Pentax K-X de handleiding
Publicité
Publicité
e_kb492_84percent_cover_14mm_7.fm Page 1 Thursday, September 17, 2009 4:02 PM
HOYA CORPORATION
PENTAX Imaging Systems Division
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
Hotline: 0180 5 736829 / 0180 5 PENTAX
Austria Hotline: 0820 820 255 (http://www.pentax.at)
PENTAX U.K. Limited
PENTAX France S.A.S.
PENTAX House,
Heron Drive, Langley, Slough, Berks SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk) Hotline: 0870 736 8299
112 Quai de Bezons - BP 204, 95106 Argenteuil Cedex, FRANCE
(http://www.pentax.fr)
Hotline: 0826 103 163 (0,15€ la minute) Fax: 01 30 25 75 76
Email: http://www.pentax.fr/_fr/photo/contact.php?photo&contact
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
12061 Tejon St. STE 600
Westminster, Colorado 80234, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX Canada Inc.
PENTAX Trading
(SHANGHAI) Limited
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7, CANADA
(http://www.pentax.ca)
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road,
Xu Hui District, Shanghai, 200032 CHINA
(http://www.pentax.com.cn)
De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
OPKX00105/NL Copyright © HOYA CORPORATION 2009
FOM 01.09.2009 Printed in Europe
Digitale spiegelreflexcamera
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
K-x_OPM.book Page 0 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Bedankt dat u gekozen heeft voor deze digitale PENTAX-camera a . Lees deze handleiding voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. De handleiding is een waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera. Bewaar hem daarom op een veilige plaats.
Geschikte objectieven
Op deze camera kan in het algemeen gebruik worden gemaakt van DA-, DA L-, D FA- en FA J-objectieven en objectieven met een diafragmapositie s
p.299 als u andere objectieven en accessoires wilt gebruiken.
Auteursrechten
Opnamen die zijn gemaakt met de a en voor een ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties.
Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
PENTAX, a en smc PENTAX zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION.
PENTAX Digital Camera Utility en SDM zijn handelsmerken van HOYA
CORPORATION.
Het SDHC-logo is een handelsmerk.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen. Windows Vista is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de
Verenigde Staten en andere landen.
Het SDHC-logo is een handelsmerk.
Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie van Adobe Systems
Incorporated.
Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Adobe
Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.
Dit product ondersteunt PRINT Image Matching III. Met digitale fotocamera’s, printers en software die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen fotografen opnamen produceren die hun bedoelingen beter benaderen. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die PRINT Image Matching III niet ondersteunen.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
K-x_OPM.book Page 1 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik deze camera niet in de buurt van apparatuur die krachtige magnetische velden of straling genereert, en sla de camera ook niet in de buurt van dergelijke apparatuur op. Krachtige statische ontladingen of het magnetisch veld dat wordt gegenereerd door apparatuur zoals radiozenders kunnen de werking van de monitor storen, opgeslagen gegevens beschadigen, of gevolgen hebben voor de elektronica in de camera en een goed functioneren verstoren.
• Het paneel met vloeibare kristallen in de monitor is gemaakt met behulp van extreem hoge-precisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen afwijken van het feitelijke product.
1
Voor een veilig gebruik van de camera
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• De camerariem om uw nek doen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen de riem niet om hun nek doen.
• Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera als daar een teleobjectief op is gemonteerd, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht beschadiging kunnen oplopen. Kijk niet recht in de zon door een teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot blindheid.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder de batterijen of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service
Center. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
K-x_OPM.book Page 2 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2
• Leg uw vingers niet over de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes. Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Over het gebruik van batterijen
Waarschuwing
• Mocht het lekkende materiaal van de batterijen in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Voor deze camera hebt u vier AA-alkalinebatterijen, AA-lithiumbatterijen of AA
Ni-MH-batterijen nodig. Gebruik geen andere typen batterijen dan de hier genoemde.
Gebruik van een ander type batterij kan tot gevolg hebben dat de camera slecht functioneert, batterijen exploderen of brand wordt veroorzaakt.
• AA-alkalinebatterijen en AA-lithiumbatterijen kunt u niet opladen. Demonteer de batterijen niet. Als u probeert niet-oplaadbare batterijen op te laden of de batterijen te demonteren, kan dit een explosie of lekkage tot gevolg hebben.
• De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en –) op de batterijen en in de camera. Onjuist plaatsen van de batterijen kan een explosie of brand veroorzaken.
• Combineer bij vervanging van de batterijen geen batterijen van verschillende merken, types of capaciteiten. Combineer ook geen oude batterijen met nieuwe. Hierdoor kunnen de batterijen exploderen of brand veroorzaken.
• Probeer nooit de batterijen kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen.
Demonteer de batterijen nooit. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten.
• Laad geen andere batterijen op dan oplaadbare Ni-MH-batterijen. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten. Van de batterijen die in deze camera kunnen worden gebruikt, kunnen alleen de Ni-MH-batterijen worden opgeladen.
• Als het lekkende materiaal van de batterijen in contact komt met uw huid of kleding, kan de huid geïrriteerd raken. Was in dat geval de betreffende gebieden grondig schoon met water.
• Als de batterijen heet worden of beginnen te roken, moet u deze onmiddellijk uit de camera halen. Pas op dat u zichzelf niet brandt bij het verwijderen van de batterij.
K-x_OPM.book Page 3 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Over de SD-geheugenkaart
Waarschuwing
• Houd SD-geheugenkaarten buiten bereik van kleine kinderen om het risico te vermijden dat ze per ongeluk wordt ingeslikt. Mocht een SD-geheugenkaart toch worden ingeslikt, ga dan onmiddellijk naar een arts.
Over de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig.
Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Neem contact op met een servicecentrum van PENTAX als het snoer beschadigd is.
• Raak de aansluiting voor netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact en koppel het niet met vochtige handen los. Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel haar ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/ULcertificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal AWG-koper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMAconfiguratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
3
4
K-x_OPM.book Page 4 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Neem, als u op reis gaat, het document Worldwide Service Network mee dat deel uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). Er geldt geen garantie op de inhoud van de opnamen, als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer e.d. niet mogelijk is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia (SD-geheugenkaart) e.d.
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto’s de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0° tot 40°C (32°F tot 104°F).
• De monitor kan bij hoge temperaturen zwart worden, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen. Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal hem er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg hem dan droog.
• Druk niet met kracht op de monitor. Het risico bestaat dat de monitor hierdoor gaat barsten of niet meer naar behoren functioneert.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
De camera schoonmaken
• Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine. Hierdoor kan verkleuring optreden.
• Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging van de CMOS-sensor (hieraan zijn kosten verbonden).
K-x_OPM.book Page 5 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De camera opbergen
• Berg de camera niet op in de nabijheid van conserveermiddelen of chemicaliën.
Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
Andere voorzorgsmaatregelen
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (p.49)
voor meer informatie over de SD-geheugenkaart.
• Als met een camera of pc gegevens op een SD-geheugenkaart worden gewist of een
SD-geheugenkaart wordt geformatteerd, blijft het risico bestaan dat anderen met speciale, vrij verkrijgbare software deze gegevens kunnen herstellen. U bent zelf verantwoordelijk voor een juist beheer van dergelijke gegevens.
5
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de meegeleverde cd-
rom of op de website van PENTAX. Zie p.289 voor bijzonderheden. Bij voorbaat dank
voor uw medewerking.
6
K-x_OPM.book Page 6 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
K-x_OPM.book Page 7 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Inhoudstafel
Voor een veilig gebruik van de camera................................................ 1
Aandachtspunten tijdens het gebruik................................................... 4
Samenstelling van de handleiding ..................................................... 13
Voor u de camera gaat gebruiken 15
a Kenmerken van de camera ...............................................16
De inhoud van het pakket controleren .......................................18
Namen en functies van de onderdelen.......................................19
Opnamestand .................................................................................... 20
Weergavestand.................................................................................. 22
Weergave van indicaties..............................................................24
Functie-instellingen wijzigen.......................................................35
Richtingsknoppen gebruiken.............................................................. 35
Het bedieningspaneel gebruiken ....................................................... 36
De Menu’s gebruiken ......................................................................... 38
Voorbereidingen 41
Draagriem bevestigen ..................................................................42
Batterijen plaatsen .......................................................................43
Indicatie batterijniveau ....................................................................... 45
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en Weergavetijd
(nieuwe batterijen) ............................................................................. 45
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) ................................ 46
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen..................................48
Resolutie en Kwaliteitsniveau ............................................................ 50
Het objectief bevestigen ..............................................................52
De zoekerdioptrie aanpassen......................................................54
De camera aan- en uitzetten ........................................................55
Standaardinstellingen ..................................................................56
De weergavetaal wijzigen .................................................................. 56
Datum en tijd instellen........................................................................ 60
7
8
K-x_OPM.book Page 8 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Basisbediening 63
Basishandelingen bij opnamen...................................................64
De camera vasthouden...................................................................... 64
De camera de optimale instellingen laten bepalen ............................ 65
Werken met een zoomobjectief...................................................70
De ingebouwde flitser gebruiken ................................................71
De flitsfunctie instellen ....................................................................... 72
Corrigeren van de flitsintensiteit......................................................... 77
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen.............. 78
Opnamen weergeven ...................................................................79
Opnamen weergeven......................................................................... 79
Eén enkele opname wissen ............................................................... 80
Opnamefuncties 81
Werken met de opnamefuncties .................................................82
Items instellen met richtingsknoppen................................................. 82
Onderdelen van het menu Opnamemodus........................................ 83
Onderdelen van het menu Persoonlijke instelling.............................. 85
De juiste opnamestand kiezen ....................................................88
Belichting instellen.......................................................................93
Effect van diafragma en sluitertijd...................................................... 93
Gevoeligheid instellen........................................................................ 95
De belichtingsfunctie wijzigen ............................................................ 99
De lichtmeetmethode selecteren ..................................................... 111
Belichting corrigeren ........................................................................ 113
Scherpstellen ..............................................................................119
Autofocus gebruiken ........................................................................ 119
De AF-modus instellen..................................................................... 122
Het scherpstelgebied selecteren (AF-punt) ..................................... 124
De scherpstelling vergrendelen (Scherpstelling vergrendelen) ....... 126
Handmatig de scherpstelling wijzigen
(Handmatige scherpstelling) ............................................................ 128
De Voorbeeld-functie toewijzen aan de knop Snelinstelling ............ 131
Optisch voorbeeld weergeven ......................................................... 133
Digitaal voorbeeld weergeven.......................................................... 134
K-x_OPM.book Page 9 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Foto’s maken met de functie Shake Reduction ............................... 135
Opnamen maken met de zelfontspanner......................................... 138
De afstandbediening gebruiken (optioneel) ..................................... 141
Continuopnamen maken............................................................144
Continuopname................................................................................ 144
Dubbelopnamen............................................................................... 145
Opnamen maken met digitale filters.........................................148
Opnamen maken met Live weergave........................................151
Foto’s maken ................................................................................... 152
Video opnemen................................................................................ 157
De flitser gebruiken 163
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie .......................164
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken ................................... 164
2e sluitergordijn-synchronisatie gebruiken....................................... 166
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser ...............170
Gebruik van een externe flitser (optioneel)..............................172
Gebruik van de functie Automatisch
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie ........................................ 174
Draadloos flitsen .............................................................................. 175
Anti rode ogen.................................................................................. 178
2e sluitergordijn-synchronisatie ....................................................... 179
Een externe flitser aansluiten met het verlengsnoer........................ 179
Meerdere flitsers met verlengsnoeren ............................................. 180
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie .................................... 181
Opname-instellingen 183
De bestandsindeling instellen...................................................184
JPEG-resolutie instellen................................................................... 184
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen ................................................ 185
De bestandsindeling instellen .......................................................... 186
De functie van de knop Snelinstelling selecteren ...................189
De witbalans instellen ................................................................192
Witbalans handmatig aanpassen..................................................... 194
Fijnafstemming van de witbalans..................................................... 196
De kleurruimte instellen ................................................................... 197
Opnamen corrigeren ..................................................................199
De helderheid aanpassen ................................................................ 199
Objectiefcorrectie ............................................................................. 202
9
10
K-x_OPM.book Page 10 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De afwerking van de opname instellen ....................................205
Aangepaste opname instellen.......................................................... 205
Cross-processing instellen............................................................... 207
Weergavefuncties 209
Bediening van weergavefuncties..............................................210
Items van het Weergavepalet .......................................................... 210
Items van het menu Weergeven ...................................................... 211
Opnamen uitvergroten ...............................................................212
Weergave van meerdere opnamen ...........................................214
Scherm voor weergave van meerdere opnamen............................. 214
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam..................... 216
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum
(Kalenderweergave)......................................................................... 217
Opnamen samenvoegen (Index) ..................................................... 218
Diavoorstelling............................................................................221
Diavoorstelling instellen ................................................................... 221
De diavoorstelling starten ................................................................ 222
Opnamen roteren........................................................................224
Opnamen vergelijken .................................................................225
Meerdere opnamen wissen........................................................227
Geselecteerde opnamen wissen...................................................... 227
Een map wissen............................................................................... 229
Alle opnamen wissen ....................................................................... 230
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen) .....................231
Eén opname beveiligen ................................................................... 231
Alle opnamen beveiligen.................................................................. 232
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat .............233
Opnamen verwerken 235
De opnamegrootte wijzigen.......................................................236
Het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau wijzigen
(Formaat wijzigen) ........................................................................... 236
Uitsneden maken (Bijsnijden) .......................................................... 237
Opnamen bewerken met digitale filters....................................240
Het digitale filter toepassen.............................................................. 242
Filtereffecten kopiëren ..................................................................... 243
Zoeken naar de oorspronkelijke opname......................................... 245
RAW-opnamen ontwikkelen ......................................................246
Eén RAW-opname ontwikkelen ....................................................... 246
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen ............................................ 247
Parameters opgeven........................................................................ 249
JPEG-opnamen aanpassen .......................................................251
K-x_OPM.book Page 11 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Andere instellingen wijzigen 253
Werken met het menu Set-up ....................................................254
Items van het menu Set-up.............................................................. 254
Een SD-geheugenkaart formatteren .........................................256
Het geluidssignaal instellen ............................................................. 257
De datum- en tijdweergave wijzigen ................................................ 258
Wereldtijd instellen........................................................................... 258
De weergavetaal wijzigen ................................................................ 261
Weergave van monitor en menu’s aanpassen.........................262
Het tekstformaat instellen ................................................................ 262
De tijd voor weergave van het hulpdisplay instellen ........................ 262
De statusschermweergave instellen ................................................ 263
De weergave voor Momentcontrole instellen................................... 263
De helderheid van de monitor aanpassen ....................................... 264
De kleur van de monitor aanpassen ................................................ 265
Conventies instellen voor bestands-/mapnamen....................267
De mapnaam selecteren.................................................................. 267
Bestandsnummer instellen............................................................... 268
De stroominstellingen selecteren .............................................269
Automatisch uitschakelen instellen .................................................. 269
Het batterijtype instellen................................................................... 269
De felheid van het aan/uit-lampje instellen ...................................... 270
De DPOF-instellingen uitvoeren................................................271
Corrigeren van defecte pixels in de CMOS-sensor
(Pixeluitlijning)............................................................................275
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera
(Geheugen)..................................................................................276
Aansluiten op een computer 279
Opnamen bewerken op een computer .....................................280
Opnamen opslaan op de computer ..........................................281
De instelling voor de USB-aansluiting opgeven............................... 281
Gebruik van de meegeleverde software...................................284
De software installeren .................................................................... 284
Het scherm van PENTAX Digital Camera Utility 4........................... 285
11
12
K-x_OPM.book Page 12 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Bijlage 291
Standaardinstellingen ................................................................292
Menu resetten .................................................................................. 297
Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken] ........................... 301
De CMOS-sensor reinigen .........................................................303
Stof verwijderen door de CMOS-sensor te schudden...................... 303
Stof detecteren op de CMOS-sensor (Stofalarm) ............................ 304
Stof verwijderen met een blaaskwastje............................................ 305
Optionele accessoires ...............................................................307
Foutberichten..............................................................................311
Problemen oplossen ..................................................................314
Belangrijkste technische gegevens..........................................318
Verklarende woordenlijst...........................................................323
GARANTIEBEPALINGEN ...........................................................335
K-x_OPM.book Page 13 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
13
Samenstelling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voor u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen en functies van de verschillende onderdelen.
Beschrijft uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Legt de procedures uit voor het maken en weergeven van opnamen.
Legt de functies voor het maken van opnamen uit.
Legt het gebruik van de ingebouwde en de externe flitsers uit.
Legt de procedures uit voor het configureren van beeldbewerking en het instellen van de indeling voor opslaan.
Legt de procedures uit voor het weergeven, verwijderen en beveiligen van opnamen.
Legt de procedures uit voor het wijzigen van de afbeeldingsgrootte, het gebruik van filters en het verwerken van opnamen die zijn gemaakt in RAW-indeling.
9 Andere instellingen wijzigen
Legt de procedures uit voor het wijzigen van de camera-instellingen, bijvoorbeeld die voor de monitor en de conventies voor het benoemen van beeldmappen.
Legt uit hoe u de camera aansluit op een computer; bevat bovendien installatieinstructies en een algemeen overzicht van de meegeleverde software.
Behandelt het oplossen van problemen en geeft een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires en verschillende informatiebronnen.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
K-x_OPM.book Page 14 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
14
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1
Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie.
Geeft aan dat bij gebruik van de camera voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen.
K-x_OPM.book Page 15 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Voor u de camera gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen en functies van de diverse onderdelen voordat u de camera in gebruik neemt.
a Kenmerken van de camera .......................16
De inhoud van het pakket controleren ............... 18
Namen en functies van de onderdelen ..............19
Weergave van indicaties .....................................24
Functie-instellingen wijzigen ..............................35
16
K-x_OPM.book Page 16 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM a
Kenmerken van de camera
1
• Voorzien van een CMOS-sensor van 23,6×15,8 mm met effectief
12,4 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
• Uitgerust met Shake Reduction (SR), een systeem voor het reduceren van onscherpte door het bewegen van de sensor. Daarmee kunt u scherpe opnamen maken die minimaal worden beïnvloed door het bewegen van de camera, ongeacht het gebruikte objectief.
• Uitgerust met een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele kleinbeeldcamera, met een vergroting van ca. 0,85× en een beeldveld van ca. 96% om gemakkelijker een beeldcompositie te kunnen maken en handmatig scherp te kunnen stellen.
• Uitgerust met een grote monitor van 2,7 inch met ca. 230.000 pixels, een grote beeldhoek, en een helderheids- en kleurenregeling voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave.
• Maakt gebruik van AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH-batterijen of AA-alkalinebatterijen.
• Voorzien van een Live weergavefunctie voor het maken van opnamen bij gelijktijdige real-time weergave van het onderwerp op de monitor.
• U kunt films opnemen door gebruik te maken van de eigenschappen van het objectief. De camera verzorgt ook uitvoer van composietvideo, zodat u foto’s en films kunt weergeven op een monitor, bijv. een tv.
• Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende delen van de camera. Grote tekst, een monitor met een hoog contrast en gebruiksvriendelijke menu’s maken de bediening van de camera eenvoudiger.
• Op de CMOS-sensor is een speciale SP-coating aangebracht die voorkomt dat stof aan de sensor blijft kleven. Bij toepassing van de functie Sensor stofvrij maken wordt de CMOS-sensor tevens geschud om stof te verwijderen.
• Uitgerust met digitale filters voor het bewerken van de opname in de camera. Tijdens het maken van opnamen kunt u digitale filters toepassen zoals het Sterren-filter en het Soft-filter, maar u kunt er opnamen ook achteraf mee bewerken.
• Met de functie Aangepaste opname kunt u instellingen aanpassen terwijl een voorbeeld van de te maken opname wordt weergegeven, zodat u meer greep krijgt op wat u met de opname wilt bereiken.
K-x_OPM.book Page 17 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Opnamen worden gemaakt in de flexibele JPEG-indeling of de kwalitatief hoogwaardige en volledig bewerkbare RAW-indeling.
U kunt ook JPEG+RAW selecteren en gelijktijdig in beide indelingen opnamen maken. Opnamen die zijn gemaakt in de RAW-indeling, kunnen gemakkelijk intern door de camera worden verwerkt.
• Voorzien van de Gevoeligheidsvoorkeuze K die automatisch het diafragma en de sluitertijd aanpast aan een ingestelde gevoeligheid.
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de a en 35 mm-kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat de formaten van kleinbeeldfilm en een CMOS-sensor verschillen.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CMOS-sensor
35 mm-kleinbeeldfilm: 36×24 mm a CMOS-sensor 23,6×15,8 mm
Bij gelijke beeldhoeken moet de brandpuntsafstand van een objectief dat voor een 35 mm-kleinbeeldcamera wordt gebruikt, ongeveer 1,5 keer langer zijn dan die voor de a . Om een beeldhoek te bereiken die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5.
(Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruik een 100 mm-objectief met de a .
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de a worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
(Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op de a
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera.
Shake Reduction (SR)
Shake Reduction (SR) op de a is een oorspronkelijk PENTAXsysteem waarbij met behulp van een magneet de beeldsensor met hoge snelheid wordt bewogen om camerabeweging te compenseren.
De camera kan enig geluid voortbrengen als deze heen en weer wordt geschud, bijvoorbeeld bij het wijzigen van compositie. Dit is normaal en geen defect.
17
1
18
K-x_OPM.book Page 18 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De inhoud van het pakket controleren
1
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd.
Flitsschoenbeschermer F
K
(gemonteerd op de camera)
Oogschelp F
Q
(op de camera bevestigd)
Bodydop
(gemonteerd op de camera)
USB-kabel
I-USB7
Draagriem
O-ST53
Software (cd-rom)
S-SW99
Vier AA lithiumbatterijen Handleiding
(deze handleiding)
Zie p.307 voor informatie over optionele accessoires.
K-x_OPM.book Page 19 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Namen en functies van de onderdelen
19
Aan-/uitlampje
Zelfontspanner-LED/
Afstandsbedieningssensor
Kaartklep
Index (rode stip) op objectiefvatting
Objectiefontgrendelknop
Ingebouwde flitser
PC/AV-aansluiting
Klepje voor aansluitingen
MF
AF
Flitsschoen
Luidspreker
Riembevestiging
Microfoon
Spiegel
AF-koppeling
Objectiefinformatiecontacten
Dioptriecorrectieknop
Zoeker
1
LED voor lezen van/schrijven naar kaart
Monitor
Statiefaansluiting
Ontgrendelknop van de batterijklep
Batterijklep
* In de tweede afbeelding wordt de camera weergegeven zonder oogschelp F
Q
.
K-x_OPM.book Page 20 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
20
1
Opnamestand
Hieronder vindt u uitleg van de functie van knoppen, instelwielen en hendels die bij het maken van opnamen worden gebruikt.
Hier worden de fabrieksinstellingen besproken. Afhankelijk van de knop kunnen instellingen worden gewijzigd.
1
2
3
5
6
MF
AF
4
7
8
9
0 a b c d e f
K-x_OPM.book Page 21 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1 | (Snelinstelling)-knop
U kunt aan deze knop een
2 Ontspanknop
Indrukken om opnamen te
3 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit
4 Ontgrendelknop voor het objectief
Indrukken om het objectief
5 m c -knop
Waarden voor belichtingscorrectie en
6 Functiekiezer
7 Scherpstelfunctieknop
Schakelen tussen automatisch
8 K / i -knop
Indrukken om de ingebouwde
flitser uit te klappen. (p.71)
9 e-knop
De sluitertijd, het diafragma, de gevoeligheid en de belichtingscorrectie instellen.
0 = / L -knop
U kunt met deze knop scherp stellen op het onderwerp of de belichtingswaarde
21 a Q -knop
Hiermee wordt de weergavestand geactiveerd.
b U -knop
Hiermee wordt de Live
c M knop
Hiermee activeert u het
Hiermee geeft u het bedieningspaneel weer tijdens weergave van het
d 4 knop
Hiermee activeert u het scherm waarin het AF-punt kan worden
Druk tijdens weergave van het bedieningspaneel of een menuscherm op deze knop om het geselecteerde item te bevestigen.
e Vierwegbesturing
( 2345 )
Het menu voor het instellen van
Transportstand/Flitsfunctie/
Witbalans/Gevoeligheid openen
Als het bedieningspaneel of een schermmenu wordt weergegeven, verplaatst u de cursor of wijzigt u een item met de vierwegbesturing.
f 3 -knop
Hiermee wordt het menu
[ A Opnamemodus 1]
Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 5 ) om submenu’s weer te geven.
1
K-x_OPM.book Page 22 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
22
1
Weergavestand
Hieronder vindt u uitleg van de functie van knoppen, instelwielen en hendels die bij het weergeven van opnamen worden gebruikt.
3
1
2
MF
AF
4
5
6
7
8
9
0
K-x_OPM.book Page 23 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1 Ontspanknop
Halverwege indrukken om over te gaan naar de opnamestand.
2 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit
3 | (Snelinstelling)-knop
Indrukken om instellingen te wijzigen, zoals het resetten
4 K / i -knop
Indrukken om opnamen te
5 e-knop
Een opname uitvergroten
tegelijkertijd weergeven (p.214).
6 Q -knop
Hiermee activeert u de opnamestand.
23
7 M knop
Hiermee geeft u opnamegegevens weer op
8 4 knop
De in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling bevestigen.
9 Vierwegbesturing
( 2345 )
De cursor verplaatsen of items wijzigen in menu’s of het weergavescherm.
0 3 -knop
Hiermee geeft u het menu
[ Q Weergeven 1] weer
de vierwegbesturing ( 5 ) om submenu’s weer te geven.
1
Verwijzingen naar knoppen
In deze bedieningshandleiding wordt op de volgende manier verwezen naar de knoppen van de vierwegbesturing.
24
K-x_OPM.book Page 24 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Weergave van indicaties
1
LCD-display
Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de monitor worden weergegeven.
Monitor
De helderheid en de kleurinstelling van de monitor kunnen worden aangepast.
Bij het inschakelen of gebruik van de functiekiezer
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden (standaardinstelling) weergegeven op de monitor als de camera wordt ingeschakeld of de functiekiezer wordt gebruikt.
Als u geen indicaties op het scherm wilt weergeven, stel [Hulpdisplay] dan in op [Uit] in het menu [ R
1
P Programma
Automatische belichting
P
2
1
2
wanneer ingesteld op
Bestemmingstijd)
10/10/2009 10:30AM
3
3
K-x_OPM.book Page 25 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
25
Opnamestand
Tijdens het maken van opnamen wordt het statusscherm weergegeven waarin de huidige instellingen van de opnamefunctie worden getoond.
U kunt een ander scherm kiezen door op de knop M te drukken.
P
1/ 125
ISO
AUTO
200
-3 2 1 1 2 +3
JPEG 12
M
AF.A
AWB
F 5.6
[
Statusscherm
ISO
37 ]
M
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
Bedieningspaneel
M
Leeg
M
1
Statusscherm
(Alle items worden hier voor uitlegdoeleinden weergegeven. In werkelijkheid kan er iets anders worden weergegeven.)
P
SHIFT
1/ 2000
1600
-3 2 1
±1.0
JPEG 12
M
1 2 +3
G1A1
AWB
AF.A
F 2.8
[
ISO
37 ]
1 2 3 4 5 6 7
8
9
8
10
11 12
17
14
18 19 20
21
15 16
22 23 24 25 26
1
2
3
Dubbelopnamen (p.145)/Digitaal
(p.201)/Cross-processing (p.207)
4
5
6 Lichtmeting bij automatische
7
8 Hulp e-knop
9 Sluitertijd
10 Diafragmawaarde
11 ISO AUTO
12
13
14 LW-balk
15
Flitsbelichtingscorrectie (p.77)
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26 Resterende opslagcapaciteit
K-x_OPM.book Page 26 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
26
Het bedieningspaneel
Druk op de knop M in het statusscherm om het bedieningspaneel weer te geven en instellingen te wijzigen.
1
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
AF.A
JPEG 12
M
10/10/’09 10:30AM [
1 Functienaam
2 Wijzigen
3
4
5
6
7
8 Lichtmeting bij automatische
9
10
37 ]
3
8
13
1
2
4
9
14
18
5
10
15
6
11
16
19
7
12
17
11
12
13
14
15
16
17 Laterale chromatische
18 Datum en tijd
19 Resterende opslagcapaciteit
• Instellingen die niet gewijzigd kunnen worden bij de huidige configuratie van de camera, kunnen niet worden geselecteerd.
• Het statusscherm verdwijnt als er binnen 30 seconden geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden. Druk op de knop M als u het scherm weer op wilt roepen.
• Als er op het bedieningspaneel 30 seconden lang geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden, verschijnt het statusscherm weer.
• Als [Display opname-info] ingesteld is op O
(Aan) bij [Geheugen] (p.276) in het
menu [ A Opnamemodus 4] en het lege scherm geselecteerd wordt, dan wordt bij de volgende inschakeling van de camera eerst het lege scherm getoond.
K-x_OPM.book Page 27 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
27
Weergavestand
Telkens wanneer u tijdens weergave op de knop M drukt, toont de camera andere informatie.
Stand.
Histogramweergave
Op het scherm worden de opname, de bestandsindeling en de indicaties weergegeven.
Op het scherm worden de opname en het histogram
(Helderheid/RGB) weergegeven. Niet beschikbaar tijdens weergave van video.
Weergave van detail-info
Op het scherm worden details van de opname-instellingen en het tijdstip van de opname weergegeven.
Geen infoweergave Alleen de opname wordt weergegeven.
1
M
1/ 2000 F5.6
Stand.
100-0001
M
1/ 2000 F5.6
100-0001
Histogramweergave
M
Geen infoweergave
M
P
AF.A
24mm
1/ 2000
F2.8
ISO 200
JPEG 12
M
+1.5
-0.5
G2 A1
10/10/’09
AdobeRGB
10:00AM 100-0001
± 0
± 0
± 0
± 0
± 0
Weergave van detail-info
De informatie die tijdens weergave als eerste wordt getoond, is dezelfde als die van de laatste weergave in de vorige sessie. Als [Display weergave-info] ingesteld is op P
(Uit) bij [Geheugen] (p.276) in het menu [
A Opnamemodus
4], wordt bij inschakeling van de camera als eerste altijd het scherm [Stand.] getoond.
K-x_OPM.book Page 28 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
28
1
Weergave van detail-info
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om van pagina naar pagina te gaan.
De auteursrechtinformatie wordt weergegeven op pagina 2.
Pagina 1
Foto’s
P
AF.A
24mm
1/ 2000
F2.8
ISO
200
JPEG 12
M
+1.5
-0.5
G2 A1
AdobeRGB
10/10/’09 10:00AM 100-0001
± 0
± 0
± 0
± 0
± 0
1
10
16
23
20
2
24
3
4
5
7 8
6
11 12 13 14 15
17
21
18 19
22
29
25
9
26
30
27
28
Video
P
F2.8
10min10sec
MONO G2 A1
+1.5
Movie 1.6
M
3:2
10/10/’09 10:00AM 100-0001
± 0
± 0
± 0
± 0
± 0
3
4
2
32
11
33
12 13
23 24 25
29
21
31
16
22
17
30
27
28
Pagina 2
Foto/Video
2
3
Fotograaf
A B C D E F G H I J K L M N O P
Q R S T U V W X Y Z
Copyrighthouder
A B C D E F G H I J K L M N O P
Q R S T U V W X Y Z
34
34
2
3
35
35
36
36
K-x_OPM.book Page 29 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
29
1
2 Gemaakte opname
3
4
5
6
AF-punt (p.124)/Autofocusstand
7
8 Lichtmeting bij automatische
9 Brandpuntsafstand objectief
10 Sluitertijd
11
12
13
14
15
16 Diafragmawaarde
17
18
Flitsbelichtingscorrectie (p.77)
19
20
21
22
23
24
25
Kwaliteitsniveau (p.157, p.185)
26
27
28 Parameters aangepaste opname
29
30 Mapnummer-bestandsnummer
31
32
33
34
35
36
Datum en tijd opname
Opnametijd
Waarschuwing integriteit informatie geschonden
* Bij opnamen die zijn gemaakt met Live weergave wordt de autofocusstand weergegeven voor indicatie 6.
* De indicaties 7 en 18 worden alleen weergegeven bij flitsopnamen.
* De indicaties 13, 14, 15, 19 en 22 worden alleen weergegeven bij opnamen die zijn gemaakt terwijl de bijbehorende functie was ingeschakeld.
* De indicaties 24 en 25 worden niet weergegeven bij RAW-opnamen.
1
K-x_OPM.book Page 30 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
30
1
Histogramweergave
De volgende histogrammen kunnen worden weergegeven bij weergave van foto-opnamen. Het “Helderheidshistogram” toont de verdeling van helderheid en het “RGB-histogram” toont de verdeling van kleurintensiteit.
Druk op de vierwegbesturing ( 23 ) om te schakelen tussen
Helderheidshistogram en RGB-histogram.
1
23 8
23
11
1
2
3
1/ 2000 F5.6
100-0001
4 5 6 7
Helderheidshistogram
1/ 2000 F5.6
100-0001
3 4 5 6 7
RGB-histogram
1 Histogram (Helderheid)
2 Schakelen tussen RGBhistogram/Helderheidshistogram
3 Bestandsindeling
4 Sluitertijd
5 Diafragmawaarde
6 Beveiligen
7
8
9
10
11
Mapnummer-bestandsnummer
Histogram (R)
Histogram (G)
Histogram (B)
Schakelen tussen
Helderheidshistogram/
RGB-histogram
* Indicatie 6 wordt alleen weergegeven bij opnamen die zijn beveiligd.
9
10
Als [Licht/donker geb] ingesteld is op O (Aan) bij [Weergavefunctie] in het menu [ Q Weergeven 1], gaan gebieden met heldere of donkere gedeelten knipperen (behalve bij weergave van het RGB-histogram en weergave van
K-x_OPM.book Page 31 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
31
Werken met het histogram
Een histogram toont de helderheidsverdeling van een opname.
De horizontale as vertegenwoordigt helderheid (donker aan de linkerzijde en licht aan de rechterzijde) en de verticale as vertegenwoordigt het aantal pixels.
De vorm en indeling van het histogram vóór en na de opname maken duidelijk of het belichtingsniveau en het contrast al dan niet goed zijn. Op basis hiervan
(Donker)
Donkere gedeelten bepaalt u of de belichting moet worden gewijzigd en u de foto opnieuw moet maken.
← Helderheid →
(Licht)
Lichte gedeelten
1
1
De helderheid aanpassen (p.199)
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is en er geen excessief lichte of excessief donkere gebieden zijn, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname te donker is, bevindt de piek zich links; als de opname te licht is, bevindt de piek zich rechts.
1
Donkere opname Opname met weinig donkere en heldere gebieden
Lichte opname
Als de opname te donker is, wordt het gedeelte links afgesneden (donkere gedeelten zonder detail) en als de opname te licht is, wordt het gedeelte rechts afgesneden (heldere gedeelten zonder detail).
Lichte gedeelten knipperen rood en donkere gedeelten knipperen geel op de monitor als [Licht/donker geb] ingesteld is op O (Aan).
1
1
De weergave voor Momentcontrole instellen (p.263)
K-x_OPM.book Page 32 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
32
1
Inzicht in kleurbalans
De verdeling van de kleurenintensiteit wordt voor elke kleur weergegeven in het RGB-histogram. De rechterkant van de grafieken ziet er hetzelfde uit voor opnamen waarvoor ook de witbalans wordt aangepast. Als één kleur links disproportioneel aanwezig is, is die kleur te intens.
1
De witbalans instellen (p.192)
Bedieningsindicaties
Op de monitor worden met de hieronder getoonde indicaties de toetsen, knoppen en e-knop aangeduid die op dat moment kunnen worden gebruikt.
Voorbeeld)
2
3
Vierwegbesturing ( 2 )
Vierwegbesturing ( 3 )
4 Vierwegbesturing ( 4 )
5 Vierwegbesturing ( 5 )
S e-knop
Ontspanknop
| m
3 -knop
4 -knop
Knop Snelinstelling m c -knop
M -knop
K / i -knop
K-x_OPM.book Page 33 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Zoeker
De volgende informatie wordt weergegeven in de zoeker.
2
1 1
3 4 5 6 7 8 9 10
11
1
2
3
Brandt: flitser is gereed.
Knippert: gebruik van de flitser wordt aangeraden, maar deze is nog niet ingeschakeld of wordt opgeladen.
4
Pictogram voor Picture-stand (p.89)
Het pictogram voor de geselecteerde Picture-stand verschijnt.
U (Normale stand in I ), = (Portret), s (Landschap), q (Macro),
\ (Bewegend onderw.), .
(Portret bij nacht).
5
Wordt weergegeven als de functie Shake Reduction wordt geactiveerd.
6 Sluitertijd
Sluitertijd bij opname of instelling.
Onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop.
7 Diafragmawaarde
Diafragmawaarde bij opname of instelling.
Onderstreept wanneer de diafragmawaarde kan worden gewijzigd met de e-knop.
8
Brandt: als het onderwerp is scherpgesteld.
Knippert: er is niet scherpgesteld op het onderwerp.
33
1
34
K-x_OPM.book Page 34 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
9 Beschikbaar aantal opnamen/Belichtingscorrectiewaarde
Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige instellingen voor kwaliteit en opnamepixels.
Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de functiekiezer ingesteld is op a
m
: Belichtingscorrectie (p.113)
Wordt onderstreept wanneer de belichtingscorrectiewaarde kan worden gecorrigeerd met de e-knop terwijl de knop m c wordt ingedrukt. o : Gevoeligheid
Wordt onderstreept wanneer de gevoeligheid kan worden gewijzigd met de e-knop.
10
Wordt weergegeven indien ingesteld op \ .
11
Wordt weergegeven bij inschakeling van het belichtingsgeheugen.
• [9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven in de zoeker. Zelfs als meer dan 10.000 opnamen kunnen worden gemaakt, wordt [9999] weergegeven.
• Als [10. AF/AE-L-knop] ingesteld is op [AF uitschakelen] in het menu
[ A Pers.instelling 2], wordt in de zoeker \ weergegeven terwijl de knop = / L
K-x_OPM.book Page 35 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Functie-instellingen wijzigen
Functie-instellingen kunt u wijzigen met de richtingsknoppen, het bedieningspaneel of het menu.
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven voor het wijzigen van functie-instellingen.
1
Richtingsknoppen gebruiken
In de opnamestand kunt u de transportstand, flitsfunctie, witbalans en gevoeligheid instellen door de vierwegbesturing ( 2345 ) in te drukken, en het AF-punt instellen door op de knop 4
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe u de flitsfunctie instelt.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
35
2
Selecteer een flitsfunctie met de vierwegbesturing ( 45 ).
Flitsinstelling
Auto ontladen flitser
3
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
MENU Annul.
0.0
OK OK
K-x_OPM.book Page 36 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
36
1
Het bedieningspaneel gebruiken
Tijdens het maken van opnamen kunt u de dan geldende instellingen controleren in het statusscherm. U kunt ook overschakelen naar het bedieningspaneel en instellingen wijzigen.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe u de JPEGkwaliteit instelt.
1
Controleer het statusscherm en druk vervolgens op de knop
M .
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
1/ 20
800
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
2
Selecteer met de vierwegbesturing ( 2345 ) een item waarvoor u de instelling wilt wijzigen.
U kunt geen items selecteren waarvan u de instelling niet kunt wijzigen.
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
AF.A
JPEG 12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
K-x_OPM.book Page 37 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Druk op de knop 4 .
Het instellingenvenster van het geselecteerde item wordt weergegeven.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) of de e-knop om een instelwaarde te selecteren.
37
JPEG kwaliteitsniveau
HDR
OFF
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
1
JPEG kwaliteitsniveau 128
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het bedieningspaneel en is gereed voor het maken van een opname.
• Nadat u in stap 2 op p.36 de instelling hebt geselecteerd die u wilt wijzigen,
kunt u die wijziging ook doorvoeren door aan de e-knop te draaien. Als u gedetailleerde instellingen zoals parameters wilt wijzigen, drukt u op de knop
4 waarna u de instellingen kunt wijzigen.
• Het statusscherm en het bedieningspaneel worden niet weergegeven bij
geactiveerde Live weergave (p.151). Geef de instellingen op in het menu
[ A Opnamemodus].
K-x_OPM.book Page 38 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
38
1
De Menu’s gebruiken
In dit gedeelte wordt het gebruik uitgelegd van de menu’s [ A Opnamemodus],
[ Q Weergeven], [ R Instellen] en [ A Pers.instelling].
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [HDR-opname] in het menu [ A Opnamemodus 2] wordt ingesteld.
1
Druk op de knop 3 in de opnamestand.
Het menu [ A Opnamemodus 1] wordt weergegeven op de monitor.
Als u in de weergavestand op de knop
3 drukt, wordt het menu
[ Q Weergeven 1] weergegeven.
Als u de functiekiezer echter instelt op H (Scène), wordt het menu
[ H Scène] weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing
( 5 ).
1 2 3 4
Steeds als u op de vierwegbesturing ( 5 ) drukt, wordt in de volgorde hierna steeds een ander menu geopend:
[ A Opnamemodus 2],
[ A Opnamemodus 3],
[ A Opnamemodus 4],
[ Q Weergeven 1] ···
[ A Opnamemodus 1].
Aangepaste opname
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instelling D-range
Objectiefcorrectie
MENU Einde
JPEG
12
M
U kunt ook de e-knop gebruiken om van menu naar menu te gaan.
3
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
AF-modus
Autom. lichtmeting
Selecteer AF-punt
MENU Einde
Uit
AF.A
K-x_OPM.book Page 39 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Beschikbare instellingen worden weergegeven.
Het kader wordt naar het keuzemenu verplaatst als dat menu beschikbaar is.
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
AF-modus
Autom. lichtmeting
Selecteer AF-punt
MENU Einde
5
Selecteer een instelling met de vierwegbesturing ( 23 ).
1 2 3 4
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Dubbelopnamen
AF-modus
Autom. lichtmeting
Selecteer AF-punt
MENU Annul.
6
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in.
Druk op de knop 3 om het menu te sluiten en terug te keren naar het eerder weergegeven scherm.
Uit
AF.A
Uit stand.
sterk
OK OK
Als u op de 3 -knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterijen worden uitgenomen terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
39
1
Raadpleeg de pagina’s hierna voor meer informatie over de menu’s.
• Het menu [ A Opnamemodus] 1
• Het menu [ Q Weergeven] 1
• Het menu [ R Instellen] 1
• Het menu [ A Pers.instelling] 1
K-x_OPM.book Page 40 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
40
Memo
K-x_OPM.book Page 41 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen beschreven.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen ..........................................42
Batterijen plaatsen ...............................................43
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen .........48
Het objectief bevestigen ......................................52
De zoekerdioptrie aanpassen ............................. 54
De camera aan- en uitzetten ................................55
Standaardinstellingen ..........................................56
42
K-x_OPM.book Page 42 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Draagriem bevestigen
2
1
Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
2
Bevestig het andere uiteinde van de riem eveneens op de hiervoor beschreven manier.
K-x_OPM.book Page 43 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Batterijen plaatsen
43
Plaats batterijen in de camera. Gebruik vier AA-lithiumbatterijen,
AA Ni-MH oplaadbare batterijen of AA-alkalinebatterijen.
Bij deze camera worden AA-lithiumbatterijen geleverd om te controleren of de camera naar behoren werkt, maar ook sommige andere typen batterijen zijn geschikt. Gebruik de compatibele batterijen overeenkomstig het doel waarvoor ze bestemd zijn.
Geschikte batterijen
AA-lithiumbatterijen
AA Ni-MH oplaadbare batterijen
AA-alkalinebatterijen
Kenmerken
Meegeleverd bij de camera. Aanbevolen in koude klimaten.
Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig.
Voor het opladen is een in de handel verkrijgbare batterijoplader vereist die compatibel is met deze batterijen.
U kunt dit type batterijen overal verkrijgen wanneer de batterijen die u normaal gebruikt leeg zijn. Ze ondersteunen echter mogelijk niet alle camerafuncties onder bepaalde omstandigheden. We raden het gebruik ervan dan ook af, uitgezonderd in noodgevallen en om te controleren of de camera naar behoren werkt.
• De spanningskenmerken van nikkelmangaan-batterijen kunnen storingen veroorzaken. Om die reden wordt het gebruik ervan afgeraden.
• AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen, die in deze camera kunnen worden gebruikt, zijn niet oplaadbaar.
• Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat.
• Als u verwacht de camera langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de batterijen. Als de batterijen lange tijd in de camera blijven zitten, kunnen ze gaan lekken.
• Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u een nieuwe batterij in de camera plaatst nadat veel tijd is verstreken nadat de batterijen werden verwijderd,
volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen” (p.60).
• Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd zijn geplaatst, kan de camera beschadigd raken. Veeg de contactpunten van de batterijen schoon alvorens de batterijen te plaatsen.
• Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of merk, of oude met nieuwe. Anders kunnen er storingen ontstaan, bijvoorbeeld een onjuiste weergave van het batterijvermogen.
2
K-x_OPM.book Page 44 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
44
2
1
Houd de ontgrendelknop van het batterijcompartiment ingedrukt zoals afgebeeld ( 1 ) en schuif de klep in de richting van het objectief ( 2 ). Maak dan de klep open.
2
Plaats de batterijen volgens de poolaanduidingen +/– in het batterijcompartiment.
2
1
3
Druk de klep ( 3 ) omlaag tegen de batterijen en schuif deze in de afgebeelde richting ( 4 ) dicht.
3
4
Zorg ervoor dat de batterijklep goed gesloten is. De camera werkt niet als de batterijklep open is.
• Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapterset K-AC84
• Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst.
K-x_OPM.book Page 45 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
45
Indicatie batterijniveau
U kunt het resterende batterijniveau aflezen aan het symbool w op het statusscherm.
Statusscherm w (Groen) De batterijen zijn vol.
f (Oranje) De batterijen raken leeg.
Batterijniveau z (Rood)
[Batterij leeg]
De batterijen zijn bijna leeg.
Nadat dit bericht is verschenen, wordt de camera uitgeschakeld.
2
Het kan zijn dat f of z (Rood) zelfs wordt weergegeven als de batterijen nog voldoende voeding leveren. Dit kan voorkomen wanneer de camera wordt gebruikt bij een lage temperatuur of als u meerdere continuopnamen maakt.
Schakel de camera dan uit en weer in. Als w (Groen) wordt weergegeven, kunt u de camera weer gebruiken.
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en Weergavetijd (nieuwe batterijen)
(Gebaseerd op een omgevingstemperatuur van 23°C)
Batterijen
Normaal opnamen maken
1900
Flitsfotografie
(50% gebruik)
1100
Weergavetijd
AA lithiumbatterijen
Oplaadbare AA Ni-MH batterijen (1900mAh)
AA alkalinebatterijen
640 420
680 minuten
390 minuten
210 130 350 minuten
De beeldopslagcapaciteit (normaal opnamen maken en flitsergebruik van 50%) is gebaseerd op meetcondities die in overeenstemming zijn met CIPA-normen, terwijl andere gegevens zijn gebaseerd op onze meetcondities. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden.
• De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
K-x_OPM.book Page 46 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
46
2
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel)
We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapterset K-AC84
(optioneel) als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op een pc of een AV-apparaat.
1
Controleer of de camera is uitgezet.
Als er batterijen in de camera aanwezig zijn, opent u de klep van het batterijcompartiment en neemt u de batterijen uit de camera.
2
Open de klep van het batterijcompartiment en vervolgens de klep ( 1 ) op de doorvoer van de voedingskabel aan de rechterkant van het batterijcompartiment.
3
Schuif het gelijkstroomkoppelstuk in het batterijcompartiment.
4
Trek de voedingskabel van het gelijkstroomkoppelstuk naar buiten zoals weergegeven in de afbeelding.
5
Sluit de batterijklep.
K-x_OPM.book Page 47 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Sluit de gelijkstroomconnector van de netvoedingsadapter aan op het gelijkstroomkoppelstuk
8
6
7
7
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
8
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Controleer of de kabels goed aangesloten zijn op de aansluitpunten.
De SD-geheugenkaart of gegevens kunnen beschadigd raken als de verbinding wordt verbroken terwijl de camera opneemt of gegevens leest.
• Houd de klep van de doorvoer van de voedingskabel gesloten als u de netvoedingsadapter niet gebruikt.
Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapterset K-AC84 eerst de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
2
47
K-x_OPM.book Page 48 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
48
2
De SD-geheugenkaart plaatsen/ uitnemen
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart of een SDHCgeheugenkaart. (Beide kaarten worden vanaf nu aangeduid als
SD-geheugenkaart.) Zorg dat de camera uit staat alvorens de SDgeheugenkaart (in de handel verkrijgbaar) te plaatsen of uit te nemen.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/ lezen van de kaart brandt.
• Gebruik deze camera om SD-kaarten te formatteren (initialiseren) die nog niet eerder zijn gebruikt, of die in andere camera’s of digitale apparaten zijn
gebruikt. Raadpleeg “Een SD-geheugenkaart formatteren” (p.256) voor
informatie over formatteren.
• Gebruik een snelle geheugenkaart als u video opneemt. Als de snelheid waarmee wordt geschreven, achterblijft bij de snelheid waarmee wordt opgenomen, kan het schrijven tijdens het opnemen worden afgebroken.
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Schuif de kaartklep in de richting van de pijl en open vervolgens de klep ( 1
→
2 ).
1
2
3
Breng de kaart volledig in met het etiket van de SD-geheugenkaart naar de monitor gericht.
K-x_OPM.book Page 49 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Duw de SD-geheugenkaart iets naar binnen om deze uit te nemen.
4
Sluit de kaartklep ( 3 ) en schuif hem dan in de richting van de pijl ( 4 ).
4
3
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het schuifje van de schrijfbeveiliging op
LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, bestaande gegevens op de kaart kunnen niet worden gewist en de kaart kan niet worden geformatteerd door de camera of een computer.
Schrijfbeveiliging
• Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
• Open de kaartklep niet, verwijder de SD-geheugenkaart niet en zet de camera niet uit terwijl er op de kaart opnamen worden weergegeven of opgeslagen, of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer.
Hierdoor kunnen gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren, omdat de kaart hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar kan worden.
2
49
K-x_OPM.book Page 50 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
50
2
• Onder de volgende omstandigheden kunnen gegevens op de SDgeheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) als de SD-geheugenkaart wordt uitgenomen of de batterijen worden verwijderd terwijl er gegevens op de kaart worden opgenomen of aangesproken.
• Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar ze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
• SD-geheugenkaarten die niet eerder of in een andere camera zijn gebruikt, moeten eerst worden geformatteerd.
1
Een SD-geheugenkaart formatteren (p.256)
• Als u een SD-geheugenkaart weggooit, weggeeft of verkoopt, zorg dan dat de gegevens op de kaart volledig zijn gewist of dat de kaart zelf wordt vernietigd als deze persoonlijke of gevoelige informatie bevat. Bij formattering van een
SD-geheugenkaart worden de gegevens niet noodzakelijkerwijs gewist, zodat ze kunnen worden hersteld met speciale software voor gegevensherstel. Er zijn speciale programma’s voor het wissen van gegevens verkrijgbaar die de gegevens wel volledig wissen.
In alle gevallen geldt dat het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart volledig voor eigen risico is.
Resolutie en Kwaliteitsniveau
Als JPEG de bestandsindeling is
Kies voor de opnamen het aantal pixels (grootte) en het kwaliteitsniveau
(JPEG-compressiefactor) die passen bij wat u met de opnamen wilt gaan doen.
Opnamen met een hogere resolutie of meer sterren ( E ) worden scherper afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt echter kleiner bij grotere bestanden.
K-x_OPM.book Page 51 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren.
Dat betekent dat u nooit meer dan de daarvoor benodigde hoeveelheid pixels hoeft te kiezen. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is i (1728×1152) voldoende. Geef voor resolutie en kwaliteitsniveau de instellingen op die tegemoetkomen aan het doel van de opname.
1
JPEG-resolutie instellen (p.184)
1
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen (p.185)
JPEG-resolutie, JPEG-kwaliteitsniveau en geschatte opslagcapaciteit voor opnamen
(bij gebruik van een SD-geheugenkaart van 1 GB)
JPEG kwal niveau
JPEG-resolutie
E (4288×2848)
J (3936×2624)
P (3072×2048) i (1728×1152)
C
Best
138
163
267
805
D
Beter
244
289
468
1373
E
Goed
479
564
902
2518
• De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, e.d.
51
2
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Belichtingsbracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map opgeslagen totdat u klaar bent met het maken van opnamen, zelfs als daardoor meer dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
Als RAW de bestandsindeling is
Met de a kunt u opnamen opslaan in de flexibele indeling JPEG of de kwalitatief hoogwaardige maar bewerkbare RAW-indeling. Als RAWindeling kunt u kiezen voor de oorspronkelijke PEF-indeling van PENTAX of de voor algemene doeleinden bestemde DNG-indeling (Digital
Negative), ontwikkeld door Adobe Systems. Op een SD-kaart met een capaciteit van 1 GB kunt u maximaal 48 opnamen opslaan in zowel de PEF-indeling als de DNG-indeling.
1
De bestandsindeling instellen (p.186)
52
K-x_OPM.book Page 52 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Het objectief bevestigen
2
Bevestig een passend objectief op de body van de camera.
Als u met de a een van de volgende objectieven gebruikt, zijn alle opnamestanden van de camera beschikbaar.
(a) DA-, DA L-, D FA-, FA J-objectieven
(b) Objectieven met een diafragma s -stand (Auto), als de stand s wordt gebruikt
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
• Als objectieven die bij (b) zijn beschreven, worden gebruikt in een stand anders dan s
• Bij de fabrieksinstellingen werkt de camera niet met andere objectieven dan die boven zijn genoemd en accessoires. Stel [22. Diafragmaring gebruiken] in op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4] om deze wel te
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Verwijder de bodydop ( 1 ) en de achterlensdop van het objectief ( 2 ).
Zet een los objectief altijd met de vatting omhoog neer om beschadiging van de objectiefvatting te voorkomen.
3
Zorg dat de indextekens (de rode puntjes: 3 ) van de objectiefvatting op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen. Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vastklikt.
Draai het objectief, nadat u het op de body hebt bevestigd, tegen de klok in om te controleren of u het goed hebt gemonteerd.
3
K-x_OPM.book Page 53 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen.
Als u het objectief wilt loskoppelen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief
( 4 ) ingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in.
4
• Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
• De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektrische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten indien nodig reinigen met een zachte, droge doek.
De bodydop ( 1 ) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport.
“Bodydop K” wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
2
53
54
K-x_OPM.book Page 54 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De zoekerdioptrie aanpassen
2
Pas de zoekerdioptrie aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij.
U kunt de dioptrie aanpassen van ca. –2,5 tot +1,5m -1 .
1
Kijk door de zoeker en schuif de dioptriecorrectieknop naar links of naar rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot het AF-kader in de zoeker zo scherp mogelijk zichtbaar is.
Richt de camera op een witte muur of een ander effen en helder verlicht oppervlak.
AF-kader
• De oogschelp F
Q
is op de zoeker bevestigd wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden. De dioptrie-instelling is beschikbaar met de oogschelp F
Q
bevestigd, maar is eenvoudiger wanneer u de oogschelp verwijdert.
• De oogschelp F
Q
verwijdert u door deze in de richting van de pijl naar buiten te trekken.
De oogschelp F
Q
bevestigt u op de camera door deze in de groef op de zoeker te drukken.
• Het kan gebeuren dat u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, zelfs als u de knop voor de dioptrieaanpassing hebt ingesteld. Gebruik dan de optionele dioptriecorrectielensadapter M. U kunt die adapter echter alleen gebruiken als u de oogschelp F
Q
K-x_OPM.book Page 55 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De camera aan- en uitzetten
1
Zet de hoofdschakelaar op
[ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar in de stand
[OFF] om de camera uit te zetten.
• Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
• De camera wordt automatisch uitgeschakeld als u er gedurende bepaalde tijd geen handelingen mee verricht. Als de camera automatisch wordt uitgeschakeld, schakelt u die weer in of verricht u één van de volgende handelingen.
- Druk de ontspanknop tot halverwege in.
- Druk op de knop Q .
- Druk op de knop M .
• Standaard wordt de camera automatisch uitgeschakeld na 1 minuut inactiviteit. U kunt die instelling wijzigen met de optie [Automatisch uitschakelen] in het menu [ R
55
2
56
K-x_OPM.book Page 56 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Standaardinstellingen
2
De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm
[Language/ u ] op de monitor. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op de monitor, en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd als u de camera de volgende keer aanzet.
Als bij inschakeling van de camera het scherm [Datum instellen] verschijnt, volgt u
de procedure in “Datum en tijd instellen”
(p.60) om de datum en tijd in te stellen.
MENU Cancel OK OK
Datum instellen
Datumnotatie dd/mm/jj
Dat,
Tijd
01 / instellingen voltooid
24h
MENU Annul.
De weergavetaal wijzigen
U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U hebt de keuze uit: Engels, Frans, Duits, Spaans,
Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools,
Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Chinees
(traditioneel/vereenvoudigd) en Japans.
1
Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing ( 2345 ).
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 57 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Basisinstellingen] voor de geselecteerde taal verschijnt.
Druk twee keer op de vierwegbesturing
( 3
) en ga verder bij stap 10 op p.58 als
u [Thuistijd] niet hoeft aan te passen.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar W .
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [ W Thuistijd] verschijnt.
5
Selecteer met de vierwegbesturing
( 45 ) een plaats.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
instellingen voltooid
MENU Annul.
Thuistijd
57
2
Amsterdam
Zomertijd
MENU Annul.
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [Zomertijd] (DST).
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
8
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [Tekstformaat].
OK OK
K-x_OPM.book Page 58 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
58
2
10
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer [Stand.] of [Groot] met de vierwegbesturing ( 23
).
Als u [Groot] selecteert, wordt het geselecteerde menu-item uitvergroot.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
Groot instellingen voltooid
MENU Annul.
OK OK
11
Druk op de knop 4 .
12
Selecteer [instellingen voltooid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
MENU instellingen voltooid
Annul.
OK OK
13
Druk op de knop 4 .
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
In deze handleiding worden de menuschermen vanaf nu beschreven met
[Tekstformaat] ingesteld op [Stand.].
K-x_OPM.book Page 59 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Als u een verkeerde taal heeft ingesteld
Als u in het scherm [Language/ u ] per abuis de verkeerde taal heeft geselecteerd en verder gaat met het scherm [Datum instellen], kunt u met de procedure hieronder weer de juiste taal kiezen.
Als u de opnamestand van de camera al hebt geactiveerd (en de camera gereed is voor het maken van een opname), voert u de volgende handelingen vanaf stap 2 uit om de juiste taal in te stellen.
1
Druk één keer op de knop
3 om de Hulpdisplay
P
ࡊࡠࠣࡓ
⥄േ㔺 weer te geven op de monitor.
Het scherm rechts is een voorbeeld
P van de weergave van de Hulpdisplay.
Wat precies wordt weergegeven is afhankelijk van de geselecteerde taal.
2009/01/01 00:00
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden weergegeven op de monitor.
2
Druk één keer op de knop 3 .
[ A 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
H wordt weergegeven als de functiekiezer is ingesteld op H .
3
Druk vijf keer op de vierwegbesturing ( 5 ).
[ R 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
Druk zes keer op de vierwegbesturing ( 5 ) als de functiekiezer is ingesteld op H .
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) om [Language/ u ] te selecteren.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Language/ u ] verschijnt.
6
Kies de gewenste taal met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het menu [ R Instellen 1] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Raadpleeg de volgende pagina’s om zo nodig de gewenste plaats voor
[Thuistijd] en datum en tijd in te stellen.
• Thuistijd wijzigen: “Wereldtijd instellen” (p.258)
• Datum en tijd wijzigen: “De datum- en tijdweergave wijzigen” (p.258)
2
59
60
K-x_OPM.book Page 60 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Als er geen instellingen zijn voor Thuistijd en de datum en tijd, zal het scherm
[Basisinstellingen] of het scherm [Datum instellen] worden weergegeven wanneer de camera weer wordt ingeschakeld.
• Als u nog niet bent verdergegaan naar het scherm [Datum instellen], kunt u in het scherm [Language/ u ] opnieuw een taal kiezen met de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Datum en tijd instellen
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader wordt verplaatst naar [dd/mm/jj].
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om de datumnotatie te kiezen.
Kies [dd/mm/jj], [mm/dd/jj] of [jj/mm/dd].
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
01 /
/ instellingen voltooid
MENU Annul.
24h
OK OK
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar [24h].
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave) of 12h (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing ( 23 ).
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
01 /
/ instellingen voltooid
MENU Annul.
24h
OK OK
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
K-x_OPM.book Page 61 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar [Dat,].
7
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar de maand.
8
Stel de maand in met de vierwegbesturing ( 23 ).
Stel de dag en het jaar op dezelfde wijze in.
Stel vervolgens de tijd in.
Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór de middag) of pm (na de middag), al naar gelang de tijd.
9
Selecteer [instellingen voltooid] met de vierwegbesturing ( 3 ).
Datum instellen
Datumnotatie dd/mm/jj
Dat,
Tijd
01 / instellingen voltooid
MENU Annul.
24h
OK OK
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd dd/mm/jj
01 / instellingen voltooid
24h
MENU Annul.
OK OK
10
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van een opname.
Als u de datum en tijd hebt ingesteld met de menubesturing, gaat u terug naar het menu [ R Instellen 1]. Klik in dat geval op de knop 3 .
61
2
Als u op de knop 3 drukt tijdens het aanpassen van de instelling voor tijd, worden de tot dan toe opgegeven instellingen geannuleerd en wordt de opnamestand geactiveerd. Als de camera wordt aangezet zonder dat instellingen zijn opgegeven voor datum en tijd, verschijnt het scherm [Datum instellen], mits de basisinstellingen zijn voltooid. U kunt datum en tijd ook
achteraf instellen met behulp van menubediening. (p.258).
62
K-x_OPM.book Page 62 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, e.d.) precies 00 seconden aangeeft.
• U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met behulp van
2
K-x_OPM.book Page 63 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Basisbediening
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het maken van opnamen als de functiekiezer op
I
(Autom. opname) is gezet om succesvol opnamen te maken.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen ..........................64
Werken met een zoomobjectief ..........................70
De ingebouwde flitser gebruiken ........................71
Opnamen weergeven ........................................... 79
64
K-x_OPM.book Page 64 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Basishandelingen bij opnamen
3
De camera vasthouden
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
• Houd de camera stevig vast met beide handen en houd uw ellebogen dicht bij het lichaam.
• Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt.
Horizontale positie Verticale positie
• Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom).
• Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijdlimiet voor een camera die in de hand wordt gehouden in de regel
1/(brandpuntsafstand ×1,5). De sluitertijdlimiet is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden een statief of
de functie Shake Reduction (p.135).
• Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt.
• Gebruik de functie Shake Reduction niet als u een statief gebruikt. (p.136)
K-x_OPM.book Page 65 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De camera de optimale instellingen laten bepalen
De a is uitgerust met verschillende opnamestanden, scherpstelstanden en transportfuncties om tegemoet te komen aan al uw wensen op het gebied van fotografie. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u opnamen maakt door eenvoudigweg op de ontspanknop te drukken.
1
Zet de functiekiezer op I .
De camera bepaalt de meest geschikte opnamestand voor het onderwerp.
1
3
65
2
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
De scherpstelfunctie verandert in =
(Autofocus).
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt in de stand = , wordt
automatisch scherpgesteld. (p.119)
MF
AF
K-x_OPM.book Page 66 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
66
3
Kijk door de zoeker voor een beeld van het onderwerp.
U kunt een zoomlens gebruiken om de grootte van het onderwerp in
MF
AF
3
4
Breng het onderwerp binnen het AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp scherp is gesteld.
In de stand I (Autom. opname) wordt automatisch de optimale opnamestand geselecteerd uit de standen U (Stand.),
= (Portret), s (Landschap), q (Macro),
\ (Bewegend onderw.) of .
(Portret bij nacht).
De ingebouwde flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is.
1
De ontspanknop bedienen (p.68)
1
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.69)
1
De ingebouwde flitser gebruiken (p.71)
Flitserstatus
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Scherpstelindicatie
K-x_OPM.book Page 67 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Bekijk de opname op de monitor.
Na de opname wordt deze gedurende
één seconde op de monitor weergegeven
(Momentcontrole).
1
De weergave voor Momentcontrole instellen (p.263)
Tijdens de momentcontrole kunt u de opname uitvergroten door te drukken
Tijdens Momentcontrole kunt u de opname wissen door op K / i te drukken.
1
Eén enkele opname wissen (p.80)
• U kunt de camera ook zo instellen dat er automatisch wordt scherpgesteld als u op de knop = / L drukt, op dezelfde manier als bij het tot
halverwege indrukken van de ontspanknop (p.120).
• U kunt een voorbeeld bekijken op de monitor, en de compositie, belichting
en scherpstelling controleren voordat u opnamen maakt. (p.131)
67
3
68
K-x_OPM.book Page 68 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De ontspanknop bedienen
De ontspanknop heeft twee standen.
3
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste stand)
Helemaal ingedrukt
(tweede stand)
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste stand), worden de indicaties in de zoeker ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt
(tweede stand), wordt de opname gemaakt.
• Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen.
• Oefen het tot halverwege/helemaal indrukken van de ontspanknop goed in om te leren waar de eerste positie is.
• De zoekerindicaties worden weergegeven terwijl u de ontspanknop tot halverwege indrukt. Nadat u de knop heeft losgelaten, blijven de indicaties nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar als
de timer voor de belichtingsmeting ingeschakeld is. (p.33, p.113)
K-x_OPM.book Page 69 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
69
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn bij het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden.
Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het scherpstelkader
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het scherpstelkader
(c) Onderwerpen die snel bewegen
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond)
(e) Patronen met verticale of horizontale lijnen die binnen het scherpstelkader vallen
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het scherpstelkader
Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld op het onderwerp, stelt u de scherpstelfunctieknop in op \ en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas in de zoeker
scherp te stellen op het onderwerp. (p.129)
Wanneer (e) en (f) hierboven van toepassing zijn, is het onderwerp mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie) wordt weergegeven.
3
70
K-x_OPM.book Page 70 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Werken met een zoomobjectief
3
Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast
(groothoek) met een zoomobjectief. Stel het onderwerp in op de gewenste grootte en maak de opname.
1
Draai de zoomring rechtsom of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand.
MF
AF
Groothoek Tele
• De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt.
Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
• Power Zoom-functies (Image Size Tracking, Zoom Clip en Auto Zoom Effect) zijn niet compatibel met deze camera.
K-x_OPM.book Page 71 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De ingebouwde flitser gebruiken
71
Maak als volgt opnamen bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde flitser wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 5 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden
(de hoeken van de opname worden zwart door een gebrek aan licht).
Deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief
en de ingestelde gevoeligheid (p.168).
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om de compatibiliteit te controleren.
1
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser (p.170)
• Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
• Bij objectieven die geen functie hebben voor het instellen van de diafragmaring op het objectief op s (Auto), flitst de ingebouwde flitser volledig.
3
Zie de “De flitser gebruiken” (p.163) voor meer informatie over de ingebouwde
flitser en instructies voor het maken van opnamen met een externe flitser.
K-x_OPM.book Page 72 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
72
De flitsfunctie instellen
3
C b
Handmatig ontsteken i
Auto + Anti Rode
Ogen
D
Handmatig + Anti
Rode Ogen
G
Flitsinstelling
Auto ontladen flitser
Langesluitertijdsync
Functie
De camera meet automatisch het omgevingslicht en bepaalt of de flitser moet worden gebruikt. Indien nodig klapt de flitser automatisch uit en flitst deze automatisch, bijvoorbeeld als u een sluitertijd gebruikt waarbij de kans groot is dat de camera wordt bewogen of bij opnamen met tegenlicht (maar niet als s (Landschap), \ (Bewegend onderw.) of l
(Nachtsnapshot) actief zijn in de stand H (Scène)).
Het kan gebeuren dat de flitser na het uitklappen niet wordt geactiveerd. Dat doet zich voor als de camera constateert dat flitsen niet nodig is.
Hiermee flitst u handmatig. De flitser werkt alleen wanneer deze is uitgeklapt.
Hiermee gaat eerst een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de automatische flits af.
Hiermee flitst u handmatig. Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de hoofdflits af.
Afhankelijk van het omgevingslicht wordt een langere sluitertijd ingesteld. Gebruik deze functie bijvoorbeeld als u een portretopname maakt tegen een zonsondergang; persoon en zonsondergang komen dan beide tot hun recht.
H
Lange-sltrtd + Anti
Rode Ogen
Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan.
Daarna gaat de hoofdflits af met Langesluitertijdsynchronisatie.
I k r
2e sluitergordijnsync
Draadloze bediening
Geeft een flits af onmiddellijk voordat het sluitergordijn wordt gesloten. Daarmee maakt u opnamen van bewegende onderwerpen die een lichtspoor achter
U kunt een speciale externe flitser synchroniseren
(AF540FGZ of AF360FGZ) zonder
K-x_OPM.book Page 73 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Welke flitsfuncties kunnen worden geselecteerd, is afhankelijk van de opnamestand.
Opnamestand
I / = / s / q / \ / .
/ H e / K / c b / a
Selecteerbare flitsfunctie
C / b / i / D / r
E / F / G / H / I / r
E / F / k / r
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
Op het scherm verschijnen de flitsfuncties die voor de ingestelde opnamestand kunnen worden gebruikt.
2
Selecteer een flitsfunctie met de vierwegbesturing ( 45 ).
Draai aan de e-knop om de
flitsbelichtingscorrectie in te stellen. (p.77)
Flitsinstelling
Auto ontladen flitser
0.0
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
73
3
K-x_OPM.book Page 74 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
74
3
Gebruik van de Automatische flitsfunctie C , i
(Automatisch uitklappen van de flitser)
1
Zet de functiekiezer op I , = , q , .
of H .
De flitser wordt uitgeschakeld als u A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), n (Podiumbelichting), U (Kaarslicht) of
E (Museum) selecteert in de stand H (Scène). De ingebouwde flitser klapt niet uit als l (Nachtsnapshot) is geselecteerd in de stand H (Scène).
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en wordt opgeladen. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt b
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
4
Druk op het gedeelte dat wordt afgebeeld in de illustratie om de ingebouwde flitser in te klappen.
Kies tussen C (Auto ontladen flitser) en b (Handmatig ontsteken) door op K / i te drukken terwijl de ingebouwde flitser uitgeklapt is.
K-x_OPM.book Page 75 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Gebruik van de Handmatige flitsfunctie b , D
1
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit en wordt opgeladen. De stand b wordt gebruikt ongeacht de flitsfunctie-instellingen.
Wanneer de flitser volledig is opgeladen, wordt b in de zoeker weergegeven.
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt.
3
Duw de flitser omlaag om deze in te klappen.
Als de functiekiezer is ingesteld op a (Filtser UIT), klapt de ingebouwde flitser niet open, zelfs niet als u op de knop K / i drukt.
3
75
76
K-x_OPM.book Page 76 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Flitsen met anti rode ogen gebruiken
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen.
Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies.
Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen.
• Maak de omgeving lichter voor de opname.
• Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u een zoomobjectief gebruikt.
• Gebruik een flitser die anti rode ogen ondersteunt.
• Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera.
De functie tegen rode ogen van deze camera vermindert het rodeogeneffect door tweemaal te flitsen. Met anti rode ogen wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect afneemt.
Als u de functie Anti rode ogen wilt gebruiken in de Picture-stand of de stand H (Scène), selecteer dan D of F . Kies F of H in de andere standen.
K-x_OPM.book Page 77 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
77
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van de flitser op deze manier wordt fotograferen met daglichtsynchronisatie genoemd. Bij het fotograferen met daglichtsynchronisatie wordt de functie b (Handmatig ontsteken) gebruikt.
Opnamen maken
1 Klap de ingebouwde flitser handmatig uit en controleer of de flitsfunctie is ingesteld op E
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
3
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
Corrigeren van de flitsintensiteit
U kunt de flitsintensiteit wijzigen binnen een bereik van –2,0 tot +1,0.
Op basis van het stapinterval dat ingesteld is bij [1. LW-stappen] (p.114)
in het menu [ A Pers.instelling 1] kunt u de volgende flitscorrectiewaarden instellen.
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
Flitscorrectiewaarde
–2,0, –1,7, –1,3, –1,0, –0,7, –0,3, 0,0, +0,3, +0,7, +1,0
–2,0, –1,5, –1,0, –0,5, 0,0, +0,5, +1,0
K-x_OPM.book Page 78 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
78
3
Stel de flitscorrectiewaarde in door in het scherm [Flitsinstelling] aan de e-knop te draaien. Door op de knop | (Snelinstelling) te drukken, keert de flitsbelichtingscorrectie terug naar de standaardwaarde (0,0). (Alleen beschikbaar als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | (Snelinstelling) bij [Knop Snelinstelling] in het menu
[ A
Flitsinstelling
Handmatig ontsteken
MENU Annul.
+0.3
OK OK
• Wanneer de maximale flitsintensiteit wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
• Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
• Flitscorrectie werkt ook bij gebruik van een externe flitser die Automatisch
P-DDL-flitsen ondersteunen.
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen
U kunt de camera zo instellen dat opnamen kunnen worden gemaakt terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [16. Ontspant bij opladen] in op [Aan] in het menu [ A
Standaard staat de camera zo ingesteld dat geen foto’s kunnen worden gemaakt terwijl de flitser wordt opgeladen.
16.
Ontspant bij opladen
1
2
Uit
Aan
Ontspannen mogelijk tijdens opladen van ingebouwde flitser
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 79 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen weergeven
Opnamen weergeven
U kunt gemaakte opnamen weergeven op het scherm.
Gebruik de meegeleverde software “PENTAX Digital Camera Utility 4” om
1
Druk op de Q knop.
De weergavestand wordt geactiveerd en de laatst gemaakte opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de monitor (bij video wordt het eerste frame van de video weergegeven op de monitor).
Druk tijdens weergave op de knop
M om informatie weer te geven, bijvoorbeeld opnamegegevens van de weergegeven opname.
Zie p.27 voor informatie over weergave.
2
Druk op de vierwegbesturing
( 45 ).
4 : Geeft de vorige opname weer.
5 : Geeft de volgende opname weer.
3
79
Zie “Weergavefuncties” (p.209) voor verdere bijzonderheden over de
weergavefunctie.
K-x_OPM.book Page 80 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
80
3
Eén enkele opname wissen
U kunt één opname per keer wissen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. (p.231)
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt wissen met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Selecteer een bestandstype dat u wilt wissen bij opnamen gemaakt in de indeling RAW+.
JPEG wissen
RAW wissen
RAW+JPEG wissen
Alleen de JPEG-opname wordt gewist.
Alleen de RAW-opname wordt gewist.
Wist opnamen in beide bestandsindelingen.
4
Druk op de knop 4 .
De opname wordt gewist.
Wissen
Annuleren
Zie “Meerdere opnamen wissen” (p.227) voor het wissen van meerdere
opnamen in één keer.
OK OK
K-x_OPM.book Page 81 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Opnamefuncties
In dit hoofdstuk worden de elementaire en de geavanceerde opnamefuncties van de
a
besproken.
Werken met de opnamefuncties .........................82
De juiste opnamestand kiezen ............................88
Belichting instellen ..............................................93
Scherpstellen ...................................................... 119
Compositie, belichting en scherpstelling controleren vóór de opname (Voorbeeld) ........ 131
De functie Shake Reduction gebruiken om het effect van camerabeweging te voorkomen ...... 135
Continuopnamen maken ................................... 144
Opnamen maken met digitale filters ................ 148
Opnamen maken met Live weergave ............... 151
82
K-x_OPM.book Page 82 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Werken met de opnamefuncties
U kunt instellingen voor het maken van opnamen wijzigen met de richtingsknoppen, het bedieningspaneel en de menu’s
[ A Opnamemodus] en [ A Pers.instelling].
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.38) voor meer informatie over het werken
met de menu’s.
4
Items instellen met richtingsknoppen
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2345 ) of op de knop
4 om de volgende instellingen op te geven.
3
4
5
4
Knop
2
Onderdeel
Transportstand
Flitsinstelling
Witbalans
Functie
Selecteert Continuopname,
Zelfontspanner, Afstandsbediening of Belichtingsbracketing.
Hiermee stelt u de flitsmethode in.
Wijzigt de kleurbalans in overeenstemming met de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
Hiermee stelt u de ISO-waarde in.
Pagina
Gevoeligheid
Selecteer AFschrpstelpunt
Hiermee stelt u het scherpstelgebied in. p.124
K-x_OPM.book Page 83 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
83
Onderdelen van het menu Opnamemodus
De hieronder genoemde functies kunnen worden ingesteld in de menu’s van
[ A Opnamemodus 1-4].
Druk in de opnamestand op de knop 3 om het menu [ A Opnamemodus 1] op te roepen.
Menu
A 1
Onderdeel
Aangepaste opname*
Functie
Stelt de afwerking van de opname in met betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast voordat de opname wordt gemaakt.
Pagina
Bestandsindeling* Instellen van de bestandsindeling.
JPEG-resolutie*
Instellen van de opnamegrootte van
JPEG-opnamen.
JPEG kwaliteitsniveau*
Instellen van de opnamekwaliteit van
JPEG-opnamen.
Instelling D-range*
Objectiefcorrectie*
Het dynamisch bereik uitbreiden en over- en onderbelichte gebieden voorkomen.
Correctie van vervormingen en chromatische aberratie door vergroting die het gevolg zijn van eigenschappen van het objectief.
A 2
Digitaal filter*
HDR-opname*
Een digitaal filtereffect toepassen bij het maken van opnamen.
Opnamen maken met een groot dynamisch bereik.
Dubbelopnamen Functies van dubbelopnamen instellen.
AF-modus* Selecteert de autofocusstand.
Lichtmeting bij automatische belichting*
Selecteer AFschrpstelpunt*
Het gedeelte van de zoeker selecteren dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting.
Het gedeelte van de zoeker selecteren waarop moet worden scherpgesteld.
4
K-x_OPM.book Page 84 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
84
4
Menu Onderdeel
Video
Live weergave
Statusscherm
Functie
Videoinstellingen instellen.
De weergavefuncties voor Live weergave instellen.
De kleuren van de statusschermweergave instellen.
Pagina
A 3
Momentcontrole
Kleurruimte
RAW-formaat
Knop
Snelinstelling
De weergave voor Momentcontrole instellen.
De te gebruiken kleurruimte instellen.
De bestandsindeling instellen op RAWformaat bij het maken van opnamen.
De functie toewijzen die wordt geactiveerd als de knop | (Snelinstelling) wordt ingedrukt.
A 4
Geheugen
Stelt in dat de instellingen worden opgeslagen wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Shake Reduction* Schakelt de functie Shake Reduction in.
Invoer brandpuntsafstand
De brandpuntsafstand instellen bij het gebruik van een objectief dat niet automatisch objectiefinformatie kan doorgeven.
* Kan worden ingesteld op het bedieningspaneel.
K-x_OPM.book Page 85 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
85
Onderdelen van het menu Persoonlijke instelling
Stel de menu’s van [ A Pers.instelling 1-4] in om optimaal te profiteren van de functies van de spiegelreflexcamera.
Menu
A 1
Onderdeel
1. LW-stappen
2. Gevoeligheidsstappen
3. Uitgebreide gevoeligheid
4. Bedrijftijd lichtmtr
5. AE-L met AF lock
6. Koppelt belicht.+ AF
7. Volgorde A Bracketing
Functie
De aanpassingsstappen voor de belichting instellen.
De aanpassingsstappen voor de ISO-gevoeligheid instellen.
De onderste en bovenste gevoeligheidslimiet vergroten.
De bedrijftijd voor de belichtingsmeter instellen.
Instelling voor het vastzetten van de belichtingswaarde wanneer er is scherpgesteld.
Instelling voor het koppelen van de belichtingswaarde en het AF-punt in het scherpstelgebied bij meervlaksmeting.
De volgorde instellen voor het maken van opnamen met
Belichtingsbracketing.
Pagina
4
K-x_OPM.book Page 86 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
86
4
Menu
A 2
Onderdeel
8. WB bij flitsen
9. AWB bij lamplicht
10. AF/AE-L-knop
11. AF met afstandbediening
12. Afst bed bij tijdopname
13. Ruisonderdr lange sltrtijd
14. Ruisondr. hoge ISO
Functie
Instellen van de witbalans bij gebruik van de flitser.
Instellen of de kleurtoon van lamplicht al dan niet moet worden aangepast als de witbalans is ingesteld op F (Autom.
Witbalans).
Instellen welke functie wordt geactiveerd als op de knop
= / L wordt gedrukt.
Stelt in of Autofocus moet worden gebruikt bij het maken van opnamen met de afstandsbediening.
Instellen op welke manier de ontspanknop werkt bij gebruik van de afstandsbediening met de sluitertijd ingesteld op h : belichting starten door op de afstandsbediening eenmaal op de ontspanknop te drukken en de belichting stopzetten door op de afstandsbediening nogmaals op de ontspanknop te drukken, of belichten zolang op de afstandsbediening op de ontspanknop wordt gedrukt.
Stelt in of ruisonderdrukking moet worden gebruikt bij opnamen met een lange sluitertijd.
Instellen of ruis moet worden onderdrukt bij hoge ISO-waarden.
U kunt kiezen uit drie niveaus.
Pagina
–
K-x_OPM.book Page 87 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
87
Menu
A 3
A 4
ISO-wrd
Onderdeel
15. St niv RO hoge
16. Ontspant bij opladen
17. Draadloos flitsen
18. Rotatie-info opslaan
19. Auto opnamerotatie
20. Aan-/uitlampje
21. Catch-in focus
22. Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Functie
Ruisonderdrukking bij hoge ISOwaarden wordt geactiveerd als opnamen worden gemaakt met een gevoeligheid die hoger is dan de ingestelde gevoeligheid.
Instellen van de mogelijkheid om de sluiter te ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen.
Instellen van de flitsmethode van de ingebouwde flitser bij draadloze bediening.
Instellen of rotatie-informatie moet worden opgeslagen bij het maken van opnamen.
Instellen of tijdens weergave automatische rotatie van opname moet worden uitgevoerd.
Wijzigt de helderheid van het aan-/ uitlampje.
Indien deze functie ingesteld is op
[Aan] en [AF-modus] ingesteld is op f of l en een objectief met handmatige scherpstelling wordt gebruikt, is het maken van catch-in focus opnamen mogelijk en wordt de sluiter automatisch ontspannen op het moment dat scherp is gesteld op het onderwerp.
Instelling voor het al dan niet inschakelen van de ontspanknop wanneer de diafragmaring in een andere stand staat dan s .
Alle instellingen in de menu’s van
[ A Pers.instelling 1-4] resetten naar de standaardinstelling.
Pagina
4
88
K-x_OPM.book Page 88 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De juiste opnamestand kiezen
U kunt een opnamestand kiezen door een pictogram op de functiekiezer tegenover de functie-indicatie te zetten.
4
Functie-indicatie
De a is uitgerust met verschillende opnamefuncties, zodat u opnamen kunt maken die helemaal passen binnen uw visie op fotografie.
De camera is uitgerust met de volgende opnamestanden.
Opnamestand
Picture-stand
Stand
I (Autom. opname)/ = (Portret)/ s (Landschap)/ q (Macro)/ \ (Bewegend onderw.)/ .
(Portret bij nacht)/ a (Filtser UIT) (Bij het maken van opnamen met Live weergave kunt u ook d (Blauwe hemel) en K (Zonsondergang) selecteren.)
Pagina
H (Scène)
Belichtingsfunctie
A (Nachtopname)/ Q (Strand & sneeuw)/
K (Eten & drinken)/ K (Zonsondergang)/ n (Podiumbelichting)/ R (Kinderen)/ Y (Huisdier)/
U (Kaarslicht)/ E (Museum)/ l (Nachtsnapshot) e (Programma)/ K (Gevoeligheidsvoorkeuze)/ b (Sluitertijdvoorkeuze)/ c (Diafragmavoorkeuze)/ a (Handmatig)
Video C (Video)
K-x_OPM.book Page 89 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
89
Picture-stand
Stel de functiekiezer in op = , s , q , \ , .
of a als u in de stand I
(Autom. opname) de gewenste opname niet kunt maken.
De standen hebben de volgende kenmerken.
Stand
I Autom. opname
= s q
\
.
a
Portret
Landschap
Macro
Bewegend onderw.
Portret bij nacht
Filtser UIT
Kenmerken
De optimale opnamestand wordt automatisch gekozen uit de standen U (Stand.), = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderw.) en .
(Portret bij nacht). Bij het maken van opnamen met Live weergave kunt u ook d (Blauwe hemel) en K (Zonsondergang) selecteren.
Optimaal voor het maken van portretten. Produceert natuurlijke huidtinten.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt contouren en verzadiging van bomen en lucht, en zorgt voor een levendige opname.
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen en andere kleine onderwerpen op korte afstand.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp, zoals bij sportevenementen. De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname (snel)).
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond of tijdens de schemering.
De flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn gelijk aan U (Stand.) in I .
4
In de stand .
zal de camera, ook al wordt de flitser gebruikt, lange sluitertijden gebruiken zodat de achtergrond buiten het bereik van de flitser ook correct belicht op de opname komt ( 1
Lange-sluitertijdsync (p.164)). Gebruik de functie Shake
Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Als \ automatisch wordt geselecteerd in I , worden opnamen gemaakt met de transportstand die eerder was ingesteld.
K-x_OPM.book Page 90 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
90
4
H
-stand
Als u de functiekiezer op de stand H (Scène) zet, kunt u kiezen uit de volgende 10 scènes.
Stand
A Nachtopname
Q Strand & sneeuw
K Eten & drinken
K Zonsondergang n Podiumbelichting
R Kinderen
Y Huisdier
U Kaarslicht
E Museum l Nachtsnapshot
Kenmerken
Voor nachtopnamen. Gebruik een statief o.i.d om beweging te voorkomen.
Voor opnamen van verblindende achtergronden, zoals besneeuwde bergen.
Opnamen van voedsel. Hoge kleurverzadiging voor aantrekkelijke weergave.
Voor opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie kleuren.
Voor opnamen van bewegende onderwerpen onder slechte belichtingsomstandigheden.
Voor het maken van opnamen van bewegende kinderen.
Produceert natuurlijke huidtinten. De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname (snel)).
Voor het maken van opnamen van huisdieren. De transportstand is vast ingesteld op g (Continuopname
(snel)).
Voor opnamen bij kaarslicht.
Voor opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
Voor opnamen onder slechte belichtingsomstandigheden.
De flitser wordt uitgeschakeld in de opnamestanden A , K , n , U , en E .
Gebruik de functie Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
K-x_OPM.book Page 91 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Een opnamescène selecteren
1
Zet de functiekiezer op H .
Het statusscherm van de scènestanden wordt weergegeven.
2
Druk op de knop M .
Op het bedieningspaneel wordt het pictogram van de op dat moment geselecteerde opnamestand weergegeven.
ISO
AUTO
1/ 15
1600
AWB
-3 2 1 1 2 +3
AF.A
F 4.0
ISO
JPEG 12
M
[ 123 ]
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [Scènemodus] te selecteren en druk op de knop
4 .
Het scherm voor keuze van de scène verschijnt.
Scènemodus
Nachtopname
HDR
OFF
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
4
Selecteer met de vierwegbesturing ( 2345 ) of e-knop de gewenste scène.
SCN
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
De camera keert terug naar het bedieningspaneel en is gereed voor het maken van een opname.
4
91
92
K-x_OPM.book Page 92 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Als u op de knop 3 drukt terwijl de functiekiezer in de stand H (Scène) staat, wordt het menu [ H Scène] weergegeven.
U kunt de scène ook selecteren in het menu
[ H Scène].
Nachtopname
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen
MENU Einde
4
Belichtingsfunctie
Gebruik de belichtingsfuncties om de gevoeligheid, de sluitertijd en het diafragma aan te passen, zodat u opnamen kunt maken die helemaal passen binnen uw visie op fotografie.
Stand e Programma
K Gevoeligheidsvoorkeuze b Sluitertijdvoorkeuze c Diafragmavoorkeuze a Handmatig
Kenmerken
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld in overeenstemming met Programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Pagina
Stelt de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch in voor de juiste belichting in overeenstemming met de ingestelde gevoeligheid.
Een sluitertijd kiezen voor het bevriezen of juist benadrukken van bewegingen van het onderwerp.
Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of onderwerpen die lijken te bewegen.
Instelling van het gewenste diafragma voor controle over de scherptediepte.
Gebruik deze instelling voor een onscherpe of scherpe achtergrond.
Instelling van sluitertijd en diafragma voor het maken van creatieve opnamen.
K-x_OPM.book Page 93 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Belichting instellen
93
Effect van diafragma en sluitertijd
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijddiafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte sluitertijddiafragmacombinaties mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren.
Effect van sluitertijd
Met het wijzigen van de sluitertijd kunt u bepalen hoe tijd wordt uitgedrukt in de opnamen die u maakt. In tegenstelling tot het beeld dat het blote oog vangt, kan in een opname een fractie van een seconde, maar ook een heel tijdsverloop worden vastgelegd, zodat de opname een heel andere uitstraling krijgt.
Gebruik van de functie b (Sluitertijdvoorkeuze).
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging
(bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen.
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen.
4
K-x_OPM.book Page 94 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
94
Effect van diafragma
Met het wijzigen van het diafragma bepaalt u de diepte van het gebied dat op een opname scherp wordt weergegeven (de scherptediepte). Door scherp te stellen op een punt dat u wilt benadrukken, of juist scherp te stellen op een groot gebied, kunt u grote invloed uitoefenen op de uitstraling van de opname.
Gebruik de functie c (Diafragmavoorkeuze).
4
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
Het diafragma sluiten
(diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp.
K-x_OPM.book Page 95 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
95
Diafragma en Scherptediepte
De volgende tabel laat zien hoe de instelling voor diafragma van invloed is op de scherptediepte.
De scherptediepte is ook afhankelijk van het gebruikte objectief en de afstand tot het onderwerp.
Diafragma
Scherptediepte
Scherptegebied
Brandpuntsafstand objectief
Afstand tot onderwerp
Open (kleinere waarde)
Klein
Smal
Langer (Teleopname)
Dichtbij
Dicht
(grotere waarde)
Groot
Groothoek
Korter
(Groothoek)
Veraf
• De scherptediepte van de a is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één diafragmawaarde lager gebruiken (het scherpstelbereik wordt kleiner).
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
4
Gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of tussen ISO 200 en 6400. De standaardinstelling is [AUTO].
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Gevoeligheid] wordt weergegeven.
K-x_OPM.book Page 96 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
96
4
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [AUTO-instelling] of
[Vaste waarde] te selecteren.
Gevoeligheid
AUTO-instelling
ISO
AUTO
200 1600
ISO
200
MENU Annul.
OK OK
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om de ISO-gevoeligheid te wijzigen.
Wijzig voor ISO AUTO de maximale gevoeligheid.
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• Als n (Podiumbelichting)/ l (Nachtsnapshot) in de stand H (Scène) of C (Video) wordt geselecteerd, wordt de gevoeligheid vast ingesteld op AUTO en kan deze niet worden gewijzigd.
• Als de functiekiezer ingesteld is op K (Gevoeligheidsvoorkeuze) of a (Handmatig), wordt [AUTO-instelling] niet weergegeven.
• Het gevoeligheidsbereik kan worden uitgebreid naar een bereik van ISO 100 tot 12800 als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu [ A Pers.instelling 1]
(p.85) ingesteld is op [Aan]. In dit geval gelden de volgende beperkingen.
- Als de gevoeligheid ingesteld is op ISO 100, zullen er meer heldere gebieden in de opname zijn.
- Als [Hooglichtcorrectie] is ingesteld op [Aan] (p.199), is de minimale
waarde voor gevoeligheid ISO 200.
• Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
U kunt ruis terugdringen door [14. Ruisondr. hoge ISO] te selecteren in het menu [ A
• U kunt instellen of de gevoeligheid moet worden vergrendeld met stappen
van 1 LW of moet worden gecoördineerd met de LW-stappen (p.114) bij
[2. Gevoeligheidsstappen] in het menu [ A
K-x_OPM.book Page 97 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Dynamisch bereik uitbreiden
Het dynamisch bereik is het getal waarmee het lichtniveau wordt aangeduid dat door de CMOS-sensorpixels wordt uitgedrukt van lichte tot donkere gebieden. Hoe groter het getal, des te beter wordt het hele bereik tussen licht en donker weergegeven op de opname.
Door het dynamische bereik te vergroten, kunt u het lichtniveau uitbreiden dat door de CMOS-sensorpixels wordt uitgedrukt, zodat overbelichting minder gemakkelijk voorkomt op de opname.
U kunt het dynamisch bereik uitbreiden met [Instelling D-range] in het menu [ A
97
4
98
K-x_OPM.book Page 98 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Ruisonderdrukking
Bij het maken van opnamen met een digitale camera doet zich beeldruis
(ruwe of ongelijkmatige opnamen) voor in de volgende situaties.
- Opnamen maken met een lange belichting
- Opnamen maken met een hoge gevoeligheidsinstelling
- Als de temperatuur van de CMOS-sensor hoog is
U kunt ruis terugdringen met behulp van ruisonderdrukking. Het duurt echter langer om opnamen op te slaan die worden gemaakt met ruisonderdrukking.
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd
Onderdrukt ruis bij lange belichtingstijden.
Selecteer [Aan] of [Uit] bij [13. Ruisonderdr lange sltrtijd] in het menu
[ A
1 Aan
2 Uit
De camera bepaalt de opnameomstandigheden voor sluitertijd, gevoeligheid en interne temperatuur, en past op basis daarvan automatisch ruisonderdrukking toe waar nodig.
Reduceert ruis alleen als de sluiter langer dan 30 seconden openstaat.
* Als de belichtingstijd langer is dan 30 seconden, wordt de maximale gevoeligheid ingesteld op ISO 3200 en ruisonderdrukking automatisch geactiveerd.
Ruisonderdrukking bij hoge ISO NR
Onderdrukt ruis bij hoge (ISO-)waarden voor gevoeligheid.
Selecteer [Normaal], [Zwak], [Sterk] of [Uit] bij [14. Ruisondr. hoge
ISO] in het menu [ A
Pers.instelling 2] (p.85). U kunt de gevoeligheid
wijzigen vanaf wanneer ruisonderdrukking wordt geactiveerd bij [15.
St niv RO hoge ISO-wrd] in het menu [ A
1 ISO 800
2 ISO 400
3 ISO 1600
4 ISO 3200
Ruisonderdrukking wordt geactiveerd als de gevoeligheid hoger is dan ISO 800. (Standaardinstelling)
Ruisonderdrukking wordt geactiveerd als de gevoeligheid hoger is dan ISO 400.
Ruisonderdrukking wordt geactiveerd als de gevoeligheid hoger is dan ISO 1600.
Ruisonderdrukking wordt geactiveerd als de gevoeligheid hoger is dan ISO 3200.
* Als de gevoeligheid ingesteld is op ISO 6400 of hoger, wordt ruisonderdrukking automatisch geactiveerd.
K-x_OPM.book Page 99 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
99
De belichtingsfunctie wijzigen
Deze camera heeft de volgende vijf belichtingsfuncties. Gebruik de
functiekiezer om de belichtingsfunctie te wijzigen. (p.88)
Bij elke belichtingsfunctie zijn de volgende instellingen mogelijk.
b
Belichtingsfunctie
Sluitertijdvoorkeuze c
Diafragmavoorkeuze
Beschrijving e
Programma
K
Gevoeligheidsvoorkeuze
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld in overeenstemming met
Programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Stelt de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch in voor de juiste belichting in overeenstemming met de ingestelde gevoeligheid.
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van bewegende onderwerpen.
Instelling van het diafragma voor controle over de scherptediepte.
Belichtingscorrectie
Sluitertijd wijzigen
Diafragma wijzigen
Gevoeligheid wijzigen
Pagina z z z z
#*
× z
×
#*
×
× z z
Anders dan
AUTO z z
a
Handmatig
Instelling van sluitertijd en diafragma voor het maken van creatieve opnamen.
× z z
Anders dan
AUTO
* U kunt [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] zo instellen dat de sluitertijd
en/of het diafragma kunnen worden gewijzigd met de e-knop. (p.101)
4
Gebruik van een objectief met een diafragmaring
Zet het diafragma op de stand s
(AUTO) terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
K-x_OPM.book Page 100 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
100
Gebruik van de functie e (Programma)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld in overeenstemming met Programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
U kunt de e-knop ook gebruiken om de sluitertijd en het diafragma
te wijzigen terwijl de juiste belichting blijft gehandhaafd (p.101).
1
Zet de functiekiezer op e .
4
2
Draai, terwijl u de knop m c indrukt, aan de e-knop om de belichting te wijzigen.
De belichtingscorrectiewaarde wordt weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
P
ISO
AUTO
1/ 125
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
Belichtingscorrectiewaarde
K-x_OPM.book Page 101 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• De belichtingscorrectiewaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd en diafragmawaarde
wellicht niet verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld is op [AUTO] (p.95).
101 e-knop in Programma
U kunt instellen welke actie door de e-knop moet worden uitgevoerd als de stand e is gekozen. Stel deze functie in bij [Knop Snelinstelling] in het menu
[ A Opnamemodus 4]. (Dit kan alleen als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop |
Als de knop | (Snelinstelling) wordt ingedrukt nadat u aan de e-knop heeft gedraaid, keert de camera terug naar de stand e .
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus e-knop in Programma
P SHIFT
Tv
Av
OFF
Wijzigen van de combinatie van diafragma en sluitertijd voor juiste belichting
MENU Annul.
OK OK
P SHIFT
Stelt de sluitertijd en het diafragma automatisch zo in dat een juiste belichting wordt verkregen (Program shift). (Standaardinstelling) b c
OFF
Stelt de sluitertijd in.
Stelt het diafragma in.
Maakt bediening via de e-knop onmogelijk als het programma met automatische belichting is gekozen.
4
K-x_OPM.book Page 102 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
102
De stand K (Gevoeligheidsvoorkeuze) gebruiken
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de belichting van het onderwerp.
Sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld overeenkomstig de ingestelde gevoeligheid voor een juiste belichting.
1
Zet de functiekiezer op K .
4
2
Draai aan de e-knop om de gevoeligheid te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Sv
1/
ISO
30
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
• U kunt de gevoeligheid instellen op waarden die overeenkomen met ISO 200 tot ISO 6400. [AUTO] is niet beschikbaar.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de
belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.113)
• De gevoeligheid kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
K-x_OPM.book Page 103 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De stand b (Sluitertijdvoorkeuze) gebruiken
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging van bewegende onderwerpen. Bij het maken van opnamen van snel bewegende onderwerpen kunt u met een kortere sluitertijd het onderwerp bevriezen en met een langere sluitertijd de beweging van het onderwerp laten zien.
Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld voor de juiste belichting.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.93)
1
Zet de functiekiezer op b .
4
103
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen een bereik van 1/6000 tot 30 seconden.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Tv
1/ 125
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
104
K-x_OPM.book Page 104 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de
belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.113)
• De sluitertijd kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu [ A Pers.instelling 1].
• De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd wellicht niet
verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld is op [AUTO] (p.95).
4
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in het statusscherm en in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd. Wanneer de diafragmawaarde ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Gebruik een (in de handel verkrijgbaar) “ND (Neutrale densiteit)-filter”
(p.326) als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als
het onderwerp te donker is.
De c (Diafragmavoorkeuze) gebruiken
Stel het diafragma in om de scherptediepte aan te passen.
De scherptediepte is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld.
De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.93)
1
Zet de functiekiezer op c .
K-x_OPM.book Page 105 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2
Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
Av
1/ 30
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
4
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om de belichtings-
correctiewaarde te wijzigen. (p.113)
• Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De juiste belichting wordt met de geselecteerde diafragmawaarde wellicht
niet verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld is op [AUTO] (p.95).
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in het statusscherm en in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleiner diafragma (hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken bij de juiste belichting.
Gebruik een (in de handel verkrijgbaar) “ND (Neutrale densiteit)-filter”
(p.326) als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het
onderwerp te donker is.
105
K-x_OPM.book Page 106 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
106
De a (Handmatige belichting) gebruiken
U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte
(donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1
Effect van diafragma en sluitertijd (p.93)
1
Zet de functiekiezer op a .
4
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen een bereik van 1/6000 tot 30 seconden.
K-x_OPM.book Page 107 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om het diafragma te wijzigen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm en de zoeker.
In het statusscherm wordt de e-knopindicator weergegeven naast de sluitertijd of het diafragma, afhankelijk van welke waarde wordt aangepast.
De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting (LW-waarde) in de zoeker weergegeven. De juiste belichting is ingesteld wanneer [0.0] verschijnt.
M
ISO
1/ 125
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
Afwijking van de juiste belichting
• Als de gevoeligheid ingesteld is op [AUTO] en de functiekiezer ingesteld wordt op a , wordt de gevoeligheid ingesteld op de laatst ingestelde waarde.
• De sluitertijd en het diafragma kunnen worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• Het diafragma kan ook worden gewijzigd door eenmaal op de knop m c te drukken, de knop los te laten en aan de e-knop te draaien. In dit geval wordt het diafragma ingesteld als de knop m c nogmaals ingedrukt wordt
of wanneer de lichtmeettijd (p.113) verstrijkt.
4
107
108
K-x_OPM.book Page 108 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Belichtingswaarschuwing
In de zoeker gaat de belichtingscorrectiewaarde knipperen als tijdens wijziging van de sluitertijd of het diafragma het verschil met de juiste belichting ±3,0 of groter wordt.
4
Het belichtingsgeheugen gebruiken
Als [10. AF/AE-L-knop] in het menu [ A Pers.instelling 2] wordt ingesteld op [Belichtingsgeheugen], kunt u op de knop = / L drukken om de belichtingswaarde in het geheugen vast te houden
Voorbeeld) Als de sluitertijd 1/125 sec. en het diafragma F5.6 is en deze instellingen zijn vergrendeld met de knop
= / L , wordt het diafragma automatisch gewijzigd in F11 als de sluitertijd met de e-knop wordt gewijzigd in 1/30 sec.
K-x_OPM.book Page 109 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Actie in de stand a
U kunt instellen welke functie de knop |
(Snelinstelling) heeft als de camera in de stand a staat. Stel deze functie in bij [Knop Snelinstelling] in het menu
[ A Opnamemodus 4]. (Dit is alleen mogelijk als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop
|
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus e-knop in Programma
P LINE
TvSHIFT
AvSHIFT
OFF
Stelt diafragma en sluitertijd in op programmalijn
MENU Annul.
OK OK
P LINE
Tv SHIFT
Av SHIFT
UIT
Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch ingesteld in overeenstemming met Programmalijn voor het maken van opnamen met de juiste belichting. (Standaardinstelling)
De sluitertijd wordt ingesteld terwijl het diafragma vast ingesteld blijft voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Het diafragma wordt ingesteld terwijl de sluitertijd vast ingesteld blijft voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
De knop | kan niet worden gebruikt als de functiekiezer ingesteld is op a .
Tijdopname gebruiken
Deze instelling is geschikt voor het maken van nacht- en vuurwerkopnamen met een lange belichting.
1
Zet de functiekiezer op a .
4
109
K-x_OPM.book Page 110 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
110
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd in te stellen op h .
h wordt weergegeven na de langste sluitertijd (30 sec).
M
ISO
Bulb
200
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
37 ] JPEG 12
M
3
Druk op de ontspanknop.
De sluiter blijft open zo lang de ontspanknop wordt ingedrukt.
[
4
Belichtingscorrectie, Continuopname en Belichtingsbracketing zijn bij tijdopnamen niet beschikbaar.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt om het diafragma
• Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld bij het maken van tijdopnamen.
• Gebruik een stevig statief om camerabeweging te voorkomen bij het maken van tijdopnamen.
• Om de ontspanknop van de afstandsbediening te gebruiken, stelt u deze functie in bij [12. Afst bed bij tijdopname] in het menu [ A Pers.instelling 2].
• U kunt beeldruis (ruwe of ongelijkmatige beelden) reduceren die wordt veroorzaakt door een lange sluitertijd. Stel deze functie in bij [13.
Ruisonderdr lange sltrtijd] in het menu [ A
• Als de gevoeligheid ingesteld is op [AUTO] en de sluitertijd ingesteld wordt op h , wordt de gevoeligheid ingesteld op de laatst ingestelde waarde.
• De bovengrens voor gevoeligheid bij tijdopnamen is ISO 1600.
• Er is geen bovengrens voor de belichtingstijd bij tijdopnamen. We raden u echter aan de optionele netvoedingsadapterset K-AC84 te gebruiken als u opnamen maakt met een lange belichtingstijd omdat de batterijen worden
gebruikt als de sluiter openstaat. (p.46)
K-x_OPM.book Page 111 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De lichtmeetmethode selecteren
Selecteer het gedeelte van de zoeker dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting. De volgende drie methoden zijn mogelijk.
L
M
N
Meervlaks
Centraal
Spotmeting
De zoeker wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald.
(Standaardinstelling)
De hele zoeker wordt gemeten met nadruk op het midden, en de belichting wordt bepaald.
Alleen een plaats in het midden van de zoeker wordt gemeten, en de belichting wordt bepaald.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Autom. lichtmeting] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Autom. lichtmeting
Meervlaks
HDR
OFF
Het scherm [Autom. lichtmeting] verschijnt.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
3
Selecteer een lichtmeetmethode met de vierwegbesturing ( 45 ).
Autom. lichtmeting
Meervlaks
4
111
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A Opnamemodus 2].
OK OK
K-x_OPM.book Page 112 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
112
4
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals de afbeelding laat zien.
Zelfs bij opnamen met tegenlicht wordt bij deze functie automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte van het beeld heeft en wordt de belichting dienovereenkomstig aangepast.
De methode voor meervlaks lichtmeting is niet beschikbaar bij het gebruik van andere objectieven dan DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F of A-objectieven, of als de diafragmaring in een andere positie staat dan s .
AE-punt koppelen aan de automatische scherpstelling tijdens meervlaks lichtmeting
Bij [6. Koppelt belicht.+ AF] in het menu [ A
Pers.instelling 1] (p.85) kunt
u de belichting koppelen aan het AF-punt tijdens meervlaks lichtmeting.
1 Uit
De belichting wordt onafhankelijk van het AF-punt ingesteld.
(Standaardinstelling)
2 Aan De belichting wordt op basis van het AF-punt ingesteld.
Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken
De meting legt de nadruk op het midden van de zoeker. Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch opnamen met tegenlicht.
K-x_OPM.book Page 113 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
113
Spotmeting gebruiken
Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein vak in het midden van de zoeker gemeten, zoals de afbeelding laat zien.
U kunt deze functie combineren met het
belichtingsgeheugen (p.115) wanneer
het onderwerp uitzonderlijk klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is.
De meettijd instellen
U kunt de tijd voor lichtmeting instellen op [10 sec] (standaardinstelling),
[3 sec] of [30 sec] bij [4. Bedrijftijd lichtmtr] in het menu
[ A
4
Belichting corrigeren
Hiermee kunt u met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken.
U kunt voor de belichtingsstappen kiezen tussen 1/3 EV en 1/2 EV bij [1. LW-stappen] in het menu [ A Pers.instelling 1].
U kunt de belichtingscorrectie instellen tussen –3 en +3 (LW).
1
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt.
De belichting wordt aangepast.
m c -knop
114
K-x_OPM.book Page 114 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM m wordt tijdens de correctie weergegeven in het statusscherm en in de zoeker.
Av
1/
ISO
AUTO
30
400
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 4.5
ISO
JPEG 12
M
[ 37 ]
4
Correctiewaarde
• Belichtingscorrectie is niet beschikbaar als de functiekiezer in de stand a (Handmatig) staat.
• De belichtingscorrectie wordt niet geannuleerd door de camera uit te zetten of een andere opnamestand te selecteren.
• Als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | (Snelinstelling) bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A
de correctiewaarde teruggezet naar 0.0 als u op de knop | drukt.
• U kunt de belichtingscorrectie ook wijzigen door eenmaal op de knop m c te drukken, de knop los te laten en aan de e-knop te draaien. In dit geval wordt de belichtingscorrectie ingesteld als nogmaals op de knop m c
wordt gedrukt of de meettijd (p.113) verstrijkt.
De belichtingsstappen wijzigen
Selecteer de belichtingsstappen bij [1. LW-stappen] in het menu
[ A
Pers.instelling 1] (p.85). Kies
hierbij tussen 1/3 LW en 1/2 LW.
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
1.
LW-stappen
1
2
1/3 LW Stap
1/2 LW Stap
Stappen belichting ingesteld op 1/3 LW
MENU Annul.
Belichtingswaarde
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0, ±2,3, ±2,7, ±3,0
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0, ±2,5, ±3,0
OK OK
K-x_OPM.book Page 115 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Belichting vergrendelen alvorens een opname te maken
(Belichtingsgeheugen)
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een goede lichtmeting niet mogelijk is.
1
Selecteer [Belichtingsgeheugen] bij [10. AF/AE-L-knop] in het menu [ A Pers.instelling 2].
10.
AF/AE-L-knop
1
2
3
4
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
Vergrendelt belichtingsw.
als op AF/AE-L-knop wordt gedrukt
MENU Annul.
OK OK
2
Druk op de knop = / L .
De camera vergrendelt de belichting
(helderheid) van dat moment.
@ staat aangegeven in het statusscherm en de zoeker wanneer het belichtingsgeheugen is geactiveerd.
4
115
116
K-x_OPM.book Page 116 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
• De belichting wordt zo lang vastgehouden als op de knop = / L wordt gedrukt of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
De belichting wordt in het geheugen vastgehouden gedurende een periode
van 0,5× tot 2× de lichtmeettijd (p.113), zelfs nadat u uw vinger van
de knop = / L haalt.
• Er klinkt een geluidssignaal wanneer de knop = / L wordt ingedrukt.
Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.257)
• Belichtingsgeheugen is niet beschikbaar als de sluitertijd is ingesteld op h .
• Als u één van de volgende handelingen verricht, wordt het
Belichtingsgeheugen weer gewist.
- U drukt nogmaals op de knop = / L
- U drukt op een van de knoppen Q , 3 of M
- U draait aan de functiekiezer
- U verwisselt het objectief
- Een objectief met een diafragmastand s (Auto) wordt in een andere stand gezet
• Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie.
De belichtingswaarde verandert echter niet en de opname wordt gemaakt met het ingestelde helderheidsniveau als het belichtingsgeheugen wordt geactiveerd.
• De belichting kan worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. Stel deze functie in bij [5. AE-L met AF lock] in het menu
[ A
Automatisch belichting wijzigen tijdens het maken van opnamen (Belichtingsbracketing)
U kunt drie continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie).
Normale belichting Onderbelichting Overbelichting
K-x_OPM.book Page 117 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
U kunt [7. Volgorde A Bracketing] instellen in het menu [ A Pers.instelling 1]
1 0 - + Standaard ´ Onderbelicht ´ Overbelicht (standaardinstelling)
2 - 0 + Onderbelicht ´ Standaard ´ Overbelicht
3 + 0 Overbelicht ´ Standaard ´ Onderbelicht
4 0 + Standaard ´ Overbelicht ´ Onderbelicht
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om l (Belichtingsbracketing) te selecteren.
Transportstand
Belichtingsbracketing
117
4
3 2 1 1 2 3
±0.5EV
MENU Annul.
3
Draai aan de e-knop om de waarde voor belichtingscorrectie in te stellen.
OK OK
U kunt de volgende compensatiewaarden instellen overeenkomstig
het stappeninterval dat u hebt ingesteld bij [1. LW-stappen] (p.114)
in het menu [ A Pers.instelling 1].
Stapinterval
1/3LW
1/2LW
Compensatiewaarde
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0, ±2,3, ±2,7, ±3,0
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0, ±2,5, ±3,0
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie ] wordt weergegeven in de zoeker, en de belichtingscorrectiewaarde wordt weergegeven in het statusscherm en de zoeker op het moment dat scherp is gesteld.
K-x_OPM.book Page 118 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
118
4
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Blijf op de ontspanknop drukken totdat drie opnamen zijn gemaakt.
Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt in de volgorde die is ingesteld bij [7. Volgorde A Bracketing] in het menu [ A Pers.instelling 1].
• Belichtingsbracketing is niet beschikbaar in \ (Bewegend onderw.) van de
Picture-stand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Belichtingsbracketing is niet beschikbaar als de sluitertijd ingesteld is op h .
• Belichtingsbracketing en Dubbelopnamen kunnen niet worden gecombineerd. De laatst ingestelde stand wordt gebruikt.
• Wanneer [AF-modus] ingesteld is op l (Eén opname), wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
• Als u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens Belichtingsbracketing, blijft de belichtingsinstelling twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor
de lichtmeting (de standaardinstelling is 20 seconden) (p.113) en kunt u
een opname maken met de volgende correctiewaarde. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na een tijdsduur van circa twee keer die van de timer-instelling gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname.
• U kunt Belichtingsbracketing combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter het risico dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken
U kunt de functie Belichtingsbracketing combineren met de
belichtingscorrectie (p.113) om alleen onderbelichte of overbelichte
opnamen te maken. In beide gevallen wordt voor Belichtingsbracketing de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt (tot max. ±3 LW).
K-x_OPM.book Page 119 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Scherpstellen
U kunt op de volgende manieren scherpstellen.
=
\
Autofocus
Handmatig scherpstellen
De camera stelt automatisch scherp op het onderwerp wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
Stel handmatig scherp.
Autofocus gebruiken
U kunt voor de autofocus ook een keuze maken uit l (Eén opname), waarbij de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om scherp te stellen op het onderwerp en de scherpstelling op die stand wordt vastgehouden, k (Continu), waarbij continu wordt scherpgesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden, en f (Auto) waarbij automatisch wordt gewisseld tussen l en k . De standaardinstelling is f .
1 De AF-modus instellen (p.122)
1
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
4
119
MF
AF
K-x_OPM.book Page 120 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
120
2
Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
4
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, verschijnt de scherpstelindicatie ] en klinkt er een geluidssignaal. (Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden scherpgesteld (p.69)
Scherpstelindicatie
De knop = / L gebruiken om scherp te stellen op het onderwerp
U kunt de camera zo instellen dat er wordt scherp gesteld wanneer u op de knop = / L drukt. Gebruik deze instelling als u geen behoefte hebt aan automatisch scherpstellen bij het tot halverwege indrukken van de ontspanknop.
1
Selecteer [AF1 inschakelen] of
[AF2 inschakelen] bij [10. AF/AE-
L-knop] in het menu
[ A Pers.instelling 2].
10.
AF/AE-L-knop
1
2
3
4
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
AF wordt uitgevoerd als op AF/AE-L-knop wordt gedrukt
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 121 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1 AF1 inschakelen
2 AF2 inschakelen
3 AF uitschakelen
Er wordt automatisch scherp gesteld met behulp van de knop = / L of de ontspanknop. (Standaardinstelling)
Er wordt alleen automatisch scherp gesteld wanneer u op de knop = / L drukt, en niet wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
\ wordt weergegeven in de zoeker terwijl u op de knop = / L drukt. Automatisch scherpstellen wordt niet geactiveerd als u de ontspanknop indrukt. (Laat de knop
= / L los om terug te keren naar de normale autofocusstand.)
4 Belichtingsgeheugen
De belichtingsinstelling wordt vergrendeld als u de knop = / L
2
Druk op de knop = / L .
Er wordt automatisch scherpgesteld.
4
121
K-x_OPM.book Page 122 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
122
4
De AF-modus instellen
U kunt kiezen tussen de volgende drie autofocusstanden.
f
Auto l
Eén opname k
Continu
Schakelt automatisch tussen de standen l en k , afhankelijk van het onderwerp. (Standaardinstelling)
• [AF-modus] is vast ingesteld op f in de stand I (Autom. opname).
• Zelfs als f is geselecteerd, wordt [AF-modus] vast ingesteld op l als opnamen worden gemaakt met Live weergave en de functiekiezer op e , K , b , c of a staat.
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, wordt de scherpstelling in die stand vastgehouden.
• De scherpstelling wordt vergrendeld terwijl de scherpstelindicatie
] in de zoeker wordt weergegeven. Als u op een ander onderwerp scherp wilt stellen, laat u de ontspanknop eerst los en drukt u de ontspanknop vervolgens opnieuw halverwege in.
• De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp. Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp kan worden
• Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, gaat de ingebouwde flitser automatisch een aantal keer af, waardoor het gemakkelijker is op het onderwerp scherp te stellen als het onderwerp zich in een donker gebied bevindt en de ingebouwde flitser beschikbaar is.
Er wordt continu scherpgesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
Zelfs als niet is scherpgesteld op het onderwerp, kan de sluiter ontspannen wanneer de ontspanknop helemaal wordt ingedrukt.
• Alleen beschikbaar als de functiekiezer op e , K , b , c of a staat.
• [AF-modus] is vast ingesteld op k bij \ (Bewegend onderw.) van de Picture-stand en bij n (Podiumbelichting), R (Kinderen),
Y (Huisdier) en l (Nachtsnapshot) van de stand H (Scène).
• Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, of als de knop = / L wordt gebruikt om scherp te stellen, volgt de camera het onderwerp automatisch als is vastgesteld dat het een bewegend onderwerp is.
• De ingebouwde flitser gaat niet meerdere keren af.
K-x_OPM.book Page 123 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Zet de scherpstelfunctieknop op = .
2
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
3
Kies [AF-modus] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
AF-modus
AF.A
HDR
OFF
Het scherm [AF-modus] verschijnt.
AF.A
JPEG 12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een AF-modus te selecteren.
AF-modus
AF.S
AF.C
123
4
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• [AF-modus] kan niet worden gewijzigd in de Picture-stand en de stand H
(Scène).
• Stel de camera altijd in op l als u gebruik maakt van het Quick-Shift
Focussysteem op een DA-objectief.
K-x_OPM.book Page 124 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
124
4
Het scherpstelgebied selecteren (AF-punt)
Selecteer het gedeelte van de zoeker waarop u scherp wilt stellen.
b
Auto (5 AFpunten) c
Auto (11 AFpunten)
S Selecteren
O Spotmeting
De camera selecteert uit 5 AF-punten het optimale AFpunt, zelfs als het onderwerp niet in het midden staat.
(Standaardinstelling)
De camera selecteert uit 11 AF-punten het optimale AFpunt, zelfs als het onderwerp niet in het midden staat.
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het door u geselecteerde punt van een van de elf punten in het
AF-gebied.
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het midden van de zoeker.
1
Druk op de knop 4 in de opnamestand.
Het scherm [Selecteer AF-punt] verschijnt.
2
Selecteer met de e-knop het AF-punt.
Selecteer AF-punt
AUTO
OK OK MENU Annul.
3
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• Het scherpstelgebied kan ook worden ingesteld met het bedieningspaneel.
• Het AF-punt wordt ongeacht deze instelling vergrendeld op O bij het gebruik van objectieven anders dan de typen DA, DA L, D FA, FA J, FA of F.
K-x_OPM.book Page 125 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De scherpstelpositie instellen in het AF-kader
1
Stel het AF-punt in op S en druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Selecteer AF-punt
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om het AF-punt te wijzigen.
MENU Annul.
Selecteer AF-punt
OK OK
4
3
Druk op de 4 -knop.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
MENU Annul.
OK OK
125
Het geselecteerde AF-punt wordt weergegeven in het statusscherm.
1/ 20
800
-3 2 1 1 2 +3
AWB
AF.A
F 5.6
ISO
JPEG 12
M
[
OK
37 ]
• Het scherm in stap 2 verschijnt als u op de knop | (Snelinstelling) drukt terwijl het statusscherm wordt weergegeven en [Centraal AF-punt] is toegewezen aan de knop | bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4].
• De gewijzigde positie van het AF-punt wordt opgeslagen zelfs als de camera wordt uitgeschakeld of wanneer het scherpstelgebied wordt ingesteld op b , c of O .
K-x_OPM.book Page 126 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
126
4
De scherpstelling vergrendelen
(Scherpstelling vergrendelen)
Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelgebied valt, kan de camera niet automatisch scherpstellen op het onderwerp. In deze situatie zet u de [AF-modus] op l (Eén opname). U kunt het scherpstelgebied op het onderwerp richten, de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen.
1
Stel [AF-modus] in op l .
2
Kader het onderwerp in de zoeker uit.
Voorbeeld) Er wordt scherp gesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon.
3
Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, verschijnt de scherpstelindicatie ] en klinkt er een geluidssignaal.
(Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp).
4
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden.
K-x_OPM.book Page 127 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in.
• De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ] wordt weergegeven.
• Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
• U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherpgesteld, uitschakelen. (p.257)
• U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer [AF-modus] is ingesteld op k (Continu), de Picture-stand is ingesteld op \ (Bewegend onderw.) of H (Scène) is ingesteld op n (Podiumbelichting), R (Kinderen), Y
(Huisdier) of l (Nachtsnapshot). In die gevallen zal de autofocus blijven scherpstellen op het onderwerp totdat op de ontspanknop wordt gedrukt
(Continu autofocus).
4
Belichting vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld
Selecteer [5. AE-L met AF lock] in het menu
[ A
Pers.instelling 1] (p.85) als u de waarde
voor belichting wilt vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
De belichting wordt standaard niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
5.
AE-L met AF lock
1
2
Uit
Aan
Auto belichting en AF zijn gelijktijdig vergrendeld
MENU Annul.
OK OK
1 Uit
2 Aan
De belichting wordt niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. (Standaardinstelling)
De belichting wordt vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
127
K-x_OPM.book Page 128 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
128
Handmatig de scherpstelling wijzigen
(Handmatige scherpstelling)
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker gebruiken.
4
De scherpstelindicatie gebruiken
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, zelfs bij handmatig scherpstellen.
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ] .
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
2
Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie ] branden en klinkt er een geluidssignaal.
MF
AF
Scherpstelindicatie
K-x_OPM.book Page 129 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Stel handmatig scherp met behulp van het matglas in de zoeker als er
moeilijk op het onderwerp scherp kan worden gesteld (p.69) en de
scherpstelindicatie niet wordt weergegeven.
• U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherpgesteld, uitschakelen. (p.257)
Het matglas in de zoeker gebruiken
U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker.
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \ .
129
4
2
Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas.
130
K-x_OPM.book Page 130 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Opnamen maken in de stand Catch-in Focus
Als [21. Catch-in focus] in het menu [ A
ingesteld is op [Aan] en [AF-modus] ingesteld is op f of l en
één van de volgende objectieven wordt gebruikt, is het maken van catch-in focus opnamen mogelijk en wordt de sluiter automatisch ontspannen op het moment dat scherp is gesteld op het onderwerp.
• Objectief met handmatige scherpstelling
• DA- of FA-objectief met een = - en \ -instelling op het objectief
(het objectief moet zijn ingesteld op \ voordat de opname wordt gemaakt)
Ga als volgt te werk om opnamen te maken
1 Bevestig een geschikt objectief op de camera.
2 Zet de scherpstelfunctieknop op = .
3 Stel [AF-modus] in op f of l .
4 Stel scherp op een punt waar het onderwerp langs zal komen.
5 Druk de ontspanknop helemaal in.
De sluiter wordt automatisch ontspannen als het onderwerp het punt bereikt waarop is scherpgesteld.
K-x_OPM.book Page 131 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Compositie, belichting en scherpstelling controleren vóór de opname (Voorbeeld)
U kunt met de voorbeeldfunctie de scherptediepte, de compositie, de belichting en de scherpstelling controleren voordat u een opname maakt.
Er zijn twee voorbeeldmethoden.
Voorbeeldmethode
| Optisch voorbeeld e Digitaal voorbeeld
Beschrijving
Voor het controleren van de scherptediepte door de zoeker.
Voor het beoordelen van compositie, belichting en scherpstelling op de monitor.
U kunt met de functie Live weergave ook een real-time beeld op de monitor weergeven en tijdens de weergave opname-instellingen wijzigen, en de weergave uitvergroten om het effect van instellingen te controleren.
Zie p.151 voor meer informatie.
131
4
De Voorbeeld-functie toewijzen aan de knop
Snelinstelling
Wijs eerst de Voorbeeld-functie toe aan de knop | (Snelinstelling).
1
Selecteer [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing
( 5 ).
Het scherm [Knop Snelinstelling] verschijnt.
1 2 3 4
Knop Snelinstelling
Geheugen
Shake Reduction
Inv brandp afstand 35mm
MENU Einde
K-x_OPM.book Page 132 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
132
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus e-knop in Programma
P LINE
P SHIFT
4
MENU
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Optisch voorbeeld] of
[Digitaal voorbeeld] te selecteren en druk op de knop 4 .
Als u [Optisch voorbeeld] heeft geselecteerd, ga dan verder met stap 6.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Histogram] of [Licht/ donker geb] te selecteren.
Knop Snelinstelling
RAW
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Optisch voorbeeld
Digitaal voorbeeld
Digitaal filter functie RAW-knop
Centraal AF-punt
MENU Annul.
OK OK
Knop Snelinstelling
Digitaal voorbeeld
Histogram
Licht/donker geb
MENU
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
6
Druk twee keer op de knop 3 .
De Voorbeeld-functie wordt toegewezen aan de knop | en de camera is gereed voor het maken van een opname.
Bij het maken van opnamen met Dubbelopnamen of Live weergave wordt
Optisch voorbeeld gebruikt, ongeacht de instelling.
K-x_OPM.book Page 133 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Optisch voorbeeld weergeven
1
Breng het onderwerp binnen het
AF-kader en druk de ontspanknop tot halverwege in om op het onderwerp scherp te stellen.
2
Druk op de knop | terwijl u door de zoeker kijkt.
U kunt via de zoeker de scherptediepte controleren terwijl u de knop | indrukt.
Al die tijd worden er geen opnamegegevens weergegeven in de zoeker en kan er geen opname worden gemaakt.
3
Laat de knop | los.
De functie Optisch voorbeeld wordt afgesloten en de camera is gereed voor het maken van een opname.
4
133
134
K-x_OPM.book Page 134 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Digitaal voorbeeld weergeven
1
Stel scherp op het onderwerp, kader het beeld uit in de zoeker en druk op de knop | .
4
Het pictogram ( | ) wordt op de monitor weergegeven gedurende de weergave van het voorbeeld en u kunt compositie, belichting en scherpstelling beoordelen.
INFO
Beschikbare bewerkingen e-knop
M -knop
Het voorbeeld vergroten. (p.212)
Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De functie Digitaal voorbeeld wordt afgesloten en het autofocussysteem treedt in werking.
De maximale duur van de weergave van het digitale voorbeeld is 60 seconden.
K-x_OPM.book Page 135 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De functie Shake Reduction gebruiken om het effect van camerabeweging te voorkomen
135
Foto’s maken met de functie Shake Reduction
De functie Shake Reduction reduceert het bewegen van de camera, wat gemakkelijk kan voorkomen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Dat is handig bij situaties waarin grote kans bestaat dat de camera wordt bewogen.
Als de functie Shake Reduction is geactiveerd, kunt u opnamen maken met een sluitertijd die met ongeveer 4 stappen is vertraagd zonder risico op onscherpte door camerabeweging.
De functie Shake Reduction (Bewegingsreductie) is ideaal voor het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden.
• Bij het maken van opnamen op slecht verlichte locaties, bijvoorbeeld binnenshuis, bij nacht, op bewolkte dagen en in de schaduw
• Bij het maken van tele-opnamen
Onscherpe opname
Opname gemaakt met de functie
Shake Reduction
(Bewegingsreductie)
4
• De functie Shake Reduction (Bewegingsreductie) compenseert geen onscherpte die het gevolg is van een bewegend onderwerp. Als u opnamen wilt maken van bewegende onderwerpen, verhoogt u de sluitertijd.
• De functie Shake Reduction kan het bewegen van de camera niet altijd volledig compenseren bij het maken van close-ups. In dat geval raden we u aan de functie Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
• De functie Shake Reduction zal niet goed werken bij het maken van opnamen met een zeer langzame sluitertijd, bijvoorbeeld bij het “pannen” van bewegende onderwerpen of nachtopnamen. In dat geval raden we u aan de functie Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
K-x_OPM.book Page 136 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
136
4
De functie Shake Reduction instellen
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Shake Reduction] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Shake Reduction
Aan
HDR
OFF
Het scherm [Shake Reduction] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om k (Aan) of l (Uit) te selecteren.
k : Shake Reduction gebruiken
(standaardinstelling).
l : Shake Reduction niet gebruiken.
Shake Reduction
Aan
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
k wordt weergegeven in de zoeker en de functie Shake Reduction wordt ingeschakeld.
37 ]
OK OK
• Schakel de functie Shake Reduction uit als u een statief gebruikt.
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld onder de volgende omstandigheden:
- Zelfontspanner
- Opnamen via afstandsbediening
- Tijdopnamen
- HDR-opname
- De externe flitser draadloos gebruiken
K-x_OPM.book Page 137 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
137
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• De functie Shake Reduction zal de eerste twee seconden na het inschakelen van de camera of na activering uit de stand Automatisch uitschakelen, niet goed werken. Wacht tot de functie Shake Reduction is gestabiliseerd voordat u de ontspanknop voorzichtig indrukt om een opname te maken. Druk de ontspanknop tot halverwege in. De camera is gereed voor het maken van een opname als k wordt weergegeven in de zoeker.
• Shake Reduction is beschikbaar bij elk PENTAX-objectief dat compatibel is met de a . Als de diafragmaring echter anders is ingesteld dan op s
(Auto) of als een objectief zonder de positie s wordt gebruikt, zal de camera niet werken, tenzij [22. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op
[Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4]. Stel dat van tevoren in.
De brandpuntsafstand kan niet automatisch worden gedetecteerd
De functie Shake Reduction is voor zijn functioneren afhankelijk van informatie over bijvoorbeeld de brandpuntsafstand die door het objectief wordt doorgegeven.
Als op de camera een objectief DA, DA L, D FA, FA J, FA of F is bevestigd, wordt die informatie automatisch doorgegeven als de functie Shake
Reduction wordt geactiveerd.
Het instelscherm [Invoer brandpuntsafstand] wordt weergegeven als de camera wordt ingeschakeld terwijl de functie Shake Reduction ingesteld is op k en er een objectief is bevestigd dat niet automatisch
objectiefinformatie zoals de brandpuntsafstand (p.299) doorgeeft.
Stel de brandpuntsafstand handmatig in op het scherm [Invoer brandpuntsafstand].
• Het scherm [Invoer brandpuntsafstand] verschijnt niet als u een objectief gebruikt dat het automatisch doorgeven van objectiefinformatie zoals de brandpuntsafstand ondersteunt.
• Als u een objectief gebruikt zonder een positie s op de diafragmaring, of als de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s , stelt u
[22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4] in op
4
K-x_OPM.book Page 138 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
138
4
1
Stel de brandpuntsafstand in met de vierwegbesturing ( 45 ) of de e-knop.
U kunt voor instelling van de brandpuntsafstand een keuze maken uit de volgende 34 waarden.
(De standaardinstelling is 35 mm.)
8 10 12 15 18 20 24 28 30 35
40 45 50 55 65 70 75 85 100 120
135 150 180 200 250 300 350 400 450 500
550 600 700 800
Inv brandp afstand
100
120
135
MENU Annul.
OK OK
• Als de brandpuntsafstand van uw objectief hierboven niet wordt genoemd, kiest u de waarde die het dichtst ligt bij de werkelijke brandpuntsafstand
(bijvoorbeeld: [18] voor 17 mm en [100] voor 105 mm).
• Als u een zoomobjectief gebruikt, kiest u de feitelijke brandpuntsafstand bij de zoominstelling op dezelfde manier.
2
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• Kies [Invoer brandpuntsafstand] in het menu [ A Opnamemodus 4]
om de instelling voor de brandpuntsafstand te wijzigen (p.84).
• Het effect van Shake Reduction is afhankelijk van de opnameafstand en de informatie over de brandpuntsafstand. De functie Shake Reduction werkt wellicht minder effectief dan verwacht bij het maken van opnamen op korte afstand.
Opnamen maken met de zelfontspanner
Deze camera heeft de volgende twee zelfontspannerfuncties.
g
Zelfontspanner
(12sec)
Z
Zelfontspanner
(2sec)
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze functie om als fotograaf ook op de foto te komen.
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt een spiegel opgeklapt. De sluiter ontspant na circa 2 seconden.
Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
K-x_OPM.book Page 139 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer g met de vierwegbesturing ( 45 ).
Transportstand
Enkelbeeldopname
4
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om g te selecteren.
MENU Annul.
Transportstand
Zelfontspanner (12sec)
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
MENU Annul.
OK OK
139
K-x_OPM.book Page 140 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
140
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Het zelfontspannerlampje op de voorzijde begint langzaam te knipperen en vervolgens 2 seconden snel te knipperen voordat de sluiter wordt ontspannen.
U hoort een geluidssignaal en de snelheid neemt de laatste 2 seconden toe. Ongeveer 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
4
Opnamen maken met de spiegel omhoog
Gebruik de functie Spiegel omhoog als zelfs bij gebruik van een (optionele) afstandsbediening in combinatie met een statief de camera beweegt.
Bij gebruik van de zelfontspanner van 2 sec. klapt de spiegel op en wordt de sluiter ontspannen 2 seconden nadat u op de ontspanknop drukt, zodat trillen van de spiegel wordt voorkomen.
Volg de onderstaande procedure om een opname te maken met de functie
Spiegel omhoog.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Selecteer Z in de transportstand.
Zie de stappen 1 tot en met 5 op p.139 voor meer informatie.
3
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra is scherpgesteld.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
Twee seconden nadat de spiegel omhoog is geklapt, wordt een opname gemaakt. Het belichtingsgeheugen wordt ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand aan het opklappen van de spiegel is ingesteld.
K-x_OPM.book Page 141 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Opnamen maken met de zelfontspanner is niet mogelijk met \ (Bewegend onderw.) van de Picture-stand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand
H (Scène).
• Kies een andere instelling dan g of Z in het scherm [Transportstand] als u het maken van zelfontspanneropnamen wilt annuleren. De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] ingesteld is op P
(Uit) bij [Geheugen] (p.276) in het menu [
A Opnamemodus 4].
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als g of Z is ingesteld.
• U kunt de camera zo instellen dat het geluidssignaal niet wordt gegeven.
• Als het licht de zoeker binnendringt, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.115). Het licht dat de zoeker
binnendringt heeft geen effect op de belichting als de functiekiezer op a
De afstandbediening gebruiken (optioneel)
De ontspanknop kan op afstand worden bediend met de optionele afstandsbediening. Deze camera heeft de volgende twee opnamestanden voor het maken van opnamen met de afstandsbediening.
h Afstandsbediening
De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
i
Afstandsbed. 3sec vertraging
Na circa 3 seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt, wordt de sluiter ontspannen.
1
Bevestig de camera op een statief.
4
141
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer h met de vierwegbesturing ( 45 ).
K-x_OPM.book Page 142 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
142
4
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer h of i met de vierwegbesturing ( 45 ).
Het zelfontspannerlampje gaat knipperen ten teken dat de camera zich in de standbystand voor de afstandsbediening bevindt.
Transportstand
Afstandsbediening
MENU Annul.
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra is scherpgesteld.
7
Richt de afstandsbediening op de afstandsbedieningssensor op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in.
4 m
OK OK
De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 4 m vanaf de voorzijde van de camera.
Wanneer de opname is gemaakt, brandt het zelfontspannerlampje twee seconden en gaat dan weer knipperen.
K-x_OPM.book Page 143 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
143
• Opnamen maken met de afstandsbediening is niet mogelijk met \
(Bewegend onderw.) van de Picture-stand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Standaard is de camera zo ingesteld dat u met de afstandsbediening niet scherp kunt stellen. Stel eerst scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt. Als [11. AF met afstandbediening] ingesteld is op [Aan] in het menu [ A
Pers.instelling 2] (p.86), kunt u de afstandsbediening
gebruiken om scherp te stellen.
• Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, klapt de ingebouwde flitser niet automatisch uit, zelfs wanneer de camera is ingesteld op g (Auto ontladen flitser). Druk op de knop K / i om eerst de ingebouwde flitser uit te
• Als het licht de zoeker binnendringt, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.115). Het licht dat de zoeker
binnendringt heeft geen effect op de belichting als de functiekiezer op a
• Kies een andere instelling dan h of i in het scherm [Transportstand] als u het maken van opnamen met de afstandsbediening wilt annuleren.
De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl
[Transportstand] bij [Geheugen] (p.276) in het menu [
A Opnamemodus 4] is ingesteld op P (Uit).
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld wanneer h of i is ingesteld.
• De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
• De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer 30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een
PENTAX Service Center om de batterij te vervangen (hieraan zijn kosten verbonden).
4
144
K-x_OPM.book Page 144 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Continuopnamen maken
4
Continuopname
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden.
U kunt op de volgende twee manieren continuopnamen maken.
g
Continuopname
(snel)
Als de JPEG-beeldkwaliteit is ingesteld op E / C , worden continu maximaal 17 opnamen gemaakt met een snelheid van ca. 4,7 fps. Het opname-interval wordt langer als het buffergeheugen van de camera vol raakt.
h
Continuopname
(langzaam)
Als de JPEG-beeldkwaliteit is ingesteld op E / C , worden continu opnamen gemaakt met een snelheid van ca. 2 fps, net zo lang tot de SD-geheugenkaart vol is.
Als de bestandsindeling [RAW] is geselecteerd, kunnen met g continu maximaal
5 opnamen of met h continu maximaal 11 opnamen worden gemaakt.
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer g met de vierwegbesturing ( 45 ).
Transportstand
Enkelbeeldopname
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer g of h met de vierwegbesturing ( 45 ).
MENU Annul.
Transportstand
Continuopname (snel)
OK OK
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 145 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van continu-opnamen.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie
] verschijnt in de zoeker zodra is scherpgesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om de continuopname te stoppen.
• De transportstand is vast ingesteld op g bij \ (Bewegend onderw.) van de
Picture-stand, en R (Kinderen) of Y (Huisdier) van de stand H (Scène).
• Als [AF-modus] ingesteld is op l (Eén opname), wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en worden met hetzelfde interval opnamen gemaakt.
• De scherpstelling is tijdens het maken van continuopnamen continu actief als
[AF-modus] ingesteld is op k (Continustand).
• Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. U kunt in het menu [ A Pers.instelling 3] bij [16. Ontspant bij opladen] opgeven dat de sluiter ook moet ontspannen
voordat de ingebouwde flitser wordt opgeladen. (p.78)
• Kies een andere instelling dan g of h in het scherm [Transportstand] als u het maken van continuopnamen wilt annuleren. De instelling wordt geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] bij
[Geheugen] (p.276) in het menu [
A Opnamemodus 4] is ingesteld op P (Uit).
• De opnamesnelheid kan lager liggen als [Vervormingscorrectie] of [Aanp.
Lat. Chr. Abb.] (p.202) ingesteld is op [Aan].
145
4
Dubbelopnamen
U kunt een samengesteld beeld maken terwijl u meerdere opnamen maakt.
U kunt geen dubbelopnamen maken als de functiekiezer is ingesteld op C (Video), of wanneer Cross-processing, Digitaal Filter of HDR-opname geselecteerd is.
1
Kies [Dubbelopnamen] in het menu [ A Opnamemodus 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Dubbelopnamen] wordt weergegeven.
K-x_OPM.book Page 146 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
146
4
2
Selecteer [Aantal opnamen] met de vierwegbesturing ( 23 ).
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer het aantal opnamen dat moet worden gemaakt met de vierwegbesturing ( 23 ).
Dubbelopnamen
Opnamen starten
Aantal opnamen
Auto LW-instelling
2 maal
Kies 2 tot 9 opnamen.
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
5
Selecteer [Auto LW-instelling] met de vierwegbesturing
( 23 ) en selecteer vervolgens O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als u O kiest, wordt de belichting automatisch aangepast aan het aantal opnamen.
6
Selecteer [Opnamen starten] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
De opnamestand wordt geactiveerd.
7
Maak de opname.
Het samengestelde beeld wordt steeds na het indrukken van de ontspanknop in Momentcontrole weergegeven. Druk tijdens
Momentcontrole op de knop K / i als u opnamen wilt verwijderen die tot dat moment zijn gemaakt en opnieuw te beginnen vanaf de eerste opname.
De beelden worden opgeslagen als het ingestelde aantal opnamen is gemaakt; daarna wordt opnieuw het scherm [Dubbelopnamen] weergegeven.
• Dubbelopnamen en Belichtingsbracketing kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. De laatst geselecteerde stand wordt gebruikt.
• [Vervormingscorrectie] en [Aanp. Lat. Chr. Abb.] (p.202) worden
uitgeschakeld als Dubbelopnamen geselecteerd is.
K-x_OPM.book Page 147 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Als een van de volgende handelingen wordt verricht tijdens het maken van dubbelopnamen, worden de tot op dat moment gemaakt opnamen opgeslagen en wordt de functie Dubbelopnamen afgesloten.
- De knop Q , 3 , de vierwegbesturing ( 234 ) of M wordt ingedrukt.
- U draait aan de functiekiezer
- De knop | (Snelinstelling) wordt ingedrukt (alleen wanneer [Aangepaste opname] of [Digitaal filter] toegewezen is aan de knop | ).
• Bij het maken van opnamen in de functie Dubbelopnamen met gebruik van Live weergave wordt een semitransparant samengesteld beeld van de gemaakte opnamen weergegeven.
147
4
148
K-x_OPM.book Page 148 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen maken met digitale filters
4
Tijdens het maken van opnamen kunt u een filter toepassen.
U kunt kiezen uit de volgende filters.
Filternaam
Speels
Retro
Sterk contrast
Kleurextractie
Soft
Sterren
Fisheye
Effect Parameter
Schaduwniveau: +1/+2/+3
Voor het maken van opnamen die met een speelgoedcamera lijken te zijn gemaakt.
Onscherpte: +1/+2/+3
Toonreductie: Rood/Groen/
Blauw/Geel
Voor het maken van ouderwets uitziende opnamen.
Kleur aanpassen: -3 to +3
Beeldinkadering: Geen/Dun/
Gemiddeld/Dik
Voor het maken van opnamen met sterke contrasten.
+1 tot +5
Voor het extraheren van een bepaalde kleur en het maken van de rest van de opname in zwart-wit.
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/
Cyaan/Groen/Geel
Kleurfrequentieberek: -2 to +2
Voor het maken van opnamen met een soft focus over het hele beeld.
Soft-focus: +1/+2/+3
Schaduwonscherpte: UIT/AAN
Voor het maken van nachtopnamen of door water gereflecteerd licht met een extra schittering die wordt bereikt door aan de hoge lichten kruisachtige effecten toe te voegen.
Aantal lichtbronnen: Klein/
Gemiddeld/Groot
Grootte: Kort/Gemiddeld/Lang
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Voor het maken van opnamen die met een fish-eye-objectief lijken te zijn gemaakt.
Zwak/Normaal/Sterk
K-x_OPM.book Page 149 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Filternaam
Aangepast filter
Effect
Voor het maken en opslaan van naar eigen wens gemaakte filters.
Parameter
Sterk contrast: UIT/+1 t/m +5
Soft-focus: UIT/+1/+2/+3
Toonreductie: UIT/Rood/
Groen/Blauw/Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: -3 t/m +3
Vervormingstype: 3 typen
Mate van vervorming: UIT/
Zwak/Normaal/Sterk
Kleur inverteren: UIT/AAN
• Als u Digitaal filter heeft geselecteerd, wordt de bestandsindeling altijd ingesteld op [JPEG]; dat kunt u niet wijzigen. U kunt Digitaal filter niet gebruiken als de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+].
• Als Digitaal filter geselecteerd is, kunt u geen gebruik maken van
Dubbelopnamen.
• Digitaal filter en HDR-opname kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
De laatst geselecteerde stand wordt gebruikt.
Afhankelijk van het toegepaste filter kan het opslaan van opnamen langer duren.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Digitaal filter] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Digitaal filter
Geen toepassing van filters
HDR
OFF
Het scherm voor selectie van het filter verschijnt.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
4
149
K-x_OPM.book Page 150 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
150
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een filter te kiezen.
Sterren
4
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
4
Selecteer met de vierwegbesturing ( 23 ) de parameter, en pas met de vierwegbesturing ( 45 ) de waarde van de parameter aan.
Aantal lichtbronnen
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen m c -knop
M -knop
U kunt met Digitaal voorbeeld de achtergrondafbeelding weergeven met het geselecteerde filter.
Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
5
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instellingen ook wijzigen in het menu [ A
• Selecteer [Geen toepassing van filters] in stap 3 als u niet langer opnamen wilt maken met het digitale filter.
• U kunt ook in de weergavestand digitale filters toepassen op opnamen,
nadat u de opnamen hebt gemaakt (p.240).
K-x_OPM.book Page 151 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen maken met Live weergave
151
U kunt een foto-opname maken of een video opnemen terwijl het beeld live wordt weergegeven op de monitor.
• Het beeld dat in Live weergave wordt weergegeven op de monitor kan afwijken van de uiteindelijke opname als de lichtomstandigheden afwijken van normaal (te veel of te weinig licht).
• Als de lichtbron tijdens de Live weergave fluctueert, kan het beeld flikkeren.
• Als de stand van de camera tijdens Live weergave snel wordt gewijzigd, wordt het beeld wellicht niet met de juiste helderheid weergegeven.
Wacht dan tot het beeld stabiliseert, voordat u een opname maakt.
• Onder omstandigheden met weinig licht kan er ruis ontstaan in het beeld van de Live weergave.
• Als u gedurende langere tijd opnamen maakt met Live weergave, neemt de temperatuur in de camera toe, met opnamen van mindere kwaliteit als gevolg. We raden u aan om Live weergave uit te schakelen als u geen opnamen maakt. Laat de camera afkoelen tussen opnamen met een lange belichtingstijd en video-opnamen om te voorkomen dat de beeldkwaliteit achteruit gaat.
• Als de temperatuur in de camera hoog oploopt, wordt l (temperatuurwaarschuwing) weergegeven op de monitor en wordt Live weergave mogelijk geblokkeerd.
• Als u Live weergave gebruikt op plaatsen waar de camera heet kan worden, bijvoorbeeld in rechtstreeks zonlicht, kan l (temperatuurwaarschuwing) worden weergegeven op de monitor. Annuleer Live weergave als de interne temperatuur van de camera oploopt.
• Live weergave kan maximaal 5 minuten worden weergegeven. Als u echter
Live weergave gebruikt nadat de l (temperatuurwaarschuwing) wordt weergegeven, kan het zijn dat Live weergave wordt uitgeschakeld voordat
5 minuten zijn verstreken. Als Live weergave is uitgeschakeld kunnen nog wel opnamen worden gemaakt met behulp van de zoeker.
• Hoe hoger de gevoeligheidswaarde, des te meer ruis en kleurinstabiliteit kan er optreden in het beeld van Live weergave en/of de gemaakte opname.
4
• Opnamen maken met de camera in de hand en kijkend naar de monitor kan camerabeweging veroorzaken. Het verdient aanbeveling dan een statief te gebruiken.
• Live weergave is niet beschikbaar als gegevens worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart.
K-x_OPM.book Page 152 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
152
Foto’s maken
4
Live weergave instellen
U kunt instellen welke items worden weergegeven en hoe autofocus werkt bij Live weergave.
1
Kies [Live weergave] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Live weergave] wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Infoweergave], [Raster weergeven], [Histogram] of
[Licht/donker geb] te selecteren.
Live weergave
Infoweergave
Raster weergeven
Histogram
Licht/donker geb
Autofocusstand
MENU
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
4
Selecteer [Autofocusstand] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
K-x_OPM.book Page 153 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Selecteer een autofocusstand met de vierwegbesturing ( 23 ).
Live weergave
Infoweergave
Raster weergeven
Histogram
Licht/donker geb
Autofocusstand
MENU
I Gezichtsherkenning AF i Contrast-AF
S Faseverschil AF
Herkenning van gezichten krijgt prioriteit bij autofocus, die wordt uitgevoerd op basis van contrast. Een geel kader wordt om het belangrijkste gezicht gezet (witte kaders om de andere gezichten), en autofocus en automatische belichting worden uitgevoerd voor het belangrijkste gezicht.
(Standaardinstelling)
Live weergave wordt geactiveerd en autofocus wordt uitgevoerd op basis van de informatie die de beeldsensor oplevert.
Live weergave wordt uitgeschakeld en autofocus wordt uitgevoerd met de AF-sensor.
6
Druk op de knop 4 .
7
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
153
4
K-x_OPM.book Page 154 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
154
4
• Het kost meer tijd scherp te stellen op het onderwerp bij gebruik van I of i dan bij gebruik van S . Het is bovendien moeilijk om scherp te stellen op de volgende onderwerpen (of onder de volgende omstandigheden).
- Onderwerpen met weinig contrast
- Onderwerpen zonder verticaal contrast, bijvoorbeeld horizontale lijnen
- Onderwerpen waarvan de helderheid, de vorm of de kleur steeds verandert, zoals bij een fontein
- Onderwerpen die zich niet constant op dezelfde afstand tot de camera bevinden
- Kleine onderwerpen
- Onderwerpen die zowel op de voorgrond als de achtergrond voorkomen
- Bij het gebruik van een speciaal filter
- Onderwerpen aan de rand van het scherm
• Als tijdens Live weergave de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt wanneer [Autofocusstand] ingesteld is op S (Phase Difference AF), verdwijnt het beeld van Live weergave en wordt het autofocussysteem geactiveerd. Nadat scherp is gesteld, verschijnt het beeld van Live weergave weer.
• Gezichtsherkenning wordt niet uitgevoerd als de scherpstelstand ingesteld is op \ (behalve in de stand I (Autom. opname)).
• Als [AF-modus] ingesteld is op k (Continustand), zal de ingebouwde flitser niet meerdere malen afgaan.
Een foto maken
1
Selecteer een opnamestand.
Zet de functiekiezer in een andere stand dan C .
2
Druk op de knop U .
De spiegel klapt omhoog en er wordt een real-time beeld weergegeven op de monitor. Druk opnieuw op de knop U om Live weergave weer te verlaten.
Live weergave kan maximaal 5 minuten worden weergegeven. Als de Live weergave na verloop van 5 minuten wordt uitgeschakeld, kunt u die opnieuw starten door op de knop U te drukken. Als de temperatuur in de camera hoog oploopt, eindigt Live weergave eerder dan na 5 minuten.
K-x_OPM.book Page 155 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
155
Live weergave
(Alle indicaties zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
1 2 3 4 5 6 7 8
9
10 OK
-3 2
2000 F2.8
1 1 2 +3
ISO 3200
15 16 17 18
[1234]
19 20
11
12
13
14
2000 F2.8
21
ISO 400
22
[ 37]
1 Opnamestand
2 Flitsinstelling
3 Transportstand
4 Witbalans
5 Aangepaste opname
6 Dubbelopnamen/Digitaal filter/
HDR-opname/Crossprocessing
7 Aantal opnamen bij het maken van dubbelopnamen
8 Batterijniveau
9 Temperatuurwaarschuwing
10 Wijziging AF-punt
11 Contrast AF-kader
12 Faseverschil AF-kader/AF-punt
13 Belichtingscorrectie
14 Histogram
15 AE lock (Belichtingsgeheugen)
16 Sluitertijd
17 Diafragmawaarde
18 LW-balk
19 Gevoeligheid
20 Resterende opslagcapaciteit
21 Detectiekader belangrijkste gezicht (Gezichtsherkenning
AF)
22 Gezichtsherkenningskader
(Gezichtsherkenning AF)
* Indicatie 12 (Faseverschil AF-kader) wordt tijdens Live weergave wit weergegeven. Als het onderwerp scherp is gesteld, wordt in plaats hiervan een vierkant groen kader weergegeven. Het kader wordt rood als niet op het onderwerp scherp is gesteld. Het kader wordt niet weergegeven wanneer de scherpstelstand ingesteld is op \ .
* De indicaties 21 en 22 worden weergegeven als [Autofocusstand] ingesteld is op I en de camera een gezicht (of meerdere gezichten) herkent. (Er worden maximaal 16 gezichtsherkenningskaders weergegeven op de monitor.)
4
K-x_OPM.book Page 156 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
156
4
Beschikbare bewerkingen
M -knop Hiermee wordt het beeld vergroot tot 2, 4, 6 maal zo groot
(als de scherpstelstand ingesteld is op \ , wordt het beeld tot 2, 4, 6, 8, 10 maal zo groot vergroot). Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om het weergavegebied te verplaatsen, en druk op de knop | (Snelinstelling) om het weergavegebied naar het midden te doen terugkeren.
(Alleen beschikbaar als [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | (Snelinstelling) bij [Knop
Snelinstelling] in het menu [ A
3
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \ , draait u aan de scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt weergegeven.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
• Als [AF-modus] ingesteld is op l en [Autofocusstand] ingesteld is op I of i , druk dan op de knop 4 en gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om het AF-punt te wijzigen. Druk nogmaals op de knop 4 als u de wijziging van het AF-punt wilt annuleren. Als [Autofocusstand] ingesteld is op S
(Phase Difference AF) en [Selecteer AF-punt] ingesteld is op S
(Selecteren), kan het AF-punt worden gewijzigd.
• Als [AF-modus] ingesteld is op k en [Autofocusstand] ingesteld is op I of i , stelt de camera scherp op het midden van het scherm als autofocus in werking treedt; als daarna scherp is gesteld op het onderwerp, wordt het automatisch gevolgd.
• Opnamen die worden gemaakt bij een vergroot scherm, worden op normale grootte opgenomen.
• Als [Optisch voorbeeld] of [Digitaal voorbeeld] is toegewezen aan de knop
| (Snelinstelling) bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4], kunt u op de monitor de scherptediepte controleren wanneer u op de knop |
Het statusscherm en bedieningspaneel kunnen niet worden weergegeven tijdens Live weergave. Druk op de knop 3 als u de instellingen wilt wijzigen, en wijzig deze in elk menu.
K-x_OPM.book Page 157 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Video opnemen
U kunt video opnemen met een beeldsnelheid (het aantal beeldjes per seconde) van 24 fps (frames per seconde), samen met monogeluid, in de bestandsindeling AVI.
De videoinstellingen wijzigen
1
Kies [Video] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Video] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer de resolutie met de vierwegbesturing ( 23 ).
00:00'00"
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Geluid
Video-diafragmabed.
Vast
Shake Reduction
4
157
MENU Annul.
OK OK
Resolutie Pixels Verhoudingen
X
(standaardinstelling)
1280×720 16:9
Y 640×416 3:2
3
Druk op de knop 4 .
4
Selecteer [Kwaliteitsniveau] met de vierwegbesturing ( 23 ).
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer het kwaliteitsniveau met de vierwegbesturing ( 23 ).
Maak een keuze uit C (Best; standaardinstelling), D (Beter) en E (Goed).
Bij wijziging van resolutie en kwaliteitsniveau wordt de beschikbare opnametijd bij die nieuwe instellingen rechts boven in het scherm weergegeven.
K-x_OPM.book Page 158 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
158
4
6
Druk op de knop 4 .
7
Selecteer [Geluid] met de vierwegbesturing ( 23 ).
8
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om g of Z te selecteren.
g : Geluid wordt opgenomen. (Standaardinstelling).
Z : Geluid wordt niet opgenomen.
9
Selecteer [Video-diafragmabed.] met de vierwegbesturing
( 23 ).
10
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer [Auto] of [Vast] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Auto: Het diafragma wordt automatisch ingesteld.
(De diafragmawaarde is vast ingesteld tijdens het opnemen van video).
Vast: De video wordt opgenomen bij een diafragma dat is ingesteld voordat de opname werd gestart (standaardinstelling).
11
Druk op de 4 knop.
12
Selecteer [Shake Reduction] met de vierwegbesturing ( 23 ).
13
Selecteer k of l met de vierwegbesturing ( 45 ).
k : Maakt gebruik van Shake Reduction.
l : Maakt geen gebruik van Shake Reduction.
(Standaardinstelling)
14
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het opnemen van video.
K-x_OPM.book Page 159 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Video opnemen
1
Zet de functiekiezer op C .
Live weergave voor het opnemen van video wordt weergegeven.
Geluid
Live weergave kan maximaal 5 minuten worden weergegeven. Als de Live weergave na verloop van 5 minuten wordt uitgeschakeld, kunt u die opnieuw starten door op de knop U te drukken. Als de temperatuur in de camera hoog oploopt, eindigt Live weergave eerder dan na 5 minuten.
F2.8
-2 1 1 +2
00:30'00"
Beschikbare opnametijd
Shake Reduction
2
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \ , draait u aan de scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt weergegeven.
3
Als [Video-diafragmabed.] ingesteld is op [Vast] (p.158),
stel het diafragma dan in met de e-knop.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
Het opnemen van de video begint.
5
Druk de ontspanknop opnieuw in.
De opname stopt.
4
159
160
K-x_OPM.book Page 160 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
• Als [Geluid] is ingesteld op g , worden ook de bedieningsgeluiden van de camera opgenomen. Zet de camera bij het opnemen van video op een statief en voer verder geen handelingen met de camera uit zolang u opneemt.
• Bij het opnemen van video wordt, ongeacht de instelling van de AF-modus, de opname gestart als de ontspanknop volledig word ingedrukt, ook als het onderwerp niet scherp is gesteld.
• Tijdens het opnemen van video werkt het autofocussysteem niet.
• De flitser is niet beschikbaar.
• U kunt video opnemen tot maximaal 4 GB of 25 minuten. Als de SD-kaart vol is, stopt het opnemen en wordt de video opgeslagen.
• Het wordt aanbevolen om de optionele netvoedingsadapterset K-AC84 te
gebruiken als u van plan bent gedurende langere tijd op te nemen. (p.46)
• U kunt voor het opnemen van video ook de optionele afstandsbediening
• Bij het opnemen van video kunt u alleen de instellingen voor witbalans en aangepaste opname (met uitzondering van Fijne scherpte) gebruiken.
• De gevoeligheid is vast ingesteld op [AUTO].
• Als de temperatuur in de camera tijdens het opnemen van video te hoog oploopt, wordt het opnemen mogelijk stopgezet om de elektronica te beschermen.
Video weergeven
U kunt opgenomen video weergeven in de weergavestand, op dezelfde manier als opgeslagen foto-opnamen.
1
Druk op de knop Q .
2
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) een video om weer te geven.
Het eerste beeldje van de video wordt weergegeven op de monitor.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
De weergave van de video wordt gestart.
Movie 10min00sec 100-0001
K-x_OPM.book Page 161 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2 ) e-knop
Vierwegbesturing ( 5 )
Pauzeren/Weergave hervatten
Volume (6 standen)
Eén beeldje vooruit (bij onderbroken weergave)
Snel vooruit indien ingedrukt Houd de vierwegbesturing ( 5 ) ingedrukt
Vierwegbesturing ( 4 ) Weergave achteruit/Beeldje voor beeldje achteruit (tijdens pauze)
Snel achteruit indien ingedrukt Houd de vierwegbesturing ( 4 ) ingedrukt
Vierwegbesturing ( 3 ) Stoppen
Aan het einde van de video stopt de weergave en wordt het eerste beeldje opnieuw weergegeven.
U kunt gebruik maken van de optionele AV-kabel (I-AVC7) om op een tv of een
ander AV-apparaat video-opnamen weer te geven. (p.233)
161
4
Een beeldje uit een video isoleren als foto
U kunt een enkel beeldje isoleren uit een video-opname die is gemaakt met de a , en opslaan als JPEG-afbeelding.
1
Onderbreek de video in stap 3 van “Video weergeven”
om het beeldje weer te geven dat u als foto wilt opslaan.
2
Druk op de knop M .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
K-x_OPM.book Page 162 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
162
3
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Opslaan als
Annuleren
4
Druk op de knop 4 .
Het geïsoleerde beeldje wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
OK OK
4
K-x_OPM.book Page 163 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
De flitser gebruiken
In dit hoofdstuk worden het gebruik van de ingebouwde flitser van de
a
en het maken van opnamen met een externe flitser besproken.
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ................................. 164
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser ................................. 168
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser ........................................ 170
Gebruik van een externe flitser (optioneel) ..... 172
164
K-x_OPM.book Page 164 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie
Gebruik van de flitser in b bij sluitertijdvoorkeuze
• Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpte-effect te veranderen.
• Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer instellen.
• Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 sec. wanneer een ander objectief dan DA, DA L, D FA, FA J, FA, F of A wordt gebruikt.
5
De flitser gebruiken in de stand c (Diafragmavoorkeuze)
• Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer (p.64)
waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 sec. wanneer een ander objectief dan DA, DA L, D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken met .
(Portret bij nacht) van de Picture-stand of met de stand b (Sluitertijdvoorkeuze) wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond.
Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig vastgelegd.
• Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of schakel de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp wanneer het onderwerp beweegt.
• Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
K-x_OPM.book Page 165 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Gebruik van de stand b
1
Zet de functiekiezer op b .
2
Gebruik de e-knop om de sluitertijd in te stellen.
De achtergrond wordt niet juist belicht wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zo, dat de diafragmawaarde niet meer knippert.
3
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
4
Maak een opname.
Gebruik van de stand e / K / c
1
Zet de functiekiezer op e , K of c .
2
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
4
Selecteer G of H en druk op de knop 4 .
De sluitertijd wordt langer gemaakt voor een juiste belichting van de achtergrond.
5
Maak een opname.
5
165
K-x_OPM.book Page 166 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
166
5
Gebruik van de stand a
1
Zet de functiekiezer op a .
2
Stel de sluitertijd en diafragmawaarde in op de juiste belichting.
Stel de sluitertijd in op 1/180 seconde of langer.
3
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
In de stand a (Handmatig) kunt u de ingebouwde flitser op elk gewenst moment vóór het maken van de opname uitklappen.
4
Maak een opname.
2e sluitergordijn-synchronisatie gebruiken
2e sluitergordijn-synchronisatie geeft een flits af onmiddellijk voordat het sluitergordijn wordt gesloten. Bij het maken van opnamen van bewegende voorwerpen bij een lange sluitertijd, zorgen 2e sluitergordijn-synchronisatie en lange-sluitertijdsynchronisatie voor verschillende effecten, afhankelijk van het moment waarop de flitser afgaat.
Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een auto met 2e sluitergordijnsynchronisatie, wordt, zolang de sluiter open is, een lichtspoor vastgelegd, terwijl de flits de auto vastlegt op het moment dat de sluiter wordt ontspannen.
Dat levert een opname op met een scherp en helder weergegeven auto en daarachter een lichtspoor.
Lange-sluitertijdsync 2e sluitergordijn-sync
K-x_OPM.book Page 167 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Zet de functiekiezer op e , K , b , c of a .
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
3
Selecteer I of k en druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop K / i .
De ingebouwde flitser klapt uit.
5
Maak een opname.
2e sluitergordijn-synchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of zet de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen.
167
5
168
K-x_OPM.book Page 168 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd voor een juiste belichting.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit onvoldoende is.
ISO-gevoeligheid
ISO 200
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
ISO 6400
Richtgetal ingebouwde flitser
Ca. 16
Ca. 24
Ca. 32
Ca. 48
Ca. 64
Ca. 96
5
Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld)
Wanneer de gevoeligheid ISO 200 en de diafragmawaarde F4.0 is
L1 = 16 ÷ 4,0 = ca. 4 (m)
L2 = 4 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 4 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp 0,7 meter of minder bedraagt, kan de ingebouwde flitser in deze camera echter niet worden gebruikt.
Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
K-x_OPM.book Page 169 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Voorbeeld)
Wanneer de gevoeligheid ISO 200 en de opnameafstand 5 meter is, dan is de diafragmawaarde:
F = 16 ÷ 5 = 3.2
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3.2) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal
(in bovenstaand voorbeeld 2.8) gebruikt.
169
5
170
K-x_OPM.book Page 170 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser
5
Afhankelijk van het objectief dat met de a wordt gebruikt, is de ingebouwde flitser vanwege vignettering mogelijk niet of beperkt beschikbaar, zelfs niet als een objectief zonder zonnekap is bevestigd.
DA-, DA L-, D FA-, FA J-, en FA-objectieven die hieronder niet worden genoemd, kunnen zonder problemen worden gebruikt.
* De volgende objectieven werden geëvalueerd zonder gebruik van een zonnekap.
Niet beschikbaar vanwege vignettering
Type objectief
DA FISH-EYE 10-17 mm F3.5-4.5ED (IF)
DA12-24 mm F4ED AL
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA
300 mm F2.8ED (IF)
FA
600 mm F4ED (IF)
FA
250-600 mm F5.6ED (IF)
Beschikbaar afhankelijk van andere factoren
Type objectief Beperkingen
F FISH-EYE 17-28 mm F3.5-4.5
DA16-45 mm F4ED AL
DA17-70 mm F4AL (IF) SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan
20 mm, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan
28 mm of als de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
DA
16-50 mm F2.8ED AL (IF) SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan
20 mm of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1,5 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan
24 mm of als de brandpuntsafstand 24 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
K-x_OPM.book Page 171 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Type objectief
DA18-250 mm F3.5-6.3ED AL (IF)
FA
28-70 mm F2.8AL
FA SOFT 28 mm F2.8
FA SOFT 85 mm F2.8
Beperkingen
Als de brandpuntsafstand minder is dan
35 mm, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand 28 mm en de opnameafstand kleiner dan 1 meter is, kan vignettering optreden.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
171
5
172
K-x_OPM.book Page 172 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Gebruik van een externe flitser
(optioneel)
5
De optionele externe flitsers AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG of
AF160FC ondersteunen een aantal flitsfuncties, zoals automatisch
P-DDL-flitsen, afhankelijk van welke externe flitser wordt gebruikt.
Zie de onderstaande tabel voor meer informatie.
( z : Beschikbaar #: Beperkt × : Niet beschikbaar)
Flitser
Camerafunctie
Flitsen met anti rode ogen
Auto ontladen flitser
Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld.
Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de standen e en b .
Automatisch controleren in de zoeker
Automatisch P-DDL-flitsen
Lange-sluitertijdsync
Flitsbelichtingscorrectie
AF-hulplicht van de externe flitser
2e sluitergordijn-sync
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Slave-flitser
Stroboscoopflitsen
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie
Draadloos flitsen
Ingebouwde flitser z z z z
#
× z
×
×
×
×
z z z
AF540FGZ
AF360FGZ z z z z
× z
z z z z z z
× z
AF200FG
AF160FC z z z z
×
z
×
×
z
#
×
×
×
#
z
×
*1 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F- of A-objectief.
*2 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*3 Bij combinatie met de AF540FGZ of de AF360FGZ kan 1/3 van het flitslicht worden geproduceerd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*4 Alleen beschikbaar in combinatie met de flitsers AF540FGZ en AF360FGZ.
*5 Meerdere AF540FGZ- of AF360FGZ-flitsers, of een combinatie van de AF540FGZ of AF360FGZ en de ingebouwde flitser is vereist.
K-x_OPM.book Page 173 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
173
U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit (flitsers waarbij het middelste contact van de flitsschoen de minpool is) vanwege het risico op beschadiging van camera of flitser.
Over het LCD-display van de AF360FGZ
De AF360FGZ heeft zelf geen functie om het filmformaat in te stellen op [DIGITAAL]. Als het objectief echter wordt gebruikt met een digitale spiegelreflexcamera, wordt het verschil in brandpuntsafstand tussen een kleinbeeldcamera en de a automatisch berekend op basis van het verschil in beeldhoek, en weergegeven op het paneel
(bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA- of F-objectief).
De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de a ingeschakeld is. (Deze keert terug naar kleinbeeldweergave wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld.)
Brandpuntsafstand objectief
Timer van de belichtingsmeting uitgeschakeld
Timer van de belichtingsmeting ingeschakeld
85mm/
77mm
50mm 35mm
28mm/
24mm
20mm 18 mm
85mm 70mm 50mm 35mm 28mm 24 mm *
58mm 48mm 34mm 24mm 19mm 16 mm *
* Bij gebruik van groothoekpaneel
5
Gebruik van de functie Automatisch
P-DDL-flitsen
U kunt [P-DDL Auto] gebruiken met de flitsers AF540FGZ, AF360FGZ,
AF200FG en AF160FC. De flitser geeft een voorflits vóór de eigenlijke flits en bevestigt de kenmerken van het onderwerp (afstand, helderheid, contrast, eventueel tegenlicht, enz.) met behulp van de sensor voor 16segmentsmeting van de camera. De flitsintensiteit voor de eigenlijke flits wordt berekend op basis van de met de voorflits verzamelde gegevens, zodat het mogelijk wordt flitsopnamen te maken met een betere belichting dan normaal bij DDL-Auto mogelijk is.
K-x_OPM.book Page 174 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
174
5
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser.
2
Zet de camera en de externe flitser aan.
3
Stel de externe flitsinstelling in op [Automatisch
P-DDL-flitsen].
4
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
• Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitsers AF540FGZ,
AF360FGZ, AF200FG en AF160FC.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding van de externe flitser.
• Wanneer de flitsfunctie C of i is geselecteerd, gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
• Druk nooit op de knop K / i wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, schakel dan de functie voor draadloos
flitsen in of sluit beide flitsers op elkaar aan met de verlengkabel. (p.179)
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Met de AF540FGZ of de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec.
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) op de camera.
2
Zet de functiekiezer op b of a .
3
Zet de camera en de externe flitser aan.
4
Stel de synchronisatiefunctie van de externe flitser in op HS b (Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie).
K-x_OPM.book Page 175 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de sluitertijd is ingesteld op h .
Draadloos flitsen
Door gebruik te maken van twee externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ) of wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een of meer externe flitsers, kunt u P-DDL-flitsen zonder de flitsers aan te sluiten met een draadverbinding.
• Zet de aan/uit-knop van de externe flitser in de stand WIRELESS
(draadloos).
• Er zijn twee of meer externe flitsers AF540FGZ/AF360FGZ vereist voor draadloos flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie. Deze functie kan niet worden gebruikt samen met de ingebouwde flitser.
• Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser die niet rechtstreeks is aangesloten op de camera in de stand SLAVE.
5
175
Het kanaal voor de externe flitser instellen op de camera
Stel eerst het kanaal voor de externe flitser in op de camera.
1
Stel het kanaal voor de externe flitser in.
2
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser.
3
Schakel de camera en de externe flitser in en druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser wordt ingesteld op hetzelfde kanaal als de externe flitser.
176
K-x_OPM.book Page 176 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• In de stand r wordt het huidige kanaal waarop de ingebouwde flitser is ingesteld, gedurende 10 seconden weergegeven in de zoeker.
• Stel alle flitsers in op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de AF540FGZ of de AF360FGZ voor informatie over het instellen van het kanaal op die flitsers.
5
De ingebouwde flitser draadloos gebruiken
Activeer de draadloze flitsfunctie van de camera als u een externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer r en druk twee keer op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Flitsinstelling
Draadloze bediening
0.0
MENU Annul.
OK OK
Als de transportstand is ingesteld op i (Afstandsbed. 3sec vertraging) of als het diafragma van het objectief niet is ingesteld op s , kan r niet worden geselecteerd.
De flitsmethode van de ingebouwde flitser wijzigen
U kunt de flitsmethode wijzigen die wordt gebruikt voor draadloos flitsen met de ingebouwde flitser.
Selecteer deze functie bij [17. Draadloos flitsen] in het menu
[ A
1
2
Aan
Uit
De ingebouwde flitser flitst als master.
(Standaardinstelling).
De ingebouwde flitser geeft een stuurflits.
HS b (flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie) is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
K-x_OPM.book Page 177 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Draadloos flitsen
Met een combinatie van de ingebouwde flitser en een externe flitser
1
Verwijder de externe flitser nadat het kanaal is ingesteld op de camera en plaats de flitser op de gewenste plek.
2
Stel de flitsfunctie van de camera in op r en druk op de knop K / i .
3
Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak een opname.
177
Met een combinatie van externe flitsers
1
Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser op de camera in de stand [MASTER] of [STUUR].
MASTER
STUUR
Zowel de flitser die direct is aangesloten op de camera als de draadloze flitser gaat af.
De flitser die is aangesloten op de camera, gaat alleen af als een stuurflits, niet als de hoofdflits.
2
Stel de draadloze externe flitser in op de stand [SLAVE] en stel het kanaal in op hetzelfde kanaal als de flitser die op de camera is bevestigd. Plaats de flitser vervolgens op de gewenste plek.
3
Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak een opname.
• De functie Shake Reduction wordt in de draadloze stand automatisch uitgeschakeld.
• Als u meerdere externe flitsers van de typen AF540FGZ/AF360FGZ gebruikt en draadloos flitst met korte-sluitertijdsynchronisatie, stelt u de flitser die op de camera is bevestigd in op flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie.
5
178
K-x_OPM.book Page 178 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL-flitser)
De volgende gegevens worden uitgewisseld tussen de flitsers voordat de flits afgaat, als u externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ) draadloos gebruikt.
Druk de ontspanknop helemaal in.
È
1 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft de flitsfunctie van de camera door).
2 De externe draadloze flitser geeft een proefflits
(geeft bevestiging van het onderwerp door).
3 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft flitsintensiteit door aan de externe draadloze flitser).
* De op de camera bevestigde flitser straalt hierna nog één keer een stuurflits uit om de duur van de flits door te geven als is ingesteld op HS b (Korte-sluitertijdsynchronisatie).
4 De externe draadloze flitser flitst op hetzelfde moment als de hoofdflits.
Als de externe flitser op de camera voor draadloos flitsen is ingesteld op
[MASTER] of als [17. Draadloos flitsen] (p.176) is ingesteld op [Aan] voor
de ingebouwde flitser, geven alle flitsers tegelijkertijd een flits.
Anti rode ogen
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser de functie anti rode ogen beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar en er kunnen beperkingen gelden voor de
gebruiksomstandigheden. Zie het schema op p.172.
• De functie voor anti rode ogen werkt ook wanneer alleen een externe flitser
• Als de functie anti rode ogen van de ingebouwde flitser wordt gebruikt terwijl de externe flitser is ingesteld als slave-flitser of draadloze flitser, zorgt de voorflits voor anti rode ogen ervoor dat de externe flitser wordt geactiveerd.
Gebruik de functie anti rode ogen daarom niet bij gebruik van een slave-flitser.
K-x_OPM.book Page 179 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2e sluitergordijn-synchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) die is ingesteld op 2e-sluitergordijnsynchronisatie, dan gebruikt ook de ingebouwde flitser deze functie. Controleer of beide flitsers volledig zijn opgeladen alvorens de opname te maken.
179
Een externe flitser aansluiten met het verlengsnoer
Bij gebruik van de ingebouwde flitser in combinatie met een externe flitser die geen functie voor draadloos flitsen heeft, bijvoorbeeld de AF200FG, bevestigt u de optionele flitsschoenadapter F
G
op de flitsschoen van de camera en een optionele flitsschoenadapter F onder op de externe flitser. Vervolgens verbindt u beide met elkaar met behulp van het optionele verlengsnoer F5P, zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding. De flitsschoenadapter F kan met een statiefschroef op een statief worden bevestigd.
In combinatie met de ingebouwde flitser kan alleen een automatische
P-DDL flitser worden gebruikt.
Combinatie met de ingebouwde flitser
5
180
K-x_OPM.book Page 180 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Meerdere flitsers met verlengsnoeren
U kunt twee of meer externe flitsers combineren (AF540FGZ, AF360FGZ en
AF200FG) of u kunt twee of meer externe flitsers gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. U kunt de aansluiting voor het verlengsnoer op de flitser gebruiken om de AF540FGZ aan te sluiten. U kunt AF360FGZ of de
AF200FG flitsers aansluiten zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding. Sluit een externe flitser en de optionele flitsschoenadapter F aan op de optionele schoenadapter F en sluit dan nog een schoenadapter F met een externe flitser aan met behulp van het optionele verlengsnoer F5P.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de externe flitser voor details.
Twee of meer externe flitsers combineren
5
• Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers
F540FGZ, AF360FGZ en AF200FG te gebruiken.
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie met de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
K-x_OPM.book Page 181 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
Als u twee of meer externe flitsers combineert (AF540FGZ, AF360FGZ of
AF200FG) of een externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, kunt u opnamen maken met meerdere flitsers (Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie). Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie is gebaseerd op het verschil in de hoeveelheid licht die de flitsers opbrengen.
• De AF200FG moet worden gecombineerd met de AF540FGZ of de AF360FGZ.
• Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen automatische flitsers van
PENTAX te gebruiken.
1
Sluit de externe flitser indirect aan op de camera.
2
Stel de synchronisatiefunctie voor de externe flitser in op contrastregelingssynchronisatie.
3
Zet de functiekiezer op e , b , c of a .
4
Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak een opname.
5
181
• Als u twee of meer externe flitsers gebruikt en de functie Flitsen met contrastregelingssynchronisatie instelt op de externe master-flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (master-flitser) : 1 (slave-flitsers).
Als u de externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (externe flitser) : 1 (ingebouwde flitser).
• Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie met de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
K-x_OPM.book Page 182 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
182
Memo
K-x_OPM.book Page 183 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Opname-instellingen
In dit hoofdstuk worden allerlei instellingen besproken, onder andere hoe u de indeling voor het opslaan kunt instellen.
De bestandsindeling instellen .......................... 184
De witbalans instellen......................................... 192
Opnamen corrigeren .......................................... 199
De afwerking van de opname instellen ............ 205
184
K-x_OPM.book Page 184 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De bestandsindeling instellen
JPEG-resolutie instellen
U kunt voor de resolutie kiezen uit E , J , P en i . Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling bij [JPEG kwaliteitsniveau].
De standaardinstelling is E .
Resolutie
E
J
P i
Pixels
4288×2848
3936×2624
3072×2048
1728×1152
Papierafmeting
420×594 mm / A2-papier
297×420 mm / A3-papier
210×297 mm / A4-papier
148×210 mm / A5-papier
6 De papierformaten hierboven zijn de formaten voor optimale afdrukken bij de ingestelde resolutie. De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om [JPEG-resolutie] te selecteren en druk op 4 .
JPEG-resolutie
12M
HDR
OFF
Het scherm [JPEG-resolutie] verschijnt.
AF.A
JPEG 12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
K-x_OPM.book Page 185 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Wijzig het aantal opnamepixels met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als u de instelling voor resolutie wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen bij die instelling rechts boven in het scherm weergegeven.
JPEG-resolutie
12
M
10
M
6
M
2
M
128
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
185
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen
U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling bij [JPEG-resolutie].
De standaardinstelling is C (Best).
C Best
De opnamen zijn scherper, maar de bestandsgrootte neemt toe.
D
E
Beter
Goed De opnamen zijn korreliger, maar de bestanden zijn kleiner.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [JPEG kwaliteitsniveau] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
JPEG kwaliteitsniveau
HDR
OFF
Het scherm [JPEG kwaliteitsniveau] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
6
K-x_OPM.book Page 186 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
186
3
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een kwaliteitsniveau.
Als u het kwaliteitsniveau wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen bij die instelling voor kwaliteit rechts boven in het scherm weergegeven.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
JPEG kwaliteitsniveau
MENU Annul.
128
OK OK
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
6
De bestandsindeling instellen
U kunt een bestandsindeling opgeven voor opnamen.
JPEG
RAW
RAW+
Opnamen worden opgeslagen in JPEG-indeling. U kunt de resolutie wijzigen bij [JPEG-resolutie], en het kwaliteitsniveau bij [JPEG kwaliteitsniveau]. De bestandsgrootte is afhankelijk van de instellingen.
(Standaardinstelling).
RAW-gegevens zijn uitvoergegevens van de CMOS-sensor die worden opgeslagen zonder verdere bewerking.
Effecten zoals Witbalans, Aangepaste opname en Kleurruimte worden niet op de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel
opgeslagen. Met de functie RAW-ontwikkeling (p.246) of, nadat u
de RAW-gegevens hebt overgebracht naar een computer, met de meegeleverde software (PENTAX Digital Camera Utility 4) kunt u met behulp van deze effecten JPEG- beelden maken.
Opnamen worden opgeslagen in zowel RAW- als JPEG-indeling. Als
[functie RAW-knop] wordt toegewezen aan de knop | (Snelinstelling), kunt u op de knop | drukken om de bestandsindeling tijdelijk te wijzigen
en de opname in beide bestandsindelingen op te slaan. (p.190)
Als Digitaal filter (p.148), HDR-opname (p.201) of Cross-processing (p.207)
wordt geselecteerd, wordt de bestandsindeling vast ingesteld op [JPEG]; u kunt dat niet wijzigen. Als u een andere bestandsindeling wilt gebruiken, moet u deze functies uitschakelen.
K-x_OPM.book Page 187 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Bestandsindeling] met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Bestandsindeling
JPEG
HDR
OFF
Het scherm [Bestandsindeling] wordt weergegeven.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
3
Selecteer een bestandsindeling met de vierwegbesturing ( 45 ).
Als u de bestandsindeling wijzigt, wordt het beschikbare aantal opnamen rechts boven in het scherm weergegeven.
Bestandsindeling
JPEG RAW RAW+
128
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
• De bestandsindeling is vast ingesteld op [JPEG] bij n (Podiumbelichting) of l (Nachtsnapshot) in de stand H (Scène).
187
6
K-x_OPM.book Page 188 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
188
De RAW-bestandsindeling instellen
Als u RAW-opnamen maakt, kunt u kiezen uit de bestandsindelingen PEF en DNG bij
[RAW-formaat] in het menu
[ A
1 2 3 4
Video
Live weergave
Statusscherm
Momentcontrole
Kleurruimte
RAW-formaat
1sec sRGB
PEF
DNG
OK OK
PEF
DNG
MENU Annul.
De oorspronkelijke RAW-bestandsindeling van PENTAX
(standaardinstelling)
Een voor algemene doeleinden bestemde, publiekelijk beschikbare
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems
6
K-x_OPM.book Page 189 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De functie van de knop Snelinstelling selecteren
U kunt aan de knop | (Snelinstelling) een van de volgende functies toewijzen en de toegewezen functie activeren door tijdens het maken van opnamen op de knop te drukken.
Knop
Snelinstelling
Resetten van de waarden die worden gewijzigd.
(Standaardinstelling)
Aangepaste opname
Instellingen opgeven voor Aangepaste opname. (p.205)
Optisch voorbeeld Weergave van het optische voorbeeld. (p.133)
Digitaal voorbeeld
Digitaal filter functie RAW-knop
Centraal AF-punt
Weergave van het digitale voorbeeld. U kunt instellen of tijdens digitaal voorbeeld al dan niet het histogram en de waarschuwing voor lichte/donkere gebieden moeten
Weergave van het digitale filter. (p.148)
Tijdelijke wijziging van de bestandsindeling. Standaard wordt de opname opgeslagen in zowel JPEG- als RAW-indeling, ongeacht de instelling bij [Bestandsindeling]. U kunt kiezen of de instelling alleen van toepassing is op één opname
en de bestandsindeling als u op de knop drukt. (p.190)
AF-punt terugzetten naar het midden van het AF-kader als [Selecteer AF-schrpstelpunt] ingesteld is op S
(Selecteren) en het AF-punt is gewijzigd. (p.125)
1
Selecteer [Knop Snelinstelling] in het menu [ A Opnamemodus 4] en druk op de vierwegbesturing
( 5 ).
Het scherm [Knop Snelinstelling] verschijnt.
1 2 3 4
Knop Snelinstelling
Geheugen
Shake Reduction
Inv brandp afstand 35mm
MENU Einde
189
6
K-x_OPM.book Page 190 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
190
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Knop Snelinstelling
Knop Snelinstelling
Actie in M-modus e-knop in Programma
P LINE
P SHIFT
6
MENU
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een functie te selecteren die moet worden toegewezen aan de knop | , en druk op de knop
4 .
Knop Snelinstelling
RAW
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Optisch voorbeeld
Digitaal voorbeeld
Digitaal filter functie RAW-knop
Centraal AF-punt
MENU Annul.
OK OK
4
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
De functie van de RAW-knop instellen
Als [functie RAW-knop] is toegewezen aan de knop | , kunt u de instellingen aanpassen.
1
Selecteer [functie RAW-knop] in stap 3 onder “De functie van de knop Snelinstelling selecteren”.
2
Selecteer [Stop na 1 opname] met de vierwegbesturing
( 23 ).
K-x_OPM.book Page 191 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Knop Snelinstelling
RAW functie RAW-knop
Stop na 1 opname
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
MENU
O
P
Na het maken van een opname keert de camera terug naar de oorspronkelijke bestandsindeling (standaardinstelling).
De instelling wordt geannuleerd als u één van de volgende handelingen verricht.
- U drukt opnieuw op de knop |
- U drukt op de knop Q of 3
- De camera wordt uitgezet met de hoofdschakelaar
- U draait aan de functiekiezer
4
Kies met de vierwegbesturing ( 23 ) een bestandsindeling.
Links staat de instelling voor [Bestandsindeling] en rechts de bestandsindeling wanneer op de knop | wordt gedrukt.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer een bestandsindeling met de vierwegbesturing ( 23 ) terwijl u op de knop | drukt.
Knop Snelinstelling
RAW functie RAW-knop
Stop na 1 opname
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
MENU Annul.
OK OK
6
Druk op de knop 4 .
7
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
191
6
192
K-x_OPM.book Page 192 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De witbalans instellen
6
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname zodat witte onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn genomen met de instelling F (Auto), of als u uw opnamen een creatief tintje wilt geven.
Onderdeel
F
Auto
Instellingen
De witbalans automatisch aanpassen.
(Standaardinstelling)
Voor het maken van opnamen bij zonlicht.
Kleurtemperatuur
Ca. 4000 tot
8000K
Ca. 5200K G Daglicht
H
^
J
I
L
CTE
K
Schaduw
Bewolkt
Neonlicht
Lamplicht
Flitser
Handmatig
Voor het maken van opnamen in de schaduw. Hierdoor worden blauwe kleurzwemen in een opname verminderd.
Voor het maken van opnamen op bewolkte dagen.
Voor het maken van opnamen bij neonlicht. Selecteer het type neonlicht.
D Neonlicht daglicht kleuren
N Neonlicht daglicht wit
W Neonlicht koelwit
L Neonlicht warmwit
Voor het maken van opnamen bij elektrisch licht of ander lamplicht.
Hierdoor worden rode kleurzwemen in een opname verminderd.
Voor het maken van opnamen met de ingebouwde flitser.
Bij deze instelling handhaaft en versterkt u de kleurtoon van de lichtbron op de opname.
Gebruik deze functie om de witbalans handmatig aan te passen op basis van het omgevingslicht, zodat witte voorwerpen natuurlijk wit overkomen.
Ca. 8000K
Ca. 6000K
Ca. 6500K
Ca. 5000K
Ca. 4200K
Ca. 3000K
Ca. 2850K
Ca. 5400K
–
–
*1 De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte kleuren.
*2 CTE= Color Temperature Enhancement (kleurtemperatuurverbetering).
K-x_OPM.book Page 193 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Zet de functiekiezer op e , K , b , c of a .
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing
( 23 ) om de witbalans te selecteren.
Witbalans
Auto
CTE
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen m c -knop
M -knop
U kunt met Digitaal voorbeeld de achtergrondafbeelding weergeven met de geselecteerde instelling.
Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
• De witbalans kan niet worden gewijzigd als de opnamestand ingesteld is op de Picture-stand of de stand H (Scène), of wanneer Cross-processing geselecteerd is.
• Omdat de lichtbron verandert als de flitser afgaat, kunt u de witbalans daar op instellen. Selecteer [Autom. Witbalans], [Onveranderd] of [Flitser] bij
[8. WB bij flitsen] in het menu [ A
6
193
194
K-x_OPM.book Page 194 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
2000 3000 4000 5000 6000 8000 10000 12000 [ K ]
Neutral white (Fluorescent light) Flash
6
Witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans aanpassen aan de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen. Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de vooraf ingestelde waarden voor de witbalans van de camera zelf. Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving.
K-x_OPM.book Page 195 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
1
Selecteer K
druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Witbalans
Handmatig
CTE
Voorbeeld OK OK MENU Annul.
2
Richt de zoeker bij het juiste omgevingslicht voor het meten van de witbalans beeldvullend op een vel wit papier of op een wit oppervlak.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zet de scherpstelfunctieknop in de stand \ wanneer de sluiter niet kan worden ontspannen.
Het scherm voor het selecteren van het meetbereik wordt weergegeven.
4
Selecteer met de e-knop het hele scherm of een spotgebied als meetbereik.
6
195
5
Als u een spotgebied selecteert, gebruikt u de vierwegbesturing
( 2345 ) om het kader over het gebied te plaatsen dat u wilt meten.
MENU Annul.
MENU Annul.
OK OK
OK OK
K-x_OPM.book Page 196 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
196
6
6
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor fijnafstemming van de witbalans verschijnt als de meting is voltooid. Pas zo nodig de witbalans aan.
Handmatig
Witbalans
SHUTTER Instellen
±0 ±0
±0
MENU Annul.
7
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
8
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
INFO
Voorbeeld OK OK
• Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt.
• Het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt als de meting is mislukt. Druk op de knop 4 die wordt weergegeven om de witbalans opnieuw te meten.
• Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans mogelijk niet worden aangepast. Pas in dat geval eerst de belichting aan en vervolgens de witbalans.
• Als de functiekiezer in de stand C (Video) staat, kan de witbalans niet worden gemeten. Pas de witbalans aan in een andere opnamestand dan C voordat u een video opneemt.
Fijnafstemming van de witbalans
U kunt de instelling voor witbalans heel fijn afstemmen.
1
Geef de instellingen op in stap 3 op p.193.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het fijn afstemmen wordt weergegeven.
K-x_OPM.book Page 197 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Stem de witbalans fijn af.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven niveaus (225 patronen) beschikbaar.
Schaduw
G1 ±0
±0
MENU Annul.
Voorbeeld OK OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 )
Vierwegbesturing ( 45 )
Knop | (Snelinstelling)
Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G) en magenta (M).
Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B) en amber (A).
Resetten van de instelwaarde. (Alleen beschikbaar wanneer [Knop Snelinstelling] toegewezen is aan de knop |
(Snelinstelling) bij [Knop Snelinstelling] in het menu [ A
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
5
Druk op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Indien ingesteld op K , kan de witbalans ook in het scherm voor de fijnafstemming worden gemeten door de ontspanknop helemaal in te drukken (behalve tijdens het opnemen van video).
197
6
De kleurruimte instellen
U kunt de te gebruiken kleurruimte instellen.
sRGB Instellen op sRGB-kleurruimte.
AdobeRGB Instellen op kleurruimte AdobeRGB.
K-x_OPM.book Page 198 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
198
[
Selecteer [Kleurruimte] in het menu
A
1 2 3 4
Video
Live weergave
Statusscherm
Momentcontrole
Kleurruimte
RAW-formaat
MENU Annul.
1sec sRGB
AdobeRGB
OK OK
Bestandsnamen verschillen afhankelijk van de instelling voor kleurruimte, zie hieronder.
Voor sRGB: IMGPxxxx.JPG
Voor AdobeRGB: _IGPxxxx.JPG
"xxxx" is het bestandsnummer. Dat is een viercijferig volgnummer. (p.268)
6
Kleurruimte
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen.
Dit kleurbereik wordt kleurruimte genoemd.
Om de verschillen in kleurruimten tussen verschillende apparaten te overbruggen zijn er standaardkleurruimten bepaald.
Deze camera ondersteunt sRGB en AdobeRGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
AdobeRGB bestrijkt een grotere kleurruimte dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in AdobeRGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB.
K-x_OPM.book Page 199 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen corrigeren
De eigenschappen van de camera en het objectief kunnen automatisch worden aangepast bij het maken van opnamen.
De helderheid aanpassen
Wijzigen van de helderheid en voorkomen dat zich over- en onderbelichte gebieden voordoen.
Hooglichtcorrectie
Uitbreiding van het dynamisch bereik en het lichtniveau dat door de CMOS-sensor wordt uitgedrukt, en voorkomen dat er lichte en donkere gebieden ontstaan.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om
[Hooglichtcorrectie] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Hooglichtcorrectie] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit] of [Aan] te selecteren.
Hooglichtcorrectie
Uit
DR
200
6
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
MENU Annul.
OK OK
199
200
K-x_OPM.book Page 200 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Als [Hooglichtcorrectie] ingesteld is op [Aan], wordt de minimale gevoeligheid ingesteld op ISO 400. Als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[ A
Pers.instelling 1] (p.85) ingesteld is op [Aan], wordt de gevoeligheid
ingesteld op ISO 200.
• Als de opnamestand ingesteld is op n (Podiumbelichting) of l (Nachtsnapshot) in de stand H (Scène), dan wordt
[Hooglichtcorrectie] vast ingesteld op [Aan].
6
Schaduwcorrectie
Uitbreiding van het dynamisch bereik en het lichtniveau dat door de
CMOS-sensor wordt uitgedrukt, en voorkomen dat er lichte en donkere gebieden ontstaan.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om
[Schaduwcorrectie] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Schaduwcorrectie] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit], [Zwak], [Normaal] of [Sterk] te selecteren.
Schaduwcorrectie
Uit
MENU Annul.
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de hooglichtcorrectie en schaduwcorrectie ook instellen bij
[Instelling D-range] in het menu [ A
OK OK
K-x_OPM.book Page 201 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
HDR-opname
Opnamen maken met een groot dynamisch bereik. Er worden drie opnamen gemaakt (onderbelicht, standaard (correcte belichting) en overbelicht) waarmee één samengesteld beeld wordt gemaakt.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [HDR-opname] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [HDR-opname] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit], [Stand.] of [sterk] te selecteren.
HDR-opname
Uit
HDR
OFF
HDR
1
HDR
2
6
201
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als u HDR-opname hebt ingesteld, wordt de bestandsindeling altijd ingesteld op [JPEG]; dat kunt u niet wijzigen. U kunt HDR-opname niet gebruiken als de bestandsindeling is ingesteld op [RAW].
• Als u HDR-opname hebt ingesteld, is Dubbelopnamen niet beschikbaar.
Transportstanden anders dan 9 (Enkelbeeldopname) en h (Afstandsbediening) zijn evenmin beschikbaar.
• HDR-opname kan niet tegelijkertijd worden gebruikt met Cross-processing of
Digitaal filter. De laatst geselecteerde stand wordt gebruikt.
• U kunt HDR-opname niet gebruiken als de sluitertijd ingesteld is op h .
• Omdat bij HDR-opnamen meerdere opnamen worden gecombineerd tot één uiteindelijk beeld, kost het tijd om dat op te slaan.
• Als u bij het maken van een HDR-opname op de knop 3 drukt terwijl de gecombineerde opname wordt opgeslagen, wordt dat proces gestaakt en wordt de opname opgeslagen als standaardopname.
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als HDR-opname wordt geselecteerd. Gebruik in dat geval een statief om camerabeweging te voorkomen.
202
K-x_OPM.book Page 202 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
Objectiefcorrectie
Correctie van vervormingen en laterale chromatische aberratie die het gevolg zijn van eigenschappen van het objectief.
Vervorming
Vervorming is het fenomeen waarbij het centrale deel van een opname opgeblazen lijkt (tonvervorming) of juist samengetrokken
(kussenvervorming). Vervorming treedt sneller op bij gebruik van een zoomobjectief of een objectief met een klein diafragma; rechte muren en de horizon worden dan op de afbeelding gebogen.
6
Kussenvervorming Tonvervorming
K-x_OPM.book Page 203 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Laterale chromatische aberratie
Laterale chromatische aberratie is het fenomeen waarbij bij het maken van een opname de vergroting van het beeld varieert met de kleuren
(golflengten van licht); dit kan een onscherp beeld veroorzaken.
Chromatische aberratie komt sneller voor bij korte brandpuntsafstanden.
203
• U kunt alleen corrigeren bij gebruik van een DA-, DA L- of D FA-objectief.
U kunt [Vervormingscorrectie] en [Aanp. Lat. Chr. Abb.] niet selecteren als een niet-compatibel objectief is bevestigd.
• [Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van een DA FISH-EYE
10-17mm.
• De functie voor objectiefcorrectie wordt uitgeschakeld bij gebruik van een accessoire zoals een close-up ring of rear converter die tussen de camera en het objectief wordt gemonteerd.
• De opnamesnelheid bij continuopnamen kan lager liggen als de functie voor objectiefcorrectie geactiveerd is.
• Het effect van objectiefcorrectie zal soms nauwelijks waarneembaar zijn als gevolg van de opnameomstandigheden of andere factoren.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om
[Vervormingscorrectie] of [Aanp. Lat. Chr. Abb.] te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm [Vervormingscorrectie] of [Aanp. Lat. Chr. Abb.] wordt weergegeven.
6
K-x_OPM.book Page 204 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
204
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om [Uit] of [Aan] te selecteren.
Vervormingscorrectie
Uit
6
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als een compatibel objectief is gemonteerd en de bestandsindeling is ingesteld op [RAW] of [RAW+], worden de correctiegegevens opgeslagen als RAW-parameter en kunt u bij het ontwikkelen van de RAW-beelden [Aan]
• U kunt [Vervormingscorrectie] en [Aanp. Lat. Chr. Abb.] ook instellen bij
[Objectiefcorrectie] in het menu [ A
K-x_OPM.book Page 205 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De afwerking van de opname instellen
205
Aangepaste opname instellen
U kunt de afwerking van de opname instellen voordat u opnamen maakt als de opnamestand ingesteld is op e (Programma),
K (Gevoeligheidsvoorkeuze), b (Sluitertijdvoorkeuze), c (Diafragmavoorkeuze) of a (Handmatig).
U kunt voor de beeldtint kiezen uit de volgende zeven mogelijkheden:
Helder (standaardinstelling), Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig,
Gedempt en Monochroom. U kunt voor de beeldtint de volgende items selecteren.
Kleurverzadiging
Tint
Onderdeel
Instellingen
Instelling van de kleurverzadiging. (Beschikbare instellingen:
-4 t/m +4)
Instelling van de kleurtint. (Beschikbare instellingen: -4 t/m +4)
Wijzigen van de helderheid van de opname. (Beschikbare instellingen: -4 t/m +4)
Hoog/laag stemming
Contrast
Instelling van het contrast (Beschikbare instellingen: -4 t/m +4)
Instelling van de scherpte van de contouren van de afbeelding. (Beschikbare instellingen: -4 t/m +4)
Aanpassing van het contrast zodat het lijkt alsof een zwartwit-kleurenfilter is gebruikt. Instelling van de filterkleur.
(Beschikbare instellingen: [Geen], [Groen], [Geel], [Oranje],
[Rood], [Magenta], [Blauw], [Cyaan], [Infraroodfilter])
Instelling van het aanpassingsniveau voor koude kleurtinten
(- richting) en warme kleurtinten (+ richting). (Beschikbare instellingen: -4 t/m +4)
*1 Deze functie kan worden ingesteld als een andere stand dan [Monochroom] is geselecteerd.
*2 U kunt ook [Fijne scherpte] selecteren, waarmee u de contouren van de afbeelding nog dunner en scherper maakt.
*3 Deze functie kan worden ingesteld als [Monochroom] is geselecteerd.
Aangepaste opname kan niet worden gebruikt als Cross-processing is geselecteerd.
6
K-x_OPM.book Page 206 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
206
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies een aangepaste opname met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Aangepaste opname
Helder
HDR
OFF
Het scherm [Aangepaste opname] wordt weergegeven.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname weergegeven als achtergrond.
JPEG
AF.A
12
M
10/10/’09 10:30AM [ 37 ]
3
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een beeldtint te selecteren.
6
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een item te selecteren dat u wilt wijzigen.
Als Beeldtint is ingesteld op
[Monochroom], kunt u de instellingen wijzigen voor Filtereffect, Kleur aanpassen, Contrast en Scherpte.
MENU Annul.
INFO
Voorbeeld OK OK
K-x_OPM.book Page 207 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing ( 45 ).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instellingen.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram
(dit wordt niet weergegeven als Beeldtint is ingesteld op [Monochroom]).
Beschikbare bewerkingen e-knop Schakelen tussen [Scherpte] en [Fijne scherpte].
Als [Fijne scherpte] is ingesteld, kunt u opnamen maken met scherpere contouren.
Knop | (Snelinstelling) Resetten van de ingestelde waarde. (Alleen beschikbaar wanneer [Knop Snelinstelling] is toegewezen aan de knop | (Snelinstelling) bij [Knop Snelinstelling] in het menu
[ A
M -knop Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als] en druk op de knop 4 (niet beschikbaar bij Live Weergave).
6
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
U kunt de instellingen ook wijzigen in het menu [ A
207
6
Cross-processing instellen
Cross-processing is de procedure waarmee een film opzettelijk wordt verwerkt in chemicaliën van het verkeerde type om een beeld te creëren met verschillende kleuren en verschillend contrast. Deze camera is uitgerust met digitale cross-processing, die intern wordt uitgevoerd.
1
Druk op de knop M in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
K-x_OPM.book Page 208 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
208
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om [Crossprocessing] te selecteren en druk op 4 .
Het scherm [Cross-processing] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om [Uit] of [Aan] te selecteren.
Cross-processing
Uit
6
MENU Annul.
OK OK
4
Druk op de knop 4 .
U keert terug naar het bedieningspaneel.
• Als Cross-processing geselecteerd is, wordt de bestandsindeling vast ingesteld op [JPEG] en kan deze niet worden gewijzigd. Als de bestandsindeling ingesteld is op [RAW], kan Cross-processing niet worden geselecteerd.
• Als Cross-processing geselecteerd is, kan Dubbelopnamen niet worden geselecteerd.
• Cross-processing en HDR-opname kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. De laatst geselecteerde functie wordt gebruikt.
• Als Cross-processing geselecteerd is, kunnen de instellingen van
Aangepaste opname en Witbalans niet worden gewijzigd.
U kunt de instelling ook wijzigen in het menu [ A
K-x_OPM.book Page 209 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
7
Weergavefuncties
In dit hoofdstuk worden de verschillende weergavefuncties in de weergavestand besproken.
Bediening van weergavefuncties ..................... 210
Opnamen uitvergroten ....................................... 212
Weergave van meerdere opnamen ................... 214
Diavoorstelling ................................................... 221
Opnamen roteren ............................................... 224
Opnamen vergelijken ......................................... 225
Meerdere opnamen wissen ............................... 227
Opnamen beveiligen tegen wissen
(Beveiligen) ......................................................... 231
210
K-x_OPM.book Page 210 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Bediening van weergavefuncties
Instellingen voor weergave van opnamen geeft u op in het weergavepalet of het menu [ Q Weergeven].
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.38) voor meer informatie over het werken
met de menu’s.
Items van het Weergavepalet
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand om het weergavepalet op te roepen.
U kunt het weergavepalet zelfs weergeven als een video wordt onderbroken.
7
Diavoorstelling
Onderdeel s Beeldrotatie
D Digitaal filter
*1 n Formaat wijzigen *1 o Bijsnijden
Diavoorstelling met alle gemaakte opnamen
MENU Annul.
OK OK
Functie
Opnamen roteren.
De kleurtint van opnamen wijzigen, de filters Soft en Vlak toepassen, of de helderheid aanpassen.
Resolutie en kwaliteitsniveau van een opname wijzigen en het resultaat opslaan als een nieuw opnamebestand.
Van de gewenste uitsnede van een opname een nieuw opnamebestand maken.
Pagina
K-x_OPM.book Page 211 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
211 u h p
Onderdeel
Diavoorstelling
RAW-ontwikkeling
Index
*2
Functie
De opnamen doorlopend weergeven.
RAW-opnamen converteren naar JPEGindeling.
Een aantal opnamen samenvoegen tot een nieuwe opname.
Pagina
g
Z
Opnamen vergelijken
Beveiligen r DPOF
*1
Twee opnamen naast elkaar weergeven. p.225
Opnamen beveiligen tegen abusievelijk wissen.
De DPOF-instellingen instellen.
*1 De functie is uitgeschakeld bij weergave van een RAW-opname.
*2 De functie is uitgeschakeld bij weergave van een JPEG-opname.
Items van het menu Weergeven
U kunt de volgende instellingen opgeven in het menu [ Q Weergeven].
Druk op de knop 3 in de weergavestand.
Het menu [ Q Weergeven 1] wordt weergegeven.
7
Menu Onderdeel
Diavoorstelling
Q 1
Weergavefunctie
Alle opnamen verwijderen
Functie
De opnamen worden achter elkaar door weergegeven. U kunt instellen hoe de opnamen in de diavoorstelling worden weergegeven.
Instellen of de waarschuwing Licht/ donker geb moet worden weergegeven in de weergavestand, en de beginwaarde instellen bij het vergroten van beelden.
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
Pagina
212
K-x_OPM.book Page 212 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen uitvergroten
U kunt opnamen in de weergavestand tot maximaal 16 keer vergroten.
1
Selecteer in de weergavestand een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y ).
De opname wordt bij elke klik vergroot
(1,2 keer tot 16 keer).
JPEG 1/ 2000 F5.6
100-0001
7
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( e-knop naar links (
2345 e-knop naar rechts ( y f )
)
) Het uit te vergroten gebied verplaatsen.
Vergroot opname (tot maximaal 16 keer).
Opname verkleinen (tot maximaal
1,2 keer*).
4 -knop
M -knop
De oorspronkelijke grootte herstellen.
De weergave van informatie in of uitschakelen.
* De standaardinstelling voor de eerste klik (minimale uitvergroting) is 1,2 keer.
U kunt dit wijzigen bij [Weergavefunctie] in het menu [ Q
• U kunt de opname uitvergroten met behulp van dezelfde procedure die u
daarvoor gebruikt bij de Momentcontrole (p.67), Digitaal voorbeeld (p.134)
• De oorspronkelijke volledige weergave van verticale opnamen is 0,75 keer die van horizontale opnamen, zodat de vergroting bij de eerste klik in dat geval een vergroting is van 1,0 keer.
K-x_OPM.book Page 213 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Weergavestijl bij Weergeven instellen
U kunt instellen of de waarschuwing Licht/donker geb bij het weergeven moet worden ingeschakeld, en wat de beginfactor is bij het uitvergroten.
1
Kies [Weergavefunctie] in het menu [ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Weergavefunctie] wordt weergegeven.
2
Selecteer O of P voor [Licht/ donker geb] met de vierwegbesturing ( 45 ).
Weergavefunctie
Licht/donker geb
Snel zoomen Uit
213
MENU
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om [Snel zoomen] te selecteren.
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en selecteer de vergroting met de vierwegbesturing ( 23 ).
Maak een keuze uit [Uit]
(standaardinstelling), [×2],
[×4], [×8] of [×16].
Weergavefunctie
Licht/donker geb
Snel zoomen Uit
X2
X4
X8
X16
MENU Annul.
OK OK
5
Druk op de knop 4 .
6
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
7
214
K-x_OPM.book Page 214 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Weergave van meerdere opnamen
Scherm voor weergave van meerdere opnamen
U kunt 4, 9, 16 of 36 of opnamen tegelijk weergeven op de monitor.
De standaardinstelling is weergave van negen opnamen.
1
Draai de e-knop naar links
(naar f ) in de weergavestand.
7
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen worden weergegeven.
Kader
INFO 100-0001
Schuifbalk
K-x_OPM.book Page 215 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing
( 2345 )
M -knop
Het selectiekader verplaatsen.
Weergave van het scherm [Ins weerg meerd opn].
Kies het aantal opnamen dat u tegelijkertijd wilt weergeven met de vierwegbesturing ( 45 ).
215
Ins weerg meerd opn
Weergavetype
K / i -knop
MENU Annul.
INFO OK OK
(U kunt [Weergavetype] niet selecteren als u
meerdere RAW-opnamen ontwikkelt (p.247).)
Selectie en verwijdering van meerdere opnamen.
2
Druk op de knop 4 .
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
7
JPEG 1/ 2000 F5.6
100-0001
216
K-x_OPM.book Page 216 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op de map waarin ze zijn opgeslagen.
1
Draai in het scherm met de weergave van meerdere opnamen de e-knop opnieuw naar links (naar f ).
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
2
Kies de map waarvan u opnamen wilt weergeven.
100 101
12345
102
103 104 105
7
100_0105
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 2345 )
K / i -knop
Het selectiekader verplaatsen.
De geselecteerde map samen met de erin
opgeslagen opnamen wissen. (p.229)
3
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd uit de geselecteerde map wordt weergegeven.
K-x_OPM.book Page 217 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum (Kalenderweergave)
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op opnamedatum.
1
Druk in de weergave van meerdere opnamen op de knop M .
Het scherm [Ins weerg meerd opn] wordt weergegeven.
2
Druk opnieuw op de knop M .
Het scherm Kalenderweergave wordt weergegeven.
Alleen datums waarop opnamen zijn gemaakt worden weergegeven.
Aantal opnamen dat op deze datum is gemaakt
2/5
2009.
WED
9
23
FRI
MON
25
28
2009.
10
THU 1
4
WED
SAT
7
10
Wissen INFO
Opnamedatum Miniatuur
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 )
Vierwegbesturing ( 45 ) e-knop naar rechts ( y )
M -knop
K / i -knop
Een opnamedatum selecteren.
Een opname selecteren die op de geselecteerde opnamedatum is gemaakt.
Weergave van de geselecteerde opname.
Naar links ( f ) draaien om terug te keren naar de kalenderweergave.
U keert terug naar het scherm voor weergave van verscheidene opnamen tegelijkertijd.
Geselecteerde opnamen wissen.
3
Druk op de knop 4 .
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
7
217
K-x_OPM.book Page 218 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
218
7
Opnamen samenvoegen (Index)
Voeg een aantal opnamen samen en geef deze weer als een indexprint.
U kunt de weergegeven indexprint ook opslaan als een nieuwe opname.
U kunt de opnamen voor een indexprint selecteren en willekeurig indelen.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer p (Index) met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het scherm [Index] wordt weergegeven.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
4
Selecteer het aantal opnamen met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt o (Miniatuur), p (Blokje), q (Willekeurig 1), r (Willekeurig 2), s (Willekeurig 3) en p (Luchtbel) selecteren.
Index
MENU Annul.
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Een indexbeeld maken
OK OK
5
Selecteer [Opnamen] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
6
Selecteer het aantal opnamen met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt 12, 24 of 36 opnamen selecteren.
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
24
36
Een indexbeeld maken
MENU Annul.
7
Selecteer [Achtrgrd.] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
OK OK
K-x_OPM.book Page 219 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
8
Kies de achtergrond met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
U kunt kiezen uit een witte en een zwarte achtergrond.
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
Een indexbeeld maken
MENU Annul.
9
Selecteer [Selectie] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
10
Selecteer het selectietype voor opnamen met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
OK OK
MENU
Een indexbeeld maken
Annul.
OK OK u (Alle beelden) w x
(Handmatig)
Mapnaam
Uit alle opgeslagen opnamen worden automatisch opnamen gekozen
De opnamen die u wilt opnemen in de index stuk voor stuk selecteren. Ga verder door [Selec. opname(n)] te kiezen en de opnamen stuk voor stuk te selecteren.
Uit de geselecteerde map worden automatisch opnamen gekozen. Ga verder door [Een map select.] en de map te selecteren.
11
Selecteer [Een indexbeeld maken] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
De indexopname wordt gemaakt en er wordt een bevestigingsscherm weergegeven.
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
12
MENU
Een indexbeeld maken
219
7
K-x_OPM.book Page 220 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
220
7
12
Selecteer [Opslaan] of [Opnieuw sorteren] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Opslaan
Opnieuw sorteren
Annuleren
MENU OK OK
Opslaan
De indexopname wordt opgeslagen als een P - en
C -bestand.
Opnieuw sorteren
De opnamen van de index opnieuw selecteren en een nieuwe indexopname weergeven. Als [Miniatuur] is geselecteerd bij [Lay-out], wordt deze echter niet weergegeven.
Nadat de indexopname is opgeslagen, keert u terug naar de weergavestand en wordt de indexopname weergegeven.
• Het maken van een indexopname kan enige tijd in beslag nemen.
• Als het aantal opgeslagen opnamen kleiner is dan het aantal dat is ingesteld bij
[Opnamen], zullen in de lay-out [Miniatuur] lege plekken verschijnen, en worden sommige opnamen mogelijk twee keer weergegeven in andere lay-outs.
• De opnamen worden geplaatst in een volgorde van laag naar hoog bestandsnummer bij selectie van [Miniatuur] of [Blokje].
K-x_OPM.book Page 221 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Diavoorstelling
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven.
Diavoorstelling instellen
Stelt in hoe opnamen worden weergegeven tijdens een diavoorstelling.
1
Druk op de knop 3 in de weergavestand.
Het menu [ Q Weergeven 1] verschijnt.
2
Selecteer [Diavoorstelling] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het opgeven van instellingen voor de diavoorstelling verschijnt.
3
Selecteer met de vierwegbesturing
( 23 ) de instelling die u wilt wijzigen.
Diavoorstelling start
Starten
U kunt de volgende instellingen wijzigen.
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
3sec
MENU OK OK
Onderdeel
Interval
Beschrijving
Het weergave-interval selecteren.
Wijzigen
3sec (standaardinstelling)/
5sec/10sec/30sec
Schermeffect
Stelt het overgangseffect in van de ene naar de andere opname.
OFF (standaardinstelling)/
Vervagen/Vegen/Strepen
Weergeven herhalen
Stel in of de diavoorstelling opnieuw begint nadat de laatste opname is weergegeven.
P (standaardinstelling)/ O
7
221
K-x_OPM.book Page 222 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
222
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en wijzig de instelling met vierwegbesturing ( 23 ).
Starten
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
MENU Annul.
3sec
5sec
10sec
30sec
OK OK
7
De diavoorstelling starten
1
Selecteer [Starten] in stap 3 op
4 Of selecteer u (Diavoorstelling) op het weergavepalet en druk op de knop 4 .
Het startscherm wordt weergegeven en de diavoorstelling begint.
Beschikbare bewerkingen
4 -knop
Vierwegbesturing ( 4 )
Vierwegbesturing ( 5 )
Vierwegbesturing ( 3 )
Starten
OK
Onderbreekt de weergave. Druk nogmaals om de weergave te hervatten.
De vorige opname wordt weergegeven.
De volgende opname wordt weergegeven.
Hiermee stopt u het afspelen.
K-x_OPM.book Page 223 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
2
De diavoorstelling afbreken.
De diavoorstelling wordt afgebroken als u een van de volgende handelingen uitvoert tijdens weergave of onderbreking van de diavoorstelling.
- U drukt op de vierwegbesturing ( 3
- U drukt op de knop
- U drukt op de knop 3
- U drukt de ontspanknop tot halverwege of helemaal in
- U draait aan de functiekiezer
- U drukt op de knop = / L
*1 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de normale weergavestand.
*2 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de opnamestand.
Bij video wordt het eerste beeldje weergegeven; na het verstrijken van het interval wordt het tweede beeldje weergegeven. Als u een video als zodanig wilt afspelen tijdens een diavoorstelling, drukt u bij weergave van het eerste beeldje op de knop 4 . Nadat de video is afgespeeld, wordt de diavoorstelling hervat.
223
7
224
K-x_OPM.book Page 224 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen roteren
U kunt een weergegeven opname 90° tegen de wijzers van de klok in roteren en de geroteerde opname opslaan. De rotatiegegevens van de opname worden bewaard bij de opname en bij weergave wordt deze staand weergegeven.
• Als [18. Rotatie-info opslaan] in het menu [ A
ingesteld is op [Uit], worden bij het maken van opnamen de rotatiegegevens van de opname niet opgeslagen.
• Als [19. Auto opnamerotatie] in het menu [ A
ingesteld is op [Aan], wordt tijdens weergave de opname automatisch geroteerd op basis van de rotatiegegevens van de opname.
7
U kunt de rotatiegegevens van de opname niet wijzigen in de volgende situaties.
- Wanneer de opname is beveiligd
- Wanneer de rotatiegegevens van de opname niet met de opname zijn opgeslagen
- Wanneer [19. Auto opnamerotatie] in het menu [ A
is ingesteld op [Uit]
1
Selecteer de opname die u wilt roteren in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om s (Beeldrotatie) te selecteren en druk vervolgens op de knop 4 .
De geselecteerde opname wordt geroteerd in stappen van 90° en de vier miniaturen worden weergegeven.
4
Kies de rotatierichting met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
De rotatiegegevens van de opname worden opgeslagen.
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 225 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen vergelijken
U kunt twee opnamen naast elkaar weergeven.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om g (Opnamen vergelijken) te selecteren en druk vervolgens op de knop
4 .
De laatst weergegeven opname wordt twee keer zij aan zij weergegeven.
3
Selecteer met de e-knop twee opnamen die u wilt vergelijken en vergelijk deze links en rechts.
U kunt de volgende handelingen uitvoeren bij het vergelijken van opnamen.
MENU OK
Beschikbare bewerkingen
4 -knop
Vierwegbesturing
( 2345 )
Knop |
(Snelinstelling) e-knop
M -knop
Telkens als u op de knop drukt, verspringt het selectiekader naar de rechteropname, naar beide opnamen en naar de linkeropname.
Het te vergroten gebied verplaatsen. Als met het selectiekader beide opnamen worden geselecteerd, kunt u beide opnamen tegelijkertijd bewerken.
De weergavepositie van de uitvergroting terug verplaatsen naar het midden.
Als met het selectiekader de linkeropname of rechteropname wordt geselecteerd, wordt de vorige of volgende opname weergegeven. Als met de selectiekaders beide opnamen worden geselecteerd, kunt u beide opnamen tegelijkertijd met dezelfde vergroting vergroten of verkleinen.
De weergave van informatie in- of uitschakelen.
7
225
K-x_OPM.book Page 226 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
226
K / i -knop Als met het selectiekader de linker- of de rechteropname wordt geselecteerd, wordt de geselecteerde opname gewist.
4
Druk op de knop 3 .
De camera keert terug naar de normale weergavestand.
7
K-x_OPM.book Page 227 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Meerdere opnamen wissen
Geselecteerde opnamen wissen
U kunt verscheidene opnamen tegelijk wissen in de weergave met meerdere opnamen tegelijk.
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
• U kunt maximaal 100 opnamen tegelijkertijd selecteren.
1
Draai de e-knop naar links
(naar f ) in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
2
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor het selecteren van de te wissen opnamen wordt weergegeven.
3
Selecteer de te wissen opnamen.
INFO 100-0001
7
227
MENU Wissen OK
K-x_OPM.book Page 228 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
228
7
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing
( 2345 )
4 -knop
Het selectiekader verplaatsen. e-knop
Er wordt een O gezet en de opname wordt geselecteerd. Druk opnieuw op de knop om terug te keren naar P . U kunt geen beveiligde opnamen
( Z ) selecteren.
De geselecteerde opname wordt met het selectiekader weergegeven op het hele scherm.
Als de opname schermvullend wordt weergegeven, drukt u op de vierwegbesturing ( 45 ) om de vorige of volgende opname weer te geven.
4
Druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
5
Selecteer [Kiezen&wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Alle geselecteerde beelden worden gewist
Kiezen&wissen
Annuleren
6
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde opnamen worden gewist.
MENU OK OK
K-x_OPM.book Page 229 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Een map wissen
U kunt de geselecteerde map samen met de erin opgeslagen opnamen wissen.
1
Draai de e-knop twee klikken naar links (naar f ) in de weergavestand.
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
229
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 2345 ) om een map te selecteren die u wilt wissen en druk op de knop K / i .
Het scherm voor bevestiging van het wissen van de map verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
100 101
12345
102
103 104 105
100_0105 7
100_0105
Alle beelden in de geselecteerde map worden gewist
Wissen
Annuleren
OK OK
K-x_OPM.book Page 230 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
230
4
Druk op de knop 4 .
De geselecteerde map wordt gewist met alle er in opgeslagen opnamen.
Er wordt een bevestigingsscherm weergegeven als er beveiligde opnamen zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles handhaven] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook beveiligde opnamen gewist.
3opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
Alles wissen
Alles handhaven
OK OK
Alle opnamen wissen
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
7
1
Kies [Alle opnamen verwijderen] in het menu
[ Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het wissen van alle opnamen wordt weergegeven.
2
Selecteer [Alle opnamen verwijderen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Alle opnamen worden uit geheugen verwijderd
Alle opnamen verwijderen
Annuleren
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
Alle opnamen worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm weergegeven als er beveiligde opnamen zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles handhaven] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook beveiligde opnamen gewist.
3 opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
Alles wissen
Alles handhaven
OK OK
K-x_OPM.book Page 231 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen beveiligen tegen wissen
(Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd.
231
Eén opname beveiligen
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer Z (Beveiligen) met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het scherm voor het selecteren van de beveiligingsmethode wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Enkel beeld
Alle beelden
MENU
4
Selecteer een opname om te beveiligen met de vierwegbesturing ( 45 ).
5
Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Selecteer [Beveiliging opheffen] om de beveiliging van de opname te annuleren.
Beveiligen
Beveiliging opheffen
OK OK
MENU OK OK
7
K-x_OPM.book Page 232 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
232
6
Druk op de knop 4 .
De opname wordt beveiligd en het pictogram Y wordt rechts boven in het scherm weergegeven.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 als u nog meer opnamen wilt beschermen.
7
Alle opnamen beveiligen
1
Selecteer [Alle beelden] in stap 3 op p.231 en druk op
de knop 4 .
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Beveiligen] te selecteren en druk op de knop 4 .
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd.
Selecteer [Beveiliging opheffen] om de beveiliging van alle opnamen te annuleren.
MENU
Alle beelden beveiligen
Beveiligen
Beveiliging opheffen
OK OK
K-x_OPM.book Page 233 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat
U kunt de camera aansluiten op een TV of ander apparaat met een videoingang en opnamen weergeven. Gebruik de optionele AV-kabel (I-AVC7).
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open het klepje van de aansluitingen, richt de pijl op de AV-kabel naar de markering 2 op de camera en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
233
3
Sluit het andere uiteinde van de AV-kabel aan op de videoingang van het audiovisuele apparaat.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in de videostand en de cameragegevens worden weergegeven op het scherm van het aangesloten AV-apparaat.
• Als u van plan bent de camera langdurig continu te gebruiken, wordt gebruik
van de (optionele) netvoedingsadapterset K-AC84 aanbevolen. (p.46)
• Bij audiovisuele apparatuur met meerdere video-ingangen raadpleegt u de handleiding bij het audiovisuele apparaat en selecteert u een geschikte video-ingang waarop de camera wordt aangesloten.
• De cameramonitor wordt uitgeschakeld terwijl de camera aangesloten is op het audiovisuele apparaat. U kunt het volume op de camera niet wijzigen.
Stel het volume in op het audiovisuele apparaat.
7
K-x_OPM.book Page 234 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
234
7
Het video-uitgangssignaal selecteren
Als voor thuistijd de standaardinstelling is geselecteerd (p.56), wordt het
video-uitgangssignaal gebruikt dat voor die regio het standaardsignaal is.
Afhankelijk van het land of de regio kan het gebeuren dat de opnamen niet met dat signaal kunnen worden afgespeeld. Als dat het geval is, kiest u een ander video-uitgangssignaal.
1
Selecteer [Video uit] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [NTSC] of [PAL] te selecteren.
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Copyrightinformatie
±0
NTSC
Dat,
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 3 .
Het videosignaal wordt ingesteld.
Het video-uitgangssignaal verschilt per regio. Als u [De tijd instellen] bij de
instelling voor wereldtijd (p.258) instelt op
X (Bestemmingstijd), wordt het video-uitgangssignaal aangepast aan dat van de desbetreffende stad.
K-x_OPM.book Page 235 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
8
Opnamen verwerken
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u gemaakte opnamen verwerkt en RAW-opnamen bewerkt.
De opnamegrootte wijzigen .............................. 236
Opnamen bewerken met digitale filters ........... 240
RAW-opnamen ontwikkelen .............................. 246
JPEG-opnamen aanpassen ............................... 251
236
K-x_OPM.book Page 236 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De opnamegrootte wijzigen
Resolutie en kwaliteitsniveau van een opname wijzigen, en de opname opslaan als een nieuw bestand.
8
Het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau wijzigen (Formaat wijzigen)
Resolutie en kwaliteitsniveau van de geselecteerde opname wijzigen en de opname opslaan als een nieuw bestand. De resolutie kan worden verlaagd zonder de kwaliteit nadelig te beïnvloeden.
• U kunt alleen de grootte van JPEG-opnamen wijzigen die zijn gemaakt met deze camera.
• U kunt geen hogere resolutie selecteren dan die van de originele opname.
• Het formaat van opnamen waarvan het formaat is aangepast tot met deze camera, kan niet worden aangepast.
1
Selecteer de opname waarvan u het formaat wilt wijzigen, in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer n (Formaat wijzigen) met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het scherm voor het selecteren van het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau wordt weergegeven.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om een formaat te kiezen.
U kunt een van de formaten selecteren en beginnen met een formaat kleiner dan dat van de oorspronkelijke opname.
Welk formaat u kunt selecteren, is afhankelijk van het oorspronkelijke beeldformaat en de verhoudingen.
ޓ
MENU
12
M
10
M
OK
K-x_OPM.book Page 237 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer het kwaliteitsniveau met de vierwegbesturing ( 45 ).
U kunt kiezen uit C , D en E .
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Opslaan als
Annuleren
OK MENU
8
Druk op de knop 4 .
De opname met het aangepaste formaat wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
Uitsneden maken (Bijsnijden)
Van de geselecteerde opname alleen het gewenste gebied uitsnijden en opslaan als een nieuwe opname. U kunt ook de verhoudingen wijzigen.
• U kunt alleen JPEG- en RAW-opnamen bijsnijden die zijn gemaakt met deze camera.
• U kunt opnamen waarvan het formaat is aangepast tot met deze camera, niet bijsnijden.
1
Selecteer de opname die u wilt bijsnijden, in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
8
237
K-x_OPM.book Page 238 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
238
3
Selecteer o (Bijsnijden) met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het bijsnijkader waarmee u bepaalt welk deel u wilt uitsnijden en welke afmetingen dat deel krijgt, wordt weergegeven.
4
Selecteer het formaat en de positie van het bijsnijkader.
MENU INFO
3:2
OK
Beschikbare bewerkingen e-knop
Vierwegbesturing
( 2345 )
M -knop
Wijzigen van de grootte van het bijsnijkader.
Het bijsnijkader verplaatsen.
De verhouding wijzigen. U kunt kiezen uit [3:2],
[4:3], [16:9] en [1:1]. U kunt het beeld ook roteren van -45° tot +45° in stappen van 1°.
8
Verhoudingen
Beeldrotatie
3:2
±0°
MENU
Knop | (Snelinstelling) Het bijsnijkader roteren in stappen van 90°.
| wordt alleen weergegeven als het bijsnijdkader kan worden geroteerd.
5
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
K-x_OPM.book Page 239 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Opslaan als
Annuleren
OK MENU
7
Druk op de knop 4 .
De bijgesneden afbeelding wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
239
8
240
K-x_OPM.book Page 240 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen bewerken met digitale filters
8
U kunt gemaakte opnamen bewerken met gebruik van digitale filters.
De volgende filters zijn beschikbaar.
Filternaam
Speels
Retro
Effect
Voor opnamen die eruit zien alsof ze zijn gemaakt met een speelgoedcamera.
Voor ouderwets uitziende opnamen.
Parameter
Schaduwniveau: +1/+2/+3
Onscherpte: +1/+2/+3
Toonreductie: Rood/Groen/Blauw/Geel
Kleur aanpassen: -3 to +3
Beeldinkadering: Geen/Dun/
Gemiddeld/Dik
+1 tot +5
Kleurextractie
Aquarel
Pastel
Miniatuur
Aanpass. basisparam.
Monochroom
Onttrekken van een specifieke kleur en de rest van de opname zwart-wit maken.
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/Cyaan/
Groen/Geel
Kleurfrequentieberek: -2 to +2
Voor opnamen die geaquarelleerd lijken.
Voor opnamen die eruit zien alsof ze zijn getekend met krijt.
Een deel van de opname onscherp maken om een miniatuur na te bootsen.
Zwak/Standaard/Sterk
Voor/Midden/Achter
Basisparameters aanpassen om de gewenste afbeelding te verkrijgen.
Voor monochrome opnamen zoals zwartwitopnamen.
Intensiteit: Zwak/Standaard/Sterk
Kleurverzadiging: Zwak/Normaal/Sterk
Helder: ±8 niveaus
Kleurverzadiging: ±3 niveaus
Tint: ±3 niveaus
Contrast: ±3 niveaus
Scherpte: ±3 niveaus
Filtereffect: UIT/Rood/Groen/Blauw/IR
Kleur aanpassen (B-A): 7 niveaus
K-x_OPM.book Page 241 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
241
Filternaam
Kleur
Soft
Sterren
Fisheye
Vlak
HDR
Aangepast filter
Effect
Een kleurfilter over de opname leggen. Keuze uit 18 filters (6 kleuren ×
3 tinten).
Parameter
Kleur: Rood/Magenta/Cyaan/Blauw/
Groen/Geel
Kleurdichtheid: Licht/Standaard/
Donker
Soft-focus: +1/+2/+3 Voor opnamen met een soft focus over het hele beeld.
Voor nachtopnamen of opnamen van door water gereflecteerd licht met een extra schittering die wordt bereikt door aan de hoge lichten kruisachtige effecten toe te voegen.
Voor opnamen die eruit zien alsof ze zijn gemaakt met een fisheye-objectief.
De horizontale en verticale verhouding van opnamen wijzigen.
Voor opnamen die eruit zien als een opname met een groot dynamisch bereik.
Schaduwonscherpte: UIT/AAN
Aantal lichtbronnen: Klein/Gemiddeld/
Groot
Grootte: Kort/Gemiddeld/Lang
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Zwak/Normaal/Sterk
±8 niveaus
Zwak/Standaard/Sterk
Voor het maken en opslaan van naar eigen wens gemaakte filters.
Sterk contrast: UIT/+1 t/m +5
Soft-focus: UIT/+1/+2/+3
Toonreductie: UIT/Rood/Groen/Blauw/
Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: -3 t/m +3
Vervormingstype: 3 typen
Mate van vervorming: UIT/Zwak/
Normaal/Sterk
Kleur inverteren: UIT/AAN
Alleen JPEG-bestanden en RAW-bestanden die met deze camera zijn gemaakt, kunnen worden bewerkt met het digitale filter.
8
K-x_OPM.book Page 242 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
242
8
Het digitale filter toepassen
1
Selecteer in de weergavestand de opname waarop u een digitaal filter wilt toepassen.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer D (Digitaal filter) met de vierwegbesturing
( 2345 ) en druk op de 4 knop.
Het scherm voor selectie van het filter verschijnt.
4
Kies een filter met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Als u een filter hebt gekozen, kunt u het effect daarvan inspecteren op het scherm.
U kunt een andere opname selecteren door aan de e-knop te draaien.
MENU Einde OK OK
5
Selecteer met de vierwegbesturing ( 23 ) de parameter en pas met de vierwegbesturing ( 45 ) de waarde van de parameter aan.
MENU
Kleurfilter
OK MENU
Vlak-filter
OK
K-x_OPM.book Page 243 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Combinatie van filters] of [Opslaan als] te selecteren.
Selecteer [Combinatie van filters] als u nog meer filters wilt toepassen op dezelfde opname.
Combinatie van filters
Opslaan als
Annuleren
MENU OK OK
8
Druk op de knop 4 .
Als u [Combinatie van filters] selecteert, keert de camera terug naar stap 4.
Als u [Opslaan als] selecteert, wordt de met het filter bewerkte opname als een nieuwe opname opgeslagen.
243
U kunt voor dezelfde opname maximaal 20 filters combineren, inclusief
een digitaal filter dat werd gebruikt tijdens het maken van de opname (p.148).
Filtereffecten kopiëren
De instellingen van een opname met filtereffecten ophalen en diezelfde filters toepassen op andere opnamen.
1
Selecteer in de weergavestand een opname waarop filters zijn toegepast.
2
Selecteer [Digitaal filter] in de weergavestand.
3
Selecteer [Filtereffecten opnieuw maken] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken De geschiedenis van de filterinstelling voor de geselecteerde opname wordt weergegeven.
Oorspr. opname zoeken
MENU OK OK
8
K-x_OPM.book Page 244 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
244
8
4
Druk op de knop M om de details van de parameters weer te geven.
U kunt de filterparameters controleren.
1.
2.
3.
4.
MENU
5.
6.
7.
8.
5
Druk op de knop 4 .
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
6
Selecteer een opname waarop u dezelfde filterinstellingen wilt toepassen met de vierwegbesturing ( 45 ) en druk op de knop 4 .
U kunt alleen opnamen selecteren die nog niet met een filter zijn bewerkt.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
MENU
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De met het filter verwerkte opname wordt opgeslagen als een nieuwe opname.
9.
10.
11.
12.
INFO Details
13.
14.
15.
16.
Opslaan als
Annuleren
MENU
17. - -
18. - -
19. - -
20. - -
OK OK
OK OK
OK OK
K-x_OPM.book Page 245 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Zoeken naar de oorspronkelijke opname
Zoeken naar de opname in de staat vóór het toepassen van het filtereffect en die opname weergeven.
1
Selecteer [Oorspr. opname
druk op de knop 4 button.
De oorspronkelijke opname (van voor het toepassen van het filter) wordt opgehaald.
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken
Oorspr. opname zoeken
MENU OK OK
Als de oorspronkelijke opname niet meer opgeslagen is op de SD-geheugenkaart, wordt het bericht [Originele opname zonder toegepast digitaal filter niet gevonden] weergegeven.
245
8
246
K-x_OPM.book Page 246 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt RAW-bestanden omzetten in JPEG-bestanden.
U kunt alleen RAW-opnamen bewerken die zijn gemaakt met deze camera.
RAW-opnamen en JPEG-opnamen gemaakt met andere camera’s, kunnen met deze camera niet worden bewerkt.
8
Eén RAW-opname ontwikkelen
1
Selecteer in de weergavestand een RAW-opname.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing ( 2345 ) om h (RAWontwikkeling) te selecteren en druk op de knop 4 .
Het scherm voor het selecteren van de ontwikkelmethode wordt weergegeven.
4
Selecteer [Eén opname ontwikkelen] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
JPEG
Eén opname ontwikkelen
Meerdere opn. ontwikkelen
MENU
De in het opnamebestand opgenomen parameters worden weergegeven.
U kunt een andere opname selecteren door aan de e-knop te draaien.
Zie “Parameters opgeven” (p.249)
als u vóór het ontwikkelen de parameters wilt opgeven.
RAW JPEG
MENU OK
OK OK
12
M
100-0001
K-x_OPM.book Page 247 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
RAW JPEG
Beeld opslaan als nieuw bestand
De RAW-opname wordt ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
Opslaan als
Annuleren
MENU OK OK
7
Kies [Einde] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
Selecteer [Doorgaan] als u nog meer opnamen wilt bewerken.
Opname ontwikkeld en opgeslagen. Doorgaan met ontwikkelen
Doorgaan
Einde
OK OK
247
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt in één keer meerdere RAW-opnamen ontwikkelen met dezelfde instellingen.
1
Selecteer [Meerdere opn. ontwikkelen] in stap 4 op p.246
en druk op de knop 4 .
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Zie p.214 voor bijzonderheden over bewerkingen die u kunt uitvoeren
in het scherm met meerdere opnamen.
2
Selecteer de RAW-opnamen die u wilt ontwikkelen met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
3
Druk op de knop M .
Het scherm voor bevestiging van het ontwikkelen verschijnt.
8
K-x_OPM.book Page 248 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
248
4
Selecteer [Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt] of [Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.] met de vierwegbesturing
( 23 ).
Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt
Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.
Als u de parameters wilt wijzigen, selecteert u [Opnamen ontwikkelen met
aangepaste instell.]. Zie “Parameters opgeven” (p.249) voor meer informatie.
MENU
Het scherm voor selectie van de parameters verschijnt.
5
Stel [Resolutie] en
[Kwaliteitsniveau] in.
Resolutie
Kwaliteitsniveau
OK OK
12 12
M
8
MENU Annul.
6
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
RAW JPEG
Beeld opslaan als nieuw bestand
De geselecteerde RAW-opnamen worden ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
Opslaan als
Annuleren
OK OK
MENU OK OK
K-x_OPM.book Page 249 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Parameters opgeven
Parameters opgeven voor het ontwikkelen van RAW-opnamen.
U kunt de volgende parameters wijzigen.
Parameter
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Aangepaste opname
Gevoeligheid
Ruisondr. hoge ISO
Schaduwcorrectie
Vervormingscorrectie
Waarde
E (4288×2848)/ J (3936×2624)/
P (3072×2048)/ i (1728×1152)
C (Best) / D (Beter) / E (Goed)
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/
Levendig/Gedempt/Monochroom
F (Auto)/ G (Daglicht)/ H (Schaduw)/
^ (Bewolkt)/ J D (Neonlicht Daglicht kleuren)/ J N (Neonlicht Daglicht wit)/
J W (Neonlicht Koel wit licht)/ J L (Neonlicht
Warm wit licht)/ I (Lamplicht)/ L (Flitser)/ f / K (Handmatig)
-2,0 tot +2,0
Pagina
UIT/Zwak/Normaal/Sterk
UIT/Zwak/Normaal/Sterk
UIT/AAN
UIT/AAN
–
Kleurruimte sRGB/AdobeRGB
*1 U kunt dit niet instellen voor RAW-opnamen die zijn gemaakt met de functie Dubbelopnamen.
*2 U kunt dit alleen selecteren als er een compatibel objectief is bevestigd. (p.202)
1
Gebruik de vierwegbesturing
( 23
parameter te kiezen die u wilt wijzigen.
RAW JPEG
12
M
8
249
100-0001 MENU OK
K-x_OPM.book Page 250 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
250
2
Wijzig de waarde met de vierwegbesturing ( 45 ).
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het instellingenscherm voor witbalans en Aangepaste opname weer te geven.
3
Druk op de knop 4 .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
4
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De RAW-opname wordt ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
• In de stand Witbalans en Aangepaste opname kunt u de achtergrondafbeelding niet opslaan of Digitaal voorbeeld gebruiken.
• Als de witbalans is ingesteld op K (Handmatig), drukt u op de knop m c als u het meetscherm wilt weergeven.
8
K-x_OPM.book Page 251 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
JPEG-opnamen aanpassen
U kunt Aangepaste opname en Witbalans voor de opname die is gemaakt in JPEG-indeling onmiddellijk na het maken van de opname zonder verslechtering van de beeldkwaliteit opnieuw wijzigen.
1
Stel de bestandsindeling in op [JPEG] en maak een opname.
Zie p.186 voor meer informatie over het instellen van de bestandsindeling.
2
Wijzig de witbalans met de vierwegbesturing ( 4 ), of druk op de vierwegbesturing ( 5 ) voor het wijzigen van Aangepaste opname.
Het scherm [Witbalans] of [Aangepaste opname] wordt weergegeven.
3
Stel witbalans of Aangepaste opname naar wens in.
U kunt Aangepaste opname en witbalans instellen met dezelfde procedures die u daarvoor gebruikt voordat u een opname maakt.
Zie p.192 voor meer informatie over het instellen van witbalans, en p.205
voor het instellen van Aangepaste opname.
4
Druk op de knop M .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
5
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de knop 4 .
De bewerkte opname wordt opgeslagen als nieuw opnamebestand.
U kunt de opname alleen meteen na het maken ervan aanpassen op deze manier. U kunt geen instellingen meer aanpassen als u eenmaal nieuwe opnamen hebt gemaakt of als de camera uitgeschakeld is geweest.
8
251
K-x_OPM.book Page 252 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
252
Memo
K-x_OPM.book Page 253 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
9
Andere instellingen wijzigen
In dit hoofdstuk wordt het wijzigen van overige instellingen besproken.
Werken met het menu Set-up ............................ 254
Een SD-geheugenkaart formatteren ................. 256
De stroominstellingen selecteren ..................... 269
De DPOF-instellingen uitvoeren ....................... 271
Corrigeren van defecte pixels in de CMOS-sensor
(Pixeluitlijning) ................................................... 275
254
K-x_OPM.book Page 254 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Werken met het menu Set-up
Instellingen voor de camera geeft u op in het menu [ R Instellen].
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.38) voor meer informatie over het werken
met de menu’s.
9
Items van het menu Set-up
Voer de volgende instellingen uit in de menu’s [ R Instellen 1-4].
Druk op de knop 3 in de opname-/weergavestand en selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) de menu’s [ R Instellen 1-4].
Menu
R
R
1
2
Onderdeel
Language/ u
Functie
Wijzigen van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven.
Pagina
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Stelt de datumindeling en de tijd in.
Selecteert bij reizen naar het buitenland op de monitor de weergave van de plaatselijke datum en tijd van een opgegeven stad naast die van de huidige locatie.
Stelt de grootte in van de tekst die in de menu’s wordt geselecteerd.
Selecteert of indicaties al dan niet op de monitor worden weergegeven.
Schakelt het geluidssignaal in/uit.
Wijzigt de helderheid van de monitor.
Signaal
Helderheid
LCD-kleur instellen U kunt de kleur van de monitor aanpassen. p.265
Video uit
USB-aansluiting
Instellen van het uitgangssignaal bij aansluiting op een AV-apparaat met een video-ingang.
Instellen van de USB-aansluitfunctie bij aansluiting op een computer.
Mapnaam
Copyrightinformatie
Stelt de methode in die wordt gebruikt voor het toewijzen van mapnamen voor het opslaan van opnamen.
Informatie over de fotograaf en copyright insluiten in Exif.
K-x_OPM.book Page 255 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Menu Onderdeel
Automatisch uitschakelen
R 3
Batterij kiezen
R 4
Reset
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
Functie
Instelling van de wachttijd totdat de camera automatisch wordt uitgeschakeld.
Selecteert het type batterijen dat in de camera wordt geplaatst.
Reset van alle instellingen.
Brengt defecte pixels van de CMOSsensor in kaart en corrigeert deze.
Detecteert stof op de CMOS-sensor.
Reinigt de CMOS-sensor door die te schudden.
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte stand om de CMOS-sensor te kunnen reinigen.
Formatteert de SD-geheugenkaart.
Pagina
255
Menu [ R Instellen 1]
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Signaal
Stand.
3sec
MENU Einde
Menu [ R Instellen 3]
1 2 3 4
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
Reset
1min
AUTO
MENU Einde
Menu [ R Instellen 2]
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Copyrightinformatie
±0
NTSC
MSC
Dat,
MENU Einde
Menu [ R Instellen 4]
1 2 3 4
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
MENU Einde
9
256
K-x_OPM.book Page 256 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Een SD-geheugenkaart formatteren
9
Gebruik deze camera om een SD-geheugenkaart te formatteren
(initialiseren) die nog niet of op andere camera’s of andere digitale apparaten is gebruikt.
Bij formatteren worden alle opgeslagen gegevens van de SD-geheugenkaart gewist.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
Wees dus voorzichtig.
1
Selecteer [Formatteren] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
2
Selecteer [Formatteren] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Formatteren
Alle gegevens worden gewist
Formatteren
Annuleren
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
Het formatteren begint.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven als het formatteren is voltooid.
K-x_OPM.book Page 257 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal, de datum en tijd en de weergavetaal
Het geluidssignaal instellen
U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen.
Er zijn vijf items die u kunt instellen: Scherp gesteld, AE-L (bedieningsgeluid belichtingsgeheugen), RAW (bedieningsgeluid als [functie RAW-knop] is toegewezen aan de knop | ), Zelfontspanner en Afstandsbediening.
De standaardinstelling is alle O (Aan).
1
Selecteer [Signaal] in het menu [ R Instellen 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Signaal] verschijnt.
2
Selecteer een van beide functies met de vierwegbesturing ( 23 ) en selecteer vervolgens O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
U kunt alle geluidssignalen uitschakelen door Z te selecteren voor [Instelling].
Signaal
Instelling
Scherpgesteld
AE-L
RAW
Zelfontspanner
Afstandbediening
MENU
3
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
257
258
K-x_OPM.book Page 258 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De datum- en tijdweergave wijzigen
U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen. Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd] voor de datumweergavestijl, en selecteer [12h] (12-uurs) of [24h] (24-uurs) voor de tijdweergavestijl.
Stel deze functie in bij [Datum instellen] in het menu [ R
1
Datum en tijd instellen (p.60)
Datum instellen
Datumnotatie
Dat, dd/mm/jj
01 /
24h
Tijd instellingen voltooid
MENU Annul.
9
Wereldtijd instellen
De datum en tijd die u selecteert bij “Standaardinstellingen” (p.56)
zijn de datum en tijd van uw huidige locatie.
Door de bestemming bij [Wereldtijd] in te stellen kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de monitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu [ R Instellen 1] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om X (Bestemmingstijd) of W (Thuistijd) te selecteren voor [De tijd instellen].
Wereldtijd
De tijd instellen
Bestemmingstijd
Londen
Thuistijd
Amsterdam
Deze instelling wijzigt de datum en tijd op het hulpdisplay en bedieningspaneel.
MENU
3
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het selectiekader wordt verplaatst naar X (De instelling voor
Bestemmingstijd).
K-x_OPM.book Page 259 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [ X Bestemmingstijd] verschijnt.
5
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een plaats van bestemming.
Draai aan de e-knop om een andere regio te selecteren.
De plaats, het tijdsverschil en het huidige tijdstip van de gekozen stad verschijnt.
Bestemmingstijd
Londen
Zomertijd
MENU Annul.
00:00
10:00
OK OK
6
Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing ( 3 ).
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Selecteer O als de stad van bestemming de zomertijd (DST) hanteert.
8
Druk op de knop 4 .
De instelling voor bestemming wordt opgeslagen.
9
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
• Zie “Lijst met steden voor wereldtijd Steden” (p.260) voor steden die als
bestemming kunnen worden opgegeven.
• Selecteer W (Thuistijd) in stap 2 om de plaats en de zomertijdinstelling te selecteren.
• X verschijnt op het hulpdisplay en bedieningspaneel wanneer [De tijd instellen] is ingesteld op X
• Als u [De tijd instellen] wijzigt in X (Bestemmingstijd),verandert de instelling
voor het videosignaal (p.234) in de standaardinstelling van die stad.
259
9
K-x_OPM.book Page 260 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
260
9
Lijst met steden voor wereldtijd Steden
Regio
Noord-
Amerika
Midden- en
Zuid-Amerika
Europa
Stad
Honolulu
Anchorage
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-City
Lima
Santiago
Caracas
Buenos Aires
Sao Paulo
Rio de Janeiro
Lissabon
Madrid
Londen
Parijs
Amsterdam
Milaan
Rome
Kopenhagen
Berlijn
Praag
Stockholm
Boedapest
Warschau
Athene
Helsinki
Moskou
Regio
Afrika/West-
Azië
Oost-Azië
Stad
Dakkar
Algiers
Johannesburg
Istanboel
Caïro
Jeruzalem
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom-Penh
Ho Chi Minhstad
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoul
Tokio
Guam
K-x_OPM.book Page 261 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
261
Regio
Oceanië
Stad
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
De weergavetaal wijzigen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden weergegeven.
U kunt kiezen uit 20 talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees,
Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch,
Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Chinees [traditioneel en vereenvoudigd] en Japans.
Stel deze functie in bij [Language/ u ] in het menu [ R
1
De weergavetaal wijzigen (p.56)
MENU Cancel OK OK
9
262
K-x_OPM.book Page 262 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Weergave van monitor en menu’s aanpassen
Het tekstformaat instellen
U kunt instellen hoe groot de tekst moet worden weergegeven in menu’s:
[Stand.] (normale weergave) of [Groot] (vergrote weergave).
Stel deze functie in bij [Tekstformaat] in het menu [ R
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Signaal
Stand.
MENU Annul.
OK OK
9
De tijd voor weergave van het hulpdisplay instellen
Geef de tijdsduur op dat bedieningsaanwijzingen moeten worden weergegeven op de monitor als de camera wordt aangezet of als een
andere opnamestand wordt geselecteerd. (p.24)
U kunt kiezen tussen [3sec] (standaardinstelling), [10sec], [30sec] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Hulpdisplay] in het menu [ R
1 2 3 4
Nederlands
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Signaal
3sec
MENU Annul.
30sec
Uit
OK OK
K-x_OPM.book Page 263 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De statusschermweergave instellen
U kunt de weergavekleur van het statusscherm en bedieningspaneel instellen.
1
Kies [Statusscherm] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Statusscherm] wordt weergegeven.
2
Selecteer één van de zes weergavekleuren met de vierwegbesturing ( 45 ).
Statusscherm
Weerg. kleur
1/ 125
1
F 5.6
MENU
3
Druk twee keer op de knop 3 .
De kleurinstellingen van de statusschermweergave worden gewijzigd.
De weergave voor Momentcontrole instellen
U kunt een weergavetijd voor Momentcontrole opgeven en instellen of het histogram en de waarschuwing voor lichte/donkere gebieden moeten worden weergegeven. De standaardinstellingen zijn [1 sec] voor de weergavetijd van Momentcontrole en P (Uit) voor het histogram en de waarschuwing voor lichte/donkere gebieden.
1
Kies [Momentcontrole] in het menu [ A Opnamemodus 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Momentcontrole] verschijnt.
9
263
K-x_OPM.book Page 264 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
264
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) en gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om een weergavetijd te selecteren.
Momentcontrole
Weergavetijd
Histogram
Licht/donker geb
1sec
3sec
5sec
Uit
OK OK MENU Annul.
3
Druk op de knop 4 .
4
Selecteer [Histogram] of [Licht/donker geb] met de vierwegbesturing ( 23 ).
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
6
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
De helderheid van de monitor aanpassen
U kunt de helderheid van de monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de monitor moeilijk leesbaar is.
1
Kies [Helderheid] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Helderheid] verschijnt.
2
Pas de helderheid aan met de vierwegbesturing ( 45 ).
U kunt een keuze maken uit
15 helderheidsniveaus.
Helderheid
MENU Annul.
OK OK
K-x_OPM.book Page 265 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
De kleur van de monitor aanpassen
U kunt de kleur van de monitor aanpassen.
1
Selecteer [LCD-kleur instellen] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [LCD-kleur instellen] wordt weergegeven.
2
Pas de kleur aan.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven niveaus (225 patronen) beschikbaar.
265
±0 ±0
MENU Annul.
±0 OK OK
Beschikbare bewerkingen
Vierwegbesturing ( 23 ) Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G) en magenta (M).
Vierwegbesturing ( 45 ) Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B) en amber (A).
Knop | (Snelinstelling) De aanpassingswaarde wordt hersteld.
e-knop Een opgeslagen opname weergeven op de achtergrond, zodat u de kleur kunt aanpassen terwijl de opname wordt weergegeven. Dit is een handige functie om de kleur van monitor af te stemmen op die van een computerscherm.
9
K-x_OPM.book Page 266 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
266
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
K-x_OPM.book Page 267 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Conventies instellen voor bestands-/ mapnamen
De mapnaam selecteren
U kunt een methode kiezen voor het toewijzen van mapnamen voor het opslaan van opnamen.
Datum
PENTX
De twee cijfers van de maand en dag waarop de opname is gemaakt, worden in de mapnaam opgenomen in de notatie [xxx_MMDD]. [xxx] is een rangnummer van 100 t/m 999. [MMDD] (maand en dag) wordt weergegeven in de notatie die ingesteld is bij [Datum instellen]
(p.258) (standaardinstelling).
Voorbeeld) 101_0125: map voor opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
De mapnaam wordt toegewezen in de notatie [xxxPENTX].
voorbeeld) 101PENTX
Stel deze functie in bij [Mapnaam] in het menu [ R
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Copyrightinformatie
±0
NTSC
MSC
Dat,
MENU Annul.
OK OK
267
9
268
K-x_OPM.book Page 268 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Bestandsnummer instellen
U kunt een methode opgeven voor het toewijzen van een bestandsnummer aan een opname als die in een nieuwe map wordt opgeslagen. Selecteer O of P
voor [Bestandsnummer] bij [Geheugen] (p.276) in het menu
[ A Opnamemodus 4].
O
P
Het bestandnummer van de opname die als laatste is opgeslagen in de vorige map wordt opgeslagen, en zelfs als een nieuwe map wordt gemaakt, krijgen opnamen die daarin worden opgeslagen een op dat nummer volgend bestandsnummer.
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds het nummer 0001.
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Belichtingsbracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map opgeslagen totdat u klaar bent met het maken van opnamen, zelfs als daardoor meer dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
9
K-x_OPM.book Page 269 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De stroominstellingen selecteren
Automatisch uitschakelen instellen
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch wordt uitgeschakeld wanneer deze gedurende bepaalde tijd niet is gebruikt. Maak een keuze uit [1min] (standaardinstelling), [3min], [5min], [10min], [30min] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Automatisch uitschakelen] in het menu [ R Instellen 3]
1 2 3 4
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
Reset
1min
3min
5min
10min
30min
Uit
MENU Annul.
OK OK
De automatische uitschakeling werkt niet in de volgende situaties:
- Als Live weergave ingeschakeld is
- Als een diavoorstelling wordt weergegeven
- Als de camera met de USB-kabel aangesloten is op een computer
Het batterijtype instellen
Selecteert het type batterijen dat in de camera wordt geplaatst.
De standaardinstelling is [Autodetect].
1
Selecteer [Batterij kiezen] in het menu [ R Instellen 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Batterij kiezen] verschijnt.
9
269
K-x_OPM.book Page 270 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
270
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om het batterijtype te selecteren.
Indien ingesteld op [Autodetect], zal de camera automatisch het batterijtype herkennen dat u gebruikt.
1 2 3 4
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
1min
AUTO
Li
Ni-MH
AL
Autodetect
Lithium
Nikkelmetaalhydride
Alkaline
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
4
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Als u een batterijtype gebruikt dat afwijkt van wat u hebt geselecteerd in de menu-instelling, wordt het batterijniveau niet correct bepaald. Stel dus het juiste batterijtype in. Meestal werkt [Autodetect] probleemloos. Echter bij lage temperaturen en het gebruik van batterijen die lang in opslag zijn bewaard, stelt u zelf het batterijtype in, zodat de camera het juiste batterijniveau kan bepalen.
9
De felheid van het aan/uit-lampje instellen
Hiermee selecteert u de felheid van het aan/uit-lampje. U kunt kiezen uit [Stand.] (standaardinstelling), [Zwak] of [Uit].
Stel deze functie in bij [20. Aan-/uitlampje] in het menu [ A
20.
Aan-/uitlampje
1
2
3 stand.
Zwak
Uit
Het aan-/uitlampje brandt als de camera wordt ingeschakeld
MENU Annul.
OK OK
Zelfs als het aan/uit-lampje is ingesteld op [Uit], zal het lampje oplichten als de camera gegevens overbrengt naar een computer via de USB-kabel.
K-x_OPM.book Page 271 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De DPOF-instellingen uitvoeren
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak te brengen die foto’s afdrukt.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u opgeven hoeveel exemplaren moeten worden afgedrukt en of de datum al dan niet moet worden afgedrukt.
• Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
• U kunt DPOF-instellingen opgeven voor maximaal 999 opnamen.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer r (DPOF) met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de knop 4 .
Het selectiescherm voor het wijzigen van instellingen wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld] of [Alle beelden] met de vierwegbesturing
( 23 ) en druk op de knop 4 .
Enkel beeld
Alle beelden
MENU OK OK
4
Als u bij stap 3 [Enkel beeld] hebt geselecteerd, selecteert u met de vierwegbesturing ( 45 ) een opname waarvoor u DPOFinstellingen wilt opgeven.
Kopieën 00 Dat,
MENU OK
5
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing ( 23 ).
U kunt maximaal 99 afdrukken maken.
9
271
K-x_OPM.book Page 272 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
272
6
Draai aan de e-knop om O of P te selecteren voor het afdrukken van de datum.
O : De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 om instellingen op te geven voor andere opnamen (tot maximaal 999).
MENU
Kopieën 01 Dat,
OK
7
Druk op de knop 4 .
De DPOF-instellingen voor de geselecteerde opname worden opgeslagen en u keert terug naar de weergavestand.
• Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab, wordt de datum mogelijk niet afgedrukt op de opnamen, zelfs als de datum voor de
DPOF-instelling ingesteld is op O .
• Het aantal kopieën dat u opgeeft bij de instellingen voor alle opnamen, geldt voor alle opnamen en de instellingen voor afzonderlijke opnamen worden geannuleerd. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren in stap 5 in op [00] en drukt u op de knop 4 .
9
K-x_OPM.book Page 273 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Fotograafgegevens instellen die worden opgeslagen in Exif
Cameratype, opnameomstandigheden en andere gegevens worden automatisch ingesloten in opnamen in de Exif-gegevensindeling.
In deze Exif kunt u fotograafgegevens insluiten.
U kunt de Exif-gegevens controleren met het programma “PENTAX Digital
Camera Utility 4”.
1
Selecteer [Copyrightinformatie] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Copyrightinformatie] wordt weergegeven.
2
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
O : Copyrightgegevens worden ingesloten in de Exif.
P : Copyrightgegevens worden niet ingesloten in de Exif.
(Standaardinstelling)
Fotograaf
Copyrighthouder
MENU
3
Selecteer [Fotograaf] met de vierwegbesturing ( 23 ) en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Voer de tekst in.
Fotograaf
Cursor voor tekstselectie
Volt.
Cursor voor tekstinvoer
1 teken wissen
MENU Annul.
OK Enter
9
273
K-x_OPM.book Page 274 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
274
Beschikbare bewerkingen e-knop De cursor voor tekstinvoer verplaatsen.
Vierwegbesturing
( 2345 )
De cursor voor tekstselectie verplaatsen.
Knop | (Snelinstelling) Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters.
4 -knop
K / i -knop
Een met de cursor voor tekstselectie geselecteerd teken invoegen op de positie van de cursor voor tekstinvoer.
Een teken op de positie van de cursor voor tekstinvoer wissen.
5
Verplaats de cursor voor tekstselectie na het invoeren van tekst naar [Volt.] en druk op de knop 4 .
U keert terug naar het scherm
[Copyrightinformatie].
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
A A A A
Copyrighthouder
MENU
6
Selecteer [Copyrighthouder] met de vierwegbesturing ( 23 ) en voer de tekst in op dezelfde manier als bij [Fotograaf].
7
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
9
K-x_OPM.book Page 275 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Corrigeren van defecte pixels in de CMOS-sensor (Pixeluitlijning)
Pixeluitlijning is een functie voor het in kaart brengen en corrigeren van defecte pixels in de CMOS-sensor.
1
Selecteer [Pixeluitlijning] in het menu [ R Instellen 4].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Pixeluitlijning] wordt weergegeven.
3
Selecteer [Pixeluitlijning] met de vierwegbesturing ( 2 ) en druk op de knop 4 .
Pixeluitlijning
Controleert de beeldsensor en corrigeert defecte pixels Pixels die defect zijn, worden geregistreerd en gecompenseerd.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Pixeluitlijning
Annuleren
OK OK
Als de batterij bijna leeg is, verschijnt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning] op de monitor.
Gebruik in dat geval de optionele netvoedingsadapterset K-AC84 of vervang de batterijen door opgeladen batterijen.
275
9
276
K-x_OPM.book Page 276 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera (Geheugen)
9
U kunt opgeven welke functie-instellingen moeten worden opgeslagen als de camera wordt uitgezet. U kunt de volgende functie-instellingen opslaan.
• Flitsinstelling
• Transportstand
• Witbalans
• Gevoeligheid
• Belichtingscorrectie
• Belichtingscompensatie
• Cross-processing
• Digitaal filter
• HDR-opname
• Display opname-info
• Display weergave-info
• Bestandsnummer
De standaardinstelling is O voor alle functies behalve Cross-processing,
Digitaal filter, HDR-opname and Display opname-info.
1
Selecteer [Geheugen] in het menu [ A Opnamemodus 4].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Geheugen 1] verschijnt.
3
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
Geheugen 1 2
Draai aan de e-knop om het scherm
[Geheugen 2] weer te geven.
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Belichtingscompensatie
Cross-processing
MENU
4
Selecteer O of P met de vierwegbesturing ( 45 ).
O : De instellingen worden opgeslagen bij uitschakeling van de camera.
P : Bij uitschakeling van de camera worden instellingen gewist en de standaardinstellingen hersteld.
5
Druk twee keer op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
K-x_OPM.book Page 277 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• Stel [Bestandsnummer] in op O om de bestandsnamen doorlopend te nummeren, ook als er een nieuwe map wordt gemaakt.
Zie “Bestandsnummer instellen” (p.268).
• Bij een reset van het menu [ R
Instellen] (p.297) worden alle
geheugeninstellingen teruggezet naar de standaardinstelling.
• Als [Display opname-info] ingesteld is op P , wordt na inschakeling van de camera altijd eerst het statusscherm weergegeven.
277
9
K-x_OPM.book Page 278 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
278
Memo
K-x_OPM.book Page 279 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
10
Aansluiten op een computer
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de camera aansluit op een computer, hoe u de meegeleverde cd-rom installeert, enz.
Opnamen bewerken op een computer ............. 280
Opnamen opslaan op de computer .................. 281
Gebruik van de meegeleverde software .......... 284
280
K-x_OPM.book Page 280 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen bewerken op een computer
10
De gemaakte foto- en video-opnamen kunnen worden overgezet naar een computer door de a met een USB-kabel aan te sluiten; daarna kunnen de opnamen worden beheerd met de meegeleverde software.
De volgende systeemvereisten worden aanbevolen bij aansluiting van de camera op een computer of het gebruik van de software “PENTAX Digital
Camera Utility 4”, die wordt meegeleverd op de cd-rom (S-SW99).
Windows
Besturingssysteem
Processor
RAM
Vrije schijfruimte
Monitor
Overige
Macintosh
Besturingssysteem
Computer met Windows XP (Home Edition/Professional/x64
Edition) SP2 of hoger, of Windows Vista
* Onder Windows 2000 kunt u alleen opnamen overbrengen van de camera met een USB-kabel.
Pentium 4 of hoger (Intel Core-processor of hoger aanbevolen)
1,0 GB of meer (2,0 GB of meer aanbevolen. Voor Windows
Vista 3,0 GB of meer aanbevolen)
1,0 GB of meer (2,0 GB of meer aanbevolen)
1280×1024 pixels of meer met 24-bits kleuren
(ca. 16,77 miljoen kleuren)
USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren
Processor
RAM
Vrije schijfruimte
Monitor
Overige
Macintosh met Mac OS X 10.3.9, 10.4 of 10.5
* Onder Mac OS X 10.2 kunt u alleen opnamen overbrengen van de camera met een USB-kabel.
PowerPC G5 of hoger (Intel Core-processor aanbevolen.
Universal Binary format)
1,0 GB of meer (2,0 GB of meer aanbevolen)
1,0 GB of meer (2,0 GB of meer aanbevolen)
1280×1024 pixels of meer met 24-bits kleuren
(ca. 16,77 miljoen kleuren)
USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren,
QuickTime 7.0 of hoger
K-x_OPM.book Page 281 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen opslaan op de computer
281
De instelling voor de USB-aansluiting opgeven
Stel de USB-aansluitfunctie in als u de camera aansluit op een computer met de meegeleverde USB-kabel (I-USB7). De standaardinstelling is [MSC].
1
Selecteer [USB-aansluiting] in het menu [ R Instellen 2] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
2
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [MSC] of [PTP] te selecteren.
1 2 3 4
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Copyrightinformatie
±0
NTSC
MSC
PTP
MENU Annul.
OK OK
3
Druk op de knop 4 .
De instelling wordt gewijzigd.
4
Druk op de knop 3 .
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
10
282
K-x_OPM.book Page 282 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
MSC en PTP
MSC (Mass Storage Class)
Een stuurprogramma voor algemene doeleinden met apparaten die via USB als geheugen op een computer zijn aangesloten. De term slaat ook op de standaard waarop de besturing van USB-apparaten met behulp van dit stuurprogramma berust.
Door simpelweg een apparaat dat USB Mass Storage Class ondersteunt aan te sluiten, kunt u bestanden kopiëren, lezen van en schrijven naar een computer zonder installatie van speciale stuurprogramma’s.
PTP (Picture Transfer Protocol)
Een protocol voor de overdracht van digitale afbeeldingen en de besturing van digitale camera’s via USB, gestandaardiseerd als ISO 15740.
U kunt afbeeldingsgegevens uitwisselen tussen apparaten die PTP ondersteunen zonder apparaatstuurprogramma’s te installeren.
Kies MSC als u de a aansluit op uw computer, tenzij anders aangegeven.
10
K-x_OPM.book Page 283 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen opslaan door de camera aan te sluiten op de computer
1
Zet de computer aan.
2
Zet de camera uit en sluit de camera met de meegeleverde
USB-kabel aan op de computer.
283
3
Zet de camera aan.
De camera wordt onder Windows herkend als [Removable Disk]
(Verwisselbare schijf) in [Deze computer].
Op de Macintosh verschijnt een pictogram voor de SD-geheugenkaart op het bureaublad.
• Als het dialoogvenster [Removable Disk Drive] (Verwisselbare-schijfstation) verschijnt, selecteert u [Open folder to view files using Windows Explorer]
(Map openen en bestanden weergeven met Windows Verkenner) en klikt u op [OK].
• Als bij gebruik van Windows XP de SD-geheugenkaart een volumelabel heeft, verschijnt de naam van het volumelabel in plaats van [Removable Disk]
(Verwisselbare schijf). Bij een nieuwe ongeformatteerde SD-geheugenkaart kan de naam van de fabrikant of het modelnummer te zien zijn.
4
De opnamen opslaan op de computer.
Sleep de opnamebestanden of de map met opnamebestanden van uw camera naar de vaste schijf van de computer of het bureaublad.
5
De camera loskoppelen van de computer.
10
284
K-x_OPM.book Page 284 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Gebruik van de meegeleverde software
“PENTAX Digital Camera Utility 4” is meegeleverd op de cd-rom (S-SW99).
Met PENTAX Digital Camera Utility 4 kunt u opnamen beheren die op de computer zijn opgeslagen, en de met de a gemaakte RAW-bestanden ontwikkelen (bewerken) en hiervan de kleuren aanpassen.
Compatibele bestandsindelingen:.bmp (BMP)/.jpg (JPEG)/.pef
(bestanden die zijn gemaakt met de originele RAW-bestandsindeling van Pentax)/.pct (PICT)/.png (PNG)/
.tif (TIFF)/.dng (RAW-bestand met
DNG-bestandsindeling)
10
De software installeren
U kunt de software installeren van de meegeleverde cd-rom.
Als u verscheidene accounts hebt ingesteld op uw computer, meldt u zich aan met een account met beheersrechten om de software te installeren.
1
Zet de computer aan.
Sluit alle eventueel geopende programma’s.
2
Plaats de cd-rom (S-SW99) in het cd-romstation van de computer.
Het scherm [PENTAX Software Installer] verschijnt.
Als het scherm [PENTAX Software Installer] niet verschijnt
• Onder Windows
1 Klik in het menu Start op [Deze computer].
2 Dubbelklik op het pictogram van het cd-romstation met de cd-rom (S-SW99).
3 Dubbelklik op het pictogram [Setup.exe].
• Op de Macintosh
1 Dubbelklik op het pictogram van de cd-rom S-SW99 op het bureaublad.
2 Dubbelklik op het pictogram [PENTAX Installer].
K-x_OPM.book Page 285 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
285
3
Klik op [PENTAX Digital
Camera Utility 4].
Ga onder Windows verder bij stap 4.
Volg op de Macintosh de aanwijzingen op het scherm om de volgende stappen uit te voeren.
4
Selecteer de gewenste taal op het scherm [Choose Setup
Language] (Installatietaal selecteren) en klik op [OK].
5
Als het scherm van de [InstallShield Wizard] wordt weergegeven in de geselecteerde taal, klikt u op de knop [Next] (Volgende).
Volg de aanwijzingen op het scherm om de volgende stappen uit te voeren.
Het scherm van PENTAX Digital Camera Utility 4
Bij de start van PENTAX Digital Camera Utility 4 wordt het volgende
(browser) scherm weergegeven.
Bij deze uitleg worden schermfoto’s van de versie voor Windows weergegeven.
10
286
K-x_OPM.book Page 286 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De tabbladenset Browser (standaard)
Op dit tabblad staan de functie voor bestandsbeheer, bijvoorbeeld voor weergave of beheer van opnamen.
1
2
3 4 3
10
5
1 Menubalk
Functies uitvoeren of diverse instellingen opgeven.
Macintosh: de menubalk verschijnt boven aan het bureaublad.
2 Werkbalk
Veel gebruikte functies worden aangeboden in de vorm van knoppen op de werkbalk.
3 Bedieningspaneel
De opnamegegevens en de instellingen van de geselecteerde opname worden in dit deelvenster weergegeven. U kunt overschakelen naar een andere set met tabbladdeelvensters door op de knoppen Browser,
Laboratory en Custom (Aangepast) op de werkbalk te klikken.
4 Deelvenster bestandsweergave
De bestandslijst of de opnamen in de geselecteerde map worden hier weergegeven.
K-x_OPM.book Page 287 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
5 Statusbalk
Op de statusbalk wordt informatie weergegeven over het geselecteerde item.
De tabbladenset Laboratory (standaard)
Het bedieningspaneel voor het bewerken van de opname wordt weergegeven.
287
10
288
K-x_OPM.book Page 288 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De tabbladenset Custom (Aangepast - standaard)
De schermweergave kan hier worden gewijzigd. Met de tabbladenset
Custom (Aangepast) kunt u bijvoorbeeld aangeven welke tabbladen wel en niet moeten worden weergegeven. In de standaardinstelling worden alle tabbladen weergegeven.
10
Gedetailleerde informatie weergeven over de software
Raadpleeg Help voor bijzonderheden over het gebruik van het softwareprogramma.
1
Klik op de knop op de werkbalk.
U kunt ook [PENTAX Digital Camera
Utility Help] selecteren in het menu
[Help].
K-x_OPM.book Page 289 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Over productregistratie
Als u even de tijd neemt om de software te registreren, kunnen wij u beter van dienst zijn.
Klik op [Product Registration]
(Productregistratie) in het scherm
Er wordt een wereldkaart voor productregistratie via internet weergegeven. Als uw computer is verbonden met internet, klikt u op het weergegeven land of de weergegeven regio en volgt u de aanwijzingen om de software te registreren.
289
10
K-x_OPM.book Page 290 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
290
Memo
K-x_OPM.book Page 291 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
11
Bijlage
Standaardinstellingen ........................................ 292
De CMOS-sensor reinigen ................................. 303
Optionele accessoires ....................................... 307
Foutberichten ..................................................... 311
Problemen oplossen .......................................... 314
Belangrijkste technische gegevens ................. 318
Verklarende woordenlijst .................................. 323
Index .................................................................... 329
GARANTIEBEPALINGEN ................................... 335
292
K-x_OPM.book Page 292 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Standaardinstellingen
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
De functies in het geheugen (p.276) worden opgeslagen als de camera
wordt uitgezet.
Reset instelling
Ja:
Met de reset-functie herstelt u de standaardinstellingen (p.297).
Nee: De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
Richtingsknoppen
Onderdeel
Transportstand
Flitsinstelling
Witbalans
Gevoeligheid
Selecteer AFschrpstelpunt
9
Standaardinstelling
(Enkelbeeldopname)
Afhankelijk van opnamestand
F (Auto)
AUTO (ISO 200 - 1600) b (5 AF-punten)
Reset instelling
Pagina
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
11
Menu [ A Opnamemodus]
Onderdeel
Aangepaste opname
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instelling
D-range
Objectiefcorrectie
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
Vervormingscorrectie
Aanp. Lat. Chr. Abb.
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Standaardinstelling
Helder
JPEG
E (4288×2848)
C (best)
P (Uit)
Uit
P (Uit)
P (Uit)
Uit
Geen toepassing van filters
Uit
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
K-x_OPM.book Page 293 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Onderdeel
Dubbelopnamen
Aantal opnamen
Auto LW-instelling
AF-modus
Lichtmeting bij automatische belichting
Selecteer AF-schrpstelpunt
Resolutie
Video
Kwaliteitsniveau
Geluid
Live weergave
Video-diafragmabed.
Shake Reduction
Infoweergave
Raster weergeven
Histogram
Licht/donker geb
Autofocusstand
Statusscherm
Weergavetijd
Momentcontrole
Histogram
Licht/donker geb
Kleurruimte
RAW-formaat
Standaardinstelling
2maal
P (Uit) f
L (meervlaks) b (5 AF-punten)
X
C (best) g (Aan)
Vast l (Uit)
O (Aan)
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
I
(Gezichtsherkenning
AF)
1
1 s
P (Uit)
P (Uit) sRGB
PEF
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
293
11
K-x_OPM.book Page 294 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
294
11
Knop
Snelinstelling
Geheugen
Onderdeel
Knop Snelinstelling
Aangepaste opname
Digitaal voorbeeld
Histogram
Licht/ donker geb
Digitaal filter
functie
RAWknop
Stop na 1 opname
JPEG ´
RAW+
Centraal AF-punt
Actie in M-modus e-knop in Programma
Cross-processing,
Digitaal filter, HDRopname, Display opname-info
Anders dan de bovengenoemde functies
Shake Reduction
Invoer brandpuntsafstand
Standaardinstelling
Knop Snelinstelling
P
P
O
JPEG
(Aan)
´
(Uit) k
—
—
(Uit)
(Uit)
—
RAW+
P LINE
P SHIFT
P
O
—
(Aan)
(Aan)
35 mm
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
*1 De bij [Aangepaste opname] ingestelde parameters worden ook gereset.
*2 Na de reset keert de instelling terug naar [Knop Snelinstelling].
Ja
Ja
Pagina
Weergavepalet
Onderdeel
Beeldrotatie
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Diavoorstelling
Standaardinstelling
—
Speels
Maximale grootte overeenkomstig instelling
Maximale grootte overeenkomstig instelling
—
Reset instelling
—
Pagina
—
—
Ja
K-x_OPM.book Page 295 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
295
Onderdeel Standaardinstelling
RAW-ontwikkeling
Index
Opnamen vergelijken
Beveiligen
DPOF
Bestandsindeling: JPEG
Resolutie: E
Kwaliteitsniveau: C
—
—
—
—
* De bij [Digitaal filter] opgegeven parameters worden ook gereset.
Reset instelling
Pagina
Ja
—
—
Nee
Nee
Menu [ Q Weergeven]
Onderdeel
Diavoorstelling
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
Weergavefunctie
Licht/donker geb
Snel zoomen
Alle opnamen verwijderen
Standaardinstelling
3 s
Uit
P (Uit)
P (Uit)
P (Uit)
—
Reset instelling
Ja
Ja
Pagina
Ja
Ja
Ja
—
Menu [ R Instellen]
Onderdeel
Language/ u
Datum instellen
Wereldtijdinstelling
Wereldtijd
Thuistijd (Stad)
Thuistijd
(Zomertijd)
Bestemmingstijd
(Stad)
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
W (Thuistijd)
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
Gelijk aan Thuistijd
Gelijk aan Thuistijd
Reset instelling
Pagina
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
11
K-x_OPM.book Page 296 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
296
Onderdeel
11
Tekstformaat
Hulpdisplay
Signaal
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
Copyrighthouder
Automatisch uitschakelen
Batterij kiezen
Reset
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor stofvrij maken
Bij inschakelen
Sensor reinigen
Formatteren
Menu [ A Pers.instelling]
Onderdeel
1. LW-stappen
2. Gevoeligheidsstappen
3. Uitgebreide gevoeligheid
4. Bedrijftijd lichtmtr
5. AE-L met AF vergrendeling
6. Koppelt scherpstelpunt en automatische belichting
Standaardinstelling
Gelijk aan standaardinstelling
3 s
Alle O (Aan)
±0
±0
Gelijk aan standaardinstelling
MSC
Datum
P (Uit)
—
—
1 min.
Autodetect
—
—
—
—
P (Uit)
—
—
—
Ja
—
—
Nee
Nee
Ja
Ja
—
—
—
Reset instelling
Pagina
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Standaardinstelling
1/3 LW Stap
Stappen van 1 LW
Uit
10 s
Uit
Uit
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
Ja
K-x_OPM.book Page 297 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Onderdeel
7. Volgorde automatische bracketing
8. Witbalans bij gebruik van flitser
9. AWB bij lamplicht
10. AF/AE-L-knop
11. Autofocus met afstandsbediening
12. Afst bed bij tijdopname
13. Ruisonderdr lange sltrtijd
14. Ruisondr. hoge ISO
15. St niv RO hoge ISO-wrd
16. Ontspant bij opladen
17. Draadloos flitsen
18. Rotatie-info opslaan
19. Auto opnamerotatie
20. Aan-/uitlampje
21. Catch-in focus
22. Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Standaardinstelling
0 - +
Autom. Witbalans
Subtiele correctie
AF1 inschakelen
Uit
Modus 1
Aan
Normaal
ISO 800
Uit
Aan
Aan
Aan
Stand.
Uit
Niet toegestaan
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
Reset instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Pagina
—
297
Menu resetten
Menu Opnamemodus/Weergeven/Instellen resetten
De instellingen in de menu’s [ A Opnamemodus], [ Q Weergeven] en
[ R Instellen], richtingsknoppen en het weergavepalet kunnen worden gereset naar de standaardinstellingen.
Language/ u , Datum aanpassen, de instellingen voor de stad en zomertijd voor wereldtijd, tekstgrootte, video-uitgangssignaal, copyrightgegevens en de instellingen in het menu [ A Pers.instelling] worden niet gereset.
1
Selecteer [Reset] in het menu [ R Instellen 3] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Reset] verschijnt.
11
K-x_OPM.book Page 298 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
298
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Reset] te selecteren en druk op de knop 4 .
De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Reset
Terug naar fabrieks instellingen
Reset
Annuleren
OK OK
Menu Persoonlijke instellingen herstellen
Reset instellingen in het menu [ A Pers.instelling] naar de standaardwaarden.
1
Selecteer [Reset pers.instellingen] in het menu
[ A Pers.instelling 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Reset pers.instellingen] wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Reset] te selecteren en druk op de knop 4 .
Reset pers.instellingen
Van persoonlijke instellingen terug naar fabrieksinstellingen De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Reset
Annuleren
OK OK
11
K-x_OPM.book Page 299 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties
299
Met de fabrieksinstellingen kan alleen gebruik worden gemaakt van DA-,
DA L- en FA J-objectieven en D FA/FA/F/A-objectieven met een positie s
met de diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s .
z : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s .
# : Sommige functies zijn beperkt beschikbaar.
× : Functies zijn niet beschikbaar.
Functie
Objectief
[type vatting]
Autofocus
(Alleen objectief)
Handmatig scherpstellen
(Met het matglas)
Quick-Shift Focussysteem
Vijf AF-punten/Elf AF-punten
Meervlaks lichtmeting e (Programma)-stand
K (Gevoeligheidsvoorkeuze) b (Sluitertijdvoorkeuze) c (Diafragma voorkeuze) a (Handmatig)-stand
Power zoom
Automatisch doorgeven van de brandpuntsafstand van het objectief bij activering van de functie Shake Reduction
Functie voor objectiefcorrectie
DA
DA L
D FA
[K
AF
]
[K
AF2
]
[K
AF3
] z
– z z z
– z z
#
z z z z z z z
FA J
[K
[K
AF
AF2 z
– z z
× z z z z z z z z
× z
×
]
]
F
[K
AF z
– z z
× z z z z z z z z
– z
×
]
A
[K
–
z z
×
#
z z z z z z z
–
×
×
A
]
M
P
[K]
– z z z
×
×
×
#
#
#
#
#
×
–
×
×
11
K-x_OPM.book Page 300 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
300
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van f/2.8 of groter. Alleen beschikbaar bij positie s .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van f/5.6 of groter.
*3 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en een AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG of AF160FC.
*4 Aberratiecorrectie is beschikbaar bij [Objectiefcorrectie] in het menu [ A Opnamemodus 1].
De instelling [Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van een DA 10-17mm
FISH-EYE-objectief.
*5 Alleen beschikbaar bij compatibele objectieven.
*6 Als u een F/FA SOFT 85 mm f/2.8 objectief of FA SOFT 28 mm f/2.8 objectief gebruikt, stel [22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4] dan in op
[Toegestaan]. Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het diafragma.
*7 Het AF-punt wordt vast ingesteld op O (Spotmeting).
*8 c (Diafragma voorkeuze) Automatische belichting met open diafragma. (Draaien van de diafragmaring heeft geen effect op de feitelijke diafragmawaarde.)
Objectieven en vattingen
DA objectieven met een ultrasone motor en FA zoomobjectieven met powerzoom hebben de K
AF2
-vatting. Bij DA-objectieven met een ultrasone motor, maar zonder AF-koppeling kan de K
AF3
-vatting worden gebruikt.
FA-objectieven met een vaste brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom), DA- of DA L-objectieven zonder ultrasone motor en D FA, FA J en F-objectieven hebben de K
AF
-vatting.
Raadpleeg de handleiding van het objectief voor verdere gegevens.
Deze camera heeft geen powerzoom-functie.
11
Objectieven en toebehoren die niet geschikt zijn voor deze camera
De camera werkt niet wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto) of wanneer gebruik wordt gemaakt van een objectief zonder positie s of van accessoires zoals een autotussenringenset of autobalg, behalve wanneer [22. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu [ A Pers.instelling 4].
Zie “Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken]” (p.301)
voor beperkingen die gelden.
Alle opnamestanden van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van DA/DA L/FA J-objectieven of objectieven met een diafragmastand s die op de positie s zijn ingesteld.
K-x_OPM.book Page 301 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Objectief en ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig wanneer A-objectieven, waarvan de diafragmaring niet in de positie s (Auto) is gezet, pre A-objectieven of soft-focusobjectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser worden gebruikt.
301
Opmerkingen over [22. Diafragmaring gebruiken]
Wanneer [22. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu
[ A Pers.instelling 4], kan de sluiter ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het D FA-, FA-, F- of A-objectief niet in de positie s (Auto) staat of wanneer er een objectief zonder positie s is bevestigd.
De functies zijn dan echter beperkt, zoals hieronder aangegeven.
22.
Diafragmaring gebruiken
1
2
Niet toegestaan
Toegestaan
Opname maken mogelijk bij andere stand dan "A" voor diafragmaring
MENU Annul.
OK OK
Beperkingen voor het gebruik van een objectief met de diafragmaring ingesteld in een andere positie dan s
Gebruikt objectief
Belichtingsfunctie
Beperking
D FA, FA, F, A, M
(alleen objectieven of accessoires met automatisch diafragma zoals autotussenringenset K) c
(Diafragma voorkeuze)
Het diafragma blijft open, onafhankelijk van de positie van de diafragmaring.
De sluitertijd wordt gewijzigd op basis van de diafragmaopening, maar er kan een belichtingsfout optreden. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragmaobjectief zoals een reflexobjectief
(alleen objectieven) c
(Diafragma voorkeuze) c
(Diafragma voorkeuze)
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde.
Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
11
302
K-x_OPM.book Page 302 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Gebruikt objectief
FA, F SOFT 85mm FA
SOFT 28mm (alleen objectief)
Alle objectieven
Belichtingsfunctie
Beperking c
(Diafragma voorkeuze) a
(Handmatig)stand
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde.
Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld en kan de belichting worden gecontroleerd.
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde en sluitertijd. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd
(Optisch voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld en kan de belichting worden gecontroleerd.
Als het diafragma ingesteld is op een andere positie dan s , werkt de camera in de stand c (Diafragma voorkeuze), ongeacht of de functiekiezer anders ingesteld is dan a (Handmatig).
11
K-x_OPM.book Page 303 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
De CMOS-sensor reinigen
Wanneer de CMOS-sensor vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan op de opname bij witte achtergronden of onder andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CMOS-sensor moet worden schoongemaakt.
Stof verwijderen door de CMOS-sensor te schudden
Door de CMOS-sensor te schudden, wordt opgehoopt stof verwijderd.
1
Selecteer [Sensor stofvrij maken] in het menu
[ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Sensor stofvrij maken] verschijnt.
2
Druk op de knop 4 .
Sensor stofvrij maken
De functie Sensor stofvrij wordt geactiveerd voor het schudden van de CMOS-sensor.
Sensor stofvrij maken
Bij inschakelen
Als u de camera zo wilt instellen dat bij inschakeling van de camera altijd de stofverwijderingsfunctie wordt geactiveerd, selecteert u [Bij inschakelen]
MENU en gebruikt u de vierwegbesturing ( 45 ) om O te selecteren.
Als de stofverwijderingsprocedure is voltooid, wordt het menu
[ R Instellen 4] weer geactiveerd.
OK Starten
303
11
K-x_OPM.book Page 304 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
304
11
Stof detecteren op de CMOS-sensor (Stofalarm)
Stofalarm is een functie waarmee wordt gedetecteerd dat op de CMOS stof is opgehoopt en waarmee visueel de plaats van het stof wordt aangegeven.
U kunt de detectie-opname opslaan en weergeven op het moment dat u
de sensor schoonmaakt (p.305).
De functie Stofalarm werkt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Er wordt gebruik gemaakt van een DA-, DA L- of FA J-objectief, of van een D FA-, FA- of F-objectief met een positie s (Auto).
- Het diafragma is in de positie s gezet bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
- De functiekiezer staat in een andere stand dan C (Video).
- De scherpstelfunctieknop is ingesteld op = .
1
Selecteer [Stofalarm] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Stofalarm] verschijnt.
2
Richt de zoeker beeldvullend op een witte muur of gelijkmatig helder verlicht onderwerp en druk de ontspanknop volledig in.
Stofalarm
Voor controle van stof op de sensor. Druk op de ontspanknop om de lokatie van stof weer te geven
Nadat het verwerken van de opname is voltooid, wordt het beeld van Stofalarm weergegeven.
MENU SHUTTER Voorbeeld
Als het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] wordt weergegeven, drukt u op de knop 4 en maakt u nog een opname.
3
Druk op de knop 4 .
De opname wordt opgeslagen en de camera keert terug naar het menu [ R Instellen 4].
OK
K-x_OPM.book Page 305 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
• De belichtingstijd kan bij gebruik van de functie Stofalarm extreem lang zijn.
Als gedurende die tijd het objectief op iets anders wordt gericht, kan stof niet goed worden gedetecteerd.
• Of stof correct wordt gedetecteerd is afhankelijk van het onderwerp en de temperatuur.
• De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan slechts gedurende 30 minuten na het opslaan van de opname tijdens het schoonmaken van de sensor worden weergegeven. Als er 30 minuten verstreken zijn, maakt u een nieuwe opname en voert u het schoonmaken van de sensor opnieuw uit.
• De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan niet in de weergavestand worden weergegeven.
• De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan niet worden opgeslagen als er geen SD-geheugenkaart is geplaatst.
• Ongeacht de camera-instellingen wordt de Stofalarm-opname gemaakt met speciale opnameomstandigheden.
• Als de opname wordt weergegeven die met Stofalarm is gemaakt en u deze opname schermvullend wilt weergeven, druk dan op de knop M of draai aan de e-knop.
305
Stof verwijderen met een blaaskwastje
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter om de CMOS-sensor schoon te maken met een blaaskwastje.
Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging, aangezien de CMOS-sensor een precisieonderdeel is. Aan het schoonmaken zijn kosten verbonden.
Voor het schoonmaken van de CMOS-sensor kunt u de optionele sensor-
schoonmaakset O-ICK1 (p.310) gebruiken.
• Gebruik nooit een spuitbus.
• Maak de sensor niet schoon als de sluitertijd is ingesteld op h .
• Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief op zit om te voorkomen dat zich vuil en stof verzamelt op de CMOS-sensor.
• Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht
[Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de monitor.
• Het verdient aanbeveling voor reiniging van de sensor de optionele netvoedingsadapter AC84 te gebruiken. Als u de optionele netvoedingsadapter K-AC84 niet gebruikt, zorg dan voor batterijen met voldoende capaciteit. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het schoonmaken onmiddellijk.
• Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera wordt uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter, de CMOS-sensor of de spiegel beschadigd raken.
11
K-x_OPM.book Page 306 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
306
11
• Het lampje van de zelfontspanner knippert tijdens het schoonmaken van de sensor.
• Deze camera is uitgerust met een systeem voor shake reduction van de
CMOS-sensor, dat enig vibratiegeluid kan veroorzaken bij het schoonmaken van de CMOS-sensor. Dat is geen defect.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [ R Instellen 4] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
4
Gebruik de vierwegbesturing
( 23 ) om [Spiegel omhoog] te selecteren en druk op 4 .
Sensor reinigen
Spiegel omhoog en sluiter open voor sensorreiniging.
De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand.
Voltooien: camera uit
Spiegel omhoog
Als u in de afgelopen 30 minuten de functie
Stofalarm hebt gebruikt om stof te
Annuleren
OK detecteren, wordt de opname die daarbij is gemaakt op de monitor weergegeven. Reinig de sensor terwijl u de plaats waar het stof zich heeft vastgezet in het oog houdt.
OK
5
Reinig de CMOS-sensor.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CMOS-sensor te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CMOS-sensor. Veeg de CMOS-sensor nooit af met een doek.
6
Zet de camera uit.
7
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet.
K-x_OPM.book Page 307 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Optionele accessoires
307
Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor nadere informatie over accessoires.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera worden geleverd.
Accessoires voor netvoeding
Netvoedingsadapterset K-AC84
(Set met netvoedingsadapter D-AC76, gelijkstroomkoppelstuk D-DC84 en netsnoer.)
Hiermee sluit u de camera aan op een stopcontact.
Flitsertoebehoren
Automatische flitser AF540FGZ
Automatische flitser AF360FGZ
De AF540FGZ en de AF360FGZ zijn flitsers met functionaliteit voor
Automatisch P-DDL-flitsen met een maximaal richtgetal van 54 respectievelijk 36 (ISO 100/m).
Bovendien zijn deze flitsers uitgerust met functies voor slave-flitsen, flitsen met contrastregelingssynchronisatie, flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen, flitsen met langesluitertijdsynchronisatie en 2e sluitergordijn-synchronisatie.
AF540FGZ
11
AF360FGZ
K-x_OPM.book Page 308 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
308
Automatische flitser AF200FG
De AF200FG is een automatische flitser voor P-DDL-flitsen met een maximaal richtgetal van 20 (ISO 100/m).
Deze kan flitsen met contrastregelingssynchronisatie en flitsen met langesluitertijdsynchronisatie als de flitser wordt gecombineerd met een AF540FGZ of een AF360FGZ.
Automatische macroflitser AF160FC
De AF160FC is een flitser die speciaal is ontwikkeld voor macrofotografie om op korte afstand en zonder schaduwen opnamen te maken van kleine voorwerpen. Deze flitser is compatibel met bestaande functies voor
Automatisch DDL-flitsen en kan worden gebruikt met een groot aantal PENTAXcamera’s dankzij de meegeleverde adapterringen.
Flitsschoenadapter F
G
Verlengsnoer F5P
11
Flitsschoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren om de externe flitser op afstand van de camera te gebruiken.
AF200FG
AF160FC
Flitsschoenadapter F
G
Flitsschoenadapter F
K-x_OPM.book Page 309 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Flitsschoenklem CL-10
Als u de AF540FGZ of de AF360FGZ gebruikt als draadloze flitser, wordt deze grote klem gebruikt om de flitser op een tafel of een bureau te bevestigen.
Voor de zoeker
Zoekerloep F
B
Zoekeraccessoire waarmee het centrale gebied van de zoeker 2× wordt vergroot.
De zoekerloep scharniert, zodat u het gehele beeld gemakkelijk kunt weergeven in de zoeker door de zoekerloep omhoog te klappen.
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder een hoek kan worden bekeken.
Klikt in met stappen van 90°.
De zoekervergroting kan worden ingesteld op 1× of 2×.
Flitsschoenklem CL-10
Zoekerloep F B
Hoekzoeker A
Dioptriecorrectielens M
Dit accessoire past de dioptrie aan en wordt op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld in de zoeker duidelijk te zien, hebt u de keus uit acht correctielensadapters
M van –5 tot +3 m -1 (per meter).
Oogschelp F
Q
(*)
Dioptriecorrectielens M
309
11
K-x_OPM.book Page 310 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
310
Afstandsbediening F
U kunt opnamen maken binnen 4 m vanaf de voorzijde van de camera.
Cameratas/-riem
Cameratas O-CC84
Camerariem O-ST53 (*)
Sensorschoonmaakset Kit O-ICK1
Gebruik deze set voor het schoonmaken van de optische onderdelen van de camera, bijvoorbeeld de CMOS-sensor en het objectief.
11
Overig
Bodydop K
Flitsschoenbeschermer F
K
(*)
USB-kabel I-USB7 (*)
AV-kabel I-AVC7
K-x_OPM.book Page 311 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Foutberichten
311
Foutbericht
Geheugenkaart vol
Geen beeld
Deze opname kan niet worden weergegeven
Geen geheugenkaart in camera
Geheugenkaartfout
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Geheugenkaart beveiligd
De kaart is elektronisch vergrendeld
Deze opname kan niet worden uitvergroot
Beschrijving
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of verwijder niet-
benodigde opnamen. (p.48, p.80)
Bij de volgende bewerkingen kunnen gegevens worden opgeslagen.
• Het bestandsformaat wijzigen in JPEG. (p.186)
• JPEG-resolutie of JPEG-kwaliteit wijzigen.
Er zijn geen opnamen die met de SDgeheugenkaart kunnen worden weergegeven.
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is. De opnamen kunnen mogelijk worden weergegeven op een computer, maar niet met deze camera.
De door u gebruikte SD-geheugenkaart is niet geformatteerd of is geformatteerd op een ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de kaart met deze camera
voordat u ze in gebruik neemt. (p.256)
De schrijfbeveiliging op de SD-geheugenkaart is ingeschakeld. Hef de beveiliging van de
De gegevens worden beschermd met de beveiligingsfunctie van de SD-kaart.
U probeert een opname uit te vergroten die niet kan worden uitvergroot.
11
K-x_OPM.book Page 312 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
312
11
Foutbericht
Deze opname is beveiligd
Batterij leeg
Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen
Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Kan de opname niet opslaan
Instellingen niet opgeslagen
De bewerking is niet op correcte wijze voltooid
Er kunnen geen nieuwe beelden worden geselecteerd
Deze opname kan niet worden verwerkt
De camera heeft geen opname gemaakt
Beschrijving
U probeert een beveiligde opname te wissen.
Maak eerst de beveiliging van de opname
De batterijen zijn uitgeput. Plaats nieuwe
batterijen in de camera. (p.43)
Dit bericht verschijnt tijdens reiniging van de sensor wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft. Vervang de batterijen of gebruik de
optionele netvoedingsadapterset K-AC84. (p.46)
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft.
Vervang de batterijen of gebruik de optionele
netvoedingsadapterset K-AC84. (p.46)
Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer (9999) zijn gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de SD-geheugenkaart.
De DPOF-instellingen konden niet worden opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is. Verwijder ongewenste opnamen en stel
Het is niet gelukt om de witbalans handmatig te meten of stof te detecteren op de sensor.
Probeer het opnieuw. (p.194, p.304)
U kunt per keer niet 100 of meer opnamen
selecteren voor Index (p.218) en
Wordt weergegeven als Formaat wijzigen
(p.236), Bijsnijden (p.237), Digitaal filter
(p.240) of RAW-ontwikkeling (p.246) wordt
geselecteerd voor opnamen die met een andere camera zijn gemaakt, of als Formaat wijzigen of Bijsnijden wordt geselecteerd voor opnamen met een minimumformaat.
Het is niet gelukt een indexafdruk te maken.
K-x_OPM.book Page 313 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Foutbericht
Camera oververhit. Live weergave tijdelijk uit om elektronica te beschermen
Deze functie is in deze modus niet beschikbaar
Beschrijving
Live weergave kan niet worden gebruikt omdat de temperatuur in de camera te hoog is. Druk op de knop 4 en probeer Live weergave opnieuw in te schakelen als de camera is afgekoeld.
U probeert een functie in te schakelen die niet beschikbaar is in de Picture-stand, de stand
H (Scène) of de stand C (Video).
313
11
314
K-x_OPM.book Page 314 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Problemen oplossen
11
In zeldzame gevallen kan het gebeuren dat de camera vanwege statische elektriciteit niet naar behoren functioneert. Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u die opnieuw. Zet vervolgens de camera aan. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig.
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
Probleem
De camera schakelt niet in
De sluiter kan niet worden ontspannen
Batterijen niet geplaatst
Batterijen zijn niet juist geplaatst
De batterij is bijna leeg
Oorzaak
De diafragmaring van het objectief staat op een andere positie dan s
Oplossing
Controleer of de batterijen geplaatst zijn. Is dat niet het geval, plaats dan opgeladen batterijen.
Controleer of de batterijen correct zijn geplaatst.
Plaats batterijen opnieuw volgens de poolaanduidingen + in
het batterijcompartiment. (p.43)
Vervang ze door opgeladen batterijen of gebruik de netvoedingsadapter K-AC84
Zet de diafragmaring op positie s
(p.99) of selecteer [Toegestaan]
bij [22. Diafragmaring gebruiken] in het menu [ A Pers.instelling 4].
De ingebouwde flitser wordt opgeladen
Er is geen vrije ruimte op de SDgeheugenkaart
Opnemen
Wacht tot het opladen gereed is.
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder
overbodige opnamen. (p.48, p.80)
Wacht tot opslaan gereed is.
K-x_OPM.book Page 315 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Probleem
De autofocus werkt niet
De autofocus werkt niet
Oorzaak
Er kan moeilijk worden scherpgesteld op het onderwerp
Het onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld
Oplossing
De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast (de lucht, witte muren, etc.), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand, richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in.
Gebruik anders de handmatige
Plaats het onderwerp in het scherpstelkader in het midden van de zoeker. Valt het onderwerp buiten het scherpstelkader, richt de camera dan op het onderwerp, stel scherp en vergrendel de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt), kader het beeld opnieuw uit en druk de
ontspanknop helemaal in. (p.126)
Het onderwerp is te dichtbij
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
Scherpstelfunctie is ingesteld op \
Zet de scherpstelfunctieknop op
=
315
11
K-x_OPM.book Page 316 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
316
11
Probleem
De scherpstelling kan niet worden vergrendeld
Oorzaak
[AF-modus] is ingesteld op k
De opnamestand is ingesteld op \ in de Picture-stand, of n , R , Y of l in de stand H
Oplossing
Autofocus wordt niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als
[AF-modus] ingesteld is op k
(ook wanneer bij f automatisch de instelling k wordt geselecteerd). De camera blijft scherpstellen op het onderwerp wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Als er een onderwerp is waarop u wilt scherpstellen, stel [AF-modus] dan in op l (Eén opname) en gebruik de
scherpstelvergrendeling. (p.122)
Kies voor de opnamestand een andere instelling dan
\ (Bewegend onderw.) in de Picture-stand, of n (Podiumbelichting),
R (Kinderen), Y (Huisdier) of l (Nachtsnapshot) in de stand H
Het belichtingsgeheugen werkt niet
De sluitertijd is ingesteld op h
De ingebouwde flitser gaat niet af
Wanneer de flitser is ingesteld op C of C , gaat de flitser niet af als het onderwerp licht is
De functiekiezer is ingesteld op a
Stel de sluitertijd in op een andere stand dan h
Stel de flitser in op ontsteken) of D b (Handmatig
(Handmatig +
De stand ingesteld op
K , n ,
H
U
is
A
of
,
E
Zet de functiekiezer op een andere stand dan a
Stel H (Scène) in op iets anders dan A (Nachtopname),
K (Zonsondergang), n (Podiumbelichting),
U (Kaarslicht) of E (Museum).
Het powerzoomsysteem werkt niet
De camera heeft geen powerzoomfunctie
K-x_OPM.book Page 317 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Probleem
De USB-aansluiting met een computer werkt niet naar behoren
Oorzaak
De USBaansluitfunctie is ingesteld op [PTP]
Shake Reduction werkt niet
[
Oplossing
Stel [USB-aansluiting] in het menu
R
Instellen 2] in op [MSC]. (p.281)
De functie Shake
Reduction is uitgeschakeld
Stel [Shake Reduction] in op AAN.
De functie Shake
Reduction is niet correct ingesteld
Stel in het scherm [Invoer brandpuntsafstand] de brandpuntsafstand in als u een objectief gebruikt dat niet automatisch objectiefinformatie
De sluitertijd is bij het uitzoomen of het maken van nachtopnamen te traag, zodat de functie Shake
Reduction niet effectief is
Schakel [Shake Reduction] uit en gebruik een statief.
Het onderwerp is te dichtbij
Beweeg weg van het onderwerp of schakel de functie Shake
Reduction uit en gebruik een statief.
317
11
318
K-x_OPM.book Page 318 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Belangrijkste technische gegevens
11
Type
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus en automatische belichting, met ingebouwde, uitklapbare P-DDL-flitser
Effectief aantal pixels
Ca. 12,4 megapixels
Sensor
Resolutie
Totaal aantal pixels: circa 12,9 megapixels,
CMOS met een primair kleurenfilter
Foto: E (RAW/JPEG: 4288×2848 pixels), J (3936×2624 pixels),
P (3072×2048 pixels), i (1728×1152 pixels)
Film: X (1280×720 pixels), Y (640×416 pixels)
Gevoeligheid
(standaardgevoeligheid)
Auto, Handmatig (ISO 200 t/m 6400 (instelbaar in stappen van 1 LW, 1/3 LW of 1/2 LW))
Bestandsindeling
RAW (PEF/DNG), JPEG (Exif 2.21), conform DCF 2.0, compatibel met DPOF en Print Image Matching III, geschikt voor gelijktijdig opslaan van opnamen in RAW+JPEG-indeling, Video: AVI
JPEG kwaliteitsniveau
Opslagmedium
C (Best), D (Beter) en E (Goed)
SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt (bij benadering)
Capaciteit SD-geheugenkaart
Resolutie
Bestandsindeling/
JPEG-kwaliteit
E
4288×2848
|
|
(PEF)
(DNG)
4 GB 2 GB 1 GB 512 MB 256 MB 128 MB
194 98 48 24 12 6
192 98 48 24 12 6
C
553 281 138 69 35 17
E
4288×2848
D 973 495 244 122 61 31
E 1915 975 479 239 120 61
J
3936×2624
C
D
652
1149
332
585
163
289
81
144
41
72
21
37
E 2234 1138 564 282 142 73
C 1068 543 267 133 67 34
P
3072×2048
D
E
1856 945
3549 1807
468
902
234
450
118
227
60
116
C 3176 1617 805 402 203 104 i
1728×1152
D 5485 2793 1373 686 346 177
E 10057 5121 2518 1258 634 325
K-x_OPM.book Page 319 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
JPEG-kwaliteit (Compressie): C (Best) = 1/4.5, D (Beter) = 1/8, E (Goed) = 1/16
* De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, e.d.
Geschatte video-opnametijd
Resolutie
X
1280×720
Y
640×416
Kwaliteit
C
D
E
C
D
E
Capaciteit SD-geheugenkaart
4 GB 2 GB 1 GB 512 MB 256 MB 128 MB
11 min.
45 sec.
5 min.
49 sec.
2 min.
56 sec.
1 min.
28 sec.
44 sec 22 s
16 min.
29 sec.
23 min.
07 sec.
8 min.
23 sec.
11 min.
46 sec.
4 min.
08 sec.
5 min.
49 sec.
2 min.
04 sec.
2 min.
54 sec.
1 min.
02 sec.
1 min.
28 sec.
32 s
45 s
39 min.
26 sec.
54 min.
21 sec.
1 uur
14 min.
29 s
20 min.
05 sec.
27 min.
41 sec.
37 min.
56 sec.
9 min.
52 sec.
13 min.
47 sec.
19 min.
00 sec.
4 min.
56 sec.
6 min.
53 sec.
9 min.
29 sec.
2 min.
29 sec.
3 min.
28 sec.
4 min.
47 sec.
1 min.
16 sec.
1 min.
47 sec.
2 min.
27 sec.
* De geschatte tijd voor video-opnamen is gebaseerd op onze standaardmeetomstandigheden. Bovenstaande waarden kunnen variëren, afhankelijk van het onderwerp, de opnameomstandigheden, de SD-geheugenkaart, e.d.
Witbalans
Monitor
Voorbeeldfunctie
Auto, Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht (D: Daglicht, N:
Daglicht wit, W: Koelwit, L: Warmwit), Lamplicht, Flitser, CTE,
Handmatig, fijnafstemming beschikbaar
2,7 inch TFT kleuren-LCD met circa 230.000 pixels, helderheidsregeling en kleurregeling
Eén opname, weergave van meerdere opnamen, zoomweergave
(max. 16 keer, schuiven mogelijk), opnamen vergelijken, roteren, kalenderweergave, mapweergave, diavoorstelling, histogram, lichte/donkere gebieden, formaat wijzigen, bijsnijden, index
(miniaturen/vierkant/willekeurig 1/willekeurig 2/willekeurig 3/
Luchtbel)
319
11
K-x_OPM.book Page 320 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
320
11
Belichtingsfunctie
Sluiter
Objectiefvatting
Gebruikt objectief
Autofocussysteem
Zoeker
Zoekerindicatie
Voorbeeldfunctie e Programma, K Gevoeligheidsvoorkeuze, b Sluitertijdvoorkeuze, c Diafragmavoorkeuze, a Handmatig, C Video
Picture-stand: I Automatische opname, = Portret, s Landschap, q Macro, \ Bewegend onderwerp, .
Portret bij nacht, a Flitser UIT (Bij het maken van opnamen met Live weergave kunt u ook d (Blauwe hemel) en K
(Zonsondergang) selecteren.)
Scène-stand: A Nachtopname, Q Strand & sneeuw, K Eten & drinken, K Zonsondergang, n Podiumbelichting, R Kinderen, Y Huisdier,
U Kaarslicht, E Museum, l Nachtsnapshot
Elektronische, verticaal aflopende spleetsluiter. Sluitertijden:
(1) automatisch: 1/6000-30 sec. (traploos); (2) handbediening:
1/6000-30 sec. (keuze tussen 1/3 LW en 1/2 LW voor LW-stappen), tijdopname, elektromagnetische ontspanknop, sluitervergrendeling door de hoofdschakelaar op OFF te zetten
PENTAX K
AF2
-bajonetvatting (AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten, K-vatting met voedingscontacten)
PENTAX objectieven met K
AF3
-vatting, K
AF2
-vatting (niet compatibel met powerzoom), K
AF
-vatting en K
A
-vatting.
Fasevergelijkend DDL-autofocussysteem, SAFOX VIII (11-punts
AF). Effectief instelbereik: LW –1 t/m +18 (bij ISO100 en f/1.4objectief). Scherpstelvergrendeling beschikbaar.
Scherpstelfuncties: f (Auto)/ l (Eén opname)/ k (Continu)/ \
Pentaspiegelzoeker, Natural-Bright-Matte II matglas, beeldveld: ca. 96%; vergroting ca. 0,85× (met 50 mm f/1.4-objectief op zoekerdioptrie: ca. –2,5m tot +1.5m
-1 (per meter)
∞ ),
Focusinformatie: ] wordt weergegeven indien scherpgesteld en knippert als scherpstelling niet mogelijk is, b brandt = Ingebouwde flitser gereed, b knippert = Gebruik van flitser nodig, Sluitertijd,
Gevoeligheid, Diafragmawaarde, Indicatie “e-knop ingeschakeld”,
@ = Belichtingsgeheugen, Resterende capaciteit, m =
Belichtingscorrectie, \ = Handmatig scherpstellen, Pictogram voor Picture-stand, Shake Reduction-weergave
Live weergave: DDL-methode die gebruik maakt van de beeldsensor, zoomweergave en weergave van raster zijn beschikbaar
Optisch voorbeeld: Controle van scherptediepte (elektronisch gestuurd en beschikbaar in alle belichtingsfuncties)
Digitaal voorbeeld: controle van compositie, belichting, scherpstelling en witbalans
K-x_OPM.book Page 321 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
321
Continuopname
(Snel/Langzaam)
Zelfontspanner
Afstandsbediening
Spiegel
Digitaal filter
Aangepaste opname
Belichtingsbracketing
Dubbelopnamen
Ca. 4,7 fps (JPEG ( E , C , Hoog): max.17 opnamen, RAW: max. 5 opnamen)
Ca. 2 fps (JPEG ( E , C , Laag): totdat SD-geheugenkaart vol is, RAW: max. 11 opnamen)
Elektronisch gestuurd met een vertraging van 12 sec/2 sec
(met de functie spiegel-omhoog-vergrendeling). Begint nadat op de ontspanknop is gedrukt. Bevestiging werking: mogelijkheid om geluidssignaal in te stellen. Annuleerbaar na activering.
PENTAX afstandsbediening F (optioneel) De sluiter wordt onmiddellijk of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt ontspannen.
Vlug-terug-spiegel, functie Spiegel-omhoog-vergrendeling
(zelfontspanner van 2 sec.)
Speels, Retro, Sterk contrast, Kleurextractie, Soft, Sterren,
Fish-eye, Monochroom, Kleur, Aquarel, Pastel, Vlak, Miniatuur,
HDR, Aanpassen basisparameters, Aangepast filter
Beeldtint (7 typen), Verzadiging, Tint, Contrast, Scherpte/Fijne scherpte, Aanpassing van hoge en lage tonen, Filtereffect, Kleur aanpassen
Bij belichtingsbracketing worden drie opnamen gemaakt
(onderbelicht, standaard (juiste belichting) en overbelicht)
(keuze tussen 1/3 LW en 1/2 LW voor LW-stappen).
Selecteer het aantal opnamen tussen 2 en 9 (Auto LW instel kan worden ingesteld op het aantal opnamen)
Lichtmeter/ lichtmeetbereik
DDL meervlaks lichtmeting (16 segmenten), Lichtmeetbereik:
LW 1 t/m 21,5 bij ISO 200 met 50 mm f/1,4-objectief, Lichtmeting met nadruk op midden en Spotmeting beschikbaar.
Belichtingscorrectie ±3 LW (stappen van 1/3 LW of 1/2 LW), LW-stappen selecteerbaar
Belichtingsgeheugen
Kan worden toegewezen aan de knop = / L bij de persoonlijke instellingen (timertype: twee keer de meettijd die ingesteld is bij de persoonlijke instellingen) Continu zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
Ingebouwde flitser
Synchronisatie met externe flitser
Ingebouwde P-DDL-flitser met seriebesturing, RG ca. 16
(ISO 200), Dekkingshoek: beeldhoek van 28 mm-objectief
(35 mm-equivalent), Snelheidsbereik flitssynchronisatie bij 1/180 sec. en langer, Flitsen met daglichtsynchronisatie,
Flitsen met lange-sluitertijdsynchronisatie, Automatisch uitklappen
Flitsschoen met M -contact voor koppeling met PENTAX systeemflitsers. ISO-bereik = P-DDL: 100-1600. Automatisch flitsen, flitsen met anti rode ogen, met PENTAX systeemflitsers is flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen mogelijk.
Persoonlijke instellingen
Er kunnen 22 functies worden ingesteld
11
K-x_OPM.book Page 322 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
322
Tijdfunctie
Functie Shake
Reduction
Sensor stofvrij maken
Voeding
Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
CMOS-beeldsensorshift, Effectief compensatiebereik = tot 4 LW
(afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnameomstandigheden)
SP-coating en CMOS-sensor-activering om stof te verwijderen.
Automatische activering bij het inschakelen van de camera kan worden ingesteld.
Vier AA-lithiumbatterijen, vier oplaadbare AA Ni-MH-batterijen of vier AA-alkalinebatterijen
Uitgeputte batterijen Symbool “lege batterij” z brandt.
In-/uitgangen PC/AV-aansluiting (USB 2.0 (compatibel met hoge snelheid))
Videosignaal
Afmetingen en gewicht
NTSC, PAL
Ca. 122,5 mm (B) × 91,5 mm (H) × 67,5 mm (D) (exclusief uitstekende delen), ca. 515 g (alleen body), ca. 580 g (met vier
AA-lithiumbatterijen en SD-geheugenkaart), ca. 615 g (met vier
AA-alkalinebatterijen en SD-geheugenkaart)
Accessoires
Talen
Flitsschoenbeschermer F
K
, Oogschelp F
Q
, Bodydop, USB-kabel
I-USB7, Software (CD-ROM) S-SW99 (PENTAX Digital Camera
Utility 4), Draagriem O-ST53, AA lithiumbatterijen (vier),
Handleiding (dit boek)
Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands,
Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks,
Grieks, Russisch, Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) en Japans
11
K-x_OPM.book Page 323 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Verklarende woordenlijst
323
AdobeRGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in nietcompatibele software, lijken de kleuren lichter.
AF-punt
Een punt in de zoeker dat bepaalt waarop scherp wordt gesteld. Bij deze camera kunt u kiezen tussen [Auto], [Selecteren] en [Spotmeting].
Belichtingsbracketing
Voor het automatisch wijzigen van de belichting. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht.
Belichtingscorrectie
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en/of diafragmawaarde te wijzigen.
Camerabeweging (onscherpte)
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom het bewegen van de camera door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken en te werken met een kortere sluitertijd. U kunt de camera ook op een statief monteren. Omdat de kans dat de camera wordt bewogen, het grootst is wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt, kunt u het bewegen ook voorkomen met de functie Shake Reduction, de zelfontspanner of de afstandsbediening.
CMOS-sensor
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen waarmee het beeld wordt opgebouwd.
11
K-x_OPM.book Page 324 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
324
11
DCF (Design rule for Camera File system)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries
Association).
Diafragma
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert op weg naar de CMOS-sensor.
DNG RAW-bestand
DNG (Digital Negative) RAW is een voor algemene doeleinden bestemde
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems. Na conversie van opnamen die zijn gemaakt met eigen RAW-bestandsindelingen naar de DNG-bestandsindeling, neemt de ondersteuning en compatibiliteit enorm toe.
Donkere gedeelte
Het onderbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt zwart.
DPOF (Digital Print Order Format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die
DPOF-afdrukken maakt.
Dynamisch bereik (D-Range)
Wordt aangeduid met een waarde die uitdrukking geeft aan het lichtniveau dat op een opname kan worden gereproduceerd.
Dit heeft dezelfde betekenis als de Engelse term “latitude” waarmee bij analoge fotografie het bereik wordt bedoeld waarin zinvol gebruik kan worden gemaakt van over- en onderbelichting.
Over het algemeen is het minder waarschijnlijk dat bij een groot dynamisch bereik in het beeld overbelichte en/of onderbelichte gebieden optreden, en kan bij een klein dynamisch bereik van alle beeldtonen een scherp en nauwkeurig beeld worden geproduceerd.
Exif (Exchangeable image file format for digital still camera)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries
Association).
K-x_OPM.book Page 325 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
325
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het aantal pixels. Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname wilt controleren.
ISO-gevoeligheid
Het gevoeligheidsniveau voor licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
JPEG
Een compressiemethode voor afbeeldingen. Kies bij deze camera tussen
C (Best), D (Beter) en E (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd.
Kleurruimte
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt
[sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB.
Kleurtemperatuur
Dit is een beschrijving in getalwaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht. Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin
(K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
Kwaliteitsniveau
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname.
Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt.
De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt.
Lichte gedeelte
Het overbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt wit.
11
K-x_OPM.book Page 326 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
326
11
Lichtmeting bij automatische belichting
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Kies op deze camera uit [Multi-segment meting],
[Meting met nadruk op midden] en [Spotmeting].
LW (belichtingswaarde)
De belichtingswaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd.
ND (Neutrale densiteit)-filter
Filter met veel verzadigingsniveaus, dat de helderheid aanpast zonder dat dit invloed heeft op de kleurtint van de opname.
NTSC/PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in
Japan, Noord-Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en in China.
RAW-gegevens
Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CMOS-sensor. RAW-gegevens zijn gegevens die nog niet intern door de camera zijn verwerkt. Na het fotograferen kunnen voor iedere opname individuele instellingen worden gekozen voor witbalans, contrast, verzadiging en scherpte. RAWgegevens zijn 12-bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8-bits
JPEG-gegevens. Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng
RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling, bijvoorbeeld JPEG.
Resolutie
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt.
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd of een hoge gevoeligheid.
K-x_OPM.book Page 327 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Scherptediepte
Scherpstelgebied. Dit hangt af van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief en de afstand tot het onderwerp. U kunt een kleiner diafragma (een hogere waarde) kiezen voor meer scherptediepte, of een groter diafragma (een lagere waarde) voor minder scherptediepte.
Sluitertijd
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CMOS-sensor.
De hoeveelheid licht die op de CMOS-sensor valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC
(International Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif.
Vignettering
De randen van opnamen worden zwart omdat het door het onderwerp gereflecteerde licht gedeeltelijk wordt geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel gedeeltelijk wordt geblokkeerd door het objectief.
Witbalans
Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast, zodat die overeenkomt met de lichtbron, om het onderwerp de juiste kleur te geven.
327
11
K-x_OPM.book Page 328 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
328
Memo
K-x_OPM.book Page 329 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Index
329
Symbolen
[
Menu ......................... 83, 292
[ Q
Menu ....................... 211, 295
[
R Instellen] Menu ....... 254, 295
[ A
Menu ......................... 85, 296
Q
-knop ..................... 21, 23, 79
|
-knop ................... 21, 23, 189
m c
-knop ......................... 21, 113
K /
-knop ............... 21, 23, 71, 80
I
Auto Picture ................. 89
=
\ Bewegend onderwerp ....... 89
.
Portretopname bij nacht ............................ 89
d
Blauwe hemel .................. 89
a
Flitser UIT .......................... 89
A
Nachtopname ................... 90
Q
Strand & sneeuw .............. 90
K
Eten & drinken ................... 90
K
Zonsondergang ............... 90 n Podiumbelichting .............. 90
R
Kinderen ............................ 90
Y Huisdier ............................. 90
U
Kaarslicht .......................... 90
E
Museum ........................... 90 l Nachtsnapshot .................. 90
C Video .............................. 159
Codering
-synchronisatie ........166, 179
A
Aan-/uitlampje ........................19
Aan/uit-lampje ......................270
(Digitaal filter) ..........149, 241
Aangepaste opname ............205
(Digitaal filter) ..................240
Aanpassing van hoge en lage tonen
Accessoires ..........................307
Actie in de stand
AdobeRGB ...................197, 323
=
(Autofocus) ....................119
AF160FC ......................172, 308
AF200FG ......................172, 308
AF360FGZ ....................172, 307
AF540FGZ ....................172, 307
= /
AF-modus .............................122
AF-punt .........................124, 323
Afstandbediening ..................141
Alkalinebatterijen ....................43
Alle opnamen wissen ...........230
Anti rode ogen ................76, 178
Aquarel (Digitaal filter) ..........240
Audiovisueel apparaat ..........233
Auto Picture
Autofocus =
Automatisch uitschakelen .....269
Automatische flits ...................74
F
(Witbalans) .................192
11
K-x_OPM.book Page 330 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
330
11 m c
-knop ......................... 21, 113
c
AV-kabel .............................. 233
B
Batterij selecteren ................ 269
Batterijen ........................ 43, 269
Bedieningsindicatie ................ 32
Bedieningspaneel ............ 26, 36
Beeldtint ............................... 205
Belichting ............................... 93
Belichting vergrendelen ....... 127
Belichtingsbracketing ... 116, 323
Belichtingscorrectie ...... 113, 323
Belichtingsfunctie ................... 99
Belichtingsgeheugen ... 108, 115
Belichtingsstappen ............... 114
........................ 104, 105, 108
Bestandsindeling ......... 188, 284
Bestandsnummer ................. 268
Bestemmingstijd .................. 258
Beveiligen ............................ 231
Bewegend onderwerp
Bewolkt (Witbalans) ............. 192
Bijsnijden ............................. 237
Blauwe hemel d
Brandpuntsafstand ............... 137
C
Camerabeweging ......... 135, 323
Catch-in focus ...................... 130
CMOS-sensor ...................... 323
CMOS-sensor reinigen ........ 303
Continu autofocus ................ 127
Continuopnamen ................. 144
Continustand k
Contrast (Aangepaste opname) ......................... 205
Contrast-AF ......................... 153
Copyrighthouder ...................273
Cross-processing .................207
f (Witbalans) ..................192
D
Daglicht (Witbalans) .............192
Datum aanpassen ..................60
Datum wijzigen .....................258
Datumafdruk .........................272
DCF ......................................324
Diafragma .......................94, 324
Diafragmaring .................99, 301
Diafragmavoorkeuze c
Diavoorstelling ......................221
Digitaal filter ..................148, 240
Digitaal voorbeeld .........131, 134
Dioptrie aanpassen ................54
DNG .............................188, 324
gebieden ............31, 200, 324
DPOF ...........................271, 324
Draadloos (flitsen) ................175
Draadloze bediening van de flitser ....................178
Draagriem ...............................42
D-Range .......................199, 324
Dubbelopnamen ...................145
bereik .................97, 199, 324
E
Eén opname l
e-knop ..............................21, 23
e-knop in Programma ...........101
Eten & drinken K
Exif ...............................273, 324
Externe flitser .......................172
K-x_OPM.book Page 331 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
F
Faseverschil AF ................... 153
Filter ............................. 148, 240
Filtereffect (Aangepaste opname) ......................... 205
Fisheye-filter ................ 148, 241
Flitsbelichtingscorrectie ......... 77
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie ................. 181
flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie ................. 174
Flitser ............................. 71, 163
Flitser (Witbalans) ................ 192
Flitser UIT
a .......................... 89
Focuspunt .................... 124, 323
Formaat wijzigen .................. 236
Formatteren ......................... 256
Fotograafgegevens .............. 273
Foutbericht ........................... 311
Functiekiezer ................... 21, 88
G
Geheugen ............................ 276
Geluidssignaal ..................... 257
Gevoeligheid .......................... 95
Gevoeligheidsvoorkeuze
K
.................................. 102
Gezichtsherkenning AF ....... 153
H
Half indrukken ........................ 68
Handmatig flitsen ................... 75
Handmatige belichting
Handmatige scherpstelling
Handmatige witbalans ......... 194
HDR (Digitaal filter) .............. 241
HDR-opname ....................... 201
331
Helderheid ............................264
Helderheid aanpassen .........199
Helderheid van de monitor .................264
Helemaal indrukken ................68
Help ......................................288
Histogram .......................30, 325
Hoofdschakelaar ........21, 23, 55
Hoog dynamisch bereik ...............................201
Hooglichtcorrectie .................199
Huisdier Y
.............................90
Hulpdisplay .....................24, 262
I
Index .....................................218
M knop .................21, 23, 27
Ingebouwde flitser ..................71
Initialiseren ...........................256
Invoer brandpuntsafstand ...........137
ISO-gevoeligheid ............95, 325
J
JPEG ............................186, 325
JPEG-kwaliteit ................50, 185
JPEG-resolutie ...............50, 184
Juiste belichting ......................93
K
Kaarslicht
U ...........................90
Kalenderweergave ...............217
Kelvin ............................194, 325
Kiezen & wissen ...................227
Kinderen R
.............................90
Kleur (Digitaal filter) ..............241
Kleur van de monitor ............265
11
K-x_OPM.book Page 332 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
332
11
(Digitaal filter) ......... 148, 240
Kleurruimte .................. 197, 325
Kleurtemperatuur ......... 194, 325
Kwaliteitsniveau .... 50, 185, 325
L
Lamplicht (Witbalans) .......... 192
Landschap s
Lange-sluitertijdsynchronisatie ................. 164
Laterale chromatische aberratie ......................... 203
LCD-display ........................... 24
LCD-kleur instellen .............. 265
LED voor lezen van/ schrijven naar kaart .......... 19
Lichte gebieden ..... 31, 199, 325
Lichtmeetmethode ............... 111
Lichtmeting bij automatische belichting ........................ 326
Lichtmeting, automatisch ..... 111
Lithiumbatterijen .................... 43
Live weergave ...................... 151
U knop ............................... 154
LW ....................................... 326
M
a (Handmatige belichting) .. 106
Macintosh ............................ 280
Macro q
................................. 89
Map wissen .......................... 229
Mapnaam ............................. 267
Mapweergave ...................... 216
Mass Storage Class ............. 282
Matglas ................................ 129
Meegeleverde software ....... 284
Meerdere flitsers .................. 180
Meervlaks lichtmeting .......... 112
Meettijd .................................113
Meettijd belichting .................113
3
knop ...............21, 23, 38
Menubediening .......................38
\
(Handmatige scherpstelling) .................128
Miniatuur (Digitaal filter) .......240
Momentcontrole ..............67, 263
(Digitaal filter) ..................240
MSC .....................................282
Museum
E ............................90
N
Nachtopname A
Nachtsnapshot
Nadruk op het midden ..........112
Namen van steden ...............260
ND-filter ................................326
Neonlicht (Witbalans) ...........192
Netvoedingsadapter ...............46
Neutrale densiteit-filter .........326
Ni-MH oplaadbare batterijen ............................43
NTSC ............................234, 326
O
Objectief .........................52, 299
met diafragmaring .....99, 301
Objectiefcorrectie .................202
Objectiefontgrendelknop ........53
4
knop ..................21, 23, 125
Ontgrendelknop objectief .............................21
Ontspanknop ..............21, 23, 68
Oogschelp ..............................54
Opnamegegevens ..................25
K-x_OPM.book Page 333 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opnamen met daglichtsynchronisatie ...... 77
Opnamen vergelijken ........... 225
Opnamestand ........................ 88
Optionele accessoires ......... 307
Optisch voorbeeld ........ 131, 133
P e
(Programma) ................... 100
PAL .............................. 234, 326
Pastel (Digitaal filter) ............ 240
PC/AV-aansluiting ................ 233
P-DDL (flitser) ...................... 178
P-DDL Auto (Flitsen) ............ 173
PEF ...................................... 188
Camera Utility 4 .............. 284
Picture Transfer Protocol ..... 282
Picture-stand .......................... 89
Pixels ................................... 184
Pixeluitlijning ........................ 275
Podiumbelichting n
Portret
= ................................ 89
Portretopname bij nacht .
Productregistratie ................. 289
Programma e
PTP ...................................... 282
R
RAW ............................ 186, 326
RAW-bestandsindeling ........ 188
RAW-knop, functie ............... 190
RAW-ontwikkeling ................ 246
Reset ................................... 297
Resolutie ................ 50, 184, 326
Resterende opslagcapaciteit opnamen ........................... 45
Retro (Digitaal filter) ..... 148, 240
Richtingsknoppen .... 35, 82, 292
Roteren ................................ 224
333
Ruisonderdrukking .........98, 326
Ruisonderdrukking bij hoge ISO .......................98
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd ..............98
S
Schaduw (Witbalans) ...........192
Schaduwcorrectie .................200
Scherpstelfunctieknop ....21, 119
Scherpstelgebied ..................124
Scherpstelindicatie .........66, 128
Scherpstellen ........................119
Scherpstelling vergrendelen ...................126
Scherpstelstand ....................119
Scherpte (Aangepaste opname) ..........................205
Scherptediepte ...............95, 327
H (Scène)-stand .................90
SD-geheugenkaart .................48
Sensor reinigen ....................305
(Bewegingsreductie) ........135
Sluitertijd .........................93, 327
Sluitertijdvoorkeuze b
Snel zoomen ........................213
Snelinstelling-knop ...21, 23, 189
Soft (Digitaal filter) ........148, 241
Software installeren ..............284
Speels (Digitaal filter) ...148, 240
Spiegel omhoog klappen ......305
Spiegel, opnamen maken met de spiegel omhoog ...........................140
Spotmeting ...........................113
sRGB ............................197, 327
Standaardinstellingen .....56, 292
Statusscherm .........................25
Statusweergave ....................263
11
K-x_OPM.book Page 334 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
334
11
(Digitaal filter) ......... 148, 240
Sterren (Digitaal filter) .. 148, 241
Stof verwijderen ................... 303
Stofalarm ............................. 304
Strand & sneeuw Q
K
........................................ 102
T
Taalinstelling .................. 56, 261
Tekstformaat ........................ 262
Thuistijd ............................... 258
Tijdopname .......................... 109
Tint (Aangepaste opname) .. 205
Transportfunctie ..................... 82
TV ........................................ 233
b
(Sluitertijdvoorkeuze) ...... 103
U
K /
-knop .............. 21, 23, 71, 80
USB-aansluitfunctie ............. 281
USB-aansluiting ................... 281
V
Vergrendelen van de scherpstelling ............. 126
Vervorming .......................... 202
Verzadiging (Aangepaste opname) ......................... 205
Video ............................ 157, 159
Video weergeven ................. 160
Video-uitgangssignaal ......... 234
Vierwegbesturing
( 2345
Vignettering .......................... 327
Vlak (Digitaal filter) ............... 241
Voeding .................................. 55
Voorbeeld ............................ 131
W
Weergave van meerdere opnamen .........................214
Weergavekleur .....................263
Weergavepalet .............210, 294
Weergavestijl bij Weergeven .................213
Weergavetaal .................56, 261
Weergavetijd ..........................45
Weergeven .............................79
-knop .....................21, 23, 79
Wereldtijd .............................258
Windows ...............................280
Wissen ............................80, 227
Wissen van één enkele opname .............................80
Witbalans ......................192, 327
Z
Zelfontspanner .....................138
Zoeker ..............................33, 54
Zonsondergang
Zoomobjectief .........................70
Zoomweergave .....................212
K-x_OPM.book Page 335 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
GARANTIEBEPALINGEN
335
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAX-servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden.
Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar.
Indien uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens
11
K-x_OPM.book Page 336 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
336 de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar. Om de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, dient u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft geadresseerd aan de fabrikant. Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen.
Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
11
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Unie.
K-x_OPM.book Page 337 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten op de voorgeschreven wijze worden ingezameld en hergebruikt. Huishoudens binnen de EU kunnen hun gebruikte elektrische/elektronische producten en batterijen kosteloos inleveren bij inzamelpunten*.
In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product in als u een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Neem voor meer bijzonderheden contact op met de plaatselijke instanties.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie.
Als u zich van deze items wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
In Zwitserland kan gebruikte elektrische/elektronische apparatuur gratis worden ingeleverd bij de dealer, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere inzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
K-x_OPM.book Page 338 Thursday, September 24, 2009 2:25 PM
Opmerking over het batterijsymbool (onderste twee symboolvoorbeelden):
Dit symbool kan zijn gebruikt in combinatie met een aanduiding voor het gebruikte chemische element of de chemische samenstelling. In dat geval dient u de regeling van de richtlijn voor de betrokken chemische stoffen na te leven.
OPKX00105/DUT
Télécharger
Publicité