Samsung GX-1L Handleiding
PDF
દસ્તાવેજ
જાહેરાત
જાહેરાત
Gebruiksaanwijzing Hartelijk dank voor het aanschaffen van een camera van Samsung. Deze handleiding biedt alle informatie die u nodig hebt om de camera te kunnen gebruiken, inclusief het maken van opnamen, het downloaden van afbeeldingen en het gebruiken van de toepassingssoftware. Lees deze handleiding goed door voordat u gaat werken met uw nieuwe camera. NEDERLANDS VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA Hartelijk dank voor het aanschaffen van een digitale camera van Samsung. ƃ Lees, voordat u deze camera gaat gebruiken, eerst de gebruikershandleiding zorgvuldig door. ƃ Wanneer u service nodig hebt, neemt u de camera en de accessoires die verantwoordelijk zijn voor de storing aan de camera (zoals batterijen, geheugenkaart, enz.) mee naar het geautoriseerde servicecentrum. ƃ Controleer voordat u de camera wilt gaan gebruiken (bijvoorbeeld vóór een uitstapje of een belangrijke gebeurtenis) of deze correct werkt om teleurstellingen te voorkomen. Samsung camera accepteert geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies of voor enige schade die het gevolg is van storingen aan de camera. ƃ Bewaar de handleiding op een veilige plek. Ҭ Microsoft Windows en het Windows-logo zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen. Ҭ Alle merk- en productnamen in deze handleiding zijn gedeponeerde handelsmerken van hun respectievelijke eigenaren. Deze handleiding bevat instructies voor het gebruik van deze camera die u helpen op een veilige en juiste wijze te werken met deze camera. Hierdoor voorkomt u schade en letsel bij anderen. GEVAAR GEVAAR geeft een dreigend gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan, kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWING WAARSCHUWING geeft een mogelijk gevaar aan dat, als er niets aan wordt gedaan, kan leiden tot ernstig letsel of de dood. VOORZICHTIG VOORZICHTIG duidt een mogelijk gevaarlijke situatie aan die, als deze niet wordt vermeden, zou kunnen resulteren in gering tot matig letsel. [1] Gevaar ƈ Probeer deze camera niet op enigerlei wijze aan te passen. Dit kan namelijk leiden tot brand, letsel, elektrische schokken of ernstige schade aan u of uw camera. Interne inspectie, onderhoud en reparaties dienen te worden uitgevoerd door uw leverancier of door het servicecentrum voor cameras van Samsung. ƈ Gebruik dit product niet in de directe nabijheid van brandbare of explosieve gassen, aangezien hierdoor het risico van een explosie toeneemt. ƈ Gebruik de camera niet meer als er vloeistof of vreemde voorwerpen in zijn binnengedrongen. Schakel de camera uit en verwijder de stroombron (batterijen of wisselstroomadapter). U moet contact opnemen met uw leverancier of met het servicecentrum voor cameras van Samsung. Ga niet door met het gebruik van de camera omdat dit kan leiden tot brand of elektrische schokken. ƈ Stop geen metalen of brandbare voorwerpen in de camera via de toegangspunten, zoals de kaartsleuf of het batterijvak. Dit kan brand of elektrische schokken veroorzaken. ƈ Gebruik deze camera niet met natte handen. Dit kan leiden tot elektrische schokken. Waarschuwing ƈ Maak geen gebruik van de flitser in de onmiddellijke nabijheid van mensen of dieren. Als de flitser te dicht bij de ogen van het onderwerp afgaat, kan dit leiden tot schade aan de ogen. ƈ Richt, bij het maken van foto's, nooit de lens van de camera rechtstreeks op een zeer krachtige lichtbron. Dit kan leiden tot permanente schade aan de camera of tot beschadiging van uw ogen. ƈ Houd dit product en de bijbehorende accessoires om veiligheidsredenen buiten het bereik van kinderen of dieren om ongelukken te voorkomen zoals: ҮHet inslikken van batterijen of kleine camera-accessoires. Neem in het geval van een ongeluk onmiddellijk contact op met een arts. ҮEr bestaat een kans op letsel door de bewegende onderdelen van de camera. ƈ Batterijen en camera kunnen heet worden bij langdurig gebruik.Dit kan leiden tot storingen in de camera Als dit gebeurt, laat u de camera enkele minuten ongebruikt zodat deze kan afkoelen. ƈ Probeer de niet-oplaadbare batterijen niet op te laden. Dit kan leiden tot een explosie. ƈ Laat deze camera niet achter op plekken waar de temperatuur extreem kan oplopen, zoals een afgesloten voertuig, direct zonlicht of andere plaatsen waar extreme temperatuurschommelingen optreden. Blootstelling aan extreme temperaturen kan een negatieve invloed hebben op de interne onderdelen van de camera en kan leiden tot brand. ƈ Dek de camera of wisselstroomadapter nooit af tijdens het gebruik. Hierdoor kan de temperatuur hoog oplopen, waardoor de camerabehuizing beschadigd kan raken en er brand kan ontstaan Gebruik de camera en de bijbehorende accessoires altijd in een goed geventileerde ruimte. [2] Pas op ƈ Lekkende, oververhitte of beschadigde batterijen kunnen leiden tot brand of letsel. ҮGebruik batterijen die geschikt zijn voor deze camera. ҮSluit batterijen niet kort, verhit ze niet en gooi ze niet in een open vuur. ҮPlaats de batterijen in de juiste richting. ƈ Verwijder de batterijen wanneer u de camera gedurende langere tijd niet wilt gebruiken. Batterijen kunnen gaan lekken en de onderdelen van de camera onherstelbaar beschadigen. ƈ Gebruik de flitser niet terwijl u deze vasthoudt met uw hand of aanraakt met een of ander voorwerp. Raak de flitser na gebruik niet aan. Dit kan leiden tot brandwonden. ƈ Vervoer de camera niet als deze is ingeschakeld en u gebruik maakt van de wisselstroomadapter. Schakel de camera na gebruik altijd uit voordat u de adapter uit het stopcontact verwijdert. Controleer vervolgens of alle verbindingssnoeren of kabels naar andere apparaten zijn losgekoppeld voordat u de camera gaat vervoeren. Als u dit niet doet, kunnen de snoeren of kabels beschadigd raken en kunnen er brand of elektrische schokken optreden. ƈ De lens is bevestigd aan de behuizing van de camera. Laat de lens niet vallen en oefen er geen druk op uit. Anders kan er een storing optreden in de camera. ƈ Trek de lens niet met de hand naar buiten en draai niet snel aan de zoomring. Anders kan er een storing optreden in de camera. Ga voorzichtig te werk bij het gebruik van de lens. ƈ Trek de externe flitser niet met kracht van de camera. Dit kan tot schade aan de bovenkant van de camera leiden. BATTERIJGEBRUIK ƃ Gebruik alleen de aangegeven batterijen in deze camera. Het gebruik van andere batterijen kan oververhitting of ontploffing veroorzaken. ƃ Vervang de batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van een verschillend merk of type, of oude met nieuwe. Oververhitting of zelfs exploderen kan het gevolg zijn. ƃ De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en -) op de batterijen en in de camera. ƃ AA-lithiumbatterijen, AA-alkalinebatterijen en CR-V3-batterijen zijn niet oplaadbaar. Demonteer de batterij niet. Het opladen of demonteren van deze batterijen kan oververhitting of ontploffing veroorzaken. [3] Inhoudsopgave VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA 1 Gevaar 2 Waarschuwing 2 Pas op 3 BATTERIJGEBRUIK 3 Inhoudsopgave 4 Samenstelling van de handleiding 8 Voor u de camera gaat gebruiken ƃGX-1L Camera-eigenschappen 10 ƃDe inhoud van het pakket controleren 11 ƃDe verschillende onderdelen 12 ƈCamera 12 ƈIndicaties op de LCD-monitor 14 ƈIndicaties in de zoeker 18 ƈIndicaties op LCD 20 Voorbereidingen ƃDraagriem bevestigen 22 ƃAansluiten op een voedingsbron 23 ƈBatterijen 24 ƈIndicatie batterijniveau 25 ƈGeschatte weergavetijd (nieuwe batterijen) 25 ƈGebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) 26 ƃDe geheugenkaart gebruiken 27 ƃDe camera aan- en uitzetten 30 ƃStandaardinstellingen 31 ƈWeergavetaal instellen 31 ƈDatum en tijd instellen 33 ƃHet objectief bevestigen 35 ƃDe zoekerdioptrie aanpassen 37 Basisbediening ƃBasishandelingen bij opnamen 40 ƈDe camera vasthouden 40 ƈDe camera de optimale instellingen laten bepalen 41 ƃDe juiste opnamefunctie selecteren 45 [4] Inhoudsopgave ƃHet zoomobjectief gebruiken 48 ƃDe ingebouwde flitser gebruiken 49 ƃAndere opnamefuncties 53 ƈContinuopnamen 53 ƈOpnamen met de zelfontspanner 55 ƈOpnamen via de afstandsbediening (Afstandsbediening F: apart verkrijgbaar) 59 ƈGebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen 62 ƃFoto’s weergeven 63 ƈOpnamen weergeven 63 ƈOpnamen roteren 64 ƈVergrote weergave opnamen 65 ƈWeergave van negen opnamen tegelijk 66 ƈSlideshow 68 ƃCamera aansluiten op audiovisuele apparatuur 70 ƃOpnamen verwerken met filters 71 ƃOpnamen wissen 73 ƈEén opname wissen 73 ƈAlle opnamen verwijderen 74 ƈGeselecteerde opnamen verwijderen (uit de weergave met negen opnamen) 75 ƃOpnamen beveiligen 77 ƈOpnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect) 77 ƃAfdrukservice instellen (DPOF) 79 ƈEnkele opnamen afdrukken 79 ƈInstellingen voor alle opnamen 81 ƃAfdrukken met PictBridge 83 ƈ[Transfer functie] instellen 84 ƈCamera op de printer aansluiten 85 ƈEnkele opnamen afdrukken 86 ƈAlle opnamen afdrukken 88 ƈOpnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen 90 ƈDe kabel loskoppelen van de printer 90 Menu-referentie ƃDe knopfuncties gebruiken 92 ƈOpnamefunctie 92 ƈWeergave Modus 94 ƃHet menu gebruiken 96 [5] Inhoudsopgave ƈBediening van het menu 96 ƈOpties instellen in het menu [ Opname] 98 ƈOpties instellen in het menu [ Weergeven] 98 ƈOpties instellen in het menu [ Set-up] ƈOpties instellen in het menu [ Pers.inst.] 99 100 ƃHet functiemenu gebruiken 102 ƈOpnamefunctie 102 ƈWeergavefunctie 103 ƃDe functieknop gebruiken 104 Functiereferentie ƃDe opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen 108 ƈDe opnametint instellen 108 ƈDe opnamepixels instellen 109 ƈHet kwaliteitsniveau instellen 110 ƈKleurverzadiging/ scherpte/ contrast instellen 111 ƈDe witbalans instellen 112 ƈDe gevoeligheid instellen 115 ƈKleurruimte instellen 117 ƃScherpstellen 118 ƈDe autofocus gebruiken 118 ƈDe autofocus instellen 121 ƈInstellen van het Scherpstellingsbereik 122 ƈScherpstelling vastzetten (scherpstelvergrendeling) 123 ƈHandmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen) 125 ƃDe belichting instellen 127 ƈEffect van diafragma en sluitertijd 127 ƈDe lichtmeetmethode selecteren 129 ƈDe belichtingsfunctie wijzigen 131 ƈDe belichting instellen 140 ƈBelichting en opname wijzigen (Auto Bracket) 142 ƃControle van Schikking, Belichting en Focus voor een Opname 145 ƃDe ingebouwde flitser gebruiken 148 ƈFlitsopbrengst corrigeren 148 ƈOpnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen 149 ƈFlitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie 149 ƈAfstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser 151 [6] Inhoudsopgave ƃEen externe flitser gebruiken (optioneel) 153 ƃInstellingen tijdens de weergave 158 ƈWeergavefunctie wijzigen 158 ƃCamera-instellingen 160 ƈSD-geheugenkaart formatteren 160 ƈHet geluidssignaal in- en uitschakelen 161 ƈDatum/ tijd en weergavestijl wijzigen 161 ƈDe wereldtijd instellen 162 ƈWeergavetaal instellen 165 ƈDe schermaanwijzingen aan en uitzetten 165 ƈDe helderheid van de LCD-monitor aanpassen 166 ƈHet video-uitgangssignaal selecteren 166 ƈAutomatisch uitschakelen instellen 167 ƈHet bestandsnummer opnieuw instellen 168 ƈWeergavetijd instellen 169 ƃStandaardinstellingen herstellen 170 ƈOpnamefunctie/Weergave/Instelmenu herstellen 170 ƈGebruikersfuncties herstellen 171 Software-informatie ƃOpmerkingen met betrekking tot software 174 ƃInformatie over de software 175 ƃDe toepassingssoftware installeren 176 ƃPC-modus starten 177 ƃVerwisselbare schijf 178 ƃDe verwisselbare schijf verwijderen 180 ƃDigimax Master 182 Bijlage ƃStandaardinstellingen 190 ƃDe CCD schoonmaken 194 ƃOptionele accessoires 196 ƃFoutbericht 198 ƃProblemen oplossen 200 ƃBelangrijkste technische gegevens 204 ƃVerklarende woordenlijst 206 [7] Samenstelling van de handleiding Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken. 1. Voor u de camera gaat gebruiken Hierin worden de kenmerken van de camera, accessoires en de namen van de verschillende onderdelen beschreven. 2. Voorbereidingen Hierin worden uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen, beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. 3. Basisbediening Hierin worden de procedures uitgelegd voor het maken, weergeven en afdrukken van foto’s. Lees deze aanwijzingen om alle basisbedieningen te leren voor opnemen, weergeven en afdrukken. 4. Menu-referentie Hierin worden de functies van de GX-1L uitgelegd aan de hand van knoppen en menu’s. 5. Functiereferentie Bevat informatie over functies om de gebruikservaring van de GX-1L te verbeteren. 6. Software-informatie Hierin worden de installatie van de software en het gebruik van het programma uitgelegd. 7. Bijlage Hierin komt het oplossen van problemen aan bod, wordt een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare accessoires gegeven en worden verschillende informatiebronnen beschreven. [8] 1 Voor u de camera gaat gebruiken Controleer de inhoud van het pakket en de namen van de diverse onderdelen voor het gebruik. GX-1L Camera-eigenschappen De inhoud van het pakket controleren De verschillende onderdelen 10 11 12 GX-1L Camera-eigenschappen ƃ Voorzien van een CCD van 23,5x15,7 mm met effectief 6,1 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik. ƃ Gebruik CR-V3-batterijen, AA-lithiumbatterijen, AA Ni-MH oplaadbare batterijen of AA-alkalinebatterijen. ƃ Behelst een Digitale Voorbeeld-functie om na te gaan of het gewenste resultaat werd bereikt. ƃ Is uitgerust met een groot 2,5-inch LCD-scherm met 210.000 pixels en een functie voor aanpassen van de helderheid voor een uiterst nauwkeurige weergave. ƃ Er zijn universele designconcepten toegepast op verschillende delen van de camera. Het grote, hoge resolutie LCD, en de eenvoudige menu's maken de camera eenvoudig in bediening. Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) verschilt bij de GX-1L en kleinbeeldreflexcamera’s, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat het formaat van kleinbeeldfilm en de CCD verschillend zijn. Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD Kleinbeeldfilm : 36x24 mm GX-1L CCD : 23,5x15,7 mm Het opnameformaat van een kleinbeeldobjectief is circa 1,5 keer groter dan dat van een GX-1L. Deel de brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5. Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief op een kleinbeeldcamera 150÷1.5=100 gebruikt u een 100 mm-objectief bij de GX-1L. Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de GX-1L worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen. Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op een GX-1L 300x1.5=450 De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief op een kleinbeeldcamera. [10] De inhoud van het pakket controleren Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd. Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd. Flitsschoenbeschermer (gemonteerd op de camera) Oogschelp (gemonteerd op de camera) Zoekerkapje Bodydop (gemonteerd op de camera) USB-kabel I-USB17 Videokabel I-VC28 Software (cd-rom) S-SW43 Riem O-ST10 AA-alkalinebatterijen* (vier stuks) Handleiding (deze handleiding) * De bij de camera geleverde batterijen zijn voor het controleren van de functionaliteit van de camera. [11] De verschillende onderdelen Camera Richtteken objectiefvatting Ontspanknop Hoofdschakelaar Spiegel AF-koppeling Zelfontspanner-LED/ Afstandsbedieningssensor Ontgrendelknop voor het objectief Scherpstelfuncti ekiezer Objectiefinformatiecontacten e-dial Knop AE-L / L Knop Vierweg-besturing Knop OK Knop Knop Fn Knop INFO Batterijklep Knop Statiefaansluiting [12] De verschillende onderdelen Knop Functiekiezer Ingebouwde flitser Flitsschoen Knop EAv Riembevestiging LCD-paneel Dioptriecorrectieknop Aansluiting draadontspanner USB/ video-aansluiting Gelijkstroomingang Kaartklep Ontgrendelknop van kaartcompartiment Kaartactie-LED Klepje voor aansluitingen LCD-monitor Zoeker (Viewfinder) [13] De verschillende onderdelen Indicaties op de LCD-monitor ƈ Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de LCD-monitor worden weergegeven. LCD-monitor Terwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functiekiezer gebruikt ƈ Bedieningsaanwijzingen worden drie seconden lang op de LCD-monitor weergegeven bij het inschakelen of gebruiken van de functiekiezer. INFORMATIE ƃ Selecteer [Uit] bij [Hulpdisplay] in [ 1 2 3 4 5 6 AF.S Portret opname 8 2006 / 06 / 01 12 : 30 9 7 1600 Set-up] om geen indicaties weer te geven. (blz. 165) 1. Flash mode (Actieve functie wordt weergegeven) (blz. 49) 2. Transportfunctie (blz. 102) 3. Lichtmeting bij automatische belichting (blz. 129) 4. Automatische scherpstelfunctie (blz. 118) 5. Scherpstellingsbereik (blz. 122) 6. Witbalans (blz. 112) 7. Gevoeligheid (blz. 115) 8. Opnamemodus, Scènemodus (blz. 104) 9. Wereldtijd-waarschuwingsweergave (blz. 162) 10. Datum en tijd (blz. 161) 10 * Indicaties 3, 5, 6 en 7 worden alleen weergegeven wanneer er een andere dan de standaardinstelling is geselecteerd. 9 wordt alleen weergegeven wanneer de Wereldtijd is ingeschakeld ( ). [14] De verschillende onderdelen Opnamefunctie ƈ Druk in de opnamefunctie op de M -knop om de instellingen van de opnamefunctie gedurende 15 seconden weer te geven op de LCD-monitor. ƃ Detailinformatie Detail info 1. Automatische scherpstelfunctie (blz. 118) 2. Positie functieselectie (blz. 104) 3. Lichtmeting bij automatische belichting (blz. 129) 4. Flitsfunctie (blz. 49) 5. Transportfunctie (blz. 102) 6. Automatisch belichtingstrapje (blz. 144) 7. ISO-gevoeligheid (blz. 115) 8. Opnametint (blz. 108) 9. Kwaliteitsniveau (blz. 110) 10. Opnamepixels (blz. 109) Detail info 11. Kleurruimte (blz. 117) 12. Witbalans (blz. 112) 13. Datum en tijd (blz. 161) 14. Scherpstellingsbereik (blz. 122) 15. Kleurverzadiging (blz. 111) 16. Scherpte (blz. 111) 17. Contrast (blz. 111) 18. Brandpuntsafstand objectief 19. SCN-modus (enkel op display in Scènemodus.) ƃ Aanwijzingen over functiekiezer - Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om aanwijzingen over het instellen van de functiekiezer weer te geven. Detail info Portret opname Voor nachtopnamen Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen [15] De verschillende onderdelen Afspeelmodus ƈ Elke keer dat u tijdens de weergave op de weergaveschermen. -knop drukt, schakelt de camera tussen de INFORMATIE ƃ U kunt de weergegeven aanwijzingen veranderen door op de -knop te drukken. (blz. 158) ƃ Detailinformatie 1. Opnamen maken 2. Pictogram voor roteren (blz. 64) 3. Opnamemapnummer en bestandsnummer (blz. 167, 168) 4. Pictogram voor beveiliging (blz. 77) 5. Automatische scherpstelfunctie (blz. 121) 6. Scherpstellingsbereik (blz. 122) 7. Sluitertijd (blz. 133) 8. Diafragma (blz. 135) 9. LW-correctie (blz. 140) 10. Kleurverzadiging (blz. 111) 11. Opnamefunctie (blz. 104) 12. Lichtmeting bij automatische belichting (blz. 129) [16] 13. Flitsfunctie (blz. 49) 14. Transportfunctie (blz. 102) 15. Automatisch belichtingstrapje (blz. 144) 16. Scherpte (blz. 111) 17. ISO-gevoeligheid (blz. 113) 18. Opnametint (blz. 106) 19. Contrast (blz. 111) 20. Kwaliteitsniveau (blz. 110) 21. Opnamepixels (blz. 109) 22. Kleurruimte (blz. 117) 23. Brandpuntsafstand objectief 24. Witbalans (blz. 112) 25. Datum en tijd van de opname (blz. 161) 26. SCN-modus (enkel op display in Scènemodus.) De verschillende onderdelen ƃ Histogramweergave 1. Kwaliteitsniveau (type afbeeldingsbestand) 2. Opnamemapnummer en bestandsnummer (blz. 167, 168) 3. Pictogram voor beveiliging (blz. 77) 4. Histogram INFORMATIE ƃ Lichtere gedeelten knipperen wanneer de waarschuwing [Helderheid] is ingeschakeld. ƃ Druk in de histogramweergave op de vierwegbesturing (Ɗƌ) om de weergavepositie van het histogram naar boven of beneden te verplaatsen. [17] De verschillende onderdelen Indicaties in de zoeker 2 1 1 3 4 5 12 6 7 13 8 9 10 11 14 1. Autofocuskader (blz. 37) 2. Spotmeetkader (blz. 129) 3. Flitserstatus (blz. 49) Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld. 4. Waarschuwing ISO-precisie waarschuwin Wordt weergegeven bij het overschrijden van de waarschuwingswaarde. 5. Continue opnamemodus Verschijnt wanneer [Autofocus] in de [ Opname] in (Continue modus) wordt omgezet. 6. Pictogram Auto-scènemodus Het pictogram voor de geselecteerde Auto-scènemodus wordt weergegeven. Nachtportret, Bewegend onderwerp, Macro, Landschap, Portret, modus in 7. Scherpstelindicatie (blz. 42) Verschijnt wanneer de opname is scherpgesteld. 8. Sluitertijd (blz. 133) Sluitertijd bij opname of instellen (onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop). 9. Diafragma (blz. 135) Diafragma bij opname of instellen (onderstreept wanneer het diafragma kan worden gewijzigd met de e-knop). 10. LW-correctie (blz. 140) Wordt weergegeven wanneer de LW-correctie gereed is of gebruikt wordt. Knippert langzaam bij het corrigeren van de flitsintensiteit. Knippert snel bij het corrigeren van de belichting en de flitsintensiteit. De aangepaste waarde wordt weergegeven op de plaats waar het aantal beschikbare opnamen wordt weergegeven. [18] De verschillende onderdelen 11. Beschikbaar aantal opnamen/LW-correctie Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige kwaliteit- en opnamepixelinstellingen. Geeft het aantal beschikbare continuopnamen weer. (blz. 100) De LW-correctiewaarde wordt weergegeven wanneer de LW-correctie wordt ingesteld. (blz. 132) Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op . (blz. 137) 12. Handmatig scherpstellen (blz. 125) Wordt weergegeven wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op . 13. Pictogram SCN-modus Verschijnt tijdens het nemen van foto’s in SCN-modus. 14. Indicatie belichtingsgeheugen (blz. 141) Wordt weergegeven wanneer het belichtingsgeheugen wordt gebruikt. [19] De verschillende onderdelen Indicaties op LCD ƈ De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde van de camera. 1 7 2 8 9 3 4 5 610 1. Sluitertijd (blz. 133) 2. Diafragma (blz. 135) 3. Flitsfunctie (blz. 49) : Ingebouwde flitser is gereed (wanneer deze knippert, betekent dit dat gebruik van de flitser nodig is) : Flitser uit : Automatisch : Flitsen met rode-ogenreductie aan 4. Transportfunctie (blz. 102) : Enkelbeeldopnamen : Continuopnamen : Opnamen met zelfontspanner : Opnamen via afstandsbediening 5. Scherpstellingsbereik (blz. 122) Geen indicatie : Auto : Spot [20] 11 6. Lichtmeting bij automatische belichting (blz. 129) Geen indicatie: Meervlaks lichtmeting : Lichtmeting met nadruk op het midden : Spotmeting 7. Automatisch belichtingstrapje (blz. 144) 8. Witbalans (blz. 112) (Niet weergegeven in Auto-instelling) 9. Batterijniveau (blz. 25) 10. LW-correctie (blz. 140) 11. Aantal beschikbare opnamen/ LWcorrectiewaarde/PC (Pb) (PC = Personal Computer (massa-opslag), Pb = PictBridge) 2 Voorbereidingen In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen, beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. Draagriem bevestigen Aansluiten op een voedingsbron De geheugenkaart gebruiken De camera aan- en uitzetten Standaardinstellingen Het objectief bevestigen De zoekerdioptrie aanpassen 22 23 27 30 31 35 37 Draagriem bevestigen 1. Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp. 2. Haal het andere uiteinde van de riem door de andere riembevestiging van de camera en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp. [22] Aansluiten op een voedingsbron Batterijen plaatsen ƈ Plaats batterijen in de camera. Gebruik twee CR-V3 of vier AA Ni-MH-batterijen, AA Lithiumbatterijen of AA alkalinebatterijen. Bij deze camera worden AA-alkalinebatterijen geleverd om de functionaliteit van de camera te controleren, maar andere typen batterijen zijn eveneens te gebruiken. Raadpleeg "Batterijen" (blz. 24) voor details over compatibele batterijen en wanneer deze moeten worden gebruikt. INFORMATIE ƃ CR-V3-, AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen zijn niet oplaadbaar. ƃ Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl de camera aan staat. ƃ Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt. De batterijen kunnen anders gaan lekken. ƃ Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera plaats, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen”. ƃ Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd om zijn geplaatst, kan de camera defect raken. Veeg de polen van de batterijen af voordat u deze plaatst. ƃ Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of merk, of oude met nieuwe. 1. Houd de ontgrendelknop van het batterijcompartiment ingedrukt zoals afgebeeld ()ڹ, en schuif de klep in de richting van het objectief ()ں. Klap dan de klep open. 1 2 2. Plaats de batterijen volgens de poolaanduidingen +/– in het batterijcompartiment. [23] Aansluiten op een voedingsbron 3. Druk de klep ( )ڹomlaag tegen de batterijen en schuif hem in de afgebeelde richting ()ں. 1 2 INFORMATIE ƃ Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst. Batterijen ƈ Voor deze camera kunnen vier verschillende soorten batterijen worden gebruikt. De prestaties zijn afhankelijk van het type batterij. Kies het type dat het beste past bij uw doeleinden. CR-V3 De CR-V3 is een batterij met een lange levensduur, die zeer geschikt is voor reizen. AA Ni-MH oplaadbare batterijen Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig. AA-lithium batterijen Aanbevolen in koude klimaten. AA-alkalinebatterijen Meegeleverd met de camera. Deze zijn overal verkrijgbaar als uw gebruikelijke batterijen leeg zijn, maar zij ondersteunen mogelijk niet alle camerafuncties onder bepaalde omstandigheden. We raden u aan dergelijke batterijen uitsluitend in noodgevallen te gebruiken en bij het controleren van de functionaliteit van de camera. INFORMATIE ƃ Oxyride-batterijen en oplaadbare CR-V3-batterijen kunnen tot storingen leiden vanwege hun voltagekenmerken en hun gebruik wordt dan ook niet aanbevolen. [24] Aansluiten op een voedingsbron Indicatie batterijniveau ƈ U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool BATTE op het LCD-paneel. brandt : Batterij is vol. brandt : Batterij raakt leeg. brandt : Batterij is bijna leeg. Ɛ Ɛ Ɛ knippert : De camera schakelt zichzelf na deze melding uit. Geschatte weergavetijd (nieuwe batterijen) Flitsfotografie Batterijen Normale opnamen 50% gebruik 100% gebruik CR-V3 1,500 minuten 900 minuten 650 minuten 950 minuten AA Ni-MH oplaadbare batterijen (NiMH 2500mAh) 800 minuten 540 minuten 400 minuten 520 minuten AA alkaline batterijen 310 minuten 200 minuten 130 minuten 490 minuten Weergavetijd ƈ De opslagcapaciteit voor foto’s is gebaseerd op meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen. De weergavetijd is gebaseerd op meetomstandigheden bij SAMSUNG. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden. INFORMATIE ƃ De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal. ƃ Mogelijk worden niet alle camerafuncties ondersteund bij gebruik van AA alkalinebatterijen. We raden u aan dergelijke batterijen uitsluitend in noodgevallen te gebruiken en bij het controleren van de functionaliteit van de camera. ƃ Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt. [25] Aansluiten op een voedingsbron Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) ƈ Wisselstroomadapter (D-AC10, optioneel) voor digitale spiegelreflexcamera van PENTAX kan worden gebruikt met digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. 4 1 2 3 ƈ We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapter D-AC10 (optioneel) als u de LCDmonitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op de computer. 1. Zorg dat de camera uit staat alvorens de klep van de aansluitingen te openen. 2. Sluit de gelijkstroomstekker van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van de camera. 3. Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter. 4. Sluit het netsnoer aan op een stopcontact. INFORMATIE ƃ Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten los te maken. ƃ Zorg dat de aansluitingen tussen de camera, de netvoedingsadapter, de connector voor het netsnoer en het stopcontact goed zijn. Als een aansluiting losraakt terwijl de camera bezig is met het vastleggen of lezen van gegevens op de SD-geheugenkaart, raken de gegevens beschadigd. ƃ Lees voor het gebruik de handleiding van de netvoedingsadapter D-AC10. ƃ Bij gebruik van de netvoedingsadapter worden de oplaadbare batterijen in de camera niet opgeladen. [26] De geheugenkaart gebruiken De SD-geheugenkaart plaatsen/ uitnemen ƈ Genomen foto's worden op de SD geheugenkaart opgeslagen. Zorg dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart te plaatsen of uit te nemen (in de handel verkrijgbaar). INFORMATIE ƃ Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer kaartactie-LED brandt. ƃ Formatteer de nieuwe SD-geheugenkaart. Dit geldt ook voor SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. Raadpleeg "De SD-geheugenkaart formatteren" (blz. 160) voor nadere details over formattering. 1. Duw de ontgrendelknop van het kaartdeksel in de aangegeven richting. Het kaartdeksel gaat open. 2. Breng de kaart volledig in met het etiket van de SDgeheugenkaart naar de LCD-monitor gericht. 3. Sluit de kaartklep. 4. Duw de SD-geheugenkaart eenmaal naar binnen om deze uit te nemen. [27] De geheugenkaart gebruiken Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart ƃ De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Als u dit schuifje op [LOCK] zet, zijn de aanwezige gegevens beveiligd. Er kunnen dan geen nieuwe gegevens worden opgeslagen, geen bestaande gegevens verwijderd en de kaart niet kan worden geformatteerd. ƃ Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik Schrijfbeveiliging van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn. ƃ Neem de SD-geheugenkaart niet uit en zet de camera niet uit wanneer er gegevens op de kaart worden opgeslagen of opnamen of geluidsbestanden worden weergegeven of wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken. ƃ Buig de SD-geheugenkaart niet en stel deze niet bloot aan heftige schokken. Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur. ƃ Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden. ƃ Onder de volgende omstandigheden kunnen de gegevens op de SD-geheugenkaart worden verwijderd. Samsung Camera aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens (1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker. (2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische storingen. (3) als de kaart lange tijd niet is gebruikt. (4) wanneer de kaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. ƃ De levensduur van de SD-geheugenkaart is eindig. Als de kaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart onleesbaar worden. Sla altijd een reservekopie van belangrijke gegevens op een computer op. ƃ Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze aan statische elektriciteit of elektrische storingen kan worden blootgesteld. ƃ Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar deze wordt blootgesteld aan rechtstreeks zonlicht, snelle temperatuurschommelingen of condensatie. ƃ Wilt u informatie over SD-geheugenkaarten, bezoek dan de website van Samsung Camera of neem contact op met het dichtstbijzijnde servicecentrum van Samsung Camera. ƃ Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor SD geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt. ȵ SD-geheugenkaart formatteren (blz. 160) ƃ Indien u van plan bent om uw SD-geheugenkaart niet meer te gebruiken, van de hand te doen of the verkopen, zou u er zich moeten van vergewissen dat de bestanden op de kaart volledig gewist zijn of dat de kaart zelf volledig onklaar is gemaakt, indien zij enige persoonlijke of belangrijke gegevens zou bevatten. Gelieve daarbij op te merken dat (her)formatteren van de SD-kaart niet noodzakelijk de bestanden wist, in de zin dat die niet meer zouden kunnen achterhaald worden door gebruik van in de handel verkrijgbare recovery software voor bestanden. Er zijn secure softwareprogramma’s verkrijgbaar in de handel om bestanden te wissen, die die bestanden volledig zullen wissen. In ieder geval, moeten de bestanden op uw SD-geheugenkaart op uw eigen risico worden beheerd. [28] De geheugenkaart gebruiken Opnamepixels en Kwaliteitsniveau ƈ Kies het aantal pixels (grootte) en kwaliteitsniveau (gegevenscompressie) van opnamen op basis van het gebruiksdoel van de opnamen. Opnamen met een groter opnameformaat of meer worden briljanter afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt lager wanneer de bestandsgrootte groter wordt gemaakt. De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren. U hoeft dus niet meer dan het benodigde aantal pixels te selecteren. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is 1,5M-formaat (1536x1024) voldoende. Stel de gewenste opnamegrootte en kwaliteitsniveau in afhankelijk van uw doelen. Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor opnamen in het menu [ Ҹ Opnamepixels instellen (blz. 109) Ҹ Kwaliteitsniveau instellen (blz. 110) Opname]. ƃ Opnamepixels, Kwaliteitsniveau en Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen Kwaliteitsniveau Opnamepixels RAW Best Beter Goed (3008x2008) 11 - - - (3008x2000) - 35 70 117 (2400x1600) - 51 96 159 (1536x1024) - 105 171 267 - Bovenstaande tabel geeft de geschatte opslagcapaciteit en opnametijd aan bij gebruik van een SDgeheugenkaart van 128 MB. - Bovenstaande waarden kunnen variëren, al naar gelang het onderwerp, opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, enz. [29] De camera aan- en uitzetten ƈ Zet de hoofdschakelaar aan [ON]. De camera wordt ingeschakeld. Zet de hoofdschakelaar uit [OFF] om de camera uit te zetten. INFORMATIE ƃ Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is. ƃ Wanneer gedurende een ingestelde tijd geen handelingen worden verricht, wordt de camera automatisch uitgeschakeld. (De standaardinstelling is 1 minuut.) (blz. 167) [30] Standaardinstellingen ƈ De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm voor de standaardinstellingen op de LCD-monitor. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op de LCD-monitor en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten van de camera. Weergavetaal instellen ƈ U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U hebt de keus uit: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Russisch, Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) en Portugees. 1. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Initial Settings Language English New York DST Cancel 2. Selecteer de gewenste taal met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ). De standaardinstelling is Engels. OK Language English Français Deutsch Español Italiano Svenska Nederlands ጥૹ Português OK 3. Druk op de knop OK. [31] Standaardinstellingen 4. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). De cursor gaat naar [ ]. 5. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ) om het scherm voor het instellen van de plaats te openen. Initial Settings Language New York DST Cancel 6. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). De cursor gaat naar [Zomertijd]. English OK OK Initial Settings Language 7. Selecteer O (Aan) of F (Uit) met de vierwegbesturing (ȜȞ). English New York DST 8. Druk op de knop OK. Het scherm voor instelling van de datum en tijd verschijnt. Cancel OK OK Als een onjuiste taal is ingesteld Volg de onderstaande procedure om het scherm weer te geven voor het instellen van de taal en ga naar stap 2 op blz. 31 om de taal opnieuw in te stellen. 1. Schakel de camera uit en weer in. 2. Druk op de knop . 3. Druk tweemaal op de vierwegbesturing (Ȟ). 4. Druk vijfmaal op de vierwegbesturing (ƌ). 5. Druk eenmaal op de vierwegbesturing (Ȟ). Het scherm voor het instellen van de taal verschijnt. [32] Standaardinstellingen Datum en tijd instellen ƈ Stel de actuele datum, tijd en weergavestijl in. 1. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar [mm/dd/yy]. 2. Gebruik de vierwegbesturing (Ɗƌ) om de datumweergave te kiezen. Date Adjust Date Style mm/dd/yy 24h Date 01 / 01 / 2006 Time 00 : 00 Cancel 3. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar [24h]. 4. Selecteer 24u (24-uurs weergave) of 12u (12-uurs weergave) met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 5. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat terug naar [Date Style]. 6. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar [Date]. OK OK Date Adjust Date Style mm/dd/yy 24h 01 / 01 / 2006 Date 00 : 00 Time Cancel OK OK [33] Standaardinstellingen 7. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het kader gaat naar de maand. Date Adjust Date Style mm/dd/yy 24h Date 01 / 01 / 2006 Time 00 : 00 Cancel OK OK 8. Stel de maand in met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Wijzig de dag en het jaar op dezelfde wijze. Stel vervolgens de tijd in. Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór de middag) of pm (na de middag), al naar gelang de tijd. 9. Druk op de knop OK. De camera is gereed voor het maken van opnamen. Als u de datum en tijd instelt met de menubesturing, gaat u terug naar het [ Set-up] scherm. Druk nogmaals op de knop OK. INFORMATIE ƃ U kunt het instellen annuleren en overgaan op de opnamefunctie tijdens de begininstelling door op de knop MENU te drukken. In dat geval verschijnt het scherm [Initial Settings] de volgende keer dat u de camera aanzet. ƃ Wanneer u klaar bent met de instellingen en op de knop OK drukt, wordt de klok van de camera teruggezet op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop OK wanneer het tijdsignaal (op TV, radio, enz.) precies 00 seconden aangeeft. ƃ U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met de menubesturing. (blz. 161, blz. 165) [34] Het objectief bevestigen ƈ Alleen D-XENON-objectieven kunnen worden gebruikt met deze camera. INFORMATIE ƃ Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen. 1. Controleer of de camera uit is. 2. Verwijder de bodydop ( )ڹen de achterlensdop van het objectief ()ں. Zet een los objectief altijd met de vatting omhoog neer om beschadiging van de het gebied rond het objectief te voorkomen. 1 2 3. Zorg dat de richttekens (de rodepuntjes) op de camera en het objectief tegenover elkaar liggen. Draai vervolgens het objectief met de klok mee tot het vastklikt. Na het bevestigen van het objectief controleert u of het goed vastzit. Controleer ook of de rode puntjes van het objectief aan de bovenzijde zitten en of de objectiefbevestiging niet zijdelings kan bewegen. [35] Het objectief bevestigen 4. Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen. Als u het objectief wilt verwijderen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief ( )ڻingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in. 3 INFORMATIE ƃ De bodydop ( )ڹis een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport. ƃ Samsung Camera kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk. ƃ De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektronische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten reinigen met een zachte, droge doek. [36] De zoekerdioptrie aanpassen ƈ Pas de scherpte van het zoekerbeeld aan uw gezichtsvermogen aan. Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij. U kunt de dioptrie verschuiven van –2,5-1 tot +1,5-1 . 1. Kijk door de zoeker en richt de camera op een goed verlicht punt. Verschuif vervolgens de dioptriecorrectieknop naar links of rechts. Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot de scherpstelpunten in de zoeker duidelijk zichtbaar zijn. AF-kader INFORMATIE ƃ De oogschelp is bevestigd op de zoeker wanneer de camera vanuit de fabriek wordt verzonden. Dioptriecorrectie is mogelijk als de oogschelp is aangesloten. Correctie is echter gemakkelijker als de oogschelp is verwijderd, zoals hierboven weergegeven. Om de oogmaat te verwijderen, trek een zijde van de oogmaat naar buiten en naar u toe, zoals rechts weergegeven. ƃ Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien ook al schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij, gebruikt u de zoekervergroting (optioneel). De oogschelp moet dan echter worden verwijderd. [37] MEMO [38] 3 Basisbediening In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het opnemen door de functieknop op de scènefunctie (Autoscène of Normale functie – Flitser UIT) en de -modus te zetten, om zo succesvol opnamen te maken. Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen. Basishandelingen bij opnamen De juiste opnamefunctie selecteren Het zoomobjectief gebruiken De ingebouwde flitser gebruiken Andere opnamefuncties Foto’s weergeven Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur Opnamen verwerken met filters Opnamen wissen Opnamen beveiligen Afdrukservice instellen (DPOF) Afdrukken met PictBridge 40 45 48 49 53 63 70 71 73 77 79 83 Basishandelingen bij opnamen De camera vasthouden ƈ Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen. - Houd de camera stevig met beide handen vast. - Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt. [ Horizontale positie ] [ Verticale positie ] INFORMATIE ƃ Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom). ƃ Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijd voor een camera die in de hand wordt gehouden in de regel 1/(brandpuntsafstand x1,5). De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden een statief. ƃ Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt. [40] Basishandelingen bij opnamen De camera de optimale instellingen laten bepalen ƈ De camera zodanig instellen dat de optimale instellingen worden gekozen op basis van de hoeveelheid licht, afstand en beweging van het onderwerp. 1. Zet de functiekiezer op AUTO S . De camera bepaalt de meest geschikte opnamefunctie voor het onderwerp. - De juiste opnamefunctie selecteren (blz. 45) 2. Zet de scherpstelfunctieknop op AF . Autofocus is ingesteld. (blz. 118) [41] Basishandelingen bij opnamen 3. Draai de zoomring om de grootte van het onderwerp te bepalen. Bepaal de grootte van het onderwerp. - Het zoomobjectief gebruiken (blz. 48) 4. Breng het onderwerp binnen het autofocuskader en druk de ontspanknop tot halverwege in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. De flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is. (De flitser moet handmatig worden uitgeklapt wanneer de Flitserfunctie niet op [Auto] is ingesteld.) - De ontspanknop bedienen (blz. 43) - Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (blz.44) - De ingebouwde flitser gebruiken (blz. 49) ſ U kan het beeld vooraf op de LCD-monitor bekijken en de schikking, de belichting en de focus nagaan, vooraleer de foto the nemen. (blz. 145) Scherpstelindicatie 5. Druk de ontspanknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. [42] Basishandelingen bij opnamen 6. Opnamen bekijken op de LCD-monitor. Na de opname wordt deze gedurende één seconde op de LCD-monitor weergegeven (momentcontrole.) Tijdens de momentcontrole kunt u de opname verwijderen door te drukken op de knop . - Weergavetijd instellen (blz. 168) - Opnamen wissen (blz. 73) - Overbelichtingswaarschuwing weergeven (blz. 169) - Weergave histogram (blz. 169) Wissen De ontspanknop bedienen ƈ De ontspanknop heeft drie standen. Niet ingedrukt Half ingedrukt (eerste positie) Helemaal ingedrukt (tweede positie) Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste positie), worden de indicaties in de zoeker en op het LCD ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt (tweede positie), wordt de opname gemaakt. INFORMATIE ƃ Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen. ƃ Oefen met het tot halverwege indrukken van de ontspanknop om te leren waar de eerste positie is. ƃ De zoekerindicaties blijven aan terwijl u de ontspanknop indrukt. De zoekerindicaties blijven na circa 10 seconden branden (standaardinstelling) nadat de knop wordt losgelaten. [43] Basishandelingen bij opnamen Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen ƈ Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn onder de volgende omstandigheden ((a) t/m (f) hieronder). Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie in de zoeker. Wanneer het onderwerp niet wordt scherpgesteld, stelt u de scherpstelfunctieknop in op en gebruikt u de handmatige scherpstelfunctie om via het matglas scherp te stellen op het onderwerp. (a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte muur, binnen het bereik van de scherpstelpunten. (b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het bereik van de scherpstelpunten. (c) Onderwerpen die snel bewegen. (d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond). (e) Verticale of horizontale lijnen die binnen het bereik van de scherpstelpunten vallen. (f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen het bereik van de scherpstelpunten. INFORMATIE ƃ Wanneer (f) van toepassing is, is het onderwerp mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de _ (scherpstelindicatie) wordt weergegeven. [44] De juiste opnamefunctie selecteren ƈ De camera selecteert de optimale functie wanneer AUTO S (Auto Scene) is ingesteld met de functiekiezer. Functie-indicatie Selecteer (Portret), (Landschap), (Macro), (Bewegend Onderwerp), (Portret Opname bij Nacht), (Flits UIT), (Scène) met de functieselectie, indien het gewenste beeld niet is vastgelegd in de Auto-scènemodus. (Auto Scene) (Portret) (Landschap) (Macro) (Bewegend onderwerp) (Portret opname bij nacht) (Flits UIT) (Scène) Selecteert automatisch Normaal, Portret, Landschap, Macro, of Bewegend onderwerp. Optimaal voor het maken van portretfoto’s. Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere opname. Hiermee maakt u levendige dichtbijopnamen van bloemen of andere kleine onderwerpen. Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel bewegend onderwerp zoals bij een sportevenement. Hiermee kunt u mensen in het donker / schemering fotograferen. De ingebouwde flitser is uitgeschakeld. Overige instellingen zijn dezelfde als de Normale modus in . Laat toe om een selectie te maken uit 8 scèneopnames, afhankelijk van de opname-omstandigheden. INFORMATIE ƃ Bij NS (Portret opname bij nacht) wordt de sluitersnelheid verlaagd op donkerdere plekken, zelfs als de ingebouwde flitser wordt gebruikt. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. [45] De juiste opnamefunctie selecteren Selecteert Opname ƈ Door het (Scène) pictogram in te stellen op de keuzeselectie, kan u een keuze maken uit de volgende 8 scèneopnames. (Portret opname) (Strand & sneeuw) Gebruikt voor opnames bij nacht. Maak gebruik van een driepoot e.d. om vibratie tegen te gaan. Om beelden van schitterende achtergronden vast te leggen, zoals besneeuwde bergen. (Tekst) Laat u toe om precieze beelden te maken van teksten. (Zonsondergang) Om de zonsopgang of zonsondergang vast te leggen in mooie kleuren. (Kinderen) (Huisdier) (Kaarslicht) (Museum) Voor opnames van kinderen in beweging. Zorgt voor een gezonde en normale huidsweergave. Voor opnames van huisdieren in beweging. Voor scèneopnames bij kaarslicht. Voor beeldopnames op plaatsen waar het gebruik van een flitser verboden is. ſ De flitser is uitgeschakeld in de (Nachtopname)-, (Zonsondergang)-, (Museum)-modi. Maak gebruik van een driepoot om vibratie tegen te gaan. (Kaarslicht)- en ƈ Hoe een Scèneopname selecteren 1. Zet de functieselectie op (Scène). 2. Het Functiemenu wordt geopend. Het pictogram voor de huidige geselecteerde scèneopname verschijnt op het scherm van het Functiemenu in (Scène)-modus. Fn OK AUTO Fn [46] Einde De juiste opnamefunctie selecteren 3. Druk op de knop verschijnen. . De mogelijkheden van de modus Nachtopname Voor nachtopnamen Gebruik statief o.i.d om beweging te voorkomen 4. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ƊƌȜȞ) om een -modus te selecteren. In geval de Huisdiermodus is geselecteerd, kunt u de eselectie instellen om een hond of een kat te selecteren. De functie is dezelfde, om het even welk pictogram u selecteert. OK OK OK OK Huisdier Voor opnamen van bewegende huisdieren 5. Druk op de knop . Het scherm keert terug naar het Fn-menu. 6. Druk op de knop . De camera is gereed voor het maken van een opname. [47] Het zoomobjectief gebruiken ƈ Vergroot een onderwerp (tele-opname) of neem een groter gebied op (groothoek) met een zoomobjectief. Stel deze in op de gewenste grootte en maak de foto. ƃ Draai de zoomring rechtsom of linksom. Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand. INFORMATIE ƃ De beeldhoek wordt groter naarmate het getal op de zoomschaalring kleiner wordt. Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot. ƃ Power Zoom-functies (Image Size Tracking, Zoom Clip, en Auto Zoom Effect) zijn niet compatibel met deze camera. Groothoek [48] Tele De ingebouwde flitser gebruiken ƈ Maak als volgt een opname bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde flitser handmatig wilt gebruiken. De ingebouwde flitser werkt optimaal op 0.7 tot 4m afstand van het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden. (Deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de ingestelde gevoeligheid.) ſ Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering (delen rondom zijn zwart vanwege een gebrek aan licht) optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren. INFORMATIE ƃ Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt. De camera bepaalt automatisch het omgevingslicht en de ingebouwde Auto ontladen flitser wordt uitgeklapt en gebruikt wanneer dit nodig is. (De flitser gaat niet af wanneer dit niet nodig is, ook niet als de flitser is uitgeklapt.) Manual ontladen Auto+ Anti Rode Ogen De flitser wordt handmatig ingeschakeld. De flitser zal alleen werken wanneer deze is uitgeklapt. Er wordt een vóórflits gegeven voordat de automatische flitser afgaat. Manual + Anti Rode De flitser wordt handmatig ingeschakeld. Er wordt een vóórflits Ogen gegeven voor rode-ogenreductie. INFORMATIE ƃ Handmatig flitsen (Flitser AAN) wordt gebruikt, onafhankelijk van de instellingen van flitsmodus, wanneer de knop wordt ingedrukt om de flitser handmatig uit te klappen. [49] De ingebouwde flitser gebruiken Flitsermodus selecteren 1. Druk op de knop . Het functiemenu (Fn) wordt geopend. Fn AUTO OK Fn Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het scherm voor flitseropties wordt weergegeven. Flitsinstelling Auto ontladen OK OK INFORMATIE ƃ Als de functiekiezer is ingesteld op , , en kunnen zij niet worden geselecteerd. , of , worden AFL en L grijs weergegeven 3. Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing (ȜȞ). 4. Druk op de knop . Het scherm keert terug naar het Fn-menu. 5. Druk op de knop Fn. De camera is gereed voor het maken van een opname. Automatische flitsfunctie gebruiken , (Flitser automatisch uitklappen) 1. Zet de functiekiezer op AUTO, , , of NP . ſ De flitser is uitgeschakeld indien (Nachtopname), (Zonsondergang), (Museum) is geselecteerd in de (Scène)-modus. 2. Druk de ontspanknop tot halverwege in. De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en laadt zich op. Wanneer de flitser volledig is opgeladen, verschijnt er op de LCD-monitor, in het LCD en in de zoeker. (blz. 14 ~ blz. 20) [50] (Kaarslicht) of De ingebouwde flitser gebruiken INFORMATIE ƃ Wissel tussen de functie automatisch flitsen en handmatig flitsen (Flitser AAN) door op de knop te drukken terwijl de ingebouwde flitser is uitgeklapt. Wanneer automatisch flitsen is ingesteld, verschijnt er op het LCD. 3. Druk de ontspanknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. 4. Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen. Handmatige flitser gebruiken , (Flitser AAN) 1. Druk op de knop FUP . De ingebouwde flitser wordt uitgeklapt en opgeladen. De handmatig flitsfunctie (Flitser AAN) wordt gebruikt, onafhankelijk van de instellingen van de flitsmodus. Wanneer de ingebouwde flitser volledig is opgeladen, verschijnt er in het LCD en in de zoeker. INFORMATIE ƃ Wanneer de Flitsermodus is ingesteld op of en indien u de ingebouwde flitser uitklapt, kunt u switchen tussen de Automatische flitsmodus en de Manuele flitsmodus (Flitser AAN), door op knop te drukken, onder de volgende condities. - De Opnamemodus is/wordt ingesteld op , , , , , . - De -modus is/wordt ingesteld op , , , . 2. Druk de ontspanknop helemaal in. De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt. 3. Flitser indrukken om in te klappen. [51] De ingebouwde flitser gebruiken Rode-ogenreductie gebruiken Flitser ƈ Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn. U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen. ŋMaak de omgeving lichter voor de opname. ŋStel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u een zoomobjectief gebruikt. ŋGebruik een flitser die rode-ogenreductie ondersteunt. ŋWanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg van de camera. De rode-ogenreductiefunctie van deze camera vermindert het rode-ogeneffect door tweemaal te flitsen. Met de rode-ogenreductie wordt er een voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-ogeneffect wordt verminderd. U gebruikt de rodeogenreductie door REA (Auto flitser met rode-ogenreductie) in te stellen in de Scènefunctie of REM (Handmatige flitser met rode-ogenreductie) in te stellen in andere functies. Opnamen met daglichtsynchronisatie ƈ Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het op deze manier gebruiken van de flitser wordt een opname met daglichtsynchronisatie genoemd. De flitser wordt bij daglichtsynchronisatie handmatig ingeschakeld. ƃ Opnamen maken (Auto Scene) 1. Controleer of de flitser is uitgeklapt en is ingesteld op FF(handmatig flitsen). (blz. 49) 2. Controleer of de flitser volledig is opgeladen. 3. Maak de opname. ſ Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht. [ Zonder daglichtsynchronisatie ] [52] [ Met daglichtsynchronisatie ] Andere opnamefuncties Continuopnamen ƈ U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden. 1. Druk op de knop . Het functiemenu wordt geopend. Fn OK AUTO Fn Einde [53] Andere opnamefuncties 2. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. Transportfunctie Enkelbeeld opname OK OK 3. Selecteer CS met de vierwegbesturing (ȜȞ). Transportfunctie Continue opname OK OK 4. Druk op de knop menu. . Het scherm keert terug naar het Fn- 5. Druk op de knop van een opname. . De camera is gereed voor het maken 6. Druk de ontspanknop tot halverwege in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. [54] wordt Andere opnamefuncties ſ Stel [Resterend aant.cont.] in onder [Resterend aantal opn] in het menu [ Pers.inst.]. Het mogelijke aantal continuopnamen (buffergeheugen) wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. (blz. 100) 7. Druk de ontspanknop helemaal in. Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om te stoppen met het maken van de serieopname. De instelling voor continuopnamen blijft bewaard wanneer de camera wordt uitgeschakeld. Open het functiemenu en stel de camera in op (Enkelbeeld opname) om de continue opname te stoppen. INFORMATIE ƃ Telkens wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, wordt er opnieuw scherpgesteld, wanneer de scherpstelfunctie is ingesteld op AF.S (Enkelbeeld opname). (blz. 121) ƃ De focus is continu actief, wanneer de functieselectie ingesteld is/wordt op de -, -, - of en [Autofocus] in de [ Opname] is/wordt ingesteld op (Continue modus), wanneer de Scènemodus is/wordt ingesteld op (Opname bewegend) of de SCN-modus is/wordt ingesteld op (Kinderen) of (Huisdier). De sluiter ontspant ook als er nog niet helemaal is scherpgesteld. ƃ Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer de flitser volledig is opgeladen. Als u de sluiter wilt kunnen ontspannen voordat de ingebouwde flitser gereed is, moet u een gebruikersfunctie instellen. Opnamen met de zelfontspanner ƈ Deze camera heeft twee zelfontspannerfuncties: en . De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze functie om als fotograaf ook op de foto te komen. Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de spiegel opgeklapt. De sluiter ontspant na circa twee seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. 1. Bevestig de camera op een statief. [55] Andere opnamefuncties 2. Druk op de knop . Het functiemenu wordt geopend. Fn OK AUTO Fn 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). [56] Einde Andere opnamefuncties Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. Transportfunctie Enkelbeeld opname OK OK 4. Selecteer 12S of 2S met de vierwegbesturing (ȜȞ). Transportfunctie Zelfontspanner (12sec) OK 5. Druk op de knop menu. . Het scherm keert terug naar het Fn- 6. Druk op de knop van een opname. . De camera is gereed voor het maken OK 7. Kijk in de zoeker of het onderwerp in zicht is en druk de ontspanknop tot halverwege in. De scherpstelindicatie wordt weergegeven in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld. [57] Andere opnamefuncties 8. Druk de ontspanknop helemaal in. Bij 12S: de eerste tien seconden knippert de zelfontspannerLED langzaam en klinkt er een elektronisch geluidssignaal. Twee seconden voordat de opname wordt gemaakt, begint de. LED sneller te knipperen en neemt de frequentie van het geluidssignaal toe. Ongeveer 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt. Bij : Ongeveer twee seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt. 9. Zet de camera uit na de opname. De volgende keer dat u de camera inschakelt, wordt de zelfontspanner geannuleerd en is de camera weer ingesteld op enkelbeeldopnamen. [58] Andere opnamefuncties Opnamen via de afstandsbediening (Afstandsbediening F: apart verkrijgbaar) ƈ De afstandsbediening van de PENTAX digitale spiegelreflexcamera kan ook worden gebruikt met de digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. ƈ De ontspanknop kan ook worden bediend via de optionele afstandsbediening. U kunt kiezen uit RC (Afstandsbediening) en TSD(Drie seconden vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening. De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt. De sluiter wordt ontspannen drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt. 1. Bevestig de camera op een statief. 2. Druk op de knop . Het functiemenu wordt geopend. Fn OK AUTO Fn Einde [59] Andere opnamefuncties 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. 4. Selecteer RC of TSD met de vierwegbesturing (ȜȞ). De zelfontspanner-LED knippert, ten teken dat de camera zich in de wachtstand voor de afstandsbediening bevindt. Transportfunctie Afstandsbediening OK 5. Druk op de knop 6. Druk op de knop OK . Het scherm keert terug naar het Fn-menu. . De camera is gereed voor het maken van een opname. 7. Druk de ontspanknop tot halverwege in. Het automatische scherpstelsysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie weergegeven in de zoeker wanneer het onderwerp is scherpgesteld. wordt INFORMATIE ƃ U kunt bij standaardinstellingen niet scherpstellen via de afstandsbediening. Stel eerst scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt. U kunt [Af met afstandbed.] op [Aan] zetten via de gebruikersfuncties. (blz. 100) ƃ Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, wordt de flitser niet automatisch geactiveerd, zelfs wanneer de camera is ingesteld op AFL (Automatisch flitsen). Klap eerst handmatig de flitser uit. (blz. 49) [60] Andere opnamefuncties 7. Richt de afstandsbediening op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in. De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde van de camera. De sluiter wordt onmiddellijk of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt ontspannen, afhankelijk van de geselecteerde transportfunctie. Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner twee seconden en gaat dan weer knipperen. INFORMATIE ƃ Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Bevestig het meegeleverde zoekerkapje of gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (blz. 161). (U kunt het binnendringende licht negeren wanneer de belichtingsmodus is ingesteld op M (Handmatig) (blz. 137)). ƃ Verwijder de Oogmaat door een zijde naar buiten te trekken en naar u toe, wanneer u toebehoren als de (beeld) zoekerdop gebruikt. [ Oogschelp verwijderen ] [ Het zoekerkapje bevestigen ] ƃ Zet de camera uit om de afstandsbedieningsfunctie te annuleren nadat die is geactiveerd. ƃ De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht. ƃ De afstandsbediening werkt niet wanneer de flitser bezig is op te laden. ƃ Als u gebruik wilt maken van de ingebouwde flitser, klap deze dan eerst uit. ƃ Wanneer de afstandsbediening vijf minuten niet wordt gebruikt, keert de camera automatisch terug naar de enkelbeeldopnamefunctie. ƃ De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer 30.000 afstandsbedieningssignalen. [61] Andere opnamefuncties Gebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen ƈ Gebruik de spiegelvergrendelingsfunctie wanneer de camera duidelijk beweegt, ook wanneer de draadontspanner (optioneel) of de afstandsbediening (optioneel) wordtgebruikt. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, klapt de spiegel omhoog en wordt na twee seconden de sluiter ontspannen bij het gebruik van de 2 s-zelfontspanner. Deze methode voorkomt bewegingen van de camera. Volg de onderstaande procedure om het opname te maken met spiegelvergrendeling: 1. Bevestig de camera op een statief. 2. Druk op de functieknop (Fn ) en de vierwegbesturing (Ɗ) en selecteer TSD (2 sec. zelfontspanner). - Opnamen met de Zelfontspanner (blz. 55). 3. Stel scherp op het onderwerp. 4. Druk de ontspanknop helemaal in. De spiegel wordt opgeklapt en de opname wordt twee seconden later gemaakt. Het belichtingsgeheugen is ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand aan het omhoogklappen van de spiegel is ingesteld. [62] Foto’s weergeven Opnamen weergeven ƈ U kunt opnamen ook weergeven op de camera. INFORMATIE ƃ Met de meegeleverde Digimax Master-software kunt u opnamen weergeven op een pc. Raadpleeg de instructies bij de software voor nadere details. 1. Druk na het maken van een opname op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCDmonitor. [63] Foto’s weergeven 2. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ). Ȝ : De vorige opname wordt weergegeven. Ȟ : De volgende opname wordt weergegeven. Opnamen roteren ƈ U kunt opnamen telkens 90° tegen de klok in roteren. Dit maakt het bekijken van verticaal gemaakte opnamen eenvoudiger. 100-0001 100-0001 OK OK 1. Druk na het maken van een opname op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. 2. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Bij elke druk op de knop wordt de opname 90° graden tegen de klok in gedraaid. [64] 100-0001 OK OK Foto’s weergeven 3. Druk op de knop OK. De roteringsgegevens van de opname worden bewaard. Vergrote weergave opnamen ƈ U kunt opnamen tijdens de weergave tot maximaal 12 keer vergroten. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. [65] Foto’s weergeven 2. Draai de e-knop naar rechts (in de richting van ). Bij elke kalibratie wordt 1 opname vergroot, tot maximaal 12 keer de oorspronkelijke grootte. Draai naar links (in de richting van TN) om terug te gaan. Druk nogmaals op de knop OK om de oorspronkelijke weergave te herstellen. Gebruik tijdens de zoomweergave de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om het weergavegebied te wijzigen. x2 . 0 INFORMATIE ƃ De eerste kalibratie op de e-knop is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen naar [Inzoomen op weergave] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 101) Weergave van negen opnamen tegelijk ƈ U kunt negen opnamen tegelijk weergeven op de LCD-monitor. [66] Foto’s weergeven 1. Druk op de knop . De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. Kader 2. Draai de e-knop naar links (in de richting van ). Er kunnen maximaal negen miniatuur-opnamen worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de opname te selecteren. Er verschijnt rechts op het scherm een schuifbalk. Als er een opname is geselecteerd op de onderste rij, worden bij een druk op de vierwegbesturing (ƌ) de volgende negen opnamen weergegeven. Wanneer een opname niet kan worden weergegeven, verschijnt er een [?]. Kiezen&wissen 100-0046 Schuifbalk 3. Draai de e-knop naar rechts (in de richting van ) of druk op de knop OK. Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname. [67] Foto’s weergeven Slideshow ƈ U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op de LCD-monitor. 1. Druk op de knop en selecteer de opname die u het eerst wilt weergeven met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. 2. Druk op de knop . Het functiemenu wordt geopend. Fn OK Fn [68] Einde Foto’s weergeven 3. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het startscherm wordt weergegeven en de diavoorstelling begint. Druk op een willekeurige knop om de diavoorstelling te stoppen. Wanneer u wilt terugkeren naar de opnamefunctie drukt u op de ontspanknop of de knop of schuift u de hoofdschakelaar naar (Voorbeeld) of draait u aan de functiekiezer. Starten INFORMATIE ƃ Stel de weergavetijd voor de diavoorstelling in het menu [ Weergeven] in. U kunt de diavoorstelling ook starten vanuit het menu [ Weergeven]. (blz. 159) [69] Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ƈ Via de videokabel kunt u opnamen weergeven met een tv of andere apparatuur met een video-INaansluiting als monitor. Zorg dat zowel de tv als de camera uit staat alvorens de kabel aan te sluiten. - Het video-uitgangssignaal selecteren (blz. 166) 1. Open het klepje van de uitgang en sluit de videokabel aan op de USB/video-uitgang van de camera. 2. Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-IN-aansluiting van de tv. 3. Zet de tv en de camera aan. INFORMATIE ƃ Als u van plan bent de camera gedurende lange tijd intensief te gebruiken, verdient het aanbeveling een netvoedingsadapter (D-AC10, optioneel) te gebruiken. (blz. 26) ƃ Voor AV-apparatuur met meerdere video-IN-aansluitingen (zoals een tv), raadpleegt u de handleiding van het apparaat en selecteert u de video-IN-aansluiting waarop de camera is aangesloten. ƃ Afhankelijk van het land of de regio, kan het weergeven van opnamen mislukken als de uitvoerindeling voor videobestanden is ingesteld op een andere waarde dan ter plaatse wordt gebruikt. Als dat gebeurt, wijzigt u de uitvoerindeling voor videobestanden (blz. 166). ƃ De LCD-monitor van de camera wordt uitgeschakeld terwijl de camera is aangesloten op het AVapparaat. [70] Opnamen verwerken met filters ƈ U kunt opnamen bewerken met digitale filters. De bewerkte opnamen worden onder een andere naam opgeslagen. INFORMATIE ƃ RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. ƃ Stel digitale filters in via het menu [ Weergeven]. ƃ Digitaal filter Zwart-wit Sepia Soft Converteren naar zwart-witopname. Geef uw foto’s een antiek uiterlijk door ze te converteren naar een sepiakleur. Creëer een zachte opname door de gehele opname lichtjes te vervagen. Kies uit drie niveaus. Wijzig de horizontale en verticale verhouding van opnamen. De hoogte en breedte Vlak Helderheid kunnen tot twee keer het oorspronkelijke formaat worden gewijzigd. Om de helderheid van beelden in te stellen. Instelbaar met een bereik van ±8 niveaus. 1. Druk op de knop in de weergavefunctie. Het functiemenu wordt geopend. Fn OK Fn Einde [71] Opnamen verwerken met filters 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). Het scherm voor het selecteren van het filter wordt weergegeven. Zwart-wit OK OK 3. Selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). 4. Selecteer een filter met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Selecteer een filter en bekijk de effecten ervan op de opname. Ga naar stap 6 wanneer u [Zwartwit], [Sepia] of [Soft] hebt geselecteerd. 5. Stel bij met e-selectie indien breedtefilter, scherptefilter of Vlak helderheidsfilter worden geselecteerd. Draai deze tegen de klok in voor breder, en met de klok mee voor smaller, indien de breedtefilter geselecteerd is. Draai tegen de klok in om donkerder te maken en met de klok mee om lichter te maken, indien de helderheidsfilter geselecteerd is. Selecteer de scherpte uit drie niveaus, indien de scherptefilter geselecteerd is. Druk op de vierwegbesturing (ȜȞ) om een opname te selecteren. De opname wordt weergegeven met de ingestelde instelling voor vlakheid of zachtheid. OK OK 6. Druk op de knop OK. Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt. 7. Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing (Ɗ). Sla beelden op als nieuw bestand Opslaan als Onderbreken OK 8. Druk op de knop OK. De gefilterde opname wordt opgeslagen onder een andere naam. [72] OK Opnamen wissen Eén opname wissen ƈ U kunt één opname per keer verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. 1. Druk op de knop en selecteer de opname die u wilt verwijderen met de vierwegbesturing (ȜȞ). 2. Druk op de knop . Het scherm voor het wissen van opnamen verschijnt. 3. Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing (Ɗ). 100-0046 Wissen Onderbreken Alle Beelden OK OK 4. Druk op de knop . De opname wordt verwijderd. [73] Opnamen wissen Alle opnamen verwijderen ƈ U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. 1. Druk op de knop . 2. Druk tweemaal op de knop . Het scherm voor het wissen van alle opnamen verschijnt. 3. Selecteer [Alles wissen] met de vierwegbesturing (Ɗ). Alle beelden van geheugenkaart wissen? Alles wissen Onderbreken OK 4. Druk op de knop OK. Alle opnamen worden verwijderd. [74] OK Opnamen wissen Geselecteerde opnamen verwijderen (uit de weergave met negen opnamen) ƈ U kunt verscheidene opnamen tegelijk uit de weergave met negen opnamen verwijderen. INFORMATIE ƃ Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. ƃ Beveiligde opnamen kunnen niet worden verwijderd. ƃ U kunt alleen gelijktijdig bestanden selecteren wanneer deze in dezelfde map staan. 1. Druk op de knop . De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. 2. Draai de e-knop naar links (in de richting van ). Er worden negen opnamen getoond. Kiezen&wissen 100-0046 [75] Opnamen wissen 3. Druk op de knop . Boven de opnamen verschijnt . 4. Kies de te verwijderen opnamen en geluidsbestanden met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) en druk op de knop . De opname wordt geselecteerd en er verschijnt CB. Druk op de knop Fn om alle opnamen te selecteren. (De selectie van opnamen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal opnamen.) OK Wissen 5. Druk op de knop . Het Bevestig-verwijderen-scherm verschijnt. 6. Selecteer de optie [Kiezen&wissen] met de vierwegbesturing (Ɗ). Alles geselecteerde beelden zijn gewist Kiezen&wissen Onderbreken OK 7. Druk op de knop OK. De geselecteerde opnamen worden verwijderd. [76] OK Opnamen beveiligen Opnamen beveiligen tegen verwijderen (Protect) ƈ U kunt opnamen beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist. ſ Zelfs beveiligde opnamen worden verwijderd wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. 2. Druk op de knop . Het scherm voor beveiliging verschijnt. 3. Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing (Ɗ). 100-0046 Beveiligen Beveiliging opheffen Alle Beelden OK OK 4. Druk op de knop OK. De geselecteerde opname wordt beveiligd. INFORMATIE ƃ Om de beveiligingsinstellingen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3. ƃ Bij de weergave van beveiligde opnamen verschijnt het symbool . (blz. 17) [77] Opnamen beveiligen Alle opnamen beveiligen 1. Druk op de knop . 2. Druk tweemaal op de knop . Het scherm voor beveiliging van alle opnamen verschijnt. 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ) om [Beveiligen] te selecteren en druk op de knop OK. Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd. Alle beelden beveiligen Beveiligen Beveiliging opheffen OK OK ſ Om de beveiligingsinstellingen voor alle opnamen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3. [78] Afdrukservice instellen (DPOF) ƈ U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak die foto’s afdrukt te brengen. Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal exemplaren opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken. ſ Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast. Enkele opnamen afdrukken ƈ Stel voor elke opname de volgende opties in. Kopieën Kies het aantal afdrukken. U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken. Datum Geef aan of de datum al dan niet moet worden afgedrukt op de afdruk. 1. Druk op de knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (ȜȞ). 2. Druk op de knop Fn . Het functiemenu wordt geopend. Fn OK Fn 3. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het DPOF-scherm verschijnt. Als er reeds DPOF-instellingen zijn voor een opname, worden het vorig ingestelde aantal afdrukken en de instelling van de datumweergave (ON (Aan) of OF (Uit)) weergegeven. Einde 100-0046 Kopieën Datum Fn Alle Beelden 00 OK OK [79] Afdrukservice instellen (DPOF) 4. Kies met de vierwegbesturing (ȜȞ) het aantal exemplaren en druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar [Datum]. 5. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om aan te geven of de datum al ( ) dan niet ( ) moet worden afgedrukt. -( ) : De datum wordt afgedrukt. -( ) : De datum wordt niet afgedrukt. 100-0046 Kopieën Datum Fn Alle Beelden 01 OK 6. Druk op de knop OK. De DPOF-instelling wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de weergave-status. INFORMATIE ƃ Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat de kans dat de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als de DPOF-instelling hiervoor is gekozen. ƃ Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren bij stap 4 in op [00] en drukt u op de knop OK. [80] OK Afdrukservice instellen (DPOF) Instellingen voor alle opnamen 1. Druk op de knop Fn in de weergavefunctie. Het functiemenu wordt geopend. Fn OK Fn 2. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). Het DPOF-scherm verschijnt. 100-0046 Kopieën Datum Fn 3. Druk op de knop . Het scherm voor het maken van DPOF-instellingen voor alle opnamen wordt weergegeven. Einde Alle Beelden 00 OK OK DPOF-instelling voor alle beelden Kopieën Datum 00 OK OK 4. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om het aantal exemplaren in te stellen en te bepalen of u de datum wilt afdrukken ( ) of niet ( ). Zie stap 4 en 5 in "Afzonderlijke opnamen afdrukken" (blz. 79) voor detailinformatie over de instellingen. [81] Afdrukservice instellen (DPOF) 5. Druk op de knop OK. De DPOF-instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestatus. INFORMATIE ƃ Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij de instellingen, geldt voor alle opnamen. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken. ƃ Wanneer er instellingen worden opgegeven voor alle opnamen, worden instellingen voor afzonderlijke opnamen geannuleerd. [82] Afdrukken met PictBridge ƈ Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u daarvoor een computer nodig hebt (direct afdrukken). Sluit de camera op de PictBridge-compatibele printer aan via de meegeleverde USB-kabel om direct af te drukken. Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten selecteert u de opnamen die u wilt afdrukken, het aantal exemplaren en of de datum moet worden afgedrukt. Direct afdrukken vindt als volgt plaats. [Transfer functie] op de camera instellen op [PictBridge] Ɛ De camera aansluiten op de printer (blz. 85) Ɛ De afdrukopties instellen (blz. 79) Enkele opnamen afdrukken (blz. 86) Alle opnamen afdrukken (blz. 88) Afdrukken met DPOF-instellingen (blz. 90) Ɛ De camera loskoppelen van de printer (blz. 90) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand Onderbreken ť0 NTSC Pc PictBridge PC-F SerialNo OK OK INFORMATIE ƃ Wanneer u de camera aansluit op een printer, raden wij u aan de netvoedingsadapter (D-AC10, optioneel) te gebruiken. De printer werkt mogelijk niet goed, of de opnamegegevens kunnen verloren gaan wanneer de batterij leegraakt terwijl de camera op de printer is aangesloten. ƃ Maak de USB-kabel niet los tijdens de overdracht van gegevens. ƃ Al naar gelang het type printer zijn mogelijk niet alle op de camera gemaakte instellingen (zoals afdruk- en DPOF-instellingen) geldig. ƃ Er kan een afdrukfout optreden wanneer u meer dan 500 exemplaren afdrukt. ƃ U kunt via de camera niet diverse opnamen selecteren om af te drukken op een enkel vel. Stel dit in op de printer. Raadpleeg de handleiding van uw printer. ƃ RAW-afbeeldingen kunnen niet direct worden afgedrukt. Gebruik een pc om RAW-afbeeldingen af te drukken. ƃ Raadpleeg de software-instructies bij het aansluiten op een pc. (blz. 173) [83] Afdrukken met PictBridge [Transfer functie] instellen 1. Druk op de knop . Het menu [ Opname] verschijnt. 2. Selecteer het menu [ Set-up] met de vierwegbesturing (ȜȞ). Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Language Hulpdisplay Einde 3. Selecteer de overdrachtswijze [Transfer functie] met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 4. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Er verschijnt een keuzemenu. [84] Nederlands Afdrukken met PictBridge 5. Selecteer [PictBridge] met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand Cancel ť0 NTSC Pc PictBridge PC-F SerialNo OK OK 6. Druk op de knop OK. De instelling wordt gewijzigd. 7. Druk op de knop . Camera op de printer aansluiten 1. Zet de camera uit. 2. Sluit de camera aan op de PictBridge-compatibele printer via de meegeleverde USB-kabel. [85] Afdrukken met PictBridge 3. Zet de printer aan. 4. Nadat de printer is geïnitialiseerd, zet u de camera aan. Het PictBridge-menu verschijnt. Kies afdrukmodus Print een beeld Print alle beelden DPOF AUTOPRINT OK OK INFORMATIE ƃ Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer [Transfer functie] is ingesteld op [PC] of [PC-F]. Enkele opnamen afdrukken 1. Selecteer [Print een beeld] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Kies afdrukmodus Print een beeld Print alle beelden DPOF AUTOPRINT OK 2. Druk op de knop OK. Het scherm Print een beeld verschijnt. [86] OK Afdrukken met PictBridge 3. Kies met de vierwegbesturing (ȜȞ) een opname die u wilt afdrukken. 100-0046 Deze opname afdrukken Kopieën 1 Datum Datum Afdr Fn OK 4. Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing (Ɗƌ). U kunt maximaal 99 exemplaren afdrukken. 5. Gebruik de knop Fn om te bepalen of de datum al ( ( ) : De datum wordt afgedrukt. ( ) : De datum wordt niet afgedrukt. ) dan niet ( 6. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Ga naar stap 12 om de opnamen standaard af te drukken. Ga naar stap 7 om de afdrukinstellingen te wijzigen. ) moet worden afgedrukt. Afdrukken met deze inst? Papierafm. Standaard Papiertype Std. Kwaliteit Std. Randinstelling Std. OK Fn 7. Druk op de knop . Het scherm voor wijzigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Afdr Inst. wijzigen PictBridge Papierafm. Papiertype Kwaliteit Randinstelling Cancel Standaard Std. Std. Std. OK OK 8. Selecteer [Papierafm.] en druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het scherm Papierafm. wordt geopend. [87] Afdrukken met PictBridge 9. Kies het papierformaat met de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ). U kunt alleen een papierformaat kiezen dat door de printer wordt ondersteund. Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Standaard], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen. Papierafm. Standaard Kaart L 100x150 Briefkaart 4" x 6" 2L 8" x 10" A4 Brief 11"x17" A3 Cancel OK OK 10. Druk op de knop OK. 11. Herhaal stap 8 t/m 10 om [Papiertype], [Kwaliteit] en [Randinstelling] in te stellen. Na het instellen van elk item wordt het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen weergegeven. Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Standaard], worden opnamen afgedrukt volgens de printerinstellingen. - [Papiertype] : (Best), (Beter), (Goed) - [Kwaliteit] : (Superhoog), (Hoog), (Normaal) 12. Druk twee keer op de knop OK. De opname wordt afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. Alle opnamen afdrukken 1. Selecteer [Print alle beelden] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Kies afdrukmodus Print een beeld Print alle beelden DPOF AUTOPRINT OK 2. Druk op de knop OK. Het scherm [Print alle beelden] verschijnt. [88] OK Afdrukken met PictBridge 3. Kies het aantal exemplaren en geef aan of u de datum wilt afdrukken. Het aantal exemplaren en het al dan niet afdrukken van de datum zijn van toepassing op alle opnamen. Zie stap 4 en 5 in "Afzonderlijke opnamen afdrukken" (blz. 87) voor detailinformatie over de instellingen. 100-0046 Alle opnamen afdrukken Kopieën Totaal 1 28 Datum Fn OK Datum Afdr 4. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Raadpleeg stap 7 en 11 van "het printen van enkele foto's" (blz. 87 en 88) voor het wijzigen van instellingen. 5. Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop OK. Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. [89] Afdrukken met PictBridge Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen 1. Selecteer [DPOF AUTOPRINT] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 2. Druk op de knop OK. Het scherm Afdrukken met DPOF-instellingen wordt weergegeven. Gebruik de vierwegbesturing (ȜȞ) om het aantal exemplaren voor elke opname te controleren, te bepalen of de datum wordt afgedrukt of niet en het totale aantal exemplaren. De afdrukinstellingen worden ingesteld in de Print Service. (blz. 79) Afdrukken met DPOF-instellingen Kopieën Totaal 1 10 Datum OK Afdr 3. Druk op de knop OK. Het scherm voor bevestigen van de afdrukinstellingen verschijnt. Zie stap 7 en 11 in "Enkele opnamen afdrukken" (blz. 87 en 88) voor detailinformatie over het wijzigen van de instellingen. 4. Druk in het bevestigingsscherm van de afdrukinstellingen op de knop De opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop MENU als u het afdrukken wilt annuleren. . De kabel loskoppelen van de printer ƈ Maak de kabel los van de printer wanneer u klaar bent met het afdrukken van opnamen. 1. Schakel de camera uit. 2. Koppel de USB-kabel los van de camera en printer. [90] 4 Menu-referentie Hierin worden de functies van de GX-1L uitgelegd aan de hand van knoppen en menu’s. De knopfuncties gebruiken Het menu gebruiken Het functiemenu gebruiken De functieknop gebruiken 92 96 102 104 Bij het gebruik van gewone menu's en het functiemenu, worden optie die niet kunnen worden gewijzigd vanwege de huidige camera-instellingen grijs weergegeven en kunnen deze niet worden geselecteerd. 91 De knopfuncties gebruiken Opnamefunctie ƈ Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de opname. ڹ ں ڻ ڽ ڼ ۂ ۃ ھ ڿ ۄ ۅ ۆ ۀ ہ ۇ ڹOntspanknop Druk hierop om opnamen te maken. (blz. 43) ںHoofdschakelaar Beweeg deze om de camera aan/uit te zetten (blz. 30) of de scherptediepte visueel te controleren (blz. 128). ڻOntgrendelknop voor het objectief Druk hierop om het objectief los te maken. (blz. 36) [92] De knopfuncties gebruiken ڼScherpstelfunctieknop Schakel hiermee tussen automatisch (blz. 118) en handmatig scherpstellen (blz. 125). ڽFunctiekiezer Wijzig hiermee de opnamefunctie. (blz. 104) ھKnop Druk hierop om de ingebouwde flitser uit te klappen. (blz. 49) ڿKnop Hiermee wordt het menu [ Opname] geopend (blz. 98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing (Ȟ) voor weergave van het menu [ Weergeven] (blz. 98), [ Set-up] (blz. 99) en [ Pers.inst.]. (blz. 98) ۀKnop Druk hierop om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (blz. 15) ہKnop Hiermee activeert u de weergavefunctie. (blz. 63) ۂKnop Druk hierop om waarden voor het diafragma en de LW-correctie in te stellen. (blz. 137, blz. 140) ۃKnop Hierme wordt de belichting vergrendeld voor de opname. (blz. 141) Hiermee wordt automatisch de juiste belichting ingesteld in de functie M (Handmatig). (blz. 137) ۄe-dial Legt sluitersnelheid-, diafragma- en belichtingscompensatie waarden vast. (blz. 133, blz. 135, blz. 140) ۅKnop Hiermee slaat u de instelling op die u in het menu hebt geselecteerd. ۆVierwegbesturing (ƊƌȜȞ) Hiermee verplaatst u de cursor of wijzigt u opties in menu’s en het functiemenu. ۇKnop Druk hierop om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om de volgende handeling te kiezen. (blz. 102) [93] De knopfuncties gebruiken Weergave Modus ƈ Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de weergave. ڹ ں ڿ ۀ ڻ ڼ ڽ ھ ڹOntspanknop Druk hierop om over te gaan naar de opnamefunctie. ںHoofdschakelaar Beweeg deze om de camera uit en aan te zetten (blz. 30) ڻKnop Druk hierop om het menu [ Weergeven] te openen (blz. 98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing (ȜȞ) om de menu’s [ Set-up] (blz. 99), [ Pers.inst.] (blz. 100) en [ Opname] (blz. 98) weer te geven. [94] ہ ۂ ۃ De knopfuncties gebruiken ڼKnop Druk hierop om opnamen te verwijderen. (blz. 73) ڽKnop Druk hierop om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (blz. 16) ھKnop Druk hierop om over te gaan naar de opnamefunctie. ڿKnop Druk hierop om opnamen te beveiligen tegen onbedoelde verwijdering. (blz. 77) ۀe-knop Gebruik deze om een opname te vergroten (blz. 65) of om negen opnamen tegelijk weer te geven (blz. 66). ہKnop Hiermee bevestigt u de in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling. ۂVierwegbesturing (ƊƌȜȞ) Gebruik deze om de cursor te verplaatsen of items in menu’s, het functiemenu en het weergavescherm te wijzigen. ۃKnop Druk hierop om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing (ƊȜȞ) om de volgende handeling te kiezen. (blz. 102) [95] Het menu gebruiken Bediening van het menu ƈ In deze sectie wordt het gebruik uitgelegd van de menu's [ [ Set-up] en [ Pers.inst.]. Opname], [ Weergeven], ƃ Het menuscherm weergeven 1. Druk op de knop in de opnamefunctie. - Het menu [ Opname] wordt weergegeven op de LCDmonitor. Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - De menu's [ Weergeven], [ Set-up] en [ Pers.inst.] worden weergegeven telkens wanneer op de vierwegbesturing wordt gedrukt. Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Language Hulpdisplay Einde [96] Nederlands Het menu gebruiken ƃ Selecteer een menu-item en stel het in. ƃ Procedures voor het instellen van [Kwaliteitsniveau] in het menu [ wijze van voorbeeld. 3. Kies een optie met de vierwegbesturing (Ɗƌ). Opname] worden besproken bij Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Einde 4. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - De beschikbare opties voor [Kwaliteitsniveau] worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om naar het submenu te gaan als dit beschikbaar is. Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Cancel OK OK 5. Selecteer een instelling met de vierwegbesturing (Ɗƌ). 6. Druk op de knop . - De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in. - Druk op de knop om terug te gaan naar het de opname- of weergavefunctie. INFORMATIE ƃ Als u op de knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterijen worden uitgenomen terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen. ƃ U kunt de e-knop gebruiken om over te schakelen tussen de de menu's [ Opname], [ Weergeven], [ Set-up] en [ Pers.inst.] als er geen pop-upmenu wordt weergegeven. ƃ Als op de knop wordt gedrukt in de opnamefunctie, wordt het menu [ Opname] weergegeven. Als op de knop wordt gedrukt in de weergavefunctie, wordt het menu [ Weergeven] weergegeven. [97] Het menu gebruiken ƈ Opties instellen in het menu [ Opname] Voer instellingen uit met betrekking tot het maken van opnamen in het menu [ Optie Opname]. Functie Bladzijde Beeldtint Hiermee stelt u de kleurtoon van opnamen in. blz. 108 Opnamepixels Hiermee stelt u de opnamegrootte in. blz. 109 Kwaliteitsniveau Hiermee stelt u de opnamekwaliteit in. blz. 110 Kleurverzadiging Hiermee stelt u de kleurverzadiging in. blz. 111 Scherpte Hiermee maakt u de contouren van een opname scherp of zacht. blz. 111 Contrast Hiermee stelt u het contrast van de opname in. blz. 111 Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) Hiermee stelt u de opnamefunctie in voor het automatische belichtingstrapje. blz. 142 Autobelicht. (Lichtmeting automatische belichting) Hiermee selecteert u welk deel van het scherm wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting te bepalen. blz. 129 AF-veld Selecteert het bereik waarop de autofocus focust. blz. 121 Autofocus Hiermee wordt de autofocusfunctie geselecteerd. blz. 118 Belichtingscomp. Past de flitsbelichting aan om een foto lichter of donkerder te maken. blz. 148 ƈ Opties instellen in het menu [ Weergeven] Instellingen voor weergave en het bewerken van opnamen maakt u in het menu [ Optie Weergave functie Momentcontrole Weergeven]. Functie Bladzijde Stelt de opnamegegevens in om mee getoond te worden bij weergave en of er al dan niet een waarschuwing moet weergegeven worden voor overbelichte opname. blz. 158 Hiermee stelt u de tijd in voor de Momentcontrole. blz. 168 Instellingen om waarschuwing voor overbelichte opname Voorbeeldweerg weer te geven of histogram tijdens Momentcontrole of Digitale blz. 145 Voorbeeld-functie. Digitaal filter Hiermee bewerkt u opnamen naar zwart-wit of sepiatinten, of voegt u verzachtings- en vervlakkingseffecten toe. blz. 71 Diavoorstelling Hiermee worden opgeslagen opnamen een voor een weergegeven. blz. 68 [98] Het menu gebruiken ƈ Opties instellen in het menu [ Set-up] Maak verschillende instellingen voor de camera in het menu [ Optie Set-up]. Functie Bladzijde Formatteren Hiermee formatteert u de SD-geheugenkaart. blz. 160 Signaal Hiermee schakelt u het geluidssignaal in of uit. blz. 161 Datum instellen Hiermee stelt u de datumindeling en de tijd in. blz. 161 Wereldtijd Language Hiermee stelt u in dat de plaatselijke tijd wordt weergegeven wanneer u naar het buitenland reist. Hiermee wijzigt u de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven. blz. 162 blz. 165 Hulpdisplay Hiermee geeft u op dat u bedieningsaanwijzingen wilt weergeven op de LCD-monitor. blz. 165 Helderheid Hiermee wijzigt u de helderheidsinstelling van de LCD-monitor. blz. 166 Videosignaal Hiermee stelt u het uitgangssignaal in voor weergave op een televisie. blz. 166 Transfer functie* Hiermee stelt u de USB-kabelverbinding in (pc of printer). blz. 84 Auto Uitsch. Hiermee stelt u de tijd in waarna de camera zichzelf automatisch uitschakelt. blz. 167 Bestandsnaam Bestand Sensor reinigen Reset Stelt de te gebruiken methode in om mappen voor beelden in op te slaan te benoemen. blz. 167 Hiermee stelt u de methode in voor het toevoegen van bestandsnummers. blz. 168 Hiermee zet u de spiegel vast in de omhooggeklapte stand om de CCD te kunnen reinigen. blz. 194 Hiermee zet u alle instellingen terug op hun standaardwaarden, behalve taal/ , videosignaal en wereldtijd. blz. 170 ſ Raadpleeg de software-instructies voor meer informatie over het aansluiten van de camera op een pc. (blz. 173) [99] Het menu gebruiken ƈ Opties instellen in het menu [ Pers.inst.] Stel in het menu [Pers.inst.] aangepaste functies in om volledig gebruik te maken van de functionaliteit van de spiegelreflexcamera. In de standaardinstelling wordt het menu [Pers.inst.] niet gebruikt. Instellingen in het menu [ Pers.inst.] menu worden geactiveerd wanneer het eerste item in [Instellingen] (Aan) is. Optie Instellen Ruisonderdrukking Bel.inst.stappen AUTO ISO correctie Functie Bladzijde Hiermee stelt u in dat u het menu [Pers.inst.] wilt gebruiken. - Stelt het gebruik van de ruisonderdrukking in bij het fotograferen op lage snelheid. Hiermee stelt u de aanpassingsstapjes voor de belichting in. Hiermee corrigeert u automatisch het gevoeligheidsbereik als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. blz. 141 blz. 115 Stelt max. gevoeligheids niveau in. Het ISO waarschuwings Waarsch. ISO inst. display verschijnt zodra de ingestelde gevoeligheid wordt blz. 116 bereikt of overschreden. Koppelt belicht.+ AF Instellingen om AE en Scherpstellingsbereik in te stellen, door middel van multisegmentmetingen van AF Spot. Bedrijftijd lichtmtr Hiermee stelt u de meettijd voor de belichting in. AE-L met AF lock Hiermee stelt u een vaste diafragmawaarde in wanneer er is scherpgesteld. blz. 130 blz. 131 - Hiermee wijzigt u de weergave van het aantal nog te maken Resterend aantal opn opnamen in LCD en zoeker in het aantal mogelijke serieopnamen - wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. OK knop bij opname AE-L knop op M opn. Hiermee stelt u de gewenste actie in voor de knop wanneer deze tijdens de opname wordt ingedrukt. Hiermee selecteert u de methode voor aanpassing van de belichting als op de knop wordt gedrukt bij gebruik van de functie (Handmatig). blz. 120 blz. 139 Hiermee stelt u in dat u automatisch wilt scherpstellen bij opnamen via de afstandsbediening. De sluiter ontspant nadat de autofocus actief is, wanneer de ontspanknop wordt bediend vanaf de Af met afstandbed. afstandsbediening en deze op [Aan] staat. De sluiter kan niet worden ontspannen voordat er is scherpgesteld. De autofocus wordt niet actief door het gebruik van de ontspanknop op de afstandsbediening wanneer deze op [Uit] staat. [100] blz. 59 Het menu gebruiken Optie Functie Bladzijde Instellen om een scherpstelindicatie weer te geven wanneer er een FI bij gebr S lens *1 schroefdraadobjectief wordt gebruikt. Het objectief wordt herkend, - ook al stond de camera niet aan toen het objectief werd bevestigd. Gebruik diafr.ring *2 Ontspant bij opladen Hiermee kunt u de ontspanknop indrukken als de diafragmaring van het objectief is ingesteld op een andere stand dan A. Hiermee stelt u in dat de sluiter wordt ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen. blz. 149 Selecteert de Digitale Voorbeeld-functie of de Optische Voorbeeld-functie, wanneer de hoofdschakelaar in de Voorbeeld-positie ( Voorbeeldmethode ) is gezet. De Digitale Voorbeeld-functie laat u toe om de schikking, de belichting en de focus te controleren op de LCD-monitor, blz. 145 vooraleer de foto te maken. De Optische Voorbeeld-functie laat u toe om de diepte van de opname te controleren met de (beeld) zoekerfunctie. Hiermee stelt u de aanvangsvergroting van de zoomweergave in. Inzoomen op weergave Kies uit [1,2 x], [2 x], [4 x], [8 x] en [12 x]. De standaardinstelling is [1,2 x]. - Man.witbalans meting Hiermee stelt u in dat het gehele scherm of een spotgebied moet worden gemeten wanneer handmatige witbalans is ingesteld. blz. 113 Kleurgebied Hiermee stelt u de kleurruimte in die u wilt gebruiken. blz. 117 Reset pers.inst. Hiermee zet u alle instellingen in het menu [Pers.inst.] terug op hun standaardwaarde. blz. 171 *1 : Als het schroefdraadobjectief wordt gebruikt, is het menu [FI bij gebr S lens] beschikbaar. *2 : Als een objectief met diafragmaring wordt gebruikt, is het menu [Gebruik diafr.ring] beschikbaar. [101] Het functiemenu gebruiken Opnamefunctie ƈ Druk tijdens het maken van een opname op de knop Het functiemenu wordt geopend. . Fn OK AUTO Fn Einde ƃ Druk op de vierwegbesturing (ƊƌȜȞ) om een handeling te kiezen. Vierwegbesturing Optie Ɗ Transportfunctie ƌ Flitsinstelling Ȝ Witbalans Ȟ Gevoeligheid Functie Bladzijde Hiermee selecteert u Continue opname, Zelfontspanner, Afstandsbediening of Auto- blz. 53 bracketing. [102] Hiermee wijzigt u de flitsfunctie. Past de kleur aan van de lichtbron die die het onderwerp verlicht. Hiermee stelt u de gevoeligheid in. blz. 49 blz. 112 blz. 115 Het functiemenu gebruiken Weergavefunctie ƈ Druk tijdens de weergave op de knop Het functiemenu wordt geopend. . Fn OK Fn Einde ƃ Druk op de vierwegbesturing (ƊȜȞ) om een handeling te kiezen. Vierwegbesturing Ɗ Optie Functie DPOF-instellingen Hiermee stelt u de DPOF-instellingen in. Bladzijde blz. 79 Zet opgeslagen beelden om naar zwart-wit of donker Ȝ Digitaal filter (rood) bruine kleur, voegt scherpte- en breedte- blz. 71 effecten toe of stelt de helderheid bij. Ȟ Diavoorstelling Hiermee worden opgeslagen opnamen een voor een weergegeven. blz. 68 [103] De functieknop gebruiken Functie-indicatie ƈ U kunt de opnamefunctie wijzigen door een pictogram op de functieknop tegenover het indexstreepje te zetten. Optie (Auto Scene) (Portret) (Landschap) (Macro) (Bewegend onderwerp) Functie Bladzijde Selecteert automatisch Normaal, Portret, Landschap, Macro, of Bewegend onderwerp. Optimaal voor het maken van portretfoto’s. Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere opname. Hiermee maakt u levendige dichtbijopnamen van bloemen of andere kleine onderwerpen. Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel blz. 45 bewegend onderwerp zoals bij een sportevenement. (Portret opname bij nacht) Hiermee kunt u mensen in het donker / schemering fotograferen. (Flitser UIT) (Scène) De ingebouwde flitser is uitgeschakeld. Overige instellingen zijn dezelfde als de Normale modus in . Laat toe om een selectie te maken uit 8 scèneopnames, afhankelijk van de opname-omstandigheden. INFORMATIE ƃ Bij (Portret opname bij nacht) wordt de sluitersnelheid verlaagd op donkerdere plekken, zelfs als de ingebouwde flitser wordt gebruikt. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. [104] De functieknop gebruiken Optie P (Programma) Functie Hiermee worden de sluitertijd en de diafragmawaarde automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting. Bladzijde blz. 132 Hiermee kunt u een gewenste sluitertijd instellen om de beweging van bewegende onderwerpen weer te geven. (Sl.tijd voorkeus) Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen die lijken stil blz. 133 te staan of van onderwerpen die lijken te bewegen. Hierbij kunt u de gewenste diafragmawaarde instellen om de (Diafr. voorkeuze) scherptediepte te regelen. Hiermee vervaagt u voor- en blz. 135 achtergrond of maakt ze juist scherp. M (Man.belichting) (Tijdopname) Hiermee kunt u de ingestelde sluitertijd en het diafragma instellen om precies die opname te maken die u in gedachten had. Hiermee kunt u opnamen maken waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen. blz. 137 blz. 139 [105] MEMO [106] 5 Functiereferentie Hierin wordt informatie verstrekt over functies om de gebruikservaring van de GX-1L nog verder te verbeteren. De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Scherpstellen De belichting instellen Controle van Schikking, Belichting en Focus voor een Opname De ingebouwde flitser gebruiken Een externe flitser gebruiken (optioneel) Instellingen tijdens de weergave Camera-instellingen Standaardinstellingen herstellen 108 118 127 145 148 153 158 160 170 De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen De opnametint instellen ƈ Stel de basiskleurtint van opnamen in. De standaardinstelling is Helder Natuurlijk (Helder). Opnamen krijgen een heldere, contrastrijke en scherpe afwerking. Opnamen krijgen een natuurlijke afwerking die geschikt is voor retoucheren. ƃ In te stellen in [Beeldtint] in het menu [ Opname] (blz. 98). Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Cancel INFORMATIE ƃ Instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Scènemodus en in de De waarde is vast ingesteld op (Helder). [108] -modus OK OK De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen De opnamepixels instellen ƈ De opnamepixels kunnen worden ingesteld op (3008x2008/3008x2000), (2400x1600) of (1536x1024). Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instellingen van het kwaliteitsniveau. De standaardinstelling is (3008x2000). 3008x2008 (RAW) Geschikt voor afdrukken op A3-papier 3008x2000 (JPEG) 2400x1600 Geschikt voor afdrukken op A4-papier. 1536x1024 Geschikt voor afdrukken op A5-papier. ƃ In te stellen in [Opnamepixels] in het menu [ Opname] (blz. 98). Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Cancel OK OK INFORMATIE ƃ [Opnamepixels] kan niet worden geselecteerd als [Kwaliteitsniveau] is ingesteld op RAW. (Vast ingesteld op 3008x2008) [109] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Het kwaliteitsniveau instellen ƈ U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de opnamepixels. De standaardinstelling is (Best). RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder verdere bewerking. Effecten zoals Witbalans, Contrast, Verzadiging en RAW RAW Scherpte worden niet op de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen. Breng de opnamen over naar een pc, pas effecten toe via de meegeleverde Digimax Master-software en maak hiermee JPEG- en TIFF-bestanden. Laagste mate van compressie, geschikt voor het afdrukken van grote Best opnamen op bijvoorbeeld A4-papier. De opname wordt opgeslagen in JPEG-indeling. Standaardcompressie, geschikt voor de weergave van standaardfoto’s of Beter voor weergave op het beeldscherm. De opname wordt opgeslagen in JPEG-indeling. Hoogste compressiefactor, geschikt om als bijlage bij e-mailberichten te Goed gebruiken of voor het maken van websites. De opname wordt opgeslagen in JPEG-indeling. ƃ In te stellen in [Kwaliteitsniveau] in het menu [ Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Cancel [110] OK OK Opname] (blz. 98). De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Kleurverzadiging/ scherpte/ contrast instellen ƈ U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast. De standaardinstelling voor alle is 0 (Standaard). Kleurverzadiging Hiermee stelt u de kleurverzadiging in. Scherpte Hiermee maakt u de contouren van een opname scherp of zacht. Contrast Hiermee stelt u het contrast van de opname in. ƃ In te stellen in [Kleurverzadiging], [Scherpte] en [Contrast] in het menu [ Opname] (blz. 98). INFORMATIE ƃ Instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Scènemodus en in de Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast -modus. (blz. 45) In de richting van +: Hogere kleurverzadiging In de richting van –: Lagere kleurverzadiging Einde Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast In de richting van +: Hogere scherpte In de richting van –: Lagere scherpte Einde Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast In de richting van +: Hoger contrast In de richting van –: Lager contrast Einde [111] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen De witbalans instellen ƈ De kleur van het onderwerp hangt mede af van de lichtbron. Een wit voorwerp heeft bijvoorbeeld bij daglicht een andere schakering wit dan onder een gloeilamp. In camera’s die werken met film wordt dit aangepast door een andere film te nemen of filters te gebruiken. Bij digitale camera’s wordt de witheid aangepast via de witbalans. De standaardinstelling is (Auto). Auto Hiermee wordt automatisch de witbalans ingesteld. (Circa 4000 tot 8000K) Daglicht Voor gebruik wanneer u opnamen maakt bij zonlicht. (Circa 5200K) Schaduw Voor gebruik wanneer u opnamen maakt in de schaduw. (Circa 8000K) Bewolkt Voor gebruik wanneer u opnamen maakt op bewolkte dagen. (Circa 6000K) Voor gebruik wanneer u opnamen maakt onder TL-licht. Neonlicht Kies het type TL-licht: W (wit) (4200K), N (neutraal wit) (5000K), of D (daglicht) (6500K). Lamplicht Voor gebruik wanneer u opnamen maakt onder een gloeilamp of andere kunstverlichting. (Circa 2850K) Flitser Voor gebruik wanneer u opnamen maakt met de ingebouwde flitser. (Circa 5400K) Handmatig Voor gebruik wanneer u opnamen maakt waarbij u de witbalans handmatig wilt instellen. ſ De kleurtemperatuur (K) is een schatting. Deze geeft geen exacte kleuren aan. ſ De contrastscherpstelling wordt bijgesteld volgens vooraf ingestelde waarden, voorzien in de camera zelf, wanneer die ingesteld wordt op: (Daglicht), (Schaduw), (Bewolkt), (Neonlicht), (Lamplicht), of (Flitser). ƃ In te stellen in [Witbalans] in het functiemenu. (blz. 102) Witbalans Auto OK INFORMATIE ƃ Zie blz. 113 voor handmatige aanpassing. ƃ Witbalans kan niet worden aangepast in de Scènemodus en de [112] -modus (blz. 45). De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Kleurtemperatuur De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken. Rode tint 2000 Blauwe tint 3000 4000 5000 6000 8000 10000 12000 [ K ] Heldere hemel Schaduw Daglicht (neonlicht) Bewolkt Daglicht Flitser: neutraal wit (neonlicht) Wit (neonlicht) Halogeenlamp Lamplicht Olielamp Kaarsvlam De witbalans handmatig aanpassen ƈ U kunt de witbalans aanpassen op de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken van opnamen. Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de witbalans van de camera zelf. Hierdoor stelt u de optimale witbalans in voor uw omgeving. 1. Zet de functiekiezer op , , 2. Druk op de knop . - Het functiemenu wordt geopend. 3. Druk op de vierwegbesturing (Ȝ). - Het scherm [Witbalans] verschijnt. , Fn OK AUTO Fn Einde [113] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen 4. Druk op de vierwegbesturing (ƌ) en selecteer (Handmatig). Witbalans Handmatig Instellen 5. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - Het berichtenscherm wordt weergegeven. OK Handmatig Witbalans Richt op onderwerp Druk op ontspanknop 6. Richt de zoeker op een egaal wit of grijs vel papier onder een lichtbron om de witbalans in te stellen. 7. Druk de ontspanknop helemaal in. - Schuif de scherpstelfunctieknop naar de stand als de sluiter niet kan worden ontspannen. [OK] verschijnt op de LCD wanneer de instelling is voltooid. [NG] verschijnt wanneer de instelling niet succesvol is gedaan. 8. Druk op de knop . INFORMATIE ƃ Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er geen opname gemaakt. ƃ Wanneer u niet tevreden bent met de instelling, drukt u nogmaals op de knop om de instelling te wijzigen. ƃ U kan gebruik maken van [Man. Witbalans-meting] in het [ Pers. Inst.]-menu (blz. 100) om het bereik voor witbalans-meting in te stellen, bij manuele instelling. Zelfs wanneer [Volledig scherm] geselecteerd werd, gebeurt de witbalans-meting normaal maar de meting van de belichting gebeurd volgens de [AE Metering]-instellingen in/van het [ Opname]-menu. De witbalans wordt enkel bijgesteld in het meetgebied rond de spot, wanneer [Spot meetgebied] geselecteerd is. ƃ Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans niet worden aangepast. In dat geval stelt u de juiste belichting in en past u daarna de witbalans aan. [114] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen De gevoeligheid instellen ƈ U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht. De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of op een waarde tussen ISO 200 en 3200. De standaardinstelling is [AUTO]. In te stellen in [Gevoeligheid] in het functiemenu. (blz. 102) AUTO 200 400 800 1600 3200 Gevoeligheid OK OK INFORMATIE ƃ Bij een hogere gevoeligheid is er meer kans op ruis in de opname. Het automatische correctiebereik instellen op AUTO ƈ Stel het bereik voor automatische correctie van de gevoeligheid in als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt standaard automatisch gecorrigeerd in het bereik [ISO 200 – 800]. 1 ISO 200-800 2 ISO 200-400 3 ISO 200-1600 4 ISO 200-3200 Hiermee wordt de gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in het bereik van ISO 200 tot ISO 800. Hiermee wordt de gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in het bereik van ISO 200 tot ISO 400. Hiermee wordt de gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in het bereik van ISO 200 tot ISO 1600. Hiermee wordt de gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in het bereik van ISO 200 tot ISO 3200. ƈ In te stellen in [AUTO ISO correctie] in het menu [ (blz. 100) Pers.inst]. AUTO ISO correctie ISO 200-800 ISO 200-400 ISO 200-1600 ISO 200-3200 Gevoeligheid automatisch gecorrigeerd in de range van 200-800 ISO [115] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen INFORMATIE In de volgende gevallen wordt de gevoeligheid niet aangepast. ƃ Wanneer de belichting is ingesteld op (Handmatig) of (Tijdopname). ƃ De flitser wordt geactiveerd ƃ Automatisch belichtingstrapje ƃ LW-correctie ISO-gevoeligheidswaarschuwing ƈ Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden, verschijnt de ISO-gevoeligheidswaarschuwing in de zoeker. Stel een gevoeligheid in die u niet regelmatig gebruikt, om te voorkomen dat u hem vergeet terug te zetten wanneer de gevoeligheid wordt verhoogd. De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt standaard niet weergegeven. 1 Uit De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt niet weergegeven. 2 ISO 400 De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 400 wordt overschreden. 3 ISO 800 De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 800 wordt overschreden. 4 ISO 1600 De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 1600 wordt overschreden. 5 ISO 3200 De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven wanneer ISO 3200 wordt bereikt. ƃ In te stellen in [Waarsch. ISO inst.] in het menu [ (blz. 100) Pers.inst.]. Waarsch. ISO inst. Uit ISO 400 ISO 800 ISO 1600 ISO 3200 Waarsch. ISO inst. niet in display ƃ Wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden, verschijnt er (ISO-gevoeligheidswaarschuwing) in de zoeker. INFORMATIE ƃ De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt niet weergegeven wanneer de gevoeligheid automatisch wordt aangepast (blz. 115). [116] De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Kleurruimte instellen ƈ U kunt de kleurruimte instellen. De standaardinstelling is [sRGB]. 1 sRGB 2 AdobeRGB Kleurruimte sRGB is ingesteld. Kleurruimte AdobeRGB is ingesteld. ƃ In te stellen in [Kleurgebied] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 101) Kleurgebied sRGB AdobeRGB Instellen op sRGB kleurgebied Kleurruimte Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen. Dit kleurbereik wordt de kleurruimte genoemd. Om de verschillen in kleurruimte tussen verschillende apparaten te overbruggen zijn er standaard kleurruimten bepaald. Deze camera ondersteunt sRGB en Adobe RGB. sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers. Adobe RGB bestrijkt een groter gebied dan sRGB en wordt gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk. Een opname die is gemaakt in Adobe RGB kan er lichter uitzien dan een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een apparaat dat compatibel is met sRGB. INFORMATIE ƃ Bestandsnamen verschillen naargelang hun kleurinstellingen, zoals hieronder wordt weergegeven. - Voor sRGB : SG1LXXXX.JPG - Voor Adobe RGB : _G1LXXXX.JPG [XXXX] staat voor het bestandsnummer en de nummering gaat verder vanaf het vorige opgeslagen bestandsnummer. [117] Scherpstellen ƈ U kunt op de volgende manieren scherpstellen. Autofocus De camera wordt scherpgesteld als de ontspanknop half wordt ingedrukt. Handmatig scherpstellen Stel handmatig scherp. De autofocus gebruiken ƈ U kunt het autoScherpstellingsbereik van/volgens [Groothoek] en van/volgens [Spot] selecteren. U kan tevens de autofocusmodus van/volgens (Enkelvoudige modus) selecteren. Waarbij de bedieningsknop van de sluiter half wordt ingedrukt om op het onderwerp te focussen en de focus wordt vastgezet in die positie en (Continue modus), waarbij blijvend op het onderwerp wordt gefocust door middel van continue bijstelling, terwijl de bedieningsknop voor de sluiter half is ingedrukt. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op [118] . Scherpstellen 2. Kijk door de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in. - Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie in de zoeker weergegeven. (Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.). ſ Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (blz. 44) Scherpstelindicatie INFORMATIE ƃ Bij (Enkelbeeld opname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl brandt (scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop. ƃ Bij/tijdens de (Bewegend Onderwerp)-modus, wanneer de -modus is ingesteld op (Kinderen) of (Huisdier) of wanneer de [Autofocus-modus] in de [ Opname] is ingesteld op (Continue modus), wordt de focus continu bijgesteld; waarbij het bewegend onderwerp zolang wordt gevolgd als de bedieningsknop voor de sluiter half wordt ingedrukt. ƃ Bij de functie (Enkelbeeld opname) kan de sluiter pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp. Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (blz. 44). (blz. 125) ƃ Druk bij de functie (Enkelbeeld opname) de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt, gaat deze automatisch verschillende keren af zodat de autofocus gemakkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving. ƃ Ongeacht of de camera is ingesteld op (Enkelbeeld opname) of (Continue opname), wordt automatisch het onderwerp gevolgd als dit wordt geïdentificeerd als bewegend onderwerp. [119] Scherpstellen De knop gebruiken om scherp te stellen op het onderwerp ƈ U kunt ook instellen dat er niet wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop halverwege wordt ingedrukt, maar pas wanneer u op de knop drukt. Dit is handig wanneer u tijdelijk de autofocus wilt instellen terwijl u handmatig scherpstelt. In te stellen in [Activeren AF] bij [OK knop bij opname] in het menu [ Pers.inst.]. OK knop bij opname Uit Spot AF Activeren AF Cancel AF AF met ontspanknop werkt niet, gebruik hiervoor OK knop INFORMATIE ƃ Gebruik deze functie alleen bij objectieven die compatibel zijn met Quick Shift Focus. ƃ Selecteer [Cancel ]. staat aangegeven in de zoeker wanneer op de knop wordt gedrukt. De autofocus wordt niet geactiveerd wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. Dit is handig wanneer u tijdelijk handmatig wilt scherpstellen terwijl de autofocus is ingeschakeld. ƃ U kunt scherpstellen met de scherpstelring en de ontspanknop indrukken terwijl de knop OK is ingedrukt wanneer u een objectief gebruikt dat compatibel is met Quick Shift Focus. (Haal uw vinger van de knop OK om direct terug te gaan naar de autofocus-functie.) [120] Scherpstellen De autofocus instellen ƈ U kunt kiezen uit de volgende twee autofocusfuncties: De standaardinstelling is opname). (Enkelbeeld Enkelbeeld opname Wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt om scherp te stellen Continue opname Het onderwerp blijft scherpgesteld door continue aanpassing zolang op het onderwerp, wordt de scherpstelling vergrendeld in die positie. de sluiterknop half is ingedrukt. ƃ In te stellen in [Autofocus] in het menu [ Opname] (blz. 98). Opname Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp. AF.S AF.C Cancel OK OK INFORMATIE ƃ Instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de opnamefunctie (blz. 45). ƃ (Continue modus) kan worden ingesteld wanneer de functieselectie op , , , wordt gezet. De autofocus-modus wordt ingesteld op k in (Bewegend Onderwerp) of Scène-modus of (Kinderen) of (Huisdier) of -modus. of [121] Scherpstellen Instellen van het Scherpstellingsbereik ƈ U kan het bereik waarop de autofocus focust kiezen. De standaardinstelling is (Groothoek). Groothoek Spot De camera zet zich vast op het brede gebied in het centrum van het scherm (binnen het scherpstellingsbereik) en focust op het meest nabije object. De camera versmalt het scherstellingsbereik om focussen op een specifiek onderwerp te vergemakkelijken. Instellen van [AF-veld] in het [ Opname]-menu. Opname Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp. Cancel 0.0 OK OK INFORMATIE ƃ Wanneer [Spot AF] is geselecteerd voor [OK knop bij opname] in het [ Pers.inst.]-menu, switcht de camera naar (Spot), voor zolang als de OK-knop wordt ingedrukt, terwijl/wanneer het scherpstellingsbereik wordt ingesteld op (Groothoek). [122] Scherpstellen Scherpstelling vastzetten (scherpstelvergrendeling) ƈ Indien het onderwerp buiten het scherpstellingsbereik valt, kan de camera niet automatisch focussen op het onderwerp. In die situatie, kunt u het scherpstellingsbereik naar het onderwerp toe brengen, de scherpstellingsvergrendeling gebruiken en de foto opnieuw samenstellen. 1. Kader het onderwerp in de zoeker uit. - Gebruik de scherpstellingsvergrendeling, wanneer het onderwerp waarop u wenst te focussen niet binnen het scherpstellingsbereik valt. (Voorbeeld) Er wordt scherpgesteld op de achtergrond in plaats van op de persoon. 2. Centreer het onderwerp in de zoeker en druk de ontspanknop tot halverwege in. - Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie branden en klinkt er een geluidssignaal. (Als de indicatie knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.) 3. Vergrendel de scherpstelling. - Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt vastgehouden. [123] Scherpstellen 4. Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in. INFORMATIE ƃ De scherpstelling is vergrendeld zolang brandt. ƃ Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is. ƃ Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz. 161) ƃ U kan de scherstellingsvergrendeling niet gebruiken wanneer/indien de [Autofocus]-modus in de [ Opname]-modus ingesteld is op (Continue modus), de Vastlegmodus is ingesteld op (Opname bewegend) van de -modus is ingesteld op (Kinderen) of (Huisdier). In de (Continue modus), de (Opname bewegend)-modus of de (Kinderen)- of (Huisdier)- van de -modus, blijft de autofocus focussen op het onderwerp tot zolang als de sluiter niet wordt gelost. (Continue Autofocus). Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling is vergrendeld ƈ In te stellen in [AE-L met AF lock] in het menu [ Pers.inst.] (blz. 100) om de belichtingswaarde te vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld. De belichting is standaard niet vergrendeld tijdens een scherpstelvergrendeling. 1 Uit De belichting is niet vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld 2 Aan De belichting is vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld AE-L met AF lock Uit Aan Auto belichting niet vergrendeld als de AF is vergrendeld [124] Scherpstellen Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen) ƈ Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp is scherpgesteld. De scherpstelindicatie gebruiken ƈ Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op . 2. Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring. - Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld, gaat de scherpstelindicatie branden en klinkt er een geluidssignaal. Scherpstelindicatie [125] Scherpstellen INFORMATIE ƃ Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld en de scherpstelindicatie niet blijft branden, gebruikt u het matglas in de zoeker. ƃ Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz. 161) Het matglas in de zoeker gebruiken ƈ U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker. 1. Zet de scherpstelfunctieknop op . 2. Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas. [126] De belichting instellen Effect van diafragma en sluitertijd ƈ De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijd-diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte combinaties van sluitertijd en diafragma mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren. Effect van sluitertijd ƈ De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd van de opname, m.a.w. de tijd dat de CCD aan licht wordt blootgesteld. U kunt daarmee de hoeveelheid licht instellen. ƃ Een langere sluitertijd kiezen Als het onderwerp beweegt, wordt de opname onscherp omdat de sluiter langer open blijft. Het is mogelijk het effect van beweging (bijvoorbeeld een rivier, een waterval of golven) te verbeteren door met opzet een langere sluitertijd te kiezen. ƃ Een kortere sluitertijd kiezen Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de actie van een bewegend onderwerp worden bevroren. Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging te voorkomen. [127] De belichting instellen Effect van diafragma ƈ Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen. ƃ Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen) Voorwerpen die dichter bij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd. ƃ Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen) Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een kleine diafragmaopening, is ook het landschap voor en achter de bloem scherp. Scherptediepte Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen dichterbij en verderweg ook scherp zijn. Dit gebied wordt 'scherptediepte' genoemd. ƃ De scherptediepte van de GX-1L is afhankelijk van het objectief. Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één diafragmawaarde lager gebruiken. ƃ Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is, hoe groter de scherptediepte. (Sommige zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze.) Scherptediepte Ondiep Diep Scherptegebied Smal Breed Open Dicht (lagere waarde) (hogere waarde) Langer Korter (Tele) (Groothoek) Dichtbij Veraf Diafragma Brandpuntsafstand objectief Afstand tot onderwerp [128] De belichting instellen De lichtmeetmethode selecteren ƈ U kunt kiezen welk deel van het matglas wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting te bepalen. Bij deze camera hebt u de keuze uit (Meervlaksmeting), (lichtmeting met nadruk op het midden) en (spotmeting). De standaardinstelling is (Meervlaksmeting). Meervlaksmeting Lichtmeting met nadruk op het midden Spotmeting Het matglas wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald. Het gehele matglas wordt gemeten, met nadruk op het midden en de belichting wordt bepaald. Meting van uitsluitend het middelpunt van het matglas ter bepaling van de belichting. ƃ In te stellen in [Autobelicht.] in het menu [ Opname] (blz. 98). Opname Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp. Cancel 0.0 OK OK Meervlaksmeting gebruiken ƈ Bij meervlaksmeting wordt het beeld in de zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte van het beeld heeft. INFORMATIE ƃ Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief dan D-XENON. (Zo’n objectief kan alleen worden gebruikt wanneer dit is toegestaan in [Gebruik diafr.ring] via het menu [ Pers.inst.] (blz. 101)). [129] De belichting instellen AF-punt koppelen aan de automatische belichting tijdens meervlaksmeting Bij [Koppelt belicht.+ AF] (blz. 100) in het menu [ Pers.inst.] kunt u de belichtingswaarde koppelen aan het scherpstelpunt tijdens meervlaksmeting. De standaardinstelling is [Uit]. 1 Uit De belichting wordt afzonderlijk van het scherpstelpunt ingesteld. 2 Aan De belichting wordt ingesteld op basis van het scherpstelpunt. Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken ƈ De meting legt de nadruk op het midden van het matglas. Gebruik deze meting wanneer u de belichting wilt corrigeren op basis van ervaring, in plaats van dit over te laten aan de camera. In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden). Deze functie corrigeert niet automatisch voor opnamen in tegenlicht. Spotmeting gebruiken ƈ Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein vak in het midden van het matglas gemeten, zoals de afbeelding laat zien. U kunt deze functie combineren met het belichtingsgeheugen (blz. 141) wanneer het onderwerp uitzonderlijk klein is en een correcte belichting moeilijk te realiseren is. [130] De belichting instellen Meettijd instellen Stel de meettijd in bij [Bedrijftijd lichtmtr] in het menu [ De standaardinstelling is [10 sec]. 1 10sec Meettijd is ingesteld tot 10 sec. 2 3sec Meettijd is ingesteld tot 3 sec. 3 30sec Meettijd is ingesteld tot 30 sec. Pers.inst.] (blz. 100). De belichtingsfunctie wijzigen ƈ Naast de scènefuncties heeft deze camera vijf belichtingsfuncties. Gebruik de functiekiezer (blz. 104) om de belichtingsfunctie te wijzigen. Belichtingsfunctie Beschrijving Belichtingsc orrectie Sluitertijd wijzigen Diafragma wijzigen Ja Nee Nee Ja Ja Nee Ja Nee Ja Nee Ja Ja Nee Nee Ja Hiermee worden de sluitertijd en de (Programma) diafragmawaarde automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting. Hiermee kunt u een gewenste sluitertijd instellen voor bewegende onderwerpen. Maak opnamen van snelbewegende (Sl.tijd voorkeus) onderwerpen die lijken stil te staan of van onderwerpen die lijken te bewegen. Hierbij kunt u een gewenste diafragmawaarde instellen om de scherptediepte te regelen. (Diafr. voorkeuze) Gebruik deze optie om de achtergrond vaag te maken of scherper van voren naar achteren. Hiermee kunt u de ingestelde sluitertijd en (Man.belichting) (Tijdopname) het diafragma instellen om precies die opname te maken die u in gedachten had. Hiermee kunt u opnamen maken waarvoor lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk en nachtopnamen. [131] De belichting instellen Gebruik van de functie (Programma) ƈ De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting. Wijzig de belichting als volgt. 1. Zet de functiekiezer op . 2. Draai aan de e-knop terwijl u de knop wijzig de belichting. indrukt en - De LW-correctie wordt in de zoeker en het LCD weergegeven. - De sluitertijd en diafragmawaarde worden ook weergegeven terwijl u de belichting wijzigt. LW-correctie INFORMATIE ƃ Stel de LW-correctie in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Stel de belichtingsstap in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst] in. (blz. 141) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het functiemenu. (blz. 115) [132] De belichting instellen Gebruik van de (Sluitertijdvoorkeuze) ƈ Stel de sluitertijd in om opnamen te maken van bewegende onderwerpen. Wanneer u de sluitertijd korter instelt, kunt u opnamen maken van bewegende onderwerpen alsof deze stilstaan. Wanneer u de sluitertijd langer instelt, maakt u levendige opnamen. Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld op de juiste belichting. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (blz. 127) 1. Zet de functiekiezer op . 2. Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen. - De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en het LCD weergegeven. [133] De belichting instellen INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop terwijl u op de knop drukt en wijzig de LW-correctiewaarde. ƃ Stel de sluitertijd in zodat de LW-correctie in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW wordt uitgevoerd. In te stellen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 141) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het functiemenu. (blz. 115) Belichtingswaarschuwing Als het onderwerp te licht of te donker is, begint de diafragmawaarde te knipperen in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker onderwerp kiest u een langere sluitertijd.Wanneer de sluitertijdindicatie ophoudt met knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting. Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. [134] De belichting instellen Gebruik van de (diafragmavoorkeuze) ƈ Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld. Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (blz. 127) 1. Zet de functiekiezer op . 2. Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen. - De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en het LCD weergegeven. [135] De belichting instellen INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop terwijl u op de knop drukt en wijzig de LW-correctiewaarde. ƃ Stel de diafragmawaarde zo in dat er LW-correctie wordt toegepast in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. In te stellen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 141) ƃ Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het functiemenu. (blz. 115) Belichtingswaarschuwing Als het onderwerp te licht of te donker is, knippert de sluitertijd in de zoeker en op het LCD. Is het onderwerp te licht, kies dan een kleiner diafragma (hogere waarde). Is het onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken. Wanneer zowel de sluitertijd als de diafragmawaarde knipperen, geeft dit aan dat het onderwerp buiten het lichtmeetbereik valt. Een juiste belichting is dan niet mogelijk, zelfs niet als de sluitertijd wordt aangepast. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. [136] De belichting instellen Gebruik van de functie (Handmatig) ƈ U kunt sluitertijd en diafragmawaarde instellen. Deze functie is geschikt voor het maken van opnamen van uw keuze door deze te combineren. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse foto’s met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken. ſ Effect van diafragma en sluitertijd (blz. 127) 1. Zet de functiekiezer op . 2. Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen. 3. Draai aan de e-knop terwijl u de knop het diafragma. indrukt en wijzig [137] De belichting instellen - De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en het LCD weergegeven. De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, Afwijking van de juiste belichting is onderstreept in de zoeker. Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting (LW-waarde) in de rechter benedenhoek van de zoeker weergegeven. De juiste belichting is bereikt wanneer er [0.0] wordt weergegeven. INFORMATIE ƃ Bij de functie (Handmatig) komt de gevoeligheid overeen met ISO 200 als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. ƃ Knippert wanneer het verschil met de juiste belichting meer dan ±3,0 is. ƃ Stel de sluitertijd en diafragma zo in, dat LW-correctie wordt toegepast in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. In te stellen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 141) Belichtingswaarschuwing U bevindt zich buiten het meetbereik als de sluitertijd en het diafragma knipperen. Gebruik een ND-filter (neutrale densiteit) als het onderwerp te licht is. Gebruik de flitser als het te donker is. [138] De belichting instellen De knop Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch ingesteld op de juiste belichting wanneer u drukt op de knop in de functie (Handmatig). U kunt kiezen uit de volgende drie aanpassingsmethoden in [AE-L knop op M opn.] in het menu [ Pers.inst.]. 1 Programma lijn Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast. 2 Sluitertijd inst Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast. 3 Diafragma inst De sluitertijd wordt vergrendeld en het diafragma wordt automatisch aangepast. Gebruik van de functie (Tijdopname) ƈ De tijdopnamefunctie gebruikt u voor lange belichtingstijden, bijvoorbeeld om ’s nachts te fotograferen of om foto’s van vuurwerk te maken. De sluiter blijft openstaan zolang u de sluiterknop ingedrukt houdt. 1. Zet de functiekiezer op . INFORMATIE ƃ Draai aan de e-knop om de diafragmawaarde te wijzigen. ƃ Stel de diafragmawaarde zo in dat er LW-correctie wordt toegepast in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. In te stellen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 141) ƃ Gebruik een stevig statief en de optionele draadontspanner SSR-D1 om te voorkomen dat de camera beweegt bij het gebruik van de functie (Tijdopname). Sluit de draadontspanner aan op de aansluiting voor de draadontspanner. ƃ Tijdopname is beschikbaar bij de afstandsbedieningsfunctie (blz. 59). De sluiter blijft geopend zolang de ontspanknop van de optionele afstandsbediening ingedrukt wordt gehouden. ƃ Procedure voor het verminderen van ruis (korrelige of ongelijkmatige opname) door een lange sluitertijd. In te stellen in [Ruisonderdrukking] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 100) ƃ Bij de functie (Tijdopname) komt de gevoeligheid overeen met ISO 200 als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. [139] De belichting instellen De belichting instellen ƈ Hiermee kunt met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken. U kunt de LW-correctie instellen tussen –2 tot +2 (LW) in stappen van 1/2 LW of 1/3LW. In te stellen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 141) Knop 1. Stel de correctie in via de e-knop terwijl u de knop indrukt. 2. Controleer de correctiewaarde in de zoeker - Tijdens de correctie wordt weergegeven. knippert wanneer de flitser is uitgeklapt indien de flitscorrectie is ingesteld. Correctiewaarde INFORMATIE ƃ De belichtingscorrectie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Handmatig) of (Tijdopname). ƃ De belichtingscorrectie kan niet worden geannuleerd door de camera uit te zetten of door een andere belichtingsfunctie in te stellen. [140] De belichting instellen Instellingstrappen voor de belichting wijzigen ƈ Stel de belichtingstrappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ Pers.inst] op stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Bel.inst.stappen 1/2 EV Stap 1/3 EV Stap Bel.inst.stappen ingesteld op 1/2 EV Belichting bepalen alvorens een opname te maken (belichtingsgeheugen) ƈ Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een correcte belichting niet mogelijk is. 1. Druk op de knop . - De camera houdt de belichting (helderheid) van dat moment vast in het geheugen. Druk de knop nogmaals in om te ontgrendelen. INFORMATIE ƃ staat aangegeven in de zoeker wanneer de AE-vergrendeling is geactiveerd. (blz. 18) ƃ De belichting wordt twee keer zo lang in het geheugen vastgehouden als de lichtmeettijd na het loslaten van de knop . De belichting wordt vastgehouden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. ƃ Er klinkt een geluidssignaal wanneer de knop wordt ingedrukt. Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz. 161) ƃ De AE-vergrendeling is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Handmatig) of (Tijdopname). ƃ Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie. De belichtingswaarde is echter stabiel, zodat opnamen worden gemaakt met het belichtingsniveau dat is ingesteld in het belichtingsgeheugen. ƃ Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Handmatig), worden het diafragma en de sluitertijd aangepast op de juiste belichting wanneer u op de knop drukt. (blz. 137) ƃ De belichting kan worden vergrendeld wanneer de scherpstelling is vergrendeld. In te stellen in [AE-L met AF lock] in het menu [ Pers.inst.]. (blz. 124) [141] De belichting instellen Belichting en opname wijzigen (Auto Bracket) ƈ U kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie). [ Normale belichting ] [ Onderbelichting ] 1. Druk op de knop in de opnamefunctie. - Het functiemenu wordt geopend. [ Overbelichting ] Fn OK AUTO Fn Einde 2. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ). - Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. 3. Gebruik de vierwegbesturing (Ȟ) om belichtingstrapje) te selecteren. (Automatisch Transportfunctie Auto Bracket OK [142] OK De belichting instellen 4. Druk op de knop menu. . Het scherm keert terug naar het Fn- 5. Druk op de knop . De camera is gereed voor het maken van een opname. - De opname is klaar en er wordt weergegeven op het LCD-scherm. 6. Druk de ontspanknop tot halverwege in. - Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie in de zoeker weergegeven. 7. Druk de ontspanknop helemaal in. - Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt, de eerste zonder correctie, de tweede met een negatieve correctie en de derde met een positieve correctie. INFORMATIE ƃ Wanneer de scherpstelfunctieknop op (Enkelbeeld opname) staat, wordt de scherpstelling vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks. ƃ De instelling voor de auto bracketing blijft twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor de lichtmeting (de standaardinstelling is 20 seconden) wanneer u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens het gebruik van het automatische belichtingstrapje, kunt u de volgende opname maken met de volgende correctiestap. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na circa twee keer zo lang als de timer-instelling (de standaardinstelling is 20 seconden) gaat de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname. ƃ U kunt deze functie combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen automatische DDL- en P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter de kans dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen. ƃ De functie Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Tijdopname). [143] De belichting instellen Automatisch belichtingstrapje instellen ƈ Wijzig de opnamevolgorde en stappen van het automatisch belichtingstrapje. Bracketing aantal (Trapinterval) 1/2 EV ť0.5, ť1.0, ť1.5, ť2.0 1/3 EV ť0.3, ť0.7, ť1.0, ť1.3, ť1.7, ť2.0 Opnamen maken 0 ƍ - ƍ +, - ƍ 0 ƍ +, + ƍ 0 ƍ - ſ Stel de interval van de trappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ ƃ In te stellen in [Auto Bracket] in het menu [ Opname]. (blz. 98) Pers.inst.] in. (blz. 141) Auto Bracket Bracketng aantal Opnames maken 0.5 0 Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken U kunt de functie voor auto bracketing combineren met de belichtingscorrectie (blz. 140) om alleen onderbelichte of overbelichte opnamen te maken. In beide gevallen wordt de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt voor de auto bracketing. [144] Controle van Schikking, Belichting en Focus voor een Opname ƈ U kan gebruik maken van de Voorbeeld-functie om de diepte, de schikking, de belichting en de focus te controleren, vooraleer een foto te maken. Er zijn 2 Voorbeeld-methoden. Digitaal voorbeeld Voor het controleren van de schikking, de belichting en de focus op de LCD-monitor. Optisch voorbeeld Om de diepte te controleren met de (beeld) zoekerfunctie. Selecteer de Voorbeeld-methode in [Voorbeeldmethode] in het [ De standaardinstelling is [Digitaal Voorbeeld]. Pers. Inst.]-menu (biz. 101). ƈ Weergave van het Voorbeeld Weergave van het digitale voorbeeld of het optische voorbeeld. Weergave van het Digitale Voorbeeld ƈ Focus op het onderwerp en stel dan de foto samen in de (beeld) zoeker en stel de hoofdschakelaar in op . Het ( )-pictogram verschijnt op de LCD-monitor bij het voorbeeld and u kunt de schikking, belichting en focus controleren. Druk de bedieningsknop voor de sluiter half in om de Digitale Voorbeeld-functie te stoppen en de focus te starten. Het beeld dat weergegeven wordt in de Digitale Voorbeeld-functie wordt niet opgeslagen. INFORMATIE ƃ U kan de waarschuwing voor overbelichte opname of het histogram laten verschijnen in de Digitale Voorbeeld-functie. Stel in [Voorbeeldweerg.] (biz.98) in het [ Weergeven]-menu. ƃ De maximale weergeeftijd voor de Digitale Voorbeeld-functie is 60 seconden. [145] Controle van Schikking, Belichting en Focus voor een Opname Weergave van het Optische Voorbeeld 1. Positioneer het onderwerp binnen in het AF-frame en druk de bedieningsknop voor de sluiter half in. 2. Zet de hoofdschakelaar op , terwijl u door de (beeld) zoeker kijkt. - U kunt de diepte in de (beeld) zoeker controleren, terwijl de hoofdschakelaar op staat. INFORMATIE ƃ Er wordt geen opname-informatie weergegeven in de (beeld) zoeker en de sluiter kan niet losgelaten worden terwijl de hoofdschakelaar in de voorbeeldpositie ( ) staat. ƃ U kunt de diepte controleren in alle belichtingsfuncties. [146] Controle van Schikking, Belichting en Focus voor een Opname Selecteren van de Voorbeeld-methode ƈ Kies de te gebruiken voorbeeld-methode, wanneer de hoofdschakelaar in de voorbeeldpositie ( wordt gezet. De standaard instelling is de Digitale Voorbeeld-functie. Digitaal voorbeeld Optisch voorbeeld ) Voor het controleren van de schikking, de belichting en de focus op de LCDmonitor, vooraleer een foto te maken. Om de diepte te controleren met de (beeld)zoekerfunctie. Stel [Voorbeeldmethode] in in het [ Pers. Inst.]-menu. Voorbeeldmethode Digitaal voorbeeld Optisch voorbeeld Controle van belichting, compositie, scherpstel. op LCD vóór opname [147] De ingebouwde flitser gebruiken Flitsopbrengst corrigeren ƈ U kunt de flits instellen in een bereik van –2,0 tot +1,0. De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/3 LW en 1/2 LW. Trapinterval Flitscorrectie 1/2 EV -2.0, -1.5, -1.0, -0.5, 0.0, +0.5, +1.0 1/3 EV -2.0, -1.7, -1.3, -1.0, -0.7, -0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0 ſ Stel de interval van de trappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [ ƃ In te stellen in [Belichtingscomp.] in het menu [ (blz. 98) Opname]. Pers.inst.] in. (blz. 141) Opname Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp. Cancel 1.0 0.5 0.0 0.5 OK INFORMATIE ƃ +/- knippert in de zoeker wanneer de flitser uitklapt tijdens de flitsercorrectie. (blz. 19) ƃ Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast. ƃ Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is. ƃ Deze flitsercompensatie is ook bruikbaar i.g.v. externe flitserunits, die de P-TTL auto-flitsmodus ondersteunen. [148] OK De ingebouwde flitser gebruiken Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen ƈ U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen. Stel [Aan] in bij [Ontspant bij opladen] in het menu [ Pers.inst.] (blz. 101). U kunt standaard geen opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen. Ontspant bij opladen Uit Aan Ontspannen mogelijk tijdens laden van ingebouwde flitser Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ƈ Gebruik van de flitser in de functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) - Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken om het onscherpteeffect te veranderen. - Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer instellen. - Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht. ƈ Gebruik van de flitser in de functie Av (diafragmavoorkeuze) - Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken. - De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht. - De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief. [149] De ingebouwde flitser gebruiken Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken ƈ U kunt een Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig opgenomen. INFORMATIE ƃ Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname zal ook wazig zijn wanneer het onderwerp beweegt. ƃ Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser. ƈ Gebruik van de functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) 1. Zet de functiekiezer op . De functie Tv (Sluitertijdvoorkeuze) wordt ingesteld. 2. Gebruik de e-knop om de gewenste sluitertijd in te stellen. De achtergrond wordt niet juist gecorrigeerd wanneer de diafragmawaarde knippert tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zodat de diafragmawaarde niet meer knippert. 3. Druk op de knop FUP . De flitser wordt uitgeklapt. 4. Maak de opname. ƈ Gebruik van de functie M (Handmatig) 1. Zet de functiekiezer op . De functie M (Handmatig) wordt ingesteld. 2. Stel de sluitertijd (langer dan 1/180 s) en de diafragmawaarde in voor een correcte belichting. 3. Druk op de knop FU P. De flitser wordt uitgeklapt. In de functie M (Handmatig) kunt u de flitser op elk gewenst moment uitklappen. 4. Maak de opname. [150] De ingebouwde flitser gebruiken Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser ƈ Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd. Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitser onjuist is ingesteld. ƃ Richtgetal ingebouwde flitser Gevoeligheid Richtgetal ingebouwde flitser ISO 200 15.6 ISO 400 22 ISO 800 31 ISO 1600 44 ISO 3200 62 Berekenen van de opnameafstand op basis van de diafragmawaarde ƈ Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden. Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand L1 ÷ 5* * De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser. Voorbeeld) Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een diafragmawaarde van F4 L1 = 15,6 ÷ 4 = ca. 3,9 (m) L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m) De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m. Wanneer de afstand tot het onderwerp minder dan 0,7 meter is, kan de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk overbelichting. [151] De ingebouwde flitser gebruiken Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand ƈ Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand. Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand Bij een gevoeligheid van [ISO 200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragmawaarde: F = 15.6 ÷ 5.2 = 3 Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2,8) gebruikt. [152] Een externe flitser gebruiken (optioneel) ƈ De optionele externe flitser SEF-36PZF ondersteunt een aantal flitsfuncties, zoals automatisch PDDL-flitsen, automatisch DDL-flitsen, flitsen met kortesluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen. Zie het onderstaande schema voor details. (Ja: beschikbaar #: Beperkt Nee: niet beschikbaar) ƈ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF voor meer informatie. ſ Bij gebruik van een externe flitser is het raadzaam de uiterst nauwkeurige SEF-36PZF te gebruiken, aangezien deze automatisch P-DDL-flitsen ondersteunt. Ingebouwde flitser SEF-36PZF Flitsen met rode-ogenreductie Ja Ja Automatisch flitsen Ja Ja Ja Ja Ja Ja Automatische P-DDL-flitser (geschikte gevoeligheid: ISO 200- 3200) Ja Ja Lange-sluitertijdsynchronisatie Ja Ja Flits belichtingscompensatie Ja Ja AF-hulplicht Ja Ja Flitsen met sluitergordijnsynchronisatie *1 # *2 Ja Flitsen met contrastregelingssynchronisatie # *3 Ja Flitser Camerafunctie Na het opladen wordt automatisch de flitssynchronisatietijd ingesteld Het diafragma wordt automatisch ingesteld in de functie P (Programma) en de functie Tv (sluitertijdvoorkeuze). Slave-flitsen Ja Ja Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie Nee Ja Draadloos flitsen *4 Nee Ja *1 : Sluitertijd van 1/90 s of langer. *2 : Combineerbaar met de SEF-36PZF voor flitsen met 2e-sluitergordijnsynchronisatie. *3 : In combinatie met de SEF-36PZF, kan 1/3 van de flitslading worden geleverd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser. *4 : Twee of meer SEF-36PZF eenheden zijn vereist. [153] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Weergave op LCD van SEF-36PZF ƈ De SEF-36PZF converteert automatisch het verschil in beeldhoek tussen kleinbeeld en het formaat van de GX-1L op basis van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief (Bij gebruik van DXENON objectieven). De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de GX-1L aan is. (Deze keert terug naar kleinbeeld weergave wanneer de timer van de belichtingsmeting wordt uitgeschakeld.) Brandpuntsafstand objectief LCD SEF36PZF 85mm 77mm 50mm 35mm 28mm 24mm 20mm 18mm Timer belichtingsmeter Uit 85mm 70mm 50mm 35mm 28mm 24mm* Timer belichtingsmeter Aan 58mm 48mm 34mm 24mm 19mm 16mm* * Bij gebruik van de groothoekdiffusor Gebruik van de functie P-DDL auto ƈ Gebruik deze flitsfunctie bij de SEF-36PZF flitser. Wanneer de flitsfunctie is ingesteld op “P-DDL auto” geeft de flitser een voorflits net voordat de opname wordt gemaakt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van 16-segmentsmeting, waardoor meer controle mogelijk is. P-DDL auto is beschikbaar bij de functie voor draadloos flitsen als twee of meer flitsers SEF-36PZF worden gebruikt. 1. Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de SEF-36PZF. 2. Zet de SEF-36PZF aan. 3. Stel de flitsfunctie van de SEF-36PZF op P-DDL auto. 4. Controleer of de SEF-36PZF volledig is opgeladen en maak de opname. INFORMATIE ƃ Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitser SEF-36PZF. ƃ Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt FIF in de zoeker. ƃ Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand zijn te vinden in de handleiding bij de externe flitser. ƃ Wanneer flitsfunctie of is geselecteerd gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie. ƃ Druk nooit op de knop voor uitklappen van de flitser wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF voor meer informatie. [154] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie ƈ Met de SEF-36PZF kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie kan ook worden gebruikt met de flitser aangesloten op de camera of bij draadloos flitsen. ƃ De SEF-36PZF op de camera aansluiten en gebruiken 1. Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de SEF-36PZF. 2. Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op of . 3. Zet de SEF-36PZF aan. 4. Stel de synchronisatiefunctie van de SEF-36PZF op HS (flitsen met korte- sluitertijdsynchronisatie). 5. Controleer of de SEF-36PZF volledig is opgeladen en maak de opname. INFORMATIE ƃ Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt FIF in de zoeker. ƃ Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die korter is dan 1/180 sec. ƃ Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Tijdopname). ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF voor meer informatie. Draadloos flitsen ƈ Maak opnamen met de flitser zonder de camera aan te sluiten en flits via een draadverbinding door gebruik te maken van twee flitsers SEF-36PZF. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is ook beschikbaar bij draadloos flitsen. INFORMATIE ƃ Zet de twee flitsers SEF-36PZF op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de SEF36PZF voor meer informatie. [155] Een externe flitser gebruiken (optioneel) ƃ Draadloos flitsen 1. Stel de SEF-36PZF op de gewenste plaats op. 2. Zet de aan/uit-knop van de SEF-36PZF op [WIRELESS] (Draadloos). 3. Stel de functie voor draadloze bediening van de SEF-36PZF in op S (Slave). 4. Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op , , of . 5. Zet de aan/uit-knop van de SEF-36PZF op de camera op [WIRELESS]. 6. Zet de draadloze functie van de SEF-36PZF op de camera op (Master) of (Control). INFORMATIE ƃ Draadloos flitsen is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser. ƃ Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de SEF-36PZF in op SLAVE1. ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF voor meer informatie. Draadloze bediening van de flitser (P-DDL flitsfunctie) Bij gebruik van de SEF-36PZF voor draadloos flitsen wordt de volgende informatie uitgewisseld tussen de twee flitsers SEF-36PZF voordat de flitser afgaat. Druk de ontspanknop helemaal in. 1. De ingebouwde flitser geeft een voorflits. (De flitsfunctie van de camera wordt doorgegeven). 2. De externe flitser geeft een voorflits af (de lichtomstandigheden van het onderwerp worden gecontroleerd). 3. De ingebouwde flitser geeft een voorflits af. (De vereiste hoeveelheid flitslicht wordt doorgegeven aan de externe flitser.) ſ De ingebouwde flitser geeft nog een voorflits om de flitsduur door te geven als HS FIF (korte-sluitertijdsynchronisatie) is ingesteld. 4. Door de externe flitser gaat de hoofdflitser af. ſ Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de SEF-36PZF in op SLAVE1. [156] Een externe flitser gebruiken (optioneel) Rode-ogenreductie ƈ Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser rode-ogenreductie beschikbaar. INFORMATIE ƃ De functie voor rode-ogenreductie werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (blz. 52) ƃ Bij gebruik van de SEF-36PZF, als slave-flitser of draadloze flitser zorgt de voorflits voor de rodeogenreductie ervoor dat de externe flitser afgaat. Stel daarom bij gebruik van een slave-flitser geen rode-ogenreductie in. ƃ Raadpleeg de handleiding van de SEF-36PZF voor meer informatie. [157] Instellingen tijdens de weergave Weergavefunctie wijzigen ƈ Stelt de opnamegegevens in om eerst getoond te worden bij weergave en of er al dan niet een waarschuwing moet weergegeven worden voor overbelichte opname. De camera switcht zijn displaygegevens, wanneer u op de knop drukt. 1. Selecteer [Weergave Functie] in het [ Weergave]-menu. 2. Druk op de regulator met vier mogelijkheden (Ȟ) Het scherm om de Weergave-methode in te stellen verschijnt. 3. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (Ȟ) om de [Weergavestijl] te selecteren. 4. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (Ɗƌ) om de informatie die moet worden weergegeven te selecteren. Weergave functie Weergavestijl Alleen beelden Helderheid Weergave functie Weergavestijl Alleen beelden Histogram Helderheid Detail info Laatste geheugen Cancel Alleen beelden Alleen vastgelegde opnamen worden weergegeven. Histogram Opnamen en histogram worden weergegeven. Detail info OK OK De opnamegegevens worden weergegeven, samen met een kleine weergave, in de linker bovenhoek. Laatste geheugen [158] De weergave-instellingen worden bewaard van de vorige keer dat u ze gebruikte. Instellingen tijdens de weergave 5. Druk op de knop . De geselecteerde informatie wordt opgeslagen. 6. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ƌ) om de [Helderheid] te selecteren. 7. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ȜȞ) om (Aan) or (Uit) te selecteren. 8. Druk twee keer op de knop MENU. De camera is gereed voor het maken van opnamen. INFORMATIE ƃ Cfr. blz.16 voor diverse informatiedetails over weergave. Weergave-interval diavoorstelling instellen ƈ U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. (blz. 68) Zet de weergave-interval op [3 sec], [5 sec], [10 sec] of [30 sec]. De standaardinstelling is [3 sec]. In te stellen in [Diavoorstelling] in het menu [ Weergeven] (blz. 98). Weergeven Weergave functie Momentcontrole Voorbeeldweerg. Digitaal filter Diavoorstelling Cancel Uit 3 sec 5 sec 10 sec 30 sec OK OK ſ Na het instellen drukt u op de knop OK om de diavoorstelling te starten. [159] Camera-instellingen SD-geheugenkaart formatteren ƈ Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart in de camera voordat u de kaart in gebruik neemt. Bij formattering worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart verwijderd. INFORMATIE ƃ Open de klep voor de SD-geheugenkaart niet bij het formatteren van een SD-geheugenkaart. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden. ƃ Let op: bij formatteren worden ook beveiligde opnamen gewist. 1. Selecteer [Formatteren] in het menu [ Set-up] (blz. 99). 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om het scherm Formatteren op te roepen. 3. Selecteer [Formatteren] met de vierwegbesturing (Ɗ). Formatteren Alle gegevens worden gewist Formatteren Onderbreken OK 4. Druk op de knop OK. Het formatteren begint. Wanneer het formatteren voltooid is, kunt u opnamen maken met de camera. [160] OK Camera-instellingen Het geluidssignaal in- en uitschakelen ƈ U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen. De standaardinstelling is [Aan]. In te stellen in [Signaal] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Language Hulpdisplay Nederlands Exit Datum/ tijd en weergavestijl wijzigen ƈ U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen. Kies [MM/DD/JJ], [DD/MM/JJ] of [JJ/MM/DD]. Selecteer [12 uur] of [24 uur] voor de tijdweergave. - Datum en tijd instellen (blz. 33) Datum instellen DD weergave MM/DD/JJ 24h Datum 01 / 01 / 2006 Tijd 00 : 00 Cancel OK OK [161] Camera-instellingen De wereldtijd instellen ƈ De datum en tijd die u selecteert in [Fabrieksinstellingen] (blz. 31) zijn de datum en tijd van uw huidige locatie. Door [Wereldtijd] in te stellen, kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de LCD-monitor wanneer u in het buitenland bent. 1. Selecteer [Wereldtijd] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) Het scherm [Wereldtijd] verschijnt. Wereldtijd New York New York 00:25 3. Selecteer of met de vierwegbesturing (ȜȞ). Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in (Bestemming) Stel de tijd in van de stad die is ingesteld in (Thuis) 4. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het selectiekader wordt verplaatst naar . De stad met knippert. 5. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). Het scherm voor het vergroten van de bestemmingsregio wordt weergegeven. Wijzig de regio die u wilt vergroten met de vierwegbesturing (ȜȞ). 6. Druk op de vierwegbesturing (ƌ). Het kader wordt verplaatst naar de stad. [162] Camera-instellingen 7. Selecteer met de vierwegbesturing (ȜȞ) de stad van bestemming. Het huidige tijdstip, de plaats en het tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt. Bestemmingstijd Londen Zomertijd Cancel OK OK +05:00 05:25 8. Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (ƌ). 9. Selecteer ON (Aan) of OFF(Uit) met de vierwegbesturing (ȜȞ). Selecteer ON (Aan) als de stad van bestemming de zomertijd hanteert. 10. Druk op de knop OK. De wereldtijdinstelling wordt opgeslagen. Druk op de knop OK om verder te gaan met het instellen van de wereldtijd en terug te keren naar het scherm [Wereldtijd]. Wereldtijd Londen New York 01:25 11. Druk twee keer op de knop MENU . De camera is gereed voor het maken van opnamen. INFORMATIE ƃ Zie “Lijst met steden voor wereldtijd” (blz. 164) voor steden die als bestemming kunnen worden opgegeven. ƃ Selecteer in Stap 4 om de stad en de zomer-/wintertijdinstelling in te stellen. ƃ Er wordt weergegeven in het aanwijzingenscherm wanneer de wereldtijd is ingeschakeld ( ). (blz. 14) [163] Camera-instellingen Lijst met steden voor wereldtijd Regio NoordAmerika Middenen ZuidAmerika Europa Afrika/ West-Azië [164] Plaats Honolulu Anchorage Vancouver San Francisco Los Angeles Calgary Denver Chicago Miami Toronto New York Halifax Mexico-City Lima Santiago Carácas Buenos Aires Sao Paulo Rio de Janeiro Madrid Londen Parijs Amsterdam Milaan Rome Berlijn Stockholm Athene Helsinki Moskou Dakar Algiers Johannesburg Istanboel Caïro Jeruzalem Regio Afrika/ West-Azië Oost-Azië Oceanië Plaats Nairobi Jeddah Teheran Dubai Karachi Kaboel Male New Delhi Colombo Kathmandu Dacca Yangon Bangkok Kuala Lumpur Vientiane Singapore Phnom-Penh Ho Chi Minh-Stad Jakarta Hongkong Peking Shanghai Manilla Taipei Seoel Tokio Guam Perth Adelaide Sydney Noumea Wellington Auckland Pago pago Camera-instellingen Weergavetaal instellen ƈ U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. In te stellen in [Language] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) U kunt kiezen uit de volgende elf talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Russisch, Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) en Portugees. Language English Français Deutsch Español Italiano Svenska Nederlands ጥૹ Português OK - De weergavetaal instellen (blz. 31) De schermaanwijzingen aan en uitzetten ƈ Instellen om aanwijzingen op de LCD-monitor weer te geven wanneer de hoofdschakelaar aan is of de belichtingsfunctie wordt gewijzigd. (blz. 14) Hulpdisplay aan Hulpdisplay uit ƃ Instellen in [Hulpdisplay] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Language Hulpdisplay Nederlands Einde [165] Camera-instellingen De helderheid van de LCD-monitor aanpassen ƈ U kunt de helderheid van de LCD-monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de LCD-monitor moeilijk leesbaar is. Instellen in [Helderheid] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand 0 1 min Std. Serienr. OK OK Het video-uitgangssignaal selecteren ƈ Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur zoals een televisie, kies dan het juiste video-uitgangssignaal (NTSC of PAL) voor het weergeven van opnamen. Instellen in [Videosignaal] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) - Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur (blz. 70) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand 0 NTSC PAL 1 min Std. Serienr. Cancel OK OK INFORMATIE ƃ Het video-uitgangssignaal varieert afhankelijk van uw regio. Het video-uitgangssignaal in NoordAmerika is NTSC. [166] Camera-instellingen Automatisch uitschakelen instellen ƈ U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer deze een bepaalde tijd niet gebruikt is. Selecteer [1 min], [3 min], [5 min], [10 min], [30 min] of [Uit]. De standaardinstelling is [1 min]. Instellen in [Auto Uitsch.] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand 1 min 3 min 5 min 10 min 30 min Uit Cancel OK OK INFORMATIE ƃ Automatisch uitschakelen werkt niet tijdens de weergave van diavoorstellingen, wanneer er een USB-verbinding bestaat, wanneer er opnamen worden gemaakt met de afstandsbediening of terwijl er een menu of functiemenu wordt weergegeven. Selecteren van Naam voor Map ƈ U kan de methode om namen toe te kennen aan mappen om Beelden in op te slaan selecteren. De standaardinstelling is [Std.]. Std. De naamgeving voor de map heeft de volgende vorm: [XXXSSCAM]. [XXX] is een sequentieel getal tussen 100 en 900. (Bijvoorbeeld) 100SSCAM De twee cijfercombinaties van/voor de [maand] en de [dag] waarop de foto Datum gemaakt is, worden toegekend, zoals voor de naam voor de map, onder de vorm van: [XXX_MMDD]. (Bijvoorbeeld) 100-0101: voor mappen met foto’s genomen op de 1ste januari. ƃ Stel [Bestandsnaam] in in het [ Set-up]-menu. (biz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand Cancel ť0 NTSC PAL 1 min Std. Datum OK OK [167] Camera-instellingen Het bestandsnummer opnieuw instellen ƈ U kunt het bestandnummer voor opnamen bij het plaatsen van een nieuwe SD-geheugenkaart instellen. De standaardinstelling is [SerialNo]. Het bestandsnummer voor de laatst opgeslagen opname wordt in het geheugen SerialNo bewaard. Na het plaatsen van een nieuwe SD-geheugenkaart wordt het eerstvolgende bestandsnummer gebruikt. Telkens wanneer er een nieuwe SD-geheugenkaart wordt geplaatst, is het Reset bestandsnummer het laagste nummer. Wanneer er een SD-geheugenkaart met daarop opnamen wordt geplaatst, gaat de nummering door vanaf het laatst opgeslagen bestandsnummer. ƃ Instellen in [Bestand] in het menu [ Set-up]. (blz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand Cancel 1 min SerialNo Reset OK OK ƈ Instellen van de Instant Review-weergave en de Digitale Voorbeeld-functie U kan de instellingen in verband met de Instant Review-weergave en de Digitale Voorbeeld-functie bewerken. Instellen van de Weergavetijd van/voor de Instant Review-functieWeergavetijd instellen ƈ Selecteer [1 sec], [3 sec], [5 sec] of [Uit]. De standaardinstelling is [1 sec]. Stel [Momentcontrole] in in het [ Weergave]-menu. (p.98) Weergeven Weergave functie Momentcontrole Voorbeeldweerg. Digitaal filter Diavoorstelling Cancel [168] 1 sec 3 sec 5 sec Uit OK OK Camera-instellingen Weergave Histogram en Helderheid ƈ Instellen om een histogram weer te geven tijdens de momentcontrole en de Digitale Voorbeeldfunctie. Stel [Voorbeeldweerg.] in in het [ Weergeven]-menu. Onder de standaard instelling(en), worden het histogram en de waarschuwing voor een overbelichte opname niet weergegeven. 1. Selecteer [Voorbeeldweerg.] in het [ Weergeven]-menu. Voorbeeldweerg. Histogram Helderheid Instelling weergegeven info in Momentcontrole/ Digitaal voorbeeld 2. Druk op de regulator met vier mogelijkheden (Ȟ). Het scherm voor het instellen van de Display Voorbeeld-functie verschijnt. 3. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ȜȞ om [Histogram]. (Aan) of (Uit) te selecteren voor Het histogram wordt weergegeven in Momentopname en op de Digitale Voorbeeldschermen. Het histogram wordt niet weergegeven. 4. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ƌ) om de [Helderheid] te selecteren. 5. Gebruik de regulator met vier mogelijkheden (ȜȞ) om (Aan) of (Uit) te selecteren. De waarschuwing voor overbelichte opname wordt weergegeven in Momentopname en op de Digitale Voorbeeldschermen. De waarschuwing voor overbelichte opname wordt niet weergegeven. 6. Druk twee keer op de knop . De camera is gereed voor het maken van een opname. [169] Standaardinstellingen herstellen Opnamefunctie/Weergave/Instelmenu herstellen ƈ De instellingen in [ Opname], [ Weergeven] en [ Set-up] worden hersteld naar de standaardinstellingen. De instellingen voor datuminstelling, taal, videosignaal en wereldtijd worden echter niet hersteld. 1. Selecteer [Reset] in het menu [ Set-up]. 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om het scherm [Reset] op te roepen. 3. Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (Ɗ). Reset Terug naar fabrieks instellingen Reset Onderbreken OK 4. Druk op de knop OK. U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera. [170] OK Standaardinstellingen herstellen Gebruikersfuncties herstellen ƈ De instellingen in het menu [ Pers.inst.] worden hersteld naar de standaardinstellingen. De instellingen in [ Opname], [ Weergeven] en [ Set-up] worden niet hersteld naar de standaardinstellingen. 1. Selecteer [Reset] in het menu [ Pers.inst]. 2. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ) om het scherm Reset pers.inst. op te roepen. 3. Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (Ɗ). Reset pers.inst. Van pers. Inst. Terug naar fabrieks instellingen Reset Onderbreken OK OK 4. Druk op de knop OK. U kunt nu opnamen maken of weergeven met de camera. [171] MEMO [172] 6 Software-informatie Hierin worden de installatie van de software, de aansluiting op een pc en het gebruik van het programma uitgelegd. Opmerkingen met betrekking tot software Informatie over de software De toepassingssoftware installeren PC-modus starten Verwisselbare schijf De verwisselbare schijf verwijderen Digimax Master 174 175 176 177 178 180 182 Opmerkingen met betrekking tot software Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door voordat u deze camera gaat gebruiken ϛDe meegeleverde software is een camerastuurprogramma en software voor beeldbewerking onder Windows. ϛOnder geen voorwaarden mogen deze software en gebruikershandleiding geheel of gedeeltelijk worden gereproduceerd. ϛHet gebruiksrecht voor de software geldt uitsluitend voor gebruik met een camera. ϛIn het onwaarschijnlijke geval van een fabricagefout zullen wij uw camera repareren of vervangen. We kunnen echter niet op enigerlei wijze aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door onjuist gebruik. ϛZelfgebouwde pc's of een pc en besturingssysteem waarvan de kwaliteit niet wordt gewaarborgd door de fabrikant, vallen niet onder de garantie van Samsung. ϛVoordat u deze handleiding gaat lezen, moet u eerst over basiskennis van computers en O/S(besturingssystemen beschikken). Systeemvereisten Voor Windows PC met MMX Pentium III 450MHz-processor of Voor Machintosh Power Mac G3 of hoger sneller(XP: Pentium II 700MHz) Windows 2000/ME/XP Mac OS 9.0 of hoger Minimaal 256MB RAM (512MB aanbevolen) Minimaal 256 MB RAM 250MB vrije ruimte op de vaste schijf 250 MB vrije ruimte op de vaste schijf (1GB aanbevolen) USB-poort USB-poort CD-ROM-station CD-ROM-station 1024X768 pixels, beeldscherm dat 16-bits kleuren ondersteunt (24-bits kleurenbeeldscherm aanbevolen) [174] Informatie over de software ƈ Digimax Master : Dit is de complete multimedia software-oplossing. Met deze software kunt u digitale opnamen (RAW, JPEG) downloaden, bekijken, bewerken en opslaan. Deze software kan alleen worden gebruikt met Windows. INFORMATIE ƃ Het automatische installatieprogramma heeft 5 tot 10 seconden nodig voor de installatie, afhankelijk van de capabiliteit van uw computer. Als dit frame niet wordt weergegeven, voert u [Windows Verkenners] uit en selecteert u [setup.exe] in de hoofdmap van het cd-rom-station. ƃ PDF-documenten van de gebruikershandleiding zijn beschikbaar op de cd-rom met software die wordt meegeleverd met deze camera. Zoek in de PDF-bestanden met Windows Verkenner. Voordat u de PDF-bestanden opent, moet u de Adobe Reader installeren die wordt meegeleverd op de cd-rom met de software. [175] De toepassingssoftware installeren ƈ Als u deze camera wilt gebruiken met een pc, moet u eerst de toepassingssoftware installeren. Nadat u dat hebt gedaan, kunnen de opgeslagen afbeeldingen in de camera worden overgezet naar de pc en worden bewerkt door middel van een beeldbewerkingsprogramma. ƈ U kunt de website van Samsung bezoeken via het Internet. http://www.samsungcamera.com : Engels http://www.samsungcamera.co.kr : Koreaans 1. Installeer Digimax Master volgens de instructies op het scherm van de pc. [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [Klik!] [176] De toepassingssoftware installeren 2. Sluit, nadat u de computer opnieuw hebt opgestart, de pc via de USB-kabel aan op de camera. 3. Zet de camera aan. De wizard Nieuwe hardware gevonden wordt geopend en de computer herkent de camera. ſ Als u met Windows XP werkt, wordt een afbeeldingsviewer geopend. Als het downloadvenster van Digimax Master wordt geopend nadat Digimax Master is gestart, is de installatie van het stuurprogramma voor de camera geslaagd. PC-modus starten Ү In deze modus kunt u opgeslagen beelden downloaden naar uw pc via de USB-kabel. Ү Het LCD-scherm wordt altijd uitgeschakeld in de PC-modus. ƈ De camera aansluiten op een pc 1. Druk op de knop MENU en selecteer het menu [ Set-up]. 2. Set [Transfer functie] op de camera in op [PC]. 3. Sluit de camera aan op uw pc met behulp van de USB-kabel. Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestandsnaam Bestand Onderbreken ť0 NTSC PC PictBridge PC-F SerialNo OK OK [177] Verwisselbare schijf ƈ Opgeslagen afbeeldingen downloaden U kunt de stilstaande beelden die zijn opgeslagen op de camera downloaden naar de vaste schijf van uw pc en deze vervolgens afdrukken of bewerken met behulp van software voor het bewerken van foto's. 1. Sluit de camera aan op uw PC met behulp van de USB-kabel. 2. Selecteer [My Computer] op het bureaublad van uw computer en dubbelklik op [Removable Disk → DCIM →100SSCAM]. De beeldbestanden worden nu weergegeven. 3. Selecteer een afbeelding en klik met de rechtermuisknop. 4. Er wordt een pop-upmenu weergegeven. Klik op [Cut] (Knippen) of [Copy] (Kopiëren) in het menu. - [Cut] : hiermee kunt u een geselecteerd bestand knippen. - [Copy] : hiermee kunt u bestanden kopiëren. 5. Klik op de map waar u het bestand naartoe wilt kopiëren. [178] Verwisselbare schijf 6. Klik met de rechtermuisknop. Er wordt nu een pop-upmenu weergegeven. Klik op [Paste]. 7. Een afbeeldingsbestand wordt overgebracht van de camera naar uw pc. - Met behulp van [Digimax Master] kunt u de opgeslagen afbeeldingen op de geheugen rechtstreeks op het beeldscherm van de PC bekijken en kunt u de afbeeldingsbestanden kopiëren en verplaatsen. VOORZICHTIG ƃ Wij adviseren u de afbeeldingen eerst naar de pc te kopiëren voordat u ze gaat bekijken. Als u afbeeldingen rechtstreeks vanaf de verwisselbare schijf opent, kan de verbinding onverwachts worden verbroken. ƃ Wanneer u een bestand laadt dat niet via deze camera op de verwisselbare schijf terecht is gekomen, wordt het bericht [Camera kan opname niet weergeven] weergegeven op het LCDscherm in de afspeelmodus en wordt [?] weergegeven in de miniatuurmodus. [179] De verwisselbare schijf verwijderen ƈ Windows 2000/ME/XP (De afbeeldingen kunnen afwijken van de werkelijke weergave, afhankelijk van het Windowsbesturingssysteem waarmee u werkt.) 1. Controleer of de camera en pc een bestand overdragen. Als het lampje voor kaarttoegang knippert, moet u wachten totdat het lampje uit gaat. 2. Dubbelklik op het pictogram [Unplug or Eject Hardware] op de taakbalk. [Dubbelklik !] 3. Het venster [Unplug or Eject Hardware] wordt weergegeven. Selecteer het [USB Mass Storage Device] en klik op de knop [Stop]. [Klik!] 4. Het venster [Stop a Hardware device] wordt weergegeven. Selecteer het [USB Mass Storage Device] en klik op de knop [OK]. [Klik!] 5. Het venster [Safe to Remove Hardware] wordt weergegeven. Klik op de knop [OK]. [Klik!] [180] De verwisselbare schijf verwijderen 6. Het venster [Unplug or Eject Hardware] wordt weergegeven. Klik op de knop [Close]. De verwisselbare schijf kan nu veilig worden verwijderd. 7. Verwijder de USB-kabel. [Klik!] Het USB-stuurprogramma installeren op de MAC 1. De software-cd bevat geen USB-stuurprogramma voor de MAC omdat MAC OS het stuurprogramma van de camera ondersteunt. 2. Controleer de versie van MAC OS. Deze camera is compatibel met MAC OS 9.0 of hoger. 3. Sluit de camera aan op de Macintosh en zet de camera aan. 4. Een nieuw pictogram wordt weergegeven op het bureaublad nadat u de camera hebt aangesloten op de MAC. Het USB-stuurprogramma gebruiken op de MAC 1. Dubbelklik op een nieuw pictogram op het bureaublad om de map in het geheugen weer te geven. 2. Selecteer het afbeeldingsbestand en kopieer of verplaats dit naar de MAC. VOORZICHTIG ƃ Voor Mac OS 10.0 of later : voltooi eerst het uploadproces van de computer naar de camera en verwijder vervolgens de verwisselbare schijf met de extraheeropdracht. [181] Digimax Master ƈ Met deze software kunt u digitale opnames en filmclips downloaden, bekijken, bewerken en opslaan. Deze software kan alleen worden gebruikt met Windows, behalve met Windows 98. ƈ U kunt het programma starten door op [Start ƍ Programs ƍ Samsung ƍ Digimax Master ƍ Digimax Master] te klikken. ƃ Afbeeldingen downloaden 1. Sluit de camera aan op uw pc. 2. Er wordt een venster weergegeven voor het downloaden van afbeeldingen nadat u de camera hebt aangesloten op uw pc. - Gebruik de knop [Select All] (Alles) om de opgenomen beelden te downloaden. - Selecteer de gewenste map in het venster en klik op de knop [Select All] (Alles). U kunt opgenomen beelden opslaan in de geselecteerde map. - Als u op de knop [Cancel] (Annuleren) klikt, wordt het downloaden geannuleerd. [Klik!] 3. Klik op de knop [Next >]. [Klik!] [182] Digimax Master 4. Selecteer een bestemming en maak een map voor het opslaan van gedownloade opnames en mappen. - Er worden mappen gemaakt in volgorde van datum en de opnames worden gedownload. - Er wordt een map met een naam van uw keuze gemaakt en de opnames worden gedownload. - Er wordt een eerder gemaakte map geselecteerd en de opnames worden gedownload. 5. Klik op de knop [Next >]. [Klik!] 6. Er wordt een venster geopend, zoals in het voorbeeld hiernaast. De bestemming van de geselecteerde map wordt boven aan het venster weergegeven. Klik op de knop [Start] (Starten) om de opnames te downloaden. [Klik!] 7. De gedownloade opnames worden weergegeven. [183] Digimax Master ƃ Afbeeldingsviewer : U kunt de opgeslagen beelden bekijken. ڹ ڽ ھ ڿ ں ڻ ڼ - Hieronder worden de functies van de afbeeldingsviewer weergegeven. ڹMenubalk : Hier kunt u menuopties selecteren. File (Bestand), Edit (Bewerken), View (Beeld), Tools (Extra), Change functions (Functies wijzigen), Auto download (Automatisch downloaden), Help, enz. ںVenster voor afbeeldingsselectie : In dit venster kunt u de gewenste opname selecteren. ڻSelectiemenu voor mediatype : In dit menu kunt u functies van de afbeeldingsviewer en bewerkingsfuncties voor beelden en filmclips selecteren. ڼVoorbeeldvenster : In dit venster kunt u een voorbeeld van een beeld of filmclip bekijken en de multimediagegevens weergeven. ڽZoombalk : Hiermee kunt u het voorbeeldformaat wijzigen. ھVenster voor mapweergave : Hiermee kunt u de maplocatie van de geselecteerde afbeelding weergeven. ڿVenster voor afbeeldingsweergave : Hiermee kunt u afbeeldingen in de geselecteerde map weergeven. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [184] Digimax Master ƃ Image edit (Afbeelding bewerken) : Hiermee kunt u stilstaande beelden bewerken. ڹ ڼ ں ڻ - Hieronder worden de functies voor het bewerken van afbeeldingen weergegeven. ڹMenu Edit (Bewerken) : Hier kunt u de volgende menu's selecteren. [Tools] : Hiermee kunt u de geselecteerde afbeelding bijsnijden of het formaat ervan wijzigen. Raadpleeg het menu [Help]. [Adjust] : Hiermee kunt u de afbeeldingskwaliteit wijzigen. Raadpleeg het menu [Help]. [Retouch]: Hiermee kunt u de afbeelding wijzigen of effecten toevoegen aan de afbeelding. Raadpleeg het menu [Help]. ںTekenhulpmiddelen : Hulpmiddelen voor het bewerken van een afbeelding. ڻVenster voor afbeeldingsweergave : In dit venster wordt een geselecteerde afbeelding weergegeven. ڼVoorbeeldvenster : Hier kunt u de gewijzigde afbeelding bekijken. ſ Een foto die is bewerkt met Digimax Master kan niet worden weergegeven op de camera. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [185] Digimax Master ƃ DNG-omzetter : U kunt een RAW-bestand (*.pef, *.dng) omzetten naar een bestand in JPEG- of TIFF-indeling. ڹ ں ڻ - Hieronder worden de functies van de DNG-omzetter weergegeven. ڹHistogramweergave : Er wordt een histogram van de weergegeven opname getoond. ںTools (Hulpmiddelen) : U kunt de RAW-bestanden (*.pef, *.dng) naar wens aanpassen. [White Balance] (Witbalans) : Hiermee kunt u de kleurtemperatuur en verzadiging van het beeld wijzigen. [Exposure] (Belichting) : Hiermee kunt u de belichtingswaarde, het contrast en de gammawaarde wijzigen. [Sharpness] (Scherpte) : Hiermee kunt u de scherpte van het beeld wijzigen. ڻFile format (Bestandsindeling) : U kunt een RAW-bestand (*.dng) omzetten naar een bestand in een indeling van uw keuze (*.jpg, *.tiff). ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [186] Digimax Master ƃ Films bewerken : U kunt stilstaande beelden, filmclips, spraakmemo's en muziekbestanden samenvoegen in een filmclip. ڹ ں - Hieronder worden de functies voor het bewerken van filmclips weergegeven. ڹMenu Edit (Bewerken) : Hier kunt u de volgende menu's selecteren. [Add Media] : Hiermee kunt u een multimedia-item van uw keuze toevoegen aan een filmclip. [Edit Clip] : Hiermee kunt u de helderheid, het contrast, de kleur en de intensiteit wijzigen. [Effect] : Hiermee kunt u een effect invoegen. [Set Text] : Hiermee kunt u teksten invoegen. [Narrate] : Hiermee kunt u spraak invoegen. [Produce] : Hiermee kunt u het bewerkte multimedia-item opslaan onder een nieuwe bestandsnaam. U kunt AVI-, WMV- (Windows-media), ASF- (Windows-media) en filmclipbestanden selecteren voor deze camera (avi, MPEG-4). ںVenster voor frameweergave : In dit venster kunt u multimedia-items invoegen. ſ Bepaalde filmclips die zijn gecomprimeerd met een codec die niet compatibel is met Digimax Master kunnen niet worden afgespeeld in Digimax Master. ſ Raadpleeg het menu [Help] in Digimax Master voor nadere informatie. [187] MEMO [188] 7 Bijlage Hierin worden de installatie van de software en het gebruik van het programma uitgelegd. Standaardinstellingen De CCD schoonmaken Optionele accessoires Foutberichten Problemen oplossen Belangrijkste technische gegevens Verklarende woordenlijst 190 194 196 198 200 204 206 Standaardinstellingen ƈ In onderstaande tabel staan de standaard fabrieksinstellingen. Gegevens in de tabel. ƃ Laatste geheugeninstelling Ja : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet. Nee : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de camera wordt uitgezet. ƃ Herstel instelling Ja : De instelling gaat terug naar de standaardinstelling met de herstel-functie (blz. 170). Nee : De instelling wordt bewaard zelfs als de herstel-functie wordt gebruikt. ƃ Menu [ Opname] Optie Beeldtint Opnamepixels Laatste geheugeninstelling Herstel instelling Bladzijde (Helder) Ja Ja blz. 108 blz. 109 Standaardinstelling (3008X2000) Ja Ja Kwaliteitsniveau (Best) Ja Ja blz. 110 Kleurverzadiging (0) Ja Ja blz. 111 Scherpte (0) Ja Ja blz. 111 Contrast (0) Ja Ja blz. 111 Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) Autobelicht. (Lichtmeting automatische belichting) AF-veld Ja Ja blz. 144 Ja Ja blz. 129 Ja Ja blz. 122 AF.S (Enkelbeeld opname) Ja Ja blz. 121 0.0 Ja Ja blz. 148 Standaardinstelling Laatste geheugeninstelling Herstel instelling Bladzijde Alleen beelden Uit 1 sec Uit Uit Zwart-wit 3 sec Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja blz. 158 blz. 169 blz. 168 blz. 169 blz. 169 blz. 71 blz. 69 (meervlaks) (Groothoek) Autofocus Belichtingscomp. ƃ Menu [ Weergeven] Optie Weergavestiji Helderheid Momentcontrole Weergave functie Voorbeeldweerg. Digitaal filter Diavoorstelling [190] ť0.5/ 0 - + Histogram Helderheid Standaardinstellingen ƃ Menu [ Set-up] Optie Formatteren Standaardinstelling Laatste geheugeninstelling Herstel instelling Bladzijde - - - blz. 160 (Aan) Ja Ja blz. 161 Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee blz. 161 Ja Ja Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee (zomertijd) Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee Bestemmingstijd (plaats) Gelijk aan Thuistijd Ja Nee Gelijk aan Thuistijd Ja Nee Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee Signaal Datum instellen Instelling voor wereldtijd Thuistijd (plaats) Wereldtijd Thuistijd Bestemmingstijd (zomertijd) Language Hulpdisplay Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. (uit) (Aan) blz. 162 blz. 165 Ja Ja blz. 165 0 Ja Ja blz. 166 Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee blz. 166 PC Ja Ja blz. 84 1 min Ja Ja blz. 167 Std. Ja Ja blz. 167 Serienr. Ja Ja blz. 168 Sensor reinigen - - - blz. 194 Reset - - - blz. 170 Bestandsnaam Bestand [191] Standaardinstellingen ƃ Menu [ Pers.inst.] Optie Instellen Standaardinstelling (Uit) Laatste geheugeninstelling Herstel instelling Bladzijde Ja Ja blz. 100 Aan Ja Ja blz. 139 Stappen van 1/2 LW Ja Ja blz. 141 AUTO ISO correctie ISO 200-800 Ja Ja blz. 115 Waarsch. ISO inst. Uit Ja Ja blz. 116 Koppelt belicht.+ AF Uit Ja Ja blz. 130 Bedrijftijd lichtmtr 10 sec Ja Ja blz. 131 AE-L met AF lock Uit Ja Ja blz. 124 Resterend aantal opn Remaining image storage capacity (rest. opslagcap.) Ja Ja blz. 100 OK knop bij opname Uit Ja Ja blz. 100, blz. 120 AE-L knop op M opn. Ruisonderdrukking Bel.inst.stappen Programma lijn Ja Ja blz. 139 Af met afstandbed. Uit Ja Ja blz. 100 FI bij gebr S lens 1 Niet beschikbaar Ja Ja - Gebruik diafr.ring 2 Verboden Ja Ja - Ontspant bij opladen Uit Ja Ja blz. 149 Voorbeeldmethode Digitaal voorbeeld Ja Ja blz. 145 1,2 x Ja Ja blz. 101 Gehele scherm Ja Ja blz. 113 sRGB Ja Ja blz. 117 - - - blz. 170 Inzoomen op weergave Man.witbalans meting Kleurgebied 3 Reset pers.inst. *1 : Als het schroefdraadobjectief wordt gebruikt, is het menu [FI bij gebr S lens] beschikbaar. *2 : Als een objectief met diafragmaring wordt gebruikt, is het menu [Gebruik diafr.ring] beschikbaar. *3 : Herstelt de instellingen in het menu [ Pers.inst.]. [192] Standaardinstellingen ƃ Functiemenu (Fn) Optie Transportfunctie Flitsinstelling Witbalans Gevoeligheid Standaardinstelling (Enkelbeeld opname) (Auto) (Auto) AUTO Laatste geheugeninstelling Herstel instelling Bladzijde Nee Ja blz. 53 Ja Ja blz. 49 *1 Ja Ja blz. 112 Ja Ja blz. 115 blz. 45, 104 -modus Portret opname Ja Ja DPOF-instellingen - Ja Nee blz. 79 Digitaal filter B&W Ja Ja blz. 71 Diavoorstelling 3 sec Ja Ja blz. 68 *1 : Alleen instelling voor continuopnamen worden opgeslagen. [193] De CCD schoonmaken ƈ Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CCD moet worden schoongemaakt. Neem contact op met het servicecentrum van Samsung Camera voor professionele reiniging, aangezien de CCD een precisie-onderdeel is. INFORMATIE ƃ Gebruik nooit een spuitbus. ƃ Maak de CCD niet schoon wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op (Tijdopname). ƃ Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief zit om te voorkomen dat zich vuil en stof verzamelt op de CCD. ƃ Het verdient aanbeveling de netvoedingsadapter (D-AC10, optioneel) te gebruiken bij het schoonmaken van de CCD. ƃ Wanneer de batterijen bijna leeg zijn, verschijnt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen om sensor te reinigen] op de LCD-monitor. ƃ Als u de netvoedingsadapter niet gebruikt, zorg dan dat de batterijen nog voldoende capaciteit hebben. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het schoonmaken onmiddellijk. ƃ Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting. Als de camera is uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter of de CCD-sensor beschadigd raken. ƃ Het lampje van de zelfontspanner knippert en er verschijnt [Cln] op het LCD tijdens het schoonmaken van de CCD. 1. Zet de camera uit en verwijder het objectief. 2. Zet de camera aan. 3. Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [ Set-up]. 4. Druk op de vierwegbesturing (Ȟ). - Het scherm voor het reinigen van de sensor wordt weergegeven. [194] De CCD schoonmaken 5. Druk op de vierwegbesturing (Ɗ) en selecteer [Spiegel omhoog]. Sensor reinigen Spiegel op CCD reinigen Uitschakelen om te stoppen Spiegel omhoog Onderbreken OK OK 6. Druk op de knop OK. - De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand. 7. Reinig de CCD. - Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de CCD nooit af met een doek. 8. Zet de camera uit. 9. Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet. [195] Optionele accessoires ƈ Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar. Neem contact op met onze verkoopafdeling voor nadere informatie over toebehoren. De accessoires van de PENTAX digitale spiegelreflexcamera kunnen ook worden gebruikt met de digitale spiegelreflexcamera van SAMSUNG. Draadontspanner SSR-D1 ƃ Dit is een draadontspanner waarmee de ontspanknop op afstand kan worden bediend. De lengte van het snoer is 0,5 m. Flitsertoebehoren ƃ Automatische flitser SEF-36PZF Dit is een automatische flitser met een maximaal richtgetal van 36 (ISO 100/m). De flitser heeft de volgende functies: slave-flitssynchronisatie, flitsen met contrastregelingsynchronisatie, AF-hulplicht, korte-sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen en 1e of 2e sluitergordijnsynchronisatie. [196] Optionele accessoires Cameratas ƃ Cameratas SCP-D1 Overige ƃ Onderstaande accessoires zijn gelijk aan de bij de camera geleverde accessoires. - Zoekerkapje - Oogschelp - Riem [197] Foutbericht Foutbericht Beschrijving Geheugenkaart vol De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SDgeheugenkaart of verwijder niet-benodigde opnamen. (blz. 27, blz. 73). Mogelijk kunt u de opname opslaan door het kwaliteitsniveau of de opnamepixels te wijzigen. (blz. 109, blz. 110) Geen beeld Er zijn geen opnamen opgeslagen op de SD-geheugenkaart. Camera kan opname niet weergeven U probeert een opname weer te geven met een indeling die niet wordt ondersteund door deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een camera van een ander merk of op uw computer. Geen geheugenkaart in camera Geheugenkaartfout Geheugenkaart is niet geformatteerd Geheugenkaart beveiligd Kaart is vergrendeld Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen Beeld is beveiligd. Rotatie informatie kan niet worden opgeslagen Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. (blz. 27) Er is een probleem met de SD-geheugenkaart, waardoor het maken en weergeven van opnamen onmogelijk is. Wellicht kan de kaart wel worden bekeken op een pc. Op de camera is dit niet mogelijk. De SD-geheugenkaart die u hebt geïnstalleerd, is niet geformatteerd of op een computer of ander apparaat en is niet compatibel met deze camera. Te gebruiken na formattering met de camera. Er is een vergrendelde SD-geheugenkaart in de camera geplaatst. Ontgrendel de SD-geheugenkaart. (blz. 28) De geselecteerde gedraaide opname is beveiligd. Verwijder de beveiliging van de opname. Kaart niet bruikbaar De geplaatste kaart is onbruikbaar in een camera. Plaats een bruikbare kaart. Batterij leeg De batterij is uitgeput. Plaats nieuwe batterijen in de camera. (blz. 23) Onvoldoende batterij vermogen om Sensor te reinigen Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de CCD wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft. Plaats een nieuwe batterij of gebruik een netvoedingsadapter. (blz. 26) [198] Foutbericht Foutbericht Beschrijving Beeldmap kon niet gemaakt worden Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer (9999) is gebruikt, er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-geheugenkaart of formatteer de kaart. (blz. 160) De opname is niet opgeslagen De opname kan niet worden opgeslagen vanwege een fout met de SD-geheugenkaart. Instellingen niet opgeslagen Het DPOF-instellingenbestand kon niet worden opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is. Verwijder niet gewenste opnamen en stel DPOF opnieuw in. (blz. 73) RAW opnamen kunnen niet worden ingesteld RAW-opnamen worden niet ondersteund Geen beeld om te filteren Deze opname kan niet worden gefilterd Geen DPOF-bestanden DPOF kan niet worden gebruikt op RAW-opnamen. RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. Wanneer een digitaal filter wordt ingeschakeld vanuit het menu [PB Weergeven], verschijnt deze melding wanneer alle opgeslagen opnamen RAW-bestanden zijn of opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera. Deze melding verschijnt wanneer een digitaal filter wordt geactiveerd vanuit het functiemenu voor opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera. Geen bestand ingesteld met DPOF. Stel DPOF in en druk af. (blz. 79) Printerfout De printer meldt een fout en het bestand kan niet worden afgedrukt. Herstel de fout en druk af. Geen papier in de printer Het papier in de printer is op. Plaats papier in de printer en druk af. Geen inkt in de printer De inkt in de printer is op. Vervang inkt en druk af. Papier in printer vastgelopen Er is papier in de printer vastgelopen. Verwijder het vastgelopen papier en druk af. Gegevensfout Er is een gegevensfout opgetreden tijdens het afdrukken. [199] Problemen oplossen We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum. Probleem Oorzaak Batterij is niet geplaatst Camera gaat niet aan Batterij is niet juist geplaatst Batterijen bijna leeg Flitser wordt opgeladen De sluiter ontspant Geen vrije ruimte op niet SD-geheugenkaart De camera is bezig met opslaan Oplossing Controleer of de batterij is geplaatst. Zo niet, plaats batterijen. Controleer of batterij correct is geplaatst.Plaats batterij opnieuw volgens de poolaanduidingen ճմ. (blz. 23) Plaats een opgeladen batterij of gebruik de netvoedingsadapter (D-AC10, optional). (blz. 26) Wacht tot het opladen gereed is. Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende vrije ruimte of wis overbodige opnamen. (blz. 27, blz. 73) Wacht tot opslaan gereed is. De autofocus kan niet goed scherpstellen op onderwerpen met een laag contrast (lucht, witte muren), donkere kleuren, Het onderwerp kan moeilijk worden scherpgesteld ingewikkelde patronen, onderwerpen die snel bewegen of landschappen die door een raam of netpatroon worden gefotografeerd. Stel scherp op een ander onderwerp op dezelfde afstand (druk de ontspanknop tot halverwege in), richt vervolgens op het onderwerp en druk de ontspanknop helemaal in. Gebruik anders de handmatige scherpstelling. (blz. 125) Plaats onderwerp in scherpstelkader in de zoeker. De autofocus werkt niet. Onderwerp bevindt zich niet in scherpstelveld Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt, richt u de Onderwerp is te dichtbij Neem meer afstand tot het onderwerp en maak een opname. De autofocus werkt niet. Scherpstelfunctie is ingesteld op MF Zet de scherpstelfunctieknop op AF . (blz. 118) Scherpstelfunctie is ingesteld op AF.C (Continue opname) Zet de scherpstelfunctieknop op opname). (blz. 121) camera op het onderwerp en vergrendelt u de scherpstelling (houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt). Kader het beeld vervolgens opnieuw uit en druk de ontspanknop helemaal in. (Enkelbeeld De opnamefunctie is Stel de opnamefunctie in op een andere functie dan O ingesteld op (Opname (Opname bewegend onderwerp). (blz. 45) bewegend onderwerp) [200] Problemen oplossen Probleem Oorzaak Oplossing Het belichtingsgeheugen is Het niet beschikbaar wanneer Gebruik het belichtingsgeheugen bij een andere instelling belichtingsgeheug dan M (Handmatig) of B (Tijdopname). M (Handmatig) of B en werkt niet (Tijdopname) is ingesteld. Wanneer de flitser is ingesteld op [Auto ontladen] of [Auto+ Anti Rode Ogen], gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht is. Ingebouwde flitser gaat niet af Zet de flitser op [Auto ontladen] of [Manual + Anti Rode Ogen]. (blz. 49) De functiekiezer staat Zet de functiekiezer op een andere stand dan is ingesteld op FO UIT]. (blz. 45) [Flits UIT] [Flits (Scène)-modus wordt ingesteld op Zet de -modus op een andere instelling dan (Nachtopname), (Nachtopname), (Zonsondergang), (Kaarslicht) (Zonsondergang), of (Museum) (blz. 47) (Kaarslicht) of (Museum) Het powerzoomsysteem werkt niet. USB-aansluiting met computer werkt niet correct* USB-aansluiting met printer werkt niet correct De camera heeft geen powerzoomfunctie. Zoom handmatig. (blz. 48) De overdrachtswijze is ingesteld op [PictBridge]. Stel de overdrachtswijze in op [PC]. Er is een fout opgetreden tijdens het verzenden van USB-gegevens. Wijzig de overdrachtswijze naar [PC-F]. De overdrachtswijze is ingesteld op [PC] of [PC-F]. Stel de overdrachtswijze in op [PictBridge]. (blz. 84) * In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren door statische elektriciteit. Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u ze opnieuw. Zet vervolgens de camera aan en schakel deze weer uit terwijl u de ontspanknop ingedrukt houdt. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig. * Raadpleeg de software-instructies voor meer informatie over het aansluiten van de camera op een pc. (blz. 173) [201] Problemen oplossen ƈ Controleer het volgende als de USB-aansluiting niet (goed) werkt. [Situatie 1] De USB-kabel is niet aangesloten of u gebruikt een kabel die niet aan de specificaties voldoet. ƍ Gebruik een USB-kabel die aan de specificaties voldoet. [Situatie 2] De camera wordt niet herkend door uw pc. Soms wordt de camera weergegeven onder [Onbekende apparaten] in Apparaatbeheer. ƍ Schakel de camera uit, verwijder de USB-kabel, sluit de USB-kabel opnieuw aan en schakel vervolgens de camera in. [Situatie 3] Er is een onverwachte fout opgetreden tijdens de overdracht van bestanden. ƍ Schakel de camera uit en weer in. Draag het bestand opnieuw over. [Situatie 4] Wanneer u een USB-hub gebruikt. ƍ Er kan een probleem zijn bij het aansluiten van de camera aan de PC via de USBhub als de PC en de hub niet compatibel zijn. Sluit zo mogelijk de camera rechtstreeks aan op de PC. [Situatie 5] Zijn er andere USB-kabels aangesloten op de PC? ƍ De camera werkt mogelijk niet goed als deze op de PC wordt aangesloten via een andere USB-kabel In dat geval koppelt u de andere USB-kabel los en sluit u slechts één USB-kabel aan op de camera. [Situatie 6] Als ik Apparaatbeheer open (door op Start ƍ (Settings) ƍ Control Panel ƍ (Performance and Maintenance) ƍ System ƍ (Hardware) ƍ Device Manager), staat de vermeldingè Unknown Devices éofè Other Devices émet een geel vraagteken (?) naast sommige apparaten of staat bij sommige apparaten een uitroepteken (!). ƍ Klik met de rechtermuisknop op het apparaat met het vraagteken (?) of uitroepteken (!) en selecteer "Verwijderen". Start de PC opnieuw op en sluit de camera opnieuw aan. Bij een PC met Windows 98 verwijdert u tevens het camerastuurprogramma, start u de PC opnieuw op en installeert u het camerastuurprogramma opnieuw. [202] Problemen oplossen [Situatie 7] In sommige antivirusprogramma's (Norton Anti Virus, V3, enz.), herkent de computer de camera mogelijk niet als verwisselbare schijf. ƍ Stop de antivirusprogramma's en sluit de camera aan op de computer. Raadpleeg de informatie bij het antivirusprogramma over hoe u het programma kunt sluiten. [Situatie 8] Als een pc die is aangesloten op de camera niet langer reageert tijdens het opstarten van Windows. ƍ In dat geval koppelt u de pc en de camera los. Windows wordt nu opgestart. Als dit probleem zich blijft voordoen, schakelt u de USB-ondersteuning voor oudere systemen uit en start u de pc opnieuw op. De USB-ondersteuning voor oudere systemen is te vinden in het instellingsmenu voor het BIOS. (Het instellingsmenu voor het BIOS verschilt van pc-fabrikant tot pc-fabrikant en sommige BIOS-menu's bevatten geen USB-ondersteuning voor oudere systemen). Als u het menu niet zelf kunt wijzigen, neemt u contact op met de pc-fabrikant of met de fabrikant van het BIOS. [Situatie 9] De camera is aangesloten aan de USB-poort die zich aan de voorkant van de computer bevindt. ƍ Wanneer de camera aan de USB-poort aan de voorkant van de computer aangesloten is, kan het voorkomen dat de computer de camera niet herkent. Sluit de camera aan de USB-poort aan de achterkant van de computer aan. [203] Belangrijkste technische gegevens Beeldsensor Lens Type 23.5mm x 15.7mm CCD Effectief aantal pixels Ongeveer 6,1 megapixels Totaal aantal pixels Ongeveer 6,3 megapixels Houder PENTAX KAF bajonet montage Bruikbare lens * Alle PENTAX-lenzen voor digitale spiegelreflexcamera's zijn beschikbaar Schneider D-XENON plus KAF2- (niet compatibel met powerzoom), KAF- en KA-vatting. Zoeker Type Penta-spiegel (beeld)zoeker, Natuurlijk-Helder-Mat focus scherm Zichtveld 96% Vergroting 0,85X (50mm F1,4 lensŋū) Dioptrie aanpassing -2.5m-1 ~ 1.5m-1 LCD-scherm Scherpteinstelling Sluiter Belichtingsbesturing Flitser Lage temperatuur polisiliconen TFT kleuren LCD monitor 2.5" (ongeveer 210 000 punten) Type TTL fase overeenstemming 5 punten breed AF Modes AF enkel (met focusvergrendeling), Handmatige focus, AF ononderbroken Type Elektronisch bestuurde verticale focusvlak sluiter Snelheid 30 ~ 1/4,000 sec. met lamp Lichtmeting systeem TTL open-lensopening 16-segment (in combinatie met lens en AF informatie) Lichtmeting : Multi, Gemiddeld met nadruk op midden, Spot Correctie ±2 (1/3EV of 1/2EV stappen) ISO-equivalent Auto, 200, 400, 800, 1600, 3200 Type Ingebouwde intrekbare P-TTL auto pop-up flash Modi Auto, handmatig, auto/rode ogen verwijderen, handmatig/rode ogen verwijderen Gids nummer 15.6 (bij ISO 200) Zichthoek Dekking 28mm groothoek (equivalent tot 35mm) Sync. Snelheid 1/180 sec. (met SEF-36PZF SAMSUNG toegewijde flash) Oplaadtijd flitser Ongeveer 3 sec. Externe flitser SEF-36PZF (optioneel) Auto, daglicht, schaduw, bewolkt, Tungsten, fluorescerend (W, Witbalans D, N), flitser, handmatig AUTO SCN, Portret, landschap, macro, bewegend object, nachtportret, portret, flitser uit, Modi Bedieningsmodi CONTINU Zelfontspanner [204] programma AE, sluiterprioriteit AE, diafragmaprioriteit AE, handmatig, belichting SCN Mode : Portret opname, Strand & sneeuw, Tekst, Zonsondergang, Kinderen, Huisdier, Kaarslicht, Museum Opnemen Enkel, Continu, automatische beugel 2.8 fps tot 5 frames (JPEG), 3 frames (RAW) 2 sec, 12 sec, afstandsbediening, afstandsbediening 3 sec Belangrijkste technische gegevens Media Bestandsindeling SD-kaart (tot 1GB gegarandeerd) RAW (PEF), JPEG (DCF), EXIF 2.21, DPOF 1.1, PictBridge 1.0 6M : 3008x2008 pixels (RAW) Beeldformaat 6M : 3008x2000, 4M : 2400x1600, 1.5M : 1536x1024 pixels (JPEG) Opslag 6M : RAW 11 Capaciteit (128MB) Superhoog 35 Hoog 70 Normaal 117 Hoog 96 Normaal 159 4M : - Superhoog 51 1.5M : - Superhoog 105 Hoog 171 Normaal 267 ſ Deze cijfers worden gemeten in de standaard Samsung omstandigheden en kunnen variëren, afhankelijk van opname condities en camera-instellingen. Beeldweergave Type 1 afbeelding, Miniaturen, Helderheid Bewerken Roteren, digitaal filter Digitaal Filter Z&W, sepia, zacht, slank, Helderheid Digitale uitgang aansluiting : USB 2.0 (HI-SPEED) Video-uitgang : NTSC, PAL (door gebruiker te selecteren) Interface Ingang aansluiting voor gelijkstroomvoeding : DC 6.5V, 3.0A 4xAA Alkaline, Lithium, Ni-MH, 2 x CR-V3 (Lithium) batterijen Stroomvoorziening Afmetingen (WxHxD) 125x92.5x67mm (met uitzondering van de projectieonderdelen van de camera) Gewicht 470g (zonder batterijen en kaart) Gebruikstemperatuur 0 tot 40 °C Luchtvochtigheid bij gebruik Software 5 ~ 85% Stuurprogramma camera Storage Driver (Windows 2000/ME/XP, Mac OS 9.0 of hoger) Toepassing Digimax Master * Specificaties kunnen zonder voorafgaande waarschuwing worden gewijzigd. * Alle handelsmerken zijn het eigendom van hun respectievelijke houders. * Accessories for PENTAX DSLR can be used with SAMSUNG DSLR. [205] Verklarende woordenlijst AdobeRGB Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele software, lijken de kleuren lichter. Autobelicht. (Lichtmeting automatische belichting) De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Selecteer op deze camera uit [Multi-segment meting], [Nadruk op het midden] en [Spotmeting]. Diafragma Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert. Auto Bracket (Automatisch belichtingstrapje) Voor het automatisch wijzigen van de opname-instellingen. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht en de derde overbelicht. Helderheid Overbelichte gebieden in de opname verliezen contrast en lijken wit. Camerabewegingen (waas/onscherpte) Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd. Voorkom camerabewegingen door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te gebruiken en de sluitertijd te verkorten. U kunt ook een statief gebruiken om de camera te stabiliseren. Gebruik de zelfontspanner, de afstandsbediening en de draadontspanner om bewegingen van de camera te voorkomen. CCD (Charge Coupled Device) Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische signalen. [206] Verklarende woordenlijst Kleurruimte Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt [sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB. Kleurtemperatuur Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht. Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. DCF (Design Rule for Camera File System) Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Scherptediepte Scherptegebied. Dit is afhankelijk van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief en de afstand tot het onderwerp. Selecteer bijvoorbeeld een lagere diafragmawaarde om de scherptediepte te vergroten of een hogere diafragmawaarde om de scherptediepte te verminderen. DPOF (Digital Print Order Format) Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die DPOF-afdrukken maakt. LW (belichtingswaarde) De belichtingswaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd. LW-correctie Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en diafragmawaarde te wijzigen. Exif (Exchangeable image file format voor digitale fotocamera’s) Standaard voor bestandsindelingen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Scherpstelpunten Positie in de zoeker die de scherpstelling bepaalt. [207] Verklarende woordenlijst Histogram Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het aantal pixels. Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname wilt controleren. JPEG Methode voor beeldcompressie. Een opname wordt opgeslagen in de indeling JPEG wanneer het kwaliteitsniveau wordt ingesteld op (Best), (Beter) of (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd. ND-filter (Neutrale densiteit) Een filter met veel verzadigingsniveaus waarmee de helderheid wordt aangepast zonder dat de opname zelf wordt gewijzigd. Ruisonderdrukking Bewerking voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd. NTSC, PAL Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord- Amerika en ZuidKorea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China. Kwaliteitsniveau Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname. Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt. De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt. RAW-gegevens Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Na het fotograferen moeten per opname individuele instellingen worden gekozen zoals witbalans, contrast, kleurtoon en scherpte. RAW-gegevens zijn 12 bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8 bits JPEG- en TIFFgegevens. Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling (JPEG / TIFF). [208] Verklarende woordenlijst Opnamepixels Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt. Gevoeligheid De hoeveelheid licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis. Sluitertijd De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CCD. De hoeveelheid licht die op de CCD valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen. sRGB (Standaard RGB) Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC (International Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif. Vignettering Vignettering treedt op wanneer delen van opnamen zwart worden omdat het onderwerp is geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel geblokkeerd was. Witbalans Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast om overeen te komen met de lichtbron, zodat het onderwerp de juiste kleur krijgt. [209] Correcte verwijdering van dit product Correcte verwijdering van dit product (elektrische & elektronische afvalapparatuur) Dit merkteken op het product of het bijbehorende informatiemateriaal duidt erop dat het niet met ander huishoudelijk afval verwijderd moet worden aan het einde van zijn gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u dit product van andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd. Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit product hebben gekocht of met de gemeente waar ze onen om te vernemen waar en hoe ze dit product milieuvriendelijk kunnen laten recyclen. Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene voorwaarden van de koopovereenkomsten nalezen. Dit product moet niet worden gemengd met ander bedrijfsafval voor verwijdering. Waarschuwing van FCC ҮTests hebben aangetoond dat dit apparaat voldoet aan de grenswaarden voor een digitaal apparaat van Klasse B volgens artikel 15 van de FCC-voorschriften. Deze grenswaarden zijn ontworpen om bescherming te bieden tegen schadelijke interferentie in commerciële installaties. Dit apparaat genereert, absorbeert en straalt RF-energie (Radio Frequentie) uit. Als het apparaat niet wordt geïnstalleerd en gebruikt volgens de instructies, kan dit leiden tot verstoring van het radioverkeer. Er is echter geen garantie dat er in sommige gevallen geen interferentie zal optreden. Als er toch interferentie optreedt terwijl het apparaat in werking is, probeert u één of meer van de volgende maatregelen. ƈWijzig de locatie en richting van uw antenne. ƈVergroot de afstand tussen de camera en het apparaat waarvan de werking wordt verstoord. ƈGebruik een andere aansluiting op het desbetreffende apparaat. ƈNeem contact op met een vertegenwoordiger van Samsung of met een radio/ TV-installateur. ҮDit apparaat voldoet aan artikel 15 van de FCC-voorschriften. ҮDoor wijzigingen of aanpassingen die niet uitdrukkelijk door de verantwoordelijke conformiteitsinstantie zijn goedgekeurd, kan de gebruiker zijn of haar bevoegdheid voor het gebruik van de apparatuur verliezen. [210] MEMO [211] MEMO [212] SAMSUNG TECHWIN CO., LTD. OPTICS & DIGITAL IMAGING DIVISION 145-3, SANGDAEWON 1-DONG, JUNGWONGU, SUNGNAM-CITY, KYUNGKI-DO, KOREA 462-121 TEL : (82) 31-740-8086, 8088, 8090, 8092, 8099 FAX : (82) 31-740-8398 www.samsungcamera.com SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS AMERICA, INC. HEADQUARTERS 40 SEAVIEW DRIVE, SECAUCUS, NJ07094, U.S.A. TEL : (1) 201-902-0347 FAX : (1) 201-902-9342 WESTERN REGIONAL OFFICE 18600 BROADWICK ST., RANCHO DOMINGUEZ, CA 90220, U.S.A. TEL : (1) 310-900-5263/5264 FAX : (1) 310-537-1566 www.samsungcamerausa.com SAMSUNG FRANCE S.A.S. BP 51 TOUR MAINE MONTPARNASSE 33, AV .DU MAINE 75755, PARIS CEDEX 15, FRANCE HOTLINE PHOTO NUMÉRIQUE : 00 800 22 26 37 27(Numéro Vert-Appel Gratuit) TEL : (33) 1-4279-2200 FAX : (33) 1-4320-4510 www.samsungphoto.fr SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS GMBH AM KRONBERGER HANG 6 D-65824 SCHWALBACH/TS., GERMANY TEL : 49 (0) 6196 66 53 03 FAX : 49 (0) 6196 66 53 66 www.samsungcamera.de TIANJIN SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS CO.,LTD. 7 PINGCHANG ROAD NANKAI DIST., TIANJIN P.R CHINA POST CODE:300190 TEL : (86) 22-2761-4599 FAX : (86) 22-2769-7558 www.samsungcamera.com.cn SAMSUNG OPTO-ELECTRONICS UK LIMITED SAMSUNG HOUSE 1000 HILLSWOOD DRIVE HILLSWOOD BUSINESS PARK CHERTSEY KT16 OPS U.K. TEL : 00800 12263727 (free for calls from UK only) UK Service Hotline : 01932455320 www.samsungcamera.co.uk RUSSIA INFORMATION CENTER SAMSUNG ELECTRONICS 117545 ST. DOROZHNAYA BUILDING 3, KORPUS 6, ENTRANCE 2, MOSCOW, RUSSIA TEL : (7) 095-363-1700 CALL FREE : (8) 800 200 0 400 (from Russia only) www.samsungcamera.ru ҧ Internet address - http : //www.samsungcamera.com/ The CE Mark is a Directive conformity mark of the European Community (EC) 6806-3268 ">
/
ડાઉનલોડ કરો
માત્ર એક મૈત્રીપૂર્ણ રીમાઇન્ડર. તમે અહીં જ દસ્તાવેજ જોઈ શકો છો. પરંતુ સૌથી મહત્વપૂર્ણ બાબત એ છે કે, અમારા AI એ તેને પહેલેથી જ વાંચી લીધો છે. તે જટિલ બાબતોને સરળ શબ્દોમાં સમજાવી શકે છે, કોઈપણ ભાષામાં તમારા પ્રશ્નોના જવાબ આપી શકે છે અને તમને સૌથી લાંબા અથવા સૌથી જટિલ દસ્તાવેજોને પણ ઝડપથી નેવિગેટ કરવામાં મદદ કરી શકે છે.
જાહેરાત