Samsung GX-10 Handleiding
PDF
Документ
Реклама
Реклама
Gebruiksaanwijzing Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung. Deze handleiding biedt alle informatie die u nodig hebt om de camera te kunnen gebruiken, inclusief het maken van opnamen, het downloaden van afbeeldingen en het gebruiken van de toepassingssoftware. Lees deze handleiding goed door voordat u gaat werken met uw nieuwe camera. NEDERLANDS VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA Hartelijk dank voor het aanschaffen van een digitale camera van Samsung. ƃ Lees, voordat u deze camera gaat gebruiken, eerst de gebruikershandleiding zorgvuldig door. ƃ Wanneer u service nodig hebt, neemt u de camera en de accessoires die verantwoordelijk zijn voor de storing aan de camera (zoals batterijen, geheugenkaart, enz.) mee naar het geautoriseerde servicecentrum. ƃ Controleer voordat u de camera wilt gaan gebruiken (bijvoorbeeld vóór een uitstapje of een belangrijke gebeurtenis) of deze correct werkt om teleurstellingen te voorkomen. Samsung camera accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies of voor enige schade die het gevolg is van storingen aan de camera. ƃ Bewaar de handleiding op een veilige plek. Ҭ Microsoft Windows en het Windows-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Ҭ Alle merk- en productnamen in deze handleiding zijn gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren. ſ Specificaties kunnen zonder voorafgaande mededeling worden gewijzigd. Deze handleiding bevat instructies voor het gebruik van deze camera die u helpen op een veilige en juiste wijze te werken met deze camera. Hierdoor voorkomt u schade en letsel bij anderen. GEVAAR GEVAAR geeft een dreigend gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan, kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWING WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan, kan leiden tot ernstig letsel of de dood. VOORZICHTIG VOORZICHTIG duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, zou kunnen resulteren in gering tot matig letsel. [1] Gevaar ƈ Probeer deze camera niet op enigerlei wijze aan te passen. Dit kan namelijk leiden tot brand, letsel, elektrische schokken of ernstige schade aan u of uw camera. Interne inspectie, onderhoud en reparaties dienen te worden uitgevoerd door uw leverancier of door het servicecentrum voor cameras van Samsung. ƈ Gebruik dit product niet in de directe nabijheid van brandbare of explosieve gassen, aangezien hierdoor het risico van een explosie toeneemt. ƈ Gebruik de camera niet meer als er vloeistof of vreemde voorwerpen in zijn binnengedrongen. Schakel de camera uit en verwijder de stroombron (batterijen of wisselstroomadapter). U moet contact opnemen met uw leverancier of met het servicecentrum voor cameras van Samsung. Ga niet door met het gebruik van de camera omdat dit kan leiden tot brand of elektrische schokken. ƈ Stop geen metalen of brandbare voorwerpen in de camera via de toegangspunten, zoals de kaartsleuf of het batterijvak. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken. ƈ Gebruik deze camera niet met natte handen. Dit kan leiden tot elektrische schokken. Waarschuwing ƈ Maak geen gebruik van de flitser in de onmiddellijke nabijheid van mensen of dieren. Als de flitser te dicht bij de ogen van het onderwerp afgaat, kan dit leiden tot schade aan de ogen. ƈ Richt, bij het maken van foto's, nooit de lens van de camera rechtstreeks op een zeer krachtige lichtbron. Dit kan leiden tot permanente schade aan de camera of tot beschadiging van uw ogen. ƈ Houd dit product en de bijbehorende accessoires om veiligheidsredenen buiten het bereik van kinderen of dieren om ongelukken te voorkomen zoals: ҮHet inslikken van batterijen of kleine camera-accessoires. Neem in het geval van een ongeluk onmiddellijk contact op met een arts. ҮEr bestaat een kans op letsel door de bewegende onderdelen van de camera. ƈ Batterijen en camera kunnen heet worden bij langdurig gebruik. Dit kan leiden tot storingen in de camera Als dit gebeurt, laat u de camera enkele minuten ongebruikt zodat deze kan afkoelen. ƈ Laat deze camera niet achter op plekken waar de temperatuur extreem kan oplopen, zoals een afgesloten voertuig, direct zonlicht of andere plaatsen waar extreme temperatuurschommelingen optreden. Blootstelling aan extreme temperaturen kan een negatieve invloed hebben op de interne onderdelen van de camera en kan leiden tot brand. ƈ Dek de camera of wisselstroomadapter nooit af tijdens het gebruik. Hierdoor kan de temperatuur hoog oplopen, waardoor de camerabehuizing beschadigd kan raken en er brand kan ontstaan Gebruik de camera en de bijbehorende accessoires altijd in een goed geventileerde ruimte. [2] Pas op ƈ Lekkende, oververhitte of beschadigde batterijen kunnen leiden tot brand of letsel. ҮGebruik batterijen die geschikt zijn voor deze camera. ҮSluit batterijen niet kort, verhit ze niet en gooi ze niet in een open vuur. ҮPlaats de batterijen in de juiste richting. ƈ Gebruik de flitser niet terwijl u deze vasthoudt met uw hand of aanraakt met een of ander voorwerp. Raak de flitser na gebruik niet aan. Dit kan leiden tot brandwonden. ƈ Vervoer de camera niet als deze is ingeschakeld en u gebruik maakt van de wisselstroomadapter. Schakel de camera na gebruik altijd uit voordat u de adapter uit het stopcontact verwijdert. Controleer vervolgens of alle verbindingssnoeren of kabels naar andere apparaten zijn losgekoppeld voordat u de camera gaat vervoeren. Als u dit niet doet, kunnen de snoeren of kabels beschadigd raken en kunnen er brand of elektrische schokken optreden. ƈ Alleen D-XENON-lenzen kunnen met deze camera worden gebruikt. Voorzorgsmaatregelen voor batterijgebruik ƈ Gebruik alleen de opgegeven batterijen (SLB-1674) voor deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan oververhitting of ontploffing veroorzaken. ƈ Zorg dat de batterij niet in aaraking komt met metalen of ontvlambare voorwerpen ƈ Verwijder de batterij wanneer u de camera langere tijd niet gaat gebruiken. De batterij kan anders corrosieve electrolyten gaan lekken en kan de onderdelen van de camera permanent beschadigen. ƈ Sluit de batterij af met het deksel om kortsluiting te voorkomen. ƈ Haal de batterij niet uit elkaar; dit kan lekkage of breuk veroorzaken. ƈ Als de vloeistof van de batterij in de ogen komt, verwijder hem dan met water en raadpleeg een dokter. Het kan blindheid veroorzaken. ƈ Als een lekkende batterij in contact met de huid of kleren is gekomen, was dan de desbetreffende gebieden grondig met water. ƈ Als er oververhitting en rook ontstaat in het batterijcompartiment, verwijder dan zo snel mogelijk de batterij uit de camera. Als u de batterij verwijdert, let erop dat deze heet is. U moet contact opnemen met uw leverancier of met het servicecentrum voor camera’s van Samsung. ƈ Omdat de batterij kan uitzetten, gaat hij minder lang mee als hij wordt gebruikt. Als de batterij voor de helft is gebruikt, koopt u dan een nieuwe. ƈ Nadat de batterijen ongeveer 110 uur (4-5 dagen) zijn verwijderd, kan de camera zichzelf resetten. [3] Pas op VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK VAN EEN OPLADER ƈ Gebruik alleen de specifieke oplader (SBC-L6) voor deze camera. ƈ Het gebruik van een andere oplader kan brand veroorzaken of een elektrische schok. Houdt u aan de stroomvoorschriften (alleen 100-240 V) en laadt de opgegeven oplaadbare batterij op (SLB-1674). Demonteer de oplader niet. Dit kan brand ,elektrische schokken of storingen veroorzaken. ƈ Als er oververhitting en rook is van de oplader, stop dan met opladen en neem contact op met de leverancier of met het Samsung Camera Service Centre. ƈ Als er water in de camera komt, neem dan contact op met de leverancier of Samsung Camera Service Centre. Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken. ƈ Als het bliksemt of onweert, trek dan de stekker uit het stopcontact. Dit kan breuk, brand of een elektrische schok veroorzaken. ƈ Als er vuil zit op de stekker, veeg dit dan weg omdat het brand kan veroorzaken. [4] Inhoudsopgave VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō1 Gevaar ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō2 Waarschuwing ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō2 Pas op ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō3 Voorzorgsmaatregelen voor batterijgebruik ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō3 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET GEBRUIK VAN EEN OPLADER ōōōōōōōōōōōōō4 Inhoudsopgave ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō5 Samenstelling van de handleiding ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō10 Voor u de camera gaat gebruiken ƃGX-10 Camera eigenschappen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō12 ƃDe inhoud van het pakket controleren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō14 ƃNamen van de verschillende onderdelenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō15 ƈVoorkant ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō15 ƈAchterkant ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō15 ƈBovenkant ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō16 ƈZijkant ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō16 ƈOnderkant ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō17 ƃDe knopfuncties gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō18 ƈOpnamefunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō18 ƈWeergavefunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō21 ƃIndicaties op de LCD-monitor ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō23 ƈTerwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functiekiezer gebruiktōōōōōōōōōōōōō23 ƈOpnamefunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō24 ƈWeergavefunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō25 ƈHistogramweergave ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō26 ƃIndicaties in de zoeker ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō27 ƃIndicaties op LCD ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō29 Voorbereidingen ƃDraagriem bevestigen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō32 ƃAansluiten op een voedingsbron ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō33 ƈBatterijen plaatsenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō33 ƈHoe kunt u de oplaadbare batterij opladen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō34 ƈIndicatie batterijniveau / Afspeeltijd bij benadering (nieuwe batterijen) ōōōōōōōōōōōōōō36 ƈGebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō37 ƃDe geheugenkaart gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō38 ƈDe geheugenkaart plaatsen / uitnemen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō38 ƈVoorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een geheugenkaart ōōōōōōōōōōōōōōōōō39 [5] Inhoudsopgave ƈOpnamepixels en Kwaliteitsniveau ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō40 ƃDe camera aan- en uitzetten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō41 ƃBegininstellingenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō42 ƈWeergavetaal instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō42 ƈDatum en tijd instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō44 ƃDe lens bevestigenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō46 ƃDe zoekerdioptrie aanpassen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō48 Basisbediening ƃBasishandelingen bij opnamen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō50 ƈDe camera vasthoudenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō50 ƈDe camera de optimale instellingen laten bepalen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō51 ƈDe ontspanknop bedienen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō53 ƈOnderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen ōōōōōōōōōōōōōōōōō54 ƃOPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) ōōōōōōōōōōōōōō55 ƈOptical Picture Stabilisation (optische opnamestabilisatie) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō55 ƈFunctie bewegingsreductie en lens brandpuntsafstand / Schakel de OPS Functie in. ōōōōōōōō56 ƈDe OPS functie instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō57 ƃDe RAW-knop gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō59 ƃAndere opnamefunctiesōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō60 ƈContinue opname ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō60 ƈOpnamen met de zelfontspanner ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō62 ƈFoto’s nemen via afstandsbediening (Remote Control F: wordt apart verkocht) ōōōōōōōōōō65 ƈGebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen ōōōōō68 ƃHet zoomobjectief gebruikenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō69 ƃDe ingebouwde flitser gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō70 ƈFlitserfunctie selecteren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō71 ƈGebruik auto-ontladen , ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō72 ƈDe aanvullende flitser gebruiken , ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō73 ƈRode-ogenreductie flitser gebruiken / Opnamen met daglichtsynchronisatie ōōōōōōōōōōōō74 ƈFlitsopbrengst corrigeren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō75 ƃDe witbalans instellenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō76 ƈDe witbalans instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō76 ƈDe witbalans handmatig aanpassen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō78 ƈDe witbalans fijnafstellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō80 ƃDe ISO-gevoeligheid gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō82 ƈDe gevoeligheid instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō82 ƈHet automatische correctiebereik instellen op AUTO ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō83 ƃFoto’s weergeven ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō84 ƈOpnamen weergeven ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō84 [6] Inhoudsopgave ƈOpnamen roteren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō85 ƈVergrote weergave opnamen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō86 ƈMeerdere beelden tonen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō88 ƈSelecteer [aantal beelden weer te geven] / Vertoont een mapōōōōōōōōōōōōōōōōōō89 ƈDiavoorstelling ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō90 ƈCamera aansluiten op audiovisuele apparatuurōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō92 ƈDigitale filters ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō93 ƈRAW beelden bewerken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō96 ƃOpnamen wissen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō98 ƈEén opname wissen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō98 ƈAlle opnamen verwijderen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō99 ƈGeselecteerde opnamen verwijderen (uit de weergave met negen opnamen) ōōōōōōōōōō100 ƈOpnamen gemaakt met de RAW knop wissen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō102 ƃOpnamen beveiligen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō103 ƈOpnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō103 ƈAlle opnamen beveiligenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō104 ƃAfdrukservice instellen (DPOF) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō105 ƈEnkele opnamen afdrukken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō105 ƈInstellingen voor alle opnamen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō107 ƃAfdrukken met PictBridge ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō108 ƈInstelling USB ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō109 ƈCamera op de printer aansluiten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō110 ƈEnkele opnamen afdrukken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō111 ƈAlle opnamen afdrukkenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō113 ƈOpnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen / De kabel loskoppelen van de printer ōō115 Knop, menu, referentie functieknop ƃHet menu gebruikenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō118 ƈBediening van het menuōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō118 ƈKies een menu-item en stel het in ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō119 ƈ[OPNAMEMENU] menu-instellingenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō120 ƈDe opnametint instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō121 ƈHet bestandsformaat instellen / De JPEG opnamepixels instellen ōōōōōōōōōōōōōōō122 ƈHet JPEG kwaliteitsniveau instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō123 ƈKleurintensiteit / scherpte / contrast instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō124 ƈGebruikersinstellingen opslaan ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō125 ƈHet kleurbereik instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō126 ƈOpnames met de uitgebreide bracket modus maken / Opnames maken in de multi-belichtingsmodusōōō127 ƈGeheugen instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō128 ƈOptische opnamestabilisator (OPS) / Belichtingsfunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō129 [7] Inhoudsopgave ƃOpties instellen in het menu [AANGEP1] ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō130 ƈKoppeling AF-punt en AE / Over elkaar heenleggen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō131 ƈAF met afstandsbediening / AF knopfunctieōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō132 ƈAF door half in te drukken / BW stappen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō133 ƈInstelling belichtingsmeter / AE-L met AF geblokkeerd ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō134 ƈProgrammalijn / Automatische BW-correctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō135 ƈFijnafstelling wanneer AWB (auto-witbalans) wordt gebruikt / WB wanneer flits wordt gebruiktōōōō136 ƈDe witbalans aanpassen met kleurtemperatuur / Ruisonderdrukking ōōōōōōōōōōōōōō137 ƈISO-waarschuwing ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō138 ƈISO-gevoeligheidsstap / Reset persoonlijke instellingen 1 ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō139 ƃOpties instellen in het menu [AANGEP2] ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō140 ƈAutomatische bracket volgorde / Groene knop op handmatige modusōōōōōōōōōōōōōō141 ƈGebruik diafragma-ring ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō142 ƈe-keuze functies in de P / Sv / Tv / Av modus ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō142 ƈEenmaal RAW + indrukken / Resterend aantal opn. ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō144 ƈOpnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen / Selecteren van de voorbeeld-methode ō145 ƈAanvankelijke inzoom-weergave / Automatische beeldrotatie ōōōōōōōōōōōōōōōōō146 ƈRotatie-informatie opslaan / LCD-scherm verlichten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō147 ƈReset persoonlijke instellingen 2 ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō148 ƃOpties instellen in het menu [INSTELLINGSMENU] ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō149 ƈGeheugenkaart formatteren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō150 ƈHet geluidssignaal aan- en uitschakelen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō151 ƈDatum/tijd en weergavestijl wijzigen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō152 ƈDe wereldtijd instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō153 ƈLijst met steden voor wereldtijd ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō155 ƈWeergavetaal instellen / Tijd hulpdisplay ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō156 ƈDe helderheid van het LCD-scherm aanpassen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō157 ƈHet video-uitgangssignaal selecteren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō158 ƈUSB (een extern apparaat kiezen) / Automatisch uitschakelen instellen ōōōōōōōōōōōōō159 ƈSelecteren van naam voor mapōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō160 ƈDe CCD schoonmaken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō161 ƈStof verwijderen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō163 ƈReset ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō164 ƃOpties instellen in het menu [WEERGAVEMENU] ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō165 ƈBelichtingswaarschuwing ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō165 ƈMomentcontrole ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō166 ƈDigitale voorbeeld-functie / Digitaal filter ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō167 ƈDiavoorstelling ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō168 ƃHet functiemenu gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō169 ƈOpnamefunctie ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō169 [8] Inhoudsopgave ƈAfspeelmodus ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō170 ƃDe functieknop gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō171 ƈDe (AUTO) modus gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō173 ƈGebruik van de functie P (Programma)ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō174 ƈGebruik van de functie hyper-programma ( ) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō175 ƈGebruik van de Sv-modus (gevoeligheids-voorkeuze) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō176 ƈGebruik van de Tv (Sluitertijdvoorkeuze) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō177 ƈGebruik van de Av (diafragmavoorkeuze) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō179 ƈGebruik van de TAv (sluitertijd- en diafragmavoorkeuze) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō181 ƈGebruik van de functie M (hyper-handmatig) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō182 ƈLW-balk ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō184 ƈGebruik van de functie B (Tijdopname) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō186 ƈDe X (flits X-synchronisatiesnelheid) modus gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō187 ƈDe GEBRUIKERS-modus gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō187 Basisfunctie ƃControle van schikking, belichting en focus voor een opname ōōōōōōōōōōōōōōōōō190 ƃScherpstellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō192 ƃDe belichting instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō199 ƃDe ingebouwde flitser gebruikenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō208 ƃEen externe flitser gebruiken (optioneel) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō212 Software-informatie ƃOpmerkingen met betrekking tot software ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō218 ƃInformatie over de softwareōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō219 ƃDe toepassingssoftware installeren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō220 ƃVerwisselbare schijf ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō223 ƃDe verwisselbare schijf verwijderen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō225 ƃDigimax Masterōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō227 ƃDigimax RAW Converter ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō232 Bijlage ƃStandaardinstellingen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō234 ƃOptionele accessoires ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō239 ƃFoutberichten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō241 ƃProblemen oplossen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō243 ƃSpecificaties ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō248 ƃVerklarende woordenlijst ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō250 [9] Samenstelling van de handleiding Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken. 1. Voor u de camera gaat gebruiken Hierin worden de kenmerken van de camera, accessoires en de namen van de verschillende onderdelen beschreven. 2. Voorbereidingen Hierin worden uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen, beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. 3. Basisbediening Hierin worden de procedures uitgelegd voor het maken, weergeven en afdrukken van foto’s. Lees deze aanwijzingen om alle basisbedieningen te leren voor opnemen, weergeven en afdrukken. 4. Menu-referentie Hierin worden de functies van de GX-10 uitgelegd aan de hand van knoppen en menu’s. 5. Functiereferentie Bevat informatie over functies om de gebruikservaring van de GX-10 te verbeteren. 6. Software-informatie Hierin worden de installatie van de software en het gebruik van het programma uitgelegd. 7. Bijlage Hierin komt het oplossen van problemen aan bod, wordt een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires gegeven en worden verschillende informatiebronnen beschreven. [10] 1 Voor u de camera gaat gebruiken Controleer de inhoud van het pakket en de namen van de diverse onderdelen voor het gebruik. GX-10 Camera eigenschappen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō12 De inhoud van het pakket controleren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō14 Namen van de verschillende onderdelen ōōōōōōōōōōōōōōōōō15 De knopfuncties gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō18 Indicaties op de LCD-monitor ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō23 Indicaties in de zoeker ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō27 Indicaties op LCD ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō29 GX-10 Camera eigenschappen ƃ Voorzien van een CCD van 23.5x15.7 mm met effectief 10,14 miljoen pixels, voor een zeer hoge definitie en een groot dynamisch bereik. ƃ Met een gekoppelde CCD shift type OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) functie, voorkomt deze camera beweging bij gebruik van alle lenstypen. ƃ Uitgerust met een 11-punts AF-sensor. Bij lichtmeting met nadruk op het midden wordt een breed scherpstelveld met 9 scherpstelpunten gebruikt. ƃ Verbeterde handmatige scherpstelling via een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele kleinbeeld-spiegelreflexcamera, met een vergrotingsfactor van 0,95x. Tevens voorzien van een functie voor weergave van de scherpstelpunten, waarbij de scherpstelpunten rood oplichten in de zoeker. ƃ Uitgerust met een Digitale Voorbeeld-functie om na te gaan of het gewenste resultaat werd bereikt. ƃ Is uitgerust met een groot 2,5-inch LCD-scherm met 210.000 pixels en een functie voor aanpassen van de helderheid voor een uiterst nauwkeurige weergave. ƃ Er zijn universele designconcepten toegepast op verschillende delen van de camera. Het grote, hoge-resolutie LCD scherm en de eenvoudig te gebruiken menu’s zorgen ervoor dat de camera makkelijk te bedienen is. ƃ De SP met CCD zorgt ervoor dat stof geen kans heeft en verwijdert stof met de CCD verwijder funtie. ƃ YU kunt JPEG of RAW formaat kiezen. Of u kunt JPEG en RAW tegelijkertijd kiezen. ƃ Het is een stofvrije en vochtafstotende camera voor veilig gebruik buitenshuis. [12] GX-10 Camera eigenschappen Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) verschilt bij de GX-10 en kleinbeeldreflexcamera’s, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat het formaat van kleinbeeldfilm en de CCD verschillend zijn. Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD Kleinbeeldfilm : 36x24 mm GX-10 CCD : 23,5x15,7 mm Het opnameformaat van een kleinbeeldobjectief is circa 1,5 keer groter dan dat van een GX-10. Deel de brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5. Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera 150÷1.5=100 gebruikt u een 100 mm-objectief bij de GX-10. Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de GX-10 worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen. Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op een GX-10 300x1.5=450 De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera. [13] De inhoud van het pakket controleren Controleer de inhoud voor gebruik. De inhoud kan afwijken afhankelijk van waar de camera gekocht is. Voor de juiste apparatuur neemt u contact op met de dichtstbijzijnde Samsung dealer of het Samsung service centre. Flitsschoenbeschermer (gemonteerd op de camera) Oogkap (gemonteerd op de camera) Zoekerkapje Bodydop (gemonteerd op de camera) USB-kabel Videokabel Software (cd-rom) Riem Oplaadbare accu (SLB-1674) Oplader (SBC-L6) Netsnoer [14] Handleiding (deze handleiding) Namen van de verschillende onderdelen Voorkant Flitser ( ) (uitklapknop) E-knop voorkant RAW knop Richtteken lensbevestiging Spiegel AF-koppeling Zelfontspanner LED / Afstandsbedieningssensor Scherpstelfuncti eknop Ontgrendelknop voor de lens Lensinformatiepunten Achterkant Belichtingscompensatie ( Zelfontspanner LED / Afstandsbedieningssensor Achterste e-knop Zoeker Focus (AF) knop Knop AE-L / Belichting bracket knop Riem Focuspunt keuzeknop Knop MENU Knop DELETE ( ) / LCD paneel lamp knop Vierwegbesturing ) Knop OK Kaarttoegang LED Knop INFO Knop Weergeven ( ) LCD Monitor Knop Fn (Optical Picture Stabilization) hendel [15] Namen van de verschillende onderdelen Bovenkant E-knop voorkant Ingebouwde flitser Hoofdschakelaar Sluiter knop Meet hendel Groene knop Functiekiezer Riem Riem LCD-paneel Dioptriecorrectieknop Achterste e-knop Flitsschoen Zijkant Verbindingspoorten Sleuf voor geheugenkaart Kabelschakelaarpoort Aansluitingsklep Kaartklep Sleuf voor geheugenkaart USB / Video aansluiting DC input aansluiting [16] Afsluiten kaartklep Namen van de verschillende onderdelen Onderkant Batterijklep en afsluithendel Statiefaansluiting Batterijcompartiment Deksel batterijcompartiment Batterijcompartiment Batterijhouder [17] De knopfuncties gebruiken Opnamefunctie ƈ Functies en knoppen die tijdens de opname worden gebruikt. ڹ ھ ں ڽ ڼ ڻ ڹOntspannerknop Druk hierop om opnamen te maken. (p.53) ںHoofdschakelaar Beweeg om de camera aan/uit te schakelen (p.41) en bevestig de diepte-instelling (preview) (p.190). ڻOntgrendelknop voor de lens Druk hierop om de lens los te maken. (p.47) ڼScherpstelfunctieknop Schakelt tussen de autofocus functie (p.192) en de handmatige instelfunctie (p.197). ڽRAW knop Druk in om JPEG en RAW bestand op hetzelfde moment te maken. (p.59) ھKnop uitklappen flitser ( ) Druk hierop om de ingebouwde flitser uit te klappen. (p.72) [18] De knopfuncties gebruiken ۄ ڹ ں ۃ ۂ ہ ڻ ڼ ۀ ڿ ھ ڽ ڹKnop belichtings-bracket Stel de belichtings-bracket in. (p.206) ںKnop MENU Toont het [OPNAMEMENU], [AANGEP1], [AANGEP2], [INSTELLINGSMENU] en [WEERGAVEMENU] menu. (p.118) ڻKnop INFO Druk hierop om opnamegegevens weer te geven op het LCD-scherm. (p.24) ڼKnop Hiermee activeert u de weergavefunctie. (p.84) ڽKnop Fn Druk hierop om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de volgende handeling te kiezen. (p.169) ھOptische opnamestabilisator ( ) knop Schakelt de OPS functie aan of uit. (p.55) ڿVierwegbesturing (ƊƌȜȞ) Hiermee verplaatst u de cursor of wijzigt u opties in menu’s en het functiemenu. ۀKnop OK Hiermee slaat u de instelling op die u in het menu heeft geselecteerd. ہKies instelpositie Druk knop in om de instelpositie te kiezen. (p.194) ۂAF (autofocus) knop Richt op het onderwerp en zorgt voor juiste afstandsmeting. (p.132) ۃKnop AE-L Vergrendelt de belichting vóór het afdrukken. (p.205) ۄBW (belichtingswaarde) ( ) / LCD scherm lampknop Als u deze knop indrukt, draait de e-knop aan de voorzijde om de belichting te compenseren. (p.204) Druk deze knop in om de lamp op het LCD-scherm aan te zetten. [19] De knopfuncties gebruiken ڽ ڹ ڼ ں ڻ ڹHendel voor de afstandsmetingsfunctie Wijzigt de afstandsmetingsfuncties. (p.202) ںFunctiekiezer Wijzigt de camerafuncties. (p.171) ڻE-knop achterzijde Stelt de ISO-gevoeligheidswaarden van de lensopening in. ڼGroene knop Zet de belichtingsinstellingen terug en past automatisch de juiste belichting in de M (handmatige) modus aan. ڽE-knop voorzijde Hiermee stelt u de sluitertijd en de BW-correctiewaarden in. [20] De knopfuncties gebruiken Weergavefunctie ƈ Functies en knoppen die tijdens de weergave worden gebruikt. ڹ ں ڻ ڼ ڹE-knop voorzijde Gebruik deze om de vorige of volgende opname te tonen in vergrote weergave (p.86) of om het digitale filter aan te passen. (p.93) ںHoofdschakelaar Bewegen om de camera aan en uit te zetten. (p.41) ڻOntspannerknop Druk hierop om over te gaan naar de opnamefunctie. ڼE-knop achterzijde Stelt de belichtingswaarden (BW) in. Gebruik deze knop om een opname te vergroten, of meerdere opnames tegelijkertijd te tonen. (p.86) Gebruik deze knop om een digitaal filter te kiezen. (p.93) [21] De knopfuncties gebruiken ۀ ڹ ں ڻ ڿ ھ ڼ ڽ ڹKnop MENU Indrukken om het [OPNAMEMENU], [WEERGAVEMENU], [AANGEP1], [AANGEP2] en [INSTELLINGSMENU] menu te tonen. (p.118) ں knop Druk hierop om opnames te verwijderen. (p.98) ڻKnop INFO Druk hierop om opnamegegevens weer te geven op het LCD-scherm. (p.84) ڼKnop Druk hierop om over te gaan naar de opnamefunctie. ڽKnop Fn Druk hierop om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om uw volgende handeling te kiezen. (p.170) ھVierwegbesturing (ƊƌȜȞ) Gebruik deze om de cursor te verplaatsen of items in menu’s, het functiemenu en het weergavescherm te wijzigen. ڿKnop OK Hiermee slaat u de in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling op. ۀKnop AE-L / Hiermee stelt u een vaste belichtingswaarde in wanneer de focus is geblokkeerd. (p.205) Druk hierop om opnamen te beveiligen tegen onbedoelde verwijdering. (p.103) [22] Indicaties op de LCD-monitor ƈ Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de LCD-monitor worden weergegeven. LCD-monitor Terwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functiekiezer gebruikt ƈ Bedieningsaanwijzingen worden drie seconden lang op de LCD-monitor weergegeven bij het inschakelen of gebruiken van de functiekiezer. INFORMATIE ƃ Selecteer [Uit] bij [Hulpdisplay] in [INSTELLINGSMENU] om geen indicaties weer te geven. (p.156) Automatisch Bel. Programma 1. Flits modus (actieve modus verschijnt) (p.70) 2. Drive modus / Auto Bracket / meervoudige belichting (p.60) 3. Opmeten (p.202) 4. AF modus (p.192) 5. Focuspunt information (p.194) 6. Witbalans (p.76) 7. Gevoeligheid (p.82) 8. Opname modus (Mode dial positie) (p.171) 9. Informatie stapsgewijze instelling (p.142) 10. Batterijstatus (p.36) 11. Wereldtijdsinstelling waarschuwingsscherm (p.153) 12. Datum en tijd (p.152) 13. Gebruikersmodus (p.187) 14. Belichtingsfunctie (p.171) 15. Handleiding knoppen * Indicaties 3, 4, 5, 6 en 7 worden alleen weergegeven wanneer er een andere dan de standaardinstelling is geselecteerd. 11 verschijnt alleen als Wereldtijd aan staat. [23] Indicaties op de LCD-monitor Opnamefunctie ƈ Druk in de opnamefunctie op de INFO-knop om de instellingen van de opnamefunctie gedurende 15 seconden weer te geven op het LCD-scherm. Detailinformatie 1. Opnamefunctie (p.171) 2. Gebruikersmodus (p.187) 3. Meetfunctie (p.202) 4. Flitsfunctie (p.70) 5. Transportfunctie (p.60) 6. Sluitertijd (p.199) 7. Apertuurwaarde (p.200) 8. Belichtingscorrectiewaarde (p.204) 9. Flits belichtingswaarde (p.75) 10. Belichtings bracket / meervoudige belichting (p.206, 127) 11. Uitgebreide bracket (p.127) 12. Beeldtint (p.121) 13. ISO-gevoeligheid (p.82) 14. ISO-bereik (automatisch) (p.83) 15. Witbalans (p.76) [24] 16. GM-compensatiewaarde (p.80) 17. BA correctiewaarde (p.80) 18. Kleurruimte (p.126) 19. Bestandstype (p.122) 20. Vastgelegde pixels (p.122) 21. Kwaliteitsniveau (p.123) 22. OPS (Optical Picture Stabilization) (p.55) 23. AF (autofocus) modus (p.192) 24. Brandpuntbepaling (p.194) 25. Brandpuntsafstand lens (p.57) 26. Kleurintensiteit (p.124) 27. Scherpte (p.124) 28. Contrast (p.124) 29. Batterijstatus (p.36) 30. Wereldtijd (p.153) 31. Datum en tijd (p.152) Indicaties op de LCD-monitor Weergavefunctie ƈ Druk in de opnamefunctie op de INFO knop om de instellingen van de opnamefunctie op de LCDmonitor te tonen. Wanneer u de INFO knop gebruikt, verschijnen in deze volgorde, Basis informatie, Histogram, Detail informatie en geen informatie. INFORMATIE ƃ U kunt de weergegeven aanwijzingen veranderen door de knop in te drukken. (p.84) Detailinformatie 1. Verdraaiïngsicoon (p.85) 2. Vastgelegde opnames 3. Meetfunctie 4. Flitsmodus 5. Transportfunctie 6. Belichtings bracket / meervoudige belichting 7. Belichtingsfunctie 8. Sluitertijd 9. Apertuurwaarde 10. Belichtingscorrectiewaarde 11. Flitscorrectiewaarde 12. Mapnaam en nummer van opgeslagen opname (p.126, 160) 13. DPOF instellingen (p.105) 14. Bescherm icoon (p.103) 15. AF modus 16. Brandpuntinformatie 17. Brandpuntsafstand lens 18. Beeldtint 19. Gevoeligheid 20. Witbalans / kleurtemperatuur 21. WB-correctie (GM) 22. WB-correctie (BA) 23. Bestandstype 24. Beeldgrootte 25. Kwaliteit 26. Kleurruimte 27. Datum & tijd 28. Kleurintensiteit 29. Scherpte 30. Contrast 31. Uitgebreide bracket * Indicators 4 (Flitsfunctie) en 11 (Flitscorrectiewaarde) verschijnen alleen als de opname is genomen met flits. [25] Indicaties op de LCD-monitor Histogramweergave ƈ Helderheid histogram dat de helderheid van het beeld verdeelt en een RGB histogram dat de kleur van het beeld verdeelt kunt u kiezen met de Omhoog en Omlaag (Ɗ, ƌ) knop. [Weergave] [Y Histogram] 1. Opnamekwaliteit (type afbeeldingsbestand) 2. Nummer van opnamemap en bestandsnummer 3. Bescherm icoon (p.103) 4. Histogram (helderheid) 5. DPOF-instellingen (p.105) [RGB Histogram] 6. Indicator voor helderheidshistogram en voor RGB-histogram 7. Histogram (R) 8. Histogram (G) 9. Histogram (B) INFORMATIE Pixel ƃ Het DPOF-icoon ( ) wordt alleen getoond als een op DPOF ingestelde opname wordt weergegeven. ƃ Lichtere gedeelten knipperen wanneer de waarschuwing [Helderheid] is ingeschakeld. (p.165) ƃ Histogram laat u de verdeling van de helderheid van opgenomen beelden zien. Als de balken in het histogram aan de rechterkant hoger zijn, is het beeld mogelijk te licht. Als de balken in het histogram aan de linkerkant hoger zijn, is het beeld mogelijk te donker. Als de verlichting te fel is om het onderwerp te Verdeling van helderheid controleren via het LCD-scherm, kunt u de belichting voor de Donker Licht opnames beter afstellen met behulp van het histogram. [26] Indicaties in de zoeker 1. Autofocusbeeld 2. Spotmeting 3. Scherpstelpunt (p.194) 4. indicator : Knippert wanneer OPS werkt (p.55) 5. Flitsstatus : Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld. (p.70) 6. Sluitersnelheid : Sluitertijd bij opname of instellen (onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop aan de voorkant). (p.199) 7. Diafragma : Diafragma bij opname of instellen (onderstreept wanneer het diafragma kan worden gewijzigd met de e-knop aan de achterkant). (p.200) 8. Scherpstelindicator : Verschijnt wanneer de opname is scherpgesteld. 9. Handmatig scherpstellen : Verschijnt wanneer Handmatige scherpstelling wordt gebruikt. 10. Belichtingsbalk : Toont de belichtingscorrectiewaarde. (p.184) De verschillen tussen Huidge belichtingswaarde en Juiste belichtingswaarde in de M modus. [27] Indicaties in de zoeker 11. BW-correctie : Wordt weergegeven wanneer de BW-correctie gereed is of gebruikt wordt. 12. Flitser belichtingscorrectie : Verschijnt wanneer de flitserbelichting wordt gecorrigeerd. 13. AE Lock indicator : Verschijnt wanneer de AE is vergrendeld. 14. Waarschuwing ISO-gevoeligheid : Wordt weergegeven bij het overschrijden van de waarschuwingswaarde. 15. Beschikbaar aantal opnamen/LW-correctie : Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige kwaliteit- en opnamepixelinstellingen. (p.122, 123) Geeft het aantal beschikbare continuopnamen weer. (p.144) De verschillen tussen de gecompenseerde belichting en de echte belichting worden getoond. In de M functie kan de belichtingswaarde afwijken. In de gevoeligheidsvoorkeurmodus / sluiter- en diafragmavoorkeurmodus, wordt de ISOgevoeligheid getoond. INFORMATIE ƃ Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het scherpstelpunt tijdens autofocus rood weergegeven in de zoeker. ƃ Wanneer [Functie AF-knop] van het [AANGEP1] menu op [Cancel AF] staat, verschijn het MF icoon wanneer de AF knop wordt ingedrukt. (p.132) ƃ In iedere functie met uitzondering van de gevoeligheidsvoorkeursfunctie en de waardevoorkeursfunctie, wordt de ISO-gevoeligheid op de nr. 14 positie getoond als de OK knop wordt ingedrukt. [28] Indicaties op LCD ƈ De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde van de camera. 1. Sluitersnelheid (p.199) 2. Diafragma (p.200) 3. Flitsfunctie (p.70) : Ingebouwde flitser is klaar (wanneer hij knippert, flits gebruiken of verkeerde lens in gebruik) : Flitsen met rode-ogenreductie aan : Flitser uit : Automatisch ontladen SLOW : Eerste venster synchroniseren 4. Opname functie (p.60) : Eén opname : Continu opnemen : Zelfontspanner : Opnamen via afstandsbediening 5. Belichtingsbalk (p.184) 6. Auto bracket (p.206) 7. Flitserbelichting correctie indicator (p.75) 8. Belichtingscorrectie (p.204) 9. Batterijstatus (p.36) 10. Witbalans (als automatische WB is geselecteerd, verschijnt er geen icoon) (p.76) ± : Witbalanscorrectie 11. Waarschuwing ISO-gevoeligheid (p.138) 12. RAW+ knop : RAW + (p.144) 13. Aantal beschikbare opnamen / LWcorrectiewaarde / PC (Pb) (PC=personal computer (massaopslag), Pb=PictBridge) 14. Meervoudige belichting (p.127) [29] MEMO [30] 2 Voorbereidingen In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen, beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. Draagriem bevestigen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō32 Aansluiten op een voedingsbron ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō33 De geheugenkaart gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō38 De camera aan- en uitzetten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō41 Begininstellingenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō42 De lens bevestigen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō46 De zoekerdioptrie aanpassen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō48 Draagriem bevestigen 1. Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp. 2. Haal het andere uiteinde van de riem door de andere riembevestiging van de camera en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp. [32] Aansluiten op een voedingsbron Batterijen plaatsen ƈ Gebruik de meegeleverde oplaadbare accu (SLB-1674). Als de accu voor de eerste keer wordt gebruikt of gedurende een lange tijd niet, verschijnt de boodschap [Low Battery]. Modelnaam SLB-1674 Batterijtype Lithium-ion Capaciteit 1620mAh Voltage 7.4V Oplaadtijd (als de camera uit is) Circa 150-180 min. INFORMATIE ƃ Gebruik de opgegeven batterij. Problemen veroorzaakt door andere batterijen worden niet gedekt door de Samsung garantie. ƃ Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat. ƃ Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen anders gaan lekken. ƃ Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera plaatst, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen”. ƃ Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd om zijn geplaatst, kan de camera defect raken. Veeg de polen van de batterijen af voordat u deze plaatst. ƃ Wanneer de batterij verwijderd is, zet dan eerst de camera uit omdat anders misschien gegevens worden gewist. 1. Draai de handel van het batterijcompartiment zoals op de tekening ( )ڹen open het compartiment ()ں. [33] Aansluiten op een voedingsbron 2. Plaats de batterijen volgens de poolaanduidingen + / – in het batterijcompartiment. Zorg dat de Ɗ markering van de batterij in de richting van het LCD-scherm wijst en doe de batterij erin door de hendel om de batterij vast te zetten in te drukken, zoals weergegeven op de afbeelding ()ڹ. Duw de batterij erin totdat het klepje is afgesloten. Om de batterij te verwijderen drukt u op de afsluithendel zoals op de tekening staat ()ڹ. Als de batterij een beetje omhoog komt, verwijder hem dan. Batterijvergrendeling 3. Sluit het batterijdeksel en verdraai de hendel zoals aangegeven op het plaatje ()ڹ. INFORMATIE ƃ We raden aan om een adapter te gebruiken als de camera gedurende lange tijd wordt gebruikt of als hij is aangesloten op de computer. Hoe kunt u de oplaadbare batterij opladen 1. Stop de meegeleverde AC-stekker in het stopcontact en in de DC-opening op de oplader. [34] Aansluiten op een voedingsbron 2. Plaats de batterij op de oplader zoals aangegeven op het plaatje. ſ Als het LED-lampje van de oplader niet gaat knipperen na het insteken van de oplaadbare batterij, controleer dan of de batterij er goed in zit. LED opladen ſ U moet de batterijstatus controleren aan de hand van het LED opladen. LED opladen Status Bezig met opladen Rode LED brandt Opladen voltooid LED brandt niet Oplaadfout Rode LED knippert INFORMATIE ƃ De juiste temperatuur van de oplader is tussen 0°C ~ 40°C. Boven of onder de tempratuurgrens mag de batterij niet worden opgeladen (Rode LED knippert). Dit is geen storing van de camera ƃ De oplader heeft een garantie van 1 jaar en de lithium-ion oplaadbare batteij heeft 6 maanden garantie. Oplader (SBC-L6) Nominale invoer AC100-240V (50Hz-60Hz) Graduele uitvoer DC 8.4 V/700 mA Afmetingen 60Ŧ90Ŧ30.2 mm Gewicht 86 g ƃ De lithium-ion batterij is expansie voeding. Als de levensduur van de batterij sterk afneemt, koopt u dan een nieuwe. [35] Aansluiten op een voedingsbron Indicatie batterijniveau ƈ U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool brandt : Batterij is opgeladen. brandt : Batterij raakt leeg. brandt : Batterij is bijna leeg. knippert : De camera schakelt zichzelf na deze melding uit. op het LCD-paneel. Ɛ Ɛ Ɛ Afspeeltijd bij benadering (nieuwe batterijen) Batterij Bedrijfstempe ratuur Oplaadbare batterij (SLB-1674) 23°C Normale opnamen Flitsfotografie 50% gebruik 100% gebruik Weergavetijd Ongeveer 510 min. Ongeveer 440 min. Ongeveer 320 min. Ongeveer 300 min. ƈ De opslagcapaciteit voor foto’s is gebaseerd op meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen. De weergavetijd is gebaseerd op meetomstandigheden van SAMSUNG. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden. INFORMATIE ƃ De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal. ƃ Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt. [36] Aansluiten op een voedingsbron Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) ƈ Wisselstroomadapter (SAC-82, optioneel) voor digitale spiegelreflexcamera van PENTAX kan worden gebruikt met digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. 4 1 2 3 1. Zorg dat de camera uit staat alvorens de klep van de aansluitingen te openen. 2. Sluit de gelijkstroomstekker van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van de camera. 3. Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter. 4. Sluit het netsnoer aan op een stopcontact. INFORMATIE ƃ Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten los te maken. ƃ Zorg dat de aansluitingen tussen de camera, de netvoedingsadapter, de connector voor het netsnoer en het stopcontact goed zijn. Als een aansluiting losraakt terwijl de camera bezig is met het vastleggen of lezen van gegevens op de geheugenkaart, raken de gegevens beschadigd. ƃ Lees voor het gebruik de handleiding van de netvoedingsadapter SAC-82. ƃ Bij gebruik van de netvoedingsadapter worden de oplaadbare batterijen in de camera niet opgeladen. [37] De geheugenkaart gebruiken De geheugenkaart plaatsen / uitnemen ƈ SD / SDHC geheugenkaart en multimediakaart kunnen met deze camera worden gebruikt. ƈ Genomen foto's worden op de geheugenkaart opgeslagen. Zorg dat de camera uit staat alvorens de geheugenkaart te plaatsen of uit te nemen (in de handel verkrijgbaar). INFORMATIE ƃ Verwijder de geheugenkaart niet wanneer kaartactie-LED brandt. ƃ Formatteer de nieuwe geheugenkaart. Dit geldt ook voor geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. Raadpleeg "De geheugenkaart formatteren" (p.150) voor nadere details over formattering. 1. Til het vakje op waar de kaart zich bevindt, zoals op de tekening ( )ڹen draai het naar OPEN (( )ںhet kaartvakje gaat open)ڻ. 2. Zorg dat de voorkant van de geheugenkaart naar het LCDscherm is gericht en steek de geheugenkaart erin. ſ Om de kaart te verwijderen, drukt u erop zoals aangegeven. 3. Sluit de kaartklep. ſ Sluit de kaartklep goed, anders gaat de camera niet aan. [38] De geheugenkaart gebruiken Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een geheugenkaart ƃ De geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Als u dit schuifje op [LOCK] zet, zijn de aanwezige gegevens beveiligd. Er kunnen dan geen nieuwe gegevens worden opgeslagen, geen bestaande gegevens verwijderd en de kaart niet kan worden geformatteerd. Schrijfbeveiliging ƃ Pas op wanneer u de geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn. ƃ Neem de geheugenkaart niet uit en zet de camera niet uit wanneer er gegevens op de kaart worden opgeslagen of opnamen of geluidsbestanden worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken. ƃ Buig de geheugenkaart niet en stel deze niet bloot aan heftige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur. ƃ Neem de geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden. ƃ Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de geheugenkaart worden verwijderd. Samsung Camera aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens (1) als de geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker. (2) als de geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen. (3) als de kaart lange tijd niet is gebruikt. (4) wanneer de kaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. ƃ De levensduur van de geheugenkaart is eindig. Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla altijd een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op. ƃ Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld. ƃ Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht, snelle temperatuurschommelingen of condensatie. ƃ Wilt u informatie over geheugenkaarten, bezoek dan de website van Samsung Camera of neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum van Samsung Camera. ƃ Nieuwe geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. ȵ Geheugenkaart formatteren (p.150) [39] De geheugenkaart gebruiken Opnamepixels en Kwaliteitsniveau ƈ Kies het aantal pixels (grootte) en kwaliteitsniveau (gegevenscompressie) van opnamen op basis van het gebruiksdoel van de opnamen. Opnamen met een groter opnameformaat of meer worden briljanter afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een geheugenkaart past) wordt lager wanneer de bestandsgrootte groter wordt gemaakt. De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren. U hoeft dus niet meer dan het benodigde aantal pixels te selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is 2M -formaat (1824x1216) voldoende. Stel de gewenste opnamegrootte en kwaliteitsniveau in afhankelijk van uw doelen. Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor opnamen in het menu [OPNAMEMENU]. Ҹ Opnamepixels instellen (p.122) Ҹ Kwaliteitsniveau instellen (p.123) ƃ Opnamepixels, Kwaliteitsniveau en Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen. Kwaliteitsniveau Opnamepixels RAW Best Beter Goed 30 - - - - 104 178 306 (3008x2000) - 174 297 512 (1824x1216) - 474 802 1360 10 M (3872x2592) 6M 2M - Bovenstaande tabel geeft de geschatte opslagcapaciteit en opnametijd aan bij gebruik van een SDgeheugenkaart van 512 MB. - Bovenstaande waarden kunnen variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, geheugenkaart, enz. INFORMATIE ƃ Als de nummering van de beelden boven de 500 komt, wordt er een nieuwe map aangemaakt en worden de opnames in deze nieuwe map opgeslagen. Maar in de Auto Bracket modus worden mappen niet gemaakt ofschoon de nummering boven de 500 komt, totdat de Auto Bracket opnamen zijn afgerond. [40] De camera aan- en uitzetten ƈ Zet de hoofdschakelaar aan [ON]. De camera wordt ingeschakeld. Zet de hoofdschakelaar uit [OFF] om de camera uit te zetten. INFORMATIE ƃ Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is. ƃ Wanneer gedurende een ingestelde tijd geen handelingen worden verricht, wordt de camera automatisch uitgeschakeld. (De standaardinstelling is 1 minuut) Deze instelling kunt u wijzigen op het [Auto Uitsch.] menu van het [INSTELLINGSMENU] menu. Om de camera weer aan te zetten draait u aan de hoofdknop of u doet het volgende. - Druk de sluiterknop tot halverwege in - Druk op de Weergave modus knop - Druk op de knop INFO [41] Begininstellingen ƈ De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm “begininstellingen” op het LCD-scherm. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op het LCD-scherm en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten van de camera. Weergavetaal instellen ƈ U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U hebt de keus uit: Engels, Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Deens en Russisch. 1. Taalkeuzemenu verschijnt. INITIAL SETTING Language/ ᷥᷘ English Deutsch Español Português Italiano Français Svenska : Set 2. Selecteer een menu met behulp van de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ). De standaardinstelling is Engels. : Cancel INITIAL SETTING Language/ ᷥᷘ English Deutsch Español Português Italiano Français Svenska : Set : Cancel 3. Druk op de knop OK. 4. Druk op de knop ƌ. De menu cursor gaat naar het menu. BASISINSTELLINGEN Language/ ᷥᷘ Nederlands Seoul 5. Druk op de knop ȜȞ om een stad te selecteren. Zomertijd : Inst. [42] : Annul. Begininstellingen 6. Druk op de knop ƌ. De menu cursor gaat naar het zomertijdmenu. BASISINSTELLINGEN Language/ ᷥᷘ Nederlands Seoul BWUMZ\QRL : Inst. 7. Selecteer (aan) of : Annul. (uit) menu door op de vierwegbesturing te drukken. 8. Druk op de knop OK. Het scherm voor instelling van de datum en tijd verschijnt. ƃ Wanneer datum/tijd niet zijn ingesteld : Als de gekozen taal niet juist is kunt u een taal kiezen vanuit het startmenu. 1. Druk op de menuknop en verwijder het woonplaats-, datum- en tijdmenu. 2. Schakel de camera weer in. 3. Het startmenu verschijnt. Selecteer de gewenste taal via de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) en druk op OK. ƃ Wanneer datum/tijd zijn ingesteld : U kunt de begininstellingen niet opnieuw instellen nadat datum/tijd zijn ingesteld. In dat geval moet u het volgende doen om de begininstellingen te herstellen. 1. Schakel de camera weer in. 2. Selecteer het [ Setup] menu door de menuknop in te drukken. 3. Selecteer [Language/ᷥᷘ ] menu via de vierwegbesturing (Ɗƌ). Selecteer de gewenste taal via de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) en druk op OK. Submenu voor de taalkeuze verschijnt. De taal wordt gewijzigd. Om woonplaats en datum/ tijd te wijzigen dient u de volgende pagina’s te lezen. - Pagina 153 voor het wijzigen van woonplaats. - Pagina 152 voor het wijzigen van datum/tijd. [43] Begininstellingen INFORMATIE ƃ Als u de menuknop indrukt tijdens de begininstellingen, wordt het ingestelde menu verwijderd. In dit geval verschijnt het [Language/ ᷥᷘ ] menu wanneer de camera wordt aangezet. Datum en tijd instellen ƈ Stel de actuele datum, tijd en weergavestijl in. 1. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar [jj/mm/dd]. 2. Gebruik de vierwegbesturing (Ɗƌ) om de datumweergave te kiezen. BASISINSTELLINGEN Datum & Tijd Type jj/mm/dd 3. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar [24h]. 4. Selecteer 24u (24-uurs weergave) of 12u (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 5. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat terug naar [Type]. 6. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar [Datum]. 2006 Tijd 00 00 : Annul. BASISINSTELLINGEN Datum & Tijd Type Datum Tijd jj/mm/dd 2006 24h 01 01 00 00 : Inst. 7. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar het jaar. : Annul. BASISINSTELLINGEN Datum & Tijd Type jj/mm/dd Datum 2006 Tijd 00 00 : Inst. [44] 01 01 Datum : Inst. 24h 24h 01 01 : Annul. Begininstellingen 8. Druk op de vierwegbesturing (Ɗƌ) om een jaartal in te stellen. Stel de maand en het jaar op dezelfde wijze in. 9. Druk op de knop Ȟ. Het kader gaat terug naar het [Datum] menu. 10. Druk op de knop ƌ. Het kader gaat terug naar het [Tijd] menu. BASISINSTELLINGEN Datum & Tijd Type jj/mm/dd 01 01 Datum 2006 Tijd 00 00 : Inst. 11. Druk op de knop Ȟ. Gebruik de Ɗƌ knoppen om de tijd in te stellen. 24h : Annul. BASISINSTELLINGEN Datum & Tijd Type jj/mm/dd Datum 2006 Tijd 00 00 : Inst. 24h 01 01 : Annul. 12. Druk op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen. Als u de datum en tijd instelt met de menubesturing, gaat u terug naar het [INSTELLINGSMENU] scherm. Druk nogmaals op de knop OK. INFORMATIE ƃ U kunt het instellen annuleren en overgaan op de opnamefunctie tijdens de begininstelling door op de knop MENU te drukken. In dat geval verschijnt het scherm [Initial Settings] de volgende keer dat u de camera aanzet. ƃ Wanneer u klaar bent met de instellingen en op de knop OK drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. ƃ Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop OK wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, enz.) precies 00 seconden aangeeft. ƃ U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met de menubesturing. (p.152, 156) [45] De lens bevestigen ƈ Alleen D-XENON, D-XENOGON -lensen kunnen voor deze camera worden gebruikt. Sommige functies zijn beperkt wanneer de lenzen niet staan ingesteld op Diafragma A (Auto). Zie ook “Aantekeningen over [Gebr. diafr.ring]”. Andere lenzen en hulpstukken zijn niet beschikbaar met fabrieksinstellingen. Om de sluitertijd te gebruiken stelt u [Gebr. diafr.ring] in het [AANGEP2] menu in. INFORMATIE ƃ Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen. 1. Controleer of de camera uit is. 2. Verwijder de bodydop ( )ڹen de achterlensdop van de lens ()ں. Let erop dat u de lens neerlegt met het bevestigingsdeel omhoog om beschadiging te voorkomen. 3. Zorg dat de richttekens (de rode puntjes) op de camera en de lenstegenover elkaar liggen. Draai vervolgens de lens met de klok mee tot deze vastklikt. Na het bevestigen van de lens controleert u of deze goed vastzit. Controleer ook of de rode puntjes van de lens aan de bovenzijde zitten en of de lensbevestiging niet zijdelings kan bewegen. [46] De lens bevestigen 4. Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen. Als u het objectief wilt verwijderen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief ( )ڻingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in. INFORMATIE ƃ De bodydop ( )ڹis een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport. ƃ Samsung Camera kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk. ƃ De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektronische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten reinigen met een zachte, droge doek. [47] De zoekerdioptrie aanpassen ƈ Pas de scherpte van het zoekerbeeld aan uw gezichtsvermogen aan. Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij. U kunt de dioptrie verschuiven van -2,5-1 tot +1,5-1. 1. Kijk door de zoeker en richt de camera op een goed verlicht punt. Verschuif vervolgens de dioptriecorrectieknop naar links of rechts. Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot de scherpstelpunten in de zoeker duidelijk zichtbaar zijn. AF-kader INFORMATIE ƃ De oogschelp is bevestigd op de zoeker wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden. Dioptriecorrectie is mogelijk als de oogschelp is aangesloten. Correctie is echter gemakkelijker als de oogschelp is verwijderd, zoals hierboven weergegeven. Trek de oogschelp omhoog en verwijder deze zoals rechts afgebeeld. ƃ Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien ook al schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij, gebruikt u de zoekervergroting (optioneel). De oogschelp moet dan echter worden verwijderd. [48] 3 Basisbediening Dit hoofdstuk legt de basishandelingen uit. Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen. Basishandelingen bij opnamen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō50 OPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) ōō55 De RAW-knop gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō59 Andere opnamefuncties ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō60 Het zoomobjectief gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō69 De ingebouwde flitser gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō70 De witbalans instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō76 De ISO-gevoeligheid gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō82 Foto’s weergeven ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō84 Opnamen wissen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō98 Opnamen beveiligen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō103 Afdrukservice instellen (DPOF) ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō105 Afdrukken met PictBridge ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō108 Basishandelingen bij opnamen De camera vasthouden ƈ Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen. - Houd de camera stevig met beide handen vast. - Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt. [Horizontale positie] [Verticale positie] INFORMATIE ƃ Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom). ƃ Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijd voor een camera die in de hand wordt gehouden in de regel 1/(brandpuntsafstand x1,5). De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden een statief of OPS functie. ƃ Door bij het maken van een opname met een telelens een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het lens, voorkomt u dat de camera beweegt. ƃ Als u een statief gebruikt, gebruik dan de OPS-functie niet omdat de opname wazig kan worden als gevolg van de trilling van de OPS-sensor. [50] Basishandelingen bij opnamen De camera de optimale instellingen laten bepalen ƈ De camera zodanig instellen dat de optimale instellingen worden gekozen op basis van de hoeveelheid licht, afstand en beweging van het onderwerp. 1. Zet de functieselectie op . - De camera bepaalt de meest geschikte opnamefunctie voor het onderwerp. 2. Zet de scherpstelfunctieknop op SAF. Autofocus is ingesteld. Wanneer het beeld is scherp gesteld, kan de foto worden genomen. [51] Basishandelingen bij opnamen 3. Kijk door de zoeker om het onderwerp te bekijken. Een zoomlens kan worden gebruikt om de grootte van het onderwerp in de zoeker te veranderen. 4. Positioneer het onderwerp binnen in het AF-frame en druk de bedieningsknop voor de sluiter half in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. De flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is. - De ontspannerknop bedienen (p.53) - Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (p.54) - De ingebouwde flitser gebruiken (p.70) - Selecteer het scherpstelgebied (AF-punt) Scherpstelindicator INFORMATIE ƃ U kan het beeld vooraf op het LCD-scherm bekijken en de compositie, de belichting en de focus nagaan, voordat u de foto neemt. (p.191) ƃ De flitser wordt niet uitgeklapt. Om de flitser handmatig uit te klappen, drukt u op de flitser uitklapknop ( ). 5. Druk de ontspannerknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. [52] Basishandelingen bij opnamen 6. Opnamen bekijken op de LCD-monitor. Na de opname wordt deze gedurende één seconde op de LCD-monitor weergegeven (momentcontrole.) Tijdens de momentcontrole kunt u de opname verwijderen door te drukken op de knop . - Weergavetijd instellen (p.166) - Opnamen wissen (p.98) - Overbelichtingswaarschuwing weergeven (p.165) Wissen De ontspanknop bedienen ƈ De ontspanknop heeft drie standen. Niet ingedrukt Half ingedrukt (eerste positie) Helemaal ingedrukt (tweede positie) Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste positie), worden de indicaties in de zoeker en op het LCD ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt (tweede positie), wordt de opname gemaakt. INFORMATIE ƃ Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen. ƃ Oefen met het tot halverwege indrukken van de ontspanknop om te leren waar de eerste positie is. ƃ De zoekerindicaties blijven aan terwijl u de ontspanknop indrukt. De zoekerindicaties blijven na circa 10 seconden branden (standaardinstelling) nadat de knop wordt losgelaten. [53] Basishandelingen bij opnamen Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen ƈ Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn onder de volgende omstandigheden ((a) t/m (f) hieronder). Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie in de zoeker. Wanneer het onderwerp niet wordt scherpgesteld, stelt u de scherpstelfunctieknop in op MF en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas scherp te stellen op het onderwerp. (a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het bereik van de scherpstelpunten. (b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het bereik van de scherpstelpunten. (c) Onderwerpen die snel bewegen. (d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond). (e) Verticale of horizontale lijnen die binnen het bereik van de scherpstelpunten vallen. (f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het bereik van de scherpstelpunten. INFORMATIE ƃ Wanneer (f) van toepassing is, is het onderwerp mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de _ (scherpstelindicatie) wordt weergegeven. [54] OPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) ƈ U kunt gemakkelijk scherpe foto's nemen als u Optical Picture Stabilisation gebruikt via de OPS knop. Optical Picture Stabilisation (optische opnamestabilisatie) ƈ Gebruik de OPS functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspannerknop wordt ingedrukt. Dit is handig in situaties waarin u de camera moeilijk kunt stil houden. Met de OPS functie kunt u foto’s nemen met een sluitersnelheid die 2 tot 3,5 stappen langzamer is zonder het risico van beweging. De OPS functie is ideaal voor het nemen van foto's in de volgende situaties. - Wanneer u foto’s neemt in slecht verlichte ruimtes, zoals binnenshuis, ‘s nachts, op bewolkte dagen en in de schaduw - Wanneer u een foto neemt met telelens [Wazig beeld] [Foto genomen met de OPS functie] INFORMATIE ƃ De OPS functie kan wazige beelden niet compenseren wanneer ze zijn verorozaakt door bewegen van het onderwerp. Om foto’s te nemen van een bewegend onderwerp, moet u de sluitertijd verhogen. ƃ De OPS functie kan het bewegen niet helemaal opheffen bij het nemen van close-up foto’s. In dit geval wordt aanbevolen de OPS functie uit te zetten en een statief te gebruiken. ƃ De OPS functie werkt niet volledig bij een lagere sluitersnelheid, bijvoorbeeld bij het fotograferen van een bewegend onderwerp of bij nachtopnamen. In dit geval wordt aanbevolen de OPS functie uit te zetten en een statief te gebruiken. [55] OPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) Functie bewegingsreductie en lens brandpuntsafstand ƈ De OPS-functie functioneert middels het verkrijgen van lensinformatie zoals focale lengte. Als een lens wordt gebruikt die die informatie automatisch verzamelt, verschijnt het [ OPS] instellingenmenu, maar kan het niet worden gekozen. Als een ander type lens wordt gebruikt, kan de lensinformatie niet automatisch worden verkregen. In dat geval stelt u de focale lengte in door het [ OPS] menu te gebruiken. Schakel de OPS Functie in. ƈ Schakel de OPS knop in Wanneer de afdrukknop voor de helft wordt ingedrukt, verschijnt zoeker en wordt de OPS functie ingeschakeld. in de INFORMATIE ƃ Zet de bewegingsreductie functie uit als u deze niet wilt gebruiken. (OFF) ƃ De functie bewegingsreductie werkt niet volledig gedurende 2 seconden na het aanzetten van de camera of wanneer hij herstelt van Auto Power Off. Wacht tot de bewegingsreductie functie stabiel is voordat u u rustig de ontspanner indrukt om een foto te nemen. Druk de sluiterknop tot halverwege in. De camera is gereed om foto’s te maken wanner het icoon in de zoeker verschijnt. ƃ Zorg dat u de OPS functie uitzet als u een statief gebruikt. ƃ De functie bewegingsreductie wordt automatisch uitgeschakeld in de volgende situaties. Wanneer u de zelfontspanner gebruikt, bij afstandopnamen, bij flitsopnamen of draadloos met externe flits. [56] OPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) De OPS functie instellen ƈ Het [ OPS] menu verschijnt wanneer de camera wordt aangezet met de bewegingsreductie aan en een lenstype dat geen automatische gegevensverkrijging ondersteunt zoals brandpuntsafstand. Gebruik het [ OPS] menu om de brandpuntsafstand in te stellen. INFORMATIE ƃ Het [ OPS] menu verschijnt wel maar wordt niet geselecteerd wanneer er een lens wordt gebruikt die automatische gegevensverkrijging ondersteunt zoals brandpuntsafstand omdat de brandpuntsafstand automatisch wordt ingesteld. ƃ Wanneer u een lens gebruikt zonder de A (Auto) positie op het diafragma of op een andere positie dan de s-positie, stel dan de [Gebr. diafr.ring] in het [AANGEP2] menu in op [Aan]. ƈ Om de brandpuntsafstand en de OPS instellingen te wijzigen, gebruikt u [ OPS] op het [OPNAMEMENU] menu. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Uit Meerdere bel. Uit Multibelichting Geh.instellingen Handm. OPS : Vrpl. 1. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ) om de brandpuntsafstand in te stellen. Kies uit de volgende brandpuntsafstanden. (De standaardinstelling is 35) : Einde OPNAMEMENU Optische Beeldstabilisatie Brandpuntafstand : Inst. Brandpunt safstand : Terug 8 10 12 15 18 20 24 28 30 35 40 43 50 55 65 70 77 85 100 120 135 150 180 200 250 300 350 400 450 500 550 600 700 800 - - - - - - [57] OPS: OPS (Optical Picture Stabilization, optische opnamestabilisatie) INFORMATIE ƃ Als de brandpuntsafstand voor uw lens niet in de lijst staat, selecteer dan een waarde die het dichtst ligt bij de daadwerkelijke brandpuntsafstand. ƃ Wanneer u een zoomlens gebruikt, selecteer dan de brandpuntsafstand bij de zoominstellingen op dezelfde manier. [58] De RAW-knop gebruiken ƈ Als u de RAW-knop indrukt worden de opnamen als RAW- en JPEG-bestandstype gemaakt. U kunt het soort opname met de RAW-knop instellen. (p.144) Als u de RAW-knop indrukt, verschijnt RAW+ op het LCD-scherm Druk op de sluiterknop om een opname te maken. INFORMATIE ƃ Als u de keuzefunctie roteert en de RAW-knop nogmaals indrukt, wordt de RAW-functie beëindigd. ƃ Als u de RAW+ functie gebruikt, kan het even duren om de opname aals zowel RAW- als JPEGbestandstypen op te slaan. ƃ Als de opname die met de RAW+ functie is gemaakt op het LCD-scherm, wordt alleen de JPEGopname getoond. Om de RAW-opname te bekijken dient u de meegeleverde software te gebruiken. [59] Andere opnamefuncties Continue opname ƃ U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspannerknop ingedrukt te houden. Als u het [RAW] menu in het [Bestandsformaat] menu kiest, is het maximum aantal opnamen 9. 1. Druk op de knop Fn. Het functiemenu wordt geopend. : Vrpl. : Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. Standaard is [Enkelbeeldopname]. TRANSPORTFUNCTIE Enkelbeeldopname : Vrpl. [60] : Inst. Andere opnamefuncties 3. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ) om te selecteren. TRANSPORTFUNCTIE Continue Opname : Vrpl. : Inst. 4. Druk tweemaal op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 5. Druk de sluiterknop tot halverwege in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. ſ Stel [Continu] in onder [Resterend Aantal Opn] in het menu [AANGEP2]. Het mogelijke aantal continuopnamen (buffergeheugen) wordt weergegeven wanneer u de ontspannerknop tot halverwege indrukt. (p.144) 6. Druk de ontspannerknop helemaal in. Zolang de ontspannerknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspannerknop om te stoppen met het maken van de serieopname. De instelling voor continuopnamen blijft bewaard wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Open het functiemenu en stel de camera in op (enkelbeeld opname) om de continue opname te stoppen. [61] Andere opnamefuncties INFORMATIE ƃ Telkens wanneer de ontspannerknop wordt ingedrukt, wordt er opnieuw scherpgesteld, terwijl de opnametimer wordt ingesteld (ontspannerknop wordt half ingedrukt) als de scherpstelfunctie wordt ingesteld op SAF (Single Mode). (p.192) ƃ Scherpstellen is continu actief als de scherpstelfunctie staat ingesteld op CAF (Continu functie). ƃ Let op: in CAF, wordt de ontspannerknop losgelaten als de knop volledig wordt ingedrukt, zelfs als het scherpstellen nog niet is afgerond. ƃ Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. Als u de sluiter wilt kunnen ontspannen voordat de ingebouwde flitser gereed is, moet u een gebruikersfunctie instellen. Opnamen met de zelfontspanner ƈ Deze camera heeft twee zelfontspannerfuncties: en . De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze functie om als fotograaf ook op de foto te komen. De sluiter ontspant na circa twee seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspannerknop wordt ingedrukt. 1. Bevestig de camera op een statief. [62] Andere opnamefuncties 2. Druk op de knop Fn. Het functiemenu wordt geopend. : Vrpl. : Einde 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. TRANSPORTFUNCTIE Continue Opname : Vrpl. : Inst. [63] Andere opnamefuncties 4. Selecteer of met de vierwegbesturing (ȜȞ). TRANSPORTFUNCTIE Zelfontspanner (12sec) : Vrpl. 5. Druk tweemaal op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 6. Kijk in de zoeker of het onderwerp in zicht is en druk de ontspannerknop tot halverwege in. De scherpstelindicatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld. 7. Druk de ontspannerknop helemaal in. , gaat het zelfontspanner lampje langzaam knipperen en knippert dan snel 2 seconden voor de ontspannerknop wordt ingedrukt. Er klinkt een toon en de snelheid wordt vergroot. De ontspannerknop wordt ongeveer 12 seconden na het indrukken losgelaten. , wordt de ontspannerknop ongeveer 2 seconden losgelaten nadat de knop volledig is ingedrukt. 8. Zet de camera uit na de opname. ſ U kunt de zelfontspanner opheffen. Druk op de MENU, Fn, Weergave knoppen om de functiekeuze te roteren terwijl de zelfontspanner werkzaam is. [64] : Inst. Andere opnamefuncties Foto’s nemen via afstandsbediening (Remote Control F: wordt apart verkocht) ƈ De afstandsbediening van de PENTAX digitale spiegelreflexcamera (afstandsbediening F) kan ook worden gebruikt met de digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. ƈ De ontspannerknop kan worden bediend via de optionele afstandsbediening. U kunt kiezen uit (afstandsbediening) en (drie seconden vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening. De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspannerknop op de afstandsbediening is ingedrukt. De sluiter wordt ontspannen drie seconden nadat de ontspannerknop op de afstandsbediening is ingedrukt. 1. Bevestig de camera op een statief. 2. Druk op de knop Fn. Het functiemenu verschijnt. : Vrpl. : Einde 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. [65] Andere opnamefuncties 4. Selecteer of met de vierwegbesturing (ȜȞ). Het zelfontspanner-LED knippert, ten teken dat de camera zich in de wachtstand voor de afstandsbediening bevindt. TRANSPORTFUNCTIE Afstandsbediening : Vrpl. : Inst. 5. Druk tweemaal op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 6. Druk de sluiterknop tot halverwege in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. wordt INFORMATIE ƃ U kunt bij standaardinstellingen niet scherpstellen via de afstandsbediening. Stel eerst scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt. U kunt [AF + afstandsbed.] op [Aan] zetten via de gebruikersfuncties. (p.132) 7. Richt de afstandsbediening op de voorzijde van de camera en druk de ontspannerknop van de afstandsbediening in. Het werkbereik van de afstandsbediening loopt tot een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde van de camera. , wordt de ontspannerknop ongeveer 2 seconden nadat de knop volledig is ingedrukt losgelaten. , wordt de ontspannerknop ongeveer 3 seconden nadat de knop volledig is ingedrukt losgelaten. Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner en gaat dan weer knipperen. [66] Andere opnamefuncties INFORMATIE ƃ Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld (p.151). ƃ Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.205). (Negeer het licht dat binnenkomt in de zoeker wanneer de opnamefunctie op Handmatig staat (p.182).) ƃ Verwijder de oogkap door een zijde naar buiten en naar u toe te trekken, wanneer u toebehoren als de zoekerdop gebruikt. [Oogkap verwijderen] [Het zoekerkapje bevestigen] ƃ Zet de camera uit om de afstandsbedieningsfunctie te annuleren nadat die is geactiveerd. ƃ De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht. ƃ De afstandsbediening werkt niet wanneer de flitser bezig is op te laden. ƃ Als u gebruik wilt maken van de ingebouwde flitser, klap deze dan eerst uit. ƃ De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer 30.000 afstandsbedieningssignalen. [67] Andere opnamefuncties Gebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen ƈ Gebruik de spiegelvergrendelingsfunctie wanneer de camera duidelijk beweegt, ook wanneer de draadontspanner (optioneel) of de afstandsbediening (optioneel) wordtgebruikt. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, klapt de spiegel omhoog en wordt na twee seconden de sluiter ontspannen bij het gebruik van de 2 s-zelfontspanner. Deze methode voorkomt bewegingen van de camera. Volg de onderstaande procedure om het opname te maken met spiegelvergrendeling: 1. Bevestig de camera op een statief. 2. Druk op de functieknop (Fn) en de vierwegbesturing (Ɗ) en selecteer (p.62) (2 sec. zelfontspanner). 3. Stel scherp op het onderwerp. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. De spiegel wordt opgeklapt en de opname wordt twee seconden later gemaakt. Het belichtingsgeheugen is ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand aan het omhoogklappen van de spiegel is ingesteld. [68] Het zoomobjectief gebruiken ƈ Vergroot een onderwerp (tele-opname) of neem een groter gebied op (groothoek) met een zoomobjectief. Stel deze in op de gewenste grootte en maak de foto. 1. Draai de zoomring rechtsom of linksom. Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand. INFORMATIE ƃ Kijk door de zoeker om uw afbeelding samen te stellen op een focale afstand die juist lijkt voor uw doel. Draai de instelring naar rechts of links totdat u de afbeelding ziet die u wenst. Groothoek Tele [69] De ingebouwde flitser gebruiken ƈ Als u de flitser wilt ontladen in een donkere of slechtverlichte omgeving, druk dan op de flitserknop om de flitser te laten opklappen. Selecteer een flitsfunctie die u wilt gebruiken uit de flitseropties in het Fn menu. U kunt de flitsresultaten aanpassen met de e-knop aan de achterkant in iedere belichtingsfunctie, behalve in de auto-functie. De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 4 m van het onderwerp. Er zal geen goede belichting zijn en vervloeiïng kan voorkomen wanneer er op minder dan 0,7 m wordt gefotografeerd (deze afstand hangt een beetje af van het type objectief en de ingestelde gevoeligheid. ſ Compatibiliteit van ingebouwde flitser en lens Afhankelijk van de gebruikte lens en de opnamecondities kan vignettering (delen rondom zijn zwart vanwege een gebrek aan licht) optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren. INFORMATIE ƃ Verwijder de lenskap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt. ƃ De ingebouwde flitser wordt volledig ontladen voor lenzen zonder een functie om het diafragma op A in te stellen (Auto). Auto ontladen Ontlaadt automatisch de flitser in donkere of slechtverlichte ruimtes. De ingebouwde flitser moet handmatig ontladen worden. Aanvullende flits Wanneer de opklapflitser gesloten is, ontlaadt de flitser niet. Wanneer de flitser geopend is, ontlaadt de flitser. Autoflitser + Anti-rode-ogen Aanvullende flits + rode ogen Er wordt een vóórflits gegeven voordat de automatische flitser afgaat. De ingebouwde flitser moet handmatig ontladen worden. Er wordt een vóórflits gegeven voor rode-ogenreductie. Lange-sluitertijdsynchronisatie Lange-sluitertijdsynchronisatie + rode ogen Volgensluitervenstersynchronisatie [70] Stelt de sluitersnelheid in voor een goede opname van de achtergrond. Stelt de sluitersnelheid in voor een goede opname van de achtergrond. Er wordt een vóórflits gegeven voordat de automatische flitser afgaat. Ontlaadt de flitser onmiddellijk voor het sluitervenster dichtgaat. De ingebouwde flitser gebruiken Flitserfunctie selecteren 1. Druk op de knop Fn. Het functiemenu wordt geopend. : Vrpl. 2. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het scherm voor flitseropties wordt weergegeven. : Einde FLITS Steunflits : Inst. ƃ Beschikbare flitserfunctie, via opname functie (O : Te selecteren, X : Niet te selecteren) A P Sv Tv Av TAv M B X USER O X X X X X X X X O Aanvullende flits X O O O O O O O O O Auto + anti-rode-ogen O X X X X X X X X O Aanvullende flits + rode ogen X O O O O O O O O O Lange-sluitertijdsynchronisatie X O O X O X X X X O Lange-sluitertijdsynchronisatie + rode ogen X O O X O X X X X O Volgen-sluitervenstersynchronisatie X O O O O O O O X O Auto ontladen * In de USER functie kan de beschikbare flits door de belichtingsfunctie worden gewijzigd. 3. Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing (ȜȞ). ſ Wanneer u niet in de Auto modus bent, draai dan de achterste e-knop naar flitsercompensatie. Het compensatiebereik is -2,0 tot +1,0. (p.75) 4. Druk op de knop OK. De camera keert terug naar het Fn menuscherm. [71] De ingebouwde flitser gebruiken Gebruik auto-ontladen , 1. Zet de functieselectie op AUTO. 2. Druk op de flitser uitklapknop . De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en laadt zich op. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt er op het LCD-scherm en in de zoeker. (p.27, 29) 3. Druk de sluiterknop tot halverwege in. Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie in de zoeker weergegeven. 4. Druk de ontspannerknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. 5. Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen. [72] De ingebouwde flitser gebruiken De aanvullende flitser gebruiken , 1. Stel de functie knop in op iedere opname functie behalve de Auto functie. 2. Druk op de flitser uitklapknop . De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en laadt zich op. Ongeacht de flitserfunctie, zal de aanvullende flitser worden geselecteerd. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt er op het LCD-scherm en in de zoeker. 3. Druk de sluiterknop tot halverwege in. Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie de zoeker weergegeven. in 4. Druk de ontspannerknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. 5. Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen. [73] De ingebouwde flitser gebruiken Rode-ogenreductie flitser gebruiken ƈ Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn. U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen. ŋMaak de omgeving lichter voor de opname. ŋAls u een zoomlens gebruikt, stel hem in op groothoek en ga dichter bij uw onderwerp staan. ŋGebruik een flitser die rode-ogenreductie ondersteunt. ŋWanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera. De rode-ogenreductiefunctie van deze camera vermindert het rode-ogeneffect door tweemaal te flitsen. Met de rode-ogenreductie wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect wordt verminderd. Om de rode-ogen functie te gebruiken, stel (Auto+Red-eye reduction) in op de Auto functie en (Fill-in Flash+Red-eye reduction) of (Slow speed sync+Red-eye reduction) in andere functies. Opnamen met daglichtsynchronisatie ƈ Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het op deze manier gebruiken van de flitser wordt een opname met daglichtsynchronisatie genoemd. De flitser wordt bij daglichtsynchronisatie handmatig ingeschakeld. ƃ Opnamen maken (Hyper programma) 1. Controleer of de flitser is uitgeklapt en is ingesteld op aanvullende flitser. (p.70) 2. Controleer of de flitser volledig is opgeladen. 3. Maak de opname. ſ Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht. [Zonder daglichtsynchronisatie] [74] [Met daglichtsynchronisatie] De ingebouwde flitser gebruiken Flitsopbrengst corrigeren ƈ U kunt de flits instellen in een bereik van –2,0 tot +1,0. De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/3 LW en 1/2 LW. Trapinterval Flitscorrectie 1/2 LW -2.0, -1.5, -1.0, -0.5, 0.0, +0.5, +1.0 1/3 LW -2.0, -1.7, -1.3, -1.0, -0.7, -0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0 ſ Stel de interval van de trappen in [LW-stappen] in het menu [AANGEP1] in. (p.133) ƃ Stel flitser item in van het Fn menu via de achterste e-knop. FLITS Steunflits : Inst. INFORMATIE ƃ knippert in de zoeker wanneer de flitser uitklapt tijdens de flitsercorrectie. (p.27) ƃ Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast. ƃ Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is. [75] De witbalans instellen De witbalans instellen ƈ De kleur van het onderwerp hangt mede af van de lichtbron. Een wit voorwerp heeft bijvoorbeeld bij daglicht een andere schakering wit dan onder een gloeilamp. In camera’s die werken met film wordt dit aangepast door een andere film te nemen of filters te gebruiken. Bij digitale camera’s wordt de witheid aangepast via de witbalans. De standaardinstelling is (automatisch). Auto Daglicht Schaduw Bewolkt Hiermee wordt automatisch de witbalans ingesteld. (Circa 4000 tot 8000K) Voor gebruik wanneer u opnamen maakt bij zonlicht. (Circa 5200K) Voor gebruik wanneer u opnamen maakt in de schaduw. Het vermindert de blauwachtige kleurtonen op een foto. (Circa 8000K) Voor gebruik wanneer u opnamen maakt op bewolkte dagen. (Circa 6000K) Voor gebruik wanneer u opnamen maakt onder TL-licht. Kies het type TL- Neonlicht licht: W (wit) (circa 4200K), N (neutraal wit) (circa 5000K), of D (daglicht) (circa 6500K). Voor gebruik wanneer u opnamen maakt onder een gloeilamp of andere Lamplicht kunstverlichting. Het vermindert de roodachtige kleurtonen op een foto. (Circa 2850K) Flitser Handmatig Kleurtemperatuur 1, 2, 3 Voor gebruik wanneer u opnamen maakt met de ingebouwde flitser. (Circa 5400K) Gebruik dit om handmatig de witbalans bij te stellen aan de hand van de lichtinval zodat witte voorwerpen er natuurlijk wit uitzien. Gebruik dit voor het instellen van de kleurtemperatuur in afbeeldingen. U kunt drie instellingen opslaan. ſ De kleurtemperatuur (K) is een schatting. Deze geeft geen exacte kleuren aan. ſ De kleurtemperatuurstap kan worden ingesteld in het [Kleurtemp.Eenheid] van het [AANGEP1]. (p.137) [76] De witbalans instellen Kleurtemperatuur De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken. Rode tint Blauwe tint Heldere hemel Schaduw Flitser: neutraal wit (neonlicht) Daglicht (neonlicht) Bewolkt Daglicht Wit (neonlicht) Halogeenlamp Lamplicht Olielamp Kaarsvlam 1. Druk op de knop Fn. - Het Fn menu wordt geopend. : Vrpl. 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). - Het scherm [Witbalans] verschijnt. : Einde WITBALANS 3. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ƊƌȜȞ) om de witbalans te selecteren. Auto : Voorbeeld ſ Na het kiezen van een gewenste witbalans draait u de hoofdschakelaar naar ( U kunt de vorige witbalans controleren. : Inst. ). [77] De witbalans instellen De witbalans handmatig aanpassen ƈ U kunt de witbalans aanpassen op de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen. Via de handmatige witbalans kan de camera verfijnde schaduwen opslaan die niet precies bijgesteld kunnen worden met de witbalans waarden die vooraf zijn ingesteld in de camera. Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving. 1. Druk op de knop Fn. - Het Fn menu wordt geopend. WITBALANS 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). - Het menu [Witbalans] verschijnt. Auto : Voorbeeld 3. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) en selecteer (Handmatig). : Inst. WITBALANS AWB Handmatig : Voorbeeld : Inst. 4. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). - Het berichtenscherm wordt weergegeven. HANDMATIG WITBALANS : Einde : Inst. 5. Richt de zoeker op een egaal wit of grijs vel papier onder een lichtbron om de witbalans in te stellen. 6. Druk de ontspannerknop helemaal in. - Schuif de scherpstelfunctieknop naar de stand MF als de sluiter niet kan worden ontspannen. [78] De witbalans instellen 7. Het getoonde menu zal verschijnen. : Inst. ſ De positie van de aangepaste witbalans kan worden gewijzigd met behulp van de e-knop. Selecteer een gewenste witbalans met behulp van de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ). : Inst. 8. Druk op de OK knop en het witbalans aanpassingsmenu wordt getoond. Druk nogmaals op de OK-knop om de instelling op te slaan. INFORMATIE ƃ Wanneer de ontspannerknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt. ƃ Wanneer u niet tevreden bent met de instelling, drukt u nogmaals op de knop Fn om de instelling te wijzigen. ƃ Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans niet worden aangepast. In dat geval stelt u de juiste belichting in en past u daarna de witbalans weer aan. [79] De witbalans instellen De witbalans fijnafstellen ƈ U kunt de Witbalans fijner instellen. 1. Druk op de knop Fn. - Het Fn menu wordt geopend. WITBALANS 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). - Het menu [Witbalans] verschijnt. Auto : Voorbeeld 3. Gebruik de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de gewenste witbalans te selecteren. : Inst. WITBALANS AWB Daglicht : Voorbeeld : Inst. [Daglicht WB kiezen] ſ Na het kiezen van een gewenste witbalans draait u de hoofdschakelaar naar ( ). U kunt de vorige witbalans controleren. WITBALANS AWB Daglicht : Voorbeeld 4. Druk op de vierwegbesturing (Ɗƌ). - Het scherm [fijnafstellen witbalans] verschijnt. Daglicht : Einde [80] : Inst. : Inst. De witbalans instellen 5. Gebruik de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de witbalans fijn af te stellen. Er zijn zeven niveaus en 196 patronen beschikbaar op de G-M en B-A assen. - G : Groen - M : Magenta - B : Blauw - A : Amber Daglicht G2 WB A3 : Einde : Inst. GM compensatie Stelt de toon van de kleuren bij tussen groen en magenta. ȜȞ BA compensatie Stelt de toon van de kleuren bij tussen blauw en amber. Ɗƌ 6. Druk op de knop OK. De camera keert terug naar het scherm Witbalans. WITBALANS Auto : Voorbeeld : Inst. 7. Druk tweemaal op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen met de ingestelde witbalans. INFORMATIE ƃ Als de groene knop wordt ingedrukt tijdens het instellen van de witbalans, wordt de witbalanswaarde op de standaardwaarde (ť0) ingesteld. ƃ Wanneer de kleurtemperatuur verandert na het instellen ervan, verschijnt het volgende menu. Wijzig het menu met behulp van de voorste en achterste e-knop. ƃ Stel [Fijnafst. bij AWB] in [AANGEP1] in op [Aan] wanneer u gaat fijn afstellen in AWB. (p.136) Kleurtemp.Eenheid : Einde : Inst. [81] De ISO-gevoeligheid gebruiken De gevoeligheid instellen ƈ U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht. De gevoeligheid kan worden ingesteld op [Auto] of op een waarde tussen ISO 100 tot 1600. 1. Druk op de knop Fn. - Het Fn menu wordt geopend. : Vrpl. 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - Het ISO-gevoeligheidsmenu wordt geopend. 3. Selecteer de gewenste gevoeligheid met behulp van de vierwegbesturing (ȜȞ). ISO-GEVOELIGHEID AUTO 100-1600 : Vrpl. INFORMATIE ƃ Bij een hogere gevoeligheid is er meer kans op ruis in de opname. ƃ Stel dit menu in via [AANGEP1] > [ISO-stappen]. (p.139) [82] : Einde : Inst. De ISO-gevoeligheid gebruiken Het automatische correctiebereik instellen op AUTO ƈ Stel het bereik voor automatische correctie van de gevoeligheid in als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt standaard automatisch gecorrigeerd in het bereik [ISO 100400]. Draai aan de voorste of achterste e-knop om [ISO-GEVOELIGHEID] in te stellen in het Fn menu. E-knop voorkant Hiermee stelt u het laagste gevoeligheidsniveau in. Achterste e-knop Hiermee stelt u het hoogste gevoeligheidsniveau in. ISO-GEVOELIGHEID AUTO 100-1600 : Vrpl. : Inst. INFORMATIE ƃ Wanneer de camera op de volgende manieren is ingesteld, kan de gevoeligheid niet worden ingesteld op [AUTO]. - De belichtingsmodus wordt ingesteld op Sv (gevoeligheidsvoorkeur), M (hyper-handmatig), B (tijdopname) of X (flitssynchronisatie). ƃ Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden, verschijnt de ISOgevoeligheidswaarschuwing in de zoeker. (p.138) [83] Foto’s weergeven Opnamen weergeven ƈ U kunt opnamen ook weergeven op de camera. INFORMATIE ƃ Met de meegeleverde Digimax Master-software kunt u opnamen weergeven op een pc. Raadpleeg de instructies bij de software voor nadere details. (p.218) 1. Druk na het maken van een opname op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCDmonitor. ſ Knop INFO ƈ Wanneer een beeld wordt weergegeven, drukt u op de INFO knop. De opgeslagen gegevens worden als volgt gewijzigd. Knop INFO Knop INFO Knop INFO Knop INFO [84] Foto’s weergeven 2. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ). Ȝ : De vorige opname wordt weergegeven. Ȟ : De volgende opname wordt weergegeven. Opnamen roteren ƈ U kunt opnamen telkens 90° tegen de klok in roteren. Dit maakt het bekijken van verticaal gemaakte opnamen eenvoudiger. : Inst. : Inst. : Inst. 1. Druk na het maken van een opname op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. 2. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Bij elke druk op de knop wordt de opname 90° graden tegen de klok in gedraaid. [85] Foto’s weergeven 3. Druk op de knop OK. De roteringsgegevens van de opname worden bewaard. Vergrote weergave opnamen ƈ U kunt opnamen tijdens de weergave tot maximaal 20 keer vergroten. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. [86] Foto’s weergeven 2. Draai de e-knop naar rechts (in de richting ). Bij iedere kalibratie wordt 1 opname vergroot, tot maximaal 20 keer de oorspronkelijke grootte. ſ De volgende knoppen fungeren als: - vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) : wijzigt de vergrotingspositie. - achterste e-knop (rechts) : vergroot het beeld (max. 20 keer) - achterste e-knop (links) : verkleint het beeld (max. 1,2 keer) - Knop OK : toont het originele formaat - Knop INFO : toont de gegevens van het beeld - E-knop : voorkant terwijl de instelling voor beeldvergroting wordt vastgehouden, wordt het vorige of volgende beeld getoond. ſ De eerste kalibratie op de acterste e-knop is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen via het [AANGEP2] > [Initiële Zoom] menu. INFORMATIE ƃ U kunt het beeld vergroten via dezelfde procedure tijdens instant weergave (p.166) of digitale weergave (p.167). [87] Foto’s weergeven Meerdere beelden tonen ƈ U kunt 4, 9 of 16 opnamen tegelijk weergeven op het LCD-scherm. 1. Druk op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op het LCD-scherm. 2. Draai de e-knop naar links (in de richting van ). Het scherm [Meer beelden] verschijnt. Er kunnen maximaal 16 miniatuuropnamen worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om een opname te selecteren. Er verschijnt rechts op het scherm een schuifbalk. Wanneer een opname niet kan worden weergegeven, verschijnt er een [?]. Kader : Wissen Schuifbalk [88] Foto’s weergeven 3. Draai de e-knop naar rechts (in de richting van ) of druk op de knop OK. Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname. Selecteer [aantal beelden weer te geven] 1. In het meer beelden-scherm, drukt u op de Fn knop. Het scherm [Meer beelden] verschijnt. 2. Druk op de vierwegbesturing (ȜƊȞ) en selecteer het aantal beelden dat tegelijk moet worden getoond. - 4, 9, 16 beelden 3. Het geselecteerde aantal beelden wordt gelijk getoond. : Terug Vertoont een map ƈ U kunt de inhoud van de mappen weergeven in het meer beelden scherm. 1. Draai de e-knop naar links in het meer beelden scherm. 2. Selecteer de map die u wilt weergeven en druk op de OK knop. De beelden in de map worden weergegeven. : Inst. Naam voor map [89] Foto’s weergeven Diavoorstelling ƈ U kunt alle opnamen op de geheugenkaart achter elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op het LCD-scherm. 1. Druk op de knop en selecteer de opname die u het eerst wilt weergeven met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op het LCD-scherm weergegeven. 2. Druk op de knop Fn. Het Fn menu wordt geopend. : Vrpl. [90] : Einde Foto’s weergeven 3. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het startscherm wordt weergegeven en de diavoorstelling begint. ſ Mogelijkheden beschikbaar tijdens diavoorstelling. - Knop OK : Pauze - Vierwegbesturing (Ȝ) : toont vorige beeld - Vierwegbesturing (Ȟ) : toont volgende beeld - Vierwegbesturing (ƌ) : stoppen Starten : Vrpl. : Einde INFORMATIE ƃ Stel de weergavetijd voor de diavoorstelling in het menu [ WEERGAVEMENU] in. U kunt de diavoorstelling ook starten vanuit het menu [ WEERGAVEMENU]. (p.168) ƃ De diavoorstelling stopt wanneer een van de volgende acties tijdens weergave wordt uitgevoerd of tijdens pauze. ڹVierwegbesturing wordt gebruikt (ƌ) ںDe ontspannerknop wordt voor de helft of helemaal ingedrukt ڻAF knop wordt ingedrukt ڼWeergave knop wordt ingedrukt ڽHoofdschakelaar wordt op gezet ھEr wordt aan de functieknop gedraaid ڿKnop wordt ingedrukt ſ ڹAan het eind van de diavoorstelling schakelt de camera over op Afspelen. ں, ڻ, ڼ, ڽ, ھAan het eind van de diavoorstelling schakelt de camera over op Vastleggen. ڿNa de diavoorstelling verschijnt het Weergave menu. [91] Foto’s weergeven Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ƈ Via de videokabel kunt u opnamen weergeven met een tv of andere apparatuur met een video-INaansluiting als monitor. Zorg dat zowel de tv als de camera uit staat alvorens de kabel aan te sluiten. - Het video-uitgangssignaal selecteren (p.158) 1. Open het klepje van de uitgang en sluit de videokabel aan op de USB / video-uitgang van de camera. 2. Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-IN-aansluiting van de tv. 3. Zet de tv en de camera aan. INFORMATIE ƃ Als u van plan bent de camera gedurende lange tijd intensief te gebruiken, verdient het aanbeveling een netvoedingsadapter (SAC-82, optioneel) te gebruiken. (p.37) ƃ Voor AV-apparatuur met meerdere video-IN-aansluitingen (zoals een tv), raadpleegt u de handleiding van het apparaat en selecteert u de video-IN-aansluiting waarop de camera is aangesloten. ƃ Afhankelijk van het land of de regio, kan het weergeven van opnamen mislukken als de uitvoerindeling voor videobestanden is ingesteld op een andere waarde dan ter plaatse wordt gebruikt. Als dat gebeurt, wijzigt u de uitvoerindeling voor videobestanden (p.158). ƃ De LCD-monitor van de camera wordt uitgeschakeld terwijl de camera is aangesloten op het AVapparaat. [92] Foto’s weergeven Digitale filters ƈ U kunt opnamen bewerken met digitale filters. De bewerkte opnamen worden onder een andere naam opgeslagen. 1. Druk op de knop Fn in de weergavefunctie. Het Fn menu wordt geopend. : Vrpl. 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). Het scherm voor het selecteren van het filter wordt weergegeven. : Einde Zwart-wit : Terug : Inst. [93] Foto’s weergeven 3. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ) om een opname te selecteren. 4. Selecteer een filter met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Selecteer een filter en bekijk de effecten ervan op de opname. 5. Stel een filter in met behulp van de voorste en achterste e-knop. Kleur : Terug Vlak SOFT SOFT SLIM SLIM : Inst. [Kleurenfilter] : Terug : Inst. [Dun filter] 6. Druk op de knop OK. Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt. 7. Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing (Ɗ). Beeld opslaan als nieuw bestand Opslaan als Annuleren : Terug 8. Druk op de knop OK. De gefilterde opname wordt opgeslagen onder een andere naam. [94] : Inst. Foto’s weergeven ƃ Digitale filters Filternaam Functie E-knop voorkant Achterste e-knop Z/W (zwart-wit) Converteren naar zwart-witopname. Wijzigt het contrast alsof er een ZW kleurenfilter is gebruikt. - ZW/R/G/B Sepia Geef uw foto’s een antiek uiterlijk door ze te converteren naar een sepiakleur. - Zwarting (3 niveaus) Kleur Voegt een kleurenfilter toe aan het beeld. Selecteert uit 18 filters (6 kleuren x 3 tinten). Rood/Groen/ Blauw/Geel/ Magenta/Cyaan Zacht Creëert een zachte opname door de gehele opname licht te vervagen. - Zachtheid (3 niveaus) Vlak Wijzigt de horizontale en verticale verhouding van opnamen. De hoogte en breedte kunnen tot twee keer het oorspronkelijke formaat worden gewijzigd. - Links: groothoek Rechts: vlak Helderheid Wijzigt de helderheid van opnamen. Instelbaar met een bereik van ±8 niveaus. - Links: donker Rechts: licht Zwarting van iedere kleur (3 niveaus) ſ Als er een ander beeld wordt geselecteerd met de vierwegbesturing (ȜȞ), wordt het beeld getoond in het ingestelde filter. INFORMATIE ƃ RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. ƃ Stel digitale filters in via het menu [ WEERGAVEMENU]. [95] Foto’s weergeven RAW beelden bewerken ƈ U kunt RAW bestanden converteren naar JPEG bestanden. 1. Selecteer een RAW bestand in Weergave functie. 2. Druk op de knop Fn. Het Fn menu wordt geopend. : Vrpl. : Einde 3. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Develop this image : Terug : Inst. : Wijzigen : Terug : Inst. 4. Druk op de knop OK. De opgeslagen parameters van het beeldbestand worden getoond. ſ Als u de parameters ongewijzigd wilt laten, druk dan nogmaals op OK. [96] Foto’s weergeven Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau (Helder) / (Best) / (Auto) / Witbalans (Natuurlijk) 10M (3872x2592) / 6M (3008x2000) / 2M (1824x1216) (Beter) / (Goed) (Daglicht) / (Schaduw) / (Daglicht kleuren neonlicht) / (Wit neonlicht) / (Lamplicht) / (Bewolkt) / (Daglicht wit neonlicht) / (Flits) / (Handmatig) / (Kleur temperatuur) Gevoeligheid -2.0 ~ +2.0 Scherpte -3.0 ~ +3.0 Kleurintensiteit -3.0 ~ +3.0 Contrast -3.0 ~ +3.0 5. Druk op de knop Fn en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de parameter te wijzigen. JPEG-kwaliteit : Terug 6. Nadat de parameter is gewijzigd klikt u op OK. Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt. : Inst. Beeld opslaan als nieuw bestand Opslaan als Annuleren : Inst. 7. Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing (Ɗ). 8. Druk op de knop OK. De bewerkte opname wordt opgeslagen onder een andere naam. [97] Opnamen wissen Eén opname wissen ƈ U kunt één opname per keer verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. 1. Druk op de knop en selecteer de opname die u wilt verwijderen met de vierwegbesturing (ȜȞ). 2. Druk op de knop . Het scherm voor het wissen van opnamen verschijnt. 3. Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing (Ɗ). Wissen Annuleren : Alle bld 4. Druk op de knop OK. De opname wordt verwijderd. [98] : Inst. Opnamen wissen Alle opnamen verwijderen ƈ U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. 1. Druk op de knop . 2. Druk tweemaal op de knop . Het scherm voor het wissen van alle opnamen verschijnt. 3. Selecteer [Alle wsn] met de vierwegbesturing (Ɗ). Alle beelden van geheugenkaart wissen? Alle wsn Annuleren : Terug : Inst. 4. Druk op de knop OK. Alle opnamen worden verwijderd. Geen beeld [99] Opnamen wissen Geselecteerde opnamen verwijderen (uit de weergave met negen opnamen) ƈ U kunt verscheidene opnamen tegelijk uit de weergave met negen opnamen verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. ƃ U kunt alleen gelijktijdig bestanden selecteren wanneer deze in dezelfde map staan. 1. Druk op de knop . De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. 2. Draai de e-knop naar links (in de richting van ). Er worden negen opnamen getoond. : Wissen [100] Opnamen wissen 3. Druk op de knop . Boven de opnamen verschijnt . 4. Kies de te verwijderen opnamen en geluidsbestanden met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) en druk op de knop OK . De opname wordt geselecteerd en er verschijnt . Druk op de knop Fn om alle opnamen te selecteren. (De selectie van opnamen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal opnamen.) : Wissen : 5. Druk op de knop . Het Bevestig-verwijderen-scherm verschijnt. 6. Selecteer de optie [Kiezen&Wissen] met de vierwegbesturing (Ɗ). Alle geselecteerde beelden zijn gewist Kiezen&Wissen Annuleren : Terug : Inst. 7. Druk op de knop OK. De geselecteerde opnamen worden verwijderd. [101] Opnamen wissen Opnamen gemaakt met de RAW knop wissen ƈ U kunt JPEG en RAW opnamen die zijn gemaakt met behulp van de RAW knop wissen. 1. Druk op de knop en selecteer de opnamen die u wilt verwijderen met de vierwegbesturing (ȜȞ). DNG 2. Druk op de knop. Het scherm voor het wissen van opnamen verschijnt. JPEG Wissen RAW Wissen RAW+JPEG Wissen Annuleren : Alle bld 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗƌ) en kies het type dat verwijderd moet worden. - [JPEG Wissen] : alleen de JPEG opnamen worden verwijderd. - [RAW Wissen] : alleen de RAW opnamen onder de gekozen opnamen worden verwijderd. - [RAW+JPEG Wissen] : RAW en JPEG opnamen worden verwijderd uit de gekozen opnamen. [102] : Inst. 100-0080 JPEG Wissen RAW Wissen RAW+JPEG Wissen Annuleren : Alle bld : Inst. Opnamen beveiligen Opnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect) ƈ U kunt opnamen beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist. ſ Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. 2. Druk op de knop . Het scherm voor beveiliging verschijnt. 3. Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing (Ɗ). Beveiligen Beveiliging opheffen : Alle bld : Inst. 4. Druk op de knop OK. De geselecteerde opname wordt beveiligd. INFORMATIE ƃ Om de beveiligingsinstellingen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3. ƃ Bij de weergave van beveiligde opnamen verschijnt het symbool . (p.25, 26) [103] Opnamen beveiligen Alle opnamen beveiligen 1. Druk op de knop . 2. Druk tweemaal op de knop . Het scherm voor beveiliging van alle opnamen verschijnt. 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ) om [Beveiligen] te selecteren en druk op de knop OK. Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd. Alle beelden beveiligen Beveiligen Beveiliging opheffen : Terug : Inst. ſ Om de beveiligingsinstellingen voor alle opnamen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3. [104] Afdrukservice instellen (DPOF) ƈ U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak die foto’s afdrukt te brengen. Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal exemplaren opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken. ſ Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast. Enkele opnamen afdrukken ƈ Stel voor elke opname de volgende opties in. Kopieën Kies het aantal afdrukken. U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken. Datum Geef aan of de datum al dan niet moet worden afgedrukt op de afdruk. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). 2. Druk op de knop Fn . Het functiemenu wordt geopend. : Vrpl. 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het DPOF-scherm verschijnt. Als er reeds DPOF-instellingen zijn voor een opname, worden het vorig ingestelde aantal afdrukken en de instelling van de datumweergave ( (Aan) of (Uit)) weergegeven. : Einde Kopieën Datum : Alle bld : Inst. [105] Afdrukservice instellen (DPOF) 4. Kies met de vierwegbesturing (ȜȞ) het aantal exemplaren en druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar [Datum]. 5. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om aan te geven of de datum al ( ) dan niet ( ) moet worden afgedrukt. -( ) : De datum wordt afgedrukt. -( ) : De datum wordt niet afgedrukt. Kopieën Datum : Alle bld : Inst. 6. Druk op de knop OK. De DPOF-instelling wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de weergave-status. INFORMATIE ƃ Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat de kans dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als de DPOF-instelling hiervoor is gekozen. ƃ Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren bij stap 4 in op [00] en drukt u op de knop OK. [106] Afdrukservice instellen (DPOF) Instellingen voor alle opnamen 1. Druk op de knop Fn in de weergavefunctie. Het functiemenu wordt geopend. : Vrpl. : Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het DPOF-scherm verschijnt. Kopieën Datum : Alle bld 3. Druk op de knop Fn. Het scherm voor het maken van DPOF-instellingen voor alle opnamen wordt weergegeven. : Inst. DPOF-instelling voor alle beelden Kopieën Datum : Terug : Inst. 4. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om het aantal exemplaren in te stellen en te bepalen of u de datum wilt afdrukken ( ) of niet ( ). Zie stap 4 en 5 in "Afzonderlijke opnamen afdrukken" (p.105) voor detailinformatie over de instellingen. 5. Druk op de knop OK. De DPOF-instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestatus. INFORMATIE ƃ Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij de instellingen, geldt voor alle opnamen. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken. ƃ Wanneer er instellingen worden opgegeven voor alle opnamen, worden instellingen voor afzonderlijke opnamen geannuleerd. [107] Afdrukken met PictBridge ƈ Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u daarvoor een computer nodig hebt (direct afdrukken). Sluit de camera op de PictBridge-compatibele printer aan via de meegeleverde USB-kabel om direct af te drukken. Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten selecteert u de opnamen die u wilt afdrukken, het aantal exemplaren en of de datum moet worden afgedrukt. Direct afdrukken vindt als volgt plaats. [USB] op de camera instellen op [Printer] Ɛ De camera aansluiten op de printer (p.110) Ɛ De afdrukopties instellen Enkele opnamen afdrukken (p.111) Alle opnamen afdrukken (p.113) Afdrukken met DPOF-instellingen (p.115) INSTELLINGSMENU Videosignaal Computer USB Printer Auto Uitsch. Bestandsnaam Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Inst. : Annul. INFORMATIE ƃ Wanneer u de camera aansluit op een printer, raden wij u aan de netvoedingsadapter (SAC-82, optioneel) te gebruiken. De printer werkt mogelijk niet goed, of de opnamegegevens kunnen verloren gaan wanneer de batterij leegraakt terwijl de camera op de printer is aangesloten. ƃ Maak de USB-kabel niet los tijdens de overdracht van gegevens. ƃ Al naar gelang het type printer zijn mogelijk niet alle op de camera gemaakte instellingen (zoals afdruk- en DPOF-instellingen) geldig. ƃ Er kan een afdrukfout optreden wanneer u meer dan 500 exemplaren afdrukt. ƃ U kunt via de camera niet diverse opnamen selecteren om af te drukken op een enkel vel. Stel dit in op de printer. Raadpleeg de handleiding van uw printer. ƃ RAW-afbeeldingen kunnen niet direct worden afgedrukt. Gebruik een pc om RAW-afbeeldingen af te drukken. ƃ Raadpleeg de software-instructies bij het aansluiten op een pc. (p.222) [108] Afdrukken met PictBridge Instelling USB 1. Druk op de knop MENU. Het menu [OPNAMEMENU] verschijnt. 2. Gebruik de vierwegbesturing (Ɗƌ) om het [INSTELLINGSMENU] menu te selecteren. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Wereldtijd Nederlands Language/ ᷥᷘ 3 sec Hulpdisplay LCD-helderheid ť0 : Vrpl. : Einde 3. Selecteer de overdrachtswijze [USB] met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 4. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Er verschijnt een keuzemenu. [109] Afdrukken met PictBridge 5. Selecteer [Printer] met de vierwegbesturing (Ɗƌ). INSTELLINGSMENU Videosignaal USB Auto Uitsch. Bestandsnaam Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Inst. Computer Printer : Annul. 6. Druk op de knop OK. De instelling wordt gewijzigd. 7. Druk op de knop MENU. Camera op de printer aansluiten 1. Zet de camera uit. 2. Sluit de camera aan op de PictBridge-compatibele printer via de meegeleverde USB-kabel. [110] Afdrukken met PictBridge 3. Zet de printer aan. 4. Nadat de printer is geïnitialiseerd, zet u de camera aan. Het PictBridge-menu verschijnt. Kies Afdrukmodus Print Een Beeld Print Alle Beelden AUTOM. AFDR. DPOF : Vrpl. : Inst. INFORMATIE ƃ Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer [USB] is ingesteld op [Computer]. Enkele opnamen afdrukken 1. Selecteer [Print Een Beeld] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Kies Afdrukmodus Print Een Beeld Print Alle Beelden AUTOM. AFDR. DPOF : Vrpl. : Inst. 2. Druk op de knop OK. Het scherm Print een beeld verschijnt. [111] Afdrukken met PictBridge 3. Kies met de vierwegbesturing (ȜȞ) een opname die u wilt afdrukken. Deze opname afdrukken Kopieën Datum : Datum : Terug : Afdrukken 4. Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing (Ɗƌ). U kunt maximaal 999 exemplaren afdrukken. 5. Gebruik de knop Fn om te bepalen of de datum al ( ( ) : De datum wordt afgedrukt. ( ) : De datum wordt niet afgedrukt. ) dan niet ( 6. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Ga naar stap 12 om de opnamen standaard af te drukken. Ga naar stap 7 om de afdrukinstellingen te wijzigen. ) moet worden afgedrukt. Afdrukken met deze inst? Papierafm. Papiertype Kwaliteit Randstatus : Wijzigen : Terug Stand. Stand. Stand. Stand. : Afdrukken 7. Druk op de knop Fn. Het scherm voor wijzigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Papierafm. Papiertype Kwaliteit Randstatus : Annul. 8. Selecteer [Papierafm.] en druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het scherm Papierafm. wordt geopend. [112] Stand. Stand. Stand. Stand. : Inst. Afdrukken met PictBridge 9. Kies het papierformaat met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ). U kunt alleen een papierformaat kiezen dat door de printer wordt ondersteund. Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Stand.], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen. Papierafm. Stand. Kaart L 100X150 Briefkaart 4 ਭX6 ਭ : Annul. 2L 8 ਭX10ਭ A4 Letter 11 ਭX17ਭ A3 : Inst. 10. Druk op de knop OK. 11. Herhaal stap 8 t/m 10 om [Papiertype], [Kwaliteit] en [Randstatus] in te stellen. Na het instellen van elk item wordt het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen weergegeven. Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Stand.], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen. - [Papiertype] : Stand., (Best), (Beter), (Goed) - [Kwaliteit] : Stand., (Superhoog), (Hoog), (Normaal) 12. Druk twee keer op de knop OK. De opname wordt afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. Alle opnamen afdrukken 1. Selecteer [Print Alle Beelden] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Kies Afdrukmodus Print Een Beeld Print Alle Beelden AUTOM. AFDR. DPOF : Vrpl. : Inst. 2. Druk op de knop OK. Het scherm (Print alle beelden) verschijnt. [113] Afdrukken met PictBridge 3. Kies het aantal exemplaren en geef aan of u de datum wilt afdrukken. Het aantal exemplaren en het al dan niet afdrukken van de datum zijn van toepassing op alle opnamen. Zie stap 4 en 5 in "Afzonderlijke opnamen afdrukken" (p.112) voor detailinformatie over de instellingen. Alle opnamen afdrukken Kopieën : Datum : Terug Datum Totaal : Afdrukken 4. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Raadpleeg stap 7 en 11 van "het printen van enkele foto's" (p.112 en 113) voor het wijzigen van instellingen. 5. Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop OK. Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. Bezig met afdrukken : Afdrukken afgebroken [114] Afdrukken met PictBridge Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen 1. Selecteer [AUTOM. AFDR. DPOF] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 2. Druk op de knop OK. Het scherm Afdrukken met DPOF-instellingen wordt weergegeven. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om het aantal exemplaren voor elke opname te controleren, te bepalen of de datum wordt afgedrukt of niet en het totale aantal exemplaren. De afdrukinstellingen worden ingesteld in de Print Service. (p.105) Afdrukken met DPOF-instellingen Kopieën Datum Datum : Terug : Afdrukken 3. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Zie stap 7 en 11 in "Enkele opnamen afdrukken" (p.112 en 113) voor detailinformatie over het wijzigen van de instellingen. 4. Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop OK. De opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. De kabel loskoppelen van de printer ƈ Maak de kabel los van de printer wanneer u klaar bent met het afdrukken van opnamen. 1. Schakel de camera uit. 2. Koppel de USB-kabel los van de camera en printer. [115] MEMO [116] 4 Knop, menu, referentie functieknop Legt de functies van de GX-10 aan de hand van knoppen en menu’s uit. Het menu gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō118 Het functiemenu gebruikenōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō169 De functieknop gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō171 Bij het gebruik van gewone menu's en het functiemenu, worden items die niet kunnen worden gewijzigd vanwege de huidige camera-instellingen grijs weergegeven en kunnen ze niet worden geselecteerd. Het menu gebruiken Bediening van het menu ƈ Deze paragraaf legt de bedieningsmethode voor het [OPNAMEMENU], [AANGEP1], [AANGEP2], [INSTELLINGSMENU] en [WEERGAVEMENU] menu uit. ƃ Het menuscherm weergeven 1. Druk op de knop MENU in de opnamefunctie. - Het [OPNAMEMENU] menu verschijnt op het LCD-scherm. OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Vrpl. : Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). - [OPNAMEMENU], [AANGEP1], [INSTELLINGSMENU] en [WEERGAVEMENU] menu verschijnen telkens in deze volgorde als de vierwegbesturing (ƌ) wordt ingedrukt. [118] AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Uit Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde Het menu gebruiken Kies een menu-item en stel het in ƈ Procedure voor het [JPEG-kwaliteit] in het [OPNAMEMENU] menu wordt als voorbeeld uitgelegd. 1. Gebruik de vierwegbesturing (Ɗƌ) om een item te kiezen. - Druk op de e-knop aan de voorzijde om pagina voor pagina door het menu te bladeren. OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Vrpl. : Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - De beschikbare opties voor [JPEG-kwaliteit] worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om naar het submenu te gaan als dit beschikbaar is. Resterend Aantal : Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. 3. Gebruik de vierwegbesturing (Ɗƌ) om een instelling te kiezen. 4. Druk op de knop OK. - De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in. - Druk op de knop MENU om terug te gaan naar de opname- of weergavefunctie. INFORMATIE ƃ Zelfs nadat u de knop MENU heeft ingedrukt en het menuscherm sluit, worden uw instellingen niet opgeslagen als de camera verkeerd wordt uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterijen er worden uitgehaald terwijl de camera aan staat). ƃ U kunt de e-knop aan de voorzijde gebruiken om door de menupagina te lopen, en de e-knop aan de achterzijde om te schakelen tussen het [AANGEP1,2], [INSTELLINGSMENU] en [WEERGAVEMENU] menu als geen submenu wordt getoond. [119] Het menu gebruiken [OPNAMEMENU] menu-instellingen ƈ Instellingen gebruiken met betrekking tot opnemen uit het [OPNAMEMENU] menu. Item Functie Pagina Beeldtint Hiermee stelt u de kleurtoon van opnames in. p.121 Bestandstype Hiermee stelt u het opnamebestandstype in. p.122 Opnamepixels Hiermee stelt u de opnamegrootte in. p.122 Kwaliteitsniveau Hiermee stelt u de opnamekwaliteit in. p.123 Kleurintensiteit Hiermee stelt u de kleurintensiteit in. p.124 Scherpte Hiermee maakt u de contouren van een opname scherp of zacht. p.124 Contrast Hiermee stelt u het contrast van de opname in. p.124 Gebruikersset Legt de huidige camera-instellingen in de gebruikersmodus vast. p.125 Kleurbereik Hiermee stelt u het kleurbereik in. p.126 Uitgebreide bracket Hiermee stelt u de opnamefunctie met uitgebreide bracket in. p.127 Hiermee stelt u de opnamefunctie met multi-belichting in. p.127 Multi-belichting Geheugen Trillingsreductie (OPS) Belichtingsfunctie [120] Hiermee stelt u de instellingen in die moeten worden opgeslagen als het toestel wordt uitgeschakeld. Stelt de [Brandpuntafstand] en [Gevoeligheid] in als een lens wordt gebruikt waarbij focale lengte-informatie niet kan worden verkregen. Legt de huidige belichtingsfunctie in de gebruikersmodus vast. p.128 p.129 p.129 Het menu gebruiken De opnametint instellen ƈ Stelt de basiskleurtint van opnames in. De standaardinstelling is Helder. Natuurlijk Opnamen krijgen een natuurlijke afwerking die geschikt is voor retoucheren. Helder Opnames krijgen een heldere, contrastrijke en scherpe afwerking. OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. INFORMATIE ƃ Verschillende waarden voor intensiteit, scherpte en contrast kunnen voor (Natuurlijk) worden ingesteld. (Helder) en [121] Het menu gebruiken Het bestandsformaat instellen ƈ U kunt het formaat voor opnamebestanden instellen. De standaardinstelling is JPEG. ƃ Als het bestandsformaat wordt gewijzigd, verschijnt het aantal mogelijke opnames rechts boven in het scherm. Resterend Aantal Opn : Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. Maakt opnames in JPEG-formaat. U kunt het aantal opnamepixels wijzigen via JPEG [Resolutie] in het [OPNAMEMENU] menu, en het opnamekwaliteitsniveau via [JPEG-kwaliteit] in het [OPNAMEMENU] menu. De bestandsgrootte verschilt afhankelijk van de instellingen. RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder verdere bewerking. Effecten zoals witbalans, contrast, intensiteit en scherpte worden niet op RAW de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen. Gebruik RAW weergave of zet de opnames over naar een PC, pas effecten toe via de meegeleverde software en maak hiermee JPEG- en TIFF-opnames. RAW+ Opnames worden zowel in RAW- als in JPEG-formaat gemaakt. De JPEG opnamepixels instellen ƈ U kunt het aantal opnamepixels instellen tussen 10M, 6M en 2M. Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter de bestandsgrootte. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de [JPEGkwaliteit] instelling. De standaardinstelling is 10M (3872x2592). (RAW) Voor A3-papier 10M 3872x2592 6M 3008x2000 Voor A4-papier 2M 1824x1216 Voor A5-papier [122] (JPEG) Het menu gebruiken ƃ U kunt de JPEG opnamepixels instellen via [Resolutie] in het [OPNAMEMENU] menu. Als het aantal opnamepixels wordt gewijzigd, verschijnt het aantal mogelijke opnames rechts boven in het scherm. Resterend Aantal Opn : Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. Het JPEG kwaliteitsniveau instellen ƈ U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de [JPEG-kwaliteit] instelling. De standaardinstelling is (Best). Laagste mate van compressie, geschikt voor het afdrukken van grote Best opnamen op bijvoorbeeld A4-papier. De opname wordt opgeslagen in JPEG-formaat. Standaardcompressie, geschikt voor de weergave van standaardfoto’s of Beter voor weergave op een beeldscherm. De opname wordt opgeslagen in JPEG-formaat. Hoogste compressiefactor, geschikt om als bijlage bij e-mailberichten te Goed gebruiken of om te versturen naar websites. De opname wordt opgeslagen in JPEG-formaat. ƃ Als het kwaliteitsniveau wordt gewijzigd, verschijnt het aantal mogelijke opnames voor dat kwaliteitsniveau rechts boven in het scherm. Resterend Aantal Opn : Beeldtint Bestandsindeling JPEG Size JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. [123] Het menu gebruiken Kleurintensiteit / scherpte / contrast instellen ƈ U kunt kiezen uit zes niveaus voor kleurintensiteit, scherpte en contrast. De standaardinstelling is voor alle [0 (Standaard)]. Kleurintensiteit Hiermee stelt u de kleurintensiteit in. Scherpte Hiermee maakt u de contouren van een opname scherp of zacht. Contrast Hiermee stelt u het contrast van de opname in. ƃ Kleurintensiteit OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Vrpl. : Einde OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. In de richting van + : Hogere kleurintensiteit OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. In de richting van + : Hogere scherpte In de richting van : Lagere kleurintensiteit ƃ Scherpte OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Vrpl. : Einde In de richting van : Lagere scherpte ƃ Contrast OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Vrpl. : Einde [124] OPNAMEMENU Beeldtint Bestandsindeling Resolutie JPEG-kwaliteit Kleurverzadiging Scherpte Contrast : Inst. : Annul. In de richting van + : Hoger contrast In de richting van : Lager contrast Het menu gebruiken Gebruikersinstellingen opslaan ƈ U kunt de huidige camera-instellingen opslaan en ze gemakkelijk weer oproepen door de functiekeuze op USER te zetten. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Multibelichting Geh.instellingen OPS : Vrpl. - Druk op de vierwegsbesturing (Ȟ) en de huidige camerainformatie wordt getoond. Druk op de OK knop en de informatie wordt in de gebruikersmodus opgeslagen. Uit Uit Auto : Einde Slaat huidige inst voor opnamen in USER mode op : Inst. : Terug ƃ De volgende instellingen kunnen worden opgeslagen. Belichtingsfunctie Scherpte BW-correctie Witbalans Flitsmodus Kleurintensiteit Transportfunctie Bestandsformaat Stappen en soort van tijdsvertraging JPEG opnamepixels Flitser belichtingscompensatie JPEG kwaliteit Stappen & aantal opnames tijdsvertraging Beeldtint Gevoeligheid Contrast Automatisch bereik gevoeligheidsaanpassing [125] Het menu gebruiken Het kleurbereik instellen ƈ U kunt het kleurbereik dat gebruikt moet worden zelf instellen. De standaardinstelling is [sRGB]. 1 sRGB 2 AdobeRGB Stelt kleurbereik sRGB in. Stelt kleurbereik AdobeRGB in. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Multibelichting Geh.instellingen OPS : Inst. : Annul. Kleurruimte Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers, zijn verschillend. Dit kleurbereik wordt de kleurruimte genoemd. Om de verschillen in kleurruimtes tussen verschillende apparaten te overbruggen worden er standaard kleurruimtes gebruikt. Deze camera ondersteunt sRGB en Adobe RGB. sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers. Adobe RGB bestrijkt een groter gebied dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk. Een opname die is gemaakt in Adobe RGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB. INFORMATIE ƃ Bestandsnamen verschillen, afhankelijk van de kleurruimte-instelling, zoals hieronder aangegeven. - Voor sRGB : SG10XXXX.JPG - Voor AdobeRGB : _G10XXXX.JPG [XXXX] staat voor het bestandsnummer en de nummering gaat verder vanaf het vorige opgeslagen bestandsnummer. [126] Het menu gebruiken Opnames met de uitgebreide bracket modus maken ƈ U kunt opnames met drie verschillende niveaus voor witbalans, kleurintensiteit, scherpte en contrast opslaan. Bij iedere opname worden drie beelden bewaard. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Multibelichting Geh.instellingen OPS : Vrpl. OPNAMEMENU Meerdere bel. Meerdere bel. OPNAMEMENU Meerdere bel. Meerdere bel. Uit Uit Witbalans Kleurverzadiging Scherpte Contrast Auto : Einde Witbalans : Inst. : Terug : Inst. : Terug MGť3, MGť2, MGť1, ABť3, ABť2, ABť1 ť3, ť2, ť1 Kleurintensiteit Scherpte ť3, ť2, ť1 Contrast ť3, ť2, ť1 Opnames maken in de multi-belichtingsmodus ƈ U kunt meerdere frames gebruiken als u één foto maakt. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Multibelichting Geh.instellingen OPS : Vrpl. OPNAMEMENU Multibelichting Aantal Opnamen Auto EV Inst. : Inst. Uit : Terug Beschikbaar aantal opnames Automatische belichtingsaanpassing Uit Uit Auto : Einde OPNAMEMENU Multibelichting Uit Aantal Opnamen 2 maal Auto EV Inst. 3 maal 4 maal 5 maal OPNAMEMENU Multibelichting 2 maal Aantal Opnamen Auto EV Inst. : Inst. : Inst. : Annul. : Terug 2 - 9 opnames de belichting wordt automatisch aangepast, overeenkomstig het aantal afdrukken. [127] Het menu gebruiken INFORMATIE ƃ Als de RAW knop of de MENU knop wordt ingedrukt, of de (uitgebreide) bracket tijdens multibelichtingsopnames wordt ingesteld, worden de foto’s die al gemaakt zijn opgeslagen, en wordt de multi-belichtingsmodus verlaten. ƃ Uitgebreide bracket en multi-belichting kunnen namelijk niet tegelijkertijd worden gebruikt. De daaropvolgende modus wordt nu ingesteld. ƃ Druk op de Delete-knop ( ) tijdens Directe Weergave om de opnamen tot dat punt te wissen en weer aan te maken vanaf de eerste opname. ƃ Na het voltooien van opnamen met meervoudige belichting, zullen de instellingen voor meervoudige belichting worden gewist. Geheugen instellen ƈ U kunt kiezen welke instellingen u wilt opslaan als de camera wordt uitgeschakeld. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Uit Multibelichting Uit Geh.instellingen OPS Handm. : Vrpl. : Einde OPNAMEMENU Geh.instellingen Flitser Aansturing Witbalans ISO-gevoeligh. Belicht.corr. : Inst. : Terug Instellingen Flitser Transport Witbalans Gevoeligheid Belichtingscorrectie De instellingen worden bewaard als de camera wordt uitgeschakeld. De instellingen worden teruggezet als de camera wordt uitgeschakeld. Nieuwe bestanden worden benoemd door nummers te gebruiken die op de vorige serie aansluiten, zelfs als een nieuwe geheugenkaart wordt gebruikt, of na het formateren, of na het verwijderen van alle opnamen. Na het gebruik van de reset-functie zal de volgende bestandsnaam vanaf 0001 worden geteld, zelfs na het formatteren, of het verwijderen van alle opnamen of het insteken van een nieuwe geheugenkaart. Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) Weergaveinformatie Bestandsnaam [128] Het menu gebruiken Optische opnamestabilisator (OPS) ƈ Als een lenstype wordt gebruikt dat geen automatisch verkrijgen van lensinformatie zoals de focale lengte ondersteunt, verschijnt het menu [ OPS]. Stel de [Focale lengte] handmatig in het [ OPS] menu in. Zie voor meer informatie “De trillingsreductiefunctie instellen (p.55)”. OPNAMEMENU Gebr.Registratie Kleurgebied Uit Meerdere bel. Uit Multibelichting Geh.instellingen Handm. OPS : Vrpl. : Einde Belichtingsfunctie ƈ U kunt de huidige camera-instellingen opslaan en ze gemakkelijk weer oproepen door de functiekeuze op USER te zetten. De belichtingsfunctie kan alleen worden gekozen in de gebruikersmodus. OPNAMEMENU Belicht. Functie Gebr.Registratie Kleurgebied Meerdere bel. Multibelichting Geh.instellingen OPS : Inst. : Annul. [129] Het menu gebruiken Opties instellen in het menu [AANGEP1] ƈ Stel in het menu persoonlijke instellingen aangepaste functies in om volledig gebruik te maken van de functionaliteit van de spiegelreflexcamera. Item Koppeling AF-punt en AE Over AF-punt heenleggen AF met afstandsbediening AF knopfunctie Functie Instellen om AE en focusbereik aan elkaar aan te passen, door middel van multisegmentmetingen op basis van het AF-punt Stelt in of het gekozen AF-punt (focuspositie) in de zoeker moet worden weergegeven. Hiermee stelt u in dat u automatisch wilt scherpstellen bij opnames via de afstandsbediening. Instellen om te bepalen of AF moet worden toegepast als de AF knop wordt ingedrukt, of dat geen AF moet worden toegepast als de AF knop wordt ingedrukt. Pagina p.131 p.131 p.132 p.132 AF door half in te Stelt in of AF moet worden gebruikt als de ontspannerknop half drukken wordt ingedrukt. BW-stappen Hiermee stelt u de aanpassingsstappen voor de belichting in. p.133 Bediening van belichtingsmeter Hiermee stelt u de meettijd voor de belichting in. p.134 AE-L met AF geblokkeerd Hiermee stelt u een vaste belichtingswaarde in wanneer de focus is geblokkeerd. p.134 Programmalijn Stelt het soort programmalijn in. p.135 Automatische BW- Stelt in of er automatisch moet worden gecorrigeerd als de correctie juiste belichting niet kan worden bepaald. Fijnafstelling wanneer AWB Stelt in of fijnafstelling beschikbaar is als witbalans op (auto-witbalans) wordt gebruikt automatisch staat geschakeld. WB wanneer flits wordt gebruikt Stelt in of de witbalans moet worden hersteld als de flitser niet opgeladen is. p.136 Kleurtemperatuurstappen Hiermee stelt u de aanpassingsstappen voor de kleurtemperatuur in. p.137 Ruisonderdrukking Bepaalt of ruisonderdrukking moet worden gebruikt bij langzame opnames. p.137 ISO-waarschuwing Hiermee stelt u de maximale niveau-gevoeligheid in. Een ISOwaarschuwing verschijnt wanneer deze wordt overschreden. Gevoeligheidsstappen Hiermee stelt u de aanpassingsstappen voor de ISO-gevoeligheid in. Reset persoonlijke Hiermee zet u alle instellingen in het menu persoonlijke instellingen instellingen terug naar hun standaardwaarden. [130] p.133 p.135 p.136 p.138 p.139 p.139 Het menu gebruiken Koppeling AF-punt en AE ƈ U kunt de belichting en het AF-punt in het focusgebied koppelen tijdens een multisegmentmeting. De standaardinstelling is [Uit]. Uit De belichting wordt afzonderlijk van het AF-punt ingesteld. Aan De belichting wordt ingesteld overeenkomstig het AF-punt. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 AF-punt+AE Kop. Uit Aan Belichtingswaarde multi-segment meting onafhankelijk van AFpunt : Inst. : Terug Over elkaar heenleggen ƈ U kunt instellen of het gekozen AF-punt (focuspositie) in de zoeker moet worden weergegeven. De standaardinstelling is [Aan]. Aan De belichting stelt zichzelf overeenkomstig het AF-punt in. Uit De belichting stelt zichzelf in, onafhankelijk van het AF-punt. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 AF-punt Weergeven Aan Uit Geselecteerd AF-punt wordt weergegeven in zoeker als rood licht : Inst. : Terug [131] Het menu gebruiken AF met afstandsbediening ƈ Hiermee stelt u in dat u automatisch wilt scherpstellen bij opnames via de afstandsbediening. De standaardinstelling is [Uit]. Uit Aan AF wordt niet actief als de ontspanner via de afstandsbediening wordt gebruikt wanneer deze functie op [Uit] staat. AF wordt actief als de ontspanner via de afstandsbediening wordt gebruikt wanneer deze functie op [Aan] staat. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 AF + afstandsbed. Uit Aan AF werkt niet bij gebruik van afstandbediening : Inst. : Terug AF knopfunctie ƈ Instellen om te bepalen of AF moet worden toegepast als de AF knop wordt ingedrukt, of dat geen AF moet worden toegepast als de AF knop wordt ingedrukt. De standaardinstelling is [Activeren AF]. Activeren AF Cancel AF Voert autofocus uit wanneer de AF knop wordt ingedrukt. Voert geen autofocus uit wanneer de AF knop wordt ingedrukt. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde [132] AANGEP1 Functie AF-knop Activeren AF Cancel AF AF werkt bij drukken op AF-knop : Inst. : Terug Het menu gebruiken AF door half in te drukken ƈ Stelt in of AF moet worden gebruikt als de ontspannerknop half wordt ingedrukt. De standaardinstelling is [Aan]. Aan Voert AF uit als de ontspannerknop half wordt ingedrukt. Uit Voert geen AF uit als de ontspannerknop half wordt ingedrukt. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 AF bij hlf indr. Aan Uit AF werkt bij halverwege indrukken van ontspanknop : Inst. : Terug BW stappen ƈ Hiermee stelt u de aanpassingsstappen voor de belichting in. De standaardinstelling is [1/2 LW]. 1/2 LW Stelt de BW stap op 1/2 LW in. 1/3 LW Stelt de BW stap op 1/3 LW in. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 LW-stappen 1/2 LW 1/3 LW Stappen belichting ingesteld op 1/2 LW : Inst. : Terug [133] Het menu gebruiken Instelling belichtingsmeter ƈ Hiermee stelt u de meettijd voor de belichting in. De standaardinstelling is [10 sec]. 10 sec Stelt de belichtingsmeettijd op 10 seconden in. 3 sec Stelt de belichtingsmeettijd op 3 seconden in. 30 sec Stelt de belichtingsmeettijd op 30 seconden in. AANGEP1 Uit AF-punt+AE Kop. Aan AF-punt Weergeven Uit AF + afstandsbed. Aan Functie AF-knop Aan AF bij hlf indr. 1/2 LW LW-stappen 10 sec Tijd Lichtmeting : Vrpl. : Einde AANGEP1 Tijd Lichtmeting 10 sec 3 sec 30 sec Stelt lichtmeter 10sec In bedrijf : Inst. : Terug AE-L met AF geblokkeerd ƈ Hiermee stelt u een vaste belichtingswaarde in wanneer de focus is geblokkeerd. De standaardinstelling is [Uit]. Uit Pas de belichtingstijd niet aan wanneer de focus is geblokkeerd. Aan Pas de belichting aan wanneer de focus is geblokkeerd. AANGEP1 Uit AEL met AF-vergr. Normaal Programmalijn Uit Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB --WB bij flitsgebr. Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde [134] AANGEP1 AEL met AF-vergr. Uit Aan Auto belichting niet vergrendeld als de AF is vergrendeld : Inst. : Terug Het menu gebruiken Programmalijn ƈ In de Automatische modus en de Programmamodus wordt de belichting geregeld overeenkomstig de ingestelde programmalijn. Stelt het soort programmalijnen in. De standaardinstelling is [Normaal]. Normaal Hoge snelheid Diepte MTF Het normale programma is het basisprogramma voor automatische belichting. Het hogesnelheids-voorkeursprogramma is een programma voor automatische belichting dat de voorkeur geeft aan korte sluitertijden. Het velddiepteprogramma is een programma voor automatische belichting dat de voorkeur geeft aan een klein diafragma. Het MTF-voorkeursprogramma is een programma voor automatische belichting dat de voorkeur geeft aan de beste diafragmainstellingen voor de bevestigde lens. AANGEP1 Uit AEL met AF-vergr. Normaal Programmalijn Uit Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB --WB bij flitsgebr. Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde AANGEP1 Programmalijn Normaal Diepte H.Snel MTF Zet Programmalijn op Normaal programma : Inst. : Terug Automatische BW-correctie ƈ Stelt in of er automatisch moet worden gecorrigeerd als de juiste belichting niet kan worden bepaald. De standaardinstelling is [Uit]. Uit De belichting wordt niet automatisch gecorrigeerd als de belichting niet juist is. Aan De belichting wordt automatisch gecorrigeerd als de belichting niet juist is. AANGEP1 Uit AEL met AF-vergr. Normaal Programmalijn Uit Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB --WB bij flitsgebr. Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde AANGEP1 Auto LW-correctie Uit Aan Gebruikt geen auto LWcorrectie als juiste belichting ontbreekt : Inst. : Terug [135] Het menu gebruiken Fijnafstelling wanneer AWB (auto-witbalans) wordt gebruikt ƈ Stelt in of fijnafstelling beschikbaar is als witbalans op automatisch staat geschakeld. De standaardinstelling is [Uit]. Uit De AWB fijnafstelling is niet beschikbaar. Aan De AWB fijnafstelling is beschikbaar. AANGEP1 Uit AEL met AF-vergr. Normaal Programmalijn Uit Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB --WB bij flitsgebr. Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde AANGEP1 Fijnafst. bij AWB Uit Aan Fijnafstemming uit als Witbalansinstelling op AWB is ingesteld : Inst. : Terug WB wanneer flits wordt gebruikt ƈ Stelt in of de witbalans moet worden hersteld als de flitser niet opgeladen is. De standaardinstelling is [Ongew.]. Ongew. Flitser De WB wordt niet gewijzigd als de flitser niet is opgeladen. De WB wordt gewijzigd als de flitser niet is opgeladen. AANGEP1 AEL met AF-vergr. Uit Programmalijn Normaal Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB Uit WB bij flitsgebr. --Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde [136] AANGEP1 WB bij flitsgebr. Ongew. Flitser Witbalansinstelling wordt niet aangepast bij gebruik van flitser : Inst. : Terug Het menu gebruiken De witbalans aanpassen met kleurtemperatuur ƈ Gebruik getallen om de kleurtemperatuur in te stellen. De standaardinstelling is [Kelvin]. Kelvin Mired Stelt de kleurtemperatuur in op 100K. Stelt de kleurtemperatuur in op 20 Mired. De getallen worden omgerekend in Kelvin en getoond. AANGEP1 AEL met AF-vergr. Uit Programmalijn Normaal Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB Uit WB bij flitsgebr. --Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde AANGEP1 Kleurtemp.Eenheid Kelvin Mired Instellen kleurtemp. kan in stappen van 100K : Inst. : Terug Ruisonderdrukking ƈ Bepaalt of ruisonderdrukking moet worden gebruikt bij langzame opnames. De standaardinstelling is [Aan]. Aan Gebruik ruisonderdrukking als langzame opnames worden gemaakt. Uit Gebruik geen ruisonderdrukking als langzame opnames worden gemaakt. AANGEP1 AEL met AF-vergr. Uit Programmalijn Normaal Auto LW-correctie Uit Fijnafst. bij AWB Uit WB bij flitsgebr. --Kelvin Kleurtemp.Eenheid Aan Ruisonderdrukking : Vrpl. : Einde AANGEP1 Ruisonderdrukking Aan Uit Ruisonderdrukking wordt geactiveerd bij lange sluitertijden : Inst. : Terug [137] Het menu gebruiken ISO-waarschuwing ƈ Wanneer een ingestelde gevoeligheidswaarde van uw keuze wordt overschreden, verschijnt de ISOgevoeligheidswaarschuwing in de zoeker. Stel een gevoeligheid in die u niet regelmatig gebruikt, om te voorkomen dat u hem vergeet terug te zetten wanneer de gevoeligheid wordt verhoogd. De ISO-waarschuwing wordt niet standaard weergegeven. Uit ISO 400 ISO 800 ISO 1600 De ISO-waarschuwing wordt niet weergegeven. De ISO-waarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 400 is ingesteld of wordt overschreden. De ISO-waarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 800 is ingesteld of wordt overschreden. De ISO-waarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 1600 is ingesteld. AANGEP1 ISO-waarschuwing ISO-stappen Reset AG1 Uit 1 LW AANGEP1 ISO-waarschuwing Uit 800 400 1600 Waarsch. ISO inst. niet in display : Vrpl. : Einde ƃ Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt ingesteld of overschreden, verschijnt er ISO (ISO-waarschuwing) in de zoeker. [138] : Inst. : Terug Het menu gebruiken ISO-gevoeligheidsstap ƈ Hiermee stelt u de gevoeligheidsstap in. De standaardinstelling is [Per 1 LW]. Per 1 LW Stel de gevoeligheidsstap op 1 BW in. Als LW-st. Stel de gevoeligheid in overeenkomstig de BW-instelling. AANGEP1 ISO-waarschuwing ISO-stappen Reset AG1 AANGEP1 ISO-stappen Per 1 LW Als LW-st. Uit 1 LW ISO-gevoeligheidsstappen ingesteld op 1 LW : Vrpl. : Einde : Inst. : Terug Reset persoonlijke instellingen 1 ƈ Hiermee zet u alle instellingen in het menu persoonlijke instellingen 1 terug naar hun standaardwaarden. De standaardinstelling is [Annuleren]. Reset Annuleren Zet alle instellingen terug. Zet geen instellingen terug. AANGEP1 ISO-waarschuwing ISO-stappen Reset AG1 : Vrpl. AANGEP1 Reset AG1 Reset Annuleren Uit 1 LW : Einde : Inst. : Terug [139] Het menu gebruiken Opties instellen in het menu [AANGEP2] Item Functie Automatische bracket volgorde Stelt de volgorde voor bracket opnamen maken in. Groene knop in Hiermee selecteert u de methode voor aanpassing van de belichting handleiding als op de groene knop wordt ingedrukt bij gebruik van de M modus. Gebruik van de Instellen om sluiter te laten vrijkomen als de lensdiafragma-ring diafragmaring anders dan op A (automatisch) is ingesteld. e-keuze in P-modus e-keuze in Sv-modus e-keuze in Tv-modus Stelt de e-keuzes aan de voor- en achterzijde in op de P (programma) modus Stelt de e-keuzes aan de voor- en achterzijde in op de Sv (gevoeligheidsvoorkeuze) modus Pagina p.141 p.141 p.142 p.142~143 p.142~143 Stelt de e-keuzes in op de Tv (sluitervoorkeuze) modus. p.142~143 e-keuze in Av-modus Stelt de e-keuzes in op de Av (diafragma-voorkeuze) modus. p.142~143 Eenmaal RAW + Stelt in of RAW+JPEG één maal moeten worden opgenomen, of dat de indrukken instellingen moeten worden behouden als de RAW-knop wordt ingedrukt. p.144 Hiermee wijzigt u de weergave van het aantal nog te maken Resterend aantal opn. opnamen in LCD en zoeker in het aantal mogelijke serieopnamen p.144 wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. Vrij laten komen wanneer Hiermee stelt u in dat de sluiter wordt ontspannen terwijl de bezig met opladen ingebouwde flitser nog bezig is met opladen. p.145 Selecteert de digitale voorbeeld-functie of de optische voorbeeld-functie, wanneer de hoofdschakelaar in de voorbeeld-positie ( Voorbeeld-functie ) is gezet. De digitale voorbeeld-functie stelt u in staat om de schikking, de belichting en de focus te p.145 controleren op het LCD-scherm, voordat u de foto maakt. De optische voorbeeld-functie stelt u in staat om de diepte van de opname te controleren met de (beeld) zoekerfunctie. Aanvankelijke inzoom-weergave Hiermee stelt u de aanvangsvergroting van de zoomweergave in. p.146 Automatische beeldrotatie Stelt in om opnamen automatisch te roteren wanneer u ze afspeelt. p.146 Rotatieinformatie opslaan Stelt in of rotatie-informatie moet worden opgeslagen als u opnamen maakt. p.147 LCD-scherm verlichten Stelt in of the LCD-scherm moet worden verlicht. p.147 Reset persoonlijke Hiermee zet u alle instellingen in het menu Pers. instellingen 2 instellingen terug op hun standaardwaarde. [140] p.148 Het menu gebruiken Automatische bracket volgorde ƈ Stelt de volgorde voor bracket opnamen maken in. De standaardinstelling is [0, -, +]. 0 ƍ - ƍ +, - ƍ 0 ƍ +, + ƍ 0 ƍ -, 0 ƍ + ƍ - Volgorde AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 Volg. bracketing 0-+ +0-0+ 0+Opnamevolgorde 3 beelden:0,-1,+1 5 beelden:0,-1,+1,-2,+2 : Inst. : Terug Groene knop op handmatige modus ƈ Hiermee selecteert u de methode voor aanpassing van de belichting als op de groene knop wordt ingedrukt bij gebruik van de M (handmatige) modus. De standaardinstelling is [Proglijn]. Proglijn Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast. Sluitertijd Inst Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast. Diafragma Inst De sluitertijd wordt vergrendeld en het diafragma wordt automatisch aangepast. AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 Groene Knop in H Proglijn Sluitertijd Inst Diafragma Inst Stelt diafragma en sluitertijd in op programmalijn : Inst. : Terug [141] Het menu gebruiken Gebruik diafragma-ring ƈ Stelt in dat de sluiter kan worden losgelaten zelfs als de diafragma-ring niet in de A (automatische) positie is ingesteld. De standaardinstelling is [Uit]. Uit Aan Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast. De sluiter kan worden losgelaten zelfs als de diafragma-ring niet in de A (automatische) positie is ingesteld. AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 Gebr. diafr.ring Uit Aan Opname maken niet mogelijk bij diafr.ring anders dan A. : Inst. : Terug e-keuze functies in de P / Sv / Tv / Av modus ƈ U kunt de functie instellen op de e-keuze aan de voor- en achterzijde in de P / Sv / Tv / Av modus AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde [e-keuze menu van de P-modus] [142] AANGEP2 E-knop in Progr. : Ps Voor: Sluitertijd (Hyper) Achter: Diafragma (Hyper) : Inst. : Terug Het menu gebruiken AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 E-knop in Sv Voor: Niet Beschikbaar Achter: Gevoeligheid : Inst. : Terug [e-keuze menu van de Sv-modus] AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 E-knop in Tv Voor: Sluitertijd Achter: Niet Beschikbaar : Inst. : Terug [e-keuze menu van de Tv-modus] AANGEP2 0-+ Volg. bracketing <-P-> Groene Knop in H Uit Gebr. diafr.ring Tv, Av E-knop in Progr. ---, ISO E-knop in Sv Tv, --E-knop in Tv ---, Av E-knop in Av : Vrpl. : Einde AANGEP2 E-knop in Av Voor: Niet Beschikbaar Achter: Diafragma : Inst. : Terug [e-keuze menu van de Av-modus] [143] Het menu gebruiken Eenmaal RAW + indrukken ƈ Stelt in of RAW+JPEG één maal moeten worden opgenomen, of dat de instellingen moeten worden behouden als de RAW-knop wordt ingedrukt. De standaardinstelling is [1 keer]. 1 keer Continu De instelling wordt teruggezet nadat de opname is gemaakt. De instelling wordt vastgehouden als de RAW-knop nogmaals wordt ingedrukt. AANGEP2 Knop RAW Inst. 1keer Resterend Aantal Ontsp bij Opladen Uit Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde AANGEP2 Knop RAW Inst. 1 keer Continu Keert terug naar vorige instelling na één opname : Inst. : Terug Resterend aantal opn. ƈ Toont het aantal nog te nemen opnamen in het LCD-scherm en de zoeker. De standaardinstelling is [Normaal]. Normaal Continu Toont het aantal nog te nemen opnamen in het LCD-scherm en de zoeker. Het aantal continu op te nemen beelden wordt getoond als de sluiterknop tot halverwege wordt ingedrukt. AANGEP2 1keer Set RAW Button Remaining Count Uit Release in Charging Preview Method 1.2X Initial Zoom Aan Auto Rotation Aan Saving Rotation Info. : Vrpl. : Einde [144] AANGEP2 Resterend Aantal Normaal Continu Weergave resterend aantal opn. voor huidige geheugenkaart : Inst. : Terug Het menu gebruiken Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen ƈ U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen. De standaardinstelling is [Uit]. Uit U kunt geen opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen. Aan U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen. AANGEP2 Knop RAW Inst. 1keer Resterend Aantal Ontsp bij Opladen Uit Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde AANGEP2 Ontsp bij Opladen Uit Aan Ontspannen niet mogelijk tijdens opladen van ingebouwde flitser : Inst. : Terug Selecteren van de voorbeeld-methode ƈ Kies de te gebruiken voorbeeld-methode, wanneer de hoofdschakelaar in de voorbeeldpositie ( wordt gezet. Optisch U kunt de scherptediepte controleren in de zoeker. Digitaal U kunt de compositie, belichting en focus op het LCD controleren. AANGEP2 Knop RAW Inst. 1keer Resterend Aantal Ontsp bij Opladen Uit Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde ) AANGEP2 Voorbeeldmethode Optisch Digitaal Controle van scherptediepte in zoeker : Inst. : Terug [145] Het menu gebruiken Aanvankelijke inzoom-weergave ƈ Hiermee stelt u de aanvangsvergroting van de zoomweergave in. De standaardinstelling is [1.2x]. Aanvankelijke uitvergroting van het zoom-afspelen [1.2x], [2x], [4x], [8x] of [16x]. AANGEP2 Knop RAW Inst. 1keer Resterend Aantal Ontsp bij Opladen Uit Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde AANGEP2 Initiële Zoom 1.2 x 8x 2x 16 x 4x Vergroting weergave ingesteld op 1.2x : Inst. : Terug Automatische beeldrotatie ƈ Stelt in om verticale opnamen automatisch te roteren wanneer u ze afspeelt. De standaardinstelling is [Aan]. Als de [Rotatie-info Opsl] niet op [Aan] staat, wordt de opname niet automatisch geroteerd. Aan De verticaal genomen opnamen roteren automatisch. Uit De verticaal genomen opnamen roteren niet automatisch. AANGEP2 1keer Knop RAW Inst. Resterend Aantal Uit Ontsp bij Opladen Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde [146] AANGEP2 Autom. Rotatie Aan Uit Automatische rotatie van opname gedurende : Inst. : Terug Het menu gebruiken Rotatie-informatie opslaan ƈ Stelt in of rotatie-informatie moet worden opgeslagen als u opnamen maakt. De standaardinstelling is [Aan]. Aan Slaat de rotatie-informatie op terwijl u opnamen maakt. Uit Slaat de rotatie-informatie niet op terwijl u opnamen maakt. AANGEP2 1keer Knop RAW Inst. Resterend Aantal Uit Ontsp bij Opladen Voorbeeldmethode 1.2X Initiële Zoom Aan Autom. Rotatie Aan Rotatie-info Opsl : Vrpl. : Einde AANGEP2 Rotatie-info Opsl Aan Uit Rotatie-info bij maken van opnamen opslaan : Inst. : Terug LCD-scherm verlichten ƈ Stelt in of the LCD-scherm moet worden verlicht. De standaardinstelling is [Aan]. Aan Het LCD-scherm zal gaan branden als u de LCD-scherm lampknop indrukt. Uit Het LCD-scherm zal niet gaan branden als u de LCD-scherm lampknop indrukt. AANGEP2 Licht LCD Boven Reset AG2 AANGEP2 Licht LCD Boven Aan Uit Aan Druk om LCD-display te verlichten op de knop Belichtingscorrectie : Vrpl. : Einde : Inst. : Terug [147] Het menu gebruiken Reset persoonlijke instellingen 2 ƈ Hiermee zet u alle instellingen in het menu persoonlijke instellingen 2 terug naar hun standaardwaarden. De standaardinstelling is [Annuleren]. Reset Annuleren AANGEP2 Licht LCD Boven Reset AG2 : Vrpl. [148] De instellingen worden teruggezet. De instellingen worden niet teruggezet. AANGEP2 Reset AG2 Reset Annuleren Aan : Einde : Inst. : Terug Het menu gebruiken Opties instellen in het menu [INSTELLINGSMENU] ƈ Maak verschillende instellingen voor de camera in het menu [INSTELLINGSMENU]. Optie Formatteren Functie Hiermee formatteert u de geheugenkaart. Pagina p.150 Signaal Hiermee schakelt u het geluidssignaal in of uit. p.151 Datum instellen Hiermee stelt u de datumindeling en de tijd in. p.152 Wereldtijd Maakt het tonen van lokale tijd mogelijk als u op reis in het p.153~155 buitenland bent. Language / ᷥᷘ Hiermee wijzigt u de taal waarin menu’s en berichten worden p.156 weergegeven. Hulpdisplay Hiermee geeft u op dat u bedieningsaanwijzingen wilt p.156 weergeven op de LCD-scherm. Helderheid Videosignaal Hiermee wijzigt u de helderheidsinstelling van de LCD-scherm. Hiermee stelt u het uitgangssignaal in voor weergave op p.157 p.158 een televisie. USB* Automatisch uitschakelen Hiermee stelt u de USB-kabelverbinding in (pc of printer). Hiermee stelt u de tijd in waarna de camera zichzelf p.159 p.159 automatisch uitschakelt. Bestand # Hiermee stelt u de methode in voor het toevoegen van p.160 bestandsnummers. Sensor reinigen Hiermee zet u de spiegel vast in de omhooggeklapte stand p.161~162 om de CCD te kunnen reinigen. CCD reinigen Reset Reinigt de CCD-sensor. Zet alle instellingen anders dan datumaanpassing, taal, videouit en wereldtijd terug. p.163 p.164 * Raadpleeg de software-instructies voor meer informatie over het aansluiten van de camera op een pc. (p.218) [149] Het menu gebruiken Geheugenkaart formatteren ƈ Formatteer een nieuwe geheugenkaart in de camera voordat u de kaart in gebruik neemt. Bij formattering worden alle gegevens van de geheugenkaart verwijderd. Formatteren Annuleren Het bericht [Formatteren] verschijnt en het geheugen wordt geformatteerd. Het geheugen wordt niet geformatteerd. INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Language/ ᷥᷘ Nederlands Hulpdisplay 3 sec LCD-helderheid ť0 : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Formatteren Formatteren Annuleren Alle gegevens worden : Inst. : Terug Formatteren ſ Als het formatteren klaar is, wordt de cameramodus gewijzigd in de opname of afspeelmodus. Opnames. INFORMATIE ƃ Maak het kaartdeksel niet open als u de geheugenkaart formatteert. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden. ƃ Formatteren zal beveiligde gegevens voorgoed verwijderen. Wees voorzichtig. [150] Het menu gebruiken Het geluidssignaal aan- en uitschakelen ƈ U kunt het geluidssignaal van de camera aan of uitschakelen. De standaardinstelling is [Aan]. Er zijn vijf items die u kunt instellen. : - AF-geluid, AE-slot, RAW-knop, zelfontspanner, en afstandsbediening. Geen geluidssignaal INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Language/ ᷥᷘ Nederlands Hulpdisplay 3 sec LCD-helderheid ť0 : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU INSTELLINGSMENU Signaal Signaal Signaal Signaal AF-geluid AE-vergr. RAW+ Zelfontspanner Afst.bediening : Inst. AF-geluid AE-vergr. RAW+ Zelfontspanner Afst.bediening : Terug : Inst. : Terug [Geluid aan] INSTELLINGSMENU Signaal Signaal Signaal is niet : Inst. : Terug [Geluid uit] [151] Het menu gebruiken Datum/tijd en weergavestijl wijzigen ƈ U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen. Weergavestijl datum Weergavestijl tijd INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Nederlands Language/ ᷥᷘ 3 sec Hulpdisplay ť0 LCD-helderheid : Vrpl. : Einde [mm/dd/jj], [dd/mm/jj], [jj/mm/dd] [12h (12 uur)], [24h (24 uur)] ƃ Datum en tijd instellen INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Datum 2006 10 01 Datum 2006 10 01 Datum 2006 10 01 Tijd 13 00 Tijd 13 00 Tijd 13 00 : Inst. : Terug : Inst. : Annul. : Inst. : Annul. ƃ Datum instellen INSTELLINGSMENU INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd Datum/tijd Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Datum 2006 01 Datum 2006 01 Datum 2006 01 Datum 2006 01 Tijd 13 Tijd 13 00 Tijd 13 Tijd 13 : Inst. 10 00 : Terug : Inst. 10 : Annul. : Inst. 10 00 : Annul. : Inst. 10 00 : Annul. ƃ Tijd instellen INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd INSTELLINGSMENU Datum/tijd Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Type jj/mm/dd 24h Datum 2006 10 01 Datum 2006 10 01 Datum 2006 10 01 Tijd 13 00 Tijd 13 00 Tijd 13 00 : Inst. [152] : Terug : Inst. : Annul. : Inst. : Annul. Het menu gebruiken De wereldtijd instellen ƈ De datum en tijd die u selecteert in [Fabrieksinstellingen] (p.42) zijn de datum en tijd van uw huidige locatie. Door [Wereldtijd] in te stellen, kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de LCD-monitor wanneer u in het buitenland bent. 1. Selecteer [Wereldtijd] in het menu [INSTELLINGSMENU]. INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Nederlands Language/ ᷥᷘ 3 sec Hulpdisplay ť0 LCD-helderheid : Vrpl. : Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) Het scherm [Wereldtijd] verschijnt. Wereldtijd Seoul Seoul : Terug 3. Selecteer of met de vierwegbesturing (ȜȞ). Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in (Bestemming). Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in (Thuis). 4. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het selectiekader wordt verplaatst naar . De stad met knippert. 5. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het scherm voor het vergroten van de bestemmingsregio wordt weergegeven. Wijzig de regio die u wilt vergroten met de vierwegbesturing (ȜȞ). 6. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar de stad. [153] Het menu gebruiken 7. Selecteer met de vierwegbesturing (ȜȞ) de stad van bestemming. Het huidige tijdstip, de plaats en het tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt. Bestemmingstijd Londen Zomertijd : Inst. : Terug 8. Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (ƌ). 9. Selecteer Selecteer (Aan) of (Uit) met de vierwegbesturing (ȜȞ). (Aan) als de stad van bestemming de zomertijd hanteert. 10. Druk op de knop OK. De wereldtijdinstelling wordt opgeslagen. Wereldtijd Londen Seoul : Terug 11. Druk twee keer op de knop MENU. De camera is gereed voor het maken van opnamen. INFORMATIE ƃ Zie “Lijst met steden voor wereldtijd” (p.155) voor steden die als bestemming kunnen worden opgegeven. ƃ Selecteer in Stap 4 om de stad en de zomer-/wintertijdinstelling in te stellen. ƃ Er wordt weergegeven in het aanwijzingenscherm wanneer de wereldtijd is ingeschakeld ( ). (p.23, 24) [154] Het menu gebruiken Lijst met steden voor wereldtijd Regio NoordAmerika Middenen ZuidAmerika Europa Afrika/ West-Azië Plaats Honolulu Anchorage Vancouver San Francisco Los Angeles Calgary Denver Chicago Miami Toronto New York Halifax Mexico-City Lima Santiago Carácas Buenos Aires Sao Paulo Rio de Janeiro Lisbon Madrid Londen Parijs Amsterdam Copenhagen Rome Berlijn Stockholm Athene Helsinki Moskou Dakar Algiers Johannesburg Istanboel Caïro Jeruzalem Regio Afrika/ West-Azië Oost-Azië Oceanië Plaats Nairobi Jeddah Teheran Dubai Karachi Kaboel Male New Delhi Colombo Kathmandu Dacca Yangon Bangkok Kuala Lumpur Vientiane Singapore Phnom-Penh Ho Chi Minh-Stad Jakarta Hongkong Peking Shanghai Manilla Taipei Seoel Tokio Guam Perth Adelaide Sydney Noumea Wellington Auckland Pago pago [155] Het menu gebruiken Weergavetaal instellen ƈ U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U kunt kiezen uit de volgende elf talen : Engels, Koreaans, Chinees Language/ ᷥᷘ (traditioneel en vereenvoudigd), Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Deens en Russisch. INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Nederlands Language/ ᷥᷘ 3 sec Hulpdisplay ť0 LCD-helderheid : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Language/ ᷥᷘ Nederlands Dansk ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ ᆰမઃణཀ൸ ጫໟ ዹཫጩళ : Inst. : Terug Tijd hulpdisplay ƈ Instellen om tijd van hulpfuncties op het LCD-scherm weer te geven wanneer de hoofdschakelaar aan is of de belichtingsfunctie wordt gewijzigd. De standaardinstelling is [3 sec]. Tijd hulpdisplay Uit, 3 sec, 10 sec, 30 sec. INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Language/ ᷥᷘ Nederlands Hulpdisplay 3 sec LCD-helderheid ť0 : Vrpl. : Einde [156] INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Uit Language/ ᷥᷘ 3 sec Hulpdisplay 10 sec LCD-helderheid 30 sec : Inst. : Annul. Het menu gebruiken De helderheid van het LCD-scherm aanpassen ƈ U kunt de helderheid van het LCD-scherm aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer het LCD-scherm moeilijk leesbaar is. INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Language/ ᷥᷘ Nederlands Hulpdisplay 3 sec LCD-helderheid ť0 : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Formatteren Signaal Datum/tijd Bestemmingstijd Language/ ᷥ ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ Hulpdisplay ᆰမઃణཀ൸ ጫໟ ዹཫጩళ LCD-helderheid : Inst. : Annul. ƃ U kunt kiezen uit -7 ~ 0 ~ +7 stappen LCD-helderheid. [157] Het menu gebruiken Het video-uitgangssignaal selecteren ƈ Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur zoals een televisie, kies dan het juiste video-uitgangssignaal (NTSC of PAL) voor het weergeven van opnamen. INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal USB Computer Auto Uitsch. 1min Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal PAL USB Auto Uitsch. Bestandsnaam Sensor Reinigen ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ ᆰမઃణཀ൸ Sensor Stofvrij ጫໟ ዹཫጩళ Reset : Inst. : Annul. INFORMATIE ƃ NTSC : VS, Canada, Japan, Zuid-Korea, Taiwan, Mexico. ƃ PAL : Australië, Oostenrijk, België, VR China, Denemarken, Finland, Duitsland, VK, Nederland, Italië, Koeweit, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Singapore, Spanje, Zweden, Zwitserland, Thailand, Noorwegen. ƃ Als u een televisie als extern scherm gebruikt, dient u het externe of AV-kanaal van de televisie te kiezen. ƃ Er zal een digitaal geluid op het externe scherm klinken, maar dit is geen disfunctioneren. ƃ Als het beeld zich niet in het midden van het scherm bevindt, gebruik dan de televisieknoppen om het te centreren. ƃ Als de camera is verbonden met een extern scherm, zal het menu zichtbaar zijn op het externe scherm en zijn de menufuncties dezelfde als die die op het LCD-scherm worden weergegeven. [158] Het menu gebruiken USB (een extern apparaat kiezen) ƈ Met dit menu stelt u de USB-kabelverbinding in (pc of printer). Computer Printer Kies dit menu als u met een computer verbinding maakt. Kies dit menu als u met een printer verbinding maakt. INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal Computer USB 1min Auto Uitsch. Stand. Bestandsnaam Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Videosignaal Computer USB Printer Auto Uitsch. Bestandsnaam Sensor Reinigen ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ ᆰမઃణཀ൸ Sensor Stofvrij ጫໟ ዹཫጩళ Reset : Inst. : Annul. Automatisch uitschakelen instellen ƈ U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer deze een bepaalde tijd niet gebruikt is. De standaardinstelling is [1min]. Tijdsduur 1min, 3min, 5min, 10min, 30min, Uit INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal USB Computer Auto Uitsch. 1min Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Videosignaal 1min USB 3min Auto Uitsch. 5min Bestandsnaam Sensor Reinigen ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ 10min ᆰမઃణཀ൸ Sensor Stofvrij ጫໟ 30min ዹཫጩళ Uit Reset : Inst. : Annul. INFORMATIE ƃ Automatisch uitschakelen werkt niet tijdens de weergave van diavoorstellingen, wanneer er een USB-verbinding bestaat, wanneer er opnamen worden gemaakt met de afstandsbediening of terwijl er een menu of functiemenu wordt weergegeven. [159] Het menu gebruiken Selecteren van naam voor map ƈ U kunt de methode om namen toe te kennen aan mappen om opnamen in op te slaan selecteren. De standaardinstelling is [Stand.]. Stand. De naamgeving voor de map heeft de volgende vorm: [XXXSSCAM]. [XXX] is een opeenvolgend getal tussen 100 en 999. De twee cijfers van de [maand] en [dag] waarop de opname is gemaakt Datum worden toegewezen als mapnaam in het formaat [XXX_MMDD]. (Bijvoorbeeld) 101_0101: voor mappen met foto’s genomen op 1 januari. INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal USB Computer Auto Uitsch. 1min Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde [160] INSTELLINGSMENU Videosignaal USB Auto Uitsch. Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen ໓၏ჿ႐ ධෂᇥಝစ Datum ᆰမઃణཀ൸ Sensor Stofvrij ጫໟ ዹཫጩళ Reset : Inst. : Annul. Het menu gebruiken De CCD schoonmaken ƈ Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CCD moet worden schoongemaakt. Neem contact op met het servicecentrum van Samsung Camera voor professionele reiniging, aangezien de CCD een precisie-onderdeel is. INFORMATIE ƃ Gebruik nooit een spuitbus. ƃ Maak de CCD niet schoon wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op B (Tijdopname). ƃ Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief zit om te voorkomen dat zich vuil en stof verzamelt op de CCD. ƃ Het verdient aanbeveling de netvoedingsadapter (SAC-82, optioneel) te gebruiken bij het schoonmaken van de CCD. ƃ Wanneer de batterijen bijna leeg zijn, verschijnt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de LCD-monitor. ƃ Als u de netvoedingsadapter niet gebruikt, zorg dan dat de batterijen nog voldoende capaciteit hebben. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het schoonmaken onmiddellijk. ƃ Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera is uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter of de CCD-sensor beschadigd raken. ƃ Het lampje van de zelfontspanner knippert en er verschijnt [Cln] op het LCD tijdens het schoonmaken van de CCD. 1. Zet de camera uit en verwijder het objectief. 2. Zet de camera aan. 3. Selecteer [Sensor Reinigen] in het menu [INSTELLINGSMENU]. 4. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - Het scherm voor het reinigen van de sensor wordt weergegeven. INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal USB Computer Auto Uitsch. 1min Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde [161] Het menu gebruiken 5. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ) en selecteer [Spiegel Omhoog]. INSTELLINGSMENU Sensor Reinigen Spiegel Omhoog Annuleren Spiegel op CCD reinigen Uitschakelen om te stoppen : Inst. 6. Druk op de knop OK. - De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand. 7. Reinig de CCD. - Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de CCD nooit af met een doek. 8. Zet de camera uit. 9. Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet. [162] : Terug Het menu gebruiken Stof verwijderen ƈ Stof kan worden verwijderd door de CCD te schudden. Sensor Stofvrij Verwijdert stof door de CCD te schudden. Bij Inschakelen Schudt de CCD om stof te verwijderen. ƃ Stof verwijderen INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal USB Computer Auto Uitsch. 1min Bestandsnaam Stand. Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde INSTELLINGSMENU Sensor Stofvrij Sensor Stofvrij Bij Inschakelen : Inst. : Terug Druk op de OK-knop om stof te verwijderen. ƃ Stof verwijderen terwijl u de camera aanzet : kies met behulp van de vierwegbesturing (ȜȞ). INSTELLINGSMENU Sensor Stofvrij Sensor Stofvrij Bij Inschakelen : Inst. : Terug [163] Het menu gebruiken Reset ƈ Zet alle instellingen terug behalve datum aanpassen, taal, video-uit, gebruikersset 1 en gebruikersset 2. Reset Annuleren Zet alle instellingen terug. Zet geen camera-instellingen terug. INSTELLINGSMENU NTSC Videosignaal Computer USB 1min Auto Uitsch. Stand. Bestandsnaam Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Vrpl. : Einde [164] INSTELLINGSMENU Reset Reset Annuleren : Inst. : Terug Het menu gebruiken Opties instellen in het menu [WEERGAVEMENU] ƈ Instellingen voor weergave en het bewerken van opnamen maakt u in het menu [WEERGAVEMENU]. Item Belichtingswaarschuwing Functie Pagina Hiermee stelt u in of de overbelichtingswaarschuwing moet worden weergegeven tijdens de momentcontrole of weergave. p.165 Stelt in hoe lang de momentcontrole moet worden weergegeven, Momentcontrole p.166 en of de licht/donker gebiedwaarschuwing en het histogram moeten worden getoond. Digitale voorbeeld- Stelt in of de licht/donker gebiedwaarschuwing en het histogram functie tijdens digitale voorbeeld-functie moeten worden getoond. Digitaal filter Diavoorstelling p.167 Wijzigt de kleurschakering van vastgelegde opnamen, voegt p.167 zachtheid en vervlakkingseffecten toe, of past de helderheid aan. Hiermee worden opgeslagen opnamen een voor een weergegeven. p.168 Belichtingswaarschuwing ƈ Hiermee stelt u in of de overbelichtingswaarschuwing moet worden weergegeven tijdens de momentcontrole of weergave. De standaardinstelling is [Uit]. Uit Overbelicht gebied knippert niet. Aan Overbelicht gebied tijdens momentcontrole of weergave knippert. WEERGAVEMENU Uit Bel.waarschuwing 1 sec Snelweergave Digitaal vrbld Digitaal filter 3 sec Diavoorstelling : Vrpl. : Einde WEERGAVEMENU Bel.waarschuwing Snelweergave Digitaal vrbld Digitaal filter Diavoorstelling : Inst. Uit Aan : Annul. [165] Het menu gebruiken Momentcontrole ƈ Stelt tijd op het display, overbelichtingswaarschuwing en histogram in. Weergavetijd 1, 3, 5 sec, uit (standaardinstelling is 1 sec.) Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om On (Aan) of Off (Uit) te selecteren. Histogram Belichtingswaarschuwing De standaardinstelling is Off (Uit). WEERGAVEMENU Uit Bel.waarschuwing 1 sec Snelweergave Digitaal vrbld Digitaal filter Diavoorstelling 3 sec : Vrpl. : Einde WEERGAVEMENU Snelweergave Weergavetijd 1 sec Histogram Bel.waarsch. WEERGAVEMENU Snelweergave 1 sec Weergavetijd 3 sec Histogram 5 sec Bel.waarsch. Uit : Inst. : Inst. : Terug WEERGAVEMENU Snelweergave Weergavetijd 1 sec Histogram Bel.waarsch. : Inst. : Terug WEERGAVEMENU Snelweergave 1 sec Weergavetijd Histogram Bel.waarsch. : Inst. [166] : Terug : Annul. Het menu gebruiken Digitale voorbeeld-functie ƈ U kunt instellen of u het histogram en de licht/donker gebiedwaarschuwing tijdens de digitale voorbeeld-functie wilt laten zien. De standaardinstelling is [Uit]. Histogram Belichtingswaarschuwing Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om On (Aan) of Off (Uit) te selecteren. De standaardinstelling is Off (Uit). WEERGAVEMENU Uit Bel.waarschuwing 1 sec Snelweergave Digitaal vrbld Digitaal filter 3 sec Diavoorstelling : Vrpl. : Einde WEERGAVEMENU Digitaal vrbld Histogram Bel.waarsch. : Inst. : Terug WEERGAVEMENU Digitaal vrbld Histogram Bel.waarsch. : Inst. : Terug Digitaal filter ƈ U kunt opnamen bewerken met digitale filters. Zie bladzijde 93 voor meer informatie over de menu’s. WEERGAVEMENU Uit Bel.waarschuwing 1 sec Snelweergave Digitaal vrbld Digitaal filter 3 sec Diavoorstelling : Vrpl. : Einde [167] Het menu gebruiken Diavoorstelling ƈ U kunt alle opnamen op de geheugenkaart achter elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op het LCD-scherm. Zie bladzijde 90 voor meer informatie over de menu’s. Interval Herhalen Zet de weergave-interval op [3 sec], [5 sec], [10 sec] of [30 sec]. Stelt in of er al dan niet meerdere malen moet worden weergegeven. WEERGAVEMENU Uit Bel.waarschuwing Snelweergave 1 sec Digitaal vrbld Digitaal filter Diavoorstelling 3 sec : Vrpl. : Einde WEERGAVEMENU Diavoorstelling Interval Herhalen : Inst. 3 sec : Terug WEERGAVEMENU Diavoorstelling Interval 3 sec Herhalen : Inst. [168] : Terug WEERGAVEMENU Diavoorstelling Interval 3 sec Herhalen 5 sec 10 sec 30 sec : Inst. : Annul. Het functiemenu gebruiken Opnamefunctie ƈ Druk tijdens het maken van een opname op de knop Fn. Het Fn-menu wordt geopend. : Vrpl. : Einde ƃ Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om een handeling te kiezen. Vierwegbesturing Item Ɗ Transportfunctie ƌ Flitsmodus Ȝ Witbalans Ȟ Gevoeligheid Functie Hiermee selecteert u continue opname, zelfontspanner, afstandsbediening of auto-bracketing. Hiermee wijzigt u de flitsfunctie. Past de kleur voor de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht aan. Hiermee stelt u de gevoeligheid in. Pagina p.60~68 p.70~75 p.76~81 p.82~83 [169] Het functiemenu gebruiken Afspeelmodus ƈ Druk tijdens de weergave op de knop Fn. Het Fn-menu wordt geopend. : Vrpl. :ಒൂ : Einde [Eeb JPEG-bestand tonen] : Vrpl. : Einde [Eeb RAW-bestand tonen] ƃ Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om een handeling te kiezen. Vierwegbesturing Item Functie Ɗ DPOF-instellingen Ȝ Digitaal filter Ȟ Diavoorstelling Hiermee worden opgeslagen opnamen een voor een weergegeven. p.90~91 ƌ RAW converteren Converteert het RAW-bestand naar een JPEG-bestand. p.96~97 Hiermee stelt u de DPOF-instellingen in. Hiermee bewerkt u opnamen naar zwart-wit of sepiatinten, of voegt u verzachtings- en vervlakkingseffecten toe. Pagina p.105 p.93~95 ſ Als een JPEG-bestand wordt afgespeeld, kan dit menu niet worden ingesteld. ſ Als een RAW-file wordt afgespeeld, kunnen de [DPOF] en [digitaal filter] menu’s niet worden gekozen. [170] De functieknop gebruiken Functie-indicatie ƈ U kunt de opnamefunctie wijzigen door de pictogrammen op de functieknop tegenover het indexstreepje in te stellen. Item Functie Pagina Hiermee worden de sluitertijd en de diafragmawaarde (Auto Scene) automatisch ingesteld overeenkomstig de programmalijn voor p.173 het maken van opnamen met de juiste belichting. Hiermee worden de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch ingesteld overeenkomstig de programmalijn voor het maken van (Programma) opnamen met de juiste belichting. Gebruik de e-keuze aan de p.174 voor- en achterzijde om de sluitertijd en diafragmawaarde te wijzigen terwijl de juist belichting behouden blijft. Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in op de (Sluitertijd-voorkeuze) correcte belichting volgens de ingestelde gevoeligheid. p.176 Hiermee kunt u een gewenste sluitertijd instellen voor bewegende onderwerpen. Maak opnamen van (Sluitertijd-voorkeuze) snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of van p.177 onderwerpen die lijken te bewegen. [171] De functieknop gebruiken Item Functie Pagina Hierbij kunt u de gewenste diafragmawaarde instellen om de (Diafragma-voorkeuze) scherptediepte te regelen. Gebruik deze functie om een vage p.179 of scherpe achtergrond te krijgen. Stelt automatisch de gevoeligheid in, zodat de sluitertijd en (Sluitertijd- en diafragmavoorkeuze) diafragmawaarde de juiste belichting geven in p.181 overeenstemming met de helderheid van het onderwerp. Stelt u in staat om de sluitersnelheid en diafragmawaarde (Hanmatige belichting) handmatig in te stellen om op creatieve wijze een opname te p.182 maken. Hiermee kunt u opnamen maken waarvoor lange sluitertijden (Tijdopname) nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen. p.186 Vergrendelt de sluitertijd op 1/180e seconde. Gebruik deze (Flits X-gesynchroniseerde snelheid) functie als tijdens het gebruik van de externe flits de sluitertijd niet automatisch wijzigt. Stelt u in staat opnamen te maken met instellingen die u zelf (GEBRUIKER) [172] p.187 bepaalt. p.187 De functieknop gebruiken De (AUTO) modus gebruiken ƈ Hiermee worden de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch ingesteld overeenkomstig de programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting. 1. Zet de functieselectie op . 2. Controleer de sluitertijd en diafragmawaarde in de zoeker en op het LCD-scherm. INFORMATIE ƃ Sluitertijd, diafragmawaarde, AE-vergrendeling, belichtingswaarde, auto-bracketing, meervoudige belichting en flitscorrectie worden niet in de (auto) modus ingesteld. ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. [173] De functieknop gebruiken Gebruik van de functie P (Programma) ƈ Hiermee worden de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch ingesteld overeenkomstig de programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting. 1. Zet de functieselectie op PROGRAM. 2. Controleer de sluitertijd en diafragmawaarde in de zoeker en op het LCD-scherm. INFORMATIE ƃ U kunt de programmalijn wijzigen. Stel de [Programmalijn] in het [AANGEP1] menu in. (p.135) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [ISO-gevoeligh.] in op [Auto] in het functiemenu. (p.82) ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. [174] De functieknop gebruiken Gebruik van de functie hyper-programma ( ) ƈ De sluitertijd wijzigen U kunt naar sluitertijd-voorkeuze automatische belichting omschakelen door de e-keuze aan de voorzijde op P-modus (hyper-programma) te zetten. - U kunt de sluitertijd uitsluitend instellen op een waarde die in relatie tot het diafragma staat. - Als de helderheid wijzigt en de diafragmawaarde zich buiten het relatieve bereik bevindt, gaat het diafragma in de zoeker en op het LCD-scherm knipperen. - Druk op de groene knop om terug te keren naar hyperprogramma automatische belichting. ƈ Het diafragma wijzigen U kunt naar diafragma-voorkeuze automatische belichting omschakelen door de e-keuze aan de achterzijde op P-modus (hyper-programma) te zetten. - U kunt de diafragmawaarde uitsluitend instellen op een waarde die in relatie tot de sluitertijd staat. - Als de helderheid wijzigt en de sluitertijd zich buiten het relatieve bereik bevindt, gaat de sluitertijd in de zoeker en op het LCD-scherm knipperen. - Druk op de groene knop om terug te keren naar hyperprogramma automatische belichting. [175] De functieknop gebruiken Gebruik van de Sv-modus (gevoeligheids-voorkeuze) ƈ U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de helderheid van het onderwerp. De sluitertijd en diafragmawaarde worden automatisch ingesteld, overeenkomstig de gekozen gevoeligheid, om de juiste belichting te verkrijgen. 1. Zet de functieselectie op Sv. 2 Draai aan de e-knop aan de achterzijde en pas de gevoeligheid aan. De sluitertijd, diafragmawaarde en gevoeligheid worden in de zoeker en het LCD-scherm weergegeven. INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de voorzijde terwijl u op de knop drukt en wijzig de LWcorrectiewaarde. ƃ Stel de gevoeligheid in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [ISO-stappen] in het [AANGEP1]menu in. (p.139) ƃ U kunt de gevoeligheid niet bij [ISO-gevoeligh.] in het functiemenu instellen. ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. [176] De functieknop gebruiken Gebruik van de Tv (Sluitertijdvoorkeuze) ƈ Stelt de sluitertijd korter in en maakt opnamen snel bewegende onderwerpen alsof deze stilstaan of langzamer bewegen. Wanneer u de sluitertijd langer instelt, maakt u levendiger opnamen. Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld op de juiste belichting. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (p.199) 1. Zet de functieselectie op Tv. 2. Draai aan de e-knop aan de voorzijde om de sluitertijd te wijzigen. - De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en op het LCD-scherm weergegeven. [177] De functieknop gebruiken INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de voorzijde terwijl u op de knop drukt en wijzig de LWcorrectiewaarde. ƃ Stel de sluitertijd in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [LW-stappen] in het [AANGEP1]-menu in. (p.133) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [ISO-gevoeligh.] in op [Auto] in het functiemenu. (p.82) ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. Belichtingswaarschuwing Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd. Wanneer de diafragmawaarde-indicatie ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. [178] De functieknop gebruiken Gebruik van de Av (diafragmavoorkeuze) ƈ Stel het diafragma in om de scherptediepte te bepalen. De scherptediepte is groter en de voorgrond en achtergrond van het onderwerp zijn duidelijker wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner en de voorgrond en achtergrond van het onderwerp zijn vager wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld. Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (p.199) 1. Zet de functieselectie op Av. 2. Draai aan de e-knop aan de achterzijde om de diafragmawaarde te wijzigen. - De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en op het LCD-scherm weergegeven. [179] De functieknop gebruiken INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de voorzijde terwijl u op de knop drukt om de LW-correctiewaarde te wijzigen. ƃ Stel de diafragmawaarde in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [LW-stappen] in het [AANGEP1]-menu in. (p.133) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [ISO-gevoeligh.] in op [Auto] in het functiemenu. (p.82) ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. Belichtingswaarschuwing Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleiner diafragma (hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. [180] De functieknop gebruiken Gebruik van de TAv (sluitertijd- en diafragmavoorkeuze) ƈ U kunt zowel de gewenste sluitertijd als de diafragmawaarde instellen om een opname te maken. Stelt automatisch de gevoeligheid in, zodat de sluitertijd en diafragmawaarde de juiste belichting geven in overeenstemming met de helderheid van het onderwerp. 1. Zet de functieselectie op TAv. 2. Draai aan de e-knop aan de voorzijde om de sluitertijd te wijzigen. 3. Draai aan de e-knop aan de achterzijde om de diafragmawaarde te wijzigen. - De sluitertijd, diafragmawaarde en gevoeligheid worden in de zoeker en het LCD-scherm weergegeven. [181] De functieknop gebruiken INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de voorzijde terwijl u op de knop drukt om de LW-correctiewaarde te wijzigen. ƃ Stel de sluitertijd en diafragmawaarden in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [LW-stappen] in het [AANGEP1]-menu in. (p.133) ƃ Instellingen anders dan [Auto] zijn niet beschikbaar in [ISO-gevoeligh.] in het functiemenu. ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. Gebruik van de functie M (hyper-handmatig) ƈ Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u foto’s met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (p.199) 1. Zet de functieselectie op M. [182] De functieknop gebruiken 2. Druk op de groene knop. - Schakelt sluitertijd en diafragmawaarde automatisch naar de juiste belichting. - Draai de e-keuze aan voor- of achterzijde om de belichting naar uw wens te krijgen om een opname te maken. Pas de sluitertijd aan met de e-keuze aan de voorzijde, en de diafragmawaarde met de e-keuze aan de achterzijde. INFORMATIE ƃ Als de gevoeligheid is ingesteld op [Auto] en de belichtingsmodus is ingesteld op M (handmatige) modus, is de gevoeligheid het laagste. ƃ De zoekerindicator knippert wanneer het verschil met de juiste belichting meer dan ±3,0 is. ƃ Stel de sluitertijd en diafragmawaarden in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [LW-stappen] in het [AANGEP1]-menu in. (p.133) ƃ Zet de diafragmawaarde in de A positie terwijl u de automatische vergrendelingsknop ingedrukt houdt als u een lens met een diafragmaring gebruikt. [183] De functieknop gebruiken LW-balk ƈ De LW-balk verschijnt in het LCD-scherm en de zoeker in de M (handmatige) modus. De juiste belichting wordt ingesteld als V in het midden van de LW-balk is. Als deze richting ‘-’ gaat, is de opname onderbelicht. Als deze richting ‘+’ gaat, is de opname overbelicht. Als de waarde buiten het bereik van de LW-balk komt, knippert ‘+’ of ‘-’. Belichtingswaarschuwing Als het onderwerp te licht of te donker is, begint ‘+’ of ‘-‘ in de LW-balk te knipperen in de zoeker en op het LCD. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. AE-L in M modus Druk op de AE-L knop om de belichtingswaarde in M (handmatige) modus op te nemen. Als de sluitertijd of diafragmawaarde dan gewijzigd worden, wijzigt de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde terwijl de belichting wordt behouden. (Voorbeeld) Als de sluittijd 1/125e seconde is en de diafragmawaarde op F5.6 staat en met de AE-L knop een opname wordt gemaakt, en vervolgens de sluitertijd wordt gewijzigd naar 1/30e seconde met de e-keuze aan de voorzijde, wijzigt de diafragmawaarde automatisch in F11. [184] De functieknop gebruiken Over de groene knop Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast aan de juiste belichting wanneer u drukt op de knop groene knop in de functie M (handmatig). U kunt kiezen uit de volgende drie aanpassingsmethoden in [groene knop in handmatig] in het menu [AANGEP2]. 1 Programmalijn 2 Tv instellen 3 Av instellen Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast. Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast. De sluitertijd wordt vergrendeld en het diafragma wordt automatisch aangepast. [185] De functieknop gebruiken Gebruik van de functie B (Tijdopname) ƈ De tijdopnamefunctie gebruikt u voor lange belichtingstijden, bijvoorbeeld om ’s nachts te fotograferen of om foto’s van vuurwerk te maken. De sluiter blijft openstaan zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. 1. Zet de functieselectie op B. INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de achterzijde om de diafragmawaarde te wijzigen. ƃ Stel de diafragmawaarde in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel [LW-stappen] in het [AANGEP1]-menu in. (p.133) ƃ Gebruik een stevig statief en de optionele draadontspanner om te voorkomen dat de camera beweegt bij het gebruik van de functie B (tijdopname). Verbindt de draadontspanner met de aansluiting op het toestel. ƃ Het maken van tijdsopnamen is mogelijk als u de opnamemodus met afstandsbediening gebruikt (p.65). De sluiter blijft geopend zolang de ontspanknop van de optionele afstandsbediening ingedrukt wordt gehouden. ƃ Procedure voor het verminderen van ruis (korrelige of ongelijkmatige opname) door een lange sluitertijd. In te stellen in [Ruisonderdrukking] in het menu [AANGEP1]. (p.137) ƃ Als de gevoeligheid is ingesteld op [Auto] en de belichtingsfunctie is ingesteld op de B (tijdopname) functie, wordt de gevoeligheid ingesteld op de minimumwaarde volgens "Het bereik van automatische correctie in AUTO instellen (p.83)". [186] De functieknop gebruiken De X (flits X-synchronisatiesnelheid) modus gebruiken ƈ Vergrendelt de sluitertijd op 1/180e seconde. Gebruik deze functie als tijdens het gebruik van de externe flits de sluitertijd niet automatisch wijzigt. 1. Zet de functieselectie op X. INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop aan de achterzijde om de diafragmawaarde te wijzigen. ƃ Druk op de groene knop om de sluitersnelheid op 1/180e seconde te houden en de diafragmawaarde automatisch aan te passen. ƃ Als de gevoeligheid is ingesteld op [Auto] en de belichtingsfunctie is ingesteld op de X (flits Xsynchronisatiesnelheid) functie, wordt de gevoeligheid ingesteld op de minimumwaarde volgens "Het bereik van automatische correctie in AUTO instellen (p.83)". De GEBRUIKERS-modus gebruiken ƈ U kunt de huidige camera-instellingen opslaan en ze gemakkelijk weer opropen door de functiekeuze op USER te zetten. 1. Zet de functieselectie op USER. [187] MEMO [188] 5 Basisfunctie Bevat informatie over functies om de gebruikservaring van de GX-10 te verbeteren. Controle van schikking, belichting en focus voor een opnameōōōōōō190 Scherpstellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō192 De belichting instellen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō199 De ingebouwde flitser gebruiken ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō208 Een externe flitser gebruiken (optioneel) ōōōōōōōōōōōōōōōōō212 Controle van schikking, belichting en focus voor een opname ƈ U kunt gebruik maken van de voorbeeld-functie om de diepte, de schikking, de belichting en de focus te controleren, voordat u een foto maakt. Er zijn 2 voorbeeld-methoden. Optische voorbeeld-functie Digitaal voorbeeld Om de diepte te controleren met de (beeld) zoekerfunctie. Voor het controleren van de schikking, de belichting en de focus op het LCD-scherm. ſ Stel [Voorbeeldmethode] in het [AANGEP2]-menu in. (p.145) De standaard instelling is de digitale voorbeeld-functie. ƈ Weergave van het voorbeeld Toon het optische voorbeeld of het digitale voorbeeld. Weergave van het Optische Voorbeeld 1. Kies het onderwerp binnen het AF-frame. 2. Zet de hoofdschakelaar op , terwijl u door de (beeld)zoeker kijkt. - U kunt de diepte in de (beeld)zoeker controleren, terwijl de hoofdschakelaar op staat. INFORMATIE ƃ Er wordt geen opname-informatie weergegeven in de (beeld)zoeker en de sluiter kan niet losgelaten worden terwijl de hoofdschakelaar in de voorbeeldpositie ( ) staat. ƃ U kunt de scherptediepte controleren in alle belichtingsfuncties. [190] Controle van schikking, belichting en focus voor een opname Weergave van het digitale voorbeeld ƈ Focus op het onderwerp en stel dan de foto samen in de (beeld)zoeker en stel de hoofdschakelaar in op . ſ Het ( )-pictogram verschijnt op het LCD-scherm bij het voorbeeld en u kunt de schikking, belichting en focus controleren. Druk de bedieningsknop voor de sluiter half in om de digitale voorbeeld-functie te stoppen en de focus te starten. Het beeld dat weergegeven wordt in de digitale voorbeeld-functie wordt niet opgeslagen. ſ In de Digitale Voorbeeld functie kan de opname worden vergroot door gebruik te maken van de e-knop aan de achterzijde. U kunt de samenstelling, belichting en scherpstelling met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) op het LCD-scherm controleren. INFORMATIE ƃ U kunt de waarschuwing voor het licht/donker bereik of het histogram laten verschijnen in de digitale voorbeeld-functie. Stel [digitaal voorbeeld] (p.167) in het [WEERGAVEMENU]-menu in. [191] Scherpstellen ƈ U kunt op de volgende manieren scherpstellen. Autofocus Handmatig scherpstellen De camera wordt scherpgesteld als de ontspanknop half wordt ingedrukt. Stel handmatig scherp. Het gebruik van de autofocus ƈ U kunt bij de autofocusfunctie kiezen uit SAF (enkelbeeldopname), waarbij de ontspanknop half wordt ingedrukt om scherp te stellen op het onderwerp en de scherpstelling wordt vergrendeld in die positie, en CAF (continue opname), waarbij het onderwerp blijft scherpgesteld door continue aanpassing terwijl de ontspanknop half is ingedrukt. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op SAF of CAF. SAF (Enkelbeeldopname) CAF (Continue opnamemodus) [192] Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt om scherp te stellen op het onderwerp, wordt de scherpstelling vergrendeld in die positie. Het onderwerp blijft scherpgesteld door continue aanpassing zolang de sluiterknop half is ingedrukt. Scherpstellen 2. Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in. - De scherpstelindicatie ( ) wordt weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld (als ze knippert is het onderwerp niet in focus). ſ Onderwerpen waarop moeilijk scherp valt te stellen. (p.54) Scherpstelindicatie INFORMATIE ƃ De camera kan scherpstellen door op de AF knop te drukken. ƃ Bij SAF (enkelbeeldopname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl brandt (scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop. ƃ Bij CAF (continue modus) wordt de scherpstelling continu aangepast, waarbij het bewegende onderwerp wordt gevolgd zolang de ontspanner halverwege wordt ingedrukt. ƃ De ontspanner kan niet worden losgelaten totdat het onderwerp in SAF (enkelbeeldopname) is scherpgesteld. Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld. (p.54, 197) ƃ Druk bij de functie SAF (enkelbeeldopname) de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt, gaat deze automatisch verschillende keren af zodat de autofocus gemakkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving waarvoor de flitser beschikbaar is. [193] Scherpstellen Selecteer het scherpstelgebied (AF-punt) ƈ Kies het deel van de zoeker waarop u wilt scherpstellen. De standaardinstelling is (Auto). Het geselecteerde AF-punt wordt rood weergegeven in de zoeker. (Over AF-punt heenleggen) Auto De camera selecteert het optimale AF-punt, zelfs als het onderwerp zich niet in het midden bevindt. Selecteren Stel het scherpstelgebied in op één van de elf punten in het autofocusgebied. Centreren Stel het scherpstelgebied in op het midden van de zoeker. ƃ Stel in met de AF-punt schakelkeuze. INFORMATIE ƃ Het AF-punt wordt niet weergegeven in de zoeker wanneer u [Uit] hebt geselecteerd voor [AFpunt Weergeven] in het menu [AANGEP1]. [194] Scherpstellen Het scherpstelpunt in de zoeker instellen 1. Stel SEL (selecteren) in met de AF-punt schakelkeuze. 2. Kijk door de zoeker en controleer de positie van het onderwerp. 3. Gebruik de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om het gewenste AF-punt te selecteren. - Het AF-punt wordt rood verlicht in de zoeker (AF-gebied weergeven) en u kunt controleren waar u het AF-punt wilt instellen. [195] Scherpstellen Scherpstelling vastzetten (scherpstelvergrendeling) ƈ Indien het onderwerp buiten het scherpstellingsbereik valt, kan de camera niet automatisch focussen op het onderwerp. In deze situatie kunt u op het onderwerp richten, de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen. 1. Kader de gewenste compositie van uw opname in de zoeker uit. - Gebruik de scherpstelvergrendelingsfunctie als het onderwerp waarop u scherp wilt stellen zich niet in het scherpstelgebied bevindt. (Voorbeeld) Er wordt scherpgesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon. 2. Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in. De scherpstelindicatie ( ) verschijnt en u zult een geluidssignaal horen als het onderwerp scherp is (als het knippert, is het onderwerp niet scherp gesteld). 3. Vergrendel de scherpstelling. - Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden. 4. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in. INFORMATIE ƃ De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ( ) brandt. ƃ Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is. ƃ Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.151) ƃ Als de scherpstelling is vergrendeld kunt u de opname vastleggen. (p.205) [196] Scherpstellen Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen) ƈ Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp is scherpgesteld. De scherpstelindicatie gebruiken ƈ Met de scherpstelindicatie ( ) kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op MF. 2. Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring. - Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie ( ) branden en klinkt er een geluidssignaal. Scherpstelindicatie [197] Scherpstellen INFORMATIE ƃ Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (p.54, 197) en de scherpstelindicatie niet blijft branden, gebruikt u het matglas in de zoeker. ƃ Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.151) Het matglas in de zoeker gebruiken ƈ U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op MF. 2. Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas. [198] De belichting instellen Effect van diafragma en sluitertijd ƈ De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijd-diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte combinaties van sluitertijd en diafragma mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren. Effect van sluitertijd ƈ De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd van de opname, m.a.w. de tijd dat de CCD aan licht wordt blootgesteld. U kunt daarmee de hoeveelheid licht instellen. ƃ Een langere sluitertijd kiezen Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft. Het is mogelijk het effect van beweging (bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen. ƃ Een kortere sluitertijd kiezen Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren. Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen. [199] De belichting instellen Effect van diafragma ƈ Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen. ƃ Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen) Voorwerpen die dichter bij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd. ƃ Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen) Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp. Scherptediepte Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen dichterbij en verderweg ook scherp zijn. Dit gebied wordt 'scherptediepte' genoemd. ƃ De scherptediepte van de GX-10 is afhankelijk van het objectief. Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één diafragmawaarde lager gebruiken. ƃ Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte. (Sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze.) Scherptediepte Ondiep Diep Scherptegebied Smal Breed Diafragma Brandpuntsafstand objectief Afstand tot onderwerp [200] Open Dicht (lagere waarde) (hogere waarde) Langer Korter (Tele) (Groothoek) Dichtbij Veraf De belichting instellen De scherptediepte controleren ƈ Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen dichterbij en verderweg ook scherp zijn. Dit gebied wordt ‘scherptediepte’ genoemd. Wanneer u de functie scherptedieptecontrole gebruikt, kunt u de scherptediepte controleren in de zoeker alvorens een opname te maken. 1. Stel scherp op het onderwerp. 2. Zet de hoofdschakelaar op terwijl u door de zoeker kijkt. - U kunt de scherptediepte in de zoeker controleren terwijl u de hoofdschakelaar ingedrukt houdt. INFORMATIE ƃ Zolang de hoofdschakelaar op de stand scherptedieptecontrole ( ) staat, worden er geen opnamegegevens weergegeven in de zoeker en kan er geen opname worden gemaakt. ƃ U kunt de scherptediepte controleren in alle belichtingsfuncties. [201] De belichting instellen De lichtmeetmethode selecteren ƈ U kunt kiezen welk deel van het matglas wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting te bepalen. Bij deze camera hebt u de keuze uit (meervlaksmeting), (lichtmeting met nadruk op het midden) en (spotmeting). De standaardinstelling is (meervlaksmeting). Meervlaks lichtmeting Lichtmeting met nadruk op het midden Spotmeting Het matglas wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald. Meting van uitsluitend het middelpunt van het matglas ter bepaling van de belichting. Meting van uitsluitend het middelpunt van het matglas ter bepaling van de belichting. ƃ SInstellen met de meetmodushendel. Meervlaksmeting gebruiken ƈ Bij meervlaksmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte van het beeld heeft. INFORMATIE ƃ De centreermeetmethode wordt automatisch ingesteld, zelfs als u de meervlaksmetingsmodus kiest, wanneer u een andere lens dan de D-XENON, D-XENOGON lens gebruikt (kan alleen worden gebruikt als toestemming is ingesteld in [Gebruik diafragma-ring] in het [AANGEP2] menu). (p.142) ƃ U kunt de belichting en het AF-punt in het focusgebied koppelen tijdens een meervlaksmeting. (p.131) [202] De belichting instellen Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken ƈ De meting legt de nadruk op het midden van het matglas. Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch voor opnamen in tegenlicht. Spotmeting gebruiken ƈ Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein vak in het midden van het matglas gemeten, zoals de afbeelding laat zien. U kunt deze functie combineren met het belichtingsgeheugen (p.205) wanneer het onderwerp uitzonderlijk klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is. [203] De belichting instellen Belichtingscorrectie ƈ Hiermee kunt met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken. U kunt de LW-correctie aanpassen van -2 tot +2 (LW) in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Kies 1/2 LW of 1/3 LW in [LW-stappen] in het [AANGEP1] menu. (p.133) 1. Stel de correctie in via de e-knop terwijl u de knop indrukt. Knop 2. Controleer de correctiewaarde in de zoeker. - Tijdens de correctie wordt weergegeven. knippert wanneer de flitser is uitgeklapt indien de flitscorrectie is ingesteld. Correctiewaarde INFORMATIE ƃ De belichtingscorrectie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (automatisch), M (handmatig), B (tijdspname) of X (flits-synchronisatie). ƃ De belichtingscorrectie kan niet worden geannuleerd door de camera uit te zetten of door een andere belichtingsfunctie in te stellen. ƃ De wordt op 0 gezet als de LW-knop en de groene knop tegelijkertijd worden ingedrukt. [204] De belichting instellen Belichting bepalen alvorens een opname te maken (belichtingsgeheugen) ƈ Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een correcte belichting niet mogelijk is. 1. Druk op de knop AE-L. - De camera houdt de belichting (helderheid) van dat moment vast in het geheugen. Druk de knop nogmaals in om te ontgrendelen. INFORMATIE ƃ staat aangegeven in de zoeker wanneer de AE-vergrendeling is geactiveerd. (p.27) ƃ De belichting wordt twee keer zo lang in het geheugen vastgehouden als de lichtmeettijd na het loslaten van de knop. De belichting wordt vastgehouden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. ƃ Er klinkt een geluidssignaal wanneer de knop wordt ingedrukt. Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.151) ƃ De AE-vergrendeling is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (automatisch), B (tijdsopname) of X (flits-synchronisatie). ƃ Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie. De belichtingswaarde is echter stabiel, zodat opnamen worden gemaakt met het belichtingsniveau dat is ingesteld in het belichtingsgeheugen. ƃ Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op M (handmatig), worden het diafragma en de sluitertijd aangepast op de juiste belichting wanneer u op de groene knop drukt. ƃ De belichting kan worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. In te stellen in [AE-L met AF lock] in het menu [AANGEP1]. (p.134) [205] De belichting instellen Belichting en opname (auto bracket) wijzigen ƈ YU kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie). (als het aantal opnamen op [3] staat ingesteld). [Normale belichting] [Onderbelichting] U kunt de [Volg. bracketing] in het [AANGEP1] menu instellen. 1. Stel het aantal frames in. - Draai de e-keuze aan de voorzijde terwijl u de belichtingsbracket knop indrukt. Kies OFF (geen opnamen), 3, of 5. 2. Stel de stappeninterval in. Draai de e-keuze aan de achterzijde terwijl u de belichtings-bracket knop indrukt. De beschikbare bracketing verloopt in [LW-stappen] in het [AANGEP1] menu. (p.133) [206] [Overbelichting] De belichting instellen 3. Druk de sluiterknop tot halverwege in. - Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie ( ) in de zoeker weergegeven. 4. Druk de ontspannerknop helemaal in. - Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt, de eerste zonder correctie, de tweede met een negatieve correctie en de derde met een positieve correctie. (als het aantal frames op [3] staat ingesteld). INFORMATIE ƃ Wanneer de scherpstelfunctieknop op SAF (enkelbeeldopname) staat, wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks. ƃ De instelling voor de auto bracketing blijft twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor de lichtmeting (de standaardinstelling is 20 seconden) wanneer u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens het gebruik van de automatische bracketing, en u kunt de volgende opname maken met de volgende correctiestap. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na circa twee keer zo lang als de blichtingsmeterinstelling (de standaardinstelling is 20 seconden) gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname. ƃ U kunt deze functie combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische P-TTL-flitser) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter de kans dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen. ƃ De functie Auto Bracket is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op B (tijdopname). ƃ Auto Bracket en meervoudige belichting worden niet tegelijkertijd gebruikt. Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken U kunt de functie voor auto bracketing gebruiken voor uitsluitend overbelichte of onderbelichte opnamen door deze met LW-correctie te combineren (p.204). In beide gevallen wordt de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt voor de auto bracketing. [207] De ingebouwde flitser gebruiken Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ƈ Gebruik van de flitser in de functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) - Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpteeffect te veranderen. - Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langzamer instellen. - Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht. ƈ Gebruik van de flitser in de functie Av (diafragmavoorkeuze) - Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken. - De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht. - De sluitertijd wordt automatisch aangepast tussen 1/180 sec. of langzamer, waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. [208] De ingebouwde flitser gebruiken Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken ƈ U kunt een Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond. INFORMATIE ƃ Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname zal ook wazig zijn wanneer het onderwerp beweegt. ƃ Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser. ƈ Gebruik van de functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) 1. Zet de functiekiezer op Tv. De functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) wordt ingesteld. 2. Gebruik de e-knop om de gewenste sluitertijd in te stellen. De achtergrond wordt niet juist gecorrigeerd wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zodat de diafragmawaarde niet meer knippert. 3. Druk op de knop . De flitser wordt uitgeklapt. 4. Maak de opname. ƈ Gebruik van de functie M (Handmatig) 1. Zet de functiekiezer op M. De functie M (Handmatig) wordt ingesteld. 2. Stel de sluitertijd (langer dan 1/180 s) en de diafragmawaarde in voor een correcte belichting. 3. Druk op de knop . De flitser wordt uitgeklapt. In de functie M (Handmatig) kunt u de flitser op elk gewenst moment uitklappen. 4. Maak de opname. [209] De ingebouwde flitser gebruiken Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser ƈ Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd. Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitser onjuist is ingesteld. ƃ Richtgetal ingebouwde flitser Gevoeligheid Richtgetal ingebouwde flitser ISO 100 11 ISO 200 15.6 ISO 400 22 ISO 800 31 ISO 1600 44 Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde ƈ Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden. Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde Minimale flitsafstand L2 = Maximale flitsafstand L1 ÷ 5* * De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser. Voorbeeld) Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een diafragmawaarde van F4 L1 = 15,6 ÷ 4 = ca. 3,9 (m) L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m) De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m. Wanneer de afstand tot het onderwerp minder dan 0,7 meter is, kan de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting. [210] De ingebouwde flitser gebruiken Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand ƈ Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand. Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragmawaarde: F = 15.6 ÷ 5.2 = 3 Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2,8) gebruikt. [211] Een externe flitser gebruiken (optioneel) ƈ De optionele externe flitser SEF-54PZF of SEF-36PZF ondersteunen een aantal flitsfuncties, zoals automatisch P-TTL-flitsen, flitsen met korte sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen. Zie het onderstaande schema voor details. (O : beschikbaar, Ɖ : beperkt, X : niet beschikbaar) ƈ Raadpleeg de handleiding van de SEF-54PZF of SEF-36PZF voor meer informatie. ſ Bij gebruik van een externe flitser is het raadzaam de uiterst nauwkeurige SEF-54PZF of SEF-36PZF te gebruiken, aangezien deze automatisch P-TTL-flitsen ondersteunt. Flitser Ingebouwde flitser SEF-36PZF Flitsen met rode-ogenreductie O O Automatisch flitsen O O O O O O Camerafunctie Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld. Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de functie P (Programma) en de functie Tv (sluitertijdvoorkeuze). Automatische zoekercontrole X X Automatische P-TTL-flitser (geschikte gevoeligheid: 200 tot 3200) O O Lange-sluitertijdsynchronisatie O O Flitser belichtingscompensatie O O AF-hulplicht O O Flitsen met sluitergordijnsynchronisatie*1 Ɖ*2 O Flitsen met contrastregelingssynchronisatie Ɖ*3 O Slave-flitsen X O Meervoudig flitsen X X Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie X O Draadloos flitsen*4 X O *1 : Sluitertijd van 1/90 s of langer. *2 : Combineerbaar met de SEF-36PZF voor flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie. *3 : In combinatie met de SEF-36PZF, kan 1/3 van de flitslading worden geleverd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser. *4 : Twee of meer SEF-54PZF of SEF-36PZF eenheden zijn vereist. [212] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Weergave op LCD van SEF-36PZF ƈ De SEF-36PZF converteert automatisch het verschil in beeldhoek tussen kleinbeeld en het formaat van de GX-10 op basis van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief (Bij gebruik van DXENON objectieven). De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de GX-10 aan is. (Deze keert terug naar kleinbeeld weergave wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld.) Brandpuntsafstand objectief LCD SEF36PZF 85mm 77mm 50mm 35mm 28mm 24mm 20mm 18mm Timer belichtingsmeter Uit 85mm 70mm 50mm 35mm 28mm 24mm* Timer belichtingsmeter Aan 58mm 48mm 34mm 24mm 19mm 16mm* * Bij gebruik van de groothoekdiffusor Gebruik van de functie P-DDL auto ƈ Gebruik deze flitsfunctie bij de SEF-36PZF flitser. Wanneer de flitsfunctie is ingesteld op “P-DDL auto” geeft de flitser een voorflits net voordat de opname wordt gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 16-segmentsmeting, waardoor meer controle mogelijk is. P-DDL auto is beschikbaar bij de functie voor draadloos flitsen als twee of meer flitsers SEF-36PZF / SEF-54PZF worden gebruikt. 1. Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de SEF-36PZF / SEF-54PZF. 2. Zet de SEF-36PZF / SEF-54PZF aan. 3. Stel de flitsfunctie van de SEF-36PZF / SEF-54PZF op P-DDL auto. 4. Controleer of de SEF-36PZF / SEF-54PZF volledig is opgeladen en maak de opname. INFORMATIE ƃ Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitser SEF-36PZF / SEF-54PZF. ƃ Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt FIF in de zoeker. ƃ Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding bij de externe flitser. ƃ Wanneer flitsfunctie of is geselecteerd gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie. ƃ Druk nooit op de knop voor uitklappen van de flitser wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF / SEF-54PZF voor meer informatie. [213] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie ƈ Met de SEF-36PZF / SEF-54PZF kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie kan ook worden gebruikt met de flitser aangesloten op de camera of bij draadloos flitsen. ƃ De SEF-36PZF / SEF-54PZF op de camera aansluiten en gebruiken 1. Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de SEF-36PZF / SEF-54PZF. 2. Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op Tv of M. 3. Zet de SEF-36PZF / SEF-54PZF aan. 4. Stel de synchronisatiefunctie van de SEF-36PZF / SEF-54PZF op HS (flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie). 5. Controleer of de SEF-36PZF / SEF-54PZF volledig is opgeladen en maak de opname. INFORMATIE ƃ Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt in de zoeker. ƃ Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec. ƃ Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op B (Tijdopname). ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF / SEF-54PZF voor meer informatie. Draadloos flitsen ƈ Maak opnamen met de flitser zonder de camera aan te sluiten en flits via een draadverbinding door gebruik te maken van twee flitsers SEF-36PZF / SEF-54PZF. Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie is ook beschikbaar bij draadloos flitsen. INFORMATIE ƃ Zet de twee flitsers SEF-36PZF / SEF-54PZF op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF / SEF-54PZF voor meer informatie. [214] Een externe flitser gebruiken (optioneel) ƃ Draadloos flitsen 1. Stel de SEF-36PZF / SEF-54PZF op de gewenste plaats op. 2. Zet de aan/uit-knop van de SEF-36PZF / SEF-54PZF op [WIRELESS] (Draadloos). 3. Stel de functie voor draadloze bediening van de SEF-36PZF / SEF-54PZF in op S (Slave). 4. Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op , Tv, Av of M. 5. Zet de aan/uit-knop van de SEF-36PZF / SEF-54PZF op de camera op [WIRELESS]. 6. Zet de draadloze functie van de SEF-36PZF / SEF-54PZF op de camera op M (Master) of C (Control). INFORMATIE ƃ Draadloos flitsen is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser. ƃ Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de SEF-36PZF / SEF-54PZF in op SLAVE1. Draadloze bediening van de flitser (P-TTL flitsfunctie) Bij gebruik van de SEF-36PZF / SEF-54PZF voor draadloos flitsen wordt de volgende informatie uitgewisseld tussen de twee flitsers SEF-36PZF / SEF-54PZF voordat de flitser afgaat. Druk de ontspanknop helemaal in. 1. De ingebouwde flitser geeft een voorflits. (De flitsfunctie van de camera wordt doorgegeven). 2. De externe flitser geeft een voorflits af (de lichtomstandigheden van het onderwerp worden gecontroleerd). 3. De ingebouwde flitser geeft een voorflits af. (De vereiste hoeveelheid flitslicht wordt doorgegeven aan de externe flitser.) ſ De ingebouwde flitser geeft nog een voorflits om de flitsduur door te geven als HS (korte-sluitertijdsynchronisatie) is ingesteld. 4. Door de externe flitser gaat de hoofdflitser af. ſ Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de SEF-36PZF / SEF-54PZF in op SLAVE1. [215] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Rode-ogenreductie ƈ Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser rode-ogenreductie beschikbaar. INFORMATIE ƃ De functie voor rode-ogenreductie werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (p.70) ƃ Bij gebruik van de SEF-36PZF / SEF-54PZF, als slave-flitser of draadloze flitser zorgt de voorflits voor de rode-ogenreductie ervoor dat de externe flitser afgaat. Stel daarom bij gebruik van een slave-flitser geen rode-ogenreductie in. ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF / SEF-54PZF voor meer informatie. [216] 6 Software-informatie Hierin worden de installatie van de software, de aansluiting op een pc en het gebruik van het programma uitgelegd. Opmerkingen met betrekking tot software ōōōōōōōōōōōōōōōō218 Informatie over de software ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō219 De toepassingssoftware installeren ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō220 Verwisselbare schijf ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō223 De verwisselbare schijf verwijderen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōō225 Digimax Masterōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō227 Digimax RAW Converter ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō232 Opmerkingen met betrekking tot software Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door voordat u deze camera gaat gebruiken ϛDe meegeleverde software is een camerastuurprogramma en software voor beeldbewerking onder Windows. ϛOnder geen voorwaarden mogen deze software en gebruikershandleiding geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd. ϛHet gebruiksrecht voor de software geldt uitsluitend voor gebruik met een camera. ϛIn het onwaarschijnlijke geval van een fabricagefout zullen wij uw camera repareren of vervangen. We kunnen echter niet op enigerlei wijze aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door onjuist gebruik. ϛZelfgebouwde pc's of een pc en besturingssysteem waarvan de kwaliteit niet wordt gewaarborgd door de fabrikant, vallen niet onder de garantie van Samsung. ϛVoordat u deze handleiding gaat lezen, moet u eerst over basiskennis van computers en O/S(besturingssystemen beschikken). Systeemvereisten Voor Windows PC met MMX Pentium III 450MHz-processor of Voor Machintosh Power Mac G4 of hoger sneller(XP: Pentium II 700MHz) Windows 2000/ME/XP Mac OS 10.2 of hoger Minimaal 256MB RAM (512MB aanbevolen) Minimaal 256 MB RAM 250MB vrije ruimte op de vaste schijf 250 MB vrije ruimte op de vaste schijf (1GB aanbevolen) USB-poort USB-poort CD-ROM-station CD-ROM-station 1024X768 pixels, beeldscherm dat 16-bits kleuren ondersteunt (24-bits kleurenbeeldscherm aanbevolen) [218] Informatie over de software ƈ Digimax Master : Dit is de complete multimedia software-oplossing. Met deze software kunt u digitale opnamen (RAW, JPEG) downloaden, bekijken, bewerken en opslaan. Deze software kan alleen worden gebruikt met Windows. ƈ Digimax RAW Converter U kunt een RAW (*.dng) bestand converteren naar JPEG- of TIFF-bestandsformaat. INFORMATIE ƃ Het automatische installatieprogramma heeft 5 tot 10 seconden nodig voor de installatie, afhankelijk van de capabiliteit van uw computer. Als dit frame niet wordt weergegeven, voert u [Windows Verkenners] uit en selecteert u [setup.exe] in de hoofdmap van het cd-rom-station. ƃ PDF-documenten van de gebruikershandleiding zijn beschikbaar op de cd-rom met software die wordt meegeleverd met deze camera. Zoek in de PDF-bestanden met Windows Verkenner. Voordat u de PDF-bestanden opent, moet u de Adobe Reader installeren die wordt meegeleverd op de cd-rom met de software. ƃ Om Adobe Reader 6.0.1 te installeren moet Internet Explorer 5.01 zijn geïnstalleerd. Boezek www.microsoft.com om de Internet Explorer te upgraden. [219] De toepassingssoftware installeren ƈ Als u deze camera wilt gebruiken met een pc, moet u eerst de toepassingssoftware installeren. Nadat u dat hebt gedaan, kunnen de opgeslagen afbeeldingen in de camera worden overgezet naar de pc en worden bewerkt door middel van een beeldbewerkingsprogramma. ƈ U kunt de website van Samsung bezoeken via het Internet. http://www.samsungcamera.com : Engels http://www.samsungcamera.co.kr : Koreaans 1. Installeer Digimax Master volgens de instructies op het scherm van de pc. [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [220] De toepassingssoftware installeren [Klik!] [Klik!] 2. Sluit, nadat u de computer opnieuw hebt opgestart, de pc via de USB-kabel aan op de camera. 3. Zet de camera aan. De wizard Nieuwe hardware gevonden wordt geopend en de computer herkent de camera. ſ Als u met Windows XP werkt, wordt een afbeeldingsviewer geopend. Als het downloadvenster van Digimax Master wordt geopend nadat Digimax Master is gestart, is de installatie van het stuurprogramma voor de camera geslaagd. [221] De toepassingssoftware installeren PC-modus starten Ү In deze modus kunt u opgeslagen beelden downloaden naar uw pc via de USB-kabel. Ү Het LCD-scherm wordt altijd uitgeschakeld in de PC-modus. ƈ De camera aansluiten op een pc 1. Druk op de knop MENU en selecteer het menu [INSTELLINGSMENU]. 2. Set [USB] op de camera in op [Computer]. 3. Sluit de camera aan op uw pc met behulp van de USB-kabel. [222] INSTELLINGSMENU Videosignaal USB Auto Uitsch. Bestandsnaam Sensor Reinigen Sensor Stofvrij Reset : Inst. Computer Printer : Annul. Verwisselbare schijf ƈ Opgeslagen afbeeldingen downloaden U kunt de stilstaande beelden die zijn opgeslagen op de camera downloaden naar de vaste schijf van uw pc en deze vervolgens afdrukken of bewerken met behulp van software voor het bewerken van foto's. 1. Sluit de camera aan op uw PC met behulp van de USB-kabel. 2. Selecteer [My Computer] op het bureaublad van uw computer en dubbelklik op [Removable Disk → DCIM → 100SSCAM]. De beeldbestanden worden nu weergegeven. 3. Selecteer een afbeelding en klik met de rechtermuisknop. 4. Er wordt een pop-upmenu weergegeven. Klik op [Cut] (Knippen) of [Copy] (Kopiëren) in het menu. - [Cut] : hiermee kunt u een geselecteerd bestand knippen. - [Copy]: hiermee kunt u bestanden kopiëren. 5. Klik op de map waar u het bestand naartoe wilt kopiëren. [223] Verwisselbare schijf 6. Klik met de rechtermuisknop. Er wordt nu een popupmenu weergegeven. Klik op [Paste]. 7. Een afbeeldingsbestand wordt overgebracht van de camera naar uw pc. - Met behulp van [Digimax Master] kunt u de opgeslagen afbeeldingen op de geheugen rechtstreeks op het beeldscherm van de PC bekijken en kunt u de afbeeldingsbestanden kopiëren en verplaatsen. VOORZICHTIG ƃ Wij adviseren u de afbeeldingen eerst naar de pc te kopiëren voordat u ze gaat bekijken. Als u afbeeldingen rechtstreeks vanaf de verwisselbare schijf opent, kan de verbinding onverwachts worden verbroken. ƃ Wanneer u een bestand laadt dat niet via deze camera op de verwisselbare schijf terecht is gekomen, wordt het bericht [Camera kan opname niet weergeven] weergegeven op het LCDscherm in de afspeelmodus en wordt [?] weergegeven in de miniatuurmodus. [224] De verwisselbare schijf verwijderen ƈ Windows 2000/ME/XP (De afbeeldingen kunnen afwijken van de werkelijke weergave, afhankelijk van het Windowsbesturingssysteem waarmee u werkt.) 1. Controleer of de camera en pc een bestand overdragen. Als het lampje voor kaarttoegang knippert, moet u wachten totdat het lampje uit gaat. 2. Dubbelklik op het pictogram [Unplug or Eject Hardware] op de taakbalk. [Dubbelklik!] 3. Het venster [Unplug or Eject Hardware] wordt weergegeven. Selecteer het [USB Mass Storage Device] en klik op de knop [Stop]. [Klik!] 4. Het venster [Stop a Hardware device] wordt weergegeven. Selecteer het [USB Mass Storage Device] en klik op de knop [OK]. [Klik!] 5. Het venster [Safe to Remove Hardware] wordt weergegeven. Klik op de knop [OK]. [Klik!] [225] De verwisselbare schijf verwijderen 6. Het venster [Unplug or Eject Hardware] wordt weergegeven. Klik op de knop [Close]. De verwisselbare schijf kan nu veilig worden verwijderd. 7. Verwijder de USB-kabel. [Klik!] Het USB-stuurprogramma installeren op de MAC 1. De software-cd bevat geen USB-stuurprogramma voor de MAC omdat MAC OS het stuurprogramma van de camera ondersteunt. 2. Controleer de versie van MAC OS. Deze camera is compatibel met MAC OS 10.2 of hoger. 3. Sluit de camera aan op de Macintosh en zet de camera aan. 4. Een nieuw pictogram wordt weergegeven op het bureaublad nadat u de camera hebt aangesloten op de MAC. Het USB-stuurprogramma gebruiken op de MAC 1. Dubbelklik op een nieuw pictogram op het bureaublad om de map in het geheugen weer te geven. 2. Selecteer het afbeeldingsbestand en kopieer of verplaats dit naar de MAC. INFORMATIE ƃ Voor Mac OS 10.0 of later : voltooi eerst het uploadproces van de computer naar de camera en verwijder vervolgens de verwisselbare schijf met de extraheeropdracht. [226] Digimax Master ƈ Met deze software kunt u digitale opnames en filmclips downloaden, bekijken, bewerken en opslaan. Deze software kan alleen worden gebruikt met Windows, behalve met Windows 98. ƈ U kunt het programma starten door op [Start ƍ Programs ƍ Samsung ƍ Digimax Master ƍ Digimax Master] te klikken. ƃ Afbeeldingen downloaden 1. Sluit de camera aan op uw pc. 2. Er wordt een venster weergegeven voor het downloaden van afbeeldingen nadat u de camera hebt aangesloten op uw pc. - Gebruik de knop [Select All] (Alles) om de opgenomen beelden te downloaden. - Selecteer de gewenste map in het venster en klik op de knop [Select All] (Alles). U kunt opgenomen beelden opslaan in de geselecteerde map. - Als u op de knop [Cancel] (Annuleren) klikt, wordt het downloaden geannuleerd. [Klik!] 3. Klik op de knop [Next >]. [Klik!] [227] Digimax Master 4. Selecteer een bestemming en maak een map voor het opslaan van gedownloade opnames en mappen. - Er worden mappen gemaakt in volgorde van datum en de opnames worden gedownload. - Er wordt een map met een naam van uw keuze gemaakt en de opnames worden gedownload. - Er wordt een eerder gemaakte map geselecteerd en de opnames worden gedownload. 5. Klik op de knop [Next >]. [Klik!] 6. Er wordt een venster geopend, zoals in het voorbeeld hiernaast. De bestemming van de geselecteerde map wordt boven aan het venster weergegeven. Klik op de knop [Start] (Starten) om de opnames te downloaden. [Klik!] 7. De gedownloade opnames worden weergegeven. [228] Digimax Master ƃ Afbeeldingsviewer : U kunt de opgeslagen beelden bekijken. ڹ ڽ ھ ڿ ں ڻ ڼ - Hieronder worden de functies van de afbeeldingsviewer weergegeven. ڹMenubalk : Hier kunt u menuopties selecteren. File (Bestand), Edit (Bewerken), View (Beeld), Tools (Extra), Change functions (Functies wijzigen), Auto download (Automatisch downloaden), Help, enz. ںVenster voor afbeeldingsselectie : In dit venster kunt u de gewenste opname selecteren. ڻSelectiemenu voor mediatype : In dit menu kunt u functies van de afbeeldingsviewer en bewerkingsfuncties voor beelden en filmclips selecteren. ڼVoorbeeldvenster : In dit venster kunt u een voorbeeld van een beeld of filmclip bekijken en de multimediagegevens weergeven. ڽZoombalk : Hiermee kunt u het voorbeeldformaat wijzigen. ھVenster voor mapweergave : Hiermee kunt u de maplocatie van de geselecteerde afbeelding weergeven. ڿVenster voor afbeeldingsweergave : Hiermee kunt u afbeeldingen in de geselecteerde map weergeven. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [229] Digimax Master ƃ Image edit (Afbeelding bewerken) : Hiermee kunt u stilstaande beelden bewerken. ڹ ڼ ں ڻ - Hieronder worden de functies voor het bewerken van afbeeldingen weergegeven. ڹMenu Edit (Bewerken) : Hier kunt u de volgende menu's selecteren. [Tools] : Hiermee kunt u de geselecteerde afbeelding bijsnijden of het formaat ervan wijzigen. Raadpleeg het menu [Help]. [Adjust] : Hiermee kunt u de afbeeldingskwaliteit wijzigen. Raadpleeg het menu [Help]. [Retouch] : Hiermee kunt u de afbeelding wijzigen of effecten toevoegen aan de afbeelding. Raadpleeg het menu [Help]. ںTekenhulpmiddelen : Hulpmiddelen voor het bewerken van een afbeelding. ڻVenster voor afbeeldingsweergave : In dit venster wordt een geselecteerde afbeelding weergegeven. ڼVoorbeeldvenster : Hier kunt u de gewijzigde afbeelding bekijken. ſ Een foto die is bewerkt met Digimax Master kan niet worden weergegeven op de camera. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [230] Digimax Master ƃ Films bewerken : U kunt stilstaande beelden, filmclips, spraakmemo's en muziekbestanden samenvoegen in een filmclip. ڹ ں - Hieronder worden de functies voor het bewerken van filmclips weergegeven. ڹMenu Edit (Bewerken) : Hier kunt u de volgende menu's selecteren. [Add Media] : Hiermee kunt u een multimedia-item van uw keuze toevoegen aan een filmclip. [Edit Clip] : Hiermee kunt u de helderheid, het contrast, de kleur en de intensiteit wijzigen. [Effect] : Hiermee kunt u een effect invoegen. [Set Text] : Hiermee kunt u teksten invoegen. [Narrate] : Hiermee kunt u spraak invoegen. [Produce] : Hiermee kunt u het bewerkte multimedia-item opslaan onder een nieuwe bestandsnaam. U kunt AVI-, WMV- (Windows-media), ASF- (Windows-media) en filmclipbestanden selecteren voor deze camera (avi, MPEG-4). ںVenster voor frameweergave : In dit venster kunt u multimedia-items invoegen. ſ Bepaalde filmclips die zijn gecomprimeerd met een codec die niet compatibel is met Digimax Master kunnen niet worden afgespeeld in Digimax Master. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [231] Digimax RAW Converter ƃ Digimax RAW Converter : U kunt een RAW (*.dng) bestand converteren naar JPEG- of TIFFbestandsformaat. ڼ ڹ ں ڻ - Hieronder worden de functies van de RAW-omzetter weergegeven. ڹHistogramweergave : Er wordt een histogram van de weergegeven opname getoond. ںTools (Hulpmiddelen) : U kunt de RAW-bestanden (*.dng) naar wens aanpassen. [White Balance] (Witbalans) : Hiermee kunt u de kleurtemperatuur en verzadiging van het beeld wijzigen. [Exposure] (Belichting) : Hiermee kunt u de belichtingswaarde, het contrast en de gammawaarde wijzigen. [Sharpness] (Scherpte) : Hiermee kunt u de scherpte van het beeld wijzigen. [Afwijking] : U kunt de chromatische afwijking wijzigen. [Vignettering] : U kunt de vignettering aan de gemaakte opname toevoegen. [Hoek] : U kunt de kleur en het contrast van een opname wijzigen. ڻOpnameweergavescherm : een gekozen opname wordt in dit scherm weergegeven. ڼOpnameweergave : de geselecteerde opname wordt getoond. U kunt meerdere opnamen per keer bewerken. ſ Zie het [Help] menu in de Digimax RAW Converter voor verdere informatie. ſ U kunt een RAW (*.pef, *.dng) bestand converteren naar JPEG- of TIFF-bestandsformaat met de Digimax Master. [232] 7 Bijlage Hierin komt het oplossen van problemen aan bod, wordt een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires gegeven en worden verschillende informatiebronnen beschreven. Standaardinstellingen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō234 Optionele accessoires ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō239 Foutberichten ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō241 Problemen oplossen ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō243 Specificaties ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō248 Verklarende woordenlijst ōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōōō250 Standaardinstellingen ƈ In onderstaande tabel staan de standaard fabrieksinstellingen. Gegevens in de tabel. De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet. ƃ Herstel instelling O : De instelling gaat terug naar de standaardinstelling met de herstel-functie. (p.164) X : De instelling wordt bewaard zelfs als de herstel-functie wordt gebruikt. ƃ Menu opnamemodus Item Standaardinstelling Beeldtint Herstel instelling Pagina O p.121 Bestandstype JPEG O p.122 Opnamepixels 10M (3872x2592) O p.122 Kwaliteitsniveau O p.123 Kleurintensiteit O p.124 Scherpte O p.124 Contrast Gebruikersinstelling Kleurruimte Type Uitgebreide Witbalans bracket Kleurintensiteit / scherpte / contrast Aantal opnames Meervoudige belichting Automatische belichtingscompensatie O p.124 - - p.125 sRGB O p.126 Off O p.127 ABť1 O p.127 ť1 O p.127 Uit O p.127 O p.127 (Uit) Geheugen instellen Optische opnamestabilisatie (OPS) Belichtingsfunctie* 2 O p.128 *1 35 (Scherptebereik) O p.55 P O p.129 *1 : Als een lens de focale lengte die bevestigd is niet automatisch toont, zal dit icoon verschijnen. *2 : Als de keuzemodus op USER is ingesteld, wordt * menu getoond. [234] Standaardinstellingen ƃ Menu gebruikersinstelling 1 Standaardinstelling Herstel instelling Pagina Koppeling AF-punt en AE Uit O p.131 Over AF-punt heenleggen Aan O p.131 AF met afstandsbediening Uit O p.132 AF knopfunctie Aan O p.132 AF door half in te drukken Aan O p.133 Item LW-stappen 1/2 LW O p.133 Instelling belichtingsmeter 10 sec O p.134 AE-L met AF geblokkeerd Uit O p.134 Normaal O p.135 Uit O p.135 Uit O p.136 Programmalijn Automatische LW-correctie Fijnregeling wanneer AWB (autowitbalans) wordt gebruikt WB wanneer flits wordt gebruikt Nee O p.136 Kelvin O p.137 Ruisonderdrukking Aan O p.137 ISO-waarschuwing Uit O p.138 1 LW O p.139 - - p.139 Kleurtemperatuurstappen Gevoeligheidsstappen Zet aangepaste functie 1 terug* * Herstelt de instellingen in het menu [AANGEP1]. [235] Standaardinstellingen ƃ Menu gebruikersinstelling 2 Item Standaardinstelling Herstel instelling Pagina 0-+ O p.141 Automatische bracket volgorde Groene knop in handleiding <-P-> O p.141 Verboden O p.142 e-keuze in programma O p.142~143 e-keuze in Sv-modus O p.142~143 e-keuze in Tv-modus O p.142~143 e-keuze in Av-modus O p.142~143 1 keer O p.144 Resterend aantal opn. O p.144 Gebruik diafragmaring Eenmaal RAW + indrukken Resterend aantal opn. Ontspant bij opladen Voorbeeld-functie Uit O p.145 Optische voorbeeld-functie O p.145 1.2X O p.146 Aanvankelijke inzoom-weergave Automatische beeldrotatie Aan O p.146 Rotatieinformatie opslaan Aan O p.147 LCD-scherm verlichten Aan O p.147 - - p.148 Zet aangepaste functie 2 * terug * Herstelt de instellingen in het menu [AANGEP2]. [236] Standaardinstellingen ƃ Instellingsmenu Item Formaat Standaardinstelling Herstel instelling Pagina - - p.150 Toon laten horen bij alle O (aan) Wereldtijd Woonplaats (stad) Gelijk aan standaardinstelling (Uit) O p.151 X p.152~155 O p.152~155 Woonplaats (zomertijd) Gelijk aan standaardinstelling X p.152~155 Bestemmingstijd (stad) Gelijk aan woonplaats X p.152~155 Bestemmingstijd (zomertijd) Gelijk aan woonplaats X p.152~155 Taal / ᷥᷘ Gelijk aan standaardinstelling X p.156 Hulpdisplay 3 sec O p.156 ť0 O p.157 NTSC X p.158 Datum instellen Helderheidsniveau Videosignaal uit USB PC O p.159 1 min O p.159 Naam voor map Std. O p.160 Sensor reinigen - X p.161 - X p.163 (Uit) O p.163 - - p.164 Automatisch uitschakelen uit Stof verwijderen Stof verwijderen Reinigen als u het toestel aanzet Zet aangepaste functie 2 [237] Standaardinstellingen ƃ Weergavemenu Item Licht/donker bereik Weergavetijd Standaardinstelling Herstel instelling Pagina Uit O p.165 O p.166 Histogram (Uit) O p.166 Licht/donker bereik (Uit) O p.166 Digitaal Histogram (Uit) O p.167 voorbeeld Licht/donker bereik Momentcontrole Digitale filter* Interval Diavoorstelling Weergave herhalen 1 sec O p.167 Z/W (zwart-wit) (Uit) O p.167 3 sec O p.168 O p.168 (Uit) * De vernauwingsinstelling voor het vernauwingsfilter, de helderheidsinstelling voor het helderheidsfilter, en de kleureninstelling voor het kleurenfilter kunnen worden opgeslagen/opnieuw ingesteld. ƃ Functiemenu (Fn) Item Transportfunctie Flitsmodus Standaardinstelling Herstel instelling Pagina Enkelbeeldopnamen O p.60 1 O p.70 Witbalans Auto O p.76 Gevoeligheid Auto O p.82 DPOF Aanvullende flits* - O p.105 Digitale filter*2 Z/W (zwart-wit) O p.93 Diavoorstelling 3 sec O p.90 O p.96 RAW display Opnamepixels : 10M Kwaliteitsniveau : superfijn *1 : automatisch ontladen in groene modus ( ). *2 : De vernauwingsinstelling voor het vernauwingsfilter, de zachtheidsinstelling voor het zachtheidsfilter, de helderheidsinstelling voor het helderheidsfilter, en de kleureninstelling voor het kleurenfilter kunnen worden opgeslagen/opnieuw ingesteld. [238] Optionele accessoires ƈ Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar. Neem contact op met onze verkoopafdeling voor nadere informatie over toebehoren. De accessoires van de PENTAX digitale spiegelreflexcamera kunnen ook worden gebruikt met de digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. Flitsertoebehoren ƃ Automatische flitser SEF-36PZF / SEF-54PZF Dit is een automatische flitser met een maximaal richtgetal van 54 (ISO 100/m) / 36 (ISO 100/m). De flitser heeft de volgende functies: slave-flitssynchronisatie, flitsen met contrastregelingsynchronisatie, AF-hulplicht, korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen en 1e of 2e sluitergordijnsynchronisatie. [239] Optionele accessoires Cameratas ƃ Cameratas SCP-D2 Overige ƃ Onderstaande accessoires zijn gelijk aan de bij de camera geleverde accessoires. - Zoekerkapje - Oogschelp - Riem [240] Foutberichten Foutbericht Beschrijving Geheugenkaart vol De geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe geheugenkaart of verwijder niet-benodigde opnamen. (p.38, 98) Mogelijk kunt u de opname opslaan door het kwaliteitsniveau of de opnamepixels te wijzigen. (p.122, 123) Geen beeld Camera kan opname niet weergeven Geen geheugenkaart in camera Geheugenkaartfout Geheugenkaart is niet geformatteerd Geheugenkaart beveiligd Kaart is vergrendeld Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen Beeld is beveiligd. Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen Er zijn geen opnamen opgeslagen op de geheugenkaart. U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer. Er is geen geheugenkaart in de camera geplaatst. (p.38) Er is een probleem met de geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is. Wellicht kan de kaart wel worden bekeken op een pc. Op de camera is dit niet mogelijk. De geheugenkaart die u hebt geïnstalleerd, is niet geformatteerd of op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Te gebruiken na formattering met de camera. Er is een vergrendelde geheugenkaart in de camera geplaatst. Ontgrendel de geheugenkaart. (p.39) De geselecteerde gedraaide opname is beveiligd. Verwijder de beveiliging van de opname. Kaart niet bruikbaar De geplaatste kaart is onbruikbaar in een camera. Plaats een bruikbare kaart. Batterij leeg De batterij is uitgeput. Plaats nieuwe batterijen in de camera. (p.36) Onvoldoende batterij vermogen om Sensor te reinigen Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de CCD wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft. Plaats een nieuwe batterij of gebruik een netvoedingsadapter. (p.37) [241] Foutberichten Foutbericht Beschrijving Beeldmap kon niet gemaakt worden Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer (9999) is gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer de kaart. (p.150) De opname is niet opgeslagen De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de geheugenkaart. Instellingen niet opgeslagen Het DPOF-instellingenbestand kon niet worden opgeslagen omdat de geheugenkaart vol is. Verwijder niet gewenste opnamen en stel DPOF opnieuw in. (p.98) RAW opnamen kunnen niet worden ingesteld RAW-opnamen worden niet ondersteund Geen beeld om te filteren Deze opname kan niet worden gefilterd Geen DPOF-bestanden DPOF kan niet worden gebruikt op RAW-opnamen. RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. Wanneer een digitaal filter wordt ingeschakeld vanuit het menu [PB Weergeven], verschijnt deze melding wanneer alle opgeslagen opnamen RAW-bestanden zijn of opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera. Deze melding verschijnt wanneer een digitaal filter wordt geactiveerd vanuit het functiemenu voor opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera. Geen bestand ingesteld met DPOF. Stel DPOF in en druk af. (p.105) Printerfout De printer meldt een fout en het bestand kan niet worden afgedrukt. Herstel de fout en druk af. Geen papier in de printer Het papier in de printer is op. Plaats papier in de printer en druk af. Geen inkt in de printer De inkt in de printer is op. Vervang inkt en druk af. Papier in printer vastgelopen Er is papier in de printer vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier en druk af. Gegevensfout [242] Er is een gegevensfout opgetreden tijdens het afdrukken. Problemen oplossen We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum. Probleem Camera gaat niet aan Oorzaak Batterij is niet geplaatst Batterijen bijna leeg De sluiter ontspant niet Oplossing Controleer of de batterij is geplaatst. Zo niet, plaats batterijen. Plaats een opgeladen batterij of gebruik de netvoedingsadapter (SAC-82, optional). (p.26) De diafragmaring staat Stel de diafragma ring in op de A-stand of schakel de niet in de A-stand. [Gebr. diafr.ring] in het [AANGEP2] op [Aan]. Flitser wordt opgeladen Wacht tot het opladen gereed is. Geen vrije ruimte op geheugenkaart Plaats een geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of De camera is bezig met opslaan Wacht tot opslaan gereed is. wis overbodige opnamen. (p.38, 98) De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast (lucht, witte muren), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of Het onderwerp kan moeilijk worden scherpgesteld landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand (druk de ontspanknop tot halverwege in), richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in. Gebruik anders de handmatige scherpstelling. (p.197) Plaats onderwerp in scherpstelkader in de zoeker. De autofocus werkt niet. Onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt, richt u de camera op het onderwerp en vergrendelt u de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt). Kader het beeld vervolgens opnieuw uit en druk de ontspanknop helemaal in. Onderwerp is te dichtbij Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname. De autofocus werkt niet. Scherpstelfunctie is ingesteld op MF Zet de scherpstelfunctieknop op AF. (p.192) Scherpstelfunctie is ingesteld op CAF (Continue opname) Zet de scherpstelfunctieknop op SAF (Enkelbeeld opname). (p.192) [243] Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing De AE-vergrendeling is niet beschikbaar wanneer de Het Gebruik de AE-vergrendeling met iedere instelling anders belichtingsfunctie is belichtingsgeheug dan (automatisch), (tijdopname) of (flitsingesteld op en werkt niet synchronisatie). (automatisch), (tijdopname) of (flits-synchronisatie). Ingebouwde flitser gaat niet af Wanneer de flitser is ingesteld op [Auto ontladen] of [Auto+ Anti Rode Ogen], gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht is. Zet de flitser op [Auto ontladen] of [Manual + Anti Rode Ogen]. (p.70) USB-aansluiting met computer werkt niet correct* De overdrachtswijze is ingesteld op [Printer]. Stel de overdrachtswijze in op [Computer]. Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van USB-gegevens. Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van USBgegevens. De overdrachtswijze is ingesteld op [PC] of [Computer]. Stel de overdrachtswijze in op [Printer]. (p.159) Trillingsreductie functie staat uit Draai de trillingsreductieschakelaar aan. Trillingsreductie functie is niet correct ingesteld Als een lens wordt gebruikt waarvoor de informatie over de focale lengte niet kan worden verkregen, stel dan de [Focale lengte] in via het [ OPS] menu. Sluitertijd is te laag voor functie trillingsreductie om effectief te zijn bij panorama-opnamen of nachtopnamen, enz. Schakel de functie trillingsreductie uit als u een statief gebruikt. USB-aansluiting met printer werkt niet correct Trillingsreductie werkt niet [244] Problemen oplossen Probleem Trillingsreductie werkt niet Oorzaak Onderwerp is te dichtbij Oplossing Neem afstand van het onderwerp, of schakel de functie trillingsreductie uit en gebruik een statief. * In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren door statische elektriciteit. Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u ze opnieuw. Zet vervolgens de camera aan en schakel deze weer uit terwijl u de ontspanknop ingedrukt houdt. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig. * Raadpleeg de software-instructies voor meer informatie over het aansluiten van de camera op een pc. (p.218) [245] Problemen oplossen ƈ Controleer het volgende als de USB-aansluiting niet (goed) werkt. [Situatie 1] De USB-kabel is niet aangesloten of u gebruikt een kabel die niet aan de specificaties voldoet. ƍ Gebruik een USB-kabel die aan de specificaties voldoet. [Situatie 2] De camera wordt niet herkend door uw pc. Soms wordt de camera weergegeven onder [Onbekende apparaten] in Apparaatbeheer. ƍ Schakel de camera uit, verwijder de USB-kabel, sluit de USB-kabel opnieuw aan en schakel vervolgens de camera in. [Situatie 3] Er is een onverwachte fout opgetreden tijdens de overdracht van bestanden. ƍ Schakel de camera uit en weer in. Draag het bestand opnieuw over. [Situatie 4] Wanneer u een USB-hub gebruikt. ƍ Er kan een probleem zijn bij het aansluiten van de camera aan de PC via de USBhub als de PC en de hub niet compatibel zijn. Sluit zo mogelijk de camera rechtstreeks aan op de PC. [Situatie 5] Zijn er andere USB-kabels aangesloten op de PC? ƍ De camera werkt mogelijk niet goed als deze op de PC wordt aangesloten via een andere USB-kabel In dat geval koppelt u de andere USB-kabel los en sluit u slechts één USB-kabel aan op de camera. [Situatie 6] Als ik Apparaatbeheer open (door op Start ƍ (Settings) ƍ Control Panel ƍ (Performance and Maintenance) ƍ System ƍ (Hardware) ƍ Device Manager), staat de vermeldingè Unknown Devices éofè Other Devices émet een geel vraagteken (?) naast sommige apparaten of staat bij sommige apparaten een uitroepteken (!). ƍ Klik met de rechtermuisknop op het apparaat met het vraagteken (?) of uitroepteken (!) en selecteer "Verwijderen". Start de PC opnieuw op en sluit de camera opnieuw aan. Bij een PC met Windows 98 verwijdert u tevens het camerastuurprogramma, start u de PC opnieuw op en installeert u het camerastuurprogramma opnieuw. [246] Problemen oplossen [Situatie 7] In sommige antivirusprogramma's (Norton Anti Virus, V3, enz.), herkent de computer de camera mogelijk niet als verwisselbare schijf. ƍ Stop de antivirusprogramma's en sluit de camera aan op de computer. Raadpleeg de informatie bij het antivirusprogramma over hoe u het programma kunt sluiten. [Situatie 8] Als een pc die is aangesloten op de camera niet langer reageert tijdens het opstarten van Windows. ƍ In dat geval koppelt u de pc en de camera los. Windows wordt nu opgestart. Als dit probleem zich blijft voordoen, schakelt u de USB-ondersteuning voor oudere systemen uit en start u de pc opnieuw op. De USB-ondersteuning voor oudere systemen is te vinden in het instellingsmenu voor het BIOS. (Het instellingsmenu voor het BIOS verschilt van pc-fabrikant tot pc-fabrikant en sommige BIOS-menu's bevatten geen USB-ondersteuning voor oudere systemen). Als u het menu niet zelf kunt wijzigen, neemt u contact op met de pc-fabrikant of met de fabrikant van het BIOS. [Situatie 9] De camera is aangesloten aan de USB-poort die zich aan de voorkant van de computer bevindt. ƍ Wanneer de camera aan de USB-poort aan de voorkant van de computer aangesloten is, kan het voorkomen dat de computer de camera niet herkent. Sluit de camera aan de USB-poort aan de achterkant van de computer aan. [247] Specificaties Opnamesensor Lens Zoeker Type Effectieve pixels Totale pixels Bevestiging Bruikbare lenzen Type Gezichtsveld Uitvergroting Dioptriecorrectie LCD-scherm Type Scherpstellen Functies Type Sluiter Snelheid Meetsysteem Belichtingsbeheer Correctie ISO-equivalent Type Functies 23,5mm x 15,7mm CCD Ong. 10,20 mega-pixels Ong. 10,75 mega-pixels PENTAX KAF2 bayonetsluiting Schneider D-XENON, D-XENOGON lens * Alle PENTAX DSLR lenzen die te koop zijn. * KAF2-opbouwlenzen, KAF-opbouwlenzen, KA-opbouwlenzen Pentaprisma, Natuurlijk-helder-mat scherpstelscherm 95% 0,95X (50mm F1,4 lensŋū) -2.5m-1 ~ 1.5m-1 Lage temperatuur poly-siliconen TFT kleuren LCD-scherm 2.5" (ongeveer 210.000 punten) TTL fase-aanpassend 11-punts brede AF AF enkelvoudig (met scherpstelvergrendeling), handmatig scherpstellen, continue AF Elektronisch bediende verticaal werkende spleetsluiter Automatisch : 1/4000sec ~ 30sec (traploos), handmatig : 1/4000sec ~ 30sec (1/3 LW-stap of 1/2 LW-stap) met tijdopname TTL 16 segments open diafragma Meten: Meervoudig, gecentreerd, op één punt ť3 (1/3 LW of 1/2 LW-stappen) Automatisch, 100, 200, 400, 800, 1600 Ingebouwde inklapbare P-TTL handmatige uitklapflitser Automatisch, aanvullen, automatisch + rode ogen, aanvullen + rode ogen, voorscherm synchroniseren, voorscherm synchroniseren + roden ogen, achterscherm synchroniseren 11 (bij ISO 100) Gidsnummer Weergavehoek 28 mm brede hoek (gelijk aan 35 mm) dekking Synchronisatie snelheid 1/180 sec. Oplaadtijd Ongeveer 3 sec. Externe flitser SEF-36PZF, SEF-54PZF (optioneel) Automatisch, daglicht, schaduw, bewolkt, wolfraam, fluoriscerend Witbalans (wit, donker, naturel), flits, handmatig, kleurtemperatuur 1, 2, 3 Automatisch, programmeren, gevoeligheidsvoorkeur, sluitervoorkeur, diafragmavoorkeur, sluiter- & diafragmavoorkeur, Opnamen maken Functies handmatig, tijdopname, flits X-synchroniseren, gebruikersinstelling Flitser [248] Specificaties Transportfuncties Opnamen maken Continu Enkelvoudig, continu, auto-bracket 3 opn./sec. tot 9 opnamen (RAW), afhankelijk van de geheugencapaciteit (JPEG) OPS CCD insteltype Stof verwijderen door de CCD- en SP-bedekking te verwijderen 2 sec., 12 sec., afstandsbediening, afstandsbediening 3 sec. Zelfontspanner (toepasbaar met PENTAX afstandsbediening, optioneel) Media Bestandsformaat Opnamegrootte SD/MMC (tot 2 GB gegarandeerd), SDHC (tot 4 GB gegarandeerd) RAW (DNG), JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0 10M : 3872X2592, 6M : 3008X2000, 2M : 1824X1216 (JPEG) 10M : 3872X2592 (RAW) 10M : RAW 30 Opslag Capaciteit (512MB) 10M : Superfijn 104 Fijn 178 Normaal 306 6M : Superfijn 174 Fijn 297 Normaal 512 2M : Superfijn 474 Fijn 802 Normaal 1360 ſ Deze getallen zijn gemeten onder de standaardomstandigheden van Samsung en kunnen variëren al naar gelang de opnameomstandigheden en camerainstellingen. Type Opnameweergave Eén opname, kleine plaatjes, diavoorstelling Bewerken Ronddraaien, digitale filter Digitale filter Zwart-wit, sepia, zacht, smal, helderheid Digitale outputconnector : USB 2.0 (HI-SPEED) Interface Videosignaal : NTSC, PAL (door gebruiker te kiezen) DC stroominputconnector : DC 8.3V, 2A (100-240V) Lithium-ion batterij : SLB-1674, oplader : SBC-L6, Stroombron AC adapter : SAC-82 (optioneel) Afmetingen (BxHxD) 142 x 101 x 71,5mm (exclusief de uitstekende delen van de camera) Gewicht 710g (zonder batterijen en kaart) Bedrijfstemperatuur 0 ~ 40ŭC Bedrijfsvochtigheid 5 ~ 85% Software Camera-driver Opslag-driver (Windows 2000/ME/XP, Mac OS 10.2 of later) Applicatie Digimax Master, Digimax RAW Converter, Adobe Reader * Specificaties kunnen zonder voorafgaande mededeling worden gewijzigd. * Alle handelsmerken zijn het eigendom van de respectievelijke eigenaar. * De accessoires van de PENTAX digitale spiegelreflexcamera kunnen ook worden gebruikt met de digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. [249] Verklarende woordenlijst AdobeRGB Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele software, lijken de kleuren lichter. Autobelicht. (Lichtmeting automatische belichting) De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Selecteer op deze camera uit [Multi-segment meting], [Nadruk op het midden] en [Spotmeting]. Diafragma Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert. Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) Voor het automatisch wijzigen van de opname-instellingen. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht. Helderheid Overbelichte gebieden in de opname verliezen contrast en lijken wit. Camerabewegingen (waas/onscherpte) Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd. Voorkom camerabewegingen door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken en de sluitertijd te verkorten. U kunt ook een statief gebruiken om de camera te stabiliseren. Gebruik de zelfontspanner, de afstandsbediening en de draadontspanner om bewegingen van de camera te voorkomen. CCD (Charge Coupled Device) Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen. Kleurruimte Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt [sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB. [250] Verklarende woordenlijst Kleurtemperatuur Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht. Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. DCF (Design Rule for Camera File System) Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Scherptediepte Scherptegebied. Dit is afhankelijk van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief en de afstand tot het onderwerp. Selecteer bijvoorbeeld een lagere diafragmawaarde om de scherptediepte te vergroten of een hogere diafragmawaarde om de scherptediepte te verminderen. DNG RAW bestand DNG (digitaal negatief) is een algemeen RAW bestandsformaat ontworpen door Adobe Systems. Als opnamen die in eigen RAW-formaat zijn gemaakt worden geconverteerd naar DNG-formaat, wordt de ondersteuning en compatibiliteit aanzienlijk vergroot. DPOF (Digital Print Order Format) Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die DPOF-afdrukken maakt. LW (belichtingswaarde) De belichtingswaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd. LW-correctie Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en diafragmawaarde te wijzigen. Exif (Exchangeable image file format voor digitale fotocamera’s) Standaard voor bestandsindelingen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Scherpstelpunten Positie in de zoeker die de scherpstelling bepaalt. [251] Verklarende woordenlijst Histogram Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het aantal pixels. Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname wilt controleren. JPEG Methode voor beeldcompressie. Een opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG wanneer het kwaliteitsniveau wordt ingesteld op (Best), (Beter) of (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd. ND-filter (Neutrale densiteit) Een filter met veel verzadigingsniveaus waarmee de helderheid wordt aangepast zonder dat de opname zelf wordt gewijzigd. Ruisonderdrukking Bewerking voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd. NTSC, PAL Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord- Amerika en ZuidKorea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China. Kwaliteitsniveau Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname. Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt. De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt. RAW-gegevens Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Na het fotograferen moeten per opname individuele instellingen worden gekozen zoals witbalans, contrast, kleurtoon en scherpte. RAW-gegevens zijn 12 bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8 bits JPEG- en TIFFgegevens. Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling (JPEG / TIFF). [252] Verklarende woordenlijst Opnamepixels Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt. Gevoeligheid De hoeveelheid licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis. Sluitertijd De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CCD. De hoeveelheid licht die op de CCD valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen. sRGB (Standaard RGB) Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC (International Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif. Vignettering Vignettering treedt op wanneer delen van opnamen zwart worden omdat het onderwerp is geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel geblokkeerd was. Witbalans Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast om overeen te komen met de lichtbron, zodat het onderwerp de juiste kleur krijgt. [253] Correcte verwijdering van dit product Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze onen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsafval voor verwijdering. Samsung Techwin besteedt veel aandacht aan milieuaspecten in alle fasen van het productieproces om het wereldmilieu te sparen en voert tal van acties uit om klanten te voorzien van milieuvriendelijkere producten. Het Eco-merkteken is een duidelijk teken dat Samsung Techwin ernaar streeft om milieuvriendelijke producten te vervaardigen en geeft aan dat het product voldoet aan de RoHS-richtlijn van de EU betreffende de beperking van het gebruik van gevaarlijke stoffen. [254] MEMO [255] MEMO [256] SAMSUNG TECHWIN CO., LTD. OPTICS & DIGITAL IMAGING DIVISION 145-3, SANGDAEWON 1-DONG, JUNGWONGU, SUNGNAM-CITY, KYUNGKI-DO, KOREA 462-121 TEL : (82) 31-740-8222, 8488, 8490 FAX : (82) 31-740-8398 www.samsungcamera.com SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS AMERICA, INC. 1-800-SAMSUNG (726-7864) www.samsungcamerausa.com If you have any questions or comments relating to Samsung cameras, Please contact the SAMSUNG customer care center SAMSUNG FRANCE S.A.S. HOTLINE PHOTO NUMÉRIQUE : 00 800 22 26 37 27 (Numéro Vert-Appel Gratuit) www.samsungphoto.fr SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS GmbH ZENTRALE, KEINE REPARATUR AM KRONBERGER HANG 6 D-65824 SCHWALBACH/TS, GERMANY TEL : 49 (0) 6196 66 5303 FAX : 49 (0) 6196 66 5366 TECHNISCHE SERVICE HOTLINE : 00800 4526 3727 (nur kostenfrei fur Anrufe aus Deutschland) Die Adressen Ihrer Kundendienste sowie die Garantiebestimmungen entnehmen Sie bitte aus dem beiliegenden Faltblatt (SAMSUNG INTERNATIONAL WARRANTY CERTIFICATE) INTERNET : www.samsungcameras.de TIANJIN SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS CO., LTD NO.9 ZHANGHENG STREET. MICRO-ELECTRONIC INDUSTRIAL PARK JINGANG ROAD TIANJIN CHINA. POST CODE : 300385 TEL : 800-810-5858 www.samsungcamera.com.cn SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS UK LIMITED SAMSUNG HOUSE 1000 HILLSWOOD DRIVE HILLSWOOD BUSINESS PARK CHERTSEY KT16 OPS U.K. TEL : 00800 12263727 (free for calls from UK only) UK Service Hotline : 01932455320 www.samsungcamera.co.uk RUSSIA INFORMATION CENTER SAMSUNG ELECTRONICS 117545 ST. DOROZHNAYA BUILDING 3, KORPUS 6, ENTRANCE 2, MOSCOW, RUSSIA TEL : (7) 495-363-1700 CALL FREE : (8) 800 555 55 55 (from Russia only) www.samsungcamera.ru ҧ Internet address - http : //www.samsungcamera.com/ The CE Mark is a Directive conformity mark of the European Community (EC) 6806-3500 ">
/
Изтегляне
Само приятелско напомняне. Можете да видите документа точно тук. Но най-важното е, че нашият AI вече го е прочел. Той може да обясни сложни неща на прост език, да отговори на вашите въпроси на всеки език и да ви помогне бързо да навигирате дори в най-дългите или най-сложните документи.
Реклама
Основни характеристики
10.2 MP CCD Black
TTL
PictBridge
Lithium-Ion (Li-Ion)