Zanussi | WDS1072 | User manual | ZANUSSI WDS1072 Handleiding

ZANUSSI WDS1072 Handleiding
WASCH-TROCKENAUTOMAT
WAS- EN DROOGAUTOMAAT
LAVANTE -SECHANTE
WDS 1072
124976330
GEBRAUCHSANWEISUNG
GEBRUIKSAANWIJZING
NOTICE D’UTILISATION
UW NIEUWE WAS- EN DROOGAUTOMAAT
Deze nieuwe machine voldoet aan alle eisen
voor een moderne behandeling van uw
wasgoed, met besparing van water, stroom en
wasmiddel.
Ook kleine hoeveelheden worden goedkoop
gewassen want de verbruikswaarden worden
automatisch aan de hoeveelheid en het type
wasgoed aangepast.
Doordat de wasmachines de laatste jaren steeds
zuiniger zijn geworden met energie, is de wastijd
langer geworden. U zult echter merken dat het
wasresultaat optimaal is.
De temperatuurregelaar staat een
nauwkeurige temperatuurkeuze toe,
afhankelijk van het type en de vuilgraad van
het wasgoed.
■
De automatische sopafkoeling op 60°C in
het kookwas-programma voor het
afpompen voorkomt dat kunststof
afvoerbuizen vervormen.
■
■
Het speciale wolprogramma wast uw
wolwas, dankzij de heel voorzichtige
trommelbeweging, veilig en zonder krimpen.
■
Met de droogprogramma’s wordt wasgoed
wollig en lekker zacht.
Tips voor zuinig wassen
■
De programma’s zonder voorwas zijn bedoeld
voor normaal vuil wasgoed. Ze besparen
wasmiddel en water in vergelijking met een
programma met voorwas.
■
U wast het zuinigst met een volle trommel.
■
Door een geschikte voorbehandeling kunnen
vlekken en lichte verontreinigingen verwijderd
worden.
■
Doseer het wasmiddel altijd volgens de
aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.
Milieuvriendelijkheid
■
Afdanken van de verpakking
Alle met dit symbool gemerkte materialen
zijn “milieu-vriendelijk”. Ze kunnen zonder
bezwaar bij het afval worden gezet.
De kunststoffen kunnen hergebruikt worden en
hebben de volgende aanduidingen:
>PE< voor polyethyleen
>PS< voor polystyreen
>PP< voor polypropyleen
Wij adviseren u, het karton in een container voor
oud papier te deponeren.
■
Afdanken van het apparaat
Maak het oude apparaat dat u, in afwachting van
het weghalen of wegbrengen zolang terzijde zet,
onbruikbaar. Knip het netsnoer eraf en verwijder
de deursluiting. Informeer bij de gemeente wie
het oude apparaat ophaalt of waar u het moet
bezorgen, teneinde er zeker van te zijn dat het
apparaat zorgvuldig verschrot of gerecycled
wordt.
Enkele paragrafen in deze handleiding zijn voorzien van symbolen die de volgende betekenis hebben:
Dit symbool vindt u bij belangrijke
informatie voor de gebruiksveiligheid
van uw machine. Het niet in acht
nemen van deze informatie kan
schade veroorzaken.
i
26
Dit symbool geeft informatie over een
juist gebruik van de machine en
vertelt u hoe u de beste prestaties
van de machine kunt verkrijgen.
Dit symbool geeft belangrijke
informatie over milieubescherming.
Onze bijdrage aan het beschermen van het
milieu:
Wij maken gebruik van kringlooppapier.
Waarschuwingen
28-29
Onderhoud
■
Beschrijving van de machine
■
■
■
Wasmiddellade
Programmakaart
Controlelampje “deurvergrendeling”
30
30
30
30
■
■
■
■
■
Installatie
Transportbeveiliging
Plaatsen
Watertoevoer
Waterafvoer
Elektrische aansluiting
31
31
31
32
32
33
Technische gegevens
34
■
■
■
■
■
■
Apparaat ontkalken
De buitenkant
De wasmiddelhouder
Het toevoerfilter
Het afvoerfilter
Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Waterafvoer in noodgevallen
Eenvoudige storingen
47
47
47
47
47
48
48
48
49-50
Gebruik
■
■
■
■
■
■
■
35
Bedieningspaneel
35
Beschrijving van de bedieningselementen 36
Programma instellen
37
Adviezen en tips voor het wassen
en drogen
38
Was niet te lang opsparen
38
Sorteren
38
Temperaturen
38
Hoeveel wasgoed in de trommel?
38
Vóór u het wasgoed in de trommel doet
39
Welke wasmiddelen gebruiken?
39
Traditionele poeder-wasmiddelen
40
Vloeibare wasmiddelen
40
Geconcentreerde poeder-wasmiddelen
40
Wasverzachter
40
Waterontharder
40
Tips voor het drogen
41
Adviesprogramma’s
42-43
Volgorde van handelingen
44-45
Textielbehandelingssymbolen
46
27
NEDERLANDS
INHOUD
WAARSCHUWINGEN
Het is uiterst belangrijk dat het bij het apparaat behorende instructieboekje bewaard blijft. Zou het
apparaat door u aan iemand anders gegeven of verkocht worden, of zou het apparaat in het huis van
waaruit u verhuist achterblijven, dan dient de nieuwe gebruik(st)er over het instructieboekje en de
daarin opgenomen waarschuwingen te kunnen beschikken.
Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te
hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.
■
Indien u tijdens de aflevering een schade aan
het apparaat vastgesteld hebt, meldt u dit
dan, vóór u het apparaat installeert en/of in
gebruik neemt, direct aan uw leverancier.
■
■
Algemene veiligheidsaanwijzingen
■
■
Dit apparaat is bedoeld en gemaakt voor het
gebruik door volwassenen. Het is gevaarlijk
om kinderen het apparaat te laten bedienen
of als speelgoed te laten gebruiken.
De glasdeur (voorlader) kan tijdens het
gebruik zeer heet worden. Houd kinderen uit
de buurt van het apparaat zolang het in
werking is.
■
■
Installatie
■
■
■
■
Alle delen die tot de transportbeveiliging
behoren moeten beslist zijn verwijderd,
alvorens het apparaat in gebruik te nemen.
Ernstige schade aan het apparaat of andere
zaken kan het gevolg zijn van het niet of niet
geheel verwijderen van de transportbeveiliging.
Een eventueel noodzakelijke wijziging aan de
elektrische huisinstallatie ten behoeve van de
installatie van dit apparaat, mag uitsluitend
door een daartoe bevoegd persoon
uitgevoerd worden.
Een eventueel noodzakelijke wijziging van de
watertoe- en/of afvoervoorzieningen ten
behoeve van de installatie van dit apparaat
mag uitsluitend door een daartoe bevoegd
persoon uitgevoerd worden.
Overtuig u ervan dat het apparaat na de
installatie of het verplaatsen niet op het
aansluitsnoer staat.
■
■
■
■
Gebruik
■
28
Was en droog geen artikelen in de was- en
droogautomaat die hier niet voor geschikt
zijn. Raadpleeg het textielonderhoudsetiket.
Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg de
betreffende adviezen in de gebruiksaanwijzing.
Met vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine,
terpentine en dergelijke, gereinigde artikelen
mogen niet in de wasautomaat. Indien zulke
reinigingsmiddelen gebruikt werden om
voortijds vlekken te verwijderen, dan moet
met het wassen in de wasautomaat gewacht
worden tot het artikel volledig uitgedampt is.
Was kleine artikelen, zoals babysokjes,
ceintuurs en dergelijke in een sloop. Zulke
kleine artikelen kunnen tussen de trommel en
de kuip slippen.
Overtuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk
in de wasautomaat doet, de borst- en
broekzakken leeg zijn, ritssluitingen zijn
gesloten en eventueel loshangende knopen
verwijderd of eerst aangenaaid zijn. Was
geen rafelig of gescheurd goed; herstel het
voortijds. Verwijder voortijds verf-, inkt-, roesten grasvlekken. Was bh’s met beugels niet in
de wasautomaat.
Objecten zoals munten, veiligheidsspelden,
naalden, spijkers, schroeven en andere harde
of scherpe materialen behoren niet in de
wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schade
veroorzaken.
Wees voorzichtig met wasverzachter. Een te
grote dosering kan schade aan het wasgoed
toebrengen. Raadpleeg de instructies van de
fabrikant van de wasverzachter.
Indien in uw apparaat aansluitend ook
gedroogd wordt, zorgt u er dan voor dat zich
in de trommel geen plastic artikel, zoals
wasmiddelbol en dergelijke bevindt, de hete
drooglucht kan het plastic doen smelten.
Kijk, vóór u de vuldeur (voorlader) opent,
altijd eerst of het water weggepompt is. Indien
dat niet het geval is, laat de machine dan
eerst het water afpompen. Raadpleeg in
twijfelgeval de gebruiksaanwijzing.
■
■
Kleine huisdieren hebben de gewoonte in de
trommel van de wasautomaat (voorlader) te
kruipen. Hebt u zo’n huisdier, controleer dan
eerst en sluit daarna pas de vuldeur.
Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staan
indien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat is
beter voor de rubbermanchet en u voorkomt
het ontstaan van een muffe lucht.
Schakel na het gebruik altijd de
stroomtoevoer af door, afhankelijk van de
wijze van installatie, de steker uit het
stopcontact te nemen of de
badkamertrekschakelaar op de UlT-stand te
schakelen. Draai na het gebruik altijd de
watertoevoerkraan dicht.
NEDERLANDS
■
Service - Reparaties
■
Tracht, in geval van een storing of defect, dit
apparaat niet zelf te repareren. Reparaties
welke door niet-deskundige personen
uitgevoerd worden, kunnen tot schade of
letsel leiden. Raadpleeg ELGROEP
SERVICE.
29
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
Wasmiddellade
Controlelampje “drogen”
Droogtijdenklok
Toets “verlaagd centrifugeertoerental”
AAN/UIT-toets
Temperatuurregelaar
Controlelampje “lichtnet”
Programmakeuzeknop
Programmakaart
Deurhandgreep
Afvoerfilter
Verstelbare voetjes
1
23
45
6 7 8
9
10
11
12
Wasmiddellade
Voorwasmiddel
Hoofdwasmiddel
Wasverzachter
Programmakaart
De Nederlandse programmakaart krijgt u tegelijk
met het instructieboekje.
30
P0260
INSTALLATIE
Transportbeveiliging
NEDERLANDS
Het is beslist noodzakelijk dat u de
transportbeveiligingen verwijdert voor
u de machine in gebruik neemt.
Wij adviseren u de verwijderde delen te bewaren;
in geval van verhuizing moeten ze wederom
aangebracht worden.
U gaat als volgt te werk:
1. Schroef met een sleutel de rechter schroef
aan de achterkant van de machine los.
2. Leg de machine voorzichtig op z’n
achterkant; zodanig dat de slangen niet
kunnen beschadigen.
P0255
3. Verwijder het polystyrene vulblok uit de
onderkant van de machine en het plakband
waarmee de 2 plastic zakken aan de voorkant
van het apparaat bevestigd zijn.
4. Trek voorzichtig de rechter plastic zak (1) uit
de machine, terwijl hij naar het midden van
de machine getrokken wordt.
Trek nu ook de linker plastic zak (2) uit de
machine.
2
P0234
P0233
P0256
P0020
1
5. Zet de machine rechtop en verwijder de 2
overige schroeven uit de achterwand.
6. Verwijder de drie plastic afstandshulzen uit
de gaten waar de schroeven in zaten.
7. Dicht de vrijgekomen gaten af met de, bij de
gebruiksaanwijzing verpakte, stopsels.
Plaatsen
Plaats de machine op een vlakke, harde vloer.
Laat een houten vloer met een 5 cm dikke
hardhoutenplaat versterken, over tenminste
twee draagbalken. De verstevigingsplaat moet
aan alle kanten enkele centimeters buiten de
machine steken.
Indien de machine op een bovenverdieping
geplaatst wordt, neem dan zodanige
maatregelen dat bij een eventuele lekkage het
water niet naar de verdieping eronder kan
lekken. Raadpleeg uw leverancier/installateur.
Zorg ervoor dat de machine niet tegen de muur
of andere keukenmeubels kan leunen.
Wij gaan er van uit dat de waterkraan, de
afvoermogelijkheid en de elektriciteitsvoorziening
zich binnen het bereik van de machineslangen
31
en het aansluitsnoer bevinden. Als dat niet zo is,
dan adviseren wij u uw installateur de kraan
en/of de afvoer en/of het stopcontact te laten
verplaatsen.
Stel de machine waterpas op. Dat doet u door
middel van het in- of uitdraaien van de
verstelbare voetjes. Als de machine op tapijt
staat, stel de voeten dan zodanig in dat de lucht
vrij kan circuleren. Zorg ervoor dat de machine
op alle vier de voetjes stevig op de vloer staat:
ook dat is zeer belangrijk. Draai, na het
waterpas stellen, de contramoeren van alle vier
de voetjes stevig tegen de machinebodem.
Gebruik hiervoor een schroevendraaier.
P0254
P0509
Watertoevoer
Draai, nadat u eerst het filter (A) in de wartel
hebt gelegd, de wartel van de toevoerslang
stevig op de 3/4" schroefdraad van de kraan.
Het andere eind van de toevoerslang, aan de
machinekant, kan naar alle richtingen worden
verdraaid. Wartel iets losdraaien, haakse bocht
verdraaien en wartel weer stevig vastdraaien.
De toevoerslang mag niet verlengd worden.
Mocht de slang te kort zijn en wilt u de kraan
niet laten verplaatsen, koop dan een langere,
complete, hogedrukslang welke speciaal voor dit
doel gemaakt is.
A
P0003
Waterafvoer
De bocht, aan het eind van de afvoerslang, kunt
u op drie manieren plaatsen:
Over de rand van een wasbak. U moet er dan
voor zorgen dat de bocht niet, door het snel uitstromende water, van de rand kan schieten.
Bijvoorbeeld door de bocht met een touwtje aan
de kraan of aan een haak in de muur op te
hangen.
In een aftakking van de wasbakafvoer. Die
aftakking moet boven de siphon (stankafsluiter)
zitten en zodanig dat de bocht van de slang zich
op tenminste 60 cm van de vloer bevindt.
In een afvoerpijp. Wij adviseren een standpijp
van 65 cm hoogte; in ieder geval niet lager dan
60 cm en niet hoger dan 90 cm.
Het eind van de afvoerslang moet altijd belucht
zijn, dat wil zeggen dat de binnendiameter van
de pijp groter moet zijn dan de buitendiameter
van het slangeind.
De afvoerslang legt u vanaf de machinekant
over de vloer en laat u pas bij de
afvoermogelijkheid omhoog lopen.
32
P0022
P0023
P0021
Elektrische aansluiting
NEDERLANDS
De machine is voor 220-230V / 50Hz gemaakt.
De machine is voorzien van een drie-aderig
aansluitsnoer en steker met randaarde.
De steker mag u uitsluitend plaatsen in een
stopcontact met randaarde; de machine dient
deugdelijk geaard te zijn.
Het aansluitsnoer mag u niet verlengen. Indien
het snoer te kort blijkt te zijn, laat uw installateur
dan of een langer snoer aan de machine
monteren of het stopcontact verplaatsen.
Het gebruik van een verlengsnoer of
kabelhaspel is niet toegestaan.
In bad- of doucheruimten moet doorgaans een
zogeheten «vaste aansluiting» gemaakt worden;
raadpleeg uw installateur.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor
schade of letsel, ontstaan door het
niet voldoen aan bovenstaande
veiligheidsvoorschriften.
33
TECHNISCHE GEGEVENS
Afmetingen
hoogte
breedte
diepte
Maximum vulgewicht
Katoen
Synthetica
Fijne was
Wol
Centrifugeertoerental
maximum
Netspanning/-Frequentie
Aansluitwaarde
Zekeren met minimaal
Waterleidingdrukgrenzen
85 cm
60 cm
60 cm
Wassen
4,5 kg
2 kg
2 kg
1 kg
1000/min.
220-230 V / 50 Hz
2200 W
10 A
minimum
maximum
05 N/cm2
80 N/cm2
Dit toestel voldoet aan de EG-richtlijn 89/336/EEG, 73/23/EEG
34
Drogen
2,25 kg
1,5 kg
–
–
GEBRUIK
Bedieningspaneel
G - 1000 U/min
K - 650 U/min
2,25 kg
1,5kg
1,5 kg
1 kg
80'- 90'
50'- 60'
50'- 60'
30'- 40'
90'- 100'
70' - 80'
60'- 70'
40'- 50'
VORWÄSCHE
1 2
1
2
3
4
5
6
7
3 4
Kochwäsche
Buntwäsche
Pflegeleicht
Feinwäsche
HAUPTWÄSCHE
5
A B
C
J
L
M
60º40º40º30º30º-
95º
60º
60º
40º
40º
Spülen
Schleudern
Spülen
Kurzschleudern
D
F
N
P
Q
NEDERLANDS
Trocknen
Füllmenge
Schranktrocken
Bügeltrocken
WEICHSPÜLER
6
7
Controlelampje “drogen”
Droogtijdenklok
Toets “verlaagd centrifugeertoerental”
Toets “AAN/UIT”
Draaiknop voor temperatuurkeuze
Controlelampje “lichtnet”
Draaiknop voor programmakeuze
35
Beschrijving van de
bedieningselementen
1 Controlelampje “drogen”
Het lampje brandt als het droogprogramma G of
K in werking is.
2 Droogtijdenklok
Met deze knop kiest u, rechtsom draaiend, de
gewenste droogtijd.
De klok is in twee sectoren opgedeeld, een
blauwe sector met hoge droogtemperatuur voor
katoen en linnen, een groene sector met een
lagere temperatuur voor synthetica.
De droogtijd hangt af van verschillende factoren:
- centrifugetoerental
- gewenste droogtegraad
- soort wasgoed
- vulgewicht
Afkoelfase
Opdat het goed kan afkoelen, wordt 10 minuten
vóór beëindiging van het programma
automatisch de afkoelfase ingeschakeld.
De afkoelfase mag in geen geval verkort of
onderbroken of zelfs geheel overgeslagen
worden. Verbrandingsgevaar!
3 Toets “verlaagd
centrifugeertoerental”
Door deze toets in te drukken verlaagt u het
centrifugeertoerental als volgt:
■
voor katoen en linnen:
- van 1000/min tot 850/min
■
voor synthetica, fijne was en wol
(programma P):
- van 650/min tot 550/min
Wij adviseren u deze toets bij NON-STOP
gebruik (wassen en aansluitend drogen) niet in
te drukken, om energie en tijd te sparen.
36
4 Toets “AAN/UIT”
Door het indrukken van deze toets schakelt u de
machine AAN en UIT.
Schakel vóór het instellen of het veranderen van
een programma eerst de machine UIT.
5 Draaiknop voor
temperatuurkeuze
Met de knop voor de temperatuurregeling
kiest u de gewenste wastemperatuur.
Door een druk op de knop springt deze vanzelf
naar voren.
Knop links- of rechtsom instellen. U kunt ook
met de temperatuur van het ingekomen
leidingwater wassen, door de knop op
in te
stellen.
6 Controlelampje “lichtnet”
Het lampje gaat branden bij het starten van het
programma (AAN/UIT-toets ingedrukt) en gaat
uit door nogmaals indrukken van deze toets.
7 Draaiknop voor programmakeuze
Met de programmaknop kiest u rechtsom
draaiend, het gewenste programma.
Door een druk op de knop springt deze vanzelf
naar voren.
■
Alleen wassen
Vulgewichten:
Kook- en bontwas:
max. 4,5 kg
Synthetica en fijnwas:
max. 2,0 kg
Wol:
max. 1,0 kg
- Programmakiezer op het gewenste
programma draaien.
- Wastemperatuur instellen
- Toets
eventueel indrukken.
- Wasmiddel en wasverzachter in de vakjes
van de wasmiddelhouder gieten.
- AAN/UIT- toets indrukken.
■
Alleen drogen
Vulgewichten:
Kook- en bontwas:
max. 2,25 kg
Synthetica:
max. 1,5 kg
- Programmakiezer op G of J draaien.
- Droogtijdsduur instellen (blauwe of groene
sector).
- AAN/UIT- toets indrukken.
NEDERLANDS
Programma instellen
Wassen en drogen (NON-STOP gebruik)
Wassen met automatisch aansluitend drogen
kan voor:
■
de programma’s kook- of bontwas
■
synthetica
Voor deze automatische bewerking mag, dus
ook voor het wassen, de hoeveelheid wasgoed
niet meer bedragen dan:
2,25 kg voor kook- of bontwas en
1,5 kg voor synthetica.
- Wasprogramma instellen.
- Wastemperatuur kiezen.
- Wasmiddel en wasverzachter gieten.
- Droogtijdsduur instellen.
- AAN-UIT toets indrukken.
37
i Adviezen en tips voor
het wassen en drogen.
Was niet te lang opsparen
In de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet
al te lang op te sparen, in ieder geval niet als het
vochtig is want het gaat dan schimmelen en
veroorzaakt een muffe geur.
Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen
is»; weervlekken krijgt u er niet meer uit.
Sorteren
Neemt u vooral even de tijd om de in dit boekje
afgedrukte kaart voor de behandelingssymbolen
aandachtig te lezen.
Een streep onder de tobbe betekent dat u het
artikel niet met de krachtige katoenprogramma’s
mag wassen.
Was gekleurd goed, met name donker gekleurd,
eerst een keer apart. De kans is groot dat het
afgeeft.
Sterke kreukherstellende stoffen, zoals
polyester/katoen, vallen onder «synthetica».
Tere stoffen, zoals acryl en meestal ook vitrages,
vallen onder «fijnwas».
Het wolwasprogramma is een speciaal
programma voor «zuivere scheerwol». Bij alle
andere wolsoorten en mengsels kan niet worden
uitgesloten dat deze krimpen en/of vervilten in
de wasmachine.
Temperaturen
In principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt
de soptemperatuur niet hoger dan het
gevoeligste stuk wasgoed nog kan verdragen.
95°C: voor witte- of kookecht-gekleurd katoen
en linnen, zoals beddegoed, tafellakens,
theedoeken, handdoeken, zakdoeken en
ondergoed.
Gemakshalve wordt deze groep vaak “kookwas”
genoemd.
60°C: voor normaal vuile kookwas, voor
lichtgekleurde bontwas en voor witte- en
lichtgekleurde synthetica.
40°C: vrijwel alle textielsoorten kunnen op 40°C
gewassen worden.
U kiest deze temperatuur ten eerste als dit door
het wasetiket aangegeven wordt, bijvoorbeeld
38
voor donkergekleurde textiel en fijne was.
Daarnaast kiest u 40°C als het wasgoed zo
weinig vuil is dat het met een lage temperatuur
ook nog schoon wordt.
30°C: alhoewel machine-wasbare wol als regel
zondermeer op 40°C gewassen mag worden,
zult u op het etiket, voorzichtigheidshalve, toch
vaak 30°C tegenkomen. Ook bij teer wasgoed,
de fijnwas, is dat vaak het geval.
Wij adviseren u zich altijd aan de etikettemperatuur te houden.
Hoeveel wasgoed in de trommel?
Wilt u optimale wasresultaten bereiken, dan
adviseren wij u, naast het kiezen van het juiste
programma, ook de maximaal toegestane
belading van de trommel niet te overschrijden.
Wasgoed droog wegen voor u het in de trommel
doet, is erg omslachtig, dus helpen wij u op een
andere manier op weg:
■
Volle belading (maar niet proppen) voor
katoen en linnen.
■
Halfvolle of iets meer dan halfvolle belading
voor sterke synthetica en mengsels. Ook
zogeheten “kreukherstellende stoffen” vallen
onder synthetica.
■
Eenderde van de trommel voor fijnwas en
machine-wasbare wol.
In onderstaande tabel geven wij u een indruk
wat wasgoed, bestaande uit katoen en linnen,
ongeveer weegt.
Voor synthetica, mengsels en fijnwas is het
onmogelijk om gewichten op te geven, daar
deze stoffen zeer verschillend van aard zijn.
Voor machine-wasbare wol geven wij doorgaans
een maximum van 1 kilogram op, maar feitelijk
bedoelen we dat u wol in “ruim sop” moet
wassen.
Tweepersoons laken
Kussensloop
Tafellaken
Servet
Theedoek
Badhanddoek
Badlaken
Overhemd
Schort
700 - 1000 g
125 - 0200 g
350 - 0500 g
70 - 0120 g
75 - 0100 g
150 - 0200 g
700 - 1000 g
200 - 0300 g
150 - 0200 g
Herstel scheuren, gaten en halen voortijds.
Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af.
Sluit drukknopen en ritssluitingen.
Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen.
Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in
een sloop of linnen zak.
Verwijder voortijds achtergebleven kleine
voorwerpen uit borst- en broekzakken.
LET OP
Objecten zoals flippo’s, munten,
veiligheidsspelden, schroeven en andere
harde materialen behoren niet in de
wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke
schade veroorzaken.
Was bh’s met beugels niet in de
wasautomaat.
Behandel voortijds vlekken die er in de
wasautomaat moeilijk of in het geheel niet uit
zullen gaan:
Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een bot
mes voorzichtig afschrapen. Tussen twee
papieren zakdoekjes de overgebleven was met
de warme strijkbout er uit strijken. Niet te heet bij
synthetische stoffen.
Inkt en ballpoint: Deppen met spiritus. De kleur
van de stof kan aangetast worden door zowel de
inkt als de spiritus.
Weer- en schroeivlekken. Bleken met een
verdunde oplossing van bleekwater of
chloorbleekmiddel.
Roest. Verwijderen met citroenzuur of een
speciaal behandelingsmiddel. Eerst koud
spoelen en daarna wassen. Geen wasmiddel
met bleekmiddel gebruiken.
Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restant
verwijderen met nagellak-remover. Pas op met
remover bij synthetische stoffen.
Verf. Geef de vlek geen kans om op te drogen.
Met witte schone katoenen doek en een
oplosmiddel (terpentine, wasbenzine of thinner)
behandelen.
Lippenstift. Deppen met spiritus. Met
fijnwasmiddel nawassen.
Nagellak. Verwijderen met nagellak-remover. Dit
is niet mogelijk bij stoffen als acetaat, triacetaat
en chloorvezel.
Olie en teer. Met boter insmeren en laten
intrekken. Daarna met terpentine deppen.
Gras. Met spiritus vochtig maken en met een
zeepoplossing deppen. Als de kleur of de stof er
tegen kan, nableken met bleekwater.
Chocolade, thee, wijn, koffie en vruchtensap.
Voorweken in warm water met een biologisch
voorweekmiddel. Als het nodig is en de kleur of
de stof er tegen kan, nableken met bleekwater.
Vuile kragen of manchetten. Aanstrijken met
zeep of een speciaal daarvoor bedoelde spray of
pasta. Dan gewoon wassen.
Bloed. Verse vlekken met lauw water
uitspoelen. Oude vlekken voorweken met een
biologisch voorweekmiddel.
Transpiratie- en deodorantvlekken. Verse
vlekken met sodawater deppen. Oude vlekken
met azijn of spiritus deppen.
Hars. Met een speciale vlekkenoplosser
behandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en
linnen, met terpentine, wasbenzine of spiritus
behandelen.
Het gebruik van verdampende middelen, zoals
terpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton
en dergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen
open vuur gebruiken.
Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk
eerst uitdampen voor u het in de wasautomaat
of de droogautomaat doet.
De fabrikant van uw was- of droogautomaat is
niet aansprakelijk voor schade of letsel ontstaan
door het gebruik van gevaarlijke stoffen.
Welke wasmiddelen gebruiken?
Een gouden regel is: gebruik altijd machinewasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of
zeep in de machine.
Een nauwelijks minder belangrijke regel is:
probeer gewoon uit welk wasmiddel u het beste
bevalt.
Houdt u aanvankelijk aan de doseringen die de
fabrikant van het wasmiddel op z’n verpakking
aangeeft en let daarbij op de waterhardheid
(kunt u opvragen bij het waterleidingbedrijf). Het
is de moeite waard om daarna uit te proberen of
bij minder doseren uw wasgoed ook nog
voldoende schoon wordt. In ieder geval kunt u
39
NEDERLANDS
Vóór u het wasgoed in de trommel
doet
bij een klein wasje aanzienlijk minder doseren.
Er zijn totaal-wasmiddelen voor kook- of bontwas,
bleekvrije wasmiddelen voor bontwas, speciale
fijnwasmiddelen, machine-wolwasmiddelen en
biologische voorwas- of voorweekmiddelen.
Traditionele poeder-wasmiddelen
Houdt u aan de aanwijzingen van de fabrikant
van de wasverzachter, maar de hoeveelheid
wasverzachter mag nooit hoger dan het filternet
in het doseervakje of de maximum aanduiding
komen.
Erg dikke vloeistof voortijds met wat water
verdunnen.
Deze wasmiddelen doet u in de vakjes
de voorwas en
voor de hoofdwas.
Waterontharder
voor
Vloeibare wasmiddelen
Gebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u
dat, mits u geen voorwas doet, direct in het
vakje
voor het hoofdwasmiddel gieten. Wel
meteen daarna de machine starten.
Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor
lage wastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor
hogere temperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren
wij u een poedervormig wasmiddel te gebruiken.
Gebruik, omdat uw nieuwe machine ook
(heet) kan drogen nooit een doseerbol of
andere doseermiddelen welke door de hitte
kunnen smelten.
Geconcentreerde poederwasmiddelen (ULTRA’s, MICRO’s en
dergelijke).
Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op
dezelfde manier als vloeibare wasmiddelen
doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan,
omdat u van deze wasmiddelen minder nodig hebt.
Uw nieuwe machine is van een
sopcirculatiesysteem voorzien, waardoor het
wasmiddel uitstekend en zonder verspilling
verdeeld wordt.
Wasverzachter
Tijdens de laatste spoelgang doseert de
machine automatisch een hoeveelheid vloeibare
wasverzachter. U hoeft geen wasverzachter te
gebruiken maar dit kan soms toch wenselijk zijn.
Bijvoorbeeld als u katoen binnenshuis droogt:
het wasgoed voelt dan minder stug aan. Of als u
synthetisch wasgoed in de machine droogt: het
wordt dan niet statisch (knetteren, kleven).
40
Water is «harder» naarmate er meer calcium en
magnesium in voorkomt. In Nederland wordt de
hardheid aangegeven in «DH» (Duitse graden).
Op de verpakking van het wasmiddel vindt u, in
drie globale zones verdeeld, hoeveel wasmiddel u
moet doseren. U ziet dat dat meer is naarmate de
hardheid hoger is.
Waterhardheid
Bereik
Eigenschap
Duitse
schaal
Franse
schaal
1
2
3
4
zacht
middelmatig
hard
zeer hard
00-07
08-14
15-21
meer dan 21
00-15
16-25
26-37
meer dan 37
Kalk slaat uit het water neer op zowel het
wasgoed als op machinedelen. Bekend is onder
andere het stug worden van wasgoed en het
verkalken van het verwarmingselement.
Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikant
een «kalkbindende» stof in het wasmiddel.
Voorheen was dat fosfaat. Tegenwoordig, om
redenen van milieutechnische aard, een
fosfaatvervanger.
Het wasmiddel bestaat echter uit vele
ingrediënten. Gaat u meer doseren, dan doet u
dat feitelijk slechts om meer kalkbindende
stoffen aan het water toe te voegen. Automatisch
doseert u dan eigenlijk teveel van al die andere
actieve stoffen. U kunt dat verhelpen door
minder wasmiddel te doseren en het verschil op
te vangen door een onthardingsmiddel, zoals
Calgon, mee te doseren. Houdt u zich aan de
aanwijzingen van de fabrikant van het
onthardingsmiddel.
Speciaal voor gelegenheden waarbij u de
machine alleen voor het drogen gebruikt.
De natte was moet goed gecentrifugeerd zijn.
Hoe hoger het centrifugeertoerental, hoe korter
de benodigde droogtijd en hoe lager het
energieverbruik. Uw nieuwe machine
centrifugeert in de kook- en
bontwasprogramma’s met 1200 toeren per
minuut en in de syntheticaprogramma’s met 650
toeren per minuut. Daarmee worden zeer goede
centrifugeerresultaten bereikt. De machine kan
automatisch achtereenvolgens centrifugeren &
drogen.
Let op het textielbehandelingsetiket. Daarop
vindt u ook de aanwijzingen voor het drogen van
wasgoed in de trommeldroger. In deze
gebruiksaanwijzing vindt u een kaart afgedrukt
waarop de symbolen verklaard worden.
Alleen in water gewassen textiel mag in de
machine gedroogd worden. Met ontvlambare of
giftige middelen gereinigde textiel mag niet in de
machine gedroogd worden.
Verder mogen niet in de machine gedroogd
worden:
- Wol en met wol gemengde textiel. Wol kan
krimpen en/of vervilten.
- Erg tere weefsels, zoals acryl, zijde en
synthetische vitrages.
- Schuimrubber en textiel waarin schuimrubber
verwerkt is.
- Glasvezel en textiel waarin glasvezel verwerkt
is.
- Textiel dat erg pluist of waarvan de kanten
gemakkelijk rafelen.
Pluizen
Na het drogen van sterk pluizend wasgoed, bijv.
nieuwe badhanddoeken, is het aan te raden, het
wasprogramma «Spoelen» (N) in te stellen, om
er zeker van te zijn dat eventueel in de kuip
verzamelde pluizen weggespoeld worden en
zich niet bij een volgend wasprogramma op het
wasgoed kunnen vastzetten.
Ook het afvoerfilter moet na ieder
droogprogramma gecontroleerd en eventueel
gereinigd worden.
Belangrijk. De waterkraan moet ook tijdens het
droogprogramma open blijven, omdat de
machine enig koelwater voor het condenseren
gebruikt. Het koelwater en het tot water
gecondenseerde verdampte vocht vloeien via de
normale afvoerslang in de afvoer.
41
NEDERLANDS
Tips voor het drogen
Programma’s voor katoen en linnen
Wassen: Maximum belading 4,5 kg
Programmaknop op
Temp.
(°C)
Programma
voor
Korte beschrijving
Vorwassen 40°C
Wassen 60°-95°C
3 maal spoelen
Lang centrifugeren
A
60°-95°
Kookwas met voorwas
(erg vuile was)
B
60°-95°
Kookwas zonder
voorwas
(normaal vuil)
Wassen 60°-95°C
3 maal spoelen
Lang centrifugeren
C
40°-60°
Bontwas
(normaal vuil)
Wassen 40°-60°C
3 maal spoelen
Lang centrifugeren
D
Spoelen
3 maal spoelen
Lang centrifugeren
F
Centrifugeren
Afpompen
en lang centrifugeren
Eventuele
aanvullende functies
Drogen: Maximum belading 2,25 kg
Droogtijdenklok 0-120 min, blauwe sector
Programmaknop op
Soort wasgoed
Belading
Droogtegraad
2,25 kg
2.00 kg
G
Kook- en bontwas
gecentrifugeerd
met 1000/min
80-90
Kastdroog
70-80
1,50 kg
50-60
2,25 kg
50-60
2.00 kg
1,50 kg
42
Tijdsduur
in min
Strijkdroog
40-50
30-40
Programma’s voor synthetica, fijne was en wol
Programmaknop op
Temp.
(°C)
Programma
voor
Korte beschrijving
H
40°-60°
Extra-Voorwas
(erg vuile was)
niet voor wol
J
40°-60°
Synthetica zonder
voorwas
(normaal vuil)
Wassen 40°- 60°C
3 maal spoelen
Spoelstop
L
30°-40°
Fijne was
Wassen 30°- 40°C
3 maal spoelen
Spoelstop
M
30°-40°
Wol
Wassen 30°- 40°C
3 maal spoelen
Spoelstop
N
Spoelen
1 maal spoelen
Spoelstop
P
Kort centrifugeren
Afpompen
en kort centrifugeren
Q
Afpompen
Vorwassen 30°-40°C
Kort centrifugeren
Eventuele
aanvullende functies
Het laatste spoelwater wordt niet automatisch afgepompt, teneinde kreukvorming te voorkomen
indien het wasgoed niet direkt na het beëindigen van het programma uit de machine zou worden
genomen. Om het water af te pompen kiest u het programma P of Q.
Belangrijk: Bij het non stop gebruik (wassen en aansluitend drogen) wordt het laatste spoelwater
afgepompt en centrifugeert de machine kort voordat het droogprogramma start.
Drogen: Maximum belading 1,5 kg
Droogtijdenklok 0-120 min, groene sector
Programmaknop op
Soort wasgoed
Belading
1,5 kg
K
Synthetica
gecentrifugeerd
met 650/min
1.0 kg
1,5 kg
1.0 kg
Droogtegraad
Kastdroog
Strijkdroog
Tijdsduur
in min
90-100
60-70
70-80
40-50
43
NEDERLANDS
Wassen: Maximum belading: 2 kg, wol 1 kg
44
Anti-kreukprogramma
Gewoon
programma
40
Anti-kreukprogramma
40
Wolwasprogramma
40
Alleen snelle
handwas
P
P
Speciale reiniging
F
F
Normale textiel
Hittegevoelige textiel
Niet drogen in droogtrommel
Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden ontvlekt met tetra of tri.
De letters zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan. Reiniging met F is nauwelijks mogelijk.
De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische beweging, korte reinigings, -spoel- en
centrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen.
Gewone reiniging
A
Niet chemisch reinigen
Niet strijken
De punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer.
Lauw strijken
Warm strijken
Heet strijken
Niet mogelijk
Niet wassen,
ook niet weken
Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chloorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijk
De getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan: deze niet overschrijden.
Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.
Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn gemaakt; machine
beladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.
Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het internationaal Wol Secretariaat (IWS) goedgekeurde
programma's. Belading: 1/3 tot 1/4 van het maximale gewicht.
Gewoon
programma
Anti-kreukprogramma
Gewoon
programma
60
Meer informatie in het boekje «Textiel ABC», te verkrijgen door overmaking van f 16,25 op gironummer 666402 van VTWS, Delft. Telefoon (015) 261 12 05
TROMMELDROGEN
CHEMISCH
REINIGEN=
STOMEN=
DRY CLEANING
STRIJKEN
BLEKEN
WASSEN
60
95
95
i TEXTIELBEHANDELINGSSYMBOLEN
i Volgorde van handelingen
NEDERLANDS
(Wassen en aansluitend
drogen)
Belading:
Kook- en bontwas
Synthetica
max. 2,25 kg
max. 1,5 kg
Vóór het in gebruik nemen voer een wasgang
zonder wasgoed uit, opdat vetresten (die bij de
fabricage zijn ontstaan) uit de wastrommel en de
kuip worden verwijderd. Programma: bonte was
60°C, met een halve maatbeker wasmiddel.
1. Doe het wasgoed in de trommel
Open de vuldeur. Doe de stukken wasgoed één
voor één in de trommel. Haal opgevouwen
wasgoed eerst uit elkaar. Sluit de vuldeur; druk
hem goed in het slot.
P0004
2. Doe wasmiddel in het vakje
Trek de wasmiddelhouder uit het
bedieningspaneel tot hij stuit.
Meet de gewenste hoeveelheid wasmiddel in
een maatbekertje af en giet het in het vakje voor
het hoofdwasmiddel
.
Gaat u ook voorwassen, doe dan een biologisch
voorwasmiddel in het vakje
.
P0223
3. Doe, eventueel, wasverzachter in
het vakje
Giet, indien gewenst, wasverzachter in het
daarvoor bestemde vakje
.
Overschrijd het niveau MAX niet.
P0226
4. Stel de temperatuur in
Draai de knop voor de temperatuurregeling op
de gewenste temperatuur.
95°
90
5. Kies de gewenste droogtijd
Voor het automatisch aansluitend drogen stelt u
het gewenste aantal minuten in de gewenste
sector in.
P0464
M0022S
45
6. Kies het gewenste programma en
start de machine
B
Draai de programmaknop rechtsom op het
gewenste programma.
Druk op de AAN/UIT-toets: het controlelampjes
“lichtnet” lichten op en de machine start.
7. De machine is klaar
De machine stopt automatisch.
Wacht één tot twee minuten alvorens de vuldeur
te openen; die tijd heeft de elektrische
deurvergrendeling nodig om te ontgrendelen.
Schakel de machine UIT door de AAN/UIT-toets
in te drukken. Het lichtnet-controlelampje gaat
uit.
Draai de kraan dicht en neem de steker uit het
stopcontact of trek de badkamertrekschakelaar
op UIT.
Open de vuldeur en neem het wasgoed uit de
trommel.
Controleert u of de trommel helemaal leeg is,
anders zou wasgoed bij de volgende wasbeurt
kunnen beschadigen (bijv. doorlopen) of op
ander wasgoed kunnen afgeven.
Laat de vuldeur enige tijd op een kier staan,
zodat de machine uit kan dampen.
46
P0465
P0471
ONDERHOUD
1. Apparaat ontkalken
NEDERLANDS
Bij een juiste dosering van het wasmiddel zal het
in het algemeen niet nodig zijn om het apparaat
te ontkalken.
Als u toch wilt ontkalken, houdt u dan aan de
gegevens van de fabrikant op de verpakking.
2. De buitenkant
De buitenkant van de machine kunt u, naar
behoefte, reinigen met een vochtige doek en een
neutraal huishoudschoonmaakmiddel. Moderne
schoonmaakmiddelen drogen doorgaans
streeploos op.
Nalappen met schoon water en daarna
droogzemen.
Belangrijk: Gebruik nooit spiritus, terpentine en
dergelijke oplosmiddelen.
3. De wasmiddelhouder
Wasmiddelen en wasverzachter koeken na
verloop van tijd aan.
Maak de wasmiddelhouder af en toe schoon
onder de stromende kraan. U kunt daartoe de
houder geheel uit de machine nemen door op de
pal, links achterin, in te drukken.
De bovenkant van het vakje voor de
wasverzachter kunt u, ten behoeve van het
schoonmaken, verwijderen.
Ook in de behuizing van de wasmiddelhouder
kan zich op den duur wasmiddel verzamelen.
Maak de binnenkant met een oude
tandenborstel schoon.
Plaats de houder terug in z’n behuizing en laat
de machine, zonder wasgoed, een spoelgang
doen.
P0224
P0225
P0038
4. Het toevoerfilter
Wanneer u merkt dat de machine langer over
het wateropnemen gaat doen, verdient het
aanbeveling om het toevoerfilter te controleren
op verstopping.
Daartoe draait u eerst de kraan dicht en
vervolgens draait u de slangwartel van de kraan
af.
Trek nu het filter uit z’n behuizing.
Reinig het met een borsteltje en plaats het weer
terug.
Draai de wartel weer stevig op de kraan.
P0041
47
5. Het afvoerfilter
Het afvoerfilter is bedoeld voor het opvangen
van grove pluis en rafels. Raakt het filter
verstopt, dan zal onherroepelijk
programmastoring optreden.
Controleer regelmatig of het filter schoon is.
Open het klepje.
Plaats een schaaltje onder het filter en schroef
het filter linksom los.
P0861
P0860
Trek het filter uit het filterhuis.
Reinig het filter onder de stromende kraan.
P0859
P0040
6. Waterafvoer in noodgevallen
7. Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als de machine niet leegpompt (afvoerpomp
geblokkeerd of afvoerleiding verstopt) moet u als
volgt te werk gaan om het water uit de machine
te lozen:
■ haal de steker uit het stopcontact
■ draai de waterkraan dicht
■ wacht (indien nodig) totdat het zeepsop
afgekoeld is
■ plaats een bakje onder het filter om het water
op te vangen
Indien de wasautomaat wordt blootgesteld aan
temperaturen onder 0°C moeten enkele
voorzorgsmaatregelen worden getroffen.
■
Draai de waterkraan dicht en schroef de
toevoerslang los.
■
Leg het uiteinde van de toe- en afvoerslang in
een bak.
■
Stel het programma “afpompen” in en laat de
machine draaien totdat de
programmakeuzeknop de “stop” positie
bereikt.
■
Draai de wartel van de toevoerslang weer
stevig op de kraan en breng ook de
afvoerslang weer op zijn plaats aan.
Het water dat in de leidingen is achtergebleven,
wordt op deze manier afgevoerd en hiermee
wordt voorkomen dat er ijsvorming optreedt die
de machine kan beschadigen.
Controleer, wanneer u de wasautomaat opnieuw
wilt gebruiken, of de omgevingstemperatuur
hoger dan 0°C is.
■
48
draai het filter voorzichtig los zodat het water
rustig uit de machine kan stromen.
EENVOUDIGE STORINGEN
Het is de moeite waard om vóór u de servicedienst belt even de volgende punten te controleren:
■
De machine start niet
Mogelijke oorzaaken
■
■
■
■
De machine neemt geen water
op:
■
■
■
■
■
■
■
■
Het uitstroomeind van de afvoerslang bevindt
zich op een te laag punt, ten opzichte van de
vloer waarop de machine staat. Raadpleeg
het betreffende hoofdstuk.
De machine pompt niet af en/of
centrifugeert niet:
■
Afvoerslang bekneld of geknikt geraakt?
Programma met spoelstop gekozen?
Afvoerfilter verstopt?
Wasgoed niet goed verdeeld in de trommel?
■
■
Er ligt water op de vloer:
■
■
■
■
■
■
Het wasresultaat is niet als
gewoonlijk
■
■
■
■
■
Staat de waterkraan open?
Geeft de kraan water? Probeert u dat even
uit.
Toevoerslang bekneld of geknikt geraakt?
Toevoerfilter verstopt?
Vuldeur goed gesloten?
De machine neemt wel water op,
maar dat stroomt er door de
afvoer weer uit:
■
■
Is de vuldeur goed gesloten?
Is de betreffende groepzekering heel?
Is de programmaknop juist ingesteld en de
AAN/UIT-toets ingedrukt?
NEDERLANDS
Storingen
De machine dreunt of is erg
luidruchtig:
■
■
■
■
Teveel wasmiddel gebruikt?
Wasmiddel is ongeschikt omdat het teveel
schuimt? Teveel schuim veroorzaakt lekkage.
Een van de toevoerslangwartels lekt? U ziet
nauwelijks dat er water langs de slang loopt;
voelt u dus even of de slang nat is.
Is de wasmiddellade schoon?
Is het afvoerfilter dichtgeschroefd?
Misschien hebt u te weinig of te veel
wasmiddel gedoseerd.
Onderdosering leidt tot vergrauwing van het
wasgoed en tot kalkaanslag in het toestel.
Nauwkeuriger doseren!
Hebt u bijzondere vlekken voorbehandeld?
Hebt u het juiste programma en de juiste
temperatuur gekozen?
Is de machine overbeladen?
Zijn alle transportbeveiligingen verwijderd?
Leunt de machine ergens tegenaan?
Staan alle stelvoeten stevig op de vloer en
zijn de contramoeren goed tegen de
machinebodem gedraaid?
Wasgoed niet goed verdeeld in de trommel?
49
■
De deur kan niet geopend
worden
■
■
■
■
■
■
■
Is de machine in bedrijf?
Is de deur nog vergrendeld?
Programma met spoelstop gekozen?
Het centrifugeren begint traag of
helemaal niet
■
Het elektronische stabilisatiecontrolesysteem is in werking getreden. Het
wasgoed wordt, doordat de draairichting van
de trommel gewijzigd wordt, losgemaakt,
beter verdeeld en er wordt opnieuw met
centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijk
het geval zijn, totdat de onbalans opgeheven
is en het centrifugeren definitief afgewerkt
kan worden.
Indien het wasgoed na 10 minuten niet
losgemaakt is, wordt het niet gecentrifugeerd.
In dit geval moet u zelf het wasgoed beter in
de trommel verdelen en opnieuw het
centrifugeerprogramma kiezen.
De machine maakt een
ongewoon geluid
■
De machine heeft een modern
aandrijfsysteem, dat in vergelijking met
oudere wasautomaten een afwijkend, ietwat
fluitend geluid maakt. Het nieuwe
aandrijfsysteem maakt de trage aanloop bij
centrifugeren mogelijk. Hierdoor wordt de
stabiliteit verbeterd.
In de trommel is geen water te
zien
■
Moderne wasmachines werken heel zuinig,
met lage waterniveaus. Was- en
spoelresultaat zijn desondanks uitstekend.
De machine droogt niet:
■
Droogtijdenklok ingesteld?
Waterkraan open? (moet open staan)
Afvoerfilter verstopt?
Teveel wasgoed in de machine? (max 2,75 kg
katoen of 1,75 kg synthetica)
Juiste droogtijd ingesteld?
■
■
■
■
Kunt u de storing niet zelf opsporen of
verhelpen, raadpleegt u dan de servicedienst.
Noteer, voor u gaat telefoneren, even merk,
modelnummer en aankoopdatum van uw
machine; de servicedienst zal u er om vragen.
Mod.
..........
Ser.
Mod. ..........
Prod. No. ...........
P0042
50
Ser. No. .........
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising