Fujifilm X30 de handleiding
Reklaam
Reklaam
DIGITAL CAMERA
X30
Gebruiksaanwijzing (basisbediening)
Dank u voor het vertrouwen dat u in dit product heeft gesteld.
■
Product website:
http://fujifilm-x.com/x30/
BL04810-100
NL
Voordat u begint
Eerste stappen
Algemene fotografi e en afspelen
Delen van de camera
Menu’s
Appendix
Voor uw veiligheid
■
Productgebruiksaanwijzingen:
http://fujifilm-dsc.com/manuals/
2
De volgende accessoires worden met de camera meegeleverd:
NP-95 oplaadbare batterij AC-5VT Netstroomadapter Stekkeradapter * USB-kabel
Lensdop Bevestigingsgereedschap clipje Metalen clipjes draagriem (× 2)
* De vorm van de adapter verschilt afhankelijk van de verkoopregio.
• Beschermkappen (× 2)
• Schouderriem
• Gebruiksaanwijzing
(deze handleiding)
In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt:
Q Deze informatie moet gelezen worden voor de ingebruikname om verzekerd te zijn van een correcte bediening.
R Aanvullende informatie die tijdens het gebruik van de camera van pas kan komen.
Foto’s worden op optionele SD-, SDHC- en SDXC-geheugenkaarten bewaard, er wordt in deze gebruiksaanwijzing naar verwezen als “geheugenkaarten.”
3
4
Om uw camera in een goede staat te houden, is het aan te raden de camerabehuizing na elk gebruik met een zachte, schone doek schoon te maken. Gebruik geen alcohol, verfverdunner of andere vluchtige chemicaliën. Deze kunnen vervormingen of verkleuringen van het leer van de camerabehuizing tot gevolg hebben. Vloeistoff en op de camera moeten onmiddellijk worden verwijderd met een zachte, droge doek.
Gebruik een blaaskwast om stof van de monitor te verwijderen, zodat krassen worden vermeden en neem het vervolgens met een zachte, droge doek af. Vlekken kunnen worden verwijderd met een FUJIFILMlensreinigingsdoekje waarop een kleine hoeveelheid lensreinigingsvloeistof is aangebracht.
Meegeleverde accessoires
.............................................................2
Over deze gebruiksaanwijzing
....................................................3
Symbolen en conventies
...............................................................3
Geheugenkaarten
.............................................................................3
Productverzorging
.............................................................................4
De draagriem bevestigen
...............................................................6
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
..........................8
De batterij opladen
........................................................................ 10
De camera in- en uitschakelen
.................................................. 13
Basisinstellingen
.............................................................................. 14
De functieknop
............................................................................... 28
De instelschijf
.................................................................................. 29
De bedieningsring
......................................................................... 29
De VIEW MODE Knop ................................................................... 30
De LCD-Monitor
.............................................................................. 31
Dioptrie-instelling
......................................................................... 31
De indicatorlamp
........................................................................... 31
Cameraschermen
............................................................................ 32
Fotograferen: LCD-scherm/Zoeker ...................................... 32
Afspelen
.......................................................................................... 34
Foto’s maken
...................................................................................... 16
Foto’s bekijken
.................................................................................. 18
Foto’s schermvullend bekijken
Foto-informatie bekijken
Weergavezoom
............................................................................... 20
Multi-frame weergeven
................................................. 18
............................................................ 19
............................................................... 21
Foto’s wissen
...................................................................................... 22
ENKELE FOTO
................................................................................... 22
GEKOZEN VELDEN
......................................................................... 23
ALLE FOTO’S
..................................................................................... 23
Algemene fi lms opnemen en afspelen
................................. 24
High-Defi nition (HD)-fi lms opnemen
.................................... 24
Films bekijken
.................................................................................. 24
Foto’s bekijken op een computer
............................................. 25
De menu's gebruiken: Opnamestand
.................................... 36
Het menu Opnamestanden gebruiken
................................. 36
De opties van het menu Opnamestanden
.......................... 37
De menu’s gebruiken: Weergavestand
.................................. 39
Het Afspeelmenu gebruiken ..................................................... 39
Opties in het menu Weergave
.................................................. 40
Het instellingenmenu
.................................................................... 41
Het instellingenmenu gebruiken
............................................ 41
De opties van het instellingenmenu
...................................... 42
FUJIFILM X30 productinformatie vrij FUJIFILM apps
Onderhoud van de camera
Opslag en gebruik
Op reis
............................................. 44
.......................................................................... 44
......................................................... 45
......................................................................... 45
................................................................................................ 45
Delen van de camera
..................................................................... 26
De keuzeknop
................................................................................. 28
Veiligheidsopmerkingen
............................................................ 46
MEDEDELINGEN
............................................................................. 51
5
6
Maak de draagriemclipjes aan de camera vast en daarna aan de draagriem.
1 Open een draagriemclipje.
Gebruik het hulpmiddel voor het vastmaken van clipjes om een draagriemclipje te openen, en zorg ervoor dat u het hulpmiddel en het clipje vasthoudt in de aangegeven richtingen.
2 Plaats het draagriemclipje op het oogje.
Haak het bevestigingsoog vast in de opening van het clipje. Verwijder het gereedschap en houd het clipje met de andere hand op zijn plek.
Q Bewaar het gereedschap op een veilige plaats. U zult het nodig hebben om de draagriemclipjes te openen bij het losmaken van de draagriem.
3 Haal het clipje door het oogje.
Draai het clipje totdat het volledig door het oogje is en dichtklikt.
4 Bevestig een beschermkapje.
Plaats het beschermkapje over het oogje, zoals weergegeven, met de zwarte kant richting van de camera. Herhaal de stappen 1–4 voor het tweede oogje.
De draagriem bevestigen
6 Maak de draagriem vast.
Maak de draagriem vast zoals afgebeeld. Herhaal de stappen 5–6 voor het tweede oogje.
5 Plaats de draagriem.
Haal de draagriem door het beschermkapje en de draagriemclip.
Q Zorg ervoor dat de draagriem goed vastzit om te voorkomen dat de camera valt.
7
8
Plaats de batterij en geheugenkaart zoals hieronder staat beschreven.
1 Open de afdekkap van het batterijencompartiment.
Verschuif de vergrendeling van het batterijencompartiment zoals aangeduid en open het afdekkapje van het batterijencompartiment.
2 Plaats de batterij.
Terwijl u de batterij gebruikt om het batterijklepje naar een kant te drukken, plaats eerst de contactpunten van de batterij in de richting die wordt aangegeven door de pijl. Controleer of de batterij stevig vastzit.
Pijl
Q Open het afdekkapje van het batterijencompartiment nooit wanneer de camera is ingeschakeld.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan beschadiging van fotobestanden of geheugenkaarten tot gevolg hebben.
Q Gebruik niet te veel kracht wanneer u de afdekkap van het batterijencompartiment opent of sluit.
Batterijvergrendeling
Q Plaats de batterij in de aangegeven richting. Oefen geen kracht uit of probeer niet de batterij achterstevoren of ondersteboven te plaatsen . In de juiste richting zal de batterij er moeiteloos inschuiven.
3 Plaats de geheugenkaart.
Houd de geheugenkaart in de getoonde richting en schuif deze in het apparaat totdat deze aan de achterkant van de sleuf vastklikt.
De batterij en een geheugenkaart plaatsen
4 Sluit het afdekkapje van het batterijencompartiment.
Klik!
Q Let erop dat u de geheugenkaart in de juiste richting in de kaartsleuf steekt, steek de kaart er niet onder een hoek in en oefen geen kracht uit. Als de geheugenkaart niet of niet correct is geplaatst, verschijnt a op het LCD-scherm en wordt het interne geheugen gebruikt voor opname en afspelen.
Voordat u de batterij of de geheugenkaart verwijdert, moet de camera worden uitgeschakeld waarna de afdekkap van het batterijcompartiment kan worden geopend.
Druk de batterijvergrendeling opzij om de batterij vrij te geven en laat de batterij uit de camera glijden.
Batterijvergrendeling
De geheugenkaart kan worden verwijderd door de kaart omlaag te drukken en langzaam omhoog te laten komen. De geheugenkaart kan nu met de hand worden verwijderd. Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten. Gebruik uw vinger om de kaart tegen te houden en laat de kaart voorzichtig los.
9
10
Bij levering is de batterij niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. De camera laadt de interne batterij op.
• De camera gebruikt een NP-95 oplaadbare batterij.
• De batterij heeft ongeveer 4 uur en 30 minuten nodig om volledig op te laden.
1 Sluit de plugadapter aan op de netspanningsadapter.
Sluit de plugadapter aan zoals aangegeven, en zorg ervoor dat die volledig op zijn plaats is ingestoken en klikt op de contactklemmen van de netspanningsadapter.
Netstroomadapter
2 Laad de batterij op.
Gebruik de bijgeleverde USB-kabel om de camera aan te sluiten op de bijgeleverde netspanningadapter. Steek de netstroomadapter vervolgens in een stopcontact.
Q Let erop dat u de connectors in de juiste richting houdt en plug ze volledig in.
Stekkeradapter
Q De plugadapter is uitsluitend bestemd voor gebruik met de meegeleverde netspanningsadapter.
Gebruik die niet met andere apparaten.
De batterij opladen
De pictogrammen voor de batterijstatus geven de oplaadstatus van de batterij aan als de camera is ingeschakeld.
Het indicatielampje geeft aan wanneer de camera is uitgeschakeld.
Y (geel)
N (groen)
Z (rood)
R Als u camera is inschakelt terwijl de camera is aangesloten op de netspanningsadapter en de batterij is geplaatst, werkt de camera in de externe stroommodus.
Q De batterij wordt opgeladen als de opnamemodus van de camera actief is.
Q Maak de polen van de batterij schoon met een zachte, droge doek. Anders kan de batterij mogelijk niet worden opgeladen.
Q Plak geen etiketten of andere voorwerpen op de batterij. Anders kan de batterij mogelijk niet meer uit de camera worden genomen.
Q Voorkom dat de batterijpolen worden kortgesloten. Anders kan de batterij oververhit raken.
Q Lees de voorzorgsmaatregelen in het hoofdstuk “De batterij en voeding”.
Q Gebruik alleen een voor de batterij voorgeschreven batterijlader. Anders kan de batterij en/of de batterijlader defect raken.
Q Probeer niet de labels van de batterij te halen of de behuizing te openen.
Q De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen voor gebruik op.
Q Oplaadtijden kunnen toenemen bij zeer lage of zeer hoge temperaturen.
11
12
De batterij opladen
De batterij kan opgeladen worden door de camera aan een computer aan te sluiten. Sluit de bijgeleverde USB-kabel aan zoals weergegeven en zorg dat u de aansluiting volledig in de camera plaatst.
Q Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer; maak geen gebruik van USB-hubs of USB-poorten in het toetsenbord, e.d.
Q Wanneer de computer in sluimermodus gaat tijdens het opladen, dan wordt de batterij niet verder opgeladen.
Zet de sluimermodus van uw computer af om verder op te laden, en koppel de USB-kabel los een weer aan.
Q Het opladen kan verhinderd worden afhankelijk van uw computerspecifi caties, instellingen of condities.
Om de camera in te schakelen, draai de zoomring zoals afgebeeld. Draai de zoomring tot OFF om de camera uit te schakelen.
Houd de a -knop gedurende ongeveer een seconde ingedrukt om de camera in te schakelen en het afspelen te starten.
112 85 50 35 28 OFF
R Druk op de a -knop om het afspelen te starten. Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar de opnamestand.
R De camera wordt automatisch uitgeschakeld als er geen handelingen worden verricht gedurende de tijdsduur die is ingesteld voor Z STROOMBEHEER
> UITSCHAKELEN in het instelmenu. Om de camera opnieuw in te schakelen nadat ze automatisch werd uitgeschakeld, draai de zoomring tot OFF en schakel daarna de camera in.
Q Vingervlekken en vuil op de lens of de zoeker zijn van invloed op de kwaliteit van de foto’s of het zicht door de zoeker. Zorg dat de lens en de zoeker schoon blijven.
Druk opnieuw op de a knop om de camera uit te schakelen.
Q De camera schakelt niet naar fotografeermodus bij het drukken op de sluiterknop.
Controleer het batterijniveau op het scherm nadat u de camera inschakelt.
Batterij dicht bij volledig opgeladen.
Batterij ongeveer tweederde opgeladen.
Batterij ongeveer een derde opgeladen. Zo snel mogelijk opladen.
Batterij is leeg. Zet de camera uit en laad de batterij op.
13
14
Wanneer de camera voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt er een taalkeuzevenster. Stel de camera in volgens onderstaande aanwijzingen (u kunt de klok opnieuw instellen of talen op elk gewenst moment wijzigen met de F DATUM/TIJD of Q a opties in het instelmenu).
1 De camera gereedmaken.
112 85 50 35 28 OFF
Druk op de selectieknop omhoog, omlaag, links of rechts om de opties te markeren en druk op MENU/OK om te selecteren.
Verplaats cursor omhoog
Selecteer gemarkeerde item
Verplaats cursor naar links
Verplaats cursor naar rechts
Verplaats cursor omlaag
2 Selecteer een taal en druk op MENU/OK .
START MENU
ENGLISH
FRANCAIS
DEUTSCH
SET NO
R Druk op DISP/BACK om de huidige stap over te slaan. De stappen die u nu overslaat worden nogmaals getoond de volgende keer dat u de camera opnieuw wordt ingeschakeld.
3 De datum en tijd worden getoond. Druk op de keuzeknop links of rechts om het jaar, de maand, de datum, de uren of de minuten te selecteren en druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de juiste waarden in te stellen.
Om de volgorde te veranderen waarin het jaar, de maand en de datum worden weergegeven, selecteert u de datumnotatie en drukt u op de keuzeknop omhoog of omlaag. Druk op
MENU/OK als de instelling is voltooid.
DATUM/TIJD NIET INGESTELD
JJ. MM. DD
OK
2016
2015
2014
2013
2012
AFBREKEN
1. 1 12 : 00
AM
Basisinstellingen
4 De opties voor energiebeheer worden weergegeven: Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te selecteren en druk op MENU/OK :
• n ENERGIE BESP.
: Stroom besparen.
• o HOGE PRESTATIE : Kies voor een helderder scherm en snellere scherpstelling.
R Als er gedurende langere tijd geen batterij in de camera zit, wordt de cameraklok teruggezet en wordt het taalkeuzevenster weergegeven wanneer de camera wordt ingeschakeld.
15
Dit onderdeel behandelt de basisprincipes van het nemen van foto’s in S ( GEAVANCRD SR AUTO ) modus.
1 Selecteer S modus.
Draai de modusknop naar S ( GEAVANCRD SR
AUTO ). De volgende informatie wordt weergegeven op de LCD-monitor.
Om de fl itser uit te klappen bij weinig licht, druk op de fl itsknop (fl itser uitklappen).
De camera selecteert automatisch de juiste scène.
16
Het g -pictogram
In de stand S past de camera de scherpstelling continu aan en wordt voortdurend gezichtsdetectie uitgevoerd. Hierdoor raakt de batterij sneller uitgeput. Op het LCD-scherm wordt het g -pictogram getoond.
2 De camera gereedmaken.
Houd met beide handen de camera stevig vast en laat uw ellebogen rusten tegen uw zij. Trillende of onvaste handen kunnen uw foto’s wazig maken.
Houd uw vingers en andere voorwerpen uit de buurt van de lens en de fl itser om te voorkomen dat de foto’s onscherp of te donker
(onderbelicht) worden.
3 Kadreer de foto.
Maak gebruik van de zoomring om de compositie in het scherm te plaatsen. De zoomindicator verschijnt.
Zoomring Zoomindicator
Foto’s maken
4 scherpstelling.
Kadreer de foto met het onderwerp in het centrum van de display en druk de ontspanknop hals in om scherp te stellen.
R Als het onderwerp slecht belicht is, gaat de AFhulpverlichting mogelijk branden.
Als de camera in staat is om scherp te stellen , klinkt er tweemaal een pieptoon en lichten scherpstelgebied en scherpstelaanduiding groen op. De scherpstelling en belichting blijven vergrendeld zolang de ontspanknop half is ingedrukt.
Scherpstelframe
Scherpstelindicator
Als de camera niet in staat is om scherp te stellen , wordt het scherpstelframe rood, wordt s weergegeven en zal de scherpstelaanduiding wit knipperen.
5 Maak de foto.
Druk de ontspanknop rustig verder in om de foto te maken.
17
Druk op a om de foto’s schermvullend te bekijken.
100-0001
Extra foto’s kunnen worden bekeken door op de selectieknop links of rechts te drukken of aan de instelschijf te draaien. Druk op de keuzeknop of draai de instelschijf naar rechts om foto’s te bekijken in de volgorde waarin ze gemaakt zijn of links om de foto’s in omgekeerde volgorde te bekijken. Houd de selectieknop ingedrukt om snel door de foto’s te bladeren totdat de gezochte foto wordt bereikt.
R Foto’s die met een andere camera zijn gemaakt, worden tijdens het weergeven aangeduid met het pictogram m („geschenkbeeld”).
18
Druk op DISP/BACK en de selectieknop omhoog of omlaag om een waardering tussen de nul en vijf sterren aan de huidige foto te geven.
Foto’s bekijken
Het foto-informatiescherm wijzigt telkens wanneer op de selectieknop omhoog wordt ingedrukt.
Basisgegevens
11/15/2015 11:15 AM
Info-Display 1 Info-Display 2
11/15/2015 11:15 AM
VOLGENDE AFBREKEN
R Druk op de keuzeknop links of rechts of draai de instelschijf om andere afbeeldingen te bekijken.
Druk op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het scherpstelpunt. Druk nogmaals op het midden van de instelschijf om terug te keren naar de schermvullende weergave.
19
Foto’s bekijken
Draai het bedieningsring rechts om in te zoomen op de huidige foto, links om uit te zoomen (om meerdere beelden te bekijken, draait u het bedieningsring links wanneer de foto wordt weergegeven in volledig scherm).
Druk op DISP/BACK of MENU/OK om af te sluiten.
Draai naar rechts
100-0001
Draai naar rechts
Zoomindicator
Bedieningsring
20
Draai naar links
R De maximale zoomfactor is afhankelijk van de grootte van de foto. Weergavezoom is niet beschikbaar voor kopieën met een nieuw formaat of kopieën die zijn uitgesneden en opgeslagen in a -grootte.
Het navigatievenster toont het gedeelte van de foto dat op het scherm wordt weergegeven
Nadat op de foto is ingezoomd, kan de selectieknop worden gebruikt om delen van de afbeelding te bekijken die momenteel niet zichtbaar zijn in het scherm.
Foto’s bekijken
Om het aantal weergegeven afbeeldingen te veranderen, draai het bedieningsring naar links wanneer een foto in volledig scherm wordt weergegeven.
Draai naar links om meer foto’s te bekijken.
Bedieningsring
Draai naar rechts om minder foto’s te bekijken.
Gebruik de keuzeknop om afbeeldingen te markeren en druk op MENU/OK om de gemarkeerde afbeelding schermvullend te bekijken (om in te zoomen op het geselecteerde beeld, draai het bedieningsring naar rechts wanneer de foto in volledig scherm wordt weergegeven). Druk tijdens het weergeven van negen of van honderd miniaturen de selectieknop omhoog en omlaag om meer foto’s te bekijken.
21
Voor het wissen van individuele foto’s, meerdere geselecteerde foto’s of alle foto’s, druk op de b knop wanneer een foto in volledig scherm wordt weergegeven en kies uit de volgende opties op de volgende pagina’s. Let op dat gewiste foto’s niet kunnen worden hersteld.
Kopieer eerst alle belangrijke foto’s naar een computer of ander opslagapparaat voordat u verder gaat.
Wis foto’s één voor één.
1 Druk op de b knop in enkele foto weergave en kies ENKELE FOTO .
2 Druk op de keuzeknop links of rechts om door de foto’s te bladeren en druk op MENU/OK om te wissen (een bevestigingsvenster wordt niet weergegeven). Herhaal dit om extra foto’s te wissen.
WISSEN
ENKELE FOTO
GEKOZEN VELDEN
ALLE FOTO'S
22
R Beveiligde foto’s kunnen niet worden gewist. Verwijder de beveiliging van foto’s die u wilt wissen.
R Als er een bericht verschijnt met de melding dat de geselecteerde foto’s deel uitmaken van een DPOFprintopdracht, druk dan op MENU/OK om de foto’s te wissen.
R Als er een geheugenkaart is geplaatst, worden foto’s van de geheugenkaart gewist. Anders worden de foto’s uit het interne geheugen gewist.
Foto’s wissen
Verwijderen van meerdere geselecteerde foto’s.
1 Druk op de b knop in enkele foto weergave afspelen en kies GEKOZEN VELDEN .
2 Markeer foto’s en druk op MENU/OK om te selecteren of te deselecteren (foto’s in fotoboeken of printopdrachten worden aangeduid met S ).
3 Wanneer de bewerking is voltooid, drukt op
DISP/BACK om een bevestigingsscherm weer te geven.
4 Markeer OK en druk op MENU/OK om de geselecteerde foto’s te wissen.
Wis alle onbeveiligde foto’s.
1 Druk op de b knop in enkele foto weergave afspelen en kies ALLE FOTO’S .
2 Er verschijnt een bevestigingsvenster; markeer
OK en druk op MENU/OK om alle onbeveiligde foto’s te wissen. Het indrukken van DISP/BACK annuleert het wissen; merk op dat alle foto’s verwijderd voordat de knop werd ingedrukt niet kunnen worden hersteld.
23
24
De camera kan worden gebruikt voor het opnemen van korte video’s in hoge resolutie.
1 Druk op de fi lmopnameknop om de opname te starten.
Tijdens het afspelen worden fi lms weergegeven zoals de afbeelding rechts laat zien. Tijdens het afspelen van een fi lm zijn de volgende handelingen mogelijk:
11/15/2015 11:15 AM
Filmpictogram
Opname-indicator
Resterende tijd
Druk op de selectieknop omlaag om het afspelen te starten. Druk nogmaals om te pauzeren. Terwijl het afspelen wordt gepauzeerd, kunt u op de keuzeknop links of rechts drukken om één beeld tegelijkertijd vooruit- of achteruit te spoelen.
Druk op de selectieknop omhoog om het afspelen te beëindigen.
Druk op de selectieknop links of rechts om de afspeelsnelheid tijdens het afspelen te veranderen.
2 Druk de ontspanknop opnieuw in om de opname te stoppen. De opname eindigt automatisch wanneer de maximale lengte is bereikt of de geheugenkaart vol is.
Q De indicatorlamp licht tijdens opnemen van fi lms op.
Sluit de camera met de meegeleverde USB-kabel en foto’s kopiëren naar de computer.
Q Sluit de camera rechtstreeks aan op de computer. Gebruik geen USB-hub of toetsenbord.
• MyFinePix Studio (beschikbaar voor download van de onderstaande website) kan worden gebruikt om foto’s te kopiëren naar een computer, waar ze opgeslagen, bekeken, georganiseerd en afgedrukt kunnen worden.
http://fujifilm-dsc.com/mfs/
• RAW FILE CONVERTER (beschikbaar voor download van de onderstaande website) kan worden gebruikt om te bekijken RAW beelden op uw computer.
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
RAW FILE CONVERTER (beschikbaar voor download van de onderstaande website) kan worden gebruikt om te bekijken RAW beelden op uw computer.
http://fujifilm-dsc.com/rfc/
25
26
B
C
E
F
Lampje voor de zelfontspanner
G
H
I
J
K
L
P
Q
S
T
U
V
X
Y
Z a
ON/OFF -schakelaar c -schakelaar (fl itser uitklappen) d -knop (afspelen)
* Gebruik een HDMI-kabel die niet langer is dan 1,5 m.
Delen van de camera f g h -knop i -knop b (verwijderen)-knop (weergavestand) j k -knop (automatische scherpstelling/ vergrendeling zelfbelichting) l (snelmenu)-knop
RAW-conversieknop (weergavestand) m n knop (functie-knop 6)
Wi-Fi -knop (weergavestand) o (display)/ BACK -knop
27
28
Delen van de camera
Druk op de keuzeknop omhoog ( w ), links ( e ), rechts ( r ), of omlaag ( t ) om items te markeren en druk op MENU/OK ( q ) om te selecteren. De omhoog-, links-, rechts- en omlaagknoppen functioneren ook als functieknoppen 2 door 5.
Dit doet u door de functieknop in de gewenste stand te zetten.
• S (GEAVANCRD SR AUTO)
:
De camera optimaliseert de instellingen voor het onderwerp automatisch.
• B (AUTO) : Een eenvoudige “richten-en-fotograferen” stand, speciaal voor beginnende gebruikers van digitale camera’s.
• P
:
Diafragma en sluitertijd kunnen worden aangepast met behulp van programmaverschuiving.
• S
,
A
,
M
:
Selecteren voor volledige controle over de instellingen van de camera, inclusief diafragma ( M en A ) en/of sluitertijd ( M en S ).
• Filter (GEAVANC. FILTER)
:
Als u foto’s wilt maken met fi ltereffecten, selecteert u.
• Adv. (GEAVANCEERD)
:
Geavanceerde fototechnieken op eenvoudige wijze.
• SP1/SP2 (ONDERWERPPROGRAMMA)
:
Kies een stand die bij het onderwerp of de omstandigheden past, en de camera doet de rest.
• u (BEW. PANOR. 360)
:
Pan de camera om een serie opnamen te maken die automatisch worden samengevoegd tot een panorama.
Delen van de camera
De instelschijf kan worden gebruikt om door de menu’s te navigeren, om foto’s te bekijken, en om opties in de weergave van het snelmenu te selecteren.
Druk op het midden van de instelschijf om in te zoomen op het actieve scherpstelgebied tijdens het fotograferen of de weergave.
Gebruik de bedieningsring voor snelle toegang tot camerafuncties tijdens het fotograferen. De functie van de bedieningsring kan worden geselecteerd door te drukken op de bedieningsring opties knop. Kies uit:
• BASISINSTEL.
• ISO
• WITBALANS
• FILMSIMULATIE
• CONTINU
Wanneer BASISINSTEL.
is geselecteerd, de functie die u wilt toewijzen aan het bedieningsring verandert met de opnamestand.
S Filmsimulatie
B Filmsimulatie; handmatige scherpstelling 1
SS
Omschakeling van programma; handmatige scherpstelling 1
Keuzevenster voor de sluitertijd; handmatige scherpstelling 1
A Diafragma; handmatige scherpstelling 1
Sluitertijd/diafragma selectie 2 ; handmatige scherpstelling 1
Filter Geavanceerde fi lter selectie
Adv.
Geavanceerde modus selectie
SP1/SP2 Scène selectie; handmatige scherpstelling 1
1 Alleen handmatige scherpstelling
2 Druk op de bediengsring opties om over te schakelen tussen sluitertijd- en diafragmaweergaven selectie.
29
Delen van de camera
Druk op de VIEW MODE -knop om door de beeldweergaves te gaan, zoals hieronder getoond wordt.
EVF
E OOGSENSR : Automatische weergaveselectie met behulp van de oogsensor
EVF
LCD
EVF
EVF ONLY + E : Alleen zoeker; oogsensor schakelt weergave in of uit
LCD
EVF ONLY : Alleen beeldzoeker
LCD ONLY : Alleen LCD-scherm
30
De oogsensor schakelt de zoeker in wanneer u uw oog tegen de zoeker houdt en schakelt deze uit wanneer u uw oog weghaalt (let op dat de oogsensor mogelijk reageert op andere objecten dan uw oog of op licht dat rechtstreeks op de sensor schijnt). Als automatische weergaveselectie is ingeschakeld, wordt de LCD-monitor ingeschakeld wanneer de zoeker uitschakelt.
Het LCD-scherm kan gekanteld worden voor beter zicht, maar wees voorzichtig niet in aanraking te komen met de draden of vingers of andere voorwerpen te beknellen achter het scherm.
Het aanraken van de kabels kan defecten in de camera veroorzaken.
Deze camera heeft een dioptrieinstelling om zich aan individuele oogsterkten aan te passen. Draai de dioptrie aanpassingsregelaar totdat de weergave in de zoeker scherp is.
Delen van de camera
De indicatorlamp geeft de status van de camera als volgt weer:
De scherpstelling is vergrendeld.
Waarschuwing voor onscherpte, scherpstelling of belichting. De foto kan worden gemaakt.
Foto’s maken. Er kunnen extra foto’s worden gemaakt.
Foto’s maken. Er kunnen momenteel geen extra foto’s worden gemaakt.
Flitser is aan het opladen, de fl itser zal niet afgaan als er een foto wordt genomen.
De zoomring staat tussen de AAN en
UIT positie. De foto kan niet worden genomen.
Lens of geheugenfout.
R Waarschuwingen kunnen tevens op het scherm verschijnen.
31
Tijdens het maken en afspelen van foto’s kunnen de volgende indicators verschijnen. In de volgende beschrijving worden alle beschikbare indicatoren getoond ter illustratie; de indicatoren die daadwerkelijk worden getoond variëren afhankelijk van de camera-instellingen.
■
Fotograferen: LCD-scherm/Zoeker
32
* a : geeft aan dat er geen geheugenkaart in het toestel zit en dat de beelden in het interne geheugen van de camera worden opgeslagen.
B
C
E
F
G
H
J
K
L
M
P
Q
S
T
U
V
X
Y
Z a
Cameraschermen d e g h i j l m
Druk op de DISP/BACK knop om de informatie te kiezen die wordt weergegeven in de elektronische zoeker.
Standaard Informatie Uit Info-Display (alleen monitor)
33
34
Cameraschermen
■
Afspelen
11/15/2015 11:15 AM
A
B
D
E
F z
G
H
J
K
M
N
O
P
S
T
V
W
X
Y
Druk op de DISP/BACK knop om de informatie te kiezen die wordt weergegeven in de weergavestand.
Standaard
11/15/2015 11:15 AM
Informatie Uit
Cameraschermen
11/15/2015 11:15 AM
FAVORIETEN
Favorieten
11/15/2015 11:15 AM
Info-Display
VOLGENDE
35
36
Gebruik het menu Opnamestanden om de opname-instellingen aan te passen. De beschikbare opties zijn afhankelijk van de geselecteerde opnamestand.
1 Druk op MENU/OK om het menu Opnamestanden op het LCD-scherm weer te geven.
OPNAMESTANDEN
PROGRAMMA AE
AUTOFOCUS INSTELLING
3 Druk op de keuzeknop rechts om de opties van het geselecteerde item weer te geven.
AUTOFOCUS INSTELLING
SCHERPSTELGEBIED
VERLATEN
2 Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om het gewenste menu-item te selecteren.
4 Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te selecteren.
5 Druk op MENU/OK om de geselecteerde optie te activeren.
6 Druk op DISP/BACK om het menu te verlaten.
De menu's gebruiken: Opnamestand
A ONDERWERPPROGRAMMA
Selecteer een onderwerpprogramma voor de SP1 / SP2 stand.
A Adv. MODUS
Selecteer een optie voor de geavanceerde opnamestand.
d GEAVANC. FILTER
Als u foto’s met fi ltereff ecten wilt maken, selecteert u.
G AUTOFOCUS INSTELLING
Pas de autofocus instellingen aan.
N ISO
Bepaal de gevoeligheid van de camera voor licht.
O BEELDGROOTTE
Selecteer het formaat en de beeldverhouding van de te maken foto’s.
T BEELDKWALITEIT
Selecteer een bestandsformaat en compressieverhouding.
U DYNAMISCH BEREIK
Regel het contrast.
P FILMSIMULATIE
Boots de eff ecten na van verschillende fi lmsoorten.
X FILMSIMULATIE BKT
Kies fi lmsoorten voor bracketing van fi lmsimulatie.
B ZELFONTSPANNER
Foto’s maken met de zelfontspanner.
o INTERVAL-TIMEROPNAME
Pas de instelling voor fotografi sche intervalopnamen aan.
D WITBALANS
Stel de kleuren in die passen bij de lichtbron.
f KLEUR
Kleurdichtheid aanpassen.
q SHERPTE
Contouren verscherpen of verzachten.
r HIGHLIGHT TINT
Het uiterlijk van de hoge lichten aanpassen.
s SCHADUWTINT
Het uiterlijk van de schaduwen aanpassen.
h RUISONDERDRUKKING
Verminder de ruis in foto’s die bij hoge gevoeligheden zijn genomen.
37
38
De menu's gebruiken: Opnamestand
R INTELL. DIGITALE ZOOM
Intelligente digitale zoom vergroot het beeld tijdens het verwerken van scherpe, hoge-resolutie resultaten.
Z GEAVANCEERDE ANTI-SCHERPTE
Selecteer AAN om geavanceerde anti-scherpte in stand
S in te schakelen.
u KIES INST. OP MAAT
Opgeslagen instellingen laden met K BEW/BEW INST.
OP M .
K BEW/BEW INST. OP M
Instellingen opslaan. b GEZICHTSDETECTIE
Bepaal of de camera automatisch de scherpstelling en belichting instelt bij het maken van portretfoto’s.
C LICHTMEETSYSTEEM
Kies hoe de camera de helderheid van het onderwerp meet.
v INT. SPOT AE&SCHRPSTLGBD
Kies of de camera het huidige scherpstelkader meet wanneer p SPOT is geselecteerd voor C LICHTMEET-
SYSTEEM . c HF ASSISTENTIE
Kies hoe scherpstelling wordt weergegeven in de handmatige scherpstelstand.
w REGELRING-INSTEL.
De functies die zijn toegewezen aan de regelring, instellen.
p FLITSLICHT INSTELLINGEN
Kies een fl itsstand en een fl itssterkte.
W FILM SET-UP
Pas de fi lminstellingen aan.
r DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk.
1 Druk op a om de afspeelstand in te schakelen.
2 Druk op MENU/OK om het Afspeelmenu op het
LCD-scherm weer te geven.
AFSPEELMENU
DRAADLS COMMUNICT
5 Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om de gewenste optie te selecteren.
6 Druk op MENU/OK om de geselecteerde optie te activeren.
7 Druk op DISP/BACK om het menu te verlaten.
VERLATEN
3 Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om het gewenste menu-item te selecteren.
4 Druk op de keuzeknop rechts om de opties van het geselecteerde item weer te geven.
39
De menu's gebruiken: Weergavestand
40 r DRAADLS COMMUNICT
Aansluiten op tablet of smartphone via een draadloos netwerk.
s PC AUTO. OPSLAAN
Upload foto’s naar een computer via een draadloos netwerk.
b EEN FOTO ZOEKEN
Zoek naar foto’s.
A WISSEN
Foto’s wissen.
j MARK. VOOR OPL.
Selecteer foto’s voor uploaden naar YouTube, Facebook of
MyFinePix.com met MyFinePix Studio (alleen Windows).
I DIAVOORSTELLING
Bekijk foto’s in een automatische diavoorstelling.
j RAW-CONVERSIE
JPEG-kopieën van RAW-foto’s maken.
B VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode ogen uit portretten.
D BEVEILIGEN
Beveilig foto’s tegen per ongeluk wissen.
G BEELDUITSNEDE
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
e NIEUW FORMAAT
Een beelduitsnede van de huidige foto maken.
C FOTO DRAAIEN
Foto’s draaien.
E KOPIËREN
U kunt foto’s van het interne geheugen naar een geheugenkaart kopiëren.
m FOTOBOEK HULP
Maak boeken van uw favoriete foto’s.
K OPDRACHT (DPOF)
Selecteer foto’s om af te drukken op DPOF- en PictBridgecompatibele apparaten.
V AFDRUK. instax PRINTER
Druk foto’s af met optionele FUJIFILM instax SHARE printers.
J BEELDVERHOUDING
Kies hoe High Defi nition (HD) apparaten foto’s weergeven met een beeldverhouding van 3 : 2.
1 Geef het instellingenmenu weer.
1.1
Druk op MENU/OK om het menu voor de huidige modus weer te geven.
1.2
Druk op de selectieknop links om het tabblad voor het huidige menu te markeren.
OPNAMESTANDEN
PROGRAMMA AE
2 Pas de instellingen aan.
2.1
Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om een menu-item te selecteren.
INSTELLINGEN
TIJDVERSCHIL
VERLATEN
1.3
Druk de keuzeknop omlaag om het tabblad van het setup-menu met de gewenste optie te markeren.
INSTELLINGEN
VERLATEN
2.2
Druk op de keuzeknop rechts om de opties van het geselecteerde item weer te geven.
INSTELLINGEN
LOKAAL
VERLATEN
1.4
Druk op de selectieknop rechts om de cursor in het instellingenmenu te plaatsen.
2.3
Druk op de keuzeknop omhoog of omlaag om een optie te selecteren.
2.4
Druk op MENU/OK om de geselecteerde optie te activeren.
2.5
Druk op DISP/BACK om het menu te verlaten.
41
42
Het instellingenmenu
F DATUM/TIJD
Stel de cameraklok in.
N TIJDVERSCHIL
Zet de camera meteen van uw eigen tijdzone over op de plaatselijke tijd van uw bestemming gedurende het reizen.
Q a
Kies een taal.
R RESET
Zet opnameopties of opties voor het instellingenmenu terug naar de standaardwaarden.
o STILLE STAND
Schakel de luidspreker, fl itser, verlichting en de zelfontspannerlamp uit in situaties waarbij camerageluiden of verlichting ongewenst zijn.
I REGELRING
Kies de richting waarin de bedieningsring moet worden gedraaid om de scherpstelafstand bij handmatige scherpstelling te verhogen.
j SCHERPSTELLOEP
Het beeld wordt vergroot op het scherm om de focus te helpen wanneer de besturing gedraaid is in handmatige scherpstelling.
b GELUID SET-UP
Pas geluidsinstellingen aan.
A SCHERM SET-UP
Pas de scherminstellingen aan.
F FUNCTIE-INS. (Fn)
Kies de functies die worden vervuld door de functietoetsen.
h KEUZEKNOP INSTELLING
Kies de functie van de knoppen op de keuzeknop.
g BEWERK/SLA OP SNELMENU
Kies de weergegeven opties in het snelmenu.
Z STROOMBEHEER
Pas de instellingen voor stroombeheer aan.
L IS MODE
Verminder camera en onderwerp onscherpte.
B VERWIJDER R. OGEN
Verwijder rode-ogen-eff ecten veroorzaakt door de fl itser.
k MODUS AE/AF-VERG.
Kies de functie die de AEL/AFL -knop vervult.
v KNOP AE/AF-VERGR.
Kies of de AEL/AFL -knop alleen de belichting, alleen de scherpstelling of zowel de belichting als de scherpstelling vergrendelt.
t OPSLAAN SET-UP
Pas de instellingen voor bestandsbeheer aan.
M EENHEDEN AF-SCHAAL
Kies de eenheid die bij de indicator voor de scherpstelafstand moet worden gebruikt.
r DRAADLOOS INSTEL.
Pas de instellingen aan voor verbinding met draadloze netwerken.
s PC AUTO. OPSLAAN
Kies een uploadbestemming.
U GEOTAGGING SET-UP
Bekijk locatiegegevens gedownload via een smartphone en kies of de gegevens met uw foto’s op te slaan.
Het instellingenmenu
V VERB.INST. instax PRNTR
Pas de instellingen aan voor aansluiting op optionele
FUJIFILM instax SHARE printers.
f BEWERK BSTNDSNAAM
Wijzig de bestandsnaam prefi x.
K FORMATTEREN
Wanneer er een geheugenkaart in de camera is geplaatst, kan de kaart met behulp van deze optie worden geformatteerd. Als er geen geheugenkaart in de camera is geplaatst, dan wordt het interne geheugen geformatteerd.
43
44
Voor meer informatie over FUJIFILM digitale camera, bezoek de websites vermeld hieronder.
Optionele accessoires en ondersteuning informatie is te vinden op de volgende website.
fujifilm X30
FUJIFILM apps geven u meer mogelijkheden om van uw foto’s te genieten op smartphones, tablets en computers.
http://fujifilm-dsc.com/ fujifilm Wi-Fi app
MyFinePix Studio (alleen Windows) kan worden gebruikt om foto’s te kopiëren naar een computer, waar ze opgeslagen, bekeken, georganiseerd en afgedrukt kunnen worden.
http://fujifilm-dsc.com/mfs/ fujifilm mfs
RAW FILE CONVERTER kan worden gebruikt om te bekijken RAW beelden op uw computer.
http://fujifilm-dsc.com/rfc/ fujifilm rfc
Om langdurig van uw camera te kunnen genieten, moeten onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Neem de batterij en de geheugenkaart uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Bewaar en gebruik de camera niet op plaatsen waar het:
• wordt blootgesteld aan regen, stoom of rook
■
Water en zand
Blootstelling aan water en zand kan ook de camera en de interne circuits en mechanismen beschadigen. Bescherm de camera tegen zand en water wanneer u de camera meeneemt naar het strand of aan zee. Leg de camera niet op een natte ondergrond.
• wordt blootgesteld aan direct zonlicht of zeer hoge temperaturen, zoals in een auto op een zonnige dag
• extreem koud is
• onderhevig is aan sterke trillingen
• wordt blootgesteld aan sterke magnetische velden, zoals een zendmast, hoogspanningskabel, radarstation, motor, transformator of magneet
• in aanraking komt met vluchtige chemicaliën, zoals pesticiden
• naast rubber- of vinylproducten ligt
■
Condensatie
Door plotselinge temperatuurstijgingen, zoals zich voordoen op een koude dag bij binnenkomst in verwarmd gebouw, kan er in de camera condensatie optreden. Als dit gebeurt, schakel de camera uit en wacht minimaal een uur alvorens de camera opnieuw in te schakelen. Als zich condensatie op de geheugenkaart voordoet, verwijdert u de kaart en wacht u totdat alle condens is verdampt.
Houd de camera in uw handbagage. Bagage die moet worden ingecheckt, kan aan hevige schokken worden blootgesteld waardoor de camera zou kunnen worden beschadigd.
45
46
Lees deze opmerkingen voordat u de camera gebruikt
Veiligheidsopmerkingen
• Zorg ervoor dat u uw camera goed gebruikt. Lees voor gebruik deze veiligheidsopmerkingen en uw Gebruikershandleiding zorgvuldig door.
• Bewaar deze veiligheidsopmerkingen na het lezen op een veilige plaats.
Informatie over pictogrammen
De hieronder afgebeelde pictogrammen worden in deze gebruiksaanwijzing gebruikt om de ernst aan te geven van een letsel of schade die kan ontstaan als de betekenis van het pictogram niet in acht wordt genomen en het product ten gevolge daarvan onjuist wordt gebruikt.
WAARSCHUWING
ATTENTIE
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot ernstig of fataal letsel.
Dit pictogram geeft aan dat het niet opvolgen van instructies kan leiden tot persoonlijk letsel of materiële schade.
De hieronder afgebeelde pictogrammen geven de ernst van de gevolgen aan als de instructies niet worden nageleefd.
Driehoekige pictogrammen geven aan dat deze informatie uw aandacht behoeft (“Belangrijk”).
Cirkelvormige pictogrammen met een diagonale streep geven aan dat die handeling verboden is (“Verboden”).
Opgevulde cirkels met een uitroepteken geven aan dat er een handeling moet worden verricht (“Vereist”).
Uit het stopcontact verwijderen
WAARSCHUWING
Als er een probleem ontstaat, zet de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netadapter van de camera los en haal deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera als deze rook of een ongewone geur verspreidt of wanneer de camera een ander gebrek vertoont, kan brand of een elektrische schok tot gevolg hebben.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
Laat geen water of andere vreemde voorwerpen de camera binnendringen.
Als water of andere vreemde voorwerpen in de camera terechtkomen, schakel de camera uit, verwijder de batterij, koppel de netstroomadapter los en trek deze uit het stopcontact.
Het blijven gebruiken van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer.
WAARSCHUWING
Niet gebruiken in de badkamer of douche
Gebruik de camera niet in de badkamer of douche.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Haal het apparaat niet uit elkaar
Probeer de camera nooit te demonteren of modifi ceren veranderen of uit elkaar te halen (open nooit de behuizing).
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Raak geen interne onderdelen aan
Mocht de behuizing openbreken door een val of ander ongeluk, raak de blootliggende onderdelen niet aan.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan een elektrische schok of letsel door het aanraken van beschadigde onderdelen tot gevolg hebben.
Verwijder onmiddellijk de batterij en pas op voor letsel of een elektrische schok. Breng het product naar het verkooppunt voor raadpleging.
Het verbindingssnoer mag niet worden aangepast, verwarmd, overmatig gedraaid of uitgerekt en er mogen geen zware voorwerpen op worden geplaatst.
Deze handelingen zouden het snoer kunnen beschadigen en brand of een elektrische schok kunnen veroorzaken.
Neem contact op met uw
FUJIFILM-dealer als het snoer beschadigd is.
Plaats de camera niet op een onstabiele ondergrond.
Hierdoor kan de camera vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Probeer nooit foto's te maken als u in beweging bent.
Gebruik de camera niet tijdens het wandelen of als u in een auto rijdt.
Dit kan leiden tot een val of een verkeersongeluk.
Raak tijdens onweer de metalen onderdelen van de camera niet aan.
Dit kan tot een elektrische schok leiden door de ladingsoverdracht van een blikseminslag.
Gebruik de batterij niet voor andere doeleinden dan waarvoor deze bedoeld is.
Plaats de batterij zoals aangeduid door de merktekens.
Verwarm, wijzig of demonteer de batterij niet. Laat de batterij niet vallen of stel deze niet bloot aan schokken. Berg de batterij niet samen met metalen voorwerpen op.
Elk van deze handelingen kan tot ontploffi batterij leiden en kan brand of letsel veroorzaken.
Gebruik uitsluitend batterijen of netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn. Gebruik geen andere spanning dan de vermelde spanningsvoeding.
Het gebruik van andere spanningsbronnen kan tot brand leiden.
WAARSCHUWING
Als de batterij lekt en vloeistof in contact komt met uw ogen, huid of kleding, spoelt u het betreff ende gebied onmiddellijk met schoon stromend water af en zoekt u medische hulp of belt u onmiddellijk het alarmnummer.
Gebruik de lader niet om andere batterijen dan hier vermeld op te laden.
De meegeleverde lader is uitsluitend voor gebruik met het type batterij dat met de camera wordt meegeleverd.
Als u de lader gebruikt om gewone batterijen of andere types oplaadbare batterijen op te laden, dan kan dit leiden tot lekkage, oververhitting of een explosie.
Gebruik niet in de nabijheid van ontvlambare voorwerpen, explosieve gassen of stof.
Als u de batterij bij u draagt, plaatst u deze in de digitale camera of bewaart u de batterij in de harde tas. Als u de batterij wilt opbergen, bergt u deze op in de harde tas. Als u de batterijen wegbrengt voor recycling, bedekt u de polen met isolatietape.
Door contact met andere batterijen of metalen voorwerpen kan de batterij in brand vliegen of ontploff en.
Houd geheugenkaarten buiten het bereik van kleine kinderen.
Omdat geheugenkaarten klein zijn, kunnen ze makkelijk door kinderen worden ingeslikt. Bewaar geheugenkaarten buiten het bereik van kleine kinderen. Als een kind een geheugenkaart inslikt, moet u onmiddellijk medische hulp zoeken of het alarmnummer bellen.
Schakel de camera uit in menigtes.
De camera geeft radiofrequente straling af. Deze straling kan interfereren met pacemakers.
Schakel de camera uit in de nabijheid van automatische deuren, P.A.-systemen
(geluidsinstallatie voor muziek tijdens openbare evenementen) en andere automatisch bestuurde apparaten.
De camera geeft radiofrequente straling af, waardoor deze apparaten mogelijk niet naar behoren werken.
Houd de camera op een afstand van ten minste 22 cm van mensen die een pacemaker dragen.
De camera geeft radiofrequente straling af. Deze straling kan interfereren met pacemakers.
Voor uw veiligheid
ATTENTIE
Gebruik de camera niet op plaatsen met oliedampen, stoom, vochtigheid of stof.
Dit kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Laat de camera niet achter op plaatsen die aan extreem hoge temperaturen zijn blootgesteld.
Laat de camera niet achter in afgesloten ruimtes zoals in een afgesloten voertuig of in direct zonlicht.
Dit kan brand veroorzaken.
Buiten het bereik van kleine kinderen houden.
In de handen van kinderen kan dit product letsel veroorzaken.
Plaats geen zware voorwerpen op de camera.
Hierdoor kan het zware voorwerp vallen of kantelen en letsel veroorzaken.
Verplaats de camera niet terwijl deze nog steeds met het netsnoer verbonden is.
Trek niet aan het snoer om de netstroomadapter te verwijderen.
Dit kan het netsnoer of de kabels beschadigen en brand of een elektrische schok veroorzaken.
Bedek de camera en de netstroomadapter niet en wikkel deze niet in een doek of deken.
Hierdoor kan de temperatuur te hoog oplopen waardoor de behuizing vervormt of waardoor er brand ontstaat.
Als u de camera reinigt en u de camera voor langere tijd niet van plan bent te gebruiken, verwijdert u de batterij en koppelt u de netstroomadapter los.
Doet u dit niet, dan kan dat leiden tot brand of een elektrische schok.
Na het opladen dient u de lader uit het stopcontact te verwijderen.
Er kan brand ontstaan als u de lader in het stopcontact laat zitten.
Als een fl itser te dicht bij ogen wordt gebruikt, kan deze persoon daar tijdelijk door verblind raken.
Let bijzonder goed op bij het fotograferen van baby's en kleine kinderen.
Bij het verwijderen van een geheugenkaart kan de kaart te snel uit de sleuf schieten.
Gebruik uw vinger om deze tegen te houden en laat de kaart zachtjes los.
Bij het eruit schieten van de kaart kan letsel ontstaan.
Laat uw camera van binnen regelmatig nakijken en schoonmaken.
Een ophoping van stof in uw camera kan tot brand of een elektrische schok leiden.
Neem contact op met uw FUJIFILM-dealer om de camera om de twee jaar van binnen te laten reinigen.
Dit is echter niet gratis.
Explosiegevaar wanneer de batterij op onjuiste wijze vervangen wordt. Vervang alleen door batterijen van hetzelfde type.
Haal uw vingers van het fl itservenster voordat de fl itser afgaat.
Anders zou u brandwonden kunnen oplopen.
Houd het fl itservenster schoon en gebruik de fl itser niet als het venster wordt belemmerd.
Anders kan rook of verkleuring ontstaan.
47
48
Voor uw veiligheid
De batterij en voeding
Opmerking : Controleer welk type batterijen in uw camera wordt gebruikt en lees de relevante paragrafen aandachtig door .
Dit gedeelte beschrijft hoe u de batterijen moet hanteren zodat ze zo lang mogelijk meegaan. Verkeerd gebruik kan de levensduur verkorten en lekkage, oververhitting en ontploff en van de batterij tot gevolg hebben.
Dit gedeelte is van toepassing als in uw camera een oplaadbare Li-ionbatterij wordt gebruikt .
De batterij is bij verscheping uit de fabriek niet opgeladen. Laad de batterij vóór gebruik op. Laat de batterij in het compartiment zitten wanneer u de camera niet gebruikt.
■
Opmerkingen over de batterij
De batterij verliest geleidelijk haar lading, zelfs wanneer de batterij niet wordt gebruikt. Laad de batterij een of twee dagen vóór gebruik op.
De levensduur van de batterij kan worden verlengd door de camera uit te schakelen wanneer hij niet wordt gebruikt.
De capaciteit van de batterij neemt bij lage temperaturen enigszins af; een lege batterij werkt vaak helemaal niet meer wanneer het koud is. Bewaar een volledig opgeladen reservebatterij op een warme plaats en verwissel de batterij wanneer dat nodig is; of bewaar de batterij in een van uw zakken en plaats de batterij pas vlak voordat u gaat fotograferen in de camera. Voorkom dat de batterij in direct contact komt met handenwarmers of andere verwarmingsapparaten.
■
De batterij opladen
De laadtijd neemt toe wanneer de omgevingstemperatuur lager is dan + 10 °C of hoger is dan + 35 °C. Probeer de batterij nooit op te laden bij temperaturen boven
40 °C; opladen is niet mogelijk bij temperaturen onder 0 °C.
Probeer nooit een volledig opgeladen batterij op te laden. De batterij hoeft echter ook niet volledig ontladen te zijn om te worden opgeladen.
De batterij kan onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
■
Levensduur van de batterij
Bij normale temperaturen kan de batterij minimaal 300 keer worden opgeladen.
Wanneer de batterij steeds minder lang haar lading kan vasthouden, is dat een indicatie dat het einde van de levensduur van de batterij is bereikt en dat de batterij moet worden vervangen.
■ Opslag
De prestaties van de batterij kunnen verslechteren als de batterij gedurende langere perioden in volledig opgeladen toestand ongebruikt blijft. Ontlaad de batterij volledig voordat u deze opbergt.
Wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt, neem dan de batterij uit de camera en bewaar de batterij op een droge plaats met een omgevingstemperatuur van +15 °C tot +25 °C. Bewaar de batterij niet op plaatsen waar de batterij wordt blootgesteld aan extreme temperaturen.
■
Attentie: De batterij hanteren
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Stel de batterij niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Probeer de batterij niet te demonteren of te modifi ceren.
• Laad de batterij alleen op met de voorgeschreven batterijladers.
• Verwijder een versleten batterij onmiddellijk.
• Laat de batterij niet vallen en stel deze niet bloot aan schokken.
• Stel de batterij niet bloot aan water.
• Houd de polen van de batterij altijd schoon.
• De batterij en de camera kunnen onmiddellijk na het opladen en tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Dit is normaal.
Dit gedeelte is van toepassing wanneer er in uw camera alkaline-AA-batterijen of oplaadbare NiMH-AA-batterijen worden gebruikt .
Informatie over compatibele soorten batterijen vindt u elders in de gebruiksaanwijzing van de camera.
■
Attentie: De batterijen hanteren
• Stel de batterij niet bloot aan water, vuur of hitte en bewaar de batterij niet op warme of vochtige plaatsen.
• Bewaar of vervoer de batterij niet samen met metalen voorwerpen zoals kettinkjes of haarspelden.
• Probeer de batterij of de behuizing niet te demonteren of te modifi ceren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Gebruik geen lekkende, vervormde of verkleurde batterijen.
• Houd de batterijen buiten het bereik van baby’s en kleine kinderen.
• Plaats de batterijen in de juiste richting in het batterijencompartiment.
• Gebruik oude en nieuwe batterijen, batterijen met verschillende ladingsniveaus of batterijen van verschillende merken nooit samen.
Voor uw veiligheid
• Neem de batterij uit de camera wanneer de camera gedurende langere tijd niet zal worden gebruikt. Denk er wel aan dat de cameraklok weer zal moeten worden ingesteld.
• De batterij kan tijdens gebruik enigszins warm aanvoelen. Schakel voordat u de batterijen verwijdert, de camera uit en wacht tot de batterijen zijn afgekoeld.
• De capaciteit van batterijen neemt bij lage temperaturen enigszins af. Bewaar reservebatterijen op een warme plaats en vervang ze wanneer nodig. Koude batterijen die weer op temperatuur zijn gekomen, kunnen soms een deel van hun lading terugkrijgen.
• De prestaties van de batterijen kunnen door vingervlekken of vuil op de polen van de batterijen worden beïnvloed. Maak de polen schoon met een zachte, droge doek voordat u de batterijen in de camera plaatst.
Als de batterijen hebben gelekt, reinigt u het batterijencompartiment grondig voordat u nieuwe batterijen plaatst.
Als batterijvloeistof op uw handen of kleding komt, spoelt u de betreff ende delen af met schoon stromend water. Als de batterijvloeistof in contact komt met de ogen, spoelt u de ogen onmiddellijk uit met schoon stromend water en zoekt u medische hulp.
Wrijf niet in uw ogen.
Het niet in acht nemen van deze waarschuwing kan leiden tot permanent oogletsel .
■
NiMH-batterijen
De capaciteit van oplaadbare NiMH-batterijen kan tijdelijk verminderen wanneer ze gedurende langere tijd niet worden gebruikt of als ze herhaaldelijk worden opgeladen voordat ze volledig ontladen zijn. Dit is normaal en duidt niet op een defect. De capaciteit kan worden verhoogd door de batterijen enkele malen te ontladen met de ontlaadoptie in het instellingenmenu van de camera en ze met een batterijlader weer op te laden.
Q ATTENTIE : Gebruik de ontlaadoptie niet bij alkalinebatterijen.
Ook als de camera is uitgeschakeld wordt een geringe hoeveelheid stroom verbruikt. NiMH-batterijen die gedurende langere tijd in de camera hebben gezeten, kunnen zodanig zijn uitgeput dat ze niet langer in staat zijn een lading vast te houden. De prestaties van batterijen kunnen ook verminderen wanneer ze worden gebruikt in zaklampen, e.d. Gebruik de ontlaadoptie van het instellingenmenu van de camera om NiMH-batterijen te ontladen. Batterijen die hun lading zelfs nadat ze enkele malen zijn ontladen en opgeladen niet kunnen vasthouden, hebben het einde van hun levensduur bereikt en moeten worden vervangen.
NiMH-batterijen zijn oplaadbaar met een batterijlader (los verkrijgbaar). Batterijen kunnen onmiddellijk na het opladen enigszins warm aanvoelen. Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de batterijlader voor meer informatie. Gebruik de lader alleen met compatibele batterijen.
NiMH-batterijen verliezen geleidelijk hun lading wanneer ze niet worden gebruikt.
■
Afvalverwijdering
ATTENTIE : Lever lege batterijen in volgens de plaatselijke regels voor klein chemisch afval.
Dit gedeelte is van toepassing op alle cameramodellen .
Gebruik uitsluitend
FUJIFILM-netstroomadapters die voor gebruik met deze camera goedgekeurd zijn.
Andere adapters kunnen de camera beschadigen.
• Gebruik de netstroomadapter uitsluitend binnenshuis.
• Zorg ervoor dat de netstroomadapter goed op de camera wordt aangesloten.
• Schakel de camera uit voordat u de netstroomadapter afkoppelt. Koppel de adapter af door aan de stekker te trekken i.p.v. aan het snoer.
• Gebruik de netstroomadapter niet met andere apparaten.
• Niet demonteren.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan vuur of hoge temperaturen.
• Stel de netstroomadapter niet bloot aan sterke schokken.
• Tijdens gebruik kan de netstroomadapter warm aanvoelen. Dit is normaal.
• Wanneer de netstroomadapter de radio-ontvangst verstoort, moet de antenne opnieuw gericht of verplaatst worden.
49
50
Voor uw veiligheid
De camera gebruiken
• Richt de camera niet op extreem heldere lichtbronnen, zoals de zon bij een onbewolkte lucht. Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregel kan schade aan de beeldsensor van de camera toebrengen.
• Fel zonlicht gefocust door de zoeker kan het paneel van de elektronische zoeker
(EVF) beschadigen. Richt de elektronische zoeker niet op de zon.
• Als vloeibare kristallen worden ingeslikt , moet de mond met veel schoon stromend water worden gespoeld.
Drink grote hoeveelheden water en probeer over te geven. Roep daarna medische hulp in.
Hoewel het LCD-scherm met geavanceerde precisietechnologie is gefabriceerd, kan het scherm pixels bevatten die altijd zijn verlicht of zijn nooit verlicht. Dit is geen defect. Beelden opgenomen met dit product zijn onveranderd.
Voordat u foto’s gaat maken van belangrijke gebeurtenissen (zoals een huwelijk of reis), kunt u het beste enkele testopnamen maken en bekijken zodat u zeker weet dat de camera goed werkt. FUJIFILM Corporation aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade of inkomstenderving voortkomend uit het niet goed functioneren van het product.
Opnamen gemaakt met uw digitale camerasysteem mogen zonder toestemming van de eigenaar niet worden gebruikt op een manier die de copyrightwetten overtreedt, tenzij deze uitsluitend voor privégebruik bedoeld zijn. Er zijn bepaalde beperkingen van toepassing bij het fotograferen van optredens op podia, evenementen en tentoonstellingen, zelfs wanneer de foto’s alleen voor privégebruik bestemd zijn. De gebruiker wordt er ook op gewezen dat het overdragen van een geheugenkaart die foto’s of gegevens bevat die onder de copyrightwetten vallen, uitsluitend toegestaan is binnen de beperkingen opgelegd door de regelgeving in het kader van deze auteursrechten.
Deze camera kan medische en luchtvaartapparatuur verstoren. Vraag in het ziekenhuis of bij de luchtvaartmaatschappij om toestemming voordat u uw fotocamera in een ziekenhuis of vliegtuig gebruikt.
Stel de camera tijdens het maken en opslaan van foto’s niet bloot aan schokken om correcte opnames te garanderen.
Digitaal splitsen beeld is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van
FUJIFILM Corporation. XD-Picture Card en E zijn handelsmerken van FUJIFILM
Corporation. De hierin gebruikte lettertypen zijn uitsluitend ontwikkeld door
DynaComware Taiwan Inc. Macintosh, QuickTime en Mac OS zijn in de Verenigde
Staten en andere landen gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. Windows 8,
Windows 7, Windows Vista en het Windows-logo zijn handelsmerken van de
Microsoft-groep. Wi-Fi® en Wi-Fi Protected Setup® zijn geregistreerde handelsmerken van Wi-Fi Alliance. Adobe en Adobe Reader zijn in de Verenigde Staten en/of andere landen geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems
Incorporated. De SDHC- en SDXC-logo´s zijn handelsmerken van SD-3C, LLC. Het
HDMI-logo is een handelsmerk. YouTube is een handelsmerk van Google Inc. Alle overige in deze gebruiksaanwijzing genoemde handelsmerken zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van de betreff ende rechthebbenden.
NTSC (National Television System Committee) is een kleurensysteem dat vooral in de
Verenigde Staten, Canada en Japan wordt gebruikt. PAL (Phase Alternation by Line) is een kleurensysteem dat vooral in Europa en China wordt gebruikt.
In geval van beschadiging van het scherm moet de uiterste zorg worden betracht en ieder contact met de vloeibare kristallen worden vermeden. Neem onmiddellijk maatregelen als één van de volgende situaties zich voordoet:
• Als vloeibare kristallen met uw huid in aanraking komen , moet de betreff ende plek onmiddellijk met een doek worden schoongemaakt en vervolgens met veel stromend water en zeep worden gewassen.
• Als vloeibare kristallen in contact komen met de ogen , moeten de ogen onmiddellijk gedurende minimaal 15 minuten met schoon stromend water worden uitgespoeld en moet medische hulp worden ingeroepen.
Exif Print is een recentelijk herzien bestandsformaat voor digitale camera’s waarin samen met de foto informatie wordt opgeslagen over de manier waarop tijdens het afdrukken de optimale kleurenreproductie kan worden bereikt.
Voor uw veiligheid
MEDEDELINGEN
Stel het apparaat niet bloot aan regen of vocht om gevaar voor brand en een schok te voorkomen.
Lees eerst de “Veiligheidsopmerkingen” en zorg dat u deze begrijpt voordat u de camera gebruikt.
In de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein : Dit symbool op het product of in de handleiding en in de garantievoorwaarden en/of op de verpakking duidt aan dat dit product niet als huishoudelijk afval mag worden beschouwd. In plaats daarvan moet het apparaat bij een inzamelpunt voor recycling van elektrische en elektronische apparatuur worden ingeleverd.
Door dit product op juiste wijze te verwijderen helpt u potentiële negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens voorkomen. Onjuiste verwerking van dit product kan het milieu schaden.
Dit symbool op de batterijen of accu’s duidt aan dat deze batterijen niet als huishoudelijk afval mogen worden beschouwd.
Als uw apparaat eenvoudig verwijderbare batterijen of accu’s bevat, dient u deze overeenkomstig de lokale regels afzonderlijk in te leveren.
De recycling van materialen helpt bij het behoud van natuurlijke bronnen. Neem contact op met uw gemeente, uw inzamelpunt voor het inleveren van huishoudelijk afval of de winkel waar u het product hebt gekocht voor meer gedetailleerde informatie over recycling van dit product.
In landen buiten de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein : Neem contact op met uw gemeente en vraag naar de juiste wijze waarop u dit product inclusief batterijen of accu’s dient te verwijderen.
In Japan : Dit symbool op de batterijen duidt aan dat ze apart weggegooid moeten worden.
51
52
Voor uw veiligheid
Dit product voldoet aan de volgende EU Richtlijnen:
• Lage Spanning Richtlijn 2006/95/EC
• EMC Richtlijn 2004/108/EC
• R & TTE Richtlijn 1999/5/EC
Inschikkelijkheid met deze richtlijnen impliceert conformiteit met de Europese harmoniseringsstandaarden (Europese Normen) van toepassing, die worden opgesomd in de EU Conformiteitsverklaring uitgegeven door de FUJIFILM Corporation voor dit product of productfamilie.
Deze inschikkelijkheid wordt aangegeven door de volgende conformiteitsmarkering die op het zich op het product bevindt:
• Draadloze gegevens (afbeeldingen) kunnen worden onderschept door derden.
De beveiliging van gegevens verzonden via draadloze netwerken kan niet worden gegarandeerd.
• Gebruik het apparaat niet op plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie.
Gebruik de zender niet in de nabijheid van magnetrons of op andere plaatsen die onderhevig zijn aan magnetische velden, statische elektriciteit of radio-interferentie, waardoor ontvangst van draadloze signalen mogelijk wordt voorkomen. Wederzijdse interferentie kan zich voordoen als de zender in de nabijheid van andere draadloze apparaten in de 2,4 GHz band wordt gebruikt.
• De draadloze zender werkt in de 2,4 GHz band met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie.
Deze markering is geldig voor niet-telecomproducten en EU harmoniseert Telecomproducten (vb. Bluetooth).
Bezoek http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/x/fujifilm_x30/pdf/ index/fujifilm_x30_cod.pdf
betreff ende de verklaring van conformiteit.
BELANGRIJK : Lees eerst de volgende mededelingen, alvorens de ingebouwde draadloze zender van de camera te gebruiken.
Q Dit product, welke een coderingsfunctie bevat dat in de Verenigde Staten is ontwikkeld, wordt gecontroleerd door de United States Export Administration
Regulations en mag niet worden geëxporteerd of opnieuw worden geëxporteerd naar landen waarvoor in de Verenigde Staten een handelsembargo geldt.
• Gebruik alleen als onderdeel van een draadloos netwerk.
FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van ongeoorloofd gebruik. Gebruik niet in toepassingen die een hoge mate van betrouwbaarheid vereisen, bijvoorbeeld in medische apparatuur of andere systemen die direct of indirect invloed hebben op een mensenleven. Bij gebruik van het apparaat in een computer en andere systemen die een grotere mate van betrouwbaarheid eisen, moeten alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen om de veiligheid te garanderen en een defect te voorkomen.
• Gebruik alleen in het land waar het apparaat werd aangeschaft.
Dit apparaat voldoet aan de voorschriften met betrekking tot draadloze netwerkapparaten in het land waar het werd aangeschaft. Neem alle lokale voorschriften in acht bij het gebruik van het apparaat. FUJIFILM aanvaardt geen aansprakelijkheid voor problemen die voortvloeien uit het gebruik in andere rechtsgebieden.
Draadloze netwerkapparaten: Waarschuwingen
• Dit apparaat werkt op dezelfde frequentie als commerciële, educatieve en medische apparaten en draadloze zenders.
Het werkt tevens op dezelfde frequentie als zenders met een licentie en speciale laagspanningzenders zonder licentie die in RFIDtrackingsystemen voor lopende banden en in andere vergelijkbare toepassingen worden gebruikt.
• Om interferentie met bovenstaande apparaten te voorkomen, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.
Controleer of de RFID-zender niet in werking is, alvorens dit apparaat in gebruik te nemen. Merkt u dat het apparaat interferentie veroorzaakt in zenders met een licentie die voor RFID-tracking worden gebruikt, kies dan onmiddellijk een nieuwe werkfrequentie voor dit apparaat, zodat bijkomende interferentie kan worden voorkomen. Indien u merkt dat dit apparaat interferentie veroorzaakt in laagspanning RFID-trackingsystemen, neem dan contact op met een FUJIFILM-vertegenwoordiger.
2.4DS/OF4
Deze sticker duidt aan dat dit apparaat in de 2,4 GHz band werkt met behulp van DSSS- en OFDM-modulatie en interferentie kan veroorzaken op afstanden tot maximaal
40 m.
53
54
55
7-3, AKASAKA 9-CHOME, MINATO-KU, TOKYO 107-0052, JAPAN http://www.fujifilm.com/products/digital_cameras/index.html
Laadi alla
Reklaam