HP Color LaserJet CM4730 Multifunction Printer series Gebruikershandleiding
Reklaam
Reklaam
HP geïntegreerde webserver
Gebruikershandleiding
Copyright en garantie
© 2007 Copyright Hewlett-Packard
Development Company, L.P.
Verveelvoudiging, bewerking of vertaling zonder voorafgaande schriftelijke toestemming is verboden, behalve zoals toegestaan door het auteursrecht.
De informatie in dit document kan zonder kennisgeving worden gewijzigd.
De enige garantie voor producten en services van HP wordt uiteengezet in de garantieverklaring die bij dergelijke producten en services wordt geleverd. Niets in deze verklaring mag worden opgevat als een aanvullende garantie. HP is niet aansprakelijk voor technische of redactionele fouten of weglatingen in deze verklaring.
Handelsmerken en credits
Adobe® en PostScript® zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
Microsoft® en Windows® zijn in de VS geregistreerde handelsmerken van
Microsoft Corp.
Edition 2, 2/2007
Inhoudsopgave
2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS
Een bestand afdrukken of firmware bijwerken vanuit het scherm Afdrukken .................... 27
3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen
NLWW iii
Verificatiebeheer configureren voor Kerberos-verificatie .................................. 56
Adresinstellingen configureren voor Kerberos-verificatie .................................. 56
Gebruik het MFP-bedieningspaneel voor Kerberos-verificatie .......................... 57
4 Opties voor digitaal versturen instellen
Verplichte gegevens en limieten voor records .................................................. 94
Een importbestand maken met Microsoft Outlook ............................................ 94
5 Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad Netwerk
iv NLWW
6 Overige koppelingen als hulpbron gebruiken
NLWW v
vi NLWW
Lijst van tabellen
NLWW vii
viii NLWW
Lijst van afbeeldingen
NLWW ix
x NLWW
1 Overzicht
NLWW 1
Wat is een geïntegreerde webserver?
Een webserver biedt een omgeving waarin webprogramma's kunnen worden uitgevoerd op dezelfde manier als een besturingssysteem, zoals Microsoft® Windows®, een omgeving biedt waarbinnen programma's op uw computer kunnen worden uitgevoerd. Een webbrowser, zoals Microsoft Internet
Explorer, Apple Safari of Mozilla Firefox, kan de gegevens van een webserver weergeven.
Een geïntegreerde webserver bevindt zich op een hardwareapparaat (zoals een printer) in de firmware en is geen software die van een netwerkserver is gedownload.
Het voordeel van een geïntegreerde webserver is dat deze beschikt over een productinterface die iedereen met een op een netwerk aangesloten computer en een standaardwebbrowser kan openen en gebruiken. Er hoeft hiervoor geen software te worden geïnstalleerd of geconfigureerd.
Met de HP geïntegreerde webserver (HP EWS) kunt u informatie over de apparaatstatus bekijken, instellingen wijzigen en het product op uw computer beheren.
OPMERKING: In deze handleiding worden de woorden "product" en "apparaat" afwisselend gebruikt. Wanneer producten of apparaten in deze handleiding worden genoemd, heeft de informatie betrekking op HP LaserJet printers of MFP's (multifunctionele randapparaten), of op
HP Digital Senders. Raadpleeg de documentatie die bij uw product is geleverd voor specifieke informatie betreffende de functies die door uw printer, MFP of Digital Sender worden ondersteund.
Functies
U kunt de HP EWS gebruiken om de product- en netwerkstatus te bekijken en om de afdrukfuncties van uw computer te beheren, in plaats van het bedieningspaneel van het product te gebruiken. U kunt de volgende taken uitvoeren met de HP EWS:
● Berichten op het bedieningspaneel en informatie over de productstatus bekijken.
● De resterende levensduur voor alle benodigdheden bepalen en specifieke bestelinformatie voor benodigdheden configureren.
● Toegang krijgen tot de pagina voor technische ondersteuning van uw product.
● Toegang krijgen tot specifieke ondersteuning voor recente productgebeurtenissen.
● Maximaal vijf extra koppelingen naar andere websites toevoegen of koppelingen aanpassen.
● Productconfiguratie, bijvoorbeeld ladeconfiguraties, bekijken en wijzigen.
● De netwerkconfiguratie bekijken en wijzigen.
● Informatiepagina's, zoals de Configuratiepagina, bekijken en afdrukken.
● Waarschuwingen over productgebeurtenissen, bijvoorbeeld wanneer het product bijna geen toner meer heeft, ontvangen via e-mail. Maximaal vier verschillende bestemmingslijsten instellen per gebruiker (beheerders of service), met maximaal twintig ontvangers per lijst.
● De taal selecteren waarin de schermen van de HP EWS weergegeven moeten worden.
● Naar een HP-product afdrukken zonder de printerdriver van het apparaat te installeren.
● Energie besparen door de sluimervertraging in te stellen, zodat het apparaat naar de sluimermodus schakelt wanneer het een tijd niet wordt gebruikt.
2 Hoofdstuk 1 Overzicht NLWW
● Voor elke dag wektijden instellen zodat het apparaat klaar is met initialiseren en kalibreren wanneer u het wilt gebruiken.
● Informatie over de configuratie van het apparaat en het gebruik van de benodigdheden regelmatig naar uw serviceprovider verzenden.
HP Web Jetadmin en de HP geïntegreerde webserver
HP Web Jetadmin is een hulpprogramma voor systeembeheer op het web dat u met een webbrowser kunt gebruiken. Samen komen de HP EWS en HP Web Jetadmin tegemoet aan al uw behoeften op het gebied van productbeheer. U kunt de software gebruiken om netwerkproducten effectief te installeren en beheren. Netwerkbeheerders kunnen de netwerkapparatuur op bijna elke afstand beheren.
De HP EWS biedt een eenvoudige, gemakkelijk te gebruiken oplossing voor één-op-één-productbeheer in omgevingen met een beperkt aantal producten. Echter, in omgevingen met meerdere producten wilt u wellicht HP Web Jetadmin gebruiken voor het beheer van productgroepen. Met HP Web Jetadmin kunt u meerdere apparaten tegelijk detecteren, beheren en configureren.
HP Web Jetadmin is te downloaden vanaf de online ondersteuningspagina van HP (HP Web Jetadmin www.hp.com/go/webjetadmin ).
NLWW Wat is een geïntegreerde webserver?
3
Systeemvereisten
Om de HP EWS te kunnen gebruiken, hebt u de volgende componenten nodig:
● Een ondersteunde webbrowser. Onder andere de volgende browsers ondersteunen geïntegreerde webservers:
● Konqueror 3.5 of later
● Microsoft Internet Explorer 6.0 of later
● Mozilla Firefox 1.0 of later
● Opera 9.0 of later
● Safari 1.0 of later
● Een TCP/IP-netwerkaansluiting (Transmission Control Protocol/Internet Protocol).
● Een HP Jetdirect-printserver (geïntegreerde of verbeterde invoer/uitvoer [EIO]) geïnstalleerd in het product.
4 Hoofdstuk 1 Overzicht NLWW
De HP geïntegreerde webserver openen
Volg de onderstaande procedure om de HP EWS te openen.
OPMERKING: U kunt de schermen van de HP EWS niet bekijken van buiten een firewall.
1.
Open uw ondersteunde webbrowser.
2.
Typ het IPv4- of IPv6-TCP/IPadres dat aan het product is toegewezen, de hostnaam of de geconfigureerde hostnaam in het veld Adres of Ga naar . Hieronder volgen een paar voorbeelden:
● IPv4 TCP/IP-adres: http://192.168.1.1
● IPv6 TCP/IP-adres: http://[2001:0ba0:0000:0000:0000:0000:0000:1234]
● Hostnaam: npiXXXXXX
Als u het TCP/IP-adres van het product niet weet, kunt het vinden via het menu van het bedieningspaneel of door een configuratiepagina af te drukken. Raadpleeg voor meer informatie de gebruikershandleiding die bij het apparaat is geleverd.
OPMERKING: De HP geïntegreerde webserver voor het apparaat ondersteunt IPv6 op de tabbladen Informatie , Instellingen en Netwerk . Het tabblad Digitaal versturen ondersteunt echter alleen IPv4-adresconfiguratie.
NLWW De HP geïntegreerde webserver openen 5
Aanmelden en afmelden
De HP EWS heeft schermen die kunnen worden gebruikt om productinformatie te bekijken en om de configuratieopties te wijzigen. Welke schermen en instellingen verschijnen, is afhankelijk van de manier waarop u toegang hebt tot de HP EWS: als een algemene gebruiker, een IT-beheerder of een serviceprovider. Deze wachtwoorden kunnen door een IT-beheerder of een serviceprovider worden aangepast.
In een HP EWS die met een wachtwoord is beveiligd, is alleen het tabblad Informatie beschikbaar voor gebruikers die zich niet aanmelden met het wachtwoord. Als geen wachtwoord is ingesteld
(standaardinstelling), zijn alle tabbladen zichtbaar.
Als een wachtwoord is ingesteld, moet u zich als IT-beheerder of serviceprovider aanmelden om toegang te krijgen tot de beveiligde tabbladen van de HP EWS ( Instellingen , Digitaal versturen en
Netwerk ).
OPMERKING: Zie
Beveiliging op pagina 45 voor informatie over het wijzigen van
wachtwoorden in de rol van IT-beheerder. Raadpleeg de servicehandleiding van het product als u serviceprovider bent.
Als beheerder aanmelden
Volg de onderstaande procedure om u als beheerder bij de HP EWS aan te melden.
1.
Klik op de koppeling Aanmelden in de rechterbovenhoek van het scherm nadat u de EWS hebt geopend.
Het dialoogvenster Netwerkwachtwoord invoeren verschijnt, zoals is weergegeven in de volgende afbeelding. Het uiterlijk van het aanmeldingsvenster is afhankelijk van uw besturingssysteem en browser.
Afbeelding 1-1 Dialoogvenster Voer een netwerkwachtwoord in
2.
Voer admin als gebruikersnaam in, voer uw wachtwoord in en klik vervolgens op OK .
6 Hoofdstuk 1 Overzicht NLWW
Afmelden als beheerder
Volg de onderstaande procedure om u af te melden.
1.
Klik op de koppeling Afmelden .
2.
Sluit de browser om het afmelden te voltooien.
VOORZICHTIG: Wanneer u de browser niet afsluit, blijft de verbinding met de HP EWS in stand. Dit kan beveiligingsrisico's tot gevolg hebben.
NLWW Aanmelden en afmelden 7
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren
U kunt door de schermen van de HP EWS bladeren door op een van de tabbladen te klikken (zoals
Informatie of Instellingen ). Klik vervolgens op een van de menu's op de navigatiebalk die u aan de linkerzijde van het scherm kunt vinden.
In de volgende afbeelding en tabel wordt informatie over de schermen van de HP EWS gegeven.
OPMERKING: Het uiterlijk van de schermen van de HP EWS kan verschillen van de afbeeldingen in deze gebruikershandleiding. Dit is afhankelijk van de kenmerken van het product en de instellingen die door uw IT-beheerder zijn aangebracht.
Afbeelding 1-2 Voorbeeld van een scherm van de HP EWS
Tabel 1-1 HP geïntegreerde webserver
Onderdeel Kenmerk van het scherm van de
HP EWS
Omschrijving
1 Productnaam en TCP/IPadres
Hier vindt u de productnaam en het IP-adres.
Meer informatie
8 Hoofdstuk 1 Overzicht NLWW
NLWW
Tabel 1-1 HP geïntegreerde webserver (vervolg)
Onderdeel Kenmerk van het scherm van de
HP EWS
Omschrijving
2 Tabbladen
Meer informatie
Tabblad Informatie Hierop kunt u informatie over het product bekijken.
U kunt het product niet configureren met de schermen op dit tabblad.
Zie
De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS op pagina 11 .
Tabblad Instellingen Gebruik de functies op dit tabblad om het product te configureren.
Tabblad Digitaal versturen
Gebruik de functies op dit tabblad om de digitale verzendopties te configureren.
Zie
schermen van het tabblad Instellingen op pagina 29
Zie
Het product configureren vanaf de
Opties voor digitaal versturen instellen op pagina 75 .
3
4
Menu's
Overige koppelingen
OPMERKING:
Zodra de Digital
Sending Software
(HP DSS) is geïnstalleerd, moeten de digitale verzendopties worden geconfigureerd met behulp van de HP MFP DSS
Configuration
Utility.
Tabblad Netwerk Hierop kunt u de netwerkstatus bekijken en de netwerkinstellingen configureren.
Zie
Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad Netwerk op pagina 105 .
Verschilt per tabblad Klik op een tabblad om de menu's weer te geven.
hp instant support Hiermee gaat u naar een set bronnen op het web waarmee u specifieke problemen kunt oplossen en waar u kunt bekijken welke extra services er voor uw HP-product beschikbaar zijn.
● Zie
Overige koppelingen als hulpbron gebruiken op pagina 109 .
●
●
Zie
Zie
hp instant support op pagina 110 .
Productondersteuning op pagina 112 .
Benodigdheden bestellen
Ga naar Internet om originele HPbenodigdheden voor uw
HP-product te bestellen.
● Zie
Servicecontract op pagina 113 .
Productondersteuning
Gebruik de specifieke informatie over uw product op de HP-website om een probleem op te lossen.
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren 9
Tabel 1-1 HP geïntegreerde webserver (vervolg)
Onderdeel Kenmerk van het scherm van de
HP EWS
Omschrijving
5
6
Afmelden/ aanmelden
Scherm
Afhankelijk van soort gebruiker
Aanmelding als ITbeheerder of serviceprovider.
Afhankelijk van het menuonderdeel
Klik op een menuonderdeel om een scherm weer te geven.
Meer informatie
Zie
Aanmelden en afmelden op pagina 6
.
●
Zie De productstatus bekijken op de informatieschermen van de
.
● Zie
Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad
●
Zie Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad
10 Hoofdstuk 1 Overzicht NLWW
2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS
De schermen van het tabblad Informatie zijn alleen voor informatieve doeleinden bestemd. U kunt het apparaat niet vanaf deze schermen configureren. Als u het apparaat wilt configureren via HP EWS, gaat u naar
Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen op pagina 29
.
OPMERKING: Sommige producten ondersteunen niet alle bovengenoemde schermen.
NLWW 11
Status apparaat
Gebruik het scherm Status apparaat om de huidige status van het product te bekijken. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 2-1 Scherm Status apparaat
Tabel 2-1 Status apparaat
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
5
6
7
HP EWS-tabbladen en -menu's
Status
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Geeft de apparaatstatus weer (dezelfde informatie verschijnt ook op het display van het bedieningspaneel).
Knoppen op het bedieningspaneel
Als het nodig is dat de gebruiker ingrijpt, wordt er in dit gedeelte een Helpafbeelding weergegeven met aanwijzingen in een pop-upvenster.
Gebruik de knoppen op het bedieningspaneel zoals u ze zou gebruiken op het product. Ga naar het scherm Beveiliging op het tabblad Instellingen om te selecteren welke knoppen op het bedieningspaneel op dit scherm verschijnen.
Benodigdheden
Media
Geeft het percentage van de resterende levensduur weer voor elk onderdeel.
Details benodigdheden Hiermee wordt het scherm Status benodigdheden geopend, waar u informatie kunt bekijken over de benodigdheden van het apparaat.
Geeft de status- en configuratiegegevens voor de invoerladen en uitvoerbakken weer.
Instellingen wijzigen
De mediastatus is OK tot de lade volledig leeg is. Wanneer de lade leeg is, wordt de status Leeg weergegeven.
Hiermee gaat u naar het tabblad Instellingen , waar u instellingen voor het apparaat kunt configureren.
12 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Configuratiepagina
Gebruik het scherm Configuratiepagina om de huidige productinstellingen te bekijken, printerproblemen op te lossen en de installatie van optionele accessoires, zoals de DIMM's (dual inline memory modules) te controleren. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 2-2 Scherm Configuratiepagina – 1 van 2
Configuratiepagina 13
Afbeelding 2-3 Scherm Configuratiepagina – 2 van 2
Tabel 2-2 Configuratiepagina
Onderdeel
1
2
3
4
Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Apparaatgegevens Geeft het serienummer, de versienummers en overige informatie voor het apparaat weer.
Opties Geeft informatie over optionele accessoires en configuraties weer. De volgende informatie wordt weergegeven:
● Versie en TCP/IP-adres van alle netwerkapparatuur die is aangesloten op het product (Jetdirect of interne Jetdirect).
Geheugen
● Alle printertalen die geïnstalleerd zijn (zoals PCL (printer command language) en PS (PostScript®)).
● Geeft opties weer die in elke DIMM-sleuf en EIO-sleuf zijn geïnstalleerd.
● USB-apparaten die aangesloten kunnen worden op een printer die als host USB-controller dienst doet, bijv. apparaten voor massaopslag, kaartlezers of toetsenblokken.
Geeft informatie over het geheugen, PCL DWS (Driver Work Space) en bronopslaginformatie.
14 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Tabel 2-2 Configuratiepagina (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
5 Beveiliging
6
7
8
Papierladen en -opties
Kalibratie-informatie
Kleurdichtheid
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Geeft informatie over vergrendeling van het bedieningspaneel, opties voor schrijfbeveiliging van de schijf en direct connect-poorten (USB of parallel).
U kunt de status van direct connect-poorten wijzigen via het tabblad
Instellingen op het scherm Beveiliging door het selectievakje Direct
Ports uitschakelen in of uit te schakelen.
Geeft het formaat en soort afdrukmateriaal weer dat voor elke lade in het product is gespecificeerd. Als een duplexeenheid of een andere accessoire voor papierverwerking is geïnstalleerd op het product, wordt de informatie over deze apparaten hier ook weergegeven.
Weergave van de paginatelling bij de laatste CPR (kleurvlakregistratie), datum van de laatste CPR paginatelling, de laatste DMax-/DHalfpaginatelling (in motorcycli) en datum van de laatste DMax-/DHalfpaginatelling.
Kleurvlakregistratie vindt plaats wanneer nieuwe printcartridges worden geïnstalleerd om te compenseren voor mogelijke lichte variaties in cartridgeomvang.
DMax is een dichtheidskalibratie van elke kleur in de printcartridge bij een dekking van 100%. DHalf is ook een dichtheidskalibratie van elke kleur in de printcartridge, maar als halftoon in plaats van verzadigde kleur. Tijdens het afdrukken van de halftoon worden de tonerdots verspreid, waardoor de dekkingsgraad minder dan 100% bedraagt.
Weergave van de waarden voor hoge lichten, middentinten en schaduwen van cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK).
NLWW Configuratiepagina 15
Status benodigdheden
Het scherm Status benodigdheden geeft gedetailleerde informatie over de benodigdheden weer en toont onderdeelnummers voor de originele HP-benodigdheden. (Wanneer u nieuwe producten bestelt, is het handig het onderdeelnummer bij de hand te hebben.) In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 2-4 Scherm Status benodigdheden
Tabel 2-3 Status benodigdheden
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Koppeling Benodigdheden bestellen
3 Informatie betreffende printcartridge
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Gebruik deze functie om verbinding te maken met een webpagina die het online bestellen van benodigdheden van een door u gewenste leverancier vergemakkelijkt.
Indien beschikbaar, geeft deze optie het percentage van de resterende levensduur en het geschatte aantal resterende pagina's voordat het onderdeel leeg is; het totale aantal pagina's dat is verwerkt met het
16 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Tabel 2-3 Status benodigdheden (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied onderdeel; het desbetreffende serienummer en het HP onderdeelnummer; en een indicatie of het onderdeel bijna leeg of versleten is.
Als de optie Negeren bij leeg ingeschakeld is op het bedieningspaneel van het product, verschijnt er bij een lege cartridge een bericht dat de negeeroptie ingeschakeld is.
OPMERKING: Als een cartridge wordt gebruikt die niet van
HP is, is het mogelijk dat er geen informatie over de cartridge beschikbaar is. Daarnaast kan er een waarschuwing op het scherm verschijnen over de risico's van het gebruik van onderdelen die niet van HP zijn. Er is dan geen verdere informatie over de status van de cartridge beschikbaar.
4 Informatie betreffende de levensduur van de benodigdheden
Indien beschikbaar, geeft deze optie het percentage van de resterende levensduur en het geschatte aantal resterende pagina's van het onderdeel.
NLWW Status benodigdheden 17
Logbestand
Op het scherm Logbestand staan de meest recente apparaatgebeurtenissen, waaronder papierstoringen, verwerkingsfouten en andere printerfouten. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 2-5 Scherm Logbestand
7
8
5
6
Tabel 2-4 Logbestand
Onderdeel
1
2
3
4
Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
Aantal
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Geeft de volgorde aan waarin de fouten zijn opgetreden. De laatst voorgekomen fout heeft het hoogste nummer.
Datum en tijd
Motorcycli
Geeft de datum en het tijdstip voor iedere geregistreerde gebeurtenis weer.
Geeft het aantal motorcycli weer dat het product had voltooid toen de fout optrad. Het product voltooit één motorcyclus voor iedere afgedrukte of gekopieerde pagina van Letter/A4-formaat.
Geeft het aantal motorcycli weer dat het apparaat tot heden heeft voltooid.
Huidige motorcycli
Gebeurtenis Geeft de interne gebeurteniscode aan voor elke gebeurtenis.
Omschrijving of personality Geeft een korte omschrijving van enkele gebeurtenissen.
Koppeling
Productondersteuning
Biedt toegang tot de ondersteuningswebsite van HP voor productspecifieke probleemoplossingen.
18 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Gebruikspagina
De Gebruikspagina geeft het aantal pagina's weer voor elk soort afdrukmateriaal dat door het apparaat is verwerkt alsmede het aantal dubbelzijdige pagina's. Het totale aantal wordt berekend door de som van het aantal afgedrukte pagina's te vermenigvuldigen met het aantal eenheden.
De informatie op dit scherm kan worden gebruikt om vast te stellen hoeveel toner of papier in voorraad moet blijven. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 2-6 Scherm Gebruikspagina – 1 van 2
Gebruikspagina 19
Afbeelding 2-7 Scherm Gebruikspagina – 2 van 2
Tabel 2-5 Gebruikspagina
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
4
5
6
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
Gebruiksstatistieken (equivalent) Geeft de soorten pagina's aan die zijn afgedrukt, het aantal enkelzijdige pagina's dat is afgedrukt, het aantal dubbelzijdige pagina's dat is afgedrukt en het totale aantal pagina's dat is afgedrukt.
Eenheden
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Een eenheid staat gelijk aan een standaardpagina van A4-formaat (Letterformaat). Alle overige paginaformaten worden vergeleken met dit standaardformaat. Een pagina van A4-formaat (Letter-formaat) die dubbelzijdig wordt afgedrukt, telt als twee eenheden.
Dubbelzijdig 1 afbeelding
Gebruik afdrukmodi en papierbaan (feitelijk)
Historisch overzicht van tonerdekking
"Dubbelzijdig 1 afbeelding" verwijst naar pagina's die afgedrukt worden als deel van een dubbelzijdige afdruktaak, maar die een blanco achterzijde hebben.
Geeft de verschillende afdrukmodi weer die zijn gebruikt voor afdruktaken in kleur en monochroom (zwart-wit).
Geeft de hoeveelheid gebruikte toner op een afgedrukte pagina aan.
20 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Diagnostische pagina
Het scherm Diagnostische pagina geeft informatie over kalibratie, kleurdichtheid en parameters.
NLWW
Afbeelding 2-8 Scherm Diagnostische pagina
Tabel 2-6 Diagnostische pagina
Onderdeel Gebied op het scherm
1
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Kalibratie-informatie Weergave van de paginatelling bij de laatste CPR (kleurvlakregistratie), datum van de laatste CPR paginatelling, de laatste DMax-/DHalf-paginatelling (in motorcycli) en datum van de laatste DMax-/DHalf-paginatelling.
Kleurvlakregistratie vindt plaats wanneer nieuwe printcartridges worden geïnstalleerd om te compenseren voor mogelijke lichte variaties in cartridgeomvang.
DMax is een dichtheidskalibratie van elke kleur in de printcartridge bij een dekking van 100%. DHalf is ook een dichtheidskalibratie van elke kleur in de printcartridge, maar als halftoon in plaats van verzadigde kleur. Tijdens het afdrukken van de halftoon
Diagnostische pagina 21
Tabel 2-6 Diagnostische pagina (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
3
4
Kleurdichtheid
Parameters worden de tonerdots verspreid, waardoor de dekkingsgraad minder dan 100% bedraagt.
Weergave van de waarden voor hoge lichten, middentinten en schaduwen van cyaan, magenta, geel en zwart (CMYK).
Voor kleurenapparaten zijn bepaalde motorstanden die te maken hebben met het afdrukproces en het elektrofotografisch proces essentieel bij het bepalen van de status en het functioneren van het apparaat. De elektrofotografische parameters, die worden gebruikt om stoornissen in afdrukkwaliteit op te sporen, te diagnosticeren en bij te houden, zijn ondergebracht in een binaire matrix van 272 cellen met daarin de instellingen zoals geregistreerd door de motor van het apparaat. Deze registraties worden ook onder aan het scherm Diagnostische pagina weergegeven.
22 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Apparaatgegevens
Op het scherm Apparaatgegevens wordt de volgende informatie weergegeven:
● Apparaatnaam
● Apparaatlocatie
● Activanummer
● Bedrijfsnaam
● Contactpersoon
● Productnaam
● Apparaatmodel
● Serienummer apparaat
De productnaam, het apparaatmodel en het serienummer van het apparaat worden automatisch gegenereerd. U kunt de overige gegevens op dit scherm configureren vanuit het scherm
Apparaatgegevens op het tabblad Instellingen .
NLWW
Afbeelding 2-9 Scherm Apparaatgegevens
Apparaatgegevens 23
Foto van bedieningspaneel
Op het scherm Foto van bedieningspaneel ziet u het display van het bedieningspaneel van het product zoals u dit ziet wanneer u voor het product staat. Deze weergave geeft de productstatus weer die u kan helpen bij het oplossen van problemen met het product.
OPMERKING: Het uiterlijk van het scherm is afhankelijk van uw product.
Afbeelding 2-10 Scherm Foto van bedieningspaneel
24 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Logboek kleurgebruiktaak
Gebruik het Logboek kleurgebruiktaak om gebruiksgegevens van de printer te bekijken. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Logboek kleurgebruiktaak kunt gebruiken.
NLWW
1
2
Afbeelding 2-11 Scherm Logboek kleurgebruiktaak
Tabel 2-7 Logboek kleurgebruiktaak
Onderdeel Gebied op het scherm
Apparaatgegevens
Totaalgebruik
3 Taaklogboek
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Geeft het serienummer en de naam van de printer weer.
Geeft een overzicht van de gebruiksstatistieken voor alle taken, monozijden, kleurenzijden en totaal aantal vellen.
Geeft gebruiksgegevens weer voor de geselecteerde pagina in het logboek. Het
Taaklogboek wordt gewist wanneer u het product uitzet.
Indien een harde schijf in uw product is geïnstalleerd, geeft het Taaklogboek maximaal 7400 taken weer. Indien er geen harde schijf in uw product is geïnstalleerd, geeft het Taaklogboek maximaal 32 taken weer.
Klik op Vorige of Volgende om door het logboek te bladeren. U kunt ook op het paginanummer klikken van de pagina die u wilt bekijken. De weergegeven gegevens veranderen terwijl u door het logboek bladert.
Logboek kleurgebruiktaak 25
Afdrukken
OPMERKING: Het scherm Afdrukken (en het menu Afdrukken aan de linkerzijde) is alleen beschikbaar als dit is geconfigureerd om op het tabblad Beveiliging onder het tabblad
Instellingen te verschijnen. Gebruik het scherm Beveiliging om het scherm Afdrukken uit te schakelen als u dit om beveiligingsredenen niet wilt weergeven. Zie voor meer informatie
Gebruik het scherm Afdrukken voor het afdrukken van bestanden die gereed zijn om af te drukken of voor het extern bijwerken van uw productfirmware.
U kunt het scherm Afdrukken gebruiken om één bestand per keer af te drukken vanaf een apparaat dat de HP EWS ondersteunt. Deze functie is met name handig als u een mobiele gebruiker bent, omdat u dan geen printerdriver van het product hoeft te installeren om af te drukken. U kunt dus altijd en overal afdrukken.
U kunt bestanden afdrukken die afdrukgereed zijn, zoals documenten die zijn gegenereerd met behulp van de driveroptie "Afdrukken als bestand". Bestanden die gereed zijn om af te drukken hebben gewoonlijk bestandsextensies zoals .PS (postscript), .PDF (Adobe Portable Document Format) en .PRN
(Windows Print-Ready File).
Deze functie is bijzonder handig omdat u geen extra software hoeft te installeren om de productfirmware bij te werken. Als er bijgewerkte firmwarebestanden voor uw product beschikbaar zijn, kunt u deze downloaden op de ondersteuningswebsite van uw product: www.hp.com/support/CLJCM4730mfp
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 2-12 Scherm Afdrukken
Tabel 2-8 Pagina Afdrukken
Onderdeel Gebied op het scherm
1
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
26 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
Tabel 2-8 Pagina Afdrukken (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
2 Status apparaat
3 Bestand kiezen
Geeft de apparaatstatus weer (dezelfde informatie als op het scherm Status apparaat en als in het display op het bedieningspaneel).
Drukt vanaf uw laptop, computer of netwerkserver bestanden af die gereed zijn om af te drukken (zoals .pdf- of .txt-bestanden).
Een bestand afdrukken of firmware bijwerken vanuit het scherm Afdrukken
Voer de volgende stappen uit om een bestand af te drukken of productfirmware bij te werken vanuit het scherm Afdrukken .
1.
Selecteer een bestand op uw computer of netwerk door te klikken op Bladeren om naar een bestand te gaan dat u wilt afdrukken.
2.
Klik op Toepassen .
NLWW Afdrukken 27
28 Hoofdstuk 2 De productstatus bekijken op de informatieschermen van de HP EWS NLWW
3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen
Gebruik de schermen op het tabblad Instellingen om het apparaat vanaf uw computer te configureren.
NLWW 29
Apparaat configureren
U kunt het scherm Apparaat configureren gebruiken om de pagina's met apparaatgegevens af te drukken en om het apparaat op afstand te configureren.
De menu's op dit scherm lijken op de menu's die beschikbaar zijn op het bedieningspaneel van uw apparaat. Sommige van de bedieningspaneelmenu's van het product zijn niet beschikbaar vanaf de
HP EWS. Zie de documentatie die bij uw apparaat is geleverd voor meer informatie over de verschillende menu's die door uw apparaat worden ondersteund.
In de volgende afbeelding, tabel en voorbeeldprocedure wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 3-1 Scherm Apparaat configureren
Tabel 3-1 Apparaat configureren
Onderdeel Gebied op het scherm
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1 HP EWS-tabbladen en -menu's
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
30 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Tabel 3-1 Apparaat configureren (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
2
3
Selecteer een menu Menu Informatie Hiermee kunt u de pagina's met apparaatgegevens afdrukken. Deze pagina's bevatten details over het apparaat en de configuratie hiervan.
Menu Standaard taakopties Gebruik dit menu om voor iedere functie de standaard taakopties te definiëren.
Menu Tijd/schema's Gebruik dit menu om de opties in te stellen voor het instellen van de tijd en voor de apparaatinstellingen voor in- en uitschakelen van de slaapstand.
Menu Beheer Gebruik dit menu om algemene opties voor apparaatbeheer in te stellen.
Menu Begininstellingen
Menu
Menu
Menu
Werking apparaat
Afdrukkwaliteit
Probleemoplossing
Via het menu Begininstellingen hebt u toegang tot de schermen voor het instellen van Netwerk en I/O, Fax en E-mail.
Gebruik dit menu om de opties voor taal, geluidssignalen en foutverwerking op het apparaat in te stellen.
Gebruik dit menu om de instellingen voor afdrukkwaliteit op het apparaat te beheren.
Hiermee krijgt u informatie over het apparaat. Deze informatie kunt u gebruiken om problemen op te lossen.
Plusteken ( )
Menu Herstelfuncties Gebruik dit menu om de oorspronkelijke fabriekswaarden te herstellen.
Klik voor de submenu's of subitems op het plusteken naast een menu of klik op het menu zelf.
De menu's op het scherm Apparaat configureren gebruiken
De onderstaande procedure dient alleen als voorbeeld. Vergelijkbare procedures kunnen worden gebruikt om andere menuonderdelen in te stellen.
Voer deze stappen uit om een demopagina af te drukken (voorbeeldprocedure).
1.
Klik op INFORMATIE .
2.
Klik op Voorbeeldpagina's/-lettertypen .
3.
Schakel het selectievakje in voor Demopagina , en klik vervolgens op Toepassen . De pagina wordt afgedrukt op het apparaat.
OPMERKING: Printerdrivers en softwareprogramma's negeren regelmatig selecties die zijn gemaakt in het menu Afdrukken en in het menu Papierverwerking . Zie voor meer informatie de gebruikershandleiding die bij uw apparaat is geleverd. Alle wijzigingen worden doorgevoerd op het scherm Status apparaat , de Configuratiepagina en in het menu Papierverwerking .
NLWW Apparaat configureren 31
Formaten/typen laden
In het scherm Formaten/typen laden kunt u papierformaten en -soorten toewijzen aan iedere lade van het apparaat. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 3-2 Scherm Formaten/typen laden
Tabel 3-2 Formaten/typen laden
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Ladeformaten en
Ladetypen
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
In deze menu's kunt u de standaard papierformaten en -soorten selecteren voor elke lade van het apparaat.
32 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
E-mailserver
Gebruik het scherm E-mailserver om de e-mailinstellingen voor uitgaande e-mail te configureren.
Gebruik de instellingen op dit scherm om e-mailberichten te verzenden en te ontvangen, inclusief de productwaarschuwingen. In de volgende afbeelding, tabel en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-3 Scherm E-mailserver
Tabel 3-3 E-mailserver
Onderdeel Gebied op het scherm
1 HP EWS-tabbladen en -menu's
2 Uitgaande e-mail
3 Retour-e-mailadres
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Hiermee kunt u de uitgaande e-mail configureren als u de functies
Waarschuwingen of AutoSend wilt gebruiken. Zie voor meer informatie
Het scherm Waarschuwingen gebruiken met een apparaat op pagina 37 .
Dit is het e-mailadres van het apparaat dat in de apparaatwaarschuwingen verschijnt. Zie voor meer informatie
Het retour-e-mailadres configureren op pagina 34 .
E-mailserver 33
Uitgaande e-mail configureren
U moet de uitgaande e-mail configureren als u de functies Waarschuwingen of AutoSend wilt gebruiken.
1.
Verzamel de volgende informatie. (Doorgaans beschikt uw netwerk- of e-mailbeheerder over de benodigde informatie voor het configureren van uitgaande e-mail.)
● Het TCP/IP-adres van de SMTP-server (Simple Mail Transfer Protocol) op uw netwerk. De
EWS gebruikt het TCP/IP-adres van de SMTP-server voor het doorsturen van e-mailberichten naar andere computers.
● Het suffix van de e-maildomeinnaam dat wordt gebruikt voor e-mailberichten binnen uw organisatie.
2.
Schakel het selectievakje Uitgaande e-mail inschakelen in.
3.
Voer het TCP/IP-adres van de SMTP-server in het tekstvak SMTPServer in.
4.
Typ de domeinnaam in het tekstvak Domeinnaam .
5.
Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
Het retour-e-mailadres configureren
Als u het retour-e-mailadres configureert op de pagina E-mailserver , configureert u de identiteit van het product. Als u bijvoorbeeld iemand typt in het veld Gebruikersnaam en uw.bedrijf.com
in het veld Domeinnaam , zijn alle e-mails die door het product worden verzonden, afkomstig van [email protected]
. In dit voorbeeld is [email protected]
de identiteit van het product.
34 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Waarschuwingen
Vanuit het scherm Waarschuwingen kunnen IT-beheerders het product zodanig instellen dat probleem- en statuswaarschuwingen via e-mail naar personen van uw keuze kunnen worden gestuurd.
Wanneer deze functie is geconfigureerd, kunnen waarschuwingen automatisch worden verzonden met informatie over benodigdheden, de status van de papierbaan, service en adviezen. U kunt meerdere personen waarschuwingen sturen waarbij elke persoon slechts díe waarschuwingen ontvangt die zijn aangegeven. Een beheerdersassistent is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor het bestellen van printcartridges of het oplossen van problemen en kan waarschuwingen ontvangen zodra de toner bijna op is of als er een papierstoring optreedt. Ook kan de levensduur van onderdelen worden beheerd door een externe serviceprovider. Deze kan bijvoorbeeld waarschuwingen ontvangen over het onderhouden van het apparaat en het bijvullen van nietjes in het voorste of achterste nietapparaat.
OPMERKING: Een gebruiker kan maximaal vier verschillende bestemmingslijsten maken met maximaal 20 ontvangers per lijst.
Door de optie Statusberichten op het bedieningspaneel over benodigdheden verwijderen te selecteren (beschikbaar op het scherm Waarschuwingen - instellen dat verschijnt als u op de knop
Nieuwe bestemmingslijst drukt), kunt u de statusberichten Cartridge bijna leeg of Cartridge leeg op het bedieningspaneel onderdrukken. Het bericht wordt alleen onderdrukt op het bedieningspaneel als ten minste een van deze waarschuwingen is geselecteerd voor ontvangst.
In de volgende afbeelding, tabel en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruikten om bestemmingen en bestemmingslijsten te bewerken, te testen en te wissen.
OPMERKING: De uitgaande e-mail moet zijn ingeschakeld als u de waarschuwingen wilt laten functioneren. Zie
Uitgaande e-mail configureren op pagina 34 voor het inschakelen van
uitgaande e-mail.
NLWW Waarschuwingen 35
Afbeelding 3-4 Scherm Waarschuwingen
Tabel 3-4 Waarschuwingen
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Overzicht van bestemmingslijst
Bewerken
4
5
6
Test
Verwijderen
Nieuwe bestemmingslijst
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Geeft de huidige selecties weer voor elke bestemming.
Met deze knop kunt u wijzigingen aanbrengen in de bestemming of bestemmingslijst.
Met deze knop kunt u een testwaarschuwing verzenden naar de bestemming of bestemmingslijst.
Met deze knop kunt u de bestemming of bestemmingslijst verwijderen.
Met deze knop kunt u de instellingen voor een nieuwe bestemmingslijst voor waarschuwingen definiëren.
36 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Het scherm Waarschuwingen gebruiken met een apparaat
U kunt vier verschillende lijsten instellen met maximaal 20 ontvangers per lijst.
Het scherm Waarschuwingen - instellen dat wordt weergegeven als u op Bewerken of Nieuwe bestemmingslijst klikt, lijkt op de volgende afbeelding.
NLWW Waarschuwingen 37
Afbeelding 3-5 Scherm Waarschuwingen - instellen
38 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Waarschuwingen configureren
1.
Voer een van de volgende handelingen uit:
● Klik op Nieuwe bestemmingslijst om een nieuwe bestemmingslijst te maken.
-of-
● Klik naast de lijst die u wilt wijzigen op Bewerken om een bestaande bestemmingslijst te wijzigen.
Het scherm Waarschuwingen – instellen verschijnt.
2.
Typ een naam in het veld Lijstnaam , zoals Service of Benodigdheden.
3.
Voer het e-mailadres in van de personen die de waarschuwingen moeten ontvangen. In grote omgevingen kunnen systeembeheerders e-mailadressen omleiden naar lijstservers, URL's en mobiele apparaten voor uitgebreide waarschuwingen. Voeg meerdere bestemmingen toe door elke bestemming te scheiden met een komma of een puntkomma.
4.
Schakel het selectievakje in voor de waarschuwingen die met deze bestemmingslijst moeten worden verzonden. (Klik op Alle waarschuwingen weergeven om alle waarschuwingen te bekijken die voor het apparaat beschikbaar zijn.)
5.
Indien van toepassing stelt u de drempelwaarde in voor de individuele waarschuwingen.
De drempelwaarde voor servicewaarschuwingen en voor waarschuwingen betreffende de papierbaan is een door de gebruiker ingesteld aantal minuten. Gedurende dit aantal minuten wordt een gebeurtenis genegeerd voordat een e-mailwaarschuwing wordt verzonden. U wilt bijvoorbeeld de drempelwaarde voor de waarschuwing "Lade open" instellen op 10 minuten zodat iemand de tijd heeft om de lade te sluiten na het vullen van de lade of het verhelpen van een storing.
6.
Onder Berichten in het Configuratiescherm selecteren om te onderdrukken , kunt u berichten selecteren die u niet op het bedieningspaneel van het product wilt zien verschijnen. Deze stap is alleen van toepassing op berichten die waren geselecteerd om als waarschuwingen te worden ontvangen.
OPMERKING: Als de browser geen JavaScript accepteert, is het selectievakje voor berichtonderdrukking altijd ingeschakeld. De inschakeling van het selectievakje wordt geldig wanneer u de pagina indient door op de knop Toepassen te drukken. Als waarschuwingen geselecteerd voor onderdrukking niet eerst geselecteerd waren, wordt het scherm
Waarschuwingen – instellen vernieuwd met een waarschuwing dat waarschuwingen eerst geselecteerd moeten zijn alvorens hun verschijnen op het bedieningspaneel onderdrukt kan worden.
7.
Selecteer de bijlagen die u aan de e-mailwaarschuwingen wilt toevoegen. Deze bijlagen kunnen de volgende pagina's omvatten. (Ga naar het tabblad Informatie om voorbeelden van deze pagina's te zien.)
● Pagina Status benodigdheden
● Gebruikspagina
● Configuratiepagina
● Pagina Gebeurtenislogboek
● XML-gegevens
NLWW Waarschuwingen 39
Selecteer de optie XML-gegevens als een van de gekozen bestemmingen voor de ontvangst van waarschuwingen een geautomatiseerd computersysteem is. Elk item dat u selecteert, wordt aan uw e-mailbericht toegevoegd. Als u bijvoorbeeld Gebruikspagina en Pagina Logbestand selecteert, ontvangt u een e-mailbericht met twee bijlagen, een voor elke selectie. Als u ook de optie XML-gegevens selecteert, ontvangt u één e-mailbericht met drie bijlagen - één bijlage voor de Gebruikspagina in HTML, één voor het Logbestand in HTML en een derde bijlage met ondersteunende informatie in een tekstbestand met een .XML-extensie.
8.
Klik op Toepassen om de informatie op te slaan.
9.
Herhaal stap 1 tot en met 7 voor elke nieuwe lijst of bestemming.
Gebruik de volgende procedure om de configuratie van de bestemmingslijst te testen.
40 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
De configuratie van een bestemmingslijst testen
1.
Klik op de knop Test naast de bestemmingslijst die u wilt testen.
Het onderstaande dialoogvenster wordt weergegeven.
NLWW
Afbeelding 3-6 Scherm Waarschuwingen - testen
2.
Selecteer de bestemmingen die u wilt testen.
Waarschuwingen 41
3.
Het retouradres is het e-mailadres van het apparaat. Voer uw e-mailadres in het veld
Retouradres in als u berichten over eventuele fouten wilt ontvangen, die worden gegenereerd door de testwaarschuwing (bijvoorbeeld een kennisgeving bij een onjuist bestemmingsadres).
4.
Indien gewenst kunt u aanvullende informatie die aan het begin van de e-mailwaarschuwing verschijnt, invoeren in het tekstveld Uw opmerkingen (optioneel) .
5.
Klik op OK .
Bestemmingen en bestemmingslijsten verwijderen
1.
Als u meerdere bestemmingen hebt geconfigureerd, kunt u een bestemming of bestemmingslijst verwijderen door te klikken op de knop Verwijderen naast de bestemming of bestemmingslijst die u wilt verwijderen.
2.
Klik op OK om de verwijdering te bevestigen.
42 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
AutoSend
Gebruik het scherm AutoSend om informatie over de configuratie van het apparaat en de gebruiksgegevens over de benodigdheden te verzenden naar door u gewenste e-mailbestemmingen, zoals serviceproviders. Via deze functie kunt u een relatie onderhouden met Hewlett-Packard Company of een andere serviceprovider die u services biedt zoals vervanging van printcartridges, contracten voor betaling per pagina, afspraken over ondersteuning en registratie van gebruiksgegevens. Een gebruiker kan maximaal twintig AutoSend-bestemmingen toevoegen. In de volgende afbeelding, tabel en procedure wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-7 Scherm AutoSend
Tabel 3-5 AutoSend
Onderdeel
1
2
3
4
5
Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
AutoSend inschakelen
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Schakel dit selectievakje in om de functie AutoSend te activeren.
Verzenden: elke [interval] Selecteer het gewenste interval waarmee het apparaat de productconfiguratie en de informatie over het gebruik van de benodigdheden moet verzenden naar de bestemmingen die in het veld E-mailbestemmingen zijn geconfigureerd.
E-mailbestemmingen Hiermee kunt u een lijst opslaan met maximaal 20 e-mailadressen die informatie over de configuratie van het apparaat kunnen ontvangen. Het eerste e-mailadres mag niet langer zijn dan 50 tekens.
Verzenden naar HP Schakel dit selectievakje in om regelmatig informatie over de configuratie van uw apparaat en de status van de benodigdheden naar HP te versturen. De informatie wordt verzonden naar een HP-e-mailadres (bijvoorbeeld [email protected]) in een tekstbestand met de bestandsextensie .XML. Dit bestand is in het Engels.
AutoSend 43
Tabel 3-5 AutoSend (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
6 Test
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Klik op Hewlett-Packard Online Privacyverklaring voor meer informatie over hoe HP de informatie behandelt die via AutoSend wordt verzonden.
Klik op deze knop om uw instellingen op te slaan en de informatie direct te versturen, zodat u zeker weet dat de ontvanger het bericht ontvangt.
De functie AutoSend inschakelen
Volg de onderstaande procedure om de functie AutoSend beschikbaar te maken.
1.
Schakel de uitgaande e-mail in door de instructies te volgen die in dit hoofdstuk worden gegeven.
(Zie voor meer informatie E-mailserver op pagina 33
.)
2.
Schakel het selectievakje AutoSend inschakelen in.
3.
Klik op een optie om het interval te definiëren, waarmee u wilt dat het apparaat de productconfiguratie en de gebruiksinformatie betreffende de benodigdheden naar de e-mailontvangers verzendt (deze ontvangers worden in de volgende stap vastgesteld). Voer vervolgens het aantal dagen, weken, maanden of afgedrukte pagina's in.
4.
Configureer maximaal 20 bestemmingen in het formulier dat op het scherm wordt weergegeven.
5.
Selecteer het selectievakje Verzenden naar HP om informatie over de configuratie van uw apparaat en de status van de benodigdheden naar HP te verzenden.
6.
Klik op Toepassen .
44 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Beveiliging
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Beveiliging kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-8 Scherm Beveiliging
Tabel 3-6 Beveiliging
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Wachtwoord instellen
3
4
5
Opties instellen
Weergave op statuspagina van het apparaat
Direct Ports
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Hiermee kunt u een beheerderswachtwoord instellen voor toegang tot de tabbladen Instellingen , Digitaal versturen en Netwerk van de EWS.
Wanneer het wachtwoord is ingesteld, wordt gebruikers gevraagd een wachtwoord in te voeren wanneer ze op de koppeling Aanmelden klikken.
Zie voor meer informatie
Aanmelden en afmelden op pagina 6
.
Als u een wachtwoord wilt annuleren, verwijdert u de tekens uit het veld
Nieuw wachtwoord , laat u het veld Wachtwoord controleren leeg en klikt u vervolgens op de knop Toepassen .
Gebruik dit gedeelte om de volgende opties voor het apparaat in te stellen.
● Pagina Logboek kleurgebruiktaak weergeven op tabblad Informatie
● Afdrukpagina weergeven op tabblad Informatie
Selecteer de knoppen van het bedieningspaneel die u op het scherm Status apparaat wilt weergeven (op het tabblad Informatie ).
OPMERKING: De knop Taak annuleren annuleert de afdruktaak niet wanneer het apparaat interne pagina's afdrukt.
Selecteer Direct Ports uitschakelen om walk-up afdrukken en systeemtoegang te blokkeren. Als de instelling is geselecteerd en toegepast, zijn de USB-poorten en de IEEE 1284-poorten uitgeschakeld.
Beveiliging 45
Verificatiebeheer
Gebruik het scherm Verificatiebeheer om de apparaatfuncties in te stellen die gebruikers pas na aanmelding kunnen gebruiken. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 3-9 Scherm Verificatiebeheer
Tabel 3-7 Verificatiebeheer
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Toegang tot het beginscherm
Functies van het apparaat
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Geef een aanmeldingsmethode op voor gebruikers die toegang willen tot het beginscherm.
Geef een aanmeldingsmethode op voor gebruikers die toegang willen tot de volgende functies:
● Kopiëren
● Kleurenkopie
● E-mail instellen
● Fax verzenden
● Verzenden naar map
● Taakopslag
46 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Tabel 3-7 Verificatiebeheer (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
4
● Opgeslagen taak maken
● Secundaire e-mail DSS (Digital Sending Service)
● Workflow DSS (Digital Sending Service)
Toekomstige installaties Geef een aanmeldingsmethode op voor gebruikers die toegang willen tot nieuwe functies die in de toekomst worden geïnstalleerd.
NLWW Verificatiebeheer 47
LDAP-verificatie
Gebruik de pagina LDAP-verificatie om een LDAP-server (Lightweight Directory Access Protocol) te configureren voor verificatie van apparaatgebruikers. Als LDAP-verificatie is geselecteerd als de aanmeldingsmethode voor een of meer apparaatfuncties op de pagina Verificatiebeheer, moet de gebruiker bij het apparaat geldige gebruikersgegevens (gebruikersnaam en wachtwoord) invoeren om toegang te krijgen tot deze functies.
De verificatie bestaat uit twee onderling afhankelijke stappen. Eerst controleert het apparaat de gegevens van de gebruiker op de LDAP-server. Nadat de gebruiker geldige gegevens heeft ingevoerd en is geverifieerd, zoekt het apparaat naar het e-mailadres en de naam van die gebruiker. Als een van deze stappen mislukt, krijgt de gebruiker geen toegang tot de functies waarvoor LDAP-verificatie vereist is.
Via de pagina LDAP-verificatie kunt u de parameters instellen voor de toegang tot de LDAP-server en het zoeken naar de gegevens van de gebruiker. Deze pagina is alleen van toepassing als LDAP is geselecteerd als aanmeldingsmethode op de pagina Verificatiebeheer. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 3-10 Scherm LDAP-verificatie
48 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
NLWW
Tabel 3-8 LDAP-verificatie
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
5
6
7
HP EWS-tabbladen en -menu's
Bindmethode LDAPserver
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Met de instelling voor Bindmethode LDAP-server kunt u bepalen hoe het apparaat verbinding maakt met de LDAP-server. Vraag de beheerder van uw LDAP-server om vast te stellen welke methode het meest geschikt voor u is.
● Eenvoudig - de geselecteerde LDAP-server ondersteunt geen codering. Het eventuele wachtwoord wordt ongecodeerd over het netwerk verzonden.
● Eenvoudig over SSL - de geselecteerde LDAP-server ondersteunt codering met behulp van het SSL-protocol (Secure Sockets Layer). Alle gegevens, inclusief de gebruikersnaam en het wachtwoord, worden gecodeerd. De LDAP-server moet zijn ingesteld voor SSL-ondersteuning, inclusief de configuratie van een identiteitscertificaat.
LDAP-server
Poort
Bovendien moet de netwerkinterface van het apparaat worden geconfigureerd met een CA-certificaat (Certificate Authority) om de LDAP-server te valideren.
Het CA-certificaat wordt geconfigureerd op het tabblad Netwerk van de webinterface. In bepaalde LDAP-serverconfiguraties is tevens een clientcertificaat nodig. Dit wordt ook geconfigureerd in het tabblad Netwerk.
De instelling voor LDAP-server is de hostnaam die of het IP-adres van de LDAPserver dat wordt gebruikt om gebruikers van het apparaat te verifiëren. Als u SSL gebruikt, moet de naam of het adres dat hier wordt ingevoerd overeenkomen met de naam in het certificaat dat door de server wordt verzonden.
Dit veld kan meerdere servers omvatten als de adressen van de servers worden gescheiden door een verticale streep ('|', ASCII 0x7c). Deze functie kan bijvoorbeeld worden gebruikt om primaire en reserveservers te specificeren. Omdat de netwerkinterface slechts één CA-certificaat (Certificate Authority) ondersteunt, moeten alle LDAP-servers op de lijst hetzelfde CA gebruiken.
De instelling voor Poort verwijst naar het nummer van de TCP/IP-poort waarop de server LDAP-opdrachten verwerkt. Meestal is dit poort 389 voor Eenvoudig of poort
636 voor Eenvoudig over SSL.
Gegevens van apparaatgebruiker gebruiken
Bij de methode Gegevens van apparaatgebruiker gebruiken worden het bindvoorvoegsel de tekenreeks die de gebruiker invoert op het bedieningspaneel, en
Binden en zoekopdracht gebruikt om de DN (Distinguished Name) van de gebruiker te maken. De aldus gemaakte gebruikers-DN wordt gebruikt om de gebruiker te verifiëren.
De instelling voor Verbindingsvoorvoegsel is het LDAP-attribuut dat wordt gebruikt om de DN (Distinguished Name) van de gebruiker te creëren voor verificatie. Dit voorvoegsel wordt gecombineerd met de op het bedieningspaneel ingevoerde gebruikersnaam tot de RDN (Relative Distinguished Name ). Veelgebruikte voorvoegsels zijn "CN" (voor Common name of Algemene naam) en "UID" (voor User identity of Gebruikersidentiteit).
Gebruik de gebruikersgegevens van de LDAP-beheerder
Bij de methode Gebruik de gebruikersgegevens van de LDAP-beheerder wordt geen
DN voor de gebruiker gemaakt, maar wordt geprobeerd de DN van de gebruiker te vinden.
De beheerders-DN is de DN (Distinguished Name) van een gebruiker die leestoegang heeft tot de LDAP-directory. De hier ingevoerde account hoeft geen beheerderstoegang tot de directory te hebben. Leestoegang is voldoende.
Het beheerderswachtwoord is het wachtwoord van de gebruiker die bij de DN hoort die is ingevoerd in het veld Beheerders-DN.
Binden en zoekopdracht Als de methode Gegevens van apparaatgebruiker is geselecteerd, wordt tijdens beide fasen van de verificatie de waarde voor Binden en zoekopdracht gebruikt.
LDAP-verificatie 49
Tabel 3-8 LDAP-verificatie (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
8
9
10
11
De ingevoerde naam overeen laten komen met het LDAP-attribuut van
Ophalen van e-mailadres van de gebruiker met behulp van attribuut van en naam met attribuut van
Test
Tijdens de controle van de gegevens wordt deze waarde gecombineerd met de RDN tot de complete DN (Distinguished Name) van de gebruiker. Tijdens het zoeken naar gebruikersinformatie wordt deze waarde gebruikt als de DN van het LDAPvermelding waarin de zoekopdracht begint.
Als de methode Gegevens van LDAP-beheerder gebruiken is geselecteerd, wordt
Binden en zoekopdracht alleen gebruikt als zoekopdracht. U kunt opgeven dat de basis van de LDAP/map moet worden doorzocht en dan doorzoekt het apparaat de gehele LDAP-structuur naar het gebruikersobject dat overeenkomt met de gebruikersnaam die op het apparaat is ingevoerd.
Tijdens het zoeken naar de informatie van de gebruiker in de database van de LDAPserver wordt de inhoud van het in dit veld gespecificeerde attribuut vergeleken met de gebruikersnaam die is ingevoerd bij de verificatie. Dit attribuut is meestal hetzelfde als het Verbindingsvoorvoegsel.
Nadat de gebruiker van het apparaat in de LDAP-database is gevonden, kan het e-mailadres van de gebruiker worden opgehaald in de database met het LDAPattribuut dat in het veld e-mailadres met behulp van attribuut van is gespecificeerd.
Op dezelfde manier kunt u de weergavenaam van de gebruiker zoeken via het LDAPattribuut dat in het veld naam met behulp van attribuut van is gespecificeerd.
Met de functie Test kunt u de geldigheid van uw instellingen testen voordat u deze toepast. Als u op deze knop klikt, wordt u gevraagd de gebruikersgegevens in te voeren op dezelfde wijze als wanneer u zich aanmeldt via het bedieningspaneel van het apparaat. Als de door u opgegeven gebruikersgegevens worden geverifieerd en de gebruikersinformatie wordt gevonden in de LDAP-database, wordt een bericht weergegeven dat de verificatie is geslaagd. In overige gevallen verschijnt een foutbericht waarin wordt aangegeven waarom de verificatie is mislukt.
50 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Kerberos-verificatie
Gebruik de pagina Kerberos-verificatie om het apparaat (multifunctioneel randapparaat of digitale zender) te configureren voor verificatie van gebruikers van een Kerberos-domein. Als Kerberosverificatie is geselecteerd als de aanmeldingsmethode voor een of meer apparaatfuncties op de pagina
Verificatiebeheer, moet de gebruiker bij het apparaat geldige gebruikersgegevens (gebruikersnaam, wachtwoord en domein) invoeren om toegang te krijgen tot deze functies.
De verificatie bestaat uit twee onderling afhankelijke stappen. Eerst controleert het apparaat de gegevens van de gebruiker op de KDC (Kerberos Domain Controller). Nadat de gebruiker geldige gegevens heeft ingevoerd en is geverifieerd, zoekt het apparaat naar het e-mailadres en de naam van die gebruiker. Als een van deze stappen mislukt, krijgt de gebruiker geen toegang tot de functies waarvoor Kerberos-verificatie vereist is.
Via de pagina Kerberos-verificatie kunt u de parameters instellen voor de toegang tot de LDAP-server en het zoeken naar de gegevens van de gebruiker. Deze pagina is alleen van toepassing als Kerberos versie 5 is geselecteerd als aanmeldingsmethode op de pagina Verificatiebeheer.
In de volgende afbeelding, tabel en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-11 Scherm Kerberos-verificatie
Kerberos-verificatie 51
Tabel 3-9 Kerberos-verificatie
Onderdeel Gebied op het scherm
1 HP EWS-tabbladen en -menu's
2 Standaard Kerberos-domein
3 Hostnaam Kerberos-server
4
5
Kerberos-serverpoort
Bindmethode LDAP-server
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Het standaard Kerberos-domein is de overal gehanteerde domeinnaam van het Kerberos-domein.
Als er een correct geconfigureerde DNS-service (Domain
Name Service) beschikbaar is, mag de hostnaam van de
Kerberos-server overeenkomen met het standaard
Kerberos-domein. Het apparaat maakt gebruik van DNS om te kijken welke KDC (Key Distribution Center) op het netwerk als eerste beschikbaar is. Wanneer er geen DNS beschikbaar is, kan het IP-adres van de Kerberos-server worden gebruikt.
De Kerberos-serverpoort is de standaard IP-poort die wordt gebruikt bij de Kerberos-verificatiemethode. Houd er rekening mee dat standaard poort 88 wordt gebruikt. In andere netwerkomgevingen kan dit echter anders zijn.
Neem contact op met uw IT-beheerder om te achterhalen wat de geschikte poort is wanneer de standaardpoort niet werkt.
Met de instelling voor Bindmethode LDAP-server kunt u bepalen hoe het apparaat verbinding maakt met de
LDAP-server.
● Anoniem.
Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de LDAP-server geen gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de LDAP-database.
● Eenvoudig.
Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de LDAP-server gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de
LDAP-database.
Als deze optie is geselecteerd, moet u de gebruikersnaam, het wachtwoord en het domein opgeven. Het wachtwoord wordt ongecodeerd over het netwerk verstuurd.
● Eenvoudig over SSL.
Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de
LDAP-server gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de LDAP-database. Deze optie ondersteunt Kerberos v2.
Als deze optie is geselecteerd, moet u de gebruikersnaam, het wachtwoord en het domein opgeven.
OPMERKING: Deze optie is niet voor alle producten beschikbaar.
● Kerberos.
Voor de geselecteerde LDAP-server
(Active Directory) zijn gebruikersgegevens vereist.
Er wordt een Kerberos-ticket opgehaald bij de
Kerberos-server (Active Directory). Dit wordt gebruikt om de LDAP-server te verifiëren. Het wachtwoord wordt in gecodeerde vorm over het netwerk verzonden en is onleesbaar voor derden.
52 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
NLWW
7
8
Tabel 3-9 Kerberos-verificatie (vervolg)
Onderdeel
6
9
10
Gebied op het scherm
Gegevens
LDAP-server
Poort
Zoekopdracht
De ingevoerde naam overeen laten komen met het LDAP-attribuut van
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Als u Kerberos als bindmethode wilt gebruiken, dan moet u eerst de instellingen van Kerberos configureren. Als u gebruik maakt van
"gebruikersgegevens", zorg er dan voor dat
Kerberos-verificatie voor e-mail verplicht is.
In het gedeelte voor het configureren van de gegevens kunt u bepalen welke gegevens worden gebruikt om verbinding te maken (verifiëren) met de LDAP-server.
● Selecteert u de optie Gegevens van apparaatgebruiker gebruiken, dan worden de gegevens van de apparaatgebruiker (die zijn ingevoerd op het bedieningspaneel van het apparaat) gebruikt om toegang te krijgen tot de
LDAP-server. Het voordeel van deze methode is dat u geen gebruikersnaam en wachtwoord met mogelijk een beperkte geldigheidsduur op het apparaat hoeft op te slaan.
● Selecteert u de optie Openbare gegevens gebruiken en er zijn geen gebruikersgegevens beschikbaar, dan worden de ingevoerde gebruikersnaam en wachtwoord gebruikt om toegang te krijgen tot de
LDAP-server. Deze methode moet worden gebruikt wanneer gebruikers van het apparaat om welke reden dan ook geen leestoegang tot LDAPgegevens hebben.
In een Windows Active Directory-omgeving is de LDAPserver meestal gelijk aan de Kerberos-server.
De poort is de IP-poort die door het LDAP-protocol wordt gebruikt om met de LDAP-server te kunnen communiceren. Meestal is dit poort 389 of poort 3268.
Voer de Distinguished Name (DN) van de vermelding in de LDAP-directorystructuur in waarmee het zoeken naar het adres moet beginnen. Een DN bestaat uit paren van
"attribuut=waarde", gescheiden door komma's.
OPMERKING: Bij bepaalde LDAP-servers kan de zoekopdracht leeg gelaten worden (in dit geval wordt het knooppunt van de zoekopdracht verondersteld). De zoekopdracht is niet hoofdlettergevoelig.
Tijdens het zoeken naar de informatie van de gebruiker in de database van de LDAP-server wordt de inhoud van het in dit veld gespecificeerde attribuut vergeleken met de gebruikersnaam die is ingevoerd bij de verificatie. In een
Windows Active Directory-omgeving is dit attribuut meestal sAMAccountName.
Kerberos-verificatie 53
Tabel 3-9 Kerberos-verificatie (vervolg)
Onderdeel
11
12
Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Ophalen van het e-mailadres van de MFPgebruiker met behulp van het attribuut...
Nadat de gebruiker van het apparaat in de LDAPdatabase is gevonden, kan het e-mailadres van de gebruiker worden opgehaald in de database met het
LDAP-attribuut dat in het veld E-mailadres van de apparaatgebruiker ophalen met behulp van attribuut van is gespecificeerd. In een Windows Active Directoryomgeving is dit attribuut meestal e-mail.
en naam met attribuut van Op dezelfde manier kunt u de weergavenaam van de gebruiker zoeken via het LDAP-attribuut dat in het veld
"en naam met attribuut van" is gespecificeerd. In een
Windows Active Directory-omgeving is dit attribuut meestal displayName.
Kerberos-verificatietaken
Kerberos is een netwerkverificatieprotocol. Het is ontworpen voor beveiligde verificatie voor client/ servertoepassingen door het gebruik van geheime sleutels die worden geleverd met sessietickets.
Voordat u de aangegeven stappen kunt uitvoeren, moet u de volgende stappen hebben voltooid:
1.
Installeer het hulpmiddel Microsoft LDP.
2.
Zoek de LDAP-server.
3.
Stel LDP in.
Nadat u deze stappen hebt uitgevoerd, kunt u de stappen uitvoeren in het volgende gedeelte,
Kerberosverificatie initialiseren op pagina 54 .
Kerberos-verificatie initialiseren
Voer deze stappen uit om Kerberos-verificatie voor uw product te initialiseren.
OPMERKING: Geïntegreerde Kerberos-verificatie maakt gebruik van sessietickets in het verificatieproces. De sessietickets krijgen een tijdstempel van de KDC (Key Distribution Center) en het product. Het is van groot belang dat de tijden van de stempels elkaar binnen vijf minuten opvolgen. Dit wordt gedaan door dezelfde tijd in te stellen op de KDC en het product.
1.
Open de HP EWS in een webbrowser.
2.
Selecteer het tabblad Instellingen en vervolgens Kerberos-verificatie .
3.
Voer onder het gedeelte Toegang tot de Kerberos-verificatieserver de volgende stappen uit: a.
Typ de domeinnaam in het veld Standaard Kerberos-domein . De domeinnaam is hoofdlettergevoelig en mag uitsluitend uit hoofdletters bestaan, bijvoorbeeld:
TECHNISCHE.MARKETING
.
b.
Typ het IP-adres van de server in het veld Hostnaam Kerberos-server invoeren , bijvoorbeeld: 15.62.64.203
(IP-adres)
OPMERKING: Het veld Kerberos-serverpoort wordt automatisch ingevuld met
88 .
54 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
NLWW
4.
Voer onder het gedeelte Toegang tot de LDAP-server de volgende stappen uit: a.
Selecteer Kerberos in het vervolgkeuzemenu van de Bindmethode LDAP-server .
b.
Klik hier om de methode van gebruiksgegevens te selecteren die u wilt gebruiken.
Als u Openbare gegevens gebruiken kiest, typt u een gebruikersnaam en een wachtwoord.
OPMERKING: Onthoud hoe u de gebruikersnaam op het LDP-scherm hebt ingesteld. De gebruikersnaam wordt gedefinieerd binnen de DN-waarde van de apparaatgebruiker in de LDP-opsporing en is niet in de standaard Windowsdomeinaccountindeling. De indeling is vaak uw gehele e-mailadres, inclusief de
@xx.xx.
c.
Typ de LDAP-server in het veld LDAP-server .
d.
Typ 389 in het veld Poort .
5.
Voer onder het gedeelte Toegang tot de LDAP-database de volgende stappen uit: a.
Plak het zoekprefix in het veld Zoekopdracht .
b.
Typ de sAMAccountName in het veld De ingevoerde naam overeen laten komen met het
LDAP-attribuut van .
c.
Zoek het e-mailadres van de apparaatgebruiker in de LDP-opsporing. Kopieer het attribuut waarin het e-mailadres wordt gedefinieerd en plak het in het veld Ophalen van e-mailadres van de gebruiker met behulp van attribuut van .
Voor sommige Kerberos-omgevingen zijn zeer specifieke attributen vereist. Het hier gebruikte attribuut is bijvoorbeeld userPrincipalName in plaats van mail .
d.
Zoek de naam met attribuut van van de apparaatgebruiker in de LDP-opsporing. Kopieer het attribuut waarin de naam wordt gedefinieerd en plak deze in het veld en naam met attribuut van .
OPMERKING: Voor de Kerberos-omgeving is cn vereist in plaats van displayName .
e.
Klik op Toepassen .
Als u deze stappen hebt voltooid, gaat u door met de stappen in het volgende gedeelte,
Verificatiebeheer configureren voor Kerberos-verificatie op pagina 56
.
Kerberos-verificatie 55
Verificatiebeheer configureren voor Kerberos-verificatie
Voer deze stappen uit om door te gaan met het configureren van de Kerberos-verificatie voor uw product.
1.
Klik op Verificatiebeheer op het tabblad Instellingen in de HP EWS.
2.
Voer de volgende stappen uit: a.
Selecteer onder het gedeelte Toegang tot het beginscherm de optie Kerberos in het vervolgkeuzemenu Meteen aanmelden .
b.
Selecteer onder het gedeelte Functies van het apparaat de optie Kerberos in de vervolgkeuzemenu's met de functies waarvoor u verificatie wilt laten plaatsvinden.
c.
Optioneel: Selecteer onder het gedeelte Toekomstige installaties de optie Kerberos in het vervolgkeuzemenu Recent geïnstalleerde functies. Door deze optie te selecteren wordt
Kerberos-verificatie automatisch toegepast op nieuwe apparaatfuncties wanneer deze op het product zijn geïnstalleerd.
3.
Klik op Toepassen .
Als u deze stappen hebt voltooid, gaat u door met de stappen in het volgende gedeelte,
Adresinstellingen configureren voor Kerberos-verificatie op pagina 56 .
Adresinstellingen configureren voor Kerberos-verificatie
Voer deze stappen uit om door te gaan met het configureren van de Kerberos-verificatie voor uw product.
1.
Klik op Adressering op het tabblad Digitaal versturen in de HP EWS.
2.
Klik hier om het selectievakje Directe toegang van apparaat tot LDAP-adresboek toestaan in te schakelen.
3.
Voer onder het gedeelte Toegang tot de LDAP-server de volgende stappen uit: a.
Selecteer Kerberos in het vervolgkeuzemenu van de Bindmethode LDAP-server .
OPMERKING: De bindmethoden van de LDAP-server op de schermen
Adresseringsinstellingen en Kerberos-verificatie moeten overeenkomen, anders werkt de Kerberos-verificatie niet goed.
b.
Klik onder Gegevens om de optie Openbare gegevens gebruiken te selecteren.
● Typ de gebruikersnaam en het wachtwoord.
● Typ het standaard Kerberos-domein, bijvoorbeeld: TECHNISCHE.MARKETING
.
● Typ de Kerberos-serverhostnaam, bijvoorbeeld: myserver.hp.com
.
● Typ de Kerberos-serverpoort, bijvoorbeeld: 88 .
c.
Typ de LDAP-server, bijvoorbeeld: 15.98.10.51
.
d.
Typ het poortnummer, bijvoorbeeld: 389 .
56 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
4.
Voer onder het gedeelte De database doorzoeken de volgende stappen uit.
a.
Typ het zoekprefix in het veld Zoekopdracht .
b.
Selecteer een van de drie opties in het vervolgkeuzemenu Ophaalmethode gebruikersinformatie van apparaat . De juiste keuze hangt af van uw netwerkomgeving.
● Selecteer Standaardinstellingen Exchange 5.5
als er Exchange 5.5-servers worden gebruikt bij de LDAP-adressering.
● Selecteer Standaardinstellingen Active Directory voor Windows 2000 of latere netwerkomgevingen.
● Selecteer Aangepast voor gespecialiseerde netwerkomgevingen.
5.
Klik op Toepassen .
Als u deze stappen hebt voltooid, gaat u door met de stappen in het volgende gedeelte,
MFP-bedieningspaneel voor Kerberos-verificatie op pagina 57 .
Gebruik het MFP-bedieningspaneel voor Kerberos-verificatie
Voer deze stappen uit om het configureren van de Kerberos-verificatie voor uw product te voltooien.
1.
Raak op de MFP een optie aan op het hoofdscherm van het bedieningspaneel. Op het scherm wordt een verificatieverzoek weergegeven.
OPMERKING: Bedenk dat de gebruikersnaam wordt gedefinieerd binnen de DN-waarde van de apparaatgebruiker in de LDP-opsporing, en vaak uw gehele e-mailadres is, inclusief de @xx.xx.
2.
Gebruik het toetsenblok van het aanraakscherm op het bedieningspaneel van de MFP om de verificatie in te voeren en raak vervolgens OK aan. De gekozen optie wordt weergegeven, bijvoorbeeld e-mail.
NLWW Kerberos-verificatie 57
Verificatie PIN-code apparaat
Wanneer op de pagina Verificatiebeheer de optie Verificatie PIN-code is geselecteerd voor één of meer apparaatfuncties, wordt de gebruiker gevraagd een PIN-code in te voeren voordat deze toegang krijgt tot de apparaatfuncties. Als de onjuiste PIN-code is ingevoerd, gaat de gebruiker terug naar het vorige scherm. Als de juiste PIN-code is ingevoerd, krijgt de gebruiker toegang tot alle functies waarvoor die
PIN-code geldt. U kunt bijvoorbeeld Kopiëren configureren voor PIN-groep 1 en E-mail en Fax voor PINgroep 2.
Op de volgende afbeelding wordt het scherm Verificatie PIN-code apparaat weergegeven.
Afbeelding 3-12 Het scherm Verificatie PIN-code apparaat
58 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Verificatie PIN-code gebruiker
Op de pagina Verificatie PIN-code gebruiker kunt u records voor PIN-codes van gebruikers afzonderlijk in het apparaat opslaan, en records voor PIN-codes van gebruikers die al in het apparaat zijn opgeslagen wijzigen of verwijderen.
Ook kunt u de functie Importeren/Exporteren van het apparaat gebruiken om in één keer een lange lijst met gebruikers te laden in plaats van deze één voor één toe te voegen.
U kunt het apparaat zodanig instellen dat iedere gebruiker verplicht is zijn PIN-code in te voeren om toegang te krijgen tot het apparaat. Ga als volgt te werk om deze verificatieoptie in te stellen:
● Is de optie Digitaal verzenden - Geavanceerd ingesteld, ga dan naar het tabblad voor de EWSinstellingen, selecteer Verificatiebeheer en selecteer vervolgens de optie PIN-code gebruiker in de vervolgkeuzelijst Meteen aanmelden en in de vervolgkeuzelijst Verzenden naar e-mail.
● Is de optie Digitaal verzenden - Eenvoudig ingesteld, dan wordt, zodra de records voor de PINcodes van gebruikers in het apparaat zijn ingevoerd, de toegang tot het apparaat automatisch beperkt tot de personen die een gebruikersaccount hebben, en worden alle gebruikers op het bedieningspaneel gevraagd een PIN-code in te voeren.
Op de volgende afbeelding wordt het scherm Verificatie PIN-code gebruiker weergegeven.
NLWW Verificatie PIN-code gebruiker 59
Afbeelding 3-13 Het scherm Verificatie PIN-code gebruiker
Nieuwe gebruikers toevoegen
U kunt een nieuwe gebruiker en een PIN-code toevoegen door op Nieuwe gebruiker toevoegen... te klikken. Op deze manier komt u op de pagina Gebruiker toevoegen, waar u de instructies vindt om deze taak uit te voeren.
Een nieuwe gebruiker toevoegen
Als u een nieuwe gebruiker en PIN-code wilt toevoegen, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Klik op Nieuwe gebruiker toevoegen... De pagina Gebruiker toevoegen wordt geopend.
2.
Typ de naam van de betreffende persoon in het veld Naam. Afhankelijk van de gebruikte taal is de maximumlengte 245 tekens of minder.
3.
Typ het e-mailadres van de persoon in het veld E-mailadres. Dit moet minder dan 255 tekens bevatten.
60 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
OPMERKING: Als de optie voor validatie van e-mailadressen op het apparaat is ingeschakeld, dan moet het e-mailadres een @-teken bevatten.
4.
Typ de PIN-code van de gebruiker in het veld Toegangs-PIN gebruiker. Deze PIN-code moet tussen de 4 en 8 cijfers lang zijn.
5.
Als u het e-mailadres van de nieuwe gebruiker aan het adresboek van het apparaat wilt toevoegen, dan schakelt u het selectievakje Gebruiker automatisch aan e-mailadresboek toevoegen in.
6.
Klik op Toepassen om de nieuwe gebruiker en de PIN-code in het apparaat op te slaan.
Bestaande gebruikers bewerken of verwijderen
U kunt alle gebruikers die in het apparaat zijn opgeslagen bewerken of verwijderen.
Een gebruiker bewerken
Als u een bestaande gebruiker wilt bewerken, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer in de gebruikerslijst de gebruiker die u wilt bewerken. U kunt een naam typen in het zoekveld om één bepaalde gebruiker te zoeken.
2.
Klik op Gebruiker bewerken... De pagina Gebruiker bewerken wordt geopend.
3.
Breng de gewenste wijzigingen aan in de velden Naam, E-mailadres en Toegangs-PIN gebruiker.
4.
Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
Een gebruiker verwijderen
Als u een bepaalde vermelding wilt verwijderen, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer in de gebruikerslijst de gebruiker die u wilt verwijderen. U kunt een naam typen in het zoekveld om één bepaalde gebruiker te zoeken.
2.
Klik op Gebruiker verwijderen... De pagina Gebruiker verwijderen wordt geopend.
OPMERKING: Als u alle records voor gebruikers-PIN's uit het apparaat wilt verwijderen, dan klikt u op Alle gebruikers verwijderen... Als u eerst een back-upkopie van de gebruikersrecords wilt maken, dan kan dat met de functie Importeren/Exporteren van het apparaat.
3.
Op de weergegeven pagina wordt u gevraagd om een bevestiging voor het verwijderen van de geselecteerde gebruiker. Klik op OK om uw selectie te bevestigen. De gebruikersrecord wordt verwijderd.
NLWW Verificatie PIN-code gebruiker 61
Overige koppelingen bewerken
Gebruik het scherm Overige koppelingen bewerken om maximaal vijf koppelingen aan de gewenste websites toe te voegen of aan te passen (zie de volgende opmerking). Deze koppelingen verschijnen op de schermen van de HP EWS in het veld Overige koppelingen onder de linkernavigatiebalk. Drie permanente koppelingen ( hp instant support , Benodigdheden bestellen en
Productondersteuning ) zijn al ingesteld. In de volgende afbeelding, tabel en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 3-14 Scherm Overige koppelingen bewerken
Tabel 3-10 Overige koppelingen bewerken
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Kopp. toevoegen
Door gebruiker gedefinieerde kopp.
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Hiermee kunt u een door de gebruiker gedefinieerde koppeling toevoegen.
Geeft een lijst met door de gebruiker gedefinieerde koppelingen die zijn toegevoegd.
Gebruik dit gedeelte om koppelingen te verwijderen.
62 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Tabel 3-10 Overige koppelingen bewerken (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
4 Overige koppelingen hp instant support
Benodigdheden bestellen
Productondersteuning
Mijn Serviceprovider
Mijn Servicecontract
Hiermee kunt u een verbinding met webbronnen tot stand brengen die u kunnen helpen bij het oplossen van specifieke problemen en kunt u zien welke aanvullende diensten er voor uw apparaat beschikbaar zijn. (Gedetailleerde informatie, waaronder serienummer en foutstatus, wordt doorgestuurd naar de klantenservice van HP. Hewlett-Packard
Company behandelt deze informatie vertrouwelijk.)
Hiermee kunt u een verbinding met een webpagina tot stand brengen die het online bestellen van benodigdheden van een door u gewenste leverancier vergemakkelijkt.
Hiermee krijgt u toegang tot specifieke informatie over uw apparaat vanaf de HP-website.
Hiermee kunt u verbinding met uw homepage of uw serviceprovider tot stand brengen. Deze koppeling verschijnt alleen als deze door de serviceprovider is geconfigureerd.
Hiermee kunt u een verbinding met een pagina tot stand brengen waarin de terminologie en beperkingen van uw servicecontract worden vermeld. Deze koppeling verschijnt alleen als deze door de serviceprovider is geconfigureerd.
Een koppeling toevoegen
Volg deze procedure om een koppeling toe te voegen.
1.
Voer onder Kopp. toevoegen de URL en de naam van de koppeling in zoals u deze wilt weergeven op de pagina's van de HP EWS.
2.
Klik op Kopp. toevoegen .
Een koppeling verwijderen
Volg deze procedure om een koppeling te verwijderen.
1.
Onder Door gebruiker gedefinieerde kopp.
selecteert u de koppeling of koppelingen die u wilt verwijderen.
2.
Klik op Geselecteerde kopp. verwijderen .
NLWW Overige koppelingen bewerken 63
Apparaatgegevens
Gebruik het scherm Apparaatgegevens om een naam voor het apparaat in te voeren, om een artikelnummer toe te kennen en om de bedrijfsnaam, de contactpersoon van het apparaat en de fysieke locatie van het apparaat te configureren. De apparaatnaam, het apparaatmodel en serienummer van het apparaat zijn ook op dit scherm te vinden.
Afbeelding 3-15 Scherm Apparaatgegevens
OPMERKING: Als u wijzigingen aanbrengt op het scherm Apparaatgegevens, klikt u op
Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
De informatie die hier wordt ingevoerd, verschijnt op het scherm Apparaatgegevens. Deze pagina kan worden geopend op het tabblad Informatie . Deze informatie wordt ook weergegeven in e-mailberichten die vanaf het apparaat worden verstuurd. Dit kan handig zijn wanneer u de locatie van het apparaat wilt bepalen en benodigdheden wilt vervangen of een probleem wilt oplossen.
64 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Taal
Gebruik het scherm Taal om de taal te selecteren waarin de schermen van de HP EWS verschijnen. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-16 Scherm Taal
VOORZICHTIG: Als u de optie Pagina's bekijken in de Printer of de optie Selecteer een taal kiest, wordt de taal gewijzigd voor iedereen die gebruikmaakt van de HP EWS.
Tabel 3-11 Taal
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
4
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Pagina's bekijken in de
Browser
(dit is de standaard)
Gebruik deze functie om te detecteren welke taal voor uw webbrowser is geselecteerd. De schermen van de HP EWS verschijnen in dezelfde taal.
Pagina's bekijken in de Printer Gebruik deze functie om te detecteren welke taal voor het bedieningspaneel van het apparaat is geselecteerd. De schermen van de HP EWS verschijnen in dezelfde taal.
Selecteer een taal Selecteer de taal voor de schermen van de HP EWS.
Taal 65
OPMERKING: De standaardtaal is de taal die de webbrowser op dit moment gebruikt. Als uw browser en het bedieningspaneel beide een taal gebruiken die niet beschikbaar is voor de
HP EWS, wordt Engels als standaardtaal geselecteerd. Als u wijzigingen aanbrengt op het scherm Taal, klikt u op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
66 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Datum & tijd
Gebruik het scherm Datum & tijd om de producttijd te updaten. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-17 Scherm Datum & tijd
Tabel 3-12 Datum & tijd
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
4
5
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Huidige datum en huidige tijd Toont de productdatum en -tijd waarop de EWS is geopend. Als een van beide niet correct is, kan een IT-beheerder de informatie via het bedieningspaneel van het apparaat of deze HP EWS-pagina wijzigen.
Datum-/tijdsindeling
Tijdafwijkingscorrectie
Vernieuwen
Gebruik deze knop om een scherm te openen waar u de datum- en tijdsindeling kunt selecteren.
Klik op deze knop om een netwerktijdserver te configureren. Hiermee wordt tijdafwijking gecorrigeerd met behulp van een netwerktijdserver van uw
keuze. Zie voor meer informatie Tijdafwijkingscorrectie op pagina 68 .
Gebruik deze knop om de productdatum en -tijd op het scherm te updaten.
Zie voor meer informatie Datum-/tijdsindeling op pagina 68 .
Datum & tijd 67
Datum-/tijdsindeling
Gebruik het scherm Datum-/tijdsindeling om de door u gewenste wijze van notatie voor datum (onder
Datumindeling ) en tijd (onder Tijdsindeling ) te selecteren. De volgende afbeelding geeft het scherm
Datum-/tijdsindeling weer.
Afbeelding 3-18 Scherm Datum-/tijdsindeling
Tijdafwijkingscorrectie
Gebruik het scherm Datum en tijd – tijdafwijkingscorrectie om tijdafwijkingscorrectie in te schakelen.
De volgende afbeelding geeft het scherm weer.
68 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
NLWW
Afbeelding 3-19 Scherm Datum en tijd – tijdafwijkingscorrectie
Volg de onderstaande procedure om een netwerktijdserver voor tijdafwijkingscorrectie te configureren.
OPMERKING: Dit proces voorkomt dat de klok gaat afwijken (voor- of achterlopen), maar synchroniseert de klok niet met de klok van de netwerktijdserver.
1.
Schakel het selectievakje Tijdafwijkingscorrectie inschakelen in.
2.
In het veld Netwerkadres tijdserver typt u het TCP/IP-adres of de hostnaam van de klok die u voor de tijdafwijkingscorrectie wilt gebruiken.
OPMERKING: U kunt ook op de knop Automatisch server zoeken klikken om een tijdserver op uw netwerk te vinden en dit veld automatisch te vullen.
3.
In het veld Lokale poort voor het ontvangen van tijd van de server typt u het nummer van de juiste poort.
4.
Klik op OK .
OPMERKING: Gebruik dit scherm alleen om de tijdserver te configureren voor tijdafwijkingscorrectie, niet om de klok in te stellen. Om de klok in te stellen gebruikt u het hoofdscherm Datum & tijd
. Zie voor meer informatie Datum & tijd op pagina 67 .
Datum & tijd 69
Wektijd
Een IT-beheerder kan het scherm Wektijd gebruiken om het apparaat dagelijks in te schakelen vanuit de sluimermodus. Het apparaat kan bijvoorbeeld zo worden ingesteld dat het om 07:30 uur wordt ingeschakeld. Dit betekent dat het apparaat om 08:00 uur klaar is met initialiseren en kan worden gebruikt. De beheerder kan slechts één wektijd per dag instellen, maar voor elke dag kan een andere wektijd worden ingesteld. Om stroom te besparen kan bovendien de sluimervertraging worden ingesteld, zodat het apparaat na een bepaalde periode van inactiviteit wordt uitgeschakeld.
Afbeelding 3-20 Scherm Wektijd
Tabel 3-13 Wektijd
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Wektijd
Sluimervertraging
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Selecteer een of meer dagen waarop de instelling Wektijd moet worden gebruikt en stel vervolgens de tijd in waarop het apparaat elke dag wordt ingeschakeld.
Stel in hoe lang het apparaat niet actief moet zijn voordat het naar de slaapstand schakelt. Wanneer het apparaat in de slaapstand staat, gebruikt het minder energie.
70 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Kleur beperken
Gebruik het scherm Kleur beperken om het afdrukken in kleur te beperken. U kunt afdrukken in kleur voor alle gebruikers, voor bepaalde gebruikers of voor bepaalde toepassingen beperken. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 3-21 Scherm Kleur beperken
Tabel 3-14 Kleur beperken
Onderdeel Gebied op het scherm
1 HP EWS-tabbladen en -menu's
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Kleur beperken 71
Tabel 3-14 Kleur beperken (vervolg)
Onderdeel
2
3
4
5
6
7
8
Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Toegang tot kopiëren in kleur
Hiermee kunt u de opties voor het afdrukken in kleur instellen
Selecteer deze optie wanneer u toegang wilt tot het menu Kleur beperken vanaf het bedieningspaneel van het apparaat.
Selecteer of alle kleurentaken in kleur of in zwart-wit moeten worden afgedrukt, of volgens aangepaste machtigingsinstellingen. Om aangepaste machtigingsinstellingen toe te wijzen, selecteert u KLEUR INDIEN
TOEGESTAAN .
Standaardmachtigingen voor gebruikers Selecteer de standaardinstelling voor afdruktaken in kleur voor gebruikers die niet in de lijst Machtigingen voor gebruikers staan.
Lijst Machtigingen voor gebruikers Machtigingen voor afdrukken in kleur toewijzen aan gebruikers in de lijst. Om gebruikers aan de lijst toe te voegen, typt u de nieuwe gebruikersnaam in het veld
Naam systeemgebruiker aan de rechterkant en klikt u op de linkerpijl. Om machtigingen te wijzigen, selecteert u de naam van de systeemgebruiker, klikt u op de rechterpijl en selecteert u de machtiging. Om een gebruiker uit de lijst te verwijderen, selecteert u de naam van de systeemgebruiker en klikt u op
Verwijderen .
Standaardmachtigingen voor toepassingen
Lijst Machtigingen voor toepassingen
Logboek kleurgebruiktaak
Vermijd spaties in namen van systeemgebruikers.
Selecteer de standaardinstellingen voor afdrukken in kleur voor toepassingen die niet in de lijst Machtigingen voor toepassingen worden weergegeven.
Machtigingen voor afdrukken in kleur toewijzen aan toepassingen in de lijst.
Om toepassingen aan de lijst toe te voegen, typt u de naam van de toepassing in het veld Naam technische toepassing en klikt u op de linkerpijl. Om machtigingen voor een toepassing te wijziging, selecteert u de naam van de technische toepassing, klikt u op de rechterpijl en selecteert u de machtiging.
Om een toepassing uit de lijst te verwijderen, selecteert u de naam van de toepassing en klikt u op Verwijderen .
Klik op de koppeling om namen weer te geven van toepassingen en gebruikers die naar dit apparaat hebben afgedrukt.
Het scherm Kleur beperken gebruiken met een product
U kunt het kleurgebruik beperken voor afzonderlijke taken of voor specifieke toepassingen.
72 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
Als u op de pagina Kleur beperken op de optie KLEUR INDIEN TOEGESTAAN klikt, worden de functies Machtigingen voor gebruikers en Machtigingen voor toepassingen van het scherm ingeschakeld. Zie de afbeelding hieronder.
NLWW
Afbeelding 3-22 Scherm Kleur beperken – optie KLEUR INDIEN TOEGESTAAN
Tabel 3-15 Kleur beperken – KLEUR INDIEN TOEGESTAAN
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
KLEUR INDIEN
TOEGESTAAN
Selecteer deze optie als u de functies Machtigingen voor gebruikers en
Machtigingen voor toepassingen wilt inschakelen.
Standaardmachtiginge n voor gebruikers
Naam systeemgebruiker
Selecteer de standaard kleurinstelling voor gebruikers die niet zijn gedefinieerd in de lijst Machtigingen voor gebruikers.
Typ de naam van de systeemgebruiker in dit veld.
Kleur beperken 73
Tabel 3-15 Kleur beperken – KLEUR INDIEN TOEGESTAAN (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
4 Machtiging
5
6
7
8
Lijst Machtigingen voor gebruikers
Logboek kleurgebruiktaak
Machtigingen voor toepassingen
OK
Hier kunt u het machtigingsniveau voor kleurgebruik selecteren voor de gebruiker die wordt weergegeven in het veld Naam systeemgebruiker .
Selecteer namen in deze lijst en gebruik vervolgens de opdrachtknoppen om voor elke gebruiker machtigingen toe te voegen, te bewerken, te verwijderen, op te slaan of te annuleren.
Klik op deze koppeling als u een lijst wilt weergeven met de namen van systeemgebruikers die een afdruktaak met het apparaat hebben uitgevoerd.
Met de bedieningselementen in dit gedeelte kunt u kleurmachtigingen instellen voor de toepassingen van het systeem.
Klik op deze knop om uw wijzigingen op te slaan.
Machtigingen voor gebruikers of technische toepassingen instellen
1.
Klik op Toevoegen .
2.
Klik in het veld Naam systeemgebruiker of het veld Naam technische toepassing en typ de gebruikersnaam of de naam van de toepassing.
OPMERKING: Klik op de koppeling Logboek kleurgebruiktaak om een lijst weer te geven met gebruikers of toepassingen die een afdruktaak hebben uitgevoerd op het apparaat.
3.
Selecteer een machtigingsniveau in het vervolgkeuzemenu Machtiging .
4.
Klik op Opslaan om een naam van een gebruiker of een toepassing aan de lijst toe te voegen.
OPMERKING: Als u een gebruiker of een toepassing uit de lijst wilt verwijderen, klikt u in de lijst op de gebruikers- of toepassingsnaam en klikt u vervolgens op Bewerken of op
Verwijderen .
74 Hoofdstuk 3 Het product configureren vanaf de schermen van het tabblad Instellingen NLWW
4 Opties voor digitaal versturen instellen
Beheerders kunnen de schermen van het tabblad Digitaal versturen gebruiken om de digitale verzendopties van bepaalde apparaten in te stellen.
OPMERKING: Sommige producten ondersteunen niet alle bovengenoemde schermen.
NLWW 75
Algemene instellingen
Gebruik het scherm Algemene instellingen om beheerdersgegevens voor Digitaal versturen in te stellen. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-1 Scherm Algemene instellingen
Tabel 4-1 Algemene instellingen
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Naam
E-mailadres
4
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Voer hier de naam van de beheerder in.
Voer hier het e-mailadres van de beheerder in. Het apparaat accepteert geen emailadressen die niet correct zijn ingesteld.
Voer hier het telefoonnummer van de beheerder in (optioneel).
5
6
Telefoonnummer
(optioneel)
Locatie (optioneel)
Help
Voer hier de locatie van de beheerder in (optioneel).
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
76 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Verzenden naar map
Gebruik het scherm Verzenden naar map om gescande documenten te verzenden naar gedeelde mappen of FTP-sites.
OPMERKING: De gedeelde mappen of FTP-sites moeten functioneren voordat u dit hulpmiddel gebruikt, anders kunt u ze niet als bestemming toevoegen.
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Verzenden naar map kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 4-2 Scherm Verzenden naar map
Tabel 4-2 Instellingen voor Verzenden naar map
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
5
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Verzenden naar map inschakelen
Toevoegen
Bewerken
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Schakel het selectievakje Verzenden naar map inschakelen in om
Verzenden naar map te kunnen gebruiken op het apparaat. Als u dit inschakelt, verschijnt er een pictogram voor Verzenden naar map op het voorpaneel van het apparaat. De gebruiker kan deze functie met behulp van dit pictogram gebruiken.
Klik op Toevoegen om een nieuwe mapbestemming in te stellen.
Klik op Bewerken als u de instellingen van de vooraf gedefinieerde map wilt bekijken of wijzigen.
Verzenden naar map 77
Tabel 4-2 Instellingen voor Verzenden naar map (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
6 Verwijderen
7
8
9
Alles verwijderen
Toegang tot map testen
WINS-server
Klik op Verwijderen om de geselecteerde map uit de lijst met vooraf gedefinieerde mappen te verwijderen.
Klik op Alles verwijderen om alle vooraf gedefinieerde mappen uit de lijst te verwijderen.
Klik op Toegang tot map testen om te testen of een vooraf gedefinieerde map voor het apparaat toegankelijk is.
Gebruik de instelling WINS-server om de hostnaam of het IP-adres van de
WINS-server op te geven. Deze instelling is vereist als paden en mappen in
Windows als mapbestemmingen worden gebruikt. De WINS-server moet worden opgegeven als het pad naar het werkstation of de server de vorm \
\hostnaam\\share heeft.
10
11
Verificatie-instelling NTLM
TIFF-versie
OPMERKING: Als de hostnamen voor de gedeelde mappen allemaal zijn omschreven als IP-adressen (bijvoorbeeld \
\192.000.0.1\Topfolder), dan hoeft u geen WINS-server op te geven. Stel de WINS-server in dat geval in als 0.0.0.0.
Gebruik de verificatie-instelling NTLM om de verificatie-instelling op te geven die wordt gebruikt door de servers/werkstations in uw computeromgeving.
De gangbare standaardinstellingen zijn:
● Windows 95, Windows 98 en Windows Me-hosts - Selecteer LM- en
NTLM-gecodeerd wachtwoord verzenden.
● Windows NT 4.0 (eerdere versies dan service pack 4) - Selecteer
NTLM-gecodeerd wachtwoord verzenden.
● Windows NT 4.0 service pack 4 - Selecteer NTLM V2-verificatie gebruiken
● Windows 2000 of latere besturingssystemen - Selecteer NTLM V2verificatie
● Gemengde omgevingen - Selecteer LM- en NTLM-gecodeerd wachtwoord verzenden.
Geef hier de TIFF-versie op.
Een vooraf gedefinieerde map toevoegen
Voer de volgende stappen uit om een vooraf gedefinieerde map aan de lijst toe te voegen.
1.
Klik op Toevoegen.... Hierdoor kunt u een mapbestemming instellen en testen die de gebruiker op het apparaat kan selecteren. Als u op Toevoegen hebt geklikt, gaat u naar een reeks van twee webpagina's waarin u eerst het bestemmingstype kiest en vervolgens de vooraf gedefinieerde map instelt. Geef op beide pagina's de instellingen op en klik vervolgens op de knop OK.
2.
Nadat u de vooraf gedefinieerde map hebt toegevoegd en geconfigureerd, en vervolgens op OK hebt geklikt, keert u terug naar deze pagina. De nieuwe vooraf gedefinieerde map wordt nu weergegeven in de lijst Vooraf gedefinieerde mappen. De aliasnaam voor iedere map wordt in de lijst weergegeven.
78 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Een vooraf gedefinieerde map bewerken of bekijken
Voer deze stappen uit om een vooraf gedefinieerde map te bewerken of te bekijken.
1.
Selecteer een map in de lijst Vooraf gedefinieerde mappen door erop te klikken.
2.
Klik op bewerken. U gaat naar een nieuwe webpagina waarin u de instellingen voor de vooraf gedefinieerde map kunt bekijken of bewerken. Klik vervolgens op de knop OK om terug te gaan naar deze pagina als u instellingen hebt gewijzigd. Als u geen wijzigingen hebt aangebracht, klikt u op Annuleren.
Een vooraf gedefinieerde map verwijderen
Voer de volgende stappen uit om een vooraf gedefinieerde map van het apparaat te verwijderen:
1.
Selecteer een map in de lijst Vooraf gedefinieerde mappen door erop te klikken.
2.
Klik op Verwijderen... en vervolgens op de knop OK om de verwijdering te bevestigen. De geselecteerde mapbestemming wordt van het apparaat verwijderd.
3.
Herhaal bovenstaande stappen om meer mappen te verwijderen of gebruik de knop Alles verwijderen... zoals hieronder beschreven.
Alle mappen verwijderen
Voer deze stappen uit om alle mappen van het apparaat te verwijderen:
1.
Klik op Alles verwijderen.
2.
Klik op OK om de verwijdering te bevestigen. Alle mappen worden verwijderd.
Een vooraf gedefinieerde map testen
Voer deze stappen uit om te testen of een vooraf gedefinieerde map voor het apparaat toegankelijk is.
1.
Selecteer een map in de lijst Vooraf gedefinieerde mappen.
2.
Klik op Toegang tot map testen. Als er gebruikersgegevens nodig zijn om toegang te krijgen tot de map, moet u deze invoeren om de test te voltooien.
Wanneer de test is voltooid, wordt er in een grijs venster in het bovenste deel van de pagina een berichtvenster weergegeven met de testresultaten.
NLWW Verzenden naar map 79
E-mailinstellingen
Voor het product is een SMTP-gatewayserver (Simple Mail Transfer Protocol) nodig om e-mailberichten naar hun bestemmingen te kunnen versturen. Als de SMTP-gateway niet antwoordt of niet geconfigureerd is, verschijnt het volgende bericht op het scherm:
0.0.0.0 antwoordt niet of is geen geldige SMTP-gatewayserver.
Gebruik het scherm E-mailinstellingen om de SMTP-instellingen te configureren, de maximumgrootte van e-mailbijlagen in te stellen en het standaard e-mailadres voor het product in te stellen. U kunt ook een standaardonderwerp instellen voor alle e-mailberichten die het product verstuurt. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-3 Scherm E-mailinstellingen
Tabel 4-3 E-mailinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
3
4
E-mail verzenden
SMTP-gateway van het apparaat.
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Hiermee kunt u direct vanaf het product e-mailberichten naar de SMTPgatewayserver versturen.
Voer hier het TCP/IP-adres of de hostnaam in van de SMTP-gatewayserver die de e-mailverzoeken van het apparaat zal beheren. Als u het TCP/IP-adres of de hostnaam van de SMTP-gateway niet weet, klikt u op de knop Gateways zoeken .
80 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
NLWW
Tabel 4-3 E-mailinstellingen (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
OPMERKING: Sommige apparaten herkennen alleen TCP/IPadressen. In zulke gevallen worden hostnamen naar het bijbehorende
TCP/IP-adres geconverteerd.
Maximumgrootte van bijlagen Selecteer hier de maximumgrootte van e-mailbijlagen die de SMTP-gateway kan verwerken. Als het product een e-mailbijlage moet versturen die groter is dan de opgegeven maximumgrootte, wordt de bijlage gesplitst in kleinere bestanden die in meerdere e-mailberichten worden verstuurd.
SMTP-verificatie inschakelen Gebruik deze instelling om SMTP-verificatie te vereisen voor uitgaande e-mail.
Gegevens van apparaatgebruiker gebruiken
Openbare gegevens gebruiken
U kunt deze instelling alleen gebruiken als verificatie is ingeschakeld voor SMTP en als individuele apparaatgebruikers accounts hebben op de SMTP-server. In de meeste gevallen is de voorkeursmethode Openbare gegevens gebruiken .
Gebruik deze instelling om één naam en wachtwoord in te stellen voor SMTPverificatie voor het apparaat die alle gebruikers kunnen gebruiken.
Gateways zoeken
SMTP-verificatie wordt gebruikt om, indien vereist, een gebruikersnaam en wachtwoord op te geven aan de SMTP-server. Voor de meeste ISP's (Internet
Service Providers) zijn deze gegevens vereist.
Als u het TCP/IP-adres of de hostnaam van de SMTP-gateway niet weet, klikt u op deze knop om op het netwerk naar een geschikte SMTP-gateway te zoeken.
Test
E-mailadres
Weergavenaam
OPMERKING: Als u een ISP gebruikt voor e-mailservices, werkt deze functie mogelijk niet goed. Neem contact op met uw ISP voor de naam of het adres van de SMTP-gateway en voor de gebruikersnaam en het wachtwoord die worden gebruikt voor toegang tot de e-mail.
Klik op deze knop om te controleren of de opgegeven SMTP-gatewayserver geldig en in bedrijf is.
Voer het e-mailadres in van de persoon die als de standaardverzender zal fungeren.
Voer de naam in die in het "Van"-veld moet verschijnen voor e-mailberichten die vanaf het product worden verzonden. U kunt dit veld ook gebruiken om instructies toe te voegen zoals "Voer hier uw e-mailadres in".
OPMERKING: Als er geen naam wordt opgegeven, wordt het e-mailadres dat in het veld E-mailadres is getypt, weergegeven in het veld Van bij uitgaande e-mailberichten.
Voorkomen dat de gebruiker van het apparaat het standaard "Van:"-adres wijzigt
Standaardonderwerp
Schakel dit selectievakje in om ervoor te zorgen dat algemene gebruikers het door de beheerder ingestelde e-mailadres niet kunnen wijzigen.
Geavanceerd
Indien gewenst kunt u het onderwerp invoeren dat in alle te verzenden e-mailberichten wordt weergegeven. U kunt dit veld ook gebruiken om instructies toe te voegen zoals "Voer hier een onderwerp voor uw e-mailbericht in".
Klik op deze knop om een nieuw scherm te openen waarin u de berichttekst en bijlage-instellingen voor te verzenden e-mailberichten kunt instellen. Zie voor
meer informatie Geavanceerde e-mailinstellingen op pagina 82
.
E-mailinstellingen 81
Geavanceerde e-mailinstellingen
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Geavanceerde e-mailinstellingen kunt gebruiken.
Afbeelding 4-4 Scherm Geavanceerde e-mailinstellingen
Tabel 4-4 Geavanceerde e-mailinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
5
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Tekstbericht
Te bewerken door gebruiker
Instellingen bijlage
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Hierin kunt u de weergave van het tekstbericht in alle te verzenden e-mailberichten aanpassen. Selecteer de taal voor de berichttekst. De talen die beschikbaar zijn, zijn dezelfde talen die beschikbaar zijn in het scherm Taal op het tabblad Instellingen .
Schakel dit selectievakje in als u wilt dat de gebruiker de berichttekst van de e-mail kan bewerken.
Selecteer hier de standaardinstellingen voor de bijlagen bij de te verzenden e-mailberichten.
82 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Adresboek e-mail
Een e-mailadresboek is een lijst met e-mailadressen die in het apparaat zijn opgeslagen. In het adresboek kunt u vaak gebruikte e-mailadressen opslaan zodat u snel het juiste e-mailadres kunt kiezen als u een document wilt verzenden vanaf het voorpaneel van het apparaat. In het e-mailadresboek kunt u e-mailadressen afzonderlijk in het apparaat opslaan en e-mailadressen die al in het apparaat zijn opgeslagen bewerken.
Ook kunt u de functie Importeren/Exporteren op het apparaat gebruiken als u een lange lijst van vaak gebruikte e-mailadressen in het apparaat wilt laden in plaats van deze één voor één op te slaan.
Als u e-mailadressen op meer dan één apparaat wilt opslaan, dan kunt u deze het beste invoeren op
één apparaat, eventueel bewerkingen uitvoeren in de lijst en vervolgens de functie Importeren/
Exporteren gebruiken om de adressen ook naar andere apparaten over te brengen.
In de volgende afbeelding en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-5 Het scherm Adresboek e-mail
Taken in Adresboek e-mail
U kunt een e-mailadres toevoegen door te klikken op E-mailadres toevoegen... Op deze manier komt u op de pagina E-mailadres toevoegen, waar u de instructies vindt om deze taak uit te voeren.
NLWW Adresboek e-mail 83
Een e-mailadres toevoegen
Voor het toevoegen van een nieuw e-mailadres gaat u als volgt te werk:
1.
Klik E-mailadres toevoegen... De pagina E-mailadres toevoegen wordt geopend.
2.
Typ de naam van de betreffende persoon in het veld Naam. Deze naam wordt weergegeven in de lijst die op het bedieningspaneel van het apparaat verschijnt wanneer een gebruiker een e-mailadres zoekt. Afhankelijk van de gebruikte taal is de maximumlengte 245 tekens of minder.
3.
Typ het e-mailadres in het veld E-mailadres. Dit moet minder dan 255 tekens bevatten.
OPMERKING: Als de optie voor validatie van e-mailadressen op het apparaat is ingeschakeld, dan moet het e-mailadres een @-teken bevatten.
4.
Klik op Toepassen om het nieuwe e-mailadres op te slaan in het apparaat.
Een e-mailadres bewerken
Als u een bestaande vermelding wilt bewerken, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer het e-mailadres dat u wilt bewerken. U kunt een naam typen in het zoekveld om één bepaald e-mailadres te zoeken.
2.
Klik op Vermelding bewerken... De pagina E-mailadres bewerken wordt geopend.
3.
Breng de gewenste wijzigingen aan in de velden Naam en Adres.
4.
Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
Een bestaand e-mailadres verwijderen
Als u een bepaalde vermelding wilt verwijderen, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer het e-mailadres dat u wilt verwijderen. U kunt een naam typen in het zoekveld om één bepaald e-mailadres te zoeken.
2.
Klik op Vermelding verwijderen... De pagina E-mailadres verwijderen wordt geopend. Opmerking:
Als u alle E-mailadressen uit het apparaat wilt verwijderen, dan klikt u op Alle vermeldingen verwijderen... Als u eerst een back-upkopie van de e-mails wilt maken, dan kan dat met de functie
Importeren/Exporteren.
3.
Op de weergegeven pagina wordt u gevraagd om een bevestiging voor het verwijderen van het geselecteerde e-mailadres. Als een e-mailadres eenmaal is verwijderd, kunt u dit op geen enkele manier meer herstellen. Klik op OK om uw selectie te bevestigen. Het e-mailadres is verwijderd.
84 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Faxinstellingen
Het product kan gescande documenten naar een faxnummer verzenden en op deze manier de verzendfuncties van een faxapparaat simuleren. Als het product beschikt over een faxmodem, kan het ook worden ingesteld om faxen te ontvangen.
OPMERKING: Het scherm Faxinstellingen (en het menu Verzenden naar fax aan de linkerzijde) is alleen beschikbaar als uw product beschikt over een faxmodemkaart.
OPMERKING: Faxinstellingen kunnen ook worden geconfigureerd op de pagina Apparaat configureren , die beschikbaar is vanaf het tabblad Instellingen .
Gebruik het scherm Faxinstellingen om de faxverzendfuncties voor het product te configureren. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 4-6 Scherm Faxinstellingen
Tabel 4-5 Verzenden naar fax
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Faxinstellingen 85
Tabel 4-5 Verzenden naar fax (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
3
4
5
6
7
8
Faxen verzenden rechtstreeks vanaf de interne modem van het apparaat
Faxen worden rechtstreeks vanaf het apparaat verzonden. Wanneer deze optie is geselecteerd, moet u de volgende informatie selecteren of invoeren:
● Het land/de regio
● De bedrijfsnaam
● Het telefoonnummer waarmee de interne modem van het apparaat is verbonden
● Indien van toepassing een voorkiesnummer dat voor uw telefoonsysteem is vereist
Faxen worden verstuurd met behulp van de
Digital Sending Software-service.
Modeminstellingen van het apparaat
Geavanceerd
Bericht via de Digital Sendingservice
Voer deze informatie in als de optie rechtstreeks vanaf de interne modem van de MFP is geselecteerd in de lijst Faxen verzenden .
Klik op deze knop om een nieuw scherm te openen waarin u de geavanceerde modeminstellingen zoals modem- en belvolume en verzend- en ontvangstinstellingen kunt opgeven. Vanuit dit scherm kunt u tevens een faxlogbestand afdrukken en toegang krijgen tot instellingen voor beveiliging en
diagnostiek. Zie voor meer informatie Geavanceerde faxinstellingen op pagina 86 .
Hierin stelt u de waarschuwingsopties in, bijvoorbeeld of u een waarschuwingsbericht wilt verzenden dat de versturing van de fax succesvol is geweest of dat een verzendfout heeft plaatsgevonden, of u dit bericht wilt afdrukken of dat de verzender een verzendrapport ontvangt. Schakel het selectievakje
Inclusief miniatuur in om een kleiner geschaalde afbeelding van het gescande document aan het verzendrapport toe te voegen.
Kwaliteit
Factuurcode
Selecteer hier de resolutie voor de uitgaande faxberichten.
Voer de factureercode in indien van toepassing. Indien gewenst kunt u het selectievakje Door gebruiker te bewerken inschakelen zodat de gebruiker de factureercode kan wijzigen. In het veld Minimumlengte stelt u de minimale lengte van de factureercode in. De factureercode kan een waarde zijn tussen 1 en 16.
Geavanceerde faxinstellingen
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Geavanceerde faxinstellingen kunt gebruiken.
86 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
NLWW
Afbeelding 4-7 Scherm Geavanceerde faxinstellingen
Tabel 4-6 Geavanceerde faxinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Algemeen
Verzenden
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Selecteer hier de algemene instellingen zoals modem- en belvolume en schakel hierin JBIG-compressie en Foutcorrectie in of uit.
Selecteer de instellingen voor faxen die vanaf het product worden verzonden, bijv.
of de kiestoon gecontroleerd moet worden voor de fax wordt verzonden, of de kopregel boven de fax moet verschijnen, of hoe vaak het product opnieuw moet proberen indien de ontvangende faxlijn bezet is of niet reageert.
Faxinstellingen 87
Tabel 4-6 Geavanceerde faxinstellingen (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
5 Ontvangen
6
7
8
9
Activiteitenlog afdrukken
Activiteitenlog wissen
Beveiliging
Diagnostiek
Selecteer hier de instellingen voor ontvangen faxen. U kunt aangeven in welke uitvoerbak de faxen moeten worden afgeleverd en of de inkomende faxen passend gemaakt moeten worden op het formaat papier in de invoerlade. Bovendien kunt u het nummer opgeven van een andere fax waarnaar binnenkomende faxen doorgestuurd moeten worden.
Klik op deze knop om het activiteitenlog van de interne faxmodem af te drukken.
In het activiteitenlog zijn alle binnenkomende en uitgaande faxoproepen vastgelegd vanaf het moment dat het laatste logbestand is leeggemaakt. Het log wordt door het product afgedrukt.
Klik op deze knop om alle invoer in het faxactiviteitenlog te wissen. HP raadt aan om het faxactiviteitenlog regelmatig af te drukken zodat u het kunt bewaren en vervolgens het activiteitenlog leeg te maken om de bestandsgrootte minimaal te houden.
Klik op deze knop om de beveiligingsfuncties voor de interne modem in te stellen.
De eerste keer dat u de beveiligingsfuncties configureert, wordt u gevraagd om een beveiligingspincode in te voeren (en te bevestigen). Deze pincode hebt u vervolgens nodig om de beveiligingsfuncties weer te geven en opnieuw te configureren.
Klik op deze knop om de diagnostiekfuncties voor de interne modem in te stellen.
Als u op de knop Beveiliging klikt, verschijnt het scherm Stel PIN-nummer in . U kunt dit scherm gebruiken om een individueel toegekende pincode (persoonlijk identificatienummer) vast te stellen voor toegang tot de faxverzendfunctie.
Afbeelding 4-8 Scherm Stel PIN-nummer in
Als u op de knop Diagnostiek klikt op het scherm Geavanceerde faxinstellingen , verschijnt het scherm Diagnostische gegevens modem , zoals is weergegeven in de volgende afbeelding.
In het veld T30-rapporten afdrukken kunt u de frequentie instellen waarmee T30-rapporten worden afgedrukt. T30-rapporten zijn gedetailleerde rapporten van de faxcommunicatie die verschijnen tijdens de meest recente faxtransactie. De rapporten zijn handig bij het diagnosticeren van mislukte faxsessies en kunnen door een servicetechnicus worden opgevraagd als een ondersteuningsoproep noodzakelijk
88 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
NLWW is. Het rapport wordt op de MFP afgedrukt wanneer hiertoe opdracht wordt gegeven of conform uw instellingen.
In het veld Signaalsterkte kan de signaalsterkte van de fax worden aangepast, die gebruikt wordt om op de telefoonlijn te communiceren.
VOORZICHTIG: De Signaalsterkte -instelling kan niet worden aangepast, tenzij dit door een ervaren servicetechnicus wordt aangeraden om slecht functionerende faxcommunicaties te corrigeren.
Afbeelding 4-9 Scherm Diagnostische gegevens modem
Faxinstellingen 89
Faxadresboek
Een faxadresboek is een lijst met faxnummers die in het apparaat zijn opgeslagen. In het adresboek kunt u vaak gebruikte faxnummers opslaan zodat u snel de juiste bestemming kunt kiezen als u een document wilt faxen vanaf het voorpaneel van het MFP-apparaat. Op de pagina Faxadresboek kunt u faxnummers afzonderlijk in het apparaat opslaan en faxnummers die al in het apparaat zijn opgeslagen bewerken.
Ook kunt u de functie Importeren/Exporteren op het apparaat gebruiken als u een lange lijst van vaak gebruikte faxnummers in het apparaat wilt laden in plaats van deze één voor één op te slaan.
Als u faxnummers op meer dan één apparaat wilt opslaan, dan kunt u de faxnummers het beste invoeren op één apparaat, eventueel bewerkingen uitvoeren in de lijst en vervolgens de functie Importeren/
Exporteren gebruiken om het faxadresboek ook naar andere apparaten over te brengen.
In de volgende afbeelding en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-10 Het scherm Faxadresboek
Taken in Faxadresboek
U kunt een faxnummer toevoegen door te klikken op Faxnummer toevoegen... Op deze manier komt u op de pagina Faxnummer toevoegen, waar u de instructies vindt om deze taak uit te voeren.
90 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Een faxnummer toevoegen
Voor het toevoegen van een faxnummer gaat u als volgt te werk:
1.
Klik op Faxnummer toevoegen... De pagina Faxnummer toevoegen wordt geopend.
2.
Typ de naam van de betreffende persoon in het veld Naam. Deze naam wordt weergegeven in de lijst die op het bedieningspaneel van het apparaat verschijnt wanneer een gebruiker een faxnummer zoekt. Afhankelijk van de gebruikte taal is de maximumlengte 245 tekens of minder.
3.
Typ het faxnummer in het veld Faxnummer. Zowel faxnummers met als zonder spaties zijn toegestaan. Het nummer moet minder dan 50 tekens bevatten en het mag de volgende tekens bevatten: komma + - ( ) [ ] *.
4.
Klik op Toepassen om het nieuwe faxnummer in het apparaat op te slaan.
U kunt elk faxnummer dat in het apparaat is opgeslagen bewerken of verwijderen.
Een faxnummer bewerken
Als u een bestaande vermelding wilt bewerken, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer in de pagina Faxadresboek het faxnummer dat u wilt bewerken. In het zoekveld kunt u een naam typen om een bepaald faxnummer te zoeken.
2.
Klik op Faxnummer bewerken... De pagina Faxnummer bewerken wordt geopend.
3.
Breng de gewenste wijzigingen aan in de velden Naam en Faxnummer.
4.
Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan.
Een faxnummer verwijderen
Als u een bepaalde vermelding wilt verwijderen, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer het faxnummer dat u wilt verwijderen in de pagina Faxadresboek. In het zoekveld kunt u een naam typen om een bepaald faxnummer te zoeken.
2.
Klik op Faxnummer verwijderen... De pagina Faxnummer verwijderen wordt geopend. Opmerking:
Als u alle faxnummers uit het apparaat wilt verwijderen, dan klikt u op Alle faxnummers verwijderen... Als u eerst een back-upkopie van de nummers wilt maken, dan kan dat met de functie
Importeren/Exporteren.
3.
Op de weergegeven pagina wordt u gevraagd om een bevestiging voor het verwijderen van het geselecteerde faxnummer. Als een faxnummer eenmaal is verwijderd, kunt u dit op geen enkele manier meer herstellen. Klik op OK om uw selectie te bevestigen. Het faxnummer wordt verwijderd.
NLWW Faxadresboek 91
Importeren/exporteren
Gebruik deze pagina om een adresboek en gebruikersinformatie te importeren en exporteren naar en vanuit het apparaat.
Als u gegevens naar het apparaat importeert, voegt u nieuwe e-mailadressen, faxnummers of gebruikersrecords toe, zodat u deze kunt gebruiken vanaf dit apparaat. Op deze manier kunt u gemakkelijk beginlijsten maken of kunt u uw HP-apparaat actueel houden met de meest recente veranderingen binnen uw organisatie.
Wanneer u records exporteert, worden e-mail-, fax- of gebruikersrecords van uw apparaat opgeslagen in een bestand op uw computer. Dit bestand kunt u gebruiken als gegevensback-up of u kunt het gebruiken om de records naar een ander HP-apparaat te importeren. Zie
Een adresboek exporteren op pagina 95 voor exportinstructies.
In de volgende afbeelding en procedures wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-11 Het scherm Importeren/exporteren
Een adresboek importeren
Gegevens uit een adresboek kunt u importeren door eerst een door komma's gescheiden bestand (CSVindeling) te maken. De CSV-indeling is een gangbare bestandsindeling die vaak wordt gebruikt voor het overbrengen van gegevens tussen databaseprogramma's en apparaten. Dit bestand kan worden gemaakt met een spreadsheetprogramma zoals Microsoft Excel of een tekstprogramma zoals Microsoft
92 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Notepad. Zorg ervoor dat u het bestand, nadat u dit hebt gemaakt, opslaat of exporteert als .CSVbestandstype. U kunt ook een gegevensbestand maken door contactpersonen vanuit Microsoft Outlook of een andere e-mailclient te exporteren en dit op te slaan als een CSV-bestand.
Een adresboek importeren
Als u een adresboek of gebruikersgegevens wilt importeren, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Maak een gegevensbestand dat een koprij bevat met de voor uw gegevens vereiste kolommen. U kunt de volgende kolommen gebruiken:
● name (of "first name" en "last name")
● address
● dlname
● faxnumber
● speeddial
● code
● pin
OPMERKING: U kunt het veld "address" ook "E-mail" of "E-mail Address" noemen. U kunt het veld "faxnumber" ook "Business Fax" of "Home Fax" noemen.
De koprij is de eerste rij van de spreadsheet of van het bestand.
2.
Na de koprij voegt u de rijen toe met de records uit het adresboek of de gebruikersrecords.
Raadpleeg het gedeelte Verplichte gegevens en limieten voor records hierna om te zien welke kolommen verplicht zijn voor ieder recordtype.
Lege kolommen zijn toegestaan. Als u een tekstbestand voor import maakt, hoeft u slechts voor elk leeg veld een komma in te voegen.
Bevatten de gegevens in het veld ook een komma, dan moeten er aanhalingstekens om de gegevens in dat veld worden geplaatst, bijvoorbeeld:
"Janssen, Henk"
Gebruikt u Excel om een importbestand te maken, dan hoeft u geen aanhalingstekens toe te voegen. Excel voegt deze namelijk automatisch toe wanneer het bestand wordt geconverteerd naar een .CSV-bestand.
3.
Sla uw importbestand op.
Als u het bestand in Excel maakt, dan selecteert u in het menu Bestand Opslaan als en selecteer vervolgens in de vervolgkeuzelijst Opslaan als de optie .CSV (kommagescheiden)(*.csv).
Als u een tekstbestand maakt, dan selecteert u in het menu Bestand Opslaan als en typt u vervolgens .csv in plaats van de bestandextensie .txt.
NLWW Importeren/exporteren 93
4.
Als u het bronbestand naar het apparaat wilt importeren, klikt u op Bladeren... naast het veld
Bestandsnaam adresboek op de pagina Importeren/Exporteren om naar het bronbestand te gaan op uw computer.
5.
Klik op Importeren om het gegevensbestand naar het apparaat te importeren. Afhankelijk van de netwerksnelheid duurt het importproces ongeveer 1 minuut voor elke 1000 records.
Zodra het importproces is voltooid, wordt er een bericht weergegeven waarin u kunt zien hoeveel records er met succes zijn geïmporteerd en of er fouten zijn opgetreden.
Verplichte gegevens en limieten voor records
Dit zijn de verplichte gegevens voor elk recordtype:
Recordtype
E-mailadres
Gebruikersrecord
E-maildistributielijst
Verplichte gegevens name (of "first name" en "last name") address
Maximumlengte van velden Maximumaantal records
245 tekens
255 tekens
name 245 tekens
2000 pin address
name address
4-8 cijfers
255 tekens
245 tekens
255 tekens
Faxnummer dlname name
245 tekens
245 tekens
50 tekens
2000 faxnumber
1
2
3
4
Faxsnelkiesnummer faxnumber speeddial
50 tekens
31 tekens
100 snelkiesnummers, elk met een maximum van 100 vermeldingen code
2 cijfers
U kunt het veld "address" ook "E-mail" of "E-mail Address" noemen. U kunt het veld "faxnumber" ook "Business Fax" of "Home
Fax" noemen.
Afhankelijk van de gebruikte taal kan de maximumlengte lager zijn.
Het totale aantal e-mailadressen en distributielijsten mag samen maximaal 2000 vermeldingen bevatten.
Het veld "speeddial" bevat de naam voor het snelkiesnummer, bijvoorbeeld "Jansen bestratingen" en het veld "code" bevat het snelkiesnummer (een getal tussen de 0 en de 99), bijvoorbeeld 08. Zowel een- als tweecijferige getallen zijn toegestaan.
Zo kunt u bijvoorbeeld zowel 06 als 6 gebruiken.
Een importbestand maken met Microsoft Outlook
Als u contactpersonen hebt opgeslagen in Microsoft Outlook, dan kunt u deze exporteren naar een .CSV-bestand en dit bestand vervolgens gebruiken om ze te importeren naar het apparaat. Volg de instructies hierna om een .CSV-bestand te maken met Microsoft Outlook.
1.
Selecteer in het menu Bestand van Outlook de optie Importeren en exporteren...
2.
Selecteer in de wizard Importeren en exporteren de optie Exporteren naar bestand en klik op
Volgende.
94 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
3.
Selecteer Door lijstscheidingstekens gescheiden waarden (CSV) en klik op Volgende.
4.
Selecteer de map Contactpersonen en klik op Volgende.
5.
Typ een naam voor het bestand met de extensie .csv. Klik op Bladeren om de locatie te kiezen waar u het bestand op uw computer wilt opslaan. Klik op Volgende.
6.
Klik op Voltooien om de wizard te voltooien en het bestand te exporteren.
7.
Als u het .CSV-bestand naar het apparaat wilt importeren, voer dan stap 4 en 5 uit van de instructies
voor Een adresboek importeren op pagina 92 .
Een adresboek exporteren
Ook kunt u het adresboek of gebruikersinformatie exporteren die op het apparaat zijn opgeslagen. Deze gegevens worden geëxporteerd naar een CSV-bestand met hetzelfde formaat als hierboven is beschreven, d.w.z. een koprij gevolgd door een rij voor iedere gebruiker of voor elke record van het adresboek. Voor het exporteren van gegevens gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer een of meer van de onder stap 1 weergegeven selectievakjes.
2.
Typ bij stap 2 de naam voor het exportbestand.
3.
Klik in het dialoogvenster dat wordt weergegeven op Opslaan en selecteer vervolgens de locatie waar u het bestand wilt opslaan.
4.
Mislukt het exportproces, dan wordt er een foutbericht weergegeven. Mocht dit het geval zijn, wacht dan enkele minuten en probeer nogmaals het bestand te exporteren.
U kunt het exportbestand openen in een spreadsheetprogramma zoals Microsoft Excel of in een tekstprogramma zoals Notepad.
Adresboeken wissen
Als u op de knop Geselecteerde adresboek(en) wissen klikt, worden standaard alle gegevens van het adresboek (e-mail- en faxgegevens en gegevens van bevoegde gebruikers) van het apparaat gewist.
U kunt ook afzonderlijke adresboeken opgeven die u wilt wissen, hoewel u e-mailadressen en e-maildistributielijsten niet afzonderlijk van elkaar kunt wissen.
Misschien wilt u alle adresboeken wissen voordat u het apparaat naar een andere plek binnen uw bedrijf verplaatst of voordat u adresboekgegevens van een ander apparaat importeert.
Als u één of meer adresboeken wilt wissen, dan gaat u als volgt te werk:
1.
Selecteer één of meer van de onder optie 3 weergegeven selectievakjes. Adresboeken wissen.
2.
Klik op Geselecteerde adresboek(en) wissen om de gegevens in de geselecteerde adresboeken te wissen. Er wordt een dialoogvenster weergegeven met een waarschuwing dat aangeeft welke adresboeken er zijn geselecteerd om te worden gewist.
3.
Klik op OK om deze actie te bevestigen. Als de gegevens eenmaal zijn gewist, dan kunnen ze niet meer worden hersteld.
4.
Nadat u op OK hebt geklikt, worden de adresboekgegevens gewist en gaat u terug naar de oorspronkelijke pagina. Er wordt een lijst met gewiste adresboeken weergegeven.
NLWW Importeren/exporteren 95
Adresseringsinstellingen
OPMERKING: Het LDAP-protocol wordt doorgaans alleen gebruikt in e-mailomgevingen van bedrijven. Als u een ISP gebruikt voor e-mailservices, raadt HP u aan de functie Adresboek e-mail te gebruiken.
U dient een of meer bestemmingsadressen in te voeren zodat het product gescande documenten kan verzenden. De adresseringsfunctie van het product vereenvoudigt dit proces door de LDAP-server op het netwerk te openen.
Op het scherm Adresseringsinstellingen kunt u functies instellen waarmee het product rechtstreeks een adres vanaf de database of een LDAP-server kan ophalen in plaats van uit een kopie van het LDAPadresboek. Als u het LDAP-adresboek gebruikt, bent u er zeker van dat de meest recente adressen worden gebruikt. Als de instellingen van de LDAP-server ongeldig zijn of niet automatisch kunnen worden gedetecteerd, verschijnt een bericht op het scherm. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
Afbeelding 4-12 Scherm Adresseringsinstellingen
Tabel 4-7 Adresseringsinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
96 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
NLWW
Tabel 4-7 Adresseringsinstellingen (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
3
4
Directe toegang van apparaat tot LDAP-adresboek toestaan
Bindmethode LDAP-server
Schakel dit selectievakje in om het apparaat rechtstreekse toegang te geven tot een LDAP-adresboek.
Anoniem Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de
LDAP-server geen gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de LDAPdatabase.
Eenvoudig Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de
LDAP-server gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de LDAPdatabase.
Als deze optie is geselecteerd, moet u de gebruikersnaam, het wachtwoord en het domein opgeven. Het wachtwoord wordt ongecodeerd over het netwerk verstuurd.
Eenvoudig over SSL Selecteer deze optie om verbinding te maken met de LDAP-server indien de
LDAP-server gebruikersgegevens nodig heeft voor toegang tot de LDAPdatabase. Deze optie ondersteunt
Kerberos v2.
Als deze optie is geselecteerd, moet u de gebruikersnaam, het wachtwoord en het domein opgeven.
5
6
7
8
9
10
Gegevens van apparaatgebruiker gebruiken
Openbare gegevens gebruiken
LDAP-server
OPMERKING: Deze optie is niet voor alle producten beschikbaar.
U kunt deze instelling alleen gebruiken als verificatie is ingeschakeld voor
SMTP en als individuele apparaatgebruikers accounts hebben op de SMTPserver. In de meeste gevallen is de voorkeursmethode Openbare gegevens gebruiken .
Gebruik deze instelling om één naam en wachtwoord in te stellen voor
SMTP-verificatie voor het apparaat die alle gebruikers kunnen gebruiken.
Deze openbare gegevens worden gebruikt om rechtstreeks verbinding te maken met de LDAP. Als openbare gegevens worden ingevoerd, worden ze door het apparaat gebruikt voor toegang tot de LDAP-map als een gebruiker het apparaat gebruikt.
Voer de hostnaam of het TCP/IP-adres van de LDAP-server in waarvan de database het centrale adresboek bevat.
Poort
Server zoeken
Instellingen zoeken
OPMERKING: Sommige apparaten herkennen alleen TCP/IPadressen. In zulke gevallen worden hostnamen naar het equivalente TCP/IP-adres geconverteerd.
Voer het TCP/IP-poortnummer in waarmee de server LDAP-verzoeken verwerkt. Deze poort is meestal poort 3268.
Klik op deze knop om te zoeken naar beschikbare LDAP-servers.
Klik op deze knop om het product de beste instellingen voor de opgegeven server te laten vinden wanneer er gezocht wordt in de LDAP-database.
Adresseringsinstellingen 97
Tabel 4-7 Adresseringsinstellingen (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
11 Zoekopdracht Voer de Distinguished Name (DN) van de vermelding in de LDAPdirectorystructuur in waarmee het zoeken naar het adres moet beginnen.
Een DN bestaat uit paren van "attribuut=waarde", gescheiden door komma's. Bijvoorbeeld: ou=naam afdeling,o=naam bedrijf ou=marketing,o=Hewlett Packard,c=VS o=hp.com
ou=engineering,cn=gebruikers,dc=hp,dc=com
12
13
14
15
16
OPMERKING: Voor bepaalde LDAP-servers kan de zoekopdracht leeg gelaten worden (in dit geval wordt het knooppunt van de zoekopdracht verondersteld).
Ophaalmethode gebruikersinformatie van apparaat
Standaardinstellingen
Exchange 5.5
Standaardinstellingen Active
Directory
Selecteer deze optie als u verbinding maakt met een Microsoft Exchange 5.5server waarop LDAP wordt uitgevoerd.
De LDAP-attribuutwaarden worden automatisch ingesteld.
Selecteer deze optie als u verbinding maakt met een Microsoft Exchange
Server 2000 waarop LDAP wordt uitgevoerd. De LDAP-attribuutwaarden worden automatisch ingesteld.
De ingevoerde naam overeen laten komen met het LDAPattribuut van
Aangepast Selecteer deze optie als u handmatig de
LDAP-attribuutwaarden moet configureren.
Voer het attribuut in de LDAP-database in waarmee u een persoon in het adresboek aangeeft. De waarde van dit attribuut wordt vergeleken met de naam die de gebruiker invoert om het e-mailadres van de persoon te verkrijgen. Hieronder volgen een paar mogelijke LDAP-attributen:
Ophalen van gebruiker het e-mailadres van de MFPgebruiker met behulp van het attribuut van...
Geavanceerd
Test
● uid: gebruikersnaam
● cn: algemene naam
● sn: achternaam
● givenName: voornaam
Voer het LDAP-attribuut in dat het e-mailadres van de persoon bevat.
Hieronder volgen twee mogelijke LDAP-attributen:
● rfc822Mailbox
Klik op deze knop om een nieuw scherm te openen waarin u geavanceerde
Klik op deze knop om de opgegeven instellingen te testen.
98 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Geavanceerde adresseringsinstellingen
In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u het scherm Geavanceerde adresseringsinstellingen kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 4-13 Scherm Geavanceerde adresseringsinstellingen
Tabel 4-8 Geavanceerde adresseringsinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
4
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Opties Geavanceerd zoeken
Items zoeken in de database
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Selecteer de geavanceerde zoekinstellingen voor de LDAP-server. De volgende instellingen zijn beschikbaar.
● Maximaal aantal LDAP-adressen.
Gebruik dit besturingselement om het aantal overeenkomende e-mailadressen in te stellen dat wordt geretourneerd door één zoekactie. Hoe kleiner het aantal, des te sneller de zoekactie.
● Maximale zoektijd.
Gebruik dit besturingselement om de hoeveelheid tijd in te stellen gedurende welke het apparaat wacht op een reactie van de LDAP-server. In omgevingen waar de LDAP-server drukbezet is of het netwerk traag, moet deze time-out worden verhoogd.
● LDAP-filtervoorwaarde.
Gebruik dit besturingselement om een optioneel LDAP-filter in te stellen voor het uitfilteren van e-mailadressen.
Selecteer hier of de LDAP-zoekstrings items bevatten die beginnen met een deel van de naam of alle items die een deel van de naam bevatten die ergens in de naam van het item voorkomt.
Adresseringsinstellingen 99
Log
Gebruik het scherm Log om informatie over de digitale verzendtaak te krijgen, zoals eventueel optredende fouten. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
OPMERKING: Als de HP DSS is geïnstalleerd, worden digitale verzendtaken in de HP DSS geregistreerd in plaats van in de HP EWS. Open de HP MFP DSS Configuration Utility en klik op het tabblad Log om het log te zien. Alleen logvermeldingen die te maken hebben met activiteiten die via het bedieningspaneel of via HP EWS-schermen zijn geconfigureerd, zijn zichtbaar in HP EWS.
3
4
5
Afbeelding 4-14 Scherm Log
Tabel 4-9 Log
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Ernst
Apparaat
Gebruiker
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Zie voor meer informatie
Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8
.
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Geeft indien van toepassing de ernst van de fout aan voor elke vermelding.
Geeft het TCP/IP-adres van het apparaat aan.
Geeft de gebruiker aan die de bewerking in gang zette.
100 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
6
7
8
9
Tabel 4-9 Log (vervolg)
Onderdeel Gebied op het scherm
Gebeurtenis
Tijd
Opslaan
Details
10
11
Vernieuwen
Wissen
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
Geeft aan of de handeling is gelukt of dat er een fout is opgetreden.
Geeft de tijd voor elke logvermelding weer.
Klik op deze knop om de loggegevens in een bestand op te slaan.
Selecteer de logvermelding en klik op de knop Details om de loginvoergegevens te bekijken.
Klik op deze knop om de weergave bij te werken met de nieuwste loggegevens.
Klik op deze knop om de informatie in het activiteitenlog te wissen.
OPMERKING: Door op de knop Wissen te klikken, wist u alleen het log dat op uw scherm verschijnt. De logvermeldingen blijven opgeslagen in het product ten behoeve van de taakadministratie.
Als u op de knop Details klikt op het scherm Log , verschijnt het scherm Details . Dit scherm geeft informatie weer over digitale verzendtaken, zoals taak-ID, het tijdstip waarop de taak is verzonden, de naam van de verzender en overige details.
NLWW
Afbeelding 4-15 Scherm Details
Voor taken die niet goed zijn verzonden, verschijnt er een knop Problemen oplossen onder aan het scherm Details . Als u klikt op Problemen oplossen , verschijnt het scherm Problemen oplossen . Klik op de onderstreepte koppeling die onder de details verschijnt ( Interne e-mailfout in het voorbeeld hieronder) om een scherm te openen dat u kan helpen bij het oplossen van het probleem.
Log 101
Afbeelding 4-16 Scherm Problemen oplossen
102 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
Voorkeuren
Gebruik het scherm Voorkeursinstellingen om algemene instellingen voor de digitale verzendfuncties te configureren. In de volgende afbeelding en tabel wordt beschreven hoe u dit scherm kunt gebruiken.
NLWW
Afbeelding 4-17 Scherm Voorkeursinstellingen
Tabel 4-10 Voorkeursinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm
1
2
3
4
5
6
Informatie over of mogelijkheden van het gebied
HP EWS-tabbladen en -menu's
Help
Documentgrootte
Documenttype
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Klik hierop om een Help-bestand te openen dat informatie bevat over de schermen op het tabblad Digitaal versturen .
Selecteer hier het standaardformaat van het afdrukmateriaal dat de productscanner moet gebruiken voor het scannen van een document.
Selecteer het standaardtype afdrukmateriaal dat de beeldverwerkingsprocessor van het product moet gebruiken voor het scannen van een document.
● Tekst
● Afbeeldingen
● Gemengd
Dubbelzijdig document Schakel dit selectievakje in als u wilt dat het product beide zijden van een document scant.
Instellingen automatisch herstellen
Gebruik de opties van time-outs om alle digitale verzendinstellingen die bij een taak horen, naar de standaardwaarden van het product te herstellen. U kunt de instellingen direct herstellen na een digitale verzendbewerking waarbij de instellingen door een gebruiker zijn gewijzigd, of u kunt het herstellen met vertraging toepassen door een interval tussen 10 en 300 seconden in te stellen.
Voorkeuren 103
De HP DSS-software gebruiken
De HP Color LaserJet CM4730 MFP omvat de Digital Sending Software (HP DSS) die kan worden gebruikt om digitale verzendtaken uit te voeren. Als de HP DSS is geïnstalleerd, zijn alle HP EWSschermen voor Digitaal versturen beschikbaar voor alleen-lezen. Als u echter probeert wijzigingen op te slaan in een van de schermen HP EWS Digitaal versturen , verschijnt het volgende bericht:
Het apparaat wordt onderhouden door de Digital Sending Software op <IP-adres>. Gebruik
Windows Configuration Utility om het apparaat te configureren.
In dit geval moeten de digitale verzendopties worden geconfigureerd door de HP MFP DSS
Configuration Utility. Dit hulpprogramma centraliseert configuratietaken en helpt bij beveiligingsbeheer.
104 Hoofdstuk 4 Opties voor digitaal versturen instellen NLWW
5 Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad Netwerk
NLWW 105
Overzicht
Gebruik de netwerkschermen om uw apparaat op uw netwerk te configureren en te beheren. Het uiterlijk en de eigenschappen van de schermen die beschikbaar zijn vanaf het tabblad Netwerk kunnen verschillen, afhankelijk van het model en de versie van uw HP Jetdirect-printserver. Het volgende scherm lijkt op het scherm dat u ziet als u klikt op Netwerk . Klik in de linkernavigatiebalk op het menu
Netwerk voor het scherm dat u wilt bekijken.
Afbeelding 5-1 Scherm Netwerkinstellingen
Tabel 5-1 Netwerkinstellingen
Onderdeel Gebied op het scherm Informatie over of mogelijkheden van het gebied
1
2
3
HP EWS-tabbladen en -menu's
Taal selecteren
Help
Zie voor meer informatie Door de HP geïntegreerde webserver bladeren op pagina 8 .
Selecteer de taal voor het tabblad Netwerk . De lijst met talen die beschikbaar is op het tabblad Netwerk , is niet gelijk aan de lijst met talen die beschikbaar is op het tabblad Instellingen .
Klik op ?
voor meer informatie over de opties van het tabblad Netwerk .
Afhankelijk van het model van uw HP Jetdirect-printserver en de versie van het besturingssysteem, worden hieronder enkele taken weergegeven die u kunt uitvoeren vanaf de netwerkschermen:
● De netwerkconfiguratie-instellingen wijzigen voor de verschillende soorten netwerkaansluitingen.
● Beheerdersprotocollen in- en uitschakelen.
● Een contactpersoon en URL's voor ondersteuning instellen.
106 Hoofdstuk 5 Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad Netwerk NLWW
NLWW
● Een wachtwoord instellen om de toegang tot het product en de configuratie-instellingen van het netwerk te beheren. Dit wachtwoord is gesynchroniseerd met het wachtwoord dat u op het scherm
Beveiliging onder het tabblad Instellingen instelt. U kunt het dus via elk van deze twee schermen instellen of opnieuw instellen.
● De beveiliging van uw apparaat configureren met behulp van wachtwoorden, toegangslijsten en beheerdersprotocollen.
● Algemene statusinformatie van het netwerk bekijken, inclusief de netwerkstatistieken die op de printserver zijn opgeslagen, voor het oplossen van problemen met het netwerk of voor het optimaliseren van het netwerk.
● Protocolinformatie bekijken voor alle ondersteunde netwerkaansluitingen.
● De Configuratiepagina van de HP Jetdirect openen.
● De frequentie instellen waarmee de HP EWS de netwerkstatus controleert.
Zie de volgende bronnen voor meer informatie over de netwerkschermen:
● Help . Op elk netwerkscherm biedt de koppeling ?
een beschrijving van de netwerkfuncties. Vanuit het scherm Help kunt u toegang krijgen tot aanvullende Help-informatie op de HP-website.
● Beheerdershandleiding voor de HP Jetdirect . Deze handleiding is in principe beschikbaar op de software-cd die bij uw apparaat is geleverd en kan ook gedownload worden vanaf de hp.comondersteuningspagina's voor uw product op de volgende website.
www.hp.com/support/CLJCM4730mfp
Overzicht 107
108 Hoofdstuk 5 Netwerkfuncties beheren vanuit de schermen van het tabblad Netwerk NLWW
6 Overige koppelingen als hulpbron gebruiken
Het veld Overige koppelingen bevat drie permanente koppelingen die snel toegang bieden tot productspecifieke informatie zoals interactieve probleemoplossingen en bestelinformatie voor originele
HP-onderdelen.
NLWW
Afbeelding 6-1 scherm Apparaatgegevens
OPMERKING: U kunt het scherm Overige koppelingen bewerken op het tabblad
Instellingen gebruiken om maximaal vijf aangepaste koppelingen naar websites van uw keuze toe te voegen. Deze koppelingen verschijnen op de EWS-schermen,in het veld Overige koppelingen onder de linkernavigatiebalk. Zie voor meer informatie
Overige koppelingen bewerken op pagina 62
.
In de volgende gedeelten worden alle koppelingen beschreven die standaard in het veld Overige koppelingen verschijnen.
109
hp instant support
Hewlett-Packard Company biedt hp instant support, een op Internet gebaseerd ondersteuningssysteem dat diagnostische informatie verzamelt van uw product en deze vergelijkt met de informatiedatabase van HP. Bij hp instant support kunt u intelligente oplossingen vinden waarmee u snel en eenvoudig problemen kunt oplossen.
Hoe werkt hp instant support?
Er wordt informatie van uw product verzameld en verzonden (beveiligd) naar Hewlett-Packard Company als u op hp instant support klikt. De website hp instant support leest de productgegevens om zo de huidige status van het product te analyseren. De website maakt een aangepaste webpagina die in het browservenster verschijnt met duidelijke tekst en toelichting. Via de website hp instant support komt u ook terecht bij extra servicediensten die voor uw product beschikbaar zijn.
Voordat er productgegevens naar Hewlett-Packard worden verzonden ter analyse, kunt u alle informatie
(bijvoorbeeld serienummer, foutmeldingen en productstatus) eerst bekijken. Hewlett-Packard behandelt deze informatie vertrouwelijk.
De informatie die u van hp instant support kunt krijgen
De website hp instant support biedt de volgende hulpmiddelen voor probleemoplossing en onderhoud:
● Firmware- en software-updates.
● Oplossingen voor recente problemen die in het Logbestand staan vermeld. Het product geeft bijvoorbeeld een storing weer als meest recente gebeurtenis in het Logbestand. De website hp instant support neemt de gebeurtenis waar en geeft informatie met betrekking tot het verhelpen van de storing.
● Ondersteuningspakketten.
● Productdocumentatie, zoals gebruikershandleidingen en beknopte handleidingen.
110 Hoofdstuk 6 Overige koppelingen als hulpbron gebruiken NLWW
Benodigdheden bestellen
Via de koppeling Benodigdheden bestellen gaat u naar een webpagina waarmee u eenvoudig online benodigdheden bij een leverancier naar keuze kunt bestellen. De benodigdheden die u nodig hebt, zijn al geselecteerd voor u. U kunt de hoeveelheden wijzigen of extra onderdelen selecteren. Uw onderdelen worden in het winkelwagentje gedaan en zodra u klaar bent, wordt er gecontroleerd of de juiste benodigdheden zijn besteld door uw leverancier.
NLWW Benodigdheden bestellen 111
Productondersteuning
De koppeling Productondersteuning maakt verbinding met een webpagina die een uitgebreid menu met ondersteuningsbronnen weergeeft, speciaal voor bedrijven. Via deze webpagina kunt u deze taken uitvoeren en nog veel meer:
● Een lijst van HP-producten op een site zoeken: computers, werkstations, servers, opslagapparaten, printers, scanners, apparatuur voor digitale weergave en mobiele apparatuur.
● Technische ondersteuning verkrijgen. Een probleem oplossen, informatie zoeken over het installeren en configureren van uw product, een product leren kennen en gebruiken, uw product onderhouden, uw productsoftware en -driver bijwerken en migreren en producten recyclen of volgens de regelwetgeving afdanken.
● Toegang krijgen tot bronnen voor het zelfstandig oplossen van problemen, zoals FAQ's, gebruikersdocumentatie, functies en specificaties en informatie met betrekking tot productcompatibiliteit.
● Samenwerken met HP en met collega's middels discussiegroepen, e-mailondersteuning en telefonische ondersteuning.
● Op taken gebaseerde navigatie gebruiken om het taakgedeelte waaraan u wilt werken, aan te geven en om snel verwante onderwerpen en hulpmiddelen te detecteren.
Daarnaast kunt u de volgende items vinden: populaire onderwerpen, een abonnementencentrum, productaanbiedingen, overige aankondigingen, training en opleidingsmogelijkheden.
Ga voor meer informatie over faxfuncties en -instellingen naar de volgende website.
www.hp.com/go/mfpfaxaccessory300
112 Hoofdstuk 6 Overige koppelingen als hulpbron gebruiken NLWW
Mijn Serviceprovider en Mijn Servicecontract
De koppelingen Mijn Serviceprovider en Mijn Servicecontract verschijnen alleen als deze door de serviceprovider op het scherm Overige koppelingen op het tabblad Instellingen zijn gemaakt (en eventueel een nieuwe naam hebben gekregen). De koppeling kan worden aangeklikt door elke gebruiker voor informatie over de serviceprovider en het servicecontract. De informatie kan maximaal
50 tekens bevatten en wordt opgeslagen in het permanente geheugen van het apparaat.
NLWW Mijn Serviceprovider en Mijn Servicecontract 113
114 Hoofdstuk 6 Overige koppelingen als hulpbron gebruiken NLWW
Index
A aanmelden
accessoires, installatie
activiteitenlog
activiteitenlogbestanden
adresseren
adressering
B bedieningspaneel
beheerders
instellingen voor digitaal
benodigdheden
berichten, fout logbestanden digitaal
berichten, fouten
bestemmingslijsten
beveiliging
browsers
C cartridges
configuratie uitgaande post 34
NLWW
D
datum-/tijdsindeling, instellen 68
DIMMs, installatie controleren 13
E e-mail
bijlagen,
formaatinstellingen 81, 82 geavanceerde instellingen 82
instellingen SMTP-
Explorer, ondersteunde versies 4
F
Firefox, ondersteunde versies 4
foutberichten
logbestanden digitaal
G
Geavanceerde faxinstellingen 86
Index 115
gebruiksinformatie, AutoSend 43
gedeelte Overige
geheugen, installatie
Geïnstall. personality's en
geïntegreerde webserver
H help
HP geïntegreerde webserver
HP geïntegreerde webserver
I inktcartridge. Zie printcartridges
inschakelen, wektijd instellen 70
Internet Explorer, ondersteunde
IT-beheerders
instellingen voor digitaal
J
K
klantenondersteuning
Konqueror, ondersteunde
koppeling Benodigdheden
Koppeling Benodigdheden
koppeling Mijn
koppeling Mijn
L lade
formaatinstellingen 32 type-instellingen 32
laden
LDAP-servers
logbestanden
logboeken
M
media
menu's
HP geïntegreerde
Microsoft Internet Explorer,
mobiele apparatuur, afdrukken
Mozilla Firefox, ondersteunde
116 Index
N
Netscape Navigator, ondersteunde
netwerken
O
ondersteuning
online help
P
papier
printcartridges
probleemoplossing
problemen oplossen
logbestanden digitaal
NLWW
R
S
Safari, ondersteunde versies 4
scherm Algemeen, digitaal
scherm Apparaat configureren 30
schermen voor digitaal versturen
Geavanceerde
Geavanceerde
Scherm Formaten/typen laden 32
scherm Foto van
scherm Geavanceerde
scherm Overige koppelingen
scherm Status
scherm Verzenden naar
serviceproviders
status
T
tabblad Informatie
TCP/IP-adres
technische ondersteuning
telefonische ondersteuning 63,
toegang tot de HP geïntegreerde
tonercartridge. Zie printcartridges
U
uitschakelen, wektijd instellen 70
V verbruiksartikelen. Zie benodigdheden verificatie
verificatiebeheer
Verificatiebeheer
voorkeuren, digitaal
W waarschuwingen
bestemmingslijsten
webbrowsers
webserver, geïntegreerd
websites
NLWW Index 117
118 Index NLWW
© 2007 Hewlett-Packard Development Company, L.P.
www.hp.com
Laadi alla
Reklaam