Systeeminstallatie. Dell Precision 3460 Small Form Factor
Advertentie
Advertentie
4
Systeeminstallatie
WAARSCHUWING: Tenzij u een computerexpert bent, dient u de instellingen voor dit programma niet te wijzigen. Door bepaalde wijzigingen is het mogelijk dat de computer niet goed meer werkt.
OPMERKING: Voordat u het BIOS-setup-programma gebruikt, is het verstandig de scherminformatie van het BIOS-setupprogramma te noteren zodat u deze later ter referentie kunt gebruiken.
Gebruik het BIOS Setup-programma voor de volgende doeleinden:
● Informatie krijgen over de onderdelen in uw computer, zoals de hoeveelheid RAM, de grootte van de harde schijf, enz.
● Systeemconfiguratiegegevens wijzigen
● Een door de gebruiker te selecteren optie instellen of wijzigen, zoals het gebruikerswachtwoord, het type harde schijf dat is geïnstalleerd, het in- of uitschakelen van basisapparaten, enz.
Opstartmenu
Druk op <F12> wanneer het Dell logo verschijnt om een eenmalig opstartmenu te openen met een lijst van de geldige opstartapparaten voor het systeem. Diagnostiek en BIOS Setup-opties zijn ook opgenomen in dit menu. De apparaten die zijn opgenomen in het opstartmenu hangen af van de opstartbare apparaten in het systeem. Dit menu is handig wanneer u probeert te starten vanaf een bepaald apparaat of de diagnostiek voor het systeem wilt oproepen. Het opstartmenu gebruiken heeft geen wijzigingen tot gevolg in de opstartvolgorde die in het BIOS is opgeslagen.
De opties zijn:
● UEFI Boot:
○ Windows Boot Manager
● Andere opties:
○ BIOS-setup-programma
○ BIOS Flash-Update
○ Diagnostiek
○ Instellingen voor opstartmodus wijzigen
Navigatietoetsen
OPMERKING: Voor de meeste System Setup-opties geldt dat de door u aangebrachte wijzigingen wel worden opgeslagen, maar pas worden geëffectueerd nadat het systeem opnieuw is opgestart.
Toetsen
Pijl Omhoog
Pijl Omlaag
Enter
Spatiebalk
Tabblad
Esc
Navigatie
Gaat naar het vorige veld.
Gaat naar het volgende veld.
Hiermee kunt u een waarde in het geselecteerde veld invullen (mits van toepassing) of de link in het veld volgen.
Vergroot of verkleint een vervolgkeuzelijst, mits van toepassing.
Gaat naar het focusveld.
Gaat naar de vorige pagina totdat het hoofdscherm wordt weergegeven. Als u in het hoofdscherm op Esc drukt, wordt een bericht weergegeven met de vraag om de niet-opgeslagen wijzigingen op te slaan en wordt het systeem opnieuw opgestart.
Systeeminstallatie 79
Opstartvolgorde
Via Opstartvolgorde kunt u de door System Setup gedefinieerde volgorde van het opstartapparaat omzeilen en direct op een specifiek apparaat opstarten (bijvoorbeeld een optisch station of harde schijf). U kunt het volgende doen tijdens de Power-on Self-Test (POST), zodra het Dell logo verschijnt:
● System Setup openen door op de F2-toets te drukken;
● Het eenmalige opstartmenu openen door op de F12-toets te drukken.
In het eenmalige opstartmenu staan de apparaten waar het systeem vanaf kan opstarten en de opties voor diagnostiek. De opties van het opstartmenu zijn:
● Verwijderbare schijf (mits beschikbaar)
● STXXXX schijf
OPMERKING: XXXX staat voor het nummer van de SATA-schijf.
● Optisch station (mits beschikbaar)
● SATA-harde schijf (indien beschikbaar)
● Diagnostiek
OPMERKING: Na het selecteren van Diagnostics (Diagnostiek) wordt het scherm SupportAssist weergegeven.
In het scherm voor de opstartvolgorde wordt ook de optie weergegeven voor het openen van het scherm systeeminstallatie.
Opties voor Systeeminstallatie
OPMERKING: Welke onderdelen in dit gedeelte worden vermeld, is afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten.
Tabel 3. Opties van System Setup - menu Systeeminformatie
Overzicht
OptiPlex XE4 Small Form Factor
BIOS-versie
Servicetag
Asset-tag
Productiedatum
Aankoopdatum
Express-servicecode
Eigenaarstag
Ondertekende firmware-update
Processorinformatie
Processortype
Maximale klokfrequentie
Minimale klokfrequentie
Huidige klokfrequentie
Aantal cores
Processor-ID
Processor L2-cache
Processor L3-cache
Microcodeversie
Geschikt voor Intel Hyper Threading
64-bits technologie
Toont het versienummer van de BIOS.
Toont de servicetag van de computer.
Toont de asset-tag van de computer.
Toont de productiedatum van de computer.
Toont de aankoopdatum van de computer.
Toont de express-servicecode van de computer.
Toont de eigenaarstag van de computer.
Geeft aan of de Ondertekende firmware-update beschikbaar is op uw computer.
Toont het type processor.
Toont de maximale klokfrequentie van de processor.
Toont de minimale klokfrequentie van de processor.
Toont de huidige klokfrequentie van de processor.
Toont het aantal cores in de processor.
Toont de identificatiecode van de processor.
Toont de L2-cachegrootte van de processor.
Toont de L3-cachegrootte van de processor.
Toont de microcodeversie.
Toont of de processor geschikt is voor Hyper Threading (HT).
Toont of 64-bits technologie wordt gebruikt.
80 Systeeminstallatie
Tabel 3. Opties van System Setup - menu Systeeminformatie (vervolg)
Overzicht
Geheugeninformatie
Geïnstalleerd geheugen
Beschikbaar geheugen
Geheugensnelheid
Kanaalmodus geheugen
Geheugentechnologie
DIMM 1-grootte
DIMM 2-grootte
DIMM 3 Size
DIMM 4 Size
Apparaatgegevens
Videocontroller
Videogeheugen
Wifi-apparaat
Standaardresolutie
Video BIOS-versie
Audiocontroller
Bluetooth-apparaat
LOM MAC-adres dGPU-videocontroller
Slot 1
Slot 2
Slot 3
Slot 4
Toont het totale geïnstalleerde computergeheugen.
Toont het totale beschikbare computergeheugen.
Toont de geheugensnelheid.
Toont de modus met single of dual channel.
Toont de technologie die wordt gebruikt voor het geheugen.
Toont de geheugengrootte van DIMM 1.
Toont de geheugengrootte van DIMM 2.
Toont de geheugengrootte van DIMM 3.
Toont de geheugengrootte van DIMM 4.
Toont het type videocontroller van de computer.
Toont de videogeheugendata van de computer.
Toont de gegevens van het Wifi-apparaat van de computer.
Toont de eigen resolutie van de computer.
Toont de versie van het video-BIOS van de computer.
Toont de data over de audiocontroller van de computer.
Toont de gegevens van het Bluetooth-apparaat van de computer.
Toont het MAC-adres van LOM (LAN On Motherboard) van de computer.
Toont het type discrete videocontroller van de computer.
Toont de gegevens van de SATA-harde schijf van de computer.
Toont de gegevens van de SATA-harde schijf van de computer.
Toont de gegevens van de SATA-harde schijf van de computer.
Toont de gegevens van de SATA-harde schijf van de computer.
Tabel 4. Opties voor System Setup—Opstartconfiguratiemenu
Opstartconfiguratie
Opstartvolgorde
Opstartmodus: alleen UEFI
Opstartvolgorde
Secure Digital-kaart (SD) opstarten
Toont de opstartmodus.
Toont de opstartvolgorde.
De alleen-lezen-opstartmodus van de SD-kaart in- of uitschakelen.
De optie Secure Digital-kaart (SD) opstarten is standaard niet ingeschakeld.
Veilig opstarten
Secure Boot inschakelen
Modus Veilig opstarten
Hiermee kunt u de functie voor beveiligd opstarten in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard niet ingeschakeld.
Schakel deze in of uit om de opties voor veilige opstartmodus te wijzigen.
Geïmplementeerde modus is standaard ingeschakeld.
Geavanceerd sleutelbeheer
Aangepaste modus inschakelen Hiermee kunt u de aangepaste modus in- of uitschakelen.
Systeeminstallatie 81
Tabel 4. Opties voor System Setup—Opstartconfiguratiemenu (vervolg)
Opstartconfiguratie
Aangepaste modus Key Management
De optie aangepaste modus is standaard niet ingeschakeld.
Selecteer de aangepaste waarden voor Expert Key Management.
Tabel 5. Opties voor Systeeminstallatie - Geïntegreerde apparatenmenu-opties
Geïntegreerde apparaten
Datum/tijd Toont de huidige datum in de indeling MM/DD/JJJJ, en de huidige tijd in de indeling uu:mm:ss AM/PM.
Audio
Audio inschakelen Hiermee kunt u de geïntegreerde audiocontroller in- of uitschakelen.
Alle opties zijn standaard ingeschakeld.
Seriële poort
Seriële-poortconfiguratie
USB-configuratie
Het seriële-poortadres in- of uitschakelen.
Standaard wordt de poort COM1: geconfigureerd op 3F8h met de optie IRQ4 ingeschakeld.
● Hiermee kunt u opstarten vanaf USB-apparaten voor massastorage in-of uitschakelen met behulp van de opstartvolgorde of het opstartmenu.
Alle opties zijn standaard ingeschakeld.
Front USB Configuration
Configuratie van USB aan achterkant
Verschillende apparaten
Onderhoud stoffilter
Hiermee worden de individuele USB-poorten aan de voorzijde in- of uitgeschakeld.
Alle opties zijn standaard ingeschakeld.
Hiermee worden de individuele USB-poorten aan de achterzijde in- of uitgeschakeld.
Alle opties zijn standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u de PCI-slot in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u onderhoud voor het stoffilter in-of uitschakelen.
De optie Uitgeschakeld is standaard ingeschakeld.
Tabel 6. Opties van System Setup - Storagemenu
Storage
SATA-activiteiten Hiermee kunt u de bewerkingsmodus van de geïntegreerde SATA harde schijfcontroller in- of uitschakelen.
De optie RAID On is standaard ingeschakeld.
Storage-interface
Poortactivering Hiermee kunt u de ingebouwde schijven in- of uitschakelen.
Alle opties zijn standaard ingeschakeld.
SMART-rapportering
SMART-rapportage inschakelen Hiermee kunt u SMART (Self-Monitoring, Analysis, and Reporting Technology) tijdens het opstarten van de computer in- of uitschakelen.
De optie SMART-rapportering inschakelen is standaard niet ingeschakeld.
Schijfinformatie
SATA-0
Type Toont de gegevens van het SATA HDD-type van de computer.
82 Systeeminstallatie
Tabel 6. Opties van System Setup - Storagemenu (vervolg)
Storage
Apparaat
SATA-1
Type
Apparaat
SATA-2
Type
Apparaat
SATA-3
Type
Apparaat
M.2 PCIe SSD-0
Type
Apparaat
M.2 PCIe SSD-1
Type
Apparaat
Mediakaart inschakelen
Secure Digital (SD)-kaart
Toont de gegevens van het SATA HDD-apparaat van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-type van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-apparaat van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-type van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-apparaat van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-type van de computer.
Toont de gegevens van het SATA HDD-apparaat van de computer.
Toont de gegevens van het type M.2 PCIe SSD-0 van de computer.
Toont de gegevens van het apparaat M.2 PCIe SSD-0 van de computer.
Toont de gegevens van het type M.2 PCIe SSD-1 van de computer.
Toont de gegevens van het apparaat M.2 PCIe SSD-1 van de computer.
Hiermee kunt u de SD-kaart in- of uitschakelen.
De optie Secure Digital-kaart (SD) is standaard ingeschakeld.
Secure Digital (SD)-kaart alleen-lezen-modus De alleen-lezen-modus van de SD-kaart in-of uitschakelen.
De optie Alleen-lezen-modus van de Secure Digital-kaart (SD) is standaard niet ingeschakeld.
Tabel 7. Opties voor System Setup - Beeldschermmenu
Beeldscherm
Multi-Display
Meerdere schermen inschakelen (standaard) Hiermee kunt u de knoppen voor meerdere schermen op de computer in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Primary Display
Video primair beeldscherm
Logo op volledig scherm
Hiermee wordt het primaire beeldscherm bepaald wanneer er meerdere controllers beschikbaar zijn op de computer.
De optie Auto is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u logo op volledig scherm in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard niet ingeschakeld.
Tabel 8. Opties van System Setup - Verbindingsmenu
Verbinding
Netwerkcontrollerconfiguratie
Geïntegreerde NIC Bestuurt de ingebouwde LAN-controller.
De optie Ingeschakeld met PXE is standaard ingeschakeld.
Systeeminstallatie 83
Tabel 8. Opties van System Setup - Verbindingsmenu (vervolg)
Verbinding
Draadloos apparaat inschakelen
WLAN Schakel het interne WLAN-apparaat in of uit
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Bluetooth Schakel het interne Bluetooth-apparaat in of uit
Deze optie is standaard ingeschakeld.
UEFI-netwerkstack inschakelen Schakelt UEFI-netwerkstack in of uit en bedient de ingebouwde LAN-controller.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
HTTPs-opstartfunctie
HTTPs-opstart
HTTPs-opstartmodus
Schakel de HTTPs-opstartfunctie in of uit.
De optie HTTPs-opstartfunctie is standaard ingeschakeld.
Met Automatische modus pakt de HTTPs-opstartfunctie de opstart-URL uit vanuit de DHCP. Met de Handmatige modus leest de HTTPs-opstartfunctie de opstart-URL uit de door de gebruiker verstrekte gegevens.
De optie Automatische modus is standaard ingeschakeld.
Tabel 9. Opties van System Setup - Energiemenu
Voeding
USB PowerShare
USB PowerShare inschakelen Hiermee wordt USB PowerShare in- of uitgeschakeld.
De optie USB PowerShare inschakelen is ingeschakeld.
USB-opstartondersteuning
Uit stand-by door USB inschakelen Wanneer deze optie is ingeschakeld, kunt u de USB-apparaten zoals een muis of toetsenbord gebruiken om de computer uit de stand-bystand te halen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
AC-gedrag
AC Recovery Hiermee kan de computer automatisch worden ingeschakeld wanneer de netadapter wordt aangesloten.
De optie Uitgeschakeld is standaard ingeschakeld.
Energiebeheer actieve status
ASPM
Slaapstand blokkeren
Beheer van diepe slaap
Overschrijven van ventilatorbeheer
Intel Speed Shift Technology
Hiermee kunt u het ASPM-niveau (Active State Power Management) in- of uitschakelen.
De optie Auto is standaard ingeschakeld.
Maakt het mogelijk om de slaapmodus (S3) in het besturingssysteem te blokkeren.
Standaard is de Block Sleep -optie uitgeschakeld.
Hiermee kunt u de ondersteuning voor de diepe slaapmodus in- of uitschakelen.
De optie Uitgeschakeld is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u de overschrijvingsfunctie voor ventilatorbeheer in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
De ondersteuning voor de Intel Speed Shift-technologie in- of uitschakelen.
De optie Intel Speed Shift Technology is standaard ingeschakeld.
84 Systeeminstallatie
Tabel 10. Opties voor System Setup - menu Beveiliging
Beveiliging
TPM 2.0-beveiliging
TPM 2.0 Security aan Schakel TPM 2.0 Security-opties in of uit.
De optie TPM 2.0 Security ingeschakeld is standaard ingeschakeld.
Attestation inschakelen Maakt het mogelijk om te bepalen of de goedkeuringshiërarchie van de Trusted
Platform Module (TPM) beschikbaar is voor het besturingssysteem.
De optie Attestation inschakelen is standaard ingeschakeld.
Toetsstorage inschakelen
SHA-256
Wissen
PPI overslaan voor Wissen-opdrachten
Chassis-inbraak
SMM-beveiligingsbeperking
Hiermee kunt u instellen of de storagehiërarchie van de TPM (Trusted Platform
Module) beschikbaar is voor het besturingssysteem.
De optie Toetsopslag inschakelen is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u ervoor zorgen dat het BIOS en de TPM het SHA-256 hash-algoritme gebruiken om meetgegevens uit te breiden naar de TPM-PCRs tijdens het opstarten van het BIOS.
De optie SHA-256 is standaard ingeschakeld.
Hiermee schakelt u in of uit dat de computer de TPM-gebruikersinformatie wist en de TPM terugzet naar de standaardinstelling.
De optie Wissen is standaard uitgeschakeld.
Hiermee kunt u de TPM Physical Presence Interface (PPI) regelen.
Standaard is de optie PPI overslaan voor Wissen-opdrachten uitgeschakeld.
Regelt de chassisintrusiefunctie.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Hiermee kunt u SMM Security Mitigation in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Data wissen bij volgende keer opstarten
Gegevens wissen starten
Absolute
UEFI Boot Path Security
Schakel het wissen van gegevens bij de volgende keer opstarten in of uit.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Hiermee kunt u de BIOS-module-interface van de optionele Absolute Persistence
Module-service van Absolute Software inschakelen, uitschakelen of permanent uitschakelen.
De optie Absoluut inschakelen is stanaard ingeschakeld.
Bepaalt of het systeem de gebruiker vraagt om het beheerderswachtwoord in te voeren bij het opstarten van een UEFI-opstartapparaat via het F12-opstartmenu.
De optie Altijd, behalve interne HDD is standaard ingeschakeld.
Tabel 11. Opties voor System Setup—Wachtwoordmenu
Wachtwoorden
Beheerderswachtwoord
Systeemwachtwoord
Intern HDD-0-wachtwoord
NVMe SSD0
Wachtwoordconfiguratie
Hoofdletter
Hiermee kunt u het beheerderswachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen.
Hiermee kunt u het computerwachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen.
Hiermee kunt u het interne HDD-0-wachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen.
Hiermee kunt u het NVMe SSD0-wachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen.
Wanneer dit veld is ingeschakeld, moet het wachtwoord minimaal één hoofdletter bevatten.
Systeeminstallatie 85
Tabel 11. Opties voor System Setup—Wachtwoordmenu (vervolg)
Wachtwoorden
Kleine letter
Cijfer
Speciaal teken
Minimum aantal tekens
Wachtwoord overslaan
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Wanneer dit veld is ingeschakeld, moet het wachtwoord minimaal één kleine letter bevatten.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Wanneer dit veld is ingeschakeld, moet het wachtwoord minimaal één cijfer bevatten.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Wanneer dit is ingeschakeld, moet het wachtwoord minimaal één speciaal teken bevatten.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Stelt het minimumaantal tekens in dat is toegestaan voor het wachtwoord.
Als deze optie is ingeschakeld, wordt u altijd gevraagd de wachtwoorden van de computer en de interne harde schijf in te voeren wanneer het systeem wordt ingeschakeld vanuit de Uit-stand.
De optie Uitgeschakeld is standaard ingeschakeld.
Wachtwoord wijzigingen
Niet-beheerderswachtwoordwijzigingen inschakelen
Schakel in of uit om het wachtwoord van de computer en de harde schijf te wijzigen zonder dat een beheerderswachtwoord nodig is.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Beheerdersinstallatie blokkeren
Beheerdersinstallatie blokkeren inschakelen Met deze functie kunnen beheerders beheren of hun gebruikers de BIOS-installatie kunnen openen of niet.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Masterwachtwoord blokkeren
Blokkeren masterwachtwoord inschakelen Wanneer deze optie is ingeschakeld, wordt de support van het masterwachtwoord uitgeschakeld.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Niet-admin-PSID-herstel toestaan
Niet-admin-PSID-herstel toestaan inschakelen
Controleert de toegang tot de terugzetting van fysieke beveiligings-ID (PSID) van
NVMe harde schijven uit de Dell Security Manager-prompt.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Tabel 12. Opties voor Systeeminstallatie: update en herstelmenu
Update en herstel
Firmware-updates UEFI-capsule Hiermee kunt u BIOS-updates via UEFI Capsule updatepakketten in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
BIOS herstellen vanaf harde schijf Hiermee kan de gebruiker bepaalde beschadigde BIOS-toestanden herstellen via een herstelbestand op de primaire harde schijf of een externe USB-stick van de gebruiker.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
BIOS-downgrade
BIOS-downgrade toestaan Schakel het blokkeren van het flashen van de computerfirmware naar de vorige revisie in of uit.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
86 Systeeminstallatie
Tabel 12. Opties voor Systeeminstallatie: update en herstelmenu (vervolg)
Update en herstel
SupportAssist OS Recovery Hiermee kunt u de opstartprocedure voor de tool SupportAssist OS Recovery in- of uitschakelen in het geval van bepaalde systeemfouten.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
BIOSConnect
Dell Auto OS Recovery Threshold
Hiermee kunt u het herstel van het cloudservicebesturingssysteem in- of uitschakelen als het hoofdbesturingssysteem niet wordt opgestart binnen het aantal mislukte pogingen dat gelijk is aan of groter is dan de waarde die is bepaald door de Dell
Auto OS Recovery Threshold-installatieoptie en de lokale Service-OS niet opstart of niet is geïnstalleerd.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u automatisch opstarten voor SupportAssist System Resolution
Console en voor de Dell OS Recovery-tool beheren.
Standaard is de drempelwaarde ingesteld op 2.
Tabel 13. Opties van System Setup - menu systeembeheer
Systeembeheer
Servicetag
Asset-tag
Wake on LAN/WLAN
Toont de servicetag van de computer.
Hiermee kunt u een asset-tag voor de computer maken.
Schakel de computer in of uit om in te schakelen via speciale LAN-signalen wanneer deze een weksignaal van het WLAN ontvangt.
De optie Uitgeschakeld is standaard geselecteerd.
Tijd voor automatisch inschakelen Hiermee kunt u de computer zo instellen dat hij elke dag of op een vooraf geselecteerde datum en tijd automatisch wordt ingeschakeld. Deze optie kan alleen worden geconfigureerd als de Tijd automatisch inschakelen is ingesteld op Elke dag,
Weekdagen of Geselecteerde dagen.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Mogelijkheden van Intel AMT
Mogelijkheden van Intel AMT inschakelen
MEBx-sneltoets
Hiermee kunt u de Intel AMT-functie in- of uitschakelen.
De optie MEBx-toegang beperken is standaard ingeschakeld.
Hiermee kan de MEBx-sneltoets worden in- of uitgeschakeld.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
USB-provisioning
USB Provision inschakelen
SERR Messages
Hiermee kan de Intel AMT-inrichting worden in- of uitgeschakeld met het lokale inrichtingsbestand via een USB-storage-apparaat.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Hiermee kunt u SERR-berichten in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Dell Development Configuration
Hiermee schakelt u in dat de handtekening van de Flash-update wordt overschreven.
Hiermee kunnen bepaalde functies worden in-of uitgeschakeld voor het beheren van het BIOS
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Tabel 14. Opties van System Setup - Toetsenbordmenu
Toetsenbord
Keyboard Errors
Systeeminstallatie 87
Tabel 14. Opties van System Setup - Toetsenbordmenu (vervolg)
Toetsenbord
Detectie toetsenbordfouten inschakelen Hiermee kunt u detectie van toetsenbordfouten in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Numlock LED
NumLock LED inschakelen Hiermee kunt u de LED van Numlock in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Toegang tot sneltoetsen voor apparaatconfiguratie
Toegang tot sneltoetsen voor apparaatconfiguratie
Hiermee kunt u in-of uitschakelen dat gebruikers toegang krijgen tot de apparaatconfiguratie met behulp van sneltoetsen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Tabel 15. Opties voor Systeeminstallatie - Opstartmenu voorafgaand aan het opstarten
Gedrag voorafgaand aan het opstarten
Waarschuwingen en fouten De actie in- of uitschakelen die moet worden uitgevoerd wanneer een waarschuwing of fout wordt aangetroffen.
De optie Vragen bij waarschuwingen en foutmeldingen is standaard ingeschakeld.
Snel opstarten
BIOS POST-tijd uitbreiden
Hiermee kunt u de snelheid van het opstartproces instellen.
De optie Minimaal is standaard ingeschakeld.
Hiermee kunt u de BIOS POST-tijd instellen.
De optie 0 seconden is standaard ingeschakeld.
Tabel 16. Opties voor System Setup—Virtualisatiemenu
Virtualisatie
Intel Virtualization Technology
Intel Virtualization Technology (VT) inschakelen
Geef aan of een Virtual Machine Monitor (VMM) gebruik kan maken van de aanvullende hardwaremogelijkheden die door Intel Vitalization Technology worden geleverd.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
VT for Direct I/O Geef aan of een Virtual Machine Monitor (VMM) gebruik kan maken van de aanvullende hardwaremogelijkheden die door Intel Vitalization Technology voor Direct
I/O worden geleverd.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Intel Trusted Execution Technology
(TXT)
Intel Trusted Execution Technology (TXT) inschakelen
Geef aan of een gemeten Virtual Machine Monitor (MVMM) gebruik kan maken van de aanvullende hardwaremogelijkheden die door Intel Trusted Execution Technology worden geleverd.
Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Tabel 17. Opties van System Setup - menu Prestaties
Prestaties
Multi Core-support
Actieve cores Wijzigt het aantal CPU-cores dat beschikbaar is voor het besturingssysteem.
88 Systeeminstallatie
Tabel 17. Opties van System Setup - menu Prestaties (vervolg)
Prestaties
De optie Alle cores is standaard ingeschakeld.
Intel SpeedStep
Intel SpeedStep Technology inschakelen Met deze functie kan de computer de processorspanning en de corefrequentie dynamisch aanpassen en daarmee het gemiddelde energieverbruik en de warmteproductie verlagen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
C-States Control
C-State Control inschakelen Hiermee kunt u de aanvullende slaapstanden van de processor in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Intel Turbo Boost Technology
Intel Turbo Boost Technology inschakelen Hiermee kunt u de Intel TurboBoost-modus van de processor in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Intel Hyper Threading-technologie
Intel Hyper Threading-technologie inschakelen
Hiermee kunt u Hyper Threading in de processor in- of uitschakelen.
Deze optie is standaard ingeschakeld.
Tabel 18. Opties van System Setup - menu Systeemlogboeken
Systeemlogboeken
BIOS-gebeurtenislogboek
BIOS-gebeurtenislogboek wissen Hiermee worden BIOS-gebeurtenissen weergegeven.
De optie Behouden is standaard ingeschakeld.
Het BIOS updaten
Het BIOS updaten in Windows
Over deze taak
WAARSCHUWING: Als BitLocker niet wordt onderbroken voordat het BIOS wordt bijgewerkt, herkent het systeem de BitLocker-sleutel niet de volgende keer dat u het systeem opnieuw opstart. U wordt vervolgens gevraagd om de herstelsleutel in te voeren om verder te gaan en het systeem zal dit bij elke herstart vragen. Als de herstelsleutel niet bekend is, kan dit leiden tot dataverlies of een onnodige herinstallatie van het besturingssysteem. Zie het Knowledgeartikel voor meer informatie over dit onderwerp: https://www.dell.com/support/article/sln153694
Stappen
1. Ga naar www.dell.com/support .
2. Klik op Product support . Voer in het vak Product support de servicetag van uw computer in en klik op Search .
OPMERKING: Als u niet beschikt over de servicetag, gebruikt u de functie SupportAssist om uw computer automatisch te identificeren. U kunt ook de product-id gebruiken of handmatig naar uw computermodel bladeren.
3. Klik op Drivers en downloads . Vouw Drivers zoeken uit.
4. Selecteer het besturingssysteem dat op uw computer is geïnstalleerd.
5. Selecteer in de vervolgkeuzelijst Categorie BIOS .
6. Selecteer de nieuwste versie van het BIOS en klik op Downloaden om het BIOS-bestand voor uw computer te downloaden.
Systeeminstallatie 89
7. Ga na het downloaden naar de map waar u het bestand met de BIOS-update hebt opgeslagen.
8. Dubbelklik op het pictogram van het BIOS-updatebestand en volg de instructies op het scherm.
Zie het Knowledge Base-artikel 000124211 op www.dell.com/support voor meer informatie.
Het BIOS bijwerken in Linux en Ubuntu
Zie het Knowledge Base-artikel 000131486 op www.dell.com/support voor informatie over het updaten van het systeem-BIOS op een computer die is geïnstalleerd met Linux of Ubuntu.
Het BIOS bijwerken met behulp van het USB-station in Windows
Over deze taak
WAARSCHUWING: Als BitLocker niet wordt onderbroken voordat het BIOS wordt bijgewerkt, herkent het systeem de BitLocker-sleutel niet de volgende keer dat u het systeem opnieuw opstart. U wordt vervolgens gevraagd om de herstelsleutel in te voeren om verder te gaan en het systeem zal dit bij elke herstart vragen. Als de herstelsleutel niet bekend is, kan dit leiden tot dataverlies of een onnodige herinstallatie van het besturingssysteem. Zie het Knowledgeartikel voor meer informatie over dit onderwerp: https://www.dell.com/support/article/sln153694
Stappen
1. Volg de procedure van stap 1 t/m stap 6 in '
' om het nieuwste bestand met het BIOSinstallatieprogramma te downloaden.
2. Maak een opstartbaar USB-station. Zie het knowledge base-artikel 000145519 op www.dell.com/support voor meer informatie.
3. Kopieer het bestand met het BIOS-installatieprogramma naar het opstartbare USB-station.
4. Sluit het opstartbare USB-station aan op de computer waarop de BIOS-update moet worden geïnstalleerd.
5. Start de computer opnieuw op en druk op F12 .
6. Selecteer het USB-station in het eenmalige opstartmenu .
7. Typ de bestandsnaam van het BIOS-installatieprogramma en druk op Enter .
Het hulpprogramma voor BIOS-update wordt weergegeven.
8. Volg de instructies op het scherm om de BIOS-update te voltooien.
Het BIOS updaten vanuit het F12-menu voor eenmalig opstarten
Werk het BIOS van uw computer bij met behulp van het BIOS update.exe-bestand dat naar een FAT32 USB-schijf is gekopieerd en start het op vanuit het eenmalige F12-opstartmenu.
Over deze taak
WAARSCHUWING: Als BitLocker niet wordt onderbroken voordat het BIOS wordt bijgewerkt, herkent het systeem de BitLocker-sleutel niet de volgende keer dat u het systeem opnieuw opstart. U wordt vervolgens gevraagd om de herstelsleutel in te voeren om verder te gaan en het systeem zal dit bij elke herstart vragen. Als de herstelsleutel niet bekend is, kan dit leiden tot dataverlies of een onnodige herinstallatie van het besturingssysteem. Zie het Knowledgeartikel voor meer informatie over dit onderwerp: https://www.dell.com/support/article/sln153694
BIOS-update
U kunt het BIOS-updatebestand van Windows uitvoeren met een opstartbare USB-schijf of u kunt het BIOS ook bijwerken via het eenmalige F12-opstartmenu op de computer.
De meeste Dell computers die na 2012 zijn gemaakt, hebben deze mogelijkheid en u kunt dit bevestigen door uw computer op te starten via het eenmalige F12-opstartmenu en te controleren of BIOS FLASH UPDATE als opstartoptie is aangegeven op uw computer. Het BIOS ondersteunt deze BIOS-update-optie als de optie in de lijst staat.
OPMERKING: Alleen computers met een BIOS-flashupdate-optie in het eenmalige F12-opstartmenu kunnen deze functie gebruiken.
Bijwerken vanuit het eenmalige opstartmenu
90 Systeeminstallatie
Om uw BIOS via het eenmalige F12-opstartmenu bij te werken, hebt u het volgende nodig:
● USB-schijf geformatteerd naar het FAT32-bestandssysteem (stick hoeft niet opstartbaar te zijn).
● Uitvoerbaar BIOS-bestand dat u hebt gedownload vanaf de Dell Support website en naar de hoofdmap van de USB-schijf hebt gekopieerd
● Wisselstroomadapter die is aangesloten op de computer
● Functionele computerbatterij om het BIOS te flashen
Voer de volgende stappen uit om het BIOS-updateflashproces in het F12-menu uit te voeren:
WAARSCHUWING: Schakel de computer niet uit tijdens het BIOS-updateproces. De computer wordt mogelijk niet opgestart als u de computer uitschakelt.
Stappen
1. Plaats de USB-schijf waarop u de flash hebt gekopieerd in een USB-poort van de computer, terwijl deze uitstaat.
2. Schakel de computer in en druk op F12 om toegang tot het eenmalige opstartmenu te krijgen, selecteer BIOS-update met de muis of de pijltoetsen en druk vervolgens op Enter.
Het flash BIOS-menu wordt weergegeven.
3. Klik op Flash from file (Flashen vanuit bestand).
4. Selecteer een extern USB-apparaat.
5. Selecteer het bestand, dubbelklik op het Flash-doelbestand klik vervolgens op Submit (Verzenden).
6. Klik op Update BIOS (BIOS bijwerken). De computer wordt opnieuw opgestart om het BIOS te flashen.
7. De computer wordt opnieuw opgestart nadat de BIOS-update is voltooid.
Systeem- en installatiewachtwoord
Tabel 19. Systeem- en installatiewachtwoord
Type wachtwoord
Systeemwachtwoord
Installatiewachtwoord
Omschrijving
Wachtwoord dat moet worden ingevuld om aan uw systeem in te loggen.
Wachtwoord dat moet worden ingevoerd voor toegang en het aanbrengen van wijzigingen aan de BIOS-instellingen van uw computer.
U kunt ter beveiliging van uw computer een wachtwoord voor het systeem en de installatie aanmaken.
WAARSCHUWING: De wachtwoordfunctie zorgt voor een basisbeveiliging van de data in uw computer.
WAARSCHUWING: Iedereen heeft toegang tot de data op uw computer als deze onbeheerd en niet vergrendeld wordt achtergelaten.
OPMERKING: De functie voor het systeem- en installatiewachtwoord is uitgeschakeld.
Een systeeminstallatiewachtwoord toewijzen
Vereisten
U kunt alleen een nieuw systeem- of beheerderswachtwoord instellen wanneer de status op Not Set staat.
Over deze taak
Druk na het aanzetten of opnieuw opstarten van de computer onmiddellijk op F2 om naar de systeeminstallatie te gaan.
Stappen
1. Selecteer in het scherm Systeem-BIOS of Systeeminstallatie de optie Beveiliging en druk op Enter .
Het scherm Security (Beveiliging) wordt geopend.
Systeeminstallatie 91
2. Selecteer Systeem-/beheerderswachtwoord en maak een wachtwoord aan in het veld Voer het nieuwe wachtwoord in .
Hanteer de volgende richtlijnen om het systeemwachtwoord toe te kennen:
● Een wachtwoord mag bestaan uit maximaal 32 tekens.
● Het wachtwoord mag de nummers 0 t/m 9 bevatten.
● Er mogen alleen kleine letters worden gebruikt.
● Alleen de volgende speciale tekens zijn toegestaan: spatie, (”), (+), (,), (-), (.), (/), (;), ([), (\), (]), (`).
3. Typ het wachtwoord dat u eerder hebt ingevoerd in het veld Bevestig nieuw wachtwoord en klik op OK .
4. Druk op Esc waarna een melding verschijnt om de wijzigingen op te slaan.
5. Druk op J om de wijzigingen op te slaan.
Hierna wordt de computer opnieuw opgestart.
Een bestaand systeeminstallatiewachtwoord verwijderen of wijzigen
Vereisten
Zorg ervoor dat Wachtwoordstatus in de systeeminstallatie is ontgrendeld voordat u het bestaande wachtwoord voor het systeem en de installatie verwijdert of wijzigt. U kunt geen van beide wachtwoorden verwijderen of wijzigen als Wachtwoordstatus vergrendeld is.
Over deze taak
Druk na het aanzetten of opnieuw opstarten van de computer onmiddellijk op F2 om naar de systeeminstallatie te gaan.
Stappen
1. Selecteer Systeembeveiliging in het scherm Systeem-BIOS of Systeeminstallatie en druk op Enter .
Het scherm Systeembeveiliging wordt geopend.
2. Controleer in het scherm Systeembeveiliging of Wachtwoordstatus op Ontgrendeld staat.
3. Selecteer Systeemwachtwoord , wijzig of verwijder het bestaande systeemwachtwoord en druk op Enter of Tab .
4. Selecteer Installatiewachtwoord , wijzig of verwijder het bestaande installatiewachtwoord en druk op Enter of Tab .
OPMERKING: Als u het systeem- en/of installatiewachtwoord wijzigt, voert u het nieuwe wachtwoord opnieuw in wanneer dit wordt gevraagd. Als u het systeem- en/of installatiewachtwoord verwijdert, moet u de verwijdering bevestigen wanneer u hierom wordt gevraagd.
5. Druk op Esc waarna een melding verschijnt om de wijzigingen op te slaan.
6. Druk op Y om de wijzigingen op te slaan en de systeeminstallatie te verlaten.
De computer start opnieuw op.
92 Systeeminstallatie
Downloaden
Advertentie