Pentax K-S2 de handleiding
Advertisement
Advertisement
e_kb551_cover_6.5mm.fm Page 1 Thursday, February 19, 2015 4:16 PM
5,&2+,0$*,1*&203$1</7'
0DHQRFKR,WDEDVKLNX7RN\R-$3$1
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRMS
5,&2+,0$*,1*(8523(
6$6
5,&2+,0$*,1*
'(876&+/$1'*PE+
5,&2+,0$*,1*8./7'
4XDLGH%H]RQV%3$UJHQWHXLO&HGH[)5$1&(
KWWSZZZULFRKLPDJLQJIU
$P.DLVHUNDL+DPEXUJ*(50$1<
KWWSZZZULFRKLPDJLQJGH
5,&2+,0$*,1*$0(5,&$6
&25325$7,21
3(17$;+RXVH+HURQ'ULYH/DQJOH\6ORXJK%HUNV6/318.
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRXN
WK6WUHHW6XLWH'HQYHU&RORUDGR86$
KWWSZZZXVULFRKLPDJLQJFRP
5,&2+,0$*,1*&$1$'$
,1&
([SORUHU'ULYH6XLWH0LVVLVVDXJD2QWDULR/:/&$1$'$
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFD
5,&2+,0$*,1*&+,1$&2
/7'
'-XQ<DR,QWHUQDWLRQDO3OD]D=KDRMLDEDQJ5RDG;X+XL'LVWULFW
6KDQJKDL&+,1$
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRPFQ
'LJLWDOHVSLHJHOUHIOH[FDPHUD
%HGLHQLQJVKDQGOHLGLQJ
ವ 'HVSHFLILFDWLHVHQGHDIPHWLQJHQNXQQHQ]RQGHUYRRUDIJDDQGHNHQQLVJHYLQJZRUGHQJHZLM]LJG
23.61/ &RS\ULJKWk5,&2+,0$*,1*&203$1</7'
)203ULQWHGLQ(XURSH
,QOHLGLQJ
9RRUEHUHLGLQJHQ
2SQDPHQPDNHQ
:HHUJHYHQ
'HOHQ
,QVWHOOLQJHQ
%LMODJH
/HHV YRRU RSWLPDOH FDPHUDSUHVWDWLHV HHUVW
GH KDQGOHLGLQJ GRRU YRRUGDW X GH]H FDPHUD
LQJHEUXLNQHHPW
KS2_OPM_DUT.book Page 0 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De inhoud van het pakket controleren
Flitsschoenbeschermer F
K
(gemonteerd op de camera)
Oogschelp F
R
(gemonteerd op de camera)
Dop cameravatting
(gemonteerd op de camera)
Oplaadbare lithium-ionbatterij
D-LI109
Batterijlader
D-BC109
Netsnoer Draagriem O-ST132 Software (CD-ROM)
S-SW156
Startgids
Geschikte objectieven
Voor deze camera kan gebruik gemaakt worden van DA-, DA L-, D FA- en FA J-objectieven en objectieven met een 9
KS2_OPM_DUT.book Page 1 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Kennismaking met de K-S2
Voorbereidingen
Opnamen maken
Weergavefuncties
Opnamen delen
De instellingen wijzigen
Bijlage
1
KS2_OPM_DUT.book Page 2 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
Gebruik van deze handleiding
1
Kennismaking met de K-S2
Geeft u een overzicht van de K-S2.
Lees dit en maak uzelf vertrouwd met uw K-S2!
Namen en functies van de onderdelen ......... p.8
Functie-instellingen wijzigen ......................... p.19
Menulijst ........................................................ p.22
2
Voorbereidingen
...................................... p.31
Beschrijft hoe u uw K-S2 voorbereidt op het maken van opnamen en geeft informatie over elementaire bedieningshandelingen.
Bevestigen van de draagriem........................ p.31
Een objectief bevestigen .............................. p.31
Gebruik van de batterij en batterijlader ......... p.32
Een geheugenkaart plaatsen ........................ p.35
De monitor openen ....................................... p.36
Basisinstellingen............................................ p.37
Basishandelingen bij opnamen...................... p.40
Opnamen bekijken......................................... p.44
3
Opnamen maken
..................................... p.46
Zodra u hebt gecontroleerd of de camera goed werkt, probeer de camera dan uit en maak heel veel opnamen!
De opname-instellingen configureren ........... p.46
Foto’s maken ................................................. p.47
Video-opnamen maken ................................. p.51
Instelling van de belichting............................. p.53
Werken met de ingebouwde flitser ................ p.55
De focusmethode instellen ............................ p.56
De transportstand instellen ............................ p.61
Instelling van de witbalans............................. p.72
De beeldafwerking instellen........................... p.74
Opnamen corrigeren...................................... p.77
KS2_OPM_DUT.book Page 3 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Weergavefuncties
................................... p.81
Beschrijft de verschillende procedures voor het weergeven en bewerken van opnamen.
Palet van de weergavestand items................ p.81
De weergavemethode wijzigen...................... p.82
De camera aansluiten op een computer........ p.86
Opnamen bewerken en verwerken................ p.87
5
Opnamen delen
....................................... p.94
Beschrijft hoe u opnamen deelt met andere apparaten via de ingebouwde Wi-Fi-functie.
De Wi-Fi-functie inschakelen ........................ p.94
De camera bedienen met een communicatieapparaat ........................... p.96
6
De instellingen wijzigen
........................ p.105
Beschrijft hoe andere instellingen worden gewijzigd.
Camera-instellingen....................................... p.105
Instellingen voor bestandsbeheer ................. p.111
7
Bijlage
.......................................................... p.115
Biedt andere hulpbronnen om het meeste te halen uit uw K-S2.
Beperkingen voor elke opnamestand ............ p.115
Functies bij gebruik van een externe flitser ... p.122
De GPS-unit gebruiken ................................. p.123
Problemen oplossen ...................................... p.124
Belangrijkste specificaties ............................. p.128
Index ............................................................. p.136
Voor een veilig gebruik van de camera ........ p.141
Aandachtspunten tijdens het gebruik ............ p.143
GARANTIEBEPALINGEN ............................ p.146
De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen afwijken van die van het feitelijke product.
3
KS2_OPM_DUT.book Page 4 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Omschrijving
4
Gebruik van deze handleiding .................. 2
Kennismaking met de K-S2 ...................... 8
Namen en functies van de onderdelen ...................8
Bedieningselementen .................................................... 9
Monitor ......................................................................... 11
Zoeker .......................................................................... 17
Elektr. waterpas ........................................................... 18
Functie-instellingen wijzigen ..................................19
De richtingsknoppen gebruiken ................................... 19
Het bedieningspaneel gebruiken ................................. 19
De menu's gebruiken ................................................... 20
Menulijst.................................................................22
Menu’s opnamestand .................................................. 22
Videomenu ................................................................... 26
Menu Weergeven ........................................................ 26
Setupmenu’s ................................................................ 27
Menu’s Pers.instelling .................................................. 29
Voorbereidingen...................................... 31
Bevestigen van de draagriem ................................31
Een objectief bevestigen .......................................31
Gebruik van de batterij en batterijlader .................32
De batterij opladen........................................................ 32
De batterij plaatsen/uitnemen ...................................... 33
Gebruik van de netvoedingsadapter ............................ 34
Een geheugenkaart plaatsen.................................35
De monitor openen ...............................................36
Basisinstellingen ................................................... 37
De camera aanzetten ................................................... 37
De weergavetaal instellen ............................................ 38
De datum en tijd instellen ............................................. 39
Instellingen van het LCD-scherm ................................. 39
Een geheugenkaart formatteren .................................. 40
Basishandelingen bij opnamen ............................. 40
Opnamen maken met de zoeker .................................. 40
Opnamen bekijken ................................................ 44
Opnamen maken .................................... 46
De opname-instellingen configureren .................. 46
Opname-instell. foto's .................................................. 46
Opname-instell. films ................................................... 46
Foto’s maken ....................................................... 47
Scènestanden .............................................................. 47
Geavanceerde HDR-modus ......................................... 48
Belichtingsstanden ....................................................... 49
Belichtingscompensatie ............................................... 50
Video-opnamen maken ........................................ 51
Video's afspelen ........................................................... 53
Instelling van de belichting.................................... 53
Gevoeligheid ................................................................ 53
Autom. lichtmeting ....................................................... 54
Werken met de ingebouwde flitser ....................... 55
KS2_OPM_DUT.book Page 5 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De focusmethode instellen ...................................56
Instellen van de AF-modus tijdens Live weergave ...... 59
AF-fijnafstelling ............................................................ 60
De transportstand instellen ....................................61
Continuopname ........................................................... 62
Zelfontspanner ............................................................. 62
Afstandsbediening ....................................................... 63
Bracketing .................................................................... 64
Dubbelopnamen .......................................................... 65
Intervalopname ............................................................ 66
Intervalcompositie ........................................................ 68
Intervalvideo opnemen ................................................ 69
Sterrenspoor ................................................................ 70
Instelling van de witbalans ....................................72
Witbalans handmatig aanpassen ................................. 73
De witbalans aanpassen met de kleurtemperatuur ..... 74
De beeldafwerking instellen...................................74
Aangepaste opname .................................................... 74
Digitaal Filter ................................................................ 76
Opnamen corrigeren .............................................77
Regeling van de helderheid ......................................... 77
Objectiefcorrectie ......................................................... 79
Anti-aliasing-filtersimulator ........................................... 79
Textuurverbetering ....................................................... 80
Weergavefuncties ................................... 81
Palet van de weergavestand items .......................81
De weergavemethode wijzigen .............................82
Weergave van meerdere opnamen ............................. 82
Opnamen weergeven op basis van map ..................... 83
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum ..... 84
Opnamen continu weergeven (Diavoorstelling) ........... 84
Weergave van geroteerde opnamen ........................... 85
De camera aansluiten op een computer .............. 86
Opnamen bewerken en verwerken ...................... 87
De grootte van de opname wijzigen ............................. 87
Kleurmoiré corrigeren .................................................. 88
Opnamen met digitale filters verwerken ....................... 89
Video bewerken ........................................................... 91
Ontwikkeling van RAW-opnamen ................................ 92
Opnamen delen ...................................... 94
De Wi-Fi-functie inschakelen ............................... 94
Instellen met de menu’s ............................................... 94
De zelfportret-ontspanknop indrukken ......................... 95
Een communicatieapparaat aanraken ......................... 95
De camera bedienen met een communicatieapparaat .................................. 96
Schermen van “Image Sync” ....................................... 98
Opnamen maken met een communicatieapparaat ...... 99
Opnamen bekijken ..................................................... 100
De instellingen wijzigen .............................................. 103
De instellingen wijzigen ........................ 105
Camera-instellingen ........................................... 105
Veelgebruikte instellingen opslaan ............................ 108
5
6
KS2_OPM_DUT.book Page 6 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Instellingen voor bestandsbeheer .......................111
Beveiliging van opnamen tegen wissen
(Beveiligen) ................................................................ 111
De map/bestandsinstellingen selecteren ................... 111
De Copyright-informatie instellen ............................... 114
Bijlage.................................................... 115
Beperkingen voor elke opnamestand .................115
De diafragmaring gebruiken ...................................... 120
De brandpuntsafstand instellen ................................. 121
Functies bij gebruik van een externe flitser ........122
De GPS-unit gebruiken .......................................123
Opnamen maken van hemellichamen
(STERRENVOLGER) ................................................ 123
Problemen oplossen ...........................................124
Sensor reinigen .......................................................... 125
Foutberichten ............................................................. 126
Belangrijkste specificaties ...................................128
Index ...................................................................136
Voor een veilig gebruik van de camera ..............141
Aandachtspunten tijdens het gebruik ..................143
GARANTIEBEPALINGEN ..................................146
KS2_OPM_DUT.book Page 7 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Auteursrechten
Opnamen van deze camera die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals bepaald in de auteursrechtwetgeving. Vergeet ook niet dat in sommige gevallen zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen verbonden is, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties.
Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen alleen gebruikt worden mits naleving van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Aan de gebruikers van deze camera
• Gebruik of bewaar deze camera niet in de buurt van apparatuur die krachtige magnetische velden of straling genereert. Krachtige statische ontladingen of magnetische velden door bv. radiozenders kunnen de werking van de monitor storen, opgeslagen gegevens beschadigen, of gevolgen hebben voor de elektronica in de camera en een goed functioneren verstoren.
• Het paneel met vloeibare kristallen voor de monitor is gemaakt met behulp van extreem hogeprecisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten.
Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
• In deze handleiding wordt de algemene term
“computer(s)” gebruikt voor zowel Windows-pc’s als Macintosh-computers.
• In deze handleiding heeft de term “batterij(en)” betrekking op elk type batterij dat met deze camera en accessoires wordt gebruikt.
Informatie over gebruikersregistratie
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om u als gebruiker te registreren.
Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde cd-rom of op onze website.
Hartelijk dank voor uw medewerking.
http://www.ricoh-imaging.com/registration/
7
KS2_OPM_DUT.book Page 8 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
8
Namen en functies van de onderdelen
Luidspreker
Ingebouwde flitser
AF-hulplicht
Richtteken objectiefvatting
Afstandsbedieningssensor
Ontgrendelknop voor objectief
Objectiefinformatiecontacten
Monitor met variabele hoek
Flitsschoen
Microfoon
Beeldvlakindicator
Riembevestiging
Spiegel
Microfoonaansluiting
AF-koppeling
Microfoon
Dioptriecorrectieknop
Zoeker
Riembevestiging
Kaartlampje
Kaartgleuf voor SDgeheugenkaarten
NFC-merkteken
HDMI-aansluitpunt (type D)
Klepje van de aansluitingen
Klep verbindingskabel
Ontgrendelingsknop klep batterijcompartiment
USB-aansluiting (micro B)
Klep batterijcompartiment
Statiefaansluiting
KS2_OPM_DUT.book Page 9 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Bedieningselementen
0 a b
1
2
3
4
5
9
6
7 c d e f g h
8
1 Belichtingscompensatieknop ( J )
Druk deze knop in om de waarden voor de
belichtingscompensatie in te stellen. (p.50)
In de weergavestand kunt u de laatst gemaakte
JPEG-opname ook opslaan in de RAW-indeling. (p.45)
2 Groene toets ( M )
Voert een reset uit van de waarde die wordt gewijzigd.
3 Ontspanknop ( 0 )
Druk deze knop in om opnamen te maken. (p.41)
Druk deze knop tijdens de weergavestand half in om over te gaan naar de opnamestand.
4 Hoofdschakelaar
Hiermee schakelt u de stroom in/uit of schakelt u naar de stand C
Wanneer de camera wordt aangezet, komt deze in de stand A (foto’s) en gaat het indicatielampje groen branden.
Wanneer de schakelaar op C wordt gezet, komt de camera in de stand C en gaat het lampje rood branden.
5 E-knop voorzijde ( Q )
Wijzigt de waarden voor camera-instellingen zoals
U kunt de menucategorie wijzigen indien een menuscherm
Gebruik dit, in de weergavestand, om een andere opname te selecteren.
6 Uitklapknop flitser ( 1 )
Indrukken om de ingebouwde flitser uit te klappen. (p.55)
7 RAW/Fx-knop ( P )
U kunt aan deze knop een functie toewijzen. (p.105)
8 Schakelaar scherpstelstand
Hiermee wordt de scherpstelstand gewijzigd. (p.56)
9
1
KS2_OPM_DUT.book Page 10 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
9 Knop Live weergave/Verwijderen ( K / L )
Hiermee wordt het beeld van de Live weergave getoond.
Druk in de weergavestand op deze knop om opnamen
0 E-knop aan achterzijde ( R )
Wijzigt de waarden voor camera-instellingen zoals
U kunt andere menutabs kiezen wanneer een menuscherm
U kunt de camera-instellingen wijzigen wanneer
het bedieningspaneel panel wordt getoond. (p.19)
Gebruik in de weergavestand deze knop om een opname te vergroten of meerdere opnamen tegelijkertijd weer
a Vierwegbesturing ( ABCD )
Toont het instellingenmenu van de Gevoeligheid,
Witbalans, Flitsinstelling of Transportstand. (p.19)
Als een menu of het bedieningspaneel wordt weergegeven, verplaatst u hiermee de cursor of wijzigt u hiermee het item dat u instelt.
Druk op B in de enkelbeeldweergave van de
weergavestand om het weergavepalet weer te geven. (p.81)
b INFO-knop ( G )
Wijzigt de weergavestijl op de monitor. (p.11, p.15)
c Functiekiezer
Hiermee wordt de opnamestand gewijzigd. (p.41)
d Zelfportret-ontspanknop
Bij het maken van opnamen met Live weergave kan deze knop worden gebruikt als ontspanknop en vergemakkelijkt deze knop het maken van zelfportretten door de camera met het objectief naar u toe te houden. Het indicatielampje gaat groen of rood branden wanneer de knop als
ontspanknop kan worden gebruikt. (p.43)
In alle andere gevallen wordt deze knop gebruikt
om de Wi-Fi-functie aan of uit te zetten. (p.95)
e AF/AE-vergrendelingsknop ( f )
Beschikbaar voor scherpstelling, in plaats van dat 0 half wordt ingedrukt, en voor vergrendeling van de belichtingswaarde voordat de opname wordt
f Weergaveknop ( 3 )
Hiermee wisselt u naar de weergavestand. (p.44)
Druk de knop opnieuw in om naar de opnamestand te gaan.
g OK-knop ( E )
Druk tijdens weergave van het bedieningspaneel of een menu op deze knop om het geselecteerde item te bevestigen.
Druk op deze knop wanneer [Actief AF-gebied] is ingesteld op E of 8 , of wanneer [Contrast-AF] is ingesteld op g of h
om het scherpstelgebied te wijzigen. (p.58, p.59)
Bij ingeschakelde stroom brandt het indicatielampje blauw.
Het lampje gaat na verloop van tijd uit.
h MENU-knop ( F )
Toont een menu. Druk, terwijl het menu getoond wordt,
op deze knop om terug te keren naar het vorige scherm. (p.20)
10
KS2_OPM_DUT.book Page 11 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Over de indicatielampjes
Het lampje van de hoofdschakelaar, het lampje van de zelfportret-ontspanknop en het E -lampje gaan uit in de volgende situaties.
• Vanaf het moment waarop 0 half wordt ingedrukt tot het eind van de opname
• Terwijl f wordt ingedrukt
• Tijdens de weergavestand
• Terwijl een menu wordt weergegeven
• Tijdens automatische uitschakeling
U kunt de instellingen van de lampverlichting instellen bij [Indicatielampjes] in het menu D
Over de vierwegbesturing
In deze handleiding wordt elke knop van de vierwegbesturing aangeduid zoals wordt getoond in de afbeelding aan de rechterzijde.
Monitor
Opnamestand
Met deze camera kunt u opnamen maken terwijl u door de zoeker kijkt, of terwijl u naar het beeld op het scherm kijkt.
Als u de zoeker gebruikt, kunt u opnamen maken terwijl u het statusscherm op de monitor bekijkt en door de zoeker
kijkt. (p.40) Als u de zoeker niet gebruikt, dan kunt u opnamen
maken terwijl u kijkt naar het beeld van de Live weergave
die op de monitor wordt getoond. (p.42)
De camera staat in de “standby-stand” als deze klaar is voor het maken van opnamen, zoals tijdens weergave van het statusscherm of Live weergave. Druk op G in de standbystand als u het “bedieningspaneel” wilt weergeven en
instellingen wilt wijzigen. (p.19) U kunt het informatietype
dat getoond wordt in de standby-stand, wijzigen door op G
te drukken terwijl het bedieningspaneel wordt getoond. (p.14)
FF
250
5.6
G
1
Standby-stand
(Statusscherm)
FF
250
5.6
Bedieningspaneel
G
Scherm voor selectie van het display van de opname-informatie 11
KS2_OPM_DUT.book Page 12 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Statusscherm
FF
250
5.6
11
1
11
11
14
11
21
2324
2 3
12
13
15
25
16
22
4 5 6 7 8 9 10
16
17 18 19
20
26
17 19 20
27 5 5 ´ 00˝
1
2 Belichtingsgeheugen
3 Scherpstellingsmethode
4 Aangepaste opname
5
6 Status GPS-
7 Status draadloos LAN
8
9 Shake Reduction/
10 Batterijniveau
11 Hulp e-knop
12 Sluitertijd
13 Diafragmawaarde
14
15 LW-staafgrafiek
16
17
18 Scherpstelgebied
19
20
21 Flitsbelichtingscompensatie
22 Fijnafstemming witbalans
23
24 Geheugenkaart
25 Beeldopslagcapaciteit
26 Aantal opnamen tijdens
Dubbelopnamen,
Intervalopname of Intervalcompositie/
Maximale volgduur
27 Bedieningsaanwijzingen
12
Live weergave
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
12
13
19 20 21
+1.7
EV
22 23
14
15
±0EV
99999
24 25
16
17
18
26
1
2
3
4
5
6
7 Status GPS-
8 Status draadloos LAN
9
10 Shake Reduction/
11 Batterijniveau
12 Temperatuurwaarschuwing
13 Histogram
14 Elektr. waterpas
(horizontale kanteling)
15 Elektr. waterpas (verticale
16
17 LW-staafgrafiek
18 Gebruiksrichtlijn en aantal opnamen tijdens meervoudige belichting,
Intervalopname of intervalsamenstelling
19
20 Sluitertijd
21 Diafragmawaarde
22
23
24 Geheugenkaart
25 Beeldopslagcapaciteit
26 Gezichtsherkenningskader
(wanneer [Contrast-AF] is ingesteld op
[Gezichtsherkenning])
t Memo
• In [Live weergave] van het menu A 3 kunt u de instellingen wijzigen van de items die tijdens de Live weergave
op de monitor worden getoond. (p.23)
KS2_OPM_DUT.book Page 13 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Bedieningspaneel
Stand A
Aangepaste opname
Helder
5
10
15
20
Opnamen maken met Live weergave
5
10
15
20
6
11
16
21
1
2
26
6
11
16
21
1
2
26
Stand C
7
12
17
22
7
12
17
22
1:23 ' 45 "
5
15
21
6
16
24
1
2
7
17
25
8
13
18
23
27
3 4
9
14
19
8
13
18
23
27
3 4
9
14
19
8
13
23
3 4
12
14
26 27
1 Functienaam
2 Instelling
3 Geheugenkaart
4 Aantal foto’s dat kan worden gemaakt/ resterende opnameduur voor video’s
5 Aangepaste opname
6
7
8 Verbetering helderheid
9
10 Vervormingscorrectie
11 Perifere
12
13
14
15
16
17
18 Ruisond. hoge ISO-wrd
19 Ruisond. lange sltrtijd
20
21
22
23
24
25 Niveau opnamegeluid
26 Actuele datum en tijd
27
t Memo
• Welke items kunnen worden geselecteerd, hangt af van de huidige camera-instelling.
• Als er tijdens weergave van het bedieningspaneel 1 minuut lang geen bedieningshandeling heeft plaatsgevonden, keert de camera terug naar de standby-stand.
1
13
KS2_OPM_DUT.book Page 14 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Display van opname-informatie
U kunt instellen welk informatietype wordt weergegeven in de standby-stand door op G te drukken terwijl het bedieningspaneel wordt weergegeven. Gebruik CD om het type te selecteren en druk op E .
Wanneer opnamen worden gemaakt met de zoeker
Statusscherm
Elektr. waterpas
Toont de instellingen voor het maken
van opnamen met de zoeker. (p.12)
Geeft de camerahoek weer.
In het midden van het scherm wordt een schaal weergegeven die de horizontale camerahoek aangeeft, en aan de
Voorbeeld:
1,5° naar links gekanteld
(geel)
Verticaal niveau (groen) rechter- of linkerzijde wordt een schaal weergegeven die de verticale camerahoek aangeeft. De indicators op de schaal worden in rood weergegeven wanneer de hoek het bereik overschrijdt dat in de schaal kan worden weergegeven.
Weergave uit Er wordt niets op het scherm getoond.
Elektronisch kompas
De huidige geografische breedte, lengte, hoogte, richting, UTC (Coordinated Universal
Time), opnamestand en belichtingswaarde worden weergegeven. Zet de camera uit en weer aan om terug te keren naar het statusscherm.
Alleen beschikbaar als de optionele GPS-unit bevestigd is op de camera en ingeschakeld is.
Opnamen maken met Live weergave
Standaard infoweergave
Elektr. waterpas
Geen infoweergave
Het beeld van Live weergave en de instellingen voor het maken van opnamen met Live weergave worden weergegeven.
Hetzelfde elektronische niveau wordt getoond als bij het maken van opnamen met de zoeker.
Bepaalde pictogrammen, zoals die voor de opnamestand en de transportstand, worden niet getoond.
t Memo
• Het statusscherm wordt weergegeven wanneer de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet. Als de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet terwijl [Display opname-info] ingesteld is op [Aan] bij [Geheugen] in het menu A 4, verschijnt het scherm dat is geselecteerd op het scherm voor
selectie van het display van de opname-informatie. (p.110)
14
KS2_OPM_DUT.book Page 15 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Weergavestand
De gemaakte opname en opname-informatie worden weergegeven in de enkelbeeldweergave van de weergavestand.
Druk op G om het type informatie te wijzigen dat wordt weergegeven in de enkelbeeldweergave. Gebruik CD om het type te selecteren en druk op E .
G t Memo
• Het scherm dat is geselecteerd in het scherm voor selectie van het display van de weergave-info, wordt weergegeven in de weergavestand wanneer de camera wordt uitgezet en weer wordt aangezet. Indien [Display weergave-info] ingesteld is op [Uit] bij [Geheugen] in het menu A 4, dan verschijnt het [Standaard infoweergave] altijd als eerste
wanneer de camera wordt aangezet. (p.110)
1
Enkelbeeldweergave
(Standaard infoweergave)
Scherm voor selectie van het display van de weergave-info
Standaard infoweergave
Gedetailleerde infoweergave
Histogramweergave
De gemaakte opname, de bestandsindeling, de belichtingsparameters, en de indicaties van de bedieningsaanwijzingen worden weergegeven.
Op het scherm worden details van de opname-instellingen en het tijdstip van
De gemaakte opname en het helderheidshistogram worden getoond.
Niet beschikbaar tijdens het afspelen van video's.
RGBhistogramweergave
De gemaakte opname en het RGB
histogram worden getoond. (p.17)
Niet beschikbaar tijdens het afspelen van video's.
Geen infoweergave Enkel de opname wordt weergegeven.
15
KS2_OPM_DUT.book Page 16 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Gedetailleerde Infoweergave
Foto's
2000 F2.8
5000K
±0
±0
±0
±0
2
1
12 13
7
3
6
8
14
9
11
4
10
15
16
21 22 23
30
38
31 32
17 18 19 20
24 25 26 27 28 29
33 34 35
39
5
36
37
Video’s
±0
±0
±0
±0
1
12
16
30
38
31 42
13
17
3
6
40
41
4
11
14 15
18 19
26 27
20
39
35
29
5
36
37
16
AB
Pagina 2
0m
123°
ABCDEFGHIJKLMNOP
QRSTUVWXYZ1 2 3 4 5 6
2
1
3
45
38
46
47
48
49
45
43
4
44
50
5
1 Gemaakte opname
2
3
4 Beveiligingsinstelling
5 Mapnummer-
6
7
8 Flitsbelichtingscompensatie
9 Scherpstellingsmethode
10 Scherpstelgebied
11
12 Sluitertijd
13 Diafragmawaarde
14
15
16
17 Fijnafstemming witbalans
18
19
20 Verbetering helderheid
21 Vervormingscorrectie
22 Perifere
23 Instelling laterale chromatische aberratie
24
25
26
27
28
29 Shake Reduction/
30
31
32 JPEG kwaliteitsniveau
33
34 Correctie kleurmoiré
35 Brandpuntsafstand objectief
36 Instelling Aangepaste
37 Parameters aangepaste opname
38 Paginawijzer
39 Opnamedatum en -tijd
40 Tijdsduur van de opgenomen film
41 Niveau opnamegeluid
42
43
44
45 Waarschuwing dat integriteit van informatie is geschonden
46 Geografische hoogte
47 Richting van het objectief
48 Geografische breedte
49 Geografische lengte
50 Universal Coordinated
KS2_OPM_DUT.book Page 17 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Histogramweergave
Gebruik AB om te wisselen tussen het helderheidshistogram en het RGB-histogram.
Helderheidshistogram
1 2 3 4
6 7 8 9
1 5 2
10
AB
3 4
5
11
12
13
1 Histogram (Helderheid)
2 Schakelen RGBhistogram/ helderheidshistogram
3 Beveiligingsinstelling
4 Mapnummerbestandsnummer
5 RAW-data opslaan
6 Bestandsindeling
7 Sluitertijd
8 Diafragmawaarde
9 Gevoeligheid
10 Belichtingscorrectie
11 Histogram (R)
12 Histogram (G)
13 Histogram (B)
6 7 8 9
RGB-histogram
10
Zoeker
De volgende informatie wordt in de zoeker getoond als deze gebruikt wordt voor het maken van opnamen.
2 3
4 5 6
1
7 8 9
1
10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
1
2
3
4
5 Scherpstellingsmethode
6 Sluitertijd
7 Diafragmawaarde
8
9 LW-staafgrafiek/Elektr.
10 ISO/ISO AUTO
11
Belichtingscompensatiewaarde
12 Belichtingsgeheugen
13
14
15
16
17 Flitsbelichtingscompensatie
18 Belichtingscorrectie
19
17
1
KS2_OPM_DUT.book Page 18 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1 t Memo
• De informatie wordt weergegeven in de zoeker als
0 half ingedrukt wordt, of gedurende de bedrijftijd van de lichtmeter (standaardinstelling: 10 sec.).
• Het voor autofocus gebruikte AF-punt wordt in het rood getoond (AF-punt weergeven) als 0 half ingedrukt wordt. U kunt dit instellen op [Uit] bij [16 AF-punt weergeven] in het menu E 3.
• U kunt de opnamescherpte instellen in de zoeker met behulp van de dioptriecorrectieknop. Als het moeilijk is om de dioptriecorrectieknop in te stellen, trek de oogschelp dan omhoog en verwijder deze. Pas de dioptrieinstelling aan totdat het AF-kader in de zoeker scherp en duidelijk is.
Elektr. waterpas
U kunt controleren of de camera gekanteld is door het elektronisch niveau weer te geven. Het elektronisch niveau voor de horizontale camerahoek kan worden weergegeven in de LW-staafgrafiek in de zoeker, en de elektronische niveaus voor de verticale en horizontale camerahoeken kunnen worden weergegeven
op het Live weergave-scherm. (p.12)
Selecteer of u het elektronisch niveau wilt weergeven in [Elektr. waterpas] van het A
Indien waterpas (op 0°)
Indien 5° naar links gekanteld
Een kwartslag gedraaid en 3° naar rechts gekanteld
18
KS2_OPM_DUT.book Page 19 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Functie-instellingen wijzigen
De camerafuncties en de instellingen hiervan kunnen op de volgende manieren worden geselecteerd en gewijzigd.
Richtingsknoppen Druk op ABCD in de standby-stand.
Bedieningspaneel
Menu’s
Druk op G in de standby-stand.
(in deze handleiding aangegeven met het pictogram v )
Druk op F .
De richtingsknoppen gebruiken
A
B
C
D
Gevoeligheid
Witbalans
Flitsinstelling
Transportstand
Het bedieningspaneel gebruiken
G
U kunt vaak gebruikte opnamefuncties instellen. Druk op G in de standby-stand.
Gebruik ABCD om een item te selecteren.
Gebruik R om instellingen te wijzigen.
Druk op E voor het maken van gedetailleerde instellingen.
1
Druk op F als u wilt stoppen met instellen.
Druk op E om het geselecteerde item te bevestigen en terug te gaan naar het bedieningspaneel.
19
KS2_OPM_DUT.book Page 20 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
De menu's gebruiken
F
De meeste functies worden ingesteld vanuit de menu’s. Functies die kunnen worden ingesteld op het bedieningspaneel, kunnen ook worden ingesteld vanuit de menu’s.
1
Gebruik Q om de menucategorie te wijzigen.
Gebruik R om een andere menutab te selecteren.
Gebruik AB om een item te selecteren.
Menutabs
2
Instellingen D-range
Ruisond. hoge ISO-wrd
Druk op F om het menuscherm te verlaten.
1
Opname-instell. foto's
AF-instellingen
Druk op D om het submenu op te roepen.
Druk op D om het pop-up-menu op te roepen.
2
Objectiefcorrectie
Instellingen D-range
Gebruik AB om een item te selecteren.
JPEG kwaliteitsniveau
RAW-formaat
Druk op F om het pop-up-menu te annuleren.
Druk op E om het geselecteerde item te bevestigen.
Druk op F om terug te gaan naar het vorige scherm.
20
KS2_OPM_DUT.book Page 21 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM t Memo
• Voor de menu’s Pers.instelling ( E 1-5) kunt u het instellingenscherm van het volgende item weergeven, in volgorde van de menu’s op de monitor, door aan R te draaien terwijl het submenu van het momenteel geselecteerde item wordt weergegeven.
• Druk op F om de eerste tab van de betreffende menu’s weer te geven voor de camera-instellingen op dat moment.
Als u de laatst geselecteerde menutab als eerste wilt weergeven, stelt u dit in bij [25 Menulocatie opslaan] in het menu E 4
• Instellingen worden naar de standaardwaarde teruggezet met [Reset] in het menu D 3. Om alle instellingen van de
Pers.instelling-menu’s terug te zetten naar de standaardwaarde, gebruikt u [Reset pers.instellingen] in het menu E 5
(Sommige instellingen zijn niet van toepassing.)
1
21
KS2_OPM_DUT.book Page 22 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Menulijst
Menu’s opnamestand
Menu
A 1
Scènemodus
Onderdeel
Functie
Wijzigt tijdelijk de belichtingsstand als de functiekiezer ingesteld is op O of P .
Stelt de afwerking van de opname in met betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast voordat de opname wordt gemaakt.
Selecteert de scènestand die het meest geschikt is voor de situatie. (stand S )
Stelt de bestandsindeling van opnamen in.
Opname-instell. foto's
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
RAW-formaat
Stelt de opnamegrootte in van JPEG-opnamen.
Stelt de kwaliteit van JPEG-opnamen in.
AF-instellingen
AF-modus
Actief AF-gebied
Stelt de RAW-bestandsindeling in.
Selecteert de methode voor automatische scherpstelling als opnamen worden gemaakt met de zoeker.
Selecteert het gebied waarin scherp wordt gesteld als opnamen worden gemaakt met de zoeker.
HDR-opname
AF-hulplicht
Autom. lichtmeting
Activeert het hulplicht tijdens automatische scherpstelling op donkere locaties.
Selecteert het gedeelte van de sensor dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting.
Past een digitaal filtereffect toe bij het maken van opnamen.
Stelt het type opnemen met hoog dynamisch bereik in.
Stelt de hoeveelheid in voor wijziging van de belichting.
Automatisch uitlijnen Stelt in of de compositie automatisch wordt aangepast.
Standaardinstelling Pagina
G
Helder
Portret
JPEG q m
PEF z
Auto
(11 AF-punten)
Aan
Meervlaks
Geen filter
Uit
±2 LW
Aan
22
KS2_OPM_DUT.book Page 23 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Menu
A
A
2
3
Onderdeel
Verbetering helderheid
Objectiefcorrectie
Vervormings-
Perifere verlicht.
Aanp. Lat. Chr. Abb.
Diffractiecorrectie
Functie
Verbetert de textuur en oppervlaktedetails van het onderwerp.
Vermindert vervormingen en chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert perifere lichtvermindering die optreedt als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert laterale chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Corrigeert wazigheid die wordt veroorzaakt door diffractie bij gebruik van een kleine diafragmaopening.
Instellingen
D-range
GPS
Live weergave
Elektr. waterpas
Ruisond. hoge ISO-wrd
Contrast-AF
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt overbelichte gebieden.
Breidt het dynamisch bereik uit en voorkomt onderbelichte gebieden.
Selecteert de ruisonderdrukkingsinstelling voor het maken van opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
Selecteert de ruisonderdrukkingsinstelling voor het maken van opnamen met een lage sluitertijd.
Stelt de camerawerking in voor wanneer de optionele
GPS-unit op de camera wordt gebruikt.
Stelt de AF-modus in voor het maken van opnamen met Live weergave.
Benadrukt de omtrek van het onderwerp waarop u scherpstelt en maakt het gemakkelijker om de scherpstelling te controleren.
Toont het raster tijdens Live weergave.
Rasterweergave
Histogramweergave Toont het histogram tijdens Live weergave.
Overbelichting
Stelt in dat overbelichte gebieden in rood knipperen tijdens Live weergave.
Zoeker
Live weergave
Toont het elektronisch niveau op de LW-staafgrafiek in de zoeker.
Toont het elektronisch niveau in de standaard infoweergave van Live weergave.
Standaardinstelling
Uit
Uit
Uit
Aan
Aan
Auto
Auto
Auto
Auto
–
Uit
Uit
Uit
Pagina
Gezichtsherkenning
Uit
Uit
Aan
23
1
KS2_OPM_DUT.book Page 24 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Menu
A
A
3
4
Onderdeel
Horizoncorrectie
Inv brandp afstand
Momentcontrole
Functie
Corrigeert horizontale kanteling in de stand A .
Past een low-pass filtereffect toe tijdens gebruik van het Shake Reduction-mechanisme.
Activeert de functie Shake Reduction.
Stelt de brandpuntsafstand in bij het gebruik van een objectief dat niet automatisch objectiefinformatie kan doorgeven.
Stelt de weergavetijd in voor Momentcontrole.
Weergavetijd
Controle met vergrot.
Toont de vergrote opname tijdens Momentcontrole.
RAW-data opslaan Slaat tijdens Momentcontrole de RAW-gegevens op.
Wissen Verwijdert de getoonde opname tijdens Momentcontrole.
Histogramweergave Toont het histogram tijdens Momentcontrole.
Overbelichting
Stelt in dat overbelichte gebieden in rood knipperen tijdens Momentcontrole.
G
H
I
J
K
Instelling e-knoppen
L
M m n p o
Stelt voor elke belichtingsstand de werking in van Q / R / M .
Rotatierichting
Keert het effect om dat wordt verkregen als er aan Q of R wordt gedraaid.
Standaardinstelling Pagina
Uit –
Uit
Aan
–
35 mm
1sec
Aan
Aan
Aan
Uit
Uit
I , J , X G
–, ISO, –
I , –, –
–, J , –
I , J , G LINE
I , J , G LINE
–, J , –
–, –, –
–, J , G LINE
I , J , G LINE
I , J , G LINE
Naar rechts roteren
24
KS2_OPM_DUT.book Page 25 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Menu
A 4
Knoppen aanpassen
Geheugen
Onderdeel
RAW/Fx-knop
AF/AE-L-knop
AF/AE-L-knop (film)
Ontspanknop zelfportret
USER-stand opslaan
Functie
Stelt de functie in voor wanneer P wordt ingedrukt.
Stelt de functie in voor wanneer f wordt ingedrukt. AF1 inschakelen
Stelt de functie in voor wanneer f wordt ingedrukt in de stand C .
AF1 inschakelen
Stelt in of de zelfportret-ontspanknop wordt gebruikt als ontspanknop wanneer een zelfportret wordt gemaakt.
Standaardinstelling Pagina
1x voor bestandsform.
Aan
Bepaalt welke instellingen moeten worden opgeslagen wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
Aan voor andere instellingen dan
Digitaal filter,
HDR-opname,
Verbetering helderheid en Display van opname-info
U kunt veelgebruikte opname-instellingen opslaan op O of P van de functiekiezer.
–
*1 De functie verschijnt alleen wanneer de functiekiezer op O of P staat.
*2 De functie verschijnt in andere standen dan de stand S .
*3 De functie verschijnt in de stand S .
*4 De functie kan ook worden ingesteld via het bedieningspaneel.
1
25
KS2_OPM_DUT.book Page 26 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
Videomenu
Menu
C 1
Onderdeel
Functie
Stelt de opnameresolutie en de beeldsnelheid van de video in.
Niveau opnamegeluid
Stelt het Niveau opnamegeluid in voor het maken van opnamen.
Past een digitaal filtereffect toe bij het maken van een film.
Stelt het type opnemen met hoog dynamisch bereik in.
Verbetert de textuur en oppervlaktedetails van het onderwerp.
Movie SR
Activeert de functie Shake Reduction.
*1 De functie kan ook worden ingesteld via het bedieningspaneel.
Standaardinstelling Pagina u /30p
Auto
Geen filter
Uit
Uit
Aan
–
26
Menu Weergeven
Menu
B 1
Onderdeel Functie
Weergaveduur Stelt een interval voor weergave van opnamen in.
Schermeffect
Stelt een overgangseffect in van de ene naar de andere opname.
Diavoorstelling Weergeven herhalen
Autom. video afspelen
Start opnieuw de diavoorstelling vanaf het begin nadat de laatste opname is weergegeven.
Speelt films af tijdens de diavoorstelling.
Snel zoomen
Overbelichting
Auto opnamerotatie
Alle beelden beveiligen
Alle opnamen verwijderen
Bepaalt de aanvankelijke vergroting wanneer u opnamen vergroot.
Stelt in dat overbelichte gedeelten in rood knipperen in de standaard infoweergave of histogramweergave tijdens de weergavestand.
Roteert opnamen die zijn gemaakt terwijl de camera verticaal werd gehouden of waarvan de rotatie-informatie is gewijzigd.
Beveiligt alle opgeslagen opnamen in één keer.
Verwijdert alle opgeslagen opnamen in één keer.
Standaardinstelling Pagina
3sec
Uit
Uit
Aan
Uit
Uit
Aan
–
–
–
–
–
–
KS2_OPM_DUT.book Page 27 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Setupmenu’s
Menu Onderdeel
Language/ W
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
D 1 Geluidseffecten
LCD-display
Instell. LCD-display
USB-aansluiting
Hulpdisplay
Weerg. kleur
HDMI uit
D 2
Mapnaam
Nieuwe map maken
Bestandsnaam
Bestandsnummer
Opeenvolg. nummering
Herstel bestandsnr.
Functie
Wijzigt de taal.
Stelt de datum en tijd en de weergavenotatie in.
Schakelt tussen de datum- en tijdweergave van uw woonplaats en die van een opgegeven stad.
Vergroot de tekstgrootte als een menu-item wordt geselecteerd.
Schakelt het bedieningsgeluid in/uit en wijzigt het volume voor In-focus, AE-L, Zelfontspanner,
Afstandsbediening, Wijzigen AF-punt, 1x voor bestandsformaat, Shake Reduction en Wi-Fi-acties.
Toont de bedieningsaanwijzingen wanneer de opnamestand wordt gewijzigd.
Stelt de weergavekleur in van het statusscherm, het bedieningspaneel en de menucursor.
Stelt de helderheid, de verzadiging en de kleur van de monitor in.
Stelt de USB-aansluitingsstand in bij aansluiting van de camera op een computer.
Stelt het uitgangssignaal in bij aansluiting op een audiovisueel apparaat met een HDMI-ingang.
Stelt de mapnaam in waarin de opnamen worden opgeslagen.
Maakt een nieuwe map aan op de geheugenkaart.
Stelt de bestandsnaam in die wordt toegewezen aan een opname.
Continueert de volgnummering voor de bestandsnaam wanneer een nieuwe map wordt aangemaakt.
Stelt de instelling voor de bestandsnummering terug, en keert terug naar 0001 telkens wanneer een nieuwe map wordt aangemaakt.
Standaardinstelling Pagina
English
01/01/2015
Thuistijd
Stand.
Volume 3/
Alles ingeschakeld
Aan
1
0
MSC
Auto
Dat,
–
IMGP/_IMG
Aan
–
–
–
27
1
KS2_OPM_DUT.book Page 28 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
28
Menu
D
D
3
4
Pixeluitlijning
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
Onderdeel
D 2 Copyrightinformatie
Flikkerreductie
Auto Uitsch.
Indicatielampjes
Wi-Fi
Reset
Info/opties firmware
Overige indicatielamp.
Zelfontspanner
Afstandsbediening
Certificeringsmerktek.
Functie
Stelt in of informatie over de fotograaf en copyright wordt ingesloten in de Exif-gegevens.
Vermindert de schermflikkering door de vermogensfrequentie in te stellen.
Stelt de tijd in waarna de camera automatisch wordt uitgeschakeld als binnen die tijd geen bedieningshandelingen worden verricht.
Laat het lampje van de hoofdschakelaar, het lampje van de zelfportret-ontspanknop en het E -lampje branden wanneer de camera wordt aangezet.
Laat het lampje van de afstandsbedieningssensor branden tijdens het aftellen voor het maken van opnamen met de zelfontspanner.
Laat het lampje van de afstandsbedieningssensor branden tijdens standby en het aftellen voor het maken van opnamen met de afstandsbediening en na het maken van opnamen met de afstandsbediening.
Activeert de ingebouwde Wi-Fi-functie.
Stelt de instellingen terug van de richtingsknoppen en voor de items van het menu A , het menu C , het menu B , het menu D , het bedieningspaneel, en het weergavepalet.
Brengt defecte pixels van de sensor in kaart en corrigeert deze.
Reinigt de sensor door deze te schudden.
Zet de spiegel vast in de omhoog geklapte stand om de sensor te kunnen reinigen met een blaasbalgje.
Formatteert een geheugenkaart.
Toont de firmwareversie van de camera. U kunt de huidige firmwareversie controleren voordat een update wordt uitgevoerd.
Toont de certificeringsmerktekens van conformiteit met draadloze technische standaards.
Standaardinstelling Pagina
Uit
50Hz
1min
Sterk
Aan
Aan
Uit
–
–
Uit
–
–
–
–
–
–
–
KS2_OPM_DUT.book Page 29 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Menu’s Pers.instelling
Menu
E
E
1
2
Onderdeel
1 LW-stappen
Functie
Stelt de aanpassingsstappen in voor de belichting.
2 Gevoeligheidsstappen Stelt de aanpassingsstappen in voor de ISO-gevoeligheid.
3 Bedrijftijd lichtmtr Stelt de bedrijfstijd van de lichtmeter in.
4 AE-L met AF lock
5 Kopp. AE en AF-punt
6 Auto LW-correctie
7 Opties Bulb (B)-modus
8 Volgorde bracketing
Stelt in of de belichtingswaarde wordt vergrendeld wanneer er is scherp gesteld.
Stelt in of de belichtingswaarde en het AF-punt in het scherpstelgebied gekoppeld moeten worden.
Compenseert automatisch de belichting wanneer met de huidige instellingen de juiste belichting niet kan worden bereikt.
Bepaalt de camerahandeling wanneer u op 0 drukt in de stand M .
Stelt de volgorde in voor het maken van opnamen met Bracketing.
9 Bracketing-in-één
10 Intervalopnameopties
11 AF voor intervalopnamen
12 Instellingsbereik witbalans
Maakt alle beeldjes met eenmaal ontspannen bij gebruik van Bracketing.
Stelt in of wordt begonnen met het tellen van de intervaltijd wanneer de belichting begint of wanneer de belichting eindigt voor
Intervalopname, Intervalcompositie, en Intervalvideo opnemen.
Stelt in of de gebruikte scherpstelstand wordt vergrendeld als de eerste opname wordt gemaakt of dat autofocus wordt uitgevoerd voor elke opname voor Intervalopname en Intervalcompositie.
Stelt in of automatische fijnafstemming van de witbalans moet worden uitgevoerd als de lichtbron wordt gespecificeerd voor de witbalansinstelling.
Standaardinstelling Pagina
1/3 LW Stap
10sec
Uit
Uit
Uit
Type 1
0 - +
Uit
Interval
Vergren. autofoc. bij
1e opn.
Vast
Stappen van 1 LW
–
–
–
–
13 WB bij flitsen Stelt de witbalansoptie in wanneer de flitser wordt gebruikt.
Automatische witbalans
14 AWB bij lamplicht
Stelt de kleurtoon van lamplicht in wanneer de witbalans is ingesteld op [Automatische witbalans].
Krachtige correctie
1
29
KS2_OPM_DUT.book Page 30 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
1
30
Menu
E
E
E
3
4
5
Onderdeel
15 Kleurtemperatuurstappen
Functie
Stelt de instellingsstappen in voor de optie Kleurtemperatuur van de witbalans.
16 AF-punt weergeven Toont het actieve AF-punt in rood in de zoeker.
17 AF.S-instelling
Stelt in wat de prioriteit van acties is voor wanneer de AF-modus is ingesteld op x en 0 volledig wordt ingedrukt.
18 Actie 1e beeldje bij
AF.C
19 Actie bij AF.C Continu
Stelt in wat de prioriteit van acties is voor het eerste beeldje als de AF-modus ingesteld is op y , en 0 volledig wordt ingedrukt.
Stelt de prioriteit van acties in tijdens Continuopname wanneer de AF-modus ingesteld is op y .
20 AF-status vasthouden
21 AF met afstandsbediening
22 Ontspant bij opladen
Handhaaft de scherpstelling gedurende een bepaalde hoeveelheid tijd wanneer het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat er scherp gesteld is.
Bepaalt of autofocus moet worden gebruikt wanneer u opnamen maakt met een afstandsbediening.
Stelt in of de sluiter al dan niet kan worden ontspannen terwijl de ingebouwde flitser opgeladen wordt.
23 Kleurruimte Stelt de te gebruiken kleurruimte in.
24 Rotatie-info opslaan Slaat rotatie-informatie op tijdens het maken van opnamen.
25 Menulocatie opslaan
26 Catch-in focus
Slaat de tab op die als laatste werd weergegeven op de monitor en toont deze opnieuw als de volgende keer op F wordt gedrukt.
Maakt Catch-In Focus opnamen mogelijk wanneer een handmatig scherpstelobjectief aangesloten is. De sluiter wordt automatisch ontspannen als er scherp gesteld is op het onderwerp.
27 AF-aanpassing
28 Diafragmaring gebruiken
Reset pers.instellingen
Maakt fijnafstelling van uw objectieven met het autofocussysteem van de camera mogelijk.
Stelt in dat de ontspanner kan ontspannen wanneer de diafragmaring van het objectief ingesteld is op een andere positie dan 9 . (Auto).
Zet alle instellingen van de Pers.instelling-menu’s terug naar de standaardinstelling.
Standaardinstelling Pagina
Kelvin
Aan
Scherpstellingsvoorkeuze
Sluitervoorkeuze
Scherpstellingsvoorkeuze
Uit
Uit
Uit sRGB
Aan
Menulocatie resetten
Uit
Uit
Deactiveren
–
–
–
–
KS2_OPM_DUT.book Page 31 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Bevestigen van de draagriem
1
Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
2
Bevestig het andere uiteinde op dezelfde manier.
Een objectief bevestigen
1
Zorg ervoor dat de camera uitgeschakeld is.
2
Verwijder de dop van de cameravatting ( 1 ) en de dop van de objectiefvatting ( 2 ).
Zorg er na verwijdering van de dop voor dat het objectief wordt neergelegd met de objectiefvatting naar boven gericht.
3
Zorg ervoor dat de richttekens van de objectiefvatting
(de rode puntjes: 3 ) op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen. Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vast klikt.
3
3
2
31
KS2_OPM_DUT.book Page 32 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Het objectief verwijderen
Bevestig de objectiefdop, en draai het objectief vervolgens linksom terwijl u de ontgrendelingsknop van het objectief ingedrukt houdt ( 4 ).
2 4
32 u Opgelet
• Kies bij het bevestigen of verwijderen van het objectief voor een omgeving die relatief vrij is van vuil en stof.
• Zorg dat de dop van de cameravatting op de camera is geplaatst indien geen objectief bevestigd is.
• Bevestig de dop voor de objectiefvatting en de objectiefdop op het objectief nadat u het objectief van de camera heeft gehaald.
• Ga niet met uw vingers in de objectiefvatting van de camera en raak de spiegel niet aan.
• De camerabehuizing en objectiefvatting bevatten informatiecontacten voor het objectief. Vuil, stof of roest kunnen het elektrisch systeem beschadigen. Neem voor professionele reiniging contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
• Als een intrekbaar objectief bevestigd is en dit niet uitgeschoven is, kunt u geen opnamen maken en sommige functies niet gebruiken. De camera stopt als het objectief tijdens het maken
• Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
t Memo
• Zie “Functies beschikbaar met diverse objectieven” (p.118)
voor meer informatie over de objectieffuncties.
Gebruik van de batterij en batterijlader
Gebruik uitsluitend de batterij D-LI109 en batterijlader
D-BC109. Deze zijn speciaal voor deze camera ontwikkeld.
De batterij opladen
1
Sluit het netsnoer aan op de batterijlader.
2
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
Batterijlader Indicatielampje
Netsnoer
KS2_OPM_DUT.book Page 33 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Zorg ervoor dat de markering
A op de batterij naar boven is gericht en plaats de batterij in de batterijlader.
Plaats de batterij in een hoek in de batterijlader, en breng de batterij daarna op zijn plaats.
Het indicatielampje brandt tijdens het opladen en gaat uit als de batterij volledig is opgeladen.
u Opgelet
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de batterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan schade en hitte veroorzaken.
• Vervang in de volgende gevallen de batterij door een nieuwe:
• Indien het indicatielampje knippert of niet meer brandt na het correct plaatsen van de batterij
• Indien de batterij sneller leeg is na het opladen (de batterij heeft het einde van de levensduur bereikt) t Memo
• De maximale oplaadtijd is circa 240 minuten (dit hangt af van de temperatuur en resterende batterijcapaciteit).
Laad de batterij op in een gebied met een temperatuur tussen 0°C en 40°C (32°F en 104°F).
De batterij plaatsen/uitnemen
u Opgelet
• Plaats de batterij op de juiste wijze. Als de batterij verkeerd is geplaatst, kan deze mogelijk niet meer worden verwijderd.
• Maak de elektroden van de batterij schoon met een zachte droge doek voordat u de batterij plaatst.
• Open de klep van het batterijcompartiment niet en neem de batterij niet uit het compartiment als de camera aan staat.
• Wees voorzichtig, want de camera of de batterij kan heet worden nadat u de camera gedurende langere tijd ononderbroken hebt gebruikt.
• Verwijder de batterij als u van plan bent de camera langere tijd niet te gebruiken. De batterij kan gaan lekken en schade toebrengen aan de camera als u de batterij in de camera achterlaat en lange tijd niet gebruikt. Laad de batterij, voordat u deze opbergt, gedurende 30 minuten op als u denkt de verwijderde batterij zes maanden of langer niet te zullen gebruiken. Zorg ervoor dat u de batterij iedere zes tot twaalf maanden oplaadt.
• Bewaar de batterij op een plek waar de temperatuur op of beneden de kamertemperatuur blijft. Vermijd plekken met hoge temperaturen.
• De datum en tijd worden mogelijk gereset indien de batterij gedurende langere tijd uit de camera is. Stel in dat geval de huidige datum en tijd opnieuw in.
1
Open de klep van het batterijcompartiment.
Verschuif de ontgrendelingsknop
( 1 ) van de klep van het batterijcompartiment voordat u de klep opent.
1
33
2
KS2_OPM_DUT.book Page 34 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
2
Houd de batterij met de markering A naar de buitenzijde van de camera gericht en plaats de batterij totdat deze vast op zijn plaats zit.
Als u de batterij wilt verwijderen, duwt u de batterijvergrendelingsschakelaar in de richting van ( 2 ).
3
Sluit de klep van het batterijcompartiment.
2
Gebruik van de netvoedingsadapter
We adviseren u gebruik te maken van de optionele netvoedingsadapter kit K-AC128 als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op uw computer of audiovisueel apparaat.
1
Zorg ervoor dat de camera uitgeschakeld is.
2
Open de klep van het batterijcompartiment.
Verwijder de batterij als deze in de camera is geplaatst.
3
Trek aan de rechterzijde van het batterijcompartiment de klep van de verbindingskabel naar buiten.
4
Plaats de DC-koppeling in het batterijcompartiment.
t Memo
• Het batterijniveau wordt mogelijk niet correct weergegeven als de camera bij lage temperaturen wordt gebruikt of wanneer lange tijd continuopnamen worden gemaakt.
• De batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk minder goed functioneren. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Zorg ervoor dat u extra batterijen bij u hebt als u naar het buitenland gaat of een groot aantal opnamen wilt maken.
5
Sluit de klep van het batterijcompartiment.
Zorg ervoor dat de verbindingskabel uit de opening van de verbindingskabel komt.
34
KS2_OPM_DUT.book Page 35 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
6
Sluit de DC-koppeling en de netvoedingsadapter aan.
7
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter en steek het netsnoer vervolgens in het stopcontact.
u Opgelet
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg ervoor dat de kabels goed aangesloten zijn op de aansluitpunten. De geheugenkaart of de gegevens kunnen beschadigd raken indien de verbinding met de netstroom wordt verbroken terwijl er op de kaart wordt gewerkt.
• Plaats na verwijdering van de DC-koppeling de klep van de verbindingskabel terug naar zijn oorspronkelijke plaats.
• Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapterset eerst de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
Een geheugenkaart plaatsen
Met deze camera kunnen de volgende geheugenkaarten worden gebruikt.
• SD-geheugenkaart
• SDHC-geheugenkaart
• SDXC-geheugenkaart
Deze kaarten worden in deze handleiding geheugenkaarten genoemd.
1
Zorg ervoor dat de camera uitgeschakeld is.
2
Schuif de geheugenkaartklep in de richting van 1 en draai de klep open, zoals afgebeeld door 2 .
1
2
3
Steek de kaart volledig in de geheugenkaartsleuf met het etiket van de geheugenkaart naar de zijde met de monitor gericht.
Druk de geheugenkaart éénmaal naar binnen en laat deze los om de geheugenkaart te verwijderen.
2
35
KS2_OPM_DUT.book Page 36 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
4
Draai de geheugenkaartklep zoals afgebeeld door 3 en schuif de klep in de richting van 4 .
4
3 u Opgelet
• Verwijder de geheugenkaart niet wanneer het kaartlampje
(oranje) brandt.
• De camera wordt uitgeschakeld als de geheugenkaartklep wordt geopend terwijl de stroom ingeschakeld is. Open de klep niet terwijl de camera wordt gebruikt.
• Gebruik deze camera om geheugenkaarten te formatteren
(initialiseren) die nog niet eerder zijn gebruikt, of die in andere
apparaten zijn gebruikt. (p.40)
• Gebruik een snelle geheugenkaart als u video opneemt.
Als de snelheid waarmee wordt geschreven, achterblijft bij de snelheid waarmee wordt opgenomen, kan het schrijven tijdens het opnemen worden afgebroken.
De monitor openen
In de volgende procedure wordt beschreven hoe u de monitor opent met het LCD-scherm naar binnen gericht.
1
Open de monitor 180° horizontaal terwijl u de bovenzijde en onderzijde hiervan vasthoudt.
2
Draai de monitor 180° naar voren.
De monitor kan ook tot 90° graden naar achteren worden gedraaid.
3
Sluit de monitor op de camera zo dat het
LCD-scherm zichtbaar is.
36
KS2_OPM_DUT.book Page 37 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM u Opgelet
• Draai in stap 2 de monitor 180° naar achteren als u de monitor wilt sluiten met het LCD-scherm naar binnen gericht.
• U kunt geen opnamen en menu’s weergeven als de monitor is gesloten met het LCD-scherm naar binnen gericht, tenzij de camera aangesloten is op een audiovisueel apparaat dat uitgerust is met een HDMI-aansluitpunt.
• Houd de camera niet vast aan de monitor en draai de monitor niet verder dan het beweegbare bereik hiervan.
• Draag de camera niet en stop deze niet in een zak als de monitor openstaat. U kunt de camera dragen als de monitor is gesloten ongeacht de richting van het LCD-scherm.
t Memo
• De items die worden weergegeven op de monitor, draaien volgens de richting en hoek van de monitor.
• U kunt opnamen maken in een lage hoek en een hoge hoek door de hoek van de monitor aan te passen terwijl deze horizontaal openstaat. Ook kunt u zelfportretten maken door het objectief naar uzelf te richten terwijl u het beeld van de Live weergave bekijkt op het LCD-scherm van
de monitor dat naar u is gericht. (p.43)
Basisinstellingen
Zet de camera aan en verricht de eerste instellingen.
De camera aanzetten
1
Zet de hoofdschakelaar op [ON] (aan).
Het lampje gaat groen branden.
Als u na aankoop van de camera deze voor de eerste keer inschakelt, verschijnt het scherm
[Language/ W ].
t Memo
• De netvoeding wordt automatisch uitgeschakeld indien u gedurende een vooraf bepaalde tijdsduur geen bedieningshandelingen uitvoert. (Standaardinstelling: 1min)
U kunt de instelling wijzigen bij [Auto Uitsch.] in het menu D 3.
2
37
KS2_OPM_DUT.book Page 38 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
38
De weergavetaal instellen
1
Gebruik ABCD om de gewenste taal te selecteren en druk op E .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt in de geselecteerde taal.
Ga naar stap 6 indien F
(Thuistijd) niet gewijzigd hoeft te worden.
2
Druk op B om het kader te verplaatsen naar F en druk op D .
Het scherm [ F Thuistijd] verschijnt.
3
Gebruik CD om een stad te selecteren.
Gebruik R om de regio te wijzigen.
Wereldtijd” (p.134) voor steden
die als thuistijd kunnen worden geselecteerd.
4
Druk op B om [Zomertijd] te selecteren, en gebruik
CD om Y of Z te selecteren.
5
Druk op E .
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
6
Druk op B om [Tekstformaat] te selecteren en druk op D .
7
Gebruik AB om [Stand.] of [Groot] te selecteren, en druk op E .
Door [Groot] te selecteren wordt de tekstgrootte van de geselecteerde menu-items groter.
8
Druk op B om [instellingen voltooid] te selecteren en druk op E .
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
KS2_OPM_DUT.book Page 39 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De datum en tijd instellen
1
Druk op D , en gebruik AB om de datumnotatie te selecteren.
2
Druk op D en gebruik AB om [24h] of [12h] te selecteren.
3
Druk op E .
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
4
Druk op B , en druk vervolgens op D .
Het kader gaat naar de maand indien de datumnotatie is ingesteld op [mm/dd/jj].
5
Gebruik AB om de maand in te stellen.
Stel de dag, het jaar en de tijd op dezelfde wijze in.
6
Druk op B om [instellingen voltooid] te selecteren en druk op E .
Het scherm [LCD-display] wordt weergegeven.
Instellingen van het LCD-scherm
1
Gebruik CD om een kleur te selecteren.
Selecteer de weergavekleur van het statusscherm, het bedieningspaneel en de menucursor. U hebt hierbij de keus tussen de kleur 1 t/m 12.
FF
125
5.6
2
Druk op E .
De camera keert terug naar de opnamestand en is gereed voor het maken van een opname.
t Memo
• U kunt de taal- en datum- en tijdinstellingen, de tekstgrootte en de instellingen van het LCD-scherm wijzigen in het menu D
2
39
KS2_OPM_DUT.book Page 40 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
Een geheugenkaart formatteren
D 4
1
Druk op F .
Het menu A 1 verschijnt.
2
Gebruik Q of R om het D 4 weer te geven.
3
Gebruik AB om [Formatteren] te selecteren en druk op D .
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
4
Druk op A om [Formatteren] te selecteren en druk op E .
Het formatteren begint. Zodra het formatteren klaar is, zal het menu
D 4 geopend worden.
5
Druk op F .
u Opgelet
• Verwijder de geheugenkaart niet tijdens het formatteren.
De kaart kan hierdoor beschadigd raken.
• Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
t Memo
• Als u een geheugenkaart formatteert, wordt het volumelabel
“K-S2” aan de kaart toegewezen. Als de camera op een computer wordt aangesloten, wordt de geheugenkaart herkend als een verwisselbare schijf met de naam “K-S2”.
Basishandelingen bij opnamen
Maak opnamen in de stand Auto Picture ( R ) waarin de camera automatisch de optimale opnamestand selecteert.
Opnamen maken met de zoeker
1
Verwijder de objectiefdop aan de voorzijde door het bovenste en onderste gedeelte in te drukken, zoals getoond in de afbeelding.
Wanneer een intrekbaar objectief aangesloten is, schuif dit dan uit voordat u de camera inschakelt.
y Hoe een intrekbaar objectief
2
Zet de camera aan.
3
Stel de schakelaar van de scherpstelstand in op v .
40
KS2_OPM_DUT.book Page 41 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Draai aan de functiekiezer totdat R tegenover de functie-indicatie staat.
6
Breng het onderwerp binnen het AF-kader en druk 0 half in.
De scherpstelindicatie ( P ) verschijnt en u hoort een geluidssignaal wanneer het onderwerp scherp wordt.
Scherpstelindicatie
De geselecteerde opnamestand wordt weergegeven op de monitor (Hulpdisplay).
y Instellingen
5
Kijk door de zoeker voor een beeld van het onderwerp.
Als u een zoomobjectief gebruikt, draait u de zoomring naar rechts of links om de beeldhoek te wijzigen.
Functie-indicatie
FF
250
5.6
--
--
7
Druk 0 volledig in.
De gemaakte opname wordt weergegeven op de monitor
(Momentcontrole).
Beschikbaar gebruik tijdens momentcontrole
L Wist het beeld.
R
J
Vergroot de opname.
Slaat de RAW-gegevens op (alleen wanneer een JPEG-opname was gemaakt en de gegevens in de buffer blijven).
t Memo
• U kunt de knop f gebruiken om scherp te stellen
• U kunt selecteren of een piepgeluid wordt gemaakt en het volume wijzigen bij [Geluidseffecten] in het menu D
• U kunt de werking en scherminstellingen voor Momentcontrole instellen bij [Momentcontrole] in het menu A
Als [Weergavetijd] is ingesteld op y , zal Momentcontrole worden getoond tot de volgende handeling.
41
2
KS2_OPM_DUT.book Page 42 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
Hoe een intrekbaar objectief wordt gebruikt
3
Er verschijnt een foutbericht op de monitor als de camera wordt ingeschakeld wanneer een intrekbaar objectief, zoals smc
2
PENTAX-DA L 18-50mm F4-5.6
DC WR RE, aangesloten en niet uitgeschoven is. Draai de zoomring in de richting van 2 terwijl u de knop op de ring ingedrukt houdt ( 1 ) als
1 u het objectief wilt uitschuiven. Het objectief trekt u in door de zoomring in tegenovergestelde richting van 2 te draaien terwijl u de knop op de ring indrukt, en zet de witte stip tegenover positie 3 .
Opnamen maken terwijl u het beeld van de Live weergave bekijkt
1
Druk op K bij stap 5
van “Opnamen maken met de zoeker” (p.40).
De Live weergave wordt op de monitor getoond.
Beschikbare bewerkingen
E Vergroot de opname.
Gebruik R om de vergroting te wijzigen (tot 10×).
Gebruik ABCD om het weer te geven gebied te wijzigen.
Druk op M om het weergavegebied naar het midden terug te zetten.
Druk op E om terug te keren naar de enkelbeeldweergave.
K Beëindigt het maken van opnamen met
Live weergave.
2
Breng het onderwerp binnen het AF-kader op de monitor en druk 0 half in.
Wanneer op het onderwerp is scherp gesteld, wordt het
AF-kader groen en klinkt er een geluidssignaal.
AF-kader
De volgende stappen zijn hetzelfde als bij opnamen maken met de zoeker.
42
KS2_OPM_DUT.book Page 43 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Een zelfportret maken
U kunt zelfportretten maken terwijl u het beeld van de Live weergave controleert door het objectief en het LCD-scherm van de monitor naar uzelf te richten.
1
Bij stap 2 van “Opnamen maken terwijl u het beeld van de Live weergave bekijkt” (p.42): open de
monitor 180° horizontaal.
Het lampje van de zelfportretontspanknop brandt groen.
2
Richt zowel het objectief als het LCD-scherm van de monitor naar uzelf.
3
Controleer het beeld van de Live weergave en druk op de zelfportret-ontspanknop.
Nadat de opname is gemaakt, wordt Momentcontrole weergegeven tot de volgende handeling.
De camera keert terug naar de standby-stand wanneer de zelfportret-ontspanknop opnieuw wordt ingedrukt.
u Opgelet
• De zelfportret-ontspanknop werkt niet als deze half wordt ingedrukt, maar moet volledig worden ingedrukt. Als de knop wordt ingedrukt wanneer de scherpstelstand is ingesteld op v , wordt een opname gemaakt nadat autofocus is uitgevoerd. Zelfs als het onderwerp niet scherp is, krijgt het ontspannen van de sluiter prioriteit boven scherpstelling van het onderwerp en wordt een opname gemaakt.
• De werking van alle andere knoppen wordt uitgeschakeld wanneer de zelfportret-ontspanknop kan worden gebruikt om opnamen te maken.
• U kunt geen opnamen maken met de zelfportret-ontspanknop in de volgende situaties.
• Wanneer de camera aangesloten is op een audiovisueel apparaat dat uitgerust is met een HDMI-aansluitpunt
• Wanneer 0 wordt ingedrukt als de sluiter voor de eerste keer wordt ontspannen in een stand die vereist dat de sluiter tweemaal wordt ontspannen, zoals in de video-opnamestand of bij de tijdopnamestand (Bulb).
(Dezelfde knop moet worden gebruikt om het maken van opnamen te starten en te stoppen)
• Opnamen kunnen niet vooraf worden bekeken.
• De opname kan tijdens Momentcontrole niet worden verwijderd of vergroot.
• Forceer de monitor niet verder dan de maximale kijkhoek.
• Houd de monitor gesloten als u de camera niet gebruikt.
2
43
KS2_OPM_DUT.book Page 44 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2 t Memo
• Opnamen maken met de zelfportret-ontspanknop kan alleen wanneer [Ontspanknop zelfportret] van [Knoppen aanpassen] in het menu A 4 is ingesteld op [Aan] (standaardinstelling)
en de monitor in de juiste hoek staat. (p.105) Wanneer de
zelfportret-ontspanknop kan worden gebruikt voor het maken van opnamen, brandt het indicatielampje groen of rood en gaat het lampje van de hoofdschakelaar uit. In alle andere gevallen functioneert de zelfportret-ontspanknop als schakelaar om
de Wi-Fi-functie aan of uit te zetten. (p.95)
• Zelfportretten kunnen ook worden gemaakt met behulp van een transportstand waarbij gebruik wordt gemaakt
van de zelfontspanner of afstandsbediening. (p.61)
Opnamen bekijken
Bekijk de gemaakte opname op de monitor.
1
Druk op 3 .
De camera komt in de weergavestand en de laatst gemaakte opname wordt weergegeven
(Enkelbeeldweergave).
44
KS2_OPM_DUT.book Page 45 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2
Bekijk de gemaakte opname.
Beschikbare bewerkingen
C / Q naar links Geeft de vorige opname weer.
D / Q naar rechts
L
Geeft de volgende opname weer.
Wist de opname.
R naar rechts
R
J
G
B
naar links
Vergroot de opname (tot 16×).
Gebruik ABCD om het weer te geven gebied te wijzigen.
Druk op M om het weergavegebied naar het midden terug te zetten.
Druk op E om terug te keren naar de weergave van de volledige opname.
Gaat over op de
Slaat de RAW-gegevens op (alleen wanneer een JPEGopname was gemaakt en de gegevens in de buffer blijven).
Wijzigt het type informatie dat
Geeft het weergavepalet weer
t Memo
• Wanneer J v op de monitor wordt weergegeven, kan de JPEG-opname die zojuist is gemaakt, ook worden opgeslagen in de RAW-indeling (RAW-data opslaan).
45
2
KS2_OPM_DUT.book Page 46 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De opname-instellingen configureren
3
Opname-instell. foto's
v / A 1
Stel in het bedieningspaneel of bij [Opname-instell. foto's] in het menu A 1 de bestandsindeling, de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau voor foto’s in.
Opname-instell. films
v / C 1
Stel in het bedieningspaneel of bij [Opname-instell. films] in het menu C 1 de bestandsindeling voor video in.
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
RAW-formaat
JPEG, RAW, RAW+ q , p , o , r m , l , k
PEF, DNG t Memo
• Wanneer [Bestandsindeling] ingesteld is op [RAW+], worden een JPEG-opname en een RAW-opname met hetzelfde bestandsnummer tegelijkertijd opgeslagen.
• [PEF] van [RAW-formaat] is een PENTAX originele
RAW-bestandsindeling.
u t
Resolutie Beeldsnelheid
30p, 25p, 24p
60p, 50p u Opgelet
• Wanneer de transportstand is ingesteld op [Intervalvideo opnemen] of [Sterrenspoor], kunt u de opnameresolutie en de beeldsnelheid niet instellen. De opnameomstandigheden voor Intervalvideo opnemen en Sterrenspoor kunnen worden gewijzigd met [Aanp. parameter] in het scherm van de transportstand.
46
KS2_OPM_DUT.book Page 47 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Foto’s maken
Selecteer de opnamestand die geschikt is voor het onderwerp en de opnameomstandigheden.
Op deze camera zijn de volgende opnamestanden beschikbaar.
Opnamestand Pagina
R
(Auto Picturestanden)
S
(Scènestanden)
Y
(Geavanceerde
HDR-modus)
G / H
K / L
/
/
I
M
/ J /
(Belichtingsstanden)
Toepassing
De camera kiest automatisch de optimale opnamestand en maakt hierbij een keuze tussen a
(Standaard), b (Portret), c
(Landschap), d (Macro), e
(Beweg. onderwerp), f (Portret bij nacht), g (Zonsondergang), h (Blauwe hemel) of i (Bos).
Biedt u diverse scènestanden waaruit u kunt kiezen.
Maakt achtereenvolgens drie opnamen met de functie
Verbetering helderheid om van deze opnamen één samengestelde opname te maken.
Hiermee kunt u de sluitertijd, diafragmawaarde en de gevoeligheid instellen.
u Opgelet
• Het hangt van de opnamestand af welke functies kunnen
worden ingesteld. Zie “Beperkingen voor elke opnamestand”
t Memo
• U kunt vaak gebruikte opnamestanden/instellingen opslaan onder O en P zodat u dezelfde standen en instellingen
herhaaldelijk kunt gebruiken. (p.108)
Scènestanden
1
Zet de functiekiezer op S .
Het scherm voor keuze van de scènestand verschijnt.
2
Selecteer een scènestand.
b c d e
Beweg. onderwerp f Portret bij nacht g Zonsondergang h
Portret
Landschap
Macro
Blauwe hemel
Voor portretopnamen. Laat de huid er helder en gezond uitzien.
Voor het maken van landschapsopnamen.
Reproduceert het levendige groen van bomen.
Voor het opnemen van kleine onderwerpen op een scherpstelafstand dichtbij, zoals bloemen, muntstukken, juwelen, etc.
Voor het maken van opnamen van snel bewegende onderwerpen.
Voor het maken van opnamen van mensen bij weinig licht zoals in schemering of 's nachts.
Opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie, levendige kleuren.
Voor het maken van opnamen van een blauwe hemel. Zorgt voor een indrukwekkend diep blauw.
47
3
3
KS2_OPM_DUT.book Page 48 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM i j k l m o p q Strand & sneeuw s t
Bos
Nachtopname
HDR-nachtbeeld
Nachtsnapshot
Eten & drinken
Huisdier
Kinderen
Retroverl. silhouet u Podiumbelichting v
Kaarslicht
Museum
Versterkt kleuren van bomen en zonnestralen door het gebladerte en levert levendige kleuren op.
Wordt gebruikt voor het maken van opnamen bij nacht.
Maakt drie opeenvolgende opnamen met drie verschillende belichtingsniveaus (-1, ±0, +1) om hiervan één enkele samengestelde opname te creëren.
Voor het maken van opnamen op slecht verlichte plaatsen.
Om opnamen te maken van voeding. Verzadiging is tamelijk hoog om voeding er aantrekkelijk uit te laten zien.
Voor het maken van opnamen van bewegende huisdieren.
Voor het maken van opnamen van bewegende kinderen. Laat de huid er helder en gezond uitzien.
Voor het maken van opnamen van verblindende achtergronden, zoals besneeuwde bergen.
Geeft een silhouet weer van een onderwerp in retroverlichting.
Voor het maken van opnamen bij kaarslicht.
Voor het vastleggen van bewegende onderwerpen op slecht verlichte plaatsen.
Voor het maken van opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
3
Druk op E .
De camera staat in de standby-stand.
Draai aan R om een andere scènemodus te kiezen.
t Memo
• U kunt ook een andere scènemodus kiezen met het bedieningspaneel of het menu A 1.
Geavanceerde HDR-modus
1
Zet de functiekiezer op Y .
2
Draai aan R om het bereik in te stellen waarbinnen de belichting wordt gewijzigd.
Kies tussen ±1, ±2 en ±3.
FF
250
5.6
u Opgelet
• Deze modus kan niet worden gebruikt in combinatie
met sommige andere functies. (p.115)
48
KS2_OPM_DUT.book Page 49 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Belichtingsstanden
x : Beschikbaar #: Beperkt
×
: Niet beschikbaar
1
Draai de functiekiezer naar de gewenste belichtingsstand.
Q of R wordt op de het statusscherm getoond naast de waarde die gewijzigd kan worden.
FF
30
4.5
Stand
Sluitertijd wijzigen Diafragma wijzigen Gevoeligheid wijzigen Belichtings- correctie
G
Programma Automatische belichting
H
Gevoel. voorkeuze Auto belichting
I
Sl.tijd voorkeuze Auto belichting
J
Diafr. voorkeuze
Automatische belichting
K
Sl.tijd & diafr. voorkeuze
Auto belichting
L
Handm. belichting
M
Tijd(B) opname
× x
× x x
×
#
×
×
x x x x x x x x x x x
*1 U kunt de te wijzigen waarde instellen in [Instelling e-knoppen] van het A
*2 [ISO AUTO] is niet beschikbaar.
*3 Vast ingesteld op [ISO AUTO].
x x x x x x
×
2
De waarde die gewijzigd kan worden, is in de zoeker onderstreept.
Tijdens de Live weergave verschijnt D voor de waarde die kan worden gewijzigd.
Draai R
De diafragmawaarde wordt gewijzigd in de stand J , K ,
L of M .
De gevoeligheid wordt gewijzigd in de stand H .
3
Draai Q .
.
De sluitersnelheid wordt gewijzigd in de stand I , K , of L .
49
3
KS2_OPM_DUT.book Page 50 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3 t Memo
• De instellingen voor de belichting kunnen worden gespecificeerd in stappen van 1/3 LW. Bij [1 LW Stap] in het menu E 1 kunt u de instellingsstappen wijzigen naar stappen van 1/2 LW.
• De juiste belichting wordt mogelijk niet bereikt met de geselecteerde sluitersnelheid en diafragmawaarde wanneer de gevoeligheid is ingesteld op een bepaalde gevoeligheid.
• In de stand L wordt het verschil ten opzichte van de juiste belichting weergegeven in de LW-staafgrafiek terwijl de belichting wordt aangepast.
• In de stand M
zijn sommige functies niet beschikbaar. (p.115)
• Voor elke belichtingsstand kunt u de werking van de camera instellen voor wanneer aan Q of R wordt gedraaid of M wordt ingedrukt. Stel dit in bij [Instelling e-knoppen] in het menu A
• Wanneer u opnamen maakt met een lage sluitertijd, kunt u beeldruis verminderen met behulp van het bedieningspaneel of bij [Ruisond. lange sltrtijd] in het menu A 2.
Auto
Aan
Uit
Past ruisonderdrukking toe volgens de sluitertijd, gevoeligheid en interne temperatuur van de camera.
Past ruisonderdrukking toe als de sluitertijd langzamer is dan 1 seconde.
Past bij geen enkele sluitertijd ruisonderdrukking toe.
Controle van de scherptediepte (Voorbeeld)
Wanneer [Optisch voorbeeld] of [Digitaal voorbeeld] is toegewezen aan P bij [RAW/Fx-knop] van [Knoppen aanpassen] in het menu A 4, dan kunt u de scherptediepte
controleren voordat u opnamen maakt. (p.105)
Belichtingscompensatie
De compensatiewaarde kan worden ingesteld tussen
-5 en +5 LW (-2 en +2 LW in de stand C ).
1
Druk op J , en draai vervolgens aan R .
e en de compensatiewaarde worden tijdens instelling weergegeven op het statusscherm, het scherm van
Live weergave en in de zoeker.
FF
250
5.6
Beschikbare bewerkingen
J Start/beëindigt de wijziging van de compensatiewaarde.
M Stelt de aanpassingswaarde terug naar de standaardinstelling.
50
KS2_OPM_DUT.book Page 51 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM t Memo
• Met Bracketing kunt u opnamen maken terwijl de belichting
automatisch wordt aangepast. (p.64)
Vergrendeling van de belichting
Als u de belichting wilt vergrendelen, gebruikt u de functie
Belichtingsgeheugen. Deze functie kunt u gebruiken door
[Belichtingsgeheugen] toe te wijzen aan de knop f .
Video-opnamen maken
1
Zet de hoofdschakelaar op C .
Het indicatielampje gaat rood branden en het beeld van
Live weergave wordt getoond.
Geluid
Opnametijd
2
Draai de functiekiezer naar de gewenste opnamestand.
Afhankelijk van de opnamestand zijn de volgende instellingen beschikbaar.
J / K / L
O / P
De camera werkt in de geselecteerde belichtingsstand. (De diafragmawaarde kan alleen worden gewijzigd voordat opnamen worden gemaakt. In de stand L kan ook de gevoeligheid worden gewijzigd.)
De camera werkt volgens de opgeslagen belichtingsstand.
Andere standen
De camera werkt in de stand G .
51
3
KS2_OPM_DUT.book Page 52 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
3
Stel scherp op het onderwerp.
Druk in de stand v de knop 0 half in.
4
Druk 0 volledig in.
De video-opname start.
In de linkerbovenhoek van de monitor knippert “REC” en wordt de grootte van het opgenomen videobestand weergegeven.
5
Druk 0 opnieuw volledig in.
De video-opname stopt.
6
Zet de hoofdschakelaar terug naar [AAN] om de stand C te verlaten.
De camera keert terug naar het maken van opnamen met de zoeker in de stand A .
u Opgelet
• Wanneer u een video opneemt met geluid, worden ook de bedieningsgeluiden van de camera opgenomen.
• Bij het opnemen van een video met een beeldverwerkingsfunctie, zoals een toegepaste digitale filter, kan het videobestand alleen opgeslagen worden als er frames weggelaten worden.
• Als de interne temperatuur van de camera tijdens het maken van opnamen te hoog oploopt, wordt het opnemen mogelijk stopgezet.
• Als een intrekbaar objectief aangesloten is, wordt met opnemen gestopt wanneer het objectief tijdens het opnemen wordt ingeschoven en wordt een foutbericht weergegeven.
• Wanneer u de camera in de stand C zet, wordt de Wi-Fifunctie uitgeschakeld.
52 t Memo
• U kunt de instellingen voor het opnemen van een video wijzigen in het bedieningspaneel of in het menu C
• Het geluidsniveau voor het opnemen van een video kan worden ingesteld in het bedieningspaneel of met [Niveau opnamegeluid] in het menu C 1. Wanneer [Handmatig] is geselecteerd, kan [Volume] worden ingesteld tussen
0 en 20.
• U kunt video opnemen tot maximaal 4 GB of 25 minuten.
Als de geheugenkaart vol is, stopt het opnemen.
Gebruik van een microfoon Microfoonaansluiting
U kunt een in de handel verkrijgbare stereomicrofoon aansluiten op de microfoonaansluiting van de camera om stereogeluid op te nemen. Met een externe microfoon verkleint u ook de kans dat de geluiden worden opgenomen die gepaard gaan met het bedienen van de camera.
De volgende specificaties worden aanbevolen voor externe microfoons.
Plug Stereominiplug (ø3,5 mm)
Formatteren Stereo electreet condensator
Voeding
Plug-in-voedingsmethode (werkspanning van 2,0 V of lager)
Impedantie 2,2 kΩ
Er wordt geen geluid opgenomen als de externe microfoon tijdens de opname wordt losgekoppeld.
KS2_OPM_DUT.book Page 53 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Video's afspelen
1
Toon de af te spelen video in de enkelbeeldweergave van de weergavestand.
Beschikbare bewerkingen
A Speelt de video-opname af of last een pauze in.
D Springt een beeldje vooruit
(tijdens pauze).
Druk op de knop
D en houd deze ingedrukt
C
Speel snel vooruit af.
Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Speelt snel achteruit af.
Druk op de knop
C en houd deze ingedrukt
B
R
Stopt de weergave.
Past het volume aan (21 niveaus).
J
G
Slaat de weergegeven opname op als JPEG-bestand (tijdens pauze).
Schakelt om tussen [Standaard infoweergave] en [Geen infoweergave].
t Memo
• Met [Video bewerken] van het weergavepalet kan een videobestand worden gesplitst in meerdere segmenten
of kunnen geselecteerde beeldjes worden gewist. (p.91)
Instelling van de belichting
Gevoeligheid
1
Druk op A in de standby-stand.
2
Gebruik AB om een item te selecteren.
--
ISO
AUTO
ISO
Stelt in dat het bereik automatisch aangepast wordt.
Zowel de bovenste limiet als de onderste limiet kan worden gewijzigd.
Stelt een vaste waarde in tussen ISO 100 en ISO 51200.
3
Gebruik Q of R om de waarde te wijzigen.
4
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• In de stand C kan de gevoeligheid worden ingesteld tussen
ISO 100 en ISO 3200.
• De instellingsstappen voor ISO-gevoeligheid zijn stappen van 1 LW. Om de gevoeligheid aan te passen volgens de
LW-stap-instelling voor belichting, stelt u dit in bij
[2 Gevoeligheidsstappen] in het menu E 1.
53
3
KS2_OPM_DUT.book Page 54 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Stelt in of de ruisonderdrukkingsinstelling in bij ISO-gevoeligheid
U kunt in het bedieningspaneel of bij
[Ruisond. hoge ISO-wrd] in het menu
A 2 de gewenste ruisonderdrukkingsinstelling selecteren bij het maken van opnamen met een hoge ISO-gevoeligheid.
v / A 2
Auto
Past in het gehele ISO-bereik optimaal berekende ruisreductieniveaus toe.
Zwak/
Normaal/
Sterk
Past in het gehele ISO-bereik ruisonderdrukking toe met een constant gekozen niveau.
Aangepast
Uit
Past voor elke ISO-instelling ruisonderdrukking toe op een door de gebruiker ingesteld niveau.
Past bij geen enkele sluitertijd ruisonderdrukking toe.
Wanneer [Aangepast] is geselecteerd, kan het ruisonderdrukkingsniveau worden ingesteld volgens de waarde van de
ISO-gevoeligheid in het menu A 2.
1
Autom. lichtmeting
v / A 1
Selecteer het gedeelte van de zoeker dat moet worden gebruikt voor lichtmeting en het bepalen van de belichting.
Stel dit in met het bedieningspaneel of bij [Autom. lichtmeting] in het menu A 1.
A Meervlaks
B
C
Centraal
Spot
Meet de helderheid in meerdere verschillende zones van de sensor.
Op locaties met tegenlicht wordt in deze stand de belichting automatisch aangepast.
Meet de helderheid met een nadruk op het midden van de sensor.
De gevoeligheid wordt groter in het midden en ook in omstandigheden met tegenlicht wordt geen automatische afstelling uitgevoerd.
Meet de helderheid alleen in een beperkt gebied in het midden van de sensor.
Bruikbaar wanneer het onderwerp klein is.
t Memo
• Bij [5 Kopp. AE en AF-punt] in het menu E 1 kan het meetpunt en het AF-punt worden gekoppeld.
54
KS2_OPM_DUT.book Page 55 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Werken met de ingebouwde flitser
1
Druk op C in de standby-stand.
2
Selecteer een flitsinstelling.
A
B
C
D
E
F
Auto ontladen flitser
Auto + Anti Rode
Ogen
Flitser aan
Flitser aan + Anti
Rode Ogen
Lange-sluitertijdsync
Lange-sltrtd + Anti
Rode Ogen
Meet het omgevingslicht automatisch en bepaalt of de flitser gebruikt moet worden.
Hiermee gaat eerst een voorflits af om rode ogen tegen te gaan voordat een automatische flits afgaat.
Schakelt de flitser in bij elke opname.
Activeert een voorflits voor anti rode ogen voordat de hoofdflits afgaat en activeert een flits voor elke opname.
Stelt een langzame sluitertijd in en activeert een flits voor elke opname.
Gebruik deze optie bijvoorbeeld voor het maken van een portretopname met de zonsondergang op de achtergrond.
Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen te gaan. Daarna gaat de hoofdflits af met langesluitertijdsynchronisatie.
H
G
K
Beschikbare bewerkingen
R
M
2e sluitergordijnsync
Handmatig ontladen flitser
Activeert een flits onmiddellijk voordat de sluiter wordt gesloten.
Stelt een lange sluitertijd in.
Maakt opnamen van bewegende onderwerpen met een lichtspoor erachter.
Stelt de ontlading van de flitser in tussen FULL en 1/128 vermogen.
Compenseert de flitsbelichting.
Selecteert de hoeveelheid flitsontlading (wanneer
[Handmatig ontladen flitser] is geselecteerd).
Hiermee wordt de correctiewaarde teruggezet naar de standaardinstelling.
3
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
4
Druk op 1 .
De ingebouwde flitser wordt geopend.
t Memo
• Het hangt van de opnamestand af welke flitsinstellingen kunnen worden geselecteerd.
Opnamestand
R , S
G , H , J
I , K , L , M
Selecteerbare flitsinstelling
A , B , C , D
C , D , E , F , H , K
C , D , G , K
3
55
KS2_OPM_DUT.book Page 56 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
56
De ingebouwde flitser kan niet worden gebruikt voor sommige S -standen en voor de stand Y
• U kunt geen opnamen maken terwijl de ingebouwde flitser wordt opgeladen. Selecteer [22 Ontspant bij opladen] in het menu E 4 als u opnamen wilt maken terwijl de ingebouwde flitser wordt opgeladen.
• Het gebruik van de ingebouwde flitser kan aan beperkingen onderhevig zijn. Dit hangt af van het objectief dat wordt
• Als de ingebouwde flitser gebruikt wordt in de stand J , wijzigt de sluitersnelheid automatisch in een bereik van
1/180 seconden naar een lage sluitersnelheid, afhankelijk van het gebruikte objectief. De sluitersnelheid wordt vastgezet op 1/180 seconden als een ander objectief dan DA, DA L, D FA, FA J, FA of F gebruikt wordt.
• Als de ingebouwde flitser wordt gebruikt in de stand I ,
K of L , dan kan iedere gewenste sluitersnelheid van
1/180 seconden of langzamer ingesteld worden.
• De ingebouwde flitser werkt optimaal op een afstand van circa 0,7 m tot 5 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m kan er vignettering optreden (deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de gevoeligheidsinstelling).
Gevoeligheid Richtgetal Gevoeligheid Richtgetal
ISO 100
ISO 200
ISO 400
Ca. 12
Ca. 17
Ca. 24
ISO 3200
ISO 6400
ISO 12800
Ca. 68
Ca. 96
Ca. 136
ISO 800
ISO 1600
Ca. 34
Ca. 48
ISO 25600
ISO 51200
Ca. 192
Ca. 272
• Zie “Functies bij gebruik van een externe flitser” (p.122) voor
bijzonderheden over het gebruik van externe flitsers.
De focusmethode instellen
Stel de schakelaar van de scherpstelstand in op v of w .
De autofocusmethode voor het maken van opnamen met de zoeker verschilt van die voor het maken van opnamen met Live weergave.
Opnamen maken met de zoeker
Opnamen maken met Live weergave
DDL-autofocus op basis van Phase
Matching:
Kies uit de standen x , y of z de stand die automatisch schakelen mogelijk maakt tussen x en y
Stel het scherpstelgebied in bij [Actief
Snellere autofocusprestatie dan contrastdetectie AF is mogelijk.
Contrastdetectie AF:
Gezichtsdetectie en tracering zijn
t Memo
• U kunt de knop f gebruiken om op het onderwerp scherp te stellen. De werking van de knop f kan worden ingesteld bij
[Knoppen aanpassen] in het menu A
KS2_OPM_DUT.book Page 57 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Instellen van de AF-modus bij het maken van opnamen met de zoeker
1
Druk op G in de standby-stand.
2
Selecteer [AF-modus] en druk op E .
Het scherm [AF-modus] verschijnt.
3
Selecteer een autofocusstand en druk op E .
v / A 1 z
Autoselect stand x
Enkele stand y
Continu stand
Schakelt automatisch tussen x en y standen volgens het onderwerp.
Wanneer 0 half wordt ingedrukt en het onderwerp scherp gesteld is, wordt de scherpstelling op die positie vergrendeld.
Het AF-hulplicht wordt zo nodig ingeschakeld.
Er blijft scherp gesteld worden op het onderwerp als 0 half ingedrukt wordt.
P verschijnt in de zoeker als er scherp gesteld is op het onderwerp.
De sluiter kan zelfs worden ontspannen als het onderwerp niet scherp is.
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
4
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• De volgende instellingen voor de werking van autofocus kunnen worden ingesteld in het menu E 3.
17 AF.S-instelling
18 Actie 1e beeldje bij AF.C
19 Actie bij AF.C
Continu
20 AF-status vasthouden
Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze
Sluitervoorkeuze, Auto,
Scherpstellingsvoorkeuze
Scherpstellingsvoorkeuze, Auto,
FPS-voorkeuze
Uit, Zwak, Normaal, Sterk
Bij [20 AF-status vasthouden] kunt u instellen of u de autofocus onmiddellijk opnieuw wilt activeren of dat u de scherpstelling gedurende een bepaalde tijd wilt vasthouden voordat autofocus opnieuw wordt geactiveerd wanneer het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld. De standaardinstelling is om automatische scherpstelling onmiddellijk te activeren als er niet succesvol scherp gesteld wordt.
• In de stand S wordt [AF-modus] vast ingesteld op x of y , afhankelijk van de geselecteerde scènemodus.
• In de stand R wordt [AF-modus] vast ingesteld op z .
3
57
KS2_OPM_DUT.book Page 58 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Het scherpstelgebied (AF-punt) selecteren v / A 1
1
Druk op G in de standby-stand.
2
Selecteer [Actief AF-gebied] en druk op E .
Het scherm [Actief AF-gebied] verschijnt.
3
Selecteer de gewenste selectiestand van het scherpstelpunt en druk op E .
58
4
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
Als u E of 8 selecteert bij stap 3, ga dan verder met stap 5.
5
Selecteer het gewenste
AF-punt.
FF
250
5.6
6
7
E
8
D
Auto (11
AF-punten)
Auto (5 AFpunten)
Selecteren
Uitgebreid
AF-gebied
Spot
De camera kiest uit 11 AF-punten automatisch het optimale scherpstelgebied.
De camera kiest uit 5 AF-punten automatisch het optimale scherpstelgebied.
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit 11 punten is geselecteerd.
Stelt het scherpstelgebied in op het punt dat door de gebruiker uit 11 punten is geselecteerd. Als het onderwerp uit het geselecteerde scherpstelgebied verdwijnt nadat het scherp is gesteld, worden
8 perifere punten als backup-punten gebruikt.
Niet beschikbaar in de stand x .
Selecteert het midden van de 11 punten als scherpstelgebied.
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
Beschikbare bewerkingen
ABCD Wijzigt het AF-punt.
E
Druk op de knop
E en houd deze ingedrukt
Plaatst het AF-punt terug in het midden.
Hiermee wordt de stand
‘AF-punt wijzigen’ of het gebruik van de richtingsknoppen ingesteld als functie van de pijltoetsen ( ABCD ).
t Memo
• Wanneer u E of 8 selecteert gaat het E -lampje branden.
• Het AF-punt kan ook worden gewijzigd met [Actief AF-gebied] van [AF-instellingen] in het menu A 1.
• U kunt de camera ook zo instellen dat overgaan naar de stand ‘AF-punt wijzigen’ door E in te drukken en ingedrukt te houden, kan worden uitgevoerd met P
KS2_OPM_DUT.book Page 59 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Instellen van de AF-modus tijdens
Live weergave
1
Druk op G in de standby-stand tijdens
Live weergave.
2
Selecteer [Contrast-AF] en druk op E .
Het [Contrast-AF] scherm wordt weergegeven.
3
Selecteer een autofocusstand en druk op E .
v / A 3 e Gezichtsherkenning f Traceren
Detecteert en traceert gezichten van mensen.
Het detectiekader voor het belangrijkste gezicht voor AF en
AE wordt in geel weergegeven.
Volgt het onderwerp dat scherp is gesteld.
De sluiter kan zelfs worden ontspannen als het onderwerp niet scherp is.
g
Meerdere AFpunten h Selecteren i Spot
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het gewenste gebied.
De sensor wordt ingedeeld in
35 gebieden (7 horizontaal bij
5 verticaal), en u kunt een breder of smaller scherpstelgebied selecteren met behulp van 35,
25, 15, 9 of slechts 1 van die beschikbare 35 gebieden.
Stelt het scherpstelgebied in op basis van het aantal pixels.
Stelt het scherpstelgebied in op een beperkt gebied van het midden.
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
4
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
Als u bij stap 3 g of h hebt geselecteerd, ga dan verder met stap 5.
5
Druk op de knop E en houd deze ingedrukt.
6
Selecteer het AF-gebied.
Gebruik het frame dat op de monitor verschijnt voor het wijzigen van de positie en de grootte van het AF-gebied.
3
59
KS2_OPM_DUT.book Page 60 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Beschikbare bewerkingen
ABCD Wijzigt de positie van het AF-gebied.
R Vergroot/verkleint de grootte van het
AF-gebied (als g geselecteerd is).
M Zet het AF-gebied terug naar het midden.
7
Druk op E .
Het AF-gebied wordt ingesteld.
u Opgelet
• Als f geselecteerd wordt, dan werkt het gebruik van de scherpstelvergrendeling (compositie-afstelling met half indrukken van 0 ) niet.
t Memo
• Wanneer g of h wordt geselecteerd, gaat het E -lampje branden.
• De instelling kan ook worden gewijzigd met [Contrast-AF] van [Live weergave] in het menu A 3.
• De autofocusstand wordt vast ingesteld op e in de stand
R en b , f , en p van de stand S .
• Wanneer [Scherpe contouren] is ingesteld op [Aan] in het bedieningspaneel of bij [Live weergave] in het menu A 3, dan wordt de contour van het scherp gestelde onderwerp benadrukt, wat het gemakkelijker maakt om de scherpstelling te controleren. Deze functie werkt zowel in de stand v als de stand w .
AF-fijnafstelling
E 4
U kunt van uw objectieven met behulp van het autofocussysteem van de camera aanpassen.
1
Selecteer [27 AF-aanpassing] in het menu E 4 en druk op D .
Het scherm [27 AF-aanpassing] verschijnt.
2
Selecteer [Toepassen op al] of [Toepassen op 1] en druk op E .
Toepassen op al
Dezelfde aanpassing wordt toegepast op alle objectieven.
Toepassen op 1
Slaat een afstellingswaarde op voor het gebruikte objectief. (Tot 20 waarden)
3
Selecteer [Instelling] en pas de waarde aan.
Beschikbare bewerkingen
D / R rechts
naar Stelt dichterbij scherp.
C / R naar links
M
Stelt verder weg scherp.
Stelt de aanpassingswaarde terug naar de standaardinstelling.
60
KS2_OPM_DUT.book Page 61 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Druk op E .
De aanpassingswaarde wordt opgeslagen.
5
Druk tweemaal op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
De transportstand instellen
U kunt kiezen tussen de volgende transportstanden.
Enkelbeeldopname
( L )
Continuopname
( Z / b )
Zelfontspanner
( O / P / Y )
Afstandsbediening
( Q / R / S )
Bracketing
( T / 1 / U )
Dubbelopnamen
( V / z / W / X )
Intervalopname
( q / r / s )
Normale opnamestand.
Er worden continu opnamen gemaakt terwijl u 0 ingedrukt
De sluiter wordt ontspannen na circa
12 seconden of 2 seconden nadat op de 0
Maakt het maken van opnamen mogelijk met de afstandsbediening.
Maakt drie opeenvolgende opnamen met verschillende
Creëert een samengestelde opname door meerdere opnamen te maken en deze tot één enkele opname
Maakt automatisch opnamen met een ingesteld interval vanaf een
3
61
KS2_OPM_DUT.book Page 62 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
62
Intervalcompositie
( t / u / v )
Intervalvideo opnemen
( q / r / s )
Sterrenspoor
( w / x / y )
Maakt opnamen met een ingesteld interval vanaf een vastgesteld tijdstip en voegt deze samen tot één enkele
Maakt opnamen met een ingesteld interval vanaf een vastgesteld tijdstip en slaat deze op als één enkel
Maakt opnamen met een ingesteld interval vanaf een vastgesteld tijdstip en slaat deze op als één enkel videobestand met de compositiefunctie Helder van
u Opgelet
• Er gelden voor sommige transportstanden beperkingen als deze worden gebruikt bij bepaalde opnamestanden
of in combinatie met andere functies. (p.115)
t Memo
• In de stand C kan Afstandsbediening (alleen Q ), Intervalvideo opnemen en Sterrenspoor worden geselecteerd.
• Ook nadat de camera is uitgeschakeld, wordt de instelling van de transportstand opgeslagen. Als [Transportstand] ingesteld is op [Uit] bij [Geheugen] in het menu A 4, dan keert de instelling terug naar [Enkelbeeldopname] wanneer
de camera wordt uitgeschakeld. (p.110)
• De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als de transportstand die gebruikmaakt van de zelfontspanner of afstandsbediening wordt geselecteerd.
• Wanneer u de transportstand selecteert die gebruikmaakt van de zelfontspanner of afstandsbediening, kan de belichting worden beïnvloed door het licht dat door de zoeker binnenkomt.
Gebruik in dat geval de functie Belichtingsgeheugen. (p.51)
Continuopname
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer Z en druk op B .
3
Gebruik CD om Z of b te selecteren en druk op E .
Z b
Maakt continu opnamen op hoge snelheid.
Maakt continu opnamen op lage snelheid.
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• Wanneer u [AF-modus] instelt op x , dan wordt de scherpstelpositie vergrendeld in het eerste beeldje.
Zelfontspanner
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer O en druk op B .
KS2_OPM_DUT.book Page 63 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Gebruik CD om O , P of Y te selecteren.
O
P
Y
Ontspant de sluiter na circa 12 seconden.
Ontspant de sluiter na circa 2 seconden.
Maakt continu opnamen. (De sluiter wordt na circa 12 seconden ontspannen.)
Ga verder naar Stap 7 wanneer O of P is geselecteerd.
4
Druk op G .
5
Gebruik CD om
[Opnamesnelheid] en [Aantal opnamen] in te stellen.
3 maal
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Druk 0 half in, en daarna volledig in.
De sluiter wordt na circa 12 seconden of 2 seconden ontspannen.
Afstandsbediening
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer Q en druk op B .
3
Gebruik CD om Q , R of S te selecteren.
R
S
Ontspant de sluiter na circa 3 seconden.
Maakt continu opnamen.
Ga verder naar Stap 7 wanneer Q of R is geselecteerd.
4
Druk op G .
5
Gebruik CD om
[Opnamesnelheid] in te stellen.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
3
63
KS2_OPM_DUT.book Page 64 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
8
Druk 0 half in.
9
Richt de afstandsbediening op de afstandsbedieningssensor op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in.
t Memo
• De afstandsbediening kan worden gebruikt tot maximaal een afstand van circa 4 m vanaf de voorzijde van de camera.
• Als u de scherpstelling wilt instellen met de afstandsbediening, stelt u dit in bij [21 AF met afstandsbediening] in het menu E 3.
• Bij gebruik van de waterdichte afstandsbediening Remote
Control Waterproof O-RC1 kan het autofocussysteem worden geregeld met de knop q op de afstandsbediening.
De knop r kan niet worden gebruikt.
Bracketing
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer T en druk op B .
3
Gebruik CD om T , 1 of U te selecteren.
1 Maakt opnamen met de zelfontspanner.
U Maakt opnamen met de afstandsbediening.
Ga verder naar stap 7 wanneer T is geselecteerd.
4
Druk op G .
5
Gebruik CD om de bedieningsstand te selecteren.
±0.3EV
OK
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
64
KS2_OPM_DUT.book Page 65 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Stel de bracketwaarde in.
Beschikbare bewerkingen
R Wijzig de bracketwaarde (tot maximaal
±3 LW).
J → R Wijzigt de belichtingscompensatiewaarde.
M Hiermee wordt de correctiewaarde teruggezet naar de standaardinstelling.
8
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
9
Maakt drie opnamen.
Nadat drie opnamen zijn gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 8.
t Memo
• De bracketwaarde kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW volgens de instelling die is gekozen bij [1 LW Stap] in het menu E 1.
• De volgende instellingen voor de Bracketing kunnen worden ingesteld in het menu E 2.
8 Volgorde bracketing
9 Bracketing-in-één
Wijzigt de volgorde voor het maken van de drie opnamen.
Maakt de drie opnamen allemaal met éénmaal ontspannen van de sluiter.
Dubbelopnamen
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer V en druk op B .
0002 maal
3
Gebruik CD om V , z , W of X te selecteren.
z Maakt continu opnamen.
W
X
Maakt opnamen met de zelfontspanner.
Maakt opnamen met de afstandsbediening.
Ga verder naar Stap 7 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
4
Druk op G .
5
Stel de opnameomstandigheden in.
0002 maal
3
65
KS2_OPM_DUT.book Page 66 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
66
Compositiemodus
Kies tussen [Gemiddeld],
[Toenemend] of [Helder].
Aantal opnamen Kies een waarde tussen 2 en 2000.
Opnamesnelheid/
Zelfontspanner/
Afstandsbediening
Selecteer de bedieningsstand.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Momentcontrole wordt weergegeven.
Beschikbaar gebruik tijdens momentcontrole
L Verwijdert de opnamen die tot op dat moment werden gemaakt, en maakt opnieuw opnamen vanaf de eerste opname.
F Slaat opnamen op die tot op dat moment werden gemaakt en toont het menu A .
Nadat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 7.
t Memo
• Samengestelde opnamen worden in elke compositiemodus als volgt gemaakt.
Gemiddeld
Toenemend
Helder
Creëert een samengestelde opname met de gemiddelde belichting.
Creëert een samengestelde opname met de cumulatief toegevoegde belichting.
Creëert een samengestelde opname die alleen de gedeelten vervangt die helderder zijn in vergelijking met de eerste opname.
Intervalopname
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer q en druk op B .
0002 maal
3
Gebruik CD om q , r of s te selecteren.
r Maakt opnamen met de zelfontspanner.
s Maakt opnamen met de afstandsbediening.
Ga verder naar Stap 7 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
4
Druk op G .
5
Stel de opnameomstandigheden in.
00 : 00´02˝
0002 maal
KS2_OPM_DUT.book Page 67 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Interval
Standby-interval
Kies een waarde tussen 2 seconden en 24 uur.
Selecteer de minimale tijd of een waarde tussen 1 seconde en 24 uur.
Aantal opnamen Kies een waarde tussen 2 en 2000.
Int opname starten
Begintijd
Selecteer of nu de eerste opname moet worden gemaakt of op een ingesteld tijdstip.
Stel de starttijd voor het maken van opnamen in wanneer [Int opname starten] is ingesteld op [Tijdstip].
Zelfontspanner/
Afstandsbediening
Selecteer de bedieningsstand.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip] wordt de eerste opname gemaakt op het ingestelde tijdstip.
Druk op F om het maken van opnamen te annuleren.
Nadat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 7.
t Memo
• Er wordt tijdens Intervalopname een nieuwe map aangemaakt, en de opnamen worden daarin opgeslagen.
Als opnamen worden gemaakt in een andere transportstand nadat Intervalopname is uitgevoerd, wordt een andere map aangemaakt.
• De kortste intervaltijd die kan worden ingesteld voor [Interval] is 5 seconden voor [Digitaal filter] en [Verbetering helderheid], en 10 seconden voor de stand [HDR-opname] en Y .
• Voor Intervalopname, Intervalcompositie en Intervalvideo opnemen beginnen de tweede en latere belichtingen met het interval dat is ingesteld bij [Interval]. Indien de belichtingstijd langer is dan de tijd die is ingesteld bij [Interval], wordt een aantal van de opnamen die met het ingestelde interval worden verondersteld te worden gemaakt, feitelijk niet gemaakt.
Voorbeeld: als de tijd die is ingesteld bij [Interval] gelijk is aan
2 seconden en de belichtingstijd 3 seconden is, dan is de eerste belichting nog niet geëindigd op het moment dat de tweede belichting verondersteld wordt te starten (2 seconden nadat is begonnen met het maken van opnamen). De tweede opname wordt dus niet gemaakt. Als gevolg hiervan eindigt
Intervalopname voordat het opgegeven aantal opnamen is gemaakt. In dergelijke gevallen kunt u [Standby-interval] bij
[10 Intervalopname-opties] in het menu E 2 dusdanig instellen dat opnamen worden gemaakt met het ingestelde interval nadat elke belichting is geëindigd. Het scherm dat wordt weergegeven bij stap 5, varieert al naargelang de instelling van
[10 Intervalopname-opties].
• Voor Intervalopname en Intervalcompositie wordt de scherpstellingsstand vergrendeld die wordt gebruikt wanneer de eerste opname wordt gemaakt. Als u autofocus wilt uitvoeren voor elke belichting, stel [11 AF voor intervalopnamen] dan in op
[Wijzigt autofoc. bij elke opn.] in het menu E 2.
67
3
KS2_OPM_DUT.book Page 68 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Intervalcompositie
Banen van sterren en de maan kunnen in één enkele opname worden vastgelegd.
1
Druk op D in de standby-stand.
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer t en druk op B .
0002 maal
3
Gebruik CD om t , u of v te selecteren.
u Maakt opnamen met de zelfontspanner.
v Maakt opnamen met de afstandsbediening.
Ga verder naar Stap 7 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
4
Druk op G .
5
Stel de opnameomstandigheden in.
0002 maal
Interval
Standby-interval
Kies een waarde tussen 2 seconden en 24 uur.
Selecteer de minimale tijd of een waarde tussen 1 seconde en 24 uur.
Aantal opnamen Kies een waarde tussen 2 en 2000.
Int opname starten
Begintijd
Selecteer of nu de eerste opname moet worden gemaakt of op een ingesteld tijdstip.
Stel de starttijd voor het maken van opnamen in wanneer [Int opname starten] is ingesteld op [Tijdstip].
Compositiemodus
Proces opslaan
Kies tussen [Gemiddeld],
[Toenemend] en [Helder].
Selecteer Z om opnamen op te slaan tijdens de verwerking.
Zelfontspanner/
Afstandsbediening
Selecteer de bedieningsstand.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip] wordt de eerste opname gemaakt op het ingestelde tijdstip.
Druk op F om het maken van opnamen te annuleren.
Nadat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 7.
68
KS2_OPM_DUT.book Page 69 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM t Memo
• Wanneer [Proces opslaan] is ingesteld op Z wordt een nieuwe map aangemaakt en wordt de samengestelde opname daarin opgeslagen. Bij het maken van opnamen met een andere transportstand nadat Intervalcompositie is uitgevoerd, wordt er een andere nieuwe map aangemaakt.
• Bevestig de camera op een statief tijdens het maken van opnamen.
Intervalvideo opnemen
In de stand C kunt u [Intervalvideo opnemen] gebruiken om met een ingesteld interval vanaf een ingestelde tijd foto-opnamen te maken en deze opnamen opslaan als één videobestand (Motion JPEG, bestandsextensie: .AVI).
1
Draai de hoofdschakelaar naar C en druk op D .
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer q en druk op B .
0008 maal
3
Gebruik CD om q , r of s te selecteren.
r Neemt een video op met de zelfontspanner.
s Neemt een video op met de afstandsbediening.
Ga verder naar Stap 7 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
4
Druk op G .
5
Stel de opnameomstandigheden in.
0008 maal
3
69
KS2_OPM_DUT.book Page 70 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
70
Resolutie
Interval
Standby-interval
Aantal opnamen
Int opname starten
Begintijd
Selecteer z , u , of t .
Kies een waarde tussen 2 seconden en 24 uur.
Selecteer de minimale tijd of een waarde tussen 1 seconde en 24 uur.
Selecteer een waarde tussen 8 en
2000 keer. (Selecteer een waarde tussen 8 en 500 keer wanneer
[Resolutie] is ingesteld op z .)
Selecteer of nu de eerste opname moet worden gemaakt of op een ingesteld tijdstip.
Stel de starttijd voor het maken van opnamen in wanneer [Int opname starten] is ingesteld op [Tijdstip].
Zelfontspanner/
Afstandsbediening
Selecteer de bedieningsstand.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Wanneer [Int opname starten] ingesteld is op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt.
Momentcontrole wordt weergegeven en daarna wordt de monitor uitgeschakeld.
Druk op F om het maken van opnamen te annuleren.
Nadat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 7.
u Opgelet
• [Movie SR] is vast ingesteld op [Uit].
• [Niveau opnamegeluid] is vast ingesteld op [Dempen].
t Memo
• De kortste intervaltijd die ingesteld kan worden voor [Interval] is 5 seconden voor [Digitaal filter] en [Verbetering helderheid] en 10 seconden voor [HDR-opname].
Sterrenspoor
In de stand C kunt u de functie [Sterrenspoor] gebruiken om vanaf een vooraf ingestelde tijd met een ingesteld interval foto’s te maken en deze op te slaan als één enkel videobestand
(Motion JPEG, bestandsextensie: .AVI) met gebruik van de compositiemodus Helder van Intervalcompositie.
Sporen van sterren en de maan kunnen worden vastgelegd als een videobestand.
1
Draai de hoofdschakelaar naar C en druk op D .
Het transportstandscherm verschijnt.
2
Selecteer w en druk op B .
0008 maal
3
Gebruik CD om w , x of y te selecteren.
x Neemt een video op met de zelfontspanner.
y Neemt een video op met de afstandsbediening.
Ga verder naar Stap 7 als u de opnameomstandigheden niet hoeft te wijzigen.
KS2_OPM_DUT.book Page 71 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Druk op G .
5
Stel de opnameomstandigheden in.
0008 maal
Resolutie
Standby-interval
Aantal opnamen
Int opname starten
Begintijd
Uitfaden
Selecteer z , u , of t .
Selecteer de minimale tijd of een waarde tussen 1 seconde en 24 uur.
Selecteer een waarde tussen 8 en
2000 keer. (Selecteer een waarde tussen 8 en 500 keer wanneer
[Resolutie] is ingesteld op z .)
Selecteer of nu de eerste opname moet worden gemaakt of op een ingesteld tijdstip.
Stel de starttijd voor het maken van opnamen in wanneer [Int opname starten] is ingesteld op [Tijdstip].
Selecteer het niveau van de fade-out van lichtsporen. Maak een keus tussen Uit, Zwak, Normaal en Hoog.
Zelfontspanner/
Afstandsbediening
Selecteer de bedieningsstand.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
8
Maak de opnamen.
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip] wordt de eerste opname gemaakt op het ingestelde tijdstip.
Druk op F om het maken van opnamen te annuleren.
Nadat het gespecificeerde aantal opnamen is gemaakt, keert de camera terug naar de standby-stand bij stap 7.
u Opgelet
• [Movie SR] is vast ingesteld op [Uit].
• [Niveau opnamegeluid] is vast ingesteld op [Dempen].
t Memo
• Ongeacht de instelling van de functiekiezer werkt de camera in de stand L .
• Bevestig de camera op een statief tijdens het maken van opnamen.
3
71
KS2_OPM_DUT.book Page 72 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Instelling van de witbalans
1
Druk op B in de standby-stand.
Het instelscherm van de witbalans verschijnt.
2
Selecteer de gewenste instelling van de witbalans.
WB±
Annul.
g Automatische witbalans u Meervoud. autom. witbalans h Daglicht i Schaduw j Bewolkt k q Neonlicht - Daglicht kleuren r Neonlicht - Daglicht wit s Neonlicht - Koel wit t Neonlicht - Warm wit l Lamplicht m Flitser n Kleurtemperatuurverbetering o Manuele witbalans p Kleurtemperatuur
72
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
R Selecteert het type van [Neonlicht].
P Gebruikt Digitaal voorbeeld om vooraf de achtergrondafbeelding te bekijken met de toegepaste witbalansinstelling.
J Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar Stap 5 als u de witbalans niet fijn hoeft af te stemmen.
3
Druk op G .
Het scherm voor fijnafstemming wordt weergegeven.
Beschikbare bewerkingen
AB Aanpassing: groen-magenta
CD Aanpassing: blauw-amber
M Stelt de aanpassingswaarde terug naar de standaardinstelling.
4
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
KS2_OPM_DUT.book Page 73 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM u Opgelet
• Digital Preview bij stap 2 kan niet worden uitgevoerd wanneer de transportstand is ingesteld op [Dubbelopnamen],
[Intervalopname] of [Intervalcompositie].
t Memo
• Wanneer u ingesteld is, zal de camera, zelfs als er op de opnamelocatie verschillende lichtbronnen aanwezig zijn, de witbalans automatisch aanpassen volgens de lichtbron van elk gebied. ( u is niet beschikbaar in de stand C .)
• De volgende instellingen voor de witbalans kunnen worden ingesteld in de menu’s E 2 -3.
12 Instellingsbereik witbalans
13 WB bij flitsen
Vast, Automatisch aanpassen
Automatische witbalans,
Meervoud. autom. witbalans, Flitser,
Onveranderd
14 AWB bij lamplicht
Krachtige correctie,
Subtiele correctie
15 Kleurtemperatuurstappen Kelvin, Mired
Witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans meten op een geselecteerde locatie.
1
Selecteer o bij stap 2 van
WB±
Annul.
2
Kies een wit gebied als onderwerp onder het licht waarvan u de witbalans wilt meten, en druk 0 volledig in.
De opname wordt getoond.
3
Gebruik ABCD om het meetgebied te specificeren.
Druk op M als u het meetgebied terug naar het midden wilt verplaatsen.
4
Druk op E .
Het instelscherm voor de witbalans verschijnt opnieuw.
Het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt wanneer de meting is mislukt. Druk op E om de witbalans opnieuw te meten en terug te keren naar stap 3.
t Memo
• U kunt de witbalansinstellingen van een gemaakte opname kopiëren en deze opslaan als handmatige witbalansinstellingen bij [Opslaan als handm WB]
73
3
KS2_OPM_DUT.book Page 74 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
De witbalans aanpassen met de kleurtemperatuur
Specificeer de witbalans met de kleurtemperatuur.
1
Selecteer p
bij stap 2 van “Instelling van de witbalans” (p.72).
2
Druk op G .
3
Pas de kleurtemperatuur aan.
U kunt de kleurtemperatuurwaarde instellen tussen 2500 K tot 10000 K.
De beeldafwerking instellen
Als u opnamen wilt maken met een iets andere stijl, dan kunt u deze stijl voor het maken van de opnamen instellen.
Probeer er verschillende uit en ontdek uw beste opnamestijl.
Aangepaste opname
v / A 1
1
Selecteer [Aangepaste opname] in het bedieningspaneel en druk op E .
Het instelscherm voor aangepaste opname verschijnt.
2
Selecteer een afwerking voor de opname.
74
Beschikbare bewerkingen
Q Wijzigt de kleurtemperatuur in stappen van 100 Kelvin.
R
ABCD
Wijzigt de kleurtemperatuur in stappen van 1000 Kelvin.
Stelt de kleurtemperatuur fijn af.
4
Druk op E .
Het instelscherm voor de witbalans verschijnt opnieuw.
t Memo
• Selecteer [Mired] bij [15 Kleurtemperatuurstappen] in het menu E 3 om de kleurtemperatuur in mired-eenheden in te stellen. De kleurtemperatuur kan worden gewijzigd in 20 mired-eenheden met Q , en 100 mired eenheden met R . De getallen worden echter omgezet en weergegeven in Kelvin.
Helder
Natuurlijk
Portret
Landschap
Levendig
Schitterende kleur
Gedempt
Bleach Bypass
Diapositieffilm
Monochroom
Cross-processing
KS2_OPM_DUT.book Page 75 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
P Maakt gebruik van Digitaal voorbeeld om het achtergrondbeeld met de toegepaste instelling vooraf te bekijken.
J Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar Stap 6 als u geen parameters wilt wijzigen.
3
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
4
Instellen van de parameters.
Beschikbare bewerkingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
R Wisselt tussen [Scherpte] en [Fijne scherpte]. (Niet beschikbaar in de stand C )
M Stelt de aanpassingswaarde terug naar de standaardinstelling.
5
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
6
Druk op E .
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
7
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Opgelet
• Deze functie is niet beschikbaar in de stand R of S .
• Digital Preview bij stap 2 kan niet worden uitgevoerd wanneer de transportstand is ingesteld op [Dubbelopnamen],
[Intervalopname] of [Intervalcompositie].
3
De Cross-processing-instellingen van een gemaakte opname opslaan
Het resultaat van Cross-processing varieert telkens wanneer een opname is gemaakt. Als u tevreden bent over de Cross-processing-instellingen van een bepaalde opname, kunt u deze instellingen opslaan, zodat u dezelfde instellingen later herhaaldelijk opnieuw kunt gebruiken.
1
Druk op ( B ) in de enkelbeeldweergave van de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Selecteer j en druk op E .
De camera zoekt naar opnamen die met Cross-processing zijn uitgevoerd, en begint hierbij vanaf de meest recent gemaakte opname.
Als er geen opnamen worden gevonden die met
Cross-processing zijn uitgevoerd, verschijnt het bericht
[Geen opname met cross processed].
75
KS2_OPM_DUT.book Page 76 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
3
Gebruik Q om een opname met
Cross-processing te selecteren.
4
Selecteer het “Favoriet”-nummer 1, 2 of 3 om de instellingen op te slaan en druk op E .
De instellingen van de geselecteerde opname worden opgeslagen als uw “Favoriete” instellingen.
t Memo
• De opgeslagen Cross-processing-instellingen kunnen worden geladen door [Cross-processing] te selecteren bij stap 2 van
“Aangepaste opname” (p.74), en een van de Favoriete
instellingen 1 t/m 3 te selecteren voor de parameter.
Digitaal Filter
v / A 1/ C 1
1
Selecteer [Digitaal filter] in het bedieningspaneel en druk op E .
Het scherm voor de instelling van de digitale filter verschijnt.
2
Selecteer een filter.
Selecteer [Geen filter] als u niet met een digitaal filter opnamen wilt maken.
76
Kleurextractie
Kleur vervangen
Speels
Retro
Sterk contrast
Schaduw aanbrengen
Kleur inverteren
Vet één kleur
Vet zwart-wit
Beschikbare handelingen bij het maken van opnamen met de zoeker
P Gebruikt Digitaal voorbeeld om de achtergrondafbeelding met het geselecteerde effect vooraf te bekijken.
J Slaat de voorbeeldopname op (alleen als de opname kan worden opgeslagen).
Ga verder naar Stap 6 als u geen parameters wilt wijzigen.
3
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
4
Instellen van de parameters.
Beschikbare bewerkingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
5
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
KS2_OPM_DUT.book Page 77 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
6
Druk op E .
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
7
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Opgelet
• Deze functie kan in sommige opnamestanden of in combinatie met sommige andere functies niet worden
• Digital Preview bij stap 2 kan niet worden uitgevoerd wanneer de transportstand is ingesteld op [Dubbelopnamen],
[Intervalopname] of [Intervalcompositie].
• Afhankelijk van de toegepaste filter kan het opslaan van opnamen langer duren.
t Memo
• U kunt opnamen ook in de weergavestand verwerken
Opnamen corrigeren
Regeling van de helderheid
Hooglichtcorrectie/Schaduwcorrectie v / A 2
Vergroot het dynamisch bereik en biedt een breder toonbereik dat kan worden opgenomen door de CMOS-sensor en zorgt voor minder overbelichte/onderbelichte gebieden.
Stel dit in op het bedieningspaneel of bij [Instellingen D-range] in het menu A 2.
3 u Opgelet
• Wanneer de gevoeligheid ingesteld is op lager dan ISO 200, kan [Hooglichtcorrectie] niet worden ingesteld op [Aan].
t Memo
• [Hooglichtcorrectie] in de stand C kan worden ingesteld op [Auto] of [Uit].
77
KS2_OPM_DUT.book Page 78 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
HDR-opname v / A 1/ C 1
Maakt drie opeenvolgende opnamen met drie verschillende belichtingsniveaus om hiermee één enkele samengestelde opname te maken.
1
Selecteer [HDR-opname] in het bedieningspaneel en druk op E .
Het scherm [HDR-opname] verschijnt.
2
Gebruik CD om het type te selecteren.
3
Druk op B , en gebruik CD om het bereik in te stellen waarbinnen de belichting wordt gewijzigd.
4
Druk op E .
Het bedieningspaneel verschijnt opnieuw.
5
Druk op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
u Opgelet
• Deze functie kan in sommige opnamestanden of in combinatie met sommige andere functies niet
• [Bestandsindeling] is vast ingesteld op [JPEG]. Wanneer
[Bestandsindeling] is ingesteld op [RAW] of [RAW+], dan wordt de instelling gewijzigd in [JPEG].
• Voor HDR-opname worden meerdere opnamen gecombineerd tot één enkele opname; het kan dus tijd kosten om de opname op te slaan.
• In de stand C is deze functie alleen beschikbaar als de transportstand is ingesteld op [Intervalvideo opnemen].
t Memo
• In de stand Y of wanneer k van de stand S is geselecteerd, worden specifieke HDR-instellingen gebruikt en kan HDR-opname niet worden ingesteld.
• De functie Automatisch uitlijnen kan worden ingesteld als u [HDR-opname] opent met het menu A 1.
• Wanneer de transportstand is ingesteld op [Intervalopname], wordt [Automatisch uitlijnen] vast ingesteld op [Uit].
78
KS2_OPM_DUT.book Page 79 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Objectiefcorrectie
De volgende functies kunnen worden ingesteld bij [Objectiefcorrectie] in het menu A 2.
v / A 2
Anti-aliasing-filtersimulator
v / A 3
Door de Shake Reduction-eenheid te schudden, kan een moiréverminderingseffect worden bewerkstelligd dat lijkt op een laagdoorlaatfilter.
Stel dit in op het bedieningspaneel of bij [AA-filtersimulator] in het menu A 3.
Vervormingscorrectie
Perifere verlicht. corr.
Aanp. Lat. Chr. Abb.
Diffractiecorrectie
Vermindert vervormingen en chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert perifere lichtvermindering die optreedt als gevolg van objectiefeigenschappen.
Vermindert laterale chromatische aberraties die optreden als gevolg van objectiefeigenschappen.
Corrigeert wazigheid die wordt veroorzaakt door diffractie bij gebruik van een kleine diafragmaopening.
t Memo
• U kunt [Vervormingscorrectie] en [Perifere verlicht. corr.] ook instellen met het bedieningspaneel.
• Correcties kunnen alleen uitgevoerd worden als een
compatibel objectief bevestigd is. (p.118) De functies zijn
uitgeschakeld als een accessoire zoals een achterste omvormer tussen de camera en het objectief geplaatst is.
• Wanneer [Bestandsindeling] is ingesteld op [RAW] of
[RAW+], wordt correctie-informatie opgeslagen als een
RAW-bestandsparameter en kunt u selecteren of de correctie op de opnamen wordt toegepast als u deze ontwikkelt. Voor de functie RAW-ontwikkeling kan ook [Correctie kleurrand]
Type 1
Type 2
Bracketing
Maakt opnamen met een evenwicht tussen de resolutie en moirévermindering.
Geeft prioriteit aan moirévermindering.
Maakt achtereenvolgens 3 opnamen in de volgorde [Uit], [Type 1] en [Type 2] (er worden
3 opnamen gemaakt door éénmaal 0 in te drukken).
u Opgelet
• Deze functie kan in sommige opnamestanden of in combinatie met sommige andere functies niet
• [Bracketing] kan niet worden gebruikt in de volgende situaties.
• Wanneer e , o of p van de stand S is geselecteerd
• In de stand M
• Wanneer de transportstand anders is ingesteld dan
[Enkelbeeldopname], [Zelfontspanner] (12 seconden,
2 seconden) of [Afstandsbediening] (nu, na 3 seconden)
• Wanneer HDR-opname is geselecteerd
• Als er nog 2 of minder opnamen kunnen worden opgeslagen.
79
3
KS2_OPM_DUT.book Page 80 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Textuurverbetering
v / A 2/ C 1
Opnamen met verbeterde textuur- en oppervlaktedetails kunnen worden vastgelegd.
Stel dit in met het bedieningspaneel of bij [Verbetering helderheid] in het menu A 2/ C 1.
u Opgelet
• Deze functie kan niet worden gebruikt in combinatie
met sommige andere functies. (p.117)
• In de stand C is deze functie alleen beschikbaar als de transportstand is ingesteld op [Intervalvideo opnemen].
80
KS2_OPM_DUT.book Page 81 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Palet van de weergavestand items
Weergavefuncties kunnen worden ingesteld in het weergavepalet en in het menu B
Druk op B in de enkelbeeldweergave van de weergavestand om het weergavepalet weer te geven.
b e
Onderdeel a Beeldrotatie
Digitaal filter
Bijsnijden
c d
Correctie kleurmoiré
Formaat wijzigen
f h
Beveiligen
Diavoorstelling
Functie
Wijzigt de rotatie-informatie van opnamen.
Verwerkt opnamen met digitale filters.
Vermindert kleurmoiré in opnamen.
Wijzigt de opnameresolutie van de opname.
Snijdt alleen het gewenste gebied van een opname uit.
Opnamen beveiligen tegen abusievelijk wissen.
Geeft opnamen doorlopend weer.
Pagina
i j k
Onderdeel
Opslaan als
Kruisverwerking opslaan
RAW-
ontwikkeling
Functie
Slaat de witbalansinstellingen van een gemaakte opname op als handmatige witbalans.
Slaat de instellingen voor een opname in de Crossprocessing-stand in
Aangepaste opname op als uw “Favoriete” instelling.
Ontwikkelt RAW-opnamen tot JPEG-opnamen en slaat deze op als nieuwe bestanden.
Pagina
l Video bewerken
Splitst een film of wist ongewenste segmenten.
*1 Niet beschikbaar wanneer een film wordt getoond.
*2 Niet beschikbaar wanneer een RAW-opname wordt getoond.
*3 Alleen beschikbaar wanneer een RAW-opname is opgeslagen.
*4 Alleen beschikbaar wanneer een film wordt getoond.
4
81
KS2_OPM_DUT.book Page 82 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De weergavemethode wijzigen
4
Weergave van meerdere opnamen
U kunt tegelijkertijd 6, 12, 20, 35 of 80 miniatuuropnamen weergeven.
1
Draai R naar links in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Beschikbare bewerkingen
ABCD Verplaatst het selectiekader.
Q
G
Toont de volgende/vorige pagina.
Toont het scherm voor de keuze van de weergavestijl.
L Wist de geselecteerde beelden.
2
Druk op E .
De geselecteerde opname verschijnt in de enkelbeeldweergave.
82
Geselecteerde opnamen wissen
1
Druk op L
bij stap 1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.82).
2
Selecteer de te wissen opnamen.
Beschikbare bewerkingen
ABCD
E
J
R
Verplaatst het selectiekader.
Bevestigt/annuleert de selectie van de te wissen opname.
Selecteert het bereik voor de te verwijderen opnamen.
Toont de geselecteerde opname in de enkelbeeldweergave.
Gebruik CD om een andere opname te selecteren.
Het aantal geselecteerde opnamen wordt in de linkerbovenhoek van de monitor weergegeven.
3
Druk op L .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
4
Selecteer [Wissen] en druk op E .
KS2_OPM_DUT.book Page 83 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM t Memo
• U kunt maximaal 500 opnamen tegelijkertijd selecteren.
• U kunt geen beveiligde opnamen selecteren.
• U kunt de afzonderlijk geselecteerde opnamen samen wissen met de opnamen die zijn geselecteerd door het wisbereik op te geven.
• Gebruik dezelfde stappen om meerdere opnamen te selecteren voor de volgende functies.
Opnamen weergeven op basis van map
1
Draai R naar links bij stap
1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.82).
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
Beschikbare bewerkingen
ABCD Verplaatst het selectiekader.
L Wist de geselecteerde map.
2
Druk op E .
De opnamen in de geselecteerde map worden weergegeven.
Een map wissen
1
Selecteer de map die u wilt wissen bij stap 1
van “Opnamen weergeven op basis van map”
L .
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
2
Selecteer [Wissen] en druk op E .
De geselecteerde map en alle opnamen in de map worden gewist.
Wanneer er beveiligde opnamen in de map aanwezig zijn, selecteer dan [Alles wissen] of [Alles handhaven].
4
83
KS2_OPM_DUT.book Page 84 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van opnamedatum.
1
Druk op G
bij stap 1 van “Weergave van meerdere opnamen” (p.82).
Het scherm voor de keuze van de weergavestijl verschijnt.
2
Selecteer
[Kalenderfilmstripweergave].
2015.2
THU
SAT
MON
FRI
12
14
23
SUN
THU
11
12
24
Opnamedatum
Miniatuur
84
Beschikbare bewerkingen
AB Selecteert een opnamedatum.
CD Selecteert een opname die is gemaakt op de geselecteerde opnamedatum.
R naar rechts
Toont de geselecteerde opname in de enkelbeeldweergave.
L Wist het geselecteerde beeld.
3
Druk op E .
De geselecteerde opname verschijnt in de enkelbeeldweergave.
Opnamen continu weergeven (Diavoorstelling)
1
Selecteer h in het weergavepalet.
Diavoorstelling start.
Beschikbare bewerkingen
E Last een pauze in of hervat de weergave.
C Geeft de vorige opname weer.
D
B
R
Geeft de volgende opname weer.
Stopt de weergave.
Wijzigt het volume van de film.
De camera keert terug naar de enkelbeeldweergave nadat alle opnamen zijn weergegeven.
t Memo
• U kunt bij [Diavoorstelling] in het menu B 1 de instellingen van [Weergaveduur], [Schermeffect], [Weergeven herhalen] en [Autom. video afspelen] voor de diavoorstelling wijzigen.
De diavoorstelling kan ook worden gestart in het scherm voor instelling van de diavoorstelling.
KS2_OPM_DUT.book Page 85 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Weergave van geroteerde opnamen
Wanneer u opnamen maakt met de camera in een verticale stand, dan wordt de rotatie-informatie van de opname tijdens het maken opgeslagen. Wanneer [Auto opnamerotatie] in het
B 1 menu is ingesteld op [Aan] dan wordt de opname tijdens de weergave automatisch geroteerd op basis van de rotatieinformatie (standaard instelling).
De rotatie-informatie van een opname kunt u wijzigen met behulp van onderstaande procedure.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer a in het weergavepalet.
De geselecteerde opname wordt geroteerd in stappen van 90° en de vier miniaturen worden weergegeven.
3
Gebruik ABCD om de gewenste rotatierichting te selecteren en druk op E .
De rotatie-informatie van de opname wordt opgeslagen.
u Opgelet
• Wanneer [24 Rotatie-info opslaan] is ingesteld op [Uit] in het menu E 4, dan wordt de rotatie-informatie van de opname tijdens het maken van de opnamen niet opgeslagen.
• U kunt de rotatie-informatie van de opnamen in de volgende gevallen niet wijzigen.
• Beveiligde opnamen
• Opnamen zonder rotatie-informatietag
• Videobestanden kunnen niet worden geroteerd.
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat
Sluit een audiovisueel apparaat, zoals een TV met een HDMIaansluiting, aan om beelden van Live weergave weer te geven tijdens het maken van opnamen of om opnamen weer te geven in de weergavestand.
Zorg dat u een in de handel verkrijgbare HDMI-kabel met een
HDMI-aansluitpunt (type D) gebruikt.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open op de camera het klepje van de aansluitingen en sluit de kabel aan op het HDMI-aansluitpunt.
3
Sluit het andere uiteinde van de kabel aan op de inputterminal van het AV toestel.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in de HDMI-stand en de cameragegevens worden weergegeven op het scherm van het aangesloten audiovisuele apparaat.
4
85
KS2_OPM_DUT.book Page 86 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4 u Opgelet
• Er wordt niets op de cameramonitor getoond als de camera aangesloten is op een audiovisueel apparaat, ongeacht de richting van het LCD-scherm. U kunt ook het volume van de camera niet aanpassen. Pas het volume aan op het audiovisuele apparaat.
t Memo
• Raadpleeg de handleiding van het audiovisuele apparaat en selecteer een geschikte video-ingang waarop de camera wordt aangesloten.
• Standaard wordt de maximumresolutie die wordt ondersteund door zowel het audiovisuele apparaat als de camera, automatisch geselecteerd. Als de opnamen niet juist worden weergegeven, wijzig dan de instelling bij [HDMI uit] in het menu D 2.
• Het verdient aanbeveling om de optionele netvoedingsadapterset te gebruiken als u van plan bent de camera gedurende langere tijd te gebruiken.
De camera aansluiten op een computer
Sluit de camera aan op een computer met een USB-kabel.
Zorg dat u een in de handel verkrijgbare USB-kabel met een micro B-aansluiting gebruikt.
1
Zet de computer aan.
2
Zet de camera uit.
3
Open op de camera het klepje van de aansluitingen en sluit de USB-kabel aan op het USB-aansluitpunt.
4
Sluit de USB-kabel aan op de USB-poort van de computer.
5
Zet de camera aan.
De camera wordt herkend als een verwisselbare schijf.
Het E -lampje van de camera knippert langzaam.
6
Sla de opnamen op de computer op.
7
Koppel de camera los van de computer.
86
KS2_OPM_DUT.book Page 87 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM u Opgelet
• De camera kan niet worden gebruikt als deze aangesloten is op de computer. Als u de camera wilt gebruiken, beëindig dan de USB-verbinding op de computer, schakel de camera uit en verwijder de USB-kabel.
• Als bij stap 5 op het computerscherm het “K-S2”dialoogscherm verschijnt, selecteer dan [Open folder to view files] (Map en bestanden weergeven) en klik op de OK-knop.
t Memo
gelden voor de aansluiting van de camera op de computer en het gebruik van de software.
• De USB-aansluitingsstand bij het aansluiten van de camera op een computer kan ingesteld worden bij [USB-aansluiting] in het menu D 2. Gewoonlijk hoeft u de standaardinstelling
([MSC]) niet te wijzigen.
• Het verdient aanbeveling om de optionele netvoedingsadapterset te gebruiken als u van plan bent de camera gedurende langere tijd te gebruiken.
Opnamen bewerken en verwerken
De grootte van de opname wijzigen
u Opgelet
• U kunt het formaat van opnamen alleen wijzigen of opnamen alleen uitsnijden als de opnamen met deze camera zijn gemaakt.
• Opnamen waarvan het formaat is gewijzigd of opnamen die al tot de minimale bestandsgrootte zijn uitgesneden, kunnen niet worden verwerkt.
De opnameresolutie wijzigen (Formaat wijzigen)
Wijzigt de opnameresolutie van de geselecteerde opname, en slaat deze op als een nieuw bestand.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer d in het weergavepalet.
Het scherm verschijnt waarin de opnameresolutie kan worden geselecteerd.
3
Gebruik CD om de opnameresolutie te selecteren en druk op E .
U kunt een opnameformaat kiezen dat kleiner is dan dat van de originele opname.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
4
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
87
4
KS2_OPM_DUT.book Page 88 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Uitsnijden van deel van de opname (Uitsnijden)
Snijdt alleen het gewenste gebied van de geselecteerde opname uit, en slaat dit op als een nieuw bestand.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer e in het weergavepalet.
Het uitsnijkader wordt weergegeven waarmee u de grootte en positie bepaalt van het gebied dat u wilt uitsnijden.
3
Bepaal de grootte en positie van het gebied dat u wilt uitsnijden met behulp van het uitsnijkader.
Kleurmoiré corrigeren
Vermindert kleurmoiré in opnamen.
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer c in het weergavepalet.
[Deze opname kan niet worden verwerkt] wordt getoond als de opname niet kan worden bewerkt.
3
Gebruik CD om het correctieniveau te selecteren en druk op E .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
4
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
u Opgelet
• De functie voor corrigeren van kleurmoiré kan alleen worden gebruikt voor JPEG-opnamen die met deze camera zijn gemaakt.
88
Beschikbare bewerkingen
R Wijzigt de grootte van het uitsnijkader.
ABCD
G
Verplaatst het uitsnijkader.
Wijzigt de verhoudingen of de opname rotatie-instelling.
M Roteert het uitsnijkader (alleen wanneer mogelijk).
4
Druk op E .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
5
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
KS2_OPM_DUT.book Page 89 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Opnamen met digitale filters verwerken
1
Geef in de enkelbeeldweergave de opname weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer b in het weergavepalet.
Het scherm voor selectie van een digitaal filter verschijnt.
3
Selecteer een filter.
Gebruik Q om een andere opname te selecteren.
100-0001
Aanpass. basisparam.
Aanp. parameter
Stoppen
Aanpass. basisparam.
Kleurextractie
Kleur vervangen
Speels
Retro
Sterk contrast
Schaduw aanbrengen
Kleur inverteren
Vet één kleur
Vet zwart-wit
Tintuitbreiding
Schetsfilter
Aquarel
Pastel
Posterisatie
Miniatuur
Soft
Sterren
Fisheye
Vlak
Monochroom
Ga verder naar stap 7 als u geen parameters wilt wijzigen.
4
Druk op G .
Het scherm voor het specificeren van parameters wordt weergegeven.
5
Instellen van de parameters.
Beschikbare bewerkingen
AB Selecteert een parameter.
CD Past de waarde aan.
6
Druk op E .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
8
Selecteer [Extra filter(s) toepassen] of [Opslaan] en druk op E .
Selecteer [Extra filter(s) toepassen] als u nog meer filters wilt toepassen op dezelfde opname. Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
u Opgelet
• Alleen JPEG- en RAW-opnamen die zijn gemaakt met deze camera, kunnen worden bewerkt met de digitale filters.
t Memo
• U kunt tot 20 filters toepassen op hetzelfde beeld, inclusief het digitale filter dat is gebruikt tijdens het maken
4
89
KS2_OPM_DUT.book Page 90 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
Filtereffecten kopiëren
Past de filtereffecten van een geselecteerde opname toe op andere opnamen.
1
Geef een met een filter bewerkte opname weer in de enkelbeeldweergave.
2
Selecteer b in het weergavepalet.
3
Selecteer [Filtereffecten opnieuw maken] en druk op E .
De filtereffecten verschijnen die voor de geselecteerde opname zijn gebruikt.
4
Druk op G om de details van de parameters te controleren.
Druk nogmaals op G om terug te gaan naar het vorige scherm.
11
22
33
44
55
66
77
88
99
10
11
12
--
--
--
--
5
Druk op E .
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
14
15
--
--
17
18
19
20
--
--
--
--
6
Gebruik Q om een opname te selecteren voor het toepassen van dezelfde filtereffecten en druk op E .
U kunt alleen opnamen selecteren die nog niet met een filter zijn bewerkt.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
t Memo
• Indien [Oorspr. opname zoeken] geselecteerd is bij stap 3, dan kan de originele opname worden opgehaald voordat het digitale filter werd toegepast.
90
KS2_OPM_DUT.book Page 91 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Video bewerken
1
Geef in de enkelbeeldweergave de video weer die u wilt bewerken.
2
Selecteer l in het weergavepalet.
Het videobewerkingsscherm verschijnt.
3
Selecteer het punt waar u de video wilt splitsen.
Het beeld bij het splitspunt wordt boven in het scherm getoond.
U kunt tot vier punten selecteren om de originele video-opname te splitsen in vijf segmenten.
00 ' 00"
10 ' 00"
Beschikbare bewerkingen
A
D
Speelt de video-opname af of last een pauze in.
Springt een beeldje vooruit
(tijdens pauze).
Speel snel vooruit af.
Druk op de knop D en houd deze ingedrukt
C
Druk op de knop C en houd deze ingedrukt
Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Speelt snel achteruit af.
R
G
Wijzigt het volume.
Bevestigt/annuleert een splitspunt.
Ga verder naar stap 7 als u geen enkel segment wilt wissen.
4
Druk op L .
Het scherm verschijnt waarin u de segmenten kunt selecteren die u wilt wissen.
5
Gebruik CD om het selectiekader te verplaatsen en druk op E .
De segmenten die u wilt verwijderen zijn gespecificeerd.
(Tegelijkertijd kunnen meerdere segmenten worden verwijderd.)
Druk nogmaals op de knop E als u de selectie wilt annuleren.
00 ' 05"
10 ' 00"
4
91
KS2_OPM_DUT.book Page 92 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
4
6
Druk op F .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
7
Druk op E .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
8
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
u Opgelet
• Selecteer splitspunten in chronologische volgorde vanaf het begin van de video-opname. Als u de geselecteerde splitspunten annuleert, annuleer deze dan elk in omgekeerde volgorde (vanaf het einde van de video tot het begin). U kunt splitspunten niet selecteren en de selectie van splitspunten niet annuleren in een andere volgorde dan de gespecificeerde volgorde.
Ontwikkeling van RAW-opnamen
U kunt RAW-opnamen ontwikkelen tot JPEG-opnamen en deze opslaan als nieuwe bestanden.
1
Selecteer k in het weergavepalet.
Het scherm voor selectie van een verwerkingsoptie voor een RAW-opname verschijnt.
2
Selecteer de gewenste optie en druk op E .
Eén opname selecteren
Ontwikkelt een opname.
Meerdere opnamen selecteren
Ontwikkelt maximaal 500 opnamen met dezelfde instellingen.
Een map select.
Ontwikkelt maximaal 500 opnamen in de geselecteerde map met dezelfde instellingen.
Wanneer [Eén opname selecteren] is geselecteerd, gaat u verder naar stap 6.
Het scherm voor selectie van de opname/map verschijnt.
3
Selecteer de opname(n) of een map.
Zie stap 2 van “Geselecteerde opnamen wissen” (p.82)
voor informatie over hoe opnamen worden geselecteerd.
4
Druk op G .
Het scherm voor selectie van de methode voor de parameterinstelling verschijnt.
92
KS2_OPM_DUT.book Page 93 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
5
Selecteer de methode voor de parameterinstelling en druk op E .
Opnamen ontwikkelen zoals gemaakt
Stelt u in staat om opname-instellingen te wijzigen (JPEG-resolutie en JPEGkwaliteitsniveau).
Opnamen ontwikkelen met aangepaste instell.
Stelt u in staat om opname-instellingen te wijzigen (Verhoudingen, JPEGresolutie, JPEG kwaliteitsniveau,
Kleurruimte), Objectiefcorrectie
(Vervormingscorrectie, Perifere verlicht. corr., Aanp. Lat. Chr. Abb.,
Diffractiecorrectie, Correctie kleurrand),
Digitaal filter, Witbalans, Aangepaste opname, Verbetering helderheid,
Gevoeligheid, Ruisond. hoge ISO-wrd, en Schaduwcorrectie.
6
Instellen van de parameters.
Beschikbare bewerkingen
AB Selecteert een parameter.
CD
Q
Wijzigt de waarde.
Selecteert een andere opname (indien in de enkelbeeldweergave).
Voor Opname-instellingen en Objectiefcorrectie drukt u op D en selecteert u een onderdeel met behulp van AB .
Voor Digitaal filter, Witbalans en Aangepaste opname drukt u op D om het instellingsscherm op te roepen.
7
Druk op E .
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
8
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
Wanneer [Eén opname selecteren] is geselecteerd, selecteert u [Doorgaan] of [Einde], en drukt u op E .
u Opgelet
• U kunt alleen RAW-opnamen ontwikkelen die met deze camera werden gemaakt.
• De parameters [Digitaal filter] en [Verbetering helderheid] kunnen niet tegelijkertijd worden ingesteld.
t Memo
• Als bij stap 2 [Meerdere opnamen selecteren] of [Een map select.] is geselecteerd, dan wordt een map met een nieuw nummer aangemaakt, en worden de JPEG-opnamen hierin opgeslagen.
• Met de bijgeleverde software “Digital Camera Utility 5” kunt u RAW-bestanden ontwikkelen op een computer.
4
93
KS2_OPM_DUT.book Page 94 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
5
94
De Wi-Fi-functie inschakelen
Deze camera is uitgerust met een ingebouwde Wi-Fi-functie.
Door rechtstreeks verbinding te maken met een communicatieapparaat zoals een smartphone of tablet via draadloos LAN kan de camera worden bediend vanaf het communicatieapparaat en kunnen opnamen worden gedeeld met anderen via sociale netwerken of e-mail.
De Wi-Fi-functie wordt uitgeschakeld als de camera wordt ingeschakeld. Schakel de functie in met een van de volgende methoden.
• Instellen met de menu’s (p.94)
• De zelfportret-ontspanknop indrukken (p.95)
• Een communicatieapparaat aanraken (p.95)
t Memo
• Als de Wi-Fi-functie ingeschakeld is, wordt op het statusscherm en op het Live weergave-scherm het (witte) k -pictogram weergegeven dat de status van de draadloze LAN aangeeft.
Wanneer l (grijs) wordt weergegeven, is met het toegangspunt geen correcte verbinding tot stand gebracht.
• Zelfs nadat de Wi-Fi-functie is ingeschakeld, wordt deze functie weer uitgeschakeld wanneer de camera wordt uitgeschakeld en weer wordt ingeschakeld. De Wi-Fi-functie wordt ook uitgeschakeld wanneer de camera in de stand
C komt.
• Automatische uitschakeling is niet beschikbaar terwijl een Wi-Fiverbinding tot stand is gebracht of wanneer opnamen worden verzonden. De Wi-Fi-functie wordt uitgeschakeld als automatische uitschakeling wordt geactiveerd terwijl een verbinding niet tot stand is gebracht of tijdens standby.
De functie wordt ingeschakeld wanneer de camera terugkeert vanuit automatische uitschakeling.
• De Wi-Fi-functie wordt uitgeschakeld tijdens de USB-verbinding.
u Opgelet
• Probeer de Wi-Fi-functie niet te gebruiken op plaatsen waar het gebruik van draadloze LAN-apparaten aan beperkingen onderhevig of verboden is, zoals in vliegtuigen.
• Houd bij het gebruik van de Wi-Fi-functie rekening met plaatselijke wetten en regels voor radiocommunicatie.
• Er kan radiogolfinterferentie optreden indien gebruik wordt gemaakt van een geheugenkaart met een ingebouwde draadloze LAN-functie (zoals een Eye-Fi-kaart of een
Flucard). Schakel in dat geval de Wi-Fi-functie van de camera uit.
Instellen met de menu’s
D 3
1
Selecteer [Wi-Fi] in het menu D 3 en druk op D .
Het scherm [Wi-Fi] verschijnt.
2
Stel [Actiemodus] in op
[AAN].
Selecteer [UIT] als u de Wi-Fifunctie wilt uitschakelen.
3
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Selecteer bij stap 2 [Communicatie-info] om de SSID, het wachtwoord en het MAC-adres van de draadloze LAN te controleren. Of selecteer [Reset verzendinstell.] als u de instellingen wilt resetten naar de standaardwaarde.
KS2_OPM_DUT.book Page 95 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De zelfportret-ontspanknop indrukken
1
Druk op de zelfportretontspanknop en houd deze ingedrukt.
Er klinkt een pieptoon en [Wi-Fi ingeschakeld] verschijnt op het scherm.
2
Ontspan de zelfportret-ontspanknop.
Als u de Wi-Fi-functie wilt uitschakelen, druk dan opnieuw op de zelfportret-ontspanknop en houd deze vast.
u Opgelet
• Wanneer het lampje van de zelfportret-ontspanknop groen of rood brandt, dan functioneert deze knop als de ontspanknop. Gebruik in dat geval een andere methode om de Wi-Fi-functie in of uit te schakelen.
Een communicatieapparaat aanraken
Wanneer deze camera in contact komt met een communicatieapparaat dat uitgerust is met de NFC-functie,
brengt de camera een Wi-Fi-verbinding tot stand. (p.96)
1
Houd het communicatieapparaat licht tegen het NFC-merkteken op de camera aangedrukt.
Er klinkt een pieptoon en [Wi-Fi ingeschakeld] verschijnt op het scherm.
u Opgelet
• Als u een Wi-Fi-verbinding tot stand wil brengen door een communicatieapparaat tegen de camera te houden, moet de Wi-Fi-functie en de NFC-lees/schrijf-functie van het apparaat eerst ingeschakeld worden. Raadpleeg de handleiding van het communicatieapparaat voor bijzonderheden over de bediening hiervan.
t Memo
• Wanneer de specifieke toepassing “Image Sync” op het communicatieapparaat is geïnstalleerd, wordt de Wi-Fi-functie ingeschakeld en wordt Image Sync
tegelijkertijd gestart via aanraakbediening. (p.99) Wanneer
Image Sync niet geïnstalleerd is, wordt de downloadsite voor de toepassing weergegeven op het communicatieapparaat.
5
95
KS2_OPM_DUT.book Page 96 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
5
96
De camera bedienen met een communicatieapparaat
De volgende functies kunnen worden gebruikt door de camera via W-Fi rechtstreeks aan te sluiten op een communicatieapparaat en gebruik te maken van de specifieke toepassing “Image Sync”.
Opnamen maken op afstand
Opnameweergave
Toont het beeld van de Live weergave van de camera op het communicatieapparaat, en maakt het vervolgens mogelijk om via bediening van het communicatieapparaat de belichtingsinstellingen te regelen en opnamen te maken.
Hiermee geeft u op het communicatieapparaat de opnamen weer die opgeslagen zijn op de geheugenkaart in de camera en kunt u de opnamen importeren naar het communicatieapparaat.
Image Sync ondersteunt iOS en Android. Image Sync kan worden gedownload vanuit de App Store of Google Play Store.
Raadpleeg de downloadsite voor ondersteunde besturingssystemen en andere bijzonderheden.
t Memo
• De schermafbeeldingen van Image Sync die in deze handleiding worden gebruikt, zijn de afbeeldingen die in ontwikkeling waren en kunnen afwijken van wat werkelijk wordt weergegeven. De indeling en elementen van het scherm kunnen ook gewijzigd zijn vanwege oorzaken zoals een versie-upgrade van de toepassing.
• Raadpleeg de bedieningshandleiding van het communicatieapparaat voor bijzonderheden over de bediening hiervan.
De camera en het communicatieapparaat aansluiten
Sluit de camera en het communicatieapparaat aan via Wi-Fi, en start Image Sync die is geïnstalleerd op het communicatieapparaat.
Wanneer een NFC-compatibel apparaat wordt gebruikt
1
Schakel de draadloze LAN (Wi-Fi)-functie en de NFC lezer/schrijver-functie op het communicatieapparaat in.
2
Houd het communicatieapparaat licht tegen het NFC-merkteken op de camera aangedrukt.
Er wordt een Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht tussen de camera en het communicatieapparaat.
Image Sync wordt gestart en de lijst met opnamen verschijnt.
KS2_OPM_DUT.book Page 97 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Wanneer een apparaat wordt gebruikt dat niet compatibel is met NFC
1
Schakel de draadloze LAN (Wi-Fi)-functie in op het communicatieapparaat.
2
Start Image Sync op het communicatieapparaat.
Het scherm [Choose a Network] (Een netwerk kiezen) wordt weergegeven op het communicatieapparaat.
3
Tik op [PENTAX_xxxxxx] in de [Network List]
(Netwerklijst).
Het scherm [Enter Password]
(Wachtwoord invoeren) verschijnt.
4
Voer het wachtwoord in en tik op [Connect] (Verbinding maken).
Er wordt een Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht tussen de camera en het communicatieapparaat.
De lijst met opnamen verschijnt op het Image Sync-scherm.
t Memo
• Raadpleeg [Communicatie-info] bij [Wi-Fi] in het menu D 3
voor het standaardwachtwoord. (p.94)
5
97
KS2_OPM_DUT.book Page 98 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
5
Wanneer een iOS-apparaat wordt gebruikt
1
Schakel de draadloze LAN (Wi-Fi)-functie in op het communicatieapparaat.
Tik op [PENTAX_xxxxxx] in de lijst met gedetecteerde
Wi-Fi-netwerken.
2
Voer het wachtwoord in en tik op [Join] (Verbinding maken).
Er wordt een Wi-Fi-verbinding tot stand gebracht tussen de camera en het communicatieapparaat.
Schermen van “Image Sync”
Tik links of rechts op het scherm om van scherm te wisselen.
Lijst met opnamen van toepassing
Lijst met opnamen van camera
Stand A
3
Start Image Sync op het communicatieapparaat.
Image Sync wordt gestart en de lijst met opnamen verschijnt.
t Memo
• U kunt ook van scherm wisselen door op de knoppen te tikken die worden weergegeven aan de onderzijde van elk scherm.
98
KS2_OPM_DUT.book Page 99 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Opnamen maken met een communicatieapparaat
Het beeld van de Live weergave van de camera en de knoppen voor het maken van opnamen worden weergegeven in het opnamescherm van Image Sync.
1
2
3
4
9
10
5
6
7
11
12
13
14
1
2 Opnamestand
3 Live weergave
4 AF-kader
5 Witbalans, Sluitertijd, Diafragmawaarde,
Belichtingscorrectie, Gevoeligheid
6 Live weergave aan/uit
7 Bedieningsstanden
8 NFC-verbindingsscherm
9 Batterijniveau
10 Miniatuur van de laatst gemaakte opname
(Als deze wordt aangetikt, verschijnt de lijst met opnamen van de camera.)
11 Bestandsindeling, Beeldopslagcapaciteit
12 Transportstand
13 Groene knop
14 Sluiterknop
Opnamen maken
1
Configureer de basisinstellingen op de camera.
2
Controleer het beeld van de Live weergave op het opnamescherm van Image
Sync.
3
Wijzig voor zover nodig met
Image Sync de instellingen.
99
5
KS2_OPM_DUT.book Page 100 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Tik op een item en selecteer een waarde in de lijst.
t Memo
• Er kunnen ook opnamen worden gemaakt door het beeld van de Live weergave aan te tikken. Stel dit in bij [Touch AF]
(Aanraken voor AF) op het scherm [Settings] (Instellingen).
5
100
4
Wanneer de scherpstelstand is ingesteld op v , tik dan in het beeld van de Live weergave op een gebied waar u autofocus wilt uitvoeren.
Autofocus wordt uitgevoerd in het aangetikte gebied.
5
Tik op de ontspanknop.
De gemaakte opname wordt getoond als een miniatuur.
u Opgelet
• Opnamen maken met Image Sync is niet beschikbaar in de volgende situaties.
• Wanneer de transportstand anders is ingesteld dan op [Enkelbeeldopname]
• In de stand C
• Wanneer de camera aangesloten is op een apparaat via een USB- of HDMI-aansluitpunt
• Bij gebruik van de functie Sterrenvolger
• De gemaakte opnamen worden opgeslagen op de geheugenkaart in de camera en op het communicatieapparaat met Image Sync. Er kunnen geen opnamen worden gemaakt als er op de geheugenkaart onvoldoende ruimte is.
Opnamen bekijken
U kunt de opgeslagen opnamen bekijken op zowel de camera als het communicatieapparaat.
1
2
4
5
3
1 Knop voor selectie van meerdere opnamen
2 Albumkeuzeknop (alleen beschikbaar voor de lijst met opnamen van de toepassing)
3 Bedieningsstanden
4
5 NFC-verbindingsscherm
KS2_OPM_DUT.book Page 101 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Tik op de opname als u de full-screenopname en opnamegegevens wilt weergeven.
De beeldsopslaglocatie selecteren
Als u opnamen bekijkt in het display van de lijst met opnamen van de toepassing, kunt u de beeldopslaglocatie (album) selecteren via [Application] (Toepassing) of [Gallery] (Galerij)
(of [Camera Roll] (Filmrol)).
1
Tik op 4 .
Aanraakbediening
Links/rechts aantikken
Twee vingers op scherm uit elkaar of naar elkaar toe bewegen
Geeft de vorige/volgende opname weer.
Vergroot/verkleint de opname.
2
Selecteer het album.
De opnamen in het geselecteerde album worden weergegeven.
5
101
5
KS2_OPM_DUT.book Page 102 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Meerdere opnamen selecteren
1
Tik op 5 .
4
Selecteer de gewenste actie.
2
Tik op de opnamen die u wilt selecteren.
Er verschijnen blauwe vinkjes.
t Memo
• Wanneer u de gewenste opname aanraakt en vasthoudt die wordt weergegeven in het display van de lijst of in het display van de opnamegegevens, dan verschijnt hetzelfde scherm als bij stap 4 en kunt u de actie selecteren die u wilt toepassen.
102
3
Raak een van de geselecteerde opnamen aan en houd deze vast.
KS2_OPM_DUT.book Page 103 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De instellingen wijzigen
1
Tik op 6 .
Het scherm [Settings]
(Instellingen) verschijnt.
De volgende instellingen zijn beschikbaar.
Touch AF
(Aanraken voor AF)
Recorded
Pixels
(Resolutie)
Stelt in of alleen autofocus wordt uitgevoerd of dat opnamen worden gemaakt na autofocus wanneer het beeld van de Live weergave wordt aangeraakt.
Wijzigt de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau.
General
Settings
(Algemene instellingen)
Wijzigt de communicatie-instellingen en de displaytaal.
2
Tik op [General Settings] (Algemene instellingen) als u de communicatie-instellingen en displaytaal wilt wijzigen.
3
Tik op het instellingsitem dat u wilt wijzigen.
5
103
KS2_OPM_DUT.book Page 104 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Communication Settings
(Communicatie-instellingen)
Het wachtwoord en draadloze kanaal kunnen worden gewijzigd.
Language (Taal)
5
Device Information
(Apparaatgegevens)
4
Wijzig de instellingen en tik op 1 .
104
KS2_OPM_DUT.book Page 105 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Camera-instellingen
De functies van de e-knoppen en andere knoppen aanpassen
A 4
De werking van de e-knoppen instellen
U kunt voor elke belichtingsstand de functies instellen voor wanneer aan Q en R wordt gedraaid en M wordt ingedrukt.
1
Selecteer [Instelling e-knoppen] in het menu A 4 en druk op D .
Het scherm [Instelling e-knoppen] wordt getoond.
2
Selecteer een belichtingsfunctie en druk op D .
Het scherm voor de geselecteerde belichtingsstand verschijnt.
3
Druk op D en gebruik AB om de combinatie van functies te selecteren voor wanneer aan Q en R wordt gedraaid en M wordt ingedrukt.
I
J
ISO e
X G
Sluitertijd wijzigen
Diafragma wijzigen
Gevoeligheid wijzigen
Belichtingscorrectie
Terug naar de stand G .
G SHIFT Progr. instellen
G LINE Programmalijn
-Niet beschikbaar
4
Druk op E .
5
Druk op F .
Het scherm [Instelling e-knoppen] verschijnt opnieuw.
Herhaal stappen 2 t/m 5.
6
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Als u bij stap 2 [Rotatierichting] selecteert, kunt u het verkregen effect omkeren door aan Q of R te draaien.
Instellen van de werking van de knop
Stel de functies in voor P , f en de zelfportret-ontspanknop.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in het menu A 4 en druk op D .
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Selecteer het gewenste item en druk op D .
Het scherm verschijnt waarin de functie aan het geselecteerde item kan worden toegewezen.
6
105
KS2_OPM_DUT.book Page 106 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
6
3
Druk op D en gebruik AB om de functies te selecteren die u wilt toewijzen.
De volgende functies kunnen worden toegewezen aan elke knop.
RAW/
Fx-knop
Instelling
1x voor bestandsform.
Bracketing
Optisch voorbeeld
Digitaal voorbeeld
Shake
Reduction
Actief AFgebied
Functie
Wijzigt tijdelijk de bestandsindeling.
Stelt Bracketingopnamen in.
Activeert het optisch voorbeeld om de scherptediepte te controleren met de zoeker.
Activeert het digitaal voorbeeld om de compositie, belichting en scherpstelling op de monitor te controleren.
(Maximale weergavetijd:
60 seconden)
U kunt de voorbeeldopname vergroten of opslaan.
Schakelt de functie
Shake Reduction en
Movie SR in of uit.
Maakt wijziging van het AF-punt mogelijk.
Pagina
–
106
AF/AE-Lknop
AF/AE-Lknop (film)
Instelling
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Functie
Autofocus wordt uitgevoerd als u op f drukt.
Pagina
Er wordt alleen autofocus uitgevoerd wanneer u op f drukt, en niet wanneer u 0 half indrukt.
Als f wordt ingedrukt, wordt de autofocusstand ingesteld op w .
Half indrukken van 0 is niet mogelijk.
Vergrendelt de
Belichtingsgeheugen
Ontspanknop zelfportret
AAN
Functioneert als ontspanknop wanneer het LCDscherm naar het onderwerp is gericht.
UIT
Functioneert altijd als de knop om
Wi-Fi in of uit te schakelen.
4
Druk op E .
5
Druk op F .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
Herhaal stappen 2 t/m 5.
6
Druk tweemaal op F .
KS2_OPM_DUT.book Page 107 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Instelling van 1x voor bestandsformaat
Selecteer voor elke [Bestandsindeling]-instelling de bestandsindeling waarnaar moet worden overgeschakeld wanneer P wordt ingedrukt.
1
Stel [RAW/Fx-knop] in op [1x voor bestandsform.]
bij stap 3 van “Instellen van de werking van de knop”
2
Selecteer Z of Y bij [Stop na 1 opname].
Z
De opname-indeling keert terug naar de oorspronkelijke bestandsindeling nadat de opname is gemaakt.
Y
De instelling blijft behouden totdat een van de volgende bedieningshandelingen wordt uitgevoerd:
• Wanneer u opnieuw drukt op P
• Wanneer u op 3 of F drukt, of wanneer aan de functiekiezer of hoofdschakelaar wordt gedraaid
3
Selecteer de bestandsindeling als er gedrukt wordt op P .
Links staat de
[Bestandsindeling]-instelling; rechts staat de gewijzigde bestandsindeling wanneer P wordt ingedrukt.
De display-instellingen selecteren voor Digitaal voorbeeld
Selecteer de camerawerking en het type informatie dat op de monitor wordt weergegeven wanneer Digitaal voorbeeld wordt opgeroepen door op P te drukken.
1
Stel [RAW/Fx-knop] in op [Digitaal voorbeeld]
bij stap 3 van “Instellen van de werking van de knop” (p.105).
2
Druk op B en selecteer Y of Z voor elk display-item.
6
107
KS2_OPM_DUT.book Page 108 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
6
Veelgebruikte instellingen opslaan
A 4
De camera-instellingen kunnen worden opgeslagen onder O en P van de functiekiezer en kunnen herhaaldelijk worden gebruikt.
De volgende instellingen kunnen worden opgeslagen.
Belichtingsfunctie (
I / J
AF-punt
/ K
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Flitsinstelling
/ L / M
G
)
/ H / Transportstand
Witbalans
Menu-instellingen A 1-4
(met uitzonderingen)
Instellingen menu E 1-4
De instellingen opslaan
1
Stel de belichtingsstand en alle instellingen in die moeten worden opgeslagen.
2
Selecteer [USER-stand opslaan] in het menu A 4 en druk op D .
Het scherm [USER-stand opslaan] verschijnt.
3
Selecteer [Instellingen opslaan] en druk op D .
Het scherm [Instellingen opslaan] verschijnt.
108
4
Selecteer [USER1] of [USER2] en druk op D .
5
Selecteer [Opslaan] en druk op E .
Het scherm van stap 3 verschijnt opnieuw.
u Opgelet
• [USER-stand opslaan] kan niet worden geselecteerd wanneer de functiekiezer op R , S of Y staat.
t Memo
• De instellingen die zijn opgeslagen als de USER-stand, kunnen op het scherm worden getoond als u bij stap 3
[Opgesl. instellingen control.] selecteert.
• Om de instellingen terug te zetten naar de standaardwaarden, selecteert u [USER-stand resetten] bij stap 3.
Een instelnaam wijzigen
U kunt de naam wijzigen van de USER-stand waaronder u de instellingen hebt opgeslagen.
1
Selecteer [USER-st. hernoemen] bij stap 3 van
“De instellingen opslaan” (p.108) en druk op
D .
Het scherm [USER-st. hernoemen] verschijnt.
2
Selecteer [USER1] of [USER2] en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
3
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal
18 alfanumerieke single-byte tekens en karakters worden ingevoerd.
Cursor voor tekstselectie
A C
S T
..
,,
A B C
LM NO R
< >
%
‘‘ ““
{{ }}
-- _ :: ;;
1 teken wissen
Annul.
Cursor voor tekstinvoer
KS2_OPM_DUT.book Page 109 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Beschikbare bewerkingen
ABCD Verplaatst de tekstselectiecursor.
R
J
E
Verplaatst de tekstinvoercursor.
Wisselt tussen hoofdletters en kleine letters.
Voert op de positie van de tekstinvoercursor een karakter in dat is geselecteerd met de tekstselectiecursor.
L Wist een karakter op de positie van de tekstinvoercursor.
4
Na het invoeren van de tekst verplaatst u de tekstselectiecursor naar [Volt.], en drukt u op E .
Het scherm [USER-st. hernoemen] verschijnt weer.
Gebruik van de opgeslagen USER-stand
1
Stel de functiekiezer in op O of P .
De USER-stand-aanwijzing wordt gedurende circa 3 seconden weergegeven.
Gebruik AB om de opgeslagen instellingen te controleren.
FF
250
5.6
2
Wijzig de instellingen waar nodig.
De belichtingsstand kan worden gewijzigd bij [Belichtingsfunctie] in het menu A 1.
1 t Memo
• De instellingen die zijn gewijzigd bij stap 2 worden niet opgeslagen als de instellingen van de USER-stand. De camera keert bij uitschakeling terug naar de instellingen die oorspronkelijk waren opgeslagen. Als u de oorspronkelijke instellingen wilt wijzigen, slaat u de instellingen van de USER-stand opnieuw op.
6
109
KS2_OPM_DUT.book Page 110 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
6
De lokale datum en tijd van de opgegeven stad weergeven
D 1
De datum en tijd die zijn ingesteld bij de basisinstellingen
(“Basisinstellingen” (p.37)) dienen als datum en tijd voor
uw huidige locatie, en vormen de opnamedatum/tijd van uw opnamen.
Als u de bestemmingstijd instelt op een locatie die verschilt van uw huidige locatie, dan kunt u de lokale datum en tijd op de monitor weergeven als u in het buitenland bent en ook opnamen opslaan met het tijdstempel van de lokale datum en tijd.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu D 1.
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
2
Selecteer de tijd die u wilt weergeven bij [Tijdinstelling].
Selecteer F (Thuistijd) of G
(Bestemmingstijd).
3
Selecteer [ G Bestemmingstijd] en druk op D .
Het scherm [ G Bestemmingstijd] wordt weergegeven.
4
Gebruik CD om een stad te selecteren.
Gebruik R om de regio te wijzigen.
110
5
Selecteer [Zomertijd] (zomertijd), en gebruik CD om Y of Z te selecteren.
6
Druk op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
7
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Zie “Lijst met steden voor Wereldtijd” (p.134) voor steden die als
thuistijd of bestemmingstijd kunnen worden geselecteerd.
• Selecteer [ F Thuistijd] bij stap 3 om voor de thuistijd de instelling van de stad en zomertijd te wijzigen.
• G verschijnt in het bedieningspaneel wanneer [Tijdinstelling] is ingesteld op G .
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera
A 4
De meeste functies die op deze camera worden ingesteld, blijven ook opgeslagen nadat de camera wordt uitgezet.
Voor de volgende functie-instellingen kunt u selecteren of de instellingen moeten worden opgeslagen ( Z ) of moeten worden teruggezet naar de standaardwaarde ( Y ) wanneer de camera wordt uitgezet.
Stel dit in bij [Geheugen] in het menu A 4.
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Aangepaste opname
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Flitsbelichtingscompensatie
Digitaal filter
HDR-opname
Verbetering helderheid
Display opname-info
Display weergave-info t Memo
• Wanneer u [Reset] van het menu D 3 uitvoert, worden alle geheugeninstellingen teruggezet naar de standaardwaarde.
KS2_OPM_DUT.book Page 111 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Instellingen voor bestandsbeheer
Beveiliging van opnamen tegen wissen
(Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen zodat deze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
u Opgelet
• Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de geplaatste geheugenkaart wordt geformatteerd.
1
Selecteer f in het weergavepalet.
Het scherm verschijnt waarin de eenheid voor verwerking kan worden geselecteerd.
2
Selecteer [Selec. opname(n)] of [Een map select.] en druk op E .
3
Selecteer de opname(n) of map die u wilt beveiligen.
Zie stap 2 van “Geselecteerde opnamen wissen” (p.82)
voor informatie over hoe opnamen worden geselecteerd.
Ga verder naar stap 5 als [Een map select.] is geselecteerd.
4
Druk op G .
Het bevestigingsscherm verschijnt.
5
Selecteer [Beveiligen] en druk op E .
t Memo
• Selecteer [Alle beelden beveiligen] in het menu B 1 als u alle opnamen op de geheugenkaart wilt beveiligen.
De map/bestandsinstellingen selecteren
D 2
Mapnaam
Wanneer er opnamen worden gemaakt met deze camera, wordt er automatisch een map aangemaakt en worden de opnamen opgeslagen in deze nieuwe map. Elke mapnaam bestaat uit een volgnummer van 100 t/m 999 en een reeks van 5 karakters.
De mapnaam kan worden gewijzigd.
1
Selecteer [Mapnaam] in het menu D 2 en druk op D .
Het scherm [Mapnaam] verschijnt.
2
Selecteer een mapnaam en druk op E .
6
Dat,
PENTX
De twee cijfers van de maand en de dag waarop de opname werd gemaakt, worden toegewezen na het mapnummer.
De maand en dag worden weergegeven op basis van de datumnotatie die is ingesteld bij [Datum instellen]
Voorbeeld: 101_0125: voor opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
De reeks karakters “PENTX” wordt toegewezen na het mapnummer.
De reeks karakters kan willekeurig worden gewijzigd.
Voorbeeld) 101PENTX
Ga verder naar Stap 6 als u [Dat,] hebt geselecteerd of de karakterreeks “PENTX” niet hoeft te wijzigen.
111
KS2_OPM_DUT.book Page 112 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
3
Druk op B , en druk vervolgens op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Wijzig de tekst.
Voer 5 alfanumerieke tekens van een enkele byte in.
Cursor voor tekstselectie
A B C D E F G H I J K L M
N O P Q R S T U V W X Y Z
0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 _
PP EE NN TT XX
6
Cursor voor tekstinvoer
Beschikbare bewerkingen
ABCD Verplaatst de tekstselectiecursor.
R Verplaatst de tekstinvoercursor.
E Voert op de positie van de tekstinvoercursor een karakter in dat is geselecteerd met de tekstselectiecursor.
M Stelt de ingevoerde tekst terug naar
“PENTX”.
5
Na het invoeren van de tekst verplaatst u de tekstselectiecursor naar [Volt.], en drukt u op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
6
Druk tweemaal op F .
112 t Memo
• Er wordt een map met een nieuw nummer aangemaakt wanneer de mapnaam wordt gewijzigd.
• Er kunnen maximaal 500 opnamen worden opgeslagen in één enkele map. Wanneer het aantal gemaakte opnamen hoger wordt dan 500, wordt een nieuwe map aangemaakt met een nummer dat volgt op het nummer van de map die momenteel wordt gebruikt. Bij opnamen met Bracketing worden opnamen opgeslagen in dezelfde map totdat alle opnamen zijn gemaakt.
u Opgelet
• Het maximale mapnummer is 999. Nadat u dit aantal van
999 hebt bereikt, kunt u geen nieuwe opnamen maken als u probeert de mapnaam te wijzigen of probeert een nieuwe map aan te maken, of als de bestandsnaam het nummer
9999 heeft bereikt.
Nieuwe map maken
Wanneer [Nieuwe map maken] is geselecteerd in het menu
D 2, dan wordt een map aangemaakt met een nieuw nummer wanneer de volgende opname wordt opgeslagen.
u Opgelet
• U kunt niet achtereenvolgens meerdere mappen aanmaken.
t Memo
• Er wordt automatisch een nieuwe map aangemaakt in de volgende gevallen.
• Wanneer de transportstand is ingesteld op
• Wanneer de transportstand is ingesteld op [Intervalcompositie]
en [Proces opslaan] is ingesteld op [Aan] (p.68)
• Wanneer [Meerdere opnamen selecteren] of [Een map
select.] is geselecteerd voor [RAW-ontwikkeling] (p.92)
KS2_OPM_DUT.book Page 113 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Bestandsnaam
Een van de volgende karakterreeksen wordt gebruikt als het voorvoegsel van de bestandsnaam, afhankelijk van de instelling bij [23 Kleurruimte] in het menu E 4.
Kleurruimte sRGB
AdobeRGB
Bestandsnaam
IMGPxxxx.JPG
_IMGxxxx.JPG
De eerste vier karakters kunnen worden gewijzigd in een reeks karakters van uw keuze.
1
Selecteer [Bestandsnaam] in het menu D 2 en druk op D .
Het scherm [Bestandsnaam] wordt weergegeven.
2
Selecteer A of C en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
II M P
_ II M G
I M P
.
.
JPG
JPG
.
MOV
3
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal 4 alfanumerieke single-byte tekens worden ingevoerd.
Kijk bij Stappen 4 en 5 van “Mapnaam” (p.111)
voor informatie over het invoeren van tekst.
4
Druk tweemaal op F .
t Memo
• Wanneer [Kleurruimte] is ingesteld op [AdobeRGB], dan is “_” het voorvoegsel voor de bestandsnaam en vormen de eerste drie karakters van de ingevoerde reeks karakters de bestandsnaam.
• Voor video’s is “IMGPxxxx.MOV” of de ingevoerde reeks karakters de bestandsnaam, ongeacht de instelling bij [Kleurruimte].
Bestandsnummer
Elke bestandsnaam bestaat uit een reeks van 4 karakters en een volgnummer van 0001 t/m 9999.
Zelfs als een nieuwe map wordt aangemaakt bij [Opeenvolg. nummering] van [Bestandsnummer] in het menu D 2, kunt u instellen of u voor de bestandsnaam door wilt gaan met de volgnummering.
Z
Y
Ook als er een nieuwe map wordt aangemaakt, wordt doorgegaan met de volgnummering voor de bestandsnaam.
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds het nummer 0001.
Selecteer [Herstel bestandsnr.] om het bestandsnummer terug te zetten naar de standaardwaarde.
t Memo
• Wanneer het bestandsnummer het nummer 9999 bereikt, wordt een nieuwe map aangemaakt en wordt het bestandsnummer teruggezet.
6
113
KS2_OPM_DUT.book Page 114 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De Copyright-informatie instellen
Stelt in of informatie over de fotograaf en copyright wordt ingesloten in de Exif-gegevens.
1
Selecteer [Copyrightinformatie] in het menu D 2 en druk op D .
Het scherm [Copyrightinformatie] wordt weergegeven.
2
Gebruik CD om [Copyrightgeg. insluiten] in te stellen.
D 2
4
Wijzig de tekst.
Er kunnen maximaal 32 alfanumerieke single-byte tekens en symbolen worden ingevoerd.
Cursor voor tekstselectie
S T U
..
,,
+
A C
LM NO
VW X Y
< > @
$% ‘‘ ““ {{ }}
-- _ :: ;;
6 Y
Copyrightgegevens worden niet ingesloten in de Exif-gegevens.
Z
Copyrightgegevens worden ingesloten in de Exif-gegevens.
3
Selecteer [Fotograaf] of [Copyrighthouder], en druk op D .
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
Cursor voor tekstinvoer
Beschikbare bewerkingen
ABCD Verplaatst de tekstselectiecursor.
R
J
Verplaatst de tekstinvoercursor.
Wisselt tussen hoofdletters en kleine letters.
E Voert op de positie van de tekstinvoercursor een karakter in dat is geselecteerd met de tekstselectiecursor.
L Wist een karakter op de positie van de tekstinvoercursor.
5
Na het invoeren van de tekst verplaatst u de tekstselectiecursor naar [Volt.], en drukt u op E .
Het scherm van Stap 2 verschijnt opnieuw.
6
Druk tweemaal op F .
t Memo
• De Exif-informatie kan gecontroleerd worden met behulp van de geleverde software “Digital Camera Utility 5”.
114
KS2_OPM_DUT.book Page 115 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Beperkingen voor elke opnamestand
Opnamestand
Functie
Gevoeligheid
Flitser
Continuopname
Zelfontspanner
Afstandsbediening
Bracketing
Dubbelopnamen
Intervalopname
Intervalcompositie
Intervalvideo opnemen
Sterrenspoor
Scherpstellingsmethode
Bestandsindeling
RAW/RAW+
R
×
× z e
b cd im q eo
Z
×
× x
×
×
×
×
×
×
×
×
×
×
f
S gh js tv k l p
×
×
×
×
×
Z
×
× x e
×
×
×
×
×
×
×
×
× x
×
×
×
×
×
×
×
× y e
#: Beperkt × : Niet beschikbaar u
×
×
×
× y
Y M
× ×
× × ×
×
Q
×
×
C
× ×
× ×
× × ×
× ×
× ×
×
× × ×
7
115
KS2_OPM_DUT.book Page 116 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Opnamestand S
Functie
R b cd im q eo f gh js tv k l p u
Shake Reduction Aan
Witbalans
g
g
g
g
g
Aangepaste opname
Digitaal filter
HDR-opname
×
×
×
×
×
×
×
×
#
AA-filtersimulator #
×
RAW-data opslaan ×
*1 [ISO AUTO] is niet beschikbaar.
*2 Kan alleen worden ingesteld tussen ISO 100 en ISO 3200 wanneer de opnamestand is ingesteld op o .
*3 Vast ingesteld op; de instelling kan niet worden gewijzigd.
*4 Beperkt tot; beschikbare instellingen zijn beperkt.
*5 Vast ingesteld op een specifieke instelling; de instelling kan niet worden gewijzigd.
*6 Er worden specifieke instellingen gebruikt.
*7 Alleen beschikbaar wanneer de transportstand is ingesteld op [Intervalvideo opnemen].
*8 [Bracketing] is niet beschikbaar.
×
Y M
×
×
C
×
×
×
×
×
116
KS2_OPM_DUT.book Page 117 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Beperkingen voor de combinaties van speciale functies
Verbetering helderheid
#: Beperkt × : Niet beschikbaar
Objectiefcorrectie AA-filtersimulator Digitaal filter HDR-opname
Flitser
Continuopname
Bracketing
Dubbelopnamen
Intervalopname
×
Intervalcompositie × ×
Intervalvideo opnemen
#
Sterrenspoor × ×
Bestandsindeling
RAW/RAW+
×
Digitaal filter
HDR-opname ×
*1 Er geldt een beperking voor de minimumwaarde voor [Interval].
*2 [Bracketing] is niet beschikbaar.
×
×
×
#
×
×
×
#
×
#
×
×
×
×
×
×
#
#
#
#
#
×
×
×
7
117
KS2_OPM_DUT.book Page 118 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Functies beschikbaar met diverse objectieven
Alle opnamestanden zijn beschikbaar bij gebruik van een DA-,
DA L- of FA J-objectief, of als een objectief met een 9 -positie wordt gebruikt met de diafragmaring ingesteld in de 9 -positie.
Als gebruik wordt gemaakt van andere objectieven dan boven beschreven of van een objectief met een 9 -positie die in een andere positie staat dan 9 , dan gelden de volgende beperkingen.
x : Beschikbaar #: Beperkt
Lens
[Vattingtype]
DA
DA L
D FA
FA J
×
: Niet beschikbaar
A M
P
Functie
[K
AF
]
[K AF2 ]
[K
AF3
]
[K
AF
]
[K AF2 ]
[K
AF
] [K
A
] [K]
Autofocus
(Alleen objectief)
(Met AF-adapter 1,7×)
x
– x
– x
–
–
#
–
#
Handmatige scherpstelling
(Met mat veld) x x x x x
Quick-Shift focus
x
× × × × x x
× Scherpstelpunt selectiestand
[Auto]
Automatische Lichtmeting
[Meervlaks]
Stand G / H / I / J / K
Stand L
Automatisch P-DDLflitsen
x x x x x x x x x x x x x x x x
×
#
×
Lens
[Vattingtype]
DA
DA L
D FA
[K
AF
]
[K AF2 ]
[K
AF3
]
FA J
FA *6
[K
AF
]
[K AF2 ]
F *6 A
[K
AF
] [K
A
]
M
P
[K]
Functie
Automatisch verkrijgen van informatie over de brandpuntsafstand van het objectief x x x × ×
Objectiefcorrectie
×
× × ×
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van F2,8 of sneller.
Alleen beschikbaar bij de stand 9 .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van F5,6 of sneller.
*3 Alleen beschikbaar bij gebruik van de ingebouwde flitser, AF540FGZ,
AF540FGZ II, AF360FGZ, AF360FGZ II, AF200FG of AF160FC.
*4 Alleen beschikbaar bij compatibele objectieven.
*5 De functie voor vervormingscorrectie wordt uitgeschakeld bij gebruik van een DA visoog van 10-17 mm objectief.
*6 Als u een FA SOFT 28 mm F2,8 objectief, FA SOFT 85 mm F2,8 objectief of F SOFT 85 mm F2,8 objectief gebruikt, stel [28
Diafragmaring gebruiken] dan in op [Activeren] in het menu E 4.
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het diafragma.
*7 Alleen beschikbaar met de volgende objectieven: FA 31 mm F1,8
Limited, FA 43 mm F1,9 Limited of FA 77 mm F1,8 Limited.
*8 Vast ingesteld op [Spot].
*9 J met het diafragma breed open. (De diafragmaring heeft geen effect op de eigenlijke diafragmawaarde.)
118
KS2_OPM_DUT.book Page 119 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM u Opgelet
• Wanneer de diafragmaring in een andere positie staat dan 9 of wanneer gebruik wordt gemaakt van een objectief zonder een 9 -positie of accessoires zoals een auto-tussenringenset of autobalg, dan werkt de camera niet, behalve wanneer [28
Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Activeren] in het menu E
4. Raadpleeg “De diafragmaring gebruiken” (p.120)
voor meer informatie.
• Als een intrekbaar objectief bevestigd is en dit niet uitgeschoven is, kunt u geen opnamen maken en sommige functies niet gebruiken. De camera stopt als het objectief tijdens het maken van opnamen wordt ingetrokken.
Namen van objectieven en vattingen
DA-objectieven met een motor en FA- zoomobjectieven met powerzoom maken gebruik van de K
AF2
-vatting. (Van deze objectieven maken de objectieven zonder AF-koppeling gebruik van de K
AF3
-vatting.)
FA-objectieven met één enkele brandpuntsafstand
(objectieven zonder zoom), DA- of DA L-objectieven zonder motor en D FA-, FA J- en F-objectieven zijn uitgerust met de K
AF
-vatting. (De powerzoomfunctie is niet compatibel met deze camera.)
Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen van de betreffende objectieven voor bijzonderheden.
Compatibiliteit met de ingebouwde flitser
Afhankelijk van het gebruikte objectief kan het gebruik van de ingebouwde flitser aan beperkingen onderhevig zijn.
Lens
Beperkingen wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt.
DA FISH-EYE 10-17 mm
F3,5-4,5 ED [IF]/
DA 12-24 mm F4 ED AL/
DA 14 mm F2,8 ED (IF)/
DA 15 mm F4 ED AL/
FA k
300 mm F2,8 ED [IF]/
DA
FA k k
FA k
560 mm F5,6 ED AW/
600 mm F4 ED [IF]/
250-600 mm F5,6 ED [IF]
De ingebouwde flitser is niet beschikbaar vanwege vignettering.
F FISH-EYE 17-28 mm
F3,5-4,5
DA 16-45 mm F4 ED AL
DA k 16-50 mm F2,8 ED AL
(IF) SDM
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm.
Vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm, of als de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand 1 m of kleiner is.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 20 mm of minder is, of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand kleiner is dan 1,5 m.
7
119
KS2_OPM_DUT.book Page 120 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
DA 16-85 mm F3,5-5,6 ED
DC WR
DA 17-70 mm F4 AL [IF]
SDM
DA 18-250 mm F3,5-6,3 ED
AL (IF)
DA 18-270 mm F3,5-6,3 ED
SDM
FA k
Lens
28-70 mm F2,8 AL
FA SOFT 28 mm F2,8/
FA SOFT 85 mm F2,8
Beperkingen wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 24 mm of minder is en de opnameafstand 0,8 m of minder is.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm, of als de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand 1 m of kleiner is.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 35 mm.
Er kan vignettering optreden als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm.
Er kan vignettering kan optreden als de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand kleiner dan
1 meter is.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De diafragmaring gebruiken
E 4
De sluiter kan ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het D FA-, FA-, F- of A-objectief niet op de positie 9 staat of wanneer er een objectief zonder positie 9 aangesloten is.
Selecteer [Activeren] bij [28
Diafragmaring gebruiken] in het menu E 4.
De volgende beperkingen zijn afhankelijk van het gebruikte objectief van toepassing.
Lens
D FA, FA, F, A, M (alleen objectief of met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Beperking
Het diafragma blijft open.
De sluitersnelheid wijzigt in relatie met het open diafragma maar een afwijking van de belichting is mogelijk.
D FA, FA, F, A, M, S (met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragmaobjectief zoals een reflexobjectief
(alleen objectieven)
Er kunnen opnamen worden gemaakt met een ingestelde diafragmawaarde maar een afwijking in de belichting is mogelijk.
FA SOFT 28 mm/
FA SOFT 85 mm/
F SOFT 85 mm (alleen objectief)
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met een ingestelde diafragmawaarde.
120
KS2_OPM_DUT.book Page 121 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM t Memo
• Als de diafragmaring op een andere positie dan 9 wordt ingesteld, wordt de stand J geactiveerd, ongeacht de instelling van de functiekiezer, behalve wanneer de stand L of M is geselecteerd.
• [F--] verschijnt voor de diafragma-indicator in het statusscherm, het Live Weergave-scherm en de zoeker.
Hoe de juiste belichting wordt bereikt als de diafragmaring niet ingesteld is op 9
De juiste belichting kan worden bereikt door de volgende procedures wanneer de diafragmaring niet ingesteld is op 9 .
1 Zet de functiekiezer op L .
2 Stel de diafragmaring in op het gewenste diafragma.
3 Druk op M .
De juiste sluitertijd wordt ingesteld.
4 Stel de ISO-gevoeligheid in als de juiste belichting niet kan worden bereikt.
De brandpuntsafstand instellen
A 3
De functie Shake Reduction treedt in werking via de verkregen informatie over het objectief zoals de brandpuntsafstand. Stel de brandpuntsafstand in bij gebruik van een objectief waarvoor informatie over de brandpuntsafstand niet automatisch kan worden verkregen.
1
Stel [28 Diafragmaring gebruiken] in op [Activeren] in het menu E 4.
2
Zet de camera uit.
3
Bevestig een objectief aan de camera en zet de camera aan.
Het scherm [Inv brandp afstand] verschijnt.
4
Gebruik AB om de brandpuntsafstand in te stellen.
35 mm
Druk op C voor het in de lijst selecteren van een waarde.
Als u een zoomobjectief gebruikt, selecteer dan de feitelijke brandpuntsafstand die moet worden gebruikt voor het maken van opnamen.
5
Druk op E .
De camera keert terug naar de standby-stand.
t Memo
• De instelling van de brandpuntsafstand kan worden gewijzigd bij [Inv brandp afstand] in het menu A 3.
7
121
KS2_OPM_DUT.book Page 122 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
122
Functies bij gebruik van een externe flitser
Gebruik van de volgende externe flitsers (optioneel) maakt diverse flitsstanden mogelijk, zoals de automatische flitsstand
P-DDL.
x : Beschikbaar #: Beperkt
×
: Niet beschikbaar
Compatibele flitser
Camerafunctie
Ingebouwde flitser
AF540FGZ
AF540FGZ II
AF360FGZ
AF360FGZ II
AF200FG
AF160FC
Flitsen met anti rode ogen x x x
Auto ontladen flitser x x x
Automatisch overgaan op de flitssynchronisatie-snelheid
Automatische instelling van de diafragmawaarde in de stand G of I
Automatisch P-DDLflitsen
Flitsen met langesluitertijdsynchronisatie
Flitsbelichtingscompensatie
AF-hulplicht van de externe flitser
Flitsen met 2e sluitergordijn-
Flitssynchronisatie met contrastregeling x x x
x x
× x
#
x x x
x x x
x x x x x
x x
×
×
Slave-flitser × x ×
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie
× x ×
*1 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-,
FA-, F- of A-objectief.
*2 Het AF-hulplicht is niet beschikbaar met de AF540FGZ of AF360FGZ.
*3 Sluitertijd van 1/90 seconden of langer.
*4 Bij combinatie met de AF540FGZ, AF540FGZ II, AF360FGZ, of
AF360FGZ II kan 1/3 van het flitslicht worden geproduceerd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*5 Alleen beschikbaar in combinatie met de flitsers AF540FGZ,
AF540FGZ II, AF360FGZ, of AF360FGZ II.
u Opgelet
• Druk nooit op de knop 1 op de camera wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, sluit beide flitsers dan op elkaar aan met een verlengkabel.
• U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit
(het middelste contact van de flitsschoen is de minpool) omdat de camera en/of flitser anders beschadigd kunnen raken.
• Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Combinaties met flitsers van andere fabrikanten kan tot fouten in de apparatuur leiden.
t Memo
• Met de AF540FGZ, AF540FGZ II, AF360FGZ, of AF360FGZ II kunt u de flitser met korte-sluitertijdsynchronisatie gebruiken om een flitser te activeren als u een opname maakt met een snellere sluitersnelheid dan 1/180 seconden. Stel de opnamestand in op I , K of L .
KS2_OPM_DUT.book Page 123 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
De GPS-unit gebruiken
Behalve dat GPS-informatie wordt opgeslagen in de opnamegegevens van de opname, zijn de volgende functies beschikbaar wanneer de optionele GPS-unit O-GPS1 op deze camera aangesloten is.
Elektronisch kompas
Sterrenvolger
GPS-tijdsync.
Toont de huidige geografische breedte, lengte, hoogte, richting, Coordinated
Universal Time
(UTC), opnamestand en belichtingswaarde.
N 36°45.410'
W140°02.000'
89m
0°
Traceert en maakt opnamen van hemellichamen.
Hemellichten kunnen vastgelegd worden als afzonderlijke punten, zelfs bij het maken van opnamen met een lange belichtingsinstelling, door de beweging van het in de camera ingebouwde Shake Reduction toestel te vergelijken met de beweging van de
Past de camera-instellingen voor de datum en tijd automatisch aan met behulp van de verkregen informatie van GPS-satellieten.
t Memo
• Zie de handleiding van het GPS-apparaat voor meer informatie over hoe u het GPS-apparaat aansluit en informatie over de functies.
• Kijk, voor het weergeven van [Elektronisch kompas],
in “Display van opname-informatie” (p.14).
u Opgelet
• “Eenvoudige Navigatie” kan niet met deze camera gebruikt worden.
Opnamen maken van hemellichamen
(STERRENVOLGER)
1
Zet de functiekiezer op M .
2
Selecteer [GPS] in A 2 menu en druk op D .
Het scherm [GPS] verschijnt.
3
Selecteer [Sterrenvolger] en druk op D .
Het [Sterrenvolger] scherm wordt weergegeven.
4
Instellen van [Actie in Bmodus] op a en druk op E .
A 2
5
Voor het instellen van de gewenste belichtingstijd stelt u eerst [Getimede belichting] in op [ON].
U kunt de belichtingstijd instellen tussen 0'10" en 5'00" bij [Belichtingstijd].
6
Druk drie keer op F .
De camera keert terug naar de standby-stand.
7
Druk 0 volledig in.
Er wordt gestart met de opname.
8
Druk 0 opnieuw volledig in.
Het maken van opnamen stopt.
Als [Getimede belichting] geactiveerd is, stopt het maken van opnamen automatisch nadat de ingestelde tijd verstreken is.
7
123
KS2_OPM_DUT.book Page 124 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Problemen oplossen
t Memo
• In zeldzame gevallen kan het voorkomen dat de camera niet werkt vanwege oorzaken zoals statische elektriciteit, etc.
Dit kunt u oplossen door de batterij te verwijderen en opnieuw te plaatsen. Er is geen reparatie nodig als de camera hierna weer correct werkt.
Probleem
De camera kan niet worden ingeschakeld.
De sluiter kan niet worden ontspannen.
Oorzaak
De batterij is niet op de juiste wijze geplaatst.
De batterij is bijna leeg.
De ingebouwde flitser wordt opgeladen.
Er is geen vrije ruimte op de geheugenkaart.
Gegevens worden verwerkt.
De diafragmaring van het objectief is op een andere positie ingesteld dan 9 .
Oplossing
Controleer of de batterij in de juiste richting is geplaatst.
Laad de batterij op.
Wacht tot het opladen gereed is.
Plaats een geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of verwijder overbodige opnamen.
Wacht totdat de verwerking is voltooid.
Zet de diafragmaring van het objectief in de stand 9 of selecteer [Activeren] bij [28
Diafragmaring gebruiken] in het menu E
Probleem
De autofocus werkt niet.
De scherpstelling kan niet worden vergrendeld.
De ingebouwde flitser gaat niet af.
Oorzaak
Er kan moeilijk worden scherp gesteld op het onderwerp.
Het onderwerp is te dichtbij.
Oplossing v werkt niet goed bij objecten met een laag contrast (de hemel, witte muren, etc.), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, snel bewegende objecten of landschapsopnamen via een venster of een netachtig patroon.
Vergrendel de scherpstelling op een ander object dat zich op dezelfde afstand als uw onderwerp bevindt, richt dan op het doel en maak een opname.
Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van w .
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
AF-stand van Live
Weergave is ingesteld op f .
Stel [Contrast-AF] in op g , h of i
e ,
De flitsinstelling is ingesteld op A of
B .
Wanneer de flitser is ingesteld op A of B , gaat de flitser niet af als het onderwerp helder is.
Wijzig de flitsinstelling. (p.55)
De camera wordt niet herkend als deze aangesloten is op een computer.
De USBaansluitingsstand is ingesteld op
[PTP].
Stel [USB-aansluiting] in op
[MSC] in het menu D 2.
124
KS2_OPM_DUT.book Page 125 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Probleem
Op opnamen verschijnen stof- of vuildeeltjes.
Oorzaak
De CMOS-sensor is vuil of stoffig.
Oplossing
Activeer [Sensor stofvrij maken] in het menu D 4. De stofverwijderingsfunctie kan worden geactiveerd telkens wanneer de camera wordt aangezet en uitgezet.
aanhoudt.
Er zijn zichtbare defecten in een gemaakte opname, of er zijn gedeelten op de monitor die niet branden of die blijven branden.
In de CMOSsensor zijn er defecte pixels.
Activeer [Pixeluitlijning] in het menu D 4.
Het duurt circa 30 seconden om de defecte pixels te corrigeren.
Zorg er daarom voor dat u een batterij gebruikt die volledig opgeladen is.
Sensor reinigen
D 4
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter als u de CMOSsensor reinigt met een blaaskwastje.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu D 4 en druk op D .
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
4
Selecteer [Spiegel omhoog] en druk op E .
De spiegel gaat omhoog en het E -lampje knippert langzaam.
5
Reinig de CMOS-sensor met een blaasbalgje.
6
Zet de camera uit.
De spiegel keert automatisch terug naar de oorspronkelijke stand.
7
125
KS2_OPM_DUT.book Page 126 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7 u Opgelet
• Gebruik nooit een spuitbus of blaasbalgje met een borstel.
Deze kunnen de CMOS-sensor beschadigen. Veeg de
CMOS-sensor ook niet schoon met een doek.
• Steek het uiteinde van het blaasbalgje niet in het vattinggebied van het objectief. De sluiter, CMOS-sensor en de spiegel kunnen beschadigd raken als de stroom wordt ingeschakeld tijdens reiniging. Houd de camera met het objectief naar beneden gericht als u de sensor reinigt, zodat stof uit de richting van het objectief valt wanneer het blaasbalgje wordt gebruikt.
• Wanneer het batterijniveau laag is, dan wordt het bericht
[Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de monitor getoond. Plaats een volledig opgeladen batterij.
Er is een waarschuwingsgeluid te horen als het vermogen van de batterij tijdens het reinigen laag wordt. Stop in dit geval het reinigen onmiddellijk.
t Memo
• Neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum voor professionele reiniging van de CMOS-sensor aangezien dit een precisie-onderdeel betreft.
• U kunt de optionele sensorschoonmaakset O-ICK1 gebruiken om de CMOS-sensor te reinigen.
Foutberichten
Foutberichten
Geheugenkaart vol
Geen beeld
Deze opname kan niet worden weergegeven
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een computer.
Geen geheugenkaart in camera
Er is geen geheugenkaart in de camera geplaatst.
Geheugenkaartfout
Geheugenkaart is niet geformatteerd
Geheugenkaart beveiligd
Deze opname kan niet worden vergroot
Beschrijving
De geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe geheugenkaart of verwijder nietbenodigde opnamen.
Er zijn op de geheugenkaart geen opnamen aanwezig die kunnen worden weergegeven.
De geheugenkaart vertoont een probleem, en er kunnen geen opnamen worden gemaakt of weergegeven. Mogelijk kunt u opnamen wel weergeven op een computer.
De door u gebruikte geheugenkaart is niet geformatteerd of is eerder op een ander apparaat gebruikt en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de kaart met deze camera voordat u de kaart in gebruik neemt.
De schrijfbeveiliging op de geheugenkaart
U probeert een opname te vergroten die niet kan worden vergroot.
Deze opname is beveiligd
U probeert een beveiligde opname te wissen.
Maak eerst de beveiliging van de opname
126
KS2_OPM_DUT.book Page 127 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Foutberichten Beschrijving
Onvoldoende batterijvermogen voor het activeren van pixeluitlijning
Onvoldoende batterijvermogen om
Sensor te reinigen
Onvoldoende batterijvermogen om de firmware bij te werken
Deze berichten verschijnen als u pixeluitlijning of sensorreiniging probeert uit te voeren, of als u een update van de firmware uitvoert terwijl het batterijniveau niet toereikend is. Plaats een volledig opgeladen batterij.
Firmw. bijwerken onmogelijk. Probleem met het bestand voor het bijwerken van de firmware
Firmware bijwerken niet mogelijk.
Het updatebestand is beschadigd.
Download het updatebestand opnieuw.
Beeldmap kon niet gemaakt worden
Het hoogste mapnummer (999) wordt gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer de kaart.
Kan de opname niet opslaan
De bewerking is niet op correcte wijze voltooid
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de geheugenkaart.
De camera kon de handmatige witbalans niet aanpassen. Probeer het opnieuw.
Er kunnen geen nieuwe beelden worden geselecteerd
U probeert meer dan het maximum aantal opnamen voor de volgende functie te selecteren.
• Kiezen & wissen
• RAW-ontwikkeling
• Beveiligen
Er kan geen opname worden bewerkt
Er zijn geen opnamen die kunnen worden verwerkt met gebruik van de functie Digitaal filter of RAW-ontwikkeling.
Foutberichten
Deze opname kan niet worden verwerkt
Beschrijving
Wordt weergegeven als u probeert Opslaan als handmatige witbalans, Formaat wijzigen,
Uitsnijden, Digitaal filter, Video bewerken of
RAW-ontwikkeling uit te voeren voor opnamen die met een andere camera zijn gemaakt, of wanneer u probeert Formaat wijzigen of Uitsnijden uit te voeren voor opnamen met een minimumformaat.
Deze functie is in deze modus niet beschikbaar
De camera wordt uitgeschakeld om oververhitting te voorkomen
U probeert een functie in te stellen die niet beschikbaar is voor de opnamestand die is ingesteld.
De camera schakelt zichzelf uit omdat de interne temperatuur te hoog is. Laat de camera uitgeschakeld totdat deze de tijd heeft gehad om af te koelen voordat u de camera weer inschakelt.
Ontspanknop is uitgeschakeld.
Controleer of zoomingindex op obj. is ingesteld op een positie waarbij ontspan. mogelijk is
U kunt geen opnamen maken wanneer een intrekbaar objectief is aangesloten en niet verlengd is.
7
127
KS2_OPM_DUT.book Page 128 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Belangrijkste specificaties
Modelbeschrijving
Type
Objectiefvatting
Compatibele objectieven
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare
P-DDL-flitser
PENTAX K AF2 -bajonetvatting (AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten, K-vatting met voedingscontacten)
Objectieven met K AF3 -, K AF2 - (powerzoom niet compatibel), K AF - of K A -vatting
Beeldopslagunit
Beeldsensor
Primair kleurenfilter, CMOS, Grootte:
23,5 × 15,6 (mm)
Effectief aantal pixels
Totaal aantal pixels
Ca. 20,12 megapixels
Ca. 20,42 megapixels
Sensor stofvrij maken
Gevoeligheid
(standaarduitvoer)
SP-coating en trillingen CMOS-sensor
ISO AUTO/100 tot 51200 (LW-stappen kunnen worden ingesteld op 1 LW, 1/2 LW, of 1/3 LW)
Beeldstabilisator Sensorverschuiving Shake Reduction
Bestandsindelingen
Opnameresolutie
Kwaliteitsniveau
Kleurruimte
Opslagmedia
Opslagmap
Opslagbestand met DCF 2.0
) , compatibel
JPEG: q (20M: 5472×3648), p (12M: 4224×2816), o (6M: 3072×2048), r (2M: 1920×1280)
RAW: q (20M: 5472×3648)
RAW (12bit): PEF, DNG
JPEG: m (Best), l (Beter), k (Goed)
RAW + JPEG gelijktijdig opneembaar sRGB, AdobeRGB
SD/SDHC*/SDXC*-geheugenkaart (*compatibel met UHS-I)
Mapnaam: Datum (100_1018, 101_1019...) of een door de gebruiker toegewezen naam (standaard:
PENTX)
Bestandsnaam: door de gebruiker toegewezen naam (standaard: IMGP****)
Bestandsnummer: Sequentiële nummering, Reset
Zoeker
Type
Dekking (FOV)
Vergroting
Pentaprismazoeker
Ca. 100%
Ca. 0,95× (50 mm F1.4 bij oneindig)
Lengte oogafstand (Eye-
Relief)
Ca. 20,5 mm (vanaf het kijkvenster),
Ca. 22,3 mm (vanaf het midden van het objectief)
Dioptriecorrectie Ca. -2,5 tot en met +1,5 m -1
128
KS2_OPM_DUT.book Page 129 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Live weergave
Type
Scherpstelsysteem
Display
DDL-methode met gebruik van de CMOSbeeldsensor
Contrastdetectie (Gezichtsherkenning, Traceren,
Meerdere AF-punten, Selecteren, Spot)
Scherpe contouren: AAN/UIT
Zichtveld: circa 100%, Weergave elektronische waterpas, Vergroot beeld (tot 10×),
Rasterweergave (4 × 4 raster, Gulden snede,
Schaal), Histogram, Overbelichting
LCD-monitor
Type
Grootte
Punten
Instelling
Kantelbare TFT-kleur LCD-monitor met variabele hoek in een lucht-spleetloze constructie met een frontpaneel van getemperd glas
3,0 inch (3:2)
Circa 921K punten
Helderheid, verzadiging en kleuren instelbaar
Witbalans
Type
Programmastanden
Methode die gebruikmaakt van een combinatie van de CMOS-sensor en de detectiesensor van de lichtbron.
Automatische witbalans, Meervoud. autom. witbalans, Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht
( D : Daglicht kleuren, N : Daglicht wit, W : Koel wit,
L : Warm White), Lamplicht, Flitser, n , Manuele witbalans, Kleurtemperatuur, Kopiëren van de witbalansinstellingen van een gemaakte opname
Instelbare ±7 stappen op A-B-aslijn en G-M-aslijn Fijnafstelling
Autofocussysteem
Type DDL: autofocus op basis van Phase Matching
Scherpstelsensor
SAFOX X 11 punten (9 scherpstelpunten van het kruistype in het midden)
Helderheidsbereik LW -3 t/m 18 (ISO100), bij normale temperatuur
AF-modi
Scherpstelpunt
Selectiestanden
AF-hulplicht
Enkel AF ( x ), Continu AF ( y ),
Automatische selectie AF ( z )
Auto (11 AF-punten), Auto (5 AF-punten),
Selecteren, Uitgebreid AF-gebied, Spot
Specifiek AF-hulplicht op basis van LED
Belichtingsregeling
Type
Meting in 77 segmenten via DDL met open diafragma
Meetstanden: Meervlaks, Centraal, Spot
Lichtmetingsbereik LW 0 tot en met 22 (ISO100 bij 50mm F1.4)
Opnamestanden
Auto Picture-standen: Standaard, Portret,
Landschap, Macro, Beweg. onderwerp, Portret bij nacht, Zonsondergang, Blauwe hemel, Bos
Scènestanden: Portret, Landschap, Macro,
Beweg. onderwerp, Portret bij nacht,
Zonsondergang, Blauwe hemel, Bos,
Nachtopname, HDR-nachtbeeld (alleen JPEG),
Nachtsnapshot, Eten & drinken, Huisdier,
Kinderen, Strand & sneeuw, Retroverl. silhouet,
Kaarslicht, Podiumbelichting, Museum
Geavanceerde HDR-modus (alleen JPEG): voor belichtingsbracket kan worden gekozen tussen ±1,
±2 en ±3 LW
Belichtingsstanden: Programma,
Gevoeligheidsvoorkeuze, Sluitertijdvoorkeuze,
Diafragmavoorkeuze, Sluitertijd- en diafragmavoorkeuze, Handmatig, Tijdopname
(Bulb)
Belichtingscorrectie
±5 LW (stappen van 1/3 LW of stappen van 1/2 LW kunnen worden geselecteerd)
[Knoppen aanpassen].
f vanuit
7
129
KS2_OPM_DUT.book Page 130 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Sluiter
Type
Sluitertijd
Elektronisch geregelde verticale spleetsluiter
Auto: 1/6000 tot en met 30 seconden, Manueel:
1/6000 tot en met 30 seconden (1/3 EV stappen of 1/2 LW-stappen), Bulb
Transportstanden
Selectie van standen
Continuopname
Dubbelopnamen
[Foto]
Enkelbeeld, Continu (H, L), Zelfontspanner (12 sec.,
2 sec., continu), Afstandsbediening (onmiddellijk,
3 sec., continu), Bracketing* 1 , Dubbelopnamen* 2 ,
Intervalopname* 1 , Intervalcompositie* 1
[Video]
Afstandsbediening, Intervalvideo opnemen* 1 ,
Sterrenspoor* 1
*1 Beschikbaar met Zelfontspanner of Afstandsbediening
*2 Beschikbaar met Continuopname,
Zelfontspanner of Afstandsbediening
Max. ca. 5,5 fps, JPEG ( q : m bij Continu
Hoog): 30 frames, RAW: 9 frames, RAW+: 6 frames
Max. ca. 3,0 fps, JPEG ( q : m bij Continu Laag):
100 frames, RAW: 14 frames, RAW+: 8 frames
• Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op ISO100.
Compositiemodus: Toenemend, Gemiddeld, Helder
Aantal opnamen: 2 t/m 2000 keer
Intervalopname
[Intervalopname]
Interval: 2 sec. t/m 24 uur, Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. t/m 24 uur, Aantal opnamen:
2 t/m 2000 keer, Start interval: Nu, Tijdstip
[Intervalcompositie]
Interval: 2 sec. t/m 24 uur, Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. t/m 24 uur, Aantal opnamen:
2 t/m 2000 keer, Start interval: Nu, Tijdstip,
Compositiemodus: Toenemend, Gemiddeld, Helder,
Proces opslaan: Aan, Uit
[Intervalvideo]
Resolutie: z , u , t , Interval: 2 sec. t/m 24 uur,
Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. t/m 24 uur,
Aantal opnamen: 8 t/m 2000 keer ( z : 8 t/m 500 keer), Start interval: Nu, Tijdstip
[Sterrenspoor]
Resolutie: z , u , t , Standby-interval: minimumtijd of 1 sec. t/m 24 uur, Aantal opnamen:
8 t/m 2000 keer ( z : 8 t/m 500 keer), Start interval:
Nu, Tijdstip, Uitfaden: Uit, Zwak, Normaal, Sterk
Flitser
Ingebouwde flitser
Flitsstanden
Ingebouwde en uitneembare uitklapbare
P-DDL-flitser
Richtgetal: ongeveer 12 (ISO 100/m)
Hoek van beeldweergave: gelijk aan 28 objectief in 35 mm formaat
Auto ontladen flitser (Auto Picture, Scènestand),
Auto + Anti Rode Ogen (Auto Picture, Scènestand),
Flitser aan, Flitser aan + Anti Rode Ogen, Langesluitertijdsync, Lange-sltrtd + Anti Rode Ogen,
2e sluitergordijn-sync, Handmatig ontladen flitser
(FULL tot 1/128 vermogen)
Synchronisatiesnelheid
Flitsbelichtingscompensatie
1/180 sec.
-2,0 t/m +1,0 LW
Externe flitser
P-DDL, 1e sluitergordijn-synchronisatie,
2e sluitergordijn-synchronisatie, synchronisatie met contrastregeling, korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloze synchronisatie
• Beschikbaar met 2 specifieke externe flitsers
130
KS2_OPM_DUT.book Page 131 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Opnamefuncties
Aangepaste opname
Cross-processing
Digitaal filter
HDR-opname
Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig,
Schitterende kleur, Gedempt, Bleach Bypass,
Diapositieffilm, Monochroom, Cross-processing
Willekeurig, Preset 1-3, Favoriet 1-3
Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro,
Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit
Auto, Type 1, Type 2, Type 3
Bracketwaarde instelbaar
Automatisch uitlijnen: Aan, Uit
Verbetering helderheid
Elektr. waterpas
Horizoncorrectie
Aan, Uit
Objectiefcorrectie
Vervormingscorrectie, Perifere verlichtingscorrectie, Correctie laterale chromatische abberatie, Diffractiecorrectie
Instellingen Drange
Hooglichtcorrectie, Schaduwcorrectie
Ruisonderdrukking Ruisond. lange sltrtijd, Ruisond. hoge ISO-wrd
Weergegeven in de zoeker (alleen in horizontale richting); weergegeven op het LCD-display (in horizontale en verticale richting)
SR Aan: corrigeert tot 1 graad,
SR Uit: corrigeert tot 1,5 graad
Video
Bestandsindeling
Opnameresolutie
Beeldsnelheid
Geluid
MPEG-4 AVC/H.264 (MOV)
• Motion JPEG (AVI) voor Intervalvideo opnemen en Sterrenspoor u (1920×1080, 30p/25p/24p) t (1280×720, 60p/50p)
Ingebouwde stereomicrofoon, externe microfoon
(compatibel met opnemen in stereo),
Niveau opnamegeluid instelbaar (geluidsniveau wordt weergegeven op de monitor)
Opnametijd
Aangepaste opname
Tot 4 GB of 25 minuten; het opnemen wordt automatisch stopgezet als de interne temperatuur van de camera te hoog wordt.
Helder, Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig,
Schitterende kleur, Gedempt, Bleach Bypass,
Diapositieffilm, Monochroom, Cross-processing
Cross-processing Willekeurig, Preset 1-3, Favoriet 1-3
Digitaal filter
Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro,
Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit
HDR-opname
• Alleen beschikbaar voor
Intervalvideo opnemen
Auto, Type 1, Type 2, Type 3
Bracketwaarde instelbaar
Verbetering helderheid
• Alleen beschikbaar voor
Intervalvideo opnemen
Aan, Uit
Weergavefuncties
Weergavebeeld
Wissen
Enkelbeeld, Weergave van meerdere opnamen (6,
12, 20, 35 en 80 miniaturen), Vergroting opnamen
(tot 16×, snel zoomen), Geroteerde weergave van opnamen, Histogram (Y-histogram, RGBhistogram), Overbelichting, Gedetailleerde infoweergave, Copyrightinformatie (Fotograaf,
Copyrighthouder), GPS-informatie (geografische breedte, lengte, hoogte, Coordinated Universal
Time (UTC)), Richting, Mapweergave,
Kalenderfilmstripweergave, Diavoorstelling
Enkele opname, alle opnamen, kiezen en wissen, map, Momentcontrole-opname
7
131
KS2_OPM_DUT.book Page 132 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
Digitaal filter
RAW-ontwikkeling
Bewerkingsfuncties
Aanpass. basisparam., Kleurextractie, Kleur vervangen, Speels, Retro, Sterk contrast, Schaduw aanbrengen, Kleur inverteren, Vet één kleur, Vet zwart-wit, Tintuitbreiding, Schetsfilter, Aquarel,
Pastel, Posterisatie, Miniatuur, Soft, Sterren,
Fisheye, Vlak, Monochroom
Ontwikkelopties: Eén opname selecteren,
Meerdere opnamen selecteren, Een map select.
Ontwikkelparameters: Bestandsindeling (JPEG),
Verhoudingen, JPEG-resolutie, JPEG kwaliteitsniveau, Kleurruimte,
Vervormingscorrectie, Perifere verlicht. corr.,
Aanp. Lat. Chr. Abb., Diffractiecorrectie, Correctie kleurrand, Witbalans, Aangepaste opname,
Digitaal filter, Verbetering helderheid,
Gevoeligheid, Ruisond. hoge ISO-wrd,
Schaduwcorrectie
Beeldrotatie, Correctie kleurmoiré, Formaat wijzigen, Bijsnijden (verhouding kan worden gewijzigd en kantelcorrectie is beschikbaar), Video bewerken (splitsen van een videobestand en verwijderen van ongewenste segmenten), Een
JPEG-foto maken van een film, RAW-data opslaan
Persoonlijke instellingen
USER-stand
Er kunnen maximaal 2 instellingen worden opgeslagen.
Persoonlijke functies
Geheugen voor standen
Instelling eknoppen
28 items
12 items
E-knoppen (voor/achterzijde): aanpasbaar voor elke belichtingsfunctie.
Knoppen aanpassen
AF-aanpassing
Tekstformaat
Wereldtijd
AF-aanpassing
Copyrightinformatie
P -knop: 1x voor bestandsform., Bracketing,
Optisch voorbeeld, Digitaal voorbeeld, Shake
Reduction, Actief AF-gebied f -knop: AF1 inschakelen, AF2 inschakelen, AF uitschakelen, Belichtingsgeheugen (kan afzonderlijk worden ingesteld voor het maken van foto´s en het opnemen van films)
Zelfportret-ontspanknop Aan, Uit
AF.S-instelling: Scherpstellingsvoorkeuze,
Sluitervoorkeuze
Actie 1e beeldje bij AF.C: Sluitervoorkeuze, Auto,
Scherpstellingsvoorkeuze
Actie bij AF.C Continu: Scherpstellingsvoorkeuze,
Auto, FPS-voorkeuze
AF-status vasthouden: Uit, Zwak, Normaal, Sterk
AF voor intervalopnamen: Vergren. autofoc. bij 1e opn., Wijzigt autofoc. bij elke opn.
Standaard, Groot
Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
±10 stappen, instelling voor alle objectieven of afzonderlijke objectieven (er kunnen maximaal 20 waarden opgeslagen worden)
Namen van fotograaf en copyright-houder zijn ingesloten in het opnamebestand. Er kan met de bijgeleverde software een revisiehistorie worden bekeken.
Voedingsbron
Batterijtype Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109
Netvoedingsadapter Netvoedingsadapterset K-AC128 (los verkrijgbaar)
132
KS2_OPM_DUT.book Page 133 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Levensduur batterij
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt:
(met 50% gebruik van flitser): circa 410 opnamen,
(zonder gebruik van flitser): circa 480 opnamen
Weergavetijd: circa 270 minuten
• Getest in overeenstemming met CIPA-norm met gebruik van een volledig opgeladen lithiumionbatterij bij een temperatuur van 23°C. Feitelijke resultaten kunnen verschillen afhankelijk van de opname-omstandigheden.
Interfaces
Aansluitpoort
USB-aansluiting
USB 2.0 (micro B), HDMI-uitgang (Type D), stereomicrofooningang
MSC/PTP
Draadloze LAN
Standaards
IEEE 802.11b/g/n (standaardprotocol voor draadloos LAN)
Frequentie
(middenfrequentie) 2412 t/m 2462 MHz (kanalen: kanaal 1 t/m 11)
Beveiliging
Authenticatie: WPA2
Encryptie: AES
NFC
Standaards
Werkfrequentie
ISO/IEC14443 TypeA, ISO/IEC14443 TypeB, JIS X
6319-4 (automatisch geselecteerd)
13,56 MHz
Afmetingen en gewicht
Afmetingen
Gewicht
Ca. 122,5 mm (B) × 91 mm (H) × 72,5 mm (D)
(exclusief uitstekende delen)
Ca. 678 gram (inclusief specifieke batterij en SDgeheugenkaart)
Circa 618 gram (alleen behuizing)
Inbegrepen accessoires
Inhoud van het pakket
Software
Riem O-ST132, Oplaadbare lithiumion-batterij D-
LI109, Batterijlader D-BC109, netsnoer, Software
(CD-ROM) S-SW156, startgids
<Gemonteerd op de camera> Oogschelp F
R
, flitsschoenbeschermer F K , dop cameravatting
Digital Camera Utility 5
Optionele accessoires
GPS-unit
O-GPS1: GPS-informatie (geografische breedte, lengte, hoogte, Coordinated Universal Time (UTC)),
Richting, Elektronisch kompas, Sterrenvolger
7
133
KS2_OPM_DUT.book Page 134 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Geschatte Beeldopslagcapaciteiten Weergavetijd
(Bij gebruik van een volledig opgeladen batterij)
Flitsfotografie
50% gebruik
410
100% gebruik
360
Weergavetijd
D-LI109 23°C 480 270 minuten
• De beeldopslagcapaciteit (normale opnamen en flitsergebruik van 50%) is gebaseerd op meetcondities die in overeenstemming zijn met de CIPA-normen, terwijl andere gegevens gebaseerd zijn op onze meetcondities. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de geselecteerde opnamestand en opnameomstandigheden.
7
Geschatte beeldopslagcapaciteit
Opnameresolutie
(Bij gebruik van een geheugenkaart van 2 GB)
JPEG kwaliteitsniveau m l k
PEF DNG q 20M p 12M o 6M r 2M
134
224
418
1024
304
503
917
2119
596
975
1707
3615
–
–
59
–
• De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren al naar gelang het onderwerp, de opnameomstandigheden, de geselecteerde opnamestand, de geheugenkaart, etc.
–
–
59
–
Lijst met steden voor Wereldtijd
De volgende steden kunnen als woonplaats en bestemming.
Regio
Noord-
Amerika
Stad
Honolulu, Anchorage, Vancouver, San
Francisco, Los Angeles, Calgary, Denver,
Chicago, Miami, Toronto, New York, Halifax
Midden- en Zuid-
Amerika
Mexico-City, Lima, Santiago, Caracas, Buenos
Aires, Sao Paulo, Rio de Janeiro
Europa
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Lissabon, Madrid, Londen, Parijs, Amsterdam,
Milaan, Rome, Kopenhagen, Berlijn, Praag,
Stockholm, Boedapest, Warschau, Athene,
Helsinki, Moskou
Dakkar, Algiers, Johannesburg, Istanboel, Caïro,
Jeruzalem, Nairobi, Jeddah, Teheran, Dubai,
Karachi, Kaboel, Male, Delhi, Colombo,
Kathmandu, Dacca
Yangon, Bangkok, Kuala Lumpur, Vientiane,
Singapore, Phnom-Penh, Ho Chi Minhstad,
Jakarta, Hongkong, Peking, Shanghai, Manilla,
Taipei, Seoul, Tokio, Guam
Perth, Adelaide, Sydney, Nouméa, Wellington,
Auckland, Pago Pago
134
KS2_OPM_DUT.book Page 135 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Systeemvoorwaarden voor USB-aansluiting en bijgeleverde software
Met de bijgeleverde software “Digital Camera Utility 5” kunt u op een computer RAW-bestanden ontwikkelen, kleuren aanpassen, of opname-informatie controleren op een computer. Installeer de software vanaf de bijgeleverde
CD-ROM (S-SW156).
Wij bevelen de volgende systeemeisen aan om de camera aan te sluiten op een computer en de software te gebruiken.
Windows
Besturings systeem
-
Windows 8.1 (32-bits, 64-bits), Windows 8 (32bits, 64-bits), Windows 7 (32-bits, 64-bits) of
Windows Vista (32-bits, 64-bits)
Processor Intel Core 2 Duo of hoger
RAM 2 GB of meer
HDD
Monitor
Voor het installeren en opstarten van het programma:
100 MB of meer beschikbare ruimte
Voor het opslaan van opnamebestanden: ca. 10 MB/bestand (JPEG), Circa.
20 MB/bestand (RAW)
1280×1024 dots, 24-bit meerkleuren of hoger
Macintosh
Besturings
systeem
OS X 10.10, 10.9, 10.8 of 10.7
Processor Intel Core 2 Duo of hoger
RAM
HDD
Monitor
2 GB of meer
Voor het installeren en opstarten van het programma:
100 MB of meer beschikbare ruimte
Voor het opslaan van opnamebestanden: ca. 10 MB/bestand (JPEG), Circa.
20 MB/bestand (RAW)
1280×1024 dots, 24-bit meerkleuren of hoger t Memo
• QuickTime is vereist om films af te spelen die zijn overgezet naar een computer waarop een ander besturingssysteem draait dan Windows 8 en Windows 8.1. (Een computer met Windows 8 of Windows 8.1 kan films afspelen met voorgeïnstalleerde spelersoftware.)
Dit kan worden gedownload vanaf de volgende website: http://www.apple.com/quicktime/download/
7
135
KS2_OPM_DUT.book Page 136 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Index
7
136
Symbolen
A -menu ......................... 22
C -menu ......................... 26
B -menu.......................... 26
D
-menu .......................... 27
E
-menu........................... 29
C -stand.......................... 51
b
Portret........................ 47
c
d
Macro ........................ 47
e
Bewegend onderwerp ................... 47
f
Nachtportret............... 47
g
h
i
Bos ............................ 48
j
k
l
m
o
Huisdier ..................... 48
p
Kinderen .................... 48
q
s
t
Kaarslicht................... 48
u
v
Museum..................... 48
Codering
2e sluitergordijn-sync ...... 55
A
AA-filtersimulator ............. 79
Aanp. Lat. Chr. Abb......... 79
(Digitaal filter).............. 89
Actie 1e beeldje bij AF.C ....................... 57
Actie bij AF.C Continu ..... 57
AE-L met AF lock ............ 29
v
.................................. 56
AF met afstandsbediening....... 64
AF uitschakelen............. 106
AF voor intervalopnamen ......... 67
z .............................. 57
y
............................... 57 x ............................... 57
AF.S-instelling ................. 57
AF/AE-L-knop................ 106
AF-aanpassing ................ 60
AF-gebied........................ 59
AF-hulplicht ................. 8, 57
AF-kader.................... 41, 42
AF-koppeling ..................... 8
AF-modus.................. 57, 59
AF-punt............................ 58
AF-punt weergeven ......... 18
Afstandsbedieningssensor ........................... 8
Afwerking van de opname .................. 74
Alle beelden beveiligen.................... 26
Alle opnamen verwijderen.................. 26
Anti rode ogen ................. 55
Anti-aliasing-filter............. 79
Aquarel (Digitaal filter)..... 89
Auto LW-correctie............ 29
Auto ontladen flitser......... 55
Auto opnamerotatie ......... 85
Auto Picture-stand........... 40
Auto Uitsch. ..................... 37
Autofocus ........................ 56
Autom. lichtmeting........... 54
Automatische belichting met sluitertijd- en diafragmavoorkeuze.... 49
R -stand.................... 40
J -stand......................... 49
g ................................. 72
AWB bij lamplicht ............ 73
B
Backlight Silhouet
( S
) ......................... 48
Basisinstellingen.............. 37
Batterij ............................. 32
Bedrijftijd lichtmtr ............. 29
Beelden vergroten ........... 45
Beeldsnelheid.................. 46
Beeldvlakindicator ............. 8
Belichtingsbracketing....... 64
Belichtingscorrectie ......... 50
............................ 51, 106
............................ 49, 109
Bestandsindeling ............. 46
Bestandsnaam............... 113
Bestemmingstijd ............ 110
Beveiligen...................... 111
Bewegend onderwerp
( S
Bewolkt (Witbalans)......... 72
Bijgeleverde software .... 135
Blauwe hemel
( S
) ......................... 47
(Aangepaste opname)...................... 74
KS2_OPM_DUT.book Page 137 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Bos ( S
Bracketing ....................... 64
Bracketing-in-één ............ 65
Brandpuntsafstand objectief..................... 121
M -stand ........................... 49
C
Catch-in focus ................. 30
Centraalmeting ................ 54
. ........................... 28, 144
Communicatieapparaat...................... 96
Communicatie-info .......... 94
Computer......................... 86
(AF-modus) ................. 57
Continu weergeven van opnamen .............. 84
Continuopname ............... 62
Contrast-AF ..................... 59
Contrastdetectie AF......... 56
Copyrighthouder............ 114
Copyrightinformatie ....... 114
Correctie kleurrand.......... 93
Correctie van de hoge lichten.......................... 77
(Aangepaste opname)...................... 74
Cross-processing opslaan ....................... 75
n
................................ 72
D
Daglicht (Witbalans) ........ 72
Datum instellen.......... 27, 39
DC-koppeling................... 34
DDL autofocus op basis van Phase Matching ... 56
De opnamegrootte wijzigen ....................... 87
Automatische belichting..................... 49
Diafragmaring gebruiken .................. 120
Diafragmawaarde ............ 49
(Aangepaste opname)...................... 74
Diavoorstelling................. 84
Diffractiecorrectie ............ 79
Digitaal filter............... 76, 89
Digitaal voorbeeld.......... 106
Utility 5 ...................... 135
Dioptriecorrectieknop ...... 18
Display opname-info........ 14
DNG ................................ 46
Draadloze LAN ................ 94
Draagriem........................ 31
Dubbelopnamen .............. 65
Dynamisch bereik............ 77
E
E-knop ........................... 105
Elektr. waterpas......... 14, 18
Elektronisch kompas................ 14, 123
Enkelbeeldweergave............... 15, 44
(AF-modus) ................. 57
Eten & drinken (
Externe flitser ................ 122
F
(Aangepaste opname)...................... 75
Filter .......................... 76, 89
Firmware ......................... 28
Firmware updaten ........... 28
Fisheye (Digitaal filter)..... 89
Flikkerreductie ................. 28
Flitscompensatie ............. 55
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie
.................................. 122
Flitser....................... 55, 122
Flitser (Witbalans)............ 72
Flitser aan........................ 55
Flitsschoen ........................ 8
(Witbalans).................. 72
Focusmethode................. 56
Formaat wijzigen ............. 87
Formatteren..................... 40
Foto ................................. 47
Fotograaf ....................... 114
Foutberichten ................ 126
Functie-indicatie .............. 41
Functiekiezer ................... 41
G
Gebruikersregistratie ......... 7
Gedempt (Aangepaste opname)...................... 74
Gedetailleerde infoweergave............... 16
Geheugen...................... 110
Geheugenkaart................ 35
Geluid .............................. 51
Geluidseffecten................ 27
Gevoeligheid.................... 53
Gevoeligheidsvoorkeur automatische belichting..................... 49
(Contrast AF)............... 59
GPS-tijdsync.................. 123
GPS-unit........................ 123
H
Handm. belichting............ 49
Handmatig ontladen flitser............. 55
Handmatige scherpstelling .............. 56
7
137
KS2_OPM_DUT.book Page 138 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
138
HDMI uit .......................... 86
HDMI-aansluitpunt........... 85
HDR-nachtopname
( S
) ......................... 48
HDR-opname ............ 48, 78
Helder (Aangepaste opname)...................... 74
Helderheidsinstelling ....... 77
........................ 17, 23, 24
Horizoncorrectie .............. 24
Huisdier (
Hulpdisplay................ 27, 41
I
Image Sync ..................... 98
Indicatielampjes............... 28
Info/opties firmware ......... 28
Ingebouwde flitser ........... 55
Initialiseren van een geheugenkaart ............ 40
Instell. LCD-display ......... 27
Instellingen D-range ........ 77
Instellingsbereik witbalans ..................... 73
Intervalcompositie ........... 68
Intervalopname................ 66
Intervalvideo opnemen ..................... 69
Intrekbaar objectief.......... 42
Inv brandp afstand......... 121
ISO-gevoeligheid............. 53
J
JPEG ............................... 46
K
Kaarslicht (
Kaart................................ 35
Kaartlampje ....................... 8
Kalenderfilmstripweergave .................... 84
Kelvin............................... 74
Kiezen & wissen .............. 82
Kinderen (
Klep verbindingskabel ..... 34
(Digitaal filter)........ 76, 89
(Digitaal filter)........ 76, 89
(Digitaal filter)........ 76, 89
Kleurmoiré, correctie ...................... 88
Kleurruimte .............. 30, 113
Kleurtemperatuur............. 74
Kleurtemperatuurstappen ....................... 74
Knop .................................. 9
Kwaliteit ........................... 46
L
Lampje............................. 11
Lamplicht (Witbalans)...... 72
Landschap ( S
Landschap (Aangepaste opname)...................... 74
Lange-sluitertijdsync........ 55
Language/ W
LCD-scherm .............. 27, 39
Lens......................... 31, 118
Levendig (Aangepaste opname)...................... 74
Live weergave ........... 12, 23
Luidspreker........................ 8
LW-stappen ..................... 50
M
Macintosh ...................... 135
Macro ( S
Mapnaam ...................... 111
Mapweergave.................. 83
(Contrast-AF) .............. 59
Meerdere opnamenweergave..................... 82
Meervlaksmeting ............. 54
Meervoudige automatische witbalans ..................... 72
Menu ............................... 20
Menulocatie opslaan ....... 21
w
.................................. 56
Microfoon..................... 8, 52
Microfoonaansluiting ....... 52
(Digitaal filter).............. 89
Mired ............................... 74
Moirévermindering........... 79
Momentcontrole......... 24, 41
Monitor....................... 11, 36
(Aangepaste opname)...................... 74
(Digitaal filter).............. 89
Motion JPEG ................... 69
Movie SR......................... 26
MSC............................... 124
L -stand .......................... 49
Museum (
N
Nachtopname (
Nachtportret ( S
Nachtsnapshot ( S
Namen van steden........... 38, 134
Natuurlijk (Aangepaste opname)...................... 74
Netvoedingsadapter ........ 34
NFC ................................. 96
NFC-merkteken ........... 8, 95
O
Objectief met diafragmaring ..... 120
Objectiefinformatiecontacten....................... 8
Ontgrendelknop voor objectief............... 32
Ontspant bij opladen........ 56
KS2_OPM_DUT.book Page 139 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Opeenvolg. nummering ................ 113
Opladen van de batterij .................... 32
foto's............................ 46
Opnamemodus, menu’s ........................ 22
Opnamen maken met de afstandsbediening....... 63
Opnamen maken met de zelfontspanner ............ 62
Opnamen maken met de zoeker ............. 40
Opnamen maken met Live weergave...... 42
Opnamen maken op afstand ................... 96
Opnamen maken van hemellichamen.......... 123
Opnamen roteren ............ 85
Opnameresolutie ............. 46
Opnamestand.................. 47
Opnametijd ...................... 51
Opslaan als handm WB............. 73
(B)-modus ................... 29
Optisch voorbeeld ......... 106
Overbelichting ..... 23, 24, 26
Overige indicatielamp. .............. 28
P
Pastel (Digitale filter) ....... 89
PEF ................................. 46
Perifere verlicht. corr.............................. 79
Pers.instelling, menu’s ........................ 29
Persoonlijke instellingen ................ 105
Pixeluitlijning.................. 125
Podiumbelichting
(
S ) ......................... 48
Portret ( S
Portret (Aangepaste opname)...................... 74
(Digitaal filter).............. 89
Automatische belichting..................... 49
G -stand .......................... 49
PTP ............................... 124
Q
QuickTime ..................... 135
R
Rasterweergave .............. 23
RAW ................................ 46
RAW/Fx-knop ................ 106
RAW-data opslaan............ 24, 41, 45
RAW-ontwikkeling ........... 92
Reiniging ....................... 125
Reset ......................... 28, 30
(Digitaal filter)........ 76, 89
RGB-histogram................ 17
Richtgetal ........................ 56
Richtingsknoppen............ 19
Richtteken objectiefvatting ............ 31
Riembevestiging.............. 31
Rotatie-info opslaan ........ 85
Rotatierichting ............... 105
ISO-wrd....................... 54
Ruisond. lange sltrtijd........................... 50
S
Scènestanden ................. 47
(Digitaal filter)........ 76, 89
Schaduwcorrectie............ 77
Schakelaar ........................ 9
Schakelaar scherpstelstand..... 40, 56
Scherm voor selectie van het display van de weergave-info......... 15
Scherpe contouren .......... 60
Scherpstelindicatie .......... 41
Scherpte (Aangepaste opname)...................... 75
Scherptediepte ................ 50
(Digitaal filter).............. 89
(Aangepaste opname)...................... 74
S -stand ...................... 47
SD-geheugenkaart .......... 35
(Contrast AF)............... 59
Selecteren van het opnamebereik ............. 83
Sensor reinigen ............. 125
Sensor stofvrij maken ....................... 125
Setupmenu’s.................... 27
Shake Reduction ............. 24
Auto belichting............. 49
Sluitertijd.......................... 49
Snel zoomen.................... 26
Software ........................ 135
Specificaties .................. 128
(Digitaal filter)........ 76, 89
Spiegel............................... 8
Spiegel omhoog............. 125
Spot (Actief AF-gebied) ... 58
7
139
KS2_OPM_DUT.book Page 140 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
140
Spot (Contrast-AF) .......... 59
Spotmeting ...................... 54
Standby-stand ................. 11
Statusscherm .................. 12
(Digitaal filter)........ 76, 89
(Digitaal filter).............. 89
Sterrenspoor.................... 70
Sterrenvolger................. 123
Strand & sneeuw
( S
) ......................... 48
H -stand ........................ 49
T
Taal instellen ................... 38
K -stand........................ 49
Tekstformaat ............. 27, 38
Tekstinvoer.................... 108
Thuistijd ......................... 110
Tijd (B) opname............... 49
Tijdinstelling................... 110
(Digitale filter).............. 89
(Contrast AF) .............. 59
Transportstand ................ 61
TV.................................... 85
I
-stand......................... 49
U
Uitsnijden......................... 88
.................... 87, 124, 135
USB-aansluitpunt ............ 86
USER-stand .................. 108
V
Vattingtype .................... 118
Verbetering helderheid ................... 80
Verhoudingen ............ 88, 93
Versie-update .................. 28
Vervormingscorrectie ...... 79
(Digitaal Filter)....... 76, 89
(Digital Filter)......... 76, 89
Video ............................... 51
Video bewerken............... 91
Videomenu ...................... 26
Vierwegbesturing............. 11
Vlak (Digitaal filter) .......... 89
Voeding ........................... 37
Volgorde bracketing ........ 65
Volumelabel..................... 40
Voorbeeld ........................ 50
W
WB bij flitsen.................... 73
Weerg. kleur .............. 27, 39
Weergavepalet ................ 81
Weergavestand ............... 44
Weergeven, menu ........... 26
Wereldtijd ...................... 110
Wi-Fi ................................ 94
Windows........................ 135
Wissen............................. 45
Witbalans......................... 72
Z
Zacht (Digitaal filter) ........ 89
Zelfportret maken ............ 43
...................... 43, 95, 106
Zoeker ............................. 17
Zomertijd ................. 38, 110
Zonsondergang
(
S ) ......................... 47
KS2_OPM_DUT.book Page 141 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Voor een veilig gebruik van de camera
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van deze camera. Bij gebruik van deze camera vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
Waarschuwing
• Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• Richt bij het maken van foto’s de camera niet op de zon of andere sterke lichtbronnen, en laat de camera met de objectiefdop verwijderd niet liggen in direct zonlicht. Dit kan tot fouten in de camera leiden of brand veroorzaken.
• Kijk niet door het objectief als deze op de zon of een andere sterke lichtbron gericht is. Dit kan leiden tot verlies of beschadiging van het gezichtsvermogen.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken.
Verwijder de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
Pas op
• Leg uw vingers niet op de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan gevaar op brandwonden.
• Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een risico van verkleuring.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes.
Vermijd ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
• Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
Waarschuwing
• Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader en netvoedingsadapter met een niet juist gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning is 100 - 240V wisselstroom.
• Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
• Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een servicecentrum. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Als u tijdens gebruik van de batterijlader of netvoedingsadapter een lichtflits ziet of onweer hoort, haal de stekker dan uit het stopcontact en gebruik de camera niet langer. Verder gebruik van de camera kan brand of een elektrische schok veroorzaken.
7
141
KS2_OPM_DUT.book Page 142 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
• Veeg de stekker van het netsnoer schoon als deze met stof bedekt is.
Opgehoopt stof kan brand veroorzaken.
• Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal
AWG-koper NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMA-configuratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Pas op
• Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet overmatig. Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Als het netsnoer beschadigd raakt, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum.
• Raak de aansluiting voor netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten en vermijd kortsluiting.
• Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact.
Dit kan resulteren in een elektrische schok.
• Laat de camera niet vallen en stel deze ook niet bloot aan hevige schokken. Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
• Gebruik de batterijlader D-BC109 uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI109. Het opladen van andere batterijen kan oververhitting, explosies of schade aan de batterijlader veroorzaken.
Over de oplaadbare lithium-ionbatterij
142
Waarschuwing
• Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen, wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk naar een arts.
Pas op
• Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
• Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot een explosie of lekkage.
• Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij.
Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
• Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van de plus- en minpolen van de batterij.
• Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Mocht lekkend materiaal van de batterij in contact komen met uw huid of kleding, dan kan de huid geïrriteerd raken. Was de betroffen gebieden grondig schoon met water.
• Waarschuwingen bij het gebruik van de batterij D-LI109:
- GEBRUIK ALLEEN DE AANGEGEVEN BATTERIJLADER.
- NIET VERBRANDEN.
- NIET DEMONTEREN.
- NIET KORTSLUITEN.
- NIET BLOOTSTELLEN AAN HOGE TEMPERATUREN (140°F / 60°C).
Houd de camera en accessoires uit de buurt van kleine kinderen
Waarschuwing
• Bewaar de camera en accessoires niet binnen bereik van kleine kinderen.
1. Als het product valt of per ongeluk wordt bediend, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben.
2. Als de riem om de nek wordt gewikkeld, kan dit leiden tot verstikking.
3. Houd kleine accessoires, zoals SD-geheugenkaarten of batterijen, buiten bereik van kleine kinderen om te voorkomen dat deze accessoires per ongeluk worden ingeslikt. Mocht dit toch gebeuren, roep dan onmiddellijk de hulp van een arts in.
KS2_OPM_DUT.book Page 143 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, controleer dan of alles nog goed werkt, vooral als u belangrijke opnamen wilt maken
(bijvoorbeeld bij een huwelijk of op reis). Als uw camera of opnamemedium (SD-geheugenkaart) een defect vertoont, kunt u er niet zeker van zijn dat beelden correct worden opgenomen of afgespeeld of ongeschonden naar een computer worden gekopieerd.
Over de batterij en de batterijlader
• Voor een optimale werking van de batterij bewaart u ze niet in volledig opgeladen toestand of bij hoge temperaturen.
• Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat van de levensduur.
• Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik, of op de dag van gebruik zelf op te laden.
• Het bij de camera geleverde netsnoer dient uitsluitend te worden gebruikt voor de batterijlader D-BC109. Gebruik het netsnoer niet voor andere apparaten.
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken van de camera
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto's de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk.
Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is -10° tot 40° C.
• De monitor kan bij hoge temperaturen zwart worden, maar werkt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen. Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic zak en haal deze er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de omgeving minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg deze dan weg.
• Druk niet met kracht op de monitor. Het risico bestaat dat de monitor hierdoor gaat barsten of niet meer naar behoren functioneert.
• Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera op een statief plaatst.
De camera schoonmaken
• Maak de camera niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of benzine.
• Verwijder stof dat zich op het objectief heeft verzameld met een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum voor professionele reiniging van de CMOS-sensor. (Deze dienst is niet gratis.)
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
De camera opbergen
• Berg de camera niet op in de nabijheid van conserveermiddelen of chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de camera niet op plaatsen waar ze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
7
143
KS2_OPM_DUT.book Page 144 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
144
Over geheugenkaarten
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het schuifje van de schrijfbeveiliging op LOCK zet, kunnen geen nieuwe gegevens worden weggeschreven naar de kaart, bestaande gegevens op de kaart Schrijfbeveiliging kunnen niet worden gewist en de kaart kan niet worden geformatteerd door de camera of een computer.
• De SD-geheugenkaart kan heet zijn als u de kaart onmiddellijk na gebruik van de camera verwijdert.
• Verwijder de SD-geheugenkaart niet en schakel de stroom niet uit terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. Anders kunnen gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Onder de volgende omstandigheden kunnen gegevens op de SDgeheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
1. als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
2. als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
3. als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
4. als de SD-geheugenkaart of de batterij wordt verwijderd terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die al in andere camera's werden gebruikt.
• Let op dat door het verwijderen van gegevens op een SD-geheugenkaart, of door het formatteren van een SD-geheugenkaart, de originele gegevens niet volledig verwijderd worden. Verwijderde gegevens kunnen soms hersteld worden met behulp van commercieel beschikbare software. Indien u uw SD-geheugenkaart gaat weggooien, weggeven of verkopen, dan dient u ervoor te zorgen dat de gegevens op de kaart volledig verwijderd worden of dat de kaart zelf vernietigd wordt indien deze persoonlijke of gevoelige informatie bevat.
• Het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart is volledig voor eigen risico.
Over de draadloze LAN-functie
• Gebruik de camera niet op een plaats waar elektrische producten,
AV/OA-apparaten, etc. magnetische velden en elektromagnetische golven genereren.
• De camera kan mogelijk niet communiceren als deze wordt beïnvloed door magnetische velden en elektromagnetische golven.
• Als de camera wordt gebruikt in de buurt van een tv of radio, kan er een slechte ontvangst of een storing op het tv-scherm optreden.
• Zoekacties worden mogelijk niet correct uitgevoerd als er meerdere draadloze LAN-toegangspunten in de buurt van de camera zijn en hetzelfde kanaal wordt gebruikt.
• De beveiliging van de gegevens die door u worden opgeslagen, verzonden of ontvangen is uw eigen verantwoordelijkheid.
De frequentieband die door de camera wordt gebruikt, wordt - samen met industriële, wetenschappelijke en medische toestellen zoals een magnetron – ook gebruikt door radiozenders voor locaties en inrichtingen (draadloze zenders waarvoor een licentie is vereist) en radiozenders met laag vermogen (draadloze zenders waarvoor geen licentie is vereist) voor mobiele objectidentificatie die gebruikt worden in productielijnen van fabrieken, etc. en amateurradiozenders
(draadloze zenders waarvoor een licentie is vereist).
1. Controleer, voordat u de camera gebruikt, of er geen radiozenders voor locaties en inrichtingen, radiozenders met laag vermogen voor mobiele objectidentificatie en amateurradiozenders in de buurt worden gebruikt.
2. In het geval dat de camera radiogolven uitzendt die schadelijke interferentie veroorzaken bij radiozenders voor locaties en inrichtingen voor mobiele objectidentificatie, wijzigt u de gebruikte frequentie onmiddellijk om interferentie te voorkomen.
3. Als u andere problemen heeft zodanig dat de camera radiogolven uitzendt die schadelijke interferentie veroorzaken bij radiozenders met laag vermogen voor mobiele objectidentificatie of bij amateurradiozenders, neem dan contact op met uw dichtstbijzijnde servicecentrum.
Deze camera is in overeenstemming met de technische standaards krachtens de Radio Law and Telecommunications Business Law, en de certificering van conformiteit met technische standaards kan worden weergegeven op de monitor.
De certificeringsmerktekens van conformiteit met technische standaards kunnen worden weergegeven met [Certificeringsmerktek.] in het menu D 4.
Zie “De menu's gebruiken” (p.20) voor meer informatie over het gebruik
van de menu’s.
KS2_OPM_DUT.book Page 145 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
Handelsmerken
• Microsoft, Windows, Windows Vista en Photosynth zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en andere landen.
• Macintosh, OS X, QuickTime, iPhone en App Store zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen.
• Intel en Intel Core zijn handelsmerken van Intel Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• Het SDXC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
• Google, Google Play en Android zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Google Inc.
• Wi-Fi is een gedeponeerd handelsmerk van Wi-Fi Alliance.
• Het N-Mark is een handelsmerk van NFC Forum, Inc. in de Verenigde
Staten en in andere landen.
• iOS is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van Cisco in de Verenigde Staten en andere landen en wordt gebruikt krachtens een licentie.
• Facebook is een gedeponeerd handelsmerk van Facebook, Inc.
• Twitter is een gedeponeerd handelsmerk van Twitter, Inc.
• Tumblr is een gedeponeerd handelsmerk van Tumblr, Inc.
• Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie van Adobe Systems Incorporated.
• Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of een handelsmerk van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
• HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing,
LLC in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Alle overige handelsmerken behoren toe aan de desbetreffende houders.
• Dit product maakt gebruik van het RICOH RT-font dat is ontworpen door
Ricoh Company Ltd.
• Dit apparaat ondersteunt PRINT Image Matching III. Wanneer digitale fototoestellen, printers en software worden gebruikt die PRINT Image
Matching ondersteunen, kunnen beelden worden gemaakt die beter overeenstemmen met hetgeen de fotograaf wil bereiken. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet compatibel zijn met PRINT Image Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson
Corporation. Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
AVC Patent Portfolio License
Dit product is in licentie gegeven onder de AVC-patentportfoliolicentie voor privégebruik door een consument en andere vormen van gebruik zonder vergoeding met het oog op (i) het coderen van video in overeenstemming met de AVC-norm (“AVC-video”) en/of (ii) het decoderen van AVC-video die werd gecodeerd door een consument in een privéactiviteit en/of werd verkregen via een videoleverancier die een licentie heeft om AVC-video te leveren. Geen enkele licentie wordt gegeven of wordt geacht te zijn gegeven voor enig ander gebruik.
Meer informatie kunt u krijgen bij MPEG LA, LLC.
Zie http://www.mpegla.com.
7
145
KS2_OPM_DUT.book Page 146 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
7
146
Mededeling betreffende het gebruik van software met BSD-licentie
Dit product omvat software waarvoor een BSD-licentie geldt. Een BSDlicentie is een licentievorm die herdistributie van de software toestaat, mits duidelijk wordt vermeld dat voor het gebruik geen garantie geldt, en een copyrightverklaring en licentievoorwaarden worden geleverd. De volgende inhoud wordt hier weergegeven op basis van de bovengenoemde licentievoorwaarden en is niet bedoeld om uw gebruik van het product te beperken, etc.
Tera Term
Copyright (c) T.Teranishi.
Copyright (c) TeraTerm Project.
All rights reserved.
Herdistributie en gebruik in bronvorm en binaire vorm is, met of zonder modificatie, toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
1. Herdistributies van de broncode moeten bovengenoemde copyrightverklaring, deze lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer bevatten.
2. Herdistributies in binaire vorm moeten de bovengenoemde copyrightverklaring, deze lijst met voorwaarden en de volgende disclaimer bevatten in de documentatie en/of andere materialen die met de distributie zijn mee geleverd.
3. De naam van de auteur mag zonder specifieke voorafgaande schriftelijke toestemming niet worden gebruikt voor ondersteuning of promotie van producten die van deze software zijn afgeleid.
DEZE SOFTWARE WORDT DOOR DE AUTEUR “AS IS” (ZOALS DEZE
IS) GELEVERD EN ALLE EXPLICIETE OF IMPLICIETE GARANTIES
WORDEN AFGEWEZEN, INCLUSIEF, MAAR NIET BEPERKT TOT, DE
IMPLICIETE GARANTIES VAN VERKOOPBAARHEID EN
GESCHIKTHEID VOOR EEN BEPAALD DOEL. IN GEEN ENKEL GEVAL
IS DE AUTEUR AANSPRAKELIJK VOOR DIRECTE, INDIRECTE,
INCIDENTELE OF SPECIALE SCHADE OF GEVOLGSCHADE OF
SCHADE MET EEN BOETEKARAKTER (INCLUSIEF, MAAR NIET
BEPERKT TOT, AANKOOP VAN VERVANGENDE GOEDEREN OF
DIENSTEN; VERLIES VAN GEBRUIK, DATA, OF WINST; OF
BEDRIJFSONDERBREKING), OP WELKE WIJZE DAN OOK
VEROORZAAKT EN OP BASIS VAN WELKE AANSPRAKELIJKHEID
DAN OOK, ONGEACHT OF DIE BETREKKING HEEFT OP EEN
CONTRACT, AANSPRAKELIJKHEID BUITEN SCHULD, OF
ONRECHTMATIGE DAAD (INCLUSIEF NALATIGHEID OF
ANDERSZINS), DIE OP ENIGE WIJZE VOORTVLOEIT UIT HET
GEBRUIK VAN DEZE SOFTWARE, ZELFS ALS BEKEND IS DAT
DERGELIJKE SCHADE KAN OPTREDEN.
GARANTIEBEPALINGEN
Al onze camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na de datum van uw aankoop. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de camera niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een camera die defect raakt gedurende de garantieperiode van
12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending.
In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog
KS2_OPM_DUT.book Page 147 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw camera gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw camera in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar. Teneinde de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, gelieve u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad hebt geadresseerd aan de fabrikant. Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van onze distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met onze distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving worden behandeld.
Als u zich op de juiste wijze van deze producten ontdoet, dan draagt u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
Als een chemisch symbool is toegevoegd onder het hierboven getoonde symbool (conform de richtlijn voor batterijen), dan wil dit zeggen dat een zwaar metaal (Hg = kwik, Cd = cadmium, Pb = lood) in de batterij aanwezig is met een concentratie die hoger is dan de desbetreffende drempelwaarde die in de batterijrichtlijn is vastgelegd.
Neem voor meer informatie over de inzameling en recycling van gebruikte producten contact op met de gemeente, de vuilnisdienst of de leverancier van het product.
7
147
7
KS2_OPM_DUT.book Page 148 Thursday, February 19, 2015 2:08 PM
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u zich van gebruikte producten wilt ontdoen, neem dan contact op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
Voor Zwitserland: Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur kan gratis worden teruggebracht naar de detaillist, zelfs wanneer u geen nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website www.swico.ch of www.sens.ch.
148
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de Europese Unie.
OPKS2105-NL
e_kb551_cover_6.5mm.fm Page 2 Thursday, February 19, 2015 4:16 PM
'HLQKRXGYDQKHWSDNNHWFRQWUROHUHQ
)OLWVVFKRHQEHVFKHUPHU)
.
JHPRQWHHUGRSGHFDPHUD
2RJVFKHOS)
5
JHPRQWHHUGRSGHFDPHUD
'RSFDPHUDYDWWLQJ
JHPRQWHHUGRSGHFDPHUD
2SODDGEDUHOLWKLXPLRQEDWWHULM
'/,
%DWWHULMODGHU
'%&
1HWVQRHU 'UDDJULHP
267
6RIWZDUH&'520
66:
6WDUWJLGV
*HVFKLNWHREMHFWLHYHQ
9RRUGH]HFDPHUDNDQJHEUXLNJHPDDNWZRUGHQYDQ'$'$/')$HQ)$-REMHFWLHYHQHQREMHFWLHYHQ
PHWHHQ 9 $XWRSRVLWLHRSGHGLDIUDJPDULQJ$OVXDQGHUHREMHFWLHYHQRIDFFHVVRLUHVZLOWJHEUXLNHQ]LHGDQS
0HPR
e_kb551_cover_6.5mm.fm Page 1 Thursday, February 19, 2015 4:16 PM
5,&2+,0$*,1*&203$1</7'
0DHQRFKR,WDEDVKLNX7RN\R-$3$1
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRMS
5,&2+,0$*,1*(8523(
6$6
5,&2+,0$*,1*
'(876&+/$1'*PE+
5,&2+,0$*,1*8./7'
4XDLGH%H]RQV%3$UJHQWHXLO&HGH[)5$1&(
KWWSZZZULFRKLPDJLQJIU
$P.DLVHUNDL+DPEXUJ*(50$1<
KWWSZZZULFRKLPDJLQJGH
5,&2+,0$*,1*$0(5,&$6
&25325$7,21
3(17$;+RXVH+HURQ'ULYH/DQJOH\6ORXJK%HUNV6/318.
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRXN
WK6WUHHW6XLWH'HQYHU&RORUDGR86$
KWWSZZZXVULFRKLPDJLQJFRP
5,&2+,0$*,1*&$1$'$
,1&
([SORUHU'ULYH6XLWH0LVVLVVDXJD2QWDULR/:/&$1$'$
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFD
5,&2+,0$*,1*&+,1$&2
/7'
'-XQ<DR,QWHUQDWLRQDO3OD]D=KDRMLDEDQJ5RDG;X+XL'LVWULFW
6KDQJKDL&+,1$
KWWSZZZULFRKLPDJLQJFRPFQ
'LJLWDOHVSLHJHOUHIOH[FDPHUD
%HGLHQLQJVKDQGOHLGLQJ
ವ 'HVSHFLILFDWLHVHQGHDIPHWLQJHQNXQQHQ]RQGHUYRRUDIJDDQGHNHQQLVJHYLQJZRUGHQJHZLM]LJG
23.61/ &RS\ULJKWk5,&2+,0$*,1*&203$1</7'
)203ULQWHGLQ(XURSH
,QOHLGLQJ
9RRUEHUHLGLQJHQ
2SQDPHQPDNHQ
:HHUJHYHQ
'HOHQ
,QVWHOOLQJHQ
%LMODJH
/HHV YRRU RSWLPDOH FDPHUDSUHVWDWLHV HHUVW
GH KDQGOHLGLQJ GRRU YRRUGDW X GH]H FDPHUD
LQJHEUXLNQHHPW
Download
Advertisement