Swegon Gold Handleiding
Reklam
Reklam
FUNCTIEHANDLEIDING, GEBRUIKERS
GOLD
RX/PX/CX/SD
Generatie F
Geldt voor programmaversie 1.31 en nieuwere versies
Inhoud
1. Schermbeheer ........................................................3
2. Filter kalibreren ......................................................4
3. Functies ..................................................................5
3.1 Luchtdebiet .......................................................................................... 5
3.1.1 Status .................................................................................................... 5
3.1.2 Bedrijfsniveau ......................................................................................... 5
3.1.3 Luchtinstelling ........................................................................................ 6
3.2 Temperatuur ........................................................................................ 6
3.2.1 Status .................................................................................................... 6
3.2.2 Instellingen ............................................................................................ 6
3.2.3 Regelstand ............................................................................................. 8
3.3 Tijd en schema ..................................................................................... 9
3.3.1 Tijd en datum ......................................................................................... 9
3.3.2 Schema-instellingen ............................................................................... 9
3.3.3 Dagschema .......................................................................................... 10
3.3.4 Uitzonderingenschema ......................................................................... 10
3.3.5 Kalender 1 en 2 .................................................................................... 11
3.3.6 Verlengd bedrijf ................................................................................... 11
3.4 Energiecontrole .................................................................................. 12
3.5 Filters ................................................................................................. 12
3.6 Software ............................................................................................ 12
3.7 Taal .................................................................................................... 12
NL.GOLDSKFFU.200424
Het oorspronkelijke document is opgesteld in de Zweedse taal.
2 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
NL.GOLDSKFFU.200424
1. Schermbeheer
Als het aanraakscherm in de slaapstand staat, drukt u op de Aan/
Uit-knop van de handterminal.
Profielselectie
Profielselectie. Druk op local
(gebruiker). Hier hoeft geen code te worden ingevoerd.
Handleidingen
Filter kalibreren.
Filter kalibreren.
Zie sectie 2
Dashboard
Timer, lage snelheid
Stop
Alarmlog
Logschema Stroomdiagram
Dashboard.
Zie Sectie 2.2 in de handleiding met bedrijfsprocedures van de microhandterminal
IQnavigator.
Functies
Luchtdebiet Temperatuur
Tijd en schema
Energie controle
Filters Software
Taal
Functies.
Zie sectie 3
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
www.swegon.com 3
NL.GOLDSKFFU.200424
2. Filter kalibreren
Alle fi lters moeten zijn gekalibreerd als de ventilatoren voor het eerst worden opgestart en als het kanaalsysteem, luchtaansluitingen en inregelplaten, indien nodig, zijn geïnstalleerd en ingeregeld.
Vervolgens moet dit elke keer gebeuren wanneer de fi lters worden vervangen. Het kalibreren moet dan worden geactiveerd voor het fi lter of de fi lters die nieuw zijn. Relevante fi lters zijn het
Voorfi lter inlaatlucht, Voorfi lter uitlaatlucht, AHU-fi lter inlaatlucht, AHU-fi lter uitlaatlucht, IL- en UL-fi lter AHU en Eindfi lter inlaatlucht.
Als het kalibreren van fi lters geactiveerd wordt, werken de AHUventilatoren ca. 3 minuten op het vooraf ingestelde max. toerental (afhankelijk van de geselecteerde functionaliteit).
Na het kalibreren van de fi lters wordt een drukverhoging tot 100
Pa toegestaan (aangezien de fi lters onzuiverheden opvangen) voordat een alarm voor fi ltervervuiling wordt geactiveerd. De alarmgrens kan worden gewijzigd via Installatie, Functies, Filters.
De fi lterfunctie moet worden geactiveerd (zie Sectie 4.5 in de functiehandleiding, Installatie. ) om fi lterkalibratie en alarmfuncties mogelijk te maken van het eindfi lter en voorfi lter in GOLD
SD-units voor inlaatluchtbehandeling en uitlaatluchtbehandeling.
Kalibreren fi lter
Kalibreren fi lter
Voorfi lter inlaatlucht
Voorfi lter uitlaatlucht
Voorfi lter IL en UL
Voortgang
KALIBREERMODUS
AHU-fi lter inlaatlucht
AHU-fi lter uitlaatlucht
IL- en UL-fi lter AHU
Eindfi lter inlaatlucht
Start
4 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specifi caties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
NL.GOLDSKFFU.200424
3. Functies
3.1 Luchtdebiet
Zie ook Sectie 4.1 in de functiehandleiding, Installatie waarin de functies voor luchtdebiet in detail worden beschreven.
3.1.1 Status
Alle relevante waarden kunnen hier worden afgelezen. Wordt gebruikt als functiecontrole.
Luchtdebiet
3.1.2 Bedrijfsniveau
De in te stellen waarden hangen af van de gekozen functies
(onder Installatie) en de min. en max. luchtdebieten voor de resp.
AHU-typen (zie onderstaande tabel).
Afhankelijk van de gekozen functie kan het volgende worden ingesteld: luchtdebiet (l/s, m 3 /s, m 3 /u, cfm), druk (Pa, psi, in.wc) of sterkte van het ingangssignaal (%).
Lage snelheid
Moet altijd worden ingesteld. De waarde voor lage snelheid mag niet hoger zijn dan de waarde voor hoge snelheid. De lage snelheid kan worden ingesteld op 0, wat betekent dat de AHU stilstaat.
Hoge snelheid
Moet altijd worden ingesteld. De waarde of druk voor hoge snelheid mag niet lager zijn dan de waarde voor lage snelheid.
Max. snelheid
Moet altijd worden ingesteld. Wordt met name gebruikt voor fi lterkalibratie. Tijdens het kalibreren van het fi lter moet de instelling voor max. snelheid zo hoog zijn als het ventilatiesysteem toelaat zonder dat er een storing wordt veroorzaakt. Wordt ook gebruikt voor drukregeling, forcing, Heating Boost- en Cooling
Boost-functies. De waarde voor max. snelheid mag niet lager zijn dan de waarde voor hoge snelheid.
Min./Max. debieten
LUCHT-
DEBIET
MIN. DEBIET VOOR
LUCHTDEBIETREG., ALLE
VARIANTEN 2
MAX. DEBIET,
COMPLETE AHU
WARMTEWIELWISS. (RX)
Status
Bedrijfsniveau
Luchtinstelling
Min./Max. snelheid
Wordt gebruikt voor functie vraaggestuurde regeling (de vorige sectie geldt ook voor max. snelheid). Stel de laagste en hoogste toegestane debieten in voor iedere ventilator. Dat betekent dat de ventilatoren niet buiten deze grenswaarden zullen werken, ongeacht de behoefte.
Slaaf
Het luchtstroomverschil voor een ventilator met slave-regeling kan worden ingesteld tussen de ventilator met slave-regeling en de andere ventilator. De instelling treedt op in een vast luchtstroomverschil en/of een percentageverschil.
MAX. DEBIET,
COMPLETE AHU
PLATENWISSEL. (PX)
MAX. DEBIET,
COMPLETE AHU
TWINCOILWISS. (CX)
MAX. DEBIET, IL- EN
UL-AHU’S (SD)
TYPE
GOLD 004
GOLD 005
GOLD 007
GOLD 008
GOLD 011
GOLD 012
GOLD 014
GOLD 020
GOLD 025
GOLD 030
GOLD 035
GOLD 040
GOLD 050
GOLD 060
GOLD 070
GOLD 080
GOLD 100
GOLD 120 m 3 /u 1
1080
1800
1800
2700
2700
3600
3600
5400
5400
9000
288
288
288
720
720
720
720
1080 m 3 /s
0,30
0,50
0,50
0,75
0,75
1,00
1,00
1,50
1,50
2,50
0,08
0,08
0,08
0,20
0,20
0,20
0,20
0,30 m 3 /u
9000
11520
14040
18000
18000
23400
27000
34200
39600
50400
1620
2340
2700
3600
3960
5040
5940
7560 m 3 /s
2,50
3,20
3,90
5,00
5,00
6,50
7,50
9,50
11,0
14,0
0,45
0,65
0,75
1,00
1,10
1,40
1,65
2,10 m 3 /u
1620
2340
2700
3600
3960
5040
5940
7560
9000
11520
14040
18000 m 3 /s
0,45
0,65
0,75
1,00
1,10
1,40
1,65
2,10
2,50
3,20
3,90
5,00 m 3 /u m 3 /s
14040
18000
18000
23400
27000
34200
39600
50400
3,90
5,00
5,00
6,50
7,50
9,50
11,0
14,0
1) Bij het afstellen van het debiet rondt u de waarde af naar de dichtstbijzijnde instelbare stap.
2) Bij gebruik van drukregeling kan het luchtdebiet naar nul worden geregeld. Dit veronderstelt echter een bepaalde statische drukval in het kanaalsysteem (ongeveer 50 Pa).
m 3 /u
10080
14400
14400
21600
20160
28800
28800
43200
43200
64800
2160
2880
2880
4320
4320
6480
6480
10080 m 3 /s
2,8
4,0
4,0
6,0
5,6
8,0
8,0
12,0
12,0
18,0
0,6
0,8
0,8
1,2
1,2
1,8
1,8
2,8
We behouden ons het recht voor om specifi caties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
www.swegon.com 5
NL.GOLDSKFFU.200424
3.1.3 Luchtinstelling
De snelheid van de ventilatoren kan maximaal 72 uur worden vergrendeld. Als de functie geactiveerd wordt, wordt de snelheid vergrendeld op de huidige bedrijfssnelheid. Dit is handig bij het instellen van luchtdebieten in het kanaalsysteem en de luchtaansluitingen. De gewenste periode wordt ingesteld, maar kan eerder worden onderbroken door Stop te selecteren of door de tijdsinstelling op 0 te zetten.
Temperatuur
Status
3.2 Temperatuur
De basisfuncties kunnen worden ingesteld onder Installatie en de waarden kunnen worden afgelezen en ingesteld onder Gebruiker (local).
Zie daarom ook Sectie 4.2 in de functiehandleiding,
Installatie, waarin de functies voor temperatuur in detail worden beschreven.
Let op!
Als er bij het invoeren van nieuwe temperatuurinstellingen grote veranderingen plaatsvinden, moet u eerst de AHU stopzetten voordat u de nieuwe instellingen invoert.
Specifi eke temperaturen, zoals instelpunten, moeten worden aangegeven in °C of °F, terwijl verschuivingen, afwijkingen en verschillen moeten worden aangegeven in K (Kelvin).
Als alleen GOLD SD-units voor inlaatluchtbehandeling zijn geïnstalleerd, is een externe ruimtesensor nodig voor ERS, ORE en uitlaatluchtregeling.
3.2.1 Status
Alle relevante waarden kunnen hier worden afgelezen. Wordt gebruikt als functiecontrole.
3.2.2 Instellingen
ERS-regeling 1
Op basis van een af fabriek ingestelde curve regelt de regeleenheid de verhouding tussen de in- en uitlaatluchttemperaturen.
Instellingen (zie ook de grafi ek rechts) :
Waarde Instelbereik
1 - 4
Fabrieksinstelling
2 Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-1 stap
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-1 verschil
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-1 breekpunt
(betreft uitlaatluchttemperatuur)
1-7 K
12-26 °C
3 K
22 °C
Instellingen
ERS-regeling 1, voorbeeld
20
15
10
12
ERS 1 verschil
Breekpunt
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
15 20
Uitlaatluchttemperatuur °C
25
6 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specifi caties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
NL.GOLDSKFFU.200424
ERS-regeling 2
Een individueel afgestelde curve regelt de verhouding tussen in- en uitlaatluchttemperatuur. De curve heeft vier instelbare breekpunten .
Instellingen (zie ook de grafiek rechts) :
Waarde Instelbereik
Fabrieksinstelling
Uitlaatluchttemperatuur
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 X1
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 X2
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 X3
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 X4
Instelpunt inlaatluchttemperatuur
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 Y1
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 Y2
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 Y3
Uitlaatgerelateerde inlaatlucht-2 Y4
10-40 °C 15 °C
10-40 °C 20 °C
10-40 °C 22 °C
10-40 °C 22 °C
10-40 °C 20 °C
10-40 °C 18 °C
10-40 °C 14 °C
10-40 °C 12 °C
Inlaatluchtregeling
Bij inlaatluchtregeling wordt een constante inlaatluchttemperatuur aangehouden zonder rekening te houden met de behoefte in het gebouw.
Instellingen:
Waarde
Inlaatlucht (temp.instelpunt)
Instelbereik
0-40 °C
Fabrieksinstelling
21 °C
ERS-regeling 2, voorbeeld
22
20
1
15
10
9
12
2
3
4
15 20
X = Temperatuur uitlaatlucht °C
25 27
Uitlaatluchtregeling
Bij uitlaatluchtregeling wordt een constante temperatuur aangehouden in het uitlaatluchtkanaal (het gebouw) door de inlaatluchttemperatuur te regelen.
Instellingen:
Waarde
Uitlaatlucht (temp.instelpunt)
Inlaatlucht, min.
Inlaatlucht, max.
Instelbereik
0-40 °C
0-30 °C
8-50 °C
Fabrieksinstelling
21 °C
15 °C
28 °C
Seizoensgebonden temperatuurregeling
Seizoensgebonden temperatuurregeling maakt het mogelijk om twee temperatuurregelstanden te hebben die omschakelen bij vooraf ingestelde buitentemperaturen.
Instellingen:
Waarde
Seizoensgebonden toevoerlucht
Seizoensgebonden uitlaatlucht
Instel- bereik
0-40 °C
Fabrieks- instellingen
21 °C
0-40 °C 21 °C
Seizoensgebonden toevoerlucht min.
0-30 °C 16 °C
Seizoensgebonden toevoerlucht max. 8-50 °C 28 °C
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
www.swegon.com 7
NL.GOLDSKFFU.200424
ORS-regeling
Een individueel afgestelde curve regelt de verhouding tussen de buitenlucht- en de inlaatluchttemperatuur. De curve heeft vier instelbare breekpunten .
Instellingen (zie ook de grafiek rechts) :
Waarde Instelbereik
Fabrieksinstelling
Buitenluchttemperatuur
Buitengerelateerde inlaatlucht X1 -50 – +50 °C -20 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht X2 -50 – +50 °C -10 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht X3 -50 – +50 °C 10 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht X4 -50 – +50 °C 20 °C
Instelpunt inlaatluchttemperatuur
Buitengerelateerde inlaatlucht Y1 10 – 40 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht Y2 10 – 40 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht Y3 10 – 40 °C
Buitengerelateerde inlaatlucht Y4 10 – 40 °C
21,5 °C
21,5 °C
21,5 °C
21,5 °C
ORE-regeling
Een individueel afgestelde curve regelt de verhouding tussen buitenlucht- en uitlaatluchttemperatuur. De curve heeft vier instelbare breekpunten .
Instellingen (zie ook de grafiek rechts) :
Waarde Instelbereik
Fabrieksinstelling
Inlaatlucht, min.
Inlaatlucht, max.
Buitenluchttemperatuur
0 tot 20 °C
16 tot 50 °C
16 °C
28 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht X1 -50 – +50 °C -20 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht X2 -50 – +50 °C -10 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht X3 -50 – +50 °C 10 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht X4 -50 – +50 °C 20 °C
Instelpunt uitlaatluchttemperatuur
Buitengerelateerde uitlaatlucht Y1 10 – 40 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht Y2 10 – 40 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht Y3 10 – 40 °C
Buitengerelateerde uitlaatlucht Y4 10 – 40 °C
21,5 °C
21,5 °C
21,5 °C
21,5 °C
ORS-regeling, voorbeeld
25
20
15
ORE-regeling, voorbeeld
25
20
15
1 4
-30 -20 -10 0 +10 +20
X = Buitenluchttemperatuur °C
+30
1
2
2
3
3
4
-30 -20 -10 0 +10 +20
X = Buitenluchttemperatuur °C
+30
3.2.3 Regelstand
De temperatuur waarbij seizoensgebonden temperatuurregeling moet worden in- en uitgeschakeld, kan worden ingesteld.
Instellingen:
Waarde Instelbereik
-20 – +40 °C
Fabrieksinstelling
0 °C Seizoensgebonden temperatuurregeling, ingeschakeld
Seizoensgebonden temperatuurregeling, uitgeschakeld
-20 – +40 °C 20 °C
8 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
3.3 Tijd en schema
Met de ingebouwde timer kunt u de bedrijfsstand/-tijd van de
AHU regelen. Sommige andere functies met voorrang, zoals externe timer, communicatie enz., hebben gevolgen voor de ingestelde bedrijfsstanden.
Er zijn vijf verschillende bedrijfsstanden:
Totale stop = De AHU is volledig gestopt. De AHU kan niet worden gestart door interne automatische functies of externe regelcommando's. Een totale stop heeft bovendien voorrang op handmatige bediening via de handterminal.
Lage snelheid = De AHU draait op de ingestelde lage snelheid.
Hoge snelheid = De AHU draait op de ingestelde hoge snelheid.
Normale stop = De AHU is gestopt, maar alle interne en externe automatische functies hebben voorrang op de stop.
Verlengde normale stop = De AHU is gestopt, maar alle interne en externe automatische functies hebben voorrang op de stop, met uitzondering van Zomernachtkoelen.
3.3.1 Tijd en datum
De huidige datum en tijd kunnen worden ingesteld en indien nodig worden aangepast. De timer houdt automatisch rekening met schrikkeljaren.
De betreffend regio en stad kunnen worden geselecteerd, waarna automatisch tussen zomer- en wintertijd wordt gewisseld.
Tijdbron kan worden ingesteld op handmatig of via SNTP (vereist netwerkverbinding) en BACnet. Het tijd- en datumformaat kunnen worden ingesteld.
3.3.2 Schema-instellingen
De relevante bedieningsstand kan worden uitgelezen onder
Schema-instellingen. Hier kunt u onder Dagschema en Uitzonderingenschema ook vooraf een bedieningsstand instellen waarin de luchtbehandelingsunit altijd tijdens niet-geprogrammeerde tijden draait. Deze instelling (start- en stopdatum niet geactiveerd) wordt het meest gebruikt en komt tegemoet aan het overgrote deel van de behoeften.
Als de start- en stopdatum zijn geactiveerd, betekent dit dat tijdens de vooraf ingestelde periode (datum) de vooraf ingestelde tijd van toepassing is tijdens het dagschema en het uitzonderingenschema en dat de AHU op alle andere tijden in de vooraf geselecteerde bedieningsstand draait.
Instellingen:
Waarde
Vooraf ingestelde bedieningsstand
Startdatum
Startdatum
Stopdatum
Stopdatum
Instelbereik
Totale stop/Lage snelheid/Hoge snelheid/Normale stop/Verlengde normale stop
Actief/Inactief
Jaar/Maand/Dag
Actief/Inactief
Jaar/Maand/Dag
Fabrieksinstellingen
Lage snelheid
Inactief
Inactief
Tijd en schema
Tijd en datum
Schemainstellingen
NL.GOLDSKFFU.200424
We behouden ons het recht voor om specifi caties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
www.swegon.com 9
NL.GOLDSKFFU.200424
3.3.3 Dagschema
De tijden en dagen kunnen worden ingesteld als de luchtbehandelingsunit moet draaien in de hogesnelheidsstand of de lagesnelheidsstand of moet worden uitgeschakeld.
Voor iedere dag (maandag-zondag) kunnen zes verschillende gebeurtenissen worden ingesteld, die op een bepaald moment moeten plaatsvinden. Hier kunnen ook zes verschillende gebeurtenissen worden ingesteld voor twee uitzonderingen onder Uz1 en Uz2. De voorwaarden voor deze uitzonderingen kunnen vervolgens worden ingesteld onder Uitzonderingenschema, Kalender 1 en Kalender 2.
Wij wijzen erop dat de ingestelde gebeurtenis niet wordt meegenomen naar de volgende periode van 24 uur. Als er vanaf 00.00 uur van de volgende periode van 24 uur geen gebeurtenis is ingesteld, zal de AHU werken op de vooraf onder Schema-instellingen ingestelde stand.
Instellingen:
Waarde Instelbereik
Dag
Tijd
Actie
Ma/Di/Woe/Do/Vr/Za/Zo/Uz1/Uz2
00:00-23:59
Inactief/Totale stop/Lage snelheid/
Hoge snelheid/Normale stop/
Verlengde normale stop/Negeren
Fabrieksinstellingen
00:00
Inactief
Dagschema
3.3.4 Uitzonderingenschema
Eventuele uitzonderingen (Uz1 en Uz2) die eerst zijn ingesteld in het dagschema kunnen worden ingesteld in het Uitzonderingenschema. Hier kunt u bepalen voor welke datum of dag van de week de betreffende uitzondering moet gelden. Als u kiest voor
Kalender 1 of Kalender 2, wat het meest voorkomt, kunnen deze worden ingesteld zoals beschreven in de volgende sectie.
Instellingen:
Waarde Instelbereik
Fabrieksinstelling
Uitzonderingenschema 1/2
Uitzonderingsmethode
Datum
Startdatum
Start dag van de week
Datumbereik
Startdatum
Start dag van de week
Stopdatum
Stop dag van de week
Inactief/Datum/
Datumbereik/
Dag van de week/
Kalender 1/Kalender
2
Inactief
Jaar/Maand/Dag
Iedere dag/
Maandag/Dinsdag/
Woensdag/
Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Jaar/Maand/Dag
Iedere dag/
Maandag/Dinsdag/
Woensdag/
Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Jaar/Maand/Dag
Iedere dag/
Maandag/Dinsdag/
Woensdag/
Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Iedere dag
Iedere dag
Iedere dag
Uitzonderingenschema
Dag van de week
Startdatum
Start dag van de week
Kalender 1
Kalender 2
Maand 1-12/
Oneven/Even/Iedere
Dag 1-7/8-14/15-
21/22-28/29-31/
Afgelopen 7 dagen/
Iedere dag
Iedere dag/
Maandag/Dinsdag/
Woensdag/
Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Zie volgende sectie
Zie volgende sectie
Iedere dag
10 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
3.3.5 Kalender 1 en 2
De specifieke dagen waarop Uitzonderingenschema 1 of 2 moet gelden, kunnen worden ingesteld bij Kalender 1 en 2. Voorwaarde is dat Kalender 1 of 2 is geselecteerd (zie vorige sectie).
Als dat niet het geval is, hebben deze instellingen geen effect.
Er zijn in totaal tien instellingen mogelijk onder iedere kalender en er kunnen steeds diverse functies worden geselecteerd.
Instellingen (voor respectievelijk Kalender 1 en Kalender 2):
Waarde Instelbereik
Functie 1-10 Inactief/Datum/Datumbereik/Dag van de week
Datum
Startdatum
Start dag van de week
Jaar/Maand/Dag
Iedere dag/Maandag/Dinsdag/
Woensdag/Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Datumbereik
Startdatum
Stopdatum
Dag van de
Jaar/Maand/Dag
Jaar/Maand/Dag week
Startdatum
Start dag van de week
Maand 1-12/Oneven/Even/Iedere
Dag 1-7/8-14/15-21/22-28/29-
31/Afgelopen 7 dagen/Iedere dag
Iedere dag/Maandag/Dinsdag/
Woensdag/Donderdag/Vrijdag/
Zaterdag/Zondag
Fabrieksinstelling
Inactief
Iedere dag
Iedere dag
3.3.6 Verlengd bedrijf
De ingangen van de regeleenheid voor respectievelijk externe lage snelheid (klemmen 14-15) en externe hoge snelheid (klemmen 16-17) kunnen worden aangevuld met verlengd bedrijf.
Deze kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor de functie voor langer bedrijf en worden geactiveerd via een drukknop.
De benodigde tijd in uren en minuten kan als volgt worden ingesteld.
Instellingen:
Waarde
Externe lage snelheid
Externe hoge snelheid
Instelbereik
0:00 - 23:59
0:00 - 23:59
(uren:min.)
Fabrieksinstelling
0:00
0:00
(uren:min.)
Kalender 1
Kalender 2
Verlengd bedrijf
NL.GOLDSKFFU.200424
We behouden ons het recht voor om specificaties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
www.swegon.com 11
3.4 Energiecontrole
De status van het stroomverbruik door ventilatoren en andere
AHU-onderdelen kan hier worden weergegeven. De SFP-status voor de AHU-ventilatoren en het warmteoverdrachtsrendement van de warmtewielwisselaar kunnen eveneens worden weergegeven.
Energie controle
3.5 Filters
De basisfuncties kunnen worden ingesteld onder Installatie en de waarden kunnen worden afgelezen en ingesteld onder Gebruiker (local).
De fi lterstatus en de huidige alarmgrensstatus voor fi lters met geactiveerde controle kunnen hier worden weergegeven. Relevante fi lters zijn het Voorfi lter inlaatlucht, Voorfi lter uitlaatlucht,
AHU-fi lter inlaatlucht, AHU-fi lter uitlaatlucht, IL- en UL-fi lter AHU en Eindfi lter inlaatlucht.
Filterkalibratie kan voor ieder fi lter handmatig geactiveerd worden. Zie voor nadere informatie sectie 2.
3.6 Software
De relevante programmaversies voor de IQlogic-regeleenheid,
IQnavigator-handterminal en invoerunits op de communicatiebus kunnen worden weergeven en geüpdatet vanaf de SD-printplaat die in de IQlogic-regeleenheid geplaatst is (dit kan enkele minuten duren).
Filters
Software
3.7 Taal
U kunt hier de gewenste taal instellen. De juiste taal selecteert u normaal gesproken als de AHU voor het eerst wordt opgestart.
De taal kan echter te allen tijde worden gewijzigd.
Instellingen:
Waarde
Taal
Instelbereik
Beschikbare talen worden weergegeven
Fabrieksinstelling
Engels
Taal
NL.GOLDSKFFU.200424
12 www.swegon.com
We behouden ons het recht voor om specifi caties zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen.
İndir
Reklam