Pentax ist DS Omaniku manuaal
إعلان
إعلان
PENTAX Corporation
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
PENTAX U.K. Limited
PENTAX France S.A.S.
PENTAX Canada Inc.
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.co.jp/)
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg,
GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough, Berks
SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
12/14, rue Jean Poulmarch, 95106 Argenteuil Cedex,
FRANCE
PENTAX Benelux B.V.
PENTAX (Schweiz) AG
(for Netherlands)
Spinveld 25, 4815 HR Breda, NETHERLANDS
(http://www.pentax.nl)
(for Belgium & Luxembourg)
Weiveldlaan 3-5, 1930 Zaventem, BELGIUM
(http://www.pentax.be)
Widenholzstrasse 1 Postfach 367 8305 Dietlikon,
SWITZERLAND
(http://www.pentax.ch)
PENTAX Scandinavia AB P.O. Box 650, 75127 Uppsala, SWEDEN
(http://www.pentax.se)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(Distribution & Service Center)
16163 West 45th Drive, Unit H Golden, Colorado 80403,
U.S.A. (http://www.pentaximaging.com)
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7,
CANADA
(http://www.pentaxcanada.ca)
De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
AP008705/NL Copyright © PENTAX Corporation 2004
FOM 01.11.2004 Printed in Belgium
SLR Digital Camera
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Fijn dat u hebt gekozen voor de PENTAX J digitale camera. Lees dit document voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats; hij kan een waardevol hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera.
Geschikte objectieven
Voor deze camera zijn alle DA, D FA en FA J-objectieven en objectieven met een s -stand (automatisch) op de diafragmaring geschikt.
Zie pagina 37 en 179 als u een ander objectief of accessoire wilt gebruiken.
Auteursrechten
Met de J gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties, industriële bedrijvigheid of als publicatie-elementen. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
• PENTAX en smc PENTAX zijn handelsmerken van PENTAX Corporation.
• Het SD-logo is een handelsmerk.
• Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken van de betreffende bedrijven.
Aan de gebruikers van deze camera
• De kans bestaat dat opgenomen gegevens worden gewist of dat de camera niet naar behoren functioneert, bijvoorbeeld in de buurt van installaties die sterke elektromagnetische straling of magnetische velden opwekken.
• Het paneel met vloeibare kristallen in het LCD is gemaakt met behulp van extreem hoge-precisietechnologie.
Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
Dit product ondersteunt PRINT Image Matching III. In combinatie met PRINT Image Matching kunnen fotografen met digitale fotocamera’s, printers en software beelden produceren die hun bedoelingen beter benaderen. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet compatibel zijn met PRINT Image
Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Meer over PictBridge
Met PictBridge kan de gebruiker de digitale camera rechtstreeks aansluiten op een printer, waarbij gebruik wordt gemaakt van de universele standaard voor de rechtstreekse uitvoer van opnamen. Met een paar eenvoudige handelingen kunt opnamen rechtstreeks vanuit de camera afdrukken.
• De illustraties en het weergavescherm van de LCD-monitor in deze handleiding kunnen afwijken van het feitelijke product.
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
1
OVER DE CAMERA
Waarschuwing
• Probeer de camera niet te demonteren of te veranderen. De camera bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
• Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
• Houd de SD-geheugenkaart buiten bereik van kleine kinderen om het risico te vermijden dat de kaart per ongeluk wordt ingeslikt. Mocht de kaart toch worden ingeslikt, ga dan onmiddellijk naar een arts.
• De camerariem om uw nek doen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen de riem niet om hun nek doen.
• Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht beschadiging kunnen oplopen. Kijk niet recht in de zon door een teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot blindheid.
• Bewaar batterijen altijd buiten het bereik van kinderen. Mocht een kind per ongeluk een batterij inslikken, dan moet u onmiddellijk een arts raadplegen.
• Gebruik uitsluitend de voor dit product voorgeschreven netvoedingsadapter met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een netvoedingsadapter met andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, kan brand, elektrische schokken of schade aan de camera veroorzaken.
• Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder de batterijen of de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service
Center. Verder gebruik van de camera kan brand of elektrische schokken veroorzaken.
• Schakel tijdens onweer de netvoedingsadapter uit en haal deze uit het stopcontact.
Onweer kan storing in de apparatuur, brand of elektrische schokken veroorzaken.
2
Pas op
• Probeer nooit de batterij kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen. Demonteer de batterij nooit. De batterij kan exploderen of vlam vatten.
• Laad geen andere batterijen op dan oplaadbare Ni-MH-batterijen. De batterij kan exploderen of vlam vatten. Van de batterijen die in deze camera kunnen worden gebruikt, kunnen alleen Ni-MH-batterijen worden opgeladen.
• Als de batterij heet wordt of begint te roken, moet u deze onmiddellijk uit de camera halen. Pas op dat u zichzelf niet brandt bij het verwijderen van de batterij.
• Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
• Leg uw vingers of een kledingstuk niet over de flitser wanneer u deze gebruikt.
Uw huid of kleding kan verbranden.
BATTERIJGEBRUIK
• Gebruik alleen de aangegeven batterijen in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan oververhitting of ontploffing veroorzaken.
• Vervang de batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van een verschillend merk of type, of oude met nieuwe. Oververhitting of zelfs exploderen kan het gevolg zijn.
• De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en
-) op de batterijen en in de camera.
• AA-lithiumbatterijen, AA-alkalinebatterijen en CR-V3-batterijen zijn niet oplaadbaar.
Demonteer de batterij niet. Het opladen of demonteren van deze batterijen kan oververhitting of ontploffing veroorzaken.
Aandachtspunten tijdens het gebruik
• Neem het document Worldwide Service Network mee dat in het pakket zit. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
• Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). Er geldt geen garantie op de inhoud van de opnamen, als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz. niet mogelijk is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia (SDgeheugenkaart) enz.
• Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
• Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Met name auto’s kunnen van binnen zeer heet worden.
• Berg de camera niet op een plaats op met conserveermiddelen en chemicaliën.
Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
• Deze camera is niet waterdicht en kan niet worden gebruikt in de regen of op plaatsen waar de camera nat zou kunnen worden.
• Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
• Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0° tot 40° C.
• Het LCD (liquid crystal display) kan zwart worden bij hoge temperaturen, maar wordt weer normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
• De reactiesnelheid van het LCD kan traag worden bij lage temperaturen. Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
• Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties van het product op peil te houden.
• Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in een draagtas of een plastic zak en haal hem er pas uit als het temperatuurverschil minimaal is geworden.
• Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg hem dan droog.
• Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (blz.30) voor meer informatie over de SD-geheugenkaart.
• Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een blaasbalgje of een lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief hierdoor beschadigd kan raken.
• Druk niet met kracht op de LCD-monitor. De kans bestaat dat de monitor hierdoor breekt of niet meer naar behoren functioneert.
3
4
INHOUDSTAFEL
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA .......................................................1
OVER DE CAMERA ...................................................................................1
BATTERIJGEBRUIK...................................................................................2
Aandachtspunten tijdens het gebruik..........................................................2
INHOUDSTAFEL ........................................................................................4
Samenstelling van de handleiding ..............................................................9
Voor u de camera gaat gebruiken 11
J Camera-eigenschappen .................................................................12
De inhoud van het pakket controleren ..........................................................13
De verschillende onderdelen .........................................................................14
Camera .....................................................................................................14
Indicaties op de LCD-monitor ...................................................................16
Indicaties in de zoeker ..............................................................................20
Indicaties op LCD......................................................................................22
Voorbereidingen 23
Draagriem bevestigen.....................................................................................24
Batterijen plaatsen ..........................................................................................25
Batterijen...................................................................................................26
Indicatie batterijniveau ..............................................................................27
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en weergavetijd
(nieuwe batterijen) ....................................................................................27
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) .......................................28
De SD-geheugenkaart plaatsen / uitnemen ..................................................29
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau ...........................................................31
De camera aan- en uitzetten...........................................................................32
Standaardinstellingen.....................................................................................33
De weergavetaal instellen.........................................................................33
Datum en tijd instellen...............................................................................35
Het objectief bevestigen .................................................................................37
De zoekerdioptrie aanpassen.........................................................................39
Basisbediening 41
Basishandelingen bij opnamen .....................................................................42
De camera vasthouden.............................................................................42
De camera de optimale instellingen laten bepalen ...................................43
De juiste opnamefunctie selecteren ..............................................................47
Het zoomobjectief gebruiken .........................................................................48
De ingebouwde flitser gebruiken...................................................................49
De ingebouwde flitser gebruiken...............................................................49
Andere opnamefuncties .................................................................................53
Continuopnamen.......................................................................................53
Opnamen met de zelfontspanner..............................................................55
Opnamen via de afstandsbediening
(Afstandsbediening F: separaat verkrijgbaar) ...........................................59
Gebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen .........................................62
Foto’s weergeven ............................................................................................63
Opnamen weergeven................................................................................63
Vergrote weergave opnamen....................................................................65
Weergave van negen opnamen tegelijk....................................................66
Diavoorstelling ..........................................................................................68
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ..........................................70
Opnamen verwerken met filters.....................................................................71
Opnamen wissen.............................................................................................73
Eén opname wissen..................................................................................73
Alle opnamen verwijderen.........................................................................74
Geselecteerde opnamen verwijderen
(uit de weergave met negen opnamen) ....................................................75
Opnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect).....................................77
Afdrukservice instellen (DPOF) .....................................................................79
Afzonderlijke opnamen afdrukken.............................................................79
Instellingen voor alle opnamen .................................................................81
Afdrukken met PictBridge ..............................................................................83
Overdrachtswijze instellen ........................................................................84
Camera op de printer aansluiten...............................................................85
Enkele opnamen afdrukken ......................................................................86
Alle opnamen afdrukken ...........................................................................88
Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen .....................90
De kabel losmaken van de printer ............................................................90
5
6
Menu-referentie 91
De knopfuncties gebruiken ............................................................................92
Opnamefunctie (Capture Mode) ...............................................................92
Weergave (Playback)................................................................................94
Het menu gebruiken......................................................................................96
Bediening van het menu ...........................................................................96
Menu [ A Rec. Mode] (opnamefuncties) Items instellen ........................98
Menu [ Q Playback] (weergave) Items instellen ......................................98
Menu [ H Set-up] (instellen) Items instellen ............................................99
Menu [ A Custom] (gebruikersfuncties) Items instellen...........................100
Het functiemenu gebruiken ..........................................................................102
Capture mode .........................................................................................102
Weergave................................................................................................103
De functieknop gebruiken ............................................................................104
Functiereferentie 107
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen ...................................108
Opnametint instellen ...............................................................................108
Opnamepixels instellen...........................................................................109
Kwaliteitsniveau instellen ........................................................................110
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen .........................................111
Witbalans instellen ..................................................................................112
Gevoeligheid instellen.............................................................................115
Kleurruimte instellen ...............................................................................117
Scherpstellen.................................................................................................118
De Autofocus gebruiken..........................................................................118
Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen)...............121
Scherpstelpunten selecteren (scherpstelpunt)........................................123
Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling)..............................125
Belichting instellen .......................................................................................127
Effect van diafragma en sluitertijd...........................................................127
De lichtmeetmethode selecteren ............................................................130
De belichtingsfunctie wijzigen .................................................................132
De belichting instellen .............................................................................141
Wijzigen van belichting en opname
(Auto Bracket) .........................................................................................143
Automatisch belichtingstrapje instellen ...................................................145
Ingebouwde flitser gebruiken ......................................................................146
Flitsopbrengst corrigeren ........................................................................146
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen...................147
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ........................................147
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser...................149
Compatibiliteit objectieven
DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser...............................151
Gebruik van een externe flitser (optioneel) .............................................153
Instellingen tijdens de weergave .................................................................160
Weergavefunctie wijzigen ......................................................................160
Hotspotwaarschuwing weergeven ..........................................................160
Weergave-interval diavoorstelling instellen.............................................161
Camera-instellingen ......................................................................................162
SD-geheugenkaart formatteren ..............................................................162
Het geluidssignaal in- en uitschakelen....................................................163
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen .......................................................163
Wereldtijd instellen..................................................................................164
Weergavetaal instellen............................................................................167
De schermaanwijzingen aan en uitzetten ...............................................167
De helderheid van de LCD-monitor aanpassen......................................168
Het video-uitgangssignaal selecteren .....................................................168
Automatisch uitschakelen instellen .........................................................169
Het bestandsnummer opnieuw instellen .................................................169
Instantcontrole instellen ..........................................................................170
Standaardinstellingen herstellen.................................................................171
Opnamefunctie/Weergave/Instelmenu herstellen ...................................171
Gebruikersfuncties herstellen .................................................................172
Bijlage 173
Standaardinstellingen...................................................................................174
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ..................177
Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring] ....................................179
De CCD schoonmaken..................................................................................180
Optionele accessoires ..................................................................................182
Netvoedingsadapter D-AC10 ..................................................................182
Draadontspanner CS-205 .......................................................................182
Afstandsbediening F ...............................................................................182
Flitsertoebehoren ....................................................................................182
Voor de zoeker........................................................................................183
Cameratas ..............................................................................................184
Overige ...................................................................................................184
Foutberichten ................................................................................................185
Problemen oplossen .....................................................................................187
Belangrijkste technische gegevens ............................................................189
Technische gegevens van optionele afstandsbediening ........................191
Verklarende woordenlijst..............................................................................192
Index ...............................................................................................................196
GARANTIEBEPALINGEN ..............................................................................200
7
8
MEMO
9
Samenstelling van de handleiding
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
1 Voor u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen van de verschillende onderdelen.
2 Voorbereidingen
Beschrijft uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
3 Basisbediening
Legt de procedures uit voor het maken, weergeven en afdrukken van foto’s. Lees deze aanwijzingen om alle basisbedieningen te leren voor opnemen, weergeven en afdrukken.
4 Menu-referentie
Legt de functies van de J uit aan de hand van knoppen en menu’s.
5 Functiereferentie
Geeft informatie over functies om de gebruikservaring van de J te verbeteren.
6 Bijlage
Behandelt het oplossen van problemen, geeft een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires en biedt verschillende informatiebronnen.
1
2
3
4
5
6
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna uitgelegd.
1 Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie weer.
Geeft aandachtspunten aan voor de bediening van de camera.
10
MEMO
1
Voor u de camera gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen van de diverse onderdelen voor het gebruik.
J Camera-eigenschappen ....................................... 12
De inhoud van het pakket controleren ................................ 13
De verschillende onderdelen ............................................... 14
12
J
Camera-eigenschappen
1
• Voorzien van een CCD van 23,5×15,7 mm met effectief 6,1 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
• Uitgerust met een 11-punts AF-sensor. Bij lichtmeting met nadruk op het midden wordt een breed scherpstelveld met 9 scherpstelpunten gebruikt.
• Verbeterde handmatige scherpstelling via een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele kleinbeeld-spiegelreflexcamera, met een vergrotingsfactor van
0,95× . Tevens voorzien van een functie voor weergave van de scherpstelpunten, waarbij de scherpstelpunten rood oplichten in de zoeker.
• Gebruik CR-V3-batterijen, AA-lithiumbatterijen, AA Ni-MH oplaadbare batterijen of
AA-alkalinebatterijen.
• Er zijn universele designconcepten toegepast op verschillende delen van de camera.
De hoge-resolutie LCD-monitor heeft grote tekens, en de toetsen zijn eenvoudiger te gebruiken.
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) verschilt bij de J en kleinbeeldreflexcamera’s, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat het formaat van kleinbeeldfilm en de CCD verschillend zijn.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD
Kleinbeeldfilm
J CCD
: 36×24 mm
: 23,5×15,7 mm
Het opnameformaat van een kleinbeeldobjectief is circa 1,5 keer groter dan dat van een
J . Deel de brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5.
Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100 gebruikt u een 100 mm-objectief bij de J .
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de J worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op een J
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera.
De inhoud van het pakket controleren
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd.
13
1
Flitsschoenbeschermer F
K
(gemonteerd op de camera)
Oogschelp F
L
(gemonteerd op de camera)
ME-zoekerkapje
Bodydop
(gemonteerd op de camera)
USB-kabel
I-USB17
Videokabel
I-VC28
CD-ROM met software
S-SW28
Draagriem
O-ST10
Lithiumbatterijen
CR-V3 (twee)
Handleiding
(deze handleiding)
14
De verschillende onderdelen
1
Camera
Richtteken objectiefvatting
Ontspanknop
Zelfontspanner-LED/
Afstandsbedieningssensor
Objectiefontgrendelknop
3 knop i
knop
M knop
Q knop
Spiegel
AF-koppeling
Scherpstel functieknop
Objectiefinformatiecontacten e-knop
L / Z knop
Vierwegbesturing
4 knop
{ knop
Batterijklep
Statiefaansluiting
K knop
Functiekiezer
Riembevestiging
Aansluiting draadontspanner
USB/video-aansluiting
Gelijkstroomingang
Klepje voor aansluitingen
LCD-monitor
15
Ingebouwde flitser
Flitsschoen m c knop
LCD
Dioptriecorrectieknop
Kaartklep
Ontgrendelknop van kaartcompartiment
Kaartactie-LED
Zoeker
1
16
Indicaties op de LCD-monitor
1
Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de LCD-monitor worden weergegeven.
LCD-monitor
Terwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functieknop gebruikt
Bedieningsaanwijzingen worden drie seconden lang op de LCD-monitor weergegeven bij het inschakelen of gebruiken van de functieknop.
Selecteer [Uit] bij [Guide display] in [ H Setup] om geen indicaties weer te geven. (blz.99)
7
8
1 2
12 / 24 / /
3 4
9
5 6
1
Flash mode
(Actieve functie wordt weergegeven)
(blz.49)
2
Drive mode (blz.102)
3
AE Metering (lichtmeting bij automatische belichting) (blz.130)
4
Scherpstelpunt veranderen (Switch distance measuring point) (blz.123)
5
Witbalans (White balance) (blz.112)
6
Gevoeligheid (Sensitivity) (blz.115)
7
Opnamefunctie (Shooting mode)
(Positie functieknop) (blz.104)
8
Wereldtijd-waarschuwingsweergave
(World time warning display) (blz.164)
9
Datum en tijd (Date and time) (blz.163)
* Indicatie 3, 4, 5 en 6 worden alleen weergegeven wanneer er een andere dan de standaardinstelling is geselecteerd.
8 wordt alleen weergegeven wanneer de
Wereldtijd is ingeschakeld.
17
Opnamefunctie
Druk in de opnamefunctie op de M -knop om de instellingen van de opnamefunctie gedurende 15 seconden weer te geven op de LCD-monitor.
Detailinformatie
Detailed Info
1
12 / sRGB
24 / /
AF
100 mm
2
9
12
3
7
10
4
8
11
5 6
13
1
14
15
16
17
18
1
Scherpstelfunctie (Focus mode)
(blz.118)
2
Opnamefunctie (Shooting mode)
(blz.104)
3
Lichtmeting bij automatische belichting
(AE Metering) (blz.130)
4
Flitsfunctie (Flash mode) (blz.49)
5
Drive mode (blz.102)
6
Automatisch belichtingstrapje (Auto bracket) (blz.145)
7
Gevoeligheid (ISO) (ISO sensitivity)
(blz.115)
8
Kleurweergave (Image finishing)
(blz.108)
9
Kwaliteitsniveau (Quality) (blz.110)
10
Opnamepixels (Recorded pixels)
(blz.109)
11
Kleurruimte (Color space) (blz.117)
12
Witbalans (White balance) (blz.112)
13
Datum en tijd (Date and time) (blz.163)
14
Positie scherpstelpunt (Focus point location) (blz.123)
15
Kleurverzadiging (Saturation) (blz.111)
16
Scherpte (Sharpness) (blz.111)
17
Contrast (blz.111)
18
Brandpuntsafstand objectief
(Lens focus distance)
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om aanwijzingen over het instellen van de functieknop weer te geven.
Aanwijzingen over functieknop
18
1
Weergave
Elke keer dat u tijdens de weergave op de M -knop drukt, schakelt de camera tussen de weergaveschermen.
U kunt de weergegeven aanwijzingen veranderen door op de Q -knop te drukken.
(blz.160)
Detailinformatie
12 /// sRGB
24 / /
100 mm
2
1
11
7
20
24
17
8
18
9
12 13 14 15
21 22
25
5
3
6
10
16
19
23
4
1
Opnamen maken (Capture images)
2
Pictogram voor roteren (Rotate icon)
(blz.64)
3
Opnamemapnummer en bestandsnummer (Image folder number and file number) (blz.169)
13
14
Flitsfunctie (Flash mode) (blz.49)
Drive mode (blz.102)
15
Automatisch belichtingstrapje
(Auto bracket) (blz.145)
16
Scherpte (Sharpness) (blz.111)
4
Pictogram voor beveiliging
(Protect icon) (blz.77)
5
Scherpstelfunctie (Focus mode)
(blz.118)
6
Informatie over scherpstelpunt
(Focus point information) (blz.123)
17
Gevoeligheid (ISO) (ISO sensitivity)
(blz.115)
18
Kleurweergave (Image finishing)
(blz.108)
19
Contrast (blz.111)
7
Sluitertijd (Shutter speed – Tv) (blz.134)
20
Kwaliteitsniveau (Quality) (blz.110)
8
Diafragma (Aperture - Av) (blz.136)
9
LW-correctie (EV compensation)
(blz.141)
21
Opnamepixels (Recorded pixels)
(blz.109)
22
Kleurruimte (Color space) (blz.117)
10
Kleurverzadiging (Saturation) (blz.111)
23
Brandpuntsafstand objectief
(Lens focus length)
11
Opnamefunctie (Shooting mode)
(blz.104)
24
Witbalans (White balance) (blz.112)
12
Lichtmeting bij automatische belichting
(AE Metering) (blz.130)
25
Datum en tijd van de opname
(Captured date and time) (blz.163)
Histogramweergave
1 2
3
4
1
Kwaliteitsniveau (Capture Quality)
2
Opnamemapnummer en bestandsnummer (blz.169)
3
Pictogram voor beveiliging (blz.77)
4
Histogram
• Lichtere gedeelten knipperen wanneer de hotspot-waarschuwing is ingeschakeld.
(blz.160)
• Druk in de histogramweergave op de vierwegbesturing ( 23 ) om de weergavepositie van het histogram naar boven of beneden te verplaatsen.
19
1
20
Indicaties in de zoeker
2 3
1
1
5
4 6 7
1
8 9 10
11 12 13 14
1
Autofocuskader (blz.39)
2
Spotmeetkader (blz.130)
3
Scherpstelpunt (blz.123)
4
Flitserstatus (blz.49)
Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld.
5
Pictogram voor opnamefunctie (blz.47)
Het pictogram voor de geselecteerde opnamefunctie verschijnt
.
Nachtportret, \ Bewegend onderwerp, q Macro, s Landschap, = Portret,
U Normaal
6
Scherpstelindicatie (blz.44)
Verschijnt wanneer de opname is scherpgesteld.
7
Sluitertijd (Shutter speed – Tv) (blz.134)
Sluitertijd bij opname of instellen (onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop).
8
Diafragma (Aperture - Av) (blz.136)
Diafragma bij opname of instellen (onderstreept wanneer het diafragma kan worden gewijzigd met de e-knop).
9
LW-correctie (EV compensation) (blz.141)
Wordt weergegeven wanneer de LW-correctie gereed is of gebruikt wordt.
Knippert langzaam bij het corrigeren van de flitsintensiteit.
Knippert snel bij het corrigeren van de belichting en de flitsintensiteit.
De aangepaste waarde wordt weergegeven op de plaats waar het aantal beschikbare opnamen wordt weergegeven.
21
10
Beschikbaar aantal opnamen/LW-correctie
Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige kwaliteit- en opnamepixelinstellingen.
Geeft het aantal beschikbare continuopnamen weer. (blz.100)
De LW-correctiewaarde wordt weergegeven wanneer de LW-correctie wordt ingesteld.
(blz.133)
Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a . (blz.138)
11
Handmatige witbalans (blz.113)
Wordt weergegeven wanneer de handmatige witbalans wordt gebruikt en knippert tijdens het instellen.
12
Handmatig scherpstellen (blz.121)
Wordt weergegeven wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op \ .
13
ISO-gevoeligheidswaarschuwing (blz.116)
Wordt weergegeven bij het overschrijden van de waarschuwingswaarde.
14
Indicatie belichtingsgeheugen (blz.142)
Wordt weergegeven wanneer het belichtingsgeheugen wordt gebruikt.
1
Wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, wordt het scherpstelpunt tijdens AF rood weergegeven in de zoeker. (blz.123)
22
Indicaties op LCD
De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde van de camera.
1
1 7 2
3
4
8
9
5 6 10 11
1 Sluitertijd (Shutter speed – Tv) (blz.134)
2 Diafragma (Aperture - Av) (blz.136)
3 Flitsfunctie (Flash mode) (blz.49) b : Ingebouwde flitser is gereed
(wanneer deze knippert, betekent dit dat gebruik van de flitser nodig of er een niet-compatibel objectief wordt gebruikt) a : Flitser uit
E : Automatisch flitsen
> : Flitsen met rode-ogenreductie aan
4 Drive-functie (blz.102)
9 : Enkelbeeldopnamen j : Continuopnamen g : Opnamen met zelfontspanner h : Opnamen via afstandsbediening
5 Scherpstelpuntindicatie (blz.123)
Geen indicatie : Auto
: Selecteren
: Midden
6 Lichtmeting bij automatische belichting
(AE Metering) (blz.130)
Geen indicatie:
M
Meervlaks lichtmeting
: Lichtmeting met nadruk op het midden
N : Spotmeting
7 Automatisch belichtingstrapje (blz.145)
8 Witbalans (blz.112)
(Niet weergegeven in Auto-instelling)
9 Batterijniveau
10 LW-correctie (EV compensation) (blz.141)
11 Aantal beschikbare opnamen/
LW-correctiewaarde/PC (Pb)
(PC = Personal Computer (massa-opslag),
Pb = PictBridge)
2
Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen .......................................................... 24
Batterijen plaatsen ................................................................ 25
De SD-geheugenkaart plaatsen / uitnemen ........................ 29
De camera aan- en uitzetten ................................................ 32
Standaardinstellingen .......................................................... 33
Het objectief bevestigen ....................................................... 37
De zoekerdioptrie aanpassen .............................................. 39
24
Draagriem bevestigen
2
1
Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
2
Haal het andere uiteinde van de riem door de andere riembevestiging van de camera en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
Batterijen plaatsen
25
1
Plaats batterijen in de camera. Gebruik twee CR-V3 of vier AA Ni-MH-batterijen,
AA Lithium-batterijen of AA alkalinebatterijen.
• CR-V3-, AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen zijn niet oplaadbaar.
• Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat.
• Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen anders gaan lekken.
• Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera plaats, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen”. (blz.35)
• Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd om zijn geplaatst, kan de camera defect raken.
• Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of merk, of oude met nieuwe.
Houd de ontgrendelknop van het batterijcompartiment ingedrukt zoals afgebeeld ( 1 ), en schuif de klep in de richting van het objectief ( ). Klap dan de klep open.
2
1
2
2
2
Plaats de batterijen volgens de poolaanduidingen +/– in het batterijcompartiment.
26
3
Druk de klep ( 1 ) omlaag tegen de batterijen en schuif hem in de afgebeelde richting ( 2 ).
1
2
2
• Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapter (optioneel). (blz.28)
• Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst.
Batterijen
Voor deze camera kunnen vier verschillende soorten batterijen worden gebruikt.
De prestaties zijn afhankelijk van het type batterij. Kies het type dat het beste past bij uw doeleinden.
CR-V3
AA Ni-MH oplaadbare batterijen
AA-lithiumbatterijen
AA-alkalinebatterijen
De meegeleverde CR-V3 is een batterij met een lange levensduur, die zeer geschikt is voor reizen.
Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig.
Aanbevolen in koude klimaten.
Alleen aanbevolen in noodgevallen, zoals wanneer uw gebruikelijke batterijen leegraken. Ze zijn overal verkrijgbaar, maar ondersteunen onder bepaalde omstandigheden mogelijk niet alle camerafuncties.
27
Indicatie batterijniveau
U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool { op het LCD.
{ brandt
¶
}
¶ brandt
?
¶
?
brandt knippert
: Batterij is vol.
: Batterij raakt leeg.
: Batterij is bijna leeg.
: De camera schakelt zichzelf na deze melding uit.
2
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en weergavetijd (nieuwe batterijen)
Batterijen
CR-V3
AA-lithium batterijen
AA Ni-MH oplaadbare batterijen
AA alkaline batterijen
(temperatuur)
(23°C)
( 0°C)
(23°C)
( 0°C)
(23°C)
( 0°C)
(23°C)
( 0°C)
Normale opnamen
850
560
750
670
560
500
90
Niet van toepassing
Flitsfotografie
50% gebruik
750
100% gebruik
650
500
650
570
500
440
70
Niet van toepassing
410
550
470
440
380
50
Niet van toepassing
Weergavetijd
700 minuten
470 minuten
470 minuten
400 minuten
350 minuten
300 minuten
140 minuten
70 minuten
De opslagcapaciteit voor foto’s is gebaseerd op meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen. De weergavetijd is gebaseerd op meetomstandigheden bij PENTAX. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden.
• De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
• Mogelijk worden niet alle camerafuncties ondersteund bij gebruik van AA alkalinebatterijen.
We raden u aan dergelijke batterijen uitsluitend in noodgevallen te gebruiken.
• Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
28
2
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel)
4
2
1
3
We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapter D-AC10 (optioneel) als u de LCD-monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op de computer.
3
4
1
Zorg dat de camera uit staat alvorens de klep van de aansluitingen te openen.
2
Sluit de gelijkstroomstekker van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van de camera.
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
• Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten of los te maken.
• Zorg dat de aansluitingen tussen de camera, de netvoedingsadapter, de connector voor het netsnoer en het stopcontact goed zijn. Als een aansluiting losraakt terwijl de camera bezig is met het vastleggen of lezen van gegevens op de SD-geheugenkaart, raken de gegevens beschadigd.
• Lees voor het gebruik de handleiding van de netvoedingsadapter D-AC10.
• Bij gebruik van de netvoedingsadapter worden de oplaadbare batterijen in de camera niet opgeladen.
De SD-geheugenkaart plaatsen / uitnemen
29
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart. Zorg dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart te plaatsen of uit te nemen (in de handel verkrijgbaar).
Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer kaartactie-LED brandt.
1
Duw de ontgrendelknop van het kaartdeksel in de aangegeven richting.
Het kaartdeksel gaat open.
2
2
Breng de kaart volledig in met het etiket van de SD-geheugenkaart naar de LCD-monitor gericht.
3
Sluit de kaartklep.
Duw de SD-geheugenkaart eenmaal naar binnen om deze uit te nemen.
30
2
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
• De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Als u dit schuifje op [LOCK] zet, zijn de aanwezige gegevens beveiligd. Er kunnen dan geen nieuwe gegevens worden opgeslagen, geen bestaande gegevens verwijderd en de kaart niet kan worden geformatteerd.
Schrijfbeveiliging
• Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit en zet de camera niet uit wanneer er gegevens op de kaart worden opgeslagen of opnamen of geluidsbestanden worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
• Buig de SD-geheugenkaart niet en stel deze niet bloot aan heftige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
• Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor beschadigd kan raken en onbruikbaar worden.
• Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de SD-geheugenkaart worden verwijderd. PENTAX aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen.
(3) als de kaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) wanneer de kaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
• De levensduur van de SD-geheugenkaart is eindig. Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla altijd een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
• Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht, snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
• Wilt u informatie over SD-geheugenkaarten, bezoek dan de website van PENTAX of neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service Center.
• Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SDgeheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. 1 SD-geheugenkaart formatteren
(blz.162)
31
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau
Kies het aantal pixels (grootte) en kwaliteitsniveau (gegevenscompressie) van opnamen op basis van het gebruiksdoel van de opnamen.
Opnamen met een groter opnameformaat of meer E worden briljanter afgedrukt.
Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een
SD-geheugenkaart past) wordt lager wanneer de bestandsgrootte groter wordt gemaakt.
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren. U hoeft dus niet meer dan het benodigde aantal pixels te selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is 1.5M-formaat voldoende. Stel de gewenste opnamegrootte en kwaliteitsniveau in afhankelijk van uw doelen.
Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor opnamen in het menu [ A Rec. Mode].
1 Opnamepixels instellen (blz.109)
1 Kwaliteitsniveau instellen (blz.110)
Opnamepixels, Kwaliteitsniveau en Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen
Kwaliteitsniveau
Opnamepixels
P
(3008×2008)
(3008×2000)
Q (2400×1600)
R (1536×1024)
RAW
11
—
—
—
C
Best
—
34
51
106
D
Beter
—
70
96
173
E
Goed
—
117
161
271
• Bovenstaande tabel geeft de geschatte opslagcapaciteit en opnametijd aan bij gebruik van een SD-geheugenkaart van 128 MB.
• Bovenstaande waarden kunnen variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, enz.
2
32
De camera aan- en uitzetten
2
1
Zet de hoofdschakelaar aan [ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar uit [OFF] om de camera uit te zetten.
• Zet de camera altijd uit (OFF) wanneer deze niet in gebruik is.
• Wanneer gedurende een ingestelde tijd geen handelingen worden verricht, wordt de camera automatisch uitgeschakeld. (De standaardinstelling is 1 minuut.) (blz.169)
Standaardinstellingen
33
De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm voor de standaardinstellingen op de LCD-monitor. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op de LCD-monitor en de actuele datum en tijd in te stellen.
Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten van de camera.
De weergavetaal instellen
U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven.
U hebt de keus uit: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Russisch, Koreaans, Chinees
(traditioneel en vereenvoudigd) en Japans.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Initial Settings
English
2
New York
DST
Cancel OK OK
2
Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing ( 2345 ).
De standaardinstelling is Engels.
English
Français
Deutsch
Español
Italiano
OK OK
3
Druk op de 4 knop.
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
De cursor gaat naar [ W ].
34
2
5
Druk op de vierwegbesturing ( 45 ) om het scherm voor het instellen van de plaats te openen.
7
6
Herhaal stap 4 en 5 om de instelling van wintertijd/zomertijd
(DST) te wijzigen.
Druk op de 4 knop.
Het scherm voor instelling van de datum en tijd verschijnt.
35
Datum en tijd instellen
Stel de actuele datum, tijd en weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar [mm/dd/yy].
Date Adjust
Date Style mm/dd/yy24h
Date 01 / 01 / 2004
Time
Cancel
00 : 00
OK OK
2
Gebruik de vierwegbesturing ( 23 ) om de datumstijl te kiezen.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar [24h].
Date Adjust
Date Style mm/dd/yy 24h
Date 01 / 01 / 2004
Time
Cancel
00 : 00
OK OK
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave) of 12h (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing ( 23 ).
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat terug naar [Date Style].
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar [Date].
2
36
7
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het kader gaat naar de maand.
Date Adjust
Date Style mm/dd/yy 24h
Date 01 / 01 / 2004
Time
Cancel
00 : 00
OK OK
2
8
Stel de maand in met de vierwegbesturing ( 23 ).
Wijzig de dag en het jaar op dezelfde wijze.
Wijzig vervolgens de tijd.
Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór de middag) of pm
(na de middag), al naar gelang de tijd.
9
Druk op de 4 knop.
De camera is nu klaar om opnamen te maken. Als u de datum en tijd instelt met de menubesturing, gaat u terug naar het [ H Set-up] scherm. Druk nogmaals op de 4 knop.
• Wanneer u klaar bent met de instellingen en op de 4 -knop drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden.
• Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de 4 -knop wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, enz.) precies 00 seconden aangeeft.
• U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met de menubesturing. (blz.163, blz.167)
Wanneer het scherm [Initial Settings] (standaardinstellingen) of [Date Adjust] (datum aanpassen) verschijnt, kunt u het instellen annuleren en overgaan op de opnamefunctie door op de 3 -knop te drukken. In dat geval verschijnt het scherm [Initial Settings] de volgende keer dat u de camera aanzet.
Het objectief bevestigen
37
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar wanneer u gebruik maakt van
DA-, D FA-, FA J- of andere objectieven met een diafragmastand s (Auto). Sommige functies zijn beperkt wanneer u het objectief niet instelt op s (Auto). Zie ook
“Opmerkingen bij [Using Aperture Ring] (gebruik van een diafragmaring)” (blz.179).
Andere objectieven en accessoires zijn niet beschikbaar bij de standaard fabrieksinstellingen. Via een aangepaste functie-instelling is ontspannen toch mogelijk bij gebruik van zo‘n objectief of accessoire. (blz.100)
2
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
1
Controleer of de camera uit is.
2
Verwijder de bodydop ( 1 ) en de
( achterlensdop van het objectief
2 ).
Zet een los objectief altijd met de vatting omhoog neer om beschadiging van de het gebied rond het objectief te voorkomen.
1
2
3
Zorg dat de richttekens (de rode puntjes) op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen.
Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vastklikt.
Na het bevestigen van het objectief controleert u of het goed vastzit. Controleer ook of de rode puntjes van het objectief aan de bovenzijde zitten en of de objectiefbevestiging niet zijdelings kan bewegen.
38
4
Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen.
2
Als u het objectief wilt bevestigen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief (
3
) ingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in.
3
• De bodydop ( 1 ) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport.
“Bodydop K” wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
• Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
• De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AFkoppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektronische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten reinigen met een zachte, droge doek.
De zoekerdioptrie aanpassen
1
Pas de scherpte van het zoekerbeeld aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij.
U kunt de dioptrie verschuiven van –2,5 D tot +1,5 D.
Kijk door de zoeker en richt de camera op een goed verlicht punt.
Verschuif vervolgens de dioptriecorrectieknop naar links of rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot de scherpstelpunten in de zoeker duidelijk zichtbaar zijn.
39
2
De oogschep is bevestigd op de zoeker wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden.
De dioptrie-instelling is beschikbaar met de oogschelp erop, maar is eenvoudiger wanneer u de oogschelp verwijdert zoals hierboven afgebeeld. Trek de oogschelp omhoog en verwijder deze zoals rechts afgebeeld.
Scherpstelkader met scherpstelpunten
40
Memo
3
Basisbediening
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het opnemen.
Zet de functieknop op de Picture-functie (Auto Picture of Normale functie
– Flitser uit (OFF)) om succesvol opnamen te maken.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen ........................................... 42
De juiste opnamefunctie selecteren .................................... 47
Het zoomobjectief gebruiken ............................................... 48
De ingebouwde flitser gebruiken ........................................ 49
Andere opnamefuncties ....................................................... 53
Foto’s weergeven .................................................................. 63
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ................ 70
Opnamen verwerken met filters .......................................... 71
Opnamen wissen .................................................................. 73
Afdrukservice instellen (DPOF) ........................................... 79
Afdrukken met PictBridge .................................................... 83
42
Basishandelingen bij opnamen
De camera vasthouden
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
• Houd de camera stevig met beide handen vast.
• Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt.
3
Horizontale positie Verticale positie
• Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom).
• Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijd voor een camera die in de hand wordt gehouden in de regel 1/(brandpuntsafstand ×1,5).
De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en
1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden een statief.
• Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt.
De camera de optimale instellingen laten bepalen
In deze opnamefunctie kiest de camera automatisch de optimale instellingen per opname wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, zoals aangegeven.
1
Zet de functieknop op I .
De camera bepaalt de meest geschikte opnamefunctie voor het onderwerp.
1 De juiste opnamefunctie selecteren (blz.47)
43
3
2
Zet de scherpstelfunctieknop op
= .
Autofocus is ingesteld. (blz.118)
44
3
Draai de zoomring om de grootte van het onderwerp te bepalen.
Bepaal de grootte van het onderwerp.
1 Het zoomobjectief gebruiken (blz.48)
3
4
Breng het onderwerp binnen het autofocuskader en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
De flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is. (De flitser moet handmatig worden uitgeklapt wanneer de Flitserfunctie niet op
[Auto] is ingesteld.)
1 DE ONTSPANKNOP BEDIENEN (blz.45)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (blz.46)
1 De ingebouwde flitser gebruiken (blz.49)
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Scherpstelindicatie
45
6
Opnamen bekijken op de LCDmonitor.
Na de opname wordt deze gedurende één seconde op de LCD-monitor weergegeven
(instantcontrole.)
Tijdens de instantcontrole kunt u de opname verwijderen door te drukken op de knop i .
1 Weergavetijd instellen (blz.170)
1 Opnamen wissen (blz.73)
1 Hotspotwaarschuwing weergeven (blz.160)
DE ONTSPANKNOP BEDIENEN
De ontspanknop heeft twee standen.
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste positie)
Helemaal ingedrukt
(tweede positie)
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste positie), worden de indicaties in de zoeker en op het LCD ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt (tweede positie), wordt de opname gemaakt.
• Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen.
• Oefen met het tot halverwege indrukken van de ontspanknop om te leren waar de eerste positie is.
• De zoekerindicaties blijven aan terwijl u de ontspanknop indrukt en ze blijven nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar nadat de knop is losgelaten.
(blz.20)
3
46
3
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn onder de volgende omstandigheden (a tot f hier onder). Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
Wanneer het onderwerp niet wordt scherpgesteld, stelt u de scherpstelfunctieknop in op \ en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas scherp te stellen op het onderwerp. (blz.122)
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het bereik van de scherpstelpunten.
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het bereik van de scherpstelpunten.
(c) Onderwerpen die snel bewegen.
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond).
(e) Verticale of horizontale lijnen die binnen het bereik van de scherpstelpunten vallen.
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het bereik van de scherpstelpunten.
Wanneer (f) van toepassing is, is het onderwerp mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie) wordt weergegeven.
De juiste opnamefunctie selecteren
De camera selecteert de optimale functie wanneer I (Auto Picture) is ingesteld met de functieknop.
47
3
Functie-indicatie
Selecteer U (Normaal), = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderwerp), .
(Nachtportret), a (Flitser uit) met de functieknop wanneer het gebruik van een flitser niet is toegestaan.
De functies zijn als volgt.
I (Auto Picture)
U
(Normal)
= (Portrait) s
(Landscape) q
\
.
a
(Macro)
(Moving Object)
(Night Scene Portrait)
(Flash OFF)
Selecteert automatisch Normaal, Portret, Landschap, Macro, of
Bewegend onderwerp.
De basisfunctie voor het maken van opnamen.
Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere opname.
Voor het maken van levendige dichtbijopnamen van bloemen.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp zoals bij een sportevenement.
Hiermee kunt u avond- of nachtopnamen maken of opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond.
De ingebouwde flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn gelijk aan Normaal ( U ).
48
Het zoomobjectief gebruiken
3
Vergroot een onderwerp (tele-opname) of neem een groter gebied op (groothoek) met een zoomobjectief. Stel deze in op de gewenste grootte en maak de foto.
1
Draai de zoomring rechtsom of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand.
• De beeldhoek wordt groter naarmate het getal op de zoomschaalring kleiner wordt. Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
• Power Zoom, Image Size Tracking, Zoom Clip, en Auto Zoom Effect zijn niet compatibel met deze camera.
Groothoek Tele
De ingebouwde flitser gebruiken
49
De ingebouwde flitser gebruiken
Maak als volgt een opname bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde flitser handmatig wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 4 m. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden. (Deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de ingestelde gevoeligheid. (blz.149))
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering
(delen rondom zijn zwart vanwege een gebrek aan licht) optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren.
1 Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser
(blz.151)
• Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
• De ingebouwde flitser geeft een maximale intensiteit af wanneer pre Aobjectieven worden gebruikt.
3
B b
C
D
Auto discharge
Manual discharge
Auto flash+Redeye reduct
Manl flash+Redeye reduct
De camera bepaalt automatisch het omgevingslicht en de ingebouwde flitser wordt uitgeklapt en gebruikt wanneer dit nodig is. (De flitser gaat niet af wanneer dit niet nodig is, ook niet als de flitser is uitgeklapt.)
Hiermee flitst u handmatig. De flitser zal alleen werken wanneer deze is uitgeklapt.
Er wordt een vóórflits gegeven voordat de automatische flitser afgaat.
De flitser wordt handmatig ingeschakeld. Er wordt een vóórflits gegeven voor rode-ogenreductie.
• Wanneer de Flitser is uitgeschakeld a (OFF), gaat de flitser niet af, zelfs wanneer de instellingen worden gewijzigd. De ingestelde flitsfunctie blijft bewaard.
• Handmatig flitsen (Flitser AAN) wordt gebruikt, onafhankelijk van de instellingen van de flitsmodus, wanneer de knop K wordt ingedrukt om de flitser handmatig uit te klappen.
50
Flitsermodus selecteren
1
Druk op de { knop.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
3 2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het scherm voor flitseropties wordt weergegeven.
3
4
Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing ( 45 ).
Druk twee keer op de 4 knop.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
1
2
Automatische flitsfunctie gebruiken
B
,
C
(Flitser automatisch uitklappen)
Zet de functiekiezer op I , U , = , q , of .
.
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en laadt zich op. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt er b op de LCDmonitor, in het LCD en in de zoeker. (blz.17, blz.20, blz.22)
OK
Wissel tussen de functie automatisch flitsen en handmatig flitsen (Flitser AAN) door op de knop K te drukken terwijl de ingebouwde flitser is uitgeklapt. Wanneer automatisch flitsen is ingesteld, verschijnt er E op het LCD.
3
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen.
51
3
1
Handmatige flitser gebruiken (Flitser AAN)
b
,
D
Druk op de K knop.
De ingebouwde flitser wordt uitgeklapt en opgeladen. De handmatig flitsfunctie (Flitser
AAN) wordt gebruikt, onafhankelijk van de instellingen van de flitsmodus. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt er b op de LCD-monitor, in het LCD en de zoeker.
(blz.17, blz.20, blz.22)
Wissel tussen de functie automatisch flitsen en handmatig flitsen door te drukken op de knop
K terwijl de ingebouwde flitser is uitgeklapt en de opnamemodus is ingesteld op I , U ,
= , s , q , \ , of .
.
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt.
3
Flitser indrukken om in te klappen.
52
3
Rode-ogenreductie gebruiken Flitser
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen.
• Maak de omgeving lichter voor de opname.
• Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u een zoomobjectief gebruikt.
• Gebruik de ingebouwde flitser met rode-ogenreductie.
• Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera.
De rode-ogenreductiefunctie van deze camera vermindert het rode-ogen effect door tweemaal te flitsen. Met de rode-ogenreductie wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect wordt verminderd. U gebruikt de rode-ogenreductie door C (Auto flitser met rode-ogenreductie) in te stellen in de
Picture-functie of D (Handmatige flitser met rode-ogenreductie) in te stellen in andere functies.
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het op deze manier gebruiken van de flitser wordt een opname met daglichtsynchronisatie genoemd. De flitser wordt bij daglichtsynchronisatie handmatig ingeschakeld.
Opnamen maken (Auto Picture)
1 Controleer of de flitser is ingesteld op b (handmatig flitsen). (blz.51)
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak de opname.
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Andere opnamefuncties
53
Continuopnamen
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden.
1
Druk op de { knop.
3
Het functiemenu wordt weergegeven.
Fn
OK
54
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
3
Het scherm met opties voor de Drive-functie verschijnt.
OK
3
Selecteer j met de vierwegbesturing ( 45 ).
OK
4
Druk twee keer op de 4 knop.
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
55
Stel [2 (No. cnt shtng rcd im)] in [Recordable image No.] in het [ A Custom] menu.
Het mogelijke aantal continuopnamen (buffergeheugen) wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. (blz.100)
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om te stoppen met het maken van de serieopname.
De instelling voor continuopnamen blijft bewaard wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Open het functiemenu en stel de camera in op 9 (enkelbeeldopnamen) om de continuopname te stoppen.
• Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, wordt er opnieuw scherpgesteld, wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op = .
• Wanneer de opnamefunctie is ingesteld op \ (Bewegend onderwerp) en de scherpstelfunctie is ingesteld op = , wordt de automatische scherpstelfunctie voor continuopnamen ingesteld en wordt er scherpgesteld voor elke opname. De sluiter ontspant ook als er nog niet helemaal is scherpgesteld.
• Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. Als u de sluiter wilt kunnen ontspannen voordat de ingebouwde flitser gereed is, moet u een gebruikersfunctie instellen. (blz.147)
3
Opnamen met de zelfontspanner
Deze camera heeft twee zelfontspannerfuncties: g en r .
g r
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik de zelfontspanner om als fotograaf ook op de foto te komen.
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de spiegel opgeklapt.
De sluiter ontspant na circa twee seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
1
Bevestig de camera op een statief.
56
2
Druk op de { knop.
3
Het functiemenu wordt weergegeven.
Fn
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
OK
Het scherm met opties voor de Drive-functie verschijnt.
4
Selecteer g of r met de vierwegbesturing ( 45 ).
5
Druk twee keer op de 4 knop.
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
6
Kijk in de zoeker of het onderwerp in zicht is en druk de ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie [ ] ] wordt weergegeven in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld.
57
OK
3
OK
58
3
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Bij g : de eerste tien seconden knippert de zelfontspanner-LED langzaam en klinkt er een elektronisch geluidssignaal. Twee seconden voordat de opname wordt gemaakt, begint de
LED sneller te knipperen en neemt de frequentie van het geluidssignaal toe. Ongeveer 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Bij r : Ongeveer twee seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
1 Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. “Het geluidssignaal in- en uitschakelen” (blz.163)
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (blz.142). (U kunt het binnendringende licht negeren wanneer de belichtingsmodus is ingesteld op a
(handmatig) (blz.138).)
• Verwijder oogschelp F
L
door één kant omhoog te trekken bij gebruik van accessoires zoals het zoekerkapje.
Oogschelp verwijderen F L
8
Zet de camera uit na de opname.
De volgende keer dat u de camera inschakelt, wordt de zelfontspanner geannuleerd en is de camera weer ingesteld op enkelbeeldopnamen
Het zoekerkapje bevestigen
59
Opnamen via de afstandsbediening
(Afstandsbediening F: separaat verkrijgbaar)
1
De ontspanknop kan ook worden bediend via de optionele afstandsbediening. U kunt kiezen uit h (afstandsbediening) en i (drie seconden vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening.
h i
De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
De sluiter wordt ontspannen drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
Bevestig de camera op een statief.
3
2
Druk op de { knop.
Het functiemenu wordt weergegeven.
Fn
OK
60
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm met opties voor de Drive-functie verschijnt.
3
4
Selecteer h of i met de vierwegbesturing ( 45 ).
De zelfontspanner-LED knippert, ten teken dat de camera zich in de wachtstand voor de afstandsbediening bevindt.
OK
5
6
Druk twee keer op de knop 4 .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] wordt weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld.
• U kunt bij standaardinstellingen niet scherpstellen via de afstandsbediening. Stel eerst scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt. U kunt [automatisch scherpstellen bij afstandsbediening] inschakelen via de gebruikersfuncties. (blz.100)
• Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, wordt de flitser niet automatisch geactiveerd, zelfs wanneer de camera is ingesteld op B (automatisch flitsen). Klap eerst handmatig de flitser uit. (blz.51)
7
Richt de afstandsbediening op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in.
5m
De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde van de camera. De sluiter wordt onmiddellijk of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt ontspannen.
Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner twee seconden en gaat dan weer knipperen.
• Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (blz.142). (U kunt het binnendringende licht negeren wanneer de belichtingsmodus is ingesteld op a
(handmatig) (blz.138).)
• Verwijder oogschelp F
L
door één kant omhoog te trekken bij gebruik van accessoires zoals het zoekerkapje.
61
3
Oogschelp verwijderen F L Het zoekerkapje bevestigen
• Zet de camera uit om de afstandsbedieningsfunctie te annuleren nadat die is geactiveerd.
• De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
• De afstandsbediening werkt niet wanneer de flitser bezig is op te laden.
• Als u gebruik wilt maken van de ingebouwde flitser, klap deze dan eerst uit.
• Wanneer de afstandsbediening vijf minuten niet wordt gebruikt, keert de camera automatisch terug naar de enkelbeeldopnamefunctie.
• De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer
30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een PENTAX service center om de batterij te vervangen (hieraan zijn kosten verbonden).
62
Gebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen
3
Gebruik de spiegelvergrendelingsfunctie wanneer de camera duidelijk beweegt, ook wanneer de draadontspanner (optioneel) of de afstandsbediening (optioneel) wordt gebruikt.
Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, klapt de spiegel omhoog en wordt na twee seconden de sluiter ontspannen bij het gebruik van de 2 s-zelfontspanner. Deze methode voorkomt bewegingen van de camera.
Volg de onderstaande procedure om het opname te maken met spiegelvergrendeling:
1 Bevestig de camera op een statief.
2 Druk op de { knop en de vierwegbesturing ( 2 ) en selecteer [
(blz.55) r
2 s-zelfontspanner)].
3 Stel scherp op het onderwerp.
4 Druk de ontspanknop helemaal in.
De spiegel wordt opgeklapt en de opname wordt twee seconden later gemaakt. Het belichtingsgeheugen is ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand aan het omhoogklappen van de spiegel is gemeten.
Foto’s weergeven
63
1
Opnamen weergeven
U kunt opnamen ook weergeven op de camera.
Met de meegeleverde PENTAX PHOTO Browser 2.0-software kunt u opnamen weergeven op een computer. Raadpleeg de “PENTAX PHOTO Browser 2.0/PENTAX
PHOTO Laboratory 2.0 handleiding” voor meer informatie.
Druk na het maken van een opname op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
3
64
2
Druk op de vierwegbesturing
( 45 ).
4 : De vorige opname wordt weergegeven.
5 : De volgende opname wordt weergegeven.
3
Opnamen roteren
U kunt opnamen telkens 90° tegen de klok in roteren. Dit maakt het bekijken van verticaal gemaakte opnamen eenvoudiger.
1
Druk na het maken van een opname op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
OK
2
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Bij elke druk op de knop wordt de opname 90 ° graden tegen de klok in gedraaid.
OK
65
3
Druk op de 4 knop.
De roteringsgegevens van de opname worden bewaard.
Vergrote weergave opnamen
U kunt opnamen tijdens de weergave tot maximaal 12 keer vergroten.
3
1
Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
De laatste opname (opname met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de
LCD-monitor.
66
2
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y ).
Bij elke kalibratie wordt 1 opname vergroot, tot maximaal 12 keer de oorspronkelijke grootte.
Draai naar links (in de richting van f ) om terug te gaan.
Druk nogmaals op de 4 knop om de oorspronkelijke weergave te herstellen.
Gebruik tijdens de zoomweergave de vierwegbesturing ( 2345 ) om het weergavegebied te wijzigen.
3
De eerste kalibratie op de e-knop is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen naar [Mag to Strt Zm
Plybk] in het menu [ A Custom]. (blz.101)
Weergave van negen opnamen tegelijk
U kunt negen opnamen tegelijk weergeven op de LCD-monitor.
1
Druk op de Q knop.
De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
67
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f ).
Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om de opname te selecteren. Er verschijnt rechts op het scherm een schuifbalk. Als er een opname is geselecteerd op de onderste rij, worden bij een druk op de vierwegbesturing ( 3 ) de volgende negen opnamen weergegeven.
Wanneer een opname niet kan worden weergegeven, verschijnt er een [?].
Kader
Select&Delete 100-0046
Schuifbalk
3
3
Draai de e-knop naar rechts (in de richting van y ) of druk op de 4 knop.
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
68
Diavoorstelling
U kunt alle opgeslagen opnamen op de SD-geheugenkaart na elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op de LCD-monitor.
3
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u het eerst wilt weergeven met de vierwegbesturing ( 45 ).
De laatste opname (opname met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de
LCD-monitor.
2
Druk op de { knop.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
3
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het startscherm wordt weergegeven en de diavoorstelling begint.
Druk op een willekeurige knop om de diavoorstelling te stoppen.
Wanneer u wilt terugkeren naar de opnamefunctie drukt u op de ontspanknop of de Q knop of schuift u de hoofdschakelaar naar |
(voorbeeld) of draait u aan de functieknop.
Stel de weergavetijd voor de diavoorstelling in het menu [ Q Playback] in. U kunt de diavoorstelling ook starten vanuit het menu [ Q Playback]. (blz.161)
69
3
70
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur
Via de videokabel kunt u opnamen weergeven met een tv of andere apparatuur met een video-IN-aansluiting als monitor. Zorg dat zowel de tv als de camera uit staat alvorens de kabel aan te sluiten.
3
1
Sluit de videokabel aan op de USB/video-uitgang van de camera.
2
Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-INaansluiting van de tv.
3
Zet de tv en de camera aan.
• Als u van plan bent de camera gedurende lange tijd intensief te gebruiken, verdient het aanbeveling een netvoedingsadapter (optioneel) te gebruiken. (blz.28)
• Raadpleeg de handleiding bij de tv of de audiovisuele apparatuur waarop de camera is aangesloten.
Opnamen verwerken met filters
U kunt opnamen bewerken met digitale filters. De bewerkte opnamen worden onder een andere naam opgeslagen.
• RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt.
• Stel digitale filters in via het menu [ Q Playback].
71
3
1
Digitaal filter
B&W
Sepia
Soft
Slim
Converteren naar zwart-witopname.
Geef uw foto’s een antiek uiterlijk door ze te converteren naar een sepiakleur.
Creëer een zachte opname door de gehele opname lichtjes te vervagen.
Wijzig de horizontale en verticale verhouding van opnamen. De hoogte en breedte kunnen tot twee keer het oorspronkelijke formaat worden gewijzigd.
Druk op { knop in de weergavefunctie.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
72
2
Druk op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm voor het selecteren van het filter wordt weergegeven.
OK
3
3
Selecteer met de vierwegbesturing ( 45 ) een opname.
4
Selecteer een filter met de vierwegbesturing ( 23 ).
Selecteer een filter en bekijk de effecten ervan op de opname. Ga naar stap 6 wanneer u [B&W], [Sepia] of [Zacht] hebt geselecteerd.
5
Wanneer u het Versmal-filter hebt geselecteerd, kunt u dit aanpassen via de e-knop.
Draai deze tegen de klok in voor breder, en met de klok mee voor smaller.
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om een opname te selecteren. De opname wordt weergegeven met de ingestelde smalinstelling.
OK
6
Druk op de 4 knop.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Save as] met de vierwegbesturing ( 2 ).
8
Druk op de 4 knop.
De gefilterde opname wordt opgeslagen onder een andere naam.
Save as
OK
Opnamen wissen
1
Eén opname wissen
U kunt één opname per keer verwijderen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd.
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt verwijderen met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de i knop.
Het scherm voor het wissen van opnamen verschijnt.
3
Selecteer [Delete] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Delete
OK
4
Druk op de 4 knop.
De opname wordt verwijderd.
73
3
74
Alle opnamen verwijderen
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer verwijderen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd.
3
1
Druk op de knop Q .
2
Druk twee maal op de knop i .
Het scherm voor het wissen van alle opnamen verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Delete All] te selecteren en druk op de 4 knop.
Alle opnamen worden verwijderd.
OK
75
Geselecteerde opnamen verwijderen
(uit de weergave met negen opnamen)
U kunt verscheidene opnamen tegelijk uit de weergave met negen opnamen verwijderen.
• Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
• Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd.
• U kunt alleen gelijktijdig bestanden selecteren wanneer deze in dezelfde map staan.
1
Druk op de Q knop.
De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven.
3
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f ).
Er worden negen opnamen getoond.
Select&Delete 100-0046
76
3
Druk op de i knop.
Boven de opnamen verschijnt 9 .
3
4
Kies de te verwijderen opnamen en geluidsbestanden met de vierwegbesturing ( 2345 ) en druk op de 4 knop.
De opname wordt geselecteerd en er verschijnt O .
Druk op de knop { om alle opnamen te selecteren. (De selectie van opnamen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal opnamen.)
5
Druk op de i knop.
Het Bevestig-verwijderen-scherm verschijnt.
6
Selecteer de optie [Select & Delete] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Delete OK
7
Druk op de 4 knop.
De geselecteerde opnamen worden verwijderd.
Select&Delete
OK
77
1
Opnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect)
U kunt opnamen beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd.
Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de
LCD-monitor weergegeven.
3
2
Druk op de Z knop.
Het scherm voor beveiliging verschijnt.
3
Selecteer [Protect] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Protect
4
Druk op de 4 knop.
De geselecteerde opname wordt beveiligd.
• Om de beveiligingsinstellingen te annuleren, selecteert u [Unprotect] bij stap 3.
• Bij de weergave van beveiligde opnamen verschijnt het symbool Y . (blz.19)
OK
78
Alle opnamen beveiligen
1
Druk op de knop Q .
2
Druk twee keer op de Z knop.
Het scherm voor beveiliging van alle opnamen verschijnt.
3
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) om [Protect] te selecteren en druk op de 4 -knop.
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd.
Protect
OK
Om de beveiligingsinstellingen voor alle opnamen te annuleren, selecteert u [Unprotect] bij stap 3.
Afdrukservice instellen (DPOF)
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak die foto’s afdrukt te brengen.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal exemplaren opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken.
Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
79
3
Afzonderlijke opnamen afdrukken
Stel voor elke opname de volgende opties in.
Copies
(aantal afdrukken)
Date
(Datum)
Kies het aantal afdrukken. U kunt tot maximaal 99 exemplaren afdrukken.
Geef aan of de datum al dan niet moet worden afgedrukt op de afdruk.
1
Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing ( 45 ).
2
Druk op de { knop.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
3
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het DPOF-scherm verschijnt.
Als er reeds DPOF-instellingen zijn voor een opname, worden het vorig ingestelde aantal afdrukken en de instelling van de datumweergave ( O (on) of P (off)) weergegeven.
Fn
Copies 00
OK
80
3
4
Kies met de vierwegbesturing ( 45 ) het aantal exemplaren en druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar [Date].
5
Gebruik de vierwegbesturing
( 45 ) om aan te geven of de datum al ( O ) dan niet ( P ) moet worden afgedrukt.
O : De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
Date
Fn OK
6
Druk op de 4 knop.
De DPOF-instelling wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestatus.
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren bij stap 3 in op
[00] en drukt u op de 4 knop.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat de kans dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als de DPOF-instelling hiervoor is gekozen.
81
Instellingen voor alle opnamen
1
Druk op { knop in de weergavefunctie.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het DPOF-scherm verschijnt.
Fn
Copies 00
OK
3
Druk op de { knop.
Het scherm voor het maken van DPOFinstellingen voor alle opnamen wordt weergegeven.
Copies 02
OK
4
Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om het aantal exemplaren in te stellen en te bepalen of u de datum wilt afdrukken ( O ) of niet
( P ).
Zie stap 4 en 5 in “Afzonderlijke opnamen afdrukken” (blz.80) voor detailinformatie over de instellingen.
3
82
5
Druk op de 4 knop.
De DPOF-instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestatus.
Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij de instellingen, geldt voor alle opnamen.
Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
Wanneer er instellingen worden opgegeven voor alle opnamen, worden instellingen voor afzonderlijke opnamen geannuleerd.
3
Afdrukken met PictBridge
83
Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u daarvoor een computer nodig hebt (direct afdrukken).
Sluit de camera op de PictBridge-compatibele printer aan via de meegeleverde USBkabel (I-USB17) om direct af te drukken.
Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten selecteert u de opnamen die u wilt afdrukken, het aantal exemplaren en of de datum moet worden afgedrukt.
Direct afdrukken vindt als volgt plaats.
Stel de [Transfer Mode] (overdrachtswijze) op de camera in op [PictBridge] (blz.84)
¶
Sluit de camera aan op de printer (blz.85)
¶
Stel de afdrukopties in (blz.79)
Enkele opnamen afdrukken (blz.86)
Alle opnamen afdrukken (blz.88)
Afdrukken met DPOF-instellingen (blz.90)
¶
Maak de camera los van de printer (blz.90)
3
• Wanneer u de camera aansluit op een printer, raden wij u aan de netvoedingsadapter te gebruiken. De printer werkt mogelijk niet goed, of de opnamegegevens kunnen verloren gaan wanneer de batterij leegraakt terwijl de camera op de printer is aangesloten.
• Maak de USB-kabel niet los tijdens de overdracht van gegevens.
• Al naar gelang het type printer zijn mogelijk niet alle op de camera gemaakte instellingen (zoals afdruk- en DPOF-instellingen) geldig.
• Er kan een afdrukfout optreden wanneer u meer dan 500 exemplaren afdrukt.
• U kunt via de camera niet diverse opnamen selecteren om af te drukken op een enkel vel. Stel dit in op de printer. Raadpleeg de handleiding van uw printer.
• Raadpleeg de “PENTAX PHOTO Browser 2.0/PENTAX PHOTO Laboratory 2.0 handleiding” wanneer u de camera aansluit op een computer.
84
Overdrachtswijze instellen
1
Druk op de 3 knop.
Het menu [ A Rec. Mode] verschijnt.
3
2
Selecteer met de vierwegbesturing
( 45 ) het menu [ H Set-up].
Set-up
Format
Beep
Date Adjust
World Time
Guide display
Exit
English
3
Selecteer met de vierwegbesturing ( 23 ) de overdrachtswijze
[Transfer Mode].
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Er verschijnt een keuzemenu.
85
5
Selecteer [PictBridge] met de vierwegbesturing ( 23 ).
Set-up
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Cancel
0
NTSC
P C
PictBridge
P C - F
OK OK
6
Druk op de 4 knop.
De instelling wordt gewijzigd.
7
Druk op de 3 knop.
Camera op de printer aansluiten
1
2
Zet de camera uit.
Sluit de camera aan op de PictBridge-compatibele printer via de meegeleverde USB-kabel.
Op printers die compatibel zijn met PictBridge, is het PictBridge-logo afgedrukt.
3
86
3
Zet de printer aan.
4
Nadat de printer is geïnitialiseerd, zet u de camera aan.
Het PictBridge-menu verschijnt.
3
Print One
Print All
DPOF AUTOPRINT
OK
Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer de overdrachtwijze [Transfer
Mode] is ingesteld op [PC] of [PC-F].
Enkele opnamen afdrukken
1
Selecteer [Print One] in het
PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
Print One
Print All
DPOF AUTOPRINT
OK
2
3
Druk op de 4 knop.
Het scherm Print One verschijnt.
Kies met de vierwegbesturing
( 45 ) een opname die u wilt afdrukken.
Fn
OK
4
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing ( 23 ).
U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken.
5
Gebruik de { knop om te bepalen of de datum al ( O ) dan niet
( P ) moet worden afgedrukt.
O : De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
6
Druk op de 4 knop.
Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt.
Ga naar stap 12 om de opnamen met de standaardinstellingen af te drukken, druk op de knop 4 .
Ga naar stap 7 om de afdrukinstellingen te wijzigen.
Fn
Paper Size
Paper Type
Quality
Border Status
Standard
Std.
Std.
Std.
OK
87
3
7
Druk op de { knop.
Het scherm voor wijzigen van de afdrukinstellingen verschijnt.
PictBridge
Paper Size
Paper Type
Quality
Border Status
Standard
Std.
Std.
Std.
Cancel OK OK
8
9
Selecteer het papierformaat
[Paper Size] en druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm Paper Size wordt geopend.
Kies het papierformaat met de vierwegbesturing ( 2345 ).
U kunt alleen een papierformaat kiezen dat door de printer wordt ondersteund.
Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op standaard [Standard], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen.
Paper Size
Standard
Card
L
1 0 0 × 1 5 0
Postcard
4 ” × 6 ”
Cancel
2 L
8 ” × 1 0 ”
A 4
Letter
11 ” × 1 7 ”
A 3
OK OK
88
3
10
Druk op de 4 knop.
11
Herhaal stap 8 t/m 10 om de papiersoort [Paper Type], de kwaliteit [Quality] en de randen [Border Status] in te stellen.
Na het instellen van elk item wordt het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen weergegeven.
Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op standaard [Standard], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen.
Papiersoorten met meer E bieden ondersteuning voor papier van een hogere kwaliteit.
Hoe meer E , hoe hoger de afdrukkwaliteit.
12
Druk twee keer op de knop 4 .
De opname wordt afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de 3 knop als u het afdrukken tussentijds wilt stoppen.
Alle opnamen afdrukken
1
Selecteer [Print All] in het
PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
Print One
Print All
DPOF AUTOPRINT
OK
2
Druk op de 4 knop.
Het scherm [Print all images] verschijnt.
3
Kies het aantal exemplaren en geef aan of u de datum wilt afdrukken. Bevestig de instellingen.
Het aantal exemplaren en het al dan niet afdrukken van de datum zijn van toepassing op alle opnamen.
Zie “Enkele opnamen afdrukken” (blz.86) voor meer informatie over de instellingen.
Fn
OK
4
Druk op de 4 knop.
Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt.
5
Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop 4 .
Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de 3 knop als u het afdrukken tussentijds wilt stoppen.
89
3
90
Opnamen laten afdrukken op basis van DPOFinstellingen
3
1
Selecteer [DPOF AUTOPRINT] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing ( 23 ).
2
Druk op de 4 knop.
Het scherm Afdrukken met DPOF-instellingen wordt weergegeven. Gebruik de vierwegbesturing ( 45 ) om de opname en afdrukinstellingen te controleren.
De afdrukinstellingen worden ingesteld in de Print Service. (blz.79)
OK
3
Druk op de 4 knop.
Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt.
4
Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop 4 .
De opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de 3 knop als u het afdrukken tussentijds wilt stoppen.
De kabel losmaken van de printer
Maak de kabel los van de printer wanneer u klaar bent met het afdrukken van opnamen.
1
2
Maak de USB-kabel los van de camera.
Maak de USB-kabel los van de printer.
4
Menu-referentie
Legt de functies van de J uit aan de hand van knoppen en menu’s.
De knopfuncties gebruiken .................................................. 92
Het menu gebruiken ............................................................. 96
Het functiemenu gebruiken ................................................ 102
De functieknop gebruiken .................................................. 104
92
De knopfuncties gebruiken
4
Opnamefunctie (Capture Mode)
Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de opname.
1
2
4
3
10
5
6
7
8
9
11
12
13
14
15
3
4
1
2
Ontspanknop
Indrukken om opnamen te maken. (blz.45)
Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera aan/uit te zetten (blz.32) of de scherptediepte visueel te controleren (blz.129).
Ontgrendelknop voor het objectief
Indrukken om het objectief los te maken. (blz.37)
Scherpstelfunctieknop
Schakelen tussen automatisch (blz.118) en handmatig scherpstellen (blz.121).
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
Functieknop
Wijzig de opnamefunctie. (blz.104)
K knop
Klap de ingebouwde flitser uit. (blz.49)
3 knop
Geeft het menu [ A Rec. Mode] weer (blz.98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 5 ) voor weergave van het menu [ Q Playback](blz.98)
(weergave), [ H Set-up] (blz.99) (instellen) en [ A Custom] (gebruikersfuncties).
(blz.100)
M knop
Indrukken om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (blz.17)
Q knop
Activeert de weergavefunctie. (blz.63) m c knop
Indrukken om waarden voor het diafragma en de LW-correctie in te stellen. (blz.136, blz.141)
L knop
Meet de belichting voor de opname. (blz.142) e-knop
Stel de sluitertijd, het diafragma en de LW-correctie in.
(blz.134, blz.136, blz.141)
4 knop
Bevestig de in het menu geselecteerde instelling.
Vierwegbesturing ( 2345 )
Verplaats de cursor of wijzig in menu’s en het functiemenu.
{ knop
Indrukken om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om de volgende handeling te kiezen. (blz.102)
93
4
94
Weergave (Playback)
Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de weergave.
1
2
4
4
5
1
2
3
7
3
4
5
8
9
10
6
Ontspanknop
Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie.
Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit en aan te zetten (blz.32)
3 knop
Indrukken om het menu weergave [ Q Playback] te openen (blz.98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing ( 45 ) om de menu’s [ H Set-up] (instellen)(blz.99),
[ A Custom] (gebruikersfuncties)(blz.100) en [ A Rec. Mode] (opnamefunctie) weer te geven (blz.98).
i knop
Indrukken om opnamen te verwijderen. (blz.73)
M knop
Indrukken om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (blz.18)
6
7
8
9
10
Q knop
Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie.
Z knop
Indrukken om opnamen te beveiligen tegen onbedoelde verwijdering. (blz.77)
4 knop
Bevestig de in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling.
Vierwegbesturing ( 2345 )
Gebruiken om de cursor te verplaatsen of items in menu’s, het functiemenu en het weergavescherm te wijzigen.
{ knop
Indrukken om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing ( 245 ) om de volgende handeling te kiezen. (blz.102)
95
4
96
Het menu gebruiken
Bediening van het menu
4
1
In dit gedeelte wordt het gebruik uitgelegd van de menu’s [ A Rec. Mode]
(opnamefunctie), [ Q Playback] (weergave), [ H Set-up] (instellen) en [ A Custom]
(gebruikersfuncties).
Het menuscherm weergeven
Druk op de knop 3 in de opnamefunctie.
Het menu [ A Rec. Mode] (opnamefunctie) wordt weergegeven.
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Exit
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Telkens wanneer u de vierwegbesturing indrukt, worden opeenvolgende de volgende menu’s weergegeven: [ Q Playback]
(weergave), [ H Set-up] (instellen) en
[ A Custom] (gebruikersfuncties).
Set-up
Format
Beep
Date Adjust
World Time
Guide display
Exit
English
Selecteer een menu-item en stel het in.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld uitgelegd hoe u het kwaliteitsniveau instelt in het menu [ A Rec. Mode] (opnamefunctie).
3
Kies een onderdeel met de vierwegbesturing ( 23 ).
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Exit
97
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
De beschikbare opties voor het kwaliteitsniveau worden weergegeven.
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om naar het scherm met het submenu te gaan als er sprake is van een submenu.
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Cancel OK OK
4
5
6
Selecteer een instelling met de vierwegbesturing ( 23 ).
Druk op de 4 knop.
De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in.
Druk op de 3 -knop om terug te gaan naar het de opname- of weergavefunctie.
Als u op de 3 -knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterijen worden uitgenomen terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
98
Menu [
A
Rec. Mode] (opnamefuncties) Items instellen
4
Instellingen voor de opnames maakt u in het menu [ A Rec. Mode] (opnamefuncties).
Onderdeel
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
Functie
Stel de kleurtoon van opnamen in.
Stel de opnamegrootte in.
Stel de opnamekwaliteit in.
Stel de kleurverzadiging in.
Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Stel het contrast van de opname in.
Stel de tijd in voor de instantcontrole.
Stel de opnamefunctie in voor het automatische belichtingstrapje.
Bepaal welk deel van het scherm moet worden gebruikt voor het meten van de helderheid en het bepalen van de belichting.
Bepaal welk deel van het scherm wordt gebruikt om scherp te stellen.
Wijzig de hoeveelheid flitslicht.
Bladzijde blz.108
blz.109
blz.110
blz.111
blz.111
blz.111
blz.170
blz.145
blz.130
blz.123
blz.146
Menu [
Q
Playback] (weergave) Items instellen
Instellingen voor weergave en het bewerken van opnamen maakt u in het menu
[ Q Playback] (weergave).
Onderdeel
Plybk dsply mthd
Hot spot wrnng
Digital Filter
Slideshow
Functie
Stel in of de opnamegegevens moeten worden getoond tijdens de weergave.
Instellen of de hotspotwaarschuwing moet worden weergegeven tijdens de instantcontrole of weergave.
Bewerk opnamen naar zwart-wit of sepiatinten, of voeg verzachtende en versmallingseffecten toe.
Doorlopende weergave van opgeslagen opnamen.
Bladzijde blz.160
blz.160
blz.71
blz.68
99
Menu [
H
Set-up] (instellen) Items instellen
Maak verschillende instellingen voor de camera in het menu [ H Set-up] (instellen).
Format
Onderdeel
Beep
Date Adjust
World Time
Language/
Guide display
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Reset
Functie
Formatteer de SD-geheugenkaart.
Schakel het geluidssignaal in/uit.
Stel de datumindeling en de tijd in.
Instellen om de plaatselijke tijd weer te geven wanneer u naar het buitenland reist.
Wijzig van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven.
Bladzijde blz.162
blz.163
blz.163
blz.164
blz.167
Geef bedieningsaanwijzingen weer op de LCD-monitor.
Wijzig de helderheidsinstelling van de LCD-monitor.
blz.167
blz.168
Stel het uitgangssignaal in voor weergave op een televisie.
blz.168
Stel de USB-kabelverbinding in (computer of printer) blz.84
Stel de tijd in waarna de camera zichzelf automatisch uitschakelt.
Stel de methode in voor het toevoegen van bestandsnummers.
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte stand om de CCD te kunnen reinigen.
Zet alle instellingen terug op hun standaardwaarden, behalve taal/ , videosignaal en wereldtijd.
blz.169
blz.169
blz.180
blz.171
4
100
Menu [
A
Custom] (gebruikersfuncties) Items instellen
4
Stel in het menu Gebruikersfuncties aangepaste functies in om volledig gebruik te maken van de functionaliteit van de spiegelreflexcamera. In de standaardinstelling wordt het menu Gebruikersfuncties niet gebruikt.
Instellingen in het menu [ A Custom] (gebruikersfuncties) menu worden geactiveerd wanneer het eerste item in [Settings] O (aan) is.
Onderdeel
Settings
Noise Reduction
Expsr Setting Steps
Senstvty Corction
ISO Snstvty Wrn Dspl
Link AF Point and AE
Meter Operating Time
AE-L with AF locked
Recordable Image No.
OK btn when shooting
Superimpose AF Area
AF in remote control
FI with S lens used
Using aperture ring
Release when Chrging
Functie
Instellen om het gebruikersfunctiesmenu te gebruiken.
Instellen om ruisonderdrukking toe te passen bij langere sluitertijden.
Stel de aanpassingsstapjes voor de belichting in.
Instellen om automatisch de gevoeligheid te wijzigen naar de juiste waarde.
Stel het maximale gevoeligheidsniveau in. Wanneer dit niveau wordt overschreden wordt er een ISOgevoeligheidswaarschuwing gegeven.
Bladzijde
—
Instellen om de automatische belichting bij meervlaks lichtmeting op basis van AF-punt te wijzigen.
Stel de meettijd voor de belichting in.
Instellen om de diafragmawaarde vast te zetten wanneer er is scherpgesteld.
Om de weergave van het aantal nog te maken opnamen in LCD en zoeker te veranderen in het aantal mogelijke serieopnamen wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Stel de gewenste actie in voor de knop tijdens de opname wordt ingedrukt.
4 wanneer deze blz.126
— blz.120
blz.124
Instellen om AF-veld in de zoeker (in rood) weer te geven.
blz.123
Instellen om automatisch scherp te stellen bij opnamen via de afstandsbediening.
De sluiter ontspant nadat de autofocus actief is, wanneer de ontspanknop wordt bediend vanaf de afstandsbediening en deze op aan [On] staat. De sluiter kan niet worden ontspannen voordat er is scherpgesteld.
De autofocus wordt niet actief door het gebruik van de ontspanknop op de afstandsbediening wanneer deze op uit [Off] staat.
Instellen om een scherpstelindicatie weer te geven wanneer er een schroefdraadobjectief wordt gebruikt.
Het objectief wordt herkend, ook al stond de camera niet aan toen het objectief werd bevestigd.
blz.131
blz.132
—
—
Instellen om de ontspanknop uit te schakelen wanneer de diafragmaring in een andere positie staat dan s .
Instellen om de sluiter te ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen.
— blz.142
blz.115
blz.116
blz.179
blz.147
Onderdeel
Instant Review Dsply
Mag to Strt Zm Plybk
Man. WB Measurement
Color Space
Reset Custom Fnction
Functie
Instellen om een histogram weer te geven tijdens de instantcontrole.
Stel de aanvangsvergroting van de zoomweergave in.
Kies uit [1,2 keer], [2 keer], [4 keer],
[8 keer] en [12 keer]. De standaardinstelling is [1,2 keer].
Instellen om het gehele scherm of een spotgebied te meten wanneer handmatige witbalans is ingesteld.
Stel de kleurruimte in die u wilt gebruiken.
Zet alle instellingen in het menu Gebruikersfuncties terug op hun standaardwaarde.
Bladzijde blz.170
— blz.113
blz.117
blz.172
101
4
102
Het functiemenu gebruiken
4
Capture mode
Druk tijdens het maken van een opname op de knop
{ . Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
Druk op de vierwegbesturing ( 2345 ) om een handeling te kiezen.
Vierwegbesturing
2
3
4
5
Onderdeel
Drive Mode
Functie
Selecteer continuopnamen, zelfontspanner, afstandsbediening of Auto-bracketing.
Flash Mode
White Balance
Sensitivity
Wijzig de flitsfunctie.
Wijzigt de kleur van het onderwerp naar een kleur die in overeenstemming is met de verlichting.
Stel de gevoeligheid in.
Bladzijde blz.53, blz.55, blz.59, blz.145
blz.49
blz.112
blz.115
103
Weergave
Druk tijdens de weergave op de knop { .
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
OK
Druk op de vierwegbesturing ( 245 ) om een handeling te kiezen.
Vierwegbesturing
2
4
5
Onderdeel Functie
DPOF Settings DPOF-instellingen maken.
Digital Filter
Slideshow
Bewerk opnamen naar zwart-wit of sepiatinten, of voeg verzachtende en versmallingseffecten toe.
Doorlopende weergave van opgeslagen opnamen.
Bladzijde blz.79
blz.71
blz.68
4
104
De functieknop gebruiken
4
Functie-indicatie
U kunt de opnamefunctie wijzigen door een pictogram op de functieknop tegenover het indexstreepje te zetten.
q
\
Onderdeel
I (Auto Picture)
U
(Normal)
= (Portrait) s
(Landscape)
(Macro)
(Moving Object)
.
(Night Scene Portrait) a
(Flash OFF)
Functie
Selecteert automatisch een van de functies Normaal,
Portret, Landschap, Macro of Bewegend onderwerp.
De basisfunctie voor het maken van opnamen.
Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere opname.
Maak levendige dichtbijopnamen van bloemen.
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp zoals bij een sportevenement.
Hiermee kunt u avond- of nachtopnamen maken of opnamen van mensen tegen een nachtelijke achtergrond.
De flitser wordt uitgeschakeld. Andere instellingen zijn hetzelfde als bij Normaal ( U ).
Bladzijde blz.47
Onderdeel e (Program) b
(Shutter Priority) c
(Aperture Priority) a (Manual) p (Bulb)
Functie
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Stel de sluitertijd in om de beweging van bewegende onderwerpen weer te geven. Maak foto’s van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of lijken te bewegen.
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. Hiermee vervaagt u voor- en achtergrond of maakt ze juist scherp.
Combineer de ingestelde sluitertijd en het diafragma om precies die opname te maken die u in gedachten had.
Hiermee maakt u opnamen waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen.
Bladzijde blz.133
blz.134
blz.136
blz.138
blz.140
105
4
106
Memo
5
Functiereferentie
Geeft informatie over functies om de gebruikservaring van de J te verbeteren.
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen.......... 108
Scherpstellen ...................................................................... 118
Belichting instellen ............................................................. 127
Ingebouwde flitser gebruiken ............................................ 146
Instellingen tijdens de weergave ....................................... 160
Camera-instellingen ............................................................ 162
Standaardinstellingen herstellen ...................................... 171
108
De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen
5
Opnametint instellen
Stel de basiskleurtint van opnamen in. De standaardinstelling is [ F (helder)].
F
G
Helder
Natuurlijk
Opnamen krijgen een heldere, contrastrijke en scherpe afwerking.
Opnamen krijgen en natuurlijke afwerking die geschikt is voor retoucheren.
Instellen in [Image Tone] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Cancel OK OK
In de Picture-functie (blz.47) staat de instelling vast op F (helder), onafhankelijk van de instelling.
109
Opnamepixels instellen
De opnamepixels kunnen worden ingesteld op P (3008×2008/3008×2000), Q
(2400×1600) of R (1536×1024). Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instellingen van het kwaliteitsniveau. De standaardinstelling is [ P 3008×2000 (JPEG)].
P
Q
R
3008×2008 (RAW)
3008×2000 (JPEG)
2400×1600
1536×1024
Geschikt voor afdrukken op A3-papier
Geschikt voor afdrukken op A4-papier.
Geschikt voor afdrukken op A5-papier.
Instellen in [Recorded Pixels] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Cancel OK OK
U kunt geen instelling voor de opnamepixels selecteren als het kwaliteitsniveau is ingesteld op RAW (vast aantal opnamepixels: 3008×2008).
5
110
Kwaliteitsniveau instellen
5
U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de opnamepixels. De standaardinstelling is [ C (Best)].
|
C
D
E
RAW
Best
Beter
Goed
RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder verdere bewerking.
Effecten zoals Witbalans, Contrast, Verzadiging en Scherpte worden niet op de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen. Verplaats de opnamen naar een computer, pas effecten toe via de meegeleverde PENTAX PHOTO Laboratory 2.0 software en maak hiermee JPEG- en TIFF-bestanden.
Laagste mate van compressie, geschikt voor het afdrukken van grote opnamen op bijvoorbeeld A4-papier. De opname wordt opgeslagen in
JPEG-indeling.
Standaardcompressie, geschikt voor de weergave van standaardfoto’s of voor weergave op het beeldscherm. De opname wordt opgeslagen in JPEG-indeling.
Hoogste compressiefactor, geschikt om als bijlage bij e-mailberichten te gebruiken of voor het maken van websites. De opname wordt opgeslagen in JPEG-indeling.
Instellen in [Quality Level] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Cancel OK OK
111
Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen
U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast.
De standaardinstelling voor alle is [0 (Standaard)].
Saturation
Sharpness
Contrast
Stel de kleurverzadiging in.
Maakt de contouren van een opname scherp of zacht.
Stel het contrast van de opname in.
Stel [Saturation], [Sharpness] en [Contrast] in het menu [ A Rec. Mode] in. (blz.98)
Deze instellingen zijn niet van toepassing in Auto Picture en de Picture-functie.
In de richting van +: Hogere kleurverzadiging
In de richting van –: Lagere kleurverzadiging
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Exit
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Exit
Rec. Mode
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Exit
In de richting van +: Scherper
In de richting van –: Minder scherp
In de richting van +: Hoger contrast
In de richting van –: Lager contrast
5
112
Witbalans instellen
5
De kleur van het onderwerp hangt mede af van de lichtbron. Een wit voorwerp heeft bijvoorbeeld bij daglicht een andere schakering wit dan onder een gloeilamp.
In camera’s die werken met film, wordt dit aangepast door een andere film te nemen of filters te gebruiken. Bij digitale camera’s wordt de witheid aangepast via de witbalans.
De standaardinstelling is [ F (Auto)].
F
Auto
Instellen om de witbalans automatisch aan te passen. (Circa 4000 tot
8000K)
G
H
Daylight
Shade
Instellen wanneer u opnamen maakt bij zonlicht. (Circa 5200K)
Instellen wanneer u opnamen maakt in de schaduw. (Circa 8000K)
^ Cloudy Instellen wanneer u opnamen maakt op bewolkte dagen. (Circa 6000K)
J
I b
K
Fluorescent
Light
Tungsten
Light
Flash
Manual
Gebruik deze functie bij het maken van opnamen onder TL-licht.
Kies het type TL-licht: W (wit) (4200K), N (neutraal wit) (5000K), of D (daglicht) (6500K).
Instellen wanneer u opnamen maakt onder een gloeilamp of andere kunstverlichting. (Circa 2850K)
Instellen om opnamen te maken met de ingebouwde flitser.
(Circa 5400K)
Instellen om opnamen te maken waarbij u de witbalans handmatig wilt instellen.
De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte kleuren.
Stel [White Balance] in het functiemenu in. (blz.102)
OK
• Zie blz.113 voor handmatige aanpassing.
• Bovenstaande aanpassing wordt niet meegenomen in de Picture-functie.
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
2000
Red tint
3000 4000 5000 6000
Blue tint
8000 10000 12000 [ K ]
113
5
Witbalans handmatig aanpassen
U kunt de witbalans aanpassen op de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen. Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de witbalans van de camera zelf(blz.112). Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving.
1
Zet de functiekiezer op e , b , c , a , of p .
2
Druk op de { knop.
Het functiemenu wordt geopend.
3
Druk op de vierwegbesturing ( 4 ).
Het scherm [White Balance] verschijnt.
114
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ) en selecteer handmatig
[ K (Manual)].
OK
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het berichtenscherm wordt weergegeven.
5
6
Richt de zoeker op een egaal wit of grijs vel papier onder een lichtbron om de witbalans in te stellen.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Wanneer de instelling is gelukt, wordt er [OK] op de LCD-monitor weergegeven.
Wanneer de instelling niet is gelukt, wordt er [NG] op de LCD-monitor weergegeven.
8
Druk op de 4 knop.
• Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt.
• Wanneer u niet tevreden bent met de instelling, drukt u nogmaals op de knop { om de instelling te wijzigen.
• Wanneer u de witbalans handmatig instelt, kunt u het bereik voor het meten van de witbalans instellen. De witbalans wordt gemeten over het hele scherm door de meervlaksmeting (blz.130) wanneer het gehele scherm [Entire screen] is geselecteerd voor [Man. WB Measurement] in het menu [ A Custom] (blz.101).
De witbalans wordt alleen gemeten in het spotmeetgebied (blz.131) wanneer [Spot
Metering Area] is geselecteerd.
Gevoeligheid instellen
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld tussen ISO 200 en 3200. De standaardinstelling is [200].
Stel [Sensitivity] in het functiemenu in. (blz.102)
115
OK
Bij een hogere gevoeligheid is er meer kans op ruis in de opname.
Gevoeligheid automatisch aanpassen
U kunt de gevoeligheid verhogen of verlagen wanneer het onderwerp te licht of te donker is, of wanneer de diafragmawaarde niet overeenstemt met de sluitertijd of andersom. De gevoeligheid wordt standaard niet aangepast.
1
2
3
Off
ISO 1600
ISO 3200
De gevoeligheid wordt niet aangepast.
De gevoeligheid wordt aangepast tot een maximum van 1600.
De gevoeligheid wordt aangepast tot een maximum van 3200.
Stel [Senstvty Corction] in het menu [ A Custom] in. (blz.100)
Senstvty Corction
Off
ISO 1600
ISO 3200
Sensitivity is not automatically corrected
5
116
In de volgende gevallen wordt de gevoeligheid niet aangepast.
• Wanneer de belichting is ingesteld op a (handmatig) of p (tijdopname) mode
• De flitser wordt geactiveerd
• Auto bracketing (Automatisch belichtingstrapje)
• EV Compensation (LW-correctie)
5
ISO-gevoeligheidswaarschuwing
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven in de zoeker wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden. Stel een gevoeligheid in die u niet regelmatig gebruikt, om te voorkomen dat u hem vergeet terug te zetten wanneer de gevoeligheid wordt verhoogd. De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt standaard niet weergegeven.
1 Off
2
3
4
5
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt niet weergegeven.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer
ISO 400 wordt overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer
ISO 800 wordt overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer
ISO 1600 wordt overschreden.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer
ISO 3200 wordt bereikt.
Stel [ISO Snstvty Wrn Dspl] in het menu [ A Custom] in. (blz.100)
ISO Snstvty Wrn Dspl
Off
ISO 400
ISO 800
ISO 1600
ISO 3200
ISO sensitvty wrning not displayed in vewfnder
Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden, verschijnt er [ o (ISO
Sensitivity Warning)] in de zoeker.
De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt niet weergegeven wanneer de gevoeligheid automatisch wordt aangepast (blz.115).
117
Kleurruimte instellen
U kunt de kleurruimte instellen. De standaardinstelling is [1 (sRGB)].
1
2 sRGB
AdobeRGB
Kleurruimte sRGB ingesteld.
Kleurruimte Adobe RGB ingesteld.
Stel [Color Space] in het menu [ A Custom] in. (blz.101)
Color Space sRGB
AdobeRGB
Sets to sRGB color space
Kleurruimte
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen.
Dit kleurbereik wordt de kleurruimte genoemd.
Om de verschillen in kleurruimte tussen verschillende apparaten te overbruggen zijn er standaard kleurruimten bepaald. Deze camera ondersteunt sRGB en
Adobe RGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
Adobe RGB bestrijkt een groter gebied dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in Adobe RGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB.
5
118
Scherpstellen
5
1
U kunt op de volgende manieren scherpstellen.
= Autofocus
\
Handmatig scherpstellen
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, stelt de camera scherp op het onderwerp in het weergegeven gebied.
Stel handmatig scherp.
Selecteer het gebied waarop u wilt scherpstellen in de zoeker (scherpstelpunt) en vervolgens [Auto], [Select] of [Center]. (blz.123)
De Autofocus gebruiken
Zet de scherpstelfunctieknop op
= .
2
Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
119
Wanneer er is scherpgesteld, verschijnt er een scherpstelindicatie ] in de zoeker.
(Als deze knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (blz.46)
Scherpstelindicatie
• De scherpstelling is vergrendeld terwijl ] brandt (scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop.
• De automatische continuautofocus wordt geactiveerd en de scherpstelling is niet vergrendeld wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt in de functie \
(Bewegend onderwerp). Het scherpstelpunt en de scherpstelling zijn niet vergrendeld, en er wordt telkens scherpgesteld wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt tijdens de doorlopende autofocus.
• De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp in = . Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname.
Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (blz.46). (blz.121)
• Druk de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt, gaat deze automatisch verschillende keren af zodat de autofocus makkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving.
5
120
Stel scherp op het onderwerp met de knop
4
U kunt ook instellen dat er niet wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt, maar pas wanneer u op de knop 4 drukt.
Stel [2 (Enable AF)] in [OK btn when shooting] in het menu [ A Custom]. (blz.100)
OK btn when shooting
Center of AF Point
Enable AF
Cancel AF
AF with shutter release button disabled so AF performed with OK button
5
Selecteer [3 (Cancel AF)]. Er verschijnt \ in de zoeker wanneer de knop 4 wordt ingedrukt. De autofocus wordt niet geactiveerd wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Dit is handig wanneer u tijdelijk handmatig wilt scherpstellen terwijl de autofocus is ingeschakeld.
U kunt scherpstellen met de scherpstelring en de ontspanknop indrukken terwijl de knop
4 is ingedrukt wanneer u een objectief gebruikt dat compatibel is met Quick Shift Focus.
(Haal uw vinger van de knop 4 om direct terug te gaan naar de autofocus-functie.)
Gebruik deze functie alleen bij objectieven die compatibel zijn met Quick Shift Focus.
Handmatig scherpstelling wijzigen
(Handmatig scherpstellen)
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp is scherpgesteld.
De scherpstelindicatie gebruiken
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ] .
1
Zet de scherpstelfunctieknop op
\ .
121
5
2
Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie ] branden en klinkt er een geluidssignaal.
Scherpstelindicatie
• Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (blz.46) en de scherpstelindicatie niet blijft branden, gebruikt u het matglas in de zoeker.
• Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz.163)
122
1
Het matglas in de zoeker gebruiken
U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker.
Zet de scherpstelfunctieknop op
\ .
5
2
Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas.
123
Scherpstelpunten selecteren (scherpstelpunt)
Kies het deel van de zoeker waarop u wilt scherpstellen. De standaardinstelling is
[ N (Auto)].
Het geselecteerde scherpstelpunt wordt rood weergegeven in de zoeker.
N
Auto
S
Selecteren
O
Center
De camera selecteert het optimale scherpstelpunt, ook als het onderwerp zich niet in het midden bevindt.
Stel het autofocus-gebied in op een van de elf punten in het autofocusgebied.
Stel scherp op het midden van de zoeker.
Stel [Swtch dst msr pt] in het menu [ A Rec. Mode] in (blz.98).
Rec. Mode
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
1 sec
Cancel OK OK
5
Het scherpstelpunt wordt niet weergegeven in de zoeker wanneer u [2 (uit)] hebt geselecteerd voor [Superimpose AF Area] in het menu [ A Custom]. (blz.100)
124
Het scherpstelpunt in de zoeker instellen.
1
Selecteer [ S (Select)] in [Swtch dst msr pt] in het menu
[ A Rec. Mode].
2
Kijk door de zoeker en controleer de positie van het onderwerp.
5
3
Selecteer met de vierwegbesturing ( 2345 ) het gewenste scherpstelpunt.
De scherpstelindicatie wordt rood verlicht in de zoeker (AF-gebied weergeven) en u kunt controleren waar u het scherpstelpunt wilt instellen.
• Het scherpstelpunt wordt ingesteld in het midden van het autofocusveld wanneer u drukt op de knop 4 terwijl [OK btn when shooting] in het menu [ A Custom] is ingesteld op de standaardinstelling (1 Center of AF Point) en er een ander scherpstelpunt dan het midden is geselecteerd bij S (Select).
• Het scherpstelpunt bevindt zich altijd op de centrale positie, ongeacht deze instelling bij andere objectieven dan DA, D FA, FA J, FA en F.
Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling)
1
Als het onderwerp buiten het bereik van de scherpstelpunten valt, kan de camera niet automatisch scherpstellen op het onderwerp. In deze situatie kunt u op het onderwerp richten, de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen.
Kader het onderwerp in de zoeker uit.
U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer het onderwerp waarop u wilt scherpstellen buiten het bereik van het scherpstelpunt valt.
125
(Voorbeeld)
Er wordt scherpgesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon.
2
Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie ] branden en klinkt er een geluidssignaal. (Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.)
3
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden.
5
126
4
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in.
• De scherpstelling is vergrendeld zolang ] brandt.
• Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
• Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz.163)
• U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer de opnamefunctie is ingesteld op
\ (Bewegend onderwerp). De camera blijft scherpstellen tot u de ontspanknop indrukt.
(Continuautofocus)
5
Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling is vergrendeld
Stel [AE-L with AF locked] in het menu [ A Custom] in (blz.100) om de belichtingswaarde te vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
De belichting is standaard niet vergrendeld tijdens een scherpstelvergrendeling.
1
2
Off
On
De belichting is niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld
De belichting is vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld
AE-L with AF locked
Off
On
AE is not locked when the focus is locked
Belichting instellen
127
Effect van diafragma en sluitertijd
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijd-diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte sluitertijd-diafragmacombinaties mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren.
Effect van sluitertijd
De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd van de opname, m.a.w. de tijd dat de CCD aan licht wordt blootgesteld. U kunt daarmee de hoeveelheid licht instellen.
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging
(bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen.
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen.
5
128
Effect van diafragma
Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen.
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichter bij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
5
Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp.
Scherptediepte
Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen die dichter bij en verder weg zijn, ook scherp zijn. Dit gebied wordt
‘scherptediepte’ genoemd.
• De scherptediepte van de J is afhankelijk van het objectief. Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één diafragmawaarde lager gebruiken. Controleer daarom de scherptediepte bij het eerstvolgende kleinere diafragmagetal bij objectieven met een scherptediepteschaal.
• Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte. (Sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze.)
Scherptediepte
Scherptegebied
Diafragma
Brandpuntsafstand objectief
Afstand tot onderwerp
Klein
Smal
Open
(Lagere waarde)
Langer
(Tele)
Dichtbij
Groot
Breed
Dicht
(Hogere waarde)
Korter
(Groothoek)
Veraf
De scherptediepte controleren
Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen dichterbij en verderweg ook scherp zijn. Dit gebied wordt ‘scherptediepte’ genoemd. Wanneer u de functie scherptedieptecontrole gebruikt, kunt u de scherptediepte controleren in de zoeker alvorens een opname te maken.
1
Stel scherp op het onderwerp.
129
2
Zet de hoofdschakelaar op | terwijl u door de zoeker kijkt.
U kunt de scherptediepte in de zoeker controleren terwijl u de hoofdschakelaar ingedrukt houdt.
• Zolang de hoofdschakelaar op de stand scherptedieptecontrole ( | ) staat, worden er geen opnamegegevens weergegeven in de zoeker en kan er geen opname worden gemaakt.
• U kunt de scherptediepte controleren in alle belichtingsfuncties.
5
130
5
De lichtmeetmethode selecteren
U kunt kiezen welk deel van het matglas wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting te bepalen. Bij deze camera hebt u de keus uit meervlaksmeting [Multisegment metering], lichtmeting met nadruk op het midden [Center-weighted metering] en spotmeting. De standaardinstelling is [Multi-segment].
L
M
N
Meervlaks
Met nadruk op het midden
Spotmeting
Het matglas wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald.
Het gehele matglas wordt gemeten, met nadruk op het midden en de belichting wordt bepaald.
Meting van uitsluitend het middelpunt van het matglas ter bepaling van de belichting.
Instellen in [AE Metering] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
1 sec
Cancel OK OK
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte van het beeld heeft.
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief dan DA, D FA, FA J,
FA, F of A. (Zo’n objectief kan alleen worden gebruikt wanneer dit is toegestaan in [Using aperture ring] via het menu [ A Custom](blz.100).)
131
AF-punt koppelen aan de automatische belichting tijdens meervlaksmeting
U kunt de belichting aan het scherpstelpunt koppelen bij meervlaksmeting in
[Link AF Point and AE] in het menu [ A Custom](blz.100).
De standaardinstelling is uit [1 (Off)].
1
2
Off
On
De belichting wordt afzonderlijk van het scherpstelpunt ingesteld.
De belichting wordt ingesteld op basis van het scherpstelpunt.
Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken
De meting legt de nadruk op het midden van het matglas. Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch voor opnamen in tegenlicht.
Spotmeting gebruiken
Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein vak in het midden van het matglas gemeten, zoals de afbeelding laat zien. U kunt deze functie combineren met het belichtingsgeheugen
(blz.142) wanneer het onderwerp uitzonderlijk klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is.
5
132
Meettijd instellen
Stel de meettijd in bij [Meter Operating Time] in het menu [ A Custom] (blz.100).
De standaardinstelling is [1 (10 sec)].
1
2
3
10 s
3 s
30 s.
Ingesteld op 10 seconden.
Ingesteld op 3 seconden.
Ingesteld op 30 seconden.
De belichtingsfunctie wijzigen
5
Naast de picture-functies heeft deze camera vijf belichtingsfuncties.
Gebruik de functieknop (blz.104) om de belichtingsfunctie te wijzigen.
Belichtingsfunctie Beschrijving e
(Program) b
(Shutter Priority) c
(Aperture Priority) a
(Manual) p
(Bulb)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Stel de sluitertijd in voor opnamen van bewegende onderwerpen. Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of die lijken te bewegen.
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen. Hiermee vervaagt u de achtergrond.
Combineer de ingestelde sluitertijd en het diafragma om precies die opname te maken die u in gedachten had.
Hiermee maakt u opnamen waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen.
Belichtings correctie
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
Sluitertijd wijzigen
Diafragma wijzigen
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Gebruik van de functie
e
(Programma)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting.
Wijzig de belichting als volgt.
1
Zet de functiekiezer op e .
133
2
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt en wijzig de belichting.
De LW-correctie wordt in de zoeker en het LCD weergegeven.
De sluitertijd en diafragmawaarde worden ook weergegeven terwijl u de belichting wijzigt.
EV Compensation (LW-correctie)
• Stel de LW-correctie in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel de belichtingsstap in
[Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom]. (blz.142)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Senstvty Corction] in het menu [ A Custom] in. (blz.115)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
5
134
1
Gebruik van de
b
(Sluitertijdvoorkeuze)
Stel de sluitertijd in om opnamen te maken van bewegende onderwerpen. Wanneer u de sluitertijd korter instelt, kunt u opnamen maken van bewegende onderwerpen alsof deze stilstaan. Wanneer u de sluitertijd langer instelt, maakt u levendige opnamen. Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld op de juiste belichting.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz.127)
Zet de functiekiezer op b .
5
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden aangegeven in de zoeker en op het LCD.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt en wijzig de LW-correctiewaarde.
(blz.141)
• Stel de sluitertijd in zodat de LW-correctie in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW wordt uitgevoerd. Instellen in [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom]. (blz.142)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Senstvty Corction] in het menu [ A Custom] in. (blz.115)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
135
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd. Wanneer de sluitertijdindicatie ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
5
136
Gebruik van de
c
(diafragmavoorkeuze)
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz.127)
1
Zet de functiekiezer op c .
5
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden aangegeven in de zoeker en op het LCD.
• Draai aan de e-knop terwijl u op de knop m c drukt en wijzig de LW-correctiewaarde.
(blz.141)
• Stel de diafragmawaarde zo in dat er LW-correctie wordt toegepast in stappen van 1/2
LW of 1/3 LW. Stel [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in. (blz.142)
• Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Senstvty Corction] in het menu [ A Custom] in. (blz.115)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
137
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in de zoeker en op het
LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleiner diafragma (hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken.
Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
5
138
Gebruik van de
a
(handmatige) belichting
U kunt sluitertijd en diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse foto’s met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz.127)
1
Zet de functiekiezer op a .
5
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
3
Draai aan de e-knop terwijl u de knop m c indrukt en wijzig het diafragma.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en het LCD weergegeven. De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting (LW-waarde) in de rechter benedenhoek van de zoeker weergegeven.
De juiste belichting is bereikt wanneer er [0.0] wordt weergegeven.
Afwijking van de juiste belichting
• Knippert wanneer het verschil met de juiste belichting meer dan ±3,0 is.
• Stel de sluitertijd en diafragma zo in, dat LW-correctie wordt toegepast in stappen van
1/2 LW of 1/3 LW. Stel [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in. (blz.142)
• Zet het diafragma op de stand s terwijl u de knop voor automatische vergrendeling ingedrukt houdt bij gebruik van een objectief met een diafragmaring.
139
5
Belichtingswaarschuwing
U bevindt zich buiten het meetbereik als de sluitertijd en het diafragma knipperen.
Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is.
Gebruik de flitser als het te donker is.
Knop L
Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch ingesteld op de juiste belichting wanneer u drukt op de knop L in de functie a (handmatig).
De sluitertijd wordt ingesteld op de juiste belichting, afhankelijk van het diafragma wanneer het diafragma niet is ingesteld op s .
1 Opmerkingen bij [Using Aperture Ring] (gebruik van een diafragmaring)
(blz.179)
140
Gebruik van de
p
(tijdopname)
De tijdopnamefunctie gebruikt u voor lange belichtingstijden, bijvoorbeeld om ’s nachts te fotograferen of om foto’s van vuurwerk te maken.
1
Zet de functiekiezer op p .
5
• Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen.
• Stel de diafragmawaarde zo in dat er LW-correctie wordt toegepast in stappen van
1/2 LW of 1/3 LW. Stel [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in. (blz.142)
• Gebruik een stevig statief en de optionele draadontspanner CS-205 om te voorkomen dat de camera beweegt bij het gebruik van de p (tijdopname). Sluit de draadontspanner aan op de aansluiting voor de draadontspanner (blz.15).
• Tijdopname is beschikbaar bij de afstandsbedieningsfunctie (blz.59). De sluiter blijft geopend zolang de ontspanknop van de optionele afstandsbediening ingedrukt wordt gehouden.
• Procedure voor het verminderen van ruis (korrelige of ongelijkmatige opname) door een lange sluitertijd. Stel [Noise Reduction] in het menu [ A Custom] in. (blz.100)
De belichting instellen
Hiermee kunt met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken. U kunt de LW-correctie instellen tussen –2 tot +2 (LW) in stappen van 1/2 LW of 1/3LW.
Stel [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in. (blz.142)
141
1
Stel de correctie in via de e-knop terwijl u de knop m c indrukt.
m c knop
2
Controleer de correctiewaarde in de zoeker
Tijdens de correctie wordt m weergegeven.
m knippert wanneer de flitser is uitgeklapt indien de flitscorrectie is ingesteld.
Correctiewaarde
De belichtingscorrectie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatige belichting) of p (tijdopname).
De belichtingscorrectie kan niet worden geannuleerd door de camera uit te zetten of door een andere belichtingsfunctie in te stellen.
5
142
Instellingstrappen voor de belichting wijzigen
Stel de belichtingstrappen in [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] op stappen van 1/2 LW of 1/3 LW.
Expsr Setting Steps
1/2 EV Steps
1/3 EV Steps
Exposure setting steps are set to 1/2 EV
5
Belichting bepalen alvorens een opname te maken (belichtingsgeheugen)
1
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een correcte belichting niet mogelijk is.
Druk op de knop L .
De camera houdt de belichting (helderheid) van dat moment vast in het geheugen.
Druk de knop nogmaals in om te ontgrendelen.
• @ staat aangegeven in de zoeker wanneer het belichtingsgeheugen is geactiveerd.
(blz.20)
• De belichting wordt twee keer zo lang in het geheugen vastgehouden als de lichtmeettijd na het loslaten van de L -knop. De belichting wordt vastgehouden zolang de L -knop ingedrukt wordt gehouden of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
• Er klinkt een geluidssignaal wanneer de L -knop wordt ingedrukt. Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz.163)
• Het belichtingsgeheugen is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
• Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie. De belichtingswaarde is echter stabiel, zodat opnamen worden gemaakt met het belichtingsniveau dat is ingesteld in het belichtingsgeheugen.
• Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (handmatig), worden het diafragma en de sluitertijd aangepast op de juiste belichting wanneer u op de knop L drukt.
• De belichting kan worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. Stel
[AE-L with AF locked] in het menu [ A Gebruikersinstellingen] in. (blz.126)
Wijzigen van belichting en opname
(Auto Bracket)
U kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht
(positieve correctie).
143
Normale belichting Onderbelichting
1
Druk op de knop { in de opnamefunctie.
Het functiemenu wordt geopend.
Fn
Overbelichting
5
OK
2
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ).
Het scherm met opties voor de Drive-functie verschijnt.
3
Selecteer [ V (Auto Bracket)] met de vierwegbesturing ( 5 ).
OK
144
4
Druk twee keer op de 4 knop.
De opname is klaar en er wordt ] weergegeven op het LCD.
5
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie ] in de zoeker weergegeven.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt, de eerste zonder correctie, de tweede met een negatieve correctie en de derde met een positieve correctie.
• Wanneer de scherpstelfunctieknop op = staat, wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
• De instelling voor de auto bracketing blijft twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor de lichtmeting (de standaardinstelling is 20 seconden) (blz.131) wanneer u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens de auto bracketing, kunt u de volgende opname maken met de volgende correctiestap. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na circa twee keer zo lang als de timer-instelling (de standaardinstelling is 20 seconden) gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname.
• U kunt deze functie combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische DDL- en P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter de kans dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen.
Maak altijd één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
• Het belichtingstrapje is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
Automatisch belichtingstrapje instellen
Wijzig de opnamevolgorde en stappen van het automatisch belichtingstrapje.
Bracketng amount
(Trapinterval)
Shooting images
1/2EV
1/3EV
±0.5, ±1.0, ±1.5, ±2.0
±0.3, ±0.7, ±1.0, ±1.3, ±1.7, ±2.0
0 ´ – ´ +, – ´ 0 ´ +, + ´ 0 ´ –
* Stel de interval van de trappen in [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in.
(blz.142)
Instellen in [Auto Bracket] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Auto Bracket
Bracketng amount
Shooting images 0
0.5
145
5
Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken
U kunt de functie voor auto bracketing combineren met de belichtingscorrectie (blz.141) om alleen onderbelichte of overbelichte opnamen te maken. In beide gevallen wordt de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt voor de auto bracketing.
146
Ingebouwde flitser gebruiken
5
Flitsopbrengst corrigeren
U kunt de flits instellen in een bereik van –2,0 tot +1,0. De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/3 LW en 1/2 LW.
Trapinterval
1/2EV
1/3EV
Flitscorrectie
––2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
––2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
* Stel de interval van de trappen in [Expsr Setting Steps] in het menu [ A Custom] in.
(blz.142)
Instellen in [Flash Exp. Comp.] in het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
Cancel
1 sec
1.0
0.5
0.0
0.5
OK OK
• m knippert in de zoeker wanneer de flitser uitklapt tijdens de flitsercorrectie. (blz.20)
• Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
• Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen
U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [2 (On)] in bij [Release when Chrging] in het menu [ A Custom] (blz.100). U kunt standaard geen opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen.
Release when Chrging
Off
On
147
Enables shutter release while the built-in flash is charging
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie
Gebruik van de flitser in
b
de functie (Sluitertijdvoorkeuze)
• Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpte-effect te veranderen.
• Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer instellen.
• Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, D FA, FA J,
FA of F wordt gebruikt. (De ingebouwde flitser ontlaadt zich altijd volledig.)
Gebruik van de flitser in de functie Av (diafragmavoorkeuze)
• Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
• De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/150 s of langer (blz.42) waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
• De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, D FA, FA J,
FA of F wordt gebruikt. (De ingebouwde flitser ontlaadt zich altijd volledig.)
5
148
Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
U kunt een Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig opgenomen.
5
• Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname zal ook wazig zijn wanneer het onderwerp beweegt.
• Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
Gebruik van de functie b (sluitertijdvoorkeuze)
1 Zet de functiekiezer op b .
De functie b (sluitertijdvoorkeuze) wordt ingesteld.
2 Gebruik de e-knop om de gewenste sluitertijd in te stellen.
De achtergrond wordt niet juist gecorrigeerd wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zodat de diafragmawaarde niet meer knippert.
3 Druk op K .
De flitser wordt uitgeklapt.
4 Maak de opname.
Gebruik van de functie a (handmatig)
1 Zet de functiekiezer op a .
a (handmatig)
2 Stel de sluitertijd (langer dan 1/180 s) en de diafragmawaarde in voor een correcte belichting.
3 Druk op de knop K .
De flitser wordt uitgeklapt.
In de functie a (handmatig) kunt u de flitser op elk gewenst moment uitklappen.
4 Maak de opname.
Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitser onjuist is ingesteld.
Richtgetal van ingebouwde flitser
Gevoeligheid
ISO200
ISO400
ISO800
ISO1600
ISO3200
Richtgetal ingebouwde flitser
15.6
22
31
44
62
149
Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld
Bij een gevoeligheid van [ISO200] en een diafragmawaarde van F4
L1 = 15,6 ÷ 4 = ca. 3,9 (m)
L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp minder dan 0,7 meter is, kan de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
5
150
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Bij een gevoeligheid van [ISO200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragmawaarde:
F = 15.6 ÷ 5.2 = 3
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2,8) gebruikt.
5
151
Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser
Hieronder vindt u de compatibiliteit van de ingebouwde flitser bij het gebruik van objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de J zonder zonnekap.
Ja : beschikbaar
# : beschikbaar afhankelijk van andere factoren
No : niet-beschikbaar vanwege vignettering
De volgende waarden zijn geldig zonder gebruik van een zonnekap.
Type objectief
F Fish-eye zoom
17-28 mm F3.5-4.5
DA-zoom 16-45 mm F4ED AL
FA J-zoom 18-35 mm F4-5.6 AL
#
#
#
Compatibiliteit
Als de brandpuntsafstand minder is dan
20 mm kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand minder is dan
28 mm of als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
Als de brandpuntsafstand 18 mm is en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
DA-zoom 18-55 mm F3.5-5.6 AL
FA-zoom 20-35 mm F4AL
FA-zoom 24-90 mm F3.5-4.5AL (IF)
FA-zoom 28-70 mm F4AL
Ja
Ja
Ja
Ja
FA * -zoom 28-70 mm F2.8AL
#
Als de brandpuntsafstand ligt tussen 28 en 35 mm is en de opnameafstand kleiner is dan 1 m, kan vignettering optreden.
FA J-zoom 28-80 mm F3.5-5.6
FA-zoom 28-80 mm F3.5-5.6
FA-zoom 28-90 mm F3.5-5.6
FA-zoom 28-105 mm F4-5.6
FA-zoom 28-105 mm F4-5.6 (IF)
FA-zoom 28-105 mm F3.2-4.5AL (IF)
FA-zoom 28-200 mm F3.8-5.6AL (IF)
FA-zoom 35-80 mm F4-5.6
FA-zoom 70-200 mm F4-5.6
FA J-zoom 75-300 mm F4.5-5.8 AL
FA
*
-zoom 80-200 mm F2.8ED (IF)
FA-zoom 80-320 mm F4.5-5.6
FA-zoom 80-200 mm F4,7-5.6
FA-zoom 100-300 mm F4,7-5.8
FA * -zoom 250-600 mm F5.6ED (IF)
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
5
152
5
Type objectief
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA20 mm F2.8
FA * 24 mm F2AL (IF)
FA28 mm F2.8AL
FA 31 mm F1.8AL Limited
FA35 mm F2AL
FA 43 mm F1,9 Limited
FA 50 mm F1,4
FA 50 mm F1,7
FA 77 mm F1.8 Limited
FA * 85 mm F1.4 (IF)
FA135 mm F2.8 (IF)
FA * 200 mm F2.8ED (IF)
FA * 300 mm F2.8ED (IF)
FA * 300 mm F4.5ED (IF)
FA * 400 mm F5.6ED (IF)
FA * 600 mm F4ED (IF)
D FA Macro 50 mm F2.8
D FA Macro 100 mm F2.8
FA Macro 50mm f/2.8
FA Macro 100 mm f/2.8
FA Macro 100 mm f/3.5
FA * Macro 200 mm F4ED (IF)
FA Soft 28 mm F2.8
FA Soft 85 mm F2.8
Compatibiliteit
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
#
#
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
153
Gebruik van een externe flitser (optioneel)
De optionele externe flitser AF360FGZ ondersteunt een aantal flitsfuncties, zoals automatisch P-DDL-flitsen, automatisch DDL-flitsen, flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen. Welke functies beschikbaar zijn, hangt af van de externe flitser die u gebruikt. Zie het onderstaande schema voor details.
(Ja: beschikbaar #: Beperkt Nee: niet beschikbaar)
Camerafunctie
Flitser
Flitsen met rode-ogenreductie
Automatisch flitsen
Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld
Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de functie e
(programma) en de functie b
(sluitertijdvoorkeuze).
Automatisch controleren in de zoeker
Automatische P-DDL-flitser
(geschikte gevoeligheid: ISO 200-
3200)
Automatische DDL-flitser (geschikte gevoeligheid: ISO 200-400)
Lange-sluitertijdsynchronisatie
AF-hulplicht
Flitsen met sluitergordijnsynchronisatie *3
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie *3
Slave-flitsen
Stroboscoopflitsen
Flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie
Draadloos flitsen
Ingebouwde
flitser
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
#
*1
Nee
*4
Nee
Nee
Nee
Nee
AF360FGZ
Nee
Ja
#
Ja
Ja
Ja
Ja
*1
*2, *6
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
AF500FTZ
AF330FTZ
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
# *6
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
*5
*5
Nee
AF400FTZ
AF240FT
AF140C
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
# *6
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee Ja Nee Nee
*1 Bij gebruik van een objectief DA, D FA, FA J, FA, F of A.
*2 Bij gebruik van een objectief in een andere stand dan A voor het diafragma.
*3 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*4 Combineerbaar met de AF360FGZ voor flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie.
*5 Niet beschikbaar bij de AF330FTZ.
*6 Bij objectieven met grote aanvangsopening (f/1,2) kan de opname bij het kleinste diafragma onderbelicht en bij de grootste opening overbelicht zijn.
5
154
Weergave op het LCD van de AF360FGZ
De AF360FGZ converteert automatisch het verschil in beeldhoek tussen kleinbeeld en het formaat van de J op basis van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief (bij gebruik van een DA-, D FA-, FA J-, FA- of F-objectief).
De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de J aan is. (Deze keert terug naar kleinbeeld weergave wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld.)
Brandpuntsafstand objectief 85mm 77mm 50mm 35mm 28mm 24mm 20mm 18mm
LCD
AF360FGZ
Timer belichtingsmeter
Off
Timer belichtingsmeter
On
85mm
58mm
70mm
48mm
50mm
34mm
35mm
24mm
28mm
19mm
24mm*
16mm*
* Bij gebruik van de groothoekdiffusor
5
Gebruik van de P-DDL Automatische
Gebruik deze flitsfunctie bij de AF360FGZ. Wanneer de flitsfunctie is ingesteld op
“P-DDL auto” geeft de flitser een voorflits net voordat de opname wordt gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 16-segmentsmeting, waardoor meer controle mogelijk is.
P-DDL is beschikbaar bij de draadloze flitsfunctie.
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de AF360FGZ.
2 Zet de AF360FGZ aan.
3 Stel de flitsfunctie van de AF360FGZ op P-DDL auto.
4 Controleer of de flitser volledig is opgeladen en maak de opname.
• Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitser AF360FGZ. Bij een andere flitser dan de AF360FGZ is dit automatisch DDL-flitsen.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding bij de externe flitser.
• Wanneer flitsfunctie B of C is geselecteerd gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
• Druk nooit op de knop voor uitklappen van de flitser wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, zie dan blz.157 voor de aansluitingsmethode.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Met de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie kan ook worden gebruikt met de flitser aangesloten op de camera of bij draadloos flitsen.
De AF360FGZ op de camera aansluiten en gebruiken
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de AF360FGZ.
2 Draai aan de functiekiezer en zet de belichtingsfunctie op a .
3 Zet de AF360FGZ aan.
4 Stel de synchronisatiefunctie van de AF360FGZ op HS b (flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie).
5 Controleer of de AF360FGZ volledig is opgeladen en maak de opname.
• Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 s.
• Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
155
5
Gebruik van Draadloos flitsen
Maak opnamen met de flitser zonder de camera aan te sluiten en flits via een draadverbinding door gebruik te maken van twee AF360FGZ-flitsers.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is ook beschikbaar bij draadloos flitsen.
Zet de twee AF360FGZ-flitsers op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de
AF360FGZ voor meer informatie.
156
Draadloos flitsen
1 Stel de AF360FGZ op de gewenste plaats op.
2 Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ op [WIRELESS] (draadloos).
3 Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de AF360FGZ in op S (Slave).
4 Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op e , b , c of a .
5 Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ op de camera op [WIRELESS].
6 Zet de draadloze functie van de AF360FGZ op de camera op a (Master) of A
(Control).
• Draadloos flitsen is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
• Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de AF360FGZ in op SLAVE1.
5
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL flitsfunctie)
Bij gebruik van de AF360FGZ voor draadloos flitsen wordt de volgende informatie uitgewisseld tussen de twee AF360FGZ-flitsers voordat de flitser afgaat.
Druk de ontspanknop helemaal in.
1De ingebouwde flitser geeft een voorflits. (De flitsfunctie van de camera wordt doorgegeven).
2De externe flitser geeft een voorflits af (de lichtomstandigheden van het onderwerp worden gecontroleerd).
3De ingebouwde flitser geeft een voorflits af. (De vereiste hoeveelheid flitslicht wordt doorgegeven aan de externe flitser.)
* De ingebouwde flitser geeft nog een voorflits om de flitsduur door te geven als HS b (korte-sluitertijdsynchronisatie) is ingesteld.
4Door de externe flitser gaat de hoofdflitser af.
Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de AF360FGZ in op SLAVE1.
Rode-ogenreductie
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser rode-ogenreductie beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar en er kunnen beperkingen gelden voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema op blz.153.
• De functie voor rode-ogenreductie werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (blz.52)
• Bij gebruik van de AF360FGZ of AF500FTZ, als slave-flitser of draadloze flitser zorgt de voorflits voor de rode-ogenreductie ervoor dat de externe flitser afgaat. Stel daarom bij gebruik van een slave-flitser geen rode-ogenreductie in.
157
Flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een AF360FGZ die een functie voor 2e-sluitergordijnsynchronisatie heeft die is ingesteld, dan gebruikt ook de ingebouwde flitser deze functie. Controleer of beide flitsers volledig zijn opgeladen alvorens de opname te maken.
5
Gebruik van de ingebouwde flitser samen met de externe flitser
Zoals op de afbeelding hieronder te zien is, bevestigt u de optionele flitsschoenadapter
F
G
op de flitsschoen van de camera en een flitsschoenadapter F onder op de externe flitser. Verbind deze met elkaar middels het optionele verlengsnoer F5P.
De flitsschoenadapter F wordt geleverd met een statiefschroef voor bevestiging op een statief.
Alleen de automatische P-DDL flitser kan worden gebruikt samen met de ingebouwde flitser.
Combinatie met de ingebouwde flitser
158
Diverse flitsers tegelijk gebruiken
Wanneer u twee of meer externe flitsers tegelijk wilt gebruiken, gebruikt u dezelfde soort flitsers zoals weergegeven in het flitsfunctieschema op blz.153 of een combinatie van AF360FGZ/AF500FTZ/AF330FTZ en AF400FTZ/AF240FT. De ingebouwde flitser kan in combinatie met elk van deze modellen worden gebruikt. Sluit de flitsers zoals hieronder afgebeeld aan: Sluit een flitsschoenadapter F (optioneel) aan op de externe flitser en de flitsschoenadapter F (optioneel) en verbind deze met verlengsnoer F5P
(optioneel) aan de flitsschoenadapter F op de andere externe flitser.
• Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX-flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen systeemgekoppelde automatische flitsers van PENTAX te gebruiken.
Twee of meer externe flitsers combineren
5
• De AF500FTZ kan rechtstreeks worden aangesloten op verlengsnoer F5P.
U hebt flitsschoenadapter F niet nodig.
• Wanneer u diverse AF360FGZ-flitsers of een AF360FGZ gebruikt samen met de ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
Andere flitsercombinaties gebruiken DDL.
159
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
U kunt dubbel flitsen (met contrastregelingssynchronisatie) door de AF330FTZ/
AF500FTZ met de AF360FGZ of een AF360FGZ te gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. De contrastregeling is gebaseerd op het verschil in de afgegeven lichthoeveelheid van de twee flitsers.
• Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
• Als u PENTAX-flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen systeemgekoppelde automatische flitsers van PENTAX te gebruiken.
1 Sluit de externe flitser indirect aan op de camera. (blz.157)
2 Stel de synchronisatiefunctie voor de AF360FGZ in op contrastregelingssynchronisatie.
3 Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op e , b , c of a .
4 Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn opgeladen en maak de opname.
• Bij flitsen met contrastregelingssynchronisatie met twee externe flitsers wordt flitser 2 gebruikt voor de contrastregelingssynchronisatie en is flitser 1 de andere externe flitser.
Als u een externe flitser combineert met de ingebouwde flitser, is de ingebouwde flitser flitser 1 en is de externe flitser flitser 2.
• Wanneer u diverse AF360FGZ-flitsers of een AF360FGZ gebruikt samen met de ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing. Andere flitsercombinaties gebruiken DDL.
• Bij flitsen met contrastregelingssynchronisatie is de kortste flitssynchronisatietijd 1/90 s.
5
160
Instellingen tijdens de weergave
5
Weergavefunctie wijzigen
Stel in welke informatie tijdens de weergave moet worden getoond
De camera schakelt tussen de opties voor weergave wanneer u op de knop M drukt.
Images only
Image+Histgrm
Image+Detailed Info
Last memory
Alleen opnamen worden weergegeven.
Opnamen en histogram worden weergegeven.
De opnamegegevens worden weergegeven, samen met een kleine afbeelding van de opname in de linker bovenhoek.
De weergaveinstellingen worden bewaard van de vorige keer dat u ze gebruikte.
Stel [Plybk dsply mthd] in het menu [ Q Playback] in. (blz.98)
Plybk dsply mthd
Images only
Image + Histgrm
Image + Detailed Info
Last memory
Cancel OK OK
Zie blz.18 voor diverse informatie over weergave.
Hotspotwaarschuwing weergeven
Wanneer u [Hot Spot wrnng] selecteert in de schermen voor instantcontrole en weergave, knipperen heldere delen in de opname.
De standaardinstelling is uit.
OFF
Instant Review
Instnt review+Plybck
De hotspotwaarschuwing wordt uitgeschakeld.
De hotspotwaarschuwing wordt alleen tijdens de instantcontrole weergegeven.
De hotspotwaarschuwing wordt weergegeven tijdens de instantcontrole en de weergave.
161
Stel [Hot spot wrnng] in het menu [ Q Playback] in. (blz.98)
Hot spot wrnng
OFF
Instant Review
Instnt review+Plybck
Cancel OK OK
Weergave-interval diavoorstelling instellen
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. (blz.68)
Zet de weergave-interval op [3 sec], [5 sec], [10 sec] of [30 sec]. De standaardinstelling is [3 sec].
Stel [Slideshow] in het menu [ Q Playback] in (blz.98).
5
Playback
Plybk dsply mthd
Hot spot wrnng
Digital Filter
Slideshow
Cancel
3 sec
5 sec
10 sec
30 sec
OK OK
Na het instellen drukt u op de knop 4 om de diavoorstelling te starten.
162
Camera-instellingen
SD-geheugenkaart formatteren
Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart in de camera voordat u de kaart in gebruik neemt.
Bij formattering worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart verwijderd.
• Open de klep voor de SD-geheugenkaart niet bij het formatteren van een SDgeheugenkaart. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
• Let op: bij formatteren worden ook beveiligde opnamen gewist.
5
1
2
Selecteer [Format] in het menu [ H Set-up](blz.99).
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm Format op te roepen.
3
Selecteer [Format] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Format
All data deleted
Format
Cancel
Cancel OK OK
4
Druk op de 4 knop.
Het formatteren begint. Wanneer het formatteren voltooid is, kunt u opnamen maken met de camera.
Het geluidssignaal in- en uitschakelen
U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen. De standaardinstelling is aan [On].
Instellen in [Beep] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
Set-up
Format
Beep
Date Adjust
World Time
Guide display
Exit
English
163
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen
U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen.
Kies [mm/dd/yy], [dd/mm/yy] of [yy/mm/dd]. Selecteer [12 hour] of [24 hour] voor de tijdweergave.
1 Datum en tijd instellen (blz.35)
Date Adjust
Date Style mm/dd/yy24h
Date
Time
Cancel
01 / 01 / 2004
00 : 00
OK OK
5
164
Wereldtijd instellen
De datum en tijd die u selecteert in [Initial Settings] (blz.33) zijn de datum en tijd van uw huidige locatie.
Door de wereldtijd in te stellen, kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de LCDmonitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [World Time] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm [World Time] verschijnt.
World Time
5
New York
New York
00:25
3
Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
O
P
Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in X (bestemming)
Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in W (thuis)
4
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het selectiekader verplaatst naar X . De stad met X knippert.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het vergroten van de bestemmingsregio wordt weergegeven.
Wijzig de regio die u wilt vergroten met de vierwegbesturing ( 45 ).
6
Druk op de vierwegbesturing ( 3 ).
Het kader wordt verplaatst naar de stad.
7
Selecteer met de vierwegbesturing
( 45 ) de stad van bestemming.
Het huidige tijdstip, de plaats en het tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt.
Destination
London
DST
Cancel OK OK
+05:00
05:25
8
9
Selecteer [DST] met de vierwegbesturing ( 3 ).
Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing ( 45 ).
Selecteer O (On) als de stad van bestemming de zomertijd hanteert.
10
Druk op de 4 knop.
De wereldtijdinstelling wordt opgeslagen.
Druk op de 4 -knop om verder te gaan met het instellen van de wereldtijd en terug te keren naar het [World Time]-scherm.
World Time
London
New York
01:25
165
5
11
Druk twee keer op de knop 3 .
De camera is gereed voor het maken van opnamen.
• Zie “Lijst met steden voor wereldtijd” (blz.166) voor steden die als bestemming kunnen worden opgegeven.
• Selecteer W in Stap 4 om de stad en de DST-instelling (zomer-/wintertijd) in te stellen.
• Er wordt X weergegeven in het aanwijzingenscherm wanneer de wereldtijd is ingeschakeld ( O ). (blz.16)
166
Lijst met steden voor wereldtijd
5
Regio
Noord-Amerika Honolulu
Anchorage
Plaats
Midden- en
Zuid-Amerika
Europa
Afrika/
West-Azië
Rio de Janeiro
Madrid
Londen
Parijs
Milaan
Rome
Berlijn
Athene
Helsinki
Moskou
Dakar
Algiers
Johannesburg
Istanboel
Caïro
Jeruzalem
Vancouver
San Francisco
Los Angeles
Calgary
Denver
Chicago
Miami
Toronto
New York
Halifax
Mexico-Stad
Lima
Santiago
Carácas
Buenos Aires
Sao Paulo
Regio
Afrika/
West-Azië
Oost-Azië
Oceanië
Plaats
Nairobi
Jeddah
Teheran
Dubai
Karachi
Kaboel
Male
Delhi
Colombo
Kathmandu
Dacca
Yangon
Bangkok
Kuala Lumpur
Vientiane
Singapore
Phnom Penh
Ho Chi Minh-Stad
Jakarta
Hongkong
Peking
Shanghai
Manilla
Taipei
Seoel
Tokio
Guam
Perth
Adelaide
Sydney
Noumea
Wellington
Auckland
Pagopago
Weergavetaal instellen
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven.
Stel [Language/ ] in het menu [ H Set-up] in. (blz.99)
1 De weergavetaal instellen (blz.33)
167
English
Français
Deutsch
Español
Italiano
OK OK
De schermaanwijzingen aan en uitzetten
Instellen om aanwijzingen op de LCD-monitor weer te geven wanneer de hoofdschakelaar aan is of de belichtingsfunctie wordt gewijzigd. (blz.16)
O
P
Bedieningsaanwijzingen aan (Guide display on)
Bedieningsaanwijzingen uit (Guide display off)
Instellen in [Guide display] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
Set-up
Format
Beep
Date Adjust
World Time
Guide display
Exit
English
5
168
De helderheid van de LCD-monitor aanpassen
U kunt de helderheid van de LCD-monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de LCD-monitor moeilijk leesbaar is.
Instellen in [Brightness Level] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
Set-up
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
0
1 min
SerialNo
OK OK
Het video-uitgangssignaal selecteren
5
Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur zoals een televisie, kies dan het juiste video-uitgangssignaal (NTSC of PAL) voor het weergeven van opnamen.
Instellen in [Video Out] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
1 Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur (blz.70)
Set-up
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Cancel
0
NTSC
PAL
1 min
SerialNo
OK OK
Het video-uitgangssignaal varieert afhankelijk van uw regio. Het video-uitgangssignaal in
Noord-Amerika is NTSC.
169
Automatisch uitschakelen instellen
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer deze een bepaalde tijd niet gebruikt is. Selecteer [1 min], [3 min], [5 min], [10 min], [30 min] of uit [Off]. De standaardinstelling is [1 min].
Instellen in [Auto Power Off] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
Set-up
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Cancel
1 min
3 min
5 min
10 min
30 min
Off
OK OK
Automatisch uitschakelen werkt niet tijdens de weergave van diavoorstellingen, wanneer er een USB-verbinding bestaat, wanneer er opnamen worden gemaakt met de afstandsbediening of terwijl er een menu of functiemenu wordt weergegeven.
5
Het bestandsnummer opnieuw instellen
U kunt het bestandnummer voor opnamen bij het plaatsen van een nieuwe
SD-geheugenkaart instellen. De standaardinstelling is serienr. [SerialNo].
SerialNo
Reset
Het bestandsnummer voor de laatst opgeslagen opname wordt in het geheugen bewaard. Na het plaatsen van een nieuwe SD-geheugenkaart wordt het eerstvolgende bestandsnummer gebruikt.
Telkens wanneer er een nieuwe SD-geheugenkaart wordt geplaatst, is het bestandsnummer het laagste nummer. Wanneer er een SD-geheugenkaart met daarop opnamen wordt geplaatst, gaat de nummering door vanaf het laatst opgeslagen bestandnummer.
Instellen in [File #] in het menu [ H Set-up]. (blz.99)
Set-up
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Cancel
0
NTSC
PC
1 min
SerialNo
Reset
OK OK
170
Instantcontrole instellen
Weergavetijd instellen
Selecteer [1 sec], [3 sec], [5 sec] of uit [Off]. De standaardinstelling is [1 sec].
Instellen in [Instant Review] het menu [ A Rec. Mode]. (blz.98)
Rec. Mode
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
1 sec
3 sec
5 sec
Off
0.0
Cancel OK OK
5
Weergave van het histogram tijdens de instantcontrole
Instellen om een histogram weer te geven tijdens de instantcontrole.
Selecteer weergave met histogram [2 (Plybck with Hstgram) in [Instant Review Dsply] in het menu [ A Custom]. (blz.101) De standaardinstelling is dat het histogram niet wordt weergegeven.
Instant Review Dsply
Normal Playback
Plybck with Hstgram
Playback with histogram is performed
Standaardinstellingen herstellen
171
Opnamefunctie/Weergave/Instelmenu herstellen
1
2
Instellingen in het menu [ A Rec. Mode], [ Q Playback] en [ H Set-up] worden hersteld naar de standaardinstellingen.
De instellingen voor Datuminstelling, Taal/ echter niet hersteld.
, Video Out en Wereldtijd worden
Selecteer [Reset] in het menu [ H Set-up].
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm [Reset] op te roepen.
3
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Reset
Back to initial settings
5
Cancel
Reset
Cancel
OK OK
4
Druk op de 4 knop.
U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera.
172
Gebruikersfuncties herstellen
De instellingen in het menu [ A Custom] worden hersteld naar de standaardinstellingen.
De instellingen in de menu’s [ A Rec. Mode], [ Q Playback] en [ H Set-up] worden niet hersteld.
5
1
Selecteer [Reset] in het menu [ A Custom].
2
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ) om het scherm Reset Custom
Fnction op te roepen.
3
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing ( 2 ).
Reset Custom Fnction
Returns the custom function settings to initial settings
Cancel
Reset
Cancel
OK OK
4
Druk op de 4 knop.
U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera.
6
Bijlage
Standaardinstellingen ........................................................ 174
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ............................. 177
Opmerkingen bij [Using Aperture Ring] (gebruik van een diafragmaring) ..................................................................... 179
De CCD schoonmaken ....................................................... 180
Optionele accessoires ........................................................ 182
Foutberichten ...................................................................... 185
Problemen oplossen ........................................................... 187
Belangrijkste technische gegevens .................................. 189
Verklarende woordenlijst ................................................... 192
Index ..................................................................................... 196
GARANTIEBEPALINGEN .................................................... 200
174
Standaardinstellingen
6
In onderstaande tabel staan de standaard fabrieksinstellingen.
Gegevens in de tabel.
Laatste geheugeninstelling
Ja : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet.
Nee : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de camera wordt uitgezet.
Herstel instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaard instelling met de herstel-functie
(blz.171).
Nee : De instelling wordt bewaard zelfs als de herstel-functie wordt gebruikt.
[
Menu A
Rec. Mode]
Onderdeel
Image Tone
Recorded Pixels
Quality Level
Saturation
Sharpness
Contrast
Instant Review
Auto Bracket
AE Metering
Swtch dst msr pt
Flash Exp. Comp.
Standaardinstelling
F (helder)
P (3008×2000)
C (Best)
(0)
(0)
(0)
1 s
±0.5/0–+
L (meervlaks)
N (Auto)
0.0
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Herstel instelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde blz.108
blz.109
blz.110
blz.111
blz.111
blz.111
blz.170
blz.145
blz.130
blz.123
blz.146
Onderdeel
Format
Beep
Date Adjust
World
Time
World Time setting
Hometown
(City)
Hometown
(DST)
Destination
(City)
Destination
(DST)
Language/
Guide display
Brightness Level
Video Out
Transfer Mode
Auto Power Off
File #
Sensor Cleaning
Reset
Menu [
Q
Playback]
Onderdeel
Plybk dsply mthd
Hot spot wrnng
Digital Filter
Slideshow
Standaardinstelling
Image only
Off
B&W
3 s
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja*
Ja
Reset
Ja
Ja
Ja
Ja
* Alleen de versmald-instelling voor het versmallingsfilter wordt opgeslagen.
Menu [
H
Set-up]
Standaardinstelling
—
O (aan)
Gelijk aan standaard instelling
Laatste geheugeninstelling
—
Ja
Ja
Ja P (uit)
Gelijk aan standaard instelling
Gelijk aan standaard instelling
Gelijk aan
Hometown
Gelijk aan
Hometown
Gelijk aan standaard instelling
O (aan)
0
Gelijk aan standaard instelling
PC
1 min.
SerialNo
—
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
—
Reset
—
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
—
—
Bladzijde blz.160
blz.160
blz.71
blz.68
Bladzijde blz.162
blz.163
blz.163
blz.164
blz.167
blz.167
blz.168
blz.168
blz.84
blz.169
blz.169
blz.180
blz.171
175
6
176
6
Menu [
A
Custom]
Onderdeel Standaardinstelling
Settings
Noise Reduction
Expsr Setting Steps
Senstvty Corction
ISO Snstvty Wrn Dspl
Link AF Point and AE
Meter Operating Time
AE-L with AF locked
Recordable Image No.
OK btn when shooting
Superimpose AF Area
AF in remote control
FI with S lens used
Using aperture ring
Release when Chrging
Instant Review Dsply
Mag to Strt Zm Plybk
Man. WB Measurement
Kleurruimte
Reset Custom Fnction*
P (uit)
On
Stappen van 1/2 LW
Off
Off
Off
10 s
Off
Remaining image storage capacity
(rest. opslagcap.)
Center of AF Point
(midden autofocus)
On
Off
Niet beschikbaar
Verboden
Off
Normale weergave
1,2 keer
Gehele scherm sRGB
—
* Herstelt de instellingen in het menu [ A Custom].
Laatste geheugeninstelling
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
—
Reset
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Bladzijde blz.100
blz.140
blz.142
blz.115
blz.116
blz.131
blz.132
blz.126
blz.100
blz.120
blz.123
blz.100
blz.100
blz.179
blz.147
blz.170
blz.101
blz.113
blz.117
blz.172
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties
177
Compatibele objectieven
Bij deze camera kunnen alleen DA en FA J objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met een positie s op de diafragmaring worden gebruikt. Zie “Opmerkingen bij [Using
Aperture Ring] (gebruik van een diafragmaring)” (p.179) voor andere objectieven en D
FA/FA/F/A objectieven met diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s .
Objectief [type vatting]
Functie
Autofocus (alleen objectief)
(met AF-adapter 1,7x)
*1
DA/D FA/
FA J/FA objectief
[KAF, KAF2]
*3
Ja
—
F-objectief
[KAF] *3
Ja
—
A-objectief
[KA] *3
Nee
Ja
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie) *2
(met het matglas)
Elf scherpstelpunten
Power zoom
Automatische belichting met diafragmavoorkeuze
Automatische belichting met sluitertijdvoorkeuze
Handmatige belichting
Automatisch P-DDL-flitsen
*4
Automatisch DDL-flitsen
Meervlaks lichtmeting (16 segmenten)
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja *5
Ja
Ja : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s .
Nee : Functies zijn niet beschikbaar.
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van f/2,8 of groter. Alleen beschikbaar bij positie s .
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van f/5,6 of groter.
*3 Als u een F/FA soft 85mm f/2.8 objectief of een FA soft 28 mm f/2.8 objectief wilt gebruiken, stelt u
[Using aperture ring] in op [2 (toegestaan)] in het menu [ A Custom] (blz.100). Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het diafragma.
*4 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en de AF360FGZ.
*5 De ingebouwde flitser ontlaadt zich volledig wanneer een A-objectief wordt gebruikt.
6
178
Objectieven en vattingen
FA-objectieven met een vaste brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom) en DA,
D FA, FA, FA J en F objectieven hebben de KAF-vatting. Van de FA-zoomobjectieven hebben de objectieven met power zoom de KAF2-vatting. Objectieven zonder power zoom hebben de KAF-vatting. Raadpleeg de handleiding bij het objectief voor verdere gegevens. Deze camera beschikt niet over een power zoom-functie.
Objectieven en toebehoren die niet geschikt zijn voor deze camera
Wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto) of wanneer er een objectief zonder positie s (Auto) wordt gebruikt of accessoires zoals een autotussenringenset of autobalg worden gebruikt, werkt de camera niet, behalve wanneer
[Using aperture ring] is ingesteld op [2 (toegestaan)] in het menu [ A Custom] (blz.100).
Zie Opmerkingen bij [Using Aperture Ring] (gebruik van een diafragmaring) (blz.179) voor beperkingen die gelden wanneer [Using aperture ring] is ingesteld op [2
(toegestaan)] in het menu [ A Custom].
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van DA/FA J of objectieven met een diafragma voorzien van een positie s (Auto) die op deze positie is ingesteld.
Objectief en ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig wanneer pre
A-objectieven of SOFT-objectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser worden gebruikt.
6
Opmerkingen bij [Using Aperture Ring]
(gebruik van een diafragmaring)
179
Diafragmaring gebruiken
Wanneer [Using aperture ring] is ingesteld op [2 (toegestaan)] in het menu [ A Custom]
(blz.100), kan de sluiter ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het
D FA, FA, F of A objectief niet op de positie s staat of wanneer er een objectief zonder positie s wordt bevestigd. De functies zijn dan echter beperkt, zoals in onderstaande tabel weergegeven.
De camera werkt in de functie c (diafragmavoorkeuze), zelfs wanneer de functiekiezer op e of b staat wanneer het diafragma op een andere waarde dan s staat.
Gebruikt objectief Opnamefunctie
D FA, FA, F, A, M
(alleen objectieven of accessoires met automatisch diafragma zoals auto-tussenringenset
K) c
(diafragmavoorkeuze)
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met automatisch diafragma zoals tussenringenset K)
Handmatig diafragmaobjectief zoals een reflexobjectief (alleen objectieven) c
(diafragmavoorkeuze) c
(diafragmavoorkeuze)
Beperking
Het diafragma blijft open, onafhankelijk van de positie van de diafragmaring. De sluitertijd wordt gewijzigd op basis van de positie van de diafragmaring, maar er kan een belichtingsfout optreden. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt
[F--].
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde, maar er kan een belichtingsfout optreden. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt
[F--].
FA, F soft 85mm FA soft
28mm (alleen objectieven) c
(diafragmavoorkeuze)
Alle objectieven a (handmatig)
In het handmatige diafragmabereik kunnen opnamen worden gemaakt met de opgegeven diafragmawaarde. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt
[F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd (voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld. De belichting kan worden gecontroleerd.
Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde en sluitertijd. Bij de diafragma-indicatie in de zoeker verschijnt [F--]. Wanneer de scherptediepte wordt gecontroleerd
(voorbeeld), wordt de lichtmeting ingeschakeld. De belichting kan worden gecontroleerd.
6
180
De CCD schoonmaken
Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CCD moet worden schoongemaakt. Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging, aangezien de CCD een precisie-onderdeel is.
• Gebruik nooit een spuitbus.
• Maak de CCD niet schoon wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
• Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief zit om te voorkomen dat zich vuil en stof verzamelt op de CCD.
• Het verdient aanbeveling de netvoedingsadapter te gebruiken bij het schoonmaken van de CCD.
• Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht “Not enough battery remaining to clean sensor” (onvoldoende batterijvermogen om sensor te reinigen) op de LCD-monitor.
• Als u de netvoedingsadapter niet gebruikt, zorg dan dat de batterijen nog voldoende capaciteit hebben. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het schoonmaken onmiddellijk.
• Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera is uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter of de CCD-sensor beschadigd raken.
6 • Gebruik van de (optionele) netvoedingsadapter aan te bevelen.
• Het lampje van de zelfontspanner knippert en er verschijnt [Cln] op het LCD tijdens het schoonmaken van de CCD.
1
2
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor Cleaning] in het menu [ H Set-up].
4
Druk op de vierwegbesturing ( 5 ).
Het scherm voor het reinigen van de sensor wordt weergegeven.
5
Druk op de vierwegbesturing ( 2 ) en selecteer [Mirror Up].
6
Druk op de 4 knop.
De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand.
7
Reinig de CCD.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de
CCD nooit af met een doek.
Sensor Cleaning
Mirror Up to Clean CCD
Turn the power OFF to end
Mirror Up
Cancel
Cancel OK OK
181
6
8
Zet de camera uit.
9
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet.
182
Optionele accessoires
Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar. Neem contact op met onze verkoopafdeling voor nadere informatie over toebehoren.
Netvoedingsadapter D-AC10
Deze netvoedingsadapter voorziet de camera van stroom via een stopcontact.
Draadontspanner CS-205
Dit is een draadontspanner waarmee de ontspanknop op afstand kan worden bediend.
De lengte van het snoer is 0,5 m.
6
Afstandsbediening F
U kunt opnamen maken binnen 5 m vanaf de voorzijde van de camera.
Flitsertoebehoren
Automatische flitser AF360FGZ
Dit is een automatische flitser met een maximaal richtgetal van 36 (ISO 100/m).
De flitser heeft de volgende functies: slave-flitssynchronisatie, flitsen met contrastregelingsynchronisatie, AF-hulplicht, korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen en 1e of 2e sluitergordijnsynchronisatie.
183
Schoenklem CL-10 voor afstandsbediening
Klem voor gebruik van de AF360FGZ als draadloze slave-flitser.
Flitsschoenadapter F
G
Verlengsnoer F5P
Schoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren om de externe flitser op afstand van de camera te gebruiken.
Voor de zoeker
Zoekerloep FB
Zoekeraccessoire waarmee het centrale gebied van de zoeker wordt vergroot.
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder een hoek kan worden bekeken. Klikt in met stappen van 90 graden. De zoekervergroting kan worden ingesteld op 1× of 2×.
Dioptriecorrectielenzen M
Dit accessoire past de dioptrie aan en wordt op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld in de zoeker duidelijk te zien, hebt u de keus uit acht correctielenzen M of –5 tot +3 D
Verwisselbaar matglas
LF-60 : Matglas met AF-kader (standaard)
LL-60 : Matglas met ruitverdeling
LI-60 : Matglas met schaalverdeling
6
184
Cameratas
Cameratas O-CC28
Overige
Onderstaande accessoires zijn gelijk aan de bij de camera geleverde accessoires.
Oogschelp F
L
6
Draagriem O-ST10
Foutberichten
185
Foutbericht
Memory card full
(geheugenkaart vol)
No image
(geen opname)
Camera can not display this image
(camera kan deze opname niet weergeven)
No card in camera
(geen kaart in camera)
Memory card error
(geheugenkaartfout)
Card not formatted
(kaart niet geformatteerd)
Beschrijving
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen.
Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of verwijder nietbenodigde opnamen. (blz.29, blz.73)
Mogelijk kunt u de opname opslaan door het kwaliteitsniveau of de opnamepixels te wijzigen. (blz.109, blz.110)
Er zijn geen opnamen opgeslagen op de
SD-geheugenkaart.
U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer.
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst.
(blz.29)
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is.
Probeer de opnamen weer te geven op een computer.
De SD-geheugenkaart die u hebt geïnstalleerd, is niet geformatteerd of op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. (blz.29)
Card locked (kaart vergrendeld)
Card is locked (kaart is vergrendeld)
Rotation information cannot be saved (roteringsgegevens kunnen niet worden opgeslagen)
This image is protected
(de opname is beveiligd)
Rotation information cannot be saved (roteringsgegevens kunnen niet worden opgeslagen)
Cannot use this card
(kaart onbruikbaar)
Battery depleted
(batterij leeg)
Er is een vergrendelde SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. Ontgrendel de SD-geheugenkaart. (blz.30)
De geselecteerde gedraaide opname is beveiligd.
Verwijder de beveiliging van de opname. (blz.77)
Not enough battery remaining to clean sensor (onvoldoende batterijstroom om sensor te reinigen)
Image folder could not be created
(kan opnamemap niet aanmaken)
Could not save image
(kan opname niet opslaan)
De geplaatste kaart is onbruikbaar in een camera.
Plaats een bruikbare kaart.
De batterij is uitgeput. Plaats nieuwe batterijen in de camera. (blz.25)
Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de
CCD wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft.
Plaats een nieuwe batterij of gebruik een netvoedingsadapter (optioneel). (blz.28)
Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer
(9999) is gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of formatteer de kaart. (blz.162)
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de SD-geheugenkaart.
6
186
6
Foutbericht
Settings not stored
(instellingen niet opgeslagen)
Beschrijving
Het DPOF-instellingenbestand kon niet worden opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is. Verwijder niet gewenste opnamen en stel DPOF opnieuw in. (blz.73)
RAW images cannot be set
(voor RAW-opnamen kunnen geen instellingen worden gedaan)
RAW-opnamen worden niet ondersteund
This image cannot be filtered
(opname kan niet worden gefilterd)
No image to be filtered
(geen opname om te filteren)
No DPOF files
(geen DPOF-bestanden)
Printer error
(printerfout)
No paper in a printer
(geen papier in printer)
No ink in a printer
(geen inkt in printer)
Paper stuck in a printer
(papier vastgelopen in printer)
Data error (gegevensfout)
DPOF kan niet worden gebruikt op RAW-opnamen.
RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt.
Wanneer een digitaal filter wordt ingeschakeld vanuit het menu [ Q Playback], verschijnt deze melding wanneer alle opgeslagen opnamen RAW-bestanden zijn of opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera.
Deze melding verschijnt wanneer een digitaal filter wordt geactiveerd vanuit het functiemenu voor opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera.
Geen bestand ingesteld met DPOF. Stel DPOF in en druk af. (blz.79)
De printer meldt een fout en het bestand kan niet worden afgedrukt. Herstel de fout en druk af.
Het papier in de printer is op. Plaats papier in de printer en druk af.
De inkt in de printer is op. Vervang inkt en druk af.
Er is papier in de printer vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier en druk af.
Er is een gegevensfout opgetreden tijdens het afdrukken.
Problemen oplossen
187
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
aan
Probleem
Camera gaat niet
De sluiter ontspant niet
De autofocus werkt niet
De autofocus werkt niet.
Oorzaak
Batterij is niet geplaatst
Batterij is niet juist geplaatst
Oplossing
Controleer of de batterij is geplaatst. Zo niet, plaats batterijen.
Controleer of batterij correct is geplaatst.
Plaats batterij opnieuw volgens de poolaanduidingen +. (blz.25)
Plaats een opgeladen batterij of gebruik de netvoedingsadapter. (blz.28)
Batterijen bijna uitgeput
De diafragmaring van het objectief staat op een andere stand dan s .
Flitser wordt opgeladen
Geen vrije ruimte op
SD-geheugenkaart
De camera is bezig met opslaan
Zet de diafragmaring op positie
A s
Custom] (blz.179).
(blz.133) of selecteer [2 (toegestaan)] in [Using aperture ring] in het menu [
Wacht tot het opladen gereed is.
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of wis overbodige opnamen. (blz.29, blz.73)
Wacht tot opslaan gereed is.
Het onderwerp kan moeilijk worden scherpgesteld
Onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld
Onderwerp is te dichtbij
Scherpstelfunctie is ingesteld op \
De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast (lucht, witte muren), donkere kleuren, ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand (druk de ontspanknop tot halverwege in), richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in. Gebruik anders de handmatige scherpstelling. (blz.121)
Plaats onderwerp in scherpstelkader in de zoeker.
Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt, richt u de camera op het onderwerp en vergrendelt u de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt). Kader het beeld vervolgens opnieuw uit en druk de ontspanknop helemaal in.
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname.
Zet de scherpstelfunctieknop op = . (blz.118)
6
188
6
Probleem
Het belichtingsgeheugen werkt niet
Flitser gaat niet af
Oorzaak
Het belichtingsgeheugen is niet beschikbaar wanneer a
(handmatige belichting) of p
(tijdopname) is ingesteld.
Wanneer de flitser is ingesteld op [Auto discharge] of [Auto flash+Redeye reduct], gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht is.
De flitsfunctie in de functiekiezer staat uit
[Flash OFF]
Oplossing
Gebruik het belichtingsgeheugen bij een andere instelling dan a (handmatig) of p (tijdopname).
Zet de flitser op [Manual discharge] of
[Manl flash+Redeye reduct]. (blz.49)
Zet de functiekiezer op een andere stand dan
[Flash OFF]. (blz.47)
Het powerzoomsysteem werkt niet.
De camera heeft geen powerzoom-functie.
Zoom handmatig. (blz.48)
USB-aansluiting met computer werkt niet correct
Overdrachtswijze staat op [PictBridge].
Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van USBgegevens.
Zet de overdrachtswijze (transfer mode) op [PC].
(blz.84)
Wijzig de overdrachtswijze naar [PC-F]. (blz.84)
USB-aansluiting met printer werkt niet correct
De overdrachtswijze staat op [PC] of [PC-F].
Zet de overdrachtswijze op [PictBridge]. (blz.84)
In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren door statische elektriciteit. Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u ze opnieuw. Zet vervolgens de camera aan en schakel deze weer uit terwijl u de ontspanknop ingedrukt houdt. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig.
Belangrijkste technische gegevens
189
Type
Effectief aantal pixels
Sensor
Opnamepixels
(Recorded Pixels)
Gevoeligheid
Bestandsindelingen
Kwaliteitsniveau
(Quality Level)
Opslagmedium
Aantal opnamen
Afmetingen
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare P-DDL-flitser
6,10 megapixel
Totaal aantal pixels 6,31 megapixel, interline / interlace scan CCD met filter voor primaire kleuren
P (RAW: 3008×2008/JPEG: 3008×2000 pixels),
Q (2400×1600 pixels), R (1536×1024 pixels)
200/400/800/1600/3200: Standaard uitgangsgevoeligheid
RAW, JPEG (Exif 2.21), conform DCF, compatibel met DPOF
RAW,
SD-geheugenkaart
Kwaliteitsniveau
C (Best),
1 GB
D (Beter) en
512 MB
E (Goed) voor opnamen
256 MB 128 MB
P
3008×2008
RAW Ca. 90 Ca. 46 Ca. 22 Ca. 11
P
3008×2000
Q
2400×1600
R
1536×1029
C
D
E
C
D
E
Ca. 330
Ca. 607
Ca. 966
Ca. 459
Ca. 807
Ca. 1397
Ca. 167
Ca. 311
Ca. 498
Ca. 234
Ca. 415
Ca. 674
Ca. 78
Ca. 149
Ca. 242
Ca. 111
Ca. 201
Ca. 330
Ca. 34
Ca. 70
Ca. 117
Ca. 51
Ca. 96
Ca. 161
C
D
E
Ca. 880
Ca. 1397
Ca. 2151
Ca. 453
Ca. 722
Ca. 1115
Ca. 220
Ca. 354
Ca. 549
Ca. 106
Ca. 173
Ca. 271
Compressie: C (Best) = 1/3, D (Beter) = 1/6, E (Goed) = 1/12
LCD-monitor
Belichtingsfunctie
(Exposure mode)
Digitaal Filter
Sluiter
(Shutter)
Objectiefvatting
(Lens mount)
Gebruikt objectief
(Lens used)
2 inch lage-temperatuur polysilicium TFT kleuren-LCD met circa 210.000 pixels en achtergrondverlichting e Programma, b sluitertijdvoorkeuze, c diafragmavoorkeuze, a handmatige belichting, p tijdopnamefunctie
Picture-functie I Auto Picture, U Normaal, = Portret, s Landschap, q Macro, \ Bewegend onderwerp, .
Nachtportret, a Flitser uit
Zwart-wit, Sepia, Zacht, Versmald (alleen voor bewerking na de opname)
Elektronische, verticaal aflopende spleetsluiter. Elektromagnetische ontspanknop. Sluitertijden:(1) automatisch: 1/4000-30 s (traploos); (2) handbediening: 1/4000-30 s (stappen van 1/2 LW of 1/3 LW); (3) tijdopname, sluitervergrendeling wanneer hoofdschakelaar op OFF (uit) staat.
Pentax K AF -bajonetvatting (K-vatting met AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten).
Pentax-objectieven met K AF2 - (niet compatibel met powerzoom) K AF - en K A vatting.
6
190
6
Autofocussysteem
(Autofocus System)
Zoeker
(Viewfinder)
Indicaties in de zoeker
(Viewfinder indication)
LCD-weergave
(LCD panel display)
Fasevergelijkend DDL-autofocussysteem (SAFOX VIII). Effectief instelbereik:
LW -1 ~ +18 (bij ISO100 en f/1,4-objectief). Scherpstelvergrendeling beschikbaar. Scherpstelfuncties: AF / MF, keuze uit 11 scherpstelpunten
Pentaprismazoeker, matglas voor natuurlijk-helder-mat, beeldveld: 95%; vergroting 0,95× (met 50 mm f/1.4-objectief op
+1,5 D
∞
), zoekerdioptrie: -2,5 ~
De scherpstelinformatie: ] is verlicht wanneer er is scherpgesteld en knippert wanneer er niet kan worden scherpgesteld, b brandt=Ingebouwde flitser klaar, knippert=gebruik van flitser nodig of er wordt een niet-compatibel objectief gebruikt, Sluitertijd, diafragmawaarde, indicatie instellen met e-knop, scherpstelpunt, @ =belichtingsgeheugen, Resterende capaciteit en m =belichtingscorrectie b brandt=Ingebouwde flitser gereed, Knippert=gebruik van flitser nodig of er wordt een niet-compatibel objectief gebruikt, E =Automatisch flitsen,
E > =Automatisch flitsen met rode-ogenreductie,
9 =Enkelbeeldopnamen, j =Cotinuopnamen, g =Zelfontspanner, h =Opnamen via afstandsbediening, ?
=Batterij bijna leeg, ] =Autobracketing (belichtingstrapje instelbaar in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW),
Sluitertijd, diafragmawaarde, witbalans, resterende capaciteit en m =belichtingscorrectie, PC (massa-opslag)/ Pb (PictBridge) wordt weergegeven wanneer de USB-kabel is aangesloten.
Scherptedieptecontrole
(Depth of field confirmation)
Elektronisch gestuurd en bruikbaar voor alle belichtingsfuncties
Zelfontspanner
(Self-timer)
Spiegel
(Mirror)
Elektronisch gestuurd met vertragingstijd van 12 of 2 seconden (met spiegelvergrendeling). Begint nadat op ontspanknop is gedrukt. Bevestiging werking: mogelijkheid om pieptoon in te stellen. Annuleerbaar na activering.
Vlug-terug-spiegel, spiegelvergrendelingsfunctie
(beschikbaar bij zelfontspanner met vertragingstijd van 2 s)
Automatisch belichtingstrapje
(Auto Bracket)
Belichtingsmeter /
Meetbereik (Exposure meter/Metering range)
EV Compensation
(LW-correctie)
Belichtingsgeheugen
(AE Lock)
Er worden drie opeenvolgende opnamen gemaakt met bracketing
(belichtingstrapje instelbaar op 1/2 LW en 1/3 LW)
DDL meervlaks lichtmeting (16 segmenten). Meetbereik: LW 1 ~ 21,5 bij ISO
200 met 50 mm f/1.4-objectief. Lichtmeting met nadruk op midden en spotmeting beschikbaar.
±2.0 LW (belichtingsstappen instelbaar op 1/2 LW en 1/3 LW)
Via knop (blijft 20 s actief), mogelijkheid om te continueren met ontspanknop tot halverwege ingedrukt
Ingebouwde flitser
(Built-in flash)
P-DDL ingebouwde flitser met seriebesturing, RG 15,6 (ISO 200 / m), flitsbereik: beeldhoek van 20 mm-objectief. Flitssyncronisatie mogelijk bij een sluitertijd van 1/180 s of langer, flitsen met daglichtsynchronisatie, flitsen met lange-sluitertijdsynchronisatie, flitsen met contrastregelingsynchronisatie
(ISO-bereik = P-DDL: 200-3200).
Externe flitsersynchronisatie
(External flash sync)
Flitsschoen met X-contact voor koppeling met PENTAX- systeemflitsers. ISObereik = 200-3200 / DDL: 200-400. Automatisch flitsen, flitsen met rodeogenreductie. Met PENTAX- systeemflitsers is flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen mogelijk.
Gebruikersfuncties
(Custom function)
Er kunnen 18 functies worden ingesteld.
Tijdfunctie (Time function) Instelling wereldtijd voor 68 steden (28 tijdzones)
Voeding
(Power)
Twee CR-V3-batterijen, vier AA-lithiumbatterijen, vier AA Ni-MH oplaadbare batterijen of vier AA-alkalinebatterijen.
Uitgeputte batterijen
(Battery exhaustion)
Indicatie voor uitgeputte batterijen ?
brandt. Als ?
knippert, is de sluiter vergrendeld en wordt er geen indicatie weergegeven in de zoeker.
In-/uitgangen
(In/Out port)
Video-uitgangssignaal
(Video output format)
PictBridge
Afmetingen en gewicht
(Dimensions and weight)
Accessoires
USB/Video-uitgang (USB2.0 (compatibel voor hoge snelheid)), DC-ingang, draadontspanneraansluiting
NTSC, PAL
Compatibele printer
Afdrukfuncties
PictBridge-compatibele printer
Eén opname afdrukken, alle opnamen afdrukken,
DPOF AUTOPRINT
12.5 mm (W) × 92.5 mm (H) × 66 mm (D)
505 g (body only without batteries)
Flitsschoenbeschermer F K , oogschelp F L , zoekerkapje ME, bodydop, USBkabel I-USB17, videokabel I-VC28, software (CD-ROM) S-SW28, draagriem
O-ST10, twee CR-V3 lithiumbatterijen, handleiding (dit boekje) en handleiding bij PENTAX PHOTO Browser 2.0 / PENTAX PHOTO Laboratory 2.0.
191
Technische gegevens van optionele afstandsbediening
Afstandsbediening
(Remote control)
Voeding
(Power)
Afmetingen
(Size)
Gewicht
(Weight)
Infrarood afstandsbediening, opname ca. 3 s nadat ontspanknop op afstandsbediening wordt ingedrukt, bereik = ca. 5 m vanaf voorzijde camera.
Eén lithiumbatterij (CR1620)
22 mm (B) × 53 mm (H) × 6,5 mm (D)
7 g (inclusief batterij)
6
192
Verklarende woordenlijst
6
Adobe RGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken.
Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele software, lijken de kleuren lichter.
AE Metering (Lichtmeting automatische belichting)
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen.
Selecteer op deze camera uit [Multi-segment Metering] (meervlaksmeting), [Centerweighted Metering] (nadruk op het midden) en [Spot Metering] (spotmeting).
Aperture (Diafragma)
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert.
Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje)
Voor het automatisch wijzigen van de opname-instellingen. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht.
Camera Shake (Blur) (Camerabewegingen (waas/onscherpte))
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom camerabewegingen door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken en de sluitertijd te verkorten. U kunt ook een statief gebruiken om de camera te stabiliseren. Gebruik de zelfontspanner om bewegingen van de camera te voorkomen.
CCD (Charge Coupled Device)
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen.
Color space (Kleurruimte)
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt [sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van
[AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB.
Color Temperature (Kleurtemperatuur)
Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
DCF (design rule for camera file system)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
Depth of fiels (Scherptediepte)
Scherptediepte, wordt groter bij hogere diafragmagetallen.
DPOF (digital print order format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die DPOF-afdrukken maakt.
EV (Exposure Value) (LW (lichtwaarde))
De lichtwaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd.
EV Compensation (LW-correctie)
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en diafragmawaarde te wijzigen.
Exif (exchangeable image file format voor digitale fotocamera‘s)
Standaard voor bestandsindelingen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
Focus points (Scherpstelpunten)
Positie in de zoeker die de scherpstelling bepaalt. Selecteer in deze camera [Auto],
[Select] of [Center].
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het aantal pixels. Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname wilt controleren.
Hotspot
Hotspots in de opname verliezen contrast en lijken wit.
JPEG
Methode voor beeldcompressie. Een opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG wanneer het kwaliteitsniveau wordt ingesteld op C (best), D (beter) of E (goed).
Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd.
Noise Reduction
Bewerking voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd.
NTSC, PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord-
Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China.
Quality Level
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname. Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt. De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt.
193
6
194
6
RAW data (RAW-gegevens)
Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Na het fotograferen moeten per opname individuele instellingen worden gekozen zoals witbalans, contrast, kleurtoon en scherpte. RAW-gegevens zijn
12 bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8 bits JPEG- en TIFF-gegevens.
Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling (JPEG / TIFF).
Recorded Pixels
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt.
Sensitivity (Gevoeligheid)
De hoeveelheid licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
Shutter Speed (Sluitertijd)
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CCD. De hoeveelheid licht die op de CCD valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC (International
Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif.
Vignettering
Vignettering treedt op wanneer delen van opnamen zwart worden omdat het onderwerp is geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel geblokkeerd was.
White Balance (Witbalans)
Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast om overeen te komen met de lichtbron, zodat het onderwerp de juiste kleur krijgt.
MEMO
195
6
196
Index
6
Symbols
(LW-correctie) .........................141
[ Q Playback] Menu ...........98,175
[ H Set-up] Menu ...............99,175
[ A Custom] Menu ............100,176
[ A Rec. Mode] Menu ...............174
I Auto Picture .....................43
U Normal ................................47
= Portrait .................................47
s Landscape ...........................47
q Macro ..................................47
\ Moving Object ......................47
.
Night Scene Portrait ..............47
a Flash OFF ............................47
Q knop ........................... 93 , 95 i knop ....................................94
K knop ................................93
Z knop .................................95
m c knop ................................93
| Preview .............................129
A
Aan/uit .....................................32
Adobe RGB ............................117
L knop ..............................93
AF360FGZ .............................153
Afdrukservice ...........................79
AF-gebied weergeven .............124
Afstandsbediening ....................59
alkalinebatterijen .......................26
Alle opnamen verwijderen ..........74
Alles afdrukken .........................88
Audiovisuele apparatuur ............70
Auto Bracket ...........................143
= (Autofocus) ......................118
Automatisch uitschakelen ........169
c (diafragmavoorkeuze) .........136
B
B&W (Digital Filter) ....................71
Batterijen .................................25
Bedieningsaanwijzingen ............16
Belichting ...............................127
Belichting vergrendelen ...........126
Belichtingsfunctie ....................132
Belichtingsgeheugen ...............142
Belichtingswaarschuwing .........139
Bestandsnummer ................... 169
Beveiligen ................................ 77 p (Tijdopname) ...................... 140
C
CCD schoonmaken ................. 180
Cloudy (White Balance) ........... 112
Continuautofocus .................... 126
Continuopnamen ...................... 53
Contrast ................................. 111
CR-V3 ..................................... 26
D
Datum aanpassen ..................... 35
Datum toevoegen ..................... 79
Datum wijzigen ....................... 163
Daylight (White Balance) ......... 112
Diafragma .............................. 128
Diafragmaring gebruiken ......... 179
Diavoorstelling ..................68
, 161
Digitaal filter ............................. 71
Dioptrie aanpassen ................... 39
Direct afdrukken ....................... 83
Diverse flitsers ........................ 158
DPOF AUTOPRINT .................. 90
DPOF-instellingen ..................... 79
Draadloos flitsen ..................... 155
Draadontspanner .................... 140
Draagriem ................................ 24
Drive Mode ............................ 102
E
Eén opname afdrukken ............. 86
Eén opname wissen .................. 73 e-knop ..................................... 93 m c (LW-correctie/Av) knop ..... 93
Externe flitser ......................... 153
F
Filter ........................................ 71
Flash (White Balance) ............. 112
Flitscorrectie .......................... 146
Flitsen met 2esluitergordijnsynchronisatie ...... 157
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie ........................ 159
Flitser ..............................49
, 146
Flitser uit ..................................47
Fluorescent Light
(White Balance) ......................112
{ knop ............................ 93 , 95
Formatteren ...........................162
Foutbericht .............................185
Functieknop .................... 93 , 104
Functiemenu ..........................102
G
Gebruikersfuncties ..................100
Geluidssignaal ........................163
Gevoeligheid ..........................115
Gevoeligheidsaanpassing ........115
Guide display .........................167
H
Half indrukken ..........................45
Handmatige witbalans .............113
Helder ....................................108
Helderheid van de LCDmonitor ..................................168
Helemaal indrukken ..................45
Herstellen ..............................172
Histogram ....................... 19 , 170
Hoofdschakelaar ................ 92 , 94
Hotspotwaarschuwing .............160
I
M knop ....................... 93 , 94
Ingebouwde flitser ............ 49 , 146
Instantcontrole ........................170
ISO-gevoeligheid ....................115
ISO-gevoeligheidswaarschuwing
..............................................116
K
Kaartactie-LED .........................15
Kleurruimte .............................117
Kleurtemperatuur ....................113
Kleurverzadiging .....................111
Korte-sluitertijdsynchronisatie ...155
Kwaliteitsniveau ............... 31 , 110
L
Laatste geheugen ...................174
LCD .........................................22
LCD-monitor .............................16
Lichtmeting ............................130
lithiumbatterijen ........................26
M
\ (Handmatig scherpstellen) . 121
Matglas ................................. 122
Meervlaks .............................. 130
Meettijd ................................. 132
Menubediening ......................... 96
3 knop .......................93
, 94
N
Nachtopname ......................... 140
Nadruk op het midden ............. 131
Natuurlijk ............................... 108
Netvoedingsadapter .................. 28
Ni-MH ...................................... 26
Ni-MH oplaadbare batterij .......... 26
NTSC .................................... 168
O
Objectief ..........................37
, 177
Objectiefontgrendelknop ............ 38
4 knop ...........................93
, 95
Ontgrendelknop objectief ........... 92
Ontspanknop ............... 45 , 92 , 94
Opnamegegevens ..............17
, 18
Opnamen met daglichtsynchronisatie ............... 52
Opnamepixels ..................31
, 109
Opnametint ............................ 108
Optionele accessoires ............. 182
Overdrachtswijze ...................... 84
P e (Program) Mode ................. 133
PAL ....................................... 168
PC-F ..................................... 188
P-DDL (Auto) ......................... 154
P-DDL (flitser) ........................ 156
PictBridge ................................ 83
Pixels .................................... 109
Printeraansluiting ...................... 85
Z (beveiligen) knop ................ 95
R
RAW ..................................... 110
Resterende opslagcapaciteit opnamen ................................. 27
Rode-ogenreductie ...........52
, 157
Roteren ................................... 64
Ruisvermindering .................... 140
197
6
198
6
S
Scherpstelfunctieknop ...............92
Scherpstelindicatie ..................100
Scherpstellen .........................118
Scherpstelling vastzetten .........125
Scherpstelpunt .......................123
Scherpstelvergrendeling ..........125
Scherpte ................................111
Scherptediepte .......................128
SD-geheugenkaart ....................29
Selecteren&wissen ....................75
Sepia (Digital Filter) ...................71
Shade (White Balance) ............112
Slim (Digital Filter) .....................71
Sluitertijd ................................127
Soft (Digital Filter) .....................71
Spiegel vergrendelen ..............181
Spiegelvergrendeling .................62
Spotmeting .............................131
sRGB ....................................117
Standaardinstelling ........... 33 , 174
T
Taal .........................................33
Timer belichtingsmeter ............144
Tungsten Light (White Balance) 112
TV ...........................................70
b (Sluitertijdvoorkeuze) ..........134
U
USB-kabel ................................83
V
Videokabel ...............................70
Video-uitgangssignaal .............168
Vierwegbesturing ............... 93 , 95
Vignettering ............................194
Vuurwerk ...............................140
W
Weergave ......................... 18 , 63
Weergave van negen opnamen tegelijk .....................................66
Weergavestijl ..........................160
Weergavetaal .........................167
Weergavetijd ............................27
Wereldtijd ...............................164
Wissen ....................................73
Witbalans ...............................112
Z
Zelfontspanner ......................... 55
Zoeker ...............................20
, 39
Zoomobjectief .......................... 48
Zoomweergave ........................ 65
199
6
200
GARANTIEBEPALINGEN
6
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAX-servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd, en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw PENTAX gekocht is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de eigenaar. Teneinde de aankoopdatum – indien nodig – te kunnen bewijzen, gelieve u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste één jaar te bewaren.
Voordat u uw apparatuur ter reparatie opstuurt, dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft geadresseerd aan de bevoegde vertegenwoordiger van de fabrikant of een bevoegd reparatiecentrum, tenzij u deze rechtstreeks naar de fabrikant stuurt. Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant.
• De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
201
6
Batterijen horen niet bij afgedankte spullen in het huishouden.
Deponeer gebruikte batterijen bij een hiervoor bestemd inzamelpunt.
Ook oude of defecte camera’s horen niet bij afgedankte spullen in het huishouden.
Laat uw oude camera’s op een milieuvriendelijke manier tot afval verwerken of stuur ze naar ons terug.
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen van de
Europese Unie.
PENTAX Corporation
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
PENTAX U.K. Limited
PENTAX France S.A.S.
PENTAX Canada Inc.
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.co.jp/)
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg,
GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough, Berks
SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
12/14, rue Jean Poulmarch, 95106 Argenteuil Cedex,
FRANCE
PENTAX Benelux B.V.
PENTAX (Schweiz) AG
(for Netherlands)
Spinveld 25, 4815 HR Breda, NETHERLANDS
(http://www.pentax.nl)
(for Belgium & Luxembourg)
Weiveldlaan 3-5, 1930 Zaventem, BELGIUM
(http://www.pentax.be)
Widenholzstrasse 1 Postfach 367 8305 Dietlikon,
SWITZERLAND
(http://www.pentax.ch)
PENTAX Scandinavia AB P.O. Box 650, 75127 Uppsala, SWEDEN
(http://www.pentax.se)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(Distribution & Service Center)
16163 West 45th Drive, Unit H Golden, Colorado 80403,
U.S.A. (http://www.pentaximaging.com)
1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7,
CANADA
(http://www.pentaxcanada.ca)
De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
AP008705/NL Copyright © PENTAX Corporation 2004
FOM 0 2 .11.2004 Printed in Belgium
SLR Digital Camera
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding door voordat u deze camera in gebruik neemt.
تنزيل
إعلان