Shure | AXT600 | User guide | Shure AXT600 Spectrum Manager Gebruikershandleiding

Shure AXT600 Spectrum Manager Gebruikershandleiding
AXT600
Spectrum Manager
Manual for the Shure Axient Spectrum Manager (AXT600).
Version: 4 (2019-L)
Shure Incorporated
Table of Contents
Uitsluitingen
AXT600Spectrum Manager
3
Algemene beschrijving
3
Kenmerken
Voorpaneel
Achterpaneel
12
Event-logboek
13
Spectrum controleren
14
3
4
Back-upfrequenties controleren
14
5
Listen
14
Scannen
14
Antennes aansluiten
6
Montage-instructies
6
Menu op het beginscherm
7
Gegevensscherm
Uitsluitingen invoeren
12
8
De ventilatorsnelheid instellen
16
Firmware-updates
16
Productgegevens
16
Scantijd
17
9
RF-ingang
17
Automatische IP-adressering
9
Actief op het netwerk
19
Handmatige IP-adressering
9
Apparaat resetten
9
Probleemoplossing
10
Netwerktoegangsbeheer
10
Een spectrummanager en ontvangers in een netwerk
plaatsen
Accessoires
Bijgeleverde accessoires
Wizard RF-coördinatie
Information to the user
19
19
19
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
20
WAARSCHUWING VOOR ALLE OORTELEFOONS!
21
WAARSCHUWING
22
10
All New
11
Update Freqs
11
Update Devices
11
Certificering
22
De Wizard-optie All New gebruiken om het systeem in te
stellen
11
2/23
Shure Incorporated
AXT600
Spectrum Manager
Algemene beschrijving
De Axient spectrummanager is een krachtig hulpmiddel voor het berekenen, analyseren en toewijzen van compatibele fre­
quenties aan draadloze componenten. De spectrummanager scant de RF­omgeving en gebruikt deze gegevens om compati­
bele frequenties te berekenen voor alle draadloze kanalen die zich op het netwerk bevinden. Draadloze systemen op een net­
werk kunnen worden geprogrammeerd vanuit de lijst met compatibele frequenties, terwijl back­upfrequenties voortdurend wor­
den bewaakt en volgens kwaliteit gerangschikt. Tijdens bedrijf levert de spectrummanager geschikte frequenties voor ontvan­
gers wanneer er storing optreedt. Ingebouwde hulpmiddelen voor spectrumbewaking zorgen voor visuele en audio-tracering
van RF-activiteit.
Kenmerken
Breedbandscannen
De spectrummanager legt scangegevens vast voor het gehele UHF-frequentiebereik dat beschikbaar is voor draadloze audio.
De scan wordt samengesteld met behulp van twee antenne-ingangen, met een gevoeligheid en resolutie die direct toepasbaar
zijn op draadloze ontvangers.
Lijst van compatibele frequenties
De lijst van compatibele frequenties (CFL) is een lijst van beschikbare frequenties die kunnen worden berekend, bekeken en
®
bewerkt via de spectrummanager, of die gegenereerd kan worden via een computer met Wireless Workbench 6. De inge­
bouwde frequentiecalculator kan zo worden ingesteld dat bepaalde tv-kanalen, frequentiebereiken of een RF-signaal boven
een bepaalde drempel worden vermeden. Tijdens bedrijf geeft de spectrummanager de actuele status van elke frequentie op
de lijst weer. Geschikte frequenties uit de lijst met compatibele frequenties worden geleverd om een systeem aanvankelijk in te
stellen of door storing aangetaste frequenties te vervangen.
Event-logboek
Door Event Log worden activiteiten van de spectrummanager tijdens bedrijf geregistreerd. De activiteiten omvatten wijzigingen
van frequenties en apparatuur die door de spectrummanager wordt bestuurd. Een overzicht van het event­logboek na een uit­
voering geeft een momentopname van de systeemprestaties.
Back-upfrequenties controleren
Het gegevensscherm volgt de status van alle frequenties die beschikbaar zijn voor Axient-systemen. Het aantal frequenties
voor elke band wordt weergegeven, inclusief de realtime status van gebruikte en back-upfrequenties.
RF-scannen
De scanfunctie van de spectrummanager zet het RF­signaal grafisch uit over het gehele frequentiebereik. Met de hulpmidde­
len Cursor, Zoom en Peak is gedetailleerde inspectie van de gegevens mogelijk.
3/23
Shure Incorporated
Luisteren
Met de functie Listen kunt u op een frequentie afstemmen en het gedemoduleerde FM­signaal controleren met een hoofdtele­
foon. Het gegevensscherm geeft de signaalsterkte voor de geselecteerde frequentie weer.
Actief op het netwerk
Netwerken maken veel van de geavanceerde functies van het Axient­systeem mogelijk, zoals bewaking en besturing van ap­
paraten op afstand. De rackcomponenten hebben twee RJ45-ethernetpoorten met netwerksnelheden van 10/100 Mbps. De
ethernetpoorten hebben Power over Ethernet (PoE), wat gebruikt kan worden om voeding te leveren aan het ShowLink™­ac­
cess point of andere ethernetapparaten van klasse 1.
RF-cascadepoorten
De cascadepoorten maken het mogelijk het RF­signaal te delen met maximaal 5 componenten zonder antennesplitters of dis­
tributieversterkers.
Voorpaneel
① Gegevensscherm
Geeft de status van de frequentiecontrole, RF-curven en signaalsterkte weer.
② Navigatieknoppen van gegevensscherm
Gebruiken voor toegang tot menu-opties.
③ Menuscherm
Geeft menu's en instellingen weer.
④ Menu-navigatieknoppen
Gebruiken om menu's te selecteren en erdoor te navigeren.
⑤ Knop Enter
Gebruiken om parameterwijzigingen in te voeren en op te slaan.
⑥ Knop Exit
Annuleert parameterwijzigingen of gaat terug naar een eerder menuscherm.
⑦ Bedieningsknop
◦ Indrukken om menu-items te selecteren om te bewerken
4/23
Shure Incorporated
◦ Draaien om een parameterwaarde te bewerken
Tip: Houd de bedieningsknop gedurende 1 seconde ingedrukt om de functie Hardware Identify in WWB te activeren.
⑧ Monitor-oversturings-LED
Duidt op audio-oversturing wanneer verlicht.
⑨ Monitor-uitgangs-LED
Geeft aan of de afluisteruitgang aan of uit is.
⑩ Monitor-volumeknop
Stelt het afluistervolume in.
⑪ Monitor-connector
6,5 mm (1/4") connector
⑫ Aan/uit-schakelaar
Hiermee wordt de unit in- of uitgeschakeld.
Achterpaneel
① Hoofdschakelaar netvoeding
Netvoedingsschakelaar.
② Netvoeding in
IEC-connector 100 - 240 V AC.
③ Netvoedingscascade
Met IEC-verlengkabels kunt u tot 5 rackcomponenten op één netvoedingsbron aansluiten.
④ Netwerksnelheid-LED (oranje)
◦ Uit = 10 Mbps
◦ Aan = 100 Mbps
⑤ Ethernetpoorten: Klasse 1 geschikt voor PoE (2)
Aansluiten op een ethernet-netwerk om afstandsbediening en controle mogelijk te maken.
5/23
Shure Incorporated
⑥ Netwerkstatus-LED (groen)
◦ Uit = geen netwerkkoppeling
◦ Aan = netwerkkoppeling actief
◦ Knippert = netwerkkoppeling actief, knippersnelheid komt overeen met hoeveelheid overgedragen gegevens
⑦ Ingangsconnectoren voor RF-antenne
Voor antenne A en antenne B.
⑧ Status-LED RF-ingang
Geeft de spanningsstatus van de RF-ingang aan.
◦ Groen = gelijkspanning aan
◦ Rood knipperlicht = storing
◦ Uit = gelijkspanning uit
⑨ RF-cascadepoorten
Geeft het RF-signaal door aan verdere componenten.
⑩ Temperatuurgeactiveerde ventilator
Zorgt voor topprestaties in omgevingen met hoge temperaturen. Het ventilatorfilter moet wanneer nodig worden schoonge­
maakt om de luchtstroom te behouden.
Antennes aansluiten
Met twee antennes kan de spectrummanager scangegevens vastleggen en de RF­signalen analyseren die in diversity ontvan­
gertoepassingen worden gebruikt. Als actieve antennes worden gebruikt, zet u Antenna DC Power op On.
Aan de voorkant gemonteerde antennes gebruiken:
1. Plaats de bulkheadadapters op de bijgeleverde kabels voor montage door de openingen in beide steunen en zet ze
aan de voorkant vast met het bijgeleverde bevestigingsmateriaal.
2. Sluit de bijgeleverde antennekabels aan op de BNC-connectoren van de antenne-ingangen op het achterpaneel.
Montage-instructies
Deze component is ontworpen om in een audiorack te worden ingebouwd.
WAARSCHUWING: Om letsel te voorkomen moet dit apparaat stevig in het rack worden bevestigd.
6/23
Shure Incorporated
Menu op het beginscherm
Tijdens bedrijf geeft het menu op het beginscherm de volgende indicatoren weer:
① Event Log
Registreert de functies van de spectrummanager tijdens bedrijf.
② Netwerkpictogram
Geeft aan dat er connectiviteit is met andere apparaten op het netwerk.
Opmerking: Het IP-adres moet geldig zijn om netwerkbeheer mogelijk te maken.
③ Scrol-pijltjes
Betekent dat er hoger of lager meer logboekitems aanwezig zijn.
④ Submenu Wizard
Geeft toegang tot de volgende Wizard-functies:
◦ All New
◦ Update Freqs
◦ Update Devices
⑤ Submenu Manual
7/23
Shure Incorporated
Geeft toegang tot de volgende menu's:
◦ Devices
◦ Scans
◦ Listen
⑥ Submenu Util
Geeft toegang tot de volgende menu's:
◦
◦
◦
◦
Display
Network
Lock
More (ventilator, S/N, alles opnieuw instellen, gebruikersgroep)
⑦ Submenu CFL
Geeft toegang tot de volgende menu's:
◦
◦
◦
◦
New
Edit
More (inclusief Analyze en Clear)
Deploy
⑧ Pictogram netwerktoegangsbeheer
Weergegeven als PIN voor toegangsbeheer is ingeschakeld in de Shure-besturingssoftware.
Gegevensscherm
Tijdens bedrijf geeft het gegevensscherm het controlescherm voor back-upfrequenties weer. Als de functie Scanning actief is,
geeft het scherm de RF-curve weer. Als de functie Listen actief is, geeft het scherm een grafische voorstelling van signaalsterk­
te voor een geselecteerde frequentie.
① Band
Geeft de frequentiebanden voor Axient-apparaten die door de spectrummanager worden bestuurd
② In Use
Geeft het aantal CFL-frequenties aan, gebruikt door apparaten die door de spectrummanager worden bestuurd
③ Ready
Geeft het aantal frequenties aan die momenteel beschikbaar zijn en kunnen worden geleverd
④ More
Geeft aan dat er meer frequentiebanden beschikbaar zijn
8/23
Shure Incorporated
Een spectrummanager en ontvangers in een netwerk
plaatsen
De spectrummanager gebruikt een ethernetverbinding om frequenties voor componenten op het netwerk te leveren. Voor auto­
matische netwerkconfiguratie kunt u een ethernet-switch geschikt voor DHCP zoals de AXT620 of een ethernetrouter met
DHCP-service gebruiken. Breid bij grotere installaties het netwerk uit met meerdere ethernet-switches.
Opmerking: Bij kleinere systemen worden de spectrummanager en ontvangers verbonden door middel van de ethernetpoorten op het achterpaneel. De appa­
raten krijgen automatisch compatibele adressen als de IP-modus op Automatisch is ingesteld en er geen DHCP-server is.
Automatische IP-adressering
1. Als een Shure AXT620 ethernet-switch wordt gebruikt, moet de DHCP-schakelaar opON worden gezet.
2. Stel de IP-modus in op automatisch voor alle apparaten (Util > Network > Mode > Automatic)
Handmatige IP-adressering
1. Sluit de spectrummanager en ontvangers aan op een ethernet-switch.
2. Stel de IP-modus in op Manual voor alle apparaten:
◦ Menu: Util > Network
◦ Stel met de bedieningsknop geldige IP-adressen in voor alle apparaten. Zet het subnetmasker voor alle apparaten
op dezelfde waarde.
Apparaat resetten
Reset uw apparaat om de fabrieksinstellingen te herstellen.
1. Ga naar Util > More > Reset All.
9/23
Shure Incorporated
2. Druk op enter om het apparaat te resetten.
Probleemoplossing
Gebruik slechts één DHCP-server per netwerk
Alle apparaten moeten hetzelfde subnetmasker delen
Op alle apparaten moet dezelfde firmwareversie zijn geïnstalleerd
Kijk of er een netwerkpictogram op het scherm van elk apparaat is:
• Als het pictogram er niet is, controleer dan de kabelverbinding en de LED's op de netwerkconnector.
• Als de LED's niet branden en de kabel is aangesloten, vervang dan de kabel en controleer de LED's en het netwerkpicto­
gram opnieuw.
Gebruik het hulpprogramma Find All (Util > Network > Find All) om apparaten op het netwerk weer te geven:
• In het rapport van Find All staan alle apparaten op het netwerk.
• Controleer het IP­adres van apparaten die niet in het rapport van Find All voorkomen om te verzekeren dat ze op hetzelf­
de subnet zijn.
De connectiviteit van WWB6 met het netwerk controleren:
1. Start de WWB6-software en bekijk de op het netwerk aangesloten apparaten met de weergave Inventory.
2. Als dit niet lukt, zoek dan het IP-adres van een van de apparaten op het netwerk (zoals een ontvanger AXT400) en kijk
of u dat kunt pingen met de computer die WWB6 uitvoert.
3. Typ bij een WINDOWS/MAC commandoprompt "ping IPADDRESS" van het apparaat (bv. "ping 192.168.1.100").
4. Als de ping lukt (geen pakketverlies), dan kan de computer het apparaat op het netwerk zien. Als de ping mislukt (100%
pakketverlies), controleer dan het IP-adres van de computer om te zien of deze op hetzelfde subnet is als het apparaat.
5. Als de pings lukken en de apparaten nog steeds niet in de WWB6-inventaris te zien zijn, controleer dan of alle firewalls
of zijn uitgeschakeld of de gegevens van het WWB­netwerk in de toepassing binnenlaten. Controleer of de firewall­in­
stellingen de netwerktoegang niet blokkeren.
Netwerktoegangsbeheer
Toegang tot Shure­componenten op het netwerk kan worden geregeld door een netwerk­PIN in te stellen in de Shure­bestu­
ringssoftware. Zodra een PIN is ingesteld, moet in de software het juiste wachtwoord worden ingevoerd om componentpara­
meters te kunnen wijzigen.
Voer de volgende stappen uit om een netwerk-PIN te wissen:
1. Op het beginscherm: Util > Network > Access.
2. Selecteer Disabled met behulp van de bedieningsknop.
3. Druk op enter om op te slaan.
Tip: Door Reset All uit te voeren, wordt een eventuele netwerk-PIN gewist; alle parameters worden echter ook teruggezet naar
de fabrieksinstellingen.
Wizard RF-coördinatie
De spectrummanager heeft een wizard als hulp bij de configuratie van apparaten en frequenties. Kies een van de volgende op­
ties voor insteltaken:
10/23
Shure Incorporated
All New
Gebruik de optie All New voor aanvankelijke RF-coördinatie.
• Vindt ontvangers en andere apparaten op het netwerk om te beheren
• Scant het RF-spectrum op beschikbare frequenties
• Berekent een lijst van compatibele frequenties (CFL) die overeenkomen met de behoeften van de apparaten op het net­
werk
• Levert frequenties voor de beheerde apparaten
Update Freqs
Gebruik de optie Update Freqs om de frequenties voor een bestaand draadloos systeem te vernieuwen.
• Scant het RF-spectrum op beschikbare frequenties
• Berekent de lijst van compatibele frequenties (CFL) die overeenkomen met de behoeften van de apparaten op het net­
werk
• Levert frequenties voor de beheerde apparaten
Update Devices
Gebruik de optie Update Devices wanneer u nieuwe apparaten aan een draadloos systeem toevoegt.
• Vindt apparaten op het netwerk om te beheren
• Levert frequenties uit de bestaande lijst van compatibele frequenties (CFL) voor de beheerde apparaten
De Wizard-optie All New gebruiken om het systeem in te stellen
Het volgende voorbeeld geeft de stappen weer voor de aanvankelijke RF-coördinatie met behulp van de Wizard-optie All New.
Gebruik de Wizard-opties Update Freqs of Update Devices om een bestaand draadloos systeem te coördineren.
1. Kies Wizard in het menu op het beginscherm en selecteer de optie All New.
2. Het scherm Found Channels geeft de frequentieband en het model van de apparaten op het netwerk weer. Druk op
Next.
3. Druk op de bedieningsknop om een vinkje te plaatsen in het vakje naast Device ID. Selecteer andere apparaten met de
bedieningsknop of druk op Add All. Druk op Flash om een specifiek apparaat in de lijst te identificeren. Druk op Next als
u klaar bent.
4. Zet alle zenders op Mute. Druk op Next.
5. Wacht tot de scan is voltooid.
De RF-curve wordt in het gegevensvenster weergegeven. Druk op Next.
6. Wacht tot de CFL-berekening is voltooid.
7. Druk op Deploy om frequenties aan de netwerkapparaten toe te wijzen.
11/23
Shure Incorporated
Uitsluitingen
De meeste RF­omgevingen bevatten frequenties waar het niet wenselijk is draadloze apparatuur te gebruiken, zoals frequen­
ties gereserveerd voor plaatselijke uitzendingen, openbare veiligheid of andere gebruikers. Uitsluitingen kunnen in de spec­
trummanager worden ingevoerd om te voorkomen dat deze frequenties in de berekening van een lijst van compatibele fre­
quenties worden opgenomen.
Uitsluitingen invoeren
1. Menu: CFL > New > Exclusions
12/23
Shure Incorporated
2. Druk op de menuknop naast de optie Add.
3. Druk op de bedieningsknop om TV, Start of Stop te markeren:
◦ Om één frequentie uit te sluiten, stelt u Start en Stop in op dezelfde frequentiewaarde
◦ Om een reeks frequenties uit te sluiten, definieert u het frequentiebereik met de waarden voor Start en Stop
◦ Om een tv-kanaal uit te sluiten, stelt u het kanaalnummer in met de bedieningsknop
4. Als u klaar bent, drukt u op ENTER om de veranderingen op te slaan.
In dit voorbeeld worden tv­kanaal 32, het bereik van 599,00 tot 604,000 MHz, en 650,000 MHz uitgesloten uit de bere­
kening van compatibele frequenties.
Event-logboek
Het event-logboek registreert de activiteiten van de spectrummanager en andere apparaten die deze beheert, zoals hieronder
aangegeven. Het logboek kan maximaal 150 events opslaan. Het begin van een geregistreerde event wordt aangeduid met
een sterretje (*). De meest recente events staan bovenaan in het logboek. Met de bedieningsknop kunt u door de lijst van
events scrollen. Als de opslaglimiet is bereikt, worden de oudste events overschreven.
Opmerking: Als het apparaat wordt uitgezet of na een firmware-update wordt het event-logboek gewist.
Frequenties:
•
•
•
•
Back-upfrequency verslechterd
Back-upfrequency verbeterd
Frequentie gegeven aan [kanaalnaam]
Scan opgeslagen
Beheerde apparaten:
•
•
•
•
•
[Toestel-ID] gaat offline
[Toestel-ID] komt online
[Toestel-ID] verwijderd
[Toestel-ID] toegevoegd
Zender [Tx]-profiel gewijzigd
Lijst van compatibele frequenties (CFL):
• CFL gewist
• Nieuwe frequentie toegevoegd
• Frequentie verwijderd
•
•
•
•
Frequentiewaarde gewijzigd
Frequentietype gewijzigd
CFL geleverd
Nieuwe CFL berekend
Uitsluitingen:
• Uitsluitingsdrempel gewijzigd
13/23
Shure Incorporated
• Uitsluiting toegevoegd (frequentie of bereik)
• Uitsluiting gewist (frequentie of bereik)
Spectrum controleren
De spectrummanager heeft ingebouwde hulpmiddelen die uitstekend geschikt zijn voor het onderzoeken, traceren en het op­
lossen van problemen met het RF-spectrum.
Back-upfrequenties controleren
Tijdens bedrijf volgt het gegevensscherm de status van frequenties die beschikbaar zijn voor Axient-kanalen in het systeem.
Het totale aantal beschikbare frequenties voor elke band wordt weergegeven, inclusief de realtime status van gebruikte en
back-upfrequenties. Back-upfrequenties die "verslechterd" zijn door de controlefunctie worden verwijderd uit de lijst van Ready
frequenties.
• In Use = frequenties die worden geleverd voor Axient-componenten, m.i.v. offline apparaten
• Ready = frequenties die open en beschikbaar zijn voor gebruik als back-up voor andere componenten
• More = selecteren om verdere frequentiebanden weer te geven
Listen
Gebruik deze functie om het gedemoduleerde FM-signaal op een geselecteerde frequentie te controleren.
Menu: Manual > Listen
•
•
•
•
Selecteer de te controleren frequentie en antenne met de bedieningsknop.
Het gegevensscherm geeft de signaalsterkte van de geselecteerde frequentie weer.
Het menuscherm geeft de geselecteerde frequentie en antenne weer.
De functie Listen kunt u ook bereiken via het menu CFL > Edit, waardoor de frequenties die in gebruik zijn of als back-up
dienen eenvoudig geïdentificeerd kunnen worden.
Scannen
Wanneer een spectrumscan wordt uitgevoerd, wordt een curve van RF-activiteit op het gegevensscherm weergegeven. Met de
hulpmiddelen Cursor, Zoom en Peak kunt u een specifiek gedeelte van de curve onderzoeken. Met de optie Store kan de
spectrummanager 2 curven van scangegevens opslaan als referentie of voor CFL­berekening. Scans die via het spectrumma­
nagermenu zijn uitgevoerd, beslaan het gehele afstembereik. Het hulpmiddel Frequency Plot in Wireless Workbench-software
kan worden gebruikt om een subset van dit bereik te scannen en biedt opties voor stapgrootte en resolutiebandbreedte.
14/23
Shure Incorporated
Menu: Manual > Scan
1. Stel de volgende modi in:
◦ Sweep = Single of Continuous
◦ Peak Hold = Off of ON
◦ Exclusion Threshold = de spectrummanager sluit gescande frequenties boven deze waarde uit van berekening van
de lijst van compatibele frequenties. De drempel kan worden weergegeven tijdens het bewerken op het scherm
Scan Data.
2. Druk op Start om met scannen te beginnen. De voortgang van het scannen wordt op het scherm weergegeven. Wan­
neer u klaar bent, drukt u op Store om een scan op te slaan. Selecteer Recall om naar een opgeslagen scan te gaan.
De opgeroepen scan overschrijft de actuele scangegevens.
De RF-curve wordt op het gegevensscherm weergegeven.
Cursor-hulpmiddel
Cursor voegt een beweegbare, verticale streepjeslijn toe die op de RF-curve wordt geplaatst. Met de bedieningsknop kunt u de
Cursor op een willekeurig punt in de curve plaatsen.
De frequentiewaarde en signaalsterkte voor het geselecteerde punt worden aan de bovenkant van de curve weergegeven.
Zoom-hulpmiddel
Zoom vergroot de RF-curve om gedetailleerde analyse van een gedeelte van het spectrum mogelijk te maken.
Zoom maakt het mogelijk individuele frequenties in overvolle RF-omgevingen te identificeren.
Peak-hulpmiddel
Peak maakt het mogelijk alleen de hoogste pieken van de RF-curven met de cursor te selecteren.
15/23
Shure Incorporated
Met Peak kunnen de sterkste signalen in de RF-curve snel worden geïdentificeerd.
De ventilatorsnelheid instellen
De koelventilator heeft de volgende snelheidsopties:
• Low Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op lagere snelheid voor stille werking
• High Speed = ventilator is altijd ingeschakeld; op hogere snelheid voor maximale koeling
• Automatic = ventilator wordt alleen ingeschakeld als de interne temperatuur te hoog is.
Opmerking: Snelheid kan wisselen van Low naar High als aanvullende koeling vereist is ter bescherming van de component.
1. Selecteer op het beginscherm: Util > More > Fan.
2. Draai de bedieningsknop om een snelheidsoptie te selecteren.
3. Druk op Enter om op te slaan.
Firmware-updates
Firmware is embedded software in elke component die de functionaliteit bestuurt. Af en toe worden nieuwe firmwareversies
ontwikkeld om aanvullende functies en verbeteringen aan te brengen. Om te profiteren van een verbeterd ontwerp kunnen
nieuwe versies van de firmware worden geüpload en geïnstalleerd met behulp van de functie Firmware Update Manager die
beschikbaar is in WWB6-software. Firmware kan gedownload worden van http://www.shure.com/wwb.
Productgegevens
RF-afstemfrequentiebereik
470–865, 925–952 MHz
Grootte RF-afstemstap
25, 200, 1000 kHz
Ruisdrempel
Resolutiebandbreedte
25 kHz
-110 dBm
200 kHz
-100 dBm
1000 kHz
-90 dBm
16/23
Shure Incorporated
Spiegelonderdrukking
>110 dB, normaal
Parasitaire responsie
<-100 dBm, normaal
Maximale stoorimpulsonderdrukking
>90 dB, A-gewogen
Afmetingen
44 mm x 483 mm x 366 mm (1,7 in. x 19,0 in. x 14,4 in.) H x B x D
Gewicht
5,5 kg (12,0 lbs)
Behuizing
Staal; spuitaluminium
Voedingsvereisten
100 tot 240 V AC, 50–60 Hz
Stroomverbruik
gespecificeerd bij 120 V AC
0,8 A RMS
Bedrijfstemperatuurbereik
-18°C (0°F) tot 63°C (145°F)
Opslagtemperatuurbereik
-29°C (-20°F) tot 74°C (165°F)
Scantijd
De spectrummanager scant in 64 seconden het volledige RF­afstemfrequentiebereik m.b.v. 8 parallelgeschakelde scanmodu­
les. De scantijd per 60 MHz kan korter zijn voor de gespecificeerde bereiken waarbij scanmodules parallel kunnen werken.
Stapgrootte
Maximale scantijd per 60 MHz
25 kHz:
48 seconden
*200 kHz:
7 seconden
*1000 kHz:
1 seconde
*Alleen beschikbaar met WWB6-bediening
RF-ingang
Connectortype
BNC
17/23
Shure Incorporated
Configuratie
Ongebalanceerd, Actief
Impedantie
50 Ω
Maximaal ingangsniveau
-20 dBm
Voorspanning
12 V DC, 150 mA (300 mA maximum)
Cascade-uitgang
Connectortype
BNC
Configuratie
Ongebalanceerd, Actief
Impedantie
50 Ω
Doorgangsdemping
<5 dB
Audiouitgang monitor
Audiofrequentiekarakteristiek
40–18 kHz, ±3 dB
Configuratie
Ongebalanceerd, mono, 1/4 in. uitgang (stuurt stereokoptelefoon aan)
Impedantie
50 Ω
Maximaal signaalniveau
Max. afwijking 45 kHz
1 W @ 63 Ω
Pentoewijzingen
Punt
audio +
Ring
audio +
Huls
massa
18/23
Shure Incorporated
Actief op het netwerk
Power over Ethernet (PoE)
50 V DC, Klasse 1
Netwerkinterface
Tweepoorts ethernet 10/100 Mbps
Mogelijkheid tot netwerkadressering
DHCP of handmatig IP-adres
Accessoires
Bijgeleverde accessoires
1 ft coaxiale cascadekabel (2)
95N2035
IEC netvoedingskabel (1)
95A9128
IEC netverlengkabel (1)
95A9129
Afgeschermde 3 ft ethernetkabel (1)
C803
Afgeschermde 8 inch Ethernet doorkoppelkabel (1)
C8006
Hardwareset (1)
90XN1371
22 inch coaxiale kabel* (1)
95B9023
33 inch coaxiale kabel* (1)
95C9023
* met geïntegreerde bulkheadconnector voor aan de voorkant gemonteerde antennes.
Information to the user
This device complies with part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:
1. This device may not cause harmful interference.
2. This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.
Note: This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to part 15 of
the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installa­
tion. This equipment generates uses and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in accordance with
the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee that interference will
not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which
can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more
of the following measures:
• Reorient or relocate the receiving antenna.
• Increase the separation between the equipment and the receiver.
19/23
Shure Incorporated
• Connect the equipment to an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
• Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
Dit symbool geeft aan dat in deze eenheid een gevaarlijk spanning aanwezig is met het risico op een elektri­
sche schok.
Dit symbool geeft aan dat in de documentatie bij deze eenheid belangrijke bedienings­ en onderhoudsinstruc­
ties zijn opgenomen.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
LEES deze instructies.
BEWAAR deze instructies.
NEEM alle waarschuwingen in acht.
VOLG alle instructies op.
GEBRUIK dit apparaat NIET in de buurt van water.
REINIG UITSLUITEND met een droge doek.
DICHT GEEN ventilatieopeningen AF. Zorg dat er voldoende afstand wordt gehouden voor adequate ventilatie. Instal­
leer het product volgens de instructies van de fabrikant.
Plaats het apparaat NIET in de buurt van warmtebronnen, zoals vuur, radiatoren, warmteroosters, kachels of andere
apparaten (waaronder versterkers) die warmte genereren. Plaats geen vuurbronnen in de buurt van het product.
ZORG ERVOOR dat de beveiliging van de gepolariseerde stekker of randaardestekker intact blijft. Een gepolariseerde
stekker heeft twee pennen waarbij er één breder is dan de andere. Een randaardestekker heeft twee pennen en een
extra aardaansluiting. De breedste pen en de aardaansluiting zijn bedoeld om uw veiligheid te garanderen. Als de mee­
geleverde stekker niet in de contactdoos past, vraag een elektricien dan om de verouderde contactdoos te vervangen.
BESCHERM het netsnoer tegen erop lopen of afknelling, vooral in de buurt van stekkers en uitgangen en op de plaats
waar deze het apparaat verlaten.
GEBRUIK UITSLUITEND door de fabrikant gespecificeerde hulpstukken/accessoires.
GEBRUIK het apparaat UITSLUITEND in combinatie met een door de fabrikant gespecificeerde wagen, standaard,
driepoot, beugel of tafel of met een meegeleverde ondersteuning. Wees bij gebruik van een wagen voorzichtig tijdens
verplaatsingen van de wagen/apparaat-combinatie om letsel door omkantelen te voorkomen.
13. HAAL de stekker van dit apparaat uit de contactdoos tijdens onweer/bliksem of wanneer het lange tijd niet wordt ge­
bruikt.
14. Laat onderhoud altijd UITVOEREN door bevoegd servicepersoneel. Onderhoud moet worden uitgevoerd wanneer het
apparaat op enigerlei wijze is beschadigd, bijvoorbeeld beschadiging van netsnoer of stekker, vloeistof of voorwerpen
in het apparaat zijn terechtgekomen, het apparaat is blootgesteld aan regen of vocht, niet naar behoren werkt of is ge­
vallen.
15. STEL het apparaat NIET bloot aan druppelend en rondspattend vocht. PLAATS GEEN voorwerpen gevuld met vloei­
stof, bijvoorbeeld een vaas, op het apparaat.
16. De NETSTEKKER of een koppelstuk van het apparaat moet klaar voor gebruik zijn.
17. Het door het apparaat verspreide geluid mag niet meer zijn dan 70 dB(A).
18. Apparaten van een KLASSE I­constructie moeten worden aangesloten op een WANDCONTACTDOOS met bescher­
mende aardaansluiting.
19. Stel dit apparaat niet bloot aan regen of vocht om het risico op brand of elektrische schokken te verminderen.
20/23
Shure Incorporated
20. Probeer dit product niet te wijzigen. Wanneer dit wel gebeurt, kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect
raken.
21. Gebruik dit product binnen de gespecificeerde bedrijfstemperaturen.
WAARSCHUWING: De voltages in deze apparatuur zijn levensgevaarlijk. Bevat geen onderdelen die de gebruiker zelf kan re­
pareren. Laat onderhoud altijd uitvoeren door bevoegd servicepersoneel. De veiligheidscertificeringen zijn niet meer geldig in­
dien de fabrieksinstelling van de werkspanning wordt gewijzigd.
Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Shure Incorporated kunnen uw bevoegdheid om het apparaat te gebruiken tenietdoen.
WAARSCHUWING VOOR ALLE OORTELEFOONS!
Lees voorafgaand aan het gebruik deze handleiding voor een veilig en correct gebruik van oortelefoons. Bewaar handleiding
en veiligheidsinformatie op een gemakkelijk bereikbare plaats om later te kunnen raadplegen.
WAARSCHUWING
HET BELUISTEREN VAN AUDIO OP EEN TE HOOG VOLUME KAN PERMANENTE GEHOORBESCHADIGING VEROOR­
ZAKEN. GEBRUIK EEN ZO LAAG MOGELIJK VOLUME. Langdurige blootstelling aan te hoge geluidsniveaus kan gehoorbe­
schadiging veroorzaken met een permanent gehoorverlies als gevolg. Volg de volgende richtlijnen, opgesteld door de Occupa­
tional Safety Health Administration (OSHA), voor de maximale blootstellingstijd aan geluidsdrukniveaus voordat gehoorbescha­
diging optreedt.
90 dB SPL
95 dB SPL
100 dB SPL
105 dB SPL
gedurende 8 uur
gedurende 4 uur
gedurende 2 uur
gedurende 1 uur
110 dB SPL
115 dB SPL
120 dB SPL
gedurende een halfuur
gedurende 15 minuten
Voorkom dit volume, anders kan schade optreden
WAARSCHUWING
• Niet gebruiken wanneer het niet kunnen horen van omgevingsgeluiden gevaar kan opleveren, zoals tijdens het rijden of
fietsen en wandelen of joggen waarbij er verkeer aanwezig is en er een ongeluk kan gebeuren.
• Houd dit product en de accessoires ervan buiten het bereik van kinderen. Hantering of het gebruik ervan door kinderen
kan gevaar voor overlijden of ernstig letsel opleveren. Bevat kleine onderdelen en snoertjes die een gevaar voor verstik­
king of wurging kunnen vormen.
• Stel het volumeniveau van het audioapparaat zo zacht mogelijk in en pas het volume na het aansluiten van de oortelefoon
geleidelijk aan. Onverwachte blootstelling aan harde geluiden kan gehoorbeschadiging veroorzaken.
• Draai de volumeregeling net hoog genoeg om het goed te kunnen horen.
• Het naklinken in de oren kan aangeven dat het volumeniveau te hoog is. Probeer het volume te verminderen.
• Als u deze oortelefoon aansluit op het geluidssysteem van een vliegtuig, luister dan bij laag volumeniveau zodat luide be­
richten van de piloot geen ongemak veroorzaken.
• Laat u gehoor regelmatig nakijken door een audioloog. Als u last hebt van een toename van oorsmeer, staak dan het ge­
bruik tot een medisch deskundige uw oren heeft onderzocht.
• Het niet gebruiken van of het niet reinigen of onderhouden van de sleeves en oorstukken van de oortelefoon volgens de
instructies van de fabrikant kan het risico vergroten dat de sleeves losraken van de oorstukken en komen vast te zitten in
uw oren.
• Controleer telkens voordat u de oortelefoon inbrengt de sleeve om zeker te zijn dat deze stevig aan het oorstuk is beves­
tigd.
• Als een sleeve in uw oor komt vast te zitten, roep dan professionele medische hulp in om de sleeve te verwijderen. Uw
oor kan beschadigd raken als niet-professionele personen de sleeve proberen te verwijderen.
• Probeer dit product niet te wijzigen. Anders kan lichamelijk letsel optreden en/of het product defect raken.
21/23
Shure Incorporated
VOORZICHTIG
• Niet onderdompelen in water, bijvoorbeeld bij het nemen van een bad of het wassen van uw gezicht, anders kan de ge­
luidskwaliteit afnemen of een defect optreden.
• Niet gebruiken tijdens het slapen, omdat er dan ongelukken kunnen gebeuren.
• Verwijder de oortelefoon in een langzame draaibeweging. Trek nooit aan het oortelefoonsnoer.
• Stop onmiddellijk met het gebruik van de oortelefoon als deze erg hinderlijk is of irritatie, uitslag, afscheiding of een ande­
re oncomfortabele reactie veroorzaakt.
• Als u momenteel wordt behandeld aan uw oren, raadpleeg dan uw arts over het gebruik van dit apparaat.
Opmerking: Gebruik dit apparaat alleen met de bijgeleverde voeding of een door Shure goedgekeurd equivalent.
WAARSCHUWING
• Batterijen kunnen exploderen of giftige stoffen afgeven. Gevaar voor brand of verbranding. Niet openen, indeuken, wijzi­
gen, demonteren, tot boven 60 °C (140 °F) verwarmen of verbranden.
• Volg de instructies van de fabrikant op.
• Niet kortsluiten; dit kan brandwonden of brand opleveren.
• Niet opladen met andere producten dan die in deze gebruikersgids zijn vermeld.
• Voer batterijen op juiste wijze af. Raadpleeg de plaatselijke verkoper voor de juiste afvoermethode voor gebruikte batterij­
pakketten.
• Batterijen (batterijpakketten of geplaatste batterijen) mogen niet worden blootgesteld aan grote hitte, zoals direct zonlicht,
vuur etc.
Opmerking: Vervanging van de batterij mag alleen worden uitgevoerd door bevoegd onderhoudspersoneel van Shure.
Houd u aan de plaatselijke regels voor recycling van batterijen, verpakkingsmateriaal en elektronisch afval.
Certificering
Voldoet aan de essentiële vereisten van de volgende Europese Richtlijnen:
• WEEE-richtlijn 2012/19/EU zoals gewijzigd door 2008/34/EG
• RoHS-richtlijn EU 2015/863
Opmerking: houd u aan de plaatselijke richtlijnen voor recycling van elektronisch afval
Hierbij verklaar ik, Shure Incorporated, dat het radioapparatuur conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de
EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.shure.com/europe/compliance
Erkende Europese vertegenwoordiger:
Shure Europe GmbH
Hoofdkantoren in Europa, Midden-Oosten en Afrika
Afdeling: EMEA-goedkeuring
Jakob-Dieffenbacher-Str. 12
75031 Eppingen, Duitsland
Telefoon: +49-7262-92 49 0
Fax: +49-7262-92 49 11 4
Email: info@shure.de
Goedgekeurd volgens de bepaling over conformiteitsverklaring (DoC) van FCC Deel 15.
Gecertificeerd door ISED in Canada onder RSS-123.
IC: 616A-AXT600
22/23
Shure Incorporated
Compliantielabel Industry Canada ICES-003: CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)
This device contains licence­exempt transmitter(s)/receiver(s) that comply with Innovation, Science and Economic Develop­
ment Canada’s licence­exempt RSS(s). Operation is subject to the following two conditions:
1. This device may not cause interference.
2. This device must accept any interference, including interference that may cause undesired operation of the device.
L’émetteur/récepteur exempt de licence contenu dans le présent appareil est conforme aux CNR d’Innovation, Sciences et Dé­
veloppement économique Canada applicables aux appareils radio exempts de licence. L’exploitation est autorisée aux deux
conditions suivantes :
1. L’appareil ne doit pas produire de brouillage;
2. L’appareil doit accepter tout brouillage radioélectrique subi, même si le brouillage est susceptible d’en compromettre le
fonctionnement.
Opmerking: EMC-conformiteitstesten worden gebaseerd op het gebruik van meegeleverde en aanbevolen kabeltypen. Bij gebruik van andere kabeltypen
kunnen de EMC-prestaties worden aangetast.
Wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door de fabrikant, kunnen de bevoegdheid om het ap­
paraat te gebruiken tenietdoen.
23/23
Was this manual useful for you? yes no
Thank you for your participation!

* Your assessment is very important for improving the work of artificial intelligence, which forms the content of this project

Download PDF

advertising