Pentax KP de handleiding
Werbung
Werbung
e_kb581_cover_6mm.fm Page 1 Tuesday, February 14, 2017 3:51 PM
RICOH IMAGING COMPANY, LTD.
1-3-6, Nakamagome, Ohta-ku, Tokio 143-8555, JAPAN
(http://www.ricoh-imaging.co.jp)
RICOH IMAGING EUROPE
S.A.S.
Parc Tertiaire SILIC 7-9, avenue Robert Schuman - B.P. 70102,
94513 Rungis Cedex, FRANKRIJK
(http://www.ricoh-imaging.eu)
RICOH IMAGING AMERICAS
CORPORATION
RICOH IMAGING CANADA
INC.
5 Dedrick Place, West Caldwell, New Jersey 07006, VS.
(http://www.us.ricoh-imaging.com)
5520 Explorer Drive Suite 300, Mississauga, Ontario, L4W 5L1, CANADA
(http://www.ricoh-imaging.ca)
RICOH IMAGING CHINA CO.,
LTD.
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road, Xu Hui District,
Shanghai, 200032, CHINA
(http://www.ricoh-imaging.com.cn)
Deze contactgegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Controleer de nieuwste gegevens op onze websites.
Digitale spiegelreflexcamera
Bedieningshandleiding
• De specificaties en de afmetingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
OPKP105-NL Copyright © RICOH IMAGING COMPANY, LTD. 2016
FOM 14 02 2017 Printed in Europe
Inleiding
Voorbereidingen
Opnamen maken
Weergeven
Delen
Instellingen
Bijlage
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
6
7
4
5
1
2
3
e_kb581_cover_6mm.fm Page 2 Tuesday, February 14, 2017 3:51 PM
Hoe u uw camera veilig gebruikt
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van deze camera. Bij gebruik van deze camera vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarsch uwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• Richt bij het maken van foto’s de camera niet op de zon of andere sterke lichtbronnen, en laat de camera met de objectiefdop verwijderd niet liggen in direct zonlicht. Dit kan tot fouten in de camera leiden of brand veroorzaken.
• Kijk niet door het objectief als deze op de zon of een andere sterke lichtbron gericht is. Dit kan leiden tot verlies of beschadiging van het gezichtsvermogen.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken.
Verwijder de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Pas op
• Leg uw vingers niet op de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes.
Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken.
Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met een niet juist gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning is 100 - 240V wisselstroom.
• Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als u tijdens gebruik van de batterijlader of netvoedingsadapter een lichtflits ziet of onweer hoort, haal de stekker dan uit het stopcontact en gebruik de camera niet langer. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Veeg de stekker van het netsnoer schoon als deze met stof bedekt is.
Opgehoopt stof kan brand veroorzaken.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal
AWG-koper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMA-configuratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig. Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Als het netsnoer beschadigd raakt, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
• Raak het aansluitpunt voor het netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact.
Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel deze ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan oververhitting, explosies of schade aan de batterijlader veroorzaken.
Memo
KP-OPM-NL.book Page 1 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Over de herlaadbare lithium-ionbatterij
Waarschuwing
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot een explosie of lekkage.
• Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij.
Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
• Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van de + en - polen van de batterij.
• Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Mocht lekkend materiaal van de batterij in contact komen met uw huid of kleding, dan kan de huid geïrriteerd raken. Was de betroffen gebieden grondig schoon met water.
• Waarschuwingen bij het gebruik van de batterij D-LI109:
- GEBRUIK ALLEEN DE AANGEGEVEN BATTERIJOPLADER.
- NIET VERBRANDEN.
- NIET DEMONTEREN.
- NIET KORTSLUITEN.
- NIET BLOOTSTELLEN AAN HOGE TEMPERATUREN (60°C / 140°F)
Houd de camera en accessoires uit de buurt van kleine kinderen
Waarschuwing
• Bewaar de camera en accessoires niet binnen bereik van kleine kinderen.
1. Ernstig letsel kan optreden als het product valt of per ongeluk wordt bediend.
2. Er bestaat verstikkingsgevaar als de riem om de hals wordt gewikkeld.
3. Houd kleine accessoires, zoals de batterij of geheugenkaarten, buiten bereik van kleine kinderen om te voorkomen dat deze accessoires per ongeluk worden ingeslikt. Mocht dit toch gebeuren, roep dan onmiddellijk de hulp van een arts in.
1
2
KP-OPM-NL.book Page 2 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Memo
KP-OPM-NL.book Page 3 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Introductie van de KP
Voorbereidingen
Opnamen maken
Weergavefuncties
Opnamen delen
De instellingen wijzigen
Bijlage
3
KP-OPM-NL.book Page 4 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
4
Gebruik van deze handleiding
1
Introductie van de KP
..............................p.9
Geeft u een overzicht van de KP.
Lees dit en leer uw KP kennen!
De inhoud van het pakket controleren........... p.9
Namen en functies van de onderdelen.......... p.10
Symbolen en indicaties op het scherm.......... p.13
Hoe functie-instellingen worden gewijzigd..... p.21
Menulijst ........................................................ p.24
2
Voorbereidingen
........................................p.40
Beschrijft hoe u uw KP voorbereidt op het maken van opnamen en geeft informatie over elementaire bedieningshandelingen.
De draagriem bevestigen .............................. p.40
Een objectief bevestigen ............................... p.41
Gebruik van de batterij en lader .................... p.42
Geheugenkaart plaatsen ............................... p.44
De hoek van de monitor aanpassen.............. p.45
Basisinstellingen............................................ p.46
Basishandelingen voor het maken van opnamen................................................. p.48
Opnamen bekijken......................................... p.51
3
Opnamen maken
...................................... p.54
Zodra u hebt gecontroleerd of de camera goed werkt, probeer de camera dan uit en maak heel veel opnamen!
De opname-instellingen configureren ............ p.54
Foto’s maken ................................................. p.54
Video’s opnemen ........................................... p.59
De belichting instellen.................................... p.62
Werken met de ingebouwde flitser ................ p.65
De scherpstellingsmethode instellen ............. p.67
De transportstand instellen ............................ p.72
De witbalans instellen .................................... p.80
De afwerking van de opname instellen.......... p.83
Opnamen corrigeren...................................... p.86
4
Weergavefuncties
.................................... p.91
Beschrijft de verschillende procedures voor het weergeven en bewerken van opnamen.
Items in het weergavepalet............................ p.91
De weergavemethode wijzigen...................... p.92
Opnamen bewerken en verwerken................ p.96
KP-OPM-NL.book Page 5 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Opnamen delen
........................................ p.102
Beschrijft hoe uw KP kan worden aangesloten op een computer of communicatieapparaat en opnamen in de camera kunnen worden gebruikt.
De camera gebruiken met een computer ...... p.102
De camera gebruiken met een communicatieapparaat .................................. p.103
6
De instellingen wijzigen
......................... p.114
Beschrijft hoe andere instellingen worden gewijzigd.
Camera-instellingen....................................... p.114
Instellingen voor bestandsbeheer.................. p.123
7
Bijlage
...........................................................p.128
Biedt andere hulpbronnen om het meeste te halen uit uw KP.
Beperkingen voor de combinaties van speciale functies ..................................... p.128
Functies bij gebruik van een externe flitser ... p.133
Gebruik van de GPS-unit............................... p.135
Problemen oplossen ...................................... p.137
Belangrijkste technische gegevens ............... p.141
Index.............................................................. p.149
Aandachtspunten tijdens het gebruik............. p.153
GARANTIEBEPALINGEN ............................. p.157
De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen afwijken van die van het feitelijke product.
5
KP-OPM-NL.book Page 6 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Inhoudsopgave
6
Gebruik van deze handleiding................... 4
Introductie van de KP................................ 9
De inhoud van het pakket controleren.....................9
Namen en functies van de onderdelen ..................10
Bedieningselementen ................................................... 11
Symbolen en indicaties op het scherm ..................13
Monitor.......................................................................... 13
Zoeker........................................................................... 19
Elektr. waterpas............................................................ 20
Hoe functie-instellingen worden gewijzigd.............21
De richtingsknoppen gebruiken .................................... 21
Gebruik van de Smart-functie....................................... 21
Het bedieningspaneel gebruiken .................................. 22
Gebruik van de menu’s................................................. 23
Menulijst.................................................................24
Menu’s voor opnemen .................................................. 24
Video-menu’s................................................................ 31
Menu voor weergave .................................................... 33
Menu’s voor algemene instellingen .............................. 34
Menu’s voor persoonlijke instellingen........................... 37
Voorbereidingen...................................... 40
De draagriem bevestigen.......................................40
Een objectief bevestigen........................................41
Gebruik van de batterij en lader.............................42
De batterij opladen........................................................ 42
De batterij plaatsen/verwijderen ................................... 43
Gebruik van de netvoedingsadapter............................. 44
Geheugenkaart plaatsen .......................................44
De hoek van de monitor aanpassen ......................45
Basisinstellingen....................................................46
De camera aanzetten ................................................... 46
De weergavetaal instellen............................................. 46
De datum en tijd instellen.............................................. 47
Het LCD-display instellen.............................................. 47
Een geheugenkaart formatteren ................................... 48
Basishandelingen voor het maken van opnamen . 48
Opnamen maken met de zoeker................................... 48
Opnamen bekijken ................................................ 51
Opnamen maken ..................................... 54
De opname-instellingen configureren ................... 54
Opname-instell. foto's ................................................... 54
Opname-instell. films .................................................... 54
Foto’s maken ........................................................ 54
Opnamen maken in belichtingsstanden........................ 55
De elektronische sluiter gebruiken................................ 58
Video’s opnemen .................................................. 59
Video’s afspelen............................................................ 61
De belichting instellen ........................................... 62
Gevoeligheid ................................................................. 62
Belichtingscorrectie....................................................... 64
Autom. lichtmeting ........................................................ 64
Werken met de ingebouwde flitser........................ 65
De scherpstellingsmethode instellen..................... 67
AF-aanpassing.............................................................. 72
De transportstand instellen ................................... 72
Continuopname............................................................. 73
Zelfontspanner .............................................................. 74
Bracketing ..................................................................... 74
Bracketing scherptediepte ............................................ 75
Bracketing beweging..................................................... 76
KP-OPM-NL.book Page 7 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opn. spiegel-omhoog-vergr.......................................... 77
Meerdere opnamen ...................................................... 78
Intervalopname............................................................. 79
De witbalans instellen............................................80
De witbalans handmatig aanpassen............................. 82
De witbalans aanpassen met de kleurtemperatuur ...... 82
De afwerking van de opname instellen..................83
Aangepaste opname..................................................... 83
Digitaal filter.................................................................. 85
Opnamen corrigeren..............................................86
Helderheidsinstelling..................................................... 86
Objectiefcorrectie.......................................................... 87
Kwaliteitsniveau en textuur instellen............................. 87
Compositie aanpassen ................................................. 90
Weergavefuncties.................................... 91
Items in het weergavepalet....................................91
De weergavemethode wijzigen..............................92
Weergave van meerdere opnamen .............................. 92
Opnamen weergeven op basis van map ...................... 93
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum ...... 93
Opnamen continu weergeven....................................... 94
Geroteerde opnamen weergeven................................. 94
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat... 95
Opnamen bewerken en verwerken........................96
De opnamegrootte wijzigen .......................................... 96
Kleurmoiré corrigeren ................................................... 97
Opnamen verwerken met digitale filters ....................... 97
Video bewerken............................................................ 99
RAW-opnamen ontwikkelen ....................................... 100
Opnamen delen..................................... 102
De camera gebruiken met een computer ............102
De verbindingsstand instellen..................................... 102
Een opname op de geheugenkaart kopiëren.............. 102
De camera gebruiken met een computer ................... 103
De camera gebruiken met een communicatieapparaat........................................ 103
De Wi-Fi™-functie inschakelen .................................. 103
De camera gebruiken met een communicatieapparaat.. 105
De instellingen wijzigen ......................... 114
Camera-instellingen ............................................ 114
De monitor en indicatielampjes instellen..................... 120
Veelgebruikte instellingen opslaan ............................. 121
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera.... 123
Instellingen voor bestandsbeheer ....................... 123
Opnamen beveiligen tegen verwijdering..................... 123
De map/bestandsinstellingen specificeren.................. 124
De copyrightgegevens instellen .................................. 126
Bijlage.................................................... 128
Beschikbare functies met diverse objectieven .... 129
De diafragmaring gebruiken........................................ 131
Opnamen maken met Catch-in Focus opnamen ........ 132
De brandpuntsafstand instellen .................................. 133
Functies bij gebruik van een externe flitser......... 133
Gebruik van de GPS-unit .................................... 135
Hemellichamen - opnamen maken van ...................... 135
Problemen oplossen ........................................... 137
Sensor reinigen........................................................... 138
Foutberichten .............................................................. 139
Belangrijkste technische gegevens..................... 141
Index ................................................................... 149
Aandachtspunten tijdens het gebruik.................. 153
GARANTIEBEPALINGEN................................... 157
7
KP-OPM-NL.book Page 8 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
8
Auteursrechten
Opnamen van deze camera die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals bepaald in de auteursrechtwetgeving. Vergeet ook niet dat in sommige gevallen zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen verbonden is, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen alleen gebruikt worden mits naleving van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving.
Ook hiermee dient men rekening te houden.
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik of bewaar deze camera niet in de buurt van apparatuur die krachtige magnetische velden of straling genereert. Krachtige statische ontladingen of magnetische velden door bv. radiozenders kunnen de werking van de monitor storen, opgeslagen gegevens beschadigen, of gevolgen hebben voor de elektronica in de camera en een goed functioneren verstoren.
• Het paneel met vloeibare kristallen voor de monitor is gemaakt met behulp van extreem hogeprecisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels
99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat
0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten.
Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• Het SR-mechanisme (Shake Reduction) van deze camera maakt gebruik van de originele PENTAX-technologie en doet de beeldsensor naar een gepast positie bewegen aan een hoge snelheid met een magnetische kracht, die beeldvervaging door camerabewegingen beperkt.
Er wordt een ratelend geluid gemaakt wanneer de camera wordt geschud, bv., door de oriëntatie ervan te wijzigen, maar dit is geen storing.
• In deze handleiding wordt de algemene term
“computer(s)” gebruikt voor zowel Windows ® -pc’s als
Macintosh-computers.
• In deze handleiding heeft de term “batterij(en)” betrekking op elk type batterij dat met deze camera en accessoires wordt gebruikt.
Informatie over gebruikersregistratie
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om u als gebruiker te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde cd-rom of op onze website.
Hartelijk dank voor uw medewerking.
http://www.ricoh-imaging.com/registration/
KP-OPM-NL.book Page 9 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De inhoud van het pakket controleren
Flitsschoenbeschermer F K
(gemonteerd op de camera)
Oogschelp F R
(gemonteerd op de camera)
Cameravattingdop K II
(gemonteerd op de camera)
Driehoekige ring en beschermende afdekking
(gemonteerd op de camera)
1
Aansluitingenkap batterijhouder
(gemonteerd op de camera)
Houder S O-GP167
(gemonteerd op de camera)
Oplaadbare lithium-ionbatterij
D-LI109
Batterijlader D-BC109
Netsnoer Draagriem
O-ST162
Software (CD-ROM)
S-SW167
Handleiding
(deze handleiding)
Geschikte objectieven
Voor deze camera kan gebruik worden gemaakt van DA-, DA L-, D FA- en FA J- en FA-objectieven en objectieven met een positie
9
(Auto) op de diafragmaring. Raadpleeg p.129 als u andere objectieven of accessoires wilt gebruiken.
9
KP-OPM-NL.book Page 10 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Namen en functies van de onderdelen
AF-hulplicht/
Zelfontspannerlampje
Microfoons
Riembevestigingspunt
Aansluitpunt microfoon/draadontspanner
DC-ingang
Vattingsschroef houder
Objectiefvatting-richtteken
Spiegel
Ontgrendelingsknop objectief
Objectiefinformatiecontacten
AF-koppeling
Flitsschoen
Beeldvlakindicator
Ingebouwde flitser
Luidspreker
Dioptriecorrectieknop
Zoeker
Kantelbare monitor
Riembevestigingspunt
Aansluitpunt USB/video-uitgang
Kaartsleuf voor SDgeheugenkaart
Kaartlampje
Ontgrendelingsknop batterijklep
Batterijklep
Aansluitpunt batterijhouder
Statief-aansluitpunt
10
KP-OPM-NL.book Page 11 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Bedieningselementen
1
2
3
4
5
6 c d i j k l e f g h
7
8
9
0 a b
1 Functiewiel
Selecteert de functie waarvan de instellingen worden
gewijzigd met het instelwiel. (Smart-functie, p.21)
U kunt functies toewijzen aan C1, C2 en C3. (p.117)
2 Instelwiel
Wijzigt de instellingen voor de functie die is geselecteerd
3 Belichtingscorrectie-/Fx3-knop ( J / Z )
Druk deze knop in om de belichtingscorrectiewaarde
U kunt aan deze knop een functie toewijzen. (p.114)
Druk hierop, in weergavestand, om de laatste gemaakte
JPEG-opname ook in de RAW-indeling op te slaan. (p.52)
4 Ontspanknop ( 0 )
Druk deze knop in om opnamen te maken. (p.49)
Druk deze knop tijdens de weergavestand half in om over te gaan naar de opnamestand.
5 Hoofdschakelaar
Schakelt de stroom in of uit. (p.46)
6 E-knop aan voorzijde ( Q )
Wijzigt de waarden voor camera-instellingen zoals
U kunt de menucategorie wijzigen wanneer een menuscherm
Gebruik dit, in de weergavestand, om een andere opname te selecteren.
7 Vergrendelingsknop moduswiel
Druk deze knop in om aan het moduswiel te kunnen
8 Moduswiel
Wijzigt de opnamestand. (p.49, p.54)
9 Uitklapknop flitser ( 1 )
Indrukken om de ingebouwde flitser uit te klappen. (p.65)
0 RAW/Fx1-knop ( X )
Druk op deze knop om de bestandsindeling tijdelijk te
U kunt aan deze knop een functie toewijzen. (p.114)
11
1
KP-OPM-NL.book Page 12 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1 a AF-modusknop ( b )
Druk op deze knop om de AF-modus of het AF-punt
b Schakelaar van de scherpstelstand ( v / w -schakelaar)
Hiermee wordt de focusmethode gewijzigd. (p.67)
c Elektronisch waterpas-/Wis-/Fx2-knop ( h / L / Y )
Schakelt het display van de Elektronische waterpas voor
de zoeker en Live weergave in of uit. (p.20)
Druk in de weergavestand op deze knop om opnamen
U kunt aan deze knop een functie toewijzen. (p.114)
d E-knop achterzijde ( R )
Wijzigt de waarden voor camera-instellingen zoals
U kunt andere menutabs kiezen wanneer een menuscherm
U kunt de camera-instellingen wijzigen wanneer het
bedieningspaneel wordt getoond. (p.22)
Gebruik in de weergavestand deze knop om een opname te vergroten of meerdere opnamen tegelijkertijd weer te
e Opnamestandschakelaar ( A / K / C -schakelaar)
Schakelt tussen de standen A (foto: opnamen met de zoeker), K (foto: opnamen met Live weergave) en C
f AF/AE-vergrendelingsknop ( f )
Om de scherpstelling aan te passen, in plaats van 0 tot halverwege in te drukken, en om de belichtingswaarde
te vergrendelen vóór de opnamen. (p.57, p.67)
g Groene knop ( M )
Voert een reset uit van de waarde die wordt gewijzigd.
h Weergaveknop ( 3 )
Schakelt over naar de weergavestand. (p.51) Druk de knop
opnieuw in om over te gaan naar de opnamestand.
i Vierwegbesturing ( ABCD )
Toont het instellingenmenu van de Gevoeligheid,
Witbalans, Flitsinstelling of Transportstand. (p.21)
Als een menu of het bedieningspaneel wordt weergegeven, verplaatst u hiermee de cursor of wijzigt u hiermee het item dat u instelt.
Druk op B in de enkelbeeldweergave van de weergavestand
om het weergavepalet weer te geven. (p.91)
j OK-knop ( E )
Druk tijdens weergave van het bedieningspaneel of een menu op deze knop om het geselecteerde item te bevestigen.
Houd deze knop ingedrukt wanneer [Actief AF-gebied] is ingesteld op [Selecteren], [Uitgebr. AF-gebied] of [Meerdere
AF-punten] om ofwel de stand 'AF-gebied wijzigen', ofwel de richtingsknoppen in te stellen als de functie van de
k INFO-knop ( G )
Wijzigt de weergavestijl op de monitor. (p.13, p.17)
l MENU-knop ( F )
Toont een menu. Druk, terwijl het menu wordt getoond,
op deze knop om terug te keren naar het vorige scherm. (p.23)
Over de vierwegbesturing
In deze handleiding wordt elke knop van de vierwegbesturing aangeduid zoals wordt getoond in de afbeelding aan de rechterzijde.
12
KP-OPM-NL.book Page 13 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Symbolen en indicaties op het scherm
Monitor
Opnamestand
Met deze camera kunt u opnamen maken terwijl u door de zoeker kijkt, of terwijl u naar het beeld op de monitor kijkt.
Als u de zoeker gebruikt, kunt u opnamen maken terwijl u het statusscherm op de monitor bekijkt en door de zoeker kijkt.
(p.48) Als u de zoeker niet gebruikt, dan kunt u opnamen maken
terwijl u kijkt naar het beeld van de Live weergave die op de
De camera staat in de “standby-stand” als deze klaar is voor het maken van opnamen, zoals tijdens weergave van het statusscherm of Live weergave. Druk op G in de standby-stand als u het “bedieningspaneel” wilt weergeven en instellingen wilt
wijzigen. (p.22) U kunt het informatietype dat getoond wordt in
de standby-stand, wijzigen door op G te drukken terwijl het
bedieningspaneel wordt getoond. (p.16)
G
Aangepaste opname
Helder t Memo
• U kunt de displaykleur van het statusscherm, het bedieningspaneel en de menucursor instellen
bij “Basisinstellingen” (p.46).
Standby-stand
(statusscherm)
Bedieningspaneel
G
1
Scherm voor selectie van het display van de opname-informatie
13
KP-OPM-NL.book Page 14 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
14
Standby-stand
5
6
7
De instellingen voor het maken van opnamen worden getoond.
Statusscherm
250
102400
FF 12
12
12
1
16
18
28
24
29
2 3 4 5 6 7 8
13 12
15
17
25
19
26
20
30
9 10
14
11
15
21
23
31
22
27
Live weergave
1 202223 3 4 6 7 8 9 10 11
27
26
32
33
18
2
34
35
+1.7
EV
13 14 15 28
±0EV
9999
29 30
16
17
31
36 37
1
2
3
4
8
9
Belichtingsgeheugen
Aangepaste opname
Status gps-positionering
Wi-Fi™-verbindingsstatus
10 Shake Reduction/
Horizoncorrectie/Movie
SR/Compositie
11 Batterijniveau
12 Hulp e-knop
13 Sluitertijd
14 Diafragmawaarde
15
16 Belichtingscorrectie
17 LW-staafgrafiek
18 Bedieningsaanwijzing
19 Scherpstellingsmethode
20
Draadloos moduskanaal
21 Scherpstelgebied
22
Aantal opnamen tijdens
Meerdere opnamen of
Intervalopname
23
24 Flitsbelichtingscompensatie
25 Fijnafstemming witbalans
26 Vergrend. bed.elem.
27 Externe invoerappar.
28
29 Geheugenkaart
30 Aantal foto’s dat kan worden gemaakt/ resterende opnameduur voor video’s
31 Bedieningsaanwijzingen
32 Temperatuurwaarschuwing
33 Histogram
34 Elektr. waterpas
(horizontale kanteling)
35 Elektr. waterpas
(verticale kanteling)
36 Gezichtsherkenningskader
(wanneer [Actief AFgebied] is ingesteld op
[Gezichtsherkenning])
37 Rasterweergave
t Memo
• Bij [Live weergave] in menu A 5 en C 2 kunt u de
display-instellingen van Live weergave wijzigen. (p.27, p.32)
KP-OPM-NL.book Page 15 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Bedieningspaneel
De volgende functies worden weergegeven in de standaardinstelling.
Stand A
Aangepaste opname
Helder
5
10
15
20
6
1
2
11
16
21
33
7
12
17
22
8
13
18
23
34
3 4
9
14
19
24
35
Stand C
5
25
29
6
1
2
26
30
7
27
31
12
23
24
3 4
19
28
32
33 34 35
3
4
1
2
5
Functienaam
Instelling
Geheugenkaart
Aantal foto’s dat kan worden gemaakt/ resterende opnameduur voor video’s
Aangepaste opname
6
7
8
Ruisond. lange sltrtijd
9
Ruisond. hoge ISO-wrd
10
11
12
13
14 Pixelverschuiv.resolutie
15 Vervormingscorrectie
16 Perifere verlichtings-
17 Horizoncorrectie
18
19 Shake Reduction/Movie
SR
20
21 Selectie sluiterstand
22
23
24
25
26
27
28
29 Niveau opnamegeluid
30 Externe invoerappar.
31
32
33 Actuele datum en tijd
34
35 Bedieningsaanwijzing voor aanpassing van het
t Memo
• Raadpleeg “Het bedieningspaneel gebruiken” (p.22) voor
informatie over hoe het bedieningspaneel wordt gebruikt.
• De weergegeven functies op het bedieningspaneel kunnen
1
15
KP-OPM-NL.book Page 16 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Opname-info display
U kunt instellen welk informatietype wordt weergegeven in de standbystand door op G te drukken terwijl het bedieningspaneel wordt weergegeven. Gebruik CD om het type te selecteren en druk op E .
Wanneer opnamen worden gemaakt met de zoeker
Status scherm
Elektr.
waterpas
Toont de instellingen voor het maken
van opnamen met de zoeker. (p.14)
Geeft de camerahoek weer.
In het midden van het scherm wordt een staafgrafiek weergegeven die de horizontale camerahoek
Voorbeeld:
1,5° naar links gekanteld
(geel) Verticaal waterpas
(groen) aangeeft, en aan de rechterzijde wordt een staafgrafiek weergegeven die de verticale camerahoek aangeeft. De indicatorsegmenten op de grafieken worden in rood weergegeven wanneer de hoek het bereik overschrijdt dat in de staafgrafieken kan worden weergegeven.
Weergave uit Er wordt niets op het scherm getoond.
Elektronisch kompas
Geeft de huidige geografische breedte, lengte, hoogte, richting,
N 36°45.410'
W140°02.000'
89m
0°
UTC (Coordinated
Universal Time), opnamestand en belichtingswaarde weer. Zet de camera uit en weer aan om terug te keren naar het statusscherm.
Alleen beschikbaar als de optionele GPS-unit bevestigd is op de camera en ingeschakeld is.
Opnamen maken met Live weergave
Standaard infoweergave
Elektr. waterpas
Het beeld van Live weergave en de instellingen voor het maken van opnamen met Live
weergave worden weergegeven. (p.14)
Hetzelfde elektronische niveau wordt getoond als bij het maken van opnamen met de zoeker.
Geen infoweergave
Bepaalde pictogrammen, zoals die voor de opnamestand en de transportstand, worden niet getoond.
t Memo
• Het statusscherm wordt weergegeven wanneer de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet. Als de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet terwijl [Display opname-info] ingesteld is op Z (Aan) bij [Geheugen] in het menu A 5, verschijnt het scherm dat is geselecteerd op het scherm voor
selectie van het display van de opname-informatie. (p.123)
• Wanneer [Opties LCD-display] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de display veranderen door de
Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117)
16
KP-OPM-NL.book Page 17 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Weergavestand
De gemaakte opname en opname-informatie worden weergegeven in de enkelbeeldweergave van de weergavestand.
Druk op G om het type informatie te wijzigen dat wordt weergegeven in de enkelbeeldweergave. Gebruik CD om het type te selecteren en druk op E .
G t Memo
• U kunt instellen dat overbelichte gebieden rood gaan knipperen in de Standaard infoweergave, Histogramweergave en Geen infoweergave. Stel dit in bij [Overbelichting] van [LCD-display] in menu B
• Het scherm dat is geselecteerd in het scherm voor selectie van het display van de weergave-info, wordt weergegeven in de weergavestand wanneer de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet. Indien [Display weergave-info] is ingesteld op Y (Uit) bij [Geheugen] in menu A 5, dan verschijnt de Standaard infoweergave altijd als eerste
wanneer de camera wordt aangezet. (p.123)
• Wanneer [Opties LCD-display] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de display veranderen door de
Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117)
1
Enkelbeeldweergave
(Standaard infoweergave)
Weergave-info-scherm voor selectie van display
Standaard infoweergave
Gedetailleerde infoweergave
Histogramweergave
RGB-histogram weergave
-
Geen infoweergave
De gemaakte opname, de bestandsindeling, de belichtingsparameters, en de indicaties van de bedieningsaanwijzingen worden weergegeven.
Op het scherm worden details weergegeven over hoe en wanneer de
De gemaakte opname en het helderheidshistogram worden getoond.
Niet beschikbaar tijdens het afspelen van video's.
De gemaakte opname en het RGB-
histogram worden getoond. (p.19)
Niet beschikbaar tijdens het afspelen van video's.
Enkel de gemaakte opname wordt weergegeven.
17
KP-OPM-NL.book Page 18 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Gedetailleerde infoweergave
Foto's
+1.0
102400
±0
±0
±0
±0
2
1
13
23
17 18
24 25 26
32
39
33 34 35
14
8
3
7
4
10
11
5
9
15
12
16
19 20 21 22
27 28 29 30 31
36 37
40
6
38
Video
±0
±0
±0
±0
1
13
17
32 33 43
39
3
7
41
14
18
4 5
42
11
15 16
19
28 29
40
37
31
6
38
7
8
3
4
1
2
B A
Pagina 2
5
6
0m
123°
N 36°45.410'
W140°02.000'
2
1
3
44
39
47
48
49
50
44
4 5
45
46
51
6
Gemaakte opname
Wi-Fi™-verbindings-
Beveiligingsinstelling
Mapnummer-bestands-
9 Flitsbelichtingscompensatie
10 Scherpstellingsmethode
11
12 Scherpstelgebied
13 Sluitertijd
14 Diafragmawaarde
15
16 Belichtingscorrectie
18
17
18 Fijnafstemming witbalans
19
20
Pixelverschuivingsresolutie
21
22
23 Vervormingscorrectie
24 Perifere verlichtings-
25 Laterale chromatische
26
27 Correctie kleurrand
28 Overbelichtingscorrectie
29
30
31 Shake Reduction/
Horizoncorrectie/
Video SR
32
33
34
35
36 Correctie kleurmoiré
37 Brandpuntsafstand objectief
38 Aangepaste opname
39 Bedieningsaanwijzingen
40 Opnamedatum en -tijd
41 Tijdsduur van de opgenomen video
42 Niveau opnamegeluid
43
44 Waarschuwing voor opname waarmee is geknoeid
45
46
47 Geografische hoogte
48 Richting van het objectief
49 Geografische breedte
50 Geografische lengte
51 UTC
KP-OPM-NL.book Page 19 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Histogramweergave
Gebruik AB om te wisselen tussen het helderheidshistogram en het RGB-histogram.
Helderheidshistogram
1 2 3 4
5
6 7 8 9
1 5
B
2
A
10
3 4
11
12
13
1 Histogram (Helderheid)
2 RGB-histogram/
Helderheidshistogram
3 Beveiligingsinstelling
4 Mapnummerbestandsnummer
5 RAW-data opslaan
6 Bestandsindeling
7 Sluitertijd
8 Diafragmawaarde
9 Gevoeligheid
10 Belichtingscorrectie
11 Histogram (R)
12 Histogram (G)
13 Histogram (B)
6 7 8 9
RGB-histogram
10
Zoeker
Informatie wordt getoond in de zoeker als opnamen worden gemaakt met de zoeker.
2 3
4 5 6
1
7 8 9
1
10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
1
2
3
4
5 Scherpstellingsmethode
6 Sluitertijd/AF-modus
getimede belichting in stand M /Aantal opnamen voor Bracketing
7 Diafragmawaarde/
Bracketwaarde voor
Bracketing
8
9 LW-staafgrafiek/Elektr.
10 ISO/ISO AUTO
11
Belichtingscompensatiewaarde/Beeldopslagcapaciteit/Draadloos
S Auto (27 AFpunten)
M Zoneselectie
N Selecteren
O Uitgebr. AFgebied (S)
P Uitgebr. AFgebied (M)
Q Uitgebr. AFgebied (L)
R Spot
12 Belichtingsgeheugen
13
1
19
KP-OPM-NL.book Page 20 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
14 Meerdere opnamen
15
16 Shake Reduction
17 Belichtingscompensatie
18 Belichtingscorrectie
19
t Memo
• De informatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer
0 half wordt ingedrukt, of tijdens de bedrijftijd van de lichtmeter (standaardinstelling: 10 sec.). U kunt de bedrijftijd van de lichtmeter wijzigen bij [3 Bedrijftijd lichtmtr] in menu
E
• Het AF-punt gebruikt voor autofocus verschijnt in het rood
(AF-punt weergeven) wanneer 0 half wordt ingedrukt.
U kunt deze functie uitzetten bij [AF-punt weergeven] van [Zoekeroverlay] in menu A
• U kunt de opnamescherpte instellen in de zoeker met behulp van de dioptriecorrectieknop.
Als het moeilijk is om de dioptriecorrectieknop in te stellen, trek de oogschelp dan omhoog en verwijder deze. Wijzig de dioptrieinstelling totdat het AF-kader in de zoeker scherp en duidelijk is.
Elektr. waterpas
U kunt controleren of de camera horizontaal gekanteld is door de elektronische waterpassen weer te geven. De elektronische waterpas voor de horizontale camerahoek kan worden weergegeven in de zoeker en de elektronische waterpassen voor de verticale en horizontale camerahoeken kunnen worden
weergegeven op het Live Weergave-scherm. (p.14) Gebruik
h om de display aan of uit te zetten.
Voorbeelden van de elektronische waterpas in de zoeker
Wanneer horizontaal (een hoek van 0°)
Wanneer 5° naar links gekanteld
Wanneer verticaal gehouden en 3° naar rechts gekanteld t Memo
• U kunt een andere functie toekennen aan h ( Y ). Ook kunt u [Elektr. waterpas] aan X of Z
• U kunt bij [Zoekeroverlay] en [Live weergave] in menu A 5 selecteren of u de elektronische waterpas wilt weergeven.
20
KP-OPM-NL.book Page 21 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Hoe functie-instellingen worden gewijzigd
De richtingsknoppen gebruiken
Druk op ABCD in de standby-stand.
A Gevoeligheid
B
C
Witbalans
Flitsinstelling
D Transportstand
Gebruik van de Smart-functie
U kunt instellingen gemakkelijk wijzigen met twee wieltjes: het functiewiel en het instelwiel. Gebruik het functiewiel ( 1 ) om de gewenste functie te selecteren, en gebruik het instelwiel ( 2 ) om de instelwaarde van de geselecteerde functie te wijzigen.
1
2
De volgende functies kunnen worden geselecteerd.
Functiewiel
R
AE
HDR
CH/CL
C1
C2
C3
Functie
Schakelt de werking van het instelwiel uit.
Wijzigt de lichtmeetmethode.
Wijzigt het opnametype voor HDRopname.
Wijzigt de opnamesnelheid voor
Continuopname.
Wijzigt de afwerking van de opname voor
Aangepaste opname
(standaardinstelling).
Wijzigt het opnametype van AAfiltersimulator (standaardinstelling).
Wijzigt de helderheid van de monitor
(standaardinstelling).
Pagina
–
U kunt functies toekennen aan C1, C2 en C3 bij [Knoppen aanpassen] in menu A
De toegewezen functies kunnen worden geraadpleegd op het statusscherm of het Live Weergavescherm wanneer aan het functiewiel of instelwiel wordt gedraaid.
1
21
KP-OPM-NL.book Page 22 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Het bedieningspaneel gebruiken
Druk op G in de standby-stand.
Gebruik ABCD om een item te selecteren.
Gebruik R om instellingen te wijzigen.
Druk op E om gedetailleerde instellingen in te voeren.
Gebruik R om instellingen te wijzigen.
Bedieningspaneel aanpassen
De functies die worden weergegeven op het bedieningspaneel, kunnen worden aangepast.
Sommige functies in de menu's A , C en D kunnen worden
opgeslagen als bedieningspaneelitems. Raadpleeg “Menulijst”
(p.24) voor meer info over de functies die kunnen worden
opgeslagen.
1
Druk op G in de standby-stand.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
2
Druk op Z .
Het aanpassingsscherm verschijnt.
3
Gebruik ABCD om de functie te selecteren die u wilt wijzigen.
Druk op M als u terug wilt gaan naar de standaardinstelling.
4
Druk op E .
In het vervolgkeuzemenu worden de selecteerbare functies getoond.
5
Gebruik AB om de functie te selecteren die u wilt opslaan.
Selecteer [--] als u geen enkele functie wilt opslaan.
6
Druk op E .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk op Z .
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
8
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
22
HDR-opname
Uit
Gebruik AB om tussen items te wisselen.
Druk op F om te stoppen met de instelling.
Druk op E om het geselecteerde item te bevestigen en terug te gaan naar het bedieningspaneel.
t Memo
• Welke items kunnen worden geselecteerd, hangt af van de huidige camera-instellingen.
• Als er tijdens weergave van het bedieningspaneel circa
1 minuut lang geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden, keert de camera terug naar de standbystand.
KP-OPM-NL.book Page 23 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Gebruik van de menu’s
De meeste functies worden ingesteld vanuit de menu’s.
1
Aangepaste opname
AF met zoeker
Gebruik Q om een andere menucategorie te selecteren.
Gebruik AB om een item te selecteren.
1
Menutabs
3
Digitaal filter
HDR-opname
Gebruik R om een andere menutab te selecteren.
1
Druk op F om het menuscherm te verlaten.
Druk op D om het pop-upmenu op te roepen.
Druk op D om het submenu op te roepen.
3
Digitaal filter
HDR-opname Gebruik AB om een item te selecteren.
Druk op F om het pop-upmenu te annuleren.
Druk op E om het geselecteerde item te bevestigen.
Druk op F om terug te gaan naar het vorige scherm.
t Memo
• Bij de menu’s van de persoonlijke instellingen ( E -menu's) kunt u het instellingenscherm van het volgende item weergeven in de volgorde van de menulijst door aan R te draaien terwijl het submenu van het momenteel geselecteerde item wordt weergegeven op de monitor.
• Druk op F om de eerste tab weer te geven van de menu’s die voor de camera-instellingen op dat moment het meest geschikt zijn. Als u de laatst geselecteerde menutab als eerste wilt weergeven, stelt u dit in bij [21 Menulocatie opslaan] in menu E 3.
• De instellingen die zijn gewijzigd met de menu's, de richtingsknoppen, de Smart-functie, het bedieningspaneel en het weergavepalet worden naar de standaardwaarde teruggezet met [Reset] in menu D 5. Als u de ingestelde waarden van de menu’s van de persoonlijke instellingen wilt terugzetten naar de standaardwaarde, gebruikt u [Reset pers.instellingen] in menu E 4.
(Sommige instellingen zijn niet van toepassing.)
23
KP-OPM-NL.book Page 24 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Menulijst
Menu’s voor opnemen
A 1
AF met zoeker
Onderdeel
AF.S-instelling
Actie 1e beeldje AF.C
Actie bij AF.C Continu
AF-status vasthouden
AF met
Live weergave
AF.S-instelling
Functie
Stelt de afwerking van de opname in met betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast voordat de opname wordt gemaakt.
Selecteert de autofocusstand als opnamen worden gemaakt met de zoeker.
Selecteert het gebied waarin scherp wordt gesteld als opnamen worden gemaakt met de zoeker.
Stelt in wat de prioriteit van acties is voor wanneer de
AF-modus is ingesteld op x en 0 volledig wordt ingedrukt.
Stelt in wat de prioriteit van acties is voor het eerste beeldje als de AF-modus is ingesteld op y en 0 volledig wordt ingedrukt.
Stelt in wat de prioriteit van acties is tijdens Continuopname voor wanneer de AF-modus ingesteld is op y .
Handhaaft de scherpstelling gedurende een bepaalde hoeveelheid tijd wanneer het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat er scherp gesteld is.
Selecteert het gebied waarin scherp wordt gesteld als opnamen worden gemaakt met Live weergave.
Benadrukt de omtrek en het contrast van het onderwerp waarop u scherp stelt en maakt het gemakkelijker om de scherpstelling te controleren.
Stelt de prioriteit van acties in voor wanneer 0 volledig wordt ingedrukt.
Standaardinstelling Pagina
Helder x
Auto (27 AFpunten)
Scherpstellings voorkeuze
Auto
Auto
Zwak
Gezichtsherkenning
Uit
Scherpstellings voorkeuze
-
-
24
KP-OPM-NL.book Page 25 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
A 1
A 2
AF-hulplicht
Onderdeel
Functie
Doet het hulplicht branden tijdens autofocus op donkere locaties.
Autom. lichtmeting
Selecteert het gedeelte van de sensor dat moet worden gebruikt voor het meten van de helderheid en het bepalen van de belichting.
ISO-bereik
Stelt de bovenste limietwaarde in voor ISO AUTO.
ISO-bereik (minimum) Stelt de onderste limietwaarde in voor ISO AUTO.
ISO
AUTOinstelling
Hiermee stelt u in of de maximale sluitertijd automatisch of handmatig moet worden ingesteld.
Minimum sluitertijd
Programmalijn
Belich tings -
Instellingen
-
Belichtingsfunctie
Programmalijn
Opnameinstell. foto's
D-range
Bestandsindeling
JPEG
RAW-formaat
Kleurruimte
Overbelichtingscorr.
Schaduwcorrectie
Selecteert de sluitertijdoptie of stelt de maximale sluitertijd in.
Selecteert de instelling van de programmalijn.
Wijzigt tijdelijk de belichtingsstand als het moduswiel ingesteld is op een van de standen O t/m 5 .
Selecteert de instelling van de programmalijn wanneer het moduswiel is ingesteld op een van de standen O t/m 5 .
Hiermee schakelt u tussen de mechanische sluiter en de elektronische sluiter.
Stelt de bestandsindeling van opnamen in.
Stelt de opnamegrootte van JPEG-opnamen in.
Stelt de kwaliteit van JPEG-opnamen in.
Stelt de RAW-bestandsindeling in.
Stelt de te gebruiken kleurruimte in.
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt overbelichte gebieden.
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt onderbelichte gebieden.
Standaardinstelling Pagina
Aan
Meervlaks
ISO 6400
ISO 100
AUTO
Stand.
Stand.
G
Stand.
Mechanische sluiter
JPEG q m
PEF sRGB
Auto
Auto
1
25
KP-OPM-NL.book Page 26 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1 A 2
A 3
A 4
Ruison derdruk king
-
Huidtint
-
Onderdeel
Ruisond. lange sltrtijd
Ruisond. hoge
HDR-opname * 1
HDRopname
Bracketwaarde
Automatisch uitlijnen
Pixelver schuiv. resolutie
-
Pixelverschuiv.resolutie
Horizoncorrectie
Functie
Selecteert de ruisonderdrukkingsinstelling voor het maken van opnamen met een lage sluitertijd.
Standaardinstelling Pagina
Auto
Selecteert de ruisonderdrukkingsinstelling voor het maken van opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
Wijzigt de helderheid van opnamen met behulp van een beeldverwerkingsprogramma.
Versterkt de huidtint van het onderwerp in de opname met behulp van een beeldverwerkingsprogramma.
Past een digitaal filtereffect toe bij het maken van opnamen.
Auto
±0
Uit
Maakt instellingen voor opnamen met een hoog dynamisch bereik.
Voegt meerdere opnamen samen en produceert een high-definition opname.
Geen filter
Uit
±2 LW
Aan
Uit
Aan
Verricht instellingen voor het volgen en vastleggen van hemellichamen.
Past een low-pass filtereffect toe met gebruik van het Shake Reduction-mechanisme.
Activeert de functie Shake Reduction.
Corrigeert horizontale kanteling in de stand A .
Stelt u in staat om de compositie van uw opname met gebruik van het Shake Reduction-mechanisme aan te passen.
Uit
Uit
Aan
Uit
Uit
–
–
26
KP-OPM-NL.book Page 27 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
A 4
A 5
Objectief correctie
-
Onderdeel
Vervormings-
Perifere verlicht. corr.
Diffractiecorrectie
Functie
Vermindert vervormingen en chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert perifere lichtvermindering die optreedt als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert laterale chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Corrigeert wazigheid die wordt veroorzaakt door diffractie bij gebruik van een kleine diafragmaopening.
Zoeker overlay
Live
weergave
Stelt de brandpuntsafstand in bij het gebruik van een objectief dat niet automatisch objectiefinformatie kan doorgeven.
Toont de elektronische waterpas onderaan de zoeker.
AF-punt weergeven
Toont het actieve AF-punt in rood in de zoeker.
Stelt het type en de kleur van de rasterlijnen in die worden weergegeven tijdens Live weergave.
Toont het elektronisch niveau tijdens Live weergave.
Histogramweergave
Overbelichting
Flikkerreductie
Toont het histogram tijdens Live weergave.
Stelt in dat overbelichte gebieden in rood knipperen tijdens
Live weergave.
Verlaagt de schermflikkering op het Live weergave-scherm door de vermogensfrequentie in te stellen.
Stelt de weergavetijd in voor Momentcontrole.
Weergavetijd
Controle met vergrot.
Toont de vergrote opname tijdens Momentcontrole.
RAW-data opslaan Slaat tijdens Momentcontrole de RAW-gegevens op.
Moment
controle
Wissen
Histogramweergave
Verwijdert de getoonde opname tijdens Momentcontrole.
Toont het histogram tijdens Momentcontrole.
Overbelichting
Stelt in dat overbelichte gebieden in rood knipperen tijdens
Momentcontrole.
Standaardinstelling Pagina
Uit
Uit
Aan
Aan
35mm
Uit
Aan
Uit, Zwart
Aan
Uit
Uit
50Hz
1sec
Aan
Aan
Aan
Uit
Uit
1
27
KP-OPM-NL.book Page 28 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Onderdeel
Andere weerg.instell.
Hulpdisplay
Weerg. kleur
Fx1-knop
Fx2-knop
Fx3-knop
AF/AE-L-knop
A 5
C1
Knoppen aanpas sen
Functiewiel C2
C3
Instelling e-knoppen
G
H
I
J
K
L
Rotatie
richting
Functie
Geeft de bedieningsaanwijzingen weer op het statusscherm en het Live weergave-scherm als de knoppen en wielen worden bediend.
Stelt de weergavekleur van het statusscherm, het bedieningspaneel en de menucursor in.
Standaardinstelling
Aan
1
Stelt de functie in voor wanneer op
Stelt de functie in voor wanneer op
Stelt de functie in voor wanneer op
Stelt de functie in voor wanneer op
R / M .
X
Y
Z
wordt gedrukt.
wordt gedrukt.
wordt gedrukt.
f wordt gedrukt.
Wijst de functies toe aan C1, C2 en C3 van het functiewiel.
Stelt voor elke belichtingsstand de werking in van
Keert het effect om dat wordt verkregen als er aan
R wordt gedraaid.
Q
Q
/
of
1x voor bestandsform.
Elektr. waterpas
Belichtingscorrectie
AF1 inschakelen
Aangepaste opname
AA-filtersimulator
Beeldinstelling buiten
I , J , X G
–, ISO, –
I , –, –
–, J , –
I , J , G LINE
I , J , G LINE
Naar rechts roteren
Pagina
28
KP-OPM-NL.book Page 29 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
A 5
Geheu
gen
Onderdeel
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Flitsinstelling
Belichtingscompensatie
Transportstand
Witbalans
Aangepaste opname
Helderheid
Huidtint
Digitaal filter
HDR-opname
Pixelverschuiv.resolutie
Compositie aanpassen
Display opname-info
Display weergave-info
Beeldinstelling buiten
Nachtweerg. LCD-disp.
Vergrend. bed.elem.
Functie
Bepaalt welke instellingen moeten worden opgeslagen wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Bepaalt welke instellingen moeten worden opgeslagen wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Standaardinstelling Pagina
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Uit
Uit
Aan
Uit
Aan
Uit
Uit
Uit
Aan
Uit
Uit
Aan
1
29
KP-OPM-NL.book Page 30 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
A 5
USERstand opslaan
Onderdeel
Instellingen opslaan
USER-st. hernoemen
O t/m 5
Functie
U kunt veelgebruikte opname-instellingen opslaan onder
van het moduswiel.
Wijzigt de namen van de opgeslagen USER-standen om weer te geven op de monitor.
Opgesl. instellingen control.
USER-stand resetten
Geeft de instellingen opgeslagen in de USER-standen weer.
Zet alle instellingen opgeslagen in de USER-standen terug naar de standaardinstelling.
*1 Beschikbaar als een bedieningspaneelitem.
*2 Beschikbaar als een functie van het functiewiel.
*3 De functie verschijnt alleen in de standen O t/m 5 .
Standaardinstelling Pagina
HDR-LAND
-
SCHAP, MACRO,
ASTROFOTO,
HANDMATIG
OBJECTIEF
HDR-
LANDSCHAP,
MACRO,
ASTROFOTO,
HANDMATIG
OBJECTIEF,
USER5
–
30
KP-OPM-NL.book Page 31 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Video-menu’s
C 1
C 2
AF met
Live weergave
Onderdeel
AF-modus
Scherpe
Functie
Stelt de afwerking van de opname in met betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast voordat een video wordt gemaakt.
Selecteert de autofocusstand als video-opnamen worden gemaakt.
Selecteert het gebied waarin scherp wordt gesteld als video-opnamen worden gemaakt.
Benadrukt de omtrek en het contrast van het onderwerp waarop u scherp stelt en maakt het gemakkelijker om de scherpstelling te controleren.
AF-hulplicht
Autom. lichtmeting
Doet het hulplicht branden tijdens autofocus op donkere locaties.
Selecteert het gedeelte van de sensor dat moet worden gebruikt voor het meten van de helderheid en het bepalen van de belichting.
Stelt de opnameresolutie van de video in.
Opnameinstell. films
Resolutie
Beeldsnelheid
Niveau opnamegeluid
Stelt de beeldsnelheid van de video in.
Instellingen
D-range
Overbelichtingscorr.
Schaduwcorrectie
Movie SR
Stelt het geluidsniveau voor het maken van video's in.
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt overbelichte gebieden.
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt onderbelichte gebieden.
Past een digitaal filtereffect toe bij het maken van een video.
Activeert de functie Shake Reduction.
Standaardinstelling Pagina
Helder x
Meerdere
AF-punten
Uit
Aan
Meervlaks u
30p
Auto
Auto
Auto
Geen filter
Aan
–
1
31
KP-OPM-NL.book Page 32 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Live weergave
Onderdeel Functie
Stelt het type en de kleur van de rasterlijnen in die worden weergegeven tijdens Live weergave.
Toont het elektronisch niveau tijdens Live weergave.
Histogramweergave Toont het histogram tijdens Live weergave.
Overbelichting
Flikkerreductie
Stelt in dat overbelichte gebieden in rood knipperen tijdens Live weergave.
Verlaagt de schermflikkering op het Live weergavescherm door de vermogensfrequentie in te stellen.
Standaardinstelling Pagina
Uit, Zwart
Aan
Uit
Uit
50Hz
C 2
Knoppen aanpassen
AF/AE-L-knop m j n
Instelling e-knop
pen p o
Stelt de functie in voor wanneer op f wordt gedrukt.
AF1 inschakelen
–, –, –
Stelt voor elke belichtingsstand de werking in van
R / M .
Q /
I , –, G LINE
–, J , G LINE
I , J , G LINE
I , J , G LINE
Rotatierichting
*1 Beschikbaar als een bedieningspaneelitem.
*2 Beschikbaar als een functie van het functiewiel.
Keert het effect om dat wordt verkregen als er aan Q of R wordt gedraaid.
Naar rechts roteren
32
KP-OPM-NL.book Page 33 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Menu voor weergave
B 1
Diavoor stelling
-
Onderdeel Functie
Weergaveduur
Schermeffect
Stelt een interval voor weergave van opnamen in.
Stelt een overgangseffect in van de ene naar de andere opname.
Weergeven herhalen
Start opnieuw een diavoorstelling vanaf het begin nadat de laatste opname is weergegeven.
Autom. video afspelen Speelt video’s af tijdens een diavoorstelling.
Alle beelden beveiligen
Alle opnamen verwijderen
Beveiligt alle opgeslagen opnamen in één keer.
Verwijdert alle opgeslagen opnamen in één keer.
Snel zoomen
Volume afspeelgeluid
LCDdisplay
Auto opnamerotatie
Rasterweergave
Overbelichting
Bepaalt de aanvankelijke vergroting wanneer u opnamen vergroot.
Stelt het geluidsvolume in voor wanneer video wordt weergegeven.
Roteert opnamen die zijn gemaakt terwijl de camera verticaal werd gehouden of waarvan de rotatie-informatie is gewijzigd.
Stelt het type en de kleur van de rasterlijnen in.
Stelt in dat overbelichte gedeelten in het rood knipperen in de standaard infoweergave, histogramweergave of geen infoweergave van de weergavestand.
Standaardinstelling Pagina
3sec
Uit
Uit
Aan
–
–
Uit
10
Aan
Uit, Zwart
Uit
–
1
33
KP-OPM-NL.book Page 34 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Menu’s voor algemene instellingen
D 1
Onderdeel
Language/ W
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Geluidseffecten
Functie
Wijzigt de taal.
Stelt de datum en tijd en de weergavenotatie in.
Schakelt tussen de datum- en tijdweergave van uw woonplaats en die van een opgegeven stad.
Vergroot de tekstgrootte als een menu-item wordt geselecteerd.
Volume
Scherpgesteld
AE-L
Zelfontspanner
Spiegel omhoog
Wi-Fi
Nachtweerg.
LCD-disp.
Stelt het geluidsvolume van pieptonen in.
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer er is scherpgesteld op het onderwerp.
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer er de belichtingswaarde is vergrendeld met f .
Stelt in of er een pieptoon moet klinken tijdens het aftellen voor het maken van opnamen met de zelfontspanner.
Stelt in of er een pieptoon moet klinken tijdens het maken van opnamen met spiegel omhoog vergrendeld.
AF-gebied wijzigen
1x voor bestandsform.
Elektr. waterpas
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer de stand
'AF-gebied wijzigen' wordt gebruikt als de functie van de pijltoetsen ( ABCD ).
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer de bestandsindeling wordt veranderd met X , Y of Z .
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer de display van de elektronische waterpas aan of uit wordt gezet met X , Y of Z .
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer de Wi-Fi™-functie aan of uit wordt gezet met X .
Stelt in of er een pieptoon moet klinken wanneer de
Nachtweerg. LCD-disp. aan of uit wordt gezet met X .
Standaardinstelling Pagina
English
01/01/2017
Thuistijd
Stand.
3
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
Aan
–
34
KP-OPM-NL.book Page 35 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
D 2
D 3
D 4
Onderdeel
Instell. LCD-display
Beeldinstelling buiten
Nachtweerg. LCD-disp.
Indicatie lampjes
Wi-Fi
GPS/Ekompas
-
Nieuwe map maken
Mapnaam
Bestandsnaam
GPS-tijdsync.
Kalibratie
Resolutie video-uitvoer
Zelfontspanner
LED-indicators GPS
USB-aansluiting
Externe invoerappar.
Auto Uitsch.
Functie
Stelt de helderheid, de verzadiging en de kleur van de monitor in.
Stelt de helderheid van de monitor in voor het maken van buitenopnamen.
Verandert de displaykleur van de monitor in het rood voor opnamen in een donkere plaats zoals opnamen maken bij nacht.
Stelt in of er het zelfontspannerlampje moet knipperen tijdens het aftellen voor de transportstand
[Zelfontspanner].
Stelt in of de indicatielampjes moeten branden op de
GPS-unit wanneer die wordt bevestigd op de camera.
Activeert de Wi-Fi™-functie.
Past automatisch de datum- en tijdinstellingen aan.
Voert een kalibratie van de richtingsinformatie uit.
Stelt de USB-verbindingsstand in als deze camera wordt aangesloten op een computer met een commercieel verkrijgbare USB-kabel.
Stelt het uitgangsformaat in bij aansluiting op een audiovisueel apparaat met een video-ingang.
Stelt het externe ingangsapparaat in dat is aangesloten met het aansluitpunt voor een microfoon/ draadontspanner.
Stelt de tijd in waarna de camera automatisch wordt uitgeschakeld als binnen die tijd geen bedieningshandelingen worden verricht.
Maakt een nieuwe map aan op de geheugenkaart.
Stelt de mapnaam in waarin de opnamen worden opgeslagen.
Stelt de bestandsnaam in die wordt toegewezen aan een opname.
Standaardinstelling Pagina
0
Uit
Uit
Aan
Aan
Uit
Aan
–
MSC
Auto
Autoselect
1min
–
Dat.
IMGP, _IMG
1
35
KP-OPM-NL.book Page 36 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
D 4
Bestands nummer
-
Onderdeel
Opeenvolgende nummering
Copyrightinformatie
Formatteren
Herstel bestandsnr.
Functie
Continueert de volgnummering voor de bestandsnaam wanneer een nieuwe map wordt aangemaakt.
Stelt de instelling voor de bestandsnummering terug, en keert terug naar 0001 telkens wanneer een nieuwe map wordt aangemaakt.
Stelt in of informatie over de fotograaf en copyright wordt ingesloten in de Exif-gegevens.
Formatteert een geheugenkaart.
Pixeluitlijning
Sensor stofvrij maken
Brengt defecte pixels van de sensor in kaart en corrigeert deze.
Reinigt de sensor door hoogfrequentie (ultrasone) trillingen toe te passen.
Sensor reinigen
Batterij kiezen
Zet de spiegel vast in de omhoog geklapte stand om de sensor te kunnen reinigen met een blaasbalgje.
Stelt de batterijprioriteit in voor wanneer de optionele batterijhouder wordt gebruikt.
D 5
Certificeringsmerktek.
Toont de certificeringsmerktekens van conformiteit met draadloze technische standaards.
Info/opties firmware
Reset
*1 Beschikbaar als een bedieningspaneelitem.
*2 Beschikbaar als een functie van het functiewiel.
Toont de firmwareversie van de camera. U kunt de huidige firmwareversie controleren voordat een update wordt uitgevoerd.
Stelt de instellingen terug van de richtingsknoppen, de
Smart-functie en voor de items van de A -menu’s, de
C -menu’s, menu B , de D -menu’s, het bedieningspaneel en het weergavepalet.
Standaardinstelling Pagina
Aan
–
Uit
–
–
Aan, Aan
–
Autoselect
–
–
–
–
–
36
KP-OPM-NL.book Page 37 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Menu’s voor persoonlijke instellingen
Onderdeel
1 LW-stappen
2 Gevoeligheidsstappen
3 Bedrijftijd lichtmtr
E 1
4 Auto LW-correctie
5 Kopp. AE en AF-punt
6 AE-L met AF lock
7 Opties Bulb (B)-modus
8 Ontspant bij opladen
9 Volgorde bracketing
10 Bracketing-in-één
E 2
11 Intervalopname-opties
12 AF voor intervalopnamen
13 Instellingsbereik witbalans
Functie Standaardinstelling Pagina
Stelt de aanpassingsstappen in voor de belichting.
1/3 LW Stap
Stelt de aanpassingsstappen in voor de ISO-gevoeligheid. Stappen van 1 LW p.62
10sec
Stelt de bedrijfstijd van de lichtmeter in.
Compenseert automatisch de belichting wanneer met de huidige instellingen de juiste belichting niet kan worden bereikt.
Uit –
Stelt in of de belichtingswaarde en het AF-punt in het scherpstelgebied worden gekoppeld.
Stelt in of de belichtingswaarde wordt vergrendeld wanneer er is scherp gesteld.
Stelt in wat de camerawerking is voor wanneer op 0 wordt gedrukt in de stand M .
Stelt in of de sluiter al dan niet kan worden ontspannen terwijl de ingebouwde flitser opgeladen wordt.
Uit
Uit
Type1
Uit
–
Stelt de volgorde in voor het maken van opnamen met
Bracketing.
Maakt alle beelden door éénmaal op de ontspanknop te drukken in Bracketing.
Stelt in of wordt begonnen met het tellen van de intervaltijd wanneer de belichting begint of wanneer de belichting eindigt voor Intervalopname, Intervalcompositie, en
Intervalvideo opnemen.
Stelt in of de gebruikte scherpstelstand wordt vergrendeld wanneer de eerste opname wordt gemaakt of dat autofocus wordt uitgevoerd voor elke opname voor
Intervalopname, Intervalcompositie, Intervalvideo opnemen en Sterrenspoor.
Stelt in of automatische fijnafstemming van de witbalans moet worden uitgevoerd als de lichtbron wordt gespecificeerd voor de witbalansinstelling.
0 - +
Uit
Interval
Vergren. autofoc. bij 1e opn.
Vast
37
1
KP-OPM-NL.book Page 38 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
1
Onderdeel
E 2 14 AWB bij lamplicht
15 WB bij flitsen
16 Kleurtemperatuurstappen
17 Bedien.elem. aan/uit
E 3
18 4-weg Contr. Instellingen
19 Auto SR Uit
20 Rotatie-info opslaan
21 Menulocatie opslaan
22 Catch-in focus
E 4
23 AF-aanpassing
24 Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Functie
Stelt de kleurtoon van lamplicht in wanneer de witbalans is ingesteld op [Automatische witbalans].
Stelt de witbalansoptie in bij gebruik van een flitser.
Standaardinstelling Pagina
Krachtige correctie
Automatische witbalans
Stelt de instellingsstappen in voor de optie
Kleurtemperatuur van de witbalans.
Schakelt tijdelijk specifieke functies of bedieningen van knoppen en wielen uit.
Selecteert de werking van de pijltoetsen ( ABCD ) voor wanneer de selectiestand van het scherpstelgebied is ingesteld op een van de selecteerbare standen.
Schakelt automatisch de functie Shake Reduction uit wanneer de transportstand is ingesteld op
[Zelfontspanner].
Slaat rotatie-informatie op tijdens het maken van opnamen.
Slaat de menutab op die als laatste werd weergegeven op de monitor en toont deze opnieuw als de volgende keer op F wordt gedrukt.
Maakt Catch-In Focus opnamen mogelijk wanneer een handmatig scherpstelobjectief aangesloten is. De sluiter wordt automatisch ontspannen als er scherp gesteld is op het onderwerp.
Maakt fijnafstelling van uw objectieven met het autofocussysteem van de camera mogelijk.
Stelt in dat de ontspanner kan ontspannen wanneer de diafragmaring van het objectief ingesteld is op een andere positie dan 9 (Auto).
Stelt de ingestelde waarden in het menu Pers.instelling terug naar de standaardwaarden.
Kelvin
Type1
Type1
Auto SR Uit inschakelen
Aan
Menulocatie resetten
Uit
Uit
Deactiveren
–
–
38
KP-OPM-NL.book Page 39 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Memo
1
39
KP-OPM-NL.book Page 40 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
De draagriem bevestigen
1
Haal het uiteinde van de riem door de driehoekige ring.
2
Maak het uiteinde van de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
Gebruik van de optionele houder
De houder S O-GP167 wordt op de camera geïnstalleerd. Om hem te vervangen door de optionele houder M O-GP1671 of houder
L O-GP1672, maakt u de vattingsschroef van de houder volledig los met behulp van de inbussleutel die is meegeleverd met de optionele houder en verwijdert u de houder. (De schroef kan niet van de houder worden genomen.)
Bevestig de houder aan de camera zodat de lipjes van de houder in de gleuven van de camera grijpen en draai de vattingsschroef van de houder goed vast.
De optionele batterijhouder
D-BG7 is meegeleverd met de houder L O-GP1672.
40
KP-OPM-NL.book Page 41 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Een objectief bevestigen
1
Zorg ervoor dat de camera uitgeschakeld is.
2
Verwijder de dop van de cameravatting ( 1 ) en de dop van de objectiefvatting
( 2 ).
Draai de dop van de cameravatting linksom terwijl u op de ontgrendelingsknop voor het objectief ( 3 ) drukt.
3
Zorg er na verwijdering van de dop voor dat het objectief wordt neergelegd met de objectiefvatting naar boven gericht.
3
Zorg ervoor dat de richttekens
(de rode puntjes: 4 ) op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen.
Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vast klikt.
4
4
Het objectief verwijderen
Bevestig de objectiefdop, en draai het objectief vervolgens linksom terwijl u de ontgrendelingsknop van het objectief ingedrukt houdt.
u Let op
• Kies bij het bevestigen of verwijderen van het objectief voor een omgeving die relatief vrij is van vuil en stof.
• Zorg ervoor dat de cameravattingdop op de camera aangesloten blijft als geen objectief aangesloten is.
• Bevestig de dop van de objectiefvatting en de objectiefdop op het objectief nadat u het objectief van de camera heeft gehaald.
• Ga niet met uw vingers in de objectiefvatting van de camera en raak de spiegel niet aan.
• De camerabehuizing en objectiefvatting bevatten objectiefinformatiecontacten. Vuil, stof of roest kunnen het elektrisch systeem beschadigen. Neem voor professionele reiniging contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
• Als een intrekbaar objectief bevestigd is en dit niet uitgeschoven is, kunt u geen opnamen maken of sommige functies niet gebruiken. De camera stopt als het objectief tijdens het maken van opnamen wordt ingetrokken.
Raadpleeg “Hoe een intrekbaar objectief wordt gebruikt”
• Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
t Memo
• Raadpleeg “Beschikbare functies met diverse objectieven”
(p.129) voor meer informatie over de objectieffuncties.
2
41
KP-OPM-NL.book Page 42 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
Gebruik van de batterij en lader
Gebruik uitsluitend de batterij D-LI109 en batterijlader
D-BC109. Deze zijn speciaal voor deze camera ontwikkeld.
De batterij opladen
1
Sluit het netsnoer aan op de batterijlader.
2
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
Batterijlader Indicatielampje u Let op
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de batterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan schade en hitte veroorzaken.
• Vervang in de volgende gevallen de batterij door een nieuwe:
• Indien het indicatielampje knippert of niet meer brandt na het correct plaatsen van de batterij
• Indien de batterij sneller leeg is na het opladen (de batterij heeft het einde van de levensduur bereikt) t Memo
• De maximale oplaadtijd is circa 240 minuten (dit hangt af van de temperatuur en resterend batterijvermogen).
Laad de batterij op in een gebied met een temperatuur tussen 0°C en 40°C (32°F en 104°F).
Netsnoer
3
Zorg ervoor dat de markering
A op de batterij naar boven is gericht en plaats de batterij in de batterijlader.
Plaats de batterij in een hoek in de batterijlader, en breng de batterij daarna op zijn plaats.
Het indicatielampje brandt tijdens het opladen en gaat uit als de batterij volledig is opgeladen.
42
KP-OPM-NL.book Page 43 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De batterij plaatsen/verwijderen
u Let op
• Plaats de batterij op de juiste wijze. Als de batterij verkeerd is geplaatst, kan deze mogelijk niet meer worden verwijderd.
• Maak de elektroden van de batterij schoon met een zachte droge doek voordat u de batterij plaatst.
• Open de batterijklep niet en verwijder de batterij niet als de camera aan staat.
• Wees voorzichtig, want de camera of de batterij kan heet worden nadat u de camera gedurende langere tijd ononderbroken hebt gebruikt.
• Verwijder de batterij als u van plan bent de camera langere tijd niet te gebruiken. De batterij kan gaan lekken en schade toebrengen aan de camera als u de batterij in de camera achterlaat en lange tijd niet gebruikt. Laad de batterij, voordat u deze opbergt, gedurende 30 minuten op als u denkt de verwijderde batterij zes maanden of langer niet te zullen gebruiken. Zorg ervoor dat u de batterij iedere zes tot twaalf maanden oplaadt.
• Bewaar de batterij op een plek waar de temperatuur op of beneden de kamertemperatuur blijft. Vermijd plekken met hoge temperaturen.
• De datum en tijd worden mogelijk gereset indien de batterij gedurende langere tijd uit de camera is. Stel in dat geval
de huidige datum en tijd opnieuw in. (p.46)
1
Open de batterijklep.
Verschuif de ontgrendelingsknop
( 1 ) van de batterijklep voordat u de klep opent.
1
2
Houd de batterij met de markering A naar de zijde van de objectiefvatting van de camera gericht en plaats de batterij totdat deze vast op zijn plaats zit.
Als u de batterij wilt verwijderen, duwt u de pal voor de batterijvergrendeling in de richting van 2 .
3
Sluit de batterijklep.
2 t Memo
• Het batterijniveau wordt mogelijk niet correct weergegeven als de camera bij lage temperaturen wordt gebruikt of wanneer lange tijd continuopnamen worden gemaakt.
• De batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk minder goed functioneren. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Zorg ervoor dat u extra batterijen bij u hebt als u naar het buitenland gaat of een groot aantal opnamen wilt maken.
• Wanneer u de optionele batterijhouder D-BG7 gebruikt, kunt u aangeven welke batterij als eerste moet worden gebruikt bij [Batterij kiezen] in menu D
2
43
KP-OPM-NL.book Page 44 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
Gebruik van de netvoedingsadapter
We adviseren u gebruik te maken van de optionele netvoedingsadapterset K-AC167 als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op uw computer of audiovisueel apparaat.
1
Zorg ervoor dat de camera is uitgeschakeld en open het klepje van de aansluitingen.
2
Breng de markering A op het DC-aansluitpunt van de netvoedingsadapter en op de DC-ingang van de camera op één lijn en breng de verbinding tot stand.
3
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter en steek het netsnoer vervolgens in het stopcontact.
u Let op
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg ervoor dat de kabels goed aangesloten tussen de aansluitpunten. De geheugenkaart of de gegevens kunnen beschadigd raken indien de verbinding met de netstroom wordt verbroken terwijl er op de kaart wordt gewerkt.
• Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapter eerst de gebruiksaanwijzing van de netvoedingsadapterset.
Geheugenkaart plaatsen
Met deze camera kunnen de volgende geheugenkaarten worden gebruikt.
• SD-geheugenkaart
• SDHC-geheugenkaart
• SDXC-geheugenkaart
Deze kaarten worden in deze handleiding geheugenkaarten genoemd.
1
Zorg ervoor dat de camera uitgeschakeld is.
2
Schuif de geheugenkaartklep in de richting van 1 en draai deze vervolgens open zoals getoond door 2 .
1
2
3
Breng de kaart volledig naar binnen in de geheugenkaartsleuf, met het etiket van de geheugenkaart naar de zijde met de monitor gericht.
Druk de geheugenkaart éénmaal naar binnen en laat deze los om de geheugenkaart te verwijderen.
44
KP-OPM-NL.book Page 45 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
4
Draai aan de geheugenkaartklep zoals getoond door 3 , en schuif deze in de richting van 4 .
4
3 u Let op
• Verwijder de geheugenkaart niet wanneer het kaartlampje
(oranje) brandt.
• De camera wordt uitgeschakeld als de geheugenkaartklep wordt geopend terwijl de stroom ingeschakeld is. Open de klep niet terwijl de camera wordt gebruikt.
• Gebruik deze camera om een geheugenkaart te formatteren
(initialiseren) die nog niet eerder of in andere apparaten is
• Gebruik een geheugenkaart met hoge snelheid als u video’s maakt. Als de snelheid waarmee wordt geschreven, achterblijft op de snelheid waarmee wordt opgenomen, wordt het schrijven tijdens het opnemen mogelijk afgebroken.
De hoek van de monitor aanpassen
U kunt de monitorhoek in een verticale richting aanpassen.
1
Houd de cameragreep vast met uw rechterhand en houd de bovenzijde van de monitor vast met uw linkerhand.
2
Trek de monitor langzaam open tot het stopt.
3
Houd de onderzijde van de monitor vast en trek de monitor omhoog.
2
4
Pas de hoek aan.
Voer stap 3 en vervolgens stap 2 uit in de tegenovergestelde richtingen van de pijlen, om de monitor in te trekken.
u Let op
• Verdraai het beweegbare gedeelte niet en oefen hierop geen kracht uit.
• Let erop dat de monitor niet tegen de zoeker aan klapt.
• Houd de monitor in de ingeklapte stand als u de camera draagt.
45
KP-OPM-NL.book Page 46 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
Basisinstellingen
Zet de camera aan en verricht de eerste instellingen.
De camera aanzetten
1
Zet de hoofdschakelaar op [ON].
Als u na aankoop van de camera deze voor de eerste keer inschakelt, verschijnt het scherm
[Language/ W ].
C3
CH/C t Memo
• De netvoeding wordt automatisch uitgeschakeld indien gedurende een vooraf bepaalde tijd geen bedieningshandelingen worden uitgevoerd. (Standaardinstelling: 1min.)
U kunt de instelling wijzigen bij [Auto Uitsch.] in menu D
De weergavetaal instellen
1
Gebruik ABCD om de gewenste taal te selecteren en druk op E .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt in de geselecteerde taal.
Ga naar stap 6 als F (Thuistijd) niet hoeft te worden gewijzigd.
2
Druk op B om het kader te verplaatsen naar F en druk op D .
Het scherm [ F Thuistijd] verschijnt.
3
Gebruik CD om een stad te selecteren.
Gebruik R om de regio te wijzigen.
y Steden die als thuistijd kunnen worden
4
Druk op B om [Zomertijd] te selecteren en gebruik
CD om Y of Z te selecteren.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar het scherm [Basisinstellingen].
6
Druk op B om [Tekstformaat] te selecteren en druk op D .
7
Gebruik AB om [Stand.] of
[Groot] te selecteren, en druk op E .
Door [Groot] te selecteren wordt het tekstformaat van het geselecteerde menu-item groter.
8
Druk op B om [instellingen voltooid] te selecteren en druk op E .
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
46
KP-OPM-NL.book Page 47 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De datum en tijd instellen
1
Druk op D , en gebruik AB om de datumnotatie te selecteren.
2
Druk op D , en gebruik AB om [24h] of [12h] te selecteren.
3
Druk op E .
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
4
Druk op B en druk vervolgens op D .
Het kader gaat naar de maand indien de datumnotatie is ingesteld op [mm/dd/jj].
5
Gebruik AB om de maand in te stellen.
Stel de dag, het jaar en de tijd op dezelfde wijze in.
6
Druk op B om [instellingen voltooid] te selecteren en druk op E .
Het scherm [LCD-display] verschijnt.
Het LCD-display instellen
1
Gebruik CD om een kleur te selecteren.
Selecteer de weergavekleur van het statusscherm, het bedieningspaneel en de menucursor. U hebt hierbij de keuze tussen de kleuren 1 t/m 12.
2
Druk op E .
De camera keert terug naar de opnamestand en is gereed voor het maken van een opname.
t Memo
• U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen en het tekstformaat instellen in menu D 1 menu, en de weergavekleur bij [Andere weerg.-instell.] in menu A
2
47
KP-OPM-NL.book Page 48 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
Een geheugenkaart formatteren
D 4
1
Druk op F .
Het menu A 1 verschijnt.
2
Gebruik Q of R om menu D 4 weer te geven.
3
Gebruik AB om [Formatteren] weer te geven en druk op D .
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
4
Druk op A om [Formatteren] te selecteren en druk op E .
Het formatteren begint. Zodra het formatteren klaar is, zal het menu
D 4 geopend worden.
5
Druk op F .
u Let op
• Verwijder de geheugenkaart niet tijdens het formatteren.
De kaart kan hierdoor beschadigd raken.
• Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
t Memo
• Als u een geheugenkaart formatteert, wordt het volumelabel
“KP” aan de kaart toegewezen. Als deze camera op een computer wordt aangesloten, wordt de geheugenkaart herkend als een verwisselbare schijf met de naam “KP”.
Basishandelingen voor het maken van opnamen
Maak opnamen in de stand R (Auto analyseren scène) waarin de camera de opnameomstandigheden analyseert en automatisch de optimale opname-instellingen selecteert.
Opnamen maken met de zoeker
1
Verwijder de objectiefdop aan de voorzijde door het bovenste en onderste gedeelte in te drukken, zoals getoond in de afbeelding.
Wanneer een intrekbaar objectief aangesloten is, schuif dit dan uit voordat u de camera inschakelt.
y
Hoe een intrekbaar objectief wordt gebruikt (p.50)
2
Zet de camera aan.
3
Zet de A / K /
C -schakelaar op A .
C1 C2
CL
C3
4
Zet de v / w -schakelaar op v .
48
KP-OPM-NL.book Page 49 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Zet het moduswiel op R terwijl u de vergrendelingsknop van het moduswiel indrukt.
Vergrendelingsknop moduswiel
De geselecteerde opnamestand en de functies toegewezen aan knoppen/wielen worden weergegeven op de monitor
(Hulpdisplay).
y Instellingen hulpdisplay
6
Kijk door de zoeker voor een beeld van het onderwerp.
Als u een zoomobjectief gebruikt, draait u de zoomring naar rechts of links om de beeldhoek te wijzigen.
TAv
M
U5 U2
U1
AUTO
Sv P
AE
C1
CH/CL
C3
B
M
TAv
U5
Av
Tv
U3
U2
U1
AUTO
Sv P
Moduswiel-instelpunt
250
1600
FF
7
Zorg ervoor dat het onderwerp binnen het AF-kader is en druk
0 half in.
De scherpstelindicatie ( P ) verschijnt en u hoort een geluidssignaal wanneer het onderwerp scherp wordt.
Scherpstelindicatie y
Instellingen geluidseffecten (p.34)
8
Druk 0 volledig in.
De gemaakte opname wordt weergegeven op de monitor
(Momentcontrole).
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens
Momentcontrole
L Verwijdert de opname.
R naar rechts
Z
Vergroot de opname.
Slaat de RAW-gegevens op
(alleen wanneer een JPEGopname was gemaakt en de gegevens in de buffer blijven).
t Memo
• U kunt f gebruiken om scherp te stellen op het
• U kunt selecteren of een piepgeluid wordt gemaakt en het volume wijzigen bij [Geluidseffecten] in menu D
• U kunt de werking en display-opties instellen voor
Momentcontrole bij [Momentcontrole] in menu A
Wanneer [Weergavetijd] is ingesteld op [Vast], dan zal de
Momentcontrole-opname worden weergegeven totdat de volgende bedieningshandeling wordt uitgevoerd.
u Let op
• Sommige functies zijn niet beschikbaar in de stand R .
2
49
KP-OPM-NL.book Page 50 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
Hoe een intrekbaar objectief wordt gebruikt
3
Er verschijnt een foutbericht op de monitor als de camera wordt ingeschakeld wanneer een intrekbaar objectief, zoals smc
2
PENTAX-DA L 18-50mm F4-5.6
DC WR RE, aangesloten en niet
1 uitgeschoven is. Draai de zoomring in de richting van 2 terwijl u de knop op de ring ingedrukt houdt ( 1 ) als u het objectief wilt uitschuiven. Het objectief trekt u in door de zoomring in tegenovergestelde richting van 2 te draaien terwijl u de knop op de ring indrukt, en zet de witte stip tegenover positie 3 .
Opnamen maken terwijl u de Live weergave-opname bekijkt
1
Zet de A / K / C schakelaar op K in stap 3
van “Opnamen maken met de zoeker” (p.48).
De Live weergave wordt op de monitor getoond.
AE
C1
2
Zorg ervoor dat het onderwerp binnen het AF-kader op de monitor is en druk 0 half in.
Wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, wordt het
AF-kader groen en klinkt er een geluidssignaal.
C2
C3
CH/CL
HDR
AF-kader
Beschikbare bedieningshandelingen
E Vergroot de opname.
Gebruik R om de vergroting te wijzigen
(tot 16×).
Gebruik ABCD om het weer te geven gebied te wijzigen.
Druk op M om het weergavegebied naar het midden terug te zetten.
Druk op E om terug te keren naar de enkelbeeldweergave.
De volgende stappen zijn hetzelfde als bij opnamen maken met de zoeker.
50
KP-OPM-NL.book Page 51 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM t Memo
• U kunt de Live Weergave-instellingen wijzigen bij [Live weergave] in menu A
5. (p.27) Wanneer [Rasterweergave]
wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling
wijzigen met behulp van de Smart-functie. (p.21, p.117)
• Wanneer [Opnamevergroting] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de opname vergroten door de Smart-
functie te gebruiken in stap 2. (p.21, p.117)
Opnamen bekijken
U kunt de gemaakte opname bekijken op de monitor.
1
Druk op 3 .
De camera komt in de weergavestand en de laatst gemaakte opname wordt weergegeven
(enkelbeeldweergave).
2
Bekijk de gemaakte opname.
2
51
KP-OPM-NL.book Page 52 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
2
52
Beschikbare bedieningshandelingen
C / Q naar links Geeft de vorige opname weer.
D / Q naar rechts
L
Geeft de volgende opname weer.
Verwijdert de opname.
R naar rechts
R
Z
G
B
naar links
Vergroot de opname (tot 16×).
Gebruik ABCD om het weer te geven gebied te wijzigen.
Druk op M om het weergavegebied naar het midden terug te zetten.
Druk op E om terug te keren naar weergave van de volledige opname.
Schakelt over naar de weergave van miniaturen
Slaat de RAW-gegevens op
(alleen wanneer een JPEGopname was gemaakt en de gegevens in de buffer blijven).
Wijzigt het type informatie dat
Hiermee geeft u het
t Memo
• Wanneer R naar rechts wordt gedraaid om de opname te vergroten, dan wordt de vergroting weergegeven aan de rechteronderzijde van het scherm. U kunt bij [Snel zoomen] in menu B 1 de aanvankelijke vergroting instellen voor
wanneer opnamen worden vergroot. (p.33)
• Wanneer Z v wordt weergegeven op de monitor, dan kan de JPEG-opname die zojuist is gemaakt, ook worden opgeslagen in de RAW-indeling (RAW-data opslaan).
• U kunt rasterlijnen weergeven in de enkelbeeldweergave.
Stel dit in bij [Rasterweergave] van [LCD-display] in menu
B
• U kunt de instellingen voor [Rasterweergave], [Opties LCDdisplay], [Opnamevergroting] en [Beeldinstelling buiten] wijzigen met behulp van de Smart-functie tijdens weergave wanneer deze functies zijn toegewezen aan het functiewiel.
KP-OPM-NL.book Page 53 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Memo
2
53
KP-OPM-NL.book Page 54 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De opname-instellingen configureren
3
Opname-instell. foto's
A 2
Stel de bestandsindeling voor foto’s in bij [Opname-instell. foto's] in menu A 2.
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
RAW-formaat
Kleurruimte
JPEG, RAW, RAW+ q , p , o , r m , l , k
PEF, DNG sRGB, AdobeRGB t Memo
• Wanneer [Bestandsindeling] is ingesteld op [RAW+], dan worden tegelijkertijd een JPEG-opname en een
RAW-opname opgeslagen met hetzelfde bestandsnummer.
• [PEF] van [RAW-formaat] is een originele RAWbestandsindeling van PENTAX.
• Wanneer u X (standaardinstelling) ingedrukt houdt, klinkt er een pieptoon en kunt u tijdelijk foto's nemen in een andere
bestandsindeling (1x voor bestandsform.). (p.115)
• Wanneer [Resolutie] is toegewezen aan het functiewiel, kunt u de opnameresolutie wijzigen voor JPEG-opnamen of -
video's via de Smart-functie. (p.21, p.117)
Opname-instell. films
C 1
Stel de bestandsindeling voor films in bij [Opname-instell. films] in menu C 1.
Resolutie u t
60i, 50i, 30p, 25p, 24p
60p, 50p
Beeldsnelheid
54
Foto’s maken
Selecteer de opnamestand die geschikt is voor het onderwerp en de opnameomstandigheden.
Op deze camera zijn de volgende opnamestanden beschikbaar.
Functie Pagina Opnamestand
R
(Auto analyseren scène)
G , H , I , J ,
K , L , M
(Belichtingsstanden)
O
(HDR-
LANDSCHAP)
Stelt automatisch de optimale opname-instellingen in.
Hiermee kunt u de sluitertijd, diafragmawaarde en de gevoeligheid instellen.
Geeft landschapsfoto's een gedurfde en dramatische look.
P
(MACRO)
Q
(ASTROFOTO)
4
(HANDMATIG
OBJECTIEF)
Selecteert automatisch de optimale instellingen voor het maken van macro-opnamen.
Past de zwarttinten van de achtergrond aan en geeft de kleuren van sterren getrouw weer.
Selecteert automatisch de optimale instellingen voor het maken van opnamen met objectieven met een handmatige scherpstelling.
– t Memo
• U kunt veelgebruikte belichtingsstanden en opnameinstellingen opslaan onder O t/m 5 door de vooraf
ingestelde instellingen te wijzigen. (p.121)
KP-OPM-NL.book Page 55 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen maken in belichtingsstanden
x : Beschikbaar #: Beperkt
×
: Niet beschikbaar
1
Draai het moduswiel naar de gewenste belichtingsstand.
Q of R wordt op het statusscherm getoond voor de waarde die kan worden gewijzigd.
250
100
Stand
G
Programma Automatische belichting
H
Gevoeligheidsvoorkeuze bij automatische belichting
I
Sluitertijdvoorkeuze met automatische belichting
J
Diafragmavoorkeuze met automatische belichting
K
Sluitertijdvoorkeuze & diafragmavoorkeuze met automatische belichting
L
Handm. belichting
M
Bulb-belichting
#
×
x x x
×
×
#
×
×
x x × x x x x x x x x
x x x x x x
×
*1 U kunt bij [Instelling e-knoppen] van [Knoppen aanpassen] in menu
A
5 instellen welke waarde moet worden gewijzigd. (p.119)
*2 [ISO AUTO] is niet beschikbaar.
*3 Vast ingesteld op [ISO AUTO].
*4 Wanneer de getimede belichting is ingeschakeld, kunnen er
sluitertijden van 10 seconden tot 20 minuten worden ingesteld. (p.58)
2
De waarde die kan worden gewijzigd is in de zoeker onderstreept.
Tijdens de Live weergave verschijnt D voor de waarde die kan worden gewijzigd.
Draai aan R
De diafragmawaarde wordt gewijzigd in de stand J , K ,
L of M .
De gevoeligheid wordt gewijzigd in de stand H .
3
Draai aan Q .
.
De sluitertijd wordt gewijzigd in de stand I , K , of L .
FF
3
55
KP-OPM-NL.book Page 56 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3 t Memo
• De instellingen voor de belichting kunnen worden opgegeven in stappen van 1/3 LW. Bij [1 LW-stappen] in menu E 1 kunt u de instellingsstappen wijzigen in stappen van 1/2 LW.
• In de stand L wordt het verschil ten opzichte van de juiste belichting weergegeven in de LW-staafgrafiek terwijl de belichting wordt aangepast.
• Voor elke belichtingsstand (exclusief stand M ) kunt u de werking van de camera instellen voor wanneer aan Q of
R wordt gedraaid of M wordt ingedrukt. Stel dit in bij
[Instelling e-knoppen] van [Knoppen aanpassen] in menu
A
• In de stand I of J kunt u foto's nemen terwijl de sluitertijd
en diafragmawaarde automatisch worden aangepast. (p.75,
u Let op
• De juiste belichting wordt mogelijk niet bereikt met de geselecteerde sluitersnelheid en diafragmawaarde wanneer de gevoeligheid vast ingesteld is op een bepaalde gevoeligheid.
Ruis onderdrukken bij het maken van opnamen met een lange sluitertijd
A 2
Wanneer opnamen worden gemaakt met een lange sluitertijd, kunt u beeldruis verminderen bij [Ruisond. lange sltrtijd] van
[Ruisonderdrukking] in menu A 2.
Auto
Aan
Uit
Past ruisonderdrukking toe volgens de sluitertijd, gevoeligheid en interne temperatuur van de camera.
Past ruisonderdrukking toe als de sluitertijd langzamer is dan 1 seconde.
Past bij geen enkele sluitertijd ruisonderdrukking toe.
De belichtingsregelingsmethode instellen A 1
Bij [Programmalijn] van menu A 1 kunt u opgeven hoe de belichting wordt geregeld.
A Auto
B
C
D
E
F
Stand.
Hogesnelheidvoork.
Scherptediepte groot
Scherptediepte klein
MTF-voorkeuze
Bepaalt de juiste instellingen.
Selecteert de automatische belichting van het basisprogramma (allround-stand).
Geeft prioriteit aan hoge sluitertijden.
Sluit het diafragma voor een diepere scherptediepte.
Opent het diafragma voor een minder diepe scherptediepte.
Stelt het scherpste diafragma in van het aangesloten objectief bij gebruik van een DA-, DA L-,
D FA-, FA J- of FA-objectief.
56
KP-OPM-NL.book Page 57 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM t Memo
• De instelling van Programmalijn wordt ingeschakeld in de volgende situaties.
• In de stand G of H
• Wanneer bij [Instelling e-knoppen] van [Knoppen aanpassen] in menu A 5 de optie G LINE is ingesteld voor de M -werking van K of L
• Wanneer [Programmalijn] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling wijzigen door de Smart-functie
De scherptediepte controleren (Voorbeeld)
Wanneer [Voorbeeld] wordt toegewezen aan X , Y of Z , kunt u de scherptediepte controleren vooraleer u foto's
Vergrendeling van de belichting
Als u de belichting wilt vergrendelen voordat u opnamen maakt, gebruikt u de functie Belichtingsgeheugen. Deze functie kunt u gebruiken door [Belichtingsgeheugen] toe te wijzen aan X , Y , Z of f
Bedieningselementen uitschakelen
Specifieke functies of bedieningen van knoppen en wielen kunnen tijdelijk worden uitgeschakeld om een verkeerde werking tijdens het maken van opnamen te voorkomen door
[Vergrend. bed.elem.] toe te wijzen aan X , Y of Z .
Als u aan R draait terwijl u op de knop in standby-stand drukt, worden de functies of bedieningen van de knoppen en wielen uitgeschakeld. Door opnieuw aan R te draaien, worden de functies of bedieningen ervan weer ingeschakeld.
e wordt weergegeven op het statusscherm en Live weergavescherm als de functies of bedieningen van de knoppen en wielen zijn uitgeschakeld.
Bij [17 Bedien.elem. aan/uit] in menu E 3 kan worden geselecteerd welke functies of bedieningen van knoppen en wielen moeten worden uitgeschakeld.
Type1
Type2
Schakelt de functies of bedieningen van de knoppen en wielen uit die moeten worden gebruikt om de belichtingsinstellingen in standby-stand te wijzigen.
Schakelt de functies of bedieningen van
ABCD , E en F uit in standby.
3
57
KP-OPM-NL.book Page 58 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
Tijdopname
1
Zet het moduswiel op M .
2
Gebruik R om de diafragmawaarde in te stellen.
FF
3
Om de getimede belichting in te schakelen, drukt u op M en gebruikt u daarna Q om de belichtingstijd in te stellen.
U kunt de belichtingstijd instellen tussen 10" en 20'00".
4
Druk op 0 .
Wanneer 0 is ingedrukt, blijft de belichting behouden.
Als de getimede belichting is ingeschakeld in stap 3, wordt de belichting stopgezet wanneer de ingestelde belichtingstijd verstrijkt nadat 0 volledig wordt ingedrukt.
t Memo
• U kunt de belichting ook starten en beëindigen door op
0 te drukken. Stel dit in bij [7 Opties Bulb (B)-modus] van menu E 1.
• Als u tijdopname (bulb) uitvoert, gebruik dan een statief en monteer de camera hier stevig op. Het gebruik van
de optionele draadontspanner is aanbevolen. (p.60)
u Let op
• De transportstand kan niet worden ingesteld op
[Continuopname], [Bracketing] of [Intervalopname].
De elektronische sluiter gebruiken
A 2
Een mechanische sluiter heeft sluitergordijnen voor- en achteraan, die geluid maken en de camera doen trillen wanneer ze worden geopend en gesloten om de belichting te produceren.
Het gebruik van een elektronische sluiter kan geluid en trillingen reduceren tijdens de belichting en het staat bovendien het maken van opnamen met kortere sluitertijden toe dan een mechanische sluiter.
Om alleen de elektronische sluiter van de camera te gebruiken, selecteert u [Elektronische sluiter] bij
[Selectie sluiterstand] van menu A 2.
u Let op
• [Elektronische sluiter] kan niet worden geselecteerd in de volgende situaties.
• In de stand M
• Wanneer de transportstand is ingesteld op
[Intervalopname]
• De volgende functies zijn niet beschikbaar wanneer
[Elektronische sluiter] is geselecteerd.
• Ontladen flitser
• Shake Reduction
• Vervorming kan voorkomen bij opnamen van snelbewegende objecten aan korte sluitertijden met behulp van de elektronische sluiter.
t Memo
• Opnamen maken met Live Weergave wanneer de elektronische
sluiter is geselecteerd (p.50), kan voor stillere opnamen
zorgen met minder spiegelbewegingsgeluid.
• Wanneer [Selectie sluiterstand] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling wijzigen door de Smart-functie
58
KP-OPM-NL.book Page 59 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Video’s opnemen
1
Zet de A / K / C schakelaar op C .
De Live Weergave-opname wordt getoond.
AE
DR
C1 C2
C3
CH/CL
Geluid
Opneembare tijd
2
Draai de functiekiezer naar de gewenste opnamestand.
Afhankelijk van de opnamestand zijn de volgende instellingen beschikbaar.
G , I ,
J , K ,
L
O t/m 5
De camera werkt in de geselecteerde belichtingsstand. (Wanneer ingesteld op L -stand kan de gevoeligheid worden gewijzigd.)
De camera werkt volgens de opgeslagen belichtingsstand.
Andere standen
De camera werkt in de stand G .
3
Gebruik Q of R om de belichting in te stellen.
4
Stel scherp op het onderwerp.
Druk in de stand v de knop 0 half in.
5
Druk 0 volledig in.
De video-opname start.
In de linkerbovenhoek van de monitor knippert “REC” en wordt de grootte van het opgenomen videobestand weergegeven.
6
Druk 0 nogmaals volledig in.
De video-opname stopt.
u Let op
• Wanneer u een video vastlegt met geluid, worden de geluiden die de camera maakt, ook geregistreerd. Wanneer
[AF-modus] van [AF met Live weergave] in menu C 1 is ingesteld op y , worden de focusgeluiden geregistreerd.
Het geluidsvolume aanpassen bij [Niveau opnamegeluid] van menu C 1 of een externe microfoon gebruiken, kan de geregistreerde bedrijfsgeluiden beperken.
Wanneer [Niveau opnamegeluid] is ingesteld op [Handmatig], kan het geluidsvolume worden ingesteld van 0 tot 20.
• Bij het opnemen van een video met een beeldverwerkingsfunctie, zoals een toegepast digitaal filter, wordt het videobestand mogelijk opgeslagen terwijl een aantal beeldjes is weggelaten.
• De camera stopt mogelijk met opnemen als de interne temperatuur van de camera te hoog wordt.
• Als een intrekbaar objectief aangesloten is, stopt de camera met opnemen indien het objectief wordt ingeschoven en verschijnt er een foutbericht.
3
59
KP-OPM-NL.book Page 60 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3 t Memo
• U kunt een video continu opnemen tot maximaal 4 GB of ongeveer 25 minuten. Als de geheugenkaart vol is, stopt het opnemen.
• U kunt de instellingen voor het maken van video's wijzigen in de C
• Standaard wordt autofocus niet uitgevoerd wanneer 0 half ingedrukt wordt tijdens het maken van video's. Als er een compatibel objectief is bevestigd aan de camera, kunt u y selecteren bij [AF-modus] van [AF met Live weergave] in menu C 1 en continu autofocussen, zelfs tijdens het
maken van video's. (p.70) Wanneer [AF-modus] is ingesteld
op y , is de functie van de f -knop afhankelijk van de instelling die is toegewezen aan f in [Knoppen aanpassen] van menu C
[Knoppen aanpassen]instelling
AF1 inschakelen,
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Autofocuswerking bij indrukken van f
Op f drukken, voert autofocus uit op basis van de
[AF-modus]-instelling.
Op f drukken, doet autofocus stoppen en weer op f drukken doet autofocus weer starten.
Gebruik van een microfoon of draadontspanner
U kunt een in de handel verkrijgbare stereomicrofoon aansluiten op het aansluitpunt van een microfoon/draadontspanner van de camera. Met een externe microfoon verkleint u ook de kans dat de geluiden worden opgenomen die gepaard gaan
Aansluitpunt microfoon/ draadontspanner met het bedienen van de camera.
De volgende specificaties zijn aanbevolen voor externe microfoons. (Een monomicrofoon kan niet worden gebruikt bij deze camera.)
Plug
Formatteren
Voeding
Stereominiplug (ø 3,5 mm)
Stereo electreet condensator
Plug-in-voedingsmethode
(werkspanning van 2,0 V of lager)
2,2 kΩ Impedantie
U kunt de optionele draadontspanner CS-310 ook aansluiten op het aansluitpunt voor een microfoon/ draadontspanner van de camera. Wanneer de draadontspanner is aangesloten, worden geluiden opgenomen met de ingebouwde microfoon.
U kunt instellen dat het apparaat verbinding maakt bij [Externe invoerappar.] van menu D 3.
Normaal hoeft u de standaardinstelling niet te wijzigen
([Autoselect]).
u Let op
• Sluit geen microfoon of ander apparaat die niet aan de aanbevolen specificaties voldoen aan op het aansluitpunt voor een microfoon/draadontspanner. Gebruik ook geen externe microfoon met een kabel van 3 meter of langer.
Dit kan leiden tot camerastoringen.
60
KP-OPM-NL.book Page 61 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
• Als er een externe microfoon wordt gebruikt bij het maken van een video met de Wi-Fi™-functie ingeschakeld, kan er radiogeluid worden geregistreerd afhankelijk van de compatibiliteit met de microfoon.
Video’s afspelen
1
Geef in de enkelbeeldweergave van de weergavestand de video weer die u wilt afspelen.
Beschikbare bedieningshandelingen
A Speelt de video-opname af of last een pauze in.
D Springt een beeldje vooruit
(tijdens pauze).
Druk op D en houd deze ingedrukt
C
Speelt snel vooruit af.
Druk op C en houd deze ingedrukt
B
Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Speelt snel achteruit af.
Stopt de weergave.
R
Z
G
Past het geluidsvolume aan
(21 niveaus).
Slaat het weergegeven beeldje op als JPEG-bestand (tijdens pauze).
Wisselt tussen [Standaard infoweergave] en [Geen infoweergave].
t Memo
• Het geluidsvolume aan het begin van videoweergave kan worden ingesteld bij [Volume afspeelgeluid] in menu B
• Met [Video bewerken] van het weergavepalet kan een videobestand worden gesplitst in meerdere segmenten of
kunnen geselecteerde beeldjes worden gewist. (p.99)
61
3
KP-OPM-NL.book Page 62 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
De belichting instellen
Gevoeligheid
1
Druk op A in de standby-stand.
Het scherm met gevoeligheidsinstellingen wordt geopend.
Ga in de stand H , K , L of M verder naar stap 3.
2
Gebruik AB om [ISO
AUTO] of [ISO] te selecteren.
--
3
Gebruik Q of R om de waarde te veranderen.
ISO AUTO Stelt de bovenste en de onderste limiet in.
ISO
Selecteert een gevoeligheidswaarde tussen
ISO 100 en ISO 819200.
4
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• De instellingsstappen voor de ISO-gevoeligheid zijn stappen van 1 LW. Om de gevoeligheid aan te passen volgens de
LW-stap-instelling voor de belichting, stelt u dit in bij [2
Gevoeligheidsstappen] in menu E 1.
• Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op ISO 102400 of hoger, wordt de ISO-waarde weergegeven in de zoeker via een combinatie van de letter “H” en een driecijferig getal (ISO 102400 = H102).
De gevoeligheid wijzigen in standby
Wanneer [Gevoeligheid] is toegewezen aan X , Y of Z , kunt u de gevoeligheid wijzigen door aan R te draaien terwijl u
250
3200
op de knop drukt. (p.114) Druk op
M om de gevoeligheid weer op
[ISO AUTO] te zetten.
Wanneer [Gevoeligheid] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de gevoeligheid wijzigen door de
Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117) Selecteer
[ISO AUTO] in stap 2 om de gevoeligheid weer op [ISO AUTO] te zetten.
FF
Het bereik van ISO AUTO instellen
U kunt het bereik instellen waarbinnen de gevoeligheid automatisch wordt aangepast voor
ISO AUTO bij [ISO AUTO-instelling] in menu A 1.
A 1
ISO-bereik
(maximum)
ISO-bereik
(minimum)
ISOgevoeligh.
opties
Minimum sluitertijd
Stelt de bovenste limietwaarde in voor
ISO AUTO.
Stelt de onderste limietwaarde in voor
ISO AUTO.
Hiermee stelt u in of de maximale sluitertijd automatisch (AUTO) of handmatig (Tv) moet worden ingesteld.
Wanneer [ISO-gevoeligh.opties] is ingesteld op [AUTO]: Langzaam, Std., Snel
Wanneer [ISO-gevoeligh.opties] is ingesteld op [Tv]: 1/6000 tot 30"
62
KP-OPM-NL.book Page 63 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Ruis onderdrukken bij het maken van opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid
A 2
U kunt de ruisonderdrukkingsfunctie gebruiken voor het maken van opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
1
Selecteer [Ruisonderdrukking] in menu A 2 en druk op D .
Het scherm [Ruisonderdrukking] verschijnt.
2
Selecteer [Ruisond. hoge ISO-wrd] en druk op D .
3
Selecteer het niveau van de ruisonderdrukking en druk op E .
5
Gebruik AB om een gevoeligheid te selecteren en CD om een ruisonderdrukkingsniveau te selecteren.
Beschikbare bedieningshandelingen
R Toont de volgende/vorige pagina.
M Stelt het niveau van de ruisonderdrukking terug naar de standaardinstelling.
6
Druk op F .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk tweemaal op F .
1
Auto
Uit
Past in het gehele ISO-bereik optimaal berekende ruisonderdrukkingsniveaus toe.
Zwak, Normaal,
Sterk
Past in het gehele ISO-bereik ruisonderdrukking toe met een constant gekozen niveau.
Aangepast
Past voor elke ISO-instelling ruisonderdrukking toe op een door de gebruiker ingesteld niveau.
Past in geen enkele ISO-instelling ruisonderdrukking toe.
Ga verder naar stap 7 wanneer een andere optie dan
[Aangepast] is geselecteerd.
4
Selecteer [Instelling] en druk op D .
3
63
KP-OPM-NL.book Page 64 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
Belichtingscorrectie
De correctiewaarde kan worden ingesteld tussen -5 en +5 LW
(-2 en +2 LW in de stand C ).
1
Druk op J en draai vervolgens aan R .
e en de correctiewaarde worden tijdens instelling getoond op het statusscherm, Live weergavescherm en in de zoeker.
250
1600
FF
64
Beschikbare bedieningshandelingen
J Start/beëindigt de wijziging van de correctiewaarde.
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
t Memo
• Met Bracketing kunt u opnamen maken terwijl de belichting
automatisch wordt aangepast. (p.74)
• U kunt andere functies toekennen aan J ( Z ). Ook kunt u [Belichtingscorrectie] toewijzen aan X of Y
Wanneer [Belichtingscorrectie] is toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling wijzigen met behulp van de
Autom. lichtmeting
A 1/ C 1
Selecteer het gedeelte van de sensor dat moet worden gebruikt voor het meten van de helderheid en het bepalen van de belichting bij [Autom. lichtmeting] van de menu's A 1 en C 1.
A Meervlaks
B Centraal
C Spot
Meet de helderheid in meerdere verschillende zones van de sensor.
Op locaties met tegenlicht wordt in deze stand de belichting automatisch aangepast.
Meet de helderheid met een nadruk op het midden van de sensor.
De gevoeligheid wordt groter in het midden en ook in omstandigheden met tegenlicht wordt geen automatische afstelling uitgevoerd.
Meet de helderheid alleen in een beperkt gebied in het midden van de sensor.
Nuttig wanneer het onderwerp klein is.
Er vindt geen automatische aanpassing plaats, ook niet in omstandigheden met tegenlicht.
t Memo
• In [5 Kopp. AE en AF-punt] van menu E 1 kunnen het meetpunt en het AF-punt aan elkaar worden gekoppeld.
• De meetmethode kan ook worden ingesteld met behulp van
KP-OPM-NL.book Page 65 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Werken met de ingebouwde flitser
1
Druk op C in de standby-stand.
Selecteer een flitsstand.
0.0
EV
±0 EV
A
B
C
D
E
F
Auto ontladen flitser
Auto + Anti
Rode Ogen
Flitser aan
Flitser aan +
AntiRodeOgen
Langesluitertijdsync
Lange-sltrt +
AntiRodeOg.
Meet het omgevingslicht automatisch en bepaalt of de flitser gebruikt moet worden.
Hiermee gaat eerst een voorflits af om rode ogen tegen te gaan voordat een automatische flits afgaat.
Schakelt de flitser in bij elke opname.
Activeert voor elke opname een voorflits voor anti rode ogen voordat de hoofdflits afgaat.
Stelt een lagere sluitertijd in en activeert een flits voor elke opname.
Gebruik deze optie bijvoorbeeld voor het maken van een portretopname met de zonsondergang op de achtergrond.
Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de hoofdflits af met langesluitertijdsynchronisatie.
H
G
2e sluitergor
dijn-sync
Activeert een flits onmiddellijk voordat de sluiter wordt gesloten.
Stelt een lange sluitertijd in.
Maakt opnamen van bewegende onderwerpen met een lichtspoor erachter.
K
Handm. ontladen flitser
Stelt de ontlading van de flitser in tussen FULL en 1/128 vermogen.
9
Draadloos
(Controller)
Synchroniseert met de aangewezen externe flitser zonder het gebruik
Beschikbare bedieningshandelingen
R Compenseert de flitsbelichting.
Selecteert de hoeveelheid flitsontlading
(wanneer [Handm. ontladen flitser] is geselecteerd).
M Hiermee wordt de correctiewaarde teruggezet naar de standaardinstelling.
3
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
4
Druk op 1 .
De ingebouwde flitser wordt geopend.
3
65
KP-OPM-NL.book Page 66 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3 t Memo
• Het hangt van de opnamestand af welke flitsinstellingen kunnen worden geselecteerd.
Opnamestand
R
G ,
I
H
,
,
K
J
, L , M
Selecteerbare flitsstand
A , B , C , D
C , D , E , F , H , K , 9
C , D , G , K , 9
• U kunt geen opnamen maken terwijl de ingebouwde flitser wordt opgeladen. Stel [8 Ontspant bij opladen] in bij het menu
E 2 als u opnamen wilt maken terwijl de flitser wordt opgeladen.
• Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het gebruik van de
ingebouwde flitser aan beperkingen onderhevig zijn. (p.130)
• Als de flitser wordt gebruikt in de stand J , dan verandert de sluitertijd automatisch binnen een bereik vanaf
1/180 seconden tot een lange sluitertijd, afhankelijk van het gebruikte objectief. De sluitertijd wordt vastgezet op
1/180 seconden als een ander objectief dan DA, DA L, D FA,
FA J, FA of F gebruikt wordt.
• Als de ingebouwde flitser wordt gebruikt in de stand I , K of L , dan kan iedere gewenste sluitertijd van 1/180 seconden of langzamer worden ingesteld.
• De ingebouwde flitser werkt optimaal op een afstand van circa 0,7 m tot 5 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m kan er vignettering optreden (deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de gevoeligheidsinstelling).
• Zie “Functies bij gebruik van een externe flitser” (p.133)
voor bijzonderheden over het gebruik van externe flitsers.
Richtgetal
Gevoeligheid Richtgetal Gevoeligheid Richtgetal
ISO 100 Ca. 6 ISO 12800 Ca. 68
ISO 200 Ca. 8,5 ISO 25600 Ca. 96
ISO 400 Ca. 12 ISO 51200 Ca. 136
ISO 800 Ca. 17 ISO 102400 Ca. 192
ISO 1600 Ca. 24 ISO 204800 Ca. 272
ISO 3200 Ca. 34 ISO 409600 Ca. 384
ISO 6400 Ca. 48 ISO 819200 Ca. 544
66
KP-OPM-NL.book Page 67 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De scherpstellingsmethode instellen
Stel de scherpstellingsmethode in met behulp van de v / w schakelaar.
De autofocusmethode voor het maken van opnamen met de zoeker verschilt van die voor het maken van opnamen met Live weergave.
Opnamen maken met de zoeker
Opnamen maken met
Live weergave
DDL AF op basis van Phase Matching:
Selecteer de stand x , y , of z die automatisch schakelen tussen x en y mogelijk maakt.
Snellere autofocusprestatie dan
contrastdetectie AF is mogelijk. (p.67)
Contrastdetectie AF:
Gezichtsherkenning en Traceren zijn
Scherp stellen op het onderwerp met de knop f
U kunt f gebruiken om scherp te stellen op het onderwerp. De werking van de knop f kan worden ingesteld bij [Knoppen aanpassen] in menu A 5 en C 2.
De autofocus instellen bij het maken van opnamen met de zoeker
De werking van de autofocus voor wanneer opnamen worden gemaakt met de zoeker kan worden ingesteld bij [AF met zoeker] in menu A 1.
A 1
AF-modus
Actief AF-gebied
AF.S-instelling
Actie 1e beeldje AF.C
Actie bij AF.C
Continu
AF-status vasthouden z , x , y
Auto (27 AF-punten), Zoneselectie,
Selecteren, Uitgebr. AF-gebied (S),
Uitgebr. AF-gebied (M), Uitgebr. AFgebied (L), Spot
Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze
Auto, Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze
Auto, Scherpstellingsvoorkeuze,
FPS-voorkeuze
Uit, Zwak, Normaal, Sterk t Memo
• De [AF-modus] en [Actief AF-gebied] instellingen kan worden gewijzigd door aan Q of R terwijl u op b
• Wanneer [AF-modus] of [Actief AF-gebied] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling wijzigen
door de Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117)
• Bij [AF-status vasthouden] kunt u instellen of u de autofocus onmiddellijk opnieuw wilt activeren of dat u de scherpstelling gedurende een bepaalde tijd wilt vasthouden voordat autofocus opnieuw wordt geactiveerd wanneer het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld.
3
67
KP-OPM-NL.book Page 68 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
AF-modus
1
Draai aan Q terwijl u b indrukt.
Actief AF-gebied (AF-punt)
1
Draai aan R terwijl u op b drukt.
250
1600
FF
3
250
1600
FF z
(Automatische selectie) x
(Enkele opname) y
(Continustand)
Wisselt automatisch tussen de stand x en y al naargelang het onderwerp.
Wanneer 0 half wordt ingedrukt en het onderwerp scherp gesteld is, wordt de scherpstelling op die positie vergrendeld.
Het AF-hulplicht wordt zo nodig ingeschakeld.
Het onderwerp blijft scherp door voortdurende aanpassing terwijl 0 half ingedrukt wordt.
De sluiter kan zelfs worden ontspannen als het onderwerp niet scherp is.
t Memo
• In de stand R is de AF-modus vast ingesteld op z .
J
Auto (27 AFpunten)
I Zoneselectie
E
F
G
Selecteren
Uitgebr. AFgebied (S)
Uitgebr. AFgebied (M)
De camera kiest uit 27 AF-punten automatisch het optimale scherpstelgebied.
De camera kiest uit 9 AF-punten automatisch het optimale scherpstelgebied.
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit 27 punten is geselecteerd.
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit
27 punten is geselecteerd. Als het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld, worden 8 perifere punten als backup-punten gebruikt.
Alleen beschikbaar in de stand y .
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit
27 punten is geselecteerd. Als het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld, worden 24 perifere punten als backup-punten gebruikt.
Alleen beschikbaar in de stand y .
68
KP-OPM-NL.book Page 69 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
H
Uitgebr. AFgebied (L)
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit
27 punten is geselecteerd. Als het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld, worden 26 perifere punten als backup-punten gebruikt.
Alleen beschikbaar in de stand y .
D Spot
Selecteert het midden van de 27 punten als scherpstelgebied.
Ga verder naar stap 2 wanneer een andere optie dan [Auto
(27 AF-punten)] of [Spot] is geselecteerd.
2
Selecteer het gewenste AFpunt.
250
1600
FF
• U kunt de stand 'AF-punt wijzigen' instellen als de functie van de pijltoetsen met X , Y of Z , in plaats van E ingedrukt
te houden. (p.114) Wanneer [AF-gebied wijzigen] is
toegewezen aan X , Y of Z , wordt de bediening door E ingedrukt te houden uitgeschakeld.
• U kunt bij [18 4-weg Contr. Instellingen] van menu E 3 de werking van de knoppen selecteren voor wanneer het scherpstelgebied wordt gewijzigd.
Type1
Type2
Hiermee kan ofwel de stand ‘AF-punt wijzigen’, ofwel het gebruik van de richtingsknoppen ingesteld als de functie van de pijltoetsen.
Geeft de voorrang aan de stand 'AF-punt wijzigen' in standby.
3
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Wijzigt het AF-punt.
E
Druk op ingedrukt
E houd deze
en
Plaatst het AF-punt terug in het midden.
Hiermee wordt de stand
‘AF-punt wijzigen’ of het gebruik van de richtingsknoppen ingesteld als de functie van de pijltoetsen ( ABCD ).
t Memo
• In de stand R is [Actief AF-gebied] vast ingesteld op
[Auto (27 AF-punten)].
• De instellingen [AF-modus] en [Actief AF-gebied] kunnen ook in de zoeker worden gecontroleerd. Q wordt in de zoeker weergegeven wanneer het AF-punt kan worden gewijzigd.
69
KP-OPM-NL.book Page 70 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
De autofocus instellen bij het maken van opnamen met Live
Weergave
A 1/ C 1
De werking van de autofocus voor wanneer opnamen worden gemaakt met Live weergave kan worden ingesteld bij [AF met
Live weergave] in menu A 1 en C 1.
Actief AF-gebied
Scherpe contouren
AF-modus
Wanneer een compatibel objectief wordt bevestigd en de camera in de stand C is, wordt het menu-item [AF-modus] beschikbaar en kan de autofocusstand worden gewijzigd.
1
Draai aan Q terwijl u b indrukt.
70
AF-modus
Actief AFgebied
Scherpe contouren
AF.S-instelling x , y
Gezichtsherkenning, Traceren, Meerdere
AF-punten, Selecteren, Spot
Randen accentueren, Randen extraheren,
Uit
Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze t Memo
• De [AF-modus] en [Actief AF-gebied] instellingen kan worden gewijzigd door aan Q of R terwijl u op b
• Wanneer [AF-modus], [Actief AF-gebied] of [Scherpe contouren] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de
instelling wijzigen door de Smart-functie te gebruiken. (p.21,
• Wanneer [Scherpe contouren] is ingesteld op [Randen accentueren] of [Randen extraheren], wordt de nadruk gelegd op de contouren en het contrast van het onderwerp in scherpstelling, en dit maakt het gemakkelijker om de scherpstelling na te gaan. Deze functie werkt in zowel de stand v als de stand w . De contouren van het onderwerp worden niet benadrukt wanneer autofocus wordt uitgevoerd of er een video wordt opgenomen.
Histogramweergave en Overbelichting worden inactief wanneer de contouren van het onderwerp worden benadrukt.
t Memo
• Werk de camera- en objectieffirmware bij tot de recentste versie om het menu-item [AF-modus] beschikbaar te maken.
Ga voor meer informatie over de firmware-update naar http://www.ricoh-imaging.co.jp/english/support/ download_digital.html
KP-OPM-NL.book Page 71 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Actief AF-gebied
1
Draai aan R terwijl u op b drukt.
e
0
Gezichtsherkenning f Traceren
Meerdere
AF-punten h Selecteren i Spot
Detecteert en traceert gezichten van mensen.
Het detectiekader voor het belangrijkste gezicht voor AF en AE wordt in geel weergegeven.
Volgt het onderwerp dat scherp is gesteld.
De sluiter kan zelfs worden ontspannen als het onderwerp niet scherp is.
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het gewenste gebied.
De sensor is verdeeld in 35 gebieden
(7 horizontaal bij 5 verticaal), en u kunt kiezen uit een breder of smaller scherpstelgebied door gebruik te maken van 1, 9, 15, 25 of 35 van die
35 beschikbare gebieden.
Stelt het scherpstelgebied in op basis van het aantal pixels.
Stelt het scherpstelgebied in op een beperkt gebied van het midden.
Kies uit [Meerdere AF-punten], [Selecteren] of [Spot] in de stand C .
Ga verder naar stap 2 wanneer [Meerdere AF-punten] of [Selecteren] is geselecteerd.
2
Druk op E en houd deze ingedrukt.
3
Selecteer het AF-gebied.
Gebruik het kader dat op de monitor verschijnt om de positie en grootte van het AF-gebied te wijzigen.
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Wijzigt de positie van het AF-gebied.
R Vergroot/verkleint de grootte van het
AF-gebied (als [Meerdere AF-punten] is geselecteerd).
M Zet het AF-gebied terug naar het midden.
4
Druk op E .
Het AF-gebied wordt ingesteld.
t Memo
• In de stand R is [Actief AF-gebied] vast ingesteld op
[Gezichtsherkenning].
• U kunt de stand 'AF-gebied wijzigen' instellen als de functie van de pijltoetsen met X , Y of Z , in plaats van E
ingedrukt te houden. (p.114) Wanneer [AF-gebied wijzigen]
is toegewezen aan X , Y of Z , wordt de bediening door
E ingedrukt te houden uitgeschakeld.
3
71
KP-OPM-NL.book Page 72 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
AF-aanpassing
E 4
U kunt uw objectieven met behulp van het autofocussysteem van de camera precies fijn afstemmen.
1
Selecteer [23 AF-aanpassing] in menu E 4 en druk op D .
Het scherm [23 AF-aanpassing] verschijnt.
2
Selecteer [Toepassen op alle] of [Toepassen op 1] en druk op E .
Toepassen op alle
Dezelfde aanpassing wordt toegepast op alle objectieven.
Toepassen op 1
Slaat een instellingswaarde op voor het gebruikte objectief. (Tot 20 waarden)
3
Selecteer [Instelling] en pas de waarde aan.
Beschikbare bedieningshandelingen
D / R naar rechts Stelt dichterbij scherp.
C / R naar links Stelt verder weg scherp.
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
4
Druk op E .
De aanpassingswaarde wordt opgeslagen.
5
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
De transportstand instellen
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer een transportstand.
(
Enkelbeeldopname
( L )
Continuopname
( Z , a , b )
Zelfontspanner
O , P , Y )
Bracketing
( T , 1 )
Bracketing scherptediepte
( x , y )
Bracketing beweging
( u , v )
Opn. spiegelomhoog-vergr.
( c )
Normale opnamestand
Er worden continu opnamen gemaakt terwijl u 0
De sluiter wordt ontspannen na circa 12 seconden of 2 seconden nadat op 0
Maakt opeenvolgende foto's met verschillende
Maakt opeenvolgende foto's met verschillende scherptedieptes
Maakt opeenvolgende foto's aan verschillende sluitertijden.
Maakt foto's met de spiegel
72
KP-OPM-NL.book Page 73 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Meerdere opnamen
( V , z , W )
Intervalopname
( q , U , V , w )
Creëert een samengestelde opname door meerdere opnamen te maken en deze tot
één enkele opname samen te
Maakt automatisch opnamen met een ingesteld interval.
u Let op
• Er gelden voor sommige transportstanden beperkingen als deze worden gebruikt in combinatie met bepaalde andere
t Memo
• Ook nadat de camera is uitgeschakeld, wordt de instelling van de transportstand opgeslagen. Als [Transportstand] is ingesteld op Y (Uit) bij [Geheugen] in menu A 5, dan keert de instelling terug naar [Enkelbeeldopname] wanneer de
camera wordt uitgeschakeld. (p.123)
• Wanneer een transportstand die gebruikmaakt van een zelfontspanner wordt geselecteerd, wordt [Shake Reduction] van menu A 4 automatisch ingesteld op [Uit]. Als u de ruisonderdrukkingsfunctie niet wilt uitzetten, stel dit dan in bij
[19 Auto SR Uit] van menu E 3.
Als er licht binnendringt in de zoeker
Wanneer een transportstand die gebruikmaakt van een zelfontspanner wordt geselecteerd, kan de belichting worden beïnvloed door het licht dat door de zoeker binnenkomt. Gebruik in dat geval de functie
Continuopname
1
Selecteer Z in het scherm van de transportstand en druk op B .
2
Gebruik CD om Z , a of b te selecteren, en druk op E .
Z a b
Continuopname (met hoge snelheid)
Continuopname (met middelhoge snelheid)
Continuopname (met lage snelheid)
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• U kunt de opnamesnelheid voor Continuopname wijzigen
met behulp van de Smart-functie. (p.21)
• Wanneer [AF-modus] in [AF met zoeker] van menu A 1 is ingesteld op x , dan wordt de scherpstelpositie
vergrendeld bij het eerste beeldje. (p.68)
3
73
KP-OPM-NL.book Page 74 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Zelfontspanner
1
Selecteer O in het scherm van de transportstand en druk op B .
3 2
Gebruik CD om O , P of Y te selecteren.
O
Zelfontspanner (de sluiter wordt na circa
12 seconden ontspannen)
P
Y
Zelfontspanner (de sluiter wordt na circa
2 seconden ontspannen)
Zelfontspanner + Continuopname
Ga verder naar Stap 6 wanneer O of P is geselecteerd.
3
Druk op G .
4
Stel [Opnamesnelheid] en
[Aantal opnamen] in.
Bracketing
U kunt meerdere opnamen met verschillende belichtingniveaus maken.
1
Selecteer T in het scherm van de transportstand en druk op B .
2
Gebruik CD om T of 1 te selecteren.
T Bracketing
1 Bracketing + Zelfontspanner
Ga verder naar stap 6 wanneer T is geselecteerd.
3
Druk op G .
4
Selecteer een zelfontspannerstand.
5
Druk op E .
7
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
6
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
Druk 0 half in en vervolgens volledig.
De sluiter wordt na circa 12 seconden of 2 seconden ontspannen.
5
Druk op E .
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
6
Stel het aantal opnamen en de bracketwaarde in.
Beschikbare bedieningshandelingen
Q Stelt het aantal opnamen in.
R
J
M
→ R
Wijzigt de bracketwaarde.
Wijzigt de belichtingscorrectiewaarde.
Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
74
KP-OPM-NL.book Page 75 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Nadat opnamen zijn gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand.
t Memo
• De bracketwaarde kan worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW volgens de instelling die is gekozen bij [1 LW-stappen] in menu E 1.
• De volgende instellingen voor Bracketing kunnen worden ingesteld in menu E 2.
9 Volgorde bracketing
10 Bracketing-in-één
Wijzigt de opnamevolgorde van opnamen.
Maakt alle opnamen door de sluiter éénmaal te ontspannen.
• Wanneer [Bracketwaarde] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de bracketingwaarde wijzigen door
de Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117)
Bracketing scherptediepte
U kunt drie opeenvolgende opnamen maken met verschillende diafragmawaarden zonder de belichting te veranderen.
Deze functie is niet beschikbaar in de stand J .
1
Selecteer x in het scherm van de transportstand en druk op B .
+ 1.0
OK
2
Gebruik CD om x of y te selecteren.
x Bracketing y Bracketing + Zelfontspanner
Ga verder naar stap 6 wanneer x is geselecteerd.
3
Druk op G .
4
Selecteer een zelfontspannerstand.
3
5
Druk op E .
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
75
KP-OPM-NL.book Page 76 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
6
Gebruik R om de bracketingvolgorde en bracketingwaarde in te stellen.
Beschikbare bedieningshandelingen
R naar rechts Maakt opnamen met kleinere diafragma's (grotere f-getallen) dan de huidige instelling.
R naar links Maakt opnamen met grotere diafragma's (kleinere f-getallen) dan de huidige instelling.
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Maakt drie opnamen door de sluiter éénmaal te ontspannen.
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• De bracketwaarde kan worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW volgens de instelling die is gekozen bij [1 LW-stappen] in menu E 1.
u Let op
• Wanneer u een objectief gebruikt met een positie 9 , kan
[Bracketing scherptediepte] niet worden geselecteerd als de diafragamring op een andere positie dan 9 wordt ingesteld.
Bracketing beweging
U kunt drie opeenvolgende opnamen maken aan verschillende sluitertijden zonder de belichting te veranderen.
Deze functie is niet beschikbaar in de stand u .
1
Selecteer u in het scherm van de transportstand en druk op B .
+ 1.0
OK
2
Gebruik CD om u of v te selecteren.
u Bracketing v Bracketing + Zelfontspanner
Ga verder naar stap 6 wanneer u is geselecteerd.
3
Druk op G .
4
Selecteer een zelfontspannerstand.
5
Druk op E .
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
6
Gebruik R om de bracketingvolgorde en bracketingwaarde in te stellen.
76
KP-OPM-NL.book Page 77 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Beschikbare bedieningshandelingen
R naar rechts Maakt opnamen met kortere sluitertijden dan de huidige instelling.
R naar links Maakt opnamen met langere sluitertijden dan de huidige instelling.
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Maakt drie opnamen door de sluiter éénmaal te ontspannen.
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• De bracketwaarde kan worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW volgens de instelling die is gekozen bij [1 LW-stappen] in menu E 1.
Opn. spiegel-omhoog-vergr.
1
Selecteer c in het scherm van de transportstand en druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
2
Druk 0 half in en vervolgens volledig.
De spiegel klapt open en de vergrendeling van het belichtingsgeheugen wordt geactiveerd.
3
Druk 0 nogmaals volledig in.
De opname wordt gemaakt en de spiegel keert terug naar de oorspronkelijke positie ervan.
t Memo
• De spiegel keert automatisch terug naar de oorspronkelijke positie als er 1 minuut is verstreken nadat de spiegel is opengeklapt.
u Let op
• Terwijl deze functie wordt gebruikt, is [Shake Reduction] in menu A 4 vast ingesteld op [Uit].
3
77
KP-OPM-NL.book Page 78 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
Meerdere opnamen
1
Selecteer V in het scherm van de transportstand en druk op B .
0002 maal
2
Gebruik CD om V , z of W te selecteren.
V Meerdere opnamen z Meerdere opnamen + Continuopname
W Meerdere opnamen + Zelfontspanner
Ga verder naar Stap 6 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
3
Druk op G .
4
Stel de opnameomstandigheden in.
Compositiemodus Gemiddeld
Compositiemodus
Selecteer [Gemiddeld], [Toenemend] of [Helder].
Aantal opnamen Kies een waarde tussen 2 en 2000.
Opnamesnelheid/
Zelfontspanner
Specificeer de bedieningsstand voor de geselecteerde opnamestand.
5
Druk op E .
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
6
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
7
Maak de opnamen.
De Momentcontrole-opname wordt getoond.
Beschikbare bedieningshandelingen tijdens
Momentcontrole
L Verwijdert de opnamen die tot op dat moment werden gemaakt, en maakt opnieuw opnamen vanaf de eerste opname.
F Slaat opnamen op die tot op dat moment werden gemaakt en toont menu A .
Nadat het opgegeven aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand.
t Memo
• Een samengestelde opname wordt in elke compositiemodus als volgt gemaakt.
Gemiddeld
Toenemend
Helder
Creëert een samengestelde opname met de gemiddelde belichting.
Creëert een samengestelde opname met de cumulatief toegevoegde belichting.
Creëert een samengestelde opname die alleen de gedeelten vervangt die helderder zijn in vergelijking met de eerste opname.
78
KP-OPM-NL.book Page 79 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Intervalopname
1
Selecteer q in het scherm van de transportstand en druk op B .
0002 maal
2
Gebruik CD om q , U , V of w te selecteren.
q
Intervalopname
Maakt opnamen met een ingesteld interval en slaat deze op.
U
Intervalcompositie
Maakt opnamen met een ingesteld interval en voegt deze samen tot één enkele opname.
V w
Intervalvideo opnemen
Maakt foto’s met een ingesteld interval en slaat deze op als één enkel videobestand (Motion
JPEG, bestandsextensie: .AVI).
Sterrenspoor
Maakt foto’s met een ingesteld interval en slaat deze op als één enkel videobestand (Motion
JPEG, bestandsextensie: .AVI) met gebruik van
Intervalcompositie.
Ga verder naar Stap 6 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
3
Druk op G .
4
Stel de opnameomstandigheden in.
0002 maal
Resolutie
Interval
Standby-interval
Aantal opnamen
Int opname starten
Begintijd
Compositiemodus
Kies tussen z , u of t
(alleen voor V en w ).
Kies een waarde tussen 2 seconden en 24 uur.
Selecteer de minimale tijd of een waarde tussen 1 seconde en 24 uur.
Kies uit 2 tot 2000 keer (8 tot 2000 keer voor V en w ).
Selecteer wanneer en hoe de eerste opname wordt gemaakt. Kies hierbij tussen [Nu], [Zelfontspanner] of
[Tijdstip].
Stel de starttijd voor het maken van opnamen in wanneer [Int opname starten] is ingesteld op [Tijdstip].
Kies tussen [Gemiddeld], [Toenemend] of [Helder] (alleen voor U ).
Proces opslaan
Selecteer Z om midden in de verwerking opnamen op te slaan
(alleen voor U ).
Uitfaden
Selecteer het niveau van de fade-out van lichtsporen (alleen voor w ).
5
Druk op E .
Het scherm van stap 1 verschijnt opnieuw.
6
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
7
Druk op 0 .
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip] wordt de eerste opname gemaakt op het ingestelde tijdstip. Zet de camera uit als u wilt stoppen met het maken van opnamen.
Nadat het opgegeven aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand.
79
3
KP-OPM-NL.book Page 80 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3 t Memo
• Voor q en U wordt een nieuwe map aangemaakt en de gemaakte opnamen worden daarin opgeslagen.
• De kortste tijd die voor [Interval] kan worden ingesteld, is 5 seconden wanneer [Digitaal filter], [Helderheid] of
[Huidtint] is geselecteerd, en 10 seconden wanneer
[HDR-opname] is geselecteerd.
• De tweede en latere belichtingen beginnen bij de intervallen die zijn ingesteld bij [Interval]. Indien de belichtingstijd langer is dan de tijd die is ingesteld bij [Interval], wordt een aantal van de opnamen die met het ingestelde interval worden verondersteld te worden gemaakt, feitelijk niet gemaakt.
Voorbeeld: als de tijd bij [Interval] is ingesteld op 2 seconden, en de belichtingstijd is 3 seconden, dan wordt de eerste belichting nog niet beëindigd op het moment dat de tweede belichting verondersteld wordt te starten (2 seconden nadat is begonnen met het maken van opnamen). De tweede opname wordt dus niet gemaakt. Als gevolg hiervan eindigt
Intervalopname voordat het opgegeven aantal opnamen is gemaakt. In dergelijke gevallen kunt u [Standby-interval] bij [11 Intervalopname-opties] in menu E 2 zo instellen dat opnamen worden gemaakt met het ingestelde interval nadat elke belichting is geëindigd. Het scherm dat wordt weergegeven bij stap 4, varieert al naargelang de instelling bij [11 Intervalopname-opties].
• Bij gebruik van q , U , V en w wordt de scherpstelstand vergrendeld die wordt gebruikt wanneer de eerste opname wordt gemaakt. Om de autofocus te gebruiken voor elke opname stelt u [12 AF voor intervalopnamen] in op [Wijzigt autofoc. bij elke opn.] in menu E 2 en gebruikt u de zoeker voor het maken van opnamen.
• Zet bij gebruik van U en w de camera tijdens het maken van opnamen op een vaste steun zoals een statief.
• Bij gebruik van w wordt [Shake Reduction] in menu A 4 vast ingesteld op [Uit].
De witbalans instellen
1
Druk op B in de standby-stand.
Het instelscherm van de witbalans verschijnt.
Druk op X om Digitaal voorbeeld te gebruiken wanneer u opnamen maakt met de zoeker.
2
Selecteer de gewenste witbalansinstelling.
Draai aan R bij gebruik van k , o en p om het type witbalans te selecteren.
g Automatische witbalans u Meervoud. autom. witbalans h Daglicht i Schaduw j Bewolkt k q Neonlicht - Daglicht kleuren r Neonlicht - Daglicht wit s Neonlicht - Koel wit t Neonlicht - Warm wit l Lamplicht n Kleurtemperatuurverbetering o Handmatige witbalans 1 t/m 3 p Kleurtemperatuur 1 t/m 3
80
KP-OPM-NL.book Page 81 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
X Maakt gebruik van Digitaal voorbeeld om het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling vooraf te bekijken.
Z Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar stap 5 als u de witbalans niet fijn hoeft af te stemmen.
3
Druk op G .
Het scherm voor fijnafstemming wordt weergegeven.
t Memo
• Wanneer [Meervoud. autom. witbalans] is geselecteerd, zal de camera, zelfs als er op de opnamelocatie verschillende lichtbronnen aanwezig zijn, de witbalans automatisch aanpassen aan de lichtbron van elk gebied. ([Meervoud. autom. witbalans] is niet beschikbaar in de stand C .)
• De volgende instellingen voor de witbalans kunnen worden ingesteld in de menu's E 2-3.
13 Instellingsbereik witbalans
14 AWB bij lamplicht
Vast, Automatisch aanpassen
Krachtige correctie,
Subtiele correctie
15 WB bij flitsen
Automatische witbalans,
Meervoud. autom. witbalans, Onveranderd
16 Kleurtemperatuurstappen Kelvin, Mired
3
Beschikbare bedieningshandelingen
AB
CD
Aanpassing: groen-magenta
Aanpassing: blauw-amber
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
4
Druk op E .
Het scherm van stap 2 verschijnt opnieuw.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Let op
• In de stand R is de witbalans vast ingesteld op
[Automatische witbalans].
• De werking van Digitaal voorbeeld bij stap 1 wordt uitgeschakeld wanneer de transportstand is ingesteld op
[Opn. spiegel-omhoog-vergr.], [Meerdere opnamen] of
[Intervalopname].
81
KP-OPM-NL.book Page 82 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
De witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans meten op een geselecteerde locatie.
1
Selecteer o
bij stap 2 van “De witbalans instellen”
2
Gebruik R om 1 t/m 3 te selecteren.
1 t/m 3 zijn de locaties waar u drie verschillende instellingen voor de handmatige witbalans kunt opslaan.
3
Kies een wit gebied als onderwerp onder het licht waarvan u de witbalans wilt meten, en druk 0 volledig in.
De gemaakte opname wordt getoond.
4
Gebruik ABCD om het meetgebied op te geven.
Druk op M om het meetgebied naar het midden terug te zetten.
5
Druk op E .
Het instelscherm voor de witbalans verschijnt opnieuw.
Het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt wanneer de meting is mislukt. Druk op E om de witbalans opnieuw te meten.
t Memo
• U kunt de witbalansinstellingen van een gemaakte opname kopiëren en deze opslaan als o 1 t/m o 3 bij [Opslaan als
handm WB] van het weergavepalet. (p.91)
De witbalans aanpassen met de kleurtemperatuur
U kunt de witbalans specificeren met de kleurtemperatuur.
1
Selecteer p
bij stap 2 van “De witbalans instellen”
2
Gebruik R om 1 t/m 3 te selecteren.
3
Druk op G .
4
Pas de kleurtemperatuur aan.
U kunt de kleurtemperatuurwaarde instellen tussen 2.500K tot 10.000K.
Beschikbare bedieningshandelingen
Q Wijzigt de kleurtemperatuur in stappen van 100 Kelvin.
R Wijzigt de kleurtemperatuur in stappen van 1000 Kelvin.
ABCD Stelt de kleurtemperatuur fijn af.
5
Druk op E .
Het instelscherm voor de witbalans verschijnt opnieuw.
t Memo
• Selecteer [Mired] bij [16 Kleurtemperatuurstappen] in menu
E 3 om de kleurtemperatuur in mired-eenheden in te stellen.
De kleurtemperatuur kan worden gewijzigd in 20 miredeenheden met Q en 100 mired-eenheden met R .
Getallen worden echter altijd omgezet naar en weergegeven in Kelvin.
82
KP-OPM-NL.book Page 83 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De afwerking van de opname instellen
Als u opnamen wilt maken met een enigzins andere stijl, dan kunt u deze stijl instellen voordat u opnamen gaat maken.
Probeer er verschillende uit en ontdek uw beste opnamestijl.
Aangepaste opname
A 1/ C 1
1
Selecteer [Aangepaste opname] in menu A 1 of C 1 en druk op D .
Het instelscherm voor aangepaste opname verschijnt.
2
Selecteer een afwerking voor de opname.
3
4
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
Stel de parameters in.
Autoselect
Helder
Natuurlijk
Portret
Landschap
Levendig
Schitterende kleur
Gedempt
Vlak
Bleach Bypass
Diapositieffilm
Monochroom
Cross-processing
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
X Maakt gebruik van Digitaal voorbeeld om het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling vooraf te bekijken.
Z Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar stap 6 als [Autoselect] is geselecteerd of als u geen parameters wilt wijzigen.
Beschikbare bedieningshandelingen
AB Selecteert een parameter.
CD
Q
Past de waarde aan.
Wisselt tussen [Contrast], [Instell. lichte gebieden] en [Schaduwinstelling].
R Wisselt tussen [Scherpte], [Fijne scherpte] en [Extra scherpte]. (Niet beschikbaar in de stand C .)
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
5
Druk op F .
Het scherm van stap 2 verschijnt opnieuw.
De instelwaarden voor parameters worden weergegeven.
6
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Let op
• In de stand R is [Aangepaste opname] vast ingesteld op [Autoselect].
• De werking van Digitaal voorbeeld bij stap 2 wordt uitgeschakeld wanneer de transportstand is ingesteld op [Opn. spiegelomhoog-vergr.], [Meerdere opnamen] of [Intervalopname].
3
83
KP-OPM-NL.book Page 84 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
• Wanneer [Aangepaste opname] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de afwerking van de opname wijzigen door
de Smart-functie te gebruiken. (p.21, p.117) Standaard is
[Aangepaste opname] toegewezen aan C1.
De Cross-processing-instellingen van een gemaakte opname opslaan
Wanneer [Cross-processing] is ingesteld op [Willekeurig], varieert het resultaat van Cross-processing telkens wanneer een opname is gemaakt. Als u tevreden bent over de
Cross-processing-instellingen van een bepaalde opname, kunt u deze instellingen opslaan, zodat u dezelfde instellingen later herhaaldelijk opnieuw kunt gebruiken.
1
Druk op B in de enkelbeeldweergave van de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer [Cross-processing opslaan] en druk op E .
De camera zoekt naar opnamen die met Cross-processing zijn uitgevoerd, en begint hierbij vanaf de meest recent gemaakte opname.
[Geen opname met cross-processing] verschijnt als er geen opnamen zijn die met Cross-processing zijn uitgevoerd.
3
Gebruik Q om een opname met Crossprocessing te selecteren.
4
Selecteer het “Favoriet”-nummer 1, 2 of 3 om de instellingen op te slaan en druk op E .
De instellingen van de geselecteerde opname worden opgeslagen als uw “Favoriet”-instellingen.
t Memo
• De opgeslagen Cross-processing-instellingen kunnen worden geladen door [Cross-processing] te selecteren bij
stap 2 van “Aangepaste opname” (p.83) en een van de
Favoriet-instellingen 1 t/m 3 te selecteren voor de parameter.
84
KP-OPM-NL.book Page 85 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Digitaal filter
A 3/ C 2
1
Selecteer [Digitaal filter] in menu A 3 of C 2 en druk op D .
Het scherm voor de instelling van de digitale filter verschijnt.
2
Selecteer een filter.
Selecteer [Geen filter] als u niet met een digitaal filter opnamen wilt maken.
Kleurextractie
Kleur vervangen
Speels
Retro
Sterk contrast
Schaduw aanbrengen
Kleur inverteren
Vet één kleur
Vet zwart-wit
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
X Maakt gebruik van Digitaal voorbeeld om het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling vooraf te bekijken.
Z Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar stap 6 als u geen parameters wilt wijzigen.
3
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
4
Stel de parameters in.
Beschikbare bedieningshandelingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
5
Druk op E .
Het scherm van stap 2 verschijnt opnieuw.
6
Druk op E .
7
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Let op
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie met
sommige andere functies. (p.128)
• De werking van Digitaal voorbeeld bij stap 2 wordt uitgeschakeld wanneer de transportstand is ingesteld op [Opn. spiegel-omhoog-vergr.], [Meerdere opnamen] of [Intervalopname].
• Afhankelijk van het toegepaste filter kan het opslaan van opnamen langer duren.
t Memo
• Foto's kunnen in de weergavestand ook met digitale filters
3
85
KP-OPM-NL.book Page 86 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen corrigeren
3
Helderheidsinstelling
Overbelichtingscorrectie
Schaduwcorrectie
A 2/ C 2
Vergroot het dynamisch bereik en biedt een breder toonbereik dat kan worden geregistreerd door de
CMOS-sensor en zorgt voor minder overbelichte/onderbelichte gebieden.
Stel de correctiefuncties in bij
[Instellingen D-range] in menu A 2 of C 2.
u Let op
• [Overbelichtingscorr.] kan niet worden ingesteld op [Aan] wanneer de gevoeligheid lager is ingesteld dan ISO 200.
t Memo
• [Overbelichtingscorr.] in de stand C kan worden ingesteld op [Auto] of [Uit].
HDR-opname A 3
Maakt drie opeenvolgende opnamen met drie verschillende belichtingsniveaus om hiermee één enkele samengestelde opname te maken.
1
Selecteer [HDR-opname] in menu A 3 en druk op D .
Het scherm [HDR-opname] verschijnt.
2
Selecteer een opnametype en druk op E .
3
Stel bij [Bracketwaarde] het bereik in waarbinnen de belichting wordt gewijzigd.
Selecteer [±1 LW], [±2 LW] of [±3 LW].
4
Stel in of Automatisch uitlijnen wordt gebruikt of niet.
Z Gebruikt Automatisch uitlijnen.
Y Maakt geen gebruik van Automatisch uitlijnen.
5
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• Het opnametype kan ook worden gewijzigd met de Smart-
u Let op
• In de stand M of C is HDR-opname uitgeschakeld.
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie met
sommige andere functies. (p.128)
• Wanneer de transportstand is ingesteld op [Intervalopname] of [Intervalvideo opnemen], dan wordt [Automatisch uitlijnen] vast ingesteld op Y (Uit).
86
KP-OPM-NL.book Page 87 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
• Wanneer [Automatisch uitlijnen] is ingesteld op Y (Uit), dan wordt [Shake Reduction] in menu A 4 vast ingesteld op [Uit].
• Voor HDR-opname worden meerdere opnamen gecombineerd tot één enkele opname; het kan dus tijd kosten om de opname op te slaan.
Objectiefcorrectie
A 4
De volgende functies kunnen worden ingesteld bij [Objectiefcorrectie] in menu A 4.
Vervormingscorrectie
Perifere verlicht. corr.
Aanp. Lat. Chr.
Abb.
Diffractiecorrectie
Vermindert vervormingen en chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert perifere lichtvermindering die optreedt als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert laterale chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Corrigeert wazigheid die wordt veroorzaakt door diffractie bij gebruik van een kleine diafragmaopening.
t Memo
• Correcties kunnen alleen worden uitgevoerd als een
compatibel objectief bevestigd is. (p.129) De functies zijn
uitgeschakeld als een accessoire zoals een rear converter tussen de camera en het objectief is geplaatst.
• Wanneer [Bestandsindeling] is ingesteld op [RAW] of [RAW+] bij [Opname-instell. foto's] in menu A 2, dan wordt correctieinformatie opgeslagen als een RAW-bestandsparameter en kunt u selecteren of de correctie op de opnamen wordt toegepast als u deze ontwikkelt. Bij het ontwikkelen van
RAW-opnamen is de correctiefunctie [Correctie kleurrand]
ook beschikbaar (RAW-ontwikkeling. (p.100)
Kwaliteitsniveau en textuur instellen
De textuur aanpassen
De textuur en het oppervlak van een opname kunnen worden aangepast binnen het bereik van -4 tot +4.
Stel dit in bij [Helderheid] in menu
A 3.
3
De huidtint verbeteren
De huidtint van portretten kan worden verbeterd.
Stel dit in bij [Huidtint] in menu A 3.
3
A 3
A 3
Type1
Type2
Bepaalt de huidtint van het onderwerp door de gezichtsherkenningsfunctie en creëert een natuurlijke huidtint. (Alleen beschikbaar wanneer er een gezicht wordt gedetecteerd.)
Verzacht de volledige opname en maakt huidonregelmatigheden minder zichtbaar.
87
3
KP-OPM-NL.book Page 88 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
Opnamen in high-definition maken A 3
Pixelverschuivingsresolutie is de functie waarmee een highdefinition opname van stilstaande onderwerpen kan worden geproduceerd door meerdere opnamen samen te voegen die met behulp van het Shake Reduction-mechanisme zijn verschoven met één pixel.
1
Selecteer [Pixelverschuiv.resolutie] in menu A 3 en druk op D .
Het scherm [Pixelverschuiv.resolutie] verschijnt.
2
Selecteer [Aan] of [Uit] in
[Pixelverschuiv.resolutie] en druk op E . u Let op
• In de stand M of C is pixelverschuivingsresolutie uitgeschakeld.
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie met
sommige andere functies. (p.128)
• [AA-filtersimulator] en [Shake Reduction] in menu A 4 zijn vast ingesteld op [Uit].
• [Selectie sluiterstand] in menu A 2 is vast ingesteld op
[Elektronische sluiter].
t Memo
• Als u opnamen maakt met pixelverschuivingsresolutie, gebruik dan een statief en monteer de camera hier stevig op.
Het gebruik van pixelverschuivingsresolutie in combinatie met de zelfontspanner of opnamen maken met vergrendeling van de spiegel omhoog is aanbevolen.
3
Selecteer [Aan] of [Uit] in [Bewegingscorrectie] en druk op E .
Wanneer [Bewegingscorrectie] is ingesteld op [Aan], wordt ruis met mozaïekpatroon gecorrigeerd wanneer een bewegend object wordt gedetecteerd, en een samengestelde opname gecreëerd.
4
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
5
Druk op 0 .
Er worden meerdere opnamen gemaakt met behulp van de elektronische sluiter door de sluiter éénmaal te ontspannen.
De gemaakte opnamen worden beurtelings weergegeven, en vervolgens worden ze samengevoegd tot één enkele opname.
88
KP-OPM-NL.book Page 89 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Kleurmoiré beperken A 4
Door de Shake Reduction-eenheid te schudden, kan een moiréverminderingseffect worden bewerkstelligd dat lijkt op dat van een laagdoorlaatfilter.
1
Selecteer [AA-filtersimulator] in menu A 4 en druk op D .
2
Selecteer een opnametype en druk op E .
4 t Memo
• Wanneer [AA-filtersimulator] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u het opnametype wijzigen door de Smart-
functie te gebruiken. (p.21, p.117) Standaard is [AA-
filtersimulator] toegewezen aan C2.
3
Type1
Type2
Bracketing
(2 opnamen)
Bracketing
(3 opnamen)
Maakt opnamen met een evenwicht tussen de resolutie en moirévermindering.
Geeft prioriteit aan moirévermindering.
Maakt twee opeenvolgende opnamen in de volgorde [Uit] en [Type2].
Maakt drie opeenvolgende opnamen in de volgorde [Uit], [Type1] en [Type2].
u Let op
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie met
sommige andere functies. (p.128)
• In de stand M kan [Bracketing] niet worden geselecteerd.
• [Bracketing] is alleen beschikbaar als de transportstand is ingesteld op [Enkelbeeldopname] of [Zelfontspanner]
(12 seconden, 2 seconden).
• Wanneer [HDR-opname] in menu A 3 is ingesteld, wordt
[AA-filtersimulator] vast ingesteld op [Uit].
• Wanneer de sluitersnelheid sneller is dan 1/1000 seconden, dan kan het volledige effect van deze functie niet worden bereikt.
89
KP-OPM-NL.book Page 90 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
3
90
Compositie aanpassen
A 4
Met gebruik van het Shake Reduction-mechanisme kan de compositie van de opname worden aangepast. Gebruik deze functie als u de compositie wilt aanpassen, zoals bij het gebruik van een statief bij het maken van opnamen met Live weergave.
1
Selecteer [Aan] bij [Compositie aanpassen] in menu
A 4.
2
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
3
Zet de A / K / C -schakelaar op K .
De Live weergave-opname wordt weergegeven en het bericht [De compositie van de opname aanpassen] verschijnt.
4
Pas de compositie aan.
De hoeveelheid correctie (het aantal stappen) wordt weergegeven aan de rechterbovenzijde van het scherm.
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst de compositie van de opname (tot 16 stappen).
R Corrigeert de kanteling van de compositie (tot 8 stappen. Niet beschikbaar als de hoeveelheid aanpassingsstappen in verticale en horizontale richting 8 of meer bedraagt).
M Stelt de instelwaarden terug naar de standaardinstellingen.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand in de Live weergave.
u Let op
• U kunt deze functie niet gebruiken wanneer de functie
Sterrenvolger wordt gebruikt.
t Memo
• Wanneer [Rasterweergave] is ingesteld op [Aan] bij [Live weergave] in menu A 5, worden de rasterlijnen weergegeven op het scherm van stap 4.
• De aangepaste compositie wordt zelfs opgeslagen als Live weergave wordt afgesloten of als de camera wordt uitgeschakeld. Als u de opgeslagen instelwaarde wilt resetten wanneer de camera wordt uitgezet, stelt u [Compositie aanpassen] in op Y (Uit) bij [Geheugen] in menu A 5.
KP-OPM-NL.book Page 91 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Items in het weergavepalet
Weergavefuncties kunnen worden ingesteld in het weergavepalet en in menu B
Druk op B in de enkelbeeldweergave (Standaard infoweergave of Geen infoweergave) van de weergavestand om het weergavepalet op te roepen.
Onderdeel a Beeldrotatie
b Digitaal filter
c d
Correctie kleurmoiré
Formaat
e Bijsnijden
f Beveiligen h Diavoorstelling i
Opslaan als handm WB
j
Crossprocessing opslaan
Functie
Wijzigt de rotatie-informatie van een opname.
Verwerkt opnamen met digitale filters.
Vermindert kleurmoiré in opnamen.
Wijzigt de opnameresolutie van een opname.
Snijdt alleen het gewenste gebied van een opname uit.
Opnamen beveiligen tegen abusievelijk verwijderen.
Geeft opnamen doorlopend weer.
Slaat de witbalansinstellingen van een gemaakte opname op als handmatige witbalans.
Slaat de instellingen voor een opname in de Crossprocessing-stand in
Aangepaste opname op als uw “Favoriete” instelling.
Pagina
k
Onderdeel
RAWontwikkeling
Functie
Ontwikkelt RAW-opnamen tot JPEG- of TIFF-opnamen en slaat deze op als nieuwe bestanden.
Pagina
l
Video
Splitst een film of wist ongewenste segmenten.
*1 Niet beschikbaar wanneer een TIFF-opname of film wordt getoond.
*2 Niet beschikbaar wanneer een RAW-opname of TIFF-opname wordt getoond.
*3 Alleen beschikbaar wanneer een RAW-opname werd opgeslagen.
*4 Alleen beschikbaar wanneer een film wordt getoond.
4
91
KP-OPM-NL.book Page 92 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De weergavemethode wijzigen
4
Weergave van meerdere opnamen
U kunt tegelijkertijd 6, 12, 20, 35 of 80 miniatuuropnamen weergeven.
1
Draai R naar links in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst het selectiekader.
Q
G
Toont de volgende/vorige pagina.
Toont het scherm voor de keuze van de weergavestijl.
L Wist de geselecteerde beelden.
2
Druk op E .
De geselecteerde opname verschijnt in de enkelbeeldweergave.
Geselecteerde opnamen verwijderen
1
Druk op L
bij stap 1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.92).
2
Selecteer de opnamen die u wilt verwijderen.
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst het selectiekader.
E
Z
Bevestigt/annuleert de selectie van de opname die u wilt verwijderen.
Selecteert het opnamenbereik dat u wilt verwijderen.
R Toont de geselecteerde opname in de enkelbeeldweergave. Gebruik Q om een andere opname te selecteren.
Het aantal geselecteerde opnamen wordt in de linkerbovenhoek van de monitor weergegeven.
3
Druk op L .
Het scherm voor bevestiging van de verwijdering verschijnt.
4
Selecteer [Wissen] en druk op E .
t Memo
• U kunt maximaal 500 opnamen tegelijkertijd selecteren.
• U kunt geen beveiligde opnamen selecteren.
• U kunt de afzonderlijk geselecteerde opnamen gezamenlijk verwijderen met de geselecteerde opnamen door het bereik op te geven dat moet worden verwijderd.
• Gebruik dezelfde stappen om meerdere opnamen te selecteren voor de volgende functies.
•
•
92
KP-OPM-NL.book Page 93 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen weergeven op basis van map
1
Draai R naar links bij
stap 1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.92).
Het mapweergavescherm verschijnt.
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst het selectiekader.
L Verwijdert de geselecteerde map.
2
Druk op E .
De opnamen in de geselecteerde map worden weergegeven.
Een map verwijderen
1
Selecteer de map die u wilt verwijderen bij stap 1
van “Opnamen weergeven op basis van map” (p.93)
en druk op L .
Het scherm voor bevestiging van de verwijdering verschijnt.
2
Selecteer [Wissen] en druk op E .
De geselecteerde map en alle opnamen in de map worden verwijderd.
Wanneer er beveiligde opnamen in de map zijn, selecteer dan [Alles wissen] of [Alles handhaven].
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van opnamedatum.
1
Druk op G
bij stap 1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.92).
Het scherm voor de keuze van de weergavestijl verschijnt.
2
Selecteer
[Kalenderfilmstripweergave].
2017.2
THU
SAT
MON
FRI
2
11
20
SUN
THU
TUE
55
9
21
Opname datum
Miniatuur
Beschikbare bedieningshandelingen
AB Selecteert een opnamedatum.
CD Selecteert een opname die is gemaakt op de geselecteerde opnamedatum.
R naar rechts Toont de geselecteerde opname in de enkelbeeldweergave.
L Wist het geselecteerde beeld.
3
Druk op E .
De geselecteerde opname verschijnt in de enkelbeeldweergave.
4
93
KP-OPM-NL.book Page 94 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen continu weergeven
1
Selecteer [Diavoorstelling] in het weergavepalet.
Er wordt een diavoorstelling gestart.
4
Beschikbare bedieningshandelingen
E Last een pauze in of hervat de weergave.
C
D
Geeft de vorige opname weer.
Geeft de volgende opname weer.
B
R
Stopt de weergave.
Wijzigt het geluidsvolume van de film.
De camera keert terug naar de enkelbeeldweergave nadat alle opnamen zijn weergegeven.
t Memo
• U kunt de instellingen van
[Weergaveduur], [Schermeffect],
[Weergeven herhalen] en [Autom. video afspelen] voor een diavoorstelling wijzigen bij
[Diavoorstelling] in menu B 1.
Een diavoorstelling kan ook worden gestart vanuit het scherm waarin de diavoorstelling wordt ingesteld.
Wanneer [Autom. video afspelen] is ingesteld op Y (Uit), druk dan op E tijdens een diavoorstelling om een video af te spelen.
Geroteerde opnamen weergeven
Wanneer u opnamen maakt met de camera in een verticale stand, dan wordt de rotatie-informatie van de opname opgeslagen terwijl opnamen worden gemaakt. Wanneer [Auto opnamerotatie] van [LCD-display] in menu B 1 is ingesteld op
Z (Aan), dan wordt de opname tijdens de weergave automatisch geroteerd op basis van de rotatie-informatie
(standaardinstelling).
De rotatie-informatie van een opname kunt u wijzigen met behulp van onderstaande procedure.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Beeldrotatie] in het weergavepalet.
De geselecteerde opname wordt geroteerd in stappen van 90° en de vier miniaturen worden weergegeven.
3
Gebruik ABCD om de gewenste rotatierichting te selecteren en druk op E .
De rotatie-informatie van de opname wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de enkelbeeldweergave.
u Let op
• De rotatie-informatie van de opname wordt niet opgeslagen wanneer [20 Rotatie-info opslaan] is ingesteld op [Uit] in menu E 3.
• U kunt de rotatie-informatie van de opnamen in de volgende gevallen niet wijzigen.
• Beveiligde opnamen
• Opnamen zonder rotatie-informatietag
• Wanneer [Auto opnamerotatie] van [LCD-display] in menu
B 1 is ingesteld op Y (Uit)
• Videobestanden kunnen niet worden geroteerd.
94
KP-OPM-NL.book Page 95 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat
Sluit een audiovisueel apparaat, zoals een tv met een
HDMI ® -aansluiting, aan voor het weergeven van Live
Weergave-opnamen tijdens het maken van opnamen of het in de weergavestand weergeven van opnamen.
Het USB-aansluitpunt (micro B) van de camera ondersteunt
SlimPort
HDMI ®
® . Zorg ervoor dat u over een in de handel verkrijgbare
-adapter en compatibele HDMI ® -kabel beschikt.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Sluit de HDMI ® -adapter en HDMI ® -kabel aan.
3
Open op de camera het klepje van de aansluitingen en sluit de HDMI ® -adapter aan op het aansluitpunt voor USB/video-uitgang.
u Let op
• Er wordt niets op de cameramonitor getoond als de camera aangesloten is op een audiovisueel apparaat. U kunt ook het geluidsvolume van de camera niet aanpassen. Wijzig het volume op het audiovisuele apparaat.
• Sommige HDMI ® -adapters zijn niet compatibel met deze camera. Met de volgende HDMI ® -adapter werd een correcte werking bevestigd:
SP6001 (Analogix Semiconductor, Inc.)
• Lever geen stroom toe aan een HDMI ® -adapter vanaf een externe voedingsbron. Dit kan voor een camerastoring zorgen.
• Opnamen worden mogelijk niet uitgevoerd door een incompatibiliteit met de gebruikte HDMI een HDMI ® -kabel die geen elektronische circuits omvat.
• MHL ® -naar-HDMI ®
® -kabel. Gebruik
-adapters mogen niet worden gebruikt.
t Memo
• Raadpleeg de handleiding van het audiovisuele apparaat en selecteer een geschikte video-ingang waarop de camera wordt aangesloten.
• Automatisch wordt standaard de maximumresolutie geselecteerd die wordt ondersteund door zowel het audiovisuele apparaat als de camera. Als de opnamen niet juist worden weergegeven, wijzig dan de instelling bij [Resolutie video-uitvoer] in menu D 3.
4
4
Sluit het andere uiteinde van de HDMI
®
-kabel aan op de ingang van het audiovisuele apparaat.
5
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in de video-uitgangstand en de cameragegevens worden weergegeven op het scherm van het aangesloten audiovisuele apparaat.
95
KP-OPM-NL.book Page 96 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen bewerken en verwerken
4
De opnamegrootte wijzigen
u Let op
• U kunt het formaat van opnamen alleen wijzigen of opnamen alleen bijsnijden als de opnamen met deze camera zijn gemaakt.
• Opnamen waarvan het formaat is gewijzigd of opnamen die al tot de minimale bestandsgrootte zijn uitgesneden, kunnen niet worden verwerkt.
De opnameresolutie wijzigen
Wijzigt de opnameresolutie van de geselecteerde opname, en slaat deze op als een nieuw bestand.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Formaat wijzigen] in het weergavepalet.
Het scherm verschijnt waarin de opnameresolutie kan worden geselecteerd.
3
Gebruik CD om de opnameresolutie te selecteren en druk op E .
U kunt een opnamegrootte kiezen dat kleiner is dan dat van de originele opname.
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
4
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
Een deel van de opname uitsnijden
Snijdt alleen het gewenste gebied van de geselecteerde opname uit, en slaat dit op als een nieuw bestand.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Bijsnijden] in het weergavepalet.
Het uitsnijkader wordt weergegeven waarmee u de grootte en positie bepaalt van het gebied dat u wilt uitsnijden.
3
Bepaal met behulp van het uitsnijkader de grootte en positie van het gebied dat u wilt uitsnijden.
Beschikbare bedieningshandelingen
R Wijzigt de grootte van het uitsnijkader.
ABCD
G
Verplaatst het uitsnijkader.
Wijzigt de verhoudingen of de instelling van de beeldrotatie.
M Roteert het uitsnijkader (alleen wanneer mogelijk).
4
Druk op E .
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
5
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
96
KP-OPM-NL.book Page 97 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Kleurmoiré corrigeren
Vermindert kleurmoiré in opnamen.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Correctie kleurmoiré] in het weergavepalet.
[Deze opname kan niet worden verwerkt] wordt getoond als de opname niet kan worden bewerkt.
3
Gebruik CD om het correctieniveau te selecteren en druk op E .
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
4
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
u Let op
• De functie voor correctie van kleurmoiré kan alleen worden gebruikt voor JPEG-opnamen die met deze camera zijn gemaakt.
Opnamen verwerken met digitale filters
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Digitaal filter] in het weergavepalet.
Het scherm voor selectie van een filter verschijnt.
3
Selecteer een filter.
Gebruik Q om een andere opname te selecteren.
Aanp. parameter
Stoppen
Aanpass. basisparam.
Kleurextractie
Kleur vervangen
Speels
Retro
Sterk contrast
Schaduw aanbrengen
Kleur inverteren
Vet één kleur
Vet zwart-wit
Tintuitbreiding
Schetsfilter
Aquarel
Pastel
Posterisatie
Miniatuur
Soft
Sterren
Fisheye
Vlak
Monochroom
Ga verder naar stap 7 als u geen parameters wilt wijzigen.
4
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
4
97
KP-OPM-NL.book Page 98 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Stel de parameters in.
4
Beschikbare bedieningshandelingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
6
Druk op E .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
8
Selecteer [Extra filter(s) toepassen] of [Opslaan] en druk op E .
Selecteer [Extra filter(s) toepassen] als u nog meer filters wilt toepassen op dezelfde opname. Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
u Let op
• Alleen JPEG- en RAW-opnamen die zijn gemaakt met deze camera, kunnen worden bewerkt met de digitale filters.
• RAW-opnamen die zijn gemaakt met HDR-opname of
Pixelverschuivingsresolutie kunt u met Digitaal filter niet verwerken.
t Memo
• U kunt tot 20 filters toepassen op dezelfde opname, inclusief het digitale filter dat is gebruikt tijdens het maken van
98
Filtereffecten kopiëren
Past de filtereffecten van een geselecteerde opname toe op andere opnamen.
1
Geef een met een filter bewerkte opname weer in de enkelbeeldweergave.
2
Selecteer [Digitaal filter] in het weergavepalet.
3
Selecteer [Filtereffecten opnieuw maken] en druk op
E .
De filtereffecten verschijnen die voor de geselecteerde opname zijn gebruikt.
4
Druk op G om de details van de parameters te controleren.
Druk nogmaals op G om terug te gaan naar het vorige scherm.
11
22
33
44
55
66
77
88
99
10
11
12
--
--
--
--
5
Druk op E .
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
14
15
--
--
17
18
19
20
--
--
--
--
6
Gebruik Q om een opname te selecteren om dezelfde filtereffecten toe te passen en druk op E .
U kunt alleen opnamen selecteren die nog niet met een filter zijn bewerkt.
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
7
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
t Memo
• Indien [Oorspr. opname zoeken] is geselecteerd bij stap 3, dan kan de originele opname worden opgehaald voordat het digitale filter werd toegepast.
KP-OPM-NL.book Page 99 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Video bewerken
1
Geef in de enkelbeeldweergave de video weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer [Video bewerken] in het weergavepalet.
Het videobewerkingsscherm verschijnt.
3
Selecteer het punt waar u de video wilt splitsen.
Het beeld bij het splitspunt wordt boven in het scherm getoond.
U kunt tot vier punten selecteren om de originele video-opname te splitsen in vijf segmenten.
00 ' 00"
10 ' 00"
Beschikbare bedieningshandelingen
A Speelt de video-opname af of last een pauze in.
D Springt een beeldje vooruit
(tijdens pauze).
Speelt snel vooruit af.
Druk op D en houd deze ingedrukt
C Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Speelt snel achteruit af.
Druk op C en houd deze ingedrukt
R
G
Wijzigt het geluidsvolume.
Bevestigt/annuleert het geselecteerde splitspunt.
Ga verder naar stap 7 als u geen enkel segment wilt verwijderen.
4
Druk op L .
Het scherm verschijnt waarin u de segmenten kunt selecteren die u wilt verwijderen.
5
Gebruik CD om het selectiekader te verplaatsen en druk op E .
De segmenten die u wilt verwijderen zijn gespecificeerd.
(Tegelijkertijd kunnen meerdere segmenten worden verwijderd.)
Druk nogmaals op E als u de selectie wilt annuleren.
6
Druk op F .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
8
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
t Memo
• Selecteer splitspunten in chronologische volgorde vanaf het begin van de video-opname. Als u de geselecteerde splitspunten annuleert, annuleer deze dan elk in omgekeerde volgorde (vanaf het einde van de video tot het begin). U kunt splitspunten niet selecteren en de selectie van splitspunten niet annuleren in een andere volgorde dan de gespecificeerde volgorde.
4
99
4
RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt RAW-opnamen ontwikkelen tot JPEG- of TIFF-opnamen en deze opslaan als nieuwe bestanden.
1
Selecteer [RAW-ontwikkeling] in het weergavepalet.
Het scherm voor selectie van het verwerkingstype verschijnt.
2
Selecteer de gewenste optie en druk op E .
Eén opname selecteren
Ontwikkelt een opname.
Meerdere opnamen selecteren
Ontwikkelt maximaal 500 opnamen met dezelfde instellingen.
Een map select.
Ontwikkelt maximaal 500 opnamen in de geselecteerde map met dezelfde instellingen.
Ga verder met stap 6 indien u [Eén opname selecteren] hebt geselecteerd.
Het scherm voor selectie van de opname/map verschijnt.
3
Selecteer opname(n) of een map.
Ga verder naar stap 5 als een map is geselecteerd.
y
Hoe opname(n) selecteren (p.92).
4
Druk op G .
Het scherm voor selectie van de methode voor de parameterinstelling verschijnt.
5
Selecteer de methode voor de parameterinstelling en druk op E .
Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.
Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt
Stelt u in staat om alleen
Bestandsindeling, Verhoudingen,
JPEG-resolutie, JPEGkwaliteitsniveau en Kleurruimte te wijzigen.
Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.
Stelt u in staat om alle instellingsitems te wijzigen.
6
Selecteer het instellingsitem dat u wilt wijzigen.
Witbalans
Aangepaste opname
Gevoeligheid
Helderheid
Huidtint
Digitaal filter
HDR-opname/
Pixelverschuiv.resolutie
Schaduwcorrectie
Ruisond. hoge ISO-wrd
Vervormingscorrectie
Perifere verlicht. corr.
Aanp. Lat. Chr. Abb.
Diffractiecorrectie
Correctie kleurrand
Bestandsindeling
Verhoudingen
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Kleurruimte
Beschikbare bedieningshandelingen
Q Selecteert een andere opname (indien in de enkelbeeldweergave).
ABCD
R
Selecteert een parameter.
Wijzigt de waarde.
G
E
Evalueert de opname.
Verricht gedetailleerde instellingen.
100
KP-OPM-NL.book Page 100 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
KP-OPM-NL.book Page 101 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Gebruik ABCD om [JPEG u ] of [TIFF u ] te selecteren.
Draai aan R om de bestandsindeling te wijzigen.
8
Druk op E .
Het scherm verschijnt waarin de opslag wordt bevestigd.
9
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
Wanneer [Eén opname selecteren] is geselecteerd, selecteer dan [Doorgaan] of [Einde] en druk op E .
u Let op
• U kunt alleen RAW-opnamen ontwikkelen die met deze camera werden gemaakt.
• Bij RAW-opnamen gemaakt wanneer de transportstand is ingesteld op [Meerdere opnamen] of [Intervalcompositie], worden de opnamen ontwikkeld met de objectiefcorrectieinstellingen die worden gebruikt tijdens het maken van opnamen. De objectiefcorrectie-instellingen kunnen niet worden gewijzigd bij het ontwikkelen van RAW-opnamen.
t Memo
• Als bij stap 2 [Meerdere opnamen selecteren] of [Een map select.] is geselecteerd, dan wordt een map met een nieuw nummer aangemaakt, en worden de JPEG- of TIFF-opnamen hierin opgeslagen.
• Voor [HDR-opname] en [Pixelverschuiv.resolutie] kunnen de parameters van elk van de twee functies die worden gebruikt bij het maken van opnamen worden gewijzigd.
• Met de bijgeleverde software “Digital Camera Utility 5” kunt u RAW-bestanden ontwikkelen op een computer.
4
101
KP-OPM-NL.book Page 102 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
De camera gebruiken met een computer
Sluit de camera aan op een computer met een USB-kabel.
Zorg dat u een in de handel verkrijgbare USB-kabel met een micro B-aansluitpunt gebruikt.
De verbindingsstand instellen
D 3
Stel de verbindingsstand in bij [USB-aansluiting] in menu D 3 menu op basis van de functie die met de computer moet worden uitgevoerd.
MSC
(standaardinstelling)
PTP
Stelt u in staat om de gegevens op de geheugenkaart te kopiëren naar een computer door de computer de camera te laten herkennen als een verwisselbare
Stelt u in staat om opnamen te maken met de camera en de opnamen via een bekabelde computerverbinding direct te bekijken op het beeldscherm van de
computer (tethered shooting). (p.103)
t Memo
camera aan te sluiten op een computer met een in de handel verkrijgbare USB-kabel en de software te gebruiken.
• Het verdient aanbeveling om de optionele netvoedingsadapterset te gebruiken als u van plan bent de
camera gedurende langere tijd te gebruiken. (p.44)
Een opname op de geheugenkaart kopiëren
1
Stel [USB-aansluiting] in op [MSC] in menu D 3.
2
Zet de camera uit.
3
Open op de camera het klepje van de aansluitingen en sluit de USB-kabel aan op het aansluitpunt voor USB/ video-uitgang.
4
Sluit de USB-kabel aan op de USB-poort van de computer.
5
Zet de camera aan.
De camera wordt herkend als een verwisselbare schijf.
6
Sla de opnamen op de computer op.
7
Koppel de camera los van de computer.
u Let op
• De camera kan niet worden gebruikt als deze aangesloten is op de computer. Als u de camera wilt gebruiken, beëindig dan eerst de USB-verbinding op de computer, schakel dan de camera uit en verwijder de USB-kabel.
• Als bij stap 5 op het computerscherm het “KP”-dialoogvenster verschijnt, selecteer dan [Map openen en bestanden weergeven] en klik op de OK-knop.
102
KP-OPM-NL.book Page 103 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De camera gebruiken met een computer
U kunt “tethered shooting” uitvoeren met de camera die is aangesloten op een computer met behulp van de optionele
“IMAGE Transmitter 2”-software. Gemaakte opnamen worden onmiddellijk opgeslagen op de computer.
1
Stel [USB-aansluiting] in op [PTP] in menu D 3.
2
Zet de camera uit.
3
Sluit de camera aan op een computer met een USB-kabel.
y
De camera aansluiten op een computer (p.102)
4
Zet de camera aan.
5
Start “IMAGE Transmitter 2” op de computer.
“IMAGE Transmitter 2” wordt gestart en de computer herkent de camera.
t Memo
• Bijzonderheden over “IMAGE Transmitter 2” vindt u in de
“User Guide [Operation]” die beschikbaar is op de volgende site.
http://www.ricoh-imaging.co.jp/english/support/ download_manual.html
• Bij "tethered shooting" heeft het ontspannen met de sluiter altijd prioriteit, ongeacht de instelling bij [AF.S-instelling] van [AF met Live weergave] in menu A
De camera gebruiken met een communicatieapparaat
Deze camera is uitgerust met een ingebouwde Wi-Fi™-functie.
Door rechtstreeks verbinding te maken met een communicatieapparaat zoals een smartphone of tablet via draadloos LAN, kan de camera worden bediend vanaf het communicatieapparaat en kunnen opnamen worden gedeeld met anderen via sociale netwerken of e-mail.
De Wi-Fi™-functie inschakelen
De Wi-Fi™-functie wordt uitgeschakeld als de camera wordt ingeschakeld. Schakel de functie in met een van de volgende methoden.
• Instellen vanuit de menu’s (p.104)
• Gebruik van de X
Wanneer de Wi-Fi™-functie is ingeschakeld, klinkt er een pieptoon en wordt met het (witte) pictogram 7 op het statusscherm en het Live weergave-scherm aangegeven dat er verbinding is met de draadloze LAN.
Wanneer 8 (grijs) wordt weergegeven, is geen correcte verbinding met het communicatieapparaat tot stand gebracht.
t Memo
• Zelfs nadat de Wi-Fi™-functie is ingeschakeld, wordt deze functie uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld en weer wordt ingeschakeld.
• Automatische uitschakeling is niet beschikbaar terwijl een
Wi-Fi™-verbinding tot stand is gebracht of wanneer opnamen worden verzonden. De Wi-Fi™-functie wordt uitgeschakeld als automatische uitschakeling wordt geactiveerd terwijl er geen verbinding is. De functie wordt ingeschakeld wanneer de camera terugkeert vanuit automatische uitschakeling.
• De Wi-Fi™-functie wordt uitgeschakeld tijdens de
USB-verbinding of bij de uitvoer van beeldgegevens.
5
103
KP-OPM-NL.book Page 104 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5 u Let op
• Probeer de Wi-Fi™-functie niet te gebruiken op plaatsen waar het gebruik van draadloze LAN-apparaten aan beperkingen onderhevig of verboden is, zoals in vliegtuigen.
• Houd bij het gebruik van de Wi-Fi™-functie rekening met plaatselijke wetten en regels voor radiocommunicatie.
• Er kan radiogolfinterferentie optreden indien gebruik wordt gemaakt van een geheugenkaart met een ingebouwde draadloze LAN-functie (zoals een Eye-Fi-kaart of een
Flucard). Schakel in dat geval de Wi-Fi™-functie van de camera uit.
Instellen vanuit de menu’s
1
Selecteer [Wi-Fi] in menu D 3 en druk op D .
Het scherm [Wi-Fi] verschijnt.
2
Stel [Actiemodus] in op
[Aan].
Selecteer [Uit] als u de Wi-Fi™functie wilt uitschakelen.
D 3
3
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Selecteer [Communicatie-info] bij stap 2 om de SSID, het wachtwoord en het MAC-adres van de draadloze LAN te controleren. Of selecteer [Reset instellingen] als u de instellingen wilt resetten naar de standaardwaarde.
Gebruik van de X -knop
Als u de Wi-Fi™-functie frequent gebruikt, wijs de functie dan toe aan de X -knop zodat u de functie gemakkelijk kunt aan- en uitzetten met een druk op de knop.
1
[Wi-Fi] toewijzen aan X .
y De werking van de X
2
Houd X ingedrukt in standby-stand.
Er klinkt een pieptoon en [Wi-Fi ingeschakeld] verschijnt op de monitor.
Houd X opnieuw ingedrukt om de Wi-Fi™-functie uit te schakelen.
104
KP-OPM-NL.book Page 105 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De camera gebruiken met een communicatieapparaat
De volgende functies kunnen worden gebruikt door de camera via Wi-Fi™ te verbinden met een communicatieapparaat en gebruik te maken van de specifieke toepassing “Image Sync”.
Opnamen vanop afstand
Toont het beeld van de Live weergave van de camera op het communicatieapparaat, en maakt het vervolgens mogelijk om via bediening van het communicatieapparaat de belichtingsinstellingen te regelen en opnamen te maken.
Opnameweergave
Hiermee geeft u op het communicatieapparaat de opnamen weer die opgeslagen zijn op de geheugenkaart in de camera en kunt u de opnamen importeren naar het communicatieapparaat.
Image Sync ondersteunt iOS en Android™ en kan worden gedownload vanuit de App Store of Google Play™. Raadpleeg de downloadsite voor ondersteunde besturingssystemen en andere bijzonderheden.
t Memo
• De schermafbeeldingen van Image Sync die in deze handleiding worden gebruikt, zijn de afbeeldingen die in ontwikkeling waren en kunnen afwijken van wat werkelijk wordt weergegeven. De indeling en elementen van het scherm kunnen ook gewijzigd zijn vanwege oorzaken zoals een versie-upgrade van de toepassing of het besturingssysteem.
• Raadpleeg de bedieningshandleiding van het communicatieapparaat voor bijzonderheden over de bediening hiervan.
De camera en een communicatieapparaat aansluiten
Sluit de camera en het communicatieapparaat aan via Wi-Fi™, en start Image Sync die is geïnstalleerd op het communicatieapparaat.
Wanneer een Android-apparaat wordt gebruikt
1
Schakel de draadloze LAN (Wi-Fi™)-functie in op het communicatieapparaat.
2
Start Image Sync op het communicatieapparaat.
Het cameraselectiescherm verschijnt op het communicatieapparaat.
3
Tik op [PENTAX KP].
Het scherm [Choose a Network]
(Een netwerk kiezen) verschijnt op het communicatieapparaat.
4
Tik op [PENTAX_xxxxxx] in de [Network List]
(Netwerklijst).
Het scherm [Enter Password]
(Wachtwoord invoeren) verschijnt.
5
105
KP-OPM-NL.book Page 106 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Voer het wachtwoord in en tik op [Connect] (Verbinding maken).
Er wordt een Wi-Fi™-verbinding tot stand gebracht tussen de camera en het communicatieapparaat.
De lijst met opnamen verschijnt op het Image Sync-scherm.
5 t Memo
• Raadpleeg [Communicatie-info] in [Wi-Fi] van menu D 3 voor
het standaardwachtwoord. (p.104)
Wanneer een iOS-apparaat wordt gebruikt
1
Schakel de draadloze LAN (Wi-Fi™)-functie in op het communicatieapparaat.
2
Tik op [PENTAX_xxxxxx] in de lijst met gedetecteerde Wi-Fi™-netwerken.
3
Voer het wachtwoord in en tik op [Join] (Verbinding maken).
Er wordt een Wi-Fi™-verbinding tot stand gebracht tussen de camera en het communicatieapparaat.
Stand A
4
Start Image Sync op het communicatieapparaat.
Image Sync wordt gestart en de lijst met opnamen verschijnt.
Schermen van Image Sync
Tik links of rechts op het scherm om van bedieningsstand te wisselen.
Opnamenoverzicht van toepassing
Opnamenoverzicht van camera t Memo
• U kunt ook van bedieningsstand wisselen door op de knoppen te tikken die worden weergegeven onderaan het scherm.
106
KP-OPM-NL.book Page 107 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen maken met een communicatieapparaat
Het beeld van de Live weergave van de camera en de knoppen voor het maken van opnamen worden weergegeven in het opnamescherm van Image Sync.
3
4
1
2 9
10
5
6
7
11
12
13
14
1
2 Opnamestand
3 Live weergave
4 AF-kader
5 Witbalans, Sluitertijd, Diafragmawaarde,
Belichtingscorrectie, Gevoeligheid
6 Live weergave aan/uit
7 Bedieningsstanden
8 Communicatiepictogram
9 Batterijniveau
10 Miniatuur van de laatst gemaakte opname
(Als deze wordt aangetikt, verschijnt de lijst met opnamen van de camera.)
11 Bestandsindeling, Beeldopslagcapaciteit
12 Transportstand
13 Groene knop
14 Ontspanknop
1
Stel de basisinstellingen op de camera in.
2
Controleer het beeld van de Live weergave op het opnamescherm van Image
Sync.
3
Wijzig voor zover nodig met
Image Sync de instellingen.
5
107
KP-OPM-NL.book Page 108 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Tik op een item en selecteer een waarde in de lijst.
t Memo
• Er kunnen ook opnamen worden gemaakt door het beeld van de Live weergave aan te tikken. Stel dit in bij [Aanraken voor
AF] in het scherm [Instelling]. (p.111)
• Bij het maken van opnamen met Image Sync werkt het autofocussysteem in de stand x , ongeacht de ingestelde autofocusstand, en heeft de sluitertijd prioriteit, ongeacht de
[AF.S-instelling]-instelling van [AF met Live weergave] in menu A
5
4
Wanneer de focusmethode is ingesteld op v , tik dan in het beeld van de Live weergave op een gebied waar u autofocus wilt uitvoeren.
Autofocus wordt uitgevoerd op de aangetikte positie.
5
Tik op de ontspanknop.
De gemaakte opname wordt getoond als een miniatuur.
u Let op
• De opnamestand (stand A (foto) of stand C (video)) kan worden gewijzigd met behulp van de opnamestandschakelaar op de camera.
• Het maken van opnamen met Image Sync is niet beschikbaar wanneer de transportstand is ingesteld op [Continuopname
(H)], [Intervalopname], [Intervalcompositie], [Intervalvideo opnemen] of [Sterrenspoor].
• De gemaakte opnamen worden opgeslagen op de geheugenkaart in de camera. Er kunnen geen opnamen worden gemaakt als er op de geheugenkaart onvoldoende ruimte is.
108
KP-OPM-NL.book Page 109 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Opnamen bekijken
U kunt de opgeslagen opnamen bekijken op zowel de camera als het communicatieapparaat.
1
2
4
5
De beeldsopslaglocatie selecteren
Als u opnamen bekijkt in het display van het opnamenoverzicht van de toepassing, kunt u de beeldopslaglocatie (album) selecteren. U kunt hierbij kiezen tussen “Application”
(Toepassing) of “Gallery” (Galerij) (of “Camera Roll” (Filmrol)).
1
Tik op 4 .
5
3
1 Knop voor selectie van meerdere opnamen
2 Albumkeuzeknop (alleen beschikbaar voor de lijst met opnamen van de toepassing)
3 Bedieningsstanden
4
5 Communicatiepictogram
Tik op de miniatuuropname om deze te bekijken in de enkelbeeldweergave en controleer de opname-informatie hiervan.
2
Selecteer het album.
De opnamen in het geselecteerde album worden weergegeven.
Aanraakbediening
Links/rechts aantikken
Twee vingers op scherm uit elkaar of naar elkaar toe bewegen
Geeft de vorige/volgende opname weer.
Vergroot/verkleint de opname.
109
KP-OPM-NL.book Page 110 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Meerdere opnamen selecteren
1
Tik op 5 .
4
Selecteer de gewenste actie.
5
2
Tik op de opnamen die u wilt selecteren.
Er verschijnen blauwe vinkjes.
3
Raak een van de geselecteerde opnamen aan en houd deze vast.
t Memo
• Wanneer u de gewenste opname aanraakt en vasthoudt die wordt weergegeven in het display van het opnamenoverzicht of in het display van de opname-informatie, dan verschijnt hetzelfde scherm als bij stap 4 en kan de gewenste actie worden geselecteerd.
110
KP-OPM-NL.book Page 111 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De instellingen wijzigen
1
Tik op 6 .
Compositie aanpassen
Schakelt de functie
Compositiecorrectie in of uit.
Algemene instellingen
Wijzigt de communicatie-instellingen en de displaytaal.
2
Tik op [General Settings] (Algemene instellingen) om de communicatie-instellingen en de displaytaal te wijzigen.
3
Tik op het instellingsitem dat u wilt wijzigen.
5
Het scherm [Settings]
(Instellingen) verschijnt.
De volgende instellingen zijn beschikbaar.
Aanraken voor
AF
Stelt in of alleen autofocus wordt uitgevoerd of dat opnamen worden gemaakt na autofocus wanneer het beeld van de Live weergave wordt aangeraakt.
Opname-instell. foto's
Wijzigt de instellingen voor
Bestandsindeling en JPEG-resolutie.
Communication Settings
(Communicatie-instellingen)
Het wachtwoord en draadloze kanaal kunnen worden gewijzigd.
111
KP-OPM-NL.book Page 112 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Device Information
(Apparaatinformatie)
5
Language (Taal)
4
Wijzig de instellingen en tik op 1 .
112
KP-OPM-NL.book Page 113 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Memo
5
113
KP-OPM-NL.book Page 114 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Camera-instellingen
De functies van de e-knoppen en andere knoppen aanpassen
A 5/ C 2
6
De werking van de knoppen instellen
U kunt de functies instellen voor wanneer X , Y , Z of f wordt ingedrukt.
In de stand C kunt u alleen de functie instellen voor wanneer f wordt ingedrukt.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in menu A 5 of C 2 en druk op D .
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Selecteer het gewenste item en druk op D .
Het scherm verschijnt waarin de functie aan het geselecteerde item kan worden toegewezen.
1
3
Druk op D en gebruik AB om de functies te selecteren die u aan elke knop wilt toewijzen.
Fx1-knop
Fx2-knop
Fx3-knop
Instelling
Belichtingscorrectie
Gevoelig heid
-
Voorbeeld
Belichtings
geheugen
AF-gebied wijzigen
1x voor bestands form.
Elektr. waterpas
Wi-Fi
-
Functie
Stelt de belichtings
compensatiewaarde in (standaard toegewezen aan Z ).
Hiermee stelt u de
ISO-waarde in.
Hiermee wordt de stand ‘AF-gebied wijzigen’ of het gebruik van de richtingsknoppen ingesteld als de functie van de pijltoetsen.
Pagina
Geeft het voorbeeld weer om de compositie, belichting en scherpstelling te controleren voor het maken van opnamen.
Vergrendelt de
Verandert de bestandsindeling tijdelijk (standaard toegewezen aan X ).
Schakelt het display van Elektronische waterpas voor de zoeker en Live weergave in of uit
(standaard toegewezen aan Y ).
Schakelt de Wi-Fi™functie in of uit.
114
KP-OPM-NL.book Page 115 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Fx1-knop
Fx2-knop
Fx3-knop
AF/AE-Lknop
Instelling
Nachtweerg.
Vergrend. bed.elem.
AF1 inscha
kelen
AF2 inscha kelen
AF uitscha kelen
Functie
Schakelt de
Nachtweerg. LCDdisp. in of uit.
Schakelt de functie
Vergrend. bed. elem. in of uit.
Autofocus wordt uitgevoerd als u op f drukt.
Pagina
Autofocus wordt uitgevoerd wanneer u op f drukt. Half indrukken van 0 is uitgeschakeld.
Terwijl u op f drukt, is half indrukken van 0 uitgeschakeld.
Vergrendelt de
Belichtings
geheugen
*1 Alleen beschikbaar wanneer [Fx1-knop] wordt geselecteerd.
4
Druk op E .
5
Druk op F .
Het scherm van stap 2 verschijnt opnieuw.
Herhaal stappen 2 t/m 5.
6
Druk tweemaal op F .
t Memo
• U kunt de functies die zijn toegewezen aan de knoppen
raadplegen wanneer de functie Hulpdisplay actief is (p.28).
Wanneer de volgende functies worden toegewezen aan X , Y of Z , worden de functienaam en de huidige instelling weergegeven nadat op de knop wordt geduwd.
• 1x voor bestandsform.
• Elektr. waterpas
• Wi-Fi
• Nachtweerg. LCD-disp.
• U kunt dezelfde functie toewijzen aan X , Y en Z .
• Wanneer [AF-gebied wijzigen], [1x voor bestandsform.],
[Elektr. waterpas], [Wi-Fi] of [Nachtweerg. LCD-disp.] wordt toegewezen aan X , Y of Z , maakt het duwen op de knop een piepgeluid. Om het piepgeluid uit te schakelen, wijzigt u de geluidsinstelling voor elke functie in [Geluidseffecten] van menu D
• Wanneer [Vergrend. bed.elem.] wordt toegewezen aan X ,
Y of Z en wordt ingeschakeld, worden de gebruiksbeperkingen van knoppen en wielen geannuleerd als er een andere functie wordt toegewezen aan de knop.
1x voor bestandsformaat instellen
U kunt de bestandsindeling tijdelijk veranderen door op de knop te duwen tijdens het maken van opnamen. Standaard wordt
[1x voor bestandsform.] toegewezen aan X .
1
Stel [1x voor bestandsform.] in op [Fx1-knop],
[Fx2-knop] of [Fx3-knop] in Stap 3 van “De werking van de knoppen instellen” (p.114).
2
Selecteer Z of Y voor [Stop na 1 opname].
Z
De opname-indeling keert terug naar de
[Bestandsindeling]-instelling van [Opname-instell. foto's] in menu A 2 nadat een opname is gemaakt.
Y
De instelling blijft behouden totdat een van de volgende bedieningshandelingen wordt uitgevoerd:
• Wanneer X , Y of Z opnieuw wordt ingedrukt
• Wanneer 3 , F of G wordt ingedrukt, of wanneer wordt gedraaid aan het moduswiel of hoofdschakelaar
6
115
KP-OPM-NL.book Page 116 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
6
3
Selecteer de bestandsindeling voor wanneer op de knop wordt gedrukt.
Links staat de [Bestandsindeling]- instelling en rechts staat de gewijzigde bestandsindeling wanneer de knop wordt ingedrukt.
4
Druk driemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• Wanneer u de knop blijft indrukken, klinkt er een pieptoon en wordt 1x voor bestandsform. ingeschakeld.
Het voorbeeld instellen
U kunt het voorbeeld weergeven door de knop in te drukken voordat u opnamen maakt.
1
Stel [Voorbeeld] in op [Fx1-knop], [Fx2-knop]
of [Fx3-knop] in Stap 3 van “De werking van de knoppen instellen” (p.114).
2
Selecteer een voorbeeldmethode in [Voorbeeld selectie] en druk op E .
U
Optisch voorbeeld f
Digitaal voorbeeld
Activeert de functie Optisch voorbeeld om de scherptediepte te controleren met de zoeker.
Activeert de functie Digitaal voorbeeld om de compositie, belichting en scherpstelling op de monitor te controleren.
Zoomcontrole, Voorbeeldopname opslaan, Histogramweergave en
Overbelichting zijn beschikbaar.
Ga verder naar stap 4 wanneer U is geselecteerd.
3
Druk op B en selecteer Y of
Z voor elk display-item.
4
Druk driemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• Ongeacht de instelling wordt Optisch voorbeeld altijd gebruikt in de volgende situaties.
• Wanneer de transportstand is ingesteld op [Opn. spiegelomhoog-vergr.], [Meerdere opnamen] of [Intervalopname]
• In de stand C u Let op
• De effecten van sommige functies kunnen niet worden gecontroleerd tijdens Digitaal voorbeeld of worden niet toegepast op de opgeslagen voorbeeldopname.
116
KP-OPM-NL.book Page 117 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De Smart-functie instellen
Enkele nuttige functies kunnen worden toegewezen aan C1,
C2 en C3 van het functiewiel en de instellingswaarden kunnen
worden gewijzigd met het instelwiel. (p.21)
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in menu A 5 en druk op D .
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Draai aan R en selecteer
[Functiewiel] en druk op D .
Het scherm [Functiewiel] verschijnt.
2
3
Selecteer [C1], [C2] of [C3] en druk op D .
4
Gebruik AB om de functie te selecteren die u wilt opslaan.
Instelling
Gevoeligheid
Belichtings- correctie
Bracketwaarde
Aangepaste opname
Functie
Wijzigt de ISO-gevoeligheid.
Wijzigt de belichtingscompensatiewaarde.
Wijzigt de bracketwaarde voor
Bracketing.
Pagina
Wijzigt de afwerking van de opname voor Aangepaste opname (standaard toegewezen aan C1).
Instelling
AF-modus
Actief AFgebied
Scherpe contouren
Programmalijn
Selectie sluiterstand
Resolutie
Opnamevergroting
Beeldinstelling buiten
Functie
Wijzigt de AF-modus.
Wijzigt de selectiestanden voor scherpstelgebied.
Wijzigt de instelling voor
Scherpe contouren.
Wijzigt de instelling van de
Programmalijn.
Hiermee schakelt u tussen de mechanische sluiter en de elektronische sluiter.
Wijzigt de opnameresolutie van een opname of video.
Pagina
AA-filtersimulator
Rasterweergave
Wijzigt het opnametype van
AA-filtersimulator (standaard toegewezen aan C2).
Wijzigt het type van de rasterlijnen die worden weergegeven tijdens Live
Weergave of gewone weergave.
Opties LCDdisplay
Wijzigt het type informatie dat tijdens het maken van opnamen of in weergavestand getoond wordt.
Vergroot de opname bij het maken van opnamen met Live
Weergave of tijdens weergave.
Wijzigt de helderheid van de monitor (standaard toegewezen aan C3).
6
117
6
KP-OPM-NL.book Page 118 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Druk op E .
Het scherm [Functiewiel] verschijnt.
Herhaal stappen 3 t/m 5.
6
Druk driemaal op F .
t Memo
• De toegewezen functies kunnen worden geraadpleegd op het statusscherm of het Live
Weergave-scherm wanneer aan het functiewiel of instelwiel wordt gedraaid.
118
KP-OPM-NL.book Page 119 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De werking van de e-knoppen instellen
U kunt voor elke belichtingsstand de functies instellen voor wanneer aan Q en R wordt gedraaid en M wordt ingedrukt.
De functie kan worden ingesteld voor andere belichtingsstanden dan M .
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in menu A 5 of C 2 en druk op D .
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Draai aan R en selecteer [Instelling e-knoppen] en druk op D .
Het scherm [Instelling e-knoppen] verschijnt.
3
Selecteer een belichtingsstand
1
en druk op
D
.
Het scherm voor de geselecteerde belichtingsstand verschijnt.
4
Druk op D en gebruik AB om de combinatie van functies te selecteren voor wanneer aan Q en R wordt gedraaid en M wordt ingedrukt.
I Sluitertijd wijzigen
J
ISO e
Diafragmawaarde wijzigen
Gevoeligheid wijzigen
Belichtingscorrectie
X G Ga terug naar de stand
G SHIFT Progr. instellen
G
G
--
LINE Programmalijn
Niet beschikbaar
5
Druk op E .
6
Druk op F .
Het scherm [Instelling e-knoppen] verschijnt.
Herhaal stappen 3 t/m 6.
7
Druk driemaal op F .
t Memo
• Als u [Rotatierichting] selecteert bij stap 3, kunt u het verkregen effect omkeren door aan Q of R te draaien.
• U kunt de functies raadplegen die zijn toegewezen aan Q ,
R en M
, wanneer de Hulpdisplay (p.49) wordt getoond.
6
119
KP-OPM-NL.book Page 120 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
6
De monitor en indicatielampjes instellen
D 2
De helderheid, verzadiging en kleur van de monitor instellen
U kunt de helderheid, de verzadiging en de kleur van de monitor instellen.
1
Selecteer [Instell. LCD-display] in menu D 2 en druk op D .
Het scherm [Instell. LCD-display] verschijnt.
2
Pas de helderheid, verzadiging en kleur aan.
De helderheid van de monitor aanpassen voor het maken van buitenopnamen
Als de display van de monitor moeilijk te zien is wanneer u buiten opnamen maakt of in andere situaties, pas dan de helderheid van de monitor aan in
[Beeldinstelling buiten] van menu
D 2.
2
Nachtweerg. LCD-disp.
Indicatielampjes t Memo
• Wanneer [Beeldinstelling buiten] wordt toegewezen aan het functiewiel, kunt u de instelling wijzigen door de Smart-functie
te gebruiken. (p.21, p.117) Standaard is [Beeldinstelling
buiten] toegewezen aan C3.
Het oplichten van de indicatielampjes instellen
U kunt instellen of elk indicatielampje al dan niet moet oplichten in
[Indicatielampjes] van menu D 2.
Beschikbare bedieningshandelingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
M Stelt de instelwaarde terug naar de standaardinstelling.
3
Druk op E .
Het menu D 2 verschijnt opnieuw.
u Let op
• Wanneer [Beeldinstelling buiten] is ingesteld, kan [Instell.
LCD-display] niet worden gewijzigd.
120
KP-OPM-NL.book Page 121 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Veelgebruikte instellingen opslaan
A 5
Vier vooraf in de fabriek ingestelde instellingen—HDR
LANDSCHAP, MACRO, ASTROFOTO en HANDMATIG
OBJECTIEF—worden toegewezen aan O t/m 4 van het moduswiel.
U kunt veelgebruikte camera-instellingen opslaan onder O t/m 5 door de vooraf ingestelde instellingen te wijzigen.
De volgende instellingen kunnen worden opgeslagen.
Belichtingsfunctie
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Instellingen van menu A en menu E (met uitzonderingen)
De instellingen opslaan
1
Stel de belichtingsstand in en alle instellingen die moeten worden opgeslagen.
2
Selecteer [USER-stand opslaan] in menu A 5 en druk op D .
Het scherm [USER-stand opslaan] verschijnt.
3
Selecteer [Instellingen opslaan] en druk op D .
Het scherm [Instellingen opslaan] verschijnt.
4
Selecteer een USER-stand tussen [USER1] t/m [USER5] en druk op D .
5
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
6
Druk op F .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
u Let op
• [USER-stand opslaan] kan niet worden geselecteerd als het moduswiel is ingesteld op R of in de stand C .
t Memo
• De instellingen die zijn opgeslagen als de USER-stand, kunnen op de monitor worden getoond als u [Opgesl. instellingen control.] selecteert bij stap 3.
• Selecteer [USER-stand resetten] bij stap 3 als u de opgeslagen instellingen wilt terugzetten naar de standaardwaarden.
Een instelnaam wijzigen
U kunt de naam wijzigen van de USER-stand waaronder u de instellingen hebt opgeslagen.
1
Selecteer [USER-st. hernoemen] bij stap 3 van
“De instellingen opslaan” (p.121) en druk op
D .
Het scherm [USER-st. hernoemen] verschijnt.
2
Selecteer een USER-stand tussen [USER1] t/m
[USER5] en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
3
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal
18 alfanumerieke single-byte karakters en symbolen worden ingevoerd.
Cursor voor tekstselectie
S T U WX
A C
L M N O R
1 teken wissen
Annul.
Cursor voor tekstinvoer
6
121
6
KP-OPM-NL.book Page 122 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst de tekstselectiecursor.
R
Z
Verplaatst de tekstinvoercursor.
Wisselt tussen hoofdletters en kleine letters.
E Voert op de positie van de tekstinvoercursor een karakter in dat is geselecteerd met de tekstselectiecursor.
L Verwijdert een karakter op de positie van de tekstinvoercursor.
4
Verplaats na het invoeren van de tekst de tekstselectiecursor naar [Volt.] en druk op E .
Het scherm [USER-st. hernoemen] verschijnt.
Gebruik van de opgeslagen USER-stand
1
Zet het moduswiel in een stand tussen O t/m 5 .
De USER-standnaam wordt als de hulpdisplay weergegeven.
Gebruik AB om de opgeslagen instellingen te controleren.
250
1600
FF
2
Wijzig de instellingen voorzover nodig.
De belichtingsstand kan worden gewijzigd bij [Belichtingsfunctie] in menu A 1.
t Memo
• De instellingen die zijn gewijzigd bij stap 2 worden niet opgeslagen als de instellingen van de USER-stand. De camera keert bij uitschakeling terug naar de opgeslagen USERinstellingen. Als u de opgeslagen instellingen wilt wijzigen, slaat u de instellingen van de USER-stand opnieuw op.
122
KP-OPM-NL.book Page 123 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera
A 5
De instelwaarden van de meeste functies blijven opgeslagen als de camera wordt uitgezet. Voor de volgende functieinstellingen kunt u selecteren of de instellingen opgeslagen moeten blijven ( Z ) of moeten worden teruggezet naar de standaardwaarde ( Y ) wanneer de camera wordt uitgezet.
Stel dit in bij [Geheugen] van menu A 5.
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Flitsinstelling
Belichtingscompensatie
Transportstand
Witbalans
Aangepaste opname
Helderheid
Huidtint
Digitaal filter
HDR-opname
Pixelverschuiv.resolutie
Compositie aanpassen
Display opname-info
Display weergave-info
Beeldinstelling buiten
Nachtweerg. LCD-disp.
Vergrend. bed.elem.
t Memo
• Wanneer u [Reset] in menu D 5 uitvoert, worden alle geheugeninstellingen teruggezet naar de standaardwaarde.
Instellingen voor bestandsbeheer
Opnamen beveiligen tegen verwijdering
U kunt opnamen beveiligen zodat deze niet per ongeluk kunnen worden verwijderd.
u Let op
• Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de geplaatste geheugenkaart wordt geformatteerd.
1
Selecteer [Beveiligen] in het weergavepalet.
Het scherm voor selectie van het verwerkingstype verschijnt.
2
Selecteer [Selec. opname(n)] of [Een map select.] en druk op E .
3
Selecteer de opname(n) of map die u wilt beveiligen.
Ga verder naar stap 5 indien [Een map select.] is geselecteerd.
y
Hoe opname(n) selecteren (p.92)
4
Druk op G .
Het bevestigingsscherm verschijnt.
5
Selecteer [Beveiligen] en druk op E . t Memo
• Selecteer [Alle beelden beveiligen] in menu B 1 als u alle opnamen op de geheugenkaart wilt beveiligen.
6
123
KP-OPM-NL.book Page 124 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De map/bestandsinstellingen specificeren
D 4
6
Nieuwe map maken
Wanneer [Nieuwe map maken] is geselecteerd in menu D 4, dan wordt een map aangemaakt met een nieuw nummer wanneer de volgende opname wordt opgeslagen.
u Let op
• U kunt niet achtereenvolgens meerdere mappen aanmaken.
t Memo
• Er wordt automatisch een nieuwe map aangemaakt in de volgende gevallen.
• Wanneer de transportstand is ingesteld op
• Wanneer [Meerdere opnamen selecteren] of [Een map select.] is geselecteerd bij [RAW-ontwikkeling] van het
Mapnaam
Wanneer er opnamen worden gemaakt met deze camera, wordt er automatisch een map aangemaakt en worden de opnamen opgeslagen in deze nieuwe map. Elke mapnaam bestaat uit een volgnummer van 100 t/m 999 en een reeks van
5 karakters.
De reeks karakters voor de mapnaam kunt u wijzigen.
1
Selecteer [Mapnaam] in menu D 4 en druk op D .
Het scherm [Mapnaam] verschijnt.
2
Druk op D en selecteer
[Dat.] of [Option.].
Dat.
Option.
De vier cijfers van de maand en de dag waarop de opname werd gemaakt, worden toegewezen na het mapnummer.
De maand en de dag verschijnen afhankelijk van de [Datumnotatie]-instelling in [Datum instellen] van menu D 1.
Voorbeeld: 101_0125: voor opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
Een vrij te kiezen reeks van vijf karakters wordt toegewezen na het mapnummer. (Standaard instelling: PENTX)
Voorbeeld: 101PENTX
Ga verder naar stap 6 als u [Dat.] hebt geselecteerd of de reeks karakters niet wilt wijzigen.
3
Druk op B en druk vervolgens op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Wijzig de tekst.
Cursor voor tekstselectie
Voer vijf alfanumerieke singlebyte tekens in.
A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 _
Volt.
PP EE NN TT XX
Cursor voor tekstinvoer
Beschikbare bedieningshandelingen
ABCD Verplaatst de tekstselectiecursor.
R
E
M
Verplaatst de tekstinvoercursor.
Voert op de positie van de tekstinvoercursor een karakter in dat is geselecteerd met de tekstselectiecursor.
Stelt de ingevoerde tekst terug naar
“PENTX”.
124
KP-OPM-NL.book Page 125 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
5
Verplaats na het invoeren van de tekst de tekstselectiecursor naar [Volt.] en druk op E .
6
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Er wordt een map met een nieuw nummer aangemaakt wanneer de mapnaam wordt gewijzigd.
• Er kunnen maximaal 500 opnamen worden opgeslagen in
één enkele map. Wanneer het aantal gemaakte opnamen hoger wordt dan 500, wordt een nieuwe map aangemaakt met een nummer dat volgt op het nummer van de map die momenteel wordt gebruikt. Als de transportstand is ingesteld op [Bracketing], worden opnamen opgeslagen in dezelfde map totdat alle opnamen zijn gemaakt.
u Let op
• Het maximale mapnummer is 999. Nadat u dit aantal van
999 hebt bereikt, kunt u geen nieuwe opnamen maken als u probeert de mapnaam te wijzigen of probeert een nieuwe map aan te maken, of als de bestandsnaam het nummer
9999 heeft bereikt.
Bestandsnaam
Een van de volgende reeks karakters wordt gebruikt als het voorvoegsel van de bestandsnaam, afhankelijk van de instelling bij [Kleurruimte] van [Opname-instell. foto's] in menu A 2.
Kleurruimte Bestandsnaam sRGB IMGP .JPG
AdobeRGB _IMG .JPG
De eerste vier karakters kunnen worden gewijzigd in een reeks karakters van uw keuze.
1
Selecteer [Bestandsnaam] in menu D 4 en druk op D .
Het scherm [Bestandsnaam] verschijnt.
2
Selecteer A of C en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
I I M G P
.JPG
.JPG
.MOV
3
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal vier alfanumerieke single-byte karakters worden ingevoerd als een alternatief voor het eerste deel van de bestandsnaam, terwijl de sterretjes staan voor de getallen die opname na opname automatisch hoger worden.
y
4
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Wanneer bij [Kleurruimte] de optie [AdobeRGB] is geselecteerd, dan is “_” het voorvoegsel van de bestandsnaam en wordt de bestandsnaam gevormd door de eerste drie karakters van de ingevoerde reeks karakters.
• Voor video’s is “IMGP .MOV” of de ingevoerde reeks karakters de bestandsnaam, ongeacht de instelling bij
[Kleurruimte].
6
125
KP-OPM-NL.book Page 126 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
6
Bestandsnummer
Elke bestandsnaam bestaat uit een reeks van vier karakters en een volgnummer tussen 0001 en 9999.
Zelfs als een nieuwe map wordt aangemaakt bij [Opeenvolg. nummering] van [Bestandsnummer] in menu D 4, kunt u instellen of u voor de bestandsnaam door wilt gaan met de volgnummering.
Z
Y
Ook als er een nieuwe map wordt aangemaakt, wordt doorgegaan met de volgnummering voor de bestandsnaam.
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds het nummer 0001.
Selecteer [Herstel bestandsnr.] als u het bestandsnummer wilt terugzetten naar de standaardwaarde.
t Memo
• Wanneer het bestandsnummer het nummer 9999 bereikt, wordt een nieuwe map aangemaakt en wordt het bestandsnummer teruggezet.
De copyrightgegevens instellen
D 4
U kunt de informatie over de fotograaf en copyright ingesloten in de Exif-gegevens instellen.
1
Selecteer [Copyrightinformatie] in menu D 4 en druk op D .
Het scherm [Copyrightinformatie] verschijnt.
2
Gebruik CD om
[Copyrightgeg. insluiten] in te stellen.
Y
Copyrightgegevens worden niet ingesloten in de Exif-gegevens.
Z
Copyrightgegevens worden ingesloten in de Exif-gegevens.
3
Selecteer [Fotograaf] of [Copyrighthouder] en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal 32 alfanumerieke single-byte karakters en symbolen worden ingevoerd.
y
5
Druk tweemaal op F .
t Memo
• De Exif-informatie kan worden gecontroleerd in de
gedetailleerde infoweergave van de weergavestand (p.18)
of met behulp van de bijgeleverde software “Digital Camera
Utility 5”.
126
KP-OPM-NL.book Page 127 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De lokale datum en tijd van de opgegeven stad weergeven
D 1
De datum en tijd die zijn ingesteld bij de basisinstellingen
(“Basisinstellingen” (p.46)) dienen als datum en tijd voor uw
huidige locatie en vormen de opnamedatum/tijd van uw opnamen.
Als u de bestemmingstijd instelt op een locatie die verschilt van uw huidige locatie, dan kunt u de lokale datum en tijd op de monitor weergeven als u in het buitenland bent en ook opnamen opslaan met het tijdstempel van de lokale datum en tijd.
1
Selecteer [Wereldtijd] in menu D 1.
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
2
Selecteer bij [Tijdinstelling] de tijd die u wilt weergeven.
F (Thuistijd) of G
(Bestemmingstijd) kan worden geselecteerd.
3
Selecteer [ G Bestemmingstijd] en druk op D .
Het scherm [ G Bestemmingstijd] verschijnt.
4
Gebruik CD om een stad te selecteren.
Gebruik R om de regio te wijzigen.
5
Selecteer [Zomertijd] en gebruik CD om Y of Z te selecteren.
6
Druk op E .
Het scherm van stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Raadpleeg “Lijst met steden voor Wereldtijd” (p.147) voor
steden die als thuistijd of bestemmingstijd kunnen worden geselecteerd.
• Selecteer [ F Thuistijd] bij stap 3 om voor de thuistijd de instelling van de stad en zomertijd te wijzigen.
• G en de lokale datum en tijd verschijnen in het bedieningspaneel wanneer [Tijdinstelling] is ingesteld op G .
6
127
KP-OPM-NL.book Page 128 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
128
Beperkingen voor de combinaties van speciale functies
Elektronische sluiter
Helderheid/
Huidtint/
Digitaal filter
HDRopname
Flitser
Continuopname
×
Bracketing/
Bracketing scherptediepte/
Bracketing beweging
Opn. spiegelomhoog-vergr.
×
×
Meerdere opnamen
Intervalopname
Intervalcompositie
Intervalvideo opnemen
×
×
×
×
#
×
#
×
×
Sterrenspoor
HDR-opname
×
×
×
×
×
×
Pixelverschuiv.resolutie
AA-filtersimulator ×
*1 Er geldt een beperking voor de minimumwaarde van [Interval].
*2 Alleen wanneer de getimede belichting is ingesteld.
*3 [Bracketing] is niet beschikbaar.
*4 Alleen het laatste beeldje kan worden opgeslagen.
×
×
×
×
Pixelverschuiv. resolutie
Sterrenvolger
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
#: Beperkt
×
: Niet beschikbaar
AA-filtersimulator
Vervor
mingscorrectie/
Diffractie correctie
RAW-data opslaan
×
×
×
×
×
×
×
×
KP-OPM-NL.book Page 129 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Beschikbare functies met diverse objectieven
Alle opnamestanden zijn beschikbaar bij gebruik van een DA-,
DA L-, D FA-, FA J- of FA-objectief, of als een objectief met een positie 9 wordt gebruikt met de diafragmaring ingesteld in de positie 9 .
Afhankelijk van het gebruikte objectief gelden de volgende beperkingen.
x : Beschikbaar #: Beperkt
×
: Niet beschikbaar
Objectief
[Vattingtype]
DA
DA L
D FA
FA J
F
A
M
P
Functie
[KAF]
[KAF2]
[KAF3]
[KAF4]
[KAF]
[KAF2] [KAF] [KA]
[K]
Autofocus
(Alleen objectief)
(Met AF-adapter 1,7×)
Handmatig scherp stellen
(Met scherpstelindicatie)
(Met het matglas) x
– x x
– x x
– x
–
# x
–
# x
Quick-Shift focus
Actief AF-gebied [Auto]
x
× × × × x x
×
Autom. lichtmeting
[Meervlaks] x x x x ×
Stand G / H / I / J / K x x x x
x x x x # Stand L
Automatisch P-DDL-
Automatisch informatie over de brandpuntsafstand van het objectief verkrijgen x x x x x x x ×
× ×
Objectiefcorrectie
× × ×
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van F2.8 of sneller.
Alleen beschikbaar bij de stand 9 .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van F5.6 of sneller.
*3 Beschikbaar bij gebruik van de ingebouwde flitser, AF540FGZ,
AF540FGZ II, AF360FGZ, AF360FGZ II, AF201FG, AF200FG of
AF160FC.
*4 Alleen beschikbaar bij compatibele objectieven.
*5 Vervormingscorrectie en perifere verlichtingscorrectie worden uitgeschakeld bij gebruik van een DA FISH-EYE 10-17mm objectief.
*6 Als u een FA SOFT 28mm F2.8 objectief, FA SOFT 85mm F2.8 objectief of F SOFT 85mm F2.8 objectief gebruikt, stel [24
Diafragmaring gebruiken] dan in op [Activeren] in menu E 4. Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het diafragma.
*7 De functies van de objectiefcorrectie zijn beschikbaar met de volgende FA-objectieven (alleen vervormingscorrectie en instelling laterale chromatische aberratie kunnen worden gebruikt als de diafragmaring op een andere positie dan
FA
9 is ingesteld): FA
F2 AL [IF], FA 28mm F2.8 AL, FA 31mm F1.8 Limited, FA 35mm F2
AL, FA 43mm F1.9 Limited, FA 50mm F1.4, FA 77mm F1.8 Limited, k 85mm F1.4 [IF], FA k 200mm F2.8 ED [IF], FA
F4 ED, FA k 300mm F2.8 ED [IF], FA k k
FA k 400mm F5.6 ED [IF], FA k
F2.8 ED [IF], FA k 80-200mm F2.8 ED [IF] en FA k k 24mm
MACRO 200mm
300mm F4.5 ED [IF],
600mm F4 ED [IF], FA k 28-70mm
250-600mm F5.6
ED [IF].
*8 Vast ingesteld op [Spot].
*9 J met het diafragma breed open. (De diafragmaring heeft geen effect op de eigenlijke diafragmawaarde.) u Let op
• De camera werkt niet indien de diafragmaring in een andere positie staat dan 9 of wanneer gebruik wordt gemaakt van een objectief zonder positie 9 of van accessoires zoals een auto-tussenringenset, tenzij [24 Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Activeren] in menu E 4. Raadpleeg
“De diafragmaring gebruiken” (p.131) voor bijzonderheden.
• U kunt geen opnamen maken of sommige functies niet gebruiken als een intrekbaar objectief bevestigd is en niet uitgeschoven is. De camera stopt als het objectief tijdens het maken van opnamen wordt ingetrokken.
7
129
KP-OPM-NL.book Page 130 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
130
Over vattingnamen
DA- en D FA-objectieven met een motor en FA- zoomobjectieven met powerzoom maken gebruik van de
KAF2-vatting. (Van deze objectieven maken de objectieven zonder AF-koppeling gebruik van de KAF3-vatting.)
De KAF3-vatting uitgerust met een elektromagnetisch diafragmamechanisme in plaats van een diafragmabedienings- hendel wordt de KAF4-vatting genoemd.
FA-objectieven met één enkele brandpuntsafstand
(objectieven zonder zoom), DA- en DA L-objectieven zonder motor en D FA-, FA J- en F-objectieven zijn uitgerust met de
KAF-vatting. (De powerzoomfunctie is niet compatibel met deze camera.)
Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen van de betreffende objectieven voor bijzonderheden.
Compatibiliteit met de ingebouwde flitser
Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het gebruik van de ingebouwde flitser aan beperkingen onderhevig zijn.
(Vanaf december 2016)
Objectief
Beperkingen wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt
DA FISH-EYE 10-17 mm
F3.5-4.5 ED [IF]/
DA 12-24 mm F4 ED AL/
DA 14 mm F2.8 ED [IF]/
DA 15 mm F4 ED AL/
D FA 15-30 mm F2.8 ED
SDM WR/
FA
FA
[IF] k 300 mm F2.8 ED [IF]/
DA 560 mm F5.6 ED AW/ k 600 mm F4 ED [IF]/
FA k 250-600 mm F5.6 ED
De ingebouwde flitser is niet beschikbaar vanwege vignettering.
F FISH-EYE 17-28 mm
F3.5-4.5
DA 16-45 mm F4 ED AL
DA k 16-50 mm F2.8 ED AL
[IF] SDM
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm, of als de brandpuntsafstand 28 mm s en de opnameafstand 1 m of kleiner is.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 20 mm of minder is, of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand kleiner is dan 1,5 m.
KP-OPM-NL.book Page 131 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
DA 16-85 mm F3.5-5.6 ED
DC WR
DA 17-70 mm F4 AL [IF]
SDM
DA 18-250 mm F3.5-6.3 ED
AL [IF]
DA 18-270 mm F3.5-6.3 ED
SDM
D FA 24-70 mm F2.8 ED
SDM WR
FA k
Objectief
28-70 mm F2.8 AL
FA SOFT 28 mm F2.8/
FA SOFT 85 mm F2.8/
Beperkingen wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 24 mm of minder is en de opnameafstand
0,8 m of minder is.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm, of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand 1 m of kleiner is.
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 35 mm.
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm.
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 36 mm.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand kleiner dan
1 meter is.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De diafragmaring gebruiken
E 4
De sluiter kan zelfs worden ontspannen wanneer de diafragmaring van het D FA-, FA-, F- of A-objectief niet op positie 9 staat of wanneer een objectief zonder positie 9 aangesloten is.
Selecteer [Activeren] bij
[24 Diafragmaring gebruiken] in menu E 4.
Opname maken mogelijk bij andere stand dan "A"
De volgende beperkingen zijn afhankelijk van het gebruikte objectief van toepassing.
Objectief
D FA, FA, F, A, M (alleen objectief of met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Beperking
De sluitersnelheid wijzigt in relatie met het open diafragma maar een afwijking van de belichting is mogelijk.
D FA, FA, F, A, M, S (met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragmaobjectief zoals een reflexobjectief (alleen objectief)
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde maar een afwijking in de belichting is mogelijk.
FA SOFT 28mm/
FA SOFT 85mm/
F SOFT 85mm
(alleen objectief)
Binnen een handmatig diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met de
*1 Wanneer het moduswiel is ingesteld opo L of M , kan het diafragma worden verkleind tot de geselecteerde waarde.
7
131
KP-OPM-NL.book Page 132 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7 t Memo
• Als de diafragmaring op een andere positie dan 9 wordt ingesteld, dan werkt de camera in de stand J , ongeacht de instelling van het moduswiel, behalve wanneer de stand
L of M wordt geselecteerd.
• [F--] verschijnt voor de diafragma-indicator in het statusscherm, het Live Weergave-scherm en de zoeker.
Hoe de juiste belichting wordt bereikt als de diafragmaring niet op 9 is ingesteld
De juiste belichting kan worden bereikt met de volgende procedures wanneer de diafragmaring niet op 9 is ingesteld.
1 Zet het moduswiel op L .
2 Stel de diafragmaring in op het gewenste diafragma.
3 Druk op M .
De juiste sluitertijd wordt ingesteld.
4 Pas de ISO-gevoeligheid aan indien de juiste belichting niet kan worden bereikt.
Opnamen maken met Catch-in Focus opnamen
E 4
U kunt opnamen maken met Catch-In Focus met behulp van een handmatig scherpstelobjectief. De sluiter wordt automatisch ontspannen als de camera scherp stelt op het onderwerp.
1
Sluit een handmatig scherpstelobjectief aan op deze camera.
2
Stel [22 Catch-in focus] in op [Aan] in menu E 4.
3
Stel de v / w -schakelaar in op v en stel
[AF-modus] in op x .
4
Plaats de camera op een vaste steun zoals een statief.
5
Stel scherp op de positie waar het onderwerp kan passeren en druk 0 volledig in.
De sluiter wordt automatisch ontspannen wanneer het onderwerp op de gespecificeerde positie door de camera scherp is gesteld.
132
KP-OPM-NL.book Page 133 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
De brandpuntsafstand instellen
A 4
De functie Shake Reduction wordt geactiveerd op basis van de verkregen informatie over het objectief zoals de brandpuntsafstand. Stel de brandpuntsafstand in bij gebruik van een objectief waarvoor informatie over de brandpuntsafstand niet automatisch kan worden verkregen.
1
Stel [24 Diafragmaring gebruiken] in op [Activeren] in menu E 4.
2
Zet de camera uit.
3
Bevestig een objectief aan de camera en zet de camera aan.
Het scherm [Inv brandp afstand] verschijnt.
4
Gebruik AB om de brandpuntsafstand in te stellen.
Druk op C om in de lijst een waarde te selecteren.
Als u een zoomobjectief gebruikt, selecteer dan de feitelijke brandpuntsafstand met de zoominstelling die wordt gebruikt.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
35 mm t Memo
• De instelling van de brandpuntsafstand kan worden gewijzigd bij [Inv brandp afstand] in menu A 4.
Functies bij gebruik van een externe flitser
Gebruik van de volgende externe flitsers (optioneel) maakt diverse flitsstanden mogelijk, zoals de automatische flitsstand
P-DDL.
Compatibele flitser
Camerafunctie x : Beschikbaar #: Beperkt
Ingebouwde flitser
×
: Niet beschikbaar
AF540FGZ
AF540FGZ II
AF360FGZ
AF360FGZ II
AF201FG
AF200FG
AF160FC
Flitsen met anti rode ogen x x x
Automatisch overgaan op flitssynchronisatie-snelheid
Automatische instelling van de diafragmawaarde in de stand G of I
Automatisch P-DDLflitsen
Flitsen met langesluitertijdsynchronisatie
Belichtingscompensatie x x x
x x x x x
x x x x x
#
x x
AF-hulplicht van de externe flitser
Flitsen met 2e sluitergordijnsynchronisatie
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
× x
x x
×
#
#
Slave-flitser
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie
Draadloos flitsen
×
×
x x
×
×
×
*1 Alleen de stand R is beschikbaar voor de opnamestand.
*2 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA,
F- of A-objectief. (Indien u een objectief met een diafragmaring gebruikt, stel dan de diafragmaring in op de positie 9 .)
*3 Het AF-hulplicht is niet beschikbaar met de AF540FGZ of AF360FGZ.
7
133
KP-OPM-NL.book Page 134 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
*4 Sluitertijd van 1/90 seconden of langer.
*5 Beschikbaar met de AF201FG.
*6 Alleen beschikbaar in combinatie met de AF540FGZ, AF540FGZ II,
AF360FGZ of AF360FGZ II (twee of meer compatibele externe flitsers voor flitsen met contrastregelingssynchronisatie vereist).
*7 Alleen beschikbaar in combinatie met de AF540FGZ, AF540FGZ II,
AF360FGZ of AF360FGZ II.
u Let op
• Druk nooit op de knop 1 op de camera wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, sluit beide flitsers dan op elkaar aan met een verlengkabel.
• U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit
(het middelste contact van de flitsschoen is de minpool) omdat de camera en flitser anders beschadigd kunnen raken.
• Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Combinaties met flitsers van andere fabrikanten kan tot fouten in de apparatuur leiden.
t Memo
• Met de AF540FGZ, AF540FGZ II, AF360FGZ of AF360FGZ
II kunt u de flitser met korte-sluitertijdsynchronisatie gebruiken om een flitser te ontladen en neem een opname maken met een snellere sluitersnelheid dan 1/180 seconden.
Stel de opnamestand in op I , K of L .
• Bij het gebruik van twee of meer externe flitsers (AF540FGZ,
AF540FGZ II, AF360FGZ of AF360FGZ II) of bij het gebruik van deze externe flitsers in combinatie met de ingebouwde flitser kunt u de draadloze stand (controllerflits) gebruiken om opnamen te maken in de P-DDL flitsstand zonder dat u de flitsers met een kabel hoeft aan te sluiten. In dit geval stelt u het camerakanaal in op de externe flitsers. Het ingestelde kanaal kunt u op het statusscherm, het Live Weergave-
scherm en in de zoeker controleren. (p.14, p.19)
134
KP-OPM-NL.book Page 135 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Gebruik van de GPS-unit
Wanneer de optionele GPS-unit O-GPS1 is bevestigd op de camera, wordt er gps-informatie opgeslagen in de opname-info van een opname en zijn bovendien de volgende functies beschikbaar.
Elektronisch kompas
Toont de huidige geografische breedte, lengte, hoogte, richting, Coordinated
N 36°45.410'
W140°02.000'
89m
Universal Time
(UTC), opnamestand en belichtingswaarde.
Selecteer [Elektronisch kompas]
in “Opname-info display” (p.16).
0°
Sterrenvolger
GPStijdsync.
Traceert en maakt opnamen van hemellichamen.
Hemellichten kunnen vastgelegd worden als afzonderlijke punten, zelfs bij het maken van opnamen met een lange belichtingsinstelling, door de beweging van het in de camera ingebouwde Shake Reduction toestel te vergelijken met de beweging van de
Past de camera-instellingen voor de datum en tijd automatisch aan met behulp van de verkregen informatie van GPS-satellieten.
Stel dit in bij [GPS/E-kompas] van menu D 3.
t Memo
• Zie de handleiding van het GPS-apparaat voor meer informatie over hoe u het GPS-apparaat aansluit en informatie over de functies.
u Let op
• “Eenvoudige Navigatie” kan niet met deze camera gebruikt worden.
Hemellichamen - opnamen maken van
Sterrenvolger instellen
1
Bevestig de GPS-unit op de camera en zet de camera aan.
2
Selecteer [Sterrenvolger] in menu A 3 en druk op D .
Het scherm [Sterrenvolger] verschijnt.
3
Selecteer [Sterrenvolger] en druk op D .
4
Selecteer [Aan] en druk op
E .
A 3
5
Selecteer [Precieze kalibratie] en druk op D .
Het scherm [Precieze kalibratie] verschijnt.
6
Draai de camera volgens de instructie die wordt weergegeven op de monitor.
Het resultaat van de kalibratie verschijnt.
7
Druk op E .
Het scherm van stap 4 verschijnt opnieuw.
Als [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt, wijzig dan de camerarichting en voer opnieuw een kalibratie uit.
8
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
7
135
KP-OPM-NL.book Page 136 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
136 u Let op
• Als u een kalibratie uitvoert, let er dan op dat u de camera niet laat vallen. Wikkel de riem om uw pols of neem andere preventieve maatregelen.
• Als de batterij verwijderd is, voer dan opnieuw een kalibratie uit nadat de batterij is teruggeplaatst.
• Aangezien het magnetisch omgevingsveld varieert al naargelang de opnamelocatie, moet op elke locatie een nauwkeurige kalibratie worden uitgevoerd wanneer met
Sterrenvolger opnamen worden gemaakt van hemellichamen.
• Wijziging van het objectief of de hoek van de monitor nadat een kalibratie is uitgevoerd, kan enig effect hebben op het magnetische omgevingsveld. Voer in dat geval een nieuwe kalibratie uit.
Opnamen maken met de sterrenvolger
1
Stel het moduswiel in op M en stel de scherpstellingsmethode in op w .
2
Stel de opnameomstandigheden in.
FF
Beschikbare bedieningshandelingen
M Schakelt de getimede belichting in/uit.
Q Wijzigt de belichtingstijd binnen een bereik tussen 10" en 5'00" wanneer getimede belichting ingeschakeld is.
R Wijzigt de diafragmawaarde.
Z Voert een precieze kalibratie uit.
3
Stel scherp en druk 0 volledig in.
Er wordt gestart met de opname.
4
Druk 0 nogmaals volledig in.
Het maken van opnamen stopt.
De camera stopt automatisch met het maken van opnamen nadat de ingestelde tijd verstreken is wanneer getimede belichting is geactiveerd.
u Let op
• Deze functie kan in sommige opnamestanden of in combinatie
met sommige andere functies niet worden gebruikt. (p.128)
Wanneer de monitor te fel is
Bij het maken van opnamen op een donkere plek gedurende een lange tijd, kunt u de weergavekleur van de monitor veranderen in het rood door [Nachtweerg. LCD-disp.] in te stellen op [Aan] in menu D 2. Wanneer [Nachtweerg. LCD-disp.] wordt toegekend aan X , kunt u de functie Nachtweerg. LCD-display aan- of
uitzetten gewoon met een druk op de knop. (p.114)
KP-OPM-NL.book Page 137 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Problemen oplossen
t Memo
• In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat de camera niet werkt vanwege oorzaken zoals statische elektriciteit, etc.
Dit kunt u oplossen door de batterij te verwijderen en opnieuw te plaatsen. Er is geen reparatie nodig als de camera hierna weer correct werkt.
Probleem
De camera kan niet worden ingeschakeld.
De sluiter kan niet worden ontspannen.
Oorzaak
De batterij is niet op de juiste wijze geplaatst.
Oplossing
Controleer of de batterij in de juiste richting is geplaatst.
De batterij is bijna leeg.
Laad de batterij op.
De ingebouwde flitser wordt opgeladen.
Er is geen vrije ruimte op de geheugenkaart.
Wacht tot het opladen gereed is.
Plaats een geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder overbodige opnamen.
Gegevens worden verwerkt.
Wacht totdat de verwerking is voltooid.
De diafragmaring van het objectief is op een andere positie ingesteld dan 9 .
Zet de diafragmaring van het objectief in de stand 9 of selecteer [Activeren] bij [24
Diafragmaring gebruiken] in menu E
De AF-modus staat ingesteld op x en het onderwerp is niet scherp gesteld.
Stel de scherpstellingsmethode in op w en stel handmatig scherp.
Probleem
De autofocus werkt niet.
Oorzaak
Er kan moeilijk worden scherp gesteld op het onderwerp.
Oplossing v werkt niet goed bij objecten met een laag contrast (de hemel, witte muren, etc.), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, snel bewegende objecten of landschapsopnamen via een venster of een netachtig patroon.
Vergrendel de scherpstelling op een ander object dat zich op dezelfde afstand als uw onderwerp bevindt, richt dan op het doel en maak een opname.
Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van w .
Het onderwerp is te dichtbij.
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
De scherpstelling kan niet worden vergrendeld.
[Actief AF-gebied] van Live
Weergave is ingesteld op
[Traceren].
Stel [Actief AF-gebied] in op iets
De ingebouwde flitser gaat niet af.
De flitsstand is ingesteld op [Auto ontladen flitser].
Wanneer de flitsstand is ingesteld op [Auto ontladen flitser], gaat de flitser niet af als het onderwerp helder is.
De camera wordt niet herkend als deze aangesloten is op een computer.
De USBaansluitfunctie is ingesteld op
[PTP].
Stel [USB-aansluiting] in op
[MSC] in menu D
7
137
KP-OPM-NL.book Page 138 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
138
Probleem
Op opnamen verschijnen stof- of vuildeeltjes.
In de opname verschijnen pixeldefecten zoals heldere en donkere plekken.
Oorzaak
In de CMOSsensor zijn er defecte pixels.
Oplossing
De CMOS-sensor is vuil of stoffig.
Activeer [Sensor stofvrij maken] in menu D 5. De stofverwijderingsfunctie kan worden geactiveerd telkens wanneer de camera wordt aangezet en uitgezet.
aanhoudt.
Activeer [Pixeluitlijning] in menu
D 5.
Het duurt circa 30 seconden om de defecte pixels te corrigeren.
Zorg er daarom voor dat u een batterij gebruikt die volledig opgeladen is.
Sensor reinigen
D 5
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter als u de
CMOS-sensor reinigt met een blaaskwastje.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in menu D 5 en druk op D .
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
4
Selecteer [Spiegel omhoog] en druk op E .
De spiegel komt omhoog.
5
Reinig de CMOS-sensor met een blaasbalgje.
6
Zet de camera uit.
De spiegel keert automatisch terug naar de oorspronkelijke stand.
u Let op
• Gebruik nooit een spuitbus of blaasbalgje met een borstel.
Deze kunnen de CMOS-sensor beschadigen. Veeg de
CMOS-sensor ook niet schoon met een doek.
• Steek het uiteinde van het blaasbalgje niet in het vattinggebied van het objectief. De sluiter, de CMOS-sensor en de spiegel kunnen beschadigd raken als de stroom wordt ingeschakeld tijdens reiniging. Houd de camera met het objectief naar beneden gericht als u de sensor reinigt, zodat stof uit de richting van de camera valt wanneer het blaasbalgje wordt gebruikt.
• Wanneer het batterijniveau laag is, dan wordt het bericht
[Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de monitor getoond. Plaats een volledig opgeladen batterij. Er is een waarschuwingsgeluid te horen als het vermogen van de batterij tijdens de reiniging laag wordt.
Stop in dat geval onmiddellijk met de reiniging.
KP-OPM-NL.book Page 139 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM t Memo
• Neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum voor professionele reiniging van de CMOS-sensor aangezien dit een precisie-onderdeel betreft.
• U kunt de optionele sensorschoonmaakset O-ICK1 gebruiken om de CMOS-sensor te reinigen.
Foutberichten
Foutberichten
Geheugenkaart vol
Geen beeld
Deze opname kan niet worden weergegeven
Geen geheugenkaart in camera
Geheugenkaartfout
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Geheugenkaart beveiligd
Geheugenkaart is niet bruikbaar
Deze opname kan niet worden vergroot
Deze opname is beveiligd
Beschrijving
De geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe geheugenkaart of verwijder niet-benodigde opnamen.
Er zijn op de geheugenkaart geen opnamen aanwezig die kunnen worden weergegeven.
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een computer.
Er is geen geheugenkaart in de camera geplaatst.
De geheugenkaart vertoont een probleem, en er kunnen geen opnamen worden gemaakt of weergegeven.
Mogelijk kunt u opnamen wel weergeven of terughalen op een computer.
De door u gebruikte geheugenkaart is niet geformatteerd of is eerder op een ander apparaat gebruikt en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de kaart met deze camera voordat u de kaart in gebruik neemt.
De schrijfbeveiliging op de
geheugenkaart is ingeschakeld. (p.154)
Er is een geheugenkaart geplaatst die niet compatibel is met deze camera.
U probeert een opname te vergroten die niet kan worden vergroot.
U probeert een beveiligde opname te wissen. Maak eerst de beveiliging van
7
139
KP-OPM-NL.book Page 140 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Foutberichten Beschrijving
Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning Deze berichten verschijnen als u
Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen pixeluitlijning of sensorreiniging probeert uit te voeren, of als u een update van de firmware uitvoert terwijl het batterijniveau niet toereikend is. Plaats een volledig opgeladen batterij.
Onvoldoende batterijvermogen om de firmware bij te werken
Firmw. bijwerken onmogelijk.
Probleem met het bestand voor het bijwerken van de firmware
Updaten van de firmware is niet mogelijk.
Het updatebestand is beschadigd.
Probeer het updatebestand opnieuw te downloaden.
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Het hoogste mapnummer (999) wordt gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer de kaart.
7
140
De bewerking is niet op correcte wijze voltooid
Er kunnen geen nieuwe beelden worden geselecteerd
De bewerking is mislukt. Probeer het opnieuw.
U probeert meer dan het maximum aantal opnamen voor de volgende functie te selecteren.
• Kiezen & wissen
• RAW-ontwikkeling
• Beveiligen
Er kan geen opname worden bewerkt
Er zijn geen opnamen die kunnen worden verwerkt met gebruik van de functie
Digitaal filter of RAW-ontwikkeling.
Deze opname kan niet worden verwerkt
Dit bericht verschijnt als u probeert
Formaat wijzigen, Bijsnijden, Digitaal filter, Video bewerken, RAW-ontwikkeling of Opslaan als handmatige witbalans uit te voeren voor opnamen die met een andere camera zijn gemaakt, of wanneer u probeert Formaat wijzigen of Bijsnijden uit te voeren voor opnamen met een minimale bestandsgrootte.
Foutberichten
Deze functie is in deze modus niet beschikbaar
Beschrijving
U probeert een functie in te stellen die niet beschikbaar is voor de momenteel geselecteerde opnamestand.
De camera wordt uitgeschakeld om oververhitting te voorkomen
De camera schakelt zichzelf uit omdat de interne temperatuur te hoog is. Laat de camera uitgeschakeld totdat deze de tijd heeft gehad om af te koelen voordat u de camera weer inschakelt.
Ontspanknop is uitgeschakeld. Controleer of zoomingindex op obj. is ingesteld op een positie waarbij ontspan. mogelijk is
U kunt geen opnamen maken wanneer een intrekbaar objectief is aangesloten en
KP-OPM-NL.book Page 141 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Belangrijkste technische gegevens
Modelbeschrijving
Type
Objectiefvatting
Bruikbare objectieven
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare
P-DDL-flitser
PENTAX KAF2-bajonetvatting (AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten, K-vatting met voedingscontacten)
Objectieven met KAF4-, KAF3-, KAF2- (niet compatibel met powerzoom), KAF-, KA-vatting
Beeldopslagunit
Beeldsensor
CMOS met een primaire kleurenfliter, grootte:
23,5 × 15,6 (mm)
Effectief aantal pixels
Totaal aantal pixels
Sensor stofvrij maken
Ca. 24,32 megapixels
Ca. 24,96 megapixels
Gevoeligheid
(standaarduitvoer)
AA-filtersimulator
Reiniging beeldsensor via ultrasonische vibraties
“DR II”
ISO-bereik: 100 - 819200
• LW-stappen kunnen worden ingesteld op 1 LW,
1/2 LW of 1/3 LW
ISO AUTOinstelling
ISO-bereik (maximum), ISO-bereik (minimum)
ISO-gevoeligh.opties: AUTO, Tv
Minimum sluitertijd: AUTO (Langzaam, Stand.,
Snel), Tv (1/6000 tot 30 seconden)
Beeldstabilisator Sensorverschuiving Shake Reduction (SR II)
Moirévermindering met behulp van de SR-unit: Uit,
Type1, Type2, Bracketing (2 opnamen), Bracketing
(3 opnamen)
Bestandsindelingen
Opnameindelingen
RAW (PEF/DNG), JPEG (compatibel met Exif 2.3), compatibel met DCF 2.0
Resolutie
JPEG: q (24M: 6016×4000), p (14M:
4608×3072), o (6M: 3072×2048), r (2M:
1920×1280)
RAW: 24M (6016×4000)
Kwaliteitsniveau
Kleurruimte
Opslagmedia
Opslagmap
Opslagbestand
RAW (14bit): PEF, DNG
JPEG: m (Best), l (Beter), k (Goed)
• RAW + JPEG simultaan opneembaar sRGB, AdobeRGB
SD-, SDHC*- en SDXC*-geheugenkaarten
* Compatibel met UHSI
Mapnaam: Dat. (100_1018, 101_1019...) of een door de gebruiker toegewezen naam (standaard: PENTX)
Bestandsnaam: door de gebruiker toegewezen naam (standaard: IMGP )
Bestandsnummer: Opeenvolg. nummering, Reset
Zoeker
Type
Dekking (FOV)
Vergroting
Pentaprismazoeker
Ca. 100%
Ca. 0,95× (50 mm F1.4 bij oneindig)
Lengte oogafstand
(Eye-Relief)
Ca. 20,5 mm (vanaf het kijkvenster)
Ca. 22,3 mm (vanaf midden van objectief)
Dioptriecorrectie Circa -2,5 tot +1,5 m -1
Live weergave
Type
Autofocussysteem
Display
DDL-methode met gebruik van de
CMOS-beeldsensor
AF-methode: Contrastdetectie AF
Actief AF-gebied: Gezichtsherkenning, Traceren,
Meerdere AF-punten, Selecteren, Spot
Scherpe contouren: Randen accentueren, Randen extraheren, Uit
Zichtveld: circa. 100%, Vergroot beeld (tot 16×),
Rasterweergave (4×4 Raster, Gulden Snede,
Schaal, Vierkant 1, Vierkant 2, Rasterkleur: Zwart,
Wit), Histogramweergave, Overbelichting,
Compositie aanpassen
7
141
KP-OPM-NL.book Page 142 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
LCD-monitor
Type
Grootte
Punten
Instelling
Beeldinstelling buiten
Nachtweerg.
LCD-disp.
Kantelbare groothoek TFT-kleur LCD-monitor in een luchtspleetloze constructie met een frontpaneel van getemperd glas
3,0 inches (verhouding 3:2)
Circa 921K punten
Helderheid, verzadiging en kleuren instelbaar
Instelbare stappen van ±2
Aan, Uit
Witbalans
Type
Programmastanden
DDL-methode met gebruik van de CMOSbeeldsensor
Automatische witbalans, Meervoud. autom. witbalans, Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht
( D : Daglicht kleuren, N : Daglicht wit, W : Koel wit,
L : Warm wit), Lamplicht, n , Handm. witbalans
(tot drie instellingen), Kleurtemperatuur (tot drie instellingen), Kopiëren van de witbalansinstellingen van een gemaakte opname
Instelbare ±7 stappen op A-B-aslijn en G-M-aslijn Fijnafstelling
Scherpstellingssysteem
Type
DDL: autofocussysteem op basis van Phase
Matching
Helderheidsbereik LW -3 tot 18 (ISO100, bij normale temperatuur)
AF-modi
Enkel AF ( x ), Continu AF ( y ),
Automatische selectie AF ( z )
Selectiestanden voor scherpstelgebied
AF-hulplicht
Auto (27 AF-punten), Zoneselectie, Selecteren,
Uitgebr. AF-gebied (S, M, L), Spot
Specifiek AF-hulplicht op basis van LED
Belichtingsregeling
Type
Lichtmetingsbereik
Opnamestanden
Belichtingscorrectie
Belichtingsgeheugen
Sluiter
Type
DDL-meting open diafragma met een 86K pixel
RGB-sensor
Lichtmetingsstanden: Meervlaks, Centraalmeting,
Spot
LW -3 tot 20 (ISO100 bij 50mm F1.4)
Auto analyseren scène, Programma, Gevoel. voorkeuze, Sl.tijd voorkeuze, Diafr. voorkeuze,
Sl.tijd & diafr. voorkeuze, Handmatig, Bulb, USER1,
USER2, USER3, USER4, USER5
±5 LW (stappen van 1/3 LW of stappen van 1/2 LW kunnen worden geselecteerd)
Kan worden toegekend aan f , X , Y en Z in [Knoppen aanpassen].
Sluitertijd
Mechanische sluiter (elektronisch geregelde verticale spleetsluiter), Elektronische sluiter
[Mechanische sluiter] Auto: 1/6000 tot 30 seconden,
Handmatig: 1/6000 tot 30 seconden (1/3 LWstappen of 1/2 LW-stappen), Tijdopname (Bulb)
(getimede belichtingsinstelling mogelijk van 10 seconden tot 20 minuten)
[Elektronische sluiter]Auto: 1/24000 tot 30 seconden, Handmatig: 1/24000 tot 30 seconden
(1/3 LW-stappen of 1/2 LW-stappen)
Transportstanden
Selectie van standen
Enkelbeeld, Continu (H, M, L), Zelfontspanner
(12 sec., 2 sec., continu), Bracketing beeldjes), Bracketing beweging *1
*1 (2, 3 of
5 beeldjes), Bracketing scherptediepte *1 (3
(3 beeldjes),
Opn. spiegel-omhoog-vergr., Meerdere opnamen *2
*1 ,
,
Intervalopname *1 , Intervalcompositie
Intervalvideo opnemen *1 , Sterrenspoor
*1 Beschikbaar met zelfontspanner
*2 Beschikbaar met Continuopname of
Zelfontspanner
• Bracketing scherptediepte is beschikbaar in stand
J .
• Bracketing beweging is beschikbaar in stand I .
142
KP-OPM-NL.book Page 143 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Continuopname
Meerdere opnamen
Intervalopname
Max. circa 7,0 fps, JPEG ( q : m bij Continu H): tot circa 28 beeldjes, RAW: tot circa 8 beeldjes,
RAW+: tot circa 7 beeldjes
Max. circa 3,0 fps, JPEG ( q : m bij Continu M): tot circa 70 beeldjes, RAW: tot circa 15 beeldjes,
RAW+: tot circa 10 beeldjes
Max. circa 0,8 fps, JPEG ( q : m bij Continu L): tot circa 100 beeldjes, RAW: tot circa 100 beeldjes,
RAW+: tot circa 25 beeldjes
• Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op ISO100
• De opnamesnelheid vertraagt wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt of een hogere gevoeligheid wordt ingesteld.
Compositiemodus: Toenemend, Gemiddeld, Helder
Aantal opnamen 2 tot 2000 keer
[Intervalopname]
Interval: 2 sec. tot 24 uur, Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. tot 24 uur, Aantal opnamen:
2 tot 2000 keer, Int opname starten: Nu,
Zelfontspanner, Tijdstip
[Intervalcompositie]
Interval: 2 sec. tot 24 uur, Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. tot 24 uur, Aantal opnamen:
2 tot 2000 keer, Int opname starten: Nu,
Zelfontspanner, Tijdstip, Compositiemodus:
Toenemend, Gemiddeld, Helder, Proces opslaan:
Aan, Uit
[Intervalvideo opnemen]
Resolutie: z , u , t , Opname-indeling: Motion
JPEG (AVI), Interval: 2 sec. tot 24 uur, Standbyinterval: minimumtijd of 1 sec. tot 24 uur, Aantal opnamen: 8 tot 2000 keer (Wanneer z is geselecteerd: 8 tot 500 keer), Int opname starten:
Nu, Zelfontspanner, Tijdstip
[Sterrenspoor]
Resolutie: z , u , t , Opname-indeling: Motion
JPEG (AVI), Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. tot 24 uur, Aantal opnamen: 8 tot 2000 keer
(Wanneer z is geselecteerd: 8 tot 500 keer),
Int opname starten: Nu, Zelfontspanner, Tijdstip,
Uitfaden: Uit, Zwak, Normaal, Sterk
Flitser
Ingebouwde flitser
Ingebouwde en uitneembare uitklapbare P-DDLflitser
Richtgetal: ongeveer 6,0 (ISO 100/m)
Hoek van beeldweergave: gelijk aan 28 mm objectief in 35 mm formaat
Flitsstanden
Auto ontladen flitser (Auto analyseren scène), Auto ontladen flitser + Anti Rode Ogen (Auto analyseren scène), Flitser aan, Flitser aan + Anti Rode Ogen,
Lange-sluitertijdsync, Lange-sluitertijdsync + Anti
Rode Ogen, 2e sluitergordijn-sync, Handm. ontladen flitser (FULL tot 1/128 vermogen), Draadloos ontladen flitser (controllerflits)
Synchronisatiesnelheid
Belichtingscompensatie
1/180 seconde
-2,0 tot +1,0 LW
Externe flitser
P-DDL, 1e-sluitergordijn-synchronisatie, 2e sluitergordijn-sync, contrastregelingssynchronisatie, korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloze synchronisatie
* Beschikbaar met twee of meer compatibele externe flitsers
Opnamefuncties
Aangepaste opname
Autoselect, Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap,
Levendig, Schitterende kleur, Gedempt, Vlak,
Bleach Bypass, Diapositieffilm, Monochroom,
Cross-processing
Cross-processing Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Digitaal filter
Helderheid
Huidtint
HDR-opname
Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro,
Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit
-4,0 tot +4,0
Type1, Type2, Uit
Auto, Type1, Type2, Type3, Geavanceerde HDR,
Uit
Bracketwaarde: instelbaar
Automatisch uitlijnen (automatische compositiecorrectiefunctie): beschikbaar
Aan, Uit
Bewegingscorrectie: Aan, Uit
Pixelverschuivingsresolutie
Objectiefcorrectie
Vervormingscorrectie, Perifere verlichtingscorrectie,
Laterale chromatische aberratie-instelling,
Diffractiecorrectie
Instellingen
D-range
Overbelichtingscorr., Schaduwcorrectie
Ruisonderdrukking Ruisond. lange sltrtijd, Ruisond. hoge ISO-wrd
7
143
KP-OPM-NL.book Page 144 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Horizoncorrectie
Compositie aanpassen
Elektr. waterpas
Programmalijn
SR Aan: corrigeert tot op 1,0 graad
SR Uit: corrigeert tot op 1,5 graad
Instelbereik van ±1 mm omhoog, omlaag, naar links of rechts (±0,5 mm wanneer geroteerd); rotatiebereik van ±1 graad
Weergegeven in de zoeker (alleen in horizontale richting); weergegeven op de monitor (in horizontale en verticale richting)
Auto, Stand., Hogesnelheidvoork., Scherptediepte groot, Scherptediepte klein, MTF-voorkeuze
Video
Opname-indeling MPEG-4 AVC/H.264 (.MOV)
Resolutie/ beeldsnelheid
Autofocussysteem u t
(1920×1080, 60i/50i/30p/25p/24p)
(1280×720, 60p/50p)
AF-methode: Contrastdetectie AF
AF-modus: Enkel AF ( x ), Continu AF ( y )*
* Continu AF ( y ) is alleen beschikbaar wanneer er een compatibel objectief is bevestigd op de camera.
Actief AF-gebied: Meerdere AF-punten, Selecteren,
Spot
Scherpe contouren: Randen accentueren, Randen extraheren, Uit
Geluid
Opnametijd
Digitaal filter
Ingebouwde stereomicrofoon, externe microfoon
(compatibel met stereo-opname)
Niveau opnamegeluid: instelbaar
Tot 4 GB of circa 25 minuten; het opnemen wordt automatisch stopgezet als de interne temperatuur van de camera te hoog wordt.
Aangepaste opname
Autoselect, Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap,
Levendig, Schitterende kleur, Gedempt, Vlak,
Bleach Bypass, Diapositieffilm, Monochroom,
Cross-processing
Cross-processing Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro,
Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit
Weergavefuncties
Weergavebeeld
Wissen
Digitaal filter
RAWontwikkeling
Bewerkingsfuncties
Enkelbeeld, Weergave van meerdere opnamen (6,
12, 20, 35 en 80 opnamen), Opnamevergroting (Tot
16×, snel zoomen), Rasterweergave (4×4 Raster,
Gulden Snede, Schaal, Vierkant 1, Vierkant 2,
Rasterkleur: Zwart, Wit), Weergave van geroteerde opnamen, Histogramweergave (Y-histogram, RGBhistogram), Overbelichting, Auto opnamerotatie,
Gedetailleerde infoweergave, Copyrightinformatie
(Fotograaf, Copyrighthouder), GPS-informatie
(geografische breedte, lengte, hoogte, Coordinated
Universal Time (UTC)), richting, mapweergave, kalenderfilmstripweergave, Diavoorstelling
Enkelbeeld, alle opnamen, kiezen en wissen, map,
Momentcontrole-opname
Aanpass. basisparam., Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro, Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit, Tintuitbreiding, Schetsfilter, Aquarel,
Pastel, Posterisatie, Miniatuur, Soft, Sterren,
Fisheye, Vlak, Monochroom
Ontwikkelopties: Eén opname selecteren, Meerdere opnamen selecteren, Een map select.
Ontwikkelparameters: Witbalans, Aangepaste opname, Gevoeligheid, Helderheid, Huidtint, Digitaal filter, HDR-opname, Pixelverschuiv.resolutie,
Schaduwcorrectie, Ruisond. hoge ISO-wrd,
Vervormingscorrectie, Perifere verlichtingscorrectie,
Laterale chromatische aberratie - instelling,
Diffractiecorrectie, Correctie kleurrand,
Bestandsindeling (JPEG, TIFF), Verhoudingen,
JPEG-resolutie, JPEG kwaliteitsniveau, Kleurruimte
Beeldrotatie, Correctie kleurmoiré, Formaat wijzigen, Bijsnijden (verhouding kan worden gewijzigd en kantelingscorrectie is beschikbaar),
Video bewerken (splitsen van een videobestand en verwijderen van ongewenste segmenten), Een
JPEG-foto maken van een film, RAW-data opslaan
144
KP-OPM-NL.book Page 145 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Persoonlijke instellingen
USER-standen
Er kunnen maximaal 5 instellingen worden opgeslagen.
Functiewiel
C1, C2, C3
Toewijsbare items: Gevoeligheid,
Belichtingscorrectie, Bracketwaarde, Aangepaste opname, AF-modus, Actief AF-gebied, Scherpe contouren, Programmalijn, Selectie sluiterstand,
Resolutie (Foto: q , p , o , r ; Video: u , t ),
AA-filtersimulator, Rasterweergave, Opties LCDdisplay, Opnamevergroting, Beeldinstelling buiten
Persoonlijke functies
Geheugen voor standen
24 items
18 items
Knoppen aanpassen
AF-aanpassing
Bedien.elem. aan/uit
Tekstformaat
Wereldtijd
X -knop: Belichtingscorrectie, Gevoeligheid,
Voorbeeld, Belichtingsgeheugen, AF-gebied wijzigen, 1x voor bestandsform., Elektr. waterpas,
Wi-Fi, Nachtweerg. LCD-disp., Vergrend. bed.elem.
Y / Z -knop: Belichtingscorrectie, Gevoeligheid,
Voorbeeld, Belichtingsgeheugen, CAF-gebied wijzigen, 1x voor bestandsform., Elektr. waterpas,
Vergrend. bed.elem.
f -knop: AF1 inschakelen, AF2 inschakelen, AF uitschakelen, Belichtingsgeheugen
E-knoppen (voor/achterzijde): aanpasbaar voor elke belichtingsstand
AF.S-instelling: Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze
Actie 1e beeldje AF.C: Auto,
Scherpstellingsvoorkeuze, Sluitervoorkeuze
Actie bij AF.C Continu: Auto,
Scherpstellingsvoorkeuze, FPS-voorkeuze
AF-status vasthouden: Uit, Zwak, Normaal, Sterk
AF voor intervalopnamen: Vergrendelt scherpstelling bij 1e belichting, Past scherpstelling aan bij elke opname
Type1: Schakelt belichtingsregeling uit in standby
Type2: Schakelt de bedieningsfuncties van
ABCD , E en F uit in standby
Stand., Groot
Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
AF-aanpassing
Indicatielampjes
Copyrightinformatie
±10 stappen, uniforme instelling voor alle objectieven of afzonderlijke instelling voor elk objectief (er kunnen maximaal 20 waarden worden opgeslagen)
Zelfontspanner: Aan, Uit
LED-indicators GPS: Aan, Uit
Namen van fotograaf en copyright-houder zijn ingesloten in het opnamebestand. Er kan met de bijgeleverde software een revisiehistorie worden bekeken.
Voedingsbron
Batterijtype
Netvoedings adapter
Levensduur batterij
-
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109
Netvoedingsadapterset K-AC167 (los verkrijgbaar)
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (met 50% flitsergebruik): circa. 390 opnamen
(zonder flitsergebruik): circa 420 opnamen
Weergavetijd: circa 270 minuten
• Getest in overeenstemming met CIPA-norm met gebruik van een volledig opgeladen lithiumionbatterij bij een temperatuur van 23°C. Feitelijke resultaten kunnen verschillen afhankelijk van de opname-omstandigheden.
Interfaces
Aansluitpoort
USB 2.0 (micro B), externe voedingsbron, stereomicrofoon/aansluitpunt draadontspanner
(ø3.5 mm connector)
USB-aansluiting MSC/PTP
Video-uitvoer
Aansluitpunt USB/video-uitgang
• SlimPort -naar-HDMI ® -adapter vereist
Draadloze LAN
Standaards
IEEE 802.11b/g/n (standaardprotocol voor draadloos LAN)
Frequentie
(middenfrequentie) 2412 t/m 2462 MHz (kanalen: kanaal 1 t/m 11)
Beveiliging
Authenticatie: WPA2
Encryptie: AES
7
145
KP-OPM-NL.book Page 146 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Afmetingen en gewicht
Afmetingen
Ca. 131,5 mm (B) × 101,0 mm (H) × 76,0 mm (D)
(exclusief uitstekende delen)
Gewicht
Ca. 703 gram (inclusief specifieke batterij en een
SD-geheugenkaart)
Ca. 643 gram (alleen behuizing)
Systeemvoorwaarden
Temperatuur -10 tot 40°C
Vochtigheid 85% of minder (geen condens)
Inbegrepen accessoires
Inhoud van het pakket
Software
Riem O-ST132, Herlaadbare lithium-ionbatterij
D-LI109, Batterijlader D-BC109, Netsnoer, Software
(CD-ROM) S-SW167, Handleiding
<Bevestigd op de camera> Oogschelp F
R
,
Flitsschoenbeschermer F K , Dop cameravatting II ,
Driehoekige ring en beschermende afdekking,
Houder S O-GP167, Aansluitingenkap batterijhouder
Digital Camera Utility 5
Optionele accessoires
GPS-unit
O-GPS1: GPS-informatie (geografische breedte, lengte, hoogte, Coordinated Universal Time (UTC)),
Richting, Elektronisch kompas, Sterrenvolger
Kabelvrijgave
Batterijhouder
Houder
Draadontspanner CS-310
D-BG7
Houder S: O-GP167
Houder M: O-GP1671
Houder L: O-GP1672
Geschatte beeldopslagcapaciteit en weergavetijd
Batterij
D-LI109
(Bij gebruik van een volledig opgeladen batterij)
Temperatuur
Normale opnamen
Flitsfotografie
50% gebruik
100% gebruik
Weergave tijd
23°C 420 390 360
270 minuten
• Getest in overeenstemming met CIPA-norm met gebruik van een volledig opgeladen lithium-ionbatterij bij een temperatuur van 23°C.
Feitelijke resultaten kunnen verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Geschatte beeldopslagcapaciteit
Resolutie
(Bij gebruik van een geheugenkaart van 8 GB) m
JPEG kwaliteitsniveau l k
PEF q 24M p 14M o 6M r 2M
527
889
1964
4723
1192
1996
4309
9824
2339
3837
7923
16374
151
–
–
–
• De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren al naar gelang het onderwerp, de opnameomstandigheden, de geselecteerde opnamestand, de geheugenkaart, etc.
146
KP-OPM-NL.book Page 147 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Lijst met steden voor Wereldtijd
De volgende steden kunnen worden ingesteld als thuistijd en bestemmingstijd.
Regio Stad
Noord-
Amerika
Honolulu, Anchorage, Vancouver, San
Francisco, Los Angeles, Calgary, Denver,
Chicago, Miami, Toronto, New York, Halifax
Midden- en Zuid-
Amerika
Mexico-City, Lima, Santiago, Caracas, Buenos
Aires, Sao Paulo, Rio de Janeiro
Europa
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Lissabon, Madrid, Londen, Parijs, Amsterdam,
Milaan, Rome, Kopenhagen, Berlijn, Praag,
Stockholm, Boedapest, Warschau, Athene,
Helsinki, Moskou
Dakar, Algiers, Johannesburg, Istanboel, Caïro,
Jeruzalem, Nairobi, Jeddah, Teheran, Dubai,
Karachi, Kaboel, Male, Delhi, Colombo,
Kathmandu, Dacca
Yangon, Bangkok, Kuala Lumpur, Vientiane,
Singapore, Phnom-Penh, Ho Chi Minhstad,
Jakarta, Hongkong, Peking, Shanghai, Manilla,
Taipei, Seoul, Tokio, Guam
Perth, Adelaide, Sydney, Nouméa, Wellington,
Auckland, Pago Pago
Besturingsomgeving voor USB-aansluiting en bijgeleverde software
Met meegeleverde software “Digital Camera Utility 5” kunt u op een computer RAW-bestanden ontwikkelen, kleuren aanpassen of opname-informatie controleren. Installeer de software vanaf de meegeleverde CD-ROM (S-SW167).
Wij bevelen de volgende systeemeisen aan om de camera aan te sluiten op een computer met een in de handel verkrijgbare
USB-kabel en de software te gebruiken.
Windows
®
Besturingssysteem
Windows ® 10 (32-bits, 64-bits), Windows ®
(32-bits, 64-bits), Windows ® of Windows ® 7 (32-bits, 64-bits)
8.1
8 (32-bits, 64-bits)
Processor Intel ® Core™ 2 Duo of hoger
RAM
HDD
Monitor
4 GB of meer
Voor het installeren en opstarten van het programma:
Ca. 100 MB of meer aan beschikbare ruimte
Voor het opslaan van opnamebestanden: ca. 10 MB/bestand (JPEG), ca. 30 MB/bestand (RAW)
1280×1024 dots, 24-bit meerkleuren of hoger
7
147
KP-OPM-NL.book Page 148 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Macintosh
Besturingssysteem
Processor
RAM
HDD
OS X 10.12, OS X 10.11, OS X 10.10, OS X
10.9 of OS X 10.8
Intel ® Core™ 2 Duo of hoger
4 GB of meer
Voor het installeren en opstarten van het programma:
Ca. 100 MB of meer aan beschikbare ruimte
Voor het opslaan van opnamebestanden: ca. 10 MB/bestand (JPEG), ca. 30 MB/bestand (RAW)
1280×1024 dots, 24-bit meerkleuren of hoger Monitor t Memo
• Applicatiesoftware die zowel de formaten MOV (MPEG-
4AVC/H.264) als AVI (Motion JPEG) ondersteunt, is vereist om videobestanden af te spelen die zijn overgezet op een computer.
148
KP-OPM-NL.book Page 149 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Index
Symbolen
A -menu’s....................... 24
C -menu’s....................... 31
B -menu.......................... 33
D
-menu’s........................ 34
E
-menu’s ........................ 37
C -stand.......................... 59
A / K / C
Codering
2e sluitergordijn-sync ...... 65
Instellingen............... 69
A
AA-filtersimulator ............. 88
Aansluitpunt batterijhouder ........... 10
Aansluitpunt draadontspanner ...... 60
Aansluitpunt microfoon/ draadontspanner ...... 10
Aansluitpunt USB/videouitgang ..................... 10
Actie 1e beeldje AF.C...... 67
Actie bij AF.C Continu ..... 67
Actief AF-gebied........ 68, 71
AdobeRGB ...................... 54
AE-L met AF lock ............ 37
AF met zoeker ................. 67
Matching................... 67
z
.............................. 68
y
............................... 68
x
............................... 68
AF.S-instelling ........... 67, 70
AF/AE-L-knop................ 115
v /
AF-aanpassing ................ 72
AF-hulplicht ............... 10, 68
AF-kader.................... 49, 50
AF-koppeling ................... 10
AF-modus.................. 68, 70
AF-punt............................ 68
AF-punt weergeven ......... 20
Afwerking van de opname ............... 83
Algemene instellingen menu’s...................... 34
Alle beelden wissen......... 33
Alle opnamen beveiligen ............... 123
Andere weerg.-instell....... 28
Anti-aliasing-filter............. 88
Aquarel (Digitaal filter)..... 97
ASTROFOTO .................. 54
Auto (Actief AF-gebied) ... 68
Auto analyseren scène- stand ........................ 48
Auto LW-correctie............ 37
Auto opnamerotatie ......... 94
Auto SR Uit...................... 73
Auto Uitsch. ..................... 46
Autofocus ........................ 67
Automatisch ontladen flitser.......... 65
Automatische lichtmeting ................ 64
(Witbalans) ............... 80
Autoselect (Aangepaste opname) ................... 83
R
J -bracketing................. 75
J -stand......................... 55
AWB bij lamplicht ............ 81
B
Basisinstellingen.............. 46
(Digitaal filter) ........... 97
Batterij ............................. 42
Batterij opladen ............... 42
Batterij kiezen.................. 43
Batterijhouder .................. 43
Bedien.elem. aan/uit........ 57
Bedrijftijd lichtmtr ............. 20
Beelden vergroten ..... 50, 52
Beeldinstelling buiten .... 120
Beeldrotatie ..................... 94
Beeldsnelheid.................. 54
Beeldvlakindicator ........... 10
Belichtingscorrectie ......... 64
Belichtingsgeheugen ....... 57
Bestandsindeling ............. 54
Bestandsnaam .............. 125
Bestemmingstijd ............ 127
Beveiligen...................... 123
Bewolkt (Witbalans)......... 80
Bijsnijden ......................... 96
Bleach Bypass (Aangepaste opname) ................... 83
Bracketing........................ 74
Bracketing-volgorde......... 75
Bracketing beweging ....... 76
Bracketing-in-één ............ 75
Brandpuntsafstand- invoer ..................... 133
Brandpuntsafstand objectief.................. 133
M -stand ........................... 55
Bulb-belichting................. 55
C
Catch-in focus................ 132
Centraalmeting ................ 64
Communicatie-info......... 104
Computer....................... 102
Continu weergeven van opnamen .................. 94
Continuopname ............... 73
Contrast (Aangepaste opname) ................... 83
Contrastdetectie AF......... 67
Controllerflits.................. 134
Copyrighthouder............ 126
Copyrightinformatie ....... 126
Correctie kleurrand........ 100
7
149
KP-OPM-NL.book Page 150 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
150
(Aangepaste opname)................... 83
Cross-processing opslaan..................... 84
n
D
Daglicht (Witbalans) ........ 80
Datum instellen................ 47
Datumnotatie ................... 47
DC-ingang ....................... 44
Diafragmaring gebruiken ............... 131
Diafragmavoorkeuze met automatische belichting.................. 55
Diafragmawaarde ............ 55
Diapositiefilm (Aangepaste opname)................... 83
Diavoorstelling................. 94
Diffractiecorrectie ............ 86
Digitaal filter............... 84, 97
Digitaal voorbeeld.......... 116
Utility 5 ........... 101, 147
Dioptriecorrectieknop ...... 20
DNG ................................ 54
Draadloos ontladen flitser......................... 65
Draadloze LAN .............. 103
Draadontspanner............. 60
Draagriem........................ 40
D-range instellingen ........ 85
Dynamisch bereik............ 85
E
E-knop ........................... 119
Elektronische sluiter ........ 58
Elektronische waterpas............. 16, 20
Exif-gegevens................ 126
Externe flitser ................ 133
F
Filter .......................... 84, 97
Fisheye (Digitaal filter)..... 97
Flikkerreductie ................. 27
Ogen ........................ 65
Flitscorrectie .................... 65
Flitser....................... 65, 133
Flitser aan........................ 65
Flitsschoen ...................... 10
Formaat wijzigen ............. 96
Formatteren..................... 48
Fotograaf ....................... 126
Foutberichten ................ 139
Functiewiel .............. 21, 117
G
Gebruikersregistratie ......... 8
Gedempt (Aangepaste opname)................... 83
Gedetailleerde infoweergave............ 18
Geheugen...................... 123
Geheugenkaart................ 44
Geheugenkaart - initialiseren ............... 48
Geluid .............................. 59
Geluidseffecten ............... 34
Getimede belichting......... 58
Gevoeligheid ................... 62
Gevoeligheidsvoorkeuze bij automatische belichting .................. 55
GPS/E-kompas.............. 135
GPS-tijdsync.................. 135
GPS-unit........................ 135
H
Handm. ontladen flitser......................... 65
HDMI ®
HDR-opname .................. 86
Helder (Aangepaste opname) ................... 83
Helderheid ....................... 87
Helderheidsinstelling ....... 85
Hemellichamen-opnamen maken van.............. 135
Horizoncorrectie .............. 26
Houder............................. 40
Huidtint ............................ 87
Hulpdisplay...................... 49
I
Image Sync ................... 105
Indicatielampjes............. 120
Info/opties firmware ......... 36
Ingebouwde flitser ..... 10, 65
Instell. LCD-display........ 120
Instelwiel.......................... 21
Intervalcompositie............ 79
Intervalopname................ 79
Intrekbaar objectief.......... 50
ISO AUTO-instelling ........ 62
ISO-gevoeligheid............. 62
J
JPEG ............................... 54
JPEG-resolutie ................ 54
K
Kaart................................ 44
Kaartlampje ..................... 10
Kalenderfilmstripweergave.................. 93
Kalibratie........................ 135
Kelvin............................... 82
(Digitaal filter) ..... 84, 97
(Digitaal filter) ..... 84, 97
(Digitaal filter) ..... 84, 97
Kleurmoiré - correctie ...... 97
Kleurruimte ...................... 54
(Witbalans) ............... 82
Kleurtemperatuurstappen .................... 82
Knop ................................ 11
KP-OPM-NL.book Page 151 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Kwaliteit ........................... 54
Kwaliteitsniveau instellen.................... 87
L
Lamplicht (Witbalans)...... 80
Landschap (Aangepaste opname)................... 83
Ogen ........................ 65
Lange-sluitertijdsync........ 65
Language/
Laterale chromatische aberratieinstelling ................... 86
LCD-display............... 33, 47
Levendig (Aangepaste opname)................... 83
Live weergave ................. 14
Luidspreker...................... 10
LW-stappen ..................... 56
M
Macintosh ...................... 148
MACRO ........................... 54
Mapnaam ...................... 124
Mapweergave.................. 93
Mechanische sluiter......... 58
Meerdere opnamen- weergave.................. 92
Meervlaksmeting ............. 64
Meervoudige automatische witbalans
Menu ............................... 23
Menulocatie opslaan ....... 23
Microfoon................... 10, 60
Microfoonaansluitpunt ..... 60
(Digitaal filter) ........... 97
Mired ............................... 82
Moduswiel ....................... 49
Moduswiel-instelpunt....... 49
Moirévermindering........... 88
Momentcontrole......... 27, 49
Monitor ...................... 13, 45
Monochroom (Aangepaste opname)................... 83
(Digitaal filter) ........... 97
Movie SR......................... 31
MSC .............................. 102
L
-stand .......................... 55
N
Natuurlijk (Aangepaste opname)................... 83
Neonlicht - Daglicht wit (Witbalans).......... 80
Neonlicht – Daglicht kleuren (Witbalans) .. 80
(Witbalans) ............... 80
(Witbalans) ............... 80
Netvoedingsadapter ........ 44
O
Objectief .................. 41, 129
Objectief met diafragmaring ......... 131
Objectiefcorrectie ............ 86
Objectiefinformatiecontacten.................. 10
Objectiefvatting- richtteken.................. 41
Ontgrendelingsknop objectief.................... 41
Ontspant bij opladen ....... 66
Opeenvolgende nummering ............. 126
Oplaadtijd ........................ 42
Opnamegrootte wijzigen .................... 96
Opname-info display ....... 16
Opname-instellingen foto's......................... 54
Opnamen maken met de zoeker ................. 48
Opnamestand.................. 54
Opneembare tijd.............. 59
Opnemen menu’s ............ 24
Opslaan als handmatige witbalans .................. 82
Optisch voorbeeld ......... 116
Overbelichting ........... 17, 27
Overbelichtingscorr. ........ 85
P
Pastel (Digitaal filter) ....... 97
PEF ................................. 54
Perifere verlichtingscorrectie ................... 86
Persoonlijke instellingen ....... 22, 114
Persoonlijke instellingen menu’s...................... 37
Pixeluitlijning.................. 138
Pixelverschuivingsresolutie.................... 87
Portret (Aangepaste opname) ................... 83
(Digitaal filter) ........... 97
Precieze kalibratie ......... 135
Programma Automatische belichting .................. 55
Programmalijn ................. 56
G -stand .......................... 55
PTP................................ 102
R
Rasterweergave ........ 27, 52
RAW ................................ 54
RAW-formaat................... 54
RAW-ontwikkeling ......... 100
Reiniging........................ 138
Reset ......................... 36, 38
Resolutie.......................... 54
Resolutie video-uitvoer.... 95
Retro (Digitaal filter)... 84, 97
RGB-histogram................ 19
Richtgetal......................... 66
Richtingsknoppen............ 21
Rotatie-info opslaan......... 94
Rotatierichting................ 119
7
151
KP-OPM-NL.book Page 152 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
152
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd..... 56
S
(Digitaal filter) ..... 84, 97
Schaduwcorrectie............ 85
Schakelaar ...................... 11
Scherpe contouren .......... 70
Scherpstelindicatie .......... 49
Scherpstellingsmethode ................... 67
Scherpte (Aangepaste opname)................... 83
Scherptediepte ................ 57
(Digitaal filter) ........... 97
(Aangepaste opname)................... 83
SD-geheugenkaart .......... 44
Selectie sluiterstand ........ 58
Sensor reinigen ............. 138
Shake Reduction ............. 26
SlimPort
® ......................... 95
Sluitertijd.......................... 55
Sluitertijdvoorkeuze & diafragmavoorkeuze met automatische belichting.................. 55
Sluitertijdvoorkeuze met automatische belichting.................. 55
Smart-functie ........... 21, 117
Smartphone................... 103
Snel zoomen ................... 52
Soft (Digitaal filter)........... 97
Softwarebijgeleverde............ 147
Specificaties .................. 141
(Digitaal filter) ..... 84, 97
Spiegel ............................ 10
Spiegel omhoog vergrendeling - opnamen maken ...... 77
Spotmeting ...................... 64
sRGB............................... 54
Standby-stand ................. 13
Statusscherm .................. 14
(Digitaal filter) ..... 84, 97
Sterren (Digitaal filter) ..... 97
Sterrenspoor.................... 79
Sterrenvolger................. 135
H -stand ........................ 55
T
Taal instellen ................... 46
K
-stand........................ 55
Tekstformaat ................... 46
Tekstinvoer............ 121, 124
Tethered shooting ......... 103
Textuur instellen .............. 87
Thuistijd ................... 46, 127
TIFF............................... 100
Tijd(B) opname................ 58
Tijdinstelling................... 127
(Digitaal filter) ........... 97
Transportstand ................ 72
I -bracketing................. 76
I -stand......................... 55
U
werking van wielen en knoppen .............. 57
USB-aansluitpunt .......... 102
V
Vattingtype .................... 129
Vergrendelingsknop moduswiel ................ 49
Verhoudingen .......... 96, 100
Vervormingscorrectie....... 86
Verwerken van opnamen ........... 96
Verwijderen van geselecteerde opnamen .................. 92
Video ............................... 59
Video bewerken............... 99
Video-menu’s .................. 31
Vierwegbesturing....... 12, 21
Vlak (Aangepaste opname) ................... 83
Vlak (Digitaal filter) .......... 97
Voeding ........................... 46
Volume ............................ 34
Volume afspeelgeluid ...... 61
Volumelabel..................... 48
Voorbeeld ................ 57, 116
W
WB bij flitsen.................... 81
Weergave-info- scherm voor selectie van display ............... 17
Weergavekleur ................ 47
Weergavemenu ............... 33
Weergavepalet ................ 91
Weergavestand ............... 51
Wereldtijd....................... 127
Wiel.................................. 11
Wi-Fi™ .......................... 103
Windows
Wissen............................. 52
Witbalans......................... 80
Witbalans - instellingsbereik........ 81
Z
Zelfontspanner................. 74
Zoeker ............................. 19
Zoekeroverlay.................. 27
Zomertijd.................. 46, 127
KP-OPM-NL.book Page 153 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, controleer dan of alles nog goed werkt, vooral als u belangrijke opnamen wilt maken
(bijvoorbeeld bij een huwelijk of op reis). Als uw camera of opnamemedium (SD-geheugenkaart) een defect vertoont, kunt u er niet zeker van zijn dat beelden correct worden opgenomen of afgespeeld of ongeschonden naar een computer worden gekopieerd.
Over de batterij en de batterijlader
• Voor een optimale werking van de batterij bewaart u ze niet in volledig opgeladen toestand of bij hoge temperaturen.
• Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat van de levensduur.
• Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik, of op de dag van gebruik zelf op te laden.
• Het bij de camera geleverde netsnoer dient uitsluitend te worden gebruikt voor de batterijlader D-BC109. Gebruik het netsnoer niet voor andere apparaten.
• 6 Klasse II apparatuur: De meegeleverde batterijlader is een Klasse II
(dubbel geïsoleerd) product.
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto's de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is -10°C tot 40°C
(14°F to 104°F).
• De monitor kan bij hoge temperaturen zwart worden, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen. Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal deze er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg deze dan onmiddellijk weg.
• Bevestig of verwijder geen objectief wanneer er regen- of waterdruppels op de camera zijn. Water dat de camera of het objectief binnendringt, kan een storing veroorzaken.
• Druk niet met kracht op de monitor. Het risico bestaat dat de monitor hierdoor gaat barsten of niet meer naar behoren functioneert.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
De camera schoonmaken
• Maak de camera niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of benzine.
• Verwijder met een lenskwastje stof dat zich op het objectief heeft verzameld. Gebruik voor reiniging nooit een spuitbus, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum voor professionele reiniging van de CMOS-sensor. (Deze dienst is niet gratis.)
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
De camera opbergen
• Berg de camera niet op in de nabijheid van conserveermiddelen of chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg deze op een droge en goed geventileerde plaats op.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar deze aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
7
153
KP-OPM-NL.book Page 154 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Over SD-geheugenkaarten
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schrijfbeveiligingsschuifje.
Wanneer u het schuifje op
LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, kunnen bestaande gegevens op de
Schrijfbeveiliging kaart niet worden gewist en kan de kaart door de camera of een computer niet worden geformatteerd.
• De SD-geheugenkaart kan heet zijn als u de kaart onmiddellijk na gebruik van de camera verwijdert.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet en schakel de stroom niet uit terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. Anders kunnen gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Onder de volgende omstandigheden bestaat het risico dat gegevens op de SD-geheugenkaart ongewild worden gewist. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor gewiste gegevens als
1. de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
2. de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
3. als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
4. de SD-geheugenkaart of de batterij wordt verwijderd terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die al in andere camera's werden gebruikt.
• Let op dat door het verwijderen van gegevens op een SDgeheugenkaart, of door het formatteren van een SD-geheugenkaart, de originele gegevens niet volledig verwijderd worden. Verwijderde gegevens kunnen soms hersteld worden met behulp van commercieel beschikbare software. Indien u uw SD-geheugenkaart gaat weggooien, weggeven of verkopen, dan dient u ervoor te zorgen dat de gegevens op de kaart volledig verwijderd worden of dat de kaart zelf vernietigd wordt indien deze persoonlijke of gevoelige informatie bevat.
• Het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart is volledig voor eigen risico.
154
Over de draadloze LAN-functie
• Gebruik de camera niet op een plaats waar elektrische producten,
AV/OA-apparaten, etc. magnetische velden en elektromagnetische golven genereren.
• De camera kan mogelijk niet communiceren als deze wordt beïnvloed door magnetische velden en elektromagnetische golven.
• Als de camera wordt gebruikt in de buurt van een tv of radio, kan er een slechte ontvangst of een storing op het tv-scherm optreden.
• De zoekactie wordt mogelijk niet correct uitgevoerd als er meerdere draadloze LAN-toegangspunten in de buurt van de camera zijn en hetzelfde kanaal wordt gebruikt.
• De beveiliging van de gegevens die door u worden opgeslagen, verzonden of ontvangen is uw eigen verantwoordelijkheid.
De frequentieband die door de camera wordt gebruikt, wordt - samen met industriële, wetenschappelijke en medische toestellen zoals een magnetron – ook gebruikt door radiozenders voor locaties en inrichtingen (draadloze zenders waarvoor een licentie is vereist) en radiozenders met laag vermogen (draadloze zenders waarvoor geen licentie is vereist) voor mobiele objectidentificatie die gebruikt worden in productielijnen van fabrieken, etc. en amateurradiozenders
(draadloze zenders waarvoor een licentie is vereist).
1. Controleer, voordat u de camera gebruikt, of er geen radiozenders voor locaties en inrichtingen, radiozenders met laag vermogen voor mobiele objectidentificatie en amateurradiozenders in de buurt worden gebruikt.
2. In het geval dat de camera radiogolven uitzendt die schadelijke interferentie veroorzaken bij radiozenders voor locaties en inrichtingen voor mobiele objectidentificatie, wijzigt u de gebruikte frequentie onmiddellijk om interferentie te voorkomen.
3. Als u andere problemen heeft zodanig dat de camera radiogolven uitzendt die schadelijke interferentie veroorzaken bij radiozenders met laag vermogen voor mobiele objectidentificatie of bij amateurradiozenders, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum.
Deze camera is in overeenstemming met de technische standaards krachtens de Radio Law and Telecommunications Business Law en de certificering van conformiteit met technische standaards kan worden weergegeven op de monitor.
De certificeringsmerktekens van conformiteit met draadloze technische standaards krachtens de Radio Law and Telecommunications Business
Law kunnen worden getoond via [Certificeringsmerktek.] in menu D 5
menu. Raadpleeg “Gebruik van de menu’s” (p.23) voor hoe u de menu’s
gebruikt.
KP-OPM-NL.book Page 155 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
Handelsmerken
• Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.
• Macintosh, macOS, OS X en App Store zijn handelsmerken van
Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
• Intel en Intel Core zijn handelsmerken van Intel Corporation in de
Verenigde Staten en/of andere landen.
• Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
• Google, Google Play en Android zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google Inc.
• Wi-Fi is een gedeponeerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance.
• IOS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Cisco in de Verenigde Staten en andere landen en wordt gebruikt krachtens een licentie.
• Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie van
Adobe Systems Incorporated.
• Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing,
LLC in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Analogix en SlimPort zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Analogix Semiconductor, Inc.
• MHL, het MHL-logo en Mobile High-Definition Link zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van MHL, LLC in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Alle overige handelsmerken behoren toe aan de desbetreffende houders.
• Dit product maakt gebruik van het RICOH RT-font dat is ontworpen door
Ricoh Company Ltd.
• Dit apparaat ondersteunt PRINT Image Matching III. Wanneer digitale fototoestellen, printers en software worden gebruikt die PRINT Image
Matching ondersteunen, kunnen beelden worden gemaakt die beter overeenstemmen met hetgeen de fotograaf wil bereiken. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet compatibel zijn met
PRINT Image Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson
Corporation. Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van
Seiko Epson Corporation.
AVC Patent Portfolio License
Dit product is in licentie gegeven onder de AVC-patentportfoliolicentie voor privégebruik door een consument en andere vormen van gebruik zonder vergoeding met het oog op (i) het coderen van video in overeenstemming met de AVC-norm (“AVC-video”) en/of (ii) het decoderen van AVC-video die werd gecodeerd door een consument in een privéactiviteit en/of werd verkregen via een videoleverancier die een licentie heeft om AVC-video te leveren. Geen enkele licentie wordt gegeven of wordt geacht te zijn gegeven voor enig ander gebruik.
Meer informatie kunt u krijgen bij MPEG LA, LLC.
Zie http://www.mpegla.com.
7
155
KP-OPM-NL.book Page 156 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Mededeling betreffende het gebruik van software met BSD-licentie
Dit product omvat software waarvoor een BSD-licentie geldt. Een BSDlicentie is een licentievorm die herdistributie van de software toestaat, mits duidelijk wordt vermeld dat voor het gebruik geen garantie geldt, en een copyrightverklaring en licentievoorwaarden worden geleverd. De volgende inhoud wordt hier weergegeven op basis van de bovengenoemde licentievoorwaarden en is niet bedoeld om uw gebruik van het product te beperken, etc.
Tera Term
Copyright (C) 1994-1998 T. Teranishi
(C) 2004-2016 TeraTerm Project
All rights reserved.
Herdistributie en gebruik in bronvorm en binaire vorm is, met of zonder modificatie, toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Herdistributies van de broncode moeten bovengenoemde copyrightverklaring, deze lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer bevatten.
2. Herdistributies in binaire vorm moeten de bovengenoemde copyrightverklaring, deze lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer bevatten in de documentatie en/of andere materialen die met de distributie zijn mee geleverd.
3. De naam van de auteur mag zonder specifieke voorafgaande schriftelijke toestemming niet worden gebruikt voor ondersteuning of promotie van producten die van deze software zijn afgeleid.
DEZE SOFTWARE WORDT DOOR DE AUTEUR “AS IS” (ZOALS DEZE
IS) GELEVERD EN ALLE EXPLICIETE OF IMPLICIETE GARANTIES
WORDEN AFGEWEZEN, INCLUSIEF, MAAR NIET BEPERKT TOT,
DE IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. IN GEEN ENKEL GEVAL
IS DE AUTEUR AANSPRAKELIJK VOOR DIRECTE, INDIRECTE,
INCIDENTELE OF SPECIALE SCHADE OF GEVOLGSCHADE OF
SCHADE MET EEN BOETEKARAKTER (INCLUSIEF, MAAR NIET
BEPERKT TOT, AANKOOP VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF
DIENSTEN; VERLIES VAN GEBRUIK, DATA, OF WINST; OF
BEDRIJFSONDERBREKING), OP WELKE WIJZE DAN OOK
VEROORZAAKT EN OP BASIS VAN WELKE AANSPRAKELIJKHEID
DAN OOK, ONGEACHT OF DIE BETREKKING HEEFT OP EEN
CONTRACT, AANSPRAKELIJKHEID BUITEN SCHULD, OF
ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF
ANDERSZINS), DIE OP ENIGE WIJZE VOORTVLOEIT UIT HET
GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, ZELFS ALS BEKEND IS DAT
DERGELIJKE SCHADE KAN OPTREDEN.
156
KP-OPM-NL.book Page 157 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
GARANTIEBEPALINGEN
Al onze camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na de datum van uw aankoop. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de camera niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Procedure tijdens de garantieperiode van 12 maanden
Een camera die defect raakt gedurende de garantieperiode van
12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw camera gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw camera in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar. Teneinde de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, gelieve u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad hebt geadresseerd aan de fabrikant. Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van onze distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met onze distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
7
157
KP-OPM-NL.book Page 158 Tuesday, February 14, 2017 5:47 PM
7
Voor klanten in Europa
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Als u zich op de juiste wijze van deze producten ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
Als een chemisch symbool is toegevoegd onder het hierboven getoonde symbool (conform de richtlijn voor batterijen), dan wil dit zeggen dat een zwaar metaal (Hg = kwik, Cd = cadmium, Pb
= lood) in de batterij aanwezig is met een concentratie die hoger is dan de desbetreffende drempelwaarde die in de batterijrichtlijn is vastgelegd.
Neem voor meer informatie over de inzameling en recycling van gebruikte producten contact op met de gemeente, de vuilnisdienst of de leverancier van het product.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u zich van gebruikte producten wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
Voor Zwitserland: Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur kan gratis worden teruggebracht naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
Kennisgeving aan gebruikers in EER-landen
Dit product voldoet aan de essentiële eisen en bepalingen van Richtlijn 2014/53/EU.
U kunt de CE-conformiteitsverklaring raadplegen via de URL: http://www.ricoh-imaging.co.jp/english/support/ declaration_of_conformity.html
en door het toepasselijke product te selecteren.
Operationele frequentieband: 2400 MHz - 2483,5 MHz
Maximaal radiofrequentievermogen: 8,16 dBm EIRP
Europese importeur: RICOH IMAGING EUROPE S.A.S.
Parc Tertiaire SILIC 7-9, avenue Robert Schuman - B.P. 70102,
94513 Rungis Cedex, FRANKRIJK
Fabrikant: RICOH IMAGING COMPANY, LTD.
1-3-6, Nakamagome, Ohta-ku, Tokio 143-8555, JAPAN
158
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese
Unie.
OPKP105-NL
e_kb581_cover_6mm.fm Page 2 Tuesday, February 14, 2017 3:51 PM
Hoe u uw camera veilig gebruikt
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van deze camera. Bij gebruik van deze camera vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarsch uwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• Richt bij het maken van foto’s de camera niet op de zon of andere sterke lichtbronnen, en laat de camera met de objectiefdop verwijderd niet liggen in direct zonlicht. Dit kan tot fouten in de camera leiden of brand veroorzaken.
• Kijk niet door het objectief als deze op de zon of een andere sterke lichtbron gericht is. Dit kan leiden tot verlies of beschadiging van het gezichtsvermogen.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken.
Verwijder de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Pas op
• Leg uw vingers niet op de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes.
Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken.
Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met een niet juist gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning is 100 - 240V wisselstroom.
• Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als u tijdens gebruik van de batterijlader of netvoedingsadapter een lichtflits ziet of onweer hoort, haal de stekker dan uit het stopcontact en gebruik de camera niet langer. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Veeg de stekker van het netsnoer schoon als deze met stof bedekt is.
Opgehoopt stof kan brand veroorzaken.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal
AWG-koper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMA-configuratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig. Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Als het netsnoer beschadigd raakt, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
• Raak het aansluitpunt voor het netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact.
Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel deze ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan oververhitting, explosies of schade aan de batterijlader veroorzaken.
Memo
e_kb581_cover_6mm.fm Page 1 Tuesday, February 14, 2017 3:51 PM
RICOH IMAGING COMPANY, LTD.
1-3-6, Nakamagome, Ohta-ku, Tokio 143-8555, JAPAN
(http://www.ricoh-imaging.co.jp)
RICOH IMAGING EUROPE
S.A.S.
Parc Tertiaire SILIC 7-9, avenue Robert Schuman - B.P. 70102,
94513 Rungis Cedex, FRANKRIJK
(http://www.ricoh-imaging.eu)
RICOH IMAGING AMERICAS
CORPORATION
RICOH IMAGING CANADA
INC.
5 Dedrick Place, West Caldwell, New Jersey 07006, VS.
(http://www.us.ricoh-imaging.com)
5520 Explorer Drive Suite 300, Mississauga, Ontario, L4W 5L1, CANADA
(http://www.ricoh-imaging.ca)
RICOH IMAGING CHINA CO.,
LTD.
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road, Xu Hui District,
Shanghai, 200032, CHINA
(http://www.ricoh-imaging.com.cn)
Deze contactgegevens kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd.
Controleer de nieuwste gegevens op onze websites.
Digitale spiegelreflexcamera
Bedieningshandleiding
• De specificaties en de afmetingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
OPKP105-NL Copyright © RICOH IMAGING COMPANY, LTD. 2016
FOM 14 02 2017 Printed in Europe
Inleiding
Voorbereidingen
Opnamen maken
Weergeven
Delen
Instellingen
Bijlage
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
6
7
4
5
1
2
3
Herunterladen
Werbung