Pentax *ist DL2 Omaniku manuaal
Tangazo
Tangazo
e_kb411_cover_7.fm Page 1 Monday, February 5, 2007 4:14 PM
PENTAX Corporation
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
PENTAX U.K. Limited
PENTAX France S.A.S.
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.co.jp/english)
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
Hotline: 0180 5 736829 / 0180 5 PENTAX
Austria Hotline: 0820 820 255 (http://www.pentax.at)
PENTAX House,
Heron Drive, Langley, Slough, Berks SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk) Hotline: 0870 736 8299
112 Quai de Bezons - BP 204, 95106 Argenteuil Cedex, FRANCE
(http://www.pentax.fr)
Hotline: 0826 103 163 (0,15€ la minute) Fax: 01 30 25 75 76
Email: http://www.pentax.fr/_fr/photo/ contact.php?photo&contact
PENTAX Italia S.r.l.
PENTAX (Schweiz) AG
Via Dione Cassio, 15 20138 Milano, ITALY
(http://www.pentaxitalia.it)
Hotline: + 39-02-509958.1
Widenholzstrasse 1, 8304 Wallisellen,
Postfach 367, 8305 Dietlikon, SWITZERLAND
(http://www.pentax.ch)
PENTAX Scandinavia AB P.O. Box 650, 75127 Uppsala, SWEDEN
(http://www.pentax.se)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
12000 Zuni Street, Suite 100B
Westminster, Colorado 80234, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX Canada Inc.
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7, CANADA
(http://www.pentax.ca)
De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
AP01 40 05/NL Copyright © PENTAX Corporation 2007
FOM 01.02.2007 Printed in Europe
Digitale spiegelreflexcamera
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
e_kb411.book Page 0 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Fijn dat u hebt gekozen voor de PENTAX F digitale camera. Lees dit document voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats; hij kan een waardevol hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera.
Geschikte objectieven
Voor deze camera zijn alle DA, D FA en FA J-objectieven en objectieven met een s -stand
(automatisch) op de diafragmaring geschikt.
Zie pagina 37 en 184 als u een ander objectief of accessoire wilt gebruiken.
Auteursrechten
Met de
F
gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of in het geval van publicatie-elementen. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
• PENTAX en smc PENTAX zijn handelsmerken van PENTAX Corporation.
• Het SD-logo is een handelsmerk.
• Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van hun betreffende eigenaren.
Aan de gebruikers van deze camera
• De kans bestaat dat opgenomen gegevens worden gewist of dat de camera niet naar behoren functioneert bij gebruik in omgevingen met installaties die sterke elektromagnetische straling of magnetische velden opwekken.
• Het paneel met vloeibare kristallen in het LCD is gemaakt met behulp van extreem hogeprecisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
Dit product ondersteunt PRINT Image Matching III. Met digitale fotocamera’s, printers en software die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen fotografen opnamen produceren die hun bedoelingen beter benaderen. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die PRINT Image
Matching III niet ondersteunen.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Meer over PictBridge
Met PictBridge kan de gebruiker de digitale camera rechtstreeks aansluiten op een printer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de universele standaard voor de rechtstreekse uitvoer van opnamen.
Met een paar eenvoudige handelingen kunt u opnamen rechtstreeks vanuit de camera afdrukken.
• De illustraties en het weergavescherm van de LCD-monitor in deze handleiding kunnen afwijken van het feitelijke product.
e_kb411.book Page 1 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
OVER DE CAMERA
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• Houd de SD-geheugenkaart buiten bereik van kleine kinderen om niet het risico te lopen dat de kaart per ongeluk wordt ingeslikt. Mocht de kaart toch worden ingeslikt, ga dan onmiddellijk naar een arts.
• De camerariem om uw nek wikkelen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen de riem niet om hun nek wikkelen.
• Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht beschadiging kunnen oplopen. Kijk niet recht in de zon door een teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot blindheid.
• Bewaar batterijen altijd buiten het bereik van kinderen. Mocht een kind per ongeluk een batterij inslikken, dan moet u onmiddellijk een arts raadplegen.
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder de batterijen of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center.
Verder gebruik van de camera kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
• Schakel tijdens onweer de netvoedingsadapter uit en haal deze uit het stopcontact.
Onweer kan storing in de apparatuur, brand of elektrische schokken veroorzaken.
1
e_kb411.book Page 2 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
2
Pas op
• Probeer nooit de batterijen kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen.
Demonteer de batterijen nooit. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten.
• Laad geen andere batterijen op dan oplaadbare Ni-MH-batterijen. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten. Van de batterijen die in deze camera kunnen worden gebruikt, kunnen alleen de Ni-MH-batterijen worden opgeladen.
• Als de batterijen heet worden of beginnen te roken, moet u deze onmiddellijk uit de camera halen. Pas op dat u zichzelf niet brandt bij het verwijderen van de batterij.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Leg uw vingers of een kledingstuk niet over de flitser wanneer u deze gebruikt.
Uw huid of kleding kan verbranden.
BATTERIJGEBRUIK
• Gebruik alleen de aangegeven batterijen in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van een verschillend merk of type, of oude met nieuwe. Exploderen of brand kan het gevolg zijn.
• De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en –) op de batterijen en in de camera. Onjuist plaatsen van batterijen kan een explosie of brand veroorzaken.
• AA-lithiumbatterijen, AA-alkalinebatterijen en CR-V3-wegwerpbatterijen zijn niet oplaadbaar.
Demonteer de batterijen nooit. Demonteren van batterijen kan explosies en lekkage veroorzaken.
Aandachtspunten tijdens het gebruik
• Neem het document Worldwide Service Network mee dat in het pakket zit.
Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). Opnamen kunnen niet worden gegarandeerd als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz. niet mogelijk is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia
(SD-geheugenkaart) enz.
• Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid.
Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto’s de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Berg de camera niet op een plaats op met conserveermiddelen en chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg deze op een droge en goed geventileerde plaats op.
• Deze camera is niet waterdicht en dient niet te worden gebruikt in de regen of op plaatsen waar de camera nat zou kunnen worden.
e_kb411.book Page 3 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0° tot 40° C (32°F tot 104°F).
• Het LCD kan zwart worden bij hoge temperaturen, maar wordt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van het LCD kan traag worden bij lage temperaturen.
Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal deze er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komt, veeg deze dan droog.
• Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (p.30) voor meer informatie over de SD-geheugenkaart.
• Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een lenskwastje.
Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Druk niet met kracht op de LCD-monitor. De kans bestaat dat de monitor hierdoor breekt of niet meer naar behoren functioneert.
3
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde CD-ROM of op de website van PENTAX. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Zie de bedieningshandleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/PENTAX PHOTO Laboratory 2.1 voor meer informatie (Windows-gebruikers: p.10, Mac OS-gebruikers: p.12) voor meer informatie.
4 e_kb411.book Page 4 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Inhoudstafel
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA .................................................1
OVER DE CAMERA .............................................................................1
BATTERIJGEBRUIK.............................................................................2
Aandachtspunten tijdens het gebruik....................................................2
Inhoudstafel ..........................................................................................4
Samenstelling van de handleiding ........................................................9
Voor u de camera gaat gebruiken 11
F Kenmerken van de camera....................................... 12
De inhoud van het pakket controleren....................................... 13
De verschillende onderdelen ...................................................... 14
Camera ...............................................................................................14
Indicaties op de LCD-monitor .............................................................16
Indicaties in de zoeker ........................................................................20
Indicaties op het LCD-display .............................................................22
Voorbereidingen 23
Draagriem bevestigen ................................................................. 24
Batterijen plaatsen ....................................................................... 25
Batterijen.............................................................................................26
Indicatie batterijniveau ........................................................................27
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en Weergavetijd (nieuwe batterijen) ...................................................27
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel).................................28
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen ................................. 29
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau .....................................................31
De camera aan- en uitzetten ....................................................... 32
Standaardinstellingen ................................................................. 33
De weergavetaal instellen...................................................................33
Datum en tijd instellen ........................................................................35
Het objectief bevestigen.............................................................. 37
De zoekerdioptrie aanpassen ..................................................... 39
e_kb411.book Page 5 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Basisbediening 41
Basishandelingen bij opnamen .................................................. 42
De camera vasthouden.......................................................................42
De camera de optimale instellingen laten bepalen .............................43
De juiste opnamefunctie selecteren........................................... 47
De opnamescène selecteren ..............................................................48
Het zoomobjectief gebruiken ...................................................... 50
Ingebouwde flitser gebruiken ..................................................... 51
Andere opnamefuncties .............................................................. 55
Continuopnamen ................................................................................55
Opnamen met de zelfontspanner .......................................................57
Opnamen via de afstandsbediening
(Afstandsbediening F: afzonderlijk verkrijgbaar).................................61
Gebruik van de functie Spiegel omhoog om bewegingen van de camera te voorkomen .............................................................64
Foto’s weergeven......................................................................... 65
Opnamen weergeven .........................................................................65
Vergrote weergave Opnamen.............................................................67
Weergave van negen opnamen tegelijk .............................................68
Diavoorstelling ....................................................................................70
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ........................................................ 72
Opnamen verwerken met filters ................................................. 73
Opnamen wissen ......................................................................... 75
Eén opname wissen ...........................................................................75
Alle opnamen wissen..........................................................................76
Geselecteerde opnamen wissen
(uit de weergave met negen opnamen) ..............................................77
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen).................................79
Afdrukservice instellen (DPOF) .................................................. 81
Afzonderlijke opnamen afdrukken ......................................................81
Instellingen voor alle opnamen ...........................................................82
Afdrukken met PictBridge ........................................................... 84
Instellen van [Transfer functie]............................................................85
De camera op de printer aansluiten....................................................86
Afzonderlijke opnamen afdrukken ......................................................87
Alle opnamen afdrukken .....................................................................89
Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen ...............90
De kabel losmaken van de printer ......................................................91
5
6 e_kb411.book Page 6 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Menu-referentie 93
De knopfuncties gebruiken ......................................................... 94
Opnamestand .....................................................................................94
Weergavestand...................................................................................96
Het menu gebruiken .................................................................... 98
Bediening van het menu .....................................................................98
[ A Opname] Onderdelen van menu ................................................100
[ Q Weergeven] Onderdelen van menu...........................................100
Onderdelen van menu [ H Set-up] instellen......................................101
[ A Pers.inst.] Onderdelen van menu................................................102
Het functiemenu gebruiken....................................................... 104
Opnamestand ...................................................................................104
Weergavestand.................................................................................105
De functiekiezer gebruiken ....................................................... 106
Functiereferentie 109
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen................ 110
Beeldtint instellen..............................................................................110
Opnamepixels instellen.....................................................................111
Kwaliteitsniveau instellen..................................................................112
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen...................................113
Witbalans instellen............................................................................114
Gevoeligheid instellen.......................................................................117
Kleurgebied instellen ........................................................................119
Scherpstellen ............................................................................. 120
De autofocus gebruiken....................................................................120
Het AF-veld instellen.........................................................................123
De AF-functie instellen......................................................................124
Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling)........................125
Handmatig scherpstelling wijzigen
(Handmatig scherpstellen)................................................................127
Belichting instellen .................................................................... 129
Effect van diafragma en sluitertijd.....................................................129
De lichtmeetmethode selecteren ......................................................131
De belichtingsfunctie wijzigen...........................................................133
De belichting instellen.......................................................................142
Wijzigen van belichting en opname (Auto Bracket) ..........................144
e_kb411.book Page 7 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Compositie, belichting en scherpstellen
beoordelen vóór opname ......................................................... 147
Voorbeeld weergeven.......................................................................147
De voorbeeldmethode selecteren.....................................................148
Ingebouwde flitser gebruiken ................................................... 149 corrigeren van de flitsintensiteit ........................................................149
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen ............150
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ..................................150
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser ............151
Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser.................................................................153
Gebruik van een externe flitser (optioneel).......................................155
Instellingen tijdens de weergave .............................................. 162
Weergavefunctie wijzigen ................................................................162
Weergave-interval diavoorstelling instellen ......................................163
Camera-instellingen................................................................... 164
SD-geheugenkaart formatteren ........................................................164
Het geluidssignaal in- en uitschakelen .............................................165
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen .................................................165
Wereldtijd instellen............................................................................166
Weergavetaal instellen .....................................................................169
De schermaanwijzingen aan en uitzetten .........................................169
De helderheid van de LCD-monitor aanpassen................................170
Het video-uitgangssignaal selecteren...............................................170
Automatisch uitschakelen instellen...................................................171
De mapnaam selecteren...................................................................171
Het bestandsnummer opnieuw instellen...........................................172
De weergave voor Momentcontrole en Digitaal voorbeeld instellen..........................................................172
Standaardinstellingen herstellen.............................................. 174
Menu Opname/Weergeven/Set-up herstellen ..................................174
Menu Pers.inst. herstellen ................................................................175
7
8 e_kb411.book Page 8 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Bijlage 177
Standaardinstellingen ............................................................... 178
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ................................................................. 182
Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring] ....................................... 184
De CCD schoonmaken .............................................................. 185
Optionele accessoires............................................................... 187
Foutberichten ............................................................................. 190
Problemen oplossen.................................................................. 192
Belangrijkste technische gegevens ......................................... 194
Specificaties van optionele afstandsbediening F..............................196
Verklarende woordenlijst .......................................................... 197
Index............................................................................................ 202
GARANTIEBEPALINGEN........................................................... 206
e_kb411.book Page 9 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
9
Samenstelling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voor u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen van de verschillende onderdelen.
2 Voorbereidingen
Beschrijft uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
3 Basisbediening
Legt de procedures uit voor het maken, weergeven en afdrukken van foto’s. Lees deze aanwijzingen om alle basisbedieningen te leren voor opnemen, weergeven en afdrukken.
4 Menu-referentie
Legt de functies van F uit aan de hand van knoppen en menu’s
5 Functiereferentie
Beschrijving van functies voor optimaal werken met de F .
6 Bijlage
Behandelt het oplossen van problemen en geeft een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires en verschillende informatiebronnen.
1
2
3
4
5
6
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1 Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie weer.
Geeft aandachtspunten aan voor de bediening van de camera.
e_kb411.book Page 10 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
10
Memo
e_kb411.book Page 11 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
1
Voor u de camera gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen van de diverse onderdelen voor het gebruik.
F Kenmerken van de camera ........................................... 12
De inhoud van het pakket controleren ........................................... 13
De verschillende onderdelen .......................................................... 14
12 e_kb411.book Page 12 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
F
Kenmerken van de camera
1
• Voorzien van een CCD van 23,5×15,7 mm met effectief 6,1 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
• Werkt op CR-V3-batterijen, AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH batterijen of AA-alkalinebatterijen.
• Voorzien van een grote LCD-monitor van 2,5 inch met 210.000 pixels en een helderheidsregeling voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave.
• Voorzien van een functie Digitaal voorbeeld voor inspectie van het beeld om zeker te weten dat het gewenste resultaat wordt bereikt.
• Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende delen van de camera.
De grote LCD-monitor met hoge resolutie en de gebruiksvriendelijke menu’s maken de bediening van de camera eenvoudiger.
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de F en 35 mm-kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat kleinbeeldfilm en de CCD een verschillend formaat hebben.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD
35 mm-kleinbeeldfilm : 36×24 mm
F CCD : 23,5×15,7 mm
Bij gelijke beeldhoeken moet de brandpuntsafstand van een objectief dat voor een 35 mm-kleinbeeldcamera wordt gebruikt, ongeveer 1,5 keer langer zijn dan die voor de F . Om een brandpuntsafstand te bereiken die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5.
Voorbeeld)Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruik een 100 mm-objectief op de F .
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de F worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
Voorbeeld)Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op een F
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera.
e_kb411.book Page 13 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De inhoud van het pakket controleren
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd.
Flitsschoenbeschermer F
K
(op de camera bevestigd)
Oogschelp F
N
(op de camera bevestigd)
ME-zoekerkapje
13
1
Bodydop
(op de camera bevestigd)
USB-kabel
I-USB17
Videokabel
I-VC28
Software (Cd-rom)
S-SW43
Draagriem
O-ST10
AA-alkalinebatterijen*
(vier)
Handleiding
(deze handleiding) PENTAX PHOTO Laboratory 2.1
Handleiding
* Met de batterijen die bij de camera zijn geleverd, kan worden gecontroleerd of de camera werkt.
14 e_kb411.book Page 14 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De verschillende onderdelen
Camera
1
Richtteken objectiefvatting
Ontspanknop
Hoofdschakelaar
Zelfontspanner-LED/
Afstandsbedieningssensor
Objectiefontgrendelknop
3 knop
Knop i
M knop
Q -knop
Spiegel
AF-koppeling
Knop scherpstelfunctie
Objectiefinformatiecontacten e-knop
L / Z knop
Vierwegbesturing
Knop 4
{ knop
Batterijklep
Statiefaansluiting
e_kb411.book Page 15 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
K knop
Functiekiezer
Riembevestiging
Aansluiting draadontspanner
USB/video-aansluiting
Gelijkstroomingang
Klepje voor aansluitingen
LCD-monitor
15
Ingebouwde flitser
Flitsschoen m c knop
LCD-display
Dioptriecorrectieknop
Kaartklep
Ontgrendelknop van kaartcompartiment
LED voor lezen van/ schrijven naar kaart
Zoeker
1
e_kb411.book Page 16 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
16
Indicaties op de LCD-monitor
Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de LCD-monitor worden weergegeven.
1
LCD-monitor
Terwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functiekiezer gebruikt
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden weergegeven op de LCD-monitor als de camera wordt ingeschakeld of de functiekiezer wordt gebruikt.
Selecteer Uit bij [Hulpdisplay] in [ H Set-up] om geen indicaties weer te geven. (p.101)
8
9
1 2 3 4 5 6 7
1600
1 0
1 Flitsinstelling
(Actieve instelling wordt weergegeven) (p.51)
2 Transportfunctie (p.104)
3 * Autobelichting (p.131)
4 Autofocus (p.124)
5 * AF-veld (p.123)
6 * Witbalans (p.114)
7 * Gevoeligheid (p.117)
8 Opnamefunctie, Scène (p.106)
9 * Weergave waarschuwing wereldtijd (p.166)
10 Datum en tijd (p.165)
* Indicatie 3, 5, 6 en 7 worden alleen weergegeven wanneer er van de standaardinstelling wordt afgeweken.
9 wordt alleen weergegeven wanneer de wereldtijd is ingeschakeld.
e_kb411.book Page 17 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
17
Opnamefunctie
Druk in de opnamestand op de knop M om de instellingen van de opnamefunctie gedurende 15 seconden weer te geven op de LCD-monitor.
Detailinformatie
Detail info
19
2
9
12
7
3
10
4
8
11
5 6
13
1
14
15
16
17
18
1 Autofocus (p.124)
2 Stand functiekiezer (p.106)
3 Autobelichting (p.131)
4 Flitsinstelling (p.51)
5 Transportfunctie (p.104)
6 Auto Bracket (p.146)
7 ISO-gevoeligheid (p.118)
8 Beeldtint (p.110)
9 Kwaliteitsniveau (p.112)
10 Opnamepixels (p.111)
11
12
13
14
15
16
Kleurgebied (p.119)
Witbalans (p.114)
Datum en tijd (p.165)
AF-veld (p.123)
Kleurverzadiging (p.113)
Scherpte (p.113)
17 Contrast (p.113)
18 Brandpuntsafstand objectief
19 * Scène (p.47)
* Alleen weergegeven in Scène.
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) voor uitleg bij de ingestelde opnamefunctie.
Uitleg van de ingestelde opnamefunctie
1
e_kb411.book Page 18 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
18
1
Weergavestand
Steeds als u tijdens weergave op de knop M drukt, schakelt de camera over naar een volgende schermweergave.
U kunt de weergegeven aanwijzingen veranderen door op de Q -knop te drukken. (p.162)
Detailinformatie
1 5 EV
/ / / / 2006
2
1 26
11
7
20
24
17
8
18
9
12 13 14 15
21 22
25
5
3
6
10
16
19
23
4
1 Gemaakte opname
2 Pictogram roteren (p.66)
3 Mapnummer en bestandsnummer van opnamen (p.171, 172)
4 Pictogram beveiliging (p.79)
5 Autofocus (p.124)
6 AF-veld (p.123)
7 Sluitertijd (p.135)
8 Diafragma (p.137)
9 LW-correctie (p.142)
10 Kleurverzadiging (p.113)
11 Stand functiekiezer (p.106)
12 Autobelichting (p.131)
13 Flitsinstelling (p.51)
14 Transportfunctie (p.104)
15 Auto Bracket (p.146)
16 Scherpte (p.113)
17 ISO-gevoeligheid (p.117)
18 Beeldtint (p.110)
19 Contrast (p.113)
20 Kwaliteitsniveau (p.112)
21 Opnamepixels (p.111)
22 Kleurgebied (p.119)
23 Brandpuntsafstand objectief
24 Witbalans (p.114)
25 Datum en tijd van de opname (p.165)
26 * Scène (p.47)
* Alleen weergegeven in Scène.
e_kb411.book Page 19 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Histogramweergave
1 2
3
4
1 Opnamekwaliteit (bestandstype voor opnamen)
2 Mapnummer en bestandsnummer van opnamen (p.171, p.172)
3 Pictogram beveiliging (p.79)
4 Histogram (p.162)
• Gebieden die zwaar overbelicht zijn, knipperen als de waarschuwing [Helderheid] is ingeschakeld in [Weergave functie] in het menu [ Q Weergeven]. (p.162)
• Druk in de histogramweergave op de vierwegbesturing ( 23 ) om de weergavepositie van het histogram naar boven of beneden te verplaatsen.
19
1
20 e_kb411.book Page 20 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Indicaties in de zoeker
2
1
1 1
3 4 5 6 7 8 9 10 11
12 13 14
1 AF-kader (p.39)
2 Spotmeetkader (p.131)
3 Flitserstatus (p.51)
Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld.
4 Waarschuwing ISO-gevoeligheid (p.118)
Wordt weergegeven bij het overschrijden van de waarschuwingswaarde.
5 Continustand (p.124)
Wordt weergegeven wanneer de scherpstelfunctie in de stand [ A Opname] is ingesteld op k (Continu).
6 Pictogram voor opnamefunctie (p.47)
Het pictogram voor de geselecteerde opnamefunctie verschijnt
\ (Bewegend onderwerp), q (Macro), = (Portret), U (Normaal in I ), .
(Portretopname bij nacht), s (Landschap)
7 Scherpstelindicatie (p.44)
Wordt weergegeven als is scherpgesteld op het onderwerp.
8 Sluitertijd (p.135)
Sluitertijd bij opname of instelling (onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop).
9 Diafragma (p.137)
Diafragmawaarde bij opname of instelling (onderstreept wanneer de diafragmawaarde kan worden gewijzigd met de e-knop).
10 LW-correctie (p.142)
Wordt weergegeven wanneer de LW-correctie gereed is of gebruikt wordt.
Knippert langzaam bij het corrigeren van de flitsintensiteit.
Knippert snel bij het corrigeren van de belichting en de flitsintensiteit.
De aangepaste waarde wordt weergegeven op de plaats waar het aantal beschikbare opnamen wordt weergegeven.
e_kb411.book Page 21 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
11 Beschikbaar aantal opnamen/LW-correctie
Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige instellingen voor kwaliteit en opnamepixels.
Geeft het aantal beschikbare continuopnamen weer. (p.102)
De LW-correctiewaarde wordt weergegeven wanneer de LW-correctie wordt ingesteld. (p.134)
Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a . (p.139)
12 Handmatig scherpstellen (p.127)
Wordt weergegeven wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op \ .
13 Pictogram Scène (p.47)
Wordt weergegeven bij het maken van opnamen in de stand Scène.
14 Indicatie belichtingsgeheugen (p.143)
Wordt weergegeven wanneer het belichtingsgeheugen wordt gebruikt.
21
1
e_kb411.book Page 22 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
22
Indicaties op het LCD-display
De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde van de camera.
1
1 7 2
3
4
8
9
5 6 10 11
1 Sluitertijd (p.135)
2 Diafragma (p.137)
3 Flitsinstelling (p.51) b : Ingebouwde flitser is gereed
(knipperend: flitser moet worden gebruikt of er wordt een niet-compatibel objectief gebruikt) a : Flitser uit
E : Auto ontladen
> : Flitsen met anti rode ogen aan
4 Transportfunctie (p.104)
9 : Enkelbeeld opname j : Continue opname g : Opnamen met zelfontspanner h : Opnamen via afstandsbediening
5 AF-veld (p.123)
Geen indicatie : Breed
M : Spot
6 Autobelichting (p.131)
Geen indicatie : Meervlaks lichtmeting
M
N
: Lichtmeting met nadruk op het midden
: Spotmeting
7 Auto bracket (p.146)
8 Witbalans (p.114)
(niet weergegeven indien ingesteld op Auto)
9
10
Batterijniveau
LW-correctie (p.142)
11 Aantal beschikbare opnamen/
LW-correctiewaarde/PC (Pb)
(PC = Personal Computer (massaopslag),
Pb = PictBridge)
e_kb411.book Page 23 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
2
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen ..................................................................... 24
Batterijen plaatsen ........................................................................... 25
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen ..................................... 29
De camera aan- en uitzetten ........................................................... 32
Standaardinstellingen ..................................................................... 33
Het objectief bevestigen .................................................................. 37
De zoekerdioptrie aanpassen ......................................................... 39
24 e_kb411.book Page 24 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Draagriem bevestigen
1
Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
2
2
Haal het andere uiteinde van de riem door de andere riembevestiging van de camera en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
e_kb411.book Page 25 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Batterijen plaatsen
25
Plaats batterijen in de camera. Gebruik twee CR-V3 of vier AA Ni-MH-batterijen,
AA-lithiumbatterijen of AA-alkalinebatterijen.
Bij deze camera worden AA-alkalinebatterijen geleverd om te controleren of de camera naar behoren werkt, maar ook sommige andere typen batterijen zijn geschikt. Raadpleeg “Batterijen” over geschikte typen batterijen en het gebruik ervan.
(p.26) voor informatie
• CR-V3-, AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen zijn niet oplaadbaar.
• Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat.
• Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt.
De batterijen kunnen anders gaan lekken.
• Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera plaatst, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen”. (p.35)
• Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd zijn geplaatst, kan de camera beschadigd raken. Veeg de contactpunten van de batterijen schoon alvorens ze te plaatsen.
• Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of merk, of oude met nieuwe.
2
1
Houd de ontgrendelknop van het batterijcompartiment ingedrukt zoals afgebeeld ( 1 ), en schuif de klep in de richting van het objectief ( de klep open.
2 ). Maak dan 1
2
2
Plaats de batterijen volgens de poolaanduidingen +/– in het batterijcompartiment.
e_kb411.book Page 26 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
26
3
Druk de klep ( 1 ) omlaag tegen de batterijen en schuif hem in de afgebeelde richting ( 2 ) dicht.
2
1
2
• Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapter (optioneel). (p.28)
• Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst.
Batterijen
Voor deze camera kunnen vier verschillende soorten batterijen worden gebruikt. De prestaties zijn afhankelijk van het type batterij. Kies het type dat het beste past bij uw doeleinden.
CR-V3*
AA Ni-MH oplaadbare batterijen
De CR-V3 is een batterij met een lange levensduur, die zeer geschikt is voor reizen.
Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig.
Voor het opladen is een in de handel verkrijgbare batterijoplader vereist die compatibel is met deze batterijen.
AA-lithiumbatterijen Aanbevolen in koude klimaten.
AA-alkalinebatterijen
Bij de camera geleverd. U kunt dit type batterijen overal verkrijgen wanneer de batterijen die u normaal gebruikt leeg zijn. Ze ondersteunen echter mogelijk niet alle camerafuncties onder bepaalde omstandigheden. We raden het gebruik ervan dan ook af, uitgezonderd in noodgevallen en om te controleren of de camera naar behoren werkt.
Oxyride-batterijen en oplaadbare CR-V3-batterijen kunnen storingen veroorzaken vanwege hun spanningskenmerken. Om die reden wordt het gebruik ervan afgeraden.
e_kb411.book Page 27 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
27
Indicatie batterijniveau
U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool { op het LCD-display.
{
¶
}
¶
?
¶
?
brandt brandt brandt knippert
: Batterij is vol.
: Batterij raakt leeg.
: Batterij is bijna leeg.
: De camera schakelt zichzelf na deze melding uit.
2
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en Weergavetijd (nieuwe batterijen)
Batterijen
CR-V3
AA lithium-batterijen
(temperatuur)
(23°C)
( 0°C)
(23°C)
( 0°C)
(23°C)
Normale opnamen
850
560
750
670
560
Flitsfotografie
50% gebruik
100% gebruik
750
500
650
570
500
650
410
550
470
440
Weergavetijd
700 minuten
470 minuten
470 minuten
400 minuten
350 minuten Oplaadbare AA-batterijen
(NiMH 2500 mAh)
( 0°C) 500 440 380 300 minuten
(23°C) 90 70 50 140 minuten
AA alkaline-batterijen
( 0°C)
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Niet van toepassing
70 minuten
De opslagcapaciteit voor foto’s is gebaseerd op meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen en de weergavetijd is gebaseerd op meetomstandigheden bij PENTAX.
In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden.
• De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Mogelijk worden niet alle camerafuncties ondersteund bij gebruik van AA-alkalinebatterijen.
We raden het gebruik ervan dan ook af, uitgezonderd in noodgevallen en om te controleren of de camera naar behoren werkt.
• Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
28 e_kb411.book Page 28 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel)
4
2
2
1
3
We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapter D-AC10 (optioneel) als u de LCD-monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op de computer.
1
Zorg dat de camera uit staat alvorens de klep van de aansluitingen te openen.
2
Sluit de gelijkstroomstekker van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van de camera.
3
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
4
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg dat de aansluitingen tussen de camera, de netvoedingsadapter, de connector voor het netsnoer en het stopcontact goed zijn. Als een aansluiting losraakt terwijl de camera bezig is met het vastleggen of lezen van gegevens op de SD-geheugenkaart, raken de gegevens beschadigd.
• Lees vóór gebruik de handleiding van de netvoedingsadapter D-AC10.
• Bij gebruik van de netvoedingsadapter worden de oplaadbare batterijen in de camera niet opgeladen.
e_kb411.book Page 29 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen
29
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart. Zorg dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart (in de handel verkrijgbaar) te plaatsen of uit te nemen.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/lezen van de kaart brandt.
• Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. Raadpleeg “De SD-geheugenkaart formatteren” p.164 voor informatie over formatteren.
1
Duw de vergrendelingsknop van de kaartklep in de aangegeven richting.
De kaartklep gaat open.
2
2
Schuif de kaart helemaal in het compartiment met het etiket van de SD-geheugenkaart naar de LCD-monitor gericht.
3
Sluit de kaartklep.
Duw de SD-geheugenkaart iets naar binnen om deze uit te nemen.
e_kb411.book Page 30 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
30
2
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Als u dit schuifje op [LOCK] zet, zijn de aanwezige gegevens beveiligd. Er kunnen dan geen nieuwe gegevens worden opgeslagen, geen bestaande gegevens worden gewist en de kaart niet kan worden Schrijfbeveiliging geformatteerd.
• Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit en zet de camera niet uit wanneer er gegevens op de kaart worden opgeslagen of opnamen of geluidsbestanden worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar worden.
• Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de SD-geheugenkaart worden gewist. PENTAX aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens in de volgende gevallen:
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) als de kaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) wanneer de kaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• De levensduur van de SD-geheugenkaart is eindig. Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
• Wilt u informatie over SD-geheugenkaarten, bezoek dan de website van PENTAX of neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center.
• Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. 1 SD-geheugenkaart formatteren (p.164)
• Als u een SD-geheugenkaart weggooit, weggeeft of verkoopt, zorg dan dat de gegevens op de kaart volledig zijn gewist of dat de kaart zelf wordt vernietigd als hij persoonlijke of gevoelige informatie bevat. Bij formattering van een SD-geheugenkaart worden de gegevens niet noodzakelijkerwijs gewist, zodat ze kunnen worden hersteld met speciale software voor gegevensherstel. Er zijn speciale programma’s voor het wissen van gegevens verkrijgbaar die de gegevens wel volledig wissen. In alle gevallen geldt dat het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart volledig voor eigen risico is.
e_kb411.book Page 31 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
31
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau
Kies het aantal pixels (grootte) en kwaliteitsniveau (gegevenscompressie) van opnamen op basis van het gebruiksdoel van de opnamen.
Opnamen met een groter aantal pixels of meer E worden scherper afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt lager wanneer de bestandsgrootte toeneemt.
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren. U hoeft dus niet meer dan het benodigde aantal pixels te selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is R (1536×1024) voldoende.
Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor opnamen in het menu
[ A Opname].
1 Opnamepixels instellen (p.111)
1 Kwaliteitsniveau instellen (p.112)
Opnamepixels, kwaliteitsniveau en geschatte opslagcapaciteit voor opnamen
Kwaliteitsniveau
Opname- pixels
P
(3008×2008)
(3008×2000)
Q (2400×1600)
R (1536×1024)
|
11
—
—
—
C
Best
—
34
51
106
D
Beter
—
70
96
173
E
Goed
—
117
161
271
• Bovenstaande tabel geeft de geschatte opslagcapaciteit en opnametijd aan bij gebruik van een SD-geheugenkaart van 128 MB.
• Bovenstaande waarden kunnen variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie en SD-geheugenkaart, e.d.
2
32 e_kb411.book Page 32 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De camera aan- en uitzetten
2
1
Zet de hoofdschakelaar op de stand aan [ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar op de stand uit [OFF] om de camera uit te zetten.
• Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
• De camera wordt automatisch uitgeschakeld als u er gedurende bepaalde tijd geen handelingen mee verricht (standaardinstelling 1 minuut) (p.171).
e_kb411.book Page 33 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Standaardinstellingen
33
De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm voor de standaardinstellingen op de LCD-monitor. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op de LCD-monitor en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten van de camera.
De weergavetaal instellen
U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U hebt de keus uit: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Russisch, Koreaans, Chinees
(traditioneel/vereenvoudigd) en Japans.
2
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Initial Settings
English
New York
DST
Cancel OK OK
2
Kies de gewenste taal met de vierwegbesturing ( 2345 ).
De standaardinstelling is Engels.
English
Français
Deutsch
Español
Italiano
Svenska
Nederlands
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [ W ].
5
Druk op de vierwegbesturing 45 om de stad te selecteren.
e_kb411.book Page 34 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
34
2
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [Zomertijd].
7
Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
8
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor instelling van de datum en tijd verschijnt.
Als er een verkeerde taal is ingesteld
Volg de onderstaande procedure om het scherm weer te geven voor het instellen van de taal en ga dan naar stap 2 op p.33 om de taal opnieuw in te stellen.
1
Schakel de camera uit en zet hem weer aan.
2
Druk op de knop 3 .
3
Druk twee keer op de vierwegbesturing ( 5 ).
4
Druk vijf keer op de vierwegbesturing ( 3 ).
5
Druk één keer op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor instelling van de taal verschijnt.
e_kb411.book Page 35 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
35
Datum en tijd instellen
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar [MM/DD/JJ].
Datum instellen
DD weergave
DD/MM/JJ 24h
Datum
Tijd
Cancel
01 / 01 / 2006
00 : 00
OK OK
2
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om de datumstijl te kiezen.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar [24h].
Datum instellen
DD weergave
DD/MM/JJ 24h
Datum
Tijd
Cancel
01 / 01 / 2006
00 : 00
OK OK
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave) of 12h (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing ( 23 ).
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat terug naar [Datumweergave].
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader gaat naar [Datum].
e_kb411.book Page 36 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
36
7
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar de maand.
2
Datum instellen
DD weergave
DD/MM/JJ 24h
01 / 01 / 2006 Datum
Tijd
Cancel
00 : 00
OK OK
8
Stel de maand in met de vierwegbesturing ( 23 ).
Stel de dag en het jaar op dezelfde wijze in.
Stel vervolgens de tijd in.
Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór de middag) of pm (na de middag), al naar gelang de tijd.
9
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van opnamen. Als u de datum en tijd hebt ingesteld met de menubesturing, gaat u terug naar het menu [ H Set-up]. Druk nogmaals op de knop 4 .
Op het scherm met de standaardinstellingen kunt u het instellen annuleren en overgaan op de opnamefunctie door op de knop 3 te drukken. In dat geval verschijnt het scherm met de standaardinstellingen de volgende keer dat u de camera aanzet.
• Wanneer u klaar bent met de instellingen en op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, e.d.) precies 00 seconden aangeeft.
• U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met de menubesturing. (p.165, p.169)
e_kb411.book Page 37 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het objectief bevestigen
37
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar wanneer u gebruik maakt van DA-,
D FA-, FA J- of andere objectieven met een diafragmastand s (automatisch). Sommige functies zijn beperkt wanneer u het objectief niet instelt op s (automatisch). Zie ook “Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring]” (p.184). Andere objectieven en accessoires zijn niet beschikbaar bij de standaard fabrieksinstellingen. Om ontspannen toch mogelijk te maken bij gebruik van een objectief of accessoire dat hierboven niet wordt genoemd, stelt u [Gebruik diafr.ring] in bij Persoonlijke instellingen. (p.102)
2
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
1
Controleer of de camera uit is.
2
Verwijder de bodydop (
2
1 ) en de achterlensdop van het objectief ( ).
Zet een los objectief altijd met de vatting omhoog neer om beschadiging van het gebied rond het de objectiefvatting te voorkomen.
1
2
3
Zorg dat de richttekens
(de rode puntjes) op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen.
Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vastklikt.
Na het bevestigen van het objectief controleert u of het goed vastzit. Controleer ook of de rode puntjes van het objectief aan de bovenzijde zitten en of de objectiefbevestiging niet zijdelings kan bewegen.
e_kb411.book Page 38 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
38
4
Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen.
2
Als u het objectief wilt loskoppelen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief ( 3 ) ingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in.
3
• De bodydop ( 1 ) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport.
Bodydop K wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
• Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
• De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektronische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten reinigen met een zachte, droge doek.
e_kb411.book Page 39 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De zoekerdioptrie aanpassen
Pas de scherpte van het zoekerbeeld aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij.
U kunt de dioptrie verschuiven van –2,5m
-1
tot +1,5m
-1
.
1
Kijk door de zoeker en richt de camera op een goed verlicht punt. Verschuif vervolgens de dioptriecorrectieknop naar links of rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectiehendel tot het AF-kader in de zoeker zo scherp mogelijk zichtbaar is.
39
2
• De oogschelp is bevestigd op de zoeker wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden.
De dioptrie-instelling is beschikbaar met de oogschelp erop, maar is eenvoudiger wanneer u de oogschelp verwijdert, zoals hiervoor weergegeven. Als u de oogschelp wilt verwijderen, trekt u één kant van de oogschelp F N naar buiten en naar u toe, zoals rechts weergegeven.
• Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, zelfs als u de hendel voor de dioptrieaanpassing hebt ingesteld, gebruikt u de dioptriecorrectielensadapter M. U kunt die adapter echter alleen gebruiken als u de oogschelp verwijdert. (p.188)
AF-kader
e_kb411.book Page 40 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
40
Memo
e_kb411.book Page 41 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
3
Basisbediening
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het maken van opnamen. Zet de functiekiezer op de Picture-functie (Auto Picture of
Portretfunctie - Flits UIT) en op Scène om succesvol opnamen te maken.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen ...................................................... 42
De juiste opnamefunctie selecteren ............................................... 47
Het zoomobjectief gebruiken .......................................................... 50
Ingebouwde flitser gebruiken ......................................................... 51
Andere opnamefuncties .................................................................. 55
Foto’s weergeven ............................................................................. 65
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ........................... 72
Opnamen verwerken met filters ..................................................... 73
Opnamen wissen ............................................................................. 75
Afdrukservice instellen (DPOF) ...................................................... 81
Afdrukken met PictBridge ............................................................... 84
42 e_kb411.book Page 42 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Basishandelingen bij opnamen
De camera vasthouden
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
• Houd de camera stevig met beide handen vast.
• Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt.
3
Horizontale positie Verticale positie
• Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom).
• Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijd voor een camera die in de hand wordt gehouden in de regel 1/(brandpuntsafstand ×1,5).
De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden een statief.
• Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt.
e_kb411.book Page 43 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De camera de optimale instellingen laten bepalen
De camera zodanig instellen dat deze de optimale instellingen kiest op basis van de belichting van het onderwerp, de afstand en de beweging.
1
Zet de functiekiezer op I .
De camera bepaalt de meest geschikte opnamefunctie voor het onderwerp.
1 De juiste opnamefunctie selecteren (p.47)
43
3
2
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
Autofocus is ingesteld. (p.120)
e_kb411.book Page 44 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
44
3
Draai de zoomring om de grootte van het onderwerp te bepalen.
Bepaal de grootte van het onderwerp.
1 Het zoomobjectief gebruiken (p.50)
3
4
Breng het onderwerp binnen het
AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
De flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is (de flitser moet handmatig worden uitgeklapt wanneer de flitsfunctie niet op [Auto] is ingesteld.).
1 De ontspanknop bedienen (p.45)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.46)
1 Ingebouwde flitser gebruiken (p.51)
Scherpstelindicatie
U kunt een voorbeeld bekijken op de LCD-monitor en de compositie, belichting en scherpstelling beoordelen voordat u de opname maakt. (p.147)
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
e_kb411.book Page 45 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
6
Opnamen bekijken op de LCD-monitor.
Na de opname wordt deze gedurende
één seconde op de LCD-monitor weergegeven
(Momentcontrole).
Tijdens de momentcontrole kunt u de opname wissen door te drukken op de knop i .
1 De weergave voor Momentcontrole en
Digitaal voorbeeld instellen (p.172)
1 Opnamen wissen (p.75)
1 Helderheid weergeven (p.173)
1 Histogramweergave (p.173)
De ontspanknop bedienen
De ontspanknop heeft twee standen.
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste positie)
Helemaal ingedrukt
(tweede positie)
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste positie), worden de indicaties in de zoeker en op het LCD ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt (tweede positie), wordt de opname gemaakt.
• Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen.
• Oefen met het tot halverwege indrukken van de ontspanknop om te leren waar de eerste positie is.
• De zoekerindicaties blijven aan wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
Ze blijven nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar nadat de knop is losgelaten. (p.20)
45
3
e_kb411.book Page 46 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
46
3
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn bij het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden ((a) tot (f) hieronder). Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld op het onderwerp, stelt u de scherpstelfunctieknop in op \ en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas in de zoeker scherp te stellen op het onderwerp. (p.128)
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het scherpstelkader.
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het scherpstelkader.
(c) Onderwerpen die snel bewegen.
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond).
(e) Verticale of horizontale lijnen die binnen het scherpstelkader vallen.
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het scherpstelkader.
Wanneer (f) van toepassing is, is mogelijk niet scherpgesteld op het onderwerp, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie) wordt weergegeven.
e_kb411.book Page 47 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De juiste opnamefunctie selecteren
De camera kiest de beste opnamestand en de bijbehorende instellingen als de functiekiezer is ingesteld op I (Auto Picture).
47
Functie-indicatie
Selecteer = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderwerp),
.
(Portretopname bij nacht), a (Flits UIT) of H (Scène) met de functiekiezer als de opname in de stand Auto Picture niet wordt gemaakt.
De functies zijn als volgt.
I (Auto Picture)
= s q
\
.
a
(Portret)
(Landschap)
(Macro)
(Bewegend onderwerp)
(Portretopname bij nacht)
(Flits UIT)
H (Scène)
Selecteert automatisch een van de functies Portret, Landschap,
Macro of Bewegend onderwerp.
Hiermee kunt u opnamen maken bij standaardinstellingen (Normaal) als er geen optimale opnamefunctie is.
Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor scherpe opnamen.
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen en andere kleine onderwerpen op korte afstand.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp, bijvoorbeeld bij een sportevenement.
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond of schemering.
De ingebouwde flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn gelijk aan Normaal in I .
Hiermee kunt u kiezen uit 8 opnamescènes afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Bij .
(Portretopname bij nacht), wordt een langere sluitertijd gebruikt op donkere plaatsen, zelfs als de ingebouwde flitser wordt gebruikt. Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
3
e_kb411.book Page 48 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
48
3
De opnamescène selecteren
Als u de functiekiezer op het pictogram H (Scène) zet, kunt u uit de volgende 8 opnamescènes kiezen.
A (Nachtopname) Voor nachtopnamen. Gebruik een statief o.i.d om beweging te voorkomen.
i (Strand & sneeuw) Voor opnamen van verblindende achtergronden, zoals besneeuwde bergen.
B (Tekst) Scherpe opnamen maken van getypte of handgeschreven teksten.
K (Zonsondergang) Voor opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie kleuren.
C (Kinderen)
Opnamen van bewegende kinderen.
Produceert natuurlijke huidtinten.
E (Huisdier)
D (Kaarslicht)
E (Museum)
Voor opnamen van bewegende huisdieren.
Voor opnamen bij kaarslicht.
Voor opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
De flitser wordt uitgeschakeld in de opnamestanden A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), D (Kaarslicht) en E (Museum). Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Een opnamescène selecteren
1
Zet de functiekiezer op H (Scène).
2
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt. Het pictogram van de op dit moment geselecteerde opnamescène wordt weergegeven in het scherm van het functiemenu in de stand H (Scène).
Fn
OK
Fn
3
Druk op de knop 4 .
Het functiepalet wordt weergegeven.
Nachtopname
OK
e_kb411.book Page 49 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om de gewenste Scène te selecteren.
Als u de instelling Huisdier kiest, kunt u door aan de e-knop te draaien het pictogram van een hond of een kat kiezen. De functie is dezelfde, ongeacht uw keuze voor een hond of een kat.
Huisdier
OK
49
3
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
6
Druk op de knop { .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
50 e_kb411.book Page 50 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het zoomobjectief gebruiken
3
Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast (groothoek) met een zoomobjectief. Stel het in op de gewenste grootte en maak de opname.
1
Draai de zoomring rechtsom of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand.
• De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt.
Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
• Power Zoom-functies (Image Size Tracking, Zoom Clip en Auto Zoom Effect) zijn niet compatibel met deze camera.
Groothoek Tele
e_kb411.book Page 51 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Ingebouwde flitser gebruiken
51
Maak als volgt een opname bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde flitser handmatig wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 4 m tot het onderwerp.
Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden (deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de ingestelde gevoeligheid (p.151)).
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering optreden (de hoeken van de opname worden zwart vanwege een gebrek aan licht). Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren.
1 Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser (p.153)
• Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
• Bij objectieven die geen functie hebben voor het instellen van de diaframaring op het objectief op s (automatisch), flitst de ingebouwde flitser volledig.
3
B b
C
D
Auto ontladen
Handmatig flitsen
Auto + Anti Rode Ogen
Manual + Anti Rode Ogen
De camera meet automatisch het omgevingslicht en indien nodig klapt de ingebouwde flitser uit en flitst automatisch
(de flitser kan worden uitgeklapt zonder af te gaan als de camera constateert dat flitsen niet nodig is.)
Hiermee flitst u handmatig. De flitser werkt alleen wanneer deze is uitgeklapt.
Er wordt een voorflits gegeven (anti rode ogen) voordat de flitser automatisch afgaat.
Hiermee flitst u handmatig. Er wordt een voorflits gegeven
(anti rode ogen) voordat de flitser automatisch afgaat.
De handmatige flitsfunctie (Flits AAN) wordt gebruikt ongeacht de flitsfunctie-instelling wanneer u op de knop K drukt om de flitser handmatig uit te klappen.
De flitsinstelling selecteren
1
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
e_kb411.book Page 52 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
52
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm voor flitseropties verschijnt.
Wanneer de functiekiezer is ingesteld op e , b , c , a of p , worden B en C grijs weergegeven en kunt u ze niet selecteren.
3
3
Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing ( 45 ).
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
5
Druk op de knop { .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Automatisch flitsen gebruiken B , C
(automatisch uitklappen van de flitser)
1
Zet de functiekiezer op H , I , = , q of .
.
De flitser wordt uitgeschakeld als u A (Nachtopname), K (Zonsondergang),
D (Kaarslicht) of E (Museum) selecteert in de stand H (Scène).
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en wordt opgeladen. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt b op het LCD en in de zoeker. (p.17, p.20, p.22)
OK
U schakelt tussen automatisch en handmatig flitsen (Flits AAN) door te drukken op de knop K terwijl de ingebouwde flitser is uitgeklapt. Als automatisch flitsen is ingesteld, verschijnt E op het LCD.
e_kb411.book Page 53 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
4
Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen.
Handmatig flitsen (Flits AAN) b , D
1
Druk op de K knop.
De ingebouwde flitser klapt uit en wordt opgeladen.
Handmatig flitsen (Flits AAN) wordt gebruikt, ongeacht de flitsfunctie-instelling. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt b op het LCD en in de zoeker. p.17, p.20, p.22)
Als de flitsfunctie is ingesteld op B of C en u klapt de ingebouwde flitser uit, kunt u onder de volgende omstandigheden heen en weer schakelen tussen Automatisch flitsen en Handmatig flitsen (Flits AAN) door op de knop
K te drukken.
• De opnamefunctie is ingesteld op I , = , s , q , \ of .
.
• H is ingesteld op i , B , C of E .
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt.
3
Duw de flitser omlaag om deze in te klappen.
53
3
e_kb411.book Page 54 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
54
3
Anti rode ogen gebruiken Flitser
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen.
• Maak de omgeving lichter voor de opname.
• Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u een zoomobjectief gebruikt.
• Gebruik een flitser die anti rode ogen ondersteunt.
• Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera.
De functie tegen rode ogen van deze camera vermindert het rode-ogeneffect door tweemaal te flitsen. Met anti rode ogen wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect wordt verminderd. U gebruikt deze functie door C (Auto
+ anti rode ogen) in te stellen in de Picture-functie of D (Handmatig + anti rode ogen) in te stellen bij andere flitsfunctie-instellingen.
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van de flitser op deze manier wordt daglichtsynchronisatie genoemd. De flitser wordt bij daglichtsynchronisatie handmatig ingeschakeld.
Opnamen maken (Auto Picture)
1 Controleer of de flitser is uitgeklapt en of de flitsfunctie is ingesteld op b
(Handmatig flitsen). (p.53)
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak de opname.
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
e_kb411.book Page 55 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Andere opnamefuncties
55
Continuopnamen
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden.
1
Druk op de knop { .
3
Het functiemenu verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Fn
OK
Fn
56 e_kb411.book Page 56 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt.
3
3
Selecteer j met de vierwegbesturing ( 45 ).
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
OK
OK
5
Druk op de knop { .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
Stel [Resterend aantal opn] in het menu [ A Pers.inst.] in op [Resterend aant.cont.].
Het mogelijke aantal continuopnamen (buffergeheugen) wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. (p.102)
e_kb411.book Page 57 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om de continuopname te stoppen.
De instelling voor continuopnamen blijft bewaard wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Open het functiemenu en stel de camera in op 9 (enkelbeeldopnamen) om de continuopname te stoppen.
57
• Als [Autofocus] in [ A Opname] is ingesteld op l (Eén opname), wordt de scherpstelling aangepast telkens wanneer de sluiter ontspant. (p.124)
• De scherpstelling is continu actief wanneer de functiekiezer is ingesteld op e , b , c of a en [Autofocus] in [ A Opname] is ingesteld op k (Continu), als de opnamefunctie is ingesteld op \ (Bewegend onderwerp) of H is ingesteld op C (Kinderen) of E
(Huisdier). De sluiter ontspant altijd, ook als de scherpstelling niet gereed is.
• Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. Als u de sluiter wilt kunnen ontspannen voordat de ingebouwde flitser gereed is, moet u een gebruikersfunctie instellen. (p.150)
3
Opnamen met de zelfontspanner
Deze camera heeft twee zelfontspannerfuncties: g en Z .
g
Z
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze functie om als fotograaf ook op de foto te komen.
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de spiegel opgeklapt.
De sluiter ontspant na circa 2 seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
1
Bevestig de camera op een statief.
e_kb411.book Page 58 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
58
2
Druk op de knop { .
3
Het functiemenu verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Fn
OK
Fn
Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt.
OK
e_kb411.book Page 59 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om g of Z te selecteren.
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
6
Druk op de knop { .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
7
Kijk in de zoeker of het onderwerp zichtbaar is en druk de ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie [ ] ] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld.
59
OK
3
e_kb411.book Page 60 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
60
8
Druk de ontspanknop helemaal in.
Bij g begint de zelfontspanner-LED langzaam te knipperen; de laatste twee seconden voordat de sluiter ontspant, knippert de LED snel. Het geluidssignaal is hard en de frequentie neemt toe. Ongeveer 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Bij Z wordt de opname ongeveer 2 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, gemaakt.
3
• Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld (p.169).
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde ME-zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.143).
(U kunt het binnendringende licht negeren wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatig) (p.139).)
• Verwijder de oogschelp F
N
door die aan één kant naar buiten en naar u toe te trekken wanneer u een accessoire gebruikt als het ME-zoekerkapje.
Oogschelp F N verwijderen
9
Zet de camera uit na de opname.
De volgende keer dat u de camera inschakelt, wordt de zelfontspanner geannuleerd en is de camera weer ingesteld op enkelbeeldopnamen.
Het ME-zoekerkapje bevestigen
e_kb411.book Page 61 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
61
Opnamen via de afstandsbediening
(Afstandsbediening F: afzonderlijk verkrijgbaar)
De ontspanknop kan ook worden bediend via de optionele afstandsbediening. U kunt kiezen uit h (afstandsbediening) en i (drie seconden vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening.
h i
De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
De sluiter wordt circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt, ontspannen.
1
Bevestig de camera op een statief.
3
2
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
e_kb411.book Page 62 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
62
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt.
3
4
Selecteer h of i met de vierwegbesturing ( 45 ).
De zelfontspanner-LED knippert, ten teken dat de camera zich in de wachtstand voor de afstandsbediening bevindt.
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
6
Druk op de knop { .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
7
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
OK
• U kunt bij standaardinstellingen niet scherpstellen via de afstandsbediening.
Stel eerst scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt. U kunt
[Af met afstandbediening] inschakelen via de functie Persoonlijke instellingen. (p.102)
• Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, klapt de flitser niet automatisch uit, zelfs wanneer de camera is ingesteld op B (Automatisch flitsen).
Klap eerst handmatig de flitser uit. (p.53)
e_kb411.book Page 63 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
63
8
Richt de afstandsbediening op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in.
5m
De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde van de camera. De sluiter wordt ontspannen onmiddellijk of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt, afhankelijk van de geselecteerde transportfunctie.
Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner twee seconden en gaat dan weer knipperen.
3
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde ME-zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.143)
(u kunt het binnendringende licht negeren wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatig) (p.139)).
• Verwijder de oogschelp F
N
door die aan één kant naar buiten en naar u toe te trekken wanneer u een accessoire gebruikt als het ME-zoekerkapje.
Oogschelp F N verwijderen Het ME-zoekerkapje bevestigen
• Zet de camera uit om de afstandsbedieningsfunctie te annuleren nadat die is geactiveerd.
• De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
• De afstandsbediening werkt niet wanneer de flitser bezig is op te laden.
• Als u gebruik wilt maken van de ingebouwde flitser, klap deze dan eerst uit.
• Wanneer de afstandsbediening vijf minuten niet wordt gebruikt, keert de camera automatisch terug naar de enkelbeeldopnamefunctie.
• De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer
30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een PENTAX service center om de batterij te vervangen (hieraan zijn kosten verbonden).
e_kb411.book Page 64 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
64
Gebruik van de functie Spiegel omhoog om bewegingen van de camera te voorkomen
Gebruik de functie Spiegel omhoog wanneer de camera duidelijk beweegt, ook wanneer de draadontspanner (optioneel) of de afstandsbediening (optioneel) wordt gebruikt.
Wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, klapt de spiegel omhoog en wordt de opname twee seconden later gemaakt wanneer de zelfontspanner met vertragingstijd van 2 seconden wordt gebruikt. Met deze methode kunt u bewegen van de camera bij het maken van opnamen voorkomen.
Volg de onderstaande procedure om een opname te maken met de functie Spiegel omhoog.
3
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Selecteer Z (zelfontspanner (2 sec)) met behulp van de knop { en de vierwegbesturing ( 2 ).
1 Opnamen met de zelfontspanner (p.57)
3
Stel scherp op het onderwerp.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De spiegel klapt op en de opname wordt twee seconden later gemaakt.
Het belichtingsgeheugen is ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand aan het opklappen van de spiegel is ingesteld.
e_kb411.book Page 65 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Foto’s weergeven
65
Opnamen weergeven
U kunt opnamen weergeven op de camera.
Met de meegeleverde software PENTAX PHOTO Browser 2.1 kunt u opnamen weergeven op een computer. Raadpleeg de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/PENTAX
PHOTO Laboratory 2.1” voor meer informatie.
1
Druk na het maken van een opname op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
3
e_kb411.book Page 66 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
66
2
Druk op de vierwegbesturing ( 45 ).
4 : De vorige opname wordt weergegeven.
5 : De volgende opname wordt weergegeven.
3
Opnamen roteren
U kunt opnamen telkens 90° tegen de klok in roteren. Dit maakt het bekijken van verticaal gemaakte opnamen eenvoudiger.
OK
1
Druk na het maken van een opname op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
OK
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Bij elke druk op de knop wordt de opname
90° tegen de klok in gedraaid.
e_kb411.book Page 67 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
3
Druk op de knop 4 .
De rotatiegegevens van de opname worden bewaard.
Vergrote weergave Opnamen
U kunt opnamen tijdens de weergave tot maximaal 12 keer vergroten.
67
3
1
Druk op de
( 45 ).
Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
e_kb411.book Page 68 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
68
2
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y ).
Bij elke klik wordt de opname vergroot, tot maximaal 12 keer de oorspronkelijke grootte.
Draai naar links (in de richting van f ) om terug te gaan.
Druk nogmaals op de knop 4 om de oorspronkelijke weergave te herstellen.
Druk bij uitvergrote weergave op de vierwegbesturing ( 2345 ) om een ander gedeelte weer te geven.
3
De standaardinstelling voor de eerste klik op de e-knop is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen bij [Inzoomen op weergave] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
Weergave van negen opnamen tegelijk
U kunt negen opnamen tegelijk weergeven op de LCD-monitor.
e_kb411.book Page 69 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
1
Druk op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
69
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f ).
Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen worden weergegeven. Selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 2345 ). Er verschijnt rechts op het scherm een schuifbalk. Als er een opname is geselecteerd op de onderste rij, worden bij een druk op de vierwegbesturing
( 3 ) de volgende negen opnamen weergegeven.
Wanneer een opname niet kan worden weergegeven, verschijnt er een [?].
Kader
Kiezen&wissen 100-0046
Schuifbalk
3
3
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y ) of druk op de 4 knop.
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
e_kb411.book Page 70 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
70
Diavoorstelling
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op de LCD-monitor.
3
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u het eerst wilt weergeven met de vierwegbesturing
( 45 ).
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
2
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
e_kb411.book Page 71 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het startscherm verschijnt en de diavoorstelling begint.
Druk op een willekeurige knop om de diavoorstelling te stoppen.
Wanneer u wilt terugkeren naar de opnamefunctie, drukt u op de ontspanknop of de knop Q , schuift u de hoofdschakelaar naar de voorbeeldstand
( | ), of draait u aan de functiekiezer.
Stel de weergavetijd voor de diavoorstelling in het menu [ Q Weergeven] in.
U kunt de diavoorstelling ook starten vanuit het menu [ Q Weergeven]. (p.163)
71
3
72 e_kb411.book Page 72 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur
Via de videokabel kunt u opnamen weergeven met een tv of andere apparatuur met een video-IN-aansluiting als monitor. Zorg dat zowel de tv als de camera uit staat alvorens de kabel aan te sluiten.
1 Het video-uitgangssignaal selecteren (p.170)
3
1
Open het klepje voor aansluitingen en sluit de videokabel aan op de USB/video-uitgang.
2
Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-IN-aansluiting van het audiovisuele apparaat.
3
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
• Als u van plan bent de camera gedurende lange tijd intensief te gebruiken, verdient het aanbeveling een netvoedingsadapter (optioneel) te gebruiken. (p.28)
• Bij AV-apparatuur met meerdere video-IN-aansluitingen (zoals een tv), raadpleegt u de handleiding bij het AV-apparaat en selecteert u de video-IN-aansluiting waarop de camera wordt aangesloten.
• Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluidsbestanden niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar gebruikte signaal. Als dit het geval is, wijzigt u de instelling van het videosignaal. (p.170)
• De LCD-monitor van de camera wordt uitgeschakeld terwijl de camera op het audiovisuele apparaat is aangesloten.
e_kb411.book Page 73 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Opnamen verwerken met filters
U kunt opnamen bewerken met digitale filters. De bewerkte opnamen worden onder een andere naam opgeslagen.
• RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt.
• Stel digitale filters in via het menu [ Q Weergeven].
73
3
Digitaal filter
Zwart-wit
Sepia
Soft
Vlak
Helderheid
Converteert naar zwart-witopname.
Geeft uw foto’s een antiek uiterlijk door ze te converteren naar een sepiakleur.
Creëert een zachte opname door de gehele opname lichtjes te vervagen.
Keuze uit drie niveaus.
Wijzigt de horizontale en verticale verhouding van opnamen. De hoogte en breedte kunnen tot twee keer het oorspronkelijke formaat worden gewijzigd.
Wijzigt de helderheid van opnamen. Keuze uit ±8 niveaus.
1
Druk op de knop { in de weergavestand.
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
e_kb411.book Page 74 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
74
2
Druk op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm voor selectie van het filter verschijnt.
OK
3
3
Selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
4
Selecteer een filter met de vierwegbesturing ( 23 ).
Selecteer een filter en bekijk het effect op de opname. Ga naar stap 6 wanneer u [Zwart-wit] of [Sepia] hebt geselecteerd.
5
Met de e-knop kunt u de verhouding aanpassen wanneer u het filter Vlak,
Soft of Helderheid hebt geselecteerd.
Draai linksom voor een bredere opname en rechtsom voor een smallere opname als het filter Vlak is geselecteerd. Draai linksom om de opname donkerder te maken, of rechtsom om de opname helderder te maken als u
Helderheid hebt geselecteerd. Selecteer de zachtheid (drie niveaus) als u het filter
Soft hebt geselecteerd.
Druk op de vierwegbesturing ( 45 ) om een opname te selecteren.
De opname wordt weergegeven met de ingestelde verhouding of zachtheid.
OK
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Opslaan als
OK
8
Druk op de knop 4 .
De gefilterde opname wordt opgeslagen onder een andere naam.
e_kb411.book Page 75 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Opnamen wissen
Eén opname wissen
U kunt één opname per keer wissen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt wissen met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de knop i .
Het scherm Wissen verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Wissen
OK
4
Druk op de knop 4 .
De opname wordt gewist.
75
3
e_kb411.book Page 76 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
76
Alle opnamen wissen
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
3
1
Druk op de knop Q .
2
Druk twee maal op de knop i .
Het scherm voor het wissen van alle opnamen verschijnt.
3
Selecteer [Alles wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Alles wissen
OK
4
Druk op de knop 4 .
Alle opnamen worden gewist.
e_kb411.book Page 77 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
77
Geselecteerde opnamen wissen
(uit de weergave met negen opnamen)
U kunt verscheidene opnamen tegelijk uit de weergave met negen opnamen wissen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
• U kunt alleen gelijktijdig bestanden selecteren wanneer deze in dezelfde map staan.
1
Druk op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
3
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f ).
Er worden negen opnamen getoond.
3
Druk op de knop i .
9 wordt boven de opnamen weergegeven.
Kiezen&wissen 100-0046
e_kb411.book Page 78 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
78
3
4
Kies de te wissen opnamen met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de 4 knop.
De opname wordt geselecteerd en O verschijnt.
Druk op de knop { om alle opnamen te selecteren. (De selectie van opnamen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal opnamen.)
5
Druk op de knop i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
6
Selecteer de optie [Kiezen&wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Wissen OK
Kiezen&wissen
OK
7
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde opnamen worden gewist.
e_kb411.book Page 79 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd.
1
Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
De laatste opnamen (die met het hoogste bestandsnummer) worden als eerste weergegeven op de LCD-monitor.
2
Druk op de Z knop.
Het scherm Beveiligen verschijnt.
79
3
3
Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Beveiligen
OK
4
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde opname wordt beveiligd.
• Om de beveiligingsinstellingen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3.
• Bij de weergave van beveiligde opnamen verschijnt het symbool Y . (p.19)
e_kb411.book Page 80 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
80
Alle opnamen beveiligen
1
Druk op de knop Q .
2
Druk twee keer op de Z knop.
Het scherm voor beveiliging van alle opnamen verschijnt.
3
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Protect] te selecteren en druk op de knop 4 .
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd.
Om de beveiligingsinstellingen voor alle opnamen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3.
Beveiligen
OK
e_kb411.book Page 81 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Afdrukservice instellen (DPOF)
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak te brengen die foto’s afdrukt.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal exemplaren opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken.
Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
81
3
Afzonderlijke opnamen afdrukken
Stel voor elke opname de volgende opties in.
Kopieën Selecteert het aantal kopieën. U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken.
Datum Geeft aan of de datum al dan niet moet worden afgedrukt op de foto.
1
Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het DPOF-scherm verschijnt.
Als er reeds DPOF-instellingen zijn voor een opname, worden het vorig ingestelde aantal afdrukken en de instelling van de datumweergave
( O (aan) of P (uit)) weergegeven.
Fn
Kopieën
Datum
4
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) het aantal kopieën en druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader gaat naar [Datum].
00
OK
e_kb411.book Page 82 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
82
5
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om aan te geven of de datum al ( O ) dan niet ( P ) moet worden afgedrukt.
O : De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
Kopieën
Datum
01
Fn OK
3
6
Druk op de knop 4 .
De DPOF-instellingen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestand.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat de kans dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als de DPOF-instelling hiervoor is gekozen.
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal kopieën in stap 4 in op [00] en drukt u op de knop 4 .
Instellingen voor alle opnamen
1
Druk op de knop { in de weergavestand.
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het DPOF-scherm verschijnt.
Fn
Kopieën
Datum
00
OK
e_kb411.book Page 83 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
83
3
Druk op de knop { .
Er verschijnt een scherm waar u voor alle opnamen DPOF-instellingen kunt invoeren.
Kopieën
Datum
00
OK
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om het aantal kopieën in te stellen en te bepalen of u de datum wilt afdrukken ( O ) of niet ( P ).
Zie stap 4 en 5 van “Afzonderlijke opnamen afdrukken” (p.81) voor nadere informatie over de instellingen.
5
Druk op de knop 4 .
De DPOF-instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestand.
3
Het aantal kopieën dat u opgeeft bij de instellingen, geldt voor alle opnamen.
Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
Wanneer er instellingen worden opgegeven voor alle opnamen, worden instellingen voor afzonderlijke opnamen geannuleerd.
84 e_kb411.book Page 84 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Afdrukken met PictBridge
3
Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u daarvoor een computer nodig hebt (Rechtstreeks afdrukken).
Sluit de camera op de PictBridge-compatibele printer aan via de meegeleverde USB-kabel
(I-USB17) om rechtstreeks af te drukken.
Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten, selecteert u de opnamen die u wilt afdrukken, het aantal kopieën en of de datum moet worden afgedrukt.
Rechtstreeks afdrukken vindt als volgt plaats.
Stel [Transfer functie] op de camera in op [PictBridge] (p.85)
¶
Sluit de camera aan op de printer (p.86)
¶
Stel de afdrukopties in (p.81)
Afzonderlijke opnamen afdrukken (p.87)
Alle opnamen afdrukken (p.89)
Afdrukken met DPOF-instellingen (p.91)
¶
Maak de camera los van de printer (p.91)
• Wanneer u de camera aansluit op een printer, raden wij u aan de netvoedingsadapter te gebruiken. De printer werkt mogelijk niet goed, of de opnamegegevens kunnen verloren gaan wanneer de batterijen leegraken terwijl de camera op de printer is aangesloten.
• Maak de USB-kabel niet los tijdens de overdracht van gegevens.
• Al naar gelang het type printer zijn mogelijk niet alle op de camera gemaakte instellingen
(zoals de afdruk- of DPOF-instellingen) geldig.
• Er kan een afdrukfout optreden als u meer dan 500 exemplaren probeert af te drukken.
• U kunt met de camera niet meerdere opnamen selecteren om af te drukken op één enkel vel. Geef op de printer de instellingen op. Raadpleeg de handleiding bij de printer voor meer informatie.
• U kunt RAW-opnamen niet rechtstreeks afdrukken. Druk RAW-opnamen af via een pc.
• Raadpleeg de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/PENTAX PHOTO
Laboratory 2.1” wanneer u de camera aansluit op een computer.
e_kb411.book Page 85 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Instellen van [Transfer functie]
1
Druk op de 3 knop.
Het menu [ A Opname] wordt weergegeven.
85
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om het menu [ H Set-up] te selecteren.
Set-up
Formatteren
Signaal
Datum instellen
Wereldtijd
Hulpdisplay
Einde
Nederlands
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Transfer functie] te kiezen.
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Er verschijnt een keuzemenu.
3
e_kb411.book Page 86 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
86
5
Selecteer [PictBridge] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
Cancel
0
PAL
P C
PictBridge
P C - F
OK OK
3
6
Druk op de knop 4 .
De instelling wordt gewijzigd.
7
Druk op de knop 3 .
De camera op de printer aansluiten
1
Zet de camera uit.
2
Sluit de camera aan op de PictBridge-compatibele printer via de meegeleverde USB-kabel.
Op printers die compatibel zijn met PictBridge, is het PictBridge-logo afgedrukt.
e_kb411.book Page 87 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
87
3
Zet de printer aan.
4
Nadat de printer is geïnitialiseerd, zet u de camera aan.
Het PictBridge-menu verschijnt.
Print een beeld
Print alle beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer [Transfer functie] is ingesteld op [PC] of [PC-F].
Afzonderlijke opnamen afdrukken
1
Selecteer [Print een beeld] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
Print een beeld
Print alle beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
2
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Print een beeld] verschijnt.
3
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) een opname die u wilt afdrukken.
3
Fn
OK
e_kb411.book Page 88 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
88
3
4
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing ( 23 ).
U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken.
5
Gebruik de knop { om te bepalen of de datum al ( O ) dan niet ( P ) moet worden afgedrukt.
O : De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Ga naar stap 12 om de opnamen af te drukken met de standaardinstellingen.
Ga naar stap 7 om de afdrukinstellingen te wijzigen.
OK
Fn
7
Druk op de knop { .
Het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen verschijnt.
PictBridge
Papierafm.
Papiertype
Kwaliteit
Randinstelling
Standaard
Std.
Std.
Std.
Cancel OK OK
8
Selecteer [Papierafmeting] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het papierformaat verschijnt.
9
Kies het papierformaat met de vierwegbesturing ( 2345 ).
U kunt alleen een papierformaat kiezen dat door uw printer wordt ondersteund.
Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Standaard], worden opnamen afgedrukt op basis van de printerinstellingen.
Papierafm.
Standaard
Kaart
L
1 0 0 × 1 5 0
Briefkaart
4 " × 6 "
Cancel
2 L
8 " × 1 0 "
A 4
Brief
11 " × 1 7 "
A 3
OK OK
e_kb411.book Page 89 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
89
10
Druk op de knop 4 .
11
Herhaal stap 8 t/m 10 om [Papiertype], [Kwaliteit] en [Randinstelling] in te stellen.
Na het instellen van elk item wordt het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen weergegeven.
Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Standaard], worden opnamen afgedrukt op basis van de printerinstellingen.
Papiertypen met meer E ondersteunen papier van een hogere kwaliteit.
Hoe meer E , hoe hoger de afdrukkwaliteit.
12
Druk twee keer op de knop 4 .
De opname wordt afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
Alle opnamen afdrukken
1
Selecteer [Print alle beelden] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
Print een beeld
Print alle beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
2
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Print alle beelden] verschijnt.
3
e_kb411.book Page 90 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
90
3
Kies het aantal kopieën en geef aan of de datum al dan niet moet worden afgedrukt.
Het aantal kopieën en het al dan niet afdrukken van de datum zijn van toepassing op alle opnamen.
Zie stap 4 en 5 van “Afzonderlijke opnamen afdrukken” (p.87) voor nadere informatie over de instellingen.
3
4
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Zie stap 7 en 11 van “Afzonderlijke opnamen afdrukken” (p.87 en 89) voor nadere informatie over het wijzigen van de instellingen.
5
Druk op de knop 4 in het bevestigingsvenster voor de afdrukinstellingen.
Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
Fn
OK
e_kb411.book Page 91 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
91
Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen
1
Selecteer [DPOF AUTOPRINT] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
2
Druk op de knop 4 .
Het scherm Afdrukken met DPOF-instellingen verschijnt. Geef met de vierwegbesturing ( 45 ) aan hoeveel kopieën u van elke opname wilt afdrukken, of de datum op de opname moet worden afgedrukt, en het totaal aantal kopieën.
Afdrukinstellingen worden ingesteld met de Afdrukservice. (p.81)
OK
3
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Zie stap 7 en 11 van “Afzonderlijke opnamen afdrukken” (p.87 en 89) voor nadere informatie over het wijzigen van de instellingen.
4
Druk op de knop 4 in het bevestigingsvenster voor de afdrukinstellingen.
De opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
3
De kabel losmaken van de printer
Maak de camera los van de printer wanneer u klaar bent met het afdrukken van opnamen.
1
Zet de camera uit.
2
Maak de USB-kabel los van de camera en de printer.
e_kb411.book Page 92 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
92
Memo
e_kb411.book Page 93 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
4
Menu-referentie
Legt de functies van F uit aan de hand van knoppen en menu’s
De knopfuncties gebruiken ............................................................. 94
Het menu gebruiken ........................................................................ 98
Het functiemenu gebruiken ........................................................... 104
De functiekiezer gebruiken ........................................................... 106
Bij gebruik van de menu’s en het functiemenu zijn onderdelen die niet kunnen worden gewijzigd vanwege instellingen van de camera grijs en niet selecteerbaar.
94 e_kb411.book Page 94 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De knopfuncties gebruiken
4
Opnamestand
Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de opname.
1
2
4
3
10
5
6
7
8
9
11
12
13
14
15
1
2
3
4
5
Ontspanknop
Indrukken om opnamen te maken. (p.45)
Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera aan/uit te zetten (p.32) of een voorbeeld weer te geven. (p.147)
Ontgrendelknop voor het objectief
Indrukken om het objectief los te maken. (p.38)
Scherpstelfunctieknop
Schakelen tussen automatisch (p.120) en handmatig scherpstellen. (p.147)
Functiekiezer
Gebruiken om de opnamefunctie te wijzigen. (p.106)
e_kb411.book Page 95 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
6
7
8
9
13
14
10
11
12
15
K knop
Indrukken om de ingebouwde flitser uit te klappen. (p.51)
3 -knop
Het menu [ A Opname] weergeven (p.100). Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 5 ) voor weergave van de menu’s [ Q Weergeven] (p.100), [ H Set-up] (p.101) en [ A Pers.inst.]. (p.102)
M knop
Indrukken om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (p.17)
Q knop
Activeert de weergavefunctie. (p.65) m c knop
Indrukken om waarden voor het diafragma en de LW-correctie in te stellen. (p.137, p.142)
L knop
De belichting vergrendelen voordat de opname wordt gemaakt. (p.143)
Automatisch de juiste belichting instellen in de stand a (handmatig). (p.141) e-knop
De sluitertijd, het diafragma en de LW-correctie instellen. (p.135, p.137, p.142)
4 knop
De in het menu geselecteerde instelling bevestigen.
Vierwegbesturing ( 2345 )
De cursor verplaatsen of onderdelen wijzigen in menu’s en het functiemenu.
{ knop
Indrukken om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om de volgende handeling te kiezen. (p.104)
95
4
e_kb411.book Page 96 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
96
Weergavestand
Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de weergave.
1
2
4
1
2
4
5
3
6
3
4
5
7
8
9
10
11
6
Ontspanknop
Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie.
Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit en aan te zetten. (p.32)
3 -knop
Indrukken om het menu [ Q Weergeven] weer te geven (p.100). Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 45 ) voor weergave van de menu’s [ H Set-up] (p.101),
[ A Pers.inst.] (p.102) en [ A Opname]. (p.100) i knop
Indrukken om opnamen te verwijderen. (p.75)
M knop
Indrukken om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (p.18)
Q knop
Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie.
e_kb411.book Page 97 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
7
8
9
10
11
Z knop
Indrukken om opnamen te beveiligen tegen onbedoelde verwijdering. (p.79) e-knop
Een opname uitvergroten (p.67) of negen opnamen tegelijkertijd weergeven. (p.68)
4 knop
De in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling bevestigen.
Vierwegbesturing ( 2345 )
De cursor verplaatsen of onderdelen wijzigen in menu’s, het functiemenu en het weergavescherm.
{ knop
Indrukken om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing ( 245 ) om de volgende handeling te kiezen. (p.104)
97
4
98 e_kb411.book Page 98 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het menu gebruiken
Bediening van het menu
In dit gedeelte wordt het gebruik uitgelegd van de menu’s [ A Opname], [ Q Weergeven],
[ H Set-up] en [ A Pers.inst.].
Het menuscherm weergeven
4
1
Druk op de knop 3 in de opnamefunctie.
Het menu [ A Opname] verschijnt op de LCD-monitor.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
De menu’s [ Q Weergeven], [ H Set-up] en [ A Pers.inst] worden opeenvolgend weergegeven, steeds als u op de vierwegbesturing drukt.
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
Set-up
Formatteren
Signaal
Datum instellen
Wereldtijd
Hulpdisplay
Einde
Nederlands
e_kb411.book Page 99 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Selecteer een menuonderdeel en stel het in.
Hierna wordt bij wijze van voorbeeld de procedure uitgelegd voor instelling van [Kwaliteitsniveau] in het menu [ A Opname].
3
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
De beschikbare opties voor [Kwaliteitsniveau] worden weergegeven.
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om naar het keuzemenu te gaan als er sprake is van een keuzemenu.
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Cancel OK OK
5
Selecteer een instelling met de vierwegbesturing ( 23 ).
6
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in.
Druk op de knop 3 om terug te gaan naar het de opname- of weergavestand.
Als u op de 3 -knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterijen worden uitgenomen terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
• Met de e-knop kunt u schakelen tussen de menu’s [ A Opname], [ Q Weergeven],
[ H Set-up] en [ A Pers. inst.] wanneer er geen keuzemenu wordt weergegeven.
• Als u in de opnamestand op de knop 3 drukt, verschijnt het menu [ A Opname].
Als u in de weergavestand op de knop 3 drukt, verschijnt het menu
[ Q Weergeven].
99
4
e_kb411.book Page 100 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
100
[
A
Opname] Onderdelen van menu
4
Instellingen voor het maken van opnamen geeft u op in het menu [ A Opname].
Onderdeel
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Auto Bracket
Automatische belichting
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
Functie
Stelt de kleurtint van opnamen in.
Stelt de opnamegrootte in.
Stelt de opnamekwaliteit in.
Stelt de kleurverzadiging in.
Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Stelt het contrast van de opname in.
Stelt Auto Bracket in.
Selecteert het gedeelte van het scherm dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting.
Selecteert het gedeelte waarop autofocus scherp stelt.
Selecteert de autofocusstand.
Past de flitsbelichting aan om de opname lichter of donkerder te maken.
Bladzijde p.110
p.111
p.112
p.113
p.113
p.113
p.146
p.131
p.123
p.124
p.149
[
Q
Weergeven] Onderdelen van menu
Instellingen voor weergave en bewerking van opnamen maakt u in het menu [ Q Weergeven].
Onderdeel
Weergave functie
Momentcontrole
Voorbeeldweerg
Digitaal filter
Diavoorstelling
Functie
Instelling voor de weergave van opnamegegevens bij het weergeven van opnamen en een waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn.
Stelt de tijdsduur in voor de onmiddellijke controle.
Instelling voor de weergave van een waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn of een histogram tijdens Momentcontrole en Digitaal voorbeeld.
Converteert opnamen naar zwart-wit of sepia, past de filters
Soft en Vlak toe, of past de helderheid aan.
Geeft opnamen doorlopend weer.
Bladzijde p.162
p.172
p.173
p.73
p.70
e_kb411.book Page 101 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
101
Onderdelen van menu [
H
Set-up] instellen
Maak verschillende instellingen voor de camera in het menu [ H Set-up].
Onderdeel
Formatteren
Signaal
Datum instell.
Wereldtijd
Language/
Hulpdisplay
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie*
Auto Uitsch.
Mapnaam
Bestandsnr.
Sensor reinigen
Reset
Functie
Formatteert de SD-geheugenkaart.
Schakelt het geluidssignaal in/uit.
Stelt de datumindeling en de tijd in.
Stelt in om de plaatselijke tijd weer te geven wanneer u naar het buitenland reist.
Wijzigen van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven.
Geeft indicaties al dan niet weer op de LCD-monitor.
Wijzigt de helderheid van de LCD-monitor.
Stelt het uitgangssignaal in voor weergave op een televisie.
Stelt de USB-kabelverbinding in (computer of printer).
Stelt de tijd in waarna de camera automatisch wordt uitgeschakeld.
Stelt de methode in die wordt gebruikt voor het toewijzen van mapnamen voor het opslaan van opnamen.
Stelt de methode in voor het toevoegen van bestandsnummers.
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte stand om de CCD te kunnen reinigen.
Zet alle instellingen terug op hun standaardwaarden, behalve
Datum instellen, Language, Videosignaal en Wereldtijd.
Bladzijde p.164
p.165
p.165
p.166
p.169
p.169
p.170
p.170
p.85
p.171
p.171
p.172
p.185
p.174
* Raadpleeg p. 13 van de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/PENTAX PHOTO
Laboratory 2.1” voor informatie over aansluiting van de camera op een computer.
4
e_kb411.book Page 102 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
102
[
A
Pers.inst.] Onderdelen van menu
4
Stel in het menu Pers. inst. aangepaste functies in om volledig gebruik te maken van de functionaliteit van de spiegelreflexcamera. In de standaardinstelling wordt het menu Pers. inst. niet gebruikt.
Instellingen in het menu [ A Pers. inst.] worden geactiveerd wanneer [Instellen], het eerste onderdeel, O (aan) is.
Onderdeel
Instellen
Ruisonderdrukking
Bel.inst.stappen
AUTO ISO correctie
Waarsch. ISO inst.
Koppelt belicht. + AF
Bedrijftijd lichtmtr
AE-L met AF lock
Resterend aantal opn
OK knop bij opname
AE-L knop op M opname
AF met afstandbed
FI bij gebr S lens
Gebruik diafr. ring
Ontspant bij opladen
Functie
Instellen om het menu met Persoonlijke instellingen te gebruiken.
Instellen om ruisonderdrukking te gebruiken bij opnamen met een lange sluitertijd.
Stelt de aanpassingsstappen voor de belichting in.
Stelt het bereik in voor automatische correctie van de gevoeligheid wanneer Gevoeligheid is ingesteld op [AUTO].
Stelt het maximale gevoeligheidsniveau in.
Wanneer dit niveau wordt overschreden, wordt er een ISO-gevoeligheidswaarschuwing gegeven.
Stelt in dat AE en scherpstelveld bij meervlaks lichtmeting op basis van AF-punt moeten worden aangepast.
Stelt de bedrijftijd voor de belichtingsmeter in.
Instelling voor het vastzetten van de belichtingswaarde wanneer er is scherpgesteld.
Stelt in dat de weergave van het resterende aantal opnamen in LCD en zoeker wordt veranderd in het aantal mogelijke continuopnamen wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Stelt de gewenste actie in voor de knop 4 wanneer deze tijdens de opname wordt ingedrukt.
Selecteert de belichtingscorrectiemethode wanneer op de knop L wordt gedrukt in de stand a (handmatig).
Instelling om automatisch scherp te stellen bij opnamen via de afstandsbediening.
De sluiter ontspant nadat de autofocus actief is, wanneer de ontspanknop wordt bediend vanaf de afstandsbediening en deze aan staat. De sluiter kan niet worden ontspannen voordat er is scherpgesteld.
De autofocus wordt niet actief door het gebruik van de ontspanknop op de afstandsbediening wanneer deze uit staat.
Instelling voor weergave van een scherpstelindicatie wanneer er een schroefdraadobjectief wordt gebruikt.
Het objectief wordt herkend, ook al stond de camera niet aan toen het objectief werd bevestigd.
Instelling voor het inschakelen van de ontspanknop wanneer de diafragmaring in een andere positie staat dan s .
Stelt de mogelijkheid in om de sluiter te ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen.
Bladzijde
—
— p.143
p.117
p.118
p.132
p.132
p.126
— p.122, p.123
p.141
—
— p.184
p.150
e_kb411.book Page 103 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Onderdeel
Voorbeeldmethode
Inzoomen op weergave
Man.witbalans meting
Kleurgebied
Reset pers.inst.
Functie
Selecteert Digitaal voorbeeld of Optisch voorbeeld als de hoofdschakelaar in de voorbeeldstand ( | ) staat.
Aan de hand van een digitaal voorbeeld kunt u compositie, belichting en scherpstelling op de LCD-monitor beoordelen voordat u de opname maakt. Aan de hand van een optisch voorbeeld kunt u de scherptediepte controleren door de zoeker.
Stelt de aanvangsvergroting van de zoomweergave in.
Kies uit [1,2 keer], [2 keer], [4 keer], [8 keer] en [12 keer].
De standaardinstelling is [1,2 keer].
Instelling voor het meten van het gehele scherm of een spotgebied wanneer handmatige witbalans is ingesteld.
Stelt het te gebruiken kleurgebied in.
Zet alle instellingen in het menu Persoonlijke instellingen terug op hun standaardwaarde.
Bladzijde p.148
— p.115
p.119
p.175
103
4
104 e_kb411.book Page 104 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het functiemenu gebruiken
4
Opnamestand
Druk tijdens het maken van een opname op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om een handeling te kiezen.
Vierwegbesturing
Onderdeel Functie
2
3
4
5
Transportfunctie
Flitsinstelling
Witbalans
Gevoeligheid
Selecteert Continuopname, Zelfontspanner,
Afstandsbediening of Auto Bracket.
Wijzigt de flitsfunctie.
Wijzigt de kleur in de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
Stelt de gevoeligheid in.
Bladzijde p.55, p.57, p.61, p.144
p.51
p.114
p.117
e_kb411.book Page 105 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
105
Weergavestand
Druk tijdens de weergave op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
Fn
OK
Fn
Druk op de vierwegbesturing ( 245 ) om een handeling te kiezen.
Vierwegbesturing
2
4
5
Onderdeel Functie
DPOF-instellingen Stelt de DPOF-instellingen in.
Digitaal filter
Diavoorstelling
Converteert opnamen naar zwart-wit of sepia, past de filters Soft en Vlak toe, of past de helderheid aan.
Geeft opnamen doorlopend weer.
Bladzijde p.81
p.73
p.70
4
106 e_kb411.book Page 106 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De functiekiezer gebruiken
4
Functie-indicatie
U kunt de opnamefunctie wijzigen door een pictogram op de functiekiezer tegenover het indexstreepje te zetten.
Onderdeel Bladzijde
I
= s q
\
.
a
(Portret)
(Landschap)
(Macro)
(Bewegend onderwerp)
(Portretopname bij nacht)
(Flits UIT)
H
(Auto Picture)
(Scène)
Functie
Selecteert automatisch een van de functies Portret,
Landschap, Macro of Bewegend onderwerp. Hiermee kunt u opnamen maken bij standaardinstellingen
(Normaal) als er geen optimale opnamefunctie is.
Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor scherpe opnamen.
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen of andere kleine onderwerpen op korte afstand.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp, bijvoorbeeld bij een sportevenement.
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond of schemering.
De ingebouwde flitser is uitgeschakeld.
Andere instellingen zijn gelijk aan Normaal in I .
Selecteert uit 8 opnamescènes afhankelijk van de opnameomstandigheden.
p.47
Bij .
(Portretopname bij nacht), wordt een langere sluitertijd gebruikt op donkere plaatsen, zelfs als de ingebouwde flitser wordt gebruikt. Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
e_kb411.book Page 107 Monday, February 5, 2007 2:21 PM e b
Onderdeel
(Programma)
(Sluitertijdvoorkeuze) c (Diafragmavoorkeuze) a p
(Handmatig)
(Tijdopname)
Functie
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging van bewegende onderwerpen. Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of onderwerpen die lijken te bewegen.
Instelling van het gewenste diafragma voor controle over de scherptediepte. Gebruik deze instelling voor een onscherpe of scherpe achtergrond.
Instelling voor het maken van opnamen waarbij u zelf een combinatie van sluitertijd en diafragma kiest.
Instelling voor het maken van opnamen waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen.
Bladzijde p.134
p.137
p.137
p.139
p.141
107
4
e_kb411.book Page 108 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
108
Memo
e_kb411.book Page 109 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
5
Functiereferentie
Beschrijving van functies voor optimaal werken met de F .
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen..................... 110
Scherpstellen ................................................................................. 120
Belichting instellen ........................................................................ 129
Compositie, belichting en scherpstellen beoordelen vóór opname .................................................................................. 147
Ingebouwde flitser gebruiken ....................................................... 149
Instellingen tijdens de weergave .................................................. 162
Camera-instellingen ....................................................................... 164
Standaardinstellingen herstellen ................................................. 174
110 e_kb411.book Page 110 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen
5
Beeldtint instellen
Stel de basiskleurtint van opnamen in. De standaardinstelling is [ F (helder)].
F
Helder Opnamen worden helderder gemaakt, met een hoog contrast en meer scherpte.
G
Natuurlijk Opnamen krijgen een natuurlijke afwerking die geschikt is voor retoucheren.
Instellen bij [Beeldtint] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Cancel OK OK
De instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.47).
Beeldtint is vast ingesteld op F (helder).
e_kb411.book Page 111 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
111
Opnamepixels instellen
U kunt voor opnamepixels kiezen uit P , Q en R . Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instellingen voor kwaliteitsniveau. De standaardinstelling is P 3008×2000 (JPEG).
P
Q
R
3008×2008 (RAW)
3008×2000 (JPEG)
2400×1600
1536×1024
Geschikt voor afdrukken op A3-papier.
Geschikt voor afdrukken op A4-papier.
Geschikt voor afdrukken op A5-papier.
Instellen bij [Opnamepixels] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Cancel OK OK
5
[Opnamepixels] kan niet worden geselecteerd als [Kwaliteitsniveau] is ingesteld op | .
(vast ingesteld op 3008×2008)
e_kb411.book Page 112 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
112
Kwaliteitsniveau instellen
5
U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de opnamepixels. De standaardinstelling is [ C (Best)].
|
C
D
E
RAW
Best
Beter
Goed
RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder verdere bewerking.
Effecten zoals Witbalans, Contrast, Kleurverzadiging en Scherpte worden niet op de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen. Breng de opnamen over naar een computer, pas effecten toe via de meegeleverde software PENTAX PHOTO Laboratory 2.1 en maak hiermee JPEG- en TIFF-bestanden.
Laagste mate van compressie, geschikt voor het afdrukken van grote opnamen op bijvoorbeeld A4-papier. De opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG.
Standaardcompressie, geschikt voor de weergave van standaardfoto’s of voor weergave op het beeldscherm. De opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG.
Hoogste compressiefactor, geschikt om als bijlage bij e-mailberichten te gebruiken of voor het maken van websites. De opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG.
Instellen bij [Kwaliteitsniveau] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Cancel OK OK
e_kb411.book Page 113 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen
U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast.
De standaardinstelling voor alle is [0 (standaard)].
Kleurverzadiging Stelt de kleurverzadiging in.
Scherpte Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Contrast Stelt het contrast van de opname in.
Stel [Kleurverzadiging], [Scherpte] en [Contrast] in in het menu [ A Opname]. (p.100)
De instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.47).
113
In de richting van +: Hogere kleurverzadiging
In de richting van –: Lagere kleurverzadiging
Opname
Einde
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
Opname
Beeldtint
Opnamepixels
Kwaliteitsniveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Einde
In de richting van +: Meer scherpte
In de richting van –: Minder scherpte
In de richting van +: Hoger contrast
In de richting van –: Lager contrast
5
e_kb411.book Page 114 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
114
Witbalans instellen
5
De kleur van het onderwerp is afhankelijk van de lichtbron. Het wit van een onderwerp zal bij daglicht bijvoorbeeld anders zijn dan bij lamplicht. In camera’s die met film werken, wordt dit opgevangen door een andere film te gebruiken of filters te monteren. Bij digitale camera’s wordt dit opgevangen met instelling van de witbalans. De standaardinstelling is F (Auto).
F Auto Past de witbalans automatisch aan. (Circa 4000 tot 8000K)
G Daglicht Voor het maken van opnamen bij zonlicht. (Circa 5200K)
H Schaduw Voor het maken van opnamen in de schaduw. (Circa 8000K)
^ Bewolkt Voor het maken van opnamen op bewolkte dagen. (Circa 6000K)
J Neonlicht
Voor het maken van opnamen bij neonlicht. U kunt kiezen uit W (wit)
(circa 4200K), N (neutraal wit) (circa 5000K), en D (daglicht). (Circa 6500K)
I Lamplicht Voor het maken van opnamen bij elektrisch licht of ander lamplicht. (Circa 2850K) b Flitser Voor het maken van opnamen met de ingebouwde flitser. (Circa 5400K)
K Handmatig
Gebruik deze functie voor het maken van opnamen waarbij u de witbalans handmatig wilt aanpassen.
* De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte kleuren.
* De witbalans wordt aangepast op basis van vooraf voor de camera ingestelde waarden, als u kiest voor een van de instellingen G (Daglicht), H (Schaduw), ^ (Bewolkt),
J (Neonlicht), I (Lamplicht) of b (Flitser).
Stel [Witbalans] in het functiemenu in. (p.104)
OK
• Zie p.115 voor handmatige aanpassing.
• De witbalans kan niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.47).
e_kb411.book Page 115 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
2000
Roodtint
3000 4000 5000 6000
Blauwtint
8000 10000 12000 [ K ]
115
5
Witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans aanpassen aan de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen.
Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de vooraf ingestelde waarden voor de witbalans van de camera zelf (p.114). Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving.
1
Zet de functiekiezer op e , b , c of a .
2
Druk op de knop { .
Het functiemenu verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
e_kb411.book Page 116 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
116
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer [ K (handmatig)].
OK
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het berichtenscherm verschijnt.
5
6
Richt de zoeker op een egaal wit of grijs vel papier onder een lichtbron om de witbalans in te stellen.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Schuif de scherpstelfunctieknop naar \ wanneer de sluiter niet kan worden ontspannen.
Wanneer de instelling gereed is, verschijnt [OK] op de LCD-monitor.
[NG] verschijnt wanneer de instelling niet kon worden voltooid.
8
Druk op de knop 4 .
• Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt.
• Wanneer u niet tevreden bent met de aanpassing, drukt u nogmaals op de knop { om de instelling te wijzigen.
• U kunt met [Man.witbalans meting] in het menu [ A Pers.inst.] (p.103) het gebied bepalen waarin de witbalans moet worden gemeten als u de witbalans handmatig instelt. Zelfs als u [Volledig scherm] kiest, wordt de witbalans van het hele scherm normaal gemeten, maar wordt de belichting gemeten overeenkomstig de instelling voor [Autobelicht.] in het menu [ A Opname]. De witbalans wordt alleen aangepast in het spotmeetgebied
(p.132) als [Spot meet gebied] is geselecteerd.
• Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans mogelijk niet worden aangepast. Pas in dat geval de belichting aan en vervolgens de witbalans.
e_kb411.book Page 117 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of binnen een gevoeligheidsbereik dat overeenkomt met ISO 200 tot 3200. De standaardinstelling is [AUTO].
Stel [Gevoeligheid] in het functiemenu in. (p.104)
117
OK
Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
Het bereik voor automatische correctie instellen bij AUTO
Stel het bereik in voor automatische correctie van de gevoeligheid wanneer Gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt standaard automatisch gecorrigeerd binnen het bereik [ISO 200-800].
3
4
1
2
ISO 200-800 De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik van ISO 200 tot 800.
ISO 200-400 De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik van ISO 200 tot 400.
ISO 200-1600 De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik van ISO 200 tot 1600.
ISO 200-3200 De gevoeligheid wordt automatisch aangepast binnen het bereik van ISO 200 tot 3200.
Instellen bij [AUTO ISO correctie] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
AUTO ISO correctie
ISO 200-800
ISO 200-400
ISO 200-1600
ISO 200-3200
Gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in de range van 200-800 ISO
In de volgende gevallen wordt de gevoeligheid niet aangepast.
• De belichting is ingesteld op a (handmatig) of p (tijdopname)
• De flitser wordt geactiveerd
• Auto bracket
• Belicht. corr.
5
e_kb411.book Page 118 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
118
5
Weergave ISO-gevoeligheidswaarschuwing
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven in de zoeker als een door u ingestelde waarde voor gevoeligheid wordt bereikt of overschreden. Stel een gevoeligheid in die u niet regelmatig gebruikt om te voorkomen dat u hem vergeet terug te zetten wanneer de gevoeligheid wordt verhoogd. De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt standaard niet weergegeven.
1 Uit
2
3
4
5
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt niet weergegeven.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 400 wordt ingesteld of overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 800 wordt ingesteld of overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 1600 wordt ingesteld of overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 3200 wordt ingesteld of overschreden.
Instellen bij [Waarsch. ISO inst.] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
Waarsch. ISO inst.
Uit
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
Waarsch. ISO inst.
niet in display
Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt ingesteld of overschreden, verschijnt [ o (ISO-gevoeligheidswaarschuwing)] in de zoeker.
Als de gevoeligheid automatisch wordt gecorrigeerd, wordt de ISO-waarschuwing niet weergegeven (p.117).
e_kb411.book Page 119 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
119
Kleurgebied instellen
U kunt het te gebruiken kleurgebied instellen. De standaardinstelling is [sRGB].
1
2 sRGB
AdobeRGB
Instellen op sRGB-kleurgebied.
Instellen op kleurgebied AdobeRGB.
Instellen bij [Kleurgebied] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
Kleurgebied sRGB
AdobeRGB
Instellen op sRGB kleurgebied
Bestandsnamen verschillen afhankelijk van de instelling voor kleurgebied, zie hieronder.
Voor sRGB: IMGPxxxx.JPG
Voor AdobeRGB: _IGPxxxx.JPG
[xxxx] is het bestandsnummer en de nummering gaat door vanaf het laatst opgeslagen bestandsnummer.
5
Color Space (Kleurruimte)
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen.
Dit kleurbereik wordt het kleurgebied (of kleurruimte) genoemd.
Om de verschillen in kleurgebieden tussen verschillende apparaten te overbruggen zijn er standaard kleurgebieden bepaald. Deze camera ondersteunt sRGB en AdobeRGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
AdobeRGB bestrijkt een groter gebied dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in AdobeRGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB.
120 e_kb411.book Page 120 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Scherpstellen
U kunt op de volgende manieren scherpstellen.
=
\
Autofocus
Handmatig scherpstellen
De camera stelt scherp wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Stel handmatig scherp.
De autofocus gebruiken
U kunt voor het scherpstelgebied kiezen uit de standen [Breed] en [Spot]. (p.123)
U kunt ook kiezen uit twee autofocus-functies: l (scherpstellen één opname), waarbij de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om scherp te stellen op het onderwerp en de scherpstelling op die stand wordt vastgehouden, en k (continu scherpstellen), waarbij continu wordt scherpgesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. (p.124)
5
1
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
2
Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
e_kb411.book Page 121 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, verschijnt de scherpstelindicatie ] in de zoeker
(als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp).
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.46)
121
Scherpstelindicatie
• Bij l (Eén opname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl ] brandt
(scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop.
• Als bij de instelling \ (Bewegend onderwerp) H is ingesteld op C (Kinderen) of E
(Huisdier), of als [Autofocus] in het menu [ A Opname] is ingesteld op k (Continu)
(p.124), wordt continu scherpgesteld bij het volgen van het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
• De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp in l
(Eén opname) (p.124). Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (p.46). (p.127)
• Druk in de stand l (Eén opname) de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de ingebouwde flitser beschikbaar is, gaat deze automatisch verschillende keren af, zodat de autofocus makkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving.
• Ongeacht de instelling van de camera op l (Eén opname) of k (Continu) volgt de camera het onderwerp automatisch als is vastgesteld dat het een bewegend onderwerp is.
5
e_kb411.book Page 122 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
122
Scherpstellen op het onderwerp met de knop 4
U kunt de camera ook zo instellen dat er niet wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, maar pas wanneer u op de knop 4 drukt. Dat is handig wanneer u tijdelijk automatisch wilt scherpstellen terwijl handmatig scherpstellen is ingeschakeld.
Stel [Activeren AF] in op [OK knop bij opname] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
OK knop bij opname
Uit
Spot AF
Activeren AF
Cancel AF
AF met ontspanknop werkt niet, gebruik hiervoor OK knop
5
Gebruik deze functie alleen bij objectieven die Quick Shift Focus
(scherpstelling met snelle verschuiving) ondersteunen.
• Selecteer [Cancel AF]. \ verschijnt in de zoeker als u op de knop 4 drukt.
De autofocus wordt niet geactiveerd wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
Dat is handig wanneer u tijdelijk handmatig wilt scherpstellen terwijl de autofocus is ingeschakeld.
• U kunt scherpstellen met de scherpstelring en de ontspanknop indrukken terwijl de knop
4 is ingedrukt wanneer u een objectief gebruikt dat compatibel is met Quick Shift Focus
(haal uw vinger van de knop 4 om direct terug te gaan naar de autofocus-functie).
e_kb411.book Page 123 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
123
Het AF-veld instellen
U kunt kiezen op welk gebied autofocus scherp stelt. De standaardinstelling is G (Breed).
G
6
Breed
Spot
De camera meet een brede zone in het midden van het scherm (binnen het
AF-veld) als uitgangspunt en stelt scherp op het dichtstbijzijnde onderwerp.
De camera meet in een kleinere zone om scherpstellen op een bepaald onderwerp mogelijk te maken.
Instellen bij [AF-veld] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
0.0
Cancel OK OK
5
Als u [Spot AF] selecteert voor [OK knop bij opname] (p.122) in het menu [ A Pers.inst.], schakelt de camera over naar 6 (Spot) zolang de knop 4 ingedrukt blijft, terwijl het AF-veld is ingesteld op G (Breed).
e_kb411.book Page 124 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
124
5
De AF-functie instellen
U kunt kiezen uit de volgende twee autofocusfuncties. De standaardinstelling is l
(Eén opname).
l k
Eén opname
Continu
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, wordt de scherpstelling in die stand vastgehouden.
Er wordt continu scherpgesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
U kunt de [AF-functie] instellen in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
AF.S
AF.C
Cancel OK OK
• De instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (p.47).
• k (Continu) kan worden ingesteld wanneer de functiekiezer op e , b , c , a of p staat. De autofocus wordt ingesteld op k in de functie \ (Bewegend onderwerp) of de Picture-functie of C (Kinderen) of E (Huisdier) of H .
e_kb411.book Page 125 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling)
Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelveld valt, kan de camera niet automatisch scherpstellen op het onderwerp. In deze situatie kunt u het scherpstelveld op het onderwerp richten, de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen.
1
Kader het onderwerp in de zoeker uit.
Gebruik de scherpstelvergrendeling als het onderwerp waarop u wilt scherpstellen buiten het bereik van het scherpstelveld valt.
125
(Voorbeeld)
Er wordt scherpgesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon.
2
Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, verschijnt de scherpstelindicatie ] en klinkt er een geluidssignaal (Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp).
3
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden.
4
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in.
5
126 e_kb411.book Page 126 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
• De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ] brandt.
• Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
• Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.165)
• U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer [Autofocus] in het menu [ A Opname] is ingesteld op k (Continu), de opnamefunctie is ingesteld op \ (Bewegend onderwerp) of H is ingesteld op C (Kinderen) of E (Huisdier). Bij de instellingen k (Continu), \ (Bewegend onderwerp) en C (Kinderen) of E (Huisdier) of H , zal de autofocus blijven scherpstellen op het onderwerp totdat op de ontspanknop wordt gedrukt. (Continu autofocus)
5
Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling is vergrendeld
Stel [AE-L met AF lock] in het menu [ A Pers.inst.] in (p.102) om de waarde voor belichting te vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld. De belichting wordt standaard niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
1
2
Uit
Aan
De belichting is niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
De belichting is vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
AE-L met AF lock
Uit
Aan
Auto belichting niet vergrendeld als de AF is vergrendeld
e_kb411.book Page 127 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Handmatig scherpstelling wijzigen
(Handmatig scherpstellen)
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp is scherpgesteld.
De scherpstelindicatie gebruiken
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ] .
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
127
5
2
Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie ] branden en klinkt er een geluidssignaal.
Scherpstelindicatie
• Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (p.46) en de scherpstelindicatie niet blijft branden, gebruikt u het matglas in de zoeker.
• Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.165)
128 e_kb411.book Page 128 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het matglas in de zoeker gebruiken
U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker.
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
5
2
Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas.
e_kb411.book Page 129 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Belichting instellen
129
Effect van diafragma en sluitertijd
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijd-diafragma.
Er zijn in elke situatie tal van correcte sluitertijd-diafragmacombinaties mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren.
Effect van sluitertijd
De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd van de opname, m.a.w. de tijd dat de CCD aan licht wordt blootgesteld. U kunt daarmee de hoeveelheid licht instellen.
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging (bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen.
5
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen.
e_kb411.book Page 130 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
130
Effect van diafragma
Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen.
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe.
Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp.
5
Scherptediepte
Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen die dichter bij en verder weg zijn, ook scherp zijn. Dit gebied wordt scherptediepte genoemd.
• De scherptediepte van de F is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één diafragmawaarde lager gebruiken (het scherpstelbereik wordt kleiner).
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
Scherptediepte
Scherptegebied
Diafragma
Brandpuntsafstand objectief
Afstand tot onderwerp
Klein
Smal
Open
(Lagere waarde)
Langer
(Tele-opname)
Dichtbij
Groot
Breed
Dicht
(Hogere waarde)
Korter
(Breder)
Veraf
e_kb411.book Page 131 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
131
De lichtmeetmethode selecteren
Selecteer het gedeelte van het scherm dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting. U kunt kiezen uit L (Meervlaks lichtmeting), M (Lichtmeting met nadruk op het midden) of N (Spotmeting). De standaardinstelling is L (Meervlaks lichtmeting).
L
M
N
Meervlaks meting
Lichtmeting met nadruk op het midden
Spotmeting
Het scherm wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald.
Het gehele scherm wordt gemeten met nadruk op het midden, en de belichting wordt bepaald.
Meting van uitsluitend het middelpunt van het scherm ter bepaling van de belichting.
Instellen bij [Automatische belichting] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
0.0
Cancel OK OK
5
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte van het beeld heeft.
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief dan DA, D FA,
FA J, FA, F of A (zo’n objectief kan alleen worden gebruikt wanneer dit is toegestaan in [Gebruik diafr. ring] via het menu [ A Pers. inst.] (p.102)).
132 e_kb411.book Page 132 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
AF-punt koppelen aan de automatische belichting tijdens meervlaksmeting
Bij [Koppelt belicht.+ AF] (p.102) in het menu [ A Pers.inst.] kunt u de belichting koppelen aan het scherpstelpunt tijdens meervlaks lichtmeting. De standaardinstelling is [Uit].
1
2
Uit
Aan
De belichting wordt onafhankelijk van het scherpstelpunt ingesteld.
De belichting wordt op basis van het scherpstelpunt ingesteld.
5
Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken
De meting legt de nadruk op het midden van het matglas.
Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch opnamen met tegenlicht.
Spotmeting gebruiken
Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein vak in het midden van het matglas gemeten, zoals de afbeelding laat zien. U kunt deze functie combineren met het belichtingsgeheugen (p.143) wanneer het onderwerp uitzonderlijk klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is.
Meettijd instellen
Stelt de tijd voor lichtmeting bij [Bedrijftijd lichtmtr] in het menu [ A Pers.inst.] in (p.102).
De standaardinstelling is [10 sec].
1
2
3
10 s
3 s
30 s
Stelt de timer voor de belichtingsmeting in op 10 seconden.
Stelt de timer voor de belichtingsmeting in op 3 seconden.
Stelt de timer voor de belichtingsmeting in op 30 seconden.
e_kb411.book Page 133 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
133
De belichtingsfunctie wijzigen
Naast de Picture-functie is deze camera uitgerust met vijf belichtingsfuncties.
Gebruik de functiekiezer (p.106) om de belichtingsfunctie te wijzigen.
Belicht. functie Beschrijving e b
(Programma)
(Sluitertijdvoorkeuze) c
(Diafragmavoorkeuze) a p
(Handmatig)
(Tijdopname)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging van bewegende onderwerpen.
Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of onderwerpen die lijken te bewegen.
Instelling van het gewenste diafragma voor controle over de scherptediepte.
Gebruik deze instelling voor een onscherpe of scherpe achtergrond.
Instelling van sluitertijd en diafragma voor het maken van creatieve opnamen.
Instelling voor het maken van opnamen waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen.
Belichtingscorrectie
Sluitertijd wijzigen
Diafragma wijzigen
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
5
e_kb411.book Page 134 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
134
Gebruik van de functie e (Programma)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Wijzig de belichting als volgt.
1
Zet de functiekiezer op e .
5
2
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt en wijzig de belichting.
De belichtingscorrectie wordt weergegeven in de zoeker en op het LCD.
De sluitertijd en diafragmawaarde worden ook weergegeven terwijl u de belichting wijzigt.
Belicht. corr.
• Stel de LW-correctie in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel de belichtingsstap in bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers. inst.]. (p.143)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen.
Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het functiemenu.(+)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
e_kb411.book Page 135 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Gebruik van de b (Sluitertijdvoorkeuze)
Wanneer u de sluitertijd korter instelt, kunt u opnamen maken van bewegende onderwerpen alsof deze stilstaan. Wanneer u de sluitertijd langer instelt, benadrukt u de beweging van het onderwerp.
Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld op de juiste belichting.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.129)
1
Zet de functiekiezer op b .
135
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden weergegeven in de zoeker en op het LCD.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt en wijzig de belichtingscorrectiewaarde.
(p.142)
• Stel de sluitertijd in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.143)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [Auto] in het functiemenu. (p.117)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
5
136 e_kb411.book Page 136 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd. Wanneer de diafragmawaarde ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
5
e_kb411.book Page 137 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Gebruik van de c (diafragmavoorkeuze)
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte is groter
(voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.129)
1
Zet de functiekiezer op c .
137
5
2
Draai aan de e-knop en pas de diafragmawaarde aan.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden weergegeven in de zoeker en op het LCD.
138 e_kb411.book Page 138 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt en wijzig de belichtingscorrectiewaarde.
(p.142)
• Stel de diafragmawaarde in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in.
Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.143)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [Auto] in het functiemenu. (p.117)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
5
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleiner diafragma
(hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken.
Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
e_kb411.book Page 139 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Gebruik van a (Handmatige belichting)
U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.129)
1
Zet de functiekiezer op a .
139
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
3
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt en wijzig het diafragma.
5
140 e_kb411.book Page 140 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden weergegeven in de zoeker en op het LCD-display.
De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting
Afwijking van de juiste belichting
(LW-waarde) in de rechter benedenhoek van de zoeker weergegeven. De juiste belichting is ingesteld wanneer [0.0] verschijnt.
• In de functie a (Handmatig) komt de gevoeligheid overeen met ISO 200 wanneer de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO].
• Knippert als het verschil met de juiste belichting groter is dan ±3,0.
• Stel de sluitertijd en diafragmawaarde in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in.
Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.143)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
5
Belichtingswaarschuwing
U bevindt zich buiten het meetbereik als de sluitertijd en de diafragmawaarde knipperen.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
e_kb411.book Page 141 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
141
De knop L
Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast aan de juiste belichting op dat moment als u op de knop L drukt bij de instelling a (Handmatig). U kunt kiezen uit de volgende drie aanpassingsmethoden bij [AE-L knop op M opn.] in het menu
[ A Pers.inst.].
1
2
3
Programmalijn Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast.
Sluitertijd inst
Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast.
Diafragma inst
De sluitertijd wordt vergrendeld en het diafragma wordt automatisch aangepast.
De sluitertijd wordt ingesteld op de juiste belichting, afhankelijk van het diafragma wanneer het diafragma niet is ingesteld op s .
1 Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring] (p.184)
Gebruik van p (Tijdopname)
De tijdopnamefunctie gebruikt u voor lange belichtingstijden, bijvoorbeeld om ’s nachts te fotograferen of om opnamen van vuurwerk te maken.
De sluiter blijft open zo lang de ontspanknop wordt ingedrukt.
1
Zet de functiekiezer op p .
5
• Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen.
• Stel de diafragmawaarde in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in.
Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.143)
• Gebruik een stevig statief en de optionele draadontspanner CS-205 om te voorkomen dat de camera beweegt bij het gebruik van p (Tijdopname). Sluit de draadontspanner aan op de aansluiting voor de draadontspanner (p.15).
• Tijdopname is beschikbaar bij de afstandsbedieningsfunctie (p.61).
De sluiter blijft geopend zolang de ontspanknop van de optionele afstandsbediening ingedrukt wordt gehouden.
• Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd.
Instellen bij [Ruisonderdrukking] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
• In de functie p (Tijdopname) komt de gevoeligheid overeen met ISO 200 wanneer de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO].
e_kb411.book Page 142 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
142
De belichting instellen
Hiermee kunt u met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken.
U kunt de LW-correctie instellen tussen –2 en +2 (LW) in stappen van 1/2 LW of 1/3LW.
Instellen bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.143)
1
Stel de correctie in met de e-knop terwijl u de knop m c indrukt.
m c knop
5 2
Controleer de correctiewaarde in de zoeker.
Tijdens de correctie wordt m weergegeven.
m knippert wanneer de flitser is uitgeklapt indien de flitscorrectie is ingesteld.
Correctiewaarde
De belichtingscorrectie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatige belichting) of p (tijdopname).
De belichtingscorrectie kan niet worden geannuleerd door de camera uit te zetten of door een andere belichtingsfunctie in te stellen.
e_kb411.book Page 143 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
143
Instellingstrappen voor de belichting wijzigen
Stel de belichtingsstap bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers. inst.] in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW
Bel.inst.stappen
1/2 EV Stap
1/3 EV Stap
Bel.inst.stappen
ingesteld op 1/2 EV
Belichting bepalen alvorens een opname te maken
(Belichtingsgeheugen)
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een correcte belichting niet mogelijk is.
1
Druk op de knop L .
De camera houdt de belichting (helderheid) van dat moment vast in het geheugen.
Druk de knop nogmaals in om te ontgrendelen.
5
• @ staat aangegeven in de zoeker wanneer het belichtingsgeheugen is geactiveerd. (p.20)
• De belichting wordt twee keer zo lang in het geheugen vastgehouden als de lichtmeettijd na het loslaten van de L -knop. De belichting wordt vastgehouden zolang de L -knop ingedrukt wordt gehouden of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
• Er klinkt een geluidssignaal wanneer de L -knop wordt ingedrukt.
Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.165)
• Het belichtingsgeheugen is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatige belichting) of p (tijdopname).
• Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie. De belichtingswaarde is echter stabiel, zodat opnamen worden gemaakt met het belichtingsniveau dat is ingesteld in het belichtingsgeheugen.
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatig), worden het diafragma en de sluitertijd automatisch aangepast om de juiste belichting in te stellen wanneer u op de knop L drukt. (p.141)
• De belichting kan worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
Instellen bij [AE-L met AF lock] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.126)
e_kb411.book Page 144 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
144
Wijzigen van belichting en opname (Auto Bracket)
U kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht
(negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie).
Normale belichting
5
1
Druk op de knop { in de opnamefunctie.
Het functiemenu verschijnt.
Onderbelichting
Fn
Overbelichting
OK
Fn
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 5 ) om V (Auto Bracket) te kiezen.
OK
e_kb411.book Page 145 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het functiemenu.
145
5
Druk op de knop { .
De opname is klaar en ] wordt weergegeven op het LCD.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie ] in de zoeker weergegeven.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt, de eerste zonder correctie, de tweede met een negatieve correctie en de derde met een positieve correctie.
5
• Wanneer [Autofocus] in het menu [ A Opname] is ingesteld op l (Eén opname), wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
• Als u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens auto bracketing, blijft de instelling voor de auto bracketing twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor de lichtmeting
(de standaardinstelling is 20 seconden) (p.132) en kunt u de volgende opname maken met de volgende correctiestap. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na circa twee keer zo lang als de timer-instelling (de standaardinstelling is 20 seconden) gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname.
• U kunt Auto Bracket combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen.
Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter de kans dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd
één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
• Auto Bracket is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
e_kb411.book Page 146 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
146
Auto Bracket instellen
Wijzig de opnamevolgorde en stappen van Auto Bracket.
Bracketinghoev.
(trapinterval)
Opnamen maken
1/2LW
1/3LW
±0.5, ±1.0, ±1.5, ±2.0
±0.3, ±0.7, ±1.0, ±1.3, ±1.7, ±2.0
0 ´ – ´ +, – ´ 0 ´ +, + ´ 0 ´ –
* Stel de trapinterval in bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers. inst.]. (p.143)
Instellen bij [Auto Bracket] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Auto Bracket
Bracketng aantal
Opnames maken 0
0.5
5
Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken
U kunt de functie voor auto bracketing combineren met de belichtingscorrectie (p.142) om alleen onderbelichte of overbelichte opnamen te maken. In beide gevallen wordt de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt voor de auto bracketing.
e_kb411.book Page 147 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Compositie, belichting en scherpstellen
beoordelen vóór opname
U kunt met de voorbeeldfunctie de scherptediepte, de compositie, de belichting en de scherpstelling controleren voordat u een opname maakt. Er zijn twee voorbeeldmethoden.
Digitaal voorbeeld
Voor het beoordelen van compositie, belichting en scherpstelling op de LCD-monitor.
Voor het controleren van de scherptediepte door de zoeker.
Optisch voorbeeld
Kies de voorbeeldmethode bij [Voorbeeldmethode] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.103)
De standaardinstelling is Digitaal voorbeeld.
147
Voorbeeld weergeven
Het digitale of optische voorbeeld weergeven.
Digitaal voorbeeld weergeven
1
Stel scherp op het onderwerp, kader het beeld uit in de zoeker en zet de hoofdschakelaar op de stand | .
Het pictogram ( | ) wordt op de LCD-monitor weergegeven gedurende de weergave van het voorbeeld en u kunt compositie, belichting en scherpstelling beoordelen.
Druk de ontspanknop tot halverwege in om de weergave van het digitale voorbeeld af te sluiten en te beginnen met scherpstellen. Het beeld dat tijdens het digitale voorbeeld wordt weergegeven, wordt niet opgeslagen.
5
• U kunt in het digitale voorbeeld de waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn of een histogram weergeven. Instellen bij [Voorbeeldweerg.] (p.173) in het menu [ Q Weergeven].
• De maximale duur van de weergave van het digitale voorbeeld is 60 seconden.
e_kb411.book Page 148 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
148
Optisch voorbeeld weergeven
1
Breng het onderwerp binnen het AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in.
5
2
Zet de hoofdschakelaar op | terwijl u door de zoeker kijkt.
U kunt de scherptediepte beoordelen door de zoeker als de hoofdschakelaar in de stand | staat.
• Zolang de hoofdschakelaar op de voorbeeldstand ( | ) staat, worden er geen opnamegegevens weergegeven in de zoeker en kan er geen opname worden gemaakt.
• U kunt de scherptediepte controleren in alle belichtingsfuncties.
De voorbeeldmethode selecteren
Selecteer de voorbeeldmethode als de hoofdschakelaar in de stand voor het voorbeeld staat ( | ).
De standaardinstelling is Digitaal voorbeeld.
Digitaal voorbeeld
Optisch voorbeeld
Voor het beoordelen van compositie, belichting en scherpstelling op de LCD-monitor, voordat u een opname maakt.
Voor het controleren van de scherptediepte door de zoeker.
Instellen bij [Voorbeeldmethode] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.103)
Voorbeeldmethode
Digitaal voorbeeld
Optisch voorbeeld
Controle van belichting, compositie, scherpstel.
op LCD vóór opname
e_kb411.book Page 149 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Ingebouwde flitser gebruiken
149
corrigeren van de flitsintensiteit
U kunt de flits instellen in een bereik van –2.0 tot +1.0. De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/2 LW en 1/3 LW.
Trapinterval
1/2LW
1/3LW
Flitscorrectie
––2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
––2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
* Stel de trapinterval in bij [Bel.inst.stappen] in het menu [ A Pers. inst.]. (p.143)
Instellen bij [Belichtingscomp.] in het menu [ A Opname]. (p.100)
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
Cancel
1.0
0.5
0.0
0.5
OK OK
5
• m knippert in de zoeker wanneer de flitser uitklapt tijdens de flitsercorrectie. (p.20)
• Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
• Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
• Flitscorrectie werkt ook bij gebruik van een externe flitsers die Automatisch
P-DDL-flitsen ondersteunen.
e_kb411.book Page 150 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
150
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen
U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [Ontspant bij opladen] in het menu [ A Pers.inst.] in op [Aan]. (p.102)
Bij de standaardinstelling kunt u geen opnamen maken terwijl de flitser wordt opgeladen
Ontspant bij opladen
Uit
Aan
Ontspannen mogelijk tijdens laden van ingebouwde flitser
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie
5
Gebruik van de flitser in b bij sluitertijdvoorkeuze
• Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpte-effect te veranderen.
• Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer instellen.
• Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, D FA, FA J, FA,
F of A wordt gebruikt.
Gebruik van de flitser bij diafragmavoorkeuze
• Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer (p.42) waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
e_kb411.book Page 151 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
151
Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig vastgelegd.
• Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp wanneer het onderwerp beweegt.
• Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
Gebruik van de functie
b
(Sluitertijdvoorkeuze)
1 Zet de functiekiezer op b .
De functie b (Sluitertijdvoorkeuze) wordt ingesteld.
2 Gebruik de e-knop om de gewenste sluitertijd in te stellen.
De achtergrond wordt niet juist gecorrigeerd wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zo, dat de diafragmawaarde niet meer knippert.
3 Druk op de knop K .
De flitser wordt uitgeklapt.
4 Maak de opname.
Gebruik van de functie
a
(Handmatig)
1 Zet de functiekiezer op a .
a (Handmatig) wordt ingesteld.
2 Stel de sluitertijd (langer dan 1/180 s) en de diafragmawaarde in voor een correcte belichting.
3 Druk op de knop K .
De flitser wordt uitgeklapt.
In de functie a (Handmatig) kunt u de flitser op elk gewenst moment uitklappen.
4 Maak de opname.
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser
5
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitser onjuist is ingesteld.
Richtgetal ingebouwde flitser
Gevoeligheid
ISO 200
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
Richtgetal ingebouwde flitser
15.6
22
31
44
62
e_kb411.book Page 152 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
152
Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld
Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een diafragmawaarde van F4
L1 = 15,6 ÷ 4 = ca. 3,9 (m)
L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp minder dan 0,7 meter is, kan de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
5
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragmawaarde:
F = 15.6 ÷ 5.2 = 3
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2.8) gebruikt.
e_kb411.book Page 153 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
153
Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser
Hieronder vindt u de compatibiliteit van de ingebouwde flitser bij het gebruik van objectieven
DA, D FA, FA J, FA en F met de F zonder zonnekap.
Ja : beschikbaar
# : beschikbaar afhankelijk van andere factoren
Nee : niet-beschikbaar vanwege vignettering
De volgende waarden zijn geldig zonder gebruik van een zonnekap.
Compatibiliteit Type objectief
DA Fish-eye
10-17 mm F3.5-4.5ED (IF)
F Fish-eye
17-28 mm F3.5-4.5
DA12-24 mm F4ED AL
Nee
#
Nee
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm, kan vignettering optreden.
DA16-45 mm F4ED AL
FA J18-35 mm F4-5.6 AL
#
#
Als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm of als de brandpuntsafstand
28 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan 18 mm en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
DA18-55 mm F3.5-5.6 AL
FA20-35 mm F4AL
FA24-90 mm F3.5-4.5AL (IF)
FA28-70 mm F4AL
FA
28-70 mm F2.8AL
Ja
Ja
Ja
Ja
#
Bij een brandpuntsafstand tussen 28 en 35 mm en een opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
FA J28-80 mm F3.5-5.6
FA28-80 mm F3.5-5.6
FA28-90 mm F3.5-5.6
FA28-105 mm F4-5.6
FA28-105 mm F4-5.6 (IF)
FA28-105 mm F3.2-4.5AL (IF)
FA28-200 mm F3.8-5.6AL (IF)
FA35-80 mm F4-5.6
DA50-200 mm F4-5.6ED
FA70-200 mm F4-5.6
FA J75-300 mm F4.5-5.8AL
FA
80-200 mm F2.8ED (IF)
FA80-320 mm F4.5-5.6
FA80-200 mm F4.7-5.6
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
5
e_kb411.book Page 154 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
154
5
Type objectief
FA100-300 mm F4.7-5.8
FA
250-600 mm F5.6ED (IF)
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA20 mm F2.8
FA
24 mm F2AL (IF)
FA28 mm F2.8AL
FA31 mm F1.8AL Limited
FA35 mm F2AL
DA40 mm F2.8 Limited
FA43 mm F1.9 Limited
FA50 mm F1.4
FA50 mm F1.7
FA77 mm F1.8 Limited
FA
85 mm F1.4 (IF)
FA135 mm F2.8 (IF)
FA
200 mm F2.8ED (IF)
FA
300 mm F2.8ED (IF)
FA
300 mm F4.5ED (IF)
FA
400 mm F5.6ED (IF)
FA
600 mm F4ED (IF)
D FA Macro 50 mm F2.8
D FA Macro 100 mm F2.8
FA Macro 50mm f/2.8
FA Macro 100 mm f/2.8
FA Macro 100 mm f/3.5
FA
Macro 200 mm F4ED (IF)
FA Soft 28 mm F2.8
FA Soft 85 mm F2.8
Compatibiliteit
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
#
#
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
e_kb411.book Page 155 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
155
Gebruik van een externe flitser (optioneel)
De optionele externe flitser AF360FGZ ondersteunt een aantal flitsfuncties, zoals automatisch
P-DDL-flitsen, flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen.
Zie het onderstaande schema voor details.
(Ja: beschikbaar #: Beperkt Nee: niet beschikbaar)
Flitser
Camerafunctie
Flitsen met anti rode ogen
Automatisch flitsen
Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld
Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de functie e
(programma) en de functie b (Sluitertijdvoorkeuze)
Automatisch controleren in de zoeker
Automatische P-DDL-flitser
(geschikte gevoeligheid: ISO 200-3200)
Lange-sluitertijdsync
Flitsbelichtingscorrectie
AF-hulplicht
Flitsen met sluitergordijnsynchronisatie *2
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Slave-flitser
Stroboscoopflitsen
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Draadloos flitsen *5
Ingebouwde
Flitser
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja *1
Ja
Ja
Ja
# *3
# *4
Nee
Nee
Nee
Nee
AF360FGZ
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja *1
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
*1 Bij gebruik van een objectief DA, D FA, FA J, FA, F of A.
*2 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*3 Combineerbaar met de AF360FGZ voor flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie.
*4 Bij combinatie met de AF360FGZ kan 1/3 van het flitslicht worden geproduceerd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*5 Twee of meer AF360FGZ-flitsers zijn vereist.
5
e_kb411.book Page 156 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
156
Weergave op het LCD van de AF360FGZ
De AF360FGZ converteert automatisch het verschil in beeldhoek tussen 35 mm-kleinbeeld en de F , afhankelijk van de brandpuntsafstand van het objectief dat u gebruikt
(als u een objectief gebruikt van het type DA, D FA, FA J, FA of F).
De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de F aan is. (Deze keert terug naar kleinbeeldweergave
(35 mm) wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld).
Brandpuntsafstand objectief
LCD
AF360FGZ
Timer belichtingsmeter
Uit
Timer belichtingsmeter
Aan
85mm 77mm 50mm 35mm 28mm 24mm 20mm
85mm
58mm
70mm
48mm
50mm
34mm
35mm
24mm
28mm
19mm
18mm
24mm*
16mm*
* Bij gebruik van groothoekadapter
5
Gebruik van de functie Automatisch P-DDL-flitsen
Gebruik deze flitsfunctie bij de AF360FGZ. Wanneer de flitsfunctie is ingesteld op “Automatisch P-DDL-flitsen”, geeft de flitser een voorflits net voordat de opname wordt gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 16-segmentsmeting, waardoor meer controle mogelijk is. P-DDL is beschikbaar bij de draadloze flitsfunctie wanneer twee of meer AF360FGZ-flitsers worden gebruikt.
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de AF360FGZ.
2 Schakel de AF360FGZ in.
3 Stel de flitsfunctie van de AF360FGZ in op Automatisch P-DDL-flitsen.
4 Controleer of de AF360FGZ volledig is opgeladen en maak de opname.
• Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitser AF360FGZ.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding bij de externe flitser.
• Wanneer flitsfunctie B of C is geselecteerd, gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
• Druk nooit op de knop voor uitklappen van de flitser wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser.
Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, zie dan p.159 voor de aansluitingsmethode.
e_kb411.book Page 157 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
157
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Met de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie kan ook worden gebruikt met de flitser aangesloten op de camera of bij draadloos flitsen.
De AF360FGZ op de camera aansluiten en gebruiken
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de AF360FGZ.
2 Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op b of a .
3 Schakel de AF360FGZ in.
4 Stel de synchronisatiefunctie van de AF360FGZ in op HS b
(Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie).
5 Controleer of de AF360FGZ volledig is opgeladen en maak de opname.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 s.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname).
5
Gebruik van Draadloos flitsen
U kunt opnamen maken met de flitser zonder de camera aan te sluiten en flitsen via een draadverbinding door gebruik te maken van twee AF360FGZ-flitsers.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is ook beschikbaar bij draadloos flitsen.
Zet de twee AF360FGZ-flitsers op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de AF360FGZ voor meer informatie.
e_kb411.book Page 158 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
158
Draadloos flitsen
1 Stel de AF360FGZ op de gewenste plaats op.
2 Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ in de stand [WIRELESS] (draadloos).
3 Zet de functie voor draadloos flitsen van de AF360FGZ in de stand S (Slave).
4 Draai aan de functiekiezer om de belichtingsfunctie in te stellen op e , b , c of a .
5 Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ op de camera in de stand [WIRELESS] (draadloos).
6 Zet de functie voor draadloos flitsen van de AF360FGZ op de camera in de stand a (Master) of A (Stuur).
• Draadloos flitsen is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
• Stel de Slave-stand bij draadloze bediening van de AF360FGZ in op SLAVE1.
5
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL flitsfunctie)
De volgende gegevens worden uitgewisseld tussen de beide AF360FGZ-flitsers voordat de flits afgaat, als de AF360FGZ draadloos wordt gebruikt.
Druk de ontspanknop helemaal in.
1 De op de camera bevestigde flitser straalt een voorflits uit
(de flitsfunctie van de camera wordt gecommuniceerd).
2 De externe flitser geeft een voorflits af
(de belichting van het onderwerp wordt gemeten).
3 De op de camera bevestigde flitser straalt een voorflits uit
(de vereiste flitsintensiteit wordt doorgegeven aan de externe flits).
* De op de camera bevestigde flitser straalt nog een voorflits uit om de duur van de flits door te geven bij HS b (korte-sluitertijdsynchronisatie).
4 De externe flitser geeft de hoofdflits af.
Stel de Slave-stand bij draadloze bediening van de AF360FGZ in op SLAVE1.
e_kb411.book Page 159 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Anti rode ogen
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser anti rode ogen beschikbaar.
Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar en er kunnen beperkingen gelden voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema op p.155.
• De functie voor anti rode ogen werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (p.54)
• Bij gebruik van de AF360FGZ als slave-flitser of draadloze flitser zorgt de voorflits van de functie anti rode ogen ervoor dat de externe flitser afgaat. Stel daarom bij gebruik van een slave-flitser geen anti rode ogen in.
159
Flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met de AF360FGZ waarvoor de functie voor 2e-sluitergordijnsynchronisatie is ingesteld, gebruikt ook de ingebouwde flitser deze functie. Controleer of beide flitsers volledig zijn opgeladen alvorens de opname te maken.
Gebruik van de ingebouwde flitser samen met de externe flitser
Zoals op de afbeelding hieronder te zien is, bevestigt u de optionele flitsschoenadapter F
G op de flitsschoen van de camera en een flitsschoenadapter F onder op de externe flitser.
Verbind deze met elkaar middels het optionele verlengsnoer F5P. De flitsschoenadapter F wordt geleverd met een statiefschroef voor bevestiging op een statief.
Alleen de automatische P-DDL flitser kan worden gebruikt samen met de ingebouwde flitser.
Combinatie met de ingebouwde flitser
5
e_kb411.book Page 160 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
160
Diverse flitsers tegelijk gebruiken
U kunt twee of meer externe AF360FGZ-flitsers combineren of u kunt twee of meer externe
AF360FGZ-flitsers gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. Sluit ze aan zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding: Bevestig een flitsschoenadapter F (optioneel) onder op de externe flitser en de optionele flitsschoenadapter F en sluit het optionele verlengsnoer F5P aan op de flitsschoenadapter F van de andere externe flitser.
• Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de AF360FGZ te gebruiken als flitser.
Twee of meer externe flitsers combineren
5
Wanneer u diverse AF360FGZ-flitsers gebruikt, of een AF360FGZ samen met de ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
e_kb411.book Page 161 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
161
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Als u twee of meer AF360FGZ-flitsers combineert of een AF360FGZ gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, kunt u opnamen maken met meerdere flitsers (Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie). Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie is gebaseerd op het verschil in de hoeveelheid licht die de flitsers opbrengen.
• Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen automatische flitsers van PENTAX te gebruiken.
1 Sluit de externe flitser indirect aan op de camera. (p.159)
2 Stel de AF360FGZ in op Contrastregelings-synchronisatie.
3 Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op e , b , c of a .
4 Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak de opname.
• Als u twee of meer externe flitsers gebruikt en de functie Flitsen met contrastregelingssynchronisatie instelt op de externe master-flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (master-flitser) : 1 (slave-flitser). Als u de externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit
2 (externe flitser) : 1 (ingebouwde flitser).
• Wanneer u twee AF360FGZ-flitsers gebruikt of een AF360FGZ samen met de ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
• Bij flitsen met contrastregelingssynchronisatie is de kortste flitssynchronisatietijd 1/180 s.
5
162 e_kb411.book Page 162 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Instellingen tijdens de weergave
Weergavefunctie wijzigen
Stelt in welke gegevens bij het weergeven van opnamen als eerste moeten worden weergegeven en of een waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn, moet worden weergegeven.
De camera schakelt over naar weergave van andere informatie als u op de knop M drukt.
5
1
Selecteer [Weergave functie] in het menu [ Q Weergeven].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het instellen van de weergavefunctie verschijnt.
Weergave functie
Weergavestijl
Alleen beelden
Helderheid
3
Selecteer de [Weergavestijl] met de vierwegbesturing ( 5 ).
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om aan te geven welke informatie moet worden weergegeven.
Alleen opnamen
Histogram
Alleen opnamen worden weergegeven.
Opnamen en histogram worden weergegeven.
Detail info Opnamegegevens worden weergegeven met een miniatuur in de linkerbovenhoek.
Laatste geheugen De weergave-instellingen worden bewaard van de vorige keer dat u ze gebruikte.
Weergave functie
Weergavestijl
Alleen beelden
Histogram
Laatste geheugen
Cancel OK OK
e_kb411.book Page 163 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
5
Druk op de knop OK.
De geselecteerde instelling voor informatie wordt opgeslagen.
6
Selecteer [Helderheid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
7
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
8
Druk twee keer op de MENU-knop.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Zie p.18 voor diverse informatie over weergave.
163
Weergave-interval diavoorstelling instellen
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. (p.70)
Zet de weergave-interval op [3 sec], [5 sec], [10 sec] of [30 sec]. De standaardinstelling is [3 sec].
Instellen bij [Diavoorstelling] in het menu [ Q Weergeven]. (p.100)
5
Weergeven
Weergave functie
Momentcontrole
Voorbeeldweerg.
Digitaal filter
Diavoorstelling
Cancel
3 sec
5 sec
10 sec
30 sec
OK OK
Na het instellen drukt u op de knop 4 om de diavoorstelling te starten.
164 e_kb411.book Page 164 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Camera-instellingen
SD-geheugenkaart formatteren
Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart in de camera voordat u de kaart in gebruik neemt.
Bij formatteren worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart verwijderd.
• Open de klep voor de SD-geheugenkaart niet bij het formatteren van een SD-geheugenkaart.
De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Let op: bij formatteren worden ook beveiligde opnamen gewist.
5
1
Selecteer [Formatteren] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm Formatteren weer te geven.
3
Selecteer [Formatteren] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Formatteren
Alle gegevens worden gewist
Formatteren
Onderbreken
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
Het formatteren begint. Wanneer het formatteren voltooid is, kunt u opnamen maken met de camera.
e_kb411.book Page 165 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Het geluidssignaal in- en uitschakelen
U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen. De standaardinstelling is O (Aan).
Instellen bij [Signaal] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Formatteren
Signaal
Datum instellen
Wereldtijd
Hulpdisplay
Einde
Nederlands
165
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen
U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen.
Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd]. Selecteer [12h] (12-uurs) of [24h] (24-uurs) voor de tijdweergave.
1 Datum en tijd instellen (p.35)
Datum instellen
DD weergave
DD/MM/JJ 24h
Datum
Tijd
Cancel
01 / 01 / 2006
00 : 00
OK OK
5
e_kb411.book Page 166 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
166
Wereldtijd instellen
De datum en tijd die u selecteert bij “Fabrieksinstellingen” (p.33) zijn de datum en tijd van uw huidige locatie.
Door de wereldtijd in te stellen kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de LCD-monitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
Wereldtijd
5
Amsterdam
Amsterdam
00:25
3
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
O
P
Stelt de tijd in van de stad die is ingesteld in X (bestemmingstijd)
Stelt de tijd in van de stad die is ingesteld in W (thuistijd)
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het selectiekader wordt verplaatst naar X . De stad met X knippert.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het vergroten van de bestemmingsregio wordt weergegeven.
Wijzig de regio die u wilt vergroten met de vierwegbesturing ( 45 ).
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar de stad.
e_kb411.book Page 167 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
167
7
Selecteer met de vierwegbesturing
( 45 ) de plaats van bestemming.
Het huidige tijdstip, de plaats en het tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt.
Bestemmingstijd
Londen
Zomertijd
Cancel OK OK
-1:00
23:25
8
Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing ( 3 ).
9
Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
Selecteer O (Aan) als de stad van bestemming de zomertijd hanteert.
10
Druk op de knop 4 .
De wereldtijdinstelling wordt opgeslagen.
Druk op de 4 knop om verder te gaan met het instellen van de wereldtijd en terug te keren naar het scherm Wereldtijd.
Wereldtijd
Londen
Amsterdam
23:25
11
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
• Zie “Lijst met steden voor wereldtijd” (p.168) voor steden die als bestemming kunnen worden opgegeven.
• Selecteer W in stap 4 om de stad en de zomertijdinstelling in te stellen.
• X verschijnt op het aanwijzingenscherm wanneer de wereldtijd is ingeschakeld ( O ). (p.16)
5
e_kb411.book Page 168 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
168
Lijst met steden voor wereldtijd
5
Regio
Noord-Amerika
Midden- en
Zuid-Amerika
Europa
Afrika/
West-Azië
Santiago
Caracas
Buenos Aires
Sao Paulo
Rio de Janeiro
Madrid
Londen
Parijs
Amsterdam
Milaan
Rome
Berlijn
Stockholm
Athene
Helsinki
Moskou
Plaats
Honolulu
Anchorage
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-City
Lima
Dakkar
Algiers
Johannesburg
Istanboel
Caïro
Jeruzalem
Regio
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoul
Tokio
Guam
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
Plaats
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
New Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom-Penh
Ho Chi Minh-Stad
e_kb411.book Page 169 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Weergavetaal instellen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden weergegeven.
Instellen bij [Language/ ] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
U kunt kiezen uit elf talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands,
Russisch, Koreaans, Chinees [traditioneel/vereenvoudigd] en Japans.
1 De weergavetaal instellen (p.33)
169
English
Français
Deutsch
Español
Italiano
Svenska
Nederlands
OK OK
De schermaanwijzingen aan en uitzetten
Instellen om aanwijzingen op de LCD-monitor weer te geven wanneer de hoofdschakelaar aan is of de belichtingsfunctie wordt gewijzigd. (p.16)
O
P
Bedieningsaanwijzingen aan
Bedieningsaanwijzingen uit
5
Instellen bij [Hulpdisplay] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Formatteren
Signaal
Datum instellen
Wereldtijd
Hulpdisplay
Einde
Nederlands
e_kb411.book Page 170 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
170
De helderheid van de LCD-monitor aanpassen
U kunt de helderheid van de LCD-monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de LCD-monitor moeilijk leesbaar is.
Instellen bij [Helderheid] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
0
1 min
Std.
SerialNo
OK OK
Het video-uitgangssignaal selecteren
5
Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur zoals een televisie, kies dan het juiste video-uitgangssignaal (NTSC of PAL) voor het weergeven van opnamen.
Instellen bij [Videosignaal] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
1 Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur (p.72)
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
Cancel
0
NTSC
PAL
1 min
Std.
SerialNo
OK OK
Het video-uitgangssignaal varieert afhankelijk van uw regio. Het video-uitgangssignaal in Noord-Amerika is NTSC.
e_kb411.book Page 171 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
171
Automatisch uitschakelen instellen
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer deze een bepaalde tijd niet gebruikt is. Selecteer [1 min], [3 min], [5 min], [10 min], [30 min] of uit [Uit].
De standaardinstelling is [1 min].
Instellen bij [Auto Uitsch.] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
Cancel
1 min
3 min
5 min
10 min
30 min
Uit
OK OK
Automatisch uitschakelen werkt niet tijdens de weergave van diavoorstellingen, wanneer er een USB-verbinding bestaat, wanneer er opnamen worden gemaakt met de afstandsbediening of terwijl er een menu of functiemenu wordt weergegeven.
5
De mapnaam selecteren
U kunt zelf een methode kiezen voor het toewijzen van mapnamen voor het opslaan van opnamen.
De standaardinstelling is [Std.].
Std.
Datum
De mapnaam wordt toegewezen in de notatie [xxxPENTX]. [xxx] is een rangnummer van 100 tot 900.
(Voorbeeld) 101PENTAX
De twee cijfers van de [maand] en [dag] waarop de opname is gemaakt, worden in de mapnaam opgenomen in de notatie [xxx_MMDD].
(voorbeeld) 101_0125 : voor mappen met opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
Instellen bij [Mapnaam] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
Cancel
0
PAL
PC
1 min
Std.
Datum
OK OK
e_kb411.book Page 172 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
172
Het bestandsnummer opnieuw instellen
5
U kunt het bestandsnummer voor opnamen bij het plaatsen van een nieuwe SD-geheugenkaart instellen. De standaardinstelling is [SerialNo].
SerialNo
Reset
Het bestandsnummer voor de laatst opgeslagen opname wordt in het geheugen bewaard.
Na het plaatsen van een nieuwe SD-geheugenkaart wordt het eerstvolgende bestandsnummer gebruikt.
Telkens wanneer er een nieuwe SD-geheugenkaart wordt geplaatst, is het bestandsnummer het laagste nummer. Wanneer er een SD-geheugenkaart met daarop opnamen wordt geplaatst, gaat de nummering door vanaf het laatst opgeslagen bestandsnummer.
Instellen bij [Bestandsnr.] in het menu [ H Set-up]. (p.101)
Set-up
Helderheid
Videosignaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Bestandsnaam
Bestand
Cancel
0
PAL
PC
1 min
SerialNo
Reset
OK OK
De weergave voor Momentcontrole en Digitaal voorbeeld instellen
U kunt de instellingen opgeven voor Momentcontrole en Digitaal voorbeeld.
De duur van de weergave bij Momentcontrole instellen
Selecteer [1 sec], [3 sec], [5 sec] of uit [Uit]. De standaardinstelling is [1 sec].
Instellen bij [Momentcontrole] in het menu [ Q Playback]. (p.100)
Weergeven
Weergave functie
Momentcontrole
Voorbeeldweerg.
Digitaal filter
Diavoorstelling
1 sec
3 sec
5 sec off
Cancel OK OK
e_kb411.book Page 173 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
173
Histogram en Helderheid weergeven
Instellen om histogram en Helderheid weer te geven bij Momentcontrole en Digitaal voorbeeld.
Instellen bij [Voorbeeldweerg] in het menu [ Q Weergeven]. (p.100) Bij de standaardinstelling worden het histogram en de waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn, niet weergegeven.
1
Selecteer [Voorbeeldweerg] in het menu [ Q Weergeven].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het instellen van de voorbeeldweergave verschijnt.
Voorbeeldweerg.
Histogram
Helderheid
Instelling weergegeven info in Momentcontrole/
Digitaal voorbeeld
3
Selecteer O (Aan) of P (Uit) voor [Histogram] met de vierwegbesturing ( 45 ).
5
O Het histogram wordt weergegeven op de schermen van Momentcontrole en Digitaal voorbeeld.
P Het histogram wordt niet weergegeven.
4
Selecteer [Helderheid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
5
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
O
P
De waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn wordt weergegeven op de schermen van Momentcontrole en Digitaal voorbeeld.
De waarschuwing voor gebieden die overbelicht zijn wordt niet weergegeven.
6
Druk twee keer op de MENU-knop.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
174 e_kb411.book Page 174 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Standaardinstellingen herstellen
Menu Opname/Weergeven/Set-up herstellen
Instellingen in het menu [ A Opname], [ Q Weergeven] en [ H Set-up] worden hersteld naar de standaardinstellingen.
De instellingen voor Datum instellen, Language, Videosignaal en Wereldtijd worden echter niet hersteld.
5
1
Selecteer [Reset] in het menu [ H Set-up].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm [Reset] weer te geven.
3
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Reset
Terug naar fabrieks instellingen
Reset
Onderbreken
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera.
e_kb411.book Page 175 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
175
Menu Pers.inst. herstellen
Instellingen in het menu [ A Pers.inst.] herstellen naar de standaardinstellingen.
De instellingen in de menu’s [ A Opname], [ Q Weergeven] en [ H Set-up] worden niet hersteld.
1
Selecteer [Reset] in het menu [ A Pers. inst.].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm Reset pers.inst. weer te geven.
3
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Reset pers.inst.
Van pers. Inst. Terug naar fabrieks instellingen
Reset
Onderbreken
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera.
5
e_kb411.book Page 176 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
176
Memo
e_kb411.book Page 177 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
6
Bijlage
Standaardinstellingen ................................................................... 178
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ....... 182
Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring] ........................................... 184
De CCD schoonmaken .................................................................. 185
Optionele accessoires ................................................................... 187
Foutberichten ................................................................................. 190
Problemen oplossen ...................................................................... 192
Belangrijkste technische gegevens ............................................. 194
Verklarende woordenlijst .............................................................. 197
Index ................................................................................................ 202
GARANTIEBEPALINGEN ............................................................... 206
178 e_kb411.book Page 178 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Standaardinstellingen
6
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
Gegevens in de tabel.
Laatste geheugeninstelling
Ja : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet.
Nee : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de camera wordt uitgezet.
Reset instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaard instelling met de reset-functie. (p.174)
Nee : De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
[ A Opname] menu
Onderdeel
Beeldtoon
Opname- pixels
Kwalit.- niveau
Kleurverzadiging
Scherpte
Contrast
Autom. belichtingstrapje
Autom. belicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.
Standaardinstelling
F (helder)
P (3008×2000)
C (Best)
(0)
(0)
(0)
±0.5/0 – +
L (meervlaks)
G (Breed) l (Eén opname)
0.0
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde p.110
p.111
p.112
p.113
p.113
p.113
p.146
p.131
p.123
p.124
p.149
Menu [ Q Weergeven]
Onderdeel
Weergave functie
Weergavestijl
Helderheid
Moment- controle
Voorbeeld weergave
Histogram
Helderheid
Digitaal filter
Diavoorstelling
Standaardinstelling
Alleen opnamen
P (uit)
1 s
P (uit)
P (uit)
Zwart-wit
3 s
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja*
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde
* Alleen de instellingen voor de filters Vlak, Soft en Helderheid worden opgeslagen.
p.162
p.172
p.173
p.73
p.70
p.162
p.172
e_kb411.book Page 179 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Menu [ H Set-up]
Onderdeel
Format- teren
Signaal
Datum instell.
Wereldtijdinstelling
Thuistijd (plaats)
Wereld- tijd
Language/
Hulpdisplay
Helderheid
Video- signaal
Transfer functie
Auto Uitsch.
Map- naam
Bestandsnr.
Sensor reinigen
Reset
Thuistijd (zomertijd)
Doeltijd (plaats)
Doeltijd (zomertijd)
179
Standaardinstelling
—
O (aan)
Gelijk aan standaardinstelling
P (uit)
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan Thuistijd
Gelijk aan Thuistijd
Gelijk aan standaardinstelling
O (aan)
0
Gelijk aan standaardinstelling
PC
1min
Std.
SerialNo
—
—
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
Reset instelling
—
Ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
Laatste geheugeninstelling
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde p.164
p.165
p.165
p.166
p.169
p.169
p.170
p.170
p.85
p.171
p.171
p.172
p.185
p.174
p.165
p.166
p.169
p.169
6
e_kb411.book Page 180 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
180
6
Menu [ A Pers.inst.] Menu
Onderdeel
Instellingen
Noise Reduction (Ruisvermindering)
Bel.inst.stappen
AUTO ISO correctie
Waarsch. ISO inst.
Koppelt belicht.+ AF
Bedrijftijd lichtmtr
AE-L met AF lock
Resterend aantal opn
Standaardinstelling
P (uit)
Aan
Stappen van 1/2 LW
ISO 200-800
Uit
Uit
10 s
Uit
Resterende opslagcapaciteit
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde p.102
OK knop bij opname Uit Ja Ja
AE-L knop op M opn.
AF met afstandbed.
FI bij gebr. S lens
Gebruik diafr.ring
Ontspant bij opladen
Voorbeeldmethode
Inzoomen op weergave
Man. witbalans meting
Color Space (Kleurruimte)
Reset pers. inst.*
Programmalijn
Uit
Niet beschikbaar
Niet toegestaan
Uit
Digitaal voorbeeld
1,2 keer
Volledig scherm sRGB
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
* Instellingen in het menu [ A Pers. inst.] herstellen naar de standaardinstellingen.
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
— p.122, p.123
p.141
p.102
p.102
p.184
p.150
p.148
p.102
p.115
p.119
p.175
p.102
p.141
p.143
p.117
p.118
p.132
p.132
p.126
e_kb411.book Page 181 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Functiemenu
Onderdeel Standaardinstelling
Laatste geheugeninstelling
Reset instelling
Bladzijde
Transportstand
9
(enkelbeeldopnamen)
Nee *1 Ja
Flitsinstelling
Witbalans
ISO-gevoeligheid
Scène
DPOF-instellingen
Digitaal filter
Diavoorstelling
B (Auto)
F (automatisch)
Automatisch
Nachtopname
—
Zwart-wit
3 s
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja *2
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
*1 Alleen de instellingen voor continuopnamen worden opgeslagen.
*2 Alleen de instellingen voor de filters Vlak, Soft en Helderheid worden opgeslagen.
p.55, p.57, p.61, p.144
p.51
p.114
p.117
p.47
p.81
p.73
p.70
181
6
182 e_kb411.book Page 182 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties
Compatibele objectieven
Bij deze camera kunnen alleen DA en FA J objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met een positie s op de diafragmaring worden gebruikt. Zie “Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring]”
(p.184) voor andere objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met de diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s .
6
Objectief [type vatting]
Functie
Autofocus (alleen objectief)
(met AF-adapter 1,7×) *1
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie) *2
(met het matglas)
AF-veld instellen (Breed/Spot)
Power zoom
Automatische belichting met diafragmavoorkeuze
Automatische belichting met sluitertijdvoorkeuze
Handm. belichting
Automatisch P-DDL-flitsen
*4
Meervlaks lichtmeting (16 segmenten)
DA/D FA/
FA J/FA-objectief
[K AF , K AF2 ]
*3
Ja
—
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
F-objectief
[K AF ] *3
Ja
—
Ja
Ja
Ja
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
A-objectief
[K A ]
—
Ja *5
Ja
Ja
Nee *5
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s .
Nee : Functies zijn niet beschikbaar.
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van f/2.8 of groter. Alleen beschikbaar bij positie s .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van f/5.6 of groter.
*3 Voor het gebruik van de objectieven F/FA soft 85 mm f/2.8 en FA soft 28 mm f/2.8, stelt u [Gebruik diafr.ring] in op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.inst.]. (p.102)
U kunt opnamen maken bij het diafragma dat u instelt, maar alleen binnen handmatig diafragmabereik.
*4 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en de AF360FGZ.
*5 AF-veld wordt ingesteld op Spot.
e_kb411.book Page 183 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Objectieven en vattingen
FA-objectieven met een vaste brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom) en DA, D FA,
FA, FA J en F objectieven hebben de KAF-vatting. Van de FA-zoomobjectieven hebben de objectieven met power zoom de KAF2-vatting. Objectieven zonder power zoom hebben de KAF-vatting. Raadpleeg de handleiding bij het objectief voor verdere gegevens.
Deze camera heeft geen powerzoom-functie.
Objectieven en toebehoren die niet geschikt zijn voor deze camera
Wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto) of wanneer er een objectief zonder positie s (Auto) wordt gebruikt of accessoires zoals een auto-tussenringenset of autobalg worden gebruikt, werkt de camera niet, behalve wanneer [Gebruik diafr. ring] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.inst.] (p.102). Zie “Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring]” (p.184) voor beperkingen die gelden wanneer [Gebruik diafr. ring] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.inst.].
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van DA/FA J of objectieven met een diafragma voorzien van een positie s (Auto) die op deze positie is ingesteld.
Objectief en ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig wanneer pre A-objectieven of soft-focusobjectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser worden gebruikt.
183
6
184 e_kb411.book Page 184 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Opmerkingen bij [Gebruik diafr.ring]
Diafragmaring gebruiken
Wanneer [Gebruik diafr. ring] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu [ A Pers. inst.] (p.102), kan de sluiter ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het D FA, FA, F of A objectief niet op de positie s staat of wanneer er een objectief zonder positie s wordt bevestigd.
De functies zijn dan echter beperkt, zoals in onderstaande tabel weergegeven.
De camera werkt in de functie c (diafragmavoorkeuze), zelfs wanneer de functiekiezer op e of b staat wanneer het diafragma op een andere waarde dan s staat.
6
Gebruikt objectief
D FA, FA, F, A, M (alleen objectieven of accessoires met automatisch diafragma zoals auto-tussenringenset K) c
Belichtingsfunctie
(Diafragmavoorkeuze)
Beperking
Het diafragma blijft open, onafhankelijk van de positie van de diafragmaring. De sluitertijd wordt gewijzigd op basis van de diafragmaopening, maar er kan een belichtingsfout optreden. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragma-objectief zoals een reflexobjectief
(alleen objectieven) c
(Diafragmavoorkeuze) c
(Diafragmavoorkeuze)
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde, maar er kan een belichtingsfout optreden.
Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
FA, F soft 85mm FA soft 28mm
(alleen objectieven) c
(Diafragmavoorkeuze)
Alle objectieven a (Handmatig)
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld.
De belichting kan worden gecontroleerd.
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde en sluitertijd.
Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld. De belichting kan worden gecontroleerd.
e_kb411.book Page 185 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
De CCD schoonmaken
185
Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CCD moet worden schoongemaakt. Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging, aangezien de CCD een precisie-onderdeel is.
• Gebruik nooit een spuitbus.
• Maak de CCD niet schoon wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname).
• Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief zit om te voorkomen dat zich vuil en stof verzamelt op de CCD.
• Het verdient aanbeveling de netvoedingsadapter te gebruiken bij het schoonmaken van de CCD.
• Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen om sensor te reinigen] op de LCD-monitor.
• Als u de netvoedingsadapter niet gebruikt, zorg dan dat de batterijen nog voldoende capaciteit hebben. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het schoonmaken onmiddellijk.
• Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera is uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter of de CCD-sensor beschadigd raken.
• Gebruik van de (optionele) netvoedingsadapter aan te bevelen.
• Het lampje van de zelfontspanner knippert en er verschijnt [Cln] op het LCD tijdens het schoonmaken van de CCD.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [ H Set-up].
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het reinigen van de sensor wordt weergegeven.
5
Gebruik de vierwegbesturing ( 2 ) om [Spiegel omhoog] te kiezen.
Sensor reinigen
Spiegel op CCD reinigen
Uitschakelen om te stoppen
Spiegel omhoog
Onderbreken
OK OK
6
e_kb411.book Page 186 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
186
6
Druk op de knop 4 .
De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand.
7
Reinig de CCD.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de CCD nooit af met een doek.
8
Zet de camera uit.
9
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet.
6
e_kb411.book Page 187 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Optionele accessoires
187
Bij deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar. Neem contact op met onze verkoopafdeling voor nadere informatie over toebehoren.
Netvoedingsadapter D-AC10
Deze netvoedingsadapter voorziet de camera van stroom via een stopcontact.
Draadontspanner CS-205
Dit is een draadontspanner waarmee de ontspanknop op afstand kan worden bediend.
De lengte van het snoer is 0,5 m.
Afstandsbediening F
Voor het maken van opnamen tot op 5 m afstand voor de camera.
Flitsertoebehoren
Automatische flitser AF360FGZ
Dit is een automatische flitser met een maximaal richtgetal van 36 (ISO 100/m).
Bovendien heeft hij functionaliteit voor slave-flitsen, flitsen met contrastregelingssynchronisatie,
AF hulplicht, flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen en flitsen met 1e en 2e sluitergordijn-synchronisatie.
6
e_kb411.book Page 188 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
188
Flitsschoenklem CL-10
Klem voor gebruik van de AF360FGZ als draadloze slave-flitser.
Flitsschoenadapter F
G
Verlengsnoer F5P
Flitsschoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren om de externe flitser op afstand van de camera te gebruiken.
Voor de zoeker
Zoekerloep FB
Zoekeraccessoire waarmee het centrale gebied van de zoeker wordt vergroot.
6
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder een hoek kan worden bekeken.
Klikt in met stappen van 90°.De zoekervergroting kan worden ingesteld op 1× of 2×.
Dioptriecorrectielens M
Dit accessoire past de dioptrie aan en wordt op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld in de zoeker duidelijk te zien, hebt u de keus uit acht correctielensadapters M van –5 tot +3 m
-1
(per meter).
e_kb411.book Page 189 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Cameratas
Cameratas O-CC34
189
Overige
Onderstaande accessoires zijn gelijk aan de bij de camera geleverde accessoires.
ME-zoekerkapje
Oogschelp F
N
Draagriem O-ST10 6
190 e_kb411.book Page 190 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Foutberichten
6
Foutbericht
Geheugenkaart vol
Geen beeld
Camera kan deze opname niet weergeven
Geen geheugenkaart in camera
Geheugenkaartfout
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Beschrijving
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of verwijder niet-benodigde opnamen. (p.29, p.75)
Mogelijk kunt u de opname opslaan door het kwaliteitsniveau of de opnamepixels te wijzigen. (p.111, p.112)
Er zijn geen opnamen opgeslagen op de SD-geheugenkaart.
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. (p.29)
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is. De opnamen kunnen mogelijk worden weergegeven op een computer, maar niet met deze camera.
De SD-geheugenkaart die u gebruikt, is niet geformatteerd of geformatteerd op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de kaart met deze camera alvorens deze te gebruiken in de camera. (p.164)
Geheugenkaart beveiligd
Kaart is vergrendeld
Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen
Beeld is beveiligd
Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen
Kaart niet bruikbaar
Er is een vergrendelde SD-geheugenkaart in de camera geplaatst.
Ontgrendel de SD-geheugenkaart. (p.30)
De geselecteerde geroteerde opname is beveiligd.
Verwijder de beveiliging van de opname. (p.79)
Batterij leeg
Onvoldoende batterijvermogen om sensor te reinigen
Beeldmap kon niet gemaakt worden
De opname is niet opgeslagen
Instellingen niet opgeslagen
RAW-opnamen kunnen niet worden ingesteld
De geplaatste kaart is onbruikbaar in deze camera.
Plaats een bruikbare kaart.
De batterijen zijn uitgeput. Plaats nieuwe batterijen in de camera. (p.25)
Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de CCD wanneer de batterijen onvoldoende stroom hebben. Plaats nieuwe batterijen of gebruik een netvoedingsadapter
(optioneel). (p.28)
Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer (9999) zijn gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of formatteer de kaart. (p.164)
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de SD-geheugenkaart.
Het DPOF-instellingenbestand kon niet worden opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is. Verwijder niet gewenste opnamen en stel DPOF opnieuw in. (p.75)
DPOF kan niet worden gebruikt voor RAW-opnamen.
e_kb411.book Page 191 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Foutbericht
RAW-opnamen worden niet ondersteund
Geen beeld om te filteren
Deze opname kan niet worden gefilterd
Geen DPOF-bestanden
Printerfout
Geen papier in een printer
Geen inkt in een printer
Papier in een printer vastgelopen
Gegevensfout
Beschrijving
RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt.
Wanneer een digitaal filter wordt ingeschakeld vanuit het menu
[ Q Weergeven], verschijnt deze melding wanneer alle opgeslagen opnamen RAW-bestanden zijn of opnamen die zijn gemaakt met een andere camera.
Deze melding verschijnt wanneer een digitaal filter wordt geactiveerd vanuit het functiemenu voor opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera.
Geen bestand ingesteld met DPOF. Stel DPOF in en druk af.
(p.81)
De printer meldt een fout en het bestand kan niet worden afgedrukt. Herstel alle fouten en probeer opnieuw af te drukken.
Het papier in de printer is op. Plaats papier in de printer en druk af.
De inkt in de printer is op. Vervang inkt en druk af.
Er is papier in de printer vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier en druk af.
Er is een gegevensfout opgetreden tijdens het afdrukken.
191
6
192 e_kb411.book Page 192 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Problemen oplossen
6
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
Probleem
Camera gaat niet aan
De sluiter ontspant niet
De autofocus werkt niet
Oorzaak
Batterijen niet geplaatst
Batterijen zijn niet juist geplaatst
Batterij bijna uitgeput
De diafragmaring van het objectief staat op een andere stand dan s
Vervang ze door opgeladen batterijen of gebruik de netvoedingsadapter. (p.28)
Zet de diafragmaring op positie s (p.134) of selecteer
[Toegestaan] bij [Gebruik diafr. ring] in het menu
[ A Pers.inst.]. (p.184)
Flitser wordt opgeladen Wacht tot het opladen gereed is.
Geen vrije ruimte op SD-geheugenkaart
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of wis overbodige opnamen. (p.29, p.75)
Er wordt een opname gemaakt
Wacht tot opslaan gereed is.
Het onderwerp kan moeilijk worden scherpgesteld
De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast (lucht, witte muren), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand (druk de ontspanknop tot halverwege in), richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in.
Gebruik anders de handmatige scherpstelling. (p.127)
Onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld
Onderwerp is te dichtbij
Plaats onderwerp in scherpstelkader in de zoeker. Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt, richt u de camera op het onderwerp en vergrendelt u de scherpstelling
(houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt).
Kader het beeld vervolgens opnieuw uit en druk de ontspanknop helemaal in.
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
Scherpstelfunctie is ingesteld op \
[Autofocus] in het menu
[ A Opname] is ingesteld op k
(Continu)
De opnamefunctie is ingesteld op \
(Bewegend onderwerp)
Oplossing
Controleer of de batterijen zijn geplaatst.
Is dat niet het geval, plaats de batterijen dan.
Controleer of batterijen correct zijn geplaatst.
Plaats batterijen opnieuw volgens de poolaanduidingen
+ in het batterijcompartiment. (p.25)
Zet de scherpstelfunctieknop op
Stel [Autofocus] in het menu [ in op l
A
= . (p.120)
Opname]
(Eén opname). (p.124)
Stel de opnamefunctie in op een andere functie dan \ (Bewegend onderwerp). (p.47)
e_kb411.book Page 193 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
193
Probleem
Het belichtingsgeheugen werkt niet
Flitser gaat niet af
Het powerzoomsysteem werkt niet
USB-aansluiting met computer werkt niet correct*
Oorzaak
Het belichtingsgeheugen is niet beschikbaar wanneer a (Handmatig) of p (Tijdopname) is ingesteld
Wanneer de flitser is ingesteld op [Auto ontladen] of [Auto+ Anti
Rode Ogen], gaat de flitser niet af als het onderwerp licht is
De flitsfunctie in de functiekiezer is ingesteld op a (Flits UIT)
H (Scène) is ingesteld op A (Nachtopname),
K (Zonsondergang),
D (Kaarslicht) of
E (Museum)
De camera heeft geen powerzoom-functie
Transferfunctie staat op [PictBridge]
Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van USB-gegevens
Oplossing
Gebruik het belichtingsgeheugen bij een andere instelling dan a (Handmatig) of p (Tijdopname).
Zet de flitser op [Manual ontladen] of [Manual + anti rode ogen]. (p.51)
Zet de functiekiezer op een andere stand dan a (Flits UIT). (p.47)
Stel H (Scène) in op iets anders dan A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), D (Kaarslicht) of E (Museum). (p.47)
Zoom handmatig. (p.50)
Zet de transferfunctie op [PC].
Wijzig de transferfunctie in [PC-F].
USB-aansluiting met printer werkt niet correct
De transferfunctie staat op [PC] of [PC-F]
Zet de transferfunctie op [PictBridge]. (p.85)
In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren door statische elektriciteit.
Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u ze opnieuw.
Zet vervolgens de camera aan en schakel deze weer uit terwijl u de ontspanknop ingedrukt houdt. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig.
* Raadpleeg p. 13 van de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/PENTAX PHOTO
Laboratory 2.1” voor informatie over aansluiting van de camera op een computer.
6
194 e_kb411.book Page 194 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Belangrijkste technische gegevens
6
Type
Effectief aantal pixels
Sensor
Opname- pixels
Gevoeligheid
Bestandsindelingen
Kwalit.- niveau
Opslagmedium
Aantal opnamen
Afmetingen
(b x h x d)
P
3008×2008
Weergavefuncties
Digitaal filter
Sluiter
P
3008×2000
Q
2400×1600
R
1536×1029
Witbalans
LCD-monitor
Belicht. functie
Objectiefvatting
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare P-DDL-flitser
6,10 megapixels
Totaal aantal pixels 6,31 megapixels, interline / interlace scan CCD met filter voor primaire kleuren
P (RAW: 3008×2008/JPEG: 3008×2000 pixels),
Q (2400×1600 pixels), R (1536×1024 pixels)
Auto, handmatig (200/400/800/1600/3200: standaardgevoeligheid)
RAW, JPEG (Exif 2.21), conform DCF, compatibel met DPOF en Print Image Matching III
| , C (Best),
SD-geheugenkaart
D (Beter) en E (Goed)
Kwalit.- niveau
1 GB 512 MB
Capaciteit
256 MB 128 MB
|
C
D
E
C
D
E
C
D
E
Ca. 90 Ca. 46 Ca. 22 Ca. 11
Ca. 330
Ca. 607
Ca. 966
Ca. 459
Ca. 807
Ca. 167
Ca. 311
Ca. 498
Ca. 234
Ca. 415
Ca. 78
Ca. 149
Ca. 242
Ca. 111
Ca. 201
Ca. 34
Ca. 70
Ca. 117
Ca. 51
Ca. 96
Ca. 1397
Ca. 880
Ca. 1397
Ca. 2151
Ca. 674
Ca. 453
Ca. 722
Ca. 1115
Ca. 330
Ca. 220
Ca. 354
Ca. 549
Ca. 161
Ca. 106
Ca. 173
Ca. 271
Compressie: C (Best) = 1/3, D (Beter) = 1/6, E (Goed) = 1/12
Auto, Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht (D: Daglicht, N: Neutraal wit,
W: Wit), Lamplicht, Flitser, Handmatig
2,5 inch lage-temperatuur polysilicium TFT kleuren-LCD met circa 210.000 pixels
(met achtergrondverlichting)
Eén opname, negen opnamen tegelijk, zoomweergave (max. 12 keer, schuiven mogelijk), roteren, diavoorstelling, histogram, helderheid
Zwart-wit, Sepia, Soft, Vlak en Helderheid (alleen voor bewerking na de opname) e Programma, b Sluitertijdvoorkeuze, c Diafragmavoorkeuze, a Handmatige belichting, p Tijdopnamefunctie
Picture-functie
Scène
I Auto Picture, = Portret, s Landschap, q Macro,
\ Bewegend onderwerp, .
Nachtportret, a Flits UIT
A Nachtopname, i Strand & sneeuw, B Tekst,
K Zonsondergang, C Kinderen, E Huisdier,
D Kaarslicht, E Museum.
Elektronische, verticaal aflopende spleetsluiter. Sluitertijden:(1) automatisch:
1/4000-30 s (traploos); (2) handbediening: 1/4000-30 s (stappen van 1/2 LW of 1/3 LW); (3) tijdopname, sluitervergrendeling wanneer hoofdschakelaar uit staat.
Pentax K AF -bajonetvatting (K-vatting met AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten).
e_kb411.book Page 195 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
195
Gebruikt objectief
Autofocussysteem
Zoeker
Pentax objectieven met K AF2 - (niet compatibel met powerzoom) K AF - en K A -vatting.
Fasevergelijkend DDL-autofocussysteem (SAFOX VIII). Effectief instelbereik:
LW –1 tot +18 (bij ISO100 en f/1.4-objectief). Scherpstelvergrendeling beschikbaar.
Scherpstelfuncties: l (Eén opname)/ k (Continu)/ \ , aanpasbaar
AF-punt (Breed/Spot)
Pentaspiegelzoeker, Natural-Bright-Matte II matglas, beeldveld: 95%; vergroting 0,85× (met 50 mm f/1.4-objectief op tot +1,5m -1 . (per meter)
∞
), zoekerdioptrie: –2,5m -1
Indicaties in de zoeker
LCD-weergave
Voorbeeldfunctie
Zelfontspanner
Spiegel
Autom. belichtingstrapje
Belichtingsmeter /
Meetbereik
Focusinformatie: ] brandt indien scherpgesteld en knippert als scherpstelling niet mogelijk is, b brandt=Ingebouwde flitser gereed, knippert=gebruik van flitser nodig of er wordt een niet-compatibel objectief gebruikt, sluitertijd, diafragmawaarde, indicatie e-knop ingeschakeld, @ =belichtingsgeheugen, resterende capaciteit, m =belichtingscorrectie, k =continu, pictogram
Picture-functie, pictogram Scène, \ =handmatig scherpstellen, o =ISO-waarschuwing b brandt=Ingebouwde flitser gereed, knippert=gebruik van flitser nodig of er wordt een niet-compatibel objectief gebruikt, E =Automatisch flitsen,
E > =Automatisch flitsen met anti rode ogen, 9 =Enkelbeeldopnamen, j =Continuopnamen, g =Zelfontspanner, h =Opnamen via afstandsbediening,
?
=Batterij bijna leeg, ] =Auto Bracket (instelbaar in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW), M =lichtmeting met nadruk op midden, N =spotmeting, M =Spot AF, sluitertijd, diafragmawaarde, witbalans, resterende capaciteit en m =belichtingscorrectie,
PC (massa-opslag)/ Pb (PictBridge) wordt weergegeven wanneer de USB-kabel is aangesloten
Digitaal voorbeeld: controle van compositie, belichting en scherpstelling.
Optisch voorbeeld: controle van scherptediepte (elektronisch gestuurd en bruikbaar bij alle belichtingsfuncties)
Elektronisch gestuurd met een vertraging van 12 s/2 s (met de functie Spiegel omhoog).
Begint nadat op ontspanknop is gedrukt. Bevestiging werking: mogelijkheid om geluidssignaal in te stellen. Annuleerbaar na activering.
Vlug-terug-spiegel, functie Spiegel omhoog (beschikbaar bij zelfontspanner met vertragingstijd van 2 s)
Bij belichtingsbracketing worden steeds drie opnamen gemaakt (onderbelicht, juist belicht, overbelicht) (trappen voor de belichting instelbaar op 1/2 LW of 1/3 LW).
DDL meervlaks lichtmeting (16 segmenten). Meetbereik: LW 1 tot 21,5 bij ISO 200 met 50 mm f/1.4-objectief. Lichtmeting met nadruk op midden en spotmeting beschikbaar.
Belicht. corr.
Belichtingsgeheugen
Voeding
Uitgeputte batterijen
±2,0 LW (trappen voor de belichting instelbaar op 1/2 LW of 1/3 LW)
Knoptype (timertype standaard: 20 sec. of continu zolang ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden)
Ingebouwde flitser
Synchronisatie met externe flitser
Ingebouwde P-DDL-flitser met seriebesturing, RG 15,6 (ISO 200 / m), flitsbereik: beeldhoek van 18 mm-objectief. Flitssynchronisatie mogelijk bij een sluitertijd van 1/180 s of langer, flitsen met daglichtsynchronisatie, flitsen met langesluitertijdsynchronisatie (ISO-bereik = P-DDL: 200-3200).
Flitsschoen met X-contact voor koppeling met PENTAX systeemflitsers.
ISO-bereik = P-DDL: 200-3200. Automatisch flitsen, flitsen met anti rode ogen.
Met PENTAX systeemflitsers is flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen mogelijk.
Persoonlijke instellingen Er kunnen 18 functies worden ingesteld.
Tijdfunctie Instelling wereldtijd voor 72 steden (28 tijdzones)
Twee CR-V3-batterijen, vier AA-lithiumbatterijen, vier AA Ni-MH oplaadbare batterijen of vier AA-alkalinebatterijen.
Indicatie voor uitgeputte batterijen ?
brandt. (Als ?
knippert, is de sluiter vergrendeld en wordt er geen indicatie weergegeven in de zoeker).
6
e_kb411.book Page 196 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
196
In-/uitgangen
Videosignaal
PictBridge
Afmetingen en gewicht
Accessoires
Talen
USB/Video-aansluiting (USB 2.0 (compatibel voor hoge snelheid)), gelijkstroomaansluiting, draadontspanneraansluiting
NTSC, PAL
Compatibele printer
Afdrukfuncties
PictBridge-compatibele printer
Eén opname afdrukken, alle opnamen afdrukken,
DPOF AUTOPRINT
125 mm × 92,5 mm × 67 mm (b x h x d)
470 g (alleen body, zonder batterijen)
Flitsschoenbeschermer F K , oogschelp F N , zoekerkapje ME, bodydop,
USB-kabel I-USB17, videokabel I-VC28, software (cd-rom) S-SW43, draagriem
O-ST10, vier AA-alkalinebatterijen, handleiding (dit boekje) en handleiding bij PENTAX PHOTO Browser 2.1 / PENTAX PHOTO Laboratory 2.1
Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Russisch,
Koreaans, Chinees (traditioneel/vereenvoudigd) en Japans
Specificaties van optionele afstandsbediening F
6
Afstand- bedien.
Voeding
Afmetingen
Gewicht
Infrarood afstandsbediening, opname ca. drie s nadat ontspanknop op afstandsbediening wordt ingedrukt of onmiddellijke opname bij druk op de knop, bereik = ca. 5 m vanaf voorzijde camera.
Eén lithiumbatterij (CR1620)
22 mm × 53 mm × 6,5 mm (b x h x d)
7 g (inclusief batterij)
e_kb411.book Page 197 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Verklarende woordenlijst
197
Adobe RGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt.
Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele software, lijken de kleuren lichter.
Autom. belicht.
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Kies op deze camera uit [Meervlaks lichtmeting], [Lichtmeting met nadruk op het midden] en [Spotmeting].
Diafragma
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert.
Autom. belichtingstrapje
Voor het automatisch wijzigen van de opname-instellingen. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht.
Helderheid
Het overbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt wit.
Camerabeweging (waas/onscherpte)
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom het bewegen van de camera door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken of te werken met een kortere sluitertijd. U kunt de camera ook op een statief monteren. Omdat de kans dat de camera wordt bewogen, het grootst is wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, kunt u het bewegen ook voorkomen met de zelfontspanner, de afstandsbediening en de draadontspanner.
CCD (Charge Coupled Device)
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen waarmee het beeld wordt opgebouwd.
6
e_kb411.book Page 198 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
198
6
Color Space (Kleurruimte)
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt [sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB.
Kleurtemperatuur
Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
DCF (Design Rule for Camera File System)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
Scherptediepte
Scherpstelgebied. Dit hangt af van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief en de afstand tot het onderwerp. U kunt een kleiner diafragma kiezen voor meer scherptediepte, of een groter diafragma voor minder scherptediepte.
DPOF (digital print order format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren.
U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die DPOF-afdrukken maakt.
LW (belichtingswaarde)
De belichtingswaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd.
Belicht. corr.
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en diafragmawaarde te wijzigen.
Exif (exchangeable image file format voor digitale fotocamera‘s)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
Scherpstelpunt
Een punt in de zoeker dat bepaalt waarop wordt scherpgesteld.
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het aantal pixels.
Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname wilt controleren.
JPEG
Methode voor beeldcompressie. Een opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG wanneer het kwaliteitsniveau wordt ingesteld op C (Best), D (Beter) of E (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd.
e_kb411.book Page 199 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
ND-filter (Neutral Density)
Filter met veel verzadigingsniveaus, dat de helderheid aanpast zonder dat dit invloed heeft op de opname zelf.
Noise Reduction (Ruisvermindering)
Bewerking voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd.
NTSC, PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord-Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China.
Kwalit.- niveau
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname. Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt. De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt.
199
6
e_kb411.book Page 200 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
200
6
| Gegevens
Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Instellingen voor witbalans, contrast, verzadiging, kleurtoon, kleurgebied, gevoeligheid en scherpte worden wel bij de opname opgeslagen, maar niet toegepast. RAW-gegevens zijn
12-bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8-bits JPEG- en TIFF-gegevens. Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling, bijvoorbeeld JPEG of TIFF.
Opname- pixels
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt.
Gevoeligheid
De hoeveelheid licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
Sluitertijd
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CCD. De hoeveelheid licht die op de CCD valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC (International Electrotechnical
Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif.
Vignettering
Vignettering treedt op wanneer hoeken van opnamen zwart worden omdat het onderwerp is geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel geblokkeerd was.
Witbalans
Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast, zodat die overeenkomt met de lichtbron, om het onderwerp de juiste kleur te geven.
e_kb411.book Page 201 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Memo
201
202 e_kb411.book Page 202 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Index
6
Symbolen
[ A Opname] menu ......100, 178
[ Q Weergeven] menu .100, 178
[ H Menu Set-up] ..........101, 179
[ A Menu Pers.inst.] ......102, 180
I Auto Picture ............43, 47
= Portret ................................47
s Landschap .........................47
q Macro .................................47
\ Bewegend onderwerp .......47
.
Portretopname bij nacht ....47
a Flits UIT .............................47
A Nachtopname ....................48
i Strand & sneeuw ..............48
B Tekst ..................................48
K Zonsondergang ...............48
C Kinderen ............................48
E Huisdier .............................48
D Kaarslicht ..........................48
E Museum ............................48
Q knop ...........................95, 96 i knop ...................................96
K knop ..............................95
Z knop ................................97
m c knop ..............................95
| Voorbeeld ................147, 148
A
Aan/uit ....................................32
AdobeRGB ...........................119
L knop .............................95
AF360FGZ ...........................155
k (Continu) .....................124
Afdrukservice ......................... 81
AF-functie ............................. 124 l (Eén opname) ............. 124
Afstandsbediening ................. 61
AF-veld ................................. 123
Alkalinebatterijen .................... 26
Alle opnamen wissen ............. 76
Anti rode ogen ................ 54, 159
Audiovisuele apparatuur ........ 72
Auto Bracket ........................ 144
Auto Picture I ............ 43, 47
= (Autofocus) .................... 120
Autofocus = ...................... 120
Automatisch uitschakelen .... 171
Automatische Gevoeligheids correctie ............................... 117 c (Diafragmavoorkeuze) .... 137
B
Batterijen ................................ 25
Bedieningsaanwijzing ............ 16
Beeldtint ............................... 110
Belichting ............................. 129
Belichting vergrendelen ....... 126
Belichtingscorrectie .............. 142
Belichtingsfunctie ................. 133
Belichtingsgeheugen ............ 143
Belichtings waarschuwing ...... 136, 138, 140
Bestandsnummer ................. 172
Beveiligen .............................. 79
Bewegend onderwerp \ ....... 47
Bewolkt (Witbalans) ............. 114
Breed ( = ) .......................... 123
e_kb411.book Page 203 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
C
CCD schoonmaken ..............185
Continu autofocus ................126
Continu k .......................124
Continuopnamen ....................55
Contrast ................................113
CR-V3 ....................................26
D
Daglicht (Witbalans) .............114
Datum aanpassen ..................35
Datum toevoegen ...................81
Datum wijzigen .....................165
Diafragma .............................130
Diafragmaring gebruiken ......184
Diafragmavoorkeuze c ......137
Diavoorstelling ................70, 163
Digitaal filter ...........................73
Digitaal voorbeeld ................147
Dioptrie aanpassen ................39
Diverse flitsers ......................160
DPOF AUTOPRINT ...............90
DPOF-instellingen ..................81
Draadloos flitsen ..................157
Draadontspanner .................141
Draagriem ..............................24
E
Eén opname afdrukken ..........87
Eén opname l ...............124
Eén opname wissen ...............75
E-knop ....................................95
Externe flitser .......................155
F
Filter .......................................73
Flits uit ....................................47
Flits UIT a .............................47
Flitscorrectie .........................149
Flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie ...................... 159
Flitsen met contrastregelings synchronisatie ...................... 161
Flitsen met korte-sluitertijd synchronisatie ...................... 157
Flitser ............................. 51, 149
Flitser (Witbalans) ................ 114
{ knop ............................ 95, 97
Formatteren ......................... 164
Foutbericht ........................... 190
Functiekiezer .................. 94, 106
Functiemenu ........................ 104
Functiepalet ........................... 48
G
Geluidssignaal ..................... 165
Gevoeligheid ........................ 117
H
Half indrukken ........................ 45
Handmatig scherpstellen \ 127
Handmatige witbalans .......... 115
Helder .................................. 110
Helderheid .................... 162, 173
Helderheid (Digitaal filter) ...... 73
Helderheid van de LCD-monitor ............. 170
Helemaal indrukken ............... 45
Histogram ....................... 19, 173
Hoofdschakelaar .............. 94, 96
Huisdier E ............................ 48
I
M knop ...................... 95, 96
Ingebouwde flitser .......... 51, 149
ISO-gevoeligheid ................. 117
ISO-gevoeligheidswaarschuwing
Weergave ............................. 118
203
6
e_kb411.book Page 204 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
204
6
J
Juiste belichting ....................129
K
Kaarslicht D ..........................48
Kiezen&wissen .......................77
Kinderen C ............................48
Kleurgebied ..........................119
Kleurtemperatuur .................115
Kleurverzadiging ..................113
Kwaliteitsniveau .............31, 112
L
Laatste geheugen ................178
Lamplicht (Witbalans) ...........114
Landschap s .........................47
LCD-display ............................22
LCD-monitor ...........................16
LED voor lezen van/schrijven naar kaart ...............................15
Lichtmeting ...........................131
Lithiumbatterijen .....................26
M
Macro q .................................47
Mapnaam .............................171
Matglas .................................128
Meervlaks .............................131
Meettijd .................................132
Menubediening .......................98
3 -knop .....................95, 96
Momentcontrole ...................172
Museum E ............................48
N
Nachtopname A ....................48
Nachtopname (Tijdopname) .141
Nadruk op het midden ..........132
Natuurlijk ..............................110
Neonlicht (Witbalans) ...........114
Netvoedingsadapter ...............28
Ni-MH ..................................... 26
Ni-MH oplaadbare batterijen .. 26
NTSC ................................... 170
O
Objectief ......................... 37, 182
Objectiefontgrendelknop ........ 38
4 knop .......................... 95, 97
Ontgrendelknop objectief ....... 94
Ontspan knop ............. 45, 94, 96
Opnamegegevens ............ 17, 18
Opnamen met daglichtsynchronisatie ............ 54
Opnamepixels ................ 31, 111
Optionele accessoires .......... 187
Optisch voorbeeld ................ 147
P
PAL ...................................... 170
PC-F ..................................... 193
P-DDL (Auto) ....................... 156
P-DDL (flitser) ...................... 158
Persoonlijke instellingen ...... 102 e (Programma) functie ........ 134
PictBridge ............................... 84
Pixels ................................... 111
Portret = ................................ 47
Portretopname bij nacht .
.... 47
Preview | ............................ 148
Print alle beelden ................... 89
Printeraansluiting ................... 86
Programmafunctie e ........... 134
R
RAW ..................................... 112
Rechtstreeks afdrukken ......... 84
Reset ............................ 174, 175
Resterende opslagcapaciteit opnamen ................................ 27
Roteren .................................. 66
Ruisonderdrukking ............... 141
e_kb411.book Page 205 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
S
H (Scène) ...........................47
Schaduw (Witbalans) ...........114
Schermaanwijzingen ............169
Scherpstelfunctieknop ............94
Scherpstelindicatie .......102, 127
Scherpstellen .......................120
Scherpstelling vastzetten .....125
Scherpstelvergrendeling ......125
Scherpte ...............................113
Scherptediepte .....................130
SD-geheugenkaart .................29
Sepia (Digitaal filter) ...............73
[ H Set-up] Menu ..................101
Sluitertijd ..............................129
Sluitertijdvoorkeuze b ........135
Soft (Digitaal filter) ..................73
Spiegel omhoog .............64, 185
Spot ( = ) .............................123
Spotmeting ...........................132
sRGB ....................................119
Standaardinstelling .........33, 178
Strand & sneeuw i ..............48
T
Taal ........................................33
Tekst B ..................................48
Tijdopname p ......................141
Timer belichtingsmeter .........145
Transfer functie ......................85
Transportfunctie ...................104
TV ...........................................72
b (Sluitertijdvoorkeuze) ......135
U
USB-kabel .............................. 84
V
Videokabel ............................. 72
Video-uitgangssignaal .......... 170
Vierwegbesturing ............. 95, 97
Vignettering .......................... 200
Vlak (Digitaal filter) ................. 73
Voorbeeld | ........................ 147
Voorbeeldmethode ............... 148
Voorbeeldweergave ............. 173
Vuurwerk .............................. 141
W
Weergave ......................... 18, 65
Weergave van negen opnamen tegelijk .................... 68
Weergavestijl ....................... 162
Weergavetaal ....................... 169
Weergavetijd .......................... 27
Wereldtijd ............................. 166
Wissen ................................... 75
Witbalans ............................. 114
Z
Zelfontspanner ....................... 57
Zoeker .............................. 20, 39
Zonsondergang K ............... 48
Zoomobjectief ........................ 50
Zoomweergave ...................... 67
Zwart-wit (Digitaal filter) ......... 73
205
6
206 e_kb411.book Page 206 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
GARANTIEBEPALINGEN
6
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven.
Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAX-servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden.
Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar. Om de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, dient u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft geadresseerd aan de fabrikant.
Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
e_kb411.book Page 207 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
207
6
Batterijen horen niet bij afgedankte spullen in het huishouden. Deponeer gebruikte batterijen bij een hiervoor bestemd inzamelpunt.
Ook oude of defecte camera’s horen niet bij afgedankte spullen in het huishouden.
Laat uw oude camera’s op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken of stuur ze naar ons terug.
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Gemeenschap.
208 e_kb411.book Page 208 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
6
Informatie voor gebruikers over afvoeren
1. In de Europese Unie
Als uw product met dit symbool is gemarkeerd, dan houdt dit in dat het gaat om een gebruikt elektrisch/elektronisch product dat niet met het gewone huishoudelijke afval mag worden meegegeven. Deze producten worden apart ingezameld.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur moet afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten op de voorgeschreven wijze worden ingezameld en hergebruikt.
Huishoudens binnen de EU kunnen hun gebruikte elektrische/elektronische producten kosteloos inleveren bij inzamelpunten*. In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product in als u een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Neem voor meer bijzonderheden contact op met de plaatselijke instanties.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Als u zich van dit product wilt ontdoen, neem dan contact op met de plaatselijke instanties om te informeren wat hiervoor de juiste methode is.
In Zwitserland kan gebruikte elektrische/elektronische apparatuur gratis teruggebracht worden naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
e_kb411.book Page 209 Monday, February 5, 2007 2:21 PM
Memo
Pakua
Tangazo