheer
○ Toepassingsbeheerder
○ Toepassingsauteur
○ Implementatiebeheerder besturingssysteem
○ Operations-beheerder
Een netwerktoegangsaccount configureren
Het netwerktoegangsaccount is vereist wanneer Configuration Manager clients van werkgroepen of niet-vertrouwde domeinen toegang tot bronnen binnen het domein van de siteserver nodig hebben.
Het netwerktoegangsaccount configureren:
8 Installeren, verwijderen en upgraden van Dell Command | Integration Suite for Microsoft System Center
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik in de Configuration Manager console op Beheer .
3. Vouw Overzicht > Siteconfiguratie uit en klik op Sites .
4. Klik met de rechtermuisknop op de site die u wilt configureren en selecteer vervolgens Siteonderdelen configureren >
Softwaredistributie.
.
Het scherm Eigenschappen softwaredistributiecomponenten wordt weergegeven.
5. Klik op het tabblad Netwerktoegangsaccount .
6. Selecteer de optie Specificeer het account met toegang tot netwerklocaties en klik vervolgens op Instellen .
7. Maak een keuze uit het vervolgkeuzemenu:
● Bestaand account - gebruik een reeds bestaand account a. Selecteer uw gebruikersaccount.
b. Klik op OK.
Of
● Nieuw account - voeg een nieuw account toe a. Voer de inloggegevens van de beheerder in voor toegang tot de Configuration Manager vanaf uw clientsystemen.
b. Klik op OK.
De gebruikersnaam wordt weergegeven in het veld Account .
8. Klik op OK .
Dell Command | Integration Suite for System Center installeren
Zorg dat u bent aangemeld met een account met beheerdersbevoegdheden op het systeem waarop u Dell Command | Integration Suite for System Center wilt installeren voordat u doorgaat. Op een systeem zonder Configuration Manager kan alleen Dell Command |
Warranty worden geïnstalleerd.
Het Dell Command | Integration Suite for System Center installatieprogramma biedt verschillende installatieopties:
● Volledige installatie - Alle drie de tools worden geïnstalleerd: Dell Command | Integration Suite for System Center, Dell Command | Intel vPro Out of Band en Dell Command | Warranty.
● Aangepaste installatie
○ Alleen Dell Command | Integration Suite for System Center wordt geïnstalleerd
○ Zowel Dell Command | Integration Suite for System Center als Dell Command | Intel vPro Out of Band worden geïnstalleerd
○ Zowel Dell Command | Integration Suite for System Center als Dell Command | Warranty worden geïnstalleerd
○ Alleen Dell Command | Warranty wordt geïnstalleerd
OPMERKING: Dell Command | Intel vPro Out of Band kan niet worden geïnstalleerd zonder ook Dell Command | Integration Suite for
System Center te installeren of te hebben geïnstalleerd.
1. Ga naar dell.com/support/downloads .
2. Download en voer het installatieprogramma voor Dell Command | Integration Suite for System Center uit.
3. Volg de instructies van het installatieprogramma en selecteer Volledige installatie of Aangepaste installatie afhankelijk van uw vereisten.
Als u wilt voorkomen dat een specifieke functie wordt geïnstalleerd, klikt u in de vervolgkeuzelijst naast de functienaam en selecteert u
Deze functie is niet beschikbaar .
Programma-opties wijzigen of herstellen in het installatieprogramma
Met de optie Aanpassen of Wijzigen in het Dell Command | Integration Suite for System Center installatieprogramma kunnen de programmafuncties die zijn geïnstalleerd worden gewijzigd. Met deze optie kunt u de volgende acties uitvoeren:
● Een functie installeren die u nog niet hebt geïnstalleerd.
● Een functie verwijderen die u eerder hebt geïnstalleerd.
Installeren, verwijderen en upgraden van Dell Command | Integration Suite for Microsoft System Center 9
Met de reparatieoptie in het installatieprogramma kunt u eventueel de reparatie-installatiefouten die tijdens de installatie optraden repareren.
1. Open het Configuratiescherm en klik op Programma's en onderdelen en klik vervolgens op het tabblad Verwijderen .
2. Klik op Dell Command | Integration Suite for System Center en volg daarna de verwijderingsinstructies om uw installatie te verwijderen, wijzigen of herstellen.
Dell Command | Integration Suite for System Center upgraden
Upgraden naar de huidige versie van Dell Command | Integration Suite for System Center wordt niet ondersteund voor versies ouder dan
.
OPMERKING: Tijdens de upgrade wordt de installatie van DCIP ongedaan gemaakt. Als het upgradeproces wordt onderbroken, kan de verwijdering van DCIP niet ongedaan worden gemaakt.
Dell Command | Integration Suite for System Center verwijderen
OPMERKING: Als u abonnementen heb ingesteld met behulp van de Dell Command | Intel Out Of Band Plug-in, kan het verwijderen van Dell Command | Integration Suite for System Center ervoor zorgen dat clients geabonneerd blijven en kunnen indicaties worden geproduceerd die onnodig bandbreedte gebruiken. Zorg dat u alle clients voorafgaand aan het verwijderen van Dell Command |
Integration Suite for System Center hebt afgemeld. Zie Alle abonnementen opzeggen in uw Gebruikershandleiding.
Dell Command | Integration Suite for System Center verwijderen:
1. Sluit alle instanties van Dell Command | Integration Suite for System Center en de Configuration Manager console.
2. Open het Configuratiescherm en klik op Programma's en onderdelen .
3. Klik met de rechtermuisknop op Dell Command | Integration Suite for System Center en klik vervolgens op Verwijderen .
4. Volg de instructies op het scherm om de installatie te verwijderen.
10 Installeren, verwijderen en upgraden van Dell Command | Integration Suite for Microsoft System Center
3
Dell Command | Integration Suite for System
Center gebruiken
Voordat u begint met Dell Command | Integration Suite for System Center, zorgt u dat de Dell doelclientsystemen zijn geregistreerd als
Configure Manager-clients en worden vermeld onder Alle systemen op de Configuration Manager-console. Voor meer informatie over het configureren van clients via Configuration Manager raadpleegt u het Microsoft TechNet-artikel op technet.microsoft.com/en-us/ library/gg682144.
U kunt met Dell Command | Integration Suite for System Center de volgende taken uitvoeren:
● Dell Windows PE bootimages maken
● Dell clientdriverpakketten maken
● Dell clientpakketten importeren
● Een bare-metal taakreeks maken
Onderwerpen:
•
Distributiepunten beheren en bijwerken
•
Een Dell WinPE bootimage maken
•
Een Dell clientdriverpakket maken
•
Dell Command | Configure SCE-pakketten importeren
•
Dell Command | Monitor importeren
•
•
•
Toepassingen maken met behulp van Dell Command | Software Gallery
Distributiepunten beheren en bijwerken
Werk de distributiepunten voordat u een taakreeks maakt. Het bijwerken en beheren van distributiepunten:
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Applicatiebeheer > Pakketten uit en klik op Implementatie van Dell clients.
4. Klik met de rechtermuisknop op Client Custom Reboot Script en klik op Inhoud distribueren .
De Wizard Inhoud distribueren wordt weergegeven.
5. Klik op Volgende en volg de instructies op het scherm voor het distribueren van inhoud naar de distributiepunten.
6. Als de pakketten niet zijn gedistribueerd terwijl ze werden gemaakt, herhaalt u stap 3 en stap 4 om te zorgen dat het clientsysteem toegang heeft tot de pakketten tijdens de installatie van het besturingssysteem.
Een Dell WinPE bootimage maken
Met de functie Dell Command | WinPE Driver Library Import kunt u op twee manieren WinPE-bootimages (Dell Windows Preinstallation
Environment) maken: met behulp van de gestroomlijnde optie Dell Update/Support-site , om maximaal vijf cab-bestanden tegelijk te importeren voor een automatische injectie in uw WinPE-bootimage, of met behulp van de optie Lokale driverbibliotheek om de drivers die zijn opgenomen in één lokaal opgeslagen cab-bestand tegelijk te importeren.
OPMERKING: Om een Dell WinPE bootimage te maken, moet u een account met beheerdersrechten gebruiken. Gebruikersaccounts zonder beheerdersrechten krijgen te maken met machtigingsfouten bij SMS Share en de installatiemap.
OPMERKING: Als u de optie Lokale driverbibliotheek) gebruikt, dan moet u het Dell Command | Deploy (WinPE) driverbibliotheekbestand downloaden vanaf dell.com/downloads voordat u verdergaat. Als u de optie Dell Update/Support-site gebruikt om driverbibliotheken in een WinPE-package te importeren, dan hoeft u het driverbibliotheekbestand niet te downloaden voordat u aan het proces hieronder begint.
Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken 11
OPMERKING: Zorg ervoor dat Microsoft Windows Deployment Kit is geïnstalleerd voordat u verdergaat met deze functie.
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Besturingssystemen uit.
4. Klik met de rechtermuisknop op Boot Images en klik op Dell Command | WinPE-driverbibliotheek importeren .
De wizard WinPE-driverbibliotheek importeren wordt geopend.
5. Selecteer een bron voor de driverbibliotheek:
● Dell Update/Support-site : selecteer de optie Huidige internetproxy-instellingen gebruiken of de optie Aangepaste proxyinstellingen gebruiken . Als u voor de aangepaste optie kiest, kunt u ook de URL of het IP-adres van een proxyserver en een proxypoortnummer opgeven. Als u proxyverificatie gebruikt, voert u een gebruikersnaam en eventueel een wachtwoord in.
De Dell Command | Deploy Driver Pack Catalog en de toepasselijke WinPE-driverbibliotheken kunnen worden gedownload vanaf de
Dell Support-website.
Of
● Lokale driverbibliotheek : klik op Bladeren en navigeer naar een lokaal opgeslagen Dell Command | Deploy Driver Package.
6. Klik op Volgende .
Het scherm Driverbibliotheken selecteren wordt geopend, dat de *.cab-bestand(en) in de driverbibliotheken weergeeft. Sorteer de tabel met driverbibliotheken door te klikken op een willekeurige kolomkop.
OPMERKING: De lijst met driverbibliotheken wordt weergegeven op basis van de besturingssysteemversie met hetzelfde versienummer als of één versie lager dan de standaard Configuration Manager-opstartimage.
7. Selecteer maximaal twee driverbibliotheken en klik vervolgens op Volgende .
Het scherm Opties selecteren wordt geopend.
8. Selecteer de bootimages waarin u de drivers wilt invoegen.
9. Selecteer de distributiepunten waarnaar u de bootimage automatisch wilt distribueren zodra de Dell drivers in het WinPE boot image-pakket zijn geplaatst.
Zie het Distributiepunten beheren en bijwerken
voor meer informatie.
10. Onder Een UNC-doelpad opgeven klikt u op Bladeren en navigeert u vervolgens naar een locatie om de Dell WinPE-bootimages op te slaan. Om uw wijzigingen te vervangen door het standaard UNC-pad, klikt u op Terugzetten op standaardpad .
11. Wanneer u Optioneel een zipbestand voor tools opgeven (max. 5 MB) wilt gebruiken, klikt u op Bladeren en navigeert u naar het zipbestand dat de Dell WinPE-tools bevat.
12. Klik op Volgende .
Het scherm Overzicht wordt weergegeven.
13. Klik op Voltooien .
Een voortgangsbalk geeft status van het importeren en het maken van het Dell WinPE bootbestand weer.
OPMERKING: Het importeren van drivers kan lang duren, vooral als u meerdere driverpakketten importeert.
Een logbestand van het importproces wordt bijgehouden op %PROGRAMDATA%\Dell\CommandIntegrationSuite\Logs\
DriverPackageLogs ten behoeve van probleemoplossing, tenzij u het selectievakje Logbestanden voor WinPE bootimages voor deze sessie verwijderen aanvinkt.
14. Klik op Sluiten zodra de installatie is voltooid.
De WinPE bootimage is bijgewerkt met de geselecteerde Dell drivers.
Een Dell clientdriverpakket maken
Met de Dell Command | Deploy Driver Package kunt u op twee manieren drivers importeren en Dell clientdriverpakketten maken: u kunt de drivers die zijn opgenomen in één lokaal opgeslagen bestand tegelijk importeren en verpakken of het gestroomlijnde multiple-cab-bestand gebruiken met de optie Dell Command | Deploy Catalog.
OPMERKING: Om een Dell clientdriverpakket te maken, moet u een account met beheerdersrechten gebruiken. Gebruikersaccounts zonder beheerdersrechten krijgen te maken met machtigingsfouten bij SMS Share en installatiemappen.
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Besturingssystemen uit.
4. Klik met de rechtermuisknop op Driverpakketten en klik op Dell Command | Systeemdriverbibliotheek importeren .
12 Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken
De wizard Systeemdriverbibliotheek importeren wordt geopend.
5. Selecteer een bron voor de driverbibliotheek:
● Dell Update/Support-site : selecteer de optie Huidige internetproxy-instellingen gebruiken of de optie Aangepaste proxyinstellingen gebruiken . Als u voor de aangepaste optie kiest, kunt u ook de URL of het IP-adres van een proxyserver en een proxypoortnummer opgeven. Als u proxyverificatie gebruikt, voert u een gebruikersnaam en eventueel een wachtwoord in.
De Dell Command | Deploy Driver Pack Catalog wordt gedownload van de Dell Support site.
Of
● Lokale driverbibliotheek : klik op Bladeren en navigeer naar een lokaal opgeslagen Dell Command | Deploy Driver Package.
6. Klik op Volgende .
Het scherm Driverbibliotheken selecteren wordt geopend, dat de *.cab-bestand(en) in de driverbibliotheken weergeeft.
7. Sorteer de tabel voor driverbibliotheken door te klikken op een willekeurige kolomkop en gebruik vervolgens de filters om het aantal driverbibliotheken te beperken dat in de tabel wordt weergegeven. Filtervelden zijn:
● Besturingssysteem
● Architectuur
● Line of Business (LOB)
● Datumbereik release
8. Klik op Filter om de geselecteerde limieten toe te passen op de beschikbare driverbibliotheken.
9. Selecteer één tot vijf driverbibliotheken en klik vervolgens op Volgende .
Het scherm Opties selecteren wordt geopend.
10. Selecteer de doeldistributiepunten waarnaar u het driverpakket automatisch wilt distribueren zodra dit is gemaakt.
Zie het Distributiepunten beheren en bijwerken
voor meer informatie.
11. Onder Een UNC-doelpad opgeven klikt u op Bladeren en navigeert u vervolgens naar een locatie om de Dell driverpakketten op te slaan. Om uw wijzigingen te vervangen door het standaard UNC-pad, klikt u op Terugzetten op standaardpad .
OPMERKING: Voor Microsoft Windows XP-besturingssystemen is de optie Storagedriverpakket in de Taakreekseditor ingeschakeld. Selecteer de juiste storagedriver tijdens de implementatie van het Microsoft Windows XP-system om te voorkomen dat er voortdurend een reboot plaatsvindt met de volgende foutmelding: 0x0000007B (INACCESSIBLE_BOOT_DEVICE). Voor meer informatie over het selecteren van de juiste storagedriver gaat u naar de Dell TechCenter website op delltechcenter.com
.
12. Klik op Volgende .
Het scherm Overzicht wordt weergegeven.
13. Klik op Voltooien .
Een voortgangsbalk geeft de status aan van het maken en implementeren van het pakket. Driverpakketten worden gemaakt en opgeslagen onder de map Dell System CAB Driver Packages, op basis van de geselecteerde OS-architectuur.
OPMERKING: Het importeren van drivers kan lang duren, vooral als u meerdere driverpakketten importeert.
14. Klik op Sluiten zodra de installatie is voltooid.
Dell Command | Configure SCE-pakketten importeren
Met het Dell Command | Configure Self-Contained Executable (SCE) bestand kunt u:
● Configuraties aanpassen
● Een aangepaste configuratie exporteren om dezelfde instellingen toe te passen op een doelclientsysteem
● Zowel ondersteunde en niet-ondersteunde opties exporteren
● De BIOS-configuratie aanpassen
Dell Command | Configure SCE-pakketten importeren:
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Applicatiebeheer uit.
4. Klik met de rechtermuisknop Pakketten en klik vervolgens op Dell Command | Integration Suite > Dell Command | Configurepakket importeren .
De Wizard Dell Command | Configure-pakket importeren wordt weergegeven.
5. Klik op Bladeren en navigeer naar de locatie van het Dell Command | Configure SCE-bestand.
Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken 13
OPMERKING: Het Dell Command | Configure SCE-bestand wordt gegenereerd door het exporteren van aangepaste instellingen vanaf Dell Command | Configure. Voor meer informatie, zie Dell Command | Configure gebruikshandleiding op Dell.com/support .
6. Selecteer een distributiepunt in de lijst onder Distributiepunten selecteren om te beheren en bij te werken om het pakket automatisch te distribueren nadat dit is gemaakt.
7. Klik op OK .
Als er al een pakket bestaat in de Configuration Manager, wordt een bericht weergegeven waarin wordt gevraagd of u dit opnieuw wilt maken of wilt doorgaan. Als u Nee selecteert, wordt het pakket niet opnieuw gemaakt. Anders wordt het pakket verwijderd van
Configuration Manager en wordt een nieuw pakket gemaakt.
OPMERKING: Als het bericht Ongeldig SCE-bestand wordt weergegeven, selecteert u een geldig SCE-pakket in stap 5.
Wanneer het proces is voltooid, is een nieuw pakket gemaakt.
OPMERKING: Om de details van het zojuist aangemaakte pakket te zien, bladert u naar Pakketten > Dell Client pakketten op de Configuration Manager-console. Het zojuist gemaakt pakket staat onder Dell Client pakketten.
8. Nadat de wizard is voltooid, is het Dell Command | Configure SCE softwarepakket gemaakt onder Pakketten . Koppel deze pakketten aan een taakreeks voor pre-OS-implementatie of het gebruik ze tijdens post-OS-configuratie.
Dell Command | Monitor importeren
Dell Command | Monitor importeren:
1. Download de Dell Command | Monitor applicatie vanaf Dell.com/download .
2. Start de Configuration Manager console.
3. Klik op Softwarebibliotheek.
4. Vouw Overzicht > Applicatiebeheer uit.
5. Klik met de rechtermuisknop Pakketten en klik vervolgens op Dell Command | Integration Suite > Dell Command | Monitorpakket importeren .
De Wizard Dell Command | Monitor-pakket importeren wordt weergegeven.
6. Onder Dell Update Package-bestand (DUP) opgeven om het pakket te maken klikt u op Bladeren en navigeert u naar de locatie waar u het Dell Command | Monitor DUP-bestand hebt gedownload. Selecteer dit bestand en klik op Openen .
7. Selecteer een distributiepunt in de lijst onder Distributiepunten selecteren om te beheren en bij te werken om het Dell Command
| Monitor DUP-bestand automatisch te distribueren nadat dit is gemaakt.
8. Klik op OK .
Er wordt een voortgangsbalk weergegeven.
9. Klik op Sluiten .
Het Dell Command | Monitor DUP-bestand wordt geïnstalleerd onder Pakketten.
Een taakreeks maken
Taakreeksen worden gebruikt voor het vastleggen van een image van een besturingssysteem, het configureren van de instellingen en het implementeren van de image op een set Dell clientsystemen. U kunt op twee manieren een taakreeks maken:
● Maak een Dell specifieke taakreeks (die een set vooraf opgegeven acties bevat) met behulp van de Client Operating System
Deployment-taaksjabloon .
● Maak een aangepaste taakreeks waaraan u aangepaste acties kunt toevoegen.
Een taakreeks maken met behulp van de Dell Client Deploymentsjabloon
Een taakreeks maken met behulp van de Dell Client Deployment-sjabloon:
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Besturingssystemen uit.
4. Klik met de rechtermuisknop op Taakreeksen en klik vervolgens op Dell Command | Integration Suite > Operating System
Deployment-taakreeks maken .
14 Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken
Het venster Client Operating System Deployment-taakreeks wordt weergegeven.
5. Typ de naam van de taakreeks in het veld Naam taakreeks .
6. Selecteer onder Clienthardwareconfiguratie de hardware-items die u wilt configureren in deze taakreeks.
OPMERKING: Als u de optie BIOS configureren selecteert en een Dell Command | Configure-pakket al is aangemaakt, wordt een taakreekssjabloon gemaakt tijdens het configureren van de systeem-BIOS. Het Dell Command | Configure-pakket is standaard geselecteerd en de opdrachtregel voor het uitvoeren van de SCE op het doelsysteem wordt automatisch gevuld. Als er echter geen Dell Command | Configure-pakket is gemaakt, verschijnt het bericht dat er geen Dell Command | Configure-pakket kan worden gevonden. U kunt nog steeds de systeem-BIOS configureren, maar er is geen pakket geselecteerd.
7. Onder Netwerkaccount (admin) voert u de naam en het wachtwoord in van het domeinbeheerderaccount.
8. Onder Besturingssysteem installeren selecteert u het installatietype voor het besturingssysteem. De opties zijn:
● Een OS WIM-image gebruiken
● Scripted OS installeren
9. Selecteer een besturingssysteempakket in het vervolgkeuzemenu Besturingssysteempakket gebruiken .
10. Als u een Windows XP-besturingssysteem implementeert, selecteert u het infobestand sysprep.inf
in het vervolgkeuzemenu Pakket met Sysprep.inf info .
11. Klik op Maken .
Er wordt een bevestigingsbericht weergegeven.
Taakreeksacties configureren
Wanneer u acties in een taakreeks wilt bewerken, selecteert u Client Operating System Deployment-taaksjabloon in de taakreekseditor.
Het systeem-BIOS configureren
De optie BIOS configureren wordt ingeschakeld op de taakreeks na het toevoegen van Dell clientconfiguratie . Zorg ervoor dat Dell
Command | Configure versie 3.0 of hoger is geïnstalleerd op het doelsysteem om een BIOS-pakket te maken.
OPMERKING: Wanneer bij het configureren van de BIOS meer dan één Dell Command | Configure-pakket bestaat, wordt het nieuwste Dell Command | Configure-pakket geselecteerd. Oudere pakketten zijn beschikbaar onder Dell clientpakketten . Wanneer u een ouder pakket wilt selecteren, klikt u op Bladeren en selecteert u het oudere pakket bij het configureren van de taakreeks. Voor meer informatie over het maken van een taakreeks raadpleegt u
.
OPMERKING: Het schakelen tussen opstartmodi van clientsystemen (zowel UEFI of Legacy BIOS) wordt niet ondersteund door de taakreekseditor. Zie technet.microsoft.com/en-us/library/jj938037.aspx
voor meer informatie.
Het BIOS-configuratiebestand exporteren
Start de zelfstandige Dell Command | Configure applicatie. Raadpleeg de Dell Command | Configure gebruikershandleiding op dell.com/ support voor meer informatie.
Vereisten voor exporteren
Dit zijn de vereisten voor exporteren:
● De BIOS-opties zijn geconfigureerd.
● Het selectievakje Instellingen toepassen van de optie is geselecteerd.
Exporteer de configuratie in de volgende indelingen:
● Self-Contained Executable (SCE) : klik op Configuration.exe exporteren op het scherm Configuratie maken om de configuratie-instellingen te exporteren als een SCE (.exe-bestand).
Het dialoogvenster Validatiewachtwoord wordt weergegeven waarin de gebruiker een wachtwoord kan invoeren (optioneel). Als u het systeem- of installatiewachtwoord hebt geconfigureerd in het doelsysteem, typt u hetzelfde systeem- of installatiewachtwoord in het dialoogvenster Validatiewachtwoord .
● Rapport : klik op Rapport exporteren om de configuratie-instellingen als een alleen-lezen *.html-bestand te exporteren. Als u het
Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken 15
● Configuratiebestand : klik op Configuratie exporteren om de configuratie-instellingen te exporteren als een *.cctk- of *.ini-
● Shellscript : het shellscript wordt gebruikt voor het configureren van een Linux-systeem. Het shellscript wordt gegenereerd op dezelfde locatie als waarnaar het SCE-bestand is geëxporteerd, en bevat dezelfde configuratie als die van het SCE-bestand.
Opties exporteren zonder waarden in te stellen
U kunt bepaalde opties exporteren zonder waarden op te geven. De opties zijn asset en propowntag .
Voor het exporteren van asset en propowntag zonder waarden op te geven, selecteert u Instellingen toepassen van de betreffende optie en exporteert u ze.
Het dialoogvenster Wachtwoordbeveiliging
Als u het systeem- of installatiewachtwoord hebt geconfigureerd in het exportbestand (het configuratiebestand of het rapport), wordt een dialoogvenster voor wachtwoordbeveiliging weergegeven. Wanneer u het bestand wilt exporteren met het wachtwoord als leesbare tekst, klikt u op Doorgaan . Klik op Maskeren wanneer u het wachtwoord wilt verbergen en exporteren. Als u ervoor hebt gekozen om het wachtwoord te verbergen in het configuratiebestand (.cctk of .ini-bestand), wordt het setuppwd weergegeven als <wachtwoord verwijderd> om aan te geven dat het wachtwoord wordt gemaskeerd.
SCE toepassen op het doelsysteem
U kunt op een van de volgende manieren SCE toepassen op het doelsysteem:
● Met behulp van het Dell Command | Configure applicatiepakket. Zie
Dell Command | Configure SCE pakketten importeren
voor meer informatie.
of
● Met behulp van de zelfstandige Dell Command | Configure applicatie. Zie
De zelfstandige applicatie gebruiken
voor meer informatie.
De zelfstandige applicatie gebruiken
U kunt op een van de volgende manieren SCE toepassen op het doelsysteem met behulp van de zelfstandige Dell Command | Configure applicatie:
● Dubbelklik op de SCE, of
● Ga vanaf de opdrachtprompt naar de map waarin SCE zich bevindt en type de naam van het SCE-bestand.
Voorbeeld:
C:\Windows\DCC\SCE>"<bestandsnaam>"
SCE installeert de instellingen op het doelsysteem zonder dat u het merkt. Wanneer de installatie is voltooid, genereert SCE een tekstbestand met dezelfde naam op dezelfde locatie. Het tekstbestand bevat alle opties die zijn toegepast en de status van uitvoering voor het SCE-bestand.
Als u een installatie- of systeemwachtwoord hebt geconfigureerd op het doelsysteem en als u niet hetzelfde wachtwoord hebt opgegeven in het dialoogvenster Validatiewachtwoord tijdens het exporteren van SCE (voor meer informatie, zie
Het BIOS-configuratiebestand exporteren
), kan SCE niet worden toegepast op het doelsysteem. Bij het toepassen van SCE vanaf de opdrachtregel kunt u echter het installatie- of systeemwachtwoord van het doelsysteem opgeven.
Voorbeeld van het opgeven van het installatiewachtwoord:
C:\Windows\DCC\SCE>"<bestandsnaam>" --valsetuppwd=<wachtwoord>
Voorbeeld van het opgeven van het systeemwachtwoord:
C:\Windows\DCC\SCE>"<bestandsnaam>"--valsyspwd=<wachtwoord>
16 Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken
Een image van een besturingssysteem toepassen
OPMERKING: Voordat u met deze taak begint, zorgt u ervoor dat u beschikt over het vereiste imagebestand voor het besturingssysteem ( .wim
-bestand) onder de structuur Besturingssysteembeelden in Configuration Manager.
Een image van een besturingssysteem toepassen:
1. Vanaf de linkerkant van de Taakreekseditor , onder Besturingssysteem implementeren , klikt u op Image van een besturingssysteem toepassen .
2. Kies uit de volgende opties:
● Besturingssysteem toepassen vanaf een vastgelegde image
● Besturingssysteem toepassen vanaf een originele installatiebron
3. Klik op Bladeren en selecteer de image of het pakket van een besturingssysteem.
4. Onder Selecteer de locatie waar u dit besturingssysteem wilt toepassen selecteert u de Bestemming en de Stationsletter .
5. Klik op OK .
U hebt nu een image van een besturingssysteem toegepast.
Driverpakketten toepassen
Driverpakketten toepassen:
1. Vanaf de linkerkant van de Taakreekseditor , onder Besturingssysteem implementeren , klikt u op Driverpakket toepassen .
2. Klik op Bladeren en selecteer de Dell clientdriverpakketten . De lijst met beschikbare driverpakketten in het Dell Deployment Pack wordt weergegeven.
3. Selecteer een pakket voor uw Dell clientsysteem en klik op Toepassen .
U hebt nu drivers toegevoegd.
Toepassingen maken met behulp van Dell Command |
Software Gallery
De functie Software Gallery biedt IT-beheerders een eenvoudige manier om Dell systeembeheertoepassingen te configureren en te implementeren, zoals Dell Command | Update, Dell Command | Monitor, Dell Command | Configure, Dell Power Manager en Dell Precision
Optimizer in Configuration Manager.
OPMERKING: U moet verbinding hebben met internet om toegang te krijgen tot de systeembeheersoftware die beschikbaar is via de Software Gallery.
Applicaties voor systeembeheer importeren en klaarzetten
Zoek in de softwaregalerie applicaties voor systeembeheer die beschikbaar zijn voor implementatie.
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Applicatiebeheer uit.
4. Klik met de rechtermuisknop op Applicaties en klik vervolgens op Dell Command | Softwaregalerie .
De wizard Softwaregalerie wordt geopend.
5. Klik op de optie Publiceren .
6. Selecteer de standaardoptie Huidige internetproxy-instellingen gebruiken of selecteer de optie Aangepaste proxy-instellingen gebruiken en voer de gewenste instellingen in.
7. Klik op Volgende .
Configuration Manager downloadt en toont de lijst met momenteel beschikbare Dell applicaties voor systeembeheer.
8. U kunt ook in het venster Software selecteren een filter maken met behulp van de criteria Besturingssysteem, Architectuur en Titel en vervolgens op Pagina filteren klikken om het filter toe te passen.
Er wordt een lijst weergegeven met applicatiepakketten die aan uw criteria voldoen.
9. Selecteer een of meer applicatiepakketten die u wilt importeren en klik op Volgende .
Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken 17
OPMERKING: Als u een applicatie selecteert die al is gemaakt, wordt de bestaande applicatie opnieuw gemaakt.
10. Schakel de selectievakjes in naast de distributiepunten waarop u de gekozen applicaties voor systeembeheer wilt klaarzetten.
OPMERKING: Zie
Distributiepunten beheren en bijwerken
om handmatig distributiepunten toe te voegen die niet automatisch worden weergegeven in de keuzelijst Selecteer de doeldistributiepunten .
11. Gebruik het standaard UNC-doelpad of blader naar een gewenst pad en klik op Volgende .
12. Controleer uw selecties in het venster Overzicht en klik vervolgens op Voltooien .
Het venster Voortgang wordt weergegeven. De wizard downloadt de geselecteerde applicatiepakketten en maakt een nieuwe applicatie in Configuration Manager voor elk gedownload applicatiepakket. Dit proces kan enige tijd in beslag nemen, afhankelijk van het aantal geselecteerde applicatiepakketten.
13. Ga in Configuration Manager naar Applicatiebeheer > Applicaties > Dell Softwaregalerie-applicaties en controleer of de applicaties voor systeembeheer zijn gemaakt in Configuration Manager.
OPMERKING: Als het downloaden van een applicatiepakket mislukt, controleert u de logboeken in C:\%PROGRAMDATA%
\Dell\CommandIntegrationSuite\Logs om het probleem op te lossen.
voor meer informatie.
Dell Command applicaties voor systeembeheer synchroniseren met de
Dell catalogus
Gebruik deze functie om meerdere versies van Dell Command applicaties voor systeembeheer die al in Configuration Manager zijn gemaakt, te synchroniseren met de regelmatig bijgewerkte Dell catalogus.
Om de synchronisatiefunctie te kunnen gebruiken, moeten ten minste twee instanties van dezelfde applicaties zijn gemaakt in
Configuration Manager. Zie
Applicaties voor systeembeheer importeren en klaarzetten .
1. Start de Configuration Manager console.
2. Klik op Softwarebibliotheek .
3. Vouw Overzicht > Applicatiebeheer uit.
4. Klik met de rechtermuisknop op Applicaties en klik vervolgens op Dell Command | Softwaregalerie .
De wizard Softwaregalerie wordt geopend.
5. Klik op de optie Synchroniseren .
6. Selecteer de standaardoptie Huidige internetproxy-instellingen gebruiken of selecteer de optie Aangepaste proxy-instellingen gebruiken en voer de gewenste instellingen in.
7. Klik op Volgende .
Configuration Manager downloadt en toont de lijst met Dell applicaties voor systeembeheer die buiten gebruik zijn gesteld of die zijn vervangen door nieuwere versies.
8. U kunt ook in het venster Software selecteren een filter maken met behulp van de criteria Besturingssysteem, Architectuur en Titel en vervolgens op Pagina filteren klikken om het filter toe te passen.
De lijst met applicatiepakketten wordt verder verfijnd en aangepast aan uw filtercriteria.
9. Selecteer een of meer applicatiepakketten die u wilt synchroniseren en klik op Volgende .
10. Controleer uw selecties in het venster Overzicht en klik vervolgens op Voltooien .
Het venster Voortgang wordt weergegeven. De wizard downloadt, vergelijkt en synchroniseert de metadata van de applicaties die zijn vermeld in de Dell catalogus met de applicaties die zijn gemaakt in Configuration Manager..
11. Klik op Sluiten .
De geselecteerde applicatiepakketten worden gesynchroniseerd binnen Configuration Manager.
18 Dell Command | Integration Suite for System Center gebruiken
4
De Dell Command | Intel vPro Out of Bandapplicatie
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie biedt een out-of-band beheeroplossing via een zelfstandige applicatie op het systeem waarop Dell Command | Integration Suite for System Center wordt uitgevoerd. Met de applicatie kunt u op afstand clientsystemen beheren, ongeacht de staat van het systeem en of deze is ingeschakeld.
U kunt met de Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie de volgende taken uitvoeren:
● Remote provisioning - Configureer uw omgeving, zodat u moeiteloos externe AMT-provisioning van clientsystemen kunt uitvoeren
● USB Provisioning - Inrichten (provisioning) en instellen van clientsystemen met Intel AMT
● Indicaties - Op afstand controleren, diagnosticeren en beheren van clients met behulp van Distributed Management Task Force
(DMTF) filters
● Clientconfiguratie - Configureer clientsysteeminstellingen:
○ Energieprofiel - Configureer het energiebeleid dat de voorkeur geniet en pas het aan
○ Opstartvolgorde - Configureer of wijzig de opstartvolgorde
○ BIOS-instellingen - Configureer en update de BIOS-instellingen
○ BIOS-wachtwoorden - De lengte van uw Administrator - en Systeem -wachtwoorden wissen, instellen of opgeven
● Bewerkingen - Voer bewerkingen op afstand uit:
○ KVM-verbinding - Start KVM-sessies en voer deze uit
○ Energiebeheer - Beheer uw energie-instellingen op afstand
○ Clientdata wissen - Formatteer harde schijven op afstand
● Rapporten - Genereer rapporten voor out-of-band-beheersbaarheid, ingerichte systemen, batterijstatus, en hardware-inventaris.
● Takenwachtrij - Controleer voortgang en details van taken
Onderwerpen:
•
•
WinRM configureren op clientsystemen
•
De Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie starten
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
Softwarevereisten
Voordat u de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie uitvoert:
● Om In-Band uitschakelen goed te laten werken, moet het systeem waarop Dell Command | Integration Suite for System Center wordt uitgevoerd, Windows Powershell versie 2.0 of hoger hebben en moet WinRM geconfigureerd zijn. Voor meer informatie over het configureren van WinRM zie
WinRM configureren op clientsystemen .
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 19
WinRM configureren op clientsystemen
Als WinRM niet is geconfigureerd op clientsystemen waarmee u werkt, die niet zijn ingericht via de functie Remote provisioning, voert u de volgende opdracht bij een beheerdersopdrachtprompt:
OPMERKING: Configureer de firewall van clientsystemen zodat WinRM-opdrachten geaccepteerd worden.
OPMERKING: Om de huidige WinRM-instellingen op te halen, gebruikt u de volgende opdracht: winrm get winrm/config . Als u een met een groepsbeleidsobject beheerde instelling gebruikt, geeft de opdracht deze informatie weer.
1. Voer winrm quickconfig in.
2. Druk op y om door te gaan als u wordt gevraagd Wilt u winrm configureren?
3.
winrm set winrm/config/client @{AllowUnencrypted="true"}
4.
winrm set winrm/config/client/auth @{Digest="true"}
5.
winrm set winrm/config/client @{TrustedHosts="MANAGEMENT_SERVER_IP_ADDRESS"}
De WinRM is geconfigureerd.
OPMERKING: Wanneer u een clientsysteem inricht via remote provisioning, wordt WinRM automatisch geconfigureerd op het clientsysteem.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie starten
De Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie wordt standaard geïnstalleerd op de volgende locatie: C:\Program Files
(x86)\Dell\CommandIntegrationSuite\DellCommandvProOutOfBand.exe
.
Account instellen
Het venster Account instellen wordt weergegeven de eerste keer dat u de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie start. Vanaf hier kunt u de volgende instellingen configureren:
● Selecteer een beschikbare Configuration Manager SQL Server -optie in een vervolgkeuzelijst
● Selecteer het type SQL Server-beveiliging (geïntegreerd of gebruikersnaam/wachtwoord) dat u wilt instellen
● Selecteer een beschikbare Configuration Manager Database -optie in een vervolgkeuzelijst
● Configureer de instellingen voor het Gebruikersaccount van het besturingssysteem
● Configureer de instellingen voor het AMT Administratieve gebruikersaccount
Clientdetectie
Bij het starten van de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie en nadat u de instellingen voor uw account hebt geconfigureerd, worden de volgende acties uitgevoerd:
● Bijwerken van het .mof-bestand van de Configuration Manager en een Dell hardware-inventarisklasse toevoegen aan Configuration
Manager.
● Maken van vPro-AMT Capable -, vPro-AMT Provisioned-Compliant - en vPro-AMT Provisioned-Not Compliant apparaatverzamelingen in Configuration Manager.
● Maken van een vPro-AMT ACUConfig Package -pakket in Configuration Manager.
● Maken van een vPro-AMT Discover Client -takenreeks in Configuration Manager.
Volg onderstaande stappen om AMT-voorzieningen en clientsystemen met provisioningstatus te detecteren vanuit Configuration
Manager:
1. Distribueer het vPro-AMT ACUConfig Package -pakket door de inhoud van de vPro-AMT Discover Client-takenreeks te distribueren.
2. Implementeer de vPro-AMT Discover Client -takenreeks op een apparaatverzameling.
De vPro-AMT Discover Client -takenreeks wordt uitgevoerd op alle clientsystemen in de doelapparaatverzameling en de clientsystemen zullen uiteindelijk in een van de drie "vPro-AMT"-apparaatverzamelingen komen. Het kan een paar minuten duren
20 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
voordat de clients in de apparaatverzamelingen worden weergegeven. Mogelijk moet u handmatig de apparaatverzamelingen bijwerken of de Configuration Manager-beheerconsole opnieuw starten om de apparaatverzamelingen te vernieuwen.
OPMERKING: Alle Dell clientsystemen die in de vPro-AMT Provisioned - Compliant -apparaatverzameling staan, worden ook weergegeven in de lijst van beschikbare clients voor de bewerkingen in de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
OPMERKING: Als u een upgrade hebt uitgevoerd van een eerdere versie van Dell Command | Integration Suite for System
Center, of als u later een upgrade uitvoert van Intel SCS met behulp van Dell Command | Intel vPro Out of Band, ziet u mogelijk meerdere versies van het vPro-AMT ACUConfig Package -pakket en de VPro-Amt Discover Client -takenreeks in
Configuration Manager. Het is raadzaam om de meest recente versie van deze objecten te gebruiken, v3 in plaats van v2 , bijvoorbeeld bij het distribueren van content of het implementeren van de takenreeks.
Instellingen
Op het venster Instellingen kunt u voor verschillende onderdelen van de applicatie de voorkeuren configureren en instellen, zoals:
● Account instellen
● Indicaties
● KVM
● Takenwachtrij
● Logboekregistratie
Account instellen
U kunt de account die u wilt gebruiken voor het beheer van clientsystemen met AMT, instellen en configureren.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het instellingenpictogram.
3. In het venster Instellingen wordt het tabblad Account instellen weergegeven.
4. U kunt de volgende instellingen configureren:
● Configureer de Configuration Manager SQL Server -informatie.
● Configureer de Configuration Manager Database -informatie.
● Configureer informatie over het Gebruikersaccount van het besturingssysteem .
● Configureer informatie over het AMT Administratieve gebruikersaccount .
5. Klik op OK .
Indicaties
Configureer indicatie-instellingen zoals Dagen bewaren en IP-adres listener.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het instellingenpictogram.
Op het scherm Instellingen wordt het tabblad Indicaties weergegeven.
3. Configureer de volgende instellingen:
● Dagen bewaren : het aantal dagen dat clientgebeurtenissen worden opgeslagen in de database, variërend van een minimum van 7 en een maximum van 180 dagen. Gebeurtenissen worden verwijderd zodra het aantal dagen voor bewaren is bereikt.
● Dagen opnieuw : het aantal dagen dat de indicatieservice probeert de AMT-service op de client te verbinden. Zowel het standaard- als het maximumaantal dagen is 3.
● Pogingen per dag : het aantal keer per dag dat de indicatieservice probeert de AMT-service op de client te verbinden. Zowel het standaard- als het maximumaantal pogingen per dag is 3.
● IP-adres listener : selecteer uit de beschikbare lokale server-IP-adressen een IP-adres listener. De standaardinstelling is het eerste
IP-adres in de lijst met beschikbare lokale server-IP-adressen.
OPMERKING: Als er actieve abonnementen worden uitgevoerd, kunt u het listener-IP-adres of poortnummer niet wijzigen.
● Poortnummer : het poortnummer van het IP-adres listener. De standaardwaarde is 65000.
4. Klik op OK .
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 21
Alle abonnementen opzeggen
Gebruik de knop Alles opzeggen om alle abonnementen van alle clients te verwijderen in gevallen waarin indicatiebewerkingen de prestaties van het netwerk negatief beïnvloeden en u wilt zorgen dat er minder verkeer is.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het instellingenpictogram in de rechterbovenhoek van het scherm.
Op het scherm Instellingen wordt het tabblad Indicaties weergegeven.
3. Klik op Alles opzeggen .
OPMERKING: Het opzeggen van alle abonnementen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal momenteel geabonneerde clients.
KVM
Hiermee kunt u de duur tot time-out van uw KVM- en gebruikerstoestemmingsessies specificeren.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het instellingenpictogram.
3. Klik in het venster Instellingen op KVM .
Het tabblad KVM wordt weergegeven.
4. Specificeer de duur van de tijd tot time-out van uw gebruikerstoestemmingsessie in Time-out respons gebruikerstoestemming .
5. Specificeer de tijdsduur waarna de KVM-sessie resulteert in een time-out na een periode van inactiviteit in Time-out sessie .
OPMERKING: Als u de waarde instelt op nul, schakelt u de time-out voor de sessie uit.
6. Klik op OK .
Takenwachtrij
Met deze functie kunt u het aantal voltooide taken beperken dat wordt weergegeven in het venster Takenwachtrij .
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het pictogram instellingen op het Start -scherm..
3. Klik in het venster Instellingen op Takenwachtrij .
Het tabblad Takenwachtrij wordt weergegeven.
4. Wanneer u wilt dat de Takenwachtrij automatisch wordt vernieuwd, zet u Automatisch vernieuwen op Aan .
5. Stel de Geschiedenislimiet in op het aantal taken die u wilt behouden in de database (1 - 1000).
OPMERKING: Alleen voltooide, geannuleerde of afgebroken taken worden verwijderd als nieuwe taken worden gemaakt.
6. Klik op OK .
Logboekregistratie
Stel de voorkeuren voor het niveau van logboekregistratie in, en de locatie van de logboeken die u wilt vastleggen, via Dell Command | Intel vPro Out of Band.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het pictogram instellingen op het Start -scherm..
3. Klik in het venster Instellingen op Logboekregistratie .
Het tabblad Logboekregistratie wordt weergegeven.
4. Selecteer een van de volgende opties in het vervolgkeuzemenu Logboekregistratie-niveau :
● Geen - geen logboeken worden vastgelegd.
● Normaal - gebruikelijke logboekregistratie voor normaal werkende clientsystemen. Dit Logboekregistratieniveau is de aanbevolen instelling.
● Debuggen - gedetailleerde logboekfunctie voor probleemoplossing bij onverwachte problemen.
22 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
5. Klik op Bladeren... om de locatie te kiezen waar uw logbestanden worden gemaakt.
6. Om bestaande logbestanden weer te geven, klik op Map weergeven .
7. Klik op OK .
Remote provisioning
Met Remote provisioning kunt u AMT-inrichting van Intel vPro-clients op afstand uitvoeren.
OPMERKING: Lees de documentatie over de Remote provisioning-functie volledig door voordat u Rremote provisioning probeert te gebruiken.
Vereisten voor remote provisioning
Voor het gebruik van de remote provisioning-functie moet u voor het volgende zorgen:
● U bent een domeinbeheerdergebruiker met beheerdersrechten voor Active Directory, Certification Authority en Configuration
Manager.
● U gebruikt een primaire Configuration Manager-siteserver waarop de Configuration Manager-beheerconsole is geïnstalleerd.
● Intel Setup and Configuration Software is niet op het provisioningssysteem geïnstalleerd.
● U hebt Intel SCS versie 12.1 of hoger gedownload. U kunt Intel SCS downloaden via https://www.intel.com/content/www/us/en/ software/setup-configuration-software.html
.
● Uw Intel vPro clients hebben de laatste Intel MEI driver en Local Management Service. Deze componenten worden doorgaans in de fabriek geïnstalleerd, maar u kunt ze ook vinden op dell.com/support .
● Intel vPro clientsystemen worden geregistreerd als Configuration Manager-clients.
● Als u een certificaat voor AMT-Provisioning van een vertrouwde externe certificeringsinstantie wilt gebruiken, raadpleegt u
Installatie van remote provisioning-certificaten
. Als u van plan bent een zelfondertekend certificaat voor AMT-provisioning te gebruiken, moet u er een hebben gemaakt en bij de hand hebben voor het remote provisioning-configuratieproces en voor het handmatig invoeren van de hash in elke vPro-compatibele client die op afstand moet worden geconfigureerd.
Remote Provisioning-licenties
Voor het inschakelen van de functie Remote provisioning moet u het volledige licentieproces uitvoeren.
Voor het uitvoeren van het licentieproces doet u het volgende:
1. Klik op Licentieaanvraag maken .
Het formulier Licentieaanvraag maken wordt geopend.
2. Vul het formulier in en geef uw Domeinnaam , Organisatienaam en uw e-mailadres op waar aangegeven.
3. Klik op Licentiebestand maken en sla het resulterende LicenseReq.xml-bestand op uw harde schijf op.
4. Stuur een e-mail, met het LicenseReq.xml-bestand als bijlage, naar [email protected]
.
5. Wanneer u het licentiebestand ontvangt van Dell, klikt u op de knop Licentiebestand importeren om het licentiebestand te importeren en Remote provisioning in te schakelen.
OPMERKING: De ontvangst van uw licentiebestand van Dell kan een paar dagen duren, omdat dit een handmatig proces is.
Remote Provisioning-certificaat instellen
Voor het gebruik van de AMT Remote Provisioning-functie moet u beschikken over een geldig AMT provisioning-certificaat. Een geldig certificaat moet afkomstig zijn van een vertrouwde externe certificeringsinstantie (CA), of het moet een zelf-ondertekend certificaat zijn, of beide.
Voor het verkrijgen van servercertificaatbestand voor AMT provisioning van een vertrouwde certificeringsinstantie voert u de volgende stappen uit:
1. Maak een CSR-tekstbestand (Certificate Signing Request).
a. Klik op CSR-bestand maken .
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 23
b. Vul het formulier Een CSR-tekstbestand (Certificate Signing Request) maken in en geef een Algemene naam ,
Organisatienaam , Plaats , Staat/Provincie en Landcode op.
c. Klik op CSR-bestand maken .
2. Geef het CSR-bestand aan een vertrouwde certificeringsinstantie en verkrijg van een servercertificaatbestand van de CA.
OPMERKING: Het kan een paar dagen duren voordat u uw servercertificaatbestand van de CA ontvangt.
3. Wanneer u het bestand hebt ontvangen van de CA, kunt u het importeren door te klikken op PFX-bestand maken .
4. Vul het formulier Een PFX-bestand (Personal Information Exchange) maken in en geef hierbij het pad naar uw servercertificaatbestand en een PFX-bestand met een wachtwoord op.
5. Klik op PFX-bestand maken .
Remote Provisioning configureren
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het tabblad Remote Provisioning configureren en voer de vereiste informatie in.
3. Klik op Opslaan en vervolgens op Toepassen .
De software brengt de volgende wijzigingen aan in uw omgeving:
● Maakt de volgende objecten in Active Directory:
○ RCS-gebruiker met beheerdersrechten
○ AMT-beveiligingsgroep Administrators
○ Organisatie-eenheid AMT-computers
● Voegt een AMT-webservercertificaatsjabloon toe aan de geselecteerde certificeringsinstantie
● Installeert de Intel Setup and Configuration Software (Intel SCS)
● Importeert de opgegeven certificaten in het persoonlijke archief van het RCS-beheerderaccount
● Maakt een voor AMT-profiel in de Remote Configuration Service (RCS)
● Maakt twee taakreeksen in Configuration Manager
Intel Setup and Configuration Software upgraden nadat remote provisioning is ingeschakeld
Gebruik Dell Command | Integration Suite for System Center v5.1 en hoger om Intel Setup and Configuration Software (Intel SCS) te upgraden naar een nieuwere versie nadat remote provisioning is ingeschakeld.
OPMERKING: Zorg dat u het wachtwoord van het Remote Configuration Service (RCS) administrator-account beschikbaar hebt voordat u het upgradeproces start.
Ga als volgt te werk om Intel SCS te upgraden nadat u remote provisioning hebt geconfigureerd:
1. Download het ZIP-bestand van het Intel SCS-downloadpakket van de Intel SCS-supportsite en sla het bestand op in een tijdelijke map op een lokale schijf.
2. Klik in het linkerdeelvenster in Dell Command | Intel vPro Out of Band op het tabblad Remote provisioning en klik vervolgens op
Configuratie .
3. Blader omlaag naar het gedeelte Remote Configure Service (RCS) installatie van het venster.
4. Klik op Intel SCS upgraden en volg de instructies van de wizard.
Intel SCS wordt bijgewerkt op het systeem.
Intel vPro clientsystemen voorbereiden voor remote provisioning
Als u hierboven een zelf-ondertekend certificaat hebt opgegeven tijdens het configuratieproces voor Remote provisioning, plaatst u de zelf-ondertekende certificaat-hash in de MEBx van clientsystemen waarop u remote provisioning wilt toepassen.
Provisioning van externe clientsystemen
Ga als volgt te werk via de Configuration Manager-beheerconsole:
24 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
1. Implementeer de takenreeks vPro-AMT Configure Client voor de vPro-AMT Capable -apparaatverzameling of een aangepaste verzameling. De takenreeks wordt uitgevoerd op alle clientsystemen in de doelapparaatverzameling en probeert de clientsystemen in te richten voor AMT.
Na het inrichten worden de AMT-clients weergegeven onder de vPro-AMT Provisioned-Compliant -apparaatverzameling. Het kan een paar minuten duren voordat de clients in de apparaatverzamelingen worden weergegeven.
2. Mogelijk moet u handmatig de apparaatverzamelingen bijwerken of de Configuration Manager-beheerconsole opnieuw starten om de apparaatverzamelingen te vernieuwen.
OPMERKING: Alle Dell clientsystemen die door de software in de vPro-AMT Provisioned -Compliant -apparaatverzameling worden geplaatst, worden ook weergegeven in de lijst van beschikbare clients voor de bewerkingen in de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
OPMERKING: Als u een upgrade hebt uitgevoerd van een eerdere versie van Dell Command | Integration Suite for System
Center, of als u later een upgrade uitvoert van Intel Setup and Configuration Software met behulp van Dell Command | Intel vPro Out of Band, ziet u mogelijk meerdere versies van de vPro-AMT-objecten in Configuration Manager. Het is raadzaam om de meest recente versie van deze objecten te gebruiken, v3 in plaats van v2 , bijvoorbeeld bij het implementeren van de takenreeks.
Provisioning met USB
Voordat op Intel Active Management Technology gebaseerde clientsystemen out-of-band worden beheerd, richt u de clientsystemen in voor AMT.
Provisioning met een USB-apparaat
De clientsystemen in het netwerk moeten een digitaal certificaat voor provisioning aanschaffen vóór het implementeren van Intel vPro
AMT Management-toepassing via externe configuratie.
Volg deze instructies om uw certificaat-hash te exporteren naar de clientsystemen met behulp van een USB-opslagapparaat:
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het tabblad Provisioning met USB-stick .
3. Voer uw Management Engine (ME) wachtwoord in het gedeelte Huidig wachtwoord in en voer vervolgens een Nieuw wachtwoord voor AMT in en bevestig dit.
OPMERKING: Het AMT-wachtwoord moet het volgende bevatten: minimaal acht tekens, bestaande uit hoofdletters, kleine letters, cijfers en niet-alfanumerieke tekens, behalve : , _ , en " .
4. Klik onder USB-sleutel op Bladeren en ga naar de locatie van het USB-opslagapparaat.
5. Selecteer de bestandsindeling voor uw USB-opslagapparaat.
6. Selecteer de optie Externe configuratie van het gebruikerstoestemmingsbeleid inschakelen als u wilt toestaan dat de beheerder het gebruikerstoestemmingsbeleid van het clientsysteem kan omzeilen.
7. Selecteer het type hash-algoritme dat nodig is voor uw out-of-band-beheeromgeving.
8. Selecteer de optie OOB-provisioning (inschakelen zal ‘hello packets’ meteen starten) als u hello packets onmiddellijk wilt versturen.
9. Selecteer de optie Registratie verbruiksonderdelen om de systemen die zijn ingericht ( provisioned ) te registreren.
10. Blader en selecteer het Certificaatbestand dat u wilt toepassen op uw clientsystemen voor AMT-provisioning.
11. Voer een naam voor het certificaatbestand in.
12. Klik op Sleutel maken .
De USB-provisioning-sleutel is gemaakt.
13. Klik op Exporteren...
.
De sleutel voor USB-voorziening wordt geëxporteerd naar het USB-opslagapparaat.
Indicaties
De Dell Command | Intel vPro Out Of Band applicatie biedt een indicatiefunctie waarmee u op afstand clients kunt bewaken, diagnosticeren en beheren met behulp DMTF-filters (Distributed Management Task Force) (indicaties) voor elke client.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 25
OPMERKING: Meer informatie over DMTF-filters kunt u vinden op de DMTF-website: www.dmtf.org
.
Met indicaties kunt u diagnostische gebeurtenissen bewaken, zoals:
● Systeemkaartfout
● CPU-fout
● Voedingsapparaatfout
● Geheugensubsysteemfout
De indicatiefunctie heeft de volgende functionaliteit:
● Instellingen: stel de configuratiedata in voor de functie
● Beleid: koppel filters met een beleid dat kan worden toegepast op een of meer clients
● Abonnementen configureren: koppel beleid aan clients op het netwerk en pas vervolgens het beleid toe op de clients
● Abonnementstatus: bekijk en beheer abonnementen
● Gebeurtenissen: gebeurtenissen weergeven, beheren en exporteren
Aanbevolen en optionele filters
Sommige indicaties zijn berichtintensief: wanneer ze worden toegepast op een client, zullen deze filters waarschijnlijk grote hoeveelheden berichten genereren. Wees daarom zeer voorzichtig met het gebruik hiervan. Om overbelasting van het netwerk te voorkomen, mag slechts één optionele filter tegelijk worden toegepast op een enkele client op het netwerk. Ondersteunde filters zijn:
Aanbevolen filters
● Intel ® AMT: CorePlatform
Optionele filters
WAARSCHUWING: Gebruik de volgende optionele filters met grote zorgvuldigheid, aangezien deze de netwerkprestaties kunnen beïnvloeden. Deze filters kunnen het beste worden gebruik voor bijvoorbeeld een diagnose van problemen door korte tijd een enkel optioneel filter toe te passen op een specifieke client.
● Geen - Standaard
● Intel ® AMT: Platform
● Intel ® AMT: ME Presence
● Intel ® AMT: Features
● Intel ® AMT: User
● Intel ® AMT: FW ProgressEvents
● Intel ® AMT: All
Beleid
Op het scherm Beleid kunt u de indicatiebeleidsregels zien die eerder zijn gemaakt, evenals de volgende taken uitvoeren:
● Een nieuw beleid maken
● Een beleid bewerken
● Een beleid verwijderen
De tabel kan worden gesorteerd in oplopende of aflopende volgorde op een van de velden door te klikken op de desbetreffende kolomtitel.
Een beleid maken
1. Klik op Indicaties > Beleid .
2. Klik op Nieuw .
Het scherm Beleid maken verschijnt.
3. Voer een naam in voor het beleid. De naam mag niet hetzelfde zijn als een bestaande beleidsnaam, mag alleen alfanumerieke tekens en spaties bevatten en kan maximaal 64 tekens lang zijn.
4. Selecteer de filter(s) die u wilt opnemen in uw beleid. U moet ten minste één filter selecteren om een nieuw beleid te maken, maar niet
voor meer informatie over wanneer u welke filters kunt gebruiken.
26 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
OPMERKING: U kunt alleen een optioneel filter opnemen in een bepaald beleid.
5. Klik op OK .
Het nieuwe beleid wordt weergegeven in de tabel Beleid.
OPMERKING: Een beleid wordt beschouwd als 'actief' zodra het is opgenomen in een of meer abonnementen.
Een beleid bewerken
1. Klik op Indicaties > Beleid in het linkerdeelvenster.
2. Selecteer het beleid dat u wilt bewerken.
OPMERKING: Alleen een inactief beleid kan worden bewerkt.
De knop Bewerken wordt actief.
3. Klik op de knop Bewerken .
Het scherm Beleid bewerken verschijnt.
4. Breng de vereiste wijzigingen aan in het beleid.
OPMERKING: Ten minste één filter moet worden geselecteerd voordat het beleid kan worden opgeslagen.
WAARSCHUWING: Gebruik de optionele filters met grote zorgvuldigheid, aangezien deze de netwerkprestaties kunnen beïnvloeden.Deze filters kunnen het beste worden gebruik voor bijvoorbeeld een diagnose van problemen door korte tijd een enkel optioneel filter toe te passen op een specifieke client.
5. Klik op OK .
OPMERKING: Een beleid is pas actief als het is opgenomen in een abonnement.
Een beleid verwijderen
1. Klik op Indicaties > Beleid in het linkerdeelvenster.
2. Selecteer het beleid dat u wilt verwijderen.
OPMERKING: Alleen een inactief beleid kan worden verwijderd.
De knop Verwijderen wordt actief.
3. Klik op de knop Verwijderen .
Abonnementen configureren
Een abonnement is een verzameling van één beleid met één of meer clients geselecteerd uit de clients op het netwerk. Op het scherm
Abonnementen configureren kunt u de abonnementen zien die eerder zijn gemaakt, evenals de volgende taken uitvoeren:
● Een nieuw abonnement maken
● Een abonnement bewerken
● Een abonnement verwijderen
● Abonneren (een abonnement toepassen op de geselecteerde clients)
● Abonnement opzeggen (een abonnement van een client verwijderen)
Elke abonnementsrij kan een van de verschillende statussen hebben:
● In behandeling
● Actief
● Bezig met stoppen
● Voltooid
● Voltooid met fout(en)
● Gestopt
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 27
U kunt de abonnemententabel sorteren in oplopende of aflopende volgorde door te klikken op de gewenste kolomtitel. Kolommen in de tabel Abonnementen zijn:
● Abonnementnaam
● Bewerking
● Modigier: wijzigt de bewerking. Op dit moment is Stoppen is de enige modifier.
● Status: de status van het abonnement; als een enkele client de status In behandeling of Opnieuw proberen heeft, wordt de status van het abonnement Voltooid met fouten.
● Beleidsnaam
● Beleidsfilters
● Clients: als één client in het abonnement is opgenomen, wordt de volledig gekwalificeerde domeinnaam (FQDN) vermeld in de tabel.
Als er twee of meer zijn, klikt u op Meerdere om een lijst te zien van client-FQDN's die zijn opgenomen in het abonnement.
. .
hyperlink in de kolom.
Klik op Vernieuwen om de Abonnemententabel te vernieuwen.
Een abonnement maken
OPMERKING: U moet al ten minste één beleid hebben gemaakt en clients beschikbaar hebben voordat u een abonnement kunt maken.
1. Klik op Indicaties > Abonnementen configureren en klik vervolgens op de knop Nieuw .
Het scherm Abonnement maken wordt weergegeven.
2. Geef de naam van het abonnement op. De naam moet uniek zijn, alleen alfanumerieke tekens en spaties bevatten en niet langer zijn dan 64 tekens.
3. Selecteer het beleid dat u wilt opnemen in het abonnement.
4. Klik op Volgende .
Het scherm Clientselectie wordt weergegeven.
5. U kunt eventueel de filters Zoeken naar clients gebruiken om de lijst van beschikbare clients te beperken.
OPMERKING: Als het beleid dat u hebt geselecteerd voor dit abonnement alleen het Aanbevolen filter bevat, dan kunt u meerdere clients selecteren in de lijst van beschikbare clients waarop u dit abonnement wilt toepassen. Als het beleid dat u hebt geselecteerd voor dit abonnement echter één van de optionele filters bevat, kunt u slechts één client selecteren.
6. Selecteer naar wens één of meer clients in de lijst aan de linkerzijde en verplaats ze vervolgens naar de lijst aan de rechterkant.
7. Klik op Voltooien .
Een abonnement bewerken
1. Klik op Indicaties > Abonnementen configureren .
OPMERKING: U kunt een actief abonnement niet bewerken.
2. Selecteer het abonnement dat u wilt bewerken.
3. Klik op de knop Bewerken .
Het scherm Abonnement bewerken wordt weergegeven.
4. Breng de gewenste wijzigingen aan in het scherm Abonnement bewerken en klik op Volgende .
5. Breng de gewenste wijzigingen aan in het scherm Geselecteerde client bewerken en klik op Voltooien .
Een abonnement verwijderen
1. Klik op Indicaties > Abonnementen configureren .
OPMERKING: U kunt een actief abonnement niet verwijderen.
2. Selecteer het abonnement dat u wilt verwijderen.
3. Klik op de knop Verwijderen .
28 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
Een abonnement toepassen
OPMERKING: U kunt geen nieuw abonnement toepassen als de instelling IP-adres listener niet is opgegeven. Klik op Instellingen >
Indicaties voor het instellen van een IP-adres listener.
OPMERKING: U kunt geen nieuw abonnement toepassen dat één of meer dezelfde filters bevat en één of meer dezelfde clients als een bestaand, actief abonnement.
OPMERKING: U kunt geen abonnement toepassen dat één van de optionele filters bevat wanneer een ander abonnement met één van de meldingsintensieve filters actief is.
OPMERKING: Als de taak Alle abonnementen opzeggen bezig is, kunt u niet abonneren, opzeggen of abonnementen stoppen.
OPMERKING: Als u de Indicatieservice (DellAweSvc) bezig is, kunt u niet abonneren, opzeggen of abonnementen stoppen.
Controleer de status van de service op de Serviceconsole.
1. Klik op Indicaties > Abonnementen configureren .
2. Selecteer het abonnement dat u wilt toepassen.
3. Klik op Abonneren .
Een abonnement opzeggen
OPMERKING: Als de taak Alle abonnementen opzeggen bezig is, kunt u niet abonneren, opzeggen of abonnementen stoppen.
OPMERKING: Als de Indicatieservice (DellAweSvc) bezig is, kunt u niet abonneren, opzeggen of abonnementen stoppen. Controleer de status van de service op de Serviceconsole.
1. Klik op Indicaties > Abonnementen configureren .
2. Selecteer het abonnement dat u wilt opzeggen.
3. Klik op Opzeggen .
Abonnementsstatus
Op het scherm Subscription Status kunt u de status van uw abonnementen bekijken. Voor elk abonnement dat u hebt gemaakt en voor elk van de filters die zijn opgenomen in de beleidsregels van het abonnement, worden alle clients weergegeven waarop het abonnement is toegepast op een afzonderlijke regel (aantal filters x aantal clients = aantal tabelvermeldingen per abonnement). Elke rij abonnement/client kan een van de volgende statussen hebben:
● Gereed
● In afwachting van gereedmaken
● Bezig met verwerken
● Geslaagd
● Mislukt
● Gestopt
Als u de abonnemententabel wilt sorteren op een veld in oplopende of aflopende volgorde, klikt u op de relevante kolomtitel. Kolommen in de tabel zijn:
● Abonnementsnaam
● Operation
● Modificator
● Status
● Client
● Policy Filter
Klik op de knop Refresh om de abonnementenstatustabel te vernieuwen.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 29
Een abonnement stoppen
Als één of meer rijen van een abonnement de status Gereed, Bezig met verwerken of Wacht op nieuwe poging hebben, kunt u het abonnement stoppen. Stoppen van een abonnement heeft geen invloed op de rijen van een abonnement die de status Geslaagd of Mislukt hebben. Als u eenmaal een abonnement hebt gestopt, kunt u teruggaan naar het scherm Abonnement configureren en het abonnement bewerken, verwijderen, toepassen of opzeggen.
OPMERKING: Bij het stoppen van een abonnement op één client, wordt het abonnement gestopt op alle clients waarop het is toegepast.
1. Klik op Indicaties > Abonnementstatus .
2. Selecteer het abonnement dat u wilt stoppen.
3. Klik op ABONNEMENT STOPPEN .
Gebeurtenissen
Het scherm Gebeurtenissen toont een lijst van indicaties die worden geretourneerd wanneer een abonnement is toegepast. Op dit scherm kunt u niet alleen de lijst met gebeurtenissen weergeven, maar de lijst ook exporteren naar een *.csv-bestand. Wanneer u niet meer specifieke typen gebeurtenissen hoeft te volgen, kunt de gebeurtenisbericht-id toevoegen aan een zwarte lijst; de gebeurtenissen blijven optreden, maar ze zullen niet langer worden opgeslagen totdat u ze verwijdert van de zwarte lijst.
U kunt de gebeurtenissenlijst alleen sorteren op de kolom Datum. De overige informatie in de gebeurtenissenlijst is:
● Client: het clientsysteem dat de gebeurtenis heeft gegenereerd.
● Bericht-id: het type gebeurtenis; veel gebeurtenissen hebben mogelijk dezelfde bericht-id
● Beschrijving: een beknopte beschrijving van de gebeurtenis
● Ernst: mogelijke ernstniveaus van gebeurtenissen zijn Onbekend, Overig, Informatie, Waarschuwing, Laag, Hoog, Kritiek en Fataal.
● Type waarschuwing: mogelijke typen waarschuwingen zijn Overig, Communicatie, Servicekwaliteit, Verwerkingsfout, Apparaat,
Omgeving, Modelwijziging en Beveiliging.
Rechtsboven in het scherm staat een gebeurtenissenteller. Klik op de knop Vernieuwen om de teller te vernieuwen en de gebeurtenissenlijst bij te werken.
OPMERKING: De gebeurtenissenteller is een telling van alle opgeslagen gebeurtenissen, niet van de weergegeven gebeurtenissen in de lijst.
Gebeurtenissen bekijken
De lijst met gebeurtenissen weergeven:
1. Klik op Indicaties > Gebeurtenissen in het linkerdeelvenster.
2. U kunt eventueel een filter gebruiken om de gebeurtenissen te beperken die worden weergegeven in de gebeurtenissenlijst:
OPMERKING: De gebeurtenissenteller is een telling van alle opgeslagen gebeurtenissen, niet van de weergegeven gebeurtenissen in de lijst.
a. Klik op FILTERINSTELLINGEN .
Het scherm Gebeurtenisfilter instellen wordt weergegeven.
b. Selecteer een filtermethode: Geen, Client, Bericht-id, Client of Bericht-id.
c. Klik op Volgende , en afhankelijk van de filteroptie die u hebt geselecteerd, selecteert u een client en/of een bericht-id .
d. Klik op Voltooien .
De gebeurtenissenlijst wordt vernieuwd.
Gebeurtenissen toevoegen aan de zwarte lijst
U kunt voorkomen dat specifieke soorten gebeurtenissen (Bericht-id's) in de gebeurtenissenlijst worden vermeld, door ze toe te voegen aan de zwarte lijst:
1. Klik op Indicaties > Gebeurtenissen in het linkerdeelvenster.
2. Selecteer de bericht-id's die u wilt toevoegen aan de zwarte lijst door een vinkje te zetten in de betreffende vakken.
3. Klik op TOEVOEGEN AAN ZWARTE LIJST .
De bericht-id's van de geselecteerde gebeurtenissen worden toegevoegd aan de zwarte lijst.
30 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
OPMERKING: Wanneer een bericht-id wordt toegevoegd aan de zwarte lijst, blijven eerdere gebeurtenissen met dezelfde bericht-id in de gebeurtenissenlijst staan. Alleen nieuwe gebeurtenissen met die bericht-id worden genegeerd.
OPMERKING: Wanneer u alle gebeurtenissen aan de zwarte lijst toevoegt, worden (bijna) alle nieuwe gebeurtenissen genegeerd.
Gebeurtenissen verwijderen van de zwarte lijst
Bericht-id's van de zwarte lijst verwijderen zodat dat deze typen gebeurtenissen niet langer worden genegeerd:
1. Klik op Indicaties > Gebeurtenissen in het linkerdeelvenster.
2. Klik op ZWARTE LIJST BEHEREN .
Het scherm Zwarte lijst met gebeurtenissen wordt weergegeven. Gebeurtenissen op de zwarte lijst kunnen worden gerangschikt op bericht-id of beschrijvingsvelden.
3. Selecteer de bericht-id's die u wilt verwijderen uit de zwarte lijst door een vinkje te zetten in de betreffende vakken.
4. Klik op VERWIJDEREN VAN ZWARTE LIJST en klik vervolgens op SLUITEN .
Nieuwe gebeurtenissen met daarin de verwijderde bericht-id's worden niet meer genegeerd en worden weergegeven in de gebeurtenissenlijst.
Gebeurtenissen exporteren
Een lijst van gebeurtenissen exporteren naar een *.csv-bestand:
1. Klik op Indicaties > Gebeurtenissen in het linkerdeelvenster.
2. Selecteer de gebeurtenissen die u wilt exporteren door een vinkje te zetten in de betreffende vakken.
3. Klik op EXPORTEREN .
. . .
4. Navigeer naar de locatie waar u het bestand met de gebeurtenissenlijst wilt opslaan en klik op Opslaan .
De geselecteerde gebeurtenissen worden opgeslagen in het *.csv-bestand.
Clientconfiguratie
Hiermee configureert u het Energieprofiel, de Opstartvolgorde, BIOS-instellingen, en BIOS-wachtwoorden op de doel-clientsystemen.
Energieprofiel configureren
Definieer de verschillende energieprofielen op de clientsystemen die beheerd worden door Dell Command | Intel vPro Out of Band. U kunt functies beheren zoals Wake-up On Lan (WOL), AAN, UIT na stroomuitval, enzovoort, in de verschillende energiestanden (S0 tot S5) van uw clientsysteem.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Clientconfiguratie > Energieprofiel .
3. Selecteer het energiebeleid voor uw desktop- en/of mobiele computers. Klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
4. Zoek naar clientsystemen waarop u de energiepaketten wilt toepassen.
5. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
6. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
7. U kunt kiezen of de wijzigingen meteen of later wilt laten uitvoeren.
Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren - de veranderingen in de Energieprofielen worden onmiddellijk toegepast.
● Uitvoeren om - de wijzigingen in de Energieprofielen worden geplaatst in de Takenwachtrij .
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en wachtende taken in te zien.
OPMERKING: Als uw clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit nadat het clientsysteem weer online komt.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 31
8. Geef een naam aan de taak die u uitvoert en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
9. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
De opstartvolgorde configureren
Wijzig of configureer de opstartvolgorde van de doel-clientsystemen. Op clientsystemen met oudere opstartapparaten kunt u met de functie Opstartvolgorde permanente of eenmalige wijzigingen maken in de opstartvolgorde.
OPMERKING: Deze Opstartvolgorde -functie wordt niet ondersteund in de UEFI -opstartmodus.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Clientconfiguratie > Opstartvolgorde .
3. De tabel bevat alle mogelijke opstartapparaten. Wijzig de opstartvolgorde door:
● De opstartapparaten omhoog of omlaag te verplaatsen door op de pijlen Omhoog of Omlaag te klikken aan de onderkant van de tabel.
● Opstartapparaten uit te schakelen door het selectievakje naast het opstartapparaat aan of uit te vinken.
4. Kies een van de volgende configuratie-opties:
● Eenmalige opstartconfiguratie - Als u wilt dat de opstartvolgorde wordt gewijzigd voor slechts één opstartcyclus.
OPMERKING: De opstartvolgorde wordt permanent gewijzigd als u deze optie niet selecteert.
● Ga verder bij fout - Als u wilt dat de taakuitvoering doorgaat naar verdere clientsystemen wanneer een fout optreedt, selecteert u de optie Doorgaan bij fout . Anders stopt de taakuitvoering bij het eerste clientsysteem waarbij een fout is opgetreden.
● Herstart client na toepassing wijzigingen - Als u de clientsystemen opnieuw wilt opstarten na het aanbrengen van wijzigingen.
5. Klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt geopend.
6. Zoek naar clientsystemen waarop u opstartvolgorde-wijziging wilt toepassen.
7. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
8. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
9. U kunt kiezen of de wijzigingen meteen of later wilt laten uitvoeren.
Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren - de wijzigingen aan de opstartvolgorde worden onmiddellijk toegepast en de status Actief wordt weergegeven in de Takenwachtrij .
● Uitvoeren om - de wijzigingen aan de opstartvolgorde worden in de wacht gezet in de Takenwachtrij .
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en wachtende taken in te zien.
OPMERKING: Als de clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
10. Geef een naam aan de taak die u uitvoert en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
11. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
BIOS-instellingen configureren
Met deze functie kunt u op afstand BIOS-instellingen op één of meerdere clientsystemen configureren, wijzigen en resetten.
OPMERKING: De ondersteunde BIOS-configuratie-opties variëren per clientsysteem.
1. Start de Intel vPro OOB Management-extensies.
2. Klik op Clientconfiguratie > BIOS-instellingen .
3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de BIOS-instellingen voor uw clientsystemen en schakel het selectievakje in onder Toepassen .
32 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
4. Als u wilt dat de taakuitvoering doorgaat naar verdere clientsystemen wanneer er een fout optreedt, selecteer dan de optie Doorgaan bij fout . Anders stopt de taakuitvoering bij het eerste clientsysteem waar een fout wordt aangetroffen.
5. Selecteer de optie Doorgaan bij niet-beschikbare BIOS-instelling om door te gaan met de BIOS-wijzigingen als een bepaalde
BIOS-functie niet beschikbaar is op het clientsysteem.
6. Selecteer de optie Opnieuw opstarten na het aanbrengen van wijzigingen als u opnieuw wilt opstarten na het aanbrengen van wijzigingen.
7. Klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
8. Zoek naar clientsystemen waarop u opstartvolgorde-wijziging wilt toepassen.
9. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
10. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
11. U kunt kiezen of de wijzigingen meteen of later wilt laten uitvoeren.
Afhankelijk van de planning, selecteert u één van de volgende opties:
● Nu uitvoeren - de configuratie van de BIOS-instelling wordt onmiddellijk toegepast en geeft de status Actief weer in de
Takenwachtrij .
● Uitvoeren om - de configuratie van de BIOS-instelling wordt in de wacht gezet in de Takenwachtrij .
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en wachtende taken in te zien.
OPMERKING: Als de Dell clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
12. Typ een naam voor de taak en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
13. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
BIOS-wachtwoorden instellen
De functie laat u uw BIOS-wachtwoorden beheren, instellen, wissen, of laat u de lengte van de vereisten voor het gebruik van wachtwoorden wijzigingen.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Clientconfiguratie > BIOS-wachtwoorden .
Het tabblad BIOS-wachtwoorden wordt weergegeven.
3. Kies een van de volgende opties:
● Wissen - wis het Admin - of Systeem -wachtwoord.
OPMERKING: Wis het Systeem -wachtwoord voordat u het Beheerder -wachtwoord wist.
● Instellen - voer het Admin - of Systeem -wachtwoord in en bevestig het.
OPMERKING: Clientsystemen moeten opnieuw opstarten na het instellen van het Admin - of Systeem -wachtwoord.
● Lengte — Hiermee kunt u de minimum- en maximumlengte van het Admin - en Systeem -wachtwoord specificeren.
4. Als u wilt dat de taakuitvoering doorgaat naar verdere clientsystemen wanneer er een fout optreedt, selecteer dan de optie Doorgaan bij fout .Anders stopt de taakuitvoering bij het eerste clientsysteem waarbij een fout is opgetreden.
5. Als u opnieuw wilt opstarten nadat wijzigingen toegepast zijn, kiest dan de optie Opnieuw opstarten na het aanbrengen van wijzigingen .
6. Klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
7. Zoek naar clientsystemen waarop u opstartvolgorde-wijziging wilt toepassen.
8. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
9. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
10. U kunt kiezen of u de wachtwoordwijzigingen meteen wilt laten uitvoeren, of dat u wilt inplannen dat deze later worden uitgevoerd.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 33
Afhankelijk van de planning, selecteert u één van de volgende opties:
● Nu uitvoeren - de configuratie van het BIOS-wachtwoord wordt onmiddellijk toegepast en geeft de status Actief weer in de
Takenwachtrij .
OPMERKING: Als de Dell clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren om - de configuratie van het BIOS-wachtwoord wordt in de wacht gezet in de Takenwachtrij .
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en wachtende taken in te zien.
11. Geef een korte beschrijving van de wijzigingen die u toepast en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
12. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
Bewerkingen
Deze functie stelt u in staat om KVM-sessies op te zetten, Dell clientsystemen aan te zetten, uit te zetten en opnieuw op te starten, en de harde schijven van Dell clientsystemen op afstand te formatteren.
KVM-sessies opzetten
Met deze functie kunt u op afstand de primaire of secundaire (indien aanwezig) monitoren van uw clientsystemen met een Intel grafische kaart bekijken. Voor meer informatie, zie de documentatie met betrekking tot clientsystemen op dell.com/support/manuals .
OPMERKING: Voordat een externe KVM-sessie opgezet kan worden, moet KVM ingeschakeld worden via de Intel Management
Engine BIOS Extension (MEBx) interface.
OPMERKING: Als de KVM-sessie na een periode van inactiviteit verloopt, moet deze opnieuw tot stand worden gebracht. Om de
time-out periode te specificeren, zie KVM
KVM-sessies tot stand brengen met remote clientsystemen met een Intel grafische kaart:
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Bewerkingen > KVM verbinden .
Het tabblad KVM verbinden wordt weergegeven.
3. Zoeken naar de lijst met clientsystemen waarmee u KVM-sessies wilt opzetten.
4. Selecteer een clientsysteem waarop u de KVM-sessie wilt opzetten en klik op Verbinden .
Energiebeheer uitvoeren
Met deze functie kunt u probleemloos het clientsysteem op correcte wijze afsluiten of opnieuw opstarten, via het Windowsbesturingssysteem dat is geactiveerd met de AMT-bewerking.
OPMERKING: Windows-firewall kan vriendelijk verzoek voor energiebeheer blokkeren door Dell Command | Integration Suite for
System Center.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Bewerkingen > Energiebeheer .
Het tabblad Energiebeheer wordt weergegeven.
3. Selecteer de energiebeheer-optie die u wilt toepassen op de clientsystemen in de vervolgkeuzelijst.
4. Klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
5. Zoek naar clientsystemen waarop u de Energiebeheer-wijzigingen wilt toepassen.
6. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
7. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
8. U kunt kiezen of u de taken meteen of later wilt laten uitvoeren.
34 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren - de energiebeheer-wijzigingen worden onmiddellijk toegepast en geven de status Actief weer in de
Takenwachtrij .
OPMERKING: Als de Dell clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren om - de energiebeheer-wijzigingen worden in de wacht gezet in de Takenwachtrij .
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en wachtende taken in te zien.
9. Geef een korte beschrijving van de wijzigingen die u toepast en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
10. Klik op Voltooien .
Clientdata wissen
WAARSCHUWING: Deze bewerking wist alle gegevens op uw clientsystemen.
OPMERKING: Het wissen van de gegevens op de harde schijf van de client kan enkele uren in beslag nemen.
De functie Clientdata wissen wist data op ondersteunde harde schijven van clientsystemen op afstand.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op Bewerkingen > Clientdata wissen .
3. Na het selecteren van Clientdata wissen , kunt u een van de volgende acties uitvoeren:
● Inplannen - om een tijd in te plannen voor het wissen van de gegevens op de harde schijf van een clientsysteem. Voor meer informatie, zie
Inplannen van clientdata wissen
.
OPMERKING: Om clientdata op afstand wissen in te plannen, moet de client te bereiken zijn via het netwerk.
● Ophalen
Clientdata wissen inplannen
De functie Clientdata wissen wist data op ondersteunde harde schijven van clientsystemen op afstand. Clientdata wissen plannen:
1. Selecteer Plannen en klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
2. Zoek naar clientsystemen waarvoor u het wissen van gegevens op afstand wilt plannen.
3. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en klikt u op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of drukt u op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
4. Klik op Volgende .
5. Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
6. U kunt kiezen of u de taken meteen of later wilt laten uitvoeren. Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren: de bewerkingen voor het wissen van clientdata worden onmiddellijk toegepast en de status Actief wordt weergegeven in de Takenwachtrij.
OPMERKING: Als de clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren om: de bewerkingen voor het wissen van clientdata worden in de wachtrij gezet.
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en lopende taken te bekijken.
7. Geef een korte beschrijving van de taak die u toepast en klik op Volgende .
OPMERKING: Het is raadzaam om de taak Clientdata wissen ophalen uit te voeren om ervoor te zorgen dat de harde schijven
van de clientsystemen goed zijn geformatteerd. Zie voor meer informatie, Clientdata wissen ophalen
.
8. Klik op Voltooien .
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 35
Status van Clientdata wissen ophalen
OPMERKING: Met Ophalen vraagt u de status op van de Clientdata wissen-bewerking.
OPMERKING: Nadat de opdracht voor het extern wissen van de harde schijf is gegeven vanaf de server naar het clientsysteem, verandert de status van de taak in Voltooid . Het formatteren van het clientsysteem begint pas nadat de status is veranderd in
Voltooid .
De status ophalen:
1. Selecteer Ophalen en klik op Volgende .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
2. Zoek naar clientsystemen waarvoor u de status van Clientdata wissen wilt ophalen.
3. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en klikt u op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of drukt u op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
4. Klik op Volgende .
5. Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
6. U kunt kiezen of u de taken meteen of later wilt laten uitvoeren. Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren: de status van Clientdata wissen-bewerkingen wordt onmiddellijk opgehaald en de status Actief wordt weergegeven in de Takenwachtrij.
OPMERKING: Als de clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren op: de taak Ophalen wordt in de takenwachtrij gezet.
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en lopende taken te bekijken.
7. Geef een korte beschrijving van de wijzigingen die u toepast en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
8. Klik op Voltooien .
Rapporten genereren
Met deze functie kunt u rapporten genereren en gedetailleerde rapporten weergeven over out-of-band-beheersbaarheid, provisioning, batterijstatus van clientsystemen op laptops, en hardware-inventarisrapporten voor systemen met één of meerdere clients. Deze rapporten kunnen worden geëxporteerd als een spreadsheet.
1. Start de Dell Command | Intel vPro Out of Band applicatie.
2. Klik op het scherm Start op Rapporten .
3. Als u zich op het Welkom -scherm bevindt, kunt u de volgende rapporten genereren:
● Out-of-band-beheersbaarheid - u kunt de AMT Management Engine configuratie voor clientsystemen zien.
● Provisioning - bekijk de provisioningstatus van alle clientsystemen in het netwerk.
● Batterijstatus - bekijk de batterijstatus van alle clientsystemen in het netwerk waarop AMT geactiveerd is.
● Hardware-inventaris - verzamelt de inventarisinformatie van alle clientsystemen in het netwerk.
4. Na het selecteren van het type rapport dat u wilt genereren, kunt u één van de volgende acties uitvoeren:
● Plannen - voor meer informatie, zie
● Ophalen
- voor meer informatie, zie Rapporten ophalen
.
Rapporten plannen
Genereer rapporten voor de geselecteerde clientsystemen op het netwerk. Een rapport plannen:
1. Klik op Plannen .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
2. Zoek naar de lijst met clientsystemen waarover u rapporten wilt weergeven.
3. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
36 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
4. Klik op Volgende .
Het tabblad Taak inplannen wordt weergegeven.
5. U kunt kiezen of u de taak onmiddellijk wilt toepassen of op een later gepland moment wilt uitvoeren. Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren: de taak Rapport plannen wordt onmiddellijk toegepast en de status Actief wordt weergegeven in de Takenwachtrij.
OPMERKING: Als de clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren om: de taak Rapport plannen wordt in de takenwachtrij gezet.
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en lopende taken te bekijken.
6. Typ een naam voor de taak en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
7. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
Rapporten ophalen
OPMERKING: Bij het ophalen van rapporten wordt gevraagd om een rapport voor de data die zijn verzameld via Geplande rapporten .
Bekijk bestaande rapporten. Een rapport ophalen:
1. Klik op Ophalen .
Het tabblad Clientselectie wordt weergegeven.
2. Zoek naar de lijst met clientsystemen waarover u rapporten wilt weergeven.
3. In de lijst Beschikbare clients selecteert u de clientsystemen die u wilt beheren en u klikt op de knop om de geselecteerde systemen te verplaatsen; of u drukt op de knop om alle gedetecteerde Dell clients naar de lijst Geselecteerde clients te verplaatsen.
4. Klik op Volgende .
5. U kunt kiezen of u de taak onmiddellijk wilt toepassen of op een later gepland moment wilt uitvoeren.
Afhankelijk van uw schema, selecteert u een van de volgende opties:
● Nu uitvoeren: de taak Rapport ophalen wordt onmiddellijk toegepast en de status Actief wordt weergegeven in de Takenwachtrij.
OPMERKING: Als de clientsystemen niet zijn verbonden met het netwerk, voert u de taak opnieuw uit.
● Uitvoeren op: de taak Rapport ophalen wordt in de takenwachtrij gezet.
OPMERKING: U kunt de Takenwachtrij starten om de lijst met afgeronde en lopende taken te bekijken.
6. Typ een naam voor de taak en klik op Volgende .
Het tabblad Overzicht wordt weergegeven.
7. Klik op Voltooien .
Het venster Takenwachtrij wordt geopend en afhankelijk van hoe u de taak gepland heeft, wordt deze onmiddellijk uitgevoerd of in de wachtrij geplaatst.
Takenwachtrij
Het venster Takenwachtrij geeft geplande en voltooide taken weer. U kunt ook klikken op:
● Vernieuwen - hiermee vernieuwt u de takenwachtrij.
● Weergeven - als u gedetailleerde informatie over een afzonderlijke taak in de takenwachtrij wilt verkrijgen. Klik op Exporteren om de informatie te exporteren naar een Excel-bestand.
● Opnieuw uitvoeren - om een bestaande taak die mislukt is op clientsystemen opnieuw uit te voeren terwijl de clientsystemen waarop de taak wel succesvol is uitgevoerd, worden overgeslagen. Als een taak foutloos is uitgevoerd, worden met Opnieuw uitvoeren alle clientsystemen in de taak opnieuw gestart.
● Ophalen - voert het Ophalen-pad (in plaats van het Inplannen-pad) van een rapporttaak uit.
● Bewerken - bewerk taken die in behandeling zijn (die in de wacht staat om te worden uitgevoerd). Taken worden in de Wachtstand gezet tijdens het bewerken.
De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie 37
● Dupliceren : hiermee kunt u lopende, voltooide en geannuleerde taken dupliceren.
● Annuleren - annuleer taken die nog niet zijn Voltooid .
38 De Dell Command | Intel vPro Out of Band-applicatie
5
Problemen oplossen
In dit gedeelte vindt u informatie over het oplossen van problemen voor de Dell Command | Integration Suite for System Center.
Onderwerpen:
•
Foutopsporingsmodus instellen voor logboeken
•
Fout tijdens het verwijderen van Dell Command | Integration Suite for System Center
•
•
•
Hardware-inventarisrapport Geheugensnelheid wordt gerapporteerd als nul
•
Maximale lengte van wachtwoord wijzigen
•
KVM-energiebeheer om OS op te starten in S3
•
Taakreeks Besturingssysteem toepassen heeft een rood explosiepictogram
Foutopsporingsmodus instellen voor logboeken
Wijzig de instellingen voor logboeken naar foutopsporingsmodus om dit hulpprogramma voor probleemoplossing optimaal te kunnen gebruiken.
De logboekbestanden van Dell Command | Integration Suite bevinden zich op C:\%PROGRAMDATA%
\Dell\CommandIntegrationSuite\Logs .
1. Open de Registry Editor door regedit te typen in de opdrachtprompt.
2. Vouw de registerstructuur uit door HKEY_LOCAL_MACHINE > Software > Dell > CommandIntegrationSuite >
ConfigManagerExtensions te selecteren.
3. Wijzig de instelling voor LogLevel van Normal naar Debug .
4. Open het logboekbestand om de foutopsporingsopmerkingen weer te geven.
Fout tijdens het verwijderen van Dell Command |
Integration Suite for System Center
De foutmelding Fout bij openen van installatie-logbestand. Controleer of de opgegeven locatie van het logbestand bestaat en beschrijfbaar is wordt weergegeven tijdens het verwijderen van Dell Command | Integration Suite for System Center via Programma's en onderdelen . Start het systeem opnieuw op en zorg ervoor dat de Windows Installer Service wordt uitgevoerd. Voer vervolgens de stappen om de installatie te verwijderen uit.
Authenticode-handtekening
Als het starten van Authenticode-handtekening langer duurt dan normaal omdat .Net
zoekt naar de handtekening, volg dan de stappen in support.microsoft.com/kb/936707/ .
KVM via draadloze verbinding
Telkens wanneer de gebruiker Tools Linkvoorkeur > OS is eigenaar van draadloos selecteert, wordt de controle van de draadloze verbinding overgedragen van de Intel Management Engine naar het besturingssysteem. (ME krijgt controle over de draadloze verbinding telkens wanneer een opdracht voor uitschakelen of opnieuw opstarten wordt geselecteerd in Tools Energiebeheer .)
Problemen oplossen 39
Wanneer ME controle krijgt over de draadloze verbinding (Linkvoorkeur), wordt een time-outwaarde gegeven die aangeeft hoelang ME controle houdt over de draadloze verbinding, waarna de controle weer wordt teruggegeven aan het besturingssysteem. Een gebruiker selecteert bijvoorbeeld Opnieuw opstarten in OS om het clientbesturingssysteem opnieuw op te starten.
Om de KVM-link te behouden, krijgt ME eerst controle over de draadloze verbinding. De time-out is standaard ingesteld op 10 minuten om het systeem voldoende tijd te bieden om het herstartproces uit te voeren. ME behoudt de controle, zelfs nadat het besturingssysteem opnieuw is opgestart en dit is voltooid in minder dan 10 minuten. Om onmiddellijk de controle aan het besturingssysteem terug te geven, moet de gebruiker Tools > Linkvoorkeur > OS is eigenaar van draadloos selecteren. In dat geval wordt de KVM-verbinding verbroken tijdens het overdrachtproces. Om de verbinding opnieuw tot stand te brengen moet de gebruiker Verbinding > Starten selecteren. Houd er ook rekening mee dat wanneer de controle van de draadloze verbinding automatisch wordt teruggeleid als gevolg van het verlopen van de time-out van de linkvoorkeur, er geen verlies van connectiviteit optreedt. Dit zijn de afzonderlijke time-outwaarden voor elke afsluit-/herstartbewerking (gedefinieerd in de instellingen van KVM View app.config) die extern kunnen worden geconfigureerd:
● LPTImeoutRebootToOS
● LPTimeoutRebootToBIOS
● LPTimeoutRebootToDiagnostics
● LPTimeoutRebootWithIDER
● LPTimeoutShutdown
Zie http://software.intel.com/sites/manageability/AMT_Implementation_and_Reference_Guide/DOCS/
Implementation%20and%20Reference%20Guide/default.htm
voor meer informatie.
Hardware-inventarisrapport Geheugensnelheid wordt gerapporteerd als nul
Dit is een DMTF-probleem waarbij de geheugensnelheid is gedefinieerd in seconden. Configuration Manager Resource Explorer rapporteert deze nu als 0.
Maximale lengte van wachtwoord wijzigen
Soms biedt een systeem-BIOS biedt geen ondersteuning voor het verlagen van de maximale wachtwoordlengte onder 32.
KVM-energiebeheer om OS op te starten in S3
Als na het tot stand brengen van een KVM-verbinding de AMT-client overschakelt naar stroomstatus S3 of S4, wordt de KVM-verbinding verbroken binnen 30 seconden nadat de slaapstand actief is geworden. (Dit probleem doet zich in zowel bekabelde als draadloze omgevingen.) In een dergelijk geval moet de beheerder opnieuw de verbinding tot stand brengen ( Verbinding → Starten ), alvorens een rebootopdracht te geven (OS, BIOS, Diagnostics, IDE-R).
Taakreeks Besturingssysteem toepassen heeft een rood explosiepictogram
Wanneer u een nieuwe taakreeks maakt met behulp van de Bare Metal Client Deployment-sjabloon, heeft de taakreeks
Besturingssysteem toepassen een rood explosiepictogram. Dit probleem oplossen:
1. Klik op Image van besturingssysteem toepassen in de taakreekseditor.
2. Selecteer een besturingssysteemimage door:
● Het selecteren van Besturingssysteem toepassen vanaf een vastgelegde image .
● Het selecteren van Besturingssysteem toepassen vanaf een originele installatiebron .
3. Klik op Bladeren .
4. Blader en selecteer de besturingssysteem-image en klik op OK.
5. Schakel de optie Een onbeheerd of Sysprep-antwoordbestand gebruiken voor een aangepaste installatie uit.
6. Klik op het tabblad Opties .
7. Selecteer de optie Deze stap uitschakelen .
40 Problemen oplossen
8. Klik op Toepassen .
9. Klik op het tabblad Opties .
10. Deselecteer de optie Deze stap uitschakelen .
11. Klik op Toepassen .
Problemen oplossen 41
6
Verwante informatie
Behalve deze handleiding zijn er ook andere producthandleidingen die u als naslagwerk bij de hand moet houden. U kunt de volgende handleidingen vinden op de Dell Support website op support.dell.com/manuals .
● De Dell Command | Configure gebruikershandleiding beschrijft de installatie en het gebruik van de Dell Command | Configure voor het configureren van diverse BIOS-functies voor zakelijke Dell clientplatforms.
● De Dell Command | Monitor gebruikershandleiding beschrijft de installatie en het gebruik van de Dell Command | Monitor software.
● De handleiding voor hardware-onderhoud bevat informatie over het systeem en het installeren van de onderdelen van het systeem en probleemoplossing voor het systeem.
Voor meer informatie over Microsoft System Center Configuration Manager (Configuration Manager), de installatie, of mogelijkheden en functies. Zie de Microsoft TechNet-website op technet.microsoft.com
voor details over Configuration Manager.
Onderwerpen:
•
•
Technische hulp krijgen
Als u een procedure in deze handleiding niet begrijpt of als uw product niet functioneert zoals verwacht, zijn er verschillende soorten hulp beschikbaar. Voor meer informatie zie Hulp krijgen in de Eigenaarshandleiding van uw systeem.
Contact opnemen met Dell
OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u contactgegevens ook vinden op uw factuur, pakbon, rekening of productcatalogus van Dell.
Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid verschilt per land en product en sommige services zijn mogelijk niet beschikbaar in uw regio. Wanneer u met Dell contact wilt opnemen voor vragen over de verkoop, technische ondersteuning of de klantenservice:
1. Ga naar Dell.com/support .
2. Selecteer uw ondersteuningscategorie.
3. Zoek naar uw land of regio in het vervolgkeuzemenu Kies een land/regio onderaan de pagina.
4. Selecteer de juiste service- of ondersteuningslink op basis van uw probleem.
42 Verwante informatie
Atsisiųsti
Reklama