Garmin | Edge® 1030 | User manual | Garmin Edge® 1030 Gebruikershandleiding

Garmin Edge® 1030 Gebruikershandleiding
EDGE 1030
®
Gebruikershandleiding
© 2017 Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen
Alle rechten voorbehouden. Volgens copyrightwetgeving mag deze handleiding niet in zijn geheel of gedeeltelijk worden gekopieerd zonder schriftelijke toestemming van Garmin. Garmin
behoudt zich het recht voor om haar producten te wijzigen of verbeteren en om wijzigingen aan te brengen in de inhoud van deze handleiding zonder de verplichting te dragen personen of
organisaties over dergelijke wijzigingen of verbeteringen te informeren. Ga naar www.garmin.com voor de nieuwste updates en aanvullende informatie over het gebruik van dit product.
Garmin , het Garmin logo, ANT+ , Auto Lap , Auto Pause , Edge , Forerunner en Virtual Partner zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen, geregistreerd in de
Verenigde Staten en andere landen. Connect IQ™, Garmin Connect™, Garmin Express™, Varia™, Varia Vision™ en Vector™ zijn handelsmerken van Garmin Ltd. of haar dochtermaatschappijen.
Deze handelsmerken mogen niet worden gebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van Garmin.
®
®
®
®
®
®
®
Android™ is een handelsmerk van Google Inc. Apple en Mac zijn handelsmerken van Apple, Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen. Het woordmerk en de logo's van
Bluetooth zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. en voor het gebruik van deze merknaam door Garmin is een licentie verkregen. The Cooper Institute , en alle gerelateerde handelsmerken, zijn
het eigendom van The Cooper Institute. Geavanceerde hartslaganalyse door Firstbeat. Di2™ en Shimano STEPS™ zijn handelsmerken van Shimano, Inc. Shimano is een geregistreerd
handelsmerk van Shimano, Inc. microSD en het microSDHC-logo zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Training Stress Score™ (TSS), Intensity Factor™ (IF) en Normalized Power™ (NP) zijn
handelsmerken van Peaksware, LLC. STRAVA en Strava™ zijn handelsmerken van Strava, Inc. Wi‑Fi is een geregistreerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance Corporation. Windows is een
geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Overige handelsmerken en merknamen zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
®
®
®
®
®
®
®
Dit product is ANT+ gecertificeerd. Ga naar www.thisisant.com/directory voor een lijst met compatibele producten en apps.
®
M/N: A03164
®
Inhoudsopgave
Inleiding........................................................................... 1
Overzicht van het toestel ............................................................ 1
Uw smartphone koppelen ........................................................... 1
Overzicht startscherm ................................................................. 1
Widgets weergeven ............................................................... 1
Het aanraakscherm gebruiken ............................................... 1
Het aanraakscherm vergrendelen .......................................... 2
Het toestel opladen ..................................................................... 2
Over de batterij ...................................................................... 2
De standaardsteun installeren .................................................... 2
De voorsteun installeren ............................................................. 2
De Edge losmaken ................................................................. 3
Satellietsignalen ontvangen ........................................................ 3
Training........................................................................... 3
Een rit maken .............................................................................. 3
Segmenten ................................................................................. 3
Strava™ segmenten .............................................................. 3
De Strava widget Segmentverkenner gebruiken .............. 3
Een segment volgen van Garmin Connect ............................ 3
Segmenten inschakelen ......................................................... 4
Tegen een segment racen ..................................................... 4
Segmentgegevens weergeven .............................................. 4
Segmentopties ....................................................................... 4
Een segment verwijderen ...................................................... 4
Workouts ..................................................................................... 4
Een workout maken ............................................................... 4
Workoutstappen herhalen ...................................................... 4
Een workout bewerken .......................................................... 5
Een workout via internet volgen ............................................. 5
Een workout beginnen ........................................................... 5
Een workout stoppen ............................................................. 5
Een workout verwijderen ........................................................ 5
De trainingsagenda .....................................................................5
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken ........................ 5
Indoortrainingen .......................................................................... 5
Uw ANT+ indoortrainer koppelen ........................................... 5
Een ANT+ indoortrainer gebruiken ........................................ 5
Weerstand instellen ........................................................... 6
Doelvermogen instellen ..................................................... 6
Intervalworkouts .......................................................................... 6
Een intervalworkout maken .................................................... 6
Een intervalworkout starten ................................................... 6
Een trainingsdoel instellen .......................................................... 6
Mijn statistieken ............................................................. 6
Prestatiemetingen ....................................................................... 6
Trainingsstatus ....................................................................... 7
Over VO2 max. indicaties ...................................................... 7
Geschat VO2 max. weergeven ......................................... 7
Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen ....................... 7
Trainingsbelasting .................................................................. 7
Een schatting van uw trainingsbelasting weergeven ........ 8
Hersteltijd ............................................................................... 8
Uw hersteltijd bekijken ...................................................... 8
Uw FTP-waarde schatten ...................................................... 8
Een FTP-test uitvoeren ..................................................... 8
Uw FTP-waarde automatisch berekenen .......................... 8
Uw stressscore weergeven .................................................... 8
Prestatiemeldingen uitschakelen ........................................... 9
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren ................. 9
Persoonlijke records ................................................................... 9
Uw persoonlijke records weergeven ...................................... 9
Een persoonlijk record terugzetten ........................................ 9
Een persoonlijk record verwijderen ........................................ 9
Inhoudsopgave
Trainingszones ........................................................................... 9
Navigatie......................................................................... 9
Locaties ...................................................................................... 9
Uw locatie markeren .............................................................. 9
Locaties opslaan vanaf de kaart ............................................ 9
Naar een locatie navigeren .................................................... 9
Terug naar startlocatie navigeren .......................................... 9
Stoppen met navigeren ........................................................ 10
Locaties bewerken ............................................................... 10
Een locatie verwijderen ........................................................ 10
Een locatie projecteren ........................................................ 10
Koersen .................................................................................... 10
Een koers plannen en volgen .............................................. 10
Een koers volgen vanaf Garmin Connect ............................ 10
Een rondrit maken en volgen ............................................... 10
Tips voor trainen met koersen ............................................. 11
Koersgegevens weergeven ................................................. 11
Een koers op de kaart weergeven .................................. 11
Een koers stoppen ............................................................... 11
Een koers verwijderen ......................................................... 11
Koersopties .......................................................................... 11
Kaartinstellingen ....................................................................... 11
De oriëntatie van de kaart wijzigen ...................................... 11
Route-instellingen ..................................................................... 11
Een activiteit selecteren voor routeberekening .................... 11
Connected functies ...................................................... 12
Bluetooth connected functies ................................................... 12
Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw activiteit ........... 12
Een GroupTrack sessie starten ........................................... 12
Tips voor GroupTrack sessies ........................................ 12
Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel ........ 13
Ongevaldetectie ................................................................... 13
Ongevaldetectie instellen ................................................ 13
Uw contacten voor noodgevallen weergeven ................. 13
Ongevaldetectie in- en uitschakelen ............................... 13
Een automatisch bericht annuleren ................................ 13
Een statusupdate verzenden na een ongeval ................. 13
Wi‑Fi connected functies .......................................................... 13
Een draadloze Wi‑Fi verbinding instellen ............................ 13
Wi‑Fi instellingen .................................................................. 13
Draadloze sensoren ..................................................... 14
De snelheidsensor installeren .................................................. 14
De cadanssensor installeren .................................................... 14
Snelheid- en cadanssensors ............................................... 14
Gegevens middelen voor cadans of vermogen ................... 14
De hartslagmeter aanbrengen .................................................. 14
Uw hartslagzones instellen .................................................. 15
Hartslagzones ................................................................. 15
Fitnessdoelstellingen ....................................................... 15
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens ......................... 15
De draadloze sensoren koppelen ............................................. 15
Trainen met vermogensmeters ................................................. 15
Uw vermogenszones instellen ............................................. 15
De vermogensmeter kalibreren ............................................ 16
Vermogen in de pedalen ...................................................... 16
Fietsdynamica ...................................................................... 16
Fietsdynamica gebruiken ................................................ 16
De Vector software bijwerken met het Edge toestel ............ 16
Omgevingsbewustzijn ............................................................... 16
Elektronische schakelsystemen gebruiken ............................... 16
Een eBike gebruiken ................................................................ 16
Details van de eBike sensor weergeven .............................. 16
Geschiedenis................................................................ 17
Uw rit weergeven ...................................................................... 17
Uw tijd in elke trainingszone weergeven .............................. 17
i
Gegevenstotalen weergeven ............................................... 17
Een rit verwijderen .................................................................... 17
Garmin Connect ........................................................................ 17
Uw rit verzenden naar Garmin Connect ............................... 17
Gegevensopslag ....................................................................... 17
Gegevensbeheer ...................................................................... 18
Het toestel aansluiten op uw computer ................................ 18
Bestanden overbrengen naar uw toestel ............................. 18
Bestanden verwijderen ........................................................ 18
De USB-kabel loskoppelen .................................................. 18
Uw toestel aanpassen.................................................. 18
Connect IQ functies die u kunt downloaden ............................. 18
Profielen ....................................................................................18
Uw gebruikersprofiel instellen .............................................. 18
Over trainingsinstellingen ......................................................... 18
Uw activiteitenprofiel bijwerken ............................................ 18
Een gegevensscherm toevoegen ........................................ 19
Een gegevensscherm bewerken ......................................... 19
Volgorde van gegevensschermen wijzigen ......................... 19
De satellietinstelling wijzigen ............................................... 19
Waarschuwingen ................................................................. 19
Bereikwaarschuwingen instellen ..................................... 19
Een terugkerende waarschuwing instellen ..................... 20
Auto Lap ............................................................................... 20
Ronden op positie markeren ........................................... 20
Ronden op afstand markeren ......................................... 20
Ronden op tijd markeren ................................................. 20
Automatische slaapstand gebruiken .................................... 20
Auto Pause gebruiken ......................................................... 20
Auto Scroll gebruiken ........................................................... 20
De timer automatisch starten ............................................... 20
Telefooninstellingen .................................................................. 20
Systeeminstellingen .................................................................. 21
Scherminstellingen ............................................................... 21
Instellingen voor gegevens vastleggen ................................ 21
De maateenheden wijzigen ................................................. 21
De toesteltonen in- en uitschakelen ..................................... 21
De taal van het toestel wijzigen ........................................... 21
Tijdzones .............................................................................. 21
De modus Extra scherm instellen ............................................. 21
De modus Extra scherm afsluiten ........................................ 21
Toestelgegevens weergeven .................................................... 24
De software bijwerken via Garmin Connect Mobile .................. 24
De software bijwerken via Garmin Express .............................. 24
Productupdates .........................................................................24
Meer informatie ......................................................................... 24
Appendix....................................................................... 24
Gegevensvelden ....................................................................... 24
Standaardwaarden VO2 Max. .................................................. 27
FTP-waarden ............................................................................ 27
Berekeningen van hartslagzones ............................................. 27
Wielmaat en omvang ................................................................ 27
Blootstelling aan RF-straling ..................................................... 28
Index.............................................................................. 29
Toestelinformatie......................................................... 21
Specificaties .............................................................................. 21
Edge specificaties ................................................................ 21
Specificaties van de hartslagmeter ...................................... 22
Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor ....... 22
Toestelonderhoud ..................................................................... 22
Het toestel schoonmaken .................................................... 22
Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden .................. 22
Een geheugenkaart installeren ................................................. 22
Door de gebruiker vervangbare batterijen ................................ 22
De batterij van de hartslagmeter vervangen ........................ 22
De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
vervangen ............................................................................ 23
Problemen oplossen.................................................... 23
Het toestel herstellen ................................................................ 23
Standaardinstellingen herstellen .......................................... 23
Gebruikersgegevens en instellingen wissen ........................ 23
Levensduur van de batterijen maximaliseren ........................... 23
De modus Batterijbesparing inschakelen ............................ 23
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren ............................ 23
De hoogte instellen ................................................................... 23
Temperatuurmetingen .............................................................. 23
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal gebruikt ...................... 24
Vervangende O-ringen ............................................................. 24
ii
Inhoudsopgave
Inleiding
Als het toestel is gekoppeld, wordt een bericht weergegeven en
synchroniseert uw toestel automatisch met uw smartphone.
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
Raadpleeg altijd een arts voordat u een trainingsprogramma
begint of wijzigt.
Overzicht van het toestel
Overzicht startscherm
Vanuit het startscherm hebt u snel toegang tot alle functies van
het Edge toestel.
Selecteer om een rit te maken.
Gebruik de pijlen om uw activiteitenprofiel te wijzigen.
Navigatie
Selecteer om een locatie te markeren, locaties te
zoeken en een koers te maken of te navigeren.
Training
Selecteer om uw segmenten, workouts en andere trainingsopties te openen.
Geschiedenis Selecteer om uw vorige ritten en totalen weer te geven.
Mijn statistiek. Selecteer om uw prestatiemeters, persoonlijke records
en gebruikersprofiel weer te geven.
Selecteer om connected functies en instellingen weer te
geven.
Selecteer om uw Connect IQ™ apps, widgets en gegevensvelden weer te geven.
Widgets weergeven
Uw toestel wordt geleverd met diverse vooraf geïnstalleerde
widgets, en als u uw toestel koppelt met een smartphone of
ander compatibel toestel, zijn er nog meer widgets beschikbaar.
1 Veeg in het startscherm omlaag vanaf de bovenkant van het
scherm.
Selecteer om het toestel in de slaapstand te
zetten of eruit te halen.
Houd ingedrukt om het toestel in of uit te
schakelen en het aanraakscherm te vergrendelen.
À
Á
Selecteer deze knop als u een nieuwe ronde
wilt markeren.
Â
Selecteer deze knop om de activiteiten-timer te
starten of te stoppen.
Ã
Kaartuitsparing
Plaats een optionele microSD kaart.
(onder de deksel)
Ä
Elektronische
contactpunten
®
U kunt opladen met een Edge extern
batterijpak.
OPMERKING: Ga naar buy.garmin.com als u optionele
accessoires wilt kopen.
Uw smartphone koppelen
Om gebruik te maken van de connected functies van het Edge
toestel moet het direct via de Garmin Connect™ Mobile app
worden gekoppeld, in plaats van via de Bluetooth instellingen
op uw smartphone.
1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
uw telefoon installeren en openen.
ingedrukt om het toestel in te schakelen.
2 Houd
De eerste keer dat u het toestel inschakelt, stelt u de taal van
het toestel in. In het volgende scherm wordt u gevraagd een
koppeling tot stand te brengen met uw smartphone.
TIP: Veeg op het startscherm omlaag naar de
instellingenwidget en selecteer Telefoon > Koppel
smartphone om handmatig naar de koppelmodus te gaan.
3 Selecteer een optie om uw toestel toe te voegen aan uw
Garmin Connect account:
• Als dit het eerste toestel is dat u koppelt met de Garmin
Connect Mobile app, volgt u de instructies op het scherm.
• Als u reeds een toestel hebt gekoppeld met de Garmin
Connect Mobile app, selecteert u in het menu
of
Garmin toestellen > Voeg toestel toe, en volgt u de
instructies op het scherm.
®
Inleiding
De instellingenwidget wordt weergegeven. Een knipperend
pictogram betekent dat het toestel aan het zoeken is. U kunt
elk pictogram selecteren om de instellingen te wijzigen.
2 Veeg naar links of rechts om meer widgets te bekijken.
Als u de volgende keer naar beneden veegt op de widgets te
bekijken, wordt de laatst bekeken widget weergegeven.
Het aanraakscherm gebruiken
• Tik op het scherm wanneer de timer loopt om de timeroverlay weer te geven.
Met de timer-overlay kunt u teruggaan naar het startscherm
tijdens een rit.
• Selecteer
om terug te keren naar het startscherm.
• Veeg of selecteer de pijlen om te bladeren.
• Selecteer
om terug te keren naar de vorige pagina.
• Selecteer
om uw wijzigingen op te slaan en de pagina te
sluiten.
• Selecteer om de pagina te sluiten en terug te keren naar
de vorige pagina.
• Selecteer om nabij een locatie te zoeken.
• Selecteer om een item te verwijderen.
• Selecteer voor meer informatie.
1
Het aanraakscherm vergrendelen
U kunt het scherm vergrendelen om te voorkomen dat u per
ongeluk op het scherm tikt en functies activeert.
• Houd
ingedrukt en selecteer Vergr. scherm.
• Selecteer
tijdens een activiteit.
Het toestel opladen
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
Het toestel wordt van stroom voorzien met een ingebouwde
lithium-ionbatterij die u kunt opladen via een standaard
stopcontact of een USB-poort op uw computer.
OPMERKING: Opladen is alleen mogelijk binnen het
goedgekeurde temperatuurbereik (Edge specificaties,
pagina 21).
1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een netadapter
of een USB-poort van een computer.
4 Sluit de netadapter aan op een standaard stopcontact.
Als u het toestel op een voedingsbron aansluit, wordt het
toestel ingeschakeld.
5 Laad het toestel volledig op.
3 Plaats de fietssteun op de stuurpen.
4 Bevestig de fietssteun stevig met de twee banden Á.
5 Breng de lipjes aan de achterzijde van het toestel in lijn met
de inkepingen op de fietssteun Â.
6 Duw iets omlaag en draai het toestel met de klok mee totdat
het vastklikt.
De voorsteun installeren
1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het Edge toestel
te plaatsen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
brengt.
2 Gebruik de inbussleutel om de schroef À te verwijderen uit
de stuurklem Á.
Over de batterij
WAARSCHUWING
Dit toestel bevat een lithium-ionbatterij. Lees de gids Belangrijke
veiligheids- en productinformatie in de verpakking voor
productwaarschuwingen en andere belangrijke informatie.
De standaardsteun installeren
Voor optimale GPS-ontvangst plaatst u de fietssteun zodanig
dat de voorzijde van het toestel op de lucht is gericht. U kunt de
fietssteun op de stuurpen of op de stuurstang plaatsen.
1 Selecteer een geschikte en veilige plek om het toestel te
bevestigen zonder dat dit uw veiligheid op de fiets in gevaar
brengt.
2 Plaats de rubberen schijf À op de achterzijde van de
fietssteun.
Er zijn twee rubberen schijven inbegrepen. Kies de schijf die
het beste bij uw fiets past. De rubberen lipjes zijn in lijn met
de achterzijde van de fietssteun, zodat deze op zijn plaats
blijft.
2
3 Plaats het rubberen kussentje rond het stuur:
• Gebruik het dikke kussentje als de diameter van het stuur
25,4 mm is.
• Gebruik het dunne kussentje als de diameter van het stuur
31,8 mm is.
4 Plaats de stuurklem rond het rubberen kussentje.
5 Plaats de schroef terug en draai deze aan.
OPMERKING: Garmin raadt u aan de schroef vast te
draaien tot de steun goed vastzit, tot het maximale moment
van 0,8 Nm (7 lbf-inch). Controleer regelmatig of de schroef
goed vast zit.
6 Breng de lipjes aan de achterzijde van het Edgetoestel in lijn
met de inkepingen op de fietssteun Â.
®
Inleiding
7 Tik zo nodig op het scherm om de timer-overlay weer te
geven.
8 Selecteer om de activiteiten-timer te stoppen.
TIP: Voordat u deze rit opslaat en deelt op uw Garmin
Connect account, kunt u het rittype wijzigen. Nauwkeurige
rittypegegevens zijn belangrijk voor het kiezen van
fietsvriendelijke routes.
9 Selecteer Bewaar rit.
10 Selecteer .
Segmenten
7 Duw het Edge toestel iets omlaag en draai het rechtsom
totdat het toestel vastklikt.
De Edge losmaken
1 Draai de Edge rechtsom om het toestel te ontgrendelen.
2 Til de Edge van de steun.
Satellietsignalen ontvangen
Het toestel dient mogelijk vrij zicht op de satellieten te hebben
om satellietsignalen te kunnen ontvangen. De tijd en datum
worden automatisch ingesteld op basis van uw GPS-positie.
1 Ga naar buiten naar een open gebied.
De voorzijde van het toestel moet naar de lucht zijn gericht.
2 Wacht terwijl het toestel satellieten zoekt.
Het kan 30 tot 60 seconden duren voordat satellietsignalen
worden gevonden.
Training
Een rit maken
Als bij uw toestel een ANT+ sensor is meegeleverd, zijn de
toestellen al gekoppeld en kunnen ze bij eerste installatie
worden geactiveerd.
ingedrukt om het toestel in te schakelen.
1 Houd
2 Ga naar buiten en wacht tot het toestel satellieten heeft
gevonden.
De satellietbalken worden groen als het toestel gereed is.
3 Selecteer vanuit het startscherm of en selecteer een
activiteitenprofiel.
4 Selecteer .
5 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
®
Een segment volgen: U kunt segmenten vanuit uw Garmin
Connect account verzenden naar uw toestel. Nadat het
segment is opgeslagen op uw toestel, kunt u het segment
volgen.
OPMERKING: Wanneer u een koers downloadt vanaf uw
Garmin Connect account, worden alle segmenten in de koers
automatisch gedownload.
Tegen een segment racen: U kunt tegen een segment racen
en proberen om uw persoonlijke record of andere fietsers die
het segment hebben gereden te evenaren of te overtreffen.
Strava™ segmenten
U kunt Strava segmenten downloaden op uw Edge 1030 toestel.
Volg Strava segmenten om uw prestaties te vergelijken met uw
prestaties in vorige ritten en die van vrienden en profs die
hetzelfde segment hebben gereden.
Als u zich wilt aanmelden voor Strava lidmaatschap, gaat u naar
de widget Segmenten in uw Garmin Connect account. Ga voor
meer informatie naar www.strava.com.
De informatie in deze handleiding is van toepassing op zowel
Garmin Connect segmenten als Strava segmenten.
De Strava widget Segmentverkenner gebruiken
Met de Strava widget Segmentverkenner kunt u Strava
segmenten in de buurt bekijken en afleggen.
1 Selecteer een segment in de Strava widget
Segmentverkenner..
2 Selecteer een optie.
• Selecteer om het segment te starten in uw Strava
account.
• Selecteer Download > Rijden om een segment op uw
toestel te downloaden en te rijden.
• Selecteer Rijden om een gedownload segment te rijden.
3 Selecteer of om uw segmenttijden, de beste
segmenttijden van uw vrienden en de tijd van de
segmentleider te bekijken.
Een segment volgen van Garmin Connect
OPMERKING: De geschiedenis wordt alleen vastgelegd als
de activiteiten-timer is gestart.
6 Veeg naar links of rechts om meer gegevensschermen te
bekijken.
U kunt omlaag vegen vanaf de bovenkant van de
gegevensschermen om de widgets weer te geven.
Training
Voordat u een segment kunt downloaden van Garmin Connect
en volgen, moet u beschikken over een Garmin Connect
account (Garmin Connect, pagina 17).
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
OPMERKING: Wanneer u Strava segmenten gebruikt,
worden uw favoriete segmenten automatisch overgebracht
naar uw toestel als dit is verbonden met Garmin Connect
Mobile of uw computer.
2 Ga naar connect.garmin.com.
3 Maak een nieuw segment of kies een bestaand segment.
4 Selecteer Verzend naar toestel.
5 Koppel het toestel los en schakel het in.
6 Selecteer Training > Segmenten.
7 Selecteer het segment.
8 Selecteer Kaart > Rijden.
3
Segmenten inschakelen
Segmentopties
U kunt segmentraces en meldingen die u waarschuwen als u
segmenten nadert inschakelen.
1 Selecteer Training > Segmenten.
2 Selecteer een segment.
3 Selecteer Schakel in.
OPMERKING: Meldingen die u waarschuwen als u
segmenten nadert, worden alleen weergegeven voor
ingeschakelde segmenten.
Selecteer Training > Segmenten > .
Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
of uit.
Inspanning autom. kiezen: Activeert of deactiveert de
automatische aanpassing van uw doelen op basis van uw
huidige prestaties.
Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen segmenten op naam
zoeken.
Schakel in/uit: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
segmenten in- of uitschakelen.
Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen segmenten
van het toestel verwijderen.
Tegen een segment racen
Segmenten zijn virtuele raceparkoersen. U kunt racen tegen een
segment en uw prestaties vergelijken met uw eerdere prestaties,
of met die van andere fietsers, connecties in uw Garmin
Connect account of andere leden van de fietscommunity. U kunt
uw activiteitgegevens uploaden naar uw Garmin Connect om uw
segmentpositie te bekijken.
OPMERKING: Als uw Garmin Connect account en Strava
account zijn gekoppeld, wordt uw activiteit automatisch
verzonden naar uw Strava account, zodat u uw segmentpositie
kunt bekijken.
1 Selecteer om de activiteiten-timer te starten en maak een
rit.
Als u een ingeschakeld segment tegenkomt, kunt u racen
tegen het segment.
2 Start met racen tegen het segment.
Het segmentgegevensscherm verschijnt automatisch.
Een segment verwijderen
1 Selecteer Training > Segmenten.
2 Selecteer een segment.
3 Selecteer > .
Workouts
U kunt aangepaste workouts maken met doelen voor elke
workoutstap en voor verschillende afstanden, tijden en
calorieën. U kunt workouts maken met behulp van Garmin
Connect en die overbrengen naar uw toestel. Het is ook
mogelijk een workout direct op uw toestel te maken en op te
slaan.
U kunt workouts plannen met behulp van Garmin Connect. U
kunt workouts van tevoren plannen en ze opslaan in het toestel.
Een workout maken
1 Selecteer Training > Workouts > Maak nieuw.
2 Voer de naam van een workout in en selecteer .
3 Selecteer Staptype om het type workoutstap te specificeren.
3 Selecteer indien nodig
of om uw doel tijdens de race te
wijzigen.
U kunt racen tegen de groepsaanvoerder, uw eerdere
prestaties of andere fietsers (indien van toepassing). Het doel
wordt automatisch aangepast op basis van uw huidige
prestaties.
Als het segment is voltooid, wordt een bericht weergegeven.
Segmentgegevens weergeven
1 Selecteer Training > Segmenten.
2 Selecteer een segment.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Kaart om het segment op de kaart weer te
geven.
• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van het segment
weer te geven.
• Selecteer Klassement om de rijtijden en de gemiddelde
snelheid van de segmentaanvoerder, groepsaanvoerder
of uitdager, van andere fietsers (indien van toepassing) en
uw persoonlijke beste tijd en gemiddelde snelheid weer te
geven.
TIP: U kunt een klassementscore selecteren om het
racedoel voor uw segment te wijzigen.
4
Selecteer bijvoorbeeld Rust om de stap als een rustronde te
gebruiken.
Tijdens een rustronde blijft de timer doorlopen en worden
gegevens vastgelegd.
4 Selecteer Tijdsduur om op te geven hoe de stap zal worden
gemeten.
Selecteer bijvoorbeeld Afstand om de stap te laten eindigen
na een bepaalde afstand.
Voer
indien nodig een aangepaste waarde in voor de duur.
5
6 Selecteer Doel om uw doel voor de stap te kiezen.
Selecteer bijvoorbeeld Hartslagzone als u een consistente
hartslag wilt houden gedurende de stap.
7 Selecteer zo nodig een doelzone of voer een aangepast
bereik in.
U kunt bijvoorbeeld een hartslagzone invoeren. Steeds
wanneer de opgegeven waarde voor hartslag wordt
overschreden of juist niet wordt bereikt, geeft het toestel een
pieptoon en wordt er een bericht weergegeven.
8 Selecteer om de stap op te slaan.
9 Selecteer Voeg stap toe om extra stappen toe te voegen
aan de workout.
10 Selecteer om de workout op te slaan.
Workoutstappen herhalen
Voordat u een workoutstap kunt herhalen, moet u een workout
met ten minste één stap maken.
1 Selecteer Voeg stap toe.
2 Selecteer Staptype.
Training
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Herhaal als u een stap een of meer keren wilt
herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap van 5 mijl tien keer
herhalen.
• Selecteer Herhaal tot als u een stap gedurende een
bepaalde tijd wilt herhalen. U kunt bijvoorbeeld een stap
van 5 mijl gedurende 60 minuten herhalen of totdat uw
hartslag 160 bpm (slagen per minuut) bedraagt.
4 Selecteer Terug naar stap en selecteer een stap die u wilt
herhalen.
5 Selecteer om de stap op te slaan.
Een workout bewerken
1 Selecteer Training > Workouts.
2 Selecteer een workout.
3 Selecteer .
4 Selecteer een stap en selecteer Bewerk stap.
5 Wijzig de kenmerken van de stap en selecteer
6 Selecteer om de workout op te slaan.
.
Een workout via internet volgen
Voordat u een workout kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 17).
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com.
3 Maak een workout en sla deze op.
4 Selecteer Verzend naar toestel en volg de instructies op het
scherm.
5 Koppel het toestel los.
Een workout beginnen
1 Selecteer Training > Workouts.
2 Selecteer een workout.
3 Selecteer Rijden.
Nadat een workout is gestart, geeft het toestel de verschillende
stappen van de workout, het doel (indien ingesteld) en de
huidige workoutgegevens weer. U hoort een geluidssignaal
wanneer u op het punt staat een stap in de workout te voltooien.
Er wordt een bericht weergegeven waarin de tijd of afstand tot
de nieuwe stap wordt afgeteld.
Een workout stoppen
• U kunt op elk moment
selecteren om een workoutstap te
beëindigen en te beginnen met de volgende stap.
• U kunt op elk moment naar boven vegen vanaf de onderkant
van het scherm en vervolgens Herstart stap selecteren om
een workoutstap te beëindigen en te herstarten.
• U kunt op elk moment
selecteren om de activiteiten-timer
te stoppen.
• U kunt op elk moment vanaf de bovenkant van het scherm
naar beneden vegen en op de bedieningswidget Stop
workout >
selecteren om de workout te beëindigen.
Een workout verwijderen
1 Selecteer Training > Workouts.
2 Selecteer een workout.
3 Selecteer > > .
De trainingsagenda
De trainingsagenda op uw toestel is een uitbreiding van de
trainingsagenda of het trainingsschema dat u hebt ingesteld in
Garmin Connect. Nadat u workouts hebt toegevoegd aan de
Garmin Connect agenda kunt u ze naar uw toestel verzenden.
Alle geplande workouts die naar het toestel worden verzonden,
Training
worden in de trainingsagenda op datum weergegeven. Als u een
dag selecteert in de trainingsagenda, kunt u de workout
weergeven of uitvoeren. De geplande workout blijft aanwezig op
uw toestel, ongeacht of u deze voltooit of overslaat. Als u
geplande workouts verzendt vanaf Garmin Connect, wordt de
bestaande trainingsagenda overschreven.
Garmin Connect trainingsplannen gebruiken
Voordat u een trainingsplan kunt downloaden van Garmin
Connect, moet u beschikken over een Garmin Connect account
(Garmin Connect, pagina 17).
U kunt in Garmin Connect zoeken naar een trainingsplan,
workouts en koersen plannen, en plannen downloaden naar uw
toestel.
1 Verbind het toestel met uw computer.
2 Ga naar www.garminconnect.com.
3 Selecteer en plan een trainingsplan.
4 Bekijk het trainingsplan in uw agenda.
5 Selecteer en volg de instructies op het scherm.
Indoortrainingen
Het toestel bevat een indooractiviteitenprofiel als GPS is
uitgeschakeld. U kunt GPS uitschakelen bij indoortrainingen of
om batterijvermogen te sparen.
OPMERKING: Wijzigingen in de GPS-instelling worden
opgeslagen in het activiteitenprofiel.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer GPS-modus > Uit.
Als GPS is uitgeschakeld, zijn er geen snelheids- en
afstandsgegevens beschikbaar, tenzij u over een
compatibele sensor of indoortrainer beschikt die deze
gegevens naar het toestel verzendt.
Uw ANT+ indoortrainer koppelen
1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de ANT+
indoortrainer.
2 Selecteer Training > Indoortrainer > Koppel ANT+
fietstrainer.
3 Selecteer de indoortrainer om deze met uw toestel te
koppelen.
4 Selecteer Voeg toe.
Zodra de indoortrainer met uw toestel is gekoppeld, wordt de
indoortrainer weergegeven als aangesloten sensor. U kunt
uw gegevensvelden aanpassen om sensorgegevens weer te
geven.
Een ANT+ indoortrainer gebruiken
Voordat u een compatibele ANT+ indoortrainer kunt gebruiken,
moet u uw fiets op de trainer installeren en deze koppelen met
uw toestel (Uw ANT+ indoortrainer koppelen, pagina 5).
U kunt uw toestel met een indoortrainer gebruiken om
weerstand te simuleren terwijl u een koers, activiteit of workout
volgt. GPS is automatisch uitgeschakeld, als u een indoortrainer
gebruikt.
1 Selecteer Training > Indoortrainer.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Volg een koers om een opgeslagen koers te
volgen (Koersen, pagina 10).
• Selecteer Volg een activiteit om een opgeslagen rit te
volgen (Een rit maken, pagina 3).
• Selecteer Volg een workout om een krachtraining te
volgen die u hebt gedownload via uw Garmin Connect
account (Workouts, pagina 4).
Selecteer
een koers, activiteit of workout.
3
5
4 Selecteer Rijden.
5 Selecteer een activiteitenprofiel.
6 Selecteer om de timer te starten.
De trainer verhoogt of verlaagt de weerstand op basis van de
hoogtegegevens van de koers of rit.
Weerstand instellen
1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel weerstand in.
2 Stel het weerstandsniveau van de trainer in.
3 Selecteer een activiteitenprofiel.
4 Begin met trappen.
5 U kunt zo nodig het weerstandsniveau tijdens uw activiteit
aanpassen.
Doelvermogen instellen
1 Selecteer Training > Indoortrainer > Stel doelvermogen
in.
2 Stel het doelvermogen in.
3 Selecteer een activiteitenprofiel.
4 Begin met trappen.
Het weerstandsniveau van de trainer wordt aangepast om
een constant vermogen te leveren op basis van uw snelheid.
U
kunt zo nodig het doelvermogen tijdens uw activiteit
5
aanpassen.
Intervalworkouts
U kunt intervalworkouts maken op basis van afstand of tijd. Het
toestel slaat uw aangepaste intervalworkouts op totdat u een
nieuwe intervalworkout maakt. U kunt een interval met een open
einde gebruiken wanneer u een bekende afstand aflegt. Als u
selecteert, neemt het toestel een interval op en last daarna
een rustinterval in.
Een intervalworkout maken
1 Selecteer Training > Intervallen > Wijzig > Intervallen >
2
3
4
5
6
7
Type.
Selecteer Afstand, Tijd of Open.
TIP: U kunt een interval met een open einde maken door het
type in te stellen op Open.
Voer indien nodig een afstands- of tijdsinterval voor de
workout in en selecteer .
Selecteer Rust.
Selecteer Afstand, Tijd of Open.
Voer indien nodig een waarde in voor de afstand of tijd van
het rustinterval en selecteer .
Selecteer een of meer opties:
• Selecteer Herhaal om het aantal herhalingen in te stellen.
• Selecteer Warm-up > Aan om een warming-up met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
• Selecteer Cooldown > Aan om een coolingdown met een
open einde toe te voegen aan uw workout.
Een intervalworkout starten
1 Selecteer Training > Intervallen > Start workout.
2 Selecteer om de timer te starten.
3 Als uw intervalworkout een warming-up heeft, selecteert u
om aan het eerste interval te beginnen.
4 Volg de instructies op het scherm.
Wanneer u alle intervallen hebt voltooid, verschijnt er een
bericht.
Een trainingsdoel instellen
De functie Trainingsdoel werkt samen met de functie Virtual
Partner zodat u kunt trainen op afstand, afstand en tijd of
®
6
afstand en snelheid. Tijdens uw trainingsactiviteit geeft het
toestel u real-time feedback over hoe ver u bent gevorderd met
het bereiken van uw trainingsdoel.
1 Selecteer Training > Stel een doel in.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen afstand om een vooraf ingestelde
afstand te selecteren of voer een aangepaste afstand in.
• Selecteer Afstand en tijd om een afstands- en tijdsdoel te
selecteren.
• Selecteer Afstand en snelheid om een afstand en
snelheid te selecteren.
Het trainingsdoelscherm wordt weergegeven met uw
geschatte finishtijd. De geschatte finishtijd is gebaseerd op
uw huidige prestaties en de resterende tijd.
3 Selecteer .
4 Selecteer om de activiteiten-timer te starten.
5 Blader zo nodig om het Virtual Partner scherm te bekijken.
6 Selecteer > Bewaar rit nadat u uw activiteit hebt voltooid.
Mijn statistieken
Het Edge 1030 toestel kan uw persoonlijke statistieken
bijhouden en prestatiemetingen berekenen. Voor
prestatiemetingen is een compatibele hartslagmeter of
vermogensmeter vereist.
Prestatiemetingen
Deze prestatiemetingen zijn schattingen die u kunnen helpen
om uw trainingsactiviteiten en hardloopprestaties te volgen en te
analyseren. Voor deze metingen zijn enkele activiteiten met
polshartslagmeting of een compatibele hartslagmeter met
borstband vereist. Voor fietsprestatiemetingen is een
hartslagmeter en een vermogensmeter vereist.
Deze waarden worden geleverd en ondersteund door Firstbeat.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com/physio.
OPMERKING: De schattingen lijken In eerste instantie mogelijk
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
Trainingsstatus: Trainingsstatus geeft het effect van uw
training op uw fitness en prestaties aan. Uw trainingsstatus is
gebaseerd op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2
max. gedurende langere tijd.
VO2 max.: VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in
milliliter) dat u kunt verbruiken per minuut, per kilo
lichaamsgewicht tijdens maximale inspanning.
Hersteltijd: Hersteltijd geeft aan hoeveel tijd u nodig hebt om
volledig te herstellen en te kunnen beginnen aan uw
volgende hardlooptraining.
Trainingsbelasting: Trainingsbelasting is het totaal van uw
extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess PostMijn statistieken
exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen 7
dagen. EPOC is een schatting van de hoeveelheid energie
die uw lichaam nog heeft om te herstellen na een inspanning.
HSV stresstest: De HSV stresstest (hartslagvariaties) vereist
een Garmin hartslagmeter met borstband. Het toestel
registreert uw hartslagvariaties terwijl u 3 minuten stilstaat.
Het geeft uw algehele stressniveau aan. De schaal loopt van
1 tot 100 en een lagere score geeft een lager stressniveau
aan.
Prestatieconditie: Uw prestatieconditie is een real-time
conditiemeting die wordt vastgelegd na 6 tot 20 minuten van
activiteit. De meting kan worden toegevoegd als een
gegevensveld, zodat u uw prestatieconditie tijdens de rest
van uw activiteit kunt bekijken. Bij het meten van uw
prestatieconditie wordt uw real-time conditie vergeleken met
uw gemiddelde fitnessniveau.
FTP (Functional Threshold Power): Het toestel gebruikt uw
gebruikersprofiel uit de basisinstellingen om uw FTP te
schatten. Voor een nauwkeuriger schatting kunt u een FTPtest uitvoeren.
Trainingsstatus
Trainingsstatus geeft het effect van uw training op uw
fitnessniveau en prestaties aan. Uw trainingsstatus is gebaseerd
op wijzigingen in uw trainingsbelasting en VO2 max. gedurende
langere tijd. Met behulp van uw trainingsstatus kunt u
toekomstige trainingen plannen en uw fitnessniveau blijven
verbeteren.
Piek: Pieken betekent dat uw wedstrijdconditie optimaal is. Door
de onlangs verlaagde trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen en eerdere trainingen volledig verwerken. U moet
vooruit plannen, want u kunt deze piekstatus maar kort
handhaven.
Productief: Met de huidige trainingsbelasting gaan uw
fitnessniveau en prestaties de goede kant op. U moet
herstelperioden inlassen in uw training om uw fitnessniveau
te handhaven.
Aanhouden: Uw huidige trainingsniveau is voldoende om uw
fitnessniveau te handhaven. Als u verbetering wilt zien, moet
u proberen meer variatie aan te brengen in uw workouts of
uw trainingsvolume te verhogen.
Herstel: Door de lichtere trainingsbelasting kan uw lichaam zich
herstellen, wat essentieel is tijdens lange perioden waarin u
hard traint. U kunt de trainingsbelasting weer verhogen
wanneer u voelt dat u er klaar voor bent.
Niet productief: Uw trainingsbelasting is in orde, maar uw
fitnessniveau daalt. Mogelijk lukt het uw lichaam niet om te
herstellen. Daarom is het aan te raden uw algemene
gezondheid (stress, voeding en rust) in de gaten te houden.
Onttrainen: Er is sprake van onttraining wanneer u gedurende
een week of langer veel minder traint dan gebruikelijk en dit
invloed heeft op uw fitnessniveau. U kunt proberen uw
trainingsbelasting te verhogen om de situatie te verbeteren.
Te intensief: Uw trainingsbelasting is zeer hoog en werkt
averechts. Uw lichaam heeft rust nodig. Gun uzelf de tijd om
te herstellen door lichtere trainingen toe te voegen aan uw
schema.
Geen status: Het toestel heeft een of twee weken aan
trainingshistorie nodig, inclusief activiteiten met VO2 max.
resultaten van hardlopen of fietsen, om uw trainingsstatus te
bepalen.
Over VO2 max. indicaties
VO2 max. is het maximale zuurstofvolume (in milliliter) dat u
kunt verbruiken per minuut, per kilo lichaamsgewicht tijdens
maximale inspanning. In eenvoudige bewoordingen: VO2 max.
is een indicatie van atletische prestaties, die meegroeit met uw
fitnessniveau. Waarden voor geschat VO2 max. worden
geleverd en ondersteund door Firstbeat. U kunt uw Garmin
Mijn statistieken
toestel gekoppeld met een compatibele hartslagmeter en
vermogensmeter gebruiken voor weergave van uw VO2 max.
indicatie voor fietsen.
Geschat VO2 max. weergeven
Voordat u uw geschat VO2 max. kunt weergeven, moet u de
hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter installeren en de
meters koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 15). Als de hartslagmeter is meegeleverd
met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al gekoppeld. Stel
uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel instellen, pagina 18)
en maximale hartslag (Uw hartslagzones instellen, pagina 15)
in voor de meest nauwkeurige schattingen.
OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
1 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
inspanning.
2 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
3 Selecteer Mijn statistiek. > Trainingsstatus > VO2 max..
Uw geschat VO2 max. wordt als getal en positie
weergegeven op de kleurenbalk.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Oranje
Redelijk
Rood
Slecht
Gegevens over en analyse van VO2 max. worden geleverd
met toestemming van The Cooper Institute . Raadpleeg de
appendix (Standaardwaarden VO2 Max., pagina 27), en ga
naar www.CooperInstitute.org voor meer informatie.
®
Tips voor VO2 max.-indicaties voor fietsen
Als uw rit een langdurige, tamelijk grote inspanning vergt en
hartslag en vermogen niet sterk variëren, kan de VO2 max.waarde nauwkeuriger worden berekend.
• Controleer vóór uw rit of uw toestel, hartslagmeter en
vermogensmeter goed werken, zijn gekoppeld en zijn
voorzien van een opgeladen batterij.
• Houd uw hartslag gedurende uw rit van 20 minuten op meer
dan 70% van uw maximale hartslag.
• Houd gedurende uw rit van 20 minuten uw
uitgangsvermogen tamelijk constant.
• Vermijd heuvelachtig terrein.
• Rij niet in peloton als er veel wordt gewaaierd.
Trainingsbelasting
Trainingsbelasting is een meting van uw trainingsvolume
gedurende de afgelopen zeven dagen. Dit is het totaal van een
meting van extra zuurstofverbruik na een inspanning (Excess
Post-exercise Oxygen Consumption (EPOC)) in de afgelopen
zeven dagen. De meter geeft aan of uw huidige belasting laag,
hoog of binnen het optimale bereik ligt om uw conditie te
behouden of verbeteren. Het optimale bereik wordt gebaseerd
op uw individuele conditie en trainingsgeschiedenis. Het bereik
past zich aan naarmate uw trainingstijd en intensiteit toeneemt
of afneemt.
7
Een schatting van uw trainingsbelasting weergeven
Voordat u uw geschatte trainingsbelasting kunt weergeven,
moet u de hartslagmeter omdoen, de vermogensmeter
installeren en de meters koppelen met uw toestel (De draadloze
sensoren koppelen, pagina 15). Als de hartslagmeter is
meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en de sensor al
gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw gebruikersprofiel
instellen, pagina 18) en maximale hartslag (Uw hartslagzones
instellen, pagina 15) in voor de meest nauwkeurige
schattingen.
OPMERKING: In eerste instantie lijken de schattingen mogelijk
onnauwkeurig. U moet het toestel een paar keer gebruiken
zodat het uw fietsprestaties leert begrijpen.
1 Fiets minstens één keer gedurende een periode van zeven
dagen.
2 Selecteer Mijn statistiek. > Trainingsstatus > Trainings
last.
Uw geschatte trainingsbelasting wordt als getal en positie
weergegeven op de kleurenbalk.
Oranje
Hoog
Groen
Optimaal
Blauw
Laag
Hersteltijd
U kunt uw Garmin toestel gebruiken met hartslagmeting aan de
pols of met een compatibele hartslagmeter met borstband om
de tijd weer te geven die resteert voordat u volledig bent
hersteld en klaar bent voor uw volgende intensieve workout.
OPMERKING: De aanbevolen hersteltijd is gebaseerd op uw
geschatte VO2 max. en lijkt aanvankelijk misschien
onnauwkeurig. U moet een paar activiteiten voltooien zodat het
toestel uw prestaties leert begrijpen.
De hersteltijd verschijnt direct na afloop van een activiteit. De tijd
loopt af naar het optimale moment voor een nieuwe intensieve
workout.
Uw hersteltijd bekijken
Voordat u de hersteltijdfunctie kunt gebruiken, moet u een
hartslagmeter omdoen en deze koppelen met uw toestel (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 15). Als de
hartslagmeter is meegeleverd met uw toestel, zijn het toestel en
de sensor al gekoppeld. Stel uw gebruikersprofiel (Uw
gebruikersprofiel instellen, pagina 18) en maximale hartslag
(Uw hartslagzones instellen, pagina 15) in voor de meest
nauwkeurige schattingen.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Herstel > Schakel in.
2 Maak een rit.
3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
De hersteltijd wordt weergegeven. De hersteltijd is maximaal
vier dagen, en minimaal zes uur.
Uw FTP-waarde schatten
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw functionele drempelvermogen (FTP) te schatten. Voor
een nauwkeurigere FTP-waarde kunt u een FTP-test uitvoeren
met een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (Een
FTP-test uitvoeren, pagina 8).
Selecteer Mijn statistiek. > FTP.
8
Uw geschatte FTP-waarde wordt weergegeven als een
waarde gemeten in watt per kilogram, uw geleverde
vermogen in watt en een positie op de kleurenbalk.
Paars
Voortreffelijk
Blauw
Uitstekend
Groen
Goed
Oranje
Redelijk
Rood
Ongetraind
Raadpleeg de appendix (FTP-waarden, pagina 27) voor
meer informatie.
Een FTP-test uitvoeren
Voordat u een test kunt uitvoeren om uw functionele
drempelvermogen (FTP) te bepalen, moet u beschikken over
een gekoppelde vermogensmeter en hartslagmeter (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 15).
1 Selecteer Mijn statistiek. > FTP > FTP test > Rijden.
2 Selecteer om de timer te starten.
Zodra u aan de rit begint, geeft het toestel de verschillende
stappen van de test, het doel en de huidige
vermogensgegevens weer. Als de test is voltooid, wordt een
bericht weergegeven.
3 Selecteer om de timer te stoppen.
4 Selecteer Bewaar rit.
Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
en een positie op de kleurenbalk.
Uw FTP-waarde automatisch berekenen
Voordat het toestel uw functionele drempelvermogen (FTP) kan
berekenen, moet u beschikken over een gekoppelde
vermogensmeter en hartslagmeter (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 15).
1 Selecteer Mijn statistiek. > FTP > Schakel autom.
berekenen in.
2 Fiets ten minste 20 minuten buiten met constante, hoge
inspanning.
3 Selecteer Bewaar rit na afloop van uw rit.
4 Selecteer Mijn statistiek. > FTP.
Uw FTP-waarde wordt weergegeven als een waarde
gemeten in watt per kilogram, uw geleverde vermogen in watt
en een positie op de kleurenbalk.
Uw stressscore weergeven
Voordat u uw stressscore kunt weergeven, moet u een
hartslagmeter rond de borst doen en deze koppelen met uw
toestel (De draadloze sensoren koppelen, pagina 15).
De stressscore is het resultaat van een test van drie minuten die
wordt uitgevoerd als u stil staat en waarbij het Edge toestel de
hartslagwisselingen analyseert om uw algemene stressniveau te
bepalen. Training, slaap, voeding en algemene stress
beïnvloeden allemaal de prestaties van een atleet. De
stressscore wordt aangegeven op een schaal van 1 tot 100,
waarbij 1 staat voor bijzonder weinig stress en 100 voor
bijzonder veel stress. Als u uw stressscore weet, kunt u beter
beslissen of uw lichaam klaar is voor een zware workout of
yogasessie.
Mijn statistieken
TIP: Garmin raadt u aan uw stresscore elke dag om ongeveer
dezelfde tijd en onder dezelfde omstandigheden te meten.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Stressscore > Meet.
2 Sta stil en rust 3 minuten.
Prestatiemeldingen uitschakelen
Prestatiemeldingen zijn standaard ingeschakeld. Sommige
prestatiemeldingen zijn berichten die worden weergegeven na
voltooiing van uw activiteit. Sommige prestatiemeldingen
worden weergegeven tijdens een activiteit of wanneer u een
nieuwe prestatiemeting hebt bereikt, zoals een nieuwe VO2
max. drempel.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Prestatiemeldingen.
2 Selecteer een optie.
Activiteiten en prestatiemetingen synchroniseren
U kunt activiteiten en prestatiemetingen van andere Garmin
toestellen naar uw Edge 1030 toestel synchroniseren met
behulp van uw Garmin Connect account. Zo kan uw toestel uw
trainingsstatus en fitness nauwkeuriger weergeven. U kunt
bijvoorbeeld een hardloopsessie met een Forerunner toestel
vastleggen en uw activiteitgegevens en algemene
trainingsbelasting op uw Edge 1030 toestel bekijken.
1 Open de Garmin Connect Mobile app.
of , Garmin toestellen, en
2 Selecteer in het menu
selecteer vervolgens uw toestel.
3 Selecteer Toestelinstellingen > Physio TrueUp.
Wanneer u uw toestel synchroniseert met uw smartphone,
verschijnen recente activiteiten en prestatiemetingen van uw
andere Garmin toestellen op uw Edge 1030 toestel.
®
Persoonlijke records
Bij het voltooien van een rit worden op het toestel eventuele
nieuwe persoonlijke records weergegeven die u tijdens deze rit
hebt gevestigd. Tot uw persoonlijke records behoren uw snelste
tijd over een standaardafstand, uw langste rit en de grootste
stijging tijdens een rit. Indien het toestel wordt gekoppeld met
een compatibele vermogensmeter, wordt het maximale
vermogen weergegeven dat tijdens een periode van 20 minuten
is geregistreerd.
Uw persoonlijke records weergeven
Selecteer Mijn statistiek. > Persoonlijke records.
Een persoonlijk record terugzetten
U kunt elk persoonlijk record terugzetten op de vorige waarde.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Persoonlijke records.
2 Selecteer een record om terug te zetten op de vorige waarde.
3 Selecteer Vorig record > .
OPMERKING: Opgeslagen activiteiten worden op deze
manier niet gewist.
•
•
•
•
Locaties en plaatsen zoeken (Locaties, pagina 9)
Een koers plannen (Koersen, pagina 10)
Route-instellingen (Route-instellingen, pagina 11)
Kaartinstellingen (Kaartinstellingen, pagina 11)
Locaties
U kunt op het toestel locaties vastleggen en bewaren.
Uw locatie markeren
Voordat u een locatie kunt markeren, dient u satellieten te
zoeken.
Als u oriëntatiepunten wilt onthouden of wilt terugkeren naar een
bepaald punt, markeer dan de locatie op de kaart.
1 Maak een rit.
> Markeer positie > .
2 Selecteer Navigatie >
Locaties opslaan vanaf de kaart
> Selecteer het zoekgebied >
1 Selecteer Navigatie >
Een punt op de kaart.
2 Zoek de gewenste locatie op de kaart.
3 Selecteer de locatie.
Er verschijnt informatie over de locatie boven aan de kaart.
4 Selecteer de informatie over de locatie.
5 Selecteer > .
Naar een locatie navigeren
1 Selecteer Navigatie.
2 Selecteer een optie:
• Selecteer Zoek op kaart als u naar een locatie op de
kaart wilt navigeren.
• Selecteer Zoeken om naar een nuttig punt (POI), stad,
adres, kruispunt of locatie met bekende coördinaten te
navigeren.
TIP: U kunt selecteren om uw zoekgebied te verfijnen.
• Selecteer Opgeslagen locaties om naar een opgeslagen
locatie te navigeren.
TIP: U kunt
selecteren om specifieke zoekinformatie in
te voeren.
• Selecteer Recent gevonden om te navigeren naar een
van de laatste 50 locaties die u hebt gevonden.
• Selecteer
> Selecteer het zoekgebied om uw
zoekgebied te verfijnen.
3 Selecteer een locatie.
4 Selecteer Rijden.
5 Volg de instructies op het scherm naar uw bestemming.
Een persoonlijk record verwijderen
1 Selecteer Mijn statistiek. > Persoonlijke records.
2 Selecteer een persoonlijk record.
3 Selecteer > .
Trainingszones
• Hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 15)
• Vermogenszones (Uw vermogenszones instellen,
pagina 15)
Navigatie
Navigatiefuncties en -instellingen worden ook gebruikt bij het
navigeren van koersen (Koersen, pagina 10) en segmenten
(Segmenten, pagina 3).
Navigatie
Terug naar startlocatie navigeren
Tijdens een rit kunt u op ieder gewenst moment terugkeren naar
het startpunt.
9
1 Maak een rit (Een rit maken, pagina 3).
2 Tik tijdens uw rit ergens op het scherm om de timer-overlay
weer te geven.
3 Selecteer > Navigatie > Terug naar start.
4 Selecteer Langs dezelfde route of Meest directe route.
5 Selecteer Rijden.
Het toestel navigeert terug naar het startpunt van uw rit.
Stoppen met navigeren
1 Blader naar de kaart.
2 Selecteer > .
Locaties bewerken
1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatiebalk boven in het scherm.
4 Selecteer .
5 Selecteer een kenmerk.
Selecteer bijvoorbeeld Wijzig hoogte om een bekende hoogte
voor de locatie op te geven.
Voer
de nieuwe informatie in en selecteer .
6
Een locatie verwijderen
1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
4 Selecteer > Verwijder locatie > .
3
4
5
6
Een locatie projecteren
U kunt een nieuwe locatie maken door de afstand en peiling te
projecteren vanaf een gemarkeerde locatie naar een nieuwe
locatie.
1 Selecteer Navigatie > Opgeslagen locaties.
2 Selecteer een locatie.
3 Selecteer de informatie over de locatie boven in het scherm.
4 Selecteer > Projecteer locatie.
5 Geef de afstand en de peiling op voor de geprojecteerde
locatie.
6 Selecteer .
Koersen
Een eerder vastgelegde activiteit volgen: U kunt bijvoorbeeld
een vastgelegde koers volgen omdat de route u beviel. Of u
kunt een fietsvriendelijke route naar uw werk vastleggen en
volgen.
Tegen een eerder vastgelegde activiteit racen: U kunt een
vastgelegde koers ook volgen om te proberen eerdere
prestaties op de koers te evenaren of te verbeteren. Stel
bijvoorbeeld dat u de originele koers in 30 minuten hebt
voltooid. U kunt dan nu tegen een Virtual Partner racen om te
proberen de koers in minder dan 30 minuten af te leggen.
Een bestaande rit volgen van Garmin Connect: U kunt een
koers vanuit Garmin Connect verzenden naar uw toestel.
Nadat de rit is opgeslagen op uw toestel, kunt u die koers
volgen of ertegen racen.
Een koers plannen en volgen
U kunt een aangepaste koers maken en volgen. Een koers
bestaat uit een serie via-punten of locaties die u naar uw
bestemming leidt.
1 Selecteer Navigatie > Koersen > Koers maken > Voeg
eerste locatie toe.
2 Selecteer een optie:
10
7
• Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
selecteert u Huidige locatie.
• Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
Opgeslagen en kiest u een locatie.
• Als u een locatie wilt selecteren waarnaar u onlangs hebt
gezocht, selecteert u Recent gevonden en kiest u een
locatie.
• Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
• Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
u Categorieën nuttige punten en selecteert u een nuttig
punt in de buurt.
• Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Plaatsen en
kiest u een nabijgelegen stad.
• Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Adressen en
voert u het adres in.
• Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
Kruispunten en voert u de straatnamen in.
• Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
Coördinaten en voert u de coördinaten in.
Selecteer Gebruik.
Selecteer Voeg volgende locatie toe.
Herhaal de stappen 2 tot en met 4 totdat u alle locaties voor
de route hebt geselecteerd.
Selecteer Bekijk kaart.
Het toestel berekent uw route en vervolgens wordt er een
kaart van de route weergegeven.
TIP: Selecteer
om een hoogteprofiel van de route te
bekijken.
Selecteer Rijden.
Een koers volgen vanaf Garmin Connect
Voordat u een koers kunt downloaden van Garmin Connect,
moet u beschikken over een Garmin Connect account (Garmin
Connect, pagina 17).
1 Selecteer een optie:
• Open de Garmin Connect Mobile app.
• Ga naar connect.garmin.com.
2 Maak een nieuwe koers of kies een bestaande koers.
3 Selecteer Verzend naar toestel.
4 Volg de instructies op het scherm.
5 Selecteer op het Edge toestel Navigatie > Koersen >
Opgeslagen koersen.
6 Selecteer de koers.
7 Selecteer Rijden.
Een rondrit maken en volgen
Het toestel kan een rondrit maken op basis van een opgegeven
afstand, startlocatie en navigatierichting.
1 Selecteer Navigatie > Koersen > Rondrit.
2 Selecteer Afstand en voer de totale afstand van de koers in.
3 Selecteer Startlocatie.
4 Selecteer een optie:
• Als u uw huidige locatie op de kaart wilt selecteren,
selecteert u Huidige locatie.
• Als u een positie op de kaart wilt selecteren, selecteert u
Kaart gebruiken en selecteert u een locatie.
• Als u een opgeslagen locatie wilt selecteren, selecteert u
Opgeslagen locaties en kiest u een locatie.
• Als u een nuttig punt wilt zoeken of selecteren, selecteert
u Zoekfuncties > Categorieën nuttige punten en
selecteert u een nuttig punt in de buurt.
Navigatie
5
6
7
8
• Als u een stad wilt selecteren, selecteert u Zoekfuncties
> Plaatsen en kiest u een nabijgelegen stad.
• Als u een adres wilt selecteren, selecteert u Zoekfuncties
> Adressen en voert u het adres in.
• Als u een kruising wilt selecteren, selecteert u
Zoekfuncties > Kruispunten en voert u de straatnamen
in.
• Als u coördinaten wilt gebruiken, selecteert u
Zoekfuncties > Coördinaten en voert u de coördinaten
in.
Selecteer Startrichting en selecteer een richting.
Selecteer Zoeken.
TIP: Selecteer om opnieuw te zoeken.
Selecteer een koers om deze op de kaart weer te geven.
TIP: Selecteer en om de overige koersen weer te geven.
Selecteer Rijden.
Een koers verwijderen
1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer een koers.
3 Selecteer > .
Koersopties
Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen > .
Afslagbegeleiding: Hiermee schakelt u afslagaanwijzingen in
of uit.
Koersfoutwaarschuwingen: Waarschuwt u als u van de koers
afwijkt.
Zoeken: Hiermee kunt u opgeslagen koersen op naam zoeken.
Filter: Hiermee kunt u op koerstype filteren, bijvoorbeeld Strava
koersen.
Wis: Hiermee kunt u alle of meerdere opgeslagen koersen van
het toestel verwijderen.
Tips voor trainen met koersen
Kaartinstellingen
• Gebruik afslagbegeleiding (Koersopties, pagina 11).
• Als u een warming-up doet, selecteert u
om de koers te
starten en voert u de warming-up uit zoals normaal.
• Zorg ervoor dat u tijdens de warming-up niet op het pad van
de koers komt.
Als u klaar bent om te beginnen, gaat u naar de koers. Als u
op het pad van de koers komt, wordt er een bericht
weergegeven.
OPMERKING: Zodra u
selecteert, start uw Virtual Partner
de koers en wordt niet gewacht tot de warming-up voorbij is.
• Blader naar de kaart om de koerskaart weer te geven.
Als u van de koers afwijkt, wordt een bericht weergegeven.
Selecteer
> Activiteitenprofielen, selecteer een profiel en
vervolgens Navigatie > Kaart.
Oriëntatie: Hiermee stelt u in hoe de kaart wordt weergegeven
op de pagina.
Auto.zoom: Hiermee selecteert u automatisch een zoomniveau
voor de kaart. Als u Uit selecteert, moet u handmatig in- en
uitzoomen.
Begeleidingstekst: Hiermee stelt u in wanneer afslag-voorafslag navigatieaanwijzingen worden weergegeven (vereist
navigatiekaarten).
Kaartzichtbaarheid: Hiermee kunt u de geavanceerde
kaartfuncties opgeven.
Kaartinformatie: Hiermee kunt u de op het toestel geladen
kaarten in- of uitschakelen.
Koersgegevens weergeven
1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer een koers.
3 Selecteer een optie:
• Selecteer Overzicht om een overzicht van koersgegevens
weer te geven.
• Selecteer Kaart om de koers op de kaart weer te geven.
• Selecteer Hoogte om een hoogtegrafiek van de koers
weer te geven.
• Selecteer Ronden om een ronde te selecteren en extra
informatie weer te geven over elke ronde.
De oriëntatie van de kaart wijzigen
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Navigatie > Kaart > Oriëntatie.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Noord boven om het noorden boven aan de
pagina weer te geven.
• Selecteer Koers boven om uw huidige reisrichting boven
aan de pagina weer te geven.
• Selecteer 3D-modus om de kaart driedimensionaal weer
te geven.
Een koers op de kaart weergeven
Voor elke koers die op uw toestel is opgeslagen, kunt u instellen
hoe deze wordt weergegeven op de kaart. U kunt bijvoorbeeld
instellen dat de rit naar uw werk altijd in geel wordt
weergegeven op de kaart. En u kunt een andere koers in groen
weergeven. Zo kunt u de koersen zien onder het rijden zonder
dat u een bepaalde koers volgt.
1 Selecteer Navigatie > Koersen > Opgeslagen koersen.
2 Selecteer de koers.
3 Selecteer Instellingen.
4 Selecteer Altijd weergeven om de koers weer te geven op
de kaart.
5 Selecteer Kleur en selecteer een kleur.
6 Selecteer Koerspunten om ook koerspunten weer te geven
op de kaart.
De volgende keer dat u in de buurt van de koers rijdt, wordt
deze weergegeven op de kaart.
Selecteer
> Activiteitenprofielen, selecteer een profiel en
vervolgens Navigatie > Routebepaling.
Trendline™ pop. routing.: Routes worden uitgestippeld op
basis van de populairste ritten van Garmin Connect.
Routemodus: Hiermee stelt u uw transportmiddel in om uw
route te optimaliseren.
Berekeningswijze: Hiermee stelt u de methode in waarmee uw
route wordt berekend.
Zet vast op weg: Zet het positiepictogram, dat uw positie op de
kaart aangeeft, vast op de dichtstbijzijnde weg.
Te vermijden instellen: Hiermee stelt u in welke wegtypen u
wilt vermijden.
Herberekenen: Herberekent automatisch de route wanneer u
van de route afwijkt.
Een koers stoppen
1 Blader naar de kaart.
2 Selecteer > .
U kunt het toestel de route laten berekenen op basis van het
activiteittype.
Navigatie
Route-instellingen
Een activiteit selecteren voor routeberekening
11
1
2
3
4
Selecteer
> Activiteitenprofielen.
Selecteer een profiel.
Selecteer Navigatie > Routebepaling > Routemodus.
Selecteer een optie om uw route opnieuw te berekenen.
U kunt bijvoorbeeld Wegwielrennen selecteren voor navigatie
over de weg of Mountainbiken voor offroadnavigatie.
Connected functies
Connected functies zijn beschikbaar voor uw Edge toestel als u
het toestel verbindt met een Wi‑Fi netwerk of een compatibele
smartphone via Bluetooth draadloze technologie.
®
Bluetooth connected functies
Het Edge toestel beschikt over Bluetooth connected functies
voor uw compatibele smartphone of fitnesstoestel. Voor
sommige functies moet u de Garmin Connect Mobile app op uw
smartphone installeren. Ga naar www.garmin.com/intosports
/apps voor meer informatie.
OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met uw
Bluetooth smartphone om gebruik te kunnen maken van enkele
van deze functies.
LiveTrack: Geef uw vrienden en familie de gelegenheid om uw
races en trainingsactiviteiten in real-time te volgen. U kunt
volgers uitnodigen via e-mail of social media, waardoor zij uw
live-gegevens op een Garmin Connect volgpagina kunnen
zien.
GroupTrack: Hiermee kunt u andere fietsers in uw groep die
LiveTrack gebruiken direct op het scherm en in real-time
volgen. U kunt vooraf ingestelde berichten sturen naar
andere fietsers in uw GroupTrack sessie die een compatibel
Edge toestel hebben.
Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
klaar bent met het vastleggen van de activiteit.
Koersen, segmenten en workouts downloaden van Garmin
Connect: Hiermee kunt u zoeken naar activiteiten op Garmin
Connect met uw smartphone en deze naar uw toestel
verzenden.
Overdracht tussen toestellen: Hiermee kunt u bestanden
draadloos overbrengen naar een ander compatibel Edge
toestel.
Interactie met social media: Hiermee kunt u een update op uw
favoriete social media-website plaatsen wanneer u een
activiteit uploadt naar Garmin Connect.
Weerupdates: Verstuurt real-time weersberichten en
waarschuwingen naar uw toestel.
Meldingen: Geeft telefoonmeldingen en berichten weer op uw
toestel.
Berichten: Hiermee kunt u reageren op een oproep of een
bericht met vooraf ingestelde berichten. Deze functie is
beschikbaar voor compatibele Android™ smartphones.
Audiomeldingen: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u op
uw smartphone tijdens het fietsen statusberichten afspelen.
Ongevaldetectie: Via de Garmin Connect Mobile app kunt u
een bericht sturen naar uw contacten voor noodgevallen als
het Edge toestel een incident detecteert.
Audiowaarschuwingen afspelen tijdens uw activiteit
Voordat u audiowaarschuwingen kunt instellen, moet u een
smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
uw Edge toestel.
U kunt de Garmin Connect Mobile app zodanig instellen dat er
tijdens het hardlopen of een andere activiteit motiverende
statusmeldingen worden afgespeeld op uw smartphone.
Audiowaarschuwingen vermelden het rondenummer en de
12
rondetijd, het tempo of de snelheid en ANT+ sensorgegevens.
Tijdens een audiowaarschuwing dempt de Garmin Connect
Mobile app het geluid van de primaire audio van de smartphone
om de aankondiging af te spelen. U kunt de volumeniveaus
aanpassen in de Garmin Connect Mobile app.
1 Selecteer in de instellingen van de Garmin Connect Mobile
app de optie Garmin toestellen.
2 Selecteer uw toestel.
3 Selecteer zo nodig Toestelinstellingen.
4 Selecteer Audiomeldingen.
Een GroupTrack sessie starten
Voordat u een GroupTrack sessie kunt starten, moet u een
smartphone met de Garmin Connect Mobile app koppelen met
uw toestel (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
Tijdens een rit kunt u andere fietsers in uw GroupTrack sessie
op de kaart zien.
> Connected functies >
1 Selecteer op het Edge toestel
GroupTrack om de weergave van connecties op het
kaartscherm in te schakelen.
2 Selecteer in het instellingenmenu van de Garmin Connect
Mobile app LiveTrack > GroupTrack.
3 Selecteer Zichtbaar voor > Alle connecties.
OPMERKING: Als u meerdere compatibele toestellen hebt,
selecteert u één daarvan voor de GroupTrack sessie.
4 Selecteer Start LiveTrack.
5 Selecteer op het Edge toestel en begin uw rit.
6 Blader naar de kaart om uw connecties weer te geven.
Tik op een pictogram op de kaart om de locatie en
koersinformatie van andere fietsers die deelnemen aan de
GroupTrack sessie weer te geven.
7 Blader naar de GroupTrack lijst.
Als u in de lijst een fietser selecteert, wordt deze midden op
de kaart weergegeven.
Tips voor GroupTrack sessies
Met de functie GroupTrack kunt u andere fietsers in uw groep
die LiveTrack gebruiken direct op het scherm volgen. Alle
fietsers in de groep moeten connecties van u zijn in uw Garmin
Connect account.
• Rijd buiten en gebruik GPS.
• Koppel uw Edge 1030 toestel met uw smartphone via
Bluetooth technologie.
• Selecteer in het instellingenmenu op de Garmin Connect
Mobile app Connecties om de lijst met fietsers voor uw
GroupTrack sessie bij te werken.
• Zorg dat al uw connecties zijn gekoppeld met hun
smartphones en start een LiveTrack sessie in de Garmin
Connect Mobile app.
• Zorg dat al uw connecties binnen bereik zijn (40 km of
25 mijl).
Connected functies
• Blader tijdens een GroupTrack sessie naar de kaart om uw
connecties weer te geven.
• Stap even af als u wilt proberen om de locatie en
koersinformatie van andere fietsers in de GroupTrack sessie
weer te geven.
Bestanden overbrengen naar een ander Edge toestel
U kunt koersen, segmenten en workouts draadloos overbrengen
van het ene compatibele Edge toestel naar het andere via
Bluetooth technologie.
1 Schakel beide Edge toestellen in en breng ze binnen bereik
(3 m) van elkaar.
> Connected functies > Toesteloverdrachten
2 Selecteer
> Deel bestanden op het toestel dat de bestanden bevat.
3 Selecteer een bestandstype dat u wilt delen.
4 Selecteer een of meer bestanden om over te brengen.
> Connected functies > Toesteloverdrachten
5 Selecteer
op het toestel dat de bestanden ontvangt.
6 Selecteer een beschikbare verbinding.
7 Selecteer een of meer bestanden om te ontvangen.
Als het bestand is overgebracht, wordt op beide toestellen een
bericht weergegeven.
Ongevaldetectie
VOORZICHTIG
Ongevaldetectie is een aanvullende functie die in eerste
instantie is bedoeld voor gebruik op de weg. Ongevaldetectie
dient niet te worden beschouwd als primaire methode voor het
verkrijgen van hulp bij ongelukken. De Garmin Connect Mobile
app neemt geen contact op met hulpdiensten namens u.
Als door uw Edge toestel met GPS een ongeval wordt
gedetecteerd, kan de Garmin Connect Mobile app automatisch
een sms- en e-mailbericht met uw naam en GPS-locaties
verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
Op uw toestel en gekoppelde smartphone wordt een bericht
weergegeven met de mededeling dat uw contacten na 30
seconden zullen worden gewaarschuwd. Als u geen hulp nodig
hebt, kunt u de automatische noodoproep annuleren.
Voordat u ongevaldetectie op uw toestel kunt inschakelen, moet
u in de Garmin Connect Mobile app de gegevens invoeren van
de in geval van nood te waarschuwen personen. Uw
gekoppelde smartphone moet zijn voorzien van een dataabonnement en zich bevinden in het dekkingsgebied van de
netwerkprovider voor datacommunicatie. Uw contacten voor
noodgevallen moeten sms-berichten kunnen ontvangen
(standaard sms-tarieven kunnen van toepassing zijn).
Ongevaldetectie instellen
1 U kunt de Garmin Connect Mobile app via de app store op
uw telefoon installeren en openen.
2 Koppel uw smartphone met het toestel (Uw smartphone
koppelen, pagina 1).
3 Ga naar de instellingen van de Garmin Connect Mobile app,
selecteer Contacten voor noodgevallen en geef uw
fietsergegevens en de gegevens van in noodgevallen te
waarschuwen contactpersonen op.
Uw geselecteerde contactpersonen ontvangen een bericht
waarin wordt bevestigd dat zij in noodgevallen de te
waarschuwen contacten zijn.
OPMERKING: Wanneer u contactpersonen voor
noodgevallen invoert, wordt ongevaldetectie automatisch
ingeschakeld op uw toestel.
4 Schakel GPS in op uw toestel (De satellietinstelling wijzigen,
pagina 19).
Connected functies
Uw contacten voor noodgevallen weergeven
Voordat u uw contacten voor noodgevallen op uw toestel kunt
weergeven, moet u uw fietsergegevens en de gegevens van in
noodgevallen te waarschuwen contacten opgeven in de Garmin
Connect Mobile app.
Selecteer Connected functies > Contacten.
De namen en telefoonnummers van uw in noodgevallen te
waarschuwen contacten worden weergegeven.
Ongevaldetectie in- en uitschakelen
Selecteer
> Connected functies > Ongevaldetectie.
Een automatisch bericht annuleren
Als een ongeval door uw toestel wordt gedetecteerd, kunt u het
automatische waarschuwingsbericht op uw toestel of uw
gekoppelde smartphone annuleren om te voorkomen dat het
naar uw contacten voor noodgevallen wordt verzonden.
Selecteer Annuleer >
voordat de 30 seconden wachttijd is
verstreken.
Een statusupdate verzenden na een ongeval
Voordat u een statusupdate naar uw contacten voor
noodgevallen kunt verzenden, moet uw toestel een ongeval
detecteren en een automatisch waarschuwingsbericht
verzenden naar uw contacten voor noodgevallen.
U kunt een statusupdate verzenden naar uw contacten voor
noodgevallen om ze te informeren dat u geen hulp nodig hebt.
1 Veeg vanaf de bovenkant van het scherm naar beneden en
veeg naar links of rechts om de bedieningswidget weer te
geven.
2 Selecteer Ongeval gedetecteerd > Ik ben OK.
Een bericht wordt verzonden naar al uw contacten voor
noodgevallen.
Wi‑Fi connected functies
Het Edge 1030 toestel beschikt over Wi‑Fi connected functies.
De Garmin Connect Mobile app is niet vereist voor het gebruik
van Wi‑Fi connectiviteit.
OPMERKING: Uw toestel moet zijn verbonden met een
draadloos netwerk om gebruik te kunnen maken van deze
functies.
Activiteiten uploaden naar Garmin Connect: Uw activiteit
wordt automatisch naar Garmin Connect verstuurd, zodra u
klaar bent met het vastleggen ervan.
Workouts en trainingsplannen: Activiteiten en
trainingsplannen die u eerder hebt geselecteerd in Garmin
Connect worden draadloos verzonden naar uw toestel.
Software-updates: Uw toestel downloadt draadloos de
nieuwste software-update. De volgende keer dat u het toestel
inschakelt, kunt u de software-update installeren aan de hand
van de instructies op het scherm.
Een draadloze Wi‑Fi verbinding instellen
1 Selecteer een optie:
• Download de Garmin Connect Mobile app en koppel uw
smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
• Ga naar www.garmin.com/express en download de
Garmin Express™ toepassing.
2 Volg de instructies op het scherm om Wi‑Fi connectiviteit in te
stellen.
Wi‑Fi instellingen
Selecteer
> Connected functies > Wi-Fi.
Wi-Fi: Hiermee schakelt u Wi‑Fi draadloze technologie in.
OPMERKING: De overige Wi‑Fi instellingen worden alleen
weergegeven als Wi‑Fi is ingeschakeld.
Automatisch uploaden: Hiermee kunt u automatisch
activiteiten uploaden via een vertrouwd draadloos netwerk.
13
Voeg netwerk toe: Voegt uw toestel toe aan een draadloos
netwerk.
Draadloze sensoren
Uw toestel kan worden gebruikt in combinatie met draadloze
ANT+ of Bluetooth sensoren. Ga voor meer informatie over
compatibiliteit en de aanschaf van optionele sensoren naar
buy.garmin.com.
De snelheidsensor installeren
OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
overslaan.
TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
tijdens de installatie van deze sensor.
1 Plaats de snelheidsensor op de wielnaaf.
2 Trek de band À om de wielnaaf en bevestig deze aan de
haak Á op de sensor.
4 Draai de pedaalarm rond om de afstand te controleren.
De sensor en banden mogen niet in contact komen met enig
onderdeel van uw fiets of schoen.
OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
werking te bevestigen nadat de pedaalarm twee keer is
rondgegaan.
5 Maak een testrit van 15 minuten en inspecteer de sensor en
banden om te controleren of er geen beschadiging optreedt.
Snelheid- en cadanssensors
De cadansgegevens van de cadanssensor worden altijd
opgenomen. Als er geen snelheid- en cadanssensor zijn
gekoppeld met het toestel, worden GPS-gegevens gebruikt om
de snelheid en afstand te berekenen.
De cadans is de pedaal- of draaisnelheid. Deze wordt gemeten
aan de hand van het aantal omwentelingen van de pedaalarm
per minuut (RPM).
Gegevens middelen voor cadans of vermogen
De instelling voor het middelen van gegevens die niet gelijk zijn
aan nul, is beschikbaar als u tijdens het trainen een optionele
cadanssensor of vermogensmeter gebruikt. Standaard worden
nulwaarden die optreden als u niet trapt, genegeerd.
U kunt de waarde van deze instelling wijzigen (Instellingen voor
gegevens vastleggen, pagina 21).
De hartslagmeter aanbrengen
De sensor staat mogelijk schuin bij montage op een
asymmetrische naaf. Dit heeft geen invloed op de werking.
3 Draai het wiel om de afstand te controleren.
De sensor mag geen contact maken met andere onderdelen
op de fiets.
OPMERKING: De LED knippert vijf seconden groen om de
werking te bevestigen nadat het wiel twee keer is
rondgegaan.
De cadanssensor installeren
OPMERKING: Als u deze sensor niet heeft, kunt u deze stap
overslaan.
TIP: Garmin raadt u aan uw fiets stevig vast te zetten in een rek
tijdens de installatie van deze sensor.
1 Kies de bandgrootte die nauw aansluit op de pedaalarm À.
Bij twijfel kiest u de kleinste band die om de pedaalarm past.
2 Plaats de platte kant van de cadanssensor aan de
binnenkant van de pedaalarm, aan de kant waar niet de
aandrijving zit.
3 Trek de banden Á om de pedaalarm en bevestig deze aan
de haken  op de sensor.
OPMERKING: Als u geen hartslagmeter hebt, kunt u deze
paragraaf overslaan.
U dient de hartslagmeter direct op uw huid te dragen, net onder
uw borstbeen. De hartslagmeter dient strak genoeg te zitten om
tijdens de activiteit op zijn plek te blijven.
1 Klik de hartslagmetermodule À in de band.
De Garmin logo's op de module en de band dienen niet
ondersteboven te worden weergegeven.
2 Bevochtig de elektroden Á en de contactoppervlakken  aan
de achterzijde van de band om een sterke verbinding tussen
uw borst en de zender tot stand te brengen.
3 Wikkel de band om uw borstkas en steek de haak van de
band à in de lus Ä.
OPMERKING: Het label met wasvoorschriften moet niet
worden omgevouwen.
De Garmin logo's moeten niet ondersteboven worden
weergegeven.
4 Zorg dat het toestel zich binnen 3 m (10 ft) van de
hartslagmeter bevindt.
14
Draadloze sensoren
Nadat u de hartslagmeter omdoet, is deze actief en worden er
gegevens verzonden.
TIP: Zie (Tips voor onregelmatige hartslaggegevens,
pagina 15) als de hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet
worden weergegeven.
Uw hartslagzones instellen
Het toestel gebruikt uw gebruikersprofiel uit de basisinstellingen
om uw hartslagzones te bepalen. U kunt de hartslagzones
handmatig aanpassen op basis van uw fitnessdoelen
(Fitnessdoelstellingen, pagina 15). Stel uw maximale hartslag,
hartslag in rust en hartslagzones in voor de meest nauwkeurige
caloriegegevens tijdens een activiteit.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Trainingszones >
Hartslagzones.
2 Voer de maximumwaarde, lactaatdrempel en rustwaarde
voor uw hartslag in.
U kunt de functie Auto Detect gebruiken om automatisch uw
hartslag te registreren tijdens een activiteit. De zonewaarden
worden automatisch bijgewerkt; u kunt elke waarde echter
ook handmatig aanpassen.
3 Selecteer Op basis van:.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer BPM om de zones in aantal hartslagen per
minuut weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % Max. om de zones als een percentage van
uw maximumhartslag weer te geven en te wijzigen.
• Selecteer % HSR om de zones als een percentage van
uw hartslagreserve weer te geven en te wijzigen
(maximale hartslag min hartslag in rust).
• Selecteer %LDHS om de zones als een percentage van
uw lactaatdrempelhartslag weer te geven en te wijzigen.
Hartslagzones
Vele atleten gebruiken hartslagzones om hun cardiovasculaire
kracht te meten en te verbeteren en om hun fitheid te
verbeteren. Een hartslagzone is een bepaald bereik aan
hartslagen per minuut. De vijf algemeen geaccepteerde
hartslagzones zijn genummerd van 1 tot 5 op basis van
oplopende intensiteit. Over het algemeen worden hartslagzones
berekend op basis van de percentages van uw maximale
hartslag.
Fitnessdoelstellingen
Als u uw hartslagzones kent, kunt u uw conditie meten en
verbeteren door de onderstaande principes te begrijpen en toe
te passen.
• Uw hartslag is een goede maatstaf voor de intensiteit van uw
training.
• Training in bepaalde hartslagzones kan u helpen uw
cardiovasculaire capaciteit en kracht te verbeteren.
Als u uw maximale hartslag kent, kunt u de tabel (Berekeningen
van hartslagzones, pagina 27) gebruiken om de beste
hartslagzone te bepalen voor uw fitheidsdoeleinden.
Als u uw maximale hartslag niet kent, gebruik dan een van de
rekenmachines die beschikbaar zijn op internet. Bij sommige
sportscholen en gezondheidscentra kunt u een test doen om de
maximale hartslag te meten. De standaard maximale hartslag is
220 min uw leeftijd.
Tips voor onregelmatige hartslaggegevens
Als hartslaggegevens onregelmatig zijn of niet worden
weergegeven, kunt u deze tips proberen.
• Bevochtig de elektroden en de contactoppervlakken (indien
van toepassing).
• Trek de band strakker aan om uw borst.
• Voer gedurende 5 tot 10 minuten een warming-up uit.
Draadloze sensoren
• Volg de instructies voor onderhoud (Onderhoud van de
hartslagmeter onderhouden, pagina 22).
• Draag een katoenen shirt of maak beide zijden van de band
goed nat.
Synthetische materialen die langs de hartslagmeter wrijven of
er tegen aan slaan, kunnen statische elektriciteit veroorzaken
die de hartslagsignalen beïnvloedt.
• Blijf uit de buurt van bronnen die interferentie met de
hartslagmeter kunnen veroorzaken.
Bronnen van interferentie zijn bijvoorbeeld sterke
elektromagnetische velden, draadloze sensors van 2,4 GHz,
hoogspanningsleidingen, elektrische motoren, ovens,
magnetrons, draadloze telefoons van 2,4 GHz en draadloze
LAN-toegangspunten.
De draadloze sensoren koppelen
Voordat u kunt koppelen, moet u de hartslagmeter omdoen of
de sensor plaatsen.
Koppelen is het maken van een verbinding met ANT+ of
Bluetooth draadloze sensors, bijvoorbeeld het verbinden van
een hartslagmeter met uw Garmin toestel.
1 Breng het toestel binnen 3 m (10 ft.) van de sensor.
OPMERKING: Zorg ervoor dat u minstens 10 m (33 ft.) bij
sensoren van andere gebruikers vandaan bent tijdens het
koppelen.
> Sensors > Voeg sensor toe.
2 Selecteer
3 Selecteer een optie:
• Selecteer een sensortype.
• Selecteer Zoek alles om sensors in de buurt te zoeken.
Er wordt een lijst met beschikbare sensoren weergegeven.
4 Selecteer een of meerdere sensoren om te koppelen met uw
toestel.
5 Selecteer Voeg toe.
Wanneer de sensor is gekoppeld met uw toestel, is de
sensorstatus Verbonden. U kunt een gegevensveld
aanpassen om sensorgegevens weer te geven.
Trainen met vermogensmeters
• Ga naar www.garmin.com/intosports voor een lijst met ANT+
sensors die compatibel zijn met uw toestel (zoals Vector™).
• Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van uw
vermogensmeter.
• Pas uw vermogenszones aan uw doelen en mogelijkheden
aan (Uw vermogenszones instellen, pagina 15).
• Gebruik bereikwaarschuwingen om te worden gewaarschuwd
wanneer u een bepaalde vermogenszone bereikt
(Bereikwaarschuwingen instellen, pagina 19).
• Pas de vermogensgegevensvelden aan (Een
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
Uw vermogenszones instellen
De waarden voor deze zones zijn standaardwaarden en passen
mogelijk niet bij uw persoonlijke vaardigheden. U kunt uw zones
handmatig aanpassen op het toestel of gebruikmaken van
Garmin Connect. Als u weet wat uw FTP-waarde (Functional
Threshold Power) is, kunt u deze opgeven zodat de software
automatisch uw vermogenszones kan berekenen.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Trainingszones >
Vermogenszones.
2 Voer uw FTP-waarde in.
3 Selecteer Op basis van:.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer watt om de zones in watt weer te geven en te
wijzigen.
15
• Selecteer % FTP om de zones als een percentage van uw
FTP-waarde weer te geven en te wijzigen.
De vermogensmeter kalibreren
Voordat u uw vermogensmeter kunt kalibreren, moet deze
correct zijn geïnstalleerd, gekoppeld met uw toestel en actief
gegevens vastleggen.
Raadpleeg de documentatie van de fabrikant voor instructies
over het kalibreren van uw vermogensmeter.
> Sensors.
1 Selecteer
2 Selecteer uw vermogensmeter.
3 Selecteer Kalibreer.
4 Zorg dat uw vermogensmeter actief blijft door te blijven
trappen tot het bericht wordt weergegeven.
5 Volg de instructies op het scherm.
Vermogen in de pedalen
Vector meet het vermogen in de pedalen.
Vector meet een paar honderd keer per seconde de kracht die u
uitoefent. Vector meet ook uw cadans of pedaalrotatiesnelheid.
Door de kracht, de richting van de kracht, de rotatie van de
pedaalarm en de tijd te meten, kan Vector het vermogen
bepalen (Watt). Omdat Vector het onafhankelijke vermogen per
been (links en rechts) meet, wordt de vermogensbalans links/
rechts weergegeven.
OPMERKING: Het Vector S systeem geeft geen
vermogensbalans tussen het linker- en rechterpedaal.
Fietsdynamica
Fietsdynamicameters meten hoeveel kracht u uitoefent tijdens
de pedaalslag en waar u kracht uitoefent op het pedaal om u
inzicht te geven in uw fietstechniek. Als u weet hoe en waar u
kracht uitoefent, kunt u efficiënter trainen en uw bikefitting
beoordelen.
OPMERKING: U dient over een systeem met twee sensors te
Edge beschikken om fietsdynamicameters te kunnen gebruiken.
Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/cyclingdynamics.
Fietsdynamica gebruiken
Voordat u fietsdynamica kunt gebruiken, moet u de Vector
vermogensmeter koppelen met uw toestel (De draadloze
sensoren koppelen, pagina 15).
OPMERKING: Voor het opslaan van fietsdynamicagegevens is
extra toestelgeheugen nodig.
1 Maak een rit.
2 Blader naar het fietsdynamicascherm om uw
vermogensfasegegevens À, totale vermogen Á en
pedaalmidden-offset  te bekijken.
U kunt de rit verzenden naar de Garmin Connect Mobile app om
meer fietsdynamicagegevens te bekijken (Uw rit verzenden naar
Garmin Connect, pagina 17).
Vermogensfasegegevens
Vermogensfase is het pedaalslaggebied (tussen de
beginpedaalhoek en de eindpedaalhoek) waar u positief
vermogen produceert.
Pedaalmidden-offset
Pedaalmidden-offset is de locatie op het pedaaloppervlak waar
u druk uitoefent.
Vector functies aanpassen
Voordat u Vector functies kunt aanpassen, moet u een Vector
vermogensmeter koppelen met uw toestel.
> Sensors.
1 Selecteer
2 Selecteer de Vector vermogensmeter.
3 Selecteer Sensordetails > Vector functies.
4 Selecteer een optie.
5 Selecteer de bijbehorende schakelaar om efficiëntie
draaimoment, pedaalsouplesse en fietsdynamica in of uit te
schakelen.
De Vector software bijwerken met het Edge toestel
Voordat u de software kunt bijwerken, moet u uw Edge toestel
koppelen met uw Vector systeem.
1 Verzend uw gegevens naar uw Garmin Connect account (Uw
rit verzenden naar Garmin Connect, pagina 17).
Garmin Connect zoekt automatisch naar software-updates en
verzendt deze naar uw Edge toestel.
2 Breng uw Edge toestel binnen bereik (3 m) van de sensor.
3 Draai de pedaalarm een paar keer rond. Het Edge toestel
vraagt u om alle software-updates die klaarstaan te
installeren.
4 Volg de instructies op het scherm.
Omgevingsbewustzijn
Uw Edge toestel kan worden gebruikt met het Varia Vision™
toestel, slimme Varia™ fietsverlichting en achteruitkijkradar voor
een verbeterd omgevingsbewustzijn. Raadpleeg de handleiding
van het Varia toestel voor meer informatie.
OPMERKING: U moet mogelijk de Edge software bijwerken
voordat u Varia toestellen kunt koppelen (De software bijwerken
via Garmin Express, pagina 24).
Elektronische schakelsystemen gebruiken
Voordat u gebruik kunt maken van compatibele elektronische
schakelsystemen, zoals Shimano Di2™ schakelsystemen, moet
u deze koppelen met uw toestel (De draadloze sensoren
koppelen, pagina 15). U kunt de optionele gegevensvelden
aanpassen (Een gegevensscherm toevoegen, pagina 19). Het
Edge 1030 toestel geeft de huidige afstellingswaarde weer als
de sensor in de afstellingsmodus is.
®
Een eBike gebruiken
Voordat u een compatibele eBike, zoals een Shimano STEPS™
eBike kunt gebruiken, moet u deze met uw toestel koppelen (De
draadloze sensoren koppelen, pagina 15). U kunt het optionele
eBike gegevensscherm en gegevensvelden aanpassen (Een
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
3 Houd uw vinger op een gegevensveld à om het zo nodig te
wijzigen (Een gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
OPMERKING: De twee gegevensvelden onder aan het
scherm kunnen worden aangepast.
16
Details van de eBike sensor weergeven
> Sensors.
1 Selecteer
2 Selecteer uw eBike.
3 Selecteer een optie:
• Om de eBike gegevens, zoals de kilometerteller of
reisafstand, weer te geven, selecteert u Sensordetails >
eBike-informatie.
Draadloze sensoren
• Als u de eBike-foutmeldingen wilt weergeven, selecteert u
u.
Raadpleeg de gebruikershandleiding van de eBike voor meer
informatie.
Geschiedenis
Tot de geschiedenisgegevens behoren tijd, afstand, calorieën,
snelheid, rondegegevens, hoogte en optionele ANT+
sensorgegevens.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
Als het geheugen van het toestel vol is, wordt er een bericht
weergegeven. Het toestel overschrijft of verwijdert niet
automatisch uw geschiedenis. Upload uw geschiedenis
regelmatig naar Garmin Connect om al uw ritgegevens bij te
houden.
Uw activiteiten opslaan: Nadat u een activiteit met uw toestel
hebt voltooid en opgeslagen, kunt u die activiteit uploaden
naar Garmin Connect en deze zo lang bewaren als u zelf wilt.
Uw gegevens analyseren: U kunt meer gedetailleerde
informatie over uw activiteit weergeven, zoals tijd, afstand,
hoogte, hartslag, verbrande calorieën, cadans, een
bovenaanzicht van de kaart, tempo- en snelheidsgrafieken,
en instelbare rapporten.
OPMERKING: Voor sommige gegevens hebt u een optioneel
accessoire nodig, zoals een hartslagmeter.
Uw rit weergeven
1 Selecteer Geschiedenis > Ritten.
2 Selecteer een rit.
3 Selecteer een optie.
Uw tijd in elke trainingszone weergeven
Voordat u uw tijd in elke trainingszone kunt weergeven, moet u
uw toestel koppelen met een compatibele hartslagmeter of
vermogensmeter, een activiteit voltooien en de activiteit
opslaan.
Door uw tijd in elke hartslag- en vermogenszone te bekijken,
kunt u de intensiteit van uw training beter afstemmen. U kunt uw
vermogenszones (Uw vermogenszones instellen, pagina 15) en
hartslagzones (Uw hartslagzones instellen, pagina 15)
aanpassen aan uw doelen en mogelijkheden. U kunt een
gegevensveld aanpassen om uw tijd in trainingszones tijdens
uw rit weer te geven (Een gegevensscherm toevoegen,
pagina 19).
1 Selecteer Geschiedenis > Ritten.
2 Selecteer een rit.
3 Selecteer een optie:
• Als uw rit gegevens van één sensor bevat, selecteert u
Tijd in hartslagzone of Tijd in vermogenszone.
• Als uw rit gegevens van beide sensors bevat, selecteert u
Tijd in zone, en vervolgens Hartslagzones of
Vermogenszones.
Gegevenstotalen weergeven
U kunt de totalen van verzamelde gegevens weergeven die u
hebt opgeslagen op uw toestel, zoals het aantal ritten, tijd,
afstand en calorieën.
Selecteer Geschiedenis > Totalen.
Een rit verwijderen
1 Selecteer Geschiedenis > Ritten.
2 Selecteer een rit.
> Wis > .
3 Selecteer
Garmin Connect
U kunt contact houden met uw vrienden op Garmin Connect.
Garmin Connect biedt u de hulpmiddelen om te volgen, te
analyseren, te delen en elkaar aan te moedigen. Leg de
prestaties van uw actieve lifestyle vast, zoals hardloopsessies,
wandelingen, fietstochten, zwemsessies, hikes, triatlons en
meer.
U kunt uw gratis Garmin Connect account maken wanneer u uw
toestel met uw telefoon koppelt met behulp van de Garmin
Connect Mobile app, of u kunt naar connect.garmin.com gaan.
Geschiedenis
Uw training plannen: U kunt een fitnessdoelstelling kiezen en
een van de dagelijkse trainingsplannen laden.
Uw activiteiten delen: U kunt contact houden met vrienden en
elkaars activiteiten volgen of koppelingen naar uw activiteiten
plaatsen op uw favoriete sociale netwerksites.
Uw rit verzenden naar Garmin Connect
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
1 Trek de beschermkap À van de USB-poort Á omhoog.
2 Steek het kleine uiteinde van de USB-kabel in de USB-poort
op het toestel.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
van de computer.
4 Ga naar www.garminconnect.com/start.
5 Volg de instructies op het scherm.
Gegevensopslag
Het toestel maakt gebruik van slimme opslag. Hiermee worden
belangrijke punten opgeslagen waarop u van richting bent
veranderd of waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd.
Wanneer een vermogensmeter wordt gekoppeld, legt het toestel
elke seconde punten vast. Door elke seconde punten vast te
leggen, beschikt u over een gedetailleerd spoor en wordt meer
geheugen gebruikt.
Raadpleeg voor informatie over het middelen van gegevens
voor cadans en vermogen Gegevens middelen voor cadans of
vermogen, pagina 14.
17
Gegevensbeheer
OPMERKING: Het toestel is niet compatibel met Windows 95,
98, ME, Windows NT , en Mac OS 10.3 en ouder.
®
®
®
• Voor Apple computers selecteert u het toestel en
selecteert u File > Eject.
2 Koppel de kabel los van uw computer.
Het toestel aansluiten op uw computer
LET OP
U voorkomt corrosie door de USB-poort, de beschermkap en de
omringende delen grondig af te drogen voordat u het toestel
oplaadt of aansluit op een computer.
1 Trek de beschermkap van de USB-poort omhoog.
2 Sluit de kleine connector van de USB-kabel aan op de USBpoort.
3 Steek het grote uiteinde van de USB-kabel in een USB-poort
van de computer.
Uw toestel wordt als verwisselbaar station weergegeven in
Deze computer op Windows computers en als geïnstalleerd
volume op Mac computers.
Bestanden overbrengen naar uw toestel
1 Verbind het toestel met uw computer.
2
3
4
5
6
7
Op Windows computers wordt het toestel weergegeven als
een verwisselbaar station of draagbaar apparaat. Op Mac
computers wordt het toestel weergegeven als een
geïnstalleerd volume.
OPMERKING: Op sommige computers met meerdere
netwerkstations worden toestelstations mogelijk niet correct
weergegeven. Zie de documentatie bij uw besturingssysteem
voor meer informatie over het toewijzen van het station.
Open de bestandsbrowser op de computer.
Selecteer een bestand.
Selecteer Edit > Copy.
Open het draagbare apparaat, station of volume voor het
toestel.
Blader naar een map.
Selecteer Edit > Paste.
Het bestand verschijnt in de lijst met bestanden in het
geheugen van het toestel.
Bestanden verwijderen
LET OP
Als u niet weet waar een bestand voor dient, verwijder het dan
niet. Het geheugen van het toestel bevat belangrijke
systeembestanden die niet mogen worden verwijderd.
1
2
3
4
Open het Garmin station of volume.
Open zo nodig een map of volume.
Selecteer een bestand.
Druk op het toetsenbord op de toets Delete.
OPMERKING: Als u een Apple computer gebruikt, moet u
de map Trash leegmaken om de bestanden volledig te
verwijderen.
®
De USB-kabel loskoppelen
Als uw toestel als een verwisselbaar station of volume is
aangesloten op uw computer, dient u het toestel op een veilige
manier los te koppelen om gegevensverlies te voorkomen. Als
uw toestel als een draagbaar toestel is aangesloten op uw
Windows computer, hoeft u het niet op een veilige manier los te
koppelen.
1 Voer een van onderstaande handelingen uit:
• Op Windows computers: Selecteer het pictogram
Hardware veilig verewijderen in het systeemvak en
selecteer uw toestel.
18
Uw toestel aanpassen
Connect IQ functies die u kunt downloaden
U kunt Connect IQ functies van Garmin en andere leveranciers
aan uw toestel toevoegen via de Connect IQ Mobile app.
Gegevensvelden: Hiermee kunt u nieuwe gegevensvelden
downloaden die sensors, activiteiten en historische gegevens
op andere manieren presenteren. U kunt Connect IQ
gegevensvelden toevoegen aan ingebouwde functies en
pagina's.
Widgets: Hiermee kunt u direct informatie bekijken, zoals
sensorgegevens en meldingen.
Apps: Hiermee kunt u interactieve functies toevoegen aan uw
toestel, zoals nieuwe soorten buiten- en fitnessactiviteiten.
Profielen
De Edge beschikt over een aantal mogelijkheden voor het
aanpassen van het toestel, waaronder profielen. Een profiel is
een verzameling instellingen waarmee u het gebruiksgemak van
het toestel kunt optimaliseren. U kunt bijvoorbeeld verschillende
instellingen en weergaven maken voor trainen en
mountainbiken.
Als u een profiel gebruikt en u instellingen zoals
gegevensvelden of maateenheden wijzigt, worden de
wijzigingen automatisch in het profiel opgeslagen.
Activiteitenprofielen: U kunt activiteitenprofielen maken voor
elk type fietsactiviteit. U kunt bijvoorbeeld een apart
activiteitenprofiel maken voor trainen, racen en
mountainbiken. Het activiteitenprofiel omvat aangepaste
gegevenspagina's, activiteitentotalen, waarschuwingen,
trainingzones (zoals hartslag en snelheid),
trainingsinstellingen (zoals Auto Pause en Auto Lap ), en
navigatie-instellingen.
Gebruikersprofiel: U kunt uw instellingen voor geslacht, leeftijd,
gewicht en lengte bijwerken. Het toestel gebruikt deze
informatie om nauwkeurige ritgegevens te berekenen.
®
®
Uw gebruikersprofiel instellen
U kunt uw instellingen voor geslacht, leeftijd, gewicht en lengte
bijwerken. Het toestel gebruikt deze informatie om nauwkeurige
ritgegevens te berekenen.
1 Selecteer Mijn statistiek. > Gebruikersprofiel.
2 Selecteer een optie.
Over trainingsinstellingen
Met de volgende opties en instellingen kunt u uw toestel
aanpassen aan uw trainingsbehoeften. Deze instellingen
worden opgeslagen in een activiteitenprofiel. U kunt bijvoorbeeld
tijdwaarschuwingen instellen voor uw raceprofiel en u kunt een
Auto Lap positie-trigger gebruiken voor uw mountainbikeprofiel.
Uw activiteitenprofiel bijwerken
U kunt tien activiteitenprofielen instellen. U kunt uw instellingen
en de gegevensvelden voor een bepaalde activiteit of route
aanpassen.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie:
• Selecteer een profiel.
• Selecteer Maak nieuw om een profiel te maken of te
kopiëren.
3 Wijzig zo nodig de naam en kleur voor het profiel.
Uw toestel aanpassen
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Gegevensschermen om de
gegevensschermen en gegevensvelden aan te passen
(Een gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
• Selecteer Standaardrittype om het bij dit
activiteitenprofiel passende type rit in te stellen, zoals rit
tussen kantoor en huis.
TIP: Na een rit die niet bij het profiel past, kunt u het
rittype handmatig bijwerken. Nauwkeurige rittypegegevens
zijn belangrijk voor het kiezen van fietsvriendelijke routes.
• Selecteer Segmenten om uw ingeschakelde segmenten
weer te geven (Segmenten inschakelen, pagina 4).
• Selecteer Waarschuwingen om uw
trainingswaarschuwingen aan te passen
(Waarschuwingen, pagina 19).
• Selecteer Automatische functies > Auto Lap om in te
stellen hoe rondes worden gemarkeerd (Ronden op
positie markeren, pagina 20).
• Selecteer Automatische functies > Auto Pause om in te
stellen wanneer de activiteiten-timer automatisch pauzeert
(Auto Pause gebruiken, pagina 20).
• Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand
om in te stellen dat het toestel automatisch in de
slaapstand gaat na 5 minuten inactiviteit (Automatische
slaapstand gebruiken, pagina 20).
• Selecteer Automatische functies > Auto Scroll om de
weergave van de pagina's met trainingsgegevens aan te
passen wanneer de activiteiten-timer loopt (Auto Scroll
gebruiken, pagina 20).
• Selecteer Timer start-modus om in te stellen hoe het
toestel het begin van een rit detecteert en de activiteitentimer automatisch start (De timer automatisch starten,
pagina 20).
• Selecteer Navigatie om de instellingen voor de kaart
(Kaartinstellingen, pagina 11) en routebepaling in te
stellen (Route-instellingen, pagina 11).
• Selecteer GPS-modus om GPS uit te schakelen
(Indoortrainingen, pagina 5) of de satellietinstelling te
wijzigen (De satellietinstelling wijzigen, pagina 19).
• Selecteer Aanraakgevoeligheid om de gevoeligheid van
het aanraakscherm aan te passen.
Alle wijzigingen die u aanbrengt worden opgeslagen in het
activiteitenprofiel.
Een gegevensscherm toevoegen
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Gegevensschermen > Voeg nieuw toe >
Gegevensscherm.
4 Selecteer een categorie en selecteer één of meer
gegevensvelden.
5 Selecteer .
6 Selecteer een optie.
• Selecteer een andere categorie als u meer
gegevensvelden wilt selecteren.
• Selecteer .
7 Selecteer of om de lay-out te wijzigen.
8 Selecteer .
9 Selecteer een optie.
• Tik twee keer op een gegevensveld om het te wijzigen.
• Tik op een gegevensveld en tik daarna op een ander
gegevensveld om de volgorde te wijzigen.
10 Selecteer .
Uw toestel aanpassen
Een gegevensscherm bewerken
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Gegevensschermen.
4 Selecteer een gegevensscherm.
5 Selecteer Indeling/gegev.velden.
6 Selecteer of om de indeling te wijzigen.
7 Selecteer .
8 Selecteer een optie.
• Tik twee keer op een gegevensveld om het te wijzigen.
• Tik op een gegevensveld en tik op een ander
gegevensveld om de volgorde te wijzigen.
9 Selecteer .
Volgorde van gegevensschermen wijzigen
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Gegevensschermen > .
4 Selecteer een gegevensscherm.
of
.
5 Selecteer
6 Selecteer .
De satellietinstelling wijzigen
Om de prestaties in moeilijke omgevingen te verbeteren en de
GPS-positiebepaling te versnellen, kunt u GPS+GLONASS
inschakelen. Door GPS+GLONASS te gebruiken, neemt de
gebruiksduur van de batterij sneller af dan wanneer alleen GPS
wordt gebruikt.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer GPS-modus.
4 Selecteer een optie.
Waarschuwingen
U kunt waarschuwingen gebruiken voor trainingen met
specifieke doelstellingen voor tijd, afstand, calorieën, hartslag,
cadans en vermogen. Waarschuwingsinstellingen worden
opgeslagen bij uw activiteitenprofiel.
Bereikwaarschuwingen instellen
Als u een optionele hartslagmeter, cadanssensor of
vermogensmeter hebt, kunt u bereikwaarschuwingen instellen.
Een bereikwaarschuwing wordt afgegeven wanneer het toestel
een waarde meet die boven of onder een opgegeven
waardenbereik ligt. Zo kunt u bijvoorbeeld instellen dat het
toestel u waarschuwt als uw cadans lager is dan 40 rpm of
hoger dan 90 rpm. U kunt ook een trainingszone
(Trainingszones, pagina 9) gebruiken voor de
bereikwaarschuwing.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Waarschuwingen.
4 Selecteer Hartslagwaarschuwing, Cadanswaarschuwing
of Vermogenswaarsch..
5 Schakel indien nodig de waarschuwing in.
6 Selecteer de minimum- en maximumwaarde of selecteer
zones.
7 Selecteer indien nodig .
Telkens als u boven of onder het opgegeven bereik komt, wordt
een bericht weergegeven. U hoort ook een pieptoon als
geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen in- en
uitschakelen, pagina 21).
19
Een terugkerende waarschuwing instellen
Een terugkerende waarschuwing wordt afgegeven telkens
wanneer het toestel een opgegeven waarde of interval
registreert. U kunt bijvoorbeeld instellen dat het toestel u elke 30
minuten waarschuwt.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Waarschuwingen.
4 Selecteer een waarschuwingstype.
5 Schakel de waarschuwing in.
6 Voer een waarde in.
7 Selecteer .
Telkens als u de opgegeven waarde voor een waarschuwing
bereikt, wordt een bericht weergegeven. U hoort ook een
pieptoon als geluidssignalen zijn ingeschakeld (De toesteltonen
in- en uitschakelen, pagina 21).
Auto Lap
Ronden op positie markeren
Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
op een bepaalde positie. Dit is handig als u uw prestaties tijdens
verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken (bijvoorbeeld
na een lange klim of na een sprint). Tijdens een koers kunt u de
functie Op positie gebruiken om een ronde te starten bij alle
rondeposities die voor de koers zijn vastgelegd.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op positie > Ronde bij.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Alleen bij drukken op ronde om de rondeteller
te activeren telkens als u
selecteert en telkens als u
een van deze locaties opnieuw passeert.
• Selecteer Start & ronde om de rondeteller te activeren op
de GPS-locatie waar u
selecteert en op elke locatie
tijdens de rit waar u
selecteert.
• Selecteer Markeer en ronde om de rondeteller te
activeren op een specifieke GPS-locatie die u vóór de rit
hebt gemarkeerd en bovendien op elke locatie tijdens de
rit wanneer u
selecteert.
Pas
zo
nodig
de
rondegegevensvelden
aan (Een
5
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
Ronden op afstand markeren
Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
op basis van een bepaalde afstand. Dit is handig als u uw
prestaties tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt
vergelijken (bijvoorbeeld om de 10 mijl of 40 km).
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op afstand > Ronde bij.
4 Voer een waarde in.
5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan (Een
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
Ronden op tijd markeren
Met de functie Auto Lap kunt u de ronde automatisch markeren
op basis van een bepaalde tijd. Dit is handig als u uw prestaties
tijdens verschillende gedeelten van een rit wilt vergelijken
(bijvoorbeeld om de 20 minuten).
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Auto Lap > Auto Laptrigger > Op tijd > Ronde bij.
20
4 Voer een waarde in.
5 Pas zo nodig de rondegegevensvelden aan (Een
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
Automatische slaapstand gebruiken
U kunt de Autom. slaapstand functie gebruiken om automatisch
in de slaapstand te gaan na 5 minuten van inactiviteit. Tijdens
de slaapstand is het scherm uitgeschakeld en zijn de ANT+
sensors, Bluetooth en GPS niet verbonden.
Wi‑Fi blijft actief wanneer het toestel zich in de slaapstand
bevindt.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Autom. slaapstand.
Auto Pause gebruiken
U kunt de functie Auto Pause gebruiken om de timer
automatisch te onderbreken als u stopt met bewegen of
wanneer uw snelheid onder de opgegeven waarde komt. Dit is
handig als er verkeerslichten of andere plaatsen voorkomen in
uw route waar u langzamer moet fietsen of moet stoppen.
OPMERKING: De geschiedenis wordt niet vastgelegd wanneer
de timer is gestopt of gepauzeerd.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Auto Pause.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Zodra gestopt om de timer automatisch te
onderbreken wanneer u stopt met bewegen.
• Selecteer Aangepaste snelheid om de timer automatisch
te pauzeren wanneer uw snelheid onder een bepaalde
waarde komt.
5 Pas zo nodig optionele tijdgegevensvelden aan (Een
gegevensscherm toevoegen, pagina 19).
Auto Scroll gebruiken
Met de functie Auto Scroll doorloopt u automatisch alle
schermen met trainingsgegevens terwijl de timer loopt.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Automatische functies > Auto Scroll.
4 Selecteer een weergavesnelheid.
De timer automatisch starten
Met deze functie herkent het toestel automatisch dat er
satellietsignalen worden ontvangen en dat de fiets rijdt. De
activiteiten-timer wordt gestart of u wordt eraan herinnerd om de
activiteiten-timer te starten, zodat uw ritgegevens worden
vastgelegd.
> Activiteitenprofielen.
1 Selecteer
2 Selecteer een profiel.
3 Selecteer Timer start-modus.
4 Selecteer een optie:
• Selecteer Handmatig en vervolgens
om de activiteitentimer te starten.
• Selecteer Op verzoek om een visuele herinnering te
krijgen wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
• Selecteer Auto om de activiteiten-timer automatisch te
starten wanneer u de startmeldingssnelheid bereikt.
Telefooninstellingen
Selecteer
> Connected functies > Telefoon.
Schakel in: Hiermee schakelt u Bluetooth draadloze
technologie in.
Uw toestel aanpassen
OPMERKING: De overige Bluetooth instellingen worden
alleen weergegeven als Bluetooth draadloze technologie is
ingeschakeld.
Toestelnaam: Hiermee kunt u een gebruiksvriendelijke naam
invoeren ter identificatie van uw toestellen met draadloze
Bluetooth technologie.
Koppel smartphone: Hiermee koppelt u uw toestel met een
compatibele smartphone met Bluetooth functionaliteit. Met
deze instelling kunt u Bluetooth draadloze functies gebruiken,
zoals LiveTrack en activiteiten uploaden naar Garmin
Connect.
Meldingen voor telefoon en SMS: Hiermee kunt u
telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone
inschakelen.
Gemiste oproepen en SMS-berichten: Geeft gemiste
telefoonmeldingen vanaf uw compatibele smartphone weer.
Handtekening sms-antwoord: Hiermee kunnen
handtekeningen in tekstberichten worden opgenomen.
Systeeminstellingen
Selecteer
> Systeem.
• Scherminstellingen (Scherminstellingen, pagina 21)
• Instellingen voor gegevensopslag (Instellingen voor
gegevens vastleggen, pagina 21)
• Toestelinstellingen (De maateenheden wijzigen, pagina 21)
• Geluidsinstellingen (De toesteltonen in- en uitschakelen,
pagina 21)
• Taalinstellingen (De taal van het toestel wijzigen, pagina 21)
Scherminstellingen
Selecteer
> Systeem > Scherm.
Helderheid: Hiermee kunt u de helderheid van de
schermverlichting instellen.
Time-out van scherm: Hiermee kunt u de tijdsduur instellen
voordat de schermverlichting wordt uitgeschakeld.
Kleurmodus: Hiermee stelt u in of het toestel dag- of
nachtkleuren weergeeft. U kunt de optie Auto selecteren om
het toestel automatisch te laten overschakelen naar dag- of
nachtkleuren op basis van de tijd van de dag.
Schermafbeelding: Hiermee kunt u de schermafbeelding van
het toestel opslaan.
Instellingen voor gegevens vastleggen
Selecteer
> Systeem > Gegevensopslag.
Opnemen op: Hiermee stelt u de locatie voor gegevensopslag
in op de interne opslagruimte of op een optionele
geheugenkaart.
Opslaginterval: Hiermee stelt u in hoe het toestel
activiteitgegevens vastlegt. Met de optie Smart legt u
belangrijke punten vast waar u van richting bent veranderd of
waarop uw snelheid of hartslag is gewijzigd. Met de optie 1
sec legt u elke seconde punten vast. Hiermee ontstaat een
zeer gedetailleerd overzicht van uw activiteit, maar de
omvang van het opgeslagen activiteitenbestand neemt
aanzienlijk toe.
Cadans middelen: Hiermee stelt u in of het toestel nulwaarden
weergeeft voor cadansgegevens die optreden als u geen
pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor cadans of
vermogen, pagina 14).
Vermogen middelen: Hiermee stelt u in of het toestel
nulwaarden meetelt voor vermogensgegevens die optreden
als u geen pedaalslagen maakt (Gegevens middelen voor
cadans of vermogen, pagina 14).
Registreer HSV: Hiermee worden uw hartslagvariaties tijdens
een activiteit vastgelegd.
Toestelinformatie
De maateenheden wijzigen
U kunt de eenheden voor afstand, snelheid, hoogte,
temperatuur, gewicht, positieweergave en tijdweergave
aanpassen.
> Systeem > Eenheden.
1 Selecteer
Selecteer
een
type maatsysteem.
2
3 Selecteer een maateenheid voor de instelling.
De toesteltonen in- en uitschakelen
Selecteer
> Systeem > Geluid.
De taal van het toestel wijzigen
Selecteer
> Systeem > Taal voor tekst.
Tijdzones
Telkens wanneer u het toestel inschakelt en naar satellieten
zoekt of gegevens synchroniseert met uw smartphone, worden
de tijdzone en het tijdstip automatisch vastgesteld.
De modus Extra scherm instellen
U kunt uw Edge 1030 toestel gebruiken als een extra scherm
waarop u de gegevensschermen van een compatibel Garmin
multisporthorloge kunt weergeven. U kunt bijvoorbeeld een
compatibel Forerunner toestel koppelen om de
gegevensschermen daarvan op uw Edge toestel weer te geven
tijdens een triatlon.
> Modus Extra scherm >
1 Selecteer op uw Edge toestel,
Verbind horloge.
2 Selecteer op uw compatibele Garmin horloge
achtereenvolgens Instellingen > Sensors en accessoires >
Voeg nieuwe toe > Extra scherm.
3 Volg de aanwijzingen op het scherm van uw Edge toestel en
Garmin horloge om het koppelingsproces te voltooien.
Als de toestellen zijn gekoppeld, verschijnen de
gegevensschermen van uw gekoppelde horloge op het Edge
toestel.
OPMERKING: De gebruikelijke Edge toestelfuncties zijn
uitgeschakeld wanneer de modus Extra scherm actief is.
Als u uw compatibele Garmin horloge eenmaal hebt gekoppeld
met uw Edge toestel, maken ze automatisch verbinding
wanneer u de modus Extra scherm de volgende keer gebruikt.
De modus Extra scherm afsluiten
Als het toestel in de modus Extra scherm staat, tikt u op het
scherm en selecteert u Modus Extra scherm afsluiten > .
Toestelinformatie
Specificaties
Edge specificaties
Batterijtype
Oplaadbare, ingebouwde lithium-ionbatterij
Levensduur van batterij
Maximaal 20 uur.
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
Laadtemperatuurbereik
Van 0º tot 45ºC (van 32º tot 113ºF)
Draadloze frequenties/
draadloze protocollen
ANT+ 2,4 GHz bij 3 dBm nominaal
Bluetooth 2,4 GHz bij 3 dBm nominaal
Wi‑Fi 2,4 GHz bij 18 dBm nominaal
Waterbestendigheid
IEC 60529 IPX7*
*Het toestel is bestand tegen incidentele blootstelling aan water
tot een diepte van 1 meter gedurende maximaal 30 minuten. Ga
voor meer informatie naar www.garmin.com/waterrating.
21
Specificaties van de hartslagmeter
Een geheugenkaart installeren
Batterijtype
CR2032 van 3 V, door gebruiker te vervangen
Batterijduur
Maximaal 4,5 jaar bij 1 uur per dag
Waterbestendigheid
3 ATM*
OPMERKING: Dit product verzendt geen hartslaggegevens tijdens het zwemmen.
Bedrijfstemperatuurbereik
Van -5° tot 50°C (van 23° tot 122°F)
Radiofrequentie/
protocol
2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
U kunt een geheugenkaart installeren voor extra opslagruimte of
om vooraf geladen kaarten te installeren. Het toestel
ondersteunt microSD of microSDHC geheugenkaarten tot 2 TB
met de indeling FAT32.
1 Zoek het ronde deksel van de geheugenkaarthouder op de
achterkant van het toestel.
2 Gebruik een muntje om het deksel tegen de klok in los te
draaien.
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
30 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Specificaties van de snelheidsensor en cadanssensor
Batterijtype
CR2032 van 3 V, door gebruiker te
vervangen
Batterijduur
Circa 12 maanden (1 uur per dag)
Bedrijfstemperatuurbereik Van -20º tot 60ºC (van -4º tot 140ºF)
Radiofrequentie/protocol
2,4 GHz ANT+ protocol voor draadloze
communicatie
Waterbestendigheid
1 ATM*
3 Verwijder de deksel.
4 Schuif de kaarthouder À en til deze omhoog.
*Het toestel is bestand tegen druk tot een diepte van maximaal
10 meter. Ga voor meer informatie naar www.garmin.com
/waterrating.
Toestelonderhoud
LET OP
Bewaar het toestel niet op een plaats waar het langdurig aan
extreme temperaturen kan worden blootgesteld, omdat dit
onherstelbare schade kan veroorzaken.
Gebruik nooit een hard of scherp object om het aanraakscherm
te bedienen omdat het scherm daardoor beschadigd kan raken.
Gebruik geen chemische reinigingsmiddelen, oplosmiddelen en
insectenwerende middelen die plastic onderdelen en
oppervlakken kunnen beschadigen.
Breng de beschermkap van de USB-poort goed aan om
beschadiging van de poort te voorkomen.
5 Plaats de geheugenkaart Á met de gouden contacten
omlaag in de kaarthouder.
6 Sluit de kaarthouder en schuif om te vergrendelen.
7 Plaats het deksel terug en zorg dat de indicator naar wijst.
8 Gebruik een muntje om de deksel rechtsom weer vast te
draaien en zorg dat de indicator naar de
wijst.
Door de gebruiker vervangbare batterijen
Het toestel schoonmaken
1 Veeg het toestel schoon met een doek die is bevochtigd met
WAARSCHUWING
Lees de gids Belangrijke veiligheids- en productinformatie in de
verpakking voor productwaarschuwingen en andere belangrijke
informatie.
2 Veeg de behuizing vervolgens droog.
De batterij van de hartslagmeter vervangen
1 Gebruik een kleine kruiskopschroevendraaier om de vier
een mild schoonmaakmiddel.
Laat het toestel na reiniging helemaal drogen.
Onderhoud van de hartslagmeter onderhouden
schroeven aan de achterkant van de module te verwijderen.
2 Verwijder de deksel en de batterij.
LET OP
Klik de module los en verwijder deze voordat u de band
schoonmaakt.
Opbouw van zweet en zout op de band kan het vermogen van
de hartslagmeter om nauwkeurige gegevens te rapporteren
negatief beïnvloeden.
• Ga naar www.garmin.com/HRMcare voor gedetailleerde
wasinstructies.
• Spoel de band na elk gebruik schoon.
• Was de band wanneer u deze zeven keer hebt gebruikt.
• Droog de band niet in een wasdroger.
• U moet de band hangend of plat laten drogen.
• Koppel de module los van de band als deze niet wordt
gebruikt om de levensduur van uw hartslagmeter te
verlengen.
22
3 Wacht 30 seconden.
4 Plaats de nieuwe batterij met de pluskant naar boven.
OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
verliest.
5 Plaats het deksel en de vier schroeven terug.
OPMERKING: Draai de as niet te strak vast.
Toestelinformatie
Nadat u de batterij van de hartslagmeter hebt vervangen, moet
u deze mogelijk opnieuw koppelen aan het toestel.
De batterij van de snelheidsensor of cadanssensor
vervangen
De LED knippert rood na twee omwentelingen als de batterij
bijna leeg is.
1 De batterijdeksel À is rond en bevindt zich op de achterkant
van de sensor.
2 Draai de deksel linksom tot deze is ontgrendeld en los
genoeg zit om te verwijderen.
Verwijder
de deksel en de batterij Á.
3
TIP: U kunt een stuk tape  of een magneet gebruiken om
de batterij uit de deksel te verwijderen.
4 Wacht 30 seconden.
5 Plaats de nieuwe batterij in de deksel met de polen in de
juiste richting.
OPMERKING: Zorg dat u de afdichtring niet beschadigt of
verliest.
6 Draai de deksel rechtsom tot deze is vergrendeld.
OPMERKING: De LED knippert een paar seconden rood en
groen nadat de batterij is vervangen. Als de LED groen
knippert en daarna stopt met knipperen, is het toestel actief
en klaar om gegevens te verzenden.
Problemen oplossen
Het toestel herstellen
Als het toestel niet meer reageert, moet u het mogelijk
herstellen. Uw gegevens en instellingen worden dan niet gewist.
Houd
10 seconden ingedrukt.
Het toestel wordt gereset en ingeschakeld.
Standaardinstellingen herstellen
U kunt de standaard configuratie-instellingen en
activiteitenprofielen herstellen. Hiermee wist u niet uw
geschiedenis or activiteitgegevens, zoals ritten, workouts en
koersen.
Selecteer
> Systeem > Herstel toestel > Herstel
standaardinstellingen > .
Gebruikersgegevens en instellingen wissen
U kunt alle gebruikersgegevens wissen en het toestel herstellen
naar de oorspronkelijke instellingen. Hiermee wist u uw
geschiedenis en gegevens zoals ritten, workouts en koersen, en
herstelt u de toestelinstellingen en activiteitenprofielen.
Bestanden die u via uw computer op het toestel hebt gezet,
worden niet gewist.
Selecteer
> Systeem > Herstel toestel > Wis gegevens
en instellingen > .
Problemen oplossen
Levensduur van de batterijen maximaliseren
• Schakel Modus Batterijbesparing (De modus
Batterijbesparing inschakelen, pagina 23).
• Verminder de sterkte van de schermverlichting of verkort de
time-out voor de schermverlichting (Scherminstellingen,
pagina 21).
• Selecteer het registratie-interval Smart (Instellingen voor
gegevens vastleggen, pagina 21).
• Schakel de functie Autom. slaapstand in (Automatische
slaapstand gebruiken, pagina 20).
• Schakel de draadloze functie Telefoon uit
(Telefooninstellingen, pagina 20).
• Selecteer de instelling GPS (De satellietinstelling wijzigen,
pagina 19).
• Verwijder draadloze sensors die u niet meer gebruikt.
De modus Batterijbesparing inschakelen
In de modus Batterijbesparing worden de instellingen
automatisch aangepast voor een zo lang mogelijke batterijduur
voorj langere ritten. Tijdens een activiteit wordt het scherm
uitgeschakeld. U kunt automatische waarschuwingen
inschakelen en op het scherm tikken om het te activeren. In de
modus Batterijbesparing worden GPS-spoorpunten en sensorgegevens minder vaak geregistreerd. Afstandsmeting,
snelheidsmeting en spoorgegevens zijn minder nauwkeurig.
OPMERKING: In de modus Batterijbesparing wordt de
geschiedenis vastgelegd als de timer is ingeschakeld.
> Modus Batterijbesparing > Schakel in.
1 Selecteer
2 Selecteer de waarschuwingen die het scherm tijdens een
activiteit activeren.
De ontvangst van GPS-signalen verbeteren
• Synchroniseer het toestel regelmatig met uw Garmin
Connect account:
◦ Verbind uw toestel met een computer via de USB-kabel
en de Garmin Express app.
◦ Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app op uw Bluetooth smartphone.
◦ Verbind uw toestel met uw Garmin Connect account via
een Wi‑Fi draadloos netwerk.
Na verbinding met uw Garmin Connect account downloadt
het toestel diverse dagen aan satellietgegevens, zodat het
toestel snel satellietsignalen kan vinden.
• Ga met uw toestel naar buiten, naar een open plek, ver weg
van hoge gebouwen en bomen.
• Blijf enkele minuten stilstaan.
De hoogte instellen
Als u over nauwkeurige hoogtegegevens voor uw huidige locatie
beschikt, kunt u de hoogtemeter op het toestel handmatig
kalibreren.
> Stel hoogte in.
1 Selecteer Navigatie >
2 Geef de hoogte op en selecteer .
Temperatuurmetingen
Het toestel geeft een temperatuur aan die hoger is dan de
werkelijke luchttemperatuur als het toestel in direct zonlicht
wordt geplaatst, in de hand wordt gehouden of wordt opgeladen
met een extern batterijpakket. Het duurt ook even voor het
toestel zich aan significante wijzigingen in de temperatuur heeft
aangepast.
23
Op mijn toestel wordt niet de juiste taal
gebruikt
1 Selecteer .
2 Blader omlaag naar het laatste item in de lijst en selecteer
het.
3 Blader omlaag naar het vijfde item in de lijst en selecteer het.
4 Selecteer uw taal.
Meer informatie
• Ga naar support.garmin.com voor meer handleidingen,
artikelen en software-updates.
• Ga naar www.garmin.com/intosports.
• Ga naar www.garmin.com/learningcenter.
• Ga naar buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer voor informatie over optionele accessoires en
vervangingsonderdelen.
Vervangende O-ringen
Voor de steunen zijn vervangende banden (O-ringen)
verkrijgbaar.
OPMERKING: Gebruik alleen vervangende banden van EPDM
(Ethylene Propylene Diene Monomer). Ga naar
http://buy.garmin.com of neem contact op met uw Garmin
dealer.
Toestelgegevens weergeven
> Systeem > Over.
1 Selecteer
2 Selecteer een optie.
• Selecteer Informatie over regelgeving om informatie
over regelgeving en het modelnummer weer te geven.
• Selecteer Copyrightinfo om softwaregegevens, de
toestel-id en de licentieovereenkomst weer te geven.
De software bijwerken via Garmin Connect
Mobile
Voordat u de software op uw toestel kunt bijwerken via de
Garmin Connect Mobile app, moet u een Garmin Connect
account hebben en het toestel koppelen met een compatibele
smartphone (Uw smartphone koppelen, pagina 1).
1 Synchroniseer uw toestel met de Garmin Connect Mobile
app.
Als er nieuwe software beschikbaar is, geeft uw toestel een
melding weer dat u de software kunt bijwerken.
2 Volg de instructies op het scherm.
De software bijwerken via Garmin Express
Voordat u de toestelsoftware kunt bijwerken, moet u beschikken
over een Garmin Connect account en de Garmin Express
toepassing downloaden.
1 Sluit het toestel met een USB-kabel aan op uw computer.
Als er nieuwe software beschikbaar is, verstuurt Garmin
Express deze naar uw toestel.
2 Volg de instructies op het scherm.
3 Koppel uw toestel niet los van de computer tijdens het
bijwerken.
OPMERKING: Als u Wi‑Fi connectiviteit al hebt ingesteld
voor uw toestel, kan Garmin Connect automatisch nieuwe
software-updates downloaden naar uw toestel als verbinding
wordt gemaakt met Wi‑Fi.
Productupdates
Installeer Garmin Express (www.garmin.com/express) op uw
computer. Installeer de Garmin Connect Mobile app op uw
smartphone.
Op die manier kunt u gemakkelijk gebruikmaken van de
volgende diensten voor Garmin toestellen:
• Software-updates
• Kaartupdates
• Gegevens worden geüpload naar Garmin Connect
• Productregistratie
24
Appendix
Gegevensvelden
Voor sommige gegevensvelden hebt u optionele accessoires
nodig om de gegevens weer te geven.
Afst. tot volg.: De resterende afstand tot het volgende waypoint
op uw route. Deze gegevens worden alleen weergegeven
tijdens het navigeren.
Afstand: De afstand die u hebt afgelegd voor de huidige
activiteit of het huidige spoor.
Afstand - Laatste ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor
de laatste voltooide ronde.
Afstand - Ronde: De afstand die u hebt afgelegd voor de
huidige ronde.
Afstandsteller: Een lopende meting van de afstand die is
afgelegd voor alle trips. Dit totaal wordt niet gewist als de
reisgegevens worden hersteld.
Afstand te gaan: De resterende afstand tijdens een workout of
koers als u een afstandsdoel hebt opgegeven.
Afstand tot bestemming: De resterende afstand tot de
eindbestemming. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
Afstand tot koerspunt: De resterende afstand tot het volgende
punt in de koers.
Afstand voor: De afstand voor of achter de Virtual Partner.
Assistentiemodus: De huidige eBike assistentiemodus.
Balans: De huidige vermogensbalans links/rechts.
Balans - 10 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
(10 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
Balans - 30 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
(30 seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
Balans - 3 sec gemiddeld: Het voortschrijdend gemiddelde
(drie seconden) van de vermogensbalans links/rechts.
Balans - Gemiddeld: De gemiddelde vermogensbalans links/
rechts voor de huidige activiteit.
Balans - Ronde: De gemiddelde vermogensbalans links/rechts
voor de huidige ronde.
Batterijniveau: De resterende batterijvoeding.
Batterijstatus: Het resterende batterijvermogen van een
fietslamp-accessoire.
Batterij versnelling: De batterijstatus van een
versnellingspositiesensor.
Cadans: Fietsen. Het aantal omwentelingen van de pedaalarm.
Voor weergave van deze gegevens moet uw toestel zijn
aangesloten op een cadansaccessoire.
Cadans - Gemiddeld: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige activiteit.
Cadansgrafiek: Een lijndiagram dat uw cadanswaarden voor de
huidige activiteit weergeeft.
Cadans - Ronde: Fietsen. De gemiddelde cadans voor de
huidige ronde.
Calorieën: De hoeveelheid calorieën die u hebt verbrand.
Appendix
Calorieën te gaan: De resterende hoeveelheid calorieën tijdens
een workout als u een calorieëndoel hebt opgegeven.
Di2 batterijniveau: De resterende batterijspanning van een Di2
sensor.
Di2 schakelmodus: De huidige schakelmodus van een Di2
sensor.
Doelvermogen: Het geleverde doelvermogen tijdens een
activiteit.
eBike batterij: De resterende batterijspanning van een eBike.
Effectiviteit van draaimoment: Meting van de pedaalslagenefficiëntie van een gebruiker.
ETA bij volgende: Het geschatte tijdstip waarop u het volgende
waypoint op de route zult bereiken (aangepast aan de lokale
tijd van het waypoint). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
ETA op bestemming: Het geschatte tijdstip waarop u de
eindbestemming zult bereiken (aangepast aan de lokale tijd
van de bestemming). Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
GPS-nauwkeurigheid: De foutmarge voor uw exacte locatie.
Uw GPS-locatie is bijvoorbeeld accuraat binnen +/- 3,65
meter (12 ft.).
GPS-signaalsterkte: De sterkte van het signaal van de GPSsatelliet.
Grafiek HS-zone: Een lijndiagram dat uw huidige hartslagzone
(1-5) weergeeft.
Hartslag: Uw aantal hartslagen per minuut. Uw toestel moet zijn
aangesloten op een compatibele hartslagmeter.
Hartslaggrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige, gemiddelde en
maximale hartslagwaarden voor de huidige activiteit
weergeeft.
Hartslag te gaan: Geeft tijdens een workout aan hoeveel
slagen u boven of onder uw hartslagdoelstelling zit.
Herhalingen te gaan: Het resterende aantal herhalingen tijdens
een workout.
Hoogte: De hoogte van uw huidige locatie boven of onder
zeeniveau.
Hoogtegrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige hoogte, totale
stijging en totale daling voor de huidige activiteit weergeeft.
HS - %HSR: Het percentage van de hartslagreserve (maximale
hartslag minus rusthartslag).
HS – %Max.: Het percentage van maximale hartslag.
HS - Gem.: De gemiddelde hartslag voor de huidige activiteit.
HS - Gem. %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige activiteit.
HS - Gem. %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige activiteit.
HS - Laatste ronde: De gemiddelde hartslag voor de laatste
voltooide ronde.
HS - Ronde: De gemiddelde hartslag voor de huidige ronde.
HS - Ronde %HSR: Het gemiddelde percentage van de
hartslagreserve (maximale hartslag minus rusthartslag) voor
de huidige ronde.
HS – Ronde %Max.: Het gemiddelde percentage van de
maximale hartslag voor de huidige ronde.
HS-zone: Uw huidige hartslagbereik (1 tot 5). De
standaardzones zijn gebaseerd op uw gebruikersprofiel en
de maximale hartslag (220 min uw leeftijd).
Indoortrainer-weerstand: Het weerstandsniveau van een
indoor trainer.
Koers: De richting waarin u zich verplaatst.
Lichtmodus: De configuratiemodus van het lichtnetwerk.
Appendix
Locatie bij bestemming: Het laatste punt in een route of koers.
Locatie bij volgende: Het volgende punt in een route of koers.
Pedaalsoepelheid: De meting van de krachtverdeling op de
pedalen bij iedere pedaalslag door een gebruiker.
Percentage: De berekening van de stijging over de afstand. Als
u bijvoorbeeld 10 ft (3 m.) stijgt na elke 200 ft (60 m.) die u
aflegt, dan is de helling ofwel het stijgingspercentage 5%.
PMO: Pedaalmidden-offset. Pedaalmidden-offset is de locatie
op het pedaaloppervlak waarop kracht wordt uitgeoefend.
PMO - Gemiddeld: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
huidige activiteit.
PMO - Ronde: De gemiddelde pedaalmidden-offset voor de
huidige ronde.
Prestatieconditie: De score voor de prestatieconditie is een
real-time meting van uw prestatievermogen.
Reisafstand: De geschatte afstand die u kunt afleggen op basis
van de huidige eBike instellingen en de resterende
batterijstroom.
Resterende stijging: De resterende stijging tijdens een workout
of koers als u een hoogtedoel hebt opgegeven.
Ronden: Het aantal ronden dat is voltooid voor de huidige
activiteit.
Schakeladvies: Het advies om op basis van uw huidige
inspanning door of terug te schakelen. Uw eBike moet in de
handmatige schakelmodus staan.
Snelh.grafiek: Een lijndiagram dat uw snelheid voor de huidige
activiteit weergeeft.
Snelheid: De huidige snelheid waarmee u zich verplaatst.
Snelheid - Gemiddeld: De gemiddelde snelheid voor de
huidige activiteit.
Snelheidgraf.: Een staafdiagram dat uw huidige, gemiddelde en
maximale snelheid voor de huidige activiteit weergeeft.
Snelheid - Laatste ronde: De gemiddelde snelheid voor de
laatste voltooide ronde.
Snelheid - Maximum: De hoogste snelheid voor de huidige
activiteit.
Snelheid - Ronde: De gemiddelde snelheid voor de huidige
ronde.
Staafgrafiek cadans: Een staafdiagram dat uw huidige,
gemiddelde en maximale cadanswaarden voor de huidige
activiteit weergeeft.
Staafgrafiek hartslag: Een staafdiagram dat uw huidige,
gemiddelde en maximale hartslagwaarden voor de huidige
activiteit weergeeft.
Staafgrafiek vermogen: Een staafdiagram dat uw huidige,
gemiddelde en maximale geleverde vermogen voor de
huidige activiteit weergeeft.
Status bundelhoek: De modus van de koplampbundel.
Stijging tot volgende: De resterende stijging tot het volgende
waypoint op uw route. Deze gegevens worden alleen
weergegeven tijdens het navigeren.
TE anaeroob: De impact van de huidige activiteit op uw
anaerobe conditie.
Temperatuur: De temperatuur van de lucht. Uw
lichaamstemperatuur beïnvloedt de temperatuursensor.
Tijd: De tijd van de dag, op basis van uw huidige locatie en
tijdinstellingen (notatie, tijdzone en zomertijd).
Tijd: De stopwatchtijd voor de huidige activiteit.
Tijd - Gem. ronde: De gemiddelde rondetijd voor de huidige
activiteit.
Tijd in zone: De tijd verstreken in elke hartslag- of
vermogenszone.
25
Tijd - Laatste ronde: De stopwatchtijd voor de laatste voltooide
ronde.
Tijd - Ronde: De stopwatchtijd voor de huidige ronde.
Tijd staand: De tijd dat u staand op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd staand - ronde: De tijd dat u staand op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Tijd te gaan: De resterende tijd tijdens een workout of koers als
u een tijdsdoel hebt opgegeven.
Tijd tot bestemming: De tijd die u naar verwachting nodig hebt
om de bestemming te bereiken. Deze gegevens worden
alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd tot volgende: De tijd die u naar verwachting nodig hebt om
het volgende waypoint op de route te bereiken. Deze
gegevens worden alleen weergegeven tijdens het navigeren.
Tijd - Verstreken: De totale verstreken tijd. Als u bijvoorbeeld
de timer start en 10 minuten hardloopt, vervolgens de timer 5
minuten stopt en daarna de timer weer start en 20 minuten
hardloopt, bedraagt de verstreken tijd 35 minuten.
Tijd voor: De tijd voor of achter de Virtual Partner.
Tijd zittend: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt getrapt
voor de huidige activiteit.
Tijd zittend - ronde: De tijd dat u zittend op de pedalen hebt
getrapt voor de huidige ronde.
Totale daling: De totale afstand van de daling sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Totale stijging: De totale afstand van de stijging sinds deze
waarde voor het laatst is hersteld.
Training effect aerobic: De impact van de huidige activiteit op
uw aerobe conditie.
V.S. – 30s gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30 seconden)
van verticale snelheid.
VAM - gemiddeld: De gemiddelde stijgsnelheid voor de huidige
activiteit.
VAM - ronde: De gemiddelde stijgsnelheid voor de huidige
ronde.
Verbonden lampen: Het aantal verbonden lampen.
Verm.fase - L. piek gem.: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
activiteit.
Verm.fase - R. piek gem.: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
huidige activiteit.
Verm. - gem. 10 s - watts/kg: Het voortschrijdend gemiddelde
(10 seconden) van het uitgangsvermogen in watt per
kilogram.
Verm. - gem. 30 s - watts/kg: Het voortschrijdend gemiddelde
(30 seconden) van het uitgangsvermogen in watt per
kilogram.
Verm. - gem. 3 s - watts/kg: Het voortschrijdend gemiddelde (3
seconden) van het uitgangsvermogen in watt per kilogram.
Vermogen: Het huidige uitgangsvermogen in watt. Uw toestel
moet zijn aangesloten op een compatibele vermogensmeter.
Vermogen - %FTP: Het huidige uitgangsvermogen als
percentage van het functionele drempelvermogen (FTP).
Vermogen - 10 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (10
seconden) van het uitgangsvermogen.
Vermogen - 30 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (30
seconden) van het uitgangsvermogen.
Vermogen - 3 sec gem.: Het voortschrijdend gemiddelde (3
seconden) van het uitgangsvermogen.
Vermogen - Gemiddeld: Het gemiddelde uitgangsvermogen
voor de huidige activiteit.
26
Vermogen - IF: De Intensity Factor™ voor de huidige activiteit.
Vermogen - kJ: De totale verrichte inspanningen
(uitgangsvermogen) in kilojoules.
Vermogen - Laatste ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen
voor de laatste voltooide ronde.
Vermogen - Max. ronde: Het hoogste uitgangsvermogen voor
de huidige ronde.
Vermogen - Maximum: Het hoogste uitgangsvermogen voor de
huidige activiteit.
Vermogen - NP: De Normalized Power™ voor de huidige
activiteit.
Vermogen - NP laatste ronde: Het gemiddelde Normalized
Power van de laatste voltooide ronde.
Vermogen - NP ronde: Het gemiddelde Normalized Power van
de huidige ronde.
Vermogen - Ronde: Het gemiddelde uitgangsvermogen voor de
huidige ronde.
Vermogensfase - L.: De huidige vermogensfasehoek voor het
linkerbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
positief vermogen wordt geproduceerd.
Vermogensfase - L. gemiddeld: De gemiddelde
vermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
activiteit.
Vermogensfase - L. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
voor het linkerbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
uitoefent.
Vermogensfase - L. piek ronde: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
ronde.
Vermogensfase - L. ronde: De gemiddelde
vermogensfasehoek voor het linkerbeen voor de huidige
ronde.
Vermogensfase - R.: De huidige vermogensfasehoek voor het
rechterbeen. Vermogensfase is het pedaalslaggebied waar
positief vermogen wordt geproduceerd.
Vermogensfase - R. gemiddeld: De gemiddelde
vermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de huidige
activiteit.
Vermogensfase - R. piek: De huidige piekvermogensfasehoek
voor het rechterbeen. Piekvermogensfase is het hoekgebied
waarover de fietser het piekgedeelte van de aandrijfkracht
uitoefent.
Vermogensfase - R. piek ronde: De gemiddelde
piekvermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de
huidige ronde.
Vermogensfase - R. ronde: De gemiddelde
vermogensfasehoek voor het rechterbeen voor de huidige
ronde.
Vermogensgrafiek: Een lijndiagram dat uw huidige,
gemiddelde en maximale geleverde vermogen voor de
huidige activiteit weergeeft.
Vermogenszone: Het huidige uitgangsvermogensbereik (1–7),
gebaseerd op uw FTP of aangepaste instellingen.
Vermogen - TSS: De Training Stress Score™ voor de huidige
activiteit.
Vermogen - watt/kg: De hoeveelheid uitgangsvermogen in watt
per kilogram.
Vermogen - watt/kg - gemiddeld: Het gemiddelde
uitgangsvermogen in watt per kilogram.
Vermogen - watt/kg - ronde: Het gemiddelde
uitgangsvermogen in watt per kilogram voor de huidige
ronde.
Appendix
Versnelling achter: De achterste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Versnellingen: De voorste en achterste fietsversnellingen van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingscombo: De huidige versnellingscombinatie van
een versnellingspositiesensor.
Versnellingsratio: Het aantal tanden op de voorste en
achterste fietsversnellingen, zoals gedetecteerd door een
versnellingspositiesensor.
Versnelling voor: De voorste fietsversnelling van een
versnellingspositiesensor.
Verticale snelheid: De stijg- of daalsnelheid over tijd.
Workoutstap: De huidige stap van het totale aantal stappen
waaruit een workout is opgebouwd.
Zon onder: Het tijdstip waarop de zon ondergaat, gebaseerd op
uw GPS-positie.
Zon op: Het tijdstip waarop de zon opkomt, gebaseerd op uw
GPS-positie.
Standaardwaarden VO2 Max.
In deze tabellen vindt u de gestandaardiseerde classificaties van het geschat VO2 max. op basis van leeftijd en geslacht.
Mannen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
55,4
54
52,5
48,9
45,7
42,1
Uitstekend
80
51,1
48,3
46,4
43,4
39,5
36,7
Goed
60
45,4
44
42,4
39,2
35,5
32,3
Redelijk
40
41,7
40,5
38,5
35,6
32,3
29,4
Slecht
0–40
<41,7
<40,5
<38,5
<35,6
<32,3
<29,4
Vrouwen
Percentiel
20–29
30–39
40–49
50–59
60–69
70–79
Voortreffelijk
95
49,6
47,4
45,3
41,1
37,8
36,7
Uitstekend
80
43,9
42,4
39,7
36,7
33
30,9
Goed
60
39,5
37,8
36,3
33
30
28,1
Redelijk
40
36,1
34,4
33
30,1
27,5
25,9
Slecht
0–40
<36,1
<34,4
<33
<30,1
<27,5
<25,9
Gegevens afgedrukt met toestemming van The Cooper Institute. Ga voor meer informatie naar www.CooperInstitute.org.
FTP-waarden
Deze tabellen bevatten classificaties voor geschat functioneel
drempelvermogen (FTP) op basis van geslacht.
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
Voordelen
3
70–80%
Gematigd tempo,
gesprek voeren iets
lastiger
Verbeterde aerobische
capaciteit, optimale
cardiovasculaire
training
4
80–90%
Hoog tempo en
Verbeterde anaerobienigszins oncomfortabel; sche capaciteit en
zware ademhaling
drempel, hogere
snelheid
5
90–100%
Sprinttempo, kan niet
lang worden
volgehouden;
ademhaling zwaar
Mannen
Watt per kilogram (W/kg)
Voortreffelijk
5,05 en meer
Uitstekend
Tussen 3,93 en 5,04
Goed
Tussen 2,79 en 3,92
Redelijk
Tussen 2,23 en 2,78
Ongetraind
Minder dan 2,23
Vrouwen
Watt per kilogram (W/kg)
Voortreffelijk
4,30 en meer
Uitstekend
Tussen 3,33 en 4,29
Goed
Tussen 2,36 en 3,32
Wielmaat en omvang
Redelijk
Tussen 1,90 en 2,35
Ongetraind
Minder dan 1,90
Uw snelheidsensor detecteert automatisch uw wielmaat. Indien
nodig, kunt u handmatig uw wielmaat invoeren in de instellingen
van de snelheidsensor.
De wielmaat wordt aan weerszijden van de band aangegeven.
Dit is geen volledige lijst. U kunt ook de omtrek van uw wiel
meten of een van de rekenmachines op internet gebruiken.
FTP-waarden zijn gebaseerd op onderzoek verricht door Hunter
Allen en Andrew Coggan, PhD, Training and Racing with a
Power Meter (Boulder, CO: VeloPress, 2010).
Berekeningen van hartslagzones
Zone % van
maximale
hartslag
Waargenomen
inspanning
1
Ontspannen,
comfortabel tempo,
regelmatige ademhaling
2
50–60%
60–70%
Appendix
Comfortabel tempo, iets
diepere ademhaling,
gesprek voeren is
mogelijk
Voordelen
Aerobische training
voor beginners,
verlaagt het stressniveau
Standaardcardiovasculaire training; korte
herstelperiode
Anaerobisch en
musculair uithoudingsvermogen; meer
kracht
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
20 × 1,75
1515
20 × 1-3/8
1615
22 × 1-3/8
1770
22 × 1-1/2
1785
24 × 1
1753
24 × 3/4 (tubulair)
1785
24 × 1-1/8
1795
24 × 1,75
1890
24 × 1-1/4
1905
24 × 2,00
1925
24 × 2,125
1965
26 × 7/8
1920
27
Bandafmeting
Wielmaat (mm)
26 × 1-1,0
1913
26 × 1
1952
26 × 1,25
1953
26 × 1-1/8
1970
26 × 1,40
2005
26 × 1,50
2010
26 × 1,75
2023
26 × 1,95
2050
26 × 2,00
2055
26 × 1-3/8
2068
26 × 2,10
2068
26 × 2,125
2070
26 × 2,35
2083
26 × 1-1/2
2100
26 × 3,00
2170
27 × 1
2145
27 × 1-1/8
2155
27 × 1-1/4
2161
27 × 1-3/8
2169
29 x 2.1
2288
29 x 2.2
2298
29 x 2.3
2326
650 x 20C
1938
650 x 23C
1944
650 × 35A
2090
650 × 38B
2105
650 × 38A
2125
700 × 18C
2070
700 × 19C
2080
700 × 20C
2086
700 × 23C
2096
700 × 25C
2105
700C (tubulair)
2130
700 × 28C
2136
700 × 30C
2146
700 × 32C
2155
700 × 35C
2168
700 × 38C
2180
700 × 40C
2200
700 × 44C
2235
700 × 45C
2242
700 × 47C
2268
Blootstelling aan RF-straling
Dit toestel bevat een mobiele zendontvanger die van een
antenne gebruikmaakt om radiofrequente (RF) energie uit te
zenden en te ontvangen voor spraak- en datacommunicatie. Het
toestel zendt radiofrequente straling uit onder de gepubliceerde
limieten als het toestel met maximaal vermogen en met door
Garmin geautoriseerde accessoires wordt gebruikt. Om te
kunnen voldoen aan de vereisten voor naleving van regels
omtrent blootstelling aan RF-straling van de Amerikaanse FCC,
dient het toestel alleen in een compatibele houder of volgens de
installatie-instructies te worden gebruikt. Het toestel dient niet op
enigerlei andere wijze te worden gebruikt.
Dit toestel mag zich niet in de buurt van een andere zender of
antenne bevinden en mag ook niet in combinatie met een
andere zender of antenne worden gebruikt.
28
Appendix
Index
A
aanraakscherm 1
accessoires 14, 15, 24
activiteiten opslaan 3
adressen, zoeken 9
afstand, waarschuwingen 20
agenda 5
ANT+ sensoren 14, 16
koppelen 15
ANT+ sensors 1, 15, 16
fitnessapparatuur 5, 6
koppelen 5
applicaties 12, 13, 18
smartphone 1
Auto Lap 20
Auto Pause 20
auto scroll 20
automatische slaapstand 20
B
banden 24
banen 11
wijzigen 11
basisinstellingen 23
batterij
maximaliseren 23
opladen 2
type 2
vervangen 22, 23
bestanden, overbrengen 18
Bluetooth sensoren 14
Bluetooth technologie 12, 13, 20
C
cadans 14
waarschuwingen 19
calorie, waarschuwingen 20
computer, verbinden 18
Connect IQ 18
contacten voor noodgevallen 13
D
de batterij vervangen 22
doel 6
doelstellingen 6
E
eBike 16
extra scherm 21
F
fietsdynamica 16
fietsen 7
G
Garmin Connect 1, 3, 5, 10, 12, 13, 17, 24
Garmin Connect Mobile 12
Garmin Express 13
software bijwerken 24
gebruikersgegevens, verwijderen 18
gebruikersprofiel 18
gegevens
delen 21
opslaan 17
overbrengen 17, 18
schermen 19
vastleggen 21
gegevens delen 21
gegevens middelen 14
gegevens opslaan 17, 18
gegevens vastleggen 17
gegevensvelden 18, 19, 24
geheugenkaart 22
geschiedenis 3, 17
naar de computer verzenden 17
verwijderen 17
GLONASS 19
Index
GPS 5, 19
signaal 1, 3, 23
GroupTrack 12
H
hartslag
meter 6–8, 14, 15, 22
waarschuwingen 19
zones 15, 17, 27
herstel 6, 8, 9
het toestel herstellen 23
hoogte 23
hoogtemeter, kalibreren 23
I
indoortraining 5, 6
installeren 2, 14
instellingen 13, 16, 18, 20, 21
toestel 21, 23
intervallen, workouts 6
K
kaarten 9, 11
bijwerken 24
instellingen 11
locaties zoeken 9
oriëntatie 11
kalibreren, vermogensmeter 16
knoppen 1
koersen 10, 11
laden 10
maken 10
verwijderen 11
koppelen 1
ANT+ sensoren 15
ANT+ sensors 5
Bluetooth sensoren 15
smartphone 1
L
LiveTrack 12
locaties 9
verwijderen 10
wijzigen 10
zoeken met de kaart 9
M
maateenheden 21
microSD kaart. Zie geheugenkaart
N
navigatie 9
stoppen 10
terug naar start 9
nuttige punten (POI), zoeken 9
O
O-ringen. Zie banden
ongevaldetectie 13
overbrengen, bestanden 13
P
pedaalmidden-offset 16
pedalen 16
persoonlijke records 9
verwijderen 9
pictogrammen 1
prestatieconditie 9
problemen oplossen 15, 23, 24
profielen 18
activiteit 18
gebruiker 18
scherm 21
vergrendelen 2
scherminstellingen 21
schermknoppen 1
schermverlichting 21
segmenten 3, 4
verwijderen 4
sensors voor snelheid en cadans 14
slaapmodus 20
slim opslaan 17
smartphone 1, 12, 18, 20
apps 12
koppelen 1
snelheids- en cadanssensors 23
software
bijwerken 16, 24
licentie 24
versie 24
specificaties 21, 22
startmelding 20
stressscore 8
systeeminstellingen 21
T
taal 21, 24
temperatuur 23
terug naar start 9
tijd, waarschuwingen 20
tijdzones 21
timer 3, 17
toestel
herstellen 23
onderhoud 22
toestel aanpassen 19
toestel bevestigen 2
toestel schoonmaken 22
toestel-id 24
tonen 21
training 6
pagina's 3
plannen 5
schermen 19
Training Effect 9
trainingsbelasting 7, 8
trainingsstatus 7, 9
U
updates, software 16, 24
USB 24
loskoppelen 18
V
vergrendelen, scherm 2
vermogen 16
vermogen (kracht) 6
meters 6–8, 14–16, 27
waarschuwingen 19
zones 15
vermogensfase 16
verwijderen, alle gebruikersgegevens 18, 23
via-punten, projecteren 10
Virtual Partner 6
VO2 max. 6, 7, 9, 27
voeding, zones 17
W
ronden 1
routes
instellingen 11
maken 10
waarschuwingen 19, 20
Wi-Fi 1
Wi‑Fi 12, 13, 24
verbinden 13
widgets 18
wielmaten 27
workouts 4–6
laden 5
maken 4
verwijderen 5
wijzigen 5
S
Z
R
satellietsignalen 1, 3, 23
zones
tijd 21
29
voeding 15
30
Index
support.garmin.com
Augustus 2018
190-02220-35_0B
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising