广告
广告
DIGITAL CAMERA
X70
Gebruiksaanwijzing
Dank u voor uw aankoop van dit product. Deze gebruiksaanwijzing beschrijft hoe u uw FUJIFILM X70 digitale camera gebruikt. Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt.
■
Product website:
http://fujifilm-x.com/x70/
■
Extra informatie is mogelijkerwijs te vinden in online handleidingen die beschikbaar zijn via:
http://fujifilm-dsc.com/manuals/
BL00004741-B03
NL
Voordat u begint
Eerste stappen
Algemene fotografi e en afspelen
Algemene fi lms opnemen en afspelen
De Q (Snelmenu)-knop
De Fn (functie)-knoppen
Meer over fotografi e en afspelen
Menu’s
Aansluitingen
Technische informatie
Probleemoplossing
Appendix
ii
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
• Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw
Gebruikershandleiding
zorgvuldig door.
• Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel.
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
Uit het stopcontact verwijderen
WAARSCHUWING
Als er een probleem ontstaat, zet de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera los en haal deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Als water of andere vreemde voorwerpen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter los en trek deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken. Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
WAARSCHUWING
Niet gebruiken in de badkamer of douche
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Probeer de camera nooit te demonteren of modifi ceren veranderen of uit elkaar te halen (open nooit de behuizing).
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Raak geen interne onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van beschadigde onderdelen tot gevolg hebben. Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor raadpleging.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware voorwerpen op worden geplaatst.
Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken. Neem contact op met uw
FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Probeer nooit foto’s te maken als u in beweging bent.
Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een auto rijdt. Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Dit kan tot een elektrische schok leiden door de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Plaats de batterij zoals aangeduid door de merktekens.
Verwarm, wijzig of demonteer de batterij niet. Laat de batterij niet vallen of stel deze niet bloot aan schokken. Berg de batterij niet samen met metalen voorwerpen op.
Elk van deze handelingen kan tot ontploffi batterij leiden en kan brand of letsel veroorzaken.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen andere spanning dan de vermelde spanningsvoeding.
Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand leiden.
WAARSCHUWING
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betreff ende gebied onmiddellijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
De meegeleverde lader is uitsluitend voor gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd. Als u de lader gebruikt om gewone batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie.
Het gebruik van een fl itser te dicht bij de ogen van een persoon kan visuele beperking veroorzaken.
Let bijzonder goed op bij het fotograferen van baby’s en kleine kinderen.
Gebruik niet in de nabijheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met isolatietape.
Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of ontploff en.
Houd geheugenkaarten, fl itsschoenen en andere kleine onderdelen buiten het bereik van kleine kinderen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inslikken; buiten bereik van kinderen bewaren. Mocht een kind een klein onderdeel inslikken, medische hulp inroepen of het alarmnummer bellen.
Bewaar buiten het bereik van kleine kinderen.
Onder de onderdelen die letsel kunnen veroorzaken zijn de band, die verstrikt rond de nek van een kind kan raken, wat verstikking tot gevolg kan hebben, en de fl itser, die een visuele beperking kan veroorzaken.
Volg de instructies van luchtvaart- en ziekenhuispersoneel.
Dit product genereert radiofrequentie-emissies die kunnen interfereren met navigatie of medische apparatuur.
Voor uw veiligheid
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht. Dit kan brand veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Trek niet aan het snoer om de netstroomadapter te verwijderen.
Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Hierdoor kan de temperatuur te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Als u de camera reinigt en u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en koppelt u de netstroomadapter los.
Doet u dit niet, dan kan dat leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Er kan brand ontstaan als u de lader in het stopcontact laat zitten.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten.
Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of een elektrische schok leiden.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te laten reinigen. Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar als de batterij onjuist wordt vervangen. Vervang de batterij alleen met hetzelfde of een soortgelijk type.
iii
iv
Voor uw veiligheid
De batterij en voeding
Opmerking
:
Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door
.
■
De batterij opladen
Laad de batterij op met de meegeleverde batterijlader. De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan +10 °C of hoger is dan +35 °C. Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven 40 °C; opladen is niet mogelijk bij temperaturen onder 0 °C.
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de levensduur verkorten en lekkage, oververhitting en ontploff en van de batterij tot gevolg hebben.
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt
.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compartiment zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
■
Opmerkingen over de batterij
De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
■
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen.
Wanneer de batterij steeds minder lang haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij moet worden vervangen.
■
Opslag
De prestaties van de batterij kunnen verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen enigszins af; een lege batterij werkt vaak helemaal niet meer wanneer het koud is. Bewaar een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
■
Attentie: De batterij hanteren
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
• Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
• Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
• Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
• Stel de batterij niet bloot aan water.
• Houd de polen van de batterij altijd schoon.
• De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
■
Afvalverwijdering
Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval.
Voor uw veiligheid
Gebruik uitsluitend FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn.
Andere adapters kunnen de camera beschadigen.
• Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
• Zorg ervoor dat de netstroomadapter goed op de camera wordt aangesloten.
• Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken i.p.v. aan het snoer.
• Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
• Niet demonteren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
• Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
De camera gebruiken
• Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
• Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker
(EVF) beschadigen. Richt de elektronische zoeker niet op de zon.
Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs wanneer de foto’s alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van een geheugenkaart die foto’s of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
v
vi
Voor uw veiligheid
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als één van de volgende situaties zich voordoet:
•
Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen
, moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
•
Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen
, moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
•
Als vloeibare kristallen worden ingeslikt
, moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld.
Drink grote hoeveelheden water en probeer over te geven. Roep daarna medische hulp in.
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij om toestemming voordat u uw fotocamera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
NTSC (National Television System Committee) is een kleurensysteem dat vooral in de
Verenigde Staten, Canada en Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurensysteem dat vooral in Europa en China wordt gebruikt.
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd zijn verlicht of zijn nooit verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product zijn onveranderd.
Digitaal splitsen beeld is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van
FUJIFILM Corporation.
XD-Picture Card
en
E
zijn handelsmerken van FUJIFILM
Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door Dyna-
Comware Taiwan Inc. Macintosh, QuickTime en Mac OS zijn in de Verenigde Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. Het Windows-logo is een handelsmerk van de Microsoft groep van bedrijven. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected
Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Adobe en Adobe
Reader zijn in de Verenigde Staten en/of andere landen geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated. De SDHC- en SDXC-logo´s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het HDMI-logo is een handelsmerk. Alle overige in deze gebruiksaanwijzing genoemde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreff ende rechthebbenden.
BELANGRIJKE MEDEDELING: Lees eerst voordat u de software gebruikt
Direct of indirect exporteren, in zijn geheel of gedeeltelijk, van software met een licentie zonder de toestemming van de van toepassing zijnde bestuursorganen is verboden.
MEDEDELINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
Voor uw veiligheid
CAN ICES-3 (B)/NMB-3(B)
Attentie
: Dit Klasse B digitale apparaat voldoet aan de Canadese ICES-003.
Industrie Canada verklaring
: Dit apparaat voldoet aan de Industrie Canada’s vergunningvrije RSSs. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
(1) Dit apparaat mag geen storing veroorzaken; en (2) Dit apparaat moet storing accepteren, inclusief storingen die ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.
Dit apparaat en zijn antenne(s) mogen niet samen geplaatst worden of worden opgesteld in combinatie met een andere antenne of zender, behalve geteste ingebouwde radio’s. De functie selectie van de landcode is uitgeschakeld voor producten die in de VS/ Canada op de markt gebracht worden.
Stralingsblootstellingsverklaring
: De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen niet aan dat eventuele gezondheidsproblemen in verband worden gebracht met het gebruik van laagvermogen draadloze apparatuur. Het is echter niet bewezen dat deze laagvermogen draadloze apparatuur absoluut veilig is. Laagvermogen draadloze apparatuur zenden lage niveaus radiofrequentie-energie (RF) uit in het microgolfbereik tijdens gebruik. Terwijl hoge niveaus van RF gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid (door verhitting van celweefsel), blootstelling aan lage
RF-niveaus die geen verhittingseff ecten produceren, veroorzaken geen bekende nadelige gevolgen voor de gezondheid. Veel studies over lage RF-niveaus blootstelling hebben geen biologische eff ecten aangetoond. Sommige studies suggereerden dat er bepaalde biologische eff ecten kunnen optreden, maar dergelijke bevindingen zijn niet bevestigd door aanvullend onderzoek. X70 is getest en voldoet aan de IC stralingsblootstellingslimieten voor een ongecontroleerde omgeving en voldoet aan de RSS-102 regels voor blootstelling IC radiofrequentie (RF).
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Dit symbool op het product of in de handleiding en in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden beschouwd. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden ingeleverd.
Door dit product op juiste wijze te verwijderen helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden beschouwd.
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accu’s bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein
: Neem contact op met uw gemeente en vraag naar de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient te verwijderen.
In Japan
: Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze apart weggegooid moeten worden.
vii
viii
Voor uw veiligheid
Dit product voldoet aan de volgende EU Richtlijnen:
• RoHS Richtlijn 2011/65/EU
• R & TTE Richtlijn 1999/5/EC
Inschikkelijkheid met deze richtlijnen impliceert conformiteit met de Europese harmoniseringsstandaarden (Europese Normen) van toepassing, die worden opgesomd in de EU Conformiteitsverklaring uitgegeven door de FUJIFILM Corporation voor dit product of productfamilie.
Deze inschikkelijkheid wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering die op het zich op het product bevindt:
•
Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden.
De beveiliging van gegevens verzonden via draadloze netwerken kan niet worden gegarandeerd.
•
Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie.
Gebruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen. Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4 GHz band wordt gebruikt.
•
De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie.
Deze markering is geldig voor niet-telecomproducten en EU harmoniseert Telecomproducten (vb. Bluetooth).
Bezoek
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/x/fujifilm_x70/pdf/ index/fujifilm_x70_cod.pdf
betreff ende de verklaring van conformiteit.
BELANGRIJK
:
Lees eerst de volgende mededelingen, alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken.
Q Dit product, welke een coderingsfunctie bevat dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de United States Export Administration
Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt.
•
Gebruik alleen als onderdeel van een draadloos netwerk.
FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van ongeoorloofd gebruik. Gebruik niet in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen, bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven. Bij gebruik van het apparaat in een computer en andere systemen die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen, moeten alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen en een defect te voorkomen.
•
Gebruik alleen in het land waar het apparaat werd aangeschaft.
Dit apparaat voldoet aan de voorschriften met betrekking tot draadloze netwerkapparaten in het land waar het werd aangeschaft. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het gebruik van het apparaat. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in andere rechtsgebieden.
Draadloze netwerkapparaten: Waarschuwingen
•
Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders.
Het werkt tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in RFIDtrackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt.
•
Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, stop dan onmiddellijk met gebruik van de betreff ende frequentie of verplaats het apparaat naar een andere locatie. Indien u merkt dat dit apparaat interferentie veroorzaakt in laagspanning RFID-trackingsystemen, neem dan contact op met een FUJIFILM-vertegenwoordiger.
2.4DS/OF4
Deze sticker duidt aan dat dit apparaat in de 2,4 GHz band werkt met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie en interferentie kan veroorzaken op afstanden tot maximaal
40 m.
Lees deze gebruiksaanwijzing en de waarschuwingen in het hoofdstuk “Voor uw veiligheid” ( P ii) aandachtig door voordat u de camera in gebruik neemt. Informatie over specifi eke onderwerpen vindt u aan de hand van onderstaand overzicht.
Inhoudsopgave .........................................................
P
xi Problemen oplossen
P
131
De “Inhoudsopgave” geeft een duidelijk overzicht van de gehele gebruiksaanwijzing. De belangrijkste camerafuncties worden er in behandeld.
Heeft u een specifi ek probleem met de camera?
U vindt de oplossing hier.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen ..............
P
136 Beperkingen op de camera-instellingen
P
146
Lees hier wat het knipperende pictogram of foutmelding in het LCD-scherm betekent.
Zie pagina 146 voor beperkingen op de beschikbare opties in elke opnamestand.
Foto’s worden op optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten ( P 17) bewaard, er wordt in deze gebruiksaanwijzing naar verwezen als “geheugenkaarten.”
ix
x
Om uw camera in een goede staat te houden, is het aan te raden de camerabehuizing na elk gebruik met een zachte, schone doek schoon te maken. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of verkleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben. Vloeistoff en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd met een zachte, droge doek.
Gebruik een blower om stof van de lens en het LCD-scherm te verwijderen en neem ze vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILM-lensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht. Wees voorzichtig om geen krassen op de lens of het LCD-scherm te maken.
Voor uw veiligheid
.............................................................................ii
Veiligheidsopmerkingen ...............................................................ii
MEDEDELINGEN ...............................................................................vi
Over deze gebruiksaanwijzing
Productverzorging
...................................................ix
.............................................................................x
Symbolen en conventies
.................................................................1
Meegeleverde accessoires
.............................................................1
Delen van de camera
........................................................................2
De keuzeknop ....................................................................................4
De automatische standkeuzehendel ........................................5
De instelknop .....................................................................................6
De bedieningsring ............................................................................6
Het LCD-scherm ................................................................................7
Cameraschermen ..............................................................................8
Fotograferen ....................................................................................8
Afspelen .......................................................................................... 10
Foto’s maken
...................................................................................... 28
Foto’s bekijken
.................................................................................. 30
Foto’s schermvullend bekijken ................................................. 30
Foto-informatie bekijken ............................................................ 31
Weergavezoom ............................................................................... 32
Multi-frame weergeven ............................................................... 33
Touchscreen knoppen terugkijken
Foto’s wissen
......................................... 34
...................................................................................... 35
Films opnemen
................................................................................. 36
Een externe microfoon gebruiken .......................................... 37
Films bekijken
................................................................................... 38
De Q-knop gebruiken
.................................................................... 39
De snelmenuweergave ................................................................ 39
Bekijk en wijzig instellingen ...................................................... 40
Bewerken van het snelmenu ..................................................... 41
De draagriem bevestigen
............................................................ 12
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
....................... 14
Compatibele geheugenkaarten ........................................... 17
De batterij opladen
........................................................................ 18
De camera in- en uitschakelen
.................................................. 21
Basisinstellingen
.............................................................................. 22
Basisinstellingen wijzigen .......................................................... 23
Touch screen modus
...................................................................... 24
Weergavemodus
.............................................................................. 25
Fotograferen ................................................................................. 25
Weergave ....................................................................................... 25
Standaardscherm aanpassen ................................................. 26
Schermhelderheid aanpassen .................................................. 27
Met behulp van de functietoetsen
Scherpstelling (Fn2)
Zelfontspanner (Fn3)
Flitserfunctie (Fn4)
Regelringopties (Fn7)
BASISINSTEL.
.......................................... 42
Rollen toewijzen aan de functietoetsen ............................... 43
Standaard functies
.......................................................................... 44
Filmopname (Fn1) ......................................................................... 44
...................................................................... 44
.................................................................... 45
......................................................................... 46
Scherpstelframe selecteren (Fn5) ............................................ 48
Draadloze opties (Fn6) ................................................................. 48
................................................................... 49
................................................................................. 49
xi
xii
Inhoudsopgave
Modusselectie
................................................................................... 50
P
,
S
,
A
, en
M
standen ................................................................. 50
Auto modi ...................................................................................... 50
Een belichtingsstand kiezen
...................................................... 51
Programma AE (P) .......................................................................... 51
Sluiterprioriteit AE (S) ................................................................... 52
Diafragmavoorkeur AE (A) .......................................................... 53
Handmatige belichting (M) ........................................................ 54
Selectie van een onderwerpprogramma
............................. 55
S
GEAVANCRD SR AUTO ....................................................... 56
De Digitale Teleconverter
............................................................ 57
Witbalans
............................................................................................. 58
Gevoeligheid
..................................................................................... 60
AUTOMATISCH ............................................................................. 61
Belichtingscompensatie
............................................................... 62
Lichtmeting
........................................................................................ 63
Zelfportretten
................................................................................... 64
De DRIVE Knop
................................................................................. 65
I Continu fotograferen (Uitbarstingstand) ....................... 66
Bracketing ......................................................................................... 67
Panorama’s ........................................................................................ 69
Panorama’s bekijken ..................................................................... 70
Meervoudige belichtingen ........................................................ 71
Geavanceerd fi lters ....................................................................... 72
Filmsimulatie
..................................................................................... 73
Scherpstelstand
............................................................................... 74
De scherpstelindicator .............................................................. 75
HF assistentie ................................................................................ 76
Autofocus opties (Scherpstelling) ........................................... 77
Scherpstelpuntselectie ................................................................ 78
Enkel punt AF ............................................................................... 78
Zone AF ........................................................................................... 79
Tracking (Alleen Scherpstelstand
Lange tijdopnamen (T/B)
Tijd (T)
Intervalfotografi e
Foto’s maken in RAW-formaat
Instellingen opslaan
Een foto zoeken
C
)
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken
..................................... 80
............................................................. 81
................................................................................................ 81
Bulb (B) ............................................................................................... 81
Een afstandsontspanner gebruiken ....................................... 82
............................................................................ 83
Scherpstelling/belichtinsvergrendeling
............................... 84
................................................... 86
.................................... 87
....................................................................... 88
................................................................................ 89
Fotoboekhulp
.................................................................................... 90
Een fotoboek maken .................................................................... 90
Fotoboeken bekijken ................................................................... 91
Fotoboeken bewerken of verwijderen .................................. 91
De menu’s gebruiken: Opnamestand
.................................... 92
Opties opnamemenu (foto’s) .................................................... 92 d
GEAVANC. FILTER .................................................................. 92
A ONDERWERPPROGRAMMA .............................................. 92
G
AUTOFOCUS INSTELLING .................................................. 92
N ISO .............................................................................................. 94
O BEELDGROOTTE .................................................................... 94
T
BEELDKWALITEIT .................................................................. 94
U DYNAMISCH BEREIK ............................................................ 94
P
FILMSIMULATIE ...................................................................... 95
B ZELFONTSPANNER ............................................................... 95 o
INTERVAL-TIMEROPNAME ................................................. 95
D WITBALANS ............................................................................. 95 f
KLEUR ........................................................................................ 95 q SHERPTE ................................................................................... 95 r HIGHLIGHT TINT .................................................................... 95 s
SCHADUWTINT ...................................................................... 95 h RUISONDERDRUKKING ....................................................... 95
K
L BEL. RO .................................................................................. 95 u KIES INST. OP MAAT ............................................................. 95
K BEW/BEW INST. OP M .......................................................... 95
Y
GRT.HOEKCONV.LENS
......................................................... 96 w REGELRING-INSTEL.
............................................................. 96
K
TOUCH SCREEN MODUS .................................................... 96 c HF ASSISTENTIE ..................................................................... 96 k KNOP AE/AF-VERGR.
........................................................... 96 v
KNOP AE/AF-VERGR.
........................................................... 96
C LICHTMEETSYSTEEM ........................................................... 96 v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD .......................................... 96 p FLITSLICHT INSTELLINGEN ................................................ 97
W FILM SET-UP ............................................................................ 97
X
FILMSIMULATIE BKT ............................................................. 98 r DRAADLS COMMUNICT ..................................................... 98 x
SLUITERTYPE .......................................................................... 98
J DIGITALE TELE-CONV.
......................................................... 98
De menu’s gebruiken: Weergavestand
.................................. 99
Opties in het menu Weergave .................................................. 99 r DRAADLS COMMUNICT ..................................................... 99 j
RAW-CONVERSIE ................................................................... 99
A WISSEN ..................................................................................... 99
G BEELDUITSNEDE ................................................................... 99 e
NIEUW FORMAAT ...............................................................100
Inhoudsopgave
D BEVEILIGEN ...........................................................................100
C
FOTO DRAAIEN ....................................................................100
B VERWIJDER R. OGEN ..........................................................101
I
DIAVOORSTELLING ............................................................101
m FOTOBOEK HULP ................................................................101
b EEN FOTO ZOEKEN .............................................................102
s
PC AUTO. OPSLAAN ...........................................................102
K OPDRACHT (DPOF) ............................................................102
V
AFDRUK. instax PRINTER .................................................102
J BEELDVERHOUDING ..........................................................102
Het instellingenmenu
..................................................................103
Het instellingenmenu gebruiken ..........................................103
De opties van het instellingenmenu ....................................104
F
DATUM/TIJD .........................................................................104
N TIJDVERSCHIL .......................................................................104
Q a ..............................................................................104
R
RESET .......................................................................................104
o GELUID & FLITS ....................................................................104
b
GELUID SET-UP ....................................................................105
A SCHERM SET-UP ..................................................................105
h KNOP/SCHIJFINSTELLING ................................................107
I
REGELRING ............................................................................107
L TOUCH SCREEN INSTELLINGEN .....................................107
Z
STROOMBEHEER .................................................................107
t OPSLAAN SET-UP ................................................................108
J KLEURR ...................................................................................108
r
VERBINDING INSTELLING ................................................109
K FORMATTEREN ....................................................................110
Fabrieksinstellingen
.....................................................................111
xiii
xiv
Inhoudsopgave
Draadloze overdracht
..................................................................113
Draadloze verbindingen: Smartphones .............................113
Draadloze verbindingen: Computers ..................................113
Foto’s op een computer bekijken
...........................................114
Windows ..........................................................................................114
Macintosh .......................................................................................114
De camera aansluiten ................................................................115
Foto’s afdrukken via USB
............................................................117
De camera aansluiten ................................................................117
Geselecteerde foto’s afdrukken ..............................................118
De DPOF-printopdracht afdrukken ......................................119
Een DPOF-printopdracht aanmaken ....................................120
MET DATUM s
/ZONDER DATUM ......................................120
ALLES RESETTEN .......................................................................121
instax SHARE printers
..................................................................122
Een verbinding tot stand brengen .......................................122
Foto’s afdrukken ...........................................................................123
Foto’s op een televisietoestel bekijken
...............................124
Optionele accessoires
..................................................................125
Accessoires van FUJIFILM .........................................................125
De camera op andere apparaten aansluiten ....................127
Verloopringen bevestigen .......................................................128
Zonnekappen bevestigen ........................................................128
Beschermfi lters bevestigen .....................................................128
De WCL-X70 groothoekconversielens .................................129
Onderhoud van de camera
.......................................................130
Opslag en gebruik .......................................................................130
Op reis ..............................................................................................130
Problemen en oplossingen
.......................................................131
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
......................136
Capaciteit geheugenkaart
........................................................139
Links
.....................................................................................................140
FUJIFILM X70 productinformatie ...........................................140
Firmware-updates .......................................................................140
Gratis FUJIFILM-apps ..................................................................140
Technische gegevens
...................................................................141
Beperkingen op de camera-instellingen
............................146
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt:
Q
Deze informatie moet gelezen worden voor de ingebruikname om verzekerd te zijn van een correcte bediening.
R
Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van de camera van pas kan komen.
P
Andere pagina’s in deze gebruiksaanwijzing waarop verwante informatie kan worden gevonden.
Menu’s en andere teksten die op het scherm verschijnen, worden
vetgedrukt
weergegeven. In de illustraties in deze gebruiksaanwijzing worden schermen ten behoeve van de duidelijkheid soms enigszins vereenvoudigd afgebeeld.
De volgende accessoires worden met de camera meegeleverd:
NP-95 oplaadbare batterij AC-5VF Netstroomadapter Stekkeradapter
*
USB-kabel
Lensdop Bevestigingsgereedschap clipje Metalen clipjes draagriem (× 2)
* De vorm van de adapter verschilt afhankelijk van de verkoopregio.
• Beschermkappen (× 2)
• Schouderriem
•
Gebruiksaanwijzing
(deze handleiding)
1
2
18
17
16
15
14
Voor meer informatie, zie de pagina rechts van elk item.
1 2 3 4 5 6
13
12 11
9
10
7
8
35
34
33
32
31 30
19 20 21 22 23
29 28
27
24
25
26
41 40 39
36
37
38
Delen van de camera
B
-knop ........................ 65, 66, 67, 69, 71, 72
C
D
E
F
G
H
Functietoets (
Fn7
) ............................................42
I
J
K
L
N
O
Zelfontspannerlamp .........................................45
P
schakelaar ...........................................21
Functietoets (
Fn1
) ...................................... 42, 44
S
(verwijderen)-knop .....................................35
Functietoets (
Fn8
) ............................................42
T
(afspeel)-knop ...........................................30
U
V
W
(snelmenu)-knop * .........................................39
Snelmenu bewerken/standaard instellingen knop (houd ingedrukt) * .............................. 41, 88
RAW-conversieknop (weergavestand) ..............87
X
Y
Z
-knop ..............................4, 92, 99, 103
X (bedieningsvergrendeling)-knop (houd ingedrukt) a b batterijcompartiment .......................................14
d e f
-knop ............................................... 48, 113
Functietoets (
Fn6
) ............................................42
g
(display)/
BACK
-knop ..............................25
Rolselectie functietoets (houd ingedrukt) ........42
i
(autom. Scherpstelvergrendeling/ autom. belichting)-knop ...................... 74, 85, 96 j k l
--
USB-aansluiting ..................... 18, 115, 117 m n
* In de opnamestand, druk en laat los voor weergave van het snelmenu of druk en houd ingedrukt voor weergave snelmenubewerkingsopties. Wanneer het snelmenu wordt weergegeven, druk en houd ingedrukt voor het aanpassen van de standaard instellingen.
Om onopzettelijke bediening van de keuzeknop te voorkomen,
Q
, functieknoppen (
Fn6
) en
AF-L/AE-
L tijdens opname, druk
MENU/OK
totdat X wordt weergegeven. De bedieningsknoppen kunnen worden ontgrendeld door op
MENU/OK
te drukken tot
X
niet langer wordt weergegeven.
3
4
Delen van de camera
Druk op de keuzeknop omhoog ( q
), rechts ( e
), omlaag ( r
), of naar links ( w
) om items te markeren. De knoppen omhoog, links, rechts en omlaag dienen respectievelijk ook als macro-, filmsimulatie-, witbalans- en scherpstelveldselectieknoppen, en ook als functieknoppen 2 tot en met 5 ( P 42, 44, 45, 46, 48).
Delen van de camera
Wissel tussen automatisch en handmatige standen.
Kies uit
P
(programma AE),
S
(sluiter-prioriteit AE),
A
(opening-prioriteit AE), en
M
(handmatig) standen (
P
51,
52, 53, 54). Pas de sluitersnelheid en diafragma aan met behulp van programmaverschuiving (stand
P
) of stel sluitersnelheid en/of diafragma handmatig in (stand
S
,
A
en
M
).
Autostand. In drivemodus B (SINGLE FRAME), past de camera instellingen automatisch aan overeenkomstig met de optie die geselecteerd is door de regelring. Kies uit modi geschikt voor bepaalde onderwerp soorten (
P
55), of selecteer S
GEAVANCRD SR AUTO
om de camera automatisch de modus met het onderwerp te laten overeenkomen (
P
56).
R Beperkingen kunnen van toepassing zijn op de camera-instellingen, afhankelijk van de stand en de opname-omstandigheden (
P
146). Updates van de camerafi rmware kunnen ook invloed hebben op de beschikbare opties.
5
6
Delen van de camera
Druk de instelknop naar links of rechts
om de gewenste combinatie van sluitertijd en diafragmaopening te kiezen (programmaverschuiving; P 51), om de sluitertijd te verfi jnen
( P 52, 54), om in te zoomen op beelden tijdens het terugspelen ( P 32), of om „uit te zoomen” om meerdere beelden tegelijk te bekijken ( P 33).
Druk op het midden van de controller
om in te zoomen op het geselecteerde scherpstelgebied tijdens het fotograferen of terugspelen (
P
31, 75).
Houd het midden van de controller ingedrukt
tijdens handmatige scherpstelstand om een handmatige scherpstelhulpweergave te kiezen ( P 76).
Gebruik de bedieningsring voor snelle toegang tot camerafuncties tijdens het fotograferen. De functie van de bedieningsring kan worden geselecteerd door te drukken op de bedieningsring opties knop
(
P
49). Kies uit:
• BASISINSTEL.
• ISO
• WITBALANS
• FILMSIMULATIE
• DIGITALE TELE-CONV.
Het LCD scherm kan worden omgedraaid voor zelfportretten (
P
64) of gekanteld worden voor gemak bij het bekijken van foto’s tijdens het kadreren.
Delen van de camera
Knelpunt
De indicatorlamp geeft de status van de camera als volgt weer:
De scherpstelling is vergrendeld.
Waarschuwing voor onscherpte, scherpstelling of belichting. De foto kan worden gemaakt.
Foto’s maken. Er kunnen momenteel geen extra foto’s worden gemaakt.
Flitser is aan het opladen, de fl itser zal niet afgaan als er een foto wordt genomen.
Lens of geheugenfout.
R Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen ( P 136).
Indicatorlamp
7
8
Delen van de camera
Tijdens het maken en afspelen van foto’s kunnen de volgende indicators verschijnen. In de volgende beschrijving worden alle beschikbare indicatoren getoond ter illustratie; de indicatoren die daadwerkelijk worden getoond variëren afhankelijk van de camera-instellingen.
■
Fotograferen
00 m
00 s
11/15/2015 11:15 AM
12000 5.6
51200
Delen van de camera
B
C
P
Q c d
E
F
G
H
S
T
Belichtingsindicator .................................... 54, 62 f g h i
J
K
L
M
W
X
Y
Z k l
* Toont „9999” als er ruimte is voor meer dan 9999 frames.
X
Wanneer u op een vergrendelde control drukt ( P 3) wordt het icoon X weergegeven.
9
Delen van de camera
■
Afspelen
10
1/4000 5.6
Delen van de camera
B
C
D
E
J
K
L
M
R
S
T
U
G
H
O
P
11
12
Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna aan de draagriem.
1
Open een draagriemclipje.
Gebruik het hulpmiddel voor het vastmaken van clipjes om een draagriemclipje te openen, en zorg ervoor dat u het hulpmiddel en het clipje vasthoudt in de aangegeven richtingen.
3
Haal het clipje door het oogje.
Draai het clipje totdat het volledig door het oogje is en dichtklikt.
4
Bevestig een beschermkapje.
Plaats het beschermkapje over het oogje, zoals weergegeven, met de zwarte kant richting van de camera. Herhaal de stappen 1–4 voor het tweede oogje.
Q Bewaar het gereedschap op een veilige plaats. U zult het nodig hebben om de draagriemclipjes te openen bij het losmaken van de draagriem.
2
Plaats het draagriemclipje op het oogje.
Haak het bevestigingsoog vast in de opening van het clipje. Verwijder het gereedschap en houd het clipje met de andere hand op zijn plek.
5
Plaats de draagriem.
Haal de draagriem door het beschermkapje en de draagriemclip.
De draagriem bevestigen
6
Maak de draagriem vast.
Maak de draagriem vast zoals afgebeeld. Herhaal de stappen 5–6 voor het tweede oogje.
Q Zorg ervoor dat de draagriem goed vastzit om te voorkomen dat de camera valt.
13
14
De camera heeft geen intern geheugen; in plaats daarvan worden foto’s op optionele SD-, SDHC- en
SDXC-geheugenkaarten opgeslagen (apart verkrijgbaar). Plaats, na het opladen van de batterij, de batterij en geheugenkaarten zoals hieronder beschreven.
1
Open de afdekkap van het batterijencompartiment.
Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en open het afdekkapje van het batterijencompartiment.
2
Plaats de batterij.
Terwijl u de batterij gebruikt om het batterijklepje naar een kant te drukken, plaats eerst de contactpunten van de batterij in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Controleer of de batterij stevig vastzit.
Pijl
Q
Open het afdekkapje van het batterijencompartiment nooit wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben.
Q Gebruik niet te veel kracht wanneer u de afdekkap van het batterijencompartiment opent of sluit.
Batterijvergrendeling
Q Plaats de batterij in de aangegeven richting.
Oefen geen kracht uit of probeer niet de batterij achterstevoren of ondersteboven te plaatsen
. In de juiste richting zal de batterij er moeiteloos inschuiven.
3
Plaats de geheugenkaart.
Houd de geheugenkaart in de getoonde richting en schuif deze in het apparaat totdat deze aan de achterkant van de sleuf vastklikt.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
4
Sluit het afdekkapje van het batterijencompartiment.
Klik!
Q Zorg ervoor dat de kaart in de juiste richting is geplaatst; steek de kaart er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit.
Q SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen worden vergrendeld, zodat de kaart niet geformatteerd kan worden
Schakelaar voor schrijfbeveiliging
en er geen foto’s opgeslagen of gewist kunnen worden. Schuif deze schrijfbeveiliging met het schakelaartje in de ontgrendelde stand voordat u de geheugenkaart in de camera plaatst.
15
16
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
Voordat u de batterij of de geheugenkaart verwijdert,
moet de camera worden uitgeschakeld
, waarna het afdekkapje van het batterijencompartiment kan worden geopend.
Druk de batterijvergrendeling opzij om de batterij vrij te geven en laat de batterij uit de camera glijden.
Batterijvergrendeling
De geheugenkaart kan worden verwijderd door de kaart omlaag te drukken en langzaam omhoog te laten komen. De geheugenkaart kan nu met de hand worden verwijderd. Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel worden uitgeworpen. Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Q
Batterijen
• Maak de polen van de batterij schoon met een schone, droge doek. Doet u dit niet, dan kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen.
• Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan het verwijderen van de batterij uit de camera onmogelijk maken.
• Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten.
Anders kan de batterij oververhit raken.
• Lees de voorzorgsmaatregelen in “De batterij en voeding” (
P
iv).
• Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
• Probeer niet de etiketten van de batterij te halen of de behuizing te openen.
• De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
■
Compatibele geheugenkaarten
FUJIFILM en SanDisk SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten zijn goedgekeurd om in deze camera te worden gebruikt. Een volledige lijst met goedgekeurde geheugenkaarten is beschikbaar op
http://www.
fujifilm.com/support/digital_cameras/compatibility/
. Met andere geheugenkaarten kan de werking niet worden gegarandeerd. De camera is niet geschikt om te worden gebruikt met
xD-Picture Cards
of
M
ulti-
M
edia
C
ard (MMC)-apparaten.
Q
Geheugenkaarten
•
Voorkom dat de camera wordt uitgeschakeld of dat de geheugenkaart wordt verwijderd terwijl de camera bezig is met het formatteren van de geheugenkaart of met het wegschrijven of wissen van gegevens
. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan de kaart beschadigen.
• Nieuwe geheugenkaarten moeten vóór het eerste gebruik worden geformatteerd en alle geheugenkaarten die in een computer of ander apparaat zijn gebruikt, moeten ook weer worden geformatteerd. Zie pagina 110 voor meer informatie over het formatteren van geheugenkaarten.
• Geheugenkaarten zijn klein en kunnen ingeslikt worden; houd ze buiten het bereik van kinderen. Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmiddellijk medische hulp inroepen.
• miniSD- of microSD-adapters die groter of kleiner zijn dan de standaardafmetingen van een SD-/SDHC-/SDXC-kaart, worden mogelijk niet normaal uitgeworpen. Breng de camera naar een erkend servicecenter als de kaart niet uitgeworpen wordt. Probeer de kaart niet met geweld uit de camera te halen.
• Plak geen etiketten op geheugenkaarten. Etiketten die losraken kunnen defecten veroorzaken.
• Bij sommige soorten SD-/SDHC-/SDXC-geheugenkaarten kunnen fi lmopnamen onderbrekingen vertonen. Gebruik een H kaart of beter voor fi lms en seriefotografi e.
• Door het formatteren van een geheugenkaart in de camera wordt een map aangemaakt waarin de foto’s worden opgeslagen. U mag deze map niet verwijderen of hernoemen. Ook mag u de fotobestanden in deze map niet bewerken, wissen of hernoemen met een computer of ander apparaat. Gebruik altijd de camera om foto’s te verwijderen; kopieer voor het bewerken en hernoemen van bestanden deze naar een computer en bewerk of hernoem de kopieën, en niet de originele bestanden. Het hernoemen van bestanden op de camera kan problemen veroorzaken tijdens het afspelen.
17
Bij levering is de batterij niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. De camera laadt de interne batterij op.
• De camera gebruikt een NP-95 oplaadbare batterij.
• Raadpleeg de technische gegevens ( P 144) voor laadtijden.
1
Sluit de plugadapter aan op de netspanningsadapter.
Sluit de plugadapter aan zoals aangegeven, en zorg ervoor dat die volledig op zijn plaats is ingestoken en klikt op de contactklemmen van de netspanningsadapter.
Netstroomadapter
2
Laad de batterij op.
Gebruik de bijgeleverde USB-kabel om de camera aan te sluiten op de bijgeleverde netspanningadapter. Steek de netstroomadapter vervolgens in een stopcontact.
18
Stekkeradapter
Q De plugadapter is uitsluitend bestemd voor gebruik met de meegeleverde netspanningsadapter.
Gebruik die niet met andere apparaten.
Q Let erop dat u de connectors in de juiste richting houdt en plug ze volledig in.
De batterij opladen
De pictogrammen voor de batterijstatus geven de oplaadstatus van de batterij aan als de camera is ingeschakeld.
Het indicatielampje geeft aan wanneer de camera is uitgeschakeld.
Y
(geel)
N
(groen)
Z
(rood)
R
Als u camera is inschakelt terwijl de camera is aangesloten op de netspanningsadapter en de batterij is geplaatst, werkt de camera in de externe stroommodus.
Q De batterij wordt opgeladen als de opnamemodus van de camera actief is.
Q
Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. Anders kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen.
Q Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Anders kan de batterij mogelijk niet meer uit de camera worden genomen.
Q
Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten. Anders kan de batterij oververhit raken.
Q Lees de voorzorgsmaatregelen in het hoofdstuk “De batterij en voeding”.
Q
Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
Q Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te openen.
Q De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen voor gebruik op.
Q Oplaadtijden kunnen toenemen bij zeer lage of zeer hoge temperaturen.
19
20
De batterij opladen
De batterij kan opgeladen worden door de camera aan een computer aan te sluiten. Sluit de bijgeleverde USB-kabel aan zoals weergegeven en zorg dat u de aansluiting volledig in de camera plaatst.
Q
Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van USB-hubs of USB-poorten in het toetsenbord, e.d.
Q Wanneer de computer in sluimermodus gaat tijdens het opladen, dan wordt de batterij niet verder opgeladen.
Zet de sluimermodus van uw computer af om verder op te laden, en koppel de USB-kabel los een weer aan.
Q Het opladen kan verhinderd worden afhankelijk van uw computerspecifi caties, instellingen of condities.
Draai de
ON/OFF
-schakelaar naar
ON
om de camera aan te zetten.
Selecteer
OFF
om de camera uit te schakelen.
R
Druk op de a
-knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamestand.
R De camera wordt automatisch uitgeschakeld als deze niet wordt bediend gedurende de tijdsduur die is ingesteld voor
Z
STROOMBE-
HEER
>
UITSCHAKELEN
( P 107). Om de camera opnieuw aan te zetten nadat deze automatisch werd uitgeschakeld, druk de ontspanknop half in of draai de
ON
/
OFF
-schakelaar naar
OFF
en vervolgens weer naar
ON
.
R
Voor informatie over opstartopties, zie pagina 107.
Q Vingerafdrukken en andere vlekken op de lens kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de foto’s en het beeld door de lens in het camerascherm. Houd de lens schoon.
Controleer het batterijniveau op het scherm nadat u de camera inschakelt.
O (wit)
M (wit)
K (wit)
J (rood)
Batterij is gedeeltelijk ontladen.
Batterij ongeveer tweederde opgeladen.
Batterij ongeveer een derde opgeladen. Zo snel mogelijk opladen.
Batterij bijna leeg. Laad batterij op.
A (knippert rood) Batterij is leeg. Zet de camera uit en laad de batterij op.
P
21
22
Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt er een taalkeuzevenster.
1
Kies een taal.
START MENU
ENGLISH
FRANCAIS
DEUTSCH
SET NO
Selecteer een taal en druk op
MENU/OK
.
R Druk op
DISP/BACK
om de huidige stap over te slaan. De stappen die u nu overslaat worden nogmaals getoond de volgende keer dat u de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
2
Stel datum en tijd in.
DATUM/TIJD NIET INGESTELD
Draai de selectieknop naar links of rechts om het jaar, de maand, de dag,
JJ. MM. DD
OK
2018
2017
2016
2015
2014
AFBREKEN
1. 1 12 : 00
AM
het uur of de minuten te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de instelling te wijzigen. Om de volgorde te veranderen waarin het jaar, de maand en de datum worden weergegeven, selecteert u de datumnotatie en drukt u op de selectieknop omhoog of omlaag. Druk op
MENU/OK
om de klok en weergave prestatieopties in te stellen.
3
Kies een prestatieoptie.
Druk de selectieknop omhoog of omlaag om één van de volgende opties te markeren:
•
AAN
: Krijg snellere AF en verminder opstarttijd v.d. cam..
•
UIT
: Langer stroom besparen levensduur van de batterij.
Druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde optie te selecteren en om de opnamestand af te sluiten.
R
Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de cameraklok teruggezet en wordt het taalkeuzevenster weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
Basisinstellingen
Voor het wisselen van taal of het resetten van de klok:
1
Geef de gewenste optie weer.
Ga naar het instelmenu en selecteer Q a om de taal te veranderen, F
DATUM/TIJD
om de klok te resetten, of
Z
STROOMBEHEER
>
HOGE PRESTATIE
om de prestatie-instellingen te veranderen (
P
103).
2
Pas de instellingen aan.
Om een taal of prestatie-instelling te kiezen, markeert u de gewenste optie en drukt u op
MENU/OK
. Om de klok in te stellen, druk op de keuzeknop links of rechts om het jaar, de maand, de dag, het uur, of de minuut te selecteren en druk op omhoog of omlaag om de instelling te wijzigen, druk vervolgens op
MENU/OK
wanneer de klok is ingesteld naar uw tevredenheid.
23
24
Touchscreen knoppen kunnen gebruikt worden voor dergelijke operaties als het kiezen van het scherpstelgebied en het ma ken van foto’s. De uitgevoerde bewerking kan worden geselecteerd door op de touchscreenmodus indicator op het scherm te tikken en door vervolgens door de volgende opties te bladeren:
Indicator touchscreen modus
12000 5.6
Tik op uw object op het scherm om te focussen en de sluiter te ontspannen.
R Als
FOCUS
is geselecteerd voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
ONTGREND/FOCUS PRIO-
RITEIT
(
P
92), houd dan uw vinger op het scherm tot de sluiter ontspannen is.
R In de salvomodus worden foto’s genomen terwijl u uw vinger op het scherm houdt.
Tik om een gebied voor scherpstelling of scherpstellingzoom te selecteren.
51200
Touchscreen knoppen UIT. Het scherm reageert niet wanneer erop getikt wordt.
Touchscreen knopinstellingen kunnen worden aangepast door middel van de
K
TOUCH SCREEN MODUS
optie in het opnamemenu.
R
De touchscreen modus indicator wordt niet weergegeven en touchscreen knoppen kunnen niet gebruikt worden als
UIT
is geselecteerd voor
L
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN
in het setupmenu.
R Voor beschikbare touchscreen knopinformatie tijdens het terugspelen, zie pagina 34.
Druk op
DISP/BACK
om als volgt door de weergavestanden te bladeren:
■
Fotograferen
Standaard
P
4000 5.6
400
4000 5.6
400
Info-Display
Informatie Uit
■
Weergave
Standaard
12/31/2050 10:00 AM
12/31/2050 10:00 AM
/ /
FAVORIETEN
Favorieten
Informatie Uit
12/31/2050 10:00 AM
1/4000 5.6
400 +2
1
/
3
Info-Display
VOLGENDE
25
26
Weergavemodus
■
Standaardscherm aanpassen
Kies de items getoond in het standaardscherm:
1
Standaardweergave indicatoren.
Druk op de
DISP/BACK
knop totdat de standaard indicatoren worden weergegeven.
2
Selecteer
DISP. INST. OP MAAT
.
Selecteer
A
SCHERM SET-UP
>
DISP. INST. OP MAAT
in het instellingenmenu.
3
Kies items.
Markeer items en druk op
MENU/OK
om te selecteren of de selectie ongedaan te maken.
• COMP.RICHTL.
• ELEKTR. WATERPAS (
P
27)
• FOCUSFRAME
• AF-AFSTANDSINDICATOR
• MF-AFSTANDSINDICATOR
• HISTOGRAM (
P
27)
• OPNAMEMODUS
• DIAFR/S-SNELHEID/ISO
• INFORMATIE-ACHTERGROND
• BELICHT. CORRECTIE
• FOCUSMODUS
• LICHTMEETSYSTEEM
• SLUITERTYPE
• FLITSLICHT
• DOORLOPENDE MODUS
• DUAL BEELDSTABILISATIEMOD.
• WITBALANS
• FILMSIMULATIE
• DYNAMISCH BEREIK
• REST. BEELDJES
• BEELDFORM/-KWALITEIT
• FILMMODUS & OPNAMETIJD
• ACCUNIVEAU
4
Wijzigingen opslaan.
Druk op
DISP/BACK
om de wijzigingen op te slaan.
5
De menu’s afsluiten.
Druk op
DISP/BACK
zoals nodig om terug te keren naar de opnameweergave.
R
Raadpleeg pagina 8 voor de locaties van deze elementen in de schermen.
Als u
ELEKTR. WATERPAS
selecteert, wordt de virtuele horizon weergegeven. De camera staat recht als de twee lijnen over elkaar liggen.
R
Mogelijk kan de virtuele horizon niet worden weergegeven als de cameralens naar boven of naar beneden wordt gericht.
Histogrammen
Histogrammen geven de verdeling van de tinten in de foto weer. De helderheid wordt op de horizontale as weergegeven, het aantal pixels op de verticale as.
Schaduwen Hoge lichten
Aantal pixels
Helderheid pixels
Optimale belichting
: Pixels zijn als een gelijkmatige kromme verdeeld over alle tinten.
Overbelicht
: Pixels zijn geclusterd aan de rechterkant van het diagram.
Onderbelicht
: Pixels zijn geclusterd aan de linkerkant van het diagram.
P
Weergavemodus
De helderheid en kleurtoon van de LCD-monitor kunnen worden aangepast door de optie onder
A
SCHERM SET-UP
in het instelmenu te gebruiken. Kies
LCD-HELDERHEID
of
LCD KLEUR
om de helderheid of kleurtoon van de LCD-monitor aan te passen (
P
105).
27
28
Dit onderdeel beschrijft hoe u foto’s kunt maken met programma AE (stand
P
). Zie pagina’s 51 – 54 voor meer informatie over
S
,
A
, en
M
modi en pagina’s 55 en 56 voor informatie over de beschikbare opties in de automodus.
1
Pas de instellingen aan voor programma AE.
①
B
A
B
(
P
51): Selecteer
A
(auto)
(
P
50): Selecteer z
C
(
P
74): Selecteer
S
(enkelvoudige AF)
D
(
P
51): Selecteer
A
(auto)
Bevestig dat
P
verschijnt in het display.
C
P 4000 5.6
400
De
Q
-knop kan worden gebruikt om camera-instellingen te bekijken en aan te passen ( P 39).
D
2
De camera gereedmaken.
Houd met beide handen de camera stevig vast en laat uw ellebogen rusten tegen uw zij. Trillende of onvaste handen kunnen uw foto’s wazig maken.
Houd uw vingers en andere voorwerpen uit de buurt van de lens, fl itser, en AF-hulpverlichting, om onscherpe of te donkere
(onderbelichte) foto’s te voorkomen.
3
Kadreer de foto.
Foto’s maken
4
scherpstelling.
Kadreer de foto met het onderwerp in het centrum van de display en druk de ontspanknop hals in om scherp te stellen.
R Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AFhulpverlichting mogelijk branden (
P
93).
Als de camera in staat is om scherp te stellen
, klinkt er tweemaal een pieptoon en licht scherpstelaanduiding groen op. Scherpstelling en belichting blijven vergrendeld terwijl de sluitertoets half wordt ingedrukt.
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen
, wordt het scherpstelframe rood, s wordt weergegeven en zal de scherpstelaanduiding wit knipperen.
5
Maak de foto.
Druk de ontspanknop rustig verder in om de foto te maken.
29
30
Druk op a om de foto’s schermvullend te bekijken.
100-0001
Extra foto’s kunnen bekeken worden door de selectieknop naar links of rechts te drukken of door aan de regelring te draaien. Druk op de keuzeknop of draai de schijf naar rechts om foto’s te bekijken in de volgorde waarin ze gemaakt zijn of naar links om de foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de selectieknop ingedrukt om snel naar de gewenste foto te bladeren.
R
Foto’s gemaakt met andere camera’s worden gemarkeerd met m
(”geschenk beeld”) icoon om aan te duiden dat deze misschien niet correct worden weergegeven en dat mogelijk de zoomweergave niet beschikbaar is.
Druk op
DISP/BACK
en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven.
Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wanneer op de selectieknop omhoog wordt ingedrukt.
Basisgegevens
12/31/2050 10:00 AM
Info scherm 1
/ /
12/31/2050 10:00 AM
1/4000 5.6
400 +2 1 /
3
VOLGENDE
LENS
FOCAL LENGTH
COLOR SPACE
LENS MODULATION OPT.
23.0mm
F5.6
23.0mm
sRGB
ON
S.S
1/4000
F
5.6
ISO
400
Info scherm 2
+2 1 /
3
VOLGENDE
R
Draai de regelring om andere beelden te bekijken zonder het formaat van het foto-informatiescherm te veranderen.
Druk op het midden van de instelknop om in te zoomen op het scherpstelpunt. Druk nogmaals om terug te keren naar schermvullende weergave.
Foto’s bekijken
31
32
Foto’s bekijken
Druk de regelring naar rechts om in te zoomen op de huidige foto, naar links om uit te zoomen (om meerdere foto’s tegelijk te bekijken drukt u de regelring naar links als de foto in volledig scherm wordt weergegeven; P 33). Om andere foto’s te bekijken met de huidige zoomratio, draait u de regelring. Druk op
DISP/BACK
of op
MENU/OK
om zoom af te sluiten.
Zoomindicator
Het navigatievenster toont het gedeelte van de foto dat op het scherm wordt weergegeven
R De maximale zoomfactor is afhankelijk van de grootte van de foto ( P 94). Weergavezoom is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in f -grootte.
Foto’s bekijken
Om het aantal weergegeven afbeeldingen te veranderen, draait u de instelschijf naar links wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven.
Druk naar links om meer foto’s te bekijken.
Druk naar rechts om minder foto’s te bekijken.
Gebruik de keuzeknop om afbeeldingen te markeren en druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde afbeelding schermvullend te bekijken (om op de geselecteerde afbeelding in te zoomen, drukt u de instelschijf naar rechts wanneer de foto schermvullend wordt weergegeven; P gen of van honderd miniaturen de selectieknop omhoog en omlaag om meer foto’s te bekijken.
33
34
Foto’s bekijken
Als
AAN
is geselecteerd voor L
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN
in het setupmenu, kunnen touchscreen knoppen gebruikt worden voor de volgende terugspeeloperaties:
•
Veeg
: Veeg uw vinger langs het scherm om andere foto’s te bekijken.
•
Dubbele klik
: Tik twee keer op het scherm om in te zoomen op het geselecteerde gebied.
•
Zoom
: Plaats twee vingers op het scherm en beweeg ze uit elkaar om in te zoomen.
•
Blader
: Bekijk andere delen van de foto tijdens terugspeelzoom.
•
Knijp
: Plaats twee vingers op het scherm en beweeg ze naar elkaar toe om uit te zoomen.
R Foto’s kunnen uitgezoomd worden tot het gehele beeld zichtbaar is, maar niet verder dan dat.
Voor het wissen van individuele foto’s, meerdere geselecteerde foto’s of alle foto’s, druk op de b -knop wanneer een foto schermvullend wordt weergegeven en kies uit de onderstaande opties.
Let op dat gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld.
Kopieer eerst alle belangrijke foto’s naar een computer of ander opslagapparaat voordat u verder gaat.
WISSEN
ENKELE FOTO
GEKOZEN VELDEN
ALLE FOTO’S
Druk op de keuzeknop links of rechts om door de beelden te bladeren en druk op
MENU/OK
om de huidige foto te verwijderen (er wordt geen bevestigingsvenster weergegeven).
Markeer de foto’s en druk op
MENU/OK
om te selecteren of deselecteren (foto’s in fotoboeken of printopdrachten worden weergegeven door
S
). Druk op
DISP/BACK
om een bevestigingsvenster weer te geven zodra de bewerking is voltooid, markeer vervolgens
OK
en druk op
MENU/OK
om de geselecteerde foto’s te wissen.
Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
om alle onbeveiligde foto’s te wissen. Het indrukken van
DISP/BACK
annuleert het wissen; merk op dat alle foto’s verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden hersteld.
R
Beveiligde foto’s kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging van foto’s die u wilt wissen (
P
100).
R
Foto’s kunnen eveneens worden gewist met behulp van
A
WISSEN
in het weergavemenu.
R Als er een bericht verschijnt met de melding dat de geselecteerde foto’s deel uitmaken van een DPOF-printopdracht, druk dan op
MENU/OK
om de foto’s te wissen.
35
36
De camera kan worden gebruikt voor het opnemen van korte video’s in hoge resolutie. Geluid wordt opgenomen in stereo met de ingebouwde microfoon; bedek de microfoon niet tijdens opnemen.
1
Houd de fi lmopname (
Opname-indicator
Fn1
beginnen met opnemen.
) knop ingedrukt om te
Resterende tijd
R
Gevoeligheid en beeldformaat en snelheid kunnen worden geselecteerd met behulp van de W
FILM
SET-UP
optie ( P 97). De scherpstelstand kan worden geselecteerd met de keuzeknop voor de scherpstelstand (
P
74); voor continue scherpstelaanpassing, selecteer
C
, of kies
S
en schakel intelligente gezichtsdetectie in (
P
93). Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de scherpstelstand
M
.
R Tijdens de opname kan de belichtingscompensatie worden aangepast tot ±2 EV.
R
De indicatorlamp licht tijdens opnemen van fi lms op.
Q Mogelijk neemt de microfoon ook geluiden van de lens of andere camerageluiden op tijdens het opnemen.
Q In fi lms met zeer heldere onderwerpen kunnen verticale of horizontale strepen verschijnen. Dit is normaal en duidt niet op een defect.
2
Druk de ontspanknop opnieuw in om de opname te stoppen. De opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is bereikt of de geheugenkaart vol is.
Pas het diafragma aan voordat de opname begint.
Kies lage f-waarden om achtergronddetails zachter te maken.
Films opnemen
Geluid kan worden opgenomen met externe microfoonaansluiting van 2,5 mm in doorsnede; microfoons die systeemstroom nodig hebben kunnen niet worden gebruikt. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de microfoon voor meer informatie.
R Het rechts getoonde dialoogvenster wordt weergegeven wanneer er een microfoon is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting. Druk op
MENU
/
OK
en selecteer
MIC/
AFSTANDSBED.
> m
MIC
.
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
SET OVERSLAAN
37
38
Tijdens het afspelen worden fi lms weergegeven zoals de afbeelding rechts laat zien.
Tijdens het afspelen van een fi lm zijn de volgende handelingen mogelijk:
12/31/2050 10:00 AM
Druk op de selectieknop omlaag
om het afspelen te starten. Druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen wordt gepauzeerd, kunt u op de keuzeknop links of rechts drukken om één beeld tegelijkertijd vooruit- of achteruit te spoelen.
Afspelen stoppen
Druk op de selectieknop omhoog
om het afspelen te beëindigen.
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen.
Druk op MENU/OK
om het afspelen te pauzeren en volumeregelaar te weergeven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het volume aan te passen; druk nogmaals op
MENU/OK
om het afspelen te hervatten. Volume kan ook worden aangepast met de b
GELUID SET-UP
>
AFSPEEL VOLUME
optie in het instellingsmenu (
P
105).
±0
Filmpictogram
Voortgangsbalk
De voortgang wordt tijdens het afspelen op het scherm weergegeven.
Q
Zorg ervoor dat de luidspreker tijdens het afspelen niet wordt bedekt.
Q Er wordt geen geluid afgespeeld wanneer
UIT
wordt geselecteerd voor o
GELUID & FLITS
( P 104).
STOP PAUZE
29m59s
Druk op de selectieknop links of rechts
om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen. De snelheid wordt aangeduid door het aantal pijltjes ( M of N ).
Pijl
29m59s
STOP PAUZE
Druk op
Q
voor een snelle toegang tot geselecteerde opties.
Bij de standaardinstellingen, bevat het snelmenu de volgende onderdelen.
KIES INST. OP MAAT
BASE
INSTELLEN
A
.................................88
B
ISO
............................................................60
C
D
................................94
.............................................58
E
F
RUISONDERDRUKKING
...........................95
O
.......................................94
G
H
....................................94
P
.......................................73
I
......................................95
J
SCHADUWTINT
........................................95
K
L
.......................................................95
q ...................................................95
M
N
...................................45
F ....................................77
O
P
FLITSERFUNCTIE
......................................46
LCD-HELDERHD
......................................105
Het snelmenu toont de opties die momenteel zijn geselecteerd voor items B — P , die kunnen worden veranderd zoals beschreven op pagina 41. Het u
KIES INST. OP MAAT
item (item A ) toont de huidige aangepaste instellingen bank:
• q : Geen aangepaste instellingen bank geselecteerd.
• t — u : Selecteer een bedieningspaneel om de opgeslagen instellingen te bekijken door middel van de K
BEW/BEW INST.OP M
optie in het opnamemenu ( P 88).
39
40
De Q-knop gebruiken
1
Druk op
Q
om het snelmenu weer te geven tijdens het fotograferen.
2
Gebruik de selectieknop om items te markeren en druk de instelknop naar links of rechts om ze te veranderen.
3
Druk op
Q
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
R De opties weergegeven in het snelmenu kunnen worden geselecteerd met behulp van de h
KNOP/SCHIJFIN-
STELLING
>
BEWE RK/SLA OP SNELMENU
optie in het instellingenmenu. Bewerkingsopties voor het snelmenu kunnen ook worden weergegeven door de
Q
-knop ingedrukt te houden (
P
41).
De Q-knop gebruiken
Om de items weergegeven in het snelmenu te kiezen:
1
Druk en houd de
Q
-knop in tijdens het fotograferen.
KIES INST. OP MAAT
INSTELLEN EIND
2
De huidige opties worden weergegeven; gebruik de selectieknop om de gewenste optie dat u wilt wijzigen te markeren en druk op
MENU/OK
. U krijgt de volgende keuze-items om de geselecteerde positie toe te kunnen wijzen:
• KIES INST. OP MAAT
• ISO
• DYNAMISCH BEREIK
• WITBALANS
• RUISONDERDRUKKING
• BEELDGROOTTE
• BEELDKWALITEIT
• FILMSIMULATIE
• HIGHLIGHT TINT
• SCHADUWTINT
• KLEUR
• SCHERPTE
• ZELFONTSPANNER
• GEZICHTSDETECTIE
• LICHTMEETSYSTEEM
• SCHERPSTELLING
• FLITSERFUNCTIE
• FLITSCOMPENSATIE
• HF ASSISTENTIE
• FILMMODUS
• VIDEO ISO
• MIC-NIVEAU-INSTEL
• GELUID & FLITS
• LCD-HELDERHEID
• LCD KLEUR
• GRT.HOEKCONV.LENS
• SLUITERTYPE
• GEEN
R Selecteer
GEEN
om geen item toe te wijzen aan de geselecteerde positie. Wanneer
KIES INST. OP MAAT
is geselecteerd, worden de huidige instellingen getoond in het snelmenu door het label
BASE
.
3
Markeer het gewenste item en druk op
MENU/OK
om deze toe te wijzen aan de geselecteerde positie.
R
Het snelmenu kan ook worden bewerkt met behulp van de h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
>
BEWERK/SLA OP
SNELMENU
in het instellingsmenu ( P 107).
41
42
De functies die worden uitgevoerd door iedere functieknop kunnen geselecteerd worden door de toets ingedrukt te houden. De standaardopties worden hieronder weergegeven:
Fn1
-knop
Fn2
-knop
Fn3
-knop
Fn4
-knop
Filmopname (
P
36, 44)
Fn5
-knop
Scherpstelling (
P
44, 77)
Fn6
-knop
Zelfontspanner (
P
45)
Fn7
-knop
Flitserfunctie (
P
46)
Fn8
-knop
Scherpstelframe selecteren
(
P
48, 78)
Draadloze opties (
P
48, 113) Regelringopties (
P
49)
Geen
Met behulp van de functietoetsen
Om rollen toe te wijzen aan de functietoetsen, houdt u de
DISP/BACK
knop ingedrukt totdat het onderstaande menu wordt weergegeven. Selecteer knoppen om hun rol te kiezen.
FUNCTIE-INS. (Fn)
• VOORB DIEPTESCH
• ISO
• ZELFONTSPANNER
• BEELDGROOTTE
• BEELDKWALITEIT
• DYNAMISCH BEREIK
• FILMSIMULATIE
• WITBALANS
• LICHTMEETSYSTEEM
• SCHERPSTELLING
• SCHERPSTELGEBIED
• FLITSERFUNCTIE
• FLITSCOMPENSATIE
• KIES INST. OP MAAT
• VIDEO
• GEZICHTSDETECTIE
• RAW
• DRAADLS COMMUNICT
• GRT.HOEKCONV.LENS
• SLUITERTYPE
• PRVW BELICH HAND.
• VOORBEELD BEELDEFFECT
• REGELRING-INSTEL.
• GEEN
R
Voor het uitschakelen van de geselecteerde knop, kies
GEEN
.
R U kunt ook opties weergeven voor elk van de functieknoppen door de knop ingedrukt te houden.
R
De functies die worden uitgevoerd door de functieknoppen kunnen ook worden geselecteerd door middel van h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
>
FUNCTIE-INS.
(
Fn
) (
P
107).
Om te voorkomen dat de
Fn1
-knop per ongeluk begint te werken tijdens de belichting compensatie draaischijf prodecure, is de toegewezen functie (standaardinstelling: fi lmopname) alleen toegankelijk door de knop ingedrukt te houden. Nieuwe functies kunnen niet toegewezen worden aan de knop door deze ingedrukt te houden. Om een nieuwe functie toe te wijzen aan de
Fn1
-knop houdt u de
DISP/BACK
knop ( P 42) ingedrukt of gebruikt u de h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
optie in het instellingsmenu (
P
107).
43
44
De volgende secties beschrijven de standaardfuncties toegewezen aan de functieknoppen (
Fn1
–
Fn7
). In de basisinstellingen is er geen functie toegewezen aan
Fn8
.
Druk op de knop om fi lmopname te starten of te stoppen (
P
36).
Kies de scherpstelling voor de scherpstelstanden en
C
.
S
R Scherpstellingselectie is ook toegankelijk met behulp van de G
AUTOFOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu (
P
92).
Standaard functies
Gebruik de zelfontspanner voor zelfportretten of om bewegingsonscherpte te voorkomen die wordt veroorzaakt door camerabewegingen.
1
Druk op de functietoets om zelfontspanneropties weer te geven.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
R
2 SEC
S
10 SEC
De sluiter wordt twee seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Gebruik deze stand om bewegingsonscherpte, veroorzaakt door de bewegende camera als gevolg van het indrukken van de ontspanknop te, voorkomen.
De sluiter wordt tien seconden na het indrukken van de ontspanknop ontspannen. Dit kunt u gebruiken voor foto’s waarin u zelf wilt voorkomen.
De zelfontspanner is uitgeschakeld.
R
De zelfontspanneropties zijn eveneens toegankelijk vanuit het opnamemenu ( P 95).
3
Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen.
Q Ga achter de camera staan wanneer u de ontspanknop indrukt. Als u voor de lens staat, heeft dit invloed op de scherpstelling en de belichting.
4
Druk de ontspanknop verder in om de timer starten. De
99 aanduiding op het scherm laat het aantal seconden tot het openen van de sluiter zien. Om de zelfontspanner te onderbreken voordat de foto is genomen, druk op
DISP/BACK
.
Vlak voordat de foto wordt genomen, begint het zelfontspannerlampje op de voorkant van de camera te knipperen. Als de vertraging van twee seconden is geselecteerd, dan knippert het zelfontspannerlampje gedurende deze tijd.
R
De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
45
46
Standaard functies
Gebruik de ingebouwde fl itser voor extra verlichting wanneer u ‘s nachts of binnenshuis bij weinig licht fotografeert.
Druk op de functieknop om de hieronder getoonde opties weer te geven en druk dan op de selectieknop om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
A
K
N
(AUTOM. FLITSEN)
(ANTI RODE OGEN)
L
(INVULFLITS) //
(INVULFLITS)
*
//
F
(LANGZAME SYNCHRO) //
M
(ANTI R.OGEN+TIJD)
C
P
D (COMMANDER)
(EXTERNE FLITSER)
(FLITS ONDERDRUKT)
De fl itser fl itst wanneer nodig. Aanbevolen voor de meeste situaties.
De fl itser fl itst steeds wanneer een foto wordt gemaakt. Te gebruiken bij onderwerpen met tegenlicht en voor het verkrijgen van natuurlijke kleuren bij het fotograferen met helder licht.
Vang zowel het belangrijkste onderwerp als de achtergrond bij weinig licht (let op dat helder verlichte delen overbelicht kunnen zijn).
De ingebouwde fl itser kan worden gebruikt om optionele externe fl itsers te bedienen.
Selecteer bij het gebruik van optionele fl itsers van een ander merk.
De fl itser fl itst niet, zelfs niet wanneer het onderwerp slecht belicht is. Het gebruik van een statief wordt aanbevolen.
ingeschakeld ( P 93) en rode-ogenverwijdering aan staat (
P
97). Rode-ogenverwijdering reduceert het eff ect van “
rode ogen
” dat wordt
Standaard functies
R
De fl itsopties zijn ook toegankelijk met behulp van de p
FLITSLICHT INSTELLINGEN
optie in het opnamemenu
(
P
97 ).
R Als p weergegeven wordt wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt, zal de camera fl itsen bij het maken van de foto.
R
Behalve in de commander-stand, kan de fl itser meerdere keren afgaan bij iedere opname. Houd de camera stil totdat de opname volledig klaar is.
R Verwijder bij gebruik van de fl itser de zonnekap om schaduwen te voorkomen.
De fl itser synchroniseert met de sluiter op sluitertijden van 1 / 2000 sec. of langer.
De camera kan ook worden gebruikt met optionele FUJIFILM-fl itsers die op de accessoireschoen worden geplaatst.
Gebruik geen fl itsers van derden die meer dan 300 V toepassen op de accessoireschoen van de camera.
De beschikbare fl itsstanden verschillen per geselecteerde opnamestand (
P
146):
P S A M
Y j u S h O H p Q R s f U V W F r **
✔ ✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔
✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
*
Draadloos op afstand fotograferen.
47
48
Standaard functies
Druk op de knop om het focusgebied voor scherpstelstanden te kiezen
S
en
C
te kiezen. De procedure hangt af van de gekozen scherpstelling ( P 78).
Druk de functieknop in bij opnamestand om verbinding te maken met een smartphone of tablet via Wi-Fi ( P 113). Zodra een verbinding tot stand is gebracht, kun u de camera besturen via de telefoon of locatiegegevens downloaden.
R
Scherpstelgebiedselectie kan is ook toegankelijk met behulp van de
G
AUTOFOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu ( P 92).
R De draadloze opties zijn eveneens toegankelijk vanuit de opname-en weergavemenu’s (
P
98, 99).
Standaard functies
Om de rol toegewezen aan de regelring te kiezen:
1
Druk op de functietoets om regelringopties weer te geven.
■
BASISINSTEL.
Wanneer
BASISINSTEL.
is geselecteerd, de functie die u wilt toewijzen aan het bedieningsring verandert met de opnamestand.
PP
SS
AA
2
Markeer de gewenste optie en druk op
MENU/OK
.
Kies uit
BASISINSTEL.
,
ISO
,
WITBALANS
,
FILM-
SIMULATIE
en
DIGITALE TELE-CONV.
.
R
Regelringopties zijn eveneens toegankelijk vanuit het opnamemenu (
P
96).
R
Als de scherpstelmoduskeuzeschakelaar naar
M
gedraaid is, kan de regelring alleen gebruikt worden voor handmatig scherpstellen, ongeacht de hierboven geselecteerde optie. Merk echter op dat de geselecteerde optie niet toepasbaar is als handmatig scherpstellen is geselecteerd wanneer S , h , of Z is gekozen in
AUTO
modus.
49
50
Gebruik de auto keuzehendel om te schakelen tussen handmatige (
P
,
S
,
A
,
M
) en auto stand.
■
P
,
S
,
A
, en
M
standen
Draai aan de keuzehendel in de auto stand z
om foto’s te nemen in de
P
,
S
,
A
en
M
standen.
■
Auto modi
Draai de auto modus keuzehendel naar
AUTO
om camera-instellingen te laten aanpassen aan het onderwerp.
AUTO
wordt op de LCDmonitor weergegeven.
In de automodus kunt u opties kiezen voor verschillende onderwerp types door de regelring te draaien of door de A
ONDERWERPPROGRAMMA
optie in het opnamemenu te gebruiken (
P
92).
Wanneer de automatische standkeuzehendel wordt gedraaid op z , kunt u kiezen uit de volgende belichtingsfuncties: AE-programma (
P
), sluitertijdvoorkeuze AE (
S
), diafragmavoorkeuze AE (
A
), en handmatige
(
M
).
Om de camera de gelegenheid te geven zowel sluitertijd als diafragma aan te passen voor een optimale belichting, draai de auto standkeuzehendel naar z en de sluitertijd voor diafragma naar
A
.
P
verschijnt in het scherm.
Q
Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, dan worden de sluitertijden en diafragmaopeningen weergegeven als “– – –”.
P
4000 5.6
400
Indien gewenst kunt u de instelschijf naar links of rechts drukken om andere sluitertijd- en diafragmacombinaties te selecteren, zonder de belichting te wijzigen (programmaverschuiving). De nieuwe waarden voor sluitertijd en diafragma worden geel weergegeven. Programmaverschuiving is niet beschikbaar als een optie anders dan
P (uit) is geselecteerd voor fl itsermodus of als een auto-optie is geselecteerd voor
U
DYNAMISCH BEREIK
in het opnamemenu ( P 94). Om programmaverschuiving te annuleren, schakelt u de camera uit.
P
Sluitertijd
4000 5.6
Diafragma
400
51
52
Een belichtingsstand kiezen
Om de sluitertijd handmatig te wijzigen terwijl de camera het diafragma kiest voor optimale belichting, draai de auto modus keuzehendel naar z
en stel het diafragma in op
A
en gebruik de instelschijf voor sluitertijd.
S
verschijnt in het scherm.
R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1 / 3 EV door de instelschijf naar links of rechts te drukken. De sluitertijd kan worden gewijzigd zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Q Indien het met de gekozen sluitertijd niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt het diafragma rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas de sluitertijd aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt het diafragma weergegeven als “– – –”.
S 1000
400
Een belichtingsstand kiezen
Om diafragma handmatig aan te passen terwijl de camera de sluitertijd selecteert voor optimale belichting, draai de auto standkeuzehendel z
en draai de sluitertijd instelschijf naar
A
en pas het diafragma aan zoals gewenst.
A
verschijnt in het scherm.
R Het diafragma kan worden aangepast zelfs wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Q
Indien het met het gekozen diafragma niet mogelijk is om tot een goede belichting te komen, dan wordt de sluitertijd rood weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt. Pas het diafragma aan totdat een goede belichting is verkregen.
Q
Als het onderwerp zich buiten het bereik van de belichtingsmeter van de camera bevindt, wordt de sluitertijd weergegeven als “– – –”.
A 8.0
400
Wanneer L
VOORB DIEPTESCH
is toegewezen aan een functietoets ( P 42, 43), stopt drukken op de knop het kleiner worden van het diafragma dan de ingestelde waarde, waardoor de scherptediepte als voorbeeld in de weergave wordt bekeken.
Scherptediepte kan ook worden bekeken door het gebruiken van de scherptediepteindicator in de standaard weergave. Druk op
DISP/BACK
om door de weergavestanden te bladeren totdat standaard indicators worden weergegeven.
A
01 0.5
1.0
1.5
8.0
2.0
3.0
5.0
10
400
5 1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
Scherptediepte
53
54
Een belichtingsstand kiezen
Belichting kan worden aangepast met de waarde die wordt aangeraden door de camera, door aan de auto modus keuzehendel te draaien z
en zowel sluitertijd als de diafragmaring in te stellen op waarden anders dan
A
.
M
verschijnt in het scherm.
R De sluitertijd kan ook worden aangepast in stappen van 1 / 3 EV door de instelschijf naar links of rechts te drukken.
Om de belichting als voorbeeld op de LCD-monitor weer te geven, selecteer
AAN
voor
A
SCHERM SET-UP
>
PRVW BELICH HAND.
.
Selecteer
UIT
bij gebruik van de fl itser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
M 1000 8.0
400
Belichtingsindicator
Wanneer de auto modus keuzehendel is gedraaid naar
AUTO
, kunt u de regelring draaien om een keuze te maken uit de onderwerp types als volgt gecategoriseerd.
R De fl itserfunctie kan ook worden geselecteerd met behulp van de A
ONDER-
WERPPROGRAMMA
optie in het opnamemenu.
S
GEAVANCRD SR AUTO
h
PORTRET
Z
GEZICHT VERZACHTEN
M
LANDSCHAP
N
SPORT
O
NACHT
H
NACHT (STAT.)
p
VUURWERK
Q
ZONSOPKOMST
R
SNEEUW
s
STRAND
f
ONDER WATER
U
FEESTEN
V
BLOEMEN
W
DOCUMENTEN
De camera optimaliseert automatisch de instellingen om zich aan te passen aan het onderwerp.
Kies deze scène voor portretten.
Verwerkt portretten om het onderwerp een vloeiende, natuurlijke teint te geven.
Kies deze scène voor daglichtfoto’s of gebouwen en landschappen.
Kies deze scène bij het fotograferen van bewegende onderwerpen.
Kies deze stand voor slecht schemerlicht of nachtscènes.
Kies deze stand voor lange sluitertijden bij nachtopnames.
Lange sluitertijden worden gebruikt om de lichteff ecten van vuurwerk vast te leggen.
Kies deze stand om de levendige kleuren in zonsopkomsten en zonsondergangen vast te leggen.
Kies voor frisse, heldere foto’s die de helderheid van scènes vastleggen welke door glimmende witte sneeuw worden gedomineerd.
Kies voor frisse, heldere foto’s die de helderheid van zonovergoten standen vastleggen.
Vermindert de blauwe gloed die doorgaans geassocieerd wordt met onderwaterverlichting.
Leg achtergrondverlichting binnenshuis onder omstandigheden met weinig licht vast.
Auto scherpstelling voor close-up foto’s en krachtige kleuren.
Maak duidelijke foto’s van gedrukte tekst of tekeningen.
55
56
Selectie van een onderwerpprogramma
■
S
GEAVANCRD SR AUTO
De scène die geselecteerd is door de camera in
S
GEAVANCRD SR AUTO
stand wordt getoond met een pictogram op het scherm.
a
AUTO
c
LANDSCHAP
d
NACHT
e
MACRO
v
ZONSOPKOMST
x
HEMEL
z
HEMEL & GEBLADERTE
g
TEGENLICHTPORTRET
a
PORTRET&BEWEGING
u
STRAND
w
SNEEUW
y
GEBLADERTE
d
PORTRET
c
BEWEGEND VOORWERP
b
TEGENLICHTPORTRET &
BEWEGING
Q
De geselecteerde stand kan verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden. Als de stand en het onderwerp niet overeenkomen, selecteer handmatig een scène.
Gebruik de digitale teleconverter om het beeld verder te vergroten terwijl het wordt verwerkt voor scherpe, hoge-resolutie resultaten.
1
Wijs
DIGITALE TELE-CONV.
aan de regelring toe ( P 49).
2
Kies de zoomfactor door middel van de regelring.
Standaard zoom (28 mm*) 35 mm*
* Equivalent aan 35 mm formaat
3
Maak foto’s met de geselecteerde zoomfactor.
R J
DIGITALE TELE-CONV.
is ook toegankelijk vanuit het opnamemenu ( P 98).
Q
Beeldkwaliteit daalt lichtjes bij
DIGITALE TELE-CONV.
instellingen van 35 of 50 mm.
Q
De digitale teleconverter kan in sommige modi niet beschikbaar zijn.
50 mm*
57
58
Voor natuurlijke kleuren, kies een witbalansoptie die overeenkomt met de lichtbron.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
D
WITBALANS
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren. Het venster rechtsonder wordt weergegeven; gebruik de selectieknop om witbalans fi jn af te stellen of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder fi jn af te stellen.
WB VERSCHUIVING AUTO
AUTO
De witbalans wordt automatisch ingesteld.
h Meet een waarde voor witbalans ( P 59).
Het selecteren van deze optie geeft een lijst met kleurtemperaturen weer (
P
59); markeer een temperatuur en druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde optie te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven.
i
Voor onderwerpen in direct zonlicht.
j Voor onderwerpen in de schaduw.
k Voor “daglicht”-tl-buizen.
l Voor “warmwitte” tl-buizen.
m Voor “koelwitte” tl-buizen.
n Voor gloeilampverlichting.
Vermindert de blauwe gloed die doorgaans geassocieerd wordt met onderwaterverlichting.
R:0 B:0
INSTELLEN
R
De witbalans wordt alleen aangepast voor de fl itser in de standen
AUTO
en g
. Schakel de fl itser uit als u foto’s met andere witbalansinstellingen wilt maken.
R De resultaten verschillen afhankelijk van de omstandigheden waaronder wordt gefotografeerd. Bekijk de foto’s terug na het fotograferen om de kleuren te controleren.
Witbalans h
: Aangepaste witbalans
Kies h om de witbalans aan ongebruikelijke lichtomstandigheden aan te passen. De opties voor witbalansmeting worden weergegeven; kadreer een wit object zodat het scherm wordt gevuld en druk de ontspanknop helemaal in om de witbalans te meten (om de meest recente aangepaste waarde te selecteren en af te sluiten zonder de witbalans te meten, druk op
DISP/BACK
of druk op
MENU/OK
om de meest recente waarde te selecteren en het venster voor fi jnafstelling weer te geven).
•
Als “VOLTOOID!” wordt weergegeven
, druk op
MENU/OK
om de witbalans in te stellen op de gemeten waarde.
•
Als “ONDER” wordt weergegeven
, verhoog de belichtingscorrectie ( P 62) en probeer het opnieuw.
•
Wanneer “OVER” wordt getoond
, verlaag de belichtingscompensatie (
P
62) en probeer het opnieuw.
k
: Kleurtemperatuur
De kleurtemperatuur is een objectieve maateenheid voor de kleur van een lichtbron, gemeten in Kelvin (K). Lichtbronnen met een kleurtemperatuur die lijkt op die van direct zonlicht worden wit getoond; lichtbronnen met een lagere kleurtemperatuur krijgen een gele of rode gloed en lichtbronnen met een hogere lichttemperatuur worden blauw getint. U kunt een kleurtemperatuur kiezen die overeenkomt met de lichtbron, zoals aangegeven in de onderstaande tabel. U kunt ook een optie kiezen die sterk afwijkt van de kleur van de lichtbron om de foto’s “warmer” of “kouder” te maken.
Kies voor rodere lichtbronnen of “koudere” foto’s
Kies voor blauwere lichtbronnen of “warmere” foto’s
2000 K
Kaarslicht
Zonsondergang/zonsopgang
5000 K
Direct zonlicht
Schaduw
15000 K
Blauwe hemel
59
60
Met “gevoeligheid” wordt de gevoeligheid van de camera voor licht bedoeld. Kies uit waarden tussen 200 en 6400, of selecteer
L (100)
,
H (12800)
,
H (25600)
of
H (51200)
voor bijzondere situaties. Hogere waarden kunnen worden gebruikt om beelden minder wazig te maken als er weinig verlichting is, terwijl lagere waarden zorgen voor tragere sluitertijden of een wijdere opening van het diafragma bij fel licht. Let erop dat spikkels kunnen verschijnen in foto’s met een hoge gevoeligheid, met name bij
H (51200)
, terwijl het kiezen van
L (100)
het dynamisch bereik vermindert. Waarden van ISO 200 t/m ISO 6400 zijn aan te bevelen in de meeste situaties. Als
AUTO1
,
AUTO2
of
AUTO3
is geselecteerd, past de camera de gevoeligheid automatisch aan in reactie op de opnameomstandigheden.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
N
ISO
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
R
De gevoeligheid wordt niet gereset wanneer de camera wordt uitgezet.
R
L (100)
wordt teruggezet naar ISO 200 en
H (12800)
,
H (25600)
en
H (51200)
worden teruggezet naar ISO 6400 wanneer
RAW
,
FINE+RAW
of
NORMAL+RAW
is geselecteerd voor beeldkwaliteit (
P
94). Voor meer informatie over de instellingen die beschikbaar zijn voor
L (100)
,
H (12800)
,
H (25600)
en
H (51200)
, zie pagina 146.
Gevoeligheid
■
AUTOMATISCH
De volgende opties zijn beschikbaar wanneer
AUTO1
,
AUTO2
of
AUTO3
is geselecteerd:
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
MAX. GEVOELIGHEID
800 (
AUTO1
))
1600 (
AUTO2
))
3200 (
AUTO3
))
MIN. SLUITERSNELH
De camera kiest automatisch een gevoeligheid tussen de standaard- en maximumwaarden. Gevoeligheid is alleen hoger dan de standaardwaarde als de vereiste sluitertijd voor optimale belichting langer is dan de waarde geselecteerd voor
MIN. SLUITERSNELH
.
R Als de waarde geselecteerd voor
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
hoger is dan de waarde geselecteerd voor
MAX.
GEVOELIGHEID
,
BASISINSTEL. GEVOELIGHEID
wordt ingesteld op de waarde geselecteerd voor
MAX. GEVOE-
LIGHEID
.
R De camera selecteert mogelijk sluitertijden die langer zijn dan
MIN. SLUITERSNELH
als foto’s nog steeds onderbelicht zijn bij een waarde geselecteerd voor
MAX. GEVOELIGHEID
.
61
Draai aan de instelschijf voor belichtingscompensatie om de belichting aan te passen bij het fotograferen van zeer heldere, zeer donkere of zeer contrastrijke onderwerpen. Het eff ect is zichtbaar op het scherm.
Q De hoeveelheid beschikbare compensatie varieert met de opnamestand.
De belichtingswaarde wordt bepaald door de gevoeligheid van de beeldsensor en de hoeveelheid licht waaraan de sensor wordt blootgesteld. De hoeveelheid verdubbelen verhoogt EV met één, terwijl halveren EV met één verlaagt. De hoeveelheid licht die de camera binnendringt, kan worden beïnvloed door de sluitertijd en het diafragma aan te passen.
P 4000 5.6
400
Belichtingscompensatie-indicator
•
Onderwerpen met tegenlicht
: Kies waarden van +2 / 3 EV tot +12 / 3 EV.
Kies een positieve waarde (+) om de belichting te verhogen
•
Onderwerpen met een hoge refl ectie of zeer heldere scènes
(bijv. sneeuwlandschappen) : +1 EV
•
Scènes die voornamelijk bestaan uit lucht
: +1 EV
•
Onderwerpen met spotverlichting
(voornamelijk bij het fotograferen tegen een donkere achtergrond) : –2 / 3 EV
•
Onderwerpen met een lage refl ectie
(dennenbomen of donkergekleurd gebladerte) : –2 / 3 EV
62
Kies een negatieve waarde (–) om de belichting te verlagen
Kies hoe de camera de belichting meet.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
C
LICHTMEETSYSTEEM
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
De camera bepaalt de belichting direct op basis van een analyse van de compositie, kleur en de verdeling van de helderheid. Aanbevolen voor de meeste situaties.
De camera meet de lichtomstandigheden in het midden van het beeld, in een gebied dat overeenkomt met ca. 2% van het totaal. Aangeraden bij onderwerpen die vanachter belicht worden, en in andere gevallen waar de achtergrond beduidend helderder of donkerder is dan het belangrijkste onderwerp.
De belichting wordt ingesteld op basis van het gemiddelde van het gehele beeld. Zorgt voor dezelfde belichting bij meerdere foto’s met hetzelfde licht en is in het bijzonder eff ectief voor het fotograferen van landschappen en het maken van portretten van onderwerpen met witte of zwarte kleding.
Q De geselecteerde optie treedt alleen in werking wanneer Intelligente gezichtsdetectie uit staat ( P 93).
63
64
Om een zelfportret te maken, draai het LCD scherm zoals aangeduid.
R Het draaien van het LCD scherm voor de zelfportretpositie schakelt automatisch de Intelligente Gezichtsdetectie in (
P
93) en oogfocus (
P
93). Het LCD scherm toont een spiegelbeeld van het beeld gezien door het objectief.
R
Intelligente gezichtsherkenning is niet beschikbaar met handmatig scherpstellen ( P 74) of als M , N ,
P , V , of W is geselecteerd met de auto modus keuzehendel gedraaid naar
AUTO
.
De
DRIVE
knop geeft u toegang tot de volgende opties.
STILSTAAND BEELD
B
STILSTAAND BEELD
I
CONTINU
O
AE BKT
W
ISO BKT
X
FILMSIMULATIE BKT
H
WITBALANS BKT
Y
DYNAMISCH BEREIK BKT
u
BEWEGEND PANORAMA
j
MULTI-BELICHTING
Y
GEAVANC. FILTER
Modi
P
, ,
S
, ,
A
en
M
((Camerafuncties in auto stand wanneer auto standkeuzehendel is gedraaid naar
AUTO
.))
65
De DRIVE Knop
I
Continu fotograferen (Uitbarstingstand)
Leg beweging vast in een serie foto’s.
1
Druk op de
DRIVE
knop om de driveopties weer te geven en druk dan de keuzeknop omhoog of omlaag om
I
(
CONTINU
) te markeren en druk op
MENU/OK
.
R De beeldsnelheid varieert met het onderwerp, de sluitersnelheid, gevoeligheid en de scherpstelstand en kan mogelijk vertragen als er meer foto’s worden gemaakt.
R
De fl itser schakelt automatisch uit; de eerder ingestelde fl itsmodus wordt weer geselecteerd wanneer de stand voor continu fotograferen wordt uitgeschakeld.
R Er is mogelijk extra tijd vereist om foto’s op te slaan wanneer de opname eindigt.
R Als de bestandsnummering 999 bereikt voordat het fotograferen is voltooid, worden de resterende foto’s opgeslagen in een nieuwe map (
P
108).
R
Serieopname wordt mogelijk niet gestart als de beschikbare ruimte op de geheugenkaart onvoldoende is.
66
2
Druk de keuzeknop naar links of rechts om een beeldsnelheid te kiezen en druk op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar het opnamescherm.
3
Maak foto’s. De camera maakt foto’s terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt; de opname eindigt als de ontspanknop wordt losgelaten, het maximaal aantal foto’s is gemaakt of de geheugenkaart vol is.
Q
De camera’s interne temperatuur stijgt met het aantal genomen foto’s en de camera kan zichzelf automatisch uitschakelen om zijn interne circuits te beschermen. Wacht totdat de camera weer is afgekoeld voordat u hem weer aanzet.
Om de scherpstelling en de belichting bij elke opname te variëren, selecteer scherpstelstand
C
; in andere standen worden scherpstelling en belichting bepaald bij de eerste foto in iedere serie.
Q Selecteren J in de scherpstelstand
C
beperkt de keuze van focuskaders (
P
80).
Q Trackingprestaties belichting en scherpstelling kunnen variëren afhankelijk van het diafragma, gevoeligheid en de opnameomstandigheden.
De DRIVE Knop
Automatisch variëren van instellingen voor een serie foto’s.
1
Druk op de
DRIVE
knop om de driveopties weer te geven.
2
Druk de keuzeknop omhoog of omlaag om uit de volgende opties te kiezen:
O
Belichting (AE) bracketing
W
Gevoeligheid (ISO) bracketing
X
Filmsimulatie bracketing
H
Witbalans bracketing
Y
Dynamisch bereik bracketing
AE BKT
s s s
O
AE BKT
W
ISO BKT
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de steunhoeveelheid te kiezen. Telkens wanneer de sluiterknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s: één gebruikmakend van de gemeten waarde voor belichting, de tweede overbelicht door de geselecteerde hoeveelheid en de derde onderbelicht door dezelfde hoeveelheid (ongeacht de geselecteerde hoeveelheid zal de belichting niet de limieten van het belichtingsmeetsysteem overschrijden).
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de steunhoeveelheid te kiezen. Telkens wanneer de sluiter wordt ingedrukt, maakt de camera een foto met de huidige gevoeligheid (
P
60) en verwerkt de camera ze tot twee extra kopieën, de ene met een verhoogde gevoeligheid en de andere met een gevoeligheid verlaagd met de geselecteerde hoeveelheid (de gevoeligheid zal niet hoger dan ISO 6400 of lager dan
ISO 200 worden, ongeacht de geselecteerde hoeveelheid).
67
68
De DRIVE Knop
X
H
FILMSIMULATIE BKT
WITBALANS BKT
Y
DYNAMISCH BEREIK BKT
Telkens wanneer de ontspanknop wordt losgelaten, maakt de camera één foto en verwerkt deze om kopieën te creëren met verschillende instellingen voor fi lmsimulatie ( P 73). Filmsimulatie instellingen kunnen worden gekozen door het selecteren van
X
FILMSIMULATIE BKT
in het opnamemenu.
Druk de keuzeknop naar links of rechts om de steunhoeveelheid te kiezen. Elke keer dat de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie opnames: één met de huidige witbalans, één met fi jnafstelling verhoogd met de geselecteerde hoeveelheid en een andere met fi jnafstelling verminderd met de geselecteerd hoeveelheid.
Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera drie foto’s met verschillende dynamische bereiken ( P 94): 100% voor de eerste, 200% voor de tweede, 400% voor de derde. Hoewel de bracketing van het dynamisch bereik geactiveerd is, zal de gevoeligheid beperkt zijn tot minimaal ISO
800; de gevoeligheid die voorheen van kracht was wordt hersteld zodra de bracketing eindigt.
3
Druk op
MENU/OK
om de gemarkeerde optie te selecteren en om terug te keren naar het opnamescherm.
4
Maak foto’s.
De DRIVE Knop
Volg de aanwijzingen op het scherm om een panoramafoto te maken.
1
Drup op de
DRIVE
knop om de driveopties weer te geven, druk daarna de keuzeknop naar beneden of omhoog om
Adv.
te markeren, druk dan de keuzeknop naar links of rechts om u
(
BEWEGEND PANORAMA
) te markeren en druk dan op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar het opnamemenu.
5
Pan de camera in de met de pijl aangegeven richting. De opname wordt automatisch beëindigd wanneer de camera volledig tot aan het aangegeven einde is gepand en het panoramabeeld is voltooid.
Veeg camera lang gele lijn in richting van y
HOEK RICHTING
30 2.0
800
R Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt.
De belichting van het totale panorama wordt op basis van het eerste beeld bepaald. Er wordt mogelijk geen panorama vastgelegd als de ontspanknop al wordt ingedrukt voordat het panorama is voltooid.
2
Druk op de selectieknop links om de grootte van de hoek te selecteren waarmee u de camera tijdens het fotograferen wilt pannen. Markeer een grootte en druk op
MENU/OK
.
3
Druk op de selectieknop rechts om de keuzemogelijkheden voor de panrichtingen te bekijken. Markeer een panrichting en druk op
MENU/OK
.
4
Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te starten. U hoeft de ontspanknop tijdens het fotograferen niet ingedrukt te houden.
Houd voor de beste resultaten uw ellebogen in de zij en beweeg de camera in een kleine cirkel met een constante snelheid, waarbij de camera horizontaal wordt gehouden en let op dat u alleen in de richting pant die wordt aangegeven door de hulplijnen. Gebruik een statief voor de beste resultaten. Als het resultaat niet naar wens is, probeer dan te pannen met een andere snelheid.
69
70
De DRIVE Knop
Q Panorama’s worden van meerdere foto’s gemaakt; De belichting van het gehele panorama wordt bepaald bij de eerste foto. In sommige gevallen neemt de camera een grotere of kleinere hoek op dan geselecteerd of is hij niet in staat de foto’s perfect met elkaar te verbinden. Het laatste deel van het panorama wordt mogelijk niet vastgelegd als het opnemen wordt gestopt voordat het panorama compleet is.
Q
De opname kan worden onderbroken als de camera te snel of te langzaam wordt bewogen. De opname wordt geannuleerd wanneer de camera wordt bewogen in een andere richting dan wordt aangegeven.
Q
De gewenste resultaten worden mogelijk niet behaald bij bewegende onderwerpen, onderwerpen vlakbij de camera, onveranderlijke onderwerpen zoals de lucht of een grasveld, onderwerpen die constant bewegen zoals golven en watervallen of onderwerpen die duidelijk veranderingen ondergaan in helderheid. Panorama’s kunnen onscherp worden als het onderwerp slecht belicht wordt.
In schermvullende terugspeelweergave kunt u de instelschijf gebruiken om panorama’s in of uit te zoomen. Als alternatief kunt u panorama ook weergeven met behulp van de keuzeknop.
AFSPELEN
STOP PAUZE
Druk de keuzeknop omlaag om het afspelen te beginnen en druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen is gepauzeerd, kunt u handmatig door het panorama scrollen door de keuzeknop naar links of rechts te drukken; verticale panorama’s scrollen verticaal, horizontale panorama’s horizontaal. Om de schermvullende weergave af te sluiten, drukt u de keuzeknop omhoog.
De DRIVE Knop
Maak een foto die twee belichtingen combineert.
+
1
Drup op de
DRIVE
knop om de driveopties weer te geven, druk daarna de keuzeknop naar beneden of omhoog om
Adv.
te markeren, druk dan de keuzeknop naar links of rechts om j (
MUL-
TI-BELICHTING
) te markeren en druk dan op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar het opnamemenu.
3
Druk op
MENU/OK
. De eerste foto wordt bovenop het beeld weergegeven door de lens en u wordt gevraagd om de tweede foto te maken.
R Om terug te keren naar stap 2 en de eerste foto opnieuw te maken, druk op de selectieknop links.
Druk op
DISP/BACK
om de eerste foto op te slaan zonder een meervoudige belichting te maken.
4
Maak de tweede foto met behulp van het eerste beeld als leidraad.
5
Druk op
MENU/OK
om de meervoudige belichting te creëren, of druk op de selectieknop links om naar stap 4 terug te keren en maak de tweede foto opnieuw.
2
Maak de eerste foto.
71
72
De DRIVE Knop
Maak foto’s met fi ltereff ecten.
1
Druk op de
DRIVE
knop om de driveopties weer te geven en druk dan de keuzeknop omhoog of omlaag om
Y
(
GEAVANC. FILTER
) te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk de keuzeknop naar links of rechts om een fi ltertype te kiezen en druk op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar het opnamescherm.
G
SPEELGOEDCAMERA
H
MINIATUUR
I
POP-KLEUR
J
HIGH-KEY
Kies voor een retro speelgoedcamera-eff ect.
De boven- en onderzijden van foto’s worden onscherp gemaakt voor een diorama-eff ect.
Creëer contrastrijke beelden met verzadigde kleuren.
Maak heldere beelden met laag contrast.
Z
K
X
LAAG-TOON
DYNAMISCHE KLEURTOON
ZACHTE FOCUS
Creëer uniforme donkere tonen met enkele gebieden met benadrukte highlights.
Dynamische kleurtoonexpressie wordt voor een fantasieeff ect gebruikt.
Creëer een opmaak met een gelijkmatige zachtheid over het hele beeld.
u
GEDEELTE KLEUR (ROOD)
v
GEDEELTE KLEUR (ORANJE)
w
GEDEELTE KLEUR (GEEL)
x
GEDEELTE KLEUR (GROEN)
y
GEDEELTE KLEUR (BLAUW)
z
GEDEELTE KLEUR (PAARS)
Delen van het beeld met de geselecteerde kleur worden in die kleur vastgelegd. Alle andere delen van het beeld worden in zwart-wit vastgelegd.
3
Maak foto’s.
R Afhankelijk van het onderwerp en de camera-instellingen kunnen beelden in sommige gevallen korrelig zijn of variëren in helderheid en kleurtoon.
Boots de eff ecten van verschillende fi lmsoorten na, waaronder zwart-wit (met of zonder kleurfi lters).
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om P
FILMSIMULATIE
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
c (PROVIA/STANDAARD) Standaard kleurreproductie. Geschikt voor een keur aan onderwerpen, van portretten tot landschappen.
> (Velvia/LEVENDIG) Een contrastrijk pallet van verzadigde kleuren, geschikt voor natuurfotografi e.
e
(ASTIA/LAAG)
Versterkt het bereik van beschikbare kleurenschakeringen voor huidtinten in portretten terwijl de helderblauwe kleuren van de luchten bij daglicht behouden blijven. Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
i (CLASSIC CHROME) Zachte kleur en verbeterd schaduwcontrast voor een rustige uitstraling.
g (PRO Neg. Hi) Biedt iets meer contrast dan h (PRO Neg. Std). Aanbevolen voor portretfotografi e buitenshuis.
h b e
(PRO Neg. Std)
(MONOCHROOM)
(MONOCHROOM +
Een palet van zachte tinten. De reeks beschikbare kleurenschakeringen voor huidtinten is vergroot, waardoor dit een goede keuze is voor portretfotografi e in de studio.
Voor het maken van standaard zwart-witfoto’s.
Zwart-wit-foto’s maken met iets meer contrast. Deze instelling vermindert ook enigszins de helderheid van de hemel.
d
(MONOCHROOM +
Zwart-wit-foto’s maken met meer contrast. Deze instelling vermindert ook de helderheid van de hemel.
f (MONOCHROOM +
Maakt huidtonen in zwart-wit-portretten zachter.
f
(SEPIA) Voor het maken van foto’s in sepia.
R
Opties voor fi lmsimulatie kunnen worden gecombineerd met de instellingen voor tinten en scherpte (
P
95).
73
74
Gebruik de selectieknop voor de scherpstelstand om te kiezen hoe de camera scherpstelt.
•
S
(enkelvoudige AF) : De scherpstelling blijft vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt. Kies voor stilstaande onderwerpen.
•
C
(continu AF) : Scherpte wordt continu aangepast om veranderingen in de afstand tot het onderwerp te weerkaatsen terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. Gebruik voor bewegende onderwerpen. Oog-detectie AF is niet beschikbaar.
•
M
(handmatig) : Stel handmatig scherp met behulp van de regelring. Draai de ring naar links om de scherpstelafstand te verkleinen, naar rechts om deze te vergroten. De handmatig scherpstelindicator geeft aan in welke mate de scherpstelafstand overeenkomt met de afstand tot het onderwerp binnen de focushaken (de witte lijnen geven de scherpstelafstand aan, de blauwe de diepte van het veld, of met andere woorden de afstand voor en achter het focuspunt dat scherp lijkt); u kunt scherpte ook visueel controleren op de LCD-monitor. Kies voor handmatige scherpstelling of in situaties waarbij de camera niet scherp kan stellen met automatische scherpstelling (
P
85).
Verminder de scherpstelafstand
Vergroot de scherpstelafstand
Pictogram handmatige scherpstelstand
Scherpstelafstand
(witte lijn)
5 1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
01 0.5
1.0
1.5
2.0
3.0
5.0
10
Handmatige scherpstelindicator
M 4000 5.6
400
Scherptediepte
(blauwe balk)
R Gebruik de I
REGELRING
opties in het instelmenu ( P 107) om de draairichting van de regelring om te keren.
R
Om autofocus te gebruiken om het onderwerp in het scherpstelgebied scherp te stellen (
P
78), drukt u op de
AF-L/AE-L
knop (de grootte van het scherpstelgebied kan worden gekozen met de instelschijf ). In de handmatige scherpstelstand kunt u met deze functie snel scherp stellen op een bepaald onderwerp met behulp van enkelvoudig of continu AF volgens de optie die is gekozen voor
G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
DIRECT AF-INSTELLING
(
P
92).
Scherpstelstand
R
De camera kan de scherpstelafstand in meters of feet aangeven. Gebruik de
A
SCHERM SET-UP
>
EENHEDEN
AF-SCHAAL
optie in het setup menu (
P
106) om de gebruikte units te kiezen.
R Als
AAN
is geselecteerd voor G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
PRE-AF
in het opnamemenu ( P 93), focus zal continu aangepast worden in de standen
S
en
C
zelfs wanneer de ontspanknop niet wordt ingedrukt.
■
De scherpstelindicator
De scherpstelindicator wordt groen wanneer op het onderwerp is scherpgesteld en knippert wit wanneer de camera niet in staat is om scherp te stellen. Haakjes (“( )”) geven aan dat de camera aan het scherpstellen is en worden continu weergegeven in stand
C
. j
wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand.
P 4000 5.6
Scherpstelindicator
400
Om in te zoomen op het huidige scherpstelgebied (
P
78) voor precieze focus, drukt u op het midden van de instelschijf. Druk opnieuw om het zoomen te annuleren. In de handmatig scherpstelmodus kan zoom aangepast worden door de instelschijf naar links of rechts te drukken wanneer
STANDAARD
of
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
geselec-
M M
teerd is voor c
HF ASSISTENTIE
, terwijl als
AAN
is geselecteerd voor
A
SCHERM SET-UP
>
SCHERPSTELLOEP
, zal de camera automatisch inzoomen op het geselecteerde scherpstelgebied wanneer de regelring is gedraaid. Scherpstelzoom is niet beschikbaar in de scherpstelstand
C
of wanneer
G >
PRE-AF
aan is of een andere optie dan r
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor
G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
SCHERPSTELLING
.
75
76
Scherpstelstand
■
HF assistentie
De c
HF ASSISTENTIE
optie in het opnamemenu kan gebruikt worden om scherpte te controleren als foto’s worden gekadreerd op de LCD-monitor in de handmatig scherpstellenmodus.
R
Het c
HF ASSISTENTIE
menu kan worden weergegeven door het midden van de instelschijf ingedrukt te houden.
De volgende opties zijn beschikbaar:
•
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
: Markeert contrastrijke contouren. Draai aan de regelring totdat het onderwerp is gemarkeerd.
•
DIGITAAL SPLITSEN BEELD
: Geeft een gesplitst, zwart-witbeeld in het midden van het beeld weer. Kadreer het onderwerp in het gesplitste beeldveld en draai aan de regelring totdat de drie delen van het gesplitste beeld juist zijn uitgelijnd.
Scherpstelstand
Voor het kiezen van de scherpstelling voor scherpstelstanden
S
en
C
, druk op de functietoets (
Fn2
) om de hieronder getoonde opties weer te geven, druk vervolgens op de selectieknop omhoog of omlaag om een optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren.
• r
: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Gebruik deze optie om scherp te stellen op een geselecteerd onderwerp.
• y
: De camera stelt scherp op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt. Scherpstelling zones bevatten ook meerdere scherpstelpunten (5 × 3, 5 × 5, of 3 × 3) om makkelijker scherp te stellen op bewegende onderwerpen.
• z : In de scherpstelstand
C
, de camera volgt het scherpstellen op het onderwerp in het geselecteerde scherpstelpunt terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt. In de scherpstelstand
S
, stelt de camera automatisch scherp op contrastrijke onderwerpen; de gebieden waarop wordt scherpgesteld worden op het display weergegeven. De camera kan mogelijk niet scherpstellen op kleine voorwerpen of snel bewegende onderwerpen.
R Scherpstellingsopties zijn ook toegankelijk met behulp van de G
AUTOFOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu ( P 92).
77
78
Scherpstelstand
Kies een scherpstelpunt voor autofocus. De procedure voor het selecteren van het scherpstelpunt varieert afhankelijk van de optie die is gekozen voor scherpstelling ( P 77).
R
Scherpstelgebiedselectie kan is ook toegankelijk met behulp van de
G
AUTO-
FOCUS INSTELLING
-optie in het opnamemenu ( P 92).
R
Scherpstelgebiedselectie kan ook worden gebruikt voor het kiezen van het scherpstelpunt voor handmatige focus en focus zoom.
■
Enkel punt AF
Druk op de functietoets (
Fn5
) om de scherpstelpunten (“+”) en scherpstelframe weer te geven. Gebruik de selectieknop om het gewenste scherpstelframe te positioneren of druk op
DISP/BACK
om terug te keren naar het midden.
Gebruik de instelschijf om het formaat van het scherpstelkader te kiezen.
Druk de instelschijf naar links om het beeld tot maximaal 50% te verkleinen, naar rechts om de foto tot maximaal 150% te vergroten of druk op het midden van de instelschijf om het beeld naar het oorspronkelijke formaat terug te zetten. Druk op
MENU/OK
om uw selectie in werking te stellen.
Scherpstelpunt
Scherpstelframe
■
Zone AF
Druk op de functietoets (
Fn5
) om de scherpstelzone te weergeven.
Gebruik de selectieknop om de zone te positioneren of druk op
DISP/BACK
om de zone terug te keren naar het midden van het scherm.
Gebruik de instelschijf om het aantal scherpstelkaders in de zone te kiezen. Druk de instelschijf naar rechts om door de zonegroottes te bladeren in de volgorde 5 × 5, 3 × 3, 5 × 3, 5 × 5…, naar links om te bladeren door zonegroottes in omgekeerde volgorde, of druk op het midden van de instelschijf om een zonegrootte van 5 × 3 te selecteren. Druk op
MENU/OK
om de instelling in werking te stellen.
Scherpstelstand
Zone scherpstelling
79
80
Scherpstelstand
■
Tracking (Alleen Scherpstelstand
C
)
Druk op de functietoets (
Fn5
) om het scherpstelframe weer te geven. Gebruik de selectieknop om het scherpstelframe te positioneren of druk op
DISP/BACK
om het frame terug te keren naar het midden van het scherm.
Druk op
MENU/OK
om de instelling in werking te stellen. Scherpstelling aan de camera volgt het onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Scherpstelframe
Q Handmatige scherpstelframeselectie is niet beschikbaar wanneer groothoek/tracking is geselecteerd in de scherpstelstand
S
.
Tijdens hogesnelheid salvofotografi e ( J ), is het aantal beschikbare scherpstelkaders in scherpstelmodus
C
lager en de maximum zonegrootte is beperkt tot 5 × 3.
Enkel punt Zone Groothoek/tracking
Selecteer een sluitertijd van
T
(tijd) of
B
(bulb) voor lange tijdopnamen.
R
Gebruik van een statief wordt aanbevolen om bewegen van de camera tijdens het belichten te voorkomen.
R Om “ruis” (spikkels) te verminderen bij lange tijdopnamen, selecteer
AAN
voor K
L BEL. RO
in het opnamemenu
( P 95). Let op dat de tijd die nodig is om de afbeelding vast te leggen na het fotograferen hierdoor langer kan worden.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
T
.
1
Draai de instelschijf van de sluitertijd naar
B
.
2
Druk de instelschijf naar links of rechts om een sluitertijd te kiezen.
S 2 ” 200
3
Druk de ontspanknop volledig in om een foto te maken met de geselecteerde sluitertijd. Een aftellende timer wordt weergegeven terwijl er belicht wordt.
2
Druk de ontspanknop volledig in. De sluiter kan tot 60 minuten lang openblijven zolang de ontspanknop wordt ingedrukt; het scherm toont de tijd die verstreken is sinds de belichting begon.
R
Door diafragma van
A
te selecteren, wordt de sluitertijd ingesteld op 30 sec.
81
82
Lange tijdopnamen (T/B)
Een optionele RR-90 afstandsontspanner kan gebruikt worden voor langdurige belichting. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing die bij de RR-90 werd geleverd voor meer informatie.
Daarnaast is het ook mogelijk elektronische afstandsontspanners van derden aan te sluiten via de aansluiting voor de microfoon/ afstandsontspanner. Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven wanneer een ontspanner van een derde partij verbonden is; druk op
MENU
/
OK
en selecteer n
AFST.B
voor
MIC/AFSTANDS-
BED.
.
CONTROLEER MIC/AFSTAND-
SLUITER INSTELLING
SET OVERSLAAN
Volg de onderstaande stappen om de camera te confi gureren voor het automatisch foto’s maken in een vooringesteld interval.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om o
INTERVAL-TIMEROPNAME
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Gebruik de selectieknop om het interval en het aantal opnamen te kiezen. Druk op
MENU/OK
om door te gaan.
INTERVAL/AANTAL KEER
INTERVAL
2
1
24
23
0
01 00
AANTAL KEER
001
EIND ANNULEREN
3
Gebruik de selectieknop om starttijd te kiezen en druk dan op start automatisch.
MENU/OK
. De opname
START WACHTTIJD
2
1
24
23
0 h 00 m LATER
VERWACHTE STARTTIJD 11:00 PM
START ANNULEREN
Q
Intervalfotografi e kan niet worden gebruikt bij een sluitertijd van
B
(bulb) of tijdens panorma- of meervoudige belichtingsfotografi e. In continustand, kan er slechts één foto worden gemaakt wanneer de sluiter wordt ontspannen.
R
Gebruik van een statief wordt aanbevolen.
R
Controleer het batterijniveau alvorens te beginnen.
R Het display schakelt uit tussen opnamen en licht op enkele seconden voordat de volgende foto wordt gemaakt.
Het display kan op elk moment worden geactiveerd door de ontspanknop helemaal in te drukken.
83
84
De camera stelt scherp en stelt belichting in voor foto’s wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt en scherpstelling (AF) en belichting (AE) blijven vergrendeld terwijl de sluitertoets in deze positie blijft. Gebruik scherpstelling en belichtingsvergrendeling om foto’s samen te stellen met off -center onderwerpen.
1
Plaats het onderwerp in het scherpstelkader.
2
Druk de ontspanknop half in om scherpstelling en belichting in te stellen. Het scherpstelkader wordt groen.
R
Dit proces kan zo vaak als gewenst worden herhaald voordat de foto wordt gemaakt.
3
Stel de foto opnieuw samen. Verander niet de afstand tot het onderwerp terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt.
P
P
P
4
Druk de ontspanknop verder in om de foto te maken.
De -knop
Scherpstelling en/of belichting kunnen ook worden vergrendeld met behulp van de
AF-L/AE-L
-knop.
Scherpstelling/belichtinsvergrendeling
Hoewel de camera is uitgerust met uiterst nauwkeurige automatische scherpstelling, is het mogelijk dat er niet kan worden scherpgesteld op onderstaande onderwerpen.
• Zeer glimmende onderwerpen, zoals spiegels of auto’s.
R
Scherpstelling en/of belichting blijven vergrendeld terwijl de knop wordt ingedrukt, ongeacht of de ontspanknop wel of niet half wordt ingedrukt.
R
De functie uitgevoerd door de
AF-L/AE-L
-knop kan worden geselecteerd met behulp van de optie v
KNOP AF-L/AE-L-VERGR.
in het instellingenmenu:
•
ENKEL AE-VERG.
(de basisinstelling): De
AF-L/AE-L
knop vergrendelt alleen belichting.
•
ENKEL AF-VERG.
: De
AF-L/AE-L
-knop vergrendelt alleen scherpstelling.
•
AF-L/AE-L-VERGRENDEL.
: De
AF-L/AE-L
-knop vergrendelt zowel scherpstelling als belichting.
R Als de
AF/AE-VERG AAN/UIT
is geselecteerd voor k
MODUS AE/AF-VERG.
in het instellingenmenu, zal scherpstelling en/of belichting vergrendelen wanneer de knop wordt ingedrukt en blijven vergrendeld totdat de knop nogmaals wordt ingedrukt ( P 96).
• Zeer snel bewegende onderwerpen.
• Onderwerpen die zich achter een raam of andere refl ecterende voorwerpen bevinden.
• Donkere onderwerpen en onderwerpen die licht absorberen in plaats van refl ecteren, zoals haar of bont.
• Niet tastbare onderwerpen, zoals rook of vuur.
• Onderwerpen die niet contrasteren met de achtergrond (bijvoorbeeld een persoon in kleding die dezelfde kleur heeft als de achtergrond).
• Onderwerpen die zich voor of achter een contrastrijk voorwerp bevinden dat eveneens in het scherpstelframe valt (bijvoorbeeld een onderwerp tegen een achtergrond met veel contrasterende elementen).
85
86
Om ruwe, onbewerkte gegevens van de camerabeeldsensor op te nemen, selecteer de optie
RAW
voor beeldkwaliteit in het opnamemenu, zoals hieronder beschreven. JPEG-kopieën van RAW-afbeeldingen kunnen worden gemaakt met behulp van de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu, of u kunt RAWafbeeldingen bekijken op een computer met behulp van de RAW-FILECONVERSIE-applicatie (
P
87, 114).
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
T
BEELDKWALITEIT
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
. Selecteer
RAW
om alleen RAW-afbeeldingen vast te leggen of
FINE+RAW
of
NORMAL+RAW
om zowel een JPEG-kopie samen met de RAW-afbeeldingen vast te leggen.
FINE+RAW
gebruikt minder JPEG-compressieverhoudingen voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl
NORMAL+RAW
meer JPEG-compressieverhoudingen gebruikt zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen.
Om RAW beeldkwaliteit aan of uit te zetten voor een enkele foto, wijs
RAW
toe aan een van de ( P 42, 43). Als een
JPEG-optie momenteel is geselecteerd voor beeldkwaliteit zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige
JPEG+RAW-optie selecteren. Als een JPEG+RAW-optie momenteel is geselecteerd, zal het drukken op de knop tijdelijk de overeenkomstige JPEG-optie selecteren, terwijl als
RAW
is geselecteerd, het drukken op de knop tijdelijk
FINE
selecteert. Het maken van een foto of nogmaals op de knop drukken herstelt de vorige instelling.
R Gevoeligheden van
L (100)
,
H (12800)
,
H (25600)
en
H (51200)
zijn niet beschikbaar wanneer de RAW-beeldkwaliteit op (
P
60) staat.
Foto’s maken in RAW-formaat
Bij RAW-foto’s worden de camera-instellingen en de gegevens van de beeldsensor apart opgeslagen.
Met de optie j
RAW-CONVERSIE
in het afspeelmenu kunt u JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken met andere opties voor de hieronder genoemde instellingen. Het origineel blijft onaangetast, waardoor een
RAW-foto op meerdere verschillende manier kan worden verwerkt.
1
Druk op
MENU/OK
tijdens het afspelen om het afspeelmenu weer te geven, druk vervolgens de selectieknop omhoog of omlaag om j
RAW-
CONVERSIE
te markeren en druk op
MENU/OK
om de instellingen in de rechts aangeduide lijst weer te geven.
R Deze opties kunnen tevens worden weergegeven door op de
Q
-knop te drukken tijdens het afspelen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om een instelling te markeren en druk op de keuzeknop rechts om te
RAW-CONVERSIE
REFLECT OPN. COND.
PUSH/PULL-VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
WITBALANS
WB VERSCHUIVING
CREEREN ANNULEREN
selecteren. Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te markeren en druk op
MENU/OK
om te selecteren en terug te keren naar de lijst met instellingen. Herhaal deze stap om andere instellingen aan te passen.
REFLECT OPN. COND.
Een JPEG-kopie maken met de instellingen die op het moment van fotograferen van kracht waren.
PUSH/PULL-
VERWERKING
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
Pas de belichting aan met –1 EV tot +3 EV in stappen van 1 / 3 EV.
Verbeter details in highlights voor een natuurlijk contrast ( P 94).
Bootst de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten ( P 73).
WITBALANS
Pas de witbalans aan ( P 58).
WB VERSCHUIVING
Fijnafstelling witbalans ( P 58).
KLEUR
SHERPTE
De kleurdichtheid aanpassen ( P 95).
Contouren verscherpen of verzachten ( P 95).
HIGHLIGHT TINT
SCHADUWTINT
RUISONDERDRUK-
KING
KLEURR
Highlights aanpassen ( P 95).
Schaduwen aanpassen ( P 95).
Bewerk de kopie om spikkels te verminderen
( P 95).
Kies de kleurr die bij de kleurreproductie moet worden gebruikt (
P
108).
3
Druk op de
Q
-knop om een voorbeeld te bekijken van de JPEG-kopie en druk op
MENU/OK
om op te slaan.
87
88
Sla maximaal 7 aangepaste camera-instellingen op voor veelvoorkomende situaties. Opgeslagen instellingen kunnen worden teruggehaald met de optie u
KIES INST. OP MAAT
in het opnamemenu.
1
Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om
INST. OP M
te markeren en druk op
MENU/OK
.
K
BEW/BEW
P
OPNAMESTANDEN
AANGEPAST 1
0
AAN
AANGEPAST 2
AANGEPAST 3
UIT
UIT
AANGEPAST 6
AANGEPAST 7
35mm
OFF
2
Markeer de geheugenbank met de aangepaste instellingen en druk op
MENU/OK
om te selecteren. Pas het volgende desgewenst aan en druk op
DISP/BACK
wanneer de aanpassingen zijn voltooid: N
ISO
, U
DYNAMISCH
BEREIK
,
P
FILMSIMULATIE
,
D
WITBALANS
, f
KLEUR
, q
SHERPTE
, r
HIGHLIGHT TINT
, s
SCHADUWTINT
, en h
RUISONDERDRUKKING
.
AANGEPAST 1
ACT. INST. OPSL
ISO
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
WITBALANS
KLEUR
VERLATEN
200
AUTO
0
R Om de instellingen in de geselecteerde geheugenbank te vervangen door de huidige camera-instellingen, selecteer K
ACT. INST. OPSL
en druk op
MENU/OK
.
3
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
.
INST. OP MAAT OPSLAAN
OP MAAT 1 GOED INGESTELD?
OK
ANNULEREN
OK
Voer de onderstaande stappen uit om naar foto’s te zoeken.
1
Druk tijdens het afspelen op
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om b
EEN FOTO ZOEKEN
te markeren en druk op
MENU/OK
.
2
Markeer een optie en druk op
MENU/OK
.
OP DATUM
OP GEZICHT
Zoeken op datum.
Afbeeldingen met gezichten zoeken.
OP
I
FAVORIETEN
Zoeken op waardering ( P 30).
OP SCÈNE
Zoeken op scène.
OP GEGEVENSTYPE
Zoek alle foto’s, alle fi lms of alle RAW-afbeeldingen.
3
Selecteer een zoekcriterium. Alleen foto’s die overeenkomen met de zoekvoorwaarde worden weergegeven. Wilt u de geselecteerde foto’s wissen, beveiligen of in een diavoorstelling afspelen, druk dan op
MENU/OK
en selecteer een van de opties rechts.
4
Om de zoekopdracht te beëindigen selecteert u
ZOEKEN BEINDIGD
.
A
WISSEN
D
BEVEILIGEN
I
DIAVOORSTELLING
101
89
90
Maak boeken van uw favoriete foto’s.
1
Selecteer
NIEUW BOEK
voor m
FOTOBOEK
HULP
in het weergavemenu (
P de volgende opties:
•
SELECTIE ALLES
: Kies uit alle beschikbare foto’s.
•
SEL. OP AFB. ZOEKEN
: Kies uit foto’s die overeenkomen met de geselecteerde zoekcriteria
( P 89).
R
Noch foto’s die kleiner zijn dan a
noch fi lms kunnen voor fotoboeken worden geselecteerd.
2
Blader door de beelden en druk op de selectieknop omhoog om te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op de selectieknop omlaag om het huidige beeld op de omslag weer te geven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten wanneer het boek is voltooid.
R
De als eerste geselecteerde foto wordt automatisch de omslagfoto. Druk op de selectieknop omlaag om een andere omslagfoto te selecteren.
3
Markeer
FOTOBOEK VOLTOOIEN
en druk op
MENU/OK
(kies
ALLES SELECTEREN
om alle foto’s, of alle foto’s die aan de opgegeven zoekcriteria voldoen, voor het boek te selecteren).
Het nieuwe boek wordt aan de lijst in het menu fotoboek hulp toegevoegd.
Q Fotoboeken kunnen tot 300 foto’s bevatten.
Q
Boeken zonder foto’s worden automatisch verwijderd.
Fotoboekhulp
Markeer een boek in het menu Fotoboek hulp en druk op
MENU/OK
om het boek weer te geven en druk vervolgens op de selectieknop links of rechts om door de foto’s te bladeren.
Geef het fotoboek weer en druk op
MENU/OK
. De volgende opties worden weergegeven; selecteer de gewenste optie en volg de aanwijzingen op het scherm.
•
BEWERKEN
: Bewerk het fotoboek zoals beschreven in “Een fotoboek maken” (
P
90).
•
WISSEN
: Wis het fotoboek.
Fotoboeken kunnen worden gekopieerd naar een computer met behulp van MyFinePix Studio-software (
P
114).
91
92
Het opnamemenu kan worden gebruikt om de instellingen aan te passen aan een grote selectie opname-omstandigheden. Druk op
MENU/OK
in de opnamestand om het opnamemenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
P OPNAMESTANDEN
PROGRAMMA AE
AUTOFOCUS INSTELLING
ISO
BEELDGROOTTE
BEELDKWALITEIT
DYNAMISCH BEREIK
FILMSIMULATIE
VERLATEN
200
3:2
F
AUTO
d
GEAVANC. FILTER
Kies een fi lter (
P
72).
R
Deze optie is alleen beschikbaar als
Y
GEAVANC. FILTER
geselecteerd is voor drivemodus.
A
ONDERWERPPROGRAMMA
Kies de opnamestand die wordt gebruikt wanneer de auto standkeuzehendel in de
AUTO
positie staat.
G
AUTOFOCUS INSTELLING
Pas de autofocus instellingen aan.
Kies het scherpstelgebied (
P
78).
Kies de scherpstelling voor de scherpstelstanden
S
en
C
(
P
77).
Kies hoe de camera het scherpstelt in de scherpstelstand
AF-S
of
AF-C
.
•
ONTGRENDELEN
: Sluitertijd krijgt voorrang boven de scherpstelling. U kunt foto’s nemen wanneer de camera niet is scherpgesteld.
•
FOCUS
: Scherpstelling krijgt voorrang boven de sluitertijd. U kunt alleen foto’s nemen wanneer de camera is scherpgesteld.
Kies hoe de camera scherpstelt wanneer de
AF-L/AE-L
-knop in ingedrukt in de handmatige scherpstelstand
(
P
74).
De menu’s gebruiken: Opnamestand
G
AUTOFOCUS INSTELLING (Vervolg)
Intelligente gezichtsdetectie stelt in de gehele foto de scherpstelling en belichting in voor gezichten van mensen, waarbij wordt voorkomen dat de camera niet de achtergrond scherpstelt in groepsportretten. Kies voor foto’s die portretonderwerpen benadrukken.
Om Intelligente gezichtsdetectie te gebruiken, druk op
MENU/OK
om het opnamemenu weer te geven en selecteer
AAN
voor
G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
GEZICHTSDE-
TECTIE
. Gezichten kunnen met de camera in verticale of horizontale richting worden gedetecteerd; als er een gezicht is gedetecteerd, wordt dit aangeduid door een groene rand. Als er zich meerdere gezichten in de foto bevinden, dan selecteert de camera het gezicht dat zich het dichtst bij het midden bevindt: andere gezichten worden met witte randen aangeduid.
Q In sommige standen is het mogelijk dat de camera de belichting voor de gehele foto in plaats van het portretonderwerp instelt.
Q
Als het onderwerp beweegt terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, dan bevindt het gezicht zich mogelijk niet in het gebied met de groene rand bij het maken van de foto.
Kies of de camera de ogen detecteert en scherpstelt wanneer de Intelligente gezichtsdetectie aan staat. Kies uit u
AUTO
(de camera kiest automatisch welk oog scherpgesteld wordt), w
VOORKEUR RECHTEROOG
(de camera stelt het rechteroog scherp), v
VOORKEUR LINKEROOG
(de camera stelt het linkeroog scherp), en
UIT
(scherpstellen ogen uit).
R Als de camera niet in staat is om de ogen van het onderwerp te detecteren doordat deze verborgen zijn door haar, een bril, of andere objecten, dan zal de camera scherpstellen op de gezichten.
Als
AAN
is geselecteerd, zal de camera blijven scherpstellen, zelfs wanneer de ontspanknop niet half wordt ingedrukt. Merk op dat dit het leegraken van de batterij versnelt.
Als deze instelling
AAN
staat, gaat de AF-hulpverlichting branden om het automatische scherpstellen te ondersteunen.
R
De AF-hulpverlichting schakelt automatisch uit wanneer
UIT
is geselecteerd voor o
GELUID & FLITS UIT
in het instellingsmenu.
Q Het kan voorkomen dat de camera niet in staat is om scherp te stellen terwijl het AF-hulplicht wordt gebruikt. Als de camera niet in staat is om scherp te stellen in de macrostand, vergroot dan de afstand tot het onderwerp en probeer het opnieuw.
Q
Schijn met het AF-hulplicht niet recht in de ogen van het onderwerp.
93
94
De menu’s gebruiken: Opnamestand
N
ISO
Bepaal de gevoeligheid van de camera voor licht ( P 60).
O
BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken foto’s.
beeldverhouding van 16 : 9 geschikt is voor weergave op
D
H
igh efi nition (HD) apparaten. Foto’s met een beeldverhouding van 1: 1
O
:: 22
O
:: 99
O
:: 11
P
:: 22
P
:: 99
P
:: 11
41 × 28 cm
41 × 23 cm
28 × 28 cm
29 × 20 cm
29 × 16 cm
20 × 20 cm
Optie Voor afdrukken tot
Q
Q
:: 22
:: 99
Q
:: 11
21 × 14 cm
21 × 12 cm
14 × 14 cm
O
BEELDGROOTTE
wordt niet hersteld als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer een andere opnamestand wordt geselecteerd.
T
BEELDKWALITEIT
Selecteer een bestandsformaat en compressieverhouding. Selecteer
FINE
of
NORMAL
om JPEG-foto’s op de nemen,
RAW
om RAWfoto’s op te nemen, of
FINE
+
RAW
of
NORMAL
+
RAW
om zowel JPEG- als RAW-foto’s te maken.
FINE
en
FINE
+
RAW
gebruiken minder
JPEG-compressie voor JPEG-afbeeldingen van hoge kwaliteit, terwijl
NORMAL
en
NORMAL
+
RAW
meer JPEG-compressie gebruiken zodat er meer afbeeldingen kunnen worden opgeslagen.
U
DYNAMISCH BEREIK
Regel het contrast. Kies een lagere waarde om het contrast te verhogen als u binnenshuis of onder een bewolkte hemel fotografeert.
Een hogere waarde vermindert het verlies aan detail in hoge lichten en diepe schaduwen als u contrastrijke onderwerpen fotografeert.
Hogere waarden zijn aanbevolen voor onderwerpen waarin zowel zonlicht als diepe schaduwen voorkomen, voor onderwerpen met hoge contrasten zoals op water refl ecterend zonlicht, helder verlichte herfstbladeren, portretfoto’s met een blauwe lucht als achtergrond en witte voorwerpen of mensen in witte kleren. Let er echter op dat spikkels kunnen verschijnen op foto’s die met hogere waarden zijn gemaakt.
R Als
AUTO
is geselecteerd, kiest de camera automatisch V
100%
of W
200%
, afhankelijk van het beeld en de opnameomstandigheden. De sluitertijd en het diafragmagetal worden weergegeven wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt.
R W
200%
is beschikbaar bij gevoeligheden van ISO 400 en hoger, X
400%
bij gevoeligheden van ISO 800 en hoger.
P
FILMSIMULATIE
Boots de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten ( P 73).
B
ZELFONTSPANNER
Foto’s maken met de zelfontspanner (
P
45).
o
INTERVAL-TIMEROPNAME
Pas de instelling voor fotografi sche intervalopnamen aan (
P
83).
D
WITBALANS
Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron (
P
58).
f
KLEUR
Kleurdichtheid aanpassen.
q
SHERPTE
Contouren verscherpen of verzachten.
r
HIGHLIGHT TINT
Het uiterlijk van de hoge lichten aanpassen.
s
SCHADUWTINT
Het uiterlijk van de schaduwen aanpassen.
h
RUISONDERDRUKKING
Verminder de ruis in foto’s die bij hoge gevoeligheden zijn genomen.
K
L BEL. RO
Selecteer
AAN
om spikkels in lange tijdopnamen te verminderen (
P
81).
u
KIES INST. OP MAAT
Opgeslagen instellingen laden met
K
BEW/BEW INST. OP M
.
K
BEW/BEW INST. OP M
Instellingen opslaan (
P
88).
De menu’s gebruiken: Opnamestand
95
96
De menu’s gebruiken: Opnamestand
Y
GRT.HOEKCONV.LENS
Selecteer
AAN
bij het gebruik van een optionele groothoekconversielens ( P 129).
w
REGELRING-INSTEL.
De functies die zijn toegewezen aan de regelring, instellen.
K
TOUCH SCREEN MODUS
Kies of touchscreen knoppen gebruikt kunnen worden om het scherpstelgebied te selecteren of om de sluiter te ontspannen (
P
24).
c
HF ASSISTENTIE
Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand (
P
76).
•
STANDAARD
: Scherpstelling wordt op normale wijze weergegeven (scherpstelpiek en digitaal gesplitst beeld zijn niet beschikbaar).
•
DIGITAAL SPLITSEN BEELD
: Een weergegeven gesplitst zwart-witbeeld.
•
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
: De camera versterkt contrastrijke contouren. Kies een kleur en een piekniveau.
k
KNOP AE/AF-VERGR.
Als
AE/AF-VERG B INDR
is geselecteerd, blijft de belichting en/of scherpstelling vergrendeld zolang de
AF-L/AE-L
-knop is ingedrukt. Als
AE/AF-VERG AAN/UIT
is geselecteerd, blijft de belichting en/of scherpstelling vergrendeld zolang de knop
AF-L/AE-L
is ingedrukt en ze blijven vergrendeld tot de knop nog een keer wordt ingedrukt.
v
KNOP AE/AF-VERGR.
Kies de functie die de
AF-L/AE-L
-knop vervult (
P
85).
C
LICHTMEETSYSTEEM
Kies hoe de camera de belichting meet wanneer Intelligente gezichtsdetectie uit staat (
P
63).
v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
Selecteer
AAN
om het huidige scherpstelkade te meten wanneer
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor
AUTOFOCUS INSTELLING
>
SCHERPSTELLING
en
SPOT
is geselecteerd voor
LICHTMEETSYSTEEM
.
De menu’s gebruiken: Opnamestand p
FLITSLICHT INSTELLINGEN
Pas fl itsinstellingen aan.
Selecteer een fl itserfunctie (
P
46).
Pas de lichtsterkte van de fl itser aan. Kies uit waarden tussen +2 EV en –2 EV. Let op dat afhankelijk van de opnameomstandigheden en de afstand tot het onderwerp, het gewenste resultaat mogelijk niet kan worden verkregen.
Selecteer
AAN
om het door het fl itslicht veroorzaakte rode-ogeneff ect tegen te gaan.
R
Rode-ogen-verwijdering wordt alleen uitgevoerd wanneer een gezicht wordt gedetecteerd.
R Rode-ogen-verwijdering is niet beschikbaar voor RAW-afbeeldingen.
W
FILM SET-UP
Pas de fi lminstellingen aan (
P
36).
Selecteer een beeldformaat en -snelheid voor fi lmopname.
• i : Volledig HD (60 fps)
• i
: Volledig HD (50 fps)
• i : Volledig HD (30 fps)
• i
: Volledig HD (25 fps)
• i : Volledig HD (24 fps)
• h : HD (60 fps)
• h
: HD (50 fps)
• h : HD (30 fps)
• h
: HD (25 fps)
• h : HD (24 fps)
Kies de gevoeligheid voor het opnemen van een fi lm uit
AUTO
of van instellingen tussen ISO 400 en 6400.
R
Deze instelling heeft geen invloed op foto’s.
Pas het opnameniveau van de microfoon aan.
Geef aan of het apparaat dat is aangesloten op de microfoon/afstandsontspanner-aansluiting een microfoon is of een afstandsontspanner ( P 37, 82).
97
98
De menu’s gebruiken: Opnamestand
X
FILMSIMULATIE BKT
Kies fi lmsoorten voor bracketing van fi lmsimulatie (
P
67, 68).
r
DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk (
P
113).
R
Voor meer informatie, ga naar
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
.
x
SLUITERTYPE
Kies de sluitertype. Kies de elektronische sluiter om het sluitergeluid uit te schakelen.
t
MECHANISCHE SLUITER
s
ELEKTRONISCHE SLUITER
Maak foto’s met de mechanische sluiter.
Maak foto’s met de elektronische sluiter.
t
MECHANISCH +
s
ELEKTRONISCH
De camera kiest het sluitertype overeenkomstig de opnameomstandigheden.
R Als s
ELEKTRONISCHE SLUITER
of t
MECHANISCHE +
s
ELEKTRONISCH
is geselecteerd, kunnen sluitertijden hoger dan
1 / 4000 s gekozen worden door de sluitertijdkeuzeknop naar 4000 te draaien en dan de instelschijf naar links of rechts te drukken.
R Ongeacht de geselecteerde optie wordt de mechanische sluiter gebruikt voor bewegende panorama’s. Wanneer de elektronische sluiter wordt gebruikt, worden sluitertijd en gevoeligheid beperkt tot waarden van 1 / 32000 – 1 sec. en ISO 6400 – 200 respectievelijk, en ruisonderdrukking voor lange tijdopnamen heeft geen eff ect. In seriestand zijn scherpstelling en belichting vast ingesteld op de waarden voor de eerste opname in elke serie.
Q Vertekening is mogelijk zichtbaar in opnamen van bewegende onderwerpen gemaakt met de elektronische sluiter, terwijl banden en waas kunnen optreden in opnamen gemaakt onder tl-verlichting of andere fl ikkerende of onregelmatige verlichting. Respecteer, bij het maken van foto’s met gedempte sluiter, de beeldrechten van uw onderwerp en recht op privacy.
J
DIGITALE TELE-CONV.
Selecteer
AAN
om digitale zoom aan te zetten ( P 57).
Druk in de afspeelstand op een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
MENU/OK
om het afspeelmenu weer te geven. Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna
AFSPEELMENU
DRAADLS COMMUNICT
RAW-CONVERSIE
WISSEN
BEELDUITSNEDE
NIEUW FORMAAT
BEVEILIGEN
FOTO DRAAIEN
VERLATEN
r
DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk (
P
113).
R
Voor meer informatie, ga naar
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
.
j
RAW-CONVERSIE
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken ( P 87).
A
WISSEN
Foto’s wissen (
P
35).
G
BEELDUITSNEDE
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer
G
BEELDUITSNEDE
in het weergavemenu.
3
Druk de instelschijf naar links of rechts om in en uit te zoomen en druk de keuzeknop omhoog, naar beneden, naar links of naar rechts om de foto te verschuiven tot het gewenste gedeelte wordt weergegeven.
4
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
5
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede op te slaan in een afzonderlijk bestand.
R
Grotere beelduitsneden produceren grotere kopieën; alle kopieën hebben een beeldverhouding van 3 : 2. Als het formaat van de uiteindelijke kopie a ,
OK
zal zijn, zal het in geel worden weergegeven.
99
100
De menu’s gebruiken: Weergavestand e
NIEUW FORMAAT
Een kleine kopie van de huidige foto maken.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer e
NIEUW FORMAAT
in het weergavemenu.
3
Markeer een formaat en druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
4
Druk opnieuw op
MENU/OK
om de beelduitsnede in nieuw formaat in een afzonderlijk bestand op te slaan.
R De beschikbare formaten variëren afhankelijk van het formaat van het origineel.
D
BEVEILIGEN
Beveilig foto’s tegen per ongeluk wissen. Markeer een van de volgende opties en druk op
MENU/OK
.
•
FOTO
: Beveilig geselecteerde foto’s. Druk op de selectieknop links of rechts om foto’s te bekijken en druk op
MENU/OK
om foto’s te selecteren of de selectie ongedaan te maken. Druk op
DISP/BACK
wanneer de bewerking is voltooid.
•
BEVEILIG ALLES
: Beveilig alle foto’s.
•
ALLES RESETTEN
: Verwijder de beveiliging van alle foto’s.
Q
Beveiligde foto’s worden gewist wanneer de geheugenkaart wordt geformatteerd (
P
110).
C
FOTO DRAAIEN
Foto’s draaien.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer C
FOTO DRAAIEN
in het weergavemenu.
3
Druk op de selectieknop omlaag om de foto 90° met de klok mee te draaien; omhoog om de foto 90° tegen de klok in te draaien.
4
Druk op
MENU/OK
. Nu wordt de foto automatisch weergegeven in de geselecteerde richting, telkens wanneer deze op de camera wordt weergegeven.
R
Beveiligde foto’s kunnen niet worden gedraaid. Verwijder de beveiliging voordat u foto’s draait.
R De camera is mogelijk niet in staat om foto’s te draaien die met andere camera’s zijn gemaakt. Foto’s die zijn gedraaid op de camera zullen niet zijn gedraaid als ze bekeken worden op een computer of op andere camera’s.
R Foto’s vastgelegd met A
SCHERM SET-UP
>
AUTO ROT. WEERG.
worden automatisch weergegeven in de juiste stand bij het afspelen (
P
106).
De menu’s gebruiken: Weergavestand
B
VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten. De foto wordt door de camera geanalyseerd, als er rode ogen worden waargenomen, ondergaat de foto een speciaal proces en wordt er een kopie aangemaakt waarop rode-ogenverwijdering is toegepast.
1
Geef de gewenste foto weer.
2
Selecteer B
VERWIJDER R. OGEN
in het weergavemenu.
3
Druk op
MENU/OK
.
R
Rode ogen worden niet verwijderd wanneer de camera geen gezicht kan detecteren of wanneer het gezicht en profi l werd gefotografeerd. De resultaten kunnen verschillen afhankelijk van het onderwerp. Rode ogen kunnen niet worden verwijderd van foto’s waarop rode-ogenverwijdering al eerder is toegepast noch van foto’s die met andere camera’s zijn gemaakt.
R De hoeveelheid tijd die nodig is om een foto te verwerken, hangt af van het aantal gedetecteerde gezichten.
R
Kopieën die werden gemaakt met
B
VERWIJDER R. OGEN
worden tijdens het afspelen voorzien van een e
-pictogram.
R Rode-ogen-verwijdering kan niet worden uitgevoerd op RAW-afbeeldingen.
I
DIAVOORSTELLING
Bekijk foto’s in een automatische diavoorstelling. Kies het type diavoorstelling en druk op
MENU/OK
om deze te starten. U kunt op ieder moment tijdens de voorstelling op
DISP/BACK
drukken om een helpscherm weer te geven. De diavoorstelling kan op elk gewenst moment worden beëindigd door op
MENU/OK
te drukken.
Druk op de selectieknop links of rechts om een beeld voor- of achteruit te gaan. Selecteer
FADE-IN
om overgangen tussen foto’s weer te geven.
NORMAAL
g
FADE-IN
g
Zoals hierboven, behalve dat de camera automatisch inzoomt op gezichten.
MULTI BEELD
Om meerdere foto’s tegelijk weer te geven.
R
De camera wordt tijdens diavoorstellingen niet automatisch uitgeschakeld.
Maak boeken van uw favoriete foto’s (
P
90).
101
102
De menu’s gebruiken: Weergavestand b
EEN FOTO ZOEKEN
Zoek naar foto’s ( P 89).
s
PC AUTO. OPSLAAN
Upload foto’s naar een computer via een draadloos netwerk ( P 113).
R Voor meer informatie, ga naar
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
.
K
OPDRACHT (DPOF)
Selecteer foto’s om af te drukken op DPOF- en PictBridge-compatibele apparaten ( P 120).
V
AFDRUK. instax PRINTER
Druk foto’s af op optionele FUJIFILM instax SHARE printers ( P 123).
J
BEELDVERHOUDING
Kies hoe
H
igh
D
efi nition (HD) apparaten foto’s weergeven met een beeldverhouding van
3 : 2 (deze optie is alleen beschikbaar wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten). Selecteer
16: 9 om de afbeelding schermvullend weer te geven, waarbij de boven- en onderzijde zijn bijgesneden, 3 : 2 om het gehele beeld weer te geven met zwarte randen aan elke zijde.
3 : 2
16 : 9
1
Geef het instellingenmenu weer.
1.1
Druk op
MENU/OK
om het menu voor de huidige modus weer te geven.
1.2
Druk op de selectieknop links om het tabblad voor het huidige menu te markeren.
1.3
Druk de keuzeknop omlaag om het tabblad van het setup-menu met de gewenste optie te markeren.
INSTELLINGEN
DATUM/TIJD
TIJDVERSCHIL
NEDERLANDS
RESET
GELUID & FLITS
GELUID SET-UP
SCHERM SET-UP
VERLATEN
AAN
Tab
1.4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het instellingenmenu te plaatsen.
2
Pas de instellingen aan.
Markeer de opties en druk op de selectieknop rechts om de opties te bekijken, markeer daarna een optie en druk op
MENU/OK
. Druk op
DISP/BACK
om af te sluiten wanneer de instellingen zijn voltooid.
103
104
Het instellingenmenu
F
DATUM/TIJD
Stel de cameraklok in (
P
22, 23).
N
TIJDVERSCHIL
Zet de camera meteen van uw eigen tijdzone over op de plaatselijke tijd van uw bestemming gedurende het reizen. Voer het verschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in:
1
Markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
.
2
Gebruik de selectieknop om het tijdsverschil tussen de plaatselijke tijd en de tijd van uw eigen tijdzone in te stellen. Druk op
MENU/OK
als de instellingen zijn voltooid.
Om de klok van de camera op lokale tijd in te stellen, markeer g
LOKAAL
en druk op
MENU/OK
. Selecteer h
THUIS
om de klok van de camera in te stellen op de tijd van uw eigen tijdzone. Als g
LOKAAL
is geselecteerd, wordt g
drie seconden weergegeven zodra de camera wordt ingeschakeld.
Q
Kies een taal ( P 22, 23).
R
RESET
Zet de opname-opties of de opties van het instellingenmenu terug naar de standaardwaarden. Aangepaste witbalans, aangepaste instellingsbanken aangemaakt met behulp van K
BEW/BEW INST. OP M
, r
DRAADLOOS INSTEL.
en het instellingsmenu F
DA-
TUM/TIJD
,
N
TIJDVERSCHIL
opties worden niet beïnvloed.
1
Markeer de gewenste optie en druk op selectieknop rechts.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven; markeer
OK
en druk op
MENU/OK
.
o
GELUID & FLITS
Selecteer
UIT
om de luidspreker, fl itser en AF-hulpverlichting uit te schakelen in situaties waarin de geluiden en de lampen van de camera als storend zouden kunnen worden ervaren. o
verschijnt in het display wanneer
UIT
is geselecteerd.
Het instellingenmenu
Pas geluidsinstellingen aan.
Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de camerabesturingen worden bediend. Kies e
UIT
(gedempt) om de bedieningsgeluiden uit te schakelen.
Pas het volume aan van de geluiden die worden geproduceerd wanneer de sluiter wordt ontspannen. Kies e
UIT
(gedempt) om het sluitergeluid uit te schakelen
Kies het geluid dat de sluiter maakt.
Pas het volume voor het afspelen van een fi lm aan.
Pas de scherminstellingen aan.
Kies hoe lang foto’s moeten worden weergegeven nadat ze zijn gemaakt. De kleuren kunnen enigszins afwijken van de uiteindelijke foto en er kan “beeldruis” (spikkels) optreden bij hoge gevoeligheden.
Foto’s worden weergegeven totdat de
MENU/OK
-knop wordt ingedrukt of de ontspanknop half wordt ingedrukt. Druk op het midden van de instelknop om in te zoomen op het actieve scherpstelpunt, druk opnieuw om het zoomen te annuleren.
Foto’s worden gedurende 1,5 seconden (
1.5 SEC
) of 0,5 seconde (
0.5 SEC
) weergegeven of totdat de ontspanknop half wordt ingedrukt.
Foto’s worden na het fotograferen niet weergegeven.
Selecteer
AAN
om een belichtingsvoorbeeld te activeren in de handmatige belichtingsstand. Selecteer
UIT
bij gebruik van de fl itser of in andere situaties waarin de belichting mogelijk kan veranderen wanneer de foto wordt gemaakt.
Pas de monitorhelderheid aan.
Pas de monitorkleur aan.
105
106
Het instellingenmenu
Kies
AAN
om de eff ecten van fi lmsimulatie, witbalans en andere instellingen in de monitor als voorbeeld te bekijken. Kies
UIT
om schaduwen in laag contrast, scènes met tegenlicht en andere moeilijk zichtbare onderwerpen zichtbaarder te maken.
R Als
UIT
is geselecteerd, zullen de eff ecten van camera-instellingen niet zichtbaar zijn in de monitor en zullen kleuren en tinten verschillen van kleuren en tinten in de uiteindelijke foto. De weergave wordt echter aangepast om de eff ecten van geavanceerde fi lters en monochroom- en sepia-instellingen te tonen.
Kies het type raster dat in de Opnamestand beschikbaar is.
F
RAST 9
G
RASTER 24
H
HD-KADEREN
P
Voor compositie met de “regels van derden”.
P
Een raster van vier op zes.
P
Kadreer HD-foto’s in de beelduitsnede aangeduid door de lijnen aan de boven- en onderkant van het scherm.
Selecteer
AAN
om “staande” (portret) foto’s tijdens de weergave automatisch te draaien.
Het beeld wordt vergroot weergegeven op het scherm om scherpstelling te assisteren wanneer de regelring naar handmatige scherpstelmodus is gedraaid ( P 75).
Kies de eenheden die bij de indicator voor de scherpstelafstand moeten worden gebruikt ( P 75).
Kies items voor standaard weergave (
P
26).
Het instellingenmenu h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
Kies de functies uitgevoerd door camerabediening.
Kies de functies die worden vervuld door de functietoetsen (
P
42, 43).
Kies de functies uitgevoerd door de knoppen omhoog, omlaag, links en rechts op de selectieknop.
De selectieknoppen dienen als functieknoppen.
SCHERPSTELGEBIED
De selectieknop kan worden gebruikt om het scherpstelgebied te positioneren.
Kies de weergegeven opties in het snelmenu (
P
39, 40).
I
REGELRING
Kies de richting waarin de regelring moet worden gedraaid om de scherpstelafstand bij handmatige scherpstelling te verhogen.
L
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN
Schakel touchscreen knoppen in of uit ( P 24, 34).
Pas de instellingen voor stroombeheer aan.
Kies de tijdsduur alvorens de camera automatisch uitschakelt wanneer er geen bewerkingen worden uitgevoerd. Kortere tijden verhogen de levensduur van de batterij; als
UIT
is geselecteerd, moet de camera handmatig uit gezet worden. Merk op dat in sommige situaties de camera automatisch uitgaat, zelfs wanneer
UIT
is geselecteerd.
Selecteer
AAN
voor sneller scherpstellen en het verlagen van de tijd die nodig is voor het herstarten van de camera nadat deze werd uitgeschakeld.
107
108
Het instellingenmenu
Pas de instellingen voor bestandsbeheer aan.
Nieuwe foto’s worden opgeslagen in beeldbestanden waarvan de bestandsnamen beginnen met een viercijferig bestandsnummer dat wordt toegewezen door telkens met één aan het laatst gebruikte bestandsnummer toe te voegen. Tijdens het weergeven wordt het bestandsnummer weergegeven, zoals rechts aangeduid.
NUMMERING
regelt of de bestandsnummering wordt teruggezet op 0001 wanneer een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of de huidige geheugenkaart is geformatteerd.
Mapnummer
Nummering
100-0001
Bestandsnummer
De nummering gaat verder vanaf het laatst gebruikte bestandsnummer of het eerst beschikbare bestandsnummer, om het even welke dan ook het hoogst is. Selecteer deze optie om het aantal bestanden met dezelfde bestandsnamen te verminderen.
De nummering wordt teruggezet op 0001 als een nieuwe geheugenkaart is geplaatst of het geheugen is geformatteerd.
R
Wanneer de nummering de waarde 999-9999 bereikt, wordt de ontspanknop geblokkeerd (
P
137).
R Het selecteren van R
RESET
( P 104) stelt
NUMMERING
in op
CONTINU
zonder de bestandsnummering opnieuw in te stellen.
R De nummering van foto’s die met andere camera’s zijn genomen, kan verschillen.
Selecteer
AAN
om onbewerkte kopieën op te slaan van foto’s die met B
VERWIJDER R. OGEN
zijn gemaakt.
Wijzig de bestandsnaam prefi x. sRGB beelden met een vierletter prefi x (standaard “DSCF”), Adobe RGB beelden een drieletter prefi x (“DSF”) voorafgegaan door een underscore.
J
KLEURR
Kies het kleurengamma dat beschikbaar is voor kleurreproductie.
Aanbevolen voor de meeste situaties.
Voor commercieel drukwerk.
Het instellingenmenu r
VERBINDING INSTELLING
Pas de instellingen aan voor aansluiting op draadloze apparaten waaronder smartphones, computers en FUJIFILM instax SHARE printers.
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwerken.
H
Kies een naam (
NAAM
) om de camera te identifi ceren in het draadloze netwerk (de camera is standaard voorzien van een unieke naam) of selecteer
DRAADLOOS INSTELLING. RESET
om de standaardinstellingen te herstellen.
Kies
AAN
(de standaardinstelling, aanbevolen voor de meeste omstandigheden) om grotere afbeeldingen aan te passen tot
H
voor het uploaden naar smartphones,
UIT
voor het opladen van afbeeldingen in hun originele grootte. Een nieuw formaat geven is alleen van toepassing op de kopie geüpload naar de smartphone; het origineel is niet beïnvloed.
Kies
WISSEN REG.BEST.PC
om geselecteerde bestemmingen te verwijderen,
DET. VORIGE
VERB.
om computers te bekijken waarmee de camera onlangs verbinding heeft gehad.
Kies een uploadbestemming. Kies
EENVOUDIGE SETUP
om verbinding te maken met behulp van WPS,
HAND-
MATIGE SETUP
om de netwerkinstellingen handmatig te confi gureren.
Bekijk locatiegegevens gedownload via een smartphone en kies of de gegevens met uw foto’s op te slaan.
Kies of locatiegegevens gedownload via een smartphone worden ingesloten in de foto’s als ze worden gemaakt.
Geeft de laatst gedownloade locatiegegevens van een smartphone.
Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele FUJIFILM instax SHARE printers (
P
122).
R Voor meer informatie over draadloze verbindingen, bezoek
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
109
110
Het instellingenmenu
K
FORMATTEREN
Om de geheugenkaart te formatteren:
1
Markeer
K
FORMATTEREN
in het setupmenu en druk op
MENU/OK
.
2
Er wordt een bevestigingsvenster weergegeven. Om de geheugenkaart te formatteren, markeer
OK
en druk op
MENU/OK
. Om af te sluiten zonder de geheugenkaart te formatteren, selecteer
ANNULEREN
of druk op
DISP/BACK
.
Q
Alle gegevens —inclusief beveiligde foto´s— die in het interne geheugen of op de geheugenkaart staan, worden permanent gewist. Vergeet niet belangrijke foto’s eerst naar een computer of ander opslagapparaat te kopiëren.
Q Open het batterijencompartiment niet tijdens het formatteren.
FORMATTEREN
FORMATTEREN OK?
ALLE DATA WORDT GEWIST!
INSTELLEN
OK
ANNULEREN
De standaard fabrieksinstellingen voor de opties in het opname- en instellingenmenu worden hieronder vermeld. Deze instellingen kunnen worden hersteld met behulp van de R
RESET
-optie in het setupmenu ( P 104).
■
Opnamemenu
d
GEAVANC. FILTER
G
SPEELGOEDCAMERA
A
ONDERWERPPROGRAMMA
S
GEAVANCRD SR AUTO
G
AUTOFOCUS INSTELLING
SCHERPSTELLING
y
ZONE
•
AF-S PRIORITEIT.SELECT.
:
ONTGRENDELEN
•
AF-C PRIORITEIT.SELECT.
:
ONTGRENDELEN
AF-S
UIT
u
AUTO
UIT
AAN
AUTO3
N
ISO
O
BEELDGROOTTE
T
BEELDKWALITEIT
U
DYNAMISCH BEREIK
P
FILMSIMULATIE
B
ZELFONTSPANNER
FINE
V
100%
UIT
AUTO
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
s h
K
SCHADUWTINT
RUISONDERDRUKKING
L BEL. RO
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
(0) STANDAARD
AAN
u
KIES INST. OP MAAT
Y
GRT.HOEKCONV.LENS
w
REGELRING-INSTEL.
K
TOUCH SCREEN MODUS
c
HF ASSISTENTIE
k
MODUS AE/AF-VERG.
v
KNOP AE/AF-VERGR.
C
LICHTMEETSYSTEEM
AANGEPAST 1
UIT
BASISINSTEL.
UIT
STANDAARD
AE/AF-VERG B INDR
ENKEL AE-VERG.
o
MULTI
v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD AAN
p
FLITSLICHT INSTELLINGEN
FLITSERFUNCTIE
FLITSCOMPENSATIE
VERWIJDER R. OGEN
P
±0
UIT
FLITS ONDERDRUKT
W
FILM SET-UP
FILMMODUS
VIDEO ISO
MIC-NIVEAU-INSTEL
MIC/AFSTANDSBED.
X
FILMSIMULATIE BKT
FILM 1
FILM 2
FILM 3
x
SLUITERTYPE
AUTO
3
c
PROVIA/STANDAARD
d
Velvia/LEVENDIG
e t
ASTIA/LAAG
MECHANISCHE SLUITER
111
112
Fabrieksinstellingen
■
Instellingenmenu
o
GELUID & FLITS
BEDIENING VOL.
SLUITER VOLUME
SLUITER GELUID
AFSPEEL VOLUME
AAN
c c i
GELUID 1
7
WEERGAVE
PRVW BELICH HAND.
LCD-HELDERHEID
LCD KLEUR
VOORBEELD BEELDEFFECT
COMP.RICHTL.
AUTO ROT. WEERG.
0
0
UIT
AAN
AAN
F
RAST 9
AAN
UIT
METERS
•
COMP.RICHTL.
:
•
ELEKTR. WATERPAS
:
•
AF-AFSTANDSINDICATOR
:
•
HISTOGRAM
:
• Alle andere opties: R h
KNOP/SCHIJFINSTELLING
FUNCTIE-INS. (Fn)
Zie pagina 42.
KEUZEKNOP INSTELLING Fn-TOETS
BEWERK/SLA OP SNELMENU
Zie pagina 39.
L
TOUCH SCREEN INSTELLINGEN AAN
UITSCHAKELEN
HOGE PRESTATIE
NUMMERING
BEWAAR ORIGINEEL
r
VERBINDING INSTELLING
DRAADLOOS INSTEL.
GEOTAGGING SET-UP
2 MIN
UIT
CONTINU
UIT sRGB
• •
VERKLEIN(SP)
H :
AAN
•
GEOTAGGING
:
AAN
•
LOCATIE-INFO
:
AAN
Verkrijg toegang tot draadloze netwerken en maak verbinding met computers, smartphones of tablets.
Voor downloads en andere informatie, ga naar
http://fujifilm-dsc.com/wifi/
.
Installeer de “FUJIFILM Camera Remote”-app op uw smartphone om door de afbeeldingen op de camera te bladeren, geselecteerde afbeeldingen te downloaden of locatiegegevens naar de camera te kopiëren. Om verbinding te maken met de smartphone, druk op de camerafunctietoets (
Fn6
).
Zodra u de “FUJIFILM PC AutoSave”-applicatie heeft geïnstalleerd en uw computer heeft geconfi gureerd als een bestemming voor de beelden gekopieerd vanaf de camera, kunt u foto’s uploaden vanaf de camera met behulp van de s
PC AUTO.
OPSLAAN
-optie in het weergavemenu van de camera of door de (
Fn6
)-knop ingedrukt te houden in de weergavestand.
R
U kunt ook een verbinding maken met de r
DRAADLS COMMUNICT
opties in het opnamemenu en weergavemenu van de camera.
113
114
Lees dit deel voor informatie over foto’s kopiëren naar een computer.
MyFinePix Studio (alleen Windows) kan worden gebruikt om foto’s naar een computer te kopiëren, waar ze kunnen worden opgeslagen, bekeken, geordend en afgedrukt. MyFinePix Studio is beschikbaar als download via de volgende website:
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
Wanneer het downloaden is voltooid, dubbelklikt u op het gedownloade bestand (“MFPS_Setup.EXE”). en volg de instructies op het scher om de installatie te voltooien. Ga verder met “De camera aansluiten”
(
P
115) zodra de installatie is voltooid.
Foto’s kunnen worden gekopieerd op uw computer met behulp van Image Capture (die samen met de computer wordt geleverd) of andere software. Ga verder met “De camera aansluiten” ( P 115).
Gebruik RAW-FILECONVERTER om RAW-bestanden op uw computer te bekijken, te downloaden via:
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
Foto’s op een computer bekijken
1
Zoek een geheugenkaart met foto’s die u naar de computer wilt kopiëren en plaats de kaart in de camera (
P
14).
R
Wanneer de software de eerste keer wordt gestart, hebben Windows-gebruikers mogelijk de Windows-cd nodig.
Q Spanningsverlies tijdens het kopiëren kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben. Plaats een nieuwe of volledig opgeladen batterij in de camera voordat u deze aansluit.
2
Schakel de camera uit en sluit een USB-kabel aan, zoals aangeduid. Let op dat de stekkers volledig in de aansluitingen worden gestoken. Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van een USB-hub of toetsenbord.
3
De camera gereedmaken.
4
Kopieer foto’s naar de computer met behulp van MyFinePix
Studio of applicaties beschikbaar voor uw besturingssysteem.
Voor meer informatie over het gebruik van de software start u de applicatie en selecteert u de gepaste optie in het
Help
menu.
115
116
Foto’s op een computer bekijken
Q Als er een geheugenkaart wordt geplaatst waarop een groot aantal foto’s staat, kan het enkele momenten duren voordat de software start en bent u mogelijk niet in staat de foto’s te importeren of op te slaan. Gebruik een geheugenkaartlezer om de foto’s over te zetten.
Q Zorg ervoor dat de computer niet een bericht weergeeft dat het kopiëren in uitvoering is en dat de indicatorlamp uit is, voordat u de camera uitschakelt of de USB-kabel loskoppelt (als het aantal te kopiëren foto’s erg groot is, kan de indicatorlamp blijven branden, nadat het bericht uit het computerscherm is verdwenen). Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan gegevensverlies of beschadiging van de geheugenkaart tot gevolg hebben.
Q Koppel de camera af voordat u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
Q
Het kan in sommige gevallen gebeuren dat het niet mogelijk is om toegang te verkrijgen tot foto’s die opgeslagen zijn op een networkserver door de software op dezelfde manier te gebruiken als men doet bij een particuliere computer.
Q
Wanneer u gebruik maakt van diensten die een internetverbinding vereisen, draagt de gebruiker alle van toepassing zijnde kosten belast door de telefoonmaatschappij of internetprovider.
Nadat u nagegaan heeft dat de indicatorlamp uitgeschakeld is, schakelt u de camera uit en ontkoppelt u de USBkabel.
Als de printer PictBridge ondersteunt, kan de camera rechtstreeks op de printer worden aangesloten en kunnen foto’s worden afgedrukt zonder dat deze eerst naar een computer moeten worden gekopieerd. Let op dat afhankelijk van de printer, mogelijk niet alle hieronder beschreven functies worden ondersteund.
1
Sluit een USB-kabel aan, zoals aangeduid, en schakel de printer in.
2
Zet de camera aan aan. t
USB
wordt weergegeven op het scherm, gevolgd door het Pict-
Bridge-scherm dat hieronder rechts getoond wordt.
USB PICTBRIDGE
TOTAAL: 00000
00 PRINTS
FOTO
OK WIJZIG
R Foto’s kunnen afgedrukt worden vanuit de geheugenkaart die met deze camera werd geformatteerd.
R
Het instellen van het papierformaat, de afdrukkwaliteit en het kiezen van de randselecties gebeurt via de printer.
117
118
Foto’s afdrukken via USB
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u wilt afdrukken.
R Ga direct door naar Stap 3 om één afdruk van de huidige foto te maken.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Herhaal de stappen 1–2 om meer foto’s te selecteren.
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
PRINT DEZE FOTO'S
TOTAAL: 9 PRINTS
Druk op
DISP/BACK
in het PictBridge-scherm en selecteer
MET DATUM
s
om de opnamedatum op foto’s af te drukken (om foto’s zonder opnamedatum af te drukken, selecteer
PRINT ZONDER DATUM
). Stel de cameraklok in alvorens foto’s te maken om ervoor te zorgen dat de datum correct is. Het afdrukken van de opnamedatum wordt niet door alle printers ondersteund. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de printer voor meer informatie.
JA AFBREKEN
4
Druk op
MENU/OK
om het afdrukken te starten.
Foto’s afdrukken via USB
Doe het volgende om de printopdracht af te drukken die met
K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu (
P
102) werd gemaakt:
1
Druk in het PictBridge-scherm op
DISP/BACK
om het PictBridge-menu te openen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om u
PRINT DPOF
te markeren.
PICTBRIDGE
MET DATUM
s
PRINT ZONDER DATUM
PRINT DPOF
Tijdens het afdrukken wordt het rechts weergegeven bericht getoond. Druk op
DISP/BACK
om het afdrukken te annuleren voordat
BEZIG MET PRINTEN
alle foto’s zijn afgedrukt (afhankelijk van de printer kan het afdruk-
ANNULEREN
ken al stoppen voordat de huidige foto is afgedrukt).
Schakel de camera uit en weer aan als het afdrukken wordt onderbroken.
Controleer of het bovenstaande bericht niet wordt weergegeven en schakel de camera uit. Koppel de
USB-kabel af.
3
Druk op
MENU/OK
om een bevestigingsvenster weer te geven.
PRINT DPOF OK?
TOTAAL: 9 PRINTS
JA AFBREKEN
4
Druk op
MENU/OK
om het afdrukken te starten.
119
Foto’s afdrukken via USB
De optie K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu kan worden gebruikt om een digitale “printopdracht” aan te maken voor PictBridge-compatibele printers of apparaten die DPOF ondersteunen.
DPOF (
D
igital
P
rint
O
rder
F
ormat) is een norm waarmee foto’s kunnen worden afgedrukt op basis van “printopdrachten” die op een geheugenkaart zijn opgeslagen. De printopdracht bevat informatie over welke foto’s en in welke aantallen de foto’s moeten worden afgedrukt.
120
■
MET DATUM
s
/ZONDER DATUM
Om de DPOF-printopdracht aan te passen, selecteer K
OPDRACHT (DPOF)
in het afspeelmenu en druk de selectieknop omhoog of omlaag om
MET
DATUM
s
of
ZONDER DATUM
te markeren.
MET DATUM
s
: Druk de opnamedatum af op de foto.
VERWIJDER R. OGEN
MET DATUM
s
ZONDER DATUM
ALLES RESETTEN
OPDRACHT (DPOF)
AFDRUK. PRINTER
ZONDER DATUM
: Druk foto’s af zonder opnamedatum.
Druk op
MENU/OK
en volg de onderstaande stappen.
1
Druk op de selectieknop links of rechts om een foto weer te geven die u aan de printopdracht wilt toevoegen of uit de printopdracht wilt verwijderen.
2
Druk op de selectieknop omhoog of omlaag om het aantal afdrukken te kiezen (maximaal 99). Druk, om een foto uit de printopdracht te verwijderen, op de selectieknop omlaag tot het aantal afdrukken 0 bedraagt.
PRINTOPDRACHT (DPOF)
DPOF: 00001
Totaal aantal afdrukken
Aantal kopieën
01 PRINTS
KIES FOTO GEREED
3
Herhaal de stappen 1–2 om de printopdracht te voltooien. Druk op
MENU/OK
om de printopdracht op te slaan wanneer de instellingen zijn voltooid, of druk op
DISP/BACK
om af te sluiten zonder de printopdracht te veranderen.
4
Het totale aantal afdrukken wordt in het scherm weergegeven. Druk op
MENU/OK
om af te sluiten.
De foto’s in de huidige printopdracht worden tijdens het afspelen aangeduid met een u .
Foto’s afdrukken via USB
■
ALLES RESETTEN
Om de huidige printopdracht te annuleren, selecteer
ALLES
RESETTEN
voor K
OPDRACHT
(DPOF)
. Het bevestigingsvenster rechts verschijnt; druk op
MENU/OK
om alle foto’s uit de printopdracht te verwijderen.
RESETTEN ALLE DPOF OK?
OK AFBREKEN
R Printopdrachten kunnen maximaal 999 foto’s bevatten.
R
Als er een geheugenkaart met een printopdracht is geplaatst
RESETTEN OK?
die met een andere camera is gemaakt, wordt het rechts aangeduide venster weergegeven.
De printopdracht wordt gean-
OK AFBREKEN
nuleerd als er op
MENU/OK
wordt gedrukt; er moet een nieuwe printopdracht worden aangemaakt volgens bovenstaande aanwijzingen.
121
122
Druk foto’s af vanaf uw digitale camera naar instax SHARE-printers.
Selecteer r
VERBINDING INSTELLING
>
VERB.INST. instax PRNTR
in het setup-menu van de camera en voer de instax SHARE printernaam (SSID) en wachtwoord in.
De printernaam (SSID) kan worden gevonden op de onderkant van de printer; het standaardwachtwoord is “1111”. Als u al een ander wachtwoord heeft gekozen om af te drukken vanaf een smartphone, voer dat wachtwoord dan in.
SSID:instax-
XxxxxXxxx XX:
XxxxxXxxx XX:
XxxxxXxxx XX:
12345678
1
Schakel de printer in.
instax SHARE printers
3
Gebruik de keuzeknop om de foto te selecteren die u wilt afdrukken, en druk vervolgens op
MENU/OK
.
AFDRUK.
PRINTER
2
Selecteer
V
AFDRUK. instax PRINTER
in het weergavemenu van de camera. De camera zal verbinding maken met de printer.
AFDRUK.
PRINTER instax-12345678
VERBINDEN MET PRINTER
FUJIFILM-CAMERA-1234
ANNULEREN
R
Bij het afdrukken van een frame van een serieopname geeft u het frame weer voordat u
V
AFDRUK. instax PRINTER
selecteert.
ZENDEN instax-12345678
AFBREKEN
R Foto’s die zijn gemaakt met andere camera’s kunnen niet worden afgedrukt.
R
Het afdrukgebied is kleiner dan het gebied zichtbaar in het LCD-scherm.
4
De foto wordt naar de printer gestuurd en het afdrukken start.
AFDRUK.
PRINTER instax-12345678
AAN HET VERSTUREN
FUJIFILM-CAMERA-1234
ANNULEREN
123
Sluit de camera op een TV aan met een HDMI-kabel om foto’s aan een groep te tonen (HDMI-kabel apart verkrijgbaar via de detailhandel; let op dat de TV alleen kan worden gebruikt om foto’s af te spelen, niet om ze te maken).
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de kabel aan zoals hieronder wordt weergegeven.
Aansluiten op
HDMI-aansluiting
124
Plaats in micro-HDMI-aansluiting
Q Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m.
R
Let op dat u de stekkers volledig in de aansluitingen steekt.
3
Stem de televisie af op het HDMI-invoerkanaal. Zie voor details de met de televisie meegeleverde documentatie.
4
Zet de camera aan en druk op a
knop. Het scherm van de camera schakelt uit en foto’s en fi lms worden op het televisiescherm afgespeeld. Let op dat de volume-instelling van de camera geen invloed heeft op het geluid dat door het televisietoestel wordt afgespeeld; gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume aan te passen.
R
De USB-kabel kan niet worden gebruikt wanneer er een HDMI-kabel is aangesloten.
R
Sommige televisies tonen mogelijk kort een zwart scherm voordat het afspelen van de fi lm begint.
De camera ondersteunt een grote verscheidenheid aan accessoires van FUJIFILM en andere merken.
De volgende optionele accessoires zijn verkrijgbaar bij FUJIFILM. Informeer bij uw lokale FUJIFILM-vertegenwoordiger naar de meest recente informatie over accessoires die in uw regio leverbaar zijn of ga naar
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
.
NP-95
: Extra NP-95 oplaadbare batterijen met hoge capaciteit kunnen naar behoefte worden bijgekocht.
BC-65N
: Bij +20 °C laadt de BC-65N een NP-95 in ongeveer 240 minuten op.
RR-90
: Hiermee kunt u het schudden van de camera verminderen of de sluiter open houden tijdens langdurige belichting.
MIC-ST1
: Een externe microfoon voor fi lmopname.
125
126
Optionele accessoires
EF-20
: Deze clip-on externe fl itser (gevoed door twee AA-batterijen) bezit een richtgetal van 20 (ISO 100, m) en ondersteunt TTL-fl itsersturing. De fl itserkop kan 90° naar boven worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-42
: Deze clip-on fl itser (gevoed door vier AA-batterijen) bezit een richtgetal van 42 (ISO 100, m) en ondersteunt
TTL-fl itsersturing en automatische powerzoom binnen een bereik van 24–105 mm (equivalent aan 35 mm formaat). De fl itserkop kan 90° naar boven, 180° naar links of 120° naar rechts worden gedraaid voor indirect fl itslicht.
EF-X20
: Deze clip-on fl itser heeft een richtgetal van 20 (ISO 100, m).
SP-1
: Sluit via draadloos LAN aan om foto’s te kunnen afdrukken op instax fi lm.
BLC-X70
: Deze tas, uitsluitend voor gebruik met de X70, is gemaakt van echt leer en wordt geleverd met een draagriem en een doekvakje.
PRF-49S
: Een beschermende fi lter met een diameter van 49 mm voor bescherming van de lens.
LH-X70
: Deze aluminium zonnekap, uitsluitend bedoeld voor gebruik met de X70, wordt geleverd met een verloopring gemaakt van hetzelfde materiaal.
WCL-X70
: Een conversielens die de beeldhoek vergroot.
VF-X21
: Deze optionele weergavezoeker is voor het kaderen van opnames bij een brandpuntafstand van 28 mm of 21 mm en wordt geleverd met een eigen tas.
Optionele accessoires
■
Ontspanknop op
■
Externe
■
Fotograferen met fl itser
RR-90-afstandsontspanner
*
■
Afdrukken
SP-1 instax
SHARE printer
*
Draadloze LAN
MIC-ST1 stereomicrofoon
*
X70
EF-20-fl itser met schoenbevestiging
*
EF-42-fl itser met schoenbevestiging
*
EF-X20-fl itser met schoenbevestiging
*
■
Audio/video
HDMI-kabel
†
HDTV
†
USB-kabel
(meegeleverd)
PictBridge-compatibele printer
†
■
Computer-gerelateerd
Printer
†
USB-kabel
(meegeleverd)
Computer
†
SD/SDHC/SDXCgeheugenkaart
†
* Apart verkrijgbaar bij FUJIFILM.
† Apart verkrijgbaar bij uw winkelier.
Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m.
127
Optionele accessoires
R
Gebruik de verloopring meegeleverd met de Zonnekappen LH-X70.
1
Verwijder de voorste ring.
Bevestig de verloopring alvorens de zonnekap te bevestigen.
128
R
Indien u moeilijkheden ondervindt bij het verwijderen van de voorste ring, pak dan de gehele ring vast en draai zoals aangeduid.
2
Bevestig de verloopring zoals aangeduid met de uitstekende delen naar buiten gericht.
Q Bewaar de voorste ring en lensdop op een veilige plaats wanneer deze niet in gebruik zijn.
Q
Bevestig de verloopring alvorens de LH-X70 zonnekap, het PRF-49S beschermfi lter of andere fi lters te bevestigen.
Bevestig de verloopring alvorens het fi lter te bevestigen.
Optionele accessoires
De optie
Y
GRT.HOEKCONV.LENS
werd toegevoegd aan het opnamemenu voor gebruik met de optionele WCL-X70 groothoekconversielens ( P 96).
Selecteer
AAN
bij het gebruik van de WCL-X70.
Q
Werk de camerafi rmware bij naar de nieuwste versie als u gebruik maakt van een groothoekconversielens.
R
De groothoekconversie indicator wordt weergegeven wanneer
AAN
geselecteerd is.
■
De WCL-X70 bevestigen
1
Verwijder de voorste ring.
R
Indien u moeilijkheden ondervindt bij het verwijderen van de voorste ring, pak dan de gehele ring vast en draai zoals afgebeeld.
12000 5.6
51200
R De WCL-X70 kan schaduwen afwerpen in foto’s gemaakt met de ingebouwde fl itser. Gebruik een optionele externe fl itser die is goedgekeurd voor de X70.
R Y
GRT.HOEKCONV.LENS
kan worden toegewezen aan deze functieknop.
R
Vergeet niet
UIT
voor
Y
GRT.HOEKCONV.LENS
te selecteren wanneer de WCL-X70 niet in gebruik is.
2
Bevestig de groothoekconversielens.
Q
Bewaar de voorste ring en lensdop op een veilige plaats wanneer deze niet in gebruik zijn.
129
130
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moeten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Neem de batterij en de geheugenkaart uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Bewaar en gebruik de camera niet op plaatsen die:
• wordt blootgesteld aan regen, stoom of rook
• direct zonlicht of zeer hoge temperaturen, zoals in een auto op een zonnige dag
• extreem koud is
• onderworpen zijn aan sterke trillingen
• blootgesteld worden aan sterke magnetische velden, zoals bij een zendmast, hoogspanningskabel, radarstation, motor, transformator of magneet
• in aanraking komt vluchtige chemicaliën, zoals pesticiden
• naast rubber of vinyl liggen
■
Bij water en zand liggen
Blootstelling aan water en zand kan ook de camera en de interne circuits en mechanismen beschadigen. Bescherm de camera tegen zand en water wanneer u de camera meeneemt naar het strand of aan zee. Leg de camera niet op een natte ondergrond.
■
Condensatie
Door plotselinge temperatuurstijgingen, zoals zich voordoen op een koude dag bij binnenkomst in verwarmd gebouw, kan er in de camera condensatie optreden. Als dit gebeurt, schakel de camera uit en wacht minimaal een uur alvorens de camera opnieuw in te schakelen. Als zich condensatie op de geheugenkaart vormt, verwijder de kaart en wacht tot alle condens is verdampt.
Houd de camera in uw handbagage. Ingecheckte bagage kan aan hevige schokken worden blootgesteld waardoor de camera zou kunnen worden beschadigd.
■
Voeding en batterij
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij ( P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 14).
• •
De batterij is niet goed geplaatst
: Plaats de batterij nogmaals en in de juiste richting in het compartiment ( P 14).
• •
Het afdekkapje van het batterijcompartiment is niet vergrendeld
: Vergrendel het afdekkapje van het batterijcompartiment ( P 15).
• •
De batterij is koud
: Warm de batterij op in een van uw zakken of op een andere plaats en stop de batterij pas vlak
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
AAN is geselecteerd voor
G
AUTOFOCUS INSTELLING
>
PRE-AF
: Schakel
PRE-AF
uit (
P
• • S
is geselecteerd voor opnamestand
: Selecteer een andere stand ( P 50, 55).
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
De batterij is leeg
: Laad de batterij ( P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 14).
Herplaats de batterij in de juiste richting en zorg dat de AC netstroomadapter aangesloten is (
P
18).
Het opladen verloopt traag.
Laad de batterij op bij kamertemperatuur ( P iv).
tijdens het opladen of
Z
• •
Er zit vuil op de polen van de batterij
: Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek.
• •
De batterij is heel vaak opgeladen
: Het einde van de levensduur van de batterij is bereikt. Koop een nieuwe batterij.
■
Menu’s en schermen
Selecteer
NEDERLANDS
voor
Q a
( (
P
23, 104).
131
132
Problemen en oplossingen
■
Fotograferen
• •
De geheugenkaart is vol
: Plaats een nieuwe geheugenkaart of maak ruimte door foto’s te wissen (
P
14, 35).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 110).
• •
Er zit vuil op de contacten van de geheugenkaart
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek.
• •
De geheugenkaart is beschadigd
: Plaats een nieuwe geheugenkaart ( P 17).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij (
P
18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
14).
• •
De camera werd automatisch uitgeschakeld
: Zet de camera aan ( P 21).
• •
De indicatorlamp was oranje toen u een panoramafoto probeerde te maken
: Wacht tot de indicatorlamp uitschakelt
(( P 7).
Het onderwerp is niet geschikt voor automatische scherpstelling
: Gebruik scherpstelvergrendeling ( P 84) of handmatige scherpstelling (
P
74).
Intelligente gezichtsdetectie is niet beschikbaar in de huidige opnamestand
: Kies een andere opnamestand ( P 146).
• •
Het gezicht van het onderwerp wordt verborgen door een zonnebril, een hoed, lang haar of andere voorwerpen
: Verwijder
• •
Het gezicht van het onderwerp beslaat slechts een klein deel van het beeld
: Wijzig de compositie zodat het gezicht van het onderwerp een groter deel van het beeld beslaat ( P 93).
• •
Het onderwerp houdt het hoofd schuin of horizontaal
: Vraag het onderwerp het hoofd recht te houden.
• •
De camera wordt schuin gehouden
: Houd de camera recht.
• •
Het gezicht van het onderwerp is onderbelicht
: Fotografeer in helder licht.
de foto aan of schakel gezichtsdetectie uit en kadreer de foto met behulp van scherpstelvergrendeling ( P 84).
• •
De fl itser kan niet worden gebruikt bij de huidige instellingen
: Zie de lijst met instellingen die met de fl itser kunnen worden gebruikt (
P
146
• •
D e batterij is leeg
: Laad de batterij ( P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 14).
• •
De camera staat in stand bracketing of continu
: Selecteer de enkele-fotostand (
P
65).
• •
UIT is geselecteerd voor
o
GELUID & FLITS
: Selecteer
AAN
( ( P 104).
UIT
is geselecteerd voor o
GELUID & FLITS
Selecteer
AAN
( (
P
104).
Problemen en oplossingen
• •
Het onderwerp bevindt zich buiten het bereik van de fl itser
: Plaats het onderwerp binnen het bereik van de fl itser ( P 142).
• •
Het venster van de fl itser wordt bedekt
: Houd de camera op de juiste wijze vast ( P 29).
• •
De sluitertijd is korter dan // 2000
: Selecteer een langere sluitertijd ( P 47, 52, 54).
• •
De lens is vuil
: Reinig de lens ( P x).
• •
De lens wordt geblokkeerd
: Houd voorwerpen uit de buurt van de lens.
• • s
verschijnt tijdens het fotograferen en het scherpstelframe wordt rood
: Controleer de scherpstelling voordat u de opname maakt ( P 29).
• •
De sluitertijd is lang en de omgevingstemperatuur is hoog
: Dit is normaal en duidt niet op een defect.
• •
De camera werd lange tijd gebruikt bij hoge temperaturen of er wordt een temperatuurwaarschuwing weergegeven
: :
De camera gaat uit tijdens De camera is continu gebruikt in salvomodus bij hoge temperaturen:
Wacht tot de camera is afgekoeld voordat u deze weer aan zet (
P
66).
■
Weergave
De foto’s zijn gemaakt met de functie O
NIEUW FORMAAT
of met een camera van een ander merk of model.
• •
Het afspeelvolume is te laag
: Pas het afspeelvolume aan (
P
38, 105).
• •
De microfoon was bedekt
: Houd de camera tijdens het opnemen op de juiste wijze vast ( P 2, 36).
• •
De luidspreker wordt bedekt
: Houd de camera tijdens het afspelen op de juiste wijze vast (
P
2, 38).
• •
UIT is geselecteerd voor
o
GELUID & FLITS
: Selecteer
AAN
( ( P 104).
aangebracht (
P
100).
voordat u het afdekkapje van het batterijcompartiment opent (
P
14, 21).
133
134
Problemen en oplossingen
■
Aansluitingen/Diversen
Voor meer informatie over het oplossen van problemen voor draadloze verbindingen, bezoek:
http://faq.fujifilm.com/digitalcamera/faq_product.html?pid=X
• •
De smartphone is te ver weg
: Plaats de apparaten dichterbij.
• •
Naburige apparaten veroorzaken radio-interferentie
: Plaats de camera en smartphone uit de buurt van magnetrons of
• •
De smartphone is met een ander apparaat verbonden
: De smartphone en camera kunnen slechts met één apparaat
• •
Er bevinden zich een aantal smartphones in de nabijheid
: Probeer opnieuw verbinding te maken. De aanwezigheid van
Selecteer
AAN
voor r
VERBINDING INSTELLING
>
DRAADLOOS INSTEL.
>
VERKLEIN(SP)
H
. Het selecteren van
UIT
verhoogt uploadtijden voor grotere afbeeldingen; bovendien kunnen sommige telefoons geen afbeeldin-
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan (
P
). Merk op dat zodra de camera
• •
Het kanaal van het televisietoestel is ingesteld op “TV”
: Selecteer het kanaal “HDMI”.
• •
Het volume van het televisietoestel is te laag
: Gebruik de volumeregeling van het televisietoestel om het volume in te
Controleer of de camera en computer juist zijn aangesloten ( P 115).).
Gebruik MyFinePix Studio om foto’s over te zetten (alleen Windows; P 114).).
• •
De camera is niet goed aangesloten
: Sluit de camera op de juiste wijze aan (
P
117).).
• •
De printer is uitgeschakeld
: Schakel de printer in.
Problemen en oplossingen
• •
Tijdelijke storing van de camera
: Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ( P 14).
• •
De batterij is leeg
: Laad de batterij ( P 18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij ( P 14).
• •
De camera is verbonden met een draadloos netwerk
: Verbreek de verbinding.
Verwijder de batterij en plaats deze opnieuw ( P 14). Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer wanneer het probleem
Selecteer
AAN
om o
GELUID & FLITS
( ( P 104).
135
136
Op het scherm kunnen de volgende waarschuwingen worden weergegeven.
B
(rood)
A
(knippert rood)
Batterij bijna leeg. Laad de batterij (
P
18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
14).
Batterij is leeg. Laad de batterij (
P
18) of plaats een volledig opgeladen reservebatterij (
P
14).
onderwerp dat zich op dezelfde afstand bevindt en bepaal pas daarna de compositie van de foto ( P 84).
wanneer u foto’s neemt van slecht belichte onderwerpen (
P
46).
De geheugenkaart is verkeerd geformatteerd. Gebruik de camera om de kaart te formatteren (
P
110).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd of de geheugenkaart werd in een computer of ander apparaat geformatteerd
: :
Formatteer de geheugenkaart met behulp van de optie K
FORMATTEREN
in het instellingenmenu van de camera
((
P
110).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (
P
110). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen b
GEHEUGEN VOL
• •
Voor ingebruikname in de camera werd de geheugenkaart niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart ( P 110).
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt of de geheugenkaart is beschadigd
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt ( P 110).
• •
Incompatibele geheugenkaart
: Gebruik een compatibele geheugenkaart ( P 17).
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
De geheugenkaart is vol en foto’s kunnen niet worden vastgelegd. Wis foto’s ( P 35) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is (
P
14).
• •
Geheugenkaartfout of verbindingsfout
: Plaats de geheugenkaart nog een keer of schakel de camera uit en weer aan.
• •
Onvoldoende geheugen om extra foto’s op te slaan
: Wis foto’s (
P
35) of plaats een geheugenkaart waarop meer vrije ruimte beschikbaar is ( P 14).
• •
De geheugenkaart is niet geformatteerd
: Formatteer de geheugenkaart (
P
110).
• •
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt
: Het bestand kan niet worden gelezen.
• •
De contacten van de geheugenkaart moeten worden schoongemaakt
: Maak de contacten schoon met een zachte, droge doek. Formatteer de geheugenkaart als de melding opnieuw verschijnt (
P
110). Wanneer de melding voortdurend
• •
Storing van de camera
: Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
de geheugenkaart en selecteer
RESET
voor de optie
NUMMERING.
. Maak een foto om de nummering terug te zetten op 100-0001, selecteer vervolgens
CONTINU
voor
NUMMERING.
..
• •
Een zoekopdracht heeft meer dan 30000 resultaten opgeleverd
: Selecteer een zoekopdracht die minder resultaten
• •
Er zijn meer dan 999 foto’s geselecteerd om te wissen
: Selecteer minder foto’s.
137
138
Waarschuwingsvensters en -aanduidingen
DEZE FOTO IS BEVEILIGD
U hebt geprobeerd een beveiligde foto te wissen of te draaien. Verwijder de beveiliging en probeer het opnieuw ( P 100).
UITSNEDE NIET MOGELIJK
Het bestand is beschadigd of niet met deze camera aangemaakt.
m
NIET MOGELIJK
F
NIET MOGELIJK
DRAAIEN NIET MOGELIJK
De geselecteerde foto kan niet worden gedraaid.
F
DRAAIEN NIET MOGELIJK
Films kunnen niet worden gedraaid.
F
GEEN DPOF MOGELIJK!
Films kunnen niet met DPOF worden afgedrukt.
MENU/OK
om het printen te hervatten.
Onderstaande tabel toont de maximale opnametijd of het maximale aantal foto’s dat met de verschillende beeldkwaliteiten beschikbaar is. Alle genoemde aantallen zijn bij benadering; de bestandsgroottes zijn afhankelijk van het opgenomen onderwerp, waardoor er grote verschillen kunnen zijn in het aantal bestanden dat kan worden opgeslagen. Het kan ook voorkomen dat het resterende aantal opnamen en de resterende opnametijd niet gelijkmatig afnemen.
T
NORMAL
T
FINE
T
NORMAL
T
FINE
O
3 : 2
i
1920 × 1080 60 fps
i
1920 × 1080 50 fps
i
1920 × 1080 30 fps
i
1920 × 1080 25 fps
i
1920 × 1080 24 fps
h
1280 × 720 60 fps
h
1280 × 720 50 fps
h
1280 × 720 30 fps
h
1280 × 720 25 fps
h
1280 × 720 24 fps
1 Gebruik een H -kaart of hoger.
2 Afzonderlijke fi lms kunnen maximaal 14 minuten lang zijn.
3 Afzonderlijke fi lms kunnen maximaal 27 minuten lang zijn.
139
140
Voor meer informatie over FUJIFILM digitale camera, bezoek de websites vermeld hieronder.
Optionele accessoires en ondersteunende informatie is te vinden op de volgende website.
fujifilm X70
FUJIFILM -apps geven u meer mogelijkheden om van uw foto’s te genieten op smartphones, tablets en computers.
http://fujifilm-dsc.com/
Sommige functies van het product kunnen verschillen van de beschrijving meegeleverd in de handleiding vanwege de fi rmware-update. Voor uitgebreide informatie over ieder model, bezoekt u onze website:
http://www.fujifilm.com/support/digital_cameras/software/ fw_table.html
fujifilm firmware fujifilm Wi-Fi app
Voor de meeste recente versie van
MyFinePix Studio, bezoek:
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
fujifilm mfs
Voor de meest recente versie van
RAW FILE CONVERTER, bezoek:
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
fujifilm rfc
Systeem
Voldoet aan
D
esign Rule for
C
amera
FF
ile System (DCF) , Exif 2.3 en
D
igital
P
rint
O
rder
FF
ormat (DPOF)
• •
Foto’s
: Exif 2.3 JPEG (gecomprimeerd) ; RAW (originele RAF-indeling, speciale software vereist) ; RAW+JPEG beschikbaar
• •
Films
: H.264-norm met stereogeluid (MOV)
• •
O
3 : 2
: 4896 × 3264
• • P : 3456 × 2304
• •
O
16 : 9
: 4896 × 2760
• • P : 3456 × 1944
• •
Q
3 : 2
: 2496 × 1664 • •
Q
16 : 9
: 2496 × 1408
• • O
panorama
: 2160 × 9600 (verticaal) / 9600 × 1440 (horizontaal)
• •
P
: 2160 × 6400 (verticaal) / 6400 × 1440 (horizontaal)
• •
O
1 : 1
: 3264 × 3264
• • P : 2304 × 2304
• •
Q
1 : 1
: 1664 × 1664 f=18,5 mm (equivalent aan 35 mm formaat: 28 mm)
256-segmenten
tt
hrough-
tt
he-
ll
ens (TTL) lichtmeting; MULTI, SPOT, INTEGRAAL
Geprogrammeerd AE (met programmawijziging) , sluiter AE, diafragma AE en handmatige belichting
Belichtingscompensatie
–3 EV – +3 EV in stappen van
//
EV
141
142
Technische gegevens
Systeem
--
P -stand
: 4 sec. tot //
--
Bulb
: Max. 60 min.
--
P , , S , , A , en M standen
: 1 sec. tot //
--
Bulb
: 1 sec. vast
--
P -stand
: 4 sec. tot
//
--
Bulb
: Max. 60 min.
--
Tijd
: 30 sec. tot // sec.
--
Alle andere standen
: 30 sec. tot // sec.
--
Tijd
: 1 sec. tot // sec.
--
Tijd
: 30 sec. tot
//
sec.
--
Alle andere standen
: 30 sec. tot // sec.
R
De resolutie en het aantal foto’s per opname mode kunnen variëren afhankelijk van het type geheugenkaart.
R
De beeldsnelheid is afhankelijk van de opnameomstandigheden en het aantal opgenomen beelden.
• •
Stand
: Enkelvoudig of continu AF; handmatig scherpstellen met scherpstelring
• •
Selectie van het scherpstelveld
: ENKEL PUNT, ZONE, GROOTHOEK/TRACKING
• •
Automatisch scherpstelsysteem
: Intelligente hybride AF (Contrastdetectie TTL/AF met fasedetectie) met AF-hulplicht
• •
Type
: Automatische fl itser
• •
Eff ectief bereik (ISO 1600)
: Circa 30 cm — 7,9 m
Automatisch, invulfl its, synchronisatie met lange sluitertijd, commander , , externe fl itser (verwijdering rode ogen uit) ; automaverwijdering rode ogen, commander , , externe fl itser (verwijdering rode ogen aan)
Systeem
In-/uitgangsaansluitingen
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 60 fps; stereogeluid
• • i : Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 50 fps; stereogeluid
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 30 fps; stereogeluid
• • i : Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 25 fps; stereogeluid
• • i
: Beeldformaat 1920 × 1080 (1080p); 24 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 60 fps; stereogeluid
• • h
: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 50 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 30 fps; stereogeluid
• • h
: Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 25 fps; stereogeluid
• • h : Beeldformaat 1280 × 720 (720p); 24 fps; stereogeluid
Technische gegevens
143
144
Technische gegevens
Voeding/overige
Levensduur van de batterij
NP-95 (inbegrepen bij camera)
Opmerking
: Het aantal foto’s dat met een batterij kan worden gemaakt, varieert per batterij en laadniveau en neemt af bij
Camera-afmetingen
112,5 mm × 64,4 mm × 44,4 mm ( 25,9 mm met uitzondering van uitstekende delen, gemeten bij het dunste deel ))
Gebruiksomstandigheden
• •
Temperatuur
: 0 °C tot +40 °C
Draadloze zender
IEEE 802.11b/g/n (standaard draadloos protocol)
• •
V.S., Canada, Taiwan
: 2412 MHz – 2462 MHz (11 kanalen)
• •
Overige landen
: 2412 MHz – 2472 MHz (13 kanalen)
• •
Vochtigheid
: 10% – 80% (geen condensvorming)
Technische gegevens
NP-95 Oplaadbare batterij
Afmetingen
(B × H × D)
AC-5VF Netstroomadapter
Gewicht en afmetingen kunnen per land of regio variëren. Labels, menu’s en andere schermen kunnen afwijken van de feitelijke camera.
■
Mededelingen
• De specifi caties kunnen gewijzigd worden zonder voorafgaande melding; bezoek voor de laatste informatie
http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
. FUJIFILM is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van fouten in deze gebruiksaanwijzing.
• Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is vervaardigd, kunnen er heldere punten en kleurafwijkingen verschijnen, vooral in de nabijheid van tekst. Dit is normaal voor LCD-schermen van dit type en duidt niet op een defect; de met de camera genomen foto’s hebben hier geen last van.
• De werking van digitale camera’s kan bij blootstelling aan krachtige radio-interferentie (zoals elektrische velden, statische elektriciteit, lijnruis) worden verstoord.
145
146
De beschikbare opties in elke opnamestand worden hieronder weergegeven. Sommige opties zijn mogelijk niet beschikbaar voor de items die worden ondersteund in een willekeurige stand en elke functie kan worden beperkt afhankelijk van de opnameomstandigheden.
I
CONTINU
J
//
O
O
//
W
//
X
//
H
//
Y
✔
J
DIGITALE TELE-CONV.
K
TOUCH SCREEN MODUS
z
AUTO
z
AUTO
z
AUTO
PP SS AA M
u Y S h O H p Q R s f U
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
FF
t
+
s
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔
1
✔ ✔
1
✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔ ✔
5
✔ ✔
✔ ✔
1
✔
✔ ✔
✔
✔
✔ ✔
1
✔ ✔
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔ ✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔
1
✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔
1
✔
1
✔ ✔
✔ ✔
2
✔
1
✔ ✔
✔
✔
✔
1
✔
12
✔
12
v
KNOP AE/AF-VERGR.
Beperkingen op de camera-instellingen
AUTO1/AUTO2/AUTO3
✔
//
//
z
AUTO
z
AUTO
z
AUTO
PP SS AA M
u Y S h O H p Q R s f U
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔
12
✔
12
✔
12
O
BEELDGROOTTE
T
BEELDKWALITEIT
U
DYNAMISCH BEREIK
P
FILMSIMULATIE
D
WITBALANS
V
//
W
//
X d
//
e
//
i g
//
h b
//
e
//
d
//
f
C
LICHTMEETSYSTEEM
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔
✔ ✔
12
✔
12
✔
12
✔ ✔
✔
✔ ✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
12
✔
12
✔
12
147
148
Beperkingen op de camera-instellingen
SS
CC
z
AUTO
z
AUTO
z
AUTO
PP SS AA M
u Y S h
✔ ✔
1
✔
1
✔
1
O H p Q R s f U
✔ ✔
1
✔ ✔
1
✔
1
✔ ✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔ ✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
1
✔
12
✔
1
✔
12 c
HF ASSISTENTIE
FOCUS PIEK HIGHLIGHT
✔ v
INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
f
KLEUR
q
SCHERPTE
r
HIGHLIGHT TINT
s
SCHADUWTINT
h
RUISONDERDRUKKING
K
L BEL. RO
u
KIES INST. OP MAAT
K
BEW/BEW INST. OP M
✔ ✔
3
✔
12
✔ ✔
✔
12
✔
12
✔
12
✔
12
✔
12
✔
✔
12
✔
6
✔
6
✔
6
✔
6
✔
6
✔
6
✔
6
✔
6
Beperkingen op de camera-instellingen
ELEKTR. WATERPAS
✔
AF-AFSTANDSINDICATOR
✔
MF-AFSTANDSINDICATOR
✔ z
AUTO
z
AUTO
z
AUTO
PP SS AA M
u Y S h O H p Q R s f U
✔ ✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
7
✔
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
✔
7
7
✔
✔
✔
7
7
✔
✔
✔
7
7
✔
✔
✔
7
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
✔
7
7
✔
✔
✔
7
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
✔
7
7
✔
✔
7
✔
7
✔
✔
7
✔
7
✔
✔
7
7
✔
✔
7
7
✔
✔
7
✔
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
7
✔
7
✔
8
BELICHT. CORRECTIE
✔
LICHTMEETSYSTEEM
✔
✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔ ✔
✔ ✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
DYNAMISCH BEREIK
✔
BEELDFORM/-KWALITEIT
✔
✔ ✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔ ✔
✔ ✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
7
✔
✔
✔
7
✔
7
✔
7
✔
7
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
✔
7
✔
✔
✔ ✔
9
✔
12
J
KLEURR
1
Automatisch vastgesteld.
2
Beperkt tot bereik van ±2,0 EV tijdens fi lmopname.
3
Beschikbare opties zijn afhankelijk van de afdrukmodus.
4 A
is niet beschikbaar.
5
Alleen beschikbaar voor auto ISO gevoeligheid.
6
Alleen beschikbaar wanneer
ENKEL PUNT
is geselecteerd voor
SCHERPSTELLING
in de scherpstelstand
SS
..
7
Alleen beschikbaar wanneer auto standkeuzehendel is gedraaid naar
AUTO
..
8
11
Display toont alleen sluitertijd.
9
sRGB automatisch geselecteerd.
10
Flitser schakelt uit wanneer
ELEKTRONISCHE SLUITER
is geselecteerd voor
SLUITERTYPE
..
De zelfontspanner wordt automatisch uitgeschakeld wanneer
12
Instellingen stiltefoto worden gebruikt.
13
Draadloos op afstand fotograferen.
149
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
广告