John V.
What type of batteries are used in the camera?
Two CR2 lithium batteries.
Advertisement
Advertisement
Canon
Canon Inc.
30-2, Shimomaruko 3-Chome, Ohta-Ku, Tokyo 146-8501, Japan
Canon Europa N.V.
Р.О. Вох 2262, 1180 EG Amstelveen, the Netherlands
WWW Canon-éuropa. com
Nederland
Canon Nederland NV
Neptunusstraat 1, 2132 JA Hootddorp,
Tel: 023-567 01 23, Fax: 023-567 01 24
www.canon.nl
België
Canon Belgium NV/SA
Bessenveldstraat 7, 1831 Diegem (Machelen),
Tel. 02/722 04 11, Fax 02/721 32 74
www canon.be
Groothertogdom Luxemburg
Canon Luxembourg SA
Rue des Joncs 21, L-1818 Howald - Luxembourg
Tel. 352/48 47 96-1, Fax 352/48 98 79
www.canon.lu
ton ZB1-8446DUT 0500
uropa MN.V., 1999
witzerland
our Printing Ltd., Bienne
Batterij niet
weggooien,
maar inleveren
als KCA
Wij feliciteren u met de aanschaf van dit
Canon produkt
De EOS 300 is een zeer compacte, autofocus-spiegelreflexcamera. Hij kan
worden gebruikt voor zeer uiteenlopende onderwerpen in alle opname-
situaties en is voorzien van vo'automatische en - geheel of gedeeltelijk -
door de gebruiker in te stellen belichtingsprogramma's.
Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door om de camera goed te leren
kennen voor u hem gebruikt.
E Symbolen
Dit symbool vestigt uw aandacht op handelingen die problemen bij
ge het fotograferen kunnen voorkomen.
Onder dit symbool vindt u aanvullende informatie over het
basisgebruik van de camera.
+17 Dit symbool duidt op handige tips voor de bediening van de
EOS camera en het maken van opnamen.
De bladzijdenummers tussen haakjes geven aan waar u aanvullende
relevante informatie kunt vinden.
Lees ook de “Voorzorgsmaatregelen” op bladzijde 6 om slecht functione-
ren van en schade aan uw camera te voorkomen.
In deze gebruiksaanwijzing wordt de EOS 300 in de verklarende illustraties
getoond met het EF 28-80 mm f/3,5-5,6 || objectief.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed voor nadere raadpleging.
E Voorzorg
* Maak, voordat u een belangrijk evenement gaat fotograferen, altijd
testopnamen om te controleren of de camera goed functioneert.
* EOS-camera's zijn uitgerust met een objectiefvatting voor de
specifieke bedieningsfuncties (autofocus, belichting enz.) van
EF-objectieven. Gebruik van objectieven van andere merken met een
EOS-camera kan leiden tot het slecht functioneren van de camera of
het objectief.
Slecht functioneren van, of schade aan de camera door gebruik van
accessoires van andere merken wordt niet door de garantie gedekt.
Inhoud
TT a a sd-oaes=><a
Voorzorgsmaatregelen ................e..esexiccccrerreereeD 6
МОНО IDINOraleren: creuset ane de ha questa a races 8
Naren Nan OmEBrdalen. oo lands a EN ES RAA AQU ENTER 10
Bevestigen van de draagriem ............-c.0.ecs.02000000000s 15
Plaatsen en controleren van de batterijen ....................... 16
Monteren en ontkoppelen van het objectief ..................... 18
Werking van de ontspanknop ...........ee= === eee 19
Inleggen en verwijderen van de film .................e.e=m.ee—. 20
@+ Halverwege terugspoelen es 21
Hanteren van de camera .............—eeeeererseesecsaricereneas 22
Volledige instelling door de camera _ ноя
OD Volautomatisch fotograferen 222220000000 cac nan 00e 24
Automatische werking van de ingebouwde flitser ........... 26
Het AF-hulplicht van de ingebouwde flitser ................ .26
Enkele opname en continu-opnamen ......e-———e———————... .26
@ Gebruik van rode-ogen-reductie ...............—————.—.—. 27
D Het programma “portret” ............————————c—e—.ec—.——.—.—... .28
a4 Het programma “landschap” ............e....s.reerecereoena 29
Ww Het programma “Close-Up” ..........—e..-e<=eeíricerieneiee 30
E: Het programma sport” ca RAE EE 31
E Het programma nacht ....e-.ee--.ec==e=0recsrconrervareo. 42
® (Gebruik van de zelfontspanner .............. oii. 33
Afsiuiting van het oculair ...…....…........eeeecsenees 34
Afdrukken van datum о? Ца (alleen Date-versie) 35
Programmeren van datum en tijd ...........e..————e_.ese.. .36
Vervangen van de batterij van de afdrukfunctie ............ . 36
Keuze van het scherpstelpunt ............———————esererer 000 38
Scherpstellen van een onderwerp dat niet door een
scherpstalpunt wordt bedekt ........ coil 39
Wanneer autofocus niet mogelijk is (handmatige scherpstelling) 40
Lichtmeetmethoden ............ec.e.0e.-ece.esscereracireereeee 41
P Standaard AE Programma ses se cena nan nas sens 42
Het verschil tussen P en C] ................eseessreedreaeacan. 43
PROGUETE SINE ae rear Ka NA DES 43
Е a Ta +
чл r PES ET o =
= Е
ie =
Tv AE met sluitertiidvoorkeuze ee 44
Av AE met diafragmavoorkeUze ..........——e——eee.—.ereseesvaceo 46
Controle vooraf van de scherptediepte ...................... 47
M Handbediening og. ooo ASE 48
A-DEP Automatische Scherptediepte AE ................eee_... 50
X Deelmeting bij gebruik van belichtingsvergrendeling ....... 51
Belichtingscompensatie cui Ce 52
Zh Beeksopnamen [AEB vivo coos sass aiy wand svi 53
=i Uitschakelen van het audiosignaal .......................... 54
Ti OpPNamMBN Lire ieee cians 55
Meervoudige Belichting 220200001000 ee nana san e un 56
ISO Instellen van de filmgevoeligheid ................._.emmeco. 57
TED van de am iad ill ie EET 58
van de ingeboun 14459
Tabel van functiecombinaties esse RER RK RK ER R RER G 64
Autofocus- en filmtransportmethoden ‚0.0 64
Waarschuwingen omtrent de belichting .............— e... 65
FroMemen oplosseR === aa Ra cist simran ies 66
Belangrijkste accessoires (los verkrijgbaar) ..................... 67
Technische gegevens .............e..cesneercerrreerrerrer ree A 69
INdEX K RR REE EEE KER EEE RER R EEE Te
Voorzorgsmaatregelen
Onderhoud van de camera
(1) Deze camera is niet waterbestendig en mag niet in de regen of
onderwater worden gebruikt. Breng de camera, wanneer deze erg nat
is geworden, zo spoedig mogelijk naar een erkende Canon Service-
afdeling. Waterdruppels op de camerabody veegt u af met een droge
doek. Is de camera blootgesteld aan zilte lucht, veeg deze dan af met
een schone, vochtige en goed uitgewrongen doek.
(2) Leg de camera in geen geval op plaatsen waar het erg heet kan
worden, zoals in een auto op een zonnige dag. Overmatige hitte kan
slecht functioneren van de camera veroorzaken.
Stofdeeltjes op het objectief of in de filmhouder dient u uitsluitend te
verwijderen met een blaaskwastje. Gebruik voor het reinigen van de
camerabody of het objectief geen schoonmaakmiddel dat organische
oplosmiddelen bevat. Breng de camera naar een erkende Canon
Service-afdeling wanneer een grondige schoonmaakbeurt nodig is.
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze gedurende een
langere periode niet gebruikt. Bewaar de camera op een goed
geventileerde, koele en droge plaats. Druk van tijd tot tijd enkele malen
op de ontspanknop om te controleren of de camera nog werkt.
(5) Bewaar de camera niet in een laboratorium, kast en dergelijke waar
zich chemicaliën bevinden die roest veroorzaken.
(6) Controleer, voordat u de camera na een lange opbergperiode weer
gebruikt, of alle bedieningsknoppen goed functioneren, of breng de
camera voor controle naar een erkende Canon Service-afdeling. Dit is
vooral van belang voordat u belangrijke opnamen maakt, of op reis
gaat.
(3
Tear
(4
—
LCD-display
Na verloop van tijd kan het LCD-display van de camera vervagen en
moeilijk afleesbaar worden. Wanneer dit gebeurt, dient het display bij een
erkende Canon Service-afdeling te worden vervangen. Dit valt niet onder
de garantie. Bij lage temperaturen kan het LCD-display trager reageren; bij
temperaturen van 60°C of hoger kan het zwart worden. In beide gevallen
wordt de werking van het display weer normaal bij kamertemperatuur.
Voorzorgsmaatregelen
НН
Lithiumbatterijen
(1) De camera werkt op twee CR2 lithiumbatterijen. Controleer in de
volgende gevallen de batterijspanning:
* na het vervangen van de batterijen;
nadat u de camera langere tijd niet hebt gebruikt;
wanneer de sluiter blokkeert;
wanneer de camera wordt gebruikt bij lage temperaturen;
voordat u belangrijke opnamen gaat maken.
Veeg de contactpunten van de batterijen, voordat u ze plaatst, af om
vingerafdrukken en vuil te verwijderen. Zo voorkomt u roestvorming
tussen de camera en de batterij.
(3) Hoewel de batterijen ook bij lage temperaturen goed werken, wordt de
werking minder goed bij temperaturen onder het vriespunt. Houd in dat
geval twee extra batterijen warm, bijvoorbeeld in een binnenzak, en
gebruik en verwarm de sets afwisselend.
(2
Sar
Werking van de camera bij onvoldoende batterijspanning
Zelfs wanneer het batterijcontrolesymbool == in het display knippert, zal de
belichting goed worden zolang de sluiter werkt. Het transporteren en
terugspoelen van de film kan echter door onvoldoende batterijspanning
onmogelijk zijn. Vervang in dat geval de batterijen.
elektronische
contacten
Objectief
Na het verwijderen van het objectief van
de camera, dient u de lensdoppen weer
aan te brengen, of het objectief met de
achterzijde naar boven neer te zetten.
Zo voorkomt u krassen van het
lensoppervlak en beschadiging van de
elektronische contacten.
Meteen fotograferen
ES
1.
Batterijen plaatsen
Plaats twee CR2 lithiumbatterijen
zoals aangegeven in het diagram op
het deksel van de batterijhouder. Zie
bladzijde 16.
5.
Film inleggen
Trek de aanloopstrook met het
uiteinde tot bij het oranje merkteken
en sluit de achterwand tot deze
vergrendelt met een klik. Zie
bladzijde 20.
* De film wordt automatisch tot aan
het eerste beeldje getransporteerd.
. Objectief monteren
Plaats de rode stippen op het
objectief en de body recht
tegenover elkaar en draai het
objectief naar rechts tot het
vastdraait met een klik. Zie
bladzijde 18.
‚ Scherp stellen
Richt het autofocusveld op het
onderwerp en druk de ontspan-
knop half in om scherp te stellen.
Zie bladzijde 24.
* Bij weinig licht of tegenlicht,
treedt de ingebouwde flitser
automatisch in werking. Zie
bladzijde 60.
Meteen fotograferen
rr
< 5 ®
Ш
DH
WONDER
>
L/ Cor и
4. Draai de programmakeuze-
knop naar <C> (Volauto-
matisch).
Zie bladzijde 24.
3. Zet de AF/MF-schakelaar van
het objectief op AF
Zie bladzijde 18.
7. Fotograferen 8. Film verwijderen
Druk de ontspanknop helemaal in Wanneer het laatste beeldje is
om de opname te maken. Zie belicht, wordt de film automatisch
bladzijde 19. teruggespoeld. Open de
achterwand en verwijder de film.
Zie bladzijde 21.
Namen van onderdelen
<> Zeltontapanner (blz. 33)
Functieknop (blz. 27, 53, 54, 56) =
<> Keuzeknop scharpstelpunt =—=—&m—
(blz. 38)
LCD-display (blz. 12) —s
Lampje rede-ogen-reductie (blz. 27)
Aanduiding werking zelfontspanner (blz. 33}
<a> Elektronisch instelwiel
Cintspanknop (biz. 19)
Handgreep
(battenjhouder) (blz. 16)
Scherpstelring (blz. 40)
10
Ingebouwde flitser (blz. 60)
AF-hulplicht (blz. 26)
Flitsschoen (blz. 59, 68)
= Voor montage van voor EQS-camera’s
oniworpen Canon Speedlite-flitsers an
andere accessoires (los verkrijgbaar).
<> Fliteknop (blz. 60)
= Aanduiding filmviak
Programmakeuzeknop (blz. 14)
e voor bevestiging
draagriem (blz. 15)
Sluiting achterwand
(blz. 20)
<Q-> Terugspoelknop (biz. 21)
— Onikoppelknop objectief (blz. 18)
— Knop voor scherptedieptecontrole (blz. 47)
AF/MF-schakelaar (biz. 18)
Zcomring
> Knop belichtingscompensatie (blz. 52)
Knop voor handmatig instellen diafragma (blz. 49)
<%= Knop deelmeting/belichtingsvergrendeling (blz. 51)/
Knop flitsbelichtingsvergrendeling (blz. 59)
Oculair (blz. 13)
Cogschelp
Filmcontrolevenster —
Namen van onderdelen
Aansluiipunt
afstandsbediening
(blz. 58)
* Voor aansluiting van
Aistandsbediening
RS-60E3 (hos
varkrijgbaar)
Statiefmoer
* alleen Date-versie
Deksel batterijhouder
Sluiting deksel
batterijhouder (blz. 16)
Display van datumftijd-
afdrukfunctie® (blz. 35)
SET-knop" (blz. 36)
SELECT-knop* (blz. 36)
MODE-knop" (blz. 35)
11
вла В
LCD-display
Symbool zelfontspanner
Sluitertijd je
|50-waarde
Symbool handmatige
scherpstelling
150-symbool г. i
Symbol ® — N
ymbolen
scherpstelpunten [m La m a I] V-
Batterijcontrolesymbool
Niveau batterijspanning
Flimcassettesymbool
Aanduiding film ingelegd
Aanduiding terugspoelen voltooid
le 2:19:12
Diafragmawaarde
Hode-ogen-reductie aan/uit
Audiosignaal aan/uit
Stopwaarde Reeksopramen
Instellingen functieknop
Symbool rode-ogen-
reductie
Symbool audiosignaal
Symbool Meervoudige
Belichting
Symbool
Reeksopnamen
Beeldteller
Aantal belichtingen bij Meervoudige Belichting
Aftelling belichtingen bij Meervoudige Belichting
Aftelling bij gebruik zeffontspanner
Belichting
Stopwaarde belichtingscompensatie
Belichtingsschaal
Belichtingswijzer
Stopwaarde Handbediening
Stopwaarde Reeksopnamen
Aanduiding rode-ogen-reductie actief
Het LCD-display is afgebeeld met alle informatie die kan worden getoond.
Tijdens het fotograferen toont het display alleen de op dat moment
relevante informatie.
12
Zoekerinformatie
Instelglas
Namen van onderdelen
ПО
CH ae
== Scherpstelpunten
e be
Symbool belichtingsvergrendelingflits-
belichtingsvergrendeling
Symbool flitser opgeladen
aarschuwing fltsbelichtings-
vergrendeling onmogelijk
Symbool “high-speed” E
flitssynchronisatie (FP-flits)
Sluitertijdwaarde
Г m.
nl Г 1 "1 g
111 E me
si TT
Scherptecontrolelampje
Balichting
=topwaarde belichtingscompensatie
Belichtingsschaal
Belichtingswijzer
Stopwaarde Handbediening
Stopwaarde Reeksopnamen
Diafragmawaarde = m
Symbolen schemstelpunten
Aanduiding rode-ogen-reductie actief
De zoeker is afgebeeld met alle informatie die kan worden getoond.
Tijdens het fotograferen toont de zoeker alleen de op dat moment
relevante informatie.
13
Programmakeuzeknop
Namen van onderdelen
De instellingen van deze knop zijn in vier groepen verdeeld.
Handmatige
Jee TER
filmgevoelighei a = =
1. Basisprogramma's
CJ : Volautomatisch (blz. 24)
Voor volautomatisch fotograferen.
* U hoeft alleen de camera op het
onderwerp te richten en de ontspan-
knop in te drukken.
Geprogrammeerde Beeldkeuze
Volautomatische instelling naar gelang
het onderwerp.
* UJ hoeft alleen de camera op het
onderwerp te richten en de ontspan-
knop in te drukken.
: Portret (blz. 28)
: Landschap (blz. 29)
: Close-up (blz. 30)
: Sport (blz. 31)
: Nacht (blz. 32)
i J CU
AE-programma's en
Handbediening
L (camera uitgeschakeld)
Volautomatisch
Geprogrammeerde
Beeldkeuze
Basisprogramma's
2. AE-programma's en Hand-
bediening
De gebruiker stelt de camera in voor
het realiseren van een gewenst effect.
P : Standaard AE Programma
(blz. 42)
Tv : AE met sluitertijdvoorkeuze
(blz. 44)
Av : AE met diafragmavoorkeuze
(blz. 46)
M : Handbediening (blz. 48)
A-DEP : Automatische Scherptediepte
AE (blz. 50)
3. Handmatige instelling film-
gevoeligheid (blz. 57)
4. B: L (camera uitgeschakeld)
Draai de programmakeuzeknop naar <B> wanneer u de camera niet gebruikt.
Zo voorkomt u dat hij per ongeluk in werking treedt.
| In dit hoofdstuk wordt beschreven wat u moet
weten en doen voor u kunt gaan fotograferen.
Voorbereidingen
Bevestigen van de draagriem
Haal het uiteinde van de draagriem vanaf
Oculairdekseltie de onderkant door het oogje van de
camera. Haal de riem door de gespen.
Controleer of de draagriem goed is
bevestigd door eraan te trekken.
* Ook het oculairdekseltje bevindt zich aan
de draagriem. Zie bladzijde 34.
15
Plaatsen en controleren van de batterijen
СТ.
ре НОНО ОН ВОН TA AED LE CC AE иона a aa yaaa ETA DT Ci ATA AA ON AD И
al TA AE NAO Lo eL e a O A e EN E A Pe ETT e e Ar MAC Aa Ar ie: LI te e e LLC ELA E Ta AU
| laatse n e n C O nti O | e re n va n d e batter I] (= n Re Ae
_Plaatsen van de batterijen
De camera wordt gevoed met twee CR2 lithiumbatterijen.
iT
Sra OU Ee LE TL ee St + Es Cp Fo pet Te 4
Tee A LP EEE ПЕ Er Re COTE ны aly pc ЛЬ
Stree e Pre SA ra e Ea a Pe UL DON Cor NIT EEE ras 37
Hera He р u 5 e TE
hei я я UE i Bt
EN Aye reta pp wr TAE EE E NIT NOAA
НЫ a e В EE pe he +
y i = fot fre caro r
i pe
Controleer de batterijspanning na vervanging van de batterijen en voordat
u de camera gebruikt.
1. Schuif de sluiting van het deksel
van de batterijhouder in de richting
van de pijl en open het deksel.
2. Plaats de batterijen met de plus- en
minpolen in de richting die op het
deksel van de batterijhouder is
Draai de programmakeuzeknop naar
een andere positie dan <B>.
* De camera wordt ingeschakeld en het
LCD-display toont een van de volgende
batterijcontrolesymbolen:
ÿ - De batteriispanning is voldoende.
| J: De batterijspanning is laag. Houd
nieuwe batterijen bij de hand.
i : De batterijen zijn bijna leeg.
=1= : Vervang de batterijen. Zie
aangegeven. bladzijd
, 5 ; В: E jde 7. In dit geval werkt de
pc oude en nieuwe batterijen niet ontspanknop niet.
Batterijcontrolesymbool
Opnamecapaciteit van de batterijen (in aantal films van 24 opnamen)
0% flitsgebruik 50% flitsgebruik 100% flitsgebruik
60 films 24 films 12 films
Omgevingstemperatuur
Bij 20°C
3. Sluit het deksel door te drukken tot
het vastklikt.
Bij -10°C 40 films 16 films 8 films
* De bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op tests die door Canon zijn
uitgevoerd met gebruik van een EF 28-80 mm f/3,5-5,6 || objectief en nieuwe
batterijen.
* Ook wanneer de camera wordt bediend zonder dat een film is ingelegd wordt
stroom verbruikt. Wanneer u dit doet vermindert de opnamecapaciteit van de
batterijen.
de Controleer, wanneer er geen aanduiding in het display verschijnt, of de batterijen
goed zijn geplaatst. Plaats de batterijen opnieuw op de juiste manier. Zie
bladzijde 16.
CR2 lithiumbatterijen zijn op sommige plaatsen moeilijk verkrijgbaar. Neem op
reis en wanneer u veel opnamen wilt maken altijd extra batterijen mee.
17
16
Monteren en ontkoppelen van het objectief === Werking van de ontspanknop =
at He a hiartia De ontspanknop van de EOS 300 kan half en helemaal worden ingedrukt.
а Monteren van het objectief U hoort een klik wanneer de knop half is ingedrukt.
1. Verwijder de dop aan de achterzijde Half of helemaal indru kken van de ontspanknop E
van het objectief en de dop van de Ot EEC LA re Re CT E O ET DATE TON O TIA ea e er Eso E
camerabody. De ontspanknop werkt zoals hieronder beschreven.
2. Plaats de rode stippen op het
objectief en de body recht tegenover
elkaar en draai het objectief in de
richting van de pijl tot het vastdraait
met een klik.
3. Zet de AF/MF-schakelaar van het
objectief op AF.
+ Autofocus is niet mogelijk wanneer de
schakelaar op MF (of M bij oudere
objectieven) staat.
» Zorg ervoor dat u bij gebruik van
autofocus het draaiende deel van het
objectief niet aanraakt.
4. Verwijder de dop aan de voorzijde van
het objectief.
* Zorg ervoor dat u de lensdoppen niet
verliest.
Door half indrukken van de ontspan-
knop:
« wordt het autofocussysteem geactiveerd:
wanneer de scherpstelling is voltooid hoort
u een audiosignaal en het scherptecon-
trolelampje in de zoeker licht op;
» worden tevens de sluitertijd en het
diafragma ingesteld en in het display en de
zoeker getoond.
TE
=
=
]
5
==:
=
=
=)
=
«<
a
—_
Door helemaal indrukken van de
ontspanknop:
* ontspant de sluiter en wordt de opname
gemaakt; daarna wordt de film naar het
volgende beeldje getransporteerd.
hy
JOE
Houd de ontkoppelknop ingedrukt
terwijl u het objectief zover mogelijk in
de richting van de pijl draait. Daarna
kunt u het objectief verwijderen.
Wanneer u de camera beweegt op het moment dat de sluiter ontspant ontstaat
Е bewegingsonscherpte; de hele foto wordt dan onscherp. Probeer dit te
voorkomen door als volgt te werk te gaan:
* Houd de camera stevig vast. Zie bladzijde 22.
* AF staat voor “autofocus” * Gebruik uw vingertop om de ontspanknop in te drukken; houd de camera goed
Е * MF staat voor “handmatig scherpstellen” vast met uw hele rechterhand en druk dan voorzichtig op de ontspanknop.
18 19
Поет en verwijderen van ith fim
Inleggen en verwijderen van de film es, PS
Inleggen van de film
Nadat de film is ingelegd, wordt deze naar het einde van het rolletje getrans-
porteerd. Daarna wordt de film na elke opname met éen beeldje in de cassette
teruggespoeld.
* Bi] gebruik van film met DX-code stelt de camera automatisch de film-
gevoeligheid in.
* В] gebruik van film zonder DX-code, dient u de filmgevoeligheid handmatig in
te stellen. Zie bladzijde 57.
AE * Infraroodfilm kan in deze camera niet worden gebruikt.
« De sluitergordijnen zijn hoogwaardige precisie-
elementen die door aanraking kunnen beschadigen.
Voorkom schade door er bij het inleggen en
naar een andere positie dan <B>. verwijderen van de film op te letten dat u de
2. Schuif de sluiting van de achter- sluitergordijnen niet aanraakt met uw vingers of de
wand naar boven om de achter- aanloopstrook.
wand te openen.
3. Plaats de filmcassette zoals
afgebeeld in de houder.
4. Houd de filmcassette vast en trek
het uiteinde van de aanloopstrook
tot bij het oranje merkteken in de
camera. Sluit daarna de achter-
wand.
* Druk de fimcassette naar beneden,
1. Draai de programmakeuzeknop
Verwijderen van de film
Nadat het laatste beeldje is belicht, wordt de film automatisch in de
cassette teruggespoeld.
Wanneer het terugspoelen is voltooid,
maakt de camera een geluid alsof de
vil bp
Ç
0
20
zodat de film goed plat ligt voordat u
de achterwand sluit.
« Wanneer de aanloopstrook verder reikt
dan tot het oranje merkteken, dient u
de film in de cassette terug te duwen.
Terwijl de film naar het einde van het
rolletje wordt getransporteerd, wordt de
ISO-waarde in het display getoond.
Terwijl de film naar het einde van het
rolletje wordt getransporteerd, lopen de
cijfers in de beeldteller op. Daarna
hoort u een klik alsof de sluiter
ontspant. Het <@> symbool en het
totale aantal beeldjes worden in het
display getoond.
Wanneer het aantal beeldjes niet in het
display wordt getoond en het <@>
symbool knippert is de film verkeerd
ingelegd. Verwijder de filmcassette en
leg deze opnieuw in.
sluiter ontspant en knippert het <@>
symbool in het display. Controleer of dit
het geval is voordat u de achterwand
opent en de film verwijdert.
@=« Halverwege terugspoelen
Wanneer u de film wilt terugspoelen voordat het laatste beeldje is belicht, gaat
u als volgt te werk.
Druk op de terugspoelknop <a>,
* Het terugspoelen begint en verloopt op
dezelfde manier als bij normaal
terugspoelen.
Open de achterwand en verwijder
de film.
21
Hanteren van de camera
EEE Se In dit hoofdstuk worden de Basisprogramma’s
van de programmakeuzeknop beschreven:
<>, <>, < А >, <>, <> еп <->.
Bij deze programma’s worden alle benodigde
functies automatisch ingesteld. U hoeft alleen de
camera op het onderwerp te richten en de
ontspanknop in te drukken.
Bij gebruik van deze programma’s werken het
elektronisch instelwiel <2=:> en de camera-
knoppen (met uitzondering van <E>, <>,
<tU>, <Q-1> en de ontspanknop) niet. Daardoor
wordt voorkomen dat opnamen mislukken door
het per ongeluk activeren van andere bedie-
ningsfuncties.
Wanneer u de film halverwege verwijdert zonder deze terug te spoelen en dan
0 een nieuwe film inlegt, wordt de aanloopstrook van de nieuwe film in de cassette
teruggespoeld. Om dit te voorkomen dient u de achterwand te sluiten en de
ontspanknop helemaal in te drukken voordat u de nieuwe film inlegt.
Basisprogramma's
Hanteren van de camera
Om te voorkomen dat uw foto's onscherp worden, dient u de camera vast
te houden op de manier die hieronder wordt beschreven.
Volledige instelling
door de camera
* Bij gebruik van de programma's
<>, <>, <%= en <B>, komt de
ingebouwde flitser uit de body
tevoorschijn en treedt automatisch
in werking bij weinig licht of
tegenlicht.
De functies die door de Basis-
programma’s automatisch worden
ingesteld, vindt u in de “Tabel van
functiecombinaties” op bladzijde
64.
Voor horizontale opnamen Voor verticale opnamen
* Houd de handgreep van de camera stevig vast met uw rechterhand.
Druk uw elleboog licht tegen uw lichaam.
* Houd het objectief aan de onderzijde vast met uw linkerhand.
* Druk de camera tegen uw voorhoofd en kijk door de zoeker.
* Plaats een voet iets voor de andere, zodat u steviger staat.
22 23
CJ Volautomatisch fotograferen
Bij instelling op Volautomatisch <C)> hoeft u alleen de camera op het
onderwerp te richten en de ontspanknop in te drukken. Met dit programma
kunt u alle soorten onderwerpen zonder moeite automatisch fotograferen.
Voor de autofocus wordt één van de zeven scherpstelpunten gebruikt.
1. Draai de programmakeuzeknop
naar <LI>.
2. Richt een willekeurig scherpstel-
punt op het onderwerp.
* Het scherpstelpunt stelt het onderwerp,
dat door de camera is herkend, scherp.
* Zie bladzijde 39 voor de scherpstelling
van een onderwerp dat niet door één
van de zeven scherpstelpunten wordt
bedekt.
3. Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen.
* Wanneer de scherpstelling is voltooid,
klinkt het audiosignaal en het
scherptecontrolelampje (6) rechts-
onder in de zoeker licht op.
* Ook het scherpstelpunt dat het
onderwerp heeft scherpgesteld licht op
in de zoeker.
24
CO] Volautomatisch fotograferen
4. Controleer de gegevens in het
display.
* De sluitertijd- en diafragmawaarden
worden automatisch ingesteld en in het
display en de zoeker getoond.
5. Maak een beeldcompositie en druk
de ontspanknop helemaal in om de
opname te maken.
Fi
* Wanneer de scherpstelling is voltooid, wordt op hetzelfde moment de belichting
vergrendeld. Zie bladzijde 39.
* Wanneer het scherptecontrolelampje knippert, wordt de sluiter geblokkeerd. Zie
bladzijden 40 en 66.
* Van de zeven scherpstelpunten wordt in het algemeen voor de scherpstelling
automatisch dat punt gekozen dat het onderwerp bedekt dat zich het dichtst bij
de camera bevindt.
* Het is mogelijk dat meerdere scherpstelpunten tegelijk oplichten. Dat betekent
dat al die scherpstelpunten voor de scherpstelling zijn gebruikt.
wos
Se =
= —
nd ta
* Bij weinig licht en tegenlicht komt de ingebouwde flitser uit de body tevoor-
schijn en treedt automatisch in werking. Zie bladzijde 60 voor opmerkingen
over het gebruik van de ingebouwde flitser.
25
Bi sebrulles van e programma’ 5 >, 0 =>. en NE Kamt de
ingebouwde flitser uit de body tevoorschijn en treedt automatisch in
werking bij weinig licht of tegenlicht.
PET я = OCA ce
Re E Sm = E Pre un E a. E. О Eu. us E MA A.
Wanneer het automatisch uit de body tevoorschijn komen van de ingebouwde flitser per
ongeluk wordt verhinderd, knippert het =1- symbool in het display. Druk in dat geval de
ontspanknop half in. De camera functioneert daama weer normaal.
= ‘= Stel de camera in op het <P> programma, wanneer het gebruik van een flitser verboden
OR Is, of wanneer u alleen met omgevingslicht wilt fotograferen (zie bladzijde 42).
ui licht van de inge DC uwde fi
Wannéer de INgebanivide fütser uit de body is bij aebraikv van de Basis-
programma's, de AE-programma's en Handbediening, treedt het
AF-hulplicht indien nodig automatisch in werking.
Bij weinig licht knippert de ingebouwde flitser continu wanneer u de
ontspanknop half indrukt. Zo wordt het onderwerp extra verlicht om de
autofocus gemakkelijker te laten werken.
* Het AF-hulplicht werkt niet bij instelling op <Là > en <&>.
= * Het AF-hulplicht is effectief tot een maximale afstand van 4 meter.
* Bij gebruik van een AE-programma of Handbediening, dient u op de flitsknop te
drukken om de flitser uit de body tevoorschijn te laten komen. Het AF-hulplicht werkt in
dat geval indien nodig.
* Wanneer een externe, voor EOS-camera's ontworpen Speedlite-flitser op de camera is
gemonteerd, werkt het AF-hulplicht van de flitser.
* Het AF-hulplicht werkt bij instelling op de meeste Basisprogramma’s en bij de
AE-programma's en Handbediening.
| Епке\е opname en continu-opnamer El
De fimtransporimethode (per beeldje of continul wiih wanneer de
ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, automatisch ingesteld door de
respectievelijke belichtingsprogramma’s. Wilt u weten welke filmtransport-
methode door een belichtingsprogramma wordt ingesteld, raadpleeg dan
de tabel “Autofocus- en filmtransportmethoden” op bladzijde 64.
26
С) Volautomatisch fotog ren
aco bi weinig licht TIE en worden gemaakt, worden de ogen
van het onderwerp rood op de foto. Dat komt doordat het flitslicht door de
oogpupillen wordt gereflecteerd.
De rode-ogen-reductiefunctie van de camera maakt gebruik van een
rode-ogen-lampje dat heel even de ogen van het onderwerp verlicht,
waardoor de pupillen samentrekken en de kans op rode ogen vermindert.
De functie kan bij elk belichtingsprogramma worden geactiveerd.
1. Druk op de functieknop totdat de
pijl op het <S> symbool is
gericht.
2. Draai aan het elektronisch
instelwiel tot een “1” in het
display verschijnt.
* U kunt de functie opheffen door nogmaals
aan het elektronisch instelwiel te draaien
en het display op “0” te zetten.
* De functie wordt geactiveerd nadat u een
van de volgende twee handelingen hebt
verricht:
0 * nadat u de ontspanknop half hebt
Rode-ogen-reductie ingedrukt.
lamp AAN indicator * zes seconden TIMER nadat u aan de
programmakeuzeknop hebt gedraaid.
* Wanneer u de ontspanknop half indrukt, verschijnt de aanduiding dat de rode-ogen-
reductiefunctie actief is in de zoeker en het display.
» Voor een optimale effectiviteit van de functie dient u de opname pas te maken, nadat
de aanduiding in de zoeker en het display - na 1,5 seconde - uitgaat.
* U kunt te de opname cok maken terwijl de rode-ogen-reductiefunctie actief is.
* De rode-ogen-reductiefunctie werkt ook wanneer een externe, voor EOS-camera’s
ontworpen Speediite-flitser op de camera is gemonteerd.
* De mate van effectiviteit van de functie kan van persoon tot persoon variéren,
=>. * De rode-ogen-reductiefunctie werkt alleen wanneer het onderwerp naar het lampje
OZ kijkt. Vraag de persoon naar het lampje te kijken.
* U kunt de effectiviteit van de functie vergroten door meer verlichting aan te doen in de
ruimte waar u fotografeert, of door het onderwerp dichter te benaderen.
27
Y Het programma “portret”
24 Het programma “landschap”
Dit programma laat de achtergrond
vervagen en legt daardoor de nadruk
op de geportretteerde.
* Door de ontspanknop helemaal in te
drukken en ingedrukt te houden, kunt u
continu-opnamen maken.
Dit is het programma voor weidse
landschappen, opnamen bij nacht
enz.
Draai de programmakeuzeknop
naar <P>.
* De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<LI> (bladzijde 24).
Draai de programmakeuzeknop
naar <i >.
* De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<= (bladzijde 24).
“NOA
BO * Het laten vervagen van de achtergrond IS het meest effectief, wanneer het + Wanneer de sluitertijdwaarde knippert, is de sluitertijd te lang om bewegings-
did an BE cen in beeld 7 as a Lia! В onscherpte te voorkomen. Gebruik van een statief wordt dan aanbevolen (ook
Ea MEE EA E MODE AIT CE RENE ONE 1s wanneer een statief wordt gebruikt zal de sluitertijdwaarde blijven knipperen).
verwijderd. an * Zelfs wanneer de ingebouwde flitser uit de body is gekomen, zal hij niet in
* Een tele-objectief is nog effectiever voor het laten vervagen van de achter- werking treden
grond. Gebruikt u een zoomobjectief, stel dit dan in op de telepositie (80 mm in
geval van een 28-80 mm zoomobjectief).
* Bij weinig licht of tegenlicht komt de ingebouwde flitser uit de body tevoorschijn ~~~ Gebruik van een groothoekobjectief vergroot de weidsheid en diepte in de foto.
en treedt automatisch in werking. ©
| 4 Gebruikt u een zoomobjectief, stel dit dan in op de groothoekpositie (28 mm in
* Zie bladzijde 60 voor opmerkingen over het gebruik van de ingebouwde flitser. geval van een 28-80 mm zoomobjectief).
28
29
&¥ Het programma “close-up”
Gebruik dit programma voor close-ups
van bloemen, insecten enz.
Het programma “sport”
Gebruik dit programma voor sport en
snel bewegende onderwerpen,
wanneer u de actie wilt "bevriezen”.
* Door de ontspanknop helemaal in te
drukken en ingedrukt te houden, kunt u
continu-opnamen maken en wordt de
scherpstelling continu aangepast.
Draai de programmakeuzeknop
naar <%>,
* De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<= (bladzijde 24).
4. * Neem de foto van de kortst mogelijke afstand die uw objectief toestaat.
~ * Gebruikt u een zoomobjectief, stel dit dan in op de telepositie voor een
maximale vergrotingsfactor,
* Voor optimale macrofotografie raden wij u aan een EF-macro-objectief en de
Macroflitser ML-3 te gebruiken (beide los verkrijgbaar).
+ Bij weinig licht of tegenlicht komt de ingebouwde flitser uit de body tevoorschijn
en treedt automatisch in werking.
wg
Draai de programmakeuzeknop
naar <>.
« De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<LI> (bladzijde 24).
* Wanneer de sluitertidwaarde knippert, is de sluitertijd te lang om bewegingson-
Gl scherpte te voorkomen. Gebruik van een statief wordt dan aanbevolen (ook
wanneer een statief wordt gebruikt zal de sluitertijdwaarde blijven knipperen).
* Zelfs wanneer de ingebouwde flitser uit de body is gekomen, zal hij niet in
werking treden.
* Zie bladzijde 60 voor opmerkingen over het gebruik van de ingebouwde flitser.
30
=> = Wij raden u aan een filmgevoeligheid van 150 400 of hoger te gebruiken.
e * Voor sportfotografie is een tele-objectief met een brandpuntafstand van 200 of
300 mm ideaal.
31
© Gebruik van de zelfontspanner
| | . De zelfontspanner is handig wanneer u zelf ook wilt poseren. Hij kan worden
Dit programma gebruikt u om mensen bij gebruikt in combinatie met de Basisprogramma's, de AE-programma's en
avond of bij nacht te fotograferen. Handbedienin rui
Fiel onderero mondt dose de Miller g. Gebruik voor opnamen met de zelfontspanner een statief.
verlicht en een lange sluitertijd zorgt voor
een correcte belichting van de achter-
grond. Het resultaat is een natuurlijke,
Bi Het programma “nacht”
1. Druk op de knop van de zelf-
evenwichtige belichting. Om bewegings- ee a. quete
onscherpte te voorkomen raden wij u display => arschij
aan een statief te gebruiken.
* Door nogmaals op de knop van de
zelfontspanner <> te drukken, of de
programmakeuzeknop naar <B> te
draaien wordt de functie opgeheven.
Draai de programmakeuzeknop
naar <Ei>.
* De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<LI> (bladzijde 24).
2. Kijk door de zoeker en druk de
ontspanknop helemaal in om de
zelfontspanner te activeren.
* De opnameprocedure is dezelfde als
bij het programma Volautomatisch
<= (bladzijde 24).
« \Nanneer u de ontspanknop helemaal
indrukt, klinkt het audiosignaal en de
sluiter ontspant 10 seconden later. Het
audiosignaal werkt langzaam
gedurende de eerste B seconden en
sneller gedurende de laatste
2 seconden.
« Ook het display toont de aftelling van
de seconden.
* Wanneer u fliisopnamen met de
zelfontspanner maakt en de rode-ogen-
reductiefunctie is geactiveerd, werkt
het lampje van de functie twee
seconden voordat de sluiter ontspant.
* Wij raden u aan een filmgevoeligheid van ISO 400 of hoger te gebruiken.
Е * Wanneer u bij nacht een opname zonder mensen wilt maken, dient u het
programma < =a > te gebruiken.
* Vraag de geportretteerde niet te bewegen tot na het werken van de flitser.
* Wanneer u bij instelling op dit programma <B> gebruik maakt van de
zelfontspanner, knippert het lampje van de rode-ogen-reductie kort om aan te
geven dat de belichting is voltooid.
* Bij daglicht werkt het programma <B> op dezelfde manier als het programma
Volautomatisch <>.
Е * Het audiosignaal kan worden uitgeschakeld. Zie bladzijde 54.
32 33
« Wilt u de werking van de zelfontspanner halverwege opheffen, druk dan
À nogmaals op de knop van de zelfontspanner.
» Wanneer u de zelfontspanner gebruikt om een foto van uzelf te maken, pas
dan eerst scherpstelvergrendeling (bladzijde 39) toe op een onderwerp dat zich
op dezelfde afstand van de camera bevindt als u tijdens de opname.
* Met de (los verkrijgbare) Afstandsbediening RS-60E3 kunt u de ontspanknop
vanaf een afstand bedienen. Zie bladzijde 58.
Zorg ervoor dat u niet voor de camera staat wanneer u de zelfontspanner
activeert. De scherpstelling werkt in dat geval niet goed.
Wanneer u de zelfontspanner gebruikt en een opname maakt zonder door
de zoeker te kijken, kan er strooilicht in het oculair vallen en de belichting
beïnvioeden. Om dit te voorkomen bevestigt u het dekseltje op het oculair
voordat u de opname maakt.
1. Verwijder de oogschelp van het
oculair.
2. Schuif het dekseltje over het
| oculair. Het dekseltje bevindt zich
I aan de draagriem.
|
RDI
[|]
o И Fa
_ | | |
34
Afdrukken van datum of tijd (alleen Date-versie) ==
De datum of tijd wordt in de
rechteronderhoek van de fotoaf-
gedrukt zoals hierboven afgebeeld.
De Date-versie van de EOS 300 heeft
een quartz datum/tijdafdrukfunctie en
een automatische kalender die tot het
jaar 2019 is geprogrammeerd. De
datum of de tijd kunnen op de foto
worden afgedrukt zoals hiernaast
afgebeeld. De afdrukfunctie kan ook
worden uitgeschakeld. Afdruk van pa
datum of tijd is mogelijk bij alle a
belichtingsprogramma’s. AER
MODE
OO
SELECT SET |
de RE ZZ
Dag/Maand/Jaar cE 47
+ M ==
Jaar/Maand/Dag = = Ta et
| ——
Dag/Uur/Minuut Cas
J
Streepjes = = =-
+ M psec
Maand/Dag/Jaar KA
Wanneer u op <MODE> drukt,
wijzigt de manier van afdrukken.
* Met elke druk op de knop wijzigt de
manier van afdrukken in de onder-
staande volgorde die in het display van
de afdrukfunctie wordt getoond:
(24 december, 1999)
(1999, december 24)
(24e dag, 16.45 uur)
(geen afdruk)
(december 24, 1999)
* De “M" duidt de positie van de maand aan.
* Het streepje boven het laatste getal knippert wanneer een opname wordt
gemaakt, om aan te geven dat de datum of tijd is afgedrukt.
35
Afdrukken van datum of tijd (alleen Date-versie)
Om de datum en tijd te
~ programmeren of te wijzigen
7 gaat u als volgt te werk.
“E | — | 1. Druk op <MODE> tot de gegevens
(ze die u wilt wijzigen in het display
verschijnen.
2. Druk op <SELECT> tot het getal dat
u wilt wijzigen knippert.
3. Druk net zolang op <SET> tot het
CODO O = au a juiste getal verschijnt.
SELECT SET / IN”
MODE | 4. Druk op <SELECT> tot geen van de
Oe o | 24 у no getallen meer knippert.
meer goed te lezen zijn, vervangt u de CR2025 lithiumbatterij als volgt. De
levensduur van de batterij is ongeveer drie jaar.
1. Open de achterwand van de
camera en draai het schroefje los
om het deksel van de batterijhouder
zoals afgebeeld te verwijderen.
2. Verwijder de batterij.
3. Plaats een nieuwe batterij met de
pluspool naar boven en bevestig
het dekseltje weer op zijn plaats.
4. Sluit de achterwand van de camera
en programmeer de datum en tijd
opnieuw.
AE-programma's en
\ Handbediening
De AE-programma’s en Handbediening geven u
de controle over de camera, zodat u bepaalde
effecten kunt bereiken. Zo wordt u, onder meer,
de mogelijkheid van voorkeuze van de sluitertijd
of het diafragma geboden. De AE-programma's
P, Tv, Av, M en A-DEP worden hierna be-
schreven, samen met andere geavanceerde
bedieningsfuncties.
Gehele/gedeeltelijke | |
instelling door
de gebruiker —
* Het <> symbool duidt het elektronisch instelwiel aan.
* Ook nadat u de ontspanknop helemaal hebt ingedrukt en weer
losgelaten, blijven de sluitertijd- en diafragmawaarden gedurende
4 seconden TIMER in de zoeker en het display zichtbaar.
* Controle vooraf van de scherptediepte, belichtingsvergrendeling,
belichtingscompensatie, Reeksopnamen, Tijdopnamen en Meervoudi-
ge Belichting zijn alleen mogelijk wanneer op een AE-programma of
Handbediening is ingesteld.
* De functies die door de AE-programma's en bij Handbediening
automatisch worden ingesteld, vindt u in de “Tabel van functiecombi-
naties” op bladzijde 64.
a |
Keuze van het scherpstelpunt
Een scherpstelpunt wordt afgebeeld als een klein vierkantje. Het scherp-
stelpunt kan automatisch door de camera, of handmatig door de gebruiker
worden gekozen. Bij instelling op Volautomatisch, Geprogrammeerde
Beeldkeuze en <A-DEP> wordt het scherpstelpunt automatisch door de
camera gekozen. Bij instelling op <P>, <Tv>, <Av> en <M> kan het
scherpstelpunt automatisch worden gekozen door de camera, of handmatig
door de gebruiker.
Automatische keuze: De camera kiest het scherpstelpunt automatisch,
wat ideaal is wanneer u de opname meteen wilt
maken.
Handmatige keuze: = U kunt één van de zeven scherpstelpunten kiezen
voor de scherpstelling. Dat is handig wanneer u er
zeker van wilt zijn dat het onderwerp dat u op het
00g hebt goed scherp in beeld komt, of wanneer u
uw onderwerp binnen de compositie aan de rand
van het beeldveld wilt houden.
3. Druk de ontspanknop half in.
+ Het display toont weer de corspronkelijke
gegevens.
* Zelfs wanneer u de ontspanknop niet half
indrukt, zal de functie voor keuze van het
scherpstelpunt na ongeveer 6 seconden
TIMER worden opgeheven.
4. Wanneer u het scherpstelpunt handmatig hebt gekozen en de programma-
“9° keuzeknop naar Volautomatisch of Geprogrammeerde Beeldkeuze draait,
wordt omgeschakeld naar automatische keuze van het scherpstelpunt.
1. Druk op de <> keuzeknop.
* Het gekozen scherpstelpunt wordt in
het display en de zoeker getoond.
* Het gekozen scherpstelpunt wordt
getoond en blijft geactiveerd geduren-
de 6 seconden TIMER nadat u de
keuzeknop hebt losgelaten.
2. Draai aan het <<:> om het
gewenste scherpstelpunt te kiezen.
Wanneer u aan het instelwiel draait,
wijzigt de keuzefunctie in de
onderstaande volgorde-lus:
Automatische
keuze
Handmatige keuze
fesgsd=: 1x FL ео ВЕ 4} a
38
Scherpstellen van een onderwerp dat niet
door een scherpstelpunt wordt bedekt ===
Wanneer u een onderwerp dat niet door een van de scherpstelpunten i
bedekt is scherp wilt stellen, past u scherpstelvergrendeling toe zoals
hieronder beschreven.
1. Kies het gewenste scherpstelpunt
(zie bladzijde 38).
2. Richt dit scherpstelpunt op het
onderwerp en druk de ontspan-
knop half in om scherp te stellen.
3. Houd de ontspanknop half
ingedrukt en maak naar wens een
nieuwe beeldcompositie.
4. Druk de ontspanknop helemaal in
om de opname te maken.
=~ Scherpstelvergrendeling kan ook worden toegepast bij gebruik van de
Basisprogramma’s.
39
REE
scherpstelling) mas
Het autofocussysteem van de camera werkt zeer nauwkeurig en kan bijna alle
onderwerpen scherp stellen. Soms lukt dit echter niet (het scherptecontrole-
lampje knippert) met onderwerpen zoals hieronder beschreven.
Moeilijke onderwerpen voor autofocus
(a) Onderwerpen met weinig contrast
Voorbeeld: blauwe lucht, effen kleuren op een plat vlak, enz.
(b) Onderwerpen met extreem tegenlicht of sterke reflecties
Voorbeeld: auto met sterk reflecterende lak,
(c) Onderwerpen op de voor- en achtergrond die elkaar overlappen
Voorbeeld: dier achter tralies in een kooi.
In dergelijke gevallen, stelt u een onderwerp scherp dat zich op dezelfde afstand
van de camera bevindt en past dan scherpstelvergrendeling toe voordat u een
nieuwe compositie maakt (zie bladzijde 39). Of u kunt als hieronder beschreven
handmatig scherp stellen.
Handmatige scherpstelling
Wanneer Mpafecus niet I is > (nandmatige
1. Zet de AF/MF-schakelaar van het
objectief op MF (of M bij oudere
objectieven).
9000000000
ШУ
2. Draai aan de scherpstelring van
het objectief tot het onderwerp in
de zoeker scherp is.
> Het scherpstelpunt dat het onderwerp scherp stelt licht op in de zoeker en ook
“9: het scherptecontrolelampje (6) licht op.
40
Lichtmeetmethoden
De camera is uitgerust met drie lichtmeetmethoden: Meervoudige Licht-
meting, Deelmeting en Integraalmeting met nadruk op het midden.
Meervoudige Lichtmeting is de standaardmeetmethode. Deelmeting wordt
automatisch ingesteld wanneer belichtingsvergrendeling wordt toegepast
(zie bladzijde 51) en Integraalmeting met nadruk op het midden wordt
automatisch ingesteld bij gebruik van Handbediening <M=> (zie bladzijde 48).
Meervoudige Lichtmeting
Dit is de lichtmeetmethode voor
algemene onderwerpen met inbegrip
van tegenlichtopnamen. Op basis van
de positie van het onderwerp en de
helderheid, de achtergrond, het
omgevingslicht, het tegenlicht en het
actieve scherpstelpunt wordt de
optimale belichting bepaald.
Deelmeting
De belichting is gebaseerd op de
helderheid van een gebied van 9,5%
van het midden van het zoekerbeeld.
Een ideale meetmethode voor tegen-
lichtopnamen.
* Het meetveld voor Deelmeting (scha-
duw) wordt ongeveer aangegeven in de
afbeelding links.
Integraalmeting met nadruk op het
midden
Bij de meting ligt de nadruk op het
= midden. Op basis van deze meet-
O E gegevens wordt een gemiddelde voor
о het totale beeld bepaald.
(zie bladzijde 64) wordt de belichting automatisch vergrendeld wanneer de
ontspanknop half wordt ingedrukt om scherp te stellen.
* De lichtmeetmethoden kunnen niet handmatig worden ingesteld.
5 Bij gebruik van One-Shot AF en Al Focus AF (met uitzondering van Al Servo AF)
41
P Standaard AE Programma mms
Net zoals het programma Volauto-
matisch <=>, is dit een programma
voor algemene opnamen. De camera
stelt het diafragma en de sluitertijd
automatisch in naar gelang de
helderheid van het onderwerp.
o
[a] 24°
Mei
ig 2.1.0.7.2°
42
Draai de programmakeuzeknop
naar <P>,
Druk de ontspanknop half in om
scherp te stellen.
* Wanneer de scherpstelling is voltooid,
klinkt het audiosignaal en licht het
scherptecontrolelampje (®) rechtsonder in
de zoeker op.
Controleer de gegevens in het
display.
* De sluitertijd- en diafragmawaarden
worden automatisch ingesteld en in het
display en de zoeker getoond.
* Wanneer de sluitertijd- en diafragmawaar-
den niet knipperen is de ingestelde
belichting correct.
* Wanneer de sluitertijd- en diafragmawaar-
den knipperen, zie “Waarschuwingen
omtrent de belichting” op bladzijde 65.
P Standaard AE Programma
tae Toei ae ea E
DEN ONE RE MENA ORT
4. Maak een beeldcompositie en druk
de ontspanknop helemaal in om de
opname te maken.
Het verschil tussen P en CO
De programma’s <P> en <= stellen beide automatisch de sluitertijd- en diafragma-
waarden in. De overige beschikbare functies verschillen echter zoals hieronder
aangegeven.
O: instelbaar door de gebruiker x: niet instelbaar door de gebruiker
Functie P С]
Continu-opnamen o x
Program Shift o x
Belichtingscompensatie о X
Reeksopnamen o *
Deelmeting/belichtingsvergrendeling O x
Handmatige keuze van het scherpstelpunt o x
Ingebouwde flitser aan/uit O x
“High-speed” flitssynchronisatie (FP-flits) met EX-serie Speedlites О x
Flitsbelichtingsvergrendeling met EX-serie Speediites О x
Program Shift
Wanneer u met het Standaard AE Programma werkt, kunt u de door de camera
ingestelde combinatie van sluitertijd en diafragma (het programma) naar wens
wijzigen met behoud van dezelfde belichting Deze functie wordt aangeduid met
“Program Shift”.
U past Program Shift toe door de ontspanknop half in te drukken en aan het <> te
draaien tot de door u gewenste sluitertijd- of diafragmawaarde verschijnt.
* Nadat de opname met Program Shift is gemaakt, wordt de functie automatisch
opgeheven en keert de camera terug naar het oorspronkelijke programma.
+ Bij gebruik van de ingebouwde flitser is Program Shift niet mogelijk.
El AE staat voor "automatische belichting”
43
Tv AE met sluitertijdvoorkeuze
Bij dit programma stelt u zelf de gewenste sluitertijd in, waarna de camera
automatisch het voor de lichtomstandigheden juiste diafragma kiest.
Door een korte sluitertijd in te stellen kunt u de bewegingen van uw
onderwerp “bevriezen”, terwijl bij gebruik van een lange sluitertijd de
beweging op de foto wordt weergegeven. Dit geeft een dynamisch effect.
U stelt de gewenste sluitertijd in met het <>.
* Tv staat voor “tijdwaarde” dus voor de sluitertijd.
Gemaakt met een lange sluitertijd
Tv AE met sluitertijdvoorkeuze
4. Controleer de gegevens in de
zoeker.
5. Druk de ontspanknop helemaal in
om de opname te maken.
Draai de programmakeuzeknop
naar <Tv>.
. Kies de gewenste sluitertijd met het
<A>,
* Draai aan het <> tot de gewenste
sluitertijd in het display verschijnt.
3. Druk de ontspanknop half in om
het onderwerp scherp te stellen.
44
e 5 « Wanneer het grootste diafragma (de
- в 3 Lh AAA @ laagste f-waarde) knippert, is het
onderwerp te donker. Draai het <> in
dat geval naar een langere sluitertijd tot
de diafragmawaarde niet meer knippert.
& po * Wanneer het kleinste diafragma (de
e LT hoogste f-waarde) knippert, is het
onderwerp te licht. Draai het <> in dat
geval naar een kortere sluitertijd tot de
diafragmawaarde niet meer knippert.
=> Gebruik een sluitertijd van 1/15 seconde wanneer u tv-beelden wilt fotograferen;
—M.> dat geeft het beste resultaat. Voorkom bewegingsonscherpte door gebruik van
een statief.
Aanduiding sluitertijden in het display
De sluitertijd kan worden ingesteld en getoond in hele en halve stopwaarden.
De waarden 2 tot 2000 duiden delen van een seconde aan; zo staat de waarde
125 voor 1/125 seconde. De langere sluitertijden zijn voorzien van het
secondeteken ("); de waarde 0"7 staat voor 0,7 seconde en 15" staat voor
15 seconden.
2000 1500 1000 750 500 350 250 180 125 90 60 45 30 20
15 10 8 6 4 3 2 071 152 3 4 В" 8 10" 15" 20" 30"
45
Av AE met diafragmavoorkeuze /
Controle vooraf van de scherptediepte |
Bij dit programma stelt u zelf het diafragma in, waarna de camera automatisch de voor
de lichtomstandigheden juiste sluitertijd kiest.
Door een groter diafragma (lagere f-waarde) in te stellen, kunt u de achtergrond laten
vervagen zodat het onderwerp alle aandacht krijgt.
Door een kleiner diafragma (hogere f-waarde) in te stellen, neemt de scherptediepte
toe, zodat de voor- én de achtergrond scherp worden weergegeven.
U stelt het gewenste diafragma in met het <>.
« Av staat voor “diafragmawaarde”.
Gemaakt met een klein diafragma
1. Draai de programmakeuzeknop
naar <Av>.
2. Kies het gewenste diafragma met
het <>.
* Draai aan het <> tot het gewenste
diafragma in het display verschijnt.
3. Druk de ontspanknop half in om
het onderwerp scherp te stellen.
46
Av AE met CatRamevooneee
4. Controleer de gegevens in de
zoeker.
5. Druk de ontspanknop helemaal in
om de opname te maken.
* Wanneer de sluitertijd van 30" knippert, is
het onderwerp te donker. Draai het
<A> in dat geval naar een groter
diafragma (lagere f-waarde) tot de
sluitertiidwaarde niet meer knippert.
+ Wanneer de sluitertijd van 2000 knippert,
is het onderwerp te licht. Draai het <>
in dat geval naar een kleiner diafragma
(hogere f-waarde) tot de sluitertijdwaarde
niet meer knippert.
Aanduiding diafragmawaarden in het display
Het diafragma kan worden ingesteld en getoond in hele en halve stopwaarden.
Hoe hoger de f-waarde, hoe kleiner het diafragma. De beschikbare diafragma-
waarden van de camera variéren naar gelang van het gebruikte objectief. ||
1.0 1.2 1.4 1.8 2.0 2.5 2.8 3.5 4.0 4.5 5.6 6.7 80 95 11 13
16 19 22 27 32 38 45 54 64 76 91
Wanneer geen objectief is gemonteerd is de diafragma-aanduiding “00”.
Controle vooraf van de scherptediepte
Om de scherptediepte te kunnen zien,
drukt u op de knop voor scherp-
tedieptecontrole. De camera toont dan
het werkdiafragma en u kunt het
scherptebereik in de zoeker controle-
ren.
|
с
5
» Scherptedieptecontrole is alleen mogelijk bij instelling op een AE-programma of Hand-
bediening,
* Het programma <A-DEP> wordt geactiveerd na het half indrukken van de ontspanknop.
* De belichting wordt vergrendeld wanneer u op de knop voor schemtedieptecontrole drukt.
47
Bij Handbediening stelt u zowel de
sluitertijd als het diafragma zelf in.
U hebt volledige controle over de
belichting. De door u ingestelde
combinatie van sluitertijd en diafragma
wordt aangegeven in de belichtings-
schaal, zodat u kunt controleren of
deze een correcte belichting oplevert.
48
Draai de programmakeuzeknop
naar <M>.
Kies de gewenste sluitertijd met het
<A>,
* Draai aan het <> tot de gewenste
sluitertijd in het display verschijnt.
mp =
Standaardbelichting 7 2:11:Wa1,2%
Overbelichting ~211:1Wal14:2%
Ñ
Onderbelichting —2111911:2*
M PENSO
Kies het gewenste diafragma door
de <> knop ingedrukt te houden
en aan het <<=> te draaien.
* Draai aan het <> tot het gewenste
diafragma in het display verschijnt.
Druk de ontspanknop half in om
het onderwerp scherp te stellen.
Controleer de gegevens in de
zoeker.
Controleer de positie van de
belichtingswijzer en pas het
belichtingsniveau, indien nodig,
aan met het <>.
Standaardbelichting: Dit is het standaard-
niveau voor een correcte
belichting.
Overbelichting: Stel een kortere sluitertijd
in of een kleiner
diafragma, om een
correcte belichting te
verkrijgen.
Onderbelichting: Stel een langere sluitertijd
in of een groter
diafragma, om een
correcte belichting te
verkrijgen.
Druk de ontspanknop helemaal in
om de opname te maken.
49
A-DEP Automatische Scherptediepte AE
Met dit programma maakt u automatisch foto's waarop alles van voor- tot
achtergrond scherp is. Het programma is geschikt voor groepsfoto's en
landschappen. Het programma maakt gebruik van de zeven scherpstel-
punten om het dichtstbijzijnde en het verste onderwerp die scherp moeten
worden te bepalen.
EA ae Tr ar i
EE
* Deelmeting bij gebruik =====
van belichtingsvergrendeling
In sommige situaties is er een scherp contrast tussen het ondenwerp en de achter-
grond, zoals bijvoorbeeld bij een opname van een persoon verlicht door een spot.
Sommige delen van de foto worden dan over- of onderbelicht. In dit soort gevallen
krijgt u een beter resultaat door toepassing van belichtingsvergrendeling.
1. Draai de programmakeuzeknop
naar <A-DEP>.
2. Richt de scherpstelpunten op de
onderwerpen en druk de ontspan-
knop half in om scherp te stellen.
* De scherpstelpunten die de onder-
werpen scherp stellen lichten op in de
zoeker. Het dichtsbijzijnde en het
verste onderwerp die door de
scherpstelpunten zijn bedekt zullen
scherp worden weergegeven én alles
tussen deze twee punten.
Op het moment dat de belichtings-
gegevens in de zoeker worden
getoond, kunt u de scherptediepte
controleren (zie bladzijde 47).
3. Controleer de gegevens in de
zoeker en maak de opname.
GE * Op de voorbeeldfoto zal alles scherp
worden weergegeven, van de jongen
links op de achtergrond tot de jongen
rechts op de voorgrond.
* Wanneer de diafragmawaarde knippert, is de belichting wel goed maar kan de
В gewenste scherptediepte niet worden bereikt. Gebruik in dat geval een
groothoekobjectief, of maak de afstand tot het onderwerp groter.
* Bij gebruik van dit programma kunt u de sluitertijd en het diafragma niet naar
eigen inzicht wijzigen. Wanneer de camera een lange sluitertijd instelt, dient u
de camera stevig vast te houden of een statief te gebruiken.
* Wanneer u met dit programma de flitser gebruikt, wordt het resultaat hetzelfde
als bij het maken van flitsopnamen met het <P> programma.
* Het programma <A-DEP=> kan niet worden gebruikt wanneer de AF/MF-
schakelaar van het objectief op MF (of M bij oudere objectieven) is ingesteld.
50
1. Richt het midden van de zoeker op
dat deel van het beeld waarvan u
de belichting wilt vergrendelen.
Druk dan de ontspanknop half in
om scherp te stellen.
2. Druk op de <#> knop.
« Het symbool voor belichtingsver-
grendeling <> licht op in de zoeker
en de belichting wordt vergrendeld. Het
symbool blijft 4 seconden in de zoeker
te zien nadat u de <Y€> knop hebt
losgelaten.
Met elke druk op de <#> knop wordt
de op dat moment ingestelde belichting
vergrendeld.
De belichtingsvergrendeling wordt 4
seconden nadat u de <%= knop hebt
losgelaten of aan de programma-
keuzeknop hebt gedraaid, opgeheven.
Wanneer de programmakeuzeknop op
<M> staat (zie bladzijde 48), toont de
belichtingsschaal het verschil tussen
de door u handmatig ingestelde
belichting en de helderheid van het
ondenwerp gemeten met Deelmeting.
Wanneer u de belichting nogmaals wilt
vergrendelen, houd de <#> knop dan
ingedrukt en druk op de ontspanknop.
3. Maak een beeldcompositie en maak
vervolgens de opname.
51
Belichtingscompensatie :
Wanneer u de door de camera ingestelde belichting wijzigt spreken we van
belichtingscompensatie. Belichtingscompensatie kan worden gebruikt om
de foto donkerder of lichter te maken en kan worden ingesteld tot +/- twee
stoppen in halve stopwaarden.
1. Draai de programmakeuzeknop
naar een van de AE-programma’s.
2. Druk de ontspanknop half in en
controleer de ingestelde belichting.
3. Druk de <A> knop in en houd deze
ingedrukt, terwijl u aan het <>
draait om de gewenste compensa-
tiewaarde in te stellen.
* De pluszijde van de schaal duidt op
overbelichting en de minzijde van de
schaal op onderbelichting.
2. 1.0. 1. 2
Onderbelichting — « coo Jf oo sede Overbelichting
* Om de ingestelde belichtingscompen-
satie op te heffen, stelt u de belich-
tingswijzer weer op Y. De ingestelde
compensatie wordt niet automatisch
opgeheven door de programmakeuze-
knop op <B> te zetten.
I bi
4. Maak de opname.
* Wanneer u de programmakeuzeknop instelt op een Basisprogramma, wordt de
El ingestelde belichtingscompensatie opgeheven.
* Wanneer een sluitertijd van 1/125 seconde en een diafragmawaarde van f/5,6
een standaardbelichting geeft, zal instelling van + of -1 stop belichtingscom-
pensatie de navolgende wijzigingen tot gevolg hebben:
-1stop + 0 — +1 stop
Sluitertijd 250 — 125 — 60
Diafragma 8,0 — 56 — 4,0
52
1 Reeksopnamen (AEB) ===
Bij instelling op Reeksopnamen wijzigt de camera automatisch het
belichtingsniveau voor drie achtereenvolgende opnamen. De ingestelde
stopwaarde wordt gerelateerd aan de standaardbelichting en kan worden
gevarieerd tot +/-2 stoppen in 1/2 stopwaarden. De Reeksopnamen worden
gemaakt in de volgorde: standaardbelichting, onderbelichting, over-
belichting. Reeksopnamen zijn handig voor het verkrijgen van subtiele
belichtingseffecten vooral bij gebruik van diafilm.
+1 stop poh
-1 stop onderbelichting
1. Druk op de functieknop totdat de
pijl op het <“1> symbool is gericht.
2. Draai aan het <=:> om de
gewenste stopwaarde in te stellen.
* Wanneer bijvoorbeeld een waarde van
21.80.24 1,0 wordt ingesteld, betekent dit dat de
- ar onder- en overbelichte opnamen worden
gemaakt met respectievelijk -1 en +1
stopwaarde.
U heft de Reeksopnamenfunctie op door
de stopwaarde weer op “0,0” in te stellen.
De ingestelde stopwaarde wordt niet
automatisch opgeheven door de
programmakeuzeknop op <M> te zetten.
De functie wordt geactiveerd nadat u een
J) van de volgende twee handelingen hebt
SIE verricht:
* nadat u de ontspanknop half hebt
ingedrukt.
* Zes seconden nadat u aan de
programmakeuzeknop hebt gedraaid.
|
2.1.9.1.2 > un
53
| "211 wi 12%
i
2414901, 2%
i
=2:1.%:1, 27
i
Standaardbelichting
“4 Reeksopnamen (AEB)
3. Maak de opnamen.
* De zoeker en het display tonen het
belichtingsniveau van elke opname.
* Om aan te geven dat de Reeksop-
namenfunctie in werking is, knipperen
de pijl die naar het symbool wijst en de
belichtingsschaal in het display.
* De Reeksopnamentunctie wordt niet automatisch opgeheven. U dient de stopwaarde daartos weer op
0,0 in te stellen
= Bij gebruik van de zelfontspanner, worden de drie Reeksopnamen automatisch zonder vertraging
gemaakt.
* Wanneer de programmakeuzeknop op een Basisprogramma wordt ingesteld, wordt de Reeksopnamen-
functie automatisch opgeheven,
* Reeksopnamen kunnen niet worden gecombineerd met gebruik van de flitser.
* Wanneer op continu-opnamen is ingesteld, worden door het ingedrukt houden van de ontspanknop drie
continu-opnamen gemaakt, Het belichtingsniveau van de respectievelijke opnamen wordt echter niet
getoond.
* Reeksopnamen kunnen worden gecombineerd met
belichtingscompensatie. Wanneer de ingestelde 2
verschillen in belichtingsniveau het bereik van de 1
belichtingsschaal overschrijden, worden de gegevens “2
getoond zoals hiernaast afgebeeld (in dit geval werd de :
stopwaarde voor Reeksopnamen op +-1 ingesteld). i
115 Slopwaarde Resksopnamen +/-1 stop
Reeksopnamen +/-1 stop mel -1 stop
belichtingecompenssatie
1,46 Reeksopnamen +~1 stop met -1,5 stop
i bélichlingscompensatie
ñ
1:91:27 Reeksopnamen +-1 stop met -2 stop
|| balichtingscompensatie
=) Uitschakelen van het audiosignaal
Het audiosignaal kan worden uitgeschakeld bij alle belichtingsprogramma’s.
54
Druk op de functieknop totdat de
pijl op het <=)> symbool is gericht.
* In het display wordt een “1” getoond.
Draai aan het <#*> tot het display
een “0” laat zien.
* U schakelt het audiosignaal weer in, door de
waarde met het <*> weer op “1” in te
stellen.
* De functie wordt geactiveerd nadat u een
van de volgende twee handelingen hebt
verricht:
* nadat u de ontspanknop half hebt
ingedrukt.
* zes seconden nadat u aan de
programmakeuzeknop hebt gedraaid.
Tijdopnamen
O
Wanneer u op Tijdopnamen hebt ingesteld, kunt u de film net zolang belichten
als u de ontspanknop helemaal ingedrukt houdt. Tijdopnamen zijn geschikt
wanneer lange belichtingstijden nodig zijn voor het maken van opnamen bij
nacht, van vuurwerk, sterren enz. Gebruik voor Tijdopnamen altijd een statief.
Door de (los verkrijgbare) Afstandsbediening RS-60E3 te gebruiken, hoeft u niet
zelf de ontspanknop ingedrukt te houden.
Draai de programmakeuzeknop
naar <M>.
Draai aan het <> tot in plaats
van de sluitertijd de aanduiding
bul bin het display verschijnt.
« De aanduiding bul & volgt op
sluitertiidwaarde 75
Druk de <2Y> knop in en houd deze
ingedrukt en draai aan het <>
om het gewenste diafragma in te
stellen.
Maak een beeldcompositie. Druk
dan op de ontspanknop en houd
deze helemaal ingedrukt zolang u
wilt belichten.
* De sluiter blift open zolang de
ontspanknop helemaal ingedrukt biijft.
* Tiidens het maken van Tijdopnamen
knippert de aanduidiong < bul 5= in het
display.
* Met nieuwe batterijen kunt u Tijdop-
namen maken gedurende ongeveer
4,5 uur bij kamertemperatuur.
+ Tijdopnamen kunnen worden
gecombineerde met Meervoudige
Belichting (zie bladzijde 56).
55
= Meervoudige Belichting == ==añía
Met deze functie kunt u een speciaal effect creéren door één n beeldje
meerdere malen te belichten. Dit is mogelijk bij instelling op de AE-
programma's en Handbediening.
56
FÜNG,
en
wij}
Druk op de functieknop totdat de
pijl op het <=> symbool is gericht.
* In het display wordt een “1” getoond.
Draai aan het <#*> om het
gewenste aantal belichtingen in te
stellen.
* Het ingestelde aantal belichtingen wordt in
het display getoond.
* U kunt maximaal 9 belichtingen instellen.
+ Wilt u de functie opheffen, stel het aantal
belichtingen dan weer in op “1%.
Maak een beeldcompositie en druk
de ontspanknop helemaal in om de
opname te maken.
* Na de eerste belichting, knippert de pijl die
wijst naar het <I> symbool in het display
wanneer de ontspanknop half wordt
ingedrukt.
Nadat het ingesteld aantal keren is belicht,
wordt de film naar het volgende beeldje
getransporteerd en wordt de functie
opgeheven.
Wilt u de functie opheffen voordat het
ingestelde aantal belichtingen is voltocid,
herhaal dan stappen 1 en 2 en хе! Не!
display weer op “1”.
De functie wordt geactiveerd nadat u een
van de volgende twee handelingen hebt
verricht:
* nadat u de ontspanknop half hebt
ingedrukt.
* zes seconden TIMER nadat u aan de
programmakeuzeknop hebt gedraaid.
*
(mm) position EA AU os van de disc Li
Sas EEE EEE
4. Wanneer u één beeldje meer malen belicht, is het noodzakelijk vooraf
К belichtingscompensatie toe te passen. Zie "Belichtingscompensatie” op bladzijde
bé.
De onderstaande tabel kunt u als een richtlijn gebruiken voor het instellen van de
hoeveelheid belichtingscompensatie.
Aantal keren belichten | 2 3 4
Belichtingscompensatie -1,0 stop -1,5 stop -2,0 stops
* De vermelde waarden zijn slechts een richtlijn. De optimale waarde is
afhankelijk van de situatie. U kunt deze bepalen door te experimenteren.
= Wanneer de programmakeuzeknop op een Basisprogramma wordt ingesteld,
wordt de functie automatisch opgeheven.
ISO Instellen van de filmgevoeligheid == - m
Wanneer u film zonder DX-code gebruikt of een andere filmgevoeligheid
wilt instellen, kunt u dat als volgt handmatig doen. De beschikbare
|ISO-waarden lopen van ISO 6 tot 6400.
1. Draai de programmakeuzeknop
naar <ISO>.
« Het ISO-symbool en de op dat moment
ingestelde filmgevoeligheid worden in
het display getoond.
2. Draai aan het <:=%> tot de
gewenste filmgevoeligheid in het
display verschijnt.
3. Draai de programmakeuzeknop
naar het gewenste belichtings-
programma.
De handmatig ingestelde filmgevoeligheid wordt opgeheven wanneer de film
Fi wordt verwijderd en een film met DX-code wordt ingelegd.
57
Gebruik van de afstandsbediening (los verkrijgbaar) =
De afstandsbediening kan worden gebruikt bij alle belichtingsprogramma's.
) Sluit de plug van Afstandsbediening
\ RS-60E3 aan op het aansluitpunt voor
| afstandsbediening van de camera.
| Druk op de ontspanknop van de
afstandsbediening om de opname te
maken.
58
= » Bij gebruik van de Basisprogramma's (behalve |
| <Mi > en <>), komt de ingebouwde flitser ui
de body tevoorschijn en werkt, indien nodig,
automatisch bij weinig licht en tegenlicht.
» Bij gebruik van een AE-programma of
Handbediening, zijn flitsopnamen op elk
moment mogelijk door op de <> knop te
drukken.
U kunt het flitsdiafragma en de flitssyn-
chronisatietijd (1/90 seconde of langer) zelf
instellen. De flitsbelichting wordt automatisch
bepaald op basis van het ingestelde flits-
diafragma.
Gebruik van de
ingebouwde flitser
Gebruik van een externe, voor EOS-camera’s ontworpen Speedlite-
flitser
Wanneer een externe, voor EOS-camera’s ontworpen Speedlite-flitser uit de
EX-serie - zoals de 220EX, de 380EX of de 550EX - op de camera is
gemonteerd, is flitsfotografie even eenvoudig als met de ingebouwde flitser.
Gebruik van het E-TTL Flitsprogramma (gekoppeld aan de zeven scherp-
stelpunten), “high-speed“-flitssynchronisatie (FP-flits) (waardoor de flitser in
staat is synchroon te werken met alle sluitertijden) en flitsbelichtingsver-
grendeling (vergelijkbaar met belichtingsvergrendeling) is ook mogelijk. Een
externe Speedlite-flitser is ideaal voor opnamen van grote groepen mensen,
lichteffecten bij portretfoto's enz. wanneer een hoge flitsintensiteit gewenst is.
De functies van een EX-serie Speedlite die beschikbaar zijn, zijn afhankelijk
van het type camera. De EOS 300 is een Type-A camera; lees dan ook dat
deel van de gebruiksaanwijzing van de Speedlite dat geldt voor Type-A
camera's.
08
Gebruik van de ingebouwde flitser
Bij instelling op een Basisprogramma
Bij gebruik van de Basisprogramma’s (behalve <ia > en <=>), komt de
ingebouwde flitser uit de body tevoorschijn en werkt, indien nodig,
automatisch bij weinig licht en tegenlicht.
Bij instelling op een AE-programma of Handbediening
Bij instelling op een AE-programma of Handbediening drukt u op de <4>
knop wanneer u de ingebouwde flitser wilt gebruiken.
P : Gebruik dit programma voor automatische flitsfotografie. De
flitssynchronisatietijd en het flitsdiafragma worden automatisch
ingesteld zoals bij het programma Volautomatisch <C>.
Tv: Gebruik dit programma voor het instellen van een langere
flitssynchronisatietijd dan 1/90 seconde. De camera stelt automa-
tisch het flitsdiafragma in waarmee een correcte flitsbelichting
wordt bereikt.
Av : Gebruik dit programma wanneer u zelf het flitsdiafragma wilt
instellen. Het programma zorgt voor een evenwichtige flits-
belichting. De camera stelt automatisch een lange flitssyn-
chronisatietijd in. Het onderwerp wordt door de flitser verlicht terwijl
de achtergrond wordt belicht door de lange sluitertijd.
* Gebruik altijd een statief wanneer een lange flitssynchronisatietijd
wordt ingesteld.
M : Bij dit programma stelt u zelf de flitssynchronisatietijd én het
flitsdiafragma in. Het onderwerp krijgt een correcte belichting door
de flitser en de achtergrond wordt belicht door de combinatie van
flitssynchronisatietijd en flitsdiafragma die u hebt ingesteld.
A-DEP : Het resultaat van dit programma is hetzelfde als bij instelling op
<P>.
Afstandsbereik van de ingebouwde flitser
(met een EF 28-80 mm f/3,5-5,6 II objectief)
Flitssynchronisatietijden en flitsdiafragma’s
Belichtings-
programma Flitssynchronisatietijd Flitsdiafragma
Wordt automatisch op 1/90 seconde | Wordt automatisch ingesteld
P ingesteld overeenkomstig het TTL Flitspro-
gramma
Kan handmatig op 1/90 seconde of | Wordt automatisch ingesteld
Tv langer worden ingesteld * overeenkomstig de door de gebruiker
ingestelde flitssynchronisatietijd
Wordt automatisch ingesteld op een
waarde tussen 30" en 1/90 seconde
Av overeenkomstig het door de gebruiker
ingestelde flitsdiafragma en de
helderheid van het onderwerp. Wordt handmatig ingesteld door de
gebruiker
Kan handmatig op 1/90 seconde of
M langer worden ingesteld *
28 mm 80 mm
150 Negatieffilm Diafilm Negatieffilm Diafilm
100 1 - 4,8 meter 1 - 3,4 meter 1 - 3 meter 1 - 2,1 meter
400 1 - 9,7 meter 1,2 - 6,8 meter 1 - 6 meter 1 - 4,3 meter
60
* Wanneer een kortere flitssynchronisatietijd wordt ingesteld dan 1/90 seconde, wordt deze
automatisch aangepast tot 1/90 seconde.
« Wanneer bij instelling op <Tw> of <M> een kortere flitesynchronisatietijd wordt
Е ingesteld dan 1/90 seconde, wordt deze automatisch aangepast tot 1/90 seconde.
* De ingebouwde flitser kan niet samen met een externe Speedlite-flitser worden
gebruikt.
* Voordat u een exteme Speediite-flitser op de camera monteert, dient u de ingebouwde
flitser in de body terug te duwen wanneer deze uit de body is.
+ BIijf bij gebruik van de ingebouwde flitser tenminste op een afstand van 1 meter van
U het onderwerp. Anders wordt een deel van de foto donker.
* Verwijder een aan het objectief gemonteerde lenskap wanneer u de ingebouwde flitser
wilt gebruiken. De lenskap zal anders het bereik van de flitser gedeeltelijk blokkeren.
« Wanneer een van de navolgende objectieven op de camera is gemonteerd, kan het
bereik van de ingebouwde flitser geblokkeerd zijn. Gebruik met deze objectieven een
externe Speedlite-flitser:
Lichtsterke objectieven zoals de EF 17-35 mm f/2,8L USM en de EF 28-70 mm f/2,8L
USM,
Supertele-objectieven zoals de EF 300 mm f/2,8L USM en de EF 600 mm f/4L USM.
* De ingebouwde flitser bestrijkt de beeldhoek van objectieven met een minimale
brandpuntafstand van 28 mm. Bij gebruik van objectieven met een kortere
brandpuntafstand zullen de randen van de foto donker worden.
61
Overige informatie
Basisbegrippen van de fotografie
Belichting
We spreken van belichting wanneer de film aan licht wordt blootgesteld.
Een correcte belichting wordt bereikt wanneer de film aan de juiste
hoeveelheid licht, in overeenstemming met de lichtgevoeligheid van de
film, wordt blootgesteld. De belichting kan worden gevarieerd met de
verschillende instellingen van de sluitertijd en het diafragma.
Sluitertijd
De sluiter regelt de duur van de belichting, d.w.z. de tijd dat het sluitergor-
dijn open blijft om de film aan het licht dat door het objectief valt bloot te
stellen. De sluitertijden worden getoond in het LCD-display en de zoeker
van de camera. Ze lopen van 1/2000 seconde
tot 30 seconden en er is een instelling
voor Tijdopnamen.
Diafragma
De diafragmawaarde (of f-waarde) geeft |
het formaat aan van de opening in het
objectief waar het licht doorheen май.
De diafragma-opening kan groter of
kleiner worden gemaakt. De camera
toont het diafragma in het LCD-display
en de zoeker in waarden van 1,0 tot 91. De reeks diafragmawaarden hangt
echter af van het objectief dat aan de camera is gemonteerd.
De filmgevoeligheid (ISO-waarde)
De filmgevoeligheid is een waarde die de mate van gevoeligheid voor licht
van de film aangeeft. Hoe hoger de 1ISO-waarde, hoe gevoeliger de film is
voor licht. Films met een gevoeligheid van ISO 400 of hoger zijn dan ook
ideaal wanneer er weinig licht is. De ISO filmgevoeligheid is een waarde
die is vastgesteld overeenkomstig de normen van de International
Standards Organization (ISO).
De filmgevoeligheid kan met de camera worden ingesteld van 6 tot 6400.
De waarden worden in het LCD-display en de zoeker getoond.
62
Scherptediepte
Deze term duidt het gebied voor en achter het scherpstelvlak aan dat ook
scherp op de foto komt. Hoe kleiner de diafragma-opening (aangeduid
met een hoge f-waarde), hoe groter de scherptediepte. Hoe groter de
diafragma-opening (aangeduid met een lage f-waarde), hoe geringer de
scherptediepte.
De scherptediepte heeft de navolgende kenmerken: |
(1) Een kleiner diafragma (hogere f-waarde) vergroot de scherptediepte.
… Bijvoorbeeld, f/8 geeft een grotere scherptediepte dan f/4,5.
(2) Een objectief met een kortere brandpuntafstand vergroot de
scherptediepte.
… Een groothoekobjectief geeft een grotere scherptediepte dan een
tele-objectief.
(3) Een grotere afstand tussen de camera en het onderwerp vergroot de
scherptediepte.
(4) In het algemeen is de scherptediepte achter het scherpstelviak groter
dan de scherptediepte voor het scherpstelvlak.
e Scherptediepte ——
Scherpstelvlak |
Diafragma ingesteld op f/22
Diafragma ingesteld op f/2
63
Tabel van functiecombinaties
®: automatisch ingesteld
©: in te stellen door de gebruiker
орала Autofocus a i Filmtransport Lichtmeting UN
One- | AI" | Auto- | Hand- | Per continu] Meer- | Inte- | noo; | Auto- | Hand-
Shot | Focus Imatisch| matig |beeldje voudig | graal matisch| matig
о a & a . a
a . . . .
=A . . . .
= æ ® . . E
E E = ® æ
Fi . E & . .
P ë O O . ® . .
Tv 3 O о ® # © .
Av . о O . E © .
M . o © E . . .
A-DEP . . ® a .” .
Waarschuwingen omtrent de belichting
* Deelmeting is alleen mogelijk wanneer de knop voor deelmeting wordt ingedrukt.
* Bij Handbediening <M= wordt gebruik gemaakt van Integraalmeting met nadruk op het midden.
+ Al staat voor “artificial intelligence” (kunstmatige intelligentie)
One-Shot AF: De belichting (sluitertijd en diafragma) wordt ingesteld wanneer het onderwerp scherp is. De
sluiter ontspant pas wanneer de scherpstelling is voltooid.
Al Focus AF:
Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, wordt de autofocusmethode automatisch aangepast
aan de bewegingen van het onderwerp. Wanneer het onderwerp statisch is, wordt de
scherpstelling na voltociing vergrendeld (One-Shot AF). Is het onderwerp in beweging, dan
wordt omgeschakeld naar Al Servo AF en wordt de scherpstelling continu aangepast. De
camera gebruikt de anticiperende AF-functie om ervoor te zorgen dat het onderwerp op het
moment van de opname scherp is.
Autofocus- en filmtransportmethoden
Filmtransport
One-Shot AF
Al Servo AF
De opname kan pas worden gemaakt
wanneer de scherpstelling is voltooid.
Op hetzelfde moment wordt de
scherpstelling vergrendeld. De door
De scherpstelling wordt continu aan de
bewegingen van het onderwerp
aangepast. De belichting wordt bepaald op
gemaakt (met ongeveer 1,5 beeldje per
seconde).
gemaakt. De scherpstelling wordt continu
aangepast gedurende continu-opnamen
(met ongeveer 1,3 beeldje per seconde).
: het moment dat de sluiter ontspant.
Par basis Meervoudige Lichimeting gemeten >
belichting wordt eveneens vergrendeld.
{De belichting blijft dezelfde totdat de
opname is gemaakt.)
Het bovenstaande is ook van toepassing | Het bovenstaande is ook van toepassing
Casi wanneer continu-opnamen worden wanneer continu-opnamen worden
A-DEP
lice dlls bested Betekenis Maatregelen
\ / Onderwerp is te Gebruik de flitser
ZI 36 “| donker
x 1 A Onderwerp is te licht | Monteer een ND-filter op het
= anon 3 e objectief om de hoeveelheid
E ELL = licht te verminderen.
Ea
si, Onderwerp wordt Draai het elektronisch
can = 0- onderbelicht instelwiel naareen langere
E sluitertijd
Tv sl, Ondenwerp wordt Draai het elektronisch
BA 7777 [|overbelicht instelwiel naar een kortere
5 I x sluitertijd
=} ' xs Onderwerp wordt Draai het elektronisch
- ЭП 27 onderbelicht instelwiel naar een groter
#14" diafragma
Av -
N 1 7 Onderwerp wordt Draai het elektronisch
= ЭП 4 E 35 overbelicht instelwiel naar een kleiner
„” re `` 7 diafragma
De gewenste 1) Maak afstand tot het ondenwerp
scherptediepte kan
niet worden bereikt
groter en stel opnieuw in
2) Stel bij gebruik van een
zoomobjectief in op
groothoek-positie
- /_ |Onderwerp is te Gebruik de flitser. Het
si Im 35 — |donker resultaat wordt hetzelfde als
1 bij gebruik van <P>.
~ NV | 7 _ |Onderwerp is te licht | Monteer een ND-filter op het
Si 2000 2 7 = objectief. Om de hoeveelheid
” 1 ` ^ licht te verminderen.
De voorbeelden zijn van toepassing wanneer en objectief met een maximaal
diafragma van f/3,5 en een minimaal diafragma van f/22 aan de camera is
gemonteerd. De maximale en minimale diafragmawaarden verschillen naar
gelang van het gebruikte objectief.
65
Problemen oplossen
Controleer, wanneer u denkt dat er iets mis is met uw camera, eerst de
gegevens in de onderstaande tabel.
Probleem Oorzaak Oplossing Blz.
De batterijen zijn leeg. Vervang de batterijen. 16
1. Het display
toont geen mA и ;
gegevens. De batterijen zijn verkeerd Plaats de batterijen opnieuw op 16
geplaatst. de goede manier.
De film is niet goed ingelegd (het | Leg de film in op de goede 20
display toont geen cijfer). manier.
Er is een teruggespoelde film in — | Verwijder de film en leg een 20
de camera (het display toont geen | nieuwe film in.
2, De sluiter fer).
ontspant niet.
Autofocus is niet mogelijk (het Druk de ontspanknop half in. Lukt 19
scherptecontrolelampje in de het scherp stellen nog steeds niet, 40
zoeker knippert). zet de AF/MF-schakelaar van het
objectief dan op MF (of M) en stel
handmatig scherp met de
scherpstelring.
De AF/MF-schakelaar van het Zet de AF/MF-schakelaar op AF. 18
objectief stond op MF (of M).
3. Uw foto's zijn тт
onscherp. Een lange sluitertijd veroor zaakte | Druk de ontspanknop 19
bewegingsonscherpte. voorzichtiger in of gebruik een
kortere sluitertijd.
De batterijen zijn bijna leeg. Vervang de batterijen en 17
controleer of het 1 symbool in het
display wordt getoond.
4, Alleen het |]
symbool De camera werkt niet goed. Druk de ontspanknop half in. Het 17
knippert in het display dient terug te keren naar | achter
display. normaal. kant
* Is het | symbool nog steeds te | boekje
zien, dan dient de camera te
worden nagekeken bij een
Canon Service-afdeling.
66
Belangrijkste accessoires (los verkrijgbaar)
Voedingsunit BP-200
Een externe voedingsunit voor vrijwel
overal verkrijgbare AA-formaat batterijen.
Deze kunnen de camera voeden in plaats
van de CR2 lithiumbatterijen. De unit is
voorzien van een ontspanknop op de
vertical handgreep.
Oculairvergroter EP-EX15
Wanneer de Oculairvergroter EP-EX15
aan de camera is gemonteerd, wordt de
afstand tussen het oculair en de body
15 mm groter. Bovendien neemt de
vergrotingsfactor van de zoeker toe met
0,5x.
Oogcorrectielenzen E
Het oculair van de camera heeft een
waarde van -1 dioptrie. De Oog-
correctielenzen E maken het voor bij- en
verzienden mogelijk om zonder bril een
duidelijk zoekerbeeld te zien. Er zijn tien
verwisselbare oogcorrectielenzen los
verkrijgbaar. Bevestig de oogcorrectie-
lens op het oculair en kijk door de zoeker
om te controleren of de lens geschikt is
voor uw ogen.
* De op de oogcorrectielenzen aangegeven
dioptrie duidt de waarde aan wanneer de
lens aan de camera is gemonteerd, niet de
waarde van de lens zelf.
Afstandsbediening RS-60E3
De Afstandsbediening RS-60E3 gebruikt
u om de op een statief gemonteerde
camera te bedienen. Ideaal voor het
maken van close-ups en Tijdopnamen.
Wordt aangesloten op het aansluitpunt
voor afstandsbediening van de camera.
67
~ Voor EOS-camera’s ontworpen
| EX-serie Speedlites
De Canon Speedlites worden op de
Voorbeelden zijn de Speedlite 380EX
y (richtgetal 22 bij ISO 100) en de
i ISO 100, niet afgebeeld).
Cameratassen EH13-L
de navolgende objectieven worden
opgeborgen:
EF 28-80 mm f/3,5-5,6 |I
EF 28-80 mm f/3,5-5,6 V USM
flitsschoen van de camera gemonteerd.
(richtgetal 38 bij ISO 100) die een hoge
flitsintensiteit levert; de compacte 220EX
geavanceerde 550EX (richtgetal 55 bij
In deze tas kan de camera met een van
Wij raden u aan Canon Speedlite-flitsers met uw EOS camera te gebruiken.
Voorzichtigheid is geboden bij gebruik van flitsers die zijn ontworpen voor
camera's van andere merken (bijvoorbeeld flitsers met een middencontact) en
met flitsers met een hoog voltage en andere flitsaccessoires. Deze kunnen uw
camera beschadigen en storingen veroorzaken.
68
Technische gegevens
Ш Type
Type
Formaat
Bruikbare objectieven
Objectiefvatting
E Zoeker
Type
Bereik
Vergrotingsfactor
Standaarddioptrie
Instelglas
Zoekerinformatie
Spiegel
E Belichting
Lichtmeting
Belichtingsmethoden
Waarschuwing
bewegingsonscherpte
Bereik lichtmeting
35 mm spiegelreflexcamera met spleetsluiter, autofocus, automatische
belichting, ingebouwde flitser en motortransport en datum/tijdafdrukfunctie
bij de Date-versie
24 x 36 mm
Canon EF objectieven
Canon EF vatting (met elektronische gegevensoverdracht)
vaste dakkantpentaprisma ooghoogtezoeker
90 verticaal en horizontaal van het te fotograferen beeld
0,7x (op oneindig met een 50 mm objectief)
-1 dioptrie (oogafstand 18,5 mm)
vast nieuw lasermat instelglas
(1) in het zoekerbeeld zeven scherpstelpunten
(2) onder het zoekerbeeld
sluitertijd, diafragma, belichtingsniveau, belichtingsvergrendeling,
flitsbelichtingsvergrendeling, flitser opgeladen, “high-speed”
flitssynchronisatie (FP-flits), symbool rode-ogen-reductie, symbolen
scherpstelpunten, scherptecontrolelampje (werkt bij autofocus en
handmatige scherpstelling)
snel terugklappende, half doorlatende spiegel (geen donkere hoeken of
randen met het EF 600 mm f/4 L USM-objectief of een objectief met een
kortere brandpuntafstand)
TTL-meting via het objectief bij volle lensopening door siliciumcel met
35 zones
(1) Meervoudige Lichtmeting (gekoppeld aan zevenscherpstelpunten)
(2) Deelmeting (automatisch bij toepassing belichtingsvergrendeling;
bereik ongeveer 9,5% van het zoekerbeeld)
(3) Integraalmeting met nadruk op het midden (automatisch bij instelling
op Handbediening)
(1) Standaard AE Programma (met Program Shift)
(2) AE met sluitertijdvoorkeuze
(3) AE met diafragmavoorkeuze
(4) Automatische Scherptediepte AE
(5) Volautomatisch
(6) Geprogrammeerde Beeldkeuze, vijf programma's (Portret, Landschap,
Close-up, Sport, Nacht)
(7) E-TTL Flitsprogramma met EX-serie Speediites, TTL Flitsprogramma
met de ingebouwde flitser, A-TTL Flitsprogramma met EZ-serie
Speediites
(8) Handbediening
Bij gebruik Basisprogramma's knippert de sluitertiidwaarde (met 2 Hz)
wanneer deze waarde langer is dan (1/brandpuntafstand van het
gebruikte objectief)
EV 2-20 (bij 20°C en gebruik van een 50 mm f1,4 objectief, een ISO 100
film en normale luchtvochtigheid) ва
Filmgevoeligheid
Belichtingscompensatie
Belichtingsvergrendeling
Meervoudige Belichting
H Autofocus
Systeem
Scherpstelpunten
Autofocusbereik
Keuze scherpstelpunt
Autofocusmethoden
AF-hulplicht
Ш Sluiter
Type
Sluitertijden
Werking sluiter
Zelfontspanner
E FilImtransport
Filminleg
Filmtransport
Terugspoelen
Terugspoelruis
70
i Overige informatie
instelbaar van ISO 6 tot 6400 (automatisch volgens DX-code van ISO 25
tot 5000 in 1/3 stopwaarden)
(1) Reeksopnamen tot +/- 2 stops in halve stopwaarden in de volgeorde
standaardbelichting, onderbelichting en overbelichting
(2) Handmatige compensatie tot +/- 2 stops in halve stopwaarden
(1) automatisch:
bij gebruik One-Shot AF en Meervoudige Lichtmeting nadat
scherpstelling is voltooid
(2) met knop belichtingsvergrendeling:
Deelmeting wordt automatisch ingesteld met de knop voor
belichtingsvergrendeling
tot maximaal negen keer belichten
TTL-SIR (tweevoudige beeldregistratie via het objectief) met
CMOS-sensor
7 (11)
EV 1-18 (bij ISO 100)
(1) automatisch door de camera
(2) handmatig door de gebruiker
(1) One-Shot AF:
scherpstelling wordt vergrendeld wanneer scherpstelling is voltooid;
sluiter ontspant alleen wanneer scherpstelling is voltooid
(2) Al Focus AF:
wanneer een onderwerp dat met One-Shot AF is scherpgesteld voor-
of achteruit in beweging komt, wordt automatisch omgeschakeld naar
Al Servo AF
(3) Handmatige scherpstelling:
door instelling van de AF/MF-schakelaar van het objectief op MF (of
M) en draaien aan de scherpstelring
indien nodig treedt het ingebouwde AF-hulplicht automatisch in werking
verticaal aflopende spleetsluiter; alle tijden worden elektronisch gestuurd
van 30 seconden tot 1/2000 seconde (in halve stopwaarden) en
Tijdopnamen; X-synchronisatietijd 1/90 seconde
“soft-touch” elektromagnetische werking
elektronisch gestuurd met 10 seconden vertraging
automatisch “prewind”-systeem (transport naar het einde van het rolletje)
automatisch (1) met één beeldje, (2) continu (met maximaal 1,5 beeldje
per seconde)
(1) automatisch wanneer alle beeldjes zijn belicht
(2) halverwege terugspoelen mogelijk met behulp van terugspoelknop
ongeveer 60 dB
E Ingebouwde flitser
Type
E Overige gegevens
Flitscontacten
Compatibiliteit met
losse Speedlites
Rode-ogen-reductie
Overige informatie
automatische, in de body geintegreerde TTL-flitser met seriéle sturing
(1) Richtgetal: 12 bij 150 100
(2) Oplaadtijd: ongeveer 2 seconden
(3) Beeldhoek: bestrijkt de beeldhoek van een 28 mm objectief
(4) Flitsmeting: automatisch via het objectief
x-synchronisatie met directe koppeling via flitsschoen
compatibel met E-TTL/A-TTLTTL Flitsprogramma’s
met ingebouwde lamp die bij alle belichtingsprogramma's kan worden in-
of uitgeschakeld
Afstandsbediening 2 5 mm contact voorzien voor los verknjgbare Afstandsbediening
RS-60E3
Voeding twee CR2 lithiumbatterijen
Opnamecapaciteit
batterijen
Battenjcontrole
Afmetingen (mm)
Gewicht {alleen
aantal films van 24 opnamen bij 50% flitsgebruik:
ongeveer 24 films bij 20°C; ongeveer 16 films bij -10°C
wordt automatisch in het display getoond in vier niveaus wanneer de
programmakeuzeknop naar een andere positie dan L wordt gedraaid
140 (В) x 90 (H) x 58,5 (D)
de body) 355 g (Date-versie + 15 g)
bene EF 28-80 mm EF 28-80 mm EF 35-80 mm
1:3,5-5,6 V USM 1:3,5-5,6 || 1:4-5,6 Ill
Diagonaal 75° - 30° 75° - 30° 63° - 30°
Beeldhoek Verticaal 46° - 17° 46° - 17° 38° - 17°
Horizontaal 66° - 25° 65° - 25° 54° - 25°
Lensconstructie elementen/groepen 10/10 10/10 8/8
Min. diafragma 22-38 22 — 38 22 — 32
Scherpstelgebied 0,38 m 0,38 т 0,4 m
Max. vergroting Wide/Tele 1:10/1:3,8 1:10/1:3,8 1:9/1:4,3
Filterdiameter 58 mm 58 mm 52 mm
Aantal te gebruiken filters 1 1 1
Max. diameter x lengte (mm) 66,4 x 71,2 66,4 x 71,2 65 x 63,5
Gewicht 200 9 200 9 1759
+ Alles gegevens zijn gebaseerd op de Standaardtestmethode van Canon. Ч
» Productspecificaties en uiterlijk kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
71
— — Г
Index
Accessoires .............….……rrrmmaneeceeececcc00s GF
AEB Reeksopnamen ............ Cactos i
AE met diafragmavoorkeuze Av .............. . 46
AE met sluitertidvoorkeuze TV ................ 44
AE-programma's en Handbediening ............ 14
A ee dicanmamnes 26
Afstandsbediening, gebruik van E tT 58
A Focus AP === vals da a ADE BR 64
ARS OO ama cinnamon wom si A 64
Audiosignaal, uitschakeling aa Py re 54
Autofocus- en fiimtransporimethoden ........... 64
Automatische Scherptediepte AE A-DEP ..... 50
BasisprogrammaS ...........eee_—.—eeeenenecieno 14
Battenjen
Plaatsing ..........—— rre iia 16
Controle ....... GU aa Mi cof ddr ir 17
Belichting .. Enema EY
Belichtingscompensatie Ce eee EAN De
Belichtingsvergrendeling ............... eee... 51
Close-up & i Ee me A
Continu- opnamen PE eee 64
Datum of tijd
DE TONPUNCIOS ee on mm wpm mw rm mn 35
Programimeran 2 A AT RÉ
Desineino fau cernes aa sara ие 41
Deelmeting bij gee van E
grendeling + STE FE Ea ae Bl
Diafragma SRE eee TE
Draagriem, bevestiging . ASE rampe 15
Enkelé opname en continu-opnamen 26
т
Lu
I a Ee REE 20
Halverwege terugspoelen PT RR ee 21
Instellen fimgevoeligheid ..................... 57
Fimgevosligheid ...................—e————.—.... 62
VEPNICeren: a Pe ere 21
Flitssynchronisatietijden en flitsdiafragma’ - 5)
Geprogrammeerde Beeldkeuze ,................ 14
Handbediening M ......... e _eocecenenranecas … 48
Handmatige instelling fimgevoeligheid ......... 14
Handmatige scherpstelling ...... re AD
Manteren van de camera ........e..eencrira 22
=
2
i
Ingebouwde flitser, automatische werking ...... 26
Ingebouwde flitser, afstandsbereik .............. 60
Ingebouwde flitser, gebruik .. …. 60
Integraalmeting met nadruk op het midden .... 41
Landschap a ........... ARE SE re pr RE
LCD-display .......... e -eeecerrrrrererr ar 12
Meervoudige Belichting ®h,............_......... 56
Meervoudige Lichtmeting ........................ 41
Meteen fotograferen ..............._c e... 8
Nacht El ............. ¡rin de Bd e ae e
Namen van onderdelen ............. ee. ee _ snm 10
с
=
ip
a
œ
Monteren ....................002000000000000vucees 18
SDOGINCAIOS Vila ar ad US 71
VENMIere oven tien iy arnt ih Bi si 18
Oculairdekseltje ...................———20000000... 34
One-Shot AF ....... HE da SS 64
Ontspan ki sis car crea aps 18
Half indrukken .....................0…...0000000 19
Helemaal indrukken ........-.——.—_.e—.—rere.. 19
Opnamecapaciteit batterijen ................... 17
О
а
=
o
m
=
Mo
сё
Problemen oplossen . AE aio e 66
Programmakeuze E mr a EN ER 14
Program Shift . aE LE
Resksopnamen ........ ..eccarricczaaraarariaas SI
Rode-ogen-reductie .............................. 27
Scherpstellen van een onderwerp dat niet door
een scherpstelpunt wordt bedekt ........
Scherpstelpunten, keuze van ................... 38
Scherptediepte ...... y
Scherptediepte, controle vooraf . acia. 47
Siuitertijd ....... se dep ae
Speedlites, exteme voor EOS-camera's |
ONtWOorpen ............ee======.evemeícerea 59
Sport E... dE Corea
Standaard AE Programma Poo. 42
Tabel van functiecombinaties ................... 64
Technische gegevens ol... EEE EEE K EEE 90
Tidopnamen bulb ers nenn 55
Verschil tussen Pen Cl re 4
Vervangen van de batterij van de afdrukfunctie 36
Volautomatisch DJ ...... 2... i 24
Waarschuwingen omtrent de belichting
(knipperende gegevens) ................_oeeeem. 65
Wanneer autofocus niet ЦЕ is
(handmatige scherpstelling) . ee Sg
Zellontispanner © iii ees 33
Zoekerinformatie ..................._ eones 13
Het CE Logo duidt erop dat wordt voldaan aan de
Richtlijnen van de Europese Unie (EU).
73
E
">
Advertisement
What type of batteries are used in the camera?
Two CR2 lithium batteries.
What type of batteries does the camera use?
The camera uses two CR2 lithium batteries.
Login to continue