Fujifilm X-E2 Camera de handleiding
Annonce
Annonce
DIGITAL CAMERA
X-E2
Gebruiksaanwijzing
Dank u voor uw aankoop van dit product. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft hoe u uw FUJIFILM X-E2
Versie 4.00 digitale camera gebruikt. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt.
■
Product website:
http://fujifilm-x.com/x-e2/
■
Extra informatie is mogelijkerwijs te vinden in online handleidingen die beschikbaar zijn via:
http://fujifilm-dsc.com/manuals/
BL00004756-B01
NL
Voordat u begint
Eerste stappen
Algemene fotografi e en afspelen
Algemene fi lms opnemen en afspelen
De Q (Snelmenu)-knop
De Fn (functie)-knoppen
Meer over fotografi e en afspelen
Menu’s
Aansluitingen
Technische informatie
Probleemoplossing
Appendix
ii
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
• Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw
Gebruikershandleiding
zorgvuldig door.
• Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel.
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
Uit het stopcontact verwijderen
WAARSCHUWING
Als er een probleem ontstaat, zet de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera los en haal deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Als water of andere vreemde voorwerpen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter los en trek deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
WAARSCHUWING
Niet gebruiken in de badkamer of douche
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Probeer de camera nooit te demonteren of modifi ceren veranderen of uit elkaar te halen (open nooit de behuizing).
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Raak geen interne onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van beschadigde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor raadpleging.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware voorwerpen op worden geplaatst.
Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Neem contact op met uw
FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Probeer nooit foto’s te maken als u in beweging bent.
Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een auto rijdt. Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Dit kan tot een elektrische schok leiden door de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Plaats de batterij zoals aangeduid door de merktekens.
Verwarm, wijzig of demonteer de batterij niet. Laat de batterij niet vallen of stel deze niet bloot aan schokken. Berg de batterij niet samen met metalen voorwerpen op.
Elk van deze handelingen kan tot ontploffi batterij leiden en kan brand of letsel veroorzaken.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen andere spanning dan de vermelde spanningsvoeding.
Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand leiden.
WAARSCHUWING
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betreff ende gebied onmiddellijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
De meegeleverde lader is uitsluitend voor gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd. Als u de lader gebruikt om gewone batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie.
Het gebruik van een fl itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken.
Let bijzonder goed op bij het fotograferen van baby’s en kleine kinderen.
Gebruik niet in de nabijheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met isolatietape.
Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of ontploff en.
Houd geheugenkaarten, fl itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inslikken; buiten bereik van kinderen bewaren. Mocht een kind een klein onderdeel inslikken, medische hulp inroepen of het alarmnummer bellen.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen.
Onder de onderdelen die letsel kunnen veroorzaken zijn de band, die verstrikt rond de nek van een kind kan raken, wat verstikking tot gevolg kan hebben, en de fl itser, die een visuele beperking kan veroorzaken.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel.
Dit product genereert radiofrequentie-emissies die kunnen interfereren met navigatie of medische apparatuur.
Voor uw veiligheid
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht. Dit kan brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Trek niet aan het snoer om de netstroomadapter te verwijderen.
Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Hierdoor kan de temperatuur te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Als u de camera reinigt en u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en koppelt u de netstroomadapter los.
Doet u dit niet, dan kan dat leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Er kan brand ontstaan als u de lader in het stopcontact laat zitten.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten.
Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of een elektrische schok leiden.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te laten reinigen. Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar als de batterij onjuist wordt vervangen. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een soortgelijk type.
iii
iv
Voor uw veiligheid
De batterij en voeding
Opmerking
:
Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door
.
■
De batterij opladen
Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader. De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan +10 °C of hoger is dan +35 °C. Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven 40 °C; opladen is niet mogelijk bij temperaturen onder 0 °C.
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de levensduur verkorten en lekkage, oververhitting en ontploff en van de batterij tot gevolg hebben.
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt
.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compartiment zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
■
Opmerkingen over de batterij
De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
■
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen.
Wanneer de batterij steeds minder lang haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij moet worden vervangen.
■
Opslag
De prestaties van de batterij kunnen verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen enigszins af; een lege batterij werkt vaak helemaal niet meer wanneer het koud is. Bewaar een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
■
Attentie: De batterij hanteren
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
• Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
• Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
• Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
• Stel de batterij niet bloot aan water.
• Houd de polen van de batterij altijd schoon.
• De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
■
Afvalverwijdering
Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval.
Voor uw veiligheid
Gebruik uitsluitend FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn.
Andere adapters kunnen de camera beschadigen.
• Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
• Zorg ervoor dat de netstroomadapter goed op de camera wordt aangesloten.
• Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken i.p.v. aan het snoer.
• Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
• Niet demonteren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
• Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
De camera gebruiken
• Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
• Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker
(EVF) beschadigen. Richt de elektronische zoeker niet op de zon.
Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs wanneer de foto’s alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van een geheugenkaart die foto’s of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
v
vi
Voor uw veiligheid
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als één van de volgende situaties zich voordoet:
•
Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen
, moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
•
Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen
, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
•
Als vloeibare kristallen worden ingeslikt
, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld.
Drink grote hoeveelheden water en probeer over te geven. Roep daarna medische hulp in.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd zijn verlicht of zijn nooit verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product zijn onveranderd.
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij om toestemming voordat u uw fotocamera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
NTSC (National Television System Committee) is een kleurensysteem dat vooral in de
Verenigde Staten, Canada en Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurensysteem dat vooral in Europa en China wordt gebruikt.
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
BELANGRIJKE MEDEDELING: Lees eerst voordat u de software gebruikt
Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden.
Digitaal splitsen beeld is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van
FUJIFILM Corporation.
XD-Picture Card
en
E
zijn handelsmerken van FUJIFILM
Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door Dyna-
Comware Taiwan Inc. Macintosh, QuickTime en Mac OS zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. Het Windows-logo is een handelsmerk van de Microsoft groep van bedrijven. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected
Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Adobe en Adobe Reader zijn in de Verenigde Staten en/of andere landen geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. De SDHC- en SDXC-logo´s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het HDMI-logo is een handelsmerk. YouTube is een handelsmerk van Google Inc. Alle overige in deze gebruiksaanwijzing genoemde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende rechthebbenden.
Voor uw veiligheid
MEDEDELINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Dit symbool op het product of in de handleiding en in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden beschouwd. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden ingeleverd.
CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)
Attentie
: Dit Klasse B digitale apparaat voldoet aan de Canadese ICES-003.
Industrie Canada verklaring
: Dit apparaat voldoet aan de Industrie Canada’s vergunningvrije RSSs. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
(1) Dit apparaat mag geen storing veroorzaken; en (2) Dit apparaat moet storing accepteren, inclusief storingen die ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.
Door dit product op juiste wijze te verwijderen helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden beschouwd.
Dit apparaat en zijn antenne(s) mogen niet samen geplaatst worden of worden opgesteld in combinatie met een andere antenne of zender, behalve geteste ingebouwde radio’s. De functie selectie van de landcode is uitgeschakeld voor producten die in de VS/ Canada op de markt gebracht worden.
Stralingsblootstellingsverklaring
: De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat eventuele gezondheidsproblemen in verband worden gebracht met het gebruik van laagvermogen draadloze apparatuur. Het is echter niet bewezen dat deze laagvermogen draadloze apparatuur absoluut veilig is. Laagvermogen draadloze apparatuur zenden lage niveaus radiofrequentie-energie (RF) uit in het microgolfbereik tijdens gebruik. Terwijl hoge niveaus van RF gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid (door verhitting van celweefsel), blootstelling aan lage
RF-niveaus die geen verhittingseff ecten produceren, veroorzaken geen bekende nadelige gevolgen voor de gezondheid. Veel studies over lage RF-niveaus blootstelling hebben geen biologische eff ecten aangetoond. Sommige studies suggereerden dat er bepaalde biologische eff ecten kunnen optreden, maar dergelijke bevindingen zijn niet bevestigd door aanvullend onderzoek. X-E2 is getest en voldoet aan de IC stralingsblootstellingslimieten voor een ongecontroleerde omgeving en voldoet aan de RSS-102 regels voor blootstelling IC radiofrequentie (RF).
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accu’s bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient te verwijderen.
In Japan
: Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze apart weggegooid moeten worden.
vii
viii
Voor uw veiligheid
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
Dank u voor het vertrouwen dat u in dit product heeft gesteld. Raadpleeg uw
FUJIFILM-dealer voor reparatie, inspectie en interne testen.
• Zorg ervoor dat u de lens goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en de
Gebruikershandleiding
van de camera zorgvuldig door.
• Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel.
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
WAARSCHUWING
Niet in de badkamer of douche gebruiken
Niet onderdompelen in of blootstellen aan water.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Haal het apparaat niet uit elkaar (maak de behuizing niet open).
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand, een elektrische schok of letsel door een defect product tot gevolg hebben.
Raak geen interne onderdelen aan
WAARSCHUWING
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van beschadigde onderdelen tot gevolg hebben.
Verwijder onmiddellijk de camerabatterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor raadpleging.
Plaats niet op onstabiele oppervlakken.
Het product kan vallen, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Kijk niet in de zon door de zoekers van de lens of camera.
Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan permanent oogletsel tot gevolg hebben.
ATTENTIE
Gebruik of bewaar niet op plaatsen blootgesteld aan stoom of rook of die zeer vochtig of uitermate stoffi
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Laat niet in direct zonlicht liggen of op plaatsen die onderhevig zijn aan zeer hoge temperaturen, zoals in een afgesloten voertuig op een zonnige dag.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand tot gevolg hebben.
Houd buiten het bereik van kleine kinderen.
In de handen van kinderen kan dit product letsel veroorzaken.
Hanteer niet met natte handen.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok tot gevolg hebben.
Houd de zon uit het beeld bij het fotograferen van onderwerpen met tegenlicht.
Zonlicht dat wordt scherpgesteld in de camera wanneer de zon zich in het beeld of vlakbij het beeld bevindt, kan brand of brandwonden veroorzaken.
Wanneer het product niet in gebruik is, plaats de lensdoppen terug en bewaar niet in direct zonlicht.
Zonlicht dat wordt scherpgesteld door de lens kan brand of brandwonden tot gevolg hebben.
Draag de camera of lens niet terwijl deze op een statief is bevestigd.
Het product kan vallen of andere voorwerpen raken, wat letsel tot gevolg kan hebben.
Voor uw veiligheid
Dit product voldoet aan de volgende EU Richtlijnen:
• RoHS Richtlijn 2011/65/EU
• R & TTE Richtlijn 1999/5/EC
Inschikkelijkheid met deze richtlijnen impliceert conformiteit met de Europese harmoniseringsstandaarden (Europese Normen) van toepassing, die worden opgesomd in de EU Conformiteitsverklaring uitgegeven door de FUJIFILM Corporation voor dit product of productfamilie.
Deze inschikkelijkheid wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering die op het zich op het product bevindt:
•
Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden.
De beveiliging van gegevens verzonden via draadloze netwerken kan niet worden gegarandeerd.
•
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie.
Gebruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen. Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4 GHz band wordt gebruikt.
•
De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie.
Deze markering is geldig voor niet-telecomproducten en EU harmoniseert Telecomproducten (vb. Bluetooth).
Bezoek
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/x/fujifilm_x_e2/pdf/ index/fujifilm_x_e2_cod.pdf
betreff ende de verklaring van conformiteit.
BELANGRIJK
:
Lees eerst de volgende mededelingen, alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken.
Q Dit product, welke een coderingsfunctie bevat dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de United States Export Administration
Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt.
•
Gebruik alleen als onderdeel van een draadloos netwerk.
FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van ongeoorloofd gebruik. Gebruik niet in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen, bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven. Bij gebruik van het apparaat in een computer en andere systemen die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen, moeten alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen en een defect te voorkomen.
•
Gebruik alleen in het land waar het apparaat werd aangeschaft.
Dit apparaat voldoet aan de voorschriften met betrekking tot draadloze netwerkapparaten in het land waar het werd aangeschaft. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het gebruik van het apparaat. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in andere rechtsgebieden.
Draadloze netwerkapparaten: Waarschuwingen
•
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders.
Het werkt tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in RFIDtrackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt.
•
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, stop dan onmiddellijk met gebruik van de betreff ende frequentie of verplaats het apparaat naar een andere locatie. Indien u merkt dat dit apparaat interferentie veroorzaakt in laagspanning RFID-trackingsystemen, neem dan contact op met een FUJIFILM-vertegenwoordiger.
2.4DS/OF4
Deze sticker duidt aan dat dit apparaat in de 2,4 GHz band werkt met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie en interferentie kan veroorzaken op afstanden tot maximaal
40 m.
ix
Lees deze gebruiksaanwijzing en de waarschuwingen in het hoofdstuk “Voor uw veiligheid” ( P ii) aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt. Informatie over specifi eke onderwerpen vindt u aan de hand van onderstaand overzicht.
Inhoudsopgave ........................................................
P
xii Problemen oplossen
P
132
De “Inhoudsopgave” geeft een duidelijk overzicht van de gehele gebruiksaanwijzing. De belangrijkste camerafuncties worden er in behandeld.
Heeft u een specifi ek probleem met de camera? U vindt de oplossing hier.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen ..............
P
137 Beperkingen op de camera-instellingen
P
148
Lees hier wat het knipperende pictogram of foutmelding in het LCD-scherm betekent.
Zie pagina 148 voor beperkingen op de beschikbare opties in elke opnamestand.
x
Foto's worden op optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten ( P 19) bewaard, er wordt in deze gebruiksaanwijzing naar verwezen als “geheugenkaarten.”
Camerabehuizing
: Om uw camera in een goede staat te houden, is het aan te raden de camerabehuizing na elk gebruik met een zachte, schone doek schoon te maken. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of verkleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben. Vloeistoff en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd met een zachte, droge doek. Gebruik een blaaskwast om stof van de monitor te verwijderen, zodat krassen worden vermeden en neem het vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht.
Plaats de dop van de behuizing terug om binnendringen van stof in de camera te voorkomen wanneer er geen lens is bevestigd.
Beeldsensor
: Stof op de beeldsensor kan worden verwijderd met behulp van de optie V
SENSORREINI-
GING
in het instellingenmenu ( P 107).
Verwisselbare lenzen
: Gebruik een blaaskwast om stof te verwijderen en neem vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht. Plaats de voorste en achterste dop terug op de camera wanneer de lens niet in gebruik is.
xi
xii
Voor uw veiligheid
.............................................................................ii
Veiligheidsopmerkingen ...............................................................ii
MEDEDELINGEN ..............................................................................vii
Veiligheidsopmerkingen ............................................................viii
Over deze gebruiksaanwijzing
....................................................x
Productverzorging
............................................................................xi
Symbolen en conventies
.................................................................1
Meegeleverde accessoires
.............................................................1
Delen van de camera
........................................................................2
De keuzeschakelaar .........................................................................5
De instelschijf .....................................................................................5
Cameraschermen ..............................................................................6
Fotograferen: Zoeker/LCD-scherm .........................................6
Afspelen .............................................................................................8
Lenzen
.....................................................................................................9
Delen van de lens .............................................................................9
De doppen verwijderen .................................................................9
De zonnekap bevestigen ...............................................................9
Lenzen met diafragmaringen ................................................... 10
Lenzen zonder diafragmaringen ............................................. 10
Lenzen met O.I.S. Schakelaars ................................................... 11
Handmatige scherpstellenzen .................................................. 11
De draagriem bevestigen
............................................................ 12
Een lens bevestigen
....................................................................... 14
De batterij opladen
........................................................................ 15
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
....................... 16
Compatibele geheugenkaarten ........................................... 19
De camera in- en uitschakelen
.................................................. 20
Basisinstellingen
.............................................................................. 21
Basisinstellingen wijzigen .......................................................... 22
Een weergave kiezen
..................................................................... 23
De zoekerweergave ...................................................................... 24
De zoeker scherpstellen .............................................................. 24
Schermhelderheid aanpassen .................................................. 24
De DISP/BACK -knop
............................................................................ 25
Zoeker: Fotograferen ................................................................. 25
LCD-scherm: Fotograferen ...................................................... 25
Standaardscherm aanpassen ................................................. 26
Zoeker/LCD-scherm: Weergave ............................................. 27
Inhoudsopgave
Foto’s maken
...................................................................................... 28
Foto’s bekijken
.................................................................................. 30
Foto's schermvullend bekijken ................................................. 30
Foto-informatie bekijken ............................................................ 31
Afspeelzoom .................................................................................... 32
Multi-frame afspelen .................................................................... 33
Foto’s wissen
...................................................................................... 34
De fl itser gebruiken
........................................................................ 35
Films opnemen
................................................................................. 37
Een externe microfoon gebruiken .......................................... 38
Films bekijken
................................................................................... 39
De Q-knop gebruiken
.................................................................... 40
De snelmenuweergave ................................................................ 40
Bekijk en wijzig instellingen ...................................................... 41
Bewerken van het snelmenu ..................................................... 42
Met behulp van de functietoetsen
.......................................... 43
Rollen toewijzen aan de functietoetsen ............................... 44
Modusselectie
................................................................................... 45
P, S, A, en M-modi ........................................................................... 45
Programma AE (P) ....................................................................... 46
Sluiter AE (S) .................................................................................. 47
Diafragma AE (A) ......................................................................... 48
Handmatige belichting (M) ..................................................... 49
Lange tijdopnamen (T/B)
............................................................. 50
Tijd (T) ................................................................................................ 50
Bulb (B) ............................................................................................... 50
Een afstandsontspanner gebruiken ....................................... 51
Belichtingscorrectie
....................................................................... 52
Belichting-/scherpstelvergrendeling
..................................... 53
Lichtmeting
........................................................................................ 55
Filmsimulatie
..................................................................................... 56
De DRIVE Knop
................................................................................. 57
Continu fotograferen (seriestand) ........................................... 58
Bracketing ......................................................................................... 59
Panorama’s ........................................................................................ 60
Panorama’s bekijken .................................................................. 62
Multi-belichtingen ......................................................................... 63
Geavanceerd Filterr ....................................................................... 64
xiii
xiv
Inhoudsopgave
Scherpstelstand
............................................................................... 65
De scherpstelaanduiding ........................................................ 66
HF assistentie ................................................................................ 67
Autofocus opties (Scherpstelling) ........................................... 68
Scherpstelpuntselectie ................................................................ 69
Enkel punt AF ............................................................................... 69
Zone AF ........................................................................................... 70
Tracking (Alleen Scherpstelstand
C
) ..................................... 71
Gevoeligheid
..................................................................................... 72
AUTOMATISCH ............................................................................. 73
Foto's opnemen in RAW-formaat
............................................. 74
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken .................................... 75
De zelfontspanner gebruiken
.................................................... 76
Intervalfotografi e
............................................................................ 78
Witbalans
............................................................................................. 79
Instellingen opslaan
....................................................................... 81
Een adapter voor bevestigingspunten (mount adapter) gebruiken
............................................................................................ 82
Instellingen voor bevestigingspuntadapter ....................... 82
Brandpuntsafstellin .................................................................... 82
Vervormingscorrectie ................................................................ 82
Kleurcorrectie ............................................................................... 83
Peripheral Illumination Correction ...................................... 83
Fotoboekhulp
.................................................................................... 84
Een fotoboek maken .................................................................... 84
Fotoboeken bekijken ................................................................... 85
Fotoboeken bewerken of verwijderen .................................. 85
Foto zoeken
........................................................................................ 86
De menu's gebruiken: Opnamestand
.................................... 87
Opties opnamemenu (foto’s) .................................................... 87 d
GEAVANC. FILTER .................................................................. 87
G AUTOFOCUS INSTELLING .................................................. 87
N
ISO .............................................................................................. 89
O
BEELDGROOTTE .................................................................... 90
T BEELDKWALITEIT .................................................................. 90
U
DYNAMISCH BEREIK ............................................................ 90
P FILMSIMULATIE ...................................................................... 90
B
ZELFONTSPANNER ............................................................... 90 o
INTERVAL-TIMEROPNAME ................................................. 91
D WITBALANS ............................................................................. 91 f
KLEUR ........................................................................................ 91 q SHERPTE ................................................................................... 91 r
HIGHLIGHT TINT .................................................................... 91 s
SCHADUWTINT ...................................................................... 91 h RUISONDERDRUKKING ....................................................... 91
K
L BEL. RO .................................................................................. 91 j LENSMODLTIE OPTM.
.......................................................... 91 u
KIES INST. OP MAAT ............................................................. 91
K
BEW/BEW INST. OP M .......................................................... 91 l ADAPT. INSTEL.
...................................................................... 92 m
OPNAME ZONDER LENS .................................................... 92 c HF ASSISTENTIE ..................................................................... 92 v
MODUS AE/AF-VERG.
.......................................................... 92 d
MODUS AF-VERGR.
.............................................................. 92
C LICHTMEETSYSTEEM ........................................................... 92 v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD .......................................... 92 p FLITSLICHT INSTELLINGEN ................................................ 93
W
FILM SET-UP ............................................................................ 93
X FILMSIMULATIE BKT ............................................................. 94
L IS MODE ................................................................................... 94 r
DRAADLS COMMUNICT ..................................................... 94 e DIAFRAGMA-INSTEL.
........................................................... 94 x
SLUITERTYPE .......................................................................... 95
De menu's gebruiken: Afspeelstand
...................................... 96
Opties in het menu Afspelen .................................................... 96 r
DRAADLS COMMUNICT ..................................................... 96 j RAW-CONVERSIE ................................................................... 96
A
WISSEN ..................................................................................... 96
G BEELDUITSNEDE ................................................................... 97 e NIEUW FORMAAT ................................................................. 97
D
BEVEILIGEN ............................................................................. 98
C FOTO DRAAIEN ...................................................................... 98
B
VERWIJDER R. OGEN ............................................................ 99
I DIAVOORSTELLING .............................................................. 99 m ................................................................100
j
MARK. VOOR OPL.
..............................................................100
b EEN FOTO ZOEKEN .............................................................100
s
PC AUTO. OPSLAAN ...........................................................101
K OPDRACHT (DPOF) ............................................................101
V AFDRUK. instax PRINTER .................................................101
J
BEELDVERHOUDING ..........................................................101
Inhoudsopgave
Het instellingenmenu
..................................................................102
Het instellingenmenu gebruiken ..........................................102
De opties van het instellingenmenu ....................................103
F DATUM/TIJD .........................................................................103
N
TIJDVERSCHIL .......................................................................103
Q a ..............................................................................103
R
RESET .......................................................................................103
o GELUID & FLITS ....................................................................103
b GELUID SET-UP ....................................................................104
A
SCHERM SET-UP ..................................................................104
h KNOP/SCHIJFINSTELLING ................................................106
I
SCHERPSTELRING ...............................................................106
Z STROOMBEHEER .................................................................106
V SENSORREINIGING .............................................................107
t
OPSLAAN SET-UP ................................................................107
J KLEURR ...................................................................................108
u
EVF/LCD-INSTELLNG .........................................................108
r VERBINDING INSTELLING ................................................109
K FORMATTEREN ....................................................................110
Fabrieksinstellingen
.....................................................................111
xv
xvi
Inhoudsopgave
Draadloze overdracht
..................................................................114
Draadloze verbindingen: Smartphones .............................114
Draadloze verbindingen: Computers ..................................114
Foto’s op een computer bekijken
...........................................115
Windows ..........................................................................................115
Macintosh .......................................................................................115
De camera aansluiten ................................................................116
Foto’s afdrukken via USB
............................................................118
De camera aansluiten ................................................................118
Geselecteerde foto's afdrukken .............................................118
De DPOF-printopdracht afdrukken ......................................119
Een DPOF-printopdracht aanmaken ....................................120
MET DATUM s
/ ZONDER DATUM .....................................121
ALLES RESETTEN .......................................................................122
instax SHARE printers
..................................................................123
Een verbinding tot stand brengen .......................................123
Foto’s afdrukken ...........................................................................124
Foto’s op een televisietoestel bekijken
...............................125
Optionele accessoires
..................................................................126
Accessoires van FUJIFILM .........................................................126
De camera op andere apparaten aansluiten ....................129
Onderhoud van de camera
.......................................................130
Opslag en gebruik .......................................................................130
Op reis ..............................................................................................130
De beeldsensor reinigen
............................................................131
Problemen en oplossingen
.......................................................132
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
......................137
Capaciteit geheugenkaart
........................................................140
Links
.....................................................................................................141
FUJIFILM X-E2 productinformatie .........................................141
Firmware-updates .......................................................................141
Gratis FUJIFILM-apps ..................................................................141
Technische gegevens
...................................................................142
Beperkingen op de camera-instellingen
............................148
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt:
Q
Deze informatie moet worden gelezen voordat u de camera in gebruik neemt zodat u de camera correct bedient.
R
Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van de camera van pas kan komen.
P
Pagina’s elders in deze gebruiksaanwijzing waarop andere relevante informatie staat.
Menu’s en andere teksten die in de weergaven van de camera verschijnen, worden
vetgedrukt
weergegeven. In de illustraties in deze gebruiksaanwijzing worden schermen van de camera ten behoeve van de duidelijkheid soms enigszins vereenvoudigd afgebeeld.
De volgende accessoires worden bij de camera meegeleverd:
NP-W126 oplaadbare batterij BC-W126-batterijlader Behuizingdop
•
Gebruiksaanwijzing
(deze handleiding)
• Schouderriem
• Beschermkappen (× 2)
Bevestigingsgereedschap clipje Metalen clipjes draagriem (× 2)
R Heeft u een lenskit gekocht, controleer dan of de lens is meegeleverd.
CD-ROM
1
2
Voor meer informatie, zie de pagina rechts van elk item.
Sluiterknop ..................................................... 29
Instelschijf belichtingscompensatie ................ 52
Instelschijf sluitertijd .....................46, 47, 48, 49
Bevestigingspunt voor fl itser ...................36, 129
Flitser .............................................................. 35
Bevestigingsoog draagriem ............................ 12
Afdekkapje aansluitingen
........................................... 38, 51, 116, 118, 125
Selectieknop scherpstelstand .....................28, 65
Lens signaalcontacten ....................................... 9
Ontgrendeling lens ......................................... 14
Microfoon ........................................................ 37
AF-hulplicht .................................................... 89
Zelfontspannerlamp ........................................ 76
ON
/
OFF
-schakelaar ........................................ 20
Functietoets (
Fn7
) .......................................... 43
Filmopnameknop ............................................ 37
Wi-Fi
-knop (weergavestand) ........................ 114
Batterijvak ...................................................... 16
Geheugenkaartsleuf........................................ 17
Batterijvergrendeling ...................................... 16
Elektronische zoeker (EVF) .....................6, 23, 25
LCD-scherm ............................................6, 23, 25
Instelschijf ......................................................... 5
Luidspreker ..................................................... 39
Afdekkapje kabelaansluiting voor DC-koppelstuk
Afdekkapje batterijcompartiment ................... 16
Grendel voor afdekkapje batterijcompartiment ..................................... 16
Statiefbevestigingspunt
Micro usb-connector ........................51, 116, 118
HDMI mini-aansluiting .................................. 125
Microfoon/ afstandsontspanner-aansluiting ................38, 51
Behuizingdop .................................................. 14
Dioptrieregelaar aanpassen ............................ 24
Oogsensor ....................................................... 23
N (fl itser pop-up)-knop.................................. 35
Q
(snelmenu)-knop
*
....................................... 40
Snelmenu bewerken/standaard instellingen knop (houd ingedrukt) * .............................42, 81
RAW-conversieknop (weergavestand) ............ 75
X n k a
Delen van de camera
Indicatorlamp ................................................... 4
AF-L
(scherpstelvergrendeling)-knop
.....................................................53, 65, 92, 106
AE-L
(belichtingsvergrendeling)-knop
.......................................................... 53, 92, 106
MENU/OK
-knop ................................87, 96, 102
(bedieningsvergrendeling)-knop
(houd ingedrukt)............................................... 4
Functietoets (
Fn3
—
Fn6
) .............................. 43
Keuzeknop ........................................................ 5
DISP
(display)/
BACK
-knop ............................. 25
Functietoets (
Fn2
) .......................................... 43
Witbalans-knop .............................................. 79 b
(verwijderen)-knop (weergavestand) ........ 34
Functietoets (
Fn1
) .......................................... 43
AE
(automatisch belichten)-knop ................... 55
(afspelen uitzoomen)-knop .................32, 33
DRIVE
-knop ....................... 57, 58, 59, 60, 63, 64
(afspelen inzoomen)-knop ...................32, 33
(afspeel)-knop ......................................... 30
* In de opnamestand, druk en laat los voor weergave van het snelmenu of druk en houd ingedrukt voor weergave snelmenubewerkingsopties. Wanneer het snelmenu wordt weergegeven, druk en houd ingedrukt voor het aanpassen van de standaard instellingen.
3
4
Delen van de camera
De indicatorlamp
De indicatorlamp geeft de status van de camera als volgt weer:
De scherpstelling is vergrendeld.
Waarschuwing voor bewegingsonscherpte, scherpstelling of belichting.
De foto kan worden gemaakt.
Bezig met een opname. Er kunnen momenteel geen extra foto’s worden gemaakt.
Flitser is aan het opladen, de fl itser zal niet afgaan als er een foto wordt genomen.
Lens of geheugenfout.
R
Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen (
P
137).
R Zolang de zoeker in gebruik is blijft het indicatielampje uit ( P 23).
De indicatorlamp
Bedieningsvergrendeling
Om onopzettelijke bediening van de keuzeknop en de
AE-L
- en
AF-L
-knoppen te voorkomen tijdens het fotograferen, drukt u op
MENU/OK
totdat
X
wordt weergegeven. De bedieningsknoppen kunnen worden ontgrendeld door op
MENU/OK
te drukken tot
X
niet langer wordt weergegeven.
Delen van de camera
Druk op de keuzeknop omhoog
( q
), rechts ( e
), omlaag ( r
), of naar links ( w
) om items te markeren. De omhoog-, links-, rechts- en omlaagknoppen doubleren respectievelijk ook als de
Fn3
- (Scherpstelling;
P
68),
Fn4
- (fi lmsimulatie;
P
56),
Fn5
- (fl itsmodus;
P 35), en
Fn6/AF
- (Focus-frameselectie; P 69) knoppen ( P 43).
Q
Macromodus wordt nu automatisch geselecteerd als vereist, met als gevolg dat de macromodusselectie optie die voorheen kon worden toegewezen aan de functietoetsen (standaard
Fn3
) is vervangen door AF scherpstellingselectie.
Draai
de instelschijf om opties te selecteren in het snelmenuscherm (
P
41), bekijk foto’s (
P
30), pas de grootte van het focusgebied aan (
P
69), of kies een sluitertijd
(
P
10, 45, 47, 49, 50) of kies een combinatie van sluitertijd en diafragma (programmaverschuiving,
P 46).
Druk
op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het actieve focusgebied tijdens het fotograferen ( P 66) of terugspelen ( P 31), of houd het midden van de instelschijf ingedrukt om een handmatige focusassistent optie te kiezen (
P
67).
5
6
Delen van de camera
Tijdens het maken en afspelen van foto's kunnen de volgende indicators verschijnen. In de volgende beschrijving worden alle beschikbare keuzeknoppen getoond ter illustratie; de keuzeknoppen die daadwerkelijk worden getoond variëren afhankelijk van de camera-instellingen. Houd er rekening mee dat de
LCD-monitor en elektronische zoeker verschillende beeldverhoudingen hebben.
■
Fotograferen: Zoeker/LCD-scherm
P
4000 5.6
400
Delen van de camera
B
C
O
P a b
E
F
G
H
J
K
L
M
R
S
T
U
................................................................... 49, 52
V
W
X
Y d e f g
Flitscompensatie...............................................93
j k
* Toont „9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 frames.
X
Wanneer u op een vergrendelde control drukt (
P
4) wordt het icoon
X
weergegeven.
7
Delen van de camera
■
Afspelen
8
1/4000 5.6
A
B
I
J
Q
R
D
E
F
G
L
M
N
O
T
U
V
W
De camera kan gebruikt worden met lenzen voor het FUJIFILM X-bevestigingspunt.
Verwijder de doppen zoals afgebeeld.
Q Achterste dop kan verschillen van de afgebeelde.
Wanneer bevestigd, verminderen zonnekappen schittering en beschermen ze het voorste lenselement.
Zonnekap
Bevestigingsmarkeringen
Scherpstelring
Zoomring
Diafragmaring
O.I.S.-knop
Diafragmamodusknop
Lenssignaalcontacten
Voorste lensdop
Achterste lensdop
9
10
Lenzen
Bij instellingen die anders zijn dan
A
kunt u diafragma aanpassen door aan de lensdiafragmaring te draaien (belichtingsstanden
A
en
M
).
Aperture ring
A 16 11 8 5.6 4 2.8
A 16 11 8 5.6 4
De methode die wordt gebruikt voor het aanpassen van het diafragma kan worden geselecteerd met behulp van de e
DIAFRAGMA-INSTEL.
-optie
(
P
94) in het opnamemenu. Wanneer er een andere optie dan
AUTO
is geselecteerd, kan het diafragma worden aangepast met behulp van de instelschijf.
Als de lens over een diafragmastandenschakelaar beschikt, kan diafragma handmatig worden aangepast door de schakelaar naar Z te schuiven en aan de diafragmaring te draaien.
Diafragmaring
Diafragmastandenschakelaar
R Het selecteren van
S.S
voor h
KNOP/SCHIJFINSTEL-
LING
>
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
(
P
106) staat de instelschijf toe om gebruikt te worden om de sluitertijd ( P 45, 47, 49, 95), de belichtingtijd voor lange blootstelling als de sluitertijdschijf gedraaid is naar
T
(tijd)
(
P
50), of, in programma AE-modus
(modus
P
), verschillende combinaties van sluitertijd en diafragma (programmaverschuiving,
P
46) te kiezen.
R
Het toewijzen van
COMMANDOSCHIJF INSTELLING
aan een functietoets maakt het makkelijk om te schakelen tussen sluitertijd en diafragma ( P 44).
Lenzen
Als de lens optische beeldstabilisatie (O.I.S.) ondersteunt, kan de beeldstabilisatiemodus worden gekozen in de cameramenu’s. Om beeldstabilisatie te activeren, schuift u de O.I.S.-knop naar
ON
.
O.I.S.-schakelaar
Schuif de scherpstelring naar voren voor autofocus.
Schuif voor handmatige scherpstelling de scherpstelring naar achteren en draai eraan terwijl u de resultaten in het camerascherm controleert. De scherpstelafstand- en scherptediepteindicatoren kunnen worden gebruikt ter ondersteuning van het handmatig scherpstellen. Handmatige scherpstelling is mogelijk niet beschikbaar in alle opnamestanden.
De scherptediepte-indicator
De scherptediepte-indicator toont de geschatte scherptediepte (de afstand voor en achter het scherpstelpunt dat lijkt te worden scherpgesteld).
Afstandsindicator
Q
De camera geeft de scherpstelafstand niet weer wanneer de lens in de handmatige scherpstelstand staat.
11
12
Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna aan de draagriem.
1
Open een draagriemclipje.
Gebruik het hulpmiddel voor het vastmaken van clipjes om een draagriemclipje te openen, en zorg ervoor dat u het hulpmiddel en het clipje vasthoudt in de aangegeven richtingen.
3
Haal het clipje door het oogje.
Draai het clipje totdat het volledig door het oogje is en dichtklikt.
4
Bevestig een beschermkapje.
Plaats het beschermkapje over het oogje, zoals weergegeven. De zwarte kant moet richting de camera wijzen. Herhaal de stappen 1–4 voor het tweede oogje.
Q Bewaar het gereedschap op een veilige plaats. U zult het nodig hebben om de draagriemclipjes te openen bij het losmaken van de draagriem.
2
Plaats het draagriemclipje op het oogje.
Haak het bevestigingsoog vast in de opening van het clipje. Verwijder het gereedschap en houd het clipje met de andere hand op zijn plek.
5
Plaats de draagriem.
Haal de draagriem door het beschermkapje en de draagriemring.
De draagriem bevestigen
6
Maak de draagriem vast.
Maak de draagriem vast zoals afgebeeld. Herhaal de stappen 5–6 voor het tweede oogje.
Q Zorg ervoor dat de draagriem goed vastzit om te voorkomen dat de camera valt.
13
Bevestig lenzen zoals hieronder beschreven.
Q
Zorg is vereist om te voorkomen dat stof de camera binnendringt tijdens het bevestigen en verwijderen van lenzen.
1
Verwijder de behuizingdop en achterste dop.
Verwijder de behuizingdop van de camera en de achterste dop van de lens.
Q Raak de interne delen van de camera niet aan.
2
Bevestig de lens.
Plaats de lens op het bevestigingspunt, houd de markering op de lens en de camera op één lijn en draai vervolgens aan de lens totdat het op zijn plaats klikt.
Lenzen verwijderen
Schakel, om de lens te verwijderen, de camera uit en druk vervolgens op de ontspanknop van de lens en draai aan de lens zoals aangeduid.
Ontspanknop lens
Q Om te voorkomen dat stof zich ophoopt op de lens of in de camera, plaats de lenskap en de behuizingdop van de camera terug wanneer de lens niet is bevestigd.
De camera kan worden gebruikt met lenzen voor het
FUJIFILM X-mount bevestigingspunt en andere accessoires die genoemd worden vanaf pagina 126.
14
Q
Druk niet op de ontspanknop van de lens tijdens het bevestigen van de lens.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad voor gebruik de batterij op met de meegeleverde batterijlader.
1
Plaats de batterij in de lader.
Plaats de batterij in de meegeleverde batterijlader, zoals aangeduid.
2
Sluit de lader aan op een stopcontact.
Steek de stekker van de lader in een stopcontact binnenshuis. De laadindicator licht op.
Laadindicator
De laadindicator geeft de voortgang van het opladen als volgt weer:
Batterijlader
Pijl
Batterij
De camera gebruikt een NP-W126 oplaadbare batterij.
R Het meegeleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld voor gebruik met de meegeleverde batterijlader.
Gebruik de meegeleverde lader niet met andere kabels en het meegeleverde netsnoer niet met andere apparaten.
3
Laad de batterij op.
Verwijder de batterij zodra het opladen is voltooid. Raadpleeg de technische gegevens
( P 146) voor laadtijden (bedenk dat de laadtijden bij lage temperaturen toenemen).
Q Trek de stekker van de lader uit het stopcontact wanneer deze niet wordt gebruikt.
15
16
De camera heeft geen intern geheugen; in plaats daarvan worden foto's op optionele SD-, SDHC- en
SDXC-geheugenkaarten (apart verkrijgbaar). Plaats, na het opladen van de batterij, de batterij en geheugenkaarten zoals hieronder beschreven.
1
Open de afdekkap van het batterijencompartiment.
Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en open het afdekkapje van het batterijencompartiment.
2
Plaats de batterij.
Terwijl u de batterij gebruikt om het batterijklepje naar een kant te drukken, plaats eerst de contactpunten van de batterij in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Controleer of de batterij stevig vastzit.
Pijl
Q Open het afdekkapje van het batterijencompartiment nooit wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben.
Q
Gebruik niet te veel kracht wanneer u de afdekkap van het batterijencompartiment opent of sluit.
Batterijvergrendeling
Q Plaats de batterij in de juiste richting.
Oefen geen kracht uit en probeer niet de batterij achterstevoren of ondersteboven in het compartiment te plaatsen
. De batterij schuift moeiteloos in de juiste richting.
3
Plaats de geheugenkaart.
Houd de geheugenkaart in de getoonde richting en schuif deze in het apparaat totdat deze aan de achterkant van de sleuf vastklikt.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
4
Sluit het afdekkapje van het batterijencompartiment.
Klik
Q
Zorg ervoor dat de kaart in de juiste richting is geplaatst; steek de kaart er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit.
Q
SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen worden vergrendeld, zodat de kaart niet geformatteerd kan worden en er geen foto’s opgeslagen
Schakelaar voor schrijfbeveiliging
of gewist kunnen worden. Schakel deze schrijfbeveiliging met het schakelaartje uit voordat u de geheugenkaart in de camera plaatst.
17
18
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
De batterij en de geheugenkaart verwijderen
Voordat u de batterij of de geheugenkaart verwijdert,
moet de camera worden uitgeschakeld
waarna de afdekkap van het batterijcompartiment kan worden geopend.
Druk de batterijvergrendeling opzij om de batterij vrij te geven en laat de batterij uit de camera glijden.
Batterijvergrendeling
De geheugenkaart kan worden verwijderd door de kaart omlaag te drukken en langzaam omhoog te laten komen. De geheugenkaart kan nu met de hand worden verwijderd. Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel worden uitgeworpen. Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Q
Batterijen
• Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. Anders kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen.
• Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Anders kan de batterij mogelijk niet meer uit de camera worden genomen.
• Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten.
Anders kan de batterij oververhit raken.
• Lees de voorzorgsmaatregelen in “De batterij en voeding” ( P iv).
• Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
• Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te openen.
• De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
■
Compatibele geheugenkaarten
FUJIFILM en SanDisk SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten zijn goedgekeurd om in deze camera te worden gebruikt. Een volledige lijst met goedgekeurde geheugenkaarten is beschikbaar op
http://www.
fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/
. Met andere geheugenkaarten kan de werking niet worden gegarandeerd. De camera is niet geschikt om te worden gebruikt met
xD-Picture Cards
of
M
ulti-
M
edia
C
ard (MMC)-apparaten.
Q
Geheugenkaarten
•
Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart wordt verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de geheugenkaart of met het wegschrijven of wissen van gegevens
. Anders kan de geheugenkaart worden beschadigd.
• Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden geformatteerd en alle geheugenkaarten die in een computer of ander apparaat zijn gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd. Zie pagina 110 voor meer informatie over het formatteren van geheugenkaarten.
• Geheugenkaarten zijn klein en kunnen worden ingeslikt; bewaar geheugenkaarten buiten het bereik van kinderen.
Roep onmiddellijk medische hulp in wanneer een kind een geheugenkaart heeft ingeslikt.
• miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan de standaardafmetingen van een SD-/SDHC-/SDXC-kaart, worden mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een erkend servicecenter als dit gebeurt. Probeer de kaart niet met geweld uit de camera te halen.
• Plak geen etiketten op geheugenkaarten. Etiketten die losraken kunnen defecten veroorzaken.
• Bij sommige soorten SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen fi lmopnamen onderbrekingen vertonen. Gebruik een H kaart of beter voor fi lms en seriefotografi e.
• Door het formatteren van een geheugenkaart of het interne geheugen wordt een map aangemaakt waarin de foto’s worden opgeslagen.
U mag deze map niet verwijderen of hernoemen. Ook mag u de fotobestanden in deze map niet bewerken, wissen of hernoemen met een computer of ander apparaat.
Gebruik de camera altijd om foto’s te verwijderen; kopieer voor het bewerken en hernoemen van bestanden deze naar een computer en bewerk of hernoem de kopieën, en niet de originele bestanden.
Het hernoemen van bestanden op de camera kan problemen veroorzaken tijdens het afspelen.
19
20
Draai de
ON/OFF
-schakelaar naar
ON
om de camera aan te zetten. Selecteer
OFF
om de camera uit te schakelen.
R
Druk op de a
-knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamestand.
R De camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze niet wordt bediend gedurende de tijdsduur die is ingesteld voor
Z
STROOMBEHEER > UITSCHAKELEN
( P 106). Druk de ontspanknop half in of draai de
ON
/
OFF
-schakelaar naar
OFF
en vervolgens weer naar
ON
om de camera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitgeschakeld.
R
Voor informatie over opstart opties, zie pagina 106.
Q Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de kwaliteit van de foto’s of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de zoeker schoon blijven.
Batterijniveau
Controleer het batterijniveau nadat u de camera inschakelt.
D
(wit)
C
(wit)
Batterij gedeeltelijk ontladen.
Batterij voor meer dan de helft ontladen
B
(rood) Batterij bijna leeg. Zo snel mogelijk opladen.
A
(knippert rood) Batterij is leeg. Zet de camera uit en vervang de batterijen.
P
Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt er een taalkeuzevenster. Stel de camera in volgens onderstaande aanwijzingen (u kunt op elk gewenst moment de klok opnieuw instellen of een andere taal kiezen met de opties F
DATUM/TIJD
of Q a van het instellingenmenu; zie pagina
103 voor informatie over het oproepen van het instellingenmenu).
1
Kies een taal.
START MENU
ENGLISH
Selecteer een taal en druk op
MENU/OK
.
R
Druk op
DISP/BACK
om de huidige stap over te slaan. De stappen die u nu overslaat worden nogmaals getoond wanneer u de camera opnieuw inschakelt.
FRANCAIS
DEUTSCH
SET NO
2
Stel datum en tijd in.
DATUM/TIJD NIET INGESTELD
Draai de selectieknop naar links of rechts om het jaar, de maand, de dag,
JJ. MM. DD
OK
2018
2017
2016
2015
2014
AFBREKEN
1. 1 12 : 00
AM
het uur of de minuten te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de juiste waarden in te stellen. Om de volgorde te veranderen waarin het jaar, de maand en de datum worden weergegeven, selecteert u de datumnotatie en drukt u op de selectieknop omhoog of omlaag. Druk op
MENU/OK
om de opnamestand te verlaten wanneer de instellingen zijn voltooid.
R
Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de cameraklok teruggezet en wordt de taalkeuzevenster weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
21
22
Basisinstellingen
Voor het wisselen van taal of het resetten van de klok:
1
Geef de gewenste optie weer.
Geef het instellingenmenu weer en selecteer Q a voor het aanpassen van de taal of F
DA-
TUM/TIJD
om de klok te resetten (
P
102).
2
Pas de instellingen aan.
Voor het kiezen van een taal, markeer de gewenste optie en druk
MENU/OK
. Om de klok in te stellen, druk op de keuzeknop links of rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur, of de minuut te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de instelling te wijzigen, druk vervolgens op
MENU/OK
wanneer de klok is ingesteld naar uw tevredenheid.
De camera is voorzien van een elektronische zoeker (EVF) en een LCD-monitor (LCD). Volg de onderstaande stappen om een weergave te kiezen.
1
Geef het instellingenmenu weer.
1.1
Druk op
MENU/OK
om het menu voor de huidige stand weer te geven.
3
Kies een weergave.
Markeer een van de volgende opties en druk op
MENU/OK
.
1.2
Druk op de selectieknop links om het tabblad voor het huidige menu te markeren.
1.3
Druk de keuzeknop omlaag om de tab van het setup-menu te markeren die u
EVF/LCD-IN-
STELLNG
bevat.
Automatische weergaveselectie met oogsensor
Alleen LCDscherm
EVF
LCD
LCD
EVF
Alleen beeldzoeker
1.4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het instellingenmenu te plaatsen.
2
Selecteer u
EVF/LCD-INSTELLNG
.
Markeer u
EVF/LCD-INSTELLNG
en druk op
MENU/OK
.
+
E
Alleen zoeker; oogsensor schakelt weergave in of uit
EVF
De oogsensor schakelt de zoeker in wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt en schakelt deze uit wanneer u uw oog weghaalt (let op dat de oogsensor mogelijk reageert op andere objecten dan uw oog of op licht dat rechtstreeks op de sensor schijnt). Als automatische weergaveselectie is ingeschakeld, wordt de LCD-monitor ingeschakeld wanneer de zoeker uitschakelt.
Oogsensor
23
24
Een weergave kiezen
Wanneer
AAN
geselecteerd is voor A
SCHERM
SET-UP
>
EVF AUTO.ROTATIE.DISPLAYS
in het instellingenmenu ( P 104), zullen de indicatoren in de zoeker automatisch draaien om zich aan de richting van de camera aan te passen.
De camera is uitgerust met een dioptrieregelaar in het bereik van –4 tot + 2 m – 1 om zich aan te passen aan individueel verschillende gezichtsvermogens.
Draai de dioptrie aanpassings regelaar totdat de weergave van de zoeker scherp is.
M
4000 5.6
Richting veranderd van “wijd” naar “staande”
400
4000 5.6
400
Q
De weergave op het LCD-scherm wordt niet beïnvloed.
Dioptrieregelaar aanpassen
De helderheid van de weergavezoeker en LCDmonitor kan worden aangepast door middel van de opties onder A
SCHERM SET-UP.
Kies
EVF-
HELDERHEID
om de helderheid van de weergavezoeker aan te passen (
P
105) of
LCD-HELDER-
HEID
om hetzelfde te doen voor de LCD-monitor
(
P
105).
De DISP/BACK -knop
De
DISP/BACK
-knop regelt het weergeven van de indicatoren in de zoeker en op het LCD-scherm.
■
Zoeker: Fotograferen
Standaard Informatie Uit
■
LCD-scherm: Fotograferen
Standaard Informatie Uit
P
4000 5.6
400
P
4000 5.6
400
4000 5.6
400
Info-Display
25
26
De DISP/BACK-knop
■
Standaardscherm aanpassen
Kies de items getoond in het standaardscherm:
1
Standaardweergave indicatoren.
Druk op de
DISP/BACK
knop totdat de standaard indicatoren worden weergegeven.
2
Selecteer
DISP. INST. OP MAAT
.
Selecteer
A
SCHERM SET-UP
>
DISP. INST. OP MAAT
in het instellingenmenu.
3
Kies items.
Markeer items en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken.
• COMP.RICHTL.
• ELEKTR. WATERPAS
• FOCUSFRAME
• AF-AFSTANDSINDICATOR
• MF-AFSTANDSINDICATOR
• HISTOGRAM
• OPNAMEMODUS
• DIAFR/S-SNELHEID/ISO
• INFORMATIE-ACHTERGROND
• BELICHT. CORRECTIE
• FOCUSMODUS
• LICHTMEETSYSTEEM
• SLUITERTYPE
• FLITSLICHT
• DOORLOPENDE MODUS
• DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
• WITBALANS
• FILMSIMULATIE
• DYNAMISCH BEREIK
• REST. BEELDJES
• BEELDFORM/-KWALITEIT
• FILMMODUS & OPNAMETIJD
• ACCUNIVEAU
4
Wijzigingen opslaan.
Druk op
DISP/BACK
om de wijzigingen op te slaan.
5
De menu’s afsluiten.
Druk op
DISP/BACK
zoals nodig om terug te keren naar de opnameweergave.
R
Raadpleeg pagina 6 voor de locaties van deze elementen in de schermen.
De DISP/BACK-knop
Als u
ELEKTR. WATERPAS
selecteert, wordt de virtuele horizon weergegeven. De camera staat recht als de twee lijnen over elkaar liggen.
R
Mogelijk kan de virtuele horizon niet worden weergegeven als de cameralens naar boven of naar beneden wordt gericht.
P
■
Zoeker/LCD-scherm: Weergave
Standaard
12/31/2050 10:00 AM
Informatie Uit Info-Display Favorieten
12/31/2050 10:00 AM
/ /
12/31/2050 10:00 AM
1/4000 5.6
400 +2
1
/
3
VOLGENDE
Histogrammen
Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De helderheid wordt op de horizontale as weergegeven, het aantal pixels op de verticale as.
Schaduwen Hoge lichten
Aantal pixels
Helderheid pixels
Optimale belichting
: Pixels zijn als een gelijkmatige kromme verdeeld over alle tinten.
Overbelicht
: Pixels zijn geclusterd aan de rechterkant van het diagram.
Onderbelicht
: Pixels zijn geclusterd aan de linkerkant van het diagram.
FAVORIETEN
27
28
Dit onderdeel beschrijft hoe u foto’s kunt maken met programma AE (stand
P
). Zie pag. 45 voor informatie over de standen
S
,
A
, en
M
.
1
Pas de instellingen aan voor programma AE.
A
B
A
( P 46): Selecteer
A
(auto)
B
( P 46): Selecteer
A
(auto)
C
( P 65): Selecteer
S
(enkelvoudige AF)
D
( P 57): Selecteer B
(STILSTAAND BEELD)
C
Bevestig dat
P
verschijnt in het display.
R
Beeldstabilisatie (
P
11) wordt aanbevolen.
P 4000 5.6
400
De
Q
-knop kan worden gebruikt om camera-instellingen te bekijken en aan te passen (
P
40).
④
2
De camera gereedmaken.
Houd met beide handen de camera stevig vast en laat uw ellebogen rusten tegen uw zij. Trillende of onvaste handen kunnen uw foto’s wazig maken.
Houd uw vingers en andere voorwerpen uit de buurt van de lens, fl itser, en AF-hulpverlichting, om onscherpe of te donkere
(onderbelichte) foto’s te voorkomen.
3
Kadreer de foto.
Gebruik de zoomring om de foto in het scherm te kadreren.
A
Zoomring
Foto’s maken
4
scherpstelling.
Kadreer de foto met het onderwerp in het centrum van de display en druk de ontspanknop hals in om scherp te stellen.
R Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AFhulpverlichting mogelijk branden (
P
89).
Als de camera in staat is om scherp te stellen
, klinkt er tweemaal een pieptoon en licht scherpstelaanduiding groen op. Scherpstelling en belichting blijven vergrendeld terwijl de sluitertoets half wordt ingedrukt.
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen
, wordt het scherpstelframe rood, s wordt weergegeven en zal de scherpstelaanduiding wit knipperen.
5
Maak de foto.
Druk de ontspanknop rustig verder in om de foto te maken.
29
30
U kunt foto’s in de zoeker of in het LCD-scherm bekijken. Het verdient aanbeveling om bij belangrijke foto's eerst enkele proefopnamen te maken die u op het LCD-scherm controleert.
Druk op a om de foto’s schermvullend te bekijken.
100-0001
Extra foto's kunnen worden bekeken door op de selectieknop links of rechts te drukken of aan de instelschijf te draaien. Druk op de selectieknop rechts of draai de instelschijf naar rechts om foto’s in de vastgelegde volgorde te bekijken, naar links om foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken.
Houd de selectieknop ingedrukt om snel door de foto’s te bladeren totdat de gezochte foto wordt bereikt.
R Foto’s gemaakt met andere camera’s worden gemarkeerd met m (”geschenk beeld”) icoon om aan te duiden dat deze misschien niet correct worden weergegeven en dat mogelijk de zoomweergave niet beschikbaar is.
Favorieten: Foto's waarderen
Druk op
DISP/BACK
en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven.
Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wanneer op de selectieknop omhoog wordt ingedrukt.
Basisgegevens
12/31/2050 10:00 AM
Info scherm 1
/ /
12/31/2050 10:00 AM
1/4000 5.6
400 +2 1 /
3
VOLGENDE
LENS
FOCAL LENGTH
COLOR SPACE
LENS MODULATION OPT.
23.0mm
F5.6
23.0mm
sRGB
ON
S.S
1/4000
F
5.6
ISO
400
Info scherm 2
+2 1 /
3
VOLGENDE
R
Draai aan de instelschijf om andere afbeeldingen te bekijken.
Foto’s bekijken
Inzoomen op het scherpstelpunt
Druk op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het scherpstelpunt. Druk nogmaals op het midden van de instelschijf om terug te keren naar de schermvullende weergave.
31
32
Foto’s bekijken
Druk op k om in te zoomen op de huidige foto, n om uit te zoomen (om meerdere beelden te bekijken, druk op n wanneer de foto schermvullend wordt weergegeven; P 33). Nadat op de foto is ingezoomd, kan de selectieknop worden gebruikt om delen van de afbeelding te bekijken die momenteel niet zichtbaar zijn in het scherm. Druk op
DISP/BACK
of
MENU/OK
om zoom af te sluiten.
Zoomindicator
Het navigatievenster toont het gedeelte van de foto dat op het scherm wordt weergegeven
R
De maximale zoomfactor is afhankelijk van de grootte van de foto (
P
90). Afspeelzoom is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in een a -formaat.
Foto’s bekijken
Druk op n als een foto schermvullend wordt weergegeven om het aantal weergegeven foto's te veranderen.
Druk op
n
om meer foto’s te bekijken.
Druk op
k
om minder foto’s te bekijken.
Gebruik de keuzeknop om afbeeldingen te markeren en druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde afbeelding schermvullend te bekijken (om op de geselecteerde afbeelding in te zoomen, druk op k wanneer de foto schermvullend wordt weergegeven; P 32). Gebruik tijdens het afspelen van negen of van honderd miniaturen de selectieknop omhoog en omlaag om meer foto's te bekijken.
33
34
Voor het wissen van individuele foto’s, meerdere geselecteerde foto’s of alle foto’s, druk op de b -knop wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven en kies uit de onderstaande opties.
Let op dat gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld.
Kopieer eerst alle belangrijke foto’s naar een computer of ander opslagapparaat.
WISSEN
ENKELE FOTO
GEKOZEN VELDEN
ALLE FOTO’S
Druk op de selectieknop links of rechts om door de foto’s te bladeren en druk op
MENU/OK
om de huidige foto te wissen (er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven).
Markeer foto’s en druk op
MENU/OK
om te selecteren of een selectie te verwijderen (foto’s in fotoboeken of printopdrachten worden aangeduid met S ). Druk op
DISP/BACK
om een bevestigingsvenster weer te geven zodra de bewerking is voltooid, markeer vervolgens
OK
en druk op
MENU/OK
om de geselecteerde foto’s te wissen.
Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
om alle onbeveiligde foto’s te wissen. Het indrukken van
DISP/BACK
annuleert het wissen; merk op dat alle foto's verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden hersteld.
R
Beveiligde foto’s kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging van foto’s die u wilt wissen (
P
98).
R Foto’s kunnen eveneens worden gewist met behulp van A
WISSEN
in het afspeelmenu.
R
Als er een bericht verschijnt met de melding dat de geselecteerde foto’s deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, druk dan op
MENU/OK
om de foto’s te wissen.
Gebruik de ingebouwde fl itser voor aanvullende belichting wanneer u ‘s nachts of in een slecht verlichte ruimte opnames maakt.
1
Druk op de N -knop om de fl itser omhoog te zetten.
Q
De fl itser kan contact maken met accessoires die op het bevestigingspunt voor de fl itser zijn geplaatst. Verwijder indien nodig accessoires voordat u de fl itser omhoog zet.
2
Druk op de functietoets (
Fn5
) om de hieronder getoonde opties weer te geven en druk dan op de selectieknop om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
AUTOMATISCH
(AUTO FLITS) //
K (ANTI RODE OGEN)
De fl itser fl itst wanneer nodig. Aanbevolen voor de meeste situaties.
N (INVULFLITS)
L
//
(INVULFLITS)
De fl itser fl itst steeds wanneer een foto wordt gemaakt. Te gebruiken bij onderwerpen met tegenlicht en voor het verkrijgen van natuurlijk kleuren bij het fotograferen met helder licht.
F
(LANGZAME
SYNCHRO) //
M
(ANTI R.OGEN+TIJD) l (2de GORDIJN SYNC.) // d
(2de GORDIJN SYNC.)
Om bij het fotograferen bij weinig licht zowel het onderwerp als de achtergrond vast te leggen (let op dat helder verlichte delen overbelicht kunnen zijn).
De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de sluiter sluit.
P
D
(COMMANDER)
(FLITS ONDERDRUKT)
De ingebouwde fl itser kan worden gebruikt om optionele externe fl itsers te bedienen.
De fl itser fl itst niet, zelfs niet wanneer het onderwerp slecht belicht is. Het gebruik van een statief wordt aanbevolen.
* Rode-ogenverwijdering is beschikbaar in deze standen wanneer Intelligente gezichtsdetectie is ingeschakeld ( P 88) en rode-ogenverwijdering aan staat ( P 93). Rode-ogenverwijdering reduceert het eff ect van “
rode ogen
” dat wordt veroorzaakt door de weerkaatsing van het fl itslicht op het netvlies van het onderwerp, zoals in nevenstaande afbeelding.
35
36
De fl itser gebruiken
Q Afhankelijk van de afstand tot het onderwerp, kunnen sommige lenzen schaduwen werpen wanneer er met fl itslicht foto’s worden gemaakt.
R Het verlagen van de fl itser zorgt voor uitschakeling ( P ) en voorkomt dat hij fl itst, zelfs wanneer het onderwerp onderbelicht is; het gebruik van een statief wordt aanbevolen. Zet de fl itser omlaag op plaatsen waar fl itslicht verboden is, of als u het natuurlijke licht wilt vastleggen bij zwak licht. We raden u ook aan de fl itser omlaag te zetten wanneer de camera uitstaat.
R Als p op het LCD-scherm verschijnt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, zal de camera fl itsen bij het maken van de foto.
R
Behalve in de commander-stand, kan de fl itser meerdere keren afgaan bij iedere opname. Houd de camera stil totdat de opname volledig klaar is.
Flitssynchronisatiesnelheid
De fl itser synchroniseert met de sluiter op sluitertijden van 1 / 180 sec. of langer.
De camera kan ook worden gebruikt met optionele FUJIFILM-fl itsers die op het bevestigingspunt worden geplaatst.
Gebruik geen fl itsers van derden die meer dan 300 V toepassen op het accessoireschoentje van de camera.
De camera kan worden gebruikt voor het opnemen van korte video’s in hoge resolutie. Geluid wordt opgenomen in stereo met de ingebouwde microfoon; bedek de microfoon niet tijdens opnemen.
1
2
Druk op de functietoets ( opnemen.
Opname-indicator
Fn7
/
Fn
) om te starten met
Resterende tijd
Druk de ontspanknop opnieuw in om de opname te stoppen. De opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is bereikt of de geheugenkaart vol is.
R
Zoom kan worden aangepast terwijl de opname bezig is.
R Gevoeligheid en beeldformaat en snelheid kunnen worden geselecteerd met behulp van de
W
FILM
SET-UP
optie (
P
93). De scherpstelstand kan worden geselecteerd met de keuzeknop voor de scherpstelstand (
P
65); voor continue scherpstelaanpassing, selecteer
C
, of kies
S
en schakel intelligente gezichtsdetectie in ( P 88). Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de scherpstelstand
M
.
R
Tijdens de opname kan de belichtingscompensatie worden aangepast tot ±2 EV.
R De indicatorlamp licht tijdens opnemen van fi lms op.
Q
Mogelijk neemt de microfoon ook geluiden van de lens of andere camerageluiden op tijdens het opnemen.
Q
In fi lms met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
Pas het diafragma aan voordat de opname begint.
Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken.
37
38
Films opnemen
Geluid kan worden opgenomen met externe microfoonaansluiting van 2,5 mm in doorsnede; microfoons die systeemstroom nodig hebben kunnen niet worden gebruikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de microfoon voor meer informatie.
R
Het rechts getoonde dialoogvenster wordt weergegeven wanneer er een microfoon is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting. Druk op
MENU
/
OK
en selecteer
MIC/
AFSTANDSBED.
> m
MIC
.
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
SET OVERSLAAN
Tijdens het afspelen worden fi lms weergegeven zoals de afbeelding rechts laat zien.
Tijdens het afspelen van een fi lm zijn de volgende handelingen mogelijk:
12/31/2050 10:00 AM
Druk op de selectieknop omlaag
om het afspelen te starten. Druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen wordt gepauzeerd, kunt u op de keuzeknop links of rechts drukken om één beeld tegelijkertijd vooruit- of achteruit te spoelen.
Afspelen stoppen
Druk op de selectieknop omhoog
om het afspelen te beëindigen.
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen.
Druk op MENU/OK
om het afspelen te pauzeren en een volumeregelaar weer te geven.
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het volume aan te passen; druk nogmaals op
MENU/OK
om het afspelen te hervatten. Het volume kan tevens worden aangepast met behulp van b
GELUID SET-UP
>
AFSPEEL VOLUME
( P 104).
±0
Filmpictogram
Voortgangsbalk
De voortgang wordt tijdens het afspelen op het scherm weergegeven.
Q
Zorg ervoor dat de luidspreker tijdens het afspelen niet wordt bedekt.
Q Er wordt geen geluid afgespeeld wanneer
UIT
wordt geselecteerd voor o
GELUID & FLITS
( P 103).
STOP PAUZE
29m59s
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen. De snelheid wordt aangeduid door het aantal pijltjes ( M of N ).
Pijl
29m59s
STOP PAUZE
39
40
Druk op
Q
voor een snelle toegang tot geselecteerde opties.
Bij de standaardinstellingen, bevat het snelmenu de volgende onderdelen.
KIES INST. OP MAAT
BASE
INSTELLEN
A
B
ISO
.................................81
............................................................72
C
D
................................90
D ..............................................79
E
F
RUISONDERDRUKKING
...........................91
O
.......................................90
G
....................................90
H
.......................................56
I
J
SCHADUWTINT
......................................91
........................................91
K
L
.......................................................91
q ...................................................91
M
N
...................................76
F
....................................68
O
FLITSERFUNCTIE
......................................35
P
EVF/LCD-HELDERHD
..............................105
R h
en k
witbalansopties kunnen niet worden bediend met behulp van de
Q
-knop. Gebruik een functietoets of het opnamemenu.
Het snelmenu toont de opties die momenteel zijn geselecteerd voor items B — P , die kunnen worden veranderd zoals beschreven op pagina 42. Het u
KIES INST. OP MAAT
item (item A ) toont de huidige aangepaste instellingen bank:
• q : Geen aangepaste instellingen bank geselecteerd.
• t — u : Selecteer een bedieningspaneel om de opgeslagen instellingen te bekijken door middel van de K
BEW/BEW INST.OP M
optie in het opnamemenu ( P 91).
1
Druk op
Q
om het snelmenu weer te geven tijdens het fotograferen.
2
Gebruik de selectieknop om items te markeren en om aan de instelschijf te draaien om wijzigingen aan te brengen.
3
Druk op
Q
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
De Q-knop gebruiken
41
De Q-knop gebruiken
Om de items weergegeven in het snelmenu te kiezen:
1
Druk en houd de
Q
-knop in tijdens het fotograferen.
KIES INST. OP MAAT
42
INSTELLEN EIND
2
De huidige opties worden weergegeven; gebruik de selectieknop om de gewenste optie dat u wilt wijzigen te markeren en druk op
MENU/OK
. U krijgt de volgende keuze-items om de geselecteerde positie toe te kunnen wijzen:
• KIES INST. OP MAAT
• ISO
• DYNAMISCH BEREIK
• WITBALANS
• RUISONDERDRUKKING
• BEELDGROOTTE
• BEELDKWALITEIT
• FILMSIMULATIE
• HIGHLIGHT TINT
• SCHADUWTINT
• KLEUR
• SCHERPTE
• ZELFONTSPANNER
• GEZICHTSDETECTIE
• LICHTMEETSYSTEEM
• SCHERPSTELLING
• FLITSERFUNCTIE
• FLITSCOMPENSATIE
• IS MODE
• HF ASSISTENTIE
• FILMMODUS
• VIDEO ISO
• MIC-NIVEAU-INSTEL
• GELUID & FLITS
• EVF/LCD-HELDERHD
• SLUITERTYPE
• GEEN
R
Selecteer
GEEN
om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde positie. Wanneer
KIES INST. OP MAAT
is geselecteerd, worden de huidige instellingen getoond in het snelmenu door het label
BASE
.
3
Markeer het gewenste item en druk op
MENU/OK
om deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
R Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van de h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
>
BEWERK/SLA OP
SNELMENU
in het instellingsmenu (
P
106).
De functies die worden uitgevoerd door iedere functietoets kunnen geselecteerd worden door de toets ingedrukt te houden. De standaardopties worden hieronder weergegeven:
Fn1
/
AE
-knop
Fn2
-knop
Fn3
-knop
Fn4
-knop
Lichtmeetsysteem (
P
55)
Fn5
-knop
Witbalans (
P
79)
Fn6
/
AF
-knop
Scherpstelling (
P
68)
Fn7
/
Fn
-knop
Filmsimulatie (
P
56)
Flitserfunctie (
P
35) Scherpstelframe selecteren
(
P
69)
Filmopname (
P
37)
Q
Macromodus wordt nu automatisch geselecteerd als vereist, met als gevolg dat de macromodusselectie optie die voorheen kon worden toegewezen aan de functietoetsen (standaard
Fn3
) is vervangen door AF scherpstellingselectie.
43
44
Met behulp van de functietoetsen
Om rollen toe te wijzen aan de functietoetsen, houdt u de
DISP/BACK
knop ingedrukt totdat het onderstaande menu wordt weergegeven. Selecteer knoppen om hun rol te kiezen.
FUNCTIE-INS. (Fn)
• VOORB DIEPTESCH ( P 48)
• ISO (
P
72)
• ZELFONTSPANNER ( P 76)
• BEELDGROOTTE (
P
90)
• BEELDKWALITEIT ( P 90)
• DYNAMISCH BEREIK (
P
90)
• FILMSIMULATIE ( P 56)
• WITBALANS ( P 79)
• LICHTMEETSYSTEEM (
P
55)
• SCHERPSTELLING ( P 68)
• SCHERPSTELGEBIED (
P
69)
• FLITSERFUNCTIE ( P 35)
• FLITSCOMPENSATIE (
P
93)
• KIES INST. OP MAAT ( P 81)
• VIDEO ( P 37)
• GEZICHTSDETECTIE (
P
88)
• RAW ( P 74)
• DIAFRAGMA-INSTEL. (
P
94)
• DRAADLS COMMUNICT ( P 114)
• SLUITERTYPE (
P
95)
• PRVW BELICH HAND. ( P 104)
• VOORBEELD BEELDEFFECT ( P 105)
• COMMANDOSCHIJF INSTELLING (
P
106)
• EVF/LCD-INSTELLNG ( P 23)
• GEEN
R
Voor het uitschakelen van de geselecteerde knop, kies
GEEN
.
R
U kunt ook opties weergeven voor elk van de functietoetsen door de knop ingedrukt te houden.
R De functies die worden uitgevoerd door de functietoetsen kunnen ook worden geselecteerd door middel van h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
>
FUNCTIE-INS.
(
Fn
) (
P
106).
Kies
P
,
S
,
A
of
M
-modi voor handmatige bediening van de sluitertijd en/of diafragma. De rol van de instelschijf varieert per modus die is geselecteerd.
Diafragmaring
Instelschijf sluitertijd
Diafragmastandenschakelaar
Programma AE
: de camera past instellingen automatisch aan, maar u kunt de instelschijf gebruiken om combinaties van sluitertijd en diafragma te kiezen die optimale belichting zullen produceren (programmaverschuiving).
Sluiterprioriteit auto
: U kiest de sluitertijd met behulp van de sluitertijd en instelschijven en laat de camera het diafragma aanpassen voor optimale belichting.
Diafragmaprioriteit auto
: U kiest het diafragma met behulp van de diafragmaring en laat de camera de sluitertijd aanpassen voor optimale belichting.
M Handmatige belichting
: U bedient zowel de sluitertijd als het diafragma.
R
Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” ( P 10).
45
46
Modusselectie
■
Programma AE (P)
Om de camera zowel de sluitertijd als het diafragma aan te laten passen voor optimale belichting, stel de sluitertijd en het diafragma in op
A
.
P
verschijnt in het scherm.
Diafragmastandenschakelaar
Q
Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, dan worden de sluitertijden en diafragmaopeningen weergegeven als “– – –”.
P 4000 5.6
Indien gewenst, kunt u aan de instelschijf draaien om andere sluitertijd- en diafragmacombinaties te selecteren, zonder de belichting te wijzigen (programmaverschuiving).
De nieuwe waarden voor sluitertijd en diafragma worden geel weergegeven. Programmaverschuiving is niet beschikbaar als de externe fl its TTL-auto ondersteunt, of als een auto-optie geselecteerd is voor U
DYNAMISCH BEREIK
in het opnamemenu
( P 90). Om programmaverschuiving te annuleren, schakelt u de camera uit.
R
Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” ( P 10).
400
Sluitertijd
P 4000 5.6
Modusselectie
■
Sluiter AE (S)
Om de sluitertijd handmatig te wijzigen terwijl de camera het diafragma kiest voor optimale belichting, stel het diafragma in op
A
en gebruik de instelschijf voor sluitertijd.
S
verschijnt in het scherm.
Diafragmastandenschakelaar
S 2000 5.6
400
R Bij andere instellingen dan
180X
kan de sluitertijd ook worden aangepast in stappen van 1 / 3 EV door aan de instelschijf te draaien. De sluitertijd kan worden gewijzigd zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
R
Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” (
P
10).
Q Indien het met de gekozen sluitertijd niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt het diafragma rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas de sluitertijd aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt het diafragma weergegeven als “– – –”.
47
Modusselectie
■
Diafragma AE (A)
Om het diafragma handmatig aan te passen terwijl de camera de sluitertijd selecteert voor optimale belichting, draai de instelschijf voor sluitertijd naar
A
en pas het diafragma aan zoals gewenst.
A
verschijnt in het scherm.
Diafragmastandenschakelaar
48
A 4000 5.6
400
R Het diafragma kan worden aangepast zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Q
Indien het met het gekozen diafragma niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt de sluitertijd rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas het diafragma aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt de sluitertijd weergegeven als “– – –”.
Wanneer L
VOORB DIEPTESCH
is toegewezen aan een functietoets ( P 44), stopt drukken op de knop het kleiner worden van het diafragma dan de ingestelde waarde, waardoor de scherptediepte als voorbeeld in de weergave wordt bekeken.
Scherptediepte kan ook worden bekeken door het gebruiken van de scherptediepteindicator in de standaard weergave. Druk op
DISP/BACK
om door de weergavestanden te bladeren totdat standaard indicators worden weergegeven.
A
01 0.5
1.0
1.5
5.6
2.0
3.0
5.0
10
400
5 1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
Scherptediepte
Modusselectie
■
Handmatige belichting (M)
De waarde die de camera voorstelt voor belichting kan worden gewijzigd door zowel de sluitertijd als het diafragma in te stellen op waardes anders dan
A
.
M
verschijnt in het scherm.
Diafragmastandenschakelaar
R
Bij andere instellingen dan
180X
kan de sluitertijd ook worden aangepast in stappen van 1 / 3 EV door aan de instelschijf te draaien.
M
01 0.5
1.0
2000
1.5
5.6
2.0
3.0
5.0
10
400
R De handmatige belichtingsweergave omvat een belichtingsindicator die aangeeft in hoeverre de afbeelding onder- of overbelicht zou zijn met de huidige instellingen.
R
Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” (
P
10).
Belichtingsvoorbeeld
Om de belichting als voorbeeld op de LCD-monitor weer te geven, selecteer
AAN
voor A
SCHERM SET-UP > PRVW BELICH HAND.
.
Selecteer
UIT
bij gebruik van de fl itser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
49
50
Selecteer een sluitertijd van
T
(tijd) of
B
(bulb) voor lange tijdopnamen.
R
Gebruik van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het belichten te voorkomen.
R Om “ruis” (spikkels) te verminderen bij lange tijdopnamen, selecteer
AAN
voor K
L BEL. RO
in het opnamemenu
( P 91). Let op dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotograferen hierdoor langer kan worden.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
T
.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
B
.
2
Draai aan de instelschijf om de belichtingtijd te kiezen.
3
Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met de geselecteerde sluitertijd. Een aftellende timer wordt weergegeven terwijl er belicht wordt.
R Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” ( P 10).
2
Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt; het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting begon.
R Door diafragma van
A
te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld op 30 sec.
Lange tijdopnamen (T/B)
Een optionele RR-90 afstandsontspanner kan gebruikt worden voor langdurige belichting. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de RR-90 werd geleverd voor meer informatie.
• Afstandsontspanners van derden (beschikbaar via verkoopkanalen van derden) kunnen als volgt worden aangesloten.
• Daarnaast is het ook mogelijk elektronische afstandsontspanners van derden aan te sluiten via de aansluiting voor de microfoon/afstandsontspanner. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven wanneer een ontspanner van een derde partij verbonden is; druk op
MENU
/
OK
en selecteer n
AFST.B
voor
MIC/
AFSTANDSBED.
.
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
SET OVERSLAAN
51
52
Draai aan de instelschijf voor belichtingscompensatie om de belichting aan te passen bij het fotograferen van zeer heldere, zeer donkere of zeer contrastrijke onderwerpen. Het eff ect is zichtbaar op het scherm.
De belichtingswaarde wordt bepaald door de gevoeligheid van de beeldsensor en de hoeveelheid licht waaraan de sensor wordt blootgesteld. De hoeveelheid verdubbelen verhoogt EV met een, terwijl de hoeveelheid halveren EV met een verlaagt. De hoeveelheid licht die de camera binnendringt, kan worden beïnvloed door de sluitertijd en het diafragma aan te passen.
P 4000 5.6
400
Belichtingscompensatie-indicator
•
Onderwerpen met tegenlicht
: Kies waarden van +2
/
3 EV tot +12
/
3 EV.
Kies een positieve waarde (+) om de belichting te verhogen
•
Onderwerpen met een hoge refl ectie of zeer heldere scènes
(bijv. sneeuwlandschappen) : +1 EV
Kies een negatieve waarde (–) om de belichting te verlagen
Q De hoeveelheid beschikbare compensatie varieert met de opnamestand.
•
Scènes die voornamelijk bestaan uit lucht
: +1 EV
•
Verlichtte onderwerpen
(voornamelijk bij het fotograferen tegen een donkere achtergrond) : –2 / 3 EV
•
Onderwerpen met een lage refl ectie
(dennenbomen of donkergekleurd gebladerte) : –2
/
3 EV
Voor fotocomposities waarbij het onderwerp zich niet in het midden van het beeld bevindt:
1
Stel scherp
: Positioneer het onderwerp in het midden van het scherpstelframe en druk de ontspanknop half in om de scherpstelling en de belichting te vergrendelen. De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld zolang de ontspanknop half ingedrukt blijft (AF/AE-vergrendeling).
P
R De scherpstelling en belichting kunnen ook worden vergrendeld met de
AF-L
en
AE-L
-knoppen, respectievelijk
(als
AE/AF-VERGRENDEL.
is geselecteerd voor d
KNOP AF-VERGR.
in het opnamemenu, het indrukken van de
AF-L
-knop vergrendelt zowel scherpstelling als belichting;
P
92).
2
Opnieuw samenstellen
: Houd de ontspanknop half ingedrukt of houd de
AF-L
- of
AE-L
knop ingedrukt.
R
Scherpstelling en/of belichting blijven vergrendeld zolang de
AF-L
- of
AE-L
-knop wordt ingedrukt, ongeacht of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Als de
AE/AF-VERG AAN/
UIT
is geselecteerd voor v
MODUS AE/AF-VERG.
( P 92), vergrendelen scherpstelling- en/of belichting wanneer de knop wordt ingedrukt en blijven vergrendeld totdat de knop nogmaals wordt ingedrukt.
3
Maak de foto
: Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken.
P
P
R De functies van de toetsen
AE-L
en
AF-L
kunnen worden omgekeerd met behulp van de h
KNOP/SCHIJFINSTEL-
LING
>
AE-L/AF-L-KNOP INSTELLING
-optie in het instellingsmenu.
53
54
Belichting-/scherpstelvergrendeling
Autofocus
Hoewel de camera is uitgerust met uiterst nauwkeurige automatische scherpstelling, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld op onderstaande onderwerpen.
• Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of auto’s.
• Zeer snel bewegende onderwerpen.
• Onderwerpen die zich achter een raam of andere refl ecterende voorwerpen bevinden.
• Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van refl ecteren, zoals haar of bont.
• Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur.
• Onderwerpen die niet contrasteren met de achtergrond (bijvoorbeeld een persoon in kleding die dezelfde kleur heeft als de achtergrond).
• Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden dat eveneens in het scherpstelframe valt
(bijvoorbeeld een onderwerp tegen een achtergrond met veel contrasterende elementen).
Om te kiezen hoe de camera de belichting meet, drukt u op de functietoets (
Fn1
/
AE
) om de meetopties weer te geven. Gebruik de selectieknop om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
Q De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer Intelligente gezichtsdetectie uit staat (
P
88).
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van de compositie, kleur en de verdeling van de helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties.
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2% van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere gevallen waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste onderwerp.
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij meerdere foto’s met hetzelfde licht en is in het bijzonder eff ectief voor het fotograferen van landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met witte of zwarte kleding.
R
De meetopties zijn eveneens toegankelijk vanuit het opnamemenu (
P
92).
55
56
Bootst de eff ecten van verschillende fi lmsoorten na, waaronder zwartwit (met of zonder kleurfi lters). Druk op de functietoets (
Fn4
) om de volgende opties weer te geven, gebruik dan de selectieknop om een optie markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
c
(PROVIA/STANDAARD) Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een keur aan onderwerpen, van portretten tot landschappen.
>
(Velvia/LEVENDIG) Een contrastrijk pallet van verzadigde kleuren, geschikt voor natuurfotografi e.
e (ASTIA/LAAG)
Versterkt het bereik van beschikbare kleuren voor huidtinten in portretten terwijl de helderblauwe kleuren van de luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
i
(CLASSIC CHROME) g
(PRO Neg. Hi)
Zachte kleur en verbeterd schaduwcontrast voor een rustige uitstraling.
Biedt iets meer contrast dan h
(PRO Neg. Std). Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
h
; e
(PRO Neg. Std)
(MONOCHROOM)
(MONOCHROOM
Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleuren voor huidtinten is vergroot, waardoor er voldoende keuzemogelijkheden zijn voor portretfotografi e in de studio.
Voor het maken van standaard zwart-witfoto’s.
Zwart-wit-foto’s maken met iets meer contrast. Deze instelling vermindert ook enigszins de helderheid van de hemel.
d (MONOCHROOM
Zwart-wit-foto’s maken met meer contrast. Deze instelling vermindert ook de helderheid van de hemel.
f (MONOCHROOM f
(SEPIA)
Maakt huidtonen in zwart-wit-portretten zachter.
Voor het maken van sepiafoto’s.
R
Opties voor fi lmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instellingen voor tinten en scherpte (
P
91).
R
De fi lmsimulatie-opties zijn eveneens toegankelijk vanuit het opnamemenu (
P
90).
De
DRIVE
knop geeft u toegang tot de volgende opties.
STILSTAAND BEELD
B
STILSTAAND BEELD
I
CONTINU
O
AE BKT
W
ISO BKT
X
FILMSIMULATIE BKT
H
WITBALANS BKT
Y
DYNAMISCH BEREIK BKT
u
BEWEGEND PANORAMA
j
MULTI-BELICHTING
Y
GEAVANC. FILTER
57
58
De DRIVE Knop
Leg beweging vast in een serie foto’s.
1
Druk op de te geven.
DRIVE
-knop om de driveopties weer
2
Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om
I
te markeren en druk de keuzeknop vervolgens naar links of rechts om een beeldsnelheid van
J
(hoog) of
O
(laag) te kiezen. Druk op
MENU/OK
om verder te gaan wanneer de instellingen zijn voltooid.
3
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
4
Druk de ontspanknop volledig in om foto’s te maken. Het fotograferen eindigt wanneer de ontspanknop wordt losgelaten, het maximaal aantal foto’s is gemaakt of de geheugenkaart vol is.
R
De beeldsnelheid varieert met het onderwerp, de sluitersnelheid, gevoeligheid en de scherpstelstand en kan mogelijk vertragen als er meer foto’s worden gemaakt.
R De fl itser schakelt automatisch uit; de eerder ingestelde fl itsmodus wordt weer geselecteerd wanneer de stand voor continu fotograferen wordt uitgeschakeld.
R
Er is mogelijk extra tijd vereist om foto’s op te slaan wanneer de opname eindigt.
R
Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is voltooid, worden de resterende foto’s opgeslagen in een nieuwe map ( P 107).
R Serieopname wordt mogelijk niet gestart als de beschikbare ruimte op de geheugenkaart onvoldoende is.
Om de scherpstelling en de belichting bij elke opname te variëren, selecteer scherpstelstand
C
; in andere standen worden scherpstelling en belichting bepaald bij de eerste foto in iedere serie.
Q
Selecteren
J
in de scherpstelstand
C
beperkt de keuze van focuskaders ( P 71).
Q
Trackingprestaties belichting en scherpstelling kunnen variëren afhankelijk van het diafragma, gevoeligheid en de opnameomstandigheden.
De DRIVE Knop
Om een serie foto’s met verschillende instellingen te maken.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven en druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een van de volgende opties te markeren:
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de steunhoeveelheid te kiezen. Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s: één gebruikmakend van de gemeten waarde voor belichting, de tweede overbelicht door de geselecteerde hoeveelheid en de derde onderbelicht door dezelfde hoeveelheid (ongeacht de geselecteerde hoeveelheid zal de belichting niet de limieten van het belichtingsmeetsysteem overschrijden).
Druk op de selectieknop links of rechts om een bracketinghoeveelheid te markeren. Telkens wanneer de sluiter wordt ingedrukt, maakt de camera een foto met de huidige gevoeligheid ( P 72) en verwerkt de camera ze tot twee extra kopieën, de ene met een verhoogde gevoeligheid en andere met een gevoeligheid verlaagd met de geselecteerde hoeveelheid (de gevoeligheid zal niet hoger dan ISO 6400 of lager dan ISO 200 worden, ongeacht de geselecteerde hoeveelheid).
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera één foto en verwerkt deze om kopieën te creëren met de instellingen voor fi lmsimulatie die zijn geselecteerd voor X
FILMSIMULATIE BKT
in het opnamemenu (
P
94).
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de steunhoeveelheid te kiezen. Elke keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie opnames: één met de huidige witbalans, één met fi jnafstelling verhoogd met de geselecteerde hoeveelheid en een andere met fi jnafstelling verminderd met de geselecteerd hoeveelheid.
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s met verschillende dynamische bereiken ( P 90): 100% voor de eerste, 200% voor de tweede, 400% voor de derde. Hoewel de bracketing van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de gevoeligheid beperkt zijn tot minimaal ISO 800; de gevoeligheid die voorheen van kracht was wordt hersteld zodra de bracketing eindigt.
2
Druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde optie te selecteren.
3
Maak foto’s.
59
De DRIVE Knop
Volg de aanwijzingen op het scherm om een panoramafoto te maken.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven. Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om
Adv.
, te markeren en druk de keuzeknop vervolgens naar links of rechts om r
BE-
WEGEND PANORAMA
te markeren en druk op
MENU/OK
.
5
Pan de camera in de met de pijl aangegeven richting. De opname wordt automatisch beëindigd wanneer de camera volledig tot aan het aangegeven einde is gepand en het panoramabeeld is voltooid.
60
2
Druk op de selectieknop links om de grootte van de hoek te selecteren waarmee u de camera tijdens het fotograferen wilt pannen. Markeer een grootte en druk op
MENU/OK
.
3
Druk op de selectieknop rechts om de keuzemogelijkheden voor de panrichtingen te bekijken. Markeer een panrichting en druk op
MENU/OK
.
4
Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te starten. U hoeft de ontspanknop tijdens het fotograferen niet ingedrukt te houden.
Veeg camera lang gele lijn in richting van y
HOEK RICHTING
30 2.0
800
R
De opname eindigt als de ontspanknop volledig wordt ingedrukt tijdens het opnemen. Er wordt mogelijk geen panorama vastgelegd als de ontspanknop al wordt ingedrukt voordat het panorama is voltooid.
De DRIVE Knop
Q Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt. De belichting van het totale panorama wordt op basis van het eerste beeld bepaald. In sommige gevallen neemt de camera een grotere of kleinere hoek op of is hij niet in staat de foto’s perfect met elkaar te verbinden. Het laatste deel van het panorama wordt mogelijk niet vastgelegd als het opnemen wordt gestopt voordat het panorama compleet is.
Q
De opname kan worden onderbroken als de camera te snel of te langzaam wordt bewogen. De opname wordt geannuleerd wanneer de camera wordt bewogen in een andere richting dan wordt aangegeven.
Q
De gewenste resultaten worden mogelijk niet behaald bij bewegende onderwerpen, onderwerpen vlakbij de camera, onveranderlijke onderwerpen zoals de lucht of een grasveld, onderwerpen die constant bewegen zoals golven en watervallen of onderwerpen die duidelijk veranderingen ondergaan in helderheid. Panorama’s kunnen onscherp worden als het onderwerp slecht belicht wordt.
Gebruik voor de beste resultaten een lens met een scherpstelafstand van 35 mm of minder (50 mm of minder in 35 mm formaat). Houd uw ellebogen tegen uw zij en beweeg de camera in een kleine cirkel met een constante lage snelheid, waarbij de camera horizontaal of onder een rechte hoek wordt gehouden. Let op dat u alleen in de richting pant die wordt aangegeven door de hulplijnen. Gebruik een statief voor de beste resultaten. Als het resultaat niet naar wens is, probeer dan te pannen met een andere snelheid.
61
62
De DRIVE Knop
■
Panorama’s bekijken
Om in te zoomen op een panorama in schermvullende weergave, drukt u op de k -knop en gebruikt u de k - en n knoppen om in en uit te zoomen. U kunt het panorama ook weergeven met behulp van de keuzeknop. Druk de keuzeknop omlaag om het afspelen te beginnen en druk nogmaals
AFSPELEN
STOP PAUZE
om te pauzeren. Terwijl het afspelen is gepauzeerd, kunt u handmatig door het panorama scrollen door de keuzeknop naar links of rechts te drukken; verticale panorama’s scrollen verticaal, horizontale panorama’s horizontaal. Om de schermvullende weergave af te sluiten, drukt u de keuzeknop omhoog.
De DRIVE Knop
Maak een foto die twee belichtingen combineert.
+
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven. Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om
Adv.
te markeren en druk de keuzeknop vervolgens naar links of rechts om j
MULTI-
BELICHTING
te markeren en druk op
MENU/OK
.
4
Maak de tweede foto met behulp van het eerste beeld als leidraad.
5
Druk op
MENU/OK
om de multi-belichting te creeren, of druk op de selectieknop links om naar stap 4 terug te keren en maak de tweede foto opnieuw.
2
Maak de eerste foto.
3
Druk op
MENU/OK
. De eerste foto wordt bovenaan in het beeld weergegeven door de lens en u wordt gevraagd om de tweede foto te maken.
R
Druk op de selectieknop links om terug te keren naar stap 2 en de eerste foto opnieuw te maken.
Druk op
DISP/BACK
om de eerste foto op te slaan zonder een multi-belichting te maken.
63
64
De DRIVE Knop
Maak foto’s met fi ltereff ecten.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven. Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om Y te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Kies een van de volgende fi lters en druk op
MENU/OK
.
G
SPEELGOEDCAMERA
H
MINIATUUR
I
POP-KLEUR
J
HIGH-KEY
Z
LAAG-TOON
Kies voor een retro speelgoedcamera-eff ect.
De boven- en onderzijden van foto’s worden onscherp gemaakt voor een diorama-eff ect.
Creëer contrastrijke beelden met verzadigde kleuren.
Maak heldere beelden met laag contrast.
Creëer uniforme donkere tonen met enkele gebieden die over benadrukte highlights beschikken.
K
X
DYNAMISCHE KLEURTOON
ZACHTE FOCUS
Dynamische kleurtoonexpressie wordt voor een fantasieeff ect gebruikt.
Creëer een opmaak met een gelijkmatige zachtheid over het hele beeld.
u
GEDEELTE KLEUR (ROOD)
v
GEDEELTE KLEUR (ORANJE)
w
GEDEELTE KLEUR (GEEL)
x
GEDEELTE KLEUR (GROEN)
y
GEDEELTE KLEUR (BLAUW)
z
GEDEELTE KLEUR (PAARS)
Delen van het beeld met de geselecteerde kleur worden in die kleur vastgelegd. Alle andere delen van het beeld worden in zwart-wit vastgelegd.
R Afhankelijk van het onderwerp en de camera-instellingen kunnen beelden in sommige gevallen korrelig zijn of variëren in helderheid en kleurtoon.
Gebruik de selectieknop voor de scherpstelstand om te kiezen hoe de camera scherpstelt (merk op dat ongeacht de geselecteerde optie, de handmatige scherpstelling gebruikt wordt wanneer de lens in de stand handmatige scherpstelling staat).
•
S
(enkelvoudige AF) : De scherpstelling blijft vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt. Kies voor stilstaande onderwerpen.
•
C
(continu AF) : Scherpte wordt continu aangepast om veranderingen in de afstand tot het onderwerp te weerkaatsen terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Gebruik voor bewegende onderwerpen.
•
M
(handmatig) : Handmatige scherpstelling met de scherpstelring van de lens. Draai de ring naar links om de scherpstelafstand te verkleinen, naar rechts om deze te vergroten. De handmatige scherpstelindicator geeft aan hoe goed de scherpstelafstand overeenkomt met de afstand tot het onderwerp tussen de scherpstelhaakjes (de witte lijn geeft de scherpstelafstand aan, de blauwe balk de scherptediepte, of met andere woorden de afstand voor en achter het scherpstelpunt waarop scherpgesteld wordt). U kunt de scherpstelling ook visueel bekijken met de zoeker of op het lcd-scherm. Kies voor handmatige scherpstelling of in situaties waarbij de camera niet scherp kan stellen met automatische scherpstelling (
P
54).
Scherpstelafstand
(witte lijn)
Verminder de scherpstelafstand
55 35 23 18
Vergroot de scherpstelafstand
Pictogram handmatige scherpstelstand
01 0.5
1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
10
Handmatige scherpstelindicator
5 1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
A
XF
ZOOM
M 4000 5.6
400
Depth of fi eld
(blauwe balk)
18-55
R Gebruik de optie I
SCHERPSTELRING
in het instellingenmenu ( P 106) om de draairichting van de scherpstelring te veranderen.
R Voor het gebruik van autofocus om scherp te stellen op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelgebied
( P 69), drukt u op de
AF-L
-knop (de grootte van het scherpstelgebied kan worden gekozen met de instelschijf ).
In de handmatige focusmodus, kunt u deze functie gebruiken om snel schep te stellen op een gekozen subject door middel van enkele of doorlopende AF afhankelijk van de gekozen optie voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
DIRECT AF-INSTELLING
( P 87).
65
66
Scherpstelstand
R
De camera kan de scherpstelafstand in meters of feet aangeven. Gebruik de optie
A
SCHERM SET-UP
>
EENHE-
DEN AF-SCHAAL
van het instellingenmenu (
P
105) om de gebruikte eenheden te kiezen.
R Als
AAN
is geselecteerd voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
PRE-AF
in het opnamemenu ( P 89), focus zal continu aangepast worden in de standen
S
en
C
zelfs wanneer de ontspanknop niet wordt ingedrukt.
■
De scherpstelaanduiding
De scherpstelaanduiding wordt groen wanneer op het onderwerp is scherpgesteld en knippert wit wanneer de camera niet in staat is om scherp te stellen. Beugels („( )”) geven aan dat de camera aan het scherpstellen is en worden continu weergegeven in stand
C
terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. j
wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand.
P 4000 5.6
Focus indicator
400
Om in te zoomen op het huidige scherpstelgebied (
P
69) voor precieze focus, drukt u op het midden van de instelschijf. Druk opnieuw om het zoomen te annuleren. In de handmatige scherpstelstand kan het zoomen worden aangepast door aan de instelschijf te draaien wanneer
STANDAARD
of
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
wordt geselec-
M M
teerd voor c
HF ASSISTENTIE
, terwijl als
AAN
is geselecteerd voor
A
SCHERM SET-UP
>
SCHERPSTELLOEP
zal de camera automatisch inzoomen op het geselecteerde scherpstelgebied wanneer aan de scherpstelring wordt gedraaid. Scherpstelzoom is niet beschikbaar in de scherpstelstand
C
of wanneer G >
PRE-AF
aan is of een andere optie dan r
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
SCHERFSTELLING
.
Scherpstelstand
■
HF assistentie
De c
HF ASSISTENTIE
-optie in het instellingenmenu kan worden gebruikt om de scherpstelling te controleren wanneer foto’s worden gekadreerd in de LCD-monitor of de elektronische zoeker in handmatige scherpstelstand.
R
Het c
HF ASSISTENTIE
-menu kan worden weergegeven door het midden van de instelschijf ingedrukt te houden.
De volgende opties zijn beschikbaar:
•
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
: Markeert contrastrijke contouren. Draai aan de scherpstelring totdat het onderwerp is gemarkeerd.
•
DIGITAAL SPLITSEN BEELD
: Geeft een gesplitst, zwart-witbeeld in het midden van het beeld weer. Kadreer het onderwerp in het gesplitste beeldveld en draai aan de scherpstelring totdat de drie delen van het gesplitste beeld juist zijn uitgelijnd.
67
68
Scherpstelstand
Voor het kiezen van de scherpstelling voor scherpstelstanden
S
en
C
, druk op de functietoets (
Fn3
) om de hieronder getoonde opties weer te geven, druk vervolgens op de selectieknop omhoog of omlaag om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
• r
: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Gebruik deze optie om scherp te stellen op een geselecteerd onderwerp.
• y
: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Scherpstelling zones bevatten ook meerdere scherpstelpunten (5 × 3, 5 × 5, of 3 × 3) om makkelijker scherp te stellen op bewegende onderwerpen.
• z : In de scherpstelstand
C
, traceert de camera focus op het subject in het geselecteerde scherpstelpunt terwijl de sluiterknop half wordt ingedrukt. In de scherpstelstand
S
, stelt de camera automatisch scherp op contrastrijke onderwerpen; de gebieden waarop wordt scherpgesteld worden op het display weergegeven. De camera kan mogelijk niet scherpstellen op kleine voorwerpen of snel bewegende onderwerpen.
R Scherpstellingsopties zijn ook toegankelijk met behulp van de G
AUTOFOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu ( P 87).
Scherpstelstand
Kies een scherpstelpunt voor autofocus. De procedure voor het selecteren van het scherpstelpunt varieert afhankelijk van de optie die is gekozen voor scherpstelling ( P 68).
R
Scherpstelgebiedselectie kan is ook toegankelijk met behulp van de
G
AUTOFOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu ( P 87).
R
Scherpstelgebiedselectie kan ook worden gebruikt voor het kiezen van het scherpstelpunt voor handmatige focus en focus zoom.
■
Enkel punt AF
Druk op de functietoets (
Fn6
) om de scherpstelpunten (“+”) en scherpstelframe weer te geven. Gebruik de selectieknop om het gewenste scherpstelframe te positioneren of druk op
DISP/BACK
om terug te keren naar het midden.
Om de grootte van het scherpstelframe te kiezen, draait u aan de instelschijf. Draai de instelschijf naar links om het beeld tot maximaal 50% te verkleinen, rechts om de foto tot maximaal 150% te vergroten, of druk op de instelschijf om het beeld naar het oorspronkelijke formaat terug te zetten. Druk op
MENU/OK
om de instelling in werking te stellen.
Scherpstelpunt
Scherpstelframe
69
70
Scherpstelstand
■
Zone AF
Druk op de functietoets (
Fn6
) om de scherpstelzone te weergeven.
Gebruik de selectieknop om de zone te positioneren of druk op
DISP/BACK
om de zone terug te keren naar het midden van het scherm.
Om het aantal focusframes in de zone te kiezen, draait u aan de instelschijf. Draai de instelschijf naar rechts om door zonegroottes in de volgorde 5 × 5, 3 × 3, 5 × 3, 5 × 5… te bladeren, links om door de zonegroottes in omgekeerde volgorde te bladeren, of druk op het midden van de instelschijf zonegrootte van 5 × 3 te selecteren. Druk op
MENU/OK
om de instelling in werking te stellen.
Zone scherpstelling
Scherpstelstand
■
Tracking (Alleen Scherpstelstand
C
)
Druk op de functietoets (
Fn6
) om het scherpstelframe weer te geven. Gebruik de selectieknop om het scherpstelframe te positioneren of druk op
DISP/BACK
om het frame terug te keren naar het midden van het scherm.
Druk op
MENU/OK
om de instelling in werking te stellen. Scherpstelling aan de camera volgt het onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Scherpstelframe
Q Handmatige scherpstelframeselectie is niet beschikbaar wanneer groothoek/tracking is geselecteerd in de scherpstelstand
S
.
Tijdens hogesnelheid salvofotografi e (
J
), is het aantal beschikbare scherpstelkaders in scherpstelmodus
C
lager en de maximum zonegrootte is beperkt tot 5 × 3.
Enkel punt Zone Groothoek/tracking
71
72
Met „gevoeligheid” wordt de gevoeligheid van de camera voor licht bedoeld. Kies uit waarden tussen 200 en 6400, of selecteer laag gewin (
L (100)
) of hoog gewin (
H (12800)
of
H (25600)
) opties voor speciale situaties. Hogere waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor tragere sluitertijden of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels kunnen verschijnen in foto’s met een hoge gevoeligheid, met name bij hoger gewin, terwijl kiezen voor de lage gewin optie het dynamisch bereik vermindert. Waarden van ISO 200 t/m ISO 6400 zijn aan te bevelen in de meeste situaties. Als
AUTO1
,
AUTO2
of
AUTO3
is geselecteerd, past de camera de gevoeligheid automatisch aan in reactie op de opnameomstandigheden.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag. Markeer N
ISO
en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
R
De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet.
R De lage gewin optie is teruggezet naar ISO 200 en de hoge gewin optie naar ISO 6400 als
RAW
,
FINE+RAW
of
NORMAL+RAW
is geselecteerd voor beeldkwaliteit ( P 90). Voor meer informatie over de instellingen die beschikbaar zijn voor lage en hoge gewin opties, raadpleegt u pagina 148.
Gevoeligheid
■
AUTOMATISCH
De volgende opties zijn beschikbaar wanneer
AUTO1
,
AUTO2
of
AUTO3
is geselecteerd:
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
MAX. GEVOELIGHEID
800 (
AUTO1
))
1600 (
AUTO2
))
3200 (
AUTO3
))
MIN. SLUITERSNELH
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de standaard- en maximumwaarden. Gevoeligheid is alleen hoger dan de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd voor optimale belichting langer is dan de waarde geselecteerd voor
MIN. SLUITERSNELH
.
R Als de waarde geselecteerd voor
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
hoger is dan de waarde geselecteerd voor
MAX. GEVOELIGHEID
, wordt
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
ingesteld op de waarde geselecteerd voor
MAX. GEVOELIGHEID
.
R De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan
MIN. SLUITERSNELH
als foto’s nog steeds onderbelicht zijn bij een waarde geselecteerd voor
MAX. GEVOELIGHEID
.
73
74
Om ruwe, onbewerkte gegevens van de camerabeeldsensor op te nemen, selecteer de optie
RAW
voor beeldkwaliteit in het opnamemenu, zoals hieronder beschreven. JPEG-kopieën van RAW-afbeeldingen kunnen worden gemaakt met behulp van de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu, of u kunt RAW-afbeeldingen bekijken op een computer met behulp van de RAW-FILECONVERSIE-applicatie
(
P
115).
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
T
BEELDKWALITEIT
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
. Selecteer
RAW
om alleen RAW-afbeeldingen vast te leggen of
FINE+RAW
of
NORMAL+RAW
om zowel een JPEG-kopie samen met de RAW-afbeeldingen vast te leggen.
FINE+RAW
gebruikt minder JPEG-compressieverhoudingen voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl
NORMAL+RAW
meer JPEG-compressieverhoudingen gebruikt zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen.
Om RAW beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor een enkele foto, wijs
RAW
toe aan een van de ( P 44). Als een
JPEG-optie momenteel is geselecteerd voor beeldkwaliteit zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige
JPEG+RAW-optie selecteren. Als een JPEG+RAW-optie momenteel is geselecteerd, zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige JPEG-optie selecteren, terwijl als
RAW
is geselecteerd, het drukken op de knop tijdelijk
FINE
selecteert. Het maken van een foto of nogmaals op de knop drukken herstelt de vorige instelling.
R Lage en hoge gewin ISO gevoeligheden zijn niet beschikbaar als RAW beeldkwaliteit is ingeschakeld ( P 72).
Foto's opnemen in RAW-formaat
Bij RAW-foto’s worden de camera-instellingen en de gegevens van de beeldsensor apart opgeslagen.
Met de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu kunt u JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken met andere opties voor de hieronder genoemde instellingen. Het origineel blijft onaangetast, waardoor een
RAW-foto op meerdere verschillende manier kan worden verwerkt.
1
Druk op
MENU/OK
tijdens het afspelen om het afspeelmenu weer te geven, druk vervolgens de selectieknop omhoog of omlaag om j
RAW-
CONVERSIE
te markeren en druk op
MENU/OK
om de instellingen in de rechts aangeduide lijst weer te geven.
R Deze opties kunnen tevens worden weergegeven door op de
Q
-knop te drukken tijdens het afspelen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
3
een instelling te markeren en druk op de keuzeknop
PUSH/PULL-VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
WITBALANS
WB VERSCHUIVING
rechts om te selecteren.
Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar de lijst met instellingen. Herhaal deze stap om andere instellingen aan te passen.
Druk op de ken van de JPEG-kopie en druk op
MENU/OK
om op te slaan.
Q
-knop om een voorbeeld te bekij-
REFLECT OPN. COND.
PUSH/PULL-
VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
Een JPEG-kopie maken met de instellingen die op het moment van fotograferen van kracht waren.
Pas de belichting aan met –1 EV tot +3 EV in stappen van 1 / 3 EV (
P
52).
Verbeter details in highlights voor een natuurlijk contrast ( P 90).
FILMSIMULATIE
WITBALANS
Pas de witbalans aan ( P 79).
WB VERSCHUIVING
Fijnafstelling witbalans ( P 79).
KLEUR
Bootst de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten ( P 56).
SHERPTE
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
De kleurdichtheid aanpassen ( P 91).
Contouren verscherpen of verzachten
(
P
91).
Highlights aanpassen (
P
91).
Schaduwen aanpassen ( P 91).
RUISONDERDRUKKING
Bewerk de kopie om spikkels te verminderen
(
P
91).
LENSMODLTIE OPTM.
KLEURR
Verbeter defi nitie door aan te passen voor diff ractie en het lichte verlies van scherpstelling aan de rand van de lens (
P
91).
Kies de kleurruimte die bij de kleurreproductie moet worden gebruikt (
P
108).
75
76
Gebruik de zelfontspanner voor zelfportretten of om bewegingsonscherpte te voorkomen die wordt veroorzaakt door camerabewegingen.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
B
ZELFONTSPANNER
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om één van de volgende opties te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
R
2 SEC
S
10 SEC
UIT
De sluiter wordt twee seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Gebruik deze stand om bewegingsonscherpte als gevolg van het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.
De sluiter wordt tien seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Dit kunt u gebruiken voor foto's waarin u zelf wilt voorkomen.
De zelfontspanner is uitgeschakeld.
3
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
Q
Zorg er wel voor dat u zich achter de camera bevindt wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de lens staat, heeft dit invloed op de scherpstelling en de belichting.
4
Druk de ontspanknop volledig in om de timer starten. De aanduiding op het scherm laat het aantal seconden tot het openen van de sluiter zien. Om de zelfontspanner onderbreken voordat de foto is genomen, druk op
DISP/BACK
.
Vlak voordat de foto wordt genomen, begint het zelfontspannerlampje op de voorkant van de camera te knipperen. Als de vertraging van twee seconden is geselecteerd, dan knippert het zelfontspannerlampje gedurende deze tijd.
R
De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
De zelfontspanner gebruiken
99
77
78
Volg de onderstaande stappen om de camera te confi gureren voor het automatisch foto’s maken in een vooringesteld interval.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om o
INTERVAL-TIMEROPNAME
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Gebruik de selectieknop om het interval en het aantal opnamen te kiezen. Druk op
MENU/OK
om door te gaan.
INTERVAL/AANTAL KEER
INTERVAL
2
1
24
23
0
01 00
AANTAL KEER
001
EIND ANNULEREN
3
Gebruik de selectieknop om starttijd te kiezen en druk dan op start automatisch.
MENU/OK
. De opname
START WACHTTIJD
2
1
24
23
0 h 00 m LATER
VERWACHTE STARTTIJD 11:00 PM
START ANNULEREN
Q Intervalfotografi e kan niet worden gebruikt bij een sluitertijd van
B
(bulb) of tijdens panorma- of meervoudige belichtingsfotografi e. In continustand, kan er slechts één foto worden gemaakt wanneer de sluiter wordt ontspannen.
R
Gebruik van een statief wordt aanbevolen.
R Controleer het batterijniveau alvorens te beginnen. Wij raden het gebruik van een optionele AC-9 V AC netstroomadapter en CP-W126 DC koppelstuk aan.
R
Het display schakelt uit tussen opnamen en licht op enkele seconden voordat de volgende foto wordt gemaakt.
Het display kan op elk moment worden geactiveerd door de ontspanknop helemaal in te drukken.
Voor natuurlijke kleuren, druk op de functietoets (
Fn2
) om de volgende opties weer te geven en gebruik dan de keuzeknop om de optie te markeren die overeenkomt met de lichtbron en druk op
MENU/OK
. Het venster rechtsonder wordt weergegeven; gebruik de selectieknop om de witbalans nauwkeurig in te stellen of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder nauwkeurig in te stellen.
WB VERSCHUIVING AUTO
AUTO
De witbalans wordt automatisch ingesteld.
h
Meet een waarde voor witbalans (
P
80).
Het selecteren van deze optie geeft een lijst met kleurtemperaturen weer ( P 80); markeer een temperatuur en druk op
MENU/
OK
om de gemarkeerde optie te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven.
i Voor onderwerpen in direct zonlicht.
j
Voor onderwerpen in de schaduw.
k
Voor “daglicht”-tl-buizen.
l
Voor “warmwitte” tl-buizen.
m
Voor “koelwitte” tl-buizen.
n
Voor gloeilampverlichting.
Vermindert de blauwe tint die bij onderwaterverlichting vaak is te zien.
R:0 B:0
INSTELLEN
R
De witbalans wordt alleen aangepast voor de fl itser in de standen
AUTO
en g
. Schakel de fl itser uit als u foto’s met andere witbalansinstellingen wilt maken.
R De resultaten verschillen afhankelijk van de omstandigheden waaronder wordt gefotografeerd. Bekijk de foto’s na het fotograferen om te controleren of de kleuren naar wens zijn.
R
De witbalansopties zijn eveneens toegankelijk vanuit het opnamemenu (
P
91).
79
80
Witbalans h
: Persoonlijke witbalans
Kies h om de witbalans aan ongebruikelijke lichtomstandigheden aan te passen. De opties voor witbalansmeting worden weergegeven; kadreer een wit object zodat het scherm wordt gevuld en druk de ontspanknop helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente waarde te selecteren en af te sluiten zonder de witbalans te meten, druk op
DISP/BACK
of druk op
MENU/OK
om de meest recente waarde te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven).
•
Als “VOLTOOID!” wordt weergegeven
, druk op
MENU/OK
om de witbalans in te stellen op de gemeten waarde.
•
Als “ONDER" wordt weergegeven
, verhoog de belichtingscorrectie (
P
52) en probeer het opnieuw.
•
Wanneer “OVER" wordt getoond
, verlaag de belichtingscorrectie ( P 52) en probeer het opnieuw.
k
: Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtemperatuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. U kunt ook een optie kiezen die sterk afwijkt van de kleur van de lichtbron om de foto's “warmer” of “kouder” te maken.
Kies voor rodere lichtbronnen of “koudere” foto's
Kies voor blauwere lichtbronnen of “warmere” foto's
2000 K
Kaarslicht
Zonsondergang/ zonsopgang
5000 K
Direct zonlicht
Schaduw
15000 K
Blauwe hemel
U kunt 7 persoonlijke camera-instellingen opslaan voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellingen kunnen worden teruggehaald met de optie u
KIES INST. OP MAAT
in het opnamemenu.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
K
BEW/BEW INST. OP M
te markeren en druk op
MENU/OK
.
P
OPNAMESTANDEN
AANGEPAST 1
0
AAN
AANGEPAST 2
AAN
AANGEPAST 3
AANGEPAST 4
50mm
UIT
AANGEPAST 5
AANGEPAST 6
AANGEPAST 7
35mm
OFF
2
Markeer de geheugenbank met de aangepaste instellingen en druk op
MENU/OK
om te selecteren. Pas het volgende desgewenst aan en druk op
DISP/BACK
wanneer de aanpassingen zijn voltooid: N
ISO
, U
DYNAMISCH BEREIK
, P
FILMSIMULATIE
,
D
WITBALANS
, f
KLEUR
, q
SCHERPTE
, r
HIGHLIGHT TINT
, s
SCHADUW-
TINT
, en h
RUISONDERDRUKKING
.
AANGEPAST 1
ACT. INST. OPSL
ISO
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
WITBALANS
KLEUR
VERLATEN
R Om de instellingen in de geselecteerde geheugenbank te vervangen door de huidige camera-instellingen, selecteer K
ACT. INST. OPSL
en druk op
MENU/OK
.
200
AUTO
0
3
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Markeer
OK
en druk op
MENU/OK
.
INST. OP MAAT OPSLAAN
OP MAAT 1 GOED INGESTELD?
OK
ANNULEREN
OK
81
82
Als M-mount lenzen zijn aangesloten met een optionele bevestigingspuntadapter van het type
FUJIFILM M
MOUNT ADAPTER
, verwerkt de camera beelden zoals ze zijn opgenomen om de beeldkwaliteit te behouden en diverse eff ecten te corrigeren.
R
Door een bevestigingspuntadapter aan te sluiten wordt m
OPNAME ZONDER LENS
(
P
92) ingeschakeld en wordt de afstandsindicator in de standaardweergave verborgen.
R
Voordat u de scherpstelling controleert, stel de keuzeknop voor het instellen van de scherpstelstand in op
M
(
P
65).
Druk op de functieknop op de bevestigingspuntadapter om de opties voor l
ADAPT.
INSTEL.
te tonen.
ADAPT. INSTEL.
LENS 1
LENS 2
LENS 3
LENS 4
LENS 5
LENS 6
INSTELLEN
21mm
24mm
28mm
35mm
50mm
75mm
■
Brandpuntsafstellin
Als de lens een brandpunt heeft van 21, 24, 28, of 35 mm, kies dan in het menu l
ADAPT.
LENS 5
VOER BRANDPUNTSAFSTAND IN
2
1
0
9
8
5 0 mm
INSTEL.
een corresponderende optie. Selecteer voor overige
OK ANNULEREN
lenzen de 5- of 6-optie en gebruik de keuzeknop om de brandpuntsafstand in te voeren.
■
Vervormingscorrectie
Kies uit de opties
STERK
,
ME-
DIUM
, of
ZWAK
om de vervorming
TONVORMING
of
KUS-
SENVORMING
te corrigeren.
LENS5 VERVORMING CORR.
TONVORMING STERK
TONVORMING MEDIUM
TONVORMING ZWAK
UIT
KUSSENVORMING ZWAK
KUSSENVORMING MEDIUM
OK ANNULEREN
Tonvervorming Speldenkussenvervorming
R Om vast te stellen hoeveel er nodig is, past u de vervormingscorrectie aan terwijl u foto’s neemt van grafi ekpapier of van andere voorwerpen met herhalende verticale en horizontale lijnen, zoals de ramen in een fl atgebouw.
■
Kleurcorrectie
Variaties in kleur(schakering) tussen het midden en de randen van de foto kunnen voor iedere hoek afzonderlijk worden aangepast.
Om kleurcorrectie te gebruiken, volgt u de stappen hieronder.
1
VOLGENDE
Draai aan de instelschijf om een hoek te kiezen. De gekozen hoek wordt aangegeven met een driehoek.
OK
Een adapter voor bevestigingspunten (mount adapter) gebruiken
■
Peripheral Illumination Correction
Kies uit waarden tussen –5 en
+5. Positieve waarden verhogen de randbelichting, terwijl
0
negatieve waarden de randbelichting verlagen. Positieve
OK ANNULEREN
waarden zijn aanbevolen voor ouderwetse lenzen, negatieve waarden worden gebruikt om het effect te geven van afbeeldingen gemaakt met een antieke lens of een gaatjescamera.
R
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de randbelichtingscorrectie aan terwijl u foto’s neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
2
Gebruik de keuzeknop om schakeringen aan te passen totdat er geen zichtbaar verschil in kleur meer is tussen de gekozen hoek en het midden van de afbeelding. Druk op de keuzeknop links of rechts om kleuren aan te passen op de as cyaan–rood, of omhoog of omlaag op de as blauw–geel. Er zijn in totaal 19 verschillende posities beschikbaar op iedere as.
R
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de kleurcorrectie aan terwijl u foto’s neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
83
84
Maak boeken van uw favoriete foto’s.
1
Selecteer
NIEUW BOEK
voor m
FOTOBOEK
HULP
in het weergavemenu (
P
100) en kies uit de volgende opties:
•
SELECTIE ALLES
: Kies uit alle beschikbare foto’s.
•
SEL. OP AFB. ZOEKEN
: Kies uit foto’s die overeenkomen met de geselecteerde zoekcriteria
( P 86).
R
Foto’s die kleiner zijn dan a
en fi lms kunnen niet voor fotoboeken worden geselecteerd.
2
Blader door de beelden en druk op de selectieknop omhoog om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op de selectieknop omlaag om het huidige beeld op de omslag weer te geven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten wanneer het boek is voltooid.
R
De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto. Druk op de selectieknop omlaag om een andere omslagfoto te selecteren.
3
Selecteer
FOTOBOEK VOLTOOIEN
en druk op
MENU/OK
(kies
ALLES SELECTEREN
om alle foto’s, of alle foto’s die aan de opgegeven zoekcriteria voldoen, voor het boek te selecteren).
Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het menu fotoboekhulp toegevoegd.
Q Fotoboeken kunnen tot 300 foto’s bevatten.
Q
Boeken zonder foto’s worden automatisch verwijderd.
Fotoboekhulp
Markeer een boek in het menu Fotoboekhulp en druk op
MENU/OK
om het boek weer te geven en druk vervolgens op de selectieknop links of rechts om door de foto’s te bladeren.
Geef het fotoboek weer en druk op
MENU/OK
. De volgende opties worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de aanwijzingen op het scherm.
•
BEWERKEN
: Bewerk het fotoboek zoals beschreven in “Een fotoboek maken” (
P
84).
•
WISSEN
: Wis het fotoboek.
Fotoboeken kunnen worden gekopieerd naar een computer met behulp van MyFinePix Studio-software (
P
115).
85
86
Voer de onderstaande stappen uit om naar foto’s te zoeken.
1
Druk tijdens het afspelen op
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om b
EEN FOTO ZOEKEN
en druk op
MENU/OK
.
2
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
.
OP DATUM
OP GEZICHT
Zoeken op datum.
Afbeeldingen met gezichten zoeken.
OP
I
FAVORIETEN
Zoeken op waardering ( P 30).
OP GEGEVENSTYPE
Zoek alle foto’s, alle fi lms of alle RAW-afbeeldingen.
PER UPLOADMARK.
Zoek alle afbeeldingen die zijn geselecteerd voor uploaden naar een specifi eke bestemming.
3
Selecteer een zoekcriterium. Alleen foto’s die overeenkomen met de zoekvoorwaarde worden weergegeven. Wilt u de geselecteerde foto´s wissen, beveiligen of in een diavoorstelling afspelen, druk dan op
MENU/OK
en selecteer een van de opties rechts.
4
Selecteer
ZOEKEN BEINDIGD
om het zoeken te beëindigen.
A
WISSEN
D
BEVEILIGEN
I
DIAVOORSTELLING
Het opnamemenu kan worden gebruikt om de instellingen aan te passen aan diverse omstandigheden. Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
P OPNAMESTANDEN
PROGRAMMA AE
AUTOFOCUS INSTELLING
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
VERLATEN
200
3:2
F
AUTO
R De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamestand.
d
GEAVANC. FILTER
Kies een fi lter (
P
64).
R
Deze optie is alleen beschikbaar als
Y
GEAVANC. FILTER
geselecteerd is voor drivemodus.
G
AUTOFOCUS INSTELLING
Pas de autofocus instellingen aan.
Kies het scherpstelgebied (
P
69).
Kies de scherpstelling voor de scherpstelstanden
S
en
C
(
P
68).
Kies hoe de camera het scherpstelt in de scherpstelstand
AF-S
of
AF-C
.
•
ONTGRENDELEN
: Sluitertijd krijgt voorrang boven de scherpstelling. U kunt foto’s nemen wanneer de camera niet is scherpgesteld.
•
FOCUS
: Scherpstelling krijgt voorrang boven de sluitertijd. U kunt alleen foto’s nemen wanneer de camera is scherpgesteld.
DIRECT AF-INSTELLING
Kies hoe de camera scherpstelt wanneer de
AF-L
-knop in ingedrukt in de handmatige scherpstelstand (
P
65).
87
88
De menu's gebruiken: Opnamestand
G
AUTOFOCUS INSTELLING (Vervolg)
Als
AAN
is geselecteerd in scherpstelstand
S
, kan de scherpstelling handmatig worden aangepast door aan de scherpstelring te draaien terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Zowel standaard als focus peaking HF assistentieopties worden ondersteund (
P
67, 92). Objectieven met een aanduiding voor scherpstelafstand moeten worden ingesteld op de stand handmatige scherpstelling (MF) voordat deze optie kan worden gebruikt.
Selecteren van MF schakelt de aanduiding van de scherpstelafstand in. Stel de scherpstelring naar het midden van de aanduiding voor scherpstelling, omdat de camera mogelijk niet kan scherpstellen als de ring is ingesteld op oneindig of de minimale scherpstelafstand.
Wanneer
AAN
is geselecteerd voor A
SCHERM SET-UP
>
SCHERPSTELLOEP
in het setup-menu en
ENKEL
PUNT
geselecteerd voor
SCHERPSTELLING
kan zoom worden gebruikt in te zoomen op het geselecteerde scherpstelfocusgebied. Scherpstelzoom is niet beschikbaar wanneer
ZONE
of
GROOTHOEK/TRACKING
is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING
. De zoomverhouding is gelijk aan die geselecteerd in de stand voor
Intelligente gezichtsdetectie stelt in de gehele foto de scherpstelling en belichting in voor gezichten van mensen, waarbij wordt voorkomen dat de camera niet de achtergrond scherpstelt in groepsportretten. Kies voor foto’s die portretonderwerpen benadrukken.
Om Intelligente gezichtsdetectie te gebruiken, druk op
MENU/OK
om het opnamemenu weer te geven en selecteer
AAN
voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
GEZICHTSDE-
TECTIE
. Gezichten kunnen met de camera in verticale of horizontale richting worden gedetecteerd; als er een gezicht is gedetecteerd, wordt dit aangeduid door een groene rand. Als er zich meerdere gezichten in de foto bevinden, dan selecteert de camera het gezicht dat zich het dichtst bij het midden bevindt: andere gezichten worden met witte randen aangeduid.
Q In sommige standen is het mogelijk dat de camera de belichting voor de gehele foto in plaats van het portretonderwerp instelt.
Q Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, dan bevindt het gezicht zich mogelijk niet in het gebied met de groene rand bij het maken van de foto.
De menu's gebruiken: Opnamestand
G
AUTOFOCUS INSTELLING (Vervolg)
Kies of de camera de ogen detecteert en scherpstelt wanneer de Intelligente gezichtsdetectie aan staat. Kies uit u
AUTO
(de camera kiest automatisch welk oog scherpgesteld wordt), w
VOORKEUR RECHTEROOG
(de camera stelt het rechteroog scherp), v
VOORKEUR LINKEROOG
(de camera stelt het linkeroog scherp), en
UIT
(scherpstellen ogen uit).
R Als de camera niet in staat is om de ogen van het onderwerp te detecteren doordat deze verborgen zijn door haar, een bril, of andere objecten, dan zal de camera scherpstellen op de gezichten.
Als
AAN
is geselecteerd, zal de camera blijven scherpstellen, zelfs wanneer de ontspanknop niet half wordt ingedrukt. Merk op dat dit het leegraken van de batterij versnelt.
Als deze instelling
AAN
staat, gaat de AF-hulpverlichting branden om het automatische scherpstellen te ondersteunen.
R De AF-hulpverlichting schakelt automatisch uit wanneer
UIT
is geselecteerd voor o
GELUID & FLITS
in het instellingsmenu.
Q Het kan voorkomen dat de camera niet in staat is om scherp te stellen terwijl het AF-hulplicht wordt gebruikt. Als de camera niet in staat is om scherp te stellen in de macrostand, vergroot dan de afstand tot het onderwerp en probeer het opnieuw.
Q
Schijn met het AF-hulplicht niet recht in de ogen van het onderwerp.
N
ISO
Bepaal de gevoeligheid van de camera voor licht ( P 72).
89
90
De menu's gebruiken: Opnamestand
O
BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken foto’s.
beeldverhouding van 16 : 9 geschikt is voor weergave op
D
H
igh efi nition (HD) apparaten. Foto’s met een beeldverhouding van 1: 1
O
:: 22
O
:: 99
O
:: 11
P
:: 22
P
:: 99
P
:: 11
41 × 28 cm
41 × 23 cm
28 × 28 cm
29 × 20 cm
29 × 16 cm
20 × 20 cm
Optie Voor afdrukken tot
Q
:: 22
Q
:: 99
Q
:: 11
21 × 14 cm
21 × 12 cm
14 × 14 cm
O
BEELDGROOTTE
wordt niet hersteld als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer een andere opnamestand wordt geselecteerd.
T
BEELDKWALITEIT
Selecteer een bestandsformaat en compressieverhouding. Selecteer
FINE
of
NORMAL
om JPEG-foto’s op de nemen,
RAW
om RAWfoto’s op te nemen, of
FINE
+
RAW
of
NORMAL
+
RAW
om zowel JPEG- als RAW-foto’s te maken.
FINE
en
FINE
+
RAW
gebruiken minder
JPEG-compressie voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl
NORMAL
en
NORMAL
+
RAW
meer JPEG-compressie gebruiken zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen.
U
DYNAMISCH BEREIK
Regel het contrast. Kies een lagere waarde om het contrast te verhogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotografeert.
Een hogere waarde vermindert het verlies aan detail in hoge lichten en diepe schaduwen als u contrastrijke onderwerpen fotografeert.
Hogere waarden zijn aanbevolen voor onderwerpen waarin zowel zonlicht als diepe schaduwen voorkomen, voor onderwerpen met hoge contrasten zoals op water refl ecterend zonlicht, helder verlichte herfstbladeren, portretfoto’s met een blauwe lucht als achtergrond en witte voorwerpen of mensen in witte kleren. Let er echter op dat spikkels kunnen verschijnen op foto’s die met hogere waarden zijn gemaakt.
R Als
AUTO
is geselecteerd, kiest de camera automatisch V
100%
of W
200%
, afhankelijk van het beeld en de opnameomstandigheden. De sluitertijd en het diafragmagetal worden weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
R W
200%
is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 400 en hoger, X
400%
bij gevoeligheden van ISO 800 en hoger.
P
FILMSIMULATIE
Boots de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten ( P 56).
B
ZELFONTSPANNER
Foto’s maken met de zelfontspanner ( P 76).
De menu's gebruiken: Opnamestand o
INTERVAL-TIMEROPNAME
Pas de instelling voor fotografi sche intervalopnamen ( P 78) aan.
D
WITBALANS
Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron (
P
79).
f
KLEUR
Kleurdichtheid aanpassen.
q
SHERPTE
Contouren verscherpen of verzachten.
r
HIGHLIGHT TINT
Het uiterlijk van de hoge lichten aanpassen.
s
SCHADUWTINT
Het uiterlijk van de schaduwen aanpassen.
h
RUISONDERDRUKKING
Verminder de ruis in foto’s die bij hoge gevoeligheden zijn genomen.
K
L BEL. RO
Selecteer
AAN
om spikkels in lange tijdopnamen te verminderen ( P 50).
j
LENSMODLTIE OPTM.
Selecteer
AAN
om de defi nitie te verbeteren door aan te passen voor diff ractie en het lichte verlies van scherpstelling aan de rand van de lens.
u
KIES INST. OP MAAT
Opgeslagen instellingen laden met
K
BEW/BEW INST. OP M
.
K
BEW/BEW INST. OP M
Instellingen opslaan (
P
81).
91
92
De menu's gebruiken: Opnamestand l
ADAPT. INSTEL.
Pas instellingen aan voor M-lenzenvatting aangesloten met een optionele
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
( P 82).
m
OPNAME ZONDER LENS
Kies of de ontspanknop wel of niet wordt ingeschakeld wanneer er geen lens is bevestigd.
c
HF ASSISTENTIE
Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand (
P
67).
•
STANDAARD
: Scherpstelling wordt op normale wijze weergegeven (scherpstelpiek en digitaal gesplitst beeld zijn niet beschikbaar).
•
DIGITAAL SPLITSEN BEELD
: Een weergegeven gesplitst zwart-witbeeld.
•
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
: De camera versterkt contrastrijke contouren. Kies een kleur en een piekniveau.
v
MODUS AE/AF-VERG.
Als
AE/AF-VERG B INDR
is geselecteerd zal de belichting en/of de scherpstelling vergrendelen terwijl de
AE-L
- of
AF-L
-knop wordt ingedrukt. Als
AE/AF-VERG AAN/UIT
is geselecteerd, zal de belichting en/of scherpstelling vergrendelen wanneer de
AE-L
- of
AF-L
-knop wordt ingedrukt en zal vergrendeld blijven totdat de knop nogmaals wordt ingedrukt.
d
MODUS AF-VERGR.
Kies de functie die de
AF-L
-knop vervult (
P
53).
C
LICHTMEETSYSTEEM
Kies hoe de camera de belichting meet wanneer Intelligente gezichtsdetectie uit staat (
P
55).
v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
Selecteer
AAN
om het huidige scherpstelkade te meten wanneer
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor
AUTOFOCUS INSTELLING
>
SCHERPSTELLING
en
SPOT
is geselecteerd voor
LICHTMEETSYSTEEM
.
De menu's gebruiken: Opnamestand p
FLITSLICHT INSTELLINGEN
Pas fl itsinstellingen aan.
Selecteer een fl itserfunctie ( P 35).
Pas de lichtsterkte van de fl itser aan. Kies uit waarden tussen +2 EV en –2 EV. Let op dat afhankelijk van de opnameomstandigheden en de afstand tot het onderwerp, het gewenste resultaat mogelijk niet kan worden verkregen.
Selecteer
AAN
om het door het fl itslicht veroorzaakte rode-ogeneff ect tegen te gaan.
R
Rode-ogen-verwijdering wordt alleen uitgevoerd wanneer een gezicht wordt gedetecteerd.
R Rode-ogen-verwijdering is niet beschikbaar voor RAW-afbeeldingen.
W
FILM SET-UP
Pas de fi lminstellingen aan (
P
37).
Selecteer een beeldformaat en -snelheid voor fi lmopname.
• i : Volledig HD (60 fps)
• i
: Volledig HD (50 fps)
• i : Volledig HD (30 fps)
• i
: Volledig HD (25 fps)
• i : Volledig HD (24 fps)
• h : HD (60 fps)
• h
: HD (50 fps)
• h : HD (30 fps)
• h
: HD (25 fps)
• h : HD (24 fps)
Kies de gevoeligheid voor het opnemen van een fi lm uit
AUTO
of van instellingen tussen ISO 400 en 6400.
R
Deze instelling heeft geen invloed op foto’s.
Pas het opnameniveau van de microfoon aan.
Geef aan of het apparaat dat is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting een microfoon is of een afstandsontspanner ( P 38, 51).
93
94
De menu's gebruiken: Opnamestand
X
FILMSIMULATIE BKT
Kies fi lmsoorten voor bracketing van fi lmsimulatie ( P 59).
L
IS MODE
Verminder wazigheid. Deze optie is enkel beschikbaar met lenzen die beeldstabilisatie ondersteunen.
• l : Beeldstabilisatie aan.
• m
: Beeldstabilisatie wordt enkel ingeschakeld als de ontspanknop half wordt ingedrukt of wanneer de sluiter wordt geopend.
•
UIT
: Beeldstabilisatie uit; x
verschijnt in het scherm (
P
6). Aanbevolen wanneer u een statief gebruikt.
r
DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk (
P
114).
R Voor meer informatie, ga naar
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
.
e
DIAFRAGMA-INSTEL.
Kies de methode die wordt gebruikt om het diafragma aan te passen wanneer u lenzen zonder diafragmaringen gebruikt.
•
AUTO +
o
HANDM.
: Draai aan de achter-instelschijf om het diafragma te kiezen.
Draai voorbij het kleinste diafragma om
A
(auto) te kiezen.
•
AUTO
: Diafragma wordt automatisch geselecteerd; camerafuncties in belichtingsstand
P
(programma AE) of
S
(sluiter-prioriteit AE).
•
HANDMATIG
: Draai aan de achter-instelschijf om het diafragma te kiezen; camerafuncties in belichtingsstand
A
(diafragma-prioriteit AE) of
M
(handmatig).
R Het diafragma kan niet worden aangepast terwijl het beeld door de cameralens ingezoomd is.
De menu's gebruiken: Opnamestand x
SLUITERTYPE
Kies de sluitertype. Kies de elektronische sluiter om het sluitergeluid uit te schakelen.
t s
MECHANISCHE SLUITER
ELEKTRONISCHE SLUITER
Maak foto’s met de mechanische sluiter.
Maak foto’s met de elektronische sluiter.
t
MECHANISCH +
s
ELEKTRONISCH
De camera kiest het sluitertype overeenkomstig de opnameomstandigheden.
R Als s
ELEKTRONISCHE SLUITER
of t
MECHANISCHE
+ s
ELEKTRONISCHE
is geselecteerd, kunnen sluitertijden sneller dan
1 / 4000 s gekozen worden door sluitertijdschijf te draaien naar 4000 en dan aan de instelschijf te draaien.
R Voor informatie over de rol van de instelschijf als de camera wordt gebruikt met lenzen die niet zijn voorzien van een diafragmaring, raadpleegt u „Lenzen zonder diafragmaringen” (
P
10).
R Ongeacht de geselecteerde optie wordt de mechanische sluiter gebruikt voor bewegende panorama’s. Wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt, worden sluitertijd en gevoeligheid beperkt tot waarden van 1 / 32000 – 1 sec. en ISO 6400 – 200 respectievelijk, en ruisonderdrukking voor lange tijdopnamen heeft geen eff ect. In seriestand zijn scherpstelling en belichting vast ingesteld op de waarden voor de eerste opname in elke serie.
Q
Vertekening is mogelijk zichtbaar in opnamen van bewegende onderwerpen gemaakt met de elektronische sluiter, terwijl banden en waas kunnen optreden in opnamen gemaakt onder tl-verlichting of andere fl ikkerende of onregelmatige verlichting. Respecteer, bij het maken van foto’s met gedempte sluiter, de beeldrechten van uw onderwerp en recht op privacy.
95
96
Druk in de afspeelstand op een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna
AFSPEELMENU
DRAADLS COMMUNICT
RAW-CONVERSIE
WISSEN
BEELDUITSNEDE
NIEUW FORMAAT
BEVEILIGEN
FOTO DRAAIEN
VERLATEN
r
DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk ( P 114).
R Voor meer informatie, ga naar
http://app.fujifilm-dsc.com
.
j
RAW-CONVERSIE
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken ( P 75).
A
WISSEN
Alle of geselecteerde foto's wissen.
•
ENKELE FOTO
: Druk op de keuzeschakelaar links of rechts om door de foto’s te bladeren en druk op
MENU/OK
om de huidige foto te wissen (er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven).
•
GEKOZEN VELDEN
: Markeer foto’s en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
als de bewerking is voltooid om een bevestigingsvenster weer te geven, markeer dan
OK
en druk op
MENU/OK
.
•
ALLE FOTO'S
: Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
om alle onbeveiligde foto’s te wissen.
De menu's gebruiken: Afspeelstand
G
BEELDUITSNEDE
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer
G
BEELDUITSNEDE
in het afspeelmenu.
3
Gebruik de knoppen k
en n
om in of uit te zoomen en druk op de keuzeknop omhoog, omlaag, links of rechts om de foto verschuiven, totdat het gewenste gedeelte wordt weergegeven.
4
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
5
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede op te slaan in een afzonderlijk bestand.
R
Grotere beelduitsneden produceren grotere kopieën; alle kopieën hebben een beeldverhouding van 3 : 2. Als het formaat van de uiteindelijke kopie a zal zijn, wordt
OK
geel weergegeven.
e
NIEUW FORMAAT
Een kleine kopie van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer e
NIEUW FORMAAT
in het afspeelmenu.
3
Markeer een formaat en druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
4
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede in een afzonderlijk bestand op te slaan.
R De beschikbare formaten zijn afhankelijk van het formaat van het origineel.
97
98
De menu's gebruiken: Afspeelstand
D
BEVEILIGEN
Beveilig foto's tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de volgende opties en druk op
MENU/OK
.
•
FOTO
: Beveilig geselecteerde foto's. Druk op de selectieknop links of rechts om foto’s te bekijken en druk op
MENU/OK
om foto’s te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
wanneer de bewerking is voltooid.
•
BEVEILIG ALLES
: Beveilig alle foto's.
•
ALLES RESETTEN
: Verwijder de beveiliging van alle foto's.
Q
Beveiligde foto's worden gewist wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd (
P
110).
C
FOTO DRAAIEN
Foto’s roteren.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer C
FOTO DRAAIEN
in het afspeelmenu.
3
Druk op de selectieknop omlaag om de foto 90° met de klok mee te draaien; omhoog om de foto 90° tegen de klok in te draaien.
4
Druk op
MENU/OK
. Nu wordt de foto automatisch weergegeven in de geselecteerde richting, telkens wanneer deze op de camera wordt afgespeeld.
R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging voordat u foto's draait.
R
De camera is mogelijk niet in staat om foto’s te draaien die met andere camera’s zijn gemaakt. Foto’s die zijn gedraaid op de camera zullen niet zijn gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere camera’s.
R
Foto's vastgelegd met
A
SCHERM SET-UP > AUTO ROT. WEERG.
worden automatisch weergegeven in de juiste stand bij het afspelen ( P 105).
De menu's gebruiken: Afspeelstand
B
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de camera geanalyseerd, als er rode ogen worden waargenomen, ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer B
VERWIJDER R. OGEN
in het afspeelmenu.
3
Druk op
MENU/OK
.
R
Rode ogen worden niet verwijderd wanneer de camera geen gezicht kan detecteren of wanneer het gezicht en profi l werd gefotografeerd. De resultaten kunnen verschillen afhankelijk van de scène. Rode ogen kunnen niet worden verwijderd van foto’s waarop rode-ogenverwijdering al eerder is toegepast noch van foto’s die met andere camera’s zijn gemaakt.
R De hoeveelheid tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal gedetecteerde gezichten.
R
Kopieën die werden gemaakt met
B
VERWIJDER R. OGEN
worden tijdens het afspelen voorzien van een e
-pictogram.
R Rode-ogen-verwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldingen.
I
DIAVOORSTELLING
Bekijk foto's in een automatische diavoorstelling. Kies het type diavoorstelling en druk op
MENU/OK
om deze te starten. U kunt op ieder moment tijdens de voorstelling op
DISP/BACK
drukken om een helpscherm weer te geven. De diavoorstelling kan op elk gewenst moment worden beëindigd door op
MENU/OK
te drukken.
Druk op de selectieknop links of rechts om een beeld voor- of achteruit te gaan. Selecteer
FADE-IN
om overgangen tussen foto's weer te geven.
NORMAAL
g
FADE-IN
g
Zoals hierboven, behalve dat de camera automatisch inzoomt op gezichten.
MULTI BEELD
Om meerdere foto’s tegelijk weer te geven.
R
De camera wordt tijdens diavoorstellingen niet automatisch uitgeschakeld.
99
100
De menu's gebruiken: Afspeelstand
Maak boeken van uw favoriete foto’s ( P 84).
j
MARK. VOOR OPL.
Selecteer foto’s voor uploaden naar YouTube, Facebook of MyFinePix.com met MyFinePix Studio (alleen Windows).
1
Selecteer
YouTube
om fi lms te kiezen voor uploaden naar YouTube,
om foto’s en fi lms te kiezen voor uploaden naar
Facebook of
MyFinePix.com
om foto’s te kiezen voor uploaden naar MyFinePix.com.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de opties te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer alle gewenste foto’s zijn geselecteerd.
R Voor YouTube kunnen alleen fi lms worden geselecteerd.
R
Er kunnen alleen foto’s worden geüpload naar MyFinePix.com.
R Tijdens het afspelen worden geselecteerde foto’s aangeduid door de pictogrammen j
YouTube
, j
of j
MyFinepix.com
.
R
Kies
ALLES RESETTEN
om selectie van alle foto’s ongedaan te maken. Als het betreff ende aantal foto’s erg groot is, kan het enige tijd duren voor de bewerking is voltooid. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten voordat de bewerking is voltooid.
YouTube/Facebook/MyFinePix.com Upload
in MyFinePix Studio. Voor informatie
Selecteer met de camera
computer, zie “Foto’s op een computer bekijken” ( P 115).
Uploaden vanaf de computer
b
EEN FOTO ZOEKEN
Zoek naar foto's (
P
86).
De menu's gebruiken: Afspeelstand s
PC AUTO. OPSLAAN
Upload foto’s naar een computer via een draadloos netwerk ( P 114).
R
Voor meer informatie, ga naar
http://app.fujifilm-dsc.com
.
K
OPDRACHT (DPOF)
Selecteer foto's om af te drukken op DPOF- en PictBridge-compatibele apparaten (
P
120).
V
AFDRUK. instax PRINTER
Druk foto’s af op optionele FUJIFILM instax SHARE printers (
P
124).
J
BEELDVERHOUDING
Kies hoe
H
igh
D
efi nition (HD) apparaten foto’s weergeven met een beeldverhouding van
3 : 2 (deze optie is alleen beschikbaar wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten). Selecteer
16 : 9 om de afbeelding schermvullend weer te geven, waarbij de boven- en onderzijde zijn bijgesneden, 3 : 2 om het gehele beeld weer te geven met zwarte randen aan elke zijde.
3 : 2
16 : 9
101
102
1
Geef het instellingenmenu weer.
1.1
Druk op
MENU/OK
om het menu voor de huidige stand weer te geven.
1.2
Druk op de selectieknop links om de tab voor het huidige menu te markeren.
1.3
Druk de keuzeknop omlaag om het tabblad van het setup-menu met de gewenste optie te markeren.
INSTELLINGEN
DATUM/TIJD
TIJDVERSCHIL
NEDERLANDS
RESET
GELUID & FLITS
GELUID SET-UP
SCHERM SET-UP
AAN
VERLATEN
Tab
1.4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het instellingenmenu te plaatsen.
2
Pas de instellingen aan.
Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
Het instellingenmenu
F
DATUM/TIJD
Stel de cameraklok in (
P
21).
N
TIJDVERSCHIL
Gebruik deze functie tijdens het reizen om de klok van de camera op een eenvoudige manier in te stellen op de plaatselijke tijd van uw bestemming zonder de tijd van thuis te verliezen. Voer het verschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in:
1
Markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
.
2
Gebruik de selectieknop om het tijdsverschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in te stellen. Druk op
MENU/OK
als de instellingen zijn voltooid.
Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
. Selecteer h
THUIS
om de klok van de camera in te stellen op de tijd van uw eigen tijdzone. Als g
LOKAAL
is geselecteerd, wordt g
drie seconden weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld.
Q
Kies een taal ( P 21).
R
RESET
Zet de opname-opties of de opties van het instellingenmenu terug naar de standaardwaarden. Aangepaste witbalans, aangepaste instellingsbanken aangemaakt met behulp van K
BEW/BEW INST. OP M
, r
DRAADLOOS INSTEL.
en het instellingsmenu F
DA-
TUM/TIJD
,
N
TIJDVERSCHIL
opties worden niet beïnvloed.
1
Markeer de gewenste optie en druk op selectieknop rechts.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
.
o
GELUID & FLITS
Selecteer
UIT
om de luidspreker, fl itser en AF-hulpverlichting uit te schakelen in situaties waarin de geluiden en de lampen van de camera als storend zouden kunnen worden ervaren. o
verschijnt in het display wanneer
UIT
is geselecteerd.
103
104
Het instellingenmenu
b
GELUID SET-UP
Pas geluidsinstellingen aan.
Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de camerabesturingen worden bediend. Kies e
UIT
(gedempt) om de bedieningsgeluiden uit te schakelen.
Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de sluiter wordt ontspannen. Kies e
UIT
(gedempt) om het sluitergeluid uit te schakelen.
Kies het geluid dat de sluiter maakt.
Pas het volume voor het afspelen van een fi lm aan.
A
SCHERM SET-UP
Pas de scherminstellingen aan.
Kies hoe lang foto's moeten worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt. De kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke foto en er kan “beeldruis” (spikkels) optreden bij hogere gevoeligheden.
Foto’s worden getoond totdat de
MENU/OK
knop wordt ingedrukt of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Om in te zoomen op het actieve scherpstelpunt, druk op het midden van de instelschijf; druk nogmaals om het zoomen te annuleren.
Foto’s worden gedurende 1,5 seconden (
1.5 SEC
) of 0,5 seconde (
0.5 SEC
) weergegeven of totdat de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Foto's worden na het fotograferen niet weergegeven.
Kies of de indicatoren in de zoeker roteren op basis van de stand van de camera (
P
24). Ongeacht de geselecteerde optie, roteren de indicators in de monitor niet.
Selecteer
AAN
om belichtingsvoorbeeld te activeren in de handmatige belichtingsstand. Selecteer
UIT
bij gebruik van de fl itser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
Het instellingenmenu
A
SCHERM SET-UP (Vervolg)
Pas de helderheid van het scherm aan in de elektronische weergavezoeker.
Pas de monitorhelderheid aan.
Kies
AAN
om de eff ecten van fi lmsimulatie, witbalans en andere instellingen in de monitor als voorbeeld te bekijken. Kies
UIT
om schaduwen in laag contrast, scènes met tegenlicht en andere moeilijk zichtbare onderwerpen zichtbaarder te maken.
R Als
UIT
is geselecteerd, zullen de eff ecten van camera-instellingen niet zichtbaar zijn in de monitor en zullen kleuren en tinten verschillen van kleuren en tinten in de uiteindelijke foto. De weergave wordt echter aangepast om de eff ecten van geavanceerde fi lters en monochroom- en sepia-instellingen te tonen.
Selecteer het type raster dat in de Opnamestand beschikbaar is.
F
RAST 9
G
RASTER 24
H
HD-KADEREN
P
Voor compositie met de
“derdenregel”.
P
Een raster van vier op zes.
P
Lijst HD-foto’s in met de venster dat aan de boven- en onderkant van het scherm wordt weergegeven.
Selecteer
AAN
om “staande” (portret) foto’s tijdens het afspelen automatisch te draaien.
Als
AAN
is geselecteerd, zal de camera automatisch inzoomen op het beeld door de lens wanneer de scherpstelring naar de handmatige scherpstelstand wordt gedraaid ( P 66).
Kies de eenheden die bij de indicator voor de scherpstelafstand moeten worden gebruikt ( P 66).
Kies items voor standaard weergave (
P
26).
105
106
Het instellingenmenu h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
Kies de functies uitgevoerd door camerabediening.
Kies de functies die worden vervuld door de functietoetsen ( P 44).
Kies de functies uitgevoerd door de knoppen omhoog, omlaag, links en rechts op de selectieknop.
De selectieknoppen dienen als functietoetsen.
SCHERPSTELGEBIED
De selectieknop kan worden gebruikt om het scherpstelgebied te positioneren.
Kies de weergegeven opties in het snelmenu (
P
42).
Kies of de instelschijf de sluitertijd (
S.S
, de standaard optie) of diafragma (
F
) bedient.
R Deze optie wordt enkel geactiveerd met lenzen die niet zijn uitgerust met een diafragmaring.
Wissel de functies van de
AF-L
en
AE-L
toetsen.
I
SCHERPSTELRING
Kies de richting waarin de scherpstelring moet worden gedraaid om de scherpstelafstand te veranderen.
Z
STROOMBEHEER
Pas de instellingen voor stroombeheer aan.
Kies de tijdsduur alvorens de camera automatisch uitschakelt wanneer er geen bewerkingen worden uitgevoerd.
Kortere tijden verhogen de gebruiksduur van de batterij; als
UIT
is geselecteerd, moet de camera handmatig worden uitgeschakeld. Let op dat in sommige gevallen de camera automatisch uitschakelt, zelfs wanneer
UIT
is geselecteerd.
Selecteer
AAN
voor sneller scherpstellen en het verlagen van de tijd die nodig is voor het herstarten van de camera nadat deze werd uitgeschakeld.
Het instellingenmenu
V
SENSORREINIGING
Verwijder stof van de camerabeeldsensor.
•
OK
: Reinig onmiddellijk de sensor ( P xi).
•
WANNEER INGESCHAKELD
: Indien deze optie is geselecteerd, zal de reiniging van de sensor worden uitgevoerd wanneer de camera wordt aangeschakeld.
•
WANNEER UITGESCHAKELD
: Indien deze optie is geselecteerd, zal de reiniging van de sensor worden uitgevoerd wanneer de camera is uitgeschakeld (de reiniging van de sensor wordt echter niet uitgevoerd wanneer de camera wordt uitgeschakeld in weergavestand).
R Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van sensorreiniging, kan handmatig worden verwijderd (
P
131).
Pas de instellingen voor bestandsbeheer aan.
Nieuwe foto’s worden opgeslagen in beeldbestanden waarvan de bestandsnamen beginnen met een viercijferig bestandsnummer dat wordt toegewezen door telkens met één aan het laatst gebruikte bestandsnummer toe te voegen. Tijdens het weergeven wordt het bestandsnummer weergegeven, zoals rechts aangeduid.
NUMMERING
regelt of de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of de huidige geheugenkaart is geformatteerd.
Mapnummer
Nummering
100-0001
Bestandsnummer
De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestandsnummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, om het even welke dan ook het hoogst is. Selecteer deze optie om het aantal bestanden met dezelfde bestandsnamen te verminderen.
De nummering wordt teruggezet op 0001 als een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of het geheugen is geformatteerd.
R Wanneer de nummering de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ontspanknop geblokkeerd ( P 138).
R Het selecteren van R
RESET
( P 103) stelt
NUMMERING
in op
CONTINU
zonder de bestandsnummering opnieuw in te stellen.
R De nummering van foto’s die met andere camera’s zijn genomen, kan verschillen.
Selecteer
AAN
om onbewerkte kopieën op te slaan van foto’s die met B
VERWIJDER R. OGEN
zijn gemaakt.
Wijzig de bestandsnaam prefi x. sRGB beelden met een vierletter prefi x (standaard “DSCF”), Adobe RGB beelden een drieletter prefi x (“DSF”) voorafgegaan door een underscore.
107
108
Het instellingenmenu
J
KLEURR
Selecteer het kleurbereik dat beschikbaar is voor kleurreproductie.
Aanbevolen voor de meeste situaties.
Voor commercieel drukwerk.
u
EVF/LCD-INSTELLNG
Kies een weergave ( P 23).
Het instellingenmenu r
VERBINDING INSTELLING
Pas de instellingen aan voor aansluiting op draadloze apparaten waaronder smartphones, computers en FUJIFILM instax SHARE printers.
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwerken.
VERKLEIN(SP)
H
Kies een naam (
NAAM
) om de camera te identifi ceren in het draadloze netwerk (de camera is standaard voorzien van een unieke naam) of selecteer
DRAADLOOS INSTELLING. RESET
om de standaardinstellingen te herstellen.
Kies
AAN
(de standaardinstelling, aanbevolen voor de meeste omstandigheden) om grotere afbeeldingen aan te passen tot H voor het uploaden naar smartphones,
UIT
voor het opladen van afbeeldingen in hun originele grootte. Een nieuw formaat geven is alleen van toepassing op de kopie geüpload naar de smartphone; het origineel is niet beïnvloed.
Kies
WISSEN REG.BEST.PC
om geselecteerde bestemmingen te verwijderen,
DET. VORIGE
VERB.
om computers te bekijken waarmee de camera onlangs verbinding heeft gehad.
Kies een uploadbestemming. Kies
EENVOUDIGE SETUP
om verbinding te maken met behulp van WPS,
HAND-
MATIGE SETUP
om de netwerkinstellingen handmatig te confi gureren.
Bekijk locatiegegevens gedownload via een smartphone en kies of de gegevens met uw foto’s op te slaan.
Kies of locatiegegevens gedownload via een smartphone worden ingesloten in de foto’s als ze worden gemaakt.
Geeft de laatst gedownloade locatiegegevens van een smartphone.
Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele FUJIFILM instax SHARE printers ( P 123).
R Voor meer informatie over draadloze verbindingen, bezoek
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
109
110
Het instellingenmenu
K
FORMATTEREN
Om de geheugenkaart te formatteren:
1
Markeer
K
FORMATTEREN
in het setupmenu en druk op
MENU/OK
.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Om de geheugenkaart te formatteren, markeer
OK
en druk op
MENU/OK
. Om af te sluiten zonder de geheugenkaart te formatteren, selecteer
ANNULEREN
of druk op
DISP/BACK
.
Q
Alle gegevens —inclusief beveiligde foto´s— die in het interne geheugen of op de geheugenkaart staan, worden permanent gewist. Vergeet niet belangrijke foto’s eerst naar een computer of ander opslagapparaat te kopiëren.
Q Open het batterijencompartiment niet tijdens het formatteren.
FORMATTEREN
FORMATTEREN OK?
ALLE DATA WORDT GEWIST!
INSTELLEN
OK
ANNULEREN
De standaard fabrieksinstellingen voor de opties in het opname- en instellingenmenu worden hieronder vermeld. Deze instellingen kunnen worden hersteld met behulp van de R
RESET
-optie in het setupmenu ( P 103).
■
Opnamemenu
d
GEAVANC. FILTER
G
AUTOFOCUS INSTELLING
SCHERPSTELLING
G
SPEELGOEDCAMERA
y
ZONE
ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT
•
AF-S PRIORITEIT.SELECT.
:
ONTGRENDELEN
•
AF-C PRIORITEIT.SELECT.
:
ONTGRENDELEN
DIRECT AF-INSTELLING
AF+MF
GEZICHTSDETECTIE
OOGHERKENNING AF
PRE-AF
AF-HULPLICHT
AF-S
UIT
UIT
u
UIT
AUTO
AAN
N
ISO 200
O
BEELDGROOTTE
T
BEELDKWALITEIT FINE
U
DYNAMISCH BEREIK
P
FILMSIMULATIE
B
ZELFONTSPANNER
s
SCHADUWTINT
h
RUISONDERDRUKKING
K
L BEL. RO
j
LENSMODLTIE OPTM.
l
ADAPT. INSTEL.
V
100%
UIT
AUTO
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
AAN
AAN
LENS 5 (50mm)
111
112
Fabrieksinstellingen m
OPNAME ZONDER LENS
c
HF ASSISTENTIE
UIT
STANDAARD
AE/AF-VERG B INDR
C
LICHTMEETSYSTEEM
ENKEL AF-VERG.
o
MULTI
v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD AAN
p
FLITSLICHT INSTELLINGEN
FLITSERFUNCTIE
FLITSCOMPENSATIE
VERWIJDER R. OGEN
AUTOMATISCH
±0
UIT
W
FILM SET-UP
FILMMODUS
VIDEO ISO
MIC-NIVEAU-INSTEL
MIC/AFSTANDSBED.
L
IS MODE
X
FILMSIMULATIE BKT
FILM 1
FILM 2
FILM 3
e
DIAFRAGMA-INSTEL.
x
SLUITERTYPE
AUTO
3
l
CONTINU
c
PROVIA/STANDAARD
d
Velvia/LEVENDIG
e
ASTIA/LAAG
AUTO +
o
HANDM.
t
MECHANISCHE SLUITER
■
Instellingenmenu
o
GELUID & FLITS
BEDIENING VOL.
SLUITER VOLUME
SLUITER GELUID
AFSPEEL VOLUME
AAN
c c i
GELUID 1
7
WEERGAVE UIT
EVF AUTO.ROTATIE.DISPLAYS
AAN
PRVW BELICH HAND.
AAN
EVF-HELDERHEID
LCD-HELDERHEID
0
0
VOORBEELD BEELDEFFECT
COMP.RICHTL.
AUTO ROT. WEERG.
SCHERPSTELLOEP
EENHEDEN AF-SCHAAL
AAN
F
RAST 9
AAN
UIT
METERS
•
COMP.RICHTL.
:
•
ELEKTR. WATERPAS
:
•
AF-AFSTANDSINDICATOR
:
•
HISTOGRAM
:
• Alle andere opties:
R
Fabrieksinstellingen h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
FUNCTIE-INS. (Fn)
KEUZEKNOP INSTELLING
Zie pagina 43.
Fn-TOETS
BEWERK/SLA OP SNELMENU
Zie pagina 40.
AE-L/AF-L-KNOP INSTELLING AE-L/AF-L
UITSCHAKELEN
HOGE PRESTATIE
2 MIN
UIT
WANNEER INGESCHAKELD UIT
WANNEER UITGESCHAKELD AAN
NUMMERING
BEWAAR ORIGINEEL
CONTINU
UIT sRGB
E
OOGSENSR
u
EVF/LCD-INSTELLNG
r
VERBINDING INSTELLING
DRAADLOOS INSTEL.
GEOTAGGING SET-UP
•
VERKLEIN(SP)
H :
•
GEOTAGGING
:
AAN
AAN
•
LOCATIE-INFO
:
AAN
113
114
Verkrijg toegang tot draadloze netwerken en maak verbinding met computers, smartphones of tablets.
Voor downloads en andere informatie, ga naar
http://app.fujifilm-dsc.com/
.
Installeer de “FUJIFILM Camera Remote”-app op uw smartphone om door de afbeeldingen op de camera te bladeren, geselecteerde afbeeldingen te downloaden of locatiegegevens naar de camera te kopiëren. Om verbinding te maken met de smartphone, druk op de camerafunctietoets (
Fn7
/
Wi-Fi
).
Zodra u de “FUJIFILM PC AutoSave”-applicatie heeft geïnstalleerd en uw computer heeft geconfi gureerd als een bestemming voor de beelden gekopieerd vanaf de camera, kunt u foto’s uploaden vanaf de camera met behulp van de s
PC AUTO.
OPSLAAN
-optie in het weergavemenu van de camera of door de (
Fn7
/
Wi-Fi
)-knop ingedrukt te houden in de weergavestand.
R
U kunt ook een verbinding maken met de r
DRAADLS COMMUNICT
opties in het opnamemenu en weergavemenu van de camera.
Lees dit deel voor informatie over foto’s kopiëren naar een computer.
MyFinePix Studio (alleen Windows) kan worden gebruikt om foto’s naar een computer te kopiëren, waar ze kunnen worden opgeslagen, bekeken, geordend en afgedrukt. MyFinePix Studio is beschikbaar als download via de volgende website:
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
Wanneer het downloaden is voltooid, dubbelklikt u op het gedownloade bestand (“MFPS_Setup.EXE”). en volg de instructies op het scher om de installatie te voltooien. Ga verder met “De camera aansluiten”
(
P
116) zodra de installatie is voltooid.
Foto’s kunnen worden gekopieerd op uw computer met behulp van Image Capture (die samen met de computer wordt geleverd) of andere software. Ga verder met “De camera aansluiten” ( P 116).
Gebruik RAW-FILECONVERTER om RAW-bestanden op uw computer te bekijken, te downloaden via:
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
115
Foto’s op een computer bekijken
1
Zoek een geheugenkaart met foto's die u naar de computer wilt kopiëren en plaats de kaart in de camera (
P
16).
R
Wanneer de software de eerste keer wordt gestart, hebben Windows-gebruikers mogelijk de Windows-cd nodig.
Q Spanningsverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe of volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit.
2
Schakel de camera uit en sluit een USB-kabel aan, zoals aangeduid. Let op dat de stekkers volledig in de aansluitingen worden gestoken. Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van een USB-hub of toetsenbord.
116
Q De USB-kabel moet niet langer dan 60 cm zijn en geschikt zijn voor gegevensoverdracht.
3
De camera gereedmaken.
4
Kopieer foto’s naar de computer met behulp van MyFinePix Studio of applicaties beschikbaar voor uw besturingssysteem.
Voor meer informatie over het gebruik van de software start u de applicatie en selecteert u de gepaste optie in het
Help
menu.
Foto’s op een computer bekijken
Q Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal foto’s staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start en bent u mogelijk niet in staat de foto’s te importeren of op te slaan. Gebruik een geheugenkaartlezer om de foto’s over te zetten.
Q Zorg ervoor dat de computer niet een bericht weergeeft dat het kopiëren in uitvoering is en dat de indicatorlamp uit is, voordat u de camera uitschakelt of de USB-kabel loskoppelt (als het aantal te kopiëren foto’s erg groot is, kan de indicatorlamp blijven branden, nadat het bericht uit het computerscherm is verdwenen). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben.
Q Koppel de camera af voordat u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
Q
Het kan in sommige gevallen gebeuren dat het niet mogelijk is om toegang te verkrijgen tot foto’s die opgeslagen zijn op een networkserver door de software op dezelfde manier te gebruiken als men doet bij een particuliere computer.
Q
Wanneer u gebruik maakt van diensten die een internetverbinding vereisen, draagt de gebruiker alle van toepassing zijnde kosten belast door de telefoonmaatschappij of internetprovider.
Nadat u nagegaan heeft dat de indicatorlamp uitgeschakeld is, schakelt u de camera uit en ontkoppelt u de USBkabel.
117
Als de printer PictBridge ondersteunt, kan de camera rechtstreeks op de printer worden aangesloten en kunnen foto's worden afgedrukt zonder dat deze eerst naar een computer moeten worden gekopieerd. Let op dat afhankelijk van de printer, mogelijk niet alle hieronder beschreven functies worden ondersteund.
118
1
Sluit een USB-kabel aan, zoals aangeduid, en schakel de printer in.
Q De USB-kabel moet niet langer dan 60 cm zijn en geschikt zijn voor gegevensoverdracht.
2
Zet de camera aan. t
USB
wordt weergegeven op het scherm, gevolgd door het PictBridgescherm dat hieronder rechts getoond wordt.
USB PICTBRIDGE
TOTAAL: 00000
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u wilt afdrukken.
R
Ga direct door naar Stap 3 om één afdruk van de huidige foto te maken.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Herhaal de stappen 1–2 om meer foto's te selecteren.
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
PRINT DEZE FOTO'S
TOTAAL: 9 PRINTS
00 PRINTS
FOTO
OK WIJZIG
R
Foto´s die met deze camera werden geformatteerd kunnen vanaf geheugenkaarten worden afgedrukt.
R Het instellen van het papierformaat, de afdrukkwaliteit en het kiezen van de rand gebeurt via de printer.
4
Druk op starten.
MENU/OK
JA AFBREKEN
om het afdrukken te
Druk op
DISP/BACK
in het PictBridge-scherm en selecteer
MET DATUM
s
om de opnamedatum op foto's af te drukken (om foto's zonder opnamedatum af te drukken, selecteer
PRINT ZONDER DATUM
). Stel de cameraklok in alvorens foto's te maken om ervoor te zorgen dat de datum correct is. Het afdrukken van de opnamedatum wordt niet door alle printers ondersteund. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de printer voor meer informatie.
Foto’s afdrukken via USB
Doe het volgende om de printopdracht af te drukken die met K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu ( P 101) werd gemaakt:
1
Druk in het PictBridge-scherm op
DISP/BACK
om het PictBridge-menu te openen.
2
Druk op de selectieknop omhoog op omlaag om u
PRINT DPOF
te markeren.
PICTBRIDGE
MET DATUM
s
PRINT ZONDER DATUM
PRINT DPOF
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
PRINT DPOF OK?
TOTAAL: 9 PRINTS
JA AFBREKEN
4
Druk op
MENU/OK
om het afdrukken te starten.
119
120
Foto’s afdrukken via USB
Tijdens het afdrukken wordt het rechts weergegeven bericht getoond. Druk op
DISP/BACK
om het afdrukken te annuleren voordat alle foto's zijn afgedrukt (afhanke-
BEZIG MET PRINTEN
ANNULEREN
lijk van de printer kan het afdrukken al stoppen voordat de huidige foto is afgedrukt).
Schakel de camera uit en weer aan als het afdrukken wordt onderbroken.
Controleer of het bovenstaande bericht niet wordt weergegeven en schakel de camera uit. Koppel de
USB-kabel af.
De optie K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu kan worden gebruikt om een digitale “printopdracht” aan te maken voor PictBridge-compatibele printers of apparaten die DPOF ondersteunen.
DPOF (
D
igital
P
rint
O
rder
F
ormat) is een norm waarmee foto's kunnen worden afgedrukt op basis van “printopdrachten” die op een geheugenkaart zijn opgeslagen. De printopdracht bevat informatie over welke foto’s en in welke aantallen de foto’s moeten worden afgedrukt.
■
MET DATUM
s
/ ZONDER DATUM
Om de DPOF-printopdracht aan te passen, selecteer
K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu en druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
MET DATUM
s
of
ZONDER DATUM
te markeren.
VERWIJDER R. OGEN
MET DATUM
s
ZONDER DATUM
MET DATUM
s
: Druk de opnamedatum af op de foto.
PC AUTO. OPSLAAN
OPDRACHT (DPOF)
ZONDER DATUM
: Druk foto's af zonder opnamedatum.
Foto’s afdrukken via USB
3
Herhaal de stappen 1–2 om de printopdracht te voltooien. Druk op
MENU/OK
om de printopdracht op te slaan wanneer de instellingen zijn voltooid, of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder de printopdracht te veranderen.
4
Het totale aantal afdrukken wordt in het scherm weergegeven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten.
De foto's in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aangeduid met een u .
Druk op
MENU/OK
en volg de onderstaande stappen.
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u aan de printopdracht wilt toevoegen of uit de printopdracht wilt verwijderen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Druk, om een foto uit de printopdracht te verwijderen, op de selectieknop omlaag tot het aantal afdrukken 0 bedraagt.
PRINTOPDRACHT (DPOF)
DPOF: 00001
Totaal aantal afdrukken
Aantal kopieën
01 PRINTS
KIES FOTO GEREED
121
122
Foto’s afdrukken via USB
■
ALLES RESETTEN
Om de huidige printopdracht te annuleren, selecteer
ALLES
RESETTEN
voor K
OPDRACHT
(DPOF)
. Het bevestigingsvenster rechts verschijnt; druk op
MENU/
OK
om alle foto's uit de printopdracht te verwijderen.
RESETTEN ALLE DPOF OK?
OK AFBREKEN
R Printopdrachten kunnen maximaal 999 foto’s bevatten.
R
Als er een geheugenkaart met
RESETTEN OK?
een printopdracht is geplaatst die met een andere camera is gemaakt, wordt het rechts aangeduide venster weergegeven.
De printopdracht wordt geannuleerd als er op
MENU/OK
wordt
OK AFBREKEN
gedrukt; er moet een nieuwe printopdracht worden aangemaakt volgens bovenstaande aanwijzingen.
Druk foto’s af vanaf uw digitale camera naar instax SHARE-printers.
Selecteer r
VERBINDING INSTELLING
>
VERB.INST. instax PRNTR
in het setup-menu van de camera en voer de instax SHARE printernaam (SSID) en wachtwoord in.
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op de onderkant van de printer; het standaardwachtwoord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord heeft gekozen om af te drukken vanaf een smartphone, voer dat wachtwoord dan in.
SSID:instax-
XxxxxXxxx XX:
XxxxxXxxx XX:
XxxxxXxxx XX:
12345678
000000000
000
123
instax SHARE printers
1
Schakel de printer in.
3
Gebruik de keuzeknop om de foto te selecteren die u wilt afdrukken, en druk vervolgens op
MENU/OK
.
AFDRUK.
PRINTER
124
2
Selecteer
V
AFDRUK. instax PRINTER
in het weergavemenu van de camera. De camera zal verbinding maken met de printer.
AFDRUK.
PRINTER instax-12345678
VERBINDEN MET PRINTER
FUJIFILM-CAMERA-1234
ANNULEREN
R Bij het afdrukken van een frame van een serieopname geeft u het frame weer voordat u
V
AFDRUK. instax PRINTER
selecteert.
ZENDEN instax-12345678
AFBREKEN
R
Foto’s die zijn gemaakt met andere camera’s kunnen niet worden afgedrukt.
R Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-scherm.
4
De foto wordt naar de printer gestuurd en het afdrukken start.
AFDRUK.
PRINTER instax-12345678
AAN HET VERSTUREN
FUJIFILM-CAMERA-1234
ANNULEREN
Sluit de camera op een TV aan met een HDMI-kabel om foto's aan een groep te tonen (HDMI-kabel apart verkrijgbaar via de detailhandel; let op dat de TV alleen kan worden gebruikt om foto's af te spelen, niet om ze te maken).
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de kabel aan zoals hieronder wordt weergegeven.
Aansluiten op
HDMI-aansluiting
Aansluiten op
HDMI-mini-aansluiting
Q
Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m.
R
Let op dat u de stekkers volledig in de aansluitingen steekt.
3
Stem de televisie af op het HDMI-invoerkanaal. Zie voor details de met de televisie meegeleverde documentatie.
4
Zet de camera aan en druk op de a -knop. Het scherm van de camera schakelt uit en foto's en fi lms worden op het televisiescherm afgespeeld. Let op dat de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op het geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan te passen.
R
De USB-kabel kan niet worden gebruikt wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten.
R Sommige televisies tonen mogelijk kort een zwart scherm voordat het afspelen van de fi lm begint.
125
126
De camera ondersteunt een grote verscheidenheid aan accessoires van FUJIFILM en andere merken.
De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij FUJIFILM. Informeer bij uw lokale FUJIFILM-vertegenwoordiger naar de meest recente informatie over accessoires die in uw regio leverbaar zijn of ga naar
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
.
NP-W126
: Extra NP-W126 oplaadbare batterijen met hoge capaciteit kunnen naar behoefte worden bijgekocht.
BC-W126
: Vervangende batterijladers kunnen naar behoefte worden bijgekocht. Bij +20 °C laadt de BC-W126 een
NP-W126 in ongeveer 150 minuten op.
AC-9V
(vereist CP-W126 DC-koppelstuk): Te gebruiken bij langdurig afspelen en fotograferen of tijdens het kopiëren van foto’s naar een computer.
CP-W126
: Voor aansluiting van de AC-9V netstroomadapter op de camera.
Optionele accessoires
RR-90
: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of de sluiter open houden tijdens langdurige belichting.
MIC-ST1
: Een externe microfoon voor fi lmopname.
Lenzen uit XF-serie
: Verwisselbare lenzen uitsluitend voor gebruik met het FUJILFILM X-bevestigingspunt.
Lenzen uit XC-serie
: Verwisselbare lenzen uitsluitend voor gebruik met het FUJILFILM X-bevestigingspunt.
EF-20
: Deze clip-on externe fl itser (gevoed door twee AA-batterijen) bezit een richtgetal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsersturing. De fl itserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-42
: Deze clip-on fl itser (gevoed door vier AA-batterijen) bezit een richtgetal van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsersturing en automatische powerzoom binnen een bereik van 24–105 mm (equivalent aan 35 mm formaat). De fl itserkop kan 90° naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-X20
: Deze clip-on fl itser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m).
127
128
Optionele accessoires
HG-XE1
: Betreft een verbeterde handgreep.
BLC-XE1
: Deze koff er combineert bruikbaarheid met de luxe van leer en wordt geleverd met een draagriem gemaakt van hetzelfde materiaal alsmede een doek die kan worden gebruikt om de camera in te wikkelen voordat u deze in de koff er doet en in andere situaties. Terwijl de camera in de hoes zit kunt u foto’s maken en batterijen en geheugenkaarten plaatsen of verwijderen.
MCEX-11/16
: Bevestig tussen de camera en de lens om op te nemen bij hoge reproductieverhoudingen.
PRF-39/PRF-43/PRF-49S/PRF-52/PRF-58/PRF-62/PRF-67/PRF-72/PRF-77
: Gebruik om de lens te beschermen.
XF1.4X TC WR
: Vergroot de brandpuntsafstand van de compatibele lenzen met ongeveer 1,4×.
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
: Hiermee kan de camera gebruikt worden met een divers aanbod aan lenzen voor de M-mount adapter.
FLCP-39/FLCP-43/FLCP-52/FLCP-58/FLCP-62/FLCP-67/FLCP-72/FLCP-72 II/FLCP-77
: Bescherm het voorste lenselement wanneer de lens niet wordt gebruikt.
RLCP-001
: Bescherm het achterste lenselement wanneer de lens niet op de camera is bevestigd.
BCP-001
: Dek de lensvatting van de camera af wanneer er geen lens is bevestigd.
SP-1
: Sluit via draadloos LAN aan om foto’s te kunnen afdrukken op instax fi lm.
Optionele accessoires
■
Ontspanknop op
■
Externe
■
Fotograferen met fl itser
RR-90-afstandsontspanner
*
■
Afdrukken
SP-1 instax
SHARE printer
*
Draadloze LAN
MIC-ST1 stereomicrofoon
*
X-E2
EF-20-fl itser met schoenbevestiging
*
EF-42-fl itser met schoenbevestiging
*
EF-X20-fl itser met schoenbevestiging
*
■
Lens
USB-kabel
†
SD/SDHC/SDXCgeheugenkaart
†
PictBridge-compatibele printer
†
■
Computer-gerelateerd
Printer
†
USB-kabel
†
Computer
†
* Apart verkrijgbaar bij FUJIFILM.
† Apart verkrijgbaar bij uw winkelier. USB-kabels mogen niet langer dan 60 cm lang zijn, HDMI-kabels niet langer dan 1,5 m.
Lenzen uit XF-serie
*
■
Macro verlengstuk
MCEX-11/16
*
■
M-vattingadapter
Lenzen uit XC-serie
*
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
*
■
Audio/video
HDMI-kabel
†
HDTV
†
129
130
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moeten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Neem de batterij en de geheugenkaart uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Bewaar en gebruik de camera niet op plaatsen waar de camera wordt blootgesteld aan, of in contact kan komen met:
• regen, stoom of rook
• vocht of vuil
• direct zonlicht of zeer hoge temperaturen, zoals in een auto op een zonnige dag
• extreme kou
• sterke trillingen
• sterke magnetische velden, zoals een zendmast, hoogspanningskabel, radarstation, motor, transformator of magneet
• vluchtige chemicaliën, zoals pesticiden
• rubber of vinyl
■
Water en zand
Blootstelling aan water en zand kunnen tevens de camera en de interne circuits en mechanismen beschadigen. Vermijd blootstelling van de camera aan water en zand wanneer u de camera meeneemt naar het strand of de kust. Plaats de camera niet op een natte ondergrond.
■
Condensatie
Door plotselinge temperatuurstijgingen, zoals zich voordoen op een koude dag bij binnenkomst in verwarmd gebouw, kan er in de camera condensatie optreden. Als dit gebeurt, schakel de camera uit en wacht minimaal een uur alvorens de camera opnieuw in te schakelen. Als zich condensatie op de geheugenkaart vormt, verwijder de kaart en wacht tot alle condens is verdampt.
Houd de camera in uw handbagage. Ingecheckte bagage kan aan hevige schokken worden blootgesteld waardoor de camera zou kunnen worden beschadigd.
Meerdere foto's ontsierd door vlekken en plekken op identieke locaties kan duiden op de aanwezigheid van stof op de beeldsensor van de camera. Reinig de sensor met behulp van de optie V
SENSORREINI-
GING
in het instellingenmenu (
P
107); als het probleem zich blijft voordoen, kunt u de sensor handmatig reinigen zoals hieronder wordt beschreven. Let op dat er kosten in rekening worden gebracht bij het repareren of vervangen van de beeldsensor als deze wordt beschadigd tijdens het reinigen.
1
Gebruik een blaaskwast (geen borstel) om stof van de sensor te verwijderen.
Q Gebruik geen borstel of blaaskwast. Anders kan de geheugenkaart worden beschadigd.
2
Controleer of alle stof succesvol werd verwijderd.
R
Herhaal stappen 1 en 2, indien nodig.
3
Vervang de bodydop of lens.
131
132
■
Voeding en batterij
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op ( P 15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 16).
• •
De batterij is niet goed geplaatst
: Plaats de batterij nogmaals en in de juiste richting in het compartiment ( P 16).
• •
Het afdekkapje van het batterijcompartiment is niet vergrendeld
: Vergrendel het afdekkapje van het batterijcompartiment ( P 17).
• •
De batterij is koud
: Warm de batterij op in een van uw zakken of op een andere plaats en stop de batterij pas vlak
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
AAN is geselecteerd voor
G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
PRE-AF
: Schakel
PRE-AF
uit (
P
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
De batterij is leeg
: Laad de batterij op (
P
15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
16).
Plaats de batterij in de juiste richting in de batterijlader en sluit de lader aan op een stopcontact ( P 15).
Het opladen verloopt traag.
Laad de batterij op bij kamertemperatuur (
P
iv).
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
■
Menu’s en schermen
Selecteer
NEDERLANDS
voor Q a ( ( P 103).
■
Opname
Problemen en oplossingen
• •
De geheugenkaart is vol
: Plaats een nieuwe geheugenkaart of maak ruimte door foto's te wissen (
P
16, 34).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 110).
• •
Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek.
• •
De geheugenkaart is beschadigd
: Plaats een nieuwe geheugenkaart ( P 16).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op (
P
15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
16).
• •
De camera werd automatisch uitgeschakeld
: Zet de camera aan ( P 20).
• •
De indicatorlamp was oranje toen u een panoramafoto probeerde te maken
: Wacht tot de indicatorlamp uitschakelt (
P
4).
Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling
: Gebruik scherpstelvergrendeling (
P
53) of handmatige scherpstelling ( P 65).
Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de huidige opnamestand
: Kies een andere opnamestand (
P
148).
• •
Het gezicht van het onderwerp wordt afgedekt door een zonnebril, een hoed, lang haar of andere voorwerpen
: Verwijder
• •
Het gezicht van het onderwerp beslaat slechts een klein deel van het beeld
: Wijzig de compositie zodat het gezicht van
• •
Het onderwerp houdt het hoofd schuin of horizontaal
: Vraag het onderwerp het hoofd recht te houden.
• •
De camera wordt schuin gehouden
: Houd de camera recht.
• •
Het gezicht van het onderwerp is onderbelicht
: Fotografeer bij helder licht.
de foto aan of schakel gezichtsdetectie uit en kadreer de foto met behulp van scherpstelvergrendeling (
P
53).
133
134
Problemen en oplossingen
• •
De fl itser kan niet worden gebruikt bij de huidige instellingen
: Zie de lijst met instellingen die met de fl itser kunnen worden gebruikt ( P 148).
• •
De fl itser is omlaag
: Zet de fl itser omhoog (
P
35).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op ( P 15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 16).
• •
De camera staat in stand bracketing of continu
: Selecteer de enkele-fotostand (
P
57).
• •
UIT is geselecteerd voor
o
GELUID & FLITS
: Selecteer
AAN
( ( P 103).
UIT
is geselecteerd voor o
GELUID & FLITS
Selecteer
AAN
( ( P 103).
• •
Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de fl itser
: Plaats het onderwerp binnen het bereik van de fl itser
(( P 144).
• •
Het venster van de fl itser wordt bedekt
: Houd de camera op de juiste wijze vast ( P 29).
• •
De sluitertijd is korter dan // 180
: Selecteer een langere sluitertijd ( P 36, 47, 49).
• •
De lens is vuil
: Maak de lens schoon (
P
xi).
• •
De lens wordt geblokkeerd
: Houd voorwerpen uit de buurt van de lens.
• • s
verschijnt tijdens het fotograferen en het scherpstelframe wordt rood
: Controleer de scherpstelling voordat u de opname maakt ( P 29).
• •
De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog
: Dit is normaal en duidt niet op een defect.
• •
De camera werd lange tijd gebruikt bij hoge temperaturen of er wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven
: :
Problemen en oplossingen
■
Afspelen
De foto’s zijn gemaakt met de functie O
NIEUW FORMAAT
of met een camera van een ander merk of model.
• •
Het afspeelvolume is te laag
: Pas het afspeelvolume aan ( P 104).
• •
De microfoon was bedekt
: Houd de camera tijdens het opnemen op de juiste wijze vast ( P 2, 37).
• •
De luidspreker wordt bedekt
: Houd de camera tijdens het afspelen op de juiste wijze vast ( P 2, 39).
• •
UIT is geselecteerd voor
o
GELUID & FLITS
: Selecteer
AAN
( ( P 103).
aangebracht (
P
98).
voordat u het afdekkapje van het batterijcompartiment opent (
P
16, 20).
■
Aansluitingen/Diversen
Voor meer informatie over het oplossen van problemen voor draadloze verbindingen, bezoek:
http://faq.fujifilm.com/digitalcamera/faq_product.html?pid=X
• •
De smartphone is te ver weg
: Plaats de apparaten dichterbij.
• •
Naburige apparaten veroorzaken radio-interferentie
: Plaats de camera en smartphone uit de buurt van magnetrons of
• •
De smartphone is met een ander apparaat verbonden
: De smartphone en camera kunnen slechts met één apparaat
• •
Er bevinden zich een aantal smartphones in de nabijheid
: Probeer opnieuw verbinding te maken. De aanwezigheid van
135
136
Problemen en oplossingen
Selecteer
AAN
voor r
VERBINDING INSTELLING
>
DRAADLOOS INSTEL.
>
VERKLEIN(SP)
H . Het selecteren van
UIT
verhoogt uploadtijden voor grotere afbeeldingen; bovendien kunnen sommige telefoons geen afbeeldin-
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan ( P ). Merk op dat zodra de camera
• •
Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV”
: Selecteer het kanaal “HDMI”.
• •
Het volume van het televisietoestel is te laag
: Gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume in te
Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten (
P
116).).
Gebruik MyFinePix Studio om foto’s over te zetten (alleen Windows;
P
115).).
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan ( P 118).).
• •
De printer is uitgeschakeld
: Schakel de printer in.
• •
Tijdelijke storing van de camera
: Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ( P 16, 18).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij (
P
15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
16).
• •
De camera is verbonden met een draadloos netwerk
: Verbreek de verbinding.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ( P 16, 18). Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het
Selecteer
AAN
om o
GELUID & FLITS
( (
P
103).
Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen worden weergegeven.
B
(rood)
A
(knippert rood)
Batterij bijna leeg. Laad de batterij op (
P
15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
16).
Batterij is leeg. Laad de batterij op (
P
15) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
16).
onderwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt en bepaal pas daarna de compositie van de foto ( P 53).
wanneer u foto’s neemt van slecht belichte onderwerpen ( P 35).
De geheugenkaart is verkeerd geformatteerd. Gebruik de camera om de kaart te formatteren (
P
110).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugenkaart werd in een computer of ander apparaat geformatteerd
: :
Formatteer de geheugenkaart met behulp van de optie
K
FORMATTEREN
in het instellingenmenu van de camera
(( P 110).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt ( P 110). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De geheugenkaart is vergrendeld. Hef de vergrendeling van de kaart op ( P 17).
137
138
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen b
GEHEUGEN VOL
• •
Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 110).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt of de geheugenkaart is beschadigd
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt ( P 110).
• •
Incompatibele geheugenkaart
: Gebruik een compatibele geheugenkaart ( P 19).
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De geheugenkaart is vol en foto's kunnen niet worden vastgelegd. Wis foto’s ( P 34) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is (
P
16).
• •
Geheugenkaartfout of verbindingsfout
: Plaats de geheugenkaart terug of schakel de camera uit en weer in. Neem
• •
Onvoldoende geheugen om extra foto's op te slaan
: Wis foto’s (
P
34) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is ( P 16).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart (
P
110).
• •
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt
: Het bestand kan niet worden gelezen.
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (
P
110). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De camera heeft het hoogste framenummer (999-9999) bereikt. Formatteer de geheugenkaart en selecteer
RESET
voor de optie
B
NUMMERING.
Maak een foto om de nummering terug te zetten op 100-0001, selecteer vervolgens
CONTINU
voor B
NUMMERING
( ( P 107).
• •
Een zoekopdracht heeft meer dan 30000 resultaten opgeleverd
Selecteer een zoekopdracht die minder resultaten oplevert.
• •
Er zijn meer dan 999 foto's geselecteerd om te wissen
: Selecteer minder foto's.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
DEZE FOTO IS BEVEILIGD
U hebt geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draaien. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw ( P 98).
UITSNEDE NIET MOGELIJK
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt.
m
NIET MOGELIJK
F
NIET MOGELIJK
DRAAIEN NIET MOGELIJK
De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid.
F
DRAAIEN NIET MOGELIJK
Films kunnen niet worden gedraaid.
F
GEEN DPOF MOGELIJK!
Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt.
(zie de gebruiksaanwijzing van de printer voor details). Druk op
MENU/OK
als het afdrukken niet automatisch wordt hervat.
139
140
Onderstaande tabel toont de maximale opnametijd of het maximale aantal foto’s dat met de verschillende beeldkwaliteiten beschikbaar is. Alle genoemde aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn afhankelijk van het opgenomen onderwerp, waardoor er grote verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan worden opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkmatig afnemen.
T
NORMAL
T
FINE
T
NORMAL
T
FINE
O
3 : 2
i
1920 × 1080 60 fps
i
1920 × 1080 50 fps
i
1920 × 1080 30 fps
i
1920 × 1080 25 fps
i
1920 × 1080 24 fps
h
1280 × 720 60 fps
h
1280 × 720 50 fps
h
1280 × 720 30 fps
h
1280 × 720 25 fps
h
1280 × 720 24 fps
1 Gebruik een H -kaart of hoger.
2 Afzonderlijke fi lms kunnen maximaal 14 minuten lang zijn.
3 Afzonderlijke fi lms kunnen maximaal 27 minuten lang zijn.
Voor meer informatie over FUJIFILM digitale camera, bezoek de websites vermeld hieronder.
Optionele accessoires en ondersteunende informatie is te vinden op de volgende website.
fujifilm X-E2
FUJIFILM -apps geven u meer mogelijkheden om van uw foto’s te genieten op smartphones, tablets en computers.
http://fujifilm-dsc.com/
Sommige functies van het product kunnen verschillen van de beschrijving meegeleverd in de handleiding vanwege de fi rmware-update. Voor uitgebreide informatie over ieder model, bezoekt u onze website:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software/ fw_table.html
fujifilm firmware fujifilm Wi-Fi app
Voor de meeste recente versie van
MyFinePix Studio, bezoek:
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
fujifilm mfs
Voor de meest recente versie van
RAW FILE CONVERTER, bezoek:
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
fujifilm rfc
141
142
Systeem
Voldoet aan
D
esign Rule for
C
amera
FF
ile System (DCF) , Exif 2.3 en
D
igital
P
rint
O
rder
FF
ormat (DPOF)
• •
Foto's
: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd) ; RAW (originele RAF-indeling, speciale software vereist) ; RAW+JPEG beschikbaar
• •
Films
: H.264-norm met stereogeluid (MOV)
• •
O
3 : 2
: 4896 × 3264
• • P : 3456 × 2304
• •
O
16 : 9
: 4896 × 2760
• • P : 3456 × 1944
• •
Q
3 : 2
: 2496 × 1664 • •
Q
16 : 9
: 2496 × 1408
• • O
panorama
: 2160 × 9600 (verticaal) / 9600 × 1440 (horizontaal)
• •
P
panorama
: 2160 × 6400 (verticaal) / 6400 × 1440 (horizontaal)
• •
O
1 : 1
: 3264 × 3264
• • P : 2304 × 2304
• •
Q
1 : 1
: 1664 × 1664
Standaard uitvoergevoeligheid equivalent aan ISO 200 – 6400 in stappen van // EV; AUTO; uitgebreide uitvoergevoelig-
Geprogrammeerd AE (met programmawijziging) , sluiter AE, diafragma AE en handmatige belichting
Belichtingscompensatie
–3 EV – +3 EV in stappen van // EV
Systeem
--
P -stand
: 4 sec. tot //
--
Bulb
: Max. 60 min.
--
P , , S , , A , en M standen
: 1 sec. tot //
--
Bulb
: 1 sec. vast
--
P -stand
: 4 sec. tot
//
--
Bulb
: Max. 60 min.
Technische gegevens
--
Tijd
: 30 sec. tot // sec.
--
Alle andere standen
: 30 sec. tot // sec.
--
Tijd
: 1 sec. tot // sec.
--
Tijd
: 30 sec. tot
//
sec.
--
Alle andere standen
: 30 sec. tot // sec.
R
Gebruik een
H
-kaart of hoger.
R De beeldsnelheid is afhankelijk van de opnameomstandigheden en het aantal opgenomen beelden.
• •
Stand
: Enkelvoudig of continu AF; handmatig scherpstellen met scherpstelring; AF+MF
• •
Selectie van het scherpstelveld
: ENKEL PUNT, ZONE, GROOTHOEK/TRACKING
• •
Automatisch scherpstelsysteem
: Intelligente hybride AF (Contrastdetectie TTL/AF met fasedetectie) met AF-hulplicht
143
144
Technische gegevens
Systeem
• •
Type
: Handmatige pop-upfl itser
• •
Handleidingnummer
: Circa 7 (ISO 200, m)
Automatisch, invulfl its, uit, langzaam synchroniseren, achterste gordijn sync., commander (rode ogen verwijderen uit) ; autoverwijderen, achterste gordijn sync. met rode ogen verwijderen, commander (rode ogen verwijderen aan)
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 60 fps; stereogeluid
• • i : Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 50 fps; stereogeluid
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 30 fps; stereogeluid
• • i : Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 25 fps; stereogeluid
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 24 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 60 fps; stereogeluid
• • h
: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 50 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 30 fps; stereogeluid
• • h
: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 25 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 24 fps; stereogeluid
Technische gegevens
In-/uitgangsaansluitingen
Voeding/overige
Levensduur batterij
NP-W126 (inbegrepen bij camera) in stand
P
, XF 35 mm f/1,4 R
Opmerking
: Het aantal foto’s dat met een batterij kan worden gemaakt, varieert per batterij en laadniveau en neemt af bij
Camera-afmetingen
129,0 mm × 74,9 mm × 37,2 mm ( 30,9 mm met uitzondering van uitstekende delen, gemeten bij het dunste deel ))
Gebruiksomstandigheden
• •
Temperatuur
: 0 °C tot +40 °C
Draadloze zender
IEEE 802.11b/g/n (standaard draadloos protocol)
• •
V.S., Canada, Taiwan
: 2412 MHz–2462 MHz (11 kanalen)
• •
Overige landen
: 2412 MHz–2472 MHz (13 kanalen)
• •
Vochtigheid
: 10% – 80% (geen condensvorming)
145
146
Technische gegevens
NP-W126 oplaadbare batterij
Afmetingen
(B × H × D)
BC-W126-batterijlader
Ondersteunde batterijen
NP-W126 oplaadbare batterijen
Afmetingen
(B × H × D)
Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren. Labels, menu’s en andere schermen kunnen afwijken van de feitelijke camera.
Technische gegevens
■
Mededelingen
• De specifi caties kunnen gewijzigd worden zonder voorafgaande melding; bezoek voor de laatste informatie
http:// www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
. FUJIFILM is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van fouten in deze gebruiksaanwijzing.
• Hoewel de zoeker en het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie zijn vervaardigd, kunnen er heldere punten en kleurafwijkingen verschijnen (vooral rondom tekst). Dit is normaal voor LCD-schermen van dit type en duidt niet op een defect; de met de camera genomen foto’s hebben hier geen last van.
• De werking van digitale camera’s kan bij blootstelling aan krachtige radio-interferentie (zoals elektrische velden, statische elektriciteit, lijnruis) worden verstoord.
• Als gevolg van het gebruikte type lens kan er bij de beeldranden enige vervorming optreden. Dit is normaal.
147
De beschikbare opties in elke opnamestand worden hieronder weergegeven. Sommige opties zijn mogelijk niet beschikbaar voor de items die worden ondersteund in een willekeurige stand en elke functie kan worden beperkt afhankelijk van de opnameomstandigheden.
P SS AA M
Y j u F r 22
P SS AA M
Y j u F r 22
148
p
FF
t
+
s
✔
8
✔ ✔
5
✔
1
✔
1
✔
1
✔
4
✔
1
✔
4
✔ ✔
3
✔
✔
3
✔
✔
✔
✔
✔
8
V
//
W
//
X d
//
e
//
i g
//
h b
//
e
//
d
//
f
✔ ✔
1
✔ ✔
✔ ✔
✔
8
✔
8
✔
✔
✔
✔
✔
✔ ✔
SS
CC
P SS AA M
Y j u F r 22
✔ ✔
✔ ✔
1
✔ ✔
✔
✔
✔ ✔
1
✔ ✔
8
✔
1
✔
✔
✔
8
✔
8
✔ ✔
8
✔ ✔
DIGITAAL SPLITSEN BEELD
✔ j
✔ ✔
1
✔ ✔
✔ ✔
8
✔ ✔
8
✔
8
✔ ✔
8
✔
8
✔
8
✔
✔ u
//
K
Beperkingen op de camera-instellingen
P SS AA M
Y j u F r 22
✔
✔
8
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
AF-AFSTANDSINDICATOR
✔
MF-AFSTANDSINDICATOR
✔
BEELDFORM/-KWALITEIT
✔
✔
8
✔ ✔
149
150
Beperkingen op de camera-instellingen
1
Automatisch vastgesteld.
2
Draadloos op afstand fotograferen.
3
Beschikbare opties zijn afhankelijk van de afdrukmodus.
4 A
is niet beschikbaar.
5
Alleen beschikbaar voor auto ISO gevoeligheid.
6
Varieert afhankelijk van het objectief.
7
Alleen beschikbaar wanneer
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING
in de scherpstelstand
SS
..
8
Instellingen stiltefoto worden gebruikt.
9
De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de
10
Display toont alleen sluitertijd.
11
sRGB automatisch geselecteerd.
12
Flitser schakelt uit wanneer
ELEKTRONISCHE SLUITER
is geselecteerd voor
SLUITERTYPE
..
151
152
153
154
155
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
Download
Annonce