Fujifilm X100F Camera Handleiding
PDF
سند
تبلیغات
تبلیغات
BL00004857-B06 DIGITAL CAMERA X100F Gebruiksaanwijzing Dank u voor uw aankoop van dit product. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft hoe u uw FUJIFILM X100F digitale camera gebruikt. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt. ■ Product website: NL Voordat u begint Eerste stappen Algemene fotografie en afspelen Algemene films opnemen en afspelen De Q (snelmenu)-knop De Fn (functie)-knoppen Meer over fotografie en afspelen http://fujifilm-x.com/x100f/ ■ Extra informatie is mogelijkerwijs te vinden in online handleidingen die beschikbaar zijn via: http://fujifilm-dsc.com/manuals/ Menu’s Aansluitingen Technische informatie Probleemoplossing Appendix Voor uw veiligheid Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt WAARSCHUWING Veiligheidsopmerkingen • Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw Gebruikershandleiding zorgvuldig door. • Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats. Niet gebruiken in de badkamer of douche Informatie over pictogrammen De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt. WAARSCHUWING ATTENTIE Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel. Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade. De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd. Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”). Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”). Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”). WAARSCHUWING Als er een probleem ontstaat, zet de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera los en haal deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur Uit het verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan stopcontact brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. Neem contact op verwijderen met uw FUJIFILM-dealer. Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen. Als water of andere vreemde voorwerpen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter los en trek deze uit het stopcontact. Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer. ii Haal het apparaat niet uit elkaar Gebruik de camera niet in de badkamer of douche. Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Probeer de camera nooit te demonteren of modificeren veranderen of uit elkaar te halen (open nooit de behuizing). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van Raak geen beschadigde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk interne onderde batterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het delen aan product naar het verkooppunt voor raadpleging. Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware voorwerpen op worden geplaatst. Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is. Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond. Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel veroorzaken. Probeer nooit foto’s te maken als u in beweging bent. Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een auto rijdt. Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk. Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan. Dit kan tot een elektrische schok leiden door de ladingsoverdracht van een blikseminslag. Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is. Plaats de batterij zoals aangeduid door de merktekens. Voor uw veiligheid WAARSCHUWING Probeer de batterijen niet te demonteren, aan te passen of te verhitten. Laat de batterijen niet vallen, sla niet tegen ze aan, gooi ze niet en stel ze niet op een andere manier bloot aan hevige schokken. Gebruik geen batterijen die tekenen van lekkage, vervorming, verkleuring of andere onregelmatigheden vertonen. Gebruik alleen aangewezen laders om oplaadbare batterijen op te laden en probeer niet om niet-oplaadbare Li-ion of alkaline batterijen op te laden. Laat de batterijen niet kortsluiten en bewaar ze niet samen met metalen objecten. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat de batterijen oververhit raken, vlam vatten, scheuren of gaan lekken, wat kan leiden tot brand, brandwonden of ander letsel. Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen andere spanning dan de vermelde spanningsvoeding. Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand leiden. Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betreffende gebied onmiddellijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer. Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden. De meegeleverde lader is uitsluitend voor gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd. Als u de lader gebruikt om gewone batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie. Het gebruik van een flitser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken. Let bijzonder goed op bij het fotograferen van baby’s en kleine kinderen. Vermijd langdurig contact met warme oppervlakken. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden door lage temperaturen, met name bij hoge omgevingstemperaturen of bij gebruikers die last hebben van een slechte bloedsomloop of verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen worden aanbevolen. Zorg ervoor dat terwijl het product aan is, geen enkel deel van het lichaam in contact blijft met het product gedurende langere periodes. Als u deze waarschuwing negeert, kan dit leiden tot brandwonden door lage temperaturen, met name tijdens langdurig gebruik, bij hoge omgevingstemperaturen, of bij gebruikers die last hebben van een slechte bloedsomloop of verminderd gevoel, in welk geval het gebruik van een statief of dergelijke voorzorgsmaatregelen worden aanbevolen. WAARSCHUWING Gebruik niet in de nabijheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof. Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met isolatietape. Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of ontploffen. Houd geheugenkaarten, flitsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inslikken; buiten bereik van kinderen bewaren. Mocht een kind een klein onderdeel inslikken, medische hulp inroepen of het alarmnummer bellen. Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen. Onder de onderdelen die letsel kunnen veroorzaken zijn de band, die verstrikt rond de nek van een kind kan raken, wat verstikking tot gevolg kan hebben, en de flitser, die een visuele beperking kan veroorzaken. Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel. Dit product genereert radiofrequentie-emissies die kunnen interfereren met navigatie of medische apparatuur. ATTENTIE Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof. Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld. Laat de camera niet achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht. Dit kan brand veroorzaken. Plaats geen zware voorwerpen op de camera. Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel veroorzaken. Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is. Trek niet aan het snoer om de netstroomadapter te verwijderen. Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische schok veroorzaken. Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken. Hierdoor kan de temperatuur te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat. Als u de camera reinigt en u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en koppelt u de netstroomadapter los. Doet u dit niet, dan kan dat leiden tot brand of een elektrische schok. iii Voor uw veiligheid ATTENTIE Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen. Er kan brand ontstaan als u de lader in het stopcontact laat zitten. Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los. Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan. Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken. Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of een elektrische schok leiden. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te laten reinigen. Dit is echter niet gratis. Explosiegevaar als de batterij onjuist wordt vervangen. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een soortgelijk type. De batterij en voeding Opmerking: Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door. Waarschuwing: Batterijen mogen niet worden blootgesteld aan overmatige warmte, zoals zonlicht, vuur of dergelijke. Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de levensduur verkorten en lekkage, oververhitting en ontploffen van de batterij tot gevolg hebben. Li-ionbatterijen iv ■De batterij opladen Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader. De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan +10 °C of hoger is dan +35 °C. Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven 40 °C; opladen is niet mogelijk bij temperaturen onder 0 °C. Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te worden opgeladen. De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal. ■Levensduur van de batterij Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen. Wanneer de batterij steeds minder lang haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij moet worden vervangen. ■Opslag De prestaties van de batterij kunnen verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt. Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen. Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij ■Attentie: De batterij hanteren • Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes wordt gebruikt. of haarspelden. De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik • Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. op. Laat de batterij in het compartiment zitten wanneer u de camera niet gebruikt. • Probeer de batterij niet te demonteren of te modificeren. • Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers. ■Opmerkingen over de batterij • Verwijder een versleten batterij onmiddellijk. De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt • Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken. gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op. • Stel de batterij niet bloot aan water. De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen • Houd de polen van de batterij altijd schoon. wanneer hij niet wordt gebruikt. • De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen enigszins af; een lege enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal. batterij werkt vaak helemaal niet meer wanneer het koud is. Bewaar een volledig ■Attentie: Afvalverwijdering opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval. Er nodig is; of bewaar de batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak moet gelet worden op milieu-aspecten bij het weggooien van batterijen. Gebruik voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de batterij in direct contact het apparaat bij een gematigde temperatuur. komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten. Voor uw veiligheid Netstroomadapters (los verkrijgbaar) Gebruik uitsluitend FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Andere adapters kunnen de camera beschadigen. • Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis. • Zorg ervoor dat de netstroomadapter goed op de camera wordt aangesloten. • Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken i.p.v. aan het snoer. • Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten. • Niet demonteren. • Stel de netstroomadapter niet bloot aan vuur of hoge temperaturen. • Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken. • Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal. • Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden. De camera gebruiken • Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen. • Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker (EVF) beschadigen. Richt de elektronische zoeker niet op de zon. Maak proefopnamen Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product. Opmerkingen over auteursrechten Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs wanneer de foto’s alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van een geheugenkaart die foto’s of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten. Hantering Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen. v Voor uw veiligheid Vloeibare kristallen Elektrische interferentie In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als één van de volgende situaties zich voordoet: • Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen, moet de betreffende plek onmiddellijk met een doek worden schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen. • Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen. • Als vloeibare kristallen worden ingeslikt, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld. Drink grote hoeveelheden water en probeer over te geven. Roep daarna medische hulp in. Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij om toestemming voordat u uw fotocamera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt. Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd zijn verlicht of zijn nooit verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product zijn onveranderd. Informatie over handelsmerken Digitaal splitsen beeld is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van FUJIFILM Corporation. XD-Picture Card en E zijn handelsmerken van FUJIFILM Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door DynaComware Taiwan Inc. Macintosh, Mac OS en macOS zijn handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten en andere landen. Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. De SDHC- en SDXC-logo’s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het HDMI-logo is een handelsmerk. Alle overige in deze gebruiksaanwijzing genoemde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreffende rechthebbenden. vi Kleurentelevisiesystemen NTSC (National Television System Committee) is een kleurensysteem dat vooral in de Verenigde Staten, Canada en Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurensysteem dat vooral in Europa en China wordt gebruikt. Exif Print (Exif ver. 2.3) Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt. BELANGRIJKE MEDEDELING: Lees eerst voordat u de software gebruikt Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden. MEDEDELINGEN Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen. Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt. Voor uw veiligheid Voor klanten in Canada Inleveren van elektrische en elektronische apparatuur in particuliere huishoudens CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B) Attentie: Dit Klasse B digitale apparaat voldoet aan de Canadese ICES-003. In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Dit symbool op het product of in de handleiding en in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden beschouwd. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden ingeleverd. Industrie Canada verklaring: Dit apparaat voldoet aan de Industrie Canada’s vergunningvrije RSSs. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden: (1) Dit apparaat mag geen storing veroorzaken; en (2) Dit apparaat moet storing accepteren, inclusief storingen die ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken. Dit apparaat en zijn antenne(s) mogen niet samen geplaatst worden of worden opgesteld in combinatie met een andere antenne of zender, behalve geteste ingebouwde radio’s. De functie selectie van de landcode is uitgeschakeld voor producten die in de VS/ Canada op de markt gebracht worden. Stralingsblootstellingsverklaring: De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat eventuele gezondheidsproblemen in verband worden gebracht met het gebruik van laagvermogen draadloze apparatuur. Het is echter niet bewezen dat deze laagvermogen draadloze apparatuur absoluut veilig is. Laagvermogen draadloze apparatuur zenden lage niveaus radiofrequentie-energie (RF) uit in het microgolfbereik tijdens gebruik. Terwijl hoge niveaus van RF gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid (door verhitting van celweefsel), blootstelling aan lage RF-niveaus die geen verhittingseffecten produceren, veroorzaken geen bekende nadelige gevolgen voor de gezondheid. Veel studies over lage RF-niveaus blootstelling hebben geen biologische effecten aangetoond. Sommige studies suggereerden dat er bepaalde biologische effecten kunnen optreden, maar dergelijke bevindingen zijn niet bevestigd door aanvullend onderzoek. X100F is getest en voldoet aan de IC stralingsblootstellingslimieten voor een ongecontroleerde omgeving en voldoet aan de RSS-102 regels voor blootstelling IC radiofrequentie (RF). Door dit product op juiste wijze te verwijderen helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden. Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden beschouwd. Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accu’s bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale regels afzonderlijk in te leveren. De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product. In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient te verwijderen. In Japan: Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze apart weggegooid moeten worden. vii Voor uw veiligheid Europese Unie regulerende opmerking Dit product voldoet aan de volgende EU-richtlijnen: • RoHS-richtlijn 2011/65/EU • RE-richtlijn 2014/53/EU Hierbij verklaar ik, FUJIFILM Corporation, dat het type radioapparatuur FF160004 conform is met Richtlijn 2014/53/EU. De volledige tekst van de EU-conformiteitsverklaring kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres: http://www.fujifilm.com/products/digital_ cameras/x/fujifilm_x100f/pdf/index/fujifilm_x100f_cod.pdf Deze conformiteit wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering op het product: Deze markering is geldig voor niet-Telecom-producten en EU-geharmoniseerde Telecom-producten (bijvoorbeeld Bluetooth). BELANGRIJK: Lees eerst de volgende mededelingen, alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken. Q Dit product, welke een coderingsfunctie bevat dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de United States Export Administration Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt. • Gebruik alleen als onderdeel van een draadloos netwerk. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van ongeoorloofd gebruik. Gebruik niet in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen, bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven. Bij gebruik van het apparaat in een computer en andere systemen die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen, moeten alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen en een defect te voorkomen. • Gebruik alleen in het land waar het apparaat werd aangeschaft. Dit apparaat voldoet aan de voorschriften met betrekking tot draadloze netwerkapparaten in het land waar het werd aangeschaft. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het gebruik van het apparaat. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in andere rechtsgebieden. viii • Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden. De beveiliging van gegevens verzonden via draadloze netwerken kan niet worden gegarandeerd. • Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie. Gebruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen. Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4 GHz band wordt gebruikt. • De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie. Draadloze netwerkapparaten: Waarschuwingen • Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders. Het werkt tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in RFIDtrackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt. • Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, stop dan onmiddellijk met gebruik van de betreffende frequentie of verplaats het apparaat naar een andere locatie. Indien u merkt dat dit apparaat interferentie veroorzaakt in laagspanning RFID-trackingsystemen, neem dan contact op met een FUJIFILM-vertegenwoordiger. 2.4DS/OF4 Deze sticker duidt aan dat dit apparaat in de 2,4 GHz band werkt met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie en interferentie kan veroorzaken op afstanden tot maximaal 40 m. Over deze gebruiksaanwijzing Lees deze gebruiksaanwijzing en de waarschuwingen in het hoofdstuk “Voor uw veiligheid” (P ii) aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt. Informatie over specifieke onderwerpen vindt u aan de hand van onderstaand overzicht. Inhoudsopgave ........................................................P ........................................................P xii De “Inhoudsopgave” geeft een duidelijk overzicht van de gehele gebruiksaanwijzing. De belangrijkste camerafuncties worden er in behandeld. Probleemoplossing ................................................ P 152 Heeft u een specifiek probleem met de camera? U vindt de oplossing hier. Waarschuwingsvensters en -aanduidingen.............. P 157 Lees hier wat het knipperende pictogram of foutmelding in het LCD-scherm betekent. Beperkingen op de camera-instellingen .................. P 168 Zie pagina 168 voor beperkingen op de beschikbare opties in elke opnamestand. Geheugenkaarten Foto’s worden op optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten (P 23) bewaard, er wordt in deze gebruiksaanwijzing naar verwezen als “geheugenkaarten.” ix Productverzorging Om uw camera in een goede staat te houden, is het aan te raden de camerabehuizing na elk gebruik met een zachte, schone doek schoon te maken. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of verkleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben. Vloeistoffen op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd met een zachte, droge doek. Gebruik een blower om stof van de lens en het LCD-scherm te verwijderen en neem ze vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht. Wees voorzichtig om geen krassen op de lens of het LCD-scherm te maken. x Producteigenschappen Veelgebruikte opties kunnen worden toegevoegd aan het Q menu of een aangepaste “mijn” menu of toegewezen aan een Fn (functie) knop voor rechtstreekse toegang. Pas camerabesturing aan naar uw stijl of situatie. Het Q Menu ((P P 43) De functieknoppen (P (P 46) Het Q menu wordt weergegeven door op de Q toets te drukken. Gebruik de functietoetsen voor directe toegang tot geselecteerde functies. KIES INST. OP MAAT BASE LICHTMEETSYSTEEM MULTI INSTELLEN Gebruik het Q menu om de geselecteerde opties te bekijken of te wijzigen voor veelgebruikte menu-items. De illustratie toont de Fn1 knop die gebruikt wordt om de meetopties weer te geven. “MIJN MENU” (P (P 107) Voeg veelgebruikte opties toe aan dit aangepaste menu, die kunnen worden bekeken door te drukken op MENU/OK en het selecteren van het E (“MIJN MENU”) tabblad. MIJN MENU ZELFONTSPANNER INTERVAL-TIMEROPNAME FILMSIMULATIE BKT LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE DIGITALE TELE-CONV. INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ISO AUTOM.INSTELLING. VERLATEN R Het E tabblad is alleen beschikbaar als opties zijn toegekend aan “MIJN MENU”. xi Inhoudsopgave Voor uw veiligheid .............................................................................ii Veiligheidsopmerkingen ...............................................................ii MEDEDELINGEN ...............................................................................vi Over deze gebruiksaanwijzing ...................................................ix Productverzorging.............................................................................x Producteigenschappen ..................................................................xi Het Q Menu ........................................................................................xi “MIJN MENU” .....................................................................................xi De functieknoppen .........................................................................xi Voordat u begint Symbolen en conventies .................................................................1 Meegeleverde accessoires .............................................................1 Delen van de camera ........................................................................2 De keuzeknop ....................................................................................4 De scherpstellingstok (Scherpstelhendel) ..............................5 De sluitertijd/ISO Dial......................................................................5 De commandoschijven ..................................................................6 De indicatorlamp ..............................................................................7 De bedieningsring............................................................................8 De diafragmaring en sluitertijdschijf ........................................9 Cameraschermen........................................................................... 10 Opname: De optische zoeker................................................. 10 Opname: Elektronische zoeker/LCD-scherm ................... 12 Afspelen .......................................................................................... 14 xii Eerste stappen De draagriem bevestigen ............................................................ 16 De batterij opladen ........................................................................ 18 De batterij en een geheugenkaart plaatsen....................... 20 Compatibele geheugenkaarten ........................................... 23 De camera in- en uitschakelen .................................................. 24 Basisinstellingen .............................................................................. 25 Basisinstellingen wijzigen .......................................................... 26 Scherminstellingen ........................................................................ 27 Een weergave kiezen .................................................................... 27 De zoekerkeuzeknop.................................................................... 28 De zoekerweergave ...................................................................... 29 De zoeker scherpstellen .............................................................. 29 Schermhelderheid aanpassen .................................................. 29 De DISP/BACK-knop ............................................................................ 30 Opname: De optische zoeker................................................. 30 Opname: Elektronische zoeker.............................................. 30 LCD-scherm: Fotograferen ...................................................... 30 Standaardscherm aanpassen ................................................. 31 Zoeker/LCD-scherm: Weergave............................................. 32 Algemene fotografie en afspelen Fotograferen ...................................................................................... 33 Foto’s bekijken .................................................................................. 35 Foto’s schermvullend bekijken ................................................. 35 Foto-informatie bekijken ............................................................ 36 Weergavezoom ............................................................................... 37 Multi-frame weergeven ............................................................... 38 Foto’s wissen ...................................................................................... 39 Inhoudsopgave Algemene films opnemen en afspelen Films opnemen ................................................................................. 40 Een externe microfoon gebruiken .......................................... 41 Films bekijken ................................................................................... 42 De Q (snelmenu)-knop De Q-knop gebruiken .................................................................... 43 De snelmenuweergave................................................................ 43 Bekijk en wijzig instellingen ...................................................... 44 Bewerken van het snelmenu..................................................... 45 De Fn (functie)-knoppen Met behulp van de functietoetsen.......................................... 46 Rollen toewijzen aan de functietoetsen ............................... 47 TTL-VERGRENDELING ................................................................ 48 MODELING FLASH ...................................................................... 48 Meer over fotografie en afspelen Modusselectie ................................................................................... 49 Programma AE (P).......................................................................... 49 Sluiterprioriteit AE (S) ................................................................... 50 Diafragmavoorkeur AE (A).......................................................... 51 Handmatige belichting (M)........................................................ 53 De digitale teleconverter ............................................................. 54 Transportstand ................................................................................. 55 R Continu fotograferen (CONTINU) ...................................... 56 Bracketing ......................................................................................... 57 Y Geavanceerd filters ................................................................ 58 r Panorama’s ................................................................................ 59 Panorama’s bekijken ..................................................................... 60 j Meervoudige belichtingen .................................................. 61 Belichtingscompensatie............................................................... 62 C (Douane) ..................................................................................... 62 Gevoeligheid ..................................................................................... 63 Lichtmeting ........................................................................................ 64 Filmsimulatie ..................................................................................... 65 Witbalans............................................................................................. 66 Scherpstelstand ............................................................................... 68 De scherpstelindicator.............................................................. 69 HF assistentie................................................................................ 70 Autofocus opties (Scherpstelling) ........................................... 71 Scherpstelpuntselectie ................................................................ 72 De scherpstellingpuntweergave ............................................. 73 Enkel punt AF ............................................................................... 73 Zone AF ........................................................................................... 74 Tracking (Alleen Scherpstelstand C)..................................... 75 Lange tijdopnamen (T/B)............................................................. 76 Tijd (T) ................................................................................................ 76 Bulb (B) ............................................................................................... 76 Een afstandsontspanner gebruiken ....................................... 77 De zelfontspanner........................................................................... 78 Intervalfotografie ............................................................................ 79 Scherpstelling/belichtinsvergrendeling............................... 80 Fotograferen met de flitser ......................................................... 82 FLASHFUNCTIE-INSTELLING ...................................................... 83 Foto’s maken in RAW-formaat ................................................... 84 JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken .................................... 85 Instellingen opslaan....................................................................... 86 Fotoboekhulp.................................................................................... 87 Een fotoboek maken .................................................................... 87 Fotoboeken bekijken ................................................................... 88 Fotoboeken bewerken of verwijderen .................................. 88 xiii Inhoudsopgave Menu’s De menu’s gebruiken: Opnamestand .................................... 89 Met behulp van het opnamemenu ........................................ 89 H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT ........................................ 90 BEELDGROOTTE........................................................................... 90 BEELDKWALITEIT ......................................................................... 90 RAW OPNAME............................................................................... 90 FILMSIMULATIE ............................................................................ 91 KORRELEFFECT............................................................................. 91 DYNAMISCH BEREIK ................................................................... 91 WITBALANS ................................................................................... 91 HIGHLIGHT TINT .......................................................................... 91 SCHADUWTINT ............................................................................ 91 KLEUR............................................................................................... 92 SHERPTE.......................................................................................... 92 RUISONDERDRUKKING ............................................................. 92 L BEL. RO ......................................................................................... 92 KLEURR ............................................................................................ 92 PIXELMAPPING............................................................................. 93 KIES INST. OP MAAT .................................................................... 93 BEW/BEW INST. OP M ................................................................ 93 G AF/MF INSTELLINGEN ............................................................. 94 SCHERPSTELGEBIED ................................................................... 94 SCHERPSTELLING ........................................................................ 94 AF-PUNTDISPLAYyz ............................................................ 94 AANTAL FOCUSPUNTEN........................................................... 94 PRE-AF ............................................................................................. 94 AF ILLUMINATOR AF-HULPLICHT .......................................... 95 INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ............................................. 95 AF+MF ............................................................................................. 96 HF ASSISTENTIE ........................................................................... 96 xiv SCHERPSTELLOEP ....................................................................... 96 INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD ................................................. 96 DIRECT AF-INSTELLING ............................................................. 96 SCHERPTEDIEPTESCHAAL ....................................................... 97 ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT ............................................. 97 GECORRIGEERD AF-KADER...................................................... 97 A OPNAME-INSTELLINGEN........................................................ 98 ZELFONTSPANNER...................................................................... 98 INTERVAL-TIMEROPNAME........................................................ 98 FILMSIMULATIE BKT ................................................................... 98 LICHTMEETSYSTEEM .................................................................. 98 SLUITERTYPE ................................................................................. 99 ISO AUTOM.INSTELLING. ........................................................100 CONVERSIELENS ........................................................................100 DIGITALE TELE-CONV. ..............................................................100 ND-FILT ..........................................................................................101 DRAADLS COMMUNICT..........................................................101 F FLITSINSTELLINGEN ...............................................................102 FLASHFUNCTIE-INSTELLING .................................................102 VERWIJDER R. OGEN ................................................................102 MODUS TTL VERGRENDELEN ...............................................103 LED-LICHTINSTELLING ............................................................103 MASTER-INSTELLING ...............................................................104 CH-INSTELLING ..........................................................................104 Ingebouwde Flits ......................................................................104 B FILMINSTELLINGEN ................................................................105 FILMMODUS................................................................................105 FILMSCHERPSTELLING ............................................................105 HDMI-UITGANG INFODISPLAY .............................................106 MIC-NIVEAU-INSTEL .................................................................106 MIC/AFSTANDSBED. .................................................................106 E MIJN MENU ...............................................................................107 Inhoudsopgave De menu’s gebruiken: Weergavestand................................108 Met behulp van het weergavemenu....................................108 C MENU VOOR HERBEKIJKEN .................................................109 RAW-CONVERSIE .......................................................................109 WISSEN ..........................................................................................109 BEELDUITSNEDE ........................................................................109 NIEUW FORMAAT ......................................................................110 BEVEILIGEN ..................................................................................110 FOTO DRAAIEN...........................................................................110 VERWIJDER R. OGEN ................................................................111 DRAADLS COMMUNICT..........................................................111 DIAVOORSTELLING ...................................................................111 FOTOBOEK HULP .......................................................................111 PC AUTO. OPSLAAN..................................................................111 OPDRACHT (DPOF) ...................................................................112 AFDRUK. instax PRINTER ........................................................112 BEELDVERHOUDING ................................................................112 Het instellingenmenu..................................................................113 Het instellingenmenu gebruiken ..........................................113 D INSTALLATIE Menu opties ...................................................114 D GEBRUIKERSINSTELLINGEN .............................................114 FORMATTEREN ...........................................................................114 DATUM/TIJD ................................................................................114 TIJDVERSCHIL .............................................................................115 a .....................................................................................115 MIJN MENU-INSTELINGEN .....................................................115 SLUITER TELLER ..........................................................................115 GELUID & FLITS...........................................................................115 RESET .............................................................................................116 D GELUIDSINSTELLINGEN .....................................................117 AF PIEPVOLUME.........................................................................117 ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME ........................................117 BEDIENING VOL..........................................................................117 SLUITER VOLUME.......................................................................117 SLUITER GELUID .........................................................................117 AFSPEEL VOLUME .....................................................................117 D SCHERMINSTELLINGEN .....................................................118 EVF-HELDERHEID ......................................................................118 EVF KLEUR ....................................................................................118 LCD-HELDERHEID......................................................................118 LCD KLEUR ...................................................................................118 WEERGAVE ...................................................................................118 EVF AUTO.ROTATIE.DISPLAYS ...............................................119 PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS ...............119 VOORBEELD BEELDEFFECT ...................................................119 COMP.RICHTL. .............................................................................119 AUTO ROT. WEERG. ...................................................................120 EENHEDEN AF-SCHAAL ..........................................................120 DISP. INST. OP MAAT .................................................................120 D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN .........................................121 INSTELLINGEN FOCUSHENDEL ............................................121 BEWERK/SLA OP SNELMENU ................................................121 FUNCTIE-INS. (Fn)......................................................................121 ISO SCHIJFINSTELLINGEN (H) ...............................................121 ISO-SCHIJF INSTELLING(A).....................................................121 SCHERPSTELRING......................................................................122 REGELRING-INSTEL. ..................................................................122 MODUS AE/AF-VERG. ..............................................................122 D ENERGIEBEHEER ...................................................................123 UITSCHAKELEN ..........................................................................123 ENERGIE BEHEER .......................................................................123 D INSTELLINGEN OPSLAAN ..................................................124 NUMMERING ...............................................................................124 BEWAAR ORIGINEEL .................................................................124 xv Inhoudsopgave BEWERK BSTNDSNAAM ..........................................................124 COPYRIGHT INFO ......................................................................125 D VERBINDINGSINSTELLINGEN ...........................................126 DRAADLOOS INSTEL. ...............................................................126 PC AUTO. OPSLAAN..................................................................126 GEOTAGGING SET-UP ..............................................................126 VERB.INST. instax PRNTR ........................................................126 “Mijn menu” .....................................................................................127 Bewerk “Mijn menu” ...................................................................127 Fabrieksinstellingen .....................................................................128 Aansluitingen Draadloze overdracht (FUJIFILM Camera Remote/ FUJIFILM PC AutoSave) ...............................................................131 Draadloze verbindingen: Smartphones .............................131 Draadloze verbindingen: Computers ..................................131 Foto’s op een computer bekijken (MyFinePix Studio/ RAW FILE CONVERTER EX 2.0)..................................................132 Windows ..........................................................................................132 Mac OS X/macOS .........................................................................132 De camera aansluiten ................................................................133 Een DPOF-printopdracht aanmaken ....................................135 MET DATUM s/ZONDER DATUM ......................................135 ALLES RESETTEN .......................................................................136 instax SHARE printers ..................................................................137 Een verbinding tot stand brengen .......................................137 Foto’s afdrukken ...........................................................................138 Foto’s op een televisietoestel bekijken ...............................139 xvi Technische informatie Optionele accessoires..................................................................140 Accessoires van FUJIFILM .........................................................140 De camera op andere apparaten aansluiten ....................143 Het gebruik van flitsers met schoenbevestiging ............144 Verloopringen bevestigen .......................................................148 Zonnekappen bevestigen ........................................................149 Beschermfilters bevestigen .....................................................149 Het gebruiken van conversielenzen.....................................149 Onderhoud van de camera .......................................................151 Opslag en gebruik .......................................................................151 Op reis ..............................................................................................151 Probleemoplossing Problemen en oplossingen .......................................................152 Waarschuwingsvensters en -aanduidingen......................157 Appendix Capaciteit geheugenkaart ........................................................160 Links.....................................................................................................161 FUJIFILM X100F productinformatie......................................161 Firmware-updates .......................................................................161 Technische gegevens...................................................................162 Beperkingen op de camera-instellingen ............................168 Voordat u begint Symbolen en conventies Menu’s en andere teksten die op het scherm verschijnen worden vetgedrukt weergegeven. De afbeeldingen zijn alleen ter verduidelijking; tekeningen kunnen zijn vereenvoudigd, terwijl foto’s niet noodzakelijk zijn gemaakt met het model van de camera die in deze handleiding wordt beschreven. Voordat u begint In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt: Q Deze informatie moet gelezen worden voor de ingebruikname om verzekerd te zijn van een correcte bediening. R Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van de camera van pas kan komen. P Andere pagina’s in deze gebruiksaanwijzing waarop verwante informatie kan worden gevonden. Meegeleverde accessoires De volgende accessoires worden met de camera meegeleverd: NP-W126S oplaadbare batterij BC-W126-batterijlader Lensdop (× 1) Bevestigingsgereedschap clipje Metalen clipjes draagriem (× 2) USB-kabel (Micro-B) (× 1) • Beschermkappen (× 2) • Schouderriem • Gebruiksaanwijzing (deze handleiding) 1 Delen van de camera Voor meer informatie, zie de pagina rechts van elk item. A Meteringknop ...................................................64 G Microfoon .........................................................40 Functietoets (Fn1)............................................46 H Flitser................................................................82 B Instelschijf belichtingscompensatie ..................62 I Zoekervenster ....................................... 10, 27, 30 C Sluiterknop .......................................................34 J Bevestigingsoog draagriem ..............................16 D Instelschijf sluitertijd/Gevoeligheidsknop K Selectieknop focusstand ...................................68 ....................................................5, 49, 50, 51, 53 L Diafragmaring ..............................9, 49, 50, 51,53 E AF-hulpverlichting............................................95 M Bedieningsring ..................................... 8, 54, 122 Zelfontspannerlamp .........................................78 Scherpstelring ...............................68, 69, 96, 122 F Flitsschoen........................................................82 N Lens 2 O Voorste ring ....................................................148 P Bedieningsring opties knop ................................8 Functietoets (Fn2)............................................46 Q Zoekerkeuzeknop..............................................28 R Voorste instelschijf..............................................6 S ON/OFF schakelaar...........................................24 Delen van de camera Voordat u begint T Dioptrieregelaar ...............................................29 b Keuzeknop .................................................... 4, 25 Functietoetsen..................................................46 U Zoekervenster ....................................... 10, 27, 30 V Oogsensor.........................................................27 c MENU/OK-knop ............................... 89, 108, 113 X (bedieningsvergrendeling)-knop W VIEW MODE-knop............................................27 (houd ingedrukt) .......................................... 4, 13 X AEL/AFL (autom. belichting/autom. scherpstelvergrendeling)-knop......46, 68, 80, 122 d Aansluitingendeksel ....................41, 77, 133, 139 Y Achterste instelschijf..................................... 6, 46 e Afdekkapje kabelaansluiting voor DC-koppelstuk ................................................140 Z Q (snelmenu)-knop *.........................................43 Snelmenu bewerken/standaard instellingen f Vergrendeling voor afdekkapje j DISP (display)/BACK-knop ..............................30 Rolselectie functietoets (houd ingedrukt) ........47 k b (verwijderen)-knop ................................. 6, 39 l a (afspeel)-knop ...........................................35 m Scherpstellingstok (Scherpstelhendel) ... 5, 72, 73 n LCD-scherm .......................................... 12, 27, 30 o HDMI-micro-aansluiting (Type D) ...................139 p Microfoon/afstandsontspanner-aansluiting... 41, 77 q Serienummerplaat..............................................4 knop (houd ingedrukt terwijl snelmenu wordt batterijcompartiment .......................................20 r Micro USB (Micro-B) USB 2.0 aansluiting ........133 weergegeven) *.................................................45 g Afdekkapje batterijcompartiment ....................20 s Batterijcompartiment .......................................20 RAW-conversieknop (weergavestand) ..............85 h Statiefmontage t Geheugenkaartsleuf .........................................21 a Indicatorlamp .....................................................7 i Luidspreker .......................................................42 u Batterijvergrendeling .......................................20 * In de opnamestand, druk en laat los voor weergave van het snelmenu of druk en houd ingedrukt voor weergave snelmenubewerkingsopties. Wanneer het snelmenu wordt weergegeven, druk en houd ingedrukt voor het aanpassen van de standaard instellingen. 3 Delen van de camera De serienummerplaat Verwijder de serienummerplaat niet, deze geeft het FCC-ID, het KC-kenmerk, het serienummer en andere belangrijke informatie weer. Bedieningsvergrendeling Om onopzettelijke bediening van de keuzeknop en de Q-knoppen te voorkomen tijdens het fotograferen, druk op MENU/OK totdat X wordt weergegeven. De bedieningsknoppen kunnen worden ontgrendeld door op MENU/OK te drukken totdat X niet langer wordt weergegeven. 4 De keuzeknop Druk op de keuzeknop omhoog (q), rechts (e), omlaag (r), of naar links (w) om items te markeren. De omhoog, links, rechts, en omlaag toetsen doubleren ook als de DRIVE (P 55), Fn3 (filmsimulatie; P 65), Fn4 (witbalans; P 66), en Fn5 (Schepstelling; P 71) toetsen, respectievelijk (P 46). Delen van de camera De sluitertijd/ISO Dial Kantel of druk op de scherpstellingstok om het scherpstelgebied te selecteren (P 72). Het stokje kan ook worden gebruikt om door afbeeldingen te scrollen tijdens terugspeelzoom en om door de menu’s te navigeren. Kies een sluitertijd en ISO-gevoeligheid. Draai aan de instelschijf om de sluitertijd te kiezen (P 49, 50, 51, 53). Voordat u begint De scherpstellingstok (Scherpstelhendel) Til en draai de draaiknop om ISO gevoeligheid te kiezen (P 63). 5 Delen van de camera De commandoschijven Draai aan of druk op de commandoschijven om: Voorste commandoschijf Selecteer menutabbladen of blader door menu’s (P 89, 108, 113), pas de belichtingscorrectie of gevoeligheid aan (zie hieronder), kies de grootte van het scherpstelscherm (P 73, 74) of bekijk andere foto’s tijdens afspelen zonder het veranderen van de zoomfactor (P 35, 37). Achterste commandoschijf Draai Schakel heen en weer tussen belichtingscompensatie en gevoeligheid (zie hieronder). Druk op Markeer menu-items (P 89, 108, 113), kies de gewenste combinatie van sluiter en diafragma (programmaverschuiving; P 49), kies een sluitersnelheid (P 50, 53), pas instellingen in het snelmenu aan (P 44), kies de grootte van het scherpstelkader (P 73, 74) of zoom in of uit in volledig scherm of miniatuurweergave (P 37, 38). Zoom in op een geselecteerd scherpstelgebied of (in de afspeelmodus) een actief scherpstelpunt. Houd ingedrukt om de scherpstelweergave in handmatige scherpstelmodus te kiezen. Belichtingscompensatie en gevoeligheid De voorste instelschijf kan worden gebruikt om de belichtingscorrectie aan te passen wanneer C is geselecteerd met de instelschijf voor belichtingscorrectie en voor het aanpassen van de gevoeligheid als de gevoeligheidsschijf is ingesteld op A en OPDRACHT is geselecteerd voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > ISO-SCHIJF INSTELLING(A). Het midden van de voorste instelschijf kan worden gebruikt om te wisselen tussen belichtingscompensatie en gevoeligheid wanneer aan beide voorafgaande voorwaarden wordt voldaan. Formatteren van geheugenkaarten De menu-indeling kan worden weergegeven door op het midden van de achterste instelschijf te drukken terwijl u de knop b ingedrukt houdt. 6 Delen van de camera De indicatorlamp Wanneer de zoeker niet in gebruik is (P 27), laat de indicatorlamp de status van de camera zien. Knippert groen Knippert groen en oranje Brandt oranje Knippert oranje Knippert rood Status van de camera De scherpstelling is vergrendeld. Focus of langzame sluitertijd waarschuwing. Foto’s kunnen worden genomen. Foto’s maken. Er kunnen extra foto’s worden gemaakt. Foto’s maken. Er kunnen momenteel geen extra foto’s worden gemaakt. Flitser is aan het opladen, de flitser zal niet afgaan als er een foto wordt genomen. Lens of geheugenfout. Indicatorlamp Voordat u begint Indicatorlamp Brandt groen R Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen (P 157). R Het indicatorlampje licht niet op wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt (P 27). 7 Delen van de camera De bedieningsring Gebruik de bedieningsring voor snelle toegang tot camerafuncties tijdens het fotograferen. De functie van de bedieningsring kan worden geselecteerd door te drukken op de bedieningsring opties knop. Kies uit: • BASISINSTEL. • WITBALANS • FILMSIMULATIE • DIGITALE TELE-CONV. R De functie toegewezen aan de bedieningsring kan ook worden geselecteerd met behulp van D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > REGELRING-INSTEL. (P 122). ■ BASISINSTEL. Wanneer BASISINSTEL. is geselecteerd, de functie die u wilt toewijzen aan het bedieningsring verandert met de opnamestand. Opnamemodus P, S, A, M Geavanc. filter Panorama/Multi-belichting Functie Digitale teleconverter Filterselectie Filmsimulatie R Ongeacht de geselecteerde optie, zal wanneer de selectieknop voor de scherpstelstand naar M (manueel) wordt gedraaid in de opnamestand P, S, A of M, de regelring alleen gebruikt kunnen worden voor handmatig scherpstellen. 8 Delen van de camera De diafragmaring en sluitertijdschijf ■ Stand S: Sluiterprioriteit AE Gebruik de diafragmaring en sluitertijdschijf om uit de standen P, S, A en M te kiezen. Maak foto’s met de geselecteerde sluitertijd. De camera past het diafragma automatisch aan. Diafragma: A Sluitertijd: Kies een sluitertijd ■ Stand A: Diafragmaprioriteit AE Voordat u begint Sluitertijdschijf Maak foto’s met het geselecteerde diafragma. De camera past de sluitertijd automatisch aan. Diafragmaring ■ Stand P: Programma AE Diafragma en sluitertijd kunnen worden aangepast met behulp van programmaverschuiving. Sluitertijd: A Diafragma: Kies een opening ■ Stand M: Handmatige belichting Maak foto’s met het geselecteerde diafragma en de geselecteerde sluitertijd. Diafragma: A Sluitertijd: A Diafragma: Kies een opening Sluitertijd: Kies een sluitertijd 9 Delen van de camera Cameraschermen Tijdens het maken en afspelen van foto’s kunnen de volgende indicators verschijnen. In de volgende beschrijving worden alle beschikbare indicatoren getoond ter illustratie; de indicatoren die daadwerkelijk worden getoond variëren afhankelijk van de camera-instellingen. Houd er rekening mee dat de LCD-monitor en elektronische zoeker verschillende beeldverhoudingen hebben. ■ Opname: De optische zoeker 3 2 1 0 -1 -2 -3 10 Delen van de camera N Temperatuurwaarschuwing.................... 154, 159 O Virtuele horizon ................................................32 P Afstandsindicator..............................................68 Q Gevoeligheid.....................................................63 R Belichtingscompensatie....................................62 S Diafragma............................................. 49, 51, 53 T Sluitertijd ............................................. 49, 50, 53 U TTL-vergrendeling .................................... 48, 103 V AE vergrendelen ...............................................80 W Belichtingsmeting ............................................64 X Opnamestand ..................................49, 50, 51, 53 Y Scherpstelindicator ...........................................69 Z Handmatige scherpstelindicator ................. 68, 69 a Scherpstelstand ................................................68 b Histogram.........................................................32 c Dynamisch bereik .............................................91 d Filmsimulatie....................................................65 e Witbalans .........................................................66 f AF-vergrendeling..............................................80 g Belichtingsindicator.................................... 53, 62 h AF+MF indicator ..............................................96 i Sluitertype........................................................99 j Continu-stand...................................................55 k Zelfontspannerindicator ...................................78 l Microfoon/afstandsontspanner .......... 41, 77, 106 m Flitsmodus (TTL)/Flitscompensatie ...................82 Voordat u begint A Bedieningsvergrendeling....................................4 B Indicator Geluid en flits...................................115 C ND (Neutral Density)-filterindicator................101 D Voorbeeld scherptediepte .................................52 E Conversielens..................................................149 F Digitale teleconverter .......................................54 G Downloadstatus locatiegegevens ...................126 H Aantal beschikbare foto’s * ..............................160 I Beeldkwaliteit en -formaat...............................90 J Batterijniveau ...................................................24 K Helder beeld ...................................................150 L Scherpstelframe ......................................... 72, 80 M Scherpstelwaarschuwing.................... 7, 154, 157 * Toont “9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 frames. Bedieningsvergrendeling X Wanneer u op een vergrendelde control drukt (P (P 4) wordt het icoon X weergegeven. 11 Delen van de camera ■ Opname: Elektronische zoeker/LCD-scherm 12.31.2050 10:00 AM 12000 12 Delen van de camera O Dynamisch bereik .............................................91 P Temperatuurwaarschuwing.................... 154, 159 Q Bedieningsvergrendeling....................................4 R Indicator Geluid en flits...................................115 S Histogram.........................................................32 T Afstandsindicator..............................................68 U Batterijniveau ...................................................24 V Gevoeligheid.....................................................63 W Belichtingscompensatie....................................62 X Diafragma............................................. 49, 51, 53 Y Sluitertijd ............................................. 49, 50, 53 Z TTL-vergrendeling .................................... 48, 103 a AE vergrendelen ...............................................80 b Belichtingsmeting ............................................64 c Opnamestand ..................................49, 50, 51, 53 d Scherpstelindicator ...........................................69 e Handmatige scherpstelindicator ................. 68, 69 f Scherpstelstand ................................................68 g AF-vergrendeling..............................................80 h AF+MF indicator ..............................................96 i Sluitertype........................................................99 j Continu-stand...................................................55 k Belichtingsindicator.................................... 53, 62 l Zelfontspannerindicator ...................................78 m Microfoon/afstandsontspanner .......... 41, 77, 106 n Flitsmodus (TTL)/Flitscompensatie ...................82 o Scherpstelloep ..................................................69 p ND (Neutral Density)-filterindicator................101 Voordat u begint A Voorbeeld scherptediepte .................................52 B Conversielens..................................................149 C Digitale teleconverter .......................................54 D Downloadstatus locatiegegevens ...................126 E Filmmodus................................................ 40, 105 F Resterende tijd .................................................40 G Aantal beschikbare foto’s * ..............................160 H Beeldkwaliteit en -formaat...............................90 I Datum en tijd.............................................. 25, 26 J Scherpstelframe ......................................... 72, 80 K Virtuele horizon ................................................32 L Scherpstelwaarschuwing.................... 7, 154, 157 M Witbalans .........................................................66 N Filmsimulatie....................................................65 * Toont “9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 frames. Bedieningsvergrendeling X Wanneer u op een vergrendelde control drukt (P (P 4) wordt het icoon X weergegeven. 13 Delen van de camera ■ Afspelen 12.31.2050 10:00 AM 14 Delen van de camera I Geschenk afbeelding ........................................35 J Indicator fotoboekhulp .....................................87 K DPOF printindicator ........................................135 L Batterijniveau ...................................................24 M Beeldformaat/Beeldkwaliteit ...........................90 N Filmsimulatie....................................................65 O Dynamisch bereik .............................................91 P Witbalans .........................................................66 Q Gevoeligheid.....................................................63 R Belichtingscompensatie....................................62 S Diafragma............................................. 49, 51, 53 T Sluitertijd ............................................. 49, 50, 53 U Indicator afspeelstand ......................................35 V Filmpictogram ..................................................42 W Mark. voor opl. naar..........................................35 Voordat u begint A Datum en tijd.............................................. 25, 26 B Intelligente gezichtsdetectie-indicator .............95 C Indicator rode-ogenverwijdering ...................111 D Geavanceerd filter.............................................58 E Locatiegegevens .............................................126 F Beveiligde afbeelding .....................................110 G Indicator Geluid en flits...................................115 H Fotonummer...................................................124 15 Eerste stappen De draagriem bevestigen Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna aan de draagriem. 1 Open een draagriemclipje. Gebruik het hulpmiddel voor het vastmaken van clipjes om een draagriemclipje te openen, en zorg ervoor dat u het hulpmiddel en het clipje vasthoudt in de aangegeven richtingen. 3 Haal het clipje door het oogje. Draai het clipje totdat het volledig door het oogje is en dichtklikt. 4 Bevestig een beschermkapje. Q Bewaar het gereedschap op een veilige plaats. U zult het nodig hebben om de draagriemclipjes te openen bij het losmaken van de draagriem. 2 Plaats het draagriemclipje op het oogje. Haak het bevestigingsoog vast in de opening van het clipje. Verwijder het gereedschap en houd het clipje met de andere hand op zijn plek. 16 Plaats het beschermkapje over het oogje, zoals weergegeven, met de zwarte kant richting van de camera. Herhaal de stappen 1–4 voor het tweede oogje. De draagriem bevestigen 5 Plaats de draagriem. Haal de draagriem door het beschermkapje en de draagriemclip. 6 Maak de draagriem vast. Maak de draagriem vast zoals afgebeeld. Herhaal de stappen 5–6 voor het tweede oogje. Eerste stappen Q Zorg ervoor dat de draagriem goed vastzit om te voorkomen dat de camera valt. 17 De batterij opladen De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad voor gebruik de batterij op in de meegeleverde batterijlader. 1 Plaats de batterij in dee clader. Plaats de batterij in de meegeleverde batterijlader, zoals aangeduid. Oplaadlampje Batterijlader 2 Sluit de lader aan op een stopcontact. Sluit de lader aan op een stopcontact binnenshuis. De laadindicator licht op. De laadindicator De laadindicator geeft de voortgang van het opladen als volgt weer: Laadindicator Uit Pijl Aan Batterij De camera gebruikt een NP-W126S oplaadbare batterij. R Het meegeleverde netsnoer is uitsluitend bedoeld voor gebruik met de meegeleverde batterijlader. Gebruik de meegeleverde lader niet met andere kabels of het meegeleverde netsnoer niet met andere apparaten. Knippert Batterijstatus Geen batterij geplaatst. Batterij volledig opgeladen. De batterij wordt opgeladen. Batterij defect. Actie Plaats de batterij. Verwijder de batterij. — Trek de stekker van de lader uit het stopcontact en verwijder de batterij. 3 Laad de batterij op. Verwijder de batterij zodra het opladen is voltooid. Raadpleeg de technische gegevens (P 166) voor laadtijden (bedenk dat de laadtijden bij lage temperaturen toenemen). Q Trek de stekker van de lader uit het stopcontact wanneer deze niet wordt gebruikt. 18 De batterij opladen Opladen via een computer De batterij kan opgeladen worden door de camera aan een computer aan te sluiten. Sluit de bijgeleverde USB-kabel aan zoals weergegeven en zorg dat u de aansluiting volledig in de camera plaatst. Q Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; gebruik geen USB-hub of toetsenbord. Q Het opladen stopt als de computer naar de slaapstand gaat; om het opladen te hervatten, activeert u de computer en ontkoppelt u de USB-kabel en sluit u deze opnieuw aan. Q Het opladen kan mogelijk niet worden ondersteund, afhankelijk van het computermodel, computerinstellingen en de huidige toestand van de computer. Q De batterij laadt niet op terwijl de camera is ingeschakeld. Eerste stappen Verbinding maken met de micro-USB (Micro-B)-aansluiting van de camera R Het indicatorlampje toont als volgt de laadstatus van de batterij: Indicatielampje Aan Uit Knippert Batterijstatus Batterij opladen. Opladen voltooid. Batterijfout. 19 De batterij en een geheugenkaart plaatsen Na het opladen van de batterij, plaats de batterij in de camera zoals hieronder beschreven. 1 Open de afdekkap van het batterijencompartiment. Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en open het afdekkapje van het batterijencompartiment. 2 Plaats de batterij. Terwijl u de batterij gebruikt om het batterijklepje naar een kant te drukken, plaats eerst de contactpunten van de batterij in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Controleer of de batterij stevig vastzit. Pijl Q Open het afdekkapje van het batterijencompartiment nooit wanneer de camera is ingeschakeld. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben. Q Gebruik niet te veel kracht wanneer u de afdekkap van het batterijencompartiment opent of sluit. 20 Batterijvergrendeling Q Plaats de batterij in de aangegeven richting. Oefen geen kracht uit of probeer niet de batterij achterstevoren of ondersteboven te plaatsen. In de juiste richting zal de batterij er moeiteloos inschuiven. De batterij en een geheugenkaart plaatsen 3 Plaats de geheugenkaart. Houd de geheugenkaart in de getoonde richting en schuif deze in het apparaat totdat deze aan de achterkant van de sleuf vastklikt. ment. Eerste stappen Klik! 4 Sluit het afdekkapje van het batterijcomparti- Q Controleer of de kaart in de juiste richting is geplaatst; steek de kaart er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit. 21 De batterij en een geheugenkaart plaatsen Q Batterijen • Maak de polen van de batterij schoon met een schone, droge doek. Doet u dit niet, dan kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen. • Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan het verwijderen van de batterij uit de camera onmogelijk maken. • Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten. Anders kan de batterij oververhit raken. • Lees de voorzorgsmaatregelen in “De batterij en voeding” (P iv). • Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken. • Probeer niet de etiketten van de batterij te halen of de behuizing te openen. • De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op. 22 De batterij verwijderen Voordat u de batterij verwijdert, moet de camera worden uitgeschakeld en de afdekkap van het batterijcompartiment worden geopend. Druk de batterijvergrendeling opzij om de batterij vrij te geven en laat de batterij uit de camera glijden. Q De batterij kan warm worden bij gebruik in omgevingen met hoge temperaturen. Wees voorzichtig bij het verwijderen van de batterij. Het verwijderen van geheugenkaarten Voordat u de geheugenkaart verwijdert, moet de camera worden uitgeschakeld en de afdekkap van het batterijcompartiment worden geopend. Druk op en ontgrendel de kaart om deze deels uit te werpen (druk op het midden van de kaart en ontgrendel deze langzaam zonder uw vinger van de kaart te halen om te voorkomen dat de kaart uit de sleuf valt). De kaart kan nu met de hand worden verwijderd. De batterij en een geheugenkaart plaatsen ■ Compatibele geheugenkaarten FUJIFILM en SanDisk SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten zijn goedgekeurd om in deze camera te worden gebruikt. Een volledige lijst met goedgekeurde geheugenkaarten is beschikbaar op http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/. Met andere geheugenkaarten kan de werking niet worden gegarandeerd. De camera is niet geschikt om te worden gebruikt met xD-Picture Cards of MultiMediaCard (MMC)-apparaten. Eerste stappen Q Geheugenkaarten • Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart wordt verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de geheugenkaart of met het wegschrijven of wissen van gegevens. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan de kaart beschadigen. • Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden geformatteerd en alle geheugenkaarten die in een computer of ander apparaat zijn gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd. Zie pagina 114 voor meer informatie over het formatteren van geheugenkaarten. • Geheugenkaarten zijn klein en kunnen ingeslikt worden; houd ze buiten het bereik van kinderen. Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmiddellijk medische hulp inroepen. • miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan de standaardafmetingen van een SD-/SDHC-/SDXC-kaart, worden mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een erkend servicecenter als de kaart niet uitgeworpen wordt. Probeer de kaart niet met geweld uit de camera te halen. • Plak geen etiketten op geheugenkaarten. Etiketten die losraken kunnen defecten veroorzaken. • Bij sommige soorten SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen filmopnamen onderbrekingen vertonen. Gebruik een UHS kaart snelheidsklasse 1 of beter voor films en seriefotografie. • Door het formatteren van een geheugenkaart in de camera wordt een map aangemaakt waarin de foto’s worden opgeslagen. U mag deze map niet verwijderen of hernoemen. Ook mag u de fotobestanden in deze map niet bewerken, wissen of hernoemen met een computer of ander apparaat. Gebruik altijd de camera om foto’s te verwijderen; kopieer voor het bewerken en hernoemen van bestanden deze naar een computer en bewerk of hernoem de kopieën, en niet de originele bestanden. Het hernoemen van bestanden op de camera kan problemen veroorzaken tijdens het afspelen. 23 De camera in- en uitschakelen Draai de ON/OFF-schakelaar naar ON om de camera aan te zetten. Selecteer OFF om de camera uit te schakelen. R Druk op de a-knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamestand. R De camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze niet wordt bediend gedurende de tijdsduur die is ingesteld voor D ENERGIEBEHEER > UITSCHAKELEN (P 123). Om de camera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitgeschakeld, druk de ontspanknop half in of draai de ON/OFF-schakelaar naar OFF en vervolgens weer naar ON. Q Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de kwaliteit van de foto’s of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de zoeker schoon blijven. Batterijniveau Controleer het batterijniveau op het scherm nadat u de camera inschakelt. Indicator e f g h i i (rood) j (knippert rood) 24 Beschrijving Batterij is gedeeltelijk ontladen. Batterij ongeveer 80% vol. Batterij ongeveer 60% vol. Batterij ongeveer 40% vol. Batterij ongeveer 20% vol. Batterij bijna leeg. Zo snel mogelijk opladen. Batterij is leeg. Zet de camera uit en laad de batterij op. Basisinstellingen Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt er een taalkeuzevenster. 1 Kies een taal. Selecteer een taal en druk op MENU/OK. R Druk op DISP/BACK om de huidige stap over te slaan. De stappen die u nu overslaat worden nogmaals getoond de volgende keer dat u de camera opnieuw wordt ingeschakeld. DATUM/TIJD NIET INGESTELD 2019 J J.MM.DD 2018 2017 2016 2015 AM OK AFBREKEN Draai de selectieknop naar links of rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur of de minuten te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de instelling te wijzigen. Om de volgorde te veranderen waarin het jaar, de maand en de datum worden weergegeven, selecteert u de datumnotatie en drukt u op de selectieknop omhoog of omlaag. Druk op MENU/OK om de opnamestand te verlaten wanneer de instellingen zijn voltooid. Eerste stappen 2 Stel datum en tijd in. R Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de cameraklok teruggezet en wordt het taalkeuzevenster weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld. 25 Basisinstellingen Basisinstellingen wijzigen Voor het wisselen van taal of het resetten van de klok: 1 Geef de gewenste optie weer. Geef het instellingenmenu weer en selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > a voor het aanpassen van de taal of DATUM/TIJD om de klok te resetten (P 113). 2 Pas de instellingen aan. Voor het kiezen van een taal, markeer de gewenste optie en druk MENU/OK. Om de klok in te stellen, druk op de keuzeknop links of rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur, of de minuut te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de instelling te wijzigen, druk vervolgens op MENU/OK wanneer de klok is ingesteld naar uw tevredenheid. 26 Scherminstellingen De camera is voorzien van een hybride optische/elektronische zoeker (OVF/EVF) en een LCD-scherm (LCD). Een weergave kiezen Druk op de VIEW MODE-knop om door de beeldweergaves te gaan, zoals hieronder getoond wordt. Eerste stappen VIEW FINDER E OOGSENSR: OOGSENSR Automatische weergaveselectie met behulp van de oogsensor VIEW FINDER ONLY ZOEKER: Alleen beeldzoeker LCD VIEW FINDER ONLY ZOEKER + E: Alleen zoeker; oogsensor schakelt weergave in of uit LCD ALLEEN LCD: Alleen LCD-scherm De oogsensor De oogsensor schakelt de zoeker in wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt en schakelt deze uit wanneer u uw oog weghaalt (let op dat de oogsensor mogelijk reageert op andere objecten dan uw oog of op licht dat rechtstreeks op de sensor schijnt). Als automatische weergaveselectie is ingeschakeld, wordt de LCD-monitor ingeschakeld wanneer de zoeker uitschakelt. Oogsensor 27 Scherminstellingen De zoekerkeuzeknop Gebruik de zoekerkeuzeknop om te schakelen tussen de elektronische zoeker (EVF), de optische zoeker (OVF) en de dubbele weergave optische zoeker/elektronische afstandszoeker (ERF). 3 2 1 0 -1 -2 -3 3 2 1 0 -1 -2 -3 P P EVF P OVF ERF (dubbele weergave) De hybride (EVF/OVF/ERF) zoeker De functies van de verschillende weergaven worden hieronder beschreven. Weergave Beschrijving De optische weergave is scherp en zonder wazig beeld, zodat de uitdrukking van uw onderwerp altijd zichtbaar is. Bovendien toont de OVF het gebied net buiten het kader, waardoor zonder onderbreking gemakkelijker fotoOVF composities kunnen worden gemaakt. Omdat het zoekervenster zich op korte afstand van het objectief bevindt, kan door parallax het gebied dat zichtbaar is in foto enigszins afwijken van de weergave in de zoeker. De livebeeldweergave toont u een voorbeeld van de uiteindelijke foto, inclusief scherptediepte, scherpstelling, EVF belichting en witbalans. Beelddekking is ongeveer 100%, waardoor u onder alle omstandigheden nauwkeurig kunt kadreren. ERF Als voor de optische zoeker, maar met een scherpstelvoorbeeld. Een vergrote weergave van een deel van het (dubbele weergave) beeld inclusief de huidige scherpstellingpositie wordt getoond in de rechter benedenhoek van het scherm. 28 Scherminstellingen De zoekerweergave De zoeker scherpstellen Wanneer AAN is geselecteerd voor D SCHERMINSTELLINGEN > EVF AUTO ROTATIE. DISPLAYS (P 119), in het instellingenmenu, zullen de indicatoren in de zoeker automatisch draaien om zich aan de richting van de camera aan te passen. De camera is uitgerust met een dioptrieregelaar in het bereik van –2 tot +1 m– 1 om zich aan te passen aan individueel verschillende gezichtsvermogens. Draai de dioptrie aanpassingsregelaar totdat de weergave in de zoeker scherp is. Eerste stappen P Richting veranderd van “wijd” naar “staande” Aanpassen dioptrieregelaar Schermhelderheid aanpassen P Q De weergave op het LCD-scherm wordt niet beïnvloed. De helderheid en kleurtoon van de weergavezoeker en de LCD-monitor kunnen worden aangepast met behulp van de opties onder D SCHERMINSTELLINGEN. Kies EVF-HELDERHEID of EVF KLEUR om de helderheid of kleurtoon aan te passen (P 118), LCD-HELDERHEID of LCD KLEUR om hetzelfde te doen voor de LCD-monitor (P 118). 29 De DISP/BACK DISP/BACK-knop -knop De DISP/BACK-knop regelt het weergeven van de indicatoren in de zoeker en op het LCD-scherm. ■ Opname: De optische zoeker Standaard ■ LCD-scherm: Fotograferen Informatie Uit Standaard Informatie Uit 3 2 1 0 -1 -2 -3 P ■ Opname: Elektronische zoeker Standaard Informatie Uit Info-Display P 30 De DISP/BACK-knop ■ Standaardscherm aanpassen Kies de items getoond in het standaardscherm: 1 Standaardweergave indicatoren. Druk op de DISP/BACK knop totdat de standaard indicatoren worden weergegeven. Eerste stappen 2 Selecteer DISP. INST. OP MAAT. Selecteer D SCHERMINSTELLINGEN > DISP. INST. OP MAAT (P 120) in het instellingenmenu. 3 Kies een weergave. Markeer OVF of EVF/LCD en druk op MENU/OK. 4 Kies items. Markeer items en druk op MENU/OK om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Optie COMP.RICHTL. ELEKTR. WATERPAS FOCUSFRAME AF-AFSTANDSINDICATOR MF-AFSTANDSINDICATOR HISTOGRAM OPNAMEMODUS DIAFR/S-SNELHEID/ISO INFORMATIE-ACHTERGROND OVF EVF w w w w R R w w R R w w R R R R — R Optie Belichtingscomp. (Getal) Belichtingscomp. (Schaal) FOCUSMODUS LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE FLITSLICHT DOORLOPENDE MODUS WITBALANS FILMSIMULATIE OVF EVF w w R R R R R R R R R R R R R R R R Optie DYNAMISCH BEREIK REST. BEELDJES BEELDFORM/-KWALITEIT FILMMODUS & OPNAMETIJD DIGITALE TELE-CONV. CONVERSIELENS ACCUNIVEAU FRAMINGKADER OVF R R R w EVF R R R R R R R R R R — w 5 Wijzigingen opslaan. Druk op DISP/BACK om de wijzigingen op te slaan. 6 De menu’s afsluiten. Druk op DISP/BACK zoals nodig om terug te keren naar de opnameweergave. R Raadpleeg pagina 10 voor de locaties van deze elementen in de schermen. 31 De DISP/BACK-knop Virtuele horizon Als u ELEKTR. WATERPAS selecteert, wordt de virtuele horizon weergegeven. De camera staat recht als de twee lijnen over elkaar liggen. R Mogelijk kan de virtuele horizon niet worden weergegeven als de cameralens naar boven of naar beneden wordt gericht. Framingkader Schakel FRAMINGKADER in om de randen van het beeld makkelijker zichtbaar te maken tegen donkere achtergronden. ■ Zoeker/LCD-scherm: Weergave Standaard Informatie Uit Info-Display Favorieten 12/31/2050 10:00 AM 12/31/2050 10:00 AM 12/31/2050 10:00 AM +21/3 FAVORIETEN Histogrammen Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De helderheid wordt op de horizontale as weergegeven, het aantal pixels op de verticale as. Schaduwen Hoge lichten Optimale belichting: Pixels zijn als een gelijkmatige kromme verdeeld over alle tinten. Overbelicht: Pixels zijn geclusterd aan de rechterkant van het diagram. Aantal pixels Helderheid pixels 32 Onderbelicht: Pixels zijn geclusterd aan de linkerkant van het diagram. Algemene fotografie en afspelen Fotograferen Deze sectie beschrijft hoe u foto’s kunt maken met programma AE (modus P). Raadpleeg pagina 49–53 voor meer informatie over S-, A- en M-modi. 1 Pas de instellingen aan voor programma AE. A A Sluitertijd: Selecteer A (automatisch) B Scherpstelmodus: Selecteer S (enkelvoudig AF) C Diafragma: Selecteer A (automatisch) B 3 2 1 0 -1 -2 -3 P P OVF Zoekerweergaveselectie Gebruik de zoekerkeuzeknop om tussen de weergaven van de optische zoeker (OVF) en elektronische zoeker (EVF) te schakelen. EVF/LCD Algemene fotografie en afspelen Bevestig dat P verschijnt in het display. C 33 Fotograferen 2 Maak de camera gereed. Houd met beide handen de camera stevig vast en laat uw ellebogen tegen uw zij rusten. Trillende of onvaste handen kunnen uw foto’s wazig maken. Houd uw vingers en andere voorwerpen uit de buurt van de lens en de flitser om onscherpe of te donkere (onderbelichte) foto’s te voorkomen. 3 Kadreer de foto. 4 Scherpstelling. Kadreer de foto met het onderwerp in het midden van het scherm en druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. R Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AFhulpverlichting mogelijk branden (P 95). 34 Als de camera in staat is om scherp te stellen, klinkt er tweemaal een pieptoon en lichten scherpstelgebied en scherpstelindicator groen op. Scherpstelling en belichting blijven vergrendeld terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Als de camera niet in staat is om scherp te stellen, wordt het scherpstelframe rood, s wordt weergegeven en zal de scherpstelaanduiding wit knipperen. 5 Maak de foto. Druk de ontspanknop rustig verder in om de foto te maken. R De flitser kan flitsen bij weinig licht. Camera-instellingen kunnen worden gewijzigd om het flitsen van de flitser te voorkomen (P 82). Foto’s bekijken Foto’s schermvullend bekijken U kunt foto’s in de zoeker of in het LCD-scherm bekijken. Het verdient aanbeveling om bij belangrijke foto’s eerst enkele proefopnamen te maken die u op het LCD-scherm controleert. Druk op a om de foto’s schermvullend te bekijken. 100-0001 R Foto’s gemaakt met andere camera’s worden gemarkeerd met m (”geschenk beeld”) icoon om aan te duiden dat deze misschien niet correct worden weergegeven en dat mogelijk de zoomweergave niet beschikbaar is. Favorieten: Foto’s waarderen Druk op DISP/BACK en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven. Algemene fotografie en afspelen Extra foto’s kunnen bekeken worden door op de selectieknop links of rechts te drukken of door aan de instelschijf voor te draaien. Druk op de keuzeknop of draai de instelschijf naar rechts om foto’s te bekijken in de volgorde waarin ze gemaakt zijn of links om de foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de selectieknop ingedrukt om snel door de foto’s te bladeren totdat de gezochte foto wordt bereikt. 35 Foto’s bekijken Foto-informatie bekijken Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wanneer op de selectieknop omhoog wordt ingedrukt. Basisgegevens Info scherm 1 12/31/2050 10:00 AM 12/31/2050 10:00 AM +21/3 LENS FOCAL LENGTH COLOR SPACE LENS MODULATION OPT. S.S 1/12000 F 5.6 ISO 51200 23.0mm F5.6 23.0mm sRGB ON +21/3 VOLGENDE Info scherm 2 36 R Draai aan de instelschijf om andere afbeeldingen te bekijken. Inzoomen op het scherpstelpunt Druk op het midden van de achterste-instelschijf om in te zoomen op het scherpstelpunt. Druk nogmaals om terug te keren naar schermvullende weergave. Foto’s bekijken Weergavezoom Draai de achterste-instelschijf naar rechts om in te zoomen op de huidige foto, links om uit te zoomen (om meerdere beelden te bekijken, draai de schijf naar links wanneer de foto schermvullend wordt weergegeven; P 38). Nadat op de foto is ingezoomd, kan de selectieknop worden gebruikt om delen van de afbeelding te bekijken die momenteel niet zichtbaar zijn in het scherm. Om zoom af te sluiten, drukt u op de DISP/BACK of MENU/OK knop. Zoomindicator R De maximale zoomfactor is afhankelijk van de grootte van de foto (P 90). Weergavezoom is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in f-grootte (P 109, 110). R Draai aan de voorste instelschijf om andere foto’s te bekijken zonder de zoomfactor te veranderen. Algemene fotografie en afspelen Het navigatievenster toont het gedeelte van de foto dat op het scherm wordt weergegeven 37 Foto’s bekijken Multi-frame weergeven Om het aantal weergegeven afbeeldingen te veranderen, draai de achterinstelschijf naar links wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven. Draai naar links om meer foto’s te bekijken. 100-0001 Draai naar rechts om minder foto’s te bekijken. Gebruik de keuzeknop om afbeeldingen te markeren en druk op MENU/OK om de gemarkeerde afbeelding schermvullend te bekijken (om op de geselecteerde afbeelding in te zoomen, draai de achter-instelschijf naar rechts wanneer de foto schermvullend wordt weergegeven; P 37). Druk tijdens het weergeven van negen of van honderd miniaturen de selectieknop omhoog en omlaag om meer foto’s te bekijken. 38 Foto’s wissen Voor het wissen van individuele foto’s, meerdere geselecteerde foto’s of alle foto’s, druk op de b-knop wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven en kies uit de onderstaande opties. Let op dat gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld. Kopieer eerst alle belangrijke foto’s naar een computer of ander opslagapparaat voordat u verder gaat. WISSEN ENKELE FOTO GEKOZEN VELDEN ALLE FOTO’S ENKELE FOTO GEKOZEN VELDEN ALLE FOTO’S Beschrijving Druk op de keuzeknop links of rechts om door de beelden te bladeren en druk op MENU/OK om de huidige foto te verwijderen (er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven). Markeer de foto’s en druk op MENU/OK om te selecteren of deselecteren (foto’s in fotoboeken of printopdrachten worden weergegeven door S). Druk op DISP/BACK om een bevestigingsvenster weer te geven zodra de bewerking is voltooid, markeer vervolgens OK en druk op MENU/OK om de geselecteerde foto’s te wissen. Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer OK en druk op MENU/OK om alle onbeveiligde foto’s te wissen. Het indrukken van DISP/BACK annuleert het wissen; merk op dat alle foto’s verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden hersteld. R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging van foto’s die u wilt wissen (P 110). R Foto’s kunnen tevens via het afspeelmenu worden gewist C MENU VOOR HERBEKIJKEN > WISSEN optie (P 109). R Als er een bericht verschijnt met de melding dat de geselecteerde foto’s deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, druk dan op MENU/OK om de foto’s te wissen. Algemene fotografie en afspelen Optie 39 Algemene films opnemen en afspelen Films opnemen De camera kan worden gebruikt voor het opnemen van video’s in hoge resolutie. Geluid wordt opgenomen in stereo met de ingebouwde microfoon; bedek de microfoon niet tijdens opnemen. 1 Druk op de DRIVE (e)-knop om de drive-opties 2 Markeer F (VIDEO) en druk op MENU/OK om naar de standby-modus voor video-opnemen te gaan. 3 Druk op de ontspanknop om de opname te starten. Opname-indicator Resterende tijd Q De indicatorlamp licht tijdens opnemen van films op. 40 4 Druk nogmaals op de knop om de opname te beëindigen. De opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is bereikt of de geheugenkaart vol is. weer te geven. R Beeldformaat en -snelheid kunnen worden geselecteerd met behulp van de W FILMINSTELLINGEN > FILMMODUS (P 105). De scherpstelstand kan worden geselecteerd met de keuzeknop voor de scherpstelstand (P 68); voor continue scherpstelaanpassing, selecteer C, of kies S en schakel intelligente gezichtsdetectie in (P 95). Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de scherpstelstand M. R De zoeker schakelt automatisch over naar het EVFdisplay wanneer F (VIDEO) is geselecteerd voor DRIVE-modus. R Tijdens de opname kan de belichtingscompensatie worden aangepast tot ±2 EV. Q Mogelijk neemt de microfoon ook geluiden van de lens of andere camerageluiden op tijdens het opnemen. Q In films met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect. Films opnemen Scherptediepte Pas het diafragma aan voordat de opname begint. Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken. Een externe microfoon gebruiken Geluid kan worden opgenomen met externe microfoonaansluiting van 2,5 mm in doorsnede; microfoons die systeemstroom nodig hebben kunnen niet worden gebruikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de microfoon voor meer informatie. CONTROLEER MIC/AFSTANDSLUITER INSTELLING OVERSLAAN SET Algemene films opnemen en afspelen R Het rechts getoonde dialoogvenster wordt weergegeven wanneer er een microfoon is aangesloten op de microfoon/ afstandsontspanner-aansluiting. Druk op MENU/OK en selecteer MIC/AFSTANDSBED. > m MIC. 41 Films bekijken Tijdens het afspelen worden films weergegeven zoals de afbeelding rechts laat zien. Tijdens het afspelen van een film zijn de volgende handelingen mogelijk: Bediening Afspelen starten/ pauzeren Afspelen stoppen Snelheid aanpassen Volume aanpassen Beschrijving Druk op de selectieknop omlaag om het afspelen te starten. Druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen wordt gepauzeerd, kunt u op de keuzeknop links of rechts drukken om één beeld tegelijkertijd vooruit- of achteruit te spoelen. Druk op de selectieknop omhoog om het afspelen te beëindigen. Druk op de selectieknop links of rechts om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen. Druk op MENU/OK om het afspelen te pauzeren en volumeregelaar te weergeven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het volume aan te passen; druk nogmaals op MENU/OK om het afspelen te hervatten. Het volume kan tevens worden aangepast met behulp van D GELUIDINSTELLINGEN > AFSPEEL VOLUME (P 117). De voortgang wordt tijdens het afspelen op het scherm weergegeven. 12/31/2050 10:00 AM AFSPELEN ±0 Filmpictogram Voortgangsbalk 29m59s Q Zorg ervoor dat de luidspreker tijdens het afspelen niet wordt bedekt. Q Het selecteren van UIT voor D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > GELUID & FLITS dempt het afspelen van audio. STOP Afspeelsnelheid Druk op de selectieknop links of rechts om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen. De snelheid wordt aangeduid door het aantal pijltjes (M of N). Pijl 29m59s STOP 42 PAUZE PAUZE De Q (snelmenu)-knop De Q-knop gebruiken Druk op Q voor een snelle toegang tot geselecteerde opties. De snelmenuweergave Bij de standaardinstellingen, bevat het snelmenu de volgende onderdelen. A KIES INST. OP MAAT I HIGHLIGHT TINT KIES INST. OP MAAT B SCHERPSTELLING J SCHADUWTINT C DYNAMISCH BEREIK K KLEUR BASE D WITBALANS L SHERPTE E RUISONDERDRUKKING M ZELFONTSPANNER F BEELDGROOTTE N INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. G BEELDKWALITEIT O FLASHFUNCTIE-INSTELLING H FILMSIMULATIE P EVF/LCD-HELDERHD INSTELLEN De Q (snelmenu)-knop Het snelmenu toont de opties die momenteel zijn geselecteerd voor items B—P, die kunnen worden veranderd zoals beschreven op pagina 45. Het H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > KIES INST. OP MAAT item (item A) toont de huidige aangepaste instellingen bank: • q: Geen aangepaste instellingen bank geselecteerd. • t — u: Selecteer een bank om de opgeslagen instellingen weer te geven met behulp van de H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > BEW/BEW INST.OP M optie (P 86). • r — s: De huidige aangepaste instellingen bank. 43 De Q-knop gebruiken Bekijk en wijzig instellingen 1 Druk op Q om het snelmenu weer te geven tijdens het fotograferen. KIES INST. OP MAAT BASE INSTELLEN 2 Gebruik de selectieknop om items te markeren en draai de achterinstelschijf om wijzigingen aan te brengen. R Wijzigingen worden niet opgeslagen op de huidige instellingen bank (P 43). Instellingen die verschillen van die in de huidige instellingen bank (t — u) worden getoond in het rood. 3 Druk op Q om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid. 44 De Q-knop gebruiken Bewerken van het snelmenu Om de items weergegeven in het snelmenu te kiezen: 1 Druk en houd de Q-knop in tijdens het fotograferen. KIES INST. OP MAAT INSTELLEN EIND 2 De huidige opties worden weergegeven; gebruik de selectieknop om de gewenste optie dat u wilt wij- • • • • • • • BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT FILMSIMULATIE * KORRELEFFECT * DYNAMISCH BEREIK * WITBALANS * HIGHLIGHT TINT * • • • • • • • SCHADUWTINT * KLEUR * SCHERPTE * RUISONDERDRUKKING * KIES INST. OP MAAT * SCHERPSTELLING INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. • • • • • • • HF ASSISTENTIE ZELFONTSPANNER LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE CONVERSIELENS ND-FILT FLASHFUNCTIE-INSTELLING • • • • • • • FLITSCOMPENSATIE FILMMODUS MIC-NIVEAU-INSTEL GELUID & FLITS EVF/LCD-HELDERHD EVF/LCD KLEUR GEEN * Opgeslagen in aangepaste instellingen bank. De Q (snelmenu)-knop zigen te markeren en druk op MENU/OK. U krijgt de volgende keuze-items om de geselecteerde positie toe te kunnen wijzen: R Selecteer GEEN om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde positie. Wanneer KIES INST. OP MAAT is geselecteerd, worden de huidige instellingen getoond in het snelmenu door het label BASE. 3 Markeer het gewenste item en druk op MENU/OK om deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie. R Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van de D TOETS/SCHIJFINSTELLING > BEWERK/SLA OP SNELMENU (P 121). 45 De Fn (functie)-knoppen Met behulp van de functietoetsen De functies die worden uitgevoerd door iedere functietoets kunnen geselecteerd worden door de toets ingedrukt te houden. De standaardopties worden hieronder weergegeven: Fn1-knop Fn2-knop Fn3-knop Lichtmeetsysteem (P 64) Regelringopties (P 8) Filmsimulatie (P 65) Fn4-knop Fn5-knop AEL/AFL-knop Witbalans (P 66) Scherpstelling (P 71) Blootstelling/Scherpstelvergrendeling (P 80) Centrum van de achterste instelschijf Scherpstelloep (P 69) 46 Met behulp van de functietoetsen Rollen toewijzen aan de functietoetsen Om rollen toe te wijzen aan de functietoetsen, houdt u de DISP/BACK knop ingedrukt totdat het onderstaande menu wordt weergegeven. Selecteer knoppen om hun rol te kiezen. FUNCTIE-INS. (Fn) BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS KIES INST. OP MAAT • • • • • • • • SCHERPSTELGEBIED SCHERPSTELLOEP SCHERPSTELLING INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ZELFONTSPANNER LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE ISO AUTOM.INSTELLING. • • • • • • • • CONVERSIELENS ND-FILT DRAADLS COMMUNICT FLASHFUNCTIE-INSTELLING TTL-VERGRENDELING MODELING FLASH AANP. MIC.GELUID VOORB DIEPTESCH • • • • • • • • PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS VOORBEELD BEELDEFFECT ENKEL AE-VERG. ENKEL AF-VERG. AE/AF-VERGRENDEL. REGELRING-INSTEL. PLAYBACK GEEN R Voor het uitschakelen van de geselecteerde knop, kies GEEN. R U kunt ook opties weergeven voor elk van de functieknoppen door de knop ingedrukt te houden. Dit is niet van toepassing op de knoppen waaraan SCHERPSTELLOEP, ENKEL AE-VERG., ENKEL AF-VERG. of AE/AF-VERGRENDEL. momenteel zijn toegewezen. R De functies die worden uitgevoerd door de zes functieknoppen kunnen tevens worden geselecteerd met behulp van D TOETS/SCHIJFINSTELLINGEN > FUNCTIES-INS.(Fn) (P 121). De Fn (functie)-knoppen • • • • • • • • 47 Met behulp van de functietoetsen ■ TTL-VERGRENDELING Als TTL-VERGRENDELING is geselecteerd, kunt u op de toets voor het vergrendelen van flitsoutput volgens de optie geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN > MODUS TTL VERGRENDELEN drukken (P 103). ■ MODELING FLASH Als MODELING FLASH is geselecteerd wanneer er een compatibele flitser-eenheid is bevestigd, kunt u op de knop drukken om de flits te testen en om te controleren op schaduwen en dergelijke (modeling flash). 48 Meer over fotografie en afspelen Programma AE (P) Om de camera zowel de sluitertijd als het diafragma aan te laten passen voor optimale belichting, stel de sluitertijd en het diafragma in op A. P verschijnt in het scherm. Diafragma: Selecteer A (auto) Sluitertijd: Selecteer A (auto) Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, dan worden de sluitertijden en diafragmaopeningen weergegeven als “– – –”. Programmaverschuiving Indien gewenst, kunt u de selectieknop naar links of rechts draaien om andere sluitertijd- en diafragmacombinaties te selecteren, zonder de belichting te wijzigen (programmaverschuiving). Programmaverschuiving is niet beschikbaar als een externe flitser TTL auto ondersteunt, of als er een optie is geselecteerd voor H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > DYNAMISCH BEREIK (P 91). Om het wisselen van programma te annuleren, zet de camera uit. Meer over fotografie en afspelen Modusselectie Sluitertijd Diafragma 49 Modusselectie Sluiterprioriteit AE (S) Om de sluitertijd handmatig aan te passen terwijl de camera het diafragma kiest voor optimale belichting, stel het diafragma in op A en gebruik de instelschijf voor de sluitertijd. S verschijnt in het scherm. 1000 5.6 Diafragma: Selecteer A (auto) +1.0 800 Sluitertijd: Kies een sluitertijd R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1/3 EV door aan de achterste instelschijf te draaien. De sluitertijd kan worden gewijzigd zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Q Indien het met de gekozen sluitertijd niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt het diafragma rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas de sluitertijd aan totdat een goede belichting is verkregen. Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt het diafragma weergegeven als “– – –”. 50 Modusselectie Diafragmavoorkeur AE (A) 1000 5.6 Diafragma: Kies een opening +1.0 800 Sluitertijd: Selecteer A (auto) R Het diafragma kan worden aangepast zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Q Indien het met het gekozen diafragma niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt de sluitertijd rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas het diafragma aan totdat een goede belichting is verkregen. Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt de sluitertijd weergegeven als “– – –”. Meer over fotografie en afspelen Om het diafragma handmatig aan te passen terwijl de camera de sluitertijd selecteert voor optimale belichting, draai de instelschijf voor sluitertijd naar A en pas het diafragma aan zoals gewenst. A verschijnt in het scherm. 51 Modusselectie Pbeoordeling scherptediepte Wanneer VOORB DIEPTESCH is toegewezen aan een functietoets (P 47), stopt drukken op de knop het kleiner worden van het diafragma dan de ingestelde waarde, waardoor de scherptediepte als voorbeeld in de weergave wordt bekeken. Als zowel AF-AFSTANDSINDICATOR en MF-AFSTANDSINDICATOR zijn geselecteerd in de D SCHERMINSTELLINGEN > DISP. INST. OP MAAT-lijst, kan de scherptediepte ook worden bekeken door gebruik te maken van de scherptediepte-indicator in de standaard weergave (P 31). Druk op DISP/BACK om door de weergavestanden te bladeren totdat standaard indicators worden weergegeven. R Gebruik de G AF/MF INSTELLING > SCHEPTEDIEPTESCHAAL optie (P 97) om te kiezen hoe diepte van het veld wordt weergegeven. Kies BASIS FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties van de diepte van het veld van de foto’s die worden gezien als prenten en dergelijke te maken, PIXEL BASIS om u te helpen scherptediepte te beoordelen van foto’s die op hoge resoluties zullen worden bekeken op computers of andere elektronische beeldschermen. 52 1000 5.6 +1.0 800 Scherptediepte Modusselectie Handmatige belichting (M) 㹋 Diafragma: Kies een opening 1000 5.6 +1.0 800 Sluitertijd: Kies een sluitertijd R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1/3 EV door aan de achterste instelschijf te draaien. R De sluitersnelheid en het diafragma kunnen worden aangepast zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Belichtingsvoorbeeld Om een voorbeeld van blootstelling in de LCD-monitor te zien, selecteer een andere optie dan UIT voor D SCHERMINSTELLINGEN > PRVW BELICHT/WITBALANS HANDM. MODUS (P 119). Selecteer UIT bij gebruik van de flitser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt. Meer over fotografie en afspelen De waarde die de camera voorstelt voor belichting kan worden gewijzigd door zowel de sluitertijd als het diafragma in te stellen op waardes anders dan A. M verschijnt in het scherm. 53 De digitale teleconverter Gebruik de digitale teleconverter om het beeld verder te vergroten terwijl het wordt verwerkt voor scherpe, hoge-resolutie resultaten. 1 Wijs DIGITALE TELE-CONV. aan de regelring toe (P 8). 2 Kies de zoomfactor door middel van de regelring. Standaard zoom (35 mm*) 50 mm* 70 mm* * Equivalent aan 35 mm formaat 3 Maak foto’s met de geselecteerde zoomfactor. R DIGITALE TELE-CONV. is ook toegankelijk vanuit het opnamemenu (P 100). R De zoomhoeken beschikbaar wanneer een conversielens is bevestigd zijn 72 en 100 mm voor telefoto-conversielenzen (teleconverters) en 41 en 58 mm voor groothoek-conversielenzen. Q Beeldkwaliteit daalt lichtjes bij DIGITALE TELE-CONV. instellingen van 50 of 70 mm. Q De digitale teleconverter kan niet worden gebruikt wanneer een RAW-optie is geselecteerd voor beeldkwaliteit, en het selecteren van een RAW-optie deactiveert automatisch de digitale teleconverter. De digitale teleconverter kan in sommige modi niet beschikbaar zijn. 54 Transportstand Gebruik de DRIVE (e)-knop om de opties voor de drivemodus te kiezen. 3 Druk op de keuzeknop links of rechts om een instelling te kiezen. • Continustand (CONTINU): Kies beeldsnelheid. • AE/ISO/WB BKT: Kies de bracketingverhoging. • Adv. MODUS: Kies een stand. • UITGEBREID FILTER: Kies een filter effect. weer te geven. 4 Druk op MENU/OK. 2 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een driveoptie te markeren. Transportstand B STILSTAAND BEELD R CONTINU O AE BKT W ISO BKT X FILMSIMULATIE BKT V WITBALANS BKT Y DYNAMIC RANGE BKT Adv. MODUS r PANORAMA j MULTI-BELICHTING Y GEAVANC. FILTER F VIDEO 5 Foto’s maken. AE BKT Meer over fotografie en afspelen 1 Druk op de DRIVE (e)-knop om de driveopties P — 56 57 59 61 58 40 55 Transportstand R Continu fotograferen (CONTINU) Leg beweging vast in een serie foto’s. De camera maakt foto’s terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt; de opname eindigt als de ontspanknop wordt losgelaten, als het maximaal aantal foto’s is gemaakt of als de geheugenkaart vol is. R De beeldsnelheid varieert met het onderwerp, de sluitersnelheid, gevoeligheid en de scherpstelstand en kan mogelijk vertragen als er meer foto’s worden gemaakt. R Afhankelijk van de opnameomstandigheden, kan de beeldsnelheid dalen of kan de flitser niet schieten. R Er is mogelijk extra tijd vereist om foto’s op te slaan wanneer de opname eindigt. R Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is voltooid, worden de resterende foto’s opgeslagen in een nieuwe map (P 124). R Serieopname wordt mogelijk niet gestart als de beschikbare ruimte op de geheugenkaart onvoldoende is. Scherpstelling en belichting Om de scherpstelling en de belichting bij elke opname te variëren, selecteer scherpstelstand C; in andere standen worden scherpstelling en belichting bepaald bij de eerste foto in iedere serie. Q Het selecteren van een beeldsnelheid van 8 bps in de scherpstelstand C beperkt de keuze van focuskaders (P 75). Q Trackingprestaties belichting en scherpstelling kunnen variëren afhankelijk van het diafragma, gevoeligheid en de opnameomstandigheden. 56 Transportstand Bracketing Optie O AE BKT W ISO BKT X FILMSIMULATIE BKT V WITBALANS BKT Y DYNAMISCH BEREIK BKT Beschrijving Selecteer een bracketing hoeveelheid. Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s: één gebruikmakend van de gemeten waarde voor belichting (P 62), de tweede overbelicht door de geselecteerde hoeveelheid en de derde onderbelicht door dezelfde hoeveelheid (ongeacht de geselecteerde hoeveelheid zal de belichting niet de limieten van het belichtingsmeetsysteem overschrijden). Selecteer een bracketing hoeveelheid. Telkens wanneer de sluiter wordt ingedrukt, maakt de camera een foto met de huidige gevoeligheid (P 63) en verwerkt de camera ze tot twee extra kopieën, de ene met een verhoogde gevoeligheid en de andere met een gevoeligheid verlaagd met de geselecteerde hoeveelheid (de gevoeligheid zal niet hoger dan ISO 12800 of lager dan ISO 200 worden, ongeacht de geselecteerde hoeveelheid). Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera één foto en verwerkt deze om kopieën te creëren met de instellingen voor A OPNAME-INSTELLINGEN > FILMSIMULATIE BKT (P 65, 98). Selecteer een bracketing hoeveelheid. Elke keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie opnames: één met de huidige witbalans (P 66), één met fijnafstelling verhoogd met de geselecteerde hoeveelheid en een andere met fijnafstelling verminderd met de geselecteerd hoeveelheid. Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s met verschillende dynamische bereiken (P 91): 100% voor de eerste, 200 voor de tweede, 400% voor de derde. Hoewel de bracketing van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de gevoeligheid beperkt zijn tot minimaal ISO 800; (of tot minimaal ISO 200 tot 800 als een automatische optie is geselecteerd voor gevoeligheid); de gevoeligheid die voorheen van kracht was wordt hersteld zodra de bracketing eindigt. Meer over fotografie en afspelen Automatisch variëren van instellingen voor een serie foto’s. 57 Transportstand Y Geavanceerd filters Maak foto’s met filtereffecten. Filter G SPEELGOEDCAMERA H MINIATUUR I POP-KLEUR J HIGH-KEY Z LAAG-TOON K DYNAMISCHE KLEURTOON X ZACHTE FOCUS u GEDEELTE KLEUR (ROOD) v GEDEELTE KLEUR (ORANJE) w GEDEELTE KLEUR (GEEL) x GEDEELTE KLEUR (GROEN) y GEDEELTE KLEUR (BLAUW) z GEDEELTE KLEUR (PAARS) Beschrijving Kies voor een retro speelgoedcamera-effect. De boven- en onderzijden van foto’s worden onscherp gemaakt voor een diorama-effect. Creëer contrastrijke beelden met verzadigde kleuren. Maak heldere beelden met laag contrast. Creëer uniforme donkere tonen met enkele gebieden met benadrukte highlights. Dynamische kleurtoonexpressie wordt voor een fantasie-effect gebruikt. Creëer een opmaak met een gelijkmatige zachtheid over het hele beeld. Delen van het beeld met de geselecteerde kleur worden in die kleur vastgelegd. Alle andere delen van het beeld worden in zwart-wit vastgelegd. R Afhankelijk van het onderwerp en de camera-instellingen kunnen beelden in sommige gevallen korrelig zijn of variëren in helderheid en kleurtoon. 58 Transportstand r Panorama’s 1 Selecteer Adv. > r (PANORAMA) voor drivemodus (P 55). 5 Pan de camera in de met de pijl aangegeven richting. De opname wordt automatisch beëindigd wanneer de camera volledig tot aan het aangegeven einde is gepand en het panoramabeeld is voltooid. 2 Druk op de selectieknop links om de grootte van de hoek te selecteren waarmee u de camera tijdens het fotograferen wilt pannen. Markeer een grootte en druk op MENU/OK. 3 Druk op de selectieknop rechts om de keuzemogelijkheden voor de panrichtingen te bekijken. Markeer een panrichting en druk op MENU/OK. 4 Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te starten. U hoeft de ontspanknop tijdens het fotograferen niet ingedrukt te houden. Veeg camera lang gele lijn in richting van y HOEK 30 RICHTING 2.0 800 R Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt. De belichting van het totale panorama wordt op basis van het eerste beeld bepaald. Er wordt mogelijk geen panorama vastgelegd als de ontspanknop al wordt ingedrukt voordat het panorama is voltooid. Meer over fotografie en afspelen Volg de aanwijzingen op het scherm om een panoramafoto te maken. Voor de beste resultaten Houd voor de beste resultaten uw ellebogen in de zij en beweeg de camera in een kleine cirkel met een constante snelheid, waarbij de camera horizontaal wordt gehouden en let op dat u alleen in de richting pant die wordt aangegeven door de hulplijnen. Gebruik een statief voor de beste resultaten. Als het resultaat niet naar wens is, probeer dan te pannen met een andere snelheid. 59 Transportstand Q Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt; De belichting van het gehele panorama wordt bepaald bij de eerste foto. In sommige gevallen neemt de camera een grotere of kleinere hoek op dan geselecteerd of is hij niet in staat de foto’s perfect met elkaar te verbinden. Het laatste deel van het panorama wordt mogelijk niet vastgelegd als het opnemen wordt gestopt voordat het panorama compleet is. Q De opname kan worden onderbroken als de camera te snel of te langzaam wordt bewogen. De opname wordt geannuleerd wanneer de camera wordt bewogen in een andere richting dan wordt aangegeven. Q De gewenste resultaten worden mogelijk niet behaald bij bewegende onderwerpen, onderwerpen vlakbij de camera, onveranderlijke onderwerpen zoals de lucht of een grasveld, onderwerpen die constant bewegen zoals golven en watervallen of onderwerpen die duidelijk veranderingen ondergaan in helderheid. Panorama’s kunnen onscherp worden als het onderwerp slecht belicht wordt. 60 Panorama’s bekijken In schermvullende weergave kunt u de achterste commandoschijf gebruiken om in of uit te zoomen op panorama’s. U kunt het panorama ook weergeven met behulp van de keuzeknop. AFSPELEN STOP PAUZE Druk de keuzeknop omlaag om het afspelen te beginnen en druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen is gepauzeerd, kunt u handmatig door het panorama scrollen door de keuzeknop naar links of rechts te drukken; verticale panorama’s scrollen verticaal, horizontale panorama’s horizontaal. Om de schermvullende weergave af te sluiten, drukt u de keuzeknop omhoog. Transportstand j Meervoudige belichtingen + 1 Selecteer Adv. > j (MULTI-BELICHTING) voor 4 Maak de tweede foto met behulp van het eerste beeld als leidraad. driveoptie (P 55). 2 Maak de eerste foto. 3 Druk op MENU/OK. De eerste foto wordt bovenop het beeld weergegeven door de lens en u wordt gevraagd om de tweede foto te maken. VERLATEN 30 Meer over fotografie en afspelen Maak een foto die twee belichtingen combineert. 2.0 5 Druk op MENU/OK om de meervoudige belich- VOLGENDE OPNIEUW PROBEREN ting te creëren, of druk op de selectieknop links om naar stap 4 terug te keren en maak de tweede foto opnieuw. VERLATEN R Om terug te keren naar stap 2 en de eerste foto opnieuw te maken, druk op de selectieknop links. Druk op DISP/BACK om de eerste foto op te slaan zonder een meervoudige belichting te maken. OPNIEUW PROBEREN VERLATEN 61 Belichtingscompensatie Draai aan de instelschijf voor belichtingscompensatie om de belichting aan te passen bij het fotograferen van zeer heldere, zeer donkere of zeer contrastrijke onderwerpen. Het effect is zichtbaar op het scherm. ■ C (Douane) Wanneer de belichtingscompensatie draaiknop geroteerd wordt naar C, kan belichtingscorrectie worden aangepast door het draaien van de voorste instelschijf. 1000 5.6 1000 5.6 +1.0 +1.0 800 800 Belichtingscompensatieindicator Kies een positieve waarde (+) om de belichting te verhogen R De voorste instelschijf kan worden gebruikt om de belichtingscompensatie tot waarden tussen −5 en +5 EV in te stellen. R Druk op het midden van de instelschijf om heen en weer te schakelen tussen belichtingscompensatie en gevoeligheid (P 6). Een belichtingscompensatiewaarde kiezen • Onderwerpen met tegenlicht: Kies waarden van +2/3 EV tot +12/3 EV. Kies een negatieve waarde (–) om de belichting te verlagen Q De hoeveelheid beschikbare compensatie varieert met de opnamestand. 62 • Onderwerpen met een hoge reflectie of zeer heldere scènes (bijv. sneeuwlandschappen): +1 EV • Scènes die voornamelijk bestaan uit lucht: +1 EV • Onderwerpen met spotverlichting (voornamelijk bij het fotograferen tegen een donkere achtergrond): –2/3 EV • Onderwerpen met een lage reflectie (dennenbomen of donkergekleurd gebladerte): –2/3 EV Gevoeligheid Meer over fotografie en afspelen Met “gevoeligheid” wordt de gevoeligheid van de camera voor licht bedoeld. Hef en draai de sluitersnelheid-/gevoeligheidsschijf om uit waarden te kiezen tussen 200 en 12800, of selecteer L (100), H (25600), of H (51200) voor bijzondere situaties (P 121). Hogere waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor tragere sluitertijden of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels kunnen verschijnen in foto’s met een hoge gevoeligheid, met name bij H (51200), terwijl het kiezen van L (100) het dynamisch bereik vermindert. Waarden van ISO 200 t/m 6400 zijn aan te bevelen in de meeste situaties. Als A is geselecteerd, past de camera de gevoeligheid automatisch aan aan de omstandigheden overeenkomstig met de optie die is geselecteerd voor A OPNAME-INSTELLINGEN > ISO AUTOM.INSTELLINGEN (P 100). Kies uit AUTO 1, AUTO 2, en AUTO 3. R Als OPDRACHT is geselecteerd voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > ISO-SCHIJF INSTELLING(A) (P 121), kan de gevoeligheid ook worden aangepast door de gevoeligheid in te stellen op A en te draaien aan de voorste instelschijf. R De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet. 63 Lichtmeting Kies hoe de camera de belichting meet. Druk op de functie (Fn1)-knop om de hieronder getoonde opties weer te geven en druk dan op de selectieknop om een optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren. Q De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer G AF/MF INSTELLINGEN > INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN uit staat (P 95). Modus Beschrijving De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van de compositie, kleur en de verdeling o van de helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties. (MULTI) p De camera meet het gehele beeld maar wijst het grootste gewicht toe aan het beeld in het midden. (CENTRUMGEORIËNTEERD) De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met v ca. 2% van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere gevallen (SPOT) waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste onderwerp. De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde w belichting bij meerdere foto’s met hetzelfde licht en is in het bijzonder effectief voor het fotograferen van (INTEGRAAL) landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met witte of zwarte kleding. R Metering opties kunnen ook worden benaderd met behulp van A OPNAME-INSTELLINGEN > LICHTMEETSYSTEEM (P 98). 64 Filmsimulatie Optie Beschrijving c (PROVIA/STANDAARD) Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een keur aan onderwerpen, van portretten tot landschappen. Een contrastrijk pallet van verzadigde kleuren, geschikt voor natuurfotografie. > (Velvia/LEVENDIG) Versterkt het bereik van beschikbare kleurenschakeringen voor huidtinten in portretten terwijl de helderblauwe e (ASTIA/LAAG) kleuren van de luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor portretfotografie buitenshuis. Zachte kleur en verbeterd schaduwcontrast voor een rustige uitstraling. i (CLASSIC CHROME) g (PRO Neg. Hi) Biedt iets meer contrast dan h (PRO Neg. Std). Aanbevolen voor portretfotografie buitenshuis. Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleurenschakeringen voor huidtinten is vergroot, waardoor dit h (PRO Neg. Std) een goede keuze is voor portretfotografie in de studio. Neem de zwart-wit foto’s met een rijke gradatie en een uitstekende scherpte. Verkrijgbaar met geel (Ye), rood (R), * a (ACROS) en groene (G) filters. Voor het maken van standaard zwart-witfoto’s. Verkrijgbaar met geel (Ye), rood (R), en groene (G) filters. b (MONOCHROOM) * Voor het maken van foto’s in sepia. f (SEPIA) Meer over fotografie en afspelen Boots de effecten van verschillende filmsoorten na, waaronder zwart-wit (met of zonder kleurfilters). Druk op de functie (Fn3)-knop om de hieronder getoonde opties weer te geven en druk dan op de selectieknop om een optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren. * Filters verdiepen grijstinten overeenkomstig met tinten complementair aan de gekozen kleur. De gele (Ye) filter verdiept paars en blauw en de rode (R) filter blauw en groen. De groene (G) filter verdiept rood en bruin, huidtinten inbegrepen, waardoor het een goede keuze voor portretten is. R Opties voor filmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instellingen voor tinten en scherpte (P 91, 92). R Filmsimulatie opties kunnen ook worden benaderd met behulp van H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > FILMSIMULATIE (P 91). 65 Witbalans Voor natuurlijke kleuren, kies een witbalansoptie die overeenkomt met de lichtbron. Druk op de functie (Fn4)-knop om de hieronder getoonde opties weer te geven en druk dan op de selectieknop om een optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren. Optie Beschrijving AUTO De witbalans wordt automatisch ingesteld. k l Meet een waarde voor witbalans (P 67). m Het selecteren van deze optie geeft een lijst met kleurtemperaturen weer (P 67); markeer een temperatuur en druk op k MENU/OK om de gemarkeerde optie te selecteren en het venster voor fijnafstelling weer te geven. Optie i j k l m n g Beschrijving Voor onderwerpen in direct zonlicht. Voor onderwerpen in de schaduw. Voor “daglicht”-tl-buizen. Voor “warmwitte” tl-buizen. Voor “koelwitte” tl-buizen. Voor gloeilampverlichting. Vermindert de blauwe gloed die doorgaans geassocieerd wordt met onderwaterverlichting. WB VERSCHUIVING AUTO R:0 B:0 INSTELLEN R De witbalans wordt alleen aangepast voor de flitser in de standen AUTO en g. Schakel de flitser uit als u foto’s met andere witbalansinstellingen wilt maken (P 82). R De resultaten verschillen afhankelijk van de omstandigheden waaronder wordt gefotografeerd. Bekijk de foto’s terug na het fotograferen om de kleuren te controleren. R Witbalans opties kunnen ook worden benaderd met behulp H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > WITBALANS (P 91). 66 Witbalans k: Kleurtemperatuur De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtemperatuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. U kunt ook een optie kiezen die sterk afwijkt van de kleur van de lichtbron om de foto’s “warmer” of “kouder” te maken. Kies voor rodere lichtbronnen of “koudere” foto’s 2000 K Kaarslicht Zonsondergang/zonsopgang Meer over fotografie en afspelen h: Aangepaste witbalans Kies h om de witbalans aan ongebruikelijke lichtomstandigheden aan te passen. De opties voor witbalansmeting worden weergegeven; kadreer een wit object zodat het scherm wordt gevuld en druk de ontspanknop helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente aangepaste waarde te selecteren en af te sluiten zonder de witbalans te meten, druk op DISP/BACK of druk op MENU/OK om de meest recente waarde te selecteren en het venster voor fijnafstelling weer te geven). • Als “VOLTOOID!” wordt weergegeven, druk op MENU/OK om de witbalans in te stellen op de gemeten waarde. • Als “ONDER” wordt weergegeven, verhoog de belichtingscorrectie (P 62) en probeer het opnieuw. • Wanneer “OVER” wordt getoond, verlaag de belichtingscompensatie (P 62) en probeer het opnieuw. Kies voor blauwere lichtbronnen of “warmere” foto’s 5000 K Direct zonlicht 15000 K Blauwe hemel Schaduw 67 Scherpstelstand Gebruik de selectieknop voor de scherpstelstand om te kiezen hoe de camera scherpstelt (merk op dat ongeacht de geselecteerde optie, de handmatige scherpstelling gebruikt wordt wanneer de lens in de stand handmatige scherpstelling staat). • S (enkelvoudige AF): De scherpstelling blijft vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt. Kies voor stilstaande onderwerpen. • C (continu AF): Scherpte wordt continu aangepast om veranderingen in de afstand tot het onderwerp te weerkaatsen terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Gebruik voor bewegende onderwerpen. Oogdetectie AF is niet beschikbaar. • M (handmatig): Handmatige scherpstelling met de scherpstelring van de lens. Draai de ring naar links om de scherpstelafstand te verkleinen, naar rechts om deze te vergroten. De handmatige scherpstelindicator geeft aan hoe goed de scherpstelafstand overeenkomt met de afstand tot het onderwerp tussen de scherpstelhaakjes (de witte lijn geeft de scherpstelafstand aan, de blauwe balk de scherptediepte, of met andere woorden de afstand voor en achter het scherpstelpunt waarop scherpgesteld wordt); u kunt de scherpstelling ook visueel bekijken met de zoeker of op het lcd-scherm. Kies voor handmatige scherpstelling of in situaties waarbij de camera niet scherp kan stellen met automatische scherpstelling (P 81). Verminder de scherpstelafstand Vergroot de scherpstelafstand Scherpstelafstand (witte lijn) Pictogram handmatige scherpstelstand 㹋 Handmatige scherpstelindicator Scherptediepte (blauwe balk) R Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > SCHERPSTELRING (P 122) om de draairichting van de scherpstelring te keren. R Voor het gebruik van autofocus om scherp te stellen op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelgebied (P 72), druk op de AEL/AFL -knop (de grootte van het scherpstelgebied kan worden gekozen met de achterste instelschijf ). In de handmatige scherpstelstand kunt u met deze functie snel scherp stellen op een bepaald onderwerp met behulp van enkelvoudig of continu AF volgens de optie die is gekozen voor G AF/MF INSTELLINGEN > DIRECT AF-INSTELLING (P 96). R Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > FUNCTIE-INS. (Fn) voor het wijzigen van de functie van de AEL/AFL-knop of om zijn standaardfunctie aan een andere knop toe te wijzen. 68 Scherpstelstand ■ De scherpstelindicator De scherpstelindicator wordt groen wanneer op het onderwerp is scherpgesteld en knippert wit wanneer de camera niet in staat is om scherp te stellen. Haakjes (“( )”) geven aan dat de camera aan het scherpstellen is en worden continu weergegeven in stand C. j wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand. 1000 3.3 +1.0 800 Scherpstelindicator Scherpstelling controleren Om in te zoomen op het huidige scherpstelgebied (P 72) voor precieze scherpstelling, druk op het midden van de achterste instelschijf. Druk op het midden van de achterste instelschijf om inzoomen te annuleren. In de handmatige scherpstelstand, kan het zoomen worden aangepast door aan de instelschijf te draaien wanneer STANDAARD of FOCUS M M PIEK HIGHLIGHT wordt geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN > HF ASSISTENTIE (P 96), terwijl als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN > SCHERPSTELLOEP (P 96) zal de camera automatisch inzoomen op het geselecteerde scherpstelgebied wanneer aan de scherpstelring wordt gedraaid. Scherpstelzoom is niet beschikbaar in de scherpstelstand C of wanneer G AF/MF INSTELLINGEN > PRE-AF (P 94) aan is of een andere optie dan r ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING (P 71). Meer over fotografie en afspelen R De camera kan de scherpstelafstand in meters of feet aangeven. Gebruik D SCHERMINSTELLINGEN > EENHEDEN AF-SCHAAL (P 120) om de gebruikte eenheden te kiezen. R Als AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN > PRE-AF (P 94), zal de scherpstelling continu worden aangepast in modi S en C, zelfs wanneer de ontspanknop niet wordt ingedrukt. R Gebruik D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > FUNCTIE-INS. (Fn) voor het wijzigen van de functie van het midden van de instelschijf, of om zijn standaardfunctie aan een andere knop toe te wijzen. 69 Scherpstelstand ■ HF assistentie De G AF/MF INSTELLINGEN > HF ASSISTENTIE (P 96) -optie kan worden gebruikt om de scherpstelling te controleren wanneer foto’s worden geframed in de LCD-monitor of de elektronische weergavezoeker in handmatige scherpstelstand. R Het menu HF ASSISTENTIE kan worden weergegeven door het midden van de achterste-instelschijf ingedrukt te houden. De volgende opties zijn beschikbaar: • FOCUS PIEK HIGHLIGHT: Markeert contrastrijke contouren. Draai aan de scherpstelring tot het onderwerp is gemarkeerd. • DIGITAAL SPLITSEN BEELD: Geeft een gespleten afbeelding in het midden van het beeld. Kadreer het onderwerp in het gesplitste beeldveld en draai aan de scherpstelring totdat de drie delen van het gesplitste beeld juist zijn uitgelijnd. 70 Scherpstelstand Autofocus opties (Scherpstelling) Meer over fotografie en afspelen Voor het kiezen van de scherpstelling voor scherpstelstanden S en C, druk op de functietoets (Fn5) om de hieronder getoonde opties weer te geven, druk vervolgens op de selectieknop omhoog of omlaag om een optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren. • r ENKEL PUNT: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt (P 73). Het aantal scherpstelpunten beschikbaar kan worden geselecteerd met behulp van G AF/MF INSTELLINGEN > AANTAL FOCUSPUNTEN (P 94). Gebruik deze optie om scherp te stellen op een geselecteerd onderwerp. • y ZONE: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt (P 74). Scherpstelling zones bevatten ook meerdere scherpstelpunten (7 × 7, 5 × 5, of 3 × 3) om makkelijker scherp te stellen op bewegende onderwerpen. • z GROOTHOEK/TRACKING: In de scherpstelstand C, de camera volgt het scherpstellen op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt (P 75). In de scherpstelstand S, stelt de camera automatisch scherp op contrastrijke onderwerpen; de gebieden waarop wordt scherpgesteld worden op het display weergegeven. De camera kan mogelijk niet scherpstellen op kleine voorwerpen of snel bewegende onderwerpen. R Scherpstellingopties kunnen ook worden benaderd met behulp van G AF/MF INSTELLINGEN > SCHERPSTELLING (P 94). 71 Scherpstelstand Scherpstelpuntselectie De scherpstelstok (scherpstelhendel) kan ook worden gebruikt voor het kiezen van het scherpstelpunt voor autofocus. De procedure voor het selecteren van het scherpstelpunt varieert afhankelijk van de optie die is gekozen voor scherpstelling (P 71). R Scherpstelgebiedselectie kan ook worden gebruikt voor het kiezen van het scherpstelpunt voor handmatige focus en focus zoom. Kantel de scherpstelstok om het gewenste scherpstelframe te positioneren of druk op het midden van de stok om terug te keren naar het middelste scherpstelpunt. Scherpstelframe Beschikbare scherpstellingpunten TTL-contrastdetectie AF biedt meer scherpstelpunten dan intelligente hybride AF, welke fasedetectie combineert met TTL-contrastdetectie AF. TTL contrast-detectie 72 Intelligente hybride AF (TTL contrastdetectie AF + fasedetectie AF) Scherpstelstand De scherpstellingpuntweergave R Scherpstelgebied selectie kan ook worden benaderd met behulp van G AF/MF INSTELLINGEN > SCHERPSTELGEBIED (P 94). ■ Enkel punt AF Druk op het midden van de scherpstelstok om de scherpstelpunten (“”) en scherpstelframe weer te geven. Gebruik de selectieknop om het gewenste scherpstelframe te positioneren of druk op op het midden van de stok om terug te keren naar het midden. Scherpstelpunt Scherpstelframe Meer over fotografie en afspelen De scherpstelstok (scherpstelhendel) kan worden gebruikt om beschikbare scherpstelpunten te weergeven. Om de grootte van het scherpstelframe te kiezen, draai aan de achtersteinstelschijf. Draai de instelschijf naar links om het beeld tot maximaal 50% te verkleinen, rechts om de foto tot maximaal 150% te vergroten, of druk op de instelschijf om het beeld naar het oorspronkelijke formaat terug te zetten. Druk op MENU/OK om de instelling in werking te stellen. 73 Scherpstelstand ■ Zone AF Druk op het midden van de scherpstelstok om de scherpstelzone weer te geven. Gebruik de stok om de zone te positioneren of druk op het midden van de stok om de zone terug te keren naar het midden van het scherm. Om de grootte van het scherpstelframe te kiezen in de zone, draai aan de achterste-instelschijf. Draai de instelschijf naar rechts om door zonegroottes in de volgorde 3 × 3, 5 × 5, 7 × 7, 3 × 3… te bladeren, links om door de zonegroottes in omgekeerde volgorde te bladeren, of druk op het midden van de instelschijf zonegrootte van 3 × 3 te selecteren. Druk op MENU/OK om de instelling in werking te stellen. 74 Zone scherpstelling Scherpstelstand ■ Tracking (Alleen Scherpstelstand C) Scherpstelframe Q Handmatige scherpstelframeselectie is niet beschikbaar wanneer groothoek/tracking is geselecteerd in de scherpstelstand S. Burst-modus scherpstelframe selectie Wanneer een beeldsnelheid van 8 bps is geselecteerd voor drive-modus, zal het aantal scherpstelframes beschikbaar in de scherpstelmodus C dalen. Enkel punt Zone Meer over fotografie en afspelen Druk op het midden van de scherpstelstok om de scherpstelframe weer te geven. Gebruik de stok om het gewenste scherpstelframe te positioneren of druk op het midden van de stok om de frame terug te keren naar het middelste van het scherm. Druk op MENU/OK om de instelling in werking te stellen. Scherpstelling aan de camera volgt het onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Groothoek/tracking 75 Lange tijdopnamen (T/B) Selecteer een sluitertijd van T (tijd) of B (bulb) voor lange tijdopnamen. R Gebruik van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het belichten te voorkomen. R Om “ruis” (spikkels) te voorkomen bij lange tijdopnamen, selecteer AAN voor H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > L BEL. RO (P 92). Let op dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotograferen hierdoor langer kan worden. Tijd (T) Bulb (B) 1 Draai de instelschijf van de sluitertijd naar T. naar B. 2 Draai aan de achterste commandoschijf om een sluitertijd te kiezen. S 2” 3 Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met de geselecteerde sluitertijd. Een aftellende timer wordt weergegeven terwijl er belicht wordt. 76 1 Draai de instelschijf van de sluitertijd 2 Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt; het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting begon. R Door diafragma van A te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld op 30 sec. Lange tijdopnamen (T/B) Een afstandsontspanner gebruiken Afstandsontspanner s van derden Daarnaast is het ook mogelijk elektronische afstandsontspanners van derden aan te sluiten via de aansluiting voor de microfoon/ afstandsontspanner. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven wanneer een ontspanner van een derde partij verbonden is; druk op MENU/OK en selecteer n AFST.B voor MIC/AFSTANDSBED.. CONTROLEER MIC/AFSTANDSLUITER INSTELLING OVERSLAAN SET Meer over fotografie en afspelen Een optionele RR-90 afstandsontspanner kan gebruikt worden voor langdurige belichting. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de RR-90 werd geleverd voor meer informatie. 77 De zelfontspanner Gebruik de zelfontspanner voor zelfportretten of om bewegingsonscherpte te voorkomen die wordt veroorzaakt door camerabewegingen. 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. 4 Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. Q Ga achter de camera staan wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de lens staat, heeft dit invloed op de scherpstelling en de belichting. 5 Druk de ontspanknop verder 2 Selecteer het A OPNAME- INSTELLINGEN tabblad (P 89), dan markeer ZELFONTSPANNER en druk op MENU/OK. 3 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren. Optie Beschrijving De sluiter wordt twee seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Gebruik deze R 2 SEC stand om bewegingsonscherpte, veroorzaakt door de bewegende camera als gevolg van het indrukken van de ontspanknop te, voorkomen. De sluiter wordt tien seconden na het indrukken S 10 SEC van de ontspanknop ontspannen. Dit kunt u gebruiken voor foto’s waarin u zelf wilt voorkomen. UIT De zelfontspanner is uitgeschakeld. 78 9 in om de timer starten. De aanduiding op het scherm laat het aantal seconden tot het openen van de sluiter zien. Om de zelfontspanner te onderbreken voordat de foto is genomen, druk op DISP/BACK. Vlak voordat de foto wordt genomen, begint het zelfontspannerlampje op de voorkant van de camera te knipperen. Als de vertraging van twee seconden is geselecteerd, dan knippert het zelfontspannerlampje gedurende deze tijd. R De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Intervalfotografie 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Selecteer het A OPNAME-INSTELLINGEN tabblad (P 89), dan markeer INTERVAL-TIMEROPNAME en druk op MENU/OK. 2 Gebruik de selectieknop om het interval en het aantal opnamen te kiezen. Druk op INTERVAL/AANTAL KEER INTERVAL AANTAL KEER MENU/OK om door te gaan. EIND 3 Gebruik de selectieknop om starttijd te kiezen en druk dan op MENU/OK. De opname ANNULEREN Meer over fotografie en afspelen Volg de onderstaande stappen om de camera te configureren voor het automatisch foto’s maken in een vooringesteld interval. START WACHTTIJD start automatisch. LATER VERWACHTE STARTTIJD 11 : 00 PM START ANNULEREN Q Intervalfotografie kan niet worden gebruikt bij een sluitertijd van B (lamp) of tijdens meervoudige belichtingsfotografie. In continustand, kan er slechts één foto worden gemaakt wanneer de sluiter wordt ontspannen. R Gebruik van een statief wordt aanbevolen. R Controleer het batterijniveau alvorens te beginnen. Wij raden het gebruik van een optionele AC-9 V AC netstroomadapter en CP-W126 DC koppelstuk aan. R Het display schakelt uit tussen opnamen en licht op enkele seconden voordat de volgende foto wordt gemaakt. Het beeldscherm kan op elk moment worden geactiveerd door de ontspanknop helemaal in te drukken. 79 Scherpstelling/belichtinsvergrendeling Voor fotocomposities waarbij het onderwerp zich niet in het midden van het beeld bevindt: 1 Scherpstelling: Positioneer het onderwerp in het midden van het scherpstelframe en druk de ontspanknop half in om de scherpstelling en de belichting te vergrendelen. De scherpstelling en de belichting worden vergrendeld zolang de ontspanknop half ingedrukt blijft (AF/AE-vergrendeling). P R AEL/AFL-knop. De functie uitgevoerd door de AEL/AFL-knop kan worden geselecteerd met behulp van de knop D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > FUNCTIE-INS. (Fn) (P 47): kies uit de ENKEL AE-VERG. (het drukken op de AEL/AFL vergrendelt de belichting maar niet de scherpstelling), ENKEL AF-VERG. (het indrukken van de AEL/AFL vergrendelt de scherpstelling maar niet de belichting), en AE/AF-VERGRENDEL. (het indrukken van de AEL/AFL vergrendelt zowel de scherpstelling als de belichting). 2 Opnieuw samenstellen: Houd de ontspanknop half ingedrukt of houd de AEL/AFL-knop ingedrukt. R Scherpstelling en/of belichting blijven vergrendeld zolang de AEL/AFL-knop wordt ingedrukt, ongeacht of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Als de AE/AF-VERG AAN/UIT is geselecteerd voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > MODUS AE/AF-VERG. (P 122), vergrendelen scherpstelling- en/of belichting wanneer de knop wordt ingedrukt en blijven vergrendeld totdat de knop nogmaals wordt ingedrukt. 3 Maak de foto: Druk de ontspanknop volledig in. 80 P Scherpstelling/belichtinsvergrendeling Meer over fotografie en afspelen Autofocus Hoewel de camera is uitgerust met uiterst nauwkeurige automatische scherpstelling, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld op onderstaande onderwerpen. • Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of auto’s. • Onderwerpen die zich achter een raam of andere reflecterende voorwerpen bevinden. • Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van reflecteren, zoals haar of bont. • Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur. • Onderwerpen die niet contrasteren met de achtergrond. • Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden dat eveneens in het scherpstelframe valt (bijvoorbeeld een onderwerp tegen een achtergrond met veel contrasterende elementen). 81 Fotograferen met de flitser Gebruik de ingebouwde flitser voor extra verlichting wanneer u ‘s nachts of binnenshuis bij weinig licht fotografeert. 1 Selecteer F FLITSINSTELLINGEN in het opnamemenu en, na bevestiging dat AAN is geselecteerd voor Ingebouwde Flits, selecteer FLASHFUNCTIE-INSTELLING om de flitsopties weer te geven. Q Het kiezen van UIT voor Ingebouwde Flits schakelt de ingebouwde flits uit. 2 Markeer items met behulp FLITSINSTELLINGEN FLASHFUNCTIE-INSTELLING VERWIJDER R. OGEN MODUS TTL VERGRENDELEN LED-LICHTINSTELLING MASTER-INSTELLING CH-INSTELLING Ingebouwde Flits AAN VERLATEN FLITSINSTELLINGEN FLASHFUNCTIE-INSTELLING VERWIJDER R. OGEN MODUS TTL VERGRENDELEN AAN LED-LICHTINSTELLING UIT MASTER-INSTELLING CH-INSTELLING Ingebouwde Flits MODUS Ingebouwde Flits van de keuzeknop en draai aan de achterste commandoschijf om de gemarkeerde instelling te veranderen. 3 Druk op DISP/BACK om de veranderingen in werking te stellen. Q De flitser zal niet afgaan bij een aantal instellingen, bijvoorbeeld in panoramamodus of wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt. Q Kies een sluitertijd langer dan 1/2000 bij gebruik van de flitser in belichtingsmodus S (sluitertijdprioriteit AE) of handmatig (M). 82 R De flitser zal niet flitsen als UIT is geselecteerd voor GELUID & FLITSER in het D GEBRUIKERSINSTELLINGEN-menu. R In de TTL-modus kan de flitser meerdere keren afgaan bij iedere opname. Houd de camera stil totdat de opname volledig klaar is. R Optionele lenskappen worden niet aanbevolen voor gebruik met de ingebouwde flits omdat ze schaduwen kunnen werpen, die vignettering veroorzaken. Rode-ogenverwijdering Rode ogen verwijderen is beschikbaar als een andere optie dan UIT is geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN > VERWIJDER R. OGEN en G AF/MF INSTELLINGEN > INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. op AAN staat. Het verwijderen van rode ogen reduceert “rode ogen” veroorzaakt wanneer licht van de flitser wordt weerkaatst in de pupillen van het onderwerp. Flitssynchronisatiesnelheid De flitser synchroniseert met de sluiter op sluitertijden van 1/2000 sec. of langer. Optionele flitsers De camera kan ook worden gebruikt met optionele FUJIFILM-flitsers die op de accessoireschoen worden geplaatst (P 141). Gebruik geen flitsers van derden die meer dan 300 V toepassen op de accessoireschoen van de camera. Fotograferen met de flitser FLASHFUNCTIE-INSTELLING B Flitsmodus (TTL): Kies een flitsmodus voor TTL-flitsbediening. De beschikbare opties zijn afhankelijk van de opnamestand (P, S, A, of M) die is geselecteerd. • E (FLASH AUTO): De flitser flitst alleen indien nodig; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. Een p-pictogram weergegeven als de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan dat de flitser zal flitsen als de foto wordt genomen. • F (STANDAARD): De flitser flitst bij elke foto indien mogelijk; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. • G (TRAGE SYNC.): Combineer de flitser met een lange sluitertijd bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen een achtergrond met nachtdecor. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. D Synchroniseren: Kies of de flitser wordt getimed om direct nadat de sluiter opent te flitsen (H/1E GORDIJN) of direct voordat deze sluit (I/2E GORDIJN). 1E GORDIJN wordt aanbevolen in de meeste omstandigheden. Ingebouwde Flits AANPASSEN A C MODUS EINDE Flitsbedieningsmodus: Kies uit de volgende opties. • A (TTL): TTL-modus. Pas de flitscompensatie aan (B) en kies een flitsmodus (C). • B (M): De flitser flitst bij de geselecteerde output (B), ongeacht de helderheid van het onderwerp of de camerainstellingen. Uitvoer wordt uitgedrukt in fracties van volledige sterkte, van 1/1 tot 1/64. De gewenste resultaten kunnen niet worden bereikt bij lage waarden als zij buiten de grenzen van het flitsbedieningssysteem vallen; maak een testopname en controleer de resultaten. • C (COMMANDER): Kies of de flitser wordt gebruikt om de op afstand gesynchroniseerde flitsers te bedienen, bijvoorbeeld als deel van een studioflitssysteem. • D (OFF): De flitser flitst niet. Meer over fotografie en afspelen De volgende opties zijn beschikbaar met de ingebouwde flits: Flitscompensatie/output: Pas het flitsniveau aan. De beschikbare opties verschillen per geselecteerde flitsbedieningsmodus (A). 83 Foto’s maken in RAW-formaat Om ruwe, onbewerkte gegevens van de camerabeeldsensor op te nemen, selecteer de optie RAW voor beeldkwaliteit in het opnamemenu, zoals hieronder beschreven. JPEG-kopieën van RAW-afbeeldingen kunnen worden gemaakt met behulp van C MENU VOOR HERBEKIJKEN > RAW-CONVERSIE, of u kunt RAW-afbeeldingen bekijken op een computer met behulp van de RAW FILE CONVERTER EX 2.0-applicatie (P 85, 132). 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Selecteer het H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT tabblad (P 89), dan markeer BEELDKWALITEIT (P 90) en druk op MENU/OK. 2 Markeer een optie en druk op MENU/OK. Selecteer RAW om alleen RAW-afbeeldingen vast te leggen of FINE+RAW of NORMAL+RAW om zowel een JPEG-kopie samen met de RAW-afbeeldingen vast te leggen. FINE+RAW gebruikt minder JPEG-compressieverhoudingen voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl NORMAL+RAW meer JPEG-compressieverhoudingen gebruikt zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen. De Functie-knoppen Om RAW beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor een enkele foto, wijs RAW toe aan een van de (P 47). Als een JPEG-optie momenteel is geselecteerd voor beeldkwaliteit zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige JPEG+RAW-optie selecteren. Als een JPEG+RAW-optie momenteel is geselecteerd, zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige JPEG-optie selecteren, terwijl als RAW is geselecteerd, het drukken op de knop tijdelijk FINE selecteert. Het maken van een foto of nogmaals op de knop drukken herstelt de vorige instelling. 84 Foto’s maken in RAW-formaat JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken 1 Druk op MENU/OK tijdens het afspelen om het afspeelmenu weer te geven, druk vervolgens de selectieknop omhoog of omlaag om C MENU VOOR HERBEKIJKEN > RAW-CONVERSIE (P 108) te markeren en druk op MENU/OK om de instellingen in de rechts aangeduide lijst weer te geven. R Deze opties kunnen tevens worden weergegeven door op de Q-knop te drukken tijdens het afspelen. 2 Druk op de selectieknop RAW-CONVERSIE REFLECT OPN. COND. PUSH/PULL-VERWERKING DYNAMISCH BEREIK FILMSIMULATIE KORRELEFFECT WITBALANS omhoog of omlaag om een instelling te markeren en druk op de keuzeknop rechts om te selecteren. Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren en terug te keren naar de lijst met instellingen. Herhaal deze stap om andere instellingen aan te passen. CREEREN ANNULEREN Instelling Beschrijving Een JPEG-kopie maken met de instellingen die REFLECT OPN. COND. op het moment van fotograferen van kracht waren. PUSH/PULLPas de belichting aan met –1 EV tot +3 EV in VERWERKING stappen van 1/3 EV. Verbeter details in highlights voor een natuurDYNAMISCH BEREIK lijk contrast (P 91). Bootst de effecten na van verschillende filmsFILMSIMULATIE oorten (P 65). KORRELEFFECT Voeg een filmkorrel effect toe (P 91). WITBALANS Pas de witbalans aan (P 66). WB VERSCHUIVING Fijnafstelling witbalans (P 66). HIGHLIGHT TINT Highlights aanpassen (P 91). SCHADUWTINT Schaduwen aanpassen (P 91). KLEUR De kleurdichtheid aanpassen (P 92). SHERPTE Contouren verscherpen of verzachten (P 92). RUISONDERDRUK- Bewerk de kopie om spikkels te verminderen KING (P 92). Kies de kleurr die bij de kleurreproductie moet KLEURR worden gebruikt (P 92). Meer over fotografie en afspelen Bij RAW-foto’s worden de camera-instellingen en de gegevens van de beeldsensor apart opgeslagen. Door middel van C MENU VOOR HERBEKIJKEN > RAW-CONVERSIE (P 109), kunt u JPEG-kopieën van RAWfoto’s maken met andere opties voor de hieronder genoemde instellingen. Het origineel blijft onaangetast, waardoor een RAW-foto op meerdere verschillende manier kan worden verwerkt. 3 Druk op de Q-knop om een voorbeeld te bekijken van de JPEG-kopie en druk op MENU/OK om op te slaan. 85 Instellingen opslaan Sla maximaal 7 aangepaste camera-instellingen op voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellingen kunnen worden teruggehaald met de optie H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > KIES INST. OP MAAT (P 93). 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Selecteer het H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT tabblad (P 89), dan markeer BEW/ BEW INST. OP M (P 93) en druk op MENU/OK. 2 Markeer de geheugenbank met de aangepaste instellingen en druk op MENU/OK om te selecteren. Pas het volgende desgewenst aan en druk op DISP/BACK wanneer de aanpassingen zijn voltooid: DYNAMISCH BEREIK, FILMSIMULATIE, KORRELEFFECT, WITBALANS, HIGHLIGHT TINT, SCHADUWTINT, KLEUR, SHERPTE, en RUISONDERDRUKKING. INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT KIES INST. OP MAATAANGEPAST 1 AANGEPAST 2 BEW/BEW INST. OP M AANGEPAST 3 AANGEPAST 4 AANGEPAST 5 AANGEPAST 6 AANGEPAST 7 CUSTOM 1 ACT. INST. OPSL DYNAMISCH BEREIK FILMSIMULATIE KORRELEFFECT WITBALANS HIGHLIGHT TINT SCHADUWTINT KLEUR VERLATEN R Om de instellingen in de geselecteerde geheugenbank te vervangen door de huidige camera-instellingen, selecteer ACT. INST. OPSL en druk op MENU/OK. 3 Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer OK en druk op MENU/OK. INST. OP MAAT OPSLAAN OP MAAT 1 GOED INGESTELD? OK ANNULEREN 86 Fotoboekhulp Maak boeken van uw favoriete foto’s. 1 Selecteer NIEUW BOEK voor C MENU VOOR HERBEKIJKEN > FOTOBOEK HULP (P 108). 2 Blader door de beelden en druk op de selectieknop omhoog om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op de selectieknop omlaag om het huidige beeld op de omslag weer te geven. Druk op MENU/OK om af te sluiten wanneer het boek is voltooid. R Noch foto’s die kleiner zijn dan a noch films kunnen voor fotoboeken worden geselecteerd. R De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto. Druk op de selectieknop omlaag om een andere omslagfoto te selecteren. 3 Markeer FOTOBOEK VOLTOOIEN en druk op MENU/OK (kies ALLES SELECTEREN om alle foto’s, of alle foto’s die aan de opgegeven zoekcriteria voldoen, voor het boek te selecteren). Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het menu fotoboek hulp toegevoegd. Q Fotoboeken kunnen tot 300 foto’s bevatten. Q Boeken zonder foto’s worden automatisch verwijderd. Meer over fotografie en afspelen Een fotoboek maken 87 Fotoboekhulp Fotoboeken bekijken Fotoboeken bewerken of verwijderen Markeer een boek in het menu Fotoboek hulp en druk op MENU/OK om het boek weer te geven en druk vervolgens op de selectieknop links of rechts om door de foto’s te bladeren. Geef het fotoboek weer en druk op MENU/OK. De volgende opties worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de aanwijzingen op het scherm. • BEWERKEN: Bewerk het fotoboek zoals beschreven in “Een fotoboek maken” (P 87). • WISSEN: Wis het fotoboek. Fotoboeken Fotoboeken kunnen worden gekopieerd naar een computer met behulp van MyFinePix Studio-software (P 132). 88 Menu’s De menu’s gebruiken: Opnamestand Het opnamemenu kan worden gebruikt om de instellingen aan te passen aan een grote selectie opnameomstandigheden. Vaak gebruikte opties kunnen worden opgeslagen op een gepersonaliseerde custommenu (“MIJN MENU”). Met behulp van het opnamemenu 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het menu weer te geven. 4 Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het menu te plaatsen. INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT 5 Druk op de selectieknop omhoog BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT of omlaag om het gewenste item te markeren. 2 Druk op de selectieknop links op het tabblad om het huidige menu te markeren. INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT 6 Druk op de selectieknop rechts om opties voor het gemarkeerde item weer te geven. Menu’s VERLATEN 7 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie markeren. 8 Druk op MENU/OK om de gemarkeerde optie te selecteren. VERLATEN Tab 3 Druk op de selectieknop omlaag om het tabblad (H,G,A,F,B, of E) met de gewenste optie te markeren. 9 Druk DISP/BACK opnieuw op om terug te keren naar de opnameweergave. R Gebruik de voorste instelschijf om menutabbladen te selecteren of door menu’s te bladeren en de achterste instelschijf om menu-items te markeren. 89 De menu’s gebruiken: Opnamestand H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT Om opname-instellingen aan te passen die invloed hebben op beeldkwaliteit, druk op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het H (INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT) tabblad (P 89). INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT VERLATEN BEELDGROOTTE Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken foto’s. Beeldverhouding Foto’s met een beeldverhouding van 3 : 2 hebben dezelfde afmetingen als een beeld van een kleinbeeldfilm (35 mm), terwijl een beeldverhouding van 16 : 9 geschikt is voor weergave op High Definition (HD) apparaten. Foto’s met een beeldverhouding van 1 : 1 zijn vierkant. Optie O3:2 O 16 : 9 O1:1 P3:2 P 16 : 9 P1:1 Voor afdrukken tot 6000 × 4000 6000 × 3376 4000 × 4000 4240 × 2832 4240 × 2384 2832 × 2832 Optie Q3:2 Q 16 : 9 Q1:1 Voor afdrukken tot 3008 × 2000 3008 × 1688 2000 × 2000 BEELDGROOTTE wordt niet hersteld als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer een andere opnamestand wordt geselecteerd. BEELDKWALITEIT Selecteer een bestandsformaat en compressieverhouding. Selecteer FINE of NORMAL om JPEG-foto’s op de nemen, RAW om RAWfoto’s op te nemen, of FINE+RAW of NORMAL+RAW om zowel JPEG- als RAW-foto’s te maken. FINE en FINE+RAW gebruiken minder JPEG-compressie voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl NORMAL en NORMAL+RAW meer JPEG-compressie gebruiken zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen. RAW OPNAME Kiezen of u RAW-beelden comprimeert. Optie GEDECOMPRIMEERD VERLIESVRIJ GECOMPRIM. 90 Beschrijving RAW-beelden worden niet gecomprimeerd. RAW-beelden worden gecomprimeerd met een omkeerbaar algoritme dat de bestandsgrootte vermindert zonder verlies van beeldgegevens. De beelden kunnen worden bekeken in RAW FILE CONVERTER EX 2.0 of andere software die “lossless” RAW-compressie ondersteunt (P 132). De menu’s gebruiken: Opnamestand FILMSIMULATIE Boots de effecten na van verschillende filmsoorten (P 65). KORRELEFFECT Voeg een filmkorrel effect toe. Opties: STERK/ZWAK/UIT DYNAMISCH BEREIK Regel het contrast. Kies een lagere waarde om het contrast te verhogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotografeert. Een hogere waarde vermindert het verlies aan detail in hoge lichten en diepe schaduwen als u contrastrijke onderwerpen fotografeert. Hogere waarden zijn aanbevolen voor onderwerpen waarin zowel zonlicht als diepe schaduwen voorkomen, voor onderwerpen met hoge contrasten zoals op water reflecterend zonlicht, helder verlichte herfstbladeren, portretfoto’s met een blauwe lucht als achtergrond en witte voorwerpen of mensen in witte kleren. Let er echter op dat spikkels kunnen verschijnen op foto’s die met hogere waarden zijn gemaakt. WITBALANS Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron (P 66). Menu’s R Als AUTO is geselecteerd, kiest de camera automatisch V 100% of W 200%, afhankelijk van het beeld en de opnameomstandigheden. De sluitertijd en het diafragmagetal worden weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. R W 200% is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 400 en hoger, X 400% bij gevoeligheden van ISO 800 en hoger. HIGHLIGHT TINT Het uiterlijk van de hoge lichten aanpassen. Opties: +4/+3/+2/+1/0/-1/-2 SCHADUWTINT Het uiterlijk van de schaduwen aanpassen. Opties: +4/+3/+2/+1/0/-1/-2 91 De menu’s gebruiken: Opnamestand KLEUR Kleurdichtheid aanpassen. Opties: +4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4 SHERPTE Contouren verscherpen of verzachten. Opties: +4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4 RUISONDERDRUKKING Verminder de ruis in foto’s die bij hoge gevoeligheden zijn genomen. Opties: +4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4 L BEL. RO Selecteer AAN om spikkels in lange tijdopnamen te verminderen (P 76). Opties: AAN/UIT KLEURR Kies het kleurengamma dat beschikbaar is voor kleurreproductie. Optie sRGB Adobe RGB 92 Beschrijving Aanbevolen voor de meeste situaties. Voor commercieel drukwerk. De menu’s gebruiken: Opnamestand PIXELMAPPING Gebruik deze optie als u lichtpuntjes in uw foto’s merkt. 1 Druk op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT tabblad (P 89). 2 Markeer PIXELMAPPING en druk op MENU/OK om pixel mapping uit te voeren. Q Q Q Q De resultaten zijn niet gegarandeerd. Zorg ervoor dat de batterij volledig is opgeladen voordat u met pixelmapping begint. Pixel mapping is niet beschikbaar wanneer de temperatuur van de camera verhoogd is. Verwerking kan enkele seconden duren. KIES INST. OP MAAT Opgeslagen instellingen laden met BEW/BEW INST. OP M. Opties: AANGEPAST 1/AANGEPAST 2/AANGEPAST 3/AANGEPAST 4/AANGEPAST 5/AANGEPAST 6/AANGEPAST 7 BEW/BEW INST. OP M Instellingen opslaan (P 86). Menu’s 93 De menu’s gebruiken: Opnamestand G AF/MF INSTELLINGEN Om de scherpstelinstellingen aan te passen, drukt u op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het G (AF/MF INSTELLINGEN) tabblad (P 89). De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamestand. AF/MF INSTELLINGEN SCHERPSTELGEBIED SCHERPSTELLING AF-PUNTDISPLAY AANTAL FOCUSPUNTEN PRE-AF AF-HULPLICHT INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. AF+MF VERLATEN SCHERPSTELGEBIED Kies het scherpstelgebied (P 73). Scherpstelgebiedselectie kan ook worden gebruikt voor het kiezen van het scherpstelpunt voor handmatige focus en focus zoom. SCHERPSTELLING Kies de scherpstelling voor de scherpstelstanden S en C (P 71). AF-PUNTDISPLAYyz AF-PUNTDISPLAY yz Kies of afzonderlijke scherpstelpunten worden afgebeeld wanneer ZONE of GROOTHOEK/TRACKING is geselecteerd voor SCHERPSTELLING. Opties: AAN/UIT AANTAL FOCUSPUNTEN Kies het aantal scherpstelpunten dat beschikbaar is voor de selectie van het scherpstelpunt in de stand handmatige scherpstelling of wanneer ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING. Optie 91 PUNTEN (7 × 13) 325 PUNTEN (13 × 25) Beschrijving Kies uit 91 aandachtspunten opgesteld in een 7- bij 13-punts raster. Kies uit 325 aandachtspunten opgesteld in een 13- bij 25-punts raster. PRE-AF Als AAN is geselecteerd, dan zal de camera de scherpstelling blijven aanpassen, zelfs wanneer de sluiterknop niet half wordt ingedrukt voor een betere sluiterreactie. Merk op dat dit het leegraken van de batterij versnelt. Opties: AAN/UIT 94 De menu’s gebruiken: Opnamestand AF ILLUMINATOR AF-HULPLICHT Als deze instelling AAN staat, gaat de AF-hulpverlichting branden om het automatische scherpstellen te ondersteunen. Q Het kan voorkomen dat de camera niet in staat is om scherp te stellen terwijl het AF-hulplicht wordt gebruikt. Als de camera niet in staat is om scherp te stellen in de macrostand, vergroot dan de afstand tot het onderwerp en probeer het opnieuw. Q Schijn met het AF-hulplicht niet recht in de ogen van het onderwerp. Opties: AAN/UIT Optie GEZICHT AAN/OOG UIT GEZICHT AAN/OOG AUTO GEZ. AAN/PRIOR. R.OOG GEZ. AAN/PRIOR. L.OOG GEZICHT UIT/OOG UIT Beschrijving Uitsluitend intelligente gezichtsdetectie. De camera kiest automatisch welke oog zich op te richten wanneer een gezicht wordt gedetecteerd. De camera richt zich op het rechter oog van personen gedetecteerd met behulp van intelligente gezichtsdetectie. De camera richt zich op het linker oog van personen gedetecteerd met behulp van intelligente gezichtsdetectie. Intelligente gezichtsdetectie en oog prioriteit uit. Menu’s INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. Intelligente gezichtsdetectie stelt in de gehele foto de scherpstelling en belichting in voor gezichten van mensen, waarbij wordt voorkomen dat de camera niet de achtergrond scherpstelt in groepsportretten. Kies voor foto’s die portretonderwerpen benadrukken. Gezichten kunnen met de camera in verticale of horizontale richting worden gedetecteerd; als er een gezicht is gedetecteerd, wordt dit aangeduid door een groene rand. Als er zich meerdere gezichten in de foto bevinden, zal de camera het gezicht dat zich het dichtst bij het midden bevindt selecteren; andere gezichten worden met witte randen aangeduid. U kunt ook kiezen of de camera de ogen detecteert en scherpstelt wanneer de Intelligente gezichtsdetectie aan staat. Kies uit de volgende opties: R Als de camera niet in staat is om de ogen van het onderwerp te detecteren doordat deze verborgen zijn door haar, een bril, of andere objecten, dan zal de camera scherpstellen op de gezichten. Q In sommige standen is het mogelijk dat de camera de belichting voor de gehele foto in plaats van het portretonderwerp instelt. Q Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, dan bevindt het gezicht zich mogelijk niet in het gebied met de groene rand bij het maken van de foto. 95 De menu’s gebruiken: Opnamestand AF+MF Als AAN is geselecteerd in scherpstelmodus S, kan de scherpstelling handmatig worden aangepast door aan de scherpstelring te draaien terwijl de scherpstelling is vergrendeld. Zowel standaardopties als opties voor MF assistentie bij scherpstelpieken worden ondersteund. AF + MF Focus Zoom Wanneer AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN > SCHERPSTELLOEP en ENKEL PUNT geselecteerd is voor SCHERPSTELLING,, kan zoom worden gebruikt om in te zoomen op het geselecteerde scherpstelgebied. De zoomfactor (2,5× of 6×) kan STELLING worden geselecteerd met de achterste commandoschijf. Opties: AAN/UIT HF ASSISTENTIE Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand (P 70). Optie Beschrijving STANDAARD Scherpstelling wordt op normale wijze weergegeven (scherpstelpiek en digitaal gesplitst beeld zijn niet beschikbaar). DIGITAAL SPLITSEN BEELD Een zwart-wit (MONOCHROME) of kleur (KLEUR) gespleten beeldweergave. FOCUS PIEK HIGHLIGHT De camera versterkt contrastrijke contouren. Kies een kleur en een piekniveau. SCHERPSTELLOEP Als AAN is geselecteerd, zal de camera automatisch inzoomen op het beeld door de lens wanneer de scherpstelring naar de handmatige scherpstelstand wordt gedraaid (P 69). Opties: AAN/UIT INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD Selecteer AAN om het huidige scherpstelkade te meten wanneer ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING (P 71) en SPOT is geselecteerd voor LICHTMEETSYSTEEM (P 64). Opties: AAN/UIT DIRECT AF-INSTELLING Kies hoe de camera scherpstelt wanneer de AEL/AFL-knop in ingedrukt in de handmatige scherpstelstand (P 68). Optie AF-S AF-C 96 Beschrijving De camera stelt scherp op het moment dat u de knop indrukt (enkelvoudige AF). De camera stelt continu scherp terwijl de knop ingedrukt wordt gehouden (continu AF). De menu’s gebruiken: Opnamestand SCHERPTEDIEPTESCHAAL Kies BASIS FILMFORMAAT om u te helpen praktische evaluaties van de diepte van het veld van de foto’s die worden gezien als prenten en dergelijke te maken, PIXEL BASIS om u te helpen scherptediepte te beoordelen van foto’s die op hoge resoluties zullen worden bekeken op computers of andere elektronische beeldschermen. ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT Kies hoe de camera het scherpstelt in de scherpstelstand AF-S of AF-C. Optie ONTGRENDELEN FOCUS Beschrijving Sluitertijd krijgt voorrang boven de scherpstelling. U kunt foto’s nemen wanneer de camera niet is scherpgesteld. Scherpstelling krijgt voorrang boven de sluitertijd. U kunt alleen foto’s nemen wanneer de camera is scherpgesteld. Helder beeld Menu’s GECORRIGEERD AF-KADER Als AAN wordt geselecteerd, dan wordt een scherpstelframe voor scherpstelafstanden van ongeveer 50 cm toegevoegd aan de weergave in de optische zoeker. Het scherpstelframe voor de huidige scherpstelafstand wordt in groen weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. AAN UIT Scherpstelframe voor scherpstelafstand op oneindig Actieve scherpstelveld (weergegeven in groen wanneer de sluiterknop half wordt ingedrukt) Scherpstelframe voor scherpstelafstand van ongeveer 50 cm Actieve scherpstelveld (weergegeven in groen wanneer de sluiterknop half wordt ingedrukt) 97 De menu’s gebruiken: Opnamestand A OPNAME-INSTELLINGEN Om de opnamefunctie opties aan te passen, drukt u op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het A (OPNAME-INSTELLINGEN) tabblad (P 89). De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamestand. OPNAME-INSTELLINGEN ZELFONTSPANNER INTERVAL-TIMEROPNAME FILMSIMULATIE BKT LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE ISO AUTOM.INSTELLING. CONVERSIELENS DIGITALE TELE-CONV. VERLATEN ZELFONTSPANNER Foto’s maken met de zelfontspanner (P 78). INTERVAL-TIMEROPNAME Pas de instelling voor fotografische intervalopnamen (P 79) aan. FILMSIMULATIE BKT Kies filmsoorten voor bracketing van filmsimulatie (P 57, 65). LICHTMEETSYSTEEM Kies hoe de camera de belichting meet. (P 64). 98 De menu’s gebruiken: Opnamestand SLUITERTYPE Kies de sluitertype. Kies de elektronische sluiter om het sluitergeluid uit te schakelen. Optie t MECHANISCHE SLUITER s ELEKTRONISCHE SLUITER t MECHANISCH + s ELEKTRONISCH Beschrijving Maak foto’s met de mechanische sluiter. Maak foto’s met de elektronische sluiter. De camera kiest het sluitertype overeenkomstig de opnameomstandigheden. R Als een andere optie dan t MECHANISCHE SLUITER is geselecteerd, kunnen sluitersnelheden korter dan 1/4000 s worden gekozen door de schijf voor sluitersnelheden te draaien naar 4000 en dan te draaien aan de achterste commandoschijf. R Wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt, wordt de flitser uitgeschakeld, de sluitertijd en gevoeligheid worden beperkt tot waarden van respectievelijk 1/32000 – 30 sec en ISO 12800 – 200 respectievelijk, en heeft ruisonderdrukking voor lange tijdopnamen geen invloed. In seriestand zijn scherpstelling en belichting vast ingesteld op de waarden voor de eerste opname in elke serie. Menu’s Q Vertekening is mogelijk zichtbaar in opnamen van bewegende onderwerpen gemaakt met de elektronische sluiter, terwijl banden en waas kunnen optreden in opnamen gemaakt onder tl-verlichting of andere flikkerende of onregelmatige verlichting. Respecteer, bij het maken van foto’s met gedempte sluiter, de beeldrechten van uw onderwerp en recht op privacy. 99 De menu’s gebruiken: Opnamestand ISO AUTOM.INSTELLING. Kies de basisgevoeligheid, maximale gevoeligheid en minimale sluitertijd voor automatische ISO-gevoeligheid, welke is geactiveerd door het kiezen van AUTO voor D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN > ISO-SCHIJF INSTELLING(A). Instellingen voor AUTO1, AUTO2, en AUTO3 kunnen afzonderlijk worden aangepast. AUTO1 BASISINSTEL. GEVOELIGHEID MAX. GEVOELIGHEID MIN. SLUITERSNELH 800 Standaard AUTO2 200 1600 1/60 AUTO3 3200 De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de standaard- en maximumwaarden. Gevoeligheid is alleen hoger dan de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd voor optimale belichting langer is dan de waarde geselecteerd voor MIN. SLUITERSNELH. R Als de waarde geselecteerd voor BASISINSTEL. GEVOELIGHEID hoger is dan de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID, BASISINSTEL. GEVOELIGHEID wordt ingesteld op de waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID. R De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan MIN. SLUITERSNELH als foto’s nog steeds onderbelicht zijn bij een waarde geselecteerd voor MAX. GEVOELIGHEID. CONVERSIELENS Pas instellingen voor optionele conversieobjectieven aan. Optie GROOTHOEK TELE UIT Beschrijving Kies bij het gebruik van een optische WCL-X100 conversielens. Kies bij het gebruik van een optische TCL-X100 conversielens. Kies wanneer geen conversielens wordt bevestigd. DIGITALE TELE-CONV. Maak foto’s op verschillende brandpuntsafstanden door gebruik te maken van de digitale teleconverter (P 54). 100 De menu’s gebruiken: Opnamestand ND-FILT Het selecteren van AAN schakelt het ingebouwde Neutral Density (ND)-filter in, zodat de belichting met een equivalent van 3 EV wordt verminderd. Zo kunnen langere sluitertijden of grotere diafragma’s worden gebruikt voor helder verlichte onderwerpen, waardoor het mogelijk is om beweging onscherp te maken of achtergronddetails te verzachten zonder risico op overbelichting. Opties: AAN/UIT DRAADLS COMMUNICT Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk (P 131). R Voor meer informatie, ga naar http://fujifilm-dsc.com/wifi/. Menu’s 101 De menu’s gebruiken: Opnamestand F FLITSINSTELLINGEN Om flitsgerelateerde instellingen aan te passen, drukt u op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het F (FLITSINSTELLINGEN) tabblad (P 89). De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamestand. FLITSINSTELLINGEN FLASHFUNCTIE-INSTELLING VERWIJDER R. OGEN MODUS TTL VERGRENDELEN LED-LICHTINSTELLING MASTER-INSTELLING CH-INSTELLING Ingebouwde Flits VERLATEN FLASHFUNCTIE-INSTELLING Kies een flitsbedieningsmodus, flitsmodus of sync-modus of pas het flitsniveau aan. R De beschikbare opties variëren volgens de flitser. Zie “Het gebruik van flitsers met schoenbevestiging” (P 144) voor meer informatie. VERWIJDER R. OGEN Verwijder rode-ogen-effecten veroorzaakt door de flitser. Optie FLASH+VERWIJDEREN FLASH VERWIJDEREN UIT Beschrijving Een voorflits die rode ogen vermindert wordt gecombineerd met digitale verwijdering van rode ogen. Alleen rode ogen verminderen door middel van flits. Alleen digitaal rode ogen verwijderen. Rode ogen verminderen door middel van flits en digitaal rode ogen verwijderen uitgeschakeld. R Flitser voor rode-ogenreductie kan worden gebruikt in de TTL-flitserregelingstanden. Digitale verwijdering van rode ogen wordt alleen uitgevoerd wanneer een gezicht wordt gedetecteerd en is niet beschikbaar voor RAW-beelden. 102 De menu’s gebruiken: Opnamestand MODUS TTL VERGRENDELEN In plaats van het aanpassen van het flitsniveau per foto kan TTL-flitsbediening worden vergrendeld voor consistente resultaten binnen een reeks foto’s. Optie VERGR. MET L. FLASH VERGR. MET MEETFLASH Beschrijving De flitssterkte wordt vergrendeld op de gemeten waarde voor de meest recente foto. Een foutmelding wordt weergegeven wanneer er geen eerder gemeten waarden bestaan. De camera geeft een reeks voorflitsen en de flitssterkte wordt vergrendeld op de gemeten waarde. R Om gebruik te maken van TTL-vergrendeling, wijst u TTL-VERGRENDELING toe aan een cameraknop en gebruikt u vervolgens deze knop om TTL-vergrendeling in of uit te schakelen. R Flitscompensatie kan worden aangepast terwijl TTL-vergrendeling is ingeschakeld. LED-LICHTINSTELLING Kies of u het LED-videolicht van de flitser (indien beschikbaar) wenst te gebruiken als een catchlight of AF-hulplicht bij het nemen van foto’s. Functie van LED-videolicht in statische fotografie. Catchlight AF-hulpverlichting AF-hulplichtverlichting en catchlight Geen Menu’s Optie CATCHLIGHT AF ASSIST AF ASSIST+CATCHLIGHT UIT R Deze optie is ook toegankelijk via het menu voor flitsinstellingen. 103 De menu’s gebruiken: Opnamestand MASTER-INSTELLING Kies een flitsgroep (A, B of C) voor de flitser bevestigd aan de cameraflitsschoen wanneer deze functioneert als een hoofdflitser die flitseenheden op afstand bediend via FUJIFILM draadloze optische flitsbediening of kies OFF om de uitvoer van de hoofdflitser te beperken tot een niveau dat geen invloed heeft op de uiteindelijke foto. R Deze optie is ook toegankelijk via het menu voor flitsinstellingen. Opties: Gr A/Gr B/Gr C/OFF CH-INSTELLING Kies het kanaal dat wordt gebruikt voor de communicatie tussen de hoofdflitser en flitseenheden op afstand bij het gebruik van FUJIFILM optische draadloze flitsbediening. Afzonderlijke kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende flitssystemen of om interferentie te voorkomen als meerdere systemen dicht bij elkaar werken. Opties: CH1/CH2/CH3/CH4 Ingebouwde Flits Kies uit AAN (ingebouwde flits ingeschakeld) en UIT (ingebouwde flits uitgeschakeld). Kies UIT om de ingebouwde flits uit te schakelen wanneer er gebruik wordt gemaakt van een optionele flitser met schoenbevestiging of flitseenheden die met de camera worden verbonden voor middel van een synchronisatiekabel. 104 De menu’s gebruiken: Opnamestand B FILMINSTELLINGEN Om de filmopnamefunctie opties aan te passen, drukt u op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het B (FILMINSTELLINGEN) tabblad (P 89). De beschikbare opties verschillen per geselecteerde opnamestand. FILMINSTELLINGEN FILMMODUS FILMSCHERPSTELLING HDMI-UITGANG INFODISPLAY MIC-NIVEAU-INSTEL MIC/AFSTANDSBED. VERLATEN FILMSCHERPSTELLING Kies hoe de camera het scherpstelpunt voor filmopname selecteert. Optie AF (MULTI) AF-VELD KEUZE Menu’s FILMMODUS Selecteer een beeldformaat en -snelheid voor filmopname. • i 1080/59.94 P: 1920 × 1080 (59,94 fps) • h 720/59.94 P: 1280 × 720 (59,94 fps) • i 1080/50 P: 1920 × 1080 (50 fps) • h 720/50 P: 1280 × 720 (50 fps) • i 1080/29.97 P: 1920 × 1080 (29,97 fps) • h 720/29,97 P: 1280 × 720 (29,97 fps) • i 1080/25 P: 1920 × 1080 (25 fps) • h 720/25 P: 1280 × 720 (25 fps) • i 1080/24 P: 1920 × 1080 (24 fps) • h 720/24 P: 1280 × 720 (24 fps) • i 1080/23.98 P: 1920 × 1080 (23,98 fps) • h 720/23.98 P: 1280 × 720 (23,98 fps) Beschrijving Automatische selectie van scherpstelpunten. De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelgebied. 105 De menu’s gebruiken: Opnamestand HDMI-UITGANG INFODISPLAY Als AAN is geselecteerd, zullen HDMI-apparaten waarop de camera is aangesloten de informatie in het camerascherm ook weergeven. Opties: AAN/UIT MIC-NIVEAU-INSTEL Pas het opnameniveau van de microfoon aan. Opties: 1—4 MIC/AFSTANDSBED. Geef aan of het apparaat dat is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting een microfoon is of een afstandsontspanner (P 41, 77). Opties: m MIC/n AFST.B 106 De menu’s gebruiken: Opnamestand E MIJN MENU Om een gepersonaliseerde menu met veelgebruikte opties weer te geven, drukt u op MENU/OK op het opnamescherm en selecteer het E (MIJN MENU) tabblad (P 89). R Om “mijn menu” te bewerken, selecteer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > MIJN MENUINSTELLINGEN (P 127). R Het E tabblad is alleen beschikbaar als opties zijn toegekend aan MIJN MENU. MIJN MENU ZELFONTSPANNER INTERVAL-TIMEROPNAME FILMSIMULATIE BKT LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE DIGITALE TELE-CONV. INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. ISO AUTOM.INSTELLING. VERLATEN Menu’s 107 De menu’s gebruiken: Weergavestand Het weergavemenu wordt gebruikt om de weergave aan te passen. Met behulp van het weergavemenu 1 Druk op MENU/OK in de weergavestand om de menu’s weer te geven. 4 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie markeren. MENU VOOR HERBEKIJKEN RAW-CONVERSIE WISSEN BEELDUITSNEDE NIEUW FORMAAT BEVEILIGEN FOTO DRAAIEN VERWIJDER R. OGEN DRAADLS COMMUNICT 5 Druk op MENU/OK om de gemarkeerde optie te selecteren. VERLATEN 6 Druk DISP/BACK opnieuw in om terug 2 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het gewenste item te markeren. 3 Druk op de selectieknop rechts om opties voor het gemarkeerde item weer te geven. 108 te keren naar het weergavescherm. R Gebruik de voorste instelschijf om menutabbladen te selecteren of door menu’s te bladeren en de achterste instelschijf om menu-items te markeren. De menu’s gebruiken: Weergavestand C MENU VOOR HERBEKIJKEN Om de weergavefunctie-opties aan te passen, drukt u op MENU/OK op het weergavescherm en selecteer het C (MENU VOOR HERBEKIJKEN) tabblad (P 108). MENU VOOR HERBEKIJKEN RAW-CONVERSIE WISSEN BEELDUITSNEDE NIEUW FORMAAT BEVEILIGEN FOTO DRAAIEN VERWIJDER R. OGEN DRAADLS COMMUNICT VERLATEN RAW-CONVERSIE JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken (P 85). WISSEN Foto’s wissen (P 39). BEELDUITSNEDE Een beelduitsnede van de huidige foto maken. Menu’s 1 Geef de gewenste foto weer. 2 Selecteer C BEELDUITSNEDE in het weergavemenu. 3 Gebruik de achterste instelschijf om in- en uit te zoomen en druk op de keuzeknop omhoog, omlaag, links of rechts om de foto te verschuiven totdat het gewenste gedeelte wordt weergegeven. 4 Druk op MENU/OK om een bevestigingsvenster weer te geven. 5 Druk opnieuw op MENU/OK om de beelduitsnede op te slaan in een afzonderlijk bestand. R Grotere beelduitsneden produceren grotere kopieën; alle kopieën hebben een beeldverhouding van 3 : 2. Als het formaat van de uiteindelijke kopie a, OK zal zijn, zal het in geel worden weergegeven. 109 De menu’s gebruiken: Weergavestand NIEUW FORMAAT Een kleine kopie van de huidige foto maken. 1 Geef de gewenste foto weer. 2 Selecteer C NIEUW FORMAAT in het weergavemenu. 3 Markeer een formaat en druk op MENU/OK om een bevestigingsvenster weer te geven. 4 Druk opnieuw op MENU/OK om de beelduitsnede in nieuw formaat in een afzonderlijk bestand op te slaan. R De beschikbare formaten variëren afhankelijk van het formaat van het origineel. BEVEILIGEN Beveilig foto’s tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de volgende opties en druk op MENU/OK. • FOTO: Beveilig geselecteerde foto’s. Druk op de selectieknop links of rechts om foto’s te bekijken en druk op MENU/OK om foto’s te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op DISP/BACK wanneer de bewerking is voltooid. • BEVEILIG ALLES: Beveilig alle foto’s. • ALLES RESETTEN: Verwijder de beveiliging van alle foto’s. Q Beveiligde foto’s worden gewist wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd (P 114). FOTO DRAAIEN Foto’s draaien. 1 Geef de gewenste foto weer. 2 Selecteer C FOTO DRAAIEN in het weergavemenu. 3 Druk op de selectieknop omlaag om de foto 90° met de klok mee te draaien; omhoog om de foto 90° tegen de klok in te draaien. 4 Druk op MENU/OK. Nu wordt de foto automatisch weergegeven in de geselecteerde richting, telkens wanneer deze op de camera wordt weergegeven. R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging voordat u foto’s draait. R De camera is mogelijk niet in staat om foto’s te draaien die met andere camera’s zijn gemaakt. Foto’s die zijn gedraaid op de camera zullen niet zijn gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere camera’s. R Foto’s vastgelegd met D SCHERMINSTELLINGEN > AUTO ROT. WEERG. worden automatisch weergegeven in de juiste stand bij het afspelen (P 120). 110 De menu’s gebruiken: Weergavestand VERWIJDER R. OGEN Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de camera geanalyseerd, als er rode ogen worden waargenomen, ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast. 1 Geef de gewenste foto weer. 2 Selecteer C VERWIJDER R. OGEN in het weergavemenu. 3 Druk op MENU/OK. R Rode ogen worden niet verwijderd wanneer de camera geen gezicht kan detecteren of wanneer het gezicht en profil werd gefotografeerd. De resultaten kunnen verschillen afhankelijk van het onderwerp. Rode ogen kunnen niet worden verwijderd van foto’s waarop rode-ogenverwijdering al eerder is toegepast noch van foto’s die met andere camera’s zijn gemaakt. R De hoeveelheid tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal gedetecteerde gezichten. R Kopieën die werden gemaakt met VERWIJDER R. OGEN worden tijdens het afspelen voorzien van een e-pictogram. R Rode-ogen-verwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldingen. R Voor meer informatie, ga naar http://fujifilm-dsc.com/wifi/. DIAVOORSTELLING Bekijk foto’s in een automatische diavoorstelling. Druk op MENU/OK om te starten. U kunt op ieder moment tijdens de voorstelling op DISP/BACK drukken om een helpscherm weer te geven. De diavoorstelling kan op elk gewenst moment worden beëindigd door op MENU/OK te drukken. Menu’s DRAADLS COMMUNICT Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk (P 131). R De camera wordt tijdens diavoorstellingen niet automatisch uitgeschakeld. FOTOBOEK HULP Maak boeken van uw favoriete foto’s (P 87). PC AUTO. OPSLAAN Upload foto’s naar een computer via een draadloos netwerk (P 131). R Voor meer informatie, ga naar http://fujifilm-dsc.com/wifi/. 111 De menu’s gebruiken: Weergavestand OPDRACHT (DPOF) Selecteer foto’s om af te drukken (P 135). AFDRUK. instax PRINTER Druk foto’s af op optionele FUJIFILM instax SHARE printers (P 138). BEELDVERHOUDING Kies hoe High Definition (HD) apparaten foto’s weergeven met een beeldverhouding van 3 : 2 (deze optie is alleen beschikbaar wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten). Selecteer 16: 9 om de afbeelding schermvullend weer te geven, waarbij de boven- en onderzijde zijn bijgesneden, 3 : 2 om het gehele beeld weer te geven met zwarte randen aan elke zijde. 112 16 : 9 3:2 16 : 9 3:2 Het instellingenmenu Basisinstellingen van de camera bekijken en aanpassen. Het instellingenmenu gebruiken 1 Druk op MENU/OK in de opnamestand om het menu weer te geven. 6 Druk op de selectieknop rechts om de opties voor de gemarkeerde categorie te weergeven. INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT 7 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het gewenste item te markeren. VERLATEN 2 Druk op de selectieknop links op het INSTALLATIE Tab GEBRUIKERSINSTELLINGEN GELUIDSINSTELLINGEN SCHERMINSTELLINGEN TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN ENERGIEBEHEER INSTELLINGEN OPSLAAN VERBINDINGSINSTELLINGEN VERLATEN 3 Druk de keuzeknop omlaag om het D (INSTALLATIE) tabblad te markeren. 4 Druk op de selectieknop rechts om instelmenu categorieën te weergeven. opties voor het gemarkeerde item weer te geven. 9 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie markeren. Menu’s tabblad om het huidige menu te markeren. 8 Druk op de selectieknop rechts om 10 Druk op MENU/OK om de gemarkeerde optie te selecteren. 11 Druk DISP/BACK opnieuw op om terug te keren naar de opnameweergave. R Gebruik de voorste instelschijf om menutabbladen te selecteren of door menu’s te bladeren en de achterste instelschijf om menu-items te markeren. 5 Druk de keuzeknop naar boven of beneden om het gewenste categorieitem te markeren. 113 Het instellingenmenu D INSTALLATIE Menu opties Voor toegang tot basis camera-instellingen, drukt u op, MENU/OK op het weergavescherm en selecteer het D (INSTALLATIE) tabblad (P 113). INSTALLATIE GEBRUIKERSINSTELLINGEN GELUIDSINSTELLINGEN SCHERMINSTELLINGEN TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN ENERGIEBEHEER INSTELLINGEN OPSLAAN VERBINDINGSINSTELLINGEN VERLATEN ■ D GEBRUIKERSINSTELLINGEN FORMATTEREN Om een geheugenkaart te formatteren: 1 Markeer D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > FORMATTEREN in het setupmenu en druk op MENU/OK. 2 Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Om de geheugenkaart te formatteren, markeer OK en druk op MENU/OK. Om af te sluiten zonder de geheugenkaart te formatteren, selecteer ANNULEREN of druk op DISP/BACK. Q Alle gegevens —inclusief beveiligde foto´s— die in het interne geheugen of op de geheugenkaart staan, worden permanent gewist. Vergeet niet belangrijke foto’s eerst naar een computer of ander opslagapparaat te kopiëren. Q Open het batterijencompartiment niet tijdens het formatteren. R De menu-indeling kan worden weergegeven door op het midden van de achterste instelschijf te drukken terwijl u de knop b ingedrukt houdt. DATUM/TIJD Stel de cameraklok in (P 25, 26). 114 FORMATTEREN FORMATTEREN OK? ALLE DATA WORDT GEWIST! OK ANNULEREN Het instellingenmenu TIJDVERSCHIL Zet de camera meteen van uw eigen tijdzone over op de plaatselijke tijd van uw bestemming gedurende het reizen. Voer het verschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in: 1 Markeer g LOKAAL en druk op MENU/OK. 2 Gebruik de selectieknop om het tijdsverschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in te stellen. Druk op MENU/OK als de instellingen zijn voltooid. Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeer g LOKAAL en druk op MENU/OK. Selecteer h THUIS om de klok van de camera in te stellen op de tijd van uw eigen tijdzone. Als g LOKAAL is geselecteerd, wordt g drie seconden weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld. a Kies een taal. MIJN MENU-INSTELINGEN Bewerk “mijn menu” (P 127). Menu’s SLUITER TELLER Bekijk het gemiddelde aantal keren dat de sluiter werd ontspannen. Andere bewerkingen kunnen de teller verhogen, bijvoorbeeld de camera uitschakelen, de zoekerweergaveselectie veranderen of de weergavestand kiezen. GELUID & FLITS Selecteer UIT om de luidspreker, flitser en AF-hulpverlichting uit te schakelen in situaties waarin de geluiden en de lampen van de camera als storend zouden kunnen worden ervaren. o verschijnt in het display wanneer UIT is geselecteerd. Opties: AAN/UIT 115 Het instellingenmenu RESET Zet de opname-opties of de opties van het instellingenmenu terug naar de standaardwaarden. 1 Markeer de gewenste optie en druk op MENU/OK. Optie OPNAMEMENU RESET SET-UP RESET Beschrijving Zet alle opnamemenu-instellingen, behalve de aangepaste witbalans en aangepaste instellingen gecreëerd met gebruik van BEW/BEW INST. OP M, terug naar de standaardwaarden. Zet alle instellingen in het instellingenmenu, behalve DATUM/TIJD, TIJDVERSCHIL en VERBINDINGSINSTELLINGEN, terug naar de standaardwaarden. 2 Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer OK en druk op MENU/OK. 116 Het instellingenmenu ■ D GELUIDSINSTELLINGEN AF PIEPVOLUME Kies het volume van de pieptoon die klinkt wanneer de camera scherpstelt. Het geluidssignaal kan worden gedempt door UIT te selecteren. Opties: b/c/d/e UIT ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME Kies het volume van de pieptoon die klinkt terwijl de zelfontspanner is ingeschakeld (P 78). Het geluidssignaal kan worden gedempt door UIT te selecteren. Opties: b/c/d/e UIT BEDIENING VOL. Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de camerabesturingen worden bediend. Kies e UIT (gedempt) om de bedieningsgeluiden uit te schakelen. Opties: b/c/d/e UIT Menu’s SLUITER VOLUME Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de sluiter wordt ontspannen. Kies e UIT (gedempt) om het sluitergeluid uit te schakelen. Opties: b/c/d/e UIT SLUITER GELUID Kies het geluid dat de sluiter maakt. Opties: i/j/k AFSPEEL VOLUME Pas het volume voor het afspelen van een film aan. Opties: 10—1/UIT 117 Het instellingenmenu ■ D SCHERMINSTELLINGEN EVF-HELDERHEID Pas de helderheid van het scherm aan in de elektronische zoeker. Selecteer HANDMATIG om te kiezen uit 11 opties van +5 (helder) tot −5 (donker), of selecteer AUTO voor automatische aanpassing van de helderheid. Opties: HANDMATIG/AUTO EVF KLEUR Pas de kleurtoon van het scherm aan in de elektronische zoeker. Opties: +5/+4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4/-5 LCD-HELDERHEID Pas de monitorhelderheid aan. Opties: +5/+4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4/-5 LCD KLEUR Pas de monitorkleur aan. Opties: +5/+4/+3/+2/+1/0/-1/-2/-3/-4/-5 WEERGAVE Kies hoe lang foto’s moeten worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt. De kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke foto en er kan “beeldruis” (spikkels) optreden bij hoge gevoeligheden. Optie CONTINU 1.5 SEC 0.5 SEC UIT 118 Beschrijving Foto’s worden weergegeven totdat de MENU/OK-knop wordt ingedrukt of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het actieve scherpstelpunt; druk opnieuw om zoom te annuleren. Foto’s worden gedurende 1,5 seconden (1.5 SEC) of 0,5 seconde (0.5 SEC) weergegeven of totdat de ontspanknop half wordt ingedrukt. Foto’s worden na het fotograferen niet weergegeven. Het instellingenmenu EVF AUTO.ROTATIE.DISPLAYS Kies of de indicatoren in de zoeker roteren op basis van de stand van de camera (P 29). Ongeacht de geselecteerde optie, roteren de indicators in de monitor niet. Opties: AAN/UIT PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS Selecteer PRVW BELICHTING/WB om belichting en witbalans voorvertoning in de handmatige belichtingsregeling (P 53), in te schakelen, of kies PRVW WB om alleen de witbalans te zien. Selecteer UIT bij gebruik van de flitser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt. VOORBEELD BEELDEFFECT Kies AAN om een voorbeeld van de filmsimulatie-effecten, witbalans en andere instellingen in de monitor te zien, kies UIT om schaduwen bij laag contrast, scènes met achtergrondverlichting en andere moeilijk zichtbare onderwerpen zichtbaarder te maken. COMP.RICHTL. Kies het type raster dat in de Opnamestand beschikbaar is. Menu’s R Als UIT is geselecteerd, zullen de effecten van camera-instellingen niet zichtbaar zijn in de monitor en zullen kleuren en tinten verschillen van kleuren en tinten in de uiteindelijke foto. De weergave wordt echter aangepast om de effecten van geavanceerde filters en monochroom- en sepia-instellingen te tonen. Opties: AAN/UIT R Inkaderingsbegeleiders worden niet getoond bij standaardinstellingen maar kunnen worden weergegeven met behulp van D SCHERMINSTELLINGEN > DISP. INST. OP MAAT (P 31). F RAST 9 G RASTER 24 H HD-KADEREN Voor compositie met de “regels van derden”. Een raster van vier op zes. Kadreer HD-foto’s in de beelduitsnede aangeduid door de lijnen aan de boven- en onderkant van het scherm. P P P 119 Het instellingenmenu AUTO ROT. WEERG. Selecteer AAN om “staande” (portret) foto’s tijdens de weergave automatisch te draaien. Opties: AAN/UIT EENHEDEN AF-SCHAAL Kies de eenheden die bij de indicator voor de scherpstelafstand moeten worden gebruikt (P 69). Opties: METERS/FEET DISP. INST. OP MAAT Kies items voor standaard weergave (P 31). 120 Het instellingenmenu ■ D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN INSTELLINGEN FOCUSHENDEL Kies de functies uitgevoerd door de scherpstellingstok (scherpstellinghendel). Optie VERGRENDELING (UIT) Beschrijving De scherpstellingstok kan niet worden gebruikt tijdens het fotograferen. Druk op de stok om het scherpstellingpuntscherm te bekijken en kantel de stok om een scherpstelpunt te DRUK n OM TE ONTGR. selecteren. AAN Kantel de stok om het scherpstellingpuntscherm te bekijken en selecteer een scherpstelpunt. BEWERK/SLA OP SNELMENU Kies de weergegeven opties in het snelmenu (P 45). FUNCTIE-INS. (Fn) Kies de functies die de AEL/AFL- en functietoetsen en het midden van de achterste instelschijf moeten hebben (P 46). Menu’s ISO SCHIJFINSTELLINGEN (H) Kies de ISO-gevoeligheid toegewezen aan de H-positie op de gevoeligheidsschijf. Opties: 25600/51200 ISO-SCHIJF INSTELLING(A) Kies hoe de gevoeligheid wordt aangepast wanneer de sluitersnelheid-/gevoeligheidsschijf wordt gedraaid naar A. Optie AUTO OPDRACHT Beschrijving De gevoeligheid wordt automatisch aangepast aan de helderheid van het onderwerp. De gevoeligheid wordt handmatig ingesteld door het draaien van de voorste instelschijf. 121 Het instellingenmenu SCHERPSTELRING Kies de richting waarin de scherpstelring moet worden gedraaid om de scherpstelafstand te vergroten. Opties: X NAAR RECHTS (met de klok mee)/Y NAAR LINKS (tegen de klok in) REGELRING-INSTEL. De functies die zijn toegewezen aan de regelring, instellen. Opties: BASISINSTEL./WITBALANS/FILMSIMULATIE/DIGITALE TELE-CONV. MODUS AE/AF-VERG. Als AE/AF-VERG B INDR is geselecteerd, blijft belichting en/of scherpstelling vergrendeld zolang de knop AEL/AFL wordt ingedrukt (P 80). Als AE/AF-VERG AAN/UIT is geselecteerd, blijft de belichting en/of scherpstelling vergrendeld wanneer de knop AEL/AFL wordt ingedrukt en ze blijven vergrendeld tot de knop nog een keer wordt ingedrukt. 122 Het instellingenmenu ■ D ENERGIEBEHEER UITSCHAKELEN Hiermee selecteert u hoe lang het duurt totdat de camera automatisch wordt uitgeschakeld wanneer de camera niet wordt bediend. Kortere tijden verhogen de levensduur van de batterij; als UIT is geselecteerd, moet de camera handmatig uitgezet worden. Opties: 5 MIN/2 MIN/1 MIN/30 SEC/15 SEC/UIT ENERGIE BEHEER Pas de instellingen voor stroombeheer aan. Optie HOGE PRESTATIE STANDAARD ECONOMISCH AF prestaties (snelheid) Snel Snel Normaal LCD /EVF beeldkwaliteit Erg hoog Hoog Hoog Batterij duurzaamheid Laag Normaal Hoog R Wanneer ECONOMISCH is geselecteerd, zal de beeldsnelheid dalen wanneer er geen handelingen worden uitgevoerd. Het bedienen van camerabesturing herstelt de beeldsnelheid naar normaal. Menu’s 123 Het instellingenmenu ■ D INSTELLINGEN OPSLAAN NUMMERING Nieuwe foto’s worden opgeslagen in beeldbestanden waarvan de bestandsnamen beginnen met een viercijferig bestandsnummer dat wordt toegewezen door telkens met één aan het laatst gebruikte bestandsnummer toe te voegen. Tijdens het weergeven wordt het bestandsnummer weergegeven, zoals rechts aangeduid. NUMMERING regelt of de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of de huidige geheugenkaart is geformatteerd. Optie CONTINU RESET Nummering 100-0001 Mapnummer Bestandsnummer Beschrijving De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestandsnummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, om het even welke dan ook het hoogst is. Selecteer deze optie om het aantal bestanden met dezelfde bestandsnamen te verminderen. De nummering wordt teruggezet op 0001 als een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of het geheugen is geformatteerd. R Wanneer de nummering de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ontspanknop geblokkeerd (P 158). R Het selecteren van D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > RESET (P 116) stelt NUMMERING in op CONTINU zonder de bestandsnummering opnieuw in te stellen. R De nummering van foto’s die met andere camera’s zijn genomen, kan verschillen. BEWAAR ORIGINEEL Selecteer AAN om onbewerkte kopieën op te slaan van foto’s die met F FLITSINSTELLINGEN > VERWIJDER R. OGEN (P 102) zijn gemaakt . Opties: AAN/UIT BEWERK BSTNDSNAAM Wijzig de bestandsnaam prefix. sRGB beelden met een vierletter prefix (standaard “DSCF”), Adobe RGB beelden een drieletter prefix (“DSF”) voorafgegaan door een underscore. 124 Het instellingenmenu COPYRIGHT INFO Copyrightinformatie, in de vorm van Exif-tags, kan worden toegevoegd aan nieuwe foto’s terwijl ze worden gemaakt. Veranderingen aan copyrightinformatie zijn alleen zichtbaar in afbeeldingen die zijn gemaakt nadat deze veranderingen zijn gedaan. Optie Beschrijving COPYRIGHT INFO WEERG Bekijk de huidige informatie over auteursrechten. AUTEURSINFO INVOEREN Voer de naam van de maker in. COPYRIGHT INFO INVOEREN Voer de naam van de copyrighthouder in. Verwijder de huidige informatie over auteursrechten. Deze wijziging geldt alleen voor opnamen die zijn COPYRIGHT INFO VERWIJDEREN gemaakt nadat deze optie is gekozen; copyright informatie opgenomen met bestaande beelden wordt niet beïnvloed. Menu’s 125 Het instellingenmenu ■ D VERBINDINGSINSTELLINGEN Voor meer informatie over draadloze verbindingen, bezoek http://fujifilm-dsc.com/wifi/ DRAADLOOS INSTEL. Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwerken. Optie ALGEMENE INSTELLINGN VERKLEIN(SP) H PC AUTO.OPSLAAN INST Beschrijving Kies een naam (NAAM) om de camera te identificeren in het draadloze netwerk (de camera is standaard voorzien van een unieke naam) of selecteer DRAADLOOS INSTELLING. RESET om de standaardinstellingen te herstellen. Kies AAN (de standaardinstelling, aanbevolen voor de meeste omstandigheden) om grotere afbeeldingen aan te passen tot H voor het uploaden naar smartphones, UIT voor het opladen van afbeeldingen in hun originele grootte. Een nieuw formaat geven is alleen van toepassing op de kopie geüpload naar de smartphone; het origineel is niet beïnvloed. Kies WISSEN REG.BEST.PC om geselecteerde bestemmingen te verwijderen, DET. VORIGE VERB. om computers te bekijken waarmee de camera onlangs verbinding heeft gehad. PC AUTO. OPSLAAN Kies een uploadbestemming. Kies EENVOUDIGE SETUP om verbinding te maken met behulp van WPS, HANDMATIGE SETUP om de netwerkinstellingen handmatig te configureren. GEOTAGGING SET-UP Bekijk locatiegegevens gedownload via een smartphone en kies of de gegevens met uw foto’s op te slaan. Optie GEOTAGGING LOCATIE-INFO Beschrijving Kies of locatiegegevens gedownload via een smartphone worden ingesloten in de foto’s als ze worden gemaakt. Geeft de laatst gedownloade locatiegegevens van een smartphone. VERB.INST. instax PRNTR Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele FUJIFILM instax SHARE printers (P 137). 126 “Mijn menu” Het selecteren van het E (MIJN MENU) tabblad toont een gepersonaliseerd aangepast menu van veelgebruikte opties (P 107). Bewerk “Mijn menu” 1 In het instellingmenu 3 Markeer een item en druk op MENU/OK om deze D GEBRUIKERSINSTELLINGEN tabblad, markeer MIJN MENU- INSTELINGEN en druk op MENU/OK de volgende opties (P 113) te weergeven. toe te voegen aan “mijn menu”. MIJN MENU-INSTELINGEN 1 BEELDGROOTTE MIJN MENU-INSTELINGEN VERPLAATSEN ITEMS TOEVOEGEN ITEMS RANGSCHIKKEN ITEMS VERWIJDEREN OPSLAAN beeldscherm bewerken. 2 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om ITEMS TOEVOEGEN te markeren en druk op MENU/OK. Opties die kunnen worden toegevoegd aan “mijn menu” zijn gemarkeerd in blauw. R Huidige opties in “mijn menu” worden aangeduid met vinkjes. 5 Herhaal stappen 3 en 4 totdat alle gewenste Menu’s 4 Druk op MENU/OK om terug te keren naar het items zijn toegevoegd. R “Mijn menu” kan maximaal 16 artikelen bevatten. Bewerk “Mijn menu” Om bij te bestellen of items te verwijderen, selecteer ITEMS RANGSCHIKKEN of ITEMS VERWIJDEREN in stap 1. MIJN MENU-INSTELINGEN BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT SELECTEREN ANNULEREN 127 Fabrieksinstellingen De standaard fabrieksinstellingen voor de opties in het opname- en instellingenmenu worden hieronder vermeld. Deze instellingen kunnen worden hersteld met behulp van D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > RESET (P 116). ■ Opnamemenu Menu H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME FILMSIMULATIE KORRELEFFECT DYNAMISCH BEREIK WITBALANS HIGHLIGHT TINT SCHADUWTINT KLEUR SCHERPTE RUISONDERDRUKKING L BEL. RO KLEURR KIES INST. OP MAAT 128 Standaard O3:2 FINE GEDECOMPRIMEERD PROVIA/STANDAARD UIT 100% AUTO 0 0 0 0 0 AAN sRGB AANGEPAST 1 Menu G AF/MF INSTELLINGEN SCHERPSTELLING AF-PUNTDISPLAY AANTAL FOCUSPUNTEN PRE-AF AF-HULPLICHT INST. GEZICHTS-/OOGHERKEN. AF+MF HF ASSISTENTIE SCHERPSTELLOEP INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD DIRECT AF-INSTELLING ONTGREND/FOCUS PRIORITEIT • AF-S PRIORITEIT.SELECT. • AF-C PRIORITEIT.SELECT. GECORRIGEERD AF-KADER Standaard ENKEL PUNT AAN 91 PUNTEN (7 × 13) UIT AAN GEZICHT UIT/OOG UIT UIT STANDAARD UIT AAN AF-S ONTGREND ONTGREND UIT Fabrieksinstellingen Standaard Menu A OPNAME-INSTELLINGEN ZELFONTSPANNER FILMSIMULATIE BKT • FILM 1 • FILM 2 • FILM 3 LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE ISO AUTOM.INSTELLING. CONVERSIELENS DIGITALE TELE-CONV. ND-FILT ■ Instellingenmenu Standaard Menu UIT PROVIA/STANDAARD Velvia/LEVENDIG ASTIA/LAAG MULTI MECHANISCHE SLUITER AUTO3 UIT UIT UIT UIT VERGR. MET L. FLASH AAN B FILMINSTELLINGEN FILMMODUS FILMSCHERPSTELLING HDMI-UITGANG INFODISPLAY MIC-NIVEAU-INSTEL MIC/AFSTANDSBED. i 1080/59.94P AF(MULTI) UIT 3 MIC THUIS AAN D GELUIDSINSTELLINGEN AF PIEPVOLUME ZELFONTSPANNER PIEPVOLUME BEDIENING VOL. SLUITER VOLUME SLUITER GELUID AFSPEEL VOLUME c c UIT c GELUID 1 7 Menu’s F FLITSINSTELLINGEN VERWIJDER R. OGEN MODUS TTL VERGRENDELEN Ingebouwde Flits D GEBRUIKERSINSTELLINGEN TIJDVERSCHIL GELUID & FLITS 129 Fabrieksinstellingen Menu D SCHERMINSTELLINGEN EVF-HELDERHEID EVF KLEUR LCD-HELDERHEID LCD KLEUR WEERGAVE EVF AUTO.ROTATIE.DISPLAYS PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS VOORBEELD BEELDEFFECT COMP.RICHTL. AUTO ROT. WEERG. EENHEDEN AF-SCHAAL DISP. INST. OP MAAT D TOETS-/SCHIJFINSTELLINGEN INSTELLINGEN FOCUSHENDEL BEWERK/SLA OP SNELMENU FUNCTIE-INS. (Fn) ISO SCHIJFINSTELLINGEN (H) ISO-SCHIJF INSTELLING(A) SCHERPSTELRING REGELRING-INSTEL. MODUS AE/AF-VERG. 130 Standaard AUTO 0 0 0 UIT AAN PRVW BELICHTING/WB AAN RAST 9 UIT METERS Zie pagina 31. AAN Zie pagina 43. Zie pagina 46. 25600 AUTO X NAAR RECHTS BASISINSTEL. AE/AF-VERG B INDR Standaard Menu D ENERGIEBEHEER UITSCHAKELEN ENERGIE BEHEER 2 MIN STANDAARD D INSTELLINGEN OPSLAAN NUMMERING BEWAAR ORIGINEEL CONTINU UIT D VERBINDINGSINSTELLINGEN DRAADLOOS INSTEL. • VERKLEIN(SP) H PC AUTO.OPSLAAN INST GEOTAGGING SET-UP • GEOTAGGING • LOCATIE-INFO AAN EENVOUDIGE SETUP AAN AAN Aansluitingen Draadloze overdracht (FUJIFILM Camera Remote/FUJIFILM PC AutoSave) Verkrijg toegang tot draadloze netwerken en maak verbinding met computers, smartphones of tablets. Voor downloads en andere informatie, ga naar http://fujifilm-dsc.com/wifi/. fujifilm Wi-Fi app Draadloze verbindingen: Computers Installeer de “FUJIFILM Camera Remote”-app op uw smartphone om door de afbeeldingen op de camera te bladeren, geselecteerde afbeeldingen te downloaden of locatiegegevens naar de camera te kopiëren. Om verbinding te maken met de smartphone, zet de camera in weergavestand en druk op de functietoets (Fn1). Zodra u de “FUJIFILM PC AutoSave”-applicatie heeft geïnstalleerd en uw computer heeft geconfigureerd als een bestemming voor de beelden gekopieerd vanaf de camera, kunt u foto’s uploaden vanaf de camera met behulp van de C MENU VOOR HERBEKIJKEN > PC AUTO. OPSLAAN (P 111) of door de (Fn1)-knop ingedrukt te houden in de weergavestand. Aansluitingen Draadloze verbindingen: Smartphones R U kunt ook een verbinding maken met behulp van A OPNAME-INSTELLINGEN/C MENU VOOR HERBEKIJKEN > DRAADLS COMMUNICT (P 101, 111). 131 Foto’s op een computer bekijken (MyFinePix Studio/RAW FILE CONVERTER EX 2.0) Lees dit deel voor informatie over foto’s kopiëren naar een computer. Windows MyFinePix Studio (alleen Windows) kan worden gebruikt om foto’s naar een computer te kopiëren, waar ze kunnen worden opgeslagen, bekeken, geordend en afgedrukt. MyFinePix Studio is beschikbaar als download via de volgende website: http://fujifilm-dsc.com/mfs/ fujifilm mfs Wanneer het downloaden is voltooid, dubbelklikt u op het gedownloade bestand (“MFPS_Setup.EXE”). en volg de instructies op het scher om de installatie te voltooien. Mac OS X/macOS Foto’s kunnen worden gekopieerd op uw computer met behulp van Image Capture (die samen met de computer wordt geleverd) of andere software. RAW-bestanden bekijken Gebruik RAW FILE CONVERTER EX 2.0 om RAW-bestanden op uw computer te bekijken, te downloaden via: http://fujifilm-dsc.com/rfc/ fujifilm rfc 132 Foto’s op een computer bekijken (MyFinePix Studio/RAW FILE CONVERTER EX 2.0) De camera aansluiten 1 Zoek een geheugenkaart met foto’s die u naar de computer wilt kopiëren en plaats de kaart in de camera. Q Spanningsverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe of volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit. 2 Schakel de camera uit en sluit de meegeleverde USB-kabel aan zoals de afbeelding laat zien, er op lettend dat de stekkers volledig in de aansluitingen steken. Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van een USB-hub of toetsenbord. Q De camera gebruikt een Micro-B USB 2.0 aansluiting. 4 Kopieer foto’s naar de computer met behulp van MyFinePix Studio of applicaties beschikbaar voor uw besturingssysteem. Voor meer informatie over het gebruik van de software start u de applicatie en selecteert u de gepaste optie in het Help menu. Aansluitingen 3 De camera gereedmaken. Verbinding maken met de micro-USB (Micro-B)-aansluiting van de camera 133 Foto’s op een computer bekijken (MyFinePix Studio/RAW FILE CONVERTER EX 2.0) Q Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal foto’s staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start en bent u mogelijk niet in staat de foto’s te importeren of op te slaan. Gebruik een geheugenkaartlezer om de foto’s over te zetten. Q Zorg ervoor dat de computer niet een bericht weergeeft dat het kopiëren in uitvoering is en dat de indicatorlamp uit is, voordat u de camera uitschakelt of de USB-kabel loskoppelt (als het aantal te kopiëren foto’s erg groot is, kan de indicatorlamp blijven branden, nadat het bericht uit het computerscherm is verdwenen). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Q Koppel de camera af voordat u een geheugenkaart plaatst of verwijdert. Q Het kan in sommige gevallen gebeuren dat het niet mogelijk is om toegang te verkrijgen tot foto’s die opgeslagen zijn op een networkserver door de software op dezelfde manier te gebruiken als men doet bij een particuliere computer. Q Wanneer u gebruik maakt van diensten die een internetverbinding vereisen, draagt de gebruiker alle van toepassing zijnde kosten belast door de telefoonmaatschappij of internetprovider. De camera afkoppelen Nadat u nagegaan heeft dat de indicatorlamp uitgeschakeld is, schakelt u de camera uit en ontkoppelt u de USBkabel. 134 Een DPOF-printopdracht aanmaken Het C MENU VOOR HERBEKIJKEN > OPDRACHT (DPOF) (P 112) optie kan worden gebruikt om een digitale “printopdracht” voor DPOF-compatibele printers. DPOF DPOF (Digital Print Order Format) is een norm waarmee foto’s kunnen worden afgedrukt op basis van “printopdrachten” die op een geheugenkaart zijn opgeslagen. De printopdracht bevat informatie over welke foto’s en in welke aantallen de foto’s moeten worden afgedrukt. ■ MET DATUM s/ZONDER DATUM MENU VOOR HERBEKIJKEN KOPIËREN DRAADLS COMMUNICT DIAVOORSTELLINGMET DATUM FOTOBOEK HULP ZONDER DATUM ALLES RESETTEN PC AUTO. OPSLAAN OPDRACHT (DPOF) AFDRUK. PRINTER BEELDVERHOUDING MET DATUM s: Druk de opnamedatum af op de foto. ZONDER DATUM: Druk foto’s af zonder opnamedatum. Druk op MENU/OK en volg de onderstaande stappen. 1 Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u aan de printopdracht wilt toevoegen of uit de printopdracht wilt verwijderen. 2 Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Druk, om een foto uit de printopdracht te verwijderen, op de selectieknop omlaag tot het aantal afdrukken 0 bedraagt. PRINTOPDRACHT (DPOF) DPOF: 00001 Aansluitingen Om de DPOF-printopdracht aan te passen, selecteer C MENU VOOR HERBEKIJKEN > OPDRACHT (DPOF) (P 108) en druk de selectieknop omhoog of omlaag om MET DATUM s of ZONDER DATUM te markeren. Totaal aantal afdrukken Aantal kopieën 01 PRINTS KIES FOTO GEREED 135 Een DPOF-printopdracht aanmaken 3 Herhaal de stappen 1–2 om de printopdracht te voltooien. Druk op MENU/OK om de printopdracht op te slaan wanneer de instellingen zijn voltooid, of druk op DISP/BACK om af te sluiten zonder de printopdracht te veranderen. 4 Het totale aantal afdrukken wordt in het scherm weergegeven. Druk op MENU/OK om af te sluiten. De foto’s in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aangeduid met een u. 136 ■ ALLES RESETTEN Om de huidige printopdracht te annuleren, selecteer ALLES RESETTEN voor C MENU VOOR HERBEKIJKEN > OPDRACHT (DPOF) (P 108). Het bevestigingsvenster rechts verschijnt; druk op MENU/OK om alle foto’s uit de printopdracht te verwijderen. RESETTEN ALLE DPOF OK? OK AFBREKEN R Printopdrachten kunnen maximaal 999 foto’s bevatten. RESETTEN OK? R Als er een geheugenkaart met een printopdracht is geplaatst die met een andere camera is gemaakt, wordt het rechts aanOK AFBREKEN geduide venster weergegeven. De printopdracht wordt geannuleerd als er op MENU/OK wordt gedrukt; er moet een nieuwe printopdracht worden aangemaakt volgens bovenstaande aanwijzingen. instax SHARE printers Druk foto’s af vanaf uw digitale camera naar instax SHARE-printers. Een verbinding tot stand brengen Selecteer D VERBINDINGSINSTELLINGEN > VERB.INST. instax PRNTR (P 126) en voer de instax SHARE printernaam (SSID) en wachtwoord in. De printernaam (SSID) en wachtwoord De printernaam (SSID) kan worden gevonden op de onderkant van de printer; het standaardwachtwoord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord heeft gekozen om af te drukken vanaf een smartphone, voer dat wachtwoord dan in. Aansluitingen 137 instax SHARE printers Foto’s afdrukken 1 Schakel de printer in. 3 Gebruik de keuzeknop om de foto te selecteren die u wilt afdrukken, en druk vervolgens op MENU/OK. AFDRUK. PRINTER 100-0020 ZENDEN AFBREKEN instax-12345678 2 Selecteer C MENU VOOR HERBEKIJKEN > AFDRUK. instax PRINTER (P 108). De camera zal verbinding maken met de printer. AFDRUK. PRINTER R Foto’s die zijn gemaakt met andere camera’s kunnen niet worden afgedrukt. R Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-scherm. instax-12345678 VERBINDEN MET PRINTER FUJIFILM-CAMERA-1234 4 De foto wordt naar de printer gestuurd en het afdrukken start. ANNULEREN R Bij het afdrukken van een frame van een serieopname geeft u het frame weer voordat u AFDRUK. instax PRINTER selecteert. AFDRUK. PRINTER instax-12345678 AAN HET VERSTUREN FUJIFILM-CAMERA-1234 ANNULEREN 138 Foto’s op een televisietoestel bekijken Sluit de camera op een TV aan met een HDMI-kabel om foto’s aan een groep te tonen (HDMI-kabel apart verkrijgbaar via de detailhandel; let op dat de TV alleen kan worden gebruikt om foto’s af te spelen, niet om ze te maken). 1 Schakel de camera uit. 2 Sluit de kabel aan zoals hieronder aangeduid, let erop dat de stekkers volledig in de juiste aansluitingen worden gestoken. Aansluiten op HDMI-aansluiting Q Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m met een type D (HDMI-micro) aansluiting voor verbinding met de camera. R Let op dat u de stekkers volledig in de aansluitingen steekt. Aansluitingen Plaats in micro-HDMI (Type D)-aansluiting 3 Stem de televisie af op het HDMI-invoerkanaal. Zie voor details de met de televisie meegeleverde documentatie. 4 Zet de camera aan en druk op a knop. Het scherm van de camera schakelt uit en foto’s en films worden op het televisiescherm afgespeeld. Let op dat de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op het geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan te passen. R De USB-kabel kan niet worden gebruikt wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten. R Sommige televisies tonen mogelijk kort een zwart scherm voordat het afspelen van de film begint. 139 Technische informatie Optionele accessoires De camera ondersteunt een grote verscheidenheid aan accessoires van FUJIFILM en andere merken. Accessoires van FUJIFILM De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij FUJIFILM. Informeer bij uw lokale FUJIFILM-vertegenwoordiger naar de meest recente informatie over accessoires die in uw regio leverbaar zijn of ga naar http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html. Oplaadbare Li-ionbatterijen NP-W126S: Extra NP-W126S oplaadbare batterijen met hoge capaciteit kunnen naar behoefte worden bijgekocht. Batterijladers BC-W126: Vervangende batterijladers kunnen naar behoefte worden bijgekocht. Bij +20 °C laadt de BC-W126 een NP-W126S in ongeveer 150 minuten op. Netstroomadapters AC-9V (vereist CP-W126 DC-koppelstuk): Te gebruiken bij langdurig afspelen en fotograferen of tijdens het kopiëren van foto’s naar een computer. DC-koppelstukken CP-W126: Voor aansluiting van de AC-9V netstroomadapter op de camera. 140 Optionele accessoires Flitsers met schoenbevestiging EF-X500: Deze klikbare flitser heeft een richtgetal van 50 (ISO 100, m) en ondersteunt FP (synchronisatie met hoge snelheid), waardoor deze gebruikt kan worden bij sluitertijden hoger dan de flitssynchronisatiesnelheid. Gevoed door vier AA-batterijen of een optionele EF-BP1 batterij, ondersteunt handmatige en TTL-flitsbediening en automatische powerzoom binnen het bereik van 24–105 mm (gelijk aan 35 mm formaat), met FUJIFILM optische draadloze flitsbediening waardoor deze flitser kan worden gebruikt als een hoofd- of externe flitser voor draadloze flitsfotografie op afstand. De flitserkop kan 90° naar boven, 10° naar beneden, 135° naar links of 180° naar rechts worden gedraaid voor indirect flitslicht. EF-42: Deze clip-on flitser (gevoed door vier AA-batterijen) bezit een richtgetal van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-flitsersturing en automatische powerzoom binnen een bereik van 24–105 mm (equivalent aan 35 mm formaat). De flitserkop kan 90° naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor indirect flitslicht. EF-X20: Deze clip-on flitser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m). Afstandsontspanners RR-90: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of de sluiter open houden tijdens langdurige belichting. Stereomicrofoons MIC-ST1: Een externe microfoon voor filmopname. Technische informatie EF-20: Deze clip-on externe flitser (gevoed door twee AA-batterijen) bezit een richtgetal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-flitsersturing. De flitserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor indirect flitslicht. Lederen tassen LC-X100F: Deze lederen hoes wordt geleverd met een draagriem gemaakt van hetzelfde materiaal. Terwijl de camera in de hoes zit kunt u foto’s maken en batterijen en geheugenkaarten plaatsen of verwijderen. Handgreepriemen GB-001: Dit accessoire verbetert uw grip op de camera, waardoor deze in een hand kan worden gedragen. 141 Optionele accessoires Conversielenzen TCL-X100II: Vergroot de brandpuntsafstand van de lens van de camera. WCL-X100II: Verkleint de brandpuntsafstand van de cameralens en vergroot haar gezichtsveld. Verloopringen AR-X100: Een aluminium verloopring wordt gebruikt bij het bevestigen van de LH-X100 zonnekap of φ49 mm filters verkrijgbaar via de detailhandel. Zonnekappen LH-X100: Deze aluminium zonnekap wordt geleverd met een AR-X100 verloopring gemaakt van hetzelfde materiaal. De verloopring is vereist bij het bevestigen van de kap. Beschermfilters PRF-49S: Een filter wordt gebruikt om de lenzen van de X100-serie camera’s te beschermen (vereist de AR-X100 adapterring). instax SHARE printers SP-1/SP-2: Sluit via draadloos LAN aan om foto’s te kunnen afdrukken op instax film. 142 Optionele accessoires De camera op andere apparaten aansluiten ■ Ontspanknop op afstand ■ Externe microfoons ■ Fotograferen met flitser Flitser met schoenbevestiging * MIC-ST1 stereomicrofoon * RR-90-afstandsontspanner * EF-X500 ■ Afdrukken Printing X100F EF-42 EF-X20 EF-20 ■ Conversielenzen instax SHARE printer * TCL-X100II teleconverter * WCL-X100II groothoek-conversielens * SD/SDHC/SDXCgeheugenkaart † SP-2 SP-1 ■ Audio/video HDMI-kabel † HDTV † ■ Computer-gerelateerd USB-kabel † Computer † Technische informatie Draadloze LAN * Apart verkrijgbaar bij FUJIFILM. † Apart verkrijgbaar bij uw winkelier. Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m. 143 Optionele accessoires Het gebruik van flitsers met schoenbevestiging Externe flitsers zijn krachtiger dan hun ingebouwde tegenhangers. Sommige kunnen functioneren als hoofdflitsers die de flitsers op afstand via optische draadloze flitsbediening bedienen. Q Testvuren kan soms niet beschikbaar zijn, bijvoorbeeld wanneer het camera instelmenu wordt weergegeven. Sluit de flitseenheid aan en selecteer D FLITSINSTELLINGEN > FLASHFUNCTIEINSTELLING in het opnamemenu van de camera om de flitsopties weer te geven. De beschikbare opties variëren afhankelijk van de status van het aangesloten apparaat. FLITSINSTELLINGEN FLASHFUNCTIE-INSTELLING VERWIJDER R. OGEN MODUS TTL VERGRENDELEN LED-LICHTINSTELLING MASTER-INSTELLING CH-INSTELLING Ingebouwde Flits UIT VERLATEN R Om te voorkomen dat de ingebouwde flits afvuurt wanneer een schoen gemonteerde flitser is bevestigd, selecteert u UIT voor D FLITSINSTELLINGEN > Ingebouwde Flits. Menu EXTERNE FLASH MASTER (OPTISCH) Beschrijving Wordt weergegeven wanneer een optionele flitser is gemonteerd op de flitsschoen en is ingeschakeld (P 145). Weergegeven als een optionele flitser die functioneert als hoofdflitser voor FUJIFILM optische draadloze flitsbediening op afstand is verbonden en ingeschakeld (P 146). R SYNC-TERMINAL wordt weergegeven als UIT is geselecteerd voor F FLITSINSTELLINGEN > Ingebouwde Flits en geen ondersteunde schoenflitser is bevestigd. R Flitsers die salvomodus ondersteunen, kunnen worden gebruikt voor salvofotografie. 144 Optionele accessoires ■ EXTERNE FLASH De volgende opties zijn beschikbaar met optionele flitsers met schoenbevestiging. D Synchroniseren: Regel flitstiming. • H (1E GORDIJN): De flitser flitst direct nadat de sluiter opent (normaliter de beste keuze). • I (2E GORDIJN): De flitser flitst onmiddellijk voordat de sluiter sluit. E Zoom: De hoek van de verlichting (flitsdekking) voor eenheden die flitszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen de aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Selecteer AUTO om de dekking automatisch aan te passen aan de brandpuntsafstand bij gebruik van de optionele voorzetlenzen. EINDE Flitsbedieningsmodus: De flitsbedieningsmodus geselecteerd met de flitser. Dit kan in sommige gevallen worden aangepast vanaf de camera: de beschikbare opties variëren per flitser. • TTL: TTL-modus. Pas flitscompensatie (B) aan. • M: De flitser flitst bij de geselecteerde output, ongeacht de helderheid van het onderwerp of de camera-instellingen. De output kan in sommige gevallen worden aangepast vanaf de camera (B). • MULTI: Flits herhalen. Compatibele flitsers met schoenbevestiging zullen meerdere malen flitsen bij elke opname. • OFF: De flitser flitst niet. Sommige flitsers kunnen uitgeschakeld worden vanaf de camera. Flitscompensatie/output: De beschikbare opties verschillen volgens de flitsbedieningsmodus. • TTL: Pas flitscompensatie aan (de volledige waarde wordt mogelijk niet toegepast als de grenzen van het flitsbedieningssysteem zijn overschreden). In het geval van EF-X20, EF-20 en EF-42 wordt de geselecteerde waarde toegevoegd aan de waarde geselecteerd met de flitser. • M/MULTI: Pas flitsoutput aan (alleen compatibele eenheden). Kies uit waarden uitgedrukt als fracties van volledig vermogen, van 1/1 (modus M) of 1/4 (MULTI) tot 1/512 in stappen gelijk aan 1/3 EV. De gewenste resultaten kunnen niet worden bereikt bij lage waarden als zij buiten de grenzen van het flitsbedieningssysteem vallen; maak een testopname en controleer de resultaten. Technische informatie B Flitsmodus (TTL): Kies een flitsmodus voor TTL-flitsbediening. De beschikbare opties zijn afhankelijk van de opnamestand (P, S, A, of M) die is geselecteerd. • E (FLASH AUTO): De flitser flitst alleen indien nodig; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. Een p-pictogram weergegeven als de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan dat de flitser zal flitsen als de foto wordt genomen. • F (STANDAARD): De flitser flitst bij elke foto indien mogelijk; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. • G (TRAGE SYNC.): Combineer de flitser met een lange sluitertijd bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen een achtergrond met nachtdecor. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. EXTERNE FLASH AANPASSEN A C MODUS 145 Optionele accessoires F G Verlichting: Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit. • J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking enigszins te verminderen. • K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek. • L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor gelijkmatigere verlichting. LED-verlichting: Kies hoe het ingebouwde LED-licht functioneert tijdens stille fotografie (alleen compatibele eenheden). als een catchlight (M/CATCHLIGHT), als AF-hulpverlichting (N/AF-ASSIST) of als zowel een catchlight als AF-hulpverlichting (O/AF-ASSIST+CATCHLIGHT). Kies OFF om de LED uit te schakelen tijdens het fotograferen. G Aantal flitsen: Kies het aantal keren dat de flitser flitst elke keer als de ontspanknop wordt losgelaten in MULTI-modus. * H Frequentie: Kies de frequentie waarmee de flitser flitst in MULTI-modus. * * Volledige waarde wordt mogelijk niet toegepast als de grenzen van het flitsbedieningssysteem zijn overschreden. 146 ■ MASTER (OPTISCH) De opties rechts worden weergegeven als de eenheid momenteel functioneert als hoofdflitser voor FUJIFILM optische draadloze flitsbediening op afstand. MODUS MASTER(OPTISCH) AANPASSEN EINDE De hoofdeenheden en eenheden op afstand kunnen worden geplaatst C A in maximaal drie groepen (A, B en C) en flitsmodus B en flitsniveau kunnen voor elke groep afzonderlijk worden aangepast. Er zijn vier kanalen beschikbaar voor communicatie tussen de eenheden; afzonderlijke kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende flitssystemen of om interferentie te voorkomen als meerdere systemen dicht bij elkaar werken. Optionele accessoires A Flitscompensatie/-output (groep A)/E Flitscompensatie/-output (groep B)/F Flitscompensatie/-output (groep C): Pas flitsniveau voor de geselecteerde groep aan volgens de optie geselecteerd voor flitsbedieningsmodus. Merk op dat de volledige waarde mogelijk niet wordt toegepast als de grenzen van het flitsbedieningssysteem zijn overschreden. • TTL: Pas flitscompensatie aan. • M/MULTI: Pas flitsoutput aan. • TTL%: Kies het evenwicht tussen groepen A en B en pas de algemene flitscompensatie aan. G Flitsmodus (TTL): Kies een flitsmodus voor TTL-flitsbediening. De beschikbare opties zijn afhankelijk van de opnamestand (P, S, A, of M) die is geselecteerd. • E (FLASH AUTO): De flitser flitst alleen indien nodig; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. Een p-pictogram weergegeven als de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt toont aan dat de flitser zal flitsen als de foto wordt genomen. • F (STANDAARD): De flitser flitst bij elke foto indien mogelijk; het flitsniveau wordt aangepast volgens de helderheid van het onderwerp. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. • G (TRAGE SYNC.): Combineer de flitser met een lange sluitertijd bij het fotograferen van portretonderwerpen tegen een achtergrond met nachtdecor. De flitser flitst niet als deze niet volledig is opgeladen als de ontspanknop wordt losgelaten. H Synchroniseren: Regel flitstiming. • H (1E GORDIJN): De flitser flitst direct nadat de sluiter opent (normaliter de beste keuze). • I (2E GORDIJN): De flitser flitst onmiddellijk voordat de sluiter sluit. I Zoom: De hoek van de verlichting (flitsdekking) voor eenheden die flitszoom ondersteunen. Voor sommige eenheden kunnen de aanpassingen vanaf de camera gemaakt worden. Selecteer AUTO om de dekking automatisch aan te passen aan de brandpuntsafstand bij gebruik van de optionele voorzetlenzen. Technische informatie D Flitsbedieningsmodus (groep A)/B Flitsbedieningsmodus (groep B)/ C Flitsbedieningsmodus (groep C): Kies flitsbedieningsmodi voor groepen A, B en C. TTL% is alleen beschikbaar voor groepen A en B. • TTL: De eenheden in de groep flitsen in TTL-modus. Flitscompensatie kan afzonderlijk worden aangepast voor elke groep. • TTL%: Als TTL% is geselecteerd voor groep A of B, kunt u de output van de geselecteerde groep als een percentage van de andere specificeren en de algemene flitscompensatie voor beide groepen aanpassen. • M: In modus M flitsen de eenheden in de groep bij de geselecteerde output (uitgedrukt als een fractie van volledig vermogen) ongeacht de helderheid van het onderwerp of camera-instellingen. • MULTI: Het kiezen van MULTI voor een groep stelt alle eenheden in alle groepen in op herhalende flitsmodus. Alle eenheden zullen meerdere malen flitsen bij elke opname. • OFF: Als OFF geselecteerd is, zullen de eenheden in de groep niet flitsen. 147 Optionele accessoires J 148 Verlichting: Als de eenheid deze functie ondersteunt, kiest u uit. • J (FLASH VOEDINGSPRIOR.): Win bereik door de dekking enigszins te verminderen. • K (STANDAARD): Stel dekking af op beeldhoek. • L (PRIOR. GELIJK BEREIK): Verhoog dekking enigszins voor gelijkmatigere verlichting. K Master: Wijs de hoofdflitser toe aan groep A (Gr A), B (Gr B) of C (Gr C). Als OFF is geselecteerd, zal de uitvoer van de hoofdflitser op een niveau worden gehouden dat de uiteindelijke foto niet beïnvloed. Alleen beschikbaar als de eenheid op de flitsschoen van de camera is bevestigd als een hoofdflitser voor FUJIFILM optische draadloze flitsbediening op afstand in de modus TTL, TTL% of M. K Aantal flitsen: Kies het aantal keren dat de flitser flitst elke keer als de ontspanknop wordt losgelaten in MULTI-modus. L Kanaal: Kies het kanaal dat wordt gebruikt door de hoofdflitser voor communicatie met de flitsers op afstand. Afzonderlijke kanalen kunnen worden gebruikt voor verschillende flitssystemen of om interferentie te voorkomen als meerdere systemen dicht bij elkaar werken. L Frequentie: Kies de frequentie waarmee de flitser flitst in MULTI-modus. Verloopringen bevestigen 1 Verwijder de voorste ring. R Indien u moeilijkheden ondervindt bij het verwijderen van de voorste ring, pak dan de gehele ring vast en draai zoals aangeduid. 2 Bevestig de verloopring zoals aangeduid met de uitstekende delen naar buiten gericht. Q Bewaar de voorste ring en lensdop op een veilige plaats wanneer deze niet in gebruik zijn. Q Bevestig de verloopring AR-X100 alvorens de LH-X100 zonnekap, het PRF-49S beschermfilter of andere filters te bevestigen. Optionele accessoires Zonnekappen bevestigen Bevestig de verloopring alvorens de zonnekap te bevestigen. Het gebruiken van conversielenzen ■ Een conversielenzen bevestigen 1 Verwijder de voorste ring. R Breng de uitsparingen op één lijn en draai zoals aangeduid. 2 Bevestig de conversielens. Beschermfilters bevestigen Bevestig de verloopring alvorens het filter te bevestigen. Technische informatie R Indien u moeilijkheden ondervindt bij het verwijderen van de voorste ring, pak dan de gehele ring vast en draai zoals aangeduid. Q Bewaar de voorste ring en lensdop op een veilige plaats wanneer deze niet in gebruik zijn. 149 Optionele accessoires ■ Een conversielens gebruiken Wanneer u een optionele WCL-X100 of TCL-X100 conversielens gebruikt, selecteert u de juiste optie voor A OPNAME-INSTELLINGEN > CONVERSIELENS in het opnamemenu: GROOTHOEK voor de WCL-X100 of TELE voor de TCL-X100. De camera selecteert automatisch de juiste optie wanneer de WCL-X100II of TCL-X100II wordt gebruikt. R Een pictogram (x of y) verschijnt wanneer de conversielens is gemonteerd. R Omdat de optische zoeker niet het volledige beeldveld van de groothoek-conversielens dekt, wordt het heldere kader vervangen door haakjes die ongeveer het beeldveld tonen zoals wanneer er een groothoek-conversielens zou zijn bevestigd. Voor nauwkeurig kadreren kunt u de foto’s met behulp van de elektronische zoeker of het LCD-scherm samenstellen. R Het is mogelijk dat de ingebouwde flitser niet het gehele onderwerp verlicht. Het is raadzaam een optionele externe flitser te gebruiken die bedoeld is voor gebruik met deze camera. R Zorg ervoor dat UIT is geselecteerd voor CONVERSIELENS wanneer er geen conversielens is bevestigd. 150 Onderhoud van de camera Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moeten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen. Opslag en gebruik ■ Bij water en zand liggen Neem de batterij en de geheugenkaart uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Bewaar en gebruik de camera niet op plaatsen die: • wordt blootgesteld aan regen, stoom of rook • veel vocht of extreem stoffig zijn • direct zonlicht of zeer hoge temperaturen, zoals in een auto op een zonnige dag • extreem koud is • onderworpen zijn aan sterke trillingen • blootgesteld worden aan sterke magnetische velden, zoals bij een zendmast, hoogspanningskabel, radarstation, motor, transformator of magneet • in aanraking komt vluchtige chemicaliën, zoals pesticiden • naast rubber of vinyl liggen Blootstelling aan water en zand kan ook de camera en de interne circuits en mechanismen beschadigen. Bescherm de camera tegen zand en water wanneer u de camera meeneemt naar het strand of aan zee. Leg de camera niet op een natte ondergrond. ■ Condensatie Op reis Technische informatie Door plotselinge temperatuurstijgingen, zoals zich voordoen op een koude dag bij binnenkomst in verwarmd gebouw, kan er in de camera condensatie optreden. Als dit gebeurt, schakel de camera uit en wacht minimaal een uur alvorens de camera opnieuw in te schakelen. Als zich condensatie op de geheugenkaart vormt, verwijder de kaart en wacht tot alle condens is verdampt. Houd de camera in uw handbagage. Ingecheckte bagage kan aan hevige schokken worden blootgesteld waardoor de camera zou kunnen worden beschadigd. 151 Probleemoplossing Problemen en oplossingen ■ Voeding en batterij Probleem Oplossing • De batterij is leeg: leeg: Laad de batterij ((P P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). De camera kan niet worden • De batterij is niet goed geplaatst: geplaatst: Plaats de batterij nogmaals en in de juiste richting in het compartiment ((P P 20). ingeschakeld. • Het afdekkapje van het batterijcompartiment is niet vergrendeld: vergrendeld: Vergrendel het afdekkapje van het batterijcompartiment ((P P 20). Het scherm gaat mogelijk niet aan als de camera wordt uitgezet en zeer snel daarna weer wordt aangezet. Druk de Het scherm gaat niet aan. ontspanknop half in om het scherm aan te zetten. • De batterij is koud: koud: Warm de batterij op in een van uw zakken of op een andere plaats en stop de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. batterij: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. De batterij raakt snel leeg. • Er zit vuil op de polen van de batterij: • AAN is geselecteerd voor G AF/MF INSTELLINGEN > PRE-AF PRE-AF:: Schakel PRE-AF uit (P (P 94). • De batterij is heel vaak opgeladen: opgeladen: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij. De camera wordt plotseling De batterij is leeg: leeg: Laad de batterij ((P P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). uitgeschakeld. De batterij wordt niet Plaats de batterij in de juiste richting in de batterijlader en sluit de lader aan op een stopcontact ((P P 18). opgeladen. Het opladen verloopt traag. Laad de batterij op bij kamertemperatuur ((P P iv). De laadindicator knippert, • Er zit vuil op de polen van de batterij: batterij: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. maar de batterij laadt • De batterij is heel vaak opgeladen: opgeladen: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij. niet op. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer als de batterij nog steeds niet kan worden opgeladen. ■ Menu’s en schermen Probleem Het scherm is niet in het Nederlands. 152 Oplossing Selecteer NEDERLANDS voor D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > a ((P P 26, 115). Problemen en oplossingen ■ Fotograferen Probleem Probleemoplossing Oplossing • De geheugenkaart is vol: vol: Plaats een nieuwe geheugenkaart of maak ruimte door foto’s te wissen ((P P 20, 39). • De geheugenkaart is niet geformatteerd: geformatteerd: Formatteer de geheugenkaart (P (P 114). Er wordt geen foto gemaakt • Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart: geheugenkaart: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. wanneer de ontspanknop • De geheugenkaart is beschadigd: beschadigd: Plaats een nieuwe geheugenkaart ((P P 20). wordt ingedrukt. • De batterij is leeg: leeg: Laad de batterij ((P P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). • De camera werd automatisch uitgeschakeld uitgeschakeld:: Zet de camera aan ((P P 24). Spikkels (“beeldruis”) verschijnen in het scherm Het voordeel wordt verhoogd om de compositie te ondersteunen als het onderwerp slecht is belicht en het diafragma of in de zoeker wanneer de wordt verkleind, wat kan leiden tot opvallende spikkels bij het bekijken van de foto’s op het scherm. Foto’s die gemaakt ontspanknop half wordt worden met de camera blijven onaangetast. ingedrukt. Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling scherpstelling:: Gebruik scherpstelvergrendeling ((P P 80) of handmatige De camera stelt niet scherp. scherpstelling ((P P 68). Intelligente gezichtsdetectie Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de huidige opnamestand: opnamestand: Kies een andere opnamestand (P (P 168). is niet beschikbaar. • Het gezicht van het onderwerp wordt verborgen door een zonnebril, een hoed, lang haar of andere voorwerpen voorwerpen:: Verwijder de belemmeringen. • Het gezicht van het onderwerp beslaat slechts een klein deel van het beeld: beeld: Wijzig de compositie zodat het gezicht van Er is geen gezicht gedehet onderwerp een groter deel van het beeld beslaat (P (P 95). tecteerd. • Het onderwerp houdt het hoofd schuin of horizontaal horizontaal:: Vraag het onderwerp het hoofd recht te houden. • De camera wordt schuin gehouden gehouden:: Houd de camera recht. • Het gezicht van het onderwerp is onderbelicht onderbelicht:: Fotografeer in helder licht. Er is een verkeerd onderwerp Het geselecteerde onderwerp is dichter bij het midden van het beeld dan het hoofdonderwerp. Pas de compositie van geselecteerd. de foto aan of schakel gezichtsdetectie uit en kadreer de foto met behulp van scherpstelvergrendeling (P (P 80). 153 Problemen en oplossingen Probleem De flitser flitst niet. Het onderwerp wordt niet volledig door de flitser verlicht. De foto’s zijn wazig. De foto’s hebben spikkels. De foto’s zijn korrelig. 154 Oplossing • De flitser kan niet worden gebruikt bij de huidige instellingen instellingen:: Zie de lijst met instellingen die met de flitser kunnen worden gebruikt (P (P 168). • De batterij is leeg: leeg: Laad de batterij ((P P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). • De flitser ondersteunt de huidige drive-modus niet: niet: De ingebouwde flits en flitseenheid die geen ondersteuning bieden voor burst-fotografie gaan niet af onder continue modus of bij gebruik in combinatie met de blootstelling of dynamisch bereik bracketing; selecteer single frame-modus ((P P 55). • UIT is geselecteerd voor D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > GELUID & FLITS FLITS:: Selecteer AAN ((P P 115). • Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de flitser itser:: Plaats het onderwerp binnen het bereik van de flitser. • Het venster van de flitser wordt bedekt bedekt:: Houd de camera op de juiste wijze vast. • De sluitertijd is korter dan 1/250 ss:: Selecteer een langere sluitertijd (P (P 50, 53, 82). • De lens is vuil: vuil: Reinig de lens (P (P x). • De lens wordt geblokkeerd: geblokkeerd: Houd voorwerpen uit de buurt van de lens. • s verschijnt tijdens het fotograferen en het scherpstelframe wordt rood: rood: Controleer de scherpstelling voordat u de opname maakt (P (P 34). • De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog: hoog: Dit is normaal en duidt niet op een defect. • Pixelmapping is vereist: vereist: Voer pixelmapping uit met behulp van H INSTELLINGEN BEELDKWALITEIT > PIXELMAPPING ((P P 93). • De camera werd lange tijd gebruikt bij hoge temperaturen of er wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven: weergegeven: Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. • x of y wordt weergegeven weergegeven:: Houd de camera uit de buurt van magneten. Problemen en oplossingen ■ Weergave Probleem De foto’s zijn korrelig. Afspeelzoom is niet beschikbaar. Oplossing De foto’s zijn gemaakt met een camera van een ander merk of model. De foto’s zijn gemaakt met de functie NIEUW FORMAAT of met een camera van een ander merk of model. • Het afspeelvolume is te laag laag:: Pas het afspeelvolume aan (P (P 42, 117). Geen geluid bij het afspelen • De microfoon was bedekt bedekt:: Houd de camera tijdens het opnemen op de juiste wijze vast ((P P 2, 40). van films. • De luidspreker wordt bedekt bedekt:: Houd de camera tijdens het afspelen op de juiste wijze vast ((P P 2, 42). • UIT is geselecteerd voor D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > GELUID & FLITS: FLITS: Selecteer AAN ((P P 115). Geselecteerde foto’s worden Sommige van de te wissen foto’s zijn beveiligd. Verwijder de beveiliging met het apparaat waarmee de beveiliging is niet gewist. aangebracht ((P P 110). De bestandsnummering Het afdekkapje van het batterijcompartiment werd geopend terwijl de camera was ingeschakeld. Schakel de camera uit wordt onverwacht terugvoordat u het afdekkapje van het batterijcompartiment opent ((P P 20, 24). gezet. ■ Aansluitingen/Diversen Voor meer informatie over het oplossen van problemen voor draadloze verbindingen, bezoek: http://digital-cameras.support.fujifilm.com/app?pid=x Probleemoplossing Probleem Oplossing Problemen bij het verbinden • De smartphone is te ver weg: weg: Plaats de apparaten dichterbij. met of het uploaden van • Naburige apparaten veroorzaken radio-interferentie: radio-interferentie: Plaats de camera en smartphone uit de buurt van magnetrons of foto’s naar een smartphone. draadloze telefoons. • De smartphone is met een ander apparaat verbonden: verbonden: De smartphone en camera kunnen slechts met één apparaat tegelijk worden verbonden. Verbreek de verbinding en probeer opnieuw. Kan geen afbeeldingen • Er bevinden zich een aantal smartphones in de nabijheid: nabijheid: Probeer opnieuw verbinding te maken. De aanwezigheid van uploaden. meerdere smartphones kan een verbinding bemoeilijken. • De huidige afbeelding betreft een film of werd op een ander apparaat gecreëerd en kan niet naar een smartphone worden geüpload. 155 Problemen en oplossingen Probleem De smartphone geeft geen foto’s weer. Geen beeld of geluid op de tv. De computer herkent de camera niet. Kan geen RAW- of JPEGbestanden naar computer overzetten. Oplossing Selecteer AAN voor D VERBINDINGSINSTELLINGEN > DRAADLOOS INSTEL. > VERKLEIN(SP) H. Het selecteren van UIT verhoogt uploadtijden voor grotere afbeeldingen; bovendien kunnen sommige telefoons geen afbeeldingen weergeven die groter zijn dan een bepaald formaat. • De camera is niet goed aangesloten: aangesloten: Sluit de camera op de juiste wijze aan ((P P 139).). Merk op dat zodra de camera aangesloten is, er afbeeldingen zullen worden weergegeven op de TV in plaats van op het LCD-scherm van de camera. • Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV” “TV”:: Selecteer het kanaal “HDMI”. • Het volume van het televisietoestel is te laag laag:: Gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume in te stellen. Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten ((P P 133).). Gebruik MyFinePix Studio om foto’s over te zetten (alleen Windows; P 132).). • Tijdelijke storing van de camera: camera: Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ((P P 20). • De batterij is leeg: leeg: Laad de batterij ((P P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). • De camera is verbonden met een draadloos netwerk netwerk:: Verbreek de verbinding. De camera functioneert niet Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ((P P 20). Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het probleem naar behoren. zich blijft voordoen. • Het volume aanpassen (P (P 117). Geen geluid. • Selecteer AAN om D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > GELUID & FLITS ((P P 115). De camera reageert niet. 156 Waarschuwingsvensters en -aanduidingen Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen worden weergegeven. Waarschuwing i (rood) j (knippert rood) s (weergegeven in rood met rood scherpstelframe) De diafragma-opening of de sluitertijd wordt rood weergegeven SCHERPSTELFOUT SCHAKEL DE CAMERA UIT EN SCHAKEL DIE WEER IN LENSAANSTURING DEFECT BEZIG MET OPSLAAN BEVEILIGDE KAART De camera is niet in staat scherp te stellen. Gebruik scherpstelvergrendeling om eerst scherp te stellen op een ander onderwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt en bepaal pas daarna de compositie van de foto ((P P 80). Het onderwerp is te helder of te donker en de foto wordt over- of onderbelicht. Gebruik de flitser voor extra belichting wanneer u foto’s neemt van slecht belichte onderwerpen (P (P 82). Storing van de camera. Schakel de camera uit en vervolgens weer aan. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het probleem zich blijft voordoen. De geheugenkaart is verkeerd geformatteerd. Gebruik de camera om de kaart te formatteren ((P P 114). • De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugenkaart werd in een computer of ander apparaat geformatteerd: geformatteerd: Formatteer de geheugenkaart met behulp van D GEBRUIKERSINSTELLINGEN > FORMATTEREN ((P P 114). • De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt: schoongemaakt: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (P (P 114). Wanneer de melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart worden vervangen. • Storing van de camera: camera: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer. De geheugenkaart is vergrendeld. Hef de vergrendeling van de kaart op. Probleemoplossing KAART NIET GEFORMATTEERD! Beschrijving Batterij bijna leeg. Laad de batterij (P (P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). Batterij is leeg. Laad de batterij (P (P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (P (P 20). 157 Waarschuwingsvensters en -aanduidingen Waarschuwing KAARTFOUT b GEHEUGEN VOL Beschrijving • Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet geformatteerd: geformatteerd: Formatteer de geheugenkaart (P (P 114). • De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt of de geheugenkaart is beschadigd beschadigd:: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (P (P 114). Wanneer de melding voortdurend terugkomt, moet de geheugenkaart worden vervangen. • Incompatibele geheugenkaart: geheugenkaart: Gebruik een compatibele geheugenkaart ((P P 23). • Storing van de camera: camera: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer. De geheugenkaart is vol en foto’s kunnen niet worden vastgelegd. Wis foto’s (P (P 39) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is ((P P 20). De sluiter kan alleen worden ontspannen wanneer een geheugenkaart is geplaatst. Plaats een geheugenkaart. • Geheugenkaartfout of verbindingsfout: verbindingsfout: Plaats de geheugenkaart nog een keer of schakel de camera uit en weer aan. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het probleem zich blijft voordoen. slaan: Wis foto’s (P (P 39) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije SCHRIJFFOUT NAAR KAART • Onvoldoende geheugen om extra foto’s op te slaan: ruimte beschikbaar is ((P P 20). • De geheugenkaart is niet geformatteerd: geformatteerd: Formatteer de geheugenkaart (P (P 114). • Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt aangemaakt:: Het bestand kan niet worden gelezen. • De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt: schoongemaakt: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (P (P 114). Wanneer de melding voortdurend KAART LEESFOUT terugkomt, moet de geheugenkaart worden vervangen. • Storing van de camera: camera: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer. De camera heeft geen framenummers meer (momenteel is het hoogste framenummer bereikt (999-9999). Formatteer de geheugenkaart en selecteer RESET voor de optie D INSTELLINGEN OPSLAAN > NUMMERING. NUMMERING... Maak een MAX. NUM. BEREIKT foto om de nummering terug te zetten op 100-0001, selecteer vervolgens CONTINU voor NUMMERING. NUMMERING... GEEN KAART 158 Waarschuwingsvensters en -aanduidingen Waarschuwing Beschrijving U hebt geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draaien. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw DEZE FOTO IS BEVEILIGD (P 110). UITSNEDE NIET MOGELIJK Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt. Op de foto’s die met andere camera’s zijn gemaakt, kan geen rode-ogenverwijdering worden toegepast. m NIET MOGELIJK Op films kan geen rode-ogenverwijdering worden toegepast. F NIET MOGELIJK DRAAIEN NIET MOGELIJK De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid. F DRAAIEN NIET MOGELIJK Films kunnen niet worden gedraaid. De DPOF-printopdracht op de huidige geheugenkaart bevat meer dan 999 foto’s. Kopieer de foto’s naar het interne DPOF LEESFOUT geheugen en maak daar een nieuwe printopdracht aan. INSTELLEN DPOF NIET De foto kan niet met DPOF worden afgedrukt. MOGELIJK F GEEN DPOF MOGELIJK! Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt. Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. Het aantal spikkels op foto’s kan toenemen als deze waarschuwing p (geel) wordt weergegeven. Schakel de camera uit en wacht tot hij is afgekoeld. De beeldkwaliteit en burstsnelheid zullen dalen en er kunnen meer p (rood) vlekken voorkomen in genomen foto’s als deze waarschuwing wordt weergegeven. Probleemoplossing 159 Appendix Capaciteit geheugenkaart Onderstaande tabel toont de maximale opnametijd of het maximale aantal foto’s dat met de verschillende beeldkwaliteiten beschikbaar is. Alle genoemde aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn afhankelijk van het opgenomen onderwerp, waardoor er grote verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan worden opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkmatig afnemen. 8 GB Capacity O T FINE 540 O3:2 RAW (GEDECOMPRIMEERD) 150 Foto’s RAW (VERLIESVRIJ GECOMPRIM.) 300 i 1080/59.94 P 2 i 1080/50 P 2 i 1080/29.97 P 2 26 min. i 1080/25 P 2 i 1080/24 P 2 i 1080/23.98 P 2 Films 1 h 720/59.94 P 3 h 720/50 P 3 h 720/29.97 P 3 51 min. h 720/25 P 3 h 720/24 P 3 h 720/23.98 P 3 1 Gebruik een UHS snelheidsklasse 1 kaart of beter. 2 Afzonderlijke films kunnen maximaal 14 minuten lang zijn. 3 Afzonderlijke films kunnen maximaal 28 minuten lang zijn. 160 16 GB T NORMAL 800 T FINE 1110 T NORMAL 1660 320 630 54 min. 105 min. Links Voor meer informatie over FUJIFILM digitale camera, bezoek de websites vermeld hieronder. FUJIFILM X100F productinformatie Optionele accessoires en ondersteunende informatie is te vinden op de volgende website. fujifilm X100F Firmware-updates Sommige functies van het product kunnen verschillen van de beschrijving meegeleverd in de handleiding vanwege de firmware-update. Voor uitgebreide informatie over ieder model, bezoekt u onze website: http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software fujifilm firmware De Firmwareversie controleren Q De camera zal alleen de firmware-versie weergeven als er een geheugenkaart is geplaatst. 1 Schakel de camera uit en controleer of er een geheugenkaart is geplaatst. 2 Zet de camera aan terwijl u op de DISP/BACK-knop drukt. De versie van de huidige firmware zal worden weergegeven; controleer de firmwareversie. 3 Schakel de camera uit. Appendix 161 Technische gegevens Systeem Model FUJIFILM X100F digitale camera Productnummer FF160004 Effectieve pixels Circa 24,3 miljoen Beeldsensor 23,5 mm × 15,6 mm (APS-C), X-Trans CMOS-III sensor met primaire kleurenfilter Opslagmedia Door FUJIFILM aanbevolen SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten Bestandssysteem Voldoet aan Design Rule for Camera File System (DCF) (DCF),, Exif 2.3 en Digital Print Order Format (DPOF) Bestandsindeling • Foto’s: Foto’s: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd) (gecomprimeerd);; RAW (origineel RAF formaat, ongecomprimeerd of gecomprimeerd met behulp van een lossless algoritme; bijzonder doel software vereist); vereist); RAW+JPEG beschikbaar • Films Films:: H.264-norm met stereogeluid (MOV) Beeldformaat • O 3 : 2: 2: 6000 × 4000 • P 3 : 2: 2: 4240 × 2832 • Q 3 : 2: 2: 3008 × 2000 • O 16 : 9: 9: 6000 × 3376 • P 16 : 9: 9: 4240× 2384 • Q 16 : 9: 9: 3008 × 1688 • O 1 : 1: 1: 4000 × 4000 • P 1 : 1: 1: 2832 × 2832 • Q 1 : 1: 1: 2000 × 2000 • O panorama panorama:: 2160 × 9600 (verticaal) / 9600 × 1440 (horizontaal) • P panorama: panorama: 2160 × 6400 (verticaal) / 6400 × 1440 (horizontaal) Lens Brandpuntsafstand Maximaal diafragma 162 FUJINON met vaste brandpuntsafstandslens f=23 mm (equivalent aan 35 mm formaat: 35 mm) F2.0 Gevoeligheid Standaard uitvoergevoeligheid equivalent aan ISO 200 – 12800; AUTO; uitgebreide uitvoergevoeligheid equivalent aan ISO 100, 25600 of 51200 Belichtingsmeting 256-segmenten throughhrough-tthehe-llens (TTL) lichtmeting; MULTI, SPOT, INTEGRAAL, CENTRUMGEORIËNTEERD Belichtingsregeling Geprogrammeerd AE (met programmawijziging), programmawijziging), sluiter AE, diafragma AE en handmatige belichting Belichtingscompensatie –5 EV – +5 EV in stappen van / EV Technische gegevens Systeem Sluitertijd Continu • MECHANISCHE SLUITER - P-stand -stand:: 4 sec. tot / sec. - Bulb Bulb:: Max. 60 min. • ELEKTRONISCHE SLUITER - P, S, A, en M standen standen:: 30 sec. tot / sec. - Bulb Bulb:: 1 sec. vast • MECHANISCH + ELEKTRONISCH - P-stand -stand:: 4 sec. tot / sec. - Bulb Bulb:: Max. 60 min. Stand Beeldsnelheid (fps) 8,0 b/s 8,0 5,0 b/s 5,0 I 4,0 b/s 4,0 3,0 b/s 3,0 - Tijd: Tijd: 30 sec. tot / sec. - Alle andere standen standen:: 30 sec. tot / sec. - Tijd Tijd:: 30 sec. tot / sec. - Tijd: Tijd: 30 sec. tot / sec. - Alle andere standen standen:: 30 sec. tot / sec. Beelden per serie Maximaal circa 53 Maximaal circa 56 Maximaal circa 58 Maximaal circa 62 R De resolutie en het aantal foto’s per opname mode kunnen variëren afhankelijk van het type geheugenkaart. De bovenstaande cijfers zijn voor UHS snelheidsklasse 1 kaarten. R De beeldsnelheid is afhankelijk van de opnameomstandigheden en het aantal opgenomen beelden. Scherpstelling • Stand: Stand: Enkelvoudig of continu AF; handmatig scherpstellen met scherpstelring • Selectie van het scherpstelveld scherpstelveld:: SINGLE POINT, ZONE, GROOTHOEK/TRACKING • Automatisch scherpstelsysteem: scherpstelsysteem: Intelligente hybride AF (Contrastdetectie TTL/AF met fasedetectie) met AF-hulplicht Witbalans Aangepast 1, aangepast 2, aangepast 3, selectie kleurtemperatuur, automatisch, direct zonlicht, schaduw, daglicht tlverlichting, warmwit tl-verlichting, koelwit tl-verlichting, gloeilampverlichting en onder water Zelfontspanner Uit, 2 sec., 10 sec. Appendix 163 Technische gegevens Systeem Flitser Stand 164 • MODUS MODUS:: TTL-MODUS (FLASH AUTO, STANDAARD, TRAGE SYNC.), HANDMATIG, COMMANDER, FLITS ONDERDRUKT • SYNC-MODUS SYNC-MODUS:: 1E GORDIJN, 2E GORDIJN • VERWIJDER R. OGEN: OGEN: e FLASH+VERWIJDEREN, L FLASH, d VERWIJDEREN, UIT Bevestigingspunt voor flitser Accessoire bevestigingspunt voor flitser met TTL-contacten De hybride zoeker • Optische zoeker (OVF): (OVF): Omgekeerde Galileo-weergavezoeker met een helder elektronisch scherm en ca. 0,5× vergroting; framebereik ca. 92% • Elektronische zoeker (EVF) (EVF):: 0,48-in., 2360k-dot kleur LCD zoeker met dioptrie-instelling (–2 tot +1 m– 1); zoom 0,64× met 50 mm-objectief (equivalent aan 35 mm formaat) op oneindig en de dioptrie ingesteld op –1,0 m– 1; diagonale beeldhoek van circa 32,4° (horizontale hoek van aanzicht ongeveer 27,1°); oogpunt ca. 15 mm LCD-scherm Vaste 3,0-in/7,6 cm, 1040k-dot kleuren LCD-scherm Films • • • • • • • • • • • • i 1080/59.94P 1080/59.94P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 59,94 fps; stereogeluid i 1080/50P 1080/50P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 50 fps; stereogeluid i 1080/29.97P 1080/29.97P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 29,97 fps; stereogeluid i 1080/25P 1080/25P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 25 fps; stereogeluid i 1080/24P 1080/24P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 24 fps; stereogeluid i 1080/23.98P 1080/23.98P:: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 23,98 fps; stereogeluid h 720/59.94P 720/59.94P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 59,94 fps; stereogeluid h 720/50P 720/50P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 50 fps; stereogeluid h 720/29.97P 720/29.97P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 29,97 fps; stereogeluid h 720/25P 720/25P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 25 fps; stereogeluid h 720/24P 720/24P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 24 fps; stereogeluid h 720/23.98P 720/23.98P:: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 23,98 fps; stereogeluid Technische gegevens In-/uitgangsaansluitingen HDMI-uitgang HDMI-micro-aansluiting (Type D) Digitale in-/uitgang USB 2.0 Hoge snelheid Micro-USB-aansluiting (Micro-B) Microfoon/afstandsontspanner-aansluiting φ2,5 mm mini-stereoaansluiting Voeding/overige Voeding NP-W126S oplaadbare batterij Levensduur batterij • Batterijtype Batterijtype:: NP-W126S (inbegrepen bij camera) (gemiddeld aantal opnamen LCD EVF dat kan worden gemaakt met HOGE PRESTATIE 260 250 een volledig opgeladen batterij STANDAARD 280 270 in stand P, XF 35 mm f/1,4 R ECONOMISCH 340 330 objectief) CIPA-norm, gemeten met behulp van de bij de camera geleverde batterij en SD-geheugenkaart. OVF 390 390 430 Opmerking: Het aantal foto’s dat met een batterij kan worden gemaakt, varieert per batterij en laadniveau en neemt af bij Opmerking: lage temperaturen. Camera-afmetingen (B × H × D) 126,5 mm × 74,8 mm × 52,4 mm (32,0 (32,0 mm met uitzondering van uitstekende delen, gemeten bij het dunste deel deel)) Cameragewicht Circa 419 g, exclusief batterij, accessoires en geheugenkaart Gebruiksgewicht Gebruiksomstandigheden Circa 469 g, inclusief batterij en geheugenkaart • Temperatuur Temperatuur:: 0 °C tot +40 °C • Vochtigheid Vochtigheid:: 10% – 80% (geen condensvorming) Draadloze zender IEEE 802.11b/g/n (standaard draadloos protocol) Werkingsfrequentie • V.S., Canada, Taiwan: Taiwan: 2412 MHz – 2462 MHz (11 kanalen) • Overige landen: landen: 2412 MHz – 2472 MHz (13 kanalen) Maximaal radiofrequentievermogen (EIRP) 3,41 dBm Toegangsprotocollen Infrastructuur Appendix Standaarden 165 Technische gegevens NP-W126S oplaadbare batterij Nominale spanning 7,2 V DC Nominale capaciteit 1260 mAh Gebruikstemperatuur 0 °C tot +40 °C Afmetingen (B × H × D) 36,4 mm × 47,1 mm × 15,7 mm Gewicht Circa 47 g BC-W126-batterijlader Nominale invoer 100 V – 240 V AC, 50/60 Hz Ingangscapaciteit 13 – 21 VA Nominale uitvoer 8,4 V DC, 0,6 A Ondersteunde batterijen NP-W126S oplaadbare batterijen Laadtijd Circa 150 minuten (+20 °C) Gebruikstemperatuur +5 °C tot +40 °C Afmetingen (B × H × D) 65 mm × 91,5 mm × 28 mm, exclusief uitstekende delen Gewicht Circa 77 g, exclusief batterij Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren. Labels, menu’s en andere schermen kunnen afwijken van de feitelijke camera. 166 Technische gegevens ■ Mededelingen • De specificaties kunnen gewijzigd worden zonder voorafgaande melding; bezoek voor de laatste informatie http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html. FUJIFILM is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van fouten in deze gebruiksaanwijzing. • Hoewel de zoeker en het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie zijn vervaardigd, kunnen er heldere punten en kleurafwijkingen verschijnen (vooral rondom tekst). Dit is normaal voor LCD-schermen van dit type en duidt niet op een defect; de met de camera genomen foto’s hebben hier geen last van. • De werking van digitale camera’s kan bij blootstelling aan krachtige radio-interferentie (zoals elektrische velden, statische elektriciteit, lijnruis) worden verstoord. • Als gevolg van het gebruikte type lens kan er bij de beeldranden enige vervorming optreden. Dit is normaal. Appendix 167 Beperkingen op de camera-instellingen De beschikbare opties in elke opnamestand worden hieronder weergegeven. Sommige opties zijn mogelijk niet beschikbaar voor de items die worden ondersteund in een willekeurige stand en elke functie kan worden beperkt afhankelijk van de opnameomstandigheden. Opnamestand/onderwerpprogramma E F G H I TTL-MODUS FLASHFUNCTIEINSTELLING 8 SYNC-MODUS M C D e FLASH+VERWIJDEREN L FLASH 8 VERWIJDER R. OGEN d VERWIJDEREN UIT FLITSCOMPENSATIE ZELFONTSPANNER BELICHT. CORRECTIE F S.S. t (tot 1/4000 4000)) SLUITERTYPE t+s s (tot 1/32000 32000)) Programmaverschuiving ENKEL AF-VERG. KNOP AE/AF-VERGR. ENKEL AE-VERG. AE/AF-VERGRENDEL. 168 P ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ S ✔1 A M ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔4 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔5 ✔ ✔4 ✔ ✔ ✔ R BKT j Y ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔1 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔6 ✔ ✔3 ✔ ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔ ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ r F ✔3 ✔ ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔ ✔ ✔3 ✔1 ✔2 ✔ ✔3 ✔1 ✔ ✔ ✔ r9 ✔1 ✔7 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 Beperkingen op de camera-instellingen Opnamestand/onderwerpprogramma Afstandsindicator BEELDGROOTTE BEELDKWALITEIT RAW OPNAME DYNAMISCH BEREIK FILMSIMULATIE AUTO AUTO1 AUTO2 AUTO3 H (51200)/H (25600) 12800 6400 – 1000 800 640 – 200 L (100) O P Q FINE/NORMAL RAW GEDECOMPRIMEERD VERLIESVRIJ GECOMPRIM. AUTO V/W/X c d/e/i g/h a/d/c/b b/e/d/f f S A M R BKT j Y r ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔3 ✔3 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ F r9 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔7 ✔7 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔ ✔ ✔1 ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔7 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ Appendix KORRELEFFECT WITBALANS DIGITALE TELE-CONV. (50mm/70mm) CONVERSIELENS (GROOTHOEK/TELE) GEZICHTSHERKENNING OOGHERKENNING AF P 169 Beperkingen op de camera-instellingen Opnamestand/onderwerpprogramma o p LICHTMEETSYSTEEM v w S Scherpstelstand C M r SCHERPSTELLING y z s FILMSCHERPSTELLING t STANDAARD HF ASSISTENTIE DIGITAAL SPLITSEN BEELD FOCUS PIEK HIGHLIGHT INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD AF+MF AF-HULPLICHT KLEUR SCHERPTE HIGHLIGHT TINT SCHADUWTINT RUISONDERDRUKKING L BEL. RO KIES INST. OP MAAT BEW/BEW INST. OP M PRVW BELICH/WITBALANS HANDM. MODUS AF 11 SCHERPSTELLOEP MF 11 170 P S A M R BKT j Y r F r9 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔1 ✔1 ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔1 ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔ 10 ✔ ✔ 10 ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔7 ✔1 ✔ ✔ ✔ 1 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ 1 ✔7 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ 10 ✔ ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 ✔7 Beperkingen op de camera-instellingen Opnamestand/onderwerpprogramma DISP. INST. OP MAAT P S A M R BKT j Y ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ Automatisch vastgesteld. Beperkt tot bereik van ±2,0 EV tijdens filmopname. Beschikbare opties zijn afhankelijk van de afdrukmodus. A is niet beschikbaar. Alleen beschikbaar voor auto ISO gevoeligheid. Alleen beschikbaar met optionele flitsers die salvomodus ondersteunen. Niet beschikbaar met de ingebouwde flitser. 7 Instellingen stiltefoto worden gebruikt. r F r9 ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ 12 ✔ ✔7 8 De flitser kan niet worden gebruikt met de elektronische sluiter. Beschikbaar als een andere optie dan UIT is geselecteerd voor VERWIJDER R. OGEN en GEZICHTSHERKENNING aan is. 9 Draadloos op afstand fotograferen. 10 Alleen beschikbaar wanneer AF-S is geselecteerd als scherpstelstand, en ENKEL PUNT is geselecteerd voor SCHERPSTELLING SCHERPSTELLING.. 11 Automatisch uitgeschakeld tijdens intervalopnamen. 12 sRGB automatisch geselecteerd. 13 Alleen beschikbaar in de EVF/LCD display. Appendix 1 2 3 4 5 6 COMP.RICHTL. ELEKTR. WATERPAS FOCUSFRAME AF-AFSTANDSINDICATOR MF-AFSTANDSINDICATOR HISTOGRAM OPNAMEMODUS DIAFR/S-SNELHEID/ISO INFORMATIE-ACHTERGROND Belichtingscomp. (Getal) Belichtingscomp. (Schaal) FOCUSMODUS LICHTMEETSYSTEEM SLUITERTYPE FLITSLICHT DOORLOPENDE MODUS WITBALANS FILMSIMULATIE DYNAMISCH BEREIK REST. BEELDJES BEELDFORM/-KWALITEIT FILMMODUS & OPNAMETIJD DIGITALE TELE-CONV. CONVERSIELENS ACCUNIVEAU FRAMINGKADER 13 KLEURR 171 7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html ">
/
دانلود
فقط یک یادآوری دوستانه. می توانید سند را درست در اینجا مشاهده کنید. اما مهمتر از همه، هوش مصنوعی ما قبلاً آن را خوانده است. این می تواند موارد پیچیده را به زبان ساده توضیح دهد، به سوالات شما به هر زبانی پاسخ دهد و به شما کمک کند به سرعت حتی طولانی ترین یا پیچیده ترین اسناد را پیمایش کنید.
تبلیغات