Fujifilm X-E1 Camera de handleiding
Reklam
Reklam
DIGITAL CAMERA
X-E1
Gebruiksaanwijzing
Dank u voor het vertrouwen dat u in dit product heeft gesteld. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft hoe u uw digitale camera X-E1 van FUJIFILM gebruikt en de meegeleverde software installeert. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt.
Voor informatie over aanverwante producten, bezoekt u onze website op
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
Ga voor meer informatie over de X-E1 naar
http://fujifilm-x.com/x-e1/
BL01756-B00
NL
Voordat u begint
Eerste stappen
Algemene fotografi e en afspelen
Algemene fi lms opnemen en afspelen
De Q (Snelmenu)-knop
Meer over fotografi e en afspelen
Menu’s
Aansluitingen
Technische informatie
Probleemoplossing
Appendix
ii
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
• Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw
Gebruikershandleiding
zorgvuldig door.
• Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel.
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
Uit het stopcontact verwijderen
WAARSCHUWING
Als er een probleem ontstaat, zet de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera los en haal deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Neem contact op met uw
FUJIFILM-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Als water of andere vreemde voorwerpen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter los en trek deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
WAARSCHUWING
Niet gebruiken in de badkamer of douche
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Probeer de camera nooit te demonteren of modifi ceren veranderen of uit elkaar te halen (open nooit de behuizing).
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Raak geen interne onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van beschadigde onderdelen tot gevolg hebben.
Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor raadpleging.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware voorwerpen op worden geplaatst.
Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken.
Neem contact op met uw
FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent.
Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een auto rijdt.
Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Dit kan tot een elektrische schok leiden door de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Plaats de batterij zoals aangeduid door de merktekens.
Verwarm, wijzig of demonteer de batterij niet. Laat de batterij niet vallen of stel deze niet bloot aan schokken. Berg de batterij niet samen met metalen voorwerpen op.
leiden en kan brand of letsel veroorzaken.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen andere spanning dan de vermelde spanningsvoeding.
Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand leiden.
WAARSCHUWING
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betreff ende gebied onmiddellijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
De meegeleverde lader is uitsluitend voor gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd.
Als u de lader gebruikt om gewone batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie.
Gebruik niet in de nabijheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met isolatietape.
Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of ontploff en.
Houd geheugenkaarten buiten het bereik van kleine kinderen.
Omdat geheugenkaarten klein zijn, kunnen ze makkelijk door kinderen worden ingeslikt.
Bewaar geheugenkaarten buiten het bereik van kleine kinderen.
Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmiddellijk medische hulp zoeken of het alarmnummer bellen.
Voor uw veiligheid
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht.
Dit kan brand veroorzaken.
Buiten het bereik van kleine kinderen houden.
In de handen van kinderen kan dit product letsel veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Trek niet aan het snoer om de netstroomadapter te verwijderen.
Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Hierdoor kan de temperatuur te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Als u de camera reinigt en u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en koppelt u de netstroomadapter los.
Doet u dit niet, dan kan dat leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Er kan brand ontstaan als u de lader in het stopcontact laat zitten.
Als een fl itser te dicht bij ogen wordt gebruikt, kan deze persoon daar tijdelijk door verblind raken.
Let bijzonder goed op bij het fotograferen van baby's en kleine kinderen.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten.
Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of een elektrische schok leiden.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te laten reinigen.
Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar als de batterij onjuist wordt vervangen. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een soortgelijk type.
iii
iv
Voor uw veiligheid
De batterij en voeding
Opmerking
:
Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door
.
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de levensduur verkorten en lekkage, oververhitting en ontploff en van de batterij tot gevolg hebben.
indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij moet worden vervangen.
■
Opslag
De prestaties van de batterij kunnen verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt
.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compartiment zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
■
Opmerkingen over de batterij
De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen enigszins af; een lege batterij werkt vaak helemaal niet meer wanneer het koud is. Bewaar een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
■
Attentie: De batterij hanteren
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
• Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
• Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
• Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
• Stel de batterij niet bloot aan water.
• Houd de polen van de batterij altijd schoon.
• De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
Dit gedeelte is van toepassing wanneer er in uw camera alkaline-AA-batterijen of oplaadbare NiMH-AA-batterijen worden gebruikt
.
Informatie over compatibele soorten batterijen vindt u elders in de gebruiksaanwijzing van de camera.
■
De batterij opladen
Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader. De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan + 10 °C of hoger is dan + 35 °C.
Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven 40 °C; opladen is niet mogelijk bij temperaturen onder 0 °C.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
■
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen.
Wanneer de batterij steeds minder lang haar lading kan vasthouden, is dat een
■
Attentie: De batterijen hanteren
• Stel de batterij niet bloot aan water, vuur of hitte en bewaar de batterij niet op warme of vochtige plaatsen.
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Probeer de batterij of de behuizing niet te demonteren of te modifi ceren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Gebruik geen lekkende, vervormde of verkleurde batterijen.
• Houd de batterijen buiten het bereik van baby’s en kleine kinderen.
• Plaats de batterijen in de juiste richting in het batterijencompartiment.
• Gebruik oude en nieuwe batterijen, batterijen met verschillende ladingsniveaus of
Voor uw veiligheid batterijen van verschillende merken nooit samen.
• Neem de batterij uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Denk er wel aan dat de cameraklok weer zal moeten worden ingesteld.
• De batterij kan tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Schakel voordat u de batterijen verwijdert, de camera uit en wacht tot de batterijen zijn afgekoeld.
• De capaciteit van batterijen neemt bij lage temperaturen enigszins af. Bewaar reservebatterijen op een warme plaats en vervang ze wanneer nodig. Koude batterijen die weer op temperatuur zijn gekomen, kunnen soms een deel van hun lading terugkrijgen.
• De prestaties van de batterijen kunnen door vingervlekken of vuil op de polen van de batterijen worden beïnvloed. Maak de polen schoon met een zachte, droge doek voordat u de batterijen in de camera plaatst.
Als de batterijen hebben gelekt, reinigt u het batterijencompartiment grondig voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Als batterijvloeistof op uw handen of kleding komt, spoelt u de betreff ende delen af met schoon stromend water.
Als de batterijvloeistof in contact komt met de ogen, spoelt u de ogen onmiddellijk uit met schoon stromend water en zoekt u medische hulp.
Wrijf niet in uw ogen.
Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan leiden tot permanent oogletsel
.
■
NiMH-batterijen
De capaciteit van oplaadbare NiMH-batterijen kan tijdelijk verminderen wanneer ze gedurende langere tijd niet worden gebruikt of als ze herhaaldelijk worden opgeladen voordat ze volledig ontladen zijn. Dit is normaal en duidt niet op een defect. De capaciteit kan worden verhoogd door de batterijen enkele malen te ontladen met de ontlaadoptie in het instellingenmenu van de camera en ze met een batterijlader weer op te laden.
Q
ATTENTIE
: Gebruik de ontlaadoptie niet bij alkalinebatterijen.
Ook als de camera is uitgeschakeld wordt een geringe hoeveelheid stroom verbruikt. NiMH-batterijen die gedurende langere tijd in de camera hebben gezeten, kunnen zodanig zijn uitgeput dat ze niet langer in staat zijn een lading vast te houden. De prestaties van batterijen kunnen ook verminderen wanneer ze worden gebruikt in zaklampen, e.d. Gebruik de ontlaadoptie van het instellingenmenu van de camera om NiMH-batterijen te ontladen. Batterijen die hun lading zelfs nadat ze enkele malen zijn ontladen en opgeladen niet kunnen vasthouden, hebben het einde van hun levensduur bereikt en moeten worden vervangen.
NiMH-batterijen zijn oplaadbaar met een batterijlader (los verkrijgbaar). Batterijen kunnen onmiddellijk na het opladen enigszins warm aanvoelen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor meer informatie. Gebruik de lader alleen met compatibele batterijen.
NiMH-batterijen verliezen geleidelijk hun lading wanneer ze niet worden gebruikt.
■
Afvalverwijdering
Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval.
Dit gedeelte is van toepassing op alle cameramodellen
.
Gebruik uitsluitend
FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn.
Andere adapters kunnen de camera beschadigen.
• Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
• Zorg ervoor dat de netstroomadapter goed op de camera wordt aangesloten.
• Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken i.p.v. aan het snoer.
• Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
• Niet demonteren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
• Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
v
vi
Voor uw veiligheid
De camera gebruiken
• Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
• Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker
(EVF) beschadigen. Richt de elektronische zoeker niet op de zon.
•
Als vloeibare kristallen worden ingeslikt
, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld.
Drink grote hoeveelheden water en probeer over te geven. Roep daarna medische hulp in.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd zijn verlicht of zijn nooit verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product zijn onveranderd.
Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs wanneer de foto’s alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van een geheugenkaart die foto’s of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
XD-Picture Card
en
E
zijn handelsmerken van FUJIFILM Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door DynaComware Taiwan Inc.
Macintosh, QuickTime en Mac OS zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. Windows 7, Windows Vista en het
Windows-logo zijn handelsmerken van de Microsoft-groep. Adobe en Adobe Reader zijn in de Verenigde Staten en/of andere landen geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. De SDHC- en SDXC-logo´s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het HDMI-logo is een handelsmerk. YouTube is een handelsmerk van Google Inc. Alle overige in deze gebruiksaanwijzing genoemde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende rechthebbenden.
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij om toestemming voordat u uw fotocamera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
NTSC (National Television System Committee) is een kleurensysteem dat vooral in de
Verenigde Staten, Canada en Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurensysteem dat vooral in Europa en China wordt gebruikt.
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als één van de volgende situaties zich voordoet:
•
Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen
, moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
•
Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen
, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
BELANGRIJKE MEDEDELING: Lees eerst voordat u de software gebruikt
Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden.
Voor uw veiligheid
MEDEDELINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Dit symbool op het product of in de handleiding en in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden beschouwd. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden ingeleverd.
Door dit product op juiste wijze te verwijderen helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden beschouwd.
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accu’s bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient te verwijderen.
vii
Lees deze gebruiksaanwijzing en de waarschuwingen in het hoofdstuk “Voor uw veiligheid” ( P ii) aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt. Informatie over specifi eke onderwerpen vindt u aan de hand van onderstaand overzicht.
Inhoudsopgave ..........................................................
P
x x Problemen oplossen ...............................................
P
105
De “Inhoudsopgave” geeft een duidelijk overzicht van de gehele gebruiksaanwijzing. De belangrijkste camerafuncties worden er in behandeld.
Heeft u een specifi ek probleem met de camera? U vindt de oplossing hier.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen ..............
P
109 Verklarende woordenlijst
P
112
Lees hier wat het knipperende pictogram of foutmelding in het LCD-scherm betekent.
De betekenissen van sommige technische termen vindt u hier.
Beperkingen op de camera-instellingen ..................
P
119
Zie pagina 119 voor beperkingen op de beschikbare opties in elke opnamestand.
viii
Foto's worden op optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten ( P 14) bewaard, er wordt in deze gebruiksaanwijzing naar verwezen als “geheugenkaarten.”
Camerabehuizing
: Om uw camera in een goede staat te houden, is het aan te raden de camerabehuizing na elk gebruik met een zachte, schone doek schoon te maken. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of verkleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben. Vloeistoff en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd met een zachte, droge doek. Gebruik een blaaskwast om stof van de monitor te verwijderen, zodat krassen worden vermeden en neem het vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht.
Plaats de dop van de behuizing terug om binnendringen van stof in de camera te voorkomen wanneer er geen lens is bevestigd.
Beeldsensor
: Stof op de beeldsensor kan worden verwijderd met behulp van de optie V
SENSORREINI-
GING
in het instellingenmenu (
P
85).
Verwisselbare lenzen
: Gebruik een blaaskwast om stof te verwijderen en neem vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht. Plaats de voorste en achterste dop terug op de camera wanneer de lens niet in gebruik is.
ix
x
Voor uw veiligheid
.............................................................................ii
Veiligheidsopmerkingen ...............................................................ii
MEDEDELINGEN ..............................................................................vii
Over deze gebruiksaanwijzing
.................................................viii
Productverzorging
............................................................................ix
Een weergave kiezen
..................................................................... 17
De zoeker scherpstellen .............................................................. 18
Schermhelderheid aanpassen .................................................. 18
De DISP/BACK -knop
............................................................................ 19
Zoeker: Opname .......................................................................... 19
LCD-scherm: Opname ............................................................... 19
Zoeker/LCD-scherm: Afspelen ............................................... 20
Symbolen en conventies
.................................................................1
Meegeleverde accessoires
.............................................................1
Delen van de camera
De keuzeschakelaar
De instelschijf
........................................................................2
.........................................................................4
.....................................................................................4
Cameraschermen ..............................................................................5
Fotograferen: Zoeker/LCD-scherm
Fotograferen: LCD-scherm
.........................................5
.........................................................6
Afspelen: Zoeker/LCD-scherm ..................................................6
Foto’s maken
...................................................................................... 21
Foto’s bekijken
.................................................................................. 23
Foto's schermvullend bekijken ................................................. 23
Foto-informatie bekijken ............................................................ 24
Afspeelzoom .................................................................................... 24
Multi-frame afspelen .................................................................... 25
Foto’s wissen
...................................................................................... 26
De fl itser gebruiken
........................................................................ 27
Macrostand (close-ups)
................................................................ 29
De draagriem bevestigen
...............................................................7
Een lens bevestigen
..........................................................................9
De batterij opladen
........................................................................ 10
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
....................... 11
Compatibele geheugenkaarten ........................................... 14
De camera in- en uitschakelen
.................................................. 15
Basisinstellingen
.............................................................................. 16
High-Defi nition (HD)-fi lms opnemen
..................................... 30
Films bekijken
................................................................................... 31
Een belichtingsstand kiezen
...................................................... 33
Programma AE (P) .......................................................................... 33
Sluiter AE (S) ..................................................................................... 34
Diafragma AE (A) ............................................................................ 35
Handmatige belichting (M) ........................................................ 36
Lange tijdopnamen (T/B)
............................................................. 37
Tijd (T) ................................................................................................ 37
Bulb (B) ............................................................................................... 37
Een afstandsontspanner gebruiken ....................................... 38
Witbalans
............................................................................................. 39
Gevoeligheid
..................................................................................... 41
Scherpstelstand
............................................................................... 42
Scherpstelframe selecteren ....................................................... 44
Belichting-/scherpstelvergrendeling
..................................... 45
Belichtingscorrectie
....................................................................... 47
Lichtmeting
........................................................................................ 48
De zelfontspanner gebruiken
.................................................... 49
Filmsimulatie
..................................................................................... 51
Bracketing
........................................................................................... 52
Multi-belichtingen
.......................................................................... 53
Continu fotograferen (seriestand)
........................................... 54
Foto’s bekijken die in serie zijn genomen ............................ 55
Inhoudsopgave
Panorama's
......................................................................................... 56
Panorama's bekijken ..................................................................... 58
Foto's opnemen in RAW-formaat
............................................. 59
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken .................................... 60
Een adapter voor bevestigingspunten (mount adapter) gebruiken
............................................................................................ 61
Instellingen voor bevestigingspuntadapter ....................... 61
Brandpuntsafstelling ................................................................. 61
Vervormingscorrectie ................................................................ 61
Kleurcorrectie ............................................................................... 62
Randbelichtingscorrectie ........................................................ 62
Foto zoeken
........................................................................................ 63
Fotoboekhulp
.................................................................................... 64
Een fotoboek maken .................................................................... 64
Fotoboeken bekijken ................................................................... 65
Fotoboeken bewerken of verwijderen .................................. 65
De Fn-knop
......................................................................................... 66
Instellingen opslaan
....................................................................... 67
Geavanceerde video-opname
................................................... 68
Scherptediepte ............................................................................... 68
Voorafgaand aan de opname ................................................... 68
Een externe microfoon gebruiken .......................................... 68
xi
xii
Inhoudsopgave
De menu's gebruiken: Opnamestand
.................................... 69
Opties opnamemenu (foto’s) .................................................... 69
N
ISO .............................................................................................. 69
O BEELDGROOTTE .................................................................... 69
T
BEELDKWALITEIT .................................................................. 69
U
DYNAMISCH BEREIK ............................................................ 70
P FILMSIMULATIE ...................................................................... 70
X
FILMSIMULATIE BKT ............................................................. 70
B ZELFONTSPANNER ............................................................... 70
D
WITBALANS ............................................................................ 70 f
KLEUR ........................................................................................ 70 q SHERPTE ................................................................................... 70 r
HIGHLIGHT TINT .................................................................... 70 s SCHADUWTINT ...................................................................... 70 h
RUISONDERDRUKKING ....................................................... 71
K
L BEL. RO .................................................................................. 71 u KIES INST. OP MAAT ............................................................. 71
K
BEW/BEW INST. OP M ......................................................... 71
F FUNCTIET ................................................................................. 71 v
DISP. INST. OP MAAT ............................................................ 71 c
COMP.RICHTL.
....................................................................... 72 l ADAPT. INSTEL.
..................................................................... 72 m
OPNAME ZONDER LENS .................................................... 72 n MULTI-BELICHTING .............................................................. 72
F
SCHERPSTELLING ................................................................. 72
C
AF-HULPLICHT ....................................................................... 73 k MODUS AE/AF-VERG.
......................................................... 73 v
KNOP AE/AF-VERGR.
........................................................... 73 m AUTO ROT. WEERG.
............................................................. 73
L IS MODE ................................................................................... 73 p
FLITSERFUNCTIE ................................................................... 74
I FLITSLICHT .............................................................................. 74
B
VERWIJDER R. OGEN ............................................................ 74 n BEWAAR ORIGINEEL ............................................................ 74
Opties opnamemenu (fi lmmodus) ......................................... 75
W
FILMMODUS ........................................................................... 75
P FILMSIMULATIE ...................................................................... 75
D
WITBALANS ............................................................................. 75 t MIC-NIVEAU-INSTEL ............................................................ 75 u MIC/AFSTANDSBED.
........................................................... 75 v
DISP. INST. OP MAAT ............................................................ 75
L IS MODE ................................................................................... 75
De menu's gebruiken: Afspeelstand
...................................... 76
Opties in het menu Afspelen .................................................... 76 j RAW-CONVERSIE ................................................................... 76
A
WISSEN ..................................................................................... 76
G BEELDUITSNEDE ................................................................... 77 e
NIEUW FORMAAT ................................................................. 77
D BEVEILIGEN ............................................................................. 78
C FOTO DRAAIEN ...................................................................... 78
B
VERWIJDER R. OGEN ............................................................ 79
I DIAVOORSTELLING .............................................................. 79 m
FOTOBOEK HULP .................................................................. 80 j MARK. VOOR OPL.
............................................................... 80 b EEN FOTO ZOEKEN ............................................................... 80
K
OPDRACHT (DPOF) .............................................................. 81
J BEELDVERHOUDING ............................................................ 81
I
AFSPEEL VOLUME ................................................................. 81
Inhoudsopgave
Het instellingenmenu
.................................................................... 82
Het instellingenmenu gebruiken ............................................ 82
De opties van het instellingenmenu ...................................... 83
F DATUM/TIJD ........................................................................... 83
N
TIJDVERSCHIL ......................................................................... 83
L ................................................................................ 83
R
RESET ......................................................................................... 83 o STILLE STAND ......................................................................... 83
B NUMMERING .......................................................................... 84
I
SCHERPSTELRING ................................................................. 84
J EVF/LCD-HELDERHD ........................................................... 84
H
SNELST ...................................................................................... 84
M UITSCHAKELEN ...................................................................... 85
G BEDIENING VOL.
................................................................... 85
A
WEERGAVE ............................................................................... 85
V SENSORREINIGING ............................................................... 85
J
KLEURR ..................................................................................... 86 c UITLEG TONEN ....................................................................... 86
M EENHEDEN AF-SCHAAL ...................................................... 86
O
SCHERMKLEUR ...................................................................... 86
K FORMATTEREN ...................................................................... 86
Foto’s op een computer bekijken
............................................. 87
Windows: MyFinePix Studio installeren ................................ 87
Macintosh: FinePixViewer installeren .................................... 89
De camera aansluiten .................................................................. 91
Foto’s afdrukken via USB
.............................................................. 93
De camera aansluiten .................................................................. 93
Geselecteerde foto's afdrukken ............................................... 93
De DPOF-printopdracht afdrukken ........................................ 94
Een DPOF-printopdracht aanmaken ...................................... 95
MET DATUM s
/ ZONDER DATUM ....................................... 96
ALLES RESETTEN ......................................................................... 97
Foto’s op een televisietoestel bekijken
................................. 98
xiii
xiv
Inhoudsopgave
Optionele accessoires
.................................................................... 99
Accessoires van FUJIFILM ........................................................... 99
De camera op andere apparaten aansluiten ....................102
Onderhoud van de camera
.......................................................103
Opslag en gebruik .......................................................................103
Op reis ..............................................................................................103
De beeldsensor reinigen
............................................................104
Problemen en oplossingen
.......................................................105
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
......................109
Verklarende woordenlijst
..........................................................112
Capaciteit geheugenkaart
........................................................113
Technische gegevens
...................................................................114
Beperkingen op de camera-instellingen
............................119
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt:
Q
Deze informatie moet worden gelezen voordat u de camera in gebruik neemt zodat u de camera correct bedient.
R
Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van de camera van pas kan komen.
P
Pagina’s elders in deze gebruiksaanwijzing waarop andere relevante informatie staat.
Menu’s en andere teksten die in de weergaven van de camera verschijnen, worden
vetgedrukt
weergegeven. In de illustraties in deze gebruiksaanwijzing worden schermen van de camera ten behoeve van de duidelijkheid soms enigszins vereenvoudigd afgebeeld.
De volgende accessoires worden bij de camera meegeleverd:
NP-W126 oplaadbare batterij
CD-ROM
BC-W126-batterijlader Behuizingdop USB-kabel
Bevestigingsgereedschap clipje Metalen clipjes draagriem (× 2)
•
Gebruiksaanwijzing
(deze handleiding)
• Schouderriem
• Beschermkappen (× 2)
1
Voor meer informatie, zie de pagina rechts van elk item.
2
1
Sluiterknop ..................................................... 22
2
Instelschijf belichtingscompensatie ................ 47
3
Instelschijf sluitertijd .....................33, 34, 35, 36
4
Bevestigingspunt voor fl itser ...................28, 102
5
Flitser .............................................................. 27
6
Bevestigingsoog draagriem .............................. 7
7
Afdekkapje aansluitingen ........ 38, 68, 91, 93, 98
8
Selectieknop scherpstelstand .....................21, 42
9
Lens signaalcontacten
10
Ontgrendeling lens ........................................... 9
11
Microfoon ........................................................ 30
12
AF-hulplicht .................................................... 73
Zelfontspannerlamp ........................................ 49
13 ON
/
OFF
-schakelaar ........................................ 15
14 Fn
(Functie)-knop ........................................... 66
15
Batterijvak ...................................................... 11
16
Geheugenkaartsleuf........................................ 12
17
Batterijvergrendeling ...................................... 11
18
Elektronische zoeker (EVF) .............................. 17
19
LCD-scherm ..................................................... 17
20
Instelschijf ......................................................... 4
21
Luidspreker ..................................................... 31
22
Afdekkapje kabelaansluiting voor DC-koppelstuk
23
Afdekkapje batterijcompartiment ................... 11
24
Grendel voor afdekkapje batterijcompartiment ..................................... 11
25
Statiefbevestigingspunt
26
USB mini-aansluiting ...........................38, 91, 93
27
HDMI mini-aansluiting .................................... 98
28
Microfoon/ afstandsontspanner-aansluiting ................38, 68
29
Behuizingdop .................................................... 9
Delen van de camera
30
Dioptrieregelaar aanpassen ............................ 18
31
Oogsensor ....................................................... 17
32
N
(fl itser pop-up)-knop.................................. 27
33 VIEW MODE
-knop .......................................... 17
34
Indicatorlamp (zie hieronder)
35 AE-L/AF-L
-knop (belichting/scherpstelling vergrendelen) ......................................42, 45, 73
36 Q
(snelmenu)-knop ......................................... 32
37 MENU/OK
-knop ............................................... 4
38
Keuzeknop ........................................................ 4
39 DISP
(display)/
BACK
-knop ............................. 19 o
(stille stand)-knop ...................................... 4
40 AF
(autofocus)-knop ....................................... 44 b (verwijderen)-knop ................................... 26
41 AE
(automatisch belichten)-knop ................... 48 n
(afspelen uitzoomen)-knop .................24, 25
42 DRIVE
-knop ...................................30, 52, 54, 56 k
(afspelen inzoomen)-knop ...................24, 25
43
a
(afspeel)-knop ......................................... 23
De indicatorlamp
De indicatorlamp geeft de status van de camera als volgt weer:
De indicatorlamp
De scherpstelling is vergrendeld.
Waarschuwing voor bewegingsonscherpte, scherpstelling of belichting.
De foto kan worden gemaakt.
Bezig met een opname. Er kunnen momenteel geen extra foto’s worden gemaakt.
Flitser is aan het opladen, de fl itser zal niet afgaan als er een foto wordt genomen.
Lens of geheugenfout.
R
Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen (
P
109).
R Zolang de zoeker in gebruik is blijft het indicatielampje uit ( P 17).
3
4
(
Delen van de camera
Stille stand
In situaties waar camerageluiden of -lichten ongewenst zijn, druk op de knop
DISP/BACK
totdat het icoontje o wordt weergegeven (ca. een seconde). De luidspreker van de camera, fl itser, en AF-assist-aanduiding/zelfontspannerslampje schakelen uit en de fl itser- en volumeinstellingen kunnen niet worden aangepast (let op dat stille stand niet kan worden in-of uitgeschakeld wanneer er een video wordt afgespeeld). Druk nogmaals op de
DISP/BACK
-knop om de normale bediening te hervatten.
Druk op de selectieknop omhoog ( e
OK
( q
), rechts (
) of links ( t r w
), omlaag
) om items te markeren en druk op
MENU/
) om te selecteren. Het indrukken van de keuzeknop omhoog (
MACRO
) tijdens het fotograferen geeft de macroopties weer (
P
29).
Bedieningsvergrendeling
Druk op
MENU/OK
totdat X wordt weergegeven om te voorkomen dat per ongeluk macro-opties worden weergegeven tijdens het fotograferen. De bediening kan worden ontgrendeld door op
MENU/OK
te drukken tot X niet langer wordt weergegeven.
De instelschijf kan worden gebruikt om door de menu’s te navigeren, om foto’s te bekijken ( P 23), en om opties in de weergave van het snelmenu te selecteren ( P 32).
Druk op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het scherpstelgebied dat is geselecteerd voor handmatige scherpstelling (
P
43) of op het actieve scherpstelpunt tijdens weergave (
P
24).
Delen van de camera
Tijdens het maken en afspelen van foto's kunnen de volgende indicators verschijnen. In de volgende beschrijving worden alle beschikbare keuzeknoppen getoond ter illustratie; de keuzeknoppen die daadwerkelijk worden getoond variëren afhankelijk van de camera-instellingen.
■
Fotograferen: Zoeker/LCD-scherm
P
0.1 0.5
1.0
2000
1.5
2.0
F5.6
100
3.0
5.0 10
200
F
1
Flitserfunctie ................................................... 27
2
Microfoon/afstandsontspanner ............38, 68, 75
3
Macrostand (close-up) .................................... 29
4
Zelfontspannerindicator .................................. 49
5
Continu-stand ................................................. 54
6
Witbalans ........................................................ 39
7
Filmsimulatie .................................................. 51
8
Dynamisch bereik ............................................ 70
9
Scherpstelframe .........................................22, 45
10
Aantal beschikbare frames ............................ 113
11
Beeldkwaliteit en -formaat ............................. 69
12
Temperatuurwaarschuwing .......................... 111
13
Waarschuwing wazigheid ..................3, 107, 109
14
IS-mode .......................................................... 73
15
Waarschuwing scherpstelling ............3, 107, 109
16
Indicator stille stand ....................................4, 83
17
Afstandsindicator ............................................ 42
18
Batterijniveau ................................................. 15
19
Gevoeligheid ................................................... 41
20
Diafragma ......................................33, 35, 36, 68
21
Sluitertijd .............................................33, 34, 36
22
Lichtmeting .................................................... 48
23
Opnamestand ................................................. 33
24
Handmatige scherpstelindicator ..................... 42
25
Belichtingscompensatie/ belichtingsindicator ...................................36, 47
26
Histogram ....................................................... 20
27
Virtuele horizon .............................................. 71
28
Voorbeeld scherptediepte ............................... 35
5
6
Delen van de camera
■
Fotograferen: LCD-scherm
000 100
F
■
P
1
2000
F
5.6
200
Afspelen: Zoeker/LCD-scherm
100-0001
3:2 F
YouTube
12 / 31 / 2050 10 : 00 AM
1 / 1000 F4.5
-
1
2 /
3
200
1
Flitserfunctie ................................................... 27
2
Macrostand (close-up) .................................... 29
3
Lichtmeting .................................................... 48
4
Continu-stand ................................................. 54
5
Indicator stille stand ....................................4, 83
6
Aantal beschikbare frames ............................ 113
7
Temperatuurwaarschuwing .......................... 111
8
Beeldkwaliteit en -formaat ............................. 69
9
Dynamisch bereik ............................................ 70
10
Filmsimulatie .................................................. 51
11
Witbalans ........................................................ 39
12
Batterijniveau ................................................. 15
13
Gevoeligheid ................................................... 41
14
Diafragma ......................................33, 35, 36, 68
15
Scherpstelframe/scherpstelpunt ..................... 44
16
Sluitertijd .............................................33, 34, 36
17
Opnamestand ................................................. 33
18
Scherpstelstand .............................................. 42
19
Zelfontspannerindicator .................................. 49
20
Belichtingscompensatie/ belichtingsindicator ...................................36, 47
1
Foto's waarderen ............................................. 23
2
Indicator rode-ogenverwijdering .................... 79
3
Indicator stille stand ....................................4, 83
4
Geschenk afbeelding ....................................... 23
5
Framenummer ................................................ 84
6
Indicator afspeelstand..................................... 23
7
Markeren voor upload naar ............................. 80
8
Indicator fotoboekhulp ................................... 64
9
DPOF printindicator ......................................... 95
10
Beschermde afbeelding .................................. 78
Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna aan de draagriem.
1
Open een draagriemclipje.
Gebruik het hulpmiddel voor het vastmaken van clipjes om een draagriemclipje te openen, en zorg ervoor dat u het hulpmiddel en het clipje vasthoudt in de aangegeven richtingen.
3
Haal het clipje door het oogje.
Draai het clipje totdat het volledig door het oogje is en dichtklikt.
Q Bewaar het gereedschap op een veilige plaats. U zult het nodig hebben om de draagriemclipjes te openen bij het losmaken van de draagriem.
2
Plaats het draagriemclipje op het oogje.
Haak het bevestigingsoog vast in de opening van het clipje. Verwijder het gereedschap en houd het clipje met de andere hand op zijn plek.
4
Bevestig een beschermkapje.
Plaats het beschermkapje over het oogje, zoals weergegeven. De zwarte kant moet richting de camera wijzen. Herhaal de stappen 1–4 voor het tweede oogje.
7
8
De draagriem bevestigen
5
Plaats de draagriem.
Haal de draagriem door het beschermkapje en de draagriemring.
6
Maak de draagriem vast.
Maak de draagriem vast zoals afgebeeld. Herhaal de stappen 5–6 voor het tweede oogje.
Q Zorg ervoor dat de draagriem goed vastzit om te voorkomen dat de camera valt.
Bevestig lenzen zoals hieronder beschreven.
Q
Zorg is vereist om te voorkomen dat stof de camera binnendringt tijdens het bevestigen en verwijderen van lenzen.
1
Verwijder de behuizingdop en achterste dop.
Verwijder de behuizingdop van de camera en de achterste dop van de lens.
Q Raak de interne delen van de camera niet aan.
2
Bevestig de lens.
Plaats de lens op het bevestigingspunt, houd de markering op de lens en de camera op één lijn en draai vervolgens aan de lens totdat het op zijn plaats klikt.
Lenzen verwijderen
Schakel, om de lens te verwijderen, de camera uit en druk vervolgens op de ontspanknop van de lens en draai aan de lens zoals aangeduid.
Ontspanknop lens
Q
Om te voorkomen dat stof zich ophoopt op de lens of in de camera, plaats de lenskap en de behuizingdop van de camera terug wanneer de lens niet is bevestigd.
Lenzen en andere optionele accessoires
De camera kan worden gebruikt met lenzen voor het
FUJIFILM X-mount bevestigingspunt en andere accessoires die genoemd worden vanaf pagina 99.
Q Druk niet op de ontspanknop van de lens tijdens het bevestigen van de lens.
9
10
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op.
1
Plaats de batterij in de lader.
Plaats de batterij in de meegeleverde batterijlader, zoals aangeduid.
2
Sluit de lader aan op een stopcontact.
Steek de stekker van de lader in een stopcontact. De laadindicator licht op.
Laadindicator
De laadindicator geeft de voortgang van het opladen als volgt weer:
Batterijlader
Pijl
Batterij
De camera gebruikt een NP-W126 oplaadbare batterij.
3
Laad de batterij op.
Verwijder de batterij zodra het opladen is voltooid. Raadpleeg de technische gegevens
(
P
117) voor laadtijden (bedenk dat de laadtijden bij lage temperaturen toenemen).
Q Trek de stekker van de lader uit het stopcontact wanneer deze niet wordt gebruikt.
De camera heeft geen intern geheugen; in plaats daarvan worden foto's op optionele SD-, SDHC- en
SDXC-geheugenkaarten (apart verkrijgbaar). Plaats, na het opladen van de batterij, de batterij en geheugenkaarten zoals hieronder beschreven.
1
Open de afdekkap van het batterijencompartiment.
Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en open het afdekkapje van het batterijencompartiment.
2
Plaats de batterij.
Terwijl u de batterij gebruikt om het batterijklepje naar een kant te drukken, plaats eerst de contactpunten van de batterij in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Controleer of de batterij stevig vastzit.
Pijl
Q
Open het afdekkapje van het batterijencompartiment nooit wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben.
Q Gebruik niet te veel kracht wanneer u de afdekkap van het batterijencompartiment opent of sluit.
Batterijvergrendeling
Q Plaats de batterij in de juiste richting.
Oefen geen kracht uit en probeer niet de batterij achterstevoren of ondersteboven in het compartiment te plaatsen
. De batterij schuift moeiteloos in de juiste richting.
11
12
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
3
Plaats de geheugenkaart.
Houd de geheugenkaart in de richting zoals rechts wordt aangegeven en schuif deze in het apparaat totdat deze aan de achterkant van de sleuf vastklikt.
Klik
Q Zorg ervoor dat de kaart in de juiste richting is geplaatst; steek de kaart er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit.
Q SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen worden vergrendeld, zodat de kaart niet geformatteerd kan worden en er
Schakelaar voor schrijfbeveiliging
geen foto’s opgeslagen of gewist kunnen worden. Schakel deze schrijfbeveiliging met het schakelaartje uit voordat u de geheugenkaart in de camera plaatst.
4
Sluit het afdekkapje van het batterijencompartiment.
Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en sluit het afdekkapje van het batterijencompartiment.
De batterij en de geheugenkaart verwijderen
Voordat u de batterij of de geheugenkaart verwijdert,
moet de camera worden uitgeschakeld
waarna de afdekkap van het batterijcompartiment kan worden geopend.
Druk de batterijvergrendeling opzij om de batterij vrij te geven en laat de batterij uit de camera glijden.
Batterijvergrendeling
De geheugenkaart kan worden verwijderd door de kaart omlaag te drukken en langzaam omhoog te laten komen. De geheugenkaart kan nu met de hand worden verwijderd. Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel worden uitgeworpen.
Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
Q
Batterijen
• Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. Anders kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen.
• Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Anders kan de batterij mogelijk niet meer uit de camera worden genomen.
• Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten.
Anders kan de batterij oververhit raken.
• Lees de voorzorgsmaatregelen in “De batterij en voeding” ( P iv).
• Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
• Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te openen.
• De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
13
14
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
■
Compatibele geheugenkaarten
FUJIFILM en SanDisk SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten zijn goedgekeurd om in deze camera te worden gebruikt. Een volledige lijst met goedgekeurde geheugenkaarten is beschikbaar op
http://www.
fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/
. Met andere geheugenkaarten kan de werking niet worden gegarandeerd. De camera is niet geschikt om te worden gebruikt met
xD-Picture Cards
of
M
ulti-
M
edia
C
ard (MMC)-apparaten.
Q
Geheugenkaarten
•
Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart wordt verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de geheugenkaart of met het wegschrijven of wissen van gegevens
. Anders kan de geheugenkaart worden beschadigd.
• Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden geformatteerd en alle geheugenkaarten die in een computer of ander apparaat zijn gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd. Zie pagina 86 voor meer informatie over het formatteren van geheugenkaarten.
• Geheugenkaarten zijn klein en kunnen worden ingeslikt; bewaar geheugenkaarten buiten het bereik van kinderen.
Roep onmiddellijk medische hulp in wanneer een kind een geheugenkaart heeft ingeslikt.
• miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan de standaardafmetingen van een SD-/SDHC-/SDXC-kaart, worden mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een erkend servicecenter als dit gebeurt. Probeer de kaart niet met geweld uit de camera te halen.
• Plak geen etiketten op geheugenkaarten. Etiketten die losraken kunnen defecten veroorzaken.
• Bij sommige soorten SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen fi lmopnamen onderbrekingen vertonen. Gebruik een G -kaart of beter bij het opnemen van HD-fi lms.
• Door het formatteren van een geheugenkaart of het interne geheugen wordt een map aangemaakt waarin de foto’s worden opgeslagen.
U mag deze map niet verwijderen of hernoemen. Ook mag u de fotobestanden in deze map niet bewerken, wissen of hernoemen met een computer of ander apparaat.
Gebruik de camera altijd om foto’s te verwijderen; kopieer voor het bewerken en hernoemen van bestanden deze naar een computer en bewerk of hernoem de kopieën, en niet de originele bestanden.
Het hernoemen van bestanden op de camera kan problemen veroorzaken tijdens het afspelen.
Draai de
ON/OFF
-schakelaar naar
ON
om de camera aan te zetten. Selecteer
OFF
om de camera uit te schakelen.
R
Druk op de a
-knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamestand.
R De camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze niet wordt bediend gedurende de tijdsduur die is ingesteld voor
M
UITSCHAKELEN
(
P
85). Druk de ontspanknop half in of draai de
ON
/
OFF
-schakelaar naar
OFF
en vervolgens weer naar
ON
om de camera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitgeschakeld.
R
Voor informatie over opstart opties, zie pagina 84.
Q Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de kwaliteit van de foto’s of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de zoeker schoon blijven.
Batterijniveau
Controleer het batterijniveau nadat u de camera inschakelt.
D
(wit)
C
(wit)
Batterij gedeeltelijk ontladen.
Batterij voor meer dan de helft ontladen
B
(rood) Batterij bijna leeg. Zo snel mogelijk opladen.
A
(knippert rood) Batterij is leeg. Zet de camera uit en vervang de batterijen.
P
15
16
Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt er een taalkeuzevenster. Stel de camera in volgens onderstaande aanwijzingen (u kunt op elk gewenst moment de klok opnieuw instellen of een andere taal kiezen met de opties F
DATUM/TIJD
of L a van het instellingenmenu; zie pagina
83 voor informatie over het oproepen van het instellingenmenu).
1
Kies een taal.
START MENU
ENGLISH
Selecteer een taal en druk op
MENU/OK
.
R
Druk op
DISP/BACK
om de huidige stap over te slaan. De stappen die u nu overslaat worden nogmaals getoond wanneer u de camera opnieuw inschakelt.
FRANCAIS
DEUTSCH
SET NO
2
Stel datum en tijd in.
DATUM/TIJD NIET INGESTELD
Draai de selectieknop naar links of rechts om het jaar, de maand, de dag,
JJ. MM. DD
OK
2014
2013
2012
2011
2010
AFBREKEN
1. 1 12 : 00
AM
het uur of de minuten te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de juiste waarden in te stellen. Om de volgorde te veranderen waarin het jaar, de maand en de datum worden weergegeven, selecteert u de datumnotatie en drukt u op de selectieknop omhoog of omlaag. Druk op
MENU/OK
om de opnamestand te verlaten wanneer de instellingen zijn voltooid.
R
Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de cameraklok teruggezet en wordt de taalkeuzevenster weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
De camera is voorzien van een elektronische zoeker (EVF) en een LCDscherm (LCD). Druk op
VIEW MODE
om het type weergave te kiezen.
EVF
LCD
Automatische weergaveselectie met oogsensor
EVF
Alleen beeldzoeker
LCD
Alleen LCD-scherm
Automatische weergaveselectie
De zoeker gaat automatisch aan wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt. Het LCD-scherm gaat aan wanneer u uw oog weghaalt (let op dat de oogsensor mogelijk reageert op andere objecten dan uw oog of op licht dat direct op de sensor schijnt).
Oogsensor
17
18
Een weergave kiezen
De camera is uitgerust met een dioptrieregelaar in het bereik van –4 tot + 2 m – 1 om zich aan te passen aan individueel verschillende gezichtsvermogens.
Draai de dioptrie aanpassings regelaar totdat de weergave van de zoeker scherp is.
De helderheid van de zoeker en het LCD-scherm kan worden aangepast met de optie J
EVF/LCD-
HELDERHD
in het instellingenmenu ( P 84).
Dioptrieregelaar aanpassen
De
DISP/BACK -knop
De
DISP/BACK
-knop regelt het weergeven van de indicatoren in de zoeker en op het LCD-scherm.
■
Zoeker: Opname
100 F
■
LCD-scherm: Opname
Gedetailleerde weergave
000 100
Standaardweergave
F
3.0
5.0 10 0.1 0.5
1.0
1.5
2.0
P 2000 F5.6
200
Standaardweergave
0.1 0.5
1.0
1.5
2.0
3.0
5.0 10
P 2000 F5.6
200
Aangepaste weergave
P
1
2000
F
5.6
200
P
0.1 0.5
1.0
2000
1.5
2.0
F5.6
3.0
5.0 10
200
100 F
3.0
5.0 10 0.1 0.5
1.0
1.5
2.0
P 2000 F5.6
200
Aangepaste weergave
Kies onderdelen voor de weergave met v
DISP. INST. OP MAAT
in het opnamemenu (
P
71):
Rasterweergave
Virtuele horizon
Scherpstelafstand (autofocus)
Scherpstelafstand (handmatige scherpstelling)
Histogram
Belichtingstijd (sluitertijd, belichting en gevoeligheid)
Belichtingscompensatie/belichtingsindicator
Belichtingsmeting
Flitsstand
Witbalans
Filmsimulatie
Dynamisch bereik
Aantal resterende opnamen/media
Beeldkwaliteit en -formaat
Batterijniveau
R
Raadpleeg pagina’s 5–6 voor de locaties van deze elementen in de schermen.
19
20
De DISP/BACK-knop
■
Zoeker/LCD-scherm: Afspelen
Weergegeven indicatoren Verborgen indicatoren
100-0001
3:2 F
12 / 31 / 2050 10 : 00 AM
1 / 1000 F4.5
-
1
2
/
3
200
Favorieten
100-0001
12 / 31 / 2050
3
10 : 00 AM
Foto-informatie
100-0001
3:2 F
ISO 200
1/1000
:
:
OFF
F4.5
:
:
-
1 2 /
3
12 / 31 / 2050 10 : 00 AM
Histogrammen
Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De helderheid wordt op de horizontale as weergegeven, het aantal pixels op de verticale as.
Schaduwen Hoge lichten
Aantal pixels
Helderheid pixels
Optimale belichting
: Pixels zijn als een gelijkmatige kromme verdeeld over alle tinten.
Overbelicht
: Pixels bevinden zich voornamelijk aan de rechterkant van het diagram.
Onderbelicht
: Pixels bevinden zich voornamelijk aan de linkerkant van het diagram.
Dit onderdeel beschrijft hoe u foto’s kunt maken met programma AE (stand
P
). Zie pag. 33 voor informatie over de standen
S
,
A
, en
M
.
1
Selecteer programma AE.
Stel de sluitertijd en het diafragma in op
A
(de sluitertijd wordt ingesteld door aan de instelschijf voor sluitertijd te draaien; voor informatie over het wijzigen van het diafragma, zie de handleiding van de lens).
P
verschijnt in het scherm.
2
Selecteer enkelvoudige AF.
Draai de selectieknop voor scherpstelling naar
S
( P 42).
A
16 11 8 5.6
P 2000 F5.6
200
De
Q
-knop kan worden gebruikt om camera-instellingen te bekijken en aan te passen (
P
32).
3
Houd de camera gereed.
Houd met beide handen de camera stevig vast en laat uw ellebogen rusten tegen uw zij. Trillende of onvaste handen kunnen uw foto’s wazig maken.
Houd uw vingers en andere voorwerpen uit de buurt van de lens, fl itser, en AF-hulpverlichting, om onscherpe of te donkere
(onderbelichte) foto’s te voorkomen.
21
22
Foto’s maken
4
Stel scherp.
Positioneer het onderwerp in het midden van het scherm en druk de ontspanknop half in om de camera scherp te stellen.
R Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AF-hulpverlichting mogelijk branden ( P 73).
Als de camera kan scherpstellen
, klinken er twee pieptonen en licht het scherpstelgebied groen op. De scherpstelling en belichting blijven vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt.
Als de camera niet kan scherpstellen
, wordt het scherpstelframe rood en wordt s weergegeven. Als het onderwerp zich erg dichtbij de camera bevindt, (circa 80 cm of minder vanaf de lens in het geval van
XF 18 mm, 35 mm, en 60 mm lenzen; de daadwerkelijke afstand hangt af van de lens), selecteer de macrostand en probeer het opnieuw (
P
29).
5
Maak de foto.
Druk de ontspanknop rustig en volledig in om de foto te maken.
U kunt foto’s in de zoeker of in het LCD-scherm bekijken. Het verdient aanbeveling om bij belangrijke foto's eerst enkele proefopnamen te maken die u op het LCD-scherm controleert.
Druk op a om de foto’s schermvullend te bekijken.
1 / 1000 F4.5
-
1 2 /
3
200
Extra foto's kunnen worden bekeken door op de selectieknop links of rechts te drukken of aan de instelschijf te draaien. Druk op de selectieknop rechts of draai de instelschijf naar rechts om foto’s in de vastgelegde volgorde te bekijken, naar links om foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de selectieknop ingedrukt om snel door de foto’s te bladeren totdat de gezochte foto wordt bereikt.
R Foto's die met een andere camera zijn gemaakt, worden tijdens het afspelen aangeduid met het pictogram m
(“geschenkbeeld”).
Favorieten: Foto's waarderen
Druk op
DISP/BACK
en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven.
23
24
Foto’s bekijken
Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wanneer op de selectieknop omhoog wordt ingedrukt.
100-0001
3:2 F
D-RANGE
COLOR
HIGH LIGHT TONE
SHADOW TONE
SHARPNESS
FILM SIM.
WHITE BALANCE
: 100
: STD
: STD
: STD
: STD
: PROVIA
: AUTO
12 / 31 / 2050 10 : 00 AM
1 / 1000 F4.5
-
1 2 /
3
Basisgegevens
200
Details, pagina 1
COLOR SPACE
METERING
EXPOSURE MODE
LENS
FOCAL LENGTH
FLASH MODE
: sRGB
: PATTERN
: PROGRAM
: 18mm
F2.0
: 18mm
: OFF
Actief scherpstelpunt (“+”) Details, pagina 2
R Draai aan de instelschijf om andere afbeeldingen te bekijken.
Inzoomen op het scherpstelpunt
Druk op het midden van de instelknop om in te zoomen op het scherpstelpunt. Druk nog een keer op het midden van de instelknop om terug te keren naar de schermvullende weergave.
Druk op k om op de huidige foto in te zoomen, druk op n om uit te zoomen. Nadat op de foto is ingezoomd, kan de selectieknop worden gebruikt om delen van de afbeelding te bekijken die momenteel niet zichtbaar zijn in het scherm. Druk op
DISP/BACK
of
MENU/OK
om zoom af te sluiten.
Zoomindicator
Het navigatievenster toont het gedeelte van de foto dat op het scherm wordt weergegeven
R
De maximale zoomfactor is afhankelijk van de grootte van de foto ( P 69). Afspeelzoom is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in een a
-formaat.
Foto’s bekijken
Druk op n als een foto schermvullend wordt weergegeven om het aantal weergegeven foto's te veranderen.
Druk op
n
om meer foto's te bekijken.
Druk op
k
om minder foto's te bekijken.
Gebruik de instelschijf om een foto te markeren en druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde foto schermvullend weer te geven. Gebruik tijdens het afspelen van negen of van honderd miniaturen de selectieknop omhoog en omlaag om meer foto's te bekijken.
25
26
Volg de stappen hieronder om de huidige foto te wissen.
Let erop dat gewiste foto’s niet kunnen worden teruggehaald; kopieer daarom voordat u verder gaat belangrijke foto’s naar een computer of een ander opslagmedium
.
1
Druk op de b -knop.
R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gewist. Verwijder van foto's die u wilt wissen eerst de beveiliging
(
P
78).
R Als er een waarschuwing verschijnt dat de geselecteerde foto's deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, drukt u op
MENU/OK
om de foto's te wissen.
R
Foto's kunnen tevens via het afspeelmenu worden gewist ( P 76).
2
Markeer
OK
.
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer
OK
.
WISSEN OK?
OK
ANNULEREN
INSTELLEN
3
Wis de foto.
Druk op
MENU/OK
om de foto te wissen (om af te sluiten zonder de foto te wissen, markeer
ANNULEREN
en druk op
MENU/OK
).
Gebruik de ingebouwde fl itser voor aanvullende belichting wanneer u ‘s nachts of in een slecht verlichte ruimte opnames maakt.
1
Druk op de
N
-knop om de fl itser omhoog te zetten.
Q De fl itser kan contact maken met accessoires die op het bevestigingspunt voor de fl itser zijn geplaatst. Verwijder indien nodig accessoires voordat u de fl itser omhoog zet.
2
Selecteer p
FLITSERFUNCTIE
in het menu opnamemenu. De hieronder getoonde opties worden weewrgegeven; druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
AUTOMATISCH
(AUTO FLITS) //
K
(ANTI RODE OGEN)
De fl itser fl itst wanneer nodig. Aanbevolen voor de meeste situaties.
N (INVULFLITS)
L
//
(INVULFLITS)
De fl itser fl itst steeds wanneer een foto wordt gemaakt. Te gebruiken bij onderwerpen met tegenlicht en voor het verkrijgen van natuurlijk kleuren bij het fotograferen met helder licht.
O (LANGZAME SYNCHRO) //
M
(ANTI R.OGEN+TIJD) l
(2de GORDIJN SYNC.) // d (2de GORDIJN SYNC.)
Om bij het fotograferen bij weinig licht zowel het onderwerp als de achtergrond vast te leggen (let op dat helder verlichte delen overbelicht kunnen zijn).
De fl itser fl itst onmiddellijk voordat de sluiter sluit.
C (COMMANDER)
De ingebouwde fl itser kan worden gebruikt om optionele externe fl itsers te bedienen.
*
Rode-ogenverwijdering
( K , L , M of d ) is beschikbaar in deze standen wanneer
AAN
is geselecteerd voor
B
VERWIJDER R. OGEN
in het opnamemenu ( P 74). Rode-ogenverwijdering reduceert het eff ect van “
rode ogen
” dat wordt veroorzaakt door de weerkaatsing van het fl itslicht op het netvlies van het onderwerp, zoals in nevenstaande afbeelding.
P OPNAMESTANDEN
±
0
UIT
UIT
AUTO
±
0
INVULFLITS
2de GORDIJN SYNC.
COMMANDER
UIT
27
28
De fl itser gebruiken
Q Afhankelijk van de afstand tot het onderwerp, kunnen sommige lenzen schaduwen werpen wanneer er met fl itslicht foto’s worden gemaakt.
R Zet de fl itser omlaag op plaatsen waar fl itslicht verboden is, of als u het natuurlijke licht wilt vastleggen bij zwak licht. We raden u ook aan de fl itser omlaag te zetten wanneer de camera uitstaat.
R
Als p
op het LCD-scherm verschijnt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, zal de camera fl itsen bij het maken van de foto.
R Behalve in de commander-stand, kan de fl itser meerdere keren afgaan bij iedere opname. Houd de camera stil totdat de opname volledig klaar is.
Flitssynchronisatiesnelheid
De fl itser synchroniseert met de sluiter op sluitertijden van 1
/
180 sec. of langer.
Optionele fl itsers
De camera kan ook worden gebruikt met optionele FUJIFILM-fl itsers die op het bevestigingspunt worden geplaatst.
Gebruik geen fl itsers van derden die meer dan 300 V toepassen op het accessoireschoentje van de camera.
Om op korte afstanden scherp te stellen, druk de keuzeknop omhoog (
MACRO
) en selecteer
F
. Om de macrostand af te sluiten, druk de keuzeknop omhoog en selecteer
UIT
.
P
OFF
29
30
De camera kan worden gebruikt voor het opnemen van korte video’s in hoge resolutie. Geluid wordt opgenomen in stereo met de ingebouwde microfoon; bedek de microfoon niet tijdens opnemen.
1
Stel het diafragma in op
A
(voor meer informatie, zie de
2
handleiding van de lens).
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag.
Markeer
F
(VIDEO) en druk op
MENU/OK
.
A 16 11 8 5.6 4 2.8
R
Scherpstelling, belichting en witbalans worden tijdens de opname automatisch aangepast. De kleuren en de helderheid van het beeld kunnen enigszins afwijken van het beeld dat werd getoond voordat de opname begon.
R De indicatorlamp licht tijdens het fi lmen op.
Q
Mogelijk neemt de microfoon ook geluiden van de lens of andere camerageluiden op.
Q In fi lms met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
VIDEO
3
Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te starten.
4
Druk de ontspanknop volledig in om de opname te stoppen. De opname stopt automatisch als de geheugenkaart vol is.
De
Q
-knop kan worden gebruikt om camera-instellingen te bekijken en aan te passen (
P
32).
Tijdens het afspelen worden fi lms weergegeven zoals de afbeelding rechts laat zien.
Tijdens het afspelen van een fi lm zijn de volgende handelingen mogelijk:
Filmpictogram
Druk op de selectieknop omlaag
om het afspelen te starten. Druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen wordt gepauzeerd, kunt u op de keuzeknop links of rechts drukken om één beeld tegelijkertijd vooruit- of achteruit te spoelen.
Afspelen stoppen
Druk op de selectieknop omhoog
om het afspelen te beëindigen.
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen.
Druk op MENU/OK
om het afspelen te pauzeren en een volumeregelaar weer te geven.
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het volume aan te passen; druk nogmaals op
MENU/OK
om het afspelen te hervatten. Volume kan ook worden aangepast met de optie I
AFSPEEL VOLUME
in het afspeelmenu (
P
81).
De voortgang wordt tijdens het afspelen op het scherm weergegeven.
Q
Zorg ervoor dat de luidspreker tijdens het afspelen niet wordt bedekt.
Q In de stille stand wordt er geen geluid geproduceerd.
AFSPELEN
Voortgangsbalk
15s
Afspeelsnelheid
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen. De snelheid wordt aangeduid door het aantal pijltjes ( M of N ).
Pijl
STOP PAUZE
15s
STOP PAUZE
31
Druk op
Q
voor snelle toegang tot de volgende items. Voor meer informatie over de beschikbare opties, zie de pagina’s die hieronder vermeld worden.
ISO
BASIC
3200
1
u
KIES INST. OP MAAT
............................... 67
2
N ........................................................... 41
3
U
.............................. 70
4
D
............................................ 39
5
h
......................... 71
6
O
..................................... 69
7
T
.................................. 69
8
P
..................................... 51
9
r .................................... 70
10
s ....................................... 70
11
f
..................................................... 70
12
q ............................................... 70
13
B ................................. 49
14
F
................................... 72
15
p
.................................... 27
16
J .............................. 84
INSTELLEN
1
Druk op
Q
om het snelmenu weer te geven tijdens het fotograferen.
32
2
Gebruik de selectieknop om items te markeren en om aan de instelschijf te draaien om wijzigingen aan te brengen.
3
Druk op
Q
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
R Houd de
Q
-knop ingedrukt voor snelle toegang tot de persoonlijke instellingsbanken.
Filmmodus
In de fi lmmodus bevat het snelmenu de volgende onderdelen:
W
P
........................................... 75
..................................... 51
D
WITBALANS
............................................ 39
J
EVF/LCD-HELDERHD
.............................. 84
FILMSIMULATIE
INSTELLEN
De camera biedt een keuze uit de standen programma AE (
P
), sluiter AE (
S
), diafragma AE (
A
), en handmatige belichting (
M
).
Om de camera zowel de sluitertijd als het diafragma aan te laten passen voor optimale belichting, stel de sluitertijd en het diafragma in op
A
(de sluitertijd wordt ingesteld door aan de instelschijf voor de sluitertijd te draaien; voor informatie over het aanpassen van het diafragma, zie de handleiding van de lens).
P
verschijnt in het scherm.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, dan worden de sluitertijden en diafragmaopeningen weergegeven als “– – –”.
A
16 11 8 5.6
P 2000 F5.6
Indien gewenst, kunt u de selectieknop naar links of rechts draaien om andere sluitertijd- en diafragmacombinaties te selecteren, zonder de belichting te wijzigen (programmaverschuiving). De nieuwe waarden voor sluitertijd en diafragma worden geel weergegeven. Het wisselen van programma is niet beschikbaar als een externe fl itser wordt gebruikt die TTL auto ondersteunt, als
AUTO
is geselecteerd voor U
DYNA-
MISCH BEREIK
in het opnamemenu (
P
70), of als een automatische optie is geselecteerd voor
N
ISO
in het opnamemenu (
P
41). Om het wisselen van programma te annuleren, zet de camera uit.
Sluitertijd
P 2000 F5.6
200
33
34
Een belichtingsstand kiezen
Om de sluitertijd handmatig te wijzigen terwijl de camera het diafragma kiest voor optimale belichting, stel het diafragma in op
A
zoals beschreven in de handleiding van de lens en gebruik de instelschijf voor de sluitertijd.
S
verschijnt in het scherm.
R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1 / 3 EV door op de keuzeknop links of rechts te drukken.
Q Indien het met de gekozen sluitertijd niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt het diafragma rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas de sluitertijd aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt het diafragma weergegeven als “– – –”.
A
16 11 8 5.6
S 2000 F5.6
200
Een belichtingsstand kiezen
Om het diafragma handmatig te wijzigen terwijl de camera de sluitertijd kiest voor optimale belichting, draai de instelschijf voor sluitertijd op
A
en stel het diafragma in zoals beschreven in de handleiding van de lens.
A
verschijnt in het scherm.
Q Indien het met het gekozen diafragma niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt de sluitertijd rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas het diafragma aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt de sluitertijd weergegeven als “– – –”.
A
16 11 8 5.6 4 2.8
Voorbeeld scherptediepte
Indien
L
VOORB DIEPTESCH
is geselecteerd voor
F
FUNCTIET
(
P
66) in het opnamemenu, dan heeft het indrukken van de
Fn
-knop tot gevolg dat het diafragma wordt verkleind tot de ingestelde waarde, waardoor de scherptediepte als voorbeeld in de zoeker of het LCD-scherm kan worden bekeken.
A 2000 F5.6
200
35
36
Een belichtingsstand kiezen
De waarde die de camera voorstelt voor belichting kan worden gewijzigd door zowel de sluitertijd als het diafragma in te stellen op waardes anders dan
A
(sluitertijd wordt ingesteld door aan de instelschijf voor sluitertijd te draaien; voor informatie over het aanpassen van het diafragma, zie de handleiding van de lens).
M
verschijnt in het scherm.
R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1
/
3 EV door op de keuzeknop links of rechts te drukken.
R De handmatige belichtingsweergave omvat een belichtingsindicator die aangeeft in hoeverre de afbeelding onder- of overbelicht zou zijn met de huidige instellingen.
A
16 11 8 5.6 4 2.8
M 2000 F5.6
200
M 2000 F5.6
200
Selecteer een sluitertijd van
T
(tijd) of
B
(bulb) voor lange tijdopnamen.
R
Gebruik van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het belichten te voorkomen.
R Om “ruis” (spikkels) te verminderen bij lange tijdopnamen, selecteer
AAN
voor K
L BEL. RO
in het opnamemenu
( P 71). Let op dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotograferen hierdoor langer kan worden.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
T
.
2
Druk op de selectieknop links of rechts om een sluitertijd te kiezen tussen 30 s en 1
/
2 s in stappen van
1
/
3 EV.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
B
.
2
Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt; het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting begon.
R Door diafragma van
A
te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld op 30 sec.
S 2” F5.6
200
3
Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met de geselecteerde sluitertijd. Een aftellende timer wordt weergegeven terwijl er belicht wordt.
37
38
Lange tijdopnamen (T/B)
Een optionele RR-80 afstandsontspanner kan gebruikt worden voor langdurige belichting. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de RR-80 werd geleverd voor meer informatie.
Afstandsontspanners van derden (beschikbaar via verkoopkanalen van derden) kunnen als volgt worden aangesloten.
Daarnaast is het ook mogelijk elektronische afstandsontspanners aan te sluiten via de aansluiting voor de microfoon/afstandsontspanner.
Selecteer voor natuurlijke kleuren
D
WITBALANS
in het opnamemenu om de volgende opties weer te geven en gebruik daarna de selectieknop om een optie te markeren die overeenkomt met de lichtbron en druk op
MENU/OK
. Het venster rechtsonder wordt weergegeven; gebruik de selectieknop om de witbalans nauwkeurig in te stellen of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder nauwkeurig in te stellen (voor uitleg over "witbalans", zie de verklarende woordenlijst op pagina 112).
WITBALANS
INSTELLEN
WB VERSCHUIVING
VERSCHUIVING
AUTO
AUTO
De witbalans wordt automatisch ingesteld.
h Meet een waarde voor witbalans ( P 40).
Het selecteren van deze optie geeft een lijst met kleurtemperaturen weer (
P
40); markeer een temperatuur en druk op
MENU/
OK
om de gemarkeerde optie te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven.
i Voor onderwerpen in direct zonlicht.
j Voor onderwerpen in de schaduw.
k Voor “daglicht”-tl-buizen.
l Voor “warmwitte” tl-buizen.
m Voor “koelwitte” tl-buizen.
n Voor gloeilampverlichting.
Vermindert de blauwe tint die bij onderwaterverlichting vaak is te zien.
INSTELLEN
R De witbalans wordt alleen aangepast voor de fl itser in de standen
AUTO
en g . Schakel de fl itser uit als u foto’s met andere witbalansinstellingen wilt maken.
R
De resultaten verschillen afhankelijk van de omstandigheden waaronder wordt gefotografeerd. Bekijk de foto's na het fotograferen om te controleren of de kleuren naar wens zijn.
R Witbalans kan tevens worden aangepast met behulp van de
Q
-knop.
39
40
Witbalans h
: Persoonlijke witbalans
Kies h om de witbalans aan ongebruikelijke lichtomstandigheden aan te passen. De opties voor witbalansmeting worden weergegeven; kadreer een wit object zodat het scherm wordt gevuld en druk de ontspanknop helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente waarde te selecteren en af te sluiten zonder de witbalans te meten, druk op
DISP/BACK
of druk op
MENU/OK
om de meest recente waarde te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven).
•
Als “VOLTOOID!” wordt weergegeven
, druk op
MENU/OK
om de witbalans in te stellen op de gemeten waarde.
•
Als “ONDER" wordt weergegeven
, verhoog de belichtingscorrectie ( P 47) en probeer het opnieuw.
•
Wanneer “OVER" wordt getoond
, verlaag de belichtingscorrectie (
P
47) en probeer het opnieuw.
k
: Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtemperatuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. U kunt ook een optie kiezen die sterk afwijkt van de kleur van de lichtbron om de foto's “warmer” of “kouder” te maken.
Kies voor rodere lichtbronnen of “koudere” foto's
Kies voor blauwere lichtbronnen of “warmere” foto's
2000 K
Kaarslicht
Zonsondergang/ zonsopgang
5000 K
Direct zonlicht
Schaduw
15000 K
Blauwe hemel
Met “gevoeligheid” wordt de gevoeligheid van de camera voor licht bedoeld. Kies uit waarden tussen 200 en 6400, of selecteer
L (100)
,
H (12800)
, of
H (25600)
voor bijzondere situaties. Hogere waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor tragere sluitertijden of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels kunnen verschijnen in foto’s met een hoge gevoeligheid, met name bij
H (25600)
, terwijl het kiezen van
L (100)
het dynamisch bereik vermindert. Waarden van ISO 200 t/m ISO 6400 zijn aan te bevelen in de meeste situaties. Als een optie
AUTO
is geselecteerd, past de camera automatisch de gevoeligheid aan in reactie op de opnameomstandigheden; de waarde tussen haakjes is de maximale gevoeligheid die wordt geselecteerd wanneer het onderwerp slecht is belicht.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag. Markeer
N
ISO
en druk op
MENU/OK
.
R Standaard kunnen de ISO-opties ook worden weergegeven met de
Fn
-knop.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
P OPNAMESTANDEN
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
FILMSIMULATIE BKT
ZELFONTSPANNER
VERLATEN
P
ISO
F
500
3 :2
400
320
250
200
UIT
L (100)
AUTO (400)
200
3 :2
F
OFF
200
3 :2
F
UIT
P 2000 F5.6
200
R De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet.
R
L (100)
wordt teruggezet naar ISO 200 en
H (12800)
en
H (25600)
worden teruggezet naar ISO 6400 wanneer
RAW
,
FINE+RAW
of
NORMAL+RAW
is geselecteerd voor beeldkwaliteit (
P
69). Voor meer informatie over de instellingen die beschikbaar zijn voor
L (100)
,
H (12800)
, en
H (25600)
, zie pagina 119.
41
42
Gebruik de selectieknop voor de scherpstelstand om te kiezen hoe de camera scherpstelt (merk op dat ongeacht de geselecteerde optie, de handmatige scherpstelling gebruikt wordt wanneer de lens in de stand handmatige scherpstelling staat).
•
S
(enkelvoudige AF) : De scherpstelling blijft vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt. Kies voor stilstaande onderwerpen.
•
C
(continu AF) : Ook wanneer de ontspanknop niet half wordt ingedrukt, stelt de camera de scherpte continu bij al naargelang de afstand van het onderwerp verandert (let op dat hierdoor de batterij sneller leeg raakt).
•
M
(handmatig) : Handmatige scherpstelling met de scherpstelring van de lens. Draai de ring naar links om de scherpstelafstand te verkleinen, naar rechts om deze te vergroten. De handmatige scherpstelindicator geeft aan hoe goed de scherpstelafstand overeenkomt met de afstand tot het onderwerp tussen de scherpstelhaakjes (de rode balk geeft de scherpstelafstand aan, de witte balk de scherptediepte, of met andere woorden: de afstand voor en achter het scherpstelpunt tot waar het nog scherp is). U kunt de scherpstelling ook visueel bekijken met de zoeker of op het lcd-scherm. Kies voor handmatige scherpstelling of in situaties waarbij de camera niet scherp kan stellen met automatische scherpstelling (
P
46).
Scherpstelafstand
(rode balk)
Verminder de scherpstelafstand
A
16 11 8 5.6 4 2.8
Vergroot de scherpstelafstand
Pictogram handmatige scherpstelstand
M
0.1 0.5
1.0
2000
1.5
2.0
F5.6
3.0
5.0 10
200
Handmatige scherpstelindicator
1.0
1.5
2.0
Scherptediepte
(witte balk)
3.0
R Gebruik de optie I
SCHERPSTELRING
in het instellingenmenu ( P 84) om de draairichting van de scherpstelring te veranderen.
R
De camera zal niet scherpstellen als de scherpstelring voorbij oneindig is gedraaid.
R Om met automatische scherpstelling scherp te stellen, druk op de knop
AE-L/AF-L
. Hiermee kunt u snel scherpstellen op een bepaald onderwerp in de handmatige scherpstelstand.
R
De camera kan de scherpstelafstand in meters of feet aangeven. Gebruik de optie
M
EENHEDEN AF-SCHAAL
van het instellingenmenu ( P 86) om de gebruikte eenheden te kiezen.
Scherpstelstand
Handmatige scherpstelling: Scherpstelling controleren
Door het midden van de instelschijf in te drukken, wordt voor nauwkeurige scherpstelling het beeld in de elektronische zoeker of het
LCD-scherm vergroot. Draai aan de instelschijf om in of uit te zoomen.
Om andere delen van het beeld te zien, druk op de knop
AF
en gebruik de selectieknop.
M
0.1 0.5
1.0
2000
1.5
2.0
F5.6
3.0
5.0 10
200 M
0.1 0.5
1.0
2000
1.5
2.0
F5.6
3.0
5.0 10
200
43
44
Scherpstelstand
Als t
AF-VELD KEUZE
is geselecteerd voor
F
SCHERPSTEL-
LING
in het opnamemenu en
S
is geselecteerd als scherpstelstand, biedt de camera meerdere scherpstelpunten, zodat foto’s kunnen worden samengesteld waarbij het belangrijkste onderwerp bijna overal in de afbeelding kan staan. Om het scherpstelframe te verplaatsen, druk op de knop
AF
en gebruik de selectieknop (het scherpstelframe keert terug naar het midden door op
MENU/OK
te drukken). Druk nogmaals op de
AF
-knop om de instelling in werking te stellen.
Om de grootte van het scherpstelframe te kiezen, druk op de knop
AF
en draai aan de instelschijf. Draai de instelschijf naar links om het beeld tot maximaal 50% te verkleinen, rechts om de foto tot maximaal 150% te vergroten, of druk op de instelschijf om het beeld naar het oorspronkelijke formaat terug te zetten. Druk nogmaals op de
AF
-knop om de instelling in werking te stellen.
Scherpstelpunt
Scherpstelframe
Voor fotocomposities waarbij het onderwerp zich niet in het midden van het beeld bevindt:
1
Stel scherp
: Positioneer het onderwerp in het midden van het scherpstelframe en druk de ontspanknop half in om de scherpstelling en de belichting te vergrendelen. De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld zolang de ontspanknop half ingedrukt blijft (AF/AE-vergrendeling).
P 2000 F5.6
200
R Afhankelijk van de geselecteerde optie voor v
KNOP AE/AF-VERGR.
in het opnamemenu ( P 73), kunnen scherpstelling en/of belichting ook vergrendeld worden door de knop
AE-L/AF-L
in te drukken. Scherpstelling en/ of belichting blijven zelfs vergrendeld als de ontspanknop half wordt ingedrukt. Selecteer
ENKEL AE-VERG.
om de belichting, maar niet de scherpstelling te vergrendelen,
ENKEL AF-VERG.
om de scherpstelling, maar niet de belichting te vergrendelen of
AE/AF-VERGRENDEL.
om zowel scherpstelling als belichting te vergrendelen.
Welke optie ook geselecteerd is, de knop
AE-L/AF-L
kan niet worden gebruikt om de belichting te vergrendelen als de handmatige stand gebruikt wordt (
P
42).
2 Opnieuw samenstellen
: Houd de ontspanknop half ingedrukt of houd de knop
AE-L/
AF-L
ingedrukt.
R
Als
AE/AF-VERG AAN/UIT
is geselecteerd bij k
MODUS AE/AF-VERG.
(
P
73), wordt de scherpstelling en/of belichting vergrendeld als de knop
AE-L/AF-L
is ingedrukt en ze blijven vergrendeld tot de knop nog een keer wordt ingedrukt.
P 2000 F5.6
3 Maak de foto
: Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken.
200
P 2000 F5.6
200
45
46
Belichting-/scherpstelvergrendeling
Autofocus
Hoewel de camera is uitgerust met uiterst nauwkeurige automatische scherpstelling, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld op onderstaande onderwerpen.
• Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of auto’s.
• Zeer snel bewegende onderwerpen.
• Onderwerpen die zich achter een raam of andere refl ecterende voorwerpen bevinden.
• Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van refl ecteren, zoals haar of bont.
• Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur.
• Onderwerpen die niet contrasteren met de achtergrond (bijvoorbeeld een persoon in kleding die dezelfde kleur heeft als de achtergrond).
• Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden dat eveneens in het scherpstelframe valt
(bijvoorbeeld een onderwerp tegen een achtergrond met veel contrasterende elementen).
Draai aan de instelschijf voor belichtingscompensatie om de belichting aan te passen bij het fotograferen van zeer heldere, zeer donkere of zeer contrastrijke onderwerpen. Het eff ect is zichtbaar op het scherm.
Belichtingscompensatie-indicator
000 100
F
P 2000 F5.6
200
Standaardweergave
P
1
2000
F
5.6
200
Gedetailleerde weergave
(LCD-scherm)
De belichtingswaarde wordt bepaald door de gevoeligheid van de beeldsensor en de hoeveelheid licht waaraan de sensor wordt blootgesteld. De hoeveelheid verdubbelen verhoogt EV met een, terwijl de hoeveelheid halveren EV met een verlaagt. De hoeveelheid licht die de camera binnendringt, kan worden beïnvloed door de sluitertijd en het diafragma aan te passen.
Kies een positieve waarde (+) om de belichting te verhogen
•
Onderwerpen met tegenlicht
: Kies waarden van +2 / 3 EV tot +12 / 3 EV.
Kies een negatieve waarde (–) om de belichting te verlagen
•
Onderwerpen met een hoge refl ectie of zeer heldere scènes
(bijv. sneeuwlandschappen) : +1 EV
•
Scènes die voornamelijk bestaan uit lucht
: +1 EV
•
Verlichtte onderwerpen
(voornamelijk bij het fotograferen tegen een donkere achtergrond) : –2 / 3 EV
•
Onderwerpen met een lage refl ectie
(dennenbomen of donkergekleurd gebladerte) : –2 / 3 EV
47
48
Druk, om te kiezen hoe de camera de belichting meet, op de
AE
-knop om de opties voor lichtmeting weer te geven. Gebruik de selectieknop om een optie te markeren en druk op
AE
om te selecteren.
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van de compositie, kleur en de verdeling van de helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties.
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2% van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere gevallen waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste onderwerp.
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij meerdere foto’s met hetzelfde licht en is in het bijzonder eff ectief voor het fotograferen van landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met witte of zwarte kleding.
LICHTMEETSYSTEEM
MULTI
Gebruik de zelfontspanner voor zelfportretten of om bewegingsonscherpte te voorkomen die wordt veroorzaakt door camerabewegingen.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
B
ZELFONT-
SPANNER
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om één van de volgende opties te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
P OPNAMESTANDEN
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
FILMSIMULATIE BKT
ZELFONTSPANNER
VERLATEN
P
200
3 :2
F
UIT
2 SEC
10 SEC
200
3 :2
F
R
2 SEC
S
10 SEC
UIT
De sluiter wordt twee seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Gebruik deze stand om bewegingsonscherpte als gevolg van het indrukken van de ontspanknop te voorkomen.
De sluiter wordt tien seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Dit kunt u gebruiken voor foto's waarin u zelf wilt voorkomen.
De zelfontspanner is uitgeschakeld.
ZELFONTSPANNER UIT
3
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
Q Zorg er wel voor dat u zich achter de camera bevindt wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de lens staat, heeft dit invloed op de scherpstelling en de belichting.
200
3 :2
F
UIT
49
50
De zelfontspanner gebruiken
4
Druk de ontspanknop volledig in om de timer starten. De aanduiding op het scherm laat het aantal seconden tot het openen van de sluiter zien. Om de zelfontspanner onderbreken voordat de foto is genomen, druk op
DISP/BACK
.
Vlak voordat de foto wordt genomen, begint het zelfontspannerlampje op de voorkant van de camera te knipperen. Als de vertraging van twee seconden is geselecteerd, dan knippert het zelfontspannerlampje gedurende deze tijd.
R
De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
99
Bootst de eff ecten van verschillende fi lmsoorten na, waaronder zwart-wit (met of zonder kleurfi lters).
1
Druk op
MENU/
OK in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
P
FILMSIMU-
LATIE
te markeren en druk op
MENU/OK
.
P OPNAMESTANDEN
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
FILMSIMULATIE BKT
ZELFONTSPANNER
VERLATEN
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om één van de volgende opties te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
200
3 :2
F
UIT
c
(PROVIA/STANDAARD) Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een keur aan onderwerpen, van portretten tot landschappen.
>
(Velvia/LEVENDIG)
Een contrastrijk pallet van verzadigde kleuren, geschikt voor natuurfotografi e.
e g
(ASTIA/LAAG)
(PRO Neg. Hi)
Versterkt het bereik van beschikbare kleuren voor huidtinten in portretten terwijl de helderblauwe kleuren van de luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
Biedt iets meer contrast dan h
(PRO Neg. Std). Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
h
; e
(PRO Neg. Std)
(MONOCHROOM)
(MONOCHROOM
Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleuren voor huidtinten is vergroot, waardoor er voldoende keuzemogelijkheden zijn voor portretfotografi e in de studio.
Voor het maken van standaard zwart-witfoto’s.
Zwart-wit-foto’s maken met iets meer contrast. Deze instelling vermindert ook enigszins de helderheid van de hemel.
d (MONOCHROOM
Zwart-wit-foto’s maken met meer contrast. Deze instelling vermindert ook de helderheid van de hemel.
f
(MONOCHROOM
Maakt huidtonen in zwart-wit-portretten zachter.
f
(SEPIA) Voor het maken van sepiafoto’s.
R
Opties voor fi lmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instellingen voor tinten en scherpte (
P
70).
51
52
Om een serie foto's met verschillende instellingen te maken.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven en druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een van de volgende opties te markeren:
Druk op de selectieknop links of rechts om een bracketinghoeveelheid te markeren.
Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto's bij maximaal 6 bps: één gebruikmakend van de gemeten waarde voor belichting, de tweede overbelicht door de geselecteerde hoeveelheid en de derde onderbelicht door dezelfde hoeveelheid (ongeacht de geselecteerde hoeveelheid zal de belichting niet de limieten van het belichtingsmeetsysteem overschrijden).
Druk op de selectieknop links of rechts om een bracketinghoeveelheid te markeren.
Telkens wanneer de sluiter wordt ingedrukt, maakt de camera een foto met de huidige gevoeligheid ( P 41) en verwerkt de camera ze tot twee extra kopieën, de ene met een verhoogde gevoeligheid en andere met een gevoeligheid verlaagd met de geselecteerde hoeveelheid (de gevoeligheid zal niet hoger dan ISO 6400 of lager dan ISO 200 worden, ongeacht de geselecteerde hoeveelheid).
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera één foto en verwerkt deze om kopieën te creëren met de instellingen voor fi lmsimulatie die zijn geselecteerd voor
X
FILMSIMULATIE BKT
in het opnamemenu (
P
70).
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto's met verschillende dynamische bereiken ( P 70): 100% voor de eerste, 200% voor de tweede en 400% voor de derde. De foto's worden gemaakt bij snelheden tot maximaal 6 bps.
Hoewel de bracketing van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de gevoeligheid beperkt zijn tot minimaal ISO 800; de gevoeligheid die voorheen van kracht was wordt hersteld zodra de bracketing eindigt.
Druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde optie te selecteren.
2
Maak foto's.
±
1
±
AE BKT
/ 2
3
±
1 /
3
Maak een foto die twee belichtingen combineert.
1
Selecteer
AAN
voor n
MULTI-BELICHTING
in het opnamemenu.
2
Maak de eerste foto.
4
Maak de tweede foto.
3
Druk op
MENU/OK
. U wordt gevraagd een tweede foto te maken.
R Druk op de selectieknop links om terug te keren naar stap 2 en de eerste foto opnieuw te maken.
Druk op
DISP/BACK
om de eerste foto op te slaan zonder een multi-belichting te maken.
5
Druk op
MENU/OK
om de multi-belichting te creëren, of druk op de selectieknop links om naar stap 4 terug te keren en maak de tweede foto opnieuw.
53
54
Leg beweging vast in een serie foto’s.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven.
6b/s 3b/s
CONTINU
2
Druk op de keuzeschakelaar omhoog of omlaag om te kiezen uit beeldsnelheden van circa
6 b/s
(
b
eelden per
s
econde) en
3 b/s
en druk op links of rechts om het aantal opnamen per serie te kiezen. Druk op
MENU/OK
om verder te gaan wanneer de instellingen zijn voltooid.
3
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
4
Druk de ontspanknop volledig in om foto's te maken. Het fotograferen stopt pas als de ontspanknop wordt losgelaten, als het geselecteerde aantal foto's werd gemaakt, of als het geheugen vol is.
R
Scherpstelling en belichting worden bepaald bij de eerste foto in iedere serie. De fl itsers gaan automatisch uit; de eerder geselecteerde fl itsmodus wordt weer geselecteerd wanneer seriefotografi e wordt uitgeschakeld.
R De beeldsnelheid varieert afhankelijk van de sluitertijd en kan traag zijn als er meer foto's worden gemaakt.
R
Er is mogelijk extra tijd vereist om foto’s te maken wanneer de opname eindigt.
R
Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is voltooid, worden de resterende foto’s opgeslagen in een nieuwe map ( P 84).
R In sommige drivestanden kan het voorkomen dat de opname niet begint als er onvoldoende beschikbare ruimte is op de geheugenkaart.
Continu fotograferen (seriestand)
Als een foto, gemaakt in de continue opnamestand, schermvullend wordt weergegeven, kan de eerste foto in de huidige serie worden bekeken door de keuzeschakelaar omlaag in te drukken (afspelen seriestand). Druk op de keuzeknop rechts om de foto’s te bekijken in de volgorde waarin ze zijn gemaakt, en op links om de foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de selectieknop ingedrukt om snel door de foto’s te bladeren totdat de gezochte foto wordt bereikt. Druk op
DISP/BACK
om terug te keren.
OPEENVOLG. OPNAMEN WEERG.
Positie in serie/ totaal aantal foto's in serie
NORMAAL AFSPELEN
Eerste foto in de afspeelstand Serie
1/ 10
R
Door het indrukken van de keuzeknop rechts wanneer de laatste foto in de serie wordt weergegeven, wordt de eerste foto in de serie weergegeven. Andersom wordt door het indrukken van de keuzeknop links wanneer de eerste foto wordt weergegeven, de laatste foto weergegeven.
R
De bedieningen wissen (
P
76), draaien (
P
78) en beveiligen (
P
78) die worden toegepast tijdens het afspelen van de seriestand zijn alleen van toepassing op de huidige foto. Als deze bewerkingen echter worden uitgevoerd op een foto die in stand continu fotograferen is genomen tijdens het schermvullend afspelen van foto's, worden alle foto's in dezelfde serie bewerkt.
Als een enkele serie in meerdere mappen terecht komt, worden de foto's in elke map behandeld als aparte series.
55
Volg de aanwijzingen op het scherm om een panoramafoto te maken.
1
Druk op de
DRIVE
-knop om de driveopties weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om r
(BEWEGEND PANORAMA) te markeren en druk op
MENU/OK
.
5
Pan de camera in de met de pijl aangegeven richting. De opname wordt automatisch beëindigd wanneer de camera volledig tot aan het aangegeven einde is gepand en het panoramabeeld is voltooid.
56
BEWEGEND PANORAMA
2
Druk op de selectieknop links om de grootte van de hoek te selecteren waarmee u de camera tijdens het fotograferen wilt pannen. Markeer een grootte en druk op
MENU/OK
.
3
Druk op de selectieknop rechts om de keuzemogelijkheden voor de panrichtingen te bekijken. Markeer een panrichting en druk op
MENU/OK
.
4
Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te starten. U hoeft de ontspanknop tijdens het fotograferen niet ingedrukt te houden.
HOEK RICHTING
R De opname eindigt als de ontspanknop volledig wordt ingedrukt tijdens het opnemen. Er wordt mogelijk geen panorama vastgelegd als de ontspanknop al wordt ingedrukt voordat het panorama is voltooid.
Het formaat van het voltooide panorama is afhankelijk van de hoek en de panrichting.
Panorama's
Q Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt. De belichting van het totale panorama wordt op basis van het eerste beeld bepaald. In sommige gevallen neemt de camera een grotere of kleinere hoek op of is hij niet in staat de foto’s perfect met elkaar te verbinden. Het laatste deel van het panorama wordt mogelijk niet vastgelegd als het opnemen wordt gestopt voordat het panorama compleet is.
Q
De opname kan worden onderbroken als de camera te snel of te langzaam wordt bewogen. De opname wordt geannuleerd wanneer de camera wordt bewogen in een andere richting dan wordt aangegeven.
Q
De gewenste resultaten worden mogelijk niet behaald bij bewegende onderwerpen, onderwerpen vlakbij de camera, onveranderlijke onderwerpen zoals de lucht of een grasveld, onderwerpen die constant bewegen zoals golven en watervallen of onderwerpen die duidelijk veranderingen ondergaan in helderheid. Panorama’s kunnen onscherp worden als het onderwerp slecht belicht wordt.
Gebruik voor de beste resultaten een lens met een scherpstelafstand van 35 mm of minder (50 mm of minder in 35 mm formaat). Houd uw ellebogen tegen uw zij en beweeg de camera in een kleine cirkel met een constante lage snelheid, waarbij de camera horizontaal of onder een rechte hoek wordt gehouden. Let op dat u alleen in de richting pant die wordt aangegeven door de hulplijnen. Gebruik een statief voor de beste resultaten. Als het resultaat niet naar wens is, probeer dan te pannen met een andere snelheid.
57
58
Panorama's
Tijdens schermvullende weergave kunnen panorama’s met de keuzeknop worden afgespeeld. Druk op de keuzeknop omlaag om het afspelen te beginnen en druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen is gepauzeerd, kunt u handmatig door het panorama scrollen door op de keuzeknop links of
AFSPELEN
STOP PAUZE
rechts te drukken. Om de schermvullende weergave af te sluiten, druk op de keuzeknop omhoog.
Wijs
RAW
toe aan de
Fn
-knop om de RAW-beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor één foto ( P 66). Als er een JPEG-optie op dat moment is geselecteerd voor beeldkwaliteit, zal het drukken op de
Fn
-knop tijdelijk de optie JPEG+RAW selecteren. Als een JPEG+RAW-optie op dat moment is geselecteerd, zal het drukken op de
Fn
-knop tijdelijk de overeenkomstige optie JPEG selecteren. Indien
RAW
is geselecteerd, zal het drukken op de
Fn
-knop tijdelijk
FINE
selecteren. Het maken van een foto of het opnieuw indrukken van de
Fn
-knop hersteld de vorige instelling.
R RAW-foto's leggen de gegevens van de camerasensor onbewerkt vast. U kunt JPEG-kopieën van RAW-afbeeldingen maken met de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu, of u kunt RAW-afbeeldingen bekijken op een computer met het programma RAW FILE CONVERTER dat geïnstalleerd is met de software op de bijgeleverde cd ( P 88,
89).
R
Gevoeligheden van
L (100)
,
H (12800)
, en
H (25600)
zijn niet beschikbaar wanneer de RAW-beeldkwaliteit aan staat (
P
41).
59
Foto's opnemen in RAW-formaat
60
Bij RAW-foto's worden de camera-instellingen en de gegevens van de beeldsensor apart opgeslagen.
Met de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu kunt u JPEG-kopieën van RAW-foto's maken met andere opties voor de hieronder genoemde instellingen. Het origineel blijft onaangetast, waardoor een
RAW-foto op meerdere verschillende manier kan worden verwerkt.
1
Druk op
MENU/OK
tijdens het afspelen om het afspeelmenu weer te geven, druk vervolgens de selectieknop omhoog of omlaag om j
RAW-
CONVERSIE
te markeren en druk op
MENU/OK
om de instellingen in de rechts aangeduide lijst weer te geven.
R Als
RAW
aan de
Fn
-knop ( P 66) is toegewezen, kunnen deze opties tevens worden weergegeven door op
Fn
te drukken tijdens het afspelen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een instelling te markeren en druk op de keuzeknop rechts om te
RAW-CONVERSIE
REFLECT OPN. COND.
PUSH/PULL-VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
WITBALANS
WB VERSCHUIVING
CREEREN ANNULEREN
selecteren. Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar de lijst met instellingen. Herhaal deze stap om andere instellingen aan te passen.
3
Druk op de
Q
-knop om een voorbeeld te bekijken van de JPEG-kopie en druk op
MENU/OK
om op te slaan.
REFLECT OPN. COND.
PUSH/PULL-
VERWERKING
Een JPEG-kopie maken met de instellingen die op het moment van fotograferen van kracht waren.
Pas de belichting aan met –1 EV tot +3 EV in stappen van 1 / 3 EV ( P 47).
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
Verbeter details in highlights voor een natuurlijk contrast (
P
70).
Bootst de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten ( P 51).
WITBALANS
Pas de witbalans aan (
P
39).
WB VERSCHUIVING
Fijnafstelling witbalans (
P
39).
KLEUR
SHERPTE
De kleurdichtheid aanpassen (
P
70).
Contouren verscherpen of verzachten (
P
70).
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
RUISONDERDRUKKING
Highlights aanpassen (
P
70).
Schaduwen aanpassen (
P
70).
Bewerk de kopie om spikkels te verminderen
( P 71).
KLEURR
Kies de kleurruimte die bij de kleurreproductie moet worden gebruikt ( P 86).
Als M-mount lenzen zijn aangesloten met een optionele bevestigingspuntadapter van het type
FUJIFILM M
MOUNT ADAPTER
, verwerkt de camera beelden zoals ze zijn opgenomen om de beeldkwaliteit te behouden en diverse eff ecten te corrigeren.
R
Door een bevestigingspuntadapter aan te sluiten wordt m
OPNAME ZONDER LENS
(
P
72) ingeschakeld en wordt de afstandsindicator in de standaardweergave verborgen.
R
Voordat u de scherpstelling controleert, stel de keuzeknop voor het instellen van de scherpstelstand in op
M
(
P
42).
Druk op de functieknop op de bevestigingspuntadapter om de opties voor l
ADAPT.
INSTEL.
te tonen.
ADAPT. INSTEL.
LENS 1
LENS 2
LENS 3
LENS 4
LENS 5
LENS 6
INSTELLEN
21mm
24mm
28mm
35mm
50mm
75mm
■
Brandpuntsafstelling
Als de lens een brandpunt heeft van 21, 24, 28, of 35 mm, kies dan in het menu l
ADAPT.
INSTEL.
een corresponderende optie. Selecteer voor overige
LENS 5
VOER BRANDPUNTSAFSTAND IN
2
1
5 0 mm
9
8
0
OK ANNULEREN
lenzen optie 5 of 6 om het menu rechts weer te geven, druk op de keuzeknop rechts om brandpuntinstellingen weer te geven, en gebruik de keuzeknop om de lengte van het brandpunt in te voeren.
■
Vervormingscorrectie
Kies uit de opties
STERK
,
ME-
DIUM
, of
ZWAK
om de vervorming
TONVORMING
of
KUS-
SENVORMING
te corrigeren.
OK
LENS5 VERVORMING CORR.
TONVORMING STERK
TONVORMING MEDIUM
TONVORMING ZWAK
UIT
KUSSENVORMING ZWAK
KUSSENVORMING MEDIUM
ANNULEREN
Tonvervorming Speldenkussenvervorming
R Om vast te stellen hoeveel er nodig is, past u de vervormingscorrectie aan terwijl u foto’s neemt van grafi ekpapier of van andere voorwerpen met herhalende verticale en horizontale lijnen, zoals de ramen in een fl atgebouw.
61
62
Een adapter voor bevestigingspunten (mount adapter) gebruiken
■
Kleurcorrectie
Variaties in kleur(schakering) tussen het midden en de randen van de foto kunnen voor iedere hoek afzonderlijk worden aangepast.
VOLGENDE OK
Om kleurcorrectie te gebruiken, volgt u de stappen hieronder.
1
Draai aan de instelschijf om een hoek te kiezen. De gekozen hoek wordt aangegeven met een driehoek.
■
Randbelichtingscorrectie
Kies uit waarden tussen –5 en
+5. Positieve waarden verhogen de randbelichting, terwijl
0
negatieve waarden de randbelichting verlagen. Positieve
OK ANNULEREN
waarden zijn aanbevolen voor ouderwetse lenzen, negatieve waarden worden gebruikt om het effect te geven van afbeeldingen gemaakt met een antieke lens of een gaatjescamera.
R
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de randbelichtingscorrectie aan terwijl u foto’s neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
2
Gebruik de keuzeknop om schakeringen aan te passen totdat er geen zichtbaar verschil in kleur meer is tussen de gekozen hoek en het midden van de afbeelding. Druk op de keuzeknop links of rechts om kleuren aan te passen op de as cyaan–rood, of omhoog of omlaag op de as blauw–geel. Er zijn in totaal 19 verschillende posities beschikbaar op iedere as.
R
Om vast te stellen hoeveel nodig is, past u de kleurcorrectie aan terwijl u foto’s neemt van een blauwe lucht of een vel grijs papier.
Voer de onderstaande stappen uit om naar foto's te zoeken.
1
Druk tijdens het afspelen op
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om b
EEN FOTO ZOEKEN
en druk op
MENU/OK
.
2
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
.
OP DATUM
OP GEZICHT
Zoeken op datum.
Afbeeldingen met gezichten zoeken.
OP
I
FAVORIETEN
Zoeken op waardering ( P 23).
OP GEGEVENSTYPE
Om te zoeken tussen alle foto’s, alle RAW-afbeeldingen, alle foto’s genomen in de seriestand en alle fi lms.
PER UPLOADMARK.
Zoek alle afbeeldingen die zijn geselecteerd voor uploaden naar een specifi eke bestemming.
3
Selecteer een zoekcriterium. Alleen foto’s die overeenkomen met de zoekvoorwaarde worden weergegeven. Wilt u de geselecteerde foto´s wissen, beveiligen of in een diavoorstelling afspelen, druk dan op
MENU/OK
en selecteer een van de opties rechts.
4
Selecteer
ZOEKEN BEINDIGD
om het zoeken te beëindigen .
A
WISSEN
D
BEVEILIGEN
I
DIAVOORSTELLING
63
64
Maak boeken van uw favoriete foto’s.
1
Selecteer
NIEUW BOEK
voor m
FOTOBOEK
HULP
in het weergavemenu (
P
80) en kies uit de volgende opties:
•
SELECTIE ALLES
: Kies uit alle beschikbare foto’s.
•
SEL. OP AFB. ZOEKEN
: Kies uit foto’s die overeenkomen met de geselecteerde zoekcriteria
( P 63).
R
Foto’s die kleiner zijn dan a
en fi lms kunnen niet voor fotoboeken worden geselecteerd.
2
Blader door de beelden en druk op de selectieknop omhoog om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op de selectieknop omlaag om het huidige beeld op de omslag weer te geven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten wanneer het boek is voltooid.
R
De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto. Druk op de selectieknop omlaag om een andere omslagfoto te selecteren.
3
Selecteer
FOTOBOEK VOLTOOIEN
en druk op
MENU/OK
(kies
ALLES SELECTEREN
om alle foto’s, of alle foto’s die aan de opgegeven zoekcriteria voldoen, voor het boek te selecteren).
Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het menu fotoboekhulp toegevoegd.
Q Fotoboeken kunnen tot 300 foto’s bevatten.
Q
Boeken zonder foto’s worden automatisch verwijderd.
Fotoboekhulp
Markeer een boek in het menu Fotoboekhulp en druk op
MENU/OK
om het boek weer te geven en druk vervolgens op de selectieknop links of rechts om door de foto’s te bladeren.
Geef het fotoboek weer en druk op
MENU/OK
. De volgende opties worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de aanwijzingen op het scherm.
•
BEWERKEN
: Bewerk het fotoboek zoals beschreven in “Een fotoboek maken” (
P
64).
•
WISSEN
: Wis het fotoboek.
Fotoboeken kunnen met de meegeleverde MyFinePix Studio-software naar de computer worden gekopieerd (
P
87).
65
66
De functie van de
Fn
-knop kan worden geselecteerd met de optie
F
FUNCTIET
in het opnamemenu ( P 71). De beschikbare opties zijn multi-belichting ( P 53), voorbeeld van scherptediepte ( P 35), gevoeligheid (
P
41), de zelfontspanner (
P
49), afbeeldingsgrootte (
P
69), afbeeldingskwaliteit (
P
69), dynamisch bereik (
P
70), fi lmsimulatie (
P
51), witbalans (
P
39), scherpstelling (
P
72), instellingen op maat (
P
67), video-opname (
P
30), en wisselen tussen RAW/JPEG (
P
59).
R Het menu F
FUNCTIET
kan ook worden weergegeven door de
Fn
-knop ingedrukt te houden.
U kunt 7 persoonlijke camera-instellingen opslaan voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellingen kunnen worden teruggehaald met de optie u
KIES INST. OP MAAT
in het opnamemenu.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
K
BEW/BEW
INST. OP M
te markeren en druk op
MENU/OK
.
P OPNAMESTANDEN
KIES INST. OP MAAT
BEW/BEW INST. OP M
FUNCTIET
DISP. INST. OP MAAT
COMP.RICHTL.
ADAPT. INSTEL.
OPNAME ZONDER LENS
VERLATEN
2
Markeer de geheugenbank met de aangepaste instellingen en druk op
MENU/OK
om te selecteren. Pas het volgende desgewenst aan en druk op
DISP/BACK
wanneer de aanpassingen zijn voltooid: N
ISO
, U
DY-
NAMISCH BEREIK
,
P
FILMSIMULATIE
,
D
WITBALANS
, f
KLEUR
, q
SCHERPTE
, r
HIGHLIGHT TINT
, s
SCHADUWTINT
, en h
RUIS-
ONDERDRUKKING
.
AANGEPAST 1
ACT. INST. OPSL
ISO
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
WITBALANS
KLEUR
VERLATEN
200
AUTO
0
R Om de instellingen in de geselecteerde geheugenbank te vervangen door de huidige camera-instellingen, selecteer
K
ACT. INST. OPSL
en druk op
MENU/OK
.
35mm
UIT
3
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Markeer
OK
en druk op
MENU/OK
.
INST. OP MAAT OPSLAAN
OP MAAT 1 GOED INGESTELD?
OK
ANNULEREN
OK
67
68
Het diafragma kan handmatig worden ingesteld voor het opnemen van video, door een ander diafragma dan
A
in te stellen voor diafragma AE. Pas het diafragma aan voordat de opname begint. Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken. Dit eff ect kan worden versterkt door de afstand tussen het onderwerp en de achtergrond te vergroten.
A
16 11 8 5.6 4 2.8
Q Films die worden opgenomen terwijl het diafragma rood wordt weergegeven, worden niet juist belicht.
Pas voordat u opneemt, de video-instellingen ( P 75), het diafragma ( P 35), en de belichtingscompensatie (
P
47) aan, en selecteer een scherpstelstand (
P
42). Deze instellingen kunnen niet worden gewijzigd tijdens opname.
Q Continue AF wordt gebruikt wanneer
S
is geselecteerd voor de scherpstelstand.
Geluid kan worden opgenomen met externe microfoons. Zie de handleiding van de microfoon voor details; als de microfoonaansluiting een diameter heeft 3,5 mm, gebruik dan een 3,5-naar-2,5 mm adapter.
R
Het rechts getoonde dialoogvenster wordt weergegeven wanneer er een microfoon is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting. Druk op
MENU
/
OK
en selecteer u
MIC/AFSTANDSBED.
> m
MIC
( P 75).
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
SET OVERSLAAN
12m34s
F5.6
ATTENTE
Het opnamemenu kan worden gebruikt om de instellingen aan te passen aan diverse omstandigheden. Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
P OPNAMESTANDEN
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
FILMSIMULATIE BKT
ZELFONTSPANNER
VERLATEN
200
3 :2
F
UIT
N
ISO
Bepaal de gevoeligheid van de camera voor licht (
P
41).
O
BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken foto’s.
((
standaard:
200)
Optie Voor afdrukken tot
Q
3 : 2
Q
Q
1 : 1
((
standaard:
O
3 : 2)
houding van 16 : 9 geschikt is voor weergave op
H
igh
D
efi nition (HD)
Optie Voor afdrukken tot
O
3 : 2
O
16 : 9
O
P
3 : 2
P
16 : 9
P
1 : 1
O
BEELDGROOTTE
wordt niet hersteld als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer een andere opnamestand wordt geselecteerd.
T
BEELDKWALITEIT ((
standaard:
FINE)
Selecteer een bestandsformaat en compressieverhouding. Selecteer
FINE
of
NORMAL
om JPEG-foto's,
RAW
om RAW-foto's, of
FINE
+
RAW
of
NORMAL
+
RAW
om zowel JPEG- als RAW-foto's te maken.
FINE
en
FINE
+
RAW
gebruiken minder JPEG-compressie voor
JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl
NORMAL
en
NORMAL
+
RAW
meer JPEG-compressie gebruiken zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen.
69
70
De menu's gebruiken: Opnamestand
U
DYNAMISCH BEREIK ((
standaard: V
))
Regel het contrast. Kies een lagere waarde om het contrast te verhogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotografeert.
Een hogere waarde vermindert het verlies aan detail in hoge lichten en diepe schaduwen als u contrastrijke onderwerpen fotografeert.
Hogere waarden zijn aanbevolen voor onderwerpen waarin zowel zonlicht als diepe schaduwen voorkomen, voor onderwerpen met hoge contrasten zoals op water refl ecterend zonlicht, helder verlichte herfstbladeren, portretfoto’s met een blauwe lucht als achtergrond en witte voorwerpen of mensen in witte kleren. Let er echter op dat spikkels kunnen verschijnen op foto’s die met hogere waarden zijn gemaakt.
R Als
AUTO
geselecteerd is, worden de sluitertijd en het diafragma weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
R W
200%
is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 400 en hoger,
X
400%
bij gevoeligheden van ISO 800 en hoger.
P
FILMSIMULATIE
Bootst de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten (
P
51).
((
standaard: c
PROVIA/STANDAARD)
X
FILMSIMULATIE BKT
Kies fi lmsoorten voor bracketing van fi lmsimulatie ( P 52).
((
standaard:
UIT)
B
ZELFONTSPANNER
Foto’s maken met de zelfontspanner ( P 49).
D
WITBALANS
Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron ( P 39).
((
standaard:
AUTO)
f
KLEUR
Kleurdichtheid aanpassen.
q
SHERPTE
Contouren verscherpen of verzachten.
r
HIGHLIGHT TINT
Het uiterlijk van de hoge lichten aanpassen.
s
SCHADUWTINT
Het uiterlijk van de schaduwen aanpassen.
((
((
((
((
standaard:
STANDAARD)
standaard: standaard: standaard:
STANDAARD)
STANDAARD)
STANDAARD)
De menu's gebruiken: Opnamestand
h
RUISONDERDRUKKING
Verminder de ruis in foto's die bij hoge gevoeligheden zijn genomen.
K
L BEL. RO
Selecteer
AAN
om spikkels in lange tijdopnamen te verminderen (
P
37).
u
KIES INST. OP MAAT
Opgeslagen instellingen laden met
K
BEW/BEW INST. OP M
.
K
BEW/BEW INST. OP M
Instellingen opslaan ( P 67).
((
standaard:
((
STANDAARD)
standaard:
AAN)
F
FUNCTIET
Kies de functie van de
Fn
-knop ( P 66).
((
standaard: N
v
DISP. INST. OP MAAT
Kies de onderdelen die worden weergegeven in de zoeker en het LCD-scherm ( P gegeven: rasterweergave (u kunt ook het rastertype selecteren, zoals beschreven op pagina 72), virtuele horizon, scherpstelafstand
(automatisch of handmatig), histogram, belichting (sluitertijd, diafragma en gevoeligheid), belichtingscorrectie/belichtingsindicator, lichtmeting, fl itsstand, witbalans, fi lmsimulatie, dynamisch bereik, resterende aantal opnames, beeldformaat en -kwaliteit en batterijniveau. Raadpleeg pagina’s 5–6 voor de locaties van deze elementen in de schermen. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de opties te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
Virtuele horizon
Als u
ELEKTR. WATERPAS
selecteert, wordt de virtuele horizon weergegeven. De camera is recht als de
R
Mogelijk kan de virtuele horizon niet worden weergegeven als de cameralens naar boven of naar beneden wordt gericht.
P
71
72
De menu's gebruiken: Opnamestand
c
COMP.RICHTL.
Selecteer het type raster dat in de Opnamestand beschikbaar is.
F
RAST 9
G
RASTER 24
((
standaard: F
RAST 9)
H
HD-KADEREN
P
Voor compositie met de “derdenregel”.
P
Een raster van vier op zes.
P
Lijst HD-foto’s in met de venster dat aan de boven- en onderkant van het scherm wordt weergegeven.
l
ADAPT. INSTEL.
Pas instellingen aan voor M-mount lenzen aangesloten met een optionele
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
(
P
61).
m
OPNAME ZONDER LENS
Kies of de ontspanknop wel of niet wordt ingeschakeld wanneer er geen lens is bevestigd.
n
MULTI-BELICHTING
Maak een foto die twee belichtingen combineert (
P
53).
((
standaard:
((
((
50mm)
standaard: standaard:
UIT)
UIT)
F
SCHERPSTELLING ((
standaard: t
Selecteer hoe de camera in de scherpstelstand
S
het scherpstelveld selecteert.
• s
: Wanneer de ontspanknop half ingedrukt wordt, detecteert de camera contrastrijke onderwerpen en selecteert hij het scherpstelveld automatisch.
• t
: Kies het scherpstelveld handmatig (
P
44).
De menu's gebruiken: Opnamestand
C
AF-HULPLICHT
Als deze instelling
AAN
staat, gaat de AF-hulpverlichting branden om het automatische scherpstellen te ondersteunen.
((
standaard:
AAN)
R
De AF-hulpverlichting wordt automatisch uitgezet in de stille stand.
Q
Het kan voorkomen dat de camera niet in staat is om scherp te stellen terwijl het AF-hulplicht wordt gebruikt. Als de camera niet in staat is om scherp te stellen in de macrostand, vergroot dan de afstand tot het onderwerp en probeer het opnieuw.
Q
Schijn met het AF-hulplicht niet recht in de ogen van het onderwerp.
k
MODUS AE/AF-VERG.
((
standaard:
AE/AF-VERG B INDR)
Als
AE/AF-VERG B INDR
is geselecteerd, blijft de belichting en/of scherpstelling vergrendeld zolang de knop
AE-L/AF-L
is ingedrukt. Als
AE/AF-VERG AAN/UIT
is geselecteerd, blijft de belichting en/of scherpstelling vergrendeld zolang de knop
AE-L/AF-L
is ingedrukt en ze blijven vergrendeld tot de knop nog een keer wordt ingedrukt.
((
standaard:
ENKEL AE-VERG.)
v
KNOP AE/AF-VERGR.
Kies de functie die de
AE-L/AF-L
-knop vervult ( P 45).
m
AUTO ROT. WEERG.
Selecteer
AAN
om “staande” (portret) foto’s tijdens het afspelen automatisch te draaien.
((
standaard:
AAN)
L
IS MODE ((
standaard: l
CONTINU)
Verminder wazigheid. Deze optie is enkel beschikbaar met lenzen die beeldstabilisatie ondersteunen.
• l : Beeldstabilisatie aan.
• m
: Beeldstabilisatie wordt enkel ingeschakeld als de ontspanknop half wordt ingedrukt of wanneer de sluiter wordt geopend.
•
UIT
: Beeldstabilisatie uit; x
verschijnt in het scherm (
P
5). Aanbevolen wanneer u een statief gebruikt.
73
74
De menu's gebruiken: Opnamestand p
FLITSERFUNCTIE
Kies een fl itserfunctie voor optionele fl itsers (
P
27).
I
FLITSLICHT ((
standaard:
±0)
Pas de helderheid van de fl itser aan. Kies uit waarden tussen +2 / 3 EV en –2 / 3 EV. Let op dat afhankelijk van de opnameomstandigheden en de afstand tot het onderwerp, het gewenste resultaat mogelijk niet kan worden verkregen.
((
standaard:
UIT)
B
VERWIJDER R. OGEN
Selecteer
AAN
om het door het fl itslicht veroorzaakte rode-ogeneff ect tegen te gaan.
R
Rode-ogen-verwijdering wordt alleen uitgevoerd wanneer een gezicht wordt gedetecteerd.
R Rode-ogen-verwijdering is niet beschikbaar voor RAW-bestanden.
n
BEWAAR ORIGINEEL
Selecteer
AAN
om onbewerkte kopieën op te slaan van foto's die met B
VERWIJDER R. OGEN
zijn gemaakt.
((
standaard:
UIT)
De menu's gebruiken: Opnamestand
De volgende opties zijn beschikbaar in de fi lmmodus ( P 30).
W
FILMMODUS
Selecteer een beeldformaat voor video-opname.
• i : Volledig HD
• h
: HD
P
FILMSIMULATIE
Bootst de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten (
P
51).
D
WITBALANS
Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron ( P 39).
((
standaard: i
1920×1080)
((
standaard: c
PROVIA/STANDAARD)
((
standaard:
AUTO)
t
MIC-NIVEAU-INSTEL
Pas het opnameniveau van de microfoon aan.
((
standaard:
3)
u
MIC/AFSTANDSBED.
((
standaard: m
MIC)
Geef aan of het apparaat dat is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting een microfoon is of een afstandsontspanner ( P 38, 68).
v
DISP. INST. OP MAAT
Kies de onderdelen die worden weergegeven in de zoeker en het LCD-scherm ( P 71).
L
IS MODE
Verminder wazigheid. Deze optie is enkel beschikbaar met lenzen die afbeeldingsstabilisatie ondersteunen.
((
standaard: l
CONTINU)
75
76
Druk in de afspeelstand op een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna
AFSPEELMENU
RAW-CONVERSIE
WISSEN
BEELDUITSNEDE
NIEUW FORMAAT
BEVEILIGEN
FOTO DRAAIEN
VERWIJDER R. OGEN
VERLATEN
j
RAW-CONVERSIE
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken ( P 60).
A
WISSEN
Alle of geselecteerde foto's wissen.
•
ENKELE FOTO
: Druk op de keuzeschakelaar links of rechts om door de foto’s te bladeren en druk op
MENU/OK
om de huidige foto te wissen (er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven).
•
GEKOZEN VELDEN
: Markeer foto’s en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
als de bewerking is voltooid om een bevestigingsvenster weer te geven, markeer dan
OK
en druk op
MENU/OK
.
•
ALLE FOTO'S
: Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
om alle onbeveiligde foto’s te wissen.
De menu's gebruiken: Afspeelstand
G
BEELDUITSNEDE
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer
G
BEELDUITSNEDE
in het afspeelmenu.
3
Gebruik de knoppen k
en n
om in of uit te zoomen en druk op de keuzeknop omhoog, omlaag, links of rechts om de foto verschuiven, totdat het gewenste gedeelte wordt weergegeven.
4
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
5
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede op te slaan in een afzonderlijk bestand.
R
Grotere beelduitsneden produceren grotere kopieën; alle kopieën hebben een beeldverhouding van 3 : 2. Als het formaat van de uiteindelijke kopie a zal zijn, wordt
OK
geel weergegeven.
e
NIEUW FORMAAT
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer e
NIEUW FORMAAT
in het afspeelmenu.
3
Markeer een formaat en druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
4
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede in een afzonderlijk bestand op te slaan.
R De beschikbare formaten zijn afhankelijk van het formaat van het origineel.
77
78
De menu's gebruiken: Afspeelstand
D
BEVEILIGEN
Beveilig foto's tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de volgende opties en druk op
MENU/OK
.
•
FOTO
: Beveilig geselecteerde foto's. Druk op de selectieknop links of rechts om foto’s te bekijken en druk op
MENU/OK
om foto’s te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
wanneer de bewerking is voltooid.
•
BEVEILIG ALLES
: Beveilig alle foto's.
•
ALLES RESETTEN
: Verwijder de beveiliging van alle foto's.
Q
Beveiligde foto's worden gewist wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd (
P
86).
C
FOTO DRAAIEN
Foto’s roteren.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer C
FOTO DRAAIEN
in het afspeelmenu.
3
Druk op de selectieknop omlaag om de foto 90° met de klok mee te draaien; omhoog om de foto 90° tegen de klok in te draaien.
4
Druk op
MENU/OK
. Nu wordt de foto automatisch weergegeven in de geselecteerde richting, telkens wanneer deze op de camera wordt afgespeeld.
R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging voordat u foto's draait.
R
De camera is mogelijk niet in staat om foto’s te draaien die met andere camera’s zijn gemaakt. Foto’s die zijn gedraaid op de camera zullen niet zijn gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere camera’s.
R
Foto's vastgelegd met m
AUTO ROT. WEERG.
worden automatisch weergegeven in de juiste stand bij het afspelen (
P
73).
De menu's gebruiken: Afspeelstand
B
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de camera geanalyseerd, als er rode ogen worden waargenomen, ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer B
VERWIJDER R. OGEN
in het afspeelmenu.
3
Druk op
MENU/OK
.
R
Rode ogen worden niet verwijderd wanneer de camera geen gezicht kan detecteren of wanneer het gezicht en profi l werd gefotografeerd. De resultaten kunnen verschillen afhankelijk van de scène. Rode ogen kunnen niet worden verwijderd van foto’s waarop rode-ogenverwijdering al eerder is toegepast noch van foto’s die met andere camera’s zijn gemaakt.
R De hoeveelheid tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal gedetecteerde gezichten.
R
Kopieën die werden gemaakt met
B
VERWIJDER R. OGEN
worden tijdens het afspelen voorzien van een e
-pictogram.
R Rode-ogen-verwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldingen.
I
DIAVOORSTELLING
Bekijk foto's in een automatische diavoorstelling. Kies het type diavoorstelling en druk op
MENU/OK
om deze te starten. U kunt op ieder moment tijdens de voorstelling op
DISP/BACK
drukken om een helpscherm weer te geven. De diavoorstelling kan op elk gewenst moment worden beëindigd door op
MENU/OK
te drukken.
Druk op de selectieknop links of rechts om een beeld voor- of achteruit te gaan. Selecteer
FADE-IN
om overgangen tussen foto's weer te geven.
NORMAAL
g
FADE-IN
g
Zoals hierboven, behalve dat de camera automatisch inzoomt op gezichten.
MULTI BEELD
Om meerdere foto’s tegelijk weer te geven.
R
De camera wordt tijdens diavoorstellingen niet automatisch uitgeschakeld.
79
80
De menu's gebruiken: Afspeelstand
Maak boeken van uw favoriete foto’s ( P 64).
j
MARK. VOOR OPL.
Selecteer foto's voor upload naar YouTube of Facebook met MyFinePix Studio (alleen Windows).
1
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
. Selecteer
YouTube
om fi lms te kiezen om te uploaden naar YouTube,
om foto's en fi lms te kiezen om naar Facebook te uploaden.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om foto’s weer te geven en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer alle gewenste foto's zijn geselecteerd.
R Voor YouTube kunnen alleen fi lms worden geselecteerd.
R
Tijdens het afspelen zijn de geselecteerde afbeeldingen gemarkeerd met j
YouTube
- of j
-aanduidingen.
R Kies
ALLES RESETTEN
om alle foto’s te deselecteren. Als het aantal betreff ende foto’s erg groot is, kan het enige tijd duren voor de bewerking is voltooid. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten voordat de bewerking is voltooid.
Geselecteerde foto’s kunnen worden geüpload met de optie
YouTube/Facebook
Upload
in MyFinePix Studio. Voor informatie over het installeren van MyFinePix
Selecteer met de camera
computer bekijken” ( P 87).).
Uploaden vanaf de computer
b
EEN FOTO ZOEKEN
Zoek naar foto's (
P
63).
De menu's gebruiken: Afspeelstand
K
OPDRACHT (DPOF)
Selecteer foto's om af te drukken op DPOF- en PictBridge-compatibele apparaten ( P 95).
J
BEELDVERHOUDING
Kies hoe
H
igh
D
efi nition (HD) apparaten foto’s weergeven met een beeldverhouding van
3 : 2 (deze optie is alleen beschikbaar wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten). Selecteer
16 : 9 om de afbeelding schermvullend weer te geven, waarbij de boven- en onderzijde zijn bijgesneden, 3 : 2 om het gehele beeld weer te geven met zwarte randen aan elke zijde.
3 : 2
16 : 9
I
AFSPEEL VOLUME
Om het volume van het geluid voor het afspelen van fi lms in te stellen.
((
standaard:
7)
81
82
1
Geef het instellingenmenu weer.
1.1
Druk op
MENU/OK
om het menu voor de huidige stand weer te geven.
1.2
Druk op de selectieknop links om de tab voor het huidige menu te markeren.
1.3
Druk op de keuzeschakelaar omlaag om Z te markeren.
INSTELLINGEN
DATUM/TIJD
TIJDVERSCHIL
NEDERLANDS
RESET
STILLE STAND
NUMMERING
SCHERPSTELRING
VERLATEN
UIT
CONT.
Tab
1.4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het instellingenmenu te plaatsen.
2
Pas de instellingen aan.
Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
Het instellingenmenu
F
DATUM/TIJD
Stel de cameraklok in (
P
16).
N
TIJDVERSCHIL ((
standaard: h
))
Gebruik deze functie tijdens het reizen om de klok van de camera op een eenvoudige manier in te stellen op de plaatselijke tijd van uw bestemming zonder de tijd van thuis te verliezen. Voer het verschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in:
1
Markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
.
2
Gebruik de selectieknop om het tijdsverschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in te stellen. Druk op
MENU/
OK
als de instellingen zijn voltooid.
Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
. Selecteer h
THUIS
om de klok van de camera in te stellen op de tijd van uw eigen tijdzone. Als g
LOKAAL
is geselecteerd, wordt g
drie seconden weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld.
Kies een taal ( P 16).
R
RESET
Reset alle instellingen met uitzondering van
F
DATUM/TIJD
,
N
TIJDVERSCHIL
en
O
SCHERMKLEUR
naar de standaardwaarden.
Druk op de selectieknop rechts om een bevestigingsvenster weer te geven, markeer vervolgens
OK
en druk op
MENU/OK
.
o
STILLE STAND ((
standaard:
UIT)
Selecteer
AAN
om de luidspreker, fl itser, en verlichting uit te schakelen in situaties waar geluid en verlichting misschien niet wenselijk is (let erop dat de stille stand niet kan worden in- of uitgeschakeld tijdens het afspelen van een video). De stille stand kan ook worden in- of uitgeschakeld met de knoppen
DISP/BACK
zoals beschreven op pagina 4.
83
84
Het instellingenmenu
B
NUMMERING
Nieuwe foto’s worden opgeslagen in beeldbestanden waarvan de bestandsnamen beginnen met een viercijferig bestandsnummer dat wordt toegewezen door telkens een nummer aan het laatst gebruikte bestandsnummer toe te voegen. Het bestandsnummer wordt tijdens het afspelen weergegeven, zoals rechts aangeduid.
B
NUM-
MERING
regelt of de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of de huidige geheugenkaart is geformatteerd.
((
standaard:
Framenummer
Mapnummer
CONTINU)
100-0001
Bestandsnummer
De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestandsnummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, om het even welke het hoogst is. Selecteer deze optie om het aantal bestanden met dubbele bestandsnamen te verminderen.
De nummering wordt teruggezet op 0001 als een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of het geheugen is geformatteerd.
R
Wanneer het framenummer de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ontspanknop geblokkeerd (
P
110).
R R
RESET
( P 83) stelt B
NUMMERING
in op
CONTINU
zonder de bestandsnummering opnieuw in te stellen.
R
De framenummers van foto’s die met andere camera’s zijn genomen, zijn meestal niet dezelfde.
I
SCHERPSTELRING
Kies de richting waarin de scherpstelring moet worden gedraaid om de scherpstelafstand te veranderen.
((
standaard:
X
NAAR RECHTS)
J
EVF/LCD-HELDERHD
Om de helderheid van de schermen in te stellen.
((
standaard:
0)
H
SNELST ((
standaard:
Selecteer
AAN
om de benodigde tijd voor het herstarten van de camera te verminderen nadat deze werd uitgeschakeld ( P 15).
UIT)
Het instellingenmenu
M
UITSCHAKELEN ((
standaard:
2 MIN)
Kies de tijdsduur alvorens de camera automatisch uitschakelt wanneer er geen bewerkingen worden uitgevoerd. Kortere tijden verminderen de belasting op de batterij; als
UIT
is geselecteerd, moet de camera handmatig worden uitgeschakeld. Let op dat in sommige gevallen de camera automatisch uitschakelt, zelfs wanneer
UIT
is geselecteerd.
G
BEDIENING VOL.
((
standaard: c
))
Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de camerabesturingen worden bediend. Kies e
UIT
(gedempt) om de bedieningsgeluiden uit te schakelen.
A
WEERGAVE ((
standaard:
1,5 SEC)
Kies hoe lang foto's moeten worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt. De kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke foto en er kan “beeldruis” (spikkels) optreden bij hogere gevoeligheden.
De foto’s worden getoond totdat de knop
MENU/OK
of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk op het midden van de instelknop om in te zoomen op het actieve scherpstelpunt, druk opnieuw om het zoomen te annuleren.
De foto’s worden weergegeven gedurende drie seconden (
3 SEC
) of anderhalve seconde (
1,5 SEC
) of tot de ontspanknop half wordt ingedrukt.
De foto's worden na het fotograferen niet weergegeven.
V
SENSORREINIGING
Verwijder stof van de camerabeeldsensor.
•
OK
: Reinig onmiddellijk de sensor ( P ix).
•
WANNEER INGESCHAKELD
: Indien deze optie is geselecteerd, zal de reiniging van de sensor worden uitgevoerd wanneer de camera wordt aangeschakeld.
•
WANNEER UITGESCHAKELD
: Indien deze optie is geselecteerd, zal de reiniging van de sensor worden uitgevoerd wanneer de camera is uitgeschakeld (de reiniging van de sensor wordt echter niet uitgevoerd wanneer de camera wordt uitgeschakeld in weergavestand).
R Stof dat niet kan worden verwijderd met behulp van sensorreiniging, kan handmatig worden verwijderd (
P
104).
85
86
Het instellingenmenu
J
KLEURR
Selecteer het kleurbereik dat beschikbaar is voor kleurreproductie.
((
standaard:
sRGB)
Aanbevolen voor de meeste situaties.
Voor commercieel drukwerk.
c
UITLEG TONEN
Kies of er knopinfo wordt weergegeven wanneer de instellingen voor macro- en stille stand worden aangepast.
M
EENHEDEN AF-SCHAAL
Kies de eenheden die bij de indicator voor de scherpstelafstand moeten worden gebruikt (
P
42).
O
SCHERMKLEUR
Om een kleurschema te selecteren.
((
((
standaard: standaard:
METERS)
K
FORMATTEREN
Selecteer
OK
om de geheugenkaart te formatteren.
Q Alle gegevens —inclusief beveiligde foto´s— die in het interne geheugen of op de geheugenkaart staan, worden permanent gewist. Vergeet niet belangrijke foto’s eerst naar een computer of ander opslagapparaat te kopiëren.
Q Tijdens het formatteren mag het batterijcompartiment niet worden geopend.
AAN)
De meegeleverde software kan worden gebruikt om uw foto’s naar een computer te kopiëren, zodat u de foto’s kunt bewaren, bekijken, organiseren en afdrukken. Installeer de software volgens de onderstaande aanwijzingen voordat u verder gaat.
Sluit de camera
NIET
aan op de computer voordat de installatie is voltooid.
1
Controleer of de computer voldoet aan de volgende systeemvereisten:
)) ))
))
Beeldscherm
1024 × 768 pixels of meer met 24-bit kleuren of hoger
• Ingebouwde USB-poort aanbevolen. Met andere USB-poorten kan de werking niet worden gegarandeerd.
• .NET Framework 3.5 Service Pack 1 vereist bij het uploaden van afbeeldingen of bij het gebruik van
Map Viewer.
• Internetaansluiting (breedband aanbevolen) vereist voor het installeren van .NET Framework (indien noodzakelijk), voor het gebruik van de automatisch updatefunctie en bij het uitvoeren van taken zoals het online delen van foto’s of via e-mail.
1 Andere versies van Windows worden niet ondersteund. Alleen vooraf geïnstalleerde besturingssystemen worden ondersteund; op zelfgebouwde computers en op computers waarop oudere versies van Windows zijn geüpgrade kan de werking niet worden gegarandeerd.
2 Aanbevolen bij het weergeven van HD-fi lms.
2
Start de computer op. Meldt u op de computer aan als gebruiker met beheerdersrechten voordat u verder gaat.
87
88
Foto’s op een computer bekijken
3
Sluit alle actieve toepassingen af en plaats de installatie-cd in een cd-romstation.
Klik op
SETUP.EXE
als het dialoogvenster automatisch afspelen wordt weergegeven. Vervolgens wordt het dialoogvenster “Gebruikersaccountbeheer” weergegeven; klik op
Ja
(Windows 7) of op
Toestaan
(Windows Vista).
Het installatieprogramma wordt automatisch opgestart; klik op
Install MyFinePix Studio
(MyFinePix
Studio installeren) en volg de instructies op het scherm om MyFinePix Studio en RAW FILE CONVERTER te installeren.
Als het installatieprogramma niet automatisch opstart, selecteert u
Computer
of
Deze computer
in het menu
Start
. Vervolgens dubbelklikt u op het pictogram
FINEPIX
CD om het venster FINEPIX CD te openen en dubbelklikt u op
setup
of
SETUP.EXE
.
4
Indien u wordt gevraagd Windows Media Player of DirectX te installeren, volg dan de aanwijzingen op het scherm op om de installatie te voltooien.
5
Verwijder de installatie-cd uit het cd-romstation zodra de installatie is voltooid. Bewaar de installatie-cd op een droge plaats die niet blootstaat aan direct zonlicht voor het geval u de software later opnieuw moet installeren.
Hiermee is de installatie voltooid. Ga verder met “De camera aansluiten” (
P
91).
Foto’s op een computer bekijken
1
Controleer of de computer voldoet aan de volgende systeemvereisten:
PowerPC of Intel (Core 2 Duo of hoger)
*
Vooraf geïnstalleerde versies van Mac OS X versie 10.5–10.6 (bezoek voor meer informatie
http://www.fujifilm.
com/support/digital_cameras/compatibility/
). Mac OS X versie 10.7 en hoger wordt niet ondersteund.
Geheugenvereisten
256 MB of meer (1 GB of meer) *
Voor de installatie is minimaal 200 MB vereist plus 400 MB tijdens het gebruik van FinePixViewer
Beeldscherm
800 × 600 pixels of hoger met duizenden kleuren of hoger
Ingebouwde USB-poort aanbevolen. Met andere USB-poorten kan de werking niet worden gegarandeerd.
* Aanbevolen bij het weergeven van HD-fi lms.
2
Plaats, na het opstarten van de computer en het afsluiten van alle toepassingen, de installatie-cd in een cd-romstation en dubbelklik op
Installer for Mac OS X
(Installatie voor Mac OS X).
3
Er verschijnt een installatiescherm; klik op
Installing FinePixViewer
(FinePixViewer installeren) om het installatieproces te starten. Voer desgevraagd de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder in en klik op
OK
en volg de aanwijzingen op het scherm om FinePixViewer te installeren. Klik op
Verlaten
om het installatieprogramma af te sluiten nadat de installatie is voltooid.
RAW-afbeeldingen bekijken
De software RAW FILE CONVERTER is nodig om RAW-afbeeldingen te bekijken op een computer. Om RAW FILE
CONVERTER te installeren, dubbelklik op
SILKYRFCEXInstaller
. RAW FILE CONVERTER wordt ondersteund op
Mac OS X versies 10.5 tot 10.7.
4
Neem de installatie-cd uit het cd-romstation. Let op dat de cd mogelijk niet kan worden verwijderd wanneer Safari actief is; sluit Safari zo nodig af om de cd te verwijderen. Bewaar de installatie-cd op een droge plaats die niet blootstaat aan direct zonlicht voor het geval u de software later opnieuw moet installeren.
89
90
Foto’s op een computer bekijken
5
Mac OS X 10.5 of lager
: Open de map “Programma’s”, start Fotolader en selecteer
Voorkeuren…
uit het toepassingsmenu voor Fotolader. Het voorkeurenvenster van Fotolader wordt weergegeven; kies
Andere…
in het menu
Open bij aansluiting camera
, selecteer vervolgens
FPVBridge
in de map
“Programma’s/FinePixViewer” en klik op
Open
. Sluit Fotolader af.
Mac OS X 10.6
: Sluit de camera aan en schakel deze in. Open de map “Programma’s” en start Fotolader. De camera wordt bij
APPARATEN
geplaatst; selecteer de camera en kies
FPVBridge
uit het menu
Open bij aansluiting camera
en klik op
Kies
. Sluit Fotolader af.
Hiermee is de installatie voltooid. Ga verder met “De camera aansluiten” ( P 91).
Foto’s op een computer bekijken
1
Zoek een geheugenkaart met foto's die u naar de computer wilt kopiëren en plaats de kaart in de camera (
P
11).
R
Wanneer de software de eerste keer wordt gestart, hebben Windows-gebruikers mogelijk de Windows-cd nodig.
Q Spanningsverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe of volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit.
2
Schakel de camera uit en sluit de meegeleverde USB-kabel aan, zoals afgebeeld. Let op dat de stekkers volledig in de aansluitingen worden gestoken. Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van een USB-hub of toetsenbord.
3
Zet de camera aan. MyFinePix Studio of FinePixViewer start automatisch; volg de instructies op het scherm om foto's naar de computer te kopiëren. Om af te sluiten zonder foto’s te kopiëren, klik op
Cancel
(Annuleren).
Voor meer informatie over de meegeleverde software, start de toepassing en selecteer de betreff ende optie in het menu
Help
.
91
92
Foto’s op een computer bekijken
Q Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal foto’s staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start en bent u mogelijk niet in staat de foto’s te importeren of op te slaan. Gebruik een geheugenkaartlezer om de foto’s te kopiëren.
Q Zorg ervoor dat de computer niet een bericht weergeeft dat het kopiëren in uitvoering is en dat de indicatorlamp uit is, voordat u de camera uitschakelt of de USB-kabel loskoppelt (als het aantal te kopiëren foto's erg groot is, kan de indicatorlamp blijven branden, nadat het bericht uit het computerscherm is verdwenen). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben.
Q Koppel de camera af voordat u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
Q
Het kan in sommige gevallen voorkomen dat het niet mogelijk is om de op een netwerkserver opgeslagen meegeleverde software op dezelfde wijze te openen als op een zelfstandige computer.
Q Wanneer u gebruik maakt van diensten die een internetverbinding vereisen, draagt de gebruiker alle van toepassing zijnde kosten belast door de telefoonmaatschappij of internetprovider.
Nadat u nagegaan heeft dat de indicatorlamp uitgeschakeld is, schakelt u de camera uit en schakelt u de USB-kabel los.
Maak de installatie van de meegeleverde software alleen ongedaan wanneer u de software opnieuw wilt installeren of niet langer gebruikt. Sluit de software af, koppel de camera af en sleep de map “FinePixViewer” uit “Programma’s” naar de Prullenbak en selecteer
Leeg prullenmand
in het menu
Finder
(Macintosh) of open het bedieningspaneel en gebruik “Programma’s en onderdelen” (Windows 7/Windows Vista) of “Software” (Windows XP) om de installatie van MyFinePix Studio ongedaan te maken. Onder Windows kunnen er diverse dialoogvensters verschijnen; lees de teksten van de dialoogvensters aandachtig voordat u op
OK
klikt.
Als de printer PictBridge ondersteunt, kan de camera rechtstreeks op de printer worden aangesloten en kunnen foto's worden afgedrukt zonder dat deze eerst naar een computer moeten worden gekopieerd. Let op dat afhankelijk van de printer, mogelijk niet alle hieronder beschreven functies worden ondersteund.
1
Sluit de meegeleverde USB-kabel aan zoals afgebeeld en schakel de printer in.
2
Zet de camera aan. t
USB
wordt weergegeven op het scherm, gevolgd door het PictBridgescherm dat hieronder rechts getoond wordt.
USB PICTBRIDGE
TOTAAL: 00000
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u wilt afdrukken.
R
Ga direct door naar Stap 3 om één afdruk van de huidige foto te maken.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Herhaal de stappen 1–2 om meer foto's te selecteren.
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
00 PRINTS
FOTO
OK WIJZIG
R Foto´s die met deze camera werden geformatteerd kunnen vanaf geheugenkaarten worden afgedrukt.
R
Het instellen van het papierformaat, de afdrukkwaliteit en het kiezen van de rand gebeurt via de printer.
PRINT DEZE FOTO'S
TOTAAL: 9 PRINTS
JA AFBREKEN
4
Druk op
MENU/OK
om het afdrukken te starten.
93
94
Foto’s afdrukken via USB
Druk op
DISP/BACK
in het PictBridge-scherm en selecteer
MET DATUM
s
om de opnamedatum op foto's af te drukken (om foto's zonder opnamedatum af te drukken, selecteer
PRINT ZONDER DATUM
). Stel de cameraklok in alvorens foto's te maken om ervoor te zorgen dat de datum correct is. Het afdrukken van de opnamedatum wordt niet door alle printers ondersteund. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de printer voor meer informatie.
Doe het volgende om de printopdracht af te drukken die met K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu ( P 81) werd gemaakt:
1
Druk in het PictBridge-scherm op
DISP/BACK
om het PictBridge-menu te openen.
2
Druk op de selectieknop omhoog op omlaag om u
PRINT DPOF
te markeren.
PICTBRIDGE
MET DATUM
s
PRINT ZONDER DATUM
PRINT DPOF
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
PRINT DPOF OK?
TOTAAL: 9 PRINTS
JA AFBREKEN
4
Druk op
MENU/OK
om het afdrukken te starten.
Tijdens het afdrukken wordt het rechts weergegeven bericht getoond. Druk op
DISP/BACK
om het afdrukken te annuleren voordat alle foto's zijn afgedrukt (afhanke-
BEZIG MET PRINTEN
ANNULEREN
lijk van de printer kan het afdrukken al stoppen voordat de huidige foto is afgedrukt).
Schakel de camera uit en weer aan als het afdrukken wordt onderbroken.
Controleer of het bovenstaande bericht niet wordt weergegeven en schakel de camera uit. Koppel de
USB-kabel af.
Foto’s afdrukken via USB
De optie K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu kan worden gebruikt om een digitale “printopdracht” aan te maken voor PictBridge-compatibele printers of apparaten die DPOF ondersteunen.
DPOF (
D
igital
P
rint
O
rder
F
ormat) is een norm waarmee foto's kunnen worden afgedrukt op basis van “printopdrachten” die op een geheugenkaart zijn opgeslagen. De printopdracht bevat informatie over welke foto’s en in welke aantallen de foto’s moeten worden afgedrukt.
95
96
Foto’s afdrukken via USB
■
MET DATUM
s
/ ZONDER DATUM
Om de DPOF-printopdracht aan te passen, selecteer
K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu en druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
MET DATUM
s
of
ZONDER DATUM
te markeren.
MET DATUM
s
: Druk de opnamedatum af op de foto.
DIAVOORSTELLING
FOTOBOEK HULP
MARK. VOOR OPL.
s
OPDRACHT (DPOF)
BEELDVERHOUDING
AFSPEEL VOLUME
ZONDER DATUM
: Druk foto's af zonder opnamedatum.
3
Herhaal de stappen 1–2 om de printopdracht te voltooien. Druk op
MENU/
OK
om de printopdracht op te slaan wanneer de instellingen zijn voltooid, of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder de printopdracht te veranderen.
4
Het totale aantal afdrukken wordt in het scherm weergegeven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten.
De foto's in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aangeduid met een u .
Druk op
MENU/OK
en volg de onderstaande stappen.
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u aan de printopdracht wilt toevoegen of uit de printopdracht wilt verwijderen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Druk, om een foto uit de printopdracht te verwijderen, op de selectieknop omlaag tot het aantal afdrukken 0 bedraagt.
PRINTOPDRACHT (DPOF)
DPOF: 00001
Totaal aantal afdrukken
Aantal kopieën
01 PRINTS
KIES FOTO GEREED
■
ALLES RESETTEN
Om de huidige printopdracht te annuleren, selecteer
ALLES
RESETTEN
voor K
OPDRACHT
(DPOF)
. Het bevestigingsvenster rechts verschijnt; druk op
MENU/
OK
om alle foto's uit de printopdracht te verwijderen.
RESETTEN ALLE DPOF OK?
OK AFBREKEN
Foto’s afdrukken via USB
R Printopdrachten kunnen maximaal 999 foto’s bevatten.
R
Als er een geheugenkaart met
RESETTEN OK?
een printopdracht is geplaatst die met een andere camera is gemaakt, wordt het rechts aangeduide venster weergegeven.
De printopdracht wordt geannuleerd als er op
MENU/OK
wordt
OK AFBREKEN
gedrukt; er moet een nieuwe printopdracht worden aangemaakt volgens bovenstaande aanwijzingen.
97
Sluit de camera op een TV aan met een HDMI-kabel om foto's aan een groep te tonen (HDMI-kabel apart verkrijgbaar via de detailhandel; let op dat de TV alleen kan worden gebruikt om foto's af te spelen, niet om ze te maken).
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de kabel aan zoals hieronder wordt weergegeven.
Aansluiten op
HDMI-aansluiting
98
Aansluiten op
HDMI-mini-aansluiting
R Let op dat u de stekkers volledig in de aansluitingen steekt.
3
Stem de televisie af op het HDMI-invoerkanaal. Zie voor details de met de televisie meegeleverde documentatie.
4
Zet de camera aan en druk op de a -knop. Het scherm van de camera schakelt uit en foto's en fi lms worden op het televisiescherm afgespeeld. Let op dat de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op het geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan te passen.
R De USB-kabel kan niet worden gebruikt wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten.
R
Sommige televisies tonen mogelijk kort een zwart scherm voordat het afspelen van de fi lm begint.
De camera ondersteunt een grote verscheidenheid aan accessoires van FUJIFILM en andere merken.
De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij FUJIFILM. Informeer bij uw lokale FUJIFILM-vertegenwoordiger naar de meest recente informatie over accessoires die in uw regio leverbaar zijn of ga naar
http:// www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
.
NP-W126
: Extra NP-W126 oplaadbare batterijen met hoge capaciteit kunnen naar behoefte worden bijgekocht.
BC-W126
: Vervangende batterijladers kunnen naar behoefte worden bijgekocht. Bij +20 °C laadt de BC-W126 een
NP-W126 in ongeveer 150 minuten op.
RR-80
: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of de sluiter open houden tijdens langdurige belichting.
99
100
Optionele accessoires
XF18mmF2 R
: F=18 mm, maximum diafragma f/2.
XF35mmF1.4 R
: F=35 mm, maximum diafragma f/1,4.
XF60mmF2.4 R Macro
: F=60 mm, maximum diafragma f/2,4.
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
: Hiermee kan de camera gebruikt worden met een divers aanbod aan lenzen voor de M-mount adapter.
PRF-52
: Beschermfi lter (diameter 52 mm).
PRF-39
: Beschermfi lter (diameter 39 mm).
HG-XE1
: Betreft een verbeterde handgreep.
Optionele accessoires
EF-20
: Deze clip-on externe fl itser (gevoed door twee AA-batterijen) bezit een richtgetal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsersturing. De fl itserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-42
: Deze clip-on fl itser (gevoed door vier AA-batterijen) bezit een richtgetal van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsersturing en automatische powerzoom binnen een bereik van 24–105 mm (equivalent aan 35 mm formaat). De fl itserkop kan 90° naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-X20
: Deze clip-on fl itser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m).
BLC-XE1
: Deze lederen hoes, uitsluitend bedoeld voor gebruik met de X-E1, combineert bruikbaarheid met de luxe van leer. De hoes wordt geleverd met een schouderriem gemaakt van hetzelfde materiaal en een doekje waarmee de camera ingepakt kan worden voordat u deze in de hoes opbergt en in andere situaties. Terwijl de camera in de hoes zit kunt u foto’s maken en batterijen en geheugenkaarten plaatsen of verwijderen.
101
Optionele accessoires
■
Afstandsontspanner sluiter
RR-80 afstandsontspanner
*
Afstandsontspanner
†
■
Printen
X-E1
USB-kabel
(meegeleverd)
PictBridge-compatibele printer
†
SD/SDHC/SDXCgeheugenkaart
†
■
Externe microfoons
■
Fotograferen met fl itser
Externe microfoon
†
EF-20 fl itser met schoenbevestiging
*
EF-42 fl itser met schoenbevestiging
*
EF-X20 fl itser met schoenbevestiging
*
■
Lens
Printer
†
■
Computer-gerelateerd
USB-kabel
(meegeleverd)
102
Computer
†
* Apart verkrijgbaar bij FUJIFILM.
† Apart verkrijgbaar in de detailhandel.
XF18mmF2 R
*
XF35mmF1.4 R
*
XF60mmF2.4 R Macro
*
■
M-mount bevestigingspuntadapter
FUJIFILM M MOUNT ADAPTER
*
■
Audio/video
EF-20 fl itser met schoenbevestiging
*
HDTV
†
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moeten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Neem de batterij en de geheugenkaart uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Bewaar en gebruik de camera niet op plaatsen waar de camera wordt blootgesteld aan, of in contact kan komen met:
• regen, stoom of rook
• vocht of vuil
• direct zonlicht of zeer hoge temperaturen, zoals in een auto op een zonnige dag
• extreme kou
• sterke trillingen
• sterke magnetische velden, zoals een zendmast, hoogspanningskabel, radarstation, motor, transformator of magneet
• vluchtige chemicaliën, zoals pesticiden
• rubber of vinyl
■
Water en zand
Blootstelling aan water en zand kunnen tevens de camera en de interne circuits en mechanismen beschadigen. Vermijd blootstelling van de camera aan water en zand wanneer u de camera meeneemt naar het strand of de kust. Plaats de camera niet op een natte ondergrond.
■
Condensatie
Door plotselinge temperatuurstijgingen, zoals zich voordoen op een koude dag bij binnenkomst in verwarmd gebouw, kan er in de camera condensatie optreden. Als dit gebeurt, schakel de camera uit en wacht minimaal een uur alvorens de camera opnieuw in te schakelen. Als zich condensatie op de geheugenkaart vormt, verwijder de kaart en wacht tot alle condens is verdampt.
Houd de camera in uw handbagage. Ingecheckte bagage kan aan hevige schokken worden blootgesteld waardoor de camera zou kunnen worden beschadigd.
103
104
Meerdere foto's ontsierd door vlekken en plekken op identieke locaties kan duiden op de aanwezigheid van stof op de beeldsensor van de camera. Reinig de sensor met behulp van de optie V
SENSORREINI-
GING
in het instellingenmenu (
P
85); als het probleem zich blijft voordoen, kunt u de sensor handmatig reinigen zoals hieronder wordt beschreven. Let op dat er kosten in rekening worden gebracht bij het repareren of vervangen van de beeldsensor als deze wordt beschadigd tijdens het reinigen.
1
Gebruik een blaaskwast (geen borstel) om stof van de sensor te verwijderen.
Q Gebruik geen borstel of blaaskwast. Anders kan de geheugenkaart worden beschadigd.
2
Controleer of alle stof succesvol werd verwijderd.
R
Herhaal stappen 1 en 2, indien nodig.
3
Vervang de bodydop of lens.
■
Voeding en batterij
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op ( P 10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 11).
• •
De batterij is niet goed geplaatst
: Plaats de batterij nogmaals en in de juiste richting in het compartiment ( P 11).
• •
Het afdekkapje van het batterijcompartiment is niet vergrendeld
: Vergrendel het afdekkapje van het batterijcompartiment ( P 12).
• •
De batterij is koud
: Warm de batterij op in een van uw zakken of op een andere plaats en stop de batterij pas vlak
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
C is als scherpstelstand geselecteerd
: Selecteer een andere focusstand (
P
42).
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
De batterij is leeg
: Laad de batterij op (
P
10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
11).
Plaats de batterij in de juiste richting in de batterijlader en sluit de lader aan op een stopcontact ( P 10).
Het opladen verloopt traag.
Laad de batterij op bij kamertemperatuur (
P
iv).
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
■
Menu’s en schermen
Selecteer
NEDERLANDS
voor L a ( ( P 83).
105
106
Problemen en oplossingen
■
Opname
• •
De geheugenkaart is vol
: Plaats een nieuwe geheugenkaart of maak ruimte door foto's te wissen (
P
11, 26).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 86).
• •
Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek.
• •
De geheugenkaart is beschadigd
: Plaats een nieuwe geheugenkaart ( P 11).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op (
P
10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
11).
• •
De camera werd automatisch uitgeschakeld
: Zet de camera aan ( P 15).
• •
De indicatorlamp was oranje toen u een panoramafoto probeerde te maken
: Wacht tot de indicatorlamp uitschakelt (
P
3).
• •
Het onderwerp bevindt zich te dicht bij de camera
: Selecteer macrostand (
P
29).
• •
Het onderwerp is te ver van de camera verwijderd
: Annuleer macrostand ( P 29).
• •
Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling
: Gebruik scherpstelvergrendeling (
P
45) of handmatige scherpstelling ( P 42).
• •
De fl itser kan niet worden gebruikt bij de huidige instellingen
: Zie de lijst met instellingen die met de fl itser kunnen worden gebruikt ( P 121).
• •
De fl itser is omlaag
: Zet de fl itser omhoog (
P
27.)
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op ( P 10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 11).
• •
De camera staat in stand bracketing of continu
: Selecteer de enkele-fotostand (
P
52, 54).
• •
De camera bevindt zich in de stille stand
: Schakel de stille stand uit ( P 4).
De camera bevindt zich in de stille stand. Schakel de stille stand uit ( P 4).
■
Afspelen
Problemen en oplossingen
• •
Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de fl itser
: Plaats het onderwerp binnen het bereik van de fl itser
(( P 115).
• •
Het venster van de fl itser wordt bedekt
: Houd de camera op de juiste wijze vast (
P
21).
• •
De sluitertijd is korter dan // 180
: Selecteer een langere sluitertijd ( P 28, 34, 36).
• •
De lens is vuil
: Maak de lens schoon ( P ix).
• •
De lens wordt geblokkeerd
: Houd voorwerpen uit de buurt van de lens.
• • s
verschijnt tijdens het fotograferen en het scherpstelframe wordt rood
: Controleer de scherpstelling voordat u de opname maakt (
P
22).
• • k
verschijnt tijdens het fotograferen
: Gebruik de fl itser of plaats de camera op een statief ( P 27).
• •
De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog
: Dit is normaal en duidt niet op een defect.
• •
De camera werd lange tijd gebruikt bij hoge temperaturen of er wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven
: :
De foto’s zijn gemaakt met de functie
O
NIEUW FORMAAT
of met een camera van een ander merk of model.
• •
Het afspeelvolume is te laag
: Pas het afspeelvolume aan ( P 81).
• •
De microfoon was bedekt
: Houd de camera tijdens het opnemen op de juiste wijze vast (
P
2, 30).
• •
De luidspreker wordt bedekt
: Houd de camera tijdens het afspelen op de juiste wijze vast ( P 2, 31).
• •
De camera bevindt zich in de stille stand
: Schakel de stille stand uit (
P
4).
aangebracht ( P 78).
voordat u het afdekkapje van het batterijcompartiment opent ( P 11, 15).
107
108
Problemen en oplossingen
■
Aansluitingen/Diversen
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan (
P
). Merk op dat zodra de camera aan-
• •
Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV”
: Selecteer het kanaal “HDMI”.
• •
Het volume van het televisietoestel is te laag
: Gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume in te
Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten ( P 91).).
Gebruik de meegeleverde software om foto’s over te zetten (
P
87).).
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan (
P
93).).
• •
De printer is uitgeschakeld
: Schakel de printer in.
• •
Tijdelijke storing van de camera
: Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ( P 11, 13).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij op (
P
10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
11).
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw (
P
11, 13). Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het
Schakel de stille stand uit ( P 4).
Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen worden weergegeven.
B
(rood)
A
(knippert rood)
Batterij bijna leeg. Laad de batterij op (
P
10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
11).
Batterij is leeg. Laad de batterij op (
P
10) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
11).
bevindt en bepaal pas daarna de compositie van de foto (
P
45).
• • Gebruik bij het maken van close-ups de macrostand om scherp te stellen ( P 29).
wanneer u foto’s neemt van slecht belichte onderwerpen ( P 27).
De geheugenkaart is verkeerd geformatteerd. Gebruik de camera om de kaart te formatteren (
P
86).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugenkaart werd in een computer of ander apparaat geformatteerd
: :
Formatteer de geheugenkaart met behulp van de optie K
FORMATTEREN
in het instellingenmenu van de camera
((
P
86).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (
P
86). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De geheugenkaart is vergrendeld. Hef de vergrendeling van de kaart op (
P
12).
109
110
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen b
GEHEUGEN VOL
• •
Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 86).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt of de geheugenkaart is beschadigd
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt ( P 86).
• •
Incompatibele geheugenkaart
: Gebruik een compatibele geheugenkaart ( P 14).
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De geheugenkaart is vol en foto's kunnen niet worden vastgelegd. Wis foto’s ( P 26) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is (
P
11).
HOUDT DE DISP-KNOP
• •
Geheugenkaartfout of verbindingsfout
: Plaats de geheugenkaart terug of schakel de camera uit en weer in. Neem
• •
Onvoldoende geheugen om extra foto's op te slaan
: Wis foto’s (
P
26) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is ( P 11).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart (
P
86).
• •
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt
: Het bestand kan niet worden gelezen.
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (
P
86). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De camera heeft het hoogste framenummer (999-9999) bereikt. Formatteer de geheugenkaart en selecteer
RESET
voor de optie
B
NUMMERING.
Maak een foto om de nummering terug te zetten op 100-0001, selecteer vervolgens
CONTINU
voor B
NUMMERING
( ( P 84).
de stille stand af voordat u een fl itserfunctie kiest of het volume aanpast ( P 4).
• •
Een zoekopdracht heeft meer dan 30000 resultaten opgeleverd
Selecteer een zoekopdracht die minder resultaten oplevert.
• •
Er zijn meer dan 999 foto's geselecteerd om te wissen
: Selecteer minder foto's.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
DEZE FOTO IS BEVEILIGD
U hebt geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draaien. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw ( P 78).
UITSNEDE NIET MOGELIJK
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt.
m
NIET MOGELIJK
F
NIET MOGELIJK
DRAAIEN NIET MOGELIJK
De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid.
F
DRAAIEN NIET MOGELIJK
Films kunnen niet worden gedraaid.
F
GEEN DPOF MOGELIJK!
Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt.
(zie de gebruiksaanwijzing van de printer voor details). Druk op
MENU/OK
als het afdrukken niet automatisch wordt hervat.
111
112
Exif Print
: Een norm waarbij samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
HDMI
(
H
igh-
D
efi nition
M
ultimedia
I
nterface): Een interfacenorm voor het verzenden van beelden en geluid die een audiosignaal toevoegt aan de DVI-interface gebruikt om computers op schermen aan te sluiten.
JPEG
(
J
oint
P
hotographic
E
xperts
G
roup): Een gecomprimeerde bestandsindeling voor kleurenbeelden. Hoe hoger de compressieverhouding, des te groter het verlies aan informatie en des te opvallender de lagere kwaliteit wanneer de foto wordt weergegeven.
MOV
: Een indeling van fi lmbestanden (extensie “.mov”) ontwikkeld door Apple, Inc. en weergegeven met QuickTime
Player. Deze indeling is populair op het internet.
Witbalans
: Het menselijke brein past zich automatisch aan veranderingen in de kleur van het licht aan, waardoor voorwerpen die er onder een bepaalde lichtbron wit uitzien er nog steeds wit uitzien wanneer de kleur van de lichtbron wijzigt. Digitale camera's kunnen deze aanpassing nabootsen door beelden te verwerken naargelang de kleur van de lichtbron. Dit proces heet “witbalans”.
Onderstaande tabel toont de maximale opnametijd of het maximale aantal foto’s dat met de verschillende beeldkwaliteiten beschikbaar is. Alle genoemde aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn afhankelijk van het opgenomen onderwerp, waardoor er grote verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan worden opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkmatig afnemen.
T
FINE
T
NORMAL
T
FINE
T
NORMAL
O
3 : 2
O
16 : 9
O
1 : 1
P
3 : 2
P
16 : 9
P
1 : 1
Q
3 : 2
Q
1 : 1
O
(verticaal)
O
(horizontaal)
P
(verticaal)
P (horizontaal)
* Gebruik een G -geheugenkaart of beter. Afzonderlijke fi lms mogen niet langer dan 29 minuten zijn.
113
114
Systeem
Voldoet aan
D
esign Rule for
C
amera
FF
ile System (DCF) , Exif 2.3 en
D
igital
P
rint
O
rder
FF
ormat (DPOF)
• •
Foto's
: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd) ; RAW (originele RAF-indeling, speciale software vereist) ; RAW+JPG beschikbaar
• •
Films
: H.264-norm met stereogeluid (MOV)
• • O
3 : 2
: 4896 × 3264
• •
P
: 3456 × 2304
• • O
16 : 9
: 4896 × 2760
• •
P
: 3456 × 1944
• • Q
3 : 2
: 2496 × 1664 • • Q
16 : 9
: 2496 × 1408
• •
O
panorama
: 2160 × 7680 (verticaal) / 7680 × 1440 (horizontaal)
• • P
panorama
: 2160 × 5120 (verticaal) / 5120 × 1440 (horizontaal)
• • O
1 : 1
: 3264 × 3264
• •
P
: 2304 × 2304
• • Q
1 : 1
: 1664 × 1664
Standaard uitvoergevoeligheid equivalent aan ISO 200 – 6400 in stappen van // EV; AUTO (400), AUTO (800),
256-segmenten
tt
hrough-
tt
he-
ll
ens (TTL) lichtmeting; MULTI, SPOT, INTEGRAAL
Geprogrammeerd AE (met programmawijziging) , sluiter AE, diafragma AE en handmatige belichting
Belichtingscompensatie
–2 EV – +2 EV in stappen van // EV
• •
P -stand
: : // sec. tot //
• •
Bulb
: Max. 60 min.
• •
• •
Tijd
: 30 sec. tot // sec.
Alle andere standen
: 30 sec. tot // sec.
Systeem
Technische gegevens
• •
Stand
: Enkelvoudig of continu AF; handmatig scherpstellen met scherpstelring
• •
Selectie scherpstelveld
: Multi, veld met af-veldkeuze; 49 (7 × 7) velden beschikbaar in de zoeker en de LCD-monitor
• •
Automatisch scherpstelsysteem
: Contrast-detect TTL AF met AF-hulplicht
• •
Type
: Handmatige pop-upfl itser
• •
Handleidingnummer
: Circa 7 (ISO 200, m)
Automatisch, invulfl its, uit, langzaam synchroniseren, achterste gordijn sync., commander (rode ogen verwijderen uit) ; autoverwijderen, achterste gordijn sync. met rode ogen verwijderen, commander (rode ogen verwijderen aan)
In-/uitgangsaansluitingen
i (1920 × 1080)/ h (1280 × 720); 24 bps; stereogeluid; maximumlengte 29 minuten
115
116
Technische gegevens
Voeding/overige
Levensduur van de batterij
Camera-afmetingen
NP-W126 (inbegrepen bij camera)
Opmerking
: Het aantal foto’s dat met een batterij kan worden gemaakt, varieert per batterij en laadniveau en neemt af bij
129,0 mm × 74,9 mm × 38,3 mm ( 30,9 mm met uitzondering van uitstekende delen, gemeten bij het dunste deel ))
Gebruiksomstandigheden
• •
Temperatuur
: 0 °C tot +40 °C • •
Vochtigheid
: 10% – 80% (geen condensvorming)
Technische gegevens
NP-W126 oplaadbare batterij
Afmetingen
(B × H × D)
BC-W126-batterijlader
Ondersteunde batterijen
NP-W126 oplaadbare batterijen
Afmetingen
(B × H × D)
Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren. Labels, menu’s en andere schermen kunnen afwijken van de feitelijke camera.
117
118
Technische gegevens
■
Mededelingen
• De specifi caties kunnen gewijzigd worden zonder voorafgaande melding; bezoek voor de laatste informatie
http:// www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
. FUJIFILM is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van fouten in deze gebruiksaanwijzing.
• Hoewel de zoeker en het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie zijn vervaardigd, kunnen er heldere punten en kleurafwijkingen verschijnen (vooral rondom tekst). Dit is normaal voor LCD-schermen van dit type en duidt niet op een defect; de met de camera genomen foto’s hebben hier geen last van.
• De werking van digitale camera’s kan bij blootstelling aan krachtige radio-interferentie (zoals elektrische velden, statische elektriciteit, lijnruis) worden verstoord.
• Als gevolg van het gebruikte type lens kan er bij de beeldranden enige vervorming optreden. Dit is normaal.
De beschikbare opties in elke opnamestand worden hieronder weergegeven.
PP SS AA M
n r F
F
(macromodus)
I
PP SS AA M
n r F
CC
SS
✔
7
✔ ✔
3
N
ISO
AUTO (6400)
✔
AUTO (3200)
✔
AUTO (1600)
✔
✔ ✔
4
119
Beperkingen op de camera-instellingen
PP SS AA M
n r F
NORMAL+RAW
✔
PP SS AA M
n r F u
KIES INST. OP MAAT
K
BEW/BEW INST. OP M
COMP.RICHTL.
✔
ELEKTR. WATERPAS
✔
U
DYNAMISCH
P
FILMSIMULATIE
v
DISP. INST. OP
LICHTMEETSYSTEEM
✔
FILMSIMULATIE
✔
REST. BEELDJES
✔
ACCUNIVEAU
✔
120
B
ZELFONTSPANNER
f
KLEUR
q
SCHERPTE
r
HIGHLIGHT TINT
s
SCHADUWTINT
h
RUISONDERDRUKKING
K
L BEL. RO
F
SCHERPSTEL-
C
AF-HULPLICHT
L
IS MODE
AUTOMATISCH
✔
PP SS AA M
n r F
✔ ✔
5
B
UIT
✔
7
✔ ✔
7
✔
7
✔ ✔
7
✔ ✔
7
✔ ✔
7
✔
7
✔ ✔
7
✔ ✔
7
I
FLITSLICHT
B
VERWIJDER R. OGEN
W
FILMMODUS
t
MIC-NIVEAU-INSTEL
u
MIC/AFSTANDSBED.
I
SCHERPSTELRING
H
SNELST
J
KLEURR
✔ ✔
6
Beperkingen op de camera-instellingen
1
Ingesteld op
OFF
..
2
Vast ingesteld op o
(multi).
3
Continue AF wordt gebruikt wanneer
SS
is geselecteerd voor
4
Ingesteld op Q ..
5
Scherpstelveld automatisch geselecteerd.
6
Automatisch geoptimaliseerd voor de geselecteerde opname-
7
Beschikbare opties zijn afhankelijk van de afdrukmodus.
121
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
İndir
Reklam